summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 01:52:15 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 01:52:15 -0700
commit754d4b6fb64926daad9f2673e6d5b451e36bebf2 (patch)
treec7be8d622b1e1a8c84c21d147da49298074c32cc
initial commit of ebook 22491HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--22491-8.txt1618
-rw-r--r--22491-8.zipbin0 -> 36573 bytes
-rw-r--r--22491-h.zipbin0 -> 869228 bytes
-rw-r--r--22491-h/22491-h.htm2020
-rw-r--r--22491-h/images/o1908-136.gifbin0 -> 560 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-121-1.jpgbin0 -> 78839 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-121-2.jpgbin0 -> 31584 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-125.jpgbin0 -> 98916 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-128.jpgbin0 -> 145224 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-129-1.jpgbin0 -> 52400 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-129-2.jpgbin0 -> 26250 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-132.jpgbin0 -> 109989 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-133-1.jpgbin0 -> 79854 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-133-2.jpgbin0 -> 80353 bytes
-rw-r--r--22491-h/images/p1908-136.jpgbin0 -> 124000 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p121a.pngbin0 -> 172578 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p121b.pngbin0 -> 68689 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p121c.pngbin0 -> 57630 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p122a.pngbin0 -> 126981 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p122b.pngbin0 -> 123387 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p123a.pngbin0 -> 126003 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p123b.pngbin0 -> 123608 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p124a.pngbin0 -> 127480 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p124b.pngbin0 -> 126942 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p125a.pngbin0 -> 444631 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p125b.pngbin0 -> 127839 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p125c.pngbin0 -> 126287 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p126a.pngbin0 -> 130468 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p126b.pngbin0 -> 131045 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p127.pngbin0 -> 323030 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p128a.pngbin0 -> 93337 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p128b.pngbin0 -> 100409 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p128c.pngbin0 -> 90969 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p129a.pngbin0 -> 124074 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p129b.pngbin0 -> 122028 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p130a.pngbin0 -> 121283 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p130b.pngbin0 -> 123615 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p131.pngbin0 -> 267589 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p132a.pngbin0 -> 146884 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p132b.pngbin0 -> 165072 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p133a.pngbin0 -> 126521 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p133b.pngbin0 -> 124010 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p134a.pngbin0 -> 118175 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p134b.pngbin0 -> 112529 bytes
-rw-r--r--22491-page-images/p135.pngbin0 -> 276721 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
48 files changed, 3654 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/22491-8.txt b/22491-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..9bebbd5
--- /dev/null
+++ b/22491-8.txt
@@ -0,0 +1,1618 @@
+Project Gutenberg's Hoe ik een week te Fez doorbracht, by Jean Marlys
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Hoe ik een week te Fez doorbracht
+ De Aarde en haar Volken, 1908
+
+Author: Jean Marlys
+
+Release Date: September 2, 2007 [EBook #22491]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT.
+
+Naar het Fransch van Jean Marlys.
+
+
+Als men te Fez aankomt na een reis door het dal, dat er van Rabat
+heen leidt, maakt de stad den indruk van bijzonder klein te zijn, en
+ze blijft maar nietig achter haar grijze muren, wanneer men dichterbij
+komt. Aan de linkerzijde verheffen zich de lange wallen van een kasbah,
+eindigend in een soort van bastille, die een verzwakte nabootsing
+lijkt van het kasteel der Zeven Torens te Stamboel, zooals de bijna
+zwarte, gekanteelde en versterkte muren denken doen aan de wallen
+van Konstantinopel, en de doodsche, onbewegelijke populieren aan de
+cypressen der turksche kerkhoven. Ik zie in de wallen ook een groote,
+versterkte poort, zooals die in de hoofdstad van den anderen sultan,
+en ik voel mij als in de tegenwoordigheid van een klein Konstantinopel,
+waar de zee zich van heeft teruggetrokken.
+
+Ik kan alles onderscheiden aan het stadje, al wat het heeft te
+vertoonen, hooge minarets met groen aardewerk, op de muren aangebracht
+als glazuur, de daken, met groene pannen, van de heiligdommen en die
+van het witte Sultans-paleis; grijze terrassen en door den tijd zwart
+geworden muren, met hun diepe kanteelen en spitse punten; vierkante
+torens, met hooge, toegespitste daken. Een stukje van het dal is door
+een tweeden muur omgeven, ter bescherming van de keizerlijke tuinen.
+
+Het geheele landschap is zoo rustig en stil in de verlaten ruimte,
+dat het niet meer werkelijk schijnt dan die schilderijen van de
+Primitieven, waar men dergelijke vestingen op ziet in juist zulke
+verlaten oorden. Het lijkt een werk uit de Middeleeuwen, en daar ik
+weet, dat dit schilderij echt is, objectief waar, zeg ik tot mij zelven
+tegenover die stille stad en de verlaten omstreken, dat het zeker
+een stad moet wezen, lang geleden al eenzaam achtergebleven en nu uit
+niets anders bestaande dan uit oude muren, asch en herinneringen, en
+dat ik alleen zal ronddwalen in het een of ander Pompeji van den Islam.
+
+Wij rijden door de buitenpoort, door een tweede monumentale poort,
+met veelkleurig aardewerk versierd over een onmetelijk binnenplein,
+eenzaam tusschen hooge muren, weer een kolossale poort, bedekt met een
+ingewikkeld samenstel van tegels, een soort van rondloopenden weg,
+een plein, waar kooplieden kampeeren in kleine tentjes.... nog weer
+poorten; ik heb daarbij niets anders gezien dan enkele menschen,
+in schaduwhoeken op den grond gezeten, en een paar menschelijke
+gedaanten, die zwijgend en haastig voorbij mij gingen; we zijn in
+een klein straatje gegaan, en een grijsaard in rooden kaftan heeft
+"Salam!" tot mij gezegd.
+
+Mijn muilezeldrijver is naar hem toe gegaan, heeft zijn hand gekust,
+zijn borst, zijn schouders, zijn voorhoofd; en de man liet zijn zoon
+begaan, zonder eigenlijk een oogenblik op te houden met zijn werk,
+het begieten van bloemen. Vrouwen kwamen kijken uit naburige huizen,
+wisselden een salam met den ezeldrijver en daarna zijn zijn vrienden
+gekomen, en hij liet mij binnentreden op de plaats van zijn huisje. Een
+priëel van wingerdbladeren en een groote vijgenboom waren er te zien;
+er was ook een bank, zoo groot als een ledikant, en waar de kleine
+tegels van aardewerk gekleurde vierkantjes op legden, groen en wit,
+geel, blauw en zwart. En ik gebruik er de thee in de schaduw van den
+vijgeboom en den wingerd, onder het geruisch der wateren, die achter
+een muur voorbij stroomen.
+
+Ik laat een individu komen, van wien men mij heeft gezegd, dat zijn
+diensten mij nuttig zouden kunnen zijn, om mij te installeeren. Hij
+antwoordt op den naam van Mansoer, is een Christen, die mohammedaan
+is geworden en die niet voor zijn vroegere geloofsgenooten den
+haat gevoelt, dien zijn tegenwoordige medegeloovigen tegen hen
+koesteren. Hij geleidt mij naar de mellah of joodsche wijk, terwijl hij
+moeite gaat doen voor het vinden van een huis, dat ik zal kunnen huren.
+
+Deze geheele wijk, waarlangs ik de stad ben binnengekomen, heet
+Fez-el-Djedid, het Nieuwe Fez, en bevat de paleizen en vestingen van
+het Maghzen, verder een arabische en een joodsche wijk. Dat alles is
+nu ontwaakt uit de verdooving van de beide eerste uren na den middag;
+ik had er een inval gedaan tijdens den zwaren slaap van den dag; maar
+zij is ontwaakt, de nieuwe wijk, en op de binnenpleinen is het vol,
+en druk zijn de straten en markten. Er zitten veel menschen tegen
+de muren en anderen stroomen naar de markt, waar een rieten dak zich
+over uitbreidt.
+
+Mansoer houdt mij staande in een nauw straatje van de mellah vóór
+een lage deur; als we den drempel over zijn en den hoop vuil bij den
+ingang hebben vermeden, volgen we een gang met een bocht, loopen over
+een plaatsje en treden binnen in een klein vertrek, waar een jood
+drank verkoopt; verboden alcoholisme is in Fez zeer verspreid, en
+de man vertelt mij, dat hij veel afnemers heeft onder de getulbande
+heeren. Een jood is zacht binnen gekomen; hij zit op den drempel,
+en zegt tot mij in mijn eigen taal: "Als ik bij een Spanjaard ben,
+beweer ik Spanjaard te zijn, en als ik met een Franschman ben, noem
+ik mijzelven Franschman." Een neger komt op het plaatsje en laat zich
+een glas anisette geven. Twee jodinnen uit het huis schreeuwen luid
+om een mes, dat ze zeggen dat hij haar heeft ontstolen, en terwijl
+hij zijn anisette staat te drinken, schudden ze zijn kleeding uit,
+zijn djellaba, zijn tulband, zijn muilen, snuffelen in zijn knapzak,
+maar vinden het mes niet. Maar als de neger wil betalen, heeft hij
+zijn beurs niet meer bij zich. Koeltjes maakt de verkooper zich
+meester van de mand met doove kolen, die de neger droeg, en zet den
+klant op straat met de woorden: "Kolen zijn tegenwoordig duur; dit
+zal mij voldoende schadeloos stellen."
+
+Daarna brengt Mansoer mij bij een algerijnschen Turk, een van zijn
+vrienden. Hij weet geen onbezet huis, waar ik zal kunnen wonen. De
+buitengewone gezanten, die op 't oogenblik te Fez zijn, logeeren in de
+weinige, gewoonlijk beschikbare huizen. De vriend van Mansoer voegt
+erbij: "Wees maar niet rouwig erom, als u dat misschien noodzaakt
+vroeger te vertrekken; de Mooren zijn een akelig volk, ik veracht
+ze!"--"Waarom dat?"--"Omdat het Arabieren zijn!" De rasvijandschap is
+diepgeworteld en scheidt den Arabier, die semiet is, van den Turk,
+die tot het blanke ras behoort. De Turk voegt erbij: "Wij hebben
+intusschen denzelfden godsdienst..." Hij praat inderdaad over zijn
+"geloofsgenooten", hetgeen hem niet belet, mij spontaan te bekennen,
+dat hij noch aan God, noch aan den Duivel gelooft. Zoo doet hij
+mij levendig beseffen, welke verandering er in den Mohammedaan zich
+voltrekt, als hij aan den modernen invloed wordt onderworpen. Hij
+verliest zijn oorspronkelijk geloof; maar blijft Mohammedaan, dus
+van zijn geloof toch hater van de Christenen.
+
+
+
+Fez-el-Bali, door de keizerlijke tuinen gescheiden van Fez-el-Djedid,
+is de echte stad, een reuzenmierenhoop, verscholen in de diepte van
+een smal dal, ingesloten tusschen de steile hellingen der bergen. Komt
+men te Fez langs den weg van Mequinez, Tanger of Rabat, dan ziet men
+slechts het kleine Djedid, hoog in het dal gelegen op een drempel,
+die de plotselinge inzinking verbergt, de soort van kloof, waar het
+zeer groote Bali is gelegen met zijn opeenhooping van huizen en zijn
+wirwar van straatjes. Het weinige, dat ik er nog slechts van gezien
+heb, geeft mij den indruk van de wonderlijkste der arabische steden,
+en wat ik van de omstreken heb waargenomen, van af de hoogte van
+een kerkhof, lijkt wel met zijn muren, zijn minarets en bergen,
+de allermooiste en origineelste.
+
+Maar vandaag mag ik die bekoring niet op mij laten werken; ik moet
+allereerst denken aan hoe ik zal wonen. Ik kan niet goed nog weer een
+nacht logeeren bij mijn ezeldrijver. Ik ga dus in de buitengewone
+warmte, die sedert den morgen heerscht, omhoog naar Fez-el-Djedid,
+waar de edele Mansoer woont. Over het breede, in de zon brandende
+plein Boe Jeloed, door hooge muren ingesloten, die aan den eenen
+kant de keizerlijke tuinen beschermen en aan de andere zijde den
+omtrek der stad begrenzen, loopend, vind ik, dat de achterkant
+van het plein afgesloten is door een zeer vervallen wal, waarin
+een poort uitkomt op een in het rond loopenden weg naar de kasbahs,
+naar de paleizen van het Maghzen, naar de straten van Fez-el-Djedid,
+naar de mellah en naar de poort van Mequinez, Tanger en Rabat. Er is
+altijd levendige drukte op het Boe Jeloedplein, dat als een rechthoek
+ligt tusschen Fez-el-Djedid en Fez-el-Bali. Aanzienlijke Mooren, in
+burnoes en haïks gewikkeld, begeven zich, op hun muildieren gezeten,
+naar het paleis van Moelai Abdel Aziz.
+
+Mansoer is vele jaren aan het hof verbonden geweest. Hij bekleedde er
+een zeer weinig nauwkeurig omschreven ambt, dat twee jaar lang bestond
+in het in ontvangst nemen van vier peseta's per dag, en twee verdere
+jaren in het ontvangen van slechts twee, en hoewel hij zich van zijn
+taak kweet, zonder ooit het minste verwijt te verdienen, viel hij
+op een dag in ongenade en hij werd ter beschikking gesteld. Mansoer
+heeft zich toen doodeenvoudig als geneesheer gevestigd op den hoek
+van Fez-el-Djedid. En daar ga ik hem opzoeken, nadat ik de groote,
+door hooge muren ingesloten, brandend heete pleinen ben overgestoken,
+waarover zich elken morgen de Mooren naar het hof begeven, in hun
+fijne burnoes en doorschijnende haïks gehuld, gezeten op muildieren
+met roode kleeden bedekt, en begeleid door dienaren, die naast hen
+te voet voortdraven.
+
+Mansoer verzekert mij, dat het ook hem niet gelukt is, een huis
+voor mij te vinden, zelfs geen kamer in een arabische fondoek of
+herberg. Het is afgesproken, dat hij niet zal zeggen voor wien
+hij vraagt, want de Mooren zouden weigeren aan een Christen te
+verhuren. Na al die vergeefsche pogingen heeft Mansoer alleen nog
+hoop in een rijken inboorling, beschermeling van Europeanen, wien
+hijzelf, Mansoer, onlangs hulp heeft verleend. Wij gaan daar dus heen,
+beneden in Fez-el-Bali, achter de moskee van El-Karoeiyn. Sidi Mohammed
+ontvangt mij zeer vriendelijk en zendt dadelijk zijn bediende naar twee
+fondoeks. Er wordt geantwoord, dat alle kamers bezet zijn. Dan belooft
+hij, zelf dien avond te gaan zoeken en morgen antwoord te geven.
+
+Den volgenden dag al vroeg ga ik naar Sidi Mohammed. Hij is niet
+geslaagd. De meester van de fondoek wil geen Christen herbergen, uit
+vrees voor zijn klanten, zijn buren en de autoriteiten. Toen stelt Sidi
+Mohammed een vertrek te mijner beschikking; niet het allerbeste, dat
+het zou kunnen zijn, want het is maar een donker kamertje, uitziende op
+het gewelf dat naar de stallen leidt, maar hij wil het niet verhuren;
+hij biedt het mij aan. Eindelijk ben ik uit de verlegenheid, en al is
+dit heel iets anders dan wat ik zou wenschen, ik ben dan toch in het
+hartje zelf van de oude stad Fez-el-Bali, op twee pas afstands van
+de moskee-universiteit Karoeiyn, die voor Marokko is wat El-Ahzar als
+geleerdenschool voor Kaïro is. Ook ben ik dicht bij het oude heiligdom
+van Moelai Idriss, schutspatroon van Fez, waar een Christen niet
+dichtbij mag naderen en waar de straten van den bazar elkaar kruisen.
+
+Terwijl wij door de donkere straatjes loopen, komen we een troep
+kinderen tegen, die luid schreeuwen. Zij omringen een der hunnen en
+schelden hem heftig uit. De arme stumper loopt met moeite. Een groote
+bos hout is om zijn linker enkel gebonden. Zijn vader houdt hem vast
+en dwingt hem, voort te gaan onder het gescheld. Zoo wordt het kind
+gestraft met een openbare straf, omdat het uit huis is weggeloopen.
+
+Wat verder zingt een troepje kinderen in koor; ze geleiden een os,
+dien ze als offer willen brengen naar Moelai Idriss, en ze vragen aan
+liefdadige menschen aalmoezen, waarmeê ze het dier willen betalen;
+vier van hen houden de punten van een grooten doek, waarin men de
+gift kan storten.
+
+Ik stijg al hooger, nu door de aristocratische wijk, waar de kleine
+straten tusschen hooge muren zijn ingesloten, behoorend bij de huizen
+en de tuinen; de zon, die de diepte niet bereikt van het dal, waarin
+Fez-el-Bali zich verschuilt met zijn handelswijken en zijn bedehuizen,
+schiet loodrecht haar stralen neer op deze hoogte, waar de rijke
+lieden wonen. En toen wij door de Bab-el-Hadid de stad verlieten,
+om den weg te volgen die naar buiten leidt en naar Fez-el-Djedid
+en de mellah, is het als een uitstorting van verblindend licht en
+overweldigende hitte. Maar het landschap is zoo mooi, dat men bijna
+den hinder van de warmte vergeet. Vóór mij ligt een berghelling,
+bedekt met rijke wijngaarden, waar beekjes door stroomen, die in
+watervalletjes neer huppelen naar de wadi, verborgen in een smal
+dal. Aan den overkant verheft zich de bodem plotseling in een anderen
+berg, badend in het zonlicht, waar alleen enkele olijvenboschjes den
+naakten grond bedekken.
+
+Wij zijn in de mellah terug. Door het gewriemel van de volte der Joden
+hebben we de kleine, lage poort bereikt, zijn de trappen afgegaan
+bij den hoop afval en hebben over het plaatsje den herbergier weer
+ontmoet. Er zit een neger op de matten. Hij heeft een glas anisette
+geledigd en houdt bewonderend in zijn hand een groot glas, gevuld met
+een mengsel van anisette en absinth. Hij kijkt er naar. Hij verschuift
+het oogenblik van genot, zoo groot is dat en zoo kort van duur! Hij
+houdt het glas met beide handen vast, heft het hooger, ziet er lang
+naar. En hij zegt: "La ilaha, ill'Allah, Mohammed rassoel Allah; er
+is geen God dan God en Mohammed is zijn profeet." En hij herhaalt:
+"La ilaha, ill'Allah Mohammed rassoel Allah!" En hij herzegt het een
+aantal keeren. Dan heft hij het glas weer omhoog tot aan zijn lippen;
+hij wacht; hij brengt het dichterbij; zijn heele gezicht dompelt
+zich erin en blijft er, tot hij het glas heeft geledigd. Dan stoot
+hij een zucht van zaligheid uit en mompelt: "Er is geen God dan God
+en Mohammed is zijn profeet," en na te zijn opgestaan, begint hij te
+dansen, met het glas te jongleeren, te schreeuwen, te huilen....
+
+Den geheelen verderen dag besteed ik aan boodschappen, ter regeling
+van de bijzonderheden voor mijn woning. Des avonds brengt Sidi
+Mohammed mij een schotel koeskoes, en hij zegt tot mij: "Ik ben noch
+Mohammedaan, noch Christen. De godsdiensten hebben haat onder de
+menschen gebracht. Ik houd mij aan den natuurlijken godsdienst; ik
+geloof aan God en dat alle menschen zonen van Adam, broeders zijn." Ze
+vermaakt mij, die geloofsbelijdenis van iemand, die hier Voltairiaan
+is geworden, die taal in den mond van een man, die een rooden tarboesj
+draagt, een gele broek en een blauw vest. Hij heeft om het lijf de
+patroontjes van het islamietisch geloof en in het hoofd de vergeten
+formules van een andere eeuw. En hij meent dat hij zeer modern is.
+
+Den volgenden morgen ging ik, nog europeesch gekleed, door de
+hoofdstraat, die door geheel Fez-el-Bali loopt van af de heiligdommen
+van Karoeiyn en Moelai Idriss tot aan de muren der kasbahs en paleizen,
+tot aan Fez-el-Djedid. En een kind van een jaar of tien zegt bij
+mijn voorbijgaan: "Noesrani akhor! weer een van die christenen!" wat
+een manier is, om hun minachting uit te drukken, in geheel Marokko
+in gebruik, als men een Christen ontmoet. Een weinig hooger in de
+hoofdstraat geeft een kleintje van misschien drie jaar mij een stomp
+tegen mijn kuit. Ik draai mij om: "Nakoelek! ik zal je opeten!" Het
+kind schreeuwt van schrik en barst in schreien uit.
+
+Toen ik weer thuis was gekomen, wierp ik mijn europeesche kleeding
+weg--eindelijk! Met blijdschap trek ik den kleurigen kaftan aan, om het
+midden vastgemaakt met een lederen ceintuur, waar dik zijden borduursel
+op is aangebracht, en hul mij in den haïk, die zijn sneeuwwitte plooien
+om mij hangt en zijn fijn doorschijnend waas. En de dochters van Sidi
+Mohammed buigen zich boven over het terras, om te zien, hoe ik mijn
+toilet voltooi op het plaatsje. Waarlijk Sidi Mohammed heeft mij een
+grooten dienst bewezen, door mij dit toevluchtsoord aan te bieden,
+hoe onvoldoende het ook moge zijn, en ik ben hem veel verschuldigd, hem
+die in het geheel geen verplichting aan mij had, en zonder wiens hulp
+ik in de open lucht had moeten blijven, of Fez had moeten verlaten,
+of, wat nog erger zou zijn, had moeten logeeren in de mellah.
+
+Maar om zijn gastvrijheid in het juiste licht te zien, moet men
+niet vergeten, dat hij mij niet ten zijnent ontvangt, maar in een
+nevengebouw van zijn huis, in de donkere ruimte, waar de roode zadels
+waren opgeborgen en die uitziet in de duistere, overwelfde gang, van
+de straat leidend naar de plaats van de stallen, zoodat onze wijsgeer
+met zijn humaniteit de grenzen niet overschrijdt, die hem tot zijn
+medegeloovigen zullen kunnen doen zeggen, dat hij een Christen een
+onderkomen heeft gegeven, maar bij zijn paarden. Hij heeft mij nog
+zelfs niet uitgenoodigd, den drempel van zijn huis te overschrijden
+en bij hem te komen theedrinken in zijn gezelschap. En toch moet men
+niet zeggen, dat zijn liefdadigheid niet verder gaat dan de Islam,
+want de Mohammedanen van hier zouden zelfs dat niet doen, en om
+zich zonder gevaar te kunnen permitteeren zoo wijsgeerig te wezen,
+moet deze man als marokkaansch onderdaan wel de beschermeling zijn
+van een christelijke mogendheid.
+
+Sidi Mohammed wil, dat alleen menschen, die hij kent en waar hij
+zeker van is, toegang tot zijn huis hebben en daarom heeft hij
+mij een anderen bediende gekozen. Hij verzekert mij, dat ik in hem
+volledig vertrouwen kan stellen. Laat ons het hopen; het is de eigen
+schoonzoon van den rijken Sidi Mohammed. Wat gaat het wonderlijk toe
+in de familiën van Mohammedanen! De zoons der rijken zijn vaak gekleed
+als lieden van zeer geringe afkomst en ze gaan in dienstbaarheid. Toen
+ik te Marrakesj dejeuneerde bij Sidi Kassem, die meer dan eenmaal
+millionnair is, was degene, die ons bediende en dien ik voor een
+slaaf hield, de zoon van den gastheer, en aan het middagmaal, dat
+mij even vóór mijn vertrek werd aangeboden, at diezelfde zoon na
+ons op de binnenplaats met de muzikanten en bedienden. De zoons van
+Sidi Abder Rahman, van wie de oudste ongeveer 25 jaar was, aten op de
+plaats bij de keuken met de slaven. Den eersten dag, dat ik te Rabat
+was, had die jonge man, die zich een berisping op den hals haalde,
+omdat hij met een Christen had gepraat, mij het huis van zijn vader
+laten zien, een der mooiste van Rabat, had mij gezegd, dat hij taleb
+of student was, en had mij gevraagd, of ik hem als bediende wilde
+aannemen. De schoonzoon van den rijken Sidi Mohammed heeft gisteren
+voor mij gekookt, van morgen heeft hij de thee voor mij bereid, heeft
+een paar piasters als fooi aangenomen, en is tegen tien uur uit het
+huis van zijn schoonvader gekomen met een bord van geëmailleerd ijzer,
+waarop zijn ontbijt, dat hij gebruikte in een hoekje van den stal. Hij
+lijkt zoowat dertig jaar.
+
+De vader wordt over het algemeen in oostersche gezinnen meer gevreesd
+dan bemind; een grijsaard heeft vaak kinderen van twee jaar en van
+veertig, oude en jonge vrouwen; de vrouw weet nooit, of ze niet zal
+worden weggezonden; ze heeft een meester, geen echtgenoot, zooals ook
+het kind een heer heeft, geen vader. Hoe men ook moge denken over deze
+overmaat van gezag, en al noemt men dien toestand onrechtvaardig en
+onzedelijk, het blijft waar, dat in gezinnen, die volgens den Koran
+leven, dit despotisme het element van duurzaamheid is, de kracht,
+die maakt dat, ondanks de ontbindende werking van de polygamie,
+de mohammedaansche maatschappij bestaan kan.
+
+Sidi Mohammed vertelt mij, dat hij overeengekomen is met een Moorsche,
+dat ze mij te eten zal geven voor drie peseta's en 65 piasters per dag,
+haar loon erin begrepen; ze heeft, schijnt het, vier jaar lang voor
+een Italiaan gekookt. Ik veronderstel, dat zij eenvoudig een slavin van
+Sidi Mohammed is, die als logementhouder, restaurateur en philanthroop
+een middel heeft gevonden, om zijn beginselen met zijn belangen te
+vereenigen, en tevens den natuurlijken godsdienst en de algemeene
+broederschap met zijn semietische instincten, den handelsgeest en de
+zucht naar winst. Inderdaad worden mij de maaltijden rechtstreeks uit
+het huis van Sidi Mohammed bezorgd, gedragen door zijn schoonzoon,
+die mij bedient, de borden wascht en de kamer stoft met een ijver,
+die op een belooning wacht.
+
+Als men van den daldrempel, waarop het Sultanspaleis, Fez-el-Djedid
+en de mellah liggen, naar Fez-el-Bali afdaalt, krijgt men den indruk,
+in onverwachte diepten van de een of andere kloof te komen, waar
+de huizen zich ophoopen en zoo dicht staan, dat ze haast de lucht
+verduisteren. De hoofdstraat, die men volgt, wringt zich langs de
+steile helling. De winkels en de menschenmassa worden al talrijker,
+en telkens weer hoort men den kreet: "Balak! Pas op!" Er gaat op zijn
+grooten muilezel met roode schabrak een ruiter voorbij, gehuld in
+een haïk met zijden strepen of in een wapperenden burnoes, en veel
+kleine, vlugge ezeltjes onder zware lasten gebukt, zouden u kunnen
+plat drukken tegen een muur, als ge niet voorzichtig zijt. De menigte
+wordt zeer dicht, vooral op bepaalde uren in het hart van den bazar,
+bij Moelai Idriss en in de laantjes onder het traliewerk van wingerd
+en rieten vlechtwerk. Er is overal schaduw en beweging. Verdiepingen,
+die vooruitsteken in de straatjes en de hoogte der huizen, die zoo
+trachten te herwinnen, wat ze aan oppervlakte te kort komen in deze
+stad, tusschen de bergen ingesloten, maken, dat de zon nooit tot
+op den grond toe kan schijnen en dat een goed deel van haar licht
+onderweg hangen blijft. Wanneer men door de wijk der tuinen opgaat
+naar den kant van Bab-el-Hadid, lijkt het, of men uit een put komt.
+
+Ik ben door den Bab-el-Hadid uit de stad gegaan en ben den weg
+ingeslagen, die te midden van hagen loopt door de groote tuinen,
+waar het water murmelt. Beekjes vormen watervallen onder het dichte
+loof van vijgeboomen en granaatappelboomen. Ik heb één ervan gevolgd
+langs een pad, dat mij bracht te midden van de tuinen; groote vakken,
+beplant met munt waarvan men als thee zooveel gebruik maakt, ruiken
+heerlijk, en de vijgen, de cactussen, het riet, de moerbeiboomen, de
+citroenen en granaatappelen zijn in zoo groote weelderigheid gegroeid,
+dat het soms een dicht kreupelbosch is geworden, vooral waar plotseling
+een kloof zich voordoet. De beek valt er in neer als een waterval,
+waar men niets van ziet, zoo verborgen is ze onder het gebladerte. Op
+den achtergrond maken de boomen te zamen een donkere afsluiting,
+waar men geen soorten in kan onderscheiden. En verder gaat het zoo
+tot aan de wadi, altijd dat donkere groen, waarin bijna tot aan den
+top verdwijnt het witte paleis van dien Engelschman, die ondernemend
+genoeg is geweest, om zich in Marokko te vestigen en er is geworden
+de kaïd Mac Lean. Daarachter rijst het groote gebergte, welks rossige
+wanden maar even bedekt zijn door olijvenbosschen en bespikkeld zijn
+met heiligdommen en graven. Welk een schoon land! Alles schijnt erop
+gemaakt, om er u gevangen te houden. De begrenzing door hooge bergen,
+zoo hoog, dat men niet gelooft er overheen te kunnen komen en zoo
+dichtbij, dat men alleen kan kijken naar wat in de onmiddellijke
+nabijheid is, geeft den indruk van opgeslotenheid, maar dan in een
+paradijs van licht en groen en water, waar men alles heeft, wat men
+wenschen kan.
+
+Doch ik moet nog gaan door de kleine handelsstraten, die van de
+moskee-universiteit Karoeiyn leiden of van de moskee van Moelai Idriss
+naar de Bab-el-Gissa.
+
+Dat is aan den anderen kant van Fez. Als men voorbij een moskee is
+gegaan, waarvan de muren bewerkt zijn in de grootste verscheidenheid
+van kleuren met die slingers van rood en blauw en geel en groen
+en goud, die de wonderlijkste figuren vormen en tot rozetten zich
+vereenigen, daarna een kleinen donkeren stroom is overgestoken, dan de
+hooge poort heeft gezien, met punten erop van geschilderd hout van een
+andere moskee, eindelijk dicht langs de poort is heengegaan, blijft er
+niets anders te doen, dan te bewonderen, hoe Fez zich daar uitbreidt
+in haar kader van bergen, dan op te klimmen tusschen de graven tot den
+top van een versterking, waar de laatste stukken muur van een paleis
+bezig zijn te vervallen. Daar ligt de geheele stad in haar smal en
+diep dal en bedekt een verbazende oppervlakte, van daarginds, die
+groene vlek van tuinen bij het dal der wadi Seboe tot den zeer hoogen
+drempel, waarop het Sultanspaleis en het nieuwe Fez zijn gelegen.
+
+Enkele paleizen steken trotsch omhoog, als dat van El-Menebbi; dan
+de rijke woningen van de tuinenwijk; iets meer naar buiten, in zijn
+park van maagdelijk woud, het paleis van Mac Lean en in de stad de
+minarets van de moskeeën en vooral de groote daken met groene pannen
+van Moelai Idriss. Aan mijn voeten gaan de half ingestorte wallen der
+stad langs en boven een ravijn, beboscht met olijven en bedekt met
+aloës, en daarachter verheft zich dadelijk de berg, die de stad als
+een gordel insluit en als een onoverkomelijke hoogte. Toch bestaat er
+een uitgang aan den tegenovergestelden kant van den drempel waar het
+nieuwe Fez ligt. De doorgang namelijk, het diep uitgeholde ravijn,
+waar Fez-el-Bali zich verschuilt, is open aan de overzij, aan het
+andere eind van het mooi groene dal der wadi Seboe. Maar het oog
+dringt dan ook niet verder door, want een gebergte dat nog hooger is,
+verbiedt voorbij Fez, de stad der droomen, te kijken.
+
+Sidi Mohammed heeft zijn schoonzoon Abbas verboden een dagloon
+te ontvangen; maar hij zal niet weigeren, als ik hem bij mijn
+vertrek zal willen betalen, neen, een geschenk in geld zal willen
+aanbieden. Hij stelt voor den dag dat het mij zal passen, te mijner
+beschikking zijn eigen muilezel, opdat ik een zijner goederen zal
+kunnen bezoeken, om van daar te stijgen naar den top van een berg,
+die van Fez en de omstreken het uitgebreidst panorama aanbiedt. Hij
+heeft veel grondbezit. Ik zie dikwijls zijn ondergeschikten aankomen,
+om met hem af te rekenen, en er barsten soms op straat of onder het
+gewelf der stallen van die plotselinge en heftige gesprekken uit
+over geld, waarbij elk der partijen een keel opzet van belang. Dat
+komt toch in Marokko veel voor, zoo'n onverwachte heftige twist,
+die eindigt zooals hij begon, op eens; men staat er verbaasd van,
+dat de kijverij opkomt en verdwijnt zonder reden, naar het schijnt,
+maar altijd is er dan quaestie van geld.
+
+Gisteren morgen kreeg een rijke fazi, inwoner van Fez, dien ik bijna
+elken dag voorbij zie gaan op zijn grooten ezel, met een roode
+schabrak gedekt, het aan den stok met een slecht gekleed persoon
+over geld. Men zou, als men hen zag en hoorde, meenen, dat zooveel
+vijandschap op niets anders kon uitloopen dan op een vechtpartij;
+maar het loopt altijd nog al gauw en goed af.
+
+Ik ga met Mansoer weer naar boven en hij brengt mij nu ten
+zijnent. Daar het feest van Moelai Idriss aanstaande is, den
+schutspatroon der stad, ontmoet men overal troepen straatjongens,
+die bedelen om geld te krijgen voor het offeren van kaarsen en
+ossen; sommigen loopen door de straten, anderen staan op post bij de
+kruispunten der straten, en allen vallen de voorbijgangers lastig. Hoe
+hooger men komt naar Fez-el-Djedid, des te warmer wordt het; de hitte
+wordt overstelpend tegen de hooge muren der keizerlijke tuinen,
+der kasbahs en paleizen; zij vloeit vrij uit in de straatjes van
+Fez-el-Djedid, door lage muren ingesloten; de huizen staan er verder
+uiteen en zijn kleiner; ze hebben slechts één verdieping en de bewoners
+zijn arm; de rijke fazi's houden liever een zekeren afstand tusschen
+den Sultan en hun eigen huizen, want ze weten, dat zeer hooge muren
+wel schaduw geven, maar ook in de schaduw stellen.
+
+Mansoers huis bestaat uit een kamer en een binnenpleintje. Hij
+stelt mij zijn wettige vrouw voor, die in chronologische volgorde
+de negentiende is; zij draagt over het witte onderkleed een donker
+violetten kaftan, die korter is; daarover een oranje kaftan, nog
+korter; dan een feradja van mousseline; een oranjezijden doek bedekt
+het hoofdhaar, dat op den rug neerhangt in twee lange, dikke vlechten,
+met zijden draden doorvlochten. Ze heeft mooie, amandelvormige oogen,
+een zeer ovaal gezicht, een rechten neus, een mond, die wat te groot
+is, een blauw tatoeagetje op de kin en nog een tusschen de wenkbrauwen,
+kleine voeten, ondanks het gebruik van sandalen, met de nagels door
+henneh rood gekleurd, juist als de nagels der handen.
+
+Mansoer heeft mij al eens gezegd als waarschuwing tegen een van zijns
+gelijken, Achmed geheeten, van wien ik eenige diensten heb aangenomen
+en wiens mededinging hij vreest: "U zou uw portemonnaie niet moeten
+laten liggen onder het bereik van zijn hand." Achmed, dien ik dien
+namiddag ontmoette, en die ten aanzien van Mansoer van dezelfde
+gevoelens is vervuld, heeft er plezier in, mij te vertellen, wat
+hij misschien maar heeft bedacht uit jaloezie, maar wat hij zegt van
+Abbas te hebben, den schoonzoon van Sidi Mohammed: "Laat dien meneer
+(dat was ik) niet alleen buiten de stad gaan met Mansoer. Mansoers
+naam is niet al te goed bekend; hij gaat niet voor fatsoenlijk door;
+men houdt het ervoor, dat hij in den grond van zijn hart Christen is
+gebleven, dat hij mogelijk voor spion speelt, en er zijn er, die hem,
+als ze hem op een eenzame plek ontmoeten, een kogel konden geven en
+een anderen op zijn metgezel richten."
+
+Arme luidjes, die ontkend hebben, die men ontkent en die zichzelven
+negeeren! Het is iets merkwaardigs, die minachting der Mohammedanen
+voor degenen, die tot hun geloof overkomen; hun godsdienst plaatst hen
+in een zoo angstvallig gesloten maatschappij, dat men, om er werkelijk
+in te worden toegelaten, al heel wat kwartieren van godsdienstigen
+adel moet kunnen aanwijzen. Deze geest heerscht wel het meest onbeperkt
+in die middelpunten van dweepzucht, Stamboel, Damaskus, de wijken van
+Kaïro dichtbij El-Ahzar en Fez. Het is een versterkte vorm van den haat
+tegen de Christenen. Hoe diep voelt men dien haat in Fez, dien haat,
+die alleen door de vrees voor de legers van Europa in bedwang gehouden
+wordt! Als die vrees niet bestond en hen niet dwong zich verstandig
+te gedragen, zouden wij nog minder goed worden behandeld dan de Joden,
+waarvan ze niet weten, dat ze hen eigenlijk niet noodig hebben.
+
+De Joden worden in het voorbijgaan beleedigd; gisteren is er midden
+op de markt op een van hen gespuwd; te Rabat heeft een sjerief een
+jood met de karwats doodgeslagen, omdat hij hem durfde aankijken, en
+als de straatjongens langs den muur van de mellah loopen, gooien ze er
+steenen over en roepen: "Ya! ihoedi's! weg met de Joden!" Ons zou men
+zeker en stellig vermoorden. Ze hebben hier in Fez een afschrik van
+den Christen. Daar bij hen de godsdienst alles regelt, tot de kleine
+bijzonderheden der kleeding, het knippen van baard en haar, zou mijn
+snor, die niet op zijn Arabisch is gefatsoeneerd, mij in gevaar kunnen
+brengen, omdat ze er dadelijk mijn godsdienst aan herkennen. Nergens
+heb ik de minachting zoo groot gevonden en de achterdocht zoo sterk.
+
+Toch ben ik twee of drie keeren eerbiedig gegroet geworden met den
+Salam, die de godsdienstige groet is, en gisteren, toen ik voor
+een winkel stilstond, zei een fazi: "Dat is een Christen!" tot een
+van zijn vrienden die antwoordde: "Ik zweer je, dat het een Arabier
+is!" Maar dat is een groote uitzondering. Elk oogenblik hoor ik bij
+mijn voorbijgaan zeggen: "Noesrani, een Christen," en van morgen nog
+hoorde ik de minachtingsformule: "Noesrani wahed akhor! Weer een van
+die Christenen!" Telkens ook gaat een man of een kind mij voorbij en
+keert zich een paar passen verder om, mij in het gelaat kijkend. Ze
+durven alleen onbeschaamd zijn op die wijze, want ze houden zich
+dadelijk stil als men op hen toetreedt, of loopen snel weg. Ze hebben
+al de lafheid van de Arabieren, en als alle goede Mohammedanen voelen
+ze tegenover iemand, die de allures van een meester aanneemt, in
+zich een slavenziel. "Wees zalvend tegen den schurk, en hij geeft u
+een por; geef den schurk wat hem toekomt, en hij zal u vleien!" Dat
+is waar in alle landen en bij alle rassen, want het is algemeen
+menschelijk. Maar sommige trekken, die essentiëel zijn in de natuur
+van den mensch, worden niet in gelijke mate aangetroffen bij alle
+menschen. De geïslamiseerde Oosterling is zeer beslist de schurk,
+dien men een por moet geven. Hij heeft enkel eerbied voor kracht,
+hij buigt zich enkel voor wie hem slaat. Hij kan alleen dienen of
+gediend worden, en hij neemt tegenover u de houding van den meester
+aan, als gij die niet van te voren voor u hebt opgeëischt.
+
+Zijn godsdienstig gevoel weerstreeft die gevoelens niet. Het schept
+een nauwe broederschap onder de mohammedaansche geloovigen en een
+onuitroeibare vijandschap tusschen dezen en de niet-Mohammedanen. Die
+godsdienst legt het hem als plicht op, het geloof in den Profeet te
+verspreiden en de overlevering leert hem, dat de propaganda door
+den oorlog alleen in staat is geweest, dat geloof uit te breiden
+en zijn gebied te verruimen. De Mohammedaan put zijn trots uit die
+overtuiging, uit de meening, dat hij alle waarheid in natuurlijken en
+bovennatuurlijken zin bezit, dat er noch wetenschap noch beschaving
+is, die boven zijn wetenschap en zijn beschaving staan, en dat,
+zooals hij van den hemel zeker is, ook het uur zal slaan dat de
+geheele aarde hem zal toebehooren.
+
+De herhaalde fnuiking, die de aangeboren trots der Mooren door de
+zegepralen der europeesche legers heeft ondergaan, is niet in staat
+die hoop der toekomstige zegepraal uit hun hart te verdrijven. Het
+is enkel, dat de vervulling nog wat wordt uitgesteld. De Mohammedaan
+krijgt alleen de bewustheid van een tijdelijke minderheid, en voor het
+oogenblik niet bij machte om slagen toe te brengen, schikt hij zich
+erin, te wachten. Als hij door zijn belang of door de omstandigheden
+genoodzaakt is, met een van ons in betrekking te treden, weet hij
+zich zijn plicht der gastvrijheid te herinneren; hij zal er misschien
+behagen in scheppen, de gratie ten toon te spreiden, waar zijn ras prat
+op gaat bij de ontvangst van vreemdelingen, en zoo zal de overmaat van
+lof en de betuiging van vriendschap niet voor zijn ziel den bijsmaak
+van een list, noch voor zijn mond dien van een leugen hebben. Maar
+als hij vrij blijft, alleen te luisteren naar de ingeving van zijn
+geloof, houdt hij zich liefst op een afstand van diegenen, die zijn
+geloof niet deelen. Hij herinnert zich, dat de Koran hem zegt, geen
+gemeenschap te onderhouden met de Christenen, de Joden en de Heidenen,
+hun nooit te geven noch zijn zoons, noch zijn dochters, nooit iets
+aan hen verplicht te zijn, en hen niet tot zijn vrienden te maken; hij
+sluit zich op in zijn huis, in zijn wijk, hij zoekt een schuilplaats
+in landen, die nog niet door vreemden zijn bezet, en met zorg houdt hij
+van den heilig gebleven grond en van den drempel van zijn huis diegenen
+verwijderd, die hij ongeloovigen noemt en die hij minacht en haat.
+
+Wanneer men dat alles niet vergeet, zal men zich kunnen voorstellen,
+met welk oog de Mooren den vreemdeling aankijken, die door de eenzame
+vlakten van Maghreb is heen getrokken, die de oude muren van Fez
+binnengegaan is, de heilige stad van Moelai Idriss, en die nu in
+de straten van de heilige stad, in de onmiddellijke nabijheid der
+moskeeën, opgericht door de veroveraars van Afrika en Spanje, in de
+buurt van de vereerde graven hunner heiligen, is als een aanhoudende
+uitdaging, een voortdurende heiligschennis! Zullen ze in bedwang
+gehouden worden door den eerbied, dien hun godsdienst eischt voor
+de gasten. Maar dit is geen gast! Wie heeft hem veroorloofd hier
+te komen? Welke geloovige zou de stoutheid hebben gehad, hem onder
+zijn dak te ontvangen, in de hoofdstad zelve der sultans, zoon van
+de dochter van Mohammed, en zoo een der heiligste steden van den
+Islam te ontheiligen, Fez, de duizendjarige, gesticht door Idriss,
+groot geworden rondom diens graf?
+
+Zoo de Mooren zich geweld aandoen, om den koenen reiziger zijn
+gang te laten gaan, is dat, omdat de hoofden hun bevolen hebben,
+nog een weinig te wachten; want de tijd moet komen, waarop de Islam
+zijn zegetocht zal hervatten, die een oogenblik is opgehouden. Als de
+Christenen werkelijk sterk waren, ze zouden al sinds een aantal jaren
+in Fez zijn, dat maar enkele uren van de grenzen is gelegen! Zooals
+een notabel ingezetene mij zei: "Wij hebben noch geld, noch kanonnen,
+noch forten, weinig soldaten, zonder tucht, soms zonder geweren en
+vaak zonder patronen; maar wij hebben God, en met zijn hulp zullen
+wij alle Christenen in zee werpen!"
+
+Ook worden ze door niets anders in toom gehouden tegenover
+den reiziger, die onder hen verkeert, dan door een restje van
+voorzichtigheid en geduld; ze houden zich in, om niet toe te slaan en
+ze laten niet na, te beleedigen. In den loop van mijn wandelingen ga
+ik vaak over een pleintje, waar bijna den geheelen dag voor een klein
+tafeltje eenige straatjongens staan, die voor Moelai Idriss giften
+inzamelen. Toen ik, als alle voorbijgangers, gevraagd werd, had ik
+dadelijk den eersten keer geantwoord met een krachtig: "Neen, volstrekt
+niet!", dat hen terstond deed zeggen: "Dat is een Christen!" En toch,
+telkens als ik weer passeerde, gingen ze voort, en altijd weer te
+vergeefs, mij lastig te vallen met hun verzoeken. Vandaag nog vraagt
+een van hen: "Een piaster voor Moelai Idriss?"--"Nee!" En pas ben ik
+een paar passen ver, of hij roept mij een der gewone scheldwoorden
+na: "Ya! carra! Eh! poe!" Ik draai mij om dreig hem met een klap;
+hij bergt zich zoo snel mogelijk in een naburig huis, waar de deur
+half open stond.
+
+Ik kan dan ook geen geloof schenken aan hun betuigingen van
+vriendschap. De portier van Sidi Mohammed noemt mij nooit anders dan
+"consul". Zijn schoonzoon Abbas, die mij sinds ik als Arabier gekleed
+ben, betitelt met den voor een Christen zeer aannemelijken naam van
+Abdallah, dat is "dienaar des Heeren", laat mij door Achmed zeggen,
+dat bij in mij een vriend ziet, dat hij mij behandelt als zijn eigen
+broeder, en dat hij mij in zijn hart gesloten houdt. Maar ik meen
+te hooren, als hij tot de buren spreekt, dat er sprake is van een
+armen Christen, dien men uit liefdadigheid heeft opgenomen, en dat
+kan niemand anders zijn dan ik.
+
+Op een morgen bracht Abbas mij buiten de stad door den Bab-el-Djedid,
+waarlangs een riviertje stroomt dat half verborgen is onder een
+overvloed van groen. Als men de tegenoverliggende helling van den
+berg beklimt, heeft men het gezicht op een deel der stad met haar
+terrassen achter een heuvel, bedekt met het dichte plantenkleed der
+tuinen; men hoort het water ruischen onder de boomen, men ziet het
+dichtbij slapen op de steenen bedding en in rietalcoven. En daar,
+waar men de witte stad kan zien en het donkere groen, wordt men tegen
+de zon beschermd door groote olijven.
+
+Na over de wadi te zijn gegaan, die stroomt in de wijk, gebouwd achter
+het huis van Sidi Mohammed, hebben wij den Bab-Sidi Boe Djida bereikt,
+waarachter en tot aan het dal der Seboe zich de tuinen uitstrekken. Wij
+zijn een ervan binnengegaan, die toebehoort aan een vriend van Sidi
+Mohammed; het is een dicht bosch van pruimeboomen, citroenen, vijgen,
+appel-, moerbei- en granaatappelboomen, en daar de grond plotseling
+daalt, lijkt het, of men in een diep ravijn neerziet, waarin de wadi
+stroomt tusschen de boomgaarden. De andere kant rijst steil op, vormt
+een hoogte, met olijven beplant, en daarna heft een groote berg zijn
+rotsen ten hemel. Er wordt onder de boomen aan de helling van het dal
+een touwen mat uitgespreid; ik spreid mijn zitkleedje van roode wol,
+mijn lebda uit; er worden vruchten gebracht en we nuttigen het maal,
+al kijkend naar het weelderige groen, de schoonheid der bergen en van
+den hemel, en luisterend naar het gezang van den stroom en den wind.
+
+Den volgenden morgen ben ik al vroeg geklommen naar den Bab
+Fetoesj. Een klein kerkhof ligt binnen den muur; een groot erbuiten
+op de helling van den berg tusschen twee olijvenboschjes.
+
+Steeds had ik het uitzicht op Fez-el-Bali, het oude Fez, dat een
+opeenhooping is van terrassen op een steile helling. De versterkingen
+zijn in een vervallen staat, gespleten en gescheurd, niet veel meer
+dan onvoldoende afsluitingen. Maar daar deze kant naar Taza kijkt,
+van waar de Rogi wel zou kunnen komen, heeft men er over een lengte
+van ongeveer 200 meter herstellingen aangebracht. In omgekeerde
+richting den weg afleggend van den vorigen dag, ben ik gedaald naar
+den Bab-el-Djedid, nu en dan stilstaand onder de olijven; telkens
+weer ontrolde zich een ander gedeelte van Fez aan mijn oogen, nu eens
+tusschen een ouden toren en groote rietpluimen, dan door de boomen
+heen, eerst dichtbij, dan verder af, witter, lichtender, aan het
+eind van dit dal, waar de boomen zoo dicht opeen staan, dat ze een
+groote zwarte vlek vormen. Maar in plaats van de stad binnen te gaan
+door den Bab-el-Djedid, ben ik buiten om gegaan tot Fez-el-Djedid
+en wel tot de poort van de mellah of jodenwijk. Daar tegenover, op
+een hoogte, is de mehallah of het leger van den Sultan gekampeerd,
+gereed om slag te leveren aan den rogi, als hij tot daar zou durven
+doordringen. Er zijn tenten voor 300 man: maar men heeft slechts 150
+kunnen samenbrengen, en de helft heeft maar een geweer.
+
+Onder mijn ontbijt is er een heftig dispuut geweest tusschen Abbas en
+Ibrahim, den kleinen bediende van Sidi Mohammed; ze hebben, ik weet
+niet wat erge scheldwoorden gewisseld en langdurige verwijten op den
+heftigsten toon; hun stemmen waren te luid voor de plaats binnen de
+muren, en ze stegen op tot het terras van het huis van Sidi Mohammed
+en drongen tot in zijn vertrekken door, waar andere stemmen zich in
+den strijd mengden. Toen al die verwenschingen uitgestooten waren,
+vertrouwde Abbas mij toe, dat Ibrahim een arami, een bengel was en
+dat hij, zoo jong nog, reeds een dief was, een serraq. Toen vroeg hij
+mij een doero, om een zilveren dolk te laten repareeren, dien ik in
+de stad gekocht had den vorigen dag: "Het zal vandaag nog gebeuren,
+en ik zal er al den tijd bij blijven, zoolang de man eraan werkt;
+dat is veiliger."
+
+Mijn namiddag gaat voorbij buiten de stad, in den omtrek van den
+Bab-el-Gissa, in de schaduw van een graf. Ik heb mijn lebda, het
+tapijtje, uitgespreid; op den aschkleurigen grond maakt het een
+vierkant van rood; ik heb mijn muilen van geel leêr uitgetrokken
+en leg mij neer, zoodat de witte haïk er mooi op uitkomt evenals de
+feradja, waar de oranje kaftan doorheen schemert. De oude vervallen
+vestingwal rijst naast mij omhoog; daarbinnen staat een hooge minaret,
+en tusschen twee slanke palmen de fraaie woning van den oud-vizier van
+Moelai Hassan, den vader van den tegenwoordigen Sultan; daar verder het
+lage gedeelte van Fez-el-Bali te midden van den dichten plantengroei
+der tuinen. Die leggen een lange streep van groen tot aan het dal der
+wadi Seboe, en rondom wat ik zie van de stad en de tuinen, verrijzen de
+bergen zeer hoog met hun steile hellingen, waarop de olijvenboschjes
+een zilveren glans aanbrengen. Naarmate de zon daalt achter de hoogte
+met de graven, komen menschen uit de stad en gaan tusschen de graven
+zitten in de schaduw der opstaande steenen; ze kijken naar de bergen
+en de kloof, waar de stad uit het gezicht verdwijnt in de duisternis,
+ze praten zeer zacht en droomen. Toen het volkomen donker was, gingen
+velen bij de muren zich neerzetten tegen holten in de wallen, en er
+worden kleine, geïmproviseerde koffiehuizen in de open lucht opgericht,
+waar negers, die waterdragers zijn, den drank te koop bieden, terwijl
+een verteller oude verhalen opdischt.
+
+Des avonds ga ik in mijn kamertje zitten. Mohammed komt in zijn
+witten tulband, hemelsblauwe jas en gele broek, vaak niet ver van
+mij verwijderd, met zijn buren, vrienden en bedienden een praatje
+maken. Dezen avond is hij er al tweemaal geweest met iets gewichtigs
+in zijn houding; hij is weer naar zijn vertrekken gegaan, en daar
+brengt zijn stem door de muren heen den klank van een twist tot mij,
+van een grooten toorn; langen tijd gaat hij aan als een woedende;
+dan op eens is alles stil, en hij komt weer onder den doorgang bij mij
+zitten, om van de melk te proeven, die Abbas voor mij laat koken met
+een kruid, dat wel wat op thijm lijkt of op lavendel, en waarvan hij,
+als alle Marokkanen, veel houdt.
+
+Na het eten, terwijl ik alleen ben, komt de portier bij mij en zegt
+zeer zacht: "Weet u wel, dat Abbas u besteelt? Hij heeft gezegd, dat
+de herstelling van den zilveren dolk een doero heeft gekost; maar
+ik weet van Sidi Mohammed, dat ze maar drie peseta's heeft gekost;
+hij vraagt u om een peseta, om melk te koopen, die een halve peseta
+kost. Den vorigen dag had hij met den koopman afgesproken, dat deze
+u vijftien doero's zou vragen voor de haïk, die Sidi Mohammed voor u
+heeft laten koopen voor twaalf en een halven doero, en vier-en-twintig
+doero's voor den dolk, waarvoor Sidi Mohammed twintig heeft betaald.
+
+Abbas, nu ziet ge het, Abbas is een keddab, een leugenaar! Het is in
+dit land een wedstrijd, wie zijn medemensch van de ergste misdaden
+zal beschuldigen. Als de muildieren uit den stal konden spreken,
+wat zouden ze mij dan te vertellen hebben van den portier?
+
+
+
+Bij het aanbreken van den dag gaan we in den tuin, dien een vriend van
+Sidi Mohammed in de stad bezit. Abbas en Ibrahim, die verzoend zijn,
+dragen een kussen, tapijten, steenkool, thee, suiker, den theepot,
+glazen en een blad. We loopen door eenige donkere straatjes, gaan over
+de wadi, waar veel molens overheen staan, en we stijgen tusschen de
+muren tot den boomgaard van den vriend van Sidi Mohammed. De boomen
+groeien er in volle vrijheid en zijn beladen met pruimen en appelen,
+terwijl citroen- en granaatappelboomen hun schaduw ondereenmengen
+door den overvloed hunner dooreengestrengelde takken. De tapijtjes
+worden op den grond uitgespreid, en ik strek er mij op uit, met een
+kussen onder den elleboog en denk aan den tuin van thuis, die nu zoo
+ver is. Om kwartier over twaalf hoor ik geschreeuw, dat van boven
+komt uit de stad, en ik kan de naastbij zijnde stem onderscheiden:
+"Allahoe akbar! God alleen is groot!"
+
+Dan gaat Abbas naar huis, om het ontbijt te halen, dat hij brengt in
+een rieten mandje met een hoog kegelvormig deksel. En we hebben er nog
+den ganschen namiddag doorgebracht. De zon had haar loop vervolgd,
+en wij zochten een andere plek onder de citroenboomen bij een paar
+hooge vijgenboomen, waar een beekje onder door vloeit. Van tijd tot
+tijd maken Abbas en Ibrahim een wandelingetje door den tuin, plukken
+vruchten, brengen ze aan mij, en zetten de thee, waarna ze zich gaan
+uitstrekken en inslapen. Vier uur! Uit de hoogte en de verte klinken
+kreten van "Allahoe akbar!" Dan hoor ik niets meer, en daar Abbas en
+Ibrahim aan het plukken zijn, ben ik geheel alleen onder de boomen
+op het gras en denk weer aan den verren tuin van bij ons thuis.
+
+Op een dag zei Sidi Mohammed tot mij: "Als gij mijn ezel wilt nemen
+en tot aan de vlakte van de wadi rijden, zult gij er de Engelschen
+polo zien spelen. Dat is een prachtig gezicht."
+
+Dus bestijg ik den muilezel en rijd de hoofdstraat op, voorafgegaan
+door den kleinen Ibrahim op een ezeltje gezeten, en voortdurend
+roepend: "Balak!" om de voetgangers te doen uitwijken, die staan
+te dringen vóór de winkels en den weg versperren. En nadat geheel
+Fez in de lengte is doorgereden, verlaten we de stad door de poort
+Bab-es-Segma, vlak bij de muren van het keizerlijk paleis, de poort,
+waar men door binnen gaat, als men van Tanger, Larasch of Rabat
+komt. Op eenigen afstand van de muren, op de effen vlakte, geven zich
+een tiental eilanders aan hun geliefde sport over in de buurt van de
+wadi Fez. Rijke Arabieren, per muilezel aangereden, hebben schik in
+het kijken naar het spel, waar goede ruiters en goede paarden voor
+noodig zijn. Ik vind het alleen belangwekkend, om eens weer voor de
+zooveelste maal op te merken, hoe de Engelschman, waar hij ook zij,
+steeds zichzelf blijft en hoe hij anderen slechts erkent, om hen te
+beheerschen of zich van hen te bedienen. Zij gaan naar Fez om polo
+te spelen, naar den Atlas om te jagen, naar den Himalaya om van de
+koelere temperatuur te genieten, naar Athene als einddoel van een
+kruistocht door de Middellandsche zee, en elders, als er maar wegen
+zijn, om een automobiel te laten loopen.
+
+De nadering van het feest van Moelai Idriss brengt luidruchtige
+optochten naar de stad. Gisteren reeds is tegen den middag een os,
+gevolgd door muzikanten en voorafgegaan door dansers, die al dansend
+geweerschoten losten, gebracht van Fez-el-Djedid naar de moskee van
+Moelai Idriss. Op den bepaalden tijd verdrong zich een dichte menigte
+in de smalle straat, die de hoofdader is voor het verkeer in de soek
+of bazar. Tusschen Karoeiyn en het wegje, dat verboden terrein is
+voor de Christenen, en aan welks einde men met haar bekleeding van
+veelkleurig porselein de groote poort van Idriss kan onderscheiden
+en de zonnige ruimte van het plein ervoor, is het een opeenhooping
+van tulbanden, djellaba's, haïks en burnoes. De kooplieden buigen
+zich over hun uitstallingen, en de vrienden voegen bij de koopwaren
+de onverwachte toegift van hun tarboesjes en tulbanden; anderen zijn
+geklommen bovenop de huizen, en er is een geregelde opklimming van
+hoofden tusschen den hoogen rand van den muur en het rieten vlechtwerk,
+dat de straat overdekt.
+
+Dan hoort men zingen met begeleiding van handgeklap, en in twee rijen
+komen mannen aanspringen, terwijl ze zich met de handen een weg open
+houden tusschen de massa nieuwsgierigen in de smalle straat, en onder
+het zingen ook nog in de handen klappen in een vaste maat.
+
+Kort daarna komt er een tweede groep, voorafgegaan door mannen,
+die een salvo van geweerschoten doen losbranden; achter hen wordt
+een groote waskaars gedragen als offerande aan den schutspatroon
+der stad. Uit de winkels en van de straat worden blikken naar mij
+geworpen, vijandige blikken, die onrust verraden over de aanwezigheid
+van den Christen... Weer geweerschoten, mannen, die dansen en zingen
+en een os naar het heiligdom drijven. Eindelijk komen de Aïssaoeia's,
+die vooruittreden en een kring vormen, onder aanhoudend geroep van:
+"Allah!" Ze springen en draaien en wringen zich, opdat de vervoering
+moge komen. Hun haren wapperen in den wind, hun oogen staan wild en
+de tamtam, zoowel als de doedelzak maken lawaai, om hun geestdrift
+aan te vuren. Achter hen verspreidt zich de menigte.
+
+Sedert ik bij Sidi Mohammed woon, is er een stille strijd aan den
+gang tusschen Mansoer en mijn bediende Abbas, om zich van mij meester
+te maken. De een heeft zich zoo lang mogelijk onmisbaar willen maken,
+door een boodschap, waar haast bij is, of den aankoop van een dringend
+noodig voorwerp uit te stellen. De ander heeft al dadelijk geprobeerd,
+den eersten eruit te knikkeren. En daar het "geschenk" evenredig zal
+zijn aan de bewezen diensten, heeft Abbas het zich tot taak gesteld,
+er mij te bewijzen van den morgen tot den avond, en ik kan mijn hand
+niet uitsteken naar eenig voorwerp of een beweging maken, als wilde
+ik mijn djellaba van den kapstok krijgen, of hij komt op mij toe en
+dwingt mij zijn gezelschap op voor de wandeling.
+
+Den eersten keer verklaarde ik kort en goed, dat ik van plan was
+alleen uit te gaan. Hij nam een beleedigde houding aan en zei, dat
+hij meer was dan een bediende, namelijk een vriend. Daarna liet hij
+zijn schoonvader tusschenbeide komen, om mij te beduiden, dat ik alleen
+gevaar zou loopen. Maar hij kwam te laat met zijn waarschuwing, want ik
+heb nu langzamerhand al wel geleerd, hoe de vreemdeling op reis wordt
+geëxploiteerd. Maar om zijn eigenliefde te sparen, heb ik het besluit
+genomen, hem nu en dan te verdragen of, als ik kan ontsnappen, het op
+een geschikt oogenblik te doen. Zoo gaat hij dien dag na het ontbijt
+naar huis, om zijn middagdutje te doen, denkend dat ik, als de andere
+dagen, thuis zal blijven, om te schrijven gedurende de warme uren. Maar
+ik heb achter zijn rug de plaat gepoetst. Ik ben de donkere straatjes
+ingegaan, heb de bochten gevolgd, ben over de soeks geloopen, tusschen
+de hooge muren der burgerhuizen, ben de wijkpoorten door gegaan, voor
+kleine moskeeën langs, waar fonteinen klateren over het steenmozaïek
+der pleintjes en, na meermalen geaarzeld te hebben, welken weg ik
+moest inslaan, ben ik toch ten laatste bij de Bab-el-Djedid uitgekomen.
+
+Die voert naar een _en corniche_ loopenden weg, en boven de rivier is
+er een groote, open boog in den wal, begroeid met afhangend groen. Ik
+ben in de schaduw gaan zitten, bij de wadi, die een waterval vormt
+en waar de beboschte hellingen der tuinen heen afdalen. En ik keer
+terug langs den ingewikkelden weg van de smalle, bochtige straatjes
+door de stad. De hooge, zwart geworden muren zeggen niets van wat ze
+omsluiten; de lage, breede deuren, met spijkers beslagen, verdedigen
+goed de geheimen der woningen; men kent alleen de woningen der
+machtigen aan de soldaten, die er voor gezeten zijn met de bedienden,
+op rieten bankjes, en die der rijken aan den eigenaar zelven, die op
+den drempel zich ophoudt, gehuld in zijn haïk en in de straat kijkend
+naar de voorbijgangers. Wat moet men oppassen, dat men niet vuil
+wordt! Ondanks de grootste zorg kan men het niet altijd vermijden in
+deze stad, waar de weelde bestaat in zeer lichte en witte weefsels,
+en waar de straten u ieder oogenblik dreigen met de aanraking van
+pakjesdragers, muilezels, zakken en pakken en het opspattende slijk
+van een te overvloedig besproeide straat. Thuis gekomen, trek ik mijn
+djellaba uit en hul mij in mijn mooie haïk van licht mousseline met
+rijke zijden strepen, en ik stap er weer op uit naar de laantjes van
+de soek, waar ruiters en lastdieren niet mogen komen, en waar men
+dus in de volte alleen een duwtje kan oploopen.
+
+Het is het uur waarop alle winkels, die zoo laat openkomen en zoo vroeg
+gesloten worden, op klanten wachten. Dichtbij de poorten van Karoeiyn
+zitten, in hun kleine hokjes genesteld, de rijke adoels of notarissen,
+wier kaftans, hemelsblauw, oranje, wijnrood, bleekgroen of lichtbruin,
+heenschemeren door de wazige draperie van de zijdezachte haïks, bezig
+met eenige schrifturen of pratend met een klant; nu en dan wisselen
+ze met een vriend, die onverschillig op hun tafeltje staat te leunen,
+een praatje of wel ze zitten lui te droomen. In de winkelstraat van de
+muiltjes word ik aangeroepen door een koopman, die Egyptenaar is en uit
+Kaïro is gekomen, om hier handel te drijven. Hij klaagt mij zijn nood,
+dat hij zoo verlangt naar de groote stad met haar rijkdommen en haar
+drukte, haar groote moskeeën, haar rivier en haar woestijn. Als ik
+mij maar voldoende verstaanbaar kon maken, zou ik met hem instemmen
+en er hem ook op wijzen, hoe in zijn Oosten van Damaskus en Kaïro de
+arabische kunst nog levende is, terwijl ze hier totaal in verval is.
+
+De mozaïeken van aardewerk, de versieringen van pleisterwerk in kleur,
+en voorts tapijten zijn zoo ongeveer de eenige weelde in de woningen,
+en die faïences zijn niet anders dan de azulejo's uit Valencia; ze
+zijn ingevoerd uit Spanje, waar die industrie nog wordt uitgeoefend,
+zooals ze door de Mooren is in het leven geroepen en waarvan hun
+afstammelingen het geheim verloren hebben. De geciseleerde zilveren
+dolken, de luxe-geweren, de zilveren wierookvaten, de zilveren
+odeurflacons, dat wordt niet meer gemaakt. Het publiek, zoowel als
+de kooplieden, stellen er enkel prijs op, bij verkoopingen nog eens
+een goeden slag te slaan en zoo de mooie en oude voorwerpen machtig
+te worden, door de bezitters te koop aangeboden. En dan ziet men
+er nog geen reukvaten of odeurflacons, want die zijn al in langen
+tijd niet meer gemaakt. De fleschjes voor rozenwater zijn wel van
+mooien arabischen vorm, maar van wit metaal en uit Europa ingevoerd;
+de reukvaten, sierlijk om te zien, maar van grof bewerkt koper. En de
+soeks zijn overvuld met onze goedkoope waren, onze bazar-artikelen,
+die den smaak spoedig bederven. De Mooren koopen ons de glazen af
+met gouden en bonte versierselen, die men wint op kermisloterijen,
+ons vaatwerk van geëmailleerd ijzer, onze blikken dingen, onze
+petroleumlampen voor de keuken en onze goedkoope geweven stoffen. Toch
+maken ze nog in den ouden trant koperen kandelaars, leemen vaatwerk,
+en schotels en borden van aardewerk, waarvan de vormen wel origineel
+zijn en waarvan de oppervlakte bedekt is met grofblauwe figuren.
+
+Ik ben thuis gekomen met een koperen reukvat, dat ik drie dagen geleden
+had besteld. Op de gloeiende kolen heb ik een stukje sandelhout gelegd,
+en mijn kleeren heb ik er boven gehangen, dat ze den geur zouden
+aannemen. Sidi Mohammed snuift dien met blijkbaar welbehagen in,
+dan haast hij zich naar huis en brengt mij oranjewater, opdat ik er
+mijn baard mee besproeie en mijn haar en mijn handen, mijn gezicht,
+mijn kaftan, mijn feradja, mijn djellaba en mijn haïk.
+
+Sidi Mohammed, die beginselen heeft omtrent recht en broederschap,
+heeft een eigenaardige manier om ze in praktijk te brengen. Bij
+voorbeeld:
+
+Des avonds tusschen acht en tien uur is er een heele opschudding in het
+huis van Sidi Mohammed, ontroering onder de bedienden, veel gaanden
+en komenden, geroep en geschreeuw! Om tien uur komt de goede man
+bij mij in het hemelsblauwe vest en de blauwe broek, met een opgezet
+gelaat, rood onder de witte muts, schitterende oogen en lachenden mond:
+"Komaan, die heeft zijn loon gekregen!... U weet niet, wat er gebeurd
+is?... Ja, ja, hij heeft er van gelust! tweehonderd stokslagen! die
+zullen hem heugen!... Het is de zoon van een mijner vrienden; hij
+komt dezen namiddag bij mij en vraagt mij voor zijn vader hem mijn
+muilezel te leenen. Dat is goed! Hij gaat heen. Ik onderzoek de
+zaak. De vader weet van niets. Nauwelijks een uur na het avondgebed
+komt de jonge man terug! Hij was in de mellah geweest, om een glas
+anisette te drinken en de mooie jodinnetjes op te zoeken; hij had
+mijn muilezel laten draven en bracht het dier zweetend en blazend
+thuis,--een beest van zevenhonderd vijftig peseta's!... ik heb hem
+tweehonderd stokslagen gegeven! honderd voor zijn vader en honderd
+voor mij! Het zal hem heugen!..." En lachend gaat mijn philosoof heen.
+
+Vandaag moet ik al aan de toebereidselen voor mijn vertrek denken. Ik
+ga naar boven naar Fez-el-Bali, naar het huis van mijn ezeldrijver
+en zittend op straat, praten wij over den prijs. Eenmaal het aantal
+doero's vastgesteld, noodigt hij mij uit om thee te drinken; we loopen
+over het overdekte plaatsje, waar vijgeboomen boven het vlechtwerk
+van het dak uitsteken, en zijn vader brengt mij in zijn kamertje. Een
+ruitwerk van tegels, waar het wit en het groen de hoofdrol spelen,
+bedekt den grond; door de open deur dwaalt het oog tot de naaste
+minaret, en daar doorheen stroomen binnen de koelte en het geruisch
+van de wadi. Als ik op de door de zon verbrande wegen zal zijn, en nog
+verder in landen, die hij nooit zien zal, zal hij daar zitten op het
+matrasje, dat op den wit en groenen grond ligt, en door de open deur,
+door wat wingerdbladeren en een tak van den vijgenboom heen, zal hij,
+gewiegd door het lied van de wadi, naar de lucht zitten kijken en
+naar de naaste minaret...
+
+Het gerucht is in de stad verspreid, dat een Christen in
+muzelmansche kleeding in Karoeiyn zou zijn binnengegaan. Het ware is
+onwaarschijnlijk. Rondom hun moskeeën houden de fazi's nauwkeurig
+de wacht; ze zouden niemand dichtbij laten komen, tegen wien ze
+verdenking koesterden. Het maghzen alleen kan er belang bij hebben,
+zulke geruchten te verspreiden, die de dweepzucht versterken, om eenig
+incident uit te lokken, waarvan het mogelijk hoopt, dat het in deze
+tijden van diplomatieke spanning Europa zenuwachtig kan maken. Het
+is moeilijk te begrijpen met welk doel een Christen zijn leven in
+de waagschaal zou stellen, door iets te doen, dat de Mohammedanen
+als de grootste heiligschennis beschouwen. De begeerte misschien om
+mooie monumenten te kunnen bewonderen? Maar men kan ze leeren kennen,
+zonder er den drempel van te overschrijden. De meeste der moskeeën
+en de schoonste, staan wijd open en laten door het sierlijk open
+smeedwerk der deuren hun lichte binnenpleinen en donkere booggangen
+zien. Niet enkel de minarets, die slanke vierkante torens, versierd
+met veelkleurige steenen, dikwijls in mozaïeken waarin op den
+voorgrond treden het donkerblauw of smaragdgroen of de onbepaalde
+tint van turkooizen, ook niet de poorten, bedekt met ornamenten in
+gebeeldhouwd en gekleurd pleister of de zware deuren met snijwerk in
+brons bekoren het oog van den voorbijganger; er komt bij: de inkijk
+op de pleinen met kleine, witte en groene ruiten op den vloer, die
+vol zijn van het licht, dat aan de zoo smalle straten wordt geweigerd
+en die omzoomd zijn door de veilige halfschaduw van de booggangen,
+waar de geloovigen knielen.
+
+De moskee Andaloesia heeft de meest monumentale poort met het rijkste
+snijwerk; zij is het werk van de andaluzische Mooren, die, uit Spanje
+verdreven, een schuilplaats gingen zoeken in hun oorspronkelijk
+vaderland. Maar de grootste en mooiste, als men Moelai Idriss buiten
+rekening laat, waar niets van te zien is dan een enkele deur, moet
+zonder twijfel Karoeiyn worden genoemd. Evenals de El Ahzar te Kaïro
+en de moskee van Cordova, beslaan de bogen een groote oppervlakte;
+daar ze wit zijn en onbewerkt en gesteund worden door pilaren met
+vlechtwerk omwonden, kunnen ze niet vergeleken worden met de prachtige
+der beide mededingsters; maar die missen de glorie van te bezitten
+het binnenplein van Karoeiyn, dat in nog grooter afmetingen is als
+het beroemde leeuwenplein van het granada'sche Alhambra.
+
+De ingewikkeldheid der mohammedaansche praktijken van den godsdienst
+en het groot aantal dagelijksche plichten die deze oplegt om in
+het openbaar en in gemeenschap te vervullen, doordringen zoo geheel
+het muzelmansche leven, dat ze van ieder individu iets maken, dat
+te vergelijken is met een christen-monnik. Het is heel gewoon, de
+kooplieden in hun winkels, waar ze op klanten wachten, halfluid uit
+den Koran te hooren lezen. De godsdienstige gedachten vervullen de
+plaats van alle andere denken, en de godsdienst neemt hun gansche
+bestaan in beslag. Het is duidelijk, dat in die omstandigheden hun
+geloof zijn kracht blijft behouden, want de herhaalde oefeningen houden
+het in wezen en versterken het. Trouwens het denkbeeld van een geloof
+zonder praktijk, dat de twijfelzucht der vorige eeuw heeft trachten
+te verspreiden, is een dwaasheid zonder weerga. Een godsdienst kan
+niet iets geheel innerlijks wezen zoo min als andere gevoelens;
+ze moeten zich altijd op de een of andere wijze naar buiten uiten,
+en die uiting is des te zichtbaarder, naarmate de inwendige kracht
+sterker is. Maar juist de uiting wordt tot gewoonte en onderhoudt
+de inwendige kracht. Als de innerlijke godsdienst de ware is en
+eigenlijk die, waar het alleen op aankomt, hij kan toch niet leven
+en groeien zonder den uiterlijken dienst, die voor het innerlijke is,
+wat de bast is voor het merg van den boom.
+
+Van morgen gewandeld buiten den Bab-el-Gissa, om afscheid te
+nemen. Boven van de hoogte, waar de hellingen met graven overdekt zijn,
+zie ik, evenals een der eerste morgens, neer op de geheele stad die
+tegen de bergen ligt geleund. Wat heb ik veel naar dien waterval
+van terrassen gekeken, die in zijn witheid of zijn grijze tinten
+schijnt te worden tegengehouden in zijn val door de hooge minarets,
+de oude muren en den onwankelbaren wal der bergen! En ik zag in mijn
+verbeelding enkele van die stadspanorama's, die zoo bekoorlijk zijn,
+dat men zijn leven zou willen doorbrengen met ernaar te kijken:
+Kaïro vanaf de moskee van Mehemet Ali; Napels van Pausilippo uit,
+Damaskus van Salehyié, Stamboel van de Zee van Marmora. En toen dacht
+ik aan een klein fransch provinciestadje, dat wit is en grijs, dat
+bergen heeft en een geschiedenis en ruïnen in het groen, en vooral
+waar mijn eigen geschiedenis zich heeft afgespeeld met die levende
+ruïnen, waar voor ieder onzer het verleden uit bestaat; en zoo begreep
+ik, dat voor diegenen, die genoodzaakt zijn te leven ver van een of
+ander plekje gronds, waar ze hun familie en hun herinneringen hebben
+achtergelaten, het meest verlokkende land een land van ballingschap is.
+
+Fez mag gerekend worden tot de allerbekoorlijkste verbanningsoorden;
+er is veel verscheidenheid van genietingen voor het oog in de
+rijke woningen, de mooie moskeeën, de tuinen met stroomend water,
+de olijvenboschjes, de kloven en de zeer hooge bergen, die de stad
+aan de vergetelheid schijnen prijs te geven.... En in den namiddag
+ga ik voor de laatste maal naar den Bab-el-Djedid en zet mij neer in
+het groene dal, waar de rivier vloeit. Op mijn gewone plaats onder
+de boomen zitten een honderdtal arabische ververs, op tapijtjes in de
+schaduw rondom hun in haïks gehulde meesters, en drinken er thee. En
+als het uur van het gebed nadert, wasschen ze zich bij de rivier,
+zeggen te zamen hun gebeden en verspreiden zich langs de oevers. De
+wijk der ververs is in de nabijheid van mijn woning en dus kennen de
+meesten mij en weten, dat ik een Christen ben. Een van hen komt naar
+mij toe, loopt om mij heen en verdwijnt mompelend: "Arami, vlegel!"
+
+Thuisgekomen, vernam ik van Mansoer, dat men hem had verteld, hoe ik
+gepoogd had, des avonds binnen te komen in de laantjes van den bazar,
+die verboden waren vanwege de nabijheid van Moelai Idriss, en dat een
+lastdrager mij had tegengehouden, mij met zijn touw had geslagen met
+de woorden: "Waar wil je heen?"
+
+De straatjes van Fez zijn zoo smal, zoo bochtig, dat men erin verdwaalt
+als in een doolhof, wanneer men er toevallig bij avond verzeild raakt.
+
+Het straatje, waar ik woon, heet Sbaloeiyet, dat is De zeven hoeken,
+omdat het zevenmaal een bocht maakt. Ik moet er, als het donker is,
+tastend mijn weg vinden.
+
+
+
+Ik ben bij den consul ontboden, die op den man af tot mij zei:
+"Het Maghzen heeft een klacht tegen u ingediend wegens schending van
+een moskee."
+
+Nu was die klacht ingekomen bij alle gezanten en consuls tegen een
+niet nader aangewezen Christen, die in arabische kleeding een moskee
+zou zijn binnengegaan; er werd niet bij gezegd, welke moskee, evenmin
+als de nationaliteit van den Christen was opgegeven. De klacht had
+zoo weinig beslist betrekking op mij, dat de consul, eer hij mij liet
+komen, al twee andere toevallig in Fez verblijf houdende landgenooten
+van mij had ondervraagd. Maar daar hij de waardigheid van rechter
+van instructie bekleedde, moest hij wel onwaarheid spreken, ten einde
+achter de waarheid te komen.
+
+Ik bepaalde mij ertoe, beleefd te glimlachen om zijn lichtgeloovigheid,
+die hem de fabeltjes en de grofste leugens van het Maghzen ernstig
+deed opnemen. Hoe had hij den schijn kunnen aanvaarden, van maar een
+enkel oogenblik te gelooven, dat het voor een Christen mogelijk zou
+wezen, de waakzaamheid te verschalken van de Mohammedanen, die er te
+zeer op gesteld zijn de ontheiliging van hun tempels te voorkomen,
+om de toegangen niet angstvallig te bewaken. Hoe kon hij geacht
+willen worden, niet te weten dat, zoo die tempelontheiliging ooit
+had plaats gehad, de tempelschender niet levend het heiligdom zou
+hebben verlaten? Maar het Maghzen had waarschijnlijk behoefte aan een
+incident. Door zulke geruchten in de stad te verspreiden, hoopte het
+misschien, de nationale dweepzucht in het harnas te jagen. De valstrik
+was te grof voor de bewoners van Fez. Maar de diplomaten leenden zich
+ertoe, en dat ze aan de marokkaansche regeering de voldoening gaven,
+er een geval van te maken, was bijna nog kinderachtiger dan de list
+van de viziers.
+
+Voor de laatste maal zet ik mij neer in de schaduw van een dal in de
+nabijheid der stad. Een soldaat gaat juist voorbij, en daar hij mij
+alleen ziet, acht hij het oogenblik geschikt om wat van mij gedaan
+te krijgen: "Ga vlug naar huis!" zegt hij, "ik heb daar even vijf
+gewapende mannen ontmoet, vijf dieven, die van de bergen komen en in
+deze richting gaan!"
+
+Ik lach wat om hem en noem hem een lafaard. Toen gaat hij staan
+tegen de leuning van de brug en wijst mij op zijn lompen, onder het
+uitsteken van de hand. Ik geef hem twee piasters. "Zid!" zegt hij,
+"doe er nog wat bij!"
+
+"Maar dat is bijna zooveel als de sultan je per dag geeft!"
+
+Hij glimlacht en herneemt: "Zid! en God zal u zegenen!"
+
+Ik geef nog een piaster, een enkele, ofschoon hij beweert dat hij er
+graag vijf wou hebben. Zeker evenveel als de bewuste vermeende dieven.
+
+Bij den Bab-el-Djedid zegt de officier op wacht, die er in de schaduw
+zat te dommelen op zijn matje: "Houd uw oogen open! Buiten de muren
+is het vol van dieven!"
+
+Dan vraagt hij mij: "Is u in dienst bij het Maghzen?" Neen, de
+regeering betaalt u niet. Waar hebt u dan het geld van? U is gekleed
+als een Muzelman? U is een Muzelman? Nee? U is Christen? Sidi Aïssa,
+de heer Jezus is uw profeet?--Maar dat is geen profeet. Wat dan?"
+
+"Hij is God zelf."
+
+"En als gij voorbij een moskeepoort of een koebba gaat, treedt ge er
+dan binnen?"
+
+"Nooit van mijn leven! Ik wil dat niet! Ik ben een Christen."
+
+"Gij kent wel Moelai Idriss?"
+
+"Zijn naam wel, maar zijn moskee niet."
+
+"U heeft soms in de straten van den bazar geloopen, die dichtbij die
+moskee zijn?
+
+"Gij weet wel, dat dit niet mogelijk is, omdat de Mohammedanen het
+niet toelaten."
+
+"U is een vriend. Wees welkom. Ga hier zitten."
+
+En toen hij mij gevraagd had, hoe laat het was, vraagt hij mij, hem
+mijn horloge te geven. Daar de schatkist van zijne Majesteit Abdel
+Aziz bijna altijd ledig is, zijn de officieren genoodzaakt hun soldij
+aan te vullen op alle manieren....
+
+Het is middag. Ik gebruik de thee met Abbas. Ik hoor in het straatje
+een begrafenisgezang. Er zal een stoet voorbijgaan. Ik sta op om te
+kijken. "Neen neen!" zegt Abbas. Toen ik toch verder ga, roept hij
+den portier toe, de deuren te sluiten. Mijn blik zou een beleediging
+geweest zijn voor de godsdienstige plechtigheid. Een andere kleine
+gebeurtenis toont aan, hoe streng de Mohammedanen hier zijn en Abbas
+in het bijzonder. Op een dag komt de bekeerde Mansoer bij mij op het
+uur van den maaltijd. Hij eet mee. Hij neemt een vork, maar Abbas
+rukt hem die uit de handen. Eten met een vork, dat is eten op de
+manier der Christenen.
+
+Toen ik thee gedronken had, verzoekt Abbas mij te komen bij Sidi
+Mohammed, die mij met het ontbijt wacht. Sidi Mohammed, die met
+zijn vingers eet, noodigt mij uit, hetzelfde te doen, en daar hij
+een wijsgeer is, legt hij mij uit, dat het natuurlijker is. Waarom
+loopt hij dan niet zonder kleêren?
+
+Het huis van mijn gastheer is smal en hoog. Een bochtige gang leidt
+naar een plaats, waar de balkongalerij van de eerste verdieping door
+pilaren wordt gedragen. Eene zijde van de plaats is de muur van het
+naaste huis. Een soort van buitensalon wordt gevormd door een deel van
+de plaats. De beide andere zijden komen beide uit op een ontvangkamer,
+die gewoonlijk door de groote deuren is afgesloten. De plaats en die
+beide vertrekken zijn geplaveid met gekleurde tegels.
+
+Daar ik morgen moet vertrekken, en daar een deel van mijn bagage al
+naar boven is gebracht, naar Fez-el-Djedid bij mijn ezeldrijver,
+geeft Sidi Mohammed mij voor dezen dag en den volgenden nacht een
+onderkomen in een der benedenkamers. Hij toont mij hoe de deur wordt
+gesloten en stelt den sleutel mij ter hand. Hij zegt tot Mansoer en
+Abbas, dat ze hier den nacht moeten doorbrengen, om mij den volgenden
+morgen vroeg te kunnen vergezellen. Maar hij geeft mij te verstaan,
+dat ze op de binnenplaats zullen slapen en dat ik alleen in de kamer
+zal wezen. Het zal wel goed zijn, dat ik den grendel verschuif, want
+"het vertrouwen!.... het vertrouwen!..." En hij schudt het hoofd...
+
+Terwijl ik nog met Sidi Mohammed aan tafel zit, komen eenige vrienden
+hem bezoeken, en onder hen herken ik een Arabier, Raschid, die eenige
+dagen geleden mij had aangesproken en gezegd had, dat hij mij wel eens
+in Alexandrië had gezien. Hij behoort tot een illustere familie uit
+Medina, zegt Sidi Mohammed, en is in Indië, Syrië, Turkije en Egypte
+geweest. Hij is hier sinds twee maanden en blijft nog een maand, om
+de zaken in Maghreh, Marokko, te bestudeeren en van nabij de politiek
+na te gaan.
+
+Hij is stellig een van die geheime boodschappers, die onophoudelijk
+door de geheele wereld trekken onder de Mohammedanen, agiteerend,
+en bevelen en berichten overbrengend, werkzame agenten voor de
+godsdienstige propaganda onder de volken van Azië en Afrika. De Mooren
+die hem vergezellen, zijn aanzienlijke personen, die mijn gastheer met
+ontzag behandelt, maar die mij niet groeten, noch met mij spreken. Wij
+zitten op den grond op hetzelfde tapijt; wij raken elkaâr bijna aan,
+en toch zijn onze zielen door meer dan één afgrond gescheiden.
+
+De vrienden van Sidi Mohammed gaan heen. Mijn gastheer gaat naar boven,
+naar de vertrekken van zijn vrouwen. Mansoer en Abbas leggen zich te
+ruste in de alcoof in een uithoekje van de plaats. En met mijn deuren
+gesloten en den grendel erop, slaap ik mijn laatsten nacht in de stad
+der sjerifiaansche sultans.
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Hoe ik een week te Fez doorbracht, by Jean Marlys
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT ***
+
+***** This file should be named 22491-8.txt or 22491-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/2/4/9/22491/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/22491-8.zip b/22491-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..f1357d1
--- /dev/null
+++ b/22491-8.zip
Binary files differ
diff --git a/22491-h.zip b/22491-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..07c8873
--- /dev/null
+++ b/22491-h.zip
Binary files differ
diff --git a/22491-h/22491-h.htm b/22491-h/22491-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..cebb14b
--- /dev/null
+++ b/22491-h/22491-h.htm
@@ -0,0 +1,2020 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Hoe ik een week te Fez doorbracht</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Jean Marlys">
+<meta name="DC.Creator" content="Jean Marlys">
+<meta name="DC.Title" content="Hoe ik een week te Fez doorbracht">
+<meta name="DC.Date" content="#### 2007">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+/* Standard CSS stylesheet */
+
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+
+h1.docTitle
+{
+font-size:1.6em;
+line-height:2em;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size:1.1em;
+font-weight:normal;
+line-height:1.44em;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:normal;
+}
+
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left:10%;
+margin-right:10%;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin:0 10% 1.58em;
+}
+
+p.line
+{
+margin:0 10%;
+}
+
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+
+
+div.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+
+.epigraph .bibl
+{
+text-align: right;
+}
+
+.epigraph .poem
+{
+margin-left: 0;
+}
+
+.epigraph .line
+{
+margin-left: 0;
+text-indent: 0;
+}
+
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+
+
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align:left;
+width:2em;
+}
+
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+
+.poem
+{
+margin-left:5%;
+position:relative;
+text-align:left;
+width:90%;
+}
+
+.poem h4
+{
+font-weight:normal;
+margin-left:5em;
+text-decoration:underline;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size:80%;
+margin:0 5%;
+}
+
+.poem .i0
+{
+display:block;
+margin-left:2em;
+}
+
+.poem .i1
+{
+display:block;
+margin-left:3em;
+}
+
+.poem .i2
+{
+display:block;
+margin-left:4em;
+}
+
+.poem .i3
+{
+display:block;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .i4
+{
+display:block;
+margin-left:6em;
+}
+
+.poem .i5
+{
+display:block;
+margin-left:7em;
+}
+
+.poem .i6
+{
+display:block;
+margin-left:8em;
+}
+
+.poem .i7
+{
+display:block;
+margin-left:9em;
+}
+
+.poem .i8
+{
+display:block;
+margin-left:10em;
+}
+
+.poem .i9
+{
+display:block;
+margin-left:11em;
+}
+
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+
+h1,h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+
+h1.label,h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h5,h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+
+p,p.initial
+{
+text-indent:0;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+
+
+
+
+/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+" */
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Hoe ik een week te Fez doorbracht, by Jean Marlys
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Hoe ik een week te Fez doorbracht
+ De Aarde en haar Volken, 1908
+
+Author: Jean Marlys
+
+Release Date: September 2, 2007 [EBook #22491]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="body"><a id="d0e90"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e90">121</a>]</span><div class="div1">
+<h2 class="normal">Hoe ik een week te Fez doorbracht.</h2>
+<p class="byline">Naar het Fransch van Jean Marlys.</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-121-1.jpg" alt="Poort van Fez: links de mellah of joodsche wijk." width="720" height="373"><p class="figureHead">Poort van Fez: links de mellah of joodsche wijk.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p>Als men te Fez aankomt na een reis door het dal, dat er van Rabat heen leidt, maakt de stad den indruk van bijzonder klein
+te zijn, en ze blijft maar nietig achter haar grijze muren, wanneer men dichterbij komt. Aan de linkerzijde verheffen zich
+de lange wallen van een kasbah, eindigend in een soort van bastille, die een verzwakte nabootsing lijkt van het kasteel der
+Zeven Torens te Stamboel, zooals de bijna zwarte, gekanteelde en versterkte muren denken doen aan de wallen van Konstantinopel,
+en de doodsche, onbewegelijke populieren aan de cypressen der turksche kerkhoven. Ik zie in de wallen ook een groote, versterkte
+poort, zooals die in de hoofdstad van den anderen sultan, en ik voel mij als in de tegenwoordigheid van een klein Konstantinopel,
+waar de zee zich van heeft teruggetrokken.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 300px"><img border="0" src="images/p1908-121-2.jpg" alt="Op weg naar Fez." width="300" height="378"><p class="figureHead">Op weg naar Fez.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ik kan alles onderscheiden aan het stadje, al wat het heeft te vertoonen, hooge minarets met groen aardewerk, op de muren
+aangebracht als glazuur, de daken, met groene pannen, van de heiligdommen en die van het witte Sultans-paleis; grijze terrassen
+en door den tijd zwart geworden muren, met hun diepe kanteelen en spitse punten; vierkante torens, met hooge, toegespitste
+daken. Een stukje van het dal is door een tweeden muur omgeven, ter bescherming van de keizerlijke tuinen.
+
+</p>
+<p>Het geheele landschap is zoo rustig en stil in de verlaten ruimte, dat het niet meer werkelijk schijnt dan die schilderijen
+van de Primitieven, waar men dergelijke vestingen op ziet in juist zulke verlaten oorden. Het lijkt een werk uit de Middeleeuwen,
+en daar ik weet, dat dit schilderij echt is, objectief waar, zeg ik tot mij zelven tegenover die stille stad en de verlaten
+omstreken, dat het zeker een stad moet wezen, lang geleden al eenzaam achtergebleven en nu uit niets anders bestaande dan
+uit oude muren, asch en herinneringen, en dat ik alleen zal ronddwalen in het een of ander Pompeji van den Islam.
+
+</p>
+<p>Wij rijden door de buitenpoort, door een tweede monumentale poort, met veelkleurig aardewerk versierd over een onmetelijk
+binnenplein, eenzaam tusschen hooge muren, weer een kolossale poort, bedekt <a id="d0e114"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e114">122</a>]</span>met een ingewikkeld samenstel van tegels, een soort van rondloopenden weg, een plein, waar kooplieden kampeeren in kleine
+tentjes.... nog weer poorten; ik heb daarbij niets anders gezien dan enkele menschen, in schaduwhoeken op den grond gezeten,
+en een paar menschelijke gedaanten, die zwijgend en haastig voorbij mij gingen; we zijn in een klein straatje gegaan, en een
+grijsaard in rooden kaftan heeft &#8220;Salam!&#8221; tot mij gezegd.
+
+</p>
+<p>Mijn muilezeldrijver is naar hem toe gegaan, heeft zijn hand gekust, zijn borst, zijn schouders, zijn voorhoofd; en de man
+liet zijn zoon begaan, zonder eigenlijk een oogenblik op te houden met zijn werk, het begieten van bloemen. Vrouwen kwamen
+kijken uit naburige huizen, wisselden een salam met den ezeldrijver en daarna zijn zijn vrienden gekomen, en hij liet mij
+binnentreden op de plaats van zijn huisje. Een pri&euml;el van wingerdbladeren en een groote vijgenboom waren er te zien; er was
+ook een bank, zoo groot als een ledikant, en waar de kleine tegels van aardewerk gekleurde vierkantjes op legden, groen en
+wit, geel, blauw en zwart. En ik gebruik er de thee in de schaduw van den vijgeboom en den wingerd, onder het geruisch der
+wateren, die achter een muur voorbij stroomen.
+
+</p>
+<p>Ik laat een individu komen, van wien men mij heeft gezegd, dat zijn diensten mij nuttig zouden kunnen zijn, om mij te installeeren.
+Hij antwoordt op den naam van Mansoer, is een Christen, die mohammedaan is geworden en die niet voor zijn vroegere geloofsgenooten
+den haat gevoelt, dien zijn tegenwoordige medegeloovigen tegen hen koesteren. Hij geleidt mij naar de mellah of joodsche wijk,
+terwijl hij moeite gaat doen voor het vinden van een huis, dat ik zal kunnen huren.
+
+</p>
+<p>Deze geheele wijk, waarlangs ik de stad ben binnengekomen, heet Fez-el-Djedid, het Nieuwe Fez, en bevat de paleizen en vestingen
+van het Maghzen, verder een arabische en een joodsche wijk. Dat alles is nu ontwaakt uit de verdooving van de beide eerste
+uren na den middag; ik had er een inval gedaan tijdens den zwaren slaap van den dag; maar zij is ontwaakt, de nieuwe wijk,
+en op de binnenpleinen is het vol, en druk zijn de straten en markten. Er zitten veel menschen tegen de muren en anderen stroomen
+naar de markt, waar een rieten dak zich over uitbreidt.
+
+</p>
+<p>Mansoer houdt mij staande in een nauw straatje van de mellah v&oacute;&oacute;r een lage deur; als we den drempel over zijn en den hoop
+vuil bij den ingang hebben vermeden, volgen we een gang met een bocht, loopen over een plaatsje en treden binnen in een klein
+vertrek, waar een jood drank verkoopt; verboden alcoholisme is in Fez zeer verspreid, en de man vertelt mij, dat hij veel
+afnemers heeft onder de getulbande heeren. Een jood is zacht binnen gekomen; hij zit op den drempel, en zegt tot mij in mijn
+eigen taal: &#8220;Als ik bij een Spanjaard ben, beweer ik Spanjaard te zijn, en als ik met een Franschman ben, noem ik mijzelven
+Franschman.&#8221; Een neger komt op het plaatsje en laat zich een glas anisette geven. Twee jodinnen uit het huis schreeuwen luid
+om een mes, dat ze zeggen dat hij haar heeft ontstolen, en terwijl hij zijn anisette staat te drinken, schudden ze zijn kleeding
+uit, zijn djellaba, zijn tulband, zijn muilen, snuffelen in zijn knapzak, maar vinden het mes niet. Maar als de neger wil
+betalen, heeft hij zijn beurs niet meer bij zich. Koeltjes maakt de verkooper zich meester van de mand met doove kolen, die
+de neger droeg, en zet den klant op straat met de woorden: &#8220;Kolen zijn tegenwoordig duur; dit zal mij voldoende schadeloos
+stellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Daarna brengt Mansoer mij bij een algerijnschen Turk, een van zijn vrienden. Hij weet geen onbezet huis, waar ik zal kunnen
+wonen. De buitengewone gezanten, die op &#8217;t oogenblik te Fez zijn, logeeren in de weinige, gewoonlijk beschikbare huizen. De
+vriend van Mansoer voegt erbij: &#8220;Wees maar niet rouwig erom, als u dat misschien noodzaakt vroeger te vertrekken; de Mooren
+zijn een akelig volk, ik veracht ze!&#8221;&#8212;&#8220;Waarom dat?&#8221;&#8212;&#8220;Omdat het Arabieren zijn!&#8221; De rasvijandschap is diepgeworteld en scheidt
+den Arabier, die semiet is, van den Turk, die tot het blanke ras behoort. De Turk voegt erbij: &#8220;Wij hebben intusschen denzelfden
+godsdienst...&#8221; Hij praat inderdaad over zijn &#8220;geloofsgenooten&#8221;, hetgeen hem niet belet, mij spontaan te bekennen, dat hij
+noch aan God, noch aan den Duivel gelooft. Zoo doet hij mij levendig beseffen, welke verandering er in den Mohammedaan zich
+voltrekt, als hij aan den modernen invloed wordt onderworpen. Hij verliest zijn oorspronkelijk geloof; maar blijft Mohammedaan,
+dus van zijn geloof toch hater van de Christenen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Fez-el-Bali, door de keizerlijke tuinen gescheiden van Fez-el-Djedid, is de echte stad, een reuzenmierenhoop, verscholen in
+de diepte van een smal dal, ingesloten tusschen de steile hellingen der bergen. Komt men te Fez langs den weg van Mequinez,
+Tanger of Rabat, dan ziet men slechts het kleine Djedid, hoog in het dal gelegen op een drempel, die de plotselinge inzinking
+verbergt, de soort van kloof, waar het zeer groote Bali is gelegen met zijn opeenhooping van huizen en zijn wirwar van straatjes.
+Het weinige, dat ik er nog slechts van gezien heb, geeft mij den indruk van de wonderlijkste der arabische steden, en wat
+ik van de omstreken heb waargenomen, van af de hoogte van een kerkhof, lijkt wel met zijn muren, zijn minarets en bergen,
+de allermooiste en origineelste.
+
+</p>
+<p>Maar vandaag mag ik die bekoring niet op mij laten werken; ik moet allereerst denken aan hoe ik zal wonen. Ik kan niet goed
+nog weer een nacht logeeren bij mijn ezeldrijver. Ik ga dus in de buitengewone warmte, die sedert den morgen heerscht, omhoog
+naar Fez-el-Djedid, waar de edele Mansoer woont. Over het breede, in de zon brandende plein Boe Jeloed, door hooge muren ingesloten,
+die aan den eenen kant de keizerlijke tuinen beschermen en aan de andere zijde den omtrek der stad begrenzen, loopend, vind
+ik, dat de achterkant van het plein afgesloten is door een zeer vervallen wal, waarin een poort uitkomt op een in het rond
+loopenden weg naar de kasbahs, naar de paleizen van het Maghzen, naar de straten van Fez-el-Djedid, naar de mellah en naar
+de poort van Mequinez, Tanger en Rabat. Er is altijd levendige drukte op het Boe Jeloedplein, <a id="d0e132"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e132">123</a>]</span>dat als een rechthoek ligt tusschen Fez-el-Djedid en Fez-el-Bali. Aanzienlijke Mooren, in burnoes en ha&iuml;ks gewikkeld, begeven
+zich, op hun muildieren gezeten, naar het paleis van Moelai Abdel Aziz.
+
+</p>
+<p>Mansoer is vele jaren aan het hof verbonden geweest. Hij bekleedde er een zeer weinig nauwkeurig omschreven ambt, dat twee
+jaar lang bestond in het in ontvangst nemen van vier peseta&#8217;s per dag, en twee verdere jaren in het ontvangen van slechts
+twee, en hoewel hij zich van zijn taak kweet, zonder ooit het minste verwijt te verdienen, viel hij op een dag in ongenade
+en hij werd ter beschikking gesteld. Mansoer heeft zich toen doodeenvoudig als geneesheer gevestigd op den hoek van Fez-el-Djedid.
+En daar ga ik hem opzoeken, nadat ik de groote, door hooge muren ingesloten, brandend heete pleinen ben overgestoken, waarover
+zich elken morgen de Mooren naar het hof begeven, in hun fijne burnoes en doorschijnende ha&iuml;ks gehuld, gezeten op muildieren
+met roode kleeden bedekt, en begeleid door dienaren, die naast hen te voet voortdraven.
+
+</p>
+<p>Mansoer verzekert mij, dat het ook hem niet gelukt is, een huis voor mij te vinden, zelfs geen kamer in een arabische fondoek
+of herberg. Het is afgesproken, dat hij niet zal zeggen voor wien hij vraagt, want de Mooren zouden weigeren aan een Christen
+te verhuren. Na al die vergeefsche pogingen heeft Mansoer alleen nog hoop in een rijken inboorling, beschermeling van Europeanen,
+wien hijzelf, Mansoer, onlangs hulp heeft verleend. Wij gaan daar dus heen, beneden in Fez-el-Bali, achter de moskee van El-Karoeiyn.
+Sidi Mohammed ontvangt mij zeer vriendelijk en zendt dadelijk zijn bediende naar twee fondoeks. Er wordt geantwoord, dat alle
+kamers bezet zijn. Dan belooft hij, zelf dien avond te gaan zoeken en morgen antwoord te geven.
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag al vroeg ga ik naar Sidi Mohammed. Hij is niet geslaagd. De meester van de fondoek wil geen Christen herbergen,
+uit vrees voor zijn klanten, zijn buren en de autoriteiten. Toen stelt Sidi Mohammed een vertrek te mijner beschikking; niet
+het allerbeste, dat het zou kunnen zijn, want het is maar een donker kamertje, uitziende op het gewelf dat naar de stallen
+leidt, maar hij wil het niet verhuren; hij biedt het mij aan. Eindelijk ben ik uit de verlegenheid, en al is dit heel iets
+anders dan wat ik zou wenschen, ik ben dan toch in het hartje zelf van de oude stad Fez-el-Bali, op twee pas afstands van
+de moskee-universiteit Karoeiyn, die voor Marokko is wat El-Ahzar als geleerdenschool voor Ka&iuml;ro is. Ook ben ik dicht bij
+het oude heiligdom van Moelai Idriss, schutspatroon van Fez, waar een Christen niet dichtbij mag naderen en waar de straten
+van den bazar elkaar kruisen.
+
+</p>
+<p>Terwijl wij door de donkere straatjes loopen, komen we een troep kinderen tegen, die luid schreeuwen. Zij omringen een der
+hunnen en schelden hem heftig uit. De arme stumper loopt met moeite. Een groote bos hout is om zijn linker enkel gebonden.
+Zijn vader houdt hem vast en dwingt hem, voort te gaan onder het gescheld. Zoo wordt het kind gestraft met een openbare straf,
+omdat het uit huis is weggeloopen.
+
+</p>
+<p>Wat verder zingt een troepje kinderen in koor; ze geleiden een os, dien ze als offer willen brengen naar Moelai Idriss, en
+ze vragen aan liefdadige menschen aalmoezen, waarme&ecirc; ze het dier willen betalen; vier van hen houden de punten van een grooten
+doek, waarin men de gift kan storten.
+
+</p>
+<p>Ik stijg al hooger, nu door de aristocratische wijk, waar de kleine straten tusschen hooge muren zijn ingesloten, behoorend
+bij de huizen en de tuinen; de zon, die de diepte niet bereikt van het dal, waarin Fez-el-Bali zich verschuilt met zijn handelswijken
+en zijn bedehuizen, schiet loodrecht haar stralen neer op deze hoogte, waar de rijke lieden wonen. En toen wij door de <span id="d0e146" class="corr" title="Bron: Bab-el-Badid">Bab-el-Hadid</span> de stad verlieten, om den weg te volgen die naar buiten leidt en naar Fez-el-Djedid en de mellah, is het als een uitstorting
+van verblindend licht en overweldigende hitte. Maar het landschap is zoo mooi, dat men bijna den hinder van de warmte vergeet.
+V&oacute;&oacute;r mij ligt een berghelling, bedekt met rijke wijngaarden, waar beekjes door stroomen, die in watervalletjes neer huppelen
+naar de wadi, verborgen in een smal dal. Aan den overkant verheft zich de bodem plotseling in een anderen berg, badend in
+het zonlicht, waar alleen enkele olijvenboschjes den naakten grond bedekken.
+
+</p>
+<p>Wij zijn in de mellah terug. Door het gewriemel van de volte der Joden hebben we de kleine, lage poort bereikt, zijn de trappen
+afgegaan bij den hoop afval en hebben over het plaatsje den herbergier weer ontmoet. Er zit een neger op de matten. Hij heeft
+een glas anisette geledigd en houdt bewonderend in zijn hand een groot glas, gevuld met een <span id="d0e151" class="corr" title="Bron: mangsel">mengsel</span> van anisette en absinth. Hij kijkt er naar. Hij verschuift het oogenblik van genot, zoo groot is dat en zoo kort van duur!
+Hij houdt het glas met beide handen vast, heft het hooger, ziet er lang naar. En hij zegt: &#8220;La ilaha, ill&#8217;Allah, Mohammed
+rassoel Allah; er is geen God dan God en Mohammed is zijn profeet.&#8221; En hij herhaalt: &#8220;La ilaha, ill&#8217;Allah Mohammed rassoel
+Allah!&#8221; En hij herzegt het een aantal keeren. Dan heft hij het glas weer omhoog tot aan zijn lippen; hij wacht; hij brengt
+het dichterbij; zijn heele gezicht dompelt zich erin en blijft er, tot hij het glas heeft geledigd. Dan stoot hij een zucht
+van zaligheid uit en mompelt: &#8220;Er is geen God dan God en Mohammed is zijn profeet,&#8221; en na te zijn opgestaan, begint hij te
+dansen, met het glas te jongleeren, te schreeuwen, te huilen....
+
+</p>
+<p>Den geheelen verderen dag besteed ik aan boodschappen, ter regeling van de bijzonderheden voor mijn woning. Des avonds brengt
+Sidi Mohammed mij een schotel koeskoes, en hij zegt tot mij: &#8220;Ik ben noch Mohammedaan, noch Christen. De godsdiensten hebben
+haat onder de menschen gebracht. Ik houd mij aan den natuurlijken godsdienst; ik geloof aan God en dat alle menschen zonen
+van Adam, broeders zijn.&#8221; Ze vermaakt mij, die geloofsbelijdenis van iemand, die hier Voltairiaan is geworden, die taal in
+den mond van een man, die een rooden tarboesj draagt, een gele broek en een blauw vest. Hij heeft om het lijf de patroontjes
+van het islamietisch geloof en in het hoofd de vergeten formules van een andere eeuw. En hij meent dat hij zeer modern is.
+
+<a id="d0e156"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e156">124</a>]</span></p>
+<p>Den volgenden morgen ging ik, nog europeesch gekleed, door de hoofdstraat, die door geheel Fez-el-Bali loopt van af de heiligdommen
+van Karoeiyn en Moelai Idriss tot aan de muren der kasbahs en paleizen, tot aan Fez-el-Djedid. En een kind van een jaar of
+tien zegt bij mijn voorbijgaan: &#8220;Noesrani akhor! weer een van die christenen!&#8221; wat een manier is, om hun minachting uit te
+drukken, in geheel Marokko in gebruik, als men een Christen ontmoet. Een weinig hooger in de hoofdstraat geeft een kleintje
+van misschien drie jaar mij een stomp tegen mijn kuit. Ik draai mij om: &#8220;Nakoelek!<span id="d0e159" class="corr" title="Bron: &#8221;"></span> ik zal je opeten!&#8221; Het kind schreeuwt van schrik en barst in schreien uit.
+
+</p>
+<p>Toen ik weer thuis was gekomen, wierp ik mijn europeesche kleeding weg&#8212;eindelijk! Met blijdschap trek ik den kleurigen kaftan
+aan, om het midden vastgemaakt met een lederen ceintuur, waar dik zijden borduursel op is aangebracht, en hul mij in den ha&iuml;k,
+die zijn sneeuwwitte plooien om mij hangt en zijn fijn doorschijnend waas. En de dochters van Sidi Mohammed buigen zich boven
+over het terras, om te zien, hoe ik mijn toilet voltooi op het plaatsje. Waarlijk Sidi Mohammed heeft mij een grooten dienst
+bewezen, door mij dit toevluchtsoord aan te bieden, hoe onvoldoende het ook moge zijn, en ik ben hem veel verschuldigd, hem
+die in het geheel geen verplichting aan mij had, en zonder wiens hulp ik in de open lucht had moeten blijven, of Fez had moeten
+verlaten, of, wat nog erger zou zijn, had moeten logeeren in de mellah.
+
+</p>
+<p>Maar om zijn gastvrijheid in het juiste licht te zien, moet men niet vergeten, dat hij mij niet ten zijnent ontvangt, maar
+in een nevengebouw van zijn huis, in de donkere ruimte, waar de roode zadels waren opgeborgen en die uitziet in de duistere,
+overwelfde gang, van de straat leidend naar de plaats van de stallen, zoodat onze wijsgeer met zijn humaniteit de grenzen
+niet overschrijdt, die hem tot zijn medegeloovigen zullen kunnen doen zeggen, dat hij een Christen een onderkomen heeft gegeven,
+maar bij zijn paarden. Hij heeft mij nog zelfs niet uitgenoodigd, den drempel van zijn huis te overschrijden en bij hem te
+komen theedrinken in zijn gezelschap. En toch moet men niet zeggen, dat zijn liefdadigheid niet verder gaat dan de Islam,
+want de Mohammedanen van hier zouden zelfs dat niet doen, en om zich zonder gevaar te kunnen permitteeren zoo wijsgeerig te
+wezen, moet deze man als marokkaansch onderdaan wel de beschermeling zijn van een christelijke mogendheid.
+
+</p>
+<p>Sidi Mohammed wil, dat alleen menschen, die hij kent en waar hij zeker van is, toegang tot zijn huis hebben en daarom heeft
+hij mij een anderen bediende gekozen. Hij verzekert mij, dat ik in hem volledig vertrouwen kan stellen. Laat ons het hopen;
+het is de eigen schoonzoon van den rijken Sidi Mohammed. Wat gaat het wonderlijk toe in de famili&euml;n van Mohammedanen! De zoons
+der rijken zijn vaak gekleed als lieden van zeer geringe afkomst en ze gaan in dienstbaarheid. Toen ik te Marrakesj dejeuneerde
+bij Sidi Kassem, die meer dan eenmaal millionnair is, was degene, die ons bediende en dien ik voor een slaaf hield, de zoon
+van den gastheer, en aan het middagmaal, dat mij even v&oacute;&oacute;r mijn vertrek werd aangeboden, at diezelfde zoon na ons op de binnenplaats
+met de muzikanten en bedienden. De zoons van Sidi Abder Rahman, van wie de oudste ongeveer 25 jaar was, aten op de plaats
+bij de keuken met de slaven. Den eersten dag, dat ik te Rabat was, had die jonge man, die zich een berisping op den hals haalde,
+omdat hij met een Christen had gepraat, mij het huis van zijn vader laten zien, een der mooiste van Rabat, had mij gezegd,
+dat hij taleb of student was, en had mij gevraagd, of ik hem als bediende wilde aannemen. De schoonzoon van den rijken Sidi
+Mohammed heeft gisteren voor mij gekookt, van morgen heeft hij de thee voor mij bereid, heeft een paar piasters als fooi aangenomen,
+en is tegen tien uur uit het huis van zijn schoonvader gekomen met een bord van ge&euml;mailleerd ijzer, waarop zijn ontbijt, dat
+hij gebruikte in een hoekje van den stal. Hij lijkt zoowat dertig jaar.
+
+</p>
+<p>De vader wordt over het algemeen in oostersche gezinnen meer gevreesd dan bemind; een grijsaard heeft vaak kinderen van twee
+jaar en van veertig, oude en jonge vrouwen; de vrouw weet nooit, of ze niet zal worden weggezonden; ze heeft een meester,
+geen echtgenoot, zooals ook het kind een heer heeft, geen vader. Hoe men ook moge denken over deze overmaat van gezag, en
+al noemt men dien toestand onrechtvaardig en onzedelijk, het blijft waar, dat in gezinnen, die volgens den Koran leven, dit
+despotisme het element van duurzaamheid is, de kracht, die maakt dat, ondanks de ontbindende werking van de polygamie, de
+mohammedaansche maatschappij bestaan kan.
+
+</p>
+<p>Sidi Mohammed vertelt mij, dat hij overeengekomen is met een Moorsche, dat ze mij te eten zal geven voor drie peseta&#8217;s en
+65 piasters per dag, haar loon erin begrepen; ze heeft, schijnt het, vier jaar lang voor een Italiaan gekookt. Ik veronderstel,
+dat zij eenvoudig een slavin van Sidi Mohammed is, die als logementhouder, restaurateur en philanthroop een middel heeft gevonden,
+om zijn beginselen met zijn belangen te vereenigen, en tevens den natuurlijken godsdienst en de algemeene broederschap met
+zijn semietische instincten, den handelsgeest en de zucht naar winst. Inderdaad worden mij de maaltijden rechtstreeks uit
+het huis van Sidi Mohammed bezorgd, gedragen door zijn schoonzoon, die mij bedient, de borden wascht en de kamer stoft met
+een ijver, die op een belooning wacht.
+
+</p>
+<p>Als men van den daldrempel, waarop het Sultanspaleis, Fez-el-Djedid en de mellah liggen, naar Fez-el-Bali afdaalt, krijgt
+men den indruk, in onverwachte diepten van de een of andere kloof te komen, waar de huizen zich ophoopen en zoo dicht staan,
+dat ze haast de lucht verduisteren. De hoofdstraat, die men volgt, wringt zich langs de steile helling. De winkels en de menschenmassa
+worden al talrijker, en telkens weer hoort men den kreet: &#8220;Balak! Pas op!&#8221; Er gaat op zijn grooten muilezel met roode schabrak
+een ruiter voorbij, gehuld in een ha&iuml;k met zijden strepen of in een wapperenden burnoes, en veel kleine, vlugge ezeltjes onder
+zware lasten gebukt, zouden u kunnen plat drukken tegen een muur, als ge niet voorzichtig zijt. De menigte wordt zeer dicht,
+vooral op bepaalde uren in het hart van den <a id="d0e173"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e173">126</a>]</span>bazar, bij Moelai Idriss en in de laantjes onder het traliewerk van wingerd en rieten vlechtwerk. Er is overal schaduw en
+beweging. Verdiepingen, die vooruitsteken in de straatjes en de hoogte der huizen, die zoo trachten te herwinnen, wat ze aan
+oppervlakte te kort komen in deze stad, tusschen de bergen ingesloten, maken, dat de zon nooit tot op den grond toe kan schijnen
+en dat een goed deel van haar licht onderweg hangen blijft. Wanneer men door de wijk der tuinen opgaat naar den kant van Bab-el-Hadid,
+lijkt het, of men uit een put komt.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-125.jpg" alt="Het panorama van Fez-el-Bali." width="720" height="474"><p class="figureHead">Het panorama van Fez-el-Bali.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ik ben door den <span id="d0e182" class="corr" title="Bron: Bal-el-Hadid">Bab-el-Hadid</span> uit de stad gegaan en ben den weg ingeslagen, die te midden van hagen loopt door de groote tuinen, waar het water murmelt.
+Beekjes vormen watervallen onder het dichte loof van vijgeboomen en granaatappelboomen. Ik heb &eacute;&eacute;n ervan gevolgd langs een
+pad, dat mij bracht te midden van de tuinen; groote vakken, beplant met munt waarvan men als thee zooveel gebruik maakt, ruiken
+heerlijk, en de vijgen, de cactussen, het riet, de moerbeiboomen, de citroenen en granaatappelen zijn in zoo groote weelderigheid
+gegroeid, dat het soms een dicht kreupelbosch is geworden, vooral waar plotseling een kloof zich voordoet. De beek valt er
+in neer als een waterval, waar men niets van ziet, zoo verborgen is ze onder het gebladerte. Op den achtergrond maken de boomen
+te zamen een donkere afsluiting, waar men geen soorten in kan onderscheiden. En verder gaat het zoo tot aan de wadi, altijd
+dat donkere groen, waarin bijna tot aan den top verdwijnt het witte paleis van dien Engelschman, die ondernemend genoeg is
+geweest, om zich in Marokko te vestigen en er is geworden de ka&iuml;d Mac Lean. Daarachter rijst het groote gebergte, welks rossige
+wanden maar even bedekt zijn door olijvenbosschen en bespikkeld zijn met heiligdommen en graven. Welk een schoon land! Alles
+schijnt erop gemaakt, om er u gevangen te houden. De begrenzing door hooge bergen, zoo hoog, dat men niet gelooft er overheen
+te kunnen komen en zoo dichtbij, dat men alleen kan kijken naar wat in de onmiddellijke nabijheid is, geeft den indruk van
+opgeslotenheid, maar dan in een paradijs van licht en groen en water, waar men alles heeft, wat men wenschen kan.
+
+</p>
+<p>Doch ik moet nog gaan door de kleine handelsstraten, die van de moskee-universiteit Karoeiyn leiden of van de moskee van Moelai
+Idriss naar de Bab-el-Gissa.
+
+</p>
+<p>Dat is aan den anderen kant van Fez. Als men voorbij een moskee is gegaan, waarvan de muren bewerkt zijn in de grootste verscheidenheid
+van kleuren met die slingers van rood en blauw en geel en groen en goud, die de wonderlijkste figuren vormen en tot rozetten
+zich vereenigen, daarna een kleinen donkeren stroom is overgestoken, dan de hooge poort heeft gezien, met punten erop van
+geschilderd hout van een andere moskee, eindelijk dicht langs de poort is heengegaan, blijft er niets anders te doen, dan
+te bewonderen, hoe Fez zich daar uitbreidt in haar kader van bergen, dan op te klimmen tusschen de graven tot den top van
+een versterking, waar de laatste stukken muur van een paleis bezig zijn te vervallen. Daar ligt de geheele stad in haar smal
+en diep dal en bedekt een verbazende oppervlakte, van daarginds, die groene vlek van tuinen bij het dal der wadi Seboe tot
+den zeer hoogen drempel, waarop het Sultanspaleis en het nieuwe Fez zijn gelegen.
+
+</p>
+<p>Enkele paleizen steken trotsch omhoog, als dat van El-Menebbi; dan de rijke woningen van de tuinenwijk; iets meer naar buiten,
+in zijn park van maagdelijk woud, het paleis van Mac Lean en in de stad de minarets van de moskee&euml;n en vooral de groote daken
+met groene pannen van Moelai Idriss. Aan mijn voeten gaan de half ingestorte wallen der stad langs en boven een ravijn, beboscht
+met olijven en bedekt met alo&euml;s, en daarachter verheft zich dadelijk de berg, die de stad als een gordel insluit en als een
+onoverkomelijke hoogte. Toch bestaat er een uitgang aan den tegenovergestelden kant van den drempel waar het nieuwe Fez ligt.
+De doorgang namelijk, het diep uitgeholde ravijn, waar Fez-el-Bali zich verschuilt, is open aan de overzij, aan het andere
+eind van het mooi groene dal der wadi Seboe. Maar het oog dringt dan ook niet verder door, want een gebergte dat nog hooger
+is, verbiedt voorbij Fez, de stad der droomen, te kijken.
+
+</p>
+<p>Sidi Mohammed heeft zijn schoonzoon <span id="d0e193" class="corr" title="Bron: Abbes">Abbas</span> verboden een dagloon te ontvangen; maar hij zal niet weigeren, als ik hem bij mijn vertrek zal willen betalen, neen, een
+geschenk in geld zal willen aanbieden. Hij stelt voor den dag dat het mij zal passen, te mijner beschikking zijn eigen muilezel,
+opdat ik een zijner goederen zal kunnen bezoeken, om van daar te stijgen naar den top van een berg, die van Fez en de omstreken
+het uitgebreidst panorama aanbiedt. Hij heeft veel grondbezit. Ik zie dikwijls zijn ondergeschikten aankomen, om met hem af
+te rekenen, en er barsten soms op straat of onder het gewelf der stallen van die plotselinge en heftige gesprekken uit over
+geld, waarbij elk der partijen een keel opzet van belang. Dat komt toch in Marokko veel voor, zoo&#8217;n onverwachte heftige twist,
+die eindigt zooals hij begon, op eens; men staat er verbaasd van, dat de kijverij opkomt en verdwijnt zonder reden, naar het
+schijnt, maar altijd is er dan quaestie van geld.
+
+</p>
+<p>Gisteren morgen kreeg een rijke fazi, inwoner van Fez, dien ik bijna elken dag voorbij zie gaan op zijn grooten ezel, met
+een roode schabrak gedekt, het aan den stok met een slecht gekleed persoon over geld. Men zou, als men hen zag en hoorde,
+meenen, dat zooveel vijandschap op niets anders kon uitloopen dan op een vechtpartij; maar het loopt altijd nog al gauw en
+goed af.
+
+</p>
+<p>Ik ga met Mansoer weer naar boven en hij brengt mij nu ten zijnent. Daar het feest van Moelai Idriss aanstaande is, den schutspatroon
+der stad, ontmoet men overal troepen straatjongens, die bedelen om geld te krijgen voor het offeren van kaarsen en ossen;
+sommigen loopen door de straten, anderen staan op post bij de kruispunten der straten, en allen vallen de voorbijgangers lastig.
+Hoe hooger men komt naar Fez-el-Djedid, des te warmer wordt het; de hitte wordt overstelpend tegen de hooge muren der keizerlijke
+tuinen, der kasbahs en paleizen; zij vloeit vrij uit in de straatjes van Fez-el-Djedid, door lage muren ingesloten; de huizen
+staan er verder uiteen en zijn kleiner; ze hebben slechts &eacute;&eacute;n verdieping en de bewoners zijn arm; de rijke fazi&#8217;s houden liever
+een zekeren afstand tusschen den Sultan <a id="d0e200"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e200">127</a>]</span>en hun eigen huizen, want ze weten, dat zeer hooge muren wel schaduw geven, maar ook in de schaduw stellen.
+
+</p>
+<p>Mansoers huis bestaat uit een kamer en een binnenpleintje. Hij stelt mij zijn wettige vrouw voor, die in chronologische volgorde
+de negentiende is; zij draagt over het witte onderkleed een donker violetten kaftan, die korter is; daarover een oranje kaftan,
+nog korter; dan een feradja van mousseline; een oranjezijden doek bedekt het hoofdhaar, dat op den rug neerhangt in twee lange,
+dikke vlechten, met zijden draden doorvlochten. Ze heeft mooie, amandelvormige oogen, een zeer ovaal gezicht, een rechten
+neus, een mond, die wat te groot is, een blauw tatoeagetje op de kin en nog een tusschen de wenkbrauwen, kleine voeten, ondanks
+het gebruik van sandalen, met de nagels door henneh rood gekleurd, juist als de nagels der handen.
+
+</p>
+<p>Mansoer heeft mij al eens gezegd als waarschuwing tegen een van zijns gelijken, Achmed geheeten, van wien ik eenige diensten
+heb aangenomen en wiens mededinging hij vreest: &#8220;U zou uw portemonnaie niet moeten laten liggen onder het bereik van zijn
+hand.&#8221; Achmed, dien ik dien namiddag ontmoette, en die ten aanzien van Mansoer van dezelfde gevoelens is vervuld, heeft er
+plezier in, mij te vertellen, wat hij misschien maar heeft bedacht uit jaloezie, maar wat hij zegt van Abbas te hebben, den
+schoonzoon van Sidi Mohammed: &#8220;Laat dien meneer (dat was ik) niet alleen buiten de stad gaan met Mansoer. Mansoers naam is
+niet al te goed bekend; hij gaat niet voor fatsoenlijk door; men houdt het ervoor, dat hij in den grond van zijn hart Christen
+is gebleven, dat hij mogelijk voor spion speelt, en er zijn er, die hem, als ze hem op een eenzame plek ontmoeten, een kogel
+konden geven en een anderen op zijn metgezel richten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Arme luidjes, die ontkend hebben, die men ontkent en die zichzelven negeeren! Het is iets merkwaardigs, die minachting der
+Mohammedanen voor degenen, die tot hun geloof overkomen; hun godsdienst plaatst hen in een zoo angstvallig gesloten maatschappij,
+dat men, om er werkelijk in te worden toegelaten, al heel wat kwartieren van godsdienstigen adel moet kunnen aanwijzen. Deze
+geest heerscht wel het meest onbeperkt in die middelpunten van dweepzucht, Stamboel, Damaskus, de wijken van Ka&iuml;ro dichtbij
+El-Ahzar en Fez. Het is een versterkte vorm van den haat tegen de Christenen. Hoe diep voelt men dien haat in Fez, dien haat,
+die alleen door de vrees voor de legers van Europa in bedwang gehouden wordt! Als die vrees niet bestond en hen niet dwong
+zich verstandig te gedragen, zouden wij nog minder goed worden behandeld dan de Joden, waarvan ze niet weten, dat ze hen eigenlijk
+niet noodig hebben.
+
+</p>
+<p>De Joden worden in het voorbijgaan beleedigd; gisteren is er midden op de markt op een van hen gespuwd; te Rabat heeft een
+sjerief een jood met de karwats doodgeslagen, omdat hij hem durfde aankijken, en als de straatjongens langs den muur van de
+mellah loopen, gooien ze er steenen over en roepen: &#8220;Ya! ihoedi&#8217;s! weg met de Joden!&#8221; Ons zou men zeker en stellig vermoorden.
+Ze hebben hier in Fez een afschrik van den Christen. Daar bij hen de godsdienst alles regelt, tot de kleine bijzonderheden
+der kleeding, het knippen van baard en haar, zou mijn snor, die niet op zijn Arabisch is gefatsoeneerd, mij in gevaar kunnen
+brengen, omdat ze er dadelijk mijn godsdienst aan herkennen. Nergens heb ik de minachting zoo groot gevonden en de achterdocht
+zoo sterk.
+
+</p>
+<p>Toch ben ik twee of drie keeren eerbiedig gegroet geworden met den Salam, die de godsdienstige groet is, en gisteren, toen
+ik voor een winkel stilstond, zei een fazi: &#8220;Dat is een Christen!&#8221; tot een van zijn vrienden die antwoordde: &#8220;Ik zweer je,
+dat het een Arabier is!&#8221; Maar dat is een groote uitzondering. Elk oogenblik hoor ik bij mijn voorbijgaan zeggen: &#8220;Noesrani,
+een Christen,&#8221; en van morgen nog hoorde ik de minachtingsformule: &#8220;Noesrani wahed akhor! Weer een van die Christenen!&#8221; Telkens
+ook gaat een man of een kind mij voorbij en keert zich een paar passen verder om, mij in het gelaat kijkend. Ze durven alleen
+onbeschaamd zijn op die wijze, want ze houden zich dadelijk stil als men op hen toetreedt, of loopen snel weg. Ze hebben al
+de lafheid van de Arabieren, en als alle goede Mohammedanen voelen ze tegenover iemand, die de allures van een meester aanneemt,
+in zich een slavenziel. &#8220;Wees zalvend tegen den schurk, en hij geeft u een por; geef den schurk wat hem toekomt, en hij zal
+u vleien!&#8221; Dat is waar in alle landen en bij alle rassen, want het is algemeen menschelijk. Maar sommige trekken, die essenti&euml;el
+zijn in de natuur van den mensch, worden niet in gelijke mate aangetroffen bij alle menschen. De ge&iuml;slamiseerde Oosterling
+is zeer beslist de schurk, dien men een por moet geven. Hij heeft enkel eerbied voor kracht, hij buigt zich enkel voor wie
+hem slaat. Hij kan alleen dienen of gediend worden, en hij neemt tegenover u de houding van den meester aan, als gij die niet
+van te voren voor u hebt opge&euml;ischt.
+
+</p>
+<p>Zijn godsdienstig gevoel weerstreeft die gevoelens niet. Het schept een nauwe broederschap onder de mohammedaansche geloovigen
+en een onuitroeibare vijandschap tusschen dezen en de niet-Mohammedanen. Die godsdienst legt het hem als plicht op, het geloof
+in den Profeet te verspreiden en de overlevering leert hem, dat de propaganda door den oorlog alleen in staat is geweest,
+dat geloof uit te breiden en zijn gebied te verruimen. De Mohammedaan put zijn trots uit die overtuiging, uit de meening,
+dat hij alle waarheid in natuurlijken en bovennatuurlijken zin bezit, dat er noch wetenschap noch beschaving is, die boven
+zijn wetenschap en zijn beschaving staan, en dat, zooals hij van den hemel zeker is, ook het uur zal slaan dat de geheele
+aarde hem zal toebehooren.
+
+</p>
+<p>De herhaalde fnuiking, die de aangeboren trots der Mooren door de zegepralen der europeesche legers heeft ondergaan, is niet
+in staat die hoop der toekomstige zegepraal uit hun hart te verdrijven. Het is enkel, dat de vervulling nog wat wordt uitgesteld.
+De Mohammedaan krijgt alleen de bewustheid van een tijdelijke minderheid, en voor het oogenblik niet bij machte om slagen
+toe te brengen, schikt hij zich erin, te wachten. Als hij door zijn belang of door de omstandigheden genoodzaakt is, met een
+van ons in betrekking te treden, weet hij zich zijn plicht der gastvrijheid te herinneren; hij zal er misschien behagen <a id="d0e216"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e216">128</a>]</span>in scheppen, de gratie ten toon te spreiden, waar zijn ras prat op gaat bij de ontvangst van vreemdelingen, en zoo zal de
+overmaat van lof en de betuiging van vriendschap niet voor zijn ziel den bijsmaak van een list, noch voor zijn mond dien van
+een leugen hebben. Maar als hij vrij blijft, alleen te luisteren naar de ingeving van zijn geloof, houdt hij zich liefst op
+een afstand van diegenen, die zijn geloof niet deelen. Hij herinnert zich, dat de Koran hem zegt, geen gemeenschap te onderhouden
+met de Christenen, de Joden en de Heidenen, hun nooit te geven noch zijn zoons, noch zijn dochters, nooit iets aan hen verplicht
+te zijn, en hen niet tot zijn vrienden te maken; hij sluit zich op in zijn huis, in zijn wijk, hij zoekt een schuilplaats
+in landen, die nog niet door vreemden zijn bezet, en met zorg houdt hij van den heilig gebleven grond en van den drempel van
+zijn huis diegenen verwijderd, die hij ongeloovigen noemt en die hij minacht en haat.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-128.jpg" alt="Mijn bezoek bij El-Mokhri, den hoogen dignitaris." width="556" height="720"><p class="figureHead">Mijn bezoek bij El-Mokhri, den hoogen dignitaris.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wanneer men dat alles niet vergeet, zal men zich kunnen voorstellen, met welk oog de Mooren den vreemdeling aankijken, die
+door de eenzame vlakten van Maghreb is heen getrokken, die de oude muren van Fez binnengegaan is, de heilige stad van Moelai
+Idriss, en die nu in de straten van de heilige stad, in de onmiddellijke nabijheid der moskee&euml;n, opgericht door de veroveraars
+van Afrika en Spanje, in de buurt van de vereerde graven hunner heiligen, is als een aanhoudende uitdaging, een voortdurende
+heiligschennis! Zullen ze in bedwang gehouden worden door den eerbied, dien hun godsdienst eischt voor de gasten. Maar dit
+is geen gast! Wie heeft hem veroorloofd hier te komen? Welke geloovige zou de stoutheid hebben gehad, hem onder zijn dak te
+ontvangen, in de hoofdstad zelve der sultans, zoon van de dochter van Mohammed, en zoo een der heiligste steden van den Islam
+te ontheiligen, Fez, de duizendjarige, gesticht door Idriss, groot geworden rondom diens graf?
+
+<a id="d0e225"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e225">129</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-129-1.jpg" alt="Fez-el-Djedid, het nieuwe Fez." width="720" height="257"><p class="figureHead">Fez-el-Djedid, het nieuwe Fez.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Zoo de Mooren zich geweld aandoen, om den koenen reiziger zijn gang te laten gaan, is dat, omdat de hoofden hun bevolen hebben,
+nog een weinig te wachten; want de tijd moet komen, waarop de Islam zijn zegetocht zal hervatten, die een oogenblik is opgehouden.
+Als de Christenen werkelijk sterk waren, ze zouden al sinds een aantal jaren in Fez zijn, dat maar enkele uren van de grenzen
+is gelegen! Zooals een notabel ingezetene mij zei: &#8220;Wij hebben noch geld, noch kanonnen, noch forten, weinig soldaten, zonder
+tucht, soms zonder geweren en vaak zonder patronen; maar wij hebben God, en met zijn hulp zullen wij alle Christenen in zee
+werpen!&#8221;
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 299px"><img border="0" src="images/p1908-129-2.jpg" alt="Inwoners van Fez." width="299" height="374"><p class="figureHead">Inwoners van Fez.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ook worden ze door niets anders in toom gehouden tegenover den reiziger, die onder hen verkeert, dan door een restje van voorzichtigheid
+en geduld; ze houden zich in, om niet toe te slaan en ze laten niet na, te beleedigen. In den loop van mijn wandelingen ga
+ik vaak over een pleintje, waar bijna den geheelen dag voor een klein tafeltje eenige straatjongens staan, die voor Moelai
+Idriss giften inzamelen. Toen ik, als alle voorbijgangers, gevraagd werd, had ik dadelijk den eersten keer geantwoord met
+een krachtig: &#8220;Neen, volstrekt niet!&#8221;, dat hen terstond deed zeggen: &#8220;Dat is een Christen!&#8221; En toch, telkens als ik weer passeerde,
+gingen ze voort, en altijd weer te vergeefs, mij lastig te vallen met hun verzoeken. Vandaag nog vraagt een van hen: &#8220;Een
+piaster voor Moelai Idriss?&#8221;&#8212;&#8220;Nee!&#8221; En pas ben ik een paar passen ver, of hij roept mij een der gewone scheldwoorden na: &#8220;Ya!
+carra! Eh! poe!&#8221; Ik draai mij om dreig hem met een klap; hij bergt zich zoo snel mogelijk in een naburig huis, waar de deur
+half open stond.
+
+</p>
+<p>Ik kan dan ook geen geloof schenken aan hun betuigingen van vriendschap. De portier van Sidi Mohammed noemt mij nooit anders
+dan &#8220;consul&#8221;. Zijn schoonzoon Abbas, die mij sinds ik als Arabier gekleed ben, betitelt met den voor een Christen zeer aannemelijken
+naam van Abdallah, dat is &#8220;dienaar des Heeren&#8221;, laat mij door Achmed zeggen, dat bij in mij een vriend ziet, dat hij mij behandelt
+als zijn eigen broeder, en dat hij mij in zijn hart gesloten houdt. Maar ik meen te hooren, als hij tot de buren spreekt,
+dat er sprake is van een armen Christen, dien men uit liefdadigheid heeft opgenomen, en dat kan niemand anders zijn dan ik.
+
+
+</p>
+<p>Op een morgen bracht Abbas mij buiten de stad door den Bab-el-Djedid, waarlangs een riviertje stroomt dat half verborgen is
+onder een overvloed van groen. Als men de tegenoverliggende helling van den berg beklimt, heeft men het gezicht op een deel
+der stad met haar terrassen achter een heuvel, bedekt met het dichte plantenkleed der tuinen; men hoort het water ruischen
+onder de boomen, men ziet het dichtbij slapen op de steenen bedding en in rietalcoven. En daar, waar men de witte stad kan
+zien en het donkere groen, wordt men tegen de zon beschermd door groote olijven.
+
+</p>
+<p>Na over de wadi te zijn gegaan, die stroomt in de wijk, gebouwd achter het huis van Sidi Mohammed, hebben wij den Bab-Sidi
+Boe Djida bereikt, waarachter en tot aan het dal der Seboe zich de tuinen uitstrekken. Wij zijn een ervan binnengegaan, die
+toebehoort aan een vriend van Sidi Mohammed; het is een dicht bosch van pruimeboomen, citroenen, vijgen, appel-, moerbei-
+en granaatappelboomen, en daar de grond <a id="d0e246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e246">130</a>]</span>plotseling daalt, lijkt het, of men in een diep ravijn neerziet, waarin de wadi stroomt tusschen de boomgaarden. De andere
+kant rijst steil op, vormt een hoogte, met olijven beplant, en daarna heft een groote berg zijn rotsen ten hemel. Er wordt
+onder de boomen aan de helling van het dal een touwen mat uitgespreid; ik spreid mijn zitkleedje van roode wol, mijn lebda
+uit; er worden vruchten gebracht en we nuttigen het maal, al kijkend naar het weelderige groen, de schoonheid der bergen en
+van den hemel, en luisterend naar het gezang van den stroom en den wind.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen ben ik al vroeg geklommen naar den Bab Fetoesj. Een klein kerkhof ligt binnen den muur; een groot erbuiten
+op de helling van den berg tusschen twee olijvenboschjes.
+
+</p>
+<p>Steeds had ik het uitzicht op Fez-el-Bali, het oude Fez, dat een opeenhooping is van terrassen op een steile helling. De versterkingen
+zijn in een vervallen staat, gespleten en gescheurd, niet veel meer dan onvoldoende afsluitingen. Maar daar deze kant naar
+Taza kijkt, van waar de Rogi wel zou kunnen komen, heeft men er over een lengte van ongeveer 200 meter herstellingen aangebracht.
+In omgekeerde richting den weg afleggend van den vorigen dag, ben ik gedaald naar den Bab-el<span id="d0e252" class="corr" title="Bron: ">-</span>Djedid, nu en dan stilstaand onder de olijven; telkens weer ontrolde zich een ander gedeelte van Fez aan mijn oogen, nu eens
+tusschen een ouden toren en groote rietpluimen, dan door de boomen heen, eerst dichtbij, dan verder af, witter, lichtender,
+aan het eind van dit dal, waar de boomen zoo dicht opeen staan, dat ze een groote zwarte vlek vormen. Maar in plaats van de
+stad binnen te gaan door den Bab-el-Djedid, ben ik buiten om gegaan tot Fez-el-Djedid en wel tot de poort van de mellah of
+jodenwijk. Daar tegenover, op een hoogte, is de mehallah of het leger van den Sultan gekampeerd, gereed om slag te leveren
+aan den rogi, als hij tot daar zou durven doordringen. Er zijn tenten voor 300 man: maar men heeft slechts 150 kunnen samenbrengen,
+en de helft heeft maar een geweer.
+
+</p>
+<p>Onder mijn ontbijt is er een heftig dispuut geweest tusschen Abbas en Ibrahim, den kleinen bediende van Sidi Mohammed; ze
+hebben, ik weet niet wat erge scheldwoorden gewisseld en langdurige verwijten op den heftigsten toon; hun stemmen waren te
+luid voor de plaats binnen de muren, en ze stegen op tot het terras van het huis van Sidi Mohammed en drongen tot in zijn
+vertrekken door, waar andere stemmen zich in den strijd mengden. Toen al die verwenschingen uitgestooten waren, vertrouwde
+Abbas mij toe, dat Ibrahim een arami, een bengel was en dat hij, zoo jong nog, reeds een dief was, een serraq. Toen vroeg
+hij mij een doero, om een zilveren dolk te laten repareeren, dien ik in de stad gekocht had den vorigen dag: &#8220;Het zal vandaag
+nog gebeuren, en ik zal er al den tijd bij blijven, zoolang de man eraan werkt; dat is veiliger.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mijn namiddag gaat voorbij buiten de stad, in den omtrek van den Bab-el-Gissa, in de schaduw van een graf. Ik heb mijn lebda,
+het tapijtje, uitgespreid; op den aschkleurigen grond maakt het een vierkant van rood; ik heb mijn muilen van geel le&ecirc;r uitgetrokken
+en leg mij neer, zoodat de witte ha&iuml;k er mooi op uitkomt evenals de feradja, waar de oranje kaftan doorheen schemert. De oude
+vervallen vestingwal rijst naast mij omhoog; daarbinnen staat een hooge minaret, en tusschen twee slanke palmen de fraaie
+woning van den oud-vizier van Moelai Hassan, den vader van den tegenwoordigen Sultan; daar verder het lage gedeelte van Fez-el-Bali
+te midden van den dichten plantengroei der tuinen. Die leggen een lange streep van groen tot aan het dal der wadi Seboe, en
+rondom wat ik zie van de stad en de tuinen, verrijzen de bergen zeer hoog met hun steile hellingen, waarop de olijvenboschjes
+een zilveren glans aanbrengen. Naarmate de zon daalt achter de hoogte met de graven, komen menschen uit de stad en gaan tusschen
+de graven zitten in de schaduw der opstaande steenen; ze kijken naar de bergen en de kloof, waar de stad uit het gezicht verdwijnt
+in de duisternis, ze praten zeer zacht en droomen. Toen het volkomen donker was, gingen velen bij de muren zich neerzetten
+tegen holten in de wallen, en er worden kleine, ge&iuml;mproviseerde koffiehuizen in de open lucht opgericht, waar negers, die
+waterdragers zijn, den drank te koop bieden, terwijl een verteller oude verhalen opdischt.
+
+</p>
+<p>Des avonds ga ik in mijn kamertje zitten. Mohammed komt in zijn witten tulband, hemelsblauwe jas en gele broek, vaak niet
+ver van mij verwijderd, <span id="d0e261" class="corr" title="Bron: met met">met</span> zijn buren, vrienden en bedienden een praatje maken. Dezen avond is hij er al tweemaal geweest met iets gewichtigs in zijn
+houding; hij is weer naar zijn vertrekken gegaan, en daar brengt zijn stem door de muren heen den klank van een twist tot
+mij, van een grooten toorn; langen tijd gaat hij aan als een woedende; dan op eens is alles stil, en hij komt weer onder den
+doorgang bij mij zitten, om van de melk te proeven, die Abbas voor mij laat koken met een kruid, dat wel wat op thijm lijkt
+of op lavendel, en waarvan hij, als alle Marokkanen, veel houdt.
+
+</p>
+<p>Na het eten, terwijl ik alleen ben, komt de portier bij mij en zegt zeer zacht: &#8220;Weet u wel, dat Abbas u besteelt? Hij heeft
+gezegd, dat de herstelling van den zilveren dolk een doero heeft gekost; maar ik weet van Sidi Mohammed, dat ze maar drie
+peseta&#8217;s heeft gekost; hij vraagt u om een peseta, om melk te koopen, die een halve peseta kost. Den vorigen dag had hij met
+den koopman afgesproken, dat deze u vijftien doero&#8217;s zou vragen voor de ha&iuml;k, die Sidi Mohammed voor u heeft laten koopen
+voor twaalf en een halven doero, en vier-en-twintig doero&#8217;s voor den dolk, waarvoor Sidi Mohammed twintig heeft betaald.
+
+</p>
+<p>Abbas, nu ziet ge het, Abbas is een keddab, een leugenaar! Het is in dit land een wedstrijd, wie zijn medemensch van de ergste
+misdaden zal beschuldigen. Als de muildieren uit den stal konden spreken, wat zouden ze mij dan te vertellen hebben van den
+portier?
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Bij het aanbreken van den dag gaan we in den tuin, dien een vriend van Sidi Mohammed in de stad bezit. Abbas en Ibrahim, die
+verzoend zijn, dragen een kussen, tapijten, steenkool, thee, suiker, den theepot, glazen en een blad. We loopen door eenige
+donkere straatjes, gaan over de wadi, waar <a id="d0e272"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e272">131</a>]</span>veel molens overheen staan, en we stijgen tusschen de muren tot den boomgaard van den vriend van Sidi Mohammed. De boomen
+groeien er in volle vrijheid en zijn beladen met pruimen en appelen, terwijl citroen- en granaatappelboomen hun schaduw ondereenmengen
+door den overvloed hunner dooreengestrengelde takken. De tapijtjes worden op den grond uitgespreid, en ik strek er mij op
+uit, met een kussen onder den elleboog en denk aan den tuin van thuis, die nu zoo ver is. Om kwartier over twaalf hoor ik
+geschreeuw, dat van boven komt uit de stad, en ik kan de naastbij zijnde stem onderscheiden: &#8220;Allahoe akbar! God alleen is
+groot!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dan gaat Abbas naar huis, om het ontbijt te halen, dat hij brengt in een rieten mandje met een hoog kegelvormig deksel. En
+we hebben er nog den ganschen namiddag doorgebracht. De zon had haar loop vervolgd, en wij zochten een andere plek onder de
+citroenboomen bij een paar hooge vijgenboomen, waar een beekje onder door vloeit. Van tijd tot tijd maken Abbas en Ibrahim
+een wandelingetje door den tuin, plukken vruchten, brengen ze aan mij, en zetten de thee, waarna ze zich gaan uitstrekken
+en inslapen. Vier uur! Uit de hoogte en de verte klinken kreten van &#8220;Allahoe akbar!&#8221; Dan hoor ik niets meer, en daar Abbas
+en Ibrahim aan het plukken zijn, ben ik geheel alleen onder de boomen op het gras en denk weer aan den verren tuin van bij
+ons thuis.
+
+</p>
+<p>Op een dag zei Sidi Mohammed tot mij: &#8220;Als gij mijn ezel wilt nemen en tot aan de vlakte van de wadi rijden, zult gij er de
+Engelschen polo zien spelen. Dat is een prachtig gezicht.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dus bestijg ik den muilezel en rijd de hoofdstraat op, voorafgegaan door den kleinen Ibrahim op een ezeltje gezeten, en voortdurend
+roepend: &#8220;Balak!&#8221; om de voetgangers te doen uitwijken, die staan te dringen v&oacute;&oacute;r de winkels en den weg versperren. En nadat
+geheel Fez in de lengte is doorgereden, verlaten we de stad door de poort Bab-es-Segma, vlak bij de muren van het keizerlijk
+paleis, de poort, waar men door binnen gaat, als men van Tanger, Larasch of Rabat komt. Op eenigen afstand van de muren, op
+de effen vlakte, geven zich een tiental eilanders aan hun geliefde sport over in de buurt van de wadi Fez. Rijke Arabieren,
+per muilezel aangereden, hebben schik in het kijken naar het spel, waar goede ruiters en goede paarden voor noodig zijn. Ik
+vind het alleen belangwekkend, om eens weer voor de zooveelste maal op te merken, hoe de Engelschman, waar hij ook zij, steeds
+zichzelf blijft en hoe hij anderen slechts erkent, om hen te beheerschen of zich van hen te bedienen. Zij gaan naar Fez om
+polo te spelen, naar den Atlas om te jagen, naar den Himalaya om van de koelere temperatuur te genieten, naar Athene als einddoel
+van een kruistocht door de Middellandsche zee, en elders, als er maar wegen zijn, om een automobiel te laten loopen.
+
+</p>
+<p>De nadering van het feest van Moelai Idriss brengt luidruchtige optochten naar de stad. Gisteren reeds is tegen den middag
+een os, gevolgd door muzikanten en voorafgegaan door dansers, die al dansend geweerschoten losten, gebracht van Fez-el-Djedid
+naar de moskee van Moelai Idriss. Op den bepaalden tijd verdrong zich een dichte menigte in de smalle straat, die de hoofdader
+is voor het verkeer in de soek of bazar. Tusschen Karoeiyn en het wegje, dat verboden terrein is voor de Christenen, en aan
+welks einde men met haar bekleeding van veelkleurig porselein de groote poort van Idriss kan onderscheiden en de zonnige ruimte
+van het plein ervoor, is het een opeenhooping van tulbanden, djellaba&#8217;s, ha&iuml;ks en burnoes. De kooplieden buigen zich over
+hun uitstallingen, en de vrienden voegen bij de koopwaren de onverwachte toegift van hun tarboesjes en tulbanden; anderen
+zijn geklommen bovenop de huizen, en er is een geregelde opklimming van hoofden tusschen den hoogen rand van den muur en het
+rieten vlechtwerk, dat de straat overdekt.
+
+</p>
+<p>Dan hoort men zingen met begeleiding van handgeklap, en in twee rijen komen mannen aanspringen, terwijl ze zich met de handen
+een weg open houden tusschen de massa nieuwsgierigen in de smalle straat, en onder het zingen ook nog in de handen klappen
+in een vaste maat.
+
+</p>
+<p>Kort daarna komt er een tweede groep, voorafgegaan door mannen, die een salvo van geweerschoten doen losbranden; achter hen
+wordt een groote waskaars gedragen als offerande aan den schutspatroon der stad. Uit de winkels en van de straat worden blikken
+naar mij geworpen, vijandige blikken, die onrust verraden over de aanwezigheid van den Christen... Weer geweerschoten, mannen,
+die dansen en zingen en een os naar het heiligdom drijven. Eindelijk komen de A&iuml;ssaoeia&#8217;s, die vooruittreden en een kring
+vormen, onder aanhoudend geroep van: &#8220;Allah!&#8221; Ze springen en draaien en wringen zich, opdat de vervoering moge komen. Hun
+haren wapperen in den wind, hun oogen staan wild en de tamtam, zoowel als de doedelzak maken lawaai, om hun geestdrift aan
+te vuren. Achter hen verspreidt zich de menigte.
+
+</p>
+<p>Sedert ik bij Sidi Mohammed woon, is er een stille strijd aan den gang tusschen Mansoer en mijn bediende Abbas, om zich van
+mij meester te maken. De een heeft zich zoo lang mogelijk onmisbaar willen maken, door een boodschap, waar haast bij is, of
+den aankoop van een dringend noodig voorwerp uit te stellen. De ander heeft al dadelijk geprobeerd, den eersten eruit te knikkeren.
+En daar het &#8220;geschenk&#8221; evenredig zal zijn aan de bewezen diensten, heeft Abbas het zich tot taak gesteld, er mij te bewijzen
+van den morgen tot den avond, en ik kan mijn hand niet uitsteken naar eenig voorwerp of een beweging maken, als wilde ik mijn
+djellaba van den kapstok krijgen, of hij komt op mij toe en dwingt mij zijn gezelschap op voor de wandeling.
+
+</p>
+<p>Den eersten keer verklaarde ik kort en goed, dat ik van plan was alleen uit te gaan. Hij nam een beleedigde houding aan en
+zei, dat hij meer was dan een bediende, namelijk een vriend. Daarna liet hij zijn schoonvader tusschenbeide komen, om mij
+te beduiden, dat ik alleen gevaar zou loopen. Maar hij kwam te laat met zijn waarschuwing, want ik heb nu langzamerhand al
+wel geleerd, hoe de vreemdeling op reis wordt ge&euml;xploiteerd. Maar om zijn eigenliefde te sparen, heb ik het besluit genomen,
+hem nu en dan te verdragen of, als ik kan ontsnappen, het op <a id="d0e290"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e290">132</a>]</span>een geschikt oogenblik te doen. Zoo gaat hij dien dag na het <span id="d0e292" class="corr" title="Bron: onbijt">ontbijt</span> naar huis, om zijn middagdutje te doen, denkend dat ik, als de andere dagen, thuis zal blijven, om te schrijven gedurende
+de warme uren. Maar ik heb achter zijn rug de plaat gepoetst. Ik ben de donkere straatjes ingegaan, heb de bochten gevolgd,
+ben over de soeks geloopen, tusschen de hooge muren der burgerhuizen, ben de wijkpoorten door gegaan, voor kleine moskee&euml;n
+langs, waar fonteinen klateren over het steenmoza&iuml;ek der pleintjes en, na meermalen geaarzeld te hebben, welken weg ik moest
+inslaan, ben ik toch ten laatste bij de <span id="d0e295" class="corr" title="Bron: Bab-al-Djedid">Bab-el-Djedid</span> uitgekomen.
+
+</p>
+<p>Die voert naar een <i>en <span id="d0e302" class="corr" title="Bron: corniehe">corniche</span></i> loopenden weg, en boven de rivier is er een groote, open boog in den wal, begroeid met afhangend groen. Ik ben in de schaduw
+gaan zitten, bij de wadi, die een waterval vormt en waar de beboschte hellingen der tuinen heen afdalen. En ik keer terug
+langs den ingewikkelden weg van de smalle, bochtige straatjes door de stad. De hooge, zwart geworden muren zeggen niets van
+wat ze omsluiten; de lage, breede deuren, met spijkers beslagen, verdedigen goed de geheimen der woningen; men kent alleen
+de woningen der machtigen aan de soldaten, die er voor gezeten zijn met de bedienden, op rieten bankjes, en die der rijken
+aan den eigenaar zelven, die op den drempel zich ophoudt, gehuld in zijn ha&iuml;k en in de straat kijkend naar de voorbijgangers.
+Wat moet men oppassen, dat men niet vuil wordt! Ondanks de grootste zorg kan men het niet altijd vermijden in deze stad, waar
+de weelde bestaat in zeer lichte en witte weefsels, en waar de straten u ieder oogenblik dreigen met de aanraking van pakjesdragers,
+muilezels, zakken en pakken en het opspattende slijk van een te overvloedig besproeide straat. Thuis gekomen, trek ik mijn
+djellaba uit en hul mij in mijn mooie ha&iuml;k van licht mousseline met rijke zijden strepen, en ik stap er weer op uit naar de
+laantjes van de soek, waar ruiters en lastdieren niet mogen komen, en waar men dus in de volte alleen een duwtje kan oploopen.
+
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-132.jpg" alt="De Oe&iuml;d stroomt door de wijk achter het huis van Sidi-Mohammed." width="545" height="695"><p class="figureHead">De Oe&iuml;d stroomt door de wijk achter het huis van Sidi-Mohammed.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het is het uur waarop alle winkels, die zoo laat openkomen en zoo vroeg gesloten worden, op klanten wachten. Dichtbij de poorten
+van Karoeiyn zitten, in hun kleine hokjes genesteld, de rijke adoels of notarissen, wier kaftans, hemelsblauw, oranje, wijnrood,
+bleekgroen of lichtbruin, heenschemeren door de wazige draperie van de zijdezachte ha&iuml;ks, bezig met eenige schrifturen of
+pratend met een klant; nu en dan wisselen ze met een vriend, die onverschillig op hun tafeltje staat te leunen, een praatje
+of wel ze zitten lui te droomen. In de winkelstraat van de muiltjes word ik aangeroepen door een koopman, die Egyptenaar is
+en uit Ka&iuml;ro is gekomen, om hier handel te drijven. Hij klaagt mij zijn nood, dat hij zoo verlangt naar de groote stad met
+haar rijkdommen en haar drukte, haar groote moskee&euml;n, haar rivier en haar woestijn. Als ik mij maar voldoende verstaanbaar
+kon maken, zou ik met hem instemmen en er hem ook op wijzen, hoe in zijn Oosten van <span id="d0e312" class="corr" title="Bron: Damascus">Damaskus</span> en Ka&iuml;ro de arabische kunst nog levende is, terwijl ze hier totaal in verval is.
+
+</p>
+<p>De moza&iuml;eken van aardewerk, de versieringen van pleisterwerk in kleur, en voorts tapijten zijn zoo ongeveer de eenige weelde
+in de woningen, en die fa&iuml;ences zijn niet anders dan de azulejo&#8217;s uit Valencia; ze zijn ingevoerd uit Spanje, waar die industrie
+nog wordt uitgeoefend, zooals ze door de Mooren is in het leven geroepen en waarvan hun afstammelingen het geheim verloren
+hebben. De geciseleerde zilveren dolken, de luxe-geweren, de zilveren wierookvaten, de zilveren odeurflacons, dat wordt niet
+meer gemaakt. Het publiek, zoowel als de kooplieden, stellen er enkel prijs op, bij verkoopingen nog eens een goeden slag
+te slaan en zoo de mooie en oude voorwerpen machtig te worden, door de bezitters te koop aangeboden. En dan ziet men er nog
+geen reukvaten <a id="d0e317"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e317">133</a>]</span>of odeurflacons, want die zijn al in langen tijd niet meer gemaakt. De fleschjes voor rozenwater zijn wel van mooien arabischen
+vorm, maar van wit metaal en uit Europa ingevoerd; de reukvaten, sierlijk om te zien, maar van grof bewerkt koper. En de soeks
+zijn overvuld met onze goedkoope waren, onze bazar-artikelen, die den smaak spoedig bederven. De Mooren koopen ons de glazen
+af met gouden en bonte versierselen, die men wint op kermisloterijen, ons vaatwerk van ge&euml;mailleerd ijzer, onze blikken dingen,
+onze petroleumlampen voor de keuken en onze goedkoope geweven stoffen. Toch maken ze nog in den ouden trant koperen kandelaars,
+leemen vaatwerk, en schotels en borden van aardewerk, waarvan de vormen wel origineel zijn en waarvan de oppervlakte bedekt
+is met grofblauwe figuren.
+
+</p>
+<p>Ik ben thuis gekomen met een koperen reukvat, dat ik drie dagen geleden had besteld. Op de gloeiende kolen heb ik een stukje
+sandelhout gelegd, en mijn kleeren heb ik er boven gehangen, dat ze den geur zouden aannemen. Sidi Mohammed snuift dien met
+blijkbaar welbehagen in, dan haast hij zich naar huis en brengt mij oranjewater, opdat ik er mijn baard mee besproeie en mijn
+haar en mijn handen, mijn gezicht, mijn kaftan, mijn feradja, mijn djellaba en mijn ha&iuml;k.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-133-1.jpg" alt="In de Karoeiyn-moskee." width="429" height="655"><p class="figureHead">In de Karoeiyn-moskee.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Sidi Mohammed, die beginselen heeft omtrent recht en broederschap, heeft een eigenaardige manier om ze in praktijk te brengen.
+Bij voorbeeld:
+
+</p>
+<p>Des avonds tusschen acht en tien uur is er een heele opschudding in het huis van Sidi Mohammed, ontroering onder de bedienden,
+veel gaanden en komenden, geroep en geschreeuw! Om tien uur komt de goede man bij mij in het hemelsblauwe vest en de blauwe
+broek, met een opgezet gelaat, rood onder de witte muts, schitterende oogen en lachenden mond: &#8220;Komaan, die heeft zijn loon
+gekregen!... U weet niet, wat er gebeurd is?... Ja, ja, hij heeft er van gelust! tweehonderd stokslagen! die zullen hem heugen!...
+Het is de zoon van een mijner vrienden; hij komt dezen namiddag bij mij en vraagt mij voor zijn vader hem mijn muilezel te
+leenen. Dat is goed! Hij gaat heen. Ik onderzoek de zaak. De vader weet van niets. Nauwelijks een uur na het avondgebed komt
+de jonge man terug! Hij was in de mellah geweest, om een glas anisette te drinken en de mooie jodinnetjes op te zoeken; hij
+had mijn muilezel laten draven en bracht het dier zweetend en blazend thuis,&#8212;een beest van zevenhonderd vijftig peseta&#8217;s!...
+ik heb hem tweehonderd stokslagen gegeven! honderd voor zijn vader en honderd voor mij! Het zal hem heugen!...&#8221; En lachend
+gaat mijn philosoof heen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-133-2.jpg" alt="In het geboortehuis van Moelai-Hassan." width="430" height="598"><p class="figureHead">In het geboortehuis van Moelai-Hassan.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Vandaag moet ik al aan de toebereidselen voor mijn vertrek denken. Ik ga naar boven naar Fez-el-Bali, naar het huis van mijn
+ezeldrijver en zittend op straat, praten wij over den prijs. Eenmaal het aantal doero&#8217;s vastgesteld, noodigt hij mij uit om
+thee te drinken; we loopen over het overdekte plaatsje, waar vijgeboomen boven het vlechtwerk <a id="d0e337"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e337">134</a>]</span>van het dak uitsteken, en zijn vader brengt mij in zijn kamertje. Een ruitwerk van tegels, waar het wit en het groen de hoofdrol
+spelen, bedekt den grond; door de open deur dwaalt het oog tot de naaste minaret, en daar doorheen stroomen binnen de koelte
+en het geruisch van de wadi. Als ik op de door de zon verbrande wegen zal zijn, en nog verder in landen, die hij nooit zien
+zal, zal hij daar zitten op het matrasje, dat op den wit en groenen grond ligt, en door de open deur, door wat wingerdbladeren
+en een tak van den vijgenboom heen, zal hij, gewiegd door het lied van de wadi, naar de lucht zitten kijken en naar de naaste
+minaret...
+
+</p>
+<p>Het gerucht is in de stad verspreid, dat een Christen in muzelmansche kleeding in Karoeiyn zou zijn binnengegaan. Het ware
+is onwaarschijnlijk. Rondom hun moskee&euml;n houden de fazi&#8217;s nauwkeurig de wacht; ze zouden niemand dichtbij laten komen, tegen
+wien ze verdenking koesterden. Het maghzen alleen kan er belang bij hebben, zulke geruchten te verspreiden, die de dweepzucht
+versterken, om eenig incident uit te lokken, waarvan het mogelijk hoopt, dat het in deze tijden van diplomatieke spanning
+Europa zenuwachtig kan maken. Het is moeilijk te begrijpen met welk doel een Christen zijn leven in de waagschaal zou stellen,
+door iets te doen, dat de Mohammedanen als de grootste heiligschennis beschouwen. De begeerte misschien om mooie monumenten
+te kunnen bewonderen? Maar men kan ze leeren kennen, zonder er den drempel van te overschrijden. De meeste der moskee&euml;n en
+de schoonste, staan wijd open en laten door het sierlijk open smeedwerk der deuren hun lichte binnenpleinen en donkere booggangen
+zien. Niet enkel de minarets, die slanke vierkante torens, versierd met veelkleurige steenen, dikwijls in moza&iuml;eken waarin
+op den voorgrond treden het donkerblauw of smaragdgroen of de onbepaalde tint van turkooizen, ook niet de poorten, bedekt
+met ornamenten in gebeeldhouwd en gekleurd pleister of de zware deuren met snijwerk in brons bekoren het oog van den voorbijganger;
+er komt bij: de inkijk op de pleinen met kleine, witte en groene ruiten op den vloer, die vol zijn van het licht, dat aan
+de zoo smalle straten wordt geweigerd en die omzoomd zijn door de veilige halfschaduw van de booggangen, waar de geloovigen
+knielen.
+
+</p>
+<p>De moskee Andaloesia heeft de meest monumentale poort met het rijkste snijwerk; zij is het werk van de andaluzische Mooren,
+die, uit Spanje verdreven, een schuilplaats gingen zoeken in hun oorspronkelijk vaderland. Maar de grootste en mooiste, als
+men Moelai Idriss buiten rekening laat, waar niets van te zien is dan een enkele deur, moet zonder twijfel Karoeiyn worden
+genoemd. Evenals de El Ahzar te Ka&iuml;ro en de moskee van Cordova, beslaan de bogen een groote oppervlakte; daar ze wit zijn
+en onbewerkt en gesteund worden door pilaren met vlechtwerk omwonden, kunnen ze niet vergeleken worden met de prachtige der
+beide mededingsters; maar die missen de glorie van te bezitten het binnenplein van Karoeiyn, dat in nog grooter afmetingen
+is als het beroemde leeuwenplein van het granada&#8217;sche Alhambra.
+
+</p>
+<p>De ingewikkeldheid der mohammedaansche praktijken van den godsdienst en het groot aantal dagelijksche plichten die deze oplegt
+om in het openbaar en in gemeenschap te vervullen, doordringen zoo geheel het muzelmansche leven, dat ze van ieder individu
+iets maken, dat te vergelijken is met een christen-monnik. Het is heel gewoon, de kooplieden in hun winkels, waar ze op klanten
+wachten, halfluid uit den Koran te hooren lezen. De godsdienstige gedachten vervullen de plaats van alle andere denken, en
+de godsdienst neemt hun gansche bestaan in beslag. Het is duidelijk, dat in die omstandigheden hun geloof zijn kracht blijft
+behouden, want de herhaalde oefeningen houden het in wezen en versterken het. Trouwens het denkbeeld van een geloof zonder
+praktijk, dat de twijfelzucht der vorige eeuw heeft trachten te verspreiden, is een dwaasheid zonder weerga. Een godsdienst
+kan niet iets geheel innerlijks wezen zoo min als andere gevoelens; ze moeten zich altijd op de een of andere wijze naar buiten
+uiten, en die uiting is des te zichtbaarder, naarmate de inwendige kracht sterker is. Maar juist de uiting wordt tot gewoonte
+en onderhoudt de inwendige kracht. Als de innerlijke godsdienst de ware is en eigenlijk die, waar het alleen op aankomt, hij
+kan toch niet leven en groeien zonder den uiterlijken dienst, die voor het innerlijke is, wat de bast is voor het merg van
+den boom.
+
+</p>
+<p>Van morgen gewandeld buiten den Bab-el-Gissa, om afscheid te nemen. Boven van de hoogte, waar de hellingen met graven overdekt
+zijn, zie ik, evenals een der eerste morgens, neer op de geheele stad die tegen de bergen ligt geleund. Wat heb ik veel naar
+dien waterval van terrassen gekeken, die in zijn witheid of zijn grijze tinten schijnt te worden tegengehouden in zijn val
+door de hooge minarets, de oude muren en den onwankelbaren wal der bergen! En ik zag in mijn verbeelding enkele van die stadspanorama&#8217;s,
+die zoo bekoorlijk zijn, dat men zijn leven zou willen doorbrengen met ernaar te kijken: Ka&iuml;ro vanaf de moskee van Mehemet
+Ali; Napels van Pausilippo uit, Damaskus van Salehyi&eacute;, Stamboel van de Zee van Marmora. En toen dacht ik aan een klein fransch
+provinciestadje, dat wit is en grijs, dat bergen heeft en een geschiedenis en ru&iuml;nen in het groen, en vooral waar mijn eigen
+geschiedenis zich heeft afgespeeld met die levende ru&iuml;nen, waar voor ieder onzer het verleden uit bestaat; en zoo begreep
+ik, dat voor diegenen, die <span id="d0e347" class="corr" title="Bron: genoodzankt">genoodzaakt</span> zijn te leven ver van een of ander plekje gronds, waar ze hun familie en hun herinneringen hebben achtergelaten, het meest
+verlokkende land een land van ballingschap is.
+
+</p>
+<p>Fez mag gerekend worden tot de allerbekoorlijkste verbanningsoorden; er is veel verscheidenheid van genietingen voor het oog
+in de rijke woningen, de mooie moskee&euml;n, de tuinen met stroomend water, de olijvenboschjes, de kloven en de zeer hooge bergen,
+die de stad aan de vergetelheid schijnen prijs te geven.... En in den namiddag ga ik voor de laatste maal naar den Bab-el-Djedid
+en zet mij neer in het groene dal, waar de rivier vloeit. Op mijn gewone plaats onder de boomen zitten een honderdtal arabische
+ververs, op tapijtjes in de schaduw rondom hun in ha&iuml;ks gehulde meesters, en drinken er thee. En als het uur van het gebed
+nadert, wasschen ze zich bij de rivier, zeggen te zamen hun <a id="d0e352"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e352">135</a>]</span>gebeden en verspreiden zich langs de oevers. De wijk der ververs is in de nabijheid van mijn woning en dus kennen de meesten
+mij en weten, dat ik een Christen ben. Een van hen komt naar mij toe, loopt om mij heen en verdwijnt mompelend: &#8220;Arami, vlegel!&#8221;
+
+
+</p>
+<p>Thuisgekomen, vernam ik van Mansoer, dat men hem had verteld, hoe ik gepoogd had, des avonds binnen te komen in de laantjes
+van den bazar, die verboden waren vanwege de nabijheid van Moelai Idriss, en dat een lastdrager mij had tegengehouden, mij
+met zijn touw had geslagen met de woorden: &#8220;Waar wil je heen?&#8221;
+
+</p>
+<p>De straatjes van Fez zijn zoo smal, zoo bochtig, dat men erin verdwaalt als in een doolhof, wanneer men er toevallig bij avond
+verzeild raakt.
+
+</p>
+<p>Het straatje, waar ik woon, heet Sbaloeiyet, dat is De zeven hoeken, omdat het zevenmaal een bocht maakt. Ik moet er, als
+het donker is, tastend mijn weg vinden.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Ik ben bij den consul ontboden, die op den man af tot mij zei: &#8220;Het Maghzen heeft een klacht tegen u ingediend wegens schending
+van een moskee.&#8221;
+
+</p>
+<p>Nu was die klacht ingekomen bij alle gezanten en consuls tegen een niet nader aangewezen Christen, die in arabische kleeding
+een moskee zou zijn binnengegaan; er werd niet bij gezegd, welke moskee, evenmin als de nationaliteit van den Christen was
+opgegeven. De klacht had zoo weinig beslist betrekking op mij, dat de consul, eer hij mij liet komen, al twee andere toevallig
+in Fez verblijf houdende landgenooten van mij had ondervraagd. Maar daar hij de waardigheid van rechter van instructie bekleedde,
+moest hij wel onwaarheid spreken, ten einde achter de waarheid te komen.
+
+</p>
+<p>Ik bepaalde mij ertoe, beleefd te <span id="d0e368" class="corr" title="Bron: glimlachem">glimlachen</span> om zijn lichtgeloovigheid, die hem de fabeltjes en de grofste leugens van het Maghzen ernstig deed opnemen. Hoe had hij den
+schijn kunnen aanvaarden, van maar een enkel oogenblik te gelooven, dat het voor een Christen mogelijk zou wezen, de waakzaamheid
+te verschalken van de Mohammedanen, die er te zeer op gesteld zijn de ontheiliging van hun tempels te voorkomen, om de toegangen
+niet angstvallig te bewaken. Hoe kon hij geacht willen worden, niet te weten dat, zoo die tempelontheiliging ooit had plaats
+gehad, de tempelschender niet levend het heiligdom zou hebben verlaten? Maar het Maghzen had waarschijnlijk behoefte aan een
+incident. Door zulke geruchten in de stad te verspreiden, hoopte het misschien, de nationale dweepzucht in het harnas te jagen.
+De valstrik was te grof voor de bewoners van Fez. Maar de diplomaten leenden zich ertoe, en dat ze aan de marokkaansche regeering
+de voldoening gaven, er een geval van te maken, was bijna nog kinderachtiger dan de list van de viziers.
+
+</p>
+<p>Voor de laatste maal zet ik mij neer in de schaduw van een dal in de nabijheid der stad. Een soldaat gaat juist voorbij, en
+daar hij mij alleen ziet, acht hij het oogenblik geschikt om wat van mij gedaan te krijgen: &#8220;Ga vlug naar huis!&#8221; zegt hij,
+&#8220;ik heb daar even vijf gewapende mannen ontmoet, vijf dieven, die van de bergen komen en in deze richting gaan!&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik lach wat om hem en noem hem een lafaard. Toen gaat hij staan tegen de leuning van de brug en wijst mij op zijn lompen,
+onder het uitsteken van de hand. Ik geef hem twee piasters. &#8220;Zid!&#8221; zegt hij, &#8220;doe er nog wat bij!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar dat is bijna zooveel als de sultan je per dag geeft!&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij glimlacht en herneemt: &#8220;Zid! en God zal u zegenen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik geef nog een piaster, een enkele, ofschoon hij beweert dat hij er graag vijf wou hebben. Zeker evenveel als de bewuste
+vermeende dieven.
+
+</p>
+<p>Bij den Bab-el-Djedid zegt de officier op wacht, die er in de schaduw zat te dommelen op zijn matje: &#8220;Houd uw oogen open!
+Buiten de muren is het vol van dieven!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dan vraagt hij mij: &#8220;Is u in dienst bij het Maghzen?&#8221; Neen, de regeering betaalt u niet. Waar hebt u dan het geld van? U is
+gekleed als een Muzelman? U is een Muzelman? Nee? U is Christen? Sidi A&iuml;ssa, de heer Jezus is uw profeet?&#8212;Maar dat is geen
+profeet. Wat dan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij is God zelf.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En als gij voorbij een moskeepoort of een koebba gaat, treedt ge er dan binnen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nooit van mijn leven! Ik wil dat niet! Ik ben een Christen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij kent wel Moelai Idriss?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn naam wel, maar zijn moskee niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;U heeft soms in de straten van den bazar geloopen, die dichtbij die moskee zijn?
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij weet wel, dat dit niet mogelijk is, omdat de <span id="d0e399" class="corr" title="Bron: Mahommedanen">Mohammedanen</span> het niet toelaten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;U is een vriend. Wees welkom. Ga hier zitten.&#8221;
+
+</p>
+<p>En toen hij mij gevraagd had, hoe laat het was, vraagt hij mij, hem mijn horloge te geven. Daar de schatkist van zijne Majesteit
+Abdel Aziz bijna altijd ledig is, zijn de officieren genoodzaakt hun soldij aan te vullen op alle manieren....
+
+</p>
+<p>Het is middag. Ik gebruik de thee met Abbas. Ik hoor in het straatje een begrafenisgezang. Er zal een stoet voorbijgaan. Ik
+sta op om te kijken. &#8220;Neen neen!&#8221; zegt Abbas. Toen ik toch verder ga, roept hij den portier toe, de deuren te sluiten. Mijn
+blik zou een beleediging geweest zijn voor de godsdienstige plechtigheid. Een andere kleine gebeurtenis toont aan, hoe streng
+de Mohammedanen hier zijn en Abbas in het bijzonder. Op een dag komt de bekeerde Mansoer bij mij op het uur van den maaltijd.
+Hij eet mee. Hij neemt een vork, maar Abbas rukt hem die uit de handen. Eten met een vork, dat is eten op de manier der Christenen.
+
+
+</p>
+<p>Toen ik thee gedronken had, verzoekt Abbas mij te komen bij Sidi Mohammed, die mij met het ontbijt wacht. Sidi Mohammed, die
+met zijn vingers eet, noodigt mij uit, hetzelfde te doen, en daar hij een wijsgeer is, legt hij mij uit, dat het natuurlijker
+is. Waarom loopt hij dan niet zonder kle&ecirc;ren?
+
+</p>
+<p>Het huis van mijn gastheer is smal en hoog. Een bochtige gang leidt naar een plaats, waar de balkongalerij van de eerste verdieping
+door pilaren wordt gedragen. Eene zijde van de plaats is de muur van het naaste huis. Een soort van buitensalon wordt gevormd
+door een deel van de plaats. De beide andere <a id="d0e412"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e412">136</a>]</span>zijden komen beide uit op een ontvangkamer, die gewoonlijk door de groote deuren is afgesloten. De plaats en die beide vertrekken
+zijn geplaveid met gekleurde tegels.
+
+</p>
+<p>Daar ik morgen moet vertrekken, en daar een deel van mijn bagage al naar boven is gebracht, naar Fez-el-Djedid bij mijn ezeldrijver,
+geeft Sidi Mohammed mij voor dezen dag en den volgenden nacht een onderkomen in een der benedenkamers. Hij toont mij hoe de
+deur wordt gesloten en stelt den sleutel mij ter hand. Hij zegt tot Mansoer en Abbas, dat ze hier den nacht moeten doorbrengen,
+om mij den volgenden morgen vroeg te kunnen vergezellen. Maar hij geeft mij te verstaan, dat ze op de binnenplaats zullen
+slapen en dat ik alleen in de kamer zal wezen. Het zal wel goed zijn, dat ik den grendel verschuif, want &#8220;het vertrouwen!....
+het vertrouwen!...&#8221; En hij schudt het hoofd...
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-136.jpg" alt="In de mooie tuinen van Sidi-Mohammed." width="537" height="720"><p class="figureHead">In de mooie tuinen van Sidi-Mohammed.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Terwijl ik nog met Sidi Mohammed aan tafel zit, komen eenige vrienden hem bezoeken, en onder hen herken ik een Arabier, Raschid,
+die eenige dagen geleden mij had aangesproken en gezegd had, dat hij mij wel eens in Alexandri&euml; had gezien. Hij behoort tot
+een <span id="d0e423" class="corr" title="Bron: illustre">illustere</span> familie uit Medina, zegt Sidi Mohammed, en is in Indi&euml;, Syri&euml;, Turkije en Egypte geweest. Hij is hier sinds twee maanden
+en blijft nog een maand, om de zaken in Maghreh, Marokko, te bestudeeren en van nabij de politiek na te gaan.
+
+</p>
+<p>Hij is stellig een van die geheime boodschappers, die onophoudelijk door de geheele wereld trekken onder de Mohammedanen,
+agiteerend, en bevelen en berichten overbrengend, werkzame agenten voor de godsdienstige propaganda onder de volken van Azi&euml;
+en Afrika. De Mooren die hem vergezellen, zijn aanzienlijke personen, die mijn gastheer met ontzag behandelt, maar die mij
+niet groeten, noch met mij spreken. Wij zitten op den grond op hetzelfde tapijt; wij raken elka&acirc;r bijna aan, en toch zijn
+onze zielen door meer dan &eacute;&eacute;n afgrond gescheiden.
+
+</p>
+<p>De vrienden van Sidi Mohammed gaan heen. Mijn gastheer gaat naar boven, naar de vertrekken van zijn vrouwen. Mansoer en Abbas
+leggen zich te ruste in de alcoof in een uithoekje van de plaats. En met mijn deuren gesloten en den grendel erop, slaap ik
+mijn laatsten nacht in de stad der sjerifiaansche sultans.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/o1908-136.gif" alt="Ornament." width="171" height="16"></div><p>
+
+
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p>Verscheen in twee afleveringen van <i>De Aarde en haar volken</i>, jaargang 1908.
+
+</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give
+it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<h3>Codering</h3>
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde
+van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn
+gemarkeerd met het corr-element.
+
+</p>
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &#8220;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens.
+
+</p>
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>01-SEP-2007 begonnen.
+
+</li>
+</ul>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%">
+<tr>
+<th>Plaats</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e146">Bladzijde 123</a></td>
+<td width="40%">Bab-el-Badid</td>
+<td width="40%">Bab-el-Hadid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e151">Bladzijde 123</a></td>
+<td width="40%">mangsel</td>
+<td width="40%">mengsel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e159">Bladzijde 124</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e182">Bladzijde 126</a></td>
+<td width="40%">Bal-el-Hadid</td>
+<td width="40%">Bab-el-Hadid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e193">Bladzijde 126</a></td>
+<td width="40%">Abbes</td>
+<td width="40%">Abbas</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e252">Bladzijde 130</a></td>
+<td width="40%"> </td>
+<td width="40%">-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e261">Bladzijde 130</a></td>
+<td width="40%">met met</td>
+<td width="40%">met</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e292">Bladzijde 132</a></td>
+<td width="40%">onbijt</td>
+<td width="40%">ontbijt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e295">Bladzijde 132</a></td>
+<td width="40%">Bab-al-Djedid</td>
+<td width="40%">Bab-el-Djedid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e302">Bladzijde 132</a></td>
+<td width="40%">corniehe</td>
+<td width="40%">corniche</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e312">Bladzijde 132</a></td>
+<td width="40%">Damascus</td>
+<td width="40%">Damaskus</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e347">Bladzijde 134</a></td>
+<td width="40%">genoodzankt</td>
+<td width="40%">genoodzaakt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e368">Bladzijde 135</a></td>
+<td width="40%">glimlachem</td>
+<td width="40%">glimlachen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e399">Bladzijde 135</a></td>
+<td width="40%">Mahommedanen</td>
+<td width="40%">Mohammedanen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e423">Bladzijde 136</a></td>
+<td width="40%">illustre</td>
+<td width="40%">illustere</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Hoe ik een week te Fez doorbracht, by Jean Marlys
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT ***
+
+***** This file should be named 22491-h.htm or 22491-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/2/4/9/22491/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/22491-h/images/o1908-136.gif b/22491-h/images/o1908-136.gif
new file mode 100644
index 0000000..ef9ba39
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/o1908-136.gif
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-121-1.jpg b/22491-h/images/p1908-121-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..833741a
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-121-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-121-2.jpg b/22491-h/images/p1908-121-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a1152d6
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-121-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-125.jpg b/22491-h/images/p1908-125.jpg
new file mode 100644
index 0000000..51592cc
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-125.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-128.jpg b/22491-h/images/p1908-128.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e656632
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-128.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-129-1.jpg b/22491-h/images/p1908-129-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c208594
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-129-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-129-2.jpg b/22491-h/images/p1908-129-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..abb424b
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-129-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-132.jpg b/22491-h/images/p1908-132.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cce3399
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-132.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-133-1.jpg b/22491-h/images/p1908-133-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ebe756c
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-133-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-133-2.jpg b/22491-h/images/p1908-133-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..08bc9ce
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-133-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-h/images/p1908-136.jpg b/22491-h/images/p1908-136.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1c5e08d
--- /dev/null
+++ b/22491-h/images/p1908-136.jpg
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p121a.png b/22491-page-images/p121a.png
new file mode 100644
index 0000000..3610052
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p121a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p121b.png b/22491-page-images/p121b.png
new file mode 100644
index 0000000..6f20853
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p121b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p121c.png b/22491-page-images/p121c.png
new file mode 100644
index 0000000..1c1bb14
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p121c.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p122a.png b/22491-page-images/p122a.png
new file mode 100644
index 0000000..79ecaff
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p122a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p122b.png b/22491-page-images/p122b.png
new file mode 100644
index 0000000..47541b6
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p122b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p123a.png b/22491-page-images/p123a.png
new file mode 100644
index 0000000..8e6b2fa
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p123a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p123b.png b/22491-page-images/p123b.png
new file mode 100644
index 0000000..1170019
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p123b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p124a.png b/22491-page-images/p124a.png
new file mode 100644
index 0000000..88efb99
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p124a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p124b.png b/22491-page-images/p124b.png
new file mode 100644
index 0000000..7f65e9a
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p124b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p125a.png b/22491-page-images/p125a.png
new file mode 100644
index 0000000..c533706
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p125a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p125b.png b/22491-page-images/p125b.png
new file mode 100644
index 0000000..5fc4444
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p125b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p125c.png b/22491-page-images/p125c.png
new file mode 100644
index 0000000..648c4c6
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p125c.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p126a.png b/22491-page-images/p126a.png
new file mode 100644
index 0000000..4f8d8d1
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p126a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p126b.png b/22491-page-images/p126b.png
new file mode 100644
index 0000000..d0debd0
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p126b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p127.png b/22491-page-images/p127.png
new file mode 100644
index 0000000..7139c06
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p127.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p128a.png b/22491-page-images/p128a.png
new file mode 100644
index 0000000..74ee8f4
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p128a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p128b.png b/22491-page-images/p128b.png
new file mode 100644
index 0000000..900b4d2
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p128b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p128c.png b/22491-page-images/p128c.png
new file mode 100644
index 0000000..7b6bcb4
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p128c.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p129a.png b/22491-page-images/p129a.png
new file mode 100644
index 0000000..f6d2a9a
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p129a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p129b.png b/22491-page-images/p129b.png
new file mode 100644
index 0000000..8512307
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p129b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p130a.png b/22491-page-images/p130a.png
new file mode 100644
index 0000000..3018fcb
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p130a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p130b.png b/22491-page-images/p130b.png
new file mode 100644
index 0000000..d831970
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p130b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p131.png b/22491-page-images/p131.png
new file mode 100644
index 0000000..6c4ea1e
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p131.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p132a.png b/22491-page-images/p132a.png
new file mode 100644
index 0000000..eeb4c64
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p132a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p132b.png b/22491-page-images/p132b.png
new file mode 100644
index 0000000..38a75a9
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p132b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p133a.png b/22491-page-images/p133a.png
new file mode 100644
index 0000000..5bd2ff9
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p133a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p133b.png b/22491-page-images/p133b.png
new file mode 100644
index 0000000..8e6ee68
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p133b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p134a.png b/22491-page-images/p134a.png
new file mode 100644
index 0000000..1cacb5d
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p134a.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p134b.png b/22491-page-images/p134b.png
new file mode 100644
index 0000000..7d1aae7
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p134b.png
Binary files differ
diff --git a/22491-page-images/p135.png b/22491-page-images/p135.png
new file mode 100644
index 0000000..1a2df72
--- /dev/null
+++ b/22491-page-images/p135.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..244bd1f
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #22491 (https://www.gutenberg.org/ebooks/22491)