diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 01:52:15 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 01:52:15 -0700 |
| commit | 754d4b6fb64926daad9f2673e6d5b451e36bebf2 (patch) | |
| tree | c7be8d622b1e1a8c84c21d147da49298074c32cc | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 22491-8.txt | 1618 | ||||
| -rw-r--r-- | 22491-8.zip | bin | 0 -> 36573 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h.zip | bin | 0 -> 869228 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/22491-h.htm | 2020 | ||||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/o1908-136.gif | bin | 0 -> 560 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-121-1.jpg | bin | 0 -> 78839 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-121-2.jpg | bin | 0 -> 31584 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-125.jpg | bin | 0 -> 98916 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-128.jpg | bin | 0 -> 145224 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-129-1.jpg | bin | 0 -> 52400 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-129-2.jpg | bin | 0 -> 26250 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-132.jpg | bin | 0 -> 109989 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-133-1.jpg | bin | 0 -> 79854 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-133-2.jpg | bin | 0 -> 80353 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-h/images/p1908-136.jpg | bin | 0 -> 124000 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p121a.png | bin | 0 -> 172578 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p121b.png | bin | 0 -> 68689 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p121c.png | bin | 0 -> 57630 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p122a.png | bin | 0 -> 126981 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p122b.png | bin | 0 -> 123387 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p123a.png | bin | 0 -> 126003 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p123b.png | bin | 0 -> 123608 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p124a.png | bin | 0 -> 127480 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p124b.png | bin | 0 -> 126942 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p125a.png | bin | 0 -> 444631 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p125b.png | bin | 0 -> 127839 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p125c.png | bin | 0 -> 126287 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p126a.png | bin | 0 -> 130468 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p126b.png | bin | 0 -> 131045 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p127.png | bin | 0 -> 323030 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p128a.png | bin | 0 -> 93337 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p128b.png | bin | 0 -> 100409 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p128c.png | bin | 0 -> 90969 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p129a.png | bin | 0 -> 124074 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p129b.png | bin | 0 -> 122028 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p130a.png | bin | 0 -> 121283 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p130b.png | bin | 0 -> 123615 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p131.png | bin | 0 -> 267589 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p132a.png | bin | 0 -> 146884 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p132b.png | bin | 0 -> 165072 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p133a.png | bin | 0 -> 126521 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p133b.png | bin | 0 -> 124010 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p134a.png | bin | 0 -> 118175 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p134b.png | bin | 0 -> 112529 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 22491-page-images/p135.png | bin | 0 -> 276721 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
48 files changed, 3654 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/22491-8.txt b/22491-8.txt new file mode 100644 index 0000000..9bebbd5 --- /dev/null +++ b/22491-8.txt @@ -0,0 +1,1618 @@ +Project Gutenberg's Hoe ik een week te Fez doorbracht, by Jean Marlys + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Hoe ik een week te Fez doorbracht + De Aarde en haar Volken, 1908 + +Author: Jean Marlys + +Release Date: September 2, 2007 [EBook #22491] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + +HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT. + +Naar het Fransch van Jean Marlys. + + +Als men te Fez aankomt na een reis door het dal, dat er van Rabat +heen leidt, maakt de stad den indruk van bijzonder klein te zijn, en +ze blijft maar nietig achter haar grijze muren, wanneer men dichterbij +komt. Aan de linkerzijde verheffen zich de lange wallen van een kasbah, +eindigend in een soort van bastille, die een verzwakte nabootsing +lijkt van het kasteel der Zeven Torens te Stamboel, zooals de bijna +zwarte, gekanteelde en versterkte muren denken doen aan de wallen +van Konstantinopel, en de doodsche, onbewegelijke populieren aan de +cypressen der turksche kerkhoven. Ik zie in de wallen ook een groote, +versterkte poort, zooals die in de hoofdstad van den anderen sultan, +en ik voel mij als in de tegenwoordigheid van een klein Konstantinopel, +waar de zee zich van heeft teruggetrokken. + +Ik kan alles onderscheiden aan het stadje, al wat het heeft te +vertoonen, hooge minarets met groen aardewerk, op de muren aangebracht +als glazuur, de daken, met groene pannen, van de heiligdommen en die +van het witte Sultans-paleis; grijze terrassen en door den tijd zwart +geworden muren, met hun diepe kanteelen en spitse punten; vierkante +torens, met hooge, toegespitste daken. Een stukje van het dal is door +een tweeden muur omgeven, ter bescherming van de keizerlijke tuinen. + +Het geheele landschap is zoo rustig en stil in de verlaten ruimte, +dat het niet meer werkelijk schijnt dan die schilderijen van de +Primitieven, waar men dergelijke vestingen op ziet in juist zulke +verlaten oorden. Het lijkt een werk uit de Middeleeuwen, en daar ik +weet, dat dit schilderij echt is, objectief waar, zeg ik tot mij zelven +tegenover die stille stad en de verlaten omstreken, dat het zeker +een stad moet wezen, lang geleden al eenzaam achtergebleven en nu uit +niets anders bestaande dan uit oude muren, asch en herinneringen, en +dat ik alleen zal ronddwalen in het een of ander Pompeji van den Islam. + +Wij rijden door de buitenpoort, door een tweede monumentale poort, +met veelkleurig aardewerk versierd over een onmetelijk binnenplein, +eenzaam tusschen hooge muren, weer een kolossale poort, bedekt met een +ingewikkeld samenstel van tegels, een soort van rondloopenden weg, +een plein, waar kooplieden kampeeren in kleine tentjes.... nog weer +poorten; ik heb daarbij niets anders gezien dan enkele menschen, +in schaduwhoeken op den grond gezeten, en een paar menschelijke +gedaanten, die zwijgend en haastig voorbij mij gingen; we zijn in +een klein straatje gegaan, en een grijsaard in rooden kaftan heeft +"Salam!" tot mij gezegd. + +Mijn muilezeldrijver is naar hem toe gegaan, heeft zijn hand gekust, +zijn borst, zijn schouders, zijn voorhoofd; en de man liet zijn zoon +begaan, zonder eigenlijk een oogenblik op te houden met zijn werk, +het begieten van bloemen. Vrouwen kwamen kijken uit naburige huizen, +wisselden een salam met den ezeldrijver en daarna zijn zijn vrienden +gekomen, en hij liet mij binnentreden op de plaats van zijn huisje. Een +priëel van wingerdbladeren en een groote vijgenboom waren er te zien; +er was ook een bank, zoo groot als een ledikant, en waar de kleine +tegels van aardewerk gekleurde vierkantjes op legden, groen en wit, +geel, blauw en zwart. En ik gebruik er de thee in de schaduw van den +vijgeboom en den wingerd, onder het geruisch der wateren, die achter +een muur voorbij stroomen. + +Ik laat een individu komen, van wien men mij heeft gezegd, dat zijn +diensten mij nuttig zouden kunnen zijn, om mij te installeeren. Hij +antwoordt op den naam van Mansoer, is een Christen, die mohammedaan +is geworden en die niet voor zijn vroegere geloofsgenooten den +haat gevoelt, dien zijn tegenwoordige medegeloovigen tegen hen +koesteren. Hij geleidt mij naar de mellah of joodsche wijk, terwijl hij +moeite gaat doen voor het vinden van een huis, dat ik zal kunnen huren. + +Deze geheele wijk, waarlangs ik de stad ben binnengekomen, heet +Fez-el-Djedid, het Nieuwe Fez, en bevat de paleizen en vestingen van +het Maghzen, verder een arabische en een joodsche wijk. Dat alles is +nu ontwaakt uit de verdooving van de beide eerste uren na den middag; +ik had er een inval gedaan tijdens den zwaren slaap van den dag; maar +zij is ontwaakt, de nieuwe wijk, en op de binnenpleinen is het vol, +en druk zijn de straten en markten. Er zitten veel menschen tegen +de muren en anderen stroomen naar de markt, waar een rieten dak zich +over uitbreidt. + +Mansoer houdt mij staande in een nauw straatje van de mellah vóór +een lage deur; als we den drempel over zijn en den hoop vuil bij den +ingang hebben vermeden, volgen we een gang met een bocht, loopen over +een plaatsje en treden binnen in een klein vertrek, waar een jood +drank verkoopt; verboden alcoholisme is in Fez zeer verspreid, en +de man vertelt mij, dat hij veel afnemers heeft onder de getulbande +heeren. Een jood is zacht binnen gekomen; hij zit op den drempel, +en zegt tot mij in mijn eigen taal: "Als ik bij een Spanjaard ben, +beweer ik Spanjaard te zijn, en als ik met een Franschman ben, noem +ik mijzelven Franschman." Een neger komt op het plaatsje en laat zich +een glas anisette geven. Twee jodinnen uit het huis schreeuwen luid +om een mes, dat ze zeggen dat hij haar heeft ontstolen, en terwijl +hij zijn anisette staat te drinken, schudden ze zijn kleeding uit, +zijn djellaba, zijn tulband, zijn muilen, snuffelen in zijn knapzak, +maar vinden het mes niet. Maar als de neger wil betalen, heeft hij +zijn beurs niet meer bij zich. Koeltjes maakt de verkooper zich +meester van de mand met doove kolen, die de neger droeg, en zet den +klant op straat met de woorden: "Kolen zijn tegenwoordig duur; dit +zal mij voldoende schadeloos stellen." + +Daarna brengt Mansoer mij bij een algerijnschen Turk, een van zijn +vrienden. Hij weet geen onbezet huis, waar ik zal kunnen wonen. De +buitengewone gezanten, die op 't oogenblik te Fez zijn, logeeren in de +weinige, gewoonlijk beschikbare huizen. De vriend van Mansoer voegt +erbij: "Wees maar niet rouwig erom, als u dat misschien noodzaakt +vroeger te vertrekken; de Mooren zijn een akelig volk, ik veracht +ze!"--"Waarom dat?"--"Omdat het Arabieren zijn!" De rasvijandschap is +diepgeworteld en scheidt den Arabier, die semiet is, van den Turk, +die tot het blanke ras behoort. De Turk voegt erbij: "Wij hebben +intusschen denzelfden godsdienst..." Hij praat inderdaad over zijn +"geloofsgenooten", hetgeen hem niet belet, mij spontaan te bekennen, +dat hij noch aan God, noch aan den Duivel gelooft. Zoo doet hij +mij levendig beseffen, welke verandering er in den Mohammedaan zich +voltrekt, als hij aan den modernen invloed wordt onderworpen. Hij +verliest zijn oorspronkelijk geloof; maar blijft Mohammedaan, dus +van zijn geloof toch hater van de Christenen. + + + +Fez-el-Bali, door de keizerlijke tuinen gescheiden van Fez-el-Djedid, +is de echte stad, een reuzenmierenhoop, verscholen in de diepte van +een smal dal, ingesloten tusschen de steile hellingen der bergen. Komt +men te Fez langs den weg van Mequinez, Tanger of Rabat, dan ziet men +slechts het kleine Djedid, hoog in het dal gelegen op een drempel, +die de plotselinge inzinking verbergt, de soort van kloof, waar het +zeer groote Bali is gelegen met zijn opeenhooping van huizen en zijn +wirwar van straatjes. Het weinige, dat ik er nog slechts van gezien +heb, geeft mij den indruk van de wonderlijkste der arabische steden, +en wat ik van de omstreken heb waargenomen, van af de hoogte van +een kerkhof, lijkt wel met zijn muren, zijn minarets en bergen, +de allermooiste en origineelste. + +Maar vandaag mag ik die bekoring niet op mij laten werken; ik moet +allereerst denken aan hoe ik zal wonen. Ik kan niet goed nog weer een +nacht logeeren bij mijn ezeldrijver. Ik ga dus in de buitengewone +warmte, die sedert den morgen heerscht, omhoog naar Fez-el-Djedid, +waar de edele Mansoer woont. Over het breede, in de zon brandende +plein Boe Jeloed, door hooge muren ingesloten, die aan den eenen +kant de keizerlijke tuinen beschermen en aan de andere zijde den +omtrek der stad begrenzen, loopend, vind ik, dat de achterkant +van het plein afgesloten is door een zeer vervallen wal, waarin +een poort uitkomt op een in het rond loopenden weg naar de kasbahs, +naar de paleizen van het Maghzen, naar de straten van Fez-el-Djedid, +naar de mellah en naar de poort van Mequinez, Tanger en Rabat. Er is +altijd levendige drukte op het Boe Jeloedplein, dat als een rechthoek +ligt tusschen Fez-el-Djedid en Fez-el-Bali. Aanzienlijke Mooren, in +burnoes en haïks gewikkeld, begeven zich, op hun muildieren gezeten, +naar het paleis van Moelai Abdel Aziz. + +Mansoer is vele jaren aan het hof verbonden geweest. Hij bekleedde er +een zeer weinig nauwkeurig omschreven ambt, dat twee jaar lang bestond +in het in ontvangst nemen van vier peseta's per dag, en twee verdere +jaren in het ontvangen van slechts twee, en hoewel hij zich van zijn +taak kweet, zonder ooit het minste verwijt te verdienen, viel hij +op een dag in ongenade en hij werd ter beschikking gesteld. Mansoer +heeft zich toen doodeenvoudig als geneesheer gevestigd op den hoek +van Fez-el-Djedid. En daar ga ik hem opzoeken, nadat ik de groote, +door hooge muren ingesloten, brandend heete pleinen ben overgestoken, +waarover zich elken morgen de Mooren naar het hof begeven, in hun +fijne burnoes en doorschijnende haïks gehuld, gezeten op muildieren +met roode kleeden bedekt, en begeleid door dienaren, die naast hen +te voet voortdraven. + +Mansoer verzekert mij, dat het ook hem niet gelukt is, een huis +voor mij te vinden, zelfs geen kamer in een arabische fondoek of +herberg. Het is afgesproken, dat hij niet zal zeggen voor wien +hij vraagt, want de Mooren zouden weigeren aan een Christen te +verhuren. Na al die vergeefsche pogingen heeft Mansoer alleen nog +hoop in een rijken inboorling, beschermeling van Europeanen, wien +hijzelf, Mansoer, onlangs hulp heeft verleend. Wij gaan daar dus heen, +beneden in Fez-el-Bali, achter de moskee van El-Karoeiyn. Sidi Mohammed +ontvangt mij zeer vriendelijk en zendt dadelijk zijn bediende naar twee +fondoeks. Er wordt geantwoord, dat alle kamers bezet zijn. Dan belooft +hij, zelf dien avond te gaan zoeken en morgen antwoord te geven. + +Den volgenden dag al vroeg ga ik naar Sidi Mohammed. Hij is niet +geslaagd. De meester van de fondoek wil geen Christen herbergen, uit +vrees voor zijn klanten, zijn buren en de autoriteiten. Toen stelt Sidi +Mohammed een vertrek te mijner beschikking; niet het allerbeste, dat +het zou kunnen zijn, want het is maar een donker kamertje, uitziende op +het gewelf dat naar de stallen leidt, maar hij wil het niet verhuren; +hij biedt het mij aan. Eindelijk ben ik uit de verlegenheid, en al is +dit heel iets anders dan wat ik zou wenschen, ik ben dan toch in het +hartje zelf van de oude stad Fez-el-Bali, op twee pas afstands van +de moskee-universiteit Karoeiyn, die voor Marokko is wat El-Ahzar als +geleerdenschool voor Kaïro is. Ook ben ik dicht bij het oude heiligdom +van Moelai Idriss, schutspatroon van Fez, waar een Christen niet +dichtbij mag naderen en waar de straten van den bazar elkaar kruisen. + +Terwijl wij door de donkere straatjes loopen, komen we een troep +kinderen tegen, die luid schreeuwen. Zij omringen een der hunnen en +schelden hem heftig uit. De arme stumper loopt met moeite. Een groote +bos hout is om zijn linker enkel gebonden. Zijn vader houdt hem vast +en dwingt hem, voort te gaan onder het gescheld. Zoo wordt het kind +gestraft met een openbare straf, omdat het uit huis is weggeloopen. + +Wat verder zingt een troepje kinderen in koor; ze geleiden een os, +dien ze als offer willen brengen naar Moelai Idriss, en ze vragen aan +liefdadige menschen aalmoezen, waarmeê ze het dier willen betalen; +vier van hen houden de punten van een grooten doek, waarin men de +gift kan storten. + +Ik stijg al hooger, nu door de aristocratische wijk, waar de kleine +straten tusschen hooge muren zijn ingesloten, behoorend bij de huizen +en de tuinen; de zon, die de diepte niet bereikt van het dal, waarin +Fez-el-Bali zich verschuilt met zijn handelswijken en zijn bedehuizen, +schiet loodrecht haar stralen neer op deze hoogte, waar de rijke +lieden wonen. En toen wij door de Bab-el-Hadid de stad verlieten, +om den weg te volgen die naar buiten leidt en naar Fez-el-Djedid +en de mellah, is het als een uitstorting van verblindend licht en +overweldigende hitte. Maar het landschap is zoo mooi, dat men bijna +den hinder van de warmte vergeet. Vóór mij ligt een berghelling, +bedekt met rijke wijngaarden, waar beekjes door stroomen, die in +watervalletjes neer huppelen naar de wadi, verborgen in een smal +dal. Aan den overkant verheft zich de bodem plotseling in een anderen +berg, badend in het zonlicht, waar alleen enkele olijvenboschjes den +naakten grond bedekken. + +Wij zijn in de mellah terug. Door het gewriemel van de volte der Joden +hebben we de kleine, lage poort bereikt, zijn de trappen afgegaan +bij den hoop afval en hebben over het plaatsje den herbergier weer +ontmoet. Er zit een neger op de matten. Hij heeft een glas anisette +geledigd en houdt bewonderend in zijn hand een groot glas, gevuld met +een mengsel van anisette en absinth. Hij kijkt er naar. Hij verschuift +het oogenblik van genot, zoo groot is dat en zoo kort van duur! Hij +houdt het glas met beide handen vast, heft het hooger, ziet er lang +naar. En hij zegt: "La ilaha, ill'Allah, Mohammed rassoel Allah; er +is geen God dan God en Mohammed is zijn profeet." En hij herhaalt: +"La ilaha, ill'Allah Mohammed rassoel Allah!" En hij herzegt het een +aantal keeren. Dan heft hij het glas weer omhoog tot aan zijn lippen; +hij wacht; hij brengt het dichterbij; zijn heele gezicht dompelt +zich erin en blijft er, tot hij het glas heeft geledigd. Dan stoot +hij een zucht van zaligheid uit en mompelt: "Er is geen God dan God +en Mohammed is zijn profeet," en na te zijn opgestaan, begint hij te +dansen, met het glas te jongleeren, te schreeuwen, te huilen.... + +Den geheelen verderen dag besteed ik aan boodschappen, ter regeling +van de bijzonderheden voor mijn woning. Des avonds brengt Sidi +Mohammed mij een schotel koeskoes, en hij zegt tot mij: "Ik ben noch +Mohammedaan, noch Christen. De godsdiensten hebben haat onder de +menschen gebracht. Ik houd mij aan den natuurlijken godsdienst; ik +geloof aan God en dat alle menschen zonen van Adam, broeders zijn." Ze +vermaakt mij, die geloofsbelijdenis van iemand, die hier Voltairiaan +is geworden, die taal in den mond van een man, die een rooden tarboesj +draagt, een gele broek en een blauw vest. Hij heeft om het lijf de +patroontjes van het islamietisch geloof en in het hoofd de vergeten +formules van een andere eeuw. En hij meent dat hij zeer modern is. + +Den volgenden morgen ging ik, nog europeesch gekleed, door de +hoofdstraat, die door geheel Fez-el-Bali loopt van af de heiligdommen +van Karoeiyn en Moelai Idriss tot aan de muren der kasbahs en paleizen, +tot aan Fez-el-Djedid. En een kind van een jaar of tien zegt bij +mijn voorbijgaan: "Noesrani akhor! weer een van die christenen!" wat +een manier is, om hun minachting uit te drukken, in geheel Marokko +in gebruik, als men een Christen ontmoet. Een weinig hooger in de +hoofdstraat geeft een kleintje van misschien drie jaar mij een stomp +tegen mijn kuit. Ik draai mij om: "Nakoelek! ik zal je opeten!" Het +kind schreeuwt van schrik en barst in schreien uit. + +Toen ik weer thuis was gekomen, wierp ik mijn europeesche kleeding +weg--eindelijk! Met blijdschap trek ik den kleurigen kaftan aan, om het +midden vastgemaakt met een lederen ceintuur, waar dik zijden borduursel +op is aangebracht, en hul mij in den haïk, die zijn sneeuwwitte plooien +om mij hangt en zijn fijn doorschijnend waas. En de dochters van Sidi +Mohammed buigen zich boven over het terras, om te zien, hoe ik mijn +toilet voltooi op het plaatsje. Waarlijk Sidi Mohammed heeft mij een +grooten dienst bewezen, door mij dit toevluchtsoord aan te bieden, +hoe onvoldoende het ook moge zijn, en ik ben hem veel verschuldigd, hem +die in het geheel geen verplichting aan mij had, en zonder wiens hulp +ik in de open lucht had moeten blijven, of Fez had moeten verlaten, +of, wat nog erger zou zijn, had moeten logeeren in de mellah. + +Maar om zijn gastvrijheid in het juiste licht te zien, moet men +niet vergeten, dat hij mij niet ten zijnent ontvangt, maar in een +nevengebouw van zijn huis, in de donkere ruimte, waar de roode zadels +waren opgeborgen en die uitziet in de duistere, overwelfde gang, van +de straat leidend naar de plaats van de stallen, zoodat onze wijsgeer +met zijn humaniteit de grenzen niet overschrijdt, die hem tot zijn +medegeloovigen zullen kunnen doen zeggen, dat hij een Christen een +onderkomen heeft gegeven, maar bij zijn paarden. Hij heeft mij nog +zelfs niet uitgenoodigd, den drempel van zijn huis te overschrijden +en bij hem te komen theedrinken in zijn gezelschap. En toch moet men +niet zeggen, dat zijn liefdadigheid niet verder gaat dan de Islam, +want de Mohammedanen van hier zouden zelfs dat niet doen, en om +zich zonder gevaar te kunnen permitteeren zoo wijsgeerig te wezen, +moet deze man als marokkaansch onderdaan wel de beschermeling zijn +van een christelijke mogendheid. + +Sidi Mohammed wil, dat alleen menschen, die hij kent en waar hij +zeker van is, toegang tot zijn huis hebben en daarom heeft hij +mij een anderen bediende gekozen. Hij verzekert mij, dat ik in hem +volledig vertrouwen kan stellen. Laat ons het hopen; het is de eigen +schoonzoon van den rijken Sidi Mohammed. Wat gaat het wonderlijk toe +in de familiën van Mohammedanen! De zoons der rijken zijn vaak gekleed +als lieden van zeer geringe afkomst en ze gaan in dienstbaarheid. Toen +ik te Marrakesj dejeuneerde bij Sidi Kassem, die meer dan eenmaal +millionnair is, was degene, die ons bediende en dien ik voor een +slaaf hield, de zoon van den gastheer, en aan het middagmaal, dat +mij even vóór mijn vertrek werd aangeboden, at diezelfde zoon na +ons op de binnenplaats met de muzikanten en bedienden. De zoons van +Sidi Abder Rahman, van wie de oudste ongeveer 25 jaar was, aten op de +plaats bij de keuken met de slaven. Den eersten dag, dat ik te Rabat +was, had die jonge man, die zich een berisping op den hals haalde, +omdat hij met een Christen had gepraat, mij het huis van zijn vader +laten zien, een der mooiste van Rabat, had mij gezegd, dat hij taleb +of student was, en had mij gevraagd, of ik hem als bediende wilde +aannemen. De schoonzoon van den rijken Sidi Mohammed heeft gisteren +voor mij gekookt, van morgen heeft hij de thee voor mij bereid, heeft +een paar piasters als fooi aangenomen, en is tegen tien uur uit het +huis van zijn schoonvader gekomen met een bord van geëmailleerd ijzer, +waarop zijn ontbijt, dat hij gebruikte in een hoekje van den stal. Hij +lijkt zoowat dertig jaar. + +De vader wordt over het algemeen in oostersche gezinnen meer gevreesd +dan bemind; een grijsaard heeft vaak kinderen van twee jaar en van +veertig, oude en jonge vrouwen; de vrouw weet nooit, of ze niet zal +worden weggezonden; ze heeft een meester, geen echtgenoot, zooals ook +het kind een heer heeft, geen vader. Hoe men ook moge denken over deze +overmaat van gezag, en al noemt men dien toestand onrechtvaardig en +onzedelijk, het blijft waar, dat in gezinnen, die volgens den Koran +leven, dit despotisme het element van duurzaamheid is, de kracht, +die maakt dat, ondanks de ontbindende werking van de polygamie, +de mohammedaansche maatschappij bestaan kan. + +Sidi Mohammed vertelt mij, dat hij overeengekomen is met een Moorsche, +dat ze mij te eten zal geven voor drie peseta's en 65 piasters per dag, +haar loon erin begrepen; ze heeft, schijnt het, vier jaar lang voor +een Italiaan gekookt. Ik veronderstel, dat zij eenvoudig een slavin van +Sidi Mohammed is, die als logementhouder, restaurateur en philanthroop +een middel heeft gevonden, om zijn beginselen met zijn belangen te +vereenigen, en tevens den natuurlijken godsdienst en de algemeene +broederschap met zijn semietische instincten, den handelsgeest en de +zucht naar winst. Inderdaad worden mij de maaltijden rechtstreeks uit +het huis van Sidi Mohammed bezorgd, gedragen door zijn schoonzoon, +die mij bedient, de borden wascht en de kamer stoft met een ijver, +die op een belooning wacht. + +Als men van den daldrempel, waarop het Sultanspaleis, Fez-el-Djedid +en de mellah liggen, naar Fez-el-Bali afdaalt, krijgt men den indruk, +in onverwachte diepten van de een of andere kloof te komen, waar +de huizen zich ophoopen en zoo dicht staan, dat ze haast de lucht +verduisteren. De hoofdstraat, die men volgt, wringt zich langs de +steile helling. De winkels en de menschenmassa worden al talrijker, +en telkens weer hoort men den kreet: "Balak! Pas op!" Er gaat op zijn +grooten muilezel met roode schabrak een ruiter voorbij, gehuld in +een haïk met zijden strepen of in een wapperenden burnoes, en veel +kleine, vlugge ezeltjes onder zware lasten gebukt, zouden u kunnen +plat drukken tegen een muur, als ge niet voorzichtig zijt. De menigte +wordt zeer dicht, vooral op bepaalde uren in het hart van den bazar, +bij Moelai Idriss en in de laantjes onder het traliewerk van wingerd +en rieten vlechtwerk. Er is overal schaduw en beweging. Verdiepingen, +die vooruitsteken in de straatjes en de hoogte der huizen, die zoo +trachten te herwinnen, wat ze aan oppervlakte te kort komen in deze +stad, tusschen de bergen ingesloten, maken, dat de zon nooit tot +op den grond toe kan schijnen en dat een goed deel van haar licht +onderweg hangen blijft. Wanneer men door de wijk der tuinen opgaat +naar den kant van Bab-el-Hadid, lijkt het, of men uit een put komt. + +Ik ben door den Bab-el-Hadid uit de stad gegaan en ben den weg +ingeslagen, die te midden van hagen loopt door de groote tuinen, +waar het water murmelt. Beekjes vormen watervallen onder het dichte +loof van vijgeboomen en granaatappelboomen. Ik heb één ervan gevolgd +langs een pad, dat mij bracht te midden van de tuinen; groote vakken, +beplant met munt waarvan men als thee zooveel gebruik maakt, ruiken +heerlijk, en de vijgen, de cactussen, het riet, de moerbeiboomen, de +citroenen en granaatappelen zijn in zoo groote weelderigheid gegroeid, +dat het soms een dicht kreupelbosch is geworden, vooral waar plotseling +een kloof zich voordoet. De beek valt er in neer als een waterval, +waar men niets van ziet, zoo verborgen is ze onder het gebladerte. Op +den achtergrond maken de boomen te zamen een donkere afsluiting, +waar men geen soorten in kan onderscheiden. En verder gaat het zoo +tot aan de wadi, altijd dat donkere groen, waarin bijna tot aan den +top verdwijnt het witte paleis van dien Engelschman, die ondernemend +genoeg is geweest, om zich in Marokko te vestigen en er is geworden +de kaïd Mac Lean. Daarachter rijst het groote gebergte, welks rossige +wanden maar even bedekt zijn door olijvenbosschen en bespikkeld zijn +met heiligdommen en graven. Welk een schoon land! Alles schijnt erop +gemaakt, om er u gevangen te houden. De begrenzing door hooge bergen, +zoo hoog, dat men niet gelooft er overheen te kunnen komen en zoo +dichtbij, dat men alleen kan kijken naar wat in de onmiddellijke +nabijheid is, geeft den indruk van opgeslotenheid, maar dan in een +paradijs van licht en groen en water, waar men alles heeft, wat men +wenschen kan. + +Doch ik moet nog gaan door de kleine handelsstraten, die van de +moskee-universiteit Karoeiyn leiden of van de moskee van Moelai Idriss +naar de Bab-el-Gissa. + +Dat is aan den anderen kant van Fez. Als men voorbij een moskee is +gegaan, waarvan de muren bewerkt zijn in de grootste verscheidenheid +van kleuren met die slingers van rood en blauw en geel en groen +en goud, die de wonderlijkste figuren vormen en tot rozetten zich +vereenigen, daarna een kleinen donkeren stroom is overgestoken, dan de +hooge poort heeft gezien, met punten erop van geschilderd hout van een +andere moskee, eindelijk dicht langs de poort is heengegaan, blijft er +niets anders te doen, dan te bewonderen, hoe Fez zich daar uitbreidt +in haar kader van bergen, dan op te klimmen tusschen de graven tot den +top van een versterking, waar de laatste stukken muur van een paleis +bezig zijn te vervallen. Daar ligt de geheele stad in haar smal en +diep dal en bedekt een verbazende oppervlakte, van daarginds, die +groene vlek van tuinen bij het dal der wadi Seboe tot den zeer hoogen +drempel, waarop het Sultanspaleis en het nieuwe Fez zijn gelegen. + +Enkele paleizen steken trotsch omhoog, als dat van El-Menebbi; dan +de rijke woningen van de tuinenwijk; iets meer naar buiten, in zijn +park van maagdelijk woud, het paleis van Mac Lean en in de stad de +minarets van de moskeeën en vooral de groote daken met groene pannen +van Moelai Idriss. Aan mijn voeten gaan de half ingestorte wallen der +stad langs en boven een ravijn, beboscht met olijven en bedekt met +aloës, en daarachter verheft zich dadelijk de berg, die de stad als +een gordel insluit en als een onoverkomelijke hoogte. Toch bestaat er +een uitgang aan den tegenovergestelden kant van den drempel waar het +nieuwe Fez ligt. De doorgang namelijk, het diep uitgeholde ravijn, +waar Fez-el-Bali zich verschuilt, is open aan de overzij, aan het +andere eind van het mooi groene dal der wadi Seboe. Maar het oog +dringt dan ook niet verder door, want een gebergte dat nog hooger is, +verbiedt voorbij Fez, de stad der droomen, te kijken. + +Sidi Mohammed heeft zijn schoonzoon Abbas verboden een dagloon +te ontvangen; maar hij zal niet weigeren, als ik hem bij mijn +vertrek zal willen betalen, neen, een geschenk in geld zal willen +aanbieden. Hij stelt voor den dag dat het mij zal passen, te mijner +beschikking zijn eigen muilezel, opdat ik een zijner goederen zal +kunnen bezoeken, om van daar te stijgen naar den top van een berg, +die van Fez en de omstreken het uitgebreidst panorama aanbiedt. Hij +heeft veel grondbezit. Ik zie dikwijls zijn ondergeschikten aankomen, +om met hem af te rekenen, en er barsten soms op straat of onder het +gewelf der stallen van die plotselinge en heftige gesprekken uit +over geld, waarbij elk der partijen een keel opzet van belang. Dat +komt toch in Marokko veel voor, zoo'n onverwachte heftige twist, +die eindigt zooals hij begon, op eens; men staat er verbaasd van, +dat de kijverij opkomt en verdwijnt zonder reden, naar het schijnt, +maar altijd is er dan quaestie van geld. + +Gisteren morgen kreeg een rijke fazi, inwoner van Fez, dien ik bijna +elken dag voorbij zie gaan op zijn grooten ezel, met een roode +schabrak gedekt, het aan den stok met een slecht gekleed persoon +over geld. Men zou, als men hen zag en hoorde, meenen, dat zooveel +vijandschap op niets anders kon uitloopen dan op een vechtpartij; +maar het loopt altijd nog al gauw en goed af. + +Ik ga met Mansoer weer naar boven en hij brengt mij nu ten +zijnent. Daar het feest van Moelai Idriss aanstaande is, den +schutspatroon der stad, ontmoet men overal troepen straatjongens, +die bedelen om geld te krijgen voor het offeren van kaarsen en +ossen; sommigen loopen door de straten, anderen staan op post bij de +kruispunten der straten, en allen vallen de voorbijgangers lastig. Hoe +hooger men komt naar Fez-el-Djedid, des te warmer wordt het; de hitte +wordt overstelpend tegen de hooge muren der keizerlijke tuinen, +der kasbahs en paleizen; zij vloeit vrij uit in de straatjes van +Fez-el-Djedid, door lage muren ingesloten; de huizen staan er verder +uiteen en zijn kleiner; ze hebben slechts één verdieping en de bewoners +zijn arm; de rijke fazi's houden liever een zekeren afstand tusschen +den Sultan en hun eigen huizen, want ze weten, dat zeer hooge muren +wel schaduw geven, maar ook in de schaduw stellen. + +Mansoers huis bestaat uit een kamer en een binnenpleintje. Hij +stelt mij zijn wettige vrouw voor, die in chronologische volgorde +de negentiende is; zij draagt over het witte onderkleed een donker +violetten kaftan, die korter is; daarover een oranje kaftan, nog +korter; dan een feradja van mousseline; een oranjezijden doek bedekt +het hoofdhaar, dat op den rug neerhangt in twee lange, dikke vlechten, +met zijden draden doorvlochten. Ze heeft mooie, amandelvormige oogen, +een zeer ovaal gezicht, een rechten neus, een mond, die wat te groot +is, een blauw tatoeagetje op de kin en nog een tusschen de wenkbrauwen, +kleine voeten, ondanks het gebruik van sandalen, met de nagels door +henneh rood gekleurd, juist als de nagels der handen. + +Mansoer heeft mij al eens gezegd als waarschuwing tegen een van zijns +gelijken, Achmed geheeten, van wien ik eenige diensten heb aangenomen +en wiens mededinging hij vreest: "U zou uw portemonnaie niet moeten +laten liggen onder het bereik van zijn hand." Achmed, dien ik dien +namiddag ontmoette, en die ten aanzien van Mansoer van dezelfde +gevoelens is vervuld, heeft er plezier in, mij te vertellen, wat +hij misschien maar heeft bedacht uit jaloezie, maar wat hij zegt van +Abbas te hebben, den schoonzoon van Sidi Mohammed: "Laat dien meneer +(dat was ik) niet alleen buiten de stad gaan met Mansoer. Mansoers +naam is niet al te goed bekend; hij gaat niet voor fatsoenlijk door; +men houdt het ervoor, dat hij in den grond van zijn hart Christen is +gebleven, dat hij mogelijk voor spion speelt, en er zijn er, die hem, +als ze hem op een eenzame plek ontmoeten, een kogel konden geven en +een anderen op zijn metgezel richten." + +Arme luidjes, die ontkend hebben, die men ontkent en die zichzelven +negeeren! Het is iets merkwaardigs, die minachting der Mohammedanen +voor degenen, die tot hun geloof overkomen; hun godsdienst plaatst hen +in een zoo angstvallig gesloten maatschappij, dat men, om er werkelijk +in te worden toegelaten, al heel wat kwartieren van godsdienstigen +adel moet kunnen aanwijzen. Deze geest heerscht wel het meest onbeperkt +in die middelpunten van dweepzucht, Stamboel, Damaskus, de wijken van +Kaïro dichtbij El-Ahzar en Fez. Het is een versterkte vorm van den haat +tegen de Christenen. Hoe diep voelt men dien haat in Fez, dien haat, +die alleen door de vrees voor de legers van Europa in bedwang gehouden +wordt! Als die vrees niet bestond en hen niet dwong zich verstandig +te gedragen, zouden wij nog minder goed worden behandeld dan de Joden, +waarvan ze niet weten, dat ze hen eigenlijk niet noodig hebben. + +De Joden worden in het voorbijgaan beleedigd; gisteren is er midden +op de markt op een van hen gespuwd; te Rabat heeft een sjerief een +jood met de karwats doodgeslagen, omdat hij hem durfde aankijken, en +als de straatjongens langs den muur van de mellah loopen, gooien ze er +steenen over en roepen: "Ya! ihoedi's! weg met de Joden!" Ons zou men +zeker en stellig vermoorden. Ze hebben hier in Fez een afschrik van +den Christen. Daar bij hen de godsdienst alles regelt, tot de kleine +bijzonderheden der kleeding, het knippen van baard en haar, zou mijn +snor, die niet op zijn Arabisch is gefatsoeneerd, mij in gevaar kunnen +brengen, omdat ze er dadelijk mijn godsdienst aan herkennen. Nergens +heb ik de minachting zoo groot gevonden en de achterdocht zoo sterk. + +Toch ben ik twee of drie keeren eerbiedig gegroet geworden met den +Salam, die de godsdienstige groet is, en gisteren, toen ik voor +een winkel stilstond, zei een fazi: "Dat is een Christen!" tot een +van zijn vrienden die antwoordde: "Ik zweer je, dat het een Arabier +is!" Maar dat is een groote uitzondering. Elk oogenblik hoor ik bij +mijn voorbijgaan zeggen: "Noesrani, een Christen," en van morgen nog +hoorde ik de minachtingsformule: "Noesrani wahed akhor! Weer een van +die Christenen!" Telkens ook gaat een man of een kind mij voorbij en +keert zich een paar passen verder om, mij in het gelaat kijkend. Ze +durven alleen onbeschaamd zijn op die wijze, want ze houden zich +dadelijk stil als men op hen toetreedt, of loopen snel weg. Ze hebben +al de lafheid van de Arabieren, en als alle goede Mohammedanen voelen +ze tegenover iemand, die de allures van een meester aanneemt, in +zich een slavenziel. "Wees zalvend tegen den schurk, en hij geeft u +een por; geef den schurk wat hem toekomt, en hij zal u vleien!" Dat +is waar in alle landen en bij alle rassen, want het is algemeen +menschelijk. Maar sommige trekken, die essentiëel zijn in de natuur +van den mensch, worden niet in gelijke mate aangetroffen bij alle +menschen. De geïslamiseerde Oosterling is zeer beslist de schurk, +dien men een por moet geven. Hij heeft enkel eerbied voor kracht, +hij buigt zich enkel voor wie hem slaat. Hij kan alleen dienen of +gediend worden, en hij neemt tegenover u de houding van den meester +aan, als gij die niet van te voren voor u hebt opgeëischt. + +Zijn godsdienstig gevoel weerstreeft die gevoelens niet. Het schept +een nauwe broederschap onder de mohammedaansche geloovigen en een +onuitroeibare vijandschap tusschen dezen en de niet-Mohammedanen. Die +godsdienst legt het hem als plicht op, het geloof in den Profeet te +verspreiden en de overlevering leert hem, dat de propaganda door +den oorlog alleen in staat is geweest, dat geloof uit te breiden +en zijn gebied te verruimen. De Mohammedaan put zijn trots uit die +overtuiging, uit de meening, dat hij alle waarheid in natuurlijken en +bovennatuurlijken zin bezit, dat er noch wetenschap noch beschaving +is, die boven zijn wetenschap en zijn beschaving staan, en dat, +zooals hij van den hemel zeker is, ook het uur zal slaan dat de +geheele aarde hem zal toebehooren. + +De herhaalde fnuiking, die de aangeboren trots der Mooren door de +zegepralen der europeesche legers heeft ondergaan, is niet in staat +die hoop der toekomstige zegepraal uit hun hart te verdrijven. Het +is enkel, dat de vervulling nog wat wordt uitgesteld. De Mohammedaan +krijgt alleen de bewustheid van een tijdelijke minderheid, en voor het +oogenblik niet bij machte om slagen toe te brengen, schikt hij zich +erin, te wachten. Als hij door zijn belang of door de omstandigheden +genoodzaakt is, met een van ons in betrekking te treden, weet hij +zich zijn plicht der gastvrijheid te herinneren; hij zal er misschien +behagen in scheppen, de gratie ten toon te spreiden, waar zijn ras prat +op gaat bij de ontvangst van vreemdelingen, en zoo zal de overmaat van +lof en de betuiging van vriendschap niet voor zijn ziel den bijsmaak +van een list, noch voor zijn mond dien van een leugen hebben. Maar +als hij vrij blijft, alleen te luisteren naar de ingeving van zijn +geloof, houdt hij zich liefst op een afstand van diegenen, die zijn +geloof niet deelen. Hij herinnert zich, dat de Koran hem zegt, geen +gemeenschap te onderhouden met de Christenen, de Joden en de Heidenen, +hun nooit te geven noch zijn zoons, noch zijn dochters, nooit iets +aan hen verplicht te zijn, en hen niet tot zijn vrienden te maken; hij +sluit zich op in zijn huis, in zijn wijk, hij zoekt een schuilplaats +in landen, die nog niet door vreemden zijn bezet, en met zorg houdt hij +van den heilig gebleven grond en van den drempel van zijn huis diegenen +verwijderd, die hij ongeloovigen noemt en die hij minacht en haat. + +Wanneer men dat alles niet vergeet, zal men zich kunnen voorstellen, +met welk oog de Mooren den vreemdeling aankijken, die door de eenzame +vlakten van Maghreb is heen getrokken, die de oude muren van Fez +binnengegaan is, de heilige stad van Moelai Idriss, en die nu in +de straten van de heilige stad, in de onmiddellijke nabijheid der +moskeeën, opgericht door de veroveraars van Afrika en Spanje, in de +buurt van de vereerde graven hunner heiligen, is als een aanhoudende +uitdaging, een voortdurende heiligschennis! Zullen ze in bedwang +gehouden worden door den eerbied, dien hun godsdienst eischt voor +de gasten. Maar dit is geen gast! Wie heeft hem veroorloofd hier +te komen? Welke geloovige zou de stoutheid hebben gehad, hem onder +zijn dak te ontvangen, in de hoofdstad zelve der sultans, zoon van +de dochter van Mohammed, en zoo een der heiligste steden van den +Islam te ontheiligen, Fez, de duizendjarige, gesticht door Idriss, +groot geworden rondom diens graf? + +Zoo de Mooren zich geweld aandoen, om den koenen reiziger zijn +gang te laten gaan, is dat, omdat de hoofden hun bevolen hebben, +nog een weinig te wachten; want de tijd moet komen, waarop de Islam +zijn zegetocht zal hervatten, die een oogenblik is opgehouden. Als de +Christenen werkelijk sterk waren, ze zouden al sinds een aantal jaren +in Fez zijn, dat maar enkele uren van de grenzen is gelegen! Zooals +een notabel ingezetene mij zei: "Wij hebben noch geld, noch kanonnen, +noch forten, weinig soldaten, zonder tucht, soms zonder geweren en +vaak zonder patronen; maar wij hebben God, en met zijn hulp zullen +wij alle Christenen in zee werpen!" + +Ook worden ze door niets anders in toom gehouden tegenover +den reiziger, die onder hen verkeert, dan door een restje van +voorzichtigheid en geduld; ze houden zich in, om niet toe te slaan en +ze laten niet na, te beleedigen. In den loop van mijn wandelingen ga +ik vaak over een pleintje, waar bijna den geheelen dag voor een klein +tafeltje eenige straatjongens staan, die voor Moelai Idriss giften +inzamelen. Toen ik, als alle voorbijgangers, gevraagd werd, had ik +dadelijk den eersten keer geantwoord met een krachtig: "Neen, volstrekt +niet!", dat hen terstond deed zeggen: "Dat is een Christen!" En toch, +telkens als ik weer passeerde, gingen ze voort, en altijd weer te +vergeefs, mij lastig te vallen met hun verzoeken. Vandaag nog vraagt +een van hen: "Een piaster voor Moelai Idriss?"--"Nee!" En pas ben ik +een paar passen ver, of hij roept mij een der gewone scheldwoorden +na: "Ya! carra! Eh! poe!" Ik draai mij om dreig hem met een klap; +hij bergt zich zoo snel mogelijk in een naburig huis, waar de deur +half open stond. + +Ik kan dan ook geen geloof schenken aan hun betuigingen van +vriendschap. De portier van Sidi Mohammed noemt mij nooit anders dan +"consul". Zijn schoonzoon Abbas, die mij sinds ik als Arabier gekleed +ben, betitelt met den voor een Christen zeer aannemelijken naam van +Abdallah, dat is "dienaar des Heeren", laat mij door Achmed zeggen, +dat bij in mij een vriend ziet, dat hij mij behandelt als zijn eigen +broeder, en dat hij mij in zijn hart gesloten houdt. Maar ik meen +te hooren, als hij tot de buren spreekt, dat er sprake is van een +armen Christen, dien men uit liefdadigheid heeft opgenomen, en dat +kan niemand anders zijn dan ik. + +Op een morgen bracht Abbas mij buiten de stad door den Bab-el-Djedid, +waarlangs een riviertje stroomt dat half verborgen is onder een +overvloed van groen. Als men de tegenoverliggende helling van den +berg beklimt, heeft men het gezicht op een deel der stad met haar +terrassen achter een heuvel, bedekt met het dichte plantenkleed der +tuinen; men hoort het water ruischen onder de boomen, men ziet het +dichtbij slapen op de steenen bedding en in rietalcoven. En daar, +waar men de witte stad kan zien en het donkere groen, wordt men tegen +de zon beschermd door groote olijven. + +Na over de wadi te zijn gegaan, die stroomt in de wijk, gebouwd achter +het huis van Sidi Mohammed, hebben wij den Bab-Sidi Boe Djida bereikt, +waarachter en tot aan het dal der Seboe zich de tuinen uitstrekken. Wij +zijn een ervan binnengegaan, die toebehoort aan een vriend van Sidi +Mohammed; het is een dicht bosch van pruimeboomen, citroenen, vijgen, +appel-, moerbei- en granaatappelboomen, en daar de grond plotseling +daalt, lijkt het, of men in een diep ravijn neerziet, waarin de wadi +stroomt tusschen de boomgaarden. De andere kant rijst steil op, vormt +een hoogte, met olijven beplant, en daarna heft een groote berg zijn +rotsen ten hemel. Er wordt onder de boomen aan de helling van het dal +een touwen mat uitgespreid; ik spreid mijn zitkleedje van roode wol, +mijn lebda uit; er worden vruchten gebracht en we nuttigen het maal, +al kijkend naar het weelderige groen, de schoonheid der bergen en van +den hemel, en luisterend naar het gezang van den stroom en den wind. + +Den volgenden morgen ben ik al vroeg geklommen naar den Bab +Fetoesj. Een klein kerkhof ligt binnen den muur; een groot erbuiten +op de helling van den berg tusschen twee olijvenboschjes. + +Steeds had ik het uitzicht op Fez-el-Bali, het oude Fez, dat een +opeenhooping is van terrassen op een steile helling. De versterkingen +zijn in een vervallen staat, gespleten en gescheurd, niet veel meer +dan onvoldoende afsluitingen. Maar daar deze kant naar Taza kijkt, +van waar de Rogi wel zou kunnen komen, heeft men er over een lengte +van ongeveer 200 meter herstellingen aangebracht. In omgekeerde +richting den weg afleggend van den vorigen dag, ben ik gedaald naar +den Bab-el-Djedid, nu en dan stilstaand onder de olijven; telkens +weer ontrolde zich een ander gedeelte van Fez aan mijn oogen, nu eens +tusschen een ouden toren en groote rietpluimen, dan door de boomen +heen, eerst dichtbij, dan verder af, witter, lichtender, aan het +eind van dit dal, waar de boomen zoo dicht opeen staan, dat ze een +groote zwarte vlek vormen. Maar in plaats van de stad binnen te gaan +door den Bab-el-Djedid, ben ik buiten om gegaan tot Fez-el-Djedid +en wel tot de poort van de mellah of jodenwijk. Daar tegenover, op +een hoogte, is de mehallah of het leger van den Sultan gekampeerd, +gereed om slag te leveren aan den rogi, als hij tot daar zou durven +doordringen. Er zijn tenten voor 300 man: maar men heeft slechts 150 +kunnen samenbrengen, en de helft heeft maar een geweer. + +Onder mijn ontbijt is er een heftig dispuut geweest tusschen Abbas en +Ibrahim, den kleinen bediende van Sidi Mohammed; ze hebben, ik weet +niet wat erge scheldwoorden gewisseld en langdurige verwijten op den +heftigsten toon; hun stemmen waren te luid voor de plaats binnen de +muren, en ze stegen op tot het terras van het huis van Sidi Mohammed +en drongen tot in zijn vertrekken door, waar andere stemmen zich in +den strijd mengden. Toen al die verwenschingen uitgestooten waren, +vertrouwde Abbas mij toe, dat Ibrahim een arami, een bengel was en +dat hij, zoo jong nog, reeds een dief was, een serraq. Toen vroeg hij +mij een doero, om een zilveren dolk te laten repareeren, dien ik in +de stad gekocht had den vorigen dag: "Het zal vandaag nog gebeuren, +en ik zal er al den tijd bij blijven, zoolang de man eraan werkt; +dat is veiliger." + +Mijn namiddag gaat voorbij buiten de stad, in den omtrek van den +Bab-el-Gissa, in de schaduw van een graf. Ik heb mijn lebda, het +tapijtje, uitgespreid; op den aschkleurigen grond maakt het een +vierkant van rood; ik heb mijn muilen van geel leêr uitgetrokken +en leg mij neer, zoodat de witte haïk er mooi op uitkomt evenals de +feradja, waar de oranje kaftan doorheen schemert. De oude vervallen +vestingwal rijst naast mij omhoog; daarbinnen staat een hooge minaret, +en tusschen twee slanke palmen de fraaie woning van den oud-vizier van +Moelai Hassan, den vader van den tegenwoordigen Sultan; daar verder het +lage gedeelte van Fez-el-Bali te midden van den dichten plantengroei +der tuinen. Die leggen een lange streep van groen tot aan het dal der +wadi Seboe, en rondom wat ik zie van de stad en de tuinen, verrijzen de +bergen zeer hoog met hun steile hellingen, waarop de olijvenboschjes +een zilveren glans aanbrengen. Naarmate de zon daalt achter de hoogte +met de graven, komen menschen uit de stad en gaan tusschen de graven +zitten in de schaduw der opstaande steenen; ze kijken naar de bergen +en de kloof, waar de stad uit het gezicht verdwijnt in de duisternis, +ze praten zeer zacht en droomen. Toen het volkomen donker was, gingen +velen bij de muren zich neerzetten tegen holten in de wallen, en er +worden kleine, geïmproviseerde koffiehuizen in de open lucht opgericht, +waar negers, die waterdragers zijn, den drank te koop bieden, terwijl +een verteller oude verhalen opdischt. + +Des avonds ga ik in mijn kamertje zitten. Mohammed komt in zijn +witten tulband, hemelsblauwe jas en gele broek, vaak niet ver van +mij verwijderd, met zijn buren, vrienden en bedienden een praatje +maken. Dezen avond is hij er al tweemaal geweest met iets gewichtigs +in zijn houding; hij is weer naar zijn vertrekken gegaan, en daar +brengt zijn stem door de muren heen den klank van een twist tot mij, +van een grooten toorn; langen tijd gaat hij aan als een woedende; +dan op eens is alles stil, en hij komt weer onder den doorgang bij mij +zitten, om van de melk te proeven, die Abbas voor mij laat koken met +een kruid, dat wel wat op thijm lijkt of op lavendel, en waarvan hij, +als alle Marokkanen, veel houdt. + +Na het eten, terwijl ik alleen ben, komt de portier bij mij en zegt +zeer zacht: "Weet u wel, dat Abbas u besteelt? Hij heeft gezegd, dat +de herstelling van den zilveren dolk een doero heeft gekost; maar +ik weet van Sidi Mohammed, dat ze maar drie peseta's heeft gekost; +hij vraagt u om een peseta, om melk te koopen, die een halve peseta +kost. Den vorigen dag had hij met den koopman afgesproken, dat deze +u vijftien doero's zou vragen voor de haïk, die Sidi Mohammed voor u +heeft laten koopen voor twaalf en een halven doero, en vier-en-twintig +doero's voor den dolk, waarvoor Sidi Mohammed twintig heeft betaald. + +Abbas, nu ziet ge het, Abbas is een keddab, een leugenaar! Het is in +dit land een wedstrijd, wie zijn medemensch van de ergste misdaden +zal beschuldigen. Als de muildieren uit den stal konden spreken, +wat zouden ze mij dan te vertellen hebben van den portier? + + + +Bij het aanbreken van den dag gaan we in den tuin, dien een vriend van +Sidi Mohammed in de stad bezit. Abbas en Ibrahim, die verzoend zijn, +dragen een kussen, tapijten, steenkool, thee, suiker, den theepot, +glazen en een blad. We loopen door eenige donkere straatjes, gaan over +de wadi, waar veel molens overheen staan, en we stijgen tusschen de +muren tot den boomgaard van den vriend van Sidi Mohammed. De boomen +groeien er in volle vrijheid en zijn beladen met pruimen en appelen, +terwijl citroen- en granaatappelboomen hun schaduw ondereenmengen +door den overvloed hunner dooreengestrengelde takken. De tapijtjes +worden op den grond uitgespreid, en ik strek er mij op uit, met een +kussen onder den elleboog en denk aan den tuin van thuis, die nu zoo +ver is. Om kwartier over twaalf hoor ik geschreeuw, dat van boven +komt uit de stad, en ik kan de naastbij zijnde stem onderscheiden: +"Allahoe akbar! God alleen is groot!" + +Dan gaat Abbas naar huis, om het ontbijt te halen, dat hij brengt in +een rieten mandje met een hoog kegelvormig deksel. En we hebben er nog +den ganschen namiddag doorgebracht. De zon had haar loop vervolgd, +en wij zochten een andere plek onder de citroenboomen bij een paar +hooge vijgenboomen, waar een beekje onder door vloeit. Van tijd tot +tijd maken Abbas en Ibrahim een wandelingetje door den tuin, plukken +vruchten, brengen ze aan mij, en zetten de thee, waarna ze zich gaan +uitstrekken en inslapen. Vier uur! Uit de hoogte en de verte klinken +kreten van "Allahoe akbar!" Dan hoor ik niets meer, en daar Abbas en +Ibrahim aan het plukken zijn, ben ik geheel alleen onder de boomen +op het gras en denk weer aan den verren tuin van bij ons thuis. + +Op een dag zei Sidi Mohammed tot mij: "Als gij mijn ezel wilt nemen +en tot aan de vlakte van de wadi rijden, zult gij er de Engelschen +polo zien spelen. Dat is een prachtig gezicht." + +Dus bestijg ik den muilezel en rijd de hoofdstraat op, voorafgegaan +door den kleinen Ibrahim op een ezeltje gezeten, en voortdurend +roepend: "Balak!" om de voetgangers te doen uitwijken, die staan +te dringen vóór de winkels en den weg versperren. En nadat geheel +Fez in de lengte is doorgereden, verlaten we de stad door de poort +Bab-es-Segma, vlak bij de muren van het keizerlijk paleis, de poort, +waar men door binnen gaat, als men van Tanger, Larasch of Rabat +komt. Op eenigen afstand van de muren, op de effen vlakte, geven zich +een tiental eilanders aan hun geliefde sport over in de buurt van de +wadi Fez. Rijke Arabieren, per muilezel aangereden, hebben schik in +het kijken naar het spel, waar goede ruiters en goede paarden voor +noodig zijn. Ik vind het alleen belangwekkend, om eens weer voor de +zooveelste maal op te merken, hoe de Engelschman, waar hij ook zij, +steeds zichzelf blijft en hoe hij anderen slechts erkent, om hen te +beheerschen of zich van hen te bedienen. Zij gaan naar Fez om polo +te spelen, naar den Atlas om te jagen, naar den Himalaya om van de +koelere temperatuur te genieten, naar Athene als einddoel van een +kruistocht door de Middellandsche zee, en elders, als er maar wegen +zijn, om een automobiel te laten loopen. + +De nadering van het feest van Moelai Idriss brengt luidruchtige +optochten naar de stad. Gisteren reeds is tegen den middag een os, +gevolgd door muzikanten en voorafgegaan door dansers, die al dansend +geweerschoten losten, gebracht van Fez-el-Djedid naar de moskee van +Moelai Idriss. Op den bepaalden tijd verdrong zich een dichte menigte +in de smalle straat, die de hoofdader is voor het verkeer in de soek +of bazar. Tusschen Karoeiyn en het wegje, dat verboden terrein is +voor de Christenen, en aan welks einde men met haar bekleeding van +veelkleurig porselein de groote poort van Idriss kan onderscheiden +en de zonnige ruimte van het plein ervoor, is het een opeenhooping +van tulbanden, djellaba's, haïks en burnoes. De kooplieden buigen +zich over hun uitstallingen, en de vrienden voegen bij de koopwaren +de onverwachte toegift van hun tarboesjes en tulbanden; anderen zijn +geklommen bovenop de huizen, en er is een geregelde opklimming van +hoofden tusschen den hoogen rand van den muur en het rieten vlechtwerk, +dat de straat overdekt. + +Dan hoort men zingen met begeleiding van handgeklap, en in twee rijen +komen mannen aanspringen, terwijl ze zich met de handen een weg open +houden tusschen de massa nieuwsgierigen in de smalle straat, en onder +het zingen ook nog in de handen klappen in een vaste maat. + +Kort daarna komt er een tweede groep, voorafgegaan door mannen, +die een salvo van geweerschoten doen losbranden; achter hen wordt +een groote waskaars gedragen als offerande aan den schutspatroon +der stad. Uit de winkels en van de straat worden blikken naar mij +geworpen, vijandige blikken, die onrust verraden over de aanwezigheid +van den Christen... Weer geweerschoten, mannen, die dansen en zingen +en een os naar het heiligdom drijven. Eindelijk komen de Aïssaoeia's, +die vooruittreden en een kring vormen, onder aanhoudend geroep van: +"Allah!" Ze springen en draaien en wringen zich, opdat de vervoering +moge komen. Hun haren wapperen in den wind, hun oogen staan wild en +de tamtam, zoowel als de doedelzak maken lawaai, om hun geestdrift +aan te vuren. Achter hen verspreidt zich de menigte. + +Sedert ik bij Sidi Mohammed woon, is er een stille strijd aan den +gang tusschen Mansoer en mijn bediende Abbas, om zich van mij meester +te maken. De een heeft zich zoo lang mogelijk onmisbaar willen maken, +door een boodschap, waar haast bij is, of den aankoop van een dringend +noodig voorwerp uit te stellen. De ander heeft al dadelijk geprobeerd, +den eersten eruit te knikkeren. En daar het "geschenk" evenredig zal +zijn aan de bewezen diensten, heeft Abbas het zich tot taak gesteld, +er mij te bewijzen van den morgen tot den avond, en ik kan mijn hand +niet uitsteken naar eenig voorwerp of een beweging maken, als wilde +ik mijn djellaba van den kapstok krijgen, of hij komt op mij toe en +dwingt mij zijn gezelschap op voor de wandeling. + +Den eersten keer verklaarde ik kort en goed, dat ik van plan was +alleen uit te gaan. Hij nam een beleedigde houding aan en zei, dat +hij meer was dan een bediende, namelijk een vriend. Daarna liet hij +zijn schoonvader tusschenbeide komen, om mij te beduiden, dat ik alleen +gevaar zou loopen. Maar hij kwam te laat met zijn waarschuwing, want ik +heb nu langzamerhand al wel geleerd, hoe de vreemdeling op reis wordt +geëxploiteerd. Maar om zijn eigenliefde te sparen, heb ik het besluit +genomen, hem nu en dan te verdragen of, als ik kan ontsnappen, het op +een geschikt oogenblik te doen. Zoo gaat hij dien dag na het ontbijt +naar huis, om zijn middagdutje te doen, denkend dat ik, als de andere +dagen, thuis zal blijven, om te schrijven gedurende de warme uren. Maar +ik heb achter zijn rug de plaat gepoetst. Ik ben de donkere straatjes +ingegaan, heb de bochten gevolgd, ben over de soeks geloopen, tusschen +de hooge muren der burgerhuizen, ben de wijkpoorten door gegaan, voor +kleine moskeeën langs, waar fonteinen klateren over het steenmozaïek +der pleintjes en, na meermalen geaarzeld te hebben, welken weg ik +moest inslaan, ben ik toch ten laatste bij de Bab-el-Djedid uitgekomen. + +Die voert naar een _en corniche_ loopenden weg, en boven de rivier is +er een groote, open boog in den wal, begroeid met afhangend groen. Ik +ben in de schaduw gaan zitten, bij de wadi, die een waterval vormt +en waar de beboschte hellingen der tuinen heen afdalen. En ik keer +terug langs den ingewikkelden weg van de smalle, bochtige straatjes +door de stad. De hooge, zwart geworden muren zeggen niets van wat ze +omsluiten; de lage, breede deuren, met spijkers beslagen, verdedigen +goed de geheimen der woningen; men kent alleen de woningen der +machtigen aan de soldaten, die er voor gezeten zijn met de bedienden, +op rieten bankjes, en die der rijken aan den eigenaar zelven, die op +den drempel zich ophoudt, gehuld in zijn haïk en in de straat kijkend +naar de voorbijgangers. Wat moet men oppassen, dat men niet vuil +wordt! Ondanks de grootste zorg kan men het niet altijd vermijden in +deze stad, waar de weelde bestaat in zeer lichte en witte weefsels, +en waar de straten u ieder oogenblik dreigen met de aanraking van +pakjesdragers, muilezels, zakken en pakken en het opspattende slijk +van een te overvloedig besproeide straat. Thuis gekomen, trek ik mijn +djellaba uit en hul mij in mijn mooie haïk van licht mousseline met +rijke zijden strepen, en ik stap er weer op uit naar de laantjes van +de soek, waar ruiters en lastdieren niet mogen komen, en waar men +dus in de volte alleen een duwtje kan oploopen. + +Het is het uur waarop alle winkels, die zoo laat openkomen en zoo vroeg +gesloten worden, op klanten wachten. Dichtbij de poorten van Karoeiyn +zitten, in hun kleine hokjes genesteld, de rijke adoels of notarissen, +wier kaftans, hemelsblauw, oranje, wijnrood, bleekgroen of lichtbruin, +heenschemeren door de wazige draperie van de zijdezachte haïks, bezig +met eenige schrifturen of pratend met een klant; nu en dan wisselen +ze met een vriend, die onverschillig op hun tafeltje staat te leunen, +een praatje of wel ze zitten lui te droomen. In de winkelstraat van de +muiltjes word ik aangeroepen door een koopman, die Egyptenaar is en uit +Kaïro is gekomen, om hier handel te drijven. Hij klaagt mij zijn nood, +dat hij zoo verlangt naar de groote stad met haar rijkdommen en haar +drukte, haar groote moskeeën, haar rivier en haar woestijn. Als ik +mij maar voldoende verstaanbaar kon maken, zou ik met hem instemmen +en er hem ook op wijzen, hoe in zijn Oosten van Damaskus en Kaïro de +arabische kunst nog levende is, terwijl ze hier totaal in verval is. + +De mozaïeken van aardewerk, de versieringen van pleisterwerk in kleur, +en voorts tapijten zijn zoo ongeveer de eenige weelde in de woningen, +en die faïences zijn niet anders dan de azulejo's uit Valencia; ze +zijn ingevoerd uit Spanje, waar die industrie nog wordt uitgeoefend, +zooals ze door de Mooren is in het leven geroepen en waarvan hun +afstammelingen het geheim verloren hebben. De geciseleerde zilveren +dolken, de luxe-geweren, de zilveren wierookvaten, de zilveren +odeurflacons, dat wordt niet meer gemaakt. Het publiek, zoowel als +de kooplieden, stellen er enkel prijs op, bij verkoopingen nog eens +een goeden slag te slaan en zoo de mooie en oude voorwerpen machtig +te worden, door de bezitters te koop aangeboden. En dan ziet men +er nog geen reukvaten of odeurflacons, want die zijn al in langen +tijd niet meer gemaakt. De fleschjes voor rozenwater zijn wel van +mooien arabischen vorm, maar van wit metaal en uit Europa ingevoerd; +de reukvaten, sierlijk om te zien, maar van grof bewerkt koper. En de +soeks zijn overvuld met onze goedkoope waren, onze bazar-artikelen, +die den smaak spoedig bederven. De Mooren koopen ons de glazen af +met gouden en bonte versierselen, die men wint op kermisloterijen, +ons vaatwerk van geëmailleerd ijzer, onze blikken dingen, onze +petroleumlampen voor de keuken en onze goedkoope geweven stoffen. Toch +maken ze nog in den ouden trant koperen kandelaars, leemen vaatwerk, +en schotels en borden van aardewerk, waarvan de vormen wel origineel +zijn en waarvan de oppervlakte bedekt is met grofblauwe figuren. + +Ik ben thuis gekomen met een koperen reukvat, dat ik drie dagen geleden +had besteld. Op de gloeiende kolen heb ik een stukje sandelhout gelegd, +en mijn kleeren heb ik er boven gehangen, dat ze den geur zouden +aannemen. Sidi Mohammed snuift dien met blijkbaar welbehagen in, +dan haast hij zich naar huis en brengt mij oranjewater, opdat ik er +mijn baard mee besproeie en mijn haar en mijn handen, mijn gezicht, +mijn kaftan, mijn feradja, mijn djellaba en mijn haïk. + +Sidi Mohammed, die beginselen heeft omtrent recht en broederschap, +heeft een eigenaardige manier om ze in praktijk te brengen. Bij +voorbeeld: + +Des avonds tusschen acht en tien uur is er een heele opschudding in het +huis van Sidi Mohammed, ontroering onder de bedienden, veel gaanden +en komenden, geroep en geschreeuw! Om tien uur komt de goede man +bij mij in het hemelsblauwe vest en de blauwe broek, met een opgezet +gelaat, rood onder de witte muts, schitterende oogen en lachenden mond: +"Komaan, die heeft zijn loon gekregen!... U weet niet, wat er gebeurd +is?... Ja, ja, hij heeft er van gelust! tweehonderd stokslagen! die +zullen hem heugen!... Het is de zoon van een mijner vrienden; hij +komt dezen namiddag bij mij en vraagt mij voor zijn vader hem mijn +muilezel te leenen. Dat is goed! Hij gaat heen. Ik onderzoek de +zaak. De vader weet van niets. Nauwelijks een uur na het avondgebed +komt de jonge man terug! Hij was in de mellah geweest, om een glas +anisette te drinken en de mooie jodinnetjes op te zoeken; hij had +mijn muilezel laten draven en bracht het dier zweetend en blazend +thuis,--een beest van zevenhonderd vijftig peseta's!... ik heb hem +tweehonderd stokslagen gegeven! honderd voor zijn vader en honderd +voor mij! Het zal hem heugen!..." En lachend gaat mijn philosoof heen. + +Vandaag moet ik al aan de toebereidselen voor mijn vertrek denken. Ik +ga naar boven naar Fez-el-Bali, naar het huis van mijn ezeldrijver +en zittend op straat, praten wij over den prijs. Eenmaal het aantal +doero's vastgesteld, noodigt hij mij uit om thee te drinken; we loopen +over het overdekte plaatsje, waar vijgeboomen boven het vlechtwerk +van het dak uitsteken, en zijn vader brengt mij in zijn kamertje. Een +ruitwerk van tegels, waar het wit en het groen de hoofdrol spelen, +bedekt den grond; door de open deur dwaalt het oog tot de naaste +minaret, en daar doorheen stroomen binnen de koelte en het geruisch +van de wadi. Als ik op de door de zon verbrande wegen zal zijn, en nog +verder in landen, die hij nooit zien zal, zal hij daar zitten op het +matrasje, dat op den wit en groenen grond ligt, en door de open deur, +door wat wingerdbladeren en een tak van den vijgenboom heen, zal hij, +gewiegd door het lied van de wadi, naar de lucht zitten kijken en +naar de naaste minaret... + +Het gerucht is in de stad verspreid, dat een Christen in +muzelmansche kleeding in Karoeiyn zou zijn binnengegaan. Het ware is +onwaarschijnlijk. Rondom hun moskeeën houden de fazi's nauwkeurig +de wacht; ze zouden niemand dichtbij laten komen, tegen wien ze +verdenking koesterden. Het maghzen alleen kan er belang bij hebben, +zulke geruchten te verspreiden, die de dweepzucht versterken, om eenig +incident uit te lokken, waarvan het mogelijk hoopt, dat het in deze +tijden van diplomatieke spanning Europa zenuwachtig kan maken. Het +is moeilijk te begrijpen met welk doel een Christen zijn leven in +de waagschaal zou stellen, door iets te doen, dat de Mohammedanen +als de grootste heiligschennis beschouwen. De begeerte misschien om +mooie monumenten te kunnen bewonderen? Maar men kan ze leeren kennen, +zonder er den drempel van te overschrijden. De meeste der moskeeën +en de schoonste, staan wijd open en laten door het sierlijk open +smeedwerk der deuren hun lichte binnenpleinen en donkere booggangen +zien. Niet enkel de minarets, die slanke vierkante torens, versierd +met veelkleurige steenen, dikwijls in mozaïeken waarin op den +voorgrond treden het donkerblauw of smaragdgroen of de onbepaalde +tint van turkooizen, ook niet de poorten, bedekt met ornamenten in +gebeeldhouwd en gekleurd pleister of de zware deuren met snijwerk in +brons bekoren het oog van den voorbijganger; er komt bij: de inkijk +op de pleinen met kleine, witte en groene ruiten op den vloer, die +vol zijn van het licht, dat aan de zoo smalle straten wordt geweigerd +en die omzoomd zijn door de veilige halfschaduw van de booggangen, +waar de geloovigen knielen. + +De moskee Andaloesia heeft de meest monumentale poort met het rijkste +snijwerk; zij is het werk van de andaluzische Mooren, die, uit Spanje +verdreven, een schuilplaats gingen zoeken in hun oorspronkelijk +vaderland. Maar de grootste en mooiste, als men Moelai Idriss buiten +rekening laat, waar niets van te zien is dan een enkele deur, moet +zonder twijfel Karoeiyn worden genoemd. Evenals de El Ahzar te Kaïro +en de moskee van Cordova, beslaan de bogen een groote oppervlakte; +daar ze wit zijn en onbewerkt en gesteund worden door pilaren met +vlechtwerk omwonden, kunnen ze niet vergeleken worden met de prachtige +der beide mededingsters; maar die missen de glorie van te bezitten +het binnenplein van Karoeiyn, dat in nog grooter afmetingen is als +het beroemde leeuwenplein van het granada'sche Alhambra. + +De ingewikkeldheid der mohammedaansche praktijken van den godsdienst +en het groot aantal dagelijksche plichten die deze oplegt om in +het openbaar en in gemeenschap te vervullen, doordringen zoo geheel +het muzelmansche leven, dat ze van ieder individu iets maken, dat +te vergelijken is met een christen-monnik. Het is heel gewoon, de +kooplieden in hun winkels, waar ze op klanten wachten, halfluid uit +den Koran te hooren lezen. De godsdienstige gedachten vervullen de +plaats van alle andere denken, en de godsdienst neemt hun gansche +bestaan in beslag. Het is duidelijk, dat in die omstandigheden hun +geloof zijn kracht blijft behouden, want de herhaalde oefeningen houden +het in wezen en versterken het. Trouwens het denkbeeld van een geloof +zonder praktijk, dat de twijfelzucht der vorige eeuw heeft trachten +te verspreiden, is een dwaasheid zonder weerga. Een godsdienst kan +niet iets geheel innerlijks wezen zoo min als andere gevoelens; +ze moeten zich altijd op de een of andere wijze naar buiten uiten, +en die uiting is des te zichtbaarder, naarmate de inwendige kracht +sterker is. Maar juist de uiting wordt tot gewoonte en onderhoudt +de inwendige kracht. Als de innerlijke godsdienst de ware is en +eigenlijk die, waar het alleen op aankomt, hij kan toch niet leven +en groeien zonder den uiterlijken dienst, die voor het innerlijke is, +wat de bast is voor het merg van den boom. + +Van morgen gewandeld buiten den Bab-el-Gissa, om afscheid te +nemen. Boven van de hoogte, waar de hellingen met graven overdekt zijn, +zie ik, evenals een der eerste morgens, neer op de geheele stad die +tegen de bergen ligt geleund. Wat heb ik veel naar dien waterval +van terrassen gekeken, die in zijn witheid of zijn grijze tinten +schijnt te worden tegengehouden in zijn val door de hooge minarets, +de oude muren en den onwankelbaren wal der bergen! En ik zag in mijn +verbeelding enkele van die stadspanorama's, die zoo bekoorlijk zijn, +dat men zijn leven zou willen doorbrengen met ernaar te kijken: +Kaïro vanaf de moskee van Mehemet Ali; Napels van Pausilippo uit, +Damaskus van Salehyié, Stamboel van de Zee van Marmora. En toen dacht +ik aan een klein fransch provinciestadje, dat wit is en grijs, dat +bergen heeft en een geschiedenis en ruïnen in het groen, en vooral +waar mijn eigen geschiedenis zich heeft afgespeeld met die levende +ruïnen, waar voor ieder onzer het verleden uit bestaat; en zoo begreep +ik, dat voor diegenen, die genoodzaakt zijn te leven ver van een of +ander plekje gronds, waar ze hun familie en hun herinneringen hebben +achtergelaten, het meest verlokkende land een land van ballingschap is. + +Fez mag gerekend worden tot de allerbekoorlijkste verbanningsoorden; +er is veel verscheidenheid van genietingen voor het oog in de +rijke woningen, de mooie moskeeën, de tuinen met stroomend water, +de olijvenboschjes, de kloven en de zeer hooge bergen, die de stad +aan de vergetelheid schijnen prijs te geven.... En in den namiddag +ga ik voor de laatste maal naar den Bab-el-Djedid en zet mij neer in +het groene dal, waar de rivier vloeit. Op mijn gewone plaats onder +de boomen zitten een honderdtal arabische ververs, op tapijtjes in de +schaduw rondom hun in haïks gehulde meesters, en drinken er thee. En +als het uur van het gebed nadert, wasschen ze zich bij de rivier, +zeggen te zamen hun gebeden en verspreiden zich langs de oevers. De +wijk der ververs is in de nabijheid van mijn woning en dus kennen de +meesten mij en weten, dat ik een Christen ben. Een van hen komt naar +mij toe, loopt om mij heen en verdwijnt mompelend: "Arami, vlegel!" + +Thuisgekomen, vernam ik van Mansoer, dat men hem had verteld, hoe ik +gepoogd had, des avonds binnen te komen in de laantjes van den bazar, +die verboden waren vanwege de nabijheid van Moelai Idriss, en dat een +lastdrager mij had tegengehouden, mij met zijn touw had geslagen met +de woorden: "Waar wil je heen?" + +De straatjes van Fez zijn zoo smal, zoo bochtig, dat men erin verdwaalt +als in een doolhof, wanneer men er toevallig bij avond verzeild raakt. + +Het straatje, waar ik woon, heet Sbaloeiyet, dat is De zeven hoeken, +omdat het zevenmaal een bocht maakt. Ik moet er, als het donker is, +tastend mijn weg vinden. + + + +Ik ben bij den consul ontboden, die op den man af tot mij zei: +"Het Maghzen heeft een klacht tegen u ingediend wegens schending van +een moskee." + +Nu was die klacht ingekomen bij alle gezanten en consuls tegen een +niet nader aangewezen Christen, die in arabische kleeding een moskee +zou zijn binnengegaan; er werd niet bij gezegd, welke moskee, evenmin +als de nationaliteit van den Christen was opgegeven. De klacht had +zoo weinig beslist betrekking op mij, dat de consul, eer hij mij liet +komen, al twee andere toevallig in Fez verblijf houdende landgenooten +van mij had ondervraagd. Maar daar hij de waardigheid van rechter +van instructie bekleedde, moest hij wel onwaarheid spreken, ten einde +achter de waarheid te komen. + +Ik bepaalde mij ertoe, beleefd te glimlachen om zijn lichtgeloovigheid, +die hem de fabeltjes en de grofste leugens van het Maghzen ernstig +deed opnemen. Hoe had hij den schijn kunnen aanvaarden, van maar een +enkel oogenblik te gelooven, dat het voor een Christen mogelijk zou +wezen, de waakzaamheid te verschalken van de Mohammedanen, die er te +zeer op gesteld zijn de ontheiliging van hun tempels te voorkomen, +om de toegangen niet angstvallig te bewaken. Hoe kon hij geacht +willen worden, niet te weten dat, zoo die tempelontheiliging ooit +had plaats gehad, de tempelschender niet levend het heiligdom zou +hebben verlaten? Maar het Maghzen had waarschijnlijk behoefte aan een +incident. Door zulke geruchten in de stad te verspreiden, hoopte het +misschien, de nationale dweepzucht in het harnas te jagen. De valstrik +was te grof voor de bewoners van Fez. Maar de diplomaten leenden zich +ertoe, en dat ze aan de marokkaansche regeering de voldoening gaven, +er een geval van te maken, was bijna nog kinderachtiger dan de list +van de viziers. + +Voor de laatste maal zet ik mij neer in de schaduw van een dal in de +nabijheid der stad. Een soldaat gaat juist voorbij, en daar hij mij +alleen ziet, acht hij het oogenblik geschikt om wat van mij gedaan +te krijgen: "Ga vlug naar huis!" zegt hij, "ik heb daar even vijf +gewapende mannen ontmoet, vijf dieven, die van de bergen komen en in +deze richting gaan!" + +Ik lach wat om hem en noem hem een lafaard. Toen gaat hij staan +tegen de leuning van de brug en wijst mij op zijn lompen, onder het +uitsteken van de hand. Ik geef hem twee piasters. "Zid!" zegt hij, +"doe er nog wat bij!" + +"Maar dat is bijna zooveel als de sultan je per dag geeft!" + +Hij glimlacht en herneemt: "Zid! en God zal u zegenen!" + +Ik geef nog een piaster, een enkele, ofschoon hij beweert dat hij er +graag vijf wou hebben. Zeker evenveel als de bewuste vermeende dieven. + +Bij den Bab-el-Djedid zegt de officier op wacht, die er in de schaduw +zat te dommelen op zijn matje: "Houd uw oogen open! Buiten de muren +is het vol van dieven!" + +Dan vraagt hij mij: "Is u in dienst bij het Maghzen?" Neen, de +regeering betaalt u niet. Waar hebt u dan het geld van? U is gekleed +als een Muzelman? U is een Muzelman? Nee? U is Christen? Sidi Aïssa, +de heer Jezus is uw profeet?--Maar dat is geen profeet. Wat dan?" + +"Hij is God zelf." + +"En als gij voorbij een moskeepoort of een koebba gaat, treedt ge er +dan binnen?" + +"Nooit van mijn leven! Ik wil dat niet! Ik ben een Christen." + +"Gij kent wel Moelai Idriss?" + +"Zijn naam wel, maar zijn moskee niet." + +"U heeft soms in de straten van den bazar geloopen, die dichtbij die +moskee zijn? + +"Gij weet wel, dat dit niet mogelijk is, omdat de Mohammedanen het +niet toelaten." + +"U is een vriend. Wees welkom. Ga hier zitten." + +En toen hij mij gevraagd had, hoe laat het was, vraagt hij mij, hem +mijn horloge te geven. Daar de schatkist van zijne Majesteit Abdel +Aziz bijna altijd ledig is, zijn de officieren genoodzaakt hun soldij +aan te vullen op alle manieren.... + +Het is middag. Ik gebruik de thee met Abbas. Ik hoor in het straatje +een begrafenisgezang. Er zal een stoet voorbijgaan. Ik sta op om te +kijken. "Neen neen!" zegt Abbas. Toen ik toch verder ga, roept hij +den portier toe, de deuren te sluiten. Mijn blik zou een beleediging +geweest zijn voor de godsdienstige plechtigheid. Een andere kleine +gebeurtenis toont aan, hoe streng de Mohammedanen hier zijn en Abbas +in het bijzonder. Op een dag komt de bekeerde Mansoer bij mij op het +uur van den maaltijd. Hij eet mee. Hij neemt een vork, maar Abbas +rukt hem die uit de handen. Eten met een vork, dat is eten op de +manier der Christenen. + +Toen ik thee gedronken had, verzoekt Abbas mij te komen bij Sidi +Mohammed, die mij met het ontbijt wacht. Sidi Mohammed, die met +zijn vingers eet, noodigt mij uit, hetzelfde te doen, en daar hij +een wijsgeer is, legt hij mij uit, dat het natuurlijker is. Waarom +loopt hij dan niet zonder kleêren? + +Het huis van mijn gastheer is smal en hoog. Een bochtige gang leidt +naar een plaats, waar de balkongalerij van de eerste verdieping door +pilaren wordt gedragen. Eene zijde van de plaats is de muur van het +naaste huis. Een soort van buitensalon wordt gevormd door een deel van +de plaats. De beide andere zijden komen beide uit op een ontvangkamer, +die gewoonlijk door de groote deuren is afgesloten. De plaats en die +beide vertrekken zijn geplaveid met gekleurde tegels. + +Daar ik morgen moet vertrekken, en daar een deel van mijn bagage al +naar boven is gebracht, naar Fez-el-Djedid bij mijn ezeldrijver, +geeft Sidi Mohammed mij voor dezen dag en den volgenden nacht een +onderkomen in een der benedenkamers. Hij toont mij hoe de deur wordt +gesloten en stelt den sleutel mij ter hand. Hij zegt tot Mansoer en +Abbas, dat ze hier den nacht moeten doorbrengen, om mij den volgenden +morgen vroeg te kunnen vergezellen. Maar hij geeft mij te verstaan, +dat ze op de binnenplaats zullen slapen en dat ik alleen in de kamer +zal wezen. Het zal wel goed zijn, dat ik den grendel verschuif, want +"het vertrouwen!.... het vertrouwen!..." En hij schudt het hoofd... + +Terwijl ik nog met Sidi Mohammed aan tafel zit, komen eenige vrienden +hem bezoeken, en onder hen herken ik een Arabier, Raschid, die eenige +dagen geleden mij had aangesproken en gezegd had, dat hij mij wel eens +in Alexandrië had gezien. Hij behoort tot een illustere familie uit +Medina, zegt Sidi Mohammed, en is in Indië, Syrië, Turkije en Egypte +geweest. Hij is hier sinds twee maanden en blijft nog een maand, om +de zaken in Maghreh, Marokko, te bestudeeren en van nabij de politiek +na te gaan. + +Hij is stellig een van die geheime boodschappers, die onophoudelijk +door de geheele wereld trekken onder de Mohammedanen, agiteerend, +en bevelen en berichten overbrengend, werkzame agenten voor de +godsdienstige propaganda onder de volken van Azië en Afrika. De Mooren +die hem vergezellen, zijn aanzienlijke personen, die mijn gastheer met +ontzag behandelt, maar die mij niet groeten, noch met mij spreken. Wij +zitten op den grond op hetzelfde tapijt; wij raken elkaâr bijna aan, +en toch zijn onze zielen door meer dan één afgrond gescheiden. + +De vrienden van Sidi Mohammed gaan heen. Mijn gastheer gaat naar boven, +naar de vertrekken van zijn vrouwen. Mansoer en Abbas leggen zich te +ruste in de alcoof in een uithoekje van de plaats. En met mijn deuren +gesloten en den grendel erop, slaap ik mijn laatsten nacht in de stad +der sjerifiaansche sultans. + + + + + +End of Project Gutenberg's Hoe ik een week te Fez doorbracht, by Jean Marlys + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT *** + +***** This file should be named 22491-8.txt or 22491-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/2/4/9/22491/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/22491-8.zip b/22491-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f1357d1 --- /dev/null +++ b/22491-8.zip diff --git a/22491-h.zip b/22491-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..07c8873 --- /dev/null +++ b/22491-h.zip diff --git a/22491-h/22491-h.htm b/22491-h/22491-h.htm new file mode 100644 index 0000000..cebb14b --- /dev/null +++ b/22491-h/22491-h.htm @@ -0,0 +1,2020 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Hoe ik een week te Fez doorbracht</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Jean Marlys"> +<meta name="DC.Creator" content="Jean Marlys"> +<meta name="DC.Title" content="Hoe ik een week te Fez doorbracht"> +<meta name="DC.Date" content="#### 2007"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> +/* Standard CSS stylesheet */ + + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} + +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} + + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} + +.epigraph .bibl +{ +text-align: right; +} + +.epigraph .poem +{ +margin-left: 0; +} + +.epigraph .line +{ +margin-left: 0; +text-indent: 0; +} + +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + + +.displayfootnote +{ +display: none; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +text-decoration:underline; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +.poem .stanza +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + + + +/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml +" */ + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's Hoe ik een week te Fez doorbracht, by Jean Marlys + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Hoe ik een week te Fez doorbracht + De Aarde en haar Volken, 1908 + +Author: Jean Marlys + +Release Date: September 2, 2007 [EBook #22491] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="body"><a id="d0e90"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e90">121</a>]</span><div class="div1"> +<h2 class="normal">Hoe ik een week te Fez doorbracht.</h2> +<p class="byline">Naar het Fransch van Jean Marlys.</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-121-1.jpg" alt="Poort van Fez: links de mellah of joodsche wijk." width="720" height="373"><p class="figureHead">Poort van Fez: links de mellah of joodsche wijk.</p> +</div><p> + + + +</p> +<p>Als men te Fez aankomt na een reis door het dal, dat er van Rabat heen leidt, maakt de stad den indruk van bijzonder klein +te zijn, en ze blijft maar nietig achter haar grijze muren, wanneer men dichterbij komt. Aan de linkerzijde verheffen zich +de lange wallen van een kasbah, eindigend in een soort van bastille, die een verzwakte nabootsing lijkt van het kasteel der +Zeven Torens te Stamboel, zooals de bijna zwarte, gekanteelde en versterkte muren denken doen aan de wallen van Konstantinopel, +en de doodsche, onbewegelijke populieren aan de cypressen der turksche kerkhoven. Ik zie in de wallen ook een groote, versterkte +poort, zooals die in de hoofdstad van den anderen sultan, en ik voel mij als in de tegenwoordigheid van een klein Konstantinopel, +waar de zee zich van heeft teruggetrokken. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 300px"><img border="0" src="images/p1908-121-2.jpg" alt="Op weg naar Fez." width="300" height="378"><p class="figureHead">Op weg naar Fez.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ik kan alles onderscheiden aan het stadje, al wat het heeft te vertoonen, hooge minarets met groen aardewerk, op de muren +aangebracht als glazuur, de daken, met groene pannen, van de heiligdommen en die van het witte Sultans-paleis; grijze terrassen +en door den tijd zwart geworden muren, met hun diepe kanteelen en spitse punten; vierkante torens, met hooge, toegespitste +daken. Een stukje van het dal is door een tweeden muur omgeven, ter bescherming van de keizerlijke tuinen. + +</p> +<p>Het geheele landschap is zoo rustig en stil in de verlaten ruimte, dat het niet meer werkelijk schijnt dan die schilderijen +van de Primitieven, waar men dergelijke vestingen op ziet in juist zulke verlaten oorden. Het lijkt een werk uit de Middeleeuwen, +en daar ik weet, dat dit schilderij echt is, objectief waar, zeg ik tot mij zelven tegenover die stille stad en de verlaten +omstreken, dat het zeker een stad moet wezen, lang geleden al eenzaam achtergebleven en nu uit niets anders bestaande dan +uit oude muren, asch en herinneringen, en dat ik alleen zal ronddwalen in het een of ander Pompeji van den Islam. + +</p> +<p>Wij rijden door de buitenpoort, door een tweede monumentale poort, met veelkleurig aardewerk versierd over een onmetelijk +binnenplein, eenzaam tusschen hooge muren, weer een kolossale poort, bedekt <a id="d0e114"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e114">122</a>]</span>met een ingewikkeld samenstel van tegels, een soort van rondloopenden weg, een plein, waar kooplieden kampeeren in kleine +tentjes.... nog weer poorten; ik heb daarbij niets anders gezien dan enkele menschen, in schaduwhoeken op den grond gezeten, +en een paar menschelijke gedaanten, die zwijgend en haastig voorbij mij gingen; we zijn in een klein straatje gegaan, en een +grijsaard in rooden kaftan heeft “Salam!” tot mij gezegd. + +</p> +<p>Mijn muilezeldrijver is naar hem toe gegaan, heeft zijn hand gekust, zijn borst, zijn schouders, zijn voorhoofd; en de man +liet zijn zoon begaan, zonder eigenlijk een oogenblik op te houden met zijn werk, het begieten van bloemen. Vrouwen kwamen +kijken uit naburige huizen, wisselden een salam met den ezeldrijver en daarna zijn zijn vrienden gekomen, en hij liet mij +binnentreden op de plaats van zijn huisje. Een priëel van wingerdbladeren en een groote vijgenboom waren er te zien; er was +ook een bank, zoo groot als een ledikant, en waar de kleine tegels van aardewerk gekleurde vierkantjes op legden, groen en +wit, geel, blauw en zwart. En ik gebruik er de thee in de schaduw van den vijgeboom en den wingerd, onder het geruisch der +wateren, die achter een muur voorbij stroomen. + +</p> +<p>Ik laat een individu komen, van wien men mij heeft gezegd, dat zijn diensten mij nuttig zouden kunnen zijn, om mij te installeeren. +Hij antwoordt op den naam van Mansoer, is een Christen, die mohammedaan is geworden en die niet voor zijn vroegere geloofsgenooten +den haat gevoelt, dien zijn tegenwoordige medegeloovigen tegen hen koesteren. Hij geleidt mij naar de mellah of joodsche wijk, +terwijl hij moeite gaat doen voor het vinden van een huis, dat ik zal kunnen huren. + +</p> +<p>Deze geheele wijk, waarlangs ik de stad ben binnengekomen, heet Fez-el-Djedid, het Nieuwe Fez, en bevat de paleizen en vestingen +van het Maghzen, verder een arabische en een joodsche wijk. Dat alles is nu ontwaakt uit de verdooving van de beide eerste +uren na den middag; ik had er een inval gedaan tijdens den zwaren slaap van den dag; maar zij is ontwaakt, de nieuwe wijk, +en op de binnenpleinen is het vol, en druk zijn de straten en markten. Er zitten veel menschen tegen de muren en anderen stroomen +naar de markt, waar een rieten dak zich over uitbreidt. + +</p> +<p>Mansoer houdt mij staande in een nauw straatje van de mellah vóór een lage deur; als we den drempel over zijn en den hoop +vuil bij den ingang hebben vermeden, volgen we een gang met een bocht, loopen over een plaatsje en treden binnen in een klein +vertrek, waar een jood drank verkoopt; verboden alcoholisme is in Fez zeer verspreid, en de man vertelt mij, dat hij veel +afnemers heeft onder de getulbande heeren. Een jood is zacht binnen gekomen; hij zit op den drempel, en zegt tot mij in mijn +eigen taal: “Als ik bij een Spanjaard ben, beweer ik Spanjaard te zijn, en als ik met een Franschman ben, noem ik mijzelven +Franschman.” Een neger komt op het plaatsje en laat zich een glas anisette geven. Twee jodinnen uit het huis schreeuwen luid +om een mes, dat ze zeggen dat hij haar heeft ontstolen, en terwijl hij zijn anisette staat te drinken, schudden ze zijn kleeding +uit, zijn djellaba, zijn tulband, zijn muilen, snuffelen in zijn knapzak, maar vinden het mes niet. Maar als de neger wil +betalen, heeft hij zijn beurs niet meer bij zich. Koeltjes maakt de verkooper zich meester van de mand met doove kolen, die +de neger droeg, en zet den klant op straat met de woorden: “Kolen zijn tegenwoordig duur; dit zal mij voldoende schadeloos +stellen.” + +</p> +<p>Daarna brengt Mansoer mij bij een algerijnschen Turk, een van zijn vrienden. Hij weet geen onbezet huis, waar ik zal kunnen +wonen. De buitengewone gezanten, die op ’t oogenblik te Fez zijn, logeeren in de weinige, gewoonlijk beschikbare huizen. De +vriend van Mansoer voegt erbij: “Wees maar niet rouwig erom, als u dat misschien noodzaakt vroeger te vertrekken; de Mooren +zijn een akelig volk, ik veracht ze!”—“Waarom dat?”—“Omdat het Arabieren zijn!” De rasvijandschap is diepgeworteld en scheidt +den Arabier, die semiet is, van den Turk, die tot het blanke ras behoort. De Turk voegt erbij: “Wij hebben intusschen denzelfden +godsdienst...” Hij praat inderdaad over zijn “geloofsgenooten”, hetgeen hem niet belet, mij spontaan te bekennen, dat hij +noch aan God, noch aan den Duivel gelooft. Zoo doet hij mij levendig beseffen, welke verandering er in den Mohammedaan zich +voltrekt, als hij aan den modernen invloed wordt onderworpen. Hij verliest zijn oorspronkelijk geloof; maar blijft Mohammedaan, +dus van zijn geloof toch hater van de Christenen. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Fez-el-Bali, door de keizerlijke tuinen gescheiden van Fez-el-Djedid, is de echte stad, een reuzenmierenhoop, verscholen in +de diepte van een smal dal, ingesloten tusschen de steile hellingen der bergen. Komt men te Fez langs den weg van Mequinez, +Tanger of Rabat, dan ziet men slechts het kleine Djedid, hoog in het dal gelegen op een drempel, die de plotselinge inzinking +verbergt, de soort van kloof, waar het zeer groote Bali is gelegen met zijn opeenhooping van huizen en zijn wirwar van straatjes. +Het weinige, dat ik er nog slechts van gezien heb, geeft mij den indruk van de wonderlijkste der arabische steden, en wat +ik van de omstreken heb waargenomen, van af de hoogte van een kerkhof, lijkt wel met zijn muren, zijn minarets en bergen, +de allermooiste en origineelste. + +</p> +<p>Maar vandaag mag ik die bekoring niet op mij laten werken; ik moet allereerst denken aan hoe ik zal wonen. Ik kan niet goed +nog weer een nacht logeeren bij mijn ezeldrijver. Ik ga dus in de buitengewone warmte, die sedert den morgen heerscht, omhoog +naar Fez-el-Djedid, waar de edele Mansoer woont. Over het breede, in de zon brandende plein Boe Jeloed, door hooge muren ingesloten, +die aan den eenen kant de keizerlijke tuinen beschermen en aan de andere zijde den omtrek der stad begrenzen, loopend, vind +ik, dat de achterkant van het plein afgesloten is door een zeer vervallen wal, waarin een poort uitkomt op een in het rond +loopenden weg naar de kasbahs, naar de paleizen van het Maghzen, naar de straten van Fez-el-Djedid, naar de mellah en naar +de poort van Mequinez, Tanger en Rabat. Er is altijd levendige drukte op het Boe Jeloedplein, <a id="d0e132"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e132">123</a>]</span>dat als een rechthoek ligt tusschen Fez-el-Djedid en Fez-el-Bali. Aanzienlijke Mooren, in burnoes en haïks gewikkeld, begeven +zich, op hun muildieren gezeten, naar het paleis van Moelai Abdel Aziz. + +</p> +<p>Mansoer is vele jaren aan het hof verbonden geweest. Hij bekleedde er een zeer weinig nauwkeurig omschreven ambt, dat twee +jaar lang bestond in het in ontvangst nemen van vier peseta’s per dag, en twee verdere jaren in het ontvangen van slechts +twee, en hoewel hij zich van zijn taak kweet, zonder ooit het minste verwijt te verdienen, viel hij op een dag in ongenade +en hij werd ter beschikking gesteld. Mansoer heeft zich toen doodeenvoudig als geneesheer gevestigd op den hoek van Fez-el-Djedid. +En daar ga ik hem opzoeken, nadat ik de groote, door hooge muren ingesloten, brandend heete pleinen ben overgestoken, waarover +zich elken morgen de Mooren naar het hof begeven, in hun fijne burnoes en doorschijnende haïks gehuld, gezeten op muildieren +met roode kleeden bedekt, en begeleid door dienaren, die naast hen te voet voortdraven. + +</p> +<p>Mansoer verzekert mij, dat het ook hem niet gelukt is, een huis voor mij te vinden, zelfs geen kamer in een arabische fondoek +of herberg. Het is afgesproken, dat hij niet zal zeggen voor wien hij vraagt, want de Mooren zouden weigeren aan een Christen +te verhuren. Na al die vergeefsche pogingen heeft Mansoer alleen nog hoop in een rijken inboorling, beschermeling van Europeanen, +wien hijzelf, Mansoer, onlangs hulp heeft verleend. Wij gaan daar dus heen, beneden in Fez-el-Bali, achter de moskee van El-Karoeiyn. +Sidi Mohammed ontvangt mij zeer vriendelijk en zendt dadelijk zijn bediende naar twee fondoeks. Er wordt geantwoord, dat alle +kamers bezet zijn. Dan belooft hij, zelf dien avond te gaan zoeken en morgen antwoord te geven. + +</p> +<p>Den volgenden dag al vroeg ga ik naar Sidi Mohammed. Hij is niet geslaagd. De meester van de fondoek wil geen Christen herbergen, +uit vrees voor zijn klanten, zijn buren en de autoriteiten. Toen stelt Sidi Mohammed een vertrek te mijner beschikking; niet +het allerbeste, dat het zou kunnen zijn, want het is maar een donker kamertje, uitziende op het gewelf dat naar de stallen +leidt, maar hij wil het niet verhuren; hij biedt het mij aan. Eindelijk ben ik uit de verlegenheid, en al is dit heel iets +anders dan wat ik zou wenschen, ik ben dan toch in het hartje zelf van de oude stad Fez-el-Bali, op twee pas afstands van +de moskee-universiteit Karoeiyn, die voor Marokko is wat El-Ahzar als geleerdenschool voor Kaïro is. Ook ben ik dicht bij +het oude heiligdom van Moelai Idriss, schutspatroon van Fez, waar een Christen niet dichtbij mag naderen en waar de straten +van den bazar elkaar kruisen. + +</p> +<p>Terwijl wij door de donkere straatjes loopen, komen we een troep kinderen tegen, die luid schreeuwen. Zij omringen een der +hunnen en schelden hem heftig uit. De arme stumper loopt met moeite. Een groote bos hout is om zijn linker enkel gebonden. +Zijn vader houdt hem vast en dwingt hem, voort te gaan onder het gescheld. Zoo wordt het kind gestraft met een openbare straf, +omdat het uit huis is weggeloopen. + +</p> +<p>Wat verder zingt een troepje kinderen in koor; ze geleiden een os, dien ze als offer willen brengen naar Moelai Idriss, en +ze vragen aan liefdadige menschen aalmoezen, waarmeê ze het dier willen betalen; vier van hen houden de punten van een grooten +doek, waarin men de gift kan storten. + +</p> +<p>Ik stijg al hooger, nu door de aristocratische wijk, waar de kleine straten tusschen hooge muren zijn ingesloten, behoorend +bij de huizen en de tuinen; de zon, die de diepte niet bereikt van het dal, waarin Fez-el-Bali zich verschuilt met zijn handelswijken +en zijn bedehuizen, schiet loodrecht haar stralen neer op deze hoogte, waar de rijke lieden wonen. En toen wij door de <span id="d0e146" class="corr" title="Bron: Bab-el-Badid">Bab-el-Hadid</span> de stad verlieten, om den weg te volgen die naar buiten leidt en naar Fez-el-Djedid en de mellah, is het als een uitstorting +van verblindend licht en overweldigende hitte. Maar het landschap is zoo mooi, dat men bijna den hinder van de warmte vergeet. +Vóór mij ligt een berghelling, bedekt met rijke wijngaarden, waar beekjes door stroomen, die in watervalletjes neer huppelen +naar de wadi, verborgen in een smal dal. Aan den overkant verheft zich de bodem plotseling in een anderen berg, badend in +het zonlicht, waar alleen enkele olijvenboschjes den naakten grond bedekken. + +</p> +<p>Wij zijn in de mellah terug. Door het gewriemel van de volte der Joden hebben we de kleine, lage poort bereikt, zijn de trappen +afgegaan bij den hoop afval en hebben over het plaatsje den herbergier weer ontmoet. Er zit een neger op de matten. Hij heeft +een glas anisette geledigd en houdt bewonderend in zijn hand een groot glas, gevuld met een <span id="d0e151" class="corr" title="Bron: mangsel">mengsel</span> van anisette en absinth. Hij kijkt er naar. Hij verschuift het oogenblik van genot, zoo groot is dat en zoo kort van duur! +Hij houdt het glas met beide handen vast, heft het hooger, ziet er lang naar. En hij zegt: “La ilaha, ill’Allah, Mohammed +rassoel Allah; er is geen God dan God en Mohammed is zijn profeet.” En hij herhaalt: “La ilaha, ill’Allah Mohammed rassoel +Allah!” En hij herzegt het een aantal keeren. Dan heft hij het glas weer omhoog tot aan zijn lippen; hij wacht; hij brengt +het dichterbij; zijn heele gezicht dompelt zich erin en blijft er, tot hij het glas heeft geledigd. Dan stoot hij een zucht +van zaligheid uit en mompelt: “Er is geen God dan God en Mohammed is zijn profeet,” en na te zijn opgestaan, begint hij te +dansen, met het glas te jongleeren, te schreeuwen, te huilen.... + +</p> +<p>Den geheelen verderen dag besteed ik aan boodschappen, ter regeling van de bijzonderheden voor mijn woning. Des avonds brengt +Sidi Mohammed mij een schotel koeskoes, en hij zegt tot mij: “Ik ben noch Mohammedaan, noch Christen. De godsdiensten hebben +haat onder de menschen gebracht. Ik houd mij aan den natuurlijken godsdienst; ik geloof aan God en dat alle menschen zonen +van Adam, broeders zijn.” Ze vermaakt mij, die geloofsbelijdenis van iemand, die hier Voltairiaan is geworden, die taal in +den mond van een man, die een rooden tarboesj draagt, een gele broek en een blauw vest. Hij heeft om het lijf de patroontjes +van het islamietisch geloof en in het hoofd de vergeten formules van een andere eeuw. En hij meent dat hij zeer modern is. + +<a id="d0e156"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e156">124</a>]</span></p> +<p>Den volgenden morgen ging ik, nog europeesch gekleed, door de hoofdstraat, die door geheel Fez-el-Bali loopt van af de heiligdommen +van Karoeiyn en Moelai Idriss tot aan de muren der kasbahs en paleizen, tot aan Fez-el-Djedid. En een kind van een jaar of +tien zegt bij mijn voorbijgaan: “Noesrani akhor! weer een van die christenen!” wat een manier is, om hun minachting uit te +drukken, in geheel Marokko in gebruik, als men een Christen ontmoet. Een weinig hooger in de hoofdstraat geeft een kleintje +van misschien drie jaar mij een stomp tegen mijn kuit. Ik draai mij om: “Nakoelek!<span id="d0e159" class="corr" title="Bron: ”"></span> ik zal je opeten!” Het kind schreeuwt van schrik en barst in schreien uit. + +</p> +<p>Toen ik weer thuis was gekomen, wierp ik mijn europeesche kleeding weg—eindelijk! Met blijdschap trek ik den kleurigen kaftan +aan, om het midden vastgemaakt met een lederen ceintuur, waar dik zijden borduursel op is aangebracht, en hul mij in den haïk, +die zijn sneeuwwitte plooien om mij hangt en zijn fijn doorschijnend waas. En de dochters van Sidi Mohammed buigen zich boven +over het terras, om te zien, hoe ik mijn toilet voltooi op het plaatsje. Waarlijk Sidi Mohammed heeft mij een grooten dienst +bewezen, door mij dit toevluchtsoord aan te bieden, hoe onvoldoende het ook moge zijn, en ik ben hem veel verschuldigd, hem +die in het geheel geen verplichting aan mij had, en zonder wiens hulp ik in de open lucht had moeten blijven, of Fez had moeten +verlaten, of, wat nog erger zou zijn, had moeten logeeren in de mellah. + +</p> +<p>Maar om zijn gastvrijheid in het juiste licht te zien, moet men niet vergeten, dat hij mij niet ten zijnent ontvangt, maar +in een nevengebouw van zijn huis, in de donkere ruimte, waar de roode zadels waren opgeborgen en die uitziet in de duistere, +overwelfde gang, van de straat leidend naar de plaats van de stallen, zoodat onze wijsgeer met zijn humaniteit de grenzen +niet overschrijdt, die hem tot zijn medegeloovigen zullen kunnen doen zeggen, dat hij een Christen een onderkomen heeft gegeven, +maar bij zijn paarden. Hij heeft mij nog zelfs niet uitgenoodigd, den drempel van zijn huis te overschrijden en bij hem te +komen theedrinken in zijn gezelschap. En toch moet men niet zeggen, dat zijn liefdadigheid niet verder gaat dan de Islam, +want de Mohammedanen van hier zouden zelfs dat niet doen, en om zich zonder gevaar te kunnen permitteeren zoo wijsgeerig te +wezen, moet deze man als marokkaansch onderdaan wel de beschermeling zijn van een christelijke mogendheid. + +</p> +<p>Sidi Mohammed wil, dat alleen menschen, die hij kent en waar hij zeker van is, toegang tot zijn huis hebben en daarom heeft +hij mij een anderen bediende gekozen. Hij verzekert mij, dat ik in hem volledig vertrouwen kan stellen. Laat ons het hopen; +het is de eigen schoonzoon van den rijken Sidi Mohammed. Wat gaat het wonderlijk toe in de familiën van Mohammedanen! De zoons +der rijken zijn vaak gekleed als lieden van zeer geringe afkomst en ze gaan in dienstbaarheid. Toen ik te Marrakesj dejeuneerde +bij Sidi Kassem, die meer dan eenmaal millionnair is, was degene, die ons bediende en dien ik voor een slaaf hield, de zoon +van den gastheer, en aan het middagmaal, dat mij even vóór mijn vertrek werd aangeboden, at diezelfde zoon na ons op de binnenplaats +met de muzikanten en bedienden. De zoons van Sidi Abder Rahman, van wie de oudste ongeveer 25 jaar was, aten op de plaats +bij de keuken met de slaven. Den eersten dag, dat ik te Rabat was, had die jonge man, die zich een berisping op den hals haalde, +omdat hij met een Christen had gepraat, mij het huis van zijn vader laten zien, een der mooiste van Rabat, had mij gezegd, +dat hij taleb of student was, en had mij gevraagd, of ik hem als bediende wilde aannemen. De schoonzoon van den rijken Sidi +Mohammed heeft gisteren voor mij gekookt, van morgen heeft hij de thee voor mij bereid, heeft een paar piasters als fooi aangenomen, +en is tegen tien uur uit het huis van zijn schoonvader gekomen met een bord van geëmailleerd ijzer, waarop zijn ontbijt, dat +hij gebruikte in een hoekje van den stal. Hij lijkt zoowat dertig jaar. + +</p> +<p>De vader wordt over het algemeen in oostersche gezinnen meer gevreesd dan bemind; een grijsaard heeft vaak kinderen van twee +jaar en van veertig, oude en jonge vrouwen; de vrouw weet nooit, of ze niet zal worden weggezonden; ze heeft een meester, +geen echtgenoot, zooals ook het kind een heer heeft, geen vader. Hoe men ook moge denken over deze overmaat van gezag, en +al noemt men dien toestand onrechtvaardig en onzedelijk, het blijft waar, dat in gezinnen, die volgens den Koran leven, dit +despotisme het element van duurzaamheid is, de kracht, die maakt dat, ondanks de ontbindende werking van de polygamie, de +mohammedaansche maatschappij bestaan kan. + +</p> +<p>Sidi Mohammed vertelt mij, dat hij overeengekomen is met een Moorsche, dat ze mij te eten zal geven voor drie peseta’s en +65 piasters per dag, haar loon erin begrepen; ze heeft, schijnt het, vier jaar lang voor een Italiaan gekookt. Ik veronderstel, +dat zij eenvoudig een slavin van Sidi Mohammed is, die als logementhouder, restaurateur en philanthroop een middel heeft gevonden, +om zijn beginselen met zijn belangen te vereenigen, en tevens den natuurlijken godsdienst en de algemeene broederschap met +zijn semietische instincten, den handelsgeest en de zucht naar winst. Inderdaad worden mij de maaltijden rechtstreeks uit +het huis van Sidi Mohammed bezorgd, gedragen door zijn schoonzoon, die mij bedient, de borden wascht en de kamer stoft met +een ijver, die op een belooning wacht. + +</p> +<p>Als men van den daldrempel, waarop het Sultanspaleis, Fez-el-Djedid en de mellah liggen, naar Fez-el-Bali afdaalt, krijgt +men den indruk, in onverwachte diepten van de een of andere kloof te komen, waar de huizen zich ophoopen en zoo dicht staan, +dat ze haast de lucht verduisteren. De hoofdstraat, die men volgt, wringt zich langs de steile helling. De winkels en de menschenmassa +worden al talrijker, en telkens weer hoort men den kreet: “Balak! Pas op!” Er gaat op zijn grooten muilezel met roode schabrak +een ruiter voorbij, gehuld in een haïk met zijden strepen of in een wapperenden burnoes, en veel kleine, vlugge ezeltjes onder +zware lasten gebukt, zouden u kunnen plat drukken tegen een muur, als ge niet voorzichtig zijt. De menigte wordt zeer dicht, +vooral op bepaalde uren in het hart van den <a id="d0e173"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e173">126</a>]</span>bazar, bij Moelai Idriss en in de laantjes onder het traliewerk van wingerd en rieten vlechtwerk. Er is overal schaduw en +beweging. Verdiepingen, die vooruitsteken in de straatjes en de hoogte der huizen, die zoo trachten te herwinnen, wat ze aan +oppervlakte te kort komen in deze stad, tusschen de bergen ingesloten, maken, dat de zon nooit tot op den grond toe kan schijnen +en dat een goed deel van haar licht onderweg hangen blijft. Wanneer men door de wijk der tuinen opgaat naar den kant van Bab-el-Hadid, +lijkt het, of men uit een put komt. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-125.jpg" alt="Het panorama van Fez-el-Bali." width="720" height="474"><p class="figureHead">Het panorama van Fez-el-Bali.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ik ben door den <span id="d0e182" class="corr" title="Bron: Bal-el-Hadid">Bab-el-Hadid</span> uit de stad gegaan en ben den weg ingeslagen, die te midden van hagen loopt door de groote tuinen, waar het water murmelt. +Beekjes vormen watervallen onder het dichte loof van vijgeboomen en granaatappelboomen. Ik heb één ervan gevolgd langs een +pad, dat mij bracht te midden van de tuinen; groote vakken, beplant met munt waarvan men als thee zooveel gebruik maakt, ruiken +heerlijk, en de vijgen, de cactussen, het riet, de moerbeiboomen, de citroenen en granaatappelen zijn in zoo groote weelderigheid +gegroeid, dat het soms een dicht kreupelbosch is geworden, vooral waar plotseling een kloof zich voordoet. De beek valt er +in neer als een waterval, waar men niets van ziet, zoo verborgen is ze onder het gebladerte. Op den achtergrond maken de boomen +te zamen een donkere afsluiting, waar men geen soorten in kan onderscheiden. En verder gaat het zoo tot aan de wadi, altijd +dat donkere groen, waarin bijna tot aan den top verdwijnt het witte paleis van dien Engelschman, die ondernemend genoeg is +geweest, om zich in Marokko te vestigen en er is geworden de kaïd Mac Lean. Daarachter rijst het groote gebergte, welks rossige +wanden maar even bedekt zijn door olijvenbosschen en bespikkeld zijn met heiligdommen en graven. Welk een schoon land! Alles +schijnt erop gemaakt, om er u gevangen te houden. De begrenzing door hooge bergen, zoo hoog, dat men niet gelooft er overheen +te kunnen komen en zoo dichtbij, dat men alleen kan kijken naar wat in de onmiddellijke nabijheid is, geeft den indruk van +opgeslotenheid, maar dan in een paradijs van licht en groen en water, waar men alles heeft, wat men wenschen kan. + +</p> +<p>Doch ik moet nog gaan door de kleine handelsstraten, die van de moskee-universiteit Karoeiyn leiden of van de moskee van Moelai +Idriss naar de Bab-el-Gissa. + +</p> +<p>Dat is aan den anderen kant van Fez. Als men voorbij een moskee is gegaan, waarvan de muren bewerkt zijn in de grootste verscheidenheid +van kleuren met die slingers van rood en blauw en geel en groen en goud, die de wonderlijkste figuren vormen en tot rozetten +zich vereenigen, daarna een kleinen donkeren stroom is overgestoken, dan de hooge poort heeft gezien, met punten erop van +geschilderd hout van een andere moskee, eindelijk dicht langs de poort is heengegaan, blijft er niets anders te doen, dan +te bewonderen, hoe Fez zich daar uitbreidt in haar kader van bergen, dan op te klimmen tusschen de graven tot den top van +een versterking, waar de laatste stukken muur van een paleis bezig zijn te vervallen. Daar ligt de geheele stad in haar smal +en diep dal en bedekt een verbazende oppervlakte, van daarginds, die groene vlek van tuinen bij het dal der wadi Seboe tot +den zeer hoogen drempel, waarop het Sultanspaleis en het nieuwe Fez zijn gelegen. + +</p> +<p>Enkele paleizen steken trotsch omhoog, als dat van El-Menebbi; dan de rijke woningen van de tuinenwijk; iets meer naar buiten, +in zijn park van maagdelijk woud, het paleis van Mac Lean en in de stad de minarets van de moskeeën en vooral de groote daken +met groene pannen van Moelai Idriss. Aan mijn voeten gaan de half ingestorte wallen der stad langs en boven een ravijn, beboscht +met olijven en bedekt met aloës, en daarachter verheft zich dadelijk de berg, die de stad als een gordel insluit en als een +onoverkomelijke hoogte. Toch bestaat er een uitgang aan den tegenovergestelden kant van den drempel waar het nieuwe Fez ligt. +De doorgang namelijk, het diep uitgeholde ravijn, waar Fez-el-Bali zich verschuilt, is open aan de overzij, aan het andere +eind van het mooi groene dal der wadi Seboe. Maar het oog dringt dan ook niet verder door, want een gebergte dat nog hooger +is, verbiedt voorbij Fez, de stad der droomen, te kijken. + +</p> +<p>Sidi Mohammed heeft zijn schoonzoon <span id="d0e193" class="corr" title="Bron: Abbes">Abbas</span> verboden een dagloon te ontvangen; maar hij zal niet weigeren, als ik hem bij mijn vertrek zal willen betalen, neen, een +geschenk in geld zal willen aanbieden. Hij stelt voor den dag dat het mij zal passen, te mijner beschikking zijn eigen muilezel, +opdat ik een zijner goederen zal kunnen bezoeken, om van daar te stijgen naar den top van een berg, die van Fez en de omstreken +het uitgebreidst panorama aanbiedt. Hij heeft veel grondbezit. Ik zie dikwijls zijn ondergeschikten aankomen, om met hem af +te rekenen, en er barsten soms op straat of onder het gewelf der stallen van die plotselinge en heftige gesprekken uit over +geld, waarbij elk der partijen een keel opzet van belang. Dat komt toch in Marokko veel voor, zoo’n onverwachte heftige twist, +die eindigt zooals hij begon, op eens; men staat er verbaasd van, dat de kijverij opkomt en verdwijnt zonder reden, naar het +schijnt, maar altijd is er dan quaestie van geld. + +</p> +<p>Gisteren morgen kreeg een rijke fazi, inwoner van Fez, dien ik bijna elken dag voorbij zie gaan op zijn grooten ezel, met +een roode schabrak gedekt, het aan den stok met een slecht gekleed persoon over geld. Men zou, als men hen zag en hoorde, +meenen, dat zooveel vijandschap op niets anders kon uitloopen dan op een vechtpartij; maar het loopt altijd nog al gauw en +goed af. + +</p> +<p>Ik ga met Mansoer weer naar boven en hij brengt mij nu ten zijnent. Daar het feest van Moelai Idriss aanstaande is, den schutspatroon +der stad, ontmoet men overal troepen straatjongens, die bedelen om geld te krijgen voor het offeren van kaarsen en ossen; +sommigen loopen door de straten, anderen staan op post bij de kruispunten der straten, en allen vallen de voorbijgangers lastig. +Hoe hooger men komt naar Fez-el-Djedid, des te warmer wordt het; de hitte wordt overstelpend tegen de hooge muren der keizerlijke +tuinen, der kasbahs en paleizen; zij vloeit vrij uit in de straatjes van Fez-el-Djedid, door lage muren ingesloten; de huizen +staan er verder uiteen en zijn kleiner; ze hebben slechts één verdieping en de bewoners zijn arm; de rijke fazi’s houden liever +een zekeren afstand tusschen den Sultan <a id="d0e200"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e200">127</a>]</span>en hun eigen huizen, want ze weten, dat zeer hooge muren wel schaduw geven, maar ook in de schaduw stellen. + +</p> +<p>Mansoers huis bestaat uit een kamer en een binnenpleintje. Hij stelt mij zijn wettige vrouw voor, die in chronologische volgorde +de negentiende is; zij draagt over het witte onderkleed een donker violetten kaftan, die korter is; daarover een oranje kaftan, +nog korter; dan een feradja van mousseline; een oranjezijden doek bedekt het hoofdhaar, dat op den rug neerhangt in twee lange, +dikke vlechten, met zijden draden doorvlochten. Ze heeft mooie, amandelvormige oogen, een zeer ovaal gezicht, een rechten +neus, een mond, die wat te groot is, een blauw tatoeagetje op de kin en nog een tusschen de wenkbrauwen, kleine voeten, ondanks +het gebruik van sandalen, met de nagels door henneh rood gekleurd, juist als de nagels der handen. + +</p> +<p>Mansoer heeft mij al eens gezegd als waarschuwing tegen een van zijns gelijken, Achmed geheeten, van wien ik eenige diensten +heb aangenomen en wiens mededinging hij vreest: “U zou uw portemonnaie niet moeten laten liggen onder het bereik van zijn +hand.” Achmed, dien ik dien namiddag ontmoette, en die ten aanzien van Mansoer van dezelfde gevoelens is vervuld, heeft er +plezier in, mij te vertellen, wat hij misschien maar heeft bedacht uit jaloezie, maar wat hij zegt van Abbas te hebben, den +schoonzoon van Sidi Mohammed: “Laat dien meneer (dat was ik) niet alleen buiten de stad gaan met Mansoer. Mansoers naam is +niet al te goed bekend; hij gaat niet voor fatsoenlijk door; men houdt het ervoor, dat hij in den grond van zijn hart Christen +is gebleven, dat hij mogelijk voor spion speelt, en er zijn er, die hem, als ze hem op een eenzame plek ontmoeten, een kogel +konden geven en een anderen op zijn metgezel richten.” + +</p> +<p>Arme luidjes, die ontkend hebben, die men ontkent en die zichzelven negeeren! Het is iets merkwaardigs, die minachting der +Mohammedanen voor degenen, die tot hun geloof overkomen; hun godsdienst plaatst hen in een zoo angstvallig gesloten maatschappij, +dat men, om er werkelijk in te worden toegelaten, al heel wat kwartieren van godsdienstigen adel moet kunnen aanwijzen. Deze +geest heerscht wel het meest onbeperkt in die middelpunten van dweepzucht, Stamboel, Damaskus, de wijken van Kaïro dichtbij +El-Ahzar en Fez. Het is een versterkte vorm van den haat tegen de Christenen. Hoe diep voelt men dien haat in Fez, dien haat, +die alleen door de vrees voor de legers van Europa in bedwang gehouden wordt! Als die vrees niet bestond en hen niet dwong +zich verstandig te gedragen, zouden wij nog minder goed worden behandeld dan de Joden, waarvan ze niet weten, dat ze hen eigenlijk +niet noodig hebben. + +</p> +<p>De Joden worden in het voorbijgaan beleedigd; gisteren is er midden op de markt op een van hen gespuwd; te Rabat heeft een +sjerief een jood met de karwats doodgeslagen, omdat hij hem durfde aankijken, en als de straatjongens langs den muur van de +mellah loopen, gooien ze er steenen over en roepen: “Ya! ihoedi’s! weg met de Joden!” Ons zou men zeker en stellig vermoorden. +Ze hebben hier in Fez een afschrik van den Christen. Daar bij hen de godsdienst alles regelt, tot de kleine bijzonderheden +der kleeding, het knippen van baard en haar, zou mijn snor, die niet op zijn Arabisch is gefatsoeneerd, mij in gevaar kunnen +brengen, omdat ze er dadelijk mijn godsdienst aan herkennen. Nergens heb ik de minachting zoo groot gevonden en de achterdocht +zoo sterk. + +</p> +<p>Toch ben ik twee of drie keeren eerbiedig gegroet geworden met den Salam, die de godsdienstige groet is, en gisteren, toen +ik voor een winkel stilstond, zei een fazi: “Dat is een Christen!” tot een van zijn vrienden die antwoordde: “Ik zweer je, +dat het een Arabier is!” Maar dat is een groote uitzondering. Elk oogenblik hoor ik bij mijn voorbijgaan zeggen: “Noesrani, +een Christen,” en van morgen nog hoorde ik de minachtingsformule: “Noesrani wahed akhor! Weer een van die Christenen!” Telkens +ook gaat een man of een kind mij voorbij en keert zich een paar passen verder om, mij in het gelaat kijkend. Ze durven alleen +onbeschaamd zijn op die wijze, want ze houden zich dadelijk stil als men op hen toetreedt, of loopen snel weg. Ze hebben al +de lafheid van de Arabieren, en als alle goede Mohammedanen voelen ze tegenover iemand, die de allures van een meester aanneemt, +in zich een slavenziel. “Wees zalvend tegen den schurk, en hij geeft u een por; geef den schurk wat hem toekomt, en hij zal +u vleien!” Dat is waar in alle landen en bij alle rassen, want het is algemeen menschelijk. Maar sommige trekken, die essentiëel +zijn in de natuur van den mensch, worden niet in gelijke mate aangetroffen bij alle menschen. De geïslamiseerde Oosterling +is zeer beslist de schurk, dien men een por moet geven. Hij heeft enkel eerbied voor kracht, hij buigt zich enkel voor wie +hem slaat. Hij kan alleen dienen of gediend worden, en hij neemt tegenover u de houding van den meester aan, als gij die niet +van te voren voor u hebt opgeëischt. + +</p> +<p>Zijn godsdienstig gevoel weerstreeft die gevoelens niet. Het schept een nauwe broederschap onder de mohammedaansche geloovigen +en een onuitroeibare vijandschap tusschen dezen en de niet-Mohammedanen. Die godsdienst legt het hem als plicht op, het geloof +in den Profeet te verspreiden en de overlevering leert hem, dat de propaganda door den oorlog alleen in staat is geweest, +dat geloof uit te breiden en zijn gebied te verruimen. De Mohammedaan put zijn trots uit die overtuiging, uit de meening, +dat hij alle waarheid in natuurlijken en bovennatuurlijken zin bezit, dat er noch wetenschap noch beschaving is, die boven +zijn wetenschap en zijn beschaving staan, en dat, zooals hij van den hemel zeker is, ook het uur zal slaan dat de geheele +aarde hem zal toebehooren. + +</p> +<p>De herhaalde fnuiking, die de aangeboren trots der Mooren door de zegepralen der europeesche legers heeft ondergaan, is niet +in staat die hoop der toekomstige zegepraal uit hun hart te verdrijven. Het is enkel, dat de vervulling nog wat wordt uitgesteld. +De Mohammedaan krijgt alleen de bewustheid van een tijdelijke minderheid, en voor het oogenblik niet bij machte om slagen +toe te brengen, schikt hij zich erin, te wachten. Als hij door zijn belang of door de omstandigheden genoodzaakt is, met een +van ons in betrekking te treden, weet hij zich zijn plicht der gastvrijheid te herinneren; hij zal er misschien behagen <a id="d0e216"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e216">128</a>]</span>in scheppen, de gratie ten toon te spreiden, waar zijn ras prat op gaat bij de ontvangst van vreemdelingen, en zoo zal de +overmaat van lof en de betuiging van vriendschap niet voor zijn ziel den bijsmaak van een list, noch voor zijn mond dien van +een leugen hebben. Maar als hij vrij blijft, alleen te luisteren naar de ingeving van zijn geloof, houdt hij zich liefst op +een afstand van diegenen, die zijn geloof niet deelen. Hij herinnert zich, dat de Koran hem zegt, geen gemeenschap te onderhouden +met de Christenen, de Joden en de Heidenen, hun nooit te geven noch zijn zoons, noch zijn dochters, nooit iets aan hen verplicht +te zijn, en hen niet tot zijn vrienden te maken; hij sluit zich op in zijn huis, in zijn wijk, hij zoekt een schuilplaats +in landen, die nog niet door vreemden zijn bezet, en met zorg houdt hij van den heilig gebleven grond en van den drempel van +zijn huis diegenen verwijderd, die hij ongeloovigen noemt en die hij minacht en haat. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-128.jpg" alt="Mijn bezoek bij El-Mokhri, den hoogen dignitaris." width="556" height="720"><p class="figureHead">Mijn bezoek bij El-Mokhri, den hoogen dignitaris.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Wanneer men dat alles niet vergeet, zal men zich kunnen voorstellen, met welk oog de Mooren den vreemdeling aankijken, die +door de eenzame vlakten van Maghreb is heen getrokken, die de oude muren van Fez binnengegaan is, de heilige stad van Moelai +Idriss, en die nu in de straten van de heilige stad, in de onmiddellijke nabijheid der moskeeën, opgericht door de veroveraars +van Afrika en Spanje, in de buurt van de vereerde graven hunner heiligen, is als een aanhoudende uitdaging, een voortdurende +heiligschennis! Zullen ze in bedwang gehouden worden door den eerbied, dien hun godsdienst eischt voor de gasten. Maar dit +is geen gast! Wie heeft hem veroorloofd hier te komen? Welke geloovige zou de stoutheid hebben gehad, hem onder zijn dak te +ontvangen, in de hoofdstad zelve der sultans, zoon van de dochter van Mohammed, en zoo een der heiligste steden van den Islam +te ontheiligen, Fez, de duizendjarige, gesticht door Idriss, groot geworden rondom diens graf? + +<a id="d0e225"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e225">129</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-129-1.jpg" alt="Fez-el-Djedid, het nieuwe Fez." width="720" height="257"><p class="figureHead">Fez-el-Djedid, het nieuwe Fez.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Zoo de Mooren zich geweld aandoen, om den koenen reiziger zijn gang te laten gaan, is dat, omdat de hoofden hun bevolen hebben, +nog een weinig te wachten; want de tijd moet komen, waarop de Islam zijn zegetocht zal hervatten, die een oogenblik is opgehouden. +Als de Christenen werkelijk sterk waren, ze zouden al sinds een aantal jaren in Fez zijn, dat maar enkele uren van de grenzen +is gelegen! Zooals een notabel ingezetene mij zei: “Wij hebben noch geld, noch kanonnen, noch forten, weinig soldaten, zonder +tucht, soms zonder geweren en vaak zonder patronen; maar wij hebben God, en met zijn hulp zullen wij alle Christenen in zee +werpen!” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 299px"><img border="0" src="images/p1908-129-2.jpg" alt="Inwoners van Fez." width="299" height="374"><p class="figureHead">Inwoners van Fez.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ook worden ze door niets anders in toom gehouden tegenover den reiziger, die onder hen verkeert, dan door een restje van voorzichtigheid +en geduld; ze houden zich in, om niet toe te slaan en ze laten niet na, te beleedigen. In den loop van mijn wandelingen ga +ik vaak over een pleintje, waar bijna den geheelen dag voor een klein tafeltje eenige straatjongens staan, die voor Moelai +Idriss giften inzamelen. Toen ik, als alle voorbijgangers, gevraagd werd, had ik dadelijk den eersten keer geantwoord met +een krachtig: “Neen, volstrekt niet!”, dat hen terstond deed zeggen: “Dat is een Christen!” En toch, telkens als ik weer passeerde, +gingen ze voort, en altijd weer te vergeefs, mij lastig te vallen met hun verzoeken. Vandaag nog vraagt een van hen: “Een +piaster voor Moelai Idriss?”—“Nee!” En pas ben ik een paar passen ver, of hij roept mij een der gewone scheldwoorden na: “Ya! +carra! Eh! poe!” Ik draai mij om dreig hem met een klap; hij bergt zich zoo snel mogelijk in een naburig huis, waar de deur +half open stond. + +</p> +<p>Ik kan dan ook geen geloof schenken aan hun betuigingen van vriendschap. De portier van Sidi Mohammed noemt mij nooit anders +dan “consul”. Zijn schoonzoon Abbas, die mij sinds ik als Arabier gekleed ben, betitelt met den voor een Christen zeer aannemelijken +naam van Abdallah, dat is “dienaar des Heeren”, laat mij door Achmed zeggen, dat bij in mij een vriend ziet, dat hij mij behandelt +als zijn eigen broeder, en dat hij mij in zijn hart gesloten houdt. Maar ik meen te hooren, als hij tot de buren spreekt, +dat er sprake is van een armen Christen, dien men uit liefdadigheid heeft opgenomen, en dat kan niemand anders zijn dan ik. + + +</p> +<p>Op een morgen bracht Abbas mij buiten de stad door den Bab-el-Djedid, waarlangs een riviertje stroomt dat half verborgen is +onder een overvloed van groen. Als men de tegenoverliggende helling van den berg beklimt, heeft men het gezicht op een deel +der stad met haar terrassen achter een heuvel, bedekt met het dichte plantenkleed der tuinen; men hoort het water ruischen +onder de boomen, men ziet het dichtbij slapen op de steenen bedding en in rietalcoven. En daar, waar men de witte stad kan +zien en het donkere groen, wordt men tegen de zon beschermd door groote olijven. + +</p> +<p>Na over de wadi te zijn gegaan, die stroomt in de wijk, gebouwd achter het huis van Sidi Mohammed, hebben wij den Bab-Sidi +Boe Djida bereikt, waarachter en tot aan het dal der Seboe zich de tuinen uitstrekken. Wij zijn een ervan binnengegaan, die +toebehoort aan een vriend van Sidi Mohammed; het is een dicht bosch van pruimeboomen, citroenen, vijgen, appel-, moerbei- +en granaatappelboomen, en daar de grond <a id="d0e246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e246">130</a>]</span>plotseling daalt, lijkt het, of men in een diep ravijn neerziet, waarin de wadi stroomt tusschen de boomgaarden. De andere +kant rijst steil op, vormt een hoogte, met olijven beplant, en daarna heft een groote berg zijn rotsen ten hemel. Er wordt +onder de boomen aan de helling van het dal een touwen mat uitgespreid; ik spreid mijn zitkleedje van roode wol, mijn lebda +uit; er worden vruchten gebracht en we nuttigen het maal, al kijkend naar het weelderige groen, de schoonheid der bergen en +van den hemel, en luisterend naar het gezang van den stroom en den wind. + +</p> +<p>Den volgenden morgen ben ik al vroeg geklommen naar den Bab Fetoesj. Een klein kerkhof ligt binnen den muur; een groot erbuiten +op de helling van den berg tusschen twee olijvenboschjes. + +</p> +<p>Steeds had ik het uitzicht op Fez-el-Bali, het oude Fez, dat een opeenhooping is van terrassen op een steile helling. De versterkingen +zijn in een vervallen staat, gespleten en gescheurd, niet veel meer dan onvoldoende afsluitingen. Maar daar deze kant naar +Taza kijkt, van waar de Rogi wel zou kunnen komen, heeft men er over een lengte van ongeveer 200 meter herstellingen aangebracht. +In omgekeerde richting den weg afleggend van den vorigen dag, ben ik gedaald naar den Bab-el<span id="d0e252" class="corr" title="Bron: ">-</span>Djedid, nu en dan stilstaand onder de olijven; telkens weer ontrolde zich een ander gedeelte van Fez aan mijn oogen, nu eens +tusschen een ouden toren en groote rietpluimen, dan door de boomen heen, eerst dichtbij, dan verder af, witter, lichtender, +aan het eind van dit dal, waar de boomen zoo dicht opeen staan, dat ze een groote zwarte vlek vormen. Maar in plaats van de +stad binnen te gaan door den Bab-el-Djedid, ben ik buiten om gegaan tot Fez-el-Djedid en wel tot de poort van de mellah of +jodenwijk. Daar tegenover, op een hoogte, is de mehallah of het leger van den Sultan gekampeerd, gereed om slag te leveren +aan den rogi, als hij tot daar zou durven doordringen. Er zijn tenten voor 300 man: maar men heeft slechts 150 kunnen samenbrengen, +en de helft heeft maar een geweer. + +</p> +<p>Onder mijn ontbijt is er een heftig dispuut geweest tusschen Abbas en Ibrahim, den kleinen bediende van Sidi Mohammed; ze +hebben, ik weet niet wat erge scheldwoorden gewisseld en langdurige verwijten op den heftigsten toon; hun stemmen waren te +luid voor de plaats binnen de muren, en ze stegen op tot het terras van het huis van Sidi Mohammed en drongen tot in zijn +vertrekken door, waar andere stemmen zich in den strijd mengden. Toen al die verwenschingen uitgestooten waren, vertrouwde +Abbas mij toe, dat Ibrahim een arami, een bengel was en dat hij, zoo jong nog, reeds een dief was, een serraq. Toen vroeg +hij mij een doero, om een zilveren dolk te laten repareeren, dien ik in de stad gekocht had den vorigen dag: “Het zal vandaag +nog gebeuren, en ik zal er al den tijd bij blijven, zoolang de man eraan werkt; dat is veiliger.” + +</p> +<p>Mijn namiddag gaat voorbij buiten de stad, in den omtrek van den Bab-el-Gissa, in de schaduw van een graf. Ik heb mijn lebda, +het tapijtje, uitgespreid; op den aschkleurigen grond maakt het een vierkant van rood; ik heb mijn muilen van geel leêr uitgetrokken +en leg mij neer, zoodat de witte haïk er mooi op uitkomt evenals de feradja, waar de oranje kaftan doorheen schemert. De oude +vervallen vestingwal rijst naast mij omhoog; daarbinnen staat een hooge minaret, en tusschen twee slanke palmen de fraaie +woning van den oud-vizier van Moelai Hassan, den vader van den tegenwoordigen Sultan; daar verder het lage gedeelte van Fez-el-Bali +te midden van den dichten plantengroei der tuinen. Die leggen een lange streep van groen tot aan het dal der wadi Seboe, en +rondom wat ik zie van de stad en de tuinen, verrijzen de bergen zeer hoog met hun steile hellingen, waarop de olijvenboschjes +een zilveren glans aanbrengen. Naarmate de zon daalt achter de hoogte met de graven, komen menschen uit de stad en gaan tusschen +de graven zitten in de schaduw der opstaande steenen; ze kijken naar de bergen en de kloof, waar de stad uit het gezicht verdwijnt +in de duisternis, ze praten zeer zacht en droomen. Toen het volkomen donker was, gingen velen bij de muren zich neerzetten +tegen holten in de wallen, en er worden kleine, geïmproviseerde koffiehuizen in de open lucht opgericht, waar negers, die +waterdragers zijn, den drank te koop bieden, terwijl een verteller oude verhalen opdischt. + +</p> +<p>Des avonds ga ik in mijn kamertje zitten. Mohammed komt in zijn witten tulband, hemelsblauwe jas en gele broek, vaak niet +ver van mij verwijderd, <span id="d0e261" class="corr" title="Bron: met met">met</span> zijn buren, vrienden en bedienden een praatje maken. Dezen avond is hij er al tweemaal geweest met iets gewichtigs in zijn +houding; hij is weer naar zijn vertrekken gegaan, en daar brengt zijn stem door de muren heen den klank van een twist tot +mij, van een grooten toorn; langen tijd gaat hij aan als een woedende; dan op eens is alles stil, en hij komt weer onder den +doorgang bij mij zitten, om van de melk te proeven, die Abbas voor mij laat koken met een kruid, dat wel wat op thijm lijkt +of op lavendel, en waarvan hij, als alle Marokkanen, veel houdt. + +</p> +<p>Na het eten, terwijl ik alleen ben, komt de portier bij mij en zegt zeer zacht: “Weet u wel, dat Abbas u besteelt? Hij heeft +gezegd, dat de herstelling van den zilveren dolk een doero heeft gekost; maar ik weet van Sidi Mohammed, dat ze maar drie +peseta’s heeft gekost; hij vraagt u om een peseta, om melk te koopen, die een halve peseta kost. Den vorigen dag had hij met +den koopman afgesproken, dat deze u vijftien doero’s zou vragen voor de haïk, die Sidi Mohammed voor u heeft laten koopen +voor twaalf en een halven doero, en vier-en-twintig doero’s voor den dolk, waarvoor Sidi Mohammed twintig heeft betaald. + +</p> +<p>Abbas, nu ziet ge het, Abbas is een keddab, een leugenaar! Het is in dit land een wedstrijd, wie zijn medemensch van de ergste +misdaden zal beschuldigen. Als de muildieren uit den stal konden spreken, wat zouden ze mij dan te vertellen hebben van den +portier? +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Bij het aanbreken van den dag gaan we in den tuin, dien een vriend van Sidi Mohammed in de stad bezit. Abbas en Ibrahim, die +verzoend zijn, dragen een kussen, tapijten, steenkool, thee, suiker, den theepot, glazen en een blad. We loopen door eenige +donkere straatjes, gaan over de wadi, waar <a id="d0e272"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e272">131</a>]</span>veel molens overheen staan, en we stijgen tusschen de muren tot den boomgaard van den vriend van Sidi Mohammed. De boomen +groeien er in volle vrijheid en zijn beladen met pruimen en appelen, terwijl citroen- en granaatappelboomen hun schaduw ondereenmengen +door den overvloed hunner dooreengestrengelde takken. De tapijtjes worden op den grond uitgespreid, en ik strek er mij op +uit, met een kussen onder den elleboog en denk aan den tuin van thuis, die nu zoo ver is. Om kwartier over twaalf hoor ik +geschreeuw, dat van boven komt uit de stad, en ik kan de naastbij zijnde stem onderscheiden: “Allahoe akbar! God alleen is +groot!” + +</p> +<p>Dan gaat Abbas naar huis, om het ontbijt te halen, dat hij brengt in een rieten mandje met een hoog kegelvormig deksel. En +we hebben er nog den ganschen namiddag doorgebracht. De zon had haar loop vervolgd, en wij zochten een andere plek onder de +citroenboomen bij een paar hooge vijgenboomen, waar een beekje onder door vloeit. Van tijd tot tijd maken Abbas en Ibrahim +een wandelingetje door den tuin, plukken vruchten, brengen ze aan mij, en zetten de thee, waarna ze zich gaan uitstrekken +en inslapen. Vier uur! Uit de hoogte en de verte klinken kreten van “Allahoe akbar!” Dan hoor ik niets meer, en daar Abbas +en Ibrahim aan het plukken zijn, ben ik geheel alleen onder de boomen op het gras en denk weer aan den verren tuin van bij +ons thuis. + +</p> +<p>Op een dag zei Sidi Mohammed tot mij: “Als gij mijn ezel wilt nemen en tot aan de vlakte van de wadi rijden, zult gij er de +Engelschen polo zien spelen. Dat is een prachtig gezicht.” + +</p> +<p>Dus bestijg ik den muilezel en rijd de hoofdstraat op, voorafgegaan door den kleinen Ibrahim op een ezeltje gezeten, en voortdurend +roepend: “Balak!” om de voetgangers te doen uitwijken, die staan te dringen vóór de winkels en den weg versperren. En nadat +geheel Fez in de lengte is doorgereden, verlaten we de stad door de poort Bab-es-Segma, vlak bij de muren van het keizerlijk +paleis, de poort, waar men door binnen gaat, als men van Tanger, Larasch of Rabat komt. Op eenigen afstand van de muren, op +de effen vlakte, geven zich een tiental eilanders aan hun geliefde sport over in de buurt van de wadi Fez. Rijke Arabieren, +per muilezel aangereden, hebben schik in het kijken naar het spel, waar goede ruiters en goede paarden voor noodig zijn. Ik +vind het alleen belangwekkend, om eens weer voor de zooveelste maal op te merken, hoe de Engelschman, waar hij ook zij, steeds +zichzelf blijft en hoe hij anderen slechts erkent, om hen te beheerschen of zich van hen te bedienen. Zij gaan naar Fez om +polo te spelen, naar den Atlas om te jagen, naar den Himalaya om van de koelere temperatuur te genieten, naar Athene als einddoel +van een kruistocht door de Middellandsche zee, en elders, als er maar wegen zijn, om een automobiel te laten loopen. + +</p> +<p>De nadering van het feest van Moelai Idriss brengt luidruchtige optochten naar de stad. Gisteren reeds is tegen den middag +een os, gevolgd door muzikanten en voorafgegaan door dansers, die al dansend geweerschoten losten, gebracht van Fez-el-Djedid +naar de moskee van Moelai Idriss. Op den bepaalden tijd verdrong zich een dichte menigte in de smalle straat, die de hoofdader +is voor het verkeer in de soek of bazar. Tusschen Karoeiyn en het wegje, dat verboden terrein is voor de Christenen, en aan +welks einde men met haar bekleeding van veelkleurig porselein de groote poort van Idriss kan onderscheiden en de zonnige ruimte +van het plein ervoor, is het een opeenhooping van tulbanden, djellaba’s, haïks en burnoes. De kooplieden buigen zich over +hun uitstallingen, en de vrienden voegen bij de koopwaren de onverwachte toegift van hun tarboesjes en tulbanden; anderen +zijn geklommen bovenop de huizen, en er is een geregelde opklimming van hoofden tusschen den hoogen rand van den muur en het +rieten vlechtwerk, dat de straat overdekt. + +</p> +<p>Dan hoort men zingen met begeleiding van handgeklap, en in twee rijen komen mannen aanspringen, terwijl ze zich met de handen +een weg open houden tusschen de massa nieuwsgierigen in de smalle straat, en onder het zingen ook nog in de handen klappen +in een vaste maat. + +</p> +<p>Kort daarna komt er een tweede groep, voorafgegaan door mannen, die een salvo van geweerschoten doen losbranden; achter hen +wordt een groote waskaars gedragen als offerande aan den schutspatroon der stad. Uit de winkels en van de straat worden blikken +naar mij geworpen, vijandige blikken, die onrust verraden over de aanwezigheid van den Christen... Weer geweerschoten, mannen, +die dansen en zingen en een os naar het heiligdom drijven. Eindelijk komen de Aïssaoeia’s, die vooruittreden en een kring +vormen, onder aanhoudend geroep van: “Allah!” Ze springen en draaien en wringen zich, opdat de vervoering moge komen. Hun +haren wapperen in den wind, hun oogen staan wild en de tamtam, zoowel als de doedelzak maken lawaai, om hun geestdrift aan +te vuren. Achter hen verspreidt zich de menigte. + +</p> +<p>Sedert ik bij Sidi Mohammed woon, is er een stille strijd aan den gang tusschen Mansoer en mijn bediende Abbas, om zich van +mij meester te maken. De een heeft zich zoo lang mogelijk onmisbaar willen maken, door een boodschap, waar haast bij is, of +den aankoop van een dringend noodig voorwerp uit te stellen. De ander heeft al dadelijk geprobeerd, den eersten eruit te knikkeren. +En daar het “geschenk” evenredig zal zijn aan de bewezen diensten, heeft Abbas het zich tot taak gesteld, er mij te bewijzen +van den morgen tot den avond, en ik kan mijn hand niet uitsteken naar eenig voorwerp of een beweging maken, als wilde ik mijn +djellaba van den kapstok krijgen, of hij komt op mij toe en dwingt mij zijn gezelschap op voor de wandeling. + +</p> +<p>Den eersten keer verklaarde ik kort en goed, dat ik van plan was alleen uit te gaan. Hij nam een beleedigde houding aan en +zei, dat hij meer was dan een bediende, namelijk een vriend. Daarna liet hij zijn schoonvader tusschenbeide komen, om mij +te beduiden, dat ik alleen gevaar zou loopen. Maar hij kwam te laat met zijn waarschuwing, want ik heb nu langzamerhand al +wel geleerd, hoe de vreemdeling op reis wordt geëxploiteerd. Maar om zijn eigenliefde te sparen, heb ik het besluit genomen, +hem nu en dan te verdragen of, als ik kan ontsnappen, het op <a id="d0e290"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e290">132</a>]</span>een geschikt oogenblik te doen. Zoo gaat hij dien dag na het <span id="d0e292" class="corr" title="Bron: onbijt">ontbijt</span> naar huis, om zijn middagdutje te doen, denkend dat ik, als de andere dagen, thuis zal blijven, om te schrijven gedurende +de warme uren. Maar ik heb achter zijn rug de plaat gepoetst. Ik ben de donkere straatjes ingegaan, heb de bochten gevolgd, +ben over de soeks geloopen, tusschen de hooge muren der burgerhuizen, ben de wijkpoorten door gegaan, voor kleine moskeeën +langs, waar fonteinen klateren over het steenmozaïek der pleintjes en, na meermalen geaarzeld te hebben, welken weg ik moest +inslaan, ben ik toch ten laatste bij de <span id="d0e295" class="corr" title="Bron: Bab-al-Djedid">Bab-el-Djedid</span> uitgekomen. + +</p> +<p>Die voert naar een <i>en <span id="d0e302" class="corr" title="Bron: corniehe">corniche</span></i> loopenden weg, en boven de rivier is er een groote, open boog in den wal, begroeid met afhangend groen. Ik ben in de schaduw +gaan zitten, bij de wadi, die een waterval vormt en waar de beboschte hellingen der tuinen heen afdalen. En ik keer terug +langs den ingewikkelden weg van de smalle, bochtige straatjes door de stad. De hooge, zwart geworden muren zeggen niets van +wat ze omsluiten; de lage, breede deuren, met spijkers beslagen, verdedigen goed de geheimen der woningen; men kent alleen +de woningen der machtigen aan de soldaten, die er voor gezeten zijn met de bedienden, op rieten bankjes, en die der rijken +aan den eigenaar zelven, die op den drempel zich ophoudt, gehuld in zijn haïk en in de straat kijkend naar de voorbijgangers. +Wat moet men oppassen, dat men niet vuil wordt! Ondanks de grootste zorg kan men het niet altijd vermijden in deze stad, waar +de weelde bestaat in zeer lichte en witte weefsels, en waar de straten u ieder oogenblik dreigen met de aanraking van pakjesdragers, +muilezels, zakken en pakken en het opspattende slijk van een te overvloedig besproeide straat. Thuis gekomen, trek ik mijn +djellaba uit en hul mij in mijn mooie haïk van licht mousseline met rijke zijden strepen, en ik stap er weer op uit naar de +laantjes van de soek, waar ruiters en lastdieren niet mogen komen, en waar men dus in de volte alleen een duwtje kan oploopen. + + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-132.jpg" alt="De Oeïd stroomt door de wijk achter het huis van Sidi-Mohammed." width="545" height="695"><p class="figureHead">De Oeïd stroomt door de wijk achter het huis van Sidi-Mohammed.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het is het uur waarop alle winkels, die zoo laat openkomen en zoo vroeg gesloten worden, op klanten wachten. Dichtbij de poorten +van Karoeiyn zitten, in hun kleine hokjes genesteld, de rijke adoels of notarissen, wier kaftans, hemelsblauw, oranje, wijnrood, +bleekgroen of lichtbruin, heenschemeren door de wazige draperie van de zijdezachte haïks, bezig met eenige schrifturen of +pratend met een klant; nu en dan wisselen ze met een vriend, die onverschillig op hun tafeltje staat te leunen, een praatje +of wel ze zitten lui te droomen. In de winkelstraat van de muiltjes word ik aangeroepen door een koopman, die Egyptenaar is +en uit Kaïro is gekomen, om hier handel te drijven. Hij klaagt mij zijn nood, dat hij zoo verlangt naar de groote stad met +haar rijkdommen en haar drukte, haar groote moskeeën, haar rivier en haar woestijn. Als ik mij maar voldoende verstaanbaar +kon maken, zou ik met hem instemmen en er hem ook op wijzen, hoe in zijn Oosten van <span id="d0e312" class="corr" title="Bron: Damascus">Damaskus</span> en Kaïro de arabische kunst nog levende is, terwijl ze hier totaal in verval is. + +</p> +<p>De mozaïeken van aardewerk, de versieringen van pleisterwerk in kleur, en voorts tapijten zijn zoo ongeveer de eenige weelde +in de woningen, en die faïences zijn niet anders dan de azulejo’s uit Valencia; ze zijn ingevoerd uit Spanje, waar die industrie +nog wordt uitgeoefend, zooals ze door de Mooren is in het leven geroepen en waarvan hun afstammelingen het geheim verloren +hebben. De geciseleerde zilveren dolken, de luxe-geweren, de zilveren wierookvaten, de zilveren odeurflacons, dat wordt niet +meer gemaakt. Het publiek, zoowel als de kooplieden, stellen er enkel prijs op, bij verkoopingen nog eens een goeden slag +te slaan en zoo de mooie en oude voorwerpen machtig te worden, door de bezitters te koop aangeboden. En dan ziet men er nog +geen reukvaten <a id="d0e317"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e317">133</a>]</span>of odeurflacons, want die zijn al in langen tijd niet meer gemaakt. De fleschjes voor rozenwater zijn wel van mooien arabischen +vorm, maar van wit metaal en uit Europa ingevoerd; de reukvaten, sierlijk om te zien, maar van grof bewerkt koper. En de soeks +zijn overvuld met onze goedkoope waren, onze bazar-artikelen, die den smaak spoedig bederven. De Mooren koopen ons de glazen +af met gouden en bonte versierselen, die men wint op kermisloterijen, ons vaatwerk van geëmailleerd ijzer, onze blikken dingen, +onze petroleumlampen voor de keuken en onze goedkoope geweven stoffen. Toch maken ze nog in den ouden trant koperen kandelaars, +leemen vaatwerk, en schotels en borden van aardewerk, waarvan de vormen wel origineel zijn en waarvan de oppervlakte bedekt +is met grofblauwe figuren. + +</p> +<p>Ik ben thuis gekomen met een koperen reukvat, dat ik drie dagen geleden had besteld. Op de gloeiende kolen heb ik een stukje +sandelhout gelegd, en mijn kleeren heb ik er boven gehangen, dat ze den geur zouden aannemen. Sidi Mohammed snuift dien met +blijkbaar welbehagen in, dan haast hij zich naar huis en brengt mij oranjewater, opdat ik er mijn baard mee besproeie en mijn +haar en mijn handen, mijn gezicht, mijn kaftan, mijn feradja, mijn djellaba en mijn haïk. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-133-1.jpg" alt="In de Karoeiyn-moskee." width="429" height="655"><p class="figureHead">In de Karoeiyn-moskee.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Sidi Mohammed, die beginselen heeft omtrent recht en broederschap, heeft een eigenaardige manier om ze in praktijk te brengen. +Bij voorbeeld: + +</p> +<p>Des avonds tusschen acht en tien uur is er een heele opschudding in het huis van Sidi Mohammed, ontroering onder de bedienden, +veel gaanden en komenden, geroep en geschreeuw! Om tien uur komt de goede man bij mij in het hemelsblauwe vest en de blauwe +broek, met een opgezet gelaat, rood onder de witte muts, schitterende oogen en lachenden mond: “Komaan, die heeft zijn loon +gekregen!... U weet niet, wat er gebeurd is?... Ja, ja, hij heeft er van gelust! tweehonderd stokslagen! die zullen hem heugen!... +Het is de zoon van een mijner vrienden; hij komt dezen namiddag bij mij en vraagt mij voor zijn vader hem mijn muilezel te +leenen. Dat is goed! Hij gaat heen. Ik onderzoek de zaak. De vader weet van niets. Nauwelijks een uur na het avondgebed komt +de jonge man terug! Hij was in de mellah geweest, om een glas anisette te drinken en de mooie jodinnetjes op te zoeken; hij +had mijn muilezel laten draven en bracht het dier zweetend en blazend thuis,—een beest van zevenhonderd vijftig peseta’s!... +ik heb hem tweehonderd stokslagen gegeven! honderd voor zijn vader en honderd voor mij! Het zal hem heugen!...” En lachend +gaat mijn philosoof heen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-133-2.jpg" alt="In het geboortehuis van Moelai-Hassan." width="430" height="598"><p class="figureHead">In het geboortehuis van Moelai-Hassan.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Vandaag moet ik al aan de toebereidselen voor mijn vertrek denken. Ik ga naar boven naar Fez-el-Bali, naar het huis van mijn +ezeldrijver en zittend op straat, praten wij over den prijs. Eenmaal het aantal doero’s vastgesteld, noodigt hij mij uit om +thee te drinken; we loopen over het overdekte plaatsje, waar vijgeboomen boven het vlechtwerk <a id="d0e337"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e337">134</a>]</span>van het dak uitsteken, en zijn vader brengt mij in zijn kamertje. Een ruitwerk van tegels, waar het wit en het groen de hoofdrol +spelen, bedekt den grond; door de open deur dwaalt het oog tot de naaste minaret, en daar doorheen stroomen binnen de koelte +en het geruisch van de wadi. Als ik op de door de zon verbrande wegen zal zijn, en nog verder in landen, die hij nooit zien +zal, zal hij daar zitten op het matrasje, dat op den wit en groenen grond ligt, en door de open deur, door wat wingerdbladeren +en een tak van den vijgenboom heen, zal hij, gewiegd door het lied van de wadi, naar de lucht zitten kijken en naar de naaste +minaret... + +</p> +<p>Het gerucht is in de stad verspreid, dat een Christen in muzelmansche kleeding in Karoeiyn zou zijn binnengegaan. Het ware +is onwaarschijnlijk. Rondom hun moskeeën houden de fazi’s nauwkeurig de wacht; ze zouden niemand dichtbij laten komen, tegen +wien ze verdenking koesterden. Het maghzen alleen kan er belang bij hebben, zulke geruchten te verspreiden, die de dweepzucht +versterken, om eenig incident uit te lokken, waarvan het mogelijk hoopt, dat het in deze tijden van diplomatieke spanning +Europa zenuwachtig kan maken. Het is moeilijk te begrijpen met welk doel een Christen zijn leven in de waagschaal zou stellen, +door iets te doen, dat de Mohammedanen als de grootste heiligschennis beschouwen. De begeerte misschien om mooie monumenten +te kunnen bewonderen? Maar men kan ze leeren kennen, zonder er den drempel van te overschrijden. De meeste der moskeeën en +de schoonste, staan wijd open en laten door het sierlijk open smeedwerk der deuren hun lichte binnenpleinen en donkere booggangen +zien. Niet enkel de minarets, die slanke vierkante torens, versierd met veelkleurige steenen, dikwijls in mozaïeken waarin +op den voorgrond treden het donkerblauw of smaragdgroen of de onbepaalde tint van turkooizen, ook niet de poorten, bedekt +met ornamenten in gebeeldhouwd en gekleurd pleister of de zware deuren met snijwerk in brons bekoren het oog van den voorbijganger; +er komt bij: de inkijk op de pleinen met kleine, witte en groene ruiten op den vloer, die vol zijn van het licht, dat aan +de zoo smalle straten wordt geweigerd en die omzoomd zijn door de veilige halfschaduw van de booggangen, waar de geloovigen +knielen. + +</p> +<p>De moskee Andaloesia heeft de meest monumentale poort met het rijkste snijwerk; zij is het werk van de andaluzische Mooren, +die, uit Spanje verdreven, een schuilplaats gingen zoeken in hun oorspronkelijk vaderland. Maar de grootste en mooiste, als +men Moelai Idriss buiten rekening laat, waar niets van te zien is dan een enkele deur, moet zonder twijfel Karoeiyn worden +genoemd. Evenals de El Ahzar te Kaïro en de moskee van Cordova, beslaan de bogen een groote oppervlakte; daar ze wit zijn +en onbewerkt en gesteund worden door pilaren met vlechtwerk omwonden, kunnen ze niet vergeleken worden met de prachtige der +beide mededingsters; maar die missen de glorie van te bezitten het binnenplein van Karoeiyn, dat in nog grooter afmetingen +is als het beroemde leeuwenplein van het granada’sche Alhambra. + +</p> +<p>De ingewikkeldheid der mohammedaansche praktijken van den godsdienst en het groot aantal dagelijksche plichten die deze oplegt +om in het openbaar en in gemeenschap te vervullen, doordringen zoo geheel het muzelmansche leven, dat ze van ieder individu +iets maken, dat te vergelijken is met een christen-monnik. Het is heel gewoon, de kooplieden in hun winkels, waar ze op klanten +wachten, halfluid uit den Koran te hooren lezen. De godsdienstige gedachten vervullen de plaats van alle andere denken, en +de godsdienst neemt hun gansche bestaan in beslag. Het is duidelijk, dat in die omstandigheden hun geloof zijn kracht blijft +behouden, want de herhaalde oefeningen houden het in wezen en versterken het. Trouwens het denkbeeld van een geloof zonder +praktijk, dat de twijfelzucht der vorige eeuw heeft trachten te verspreiden, is een dwaasheid zonder weerga. Een godsdienst +kan niet iets geheel innerlijks wezen zoo min als andere gevoelens; ze moeten zich altijd op de een of andere wijze naar buiten +uiten, en die uiting is des te zichtbaarder, naarmate de inwendige kracht sterker is. Maar juist de uiting wordt tot gewoonte +en onderhoudt de inwendige kracht. Als de innerlijke godsdienst de ware is en eigenlijk die, waar het alleen op aankomt, hij +kan toch niet leven en groeien zonder den uiterlijken dienst, die voor het innerlijke is, wat de bast is voor het merg van +den boom. + +</p> +<p>Van morgen gewandeld buiten den Bab-el-Gissa, om afscheid te nemen. Boven van de hoogte, waar de hellingen met graven overdekt +zijn, zie ik, evenals een der eerste morgens, neer op de geheele stad die tegen de bergen ligt geleund. Wat heb ik veel naar +dien waterval van terrassen gekeken, die in zijn witheid of zijn grijze tinten schijnt te worden tegengehouden in zijn val +door de hooge minarets, de oude muren en den onwankelbaren wal der bergen! En ik zag in mijn verbeelding enkele van die stadspanorama’s, +die zoo bekoorlijk zijn, dat men zijn leven zou willen doorbrengen met ernaar te kijken: Kaïro vanaf de moskee van Mehemet +Ali; Napels van Pausilippo uit, Damaskus van Salehyié, Stamboel van de Zee van Marmora. En toen dacht ik aan een klein fransch +provinciestadje, dat wit is en grijs, dat bergen heeft en een geschiedenis en ruïnen in het groen, en vooral waar mijn eigen +geschiedenis zich heeft afgespeeld met die levende ruïnen, waar voor ieder onzer het verleden uit bestaat; en zoo begreep +ik, dat voor diegenen, die <span id="d0e347" class="corr" title="Bron: genoodzankt">genoodzaakt</span> zijn te leven ver van een of ander plekje gronds, waar ze hun familie en hun herinneringen hebben achtergelaten, het meest +verlokkende land een land van ballingschap is. + +</p> +<p>Fez mag gerekend worden tot de allerbekoorlijkste verbanningsoorden; er is veel verscheidenheid van genietingen voor het oog +in de rijke woningen, de mooie moskeeën, de tuinen met stroomend water, de olijvenboschjes, de kloven en de zeer hooge bergen, +die de stad aan de vergetelheid schijnen prijs te geven.... En in den namiddag ga ik voor de laatste maal naar den Bab-el-Djedid +en zet mij neer in het groene dal, waar de rivier vloeit. Op mijn gewone plaats onder de boomen zitten een honderdtal arabische +ververs, op tapijtjes in de schaduw rondom hun in haïks gehulde meesters, en drinken er thee. En als het uur van het gebed +nadert, wasschen ze zich bij de rivier, zeggen te zamen hun <a id="d0e352"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e352">135</a>]</span>gebeden en verspreiden zich langs de oevers. De wijk der ververs is in de nabijheid van mijn woning en dus kennen de meesten +mij en weten, dat ik een Christen ben. Een van hen komt naar mij toe, loopt om mij heen en verdwijnt mompelend: “Arami, vlegel!” + + +</p> +<p>Thuisgekomen, vernam ik van Mansoer, dat men hem had verteld, hoe ik gepoogd had, des avonds binnen te komen in de laantjes +van den bazar, die verboden waren vanwege de nabijheid van Moelai Idriss, en dat een lastdrager mij had tegengehouden, mij +met zijn touw had geslagen met de woorden: “Waar wil je heen?” + +</p> +<p>De straatjes van Fez zijn zoo smal, zoo bochtig, dat men erin verdwaalt als in een doolhof, wanneer men er toevallig bij avond +verzeild raakt. + +</p> +<p>Het straatje, waar ik woon, heet Sbaloeiyet, dat is De zeven hoeken, omdat het zevenmaal een bocht maakt. Ik moet er, als +het donker is, tastend mijn weg vinden. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Ik ben bij den consul ontboden, die op den man af tot mij zei: “Het Maghzen heeft een klacht tegen u ingediend wegens schending +van een moskee.” + +</p> +<p>Nu was die klacht ingekomen bij alle gezanten en consuls tegen een niet nader aangewezen Christen, die in arabische kleeding +een moskee zou zijn binnengegaan; er werd niet bij gezegd, welke moskee, evenmin als de nationaliteit van den Christen was +opgegeven. De klacht had zoo weinig beslist betrekking op mij, dat de consul, eer hij mij liet komen, al twee andere toevallig +in Fez verblijf houdende landgenooten van mij had ondervraagd. Maar daar hij de waardigheid van rechter van instructie bekleedde, +moest hij wel onwaarheid spreken, ten einde achter de waarheid te komen. + +</p> +<p>Ik bepaalde mij ertoe, beleefd te <span id="d0e368" class="corr" title="Bron: glimlachem">glimlachen</span> om zijn lichtgeloovigheid, die hem de fabeltjes en de grofste leugens van het Maghzen ernstig deed opnemen. Hoe had hij den +schijn kunnen aanvaarden, van maar een enkel oogenblik te gelooven, dat het voor een Christen mogelijk zou wezen, de waakzaamheid +te verschalken van de Mohammedanen, die er te zeer op gesteld zijn de ontheiliging van hun tempels te voorkomen, om de toegangen +niet angstvallig te bewaken. Hoe kon hij geacht willen worden, niet te weten dat, zoo die tempelontheiliging ooit had plaats +gehad, de tempelschender niet levend het heiligdom zou hebben verlaten? Maar het Maghzen had waarschijnlijk behoefte aan een +incident. Door zulke geruchten in de stad te verspreiden, hoopte het misschien, de nationale dweepzucht in het harnas te jagen. +De valstrik was te grof voor de bewoners van Fez. Maar de diplomaten leenden zich ertoe, en dat ze aan de marokkaansche regeering +de voldoening gaven, er een geval van te maken, was bijna nog kinderachtiger dan de list van de viziers. + +</p> +<p>Voor de laatste maal zet ik mij neer in de schaduw van een dal in de nabijheid der stad. Een soldaat gaat juist voorbij, en +daar hij mij alleen ziet, acht hij het oogenblik geschikt om wat van mij gedaan te krijgen: “Ga vlug naar huis!” zegt hij, +“ik heb daar even vijf gewapende mannen ontmoet, vijf dieven, die van de bergen komen en in deze richting gaan!” + +</p> +<p>Ik lach wat om hem en noem hem een lafaard. Toen gaat hij staan tegen de leuning van de brug en wijst mij op zijn lompen, +onder het uitsteken van de hand. Ik geef hem twee piasters. “Zid!” zegt hij, “doe er nog wat bij!” + +</p> +<p>“Maar dat is bijna zooveel als de sultan je per dag geeft!” + +</p> +<p>Hij glimlacht en herneemt: “Zid! en God zal u zegenen!” + +</p> +<p>Ik geef nog een piaster, een enkele, ofschoon hij beweert dat hij er graag vijf wou hebben. Zeker evenveel als de bewuste +vermeende dieven. + +</p> +<p>Bij den Bab-el-Djedid zegt de officier op wacht, die er in de schaduw zat te dommelen op zijn matje: “Houd uw oogen open! +Buiten de muren is het vol van dieven!” + +</p> +<p>Dan vraagt hij mij: “Is u in dienst bij het Maghzen?” Neen, de regeering betaalt u niet. Waar hebt u dan het geld van? U is +gekleed als een Muzelman? U is een Muzelman? Nee? U is Christen? Sidi Aïssa, de heer Jezus is uw profeet?—Maar dat is geen +profeet. Wat dan?” + +</p> +<p>“Hij is God zelf.” + +</p> +<p>“En als gij voorbij een moskeepoort of een koebba gaat, treedt ge er dan binnen?” + +</p> +<p>“Nooit van mijn leven! Ik wil dat niet! Ik ben een Christen.” + +</p> +<p>“Gij kent wel Moelai Idriss?” + +</p> +<p>“Zijn naam wel, maar zijn moskee niet.” + +</p> +<p>“U heeft soms in de straten van den bazar geloopen, die dichtbij die moskee zijn? + +</p> +<p>“Gij weet wel, dat dit niet mogelijk is, omdat de <span id="d0e399" class="corr" title="Bron: Mahommedanen">Mohammedanen</span> het niet toelaten.” + +</p> +<p>“U is een vriend. Wees welkom. Ga hier zitten.” + +</p> +<p>En toen hij mij gevraagd had, hoe laat het was, vraagt hij mij, hem mijn horloge te geven. Daar de schatkist van zijne Majesteit +Abdel Aziz bijna altijd ledig is, zijn de officieren genoodzaakt hun soldij aan te vullen op alle manieren.... + +</p> +<p>Het is middag. Ik gebruik de thee met Abbas. Ik hoor in het straatje een begrafenisgezang. Er zal een stoet voorbijgaan. Ik +sta op om te kijken. “Neen neen!” zegt Abbas. Toen ik toch verder ga, roept hij den portier toe, de deuren te sluiten. Mijn +blik zou een beleediging geweest zijn voor de godsdienstige plechtigheid. Een andere kleine gebeurtenis toont aan, hoe streng +de Mohammedanen hier zijn en Abbas in het bijzonder. Op een dag komt de bekeerde Mansoer bij mij op het uur van den maaltijd. +Hij eet mee. Hij neemt een vork, maar Abbas rukt hem die uit de handen. Eten met een vork, dat is eten op de manier der Christenen. + + +</p> +<p>Toen ik thee gedronken had, verzoekt Abbas mij te komen bij Sidi Mohammed, die mij met het ontbijt wacht. Sidi Mohammed, die +met zijn vingers eet, noodigt mij uit, hetzelfde te doen, en daar hij een wijsgeer is, legt hij mij uit, dat het natuurlijker +is. Waarom loopt hij dan niet zonder kleêren? + +</p> +<p>Het huis van mijn gastheer is smal en hoog. Een bochtige gang leidt naar een plaats, waar de balkongalerij van de eerste verdieping +door pilaren wordt gedragen. Eene zijde van de plaats is de muur van het naaste huis. Een soort van buitensalon wordt gevormd +door een deel van de plaats. De beide andere <a id="d0e412"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e412">136</a>]</span>zijden komen beide uit op een ontvangkamer, die gewoonlijk door de groote deuren is afgesloten. De plaats en die beide vertrekken +zijn geplaveid met gekleurde tegels. + +</p> +<p>Daar ik morgen moet vertrekken, en daar een deel van mijn bagage al naar boven is gebracht, naar Fez-el-Djedid bij mijn ezeldrijver, +geeft Sidi Mohammed mij voor dezen dag en den volgenden nacht een onderkomen in een der benedenkamers. Hij toont mij hoe de +deur wordt gesloten en stelt den sleutel mij ter hand. Hij zegt tot Mansoer en Abbas, dat ze hier den nacht moeten doorbrengen, +om mij den volgenden morgen vroeg te kunnen vergezellen. Maar hij geeft mij te verstaan, dat ze op de binnenplaats zullen +slapen en dat ik alleen in de kamer zal wezen. Het zal wel goed zijn, dat ik den grendel verschuif, want “het vertrouwen!.... +het vertrouwen!...” En hij schudt het hoofd... + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1908-136.jpg" alt="In de mooie tuinen van Sidi-Mohammed." width="537" height="720"><p class="figureHead">In de mooie tuinen van Sidi-Mohammed.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Terwijl ik nog met Sidi Mohammed aan tafel zit, komen eenige vrienden hem bezoeken, en onder hen herken ik een Arabier, Raschid, +die eenige dagen geleden mij had aangesproken en gezegd had, dat hij mij wel eens in Alexandrië had gezien. Hij behoort tot +een <span id="d0e423" class="corr" title="Bron: illustre">illustere</span> familie uit Medina, zegt Sidi Mohammed, en is in Indië, Syrië, Turkije en Egypte geweest. Hij is hier sinds twee maanden +en blijft nog een maand, om de zaken in Maghreh, Marokko, te bestudeeren en van nabij de politiek na te gaan. + +</p> +<p>Hij is stellig een van die geheime boodschappers, die onophoudelijk door de geheele wereld trekken onder de Mohammedanen, +agiteerend, en bevelen en berichten overbrengend, werkzame agenten voor de godsdienstige propaganda onder de volken van Azië +en Afrika. De Mooren die hem vergezellen, zijn aanzienlijke personen, die mijn gastheer met ontzag behandelt, maar die mij +niet groeten, noch met mij spreken. Wij zitten op den grond op hetzelfde tapijt; wij raken elkaâr bijna aan, en toch zijn +onze zielen door meer dan één afgrond gescheiden. + +</p> +<p>De vrienden van Sidi Mohammed gaan heen. Mijn gastheer gaat naar boven, naar de vertrekken van zijn vrouwen. Mansoer en Abbas +leggen zich te ruste in de alcoof in een uithoekje van de plaats. En met mijn deuren gesloten en den grendel erop, slaap ik +mijn laatsten nacht in de stad der sjerifiaansche sultans. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/o1908-136.gif" alt="Ornament." width="171" height="16"></div><p> + + +</p> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p>Verscheen in twee afleveringen van <i>De Aarde en haar volken</i>, jaargang 1908. + +</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde +van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn +gemarkeerd met het corr-element. + +</p> +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens. + +</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>01-SEP-2007 begonnen. + +</li> +</ul> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Plaats</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e146">Bladzijde 123</a></td> +<td width="40%">Bab-el-Badid</td> +<td width="40%">Bab-el-Hadid</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e151">Bladzijde 123</a></td> +<td width="40%">mangsel</td> +<td width="40%">mengsel</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e159">Bladzijde 124</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e182">Bladzijde 126</a></td> +<td width="40%">Bal-el-Hadid</td> +<td width="40%">Bab-el-Hadid</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e193">Bladzijde 126</a></td> +<td width="40%">Abbes</td> +<td width="40%">Abbas</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e252">Bladzijde 130</a></td> +<td width="40%"> </td> +<td width="40%">-</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e261">Bladzijde 130</a></td> +<td width="40%">met met</td> +<td width="40%">met</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e292">Bladzijde 132</a></td> +<td width="40%">onbijt</td> +<td width="40%">ontbijt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e295">Bladzijde 132</a></td> +<td width="40%">Bab-al-Djedid</td> +<td width="40%">Bab-el-Djedid</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e302">Bladzijde 132</a></td> +<td width="40%">corniehe</td> +<td width="40%">corniche</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e312">Bladzijde 132</a></td> +<td width="40%">Damascus</td> +<td width="40%">Damaskus</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e347">Bladzijde 134</a></td> +<td width="40%">genoodzankt</td> +<td width="40%">genoodzaakt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e368">Bladzijde 135</a></td> +<td width="40%">glimlachem</td> +<td width="40%">glimlachen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e399">Bladzijde 135</a></td> +<td width="40%">Mahommedanen</td> +<td width="40%">Mohammedanen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e423">Bladzijde 136</a></td> +<td width="40%">illustre</td> +<td width="40%">illustere</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Hoe ik een week te Fez doorbracht, by Jean Marlys + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE IK EEN WEEK TE FEZ DOORBRACHT *** + +***** This file should be named 22491-h.htm or 22491-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/2/4/9/22491/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/22491-h/images/o1908-136.gif b/22491-h/images/o1908-136.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ef9ba39 --- /dev/null +++ b/22491-h/images/o1908-136.gif diff --git a/22491-h/images/p1908-121-1.jpg b/22491-h/images/p1908-121-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..833741a --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-121-1.jpg diff --git a/22491-h/images/p1908-121-2.jpg b/22491-h/images/p1908-121-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a1152d6 --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-121-2.jpg diff --git a/22491-h/images/p1908-125.jpg b/22491-h/images/p1908-125.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..51592cc --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-125.jpg diff --git a/22491-h/images/p1908-128.jpg b/22491-h/images/p1908-128.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e656632 --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-128.jpg diff --git a/22491-h/images/p1908-129-1.jpg b/22491-h/images/p1908-129-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c208594 --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-129-1.jpg diff --git a/22491-h/images/p1908-129-2.jpg b/22491-h/images/p1908-129-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..abb424b --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-129-2.jpg diff --git a/22491-h/images/p1908-132.jpg b/22491-h/images/p1908-132.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cce3399 --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-132.jpg diff --git a/22491-h/images/p1908-133-1.jpg b/22491-h/images/p1908-133-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ebe756c --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-133-1.jpg diff --git a/22491-h/images/p1908-133-2.jpg b/22491-h/images/p1908-133-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..08bc9ce --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-133-2.jpg diff --git a/22491-h/images/p1908-136.jpg b/22491-h/images/p1908-136.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1c5e08d --- /dev/null +++ b/22491-h/images/p1908-136.jpg diff --git a/22491-page-images/p121a.png b/22491-page-images/p121a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3610052 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p121a.png diff --git a/22491-page-images/p121b.png b/22491-page-images/p121b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6f20853 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p121b.png diff --git a/22491-page-images/p121c.png b/22491-page-images/p121c.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1c1bb14 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p121c.png diff --git a/22491-page-images/p122a.png b/22491-page-images/p122a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..79ecaff --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p122a.png diff --git a/22491-page-images/p122b.png b/22491-page-images/p122b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..47541b6 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p122b.png diff --git a/22491-page-images/p123a.png b/22491-page-images/p123a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8e6b2fa --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p123a.png diff --git a/22491-page-images/p123b.png b/22491-page-images/p123b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1170019 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p123b.png diff --git a/22491-page-images/p124a.png b/22491-page-images/p124a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..88efb99 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p124a.png diff --git a/22491-page-images/p124b.png b/22491-page-images/p124b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7f65e9a --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p124b.png diff --git a/22491-page-images/p125a.png b/22491-page-images/p125a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c533706 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p125a.png diff --git a/22491-page-images/p125b.png b/22491-page-images/p125b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5fc4444 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p125b.png diff --git a/22491-page-images/p125c.png b/22491-page-images/p125c.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..648c4c6 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p125c.png diff --git a/22491-page-images/p126a.png b/22491-page-images/p126a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4f8d8d1 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p126a.png diff --git a/22491-page-images/p126b.png b/22491-page-images/p126b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d0debd0 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p126b.png diff --git a/22491-page-images/p127.png b/22491-page-images/p127.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7139c06 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p127.png diff --git a/22491-page-images/p128a.png b/22491-page-images/p128a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..74ee8f4 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p128a.png diff --git a/22491-page-images/p128b.png b/22491-page-images/p128b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..900b4d2 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p128b.png diff --git a/22491-page-images/p128c.png b/22491-page-images/p128c.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7b6bcb4 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p128c.png diff --git a/22491-page-images/p129a.png b/22491-page-images/p129a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f6d2a9a --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p129a.png diff --git a/22491-page-images/p129b.png b/22491-page-images/p129b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8512307 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p129b.png diff --git a/22491-page-images/p130a.png b/22491-page-images/p130a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3018fcb --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p130a.png diff --git a/22491-page-images/p130b.png b/22491-page-images/p130b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d831970 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p130b.png diff --git a/22491-page-images/p131.png b/22491-page-images/p131.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6c4ea1e --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p131.png diff --git a/22491-page-images/p132a.png b/22491-page-images/p132a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..eeb4c64 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p132a.png diff --git a/22491-page-images/p132b.png b/22491-page-images/p132b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..38a75a9 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p132b.png diff --git a/22491-page-images/p133a.png b/22491-page-images/p133a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5bd2ff9 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p133a.png diff --git a/22491-page-images/p133b.png b/22491-page-images/p133b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8e6ee68 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p133b.png diff --git a/22491-page-images/p134a.png b/22491-page-images/p134a.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1cacb5d --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p134a.png diff --git a/22491-page-images/p134b.png b/22491-page-images/p134b.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7d1aae7 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p134b.png diff --git a/22491-page-images/p135.png b/22491-page-images/p135.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1a2df72 --- /dev/null +++ b/22491-page-images/p135.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..244bd1f --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #22491 (https://www.gutenberg.org/ebooks/22491) |
