diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:53:49 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:53:49 -0700 |
| commit | cb25342913b8eadc72663f9c42fe5b1e21397f81 (patch) | |
| tree | 2de4a8b70869e19d5fdffff6b1c49ddf403743e2 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 30473-0.txt | 4602 | ||||
| -rw-r--r-- | 30473-h/30473-h.htm | 5254 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/30473-0.txt | 4602 | ||||
| -rw-r--r-- | old/30473-0.zip | bin | 0 -> 65856 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/30473-8.txt | 4602 | ||||
| -rw-r--r-- | old/30473-8.zip | bin | 0 -> 65739 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/30473-h.zip | bin | 0 -> 94319 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/30473-h/30473-h.htm | 5677 |
11 files changed, 24753 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/30473-0.txt b/30473-0.txt new file mode 100644 index 0000000..3e85560 --- /dev/null +++ b/30473-0.txt @@ -0,0 +1,4602 @@ +The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van den Vondel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De complete werken van Joost van Vondel + Het Pascha + +Author: Joost van den Vondel + +Editor: H.J. Allard + +Release Date: November 14, 2009 [EBook #30473] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + + + + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + + + + + + +DE COMPLETE WERKEN + +VAN + +JOOST VAN VONDEL. + + + + +Het Pascha, + +of + +de Verlossing der kinderen Israëls uit Egypte; + + +TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP 'T TOONEEL GESTELD. + + + + + De goede vind' mij goed, + De kwade straf en streng, + Wanneer ik d' een behoed', + En d' ander t' onderbreng'. + + + + +DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN LEZER HEIL EN ZALIGHEID. + + +De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de verdorvenheid des +menschen, en ziende hoe traag vast[1] een ieder was, om langs de trappen +der deugden op te klimmen, en omhoog te stijgen in al hetgene wat +loflijk en heerlijk bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te +steilen berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere +middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en natuurlijk +burgerlijk leven; hetzij door eenige poëtische fabelen en versierde[2] +gedichten, of door andere bekwame regelen en wetten. Dan[3] onder andere +hebben zij voor goed ingezien de manier van eenige oude historiën of +vergeten geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld op +het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig toegemaakte[4] +beelden en personen, levendig uit te drukken en na te bootsen hetgeen +tijd en oudheid, met veel verloopen eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans +uit het geheugen gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig +geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed zijn +belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt, opdat zelfs +plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al hoorende doof en al ziende +blind waren, zonder bril mochten hun feilen als met den vinger +aangewezen, en door sprekende letteren van gesierde figuren getemd en +gezedigd werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij[5] het profijt met +genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat eenigen te kreupel[6] +waren, om te graven naar de kostelijke kleinodiën der leeringen en +geheimenissen, die onder de schors van gedroomde fabelen weggescholen en +verborgen lagen, en hun[7] van gretige zoekers en ijveraars gaarne +wilden laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op een andere +wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is het hun niet genoeg +geweest, ofschoon de boeken van schoone lessen al vervuld waren, en +geheel dik opgehoopt op malkanderen liggende eenen heerlijken winkel +maakten, en of veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen +kunstig gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen, de +voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij hebben ook daarbenevens, +in groote bijzondere schouwplaatsen willen in het openbaar de schatten +der filosofie in den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om +daarna[8] te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen ook den +geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden, en die een +iegelijk als een levende schoonverwige schilderij voor oogen stellen. +Want waarbij mag het geheele tafereel of theater dezer wereld beter +vergeleken worden, als[9] bij een groot openbaar tooneel, daar vast een +ieder gedurende den handwijlschen[10] tijd van zijn vliênde leven, zijn +eigen rol en personagië speelt. De een vertoogt[11] zich daarop als +koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter of rijksstaf, +veel koninkrijken en landen te gebieden en te beheerschen, met een +gouden kroon zijn koninglijk hoofd om te drukken[12], en bekleed met een +glansig luisterende[13] purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon, +voor wiens majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en +nedervallen. Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw gehelmd +steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene hand een tweesnijdend +zwaard, in de andere een gevelde speer, rijdt alzoo midden onder de +vijanden, ontziende noch leven noch dood, om met tien duizend Trofeën +triumfelijk weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen +helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid te hebben. +Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt van liefde, en doet met zijn +beweeglijke klachten alsins den schallenden echo in 't holle gewelf van +Veneris[14] tempel wedergalmen. Die berijdt den woesten Oceaan met een +gevleugeld paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen, noch +Syrten[15], noch klippen, noch diepe afgronden, om van het Oosten in het +Westen te geraken. Een ander beploegt met een paar jok-ossen den rug van +onzer aller moeder, om te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen +zijner vruchten toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den +anderen in een ander[16] bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd, en eer +den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft, moeten zij alle met +den wijzen man roepen, dat alles niet anders is dan "Al ijdelheid, Al +ijdelheid," en worden alzoo door onverwachte dood, eer zij hun zelven +hebben recht leeren kennen, van het tooneel des aardbodems achter de +gordijne weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen en den +zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken en den zwakken, de +een den ander gelijk; zoodat met recht over deze onze ijdelheid +Heraclitus schreit, Democritus lacht, en Timon zich voor de menschen als +voor eenen vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere +wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus aangemerkt zijnde, +kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de oude wijze Heidenen met deze +manier van doen hebben willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te +vergeefs zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal +durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoniën en uiterlijke +diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten, nieuwe maanden, en al +hetgene Aärons priesterschap en den tempel met alle zijn sieraden, +gereedschappen, en toerustingen aankleeft, zoo ook het regiment[17] van +het rijk Israëls;--wie zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles +iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in den +toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen dezen allerheiligsten +Hoogepriester en Koning aller koningen kwam, toen hadden alle wettelijke +letterlijke priesteren en koningen Judae hun rol volspeeld en +uitgediend: want in Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren +op. Ja, de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze +Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch, die onder de +moordenaars gevallen was; van den verloren zoon, die al zijns vaders +goed onnuttelijk verkwist had; van den rijken man, die met purper en +kostelijk lijnwaad bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat +zijn het anders, als naakte Comediën en Tragediën, om daarmede te leeren +die menschen, dewelke op geen andere manier de verborgen mysteriën van +het Rijk der Hemelen verstaan kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der +Koningen: daar eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en +troosteloos, in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David, +gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw dunkt; daar eenen +verwonnen Zedekia gevankelijk naar Babyloniën gevoerd werd; daar eenen +tirannischen Nebukadnezar Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en +tot eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van den H. Geest +tot leerachtige[18] voorbeelden (als op de _scena_[19]) voorgedragen +werden: zoo hebben wij voorhenen deze Tragi-Comedie voor eens ieders +oogen willen op de stellagië[20] openlijk vertoonen. En alzoo wij +bevonden hebben, dat vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest +zijn, om hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij +het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb ik, ten +ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve (hoewel het gering +is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan heb, nochtans groot en +gewichtig van stoffe) door openbaren druk een iegelijk gemeen te maken: +te meer, omdat het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer +gekrenkt, en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd werd. +Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid gelezen worde, dat het +gedije tot prijs van den heiligen en gebenedijden name Gods, en dat, +door het overdenken van deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de +droeve Tragedie of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag +nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen. + +In Amstelredam, 1612, den 29en Maart. + + + Den al uwen + J. VAN VONDELEN. + + + + +Epistre + + +A MONSEIGNEUR + +IEAN MICHIELS VAERLAER[21], + + + MON SINGULIER AMY. + + L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse, + L'Attique miel sucré, la mine precieuse + De la riche Peru, les perles, les tresors + Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords, + Ne pouvant presenter à vostre Seigneurie, + Ie vien l'Avant-coureur de mienne Poësie + Sacrer à ton honneur, en toute humilité, + La printaniere fleur de mon aage doré. + Ma Muse rit desia, se voyant amiable + Dessoubs l'ombre d'vn tel Mecæne favorable, + Qui, fuyant le pavé des ruës, va les champs + Presser de ses talons: qui l'aage de son temps + Loing, loing hors l'emmuré d'vne Cité redouble, + Laissant des Citadins la peupuleuse trouble: + Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant + Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant, + Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire + Changer son libre estat pour vn plus grand Empire. + O trois fois bienheureux (a autre fois chanté + Horace et le Gascon Du Bartas renommé) + O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature + Fleurir parmy les champs en eternel verdure! + Le maniement joyeux d'vn verd sion enté + Le lustre passe d'vn royal sceptre emperlé, + Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage, + Les doux tirelirants Rossignols en ramage, + Surpassent l'orgueilleux couronnement royal, + Et le chant mesuré des Chantres musical. + Si tost que le Soleil va peindre de dix milles + Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles, + Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs + Aurore distiller les agreables pleurs, + Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire, + Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire, + Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter, + Le sueux Laboureur la terre cultiver, + Et richement semer la nouvelle semence, + Pour moissonner apres les fruicts en abondance. + Le chaleureux Esté (qui brusle tout vermeil) + Luy monstre les espics, la vertu du Soleil + Luy monstre le coral des cramoisins cerises, + Et l'Automne a couvert de mille friandises + Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin, + Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin. + Or estant de tous biens richement couronnée + Il sent desia en l'air les aisles de Borée. + He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en liberté + Parmy les champs feconds, en toute seureté, + De talonner les pas de nostres premiers Peres, + Loing, loing laissant à dos les passions severes, + Fuyant le bruict mondain l ô, doux et sainct repos! + Qui de cupiditez n'as point chargé le dos, + Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune, + Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune, + Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor, + Et ton bien souverain: qui pour argent ni or + Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles, + Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles, + Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti, + Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli. + Durant l'aage doré que nos premiers Ancestres + Faisoint profession des ouvrages champestres, + Astrée florissoit, et la terre à chascun + Estoit avec ses fruicts en partage commun, + Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage + D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage + N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez, + Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez, + Neptune n'eust le dos ni ses ondes salées + Chargées de cent vaisseaux, car du fruict des vallées + Chascun se contentoit, et vivoit à Cerès, + Laquelle abondamment leur provida assez. + O celeste labeur! qui dans ton front empraincte + Portez la saincte loy, la justice, et la craincte + Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux, + Noë, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux + Semble oreillier au son de sa harpe dorée, + Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briarée. + Combien d'années les Romains sont sagement + Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant + La terre ont cultivé, je laisse vn Tite Live + Historier dessus de Tyberique rive. + Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys, + Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx, + Qui ont abandonnez leur Couronne invincible, + Pour vivre bien contents parmy le champ paisible; + Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit, + Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit. + La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres, + Et qui diligemment ont feuilletté les livres + Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retiré, + Laissant arriere loing l'humaine vanité. + Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses + Se plaist d'entre le son des douces cornemuses + Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux + Lesquels tous-jours croissant vont menaçant les Cieux. + Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame + Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame + Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement + Accompaigne tous-jours ton hault entendement, + Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre + Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre + Presenter obstiné, qui ses derniers sanglots + Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots: + Souffrez que je despein icy la delivrance + Des enfans d'Israël, d'Abram juste semence, + Afin que par Zoyle au visage effronté + Les fleurs de mon printemps ne soyent violé. + C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle! + Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle + Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va, + Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina, + Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nuës, + Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornuës: + Recevez doncq ces vers, ces vers qu'à ton honneur + Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur. + De vostre Seigneurie le tres-affectionné + I. V. V. + + + + +KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE: + + +Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den +berg Horeb of Sinaï, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels +uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en +verlosser over het Huis van Israël. Mozes ontschuldigt zich om zijne +onbekwame tong, dies verzelt hem[22] de Heer met zijnen broeder, den +schoontaligen en priesterlijken Aäron. Deze twee gebroeders, als +gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan +den koning Farao, met bevesting[23] van het eerste wonderteeken, hun +slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het +ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als +door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebreën meerder als voor +henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van +zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten[24]. Doch +de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot +grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger, +ruiters, paarden en wagenen, de Israëlieten achterhaalt aan het Roode +meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het +geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel +eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een +spiegel voor oogen stelt. De Israëlieten verlost loven (over hun +triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen. +Luistert toe, enz. + + + +BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL. + + GOD DE HEERE + + MOZES, AARON, KORACH, } De Oudsten der Hebreën. + JOZUA en KALEB } + + FARAO, de Koning. + + TIFUS, } Droom-bedieders en Toovenaars. + SERAX, } + + ALBINUS, Veld-hoofdman met zijn Heir-leger. + + De Rei der Egyptenaren. + + De Rei der Israëlieten. + + FAMA, of 't vliegende Gerucht. + + KOOR, de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel. + + + + +EERSTE DEEL. + + + MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt: + + Weidt hier, mijn beestiaal[25]! weidt hier, mijn tierig vee! + Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee! + Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig, + 't Lacht hier doch altemaal, zoetrokig[26] en couleurig, + Nu wauwelt[27] zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt[28], + Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt: + Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder, + Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder, + De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd) + Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen[29], zwermt; + Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken, + Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken; + Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld, + Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt. + Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten! + Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten; + Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon, + Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon! + Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken, + Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken, + Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd[30], + Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt[31], + Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten, + Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten, + Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof, + Als al de lekkernij van 't koninklijke hof: + Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten[32], + 't Is wederom vermengd met zorgen en onrusten, + Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed, + En morgen toegerust met wapens dol en wreed, + Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen, + En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen[33], + Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard, + 't Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard. + Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen, + Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen. + Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad + Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat. + Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden, + En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen: + Abel en Abraham, Izak en Jakob mild[34] + Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild; + Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker, + Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker; + Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen, + Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen, + Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren, + Doch meer dwingt mij de nood als[35] hertelijk begeeren. + 't Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl[36] + Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl: + Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven, + En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven! + Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst, + Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst + Beteekent[37] t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd, + Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd: + Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt, + De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed; + De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen, + De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen, + Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla, + En elk Inwoonder hoort den Scepter even na, + D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden, + Zoo hoort 't Rijk op[38] te staan, om iegelijk te voeden: + Maar Israël, helaas! gaat op een dorre heid', + Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt, + D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren, + Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren: + De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,[39] + Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust: + Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel, + Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel, + De Israëlieten drukt: zijn wedersnijdig[40] staal + Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal, + En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel, + Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel. + Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf! + Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf: + En of zij schoon[41] met graan al Memfis' zolders vullen + Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen. + Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept! + Gij graaft om elke stad een grondelooze diept, + Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen + Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen, + En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg, + En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg, + Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert[42], + En 't manenzilver[43] met zijn gulden trots verduistert, + Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal, + En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al: + Noch razet[44] den tiran, Egypten leît[45] ten woesten, + En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten. + Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot + Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot + Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten + Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten + In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht + Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht, + Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide, + Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide, + Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman + Vervloekte ploeg, en zein[46], dorschvlegel, eg en wan, + Toen 't heele Ceresgild[47] schier niet dan stroo en stoppel + In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel: + Toen loech[48] elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld, + Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld, + Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen + Op iegelijken[49] wierp, en niemand heeft onttogen + De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein, + Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein[50]. + O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren[51] + De wolven, die nu 't schaap van Israël verscheuren; + Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond, + Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond: + Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven, + En langen tijd met hun vóór onzen tijd begraven! + Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert. + Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd, + Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig + Beklijft, als[52] 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig, + Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen, + Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen: + Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije + t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije? + O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook + Van onz' altaren, als een liefelijken rook, + Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen + Zal u den wierook van ons heilige offeranden + Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds, + Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds, + Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen, + Die overheeren zal den trots van u vijanden; + Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht + De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht: + Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden, + Wascht ons weer in de borne[53] en vloed uwer genaden! + Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart, + Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart: + Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen, + Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen: + Wij zijn Dijn handen werk..... + + +(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.) + + MOZES. + + Aanschouwt dat heerlijk licht! + Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht! + 't Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken[54] en te gloeyen, + Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen. + Ik wil mij derwaarts spoên. + + GOD. + + Zacht, Mozes! Mozes, beidt! + + MOZES. + + Hier ben ik. + + GOD. + + 't Is hier van mijn tegenwoordigheid + Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten, + Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten. + 't Bosch, dat hier branden schijnt[55], en niet en wordt verteerd, + Daarmede is Israël naakt af gefigureerd: + 't Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk + De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk, + En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud, + Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt, + Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen + Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen. + Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt, + Waarvoren zich[56]. + + MOZES. + + Amy! waar zal ik vliên, in klippen of in kuilen? + + GOD. + + Ik was, Ik ben, Ik blijf. + + MOZES. + + Waar zal ik mij verschuilen? + + GOD. + + Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank, + En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank[57], + Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde, + Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde + Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk + Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk: + De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen, + Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen; + Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee + En groot heerleger met mijn vleugelen bespreê[58], + Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen, + Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open, + Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord, + Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord! + Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden, + Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden, + Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt + Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt! + Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig[59], + Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig; + In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan + Heur hoornen spieglen in de glazige[60] Jordaan; + Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven + Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven, + Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots, + Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods; + Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen, + En zag op 't altaar-plat alreê ten hemel stralen, + (Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed) + 't Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed; + Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente, + Alreê begraven had zijn vleesch en zijn gebeente; + Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht[61], + En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht; + Daar zijnen zoon Izak en Jakob, beî te gader, + Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader; + In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd + Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd. + Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen; + De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen. + + MOZES. + + Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak. + + GOD. + + Hij maakt u machtig, die[62] nooit sterkheid en ontbrak; + En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig, + Doet mij op dezen berg een offerande heilig + Van liefelijken reuk. + + MOZES. + + O God gebenedijd! + Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt + Die mij gezonden hebt? + + GOD. + + Jehova, God almachtig, + Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig: + Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt + Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet: + Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt + Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld; + Ik ben de Heere zelf. + + MOZES. + + De vonk van hun geloof + Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof. + + GOD. + + Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder; + Wat hebt gij in uw hand? + + MOZES. + + Een staf. + + GOD. + + Wel, werpt hem neder. + + MOZES. + + Wat kronkelt hier alreê? hier wemelt, krolt[63] en drilt + Een slange, die mij in de hielen bijten wilt[64]: + O Heere, staat mij bij! + + GOD. + + Wel, grijpt den krommen worme. + + MOZES. + + Dit 's mijnen zelfden staf, weêr in zijn eerste vorme: + O, Heere wonderbaar! + + GOD. + + Opdat u niets ontbreekt, + Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt, + En trekt ze weder uit. + + MOZES. + + Mijn hand is stijf en kromme, + Melaatsch, gelijk de sneeuw. + + GOD. + + Wel, drukt nu weder omme + Uw ongeloovig hart. + + MOZES. + + Ze is zuiver, rein en klaar. + + GOD. + + Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar, + Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert[65], + 't Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd. + + MOZES. + + Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam, + Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam; + Kiest elders een gezant. + + GOD. + + Zal mij dan iets ontbreken? + Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken, + Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt[66], + En al wat in 't begrijp[67] van nat of drooge krielt, + 't Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret, + En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret, + 't Viervoetig veldsch[68] gediert', 't geboomte, dat gekromd + Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt: + Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore + Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore? + Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald, + Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt; + Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig? + Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig; + En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet + Om uw hardnekkigheid;--wat dunkt u, kan ik niet + Gebruiken nevens u, voor Israël en Faron, + De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron? + + MOZES. + + Of[69] Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot? + + GOD. + + Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God + Zijt gij van mij gezalfd. + + MOZES. + + En blijft hij onbewogen? + + GOD. + + Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen; + Mijn pijlen hangen reê gescherpt in mijnen tros[70], + En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los. + + MOZES. + + En of mijn haters mij nog in Egypte vonden? + + GOD. + De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden: + Dus spoedt u. + + MOZES. + + Op uw woord zal ik mij henenspoên, + Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen, + Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen, + Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen, + Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd[71]: + Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd? + + + KORACH, JOZUA, EN KALEB. + + KORACH. + + Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen? + Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen? + Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud, + Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd? + Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen + Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen? + Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild + Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt[72]? + Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig? + Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig? + O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond + En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond + Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken: + Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken? + Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen, + Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen, + Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk, + Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk, + Afgodisch aangebeèn, noch zichtbaar beeldtenis; + In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis + Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen. + Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen; + Wij hebben[73] nimmermeer voor Isis onbezield, + De Egypter afgodin, devotelijk geknield; + Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid + Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid. + Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos, + Gij kent onz' zwakheid teêr, en onz' nature broos, + Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen, + Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen; + Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt, + Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'. + Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit[74], + Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid[74], + Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet, + Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet! + Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen + Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen, + Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit, + Die van den witten[75] dag den draaiboom open sluit, + Met dat zij hare vlucht[76] gaat in den wagen spannen, + Zoo spant terstond in 't juk de Israëlietsche mannen + De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep[77], + Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep, + Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten, + Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten. + Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid, + Ons wordt naauw spijze en drank om[78] leven bij geleid. + Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten, + Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten: + Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt[79], + En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd: + Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig, + Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig, + Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog, + Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat[81] oog! + 't Is onbestendig al: het planten en het zaayen + Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen, + Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om, + Nu scheert men weêr de vrucht met eene zeisen krom, + Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig, + Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig[82], + Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs, + De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs; + Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij neêr in 't Westen, + Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten, + De mane die heur[83] nu in volle rondte stelt, + En weder heuren glans en zilverschijn versmelt; + Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen, + Met de elementen steeds veranderen en keeren: + Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool, + Die staâg uit een klimaat blijft pinken[84] als een kool. + Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme + Door wispelturigheid? + + JOZUA. + + Neen, God, als een kolomme + En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond. + + KORACH. + + Is hij 't niet die hem[83] aan onz' vaderen verbond? + + JOZUA. + + Door onz' misdaden is dit zegel weêr gebroken. + + KORACH. + + Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken, + Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid, + Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegezeîd, + Noch geen Egypteland, maar Kanaän vruchtbarig, + Noch geen gehoornden[85] Nijl, maar een Jordane barig[86]. + + KALEB. + + Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld. + + KORACH. + + En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld? + + KALEB. + + Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen. + + KORACH. + + Wat heugenis[87] is 't ons, als onze tijd gaat springen[88]? + + KALEB. + + Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft. + + KORACH. + + Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft? + + JOZUA. + + God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden. + + KORACH. + + Waaruit bewijst gij dat? + + JOZUA. + + God bindt hem[83] aan geen kwaden. + + KORACH. + + Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard? + + JOZUA. + + 't Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart, + In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden, + In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden: + Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult + Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld: + Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen, + De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen + Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt, + Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt, + Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren, + Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren. + + KORACH. + + Wat staat ons dan te doen? + + JOZUA. + + Tot boete zijn bereid + Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid, + Misschien (wij mogen[89] toch zijn wijsheid niet begrijpen), + Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen + De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd; + God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft + Weet hij te voren wel. + + KORACH. + + Behoudens uw propoosten[90], + Beproeving, schijnt[91] nochtans, den mensche leidt ten boosten. + + JOZUA. + + O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd[92], + Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd; + Dat hij ons van hem[93] werpt geschiedt maar uit ontfermen; + Om vaderlijken[94] ons te omhelzen met zijn armen: + Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch + Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch. + + KORACH. + + En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze? + + JOZUA. + + De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze + Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis + Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is: + De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven + Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven, + En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot, + Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God: + Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig, + Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig; + Gelijk ons teêre lijf, ellendig, naakt en bloot, + 't Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood; + Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen, + Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden, + Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft, + En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft: + En of ons lichaam schoon[95] in allerlei wellusten + En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten + Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth? + Wat baatten[96] ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot + En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven? + 't Wordt hier toch al op 't lest geëindigd met een sterven: + Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt, + Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt + Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten, + Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten + Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest + Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest. + + KORACH. + + Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig, + + KALEB. + + God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig. + + KORACH. + + Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis. + + JOZUA. + + Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis. + + KORACH. + + Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen? + + JOZUA. + + Hij heeft een geesel nog, waarmeê hij na der zielen[97] + Den mensche harder straft, een onverganklijk wee; + Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne scheê. + Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren + Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren; + Dus laat ons deze roê, waarmede hij ons driegt[98], + Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt: + Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen, + Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen, + Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand[99] + Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand, + Zij bleven onbeweegd[100], al zagen zij voor oogen + Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen, + Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg, + En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg; + Toen heeft God opgesteld[101] zijn groote waterspuyen[101], + En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen, + De meeren liepen t' zaâm, met alle stroomen droef, + Tot eindelijk een zee den aardenkloot[102] begroef. + + KALEB. + + Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten + Van die van Gomorra en stoute Sodomieten, + Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook, + Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook. + + JOZUA. + + Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken + Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken[103]: + Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur[104] + D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur. + + KORACH. + + 't Is al vergeefs gehoopt. + + JOZUA. + + Vertwijfelt niet in hopen. + + KORACH. + + Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open. + + KALEB. + + Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort, + Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort: + Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen + Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden + Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam + Tot eenig instrument den ouden Abraham, + Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken, + Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken: + Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan, + Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan, + Zijn vijanden aangreep, die alreê met versagen + De grootste kapitein had in de vlucht geslagen; + Wie niet ontvlieden mocht[105], viel in zijn eigen zwaard. + Aldus verloste d' een' den andren broeder waard, + Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel; + Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel. + + KORACH. + + Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar. + + JOZUA. + + Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar; + De Heere Zebaoth mocht[105] wel Loths kommer stelpen, + Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen. + + KORACH. + + Waarom en deed hij 't niet? + + JOZUA. + + Maar[106], vraagt gij den waarom? + Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om: + Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren, + Heeft haren tijd bestemd[107], haar dagen en haar uren: + Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait, + Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait: + God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen, + Den akker van ons hart komt door Farao ploegen, + Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel, + Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden eêl; + Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker, + En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker; + Als nu de troebel zon van boven uit de locht + Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht + Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen, + Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen, + Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost, + Gelijk de landman, die op hope van den oogst + Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten: + Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten + + KORACH. + + Gij keeret[108] al in 't best. + + JOZUA. + + Geeft gij ons geen geloof, + Zoo proevet[108] bij u zelv', en achtet geenen roof + Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven, + Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven: + Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd, + Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt[109]. + + KORACH. + + Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten + Ons te verdelgen heel. + + KALEB. + + Gelijk als aan een keten + De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert + Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd + 't Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen + Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen; + Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt, + Die door veel middelen voorzieniglijken werkt: + Den prins van Sinear, den[110] Nemrot, dacht tirannig + Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig + Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert + Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'[111], + En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer[112] + Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer; + Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek. + God leidt de koningen gelijk een waterbeek: + Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken[113], + Hij heerschet[114] t' zamen door zijn wijselijk beschikken + God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt, + 't Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt! + Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken, + En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken + Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal + Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal + Des Goddelijken wils niet even op en wegen. + + KORACH. + + Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen. + + KALEB. + + Waarom? + + KORACH. + + Het goddeloos bestuur van een tiran + (Na uitwijs van uw reên), daar is God oorzaak van. + + KALEB. + + Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen, + Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen[115]. + Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet, + Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt: + 't Leed daar ons Farao met[116] pijnigt ongerichtig + (Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig), + Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed[117] + Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet, + Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig, + Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig[118]. + + KORACH. + + Gij zegt nochtans-- + + + MOZES en AARON. + + MOZES. + + Ontluikt, gelijk een lustdal schoon, + Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon; + + AARON. + + Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten + De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten, + Gij die verlaten scheent. + + KORACH. + + Wie of met vrolijkheid + Ons ongewoon begroet? + + KALEB. + + 't Zijn Amrans zonen beid'. + + JOZUA. + + o Broeders, wellekom! + + MOZES. + + Uw voorhoofd wilt vervrooyen[119]. + + KORACH. + + Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen? + + MOZES. + + Verheft uw droef gelaat, o Israël! en steekt + Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt, + De Heer die is met u, die alle uw ellenden + En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden: + De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf, + Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf, + Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid. + + KORACH. + + Ik denk 't is eenen droom. + + MOZES. + + Neen, broeders! in der waarheid; + Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd' + Met deez' gedoornde mik[120], mijn herderlijke stut[121], + Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig[122] vuur omranden, + 't Welk heel verteeren[123] scheen en t' zamen te verbranden: + Maar even vrolijk loech[124] blaên, bloemen, kruid en loof: + Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof, + De donder van een stem, o wonderlijk spektakel! + Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel, + Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt, + Daarmede is Israël naar 't leven afgebeeld, + Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken; + Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken[125]. + Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut[126], + Driemalen heeft de berg zich bevende verschud: + En als ik niet en wist waar henen te vervluchten, + Met een borstkloppig[127] hart, en met een zwaar verzuchten, + En schier van vreeze lag begraven in het gras, + Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was: + De God JEHOVA zelf, de God van onzen vader, + De Schepper van het al, alleen des levens ader, + De Herder Israëls, die in 't beloofde land + Ons nu vervoeren wil uit Faraonis[128] hand, + Uit al onz' slavernij. + + KORACH. + + En deed hij u geen teeken + Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken, + Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd[129] + Die onder Farao dus lange zijn gekruist[130]? + + MOZES. + + Ja, haddy[131] 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange + Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange, + Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn, + En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn + Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen; + Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen, + Azurig luisterde[132] haar vel, en in mijn oog + Geleek[133] de slang die onz' voorouderen bedroog + In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde[134], + De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde[134]: + Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet[135], + Was 't weêr dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet: + 't En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen + Mijn hand met lazerij, en heeft ze weêr genezen, + En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein + Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein: + Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig, + U en Farao maar een sterk geloove krachtig + En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed[136], + Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet, + Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning, + Te spreken nevens mij voor Farao, den koning, + En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd + Van zijn verkoren volk. + + KALEB. + + De Heere zij geloofd, + Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen, + En in 't beloofde land bedelven[137] eens onze asschen + In ons voorvaders graf. + + JOZUA. + + Den Heer zij lof en prijs! + + KORACH. + + Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs, + De wreede Farao zal ons niet meer verheeren, + De stamme Juda nu aanvanget te regeeren: + Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat! + Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad, + Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger, + Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger + In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt, + Daar ik in mijnen slaap zoo dik[138] van heb gedroomd: + Ach, lang gewenschte vreugd! + + KALEB. + + Ach, heugelijke tijding! + Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding. + + JOZUA. + + En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd, + Als gij dit hooren zult. + + KORACH. + + Hoe zal dan met geneugt + De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken, + Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken. + + MOZES. + + Gaat, boodschapt den Hebreên hun uitkomst; want in 't hof + Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof. + + KORACH. + + En zoo hij 't u ontzegt? + + AARON. + + 't En mag hem geenszins baten: + Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten. + (_Binnen_.) + + + + _KOOR._ + + Als de zee vast ongestuimig + Stormt, en werpt haar baren schuimig + Naar den hemel al verbaasd, + Als de schipper hoort de buyen + Van den Noord-wind 't strand doorluyen, + Is de stilte eerst allernaast. + + Zoo ook God, wanneer hij droeve + Stelt in 't hardste van zijn proeve + 't Mensch'lijk schepsel t' eenemaal, + Is zijn gunste zoo veel nader, + En, gelijk een goedig Vader, + Zoo verzacht hij al hun kwaal. + + Na zijn toornigheid ontsteken[139], + Zal hij weêr zijn pijlen breken, + En na zijn kastijding schier[140], + Na zijn straffinge weldadig + Werpt hij wederom genadig + Al zijn roeden in het vier. + + Want in droefheid en ellenden + Zal de mensch tot God zich wenden: + Maar in weelde en voorspoed zat + Zal hij wederom vergeten + 's Heeren goedheid ongemeten, + Wijkende van zijnen pad. + + Dat ons God dan proeft ten lesten, + Dienet al tot onzen besten, + Of men 't schoon zoo niet begrijpt: + Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen, + Och! men moet hem wel besnoeyen, + Eer zijn gulden vruchte rijpt. + + Na een bitter sause scheele[141], + Zal de honig onze keele + Smaken zoeter en belust, + En na 't lang gedurig slaven + Ligt de moede zacht begraven + In den schoot van stille rust. + + Die den[142] Hemel meest beminnet, + Dien hij allerliefst bezinnet, + Meest van droefheid werd bespoeld[143]: + 't Moedig paard, dat in den stalle + Is uitmuntig boven alle, + Meest zijns heeren sporen voelt. + + Is 't dan vreemd, dat God de Joden, + In de tranen van veel nooden, + Heeft gewasschen rein en klaar: + Nu de tijd ook is verschenen, + Keert in blijdschap al hun weenen, + Nu is hunnen trooster daar. + + Want God voor veel jaren Mozen[144], + Amrams zone, heeft verkozen + Tot een trooster Israëls: + Ziet eens, hoe hij hem omermde, + Hem omhelsde en beschermde, + Voor Farao's gramschap hels[145]. + + Toen de afgunstigheid de zonen + Jakobs, zonder te verschoonen, + Zwaard en water overgaf; + Toen het moederlijke herte + Jochebeds zag, met veel smerte, + Mozes wieg aan voor zijn graf; + + Toen de moeder heurs zoons leven + Moest de baren overgeven, + Als zij had heur kind gekust; + Toen de moederlijke zorgen + Lagen, met heur kind, geborgen + In het kistjen ongerust. + + Toen zij moest heur zelf verliezen, + Van twee kwaden 't beste kiezen, + Met een droef adieu, te noô[146], + Riep: "ik hope in deze golven + Meer meêdoogen is gedolven + Als in 's konings herte snoô!" + + God, hoe langs hoe goedertierder, + Van dit scheepken was de Stierder + Zelf, met eenen Wester wind, + Die het blies hoe langs hoe lochter[147], + In den schoot van 's konings dochter, + Voor een Engel en geen kind. + + 't Kind, dat zag men weder dorsten + Naar zijn eigen moeders borsten, + 't Wies in alle schoonheid op; + In zijn voorhoofd stond geletterd, + Hoe 't den Farao verpletterd + Nog vertreden zou den kop. + + 't Groeide op in manlijkheden[148], + En, van harte heel besneden + Voor des hofs wellusten, hij + Koos in ballingschap te zwermen, + En den Hebree te beschermen + In zijn droeve slavernij. + + Als hij hierom moest vervluchten, + En in Midians gehuchten, + Weiden 't herderlijke vee: + Als de tijd nu was voor handen, + Dat de Heer zijn offeranden + Eischen zou van den Hebree; + + Zoo verschijnt hem van den Hemel, + Bij Sinaï, 't lichtgeschemel[149] + Van des Heeren heerlijkheid; + God laat hem zijn stemme hooren, + Op dat hij zijn uitverkoren + In het land Kanaan leidt. + + Op dat zij daar, zonder smetten, + Onderhouden zijne wetten, + En hem lieflijk met wyrook + Eenen zoeten reuk toebrengen, + En met bokkenbloed besprengen + Zijn altaren met gesmook[150]; + + Op dat dankbaar, onverholen + (Wijder als tusschen de polen, + 't Hemellicht den nacht beschaamt) + Al zijn groote wonderdaden, + En zijn goedheid vol genaden + Over al mocht zijn befaamd. + + Dat de mensche[151] steeds mocht haken, + Om hier boven te geraken + Daar 't hem alles looft en prijst.-- + Acht het aardsch dan veel geringer + Dan het Hemelsch, daar de vinger + Van zijn zoete wet op wijst. + + + + +TWEEDE DEEL. + + + FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders + en toovenaars, + + FARAO. + + De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?) + Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen, + Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft + De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft, + De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt[152], + En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt. + Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal + 's Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.[153] + De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken[154] + In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken + Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit + Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid + Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten, + Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten; + Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom, + Zijn zorgen werden ijl[155] verkeerd in eenen droom. + Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen + Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen, + In volle wapening en rusting t' eenemaal, + Gelijk wanneer de Moor ontziet[156] mijn bloedig staal. + De hemel was gevaagd[157] blaauw, helder, en azurig, + En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig, + Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch; + Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch, + De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden[158] + Voor 't windelooze weêr een zeil uitspannen wilden, + 't Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor, + En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor, + Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen, + Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen[159], + De sture Boreas begon fluks uit de zee + 't Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree, + De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken, + En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken; + Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag, + Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag, + Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch[160] geflikker + Jupijn van boven wierp, met eiselijk[161] geklikker, + De donder dreunde met een dommelig geklak, + Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak, + Die met zijn gaffel[162] scheen den hemel te beklemmen, + En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen; + De Tritons trompten[163] op hun groote waterschulp, + Dat ieder Palinuur[164] de Goden riep om hulp, + De schepen stegen op genade naar de polen + En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen. + De paarden zagen nu ook d' onweêrs stormen leep[165], + De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep, + Zij vlogen even dol een langdurige wijle, + Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle; + Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom + Schoof op vier raders de beslagen disselboom; + Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte, + Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte: + Wat 's konings koetser[167] of luide riep, + De redelooze vlucht al even zwijmig liep, + Nu bin[168] nu buiten spoor, al zonder weg te peilen[169]; + Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen. + Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet + Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet + Weêrhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen + Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen: + Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog, + Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog, + Tot door het storm geblaas een krokodille strandden[170], + De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen, + Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf + Kubieten[171], oversterk gewapend op het lijf + Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen, + Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen, + Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam + Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam, + Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden[172] vervolgen, + De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen, + Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel, + Tot dat een holligheid den wagen wederhiel, + Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten, + En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte, + Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht, + Met mij stak op het strand de beenen in de locht! + Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden, + Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden. + De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt, + En met zijn Iden[173] als een schaduwe vervliegt); + Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten, + Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten, + En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook + Is voor mijn slaaps gezicht verswenen[174] als de rook: + De pyramiden van de koninklijke graven + Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven + 't Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf! + Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf; + De grootste zerken van de tomben zijn gereten, + En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten, + Isidis[175] heilig beeld, tot voorspel van ons leed, + Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet[176], + Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen! + Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander[177] volgen: + Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart. + + TIFUS. + + De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard. + + SERAX. + + De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen. + + FARAO. + + Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen? + + TIFUS. + + Gansch niet[178], grootmogend vorst! + + FARAO. + + Nochtans de droom bediedt + En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt. + + TIFUS. + + Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden, + En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden; + Ten anderen profeetsch voorloopers, diens[179] gebaar + De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar; + Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen, + Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen: + Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis, + Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is, + Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen. + + SERAX. + + Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen, + Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd, + En acht[180] wij werden[181] van de Goden dus gedreigd, + Omdat wij zuimig[182] zijn, en werden[181] langs[183] hoe sloffer + In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer, + Om de andre Goden straf t' ontslaan[184] en maken kwijt + Op den altaren, die den priesters toegewijd, + Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken, + Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken, + Opdat de Hemel (die ons dreigen[185] schijnt met wee) + Zijn staal mog wederom bekleeden metter scheê, + En de offeranden als een zoeten reuk ontvange, + Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen + Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning weêr[186] + Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer + Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren[187], + Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren; + Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht + Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht[188] + Werd op den ouden voet-- + + + MOZES en AARON tot FARAO. + + MOZES. + + Groot koning van de stranden + Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen + Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft, + Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd, + Heeft ons gezonden hier. + + FARAO. + + Wiens scepter of wiens kroon is + Ontzienelijker[189] als den rijksstaf Faraonis? + + MOZES. + + 't Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth. + + FARAO. + + Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God? + Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten? + + AARON. + + Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten, + Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout[190] pilaart. + + FARAO. + + Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard. + + AARON. + + Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen. + + FARAO. + + Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen. + + AARON. + + Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht. + + FARAO. + + De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht. + + AARON. + + Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten. + + FARAO. + + Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen: + Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert! + + AARON. + + De God van Abraham op Farao begeert, + Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten + Egypti[191] trekken laat de slaafsche Israëlieten, + Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij + Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij; + Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;-- + Dus oorlooft[192] nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken. + + FARAO. + + Genade, o Jupiter[193]! Wie zijt gij die zoo licht + Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht? + Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel + Saturni[194], dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel: + Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij, + Dwingvolk[195], kroondrager van de grootste heerschappij! + Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven, + Gij hebt uw eigen roê mij in de hand gegeven: + Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt, + Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt, + Het lastig juk verzwaard, de hals hem òverwogen,[196] + En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen, + De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort; + Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt, + En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden, + Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden: + 't Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont, + Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont'; + De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten, + Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten; + Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt, + Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld, + Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen + Te noô laat zijnen heer weêr op den zadel klemmen[197], + Het steigert en het briescht, van weelden ongezond; + Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond, + 't Is best, dat men u weêr deez' ziekte doet uitzweeten, + En voor een vette sop[198] geeft slagen voor uw eten: + Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft, + Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft[199]. + + AARON. + + Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken[200], + Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken; + Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd, + Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert, + Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken + Niet eene pluim[201] en weegt, gelooft ons bij dit teeken, + En looft Israëls God, die u 't geloof versterkt, + En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt: + Geloofdy[202] 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren, + Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren, + De visch versterven zal in der rivieren stank, + Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk. + + SERAX. + + En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave[203], + Om dat hij in een slang verandert uwen stave? + Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche[204], loopt, + En uwe kramerij al elders duur verkoopt, + Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen! + + TIFUS. + + Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen? + Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost? + Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst[205]: + En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig, + Wij zullen 't water ook couleuren[206] gelijkvormig. + + AARON. + + Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt, + Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt, + Uw goochelkunst en is maar forma en figure, + En 't mijne lijfelijk verandert van nature: + Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis + Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is: + Schort[207] dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren, + Die weder dezen staf maakt als hij was te voren. + + FARAO. + + Waar toe dit lang sermoen? preêkt elders al uw best, + En Faraonis eer niet door eens anders kwetst: + Gaat, boodschapt den Hebreên: mijn hand is veel geringer + Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger. + Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht, + Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht: + Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden, + En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden + Tot eenen offerand. De koning is verleid, + Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid + Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren[208], + Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren, + En stellen 't rijk in roer[209], en roepen: "tza, wel aan! + Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan, + Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten? + Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"[210]. + + MOZES. + + Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra + Volgt u alreê, gelijk de schaduw 't lichaam, na, + Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen, + Afgrijselijk men ziet de slinksche[211] bliksems treffen: + Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt! + Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt, + T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen + Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen + Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred + Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet + Haalt fluks de zeilen in! gij moogt[212] hem niet ontslippen: + Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen + Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt, + In 't allerhelschte[213] diep, in 't donkerste gekuilt, + Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken, + Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken[214], + Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd[215] + Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd + Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen[216] + En na het lichaam u zal treden op de hielen + Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf, + Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf + Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning + Uw troetelende[217] macht, die steeds den hoogsten Koning + Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid + Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit + Met een vermomd gelaat. + + FARAO. + + Waar toe dees lange rollen? + + SERAX. + + Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen[218]. + + TIFUS. + + Wat werpt ons Pluto[219] op? + + AARON. + + Volgt tijdelijk den raad + Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat + Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade + De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade! + + FARAO. + + Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt, + En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!-- + Past[220] fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen, + Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen; + Hij heeft zijn planten[221] zwaar op 't aardrijk neêr gezet, + Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet: + Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden: + Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden. + Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw + Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw; + De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer, + En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer: + Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand + Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand; + Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven + Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven: + En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd, + Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft. + (_Binnen_.) + + MOZES. + + Zijn hart is onbeweegd veel grooter[222] dan de rotsen. + + AARON. + + Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen? + + MOZES. + + 't Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop. + + AARON. + + Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop. + + MOZES. + + Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig[223] baffen. + + AARON. + + Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen. + _Binnen_. + + + _KOOR._ + + Steenen Farao! wilt zwichten, + Want zijn schichten + Haalt de Hemel uit den tros[224]: + Pyramiden! wacht uw spitsen + Voor zijn flitsen: + O, daar gaan zijn pijlen los! + + Nylus schreit nu, al bedolven + In zijn golven, + Om de vis, die in zijn kruik + Sterft, om dat de waterbaren + Aldus varen + Bloedig over zijn parruik[225]. + + Vorschen, luizen, wormen krielen, + Waar zijn hielen + Den Egyptenaar verzet: + Heptanomis[226] groot geweste + Ook met peste + Doodelijken is besmet. + + 't Vluchtig vogeltjen, met ijlen, + Van haar pijlen + Onverziens werd achterhaald, + Dat zijn vleugels aan de sterren + Uit ging sperren, + In de baren nederdaalt. + + 't Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten, + En de geiten + Vallen voor den herderstok; + Waar de bouwer ploegt al wakker, + Ziet hij 't akker- + Vee begraven onder 't jok. + + Nu drukt hun de hand des Heeren + Weêr met zeeren, + Met onreinig puist gedoornt[227], + Menschen ende beesten woelen, + En bevoelen + 's Hemels grimmigheid vertoornd. + + Nu drukt hun den æther vierig, + Al wraakgierig, + Met zijn kromme bliksems rood; + Nu laat hij Egypte vallen + Van kristallen + Een diluvie[228] in den schoot. + + Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig, + Met een ijzig[229] + Donders dommelig geklak; + Nu jaagt God met hagels ronden, + Om hun zonden, + Al d' Egypt'naars onder 't dak. + + De Eik en schijnet nu de elzen + Niet t' omhelzen, + De Aarde, droef en onbesproed[230], + Mist haar ranken en haar noppen, + Mist haar knoppen, + En haar groen geschilderd kleed. + + Nu beschaduwt hij hun banen + Met sprinkhanen, + Die voorts rooven t' eenegaâr[231] + Al de vruchten, die zij zaaiden + En afmaaiden, + In den schoot van 't ronde jaar. + + Nu houdt Febus[232] zich gescholen + In de polen, + En vertrekt[233] zijn blonde hoofd; + 't Licht van zijnen gulden wagen + Hij drie dagen + Hunnen horizon berooft. + + Noch blijft deze koning trotse, + Als een rotse, + Die geen golven en ontziet, + Als een klippe die gedurig + Klieft azurig + 't Schuimsel van Neptunus' spriet. + + Want God in zijn stoutheid kriegel, + Tot elks spiegel, + Heeft verstokt zijn steenig hart; + Niet, om met een welbehagen + Hem te jagen + In 's doods strikken al verward; + + Maar om straffen zijn voorleden + Godd'loosheden, + En om Israël bekwaam + Stof te geven, om te zingen + Zonderlingen + De Eer van zijnen heil'gen naam. + + + + +DERDE DEEL. + + + FARAO, de koning. + + Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig; + Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem, + Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem, + Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert, + En een beperlden staf, die heerelijker luistert[234], + Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt, + Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt: + 't Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden, + Die onze zetels doet verschrikken[235] voor zijn treden, + Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch, + Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg, + Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone; + De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone; + Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt, + En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt[236]. + Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet + Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet, + Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit, + Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit. + Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken? + Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken + Op mijne globe[237] zie? Wat baat dat ik alleen + Maak een triumfe van hoovaardige trofeên? + Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren + Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren? + Of dat de Arabier of Moore martiaal[238] + Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal? + Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen), + Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen? + Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en geëerd, + Als deze groote Mars nog boven mij regeert? + O Delta[239], Delta schoon! die met uw graf pilaren, + Met uw Mausolen[240] schijnt de uitbreidselen te nâren[241], + Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet + Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet: + Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen + Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen + Gij een bosschazië maakt van lansen uitgespeerd[242], + Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert? + Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven + De teekens van uw deugd en vromigheid verheven? + Wat baat, of uwen prins met slavernije strang + Zoo vele volken drukt? of dat den[243] Ondergang + Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten, + Of met zijn kroone mij de Middag[244] komt begroeten? + Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm, + Tot eenen chaos kruipt weêr in zijn ouden vorm. + Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel[245] + Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel + In 't sterfelijk begrijp[246], en laat den Hemel staan, + Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan! + Geen koning is hier toch, die om de beste kanse + Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance: + Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop + Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop; + En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen, + Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen: + Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt, + Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild; + En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede, + Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede. + Of gij al schoon d' Hebreên, die mijne scepter drukt, + Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt + 't Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen, + Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen? + Zij raken elders licht in dieper slavernij, + Of onder een gebied van strenger heerschappij. + Gansch Lybiën is woest, daar Atlas stijgt om hooge. + En 't ingezeten volk geneert[247] zich met den boge, + En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild, + Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt[248]. + Gaan zij zich bij den Moor of Etiopiër voegen, + Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen; + Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet, + De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet. + De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten. + Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte[249] Scyten; + Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan + En zal de Filistijn ook geen Hebreên ontvaân. + Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken) + Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken, + Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt. + En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt. + Noch daar de Assyriër der koninklijker[250] staten + Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten, + Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft, + Of de ingezeten is der vreemden overhoofd. + Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning, + Daar ieder burger is, daar ieder is een koning, + Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de scheê, + Diens bodem is gelijk de diepte van de zee, + Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander; + Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander, + En werden zij dan t' zaâm verdrukt in ongeval, + Wat koning is er die hun zake rechten zal? + Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen[251], + Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen + Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid + De willige natuur het akkerveld bereidt, + Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen, + Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen, + Die buiten Farao behoeven al ter nood[252] + Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot. + + + MOZES en AARON tot den koning. + + MOZES. + + Monarche Mitzraïms[253] hoe lang zult gij nog konnen + De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen? + Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat + Israël smoken doet het heilig altaarplat + Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste! + Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste + Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch, + Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods, + Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen + Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen + Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog + Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog + Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten, + Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten + Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout + Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt! + Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden, + Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden + Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief, + Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief, + Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen + Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!" + Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch[254], + Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts + Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen; + En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen + Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed. + + FARAO + + Gij zingt al[255] eenen zang, gelijk de koekoek doet, + En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen, + Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen, + En of mijn Majesteit gedoogde goedertier, + Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier + Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden + Vermaken[256], met het bloed des altaars opgezoden, + Zoudt gij mij zweeren dier[257] te keeren al met vliet[258] + Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet: + Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen? + Zegt, werwaarts hij zich strekt. + + AARON. + + Waaruit[259] wij zijn gekomen: + Het land van Kanaän, recht over de Jordaan, + Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan, + Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen + Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren. + + FARAO. + + Gij 't land van Kanaän verkrijgen in 't bezit? + Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit, + Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden? + Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden: + Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht, + Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht, + Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen, + Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen, + Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst, + En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst; + Daar elk inwoner stout is eenen giges[260] hooge, + En gij, sprinkhanen teêr en musschen in hun ooge! + Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht, + En schildert, op Neptuuns azure golven vocht[261], + Dy[262] 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen: + Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen + Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt + Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt: + Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen + Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen[263]! + Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast, + Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast: + Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken[264], + Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken, + Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen[265]! vliegt u mat, + Om gasten met[266] den vos, die al in schotels plat + De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben + In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben. + Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt, + De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt: + Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken[267] + De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken + Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram, + En, voor dien scepter eêl, van dijnen geitschen ram + De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen, + Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen, + Dan[268] 't Palestijnsche land. + + MOZES. + + Israël onbezorgd + Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt, + Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen + En baat geen preuts[269] gebergt' van opgeworpen wallen, + Noch diepe vesting van een grondelooze zee, + Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der scheê, + Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren + In een slagordening en mochten zich verweeren + Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier + Om[270] strijden, al omvlecht[271] is met den lauwerier. + + FARAO. + + En of 't land openstond van alle Filistijnen, + Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen, + 't Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis, + Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is; + Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om[270] laven, + 't Waar pas[272] een kerkhof om u t' zamen te begraven. + + AARON. + + Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee, + En heeft gecompasseerd[273] den boord van ieder reê, + Die 's hemels vouten[274] schoon te zamen heeft gewrongen, + En 't aardsche centrum[275] zwaar houdt allezins gedrongen, + Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand + Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand + Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken + Als of het aan de macht des Hemels zoû gebreken, + Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid, + Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit + Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer, + En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer[276], + Waar mede hy u dreigt. + + FARAO. + + Rebellen altemaal, + Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal + Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten[277]. + + MOZES. + + Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten. + + FARAO. + + Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebreên + Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten[278] steen + Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven, + Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven! + + AARON. + + Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch! + Als wij gekomen zijn bij Sinaï den berg, + Wij God een offerand[279] van ossen ofte stieren + Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren, + Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij, + Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij; + De palen zijnes wets wy niet en overtreden, + Dus oorloft[280] ons vertrek, en hoort zijn stemme heden! + + FARAO. + + In geenderlei manier. + + MOZES. + + Zoo blijft de straffe hand + Des Heeren over u, en over 't gansche land: + God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen. + + FARAO. + + Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen; + Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontzeîd, + En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid + Hier weêr verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone, + Misraïms edel hof, en bij mijn groote Kroone, + Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld, + Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult. + (_Binnen_.) + + MOZES. + + O diamanten hart! o ijzeren nature! + + AARON. + + Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure, + Den diamant, hoe hard, verzachtet[281] bokkenbloed. + Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed. + + MOZES. + + 't Glas van ons slavernij is niettemin verloopen. + Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open, + Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee, + Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees reê. + _Binnen_. + + + _KOOR._ + + En met heur kromme hoornen naakt[282] + Vast eenen halven cirkel maakt, + Werd[283] den Hebree van druk ontbonden, + En van 't tyrannig jok ontlast: + Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste, + Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste + Met vrolijkheid bereiden vast, + Hun jaar'ge lammerkens zij slachten, + Met dat de schaduw zich uitstrekt + En 'sHemels oog zijn licht vertrekt[284], + Om schuylen inde water-grachten. + + Ziet, hoe zij, met de roode stralen + Van 't zuiver Lams verkoren bloed, + De dorpels ende[285] posten vroed[286], + Van hare poorten vast bemalen[287]: + O heilig klaar ken-teeken! om + Te vrijden[288] al uw eerstgeboren + Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren + Gaat maayen, met een zeissen krom, + Al de eerstelingen vanden Nijle: + Al de eersten, die uit 's moeders schoot + Beschouwden FÅ“bi stralen rood, + Door-schicht[289] hij met een hemel-pijle. + + De Israëlieten rusten twijlen[290] + Hun[291] toe naar 's Heeren wil en eisch. + Om hun[291] te geven op de reis + Van zoo veel stadiën en mijlen: + De lammerkens, die nu gedood + Zijn, zij gaan voor den vure speten[292] + Daarna met bitter sausse op-eten, + Met zurig[293] ongeheveld brood, + Omgord, geschoeid, den staf in handen, + Een ieder vlijtig 't lamken eet + Al staande, als wandel-gasten, reed[294] + Om scheiden van de Nijlsche stranden. + + "Schoon morgen-rood, begint te blozen!" + Zij met verlangen roepen t' zaam; + "Komt, werpt uw stralen aangenaam, + Eens in ons blijdschap over Gozen! + Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht, + Beschaamt den zilver-schijn der manen[295], + En distilleert de pereltranen, + Die van ons wangen rollen vocht, + Niet meer van droefheid als voorhenen, + Maar al van blijdschap en van vreugd, + Om dat den Hebree met geneugt + Zijn zoete vrijheid is verschenen." + + O zoete vrijheid! wat een kroning + Dunkt u den genen, die verrukt[296] + Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt + 't Slaafsch jok van een tirannig koning! + Ofschoon 't wild vogelken met lust + Int korfken tiereliert en fluitert + En inde traly, twijl[297] het tjuitert, + Verdient 't gekochte zaad gerust, + 't Zou liever inde takskens schieten, + En klieven met zijn vlerkskens locht[298] + Den blaauwen hemel, zoo het mocht + Slechts mager zijnen kost genieten. + + Waarom versteekt zich inde stoppels + Der bosschen 't hoorn-getakte[299] hert? + De ranke hind', waarom zoo hard + En snel vlugt zij voor 's jagers koppels? + Waaromme vliedt het schuw konijn + En de achter-lamme[300] bloode hazen, + Die als een schaduw weggeblazen + Zoo fluks in hun zand-holen[300] zijn? + De azuren visschen, waarom duiken + Zij voor 't doorluchtig net zoo ras, + Int diepste van het water-glas, + Int diepste van Thetydis kruiken[301]? + + Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte[302] + Een ieder van naturen wis + Zijn voorhoofd ingeschreven is, + Van dat hij eerst int licht geraakte: + O driemaal eedle vrijheidskroon! + Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet, + Waarom de lieve Hemel vechtet, + Die met zijn vleugelen ten toon + Beschaduwt de Isralietsche benden, + En helpt hen uit 't Egyptisch zand, + Int rijke Palestijnen land, + Uit al hun droefheid en ellenden. + + Twijl Jacob dus van vreugden reyet[303], + De heldre witte dag aanbreekt, + De gulden zonne 't hoofd opsteekt, + Die over Nylus golven spreyet[304] + Het stralig licht van zijn flambeel[305], + Die haast ontdekt, hoe dees Comedie + Rijst uit de bloedige Tragedie + Van Delta's[306] schreyende tooneel, + Daar de oudst-geboren voor hun magen + Op 't bedde liggen koud en stijf, + En laten 't graf hun doode lijf, + Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen. + + + + +VIERDE DEEL. + + + FARAO, REI DER EGYPTENAREN. + + + FARAO. + + Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen + En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen[307], + Hij, die[308] op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit + Deez dubbel groote kroon alreê was toegezeid, + Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders + In de edel schoenen treên: en, Athlas, deze schouders + Ontlasten van den last die mijnen ouden dag + Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag: + Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen[309], + Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen[310], + Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,-- + Den eenen Farao den andr'en is ontroofd! + Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn veêren + Bespreed[311] heeft Tisifone, Alecton, en Megeren[312], + Den Atropos[313], die meer sterflijken heeft ontzield, + Dan Astren[314] dezen nacht om ons hebben gewield[315]: + O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig + Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig[316] + Ter kwader tijd vertrokt van[317] onzen horizont, + Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond + In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen + Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen + Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert[318] + Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart. + O dieftelijke[319] dood! O pest, die ongenadig + Zijt op den boord van Styx of Acheron[320] beschadig[321] + Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd + En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd. + Vervloekt zij dees Belloon[322], die listig in de wapen[323], + Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen + Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf[324] + De slapers in een lijk, hun bedden in een graf. + + + REI DER EGYPTENAREN. + + MAN. + + Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten + Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten, + Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat, + Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat: + Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen, + Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen. + Dus[325] lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort, + En de een op de ander maal den bliksem neêr gestort + Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen + Niet dan een wildernis en doornige woestijnen, + Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed, + Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed; + De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven[326] + Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven, + Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag + De tranen van den dauw te distilleeren plag; + Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels + Den blijden _Echo_ van de zorgelooze vogels, + Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp[327] + In langen niet gehoord is in dit rond begrijp[328], + Het veldsche beestiaal[329] is schielijken gestorven, + Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven, + Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut, + Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput, + Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig[330], + De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig, + De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos + Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos[331]. + + VROUW. + + Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte + De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte + Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws + Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws; + Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen, + Zoo lang de oudheid[332] ons grijsharig zal besneeuwen, + Uit ons gemoed gewischt;-- wij vlogen al verbaasd + Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast; + Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste, + De pols was weg eer elk al bevende noch tastte + Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag, + Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag + In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste + Het wit ivooren beeld, het schepsel[333] van albaste + Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch[334], elk riep terstond + Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond; + Maar ziel en leven was vervlogen met den asem, + Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem, + De rozen waren op de kaakskens al verwelkt, + 't Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt + Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen[335] + Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen + Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!) + En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd[336] + Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren + En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren! + Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood! + Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot + Beschouwden 's Hemels licht;--eilaas! voor al de smerte + En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte + Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest, + Had beter 's moeders buik uw donker tomb[337] geweest: + Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme + Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme! + + MAN. + + Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep, + Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep, + Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven, + De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven, + Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor[338] + Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor, + Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten + Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten. + Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook? + Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook + Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen, + Gelijk een schaâuw verstuift, en ijdel vliegt daar henen: + Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw, + En smelt weêr lichter als een witgevlokte sneeuw, + Of als een ijzen[339] beeld, twelk spoedig overwonnen + Zijn statua[340] verliest met 't stralen eender zonnen[341], + 't Is als een bliksemslicht[342], dat naauw om[343] schijnen poogt + En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt[344], + Een torts[345], die durig schijnt en smeltet al bezweken, + Met dat haar lemmet sparkt[346], met dat zij is ontsteken: + Hoe vliên ons dagen weg, als waren zij gevlerkt! + Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt, + Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren, + Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren. + + VROUW. + + Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef + Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef, + De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder + Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder + Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert + En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert; + Och! waren wij nooit beide uit éénen bloed geronnen, + Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen, + Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet + Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed + Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd; + Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd; + Zoo'n[347] had uw droevig einde, als 't ommers wezen most + Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost. + Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden + Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden[348]? + O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht[349], + Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht? + Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen, + En niet den zachten slaap met Lethes[350] laten stroomen + Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu + Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme[351] hieuw + En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren, + Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren. + Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt, + Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt, + Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten, + Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten. + + MAN. + + Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld, + En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld, + Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen; + Dies bidden wij: verlaat[352] d'Israëlietsche mannen! + Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland, + Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand; + Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen, + En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen. + + FARAO. + + Zij vluchte[353] metter ijl, van daar het morgenrood + Verrijst, tot daar het licht neêrdaalt in Thetys' schoot, + Voor Pluto trekken[353] zij zoo wijd ter Hellen neder, + Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder, + Zij reizen[353] naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld[354] Noord, + Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort, + Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede, + Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede: + 't Weêrspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best + Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest; + Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have, + En worden op het veld een spijze voor de rave, + Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood, + En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot. + (_Binnen_). + + + _De_ REI DER ISRAËLIETEN _zingt_: + + Hebreên! speelt 's Hemels lof + Nu op uw luite schoone, + Adieu, Misraïms hof! + Adieu, Memfidis troone! + + Adieu, Egypten-land! + Adieu, rijksstaf en kroone, + Die Nylus zandig strand + Beheerscht door Faraone. + + Adieu, tyrannig jok, + Adieu, dienstbarig[355] Gozen! + Waar uit de Heer ons trok + Door Aaron en door Mozen. + + Israël wil[356] 't beloofd + Canaän nu gelukken, + Daar Juda zijn voorhoofd + Zal met een kroone drukken. + + Daar Juda, onder 't licht + En 't wankel rond der mane, + Zijn stoel en zetel sticht + Bij 't stroomen der Jordane. + + Gij Filistijnen haast[357], + En gij o Jebuzieten! + Met Amalek verbaasd + Maakt plaats met de Ammonieten. + + De koning Juda komt + Preutsch in uw schoenen treden; + O luistert! hoe hij tromt, + En nadert met zijn schreden. + + Dat dijnen hoogmoed daalt + Voor die zijn rijk wil vesten, + Gelijk den bliksem straalt + Vant Oosten tot den Westen. + + Uw grenzen open sluit + Voor onzen prins personig[358], + En laat tot roof en buit + Uw melk en uwen honig. + + Jordaan, die van den top + Der heuvelen komt bruisschen, + Steekt uw blaauw hoornen op, + En laat uw bobbels ruisschen! + + Golft in d'azuren zee, + Zegt de Oceaansche[359] baren, + Hoe Juda op uw reê + Komt zijnen troon pilaren. + + Sinaï! maak dy[360] reê, + Want op uw hoogte steilig + Wil smoken doen d' Hebreê + Zijn brandofferen heilig. + + Dat Horeb eeuwig staat + Gerezen onder 't maanschijn, + En tuigt wie heeft gedwaad[361] + De tranen van ons aanschijn. + + Mensch-stappen[362] zullen eer + Des hemels cirkel meten, + Dan hunnes konings eer + Israël zal vergeten. + + Den Engel maakt het spoor, + O, laat ons niet verslappen, + Ons leidsliên treden voor, + Wij volgen hunne stappen. + + + FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met + zijn heirleger. + + FARAO. + + Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken, + Mag doen als Farao, en laten henen trekken + De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel[363] + Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel, + Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden + De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden, + De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak + Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak + Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden[364], + Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden, + Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard, + En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard, + Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven + Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven. + Vast hebben dees Hebreên, verdobbeld[365] snoô en valsch, + 't Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals, + Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen + En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen, + Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort, + Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt. + Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen, + Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden + Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden[366] na gedraafd, + En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft, + Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen, + Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen, + En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert + Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd, + Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen + Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen. + Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn? + + HOOFDMAN. + + Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn, + Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme + Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme[367] + Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt: + Gewapend naauwlijks, zij om[368] strijden niet geneigd + En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden + Het half gelaat te biên, ik late staan hun tanden + Te breken met geweld: indien gij dezen rei + Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei + Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen, + Als schaapskudd', die de wolf het herte[369] heeft ontstolen, + Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast + Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd. + + FARAO. + + Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen. + + HOOFDMAN. + + Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen, + En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel, + De wagens toegerust; en 't leger, al geheel + Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden, + Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden. + + FARAO. + + Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet! + De wapenroovers[370] noodt tot 't bloedige banket, + Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken[371], + Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken; + Krijgt[372] onder zijn banier, hij leidt u aan den dans! + Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans. + Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen, + Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen. + (_Binnen_). + + + _KOOR._ + + Die den Hemel derft bekrijgen, + Zal wel voor een wijl opstijgen, + Even als Neptunus' vocht + Worpt[373] zijn baren na de locht, + Die van zelf in korter stonden[374] + Weder vallen in de afgronden, + Of gelijk een vlam gezwimd[375], + Licht op naar den hemel klimt. + Die men wederom zich zelven + In zijn asschen ziet bedelven: + Want de groote goedheid Gods + Latet[376] wel den koning trotsch + Op het hoogste en even dolle + Woeden, doch wanneer hun rolle + Is ten uitersten volspeeld, + Op 't theatrum getoneeld, + En wanneer hij met berommen[377] + Meent ten hoogsten zijn geklommen, + Stoot de godlijke Monarch + Hem afgrijzig van den berg. + Hoe hij was den hemel naarder + Hoe den val hem is te zwaarder, + Hoe hij meerder opwaarts steeg + Hoe hij dieper valt om leeg. + Hoe hij meerder rees verkorseld[378] + Hoe hij platter valt vermorseld. + Dit blijkt aan Farao straf, + Die zoo blind'ling loopt naar 't graf; + Die in 's Heeren straffe tijdig + Blijft verstokt, versteend partijdig, + Daar een ieder roê, als vriend, + Hem tot beteringe dient: + Want de strengheid Gods ten lesten + Iedereen kastijdt ten besten, + En zijn geessel al begrijsd[379] + Op een grooter roede wijst. + Wie dan, in der zonnen luister, + Sluit zijn oogen in het duister, + Wie de aankloppers van 't gemoed + 's Herten deur niet open doet: + Wie zoo vele donderslagen, + Luiden laat voor ijdel vlagen, + Op het onverzienste bald[380] + 's Heeren bliksem overvalt: + Gelijk dezen koning prachtig, + Die[381] geen teekenen aandachtig + Mochten leiden uit den tred + Van zijn obstinaat opzet. + Dies de Heere t' eenenmalen + Hem onttrekt de helder stralen + Van zijn hemelsch aangezicht, + En verduistert hem in 't licht, + In verkeerdheid overgeven, + Tot hij eindelijk gedreven, + Even als een roerloos schip, + Drijft al blind'ling op de klip + Van zijn overgeven boosheid, + Van zijn stoute goddeloosheid, + In den afgrond en 't verleid[382] + Van zijn overgevenheid. + + + + +VIJFDE EN LAATSTE DEEL. + + + FAMA, of 't blazende gerucht. + 't Heer-leger Israëls (dat God zelfs[383] had geleid + Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid, + Dat God 's voorging in een vierige colomme + En 's daags in eene wolk) Farao wederomme + Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer + Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer, + Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen, + Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen, + In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt[384], + Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt, + Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren, + Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen: + Ha, Amrams zonen snoô! die ons zoo onbedocht[385] + Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht: + O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven, + Eer in Egypteland gestorven en begraven: + Verraders van den rei[386] en 't leger der Hebreên, + Een ieder wreek' zich zelf en worp'[387] den eersten steen! + Gelijk de reizigers (als in de azure golven + Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven + Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft, + En 't golvig driftig[388] hout met groene baren treft) + Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure[389] winden + Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden: + De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood + Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot + Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven + Ontijdelijk hij moet den baren overgeven, + Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust, + Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;-- + Zoo ook in dezen storm de Israëlietsche hoeders + Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders, + En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft, + Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft, + 't Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker[390], + Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen[391] anker + Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan + Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean: + Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede, + En slaat, met zijne doode en levendige roede, + Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur, + En wederzijden maakt een roô robijnen muur, + Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel + Zoo wijd, dat midden[392] blijft een guldig zand-plaveisel, + Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsliên voor + 't Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor. + O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken + Israël, die zoo haast een plaatse vindt om wijken, + Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt + Een leger[393] diepte vindt en snellijken verloopt! + Terwijlen dus d' Hebreên (spijt 't wezen[394] der naturen) + Vast dweerssen[395] deze straat van kristalijne muren, + Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht + Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!" + En d' ander krijst: "wats dit? 't Roô meer schijnt opgeblazen, + Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen: + Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat, + Wanneer men doorgaans[396] vindt zulk eenen droogen pad? + Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen, + Of't grondloos[397] dieplood, om de diepten met te peilen?" + Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort, + En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord + Behouden op het strand; dies Farao verbolgen + Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen + Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld, + En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche[398] veld, + Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen, + Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen, + Een slinksch[399] onweder van den hemel nederworpt, + Dat 't slibberig gebergt weêr in zijn holte slorpt, + Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt[400], + En komen door 't gegolf eens eindling[401] opgebobbeld, + Met eiselijk[402] geschreeuw, half levende en half dood: + De dooden zijn alreê meer als der golven vloot[403]: + De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen[404]!" + En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!" + De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond, + De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond, + En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker + Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker, + En zinken beidegaêr; de zee, die altijd woelt, + Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt. + De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig, + Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig, + Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind[405], + Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind, + En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden, + Durft hij den dullen[406] storm 't hoofd even dapper bieden, + En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt, + Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt, + Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden; + Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden: + Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie[407] gij rebelleert! + Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert." + Den Oceaan en past op[408] vloeken noch op schelden, + Zijn dreigementen dweers[409] en mogen hier niet gelden; + Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht[410], + Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht, + En weder zevenmaal gedaald is in de vesten + Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten + De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft, + En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd. + Ik geef te denken voorts, de Hebreên, die 't aanzagen, + Hoe hunnen vijand lag zoo korteling[411] verslagen, + Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed + Farao's had gedempt vertreden onder voet, + Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen, + Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen, + Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf + Dat hun verlossing werd Farao tot een graf, + Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even + En onverzienste[412] dood hun strekte tot den leven. + De winden en het meer goedjonstig[413] wierpen ruit[414] + De Egyptsche wapening[415] weêr aan den oever uit, + Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebreên in handen, + Daar zij eerst werden met[416] gedreigd van hun vijanden. + Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord, + En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort; + Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken, + Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp[417] doen klinken. + (_Binnen_). + + + _HYMNE OF LOFZANG._ + + + VAN DE ISRAËLIETSCHE REI. + + Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst, + Nu looft den Heer der Heeren, + Die ons met de overhand bekranst, + Vlecht hem een kroon van eeren; + Hij is, die al de banden van + Ons slavernije breken kan, + En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren. + + De Heer gedenkt aan zijn verbond + Over zijn uitverkoren, + Looft Hem met ziele, tong en mond, + Die Israël staat voren[418], + Die Jacobs huis, in dienstbaarheid, + Onder zijn schaduwe bespreidt[419], + Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren[420]. + + Hij is de God van Abraham, + Isak en Jacob machtig, + Die nu tot koning zalft den stam, + Den stamme Juda krachtig, + Die ons naar 't zoet beloofde land + Geleidet door zijn sterke hand, + Om[421] heerschen int land Canaän eendrachtig. + + In 't land, daar melk en honig vloeit, + Daar de Jordaan beneven + Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit + Van 't steil gebergt verheven: + Daar, als de baren van der zee + Of 't zand der stranden, nu alreê, + 't Zaad Israëls doet zijn vijanden beven. + + Looft dezen krijgsheld onvervaard, + Die paarden, ros en wagen, + 't Gewapend heer met schild en zwaard + Heeft mannelijk verslagen, + Met den verstokten koning trotsch; + Bouwt op dees klip en sterke rots, + Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen. + + Den rood-scharlaken mantel breid[422] + Van 't roode meer hij scheurde, + En heeft guld-zandig geplaveid + Een effen straat, waar deur de + Hebreên ontweken hun misval, + Tusschen twee muren van kristal, + Daar Farao den laatsten zucht betreurde[423]. + + Farao, die ons op de hiel + Vervolgde met zijn scharen, + 't Zee-water stormig overviel + Met 't zwalpen van de baren; + Die 't voorhoofd bergden int gestert[424], + In den afgrond vernederd werd: + Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren. + + Farao's wimpelen ontdaan + En zag men niet meer zwieren, + Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan, + Noch al zijn roô banieren; + Zijn wapens en geslepen staal + Zonk met zijn rusting altemaal: + Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren. + + Bouwt al uw hoop op dezen steen, + Bouwt uw geloove vaste + Op den monarche der Hebreên, + Die Farao verraste, + Die des tyrans voornemens schort, + Den hoogmoed van hun vleugels kort, + En met zijn sterke schouders ons ontlastte. + + In koper, steen, noch ijzer hard + Alleen niet dees weldaden + En prent, maar schrijft ook in uw hart + Gods goedheid vol genaden, + Die ons 's doods muile heeft ontrukt: + Groen palm en myrtetakken plukt, + Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen! + + + MOZES doet zijn offerande en spreekt: + Dwijl Israël ontrukt is uit zijn slaafsche banden, + Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook + Van dezen altaar, als een liefelijken rook, + Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden! + Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken[425], + Of schoon de teêre mensch mets anders wedergeeft, + Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft, + Zijn zwakke sterflijkheid niet[426] hoogers mag bereiken. + Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine, + Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt + Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne[427] schept, + En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine! + Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der + Oprechter[428] lippen vroom voor zijn weldadigheid, + 't Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit; + Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer. + 't Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen, + Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch, + Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis, + De stieren hooren hem, de kalveren en schapen. + Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten, + Hij hevet[429] al gemaakt;-- o, groot is uwen lof! + Die 't al hebt rijkelijk gebouwet[430] zonder stof, + Zoo gij in uwen raad verholen[431] hadt besloten. + Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen, + Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood + Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot, + Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen. + Den offer komt u toe, die[432], Heer! verteert tot asschen! + Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid + Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid, + Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen. + Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste, + En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed + Op 't heilige gesteent ons offerande doet, + En dat wij we wet betrachten aldermeeste. + Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen + Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan[433] + Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan, + Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen. + Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten[434], + Al de eerstelingen van geheel Egypteland + Van menschen en van vee, door uwe sterke hand + Geslagen werden, van den meesten tot den minsten. + En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye + Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid, + Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven leît, + Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye. + O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen, + Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier, + Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier, + Waar in gij mij ook zijt op Sinaï verschenen. + Versaagt[435] voor onze komst de stoute Filistijnen, + Kwetst hunnen preutschen[436] moed! o Heer, blijft onzen borcht + En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd + Geraken door de dorre Arabische woestijnen. + Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren + In 't land van Canaän, en dat wij uwe wet, + Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet, + En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren. + (_Binnen_). + + + _KOOR._ + + 's Hemels goedheid, die voorhenen + Ons voorvaders heeft beschenen, + Is hier op 't tooneel herspeeld, + En naar 't leven afgebeeld. + Tijd noch de vergetenissen + Hoort[437] uit ons gemoed te wisschen + Dees weldaden overgroot, + Neêrgedaald uit 's Hemels schoot. + Doch wanneer wij zien veel milder, + Wat den goddelijken schilder + Hier met naakt afconterfeit, + Raakt dit in vergetelheid, + En vertoont zich veel geringer, + Wanneer ons dit met den vinger + Wijst op 't ware wezen blij + Van dees hemel-schilderij: + Op een grooter weldaad leerlijk, + Die door Jezum Christum heerlijk + Ons zoo rijkelijk beschijnt, + Dat de schaduwe verdwijnt: + Want wanneer de zonne luistert[438], + 't Manen-zilver werd verduisterd, + 't Bleekste voor het helderst zwijkt[439], + 't Minste voor het meeste wijkt; + Om den zin hier van te mellen[440] + D' een wij tegens d'ander stellen: + Nu, het rijk Egypten is + Of beteekent duisternis, + Daar in zware slavernije + Jacob, onder d' heerschappije + Faraonis, met geklag + Droevelijk in boeyen lag: + Maar door 't goddelijk verweere[441] + Werden zij, door 't roode meere, + Saam verlost uit dees spelonk, + Als den Farao verzonk + Met zijn schilden en zijn zwaarden, + Met zijn ruiters, volk en paarden: + Even lagen wij verstrikt, + Leelijk in ons bloed verstikt, + Onder Satan, Hel en zonden, + In 's doods banden vastgebonden, + Maar door 's levens klaar fontein, + Onzen Zaligmaker rein, + Als Hij in het laatst der dagen + Aan het kruise werd geslagen, + Werden wij, door zijn bloed rood, + Vrij van zond', Hel, Duivel, dood, + Door zijn goedheid vol genaden + Afgewasschen ons misdaden: + Niet verlost, als Jacob, bloot[442] + Van een tijdelijke dood: + Maar door dezen Samson leeuwig + Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig, + Van Gods onverganklijk wee, + Van het zwaard, dat uit der scheê + Boven 't hoofd ons dreigde grammig, + Met den brand des afgronds vlammig. + Israël trok al gelijk + Naar een aardsch verganklijk rijk, + Dat maar voor een tijd mocht bloeyen, + Maar, na ons gebroken boeyen[443], + Ons de Heere roept tot hem; + In het nieuw Jeruzalem, + Loopt dan, ijverig genegen, + Hebben wij door Christum kregen[444] + Eenen weg gebaand en plat + Naar de schoone hemel-stad. + Daar dood, ziekte, strijd noch tranen + Gelijk over der Jordanen[445] + Ons meer zal ontmoeten wreed, + Als 't den Isralieten deed. + Die zoo vlijtig hun[446] bewezen + In het uiterlijke wezen, + Ook om slachten 't zuiver Lam, + 't Welk terstond een einde nam, + Als den godlijken Messias + (Daar den anderen Helias + Zijn verkoren Jongers vroed + Op wees met den vinger zoet, + Alder schatten kleinoodkoffer), + Toen die kwam en zijnen offer, + Als hoog-priester, dede spâ + Op den berg Calvaria; + Toen hij tegens Satan kampten, + Alle priester-dienst en ampten + Eindden met het Paasschen-feest, + Als de Joden jaarlijks meest + Posten, dorpels nog bestreken + Met 's Lams bloede, tot een teeken + Hoe hun God bevrijdde weerd[447] + Voor den slaanden Engels zweerd. + Voorspel, 't welk ons leert ten besten, + Hoe dat in den alderlesten + Dag der dagen, in 't gericht, + Voor Gods toornig aangezicht, + Jezus Christus ons zal vrijden + Door zijn heilig bitter lijden, + En, met 't rood onschuldig kleid[448] + Van zijn droeve sterflijkheid, + Ons onrein melaatsche vlekken + Voor des Heeren aanschijn dekken. + Eet dan geestelijker wijs + Nog dit Lam, der zielen spijs, + Met een bitter sausse spijtig; + Ware Israëlieten vlijtig, + Laat de kracht van zijne dood + U nog zijn een hemels-brood! + Weest omgordt, en staat alreede + Om te wand'len na den vrede, + Met den staf, alzoo 't behoort, + Van des Heeren heilig Woord + Opgeschort, omgord op vordel[449] + Met der liefden band en gordel. + Ook aanmerkt hier algemeen + Dees twee leids-liên der Hebreên: + Mozes (onbespraakt voor Farons + Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv + Reden-rijke tonge vocht[450]: + Doch geen van dees beiden mocht + Isak brengen eindelijken + In Canaäns koninkrijken: + Onder welke schorsse duikt + Als men dezen bast ontluikt[451], + De onvolkomen zwakheid teder + Van der wet te korten leeder[452], + Om in 't hemelsch vaderland + Op te stijgen uit den brand, + Uit den brand der zielen zweerdig[453], + Uit Gods toornigheid rechtveerdig, + Daar ons Christus, als gezeîd, + Heeft behouden uitgeleid. + Want in Christo woont bekwamig + Zelf de volheid Gods lichamig, + 't Evangelische verbond + Vloeyet uit zijns wijsheids mond, + Der genaden fontein-ader[454], + Ons verbidder, bij den Vader. + Israël vertrok op hoop, + Maar voor ons heeft al den loop + Christus 't hoofd van zijne benden + Lang te voren gaan vol-enden, + En met 't kruis getriomfeerd + Boven Hemelen en eerd'[455]. + Laat dit plaatse bij u grijpen, + Laat dit godlijk zaaisel rijpen, + Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst + Vloeyen UIT LEVENDER JONST[456]. + + + + +VOETNOTEN: + +[1] _nagenoeg._ + +[2] _Verzonnen_. + +[3] _Maar_. + +[4] _ingerichte_. + +[5] Van (den Latijnschen dichter) _Horatius_. + +[6] _Gebrekkig_ (van geest nam.). + +[7] Thans _zich_. + +[8] Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende _daarnaar_ willen +lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk _nader_) +dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met _waar_, +_daar_, enz. het eerste de voorkeur. + +[9] Thans _dan_. + +[10] _Korten_ (verg. de uitdrukking _spanne tijds_). + +[11] Thans _vertoont_ (d. i. eig. _vertoogent_, met den langeren +vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.) + +[12] _te omspannen_; verg. boven bl. 5, aant. [8]. + +[13] _blinkende_. + +[14] Tweede-naamval van Venus. + +[15] _blinde klip_ + +[16] Thans _iets anders_. + +[17] _bestuur_, _beheer_. + +[18] _leerrijke_. + +[19] Lat. voor _tooneel_. + +[20] _planken_. + +[21] J. Mz. _Vaer_ (d. i. _van der_) Laer was een rijk Amsterdamsch +lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld. + +[22] Thans _doet hem verzellen_. + +[23] _bekrachtiging_. + +[24] _vrij te laten_. + +[25] _beesten_ (verg. 't Fr. _bétail_). + +[26] _welriekend_. + +[27] _kaauwt en herkaauwt_. + +[28] _Dijt uit_. + +[29] _schapen_ (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen) + +[30] _pracht_ (verg. 't Hoogd. _geschmeide_). + +[31] _kleed_ ('t Fr. _habit_). + +[32] voor _schijnt_. + +[33] Thans tot _een helm_ geslonken. + +[34] _zacht_. + +[35] _dan_. + +[36] _dezer dagen_. + +[37] _afbeeldt_. + +[38] _open_. + +[39] Voor _verlustigt_. + +[40] _tweesnijdend_. + +[41] Thans _ofschoon_. + +[42] _luister_, _glans geeft_, _blinkt_. + +[43] 't zilver van den maan. + +[44] Voor _raast_. + +[45] _legt_; thans _ligt_. + +[46] _zeis_. + +[47] De landbouwende klasse. + +[48] Thans tot _lachte_ verzwakt. + +[49] _Een iegelijk_. + +[50] Voor _gemeen_. + +[51] _voren_. + +[52] _gelijk_. + +[53] _bron_, _water_. + +[54] _vonkelen_ (verg 't Eng. _to spark_). + +[55] Thans _schijnt te branden_. + +[56] Thans alleen _geknield_. + +[57] _sterk_ (verg. boven _spark_ met ons _sprank_). + +[58] _bespiedde_. + +[59] _in eigen persoon_. + +[60] _spiegelgladde_, _effene_. + +[61] voor _gebracht_. + +[62] _aan wien_. + +[63] voor _krult_. + +[64] Thans _wil_. + +[65] _Bewandelt_, _betreedt_. + +[66] _draait_. + +[67] _perk_, _omvang_. + +[68] _van't veld_. + +[69] _Zoo_, _indien_. + +[70] _bundel_, _koker_. + +[71] Thans _beschoren_. + +[72] voor _versmelt_. + +[73] _erkennen_. + +[74] _vloeit_ en _geboeid_, als _vloei-et_ en _geboei-ed_ te lezen; +verg. beneden _scheidet_. + +[75] _helderen_. + +[76] voor _vliegend span_. + +[77] _sluw_. + +[78] Thans _om te_. + +[79] Eig. 't Hoogd. _kreitz_, d. i. _kring_, _perk_; van daar (gelijk ook + hier) _strijdperk_. + +[80] _veegt_ (van 't oude _dwa-en_, waarvan nog _dweil_). + +[81] _schreyend_. + +[82] Voor _tarwen-aren_. + +[83] Thans _zich_. + +[84] _flikkeren_, _vonkelen_. + +[85] _hoekigen_, _kronkelenden_. + +[86] _golvenden_. + +[87] voor _verheuging_. + +[88] _afloopt_. + +[89] _kunnen_. + +[90] _Met uw verlof_. + +[91] voor _schijnt het_. + +[92] voor _toegevoegd_, _opgelegd_. + +[93] voor _zich_. + +[94] _op vaderlijke wijs_. + +[95] _ook_ (_ofschoon_). + +[96] voor _baatte_ (wegens den volg. klinker). + +[97] Thans _naar de ziel_. + +[98] _dreigt_ + +[99] _met tranen in de oogen_, _weenend_. + +[100] Thans _onbewogen_. + +[101] _zijn verlaten opengezet_. + +[102] Minder gelukkig voor _aardkloot_. + +[103] Thans _van de ark_. + +[104] _zuiver_. + +[105] _kon_. + +[106] _wel_. + +[107] _bepaald_; verg. boven bl. [3]. + +[108] Voor _keert het_, _proeft het_. + +[109] _toevoegt_. + +[110] Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op +gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders--voor 't +Hollandsche _die_ of _dien_ onzer schrijftaal--gebezigd wordt. Evenzoo +vroeger "den Farao". + +[111] _gestarnte_. + +[112] De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw. + +[113] _blinken_ (van daar onze metaalnaam _blik_ en 't woord _bliksem_). + +[114] voor _beheerscht het_. + +[115] _tot zijn straf_. + +[116] _meê_. + +[117] _wijselijk_. + +[118] _Tot veroordeeling en dwaling leidend_. + +[119] anders _verfrayen_, thans _vervrolijken_. + +[120] een van boven gespleten stok. + +[121] _staf_. + +[122] _blinkend_; verg. boven op _blikken_. + +[123] voor te _verteeren_. + +[124] Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk +door vereenigende samenvatting der volgende opsomming. + +[125] Thans tot _plukken_ verdikt. + +[126] _bedwelmd_. + +[127] _de borst doorbonzend_. + +[128] Lat. 2e naamval: _van Farao_. + +[129] voor _duizenden_. + +[130] _gekweld_. + +[131] Saamgetrokken uit _hadtghy_: _hadt gij_. + +[132] _Glinsterde_. + +[133] versta: _geleek zij_. + +[134] verkeerdelijk voor _zwierf_, _verstierf_. + +[135] Thans tot _heette_ verzwakt. + +[136] (Gelijk _metterdaad_, _metterwoon_, enz. saamgetrokken _met der +spoed_) thans _met spoed_. + +[137] _begraven_. + +[138] _vaak_, _dikwerf_ d. i. _veelmaals_. + +[139] Thans _ontstoken_. + +[140] _schielijk afgedane_. + +[141] het gelaat verwringende. + +[142] Thans _de_. + +[143] Minder gelukkig voor _overstelpt_ of iets derg. + +[144] Lat. vierde naamval van _Mozes_. + +[145] _Helsche_, _Duivelsche_. + +[146] _Maar al te ongaarne geuit_. + +[147] _vlugger_. + +[148] _manlijke kracht_. + +[149] _lichtgeschitter_. + +[150] _walmend_, _smokend_. + +[151] enkelv. + +[152] _Duizelig maakt_. + +[153] _het groote heelal_. + +[154] voor _gemakkelijk_. + +[155] _plotseling_. + +[156] _vreest_. + +[157] Thans _geveegd_, _gezuiverd_. + +[158] _makkers_ (nam. de _zeeluî_). + +[159] voor _wenden_. + +[160] _verradelijk_. + +[161] _vreeselijk_; thans verkeerdelijk _ijselijk_ geschreven. + +[162] _vork_ ('t Hoogd. _gabel_), hier voor Neptunus' _drietand_. + +[163] _bliezen_. + +[164] d. i. _stuurman_ (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet). + +[165] _boos_ (_druipend_). + +[166] 't Hoogd. _kutscher_; thans _koetsier_. + +[167] _aanging_. + +[168] voor _binnen_. + +[169] voor _berekenen_. + +[170] voor _strandde_. + +[171] _ellen_. + +[172] _dubbel snel_. + +[173] _ydele beelden_. + +[174] voor _verzwonden_ of _verdwenen_. + +[175] Lat. tweede naamval van _Isis_. + +[176] Thans _vochtig_. + +[177] Thans _een of ander_. + +[178] _In 't geheel niets_. + +[179] voor _dier_, thans _wier_. + +[180] voor _acht ik_. + +[181] Thans _worden_. + +[182] _onachtzaam_. + +[183] _hoe langer_. + +[184] versta: _ons te ontslaan van_. + +[185] voor _te dreigen_. + +[186] Door 't twee regels later volgend _weder_- overtollig. + +[187] _wederbrengen_, _doen herboren worden_. + +[188] _herbracht_. + +[189] _ontzaggelijker_. + +[190] _gewelf_ ('t Fransche _voûte_). + +[191] d.i. van E. + +[192] _Geef nu verlof tot_, _veroorloof_. + +[193] Deze _Jup._ maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en +geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en +Godenlegenden in Vondels eeuw. + +[194] Van Saturnus (als _Tijdgod_ genomen). + +[195] Anders _dwingeland_, en een bewijs dat men verkeerd doet, +dit saamgestelde woord van een vermeend _dwingelen_ af te leiden. + +[196] _overladen_. + +[197] voor _klimmen_. + +[198] Anders _soep_, _spijs_. + +[199] _wegneemt_, _belet_. + +[200] _tot dwaling brengen_. +(verg. het Hoogd. _verrückt_.) + +[201] _een veêrtjen_. + +[202] _gelooft gij_. + +[203] _wakker_. + +[204] _mars_, _koopwaar_. + +[205] _afgebeeld_, _voorgedaan_. + +[206] _kleuren_. + +[207] _Schort op_, _staakt_. + +[208] _is hij niet voorzichtig_. + +[209] _in beweging_, _beroerte_. + +[210] voor _keten_ of _ketting_ ('t Lat. _catena_). + +[211] _schuinsch_ geslingerde. + +[212] _kunt_. + +[213] _het meest Helsche_. + +[214] minder gelukkig +voor _onder hun vlerken_, _hun schaduw bedekken_. + +[215] Versta: _de opgesperde kaken_. + +[216] Thans _naar de ziel_. + +[217] _streelende_, _vleyende_. + +[218] _uitpraten_. + +[219] Verg. boven de aant. op _Jupiter_. + +[220] _zorgt_. + +[221] (voet-)_zolen_. + +[222] Verkeerdelijk voor _meer_. + +[223] Hier in slechten zin, voor _hoogmoedig_, _overmoedig_. + +[224] _bundel_. + +[225] voor _hoofdhaar_; eerst later werd het uitsluitend gebezigd +voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts +Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande. + +[226] Midden-Egypte. + +[227] Gedoornde d. i. _stekelige_ puisten. + +[228] Voor _een vloed van regendroppels_, + +[229] Rijmshalven voor _eizig_. + +[230] _onbedekt, dor._ + +[231] Anders _altegaâr_. + +[232] voor _de zon_. + +[233] _houdt weg_, _verschuilt_. + +[234] _schittert_. + +[235] Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van _verspringen_. + +236] _vonkt_ (zie vroeger). + +[237] _rijksappel_, als teeken der oppermacht. + +[238] _krijgshaftig_. + +[239] _Neder-Egypte_. + +[240] voor _grafteekenen_ in 't algemeen, hier de Pyramieden. + +[241] _het uitspansel te naderen._ + +[242] voor _uitgespreid_, _uitgebreid_. + +[243] Het Westen, in tegenoverstelling van den _Levant_ (of _Opgang_) +voor 't Oosten. + +[244] _Zuiden_. + +[245] voor _wimpel_, _vaan_, _banier_. + +[246] binnen den kring der stervelingen. + +[247] _voedt_, _onderhoudt_. + +[248] Minder juist voor _afschiet_. + +[249] Thans tot _noch_ (gelijk _ofte_ tot _of_) afgekort. + +[250] Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval. + +[251] _den heer te spelen_. + +[252] _op zijn minst_. + +[253] Hebreeuwsche naam voor Egypte. + +[254] Hier in goeden zin: _grootsch_, _edelaardig_. + +[255] _niet_. + +[256] Thans _te vermaken_. + +[257] met _duren_ eede. + +[258] voor _vlijt_, dat toen nog zoo uitgesproken werd. + +[259] Versta: _daarheen_, _van waar_. + +[260] Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor _reus_. + +[261] _vochtige_. + +[262] voor u. + +[263] _bedelbrokken_ of liever _benden_. + +[264] _keuken_. + +[265] _kraanvogels_. + +[266] _Te gast te gaan_. + +[267] Thans _den eik_. + +[268] Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare _van_. + +[269] _Trotsch_, _ontoeganklijk_. + +[270] Thans _om te_. + +[271] Verkeerdelijk voor _omvlochten_. + +[272] _naauwlijks_. + +[273] _afgemeten_. + +[274] _gewelven_. + +[275] _middelpunt_. + +[276] voor _strafzwaard_. + +[277] Thans _uwsweegs_, sedert _straat_ in den meer bepaalden zin +van _bestraten weg_ (_via strata_) gebezigd wordt. + +[278] _allerlaagsten_. + +[279] Fransche _offrande_, en dus verkeerdelijk +meestal _offerhand_ geschreven. + +[280] Thans _veroorlooft_. + +[281] _verzacht het_. + +[282] _ontbloote_, _zichtbare_. + +3[283] Thans _wordt_. + +[284] _wegneemt_. + +[285] Thans tot _en_ verkort. + +[286] _wijselijk_. + +[287] Germ. voor _verwen_. + +[288] _vrijwaren_. + +[289] Voor _doorklieft_. + +[290] _onderwijl_. + +[291] Thans _zich_. + +[292] _aan 't spit braden_. + +[293] _zuur_. + +[294] _gereed_. + +2[295] Thans _maan_. + +[296] _verbijsterd_ (verg. 't Hoogd. _verrückt_). + +[297] Voor _terwijl_. + +[298] _luchtige_, _vlugge_. + +[299] Minder gelukkig voor _met getakte hoornen_. + +[300] Verwarring van konijnen en hazen. + +[301] de golven van Thetys, d. i. de zee. + +[302] _klaarlijk_. + +[303] den reidans opent. + +[304] Thans _spreidt_. + +[305] Anders _flambouw_ +('t Fransch _flambeau_), gelijk _bureel_ van _bureau_. + +[306] Neder-Egypte. + +[307] _overschaduwen_. + +[308] Thans _dien_. + +[309] Thans tot _morgenzon_ geslonken. + +[310] _helderheid te gunnen_. + +[311] _bespreid_. + +[312] De Grieksche Wraakgodinnen. + +[313] De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt. + +[314] Voor _sterren_. + +[315] _gedraaid_. + +[316] _gouden lokken_. + +[317] Thans _onttrokt aan_. + +[318] Voor _gestarnte_. + +[319] _verraderlijk_ (als een "dief" in den nacht ons besluipende). + +[320] De bekende rivieren der oude wereld. + +[321] Rijmshalven voor _schadelijk_. + +[322] _oorlogsmaagd_. + +[323] Thans _wapenen_. + +[324] _streng_, _wreed_. + +[325] Thans _zoo_. + +[326] Rijmshalven voor _het loof_ of _lover_. + +[327] Thans voor het Fr. _fluit_ verouderd (verg. echter nog ons +_pijper_). + +[328] _ommekring_. + +[329] Voor de _beesten van 't veld_. + +[330] _dicht bewassen_. + +[331] Anders _verloor_. + +[332] Voor _ouderdom_. + +[333] Naar zijn eigenlijke beteekenis van _vorm_. + +[334] _gilde_. + +[335] _bovenal_. + +[336] _overtrokken_, _overschaduwd_. + +[337] Gallicisme voor _graf_. + +[338] _erfgenaam_, 't Fr. _hoir_. + +[339] Van _ijs_. + +[340] _gestalte_. + +[341] Thans _eener zon_. + +[342] _bliksemflits_. + +[343] Thans _te_. + +[344] Thans in verlengden vorm _vertoont_ (d.i. _vertoogent_). + +[345] _toorts_. + +[346] _vonkt_. + +[347] Voor _zoo en_ (d.i. _niet_). + +[348] _doorboorden_. + +[349] Rijmshalven maar verkeerdelijk voor _gedocht_. + +[350] _vergetelheid_. + +[351] Voor _vlijmen_, of liever _vlijmend zwaard_. + +[352] _laat vrij_. + +[353] _Laat ze vlugten, trekken, reizen enz_. + +[354] Voor _be-ijzeld_. + +[355] Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht +tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang _ig_ +in 't algemeen te velde getrokken. + +[356] Gelijk meer als _zal_ (verg. ook 't Eng. _to will_). + +[357] _weldra_. + +[358] _in persoon_ (verg. echter aant. [355]). + +[359] Verkeerdelijk voor _van den Oceaan_. + +[360] Thans _maakt u_. + +[361] _weggevaagd_ (zie vroeger). + +[362] Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor +_menschelijke treden_. + +[363] _draai_, _ommezwaai_. + +[364] _vergolden_, _betaald_. + +[365] Voor _dubbel_. + +[366] Thans _worden_. + +[367] _arm_. + +[368] Thans _om te_, _tot_. + +[369] D.i. den _moed_. + +[370] D.i. _de legerknechten_ (als die de wapens hunner vijanden +vermeesteren). + +[371] _weifelen_. + +[372] _oorloogt_, _strijdt_. + +[373] Thans _werpt_ (even als, omgekeerd, thans _wordt_ voor 't +vroegere _werd_). + +[374] _In korten tijd_. + +[375] Voor _gezwind_. + +[376] _laat_. + +[377] Rijmshalven voor _beroemen_. + +[378] _kregel_, _wrevelig_. + +[379] _bejammerd_ (nam. door de Egyptenaren). + +[380] Hoogd. voor _spoedig_. + +[381] Thans _dien_. + +[382] Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem +zijn hartstocht _verleidde_. + +[383] Thans _zelf_. + +[384] _'thelpt niet_. + +[385] voor _onbedacht_. + +[386] Hier voor _schaar_. + +[387] _werpe_. + +[388] _golvend_, _drijvend_. + +[389] _stugge_, _harde_ (gelijk nog in Overijsel _stoer_; verg. +ook ons _stuursch_). + +[390] _wankel-_, _kleinmoedig_. + +[391] Thans _hoop_. + +[392] In 't _midden_. + +[393] _lager_. + +[394] _tegen den aard_. + +[395] _Dwars overtrekken_. + +[396] _op den duur_. + +[397] Minder juist voor _diepgaande_, tot op 't grondelooze toe. + +[398] D. i. _van de zee_. + +[399] _boos_, _verraderlijk_. + +[400] _zakt_. + +[401] Thans _eindlijk_. + +[402] Thans veelal verkeerdelijk _ijselijk_. + +[403] _vloeyend tal_. + +[404] Rijmshalven voor _klimmen_. + +[405] Voor _snellende_. + +[406] Thans _dollen_, _woedenden_. + +[407] _wien_, _tegen wien_. + +[408] _geeft om_. + +[409] _dwarsch_, _stuursch_. + +[410] _vochtig gewoel_ voor _'t gewoel der golven_. + +[411] _binnen zoo korten tijd_. + +[412] Voor _meest onvervalschte_. + +[413] _goedgunstig_. + +[414] _ruw_, _woest_. + +[415] Voor _krijgswapens_. + +[416] Thans _meê_. + +[417] trompet. + +[418] _voorstaat_, _beschermt_. + +[419] Voor _met zijn schaduw overdekt_. + +[420] _genieten_ (verg. nog ons _órberen_). + +[421] Thans _om te_; verg. vroeger. + +[422] Voor _breed_. + +[423] Versta: _treurend slaakte_. + +[424] Voor _gesternte_. + +[425] Voor _teeken van dankbaarheid_. + +[426] Thans _niets_. + +[427] Thans _bron_. + +[428] Tweeden naamvalsuitgang, thans _oprechte_. + +[429] _heeft het_. + +[430] Voor _gebouwd_. + +[431] _geheime raad_. + +[432] Namelijk _het offer_. + +[433] Minder gelukkig voor _gedenken_, _mij herinneren_. + +[434] Rijmshalven voor _verdiensten_. + +[435] Voor _doet versagen_. + +[436] _trotschen_. + +[437] _Behooren_. + +[438] _straalt_; verg. reeds herhaaldelijk vroeger. + +[439] Thans _bezwijkt_, _zwicht_. + +[440] Rijmshalven voor _melden_. + +[441] Voor _verweren_, _beschermen_. + +[442] _alleen_ (verg. 't hoogd. _bloss_). + +[443] Latinisme voor _nadat onze boeyen gebroken zijn_. + +[444] Maatshalven voor _gekregen_. + +[445] Thans _de Jordaan_. + +[446] Thans _zich_. + +[447] Rijmshalven als stopwoord gebezigd. + +[448] Voor _kleed_. + +[449] _voordeel_. + +[450] _vochtig_ en daarom _vaardig_. + +[451] _ontsluit_. + +[452] ladder. + +[453] _snijdend_, _fel_. + +[454] _bron-aâr_. + +[455] _aarde_. + +[456] _Uit levendige gunst_; de leus der oude Rederijkers kamer te +Amsterdam. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van den Vondel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + +***** This file should be named 30473-0.txt or 30473-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/0/4/7/30473/ + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/30473-h/30473-h.htm b/30473-h/30473-h.htm new file mode 100644 index 0000000..3f9f43e --- /dev/null +++ b/30473-h/30473-h.htm @@ -0,0 +1,5254 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=UTF-8" /> + <title> + The Project Gutenberg eBook of De Complete Werken, by JOOST VAN VONDEL. + </title> + <style type="text/css"> + p { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + h1,h2,h3,h4,h5,h6 { + text-align: center; /* all headings centered */ + clear: both; + } + hr { width: 33%; + margin-top: 2em; + margin-bottom: 2em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + clear: both; + } + + td {vertical-align: top;} + + div.centered {text-align: center;} /* work around for IE centering with CSS problem part 1 */ + div.centered table {margin-left: auto; margin-right: auto; text-align: left;} /* work around for IE centering with CSS problem part 2 */ + + + body{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + } + + em.gesperrt { + letter-spacing: 0.35ex; + padding-left: 0.35ex; + font-style: normal; + } + + ins.note {border-bottom: red thin dotted; text-decoration: none;} + + .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */ + /* visibility: hidden; */ + position: absolute; + left: 92%; + font-size: smaller; + text-align: right; + color: gray; + } /* page numbers */ + + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;} + .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em; + padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em; + float: right; clear: right; margin-top: 1em; + font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;} + + .bb {border-bottom: solid 2px;} + .bl {border-left: solid 2px;} + .bt {border-top: solid 2px;} + .br {border-right: solid 2px;} + .bbox {border: solid 2px;} + + .center {text-align: center;} + .smcap {font-variant: small-caps;} + .u {text-decoration: underline;} + + .footnotes {border: dashed 1px;} + .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} + .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;} + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; font-size: 105%; text-align: left; line-height:140%;} + .poem br {display: none;} + .poem .stanza {margin: 1.5em 0em 1.5em 0em;} + .poem div {display: block; margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem div.i2 {display: block; margin-left: 2em;} + .poem div.i3 {display: block; margin-left: 3em;} + .poem div.i4 {display: block; margin-left: 4em;} + .poem div.i5 {display: block; margin-left: 5em;} + .poem div.i6 {display: block; margin-left: 6em;} + .poem div.i7 {display: block; margin-left: 7em;} + .poem div.i8 {display: block; margin-left: 8em;} + .poem div.i9 {display: block; margin-left: 9em;} + .poem div.i10 {display: block; margin-left: 10em;} + .poem div.i12 {display: block; margin-left: 12em;} + </style> + </head> +<body> +<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 30473 ***</div> + +<h2> DE COMPLETE WERKEN<br /> + +VAN</h2> + +<h1>JOOST VAN VONDEL.<br /><br /><br /></h1> + + + + + +<div> +<span class='pagenum'><a name="Page_6b" id="Page_6b">[Pg 6b]</a></span> +</div> + +<h2>Het Pascha,</h2> + +<h4>OF</h4> + +<h3>de Verlossing der kinderen Israëls +uit Egypte;</h3> + +<h4>TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP +'T TOONEEL GESTELD.</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i10'>De goede vind' mij goed,</div> +<div class='i12'>De kwade straf en streng,</div> +<div class='i10'>Wanneer ik d' een behoed',</div> +<div class='i12'>En d' ander t' onderbreng'.</div> +</div></div> + + + +<div class='stanza'>DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN +LEZER HEIL EN ZALIGHEID.</div> + + +<div><br /></div> + +<p>De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de +verdorvenheid des menschen, en ziende hoe traag vast<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor"><ins class="note" title="nagenoeg.">[1]</ins></a> een +ieder was, om langs de trappen der deugden op te klimmen, +en omhoog te stijgen in al hetgene wat loflijk en heerlijk +bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te steilen +berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere +middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en +natuurlijk burgerlijk leven; hetzij door eenige poëtische fabelen +en versierde<a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verzonnen.">[2]</ins></a> gedichten, of door andere bekwame regelen +en wetten. Dan<a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maar.">[3]</ins></a> onder andere hebben zij voor goed +ingezien de manier van eenige oude historiën of vergeten +geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld +op het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig +toegemaakte<a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor"><ins class="note" title="ingerichte.">[4]</ins></a> beelden en personen, levendig uit te drukken +en na te bootsen hetgeen tijd en oudheid, met veel verloopen +eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans uit het geheugen +gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig +geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed +zijn belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt, +opdat zelfs plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al +hoorende doof en al ziende blind waren, zonder bril mochten +hun feilen als met den vinger aangewezen, en door +sprekende letteren van gesierde figuren getemd en gezedigd +werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij<a name="FNanchor_5_5" id="FNanchor_5_5"></a><a href="#Footnote_5_5" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van (den Latijnschen dichter) Horatius.">[5]</ins></a> het profijt +met genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat +eenigen te kreupel<a name="FNanchor_6_6" id="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gebrekkig (van geest nam.)">[6]</ins></a> waren, om te graven naar de kostelijke +kleinodiën der leeringen en geheimenissen, die onder de +schors van gedroomde fabelen weggescholen en verborgen +lagen, en hun<a name="FNanchor_7_7" id="FNanchor_7_7"></a><a href="#Footnote_7_7" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[7]</ins></a> van gretige zoekers en ijveraars gaarne wilden +laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op +een andere wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is +het hun niet genoeg geweest, ofschoon de boeken van schoone +<span class='pagenum'><a name="Page_7a" id="Page_7a">[Pg 7a]</a></span> +lessen al vervuld waren, en geheel dik opgehoopt op malkanderen +liggende eenen heerlijken winkel maakten, en of +veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen kunstig +gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen, +de voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij +hebben ook daarbenevens, in groote bijzondere schouwplaatsen +willen in het openbaar de schatten der filosofie in +den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om +daarna<a name="FNanchor_8_8" id="FNanchor_8_8"></a><a href="#Footnote_8_8" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende daarnaar willen lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk nader) dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met waar, daar, enz. het eerste de voorkeur.">[8]</ins></a> te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen +ook den geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden, +en die een iegelijk als een levende schoonverwige +schilderij voor oogen stellen. Want waarbij mag het geheele +tafereel of theater dezer wereld beter vergeleken worden, +als<a name="FNanchor_9_9" id="FNanchor_9_9"></a><a href="#Footnote_9_9" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dan.">[9]</ins></a> bij een groot openbaar tooneel, daar vast een ieder gedurende +den handwijlschen<a name="FNanchor_10_10" id="FNanchor_10_10"></a><a href="#Footnote_10_10" class="fnanchor"><ins class="note" title="Korten (verg. de uitdrukking spanne tijds).">[10]</ins></a> tijd van zijn vliênde leven, zijn +eigen rol en personagië speelt. De een vertoogt<a name="FNanchor_11_11" id="FNanchor_11_11"></a><a href="#Footnote_11_11" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans vertoont (d. i. eig. vertoogent, met den langeren vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)">[11]</ins></a> zich daarop +als koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter +of rijksstaf, veel koninkrijken en landen te gebieden en +te beheerschen, met een gouden kroon zijn koninglijk hoofd +om te drukken<a name="FNanchor_12_12" id="FNanchor_12_12"></a><a href="#Footnote_12_12" class="fnanchor"><ins class="note" title=" te omspannen; verg. boven bl. 5, aant. [23].">[12]</ins></a>, en bekleed met een glansig luisterende<a name="FNanchor_13_13" id="FNanchor_13_13"></a><a href="#Footnote_13_13" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinkende.">[13]</ins></a> +purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon, voor wiens +majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en nedervallen. +Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw +gehelmd steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene +hand een tweesnijdend zwaard, in de andere een gevelde +speer, rijdt alzoo midden onder de vijanden, ontziende noch +leven noch dood, om met tien duizend Trofeën triumfelijk +weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen +helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid +te hebben. Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt +van liefde, en doet met zijn beweeglijke klachten alsins den +schallenden echo in 't holle gewelf van Veneris<a name="FNanchor_14_14" id="FNanchor_14_14"></a><a href="#Footnote_14_14" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tweede-naamval van Venus.">[14]</ins></a> tempel wedergalmen. +Die berijdt den woesten Oceaan met een gevleugeld +paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen, +noch Syrten<a name="FNanchor_15_15" id="FNanchor_15_15"></a><a href="#Footnote_15_15" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinde klip.">[15]</ins></a>, noch klippen, noch diepe afgronden, om van +het Oosten in het Westen te geraken. Een ander beploegt +met een paar jok-ossen den rug van onzer aller moeder, om +te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen zijner vruchten +toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den anderen +in een ander<a name="FNanchor_16_16" id="FNanchor_16_16"></a><a href="#Footnote_16_16" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans iets anders.">[16]</ins></a> bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd, +en eer den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft, +moeten zij alle met den wijzen man roepen, dat alles niet +anders is dan "Al ijdelheid, Al ijdelheid," en worden alzoo +door onverwachte dood, eer zij hun zelven hebben recht leeren +kennen, van het tooneel des aardbodems achter de gordijne +weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen +en den zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken +en den zwakken, de een den ander gelijk; zoodat met +recht over deze onze ijdelheid Heraclitus schreit, Democritus +lacht, en Timon zich voor de menschen als voor eenen +vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere +wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus +aangemerkt zijnde, kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de +oude wijze Heidenen met deze manier van doen hebben +willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te vergeefs +zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal +durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoniën en +uiterlijke diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten, +nieuwe maanden, en al hetgene Aärons priesterschap en +<span class='pagenum'><a name="Page_7b" id="Page_7b">[Pg 7b]</a></span> +den tempel met alle zijn sieraden, gereedschappen, en toerustingen +aankleeft, zoo ook het regiment<a name="FNanchor_17_17" id="FNanchor_17_17"></a><a href="#Footnote_17_17" class="fnanchor"><ins class="note" title="bestuur, beheer.">[17]</ins></a> van het rijk Israëls;—wie +zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles +iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in +den toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen +dezen allerheiligsten Hoogepriester en Koning aller koningen +kwam, toen hadden alle wettelijke letterlijke priesteren +en koningen Judae hun rol volspeeld en uitgediend: want in +Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren op. Ja, +de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze +Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch, +die onder de moordenaars gevallen was; van den verloren +zoon, die al zijns vaders goed onnuttelijk verkwist had; +van den rijken man, die met purper en kostelijk lijnwaad +bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat zijn +het anders, als naakte Comediën en Tragediën, om daarmede +te leeren die menschen, dewelke op geen andere manier +de verborgen mysteriën van het Rijk der Hemelen verstaan +kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der Koningen: daar +eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en troosteloos, +in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David, +gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw +dunkt; daar eenen verwonnen Zedekia gevankelijk naar +Babyloniën gevoerd werd; daar eenen tirannischen Nebukadnezar +Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en tot +eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van +den H. Geest tot leerachtige<a name="FNanchor_18_18" id="FNanchor_18_18"></a><a href="#Footnote_18_18" class="fnanchor"><ins class="note" title="leerrijke.">[18]</ins></a> voorbeelden (als op de <em class="gesperrt">scena</em><a name="FNanchor_19_19" id="FNanchor_19_19"></a><a href="#Footnote_19_19" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. voor tooneel.">[19]</ins></a>) +voorgedragen werden: zoo hebben wij voorhenen deze +Tragi-Comedie voor eens ieders oogen willen op de stellagië<a name="FNanchor_20_20" id="FNanchor_20_20"></a><a href="#Footnote_20_20" class="fnanchor"><ins class="note" title="planken.">[20]</ins></a> +openlijk vertoonen. En alzoo wij bevonden hebben, dat +vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest zijn, om +hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij +het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb +ik, ten ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve +(hoewel het gering is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan +heb, nochtans groot en gewichtig van stoffe) door openbaren +druk een iegelijk gemeen te maken: te meer, omdat +het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer gekrenkt, +en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd +werd. Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid +gelezen worde, dat het gedije tot prijs van den heiligen en +gebenedijden name Gods, en dat, door het overdenken van +deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de droeve Tragedie +of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag +nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen.</p> + +<p>In Amstelredam, 1612, den 29en Maart.</p> + + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i10'>Den al uwen</div> +<div class='i8'><span class="smcap">J. van Vondelen.</span></div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h3>Epistre</h3> + +<h4>A MONSEIGNEUR</h4> + +<h4>IEAN MICHIELS VAERLAER<a name="FNanchor_21_21" id="FNanchor_21_21"></a><a href="#Footnote_21_21" class="fnanchor"><ins class="note" title=" J. Mz. Vaer (d. i. van der) Laer was een rijk Amsterdamsch lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.">[21]</ins></a>,</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>MON SINGULIER AMY.</div> + +<div class='i4'>L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse,</div> +<div class='i2'>L'Attique miel sucré, la mine precieuse</div> +<div class='i2'>De la riche Peru, les perles, les tresors</div> +<div class='i2'>Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords,</div> +<div class='i2'>Ne pouvant presenter à vostre Seigneurie,</div> +<div class='i2'>Ie vien l'Avant-coureur de mienne Poësie</div> +<div class='i2'>Sacrer à ton honneur, en toute humilité,</div> +<div class='i2'>La printaniere fleur de mon aage doré.</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_8a" id="Page_8a">[Pg 8a]</a></span> +<div class='i4'>Ma Muse rit desia, se voyant amiable</div> +<div class='i2'>Dessoubs l'ombre d'vn tel Mecæne favorable,</div> +<div class='i2'>Qui, fuyant le pavé des ruës, va les champs</div> +<div class='i2'>Presser de ses talons: qui l'aage de son temps</div> +<div class='i2'>Loing, loing hors l'emmuré d'vne Cité redouble,</div> +<div class='i2'>Laissant des Citadins la peupuleuse trouble:</div> +<div class='i2'>Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant</div> +<div class='i2'>Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant,</div> +<div class='i2'>Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire</div> +<div class='i2'>Changer son libre estat pour vn plus grand Empire.</div> +<div class='i4'>O trois fois bienheureux (a autre fois chanté</div> +<div class='i2'>Horace et le Gascon Du Bartas renommé)</div> +<div class='i2'>O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature</div> +<div class='i2'>Fleurir parmy les champs en eternel verdure!</div> +<div class='i2'>Le maniement joyeux d'vn verd sion enté</div> +<div class='i2'>Le lustre passe d'vn royal sceptre emperlé,</div> +<div class='i2'>Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage,</div> +<div class='i2'>Les doux tirelirants Rossignols en ramage,</div> +<div class='i2'>Surpassent l'orgueilleux couronnement royal,</div> +<div class='i2'>Et le chant mesuré des Chantres musical.</div> +<div class='i4'>Si tost que le Soleil va peindre de dix milles</div> +<div class='i2'>Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles,</div> +<div class='i2'>Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs</div> +<div class='i2'>Aurore distiller les agreables pleurs,</div> +<div class='i2'>Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire,</div> +<div class='i2'>Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire,</div> +<div class='i2'>Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter,</div> +<div class='i2'>Le sueux Laboureur la terre cultiver,</div> +<div class='i2'>Et richement semer la nouvelle semence,</div> +<div class='i2'>Pour moissonner apres les fruicts en abondance.</div> +<div class='i4'>Le chaleureux Esté (qui brusle tout vermeil)</div> +<div class='i2'>Luy monstre les espics, la vertu du Soleil</div> +<div class='i2'>Luy monstre le coral des cramoisins cerises,</div> +<div class='i2'>Et l'Automne a couvert de mille friandises</div> +<div class='i2'>Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin,</div> +<div class='i2'>Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin.</div> +<div class='i2'>Or estant de tous biens richement couronnée</div> +<div class='i2'>Il sent desia en l'air les aisles de Borée.</div> +<div class='i4'>He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en liberté</div> +<div class='i2'>Parmy les champs feconds, en toute seureté,</div> +<div class='i2'>De talonner les pas de nostres premiers Peres,</div> +<div class='i2'>Loing, loing laissant à dos les passions severes,</div> +<div class='i2'>Fuyant le bruict mondain l ô, doux et sainct repos!</div> +<div class='i2'>Qui de cupiditez n'as point chargé le dos,</div> +<div class='i2'>Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune,</div> +<div class='i2'>Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune,</div> +<div class='i2'>Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor,</div> +<div class='i2'>Et ton bien souverain: qui pour argent ni or</div> +<div class='i2'>Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles,</div> +<div class='i2'>Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles,</div> +<div class='i2'>Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti,</div> +<div class='i2'>Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli.</div> +<div class='i4'>Durant l'aage doré que nos premiers Ancestres</div> +<div class='i2'>Faisoint profession des ouvrages champestres,</div> +<div class='i2'>Astrée florissoit, et la terre à chascun</div> +<div class='i2'>Estoit avec ses fruicts en partage commun,</div> +<div class='i2'>Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage</div> +<div class='i2'>D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage</div> +<div class='i2'>N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez,</div> +<div class='i2'>Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez,</div> +<div class='i2'>Neptune n'eust le dos ni ses ondes salées</div> +<div class='i2'>Chargées de cent vaisseaux, car du fruict des vallées</div> +<div class='i2'>Chascun se contentoit, et vivoit à Cerès,</div> +<div class='i2'>Laquelle abondamment leur provida assez.</div> +<div class='i4'>O celeste labeur! qui dans ton front empraincte</div> +<div class='i2'>Portez la saincte loy, la justice, et la craincte</div> +<div class='i2'>Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux,</div> +<div class='i2'>Noë, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux</div> +<div class='i2'>Semble oreillier au son de sa harpe dorée,</div> +<div class='i2'>Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briarée.</div> +<div class='i4'>Combien d'années les Romains sont sagement</div> +<div class='i2'>Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_8b" id="Page_8b">[Pg 8b]</a></span> +<div class='i2'>La terre ont cultivé, je laisse vn Tite Live</div> +<div class='i2'>Historier dessus de Tyberique rive.</div> +<div class='i4'>Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys,</div> +<div class='i2'>Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx,</div> +<div class='i2'>Qui ont abandonnez leur Couronne invincible,</div> +<div class='i2'>Pour vivre bien contents parmy le champ paisible;</div> +<div class='i2'>Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit,</div> +<div class='i2'>Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit.</div> +<div class='i4'>La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres,</div> +<div class='i2'>Et qui diligemment ont feuilletté les livres</div> +<div class='i2'>Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retiré,</div> +<div class='i2'>Laissant arriere loing l'humaine vanité.</div> +<div class='i2'>Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses</div> +<div class='i2'>Se plaist d'entre le son des douces cornemuses</div> +<div class='i2'>Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux</div> +<div class='i2'>Lesquels tous-jours croissant vont menaçant les Cieux.</div> +<div class='i4'>Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame</div> +<div class='i2'>Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame</div> +<div class='i2'>Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement</div> +<div class='i2'>Accompaigne tous-jours ton hault entendement,</div> +<div class='i2'>Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre</div> +<div class='i2'>Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre</div> +<div class='i2'>Presenter obstiné, qui ses derniers sanglots</div> +<div class='i2'>Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots:</div> +<div class='i2'>Souffrez que je despein icy la delivrance</div> +<div class='i2'>Des enfans d'Israël, d'Abram juste semence,</div> +<div class='i2'>Afin que par Zoyle au visage effronté</div> +<div class='i2'>Les fleurs de mon printemps ne soyent violé.</div> +<div class='i4'>C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle!</div> +<div class='i2'>Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle</div> +<div class='i2'>Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va,</div> +<div class='i2'>Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina,</div> +<div class='i2'>Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nuës,</div> +<div class='i2'>Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornuës:</div> +<div class='i2'>Recevez doncq ces vers, ces vers qu'à ton honneur</div> +<div class='i2'>Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur.</div> +<div class='i8'>De vostre Seigneurie le tres-affectionné</div> +<div class='i10'>I. V. V.</div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h3><a name="KORT_BEGRIP_VAN_DE_TRAGI-COMEDIE" id="KORT_BEGRIP_VAN_DE_TRAGI-COMEDIE"></a>KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE:</h3> + + +<p>Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den +berg Horeb of Sinaï, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels +uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en +verlosser over het Huis van Israël. Mozes ontschuldigt zich om zijne +onbekwame tong, dies verzelt hem<a name="FNanchor_22_22" id="FNanchor_22_22"></a><a href="#Footnote_22_22" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans doet hem verzellen.">[22]</ins></a> de Heer met zijnen broeder, den +schoontaligen en priesterlijken Aäron. Deze twee gebroeders, als +gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan +den koning Farao, met bevesting<a name="FNanchor_23_23" id="FNanchor_23_23"></a><a href="#Footnote_23_23" class="fnanchor"><ins class="note" title="bekrachtiging.">[23]</ins></a> van het eerste wonderteeken, hun +slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het +ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als +door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebreën meerder als voor +henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van +zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten<a name="FNanchor_24_24" id="FNanchor_24_24"></a><a href="#Footnote_24_24" class="fnanchor"><ins class="note" title="vrij te laten.">[24]</ins></a>. Doch +de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot +grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger, +ruiters, paarden en wagenen, de Israëlieten achterhaalt aan het Roode +meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het +geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel +eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een +spiegel voor oogen stelt. De Israëlieten verlost loven (over hun +triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen. +Luistert toe, enz.</p> + + + +<div><hr style="width: 45%;" /></div> +<div><span class='pagenum'><a name="Page_9a" id="Page_9a">[Pg 9a]</a></span></div> +<h3><a name="BEELDEN_VAN_HET_BLIJ-EINDIG_SPEL" id="BEELDEN_VAN_HET_BLIJ-EINDIG_SPEL"></a>BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL.</h3> + +<table class="cast" summary="cast of characters"> +<tbody><tr> +<td>GOD DE HEERE</td> +<td></td> +</tr> +<tr> +<td> +<!--begin imbedded table--> + <table class="inner"> + <tbody><tr> + <td class="bracket lf"> + <p>MOZES, AARON, KORACH,</p> + <p>JOZUA en KALEB</p> + </td> + <td class="bracket rt"> + <p>De Oudsten der Hebreën.</p> + </td> + </tr> + </tbody></table> +<!--end imbedded table--> +</td> +</tr> +<tr> +<td>FARAO,</td> +<td> de Koning.</td> +</tr> +<tr> +<td> +<!--begin imbedded table--> + <table class="inner"> + <tbody><tr> + <td class="bracket lf"> + <p>TIFUS,</p> + <p>SERAX,</p> + </td> + <td class="bracket rt"> + <p>Droom-bedieders en Toovenaars.</p> + </td> + </tr> + </tbody></table> +<!--end imbedded table--> +</td> +</tr> +<tr> +<td>ALBINUS,</td> +<td>Veld-hoofdman met zijn Heir-leger.</td> +</tr> +<tr> +<td>De Rei der Egyptenaren.</td> +<td></td> +</tr> +<tr> +<td>De Rei der Israëlieten.</td> +<td></td> +</tr> +<tr> +<td>FAMA,</td> +<td>of 't vliegende Gerucht.</td> +</tr><tr> +<td>KOOR,</td> +<td>de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel.</td> +</tr> +</tbody></table> + + +<h4>EERSTE DEEL.</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt:</div> +</div> +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Weidt hier, mijn beestiaal<a name="FNanchor_25_25" id="FNanchor_25_25"></a><a href="#Footnote_25_25" class="fnanchor"><ins class="note" title="beesten (verg. 't Fr. bétail).">[25]</ins></a>! weidt hier, mijn tierig vee!</div> +<div class='i2'>Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee!</div> +<div class='i2'>Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig,</div> +<div class='i2'>'t Lacht hier doch altemaal, zoetrokig<a name="FNanchor_26_26" id="FNanchor_26_26"></a><a href="#Footnote_26_26" class="fnanchor"><ins class="note" title="welriekend.">[26]</ins></a> en couleurig,</div> +<div class='i2'>Nu wauwelt<a name="FNanchor_27_27" id="FNanchor_27_27"></a><a href="#Footnote_27_27" class="fnanchor"><ins class="note" title="kaauwt en herkaauwt.">[27]</ins></a> zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt<a name="FNanchor_28_28" id="FNanchor_28_28"></a><a href="#Footnote_28_28" class="fnanchor"><ins class="note" title="Dijt uit.">[28]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt:</div> +<div class='i2'>Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder,</div> +<div class='i2'>Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder,</div> +<div class='i2'>De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd)</div> +<div class='i2'>Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen<a name="FNanchor_29_29" id="FNanchor_29_29"></a><a href="#Footnote_29_29" class="fnanchor"><ins class="note" title="schapen (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen).">[29]</ins></a>, zwermt;</div> +<div class='i2'>Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken,</div> +<div class='i2'>Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken;</div> +<div class='i2'>Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld,</div> +<div class='i2'>Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt.</div> +<div class='i4'>Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten!</div> +<div class='i2'>Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten;</div> +<div class='i2'>Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon,</div> +<div class='i2'>Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon!</div> +<div class='i2'>Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken,</div> +<div class='i2'>Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken,</div> +<div class='i2'>Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd<a name="FNanchor_30_30" id="FNanchor_30_30"></a><a href="#Footnote_30_30" class="fnanchor"><ins class="note" title="pracht (verg. 't Hoogd. geschmeide).">[30]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt<a name="FNanchor_31_31" id="FNanchor_31_31"></a><a href="#Footnote_31_31" class="fnanchor"><ins class="note" title="kleed ('t Fr. habit).">[31]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten,</div> +<div class='i2'>Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten,</div> +<div class='i2'>Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof,</div> +<div class='i2'>Als al de lekkernij van 't koninklijke hof:</div> +<div class='i2'>Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten<a name="FNanchor_32_32" id="FNanchor_32_32"></a><a href="#Footnote_32_32" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor schijnt.">[32]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>'t Is wederom vermengd met zorgen en onrusten,</div> +<div class='i2'>Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed,</div> +<div class='i2'>En morgen toegerust met wapens dol en wreed,</div> +<div class='i2'>Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen,</div> +<div class='i2'>En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen<a name="FNanchor_33_33" id="FNanchor_33_33"></a><a href="#Footnote_33_33" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot een helm geslonken.">[33]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard,</div> +<div class='i2'>'t Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard.</div> +<div class='i2'>Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen,</div> +<div class='i2'>Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen.</div> +<div class='i2'>Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad</div> +<div class='i2'>Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat.</div> +<div class='i4'>Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden,</div> +<div class='i2'>En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen:</div> +<div class='i2'>Abel en Abraham, Izak en Jakob mild<a name="FNanchor_34_34" id="FNanchor_34_34"></a><a href="#Footnote_34_34" class="fnanchor"><ins class="note" title="zacht.">[34]</ins></a></div> +<div class='i2'>Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild;</div> +<div class='i2'>Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker,</div> +<div class='i2'>Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker;</div> +<div class='i2'>Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_9b" id="Page_9b">[Pg 9b]</a></span> +<div class='i2'>Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen,</div> +<div class='i2'>Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren,</div> +<div class='i2'>Doch meer dwingt mij de nood als<a name="FNanchor_35_35" id="FNanchor_35_35"></a><a href="#Footnote_35_35" class="fnanchor"><ins class="note" title="dan.">[35]</ins></a> hertelijk begeeren.</div> +<div class='i4'>'t Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl<a name="FNanchor_36_36" id="FNanchor_36_36"></a><a href="#Footnote_36_36" class="fnanchor"><ins class="note" title="dezer dagen.">[36]</ins></a></div> +<div class='i2'>Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl:</div> +<div class='i2'>Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven,</div> +<div class='i2'>En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven!</div> +<div class='i4'>Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst,</div> +<div class='i2'>Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst</div> +<div class='i2'>Beteekent<a name="FNanchor_37_37" id="FNanchor_37_37"></a><a href="#Footnote_37_37" class="fnanchor"><ins class="note" title="afbeeldt.">[37]</ins></a> t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd,</div> +<div class='i2'>Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd:</div> +<div class='i2'>Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt,</div> +<div class='i2'>De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed;</div> +<div class='i2'>De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen,</div> +<div class='i2'>De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen,</div> +<div class='i2'>Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla,</div> +<div class='i2'>En elk Inwoonder hoort den Scepter even na,</div> +<div class='i2'>D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden,</div> +<div class='i2'>Zoo hoort 't Rijk op<a name="FNanchor_38_38" id="FNanchor_38_38"></a><a href="#Footnote_38_38" class="fnanchor"><ins class="note" title="open.">[38]</ins></a> te staan, om iegelijk te voeden:</div> +<div class='i2'>Maar Israël, helaas! gaat op een dorre heid',</div> +<div class='i2'>Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt,</div> +<div class='i2'>D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren,</div> +<div class='i2'>Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren:</div> +<div class='i2'>De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,<a name="FNanchor_39_39" id="FNanchor_39_39"></a><a href="#Footnote_39_39" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor verlustigt.">[39]</ins></a></div> +<div class='i2'>Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust:</div> +<div class='i2'>Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel,</div> +<div class='i2'>Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel,</div> +<div class='i2'>De Israëlieten drukt: zijn wedersnijdig<a name="FNanchor_40_40" id="FNanchor_40_40"></a><a href="#Footnote_40_40" class="fnanchor"><ins class="note" title="tweesnijdend.">[40]</ins></a> staal</div> +<div class='i2'>Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal,</div> +<div class='i2'>En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel,</div> +<div class='i2'>Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel.</div> +<div class='i2'>Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf!</div> +<div class='i2'>Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf:</div> +<div class='i2'>En of zij schoon<a name="FNanchor_41_41" id="FNanchor_41_41"></a><a href="#Footnote_41_41" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans ofschoon.">[41]</ins></a> met graan al Memfis' zolders vullen</div> +<div class='i2'>Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen.</div> +<div class='i4'>Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept!</div> +<div class='i2'>Gij graaft om elke stad een grondelooze diept,</div> +<div class='i2'>Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen</div> +<div class='i2'>Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen,</div> +<div class='i2'>En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg,</div> +<div class='i2'>En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg,</div> +<div class='i2'>Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert<a name="FNanchor_42_42" id="FNanchor_42_42"></a><a href="#Footnote_42_42" class="fnanchor"><ins class="note" title="luister, glans geeft, blinkt.">[42]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En 't manenzilver<a name="FNanchor_43_43" id="FNanchor_43_43"></a><a href="#Footnote_43_43" class="fnanchor"><ins class="note" title=" 't zilver van den maan.">[43]</ins></a> met zijn gulden trots verduistert,</div> +<div class='i2'>Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal,</div> +<div class='i2'>En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al:</div> +<div class='i2'>Noch razet<a name="FNanchor_44_44" id="FNanchor_44_44"></a><a href="#Footnote_44_44" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor raast.">[44]</ins></a> den tiran, Egypten leît<a name="FNanchor_45_45" id="FNanchor_45_45"></a><a href="#Footnote_45_45" class="fnanchor"><ins class="note" title="legt; thans ligt.">[45]</ins></a> ten woesten,</div> +<div class='i2'>En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten.</div> +<div class='i4'>Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot</div> +<div class='i2'>Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot</div> +<div class='i2'>Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten</div> +<div class='i2'>Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten</div> +<div class='i2'>In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht</div> +<div class='i2'>Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht,</div> +<div class='i2'>Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide,</div> +<div class='i2'>Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide,</div> +<div class='i2'>Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman</div> +<div class='i2'>Vervloekte ploeg, en zein<a name="FNanchor_46_46" id="FNanchor_46_46"></a><a href="#Footnote_46_46" class="fnanchor"><ins class="note" title="zeis.">[46]</ins></a>, dorschvlegel, eg en wan,</div> +<div class='i2'>Toen 't heele Ceresgild<a name="FNanchor_47_47" id="FNanchor_47_47"></a><a href="#Footnote_47_47" class="fnanchor"><ins class="note" title="De landbouwende klasse.">[47]</ins></a> schier niet dan stroo en stoppel</div> +<div class='i2'>In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel:</div> +<div class='i2'>Toen loech<a name="FNanchor_48_48" id="FNanchor_48_48"></a><a href="#Footnote_48_48" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot lachte verzwakt.">[48]</ins></a> elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld,</div> +<div class='i2'>Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld,</div> +<div class='i2'>Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen</div> +<div class='i2'>Op iegelijken<a name="FNanchor_49_49" id="FNanchor_49_49"></a><a href="#Footnote_49_49" class="fnanchor"><ins class="note" title="Een iegelijk.">[49]</ins></a> wierp, en niemand heeft onttogen</div> +<div class='i2'>De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_10a" id="Page_10a">[Pg 10a]</a></span> +<div class='i2'>Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein<a name="FNanchor_50_50" id="FNanchor_50_50"></a><a href="#Footnote_50_50" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gemeen.">[50]</ins></a>.</div> +<div class='i2'>O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren<a name="FNanchor_51_51" id="FNanchor_51_51"></a><a href="#Footnote_51_51" class="fnanchor"><ins class="note" title="voren.">[51]</ins></a></div> +<div class='i2'>De wolven, die nu 't schaap van Israël verscheuren;</div> +<div class='i2'>Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond,</div> +<div class='i2'>Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond:</div> +<div class='i2'>Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven,</div> +<div class='i2'>En langen tijd met hun vóór onzen tijd begraven!</div> +<div class='i4'>Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert.</div> +<div class='i2'>Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd,</div> +<div class='i2'>Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig</div> +<div class='i2'>Beklijft, als<a name="FNanchor_52_52" id="FNanchor_52_52"></a><a href="#Footnote_52_52" class="fnanchor"><ins class="note" title="gelijk.">[52]</ins></a> 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig,</div> +<div class='i2'>Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen,</div> +<div class='i2'>Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen:</div> +<div class='i2'>Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije</div> +<div class='i2'>t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije?</div> +<div class='i4'>O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook</div> +<div class='i2'>Van onz' altaren, als een liefelijken rook,</div> +<div class='i2'>Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen</div> +<div class='i2'>Zal u den wierook van ons heilige offeranden</div> +<div class='i2'>Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds,</div> +<div class='i2'>Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds,</div> +<div class='i2'>Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen,</div> +<div class='i2'>Die overheeren zal den trots van u vijanden;</div> +<div class='i2'>Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht</div> +<div class='i2'>De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht:</div> +<div class='i2'>Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden,</div> +<div class='i2'>Wascht ons weer in de borne<a name="FNanchor_53_53" id="FNanchor_53_53"></a><a href="#Footnote_53_53" class="fnanchor"><ins class="note" title="bron, water.">[53]</ins></a> en vloed uwer genaden!</div> +<div class='i2'>Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart,</div> +<div class='i2'>Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart:</div> +<div class='i2'>Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen,</div> +<div class='i2'>Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen:</div> +<div class='i2'>Wij zijn Dijn handen werk.....</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i3'>(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.)</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Aanschouwt dat heerlijk licht!</div> +<div class='i2'>Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht!</div> +<div class='i2'>'t Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken<a name="FNanchor_54_54" id="FNanchor_54_54"></a><a href="#Footnote_54_54" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkelen (verg 't Eng. to spark).">[54]</ins></a> en te gloeyen,</div> +<div class='i2'>Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen.</div> +<div class='i2'>Ik wil mij derwaarts spoên.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Zacht, Mozes! Mozes, beidt!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hier ben ik.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Is hier van mijn tegenwoordigheid</div> +<div class='i2'>Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten,</div> +<div class='i2'>Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten.</div> +<div class='i4'>'t Bosch, dat hier branden schijnt<a name="FNanchor_55_55" id="FNanchor_55_55"></a><a href="#Footnote_55_55" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans schijnt te branden.">[55]</ins></a>, en niet en wordt verteerd,</div> +<div class='i2'>Daarmede is Israël naakt af gefigureerd:</div> +<div class='i2'>'t Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk</div> +<div class='i2'>De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk,</div> +<div class='i2'>En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud,</div> +<div class='i2'>Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt,</div> +<div class='i2'>Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen</div> +<div class='i2'>Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen.</div> +<div class='i4'>Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt,</div> +<div class='i2'>Waarvoren zich<a href="#Footnote_56_56" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans alleen geknield.">[56]</ins></a> Isak en Jakob heeft geknield<a name="FNanchor_56_56" id="FNanchor_56_56"></a><a href="#Footnote_56_56" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans alleen geknield.">[56]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Amy! waar zal ik vliên, in klippen of in kuilen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik was, Ik ben, Ik blijf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Waar zal ik mij verschuilen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_10b" id="Page_10b">[Pg 10b]</a></span> +<div class='i2'>En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank<a name="FNanchor_57_57" id="FNanchor_57_57"></a><a href="#Footnote_57_57" class="fnanchor"><ins class="note" title="sterk (verg. boven spark met ons sprank).">[57]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde,</div> +<div class='i2'>Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde</div> +<div class='i2'>Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk</div> +<div class='i2'>Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk:</div> +<div class='i2'>De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen,</div> +<div class='i2'>Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen;</div> +<div class='i2'>Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee</div> +<div class='i2'>En groot heerleger met mijn vleugelen bespreê<a name="FNanchor_58_58" id="FNanchor_58_58"></a><a href="#Footnote_58_58" class="fnanchor"><ins class="note" title="bespiedde.">[58]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen,</div> +<div class='i2'>Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open,</div> +<div class='i2'>Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord,</div> +<div class='i2'>Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord!</div> +<div class='i2'>Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden,</div> +<div class='i2'>Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden,</div> +<div class='i2'>Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt</div> +<div class='i2'>Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt!</div> +<div class='i2'>Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig<a name="FNanchor_59_59" id="FNanchor_59_59"></a><a href="#Footnote_59_59" class="fnanchor"><ins class="note" title="in eigen persoon.">[59]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig;</div> +<div class='i2'>In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan</div> +<div class='i2'>Heur hoornen spieglen in de glazige<a name="FNanchor_60_60" id="FNanchor_60_60"></a><a href="#Footnote_60_60" class="fnanchor"><ins class="note" title="spiegelgladde, effene.">[60]</ins></a> Jordaan;</div> +<div class='i2'>Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven</div> +<div class='i2'>Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven,</div> +<div class='i2'>Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots,</div> +<div class='i2'>Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods;</div> +<div class='i2'>Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen,</div> +<div class='i2'>En zag op 't altaar-plat alreê ten hemel stralen,</div> +<div class='i2'>(Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed)</div> +<div class='i2'>'t Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed;</div> +<div class='i2'>Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente,</div> +<div class='i2'>Alreê begraven had zijn vleesch en zijn gebeente;</div> +<div class='i2'>Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht<a name="FNanchor_61_61" id="FNanchor_61_61"></a><a href="#Footnote_61_61" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor gebracht.">[61]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht;</div> +<div class='i2'>Daar zijnen zoon Izak en Jakob, beî te gader,</div> +<div class='i2'>Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader;</div> +<div class='i2'>In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd</div> +<div class='i2'>Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd.</div> +<div class='i2'>Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen;</div> +<div class='i2'>De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij maakt u machtig, die<a name="FNanchor_62_62" id="FNanchor_62_62"></a><a href="#Footnote_62_62" class="fnanchor"><ins class="note" title="aan wien.">[62]</ins></a> nooit sterkheid en ontbrak;</div> +<div class='i2'>En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig,</div> +<div class='i2'>Doet mij op dezen berg een offerande heilig</div> +<div class='i2'>Van liefelijken reuk.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>O God gebenedijd!</div> +<div class='i2'>Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt</div> +<div class='i2'>Die mij gezonden hebt?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Jehova, God almachtig,</div> +<div class='i2'>Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig:</div> +<div class='i2'>Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt</div> +<div class='i2'>Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet:</div> +<div class='i2'>Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt</div> +<div class='i2'>Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld;</div> +<div class='i2'>Ik ben de Heere zelf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>De vonk van hun geloof</div> +<div class='i2'>Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder;</div> +<div class='i2'>Wat hebt gij in uw hand?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Een staf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i12'>Wel, werpt hem neder.</div> +</div> + +<span class='pagenum'><a name="Page_11a" id="Page_11a">[Pg 11a]</a></span> +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wat kronkelt hier alreê? hier wemelt, krolt<a name="FNanchor_63_63" id="FNanchor_63_63"></a><a href="#Footnote_63_63" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor krult.">[63]</ins></a> en drilt</div> +<div class='i2'>Een slange, die mij in de hielen bijten wilt<a name="FNanchor_64_64" id="FNanchor_64_64"></a><a href="#Footnote_64_64" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wil.">[64]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>O Heere, staat mij bij!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Wel, grijpt den krommen worme.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Dit 's mijnen zelfden staf, weêr in zijn eerste vorme:</div> +<div class='i2'>O, Heere wonderbaar!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Opdat u niets ontbreekt,</div> +<div class='i2'>Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt,</div> +<div class='i2'>En trekt ze weder uit.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Mijn hand is stijf en kromme,</div> +<div class='i2'>Melaatsch, gelijk de sneeuw.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Wel, drukt nu weder omme</div> +<div class='i2'>Uw ongeloovig hart.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Ze is zuiver, rein en klaar.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar,</div> +<div class='i2'>Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert<a name="FNanchor_65_65" id="FNanchor_65_65"></a><a href="#Footnote_65_65" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Bewandelt, betreedt.">[65]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>'t Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam,</div> +<div class='i2'>Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam;</div> +<div class='i2'>Kiest elders een gezant.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Zal mij dan iets ontbreken?</div> +<div class='i2'>Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken,</div> +<div class='i2'>Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt<a name="FNanchor_66_66" id="FNanchor_66_66"></a><a href="#Footnote_66_66" class="fnanchor"><ins class="note" title="draait.">[66]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En al wat in 't begrijp<a name="FNanchor_67_67" id="FNanchor_67_67"></a><a href="#Footnote_67_67" class="fnanchor"><ins class="note" title="perk, omvang.">[67]</ins></a> van nat of drooge krielt,</div> +<div class='i2'>'t Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret,</div> +<div class='i2'>En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret,</div> +<div class='i2'>'t Viervoetig veldsch<a name="FNanchor_68_68" id="FNanchor_68_68"></a><a href="#Footnote_68_68" class="fnanchor"><ins class="note" title="van't veld.">[68]</ins></a> gediert', 't geboomte, dat gekromd</div> +<div class='i2'>Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt:</div> +<div class='i2'>Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore</div> +<div class='i2'>Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore?</div> +<div class='i2'>Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald,</div> +<div class='i2'>Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt;</div> +<div class='i2'>Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig?</div> +<div class='i2'>Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig;</div> +<div class='i2'>En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet</div> +<div class='i2'>Om uw hardnekkigheid;—wat dunkt u, kan ik niet</div> +<div class='i2'>Gebruiken nevens u, voor Israël en Faron,</div> +<div class='i2'>De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron?</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Of<a name="FNanchor_69_69" id="FNanchor_69_69"></a><a href="#Footnote_69_69" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zoo, indien.">[69]</ins></a> Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God</div> +<div class='i2'>Zijt gij van mij gezalfd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>En blijft hij onbewogen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen;</div> +<div class='i2'>Mijn pijlen hangen reê gescherpt in mijnen tros<a name="FNanchor_70_70" id="FNanchor_70_70"></a><a href="#Footnote_70_70" class="fnanchor"><ins class="note" title="bundel, koker.">[70]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En of mijn haters mij nog in Egypte vonden?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden:</div> +<div class='i2'>Dus spoedt u.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Op uw woord zal ik mij henenspoên,</div> +<div class='i2'>Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen,</div> +<div class='i2'>Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_11b" id="Page_11b">[Pg 11b]</a></span> +<div class='i2'>Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen,</div> +<div class='i2'>Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd<a name="FNanchor_71_71" id="FNanchor_71_71"></a><a href="#Footnote_71_71" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans beschoren.">[71]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>KORACH, JOZUA, EN KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen?</div> +<div class='i2'>Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen?</div> +<div class='i2'>Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud,</div> +<div class='i2'>Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd?</div> +<div class='i2'>Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen</div> +<div class='i2'>Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen?</div> +<div class='i2'>Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild</div> +<div class='i2'>Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt<a name="FNanchor_72_72" id="FNanchor_72_72"></a><a href="#Footnote_72_72" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor versmelt.">[72]</ins></a>?</div> +<div class='i2'>Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig?</div> +<div class='i2'>Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig?</div> +<div class='i4'>O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond</div> +<div class='i2'>En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond</div> +<div class='i2'>Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken:</div> +<div class='i2'>Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken?</div> +<div class='i4'>Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen,</div> +<div class='i2'>Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen,</div> +<div class='i2'>Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk,</div> +<div class='i2'>Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk,</div> +<div class='i2'>Afgodisch aangebeèn, noch zichtbaar beeldtenis;</div> +<div class='i2'>In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis</div> +<div class='i2'>Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen.</div> +<div class='i2'>Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen;</div> +<div class='i2'>Wij hebben<a name="FNanchor_73_73" id="FNanchor_73_73"></a><a href="#Footnote_73_73" class="fnanchor"><ins class="note" title="erkennen.">[73]</ins></a> nimmermeer voor Isis onbezield,</div> +<div class='i2'>De Egypter afgodin, devotelijk geknield;</div> +<div class='i2'>Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid</div> +<div class='i2'>Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid.</div> +<div class='i4'>Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos,</div> +<div class='i2'>Gij kent onz' zwakheid teêr, en onz' nature broos,</div> +<div class='i2'>Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen,</div> +<div class='i2'>Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen;</div> +<div class='i2'>Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt,</div> +<div class='i2'>Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'.</div> +<div class='i4'>Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit<a name="FNanchor_74_74" id="FNanchor_74_74"></a><a href="#Footnote_74_74" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeit en geboeid, als vloei-et en geboei-ed te lezen; verg. beneden scheidet.">[74]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid<a href="#Footnote_74_74" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeit en geboeid, als vloei-et en geboei-ed te lezen; verg. beneden scheidet.">[74]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet,</div> +<div class='i2'>Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet!</div> +<div class='i4'>Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen</div> +<div class='i2'>Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen,</div> +<div class='i2'>Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit,</div> +<div class='i2'>Die van den witten<a name="FNanchor_75_75" id="FNanchor_75_75"></a><a href="#Footnote_75_75" class="fnanchor"><ins class="note" title="helderen.">[75]</ins></a> dag den draaiboom open sluit,</div> +<div class='i2'>Met dat zij hare vlucht<a name="FNanchor_76_76" id="FNanchor_76_76"></a><a href="#Footnote_76_76" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor vliegend span.">[76]</ins></a> gaat in den wagen spannen,</div> +<div class='i2'>Zoo spant terstond in 't juk de Israëlietsche mannen</div> +<div class='i2'>De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep<a name="FNanchor_77_77" id="FNanchor_77_77"></a><a href="#Footnote_77_77" class="fnanchor"><ins class="note" title="sluw.">[77]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep,</div> +<div class='i2'>Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten,</div> +<div class='i2'>Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten.</div> +<div class='i4'>Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid,</div> +<div class='i2'>Ons wordt naauw spijze en drank om<a name="FNanchor_78_78" id="FNanchor_78_78"></a><a href="#Footnote_78_78" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[78]</ins></a> leven bij geleid.</div> +<div class='i2'>Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten,</div> +<div class='i2'>Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten:</div> +<div class='i2'>Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt<a name="FNanchor_79_79" id="FNanchor_79_79"></a><a href="#Footnote_79_79" class="fnanchor"><ins class="note" title="Eig. 't Hoogd. kreitz, d. i. kring, perk; van daar (gelijk ook hier) strijdperk.">[79]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd:</div> +<div class='i2'>Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig,</div> +<div class='i2'>Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig,</div> +<div class='i2'>Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog,</div> +<div class='i2'>Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat<a name="FNanchor_80_80" id="FNanchor_80_80"></a><a href="#Footnote_80_80" class="fnanchor"><ins class="note" title="veegt (van 't oude dwa-en, waarvan nog dweil).">[80]</ins></a> ons tranig<a name="FNanchor_81_81" id="FNanchor_81_81"></a><a href="#Footnote_81_81" class="fnanchor"><ins class="note" title="schreyend.">[81]</ins></a> oog!</div> +<div class='i4'>'t Is onbestendig al: het planten en het zaayen</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_12a" id="Page_12a">[Pg 12a]</a></span> +<div class='i2'>Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen,</div> +<div class='i2'>Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om,</div> +<div class='i2'>Nu scheert men weêr de vrucht met eene zeisen krom,</div> +<div class='i2'>Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig,</div> +<div class='i2'>Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig<a name="FNanchor_82_82" id="FNanchor_82_82"></a><a href="#Footnote_82_82" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor tarwen-aren.">[82]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs,</div> +<div class='i2'>De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs;</div> +<div class='i2'>Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij neêr in 't Westen,</div> +<div class='i2'>Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten,</div> +<div class='i2'>De mane die heur<a name="FNanchor_83_83" id="FNanchor_83_83"></a><a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Thans zich.">[83]</ins></a> nu in volle rondte stelt,</div> +<div class='i2'>En weder heuren glans en zilverschijn versmelt;</div> +<div class='i2'>Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen,</div> +<div class='i2'>Met de elementen steeds veranderen en keeren:</div> +<div class='i2'>Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool,</div> +<div class='i2'>Die staâg uit een klimaat blijft pinken<a name="FNanchor_84_84" id="FNanchor_84_84"></a><a href="#Footnote_84_84" class="fnanchor"><ins class="note" title="flikkeren, vonkelen.">[84]</ins></a> als een kool.</div> +<div class='i4'>Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme</div> +<div class='i2'>Door wispelturigheid?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Neen, God, als een kolomme</div> +<div class='i2'>En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Is hij 't niet die hem<a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[83]</ins></a> aan onz' vaderen verbond?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Door onz' misdaden is dit zegel weêr gebroken.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken,</div> +<div class='i2'>Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid,</div> +<div class='i2'>Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegezeîd,</div> +<div class='i2'>Noch geen Egypteland, maar Kanaän vruchtbarig,</div> +<div class='i2'>Noch geen gehoornden<a name="FNanchor_85_85" id="FNanchor_85_85"></a><a href="#Footnote_85_85" class="fnanchor"><ins class="note" title="hoekigen, kronkelenden.">[85]</ins></a> Nijl, maar een Jordane barig<a name="FNanchor_86_86" id="FNanchor_86_86"></a><a href="#Footnote_86_86" class="fnanchor"><ins class="note" title="golvenden.">[86]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wat heugenis<a name="FNanchor_87_87" id="FNanchor_87_87"></a><a href="#Footnote_87_87" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor verheuging.">[87]</ins></a> is 't ons, als onze tijd gaat springen<a name="FNanchor_88_88" id="FNanchor_88_88"></a><a href="#Footnote_88_88" class="fnanchor"><ins class="note" title="afloopt.">[88]</ins></a>?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waaruit bewijst gij dat?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>God bindt hem<a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[83]</ins></a> aan geen kwaden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart,</div> +<div class='i2'>In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden,</div> +<div class='i2'>In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden:</div> +<div class='i2'>Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult</div> +<div class='i2'>Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld:</div> +<div class='i2'>Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen,</div> +<div class='i2'>De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen</div> +<div class='i2'>Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt,</div> +<div class='i2'>Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt,</div> +<div class='i2'>Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren,</div> +<div class='i2'>Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wat staat ons dan te doen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Tot boete zijn bereid</div> +<div class='i2'>Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid,</div> +<div class='i2'>Misschien (wij mogen<a name="FNanchor_89_89" id="FNanchor_89_89"></a><a href="#Footnote_89_89" class="fnanchor"><ins class="note" title="kunnen.">[89]</ins></a> toch zijn wijsheid niet begrijpen),</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_12b" id="Page_12b">[Pg 12b]</a></span> +<div class='i2'>Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen</div> +<div class='i2'>De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd;</div> +<div class='i2'>God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft</div> +<div class='i2'>Weet hij te voren wel.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Behoudens uw propoosten<a name="FNanchor_90_90" id="FNanchor_90_90"></a><a href="#Footnote_90_90" class="fnanchor"><ins class="note" title="Met uw verlof.">[90]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Beproeving, schijnt<a name="FNanchor_91_91" id="FNanchor_91_91"></a><a href="#Footnote_91_91" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor schijnt het.">[91]</ins></a> nochtans, den mensche leidt ten boosten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd<a name="FNanchor_92_92" id="FNanchor_92_92"></a><a href="#Footnote_92_92" class="fnanchor"><ins class="note" title=" voor toegevoegd, opgelegd.">[92]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd;</div> +<div class='i2'>Dat hij ons van hem<a name="FNanchor_93_93" id="FNanchor_93_93"></a><a href="#Footnote_93_93" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor zich.">[93]</ins></a> werpt geschiedt maar uit ontfermen;</div> +<div class='i2'>Om vaderlijken<a name="FNanchor_94_94" id="FNanchor_94_94"></a><a href="#Footnote_94_94" class="fnanchor"><ins class="note" title="op vaderlijke wijs.">[94]</ins></a> ons te omhelzen met zijn armen:</div> +<div class='i2'>Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch</div> +<div class='i2'>Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze</div> +<div class='i2'>Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis</div> +<div class='i2'>Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is:</div> +<div class='i2'>De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven</div> +<div class='i2'>Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven,</div> +<div class='i2'>En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot,</div> +<div class='i2'>Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God:</div> +<div class='i2'>Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig,</div> +<div class='i2'>Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig;</div> +<div class='i2'>Gelijk ons teêre lijf, ellendig, naakt en bloot,</div> +<div class='i2'>'t Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood;</div> +<div class='i2'>Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen,</div> +<div class='i2'>Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden,</div> +<div class='i2'>Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft,</div> +<div class='i2'>En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft:</div> +<div class='i2'>En of ons lichaam schoon<a name="FNanchor_95_95" id="FNanchor_95_95"></a><a href="#Footnote_95_95" class="fnanchor"><ins class="note" title="ook (ofschoon).">[95]</ins></a> in allerlei wellusten</div> +<div class='i2'>En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten</div> +<div class='i2'>Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth?</div> +<div class='i2'>Wat baatten<a name="FNanchor_96_96" id="FNanchor_96_96"></a><a href="#Footnote_96_96" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor baatte (wegens den volg. klinker).">[96]</ins></a> ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot</div> +<div class='i2'>En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven?</div> +<div class='i2'>'t Wordt hier toch al op 't lest geëindigd met een sterven:</div> +<div class='i2'>Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt,</div> +<div class='i2'>Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt</div> +<div class='i2'>Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten,</div> +<div class='i2'>Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten</div> +<div class='i2'>Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest</div> +<div class='i2'>Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig,</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij heeft een geesel nog, waarmeê hij na der zielen<a name="FNanchor_97_97" id="FNanchor_97_97"></a><a href="#Footnote_97_97" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans naar de ziel.">[97]</ins></a></div> +<div class='i2'>Den mensche harder straft, een onverganklijk wee;</div> +<div class='i2'>Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne scheê.</div> +<div class='i2'>Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren</div> +<div class='i2'>Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren;</div> +<div class='i2'>Dus laat ons deze roê, waarmede hij ons driegt<a name="FNanchor_98_98" id="FNanchor_98_98"></a><a href="#Footnote_98_98" class="fnanchor"><ins class="note" title="dreigt">[98]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt:</div> +<div class='i2'>Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen,</div> +<div class='i2'>Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen,</div> +<div class='i2'>Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand<a name="FNanchor_99_99" id="FNanchor_99_99"></a><a href="#Footnote_99_99" class="fnanchor"><ins class="note" title="met tranen in de oogen, weenend.">[99]</ins></a></div> +<div class='i2'>Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_13a" id="Page_13a">[Pg 13a]</a></span> +<div class='i2'>Zij bleven onbeweegd<a name="FNanchor_100_100" id="FNanchor_100_100"></a><a href="#Footnote_100_100" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans onbewogen.">[100]</ins></a>, al zagen zij voor oogen</div> +<div class='i2'>Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen,</div> +<div class='i2'>Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg,</div> +<div class='i2'>En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg;</div> +<div class='i2'>Toen heeft God opgesteld<a name="FNanchor_101_101" id="FNanchor_101_101"></a><a href="#Footnote_101_101" class="fnanchor"><ins class="note" title="zijn verlaten opengezet.">[101]</ins></a> zijn groote waterspuyen<a href="#Footnote_101_101" class="fnanchor"><ins class="note" title="zijn verlaten opengezet.">[101]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen,</div> +<div class='i2'>De meeren liepen t' zaâm, met alle stroomen droef,</div> +<div class='i2'>Tot eindelijk een zee den aardenkloot<a name="FNanchor_102_102" id="FNanchor_102_102"></a><a href="#Footnote_102_102" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor aardkloot.">[102]</ins></a> begroef.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten</div> +<div class='i2'>Van die van Gomorra en stoute Sodomieten,</div> +<div class='i2'>Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook,</div> +<div class='i2'>Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken</div> +<div class='i2'>Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken<a name="FNanchor_103_103" id="FNanchor_103_103"></a><a href="#Footnote_103_103" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans van de ark.">[103]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur<a name="FNanchor_104_104" id="FNanchor_104_104"></a><a href="#Footnote_104_104" class="fnanchor"><ins class="note" title="zuiver.">[104]</ins></a></div> +<div class='i2'>D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Is al vergeefs gehoopt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Vertwijfelt niet in hopen.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort,</div> +<div class='i2'>Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort:</div> +<div class='i2'>Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen</div> +<div class='i2'>Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden</div> +<div class='i2'>Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam</div> +<div class='i2'>Tot eenig instrument den ouden Abraham,</div> +<div class='i2'>Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken,</div> +<div class='i2'>Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken:</div> +<div class='i2'>Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan,</div> +<div class='i2'>Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan,</div> +<div class='i2'>Zijn vijanden aangreep, die alreê met versagen</div> +<div class='i2'>De grootste kapitein had in de vlucht geslagen;</div> +<div class='i2'>Wie niet ontvlieden mocht<a name="FNanchor_105_105" id="FNanchor_105_105"></a><a href="#Footnote_105_105" class="fnanchor"><ins class="note" title="kon.">[105]</ins></a>, viel in zijn eigen zwaard.</div> +<div class='i2'>Aldus verloste d' een' den andren broeder waard,</div> +<div class='i2'>Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel;</div> +<div class='i2'>Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar;</div> +<div class='i2'>De Heere Zebaoth mocht<a href="#Footnote_105_105" class="fnanchor"><ins class="note" title="kon.">[105]</ins></a> wel Loths kommer stelpen,</div> +<div class='i2'>Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waarom en deed hij 't niet?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Maar<a name="FNanchor_106_106" id="FNanchor_106_106"></a><a href="#Footnote_106_106" class="fnanchor"><ins class="note" title="wel.">[106]</ins></a>, vraagt gij den waarom?</div> +<div class='i2'>Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om:</div> +<div class='i2'>Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren,</div> +<div class='i2'>Heeft haren tijd bestemd<a name="FNanchor_107_107" id="FNanchor_107_107"></a><a href="#Footnote_107_107" class="fnanchor"><ins class="note" title="bepaald; verg. boven bl. [3].">[107]</ins></a>, haar dagen en haar uren:</div> +<div class='i2'>Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait,</div> +<div class='i2'>Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait:</div> +<div class='i2'>God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen,</div> +<div class='i2'>Den akker van ons hart komt door Farao ploegen,</div> +<div class='i2'>Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel,</div> +<div class='i2'>Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden eêl;</div> +<div class='i2'>Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker,</div> +<div class='i2'>En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker;</div> +<div class='i2'>Als nu de troebel zon van boven uit de locht</div> +<div class='i2'>Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht</div> +<div class='i2'>Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen,</div> +<div class='i2'>Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen,</div> +<div class='i2'>Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_13b" id="Page_13b">[Pg 13b]</a></span> +<div class='i2'>Gelijk de landman, die op hope van den oogst</div> +<div class='i2'>Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten:</div> +<div class='i2'>Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Gij keeret<a name="FNanchor_108_108" id="FNanchor_108_108"></a><a href="#Footnote_108_108" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor keert het, proeft het.">[108]</ins></a> al in 't best.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Geeft gij ons geen geloof,</div> +<div class='i2'>Zoo proevet<a href="#Footnote_108_108" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor keert het, proeft het.">[108]</ins></a> bij u zelv', en achtet geenen roof</div> +<div class='i2'>Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven,</div> +<div class='i2'>Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven:</div> +<div class='i2'>Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd,</div> +<div class='i2'>Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt<a name="FNanchor_109_109" id="FNanchor_109_109"></a><a href="#Footnote_109_109" class="fnanchor"><ins class="note" title="toevoegt.">[109]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten</div> +<div class='i2'>Ons te verdelgen heel.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Gelijk als aan een keten</div> +<div class='i2'>De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert</div> +<div class='i2'>Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd</div> +<div class='i2'>'t Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen</div> +<div class='i2'>Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen;</div> +<div class='i2'>Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt,</div> +<div class='i2'>Die door veel middelen voorzieniglijken werkt:</div> +<div class='i2'>Den prins van Sinear, den<a name="FNanchor_110_110" id="FNanchor_110_110"></a><a href="#Footnote_110_110" class="fnanchor"><ins class="note" title='Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op gelijke wijs als "t nog steeds in Overijsel en elders—voor "t Hollandsche die of dien onzer schrijftaal—gebezigd wordt. Evenzoo vroeger "den Farao".'>[110]</ins></a> Nemrot, dacht tirannig</div> +<div class='i2'>Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig</div> +<div class='i2'>Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert</div> +<div class='i2'>Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'<a name="FNanchor_111_111" id="FNanchor_111_111"></a><a href="#Footnote_111_111" class="fnanchor"><ins class="note" title="gestarnte.">[111]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer<a name="FNanchor_112_112" id="FNanchor_112_112"></a><a href="#Footnote_112_112" class="fnanchor"><ins class="note" title=" De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.">[112]</ins></a></div> +<div class='i2'>Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer;</div> +<div class='i2'>Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek.</div> +<div class='i2'>God leidt de koningen gelijk een waterbeek:</div> +<div class='i2'>Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken<a name="FNanchor_113_113" id="FNanchor_113_113"></a><a href="#Footnote_113_113" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinken (van daar onze metaalnaam blik en 't woord bliksem).">[113]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Hij heerschet<a name="FNanchor_114_114" id="FNanchor_114_114"></a><a href="#Footnote_114_114" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor beheerscht het.">[114]</ins></a> t' zamen door zijn wijselijk beschikken</div> +<div class='i2'>God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt,</div> +<div class='i2'>'t Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt!</div> +<div class='i2'>Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken,</div> +<div class='i2'>En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken</div> +<div class='i2'>Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal</div> +<div class='i2'>Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal</div> +<div class='i2'>Des Goddelijken wils niet even op en wegen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waarom?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Het goddeloos bestuur van een tiran</div> +<div class='i2'>(Na uitwijs van uw reên), daar is God oorzaak van.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen,</div> +<div class='i2'>Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen<a name="FNanchor_115_115" id="FNanchor_115_115"></a><a href="#Footnote_115_115" class="fnanchor"><ins class="note" title="tot zijn straf.">[115]</ins></a>.</div> +<div class='i2'>Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet,</div> +<div class='i2'>Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt:</div> +<div class='i2'>'t Leed daar ons Farao met<a name="FNanchor_116_116" id="FNanchor_116_116"></a><a href="#Footnote_116_116" class="fnanchor"><ins class="note" title="meê.">[116]</ins></a> pijnigt ongerichtig</div> +<div class='i2'>(Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig),</div> +<div class='i2'>Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed<a name="FNanchor_117_117" id="FNanchor_117_117"></a><a href="#Footnote_117_117" class="fnanchor"><ins class="note" title="wijselijk.">[117]</ins></a></div> +<div class='i2'>Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet,</div> +<div class='i2'>Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig,</div> +<div class='i2'>Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig<a name="FNanchor_118_118" id="FNanchor_118_118"></a><a href="#Footnote_118_118" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tot veroordeeling en dwaling leidend.">[118]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij zegt nochtans—</div> +</div> + +<span class='pagenum'><a name="Page_14a" id="Page_14a">[Pg 14a]</a></span> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES en AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Ontluikt, gelijk een lustdal schoon,</div> +<div class='i2'>Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten</div> +<div class='i2'>De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten,</div> +<div class='i2'>Gij die verlaten scheent.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Wie of met vrolijkheid</div> +<div class='i2'>Ons ongewoon begroet?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>'t Zijn Amrans zonen beid'.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>o Broeders, wellekom!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Uw voorhoofd wilt vervrooyen<a name="FNanchor_119_119" id="FNanchor_119_119"></a><a href="#Footnote_119_119" class="fnanchor"><ins class="note" title="anders verfrayen, thans vervrolijken.">[119]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Verheft uw droef gelaat, o Israël! en steekt</div> +<div class='i2'>Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt,</div> +<div class='i2'>De Heer die is met u, die alle uw ellenden</div> +<div class='i2'>En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden:</div> +<div class='i4'>De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf,</div> +<div class='i2'>Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf,</div> +<div class='i2'>Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik denk 't is eenen droom.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Neen, broeders! in der waarheid;</div> +<div class='i2'>Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd'</div> +<div class='i2'>Met deez' gedoornde mik<a name="FNanchor_120_120" id="FNanchor_120_120"></a><a href="#Footnote_120_120" class="fnanchor"><ins class="note" title="een van boven gespleten stok.">[120]</ins></a>, mijn herderlijke stut<a name="FNanchor_121_121" id="FNanchor_121_121"></a><a href="#Footnote_121_121" class="fnanchor"><ins class="note" title="staf.">[121]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig<a name="FNanchor_122_122" id="FNanchor_122_122"></a><a href="#Footnote_122_122" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinkend; verg. boven op blikken.">[122]</ins></a> vuur omranden,</div> +<div class='i2'>'t Welk heel verteeren<a name="FNanchor_123_123" id="FNanchor_123_123"></a><a href="#Footnote_123_123" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor te verteeren.">[123]</ins></a> scheen en t' zamen te verbranden:</div> +<div class='i2'>Maar even vrolijk loech<a name="FNanchor_124_124" id="FNanchor_124_124"></a><a href="#Footnote_124_124" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.">[124]</ins></a> blaên, bloemen, kruid en loof:</div> +<div class='i2'>Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof,</div> +<div class='i2'>De donder van een stem, o wonderlijk spektakel!</div> +<div class='i2'>Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel,</div> +<div class='i2'>Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt,</div> +<div class='i2'>Daarmede is Israël naar 't leven afgebeeld,</div> +<div class='i2'>Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken;</div> +<div class='i2'>Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken<a name="FNanchor_125_125" id="FNanchor_125_125"></a><a href="#Footnote_125_125" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot plukken verdikt.">[125]</ins></a>.</div> +<div class='i4'>Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut<a name="FNanchor_126_126" id="FNanchor_126_126"></a><a href="#Footnote_126_126" class="fnanchor"><ins class="note" title="bedwelmd.">[126]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Driemalen heeft de berg zich bevende verschud:</div> +<div class='i2'>En als ik niet en wist waar henen te vervluchten,</div> +<div class='i2'>Met een borstkloppig<a name="FNanchor_127_127" id="FNanchor_127_127"></a><a href="#Footnote_127_127" class="fnanchor"><ins class="note" title="de borst doorbonzend.">[127]</ins></a> hart, en met een zwaar verzuchten,</div> +<div class='i2'>En schier van vreeze lag begraven in het gras,</div> +<div class='i2'>Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was:</div> +<div class='i2'>De God <span class="smcap">JEHOVA</span> zelf, de God van onzen vader,</div> +<div class='i2'>De Schepper van het al, alleen des levens ader,</div> +<div class='i2'>De Herder Israëls, die in 't beloofde land</div> +<div class='i2'>Ons nu vervoeren wil uit Faraonis<a name="FNanchor_128_128" id="FNanchor_128_128"></a><a href="#Footnote_128_128" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Lat. 2e naamval: van Farao.">[128]</ins></a> hand,</div> +<div class='i2'>Uit al onz' slavernij.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>En deed hij u geen teeken</div> +<div class='i2'>Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken,</div> +<div class='i2'>Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd<a name="FNanchor_129_129" id="FNanchor_129_129"></a><a href="#Footnote_129_129" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor duizenden.">[129]</ins></a></div> +<div class='i2'>Die onder Farao dus lange zijn gekruist<a name="FNanchor_130_130" id="FNanchor_130_130"></a><a href="#Footnote_130_130" class="fnanchor"><ins class="note" title="gekweld.">[130]</ins></a>?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ja, haddy<a name="FNanchor_131_131" id="FNanchor_131_131"></a><a href="#Footnote_131_131" class="fnanchor"><ins class="note" title="Saamgetrokken uit hadtghy: hadt gij.">[131]</ins></a> 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_14b" id="Page_14b">[Pg 14b]</a></span> +<div class='i2'>Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange,</div> +<div class='i2'>Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn,</div> +<div class='i2'>En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn</div> +<div class='i2'>Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen;</div> +<div class='i2'>Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen,</div> +<div class='i2'>Azurig luisterde<a name="FNanchor_132_132" id="FNanchor_132_132"></a><a href="#Footnote_132_132" class="fnanchor"><ins class="note" title="Glinsterde.">[132]</ins></a> haar vel, en in mijn oog</div> +<div class='i2'>Geleek<a name="FNanchor_133_133" id="FNanchor_133_133"></a><a href="#Footnote_133_133" class="fnanchor"><ins class="note" title="versta: geleek zij.">[133]</ins></a> de slang die onz' voorouderen bedroog</div> +<div class='i2'>In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde<a name="FNanchor_134_134" id="FNanchor_134_134"></a><a href="#Footnote_134_134" class="fnanchor"><ins class="note" title="verkeerdelijk voor zwierf, verstierf.">[134]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde<a href="#Footnote_134_134" class="fnanchor"><ins class="note" title="verkeerdelijk voor zwierf, verstierf.">[134]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet<a name="FNanchor_135_135" id="FNanchor_135_135"></a><a href="#Footnote_135_135" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot heette verzwakt.">[135]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Was 't weêr dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet:</div> +<div class='i2'>'t En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen</div> +<div class='i2'>Mijn hand met lazerij, en heeft ze weêr genezen,</div> +<div class='i2'>En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein</div> +<div class='i2'>Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein:</div> +<div class='i2'>Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig,</div> +<div class='i2'>U en Farao maar een sterk geloove krachtig</div> +<div class='i2'>En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed<a name="FNanchor_136_136" id="FNanchor_136_136"></a><a href="#Footnote_136_136" class="fnanchor"><ins class="note" title=" (Gelijk metterdaad, metterwoon, enz. saamgetrokken met der spoed) thans met spoed.">[136]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet,</div> +<div class='i2'>Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning,</div> +<div class='i2'>Te spreken nevens mij voor Farao, den koning,</div> +<div class='i2'>En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd</div> +<div class='i2'>Van zijn verkoren volk.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>De Heere zij geloofd,</div> +<div class='i2'>Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen,</div> +<div class='i2'>En in 't beloofde land bedelven<a name="FNanchor_137_137" id="FNanchor_137_137"></a><a href="#Footnote_137_137" class="fnanchor"><ins class="note" title="begraven.">[137]</ins></a> eens onze asschen</div> +<div class='i2'>In ons voorvaders graf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Den Heer zij lof en prijs!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs,</div> +<div class='i2'>De wreede Farao zal ons niet meer verheeren,</div> +<div class='i2'>De stamme Juda nu aanvanget te regeeren:</div> +<div class='i2'>Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat!</div> +<div class='i2'>Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad,</div> +<div class='i2'>Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger,</div> +<div class='i2'>Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger</div> +<div class='i2'>In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt,</div> +<div class='i2'>Daar ik in mijnen slaap zoo dik<a name="FNanchor_138_138" id="FNanchor_138_138"></a><a href="#Footnote_138_138" class="fnanchor"><ins class="note" title="vaak, dikwerf d. i. veelmaals.">[138]</ins></a> van heb gedroomd:</div> +<div class='i2'>Ach, lang gewenschte vreugd!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Ach, heugelijke tijding!</div> +<div class='i2'>Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd,</div> +<div class='i2'>Als gij dit hooren zult.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Hoe zal dan met geneugt</div> +<div class='i2'>De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken,</div> +<div class='i2'>Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gaat, boodschapt den Hebreên hun uitkomst; want in 't hof</div> +<div class='i2'>Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En zoo hij 't u ontzegt?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>'t En mag hem geenszins baten:</div> +<div class='i2'>Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten.</div> +<div class='i8'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Als de zee vast ongestuimig</div> +<div class='i4'>Stormt, en werpt haar baren schuimig</div> +<div class='i4'>Naar den hemel al verbaasd,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_15a" id="Page_15a">[Pg 15a]</a></span> +<div class='i4'>Als de schipper hoort de buyen</div> +<div class='i4'>Van den Noord-wind 't strand doorluyen,</div> +<div class='i4'>Is de stilte eerst allernaast.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Zoo ook God, wanneer hij droeve</div> +<div class='i4'>Stelt in 't hardste van zijn proeve</div> +<div class='i4'>'t Mensch'lijk schepsel t' eenemaal,</div> +<div class='i4'>Is zijn gunste zoo veel nader,</div> +<div class='i4'>En, gelijk een goedig Vader,</div> +<div class='i4'>Zoo verzacht hij al hun kwaal.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Na zijn toornigheid ontsteken<a name="FNanchor_139_139" id="FNanchor_139_139"></a><a href="#Footnote_139_139" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Thans ontstoken.">[139]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Zal hij weêr zijn pijlen breken,</div> +<div class='i4'>En na zijn kastijding schier<a name="FNanchor_140_140" id="FNanchor_140_140"></a><a href="#Footnote_140_140" class="fnanchor"><ins class="note" title="schielijk afgedane.">[140]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Na zijn straffinge weldadig</div> +<div class='i4'>Werpt hij wederom genadig</div> +<div class='i4'>Al zijn roeden in het vier.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Want in droefheid en ellenden</div> +<div class='i4'>Zal de mensch tot God zich wenden:</div> +<div class='i4'>Maar in weelde en voorspoed zat</div> +<div class='i4'>Zal hij wederom vergeten</div> +<div class='i4'>'s Heeren goedheid ongemeten,</div> +<div class='i4'>Wijkende van zijnen pad.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Dat ons God dan proeft ten lesten,</div> +<div class='i4'>Dienet al tot onzen besten,</div> +<div class='i4'>Of men 't schoon zoo niet begrijpt:</div> +<div class='i4'>Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen,</div> +<div class='i4'>Och! men moet hem wel besnoeyen,</div> +<div class='i4'>Eer zijn gulden vruchte rijpt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Na een bitter sause scheele<a name="FNanchor_141_141" id="FNanchor_141_141"></a><a href="#Footnote_141_141" class="fnanchor"><ins class="note" title=" het gelaat verwringende.">[141]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Zal de honig onze keele</div> +<div class='i4'>Smaken zoeter en belust,</div> +<div class='i4'>En na 't lang gedurig slaven</div> +<div class='i4'>Ligt de moede zacht begraven</div> +<div class='i4'>In den schoot van stille rust.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Die den<a name="FNanchor_142_142" id="FNanchor_142_142"></a><a href="#Footnote_142_142" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans de.">[142]</ins></a> Hemel meest beminnet,</div> +<div class='i4'>Dien hij allerliefst bezinnet,</div> +<div class='i4'>Meest van droefheid werd bespoeld<a name="FNanchor_143_143" id="FNanchor_143_143"></a><a href="#Footnote_143_143" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor overstelpt of iets derg.">[143]</ins></a>:</div> +<div class='i4'>'t Moedig paard, dat in den stalle</div> +<div class='i4'>Is uitmuntig boven alle,</div> +<div class='i4'>Meest zijns heeren sporen voelt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Is 't dan vreemd, dat God de Joden,</div> +<div class='i4'>In de tranen van veel nooden,</div> +<div class='i4'>Heeft gewasschen rein en klaar:</div> +<div class='i4'>Nu de tijd ook is verschenen,</div> +<div class='i4'>Keert in blijdschap al hun weenen,</div> +<div class='i4'>Nu is hunnen trooster daar.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Want God voor veel jaren Mozen<a name="FNanchor_144_144" id="FNanchor_144_144"></a><a href="#Footnote_144_144" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. vierde naamval van Mozes.">[144]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Amrams zone, heeft verkozen</div> +<div class='i4'>Tot een trooster Israëls:</div> +<div class='i4'>Ziet eens, hoe hij hem omermde,</div> +<div class='i4'>Hem omhelsde en beschermde,</div> +<div class='i4'>Voor Farao's gramschap hels<a name="FNanchor_145_145" id="FNanchor_145_145"></a><a href="#Footnote_145_145" class="fnanchor"><ins class="note" title="Helsche, Duivelsche.">[145]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Toen de afgunstigheid de zonen</div> +<div class='i4'>Jakobs, zonder te verschoonen,</div> +<div class='i4'>Zwaard en water overgaf;</div> +<div class='i4'>Toen het moederlijke herte</div> +<div class='i4'>Jochebeds zag, met veel smerte,</div> +<div class='i4'>Mozes wieg aan voor zijn graf;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<span class='pagenum'><a name="Page_15b" id="Page_15b">[Pg 15b]</a></span> +<div class='i6'>Toen de moeder heurs zoons leven</div> +<div class='i4'>Moest de baren overgeven,</div> +<div class='i4'>Als zij had heur kind gekust;</div> +<div class='i4'>Toen de moederlijke zorgen</div> +<div class='i4'>Lagen, met heur kind, geborgen</div> +<div class='i4'>In het kistjen ongerust.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Toen zij moest heur zelf verliezen,</div> +<div class='i4'>Van twee kwaden 't beste kiezen,</div> +<div class='i4'>Met een droef adieu, te noô<a name="FNanchor_146_146" id="FNanchor_146_146"></a><a href="#Footnote_146_146" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maar al te ongaarne geuit.">[146]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Riep: "ik hope in deze golven</div> +<div class='i4'>Meer meêdoogen is gedolven</div> +<div class='i4'>Als in 's konings herte snoô!"</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>God, hoe langs hoe goedertierder,</div> +<div class='i4'>Van dit scheepken was de Stierder</div> +<div class='i4'>Zelf, met eenen Wester wind,</div> +<div class='i4'>Die het blies hoe langs hoe lochter<a name="FNanchor_147_147" id="FNanchor_147_147"></a><a href="#Footnote_147_147" class="fnanchor"><ins class="note" title="vlugger.">[147]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>In den schoot van 's konings dochter,</div> +<div class='i4'>Voor een Engel en geen kind.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Kind, dat zag men weder dorsten</div> +<div class='i4'>Naar zijn eigen moeders borsten,</div> +<div class='i4'>'t Wies in alle schoonheid op;</div> +<div class='i4'>In zijn voorhoofd stond geletterd,</div> +<div class='i4'>Hoe 't den Farao verpletterd</div> +<div class='i4'>Nog vertreden zou den kop.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Groeide op in manlijkheden<a name="FNanchor_148_148" id="FNanchor_148_148"></a><a href="#Footnote_148_148" class="fnanchor"><ins class="note" title="manlijke kracht.">[148]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>En, van harte heel besneden</div> +<div class='i4'>Voor des hofs wellusten, hij</div> +<div class='i4'>Koos in ballingschap te zwermen,</div> +<div class='i4'>En den Hebree te beschermen</div> +<div class='i4'>In zijn droeve slavernij.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Als hij hierom moest vervluchten,</div> +<div class='i4'>En in Midians gehuchten,</div> +<div class='i4'>Weiden 't herderlijke vee:</div> +<div class='i4'>Als de tijd nu was voor handen,</div> +<div class='i4'>Dat de Heer zijn offeranden</div> +<div class='i4'>Eischen zou van den Hebree;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Zoo verschijnt hem van den Hemel,</div> +<div class='i4'>Bij Sinaï, 't lichtgeschemel<a name="FNanchor_149_149" id="FNanchor_149_149"></a><a href="#Footnote_149_149" class="fnanchor"><ins class="note" title="lichtgeschitter.">[149]</ins></a></div> +<div class='i4'>Van des Heeren heerlijkheid;</div> +<div class='i4'>God laat hem zijn stemme hooren,</div> +<div class='i4'>Op dat hij zijn uitverkoren</div> +<div class='i4'>In het land Kanaan leidt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Op dat zij daar, zonder smetten,</div> +<div class='i4'>Onderhouden zijne wetten,</div> +<div class='i4'>En hem lieflijk met wyrook</div> +<div class='i4'>Eenen zoeten reuk toebrengen,</div> +<div class='i4'>En met bokkenbloed besprengen</div> +<div class='i4'>Zijn altaren met gesmook<a name="FNanchor_150_150" id="FNanchor_150_150"></a><a href="#Footnote_150_150" class="fnanchor"><ins class="note" title="walmend, smokend.">[150]</ins></a>;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Op dat dankbaar, onverholen</div> +<div class='i4'>(Wijder als tusschen de polen,</div> +<div class='i4'>'t Hemellicht den nacht beschaamt)</div> +<div class='i4'>Al zijn groote wonderdaden,</div> +<div class='i4'>En zijn goedheid vol genaden</div> +<div class='i4'>Over al mocht zijn befaamd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Dat de mensche<a name="FNanchor_151_151" id="FNanchor_151_151"></a><a href="#Footnote_151_151" class="fnanchor"><ins class="note" title="enkelv.">[151]</ins></a> steeds mocht haken,</div> +<div class='i4'>Om hier boven te geraken</div> +<div class='i4'>Daar 't hem alles looft en prijst.—</div> +<div class='i4'>Acht het aardsch dan veel geringer</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_16a" id="Page_16a">[Pg 16a]</a></span> +<div class='i4'>Dan het Hemelsch, daar de vinger</div> +<div class='i4'>Van zijn zoete wet op wijst.</div> +</div></div> + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h4>TWEEDE DEEL.</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders +en toovenaars,</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?)</div> +<div class='i2'>Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen,</div> +<div class='i2'>Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft</div> +<div class='i2'>De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft,</div> +<div class='i2'>De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt<a name="FNanchor_152_152" id="FNanchor_152_152"></a><a href="#Footnote_152_152" class="fnanchor"><ins class="note" title="Duizelig maakt.">[152]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt.</div> +<div class='i2'>Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal</div> +<div class='i2'>'s Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.<a name="FNanchor_153_153" id="FNanchor_153_153"></a><a href="#Footnote_153_153" class="fnanchor"><ins class="note" title="het groote heelal.">[153]</ins></a></div> +<div class='i2'>De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken<a name="FNanchor_154_154" id="FNanchor_154_154"></a><a href="#Footnote_154_154" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor gemakkelijk.">[154]</ins></a></div> +<div class='i2'>In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken</div> +<div class='i2'>Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit</div> +<div class='i2'>Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid</div> +<div class='i2'>Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten,</div> +<div class='i2'>Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten;</div> +<div class='i2'>Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom,</div> +<div class='i2'>Zijn zorgen werden ijl<a name="FNanchor_155_155" id="FNanchor_155_155"></a><a href="#Footnote_155_155" class="fnanchor"><ins class="note" title="plotseling.">[155]</ins></a> verkeerd in eenen droom.</div> +<div class='i4'>Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen</div> +<div class='i2'>Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen,</div> +<div class='i2'>In volle wapening en rusting t' eenemaal,</div> +<div class='i2'>Gelijk wanneer de Moor ontziet<a name="FNanchor_156_156" id="FNanchor_156_156"></a><a href="#Footnote_156_156" class="fnanchor"><ins class="note" title="vreest.">[156]</ins></a> mijn bloedig staal.</div> +<div class='i2'>De hemel was gevaagd<a name="FNanchor_157_157" id="FNanchor_157_157"></a><a href="#Footnote_157_157" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans geveegd, gezuiverd.">[157]</ins></a> blaauw, helder, en azurig,</div> +<div class='i2'>En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig,</div> +<div class='i2'>Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch;</div> +<div class='i2'>Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch,</div> +<div class='i2'>De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden<a name="FNanchor_158_158" id="FNanchor_158_158"></a><a href="#Footnote_158_158" class="fnanchor"><ins class="note" title="makkers (nam. de zeeluî).">[158]</ins></a></div> +<div class='i2'>Voor 't windelooze weêr een zeil uitspannen wilden,</div> +<div class='i2'>'t Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor,</div> +<div class='i2'>En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor,</div> +<div class='i2'>Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen,</div> +<div class='i2'>Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen<a name="FNanchor_159_159" id="FNanchor_159_159"></a><a href="#Footnote_159_159" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor wenden.">[159]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De sture Boreas begon fluks uit de zee</div> +<div class='i2'>'t Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree,</div> +<div class='i2'>De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken,</div> +<div class='i2'>En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken;</div> +<div class='i2'>Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag,</div> +<div class='i2'>Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag,</div> +<div class='i2'>Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch<a name="FNanchor_160_160" id="FNanchor_160_160"></a><a href="#Footnote_160_160" class="fnanchor"><ins class="note" title="verradelijk.">[160]</ins></a> geflikker</div> +<div class='i2'>Jupijn van boven wierp, met eiselijk<a name="FNanchor_161_161" id="FNanchor_161_161"></a><a href="#Footnote_161_161" class="fnanchor"><ins class="note" title="vreeselijk; thans verkeerdelijk ijselijk geschreven.">[161]</ins></a> geklikker,</div> +<div class='i2'>De donder dreunde met een dommelig geklak,</div> +<div class='i2'>Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak,</div> +<div class='i2'>Die met zijn gaffel<a name="FNanchor_162_162" id="FNanchor_162_162"></a><a href="#Footnote_162_162" class="fnanchor"><ins class="note" title="vork ('t Hoogd. gabel), hier voor Neptunus' drietand.">[162]</ins></a> scheen den hemel te beklemmen,</div> +<div class='i2'>En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen;</div> +<div class='i2'>De Tritons trompten<a name="FNanchor_163_163" id="FNanchor_163_163"></a><a href="#Footnote_163_163" class="fnanchor"><ins class="note" title="bliezen.">[163]</ins></a> op hun groote waterschulp,</div> +<div class='i2'>Dat ieder Palinuur<a name="FNanchor_164_164" id="FNanchor_164_164"></a><a href="#Footnote_164_164" class="fnanchor"><ins class="note" title="d. i. stuurman (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).">[164]</ins></a> de Goden riep om hulp,</div> +<div class='i2'>De schepen stegen op genade naar de polen</div> +<div class='i2'>En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen.</div> +<div class='i4'>De paarden zagen nu ook d' onweêrs stormen leep<a name="FNanchor_165_165" id="FNanchor_165_165"></a><a href="#Footnote_165_165" class="fnanchor"><ins class="note" title="boos (druipend).">[165]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep,</div> +<div class='i2'>Zij vlogen even dol een langdurige wijle,</div> +<div class='i2'>Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle;</div> +<div class='i2'>Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom</div> +<div class='i2'>Schoof op vier raders de beslagen disselboom;</div> +<div class='i2'>Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte,</div> +<div class='i2'>Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte:</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_16b" id="Page_16b">[Pg 16b]</a></span> +<div class='i2'>Wat 's konings koetser<a name="FNanchor_166_166" id="FNanchor_166_166"></a><a href="#Footnote_166_166" class="fnanchor"><ins class="note" title=" 't Hoogd. kutscher; thans koetsier.">[166]</ins></a> ook gebaarde<a name="FNanchor_167_167" id="FNanchor_167_167"></a><a href="#Footnote_167_167" class="fnanchor"><ins class="note" title="aanging.">[167]</ins></a> of luide riep,</div> +<div class='i2'>De redelooze vlucht al even zwijmig liep,</div> +<div class='i2'>Nu bin<a name="FNanchor_168_168" id="FNanchor_168_168"></a><a href="#Footnote_168_168" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor binnen.">[168]</ins></a> nu buiten spoor, al zonder weg te peilen<a name="FNanchor_169_169" id="FNanchor_169_169"></a><a href="#Footnote_169_169" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor berekenen.">[169]</ins></a>;</div> +<div class='i2'>Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen.</div> +<div class='i4'>Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet</div> +<div class='i2'>Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet</div> +<div class='i2'>Weêrhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen</div> +<div class='i2'>Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen:</div> +<div class='i2'>Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog,</div> +<div class='i2'>Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog,</div> +<div class='i2'>Tot door het storm geblaas een krokodille strandden<a name="FNanchor_170_170" id="FNanchor_170_170"></a><a href="#Footnote_170_170" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor strandde.">[170]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen,</div> +<div class='i2'>Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf</div> +<div class='i2'>Kubieten<a name="FNanchor_171_171" id="FNanchor_171_171"></a><a href="#Footnote_171_171" class="fnanchor"><ins class="note" title="ellen.">[171]</ins></a>, oversterk gewapend op het lijf</div> +<div class='i2'>Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen,</div> +<div class='i2'>Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen,</div> +<div class='i2'>Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam</div> +<div class='i2'>Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam,</div> +<div class='i2'>Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden<a name="FNanchor_172_172" id="FNanchor_172_172"></a><a href="#Footnote_172_172" class="fnanchor"><ins class="note" title="dubbel snel.">[172]</ins></a> vervolgen,</div> +<div class='i2'>De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen,</div> +<div class='i2'>Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel,</div> +<div class='i2'>Tot dat een holligheid den wagen wederhiel,</div> +<div class='i2'>Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten,</div> +<div class='i2'>En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte,</div> +<div class='i2'>Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht,</div> +<div class='i2'>Met mij stak op het strand de beenen in de locht!</div> +<div class='i2'>Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden,</div> +<div class='i2'>Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden.</div> +<div class='i4'>De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt,</div> +<div class='i2'>En met zijn Iden<a name="FNanchor_173_173" id="FNanchor_173_173"></a><a href="#Footnote_173_173" class="fnanchor"><ins class="note" title="ydele beelden.">[173]</ins></a> als een schaduwe vervliegt);</div> +<div class='i2'>Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten,</div> +<div class='i2'>Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten,</div> +<div class='i2'>En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook</div> +<div class='i2'>Is voor mijn slaaps gezicht verswenen<a name="FNanchor_174_174" id="FNanchor_174_174"></a><a href="#Footnote_174_174" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor verzwonden of verdwenen.">[174]</ins></a> als de rook:</div> +<div class='i2'>De pyramiden van de koninklijke graven</div> +<div class='i2'>Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven</div> +<div class='i2'>'t Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf!</div> +<div class='i2'>Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf;</div> +<div class='i2'>De grootste zerken van de tomben zijn gereten,</div> +<div class='i2'>En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten,</div> +<div class='i2'>Isidis<a name="FNanchor_175_175" id="FNanchor_175_175"></a><a href="#Footnote_175_175" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. tweede naamval van Isis.">[175]</ins></a> heilig beeld, tot voorspel van ons leed,</div> +<div class='i2'>Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet<a name="FNanchor_176_176" id="FNanchor_176_176"></a><a href="#Footnote_176_176" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans vochtig.">[176]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen!</div> +<div class='i2'>Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander<a name="FNanchor_177_177" id="FNanchor_177_177"></a><a href="#Footnote_177_177" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans een of ander.">[177]</ins></a> volgen:</div> +<div class='i2'>Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>SERAX.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gansch niet<a name="FNanchor_178_178" id="FNanchor_178_178"></a><a href="#Footnote_178_178" class="fnanchor"><ins class="note" title="In 't geheel niets.">[178]</ins></a>, grootmogend vorst!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Nochtans de droom bediedt</div> +<div class='i2'>En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden,</div> +<div class='i2'>En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden;</div> +<div class='i2'>Ten anderen profeetsch voorloopers, diens<a name="FNanchor_179_179" id="FNanchor_179_179"></a><a href="#Footnote_179_179" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor dier, thans wier.">[179]</ins></a> gebaar</div> +<div class='i2'>De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar;</div> +<div class='i2'>Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen,</div> +<div class='i2'>Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen:</div> +<div class='i2'>Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_17a" id="Page_17a">[Pg 17a]</a></span> +<div class='i2'>Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is,</div> +<div class='i2'>Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>SERAX.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen,</div> +<div class='i2'>Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd,</div> +<div class='i2'>En acht<a name="FNanchor_180_180" id="FNanchor_180_180"></a><a href="#Footnote_180_180" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor acht ik.">[180]</ins></a> wij werden<a name="FNanchor_181_181" id="FNanchor_181_181"></a><a href="#Footnote_181_181" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[181]</ins></a> van de Goden dus gedreigd,</div> +<div class='i2'>Omdat wij zuimig<a name="FNanchor_182_182" id="FNanchor_182_182"></a><a href="#Footnote_182_182" class="fnanchor"><ins class="note" title="onachtzaam.">[182]</ins></a> zijn, en werden<a href="#Footnote_181_181" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[181]</ins></a> langs<a name="FNanchor_183_183" id="FNanchor_183_183"></a><a href="#Footnote_183_183" class="fnanchor"><ins class="note" title="hoe langer.">[183]</ins></a> hoe sloffer</div> +<div class='i2'>In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer,</div> +<div class='i2'>Om de andre Goden straf t' ontslaan<a name="FNanchor_184_184" id="FNanchor_184_184"></a><a href="#Footnote_184_184" class="fnanchor"><ins class="note" title="versta: ons te ontslaan van.">[184]</ins></a> en maken kwijt</div> +<div class='i2'>Op den altaren, die den priesters toegewijd,</div> +<div class='i2'>Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken,</div> +<div class='i2'>Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken,</div> +<div class='i2'>Opdat de Hemel (die ons dreigen<a name="FNanchor_185_185" id="FNanchor_185_185"></a><a href="#Footnote_185_185" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor te dreigen.">[185]</ins></a> schijnt met wee)</div> +<div class='i2'>Zijn staal mog wederom bekleeden metter scheê,</div> +<div class='i2'>En de offeranden als een zoeten reuk ontvange,</div> +<div class='i2'>Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen</div> +<div class='i2'>Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning weêr<a name="FNanchor_186_186" id="FNanchor_186_186"></a><a href="#Footnote_186_186" class="fnanchor"><ins class="note" title="Door 't twee regels later volgend weder- overtollig.">[186]</ins></a></div> +<div class='i2'>Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer</div> +<div class='i2'>Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren<a name="FNanchor_187_187" id="FNanchor_187_187"></a><a href="#Footnote_187_187" class="fnanchor"><ins class="note" title="wederbrengen, doen herboren worden.">[187]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren;</div> +<div class='i2'>Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht</div> +<div class='i2'>Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht<a name="FNanchor_188_188" id="FNanchor_188_188"></a><a href="#Footnote_188_188" class="fnanchor"><ins class="note" title="herbracht.">[188]</ins></a></div> +<div class='i2'>Werd op den ouden voet—</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES en AARON tot FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Groot koning van de stranden</div> +<div class='i2'>Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen</div> +<div class='i2'>Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft,</div> +<div class='i2'>Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd,</div> +<div class='i2'>Heeft ons gezonden hier.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Wiens scepter of wiens kroon is</div> +<div class='i2'>Ontzienelijker<a name="FNanchor_189_189" id="FNanchor_189_189"></a><a href="#Footnote_189_189" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontzaggelijker.">[189]</ins></a> als den rijksstaf Faraonis?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God?</div> +<div class='i2'>Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten,</div> +<div class='i2'>Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout<a name="FNanchor_190_190" id="FNanchor_190_190"></a><a href="#Footnote_190_190" class="fnanchor"><ins class="note" title="gewelf ('t Fransche voûte).">[190]</ins></a> pilaart.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen:</div> +<div class='i2'>Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De God van Abraham op Farao begeert,</div> +<div class='i2'>Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten</div> +<div class='i2'>Egypti<a name="FNanchor_191_191" id="FNanchor_191_191"></a><a href="#Footnote_191_191" class="fnanchor"><ins class="note" title="d.i. van E.">[191]</ins></a> trekken laat de slaafsche Israëlieten,</div> +<div class='i2'>Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij</div> +<div class='i2'>Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij;</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_17b" id="Page_17b">[Pg 17b]</a></span> +<div class='i2'>Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;—</div> +<div class='i2'>Dus oorlooft<a name="FNanchor_192_192" id="FNanchor_192_192"></a><a href="#Footnote_192_192" class="fnanchor"><ins class="note" title="Geef nu verlof tot, veroorloof.">[192]</ins></a> nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Genade, o Jupiter<a name="FNanchor_193_193" id="FNanchor_193_193"></a><a href="#Footnote_193_193" class="fnanchor"><ins class="note" title="Deze Jup. maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en Godenlegenden in Vondels eeuw.">[193]</ins></a>! Wie zijt gij die zoo licht</div> +<div class='i2'>Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht?</div> +<div class='i2'>Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel</div> +<div class='i2'>Saturni<a name="FNanchor_194_194" id="FNanchor_194_194"></a><a href="#Footnote_194_194" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van Saturnus (als Tijdgod genomen).">[194]</ins></a>, dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel:</div> +<div class='i2'>Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij,</div> +<div class='i2'>Dwingvolk<a name="FNanchor_195_195" id="FNanchor_195_195"></a><a href="#Footnote_195_195" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders dwingeland, en een bewijs dat men verkeerd doet, dit saamgestelde woord van een vermeend dwingelen af te leiden.">[195]</ins></a>, kroondrager van de grootste heerschappij!</div> +<div class='i2'>Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven,</div> +<div class='i2'>Gij hebt uw eigen roê mij in de hand gegeven:</div> +<div class='i2'>Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt,</div> +<div class='i2'>Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt,</div> +<div class='i2'>Het lastig juk verzwaard, de hals hem òverwogen,<a name="FNanchor_196_196" id="FNanchor_196_196"></a><a href="#Footnote_196_196" class="fnanchor"><ins class="note" title="overladen.">[196]</ins></a></div> +<div class='i2'>En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen,</div> +<div class='i2'>De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort;</div> +<div class='i2'>Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt,</div> +<div class='i2'>En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden,</div> +<div class='i2'>Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden:</div> +<div class='i2'>'t Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont,</div> +<div class='i2'>Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont';</div> +<div class='i2'>De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten,</div> +<div class='i2'>Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten;</div> +<div class='i2'>Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt,</div> +<div class='i2'>Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld,</div> +<div class='i2'>Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen</div> +<div class='i2'>Te noô laat zijnen heer weêr op den zadel klemmen<a name="FNanchor_197_197" id="FNanchor_197_197"></a><a href="#Footnote_197_197" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor klimmen.">[197]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Het steigert en het briescht, van weelden ongezond;</div> +<div class='i2'>Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond,</div> +<div class='i2'>'t Is best, dat men u weêr deez' ziekte doet uitzweeten,</div> +<div class='i2'>En voor een vette sop<a name="FNanchor_198_198" id="FNanchor_198_198"></a><a href="#Footnote_198_198" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders soep, spijs.">[198]</ins></a> geeft slagen voor uw eten:</div> +<div class='i2'>Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft,</div> +<div class='i2'>Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft<a name="FNanchor_199_199" id="FNanchor_199_199"></a><a href="#Footnote_199_199" class="fnanchor"><ins class="note" title="wegneemt, belet.">[199]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken<a name="FNanchor_200_200" id="FNanchor_200_200"></a><a href="#Footnote_200_200" class="fnanchor"><ins class="note" title="tot dwaling brengen. (verg. het Hoogd. verrückt.)">[200]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken;</div> +<div class='i2'>Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd,</div> +<div class='i2'>Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert,</div> +<div class='i2'>Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken</div> +<div class='i2'>Niet eene pluim<a name="FNanchor_201_201" id="FNanchor_201_201"></a><a href="#Footnote_201_201" class="fnanchor"><ins class="note" title="een veêrtjen.">[201]</ins></a> en weegt, gelooft ons bij dit teeken,</div> +<div class='i2'>En looft Israëls God, die u 't geloof versterkt,</div> +<div class='i2'>En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt:</div> +<div class='i2'>Geloofdy<a name="FNanchor_202_202" id="FNanchor_202_202"></a><a href="#Footnote_202_202" class="fnanchor"><ins class="note" title="gelooft gij.">[202]</ins></a> 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren,</div> +<div class='i2'>Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren,</div> +<div class='i2'>De visch versterven zal in der rivieren stank,</div> +<div class='i2'>Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>SERAX.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave<a name="FNanchor_203_203" id="FNanchor_203_203"></a><a href="#Footnote_203_203" class="fnanchor"><ins class="note" title="wakker.">[203]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Om dat hij in een slang verandert uwen stave?</div> +<div class='i2'>Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche<a name="FNanchor_204_204" id="FNanchor_204_204"></a><a href="#Footnote_204_204" class="fnanchor"><ins class="note" title="mars, koopwaar.">[204]</ins></a>, loopt,</div> +<div class='i2'>En uwe kramerij al elders duur verkoopt,</div> +<div class='i2'>Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen?</div> +<div class='i2'>Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost?</div> +<div class='i2'>Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst<a name="FNanchor_205_205" id="FNanchor_205_205"></a><a href="#Footnote_205_205" class="fnanchor"><ins class="note" title="afgebeeld, voorgedaan.">[205]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig,</div> +<div class='i2'>Wij zullen 't water ook couleuren<a name="FNanchor_206_206" id="FNanchor_206_206"></a><a href="#Footnote_206_206" class="fnanchor"><ins class="note" title="kleuren.">[206]</ins></a> gelijkvormig.</div> +</div> + +<span class='pagenum'><a name="Page_18a" id="Page_18a">[Pg 18a]</a></span> +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt,</div> +<div class='i2'>Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt,</div> +<div class='i2'>Uw goochelkunst en is maar forma en figure,</div> +<div class='i2'>En 't mijne lijfelijk verandert van nature:</div> +<div class='i2'>Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis</div> +<div class='i2'>Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is:</div> +<div class='i2'>Schort<a name="FNanchor_207_207" id="FNanchor_207_207"></a><a href="#Footnote_207_207" class="fnanchor"><ins class="note" title="Schort op, staakt.">[207]</ins></a> dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren,</div> +<div class='i2'>Die weder dezen staf maakt als hij was te voren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waar toe dit lang sermoen? preêkt elders al uw best,</div> +<div class='i2'>En Faraonis eer niet door eens anders kwetst:</div> +<div class='i2'>Gaat, boodschapt den Hebreên: mijn hand is veel geringer</div> +<div class='i2'>Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger.</div> +<div class='i2'>Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht,</div> +<div class='i2'>Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht:</div> +<div class='i2'>Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden,</div> +<div class='i2'>En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden</div> +<div class='i2'>Tot eenen offerand. De koning is verleid,</div> +<div class='i2'>Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid</div> +<div class='i2'>Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren<a name="FNanchor_208_208" id="FNanchor_208_208"></a><a href="#Footnote_208_208" class="fnanchor"><ins class="note" title="is hij niet voorzichtig.">[208]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren,</div> +<div class='i2'>En stellen 't rijk in roer<a name="FNanchor_209_209" id="FNanchor_209_209"></a><a href="#Footnote_209_209" class="fnanchor"><ins class="note" title="in beweging, beroerte.">[209]</ins></a>, en roepen: "tza, wel aan!</div> +<div class='i2'>Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan,</div> +<div class='i2'>Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten?</div> +<div class='i2'>Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"<a name="FNanchor_210_210" id="FNanchor_210_210"></a><a href="#Footnote_210_210" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor keten of ketting ('t Lat. catena).">[210]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra</div> +<div class='i2'>Volgt u alreê, gelijk de schaduw 't lichaam, na,</div> +<div class='i2'>Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen,</div> +<div class='i2'>Afgrijselijk men ziet de slinksche<a name="FNanchor_211_211" id="FNanchor_211_211"></a><a href="#Footnote_211_211" class="fnanchor"><ins class="note" title="schuinsch geslingerde.">[211]</ins></a> bliksems treffen:</div> +<div class='i2'>Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt!</div> +<div class='i2'>Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt,</div> +<div class='i2'>T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen</div> +<div class='i2'>Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen</div> +<div class='i2'>Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred</div> +<div class='i2'>Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet</div> +<div class='i2'>Haalt fluks de zeilen in! gij moogt<a name="FNanchor_212_212" id="FNanchor_212_212"></a><a href="#Footnote_212_212" class="fnanchor"><ins class="note" title="kunt.">[212]</ins></a> hem niet ontslippen:</div> +<div class='i2'>Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen</div> +<div class='i2'>Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt,</div> +<div class='i2'>In 't allerhelschte<a name="FNanchor_213_213" id="FNanchor_213_213"></a><a href="#Footnote_213_213" class="fnanchor"><ins class="note" title="het meest Helsche.">[213]</ins></a> diep, in 't donkerste gekuilt,</div> +<div class='i2'>Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken,</div> +<div class='i2'>Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken<a name="FNanchor_214_214" id="FNanchor_214_214"></a><a href="#Footnote_214_214" class="fnanchor"><ins class="note" title="minder gelukkig voor onder hun vlerken, hun schaduw bedekken.">[214]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd<a name="FNanchor_215_215" id="FNanchor_215_215"></a><a href="#Footnote_215_215" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: de opgesperde kaken.">[215]</ins></a></div> +<div class='i2'>Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd</div> +<div class='i2'>Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen<a name="FNanchor_216_216" id="FNanchor_216_216"></a><a href="#Footnote_216_216" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans naar de ziel.">[216]</ins></a></div> +<div class='i2'>En na het lichaam u zal treden op de hielen</div> +<div class='i2'>Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf,</div> +<div class='i2'>Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf</div> +<div class='i2'>Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning</div> +<div class='i2'>Uw troetelende<a name="FNanchor_217_217" id="FNanchor_217_217"></a><a href="#Footnote_217_217" class="fnanchor"><ins class="note" title="streelende, vleyende.">[217]</ins></a> macht, die steeds den hoogsten Koning</div> +<div class='i2'>Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid</div> +<div class='i2'>Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit</div> +<div class='i2'>Met een vermomd gelaat.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Waar toe dees lange rollen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>SERAX.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen<a name="FNanchor_218_218" id="FNanchor_218_218"></a><a href="#Footnote_218_218" class="fnanchor"><ins class="note" title="uitpraten.">[218]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wat werpt ons Pluto<a name="FNanchor_219_219" id="FNanchor_219_219"></a><a href="#Footnote_219_219" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verg. boven de aant. op Jupiter.">[219]</ins></a> op?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Volgt tijdelijk den raad</div> +<div class='i2'>Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_18b" id="Page_18b">[Pg 18b]</a></span> +<div class='i2'>Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade</div> +<div class='i2'>De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt,</div> +<div class='i2'>En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!—</div> +<div class='i2'>Past<a name="FNanchor_220_220" id="FNanchor_220_220"></a><a href="#Footnote_220_220" class="fnanchor"><ins class="note" title="zorgt.">[220]</ins></a> fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen,</div> +<div class='i2'>Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen;</div> +<div class='i2'>Hij heeft zijn planten<a name="FNanchor_221_221" id="FNanchor_221_221"></a><a href="#Footnote_221_221" class="fnanchor"><ins class="note" title="(voet-)zolen.">[221]</ins></a> zwaar op 't aardrijk neêr gezet,</div> +<div class='i2'>Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet:</div> +<div class='i2'>Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden:</div> +<div class='i2'>Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden.</div> +<div class='i2'>Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw</div> +<div class='i2'>Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw;</div> +<div class='i2'>De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer,</div> +<div class='i2'>En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer:</div> +<div class='i2'>Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand</div> +<div class='i2'>Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand;</div> +<div class='i2'>Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven</div> +<div class='i2'>Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven:</div> +<div class='i2'>En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd,</div> +<div class='i2'>Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zijn hart is onbeweegd veel grooter<a name="FNanchor_222_222" id="FNanchor_222_222"></a><a href="#Footnote_222_222" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor meer.">[222]</ins></a> dan de rotsen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig<a name="FNanchor_223_223" id="FNanchor_223_223"></a><a href="#Footnote_223_223" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier in slechten zin, voor hoogmoedig, overmoedig.">[223]</ins></a> baffen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen.</div> +<div class='i6'><em class="gesperrt">Binnen</em>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Steenen Farao! wilt zwichten,</div> +<div class='i4'>Want zijn schichten</div> +<div class='i4'>Haalt de Hemel uit den tros<a name="FNanchor_224_224" id="FNanchor_224_224"></a><a href="#Footnote_224_224" class="fnanchor"><ins class="note" title="bundel.">[224]</ins></a>:</div> +<div class='i4'>Pyramiden! wacht uw spitsen</div> +<div class='i4'>Voor zijn flitsen:</div> +<div class='i4'>O, daar gaan zijn pijlen los!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nylus schreit nu, al bedolven</div> +<div class='i4'>In zijn golven,</div> +<div class='i4'>Om de vis, die in zijn kruik</div> +<div class='i4'>Sterft, om dat de waterbaren</div> +<div class='i4'>Aldus varen</div> +<div class='i4'>Bloedig over zijn parruik<a name="FNanchor_225_225" id="FNanchor_225_225"></a><a href="#Footnote_225_225" class="fnanchor"><ins class="note" title='voor hoofdhaar; eerst later werd het uitsluitend gebezigd voor "tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.'>[225]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Vorschen, luizen, wormen krielen,</div> +<div class='i4'>Waar zijn hielen</div> +<div class='i4'>Den Egyptenaar verzet:</div> +<div class='i4'>Heptanomis<a name="FNanchor_226_226" id="FNanchor_226_226"></a><a href="#Footnote_226_226" class="fnanchor"><ins class="note" title="Midden-Egypte.">[226]</ins></a> groot geweste</div> +<div class='i4'>Ook met peste</div> +<div class='i4'>Doodelijken is besmet.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Vluchtig vogeltjen, met ijlen,</div> +<div class='i4'>Van haar pijlen</div> +<div class='i4'>Onverziens werd achterhaald,</div> +<div class='i4'>Dat zijn vleugels aan de sterren</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_19a" id="Page_19a">[Pg 19a]</a></span> +<div class='i4'>Uit ging sperren,</div> +<div class='i4'>In de baren nederdaalt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten,</div> +<div class='i4'>En de geiten</div> +<div class='i4'>Vallen voor den herderstok;</div> +<div class='i4'>Waar de bouwer ploegt al wakker,</div> +<div class='i4'>Ziet hij 't akker-</div> +<div class='i4'>Vee begraven onder 't jok.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu drukt hun de hand des Heeren</div> +<div class='i4'>Weêr met zeeren,</div> +<div class='i4'>Met onreinig puist gedoornt<a name="FNanchor_227_227" id="FNanchor_227_227"></a><a href="#Footnote_227_227" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gedoornde d. i. stekelige puisten.">[227]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Menschen ende beesten woelen,</div> +<div class='i4'>En bevoelen</div> +<div class='i4'>'s Hemels grimmigheid vertoornd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu drukt hun den æther vierig,</div> +<div class='i4'>Al wraakgierig,</div> +<div class='i4'>Met zijn kromme bliksems rood;</div> +<div class='i4'>Nu laat hij Egypte vallen</div> +<div class='i4'>Van kristallen</div> +<div class='i4'>Een diluvie<a name="FNanchor_228_228" id="FNanchor_228_228"></a><a href="#Footnote_228_228" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor een vloed van regendroppels,">[228]</ins></a> in den schoot.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig,</div> +<div class='i4'>Met een ijzig<a name="FNanchor_229_229" id="FNanchor_229_229"></a><a href="#Footnote_229_229" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor eizig.">[229]</ins></a></div> +<div class='i4'>Donders dommelig geklak;</div> +<div class='i4'>Nu jaagt God met hagels ronden,</div> +<div class='i4'>Om hun zonden,</div> +<div class='i4'>Al d' Egypt'naars onder 't dak.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>De Eik en schijnet nu de elzen</div> +<div class='i4'>Niet t' omhelzen,</div> +<div class='i4'>De Aarde, droef en onbesproed<a name="FNanchor_230_230" id="FNanchor_230_230"></a><a href="#Footnote_230_230" class="fnanchor"><ins class="note" title="onbedekt, dor.">[230]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Mist haar ranken en haar noppen,</div> +<div class='i4'>Mist haar knoppen,</div> +<div class='i4'>En haar groen geschilderd kleed.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu beschaduwt hij hun banen</div> +<div class='i4'>Met sprinkhanen,</div> +<div class='i4'>Die voorts rooven t' eenegaâr<a name="FNanchor_231_231" id="FNanchor_231_231"></a><a href="#Footnote_231_231" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders altegaâr.">[231]</ins></a></div> +<div class='i4'>Al de vruchten, die zij zaaiden</div> +<div class='i4'>En afmaaiden,</div> +<div class='i4'>In den schoot van 't ronde jaar.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu houdt Febus<a name="FNanchor_232_232" id="FNanchor_232_232"></a><a href="#Footnote_232_232" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor de zon">[232]</ins></a> zich gescholen</div> +<div class='i4'>In de polen,</div> +<div class='i4'>En vertrekt<a name="FNanchor_233_233" id="FNanchor_233_233"></a><a href="#Footnote_233_233" class="fnanchor"><ins class="note" title="houdt weg, verschuilt.">[233]</ins></a> zijn blonde hoofd;</div> +<div class='i4'>'t Licht van zijnen gulden wagen</div> +<div class='i4'>Hij drie dagen</div> +<div class='i4'>Hunnen horizon berooft.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Noch blijft deze koning trotse,</div> +<div class='i4'>Als een rotse,</div> +<div class='i4'>Die geen golven en ontziet,</div> +<div class='i4'>Als een klippe die gedurig</div> +<div class='i4'>Klieft azurig</div> +<div class='i4'>'t Schuimsel van Neptunus' spriet.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Want God in zijn stoutheid kriegel,</div> +<div class='i4'>Tot elks spiegel,</div> +<div class='i4'>Heeft verstokt zijn steenig hart;</div> +<div class='i4'>Niet, om met een welbehagen</div> +<div class='i4'>Hem te jagen</div> +<div class='i4'>In 's doods strikken al verward;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Maar om straffen zijn voorleden</div> +<div class='i4'>Godd'loosheden,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_19b" id="Page_19b">[Pg 19b]</a></span> +<div class='i4'>En om Israël bekwaam</div> +<div class='i4'>Stof te geven, om te zingen</div> +<div class='i4'>Zonderlingen</div> +<div class='i4'>De Eer van zijnen heil'gen naam.</div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h4>DERDE DEEL.</h4> + + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO, de koning.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig;</div> +<div class='i2'>Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem,</div> +<div class='i2'>Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem,</div> +<div class='i2'>Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert,</div> +<div class='i2'>En een beperlden staf, die heerelijker luistert<a name="FNanchor_234_234" id="FNanchor_234_234"></a><a href="#Footnote_234_234" class="fnanchor"><ins class="note" title="schittert.">[234]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt,</div> +<div class='i2'>Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt:</div> +<div class='i2'>'t Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden,</div> +<div class='i2'>Die onze zetels doet verschrikken<a name="FNanchor_235_235" id="FNanchor_235_235"></a><a href="#Footnote_235_235" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van verspringen.">[235]</ins></a> voor zijn treden,</div> +<div class='i2'>Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch,</div> +<div class='i2'>Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg,</div> +<div class='i2'>Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone;</div> +<div class='i2'>De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone;</div> +<div class='i2'>Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt,</div> +<div class='i2'>En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt<a name="FNanchor_236_236" id="FNanchor_236_236"></a><a href="#Footnote_236_236" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkt (zie vroeger).">[236]</ins></a>.</div> +<div class='i4'>Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet</div> +<div class='i2'>Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet,</div> +<div class='i2'>Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit,</div> +<div class='i2'>Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit.</div> +<div class='i4'>Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken?</div> +<div class='i2'>Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken</div> +<div class='i2'>Op mijne globe<a name="FNanchor_237_237" id="FNanchor_237_237"></a><a href="#Footnote_237_237" class="fnanchor"><ins class="note" title="rijksappel, als teeken der oppermacht.">[237]</ins></a> zie? Wat baat dat ik alleen</div> +<div class='i2'>Maak een triumfe van hoovaardige trofeên?</div> +<div class='i2'>Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren</div> +<div class='i2'>Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren?</div> +<div class='i2'>Of dat de Arabier of Moore martiaal<a name="FNanchor_238_238" id="FNanchor_238_238"></a><a href="#Footnote_238_238" class="fnanchor"><ins class="note" title="krijgshaftig.">[238]</ins></a></div> +<div class='i2'>Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal?</div> +<div class='i2'>Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen),</div> +<div class='i2'>Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen?</div> +<div class='i2'>Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en geëerd,</div> +<div class='i2'>Als deze groote Mars nog boven mij regeert?</div> +<div class='i4'>O Delta<a name="FNanchor_239_239" id="FNanchor_239_239"></a><a href="#Footnote_239_239" class="fnanchor"><ins class="note" title="Neder-Egypte.">[239]</ins></a>, Delta schoon! die met uw graf pilaren,</div> +<div class='i2'>Met uw Mausolen<a name="FNanchor_240_240" id="FNanchor_240_240"></a><a href="#Footnote_240_240" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor grafteekenen in 't algemeen, hier de Pyramieden.">[240]</ins></a> schijnt de uitbreidselen te nâren<a name="FNanchor_241_241" id="FNanchor_241_241"></a><a href="#Footnote_241_241" class="fnanchor"><ins class="note" title="het uitspansel te naderen.">[241]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet</div> +<div class='i2'>Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet:</div> +<div class='i2'>Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen</div> +<div class='i2'>Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen</div> +<div class='i2'>Gij een bosschazië maakt van lansen uitgespeerd<a name="FNanchor_242_242" id="FNanchor_242_242"></a><a href="#Footnote_242_242" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor uitgespreid, uitgebreid.">[242</ins>]</a>,</div> +<div class='i2'>Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert?</div> +<div class='i2'>Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven</div> +<div class='i2'>De teekens van uw deugd en vromigheid verheven?</div> +<div class='i2'>Wat baat, of uwen prins met slavernije strang</div> +<div class='i2'>Zoo vele volken drukt? of dat den<a name="FNanchor_243_243" id="FNanchor_243_243"></a><a href="#Footnote_243_243" class="fnanchor"><ins class="note" title="Het Westen, in tegenoverstelling van den Levant (of Opgang) voor 't Oosten.">[243]</ins></a> Ondergang</div> +<div class='i2'>Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten,</div> +<div class='i2'>Of met zijn kroone mij de Middag<a name="FNanchor_244_244" id="FNanchor_244_244"></a><a href="#Footnote_244_244" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zuiden.">[244]</ins></a> komt begroeten?</div> +<div class='i2'>Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm,</div> +<div class='i2'>Tot eenen chaos kruipt weêr in zijn ouden vorm.</div> +<div class='i4'>Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel<a name="FNanchor_245_245" id="FNanchor_245_245"></a><a href="#Footnote_245_245" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor wimpel, vaan, banier.">[245]</ins></a></div> +<div class='i2'>Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel</div> +<div class='i2'>In 't sterfelijk begrijp<a name="FNanchor_246_246" id="FNanchor_246_246"></a><a href="#Footnote_246_246" class="fnanchor"><ins class="note" title="binnen den kring der stervelingen.">[246]</ins></a>, en laat den Hemel staan,</div> +<div class='i2'>Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan!</div> +<div class='i2'>Geen koning is hier toch, die om de beste kanse</div> +<div class='i2'>Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance:</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_20a" id="Page_20a">[Pg 20a]</a></span> +<div class='i2'>Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop</div> +<div class='i2'>Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop;</div> +<div class='i2'>En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen,</div> +<div class='i2'>Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen:</div> +<div class='i2'>Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt,</div> +<div class='i2'>Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild;</div> +<div class='i2'>En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede,</div> +<div class='i2'>Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede.</div> +<div class='i4'>Of gij al schoon d' Hebreên, die mijne scepter drukt,</div> +<div class='i2'>Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt</div> +<div class='i2'>'t Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen,</div> +<div class='i2'>Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen?</div> +<div class='i2'>Zij raken elders licht in dieper slavernij,</div> +<div class='i2'>Of onder een gebied van strenger heerschappij.</div> +<div class='i4'>Gansch Lybiën is woest, daar Atlas stijgt om hooge.</div> +<div class='i2'>En 't ingezeten volk geneert<a name="FNanchor_247_247" id="FNanchor_247_247"></a><a href="#Footnote_247_247" class="fnanchor"><ins class="note" title="voedt, onderhoudt.">[247]</ins></a> zich met den boge,</div> +<div class='i2'>En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild,</div> +<div class='i2'>Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt<a name="FNanchor_248_248" id="FNanchor_248_248"></a><a href="#Footnote_248_248" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder juist voor afschiet.">[248]</ins></a>.</div> +<div class='i4'>Gaan zij zich bij den Moor of Etiopiër voegen,</div> +<div class='i2'>Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen;</div> +<div class='i2'>Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet,</div> +<div class='i2'>De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet.</div> +<div class='i4'>De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten.</div> +<div class='i2'>Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte<a name="FNanchor_249_249" id="FNanchor_249_249"></a><a href="#Footnote_249_249" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot noch (gelijk ofte tot of) afgekort.">[249]</ins></a> Scyten;</div> +<div class='i2'>Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan</div> +<div class='i2'>En zal de Filistijn ook geen Hebreên ontvaân.</div> +<div class='i4'>Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken)</div> +<div class='i2'>Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken,</div> +<div class='i2'>Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt.</div> +<div class='i2'>En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt.</div> +<div class='i4'>Noch daar de Assyriër der koninklijker<a name="FNanchor_250_250" id="FNanchor_250_250"></a><a href="#Footnote_250_250" class="fnanchor"><ins class="note" title="Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.">[250]</ins></a> staten</div> +<div class='i2'>Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten,</div> +<div class='i2'>Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft,</div> +<div class='i2'>Of de ingezeten is der vreemden overhoofd.</div> +<div class='i4'>Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning,</div> +<div class='i2'>Daar ieder burger is, daar ieder is een koning,</div> +<div class='i2'>Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de scheê,</div> +<div class='i2'>Diens bodem is gelijk de diepte van de zee,</div> +<div class='i2'>Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander;</div> +<div class='i2'>Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander,</div> +<div class='i2'>En werden zij dan t' zaâm verdrukt in ongeval,</div> +<div class='i2'>Wat koning is er die hun zake rechten zal?</div> +<div class='i4'>Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen<a name="FNanchor_251_251" id="FNanchor_251_251"></a><a href="#Footnote_251_251" class="fnanchor"><ins class="note" title="den heer te spelen.">[251]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen</div> +<div class='i2'>Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid</div> +<div class='i2'>De willige natuur het akkerveld bereidt,</div> +<div class='i2'>Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen,</div> +<div class='i2'>Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen,</div> +<div class='i2'>Die buiten Farao behoeven al ter nood<a name="FNanchor_252_252" id="FNanchor_252_252"></a><a href="#Footnote_252_252" class="fnanchor"><ins class="note" title="op zijn minst.">[252]</ins></a></div> +<div class='i2'>Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES en AARON tot den koning.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Monarche Mitzraïms<a name="FNanchor_253_253" id="FNanchor_253_253"></a><a href="#Footnote_253_253" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hebreeuwsche naam voor Egypte.">[253]</ins></a> hoe lang zult gij nog konnen</div> +<div class='i2'>De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen?</div> +<div class='i2'>Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat</div> +<div class='i2'>Israël smoken doet het heilig altaarplat</div> +<div class='i2'>Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste!</div> +<div class='i2'>Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste</div> +<div class='i2'>Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch,</div> +<div class='i2'>Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods,</div> +<div class='i2'>Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen</div> +<div class='i2'>Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen</div> +<div class='i2'>Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog</div> +<div class='i2'>Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_20b" id="Page_20b">[Pg 20b]</a></span> +<div class='i2'>Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten,</div> +<div class='i2'>Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten</div> +<div class='i2'>Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout</div> +<div class='i2'>Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt!</div> +<div class='i2'>Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden,</div> +<div class='i2'>Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden</div> +<div class='i2'>Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief,</div> +<div class='i2'>Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief,</div> +<div class='i2'>Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen</div> +<div class='i2'>Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!"</div> +<div class='i2'>Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch<a name="FNanchor_254_254" id="FNanchor_254_254"></a><a href="#Footnote_254_254" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier in goeden zin: grootsch, edelaardig.">[254]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts</div> +<div class='i2'>Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen;</div> +<div class='i2'>En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen</div> +<div class='i2'>Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij zingt al<a name="FNanchor_255_255" id="FNanchor_255_255"></a><a href="#Footnote_255_255" class="fnanchor"><ins class="note" title="niet.">[255]</ins></a> eenen zang, gelijk de koekoek doet,</div> +<div class='i2'>En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen,</div> +<div class='i2'>Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen,</div> +<div class='i2'>En of mijn Majesteit gedoogde goedertier,</div> +<div class='i2'>Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier</div> +<div class='i2'>Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden</div> +<div class='i2'>Vermaken<a name="FNanchor_256_256" id="FNanchor_256_256"></a><a href="#Footnote_256_256" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans te vermaken.">[256]</ins></a>, met het bloed des altaars opgezoden,</div> +<div class='i2'>Zoudt gij mij zweeren dier<a name="FNanchor_257_257" id="FNanchor_257_257"></a><a href="#Footnote_257_257" class="fnanchor"><ins class="note" title="met duren eede.">[257]</ins></a> te keeren al met vliet<a name="FNanchor_258_258" id="FNanchor_258_258"></a><a href="#Footnote_258_258" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor vlijt, dat toen nog zoo uitgesproken werd.">[258]</ins></a></div> +<div class='i2'>Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet:</div> +<div class='i2'>Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen?</div> +<div class='i2'>Zegt, werwaarts hij zich strekt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Waaruit<a name="FNanchor_259_259" id="FNanchor_259_259"></a><a href="#Footnote_259_259" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: daarheen, van waar.">[259]</ins></a> wij zijn gekomen:</div> +<div class='i2'>Het land van Kanaän, recht over de Jordaan,</div> +<div class='i2'>Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan,</div> +<div class='i2'>Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen</div> +<div class='i2'>Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij 't land van Kanaän verkrijgen in 't bezit?</div> +<div class='i2'>Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit,</div> +<div class='i2'>Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden?</div> +<div class='i2'>Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden:</div> +<div class='i2'>Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht,</div> +<div class='i2'>Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht,</div> +<div class='i2'>Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen,</div> +<div class='i2'>Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen,</div> +<div class='i2'>Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst,</div> +<div class='i2'>En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst;</div> +<div class='i2'>Daar elk inwoner stout is eenen giges<a name="FNanchor_260_260" id="FNanchor_260_260"></a><a href="#Footnote_260_260" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor reus.">[260]</ins></a> hooge,</div> +<div class='i2'>En gij, sprinkhanen teêr en musschen in hun ooge!</div> +<div class='i2'>Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht,</div> +<div class='i2'>En schildert, op Neptuuns azure golven vocht<a name="FNanchor_261_261" id="FNanchor_261_261"></a><a href="#Footnote_261_261" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtige.">[261]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Dy<a name="FNanchor_262_262" id="FNanchor_262_262"></a><a href="#Footnote_262_262" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor u.">[262]</ins></a> 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen:</div> +<div class='i2'>Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen</div> +<div class='i2'>Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt</div> +<div class='i2'>Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt:</div> +<div class='i2'>Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen</div> +<div class='i2'>Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen<a name="FNanchor_263_263" id="FNanchor_263_263"></a><a href="#Footnote_263_263" class="fnanchor"><ins class="note" title="bedelbrokken of liever benden.">[263]</ins></a>!</div> +<div class='i2'>Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast,</div> +<div class='i2'>Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast:</div> +<div class='i2'>Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken<a name="FNanchor_264_264" id="FNanchor_264_264"></a><a href="#Footnote_264_264" class="fnanchor"><ins class="note" title="keuken.">[264]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken,</div> +<div class='i2'>Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen<a name="FNanchor_265_265" id="FNanchor_265_265"></a><a href="#Footnote_265_265" class="fnanchor"><ins class="note" title="kraanvogels.">[265]</ins></a>! vliegt u mat,</div> +<div class='i2'>Om gasten met<a name="FNanchor_266_266" id="FNanchor_266_266"></a><a href="#Footnote_266_266" class="fnanchor"><ins class="note" title="Te gast te gaan.">[266]</ins></a> den vos, die al in schotels plat</div> +<div class='i2'>De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben</div> +<div class='i2'>In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben.</div> +<div class='i2'>Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt,</div> +<div class='i2'>De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt:</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_21a" id="Page_21a">[Pg 21a]</a></span> +<div class='i2'>Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken<a name="FNanchor_267_267" id="FNanchor_267_267"></a><a href="#Footnote_267_267" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans den eik.">[267]</ins></a></div> +<div class='i2'>De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken</div> +<div class='i2'>Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram,</div> +<div class='i2'>En, voor dien scepter eêl, van dijnen geitschen ram</div> +<div class='i2'>De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen,</div> +<div class='i2'>Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen,</div> +<div class='i2'>Dan<a name="FNanchor_268_268" id="FNanchor_268_268"></a><a href="#Footnote_268_268" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare van.">[268]</ins></a> 't Palestijnsche land.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Israël onbezorgd</div> +<div class='i2'>Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt,</div> +<div class='i2'>Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen</div> +<div class='i2'>En baat geen preuts<a name="FNanchor_269_269" id="FNanchor_269_269"></a><a href="#Footnote_269_269" class="fnanchor"><ins class="note" title="Trotsch, ontoeganklijk.">[269]</ins></a> gebergt' van opgeworpen wallen,</div> +<div class='i2'>Noch diepe vesting van een grondelooze zee,</div> +<div class='i2'>Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der scheê,</div> +<div class='i2'>Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren</div> +<div class='i2'>In een slagordening en mochten zich verweeren</div> +<div class='i2'>Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier</div> +<div class='i2'>Om<a name="FNanchor_270_270" id="FNanchor_270_270"></a><a href="#Footnote_270_270" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[270]</ins></a> strijden, al omvlecht<a name="FNanchor_271_271" id="FNanchor_271_271"></a><a href="#Footnote_271_271" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor omvlochten.">[271]</ins></a> is met den lauwerier.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En of 't land openstond van alle Filistijnen,</div> +<div class='i2'>Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen,</div> +<div class='i2'>'t Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis,</div> +<div class='i2'>Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is;</div> +<div class='i2'>Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om<a href="#Footnote_270_270" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[270]</ins></a> laven,</div> +<div class='i2'>'t Waar pas<a name="FNanchor_272_272" id="FNanchor_272_272"></a><a href="#Footnote_272_272" class="fnanchor"><ins class="note" title="naauwlijks.">[272]</ins></a> een kerkhof om u t' zamen te begraven.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee,</div> +<div class='i2'>En heeft gecompasseerd<a name="FNanchor_273_273" id="FNanchor_273_273"></a><a href="#Footnote_273_273" class="fnanchor"><ins class="note" title="afgemeten.">[273]</ins></a> den boord van ieder reê,</div> +<div class='i2'>Die 's hemels vouten<a name="FNanchor_274_274" id="FNanchor_274_274"></a><a href="#Footnote_274_274" class="fnanchor"><ins class="note" title="gewelven.">[274]</ins></a> schoon te zamen heeft gewrongen,</div> +<div class='i2'>En 't aardsche centrum<a name="FNanchor_275_275" id="FNanchor_275_275"></a><a href="#Footnote_275_275" class="fnanchor"><ins class="note" title="middelpunt.">[275]</ins></a> zwaar houdt allezins gedrongen,</div> +<div class='i2'>Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand</div> +<div class='i2'>Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand</div> +<div class='i2'>Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken</div> +<div class='i2'>Als of het aan de macht des Hemels zoû gebreken,</div> +<div class='i2'>Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid,</div> +<div class='i2'>Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit</div> +<div class='i2'>Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer,</div> +<div class='i2'>En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer<a name="FNanchor_276_276" id="FNanchor_276_276"></a><a href="#Footnote_276_276" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor strafzwaard.">[276]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Waar mede hy u dreigt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Rebellen altemaal,</div> +<div class='i2'>Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal</div> +<div class='i2'>Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten<a name="FNanchor_277_277" id="FNanchor_277_277"></a><a href="#Footnote_277_277" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans uwsweegs, sedert straat in den meer bepaalden zin van bestraten weg (via strata) gebezigd wordt.">[277]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebreên</div> +<div class='i2'>Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten<a name="FNanchor_278_278" id="FNanchor_278_278"></a><a href="#Footnote_278_278" class="fnanchor"><ins class="note" title="allerlaagsten.">[278]</ins></a> steen</div> +<div class='i2'>Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven,</div> +<div class='i2'>Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch!</div> +<div class='i2'>Als wij gekomen zijn bij Sinaï den berg,</div> +<div class='i2'>Wij God een offerand<a name="FNanchor_279_279" id="FNanchor_279_279"></a><a href="#Footnote_279_279" class="fnanchor"><ins class="note" title="Fransche offrande, en dus verkeerdelijk meestal offerhand geschreven.">[279]</ins></a> van ossen ofte stieren</div> +<div class='i2'>Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren,</div> +<div class='i2'>Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij,</div> +<div class='i2'>Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij;</div> +<div class='i2'>De palen zijnes wets wy niet en overtreden,</div> +<div class='i2'>Dus oorloft<a name="FNanchor_280_280" id="FNanchor_280_280"></a><a href="#Footnote_280_280" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans veroorlooft.">[280]</ins></a> ons vertrek, en hoort zijn stemme heden!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<span class='pagenum'><a name="Page_21b" id="Page_21b">[Pg 21b]</a></span> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>In geenderlei manier.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Zoo blijft de straffe hand</div> +<div class='i2'>Des Heeren over u, en over 't gansche land:</div> +<div class='i2'>God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen;</div> +<div class='i2'>Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontzeîd,</div> +<div class='i2'>En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid</div> +<div class='i2'>Hier weêr verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone,</div> +<div class='i2'>Misraïms edel hof, en bij mijn groote Kroone,</div> +<div class='i2'>Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld,</div> +<div class='i2'>Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>O diamanten hart! o ijzeren nature!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure,</div> +<div class='i2'>Den diamant, hoe hard, verzachtet<a name="FNanchor_281_281" id="FNanchor_281_281"></a><a href="#Footnote_281_281" class="fnanchor"><ins class="note" title="verzacht het.">[281]</ins></a> bokkenbloed.</div> +<div class='i2'>Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Glas van ons slavernij is niettemin verloopen.</div> +<div class='i2'>Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open,</div> +<div class='i2'>Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee,</div> +<div class='i2'>Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees reê.</div> +<div class='i6'><em class="gesperrt">Binnen</em>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>En met heur kromme hoornen naakt<a name="FNanchor_282_282" id="FNanchor_282_282"></a><a href="#Footnote_282_282" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontbloote, zichtbare.">[282]</ins></a></div> +<div class='i4'>Vast eenen halven cirkel maakt,</div> +<div class='i4'>Werd<a name="FNanchor_283_283" id="FNanchor_283_283"></a><a href="#Footnote_283_283" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wordt.">[283]</ins></a> den Hebree van druk ontbonden,</div> +<div class='i4'>En van 't tyrannig jok ontlast:</div> +<div class='i4'>Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste,</div> +<div class='i4'>Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste</div> +<div class='i4'>Met vrolijkheid bereiden vast,</div> +<div class='i4'>Hun jaar'ge lammerkens zij slachten,</div> +<div class='i4'>Met dat de schaduw zich uitstrekt</div> +<div class='i4'>En 'sHemels oog zijn licht vertrekt<a name="FNanchor_284_284" id="FNanchor_284_284"></a><a href="#Footnote_284_284" class="fnanchor"><ins class="note" title="wegneemt.">[284]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Om schuylen inde water-grachten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Ziet, hoe zij, met de roode stralen</div> +<div class='i4'>Van 't zuiver Lams verkoren bloed,</div> +<div class='i4'>De dorpels ende<a name="FNanchor_285_285" id="FNanchor_285_285"></a><a href="#Footnote_285_285" class="fnanchor"><ins class="note" title="Germ. voor verwen.">[285]</ins></a> posten vroed<a name="FNanchor_286_286" id="FNanchor_286_286"></a><a href="#Footnote_286_286" class="fnanchor"><ins class="note" title="wijselijk.">[286]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Van hare poorten vast bemalen<a name="FNanchor_287_287" id="FNanchor_287_287"></a><a href="#Footnote_287_287" class="fnanchor"><ins class="note" title="Germ. voor verwen.">[287]</ins></a>:</div> +<div class='i4'>O heilig klaar ken-teeken! om</div> +<div class='i4'>Te vrijden<a name="FNanchor_288_288" id="FNanchor_288_288"></a><a href="#Footnote_288_288" class="fnanchor"><ins class="note" title="vrijwaren.">[288]</ins></a> al uw eerstgeboren</div> +<div class='i4'>Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren</div> +<div class='i4'>Gaat maayen, met een zeissen krom,</div> +<div class='i4'>Al de eerstelingen vanden Nijle:</div> +<div class='i4'>Al de eersten, die uit 's moeders schoot</div> +<div class='i4'>Beschouwden F[oe]bi stralen rood,</div> +<div class='i4'>Door-schicht<a name="FNanchor_289_289" id="FNanchor_289_289"></a><a href="#Footnote_289_289" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor doorklieft.">[289]</ins></a> hij met een hemel-pijle.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>De Israëlieten rusten twijlen<a name="FNanchor_290_290" id="FNanchor_290_290"></a><a href="#Footnote_290_290" class="fnanchor"><ins class="note" title="onderwijl.">[290]</ins></a></div> +<div class='i4'>Hun<a name="FNanchor_291_291" id="FNanchor_291_291"></a><a href="#Footnote_291_291" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[291]</ins></a> toe naar 's Heeren wil en eisch.</div> +<div class='i4'>Om hun<a href="#Footnote_291_291" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[291]</ins></a> te geven op de reis</div> +<div class='i4'>Van zoo veel stadiën en mijlen:</div> +<div class='i4'>De lammerkens, die nu gedood</div> +<div class='i4'>Zijn, zij gaan voor den vure speten<a name="FNanchor_292_292" id="FNanchor_292_292"></a><a href="#Footnote_292_292" class="fnanchor"><ins class="note" title="aan 't spit braden.">[292]</ins></a></div> +<div class='i4'>Daarna met bitter sausse op-eten,</div> +<div class='i4'>Met zurig<a name="FNanchor_293_293" id="FNanchor_293_293"></a><a href="#Footnote_293_293" class="fnanchor"><ins class="note" title="zuur.">[293]</ins></a> ongeheveld brood,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_22a" id="Page_22a">[Pg 22a]</a></span> +<div class='i4'>Omgord, geschoeid, den staf in handen,</div> +<div class='i4'>Een ieder vlijtig 't lamken eet</div> +<div class='i4'>Al staande, als wandel-gasten, reed<a name="FNanchor_294_294" id="FNanchor_294_294"></a><a href="#Footnote_294_294" class="fnanchor"><ins class="note" title="gereed.">[294]</ins></a></div> +<div class='i4'>Om scheiden van de Nijlsche stranden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>"Schoon morgen-rood, begint te blozen!"</div> +<div class='i4'>Zij met verlangen roepen t' zaam;</div> +<div class='i4'>"Komt, werpt uw stralen aangenaam,</div> +<div class='i4'>Eens in ons blijdschap over Gozen!</div> +<div class='i4'>Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht,</div> +<div class='i4'>Beschaamt den zilver-schijn der manen<a name="FNanchor_295_295" id="FNanchor_295_295"></a><a href="#Footnote_295_295" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans maan.">[295]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>En distilleert de pereltranen,</div> +<div class='i4'>Die van ons wangen rollen vocht,</div> +<div class='i4'>Niet meer van droefheid als voorhenen,</div> +<div class='i4'>Maar al van blijdschap en van vreugd,</div> +<div class='i4'>Om dat den Hebree met geneugt</div> +<div class='i4'>Zijn zoete vrijheid is verschenen."</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>O zoete vrijheid! wat een kroning</div> +<div class='i4'>Dunkt u den genen, die verrukt<a name="FNanchor_296_296" id="FNanchor_296_296"></a><a href="#Footnote_296_296" class="fnanchor"><ins class="note" title="verbijsterd (verg. 't Hoogd. verrückt).">[296]</ins></a></div> +<div class='i4'>Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt</div> +<div class='i4'>'t Slaafsch jok van een tirannig koning!</div> +<div class='i4'>Ofschoon 't wild vogelken met lust</div> +<div class='i4'>Int korfken tiereliert en fluitert</div> +<div class='i4'>En inde traly, twijl<a name="FNanchor_297_297" id="FNanchor_297_297"></a><a href="#Footnote_297_297" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor terwijl.">[297]</ins></a> het tjuitert,</div> +<div class='i4'>Verdient 't gekochte zaad gerust,</div> +<div class='i4'>'t Zou liever inde takskens schieten,</div> +<div class='i4'>En klieven met zijn vlerkskens locht<a name="FNanchor_298_298" id="FNanchor_298_298"></a><a href="#Footnote_298_298" class="fnanchor"><ins class="note" title="luchtige, vlugge.">[298]</ins></a></div> +<div class='i4'>Den blaauwen hemel, zoo het mocht</div> +<div class='i4'>Slechts mager zijnen kost genieten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Waarom versteekt zich inde stoppels</div> +<div class='i4'>Der bosschen 't hoorn-getakte<a name="FNanchor_299_299" id="FNanchor_299_299"></a><a href="#Footnote_299_299" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor met getakte hoornen.">[299]</ins></a> hert?</div> +<div class='i4'>De ranke hind', waarom zoo hard</div> +<div class='i4'>En snel vlugt zij voor 's jagers koppels?</div> +<div class='i4'>Waaromme vliedt het schuw konijn</div> +<div class='i4'>En de achter-lamme<a name="FNanchor_300_300" id="FNanchor_300_300"></a><a href="#Footnote_300_300" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verwarring van konijnen en hazen.">[300]</ins></a> bloode hazen,</div> +<div class='i4'>Die als een schaduw weggeblazen</div> +<div class='i4'>Zoo fluks in hun zand-holen<a href="#Footnote_300_300" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verwarring van konijnen en hazen.">[300]</ins></a> zijn?</div> +<div class='i4'>De azuren visschen, waarom duiken</div> +<div class='i4'>Zij voor 't doorluchtig net zoo ras,</div> +<div class='i4'>Int diepste van het water-glas,</div> +<div class='i4'>Int diepste van Thetydis kruiken<a name="FNanchor_301_301" id="FNanchor_301_301"></a><a href="#Footnote_301_301" class="fnanchor"><ins class="note" title="de golven van Thetys, d. i. de zee.">[301]</ins></a>?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte<a name="FNanchor_302_302" id="FNanchor_302_302"></a><a href="#Footnote_302_302" class="fnanchor"><ins class="note" title="klaarlijk.">[302]</ins></a></div> +<div class='i4'>Een ieder van naturen wis</div> +<div class='i4'>Zijn voorhoofd ingeschreven is,</div> +<div class='i4'>Van dat hij eerst int licht geraakte:</div> +<div class='i4'>O driemaal eedle vrijheidskroon!</div> +<div class='i4'>Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet,</div> +<div class='i4'>Waarom de lieve Hemel vechtet,</div> +<div class='i4'>Die met zijn vleugelen ten toon</div> +<div class='i4'>Beschaduwt de Isralietsche benden,</div> +<div class='i4'>En helpt hen uit 't Egyptisch zand,</div> +<div class='i4'>Int rijke Palestijnen land,</div> +<div class='i4'>Uit al hun droefheid en ellenden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Twijl Jacob dus van vreugden reyet<a name="FNanchor_303_303" id="FNanchor_303_303"></a><a href="#Footnote_303_303" class="fnanchor"><ins class="note" title="den reidans opent.">[303]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>De heldre witte dag aanbreekt,</div> +<div class='i4'>De gulden zonne 't hoofd opsteekt,</div> +<div class='i4'>Die over Nylus golven spreyet<a name="FNanchor_304_304" id="FNanchor_304_304"></a><a href="#Footnote_304_304" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans spreidt.">[304]</ins></a></div> +<div class='i4'>Het stralig licht van zijn flambeel<a name="FNanchor_305_305" id="FNanchor_305_305"></a><a href="#Footnote_305_305" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders flambouw ('t Fransch flambeau), gelijk bureel van bureau.">[305]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Die haast ontdekt, hoe dees Comedie</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_22b" id="Page_22b">[Pg 22b]</a></span> +<div class='i4'>Rijst uit de bloedige Tragedie</div> +<div class='i4'>Van Delta's<a name="FNanchor_306_306" id="FNanchor_306_306"></a><a href="#Footnote_306_306" class="fnanchor"><ins class="note" title="Neder-Egypte.">[306]</ins></a> schreyende tooneel,</div> +<div class='i4'>Daar de oudst-geboren voor hun magen</div> +<div class='i4'>Op 't bedde liggen koud en stijf,</div> +<div class='i4'>En laten 't graf hun doode lijf,</div> +<div class='i4'>Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen.</div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h4>VIERDE DEEL.</h4> + + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>FARAO, REI DER EGYPTENAREN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen</div> +<div class='i2'>En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen<a name="FNanchor_307_307" id="FNanchor_307_307"></a><a href="#Footnote_307_307" class="fnanchor"><ins class="note" title="overschaduwen.">[307]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Hij, die<a name="FNanchor_308_308" id="FNanchor_308_308"></a><a href="#Footnote_308_308" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dien.">[308]</ins></a> op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit</div> +<div class='i2'>Deez dubbel groote kroon alreê was toegezeid,</div> +<div class='i2'>Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders</div> +<div class='i2'>In de edel schoenen treên: en, Athlas, deze schouders</div> +<div class='i2'>Ontlasten van den last die mijnen ouden dag</div> +<div class='i2'>Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag:</div> +<div class='i2'>Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen<a name="FNanchor_309_309" id="FNanchor_309_309"></a><a href="#Footnote_309_309" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot morgenzon geslonken.">[309]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen<a name="FNanchor_310_310" id="FNanchor_310_310"></a><a href="#Footnote_310_310" class="fnanchor"><ins class="note" title="helderheid te gunnen.">[310]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,—</div> +<div class='i2'>Den eenen Farao den andr'en is ontroofd!</div> +<div class='i2'>Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn veêren</div> +<div class='i2'>Bespreed<a name="FNanchor_311_311" id="FNanchor_311_311"></a><a href="#Footnote_311_311" class="fnanchor"><ins class="note" title="bespreid.">[311]</ins></a> heeft Tisifone, Alecton, en Megeren<a name="FNanchor_312_312" id="FNanchor_312_312"></a><a href="#Footnote_312_312" class="fnanchor"><ins class="note" title="De Grieksche Wraakgodinnen.">[312]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Den Atropos<a name="FNanchor_313_313" id="FNanchor_313_313"></a><a href="#Footnote_313_313" class="fnanchor"><ins class="note" title="De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.">[313]</ins></a>, die meer sterflijken heeft ontzield,</div> +<div class='i2'>Dan Astren<a name="FNanchor_314_314" id="FNanchor_314_314"></a><a href="#Footnote_314_314" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor sterren.">[314]</ins></a> dezen nacht om ons hebben gewield<a name="FNanchor_315_315" id="FNanchor_315_315"></a><a href="#Footnote_315_315" class="fnanchor"><ins class="note" title="gedraaid.">[315]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig</div> +<div class='i2'>Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig<a name="FNanchor_316_316" id="FNanchor_316_316"></a><a href="#Footnote_316_316" class="fnanchor"><ins class="note" title="gouden lokken.">[316]</ins></a></div> +<div class='i2'>Ter kwader tijd vertrokt van<a name="FNanchor_317_317" id="FNanchor_317_317"></a><a href="#Footnote_317_317" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans onttrokt aan.">[317]</ins></a> onzen horizont,</div> +<div class='i2'>Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond</div> +<div class='i2'>In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen</div> +<div class='i2'>Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen</div> +<div class='i2'>Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert<a name="FNanchor_318_318" id="FNanchor_318_318"></a><a href="#Footnote_318_318" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gestarnte.">[318]</ins></a></div> +<div class='i2'>Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart.</div> +<div class='i4'>O dieftelijke<a name="FNanchor_319_319" id="FNanchor_319_319"></a><a href="#Footnote_319_319" class="fnanchor"><ins class="note" title='verraderlijk (als een "dief" in den nacht ons besluipende).'>[319]</ins></a> dood! O pest, die ongenadig</div> +<div class='i2'>Zijt op den boord van Styx of Acheron<a name="FNanchor_320_320" id="FNanchor_320_320"></a><a href="#Footnote_320_320" class="fnanchor"><ins class="note" title="De bekende rivieren der oude wereld.">[320]</ins></a> beschadig<a name="FNanchor_321_321" id="FNanchor_321_321"></a><a href="#Footnote_321_321" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor schadelijk.">[321]</ins></a></div> +<div class='i2'>Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd</div> +<div class='i2'>En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd.</div> +<div class='i4'>Vervloekt zij dees Belloon<a name="FNanchor_322_322" id="FNanchor_322_322"></a><a href="#Footnote_322_322" class="fnanchor"><ins class="note" title="oorlogsmaagd.">[322]</ins></a>, die listig in de wapen<a name="FNanchor_323_323" id="FNanchor_323_323"></a><a href="#Footnote_323_323" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wapenen.">[323]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen</div> +<div class='i2'>Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf<a name="FNanchor_324_324" id="FNanchor_324_324"></a><a href="#Footnote_324_324" class="fnanchor"><ins class="note" title="streng, wreed.">[324]</ins></a></div> +<div class='i2'>De slapers in een lijk, hun bedden in een graf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>REI DER EGYPTENAREN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten</div> +<div class='i2'>Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten,</div> +<div class='i2'>Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat,</div> +<div class='i2'>Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat:</div> +<div class='i2'>Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen,</div> +<div class='i2'>Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen.</div> +<div class='i4'>Dus<a name="FNanchor_325_325" id="FNanchor_325_325"></a><a href="#Footnote_325_325" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zoo.">[325]</ins></a> lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort,</div> +<div class='i2'>En de een op de ander maal den bliksem neêr gestort</div> +<div class='i2'>Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen</div> +<div class='i2'>Niet dan een wildernis en doornige woestijnen,</div> +<div class='i2'>Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_23a" id="Page_23a">[Pg 23a]</a></span> +<div class='i2'>Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed;</div> +<div class='i2'>De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven<a name="FNanchor_326_326" id="FNanchor_326_326"></a><a href="#Footnote_326_326" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor het loof of lover.">[326]</ins></a></div> +<div class='i2'>Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven,</div> +<div class='i2'>Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag</div> +<div class='i2'>De tranen van den dauw te distilleeren plag;</div> +<div class='i2'>Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels</div> +<div class='i2'>Den blijden <em class="gesperrt">Echo</em> van de zorgelooze vogels,</div> +<div class='i2'>Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp<a name="FNanchor_327_327" id="FNanchor_327_327"></a><a href="#Footnote_327_327" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans voor het Fr. fluit verouderd (verg. echter nog ons pijper).">[327]</ins></a></div> +<div class='i2'>In langen niet gehoord is in dit rond begrijp<a name="FNanchor_328_328" id="FNanchor_328_328"></a><a href="#Footnote_328_328" class="fnanchor"><ins class="note" title="ommekring.">[328]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Het veldsche beestiaal<a name="FNanchor_329_329" id="FNanchor_329_329"></a><a href="#Footnote_329_329" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor de beesten van 't veld.">[329]</ins></a> is schielijken gestorven,</div> +<div class='i2'>Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven,</div> +<div class='i2'>Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut,</div> +<div class='i2'>Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput,</div> +<div class='i2'>Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig<a name="FNanchor_330_330" id="FNanchor_330_330"></a><a href="#Footnote_330_330" class="fnanchor"><ins class="note" title="dicht bewassen.">[330]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig,</div> +<div class='i2'>De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos</div> +<div class='i2'>Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos<a name="FNanchor_331_331" id="FNanchor_331_331"></a><a href="#Footnote_331_331" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders verloor.">[331]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>VROUW.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte</div> +<div class='i2'>De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte</div> +<div class='i2'>Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws</div> +<div class='i2'>Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws;</div> +<div class='i2'>Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen,</div> +<div class='i2'>Zoo lang de oudheid<a name="FNanchor_332_332" id="FNanchor_332_332"></a><a href="#Footnote_332_332" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor ouderdom.">[332]</ins></a> ons grijsharig zal besneeuwen,</div> +<div class='i2'>Uit ons gemoed gewischt;]—wij vlogen al verbaasd</div> +<div class='i2'>Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast;</div> +<div class='i2'>Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste,</div> +<div class='i2'>De pols was weg eer elk al bevende noch tastte</div> +<div class='i2'>Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag,</div> +<div class='i2'>Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag</div> +<div class='i2'>In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste</div> +<div class='i2'>Het wit ivooren beeld, het schepsel<a name="FNanchor_333_333" id="FNanchor_333_333"></a><a href="#Footnote_333_333" class="fnanchor"><ins class="note" title="Naar zijn eigenlijke beteekenis van vorm.">[333]</ins></a> van albaste</div> +<div class='i2'>Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch<a name="FNanchor_334_334" id="FNanchor_334_334"></a><a href="#Footnote_334_334" class="fnanchor"><ins class="note" title="gilde.">[334]</ins></a>, elk riep terstond</div> +<div class='i2'>Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond;</div> +<div class='i2'>Maar ziel en leven was vervlogen met den asem,</div> +<div class='i2'>Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem,</div> +<div class='i2'>De rozen waren op de kaakskens al verwelkt,</div> +<div class='i2'>'t Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt</div> +<div class='i2'>Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen<a name="FNanchor_335_335" id="FNanchor_335_335"></a><a href="#Footnote_335_335" class="fnanchor"><ins class="note" title="bovenal.">[335]</ins></a></div> +<div class='i2'>Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen</div> +<div class='i2'>Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!)</div> +<div class='i2'>En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd<a name="FNanchor_336_336" id="FNanchor_336_336"></a><a href="#Footnote_336_336" class="fnanchor"><ins class="note" title="overtrokken, overschaduwd.">[336]</ins></a></div> +<div class='i2'>Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren</div> +<div class='i2'>En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren!</div> +<div class='i4'>Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood!</div> +<div class='i2'>Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot</div> +<div class='i2'>Beschouwden 's Hemels licht;—eilaas! voor al de smerte</div> +<div class='i2'>En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte</div> +<div class='i2'>Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest,</div> +<div class='i2'>Had beter 's moeders buik uw donker tomb<a name="FNanchor_337_337" id="FNanchor_337_337"></a><a href="#Footnote_337_337" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gallicisme voor graf.">[337]</ins></a> geweest:</div> +<div class='i2'>Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme</div> +<div class='i2'>Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep,</div> +<div class='i2'>Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep,</div> +<div class='i2'>Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven,</div> +<div class='i2'>De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven,</div> +<div class='i2'>Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor<a name="FNanchor_338_338" id="FNanchor_338_338"></a><a href="#Footnote_338_338" class="fnanchor"><ins class="note" title="erfgenaam, 't Fr. hoir.">[338]</ins></a></div> +<div class='i2'>Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor,</div> +<div class='i2'>Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten</div> +<div class='i2'>Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten.</div> +<div class='i2'>Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook?</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_23b" id="Page_23b">[Pg 23b]</a></span> +<div class='i2'>Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook</div> +<div class='i2'>Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen,</div> +<div class='i2'>Gelijk een schaâuw verstuift, en ijdel vliegt daar henen:</div> +<div class='i2'>Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw,</div> +<div class='i2'>En smelt weêr lichter als een witgevlokte sneeuw,</div> +<div class='i2'>Of als een ijzen<a name="FNanchor_339_339" id="FNanchor_339_339"></a><a href="#Footnote_339_339" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van ijs.">[339]</ins></a> beeld, twelk spoedig overwonnen</div> +<div class='i2'>Zijn statua<a name="FNanchor_340_340" id="FNanchor_340_340"></a><a href="#Footnote_340_340" class="fnanchor"><ins class="note" title="gestalte.">[340]</ins></a> verliest met 't stralen eender zonnen<a name="FNanchor_341_341" id="FNanchor_341_341"></a><a href="#Footnote_341_341" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans eener zon.">[341]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>'t Is als een bliksemslicht<a name="FNanchor_342_342" id="FNanchor_342_342"></a><a href="#Footnote_342_342" class="fnanchor"><ins class="note" title="bliksemflits.">[342]</ins></a>, dat naauw om<a name="FNanchor_343_343" id="FNanchor_343_343"></a><a href="#Footnote_343_343" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans te.">[343]</ins></a> schijnen poogt</div> +<div class='i2'>En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt<a name="FNanchor_344_344" id="FNanchor_344_344"></a><a href="#Footnote_344_344" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans in verlengden vorm vertoont (d.i. vertoogent).">[344]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Een torts<a name="FNanchor_345_345" id="FNanchor_345_345"></a><a href="#Footnote_345_345" class="fnanchor"><ins class="note" title="toorts.">[345]</ins></a>, die durig schijnt en smeltet al bezweken,</div> +<div class='i2'>Met dat haar lemmet sparkt<a name="FNanchor_346_346" id="FNanchor_346_346"></a><a href="#Footnote_346_346" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkt.">[346]</ins></a>, met dat zij is ontsteken:</div> +<div class='i2'>Hoe vliên ons dagen weg, als waren zij gevlerkt!</div> +<div class='i2'>Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt,</div> +<div class='i2'>Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren,</div> +<div class='i2'>Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>VROUW.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef</div> +<div class='i2'>Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef,</div> +<div class='i2'>De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder</div> +<div class='i2'>Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder</div> +<div class='i2'>Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert</div> +<div class='i2'>En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert;</div> +<div class='i2'>Och! waren wij nooit beide uit éénen bloed geronnen,</div> +<div class='i2'>Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen,</div> +<div class='i2'>Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet</div> +<div class='i2'>Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed</div> +<div class='i2'>Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd;</div> +<div class='i2'>Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd;</div> +<div class='i2'>Zoo'n<a name="FNanchor_347_347" id="FNanchor_347_347"></a><a href="#Footnote_347_347" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor zoo en (d.i. niet).">[347]</ins></a> had uw droevig einde, als 't ommers wezen most</div> +<div class='i2'>Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost.</div> +<div class='i2'>Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden</div> +<div class='i2'>Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden<a name="FNanchor_348_348" id="FNanchor_348_348"></a><a href="#Footnote_348_348" class="fnanchor"><ins class="note" title="doorboorden.">[348]</ins></a>?</div> +<div class='i2'>O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht<a name="FNanchor_349_349" id="FNanchor_349_349"></a><a href="#Footnote_349_349" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven maar verkeerdelijk voor gedocht.">[349]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht?</div> +<div class='i2'>Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen,</div> +<div class='i2'>En niet den zachten slaap met Lethes<a name="FNanchor_350_350" id="FNanchor_350_350"></a><a href="#Footnote_350_350" class="fnanchor"><ins class="note" title="vergetelheid.">[350]</ins></a> laten stroomen</div> +<div class='i2'>Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu</div> +<div class='i2'>Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme<a name="FNanchor_351_351" id="FNanchor_351_351"></a><a href="#Footnote_351_351" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor vlijmen, of liever vlijmend zwaard.">[351]</ins></a> hieuw</div> +<div class='i2'>En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren,</div> +<div class='i2'>Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren.</div> +<div class='i2'>Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt,</div> +<div class='i2'>Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt,</div> +<div class='i2'>Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten,</div> +<div class='i2'>Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld,</div> +<div class='i2'>En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld,</div> +<div class='i2'>Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen;</div> +<div class='i2'>Dies bidden wij: verlaat<a name="FNanchor_352_352" id="FNanchor_352_352"></a><a href="#Footnote_352_352" class="fnanchor"><ins class="note" title="laat vrij.">[352]</ins></a> d'Israëlietsche mannen!</div> +<div class='i2'>Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland,</div> +<div class='i2'>Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand;</div> +<div class='i2'>Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen,</div> +<div class='i2'>En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zij vluchtet<a name="FNanchor_353_353" id="FNanchor_353_353"></a><a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> metter ijl, van daar het morgenrood</div> +<div class='i2'>Verrijst, tot daar het licht neêrdaalt in Thetys' schoot,</div> +<div class='i2'>Voor Pluto trekken<a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> zij zoo wijd ter Hellen neder,</div> +<div class='i2'>Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder,</div> +<div class='i2'>Zij reizen<a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld<a name="FNanchor_354_354" id="FNanchor_354_354"></a><a href="#Footnote_354_354" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor be-ijzeld.">[354]</ins></a> Noord,</div> +<div class='i2'>Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort,</div> +<div class='i2'>Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede,</div> +<div class='i2'>Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede:</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_24a" id="Page_24a">[Pg 24a]</a></span> +<div class='i2'>'t Weêrspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best</div> +<div class='i2'>Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest;</div> +<div class='i2'>Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have,</div> +<div class='i2'>En worden op het veld een spijze voor de rave,</div> +<div class='i2'>Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood,</div> +<div class='i2'>En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><em class="gesperrt">De</em> REI DER ISRAËLIETEN <em class="gesperrt">zingt</em>:</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Hebreên! speelt 's Hemels lof</div> +<div class='i4'>Nu op uw luite schoone,</div> +<div class='i4'>Adieu, Misraïms hof!</div> +<div class='i4'>Adieu, Memfidis troone!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Adieu, Egypten-land!</div> +<div class='i4'>Adieu, rijksstaf en kroone,</div> +<div class='i4'>Die Nylus zandig strand</div> +<div class='i4'>Beheerscht door Faraone.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Adieu, tyrannig jok,</div> +<div class='i4'>Adieu, dienstbarig<a name="FNanchor_355_355" id="FNanchor_355_355"></a><a href="#Footnote_355_355" class="fnanchor"><ins class="note" title="Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang ig in 't algemeen te velde getrokken.">[355]</ins></a> Gozen!</div> +<div class='i4'>Waar uit de Heer ons trok</div> +<div class='i4'>Door Aaron en door Mozen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Israël wil<a name="FNanchor_356_356" id="FNanchor_356_356"></a><a href="#Footnote_356_356" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gelijk meer als zal (verg. ook 't Eng. to will).">[356]</ins></a> 't beloofd</div> +<div class='i4'>Canaän nu gelukken,</div> +<div class='i4'>Daar Juda zijn voorhoofd</div> +<div class='i4'>Zal met een kroone drukken.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Daar Juda, onder 't licht</div> +<div class='i4'>En 't wankel rond der mane,</div> +<div class='i4'>Zijn stoel en zetel sticht</div> +<div class='i4'>Bij 't stroomen der Jordane.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Gij Filistijnen haast<a name="FNanchor_357_357" id="FNanchor_357_357"></a><a href="#Footnote_357_357" class="fnanchor"><ins class="note" title="weldra.">[357]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>En gij o Jebuzieten!</div> +<div class='i4'>Met Amalek verbaasd</div> +<div class='i4'>Maakt plaats met de Ammonieten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>De koning Juda komt</div> +<div class='i4'>Preutsch in uw schoenen treden;</div> +<div class='i4'>O luistert! hoe hij tromt,</div> +<div class='i4'>En nadert met zijn schreden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Dat dijnen hoogmoed daalt</div> +<div class='i4'>Voor die zijn rijk wil vesten,</div> +<div class='i4'>Gelijk den bliksem straalt</div> +<div class='i4'>Vant Oosten tot den Westen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Uw grenzen open sluit</div> +<div class='i4'>Voor onzen prins personig<a name="FNanchor_358_358" id="FNanchor_358_358"></a><a href="#Footnote_358_358" class="fnanchor"><ins class="note" title="in persoon (verg. echter aant. [355]).">[358]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>En laat tot roof en buit</div> +<div class='i4'>Uw melk en uwen honig.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Jordaan, die van den top</div> +<div class='i4'>Der heuvelen komt bruisschen,</div> +<div class='i4'>Steekt uw blaauw hoornen op,</div> +<div class='i4'>En laat uw bobbels ruisschen!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Golft in d'azuren zee,</div> +<div class='i4'>Zegt de Oceaansche<a name="FNanchor_359_359" id="FNanchor_359_359"></a><a href="#Footnote_359_359" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor van den Oceaan.">[359]</ins></a> baren,</div> +<div class='i4'>Hoe Juda op uw reê</div> +<div class='i4'>Komt zijnen troon pilaren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<span class='pagenum'><a name="Page_24b" id="Page_24b">[Pg 24b]</a></span> +<div class='i6'>Sinaï! maak dy<a name="FNanchor_360_360" id="FNanchor_360_360"></a><a href="#Footnote_360_360" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans maakt u.">[360]</ins></a> reê,</div> +<div class='i4'>Want op uw hoogte steilig</div> +<div class='i4'>Wil smoken doen d' Hebreê</div> +<div class='i4'>Zijn brandofferen heilig.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Dat Horeb eeuwig staat</div> +<div class='i4'>Gerezen onder 't maanschijn,</div> +<div class='i4'>En tuigt wie heeft gedwaad<a name="FNanchor_361_361" id="FNanchor_361_361"></a><a href="#Footnote_361_361" class="fnanchor"><ins class="note" title="weggevaagd (zie vroeger).">[361]</ins></a></div> +<div class='i4'>De tranen van ons aanschijn.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Mensch-stappen<a name="FNanchor_362_362" id="FNanchor_362_362"></a><a href="#Footnote_362_362" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor menschelijke treden.">[362]</ins></a> zullen eer</div> +<div class='i4'>Des hemels cirkel meten,</div> +<div class='i4'>Dan hunnes konings eer</div> +<div class='i4'>Israël zal vergeten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Den Engel maakt het spoor,</div> +<div class='i4'>O, laat ons niet verslappen,</div> +<div class='i4'>Ons leidsliên treden voor,</div> +<div class='i4'>Wij volgen hunne stappen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met +zijn heirleger.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken,</div> +<div class='i2'>Mag doen als Farao, en laten henen trekken</div> +<div class='i2'>De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel<a name="FNanchor_363_363" id="FNanchor_363_363"></a><a href="#Footnote_363_363" class="fnanchor"><ins class="note" title="draai, ommezwaai.">[363]</ins></a></div> +<div class='i2'>Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel,</div> +<div class='i2'>Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden</div> +<div class='i2'>De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden,</div> +<div class='i2'>De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak</div> +<div class='i2'>Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak</div> +<div class='i2'>Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden<a name="FNanchor_364_364" id="FNanchor_364_364"></a><a href="#Footnote_364_364" class="fnanchor"><ins class="note" title="vergolden, betaald.">[364]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden,</div> +<div class='i2'>Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard,</div> +<div class='i2'>En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard,</div> +<div class='i2'>Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven</div> +<div class='i2'>Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven.</div> +<div class='i4'>Vast hebben dees Hebreên, verdobbeld<a name="FNanchor_365_365" id="FNanchor_365_365"></a><a href="#Footnote_365_365" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor dubbel.">[365]</ins></a> snoô en valsch,</div> +<div class='i2'>'t Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals,</div> +<div class='i2'>Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen</div> +<div class='i2'>En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen,</div> +<div class='i2'>Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort,</div> +<div class='i2'>Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt.</div> +<div class='i4'>Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen,</div> +<div class='i2'>Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden</div> +<div class='i2'>Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden<a name="FNanchor_366_366" id="FNanchor_366_366"></a><a href="#Footnote_366_366" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[366]</ins></a> na gedraafd,</div> +<div class='i2'>En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft,</div> +<div class='i2'>Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen,</div> +<div class='i2'>Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen,</div> +<div class='i2'>En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert</div> +<div class='i2'>Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd,</div> +<div class='i2'>Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen</div> +<div class='i2'>Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen.</div> +<div class='i2'>Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>HOOFDMAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn,</div> +<div class='i2'>Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme</div> +<div class='i2'>Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme<a name="FNanchor_367_367" id="FNanchor_367_367"></a><a href="#Footnote_367_367" class="fnanchor"><ins class="note" title="arm.">[367]</ins></a></div> +<div class='i2'>Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt:</div> +<div class='i2'>Gewapend naauwlijks, zij om<a name="FNanchor_368_368" id="FNanchor_368_368"></a><a href="#Footnote_368_368" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te, tot">[368]</ins></a> strijden niet geneigd</div> +<div class='i2'>En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden</div> +<div class='i2'>Het half gelaat te biên, ik late staan hun tanden</div> +<div class='i2'>Te breken met geweld: indien gij dezen rei</div> +<div class='i2'>Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_25a" id="Page_25a">[Pg 25a]</a></span> +<div class='i2'>Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen,</div> +<div class='i2'>Als schaapskudd', die de wolf het herte<a name="FNanchor_369_369" id="FNanchor_369_369"></a><a href="#Footnote_369_369" class="fnanchor"><ins class="note" title="D.i. den moed.">[369]</ins></a> heeft ontstolen,</div> +<div class='i2'>Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast</div> +<div class='i2'>Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>HOOFDMAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen,</div> +<div class='i2'>En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel,</div> +<div class='i2'>De wagens toegerust; en 't leger, al geheel</div> +<div class='i2'>Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden,</div> +<div class='i2'>Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet!</div> +<div class='i2'>De wapenroovers<a name="FNanchor_370_370" id="FNanchor_370_370"></a><a href="#Footnote_370_370" class="fnanchor"><ins class="note" title="D.i. de legerknechten (als die de wapens hunner vijanden vermeesteren).">[370]</ins></a> noodt tot 't bloedige banket,</div> +<div class='i2'>Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken<a name="FNanchor_371_371" id="FNanchor_371_371"></a><a href="#Footnote_371_371" class="fnanchor"><ins class="note" title="weifelen.">[371]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken;</div> +<div class='i2'>Krijgt<a name="FNanchor_372_372" id="FNanchor_372_372"></a><a href="#Footnote_372_372" class="fnanchor"><ins class="note" title="oorloogt, strijdt.">[372]</ins></a> onder zijn banier, hij leidt u aan den dans!</div> +<div class='i2'>Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans.</div> +<div class='i2'>Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen,</div> +<div class='i2'>Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Die den Hemel derft bekrijgen,</div> +<div class='i4'>Zal wel voor een wijl opstijgen,</div> +<div class='i6'>Even als Neptunus' vocht</div> +<div class='i6'>Worpt<a name="FNanchor_373_373" id="FNanchor_373_373"></a><a href="#Footnote_373_373" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans werpt (even als, omgekeerd, thans wordt voor 't vroegere werd).">[373]</ins></a> zijn baren na de locht,</div> +<div class='i4'>Die van zelf in korter stonden<a name="FNanchor_374_374" id="FNanchor_374_374"></a><a href="#Footnote_374_374" class="fnanchor"><ins class="note" title="In korten tijd.">[374]</ins></a></div> +<div class='i4'>Weder vallen in de afgronden,</div> +<div class='i6'>Of gelijk een vlam gezwimd<a name="FNanchor_375_375" id="FNanchor_375_375"></a><a href="#Footnote_375_375" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gezwind.">[375]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>Licht op naar den hemel klimt.</div> +<div class='i4'>Die men wederom zich zelven</div> +<div class='i4'>In zijn asschen ziet bedelven:</div> +<div class='i6'>Want de groote goedheid Gods</div> +<div class='i6'>Latet<a name="FNanchor_376_376" id="FNanchor_376_376"></a><a href="#Footnote_376_376" class="fnanchor"><ins class="note" title="laat.">[376]</ins></a> wel den koning trotsch</div> +<div class='i4'>Op het hoogste en even dolle</div> +<div class='i4'>Woeden, doch wanneer hun rolle</div> +<div class='i6'>Is ten uitersten volspeeld,</div> +<div class='i6'>Op 't theatrum getoneeld,</div> +<div class='i4'>En wanneer hij met berommen<a name="FNanchor_377_377" id="FNanchor_377_377"></a><a href="#Footnote_377_377" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor beroemen.">[377]</ins></a></div> +<div class='i4'>Meent ten hoogsten zijn geklommen,</div> +<div class='i6'>Stoot de godlijke Monarch</div> +<div class='i6'>Hem afgrijzig van den berg.</div> +<div class='i4'>Hoe hij was den hemel naarder</div> +<div class='i4'>Hoe den val hem is te zwaarder,</div> +<div class='i6'>Hoe hij meerder opwaarts steeg</div> +<div class='i6'>Hoe hij dieper valt om leeg.</div> +<div class='i4'>Hoe hij meerder rees verkorseld<a name="FNanchor_378_378" id="FNanchor_378_378"></a><a href="#Footnote_378_378" class="fnanchor"><ins class="note" title="kregel, wrevelig.">[378]</ins></a></div> +<div class='i4'>Hoe hij platter valt vermorseld.</div> +<div class='i6'>Dit blijkt aan Farao straf,</div> +<div class='i6'>Die zoo blind'ling loopt naar 't graf;</div> +<div class='i4'>Die in 's Heeren straffe tijdig</div> +<div class='i4'>Blijft verstokt, versteend partijdig,</div> +<div class='i6'>Daar een ieder roê, als vriend,</div> +<div class='i6'>Hem tot beteringe dient:</div> +<div class='i4'>Want de strengheid Gods ten lesten</div> +<div class='i4'>Iedereen kastijdt ten besten,</div> +<div class='i6'>En zijn geessel al begrijsd<a name="FNanchor_379_379" id="FNanchor_379_379"></a><a href="#Footnote_379_379" class="fnanchor"><ins class="note" title="bejammerd (nam. door de Egyptenaren).">[379]</ins></a></div> +<div class='i6'>Op een grooter roede wijst.</div> +<div class='i4'>Wie dan, in der zonnen luister,</div> +<div class='i4'>Sluit zijn oogen in het duister,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_25b" id="Page_25b">[Pg 25b]</a></span> +<div class='i6'>Wie de aankloppers van 't gemoed</div> +<div class='i6'>'s Herten deur niet open doet:</div> +<div class='i4'>Wie zoo vele donderslagen,</div> +<div class='i4'>Luiden laat voor ijdel vlagen,</div> +<div class='i6'>Op het onverzienste bald<a name="FNanchor_380_380" id="FNanchor_380_380"></a><a href="#Footnote_380_380" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hoogd. voor spoedig.">[380]</ins></a></div> +<div class='i6'>'s Heeren bliksem overvalt:</div> +<div class='i4'>Gelijk dezen koning prachtig,</div> +<div class='i4'>Die<a name="FNanchor_381_381" id="FNanchor_381_381"></a><a href="#Footnote_381_381" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dien.">[381]</ins></a> geen teekenen aandachtig</div> +<div class='i6'>Mochten leiden uit den tred</div> +<div class='i6'>Van zijn obstinaat opzet.</div> +<div class='i4'>Dies de Heere t' eenenmalen</div> +<div class='i4'>Hem onttrekt de helder stralen</div> +<div class='i6'>Van zijn hemelsch aangezicht,</div> +<div class='i6'>En verduistert hem in 't licht,</div> +<div class='i4'>In verkeerdheid overgeven,</div> +<div class='i4'>Tot hij eindelijk gedreven,</div> +<div class='i6'>Even als een roerloos schip,</div> +<div class='i6'>Drijft al blind'ling op de klip</div> +<div class='i4'>Van zijn overgeven boosheid,</div> +<div class='i4'>Van zijn stoute goddeloosheid,</div> +<div class='i6'>In den afgrond en 't verleid<a name="FNanchor_382_382" id="FNanchor_382_382"></a><a href="#Footnote_382_382" class="fnanchor"><ins class="note" title="Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem zijn hartstocht verleidde.">[382]</ins></a></div> +<div class='i6'>Van zijn overgevenheid.</div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h4>VIJFDE EN LAATSTE DEEL.</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i8'>FAMA, of 't blazende gerucht.</div> +<div class='i2'>'t Heer-leger Israëls (dat God zelfs<a name="FNanchor_383_383" id="FNanchor_383_383"></a><a href="#Footnote_383_383" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zelf.">[383]</ins></a> had geleid</div> +<div class='i2'>Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid,</div> +<div class='i2'>Dat God 's voorging in een vierige colomme</div> +<div class='i2'>En 's daags in eene wolk) Farao wederomme</div> +<div class='i2'>Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer</div> +<div class='i2'>Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer,</div> +<div class='i2'>Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen,</div> +<div class='i2'>Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen,</div> +<div class='i2'>In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt<a name="FNanchor_384_384" id="FNanchor_384_384"></a><a href="#Footnote_384_384" class="fnanchor"><ins class="note" title="'thelpt niet">[384]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt,</div> +<div class='i2'>Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren,</div> +<div class='i2'>Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen:</div> +<div class='i2'>Ha, Amrams zonen snoô! die ons zoo onbedocht<a name="FNanchor_385_385" id="FNanchor_385_385"></a><a href="#Footnote_385_385" class="fnanchor"><ins class="note" title="ondedacht">[385]</ins></a></div> +<div class='i2'>Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht:</div> +<div class='i2'>O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven,</div> +<div class='i2'>Eer in Egypteland gestorven en begraven:</div> +<div class='i2'>Verraders van den rei<a name="FNanchor_386_386" id="FNanchor_386_386"></a><a href="#Footnote_386_386" class="fnanchor"><ins class="note" title="schaar">[386]</ins></a> en 't leger der Hebreên,</div> +<div class='i2'>Een ieder wreek' zich zelf en worp'<a name="FNanchor_387_387" id="FNanchor_387_387"></a><a href="#Footnote_387_387" class="fnanchor"><ins class="note" title="werpe.">[387]</ins></a> den eersten steen!</div> +<div class='i4'>Gelijk de reizigers (als in de azure golven</div> +<div class='i2'>Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven</div> +<div class='i2'>Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft,</div> +<div class='i2'>En 't golvig driftig<a name="FNanchor_388_388" id="FNanchor_388_388"></a><a href="#Footnote_388_388" class="fnanchor"><ins class="note" title="golvend, drijvend.">[388]</ins></a> hout met groene baren treft)</div> +<div class='i2'>Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure<a name="FNanchor_389_389" id="FNanchor_389_389"></a><a href="#Footnote_389_389" class="fnanchor"><ins class="note" title="stugg, harde (gelijk nog in Overijsel stoer; verg. ook ons stuursch).">[389]</ins></a> winden</div> +<div class='i2'>Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden:</div> +<div class='i2'>De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood</div> +<div class='i2'>Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot</div> +<div class='i2'>Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven</div> +<div class='i2'>Ontijdelijk hij moet den baren overgeven,</div> +<div class='i2'>Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust,</div> +<div class='i2'>Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;—</div> +<div class='i2'>Zoo ook in dezen storm de Israëlietsche hoeders</div> +<div class='i2'>Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders,</div> +<div class='i2'>En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft,</div> +<div class='i2'>Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft,</div> +<div class='i2'>'t Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker<a name="FNanchor_390_390" id="FNanchor_390_390"></a><a href="#Footnote_390_390" class="fnanchor"><ins class="note" title="wankel, kleinmoedig.">[390]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen<a name="FNanchor_391_391" id="FNanchor_391_391"></a><a href="#Footnote_391_391" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans hoop.">[391]</ins></a> anker</div> +<div class='i2'>Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_26a" id="Page_26a">[Pg 26a]</a></span> +<div class='i2'>Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean:</div> +<div class='i2'>Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede,</div> +<div class='i2'>En slaat, met zijne doode en levendige roede,</div> +<div class='i2'>Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur,</div> +<div class='i2'>En wederzijden maakt een roô robijnen muur,</div> +<div class='i2'>Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel</div> +<div class='i2'>Zoo wijd, dat midden<a name="FNanchor_392_392" id="FNanchor_392_392"></a><a href="#Footnote_392_392" class="fnanchor"><ins class="note" title="In 't midden.">[392]</ins></a> blijft een guldig zand-plaveisel,</div> +<div class='i2'>Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsliên voor</div> +<div class='i2'>'t Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor.</div> +<div class='i2'>O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken</div> +<div class='i2'>Israël, die zoo haast een plaatse vindt om wijken,</div> +<div class='i2'>Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt</div> +<div class='i2'>Een leger<a name="FNanchor_393_393" id="FNanchor_393_393"></a><a href="#Footnote_393_393" class="fnanchor"><ins class="note" title="lager.">[393]</ins></a> diepte vindt en snellijken verloopt!</div> +<div class='i4'>Terwijlen dus d' Hebreên (spijt 't wezen<a name="FNanchor_394_394" id="FNanchor_394_394"></a><a href="#Footnote_394_394" class="fnanchor"><ins class="note" title="tegen den aard.">[394]</ins></a> der naturen)</div> +<div class='i2'>Vast dweerssen<a name="FNanchor_395_395" id="FNanchor_395_395"></a><a href="#Footnote_395_395" class="fnanchor"><ins class="note" title="Dwars overtrekken.">[395]</ins></a> deze straat van kristalijne muren,</div> +<div class='i2'>Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht</div> +<div class='i2'>Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!"</div> +<div class='i2'>En d' ander krijst: "wats dit? 't Roô meer schijnt opgeblazen,</div> +<div class='i2'>Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen:</div> +<div class='i2'>Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat,</div> +<div class='i2'>Wanneer men doorgaans<a name="FNanchor_396_396" id="FNanchor_396_396"></a><a href="#Footnote_396_396" class="fnanchor"><ins class="note" title="op den duur.">[396]</ins></a> vindt zulk eenen droogen pad?</div> +<div class='i2'>Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen,</div> +<div class='i2'>Of't grondloos<a name="FNanchor_397_397" id="FNanchor_397_397"></a><a href="#Footnote_397_397" class="fnanchor"><ins class="note" title="diepgaande, tot op 't grondelooze toe.">[397]</ins></a> dieplood, om de diepten met te peilen?"</div> +<div class='i2'>Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort,</div> +<div class='i2'>En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord</div> +<div class='i2'>Behouden op het strand; dies Farao verbolgen</div> +<div class='i2'>Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen</div> +<div class='i2'>Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld,</div> +<div class='i2'>En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche<a name="FNanchor_398_398" id="FNanchor_398_398"></a><a href="#Footnote_398_398" class="fnanchor"><ins class="note" title="D. i. van de zee.">[398]</ins></a> veld,</div> +<div class='i2'>Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen,</div> +<div class='i2'>Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen,</div> +<div class='i2'>Een slinksch<a name="FNanchor_399_399" id="FNanchor_399_399"></a><a href="#Footnote_399_399" class="fnanchor"><ins class="note" title="boos, verradelijk.">[399]</ins></a> onweder van den hemel nederworpt,</div> +<div class='i2'>Dat 't slibberig gebergt weêr in zijn holte slorpt,</div> +<div class='i2'>Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt<a name="FNanchor_400_400" id="FNanchor_400_400"></a><a href="#Footnote_400_400" class="fnanchor"><ins class="note" title="zakt.">[400]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En komen door 't gegolf eens eindling<a name="FNanchor_401_401" id="FNanchor_401_401"></a><a href="#Footnote_401_401" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans eindelijk.">[401]</ins></a> opgebobbeld,</div> +<div class='i2'>Met eiselijk<a name="FNanchor_402_402" id="FNanchor_402_402"></a><a href="#Footnote_402_402" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans veelal verkeerdelijk ijselijk.">[402]</ins></a> geschreeuw, half levende en half dood:</div> +<div class='i2'>De dooden zijn alreê meer als der golven vloot<a name="FNanchor_403_403" id="FNanchor_403_403"></a><a href="#Footnote_403_403" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeyend tal.">[403]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen<a name="FNanchor_404_404" id="FNanchor_404_404"></a><a href="#Footnote_404_404" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor klimmen.">[404]</ins></a>!"</div> +<div class='i2'>En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!"</div> +<div class='i2'>De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond,</div> +<div class='i2'>De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond,</div> +<div class='i2'>En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker</div> +<div class='i2'>Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker,</div> +<div class='i2'>En zinken beidegaêr; de zee, die altijd woelt,</div> +<div class='i2'>Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt.</div> +<div class='i2'>De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig,</div> +<div class='i2'>Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig,</div> +<div class='i2'>Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind<a name="FNanchor_405_405" id="FNanchor_405_405"></a><a href="#Footnote_405_405" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor snellende.">[405]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind,</div> +<div class='i2'>En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden,</div> +<div class='i2'>Durft hij den dullen<a name="FNanchor_406_406" id="FNanchor_406_406"></a><a href="#Footnote_406_406" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dollen, woedenden.">[406]</ins></a> storm 't hoofd even dapper bieden,</div> +<div class='i2'>En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt,</div> +<div class='i2'>Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt,</div> +<div class='i2'>Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden;</div> +<div class='i2'>Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden:</div> +<div class='i2'>Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie<a name="FNanchor_407_407" id="FNanchor_407_407"></a><a href="#Footnote_407_407" class="fnanchor"><ins class="note" title="wien, tegen wien.">[407]</ins></a> gij rebelleert!</div> +<div class='i2'>Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert."</div> +<div class='i2'>Den Oceaan en past op<a name="FNanchor_408_408" id="FNanchor_408_408"></a><a href="#Footnote_408_408" class="fnanchor"><ins class="note" title="geeft om.">[408]</ins></a> vloeken noch op schelden,</div> +<div class='i2'>Zijn dreigementen dweers<a name="FNanchor_409_409" id="FNanchor_409_409"></a><a href="#Footnote_409_409" class="fnanchor"><ins class="note" title="dwarsch, stuursch.">[409]</ins></a> en mogen hier niet gelden;</div> +<div class='i2'>Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht<a name="FNanchor_410_410" id="FNanchor_410_410"></a><a href="#Footnote_410_410" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtig gewoel voor 't gewoel der golven.">[410]</ins></a>,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_26b" id="Page_26b">[Pg 26b]</a></span> +<div class='i2'>Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht,</div> +<div class='i2'>En weder zevenmaal gedaald is in de vesten</div> +<div class='i2'>Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten</div> +<div class='i2'>De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft,</div> +<div class='i2'>En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd.</div> +<div class='i4'>Ik geef te denken voorts, de Hebreên, die 't aanzagen,</div> +<div class='i2'>Hoe hunnen vijand lag zoo korteling<a name="FNanchor_411_411" id="FNanchor_411_411"></a><a href="#Footnote_411_411" class="fnanchor"><ins class="note" title="binnen zoo korten tijd.">[411]</ins></a> verslagen,</div> +<div class='i2'>Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed</div> +<div class='i2'>Farao's had gedempt vertreden onder voet,</div> +<div class='i2'>Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen,</div> +<div class='i2'>Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen,</div> +<div class='i2'>Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf</div> +<div class='i2'>Dat hun verlossing werd Farao tot een graf,</div> +<div class='i2'>Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even</div> +<div class='i2'>En onverzienste<a name="FNanchor_412_412" id="FNanchor_412_412"></a><a href="#Footnote_412_412" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor meest onvervalschte.">[412]</ins></a> dood hun strekte tot den leven.</div> +<div class='i2'>De winden en het meer goedjonstig<a name="FNanchor_413_413" id="FNanchor_413_413"></a><a href="#Footnote_413_413" class="fnanchor"><ins class="note" title="goedgunstig.">[413]</ins></a> wierpen ruit<a name="FNanchor_414_414" id="FNanchor_414_414"></a><a href="#Footnote_414_414" class="fnanchor"><ins class="note" title="ruw, woest.">[414]</ins></a></div> +<div class='i2'>De Egyptsche wapening<a name="FNanchor_415_415" id="FNanchor_415_415"></a><a href="#Footnote_415_415" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor krijgswapens.">[415]</ins></a> weêr aan den oever uit,</div> +<div class='i2'>Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebreên in handen,</div> +<div class='i2'>Daar zij eerst werden met<a name="FNanchor_416_416" id="FNanchor_416_416"></a><a href="#Footnote_416_416" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans meê.">[416]</ins></a> gedreigd van hun vijanden.</div> +<div class='i2'>Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord,</div> +<div class='i2'>En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort;</div> +<div class='i2'>Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken,</div> +<div class='i2'>Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp<a name="FNanchor_417_417" id="FNanchor_417_417"></a><a href="#Footnote_417_417" class="fnanchor"><ins class="note" title="trompet.">[417]</ins></a> doen klinken.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div> +</div></div> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i8'><big><em class="gesperrt">HYMNE OF LOFZANG.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>VAN DE ISRAËLIETSCHE REI.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst,</div> +<div class='i6'>Nu looft den Heer der Heeren,</div> +<div class='i4'>Die ons met de overhand bekranst,</div> +<div class='i6'>Vlecht hem een kroon van eeren;</div> +<div class='i4'>Hij is, die al de banden van</div> +<div class='i6'>Ons slavernije breken kan,</div> +<div class='i4'>En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>De Heer gedenkt aan zijn verbond</div> +<div class='i6'>Over zijn uitverkoren,</div> +<div class='i4'>Looft Hem met ziele, tong en mond,</div> +<div class='i6'>Die Israël staat voren<a name="FNanchor_418_418" id="FNanchor_418_418"></a><a href="#Footnote_418_418" class="fnanchor"><ins class="note" title="voorstaat, beschermt.">[418]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Die Jacobs huis, in dienstbaarheid,</div> +<div class='i6'>Onder zijn schaduwe bespreidt<a name="FNanchor_419_419" id="FNanchor_419_419"></a><a href="#Footnote_419_419" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor met zijn schaduw overdekt.">[419]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren<a name="FNanchor_420_420" id="FNanchor_420_420"></a><a href="#Footnote_420_420" class="fnanchor"><ins class="note" title="genieten (verg. nog onsórberen).">[420]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Hij is de God van Abraham,</div> +<div class='i6'>Isak en Jacob machtig,</div> +<div class='i4'>Die nu tot koning zalft den stam,</div> +<div class='i6'>Den stamme Juda krachtig,</div> +<div class='i4'>Die ons naar 't zoet beloofde land</div> +<div class='i6'>Geleidet door zijn sterke hand,</div> +<div class='i4'>Om<a name="FNanchor_421_421" id="FNanchor_421_421"></a><a href="#Footnote_421_421" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te; verg. vroeger.">[421]</ins></a> heerschen int land Canaän eendrachtig.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>In 't land, daar melk en honig vloeit,</div> +<div class='i6'>Daar de Jordaan beneven</div> +<div class='i4'>Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit</div> +<div class='i6'>Van 't steil gebergt verheven:</div> +<div class='i4'>Daar, als de baren van der zee</div> +<div class='i6'>Of 't zand der stranden, nu alreê,</div> +<div class='i4'>'t Zaad Israëls doet zijn vijanden beven.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Looft dezen krijgsheld onvervaard,</div> +<div class='i6'>Die paarden, ros en wagen,</div> +<div class='i4'>'t Gewapend heer met schild en zwaard</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_27a" id="Page_27a">[Pg 27a]</a></span> +<div class='i6'>Heeft mannelijk verslagen,</div> +<div class='i4'>Met den verstokten koning trotsch;</div> +<div class='i6'>Bouwt op dees klip en sterke rots,</div> +<div class='i4'>Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Den rood-scharlaken mantel breid<a name="FNanchor_422_422" id="FNanchor_422_422"></a><a href="#Footnote_422_422" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor breed.">[422]</ins></a></div> +<div class='i6'>Van 't roode meer hij scheurde,</div> +<div class='i4'>En heeft guld-zandig geplaveid</div> +<div class='i6'>Een effen straat, waar deur de</div> +<div class='i4'>Hebreên ontweken hun misval,</div> +<div class='i6'>Tusschen twee muren van kristal,</div> +<div class='i4'>Daar Farao den laatsten zucht betreurde<a name="FNanchor_423_423" id="FNanchor_423_423"></a><a href="#Footnote_423_423" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: treurend slaakte.">[423]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Farao, die ons op de hiel</div> +<div class='i6'>Vervolgde met zijn scharen,</div> +<div class='i4'>'t Zee-water stormig overviel</div> +<div class='i6'>Met 't zwalpen van de baren;</div> +<div class='i4'>Die 't voorhoofd bergden int gestert<a name="FNanchor_424_424" id="FNanchor_424_424"></a><a href="#Footnote_424_424" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gesternte.">[424]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>In den afgrond vernederd werd:</div> +<div class='i4'>Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Farao's wimpelen ontdaan</div> +<div class='i6'>En zag men niet meer zwieren,</div> +<div class='i4'>Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan,</div> +<div class='i6'>Noch al zijn roô banieren;</div> +<div class='i4'>Zijn wapens en geslepen staal</div> +<div class='i6'>Zonk met zijn rusting altemaal:</div> +<div class='i4'>Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Bouwt al uw hoop op dezen steen,</div> +<div class='i6'>Bouwt uw geloove vaste</div> +<div class='i4'>Op den monarche der Hebreên,</div> +<div class='i6'>Die Farao verraste,</div> +<div class='i4'>Die des tyrans voornemens schort,</div> +<div class='i6'>Den hoogmoed van hun vleugels kort,</div> +<div class='i4'>En met zijn sterke schouders ons ontlastte.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>In koper, steen, noch ijzer hard</div> +<div class='i6'>Alleen niet dees weldaden</div> +<div class='i4'>En prent, maar schrijft ook in uw hart</div> +<div class='i6'>Gods goedheid vol genaden,</div> +<div class='i4'>Die ons 's doods muile heeft ontrukt:</div> +<div class='i6'>Groen palm en myrtetakken plukt,</div> +<div class='i4'>Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen!</div> +</div></div> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES doet zijn offerande en spreekt:</div> +<div class='i2'>Dwijl Israël ontrukt is uit zijn slaafsche banden,</div> +<div class='i2'>Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook</div> +<div class='i2'>Van dezen altaar, als een liefelijken rook,</div> +<div class='i2'>Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden!</div> +<div class='i4'>Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken<a name="FNanchor_425_425" id="FNanchor_425_425"></a><a href="#Footnote_425_425" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor teeken van dankbaarheid.">[425]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Of schoon de teêre mensch mets anders wedergeeft,</div> +<div class='i2'>Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft,</div> +<div class='i2'>Zijn zwakke sterflijkheid niet<a name="FNanchor_426_426" id="FNanchor_426_426"></a><a href="#Footnote_426_426" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thansniets.">[426]</ins></a> hoogers mag bereiken.</div> +<div class='i4'>Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine,</div> +<div class='i2'>Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt</div> +<div class='i2'>Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne<a name="FNanchor_427_427" id="FNanchor_427_427"></a><a href="#Footnote_427_427" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans bron.">[427]</ins></a> schept,</div> +<div class='i2'>En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine!</div> +<div class='i4'>Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der</div> +<div class='i2'>Oprechter<a name="FNanchor_428_428" id="FNanchor_428_428"></a><a href="#Footnote_428_428" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tweeden naamvalsuitgang, thans oprechte.">[428]</ins></a> lippen vroom voor zijn weldadigheid,</div> +<div class='i2'>'t Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit;</div> +<div class='i2'>Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer.</div> +<div class='i4'>'t Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen,</div> +<div class='i2'>Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch,</div> +<div class='i2'>Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis,</div> +<div class='i2'>De stieren hooren hem, de kalveren en schapen.</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_27b" id="Page_27b">[Pg 27b]</a></span> +<div class='i4'>Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten,</div> +<div class='i2'>Hij hevet<a name="FNanchor_429_429" id="FNanchor_429_429"></a><a href="#Footnote_429_429" class="fnanchor"><ins class="note" title="heeft het.">[429]</ins></a> al gemaakt;—o, groot is uwen lof!</div> +<div class='i2'>Die 't al hebt rijkelijk gebouwet<a name="FNanchor_430_430" id="FNanchor_430_430"></a><a href="#Footnote_430_430" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gebouwd.">[430]</ins></a> zonder stof,</div> +<div class='i2'>Zoo gij in uwen raad verholen<a name="FNanchor_431_431" id="FNanchor_431_431"></a><a href="#Footnote_431_431" class="fnanchor"><ins class="note" title="geheime raad.">[431]</ins></a> hadt besloten.</div> +<div class='i4'>Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen,</div> +<div class='i2'>Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood</div> +<div class='i2'>Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot,</div> +<div class='i2'>Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen.</div> +<div class='i4'>Den offer komt u toe, die<a name="FNanchor_432_432" id="FNanchor_432_432"></a><a href="#Footnote_432_432" class="fnanchor"><ins class="note" title="Namelijk het offer.">[432]</ins></a>, Heer! verteert tot asschen!</div> +<div class='i2'>Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid</div> +<div class='i2'>Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid,</div> +<div class='i2'>Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen.</div> +<div class='i4'>Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste,</div> +<div class='i2'>En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed</div> +<div class='i2'>Op 't heilige gesteent ons offerande doet,</div> +<div class='i2'>En dat wij we wet betrachten aldermeeste.</div> +<div class='i4'>Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen</div> +<div class='i2'>Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan<a name="FNanchor_433_433" id="FNanchor_433_433"></a><a href="#Footnote_433_433" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Minder gelukkig voor gedenken, mij herinneren.">[433]</ins></a></div> +<div class='i2'>Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan,</div> +<div class='i2'>Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen.</div> +<div class='i4'>Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten<a name="FNanchor_434_434" id="FNanchor_434_434"></a><a href="#Footnote_434_434" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor verdiensten.">[434]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Al de eerstelingen van geheel Egypteland</div> +<div class='i2'>Van menschen en van vee, door uwe sterke hand</div> +<div class='i2'>Geslagen werden, van den meesten tot den minsten.</div> +<div class='i4'>En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye</div> +<div class='i2'>Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid,</div> +<div class='i2'>Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven leît,</div> +<div class='i2'>Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye.</div> +<div class='i4'>O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen,</div> +<div class='i2'>Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier,</div> +<div class='i2'>Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier,</div> +<div class='i2'>Waar in gij mij ook zijt op Sinaï verschenen.</div> +<div class='i4'>Versaagt<a name="FNanchor_435_435" id="FNanchor_435_435"></a><a href="#Footnote_435_435" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor doet versagen.">[435]</ins></a> voor onze komst de stoute Filistijnen,</div> +<div class='i2'>Kwetst hunnen preutschen<a name="FNanchor_436_436" id="FNanchor_436_436"></a><a href="#Footnote_436_436" class="fnanchor"><ins class="note" title="trotschen.">[436]</ins></a> moed! o Heer, blijft onzen borcht</div> +<div class='i2'>En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd</div> +<div class='i2'>Geraken door de dorre Arabische woestijnen.</div> +<div class='i4'>Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren</div> +<div class='i2'>In 't land van Canaän, en dat wij uwe wet,</div> +<div class='i2'>Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet,</div> +<div class='i2'>En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>'s Hemels goedheid, die voorhenen</div> +<div class='i4'>Ons voorvaders heeft beschenen,</div> +<div class='i6'>Is hier op 't tooneel herspeeld,</div> +<div class='i6'>En naar 't leven afgebeeld.</div> +<div class='i4'>Tijd noch de vergetenissen</div> +<div class='i4'>Hoort<a name="FNanchor_437_437" id="FNanchor_437_437"></a><a href="#Footnote_437_437" class="fnanchor"><ins class="note" title="Behooren.">[437]</ins></a> uit ons gemoed te wisschen</div> +<div class='i6'>Dees weldaden overgroot,</div> +<div class='i6'>Neêrgedaald uit 's Hemels schoot.</div> +<div class='i4'>Doch wanneer wij zien veel milder,</div> +<div class='i4'>Wat den goddelijken schilder</div> +<div class='i6'>Hier met naakt afconterfeit,</div> +<div class='i6'>Raakt dit in vergetelheid,</div> +<div class='i4'>En vertoont zich veel geringer,</div> +<div class='i4'>Wanneer ons dit met den vinger</div> +<div class='i6'>Wijst op 't ware wezen blij</div> +<div class='i6'>Van dees hemel-schilderij:</div> +<div class='i4'>Op een grooter weldaad leerlijk,</div> +<div class='i4'>Die door Jezum Christum heerlijk</div> +<div class='i6'>Ons zoo rijkelijk beschijnt,</div> +<div class='i6'>Dat de schaduwe verdwijnt:</div> +<div class='i4'>Want wanneer de zonne luistert<a name="FNanchor_438_438" id="FNanchor_438_438"></a><a href="#Footnote_438_438" class="fnanchor"><ins class="note" title="straalt; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.">[438]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>'t Manen-zilver werd verduisterd,</div> +<div class='i6'>'t Bleekste voor het helderst zwijkt<a name="FNanchor_439_439" id="FNanchor_439_439"></a><a href="#Footnote_439_439" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans bezwijkt, zwicht.">[439]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>'t Minste voor het meeste wijkt;</div> +<div class='i4'>Om den zin hier van te mellen<a name="FNanchor_440_440" id="FNanchor_440_440"></a><a href="#Footnote_440_440" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor melden.">[440]</ins></a></div> +<div class='i4'>D' een wij tegens d'ander stellen:</div> +<div class='i6'>Nu, het rijk Egypten is</div> +<div class='i6'>Of beteekent duisternis,</div> +<div class='i4'>Daar in zware slavernije</div> +<div class='i4'>Jacob, onder d' heerschappije</div> +<div class='i6'>Faraonis, met geklag</div> +<div class='i6'>Droevelijk in boeyen lag:</div> +<div class='i4'>Maar door 't goddelijk verweere<a name="FNanchor_441_441" id="FNanchor_441_441"></a><a href="#Footnote_441_441" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor verweren, beschermen.">[441]</ins></a></div> +<div class='i4'>Werden zij, door 't roode meere,</div> +<div class='i6'>Saam verlost uit dees spelonk,</div> +<div class='i6'>Als den Farao verzonk</div> +<div class='i4'>Met zijn schilden en zijn zwaarden,</div> +<div class='i4'>Met zijn ruiters, volk en paarden:</div> +<div class='i6'>Even lagen wij verstrikt,</div> +<div class='i6'>Leelijk in ons bloed verstikt,</div> +<div class='i4'>Onder Satan, Hel en zonden,</div> +<div class='i4'>In 's doods banden vastgebonden,</div> +<div class='i6'>Maar door 's levens klaar fontein,</div> +<div class='i6'>Onzen Zaligmaker rein,</div> +<div class='i4'>Als Hij in het laatst der dagen</div> +<div class='i4'>Aan het kruise werd geslagen,</div> +<div class='i6'>Werden wij, door zijn bloed rood,</div> +<div class='i6'>Vrij van zond', Hel, Duivel, dood,</div> +<div class='i4'>Door zijn goedheid vol genaden</div> +<div class='i4'>Afgewasschen ons misdaden:</div> +<div class='i6'>Niet verlost, als Jacob, bloot<a name="FNanchor_442_442" id="FNanchor_442_442"></a><a href="#Footnote_442_442" class="fnanchor"><ins class="note" title="alleen (verg. 't hoogd. bloss).">[442]</ins></a></div> +<div class='i6'>Van een tijdelijke dood:</div> +<div class='i4'>Maar door dezen Samson leeuwig</div> +<div class='i4'>Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig,</div> +<div class='i6'>Van Gods onverganklijk wee,</div> +<div class='i6'>Van het zwaard, dat uit der scheê</div> +<div class='i4'>Boven 't hoofd ons dreigde grammig,</div> +<div class='i4'>Met den brand des afgronds vlammig.</div> +<div class='i6'>Israël trok al gelijk</div> +<div class='i6'>Naar een aardsch verganklijk rijk,</div> +<div class='i4'>Dat maar voor een tijd mocht bloeyen,</div> +<div class='i4'>Maar, na ons gebroken boeyen<a name="FNanchor_443_443" id="FNanchor_443_443"></a><a href="#Footnote_443_443" class="fnanchor"><ins class="note" title="Latinisme voornadat onze boeyen gebroken zijn.">[443]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>Ons de Heere roept tot hem;</div> +<div class='i6'>In het nieuw Jeruzalem,</div> +<div class='i4'>Loopt dan, ijverig genegen,</div> +<div class='i4'>Hebben wij door Christum kregen<a name="FNanchor_444_444" id="FNanchor_444_444"></a><a href="#Footnote_444_444" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maatshalven voor gekregen.">[444]</ins></a></div> +<div class='i6'>Eenen weg gebaand en plat</div> +<div class='i6'>Naar de schoone hemel-stad.</div> +<div class='i4'>Daar dood, ziekte, strijd noch tranen</div> +<div class='i4'>Gelijk over der Jordanen<a name="FNanchor_445_445" id="FNanchor_445_445"></a><a href="#Footnote_445_445" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans de Jordaan.">[445]</ins></a></div> +<div class='i6'>Ons meer zal ontmoeten wreed,</div> +<div class='i6'>Als 't den Isralieten deed.</div> +<div class='i4'>Die zoo vlijtig hun<a name="FNanchor_446_446" id="FNanchor_446_446"></a><a href="#Footnote_446_446" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[446]</ins></a> bewezen</div> +<div class='i4'>In het uiterlijke wezen,</div> +<div class='i6'>Ook om slachten 't zuiver Lam,</div> +<div class='i6'>'t Welk terstond een einde nam,</div> +<div class='i4'>Als den godlijken Messias</div> +<div class='i4'>(Daar den anderen Helias</div> +<div class='i6'>Zijn verkoren Jongers vroed</div> +<div class='i6'>Op wees met den vinger zoet,</div> +<div class='i4'>Alder schatten kleinoodkoffer),</div> +<div class='i4'>Toen die kwam en zijnen offer,</div> +<div class='i6'>Als hoog-priester, dede spâ</div> +<div class='i6'>Op den berg Calvaria;</div> +<div class='i4'>Toen hij tegens Satan kampten,</div> +<div class='i4'>Alle priester-dienst en ampten</div> +<div class='i6'>Eindden met het Paasschen-feest,</div> +<div class='i6'>Als de Joden jaarlijks meest</div> +<div class='i4'>Posten, dorpels nog bestreken</div> +<div class='i4'>Met 's Lams bloede, tot een teeken</div> +<div class='i6'>Hoe hun God bevrijdde weerd<a name="FNanchor_447_447" id="FNanchor_447_447"></a><a href="#Footnote_447_447" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven als stopwoord gebezigd.">[447]</ins></a></div> +<div class='i6'>Voor den slaanden Engels zweerd.</div> +<div class='i4'>Voorspel, 't welk ons leert ten besten,</div> +<div class='i4'>Hoe dat in den alderlesten</div> +<div class='i6'>Dag der dagen, in 't gericht,</div> +<div class='i6'>Voor Gods toornig aangezicht,</div> +<div class='i4'>Jezus Christus ons zal vrijden</div> +<div class='i4'>Door zijn heilig bitter lijden,</div> +<div class='i6'>En, met 't rood onschuldig kleid<a name="FNanchor_448_448" id="FNanchor_448_448"></a><a href="#Footnote_448_448" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor kleed.">[448]</ins></a></div> +<div class='i6'>Van zijn droeve sterflijkheid,</div> +<div class='i4'>Ons onrein melaatsche vlekken</div> +<div class='i4'>Voor des Heeren aanschijn dekken.</div> +<div class='i6'>Eet dan geestelijker wijs</div> +<div class='i6'>Nog dit Lam, der zielen spijs,</div> +<div class='i4'>Met een bitter sausse spijtig;</div> +<div class='i4'>Ware Israëlieten vlijtig,</div> +<div class='i6'>Laat de kracht van zijne dood</div> +<div class='i6'>U nog zijn een hemels-brood!</div> +<div class='i4'>Weest omgordt, en staat alreede</div> +<div class='i4'>Om te wand'len na den vrede,</div> +<div class='i6'>Met den staf, alzoo 't behoort,</div> +<div class='i6'>Van des Heeren heilig Woord</div> +<div class='i4'>Opgeschort, omgord op vordel<a name="FNanchor_449_449" id="FNanchor_449_449"></a><a href="#Footnote_449_449" class="fnanchor"><ins class="note" title="voordeel.">[449]</ins></a></div> +<div class='i4'>Met der liefden band en gordel.</div> +<div class='i6'>Ook aanmerkt hier algemeen</div> +<div class='i6'>Dees twee leids-liên der Hebreên:</div> +<div class='i4'>Mozes (onbespraakt voor Farons</div> +<div class='i4'>Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv</div> +<div class='i6'>Reden-rijke tonge vocht<a name="FNanchor_450_450" id="FNanchor_450_450"></a><a href="#Footnote_450_450" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtig en daarom vaardig.">[450]</ins></a>:</div> +<div class='i6'>Doch geen van dees beiden mocht</div> +<div class='i4'>Isak brengen eindelijken</div> +<div class='i4'>In Canaäns koninkrijken:</div> +<div class='i6'>Onder welke schorsse duikt</div> +<div class='i6'>Als men dezen bast ontluikt<a name="FNanchor_451_451" id="FNanchor_451_451"></a><a href="#Footnote_451_451" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontsluit.">[451]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>De onvolkomen zwakheid teder</div> +<div class='i4'>Van der wet te korten leeder<a name="FNanchor_452_452" id="FNanchor_452_452"></a><a href="#Footnote_452_452" class="fnanchor"><ins class="note" title="ladder.">[452]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>Om in 't hemelsch vaderland</div> +<div class='i6'>Op te stijgen uit den brand,</div> +<div class='i4'>Uit den brand der zielen zweerdig<a name="FNanchor_453_453" id="FNanchor_453_453"></a><a href="#Footnote_453_453" class="fnanchor"><ins class="note" title="snijdend, fel.">[453]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Uit Gods toornigheid rechtveerdig,</div> +<div class='i6'>Daar ons Christus, als gezeîd,</div> +<div class='i6'>Heeft behouden uitgeleid.</div> +<div class='i4'>Want in Christo woont bekwamig</div> +<div class='i4'>Zelf de volheid Gods lichamig,</div> +<div class='i6'>'t Evangelische verbond</div> +<div class='i6'>Vloeyet uit zijns wijsheids mond,</div> +<div class='i4'>Der genaden fontein-ader<a name="FNanchor_454_454" id="FNanchor_454_454"></a><a href="#Footnote_454_454" class="fnanchor"><ins class="note" title="bron-aâr.">[454]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Ons verbidder, bij den Vader.</div> +<div class='i6'>Israël vertrok op hoop,</div> +<div class='i6'>Maar voor ons heeft al den loop</div> +<div class='i4'>Christus 't hoofd van zijne benden</div> +<div class='i4'>Lang te voren gaan vol-enden,</div> +<div class='i6'>En met 't kruis getriomfeerd</div> +<div class='i6'>Boven Hemelen en eerd'<a name="FNanchor_455_455" id="FNanchor_455_455"></a><a href="#Footnote_455_455" class="fnanchor"><ins class="note" title="aarde.">[455]</ins></a>.</div> +<div class='i4'>Laat dit plaatse bij u grijpen,</div> +<div class='i4'>Laat dit godlijk zaaisel rijpen,</div> +<div class='i6'>Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst</div> +<div class='i6'>Vloeyen <span class="smcap">UIT LEVENDER JONST</span><a name="FNanchor_456_456" id="FNanchor_456_456"></a><a href="#Footnote_456_456" class="fnanchor"><ins class="note" title="Uit levendige gunst; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.">[456]</ins></a>.</div> +</div></div> + + +<h3>VOETNOTEN:</h3> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a> <em class="gesperrt">nagenoeg.</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a> <em class="gesperrt">Verzonnen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a> <em class="gesperrt">Maar</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> <em class="gesperrt">ingerichte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_5_5" id="Footnote_5_5"></a><a href="#FNanchor_5_5"><span class="label">[5]</span></a> Van (den Latijnschen dichter) <em class="gesperrt">Horatius</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_6_6" id="Footnote_6_6"></a><a href="#FNanchor_6_6"><span class="label">[6]</span></a> <em class="gesperrt">Gebrekkig</em> (van geest nam.).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_7_7" id="Footnote_7_7"></a><a href="#FNanchor_7_7"><span class="label">[7]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_8_8" id="Footnote_8_8"></a><a href="#FNanchor_8_8"><span class="label">[8]</span></a> Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende <em class="gesperrt">daarnaar</em> willen +lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk <em class="gesperrt">nader</em>) +dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met <em class="gesperrt">waar</em>, +<em class="gesperrt">daar</em>, enz. het eerste de voorkeur.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_9_9" id="Footnote_9_9"></a><a href="#FNanchor_9_9"><span class="label">[9]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_10_10" id="Footnote_10_10"></a><a href="#FNanchor_10_10"><span class="label">[10]</span></a> <em class="gesperrt">Korten</em> (verg. de uitdrukking <em class="gesperrt">spanne tijds</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_11_11" id="Footnote_11_11"></a><a href="#FNanchor_11_11"><span class="label">[11]</span></a> Thans <em class="gesperrt">vertoont</em> (d. i. eig. <em class="gesperrt">vertoogent</em>, met den langeren +vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_12_12" id="Footnote_12_12"></a><a href="#FNanchor_12_12"><span class="label">[12]</span></a> <em class="gesperrt">te omspannen</em>; verg. boven bl. 5, aant. [<a href='http://www.gutenberg.org/files/21800/21800-h/21800-h.htm#Footnote_23_140'>23</a>].</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_13_13" id="Footnote_13_13"></a><a href="#FNanchor_13_13"><span class="label">[13]</span></a> <em class="gesperrt">blinkende</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_14_14" id="Footnote_14_14"></a><a href="#FNanchor_14_14"><span class="label">[14]</span></a> Tweede-naamval van Venus.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_15_15" id="Footnote_15_15"></a><a href="#FNanchor_15_15"><span class="label">[15]</span></a> <em class="gesperrt">blinde klip</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_16_16" id="Footnote_16_16"></a><a href="#FNanchor_16_16"><span class="label">[16]</span></a> Thans <em class="gesperrt">iets anders</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_17_17" id="Footnote_17_17"></a><a href="#FNanchor_17_17"><span class="label">[17]</span></a> <em class="gesperrt">bestuur</em>, <em class="gesperrt">beheer</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_18_18" id="Footnote_18_18"></a><a href="#FNanchor_18_18"><span class="label">[18]</span></a> <em class="gesperrt">leerrijke</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_19_19" id="Footnote_19_19"></a><a href="#FNanchor_19_19"><span class="label">[19]</span></a> Lat. voor <em class="gesperrt">tooneel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_20_20" id="Footnote_20_20"></a><a href="#FNanchor_20_20"><span class="label">[20]</span></a> <em class="gesperrt">planken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_21_21" id="Footnote_21_21"></a><a href="#FNanchor_21_21"><span class="label">[21]</span></a> J. Mz. <em class="gesperrt">Vaer</em> (d. i. <em class="gesperrt">van der</em>) Laer was een rijk Amsterdamsch +lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_22_22" id="Footnote_22_22"></a><a href="#FNanchor_22_22"><span class="label">[22]</span></a> Thans <em class="gesperrt">doet hem verzellen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_23_23" id="Footnote_23_23"></a><a href="#FNanchor_23_23"><span class="label">[23]</span></a> <em class="gesperrt">bekrachtiging</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_24_24" id="Footnote_24_24"></a><a href="#FNanchor_24_24"><span class="label">[24]</span></a> <em class="gesperrt">vrij te laten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_25_25" id="Footnote_25_25"></a><a href="#FNanchor_25_25"><span class="label">[25]</span></a> <em class="gesperrt">beesten</em> (verg. 't Fr. <em class="gesperrt">bétail</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_26_26" id="Footnote_26_26"></a><a href="#FNanchor_26_26"><span class="label">[26]</span></a> <em class="gesperrt">welriekend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_27_27" id="Footnote_27_27"></a><a href="#FNanchor_27_27"><span class="label">[27]</span></a> <em class="gesperrt">kaauwt en herkaauwt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_28_28" id="Footnote_28_28"></a><a href="#FNanchor_28_28"><span class="label">[28]</span></a> <em class="gesperrt">Dijt uit</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_29_29" id="Footnote_29_29"></a><a href="#FNanchor_29_29"><span class="label">[29]</span></a> <em class="gesperrt">schapen</em> (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen)</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_30_30" id="Footnote_30_30"></a><a href="#FNanchor_30_30"><span class="label">[30]</span></a> <em class="gesperrt">pracht</em> (verg. 't Hoogd. <em class="gesperrt">geschmeide</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_31_31" id="Footnote_31_31"></a><a href="#FNanchor_31_31"><span class="label">[31]</span></a> <em class="gesperrt">kleed</em> ('t Fr. <em class="gesperrt">habit</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_32_32" id="Footnote_32_32"></a><a href="#FNanchor_32_32"><span class="label">[32]</span></a> voor <em class="gesperrt">schijnt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_33_33" id="Footnote_33_33"></a><a href="#FNanchor_33_33"><span class="label">[33]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">een helm</em> geslonken.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_34_34" id="Footnote_34_34"></a><a href="#FNanchor_34_34"><span class="label">[34]</span></a> <em class="gesperrt">zacht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_35_35" id="Footnote_35_35"></a><a href="#FNanchor_35_35"><span class="label">[35]</span></a> <em class="gesperrt">dan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_36_36" id="Footnote_36_36"></a><a href="#FNanchor_36_36"><span class="label">[36]</span></a> <em class="gesperrt">dezer dagen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_37_37" id="Footnote_37_37"></a><a href="#FNanchor_37_37"><span class="label">[37]</span></a> <em class="gesperrt">afbeeldt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_38_38" id="Footnote_38_38"></a><a href="#FNanchor_38_38"><span class="label">[38]</span></a> <em class="gesperrt">open</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_39_39" id="Footnote_39_39"></a><a href="#FNanchor_39_39"><span class="label">[39]</span></a> Voor <em class="gesperrt">verlustigt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_40_40" id="Footnote_40_40"></a><a href="#FNanchor_40_40"><span class="label">[40]</span></a> <em class="gesperrt">tweesnijdend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_41_41" id="Footnote_41_41"></a><a href="#FNanchor_41_41"><span class="label">[41]</span></a> Thans <em class="gesperrt">ofschoon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_42_42" id="Footnote_42_42"></a><a href="#FNanchor_42_42"><span class="label">[42]</span></a> <em class="gesperrt">luister</em>, <em class="gesperrt">glans geeft</em>, <em class="gesperrt">blinkt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_43_43" id="Footnote_43_43"></a><a href="#FNanchor_43_43"><span class="label">[43]</span></a> 't zilver van den maan.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_44_44" id="Footnote_44_44"></a><a href="#FNanchor_44_44"><span class="label">[44]</span></a> Voor <em class="gesperrt">raast</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_45_45" id="Footnote_45_45"></a><a href="#FNanchor_45_45"><span class="label">[45]</span></a> <em class="gesperrt">legt</em>; thans <em class="gesperrt">ligt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_46_46" id="Footnote_46_46"></a><a href="#FNanchor_46_46"><span class="label">[46]</span></a> <em class="gesperrt">zeis</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_47_47" id="Footnote_47_47"></a><a href="#FNanchor_47_47"><span class="label">[47]</span></a> De landbouwende klasse.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_48_48" id="Footnote_48_48"></a><a href="#FNanchor_48_48"><span class="label">[48]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">lachte</em> verzwakt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_49_49" id="Footnote_49_49"></a><a href="#FNanchor_49_49"><span class="label">[49]</span></a> <em class="gesperrt">Een iegelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_50_50" id="Footnote_50_50"></a><a href="#FNanchor_50_50"><span class="label">[50]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gemeen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_51_51" id="Footnote_51_51"></a><a href="#FNanchor_51_51"><span class="label">[51]</span></a> <em class="gesperrt">voren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_52_52" id="Footnote_52_52"></a><a href="#FNanchor_52_52"><span class="label">[52]</span></a> <em class="gesperrt">gelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_53_53" id="Footnote_53_53"></a><a href="#FNanchor_53_53"><span class="label">[53]</span></a> <em class="gesperrt">bron</em>, <em class="gesperrt">water</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_54_54" id="Footnote_54_54"></a><a href="#FNanchor_54_54"><span class="label">[54]</span></a> <em class="gesperrt">vonkelen</em> (verg 't Eng. <em class="gesperrt">to spark</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_55_55" id="Footnote_55_55"></a><a href="#FNanchor_55_55"><span class="label">[55]</span></a> Thans <em class="gesperrt">schijnt te branden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_56_56" id="Footnote_56_56"></a><a href="#FNanchor_56_56"><span class="label">[56]</span></a> Thans alleen <em class="gesperrt">geknield</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_57_57" id="Footnote_57_57"></a><a href="#FNanchor_57_57"><span class="label">[57]</span></a> <em class="gesperrt">sterk</em> (verg. boven <em class="gesperrt">spark</em> met ons <em class="gesperrt">sprank</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_58_58" id="Footnote_58_58"></a><a href="#FNanchor_58_58"><span class="label">[58]</span></a> <em class="gesperrt">bespiedde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_59_59" id="Footnote_59_59"></a><a href="#FNanchor_59_59"><span class="label">[59]</span></a> <em class="gesperrt">in eigen persoon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_60_60" id="Footnote_60_60"></a><a href="#FNanchor_60_60"><span class="label">[60]</span></a> <em class="gesperrt">spiegelgladde</em>, <em class="gesperrt">effene</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_61_61" id="Footnote_61_61"></a><a href="#FNanchor_61_61"><span class="label">[61]</span></a> voor <em class="gesperrt">gebracht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_62_62" id="Footnote_62_62"></a><a href="#FNanchor_62_62"><span class="label">[62]</span></a> <em class="gesperrt">aan wien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_63_63" id="Footnote_63_63"></a><a href="#FNanchor_63_63"><span class="label">[63]</span></a> voor <em class="gesperrt">krult</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_64_64" id="Footnote_64_64"></a><a href="#FNanchor_64_64"><span class="label">[64]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wil</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_65_65" id="Footnote_65_65"></a><a href="#FNanchor_65_65"><span class="label">[65]</span></a> <em class="gesperrt">Bewandelt</em>, <em class="gesperrt">betreedt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_66_66" id="Footnote_66_66"></a><a href="#FNanchor_66_66"><span class="label">[66]</span></a> <em class="gesperrt">draait</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_67_67" id="Footnote_67_67"></a><a href="#FNanchor_67_67"><span class="label">[67]</span></a> <em class="gesperrt">perk</em>, <em class="gesperrt">omvang</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_68_68" id="Footnote_68_68"></a><a href="#FNanchor_68_68"><span class="label">[68]</span></a> <em class="gesperrt">van't veld</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_69_69" id="Footnote_69_69"></a><a href="#FNanchor_69_69"><span class="label">[69]</span></a> <em class="gesperrt">Zoo</em>, <em class="gesperrt">indien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_70_70" id="Footnote_70_70"></a><a href="#FNanchor_70_70"><span class="label">[70]</span></a> <em class="gesperrt">bundel</em>, <em class="gesperrt">koker</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_71_71" id="Footnote_71_71"></a><a href="#FNanchor_71_71"><span class="label">[71]</span></a> Thans <em class="gesperrt">beschoren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_72_72" id="Footnote_72_72"></a><a href="#FNanchor_72_72"><span class="label">[72]</span></a> voor <em class="gesperrt">versmelt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_73_73" id="Footnote_73_73"></a><a href="#FNanchor_73_73"><span class="label">[73]</span></a> <em class="gesperrt">erkennen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_74_74" id="Footnote_74_74"></a><a href="#FNanchor_74_74"><span class="label">[74]</span></a> <em class="gesperrt">vloeit</em> en <em class="gesperrt">geboeid</em>, als <em class="gesperrt">vloei-et</em> en <em class="gesperrt">geboei-ed</em> te lezen; verg. beneden <em class="gesperrt">scheidet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_75_75" id="Footnote_75_75"></a><a href="#FNanchor_75_75"><span class="label">[75]</span></a> <em class="gesperrt">helderen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_76_76" id="Footnote_76_76"></a><a href="#FNanchor_76_76"><span class="label">[76]</span></a> voor <em class="gesperrt">vliegend span</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_77_77" id="Footnote_77_77"></a><a href="#FNanchor_77_77"><span class="label">[77]</span></a> <em class="gesperrt">sluw</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_78_78" id="Footnote_78_78"></a><a href="#FNanchor_78_78"><span class="label">[78]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_79_79" id="Footnote_79_79"></a><a href="#FNanchor_79_79"><span class="label">[79]</span></a> Eig. 't Hoogd. <em class="gesperrt">kreitz</em>, d. i. <em class="gesperrt">kring</em>, <em class="gesperrt">perk</em>; van daar (gelijk ook hier) <em class="gesperrt">strijdperk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_80_80" id="Footnote_80_80"></a><a href="#FNanchor_80_80"><span class="label">[80]</span></a> <em class="gesperrt">veegt</em> (van 't oude <em class="gesperrt">dwa-en</em>, waarvan nog <em class="gesperrt">dweil</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_81_81" id="Footnote_81_81"></a><a href="#FNanchor_81_81"><span class="label">[81]</span></a> <em class="gesperrt">schreyend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_82_82" id="Footnote_82_82"></a><a href="#FNanchor_82_82"><span class="label">[82]</span></a> Voor <em class="gesperrt">tarwen-aren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_83_83" id="Footnote_83_83"></a><a href="#FNanchor_83_83"><span class="label">[83]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_84_84" id="Footnote_84_84"></a><a href="#FNanchor_84_84"><span class="label">[84]</span></a> <em class="gesperrt">flikkeren</em>, <em class="gesperrt">vonkelen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_85_85" id="Footnote_85_85"></a><a href="#FNanchor_85_85"><span class="label">[85]</span></a> <em class="gesperrt">hoekigen</em>, <em class="gesperrt">kronkelenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_86_86" id="Footnote_86_86"></a><a href="#FNanchor_86_86"><span class="label">[86]</span></a> <em class="gesperrt">golvenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_87_87" id="Footnote_87_87"></a><a href="#FNanchor_87_87"><span class="label">[87]</span></a> voor <em class="gesperrt">verheuging</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_88_88" id="Footnote_88_88"></a><a href="#FNanchor_88_88"><span class="label">[88]</span></a> <em class="gesperrt">afloopt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_89_89" id="Footnote_89_89"></a><a href="#FNanchor_89_89"><span class="label">[89]</span></a> <em class="gesperrt">kunnen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_90_90" id="Footnote_90_90"></a><a href="#FNanchor_90_90"><span class="label">[90]</span></a> <em class="gesperrt">Met uw verlof</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_91_91" id="Footnote_91_91"></a><a href="#FNanchor_91_91"><span class="label">[91]</span></a> voor <em class="gesperrt">schijnt het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_92_92" id="Footnote_92_92"></a><a href="#FNanchor_92_92"><span class="label">[92]</span></a> voor <em class="gesperrt">toegevoegd</em>, <em class="gesperrt">opgelegd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_93_93" id="Footnote_93_93"></a><a href="#FNanchor_93_93"><span class="label">[93]</span></a> voor <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_94_94" id="Footnote_94_94"></a><a href="#FNanchor_94_94"><span class="label">[94]</span></a> <em class="gesperrt">op vaderlijke wijs</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_95_95" id="Footnote_95_95"></a><a href="#FNanchor_95_95"><span class="label">[95]</span></a> <em class="gesperrt">ook</em> (<em class="gesperrt">ofschoon</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_96_96" id="Footnote_96_96"></a><a href="#FNanchor_96_96"><span class="label">[96]</span></a> voor <em class="gesperrt">baatte</em> (wegens den volg. klinker).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_97_97" id="Footnote_97_97"></a><a href="#FNanchor_97_97"><span class="label">[97]</span></a> Thans <em class="gesperrt">naar de ziel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_98_98" id="Footnote_98_98"></a><a href="#FNanchor_98_98"><span class="label">[98]</span></a> <em class="gesperrt">dreigt</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_99_99" id="Footnote_99_99"></a><a href="#FNanchor_99_99"><span class="label">[99]</span></a> <em class="gesperrt">met tranen in de oogen</em>, <em class="gesperrt">weenend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_100_100" id="Footnote_100_100"></a><a href="#FNanchor_100_100"><span class="label">[100]</span></a> Thans <em class="gesperrt">onbewogen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_101_101" id="Footnote_101_101"></a><a href="#FNanchor_101_101"><span class="label">[101]</span></a> <em class="gesperrt">zijn verlaten opengezet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_102_102" id="Footnote_102_102"></a><a href="#FNanchor_102_102"><span class="label">[102]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">aardkloot</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_103_103" id="Footnote_103_103"></a><a href="#FNanchor_103_103"><span class="label">[103]</span></a> Thans <em class="gesperrt">van de ark</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_104_104" id="Footnote_104_104"></a><a href="#FNanchor_104_104"><span class="label">[104]</span></a> <em class="gesperrt">zuiver</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_105_105" id="Footnote_105_105"></a><a href="#FNanchor_105_105"><span class="label">[105]</span></a> <em class="gesperrt">kon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_106_106" id="Footnote_106_106"></a><a href="#FNanchor_106_106"><span class="label">[106]</span></a> <em class="gesperrt">wel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_107_107" id="Footnote_107_107"></a><a href="#FNanchor_107_107"><span class="label">[107]</span></a> <em class="gesperrt">bepaald</em>; verg. boven bl. [<a href='http://www.gutenberg.org/files/21800/21800-h/21800-h.htm#Page_3'>3</a>].</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_108_108" id="Footnote_108_108"></a><a href="#FNanchor_108_108"><span class="label">[108]</span></a> Voor <em class="gesperrt">keert het</em>, <em class="gesperrt">proeft het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_109_109" id="Footnote_109_109"></a><a href="#FNanchor_109_109"><span class="label">[109]</span></a> <em class="gesperrt">toevoegt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_110_110" id="Footnote_110_110"></a><a href="#FNanchor_110_110"><span class="label">[110]</span></a> Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op +gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders—voor 't +Hollandsche <em class="gesperrt">die</em> of <em class="gesperrt">dien</em> onzer schrijftaal—gebezigd wordt. Evenzoo +vroeger "den Farao".</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_111_111" id="Footnote_111_111"></a><a href="#FNanchor_111_111"><span class="label">[111]</span></a> <em class="gesperrt">gestarnte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_112_112" id="Footnote_112_112"></a><a href="#FNanchor_112_112"><span class="label">[112]</span></a> De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_113_113" id="Footnote_113_113"></a><a href="#FNanchor_113_113"><span class="label">[113]</span></a> <em class="gesperrt">blinken</em> (van daar onze metaalnaam <em class="gesperrt">blik</em> en 't woord <em class="gesperrt">bliksem</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_114_114" id="Footnote_114_114"></a><a href="#FNanchor_114_114"><span class="label">[114]</span></a> voor <em class="gesperrt">beheerscht het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_115_115" id="Footnote_115_115"></a><a href="#FNanchor_115_115"><span class="label">[115]</span></a> <em class="gesperrt">tot zijn straf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_116_116" id="Footnote_116_116"></a><a href="#FNanchor_116_116"><span class="label">[116]</span></a> <em class="gesperrt">meê</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_117_117" id="Footnote_117_117"></a><a href="#FNanchor_117_117"><span class="label">[117]</span></a> <em class="gesperrt">wijselijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_118_118" id="Footnote_118_118"></a><a href="#FNanchor_118_118"><span class="label">[118]</span></a> <em class="gesperrt">Tot veroordeeling en dwaling leidend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_119_119" id="Footnote_119_119"></a><a href="#FNanchor_119_119"><span class="label">[119]</span></a> anders <em class="gesperrt">verfrayen</em>, thans <em class="gesperrt">vervrolijken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_120_120" id="Footnote_120_120"></a><a href="#FNanchor_120_120"><span class="label">[120]</span></a> een van boven gespleten stok.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_121_121" id="Footnote_121_121"></a><a href="#FNanchor_121_121"><span class="label">[121]</span></a> <em class="gesperrt">staf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_122_122" id="Footnote_122_122"></a><a href="#FNanchor_122_122"><span class="label">[122]</span></a> <em class="gesperrt">blinkend</em>; verg. boven op <em class="gesperrt">blikken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_123_123" id="Footnote_123_123"></a><a href="#FNanchor_123_123"><span class="label">[123]</span></a> voor te <em class="gesperrt">verteeren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_124_124" id="Footnote_124_124"></a><a href="#FNanchor_124_124"><span class="label">[124]</span></a> Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk +door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_125_125" id="Footnote_125_125"></a><a href="#FNanchor_125_125"><span class="label">[125]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">plukken</em> verdikt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_126_126" id="Footnote_126_126"></a><a href="#FNanchor_126_126"><span class="label">[126]</span></a> <em class="gesperrt">bedwelmd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_127_127" id="Footnote_127_127"></a><a href="#FNanchor_127_127"><span class="label">[127]</span></a> <em class="gesperrt">de borst doorbonzend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_128_128" id="Footnote_128_128"></a><a href="#FNanchor_128_128"><span class="label">[128]</span></a> Lat. 2e naamval: <em class="gesperrt">van Farao</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_129_129" id="Footnote_129_129"></a><a href="#FNanchor_129_129"><span class="label">[129]</span></a> voor <em class="gesperrt">duizenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_130_130" id="Footnote_130_130"></a><a href="#FNanchor_130_130"><span class="label">[130]</span></a> <em class="gesperrt">gekweld</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_131_131" id="Footnote_131_131"></a><a href="#FNanchor_131_131"><span class="label">[131]</span></a> Saamgetrokken uit <em class="gesperrt">hadtghy</em>: <em class="gesperrt">hadt gij</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_132_132" id="Footnote_132_132"></a><a href="#FNanchor_132_132"><span class="label">[132]</span></a> <em class="gesperrt">Glinsterde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_133_133" id="Footnote_133_133"></a><a href="#FNanchor_133_133"><span class="label">[133]</span></a> versta: <em class="gesperrt">geleek zij</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_134_134" id="Footnote_134_134"></a><a href="#FNanchor_134_134"><span class="label">[134]</span></a> verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">zwierf</em>, <em class="gesperrt">verstierf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_135_135" id="Footnote_135_135"></a><a href="#FNanchor_135_135"><span class="label">[135]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">heette</em> verzwakt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_136_136" id="Footnote_136_136"></a><a href="#FNanchor_136_136"><span class="label">[136]</span></a> (Gelijk <em class="gesperrt">metterdaad</em>, <em class="gesperrt">metterwoon</em>, enz. saamgetrokken <em class="gesperrt">met der spoed</em>) thans <em class="gesperrt">met spoed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_137_137" id="Footnote_137_137"></a><a href="#FNanchor_137_137"><span class="label">[137]</span></a> <em class="gesperrt">begraven</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_138_138" id="Footnote_138_138"></a><a href="#FNanchor_138_138"><span class="label">[138]</span></a> <em class="gesperrt">vaak</em>, <em class="gesperrt">dikwerf</em> d. i. <em class="gesperrt">veelmaals</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_139_139" id="Footnote_139_139"></a><a href="#FNanchor_139_139"><span class="label">[139]</span></a> Thans <em class="gesperrt">ontstoken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_140_140" id="Footnote_140_140"></a><a href="#FNanchor_140_140"><span class="label">[140]</span></a> <em class="gesperrt">schielijk afgedane</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_141_141" id="Footnote_141_141"></a><a href="#FNanchor_141_141"><span class="label">[141]</span></a> het gelaat verwringende.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_142_142" id="Footnote_142_142"></a><a href="#FNanchor_142_142"><span class="label">[142]</span></a> Thans <em class="gesperrt">de</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_143_143" id="Footnote_143_143"></a><a href="#FNanchor_143_143"><span class="label">[143]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">overstelpt</em> of iets derg.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_144_144" id="Footnote_144_144"></a><a href="#FNanchor_144_144"><span class="label">[144]</span></a> Lat. vierde naamval van <em class="gesperrt">Mozes</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_145_145" id="Footnote_145_145"></a><a href="#FNanchor_145_145"><span class="label">[145]</span></a> <em class="gesperrt">Helsche</em>, <em class="gesperrt">Duivelsche</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_146_146" id="Footnote_146_146"></a><a href="#FNanchor_146_146"><span class="label">[146]</span></a> <em class="gesperrt">Maar al te ongaarne geuit</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_147_147" id="Footnote_147_147"></a><a href="#FNanchor_147_147"><span class="label">[147]</span></a> <em class="gesperrt">vlugger</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_148_148" id="Footnote_148_148"></a><a href="#FNanchor_148_148"><span class="label">[148]</span></a> <em class="gesperrt">manlijke kracht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_149_149" id="Footnote_149_149"></a><a href="#FNanchor_149_149"><span class="label">[149]</span></a> <em class="gesperrt">lichtgeschitter</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_150_150" id="Footnote_150_150"></a><a href="#FNanchor_150_150"><span class="label">[150]</span></a> <em class="gesperrt">walmend</em>, <em class="gesperrt">smokend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_151_151" id="Footnote_151_151"></a><a href="#FNanchor_151_151"><span class="label">[151]</span></a> enkelv.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_152_152" id="Footnote_152_152"></a><a href="#FNanchor_152_152"><span class="label">[152]</span></a> <em class="gesperrt">Duizelig maakt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_153_153" id="Footnote_153_153"></a><a href="#FNanchor_153_153"><span class="label">[153]</span></a> <em class="gesperrt">het groote heelal</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_154_154" id="Footnote_154_154"></a><a href="#FNanchor_154_154"><span class="label">[154]</span></a> voor <em class="gesperrt">gemakkelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_155_155" id="Footnote_155_155"></a><a href="#FNanchor_155_155"><span class="label">[155]</span></a> <em class="gesperrt">plotseling</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_156_156" id="Footnote_156_156"></a><a href="#FNanchor_156_156"><span class="label">[156]</span></a> <em class="gesperrt">vreest</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_157_157" id="Footnote_157_157"></a><a href="#FNanchor_157_157"><span class="label">[157]</span></a> Thans <em class="gesperrt">geveegd</em>, <em class="gesperrt">gezuiverd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_158_158" id="Footnote_158_158"></a><a href="#FNanchor_158_158"><span class="label">[158]</span></a> <em class="gesperrt">makkers</em> (nam. de <em class="gesperrt">zeeluî</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_159_159" id="Footnote_159_159"></a><a href="#FNanchor_159_159"><span class="label">[159]</span></a> voor <em class="gesperrt">wenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_160_160" id="Footnote_160_160"></a><a href="#FNanchor_160_160"><span class="label">[160]</span></a> <em class="gesperrt">verradelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_161_161" id="Footnote_161_161"></a><a href="#FNanchor_161_161"><span class="label">[161]</span></a> <em class="gesperrt">vreeselijk</em>; thans verkeerdelijk <em class="gesperrt">ijselijk</em> geschreven.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_162_162" id="Footnote_162_162"></a><a href="#FNanchor_162_162"><span class="label">[162]</span></a> <em class="gesperrt">vork</em> ('t Hoogd. <em class="gesperrt">gabel</em>), hier voor Neptunus' <em class="gesperrt">drietand</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_163_163" id="Footnote_163_163"></a><a href="#FNanchor_163_163"><span class="label">[163]</span></a> <em class="gesperrt">bliezen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_164_164" id="Footnote_164_164"></a><a href="#FNanchor_164_164"><span class="label">[164]</span></a> d. i. <em class="gesperrt">stuurman</em> (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_165_165" id="Footnote_165_165"></a><a href="#FNanchor_165_165"><span class="label">[165]</span></a> <em class="gesperrt">boos</em> (<em class="gesperrt">druipend</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_166_166" id="Footnote_166_166"></a><a href="#FNanchor_166_166"><span class="label">[166]</span></a> 't Hoogd. <em class="gesperrt">kutscher</em>; thans <em class="gesperrt">koetsier</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_167_167" id="Footnote_167_167"></a><a href="#FNanchor_167_167"><span class="label">[167]</span></a> <em class="gesperrt">aanging</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_168_168" id="Footnote_168_168"></a><a href="#FNanchor_168_168"><span class="label">[168]</span></a> voor <em class="gesperrt">binnen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_169_169" id="Footnote_169_169"></a><a href="#FNanchor_169_169"><span class="label">[169]</span></a> voor <em class="gesperrt">berekenen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_170_170" id="Footnote_170_170"></a><a href="#FNanchor_170_170"><span class="label">[170]</span></a> voor <em class="gesperrt">strandde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_171_171" id="Footnote_171_171"></a><a href="#FNanchor_171_171"><span class="label">[171]</span></a> <em class="gesperrt">ellen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_172_172" id="Footnote_172_172"></a><a href="#FNanchor_172_172"><span class="label">[172]</span></a> <em class="gesperrt">dubbel snel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_173_173" id="Footnote_173_173"></a><a href="#FNanchor_173_173"><span class="label">[173]</span></a> <em class="gesperrt">ydele beelden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_174_174" id="Footnote_174_174"></a><a href="#FNanchor_174_174"><span class="label">[174]</span></a> voor <em class="gesperrt">verzwonden</em> of <em class="gesperrt">verdwenen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_175_175" id="Footnote_175_175"></a><a href="#FNanchor_175_175"><span class="label">[175]</span></a> Lat. tweede naamval van <em class="gesperrt">Isis</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_176_176" id="Footnote_176_176"></a><a href="#FNanchor_176_176"><span class="label">[176]</span></a> Thans <em class="gesperrt">vochtig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_177_177" id="Footnote_177_177"></a><a href="#FNanchor_177_177"><span class="label">[177]</span></a> Thans <em class="gesperrt">een of ander</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_178_178" id="Footnote_178_178"></a><a href="#FNanchor_178_178"><span class="label">[178]</span></a> <em class="gesperrt">In 't geheel niets</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_179_179" id="Footnote_179_179"></a><a href="#FNanchor_179_179"><span class="label">[179]</span></a> voor <em class="gesperrt">dier</em>, thans <em class="gesperrt">wier</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_180_180" id="Footnote_180_180"></a><a href="#FNanchor_180_180"><span class="label">[180]</span></a> voor <em class="gesperrt">acht ik</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_181_181" id="Footnote_181_181"></a><a href="#FNanchor_181_181"><span class="label">[181]</span></a> Thans <em class="gesperrt">worden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_182_182" id="Footnote_182_182"></a><a href="#FNanchor_182_182"><span class="label">[182]</span></a> <em class="gesperrt">onachtzaam</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_183_183" id="Footnote_183_183"></a><a href="#FNanchor_183_183"><span class="label">[183]</span></a> <em class="gesperrt">hoe langer</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_184_184" id="Footnote_184_184"></a><a href="#FNanchor_184_184"><span class="label">[184]</span></a> versta: <em class="gesperrt">ons te ontslaan van</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_185_185" id="Footnote_185_185"></a><a href="#FNanchor_185_185"><span class="label">[185]</span></a> voor <em class="gesperrt">te dreigen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_186_186" id="Footnote_186_186"></a><a href="#FNanchor_186_186"><span class="label">[186]</span></a> Door 't twee regels later volgend <em class="gesperrt">weder</em>- overtollig.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_187_187" id="Footnote_187_187"></a><a href="#FNanchor_187_187"><span class="label">[187]</span></a> <em class="gesperrt">wederbrengen</em>, <em class="gesperrt">doen herboren worden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_188_188" id="Footnote_188_188"></a><a href="#FNanchor_188_188"><span class="label">[188]</span></a> <em class="gesperrt">herbracht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_189_189" id="Footnote_189_189"></a><a href="#FNanchor_189_189"><span class="label">[189]</span></a> <em class="gesperrt">ontzaggelijker</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_190_190" id="Footnote_190_190"></a><a href="#FNanchor_190_190"><span class="label">[190]</span></a> <em class="gesperrt">gewelf</em> ('t Fransche <em class="gesperrt">voûte</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_191_191" id="Footnote_191_191"></a><a href="#FNanchor_191_191"><span class="label">[191]</span></a> d.i. van E.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_192_192" id="Footnote_192_192"></a><a href="#FNanchor_192_192"><span class="label">[192]</span></a> <em class="gesperrt">Geef nu verlof tot</em>, <em class="gesperrt">veroorloof</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_193_193" id="Footnote_193_193"></a><a href="#FNanchor_193_193"><span class="label">[193]</span></a> Deze <em class="gesperrt">Jup.</em> maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en +geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en +Godenlegenden in Vondels eeuw.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_194_194" id="Footnote_194_194"></a><a href="#FNanchor_194_194"><span class="label">[194]</span></a> Van Saturnus (als <em class="gesperrt">Tijdgod</em> genomen).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_195_195" id="Footnote_195_195"></a><a href="#FNanchor_195_195"><span class="label">[195]</span></a> Anders <em class="gesperrt">dwingeland</em>, en een bewijs dat men verkeerd doet, +dit saamgestelde woord van een vermeend <em class="gesperrt">dwingelen</em> af te leiden.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_196_196" id="Footnote_196_196"></a><a href="#FNanchor_196_196"><span class="label">[196]</span></a> <em class="gesperrt">overladen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_197_197" id="Footnote_197_197"></a><a href="#FNanchor_197_197"><span class="label">[197]</span></a> voor <em class="gesperrt">klimmen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_198_198" id="Footnote_198_198"></a><a href="#FNanchor_198_198"><span class="label">[198]</span></a> Anders <em class="gesperrt">soep</em>, <em class="gesperrt">spijs</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_199_199" id="Footnote_199_199"></a><a href="#FNanchor_199_199"><span class="label">[199]</span></a> <em class="gesperrt">wegneemt</em>, <em class="gesperrt">belet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_200_200" id="Footnote_200_200"></a><a href="#FNanchor_200_200"><span class="label">[200]</span></a> <em class="gesperrt">tot dwaling brengen</em>. +(verg. het Hoogd. <em class="gesperrt">verrückt</em>.)</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_201_201" id="Footnote_201_201"></a><a href="#FNanchor_201_201"><span class="label">[201]</span></a> <em class="gesperrt">een veêrtjen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_202_202" id="Footnote_202_202"></a><a href="#FNanchor_202_202"><span class="label">[202]</span></a> <em class="gesperrt">gelooft gij</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_203_203" id="Footnote_203_203"></a><a href="#FNanchor_203_203"><span class="label">[203]</span></a> <em class="gesperrt">wakker</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_204_204" id="Footnote_204_204"></a><a href="#FNanchor_204_204"><span class="label">[204]</span></a> <em class="gesperrt">mars</em>, <em class="gesperrt">koopwaar</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_205_205" id="Footnote_205_205"></a><a href="#FNanchor_205_205"><span class="label">[205]</span></a> <em class="gesperrt">afgebeeld</em>, <em class="gesperrt">voorgedaan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_206_206" id="Footnote_206_206"></a><a href="#FNanchor_206_206"><span class="label">[206]</span></a> <em class="gesperrt">kleuren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_207_207" id="Footnote_207_207"></a><a href="#FNanchor_207_207"><span class="label">[207]</span></a> <em class="gesperrt">Schort op</em>, <em class="gesperrt">staakt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_208_208" id="Footnote_208_208"></a><a href="#FNanchor_208_208"><span class="label">[208]</span></a> <em class="gesperrt">is hij niet voorzichtig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_209_209" id="Footnote_209_209"></a><a href="#FNanchor_209_209"><span class="label">[209]</span></a> <em class="gesperrt">in beweging</em>, <em class="gesperrt">beroerte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_210_210" id="Footnote_210_210"></a><a href="#FNanchor_210_210"><span class="label">[210]</span></a> voor <em class="gesperrt">keten</em> of <em class="gesperrt">ketting</em> ('t Lat. <em class="gesperrt">catena</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_211_211" id="Footnote_211_211"></a><a href="#FNanchor_211_211"><span class="label">[211]</span></a> <em class="gesperrt">schuinsch</em> geslingerde.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_212_212" id="Footnote_212_212"></a><a href="#FNanchor_212_212"><span class="label">[212]</span></a> <em class="gesperrt">kunt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_213_213" id="Footnote_213_213"></a><a href="#FNanchor_213_213"><span class="label">[213]</span></a> <em class="gesperrt">het meest Helsche</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_214_214" id="Footnote_214_214"></a><a href="#FNanchor_214_214"><span class="label">[214]</span></a> minder gelukkig +voor <em class="gesperrt">onder hun vlerken</em>, <em class="gesperrt">hun schaduw bedekken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_215_215" id="Footnote_215_215"></a><a href="#FNanchor_215_215"><span class="label">[215]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">de opgesperde kaken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_216_216" id="Footnote_216_216"></a><a href="#FNanchor_216_216"><span class="label">[216]</span></a> Thans <em class="gesperrt">naar de ziel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_217_217" id="Footnote_217_217"></a><a href="#FNanchor_217_217"><span class="label">[217]</span></a> <em class="gesperrt">streelende</em>, <em class="gesperrt">vleyende</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_218_218" id="Footnote_218_218"></a><a href="#FNanchor_218_218"><span class="label">[218]</span></a> <em class="gesperrt">uitpraten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_219_219" id="Footnote_219_219"></a><a href="#FNanchor_219_219"><span class="label">[219]</span></a> Verg. boven de aant. op <em class="gesperrt">Jupiter</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_220_220" id="Footnote_220_220"></a><a href="#FNanchor_220_220"><span class="label">[220]</span></a> <em class="gesperrt">zorgt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_221_221" id="Footnote_221_221"></a><a href="#FNanchor_221_221"><span class="label">[221]</span></a> (voet-)<em class="gesperrt">zolen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_222_222" id="Footnote_222_222"></a><a href="#FNanchor_222_222"><span class="label">[222]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">meer</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_223_223" id="Footnote_223_223"></a><a href="#FNanchor_223_223"><span class="label">[223]</span></a> Hier in slechten zin, voor <em class="gesperrt">hoogmoedig</em>, <em class="gesperrt">overmoedig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_224_224" id="Footnote_224_224"></a><a href="#FNanchor_224_224"><span class="label">[224]</span></a> <em class="gesperrt">bundel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_225_225" id="Footnote_225_225"></a><a href="#FNanchor_225_225"><span class="label">[225]</span></a> voor <em class="gesperrt">hoofdhaar</em>; eerst later werd het uitsluitend gebezigd +voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts +Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_226_226" id="Footnote_226_226"></a><a href="#FNanchor_226_226"><span class="label">[226]</span></a> Midden-Egypte.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_227_227" id="Footnote_227_227"></a><a href="#FNanchor_227_227"><span class="label">[227]</span></a> Gedoornde d. i. <em class="gesperrt">stekelige</em> puisten.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_228_228" id="Footnote_228_228"></a><a href="#FNanchor_228_228"><span class="label">[228]</span></a> Voor <em class="gesperrt">een vloed van regendroppels</em>,</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_229_229" id="Footnote_229_229"></a><a href="#FNanchor_229_229"><span class="label">[229]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">eizig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_230_230" id="Footnote_230_230"></a><a href="#FNanchor_230_230"><span class="label">[230]</span></a> <em class="gesperrt">onbedekt, dor.</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_231_231" id="Footnote_231_231"></a><a href="#FNanchor_231_231"><span class="label">[231]</span></a> Anders <em class="gesperrt">altegaâr</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_232_232" id="Footnote_232_232"></a><a href="#FNanchor_232_232"><span class="label">[232]</span></a> voor <em class="gesperrt">de zon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_233_233" id="Footnote_233_233"></a><a href="#FNanchor_233_233"><span class="label">[233]</span></a> <em class="gesperrt">houdt weg</em>, <em class="gesperrt">verschuilt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_234_234" id="Footnote_234_234"></a><a href="#FNanchor_234_234"><span class="label">[234]</span></a> <em class="gesperrt">schittert</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_235_235" id="Footnote_235_235"></a><a href="#FNanchor_235_235"><span class="label">[235]</span></a> Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van <em class="gesperrt">verspringen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_236_236" id="Footnote_236_236"></a><a href="#FNanchor_236_236"><span class="label">[236]</span></a> <em class="gesperrt">vonkt</em> (zie vroeger).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_237_237" id="Footnote_237_237"></a><a href="#FNanchor_237_237"><span class="label">[237]</span></a> <em class="gesperrt">rijksappel</em>, als teeken der oppermacht.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_238_238" id="Footnote_238_238"></a><a href="#FNanchor_238_238"><span class="label">[238]</span></a> <em class="gesperrt">krijgshaftig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_239_239" id="Footnote_239_239"></a><a href="#FNanchor_239_239"><span class="label">[239]</span></a> <em class="gesperrt">Neder-Egypte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_240_240" id="Footnote_240_240"></a><a href="#FNanchor_240_240"><span class="label">[240]</span></a> voor <em class="gesperrt">grafteekenen</em> in 't algemeen, hier de Pyramieden.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_241_241" id="Footnote_241_241"></a><a href="#FNanchor_241_241"><span class="label">[241]</span></a> <em class="gesperrt">het uitspansel te naderen.</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_242_242" id="Footnote_242_242"></a><a href="#FNanchor_242_242"><span class="label">[242]</span></a> voor <em class="gesperrt">uitgespreid</em>, <em class="gesperrt">uitgebreid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_243_243" id="Footnote_243_243"></a><a href="#FNanchor_243_243"><span class="label">[243]</span></a> Het Westen, in tegenoverstelling van den <em class="gesperrt">Levant</em> (of <em class="gesperrt">Opgang</em>) voor 't Oosten.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_244_244" id="Footnote_244_244"></a><a href="#FNanchor_244_244"><span class="label">[244]</span></a> <em class="gesperrt">Zuiden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_245_245" id="Footnote_245_245"></a><a href="#FNanchor_245_245"><span class="label">[245]</span></a> voor <em class="gesperrt">wimpel</em>, <em class="gesperrt">vaan</em>, <em class="gesperrt">banier</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_246_246" id="Footnote_246_246"></a><a href="#FNanchor_246_246"><span class="label">[246]</span></a> binnen den kring der stervelingen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_247_247" id="Footnote_247_247"></a><a href="#FNanchor_247_247"><span class="label">[247]</span></a> <em class="gesperrt">voedt</em>, <em class="gesperrt">onderhoudt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_248_248" id="Footnote_248_248"></a><a href="#FNanchor_248_248"><span class="label">[248]</span></a> Minder juist voor <em class="gesperrt">afschiet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_249_249" id="Footnote_249_249"></a><a href="#FNanchor_249_249"><span class="label">[249]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">noch</em> (gelijk <em class="gesperrt">ofte</em> tot <em class="gesperrt">of</em>) afgekort.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_250_250" id="Footnote_250_250"></a><a href="#FNanchor_250_250"><span class="label">[250]</span></a> Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_251_251" id="Footnote_251_251"></a><a href="#FNanchor_251_251"><span class="label">[251]</span></a> <em class="gesperrt">den heer te spelen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_252_252" id="Footnote_252_252"></a><a href="#FNanchor_252_252"><span class="label">[252]</span></a> <em class="gesperrt">op zijn minst</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_253_253" id="Footnote_253_253"></a><a href="#FNanchor_253_253"><span class="label">[253]</span></a> Hebreeuwsche naam voor Egypte.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_254_254" id="Footnote_254_254"></a><a href="#FNanchor_254_254"><span class="label">[254]</span></a> Hier in goeden zin: <em class="gesperrt">grootsch</em>, <em class="gesperrt">edelaardig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_255_255" id="Footnote_255_255"></a><a href="#FNanchor_255_255"><span class="label">[255]</span></a> <em class="gesperrt">niet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_256_256" id="Footnote_256_256"></a><a href="#FNanchor_256_256"><span class="label">[256]</span></a> Thans <em class="gesperrt">te vermaken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_257_257" id="Footnote_257_257"></a><a href="#FNanchor_257_257"><span class="label">[257]</span></a> met <em class="gesperrt">duren</em> eede.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_258_258" id="Footnote_258_258"></a><a href="#FNanchor_258_258"><span class="label">[258]</span></a> voor <em class="gesperrt">vlijt</em>, dat toen nog zoo uitgesproken werd.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_259_259" id="Footnote_259_259"></a><a href="#FNanchor_259_259"><span class="label">[259]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">daarheen</em>, <em class="gesperrt">van waar</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_260_260" id="Footnote_260_260"></a><a href="#FNanchor_260_260"><span class="label">[260]</span></a> Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor <em class="gesperrt">reus</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_261_261" id="Footnote_261_261"></a><a href="#FNanchor_261_261"><span class="label">[261]</span></a> <em class="gesperrt">vochtige</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_262_262" id="Footnote_262_262"></a><a href="#FNanchor_262_262"><span class="label">[262]</span></a> voor u.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_263_263" id="Footnote_263_263"></a><a href="#FNanchor_263_263"><span class="label">[263]</span></a> <em class="gesperrt">bedelbrokken</em> of liever <em class="gesperrt">benden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_264_264" id="Footnote_264_264"></a><a href="#FNanchor_264_264"><span class="label">[264]</span></a> <em class="gesperrt">keuken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_265_265" id="Footnote_265_265"></a><a href="#FNanchor_265_265"><span class="label">[265]</span></a> <em class="gesperrt">kraanvogels</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_266_266" id="Footnote_266_266"></a><a href="#FNanchor_266_266"><span class="label">[266]</span></a> <em class="gesperrt">Te gast te gaan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_267_267" id="Footnote_267_267"></a><a href="#FNanchor_267_267"><span class="label">[267]</span></a> Thans <em class="gesperrt">den eik</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_268_268" id="Footnote_268_268"></a><a href="#FNanchor_268_268"><span class="label">[268]</span></a> Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare <em class="gesperrt">van</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_269_269" id="Footnote_269_269"></a><a href="#FNanchor_269_269"><span class="label">[269]</span></a> <em class="gesperrt">Trotsch</em>, <em class="gesperrt">ontoeganklijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_270_270" id="Footnote_270_270"></a><a href="#FNanchor_270_270"><span class="label">[270]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_271_271" id="Footnote_271_271"></a><a href="#FNanchor_271_271"><span class="label">[271]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">omvlochten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_272_272" id="Footnote_272_272"></a><a href="#FNanchor_272_272"><span class="label">[272]</span></a> <em class="gesperrt">naauwlijks</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_273_273" id="Footnote_273_273"></a><a href="#FNanchor_273_273"><span class="label">[273]</span></a> <em class="gesperrt">afgemeten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_274_274" id="Footnote_274_274"></a><a href="#FNanchor_274_274"><span class="label">[274]</span></a> <em class="gesperrt">gewelven</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_275_275" id="Footnote_275_275"></a><a href="#FNanchor_275_275"><span class="label">[275]</span></a> <em class="gesperrt">middelpunt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_276_276" id="Footnote_276_276"></a><a href="#FNanchor_276_276"><span class="label">[276]</span></a> voor <em class="gesperrt">strafzwaard</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_277_277" id="Footnote_277_277"></a><a href="#FNanchor_277_277"><span class="label">[277]</span></a> Thans <em class="gesperrt">uwsweegs</em>, sedert <em class="gesperrt">straat</em> in den meer bepaalden zin +van <em class="gesperrt">bestraten weg</em> (<em class="gesperrt">via strata</em>) gebezigd wordt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_278_278" id="Footnote_278_278"></a><a href="#FNanchor_278_278"><span class="label">[278]</span></a> <em class="gesperrt">allerlaagsten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_279_279" id="Footnote_279_279"></a><a href="#FNanchor_279_279"><span class="label">[279]</span></a> Fransche <em class="gesperrt">offrande</em>, en dus verkeerdelijk +meestal <em class="gesperrt">offerhand</em> geschreven.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_280_280" id="Footnote_280_280"></a><a href="#FNanchor_280_280"><span class="label">[280]</span></a> Thans <em class="gesperrt">veroorlooft</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_281_281" id="Footnote_281_281"></a><a href="#FNanchor_281_281"><span class="label">[281]</span></a> <em class="gesperrt">verzacht het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_282_282" id="Footnote_282_282"></a><a href="#FNanchor_282_282"><span class="label">[282]</span></a> <em class="gesperrt">ontbloote</em>, <em class="gesperrt">zichtbare</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_283_283" id="Footnote_283_283"></a><a href="#FNanchor_283_283"><span class="label">[283]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wordt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_284_284" id="Footnote_284_284"></a><a href="#FNanchor_284_284"><span class="label">[284]</span></a> <em class="gesperrt">wegneemt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_285_285" id="Footnote_285_285"></a><a href="#FNanchor_285_285"><span class="label">[285]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">en</em> verkort.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_286_286" id="Footnote_286_286"></a><a href="#FNanchor_286_286"><span class="label">[286]</span></a> <em class="gesperrt">wijselijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_287_287" id="Footnote_287_287"></a><a href="#FNanchor_287_287"><span class="label">[287]</span></a> Germ. voor <em class="gesperrt">verwen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_288_288" id="Footnote_288_288"></a><a href="#FNanchor_288_288"><span class="label">[288]</span></a> <em class="gesperrt">vrijwaren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_289_289" id="Footnote_289_289"></a><a href="#FNanchor_289_289"><span class="label">[289]</span></a> Voor <em class="gesperrt">doorklieft</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_290_290" id="Footnote_290_290"></a><a href="#FNanchor_290_290"><span class="label">[290]</span></a> <em class="gesperrt">onderwijl</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_291_291" id="Footnote_291_291"></a><a href="#FNanchor_291_291"><span class="label">[291]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_292_292" id="Footnote_292_292"></a><a href="#FNanchor_292_292"><span class="label">[292]</span></a> <em class="gesperrt">aan 't spit braden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_293_293" id="Footnote_293_293"></a><a href="#FNanchor_293_293"><span class="label">[293]</span></a> <em class="gesperrt">zuur</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_294_294" id="Footnote_294_294"></a><a href="#FNanchor_294_294"><span class="label">[294]</span></a> <em class="gesperrt">gereed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_295_295" id="Footnote_295_295"></a><a href="#FNanchor_295_295"><span class="label">[295]</span></a> Thans <em class="gesperrt">maan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_296_296" id="Footnote_296_296"></a><a href="#FNanchor_296_296"><span class="label">[296]</span></a> <em class="gesperrt">verbijsterd</em> (verg. 't Hoogd. <em class="gesperrt">verrückt</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_297_297" id="Footnote_297_297"></a><a href="#FNanchor_297_297"><span class="label">[297]</span></a> Voor <em class="gesperrt">terwijl</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_298_298" id="Footnote_298_298"></a><a href="#FNanchor_298_298"><span class="label">[298]</span></a> <em class="gesperrt">luchtige</em>, <em class="gesperrt">vlugge</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_299_299" id="Footnote_299_299"></a><a href="#FNanchor_299_299"><span class="label">[299]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">met getakte hoornen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_300_300" id="Footnote_300_300"></a><a href="#FNanchor_300_300"><span class="label">[300]</span></a> Verwarring van konijnen en hazen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_301_301" id="Footnote_301_301"></a><a href="#FNanchor_301_301"><span class="label">[301]</span></a> de golven van Thetys, d. i. de zee.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_302_302" id="Footnote_302_302"></a><a href="#FNanchor_302_302"><span class="label">[302]</span></a> <em class="gesperrt">klaarlijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_303_303" id="Footnote_303_303"></a><a href="#FNanchor_303_303"><span class="label">[303]</span></a> den reidans opent.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_304_304" id="Footnote_304_304"></a><a href="#FNanchor_304_304"><span class="label">[304]</span></a> Thans <em class="gesperrt">spreidt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_305_305" id="Footnote_305_305"></a><a href="#FNanchor_305_305"><span class="label">[305]</span></a> Anders <em class="gesperrt">flambouw</em> +('t Fransch <em class="gesperrt">flambeau</em>), gelijk <em class="gesperrt">bureel</em> van <em class="gesperrt">bureau</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_306_306" id="Footnote_306_306"></a><a href="#FNanchor_306_306"><span class="label">[306]</span></a> Neder-Egypte.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_307_307" id="Footnote_307_307"></a><a href="#FNanchor_307_307"><span class="label">[307]</span></a> <em class="gesperrt">overschaduwen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_308_308" id="Footnote_308_308"></a><a href="#FNanchor_308_308"><span class="label">[308]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_309_309" id="Footnote_309_309"></a><a href="#FNanchor_309_309"><span class="label">[309]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">morgenzon</em> geslonken.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_310_310" id="Footnote_310_310"></a><a href="#FNanchor_310_310"><span class="label">[310]</span></a> <em class="gesperrt">helderheid te gunnen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_311_311" id="Footnote_311_311"></a><a href="#FNanchor_311_311"><span class="label">[311]</span></a> <em class="gesperrt">bespreid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_312_312" id="Footnote_312_312"></a><a href="#FNanchor_312_312"><span class="label">[312]</span></a> De Grieksche Wraakgodinnen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_313_313" id="Footnote_313_313"></a><a href="#FNanchor_313_313"><span class="label">[313]</span></a> De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_314_314" id="Footnote_314_314"></a><a href="#FNanchor_314_314"><span class="label">[314]</span></a> Voor <em class="gesperrt">sterren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_315_315" id="Footnote_315_315"></a><a href="#FNanchor_315_315"><span class="label">[315]</span></a> <em class="gesperrt">gedraaid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_316_316" id="Footnote_316_316"></a><a href="#FNanchor_316_316"><span class="label">[316]</span></a> <em class="gesperrt">gouden lokken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_317_317" id="Footnote_317_317"></a><a href="#FNanchor_317_317"><span class="label">[317]</span></a> Thans <em class="gesperrt">onttrokt aan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_318_318" id="Footnote_318_318"></a><a href="#FNanchor_318_318"><span class="label">[318]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gestarnte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_319_319" id="Footnote_319_319"></a><a href="#FNanchor_319_319"><span class="label">[319]</span></a> <em class="gesperrt">verraderlijk</em> (als een "dief" in den nacht ons besluipende).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_320_320" id="Footnote_320_320"></a><a href="#FNanchor_320_320"><span class="label">[320]</span></a> De bekende rivieren der oude wereld.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_321_321" id="Footnote_321_321"></a><a href="#FNanchor_321_321"><span class="label">[321]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">schadelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_322_322" id="Footnote_322_322"></a><a href="#FNanchor_322_322"><span class="label">[322]</span></a> <em class="gesperrt">oorlogsmaagd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_323_323" id="Footnote_323_323"></a><a href="#FNanchor_323_323"><span class="label">[323]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wapenen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_324_324" id="Footnote_324_324"></a><a href="#FNanchor_324_324"><span class="label">[324]</span></a> <em class="gesperrt">streng</em>, <em class="gesperrt">wreed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_325_325" id="Footnote_325_325"></a><a href="#FNanchor_325_325"><span class="label">[325]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zoo</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_326_326" id="Footnote_326_326"></a><a href="#FNanchor_326_326"><span class="label">[326]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">het loof</em> of <em class="gesperrt">lover</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_327_327" id="Footnote_327_327"></a><a href="#FNanchor_327_327"><span class="label">[327]</span></a> Thans voor het Fr. <em class="gesperrt">fluit</em> verouderd (verg. echter nog ons +<em class="gesperrt">pijper</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_328_328" id="Footnote_328_328"></a><a href="#FNanchor_328_328"><span class="label">[328]</span></a> <em class="gesperrt">ommekring</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_329_329" id="Footnote_329_329"></a><a href="#FNanchor_329_329"><span class="label">[329]</span></a> Voor de <em class="gesperrt">beesten van 't veld</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_330_330" id="Footnote_330_330"></a><a href="#FNanchor_330_330"><span class="label">[330]</span></a> <em class="gesperrt">dicht bewassen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_331_331" id="Footnote_331_331"></a><a href="#FNanchor_331_331"><span class="label">[331]</span></a> Anders <em class="gesperrt">verloor</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_332_332" id="Footnote_332_332"></a><a href="#FNanchor_332_332"><span class="label">[332]</span></a> Voor <em class="gesperrt">ouderdom</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_333_333" id="Footnote_333_333"></a><a href="#FNanchor_333_333"><span class="label">[333]</span></a> Naar zijn eigenlijke beteekenis van <em class="gesperrt">vorm</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_334_334" id="Footnote_334_334"></a><a href="#FNanchor_334_334"><span class="label">[334]</span></a> <em class="gesperrt">gilde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_335_335" id="Footnote_335_335"></a><a href="#FNanchor_335_335"><span class="label">[335]</span></a> <em class="gesperrt">bovenal</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_336_336" id="Footnote_336_336"></a><a href="#FNanchor_336_336"><span class="label">[336]</span></a> <em class="gesperrt">overtrokken</em>, <em class="gesperrt">overschaduwd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_337_337" id="Footnote_337_337"></a><a href="#FNanchor_337_337"><span class="label">[337]</span></a> Gallicisme voor <em class="gesperrt">graf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_338_338" id="Footnote_338_338"></a><a href="#FNanchor_338_338"><span class="label">[338]</span></a> <em class="gesperrt">erfgenaam</em>, 't Fr. <em class="gesperrt">hoir</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_339_339" id="Footnote_339_339"></a><a href="#FNanchor_339_339"><span class="label">[339]</span></a> Van <em class="gesperrt">ijs</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_340_340" id="Footnote_340_340"></a><a href="#FNanchor_340_340"><span class="label">[340]</span></a> <em class="gesperrt">gestalte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_341_341" id="Footnote_341_341"></a><a href="#FNanchor_341_341"><span class="label">[341]</span></a> Thans <em class="gesperrt">eener zon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_342_342" id="Footnote_342_342"></a><a href="#FNanchor_342_342"><span class="label">[342]</span></a> <em class="gesperrt">bliksemflits</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_343_343" id="Footnote_343_343"></a><a href="#FNanchor_343_343"><span class="label">[343]</span></a> Thans <em class="gesperrt">te</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_344_344" id="Footnote_344_344"></a><a href="#FNanchor_344_344"><span class="label">[344]</span></a> Thans in verlengden vorm <em class="gesperrt">vertoont</em> (d.i. <em class="gesperrt">vertoogent</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_345_345" id="Footnote_345_345"></a><a href="#FNanchor_345_345"><span class="label">[345]</span></a> <em class="gesperrt">toorts</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_346_346" id="Footnote_346_346"></a><a href="#FNanchor_346_346"><span class="label">[346]</span></a> <em class="gesperrt">vonkt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_347_347" id="Footnote_347_347"></a><a href="#FNanchor_347_347"><span class="label">[347]</span></a> Voor <em class="gesperrt">zoo en</em> (d.i. <em class="gesperrt">niet</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_348_348" id="Footnote_348_348"></a><a href="#FNanchor_348_348"><span class="label">[348]</span></a> <em class="gesperrt">doorboorden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_349_349" id="Footnote_349_349"></a><a href="#FNanchor_349_349"><span class="label">[349]</span></a> Rijmshalven maar verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">gedocht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_350_350" id="Footnote_350_350"></a><a href="#FNanchor_350_350"><span class="label">[350]</span></a> <em class="gesperrt">vergetelheid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_351_351" id="Footnote_351_351"></a><a href="#FNanchor_351_351"><span class="label">[351]</span></a> Voor <em class="gesperrt">vlijmen</em>, of liever <em class="gesperrt">vlijmend zwaard</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_352_352" id="Footnote_352_352"></a><a href="#FNanchor_352_352"><span class="label">[352]</span></a> <em class="gesperrt">laat vrij</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_353_353" id="Footnote_353_353"></a><a href="#FNanchor_353_353"><span class="label">[353]</span></a> <em class="gesperrt">Laat ze vlugten, trekken, reizen enz</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_354_354" id="Footnote_354_354"></a><a href="#FNanchor_354_354"><span class="label">[354]</span></a> Voor <em class="gesperrt">be-ijzeld</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_355_355" id="Footnote_355_355"></a><a href="#FNanchor_355_355"><span class="label">[355]</span></a> Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht +tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang <em class="gesperrt">ig</em> +in 't algemeen te velde getrokken.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_356_356" id="Footnote_356_356"></a><a href="#FNanchor_356_356"><span class="label">[356]</span></a> Gelijk meer als <em class="gesperrt">zal</em> (verg. ook 't Eng. <em class="gesperrt">to will</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_357_357" id="Footnote_357_357"></a><a href="#FNanchor_357_357"><span class="label">[357]</span></a> <em class="gesperrt">weldra</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_358_358" id="Footnote_358_358"></a><a href="#FNanchor_358_358"><span class="label">[358]</span></a> <em class="gesperrt">in persoon</em> (verg. echter aant. [355]).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_359_359" id="Footnote_359_359"></a><a href="#FNanchor_359_359"><span class="label">[359]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">van den Oceaan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_360_360" id="Footnote_360_360"></a><a href="#FNanchor_360_360"><span class="label">[360]</span></a> Thans <em class="gesperrt">maakt u</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_361_361" id="Footnote_361_361"></a><a href="#FNanchor_361_361"><span class="label">[361]</span></a> <em class="gesperrt">weggevaagd</em> (zie vroeger).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_362_362" id="Footnote_362_362"></a><a href="#FNanchor_362_362"><span class="label">[362]</span></a> Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor +<em class="gesperrt">menschelijke treden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_363_363" id="Footnote_363_363"></a><a href="#FNanchor_363_363"><span class="label">[363]</span></a> <em class="gesperrt">draai</em>, <em class="gesperrt">ommezwaai</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_364_364" id="Footnote_364_364"></a><a href="#FNanchor_364_364"><span class="label">[364]</span></a> <em class="gesperrt">vergolden</em>, <em class="gesperrt">betaald</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_365_365" id="Footnote_365_365"></a><a href="#FNanchor_365_365"><span class="label">[365]</span></a> Voor <em class="gesperrt">dubbel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_366_366" id="Footnote_366_366"></a><a href="#FNanchor_366_366"><span class="label">[366]</span></a> Thans <em class="gesperrt">worden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_367_367" id="Footnote_367_367"></a><a href="#FNanchor_367_367"><span class="label">[367]</span></a> <em class="gesperrt">arm</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_368_368" id="Footnote_368_368"></a><a href="#FNanchor_368_368"><span class="label">[368]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>, <em class="gesperrt">tot</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_369_369" id="Footnote_369_369"></a><a href="#FNanchor_369_369"><span class="label">[369]</span></a> D.i. den <em class="gesperrt">moed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_370_370" id="Footnote_370_370"></a><a href="#FNanchor_370_370"><span class="label">[370]</span></a> D.i. <em class="gesperrt">de legerknechten</em> (als die de wapens hunner vijanden +vermeesteren).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_371_371" id="Footnote_371_371"></a><a href="#FNanchor_371_371"><span class="label">[371]</span></a> <em class="gesperrt">weifelen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_372_372" id="Footnote_372_372"></a><a href="#FNanchor_372_372"><span class="label">[372]</span></a> <em class="gesperrt">oorloogt</em>, <em class="gesperrt">strijdt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_373_373" id="Footnote_373_373"></a><a href="#FNanchor_373_373"><span class="label">[373]</span></a> Thans <em class="gesperrt">werpt</em> (even als, omgekeerd, thans <em class="gesperrt">wordt</em> voor 't +vroegere <em class="gesperrt">werd</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_374_374" id="Footnote_374_374"></a><a href="#FNanchor_374_374"><span class="label">[374]</span></a> <em class="gesperrt">In korten tijd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_375_375" id="Footnote_375_375"></a><a href="#FNanchor_375_375"><span class="label">[375]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gezwind</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_376_376" id="Footnote_376_376"></a><a href="#FNanchor_376_376"><span class="label">[376]</span></a> <em class="gesperrt">laat</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_377_377" id="Footnote_377_377"></a><a href="#FNanchor_377_377"><span class="label">[377]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">beroemen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_378_378" id="Footnote_378_378"></a><a href="#FNanchor_378_378"><span class="label">[378]</span></a> <em class="gesperrt">kregel</em>, <em class="gesperrt">wrevelig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_379_379" id="Footnote_379_379"></a><a href="#FNanchor_379_379"><span class="label">[379]</span></a> <em class="gesperrt">bejammerd</em> (nam. door de Egyptenaren).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_380_380" id="Footnote_380_380"></a><a href="#FNanchor_380_380"><span class="label">[380]</span></a> Hoogd. voor <em class="gesperrt">spoedig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_381_381" id="Footnote_381_381"></a><a href="#FNanchor_381_381"><span class="label">[381]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_382_382" id="Footnote_382_382"></a><a href="#FNanchor_382_382"><span class="label">[382]</span></a> Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem +zijn hartstocht <em class="gesperrt">verleidde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_383_383" id="Footnote_383_383"></a><a href="#FNanchor_383_383"><span class="label">[383]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zelf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_384_384" id="Footnote_384_384"></a><a href="#FNanchor_384_384"><span class="label">[384]</span></a> <em class="gesperrt">'thelpt niet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_385_385" id="Footnote_385_385"></a><a href="#FNanchor_385_385"><span class="label">[385]</span></a> voor <em class="gesperrt">onbedacht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_386_386" id="Footnote_386_386"></a><a href="#FNanchor_386_386"><span class="label">[386]</span></a> Hier voor <em class="gesperrt">schaar</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_387_387" id="Footnote_387_387"></a><a href="#FNanchor_387_387"><span class="label">[387]</span></a> <em class="gesperrt">werpe</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_388_388" id="Footnote_388_388"></a><a href="#FNanchor_388_388"><span class="label">[388]</span></a> <em class="gesperrt">golvend</em>, <em class="gesperrt">drijvend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_389_389" id="Footnote_389_389"></a><a href="#FNanchor_389_389"><span class="label">[389]</span></a> <em class="gesperrt">stugge</em>, <em class="gesperrt">harde</em> (gelijk +nog in Overijsel <em class="gesperrt">stoer</em>; verg. ook ons <em class="gesperrt">stuursch</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_390_390" id="Footnote_390_390"></a><a href="#FNanchor_390_390"><span class="label">[390]</span></a> <em class="gesperrt">wankel-</em>, <em class="gesperrt">kleinmoedig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_391_391" id="Footnote_391_391"></a><a href="#FNanchor_391_391"><span class="label">[391]</span></a> Thans <em class="gesperrt">hoop</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_392_392" id="Footnote_392_392"></a><a href="#FNanchor_392_392"><span class="label">[392]</span></a> In 't <em class="gesperrt">midden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_393_393" id="Footnote_393_393"></a><a href="#FNanchor_393_393"><span class="label">[393]</span></a> <em class="gesperrt">lager</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_394_394" id="Footnote_394_394"></a><a href="#FNanchor_394_394"><span class="label">[394]</span></a> <em class="gesperrt">tegen den aard</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_395_395" id="Footnote_395_395"></a><a href="#FNanchor_395_395"><span class="label">[395]</span></a> <em class="gesperrt">Dwars overtrekken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_396_396" id="Footnote_396_396"></a><a href="#FNanchor_396_396"><span class="label">[396]</span></a> <em class="gesperrt">op den duur</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_397_397" id="Footnote_397_397"></a><a href="#FNanchor_397_397"><span class="label">[397]</span></a> Minder juist voor <em class="gesperrt">diepgaande</em>, tot op 't grondelooze toe.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_398_398" id="Footnote_398_398"></a><a href="#FNanchor_398_398"><span class="label">[398]</span></a> D. i. <em class="gesperrt">van de zee</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_399_399" id="Footnote_399_399"></a><a href="#FNanchor_399_399"><span class="label">[399]</span></a> <em class="gesperrt">boos</em>, <em class="gesperrt">verraderlijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_400_400" id="Footnote_400_400"></a><a href="#FNanchor_400_400"><span class="label">[400]</span></a> <em class="gesperrt">zakt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_401_401" id="Footnote_401_401"></a><a href="#FNanchor_401_401"><span class="label">[401]</span></a> Thans <em class="gesperrt">eindlijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_402_402" id="Footnote_402_402"></a><a href="#FNanchor_402_402"><span class="label">[402]</span></a> Thans veelal verkeerdelijk <em class="gesperrt">ijselijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_403_403" id="Footnote_403_403"></a><a href="#FNanchor_403_403"><span class="label">[403]</span></a> <em class="gesperrt">vloeyend tal</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_404_404" id="Footnote_404_404"></a><a href="#FNanchor_404_404"><span class="label">[404]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">klimmen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_405_405" id="Footnote_405_405"></a><a href="#FNanchor_405_405"><span class="label">[405]</span></a> Voor <em class="gesperrt">snellende</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_406_406" id="Footnote_406_406"></a><a href="#FNanchor_406_406"><span class="label">[406]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dollen</em>, <em class="gesperrt">woedenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_407_407" id="Footnote_407_407"></a><a href="#FNanchor_407_407"><span class="label">[407]</span></a> <em class="gesperrt">wien</em>, <em class="gesperrt">tegen wien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_408_408" id="Footnote_408_408"></a><a href="#FNanchor_408_408"><span class="label">[408]</span></a> <em class="gesperrt">geeft om</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_409_409" id="Footnote_409_409"></a><a href="#FNanchor_409_409"><span class="label">[409]</span></a> <em class="gesperrt">dwarsch</em>, <em class="gesperrt">stuursch</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_410_410" id="Footnote_410_410"></a><a href="#FNanchor_410_410"><span class="label">[410]</span></a> <em class="gesperrt">vochtig gewoel</em> voor <em class="gesperrt">'t gewoel der golven</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_411_411" id="Footnote_411_411"></a><a href="#FNanchor_411_411"><span class="label">[411]</span></a> <em class="gesperrt">binnen zoo korten tijd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_412_412" id="Footnote_412_412"></a><a href="#FNanchor_412_412"><span class="label">[412]</span></a> Voor <em class="gesperrt">meest onvervalschte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_413_413" id="Footnote_413_413"></a><a href="#FNanchor_413_413"><span class="label">[413]</span></a> <em class="gesperrt">goedgunstig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_414_414" id="Footnote_414_414"></a><a href="#FNanchor_414_414"><span class="label">[414]</span></a> <em class="gesperrt">ruw</em>, <em class="gesperrt">woest</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_415_415" id="Footnote_415_415"></a><a href="#FNanchor_415_415"><span class="label">[415]</span></a> Voor <em class="gesperrt">krijgswapens</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_416_416" id="Footnote_416_416"></a><a href="#FNanchor_416_416"><span class="label">[416]</span></a> Thans <em class="gesperrt">meê</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_417_417" id="Footnote_417_417"></a><a href="#FNanchor_417_417"><span class="label">[417]</span></a> trompet.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_418_418" id="Footnote_418_418"></a><a href="#FNanchor_418_418"><span class="label">[418]</span></a> <em class="gesperrt">voorstaat</em>, <em class="gesperrt">beschermt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_419_419" id="Footnote_419_419"></a><a href="#FNanchor_419_419"><span class="label">[419]</span></a> Voor <em class="gesperrt">met zijn schaduw overdekt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_420_420" id="Footnote_420_420"></a><a href="#FNanchor_420_420"><span class="label">[420]</span></a> <em class="gesperrt">genieten</em> (verg. nog ons <em class="gesperrt">órberen</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_421_421" id="Footnote_421_421"></a><a href="#FNanchor_421_421"><span class="label">[421]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>; verg. vroeger.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_422_422" id="Footnote_422_422"></a><a href="#FNanchor_422_422"><span class="label">[422]</span></a> Voor <em class="gesperrt">breed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_423_423" id="Footnote_423_423"></a><a href="#FNanchor_423_423"><span class="label">[423]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">treurend slaakte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_424_424" id="Footnote_424_424"></a><a href="#FNanchor_424_424"><span class="label">[424]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gesternte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_425_425" id="Footnote_425_425"></a><a href="#FNanchor_425_425"><span class="label">[425]</span></a> Voor <em class="gesperrt">teeken van dankbaarheid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_426_426" id="Footnote_426_426"></a><a href="#FNanchor_426_426"><span class="label">[426]</span></a> Thans <em class="gesperrt">niets</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_427_427" id="Footnote_427_427"></a><a href="#FNanchor_427_427"><span class="label">[427]</span></a> Thans <em class="gesperrt">bron</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_428_428" id="Footnote_428_428"></a><a href="#FNanchor_428_428"><span class="label">[428]</span></a> Tweeden naamvalsuitgang, thans <em class="gesperrt">oprechte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_429_429" id="Footnote_429_429"></a><a href="#FNanchor_429_429"><span class="label">[429]</span></a> <em class="gesperrt">heeft het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_430_430" id="Footnote_430_430"></a><a href="#FNanchor_430_430"><span class="label">[430]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gebouwd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_431_431" id="Footnote_431_431"></a><a href="#FNanchor_431_431"><span class="label">[431]</span></a> <em class="gesperrt">geheime raad</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_432_432" id="Footnote_432_432"></a><a href="#FNanchor_432_432"><span class="label">[432]</span></a> Namelijk <em class="gesperrt">het offer</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_433_433" id="Footnote_433_433"></a><a href="#FNanchor_433_433"><span class="label">[433]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">gedenken</em>, <em class="gesperrt">mij herinneren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_434_434" id="Footnote_434_434"></a><a href="#FNanchor_434_434"><span class="label">[434]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">verdiensten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_435_435" id="Footnote_435_435"></a><a href="#FNanchor_435_435"><span class="label">[435]</span></a> Voor <em class="gesperrt">doet versagen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_436_436" id="Footnote_436_436"></a><a href="#FNanchor_436_436"><span class="label">[436]</span></a> <em class="gesperrt">trotschen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_437_437" id="Footnote_437_437"></a><a href="#FNanchor_437_437"><span class="label">[437]</span></a> <em class="gesperrt">Behooren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_438_438" id="Footnote_438_438"></a><a href="#FNanchor_438_438"><span class="label">[438]</span></a> <em class="gesperrt">straalt</em>; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_439_439" id="Footnote_439_439"></a><a href="#FNanchor_439_439"><span class="label">[439]</span></a> Thans <em class="gesperrt">bezwijkt</em>, <em class="gesperrt">zwicht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_440_440" id="Footnote_440_440"></a><a href="#FNanchor_440_440"><span class="label">[440]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">melden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_441_441" id="Footnote_441_441"></a><a href="#FNanchor_441_441"><span class="label">[441]</span></a> Voor <em class="gesperrt">verweren</em>, <em class="gesperrt">beschermen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_442_442" id="Footnote_442_442"></a><a href="#FNanchor_442_442"><span class="label">[442]</span></a> <em class="gesperrt">alleen</em> (verg. 't hoogd. <em class="gesperrt">bloss</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_443_443" id="Footnote_443_443"></a><a href="#FNanchor_443_443"><span class="label">[443]</span></a> Latinisme voor <em class="gesperrt">nadat onze boeyen gebroken zijn</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_444_444" id="Footnote_444_444"></a><a href="#FNanchor_444_444"><span class="label">[444]</span></a> Maatshalven voor <em class="gesperrt">gekregen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_445_445" id="Footnote_445_445"></a><a href="#FNanchor_445_445"><span class="label">[445]</span></a> Thans <em class="gesperrt">de Jordaan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_446_446" id="Footnote_446_446"></a><a href="#FNanchor_446_446"><span class="label">[446]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_447_447" id="Footnote_447_447"></a><a href="#FNanchor_447_447"><span class="label">[447]</span></a> Rijmshalven als stopwoord gebezigd.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_448_448" id="Footnote_448_448"></a><a href="#FNanchor_448_448"><span class="label">[448]</span></a> Voor <em class="gesperrt">kleed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_449_449" id="Footnote_449_449"></a><a href="#FNanchor_449_449"><span class="label">[449]</span></a> <em class="gesperrt">voordeel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_450_450" id="Footnote_450_450"></a><a href="#FNanchor_450_450"><span class="label">[450]</span></a> <em class="gesperrt">vochtig</em> en daarom <em class="gesperrt">vaardig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_451_451" id="Footnote_451_451"></a><a href="#FNanchor_451_451"><span class="label">[451]</span></a> <em class="gesperrt">ontsluit</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_452_452" id="Footnote_452_452"></a><a href="#FNanchor_452_452"><span class="label">[452]</span></a> ladder.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_453_453" id="Footnote_453_453"></a><a href="#FNanchor_453_453"><span class="label">[453]</span></a> <em class="gesperrt">snijdend</em>, <em class="gesperrt">fel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_454_454" id="Footnote_454_454"></a><a href="#FNanchor_454_454"><span class="label">[454]</span></a> <em class="gesperrt">bron-aâr</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_455_455" id="Footnote_455_455"></a><a href="#FNanchor_455_455"><span class="label">[455]</span></a> <em class="gesperrt">aarde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_456_456" id="Footnote_456_456"></a><a href="#FNanchor_456_456"><span class="label">[456]</span></a> <em class="gesperrt">Uit levendige gunst</em>; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.</p></div> + +<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 30473 ***</div> +</body> +</html> diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..564c768 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #30473 (https://www.gutenberg.org/ebooks/30473) diff --git a/old/30473-0.txt b/old/30473-0.txt new file mode 100644 index 0000000..3e85560 --- /dev/null +++ b/old/30473-0.txt @@ -0,0 +1,4602 @@ +The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van den Vondel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De complete werken van Joost van Vondel + Het Pascha + +Author: Joost van den Vondel + +Editor: H.J. Allard + +Release Date: November 14, 2009 [EBook #30473] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + + + + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + + + + + + +DE COMPLETE WERKEN + +VAN + +JOOST VAN VONDEL. + + + + +Het Pascha, + +of + +de Verlossing der kinderen Israëls uit Egypte; + + +TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP 'T TOONEEL GESTELD. + + + + + De goede vind' mij goed, + De kwade straf en streng, + Wanneer ik d' een behoed', + En d' ander t' onderbreng'. + + + + +DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN LEZER HEIL EN ZALIGHEID. + + +De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de verdorvenheid des +menschen, en ziende hoe traag vast[1] een ieder was, om langs de trappen +der deugden op te klimmen, en omhoog te stijgen in al hetgene wat +loflijk en heerlijk bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te +steilen berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere +middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en natuurlijk +burgerlijk leven; hetzij door eenige poëtische fabelen en versierde[2] +gedichten, of door andere bekwame regelen en wetten. Dan[3] onder andere +hebben zij voor goed ingezien de manier van eenige oude historiën of +vergeten geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld op +het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig toegemaakte[4] +beelden en personen, levendig uit te drukken en na te bootsen hetgeen +tijd en oudheid, met veel verloopen eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans +uit het geheugen gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig +geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed zijn +belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt, opdat zelfs +plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al hoorende doof en al ziende +blind waren, zonder bril mochten hun feilen als met den vinger +aangewezen, en door sprekende letteren van gesierde figuren getemd en +gezedigd werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij[5] het profijt met +genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat eenigen te kreupel[6] +waren, om te graven naar de kostelijke kleinodiën der leeringen en +geheimenissen, die onder de schors van gedroomde fabelen weggescholen en +verborgen lagen, en hun[7] van gretige zoekers en ijveraars gaarne +wilden laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op een andere +wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is het hun niet genoeg +geweest, ofschoon de boeken van schoone lessen al vervuld waren, en +geheel dik opgehoopt op malkanderen liggende eenen heerlijken winkel +maakten, en of veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen +kunstig gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen, de +voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij hebben ook daarbenevens, +in groote bijzondere schouwplaatsen willen in het openbaar de schatten +der filosofie in den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om +daarna[8] te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen ook den +geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden, en die een +iegelijk als een levende schoonverwige schilderij voor oogen stellen. +Want waarbij mag het geheele tafereel of theater dezer wereld beter +vergeleken worden, als[9] bij een groot openbaar tooneel, daar vast een +ieder gedurende den handwijlschen[10] tijd van zijn vliênde leven, zijn +eigen rol en personagië speelt. De een vertoogt[11] zich daarop als +koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter of rijksstaf, +veel koninkrijken en landen te gebieden en te beheerschen, met een +gouden kroon zijn koninglijk hoofd om te drukken[12], en bekleed met een +glansig luisterende[13] purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon, +voor wiens majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en +nedervallen. Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw gehelmd +steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene hand een tweesnijdend +zwaard, in de andere een gevelde speer, rijdt alzoo midden onder de +vijanden, ontziende noch leven noch dood, om met tien duizend Trofeën +triumfelijk weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen +helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid te hebben. +Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt van liefde, en doet met zijn +beweeglijke klachten alsins den schallenden echo in 't holle gewelf van +Veneris[14] tempel wedergalmen. Die berijdt den woesten Oceaan met een +gevleugeld paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen, noch +Syrten[15], noch klippen, noch diepe afgronden, om van het Oosten in het +Westen te geraken. Een ander beploegt met een paar jok-ossen den rug van +onzer aller moeder, om te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen +zijner vruchten toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den +anderen in een ander[16] bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd, en eer +den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft, moeten zij alle met +den wijzen man roepen, dat alles niet anders is dan "Al ijdelheid, Al +ijdelheid," en worden alzoo door onverwachte dood, eer zij hun zelven +hebben recht leeren kennen, van het tooneel des aardbodems achter de +gordijne weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen en den +zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken en den zwakken, de +een den ander gelijk; zoodat met recht over deze onze ijdelheid +Heraclitus schreit, Democritus lacht, en Timon zich voor de menschen als +voor eenen vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere +wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus aangemerkt zijnde, +kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de oude wijze Heidenen met deze +manier van doen hebben willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te +vergeefs zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal +durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoniën en uiterlijke +diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten, nieuwe maanden, en al +hetgene Aärons priesterschap en den tempel met alle zijn sieraden, +gereedschappen, en toerustingen aankleeft, zoo ook het regiment[17] van +het rijk Israëls;--wie zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles +iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in den +toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen dezen allerheiligsten +Hoogepriester en Koning aller koningen kwam, toen hadden alle wettelijke +letterlijke priesteren en koningen Judae hun rol volspeeld en +uitgediend: want in Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren +op. Ja, de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze +Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch, die onder de +moordenaars gevallen was; van den verloren zoon, die al zijns vaders +goed onnuttelijk verkwist had; van den rijken man, die met purper en +kostelijk lijnwaad bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat +zijn het anders, als naakte Comediën en Tragediën, om daarmede te leeren +die menschen, dewelke op geen andere manier de verborgen mysteriën van +het Rijk der Hemelen verstaan kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der +Koningen: daar eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en +troosteloos, in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David, +gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw dunkt; daar eenen +verwonnen Zedekia gevankelijk naar Babyloniën gevoerd werd; daar eenen +tirannischen Nebukadnezar Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en +tot eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van den H. Geest +tot leerachtige[18] voorbeelden (als op de _scena_[19]) voorgedragen +werden: zoo hebben wij voorhenen deze Tragi-Comedie voor eens ieders +oogen willen op de stellagië[20] openlijk vertoonen. En alzoo wij +bevonden hebben, dat vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest +zijn, om hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij +het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb ik, ten +ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve (hoewel het gering +is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan heb, nochtans groot en +gewichtig van stoffe) door openbaren druk een iegelijk gemeen te maken: +te meer, omdat het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer +gekrenkt, en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd werd. +Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid gelezen worde, dat het +gedije tot prijs van den heiligen en gebenedijden name Gods, en dat, +door het overdenken van deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de +droeve Tragedie of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag +nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen. + +In Amstelredam, 1612, den 29en Maart. + + + Den al uwen + J. VAN VONDELEN. + + + + +Epistre + + +A MONSEIGNEUR + +IEAN MICHIELS VAERLAER[21], + + + MON SINGULIER AMY. + + L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse, + L'Attique miel sucré, la mine precieuse + De la riche Peru, les perles, les tresors + Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords, + Ne pouvant presenter à vostre Seigneurie, + Ie vien l'Avant-coureur de mienne Poësie + Sacrer à ton honneur, en toute humilité, + La printaniere fleur de mon aage doré. + Ma Muse rit desia, se voyant amiable + Dessoubs l'ombre d'vn tel Mecæne favorable, + Qui, fuyant le pavé des ruës, va les champs + Presser de ses talons: qui l'aage de son temps + Loing, loing hors l'emmuré d'vne Cité redouble, + Laissant des Citadins la peupuleuse trouble: + Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant + Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant, + Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire + Changer son libre estat pour vn plus grand Empire. + O trois fois bienheureux (a autre fois chanté + Horace et le Gascon Du Bartas renommé) + O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature + Fleurir parmy les champs en eternel verdure! + Le maniement joyeux d'vn verd sion enté + Le lustre passe d'vn royal sceptre emperlé, + Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage, + Les doux tirelirants Rossignols en ramage, + Surpassent l'orgueilleux couronnement royal, + Et le chant mesuré des Chantres musical. + Si tost que le Soleil va peindre de dix milles + Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles, + Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs + Aurore distiller les agreables pleurs, + Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire, + Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire, + Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter, + Le sueux Laboureur la terre cultiver, + Et richement semer la nouvelle semence, + Pour moissonner apres les fruicts en abondance. + Le chaleureux Esté (qui brusle tout vermeil) + Luy monstre les espics, la vertu du Soleil + Luy monstre le coral des cramoisins cerises, + Et l'Automne a couvert de mille friandises + Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin, + Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin. + Or estant de tous biens richement couronnée + Il sent desia en l'air les aisles de Borée. + He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en liberté + Parmy les champs feconds, en toute seureté, + De talonner les pas de nostres premiers Peres, + Loing, loing laissant à dos les passions severes, + Fuyant le bruict mondain l ô, doux et sainct repos! + Qui de cupiditez n'as point chargé le dos, + Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune, + Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune, + Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor, + Et ton bien souverain: qui pour argent ni or + Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles, + Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles, + Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti, + Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli. + Durant l'aage doré que nos premiers Ancestres + Faisoint profession des ouvrages champestres, + Astrée florissoit, et la terre à chascun + Estoit avec ses fruicts en partage commun, + Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage + D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage + N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez, + Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez, + Neptune n'eust le dos ni ses ondes salées + Chargées de cent vaisseaux, car du fruict des vallées + Chascun se contentoit, et vivoit à Cerès, + Laquelle abondamment leur provida assez. + O celeste labeur! qui dans ton front empraincte + Portez la saincte loy, la justice, et la craincte + Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux, + Noë, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux + Semble oreillier au son de sa harpe dorée, + Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briarée. + Combien d'années les Romains sont sagement + Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant + La terre ont cultivé, je laisse vn Tite Live + Historier dessus de Tyberique rive. + Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys, + Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx, + Qui ont abandonnez leur Couronne invincible, + Pour vivre bien contents parmy le champ paisible; + Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit, + Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit. + La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres, + Et qui diligemment ont feuilletté les livres + Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retiré, + Laissant arriere loing l'humaine vanité. + Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses + Se plaist d'entre le son des douces cornemuses + Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux + Lesquels tous-jours croissant vont menaçant les Cieux. + Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame + Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame + Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement + Accompaigne tous-jours ton hault entendement, + Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre + Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre + Presenter obstiné, qui ses derniers sanglots + Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots: + Souffrez que je despein icy la delivrance + Des enfans d'Israël, d'Abram juste semence, + Afin que par Zoyle au visage effronté + Les fleurs de mon printemps ne soyent violé. + C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle! + Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle + Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va, + Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina, + Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nuës, + Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornuës: + Recevez doncq ces vers, ces vers qu'à ton honneur + Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur. + De vostre Seigneurie le tres-affectionné + I. V. V. + + + + +KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE: + + +Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den +berg Horeb of Sinaï, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels +uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en +verlosser over het Huis van Israël. Mozes ontschuldigt zich om zijne +onbekwame tong, dies verzelt hem[22] de Heer met zijnen broeder, den +schoontaligen en priesterlijken Aäron. Deze twee gebroeders, als +gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan +den koning Farao, met bevesting[23] van het eerste wonderteeken, hun +slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het +ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als +door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebreën meerder als voor +henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van +zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten[24]. Doch +de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot +grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger, +ruiters, paarden en wagenen, de Israëlieten achterhaalt aan het Roode +meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het +geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel +eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een +spiegel voor oogen stelt. De Israëlieten verlost loven (over hun +triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen. +Luistert toe, enz. + + + +BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL. + + GOD DE HEERE + + MOZES, AARON, KORACH, } De Oudsten der Hebreën. + JOZUA en KALEB } + + FARAO, de Koning. + + TIFUS, } Droom-bedieders en Toovenaars. + SERAX, } + + ALBINUS, Veld-hoofdman met zijn Heir-leger. + + De Rei der Egyptenaren. + + De Rei der Israëlieten. + + FAMA, of 't vliegende Gerucht. + + KOOR, de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel. + + + + +EERSTE DEEL. + + + MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt: + + Weidt hier, mijn beestiaal[25]! weidt hier, mijn tierig vee! + Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee! + Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig, + 't Lacht hier doch altemaal, zoetrokig[26] en couleurig, + Nu wauwelt[27] zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt[28], + Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt: + Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder, + Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder, + De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd) + Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen[29], zwermt; + Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken, + Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken; + Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld, + Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt. + Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten! + Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten; + Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon, + Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon! + Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken, + Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken, + Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd[30], + Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt[31], + Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten, + Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten, + Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof, + Als al de lekkernij van 't koninklijke hof: + Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten[32], + 't Is wederom vermengd met zorgen en onrusten, + Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed, + En morgen toegerust met wapens dol en wreed, + Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen, + En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen[33], + Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard, + 't Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard. + Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen, + Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen. + Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad + Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat. + Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden, + En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen: + Abel en Abraham, Izak en Jakob mild[34] + Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild; + Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker, + Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker; + Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen, + Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen, + Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren, + Doch meer dwingt mij de nood als[35] hertelijk begeeren. + 't Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl[36] + Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl: + Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven, + En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven! + Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst, + Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst + Beteekent[37] t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd, + Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd: + Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt, + De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed; + De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen, + De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen, + Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla, + En elk Inwoonder hoort den Scepter even na, + D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden, + Zoo hoort 't Rijk op[38] te staan, om iegelijk te voeden: + Maar Israël, helaas! gaat op een dorre heid', + Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt, + D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren, + Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren: + De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,[39] + Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust: + Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel, + Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel, + De Israëlieten drukt: zijn wedersnijdig[40] staal + Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal, + En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel, + Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel. + Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf! + Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf: + En of zij schoon[41] met graan al Memfis' zolders vullen + Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen. + Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept! + Gij graaft om elke stad een grondelooze diept, + Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen + Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen, + En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg, + En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg, + Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert[42], + En 't manenzilver[43] met zijn gulden trots verduistert, + Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal, + En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al: + Noch razet[44] den tiran, Egypten leît[45] ten woesten, + En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten. + Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot + Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot + Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten + Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten + In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht + Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht, + Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide, + Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide, + Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman + Vervloekte ploeg, en zein[46], dorschvlegel, eg en wan, + Toen 't heele Ceresgild[47] schier niet dan stroo en stoppel + In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel: + Toen loech[48] elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld, + Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld, + Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen + Op iegelijken[49] wierp, en niemand heeft onttogen + De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein, + Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein[50]. + O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren[51] + De wolven, die nu 't schaap van Israël verscheuren; + Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond, + Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond: + Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven, + En langen tijd met hun vóór onzen tijd begraven! + Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert. + Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd, + Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig + Beklijft, als[52] 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig, + Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen, + Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen: + Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije + t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije? + O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook + Van onz' altaren, als een liefelijken rook, + Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen + Zal u den wierook van ons heilige offeranden + Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds, + Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds, + Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen, + Die overheeren zal den trots van u vijanden; + Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht + De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht: + Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden, + Wascht ons weer in de borne[53] en vloed uwer genaden! + Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart, + Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart: + Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen, + Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen: + Wij zijn Dijn handen werk..... + + +(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.) + + MOZES. + + Aanschouwt dat heerlijk licht! + Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht! + 't Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken[54] en te gloeyen, + Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen. + Ik wil mij derwaarts spoên. + + GOD. + + Zacht, Mozes! Mozes, beidt! + + MOZES. + + Hier ben ik. + + GOD. + + 't Is hier van mijn tegenwoordigheid + Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten, + Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten. + 't Bosch, dat hier branden schijnt[55], en niet en wordt verteerd, + Daarmede is Israël naakt af gefigureerd: + 't Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk + De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk, + En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud, + Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt, + Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen + Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen. + Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt, + Waarvoren zich[56]. + + MOZES. + + Amy! waar zal ik vliên, in klippen of in kuilen? + + GOD. + + Ik was, Ik ben, Ik blijf. + + MOZES. + + Waar zal ik mij verschuilen? + + GOD. + + Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank, + En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank[57], + Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde, + Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde + Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk + Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk: + De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen, + Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen; + Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee + En groot heerleger met mijn vleugelen bespreê[58], + Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen, + Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open, + Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord, + Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord! + Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden, + Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden, + Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt + Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt! + Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig[59], + Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig; + In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan + Heur hoornen spieglen in de glazige[60] Jordaan; + Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven + Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven, + Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots, + Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods; + Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen, + En zag op 't altaar-plat alreê ten hemel stralen, + (Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed) + 't Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed; + Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente, + Alreê begraven had zijn vleesch en zijn gebeente; + Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht[61], + En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht; + Daar zijnen zoon Izak en Jakob, beî te gader, + Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader; + In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd + Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd. + Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen; + De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen. + + MOZES. + + Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak. + + GOD. + + Hij maakt u machtig, die[62] nooit sterkheid en ontbrak; + En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig, + Doet mij op dezen berg een offerande heilig + Van liefelijken reuk. + + MOZES. + + O God gebenedijd! + Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt + Die mij gezonden hebt? + + GOD. + + Jehova, God almachtig, + Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig: + Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt + Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet: + Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt + Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld; + Ik ben de Heere zelf. + + MOZES. + + De vonk van hun geloof + Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof. + + GOD. + + Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder; + Wat hebt gij in uw hand? + + MOZES. + + Een staf. + + GOD. + + Wel, werpt hem neder. + + MOZES. + + Wat kronkelt hier alreê? hier wemelt, krolt[63] en drilt + Een slange, die mij in de hielen bijten wilt[64]: + O Heere, staat mij bij! + + GOD. + + Wel, grijpt den krommen worme. + + MOZES. + + Dit 's mijnen zelfden staf, weêr in zijn eerste vorme: + O, Heere wonderbaar! + + GOD. + + Opdat u niets ontbreekt, + Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt, + En trekt ze weder uit. + + MOZES. + + Mijn hand is stijf en kromme, + Melaatsch, gelijk de sneeuw. + + GOD. + + Wel, drukt nu weder omme + Uw ongeloovig hart. + + MOZES. + + Ze is zuiver, rein en klaar. + + GOD. + + Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar, + Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert[65], + 't Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd. + + MOZES. + + Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam, + Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam; + Kiest elders een gezant. + + GOD. + + Zal mij dan iets ontbreken? + Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken, + Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt[66], + En al wat in 't begrijp[67] van nat of drooge krielt, + 't Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret, + En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret, + 't Viervoetig veldsch[68] gediert', 't geboomte, dat gekromd + Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt: + Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore + Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore? + Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald, + Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt; + Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig? + Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig; + En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet + Om uw hardnekkigheid;--wat dunkt u, kan ik niet + Gebruiken nevens u, voor Israël en Faron, + De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron? + + MOZES. + + Of[69] Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot? + + GOD. + + Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God + Zijt gij van mij gezalfd. + + MOZES. + + En blijft hij onbewogen? + + GOD. + + Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen; + Mijn pijlen hangen reê gescherpt in mijnen tros[70], + En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los. + + MOZES. + + En of mijn haters mij nog in Egypte vonden? + + GOD. + De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden: + Dus spoedt u. + + MOZES. + + Op uw woord zal ik mij henenspoên, + Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen, + Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen, + Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen, + Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd[71]: + Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd? + + + KORACH, JOZUA, EN KALEB. + + KORACH. + + Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen? + Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen? + Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud, + Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd? + Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen + Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen? + Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild + Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt[72]? + Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig? + Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig? + O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond + En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond + Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken: + Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken? + Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen, + Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen, + Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk, + Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk, + Afgodisch aangebeèn, noch zichtbaar beeldtenis; + In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis + Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen. + Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen; + Wij hebben[73] nimmermeer voor Isis onbezield, + De Egypter afgodin, devotelijk geknield; + Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid + Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid. + Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos, + Gij kent onz' zwakheid teêr, en onz' nature broos, + Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen, + Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen; + Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt, + Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'. + Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit[74], + Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid[74], + Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet, + Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet! + Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen + Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen, + Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit, + Die van den witten[75] dag den draaiboom open sluit, + Met dat zij hare vlucht[76] gaat in den wagen spannen, + Zoo spant terstond in 't juk de Israëlietsche mannen + De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep[77], + Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep, + Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten, + Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten. + Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid, + Ons wordt naauw spijze en drank om[78] leven bij geleid. + Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten, + Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten: + Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt[79], + En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd: + Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig, + Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig, + Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog, + Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat[81] oog! + 't Is onbestendig al: het planten en het zaayen + Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen, + Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om, + Nu scheert men weêr de vrucht met eene zeisen krom, + Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig, + Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig[82], + Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs, + De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs; + Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij neêr in 't Westen, + Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten, + De mane die heur[83] nu in volle rondte stelt, + En weder heuren glans en zilverschijn versmelt; + Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen, + Met de elementen steeds veranderen en keeren: + Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool, + Die staâg uit een klimaat blijft pinken[84] als een kool. + Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme + Door wispelturigheid? + + JOZUA. + + Neen, God, als een kolomme + En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond. + + KORACH. + + Is hij 't niet die hem[83] aan onz' vaderen verbond? + + JOZUA. + + Door onz' misdaden is dit zegel weêr gebroken. + + KORACH. + + Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken, + Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid, + Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegezeîd, + Noch geen Egypteland, maar Kanaän vruchtbarig, + Noch geen gehoornden[85] Nijl, maar een Jordane barig[86]. + + KALEB. + + Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld. + + KORACH. + + En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld? + + KALEB. + + Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen. + + KORACH. + + Wat heugenis[87] is 't ons, als onze tijd gaat springen[88]? + + KALEB. + + Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft. + + KORACH. + + Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft? + + JOZUA. + + God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden. + + KORACH. + + Waaruit bewijst gij dat? + + JOZUA. + + God bindt hem[83] aan geen kwaden. + + KORACH. + + Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard? + + JOZUA. + + 't Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart, + In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden, + In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden: + Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult + Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld: + Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen, + De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen + Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt, + Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt, + Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren, + Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren. + + KORACH. + + Wat staat ons dan te doen? + + JOZUA. + + Tot boete zijn bereid + Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid, + Misschien (wij mogen[89] toch zijn wijsheid niet begrijpen), + Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen + De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd; + God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft + Weet hij te voren wel. + + KORACH. + + Behoudens uw propoosten[90], + Beproeving, schijnt[91] nochtans, den mensche leidt ten boosten. + + JOZUA. + + O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd[92], + Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd; + Dat hij ons van hem[93] werpt geschiedt maar uit ontfermen; + Om vaderlijken[94] ons te omhelzen met zijn armen: + Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch + Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch. + + KORACH. + + En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze? + + JOZUA. + + De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze + Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis + Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is: + De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven + Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven, + En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot, + Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God: + Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig, + Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig; + Gelijk ons teêre lijf, ellendig, naakt en bloot, + 't Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood; + Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen, + Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden, + Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft, + En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft: + En of ons lichaam schoon[95] in allerlei wellusten + En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten + Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth? + Wat baatten[96] ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot + En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven? + 't Wordt hier toch al op 't lest geëindigd met een sterven: + Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt, + Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt + Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten, + Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten + Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest + Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest. + + KORACH. + + Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig, + + KALEB. + + God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig. + + KORACH. + + Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis. + + JOZUA. + + Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis. + + KORACH. + + Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen? + + JOZUA. + + Hij heeft een geesel nog, waarmeê hij na der zielen[97] + Den mensche harder straft, een onverganklijk wee; + Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne scheê. + Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren + Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren; + Dus laat ons deze roê, waarmede hij ons driegt[98], + Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt: + Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen, + Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen, + Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand[99] + Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand, + Zij bleven onbeweegd[100], al zagen zij voor oogen + Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen, + Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg, + En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg; + Toen heeft God opgesteld[101] zijn groote waterspuyen[101], + En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen, + De meeren liepen t' zaâm, met alle stroomen droef, + Tot eindelijk een zee den aardenkloot[102] begroef. + + KALEB. + + Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten + Van die van Gomorra en stoute Sodomieten, + Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook, + Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook. + + JOZUA. + + Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken + Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken[103]: + Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur[104] + D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur. + + KORACH. + + 't Is al vergeefs gehoopt. + + JOZUA. + + Vertwijfelt niet in hopen. + + KORACH. + + Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open. + + KALEB. + + Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort, + Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort: + Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen + Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden + Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam + Tot eenig instrument den ouden Abraham, + Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken, + Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken: + Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan, + Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan, + Zijn vijanden aangreep, die alreê met versagen + De grootste kapitein had in de vlucht geslagen; + Wie niet ontvlieden mocht[105], viel in zijn eigen zwaard. + Aldus verloste d' een' den andren broeder waard, + Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel; + Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel. + + KORACH. + + Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar. + + JOZUA. + + Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar; + De Heere Zebaoth mocht[105] wel Loths kommer stelpen, + Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen. + + KORACH. + + Waarom en deed hij 't niet? + + JOZUA. + + Maar[106], vraagt gij den waarom? + Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om: + Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren, + Heeft haren tijd bestemd[107], haar dagen en haar uren: + Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait, + Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait: + God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen, + Den akker van ons hart komt door Farao ploegen, + Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel, + Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden eêl; + Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker, + En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker; + Als nu de troebel zon van boven uit de locht + Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht + Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen, + Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen, + Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost, + Gelijk de landman, die op hope van den oogst + Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten: + Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten + + KORACH. + + Gij keeret[108] al in 't best. + + JOZUA. + + Geeft gij ons geen geloof, + Zoo proevet[108] bij u zelv', en achtet geenen roof + Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven, + Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven: + Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd, + Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt[109]. + + KORACH. + + Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten + Ons te verdelgen heel. + + KALEB. + + Gelijk als aan een keten + De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert + Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd + 't Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen + Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen; + Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt, + Die door veel middelen voorzieniglijken werkt: + Den prins van Sinear, den[110] Nemrot, dacht tirannig + Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig + Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert + Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'[111], + En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer[112] + Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer; + Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek. + God leidt de koningen gelijk een waterbeek: + Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken[113], + Hij heerschet[114] t' zamen door zijn wijselijk beschikken + God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt, + 't Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt! + Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken, + En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken + Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal + Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal + Des Goddelijken wils niet even op en wegen. + + KORACH. + + Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen. + + KALEB. + + Waarom? + + KORACH. + + Het goddeloos bestuur van een tiran + (Na uitwijs van uw reên), daar is God oorzaak van. + + KALEB. + + Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen, + Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen[115]. + Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet, + Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt: + 't Leed daar ons Farao met[116] pijnigt ongerichtig + (Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig), + Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed[117] + Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet, + Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig, + Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig[118]. + + KORACH. + + Gij zegt nochtans-- + + + MOZES en AARON. + + MOZES. + + Ontluikt, gelijk een lustdal schoon, + Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon; + + AARON. + + Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten + De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten, + Gij die verlaten scheent. + + KORACH. + + Wie of met vrolijkheid + Ons ongewoon begroet? + + KALEB. + + 't Zijn Amrans zonen beid'. + + JOZUA. + + o Broeders, wellekom! + + MOZES. + + Uw voorhoofd wilt vervrooyen[119]. + + KORACH. + + Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen? + + MOZES. + + Verheft uw droef gelaat, o Israël! en steekt + Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt, + De Heer die is met u, die alle uw ellenden + En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden: + De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf, + Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf, + Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid. + + KORACH. + + Ik denk 't is eenen droom. + + MOZES. + + Neen, broeders! in der waarheid; + Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd' + Met deez' gedoornde mik[120], mijn herderlijke stut[121], + Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig[122] vuur omranden, + 't Welk heel verteeren[123] scheen en t' zamen te verbranden: + Maar even vrolijk loech[124] blaên, bloemen, kruid en loof: + Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof, + De donder van een stem, o wonderlijk spektakel! + Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel, + Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt, + Daarmede is Israël naar 't leven afgebeeld, + Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken; + Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken[125]. + Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut[126], + Driemalen heeft de berg zich bevende verschud: + En als ik niet en wist waar henen te vervluchten, + Met een borstkloppig[127] hart, en met een zwaar verzuchten, + En schier van vreeze lag begraven in het gras, + Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was: + De God JEHOVA zelf, de God van onzen vader, + De Schepper van het al, alleen des levens ader, + De Herder Israëls, die in 't beloofde land + Ons nu vervoeren wil uit Faraonis[128] hand, + Uit al onz' slavernij. + + KORACH. + + En deed hij u geen teeken + Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken, + Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd[129] + Die onder Farao dus lange zijn gekruist[130]? + + MOZES. + + Ja, haddy[131] 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange + Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange, + Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn, + En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn + Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen; + Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen, + Azurig luisterde[132] haar vel, en in mijn oog + Geleek[133] de slang die onz' voorouderen bedroog + In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde[134], + De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde[134]: + Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet[135], + Was 't weêr dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet: + 't En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen + Mijn hand met lazerij, en heeft ze weêr genezen, + En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein + Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein: + Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig, + U en Farao maar een sterk geloove krachtig + En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed[136], + Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet, + Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning, + Te spreken nevens mij voor Farao, den koning, + En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd + Van zijn verkoren volk. + + KALEB. + + De Heere zij geloofd, + Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen, + En in 't beloofde land bedelven[137] eens onze asschen + In ons voorvaders graf. + + JOZUA. + + Den Heer zij lof en prijs! + + KORACH. + + Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs, + De wreede Farao zal ons niet meer verheeren, + De stamme Juda nu aanvanget te regeeren: + Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat! + Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad, + Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger, + Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger + In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt, + Daar ik in mijnen slaap zoo dik[138] van heb gedroomd: + Ach, lang gewenschte vreugd! + + KALEB. + + Ach, heugelijke tijding! + Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding. + + JOZUA. + + En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd, + Als gij dit hooren zult. + + KORACH. + + Hoe zal dan met geneugt + De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken, + Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken. + + MOZES. + + Gaat, boodschapt den Hebreên hun uitkomst; want in 't hof + Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof. + + KORACH. + + En zoo hij 't u ontzegt? + + AARON. + + 't En mag hem geenszins baten: + Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten. + (_Binnen_.) + + + + _KOOR._ + + Als de zee vast ongestuimig + Stormt, en werpt haar baren schuimig + Naar den hemel al verbaasd, + Als de schipper hoort de buyen + Van den Noord-wind 't strand doorluyen, + Is de stilte eerst allernaast. + + Zoo ook God, wanneer hij droeve + Stelt in 't hardste van zijn proeve + 't Mensch'lijk schepsel t' eenemaal, + Is zijn gunste zoo veel nader, + En, gelijk een goedig Vader, + Zoo verzacht hij al hun kwaal. + + Na zijn toornigheid ontsteken[139], + Zal hij weêr zijn pijlen breken, + En na zijn kastijding schier[140], + Na zijn straffinge weldadig + Werpt hij wederom genadig + Al zijn roeden in het vier. + + Want in droefheid en ellenden + Zal de mensch tot God zich wenden: + Maar in weelde en voorspoed zat + Zal hij wederom vergeten + 's Heeren goedheid ongemeten, + Wijkende van zijnen pad. + + Dat ons God dan proeft ten lesten, + Dienet al tot onzen besten, + Of men 't schoon zoo niet begrijpt: + Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen, + Och! men moet hem wel besnoeyen, + Eer zijn gulden vruchte rijpt. + + Na een bitter sause scheele[141], + Zal de honig onze keele + Smaken zoeter en belust, + En na 't lang gedurig slaven + Ligt de moede zacht begraven + In den schoot van stille rust. + + Die den[142] Hemel meest beminnet, + Dien hij allerliefst bezinnet, + Meest van droefheid werd bespoeld[143]: + 't Moedig paard, dat in den stalle + Is uitmuntig boven alle, + Meest zijns heeren sporen voelt. + + Is 't dan vreemd, dat God de Joden, + In de tranen van veel nooden, + Heeft gewasschen rein en klaar: + Nu de tijd ook is verschenen, + Keert in blijdschap al hun weenen, + Nu is hunnen trooster daar. + + Want God voor veel jaren Mozen[144], + Amrams zone, heeft verkozen + Tot een trooster Israëls: + Ziet eens, hoe hij hem omermde, + Hem omhelsde en beschermde, + Voor Farao's gramschap hels[145]. + + Toen de afgunstigheid de zonen + Jakobs, zonder te verschoonen, + Zwaard en water overgaf; + Toen het moederlijke herte + Jochebeds zag, met veel smerte, + Mozes wieg aan voor zijn graf; + + Toen de moeder heurs zoons leven + Moest de baren overgeven, + Als zij had heur kind gekust; + Toen de moederlijke zorgen + Lagen, met heur kind, geborgen + In het kistjen ongerust. + + Toen zij moest heur zelf verliezen, + Van twee kwaden 't beste kiezen, + Met een droef adieu, te noô[146], + Riep: "ik hope in deze golven + Meer meêdoogen is gedolven + Als in 's konings herte snoô!" + + God, hoe langs hoe goedertierder, + Van dit scheepken was de Stierder + Zelf, met eenen Wester wind, + Die het blies hoe langs hoe lochter[147], + In den schoot van 's konings dochter, + Voor een Engel en geen kind. + + 't Kind, dat zag men weder dorsten + Naar zijn eigen moeders borsten, + 't Wies in alle schoonheid op; + In zijn voorhoofd stond geletterd, + Hoe 't den Farao verpletterd + Nog vertreden zou den kop. + + 't Groeide op in manlijkheden[148], + En, van harte heel besneden + Voor des hofs wellusten, hij + Koos in ballingschap te zwermen, + En den Hebree te beschermen + In zijn droeve slavernij. + + Als hij hierom moest vervluchten, + En in Midians gehuchten, + Weiden 't herderlijke vee: + Als de tijd nu was voor handen, + Dat de Heer zijn offeranden + Eischen zou van den Hebree; + + Zoo verschijnt hem van den Hemel, + Bij Sinaï, 't lichtgeschemel[149] + Van des Heeren heerlijkheid; + God laat hem zijn stemme hooren, + Op dat hij zijn uitverkoren + In het land Kanaan leidt. + + Op dat zij daar, zonder smetten, + Onderhouden zijne wetten, + En hem lieflijk met wyrook + Eenen zoeten reuk toebrengen, + En met bokkenbloed besprengen + Zijn altaren met gesmook[150]; + + Op dat dankbaar, onverholen + (Wijder als tusschen de polen, + 't Hemellicht den nacht beschaamt) + Al zijn groote wonderdaden, + En zijn goedheid vol genaden + Over al mocht zijn befaamd. + + Dat de mensche[151] steeds mocht haken, + Om hier boven te geraken + Daar 't hem alles looft en prijst.-- + Acht het aardsch dan veel geringer + Dan het Hemelsch, daar de vinger + Van zijn zoete wet op wijst. + + + + +TWEEDE DEEL. + + + FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders + en toovenaars, + + FARAO. + + De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?) + Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen, + Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft + De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft, + De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt[152], + En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt. + Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal + 's Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.[153] + De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken[154] + In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken + Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit + Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid + Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten, + Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten; + Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom, + Zijn zorgen werden ijl[155] verkeerd in eenen droom. + Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen + Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen, + In volle wapening en rusting t' eenemaal, + Gelijk wanneer de Moor ontziet[156] mijn bloedig staal. + De hemel was gevaagd[157] blaauw, helder, en azurig, + En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig, + Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch; + Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch, + De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden[158] + Voor 't windelooze weêr een zeil uitspannen wilden, + 't Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor, + En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor, + Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen, + Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen[159], + De sture Boreas begon fluks uit de zee + 't Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree, + De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken, + En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken; + Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag, + Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag, + Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch[160] geflikker + Jupijn van boven wierp, met eiselijk[161] geklikker, + De donder dreunde met een dommelig geklak, + Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak, + Die met zijn gaffel[162] scheen den hemel te beklemmen, + En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen; + De Tritons trompten[163] op hun groote waterschulp, + Dat ieder Palinuur[164] de Goden riep om hulp, + De schepen stegen op genade naar de polen + En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen. + De paarden zagen nu ook d' onweêrs stormen leep[165], + De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep, + Zij vlogen even dol een langdurige wijle, + Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle; + Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom + Schoof op vier raders de beslagen disselboom; + Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte, + Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte: + Wat 's konings koetser[167] of luide riep, + De redelooze vlucht al even zwijmig liep, + Nu bin[168] nu buiten spoor, al zonder weg te peilen[169]; + Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen. + Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet + Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet + Weêrhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen + Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen: + Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog, + Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog, + Tot door het storm geblaas een krokodille strandden[170], + De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen, + Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf + Kubieten[171], oversterk gewapend op het lijf + Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen, + Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen, + Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam + Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam, + Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden[172] vervolgen, + De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen, + Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel, + Tot dat een holligheid den wagen wederhiel, + Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten, + En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte, + Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht, + Met mij stak op het strand de beenen in de locht! + Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden, + Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden. + De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt, + En met zijn Iden[173] als een schaduwe vervliegt); + Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten, + Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten, + En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook + Is voor mijn slaaps gezicht verswenen[174] als de rook: + De pyramiden van de koninklijke graven + Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven + 't Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf! + Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf; + De grootste zerken van de tomben zijn gereten, + En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten, + Isidis[175] heilig beeld, tot voorspel van ons leed, + Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet[176], + Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen! + Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander[177] volgen: + Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart. + + TIFUS. + + De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard. + + SERAX. + + De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen. + + FARAO. + + Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen? + + TIFUS. + + Gansch niet[178], grootmogend vorst! + + FARAO. + + Nochtans de droom bediedt + En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt. + + TIFUS. + + Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden, + En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden; + Ten anderen profeetsch voorloopers, diens[179] gebaar + De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar; + Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen, + Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen: + Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis, + Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is, + Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen. + + SERAX. + + Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen, + Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd, + En acht[180] wij werden[181] van de Goden dus gedreigd, + Omdat wij zuimig[182] zijn, en werden[181] langs[183] hoe sloffer + In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer, + Om de andre Goden straf t' ontslaan[184] en maken kwijt + Op den altaren, die den priesters toegewijd, + Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken, + Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken, + Opdat de Hemel (die ons dreigen[185] schijnt met wee) + Zijn staal mog wederom bekleeden metter scheê, + En de offeranden als een zoeten reuk ontvange, + Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen + Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning weêr[186] + Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer + Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren[187], + Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren; + Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht + Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht[188] + Werd op den ouden voet-- + + + MOZES en AARON tot FARAO. + + MOZES. + + Groot koning van de stranden + Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen + Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft, + Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd, + Heeft ons gezonden hier. + + FARAO. + + Wiens scepter of wiens kroon is + Ontzienelijker[189] als den rijksstaf Faraonis? + + MOZES. + + 't Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth. + + FARAO. + + Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God? + Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten? + + AARON. + + Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten, + Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout[190] pilaart. + + FARAO. + + Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard. + + AARON. + + Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen. + + FARAO. + + Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen. + + AARON. + + Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht. + + FARAO. + + De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht. + + AARON. + + Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten. + + FARAO. + + Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen: + Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert! + + AARON. + + De God van Abraham op Farao begeert, + Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten + Egypti[191] trekken laat de slaafsche Israëlieten, + Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij + Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij; + Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;-- + Dus oorlooft[192] nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken. + + FARAO. + + Genade, o Jupiter[193]! Wie zijt gij die zoo licht + Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht? + Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel + Saturni[194], dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel: + Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij, + Dwingvolk[195], kroondrager van de grootste heerschappij! + Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven, + Gij hebt uw eigen roê mij in de hand gegeven: + Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt, + Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt, + Het lastig juk verzwaard, de hals hem òverwogen,[196] + En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen, + De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort; + Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt, + En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden, + Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden: + 't Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont, + Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont'; + De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten, + Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten; + Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt, + Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld, + Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen + Te noô laat zijnen heer weêr op den zadel klemmen[197], + Het steigert en het briescht, van weelden ongezond; + Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond, + 't Is best, dat men u weêr deez' ziekte doet uitzweeten, + En voor een vette sop[198] geeft slagen voor uw eten: + Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft, + Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft[199]. + + AARON. + + Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken[200], + Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken; + Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd, + Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert, + Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken + Niet eene pluim[201] en weegt, gelooft ons bij dit teeken, + En looft Israëls God, die u 't geloof versterkt, + En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt: + Geloofdy[202] 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren, + Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren, + De visch versterven zal in der rivieren stank, + Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk. + + SERAX. + + En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave[203], + Om dat hij in een slang verandert uwen stave? + Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche[204], loopt, + En uwe kramerij al elders duur verkoopt, + Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen! + + TIFUS. + + Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen? + Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost? + Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst[205]: + En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig, + Wij zullen 't water ook couleuren[206] gelijkvormig. + + AARON. + + Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt, + Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt, + Uw goochelkunst en is maar forma en figure, + En 't mijne lijfelijk verandert van nature: + Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis + Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is: + Schort[207] dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren, + Die weder dezen staf maakt als hij was te voren. + + FARAO. + + Waar toe dit lang sermoen? preêkt elders al uw best, + En Faraonis eer niet door eens anders kwetst: + Gaat, boodschapt den Hebreên: mijn hand is veel geringer + Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger. + Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht, + Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht: + Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden, + En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden + Tot eenen offerand. De koning is verleid, + Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid + Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren[208], + Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren, + En stellen 't rijk in roer[209], en roepen: "tza, wel aan! + Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan, + Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten? + Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"[210]. + + MOZES. + + Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra + Volgt u alreê, gelijk de schaduw 't lichaam, na, + Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen, + Afgrijselijk men ziet de slinksche[211] bliksems treffen: + Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt! + Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt, + T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen + Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen + Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred + Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet + Haalt fluks de zeilen in! gij moogt[212] hem niet ontslippen: + Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen + Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt, + In 't allerhelschte[213] diep, in 't donkerste gekuilt, + Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken, + Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken[214], + Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd[215] + Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd + Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen[216] + En na het lichaam u zal treden op de hielen + Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf, + Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf + Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning + Uw troetelende[217] macht, die steeds den hoogsten Koning + Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid + Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit + Met een vermomd gelaat. + + FARAO. + + Waar toe dees lange rollen? + + SERAX. + + Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen[218]. + + TIFUS. + + Wat werpt ons Pluto[219] op? + + AARON. + + Volgt tijdelijk den raad + Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat + Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade + De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade! + + FARAO. + + Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt, + En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!-- + Past[220] fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen, + Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen; + Hij heeft zijn planten[221] zwaar op 't aardrijk neêr gezet, + Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet: + Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden: + Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden. + Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw + Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw; + De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer, + En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer: + Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand + Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand; + Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven + Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven: + En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd, + Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft. + (_Binnen_.) + + MOZES. + + Zijn hart is onbeweegd veel grooter[222] dan de rotsen. + + AARON. + + Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen? + + MOZES. + + 't Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop. + + AARON. + + Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop. + + MOZES. + + Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig[223] baffen. + + AARON. + + Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen. + _Binnen_. + + + _KOOR._ + + Steenen Farao! wilt zwichten, + Want zijn schichten + Haalt de Hemel uit den tros[224]: + Pyramiden! wacht uw spitsen + Voor zijn flitsen: + O, daar gaan zijn pijlen los! + + Nylus schreit nu, al bedolven + In zijn golven, + Om de vis, die in zijn kruik + Sterft, om dat de waterbaren + Aldus varen + Bloedig over zijn parruik[225]. + + Vorschen, luizen, wormen krielen, + Waar zijn hielen + Den Egyptenaar verzet: + Heptanomis[226] groot geweste + Ook met peste + Doodelijken is besmet. + + 't Vluchtig vogeltjen, met ijlen, + Van haar pijlen + Onverziens werd achterhaald, + Dat zijn vleugels aan de sterren + Uit ging sperren, + In de baren nederdaalt. + + 't Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten, + En de geiten + Vallen voor den herderstok; + Waar de bouwer ploegt al wakker, + Ziet hij 't akker- + Vee begraven onder 't jok. + + Nu drukt hun de hand des Heeren + Weêr met zeeren, + Met onreinig puist gedoornt[227], + Menschen ende beesten woelen, + En bevoelen + 's Hemels grimmigheid vertoornd. + + Nu drukt hun den æther vierig, + Al wraakgierig, + Met zijn kromme bliksems rood; + Nu laat hij Egypte vallen + Van kristallen + Een diluvie[228] in den schoot. + + Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig, + Met een ijzig[229] + Donders dommelig geklak; + Nu jaagt God met hagels ronden, + Om hun zonden, + Al d' Egypt'naars onder 't dak. + + De Eik en schijnet nu de elzen + Niet t' omhelzen, + De Aarde, droef en onbesproed[230], + Mist haar ranken en haar noppen, + Mist haar knoppen, + En haar groen geschilderd kleed. + + Nu beschaduwt hij hun banen + Met sprinkhanen, + Die voorts rooven t' eenegaâr[231] + Al de vruchten, die zij zaaiden + En afmaaiden, + In den schoot van 't ronde jaar. + + Nu houdt Febus[232] zich gescholen + In de polen, + En vertrekt[233] zijn blonde hoofd; + 't Licht van zijnen gulden wagen + Hij drie dagen + Hunnen horizon berooft. + + Noch blijft deze koning trotse, + Als een rotse, + Die geen golven en ontziet, + Als een klippe die gedurig + Klieft azurig + 't Schuimsel van Neptunus' spriet. + + Want God in zijn stoutheid kriegel, + Tot elks spiegel, + Heeft verstokt zijn steenig hart; + Niet, om met een welbehagen + Hem te jagen + In 's doods strikken al verward; + + Maar om straffen zijn voorleden + Godd'loosheden, + En om Israël bekwaam + Stof te geven, om te zingen + Zonderlingen + De Eer van zijnen heil'gen naam. + + + + +DERDE DEEL. + + + FARAO, de koning. + + Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig; + Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem, + Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem, + Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert, + En een beperlden staf, die heerelijker luistert[234], + Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt, + Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt: + 't Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden, + Die onze zetels doet verschrikken[235] voor zijn treden, + Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch, + Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg, + Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone; + De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone; + Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt, + En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt[236]. + Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet + Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet, + Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit, + Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit. + Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken? + Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken + Op mijne globe[237] zie? Wat baat dat ik alleen + Maak een triumfe van hoovaardige trofeên? + Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren + Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren? + Of dat de Arabier of Moore martiaal[238] + Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal? + Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen), + Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen? + Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en geëerd, + Als deze groote Mars nog boven mij regeert? + O Delta[239], Delta schoon! die met uw graf pilaren, + Met uw Mausolen[240] schijnt de uitbreidselen te nâren[241], + Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet + Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet: + Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen + Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen + Gij een bosschazië maakt van lansen uitgespeerd[242], + Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert? + Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven + De teekens van uw deugd en vromigheid verheven? + Wat baat, of uwen prins met slavernije strang + Zoo vele volken drukt? of dat den[243] Ondergang + Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten, + Of met zijn kroone mij de Middag[244] komt begroeten? + Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm, + Tot eenen chaos kruipt weêr in zijn ouden vorm. + Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel[245] + Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel + In 't sterfelijk begrijp[246], en laat den Hemel staan, + Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan! + Geen koning is hier toch, die om de beste kanse + Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance: + Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop + Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop; + En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen, + Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen: + Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt, + Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild; + En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede, + Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede. + Of gij al schoon d' Hebreên, die mijne scepter drukt, + Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt + 't Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen, + Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen? + Zij raken elders licht in dieper slavernij, + Of onder een gebied van strenger heerschappij. + Gansch Lybiën is woest, daar Atlas stijgt om hooge. + En 't ingezeten volk geneert[247] zich met den boge, + En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild, + Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt[248]. + Gaan zij zich bij den Moor of Etiopiër voegen, + Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen; + Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet, + De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet. + De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten. + Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte[249] Scyten; + Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan + En zal de Filistijn ook geen Hebreên ontvaân. + Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken) + Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken, + Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt. + En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt. + Noch daar de Assyriër der koninklijker[250] staten + Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten, + Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft, + Of de ingezeten is der vreemden overhoofd. + Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning, + Daar ieder burger is, daar ieder is een koning, + Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de scheê, + Diens bodem is gelijk de diepte van de zee, + Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander; + Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander, + En werden zij dan t' zaâm verdrukt in ongeval, + Wat koning is er die hun zake rechten zal? + Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen[251], + Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen + Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid + De willige natuur het akkerveld bereidt, + Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen, + Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen, + Die buiten Farao behoeven al ter nood[252] + Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot. + + + MOZES en AARON tot den koning. + + MOZES. + + Monarche Mitzraïms[253] hoe lang zult gij nog konnen + De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen? + Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat + Israël smoken doet het heilig altaarplat + Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste! + Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste + Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch, + Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods, + Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen + Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen + Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog + Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog + Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten, + Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten + Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout + Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt! + Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden, + Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden + Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief, + Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief, + Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen + Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!" + Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch[254], + Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts + Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen; + En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen + Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed. + + FARAO + + Gij zingt al[255] eenen zang, gelijk de koekoek doet, + En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen, + Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen, + En of mijn Majesteit gedoogde goedertier, + Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier + Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden + Vermaken[256], met het bloed des altaars opgezoden, + Zoudt gij mij zweeren dier[257] te keeren al met vliet[258] + Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet: + Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen? + Zegt, werwaarts hij zich strekt. + + AARON. + + Waaruit[259] wij zijn gekomen: + Het land van Kanaän, recht over de Jordaan, + Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan, + Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen + Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren. + + FARAO. + + Gij 't land van Kanaän verkrijgen in 't bezit? + Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit, + Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden? + Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden: + Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht, + Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht, + Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen, + Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen, + Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst, + En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst; + Daar elk inwoner stout is eenen giges[260] hooge, + En gij, sprinkhanen teêr en musschen in hun ooge! + Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht, + En schildert, op Neptuuns azure golven vocht[261], + Dy[262] 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen: + Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen + Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt + Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt: + Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen + Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen[263]! + Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast, + Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast: + Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken[264], + Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken, + Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen[265]! vliegt u mat, + Om gasten met[266] den vos, die al in schotels plat + De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben + In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben. + Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt, + De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt: + Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken[267] + De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken + Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram, + En, voor dien scepter eêl, van dijnen geitschen ram + De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen, + Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen, + Dan[268] 't Palestijnsche land. + + MOZES. + + Israël onbezorgd + Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt, + Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen + En baat geen preuts[269] gebergt' van opgeworpen wallen, + Noch diepe vesting van een grondelooze zee, + Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der scheê, + Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren + In een slagordening en mochten zich verweeren + Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier + Om[270] strijden, al omvlecht[271] is met den lauwerier. + + FARAO. + + En of 't land openstond van alle Filistijnen, + Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen, + 't Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis, + Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is; + Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om[270] laven, + 't Waar pas[272] een kerkhof om u t' zamen te begraven. + + AARON. + + Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee, + En heeft gecompasseerd[273] den boord van ieder reê, + Die 's hemels vouten[274] schoon te zamen heeft gewrongen, + En 't aardsche centrum[275] zwaar houdt allezins gedrongen, + Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand + Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand + Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken + Als of het aan de macht des Hemels zoû gebreken, + Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid, + Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit + Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer, + En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer[276], + Waar mede hy u dreigt. + + FARAO. + + Rebellen altemaal, + Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal + Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten[277]. + + MOZES. + + Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten. + + FARAO. + + Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebreên + Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten[278] steen + Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven, + Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven! + + AARON. + + Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch! + Als wij gekomen zijn bij Sinaï den berg, + Wij God een offerand[279] van ossen ofte stieren + Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren, + Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij, + Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij; + De palen zijnes wets wy niet en overtreden, + Dus oorloft[280] ons vertrek, en hoort zijn stemme heden! + + FARAO. + + In geenderlei manier. + + MOZES. + + Zoo blijft de straffe hand + Des Heeren over u, en over 't gansche land: + God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen. + + FARAO. + + Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen; + Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontzeîd, + En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid + Hier weêr verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone, + Misraïms edel hof, en bij mijn groote Kroone, + Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld, + Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult. + (_Binnen_.) + + MOZES. + + O diamanten hart! o ijzeren nature! + + AARON. + + Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure, + Den diamant, hoe hard, verzachtet[281] bokkenbloed. + Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed. + + MOZES. + + 't Glas van ons slavernij is niettemin verloopen. + Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open, + Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee, + Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees reê. + _Binnen_. + + + _KOOR._ + + En met heur kromme hoornen naakt[282] + Vast eenen halven cirkel maakt, + Werd[283] den Hebree van druk ontbonden, + En van 't tyrannig jok ontlast: + Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste, + Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste + Met vrolijkheid bereiden vast, + Hun jaar'ge lammerkens zij slachten, + Met dat de schaduw zich uitstrekt + En 'sHemels oog zijn licht vertrekt[284], + Om schuylen inde water-grachten. + + Ziet, hoe zij, met de roode stralen + Van 't zuiver Lams verkoren bloed, + De dorpels ende[285] posten vroed[286], + Van hare poorten vast bemalen[287]: + O heilig klaar ken-teeken! om + Te vrijden[288] al uw eerstgeboren + Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren + Gaat maayen, met een zeissen krom, + Al de eerstelingen vanden Nijle: + Al de eersten, die uit 's moeders schoot + Beschouwden FÅ“bi stralen rood, + Door-schicht[289] hij met een hemel-pijle. + + De Israëlieten rusten twijlen[290] + Hun[291] toe naar 's Heeren wil en eisch. + Om hun[291] te geven op de reis + Van zoo veel stadiën en mijlen: + De lammerkens, die nu gedood + Zijn, zij gaan voor den vure speten[292] + Daarna met bitter sausse op-eten, + Met zurig[293] ongeheveld brood, + Omgord, geschoeid, den staf in handen, + Een ieder vlijtig 't lamken eet + Al staande, als wandel-gasten, reed[294] + Om scheiden van de Nijlsche stranden. + + "Schoon morgen-rood, begint te blozen!" + Zij met verlangen roepen t' zaam; + "Komt, werpt uw stralen aangenaam, + Eens in ons blijdschap over Gozen! + Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht, + Beschaamt den zilver-schijn der manen[295], + En distilleert de pereltranen, + Die van ons wangen rollen vocht, + Niet meer van droefheid als voorhenen, + Maar al van blijdschap en van vreugd, + Om dat den Hebree met geneugt + Zijn zoete vrijheid is verschenen." + + O zoete vrijheid! wat een kroning + Dunkt u den genen, die verrukt[296] + Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt + 't Slaafsch jok van een tirannig koning! + Ofschoon 't wild vogelken met lust + Int korfken tiereliert en fluitert + En inde traly, twijl[297] het tjuitert, + Verdient 't gekochte zaad gerust, + 't Zou liever inde takskens schieten, + En klieven met zijn vlerkskens locht[298] + Den blaauwen hemel, zoo het mocht + Slechts mager zijnen kost genieten. + + Waarom versteekt zich inde stoppels + Der bosschen 't hoorn-getakte[299] hert? + De ranke hind', waarom zoo hard + En snel vlugt zij voor 's jagers koppels? + Waaromme vliedt het schuw konijn + En de achter-lamme[300] bloode hazen, + Die als een schaduw weggeblazen + Zoo fluks in hun zand-holen[300] zijn? + De azuren visschen, waarom duiken + Zij voor 't doorluchtig net zoo ras, + Int diepste van het water-glas, + Int diepste van Thetydis kruiken[301]? + + Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte[302] + Een ieder van naturen wis + Zijn voorhoofd ingeschreven is, + Van dat hij eerst int licht geraakte: + O driemaal eedle vrijheidskroon! + Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet, + Waarom de lieve Hemel vechtet, + Die met zijn vleugelen ten toon + Beschaduwt de Isralietsche benden, + En helpt hen uit 't Egyptisch zand, + Int rijke Palestijnen land, + Uit al hun droefheid en ellenden. + + Twijl Jacob dus van vreugden reyet[303], + De heldre witte dag aanbreekt, + De gulden zonne 't hoofd opsteekt, + Die over Nylus golven spreyet[304] + Het stralig licht van zijn flambeel[305], + Die haast ontdekt, hoe dees Comedie + Rijst uit de bloedige Tragedie + Van Delta's[306] schreyende tooneel, + Daar de oudst-geboren voor hun magen + Op 't bedde liggen koud en stijf, + En laten 't graf hun doode lijf, + Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen. + + + + +VIERDE DEEL. + + + FARAO, REI DER EGYPTENAREN. + + + FARAO. + + Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen + En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen[307], + Hij, die[308] op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit + Deez dubbel groote kroon alreê was toegezeid, + Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders + In de edel schoenen treên: en, Athlas, deze schouders + Ontlasten van den last die mijnen ouden dag + Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag: + Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen[309], + Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen[310], + Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,-- + Den eenen Farao den andr'en is ontroofd! + Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn veêren + Bespreed[311] heeft Tisifone, Alecton, en Megeren[312], + Den Atropos[313], die meer sterflijken heeft ontzield, + Dan Astren[314] dezen nacht om ons hebben gewield[315]: + O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig + Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig[316] + Ter kwader tijd vertrokt van[317] onzen horizont, + Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond + In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen + Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen + Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert[318] + Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart. + O dieftelijke[319] dood! O pest, die ongenadig + Zijt op den boord van Styx of Acheron[320] beschadig[321] + Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd + En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd. + Vervloekt zij dees Belloon[322], die listig in de wapen[323], + Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen + Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf[324] + De slapers in een lijk, hun bedden in een graf. + + + REI DER EGYPTENAREN. + + MAN. + + Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten + Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten, + Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat, + Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat: + Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen, + Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen. + Dus[325] lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort, + En de een op de ander maal den bliksem neêr gestort + Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen + Niet dan een wildernis en doornige woestijnen, + Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed, + Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed; + De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven[326] + Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven, + Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag + De tranen van den dauw te distilleeren plag; + Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels + Den blijden _Echo_ van de zorgelooze vogels, + Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp[327] + In langen niet gehoord is in dit rond begrijp[328], + Het veldsche beestiaal[329] is schielijken gestorven, + Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven, + Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut, + Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput, + Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig[330], + De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig, + De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos + Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos[331]. + + VROUW. + + Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte + De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte + Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws + Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws; + Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen, + Zoo lang de oudheid[332] ons grijsharig zal besneeuwen, + Uit ons gemoed gewischt;-- wij vlogen al verbaasd + Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast; + Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste, + De pols was weg eer elk al bevende noch tastte + Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag, + Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag + In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste + Het wit ivooren beeld, het schepsel[333] van albaste + Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch[334], elk riep terstond + Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond; + Maar ziel en leven was vervlogen met den asem, + Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem, + De rozen waren op de kaakskens al verwelkt, + 't Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt + Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen[335] + Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen + Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!) + En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd[336] + Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren + En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren! + Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood! + Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot + Beschouwden 's Hemels licht;--eilaas! voor al de smerte + En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte + Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest, + Had beter 's moeders buik uw donker tomb[337] geweest: + Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme + Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme! + + MAN. + + Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep, + Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep, + Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven, + De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven, + Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor[338] + Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor, + Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten + Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten. + Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook? + Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook + Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen, + Gelijk een schaâuw verstuift, en ijdel vliegt daar henen: + Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw, + En smelt weêr lichter als een witgevlokte sneeuw, + Of als een ijzen[339] beeld, twelk spoedig overwonnen + Zijn statua[340] verliest met 't stralen eender zonnen[341], + 't Is als een bliksemslicht[342], dat naauw om[343] schijnen poogt + En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt[344], + Een torts[345], die durig schijnt en smeltet al bezweken, + Met dat haar lemmet sparkt[346], met dat zij is ontsteken: + Hoe vliên ons dagen weg, als waren zij gevlerkt! + Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt, + Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren, + Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren. + + VROUW. + + Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef + Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef, + De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder + Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder + Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert + En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert; + Och! waren wij nooit beide uit éénen bloed geronnen, + Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen, + Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet + Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed + Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd; + Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd; + Zoo'n[347] had uw droevig einde, als 't ommers wezen most + Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost. + Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden + Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden[348]? + O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht[349], + Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht? + Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen, + En niet den zachten slaap met Lethes[350] laten stroomen + Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu + Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme[351] hieuw + En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren, + Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren. + Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt, + Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt, + Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten, + Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten. + + MAN. + + Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld, + En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld, + Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen; + Dies bidden wij: verlaat[352] d'Israëlietsche mannen! + Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland, + Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand; + Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen, + En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen. + + FARAO. + + Zij vluchte[353] metter ijl, van daar het morgenrood + Verrijst, tot daar het licht neêrdaalt in Thetys' schoot, + Voor Pluto trekken[353] zij zoo wijd ter Hellen neder, + Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder, + Zij reizen[353] naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld[354] Noord, + Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort, + Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede, + Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede: + 't Weêrspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best + Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest; + Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have, + En worden op het veld een spijze voor de rave, + Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood, + En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot. + (_Binnen_). + + + _De_ REI DER ISRAËLIETEN _zingt_: + + Hebreên! speelt 's Hemels lof + Nu op uw luite schoone, + Adieu, Misraïms hof! + Adieu, Memfidis troone! + + Adieu, Egypten-land! + Adieu, rijksstaf en kroone, + Die Nylus zandig strand + Beheerscht door Faraone. + + Adieu, tyrannig jok, + Adieu, dienstbarig[355] Gozen! + Waar uit de Heer ons trok + Door Aaron en door Mozen. + + Israël wil[356] 't beloofd + Canaän nu gelukken, + Daar Juda zijn voorhoofd + Zal met een kroone drukken. + + Daar Juda, onder 't licht + En 't wankel rond der mane, + Zijn stoel en zetel sticht + Bij 't stroomen der Jordane. + + Gij Filistijnen haast[357], + En gij o Jebuzieten! + Met Amalek verbaasd + Maakt plaats met de Ammonieten. + + De koning Juda komt + Preutsch in uw schoenen treden; + O luistert! hoe hij tromt, + En nadert met zijn schreden. + + Dat dijnen hoogmoed daalt + Voor die zijn rijk wil vesten, + Gelijk den bliksem straalt + Vant Oosten tot den Westen. + + Uw grenzen open sluit + Voor onzen prins personig[358], + En laat tot roof en buit + Uw melk en uwen honig. + + Jordaan, die van den top + Der heuvelen komt bruisschen, + Steekt uw blaauw hoornen op, + En laat uw bobbels ruisschen! + + Golft in d'azuren zee, + Zegt de Oceaansche[359] baren, + Hoe Juda op uw reê + Komt zijnen troon pilaren. + + Sinaï! maak dy[360] reê, + Want op uw hoogte steilig + Wil smoken doen d' Hebreê + Zijn brandofferen heilig. + + Dat Horeb eeuwig staat + Gerezen onder 't maanschijn, + En tuigt wie heeft gedwaad[361] + De tranen van ons aanschijn. + + Mensch-stappen[362] zullen eer + Des hemels cirkel meten, + Dan hunnes konings eer + Israël zal vergeten. + + Den Engel maakt het spoor, + O, laat ons niet verslappen, + Ons leidsliên treden voor, + Wij volgen hunne stappen. + + + FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met + zijn heirleger. + + FARAO. + + Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken, + Mag doen als Farao, en laten henen trekken + De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel[363] + Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel, + Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden + De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden, + De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak + Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak + Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden[364], + Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden, + Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard, + En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard, + Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven + Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven. + Vast hebben dees Hebreên, verdobbeld[365] snoô en valsch, + 't Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals, + Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen + En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen, + Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort, + Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt. + Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen, + Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden + Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden[366] na gedraafd, + En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft, + Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen, + Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen, + En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert + Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd, + Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen + Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen. + Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn? + + HOOFDMAN. + + Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn, + Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme + Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme[367] + Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt: + Gewapend naauwlijks, zij om[368] strijden niet geneigd + En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden + Het half gelaat te biên, ik late staan hun tanden + Te breken met geweld: indien gij dezen rei + Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei + Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen, + Als schaapskudd', die de wolf het herte[369] heeft ontstolen, + Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast + Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd. + + FARAO. + + Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen. + + HOOFDMAN. + + Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen, + En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel, + De wagens toegerust; en 't leger, al geheel + Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden, + Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden. + + FARAO. + + Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet! + De wapenroovers[370] noodt tot 't bloedige banket, + Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken[371], + Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken; + Krijgt[372] onder zijn banier, hij leidt u aan den dans! + Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans. + Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen, + Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen. + (_Binnen_). + + + _KOOR._ + + Die den Hemel derft bekrijgen, + Zal wel voor een wijl opstijgen, + Even als Neptunus' vocht + Worpt[373] zijn baren na de locht, + Die van zelf in korter stonden[374] + Weder vallen in de afgronden, + Of gelijk een vlam gezwimd[375], + Licht op naar den hemel klimt. + Die men wederom zich zelven + In zijn asschen ziet bedelven: + Want de groote goedheid Gods + Latet[376] wel den koning trotsch + Op het hoogste en even dolle + Woeden, doch wanneer hun rolle + Is ten uitersten volspeeld, + Op 't theatrum getoneeld, + En wanneer hij met berommen[377] + Meent ten hoogsten zijn geklommen, + Stoot de godlijke Monarch + Hem afgrijzig van den berg. + Hoe hij was den hemel naarder + Hoe den val hem is te zwaarder, + Hoe hij meerder opwaarts steeg + Hoe hij dieper valt om leeg. + Hoe hij meerder rees verkorseld[378] + Hoe hij platter valt vermorseld. + Dit blijkt aan Farao straf, + Die zoo blind'ling loopt naar 't graf; + Die in 's Heeren straffe tijdig + Blijft verstokt, versteend partijdig, + Daar een ieder roê, als vriend, + Hem tot beteringe dient: + Want de strengheid Gods ten lesten + Iedereen kastijdt ten besten, + En zijn geessel al begrijsd[379] + Op een grooter roede wijst. + Wie dan, in der zonnen luister, + Sluit zijn oogen in het duister, + Wie de aankloppers van 't gemoed + 's Herten deur niet open doet: + Wie zoo vele donderslagen, + Luiden laat voor ijdel vlagen, + Op het onverzienste bald[380] + 's Heeren bliksem overvalt: + Gelijk dezen koning prachtig, + Die[381] geen teekenen aandachtig + Mochten leiden uit den tred + Van zijn obstinaat opzet. + Dies de Heere t' eenenmalen + Hem onttrekt de helder stralen + Van zijn hemelsch aangezicht, + En verduistert hem in 't licht, + In verkeerdheid overgeven, + Tot hij eindelijk gedreven, + Even als een roerloos schip, + Drijft al blind'ling op de klip + Van zijn overgeven boosheid, + Van zijn stoute goddeloosheid, + In den afgrond en 't verleid[382] + Van zijn overgevenheid. + + + + +VIJFDE EN LAATSTE DEEL. + + + FAMA, of 't blazende gerucht. + 't Heer-leger Israëls (dat God zelfs[383] had geleid + Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid, + Dat God 's voorging in een vierige colomme + En 's daags in eene wolk) Farao wederomme + Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer + Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer, + Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen, + Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen, + In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt[384], + Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt, + Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren, + Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen: + Ha, Amrams zonen snoô! die ons zoo onbedocht[385] + Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht: + O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven, + Eer in Egypteland gestorven en begraven: + Verraders van den rei[386] en 't leger der Hebreên, + Een ieder wreek' zich zelf en worp'[387] den eersten steen! + Gelijk de reizigers (als in de azure golven + Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven + Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft, + En 't golvig driftig[388] hout met groene baren treft) + Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure[389] winden + Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden: + De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood + Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot + Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven + Ontijdelijk hij moet den baren overgeven, + Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust, + Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;-- + Zoo ook in dezen storm de Israëlietsche hoeders + Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders, + En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft, + Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft, + 't Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker[390], + Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen[391] anker + Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan + Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean: + Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede, + En slaat, met zijne doode en levendige roede, + Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur, + En wederzijden maakt een roô robijnen muur, + Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel + Zoo wijd, dat midden[392] blijft een guldig zand-plaveisel, + Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsliên voor + 't Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor. + O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken + Israël, die zoo haast een plaatse vindt om wijken, + Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt + Een leger[393] diepte vindt en snellijken verloopt! + Terwijlen dus d' Hebreên (spijt 't wezen[394] der naturen) + Vast dweerssen[395] deze straat van kristalijne muren, + Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht + Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!" + En d' ander krijst: "wats dit? 't Roô meer schijnt opgeblazen, + Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen: + Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat, + Wanneer men doorgaans[396] vindt zulk eenen droogen pad? + Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen, + Of't grondloos[397] dieplood, om de diepten met te peilen?" + Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort, + En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord + Behouden op het strand; dies Farao verbolgen + Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen + Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld, + En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche[398] veld, + Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen, + Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen, + Een slinksch[399] onweder van den hemel nederworpt, + Dat 't slibberig gebergt weêr in zijn holte slorpt, + Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt[400], + En komen door 't gegolf eens eindling[401] opgebobbeld, + Met eiselijk[402] geschreeuw, half levende en half dood: + De dooden zijn alreê meer als der golven vloot[403]: + De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen[404]!" + En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!" + De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond, + De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond, + En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker + Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker, + En zinken beidegaêr; de zee, die altijd woelt, + Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt. + De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig, + Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig, + Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind[405], + Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind, + En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden, + Durft hij den dullen[406] storm 't hoofd even dapper bieden, + En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt, + Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt, + Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden; + Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden: + Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie[407] gij rebelleert! + Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert." + Den Oceaan en past op[408] vloeken noch op schelden, + Zijn dreigementen dweers[409] en mogen hier niet gelden; + Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht[410], + Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht, + En weder zevenmaal gedaald is in de vesten + Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten + De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft, + En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd. + Ik geef te denken voorts, de Hebreên, die 't aanzagen, + Hoe hunnen vijand lag zoo korteling[411] verslagen, + Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed + Farao's had gedempt vertreden onder voet, + Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen, + Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen, + Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf + Dat hun verlossing werd Farao tot een graf, + Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even + En onverzienste[412] dood hun strekte tot den leven. + De winden en het meer goedjonstig[413] wierpen ruit[414] + De Egyptsche wapening[415] weêr aan den oever uit, + Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebreên in handen, + Daar zij eerst werden met[416] gedreigd van hun vijanden. + Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord, + En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort; + Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken, + Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp[417] doen klinken. + (_Binnen_). + + + _HYMNE OF LOFZANG._ + + + VAN DE ISRAËLIETSCHE REI. + + Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst, + Nu looft den Heer der Heeren, + Die ons met de overhand bekranst, + Vlecht hem een kroon van eeren; + Hij is, die al de banden van + Ons slavernije breken kan, + En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren. + + De Heer gedenkt aan zijn verbond + Over zijn uitverkoren, + Looft Hem met ziele, tong en mond, + Die Israël staat voren[418], + Die Jacobs huis, in dienstbaarheid, + Onder zijn schaduwe bespreidt[419], + Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren[420]. + + Hij is de God van Abraham, + Isak en Jacob machtig, + Die nu tot koning zalft den stam, + Den stamme Juda krachtig, + Die ons naar 't zoet beloofde land + Geleidet door zijn sterke hand, + Om[421] heerschen int land Canaän eendrachtig. + + In 't land, daar melk en honig vloeit, + Daar de Jordaan beneven + Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit + Van 't steil gebergt verheven: + Daar, als de baren van der zee + Of 't zand der stranden, nu alreê, + 't Zaad Israëls doet zijn vijanden beven. + + Looft dezen krijgsheld onvervaard, + Die paarden, ros en wagen, + 't Gewapend heer met schild en zwaard + Heeft mannelijk verslagen, + Met den verstokten koning trotsch; + Bouwt op dees klip en sterke rots, + Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen. + + Den rood-scharlaken mantel breid[422] + Van 't roode meer hij scheurde, + En heeft guld-zandig geplaveid + Een effen straat, waar deur de + Hebreên ontweken hun misval, + Tusschen twee muren van kristal, + Daar Farao den laatsten zucht betreurde[423]. + + Farao, die ons op de hiel + Vervolgde met zijn scharen, + 't Zee-water stormig overviel + Met 't zwalpen van de baren; + Die 't voorhoofd bergden int gestert[424], + In den afgrond vernederd werd: + Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren. + + Farao's wimpelen ontdaan + En zag men niet meer zwieren, + Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan, + Noch al zijn roô banieren; + Zijn wapens en geslepen staal + Zonk met zijn rusting altemaal: + Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren. + + Bouwt al uw hoop op dezen steen, + Bouwt uw geloove vaste + Op den monarche der Hebreên, + Die Farao verraste, + Die des tyrans voornemens schort, + Den hoogmoed van hun vleugels kort, + En met zijn sterke schouders ons ontlastte. + + In koper, steen, noch ijzer hard + Alleen niet dees weldaden + En prent, maar schrijft ook in uw hart + Gods goedheid vol genaden, + Die ons 's doods muile heeft ontrukt: + Groen palm en myrtetakken plukt, + Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen! + + + MOZES doet zijn offerande en spreekt: + Dwijl Israël ontrukt is uit zijn slaafsche banden, + Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook + Van dezen altaar, als een liefelijken rook, + Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden! + Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken[425], + Of schoon de teêre mensch mets anders wedergeeft, + Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft, + Zijn zwakke sterflijkheid niet[426] hoogers mag bereiken. + Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine, + Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt + Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne[427] schept, + En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine! + Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der + Oprechter[428] lippen vroom voor zijn weldadigheid, + 't Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit; + Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer. + 't Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen, + Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch, + Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis, + De stieren hooren hem, de kalveren en schapen. + Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten, + Hij hevet[429] al gemaakt;-- o, groot is uwen lof! + Die 't al hebt rijkelijk gebouwet[430] zonder stof, + Zoo gij in uwen raad verholen[431] hadt besloten. + Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen, + Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood + Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot, + Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen. + Den offer komt u toe, die[432], Heer! verteert tot asschen! + Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid + Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid, + Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen. + Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste, + En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed + Op 't heilige gesteent ons offerande doet, + En dat wij we wet betrachten aldermeeste. + Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen + Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan[433] + Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan, + Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen. + Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten[434], + Al de eerstelingen van geheel Egypteland + Van menschen en van vee, door uwe sterke hand + Geslagen werden, van den meesten tot den minsten. + En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye + Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid, + Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven leît, + Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye. + O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen, + Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier, + Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier, + Waar in gij mij ook zijt op Sinaï verschenen. + Versaagt[435] voor onze komst de stoute Filistijnen, + Kwetst hunnen preutschen[436] moed! o Heer, blijft onzen borcht + En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd + Geraken door de dorre Arabische woestijnen. + Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren + In 't land van Canaän, en dat wij uwe wet, + Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet, + En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren. + (_Binnen_). + + + _KOOR._ + + 's Hemels goedheid, die voorhenen + Ons voorvaders heeft beschenen, + Is hier op 't tooneel herspeeld, + En naar 't leven afgebeeld. + Tijd noch de vergetenissen + Hoort[437] uit ons gemoed te wisschen + Dees weldaden overgroot, + Neêrgedaald uit 's Hemels schoot. + Doch wanneer wij zien veel milder, + Wat den goddelijken schilder + Hier met naakt afconterfeit, + Raakt dit in vergetelheid, + En vertoont zich veel geringer, + Wanneer ons dit met den vinger + Wijst op 't ware wezen blij + Van dees hemel-schilderij: + Op een grooter weldaad leerlijk, + Die door Jezum Christum heerlijk + Ons zoo rijkelijk beschijnt, + Dat de schaduwe verdwijnt: + Want wanneer de zonne luistert[438], + 't Manen-zilver werd verduisterd, + 't Bleekste voor het helderst zwijkt[439], + 't Minste voor het meeste wijkt; + Om den zin hier van te mellen[440] + D' een wij tegens d'ander stellen: + Nu, het rijk Egypten is + Of beteekent duisternis, + Daar in zware slavernije + Jacob, onder d' heerschappije + Faraonis, met geklag + Droevelijk in boeyen lag: + Maar door 't goddelijk verweere[441] + Werden zij, door 't roode meere, + Saam verlost uit dees spelonk, + Als den Farao verzonk + Met zijn schilden en zijn zwaarden, + Met zijn ruiters, volk en paarden: + Even lagen wij verstrikt, + Leelijk in ons bloed verstikt, + Onder Satan, Hel en zonden, + In 's doods banden vastgebonden, + Maar door 's levens klaar fontein, + Onzen Zaligmaker rein, + Als Hij in het laatst der dagen + Aan het kruise werd geslagen, + Werden wij, door zijn bloed rood, + Vrij van zond', Hel, Duivel, dood, + Door zijn goedheid vol genaden + Afgewasschen ons misdaden: + Niet verlost, als Jacob, bloot[442] + Van een tijdelijke dood: + Maar door dezen Samson leeuwig + Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig, + Van Gods onverganklijk wee, + Van het zwaard, dat uit der scheê + Boven 't hoofd ons dreigde grammig, + Met den brand des afgronds vlammig. + Israël trok al gelijk + Naar een aardsch verganklijk rijk, + Dat maar voor een tijd mocht bloeyen, + Maar, na ons gebroken boeyen[443], + Ons de Heere roept tot hem; + In het nieuw Jeruzalem, + Loopt dan, ijverig genegen, + Hebben wij door Christum kregen[444] + Eenen weg gebaand en plat + Naar de schoone hemel-stad. + Daar dood, ziekte, strijd noch tranen + Gelijk over der Jordanen[445] + Ons meer zal ontmoeten wreed, + Als 't den Isralieten deed. + Die zoo vlijtig hun[446] bewezen + In het uiterlijke wezen, + Ook om slachten 't zuiver Lam, + 't Welk terstond een einde nam, + Als den godlijken Messias + (Daar den anderen Helias + Zijn verkoren Jongers vroed + Op wees met den vinger zoet, + Alder schatten kleinoodkoffer), + Toen die kwam en zijnen offer, + Als hoog-priester, dede spâ + Op den berg Calvaria; + Toen hij tegens Satan kampten, + Alle priester-dienst en ampten + Eindden met het Paasschen-feest, + Als de Joden jaarlijks meest + Posten, dorpels nog bestreken + Met 's Lams bloede, tot een teeken + Hoe hun God bevrijdde weerd[447] + Voor den slaanden Engels zweerd. + Voorspel, 't welk ons leert ten besten, + Hoe dat in den alderlesten + Dag der dagen, in 't gericht, + Voor Gods toornig aangezicht, + Jezus Christus ons zal vrijden + Door zijn heilig bitter lijden, + En, met 't rood onschuldig kleid[448] + Van zijn droeve sterflijkheid, + Ons onrein melaatsche vlekken + Voor des Heeren aanschijn dekken. + Eet dan geestelijker wijs + Nog dit Lam, der zielen spijs, + Met een bitter sausse spijtig; + Ware Israëlieten vlijtig, + Laat de kracht van zijne dood + U nog zijn een hemels-brood! + Weest omgordt, en staat alreede + Om te wand'len na den vrede, + Met den staf, alzoo 't behoort, + Van des Heeren heilig Woord + Opgeschort, omgord op vordel[449] + Met der liefden band en gordel. + Ook aanmerkt hier algemeen + Dees twee leids-liên der Hebreên: + Mozes (onbespraakt voor Farons + Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv + Reden-rijke tonge vocht[450]: + Doch geen van dees beiden mocht + Isak brengen eindelijken + In Canaäns koninkrijken: + Onder welke schorsse duikt + Als men dezen bast ontluikt[451], + De onvolkomen zwakheid teder + Van der wet te korten leeder[452], + Om in 't hemelsch vaderland + Op te stijgen uit den brand, + Uit den brand der zielen zweerdig[453], + Uit Gods toornigheid rechtveerdig, + Daar ons Christus, als gezeîd, + Heeft behouden uitgeleid. + Want in Christo woont bekwamig + Zelf de volheid Gods lichamig, + 't Evangelische verbond + Vloeyet uit zijns wijsheids mond, + Der genaden fontein-ader[454], + Ons verbidder, bij den Vader. + Israël vertrok op hoop, + Maar voor ons heeft al den loop + Christus 't hoofd van zijne benden + Lang te voren gaan vol-enden, + En met 't kruis getriomfeerd + Boven Hemelen en eerd'[455]. + Laat dit plaatse bij u grijpen, + Laat dit godlijk zaaisel rijpen, + Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst + Vloeyen UIT LEVENDER JONST[456]. + + + + +VOETNOTEN: + +[1] _nagenoeg._ + +[2] _Verzonnen_. + +[3] _Maar_. + +[4] _ingerichte_. + +[5] Van (den Latijnschen dichter) _Horatius_. + +[6] _Gebrekkig_ (van geest nam.). + +[7] Thans _zich_. + +[8] Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende _daarnaar_ willen +lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk _nader_) +dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met _waar_, +_daar_, enz. het eerste de voorkeur. + +[9] Thans _dan_. + +[10] _Korten_ (verg. de uitdrukking _spanne tijds_). + +[11] Thans _vertoont_ (d. i. eig. _vertoogent_, met den langeren +vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.) + +[12] _te omspannen_; verg. boven bl. 5, aant. [8]. + +[13] _blinkende_. + +[14] Tweede-naamval van Venus. + +[15] _blinde klip_ + +[16] Thans _iets anders_. + +[17] _bestuur_, _beheer_. + +[18] _leerrijke_. + +[19] Lat. voor _tooneel_. + +[20] _planken_. + +[21] J. Mz. _Vaer_ (d. i. _van der_) Laer was een rijk Amsterdamsch +lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld. + +[22] Thans _doet hem verzellen_. + +[23] _bekrachtiging_. + +[24] _vrij te laten_. + +[25] _beesten_ (verg. 't Fr. _bétail_). + +[26] _welriekend_. + +[27] _kaauwt en herkaauwt_. + +[28] _Dijt uit_. + +[29] _schapen_ (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen) + +[30] _pracht_ (verg. 't Hoogd. _geschmeide_). + +[31] _kleed_ ('t Fr. _habit_). + +[32] voor _schijnt_. + +[33] Thans tot _een helm_ geslonken. + +[34] _zacht_. + +[35] _dan_. + +[36] _dezer dagen_. + +[37] _afbeeldt_. + +[38] _open_. + +[39] Voor _verlustigt_. + +[40] _tweesnijdend_. + +[41] Thans _ofschoon_. + +[42] _luister_, _glans geeft_, _blinkt_. + +[43] 't zilver van den maan. + +[44] Voor _raast_. + +[45] _legt_; thans _ligt_. + +[46] _zeis_. + +[47] De landbouwende klasse. + +[48] Thans tot _lachte_ verzwakt. + +[49] _Een iegelijk_. + +[50] Voor _gemeen_. + +[51] _voren_. + +[52] _gelijk_. + +[53] _bron_, _water_. + +[54] _vonkelen_ (verg 't Eng. _to spark_). + +[55] Thans _schijnt te branden_. + +[56] Thans alleen _geknield_. + +[57] _sterk_ (verg. boven _spark_ met ons _sprank_). + +[58] _bespiedde_. + +[59] _in eigen persoon_. + +[60] _spiegelgladde_, _effene_. + +[61] voor _gebracht_. + +[62] _aan wien_. + +[63] voor _krult_. + +[64] Thans _wil_. + +[65] _Bewandelt_, _betreedt_. + +[66] _draait_. + +[67] _perk_, _omvang_. + +[68] _van't veld_. + +[69] _Zoo_, _indien_. + +[70] _bundel_, _koker_. + +[71] Thans _beschoren_. + +[72] voor _versmelt_. + +[73] _erkennen_. + +[74] _vloeit_ en _geboeid_, als _vloei-et_ en _geboei-ed_ te lezen; +verg. beneden _scheidet_. + +[75] _helderen_. + +[76] voor _vliegend span_. + +[77] _sluw_. + +[78] Thans _om te_. + +[79] Eig. 't Hoogd. _kreitz_, d. i. _kring_, _perk_; van daar (gelijk ook + hier) _strijdperk_. + +[80] _veegt_ (van 't oude _dwa-en_, waarvan nog _dweil_). + +[81] _schreyend_. + +[82] Voor _tarwen-aren_. + +[83] Thans _zich_. + +[84] _flikkeren_, _vonkelen_. + +[85] _hoekigen_, _kronkelenden_. + +[86] _golvenden_. + +[87] voor _verheuging_. + +[88] _afloopt_. + +[89] _kunnen_. + +[90] _Met uw verlof_. + +[91] voor _schijnt het_. + +[92] voor _toegevoegd_, _opgelegd_. + +[93] voor _zich_. + +[94] _op vaderlijke wijs_. + +[95] _ook_ (_ofschoon_). + +[96] voor _baatte_ (wegens den volg. klinker). + +[97] Thans _naar de ziel_. + +[98] _dreigt_ + +[99] _met tranen in de oogen_, _weenend_. + +[100] Thans _onbewogen_. + +[101] _zijn verlaten opengezet_. + +[102] Minder gelukkig voor _aardkloot_. + +[103] Thans _van de ark_. + +[104] _zuiver_. + +[105] _kon_. + +[106] _wel_. + +[107] _bepaald_; verg. boven bl. [3]. + +[108] Voor _keert het_, _proeft het_. + +[109] _toevoegt_. + +[110] Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op +gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders--voor 't +Hollandsche _die_ of _dien_ onzer schrijftaal--gebezigd wordt. Evenzoo +vroeger "den Farao". + +[111] _gestarnte_. + +[112] De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw. + +[113] _blinken_ (van daar onze metaalnaam _blik_ en 't woord _bliksem_). + +[114] voor _beheerscht het_. + +[115] _tot zijn straf_. + +[116] _meê_. + +[117] _wijselijk_. + +[118] _Tot veroordeeling en dwaling leidend_. + +[119] anders _verfrayen_, thans _vervrolijken_. + +[120] een van boven gespleten stok. + +[121] _staf_. + +[122] _blinkend_; verg. boven op _blikken_. + +[123] voor te _verteeren_. + +[124] Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk +door vereenigende samenvatting der volgende opsomming. + +[125] Thans tot _plukken_ verdikt. + +[126] _bedwelmd_. + +[127] _de borst doorbonzend_. + +[128] Lat. 2e naamval: _van Farao_. + +[129] voor _duizenden_. + +[130] _gekweld_. + +[131] Saamgetrokken uit _hadtghy_: _hadt gij_. + +[132] _Glinsterde_. + +[133] versta: _geleek zij_. + +[134] verkeerdelijk voor _zwierf_, _verstierf_. + +[135] Thans tot _heette_ verzwakt. + +[136] (Gelijk _metterdaad_, _metterwoon_, enz. saamgetrokken _met der +spoed_) thans _met spoed_. + +[137] _begraven_. + +[138] _vaak_, _dikwerf_ d. i. _veelmaals_. + +[139] Thans _ontstoken_. + +[140] _schielijk afgedane_. + +[141] het gelaat verwringende. + +[142] Thans _de_. + +[143] Minder gelukkig voor _overstelpt_ of iets derg. + +[144] Lat. vierde naamval van _Mozes_. + +[145] _Helsche_, _Duivelsche_. + +[146] _Maar al te ongaarne geuit_. + +[147] _vlugger_. + +[148] _manlijke kracht_. + +[149] _lichtgeschitter_. + +[150] _walmend_, _smokend_. + +[151] enkelv. + +[152] _Duizelig maakt_. + +[153] _het groote heelal_. + +[154] voor _gemakkelijk_. + +[155] _plotseling_. + +[156] _vreest_. + +[157] Thans _geveegd_, _gezuiverd_. + +[158] _makkers_ (nam. de _zeeluî_). + +[159] voor _wenden_. + +[160] _verradelijk_. + +[161] _vreeselijk_; thans verkeerdelijk _ijselijk_ geschreven. + +[162] _vork_ ('t Hoogd. _gabel_), hier voor Neptunus' _drietand_. + +[163] _bliezen_. + +[164] d. i. _stuurman_ (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet). + +[165] _boos_ (_druipend_). + +[166] 't Hoogd. _kutscher_; thans _koetsier_. + +[167] _aanging_. + +[168] voor _binnen_. + +[169] voor _berekenen_. + +[170] voor _strandde_. + +[171] _ellen_. + +[172] _dubbel snel_. + +[173] _ydele beelden_. + +[174] voor _verzwonden_ of _verdwenen_. + +[175] Lat. tweede naamval van _Isis_. + +[176] Thans _vochtig_. + +[177] Thans _een of ander_. + +[178] _In 't geheel niets_. + +[179] voor _dier_, thans _wier_. + +[180] voor _acht ik_. + +[181] Thans _worden_. + +[182] _onachtzaam_. + +[183] _hoe langer_. + +[184] versta: _ons te ontslaan van_. + +[185] voor _te dreigen_. + +[186] Door 't twee regels later volgend _weder_- overtollig. + +[187] _wederbrengen_, _doen herboren worden_. + +[188] _herbracht_. + +[189] _ontzaggelijker_. + +[190] _gewelf_ ('t Fransche _voûte_). + +[191] d.i. van E. + +[192] _Geef nu verlof tot_, _veroorloof_. + +[193] Deze _Jup._ maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en +geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en +Godenlegenden in Vondels eeuw. + +[194] Van Saturnus (als _Tijdgod_ genomen). + +[195] Anders _dwingeland_, en een bewijs dat men verkeerd doet, +dit saamgestelde woord van een vermeend _dwingelen_ af te leiden. + +[196] _overladen_. + +[197] voor _klimmen_. + +[198] Anders _soep_, _spijs_. + +[199] _wegneemt_, _belet_. + +[200] _tot dwaling brengen_. +(verg. het Hoogd. _verrückt_.) + +[201] _een veêrtjen_. + +[202] _gelooft gij_. + +[203] _wakker_. + +[204] _mars_, _koopwaar_. + +[205] _afgebeeld_, _voorgedaan_. + +[206] _kleuren_. + +[207] _Schort op_, _staakt_. + +[208] _is hij niet voorzichtig_. + +[209] _in beweging_, _beroerte_. + +[210] voor _keten_ of _ketting_ ('t Lat. _catena_). + +[211] _schuinsch_ geslingerde. + +[212] _kunt_. + +[213] _het meest Helsche_. + +[214] minder gelukkig +voor _onder hun vlerken_, _hun schaduw bedekken_. + +[215] Versta: _de opgesperde kaken_. + +[216] Thans _naar de ziel_. + +[217] _streelende_, _vleyende_. + +[218] _uitpraten_. + +[219] Verg. boven de aant. op _Jupiter_. + +[220] _zorgt_. + +[221] (voet-)_zolen_. + +[222] Verkeerdelijk voor _meer_. + +[223] Hier in slechten zin, voor _hoogmoedig_, _overmoedig_. + +[224] _bundel_. + +[225] voor _hoofdhaar_; eerst later werd het uitsluitend gebezigd +voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts +Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande. + +[226] Midden-Egypte. + +[227] Gedoornde d. i. _stekelige_ puisten. + +[228] Voor _een vloed van regendroppels_, + +[229] Rijmshalven voor _eizig_. + +[230] _onbedekt, dor._ + +[231] Anders _altegaâr_. + +[232] voor _de zon_. + +[233] _houdt weg_, _verschuilt_. + +[234] _schittert_. + +[235] Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van _verspringen_. + +236] _vonkt_ (zie vroeger). + +[237] _rijksappel_, als teeken der oppermacht. + +[238] _krijgshaftig_. + +[239] _Neder-Egypte_. + +[240] voor _grafteekenen_ in 't algemeen, hier de Pyramieden. + +[241] _het uitspansel te naderen._ + +[242] voor _uitgespreid_, _uitgebreid_. + +[243] Het Westen, in tegenoverstelling van den _Levant_ (of _Opgang_) +voor 't Oosten. + +[244] _Zuiden_. + +[245] voor _wimpel_, _vaan_, _banier_. + +[246] binnen den kring der stervelingen. + +[247] _voedt_, _onderhoudt_. + +[248] Minder juist voor _afschiet_. + +[249] Thans tot _noch_ (gelijk _ofte_ tot _of_) afgekort. + +[250] Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval. + +[251] _den heer te spelen_. + +[252] _op zijn minst_. + +[253] Hebreeuwsche naam voor Egypte. + +[254] Hier in goeden zin: _grootsch_, _edelaardig_. + +[255] _niet_. + +[256] Thans _te vermaken_. + +[257] met _duren_ eede. + +[258] voor _vlijt_, dat toen nog zoo uitgesproken werd. + +[259] Versta: _daarheen_, _van waar_. + +[260] Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor _reus_. + +[261] _vochtige_. + +[262] voor u. + +[263] _bedelbrokken_ of liever _benden_. + +[264] _keuken_. + +[265] _kraanvogels_. + +[266] _Te gast te gaan_. + +[267] Thans _den eik_. + +[268] Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare _van_. + +[269] _Trotsch_, _ontoeganklijk_. + +[270] Thans _om te_. + +[271] Verkeerdelijk voor _omvlochten_. + +[272] _naauwlijks_. + +[273] _afgemeten_. + +[274] _gewelven_. + +[275] _middelpunt_. + +[276] voor _strafzwaard_. + +[277] Thans _uwsweegs_, sedert _straat_ in den meer bepaalden zin +van _bestraten weg_ (_via strata_) gebezigd wordt. + +[278] _allerlaagsten_. + +[279] Fransche _offrande_, en dus verkeerdelijk +meestal _offerhand_ geschreven. + +[280] Thans _veroorlooft_. + +[281] _verzacht het_. + +[282] _ontbloote_, _zichtbare_. + +3[283] Thans _wordt_. + +[284] _wegneemt_. + +[285] Thans tot _en_ verkort. + +[286] _wijselijk_. + +[287] Germ. voor _verwen_. + +[288] _vrijwaren_. + +[289] Voor _doorklieft_. + +[290] _onderwijl_. + +[291] Thans _zich_. + +[292] _aan 't spit braden_. + +[293] _zuur_. + +[294] _gereed_. + +2[295] Thans _maan_. + +[296] _verbijsterd_ (verg. 't Hoogd. _verrückt_). + +[297] Voor _terwijl_. + +[298] _luchtige_, _vlugge_. + +[299] Minder gelukkig voor _met getakte hoornen_. + +[300] Verwarring van konijnen en hazen. + +[301] de golven van Thetys, d. i. de zee. + +[302] _klaarlijk_. + +[303] den reidans opent. + +[304] Thans _spreidt_. + +[305] Anders _flambouw_ +('t Fransch _flambeau_), gelijk _bureel_ van _bureau_. + +[306] Neder-Egypte. + +[307] _overschaduwen_. + +[308] Thans _dien_. + +[309] Thans tot _morgenzon_ geslonken. + +[310] _helderheid te gunnen_. + +[311] _bespreid_. + +[312] De Grieksche Wraakgodinnen. + +[313] De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt. + +[314] Voor _sterren_. + +[315] _gedraaid_. + +[316] _gouden lokken_. + +[317] Thans _onttrokt aan_. + +[318] Voor _gestarnte_. + +[319] _verraderlijk_ (als een "dief" in den nacht ons besluipende). + +[320] De bekende rivieren der oude wereld. + +[321] Rijmshalven voor _schadelijk_. + +[322] _oorlogsmaagd_. + +[323] Thans _wapenen_. + +[324] _streng_, _wreed_. + +[325] Thans _zoo_. + +[326] Rijmshalven voor _het loof_ of _lover_. + +[327] Thans voor het Fr. _fluit_ verouderd (verg. echter nog ons +_pijper_). + +[328] _ommekring_. + +[329] Voor de _beesten van 't veld_. + +[330] _dicht bewassen_. + +[331] Anders _verloor_. + +[332] Voor _ouderdom_. + +[333] Naar zijn eigenlijke beteekenis van _vorm_. + +[334] _gilde_. + +[335] _bovenal_. + +[336] _overtrokken_, _overschaduwd_. + +[337] Gallicisme voor _graf_. + +[338] _erfgenaam_, 't Fr. _hoir_. + +[339] Van _ijs_. + +[340] _gestalte_. + +[341] Thans _eener zon_. + +[342] _bliksemflits_. + +[343] Thans _te_. + +[344] Thans in verlengden vorm _vertoont_ (d.i. _vertoogent_). + +[345] _toorts_. + +[346] _vonkt_. + +[347] Voor _zoo en_ (d.i. _niet_). + +[348] _doorboorden_. + +[349] Rijmshalven maar verkeerdelijk voor _gedocht_. + +[350] _vergetelheid_. + +[351] Voor _vlijmen_, of liever _vlijmend zwaard_. + +[352] _laat vrij_. + +[353] _Laat ze vlugten, trekken, reizen enz_. + +[354] Voor _be-ijzeld_. + +[355] Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht +tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang _ig_ +in 't algemeen te velde getrokken. + +[356] Gelijk meer als _zal_ (verg. ook 't Eng. _to will_). + +[357] _weldra_. + +[358] _in persoon_ (verg. echter aant. [355]). + +[359] Verkeerdelijk voor _van den Oceaan_. + +[360] Thans _maakt u_. + +[361] _weggevaagd_ (zie vroeger). + +[362] Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor +_menschelijke treden_. + +[363] _draai_, _ommezwaai_. + +[364] _vergolden_, _betaald_. + +[365] Voor _dubbel_. + +[366] Thans _worden_. + +[367] _arm_. + +[368] Thans _om te_, _tot_. + +[369] D.i. den _moed_. + +[370] D.i. _de legerknechten_ (als die de wapens hunner vijanden +vermeesteren). + +[371] _weifelen_. + +[372] _oorloogt_, _strijdt_. + +[373] Thans _werpt_ (even als, omgekeerd, thans _wordt_ voor 't +vroegere _werd_). + +[374] _In korten tijd_. + +[375] Voor _gezwind_. + +[376] _laat_. + +[377] Rijmshalven voor _beroemen_. + +[378] _kregel_, _wrevelig_. + +[379] _bejammerd_ (nam. door de Egyptenaren). + +[380] Hoogd. voor _spoedig_. + +[381] Thans _dien_. + +[382] Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem +zijn hartstocht _verleidde_. + +[383] Thans _zelf_. + +[384] _'thelpt niet_. + +[385] voor _onbedacht_. + +[386] Hier voor _schaar_. + +[387] _werpe_. + +[388] _golvend_, _drijvend_. + +[389] _stugge_, _harde_ (gelijk nog in Overijsel _stoer_; verg. +ook ons _stuursch_). + +[390] _wankel-_, _kleinmoedig_. + +[391] Thans _hoop_. + +[392] In 't _midden_. + +[393] _lager_. + +[394] _tegen den aard_. + +[395] _Dwars overtrekken_. + +[396] _op den duur_. + +[397] Minder juist voor _diepgaande_, tot op 't grondelooze toe. + +[398] D. i. _van de zee_. + +[399] _boos_, _verraderlijk_. + +[400] _zakt_. + +[401] Thans _eindlijk_. + +[402] Thans veelal verkeerdelijk _ijselijk_. + +[403] _vloeyend tal_. + +[404] Rijmshalven voor _klimmen_. + +[405] Voor _snellende_. + +[406] Thans _dollen_, _woedenden_. + +[407] _wien_, _tegen wien_. + +[408] _geeft om_. + +[409] _dwarsch_, _stuursch_. + +[410] _vochtig gewoel_ voor _'t gewoel der golven_. + +[411] _binnen zoo korten tijd_. + +[412] Voor _meest onvervalschte_. + +[413] _goedgunstig_. + +[414] _ruw_, _woest_. + +[415] Voor _krijgswapens_. + +[416] Thans _meê_. + +[417] trompet. + +[418] _voorstaat_, _beschermt_. + +[419] Voor _met zijn schaduw overdekt_. + +[420] _genieten_ (verg. nog ons _órberen_). + +[421] Thans _om te_; verg. vroeger. + +[422] Voor _breed_. + +[423] Versta: _treurend slaakte_. + +[424] Voor _gesternte_. + +[425] Voor _teeken van dankbaarheid_. + +[426] Thans _niets_. + +[427] Thans _bron_. + +[428] Tweeden naamvalsuitgang, thans _oprechte_. + +[429] _heeft het_. + +[430] Voor _gebouwd_. + +[431] _geheime raad_. + +[432] Namelijk _het offer_. + +[433] Minder gelukkig voor _gedenken_, _mij herinneren_. + +[434] Rijmshalven voor _verdiensten_. + +[435] Voor _doet versagen_. + +[436] _trotschen_. + +[437] _Behooren_. + +[438] _straalt_; verg. reeds herhaaldelijk vroeger. + +[439] Thans _bezwijkt_, _zwicht_. + +[440] Rijmshalven voor _melden_. + +[441] Voor _verweren_, _beschermen_. + +[442] _alleen_ (verg. 't hoogd. _bloss_). + +[443] Latinisme voor _nadat onze boeyen gebroken zijn_. + +[444] Maatshalven voor _gekregen_. + +[445] Thans _de Jordaan_. + +[446] Thans _zich_. + +[447] Rijmshalven als stopwoord gebezigd. + +[448] Voor _kleed_. + +[449] _voordeel_. + +[450] _vochtig_ en daarom _vaardig_. + +[451] _ontsluit_. + +[452] ladder. + +[453] _snijdend_, _fel_. + +[454] _bron-aâr_. + +[455] _aarde_. + +[456] _Uit levendige gunst_; de leus der oude Rederijkers kamer te +Amsterdam. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van den Vondel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + +***** This file should be named 30473-0.txt or 30473-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/0/4/7/30473/ + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/30473-0.zip b/old/30473-0.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9f5c2ea --- /dev/null +++ b/old/30473-0.zip diff --git a/old/30473-8.txt b/old/30473-8.txt new file mode 100644 index 0000000..b2cd1ea --- /dev/null +++ b/old/30473-8.txt @@ -0,0 +1,4602 @@ +The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van den Vondel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De complete werken van Joost van Vondel + Het Pascha + +Author: Joost van den Vondel + +Editor: H.J. Allard + +Release Date: November 14, 2009 [EBook #30473] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + + + + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + + + + + + +DE COMPLETE WERKEN + +VAN + +JOOST VAN VONDEL. + + + + +Het Pascha, + +of + +de Verlossing der kinderen Israëls uit Egypte; + + +TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP 'T TOONEEL GESTELD. + + + + + De goede vind' mij goed, + De kwade straf en streng, + Wanneer ik d' een behoed', + En d' ander t' onderbreng'. + + + + +DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN LEZER HEIL EN ZALIGHEID. + + +De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de verdorvenheid des +menschen, en ziende hoe traag vast[1] een ieder was, om langs de trappen +der deugden op te klimmen, en omhoog te stijgen in al hetgene wat +loflijk en heerlijk bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te +steilen berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere +middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en natuurlijk +burgerlijk leven; hetzij door eenige poëtische fabelen en versierde[2] +gedichten, of door andere bekwame regelen en wetten. Dan[3] onder andere +hebben zij voor goed ingezien de manier van eenige oude historiën of +vergeten geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld op +het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig toegemaakte[4] +beelden en personen, levendig uit te drukken en na te bootsen hetgeen +tijd en oudheid, met veel verloopen eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans +uit het geheugen gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig +geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed zijn +belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt, opdat zelfs +plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al hoorende doof en al ziende +blind waren, zonder bril mochten hun feilen als met den vinger +aangewezen, en door sprekende letteren van gesierde figuren getemd en +gezedigd werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij[5] het profijt met +genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat eenigen te kreupel[6] +waren, om te graven naar de kostelijke kleinodiën der leeringen en +geheimenissen, die onder de schors van gedroomde fabelen weggescholen en +verborgen lagen, en hun[7] van gretige zoekers en ijveraars gaarne +wilden laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op een andere +wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is het hun niet genoeg +geweest, ofschoon de boeken van schoone lessen al vervuld waren, en +geheel dik opgehoopt op malkanderen liggende eenen heerlijken winkel +maakten, en of veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen +kunstig gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen, de +voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij hebben ook daarbenevens, +in groote bijzondere schouwplaatsen willen in het openbaar de schatten +der filosofie in den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om +daarna[8] te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen ook den +geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden, en die een +iegelijk als een levende schoonverwige schilderij voor oogen stellen. +Want waarbij mag het geheele tafereel of theater dezer wereld beter +vergeleken worden, als[9] bij een groot openbaar tooneel, daar vast een +ieder gedurende den handwijlschen[10] tijd van zijn vliênde leven, zijn +eigen rol en personagië speelt. De een vertoogt[11] zich daarop als +koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter of rijksstaf, +veel koninkrijken en landen te gebieden en te beheerschen, met een +gouden kroon zijn koninglijk hoofd om te drukken[12], en bekleed met een +glansig luisterende[13] purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon, +voor wiens majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en +nedervallen. Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw gehelmd +steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene hand een tweesnijdend +zwaard, in de andere een gevelde speer, rijdt alzoo midden onder de +vijanden, ontziende noch leven noch dood, om met tien duizend Trofeën +triumfelijk weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen +helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid te hebben. +Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt van liefde, en doet met zijn +beweeglijke klachten alsins den schallenden echo in 't holle gewelf van +Veneris[14] tempel wedergalmen. Die berijdt den woesten Oceaan met een +gevleugeld paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen, noch +Syrten[15], noch klippen, noch diepe afgronden, om van het Oosten in het +Westen te geraken. Een ander beploegt met een paar jok-ossen den rug van +onzer aller moeder, om te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen +zijner vruchten toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den +anderen in een ander[16] bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd, en eer +den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft, moeten zij alle met +den wijzen man roepen, dat alles niet anders is dan "Al ijdelheid, Al +ijdelheid," en worden alzoo door onverwachte dood, eer zij hun zelven +hebben recht leeren kennen, van het tooneel des aardbodems achter de +gordijne weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen en den +zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken en den zwakken, de +een den ander gelijk; zoodat met recht over deze onze ijdelheid +Heraclitus schreit, Democritus lacht, en Timon zich voor de menschen als +voor eenen vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere +wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus aangemerkt zijnde, +kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de oude wijze Heidenen met deze +manier van doen hebben willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te +vergeefs zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal +durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoniën en uiterlijke +diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten, nieuwe maanden, en al +hetgene Aärons priesterschap en den tempel met alle zijn sieraden, +gereedschappen, en toerustingen aankleeft, zoo ook het regiment[17] van +het rijk Israëls;--wie zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles +iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in den +toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen dezen allerheiligsten +Hoogepriester en Koning aller koningen kwam, toen hadden alle wettelijke +letterlijke priesteren en koningen Judae hun rol volspeeld en +uitgediend: want in Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren +op. Ja, de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze +Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch, die onder de +moordenaars gevallen was; van den verloren zoon, die al zijns vaders +goed onnuttelijk verkwist had; van den rijken man, die met purper en +kostelijk lijnwaad bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat +zijn het anders, als naakte Comediën en Tragediën, om daarmede te leeren +die menschen, dewelke op geen andere manier de verborgen mysteriën van +het Rijk der Hemelen verstaan kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der +Koningen: daar eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en +troosteloos, in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David, +gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw dunkt; daar eenen +verwonnen Zedekia gevankelijk naar Babyloniën gevoerd werd; daar eenen +tirannischen Nebukadnezar Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en +tot eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van den H. Geest +tot leerachtige[18] voorbeelden (als op de _scena_[19]) voorgedragen +werden: zoo hebben wij voorhenen deze Tragi-Comedie voor eens ieders +oogen willen op de stellagië[20] openlijk vertoonen. En alzoo wij +bevonden hebben, dat vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest +zijn, om hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij +het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb ik, ten +ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve (hoewel het gering +is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan heb, nochtans groot en +gewichtig van stoffe) door openbaren druk een iegelijk gemeen te maken: +te meer, omdat het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer +gekrenkt, en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd werd. +Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid gelezen worde, dat het +gedije tot prijs van den heiligen en gebenedijden name Gods, en dat, +door het overdenken van deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de +droeve Tragedie of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag +nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen. + +In Amstelredam, 1612, den 29en Maart. + + + Den al uwen + J. VAN VONDELEN. + + + + +Epistre + + +A MONSEIGNEUR + +IEAN MICHIELS VAERLAER[21], + + + MON SINGULIER AMY. + + L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse, + L'Attique miel sucré, la mine precieuse + De la riche Peru, les perles, les tresors + Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords, + Ne pouvant presenter à vostre Seigneurie, + Ie vien l'Avant-coureur de mienne Poësie + Sacrer à ton honneur, en toute humilité, + La printaniere fleur de mon aage doré. + Ma Muse rit desia, se voyant amiable + Dessoubs l'ombre d'vn tel Mecæne favorable, + Qui, fuyant le pavé des ruës, va les champs + Presser de ses talons: qui l'aage de son temps + Loing, loing hors l'emmuré d'vne Cité redouble, + Laissant des Citadins la peupuleuse trouble: + Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant + Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant, + Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire + Changer son libre estat pour vn plus grand Empire. + O trois fois bienheureux (a autre fois chanté + Horace et le Gascon Du Bartas renommé) + O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature + Fleurir parmy les champs en eternel verdure! + Le maniement joyeux d'vn verd sion enté + Le lustre passe d'vn royal sceptre emperlé, + Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage, + Les doux tirelirants Rossignols en ramage, + Surpassent l'orgueilleux couronnement royal, + Et le chant mesuré des Chantres musical. + Si tost que le Soleil va peindre de dix milles + Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles, + Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs + Aurore distiller les agreables pleurs, + Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire, + Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire, + Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter, + Le sueux Laboureur la terre cultiver, + Et richement semer la nouvelle semence, + Pour moissonner apres les fruicts en abondance. + Le chaleureux Esté (qui brusle tout vermeil) + Luy monstre les espics, la vertu du Soleil + Luy monstre le coral des cramoisins cerises, + Et l'Automne a couvert de mille friandises + Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin, + Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin. + Or estant de tous biens richement couronnée + Il sent desia en l'air les aisles de Borée. + He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en liberté + Parmy les champs feconds, en toute seureté, + De talonner les pas de nostres premiers Peres, + Loing, loing laissant à dos les passions severes, + Fuyant le bruict mondain l ô, doux et sainct repos! + Qui de cupiditez n'as point chargé le dos, + Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune, + Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune, + Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor, + Et ton bien souverain: qui pour argent ni or + Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles, + Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles, + Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti, + Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli. + Durant l'aage doré que nos premiers Ancestres + Faisoint profession des ouvrages champestres, + Astrée florissoit, et la terre à chascun + Estoit avec ses fruicts en partage commun, + Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage + D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage + N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez, + Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez, + Neptune n'eust le dos ni ses ondes salées + Chargées de cent vaisseaux, car du fruict des vallées + Chascun se contentoit, et vivoit à Cerès, + Laquelle abondamment leur provida assez. + O celeste labeur! qui dans ton front empraincte + Portez la saincte loy, la justice, et la craincte + Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux, + Noë, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux + Semble oreillier au son de sa harpe dorée, + Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briarée. + Combien d'années les Romains sont sagement + Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant + La terre ont cultivé, je laisse vn Tite Live + Historier dessus de Tyberique rive. + Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys, + Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx, + Qui ont abandonnez leur Couronne invincible, + Pour vivre bien contents parmy le champ paisible; + Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit, + Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit. + La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres, + Et qui diligemment ont feuilletté les livres + Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retiré, + Laissant arriere loing l'humaine vanité. + Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses + Se plaist d'entre le son des douces cornemuses + Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux + Lesquels tous-jours croissant vont menaçant les Cieux. + Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame + Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame + Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement + Accompaigne tous-jours ton hault entendement, + Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre + Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre + Presenter obstiné, qui ses derniers sanglots + Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots: + Souffrez que je despein icy la delivrance + Des enfans d'Israël, d'Abram juste semence, + Afin que par Zoyle au visage effronté + Les fleurs de mon printemps ne soyent violé. + C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle! + Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle + Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va, + Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina, + Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nuës, + Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornuës: + Recevez doncq ces vers, ces vers qu'à ton honneur + Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur. + De vostre Seigneurie le tres-affectionné + I. V. V. + + + + +KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE: + + +Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den +berg Horeb of Sinaï, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels +uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en +verlosser over het Huis van Israël. Mozes ontschuldigt zich om zijne +onbekwame tong, dies verzelt hem[22] de Heer met zijnen broeder, den +schoontaligen en priesterlijken Aäron. Deze twee gebroeders, als +gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan +den koning Farao, met bevesting[23] van het eerste wonderteeken, hun +slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het +ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als +door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebreën meerder als voor +henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van +zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten[24]. Doch +de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot +grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger, +ruiters, paarden en wagenen, de Israëlieten achterhaalt aan het Roode +meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het +geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel +eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een +spiegel voor oogen stelt. De Israëlieten verlost loven (over hun +triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen. +Luistert toe, enz. + + + +BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL. + + GOD DE HEERE + + MOZES, AARON, KORACH, } De Oudsten der Hebreën. + JOZUA en KALEB } + + FARAO, de Koning. + + TIFUS, } Droom-bedieders en Toovenaars. + SERAX, } + + ALBINUS, Veld-hoofdman met zijn Heir-leger. + + De Rei der Egyptenaren. + + De Rei der Israëlieten. + + FAMA, of 't vliegende Gerucht. + + KOOR, de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel. + + + + +EERSTE DEEL. + + + MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt: + + Weidt hier, mijn beestiaal[25]! weidt hier, mijn tierig vee! + Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee! + Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig, + 't Lacht hier doch altemaal, zoetrokig[26] en couleurig, + Nu wauwelt[27] zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt[28], + Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt: + Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder, + Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder, + De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd) + Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen[29], zwermt; + Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken, + Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken; + Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld, + Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt. + Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten! + Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten; + Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon, + Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon! + Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken, + Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken, + Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd[30], + Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt[31], + Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten, + Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten, + Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof, + Als al de lekkernij van 't koninklijke hof: + Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten[32], + 't Is wederom vermengd met zorgen en onrusten, + Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed, + En morgen toegerust met wapens dol en wreed, + Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen, + En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen[33], + Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard, + 't Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard. + Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen, + Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen. + Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad + Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat. + Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden, + En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen: + Abel en Abraham, Izak en Jakob mild[34] + Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild; + Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker, + Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker; + Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen, + Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen, + Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren, + Doch meer dwingt mij de nood als[35] hertelijk begeeren. + 't Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl[36] + Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl: + Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven, + En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven! + Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst, + Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst + Beteekent[37] t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd, + Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd: + Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt, + De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed; + De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen, + De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen, + Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla, + En elk Inwoonder hoort den Scepter even na, + D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden, + Zoo hoort 't Rijk op[38] te staan, om iegelijk te voeden: + Maar Israël, helaas! gaat op een dorre heid', + Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt, + D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren, + Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren: + De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,[39] + Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust: + Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel, + Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel, + De Israëlieten drukt: zijn wedersnijdig[40] staal + Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal, + En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel, + Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel. + Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf! + Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf: + En of zij schoon[41] met graan al Memfis' zolders vullen + Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen. + Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept! + Gij graaft om elke stad een grondelooze diept, + Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen + Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen, + En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg, + En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg, + Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert[42], + En 't manenzilver[43] met zijn gulden trots verduistert, + Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal, + En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al: + Noch razet[44] den tiran, Egypten leît[45] ten woesten, + En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten. + Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot + Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot + Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten + Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten + In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht + Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht, + Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide, + Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide, + Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman + Vervloekte ploeg, en zein[46], dorschvlegel, eg en wan, + Toen 't heele Ceresgild[47] schier niet dan stroo en stoppel + In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel: + Toen loech[48] elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld, + Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld, + Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen + Op iegelijken[49] wierp, en niemand heeft onttogen + De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein, + Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein[50]. + O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren[51] + De wolven, die nu 't schaap van Israël verscheuren; + Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond, + Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond: + Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven, + En langen tijd met hun vóór onzen tijd begraven! + Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert. + Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd, + Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig + Beklijft, als[52] 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig, + Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen, + Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen: + Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije + t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije? + O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook + Van onz' altaren, als een liefelijken rook, + Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen + Zal u den wierook van ons heilige offeranden + Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds, + Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds, + Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen, + Die overheeren zal den trots van u vijanden; + Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht + De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht: + Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden, + Wascht ons weer in de borne[53] en vloed uwer genaden! + Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart, + Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart: + Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen, + Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen: + Wij zijn Dijn handen werk..... + + +(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.) + + MOZES. + + Aanschouwt dat heerlijk licht! + Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht! + 't Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken[54] en te gloeyen, + Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen. + Ik wil mij derwaarts spoên. + + GOD. + + Zacht, Mozes! Mozes, beidt! + + MOZES. + + Hier ben ik. + + GOD. + + 't Is hier van mijn tegenwoordigheid + Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten, + Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten. + 't Bosch, dat hier branden schijnt[55], en niet en wordt verteerd, + Daarmede is Israël naakt af gefigureerd: + 't Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk + De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk, + En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud, + Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt, + Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen + Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen. + Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt, + Waarvoren zich[56]. + + MOZES. + + Amy! waar zal ik vliên, in klippen of in kuilen? + + GOD. + + Ik was, Ik ben, Ik blijf. + + MOZES. + + Waar zal ik mij verschuilen? + + GOD. + + Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank, + En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank[57], + Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde, + Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde + Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk + Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk: + De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen, + Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen; + Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee + En groot heerleger met mijn vleugelen bespreê[58], + Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen, + Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open, + Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord, + Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord! + Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden, + Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden, + Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt + Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt! + Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig[59], + Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig; + In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan + Heur hoornen spieglen in de glazige[60] Jordaan; + Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven + Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven, + Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots, + Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods; + Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen, + En zag op 't altaar-plat alreê ten hemel stralen, + (Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed) + 't Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed; + Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente, + Alreê begraven had zijn vleesch en zijn gebeente; + Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht[61], + En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht; + Daar zijnen zoon Izak en Jakob, beî te gader, + Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader; + In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd + Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd. + Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen; + De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen. + + MOZES. + + Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak. + + GOD. + + Hij maakt u machtig, die[62] nooit sterkheid en ontbrak; + En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig, + Doet mij op dezen berg een offerande heilig + Van liefelijken reuk. + + MOZES. + + O God gebenedijd! + Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt + Die mij gezonden hebt? + + GOD. + + Jehova, God almachtig, + Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig: + Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt + Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet: + Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt + Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld; + Ik ben de Heere zelf. + + MOZES. + + De vonk van hun geloof + Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof. + + GOD. + + Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder; + Wat hebt gij in uw hand? + + MOZES. + + Een staf. + + GOD. + + Wel, werpt hem neder. + + MOZES. + + Wat kronkelt hier alreê? hier wemelt, krolt[63] en drilt + Een slange, die mij in de hielen bijten wilt[64]: + O Heere, staat mij bij! + + GOD. + + Wel, grijpt den krommen worme. + + MOZES. + + Dit 's mijnen zelfden staf, weêr in zijn eerste vorme: + O, Heere wonderbaar! + + GOD. + + Opdat u niets ontbreekt, + Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt, + En trekt ze weder uit. + + MOZES. + + Mijn hand is stijf en kromme, + Melaatsch, gelijk de sneeuw. + + GOD. + + Wel, drukt nu weder omme + Uw ongeloovig hart. + + MOZES. + + Ze is zuiver, rein en klaar. + + GOD. + + Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar, + Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert[65], + 't Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd. + + MOZES. + + Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam, + Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam; + Kiest elders een gezant. + + GOD. + + Zal mij dan iets ontbreken? + Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken, + Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt[66], + En al wat in 't begrijp[67] van nat of drooge krielt, + 't Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret, + En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret, + 't Viervoetig veldsch[68] gediert', 't geboomte, dat gekromd + Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt: + Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore + Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore? + Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald, + Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt; + Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig? + Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig; + En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet + Om uw hardnekkigheid;--wat dunkt u, kan ik niet + Gebruiken nevens u, voor Israël en Faron, + De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron? + + MOZES. + + Of[69] Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot? + + GOD. + + Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God + Zijt gij van mij gezalfd. + + MOZES. + + En blijft hij onbewogen? + + GOD. + + Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen; + Mijn pijlen hangen reê gescherpt in mijnen tros[70], + En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los. + + MOZES. + + En of mijn haters mij nog in Egypte vonden? + + GOD. + De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden: + Dus spoedt u. + + MOZES. + + Op uw woord zal ik mij henenspoên, + Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen, + Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen, + Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen, + Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd[71]: + Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd? + + + KORACH, JOZUA, EN KALEB. + + KORACH. + + Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen? + Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen? + Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud, + Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd? + Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen + Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen? + Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild + Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt[72]? + Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig? + Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig? + O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond + En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond + Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken: + Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken? + Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen, + Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen, + Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk, + Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk, + Afgodisch aangebeèn, noch zichtbaar beeldtenis; + In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis + Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen. + Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen; + Wij hebben[73] nimmermeer voor Isis onbezield, + De Egypter afgodin, devotelijk geknield; + Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid + Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid. + Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos, + Gij kent onz' zwakheid teêr, en onz' nature broos, + Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen, + Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen; + Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt, + Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'. + Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit[74], + Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid[74], + Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet, + Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet! + Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen + Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen, + Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit, + Die van den witten[75] dag den draaiboom open sluit, + Met dat zij hare vlucht[76] gaat in den wagen spannen, + Zoo spant terstond in 't juk de Israëlietsche mannen + De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep[77], + Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep, + Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten, + Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten. + Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid, + Ons wordt naauw spijze en drank om[78] leven bij geleid. + Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten, + Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten: + Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt[79], + En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd: + Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig, + Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig, + Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog, + Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat[81] oog! + 't Is onbestendig al: het planten en het zaayen + Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen, + Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om, + Nu scheert men weêr de vrucht met eene zeisen krom, + Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig, + Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig[82], + Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs, + De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs; + Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij neêr in 't Westen, + Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten, + De mane die heur[83] nu in volle rondte stelt, + En weder heuren glans en zilverschijn versmelt; + Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen, + Met de elementen steeds veranderen en keeren: + Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool, + Die staâg uit een klimaat blijft pinken[84] als een kool. + Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme + Door wispelturigheid? + + JOZUA. + + Neen, God, als een kolomme + En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond. + + KORACH. + + Is hij 't niet die hem[83] aan onz' vaderen verbond? + + JOZUA. + + Door onz' misdaden is dit zegel weêr gebroken. + + KORACH. + + Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken, + Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid, + Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegezeîd, + Noch geen Egypteland, maar Kanaän vruchtbarig, + Noch geen gehoornden[85] Nijl, maar een Jordane barig[86]. + + KALEB. + + Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld. + + KORACH. + + En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld? + + KALEB. + + Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen. + + KORACH. + + Wat heugenis[87] is 't ons, als onze tijd gaat springen[88]? + + KALEB. + + Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft. + + KORACH. + + Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft? + + JOZUA. + + God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden. + + KORACH. + + Waaruit bewijst gij dat? + + JOZUA. + + God bindt hem[83] aan geen kwaden. + + KORACH. + + Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard? + + JOZUA. + + 't Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart, + In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden, + In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden: + Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult + Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld: + Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen, + De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen + Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt, + Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt, + Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren, + Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren. + + KORACH. + + Wat staat ons dan te doen? + + JOZUA. + + Tot boete zijn bereid + Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid, + Misschien (wij mogen[89] toch zijn wijsheid niet begrijpen), + Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen + De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd; + God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft + Weet hij te voren wel. + + KORACH. + + Behoudens uw propoosten[90], + Beproeving, schijnt[91] nochtans, den mensche leidt ten boosten. + + JOZUA. + + O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd[92], + Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd; + Dat hij ons van hem[93] werpt geschiedt maar uit ontfermen; + Om vaderlijken[94] ons te omhelzen met zijn armen: + Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch + Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch. + + KORACH. + + En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze? + + JOZUA. + + De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze + Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis + Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is: + De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven + Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven, + En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot, + Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God: + Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig, + Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig; + Gelijk ons teêre lijf, ellendig, naakt en bloot, + 't Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood; + Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen, + Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden, + Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft, + En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft: + En of ons lichaam schoon[95] in allerlei wellusten + En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten + Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth? + Wat baatten[96] ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot + En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven? + 't Wordt hier toch al op 't lest geëindigd met een sterven: + Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt, + Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt + Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten, + Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten + Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest + Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest. + + KORACH. + + Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig, + + KALEB. + + God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig. + + KORACH. + + Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis. + + JOZUA. + + Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis. + + KORACH. + + Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen? + + JOZUA. + + Hij heeft een geesel nog, waarmeê hij na der zielen[97] + Den mensche harder straft, een onverganklijk wee; + Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne scheê. + Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren + Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren; + Dus laat ons deze roê, waarmede hij ons driegt[98], + Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt: + Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen, + Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen, + Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand[99] + Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand, + Zij bleven onbeweegd[100], al zagen zij voor oogen + Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen, + Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg, + En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg; + Toen heeft God opgesteld[101] zijn groote waterspuyen[101], + En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen, + De meeren liepen t' zaâm, met alle stroomen droef, + Tot eindelijk een zee den aardenkloot[102] begroef. + + KALEB. + + Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten + Van die van Gomorra en stoute Sodomieten, + Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook, + Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook. + + JOZUA. + + Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken + Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken[103]: + Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur[104] + D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur. + + KORACH. + + 't Is al vergeefs gehoopt. + + JOZUA. + + Vertwijfelt niet in hopen. + + KORACH. + + Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open. + + KALEB. + + Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort, + Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort: + Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen + Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden + Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam + Tot eenig instrument den ouden Abraham, + Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken, + Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken: + Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan, + Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan, + Zijn vijanden aangreep, die alreê met versagen + De grootste kapitein had in de vlucht geslagen; + Wie niet ontvlieden mocht[105], viel in zijn eigen zwaard. + Aldus verloste d' een' den andren broeder waard, + Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel; + Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel. + + KORACH. + + Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar. + + JOZUA. + + Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar; + De Heere Zebaoth mocht[105] wel Loths kommer stelpen, + Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen. + + KORACH. + + Waarom en deed hij 't niet? + + JOZUA. + + Maar[106], vraagt gij den waarom? + Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om: + Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren, + Heeft haren tijd bestemd[107], haar dagen en haar uren: + Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait, + Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait: + God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen, + Den akker van ons hart komt door Farao ploegen, + Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel, + Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden eêl; + Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker, + En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker; + Als nu de troebel zon van boven uit de locht + Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht + Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen, + Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen, + Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost, + Gelijk de landman, die op hope van den oogst + Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten: + Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten + + KORACH. + + Gij keeret[108] al in 't best. + + JOZUA. + + Geeft gij ons geen geloof, + Zoo proevet[108] bij u zelv', en achtet geenen roof + Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven, + Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven: + Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd, + Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt[109]. + + KORACH. + + Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten + Ons te verdelgen heel. + + KALEB. + + Gelijk als aan een keten + De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert + Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd + 't Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen + Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen; + Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt, + Die door veel middelen voorzieniglijken werkt: + Den prins van Sinear, den[110] Nemrot, dacht tirannig + Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig + Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert + Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'[111], + En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer[112] + Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer; + Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek. + God leidt de koningen gelijk een waterbeek: + Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken[113], + Hij heerschet[114] t' zamen door zijn wijselijk beschikken + God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt, + 't Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt! + Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken, + En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken + Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal + Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal + Des Goddelijken wils niet even op en wegen. + + KORACH. + + Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen. + + KALEB. + + Waarom? + + KORACH. + + Het goddeloos bestuur van een tiran + (Na uitwijs van uw reên), daar is God oorzaak van. + + KALEB. + + Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen, + Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen[115]. + Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet, + Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt: + 't Leed daar ons Farao met[116] pijnigt ongerichtig + (Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig), + Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed[117] + Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet, + Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig, + Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig[118]. + + KORACH. + + Gij zegt nochtans-- + + + MOZES en AARON. + + MOZES. + + Ontluikt, gelijk een lustdal schoon, + Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon; + + AARON. + + Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten + De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten, + Gij die verlaten scheent. + + KORACH. + + Wie of met vrolijkheid + Ons ongewoon begroet? + + KALEB. + + 't Zijn Amrans zonen beid'. + + JOZUA. + + o Broeders, wellekom! + + MOZES. + + Uw voorhoofd wilt vervrooyen[119]. + + KORACH. + + Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen? + + MOZES. + + Verheft uw droef gelaat, o Israël! en steekt + Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt, + De Heer die is met u, die alle uw ellenden + En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden: + De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf, + Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf, + Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid. + + KORACH. + + Ik denk 't is eenen droom. + + MOZES. + + Neen, broeders! in der waarheid; + Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd' + Met deez' gedoornde mik[120], mijn herderlijke stut[121], + Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig[122] vuur omranden, + 't Welk heel verteeren[123] scheen en t' zamen te verbranden: + Maar even vrolijk loech[124] blaên, bloemen, kruid en loof: + Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof, + De donder van een stem, o wonderlijk spektakel! + Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel, + Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt, + Daarmede is Israël naar 't leven afgebeeld, + Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken; + Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken[125]. + Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut[126], + Driemalen heeft de berg zich bevende verschud: + En als ik niet en wist waar henen te vervluchten, + Met een borstkloppig[127] hart, en met een zwaar verzuchten, + En schier van vreeze lag begraven in het gras, + Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was: + De God JEHOVA zelf, de God van onzen vader, + De Schepper van het al, alleen des levens ader, + De Herder Israëls, die in 't beloofde land + Ons nu vervoeren wil uit Faraonis[128] hand, + Uit al onz' slavernij. + + KORACH. + + En deed hij u geen teeken + Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken, + Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd[129] + Die onder Farao dus lange zijn gekruist[130]? + + MOZES. + + Ja, haddy[131] 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange + Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange, + Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn, + En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn + Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen; + Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen, + Azurig luisterde[132] haar vel, en in mijn oog + Geleek[133] de slang die onz' voorouderen bedroog + In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde[134], + De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde[134]: + Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet[135], + Was 't weêr dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet: + 't En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen + Mijn hand met lazerij, en heeft ze weêr genezen, + En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein + Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein: + Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig, + U en Farao maar een sterk geloove krachtig + En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed[136], + Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet, + Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning, + Te spreken nevens mij voor Farao, den koning, + En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd + Van zijn verkoren volk. + + KALEB. + + De Heere zij geloofd, + Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen, + En in 't beloofde land bedelven[137] eens onze asschen + In ons voorvaders graf. + + JOZUA. + + Den Heer zij lof en prijs! + + KORACH. + + Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs, + De wreede Farao zal ons niet meer verheeren, + De stamme Juda nu aanvanget te regeeren: + Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat! + Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad, + Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger, + Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger + In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt, + Daar ik in mijnen slaap zoo dik[138] van heb gedroomd: + Ach, lang gewenschte vreugd! + + KALEB. + + Ach, heugelijke tijding! + Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding. + + JOZUA. + + En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd, + Als gij dit hooren zult. + + KORACH. + + Hoe zal dan met geneugt + De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken, + Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken. + + MOZES. + + Gaat, boodschapt den Hebreên hun uitkomst; want in 't hof + Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof. + + KORACH. + + En zoo hij 't u ontzegt? + + AARON. + + 't En mag hem geenszins baten: + Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten. + (_Binnen_.) + + + + _KOOR._ + + Als de zee vast ongestuimig + Stormt, en werpt haar baren schuimig + Naar den hemel al verbaasd, + Als de schipper hoort de buyen + Van den Noord-wind 't strand doorluyen, + Is de stilte eerst allernaast. + + Zoo ook God, wanneer hij droeve + Stelt in 't hardste van zijn proeve + 't Mensch'lijk schepsel t' eenemaal, + Is zijn gunste zoo veel nader, + En, gelijk een goedig Vader, + Zoo verzacht hij al hun kwaal. + + Na zijn toornigheid ontsteken[139], + Zal hij weêr zijn pijlen breken, + En na zijn kastijding schier[140], + Na zijn straffinge weldadig + Werpt hij wederom genadig + Al zijn roeden in het vier. + + Want in droefheid en ellenden + Zal de mensch tot God zich wenden: + Maar in weelde en voorspoed zat + Zal hij wederom vergeten + 's Heeren goedheid ongemeten, + Wijkende van zijnen pad. + + Dat ons God dan proeft ten lesten, + Dienet al tot onzen besten, + Of men 't schoon zoo niet begrijpt: + Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen, + Och! men moet hem wel besnoeyen, + Eer zijn gulden vruchte rijpt. + + Na een bitter sause scheele[141], + Zal de honig onze keele + Smaken zoeter en belust, + En na 't lang gedurig slaven + Ligt de moede zacht begraven + In den schoot van stille rust. + + Die den[142] Hemel meest beminnet, + Dien hij allerliefst bezinnet, + Meest van droefheid werd bespoeld[143]: + 't Moedig paard, dat in den stalle + Is uitmuntig boven alle, + Meest zijns heeren sporen voelt. + + Is 't dan vreemd, dat God de Joden, + In de tranen van veel nooden, + Heeft gewasschen rein en klaar: + Nu de tijd ook is verschenen, + Keert in blijdschap al hun weenen, + Nu is hunnen trooster daar. + + Want God voor veel jaren Mozen[144], + Amrams zone, heeft verkozen + Tot een trooster Israëls: + Ziet eens, hoe hij hem omermde, + Hem omhelsde en beschermde, + Voor Farao's gramschap hels[145]. + + Toen de afgunstigheid de zonen + Jakobs, zonder te verschoonen, + Zwaard en water overgaf; + Toen het moederlijke herte + Jochebeds zag, met veel smerte, + Mozes wieg aan voor zijn graf; + + Toen de moeder heurs zoons leven + Moest de baren overgeven, + Als zij had heur kind gekust; + Toen de moederlijke zorgen + Lagen, met heur kind, geborgen + In het kistjen ongerust. + + Toen zij moest heur zelf verliezen, + Van twee kwaden 't beste kiezen, + Met een droef adieu, te noô[146], + Riep: "ik hope in deze golven + Meer meêdoogen is gedolven + Als in 's konings herte snoô!" + + God, hoe langs hoe goedertierder, + Van dit scheepken was de Stierder + Zelf, met eenen Wester wind, + Die het blies hoe langs hoe lochter[147], + In den schoot van 's konings dochter, + Voor een Engel en geen kind. + + 't Kind, dat zag men weder dorsten + Naar zijn eigen moeders borsten, + 't Wies in alle schoonheid op; + In zijn voorhoofd stond geletterd, + Hoe 't den Farao verpletterd + Nog vertreden zou den kop. + + 't Groeide op in manlijkheden[148], + En, van harte heel besneden + Voor des hofs wellusten, hij + Koos in ballingschap te zwermen, + En den Hebree te beschermen + In zijn droeve slavernij. + + Als hij hierom moest vervluchten, + En in Midians gehuchten, + Weiden 't herderlijke vee: + Als de tijd nu was voor handen, + Dat de Heer zijn offeranden + Eischen zou van den Hebree; + + Zoo verschijnt hem van den Hemel, + Bij Sinaï, 't lichtgeschemel[149] + Van des Heeren heerlijkheid; + God laat hem zijn stemme hooren, + Op dat hij zijn uitverkoren + In het land Kanaan leidt. + + Op dat zij daar, zonder smetten, + Onderhouden zijne wetten, + En hem lieflijk met wyrook + Eenen zoeten reuk toebrengen, + En met bokkenbloed besprengen + Zijn altaren met gesmook[150]; + + Op dat dankbaar, onverholen + (Wijder als tusschen de polen, + 't Hemellicht den nacht beschaamt) + Al zijn groote wonderdaden, + En zijn goedheid vol genaden + Over al mocht zijn befaamd. + + Dat de mensche[151] steeds mocht haken, + Om hier boven te geraken + Daar 't hem alles looft en prijst.-- + Acht het aardsch dan veel geringer + Dan het Hemelsch, daar de vinger + Van zijn zoete wet op wijst. + + + + +TWEEDE DEEL. + + + FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders + en toovenaars, + + FARAO. + + De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?) + Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen, + Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft + De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft, + De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt[152], + En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt. + Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal + 's Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.[153] + De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken[154] + In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken + Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit + Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid + Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten, + Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten; + Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom, + Zijn zorgen werden ijl[155] verkeerd in eenen droom. + Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen + Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen, + In volle wapening en rusting t' eenemaal, + Gelijk wanneer de Moor ontziet[156] mijn bloedig staal. + De hemel was gevaagd[157] blaauw, helder, en azurig, + En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig, + Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch; + Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch, + De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden[158] + Voor 't windelooze weêr een zeil uitspannen wilden, + 't Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor, + En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor, + Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen, + Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen[159], + De sture Boreas begon fluks uit de zee + 't Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree, + De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken, + En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken; + Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag, + Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag, + Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch[160] geflikker + Jupijn van boven wierp, met eiselijk[161] geklikker, + De donder dreunde met een dommelig geklak, + Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak, + Die met zijn gaffel[162] scheen den hemel te beklemmen, + En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen; + De Tritons trompten[163] op hun groote waterschulp, + Dat ieder Palinuur[164] de Goden riep om hulp, + De schepen stegen op genade naar de polen + En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen. + De paarden zagen nu ook d' onweêrs stormen leep[165], + De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep, + Zij vlogen even dol een langdurige wijle, + Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle; + Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom + Schoof op vier raders de beslagen disselboom; + Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte, + Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte: + Wat 's konings koetser[167] of luide riep, + De redelooze vlucht al even zwijmig liep, + Nu bin[168] nu buiten spoor, al zonder weg te peilen[169]; + Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen. + Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet + Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet + Weêrhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen + Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen: + Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog, + Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog, + Tot door het storm geblaas een krokodille strandden[170], + De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen, + Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf + Kubieten[171], oversterk gewapend op het lijf + Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen, + Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen, + Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam + Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam, + Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden[172] vervolgen, + De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen, + Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel, + Tot dat een holligheid den wagen wederhiel, + Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten, + En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte, + Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht, + Met mij stak op het strand de beenen in de locht! + Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden, + Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden. + De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt, + En met zijn Iden[173] als een schaduwe vervliegt); + Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten, + Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten, + En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook + Is voor mijn slaaps gezicht verswenen[174] als de rook: + De pyramiden van de koninklijke graven + Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven + 't Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf! + Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf; + De grootste zerken van de tomben zijn gereten, + En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten, + Isidis[175] heilig beeld, tot voorspel van ons leed, + Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet[176], + Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen! + Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander[177] volgen: + Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart. + + TIFUS. + + De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard. + + SERAX. + + De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen. + + FARAO. + + Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen? + + TIFUS. + + Gansch niet[178], grootmogend vorst! + + FARAO. + + Nochtans de droom bediedt + En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt. + + TIFUS. + + Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden, + En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden; + Ten anderen profeetsch voorloopers, diens[179] gebaar + De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar; + Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen, + Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen: + Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis, + Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is, + Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen. + + SERAX. + + Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen, + Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd, + En acht[180] wij werden[181] van de Goden dus gedreigd, + Omdat wij zuimig[182] zijn, en werden[181] langs[183] hoe sloffer + In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer, + Om de andre Goden straf t' ontslaan[184] en maken kwijt + Op den altaren, die den priesters toegewijd, + Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken, + Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken, + Opdat de Hemel (die ons dreigen[185] schijnt met wee) + Zijn staal mog wederom bekleeden metter scheê, + En de offeranden als een zoeten reuk ontvange, + Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen + Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning weêr[186] + Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer + Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren[187], + Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren; + Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht + Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht[188] + Werd op den ouden voet-- + + + MOZES en AARON tot FARAO. + + MOZES. + + Groot koning van de stranden + Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen + Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft, + Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd, + Heeft ons gezonden hier. + + FARAO. + + Wiens scepter of wiens kroon is + Ontzienelijker[189] als den rijksstaf Faraonis? + + MOZES. + + 't Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth. + + FARAO. + + Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God? + Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten? + + AARON. + + Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten, + Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout[190] pilaart. + + FARAO. + + Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard. + + AARON. + + Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen. + + FARAO. + + Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen. + + AARON. + + Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht. + + FARAO. + + De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht. + + AARON. + + Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten. + + FARAO. + + Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen: + Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert! + + AARON. + + De God van Abraham op Farao begeert, + Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten + Egypti[191] trekken laat de slaafsche Israëlieten, + Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij + Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij; + Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;-- + Dus oorlooft[192] nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken. + + FARAO. + + Genade, o Jupiter[193]! Wie zijt gij die zoo licht + Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht? + Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel + Saturni[194], dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel: + Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij, + Dwingvolk[195], kroondrager van de grootste heerschappij! + Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven, + Gij hebt uw eigen roê mij in de hand gegeven: + Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt, + Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt, + Het lastig juk verzwaard, de hals hem òverwogen,[196] + En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen, + De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort; + Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt, + En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden, + Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden: + 't Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont, + Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont'; + De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten, + Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten; + Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt, + Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld, + Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen + Te noô laat zijnen heer weêr op den zadel klemmen[197], + Het steigert en het briescht, van weelden ongezond; + Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond, + 't Is best, dat men u weêr deez' ziekte doet uitzweeten, + En voor een vette sop[198] geeft slagen voor uw eten: + Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft, + Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft[199]. + + AARON. + + Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken[200], + Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken; + Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd, + Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert, + Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken + Niet eene pluim[201] en weegt, gelooft ons bij dit teeken, + En looft Israëls God, die u 't geloof versterkt, + En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt: + Geloofdy[202] 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren, + Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren, + De visch versterven zal in der rivieren stank, + Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk. + + SERAX. + + En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave[203], + Om dat hij in een slang verandert uwen stave? + Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche[204], loopt, + En uwe kramerij al elders duur verkoopt, + Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen! + + TIFUS. + + Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen? + Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost? + Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst[205]: + En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig, + Wij zullen 't water ook couleuren[206] gelijkvormig. + + AARON. + + Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt, + Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt, + Uw goochelkunst en is maar forma en figure, + En 't mijne lijfelijk verandert van nature: + Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis + Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is: + Schort[207] dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren, + Die weder dezen staf maakt als hij was te voren. + + FARAO. + + Waar toe dit lang sermoen? preêkt elders al uw best, + En Faraonis eer niet door eens anders kwetst: + Gaat, boodschapt den Hebreên: mijn hand is veel geringer + Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger. + Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht, + Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht: + Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden, + En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden + Tot eenen offerand. De koning is verleid, + Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid + Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren[208], + Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren, + En stellen 't rijk in roer[209], en roepen: "tza, wel aan! + Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan, + Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten? + Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"[210]. + + MOZES. + + Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra + Volgt u alreê, gelijk de schaduw 't lichaam, na, + Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen, + Afgrijselijk men ziet de slinksche[211] bliksems treffen: + Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt! + Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt, + T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen + Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen + Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred + Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet + Haalt fluks de zeilen in! gij moogt[212] hem niet ontslippen: + Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen + Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt, + In 't allerhelschte[213] diep, in 't donkerste gekuilt, + Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken, + Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken[214], + Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd[215] + Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd + Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen[216] + En na het lichaam u zal treden op de hielen + Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf, + Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf + Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning + Uw troetelende[217] macht, die steeds den hoogsten Koning + Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid + Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit + Met een vermomd gelaat. + + FARAO. + + Waar toe dees lange rollen? + + SERAX. + + Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen[218]. + + TIFUS. + + Wat werpt ons Pluto[219] op? + + AARON. + + Volgt tijdelijk den raad + Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat + Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade + De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade! + + FARAO. + + Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt, + En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!-- + Past[220] fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen, + Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen; + Hij heeft zijn planten[221] zwaar op 't aardrijk neêr gezet, + Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet: + Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden: + Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden. + Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw + Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw; + De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer, + En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer: + Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand + Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand; + Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven + Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven: + En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd, + Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft. + (_Binnen_.) + + MOZES. + + Zijn hart is onbeweegd veel grooter[222] dan de rotsen. + + AARON. + + Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen? + + MOZES. + + 't Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop. + + AARON. + + Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop. + + MOZES. + + Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig[223] baffen. + + AARON. + + Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen. + _Binnen_. + + + _KOOR._ + + Steenen Farao! wilt zwichten, + Want zijn schichten + Haalt de Hemel uit den tros[224]: + Pyramiden! wacht uw spitsen + Voor zijn flitsen: + O, daar gaan zijn pijlen los! + + Nylus schreit nu, al bedolven + In zijn golven, + Om de vis, die in zijn kruik + Sterft, om dat de waterbaren + Aldus varen + Bloedig over zijn parruik[225]. + + Vorschen, luizen, wormen krielen, + Waar zijn hielen + Den Egyptenaar verzet: + Heptanomis[226] groot geweste + Ook met peste + Doodelijken is besmet. + + 't Vluchtig vogeltjen, met ijlen, + Van haar pijlen + Onverziens werd achterhaald, + Dat zijn vleugels aan de sterren + Uit ging sperren, + In de baren nederdaalt. + + 't Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten, + En de geiten + Vallen voor den herderstok; + Waar de bouwer ploegt al wakker, + Ziet hij 't akker- + Vee begraven onder 't jok. + + Nu drukt hun de hand des Heeren + Weêr met zeeren, + Met onreinig puist gedoornt[227], + Menschen ende beesten woelen, + En bevoelen + 's Hemels grimmigheid vertoornd. + + Nu drukt hun den æther vierig, + Al wraakgierig, + Met zijn kromme bliksems rood; + Nu laat hij Egypte vallen + Van kristallen + Een diluvie[228] in den schoot. + + Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig, + Met een ijzig[229] + Donders dommelig geklak; + Nu jaagt God met hagels ronden, + Om hun zonden, + Al d' Egypt'naars onder 't dak. + + De Eik en schijnet nu de elzen + Niet t' omhelzen, + De Aarde, droef en onbesproed[230], + Mist haar ranken en haar noppen, + Mist haar knoppen, + En haar groen geschilderd kleed. + + Nu beschaduwt hij hun banen + Met sprinkhanen, + Die voorts rooven t' eenegaâr[231] + Al de vruchten, die zij zaaiden + En afmaaiden, + In den schoot van 't ronde jaar. + + Nu houdt Febus[232] zich gescholen + In de polen, + En vertrekt[233] zijn blonde hoofd; + 't Licht van zijnen gulden wagen + Hij drie dagen + Hunnen horizon berooft. + + Noch blijft deze koning trotse, + Als een rotse, + Die geen golven en ontziet, + Als een klippe die gedurig + Klieft azurig + 't Schuimsel van Neptunus' spriet. + + Want God in zijn stoutheid kriegel, + Tot elks spiegel, + Heeft verstokt zijn steenig hart; + Niet, om met een welbehagen + Hem te jagen + In 's doods strikken al verward; + + Maar om straffen zijn voorleden + Godd'loosheden, + En om Israël bekwaam + Stof te geven, om te zingen + Zonderlingen + De Eer van zijnen heil'gen naam. + + + + +DERDE DEEL. + + + FARAO, de koning. + + Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig; + Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem, + Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem, + Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert, + En een beperlden staf, die heerelijker luistert[234], + Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt, + Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt: + 't Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden, + Die onze zetels doet verschrikken[235] voor zijn treden, + Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch, + Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg, + Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone; + De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone; + Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt, + En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt[236]. + Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet + Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet, + Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit, + Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit. + Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken? + Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken + Op mijne globe[237] zie? Wat baat dat ik alleen + Maak een triumfe van hoovaardige trofeên? + Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren + Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren? + Of dat de Arabier of Moore martiaal[238] + Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal? + Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen), + Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen? + Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en geëerd, + Als deze groote Mars nog boven mij regeert? + O Delta[239], Delta schoon! die met uw graf pilaren, + Met uw Mausolen[240] schijnt de uitbreidselen te nâren[241], + Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet + Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet: + Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen + Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen + Gij een bosschazië maakt van lansen uitgespeerd[242], + Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert? + Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven + De teekens van uw deugd en vromigheid verheven? + Wat baat, of uwen prins met slavernije strang + Zoo vele volken drukt? of dat den[243] Ondergang + Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten, + Of met zijn kroone mij de Middag[244] komt begroeten? + Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm, + Tot eenen chaos kruipt weêr in zijn ouden vorm. + Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel[245] + Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel + In 't sterfelijk begrijp[246], en laat den Hemel staan, + Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan! + Geen koning is hier toch, die om de beste kanse + Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance: + Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop + Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop; + En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen, + Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen: + Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt, + Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild; + En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede, + Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede. + Of gij al schoon d' Hebreên, die mijne scepter drukt, + Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt + 't Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen, + Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen? + Zij raken elders licht in dieper slavernij, + Of onder een gebied van strenger heerschappij. + Gansch Lybiën is woest, daar Atlas stijgt om hooge. + En 't ingezeten volk geneert[247] zich met den boge, + En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild, + Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt[248]. + Gaan zij zich bij den Moor of Etiopiër voegen, + Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen; + Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet, + De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet. + De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten. + Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte[249] Scyten; + Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan + En zal de Filistijn ook geen Hebreên ontvaân. + Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken) + Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken, + Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt. + En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt. + Noch daar de Assyriër der koninklijker[250] staten + Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten, + Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft, + Of de ingezeten is der vreemden overhoofd. + Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning, + Daar ieder burger is, daar ieder is een koning, + Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de scheê, + Diens bodem is gelijk de diepte van de zee, + Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander; + Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander, + En werden zij dan t' zaâm verdrukt in ongeval, + Wat koning is er die hun zake rechten zal? + Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen[251], + Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen + Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid + De willige natuur het akkerveld bereidt, + Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen, + Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen, + Die buiten Farao behoeven al ter nood[252] + Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot. + + + MOZES en AARON tot den koning. + + MOZES. + + Monarche Mitzraïms[253] hoe lang zult gij nog konnen + De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen? + Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat + Israël smoken doet het heilig altaarplat + Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste! + Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste + Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch, + Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods, + Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen + Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen + Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog + Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog + Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten, + Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten + Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout + Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt! + Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden, + Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden + Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief, + Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief, + Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen + Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!" + Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch[254], + Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts + Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen; + En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen + Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed. + + FARAO + + Gij zingt al[255] eenen zang, gelijk de koekoek doet, + En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen, + Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen, + En of mijn Majesteit gedoogde goedertier, + Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier + Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden + Vermaken[256], met het bloed des altaars opgezoden, + Zoudt gij mij zweeren dier[257] te keeren al met vliet[258] + Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet: + Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen? + Zegt, werwaarts hij zich strekt. + + AARON. + + Waaruit[259] wij zijn gekomen: + Het land van Kanaän, recht over de Jordaan, + Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan, + Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen + Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren. + + FARAO. + + Gij 't land van Kanaän verkrijgen in 't bezit? + Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit, + Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden? + Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden: + Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht, + Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht, + Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen, + Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen, + Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst, + En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst; + Daar elk inwoner stout is eenen giges[260] hooge, + En gij, sprinkhanen teêr en musschen in hun ooge! + Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht, + En schildert, op Neptuuns azure golven vocht[261], + Dy[262] 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen: + Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen + Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt + Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt: + Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen + Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen[263]! + Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast, + Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast: + Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken[264], + Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken, + Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen[265]! vliegt u mat, + Om gasten met[266] den vos, die al in schotels plat + De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben + In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben. + Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt, + De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt: + Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken[267] + De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken + Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram, + En, voor dien scepter eêl, van dijnen geitschen ram + De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen, + Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen, + Dan[268] 't Palestijnsche land. + + MOZES. + + Israël onbezorgd + Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt, + Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen + En baat geen preuts[269] gebergt' van opgeworpen wallen, + Noch diepe vesting van een grondelooze zee, + Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der scheê, + Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren + In een slagordening en mochten zich verweeren + Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier + Om[270] strijden, al omvlecht[271] is met den lauwerier. + + FARAO. + + En of 't land openstond van alle Filistijnen, + Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen, + 't Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis, + Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is; + Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om[270] laven, + 't Waar pas[272] een kerkhof om u t' zamen te begraven. + + AARON. + + Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee, + En heeft gecompasseerd[273] den boord van ieder reê, + Die 's hemels vouten[274] schoon te zamen heeft gewrongen, + En 't aardsche centrum[275] zwaar houdt allezins gedrongen, + Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand + Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand + Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken + Als of het aan de macht des Hemels zoû gebreken, + Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid, + Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit + Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer, + En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer[276], + Waar mede hy u dreigt. + + FARAO. + + Rebellen altemaal, + Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal + Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten[277]. + + MOZES. + + Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten. + + FARAO. + + Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebreên + Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten[278] steen + Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven, + Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven! + + AARON. + + Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch! + Als wij gekomen zijn bij Sinaï den berg, + Wij God een offerand[279] van ossen ofte stieren + Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren, + Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij, + Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij; + De palen zijnes wets wy niet en overtreden, + Dus oorloft[280] ons vertrek, en hoort zijn stemme heden! + + FARAO. + + In geenderlei manier. + + MOZES. + + Zoo blijft de straffe hand + Des Heeren over u, en over 't gansche land: + God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen. + + FARAO. + + Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen; + Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontzeîd, + En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid + Hier weêr verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone, + Misraïms edel hof, en bij mijn groote Kroone, + Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld, + Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult. + (_Binnen_.) + + MOZES. + + O diamanten hart! o ijzeren nature! + + AARON. + + Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure, + Den diamant, hoe hard, verzachtet[281] bokkenbloed. + Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed. + + MOZES. + + 't Glas van ons slavernij is niettemin verloopen. + Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open, + Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee, + Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees reê. + _Binnen_. + + + _KOOR._ + + En met heur kromme hoornen naakt[282] + Vast eenen halven cirkel maakt, + Werd[283] den Hebree van druk ontbonden, + En van 't tyrannig jok ontlast: + Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste, + Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste + Met vrolijkheid bereiden vast, + Hun jaar'ge lammerkens zij slachten, + Met dat de schaduw zich uitstrekt + En 'sHemels oog zijn licht vertrekt[284], + Om schuylen inde water-grachten. + + Ziet, hoe zij, met de roode stralen + Van 't zuiver Lams verkoren bloed, + De dorpels ende[285] posten vroed[286], + Van hare poorten vast bemalen[287]: + O heilig klaar ken-teeken! om + Te vrijden[288] al uw eerstgeboren + Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren + Gaat maayen, met een zeissen krom, + Al de eerstelingen vanden Nijle: + Al de eersten, die uit 's moeders schoot + Beschouwden Foebi stralen rood, + Door-schicht[289] hij met een hemel-pijle. + + De Israëlieten rusten twijlen[290] + Hun[291] toe naar 's Heeren wil en eisch. + Om hun[291] te geven op de reis + Van zoo veel stadiën en mijlen: + De lammerkens, die nu gedood + Zijn, zij gaan voor den vure speten[292] + Daarna met bitter sausse op-eten, + Met zurig[293] ongeheveld brood, + Omgord, geschoeid, den staf in handen, + Een ieder vlijtig 't lamken eet + Al staande, als wandel-gasten, reed[294] + Om scheiden van de Nijlsche stranden. + + "Schoon morgen-rood, begint te blozen!" + Zij met verlangen roepen t' zaam; + "Komt, werpt uw stralen aangenaam, + Eens in ons blijdschap over Gozen! + Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht, + Beschaamt den zilver-schijn der manen[295], + En distilleert de pereltranen, + Die van ons wangen rollen vocht, + Niet meer van droefheid als voorhenen, + Maar al van blijdschap en van vreugd, + Om dat den Hebree met geneugt + Zijn zoete vrijheid is verschenen." + + O zoete vrijheid! wat een kroning + Dunkt u den genen, die verrukt[296] + Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt + 't Slaafsch jok van een tirannig koning! + Ofschoon 't wild vogelken met lust + Int korfken tiereliert en fluitert + En inde traly, twijl[297] het tjuitert, + Verdient 't gekochte zaad gerust, + 't Zou liever inde takskens schieten, + En klieven met zijn vlerkskens locht[298] + Den blaauwen hemel, zoo het mocht + Slechts mager zijnen kost genieten. + + Waarom versteekt zich inde stoppels + Der bosschen 't hoorn-getakte[299] hert? + De ranke hind', waarom zoo hard + En snel vlugt zij voor 's jagers koppels? + Waaromme vliedt het schuw konijn + En de achter-lamme[300] bloode hazen, + Die als een schaduw weggeblazen + Zoo fluks in hun zand-holen[300] zijn? + De azuren visschen, waarom duiken + Zij voor 't doorluchtig net zoo ras, + Int diepste van het water-glas, + Int diepste van Thetydis kruiken[301]? + + Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte[302] + Een ieder van naturen wis + Zijn voorhoofd ingeschreven is, + Van dat hij eerst int licht geraakte: + O driemaal eedle vrijheidskroon! + Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet, + Waarom de lieve Hemel vechtet, + Die met zijn vleugelen ten toon + Beschaduwt de Isralietsche benden, + En helpt hen uit 't Egyptisch zand, + Int rijke Palestijnen land, + Uit al hun droefheid en ellenden. + + Twijl Jacob dus van vreugden reyet[303], + De heldre witte dag aanbreekt, + De gulden zonne 't hoofd opsteekt, + Die over Nylus golven spreyet[304] + Het stralig licht van zijn flambeel[305], + Die haast ontdekt, hoe dees Comedie + Rijst uit de bloedige Tragedie + Van Delta's[306] schreyende tooneel, + Daar de oudst-geboren voor hun magen + Op 't bedde liggen koud en stijf, + En laten 't graf hun doode lijf, + Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen. + + + + +VIERDE DEEL. + + + FARAO, REI DER EGYPTENAREN. + + + FARAO. + + Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen + En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen[307], + Hij, die[308] op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit + Deez dubbel groote kroon alreê was toegezeid, + Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders + In de edel schoenen treên: en, Athlas, deze schouders + Ontlasten van den last die mijnen ouden dag + Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag: + Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen[309], + Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen[310], + Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,-- + Den eenen Farao den andr'en is ontroofd! + Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn veêren + Bespreed[311] heeft Tisifone, Alecton, en Megeren[312], + Den Atropos[313], die meer sterflijken heeft ontzield, + Dan Astren[314] dezen nacht om ons hebben gewield[315]: + O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig + Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig[316] + Ter kwader tijd vertrokt van[317] onzen horizont, + Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond + In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen + Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen + Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert[318] + Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart. + O dieftelijke[319] dood! O pest, die ongenadig + Zijt op den boord van Styx of Acheron[320] beschadig[321] + Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd + En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd. + Vervloekt zij dees Belloon[322], die listig in de wapen[323], + Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen + Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf[324] + De slapers in een lijk, hun bedden in een graf. + + + REI DER EGYPTENAREN. + + MAN. + + Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten + Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten, + Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat, + Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat: + Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen, + Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen. + Dus[325] lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort, + En de een op de ander maal den bliksem neêr gestort + Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen + Niet dan een wildernis en doornige woestijnen, + Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed, + Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed; + De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven[326] + Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven, + Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag + De tranen van den dauw te distilleeren plag; + Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels + Den blijden _Echo_ van de zorgelooze vogels, + Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp[327] + In langen niet gehoord is in dit rond begrijp[328], + Het veldsche beestiaal[329] is schielijken gestorven, + Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven, + Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut, + Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput, + Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig[330], + De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig, + De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos + Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos[331]. + + VROUW. + + Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte + De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte + Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws + Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws; + Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen, + Zoo lang de oudheid[332] ons grijsharig zal besneeuwen, + Uit ons gemoed gewischt;-- wij vlogen al verbaasd + Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast; + Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste, + De pols was weg eer elk al bevende noch tastte + Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag, + Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag + In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste + Het wit ivooren beeld, het schepsel[333] van albaste + Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch[334], elk riep terstond + Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond; + Maar ziel en leven was vervlogen met den asem, + Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem, + De rozen waren op de kaakskens al verwelkt, + 't Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt + Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen[335] + Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen + Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!) + En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd[336] + Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren + En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren! + Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood! + Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot + Beschouwden 's Hemels licht;--eilaas! voor al de smerte + En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte + Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest, + Had beter 's moeders buik uw donker tomb[337] geweest: + Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme + Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme! + + MAN. + + Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep, + Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep, + Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven, + De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven, + Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor[338] + Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor, + Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten + Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten. + Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook? + Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook + Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen, + Gelijk een schaâuw verstuift, en ijdel vliegt daar henen: + Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw, + En smelt weêr lichter als een witgevlokte sneeuw, + Of als een ijzen[339] beeld, twelk spoedig overwonnen + Zijn statua[340] verliest met 't stralen eender zonnen[341], + 't Is als een bliksemslicht[342], dat naauw om[343] schijnen poogt + En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt[344], + Een torts[345], die durig schijnt en smeltet al bezweken, + Met dat haar lemmet sparkt[346], met dat zij is ontsteken: + Hoe vliên ons dagen weg, als waren zij gevlerkt! + Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt, + Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren, + Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren. + + VROUW. + + Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef + Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef, + De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder + Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder + Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert + En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert; + Och! waren wij nooit beide uit éénen bloed geronnen, + Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen, + Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet + Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed + Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd; + Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd; + Zoo'n[347] had uw droevig einde, als 't ommers wezen most + Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost. + Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden + Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden[348]? + O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht[349], + Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht? + Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen, + En niet den zachten slaap met Lethes[350] laten stroomen + Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu + Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme[351] hieuw + En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren, + Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren. + Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt, + Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt, + Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten, + Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten. + + MAN. + + Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld, + En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld, + Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen; + Dies bidden wij: verlaat[352] d'Israëlietsche mannen! + Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland, + Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand; + Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen, + En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen. + + FARAO. + + Zij vluchte[353] metter ijl, van daar het morgenrood + Verrijst, tot daar het licht neêrdaalt in Thetys' schoot, + Voor Pluto trekken[353] zij zoo wijd ter Hellen neder, + Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder, + Zij reizen[353] naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld[354] Noord, + Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort, + Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede, + Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede: + 't Weêrspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best + Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest; + Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have, + En worden op het veld een spijze voor de rave, + Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood, + En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot. + (_Binnen_). + + + _De_ REI DER ISRAËLIETEN _zingt_: + + Hebreên! speelt 's Hemels lof + Nu op uw luite schoone, + Adieu, Misraïms hof! + Adieu, Memfidis troone! + + Adieu, Egypten-land! + Adieu, rijksstaf en kroone, + Die Nylus zandig strand + Beheerscht door Faraone. + + Adieu, tyrannig jok, + Adieu, dienstbarig[355] Gozen! + Waar uit de Heer ons trok + Door Aaron en door Mozen. + + Israël wil[356] 't beloofd + Canaän nu gelukken, + Daar Juda zijn voorhoofd + Zal met een kroone drukken. + + Daar Juda, onder 't licht + En 't wankel rond der mane, + Zijn stoel en zetel sticht + Bij 't stroomen der Jordane. + + Gij Filistijnen haast[357], + En gij o Jebuzieten! + Met Amalek verbaasd + Maakt plaats met de Ammonieten. + + De koning Juda komt + Preutsch in uw schoenen treden; + O luistert! hoe hij tromt, + En nadert met zijn schreden. + + Dat dijnen hoogmoed daalt + Voor die zijn rijk wil vesten, + Gelijk den bliksem straalt + Vant Oosten tot den Westen. + + Uw grenzen open sluit + Voor onzen prins personig[358], + En laat tot roof en buit + Uw melk en uwen honig. + + Jordaan, die van den top + Der heuvelen komt bruisschen, + Steekt uw blaauw hoornen op, + En laat uw bobbels ruisschen! + + Golft in d'azuren zee, + Zegt de Oceaansche[359] baren, + Hoe Juda op uw reê + Komt zijnen troon pilaren. + + Sinaï! maak dy[360] reê, + Want op uw hoogte steilig + Wil smoken doen d' Hebreê + Zijn brandofferen heilig. + + Dat Horeb eeuwig staat + Gerezen onder 't maanschijn, + En tuigt wie heeft gedwaad[361] + De tranen van ons aanschijn. + + Mensch-stappen[362] zullen eer + Des hemels cirkel meten, + Dan hunnes konings eer + Israël zal vergeten. + + Den Engel maakt het spoor, + O, laat ons niet verslappen, + Ons leidsliên treden voor, + Wij volgen hunne stappen. + + + FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met + zijn heirleger. + + FARAO. + + Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken, + Mag doen als Farao, en laten henen trekken + De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel[363] + Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel, + Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden + De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden, + De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak + Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak + Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden[364], + Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden, + Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard, + En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard, + Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven + Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven. + Vast hebben dees Hebreên, verdobbeld[365] snoô en valsch, + 't Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals, + Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen + En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen, + Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort, + Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt. + Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen, + Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden + Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden[366] na gedraafd, + En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft, + Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen, + Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen, + En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert + Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd, + Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen + Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen. + Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn? + + HOOFDMAN. + + Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn, + Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme + Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme[367] + Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt: + Gewapend naauwlijks, zij om[368] strijden niet geneigd + En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden + Het half gelaat te biên, ik late staan hun tanden + Te breken met geweld: indien gij dezen rei + Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei + Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen, + Als schaapskudd', die de wolf het herte[369] heeft ontstolen, + Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast + Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd. + + FARAO. + + Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen. + + HOOFDMAN. + + Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen, + En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel, + De wagens toegerust; en 't leger, al geheel + Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden, + Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden. + + FARAO. + + Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet! + De wapenroovers[370] noodt tot 't bloedige banket, + Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken[371], + Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken; + Krijgt[372] onder zijn banier, hij leidt u aan den dans! + Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans. + Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen, + Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen. + (_Binnen_). + + + _KOOR._ + + Die den Hemel derft bekrijgen, + Zal wel voor een wijl opstijgen, + Even als Neptunus' vocht + Worpt[373] zijn baren na de locht, + Die van zelf in korter stonden[374] + Weder vallen in de afgronden, + Of gelijk een vlam gezwimd[375], + Licht op naar den hemel klimt. + Die men wederom zich zelven + In zijn asschen ziet bedelven: + Want de groote goedheid Gods + Latet[376] wel den koning trotsch + Op het hoogste en even dolle + Woeden, doch wanneer hun rolle + Is ten uitersten volspeeld, + Op 't theatrum getoneeld, + En wanneer hij met berommen[377] + Meent ten hoogsten zijn geklommen, + Stoot de godlijke Monarch + Hem afgrijzig van den berg. + Hoe hij was den hemel naarder + Hoe den val hem is te zwaarder, + Hoe hij meerder opwaarts steeg + Hoe hij dieper valt om leeg. + Hoe hij meerder rees verkorseld[378] + Hoe hij platter valt vermorseld. + Dit blijkt aan Farao straf, + Die zoo blind'ling loopt naar 't graf; + Die in 's Heeren straffe tijdig + Blijft verstokt, versteend partijdig, + Daar een ieder roê, als vriend, + Hem tot beteringe dient: + Want de strengheid Gods ten lesten + Iedereen kastijdt ten besten, + En zijn geessel al begrijsd[379] + Op een grooter roede wijst. + Wie dan, in der zonnen luister, + Sluit zijn oogen in het duister, + Wie de aankloppers van 't gemoed + 's Herten deur niet open doet: + Wie zoo vele donderslagen, + Luiden laat voor ijdel vlagen, + Op het onverzienste bald[380] + 's Heeren bliksem overvalt: + Gelijk dezen koning prachtig, + Die[381] geen teekenen aandachtig + Mochten leiden uit den tred + Van zijn obstinaat opzet. + Dies de Heere t' eenenmalen + Hem onttrekt de helder stralen + Van zijn hemelsch aangezicht, + En verduistert hem in 't licht, + In verkeerdheid overgeven, + Tot hij eindelijk gedreven, + Even als een roerloos schip, + Drijft al blind'ling op de klip + Van zijn overgeven boosheid, + Van zijn stoute goddeloosheid, + In den afgrond en 't verleid[382] + Van zijn overgevenheid. + + + + +VIJFDE EN LAATSTE DEEL. + + + FAMA, of 't blazende gerucht. + 't Heer-leger Israëls (dat God zelfs[383] had geleid + Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid, + Dat God 's voorging in een vierige colomme + En 's daags in eene wolk) Farao wederomme + Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer + Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer, + Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen, + Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen, + In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt[384], + Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt, + Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren, + Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen: + Ha, Amrams zonen snoô! die ons zoo onbedocht[385] + Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht: + O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven, + Eer in Egypteland gestorven en begraven: + Verraders van den rei[386] en 't leger der Hebreên, + Een ieder wreek' zich zelf en worp'[387] den eersten steen! + Gelijk de reizigers (als in de azure golven + Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven + Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft, + En 't golvig driftig[388] hout met groene baren treft) + Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure[389] winden + Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden: + De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood + Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot + Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven + Ontijdelijk hij moet den baren overgeven, + Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust, + Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;-- + Zoo ook in dezen storm de Israëlietsche hoeders + Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders, + En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft, + Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft, + 't Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker[390], + Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen[391] anker + Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan + Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean: + Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede, + En slaat, met zijne doode en levendige roede, + Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur, + En wederzijden maakt een roô robijnen muur, + Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel + Zoo wijd, dat midden[392] blijft een guldig zand-plaveisel, + Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsliên voor + 't Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor. + O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken + Israël, die zoo haast een plaatse vindt om wijken, + Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt + Een leger[393] diepte vindt en snellijken verloopt! + Terwijlen dus d' Hebreên (spijt 't wezen[394] der naturen) + Vast dweerssen[395] deze straat van kristalijne muren, + Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht + Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!" + En d' ander krijst: "wats dit? 't Roô meer schijnt opgeblazen, + Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen: + Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat, + Wanneer men doorgaans[396] vindt zulk eenen droogen pad? + Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen, + Of't grondloos[397] dieplood, om de diepten met te peilen?" + Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort, + En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord + Behouden op het strand; dies Farao verbolgen + Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen + Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld, + En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche[398] veld, + Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen, + Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen, + Een slinksch[399] onweder van den hemel nederworpt, + Dat 't slibberig gebergt weêr in zijn holte slorpt, + Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt[400], + En komen door 't gegolf eens eindling[401] opgebobbeld, + Met eiselijk[402] geschreeuw, half levende en half dood: + De dooden zijn alreê meer als der golven vloot[403]: + De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen[404]!" + En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!" + De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond, + De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond, + En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker + Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker, + En zinken beidegaêr; de zee, die altijd woelt, + Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt. + De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig, + Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig, + Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind[405], + Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind, + En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden, + Durft hij den dullen[406] storm 't hoofd even dapper bieden, + En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt, + Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt, + Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden; + Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden: + Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie[407] gij rebelleert! + Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert." + Den Oceaan en past op[408] vloeken noch op schelden, + Zijn dreigementen dweers[409] en mogen hier niet gelden; + Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht[410], + Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht, + En weder zevenmaal gedaald is in de vesten + Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten + De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft, + En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd. + Ik geef te denken voorts, de Hebreên, die 't aanzagen, + Hoe hunnen vijand lag zoo korteling[411] verslagen, + Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed + Farao's had gedempt vertreden onder voet, + Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen, + Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen, + Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf + Dat hun verlossing werd Farao tot een graf, + Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even + En onverzienste[412] dood hun strekte tot den leven. + De winden en het meer goedjonstig[413] wierpen ruit[414] + De Egyptsche wapening[415] weêr aan den oever uit, + Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebreên in handen, + Daar zij eerst werden met[416] gedreigd van hun vijanden. + Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord, + En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort; + Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken, + Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp[417] doen klinken. + (_Binnen_). + + + _HYMNE OF LOFZANG._ + + + VAN DE ISRAËLIETSCHE REI. + + Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst, + Nu looft den Heer der Heeren, + Die ons met de overhand bekranst, + Vlecht hem een kroon van eeren; + Hij is, die al de banden van + Ons slavernije breken kan, + En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren. + + De Heer gedenkt aan zijn verbond + Over zijn uitverkoren, + Looft Hem met ziele, tong en mond, + Die Israël staat voren[418], + Die Jacobs huis, in dienstbaarheid, + Onder zijn schaduwe bespreidt[419], + Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren[420]. + + Hij is de God van Abraham, + Isak en Jacob machtig, + Die nu tot koning zalft den stam, + Den stamme Juda krachtig, + Die ons naar 't zoet beloofde land + Geleidet door zijn sterke hand, + Om[421] heerschen int land Canaän eendrachtig. + + In 't land, daar melk en honig vloeit, + Daar de Jordaan beneven + Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit + Van 't steil gebergt verheven: + Daar, als de baren van der zee + Of 't zand der stranden, nu alreê, + 't Zaad Israëls doet zijn vijanden beven. + + Looft dezen krijgsheld onvervaard, + Die paarden, ros en wagen, + 't Gewapend heer met schild en zwaard + Heeft mannelijk verslagen, + Met den verstokten koning trotsch; + Bouwt op dees klip en sterke rots, + Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen. + + Den rood-scharlaken mantel breid[422] + Van 't roode meer hij scheurde, + En heeft guld-zandig geplaveid + Een effen straat, waar deur de + Hebreên ontweken hun misval, + Tusschen twee muren van kristal, + Daar Farao den laatsten zucht betreurde[423]. + + Farao, die ons op de hiel + Vervolgde met zijn scharen, + 't Zee-water stormig overviel + Met 't zwalpen van de baren; + Die 't voorhoofd bergden int gestert[424], + In den afgrond vernederd werd: + Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren. + + Farao's wimpelen ontdaan + En zag men niet meer zwieren, + Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan, + Noch al zijn roô banieren; + Zijn wapens en geslepen staal + Zonk met zijn rusting altemaal: + Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren. + + Bouwt al uw hoop op dezen steen, + Bouwt uw geloove vaste + Op den monarche der Hebreên, + Die Farao verraste, + Die des tyrans voornemens schort, + Den hoogmoed van hun vleugels kort, + En met zijn sterke schouders ons ontlastte. + + In koper, steen, noch ijzer hard + Alleen niet dees weldaden + En prent, maar schrijft ook in uw hart + Gods goedheid vol genaden, + Die ons 's doods muile heeft ontrukt: + Groen palm en myrtetakken plukt, + Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen! + + + MOZES doet zijn offerande en spreekt: + Dwijl Israël ontrukt is uit zijn slaafsche banden, + Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook + Van dezen altaar, als een liefelijken rook, + Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden! + Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken[425], + Of schoon de teêre mensch mets anders wedergeeft, + Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft, + Zijn zwakke sterflijkheid niet[426] hoogers mag bereiken. + Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine, + Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt + Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne[427] schept, + En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine! + Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der + Oprechter[428] lippen vroom voor zijn weldadigheid, + 't Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit; + Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer. + 't Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen, + Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch, + Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis, + De stieren hooren hem, de kalveren en schapen. + Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten, + Hij hevet[429] al gemaakt;-- o, groot is uwen lof! + Die 't al hebt rijkelijk gebouwet[430] zonder stof, + Zoo gij in uwen raad verholen[431] hadt besloten. + Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen, + Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood + Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot, + Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen. + Den offer komt u toe, die[432], Heer! verteert tot asschen! + Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid + Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid, + Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen. + Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste, + En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed + Op 't heilige gesteent ons offerande doet, + En dat wij we wet betrachten aldermeeste. + Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen + Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan[433] + Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan, + Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen. + Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten[434], + Al de eerstelingen van geheel Egypteland + Van menschen en van vee, door uwe sterke hand + Geslagen werden, van den meesten tot den minsten. + En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye + Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid, + Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven leît, + Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye. + O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen, + Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier, + Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier, + Waar in gij mij ook zijt op Sinaï verschenen. + Versaagt[435] voor onze komst de stoute Filistijnen, + Kwetst hunnen preutschen[436] moed! o Heer, blijft onzen borcht + En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd + Geraken door de dorre Arabische woestijnen. + Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren + In 't land van Canaän, en dat wij uwe wet, + Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet, + En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren. + (_Binnen_). + + + _KOOR._ + + 's Hemels goedheid, die voorhenen + Ons voorvaders heeft beschenen, + Is hier op 't tooneel herspeeld, + En naar 't leven afgebeeld. + Tijd noch de vergetenissen + Hoort[437] uit ons gemoed te wisschen + Dees weldaden overgroot, + Neêrgedaald uit 's Hemels schoot. + Doch wanneer wij zien veel milder, + Wat den goddelijken schilder + Hier met naakt afconterfeit, + Raakt dit in vergetelheid, + En vertoont zich veel geringer, + Wanneer ons dit met den vinger + Wijst op 't ware wezen blij + Van dees hemel-schilderij: + Op een grooter weldaad leerlijk, + Die door Jezum Christum heerlijk + Ons zoo rijkelijk beschijnt, + Dat de schaduwe verdwijnt: + Want wanneer de zonne luistert[438], + 't Manen-zilver werd verduisterd, + 't Bleekste voor het helderst zwijkt[439], + 't Minste voor het meeste wijkt; + Om den zin hier van te mellen[440] + D' een wij tegens d'ander stellen: + Nu, het rijk Egypten is + Of beteekent duisternis, + Daar in zware slavernije + Jacob, onder d' heerschappije + Faraonis, met geklag + Droevelijk in boeyen lag: + Maar door 't goddelijk verweere[441] + Werden zij, door 't roode meere, + Saam verlost uit dees spelonk, + Als den Farao verzonk + Met zijn schilden en zijn zwaarden, + Met zijn ruiters, volk en paarden: + Even lagen wij verstrikt, + Leelijk in ons bloed verstikt, + Onder Satan, Hel en zonden, + In 's doods banden vastgebonden, + Maar door 's levens klaar fontein, + Onzen Zaligmaker rein, + Als Hij in het laatst der dagen + Aan het kruise werd geslagen, + Werden wij, door zijn bloed rood, + Vrij van zond', Hel, Duivel, dood, + Door zijn goedheid vol genaden + Afgewasschen ons misdaden: + Niet verlost, als Jacob, bloot[442] + Van een tijdelijke dood: + Maar door dezen Samson leeuwig + Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig, + Van Gods onverganklijk wee, + Van het zwaard, dat uit der scheê + Boven 't hoofd ons dreigde grammig, + Met den brand des afgronds vlammig. + Israël trok al gelijk + Naar een aardsch verganklijk rijk, + Dat maar voor een tijd mocht bloeyen, + Maar, na ons gebroken boeyen[443], + Ons de Heere roept tot hem; + In het nieuw Jeruzalem, + Loopt dan, ijverig genegen, + Hebben wij door Christum kregen[444] + Eenen weg gebaand en plat + Naar de schoone hemel-stad. + Daar dood, ziekte, strijd noch tranen + Gelijk over der Jordanen[445] + Ons meer zal ontmoeten wreed, + Als 't den Isralieten deed. + Die zoo vlijtig hun[446] bewezen + In het uiterlijke wezen, + Ook om slachten 't zuiver Lam, + 't Welk terstond een einde nam, + Als den godlijken Messias + (Daar den anderen Helias + Zijn verkoren Jongers vroed + Op wees met den vinger zoet, + Alder schatten kleinoodkoffer), + Toen die kwam en zijnen offer, + Als hoog-priester, dede spâ + Op den berg Calvaria; + Toen hij tegens Satan kampten, + Alle priester-dienst en ampten + Eindden met het Paasschen-feest, + Als de Joden jaarlijks meest + Posten, dorpels nog bestreken + Met 's Lams bloede, tot een teeken + Hoe hun God bevrijdde weerd[447] + Voor den slaanden Engels zweerd. + Voorspel, 't welk ons leert ten besten, + Hoe dat in den alderlesten + Dag der dagen, in 't gericht, + Voor Gods toornig aangezicht, + Jezus Christus ons zal vrijden + Door zijn heilig bitter lijden, + En, met 't rood onschuldig kleid[448] + Van zijn droeve sterflijkheid, + Ons onrein melaatsche vlekken + Voor des Heeren aanschijn dekken. + Eet dan geestelijker wijs + Nog dit Lam, der zielen spijs, + Met een bitter sausse spijtig; + Ware Israëlieten vlijtig, + Laat de kracht van zijne dood + U nog zijn een hemels-brood! + Weest omgordt, en staat alreede + Om te wand'len na den vrede, + Met den staf, alzoo 't behoort, + Van des Heeren heilig Woord + Opgeschort, omgord op vordel[449] + Met der liefden band en gordel. + Ook aanmerkt hier algemeen + Dees twee leids-liên der Hebreên: + Mozes (onbespraakt voor Farons + Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv + Reden-rijke tonge vocht[450]: + Doch geen van dees beiden mocht + Isak brengen eindelijken + In Canaäns koninkrijken: + Onder welke schorsse duikt + Als men dezen bast ontluikt[451], + De onvolkomen zwakheid teder + Van der wet te korten leeder[452], + Om in 't hemelsch vaderland + Op te stijgen uit den brand, + Uit den brand der zielen zweerdig[453], + Uit Gods toornigheid rechtveerdig, + Daar ons Christus, als gezeîd, + Heeft behouden uitgeleid. + Want in Christo woont bekwamig + Zelf de volheid Gods lichamig, + 't Evangelische verbond + Vloeyet uit zijns wijsheids mond, + Der genaden fontein-ader[454], + Ons verbidder, bij den Vader. + Israël vertrok op hoop, + Maar voor ons heeft al den loop + Christus 't hoofd van zijne benden + Lang te voren gaan vol-enden, + En met 't kruis getriomfeerd + Boven Hemelen en eerd'[455]. + Laat dit plaatse bij u grijpen, + Laat dit godlijk zaaisel rijpen, + Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst + Vloeyen UIT LEVENDER JONST[456]. + + + + +VOETNOTEN: + +[1] _nagenoeg._ + +[2] _Verzonnen_. + +[3] _Maar_. + +[4] _ingerichte_. + +[5] Van (den Latijnschen dichter) _Horatius_. + +[6] _Gebrekkig_ (van geest nam.). + +[7] Thans _zich_. + +[8] Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende _daarnaar_ willen +lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk _nader_) +dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met _waar_, +_daar_, enz. het eerste de voorkeur. + +[9] Thans _dan_. + +[10] _Korten_ (verg. de uitdrukking _spanne tijds_). + +[11] Thans _vertoont_ (d. i. eig. _vertoogent_, met den langeren +vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.) + +[12] _te omspannen_; verg. boven bl. 5, aant. [8]. + +[13] _blinkende_. + +[14] Tweede-naamval van Venus. + +[15] _blinde klip_ + +[16] Thans _iets anders_. + +[17] _bestuur_, _beheer_. + +[18] _leerrijke_. + +[19] Lat. voor _tooneel_. + +[20] _planken_. + +[21] J. Mz. _Vaer_ (d. i. _van der_) Laer was een rijk Amsterdamsch +lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld. + +[22] Thans _doet hem verzellen_. + +[23] _bekrachtiging_. + +[24] _vrij te laten_. + +[25] _beesten_ (verg. 't Fr. _bétail_). + +[26] _welriekend_. + +[27] _kaauwt en herkaauwt_. + +[28] _Dijt uit_. + +[29] _schapen_ (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen) + +[30] _pracht_ (verg. 't Hoogd. _geschmeide_). + +[31] _kleed_ ('t Fr. _habit_). + +[32] voor _schijnt_. + +[33] Thans tot _een helm_ geslonken. + +[34] _zacht_. + +[35] _dan_. + +[36] _dezer dagen_. + +[37] _afbeeldt_. + +[38] _open_. + +[39] Voor _verlustigt_. + +[40] _tweesnijdend_. + +[41] Thans _ofschoon_. + +[42] _luister_, _glans geeft_, _blinkt_. + +[43] 't zilver van den maan. + +[44] Voor _raast_. + +[45] _legt_; thans _ligt_. + +[46] _zeis_. + +[47] De landbouwende klasse. + +[48] Thans tot _lachte_ verzwakt. + +[49] _Een iegelijk_. + +[50] Voor _gemeen_. + +[51] _voren_. + +[52] _gelijk_. + +[53] _bron_, _water_. + +[54] _vonkelen_ (verg 't Eng. _to spark_). + +[55] Thans _schijnt te branden_. + +[56] Thans alleen _geknield_. + +[57] _sterk_ (verg. boven _spark_ met ons _sprank_). + +[58] _bespiedde_. + +[59] _in eigen persoon_. + +[60] _spiegelgladde_, _effene_. + +[61] voor _gebracht_. + +[62] _aan wien_. + +[63] voor _krult_. + +[64] Thans _wil_. + +[65] _Bewandelt_, _betreedt_. + +[66] _draait_. + +[67] _perk_, _omvang_. + +[68] _van't veld_. + +[69] _Zoo_, _indien_. + +[70] _bundel_, _koker_. + +[71] Thans _beschoren_. + +[72] voor _versmelt_. + +[73] _erkennen_. + +[74] _vloeit_ en _geboeid_, als _vloei-et_ en _geboei-ed_ te lezen; +verg. beneden _scheidet_. + +[75] _helderen_. + +[76] voor _vliegend span_. + +[77] _sluw_. + +[78] Thans _om te_. + +[79] Eig. 't Hoogd. _kreitz_, d. i. _kring_, _perk_; van daar (gelijk ook + hier) _strijdperk_. + +[80] _veegt_ (van 't oude _dwa-en_, waarvan nog _dweil_). + +[81] _schreyend_. + +[82] Voor _tarwen-aren_. + +[83] Thans _zich_. + +[84] _flikkeren_, _vonkelen_. + +[85] _hoekigen_, _kronkelenden_. + +[86] _golvenden_. + +[87] voor _verheuging_. + +[88] _afloopt_. + +[89] _kunnen_. + +[90] _Met uw verlof_. + +[91] voor _schijnt het_. + +[92] voor _toegevoegd_, _opgelegd_. + +[93] voor _zich_. + +[94] _op vaderlijke wijs_. + +[95] _ook_ (_ofschoon_). + +[96] voor _baatte_ (wegens den volg. klinker). + +[97] Thans _naar de ziel_. + +[98] _dreigt_ + +[99] _met tranen in de oogen_, _weenend_. + +[100] Thans _onbewogen_. + +[101] _zijn verlaten opengezet_. + +[102] Minder gelukkig voor _aardkloot_. + +[103] Thans _van de ark_. + +[104] _zuiver_. + +[105] _kon_. + +[106] _wel_. + +[107] _bepaald_; verg. boven bl. [3]. + +[108] Voor _keert het_, _proeft het_. + +[109] _toevoegt_. + +[110] Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op +gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders--voor 't +Hollandsche _die_ of _dien_ onzer schrijftaal--gebezigd wordt. Evenzoo +vroeger "den Farao". + +[111] _gestarnte_. + +[112] De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw. + +[113] _blinken_ (van daar onze metaalnaam _blik_ en 't woord _bliksem_). + +[114] voor _beheerscht het_. + +[115] _tot zijn straf_. + +[116] _meê_. + +[117] _wijselijk_. + +[118] _Tot veroordeeling en dwaling leidend_. + +[119] anders _verfrayen_, thans _vervrolijken_. + +[120] een van boven gespleten stok. + +[121] _staf_. + +[122] _blinkend_; verg. boven op _blikken_. + +[123] voor te _verteeren_. + +[124] Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk +door vereenigende samenvatting der volgende opsomming. + +[125] Thans tot _plukken_ verdikt. + +[126] _bedwelmd_. + +[127] _de borst doorbonzend_. + +[128] Lat. 2e naamval: _van Farao_. + +[129] voor _duizenden_. + +[130] _gekweld_. + +[131] Saamgetrokken uit _hadtghy_: _hadt gij_. + +[132] _Glinsterde_. + +[133] versta: _geleek zij_. + +[134] verkeerdelijk voor _zwierf_, _verstierf_. + +[135] Thans tot _heette_ verzwakt. + +[136] (Gelijk _metterdaad_, _metterwoon_, enz. saamgetrokken _met der +spoed_) thans _met spoed_. + +[137] _begraven_. + +[138] _vaak_, _dikwerf_ d. i. _veelmaals_. + +[139] Thans _ontstoken_. + +[140] _schielijk afgedane_. + +[141] het gelaat verwringende. + +[142] Thans _de_. + +[143] Minder gelukkig voor _overstelpt_ of iets derg. + +[144] Lat. vierde naamval van _Mozes_. + +[145] _Helsche_, _Duivelsche_. + +[146] _Maar al te ongaarne geuit_. + +[147] _vlugger_. + +[148] _manlijke kracht_. + +[149] _lichtgeschitter_. + +[150] _walmend_, _smokend_. + +[151] enkelv. + +[152] _Duizelig maakt_. + +[153] _het groote heelal_. + +[154] voor _gemakkelijk_. + +[155] _plotseling_. + +[156] _vreest_. + +[157] Thans _geveegd_, _gezuiverd_. + +[158] _makkers_ (nam. de _zeeluî_). + +[159] voor _wenden_. + +[160] _verradelijk_. + +[161] _vreeselijk_; thans verkeerdelijk _ijselijk_ geschreven. + +[162] _vork_ ('t Hoogd. _gabel_), hier voor Neptunus' _drietand_. + +[163] _bliezen_. + +[164] d. i. _stuurman_ (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet). + +[165] _boos_ (_druipend_). + +[166] 't Hoogd. _kutscher_; thans _koetsier_. + +[167] _aanging_. + +[168] voor _binnen_. + +[169] voor _berekenen_. + +[170] voor _strandde_. + +[171] _ellen_. + +[172] _dubbel snel_. + +[173] _ydele beelden_. + +[174] voor _verzwonden_ of _verdwenen_. + +[175] Lat. tweede naamval van _Isis_. + +[176] Thans _vochtig_. + +[177] Thans _een of ander_. + +[178] _In 't geheel niets_. + +[179] voor _dier_, thans _wier_. + +[180] voor _acht ik_. + +[181] Thans _worden_. + +[182] _onachtzaam_. + +[183] _hoe langer_. + +[184] versta: _ons te ontslaan van_. + +[185] voor _te dreigen_. + +[186] Door 't twee regels later volgend _weder_- overtollig. + +[187] _wederbrengen_, _doen herboren worden_. + +[188] _herbracht_. + +[189] _ontzaggelijker_. + +[190] _gewelf_ ('t Fransche _voûte_). + +[191] d.i. van E. + +[192] _Geef nu verlof tot_, _veroorloof_. + +[193] Deze _Jup._ maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en +geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en +Godenlegenden in Vondels eeuw. + +[194] Van Saturnus (als _Tijdgod_ genomen). + +[195] Anders _dwingeland_, en een bewijs dat men verkeerd doet, +dit saamgestelde woord van een vermeend _dwingelen_ af te leiden. + +[196] _overladen_. + +[197] voor _klimmen_. + +[198] Anders _soep_, _spijs_. + +[199] _wegneemt_, _belet_. + +[200] _tot dwaling brengen_. +(verg. het Hoogd. _verrückt_.) + +[201] _een veêrtjen_. + +[202] _gelooft gij_. + +[203] _wakker_. + +[204] _mars_, _koopwaar_. + +[205] _afgebeeld_, _voorgedaan_. + +[206] _kleuren_. + +[207] _Schort op_, _staakt_. + +[208] _is hij niet voorzichtig_. + +[209] _in beweging_, _beroerte_. + +[210] voor _keten_ of _ketting_ ('t Lat. _catena_). + +[211] _schuinsch_ geslingerde. + +[212] _kunt_. + +[213] _het meest Helsche_. + +[214] minder gelukkig +voor _onder hun vlerken_, _hun schaduw bedekken_. + +[215] Versta: _de opgesperde kaken_. + +[216] Thans _naar de ziel_. + +[217] _streelende_, _vleyende_. + +[218] _uitpraten_. + +[219] Verg. boven de aant. op _Jupiter_. + +[220] _zorgt_. + +[221] (voet-)_zolen_. + +[222] Verkeerdelijk voor _meer_. + +[223] Hier in slechten zin, voor _hoogmoedig_, _overmoedig_. + +[224] _bundel_. + +[225] voor _hoofdhaar_; eerst later werd het uitsluitend gebezigd +voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts +Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande. + +[226] Midden-Egypte. + +[227] Gedoornde d. i. _stekelige_ puisten. + +[228] Voor _een vloed van regendroppels_, + +[229] Rijmshalven voor _eizig_. + +[230] _onbedekt, dor._ + +[231] Anders _altegaâr_. + +[232] voor _de zon_. + +[233] _houdt weg_, _verschuilt_. + +[234] _schittert_. + +[235] Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van _verspringen_. + +236] _vonkt_ (zie vroeger). + +[237] _rijksappel_, als teeken der oppermacht. + +[238] _krijgshaftig_. + +[239] _Neder-Egypte_. + +[240] voor _grafteekenen_ in 't algemeen, hier de Pyramieden. + +[241] _het uitspansel te naderen._ + +[242] voor _uitgespreid_, _uitgebreid_. + +[243] Het Westen, in tegenoverstelling van den _Levant_ (of _Opgang_) +voor 't Oosten. + +[244] _Zuiden_. + +[245] voor _wimpel_, _vaan_, _banier_. + +[246] binnen den kring der stervelingen. + +[247] _voedt_, _onderhoudt_. + +[248] Minder juist voor _afschiet_. + +[249] Thans tot _noch_ (gelijk _ofte_ tot _of_) afgekort. + +[250] Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval. + +[251] _den heer te spelen_. + +[252] _op zijn minst_. + +[253] Hebreeuwsche naam voor Egypte. + +[254] Hier in goeden zin: _grootsch_, _edelaardig_. + +[255] _niet_. + +[256] Thans _te vermaken_. + +[257] met _duren_ eede. + +[258] voor _vlijt_, dat toen nog zoo uitgesproken werd. + +[259] Versta: _daarheen_, _van waar_. + +[260] Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor _reus_. + +[261] _vochtige_. + +[262] voor u. + +[263] _bedelbrokken_ of liever _benden_. + +[264] _keuken_. + +[265] _kraanvogels_. + +[266] _Te gast te gaan_. + +[267] Thans _den eik_. + +[268] Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare _van_. + +[269] _Trotsch_, _ontoeganklijk_. + +[270] Thans _om te_. + +[271] Verkeerdelijk voor _omvlochten_. + +[272] _naauwlijks_. + +[273] _afgemeten_. + +[274] _gewelven_. + +[275] _middelpunt_. + +[276] voor _strafzwaard_. + +[277] Thans _uwsweegs_, sedert _straat_ in den meer bepaalden zin +van _bestraten weg_ (_via strata_) gebezigd wordt. + +[278] _allerlaagsten_. + +[279] Fransche _offrande_, en dus verkeerdelijk +meestal _offerhand_ geschreven. + +[280] Thans _veroorlooft_. + +[281] _verzacht het_. + +[282] _ontbloote_, _zichtbare_. + +3[283] Thans _wordt_. + +[284] _wegneemt_. + +[285] Thans tot _en_ verkort. + +[286] _wijselijk_. + +[287] Germ. voor _verwen_. + +[288] _vrijwaren_. + +[289] Voor _doorklieft_. + +[290] _onderwijl_. + +[291] Thans _zich_. + +[292] _aan 't spit braden_. + +[293] _zuur_. + +[294] _gereed_. + +2[295] Thans _maan_. + +[296] _verbijsterd_ (verg. 't Hoogd. _verrückt_). + +[297] Voor _terwijl_. + +[298] _luchtige_, _vlugge_. + +[299] Minder gelukkig voor _met getakte hoornen_. + +[300] Verwarring van konijnen en hazen. + +[301] de golven van Thetys, d. i. de zee. + +[302] _klaarlijk_. + +[303] den reidans opent. + +[304] Thans _spreidt_. + +[305] Anders _flambouw_ +('t Fransch _flambeau_), gelijk _bureel_ van _bureau_. + +[306] Neder-Egypte. + +[307] _overschaduwen_. + +[308] Thans _dien_. + +[309] Thans tot _morgenzon_ geslonken. + +[310] _helderheid te gunnen_. + +[311] _bespreid_. + +[312] De Grieksche Wraakgodinnen. + +[313] De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt. + +[314] Voor _sterren_. + +[315] _gedraaid_. + +[316] _gouden lokken_. + +[317] Thans _onttrokt aan_. + +[318] Voor _gestarnte_. + +[319] _verraderlijk_ (als een "dief" in den nacht ons besluipende). + +[320] De bekende rivieren der oude wereld. + +[321] Rijmshalven voor _schadelijk_. + +[322] _oorlogsmaagd_. + +[323] Thans _wapenen_. + +[324] _streng_, _wreed_. + +[325] Thans _zoo_. + +[326] Rijmshalven voor _het loof_ of _lover_. + +[327] Thans voor het Fr. _fluit_ verouderd (verg. echter nog ons +_pijper_). + +[328] _ommekring_. + +[329] Voor de _beesten van 't veld_. + +[330] _dicht bewassen_. + +[331] Anders _verloor_. + +[332] Voor _ouderdom_. + +[333] Naar zijn eigenlijke beteekenis van _vorm_. + +[334] _gilde_. + +[335] _bovenal_. + +[336] _overtrokken_, _overschaduwd_. + +[337] Gallicisme voor _graf_. + +[338] _erfgenaam_, 't Fr. _hoir_. + +[339] Van _ijs_. + +[340] _gestalte_. + +[341] Thans _eener zon_. + +[342] _bliksemflits_. + +[343] Thans _te_. + +[344] Thans in verlengden vorm _vertoont_ (d.i. _vertoogent_). + +[345] _toorts_. + +[346] _vonkt_. + +[347] Voor _zoo en_ (d.i. _niet_). + +[348] _doorboorden_. + +[349] Rijmshalven maar verkeerdelijk voor _gedocht_. + +[350] _vergetelheid_. + +[351] Voor _vlijmen_, of liever _vlijmend zwaard_. + +[352] _laat vrij_. + +[353] _Laat ze vlugten, trekken, reizen enz_. + +[354] Voor _be-ijzeld_. + +[355] Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht +tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang _ig_ +in 't algemeen te velde getrokken. + +[356] Gelijk meer als _zal_ (verg. ook 't Eng. _to will_). + +[357] _weldra_. + +[358] _in persoon_ (verg. echter aant. [355]). + +[359] Verkeerdelijk voor _van den Oceaan_. + +[360] Thans _maakt u_. + +[361] _weggevaagd_ (zie vroeger). + +[362] Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor +_menschelijke treden_. + +[363] _draai_, _ommezwaai_. + +[364] _vergolden_, _betaald_. + +[365] Voor _dubbel_. + +[366] Thans _worden_. + +[367] _arm_. + +[368] Thans _om te_, _tot_. + +[369] D.i. den _moed_. + +[370] D.i. _de legerknechten_ (als die de wapens hunner vijanden +vermeesteren). + +[371] _weifelen_. + +[372] _oorloogt_, _strijdt_. + +[373] Thans _werpt_ (even als, omgekeerd, thans _wordt_ voor 't +vroegere _werd_). + +[374] _In korten tijd_. + +[375] Voor _gezwind_. + +[376] _laat_. + +[377] Rijmshalven voor _beroemen_. + +[378] _kregel_, _wrevelig_. + +[379] _bejammerd_ (nam. door de Egyptenaren). + +[380] Hoogd. voor _spoedig_. + +[381] Thans _dien_. + +[382] Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem +zijn hartstocht _verleidde_. + +[383] Thans _zelf_. + +[384] _'thelpt niet_. + +[385] voor _onbedacht_. + +[386] Hier voor _schaar_. + +[387] _werpe_. + +[388] _golvend_, _drijvend_. + +[389] _stugge_, _harde_ (gelijk nog in Overijsel _stoer_; verg. +ook ons _stuursch_). + +[390] _wankel-_, _kleinmoedig_. + +[391] Thans _hoop_. + +[392] In 't _midden_. + +[393] _lager_. + +[394] _tegen den aard_. + +[395] _Dwars overtrekken_. + +[396] _op den duur_. + +[397] Minder juist voor _diepgaande_, tot op 't grondelooze toe. + +[398] D. i. _van de zee_. + +[399] _boos_, _verraderlijk_. + +[400] _zakt_. + +[401] Thans _eindlijk_. + +[402] Thans veelal verkeerdelijk _ijselijk_. + +[403] _vloeyend tal_. + +[404] Rijmshalven voor _klimmen_. + +[405] Voor _snellende_. + +[406] Thans _dollen_, _woedenden_. + +[407] _wien_, _tegen wien_. + +[408] _geeft om_. + +[409] _dwarsch_, _stuursch_. + +[410] _vochtig gewoel_ voor _'t gewoel der golven_. + +[411] _binnen zoo korten tijd_. + +[412] Voor _meest onvervalschte_. + +[413] _goedgunstig_. + +[414] _ruw_, _woest_. + +[415] Voor _krijgswapens_. + +[416] Thans _meê_. + +[417] trompet. + +[418] _voorstaat_, _beschermt_. + +[419] Voor _met zijn schaduw overdekt_. + +[420] _genieten_ (verg. nog ons _órberen_). + +[421] Thans _om te_; verg. vroeger. + +[422] Voor _breed_. + +[423] Versta: _treurend slaakte_. + +[424] Voor _gesternte_. + +[425] Voor _teeken van dankbaarheid_. + +[426] Thans _niets_. + +[427] Thans _bron_. + +[428] Tweeden naamvalsuitgang, thans _oprechte_. + +[429] _heeft het_. + +[430] Voor _gebouwd_. + +[431] _geheime raad_. + +[432] Namelijk _het offer_. + +[433] Minder gelukkig voor _gedenken_, _mij herinneren_. + +[434] Rijmshalven voor _verdiensten_. + +[435] Voor _doet versagen_. + +[436] _trotschen_. + +[437] _Behooren_. + +[438] _straalt_; verg. reeds herhaaldelijk vroeger. + +[439] Thans _bezwijkt_, _zwicht_. + +[440] Rijmshalven voor _melden_. + +[441] Voor _verweren_, _beschermen_. + +[442] _alleen_ (verg. 't hoogd. _bloss_). + +[443] Latinisme voor _nadat onze boeyen gebroken zijn_. + +[444] Maatshalven voor _gekregen_. + +[445] Thans _de Jordaan_. + +[446] Thans _zich_. + +[447] Rijmshalven als stopwoord gebezigd. + +[448] Voor _kleed_. + +[449] _voordeel_. + +[450] _vochtig_ en daarom _vaardig_. + +[451] _ontsluit_. + +[452] ladder. + +[453] _snijdend_, _fel_. + +[454] _bron-aâr_. + +[455] _aarde_. + +[456] _Uit levendige gunst_; de leus der oude Rederijkers kamer te +Amsterdam. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van den Vondel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + +***** This file should be named 30473-8.txt or 30473-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/0/4/7/30473/ + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/30473-8.zip b/old/30473-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2d968f1 --- /dev/null +++ b/old/30473-8.zip diff --git a/old/30473-h.zip b/old/30473-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2cf180a --- /dev/null +++ b/old/30473-h.zip diff --git a/old/30473-h/30473-h.htm b/old/30473-h/30473-h.htm new file mode 100644 index 0000000..c9a5558 --- /dev/null +++ b/old/30473-h/30473-h.htm @@ -0,0 +1,5677 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=utf-8" /> + <title> + The Project Gutenberg eBook of De Complete Werken, by JOOST VAN VONDEL. + </title> + <style type="text/css"> + p { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + h1,h2,h3,h4,h5,h6 { + text-align: center; /* all headings centered */ + clear: both; + } + hr { width: 33%; + margin-top: 2em; + margin-bottom: 2em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + clear: both; + } + + td {vertical-align: top;} + + div.centered {text-align: center;} /* work around for IE centering with CSS problem part 1 */ + div.centered table {margin-left: auto; margin-right: auto; text-align: left;} /* work around for IE centering with CSS problem part 2 */ + + + body{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + } + + em.gesperrt { + letter-spacing: 0.35ex; + padding-left: 0.35ex; + font-style: normal; + } + + ins.note {border-bottom: red thin dotted; text-decoration: none;} + + .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */ + /* visibility: hidden; */ + position: absolute; + left: 92%; + font-size: smaller; + text-align: right; + color: gray; + } /* page numbers */ + + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;} + .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em; + padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em; + float: right; clear: right; margin-top: 1em; + font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;} + + .bb {border-bottom: solid 2px;} + .bl {border-left: solid 2px;} + .bt {border-top: solid 2px;} + .br {border-right: solid 2px;} + .bbox {border: solid 2px;} + + .center {text-align: center;} + .smcap {font-variant: small-caps;} + .u {text-decoration: underline;} + + .footnotes {border: dashed 1px;} + .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} + .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;} + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; font-size: 105%; text-align: left; line-height:140%;} + .poem br {display: none;} + .poem .stanza {margin: 1.5em 0em 1.5em 0em;} + .poem div {display: block; margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem div.i2 {display: block; margin-left: 2em;} + .poem div.i3 {display: block; margin-left: 3em;} + .poem div.i4 {display: block; margin-left: 4em;} + .poem div.i5 {display: block; margin-left: 5em;} + .poem div.i6 {display: block; margin-left: 6em;} + .poem div.i7 {display: block; margin-left: 7em;} + .poem div.i8 {display: block; margin-left: 8em;} + .poem div.i9 {display: block; margin-left: 9em;} + .poem div.i10 {display: block; margin-left: 10em;} + .poem div.i12 {display: block; margin-left: 12em;} + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van den Vondel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De complete werken van Joost van Vondel + Het Pascha + +Author: Joost van den Vondel + +Editor: H.J. Allard + +Release Date: November 14, 2009 [EBook #30473] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + + + + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + + + + + +</pre> + + + + + +<h2> DE COMPLETE WERKEN<br /> + +VAN</h2> + +<h1>JOOST VAN VONDEL.<br /><br /><br /></h1> + + + + + +<div> +<span class='pagenum'><a name="Page_6b" id="Page_6b">[Pg 6b]</a></span> +</div> + +<h2>Het Pascha,</h2> + +<h4>OF</h4> + +<h3>de Verlossing der kinderen Israëls +uit Egypte;</h3> + +<h4>TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP +'T TOONEEL GESTELD.</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i10'>De goede vind' mij goed,</div> +<div class='i12'>De kwade straf en streng,</div> +<div class='i10'>Wanneer ik d' een behoed',</div> +<div class='i12'>En d' ander t' onderbreng'.</div> +</div></div> + + + +<div class='stanza'>DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN +LEZER HEIL EN ZALIGHEID.</div> + + +<div><br /></div> + +<p>De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de +verdorvenheid des menschen, en ziende hoe traag vast<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor"><ins class="note" title="nagenoeg.">[1]</ins></a> een +ieder was, om langs de trappen der deugden op te klimmen, +en omhoog te stijgen in al hetgene wat loflijk en heerlijk +bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te steilen +berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere +middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en +natuurlijk burgerlijk leven; hetzij door eenige poëtische fabelen +en versierde<a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verzonnen.">[2]</ins></a> gedichten, of door andere bekwame regelen +en wetten. Dan<a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maar.">[3]</ins></a> onder andere hebben zij voor goed +ingezien de manier van eenige oude historiën of vergeten +geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld +op het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig +toegemaakte<a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor"><ins class="note" title="ingerichte.">[4]</ins></a> beelden en personen, levendig uit te drukken +en na te bootsen hetgeen tijd en oudheid, met veel verloopen +eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans uit het geheugen +gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig +geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed +zijn belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt, +opdat zelfs plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al +hoorende doof en al ziende blind waren, zonder bril mochten +hun feilen als met den vinger aangewezen, en door +sprekende letteren van gesierde figuren getemd en gezedigd +werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij<a name="FNanchor_5_5" id="FNanchor_5_5"></a><a href="#Footnote_5_5" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van (den Latijnschen dichter) Horatius.">[5]</ins></a> het profijt +met genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat +eenigen te kreupel<a name="FNanchor_6_6" id="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gebrekkig (van geest nam.)">[6]</ins></a> waren, om te graven naar de kostelijke +kleinodiën der leeringen en geheimenissen, die onder de +schors van gedroomde fabelen weggescholen en verborgen +lagen, en hun<a name="FNanchor_7_7" id="FNanchor_7_7"></a><a href="#Footnote_7_7" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[7]</ins></a> van gretige zoekers en ijveraars gaarne wilden +laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op +een andere wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is +het hun niet genoeg geweest, ofschoon de boeken van schoone +<span class='pagenum'><a name="Page_7a" id="Page_7a">[Pg 7a]</a></span> +lessen al vervuld waren, en geheel dik opgehoopt op malkanderen +liggende eenen heerlijken winkel maakten, en of +veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen kunstig +gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen, +de voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij +hebben ook daarbenevens, in groote bijzondere schouwplaatsen +willen in het openbaar de schatten der filosofie in +den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om +daarna<a name="FNanchor_8_8" id="FNanchor_8_8"></a><a href="#Footnote_8_8" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende daarnaar willen lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk nader) dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met waar, daar, enz. het eerste de voorkeur.">[8]</ins></a> te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen +ook den geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden, +en die een iegelijk als een levende schoonverwige +schilderij voor oogen stellen. Want waarbij mag het geheele +tafereel of theater dezer wereld beter vergeleken worden, +als<a name="FNanchor_9_9" id="FNanchor_9_9"></a><a href="#Footnote_9_9" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dan.">[9]</ins></a> bij een groot openbaar tooneel, daar vast een ieder gedurende +den handwijlschen<a name="FNanchor_10_10" id="FNanchor_10_10"></a><a href="#Footnote_10_10" class="fnanchor"><ins class="note" title="Korten (verg. de uitdrukking spanne tijds).">[10]</ins></a> tijd van zijn vliênde leven, zijn +eigen rol en personagië speelt. De een vertoogt<a name="FNanchor_11_11" id="FNanchor_11_11"></a><a href="#Footnote_11_11" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans vertoont (d. i. eig. vertoogent, met den langeren vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)">[11]</ins></a> zich daarop +als koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter +of rijksstaf, veel koninkrijken en landen te gebieden en +te beheerschen, met een gouden kroon zijn koninglijk hoofd +om te drukken<a name="FNanchor_12_12" id="FNanchor_12_12"></a><a href="#Footnote_12_12" class="fnanchor"><ins class="note" title=" te omspannen; verg. boven bl. 5, aant. [23].">[12]</ins></a>, en bekleed met een glansig luisterende<a name="FNanchor_13_13" id="FNanchor_13_13"></a><a href="#Footnote_13_13" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinkende.">[13]</ins></a> +purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon, voor wiens +majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en nedervallen. +Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw +gehelmd steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene +hand een tweesnijdend zwaard, in de andere een gevelde +speer, rijdt alzoo midden onder de vijanden, ontziende noch +leven noch dood, om met tien duizend Trofeën triumfelijk +weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen +helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid +te hebben. Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt +van liefde, en doet met zijn beweeglijke klachten alsins den +schallenden echo in 't holle gewelf van Veneris<a name="FNanchor_14_14" id="FNanchor_14_14"></a><a href="#Footnote_14_14" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tweede-naamval van Venus.">[14]</ins></a> tempel wedergalmen. +Die berijdt den woesten Oceaan met een gevleugeld +paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen, +noch Syrten<a name="FNanchor_15_15" id="FNanchor_15_15"></a><a href="#Footnote_15_15" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinde klip.">[15]</ins></a>, noch klippen, noch diepe afgronden, om van +het Oosten in het Westen te geraken. Een ander beploegt +met een paar jok-ossen den rug van onzer aller moeder, om +te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen zijner vruchten +toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den anderen +in een ander<a name="FNanchor_16_16" id="FNanchor_16_16"></a><a href="#Footnote_16_16" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans iets anders.">[16]</ins></a> bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd, +en eer den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft, +moeten zij alle met den wijzen man roepen, dat alles niet +anders is dan "Al ijdelheid, Al ijdelheid," en worden alzoo +door onverwachte dood, eer zij hun zelven hebben recht leeren +kennen, van het tooneel des aardbodems achter de gordijne +weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen +en den zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken +en den zwakken, de een den ander gelijk; zoodat met +recht over deze onze ijdelheid Heraclitus schreit, Democritus +lacht, en Timon zich voor de menschen als voor eenen +vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere +wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus +aangemerkt zijnde, kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de +oude wijze Heidenen met deze manier van doen hebben +willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te vergeefs +zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal +durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoniën en +uiterlijke diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten, +nieuwe maanden, en al hetgene Aärons priesterschap en +<span class='pagenum'><a name="Page_7b" id="Page_7b">[Pg 7b]</a></span> +den tempel met alle zijn sieraden, gereedschappen, en toerustingen +aankleeft, zoo ook het regiment<a name="FNanchor_17_17" id="FNanchor_17_17"></a><a href="#Footnote_17_17" class="fnanchor"><ins class="note" title="bestuur, beheer.">[17]</ins></a> van het rijk Israëls;—wie +zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles +iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in +den toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen +dezen allerheiligsten Hoogepriester en Koning aller koningen +kwam, toen hadden alle wettelijke letterlijke priesteren +en koningen Judae hun rol volspeeld en uitgediend: want in +Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren op. Ja, +de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze +Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch, +die onder de moordenaars gevallen was; van den verloren +zoon, die al zijns vaders goed onnuttelijk verkwist had; +van den rijken man, die met purper en kostelijk lijnwaad +bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat zijn +het anders, als naakte Comediën en Tragediën, om daarmede +te leeren die menschen, dewelke op geen andere manier +de verborgen mysteriën van het Rijk der Hemelen verstaan +kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der Koningen: daar +eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en troosteloos, +in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David, +gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw +dunkt; daar eenen verwonnen Zedekia gevankelijk naar +Babyloniën gevoerd werd; daar eenen tirannischen Nebukadnezar +Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en tot +eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van +den H. Geest tot leerachtige<a name="FNanchor_18_18" id="FNanchor_18_18"></a><a href="#Footnote_18_18" class="fnanchor"><ins class="note" title="leerrijke.">[18]</ins></a> voorbeelden (als op de <em class="gesperrt">scena</em><a name="FNanchor_19_19" id="FNanchor_19_19"></a><a href="#Footnote_19_19" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. voor tooneel.">[19]</ins></a>) +voorgedragen werden: zoo hebben wij voorhenen deze +Tragi-Comedie voor eens ieders oogen willen op de stellagië<a name="FNanchor_20_20" id="FNanchor_20_20"></a><a href="#Footnote_20_20" class="fnanchor"><ins class="note" title="planken.">[20]</ins></a> +openlijk vertoonen. En alzoo wij bevonden hebben, dat +vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest zijn, om +hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij +het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb +ik, ten ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve +(hoewel het gering is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan +heb, nochtans groot en gewichtig van stoffe) door openbaren +druk een iegelijk gemeen te maken: te meer, omdat +het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer gekrenkt, +en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd +werd. Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid +gelezen worde, dat het gedije tot prijs van den heiligen en +gebenedijden name Gods, en dat, door het overdenken van +deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de droeve Tragedie +of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag +nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen.</p> + +<p>In Amstelredam, 1612, den 29en Maart.</p> + + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i10'>Den al uwen</div> +<div class='i8'><span class="smcap">J. van Vondelen.</span></div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h3>Epistre</h3> + +<h4>A MONSEIGNEUR</h4> + +<h4>IEAN MICHIELS VAERLAER<a name="FNanchor_21_21" id="FNanchor_21_21"></a><a href="#Footnote_21_21" class="fnanchor"><ins class="note" title=" J. Mz. Vaer (d. i. van der) Laer was een rijk Amsterdamsch lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.">[21]</ins></a>,</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>MON SINGULIER AMY.</div> + +<div class='i4'>L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse,</div> +<div class='i2'>L'Attique miel sucré, la mine precieuse</div> +<div class='i2'>De la riche Peru, les perles, les tresors</div> +<div class='i2'>Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords,</div> +<div class='i2'>Ne pouvant presenter à vostre Seigneurie,</div> +<div class='i2'>Ie vien l'Avant-coureur de mienne Poësie</div> +<div class='i2'>Sacrer à ton honneur, en toute humilité,</div> +<div class='i2'>La printaniere fleur de mon aage doré.</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_8a" id="Page_8a">[Pg 8a]</a></span> +<div class='i4'>Ma Muse rit desia, se voyant amiable</div> +<div class='i2'>Dessoubs l'ombre d'vn tel Mecæne favorable,</div> +<div class='i2'>Qui, fuyant le pavé des ruës, va les champs</div> +<div class='i2'>Presser de ses talons: qui l'aage de son temps</div> +<div class='i2'>Loing, loing hors l'emmuré d'vne Cité redouble,</div> +<div class='i2'>Laissant des Citadins la peupuleuse trouble:</div> +<div class='i2'>Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant</div> +<div class='i2'>Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant,</div> +<div class='i2'>Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire</div> +<div class='i2'>Changer son libre estat pour vn plus grand Empire.</div> +<div class='i4'>O trois fois bienheureux (a autre fois chanté</div> +<div class='i2'>Horace et le Gascon Du Bartas renommé)</div> +<div class='i2'>O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature</div> +<div class='i2'>Fleurir parmy les champs en eternel verdure!</div> +<div class='i2'>Le maniement joyeux d'vn verd sion enté</div> +<div class='i2'>Le lustre passe d'vn royal sceptre emperlé,</div> +<div class='i2'>Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage,</div> +<div class='i2'>Les doux tirelirants Rossignols en ramage,</div> +<div class='i2'>Surpassent l'orgueilleux couronnement royal,</div> +<div class='i2'>Et le chant mesuré des Chantres musical.</div> +<div class='i4'>Si tost que le Soleil va peindre de dix milles</div> +<div class='i2'>Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles,</div> +<div class='i2'>Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs</div> +<div class='i2'>Aurore distiller les agreables pleurs,</div> +<div class='i2'>Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire,</div> +<div class='i2'>Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire,</div> +<div class='i2'>Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter,</div> +<div class='i2'>Le sueux Laboureur la terre cultiver,</div> +<div class='i2'>Et richement semer la nouvelle semence,</div> +<div class='i2'>Pour moissonner apres les fruicts en abondance.</div> +<div class='i4'>Le chaleureux Esté (qui brusle tout vermeil)</div> +<div class='i2'>Luy monstre les espics, la vertu du Soleil</div> +<div class='i2'>Luy monstre le coral des cramoisins cerises,</div> +<div class='i2'>Et l'Automne a couvert de mille friandises</div> +<div class='i2'>Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin,</div> +<div class='i2'>Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin.</div> +<div class='i2'>Or estant de tous biens richement couronnée</div> +<div class='i2'>Il sent desia en l'air les aisles de Borée.</div> +<div class='i4'>He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en liberté</div> +<div class='i2'>Parmy les champs feconds, en toute seureté,</div> +<div class='i2'>De talonner les pas de nostres premiers Peres,</div> +<div class='i2'>Loing, loing laissant à dos les passions severes,</div> +<div class='i2'>Fuyant le bruict mondain l ô, doux et sainct repos!</div> +<div class='i2'>Qui de cupiditez n'as point chargé le dos,</div> +<div class='i2'>Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune,</div> +<div class='i2'>Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune,</div> +<div class='i2'>Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor,</div> +<div class='i2'>Et ton bien souverain: qui pour argent ni or</div> +<div class='i2'>Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles,</div> +<div class='i2'>Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles,</div> +<div class='i2'>Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti,</div> +<div class='i2'>Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli.</div> +<div class='i4'>Durant l'aage doré que nos premiers Ancestres</div> +<div class='i2'>Faisoint profession des ouvrages champestres,</div> +<div class='i2'>Astrée florissoit, et la terre à chascun</div> +<div class='i2'>Estoit avec ses fruicts en partage commun,</div> +<div class='i2'>Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage</div> +<div class='i2'>D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage</div> +<div class='i2'>N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez,</div> +<div class='i2'>Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez,</div> +<div class='i2'>Neptune n'eust le dos ni ses ondes salées</div> +<div class='i2'>Chargées de cent vaisseaux, car du fruict des vallées</div> +<div class='i2'>Chascun se contentoit, et vivoit à Cerès,</div> +<div class='i2'>Laquelle abondamment leur provida assez.</div> +<div class='i4'>O celeste labeur! qui dans ton front empraincte</div> +<div class='i2'>Portez la saincte loy, la justice, et la craincte</div> +<div class='i2'>Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux,</div> +<div class='i2'>Noë, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux</div> +<div class='i2'>Semble oreillier au son de sa harpe dorée,</div> +<div class='i2'>Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briarée.</div> +<div class='i4'>Combien d'années les Romains sont sagement</div> +<div class='i2'>Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_8b" id="Page_8b">[Pg 8b]</a></span> +<div class='i2'>La terre ont cultivé, je laisse vn Tite Live</div> +<div class='i2'>Historier dessus de Tyberique rive.</div> +<div class='i4'>Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys,</div> +<div class='i2'>Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx,</div> +<div class='i2'>Qui ont abandonnez leur Couronne invincible,</div> +<div class='i2'>Pour vivre bien contents parmy le champ paisible;</div> +<div class='i2'>Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit,</div> +<div class='i2'>Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit.</div> +<div class='i4'>La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres,</div> +<div class='i2'>Et qui diligemment ont feuilletté les livres</div> +<div class='i2'>Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retiré,</div> +<div class='i2'>Laissant arriere loing l'humaine vanité.</div> +<div class='i2'>Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses</div> +<div class='i2'>Se plaist d'entre le son des douces cornemuses</div> +<div class='i2'>Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux</div> +<div class='i2'>Lesquels tous-jours croissant vont menaçant les Cieux.</div> +<div class='i4'>Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame</div> +<div class='i2'>Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame</div> +<div class='i2'>Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement</div> +<div class='i2'>Accompaigne tous-jours ton hault entendement,</div> +<div class='i2'>Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre</div> +<div class='i2'>Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre</div> +<div class='i2'>Presenter obstiné, qui ses derniers sanglots</div> +<div class='i2'>Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots:</div> +<div class='i2'>Souffrez que je despein icy la delivrance</div> +<div class='i2'>Des enfans d'Israël, d'Abram juste semence,</div> +<div class='i2'>Afin que par Zoyle au visage effronté</div> +<div class='i2'>Les fleurs de mon printemps ne soyent violé.</div> +<div class='i4'>C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle!</div> +<div class='i2'>Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle</div> +<div class='i2'>Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va,</div> +<div class='i2'>Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina,</div> +<div class='i2'>Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nuës,</div> +<div class='i2'>Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornuës:</div> +<div class='i2'>Recevez doncq ces vers, ces vers qu'à ton honneur</div> +<div class='i2'>Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur.</div> +<div class='i8'>De vostre Seigneurie le tres-affectionné</div> +<div class='i10'>I. V. V.</div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h3><a name="KORT_BEGRIP_VAN_DE_TRAGI-COMEDIE" id="KORT_BEGRIP_VAN_DE_TRAGI-COMEDIE"></a>KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE:</h3> + + +<p>Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den +berg Horeb of Sinaï, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels +uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en +verlosser over het Huis van Israël. Mozes ontschuldigt zich om zijne +onbekwame tong, dies verzelt hem<a name="FNanchor_22_22" id="FNanchor_22_22"></a><a href="#Footnote_22_22" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans doet hem verzellen.">[22]</ins></a> de Heer met zijnen broeder, den +schoontaligen en priesterlijken Aäron. Deze twee gebroeders, als +gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan +den koning Farao, met bevesting<a name="FNanchor_23_23" id="FNanchor_23_23"></a><a href="#Footnote_23_23" class="fnanchor"><ins class="note" title="bekrachtiging.">[23]</ins></a> van het eerste wonderteeken, hun +slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het +ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als +door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebreën meerder als voor +henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van +zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten<a name="FNanchor_24_24" id="FNanchor_24_24"></a><a href="#Footnote_24_24" class="fnanchor"><ins class="note" title="vrij te laten.">[24]</ins></a>. Doch +de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot +grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger, +ruiters, paarden en wagenen, de Israëlieten achterhaalt aan het Roode +meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het +geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel +eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een +spiegel voor oogen stelt. De Israëlieten verlost loven (over hun +triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen. +Luistert toe, enz.</p> + + + +<div><hr style="width: 45%;" /></div> +<div><span class='pagenum'><a name="Page_9a" id="Page_9a">[Pg 9a]</a></span></div> +<h3><a name="BEELDEN_VAN_HET_BLIJ-EINDIG_SPEL" id="BEELDEN_VAN_HET_BLIJ-EINDIG_SPEL"></a>BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL.</h3> + +<table class="cast" summary="cast of characters"> +<tbody><tr> +<td>GOD DE HEERE</td> +<td></td> +</tr> +<tr> +<td> +<!--begin imbedded table--> + <table class="inner"> + <tbody><tr> + <td class="bracket lf"> + <p>MOZES, AARON, KORACH,</p> + <p>JOZUA en KALEB</p> + </td> + <td class="bracket rt"> + <p>De Oudsten der Hebreën.</p> + </td> + </tr> + </tbody></table> +<!--end imbedded table--> +</td> +</tr> +<tr> +<td>FARAO,</td> +<td> de Koning.</td> +</tr> +<tr> +<td> +<!--begin imbedded table--> + <table class="inner"> + <tbody><tr> + <td class="bracket lf"> + <p>TIFUS,</p> + <p>SERAX,</p> + </td> + <td class="bracket rt"> + <p>Droom-bedieders en Toovenaars.</p> + </td> + </tr> + </tbody></table> +<!--end imbedded table--> +</td> +</tr> +<tr> +<td>ALBINUS,</td> +<td>Veld-hoofdman met zijn Heir-leger.</td> +</tr> +<tr> +<td>De Rei der Egyptenaren.</td> +<td></td> +</tr> +<tr> +<td>De Rei der Israëlieten.</td> +<td></td> +</tr> +<tr> +<td>FAMA,</td> +<td>of 't vliegende Gerucht.</td> +</tr><tr> +<td>KOOR,</td> +<td>de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel.</td> +</tr> +</tbody></table> + + +<h4>EERSTE DEEL.</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt:</div> +</div> +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Weidt hier, mijn beestiaal<a name="FNanchor_25_25" id="FNanchor_25_25"></a><a href="#Footnote_25_25" class="fnanchor"><ins class="note" title="beesten (verg. 't Fr. bétail).">[25]</ins></a>! weidt hier, mijn tierig vee!</div> +<div class='i2'>Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee!</div> +<div class='i2'>Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig,</div> +<div class='i2'>'t Lacht hier doch altemaal, zoetrokig<a name="FNanchor_26_26" id="FNanchor_26_26"></a><a href="#Footnote_26_26" class="fnanchor"><ins class="note" title="welriekend.">[26]</ins></a> en couleurig,</div> +<div class='i2'>Nu wauwelt<a name="FNanchor_27_27" id="FNanchor_27_27"></a><a href="#Footnote_27_27" class="fnanchor"><ins class="note" title="kaauwt en herkaauwt.">[27]</ins></a> zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt<a name="FNanchor_28_28" id="FNanchor_28_28"></a><a href="#Footnote_28_28" class="fnanchor"><ins class="note" title="Dijt uit.">[28]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt:</div> +<div class='i2'>Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder,</div> +<div class='i2'>Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder,</div> +<div class='i2'>De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd)</div> +<div class='i2'>Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen<a name="FNanchor_29_29" id="FNanchor_29_29"></a><a href="#Footnote_29_29" class="fnanchor"><ins class="note" title="schapen (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen).">[29]</ins></a>, zwermt;</div> +<div class='i2'>Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken,</div> +<div class='i2'>Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken;</div> +<div class='i2'>Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld,</div> +<div class='i2'>Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt.</div> +<div class='i4'>Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten!</div> +<div class='i2'>Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten;</div> +<div class='i2'>Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon,</div> +<div class='i2'>Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon!</div> +<div class='i2'>Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken,</div> +<div class='i2'>Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken,</div> +<div class='i2'>Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd<a name="FNanchor_30_30" id="FNanchor_30_30"></a><a href="#Footnote_30_30" class="fnanchor"><ins class="note" title="pracht (verg. 't Hoogd. geschmeide).">[30]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt<a name="FNanchor_31_31" id="FNanchor_31_31"></a><a href="#Footnote_31_31" class="fnanchor"><ins class="note" title="kleed ('t Fr. habit).">[31]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten,</div> +<div class='i2'>Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten,</div> +<div class='i2'>Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof,</div> +<div class='i2'>Als al de lekkernij van 't koninklijke hof:</div> +<div class='i2'>Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten<a name="FNanchor_32_32" id="FNanchor_32_32"></a><a href="#Footnote_32_32" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor schijnt.">[32]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>'t Is wederom vermengd met zorgen en onrusten,</div> +<div class='i2'>Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed,</div> +<div class='i2'>En morgen toegerust met wapens dol en wreed,</div> +<div class='i2'>Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen,</div> +<div class='i2'>En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen<a name="FNanchor_33_33" id="FNanchor_33_33"></a><a href="#Footnote_33_33" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot een helm geslonken.">[33]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard,</div> +<div class='i2'>'t Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard.</div> +<div class='i2'>Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen,</div> +<div class='i2'>Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen.</div> +<div class='i2'>Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad</div> +<div class='i2'>Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat.</div> +<div class='i4'>Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden,</div> +<div class='i2'>En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen:</div> +<div class='i2'>Abel en Abraham, Izak en Jakob mild<a name="FNanchor_34_34" id="FNanchor_34_34"></a><a href="#Footnote_34_34" class="fnanchor"><ins class="note" title="zacht.">[34]</ins></a></div> +<div class='i2'>Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild;</div> +<div class='i2'>Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker,</div> +<div class='i2'>Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker;</div> +<div class='i2'>Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_9b" id="Page_9b">[Pg 9b]</a></span> +<div class='i2'>Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen,</div> +<div class='i2'>Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren,</div> +<div class='i2'>Doch meer dwingt mij de nood als<a name="FNanchor_35_35" id="FNanchor_35_35"></a><a href="#Footnote_35_35" class="fnanchor"><ins class="note" title="dan.">[35]</ins></a> hertelijk begeeren.</div> +<div class='i4'>'t Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl<a name="FNanchor_36_36" id="FNanchor_36_36"></a><a href="#Footnote_36_36" class="fnanchor"><ins class="note" title="dezer dagen.">[36]</ins></a></div> +<div class='i2'>Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl:</div> +<div class='i2'>Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven,</div> +<div class='i2'>En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven!</div> +<div class='i4'>Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst,</div> +<div class='i2'>Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst</div> +<div class='i2'>Beteekent<a name="FNanchor_37_37" id="FNanchor_37_37"></a><a href="#Footnote_37_37" class="fnanchor"><ins class="note" title="afbeeldt.">[37]</ins></a> t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd,</div> +<div class='i2'>Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd:</div> +<div class='i2'>Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt,</div> +<div class='i2'>De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed;</div> +<div class='i2'>De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen,</div> +<div class='i2'>De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen,</div> +<div class='i2'>Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla,</div> +<div class='i2'>En elk Inwoonder hoort den Scepter even na,</div> +<div class='i2'>D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden,</div> +<div class='i2'>Zoo hoort 't Rijk op<a name="FNanchor_38_38" id="FNanchor_38_38"></a><a href="#Footnote_38_38" class="fnanchor"><ins class="note" title="open.">[38]</ins></a> te staan, om iegelijk te voeden:</div> +<div class='i2'>Maar Israël, helaas! gaat op een dorre heid',</div> +<div class='i2'>Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt,</div> +<div class='i2'>D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren,</div> +<div class='i2'>Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren:</div> +<div class='i2'>De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,<a name="FNanchor_39_39" id="FNanchor_39_39"></a><a href="#Footnote_39_39" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor verlustigt.">[39]</ins></a></div> +<div class='i2'>Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust:</div> +<div class='i2'>Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel,</div> +<div class='i2'>Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel,</div> +<div class='i2'>De Israëlieten drukt: zijn wedersnijdig<a name="FNanchor_40_40" id="FNanchor_40_40"></a><a href="#Footnote_40_40" class="fnanchor"><ins class="note" title="tweesnijdend.">[40]</ins></a> staal</div> +<div class='i2'>Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal,</div> +<div class='i2'>En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel,</div> +<div class='i2'>Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel.</div> +<div class='i2'>Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf!</div> +<div class='i2'>Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf:</div> +<div class='i2'>En of zij schoon<a name="FNanchor_41_41" id="FNanchor_41_41"></a><a href="#Footnote_41_41" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans ofschoon.">[41]</ins></a> met graan al Memfis' zolders vullen</div> +<div class='i2'>Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen.</div> +<div class='i4'>Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept!</div> +<div class='i2'>Gij graaft om elke stad een grondelooze diept,</div> +<div class='i2'>Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen</div> +<div class='i2'>Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen,</div> +<div class='i2'>En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg,</div> +<div class='i2'>En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg,</div> +<div class='i2'>Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert<a name="FNanchor_42_42" id="FNanchor_42_42"></a><a href="#Footnote_42_42" class="fnanchor"><ins class="note" title="luister, glans geeft, blinkt.">[42]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En 't manenzilver<a name="FNanchor_43_43" id="FNanchor_43_43"></a><a href="#Footnote_43_43" class="fnanchor"><ins class="note" title=" 't zilver van den maan.">[43]</ins></a> met zijn gulden trots verduistert,</div> +<div class='i2'>Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal,</div> +<div class='i2'>En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al:</div> +<div class='i2'>Noch razet<a name="FNanchor_44_44" id="FNanchor_44_44"></a><a href="#Footnote_44_44" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor raast.">[44]</ins></a> den tiran, Egypten leît<a name="FNanchor_45_45" id="FNanchor_45_45"></a><a href="#Footnote_45_45" class="fnanchor"><ins class="note" title="legt; thans ligt.">[45]</ins></a> ten woesten,</div> +<div class='i2'>En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten.</div> +<div class='i4'>Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot</div> +<div class='i2'>Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot</div> +<div class='i2'>Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten</div> +<div class='i2'>Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten</div> +<div class='i2'>In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht</div> +<div class='i2'>Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht,</div> +<div class='i2'>Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide,</div> +<div class='i2'>Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide,</div> +<div class='i2'>Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman</div> +<div class='i2'>Vervloekte ploeg, en zein<a name="FNanchor_46_46" id="FNanchor_46_46"></a><a href="#Footnote_46_46" class="fnanchor"><ins class="note" title="zeis.">[46]</ins></a>, dorschvlegel, eg en wan,</div> +<div class='i2'>Toen 't heele Ceresgild<a name="FNanchor_47_47" id="FNanchor_47_47"></a><a href="#Footnote_47_47" class="fnanchor"><ins class="note" title="De landbouwende klasse.">[47]</ins></a> schier niet dan stroo en stoppel</div> +<div class='i2'>In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel:</div> +<div class='i2'>Toen loech<a name="FNanchor_48_48" id="FNanchor_48_48"></a><a href="#Footnote_48_48" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot lachte verzwakt.">[48]</ins></a> elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld,</div> +<div class='i2'>Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld,</div> +<div class='i2'>Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen</div> +<div class='i2'>Op iegelijken<a name="FNanchor_49_49" id="FNanchor_49_49"></a><a href="#Footnote_49_49" class="fnanchor"><ins class="note" title="Een iegelijk.">[49]</ins></a> wierp, en niemand heeft onttogen</div> +<div class='i2'>De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_10a" id="Page_10a">[Pg 10a]</a></span> +<div class='i2'>Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein<a name="FNanchor_50_50" id="FNanchor_50_50"></a><a href="#Footnote_50_50" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gemeen.">[50]</ins></a>.</div> +<div class='i2'>O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren<a name="FNanchor_51_51" id="FNanchor_51_51"></a><a href="#Footnote_51_51" class="fnanchor"><ins class="note" title="voren.">[51]</ins></a></div> +<div class='i2'>De wolven, die nu 't schaap van Israël verscheuren;</div> +<div class='i2'>Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond,</div> +<div class='i2'>Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond:</div> +<div class='i2'>Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven,</div> +<div class='i2'>En langen tijd met hun vóór onzen tijd begraven!</div> +<div class='i4'>Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert.</div> +<div class='i2'>Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd,</div> +<div class='i2'>Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig</div> +<div class='i2'>Beklijft, als<a name="FNanchor_52_52" id="FNanchor_52_52"></a><a href="#Footnote_52_52" class="fnanchor"><ins class="note" title="gelijk.">[52]</ins></a> 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig,</div> +<div class='i2'>Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen,</div> +<div class='i2'>Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen:</div> +<div class='i2'>Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije</div> +<div class='i2'>t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije?</div> +<div class='i4'>O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook</div> +<div class='i2'>Van onz' altaren, als een liefelijken rook,</div> +<div class='i2'>Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen</div> +<div class='i2'>Zal u den wierook van ons heilige offeranden</div> +<div class='i2'>Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds,</div> +<div class='i2'>Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds,</div> +<div class='i2'>Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen,</div> +<div class='i2'>Die overheeren zal den trots van u vijanden;</div> +<div class='i2'>Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht</div> +<div class='i2'>De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht:</div> +<div class='i2'>Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden,</div> +<div class='i2'>Wascht ons weer in de borne<a name="FNanchor_53_53" id="FNanchor_53_53"></a><a href="#Footnote_53_53" class="fnanchor"><ins class="note" title="bron, water.">[53]</ins></a> en vloed uwer genaden!</div> +<div class='i2'>Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart,</div> +<div class='i2'>Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart:</div> +<div class='i2'>Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen,</div> +<div class='i2'>Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen:</div> +<div class='i2'>Wij zijn Dijn handen werk.....</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i3'>(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.)</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Aanschouwt dat heerlijk licht!</div> +<div class='i2'>Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht!</div> +<div class='i2'>'t Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken<a name="FNanchor_54_54" id="FNanchor_54_54"></a><a href="#Footnote_54_54" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkelen (verg 't Eng. to spark).">[54]</ins></a> en te gloeyen,</div> +<div class='i2'>Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen.</div> +<div class='i2'>Ik wil mij derwaarts spoên.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Zacht, Mozes! Mozes, beidt!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hier ben ik.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Is hier van mijn tegenwoordigheid</div> +<div class='i2'>Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten,</div> +<div class='i2'>Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten.</div> +<div class='i4'>'t Bosch, dat hier branden schijnt<a name="FNanchor_55_55" id="FNanchor_55_55"></a><a href="#Footnote_55_55" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans schijnt te branden.">[55]</ins></a>, en niet en wordt verteerd,</div> +<div class='i2'>Daarmede is Israël naakt af gefigureerd:</div> +<div class='i2'>'t Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk</div> +<div class='i2'>De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk,</div> +<div class='i2'>En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud,</div> +<div class='i2'>Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt,</div> +<div class='i2'>Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen</div> +<div class='i2'>Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen.</div> +<div class='i4'>Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt,</div> +<div class='i2'>Waarvoren zich<a href="#Footnote_56_56" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans alleen geknield.">[56]</ins></a> Isak en Jakob heeft geknield<a name="FNanchor_56_56" id="FNanchor_56_56"></a><a href="#Footnote_56_56" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans alleen geknield.">[56]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Amy! waar zal ik vliên, in klippen of in kuilen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik was, Ik ben, Ik blijf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Waar zal ik mij verschuilen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_10b" id="Page_10b">[Pg 10b]</a></span> +<div class='i2'>En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank<a name="FNanchor_57_57" id="FNanchor_57_57"></a><a href="#Footnote_57_57" class="fnanchor"><ins class="note" title="sterk (verg. boven spark met ons sprank).">[57]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde,</div> +<div class='i2'>Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde</div> +<div class='i2'>Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk</div> +<div class='i2'>Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk:</div> +<div class='i2'>De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen,</div> +<div class='i2'>Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen;</div> +<div class='i2'>Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee</div> +<div class='i2'>En groot heerleger met mijn vleugelen bespreê<a name="FNanchor_58_58" id="FNanchor_58_58"></a><a href="#Footnote_58_58" class="fnanchor"><ins class="note" title="bespiedde.">[58]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen,</div> +<div class='i2'>Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open,</div> +<div class='i2'>Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord,</div> +<div class='i2'>Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord!</div> +<div class='i2'>Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden,</div> +<div class='i2'>Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden,</div> +<div class='i2'>Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt</div> +<div class='i2'>Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt!</div> +<div class='i2'>Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig<a name="FNanchor_59_59" id="FNanchor_59_59"></a><a href="#Footnote_59_59" class="fnanchor"><ins class="note" title="in eigen persoon.">[59]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig;</div> +<div class='i2'>In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan</div> +<div class='i2'>Heur hoornen spieglen in de glazige<a name="FNanchor_60_60" id="FNanchor_60_60"></a><a href="#Footnote_60_60" class="fnanchor"><ins class="note" title="spiegelgladde, effene.">[60]</ins></a> Jordaan;</div> +<div class='i2'>Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven</div> +<div class='i2'>Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven,</div> +<div class='i2'>Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots,</div> +<div class='i2'>Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods;</div> +<div class='i2'>Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen,</div> +<div class='i2'>En zag op 't altaar-plat alreê ten hemel stralen,</div> +<div class='i2'>(Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed)</div> +<div class='i2'>'t Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed;</div> +<div class='i2'>Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente,</div> +<div class='i2'>Alreê begraven had zijn vleesch en zijn gebeente;</div> +<div class='i2'>Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht<a name="FNanchor_61_61" id="FNanchor_61_61"></a><a href="#Footnote_61_61" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor gebracht.">[61]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht;</div> +<div class='i2'>Daar zijnen zoon Izak en Jakob, beî te gader,</div> +<div class='i2'>Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader;</div> +<div class='i2'>In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd</div> +<div class='i2'>Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd.</div> +<div class='i2'>Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen;</div> +<div class='i2'>De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij maakt u machtig, die<a name="FNanchor_62_62" id="FNanchor_62_62"></a><a href="#Footnote_62_62" class="fnanchor"><ins class="note" title="aan wien.">[62]</ins></a> nooit sterkheid en ontbrak;</div> +<div class='i2'>En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig,</div> +<div class='i2'>Doet mij op dezen berg een offerande heilig</div> +<div class='i2'>Van liefelijken reuk.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>O God gebenedijd!</div> +<div class='i2'>Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt</div> +<div class='i2'>Die mij gezonden hebt?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Jehova, God almachtig,</div> +<div class='i2'>Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig:</div> +<div class='i2'>Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt</div> +<div class='i2'>Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet:</div> +<div class='i2'>Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt</div> +<div class='i2'>Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld;</div> +<div class='i2'>Ik ben de Heere zelf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>De vonk van hun geloof</div> +<div class='i2'>Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder;</div> +<div class='i2'>Wat hebt gij in uw hand?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Een staf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i12'>Wel, werpt hem neder.</div> +</div> + +<span class='pagenum'><a name="Page_11a" id="Page_11a">[Pg 11a]</a></span> +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wat kronkelt hier alreê? hier wemelt, krolt<a name="FNanchor_63_63" id="FNanchor_63_63"></a><a href="#Footnote_63_63" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor krult.">[63]</ins></a> en drilt</div> +<div class='i2'>Een slange, die mij in de hielen bijten wilt<a name="FNanchor_64_64" id="FNanchor_64_64"></a><a href="#Footnote_64_64" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wil.">[64]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>O Heere, staat mij bij!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Wel, grijpt den krommen worme.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Dit 's mijnen zelfden staf, weêr in zijn eerste vorme:</div> +<div class='i2'>O, Heere wonderbaar!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Opdat u niets ontbreekt,</div> +<div class='i2'>Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt,</div> +<div class='i2'>En trekt ze weder uit.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Mijn hand is stijf en kromme,</div> +<div class='i2'>Melaatsch, gelijk de sneeuw.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Wel, drukt nu weder omme</div> +<div class='i2'>Uw ongeloovig hart.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Ze is zuiver, rein en klaar.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar,</div> +<div class='i2'>Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert<a name="FNanchor_65_65" id="FNanchor_65_65"></a><a href="#Footnote_65_65" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Bewandelt, betreedt.">[65]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>'t Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam,</div> +<div class='i2'>Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam;</div> +<div class='i2'>Kiest elders een gezant.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Zal mij dan iets ontbreken?</div> +<div class='i2'>Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken,</div> +<div class='i2'>Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt<a name="FNanchor_66_66" id="FNanchor_66_66"></a><a href="#Footnote_66_66" class="fnanchor"><ins class="note" title="draait.">[66]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En al wat in 't begrijp<a name="FNanchor_67_67" id="FNanchor_67_67"></a><a href="#Footnote_67_67" class="fnanchor"><ins class="note" title="perk, omvang.">[67]</ins></a> van nat of drooge krielt,</div> +<div class='i2'>'t Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret,</div> +<div class='i2'>En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret,</div> +<div class='i2'>'t Viervoetig veldsch<a name="FNanchor_68_68" id="FNanchor_68_68"></a><a href="#Footnote_68_68" class="fnanchor"><ins class="note" title="van't veld.">[68]</ins></a> gediert', 't geboomte, dat gekromd</div> +<div class='i2'>Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt:</div> +<div class='i2'>Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore</div> +<div class='i2'>Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore?</div> +<div class='i2'>Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald,</div> +<div class='i2'>Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt;</div> +<div class='i2'>Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig?</div> +<div class='i2'>Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig;</div> +<div class='i2'>En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet</div> +<div class='i2'>Om uw hardnekkigheid;—wat dunkt u, kan ik niet</div> +<div class='i2'>Gebruiken nevens u, voor Israël en Faron,</div> +<div class='i2'>De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron?</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Of<a name="FNanchor_69_69" id="FNanchor_69_69"></a><a href="#Footnote_69_69" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zoo, indien.">[69]</ins></a> Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God</div> +<div class='i2'>Zijt gij van mij gezalfd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>En blijft hij onbewogen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen;</div> +<div class='i2'>Mijn pijlen hangen reê gescherpt in mijnen tros<a name="FNanchor_70_70" id="FNanchor_70_70"></a><a href="#Footnote_70_70" class="fnanchor"><ins class="note" title="bundel, koker.">[70]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En of mijn haters mij nog in Egypte vonden?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>GOD.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden:</div> +<div class='i2'>Dus spoedt u.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Op uw woord zal ik mij henenspoên,</div> +<div class='i2'>Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen,</div> +<div class='i2'>Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_11b" id="Page_11b">[Pg 11b]</a></span> +<div class='i2'>Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen,</div> +<div class='i2'>Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd<a name="FNanchor_71_71" id="FNanchor_71_71"></a><a href="#Footnote_71_71" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans beschoren.">[71]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>KORACH, JOZUA, EN KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen?</div> +<div class='i2'>Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen?</div> +<div class='i2'>Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud,</div> +<div class='i2'>Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd?</div> +<div class='i2'>Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen</div> +<div class='i2'>Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen?</div> +<div class='i2'>Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild</div> +<div class='i2'>Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt<a name="FNanchor_72_72" id="FNanchor_72_72"></a><a href="#Footnote_72_72" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor versmelt.">[72]</ins></a>?</div> +<div class='i2'>Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig?</div> +<div class='i2'>Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig?</div> +<div class='i4'>O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond</div> +<div class='i2'>En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond</div> +<div class='i2'>Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken:</div> +<div class='i2'>Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken?</div> +<div class='i4'>Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen,</div> +<div class='i2'>Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen,</div> +<div class='i2'>Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk,</div> +<div class='i2'>Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk,</div> +<div class='i2'>Afgodisch aangebeèn, noch zichtbaar beeldtenis;</div> +<div class='i2'>In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis</div> +<div class='i2'>Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen.</div> +<div class='i2'>Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen;</div> +<div class='i2'>Wij hebben<a name="FNanchor_73_73" id="FNanchor_73_73"></a><a href="#Footnote_73_73" class="fnanchor"><ins class="note" title="erkennen.">[73]</ins></a> nimmermeer voor Isis onbezield,</div> +<div class='i2'>De Egypter afgodin, devotelijk geknield;</div> +<div class='i2'>Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid</div> +<div class='i2'>Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid.</div> +<div class='i4'>Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos,</div> +<div class='i2'>Gij kent onz' zwakheid teêr, en onz' nature broos,</div> +<div class='i2'>Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen,</div> +<div class='i2'>Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen;</div> +<div class='i2'>Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt,</div> +<div class='i2'>Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'.</div> +<div class='i4'>Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit<a name="FNanchor_74_74" id="FNanchor_74_74"></a><a href="#Footnote_74_74" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeit en geboeid, als vloei-et en geboei-ed te lezen; verg. beneden scheidet.">[74]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid<a href="#Footnote_74_74" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeit en geboeid, als vloei-et en geboei-ed te lezen; verg. beneden scheidet.">[74]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet,</div> +<div class='i2'>Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet!</div> +<div class='i4'>Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen</div> +<div class='i2'>Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen,</div> +<div class='i2'>Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit,</div> +<div class='i2'>Die van den witten<a name="FNanchor_75_75" id="FNanchor_75_75"></a><a href="#Footnote_75_75" class="fnanchor"><ins class="note" title="helderen.">[75]</ins></a> dag den draaiboom open sluit,</div> +<div class='i2'>Met dat zij hare vlucht<a name="FNanchor_76_76" id="FNanchor_76_76"></a><a href="#Footnote_76_76" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor vliegend span.">[76]</ins></a> gaat in den wagen spannen,</div> +<div class='i2'>Zoo spant terstond in 't juk de Israëlietsche mannen</div> +<div class='i2'>De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep<a name="FNanchor_77_77" id="FNanchor_77_77"></a><a href="#Footnote_77_77" class="fnanchor"><ins class="note" title="sluw.">[77]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep,</div> +<div class='i2'>Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten,</div> +<div class='i2'>Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten.</div> +<div class='i4'>Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid,</div> +<div class='i2'>Ons wordt naauw spijze en drank om<a name="FNanchor_78_78" id="FNanchor_78_78"></a><a href="#Footnote_78_78" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[78]</ins></a> leven bij geleid.</div> +<div class='i2'>Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten,</div> +<div class='i2'>Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten:</div> +<div class='i2'>Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt<a name="FNanchor_79_79" id="FNanchor_79_79"></a><a href="#Footnote_79_79" class="fnanchor"><ins class="note" title="Eig. 't Hoogd. kreitz, d. i. kring, perk; van daar (gelijk ook hier) strijdperk.">[79]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd:</div> +<div class='i2'>Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig,</div> +<div class='i2'>Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig,</div> +<div class='i2'>Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog,</div> +<div class='i2'>Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat<a name="FNanchor_80_80" id="FNanchor_80_80"></a><a href="#Footnote_80_80" class="fnanchor"><ins class="note" title="veegt (van 't oude dwa-en, waarvan nog dweil).">[80]</ins></a> ons tranig<a name="FNanchor_81_81" id="FNanchor_81_81"></a><a href="#Footnote_81_81" class="fnanchor"><ins class="note" title="schreyend.">[81]</ins></a> oog!</div> +<div class='i4'>'t Is onbestendig al: het planten en het zaayen</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_12a" id="Page_12a">[Pg 12a]</a></span> +<div class='i2'>Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen,</div> +<div class='i2'>Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om,</div> +<div class='i2'>Nu scheert men weêr de vrucht met eene zeisen krom,</div> +<div class='i2'>Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig,</div> +<div class='i2'>Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig<a name="FNanchor_82_82" id="FNanchor_82_82"></a><a href="#Footnote_82_82" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor tarwen-aren.">[82]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs,</div> +<div class='i2'>De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs;</div> +<div class='i2'>Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij neêr in 't Westen,</div> +<div class='i2'>Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten,</div> +<div class='i2'>De mane die heur<a name="FNanchor_83_83" id="FNanchor_83_83"></a><a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Thans zich.">[83]</ins></a> nu in volle rondte stelt,</div> +<div class='i2'>En weder heuren glans en zilverschijn versmelt;</div> +<div class='i2'>Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen,</div> +<div class='i2'>Met de elementen steeds veranderen en keeren:</div> +<div class='i2'>Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool,</div> +<div class='i2'>Die staâg uit een klimaat blijft pinken<a name="FNanchor_84_84" id="FNanchor_84_84"></a><a href="#Footnote_84_84" class="fnanchor"><ins class="note" title="flikkeren, vonkelen.">[84]</ins></a> als een kool.</div> +<div class='i4'>Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme</div> +<div class='i2'>Door wispelturigheid?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Neen, God, als een kolomme</div> +<div class='i2'>En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Is hij 't niet die hem<a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[83]</ins></a> aan onz' vaderen verbond?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Door onz' misdaden is dit zegel weêr gebroken.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken,</div> +<div class='i2'>Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid,</div> +<div class='i2'>Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegezeîd,</div> +<div class='i2'>Noch geen Egypteland, maar Kanaän vruchtbarig,</div> +<div class='i2'>Noch geen gehoornden<a name="FNanchor_85_85" id="FNanchor_85_85"></a><a href="#Footnote_85_85" class="fnanchor"><ins class="note" title="hoekigen, kronkelenden.">[85]</ins></a> Nijl, maar een Jordane barig<a name="FNanchor_86_86" id="FNanchor_86_86"></a><a href="#Footnote_86_86" class="fnanchor"><ins class="note" title="golvenden.">[86]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wat heugenis<a name="FNanchor_87_87" id="FNanchor_87_87"></a><a href="#Footnote_87_87" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor verheuging.">[87]</ins></a> is 't ons, als onze tijd gaat springen<a name="FNanchor_88_88" id="FNanchor_88_88"></a><a href="#Footnote_88_88" class="fnanchor"><ins class="note" title="afloopt.">[88]</ins></a>?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waaruit bewijst gij dat?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>God bindt hem<a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[83]</ins></a> aan geen kwaden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart,</div> +<div class='i2'>In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden,</div> +<div class='i2'>In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden:</div> +<div class='i2'>Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult</div> +<div class='i2'>Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld:</div> +<div class='i2'>Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen,</div> +<div class='i2'>De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen</div> +<div class='i2'>Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt,</div> +<div class='i2'>Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt,</div> +<div class='i2'>Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren,</div> +<div class='i2'>Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wat staat ons dan te doen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Tot boete zijn bereid</div> +<div class='i2'>Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid,</div> +<div class='i2'>Misschien (wij mogen<a name="FNanchor_89_89" id="FNanchor_89_89"></a><a href="#Footnote_89_89" class="fnanchor"><ins class="note" title="kunnen.">[89]</ins></a> toch zijn wijsheid niet begrijpen),</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_12b" id="Page_12b">[Pg 12b]</a></span> +<div class='i2'>Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen</div> +<div class='i2'>De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd;</div> +<div class='i2'>God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft</div> +<div class='i2'>Weet hij te voren wel.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Behoudens uw propoosten<a name="FNanchor_90_90" id="FNanchor_90_90"></a><a href="#Footnote_90_90" class="fnanchor"><ins class="note" title="Met uw verlof.">[90]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Beproeving, schijnt<a name="FNanchor_91_91" id="FNanchor_91_91"></a><a href="#Footnote_91_91" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor schijnt het.">[91]</ins></a> nochtans, den mensche leidt ten boosten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd<a name="FNanchor_92_92" id="FNanchor_92_92"></a><a href="#Footnote_92_92" class="fnanchor"><ins class="note" title=" voor toegevoegd, opgelegd.">[92]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd;</div> +<div class='i2'>Dat hij ons van hem<a name="FNanchor_93_93" id="FNanchor_93_93"></a><a href="#Footnote_93_93" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor zich.">[93]</ins></a> werpt geschiedt maar uit ontfermen;</div> +<div class='i2'>Om vaderlijken<a name="FNanchor_94_94" id="FNanchor_94_94"></a><a href="#Footnote_94_94" class="fnanchor"><ins class="note" title="op vaderlijke wijs.">[94]</ins></a> ons te omhelzen met zijn armen:</div> +<div class='i2'>Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch</div> +<div class='i2'>Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze</div> +<div class='i2'>Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis</div> +<div class='i2'>Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is:</div> +<div class='i2'>De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven</div> +<div class='i2'>Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven,</div> +<div class='i2'>En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot,</div> +<div class='i2'>Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God:</div> +<div class='i2'>Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig,</div> +<div class='i2'>Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig;</div> +<div class='i2'>Gelijk ons teêre lijf, ellendig, naakt en bloot,</div> +<div class='i2'>'t Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood;</div> +<div class='i2'>Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen,</div> +<div class='i2'>Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden,</div> +<div class='i2'>Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft,</div> +<div class='i2'>En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft:</div> +<div class='i2'>En of ons lichaam schoon<a name="FNanchor_95_95" id="FNanchor_95_95"></a><a href="#Footnote_95_95" class="fnanchor"><ins class="note" title="ook (ofschoon).">[95]</ins></a> in allerlei wellusten</div> +<div class='i2'>En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten</div> +<div class='i2'>Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth?</div> +<div class='i2'>Wat baatten<a name="FNanchor_96_96" id="FNanchor_96_96"></a><a href="#Footnote_96_96" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor baatte (wegens den volg. klinker).">[96]</ins></a> ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot</div> +<div class='i2'>En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven?</div> +<div class='i2'>'t Wordt hier toch al op 't lest geëindigd met een sterven:</div> +<div class='i2'>Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt,</div> +<div class='i2'>Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt</div> +<div class='i2'>Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten,</div> +<div class='i2'>Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten</div> +<div class='i2'>Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest</div> +<div class='i2'>Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig,</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij heeft een geesel nog, waarmeê hij na der zielen<a name="FNanchor_97_97" id="FNanchor_97_97"></a><a href="#Footnote_97_97" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans naar de ziel.">[97]</ins></a></div> +<div class='i2'>Den mensche harder straft, een onverganklijk wee;</div> +<div class='i2'>Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne scheê.</div> +<div class='i2'>Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren</div> +<div class='i2'>Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren;</div> +<div class='i2'>Dus laat ons deze roê, waarmede hij ons driegt<a name="FNanchor_98_98" id="FNanchor_98_98"></a><a href="#Footnote_98_98" class="fnanchor"><ins class="note" title="dreigt">[98]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt:</div> +<div class='i2'>Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen,</div> +<div class='i2'>Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen,</div> +<div class='i2'>Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand<a name="FNanchor_99_99" id="FNanchor_99_99"></a><a href="#Footnote_99_99" class="fnanchor"><ins class="note" title="met tranen in de oogen, weenend.">[99]</ins></a></div> +<div class='i2'>Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_13a" id="Page_13a">[Pg 13a]</a></span> +<div class='i2'>Zij bleven onbeweegd<a name="FNanchor_100_100" id="FNanchor_100_100"></a><a href="#Footnote_100_100" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans onbewogen.">[100]</ins></a>, al zagen zij voor oogen</div> +<div class='i2'>Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen,</div> +<div class='i2'>Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg,</div> +<div class='i2'>En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg;</div> +<div class='i2'>Toen heeft God opgesteld<a name="FNanchor_101_101" id="FNanchor_101_101"></a><a href="#Footnote_101_101" class="fnanchor"><ins class="note" title="zijn verlaten opengezet.">[101]</ins></a> zijn groote waterspuyen<a href="#Footnote_101_101" class="fnanchor"><ins class="note" title="zijn verlaten opengezet.">[101]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen,</div> +<div class='i2'>De meeren liepen t' zaâm, met alle stroomen droef,</div> +<div class='i2'>Tot eindelijk een zee den aardenkloot<a name="FNanchor_102_102" id="FNanchor_102_102"></a><a href="#Footnote_102_102" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor aardkloot.">[102]</ins></a> begroef.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten</div> +<div class='i2'>Van die van Gomorra en stoute Sodomieten,</div> +<div class='i2'>Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook,</div> +<div class='i2'>Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken</div> +<div class='i2'>Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken<a name="FNanchor_103_103" id="FNanchor_103_103"></a><a href="#Footnote_103_103" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans van de ark.">[103]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur<a name="FNanchor_104_104" id="FNanchor_104_104"></a><a href="#Footnote_104_104" class="fnanchor"><ins class="note" title="zuiver.">[104]</ins></a></div> +<div class='i2'>D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Is al vergeefs gehoopt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Vertwijfelt niet in hopen.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort,</div> +<div class='i2'>Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort:</div> +<div class='i2'>Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen</div> +<div class='i2'>Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden</div> +<div class='i2'>Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam</div> +<div class='i2'>Tot eenig instrument den ouden Abraham,</div> +<div class='i2'>Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken,</div> +<div class='i2'>Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken:</div> +<div class='i2'>Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan,</div> +<div class='i2'>Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan,</div> +<div class='i2'>Zijn vijanden aangreep, die alreê met versagen</div> +<div class='i2'>De grootste kapitein had in de vlucht geslagen;</div> +<div class='i2'>Wie niet ontvlieden mocht<a name="FNanchor_105_105" id="FNanchor_105_105"></a><a href="#Footnote_105_105" class="fnanchor"><ins class="note" title="kon.">[105]</ins></a>, viel in zijn eigen zwaard.</div> +<div class='i2'>Aldus verloste d' een' den andren broeder waard,</div> +<div class='i2'>Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel;</div> +<div class='i2'>Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar;</div> +<div class='i2'>De Heere Zebaoth mocht<a href="#Footnote_105_105" class="fnanchor"><ins class="note" title="kon.">[105]</ins></a> wel Loths kommer stelpen,</div> +<div class='i2'>Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waarom en deed hij 't niet?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Maar<a name="FNanchor_106_106" id="FNanchor_106_106"></a><a href="#Footnote_106_106" class="fnanchor"><ins class="note" title="wel.">[106]</ins></a>, vraagt gij den waarom?</div> +<div class='i2'>Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om:</div> +<div class='i2'>Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren,</div> +<div class='i2'>Heeft haren tijd bestemd<a name="FNanchor_107_107" id="FNanchor_107_107"></a><a href="#Footnote_107_107" class="fnanchor"><ins class="note" title="bepaald; verg. boven bl. [3].">[107]</ins></a>, haar dagen en haar uren:</div> +<div class='i2'>Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait,</div> +<div class='i2'>Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait:</div> +<div class='i2'>God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen,</div> +<div class='i2'>Den akker van ons hart komt door Farao ploegen,</div> +<div class='i2'>Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel,</div> +<div class='i2'>Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden eêl;</div> +<div class='i2'>Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker,</div> +<div class='i2'>En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker;</div> +<div class='i2'>Als nu de troebel zon van boven uit de locht</div> +<div class='i2'>Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht</div> +<div class='i2'>Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen,</div> +<div class='i2'>Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen,</div> +<div class='i2'>Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_13b" id="Page_13b">[Pg 13b]</a></span> +<div class='i2'>Gelijk de landman, die op hope van den oogst</div> +<div class='i2'>Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten:</div> +<div class='i2'>Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Gij keeret<a name="FNanchor_108_108" id="FNanchor_108_108"></a><a href="#Footnote_108_108" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor keert het, proeft het.">[108]</ins></a> al in 't best.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Geeft gij ons geen geloof,</div> +<div class='i2'>Zoo proevet<a href="#Footnote_108_108" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor keert het, proeft het.">[108]</ins></a> bij u zelv', en achtet geenen roof</div> +<div class='i2'>Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven,</div> +<div class='i2'>Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven:</div> +<div class='i2'>Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd,</div> +<div class='i2'>Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt<a name="FNanchor_109_109" id="FNanchor_109_109"></a><a href="#Footnote_109_109" class="fnanchor"><ins class="note" title="toevoegt.">[109]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten</div> +<div class='i2'>Ons te verdelgen heel.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Gelijk als aan een keten</div> +<div class='i2'>De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert</div> +<div class='i2'>Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd</div> +<div class='i2'>'t Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen</div> +<div class='i2'>Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen;</div> +<div class='i2'>Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt,</div> +<div class='i2'>Die door veel middelen voorzieniglijken werkt:</div> +<div class='i2'>Den prins van Sinear, den<a name="FNanchor_110_110" id="FNanchor_110_110"></a><a href="#Footnote_110_110" class="fnanchor"><ins class="note" title='Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op gelijke wijs als "t nog steeds in Overijsel en elders—voor "t Hollandsche die of dien onzer schrijftaal—gebezigd wordt. Evenzoo vroeger "den Farao".'>[110]</ins></a> Nemrot, dacht tirannig</div> +<div class='i2'>Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig</div> +<div class='i2'>Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert</div> +<div class='i2'>Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'<a name="FNanchor_111_111" id="FNanchor_111_111"></a><a href="#Footnote_111_111" class="fnanchor"><ins class="note" title="gestarnte.">[111]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer<a name="FNanchor_112_112" id="FNanchor_112_112"></a><a href="#Footnote_112_112" class="fnanchor"><ins class="note" title=" De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.">[112]</ins></a></div> +<div class='i2'>Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer;</div> +<div class='i2'>Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek.</div> +<div class='i2'>God leidt de koningen gelijk een waterbeek:</div> +<div class='i2'>Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken<a name="FNanchor_113_113" id="FNanchor_113_113"></a><a href="#Footnote_113_113" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinken (van daar onze metaalnaam blik en 't woord bliksem).">[113]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Hij heerschet<a name="FNanchor_114_114" id="FNanchor_114_114"></a><a href="#Footnote_114_114" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor beheerscht het.">[114]</ins></a> t' zamen door zijn wijselijk beschikken</div> +<div class='i2'>God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt,</div> +<div class='i2'>'t Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt!</div> +<div class='i2'>Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken,</div> +<div class='i2'>En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken</div> +<div class='i2'>Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal</div> +<div class='i2'>Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal</div> +<div class='i2'>Des Goddelijken wils niet even op en wegen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waarom?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Het goddeloos bestuur van een tiran</div> +<div class='i2'>(Na uitwijs van uw reên), daar is God oorzaak van.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen,</div> +<div class='i2'>Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen<a name="FNanchor_115_115" id="FNanchor_115_115"></a><a href="#Footnote_115_115" class="fnanchor"><ins class="note" title="tot zijn straf.">[115]</ins></a>.</div> +<div class='i2'>Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet,</div> +<div class='i2'>Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt:</div> +<div class='i2'>'t Leed daar ons Farao met<a name="FNanchor_116_116" id="FNanchor_116_116"></a><a href="#Footnote_116_116" class="fnanchor"><ins class="note" title="meê.">[116]</ins></a> pijnigt ongerichtig</div> +<div class='i2'>(Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig),</div> +<div class='i2'>Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed<a name="FNanchor_117_117" id="FNanchor_117_117"></a><a href="#Footnote_117_117" class="fnanchor"><ins class="note" title="wijselijk.">[117]</ins></a></div> +<div class='i2'>Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet,</div> +<div class='i2'>Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig,</div> +<div class='i2'>Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig<a name="FNanchor_118_118" id="FNanchor_118_118"></a><a href="#Footnote_118_118" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tot veroordeeling en dwaling leidend.">[118]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij zegt nochtans—</div> +</div> + +<span class='pagenum'><a name="Page_14a" id="Page_14a">[Pg 14a]</a></span> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES en AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Ontluikt, gelijk een lustdal schoon,</div> +<div class='i2'>Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten</div> +<div class='i2'>De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten,</div> +<div class='i2'>Gij die verlaten scheent.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Wie of met vrolijkheid</div> +<div class='i2'>Ons ongewoon begroet?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>'t Zijn Amrans zonen beid'.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>o Broeders, wellekom!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Uw voorhoofd wilt vervrooyen<a name="FNanchor_119_119" id="FNanchor_119_119"></a><a href="#Footnote_119_119" class="fnanchor"><ins class="note" title="anders verfrayen, thans vervrolijken.">[119]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Verheft uw droef gelaat, o Israël! en steekt</div> +<div class='i2'>Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt,</div> +<div class='i2'>De Heer die is met u, die alle uw ellenden</div> +<div class='i2'>En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden:</div> +<div class='i4'>De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf,</div> +<div class='i2'>Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf,</div> +<div class='i2'>Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik denk 't is eenen droom.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Neen, broeders! in der waarheid;</div> +<div class='i2'>Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd'</div> +<div class='i2'>Met deez' gedoornde mik<a name="FNanchor_120_120" id="FNanchor_120_120"></a><a href="#Footnote_120_120" class="fnanchor"><ins class="note" title="een van boven gespleten stok.">[120]</ins></a>, mijn herderlijke stut<a name="FNanchor_121_121" id="FNanchor_121_121"></a><a href="#Footnote_121_121" class="fnanchor"><ins class="note" title="staf.">[121]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig<a name="FNanchor_122_122" id="FNanchor_122_122"></a><a href="#Footnote_122_122" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinkend; verg. boven op blikken.">[122]</ins></a> vuur omranden,</div> +<div class='i2'>'t Welk heel verteeren<a name="FNanchor_123_123" id="FNanchor_123_123"></a><a href="#Footnote_123_123" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor te verteeren.">[123]</ins></a> scheen en t' zamen te verbranden:</div> +<div class='i2'>Maar even vrolijk loech<a name="FNanchor_124_124" id="FNanchor_124_124"></a><a href="#Footnote_124_124" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.">[124]</ins></a> blaên, bloemen, kruid en loof:</div> +<div class='i2'>Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof,</div> +<div class='i2'>De donder van een stem, o wonderlijk spektakel!</div> +<div class='i2'>Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel,</div> +<div class='i2'>Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt,</div> +<div class='i2'>Daarmede is Israël naar 't leven afgebeeld,</div> +<div class='i2'>Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken;</div> +<div class='i2'>Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken<a name="FNanchor_125_125" id="FNanchor_125_125"></a><a href="#Footnote_125_125" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot plukken verdikt.">[125]</ins></a>.</div> +<div class='i4'>Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut<a name="FNanchor_126_126" id="FNanchor_126_126"></a><a href="#Footnote_126_126" class="fnanchor"><ins class="note" title="bedwelmd.">[126]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Driemalen heeft de berg zich bevende verschud:</div> +<div class='i2'>En als ik niet en wist waar henen te vervluchten,</div> +<div class='i2'>Met een borstkloppig<a name="FNanchor_127_127" id="FNanchor_127_127"></a><a href="#Footnote_127_127" class="fnanchor"><ins class="note" title="de borst doorbonzend.">[127]</ins></a> hart, en met een zwaar verzuchten,</div> +<div class='i2'>En schier van vreeze lag begraven in het gras,</div> +<div class='i2'>Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was:</div> +<div class='i2'>De God <span class="smcap">JEHOVA</span> zelf, de God van onzen vader,</div> +<div class='i2'>De Schepper van het al, alleen des levens ader,</div> +<div class='i2'>De Herder Israëls, die in 't beloofde land</div> +<div class='i2'>Ons nu vervoeren wil uit Faraonis<a name="FNanchor_128_128" id="FNanchor_128_128"></a><a href="#Footnote_128_128" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Lat. 2e naamval: van Farao.">[128]</ins></a> hand,</div> +<div class='i2'>Uit al onz' slavernij.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>En deed hij u geen teeken</div> +<div class='i2'>Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken,</div> +<div class='i2'>Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd<a name="FNanchor_129_129" id="FNanchor_129_129"></a><a href="#Footnote_129_129" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor duizenden.">[129]</ins></a></div> +<div class='i2'>Die onder Farao dus lange zijn gekruist<a name="FNanchor_130_130" id="FNanchor_130_130"></a><a href="#Footnote_130_130" class="fnanchor"><ins class="note" title="gekweld.">[130]</ins></a>?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ja, haddy<a name="FNanchor_131_131" id="FNanchor_131_131"></a><a href="#Footnote_131_131" class="fnanchor"><ins class="note" title="Saamgetrokken uit hadtghy: hadt gij.">[131]</ins></a> 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_14b" id="Page_14b">[Pg 14b]</a></span> +<div class='i2'>Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange,</div> +<div class='i2'>Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn,</div> +<div class='i2'>En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn</div> +<div class='i2'>Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen;</div> +<div class='i2'>Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen,</div> +<div class='i2'>Azurig luisterde<a name="FNanchor_132_132" id="FNanchor_132_132"></a><a href="#Footnote_132_132" class="fnanchor"><ins class="note" title="Glinsterde.">[132]</ins></a> haar vel, en in mijn oog</div> +<div class='i2'>Geleek<a name="FNanchor_133_133" id="FNanchor_133_133"></a><a href="#Footnote_133_133" class="fnanchor"><ins class="note" title="versta: geleek zij.">[133]</ins></a> de slang die onz' voorouderen bedroog</div> +<div class='i2'>In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde<a name="FNanchor_134_134" id="FNanchor_134_134"></a><a href="#Footnote_134_134" class="fnanchor"><ins class="note" title="verkeerdelijk voor zwierf, verstierf.">[134]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde<a href="#Footnote_134_134" class="fnanchor"><ins class="note" title="verkeerdelijk voor zwierf, verstierf.">[134]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet<a name="FNanchor_135_135" id="FNanchor_135_135"></a><a href="#Footnote_135_135" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot heette verzwakt.">[135]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Was 't weêr dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet:</div> +<div class='i2'>'t En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen</div> +<div class='i2'>Mijn hand met lazerij, en heeft ze weêr genezen,</div> +<div class='i2'>En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein</div> +<div class='i2'>Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein:</div> +<div class='i2'>Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig,</div> +<div class='i2'>U en Farao maar een sterk geloove krachtig</div> +<div class='i2'>En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed<a name="FNanchor_136_136" id="FNanchor_136_136"></a><a href="#Footnote_136_136" class="fnanchor"><ins class="note" title=" (Gelijk metterdaad, metterwoon, enz. saamgetrokken met der spoed) thans met spoed.">[136]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet,</div> +<div class='i2'>Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning,</div> +<div class='i2'>Te spreken nevens mij voor Farao, den koning,</div> +<div class='i2'>En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd</div> +<div class='i2'>Van zijn verkoren volk.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>De Heere zij geloofd,</div> +<div class='i2'>Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen,</div> +<div class='i2'>En in 't beloofde land bedelven<a name="FNanchor_137_137" id="FNanchor_137_137"></a><a href="#Footnote_137_137" class="fnanchor"><ins class="note" title="begraven.">[137]</ins></a> eens onze asschen</div> +<div class='i2'>In ons voorvaders graf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Den Heer zij lof en prijs!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs,</div> +<div class='i2'>De wreede Farao zal ons niet meer verheeren,</div> +<div class='i2'>De stamme Juda nu aanvanget te regeeren:</div> +<div class='i2'>Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat!</div> +<div class='i2'>Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad,</div> +<div class='i2'>Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger,</div> +<div class='i2'>Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger</div> +<div class='i2'>In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt,</div> +<div class='i2'>Daar ik in mijnen slaap zoo dik<a name="FNanchor_138_138" id="FNanchor_138_138"></a><a href="#Footnote_138_138" class="fnanchor"><ins class="note" title="vaak, dikwerf d. i. veelmaals.">[138]</ins></a> van heb gedroomd:</div> +<div class='i2'>Ach, lang gewenschte vreugd!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KALEB.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Ach, heugelijke tijding!</div> +<div class='i2'>Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>JOZUA.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd,</div> +<div class='i2'>Als gij dit hooren zult.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Hoe zal dan met geneugt</div> +<div class='i2'>De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken,</div> +<div class='i2'>Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gaat, boodschapt den Hebreên hun uitkomst; want in 't hof</div> +<div class='i2'>Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>KORACH.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En zoo hij 't u ontzegt?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>'t En mag hem geenszins baten:</div> +<div class='i2'>Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten.</div> +<div class='i8'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Als de zee vast ongestuimig</div> +<div class='i4'>Stormt, en werpt haar baren schuimig</div> +<div class='i4'>Naar den hemel al verbaasd,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_15a" id="Page_15a">[Pg 15a]</a></span> +<div class='i4'>Als de schipper hoort de buyen</div> +<div class='i4'>Van den Noord-wind 't strand doorluyen,</div> +<div class='i4'>Is de stilte eerst allernaast.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Zoo ook God, wanneer hij droeve</div> +<div class='i4'>Stelt in 't hardste van zijn proeve</div> +<div class='i4'>'t Mensch'lijk schepsel t' eenemaal,</div> +<div class='i4'>Is zijn gunste zoo veel nader,</div> +<div class='i4'>En, gelijk een goedig Vader,</div> +<div class='i4'>Zoo verzacht hij al hun kwaal.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Na zijn toornigheid ontsteken<a name="FNanchor_139_139" id="FNanchor_139_139"></a><a href="#Footnote_139_139" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Thans ontstoken.">[139]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Zal hij weêr zijn pijlen breken,</div> +<div class='i4'>En na zijn kastijding schier<a name="FNanchor_140_140" id="FNanchor_140_140"></a><a href="#Footnote_140_140" class="fnanchor"><ins class="note" title="schielijk afgedane.">[140]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Na zijn straffinge weldadig</div> +<div class='i4'>Werpt hij wederom genadig</div> +<div class='i4'>Al zijn roeden in het vier.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Want in droefheid en ellenden</div> +<div class='i4'>Zal de mensch tot God zich wenden:</div> +<div class='i4'>Maar in weelde en voorspoed zat</div> +<div class='i4'>Zal hij wederom vergeten</div> +<div class='i4'>'s Heeren goedheid ongemeten,</div> +<div class='i4'>Wijkende van zijnen pad.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Dat ons God dan proeft ten lesten,</div> +<div class='i4'>Dienet al tot onzen besten,</div> +<div class='i4'>Of men 't schoon zoo niet begrijpt:</div> +<div class='i4'>Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen,</div> +<div class='i4'>Och! men moet hem wel besnoeyen,</div> +<div class='i4'>Eer zijn gulden vruchte rijpt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Na een bitter sause scheele<a name="FNanchor_141_141" id="FNanchor_141_141"></a><a href="#Footnote_141_141" class="fnanchor"><ins class="note" title=" het gelaat verwringende.">[141]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Zal de honig onze keele</div> +<div class='i4'>Smaken zoeter en belust,</div> +<div class='i4'>En na 't lang gedurig slaven</div> +<div class='i4'>Ligt de moede zacht begraven</div> +<div class='i4'>In den schoot van stille rust.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Die den<a name="FNanchor_142_142" id="FNanchor_142_142"></a><a href="#Footnote_142_142" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans de.">[142]</ins></a> Hemel meest beminnet,</div> +<div class='i4'>Dien hij allerliefst bezinnet,</div> +<div class='i4'>Meest van droefheid werd bespoeld<a name="FNanchor_143_143" id="FNanchor_143_143"></a><a href="#Footnote_143_143" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor overstelpt of iets derg.">[143]</ins></a>:</div> +<div class='i4'>'t Moedig paard, dat in den stalle</div> +<div class='i4'>Is uitmuntig boven alle,</div> +<div class='i4'>Meest zijns heeren sporen voelt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Is 't dan vreemd, dat God de Joden,</div> +<div class='i4'>In de tranen van veel nooden,</div> +<div class='i4'>Heeft gewasschen rein en klaar:</div> +<div class='i4'>Nu de tijd ook is verschenen,</div> +<div class='i4'>Keert in blijdschap al hun weenen,</div> +<div class='i4'>Nu is hunnen trooster daar.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Want God voor veel jaren Mozen<a name="FNanchor_144_144" id="FNanchor_144_144"></a><a href="#Footnote_144_144" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. vierde naamval van Mozes.">[144]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Amrams zone, heeft verkozen</div> +<div class='i4'>Tot een trooster Israëls:</div> +<div class='i4'>Ziet eens, hoe hij hem omermde,</div> +<div class='i4'>Hem omhelsde en beschermde,</div> +<div class='i4'>Voor Farao's gramschap hels<a name="FNanchor_145_145" id="FNanchor_145_145"></a><a href="#Footnote_145_145" class="fnanchor"><ins class="note" title="Helsche, Duivelsche.">[145]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Toen de afgunstigheid de zonen</div> +<div class='i4'>Jakobs, zonder te verschoonen,</div> +<div class='i4'>Zwaard en water overgaf;</div> +<div class='i4'>Toen het moederlijke herte</div> +<div class='i4'>Jochebeds zag, met veel smerte,</div> +<div class='i4'>Mozes wieg aan voor zijn graf;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<span class='pagenum'><a name="Page_15b" id="Page_15b">[Pg 15b]</a></span> +<div class='i6'>Toen de moeder heurs zoons leven</div> +<div class='i4'>Moest de baren overgeven,</div> +<div class='i4'>Als zij had heur kind gekust;</div> +<div class='i4'>Toen de moederlijke zorgen</div> +<div class='i4'>Lagen, met heur kind, geborgen</div> +<div class='i4'>In het kistjen ongerust.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Toen zij moest heur zelf verliezen,</div> +<div class='i4'>Van twee kwaden 't beste kiezen,</div> +<div class='i4'>Met een droef adieu, te noô<a name="FNanchor_146_146" id="FNanchor_146_146"></a><a href="#Footnote_146_146" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maar al te ongaarne geuit.">[146]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Riep: "ik hope in deze golven</div> +<div class='i4'>Meer meêdoogen is gedolven</div> +<div class='i4'>Als in 's konings herte snoô!"</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>God, hoe langs hoe goedertierder,</div> +<div class='i4'>Van dit scheepken was de Stierder</div> +<div class='i4'>Zelf, met eenen Wester wind,</div> +<div class='i4'>Die het blies hoe langs hoe lochter<a name="FNanchor_147_147" id="FNanchor_147_147"></a><a href="#Footnote_147_147" class="fnanchor"><ins class="note" title="vlugger.">[147]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>In den schoot van 's konings dochter,</div> +<div class='i4'>Voor een Engel en geen kind.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Kind, dat zag men weder dorsten</div> +<div class='i4'>Naar zijn eigen moeders borsten,</div> +<div class='i4'>'t Wies in alle schoonheid op;</div> +<div class='i4'>In zijn voorhoofd stond geletterd,</div> +<div class='i4'>Hoe 't den Farao verpletterd</div> +<div class='i4'>Nog vertreden zou den kop.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Groeide op in manlijkheden<a name="FNanchor_148_148" id="FNanchor_148_148"></a><a href="#Footnote_148_148" class="fnanchor"><ins class="note" title="manlijke kracht.">[148]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>En, van harte heel besneden</div> +<div class='i4'>Voor des hofs wellusten, hij</div> +<div class='i4'>Koos in ballingschap te zwermen,</div> +<div class='i4'>En den Hebree te beschermen</div> +<div class='i4'>In zijn droeve slavernij.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Als hij hierom moest vervluchten,</div> +<div class='i4'>En in Midians gehuchten,</div> +<div class='i4'>Weiden 't herderlijke vee:</div> +<div class='i4'>Als de tijd nu was voor handen,</div> +<div class='i4'>Dat de Heer zijn offeranden</div> +<div class='i4'>Eischen zou van den Hebree;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Zoo verschijnt hem van den Hemel,</div> +<div class='i4'>Bij Sinaï, 't lichtgeschemel<a name="FNanchor_149_149" id="FNanchor_149_149"></a><a href="#Footnote_149_149" class="fnanchor"><ins class="note" title="lichtgeschitter.">[149]</ins></a></div> +<div class='i4'>Van des Heeren heerlijkheid;</div> +<div class='i4'>God laat hem zijn stemme hooren,</div> +<div class='i4'>Op dat hij zijn uitverkoren</div> +<div class='i4'>In het land Kanaan leidt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Op dat zij daar, zonder smetten,</div> +<div class='i4'>Onderhouden zijne wetten,</div> +<div class='i4'>En hem lieflijk met wyrook</div> +<div class='i4'>Eenen zoeten reuk toebrengen,</div> +<div class='i4'>En met bokkenbloed besprengen</div> +<div class='i4'>Zijn altaren met gesmook<a name="FNanchor_150_150" id="FNanchor_150_150"></a><a href="#Footnote_150_150" class="fnanchor"><ins class="note" title="walmend, smokend.">[150]</ins></a>;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Op dat dankbaar, onverholen</div> +<div class='i4'>(Wijder als tusschen de polen,</div> +<div class='i4'>'t Hemellicht den nacht beschaamt)</div> +<div class='i4'>Al zijn groote wonderdaden,</div> +<div class='i4'>En zijn goedheid vol genaden</div> +<div class='i4'>Over al mocht zijn befaamd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Dat de mensche<a name="FNanchor_151_151" id="FNanchor_151_151"></a><a href="#Footnote_151_151" class="fnanchor"><ins class="note" title="enkelv.">[151]</ins></a> steeds mocht haken,</div> +<div class='i4'>Om hier boven te geraken</div> +<div class='i4'>Daar 't hem alles looft en prijst.—</div> +<div class='i4'>Acht het aardsch dan veel geringer</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_16a" id="Page_16a">[Pg 16a]</a></span> +<div class='i4'>Dan het Hemelsch, daar de vinger</div> +<div class='i4'>Van zijn zoete wet op wijst.</div> +</div></div> + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h4>TWEEDE DEEL.</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders +en toovenaars,</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?)</div> +<div class='i2'>Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen,</div> +<div class='i2'>Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft</div> +<div class='i2'>De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft,</div> +<div class='i2'>De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt<a name="FNanchor_152_152" id="FNanchor_152_152"></a><a href="#Footnote_152_152" class="fnanchor"><ins class="note" title="Duizelig maakt.">[152]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt.</div> +<div class='i2'>Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal</div> +<div class='i2'>'s Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.<a name="FNanchor_153_153" id="FNanchor_153_153"></a><a href="#Footnote_153_153" class="fnanchor"><ins class="note" title="het groote heelal.">[153]</ins></a></div> +<div class='i2'>De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken<a name="FNanchor_154_154" id="FNanchor_154_154"></a><a href="#Footnote_154_154" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor gemakkelijk.">[154]</ins></a></div> +<div class='i2'>In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken</div> +<div class='i2'>Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit</div> +<div class='i2'>Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid</div> +<div class='i2'>Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten,</div> +<div class='i2'>Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten;</div> +<div class='i2'>Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom,</div> +<div class='i2'>Zijn zorgen werden ijl<a name="FNanchor_155_155" id="FNanchor_155_155"></a><a href="#Footnote_155_155" class="fnanchor"><ins class="note" title="plotseling.">[155]</ins></a> verkeerd in eenen droom.</div> +<div class='i4'>Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen</div> +<div class='i2'>Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen,</div> +<div class='i2'>In volle wapening en rusting t' eenemaal,</div> +<div class='i2'>Gelijk wanneer de Moor ontziet<a name="FNanchor_156_156" id="FNanchor_156_156"></a><a href="#Footnote_156_156" class="fnanchor"><ins class="note" title="vreest.">[156]</ins></a> mijn bloedig staal.</div> +<div class='i2'>De hemel was gevaagd<a name="FNanchor_157_157" id="FNanchor_157_157"></a><a href="#Footnote_157_157" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans geveegd, gezuiverd.">[157]</ins></a> blaauw, helder, en azurig,</div> +<div class='i2'>En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig,</div> +<div class='i2'>Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch;</div> +<div class='i2'>Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch,</div> +<div class='i2'>De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden<a name="FNanchor_158_158" id="FNanchor_158_158"></a><a href="#Footnote_158_158" class="fnanchor"><ins class="note" title="makkers (nam. de zeeluî).">[158]</ins></a></div> +<div class='i2'>Voor 't windelooze weêr een zeil uitspannen wilden,</div> +<div class='i2'>'t Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor,</div> +<div class='i2'>En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor,</div> +<div class='i2'>Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen,</div> +<div class='i2'>Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen<a name="FNanchor_159_159" id="FNanchor_159_159"></a><a href="#Footnote_159_159" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor wenden.">[159]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De sture Boreas begon fluks uit de zee</div> +<div class='i2'>'t Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree,</div> +<div class='i2'>De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken,</div> +<div class='i2'>En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken;</div> +<div class='i2'>Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag,</div> +<div class='i2'>Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag,</div> +<div class='i2'>Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch<a name="FNanchor_160_160" id="FNanchor_160_160"></a><a href="#Footnote_160_160" class="fnanchor"><ins class="note" title="verradelijk.">[160]</ins></a> geflikker</div> +<div class='i2'>Jupijn van boven wierp, met eiselijk<a name="FNanchor_161_161" id="FNanchor_161_161"></a><a href="#Footnote_161_161" class="fnanchor"><ins class="note" title="vreeselijk; thans verkeerdelijk ijselijk geschreven.">[161]</ins></a> geklikker,</div> +<div class='i2'>De donder dreunde met een dommelig geklak,</div> +<div class='i2'>Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak,</div> +<div class='i2'>Die met zijn gaffel<a name="FNanchor_162_162" id="FNanchor_162_162"></a><a href="#Footnote_162_162" class="fnanchor"><ins class="note" title="vork ('t Hoogd. gabel), hier voor Neptunus' drietand.">[162]</ins></a> scheen den hemel te beklemmen,</div> +<div class='i2'>En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen;</div> +<div class='i2'>De Tritons trompten<a name="FNanchor_163_163" id="FNanchor_163_163"></a><a href="#Footnote_163_163" class="fnanchor"><ins class="note" title="bliezen.">[163]</ins></a> op hun groote waterschulp,</div> +<div class='i2'>Dat ieder Palinuur<a name="FNanchor_164_164" id="FNanchor_164_164"></a><a href="#Footnote_164_164" class="fnanchor"><ins class="note" title="d. i. stuurman (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).">[164]</ins></a> de Goden riep om hulp,</div> +<div class='i2'>De schepen stegen op genade naar de polen</div> +<div class='i2'>En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen.</div> +<div class='i4'>De paarden zagen nu ook d' onweêrs stormen leep<a name="FNanchor_165_165" id="FNanchor_165_165"></a><a href="#Footnote_165_165" class="fnanchor"><ins class="note" title="boos (druipend).">[165]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep,</div> +<div class='i2'>Zij vlogen even dol een langdurige wijle,</div> +<div class='i2'>Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle;</div> +<div class='i2'>Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom</div> +<div class='i2'>Schoof op vier raders de beslagen disselboom;</div> +<div class='i2'>Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte,</div> +<div class='i2'>Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte:</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_16b" id="Page_16b">[Pg 16b]</a></span> +<div class='i2'>Wat 's konings koetser<a name="FNanchor_166_166" id="FNanchor_166_166"></a><a href="#Footnote_166_166" class="fnanchor"><ins class="note" title=" 't Hoogd. kutscher; thans koetsier.">[166]</ins></a> ook gebaarde<a name="FNanchor_167_167" id="FNanchor_167_167"></a><a href="#Footnote_167_167" class="fnanchor"><ins class="note" title="aanging.">[167]</ins></a> of luide riep,</div> +<div class='i2'>De redelooze vlucht al even zwijmig liep,</div> +<div class='i2'>Nu bin<a name="FNanchor_168_168" id="FNanchor_168_168"></a><a href="#Footnote_168_168" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor binnen.">[168]</ins></a> nu buiten spoor, al zonder weg te peilen<a name="FNanchor_169_169" id="FNanchor_169_169"></a><a href="#Footnote_169_169" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor berekenen.">[169]</ins></a>;</div> +<div class='i2'>Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen.</div> +<div class='i4'>Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet</div> +<div class='i2'>Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet</div> +<div class='i2'>Weêrhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen</div> +<div class='i2'>Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen:</div> +<div class='i2'>Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog,</div> +<div class='i2'>Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog,</div> +<div class='i2'>Tot door het storm geblaas een krokodille strandden<a name="FNanchor_170_170" id="FNanchor_170_170"></a><a href="#Footnote_170_170" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor strandde.">[170]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen,</div> +<div class='i2'>Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf</div> +<div class='i2'>Kubieten<a name="FNanchor_171_171" id="FNanchor_171_171"></a><a href="#Footnote_171_171" class="fnanchor"><ins class="note" title="ellen.">[171]</ins></a>, oversterk gewapend op het lijf</div> +<div class='i2'>Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen,</div> +<div class='i2'>Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen,</div> +<div class='i2'>Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam</div> +<div class='i2'>Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam,</div> +<div class='i2'>Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden<a name="FNanchor_172_172" id="FNanchor_172_172"></a><a href="#Footnote_172_172" class="fnanchor"><ins class="note" title="dubbel snel.">[172]</ins></a> vervolgen,</div> +<div class='i2'>De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen,</div> +<div class='i2'>Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel,</div> +<div class='i2'>Tot dat een holligheid den wagen wederhiel,</div> +<div class='i2'>Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten,</div> +<div class='i2'>En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte,</div> +<div class='i2'>Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht,</div> +<div class='i2'>Met mij stak op het strand de beenen in de locht!</div> +<div class='i2'>Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden,</div> +<div class='i2'>Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden.</div> +<div class='i4'>De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt,</div> +<div class='i2'>En met zijn Iden<a name="FNanchor_173_173" id="FNanchor_173_173"></a><a href="#Footnote_173_173" class="fnanchor"><ins class="note" title="ydele beelden.">[173]</ins></a> als een schaduwe vervliegt);</div> +<div class='i2'>Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten,</div> +<div class='i2'>Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten,</div> +<div class='i2'>En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook</div> +<div class='i2'>Is voor mijn slaaps gezicht verswenen<a name="FNanchor_174_174" id="FNanchor_174_174"></a><a href="#Footnote_174_174" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor verzwonden of verdwenen.">[174]</ins></a> als de rook:</div> +<div class='i2'>De pyramiden van de koninklijke graven</div> +<div class='i2'>Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven</div> +<div class='i2'>'t Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf!</div> +<div class='i2'>Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf;</div> +<div class='i2'>De grootste zerken van de tomben zijn gereten,</div> +<div class='i2'>En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten,</div> +<div class='i2'>Isidis<a name="FNanchor_175_175" id="FNanchor_175_175"></a><a href="#Footnote_175_175" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. tweede naamval van Isis.">[175]</ins></a> heilig beeld, tot voorspel van ons leed,</div> +<div class='i2'>Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet<a name="FNanchor_176_176" id="FNanchor_176_176"></a><a href="#Footnote_176_176" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans vochtig.">[176]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen!</div> +<div class='i2'>Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander<a name="FNanchor_177_177" id="FNanchor_177_177"></a><a href="#Footnote_177_177" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans een of ander.">[177]</ins></a> volgen:</div> +<div class='i2'>Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>SERAX.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gansch niet<a name="FNanchor_178_178" id="FNanchor_178_178"></a><a href="#Footnote_178_178" class="fnanchor"><ins class="note" title="In 't geheel niets.">[178]</ins></a>, grootmogend vorst!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Nochtans de droom bediedt</div> +<div class='i2'>En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden,</div> +<div class='i2'>En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden;</div> +<div class='i2'>Ten anderen profeetsch voorloopers, diens<a name="FNanchor_179_179" id="FNanchor_179_179"></a><a href="#Footnote_179_179" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor dier, thans wier.">[179]</ins></a> gebaar</div> +<div class='i2'>De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar;</div> +<div class='i2'>Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen,</div> +<div class='i2'>Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen:</div> +<div class='i2'>Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_17a" id="Page_17a">[Pg 17a]</a></span> +<div class='i2'>Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is,</div> +<div class='i2'>Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>SERAX.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen,</div> +<div class='i2'>Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd,</div> +<div class='i2'>En acht<a name="FNanchor_180_180" id="FNanchor_180_180"></a><a href="#Footnote_180_180" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor acht ik.">[180]</ins></a> wij werden<a name="FNanchor_181_181" id="FNanchor_181_181"></a><a href="#Footnote_181_181" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[181]</ins></a> van de Goden dus gedreigd,</div> +<div class='i2'>Omdat wij zuimig<a name="FNanchor_182_182" id="FNanchor_182_182"></a><a href="#Footnote_182_182" class="fnanchor"><ins class="note" title="onachtzaam.">[182]</ins></a> zijn, en werden<a href="#Footnote_181_181" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[181]</ins></a> langs<a name="FNanchor_183_183" id="FNanchor_183_183"></a><a href="#Footnote_183_183" class="fnanchor"><ins class="note" title="hoe langer.">[183]</ins></a> hoe sloffer</div> +<div class='i2'>In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer,</div> +<div class='i2'>Om de andre Goden straf t' ontslaan<a name="FNanchor_184_184" id="FNanchor_184_184"></a><a href="#Footnote_184_184" class="fnanchor"><ins class="note" title="versta: ons te ontslaan van.">[184]</ins></a> en maken kwijt</div> +<div class='i2'>Op den altaren, die den priesters toegewijd,</div> +<div class='i2'>Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken,</div> +<div class='i2'>Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken,</div> +<div class='i2'>Opdat de Hemel (die ons dreigen<a name="FNanchor_185_185" id="FNanchor_185_185"></a><a href="#Footnote_185_185" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor te dreigen.">[185]</ins></a> schijnt met wee)</div> +<div class='i2'>Zijn staal mog wederom bekleeden metter scheê,</div> +<div class='i2'>En de offeranden als een zoeten reuk ontvange,</div> +<div class='i2'>Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen</div> +<div class='i2'>Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning weêr<a name="FNanchor_186_186" id="FNanchor_186_186"></a><a href="#Footnote_186_186" class="fnanchor"><ins class="note" title="Door 't twee regels later volgend weder- overtollig.">[186]</ins></a></div> +<div class='i2'>Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer</div> +<div class='i2'>Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren<a name="FNanchor_187_187" id="FNanchor_187_187"></a><a href="#Footnote_187_187" class="fnanchor"><ins class="note" title="wederbrengen, doen herboren worden.">[187]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren;</div> +<div class='i2'>Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht</div> +<div class='i2'>Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht<a name="FNanchor_188_188" id="FNanchor_188_188"></a><a href="#Footnote_188_188" class="fnanchor"><ins class="note" title="herbracht.">[188]</ins></a></div> +<div class='i2'>Werd op den ouden voet—</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES en AARON tot FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Groot koning van de stranden</div> +<div class='i2'>Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen</div> +<div class='i2'>Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft,</div> +<div class='i2'>Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd,</div> +<div class='i2'>Heeft ons gezonden hier.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Wiens scepter of wiens kroon is</div> +<div class='i2'>Ontzienelijker<a name="FNanchor_189_189" id="FNanchor_189_189"></a><a href="#Footnote_189_189" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontzaggelijker.">[189]</ins></a> als den rijksstaf Faraonis?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God?</div> +<div class='i2'>Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten,</div> +<div class='i2'>Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout<a name="FNanchor_190_190" id="FNanchor_190_190"></a><a href="#Footnote_190_190" class="fnanchor"><ins class="note" title="gewelf ('t Fransche voûte).">[190]</ins></a> pilaart.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen:</div> +<div class='i2'>Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>De God van Abraham op Farao begeert,</div> +<div class='i2'>Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten</div> +<div class='i2'>Egypti<a name="FNanchor_191_191" id="FNanchor_191_191"></a><a href="#Footnote_191_191" class="fnanchor"><ins class="note" title="d.i. van E.">[191]</ins></a> trekken laat de slaafsche Israëlieten,</div> +<div class='i2'>Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij</div> +<div class='i2'>Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij;</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_17b" id="Page_17b">[Pg 17b]</a></span> +<div class='i2'>Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;—</div> +<div class='i2'>Dus oorlooft<a name="FNanchor_192_192" id="FNanchor_192_192"></a><a href="#Footnote_192_192" class="fnanchor"><ins class="note" title="Geef nu verlof tot, veroorloof.">[192]</ins></a> nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Genade, o Jupiter<a name="FNanchor_193_193" id="FNanchor_193_193"></a><a href="#Footnote_193_193" class="fnanchor"><ins class="note" title="Deze Jup. maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en Godenlegenden in Vondels eeuw.">[193]</ins></a>! Wie zijt gij die zoo licht</div> +<div class='i2'>Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht?</div> +<div class='i2'>Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel</div> +<div class='i2'>Saturni<a name="FNanchor_194_194" id="FNanchor_194_194"></a><a href="#Footnote_194_194" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van Saturnus (als Tijdgod genomen).">[194]</ins></a>, dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel:</div> +<div class='i2'>Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij,</div> +<div class='i2'>Dwingvolk<a name="FNanchor_195_195" id="FNanchor_195_195"></a><a href="#Footnote_195_195" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders dwingeland, en een bewijs dat men verkeerd doet, dit saamgestelde woord van een vermeend dwingelen af te leiden.">[195]</ins></a>, kroondrager van de grootste heerschappij!</div> +<div class='i2'>Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven,</div> +<div class='i2'>Gij hebt uw eigen roê mij in de hand gegeven:</div> +<div class='i2'>Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt,</div> +<div class='i2'>Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt,</div> +<div class='i2'>Het lastig juk verzwaard, de hals hem òverwogen,<a name="FNanchor_196_196" id="FNanchor_196_196"></a><a href="#Footnote_196_196" class="fnanchor"><ins class="note" title="overladen.">[196]</ins></a></div> +<div class='i2'>En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen,</div> +<div class='i2'>De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort;</div> +<div class='i2'>Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt,</div> +<div class='i2'>En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden,</div> +<div class='i2'>Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden:</div> +<div class='i2'>'t Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont,</div> +<div class='i2'>Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont';</div> +<div class='i2'>De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten,</div> +<div class='i2'>Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten;</div> +<div class='i2'>Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt,</div> +<div class='i2'>Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld,</div> +<div class='i2'>Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen</div> +<div class='i2'>Te noô laat zijnen heer weêr op den zadel klemmen<a name="FNanchor_197_197" id="FNanchor_197_197"></a><a href="#Footnote_197_197" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor klimmen.">[197]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Het steigert en het briescht, van weelden ongezond;</div> +<div class='i2'>Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond,</div> +<div class='i2'>'t Is best, dat men u weêr deez' ziekte doet uitzweeten,</div> +<div class='i2'>En voor een vette sop<a name="FNanchor_198_198" id="FNanchor_198_198"></a><a href="#Footnote_198_198" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders soep, spijs.">[198]</ins></a> geeft slagen voor uw eten:</div> +<div class='i2'>Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft,</div> +<div class='i2'>Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft<a name="FNanchor_199_199" id="FNanchor_199_199"></a><a href="#Footnote_199_199" class="fnanchor"><ins class="note" title="wegneemt, belet.">[199]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken<a name="FNanchor_200_200" id="FNanchor_200_200"></a><a href="#Footnote_200_200" class="fnanchor"><ins class="note" title="tot dwaling brengen. (verg. het Hoogd. verrückt.)">[200]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken;</div> +<div class='i2'>Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd,</div> +<div class='i2'>Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert,</div> +<div class='i2'>Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken</div> +<div class='i2'>Niet eene pluim<a name="FNanchor_201_201" id="FNanchor_201_201"></a><a href="#Footnote_201_201" class="fnanchor"><ins class="note" title="een veêrtjen.">[201]</ins></a> en weegt, gelooft ons bij dit teeken,</div> +<div class='i2'>En looft Israëls God, die u 't geloof versterkt,</div> +<div class='i2'>En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt:</div> +<div class='i2'>Geloofdy<a name="FNanchor_202_202" id="FNanchor_202_202"></a><a href="#Footnote_202_202" class="fnanchor"><ins class="note" title="gelooft gij.">[202]</ins></a> 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren,</div> +<div class='i2'>Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren,</div> +<div class='i2'>De visch versterven zal in der rivieren stank,</div> +<div class='i2'>Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>SERAX.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave<a name="FNanchor_203_203" id="FNanchor_203_203"></a><a href="#Footnote_203_203" class="fnanchor"><ins class="note" title="wakker.">[203]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Om dat hij in een slang verandert uwen stave?</div> +<div class='i2'>Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche<a name="FNanchor_204_204" id="FNanchor_204_204"></a><a href="#Footnote_204_204" class="fnanchor"><ins class="note" title="mars, koopwaar.">[204]</ins></a>, loopt,</div> +<div class='i2'>En uwe kramerij al elders duur verkoopt,</div> +<div class='i2'>Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen?</div> +<div class='i2'>Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost?</div> +<div class='i2'>Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst<a name="FNanchor_205_205" id="FNanchor_205_205"></a><a href="#Footnote_205_205" class="fnanchor"><ins class="note" title="afgebeeld, voorgedaan.">[205]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig,</div> +<div class='i2'>Wij zullen 't water ook couleuren<a name="FNanchor_206_206" id="FNanchor_206_206"></a><a href="#Footnote_206_206" class="fnanchor"><ins class="note" title="kleuren.">[206]</ins></a> gelijkvormig.</div> +</div> + +<span class='pagenum'><a name="Page_18a" id="Page_18a">[Pg 18a]</a></span> +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt,</div> +<div class='i2'>Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt,</div> +<div class='i2'>Uw goochelkunst en is maar forma en figure,</div> +<div class='i2'>En 't mijne lijfelijk verandert van nature:</div> +<div class='i2'>Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis</div> +<div class='i2'>Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is:</div> +<div class='i2'>Schort<a name="FNanchor_207_207" id="FNanchor_207_207"></a><a href="#Footnote_207_207" class="fnanchor"><ins class="note" title="Schort op, staakt.">[207]</ins></a> dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren,</div> +<div class='i2'>Die weder dezen staf maakt als hij was te voren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waar toe dit lang sermoen? preêkt elders al uw best,</div> +<div class='i2'>En Faraonis eer niet door eens anders kwetst:</div> +<div class='i2'>Gaat, boodschapt den Hebreên: mijn hand is veel geringer</div> +<div class='i2'>Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger.</div> +<div class='i2'>Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht,</div> +<div class='i2'>Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht:</div> +<div class='i2'>Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden,</div> +<div class='i2'>En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden</div> +<div class='i2'>Tot eenen offerand. De koning is verleid,</div> +<div class='i2'>Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid</div> +<div class='i2'>Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren<a name="FNanchor_208_208" id="FNanchor_208_208"></a><a href="#Footnote_208_208" class="fnanchor"><ins class="note" title="is hij niet voorzichtig.">[208]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren,</div> +<div class='i2'>En stellen 't rijk in roer<a name="FNanchor_209_209" id="FNanchor_209_209"></a><a href="#Footnote_209_209" class="fnanchor"><ins class="note" title="in beweging, beroerte.">[209]</ins></a>, en roepen: "tza, wel aan!</div> +<div class='i2'>Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan,</div> +<div class='i2'>Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten?</div> +<div class='i2'>Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"<a name="FNanchor_210_210" id="FNanchor_210_210"></a><a href="#Footnote_210_210" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor keten of ketting ('t Lat. catena).">[210]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra</div> +<div class='i2'>Volgt u alreê, gelijk de schaduw 't lichaam, na,</div> +<div class='i2'>Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen,</div> +<div class='i2'>Afgrijselijk men ziet de slinksche<a name="FNanchor_211_211" id="FNanchor_211_211"></a><a href="#Footnote_211_211" class="fnanchor"><ins class="note" title="schuinsch geslingerde.">[211]</ins></a> bliksems treffen:</div> +<div class='i2'>Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt!</div> +<div class='i2'>Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt,</div> +<div class='i2'>T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen</div> +<div class='i2'>Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen</div> +<div class='i2'>Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred</div> +<div class='i2'>Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet</div> +<div class='i2'>Haalt fluks de zeilen in! gij moogt<a name="FNanchor_212_212" id="FNanchor_212_212"></a><a href="#Footnote_212_212" class="fnanchor"><ins class="note" title="kunt.">[212]</ins></a> hem niet ontslippen:</div> +<div class='i2'>Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen</div> +<div class='i2'>Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt,</div> +<div class='i2'>In 't allerhelschte<a name="FNanchor_213_213" id="FNanchor_213_213"></a><a href="#Footnote_213_213" class="fnanchor"><ins class="note" title="het meest Helsche.">[213]</ins></a> diep, in 't donkerste gekuilt,</div> +<div class='i2'>Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken,</div> +<div class='i2'>Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken<a name="FNanchor_214_214" id="FNanchor_214_214"></a><a href="#Footnote_214_214" class="fnanchor"><ins class="note" title="minder gelukkig voor onder hun vlerken, hun schaduw bedekken.">[214]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd<a name="FNanchor_215_215" id="FNanchor_215_215"></a><a href="#Footnote_215_215" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: de opgesperde kaken.">[215]</ins></a></div> +<div class='i2'>Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd</div> +<div class='i2'>Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen<a name="FNanchor_216_216" id="FNanchor_216_216"></a><a href="#Footnote_216_216" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans naar de ziel.">[216]</ins></a></div> +<div class='i2'>En na het lichaam u zal treden op de hielen</div> +<div class='i2'>Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf,</div> +<div class='i2'>Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf</div> +<div class='i2'>Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning</div> +<div class='i2'>Uw troetelende<a name="FNanchor_217_217" id="FNanchor_217_217"></a><a href="#Footnote_217_217" class="fnanchor"><ins class="note" title="streelende, vleyende.">[217]</ins></a> macht, die steeds den hoogsten Koning</div> +<div class='i2'>Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid</div> +<div class='i2'>Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit</div> +<div class='i2'>Met een vermomd gelaat.</div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Waar toe dees lange rollen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>SERAX.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen<a name="FNanchor_218_218" id="FNanchor_218_218"></a><a href="#Footnote_218_218" class="fnanchor"><ins class="note" title="uitpraten.">[218]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>TIFUS.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wat werpt ons Pluto<a name="FNanchor_219_219" id="FNanchor_219_219"></a><a href="#Footnote_219_219" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verg. boven de aant. op Jupiter.">[219]</ins></a> op?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Volgt tijdelijk den raad</div> +<div class='i2'>Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_18b" id="Page_18b">[Pg 18b]</a></span> +<div class='i2'>Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade</div> +<div class='i2'>De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt,</div> +<div class='i2'>En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!—</div> +<div class='i2'>Past<a name="FNanchor_220_220" id="FNanchor_220_220"></a><a href="#Footnote_220_220" class="fnanchor"><ins class="note" title="zorgt.">[220]</ins></a> fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen,</div> +<div class='i2'>Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen;</div> +<div class='i2'>Hij heeft zijn planten<a name="FNanchor_221_221" id="FNanchor_221_221"></a><a href="#Footnote_221_221" class="fnanchor"><ins class="note" title="(voet-)zolen.">[221]</ins></a> zwaar op 't aardrijk neêr gezet,</div> +<div class='i2'>Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet:</div> +<div class='i2'>Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden:</div> +<div class='i2'>Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden.</div> +<div class='i2'>Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw</div> +<div class='i2'>Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw;</div> +<div class='i2'>De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer,</div> +<div class='i2'>En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer:</div> +<div class='i2'>Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand</div> +<div class='i2'>Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand;</div> +<div class='i2'>Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven</div> +<div class='i2'>Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven:</div> +<div class='i2'>En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd,</div> +<div class='i2'>Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zijn hart is onbeweegd veel grooter<a name="FNanchor_222_222" id="FNanchor_222_222"></a><a href="#Footnote_222_222" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor meer.">[222]</ins></a> dan de rotsen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig<a name="FNanchor_223_223" id="FNanchor_223_223"></a><a href="#Footnote_223_223" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier in slechten zin, voor hoogmoedig, overmoedig.">[223]</ins></a> baffen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen.</div> +<div class='i6'><em class="gesperrt">Binnen</em>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Steenen Farao! wilt zwichten,</div> +<div class='i4'>Want zijn schichten</div> +<div class='i4'>Haalt de Hemel uit den tros<a name="FNanchor_224_224" id="FNanchor_224_224"></a><a href="#Footnote_224_224" class="fnanchor"><ins class="note" title="bundel.">[224]</ins></a>:</div> +<div class='i4'>Pyramiden! wacht uw spitsen</div> +<div class='i4'>Voor zijn flitsen:</div> +<div class='i4'>O, daar gaan zijn pijlen los!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nylus schreit nu, al bedolven</div> +<div class='i4'>In zijn golven,</div> +<div class='i4'>Om de vis, die in zijn kruik</div> +<div class='i4'>Sterft, om dat de waterbaren</div> +<div class='i4'>Aldus varen</div> +<div class='i4'>Bloedig over zijn parruik<a name="FNanchor_225_225" id="FNanchor_225_225"></a><a href="#Footnote_225_225" class="fnanchor"><ins class="note" title='voor hoofdhaar; eerst later werd het uitsluitend gebezigd voor "tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.'>[225]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Vorschen, luizen, wormen krielen,</div> +<div class='i4'>Waar zijn hielen</div> +<div class='i4'>Den Egyptenaar verzet:</div> +<div class='i4'>Heptanomis<a name="FNanchor_226_226" id="FNanchor_226_226"></a><a href="#Footnote_226_226" class="fnanchor"><ins class="note" title="Midden-Egypte.">[226]</ins></a> groot geweste</div> +<div class='i4'>Ook met peste</div> +<div class='i4'>Doodelijken is besmet.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Vluchtig vogeltjen, met ijlen,</div> +<div class='i4'>Van haar pijlen</div> +<div class='i4'>Onverziens werd achterhaald,</div> +<div class='i4'>Dat zijn vleugels aan de sterren</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_19a" id="Page_19a">[Pg 19a]</a></span> +<div class='i4'>Uit ging sperren,</div> +<div class='i4'>In de baren nederdaalt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>'t Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten,</div> +<div class='i4'>En de geiten</div> +<div class='i4'>Vallen voor den herderstok;</div> +<div class='i4'>Waar de bouwer ploegt al wakker,</div> +<div class='i4'>Ziet hij 't akker-</div> +<div class='i4'>Vee begraven onder 't jok.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu drukt hun de hand des Heeren</div> +<div class='i4'>Weêr met zeeren,</div> +<div class='i4'>Met onreinig puist gedoornt<a name="FNanchor_227_227" id="FNanchor_227_227"></a><a href="#Footnote_227_227" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gedoornde d. i. stekelige puisten.">[227]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Menschen ende beesten woelen,</div> +<div class='i4'>En bevoelen</div> +<div class='i4'>'s Hemels grimmigheid vertoornd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu drukt hun den æther vierig,</div> +<div class='i4'>Al wraakgierig,</div> +<div class='i4'>Met zijn kromme bliksems rood;</div> +<div class='i4'>Nu laat hij Egypte vallen</div> +<div class='i4'>Van kristallen</div> +<div class='i4'>Een diluvie<a name="FNanchor_228_228" id="FNanchor_228_228"></a><a href="#Footnote_228_228" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor een vloed van regendroppels,">[228]</ins></a> in den schoot.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig,</div> +<div class='i4'>Met een ijzig<a name="FNanchor_229_229" id="FNanchor_229_229"></a><a href="#Footnote_229_229" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor eizig.">[229]</ins></a></div> +<div class='i4'>Donders dommelig geklak;</div> +<div class='i4'>Nu jaagt God met hagels ronden,</div> +<div class='i4'>Om hun zonden,</div> +<div class='i4'>Al d' Egypt'naars onder 't dak.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>De Eik en schijnet nu de elzen</div> +<div class='i4'>Niet t' omhelzen,</div> +<div class='i4'>De Aarde, droef en onbesproed<a name="FNanchor_230_230" id="FNanchor_230_230"></a><a href="#Footnote_230_230" class="fnanchor"><ins class="note" title="onbedekt, dor.">[230]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Mist haar ranken en haar noppen,</div> +<div class='i4'>Mist haar knoppen,</div> +<div class='i4'>En haar groen geschilderd kleed.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu beschaduwt hij hun banen</div> +<div class='i4'>Met sprinkhanen,</div> +<div class='i4'>Die voorts rooven t' eenegaâr<a name="FNanchor_231_231" id="FNanchor_231_231"></a><a href="#Footnote_231_231" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders altegaâr.">[231]</ins></a></div> +<div class='i4'>Al de vruchten, die zij zaaiden</div> +<div class='i4'>En afmaaiden,</div> +<div class='i4'>In den schoot van 't ronde jaar.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Nu houdt Febus<a name="FNanchor_232_232" id="FNanchor_232_232"></a><a href="#Footnote_232_232" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor de zon">[232]</ins></a> zich gescholen</div> +<div class='i4'>In de polen,</div> +<div class='i4'>En vertrekt<a name="FNanchor_233_233" id="FNanchor_233_233"></a><a href="#Footnote_233_233" class="fnanchor"><ins class="note" title="houdt weg, verschuilt.">[233]</ins></a> zijn blonde hoofd;</div> +<div class='i4'>'t Licht van zijnen gulden wagen</div> +<div class='i4'>Hij drie dagen</div> +<div class='i4'>Hunnen horizon berooft.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Noch blijft deze koning trotse,</div> +<div class='i4'>Als een rotse,</div> +<div class='i4'>Die geen golven en ontziet,</div> +<div class='i4'>Als een klippe die gedurig</div> +<div class='i4'>Klieft azurig</div> +<div class='i4'>'t Schuimsel van Neptunus' spriet.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Want God in zijn stoutheid kriegel,</div> +<div class='i4'>Tot elks spiegel,</div> +<div class='i4'>Heeft verstokt zijn steenig hart;</div> +<div class='i4'>Niet, om met een welbehagen</div> +<div class='i4'>Hem te jagen</div> +<div class='i4'>In 's doods strikken al verward;</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Maar om straffen zijn voorleden</div> +<div class='i4'>Godd'loosheden,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_19b" id="Page_19b">[Pg 19b]</a></span> +<div class='i4'>En om Israël bekwaam</div> +<div class='i4'>Stof te geven, om te zingen</div> +<div class='i4'>Zonderlingen</div> +<div class='i4'>De Eer van zijnen heil'gen naam.</div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h4>DERDE DEEL.</h4> + + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO, de koning.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig;</div> +<div class='i2'>Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem,</div> +<div class='i2'>Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem,</div> +<div class='i2'>Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert,</div> +<div class='i2'>En een beperlden staf, die heerelijker luistert<a name="FNanchor_234_234" id="FNanchor_234_234"></a><a href="#Footnote_234_234" class="fnanchor"><ins class="note" title="schittert.">[234]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt,</div> +<div class='i2'>Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt:</div> +<div class='i2'>'t Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden,</div> +<div class='i2'>Die onze zetels doet verschrikken<a name="FNanchor_235_235" id="FNanchor_235_235"></a><a href="#Footnote_235_235" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van verspringen.">[235]</ins></a> voor zijn treden,</div> +<div class='i2'>Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch,</div> +<div class='i2'>Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg,</div> +<div class='i2'>Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone;</div> +<div class='i2'>De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone;</div> +<div class='i2'>Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt,</div> +<div class='i2'>En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt<a name="FNanchor_236_236" id="FNanchor_236_236"></a><a href="#Footnote_236_236" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkt (zie vroeger).">[236]</ins></a>.</div> +<div class='i4'>Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet</div> +<div class='i2'>Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet,</div> +<div class='i2'>Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit,</div> +<div class='i2'>Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit.</div> +<div class='i4'>Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken?</div> +<div class='i2'>Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken</div> +<div class='i2'>Op mijne globe<a name="FNanchor_237_237" id="FNanchor_237_237"></a><a href="#Footnote_237_237" class="fnanchor"><ins class="note" title="rijksappel, als teeken der oppermacht.">[237]</ins></a> zie? Wat baat dat ik alleen</div> +<div class='i2'>Maak een triumfe van hoovaardige trofeên?</div> +<div class='i2'>Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren</div> +<div class='i2'>Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren?</div> +<div class='i2'>Of dat de Arabier of Moore martiaal<a name="FNanchor_238_238" id="FNanchor_238_238"></a><a href="#Footnote_238_238" class="fnanchor"><ins class="note" title="krijgshaftig.">[238]</ins></a></div> +<div class='i2'>Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal?</div> +<div class='i2'>Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen),</div> +<div class='i2'>Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen?</div> +<div class='i2'>Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en geëerd,</div> +<div class='i2'>Als deze groote Mars nog boven mij regeert?</div> +<div class='i4'>O Delta<a name="FNanchor_239_239" id="FNanchor_239_239"></a><a href="#Footnote_239_239" class="fnanchor"><ins class="note" title="Neder-Egypte.">[239]</ins></a>, Delta schoon! die met uw graf pilaren,</div> +<div class='i2'>Met uw Mausolen<a name="FNanchor_240_240" id="FNanchor_240_240"></a><a href="#Footnote_240_240" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor grafteekenen in 't algemeen, hier de Pyramieden.">[240]</ins></a> schijnt de uitbreidselen te nâren<a name="FNanchor_241_241" id="FNanchor_241_241"></a><a href="#Footnote_241_241" class="fnanchor"><ins class="note" title="het uitspansel te naderen.">[241]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet</div> +<div class='i2'>Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet:</div> +<div class='i2'>Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen</div> +<div class='i2'>Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen</div> +<div class='i2'>Gij een bosschazië maakt van lansen uitgespeerd<a name="FNanchor_242_242" id="FNanchor_242_242"></a><a href="#Footnote_242_242" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor uitgespreid, uitgebreid.">[242</ins>]</a>,</div> +<div class='i2'>Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert?</div> +<div class='i2'>Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven</div> +<div class='i2'>De teekens van uw deugd en vromigheid verheven?</div> +<div class='i2'>Wat baat, of uwen prins met slavernije strang</div> +<div class='i2'>Zoo vele volken drukt? of dat den<a name="FNanchor_243_243" id="FNanchor_243_243"></a><a href="#Footnote_243_243" class="fnanchor"><ins class="note" title="Het Westen, in tegenoverstelling van den Levant (of Opgang) voor 't Oosten.">[243]</ins></a> Ondergang</div> +<div class='i2'>Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten,</div> +<div class='i2'>Of met zijn kroone mij de Middag<a name="FNanchor_244_244" id="FNanchor_244_244"></a><a href="#Footnote_244_244" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zuiden.">[244]</ins></a> komt begroeten?</div> +<div class='i2'>Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm,</div> +<div class='i2'>Tot eenen chaos kruipt weêr in zijn ouden vorm.</div> +<div class='i4'>Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel<a name="FNanchor_245_245" id="FNanchor_245_245"></a><a href="#Footnote_245_245" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor wimpel, vaan, banier.">[245]</ins></a></div> +<div class='i2'>Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel</div> +<div class='i2'>In 't sterfelijk begrijp<a name="FNanchor_246_246" id="FNanchor_246_246"></a><a href="#Footnote_246_246" class="fnanchor"><ins class="note" title="binnen den kring der stervelingen.">[246]</ins></a>, en laat den Hemel staan,</div> +<div class='i2'>Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan!</div> +<div class='i2'>Geen koning is hier toch, die om de beste kanse</div> +<div class='i2'>Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance:</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_20a" id="Page_20a">[Pg 20a]</a></span> +<div class='i2'>Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop</div> +<div class='i2'>Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop;</div> +<div class='i2'>En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen,</div> +<div class='i2'>Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen:</div> +<div class='i2'>Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt,</div> +<div class='i2'>Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild;</div> +<div class='i2'>En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede,</div> +<div class='i2'>Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede.</div> +<div class='i4'>Of gij al schoon d' Hebreên, die mijne scepter drukt,</div> +<div class='i2'>Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt</div> +<div class='i2'>'t Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen,</div> +<div class='i2'>Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen?</div> +<div class='i2'>Zij raken elders licht in dieper slavernij,</div> +<div class='i2'>Of onder een gebied van strenger heerschappij.</div> +<div class='i4'>Gansch Lybiën is woest, daar Atlas stijgt om hooge.</div> +<div class='i2'>En 't ingezeten volk geneert<a name="FNanchor_247_247" id="FNanchor_247_247"></a><a href="#Footnote_247_247" class="fnanchor"><ins class="note" title="voedt, onderhoudt.">[247]</ins></a> zich met den boge,</div> +<div class='i2'>En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild,</div> +<div class='i2'>Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt<a name="FNanchor_248_248" id="FNanchor_248_248"></a><a href="#Footnote_248_248" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder juist voor afschiet.">[248]</ins></a>.</div> +<div class='i4'>Gaan zij zich bij den Moor of Etiopiër voegen,</div> +<div class='i2'>Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen;</div> +<div class='i2'>Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet,</div> +<div class='i2'>De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet.</div> +<div class='i4'>De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten.</div> +<div class='i2'>Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte<a name="FNanchor_249_249" id="FNanchor_249_249"></a><a href="#Footnote_249_249" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot noch (gelijk ofte tot of) afgekort.">[249]</ins></a> Scyten;</div> +<div class='i2'>Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan</div> +<div class='i2'>En zal de Filistijn ook geen Hebreên ontvaân.</div> +<div class='i4'>Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken)</div> +<div class='i2'>Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken,</div> +<div class='i2'>Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt.</div> +<div class='i2'>En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt.</div> +<div class='i4'>Noch daar de Assyriër der koninklijker<a name="FNanchor_250_250" id="FNanchor_250_250"></a><a href="#Footnote_250_250" class="fnanchor"><ins class="note" title="Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.">[250]</ins></a> staten</div> +<div class='i2'>Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten,</div> +<div class='i2'>Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft,</div> +<div class='i2'>Of de ingezeten is der vreemden overhoofd.</div> +<div class='i4'>Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning,</div> +<div class='i2'>Daar ieder burger is, daar ieder is een koning,</div> +<div class='i2'>Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de scheê,</div> +<div class='i2'>Diens bodem is gelijk de diepte van de zee,</div> +<div class='i2'>Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander;</div> +<div class='i2'>Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander,</div> +<div class='i2'>En werden zij dan t' zaâm verdrukt in ongeval,</div> +<div class='i2'>Wat koning is er die hun zake rechten zal?</div> +<div class='i4'>Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen<a name="FNanchor_251_251" id="FNanchor_251_251"></a><a href="#Footnote_251_251" class="fnanchor"><ins class="note" title="den heer te spelen.">[251]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen</div> +<div class='i2'>Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid</div> +<div class='i2'>De willige natuur het akkerveld bereidt,</div> +<div class='i2'>Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen,</div> +<div class='i2'>Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen,</div> +<div class='i2'>Die buiten Farao behoeven al ter nood<a name="FNanchor_252_252" id="FNanchor_252_252"></a><a href="#Footnote_252_252" class="fnanchor"><ins class="note" title="op zijn minst.">[252]</ins></a></div> +<div class='i2'>Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES en AARON tot den koning.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Monarche Mitzraïms<a name="FNanchor_253_253" id="FNanchor_253_253"></a><a href="#Footnote_253_253" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hebreeuwsche naam voor Egypte.">[253]</ins></a> hoe lang zult gij nog konnen</div> +<div class='i2'>De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen?</div> +<div class='i2'>Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat</div> +<div class='i2'>Israël smoken doet het heilig altaarplat</div> +<div class='i2'>Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste!</div> +<div class='i2'>Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste</div> +<div class='i2'>Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch,</div> +<div class='i2'>Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods,</div> +<div class='i2'>Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen</div> +<div class='i2'>Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen</div> +<div class='i2'>Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog</div> +<div class='i2'>Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_20b" id="Page_20b">[Pg 20b]</a></span> +<div class='i2'>Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten,</div> +<div class='i2'>Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten</div> +<div class='i2'>Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout</div> +<div class='i2'>Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt!</div> +<div class='i2'>Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden,</div> +<div class='i2'>Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden</div> +<div class='i2'>Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief,</div> +<div class='i2'>Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief,</div> +<div class='i2'>Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen</div> +<div class='i2'>Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!"</div> +<div class='i2'>Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch<a name="FNanchor_254_254" id="FNanchor_254_254"></a><a href="#Footnote_254_254" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier in goeden zin: grootsch, edelaardig.">[254]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts</div> +<div class='i2'>Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen;</div> +<div class='i2'>En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen</div> +<div class='i2'>Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij zingt al<a name="FNanchor_255_255" id="FNanchor_255_255"></a><a href="#Footnote_255_255" class="fnanchor"><ins class="note" title="niet.">[255]</ins></a> eenen zang, gelijk de koekoek doet,</div> +<div class='i2'>En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen,</div> +<div class='i2'>Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen,</div> +<div class='i2'>En of mijn Majesteit gedoogde goedertier,</div> +<div class='i2'>Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier</div> +<div class='i2'>Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden</div> +<div class='i2'>Vermaken<a name="FNanchor_256_256" id="FNanchor_256_256"></a><a href="#Footnote_256_256" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans te vermaken.">[256]</ins></a>, met het bloed des altaars opgezoden,</div> +<div class='i2'>Zoudt gij mij zweeren dier<a name="FNanchor_257_257" id="FNanchor_257_257"></a><a href="#Footnote_257_257" class="fnanchor"><ins class="note" title="met duren eede.">[257]</ins></a> te keeren al met vliet<a name="FNanchor_258_258" id="FNanchor_258_258"></a><a href="#Footnote_258_258" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor vlijt, dat toen nog zoo uitgesproken werd.">[258]</ins></a></div> +<div class='i2'>Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet:</div> +<div class='i2'>Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen?</div> +<div class='i2'>Zegt, werwaarts hij zich strekt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Waaruit<a name="FNanchor_259_259" id="FNanchor_259_259"></a><a href="#Footnote_259_259" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: daarheen, van waar.">[259]</ins></a> wij zijn gekomen:</div> +<div class='i2'>Het land van Kanaän, recht over de Jordaan,</div> +<div class='i2'>Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan,</div> +<div class='i2'>Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen</div> +<div class='i2'>Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Gij 't land van Kanaän verkrijgen in 't bezit?</div> +<div class='i2'>Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit,</div> +<div class='i2'>Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden?</div> +<div class='i2'>Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden:</div> +<div class='i2'>Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht,</div> +<div class='i2'>Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht,</div> +<div class='i2'>Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen,</div> +<div class='i2'>Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen,</div> +<div class='i2'>Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst,</div> +<div class='i2'>En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst;</div> +<div class='i2'>Daar elk inwoner stout is eenen giges<a name="FNanchor_260_260" id="FNanchor_260_260"></a><a href="#Footnote_260_260" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor reus.">[260]</ins></a> hooge,</div> +<div class='i2'>En gij, sprinkhanen teêr en musschen in hun ooge!</div> +<div class='i2'>Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht,</div> +<div class='i2'>En schildert, op Neptuuns azure golven vocht<a name="FNanchor_261_261" id="FNanchor_261_261"></a><a href="#Footnote_261_261" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtige.">[261]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Dy<a name="FNanchor_262_262" id="FNanchor_262_262"></a><a href="#Footnote_262_262" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor u.">[262]</ins></a> 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen:</div> +<div class='i2'>Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen</div> +<div class='i2'>Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt</div> +<div class='i2'>Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt:</div> +<div class='i2'>Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen</div> +<div class='i2'>Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen<a name="FNanchor_263_263" id="FNanchor_263_263"></a><a href="#Footnote_263_263" class="fnanchor"><ins class="note" title="bedelbrokken of liever benden.">[263]</ins></a>!</div> +<div class='i2'>Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast,</div> +<div class='i2'>Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast:</div> +<div class='i2'>Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken<a name="FNanchor_264_264" id="FNanchor_264_264"></a><a href="#Footnote_264_264" class="fnanchor"><ins class="note" title="keuken.">[264]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken,</div> +<div class='i2'>Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen<a name="FNanchor_265_265" id="FNanchor_265_265"></a><a href="#Footnote_265_265" class="fnanchor"><ins class="note" title="kraanvogels.">[265]</ins></a>! vliegt u mat,</div> +<div class='i2'>Om gasten met<a name="FNanchor_266_266" id="FNanchor_266_266"></a><a href="#Footnote_266_266" class="fnanchor"><ins class="note" title="Te gast te gaan.">[266]</ins></a> den vos, die al in schotels plat</div> +<div class='i2'>De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben</div> +<div class='i2'>In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben.</div> +<div class='i2'>Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt,</div> +<div class='i2'>De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt:</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_21a" id="Page_21a">[Pg 21a]</a></span> +<div class='i2'>Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken<a name="FNanchor_267_267" id="FNanchor_267_267"></a><a href="#Footnote_267_267" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans den eik.">[267]</ins></a></div> +<div class='i2'>De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken</div> +<div class='i2'>Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram,</div> +<div class='i2'>En, voor dien scepter eêl, van dijnen geitschen ram</div> +<div class='i2'>De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen,</div> +<div class='i2'>Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen,</div> +<div class='i2'>Dan<a name="FNanchor_268_268" id="FNanchor_268_268"></a><a href="#Footnote_268_268" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare van.">[268]</ins></a> 't Palestijnsche land.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Israël onbezorgd</div> +<div class='i2'>Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt,</div> +<div class='i2'>Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen</div> +<div class='i2'>En baat geen preuts<a name="FNanchor_269_269" id="FNanchor_269_269"></a><a href="#Footnote_269_269" class="fnanchor"><ins class="note" title="Trotsch, ontoeganklijk.">[269]</ins></a> gebergt' van opgeworpen wallen,</div> +<div class='i2'>Noch diepe vesting van een grondelooze zee,</div> +<div class='i2'>Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der scheê,</div> +<div class='i2'>Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren</div> +<div class='i2'>In een slagordening en mochten zich verweeren</div> +<div class='i2'>Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier</div> +<div class='i2'>Om<a name="FNanchor_270_270" id="FNanchor_270_270"></a><a href="#Footnote_270_270" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[270]</ins></a> strijden, al omvlecht<a name="FNanchor_271_271" id="FNanchor_271_271"></a><a href="#Footnote_271_271" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor omvlochten.">[271]</ins></a> is met den lauwerier.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>En of 't land openstond van alle Filistijnen,</div> +<div class='i2'>Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen,</div> +<div class='i2'>'t Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis,</div> +<div class='i2'>Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is;</div> +<div class='i2'>Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om<a href="#Footnote_270_270" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[270]</ins></a> laven,</div> +<div class='i2'>'t Waar pas<a name="FNanchor_272_272" id="FNanchor_272_272"></a><a href="#Footnote_272_272" class="fnanchor"><ins class="note" title="naauwlijks.">[272]</ins></a> een kerkhof om u t' zamen te begraven.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee,</div> +<div class='i2'>En heeft gecompasseerd<a name="FNanchor_273_273" id="FNanchor_273_273"></a><a href="#Footnote_273_273" class="fnanchor"><ins class="note" title="afgemeten.">[273]</ins></a> den boord van ieder reê,</div> +<div class='i2'>Die 's hemels vouten<a name="FNanchor_274_274" id="FNanchor_274_274"></a><a href="#Footnote_274_274" class="fnanchor"><ins class="note" title="gewelven.">[274]</ins></a> schoon te zamen heeft gewrongen,</div> +<div class='i2'>En 't aardsche centrum<a name="FNanchor_275_275" id="FNanchor_275_275"></a><a href="#Footnote_275_275" class="fnanchor"><ins class="note" title="middelpunt.">[275]</ins></a> zwaar houdt allezins gedrongen,</div> +<div class='i2'>Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand</div> +<div class='i2'>Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand</div> +<div class='i2'>Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken</div> +<div class='i2'>Als of het aan de macht des Hemels zoû gebreken,</div> +<div class='i2'>Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid,</div> +<div class='i2'>Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit</div> +<div class='i2'>Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer,</div> +<div class='i2'>En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer<a name="FNanchor_276_276" id="FNanchor_276_276"></a><a href="#Footnote_276_276" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor strafzwaard.">[276]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Waar mede hy u dreigt.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i10'>Rebellen altemaal,</div> +<div class='i2'>Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal</div> +<div class='i2'>Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten<a name="FNanchor_277_277" id="FNanchor_277_277"></a><a href="#Footnote_277_277" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans uwsweegs, sedert straat in den meer bepaalden zin van bestraten weg (via strata) gebezigd wordt.">[277]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebreên</div> +<div class='i2'>Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten<a name="FNanchor_278_278" id="FNanchor_278_278"></a><a href="#Footnote_278_278" class="fnanchor"><ins class="note" title="allerlaagsten.">[278]</ins></a> steen</div> +<div class='i2'>Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven,</div> +<div class='i2'>Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch!</div> +<div class='i2'>Als wij gekomen zijn bij Sinaï den berg,</div> +<div class='i2'>Wij God een offerand<a name="FNanchor_279_279" id="FNanchor_279_279"></a><a href="#Footnote_279_279" class="fnanchor"><ins class="note" title="Fransche offrande, en dus verkeerdelijk meestal offerhand geschreven.">[279]</ins></a> van ossen ofte stieren</div> +<div class='i2'>Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren,</div> +<div class='i2'>Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij,</div> +<div class='i2'>Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij;</div> +<div class='i2'>De palen zijnes wets wy niet en overtreden,</div> +<div class='i2'>Dus oorloft<a name="FNanchor_280_280" id="FNanchor_280_280"></a><a href="#Footnote_280_280" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans veroorlooft.">[280]</ins></a> ons vertrek, en hoort zijn stemme heden!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<span class='pagenum'><a name="Page_21b" id="Page_21b">[Pg 21b]</a></span> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>In geenderlei manier.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i8'>Zoo blijft de straffe hand</div> +<div class='i2'>Des Heeren over u, en over 't gansche land:</div> +<div class='i2'>God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen;</div> +<div class='i2'>Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontzeîd,</div> +<div class='i2'>En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid</div> +<div class='i2'>Hier weêr verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone,</div> +<div class='i2'>Misraïms edel hof, en bij mijn groote Kroone,</div> +<div class='i2'>Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld,</div> +<div class='i2'>Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>O diamanten hart! o ijzeren nature!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>AARON.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure,</div> +<div class='i2'>Den diamant, hoe hard, verzachtet<a name="FNanchor_281_281" id="FNanchor_281_281"></a><a href="#Footnote_281_281" class="fnanchor"><ins class="note" title="verzacht het.">[281]</ins></a> bokkenbloed.</div> +<div class='i2'>Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MOZES.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>'t Glas van ons slavernij is niettemin verloopen.</div> +<div class='i2'>Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open,</div> +<div class='i2'>Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee,</div> +<div class='i2'>Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees reê.</div> +<div class='i6'><em class="gesperrt">Binnen</em>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>En met heur kromme hoornen naakt<a name="FNanchor_282_282" id="FNanchor_282_282"></a><a href="#Footnote_282_282" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontbloote, zichtbare.">[282]</ins></a></div> +<div class='i4'>Vast eenen halven cirkel maakt,</div> +<div class='i4'>Werd<a name="FNanchor_283_283" id="FNanchor_283_283"></a><a href="#Footnote_283_283" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wordt.">[283]</ins></a> den Hebree van druk ontbonden,</div> +<div class='i4'>En van 't tyrannig jok ontlast:</div> +<div class='i4'>Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste,</div> +<div class='i4'>Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste</div> +<div class='i4'>Met vrolijkheid bereiden vast,</div> +<div class='i4'>Hun jaar'ge lammerkens zij slachten,</div> +<div class='i4'>Met dat de schaduw zich uitstrekt</div> +<div class='i4'>En 'sHemels oog zijn licht vertrekt<a name="FNanchor_284_284" id="FNanchor_284_284"></a><a href="#Footnote_284_284" class="fnanchor"><ins class="note" title="wegneemt.">[284]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Om schuylen inde water-grachten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Ziet, hoe zij, met de roode stralen</div> +<div class='i4'>Van 't zuiver Lams verkoren bloed,</div> +<div class='i4'>De dorpels ende<a name="FNanchor_285_285" id="FNanchor_285_285"></a><a href="#Footnote_285_285" class="fnanchor"><ins class="note" title="Germ. voor verwen.">[285]</ins></a> posten vroed<a name="FNanchor_286_286" id="FNanchor_286_286"></a><a href="#Footnote_286_286" class="fnanchor"><ins class="note" title="wijselijk.">[286]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Van hare poorten vast bemalen<a name="FNanchor_287_287" id="FNanchor_287_287"></a><a href="#Footnote_287_287" class="fnanchor"><ins class="note" title="Germ. voor verwen.">[287]</ins></a>:</div> +<div class='i4'>O heilig klaar ken-teeken! om</div> +<div class='i4'>Te vrijden<a name="FNanchor_288_288" id="FNanchor_288_288"></a><a href="#Footnote_288_288" class="fnanchor"><ins class="note" title="vrijwaren.">[288]</ins></a> al uw eerstgeboren</div> +<div class='i4'>Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren</div> +<div class='i4'>Gaat maayen, met een zeissen krom,</div> +<div class='i4'>Al de eerstelingen vanden Nijle:</div> +<div class='i4'>Al de eersten, die uit 's moeders schoot</div> +<div class='i4'>Beschouwden F[oe]bi stralen rood,</div> +<div class='i4'>Door-schicht<a name="FNanchor_289_289" id="FNanchor_289_289"></a><a href="#Footnote_289_289" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor doorklieft.">[289]</ins></a> hij met een hemel-pijle.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>De Israëlieten rusten twijlen<a name="FNanchor_290_290" id="FNanchor_290_290"></a><a href="#Footnote_290_290" class="fnanchor"><ins class="note" title="onderwijl.">[290]</ins></a></div> +<div class='i4'>Hun<a name="FNanchor_291_291" id="FNanchor_291_291"></a><a href="#Footnote_291_291" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[291]</ins></a> toe naar 's Heeren wil en eisch.</div> +<div class='i4'>Om hun<a href="#Footnote_291_291" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[291]</ins></a> te geven op de reis</div> +<div class='i4'>Van zoo veel stadiën en mijlen:</div> +<div class='i4'>De lammerkens, die nu gedood</div> +<div class='i4'>Zijn, zij gaan voor den vure speten<a name="FNanchor_292_292" id="FNanchor_292_292"></a><a href="#Footnote_292_292" class="fnanchor"><ins class="note" title="aan 't spit braden.">[292]</ins></a></div> +<div class='i4'>Daarna met bitter sausse op-eten,</div> +<div class='i4'>Met zurig<a name="FNanchor_293_293" id="FNanchor_293_293"></a><a href="#Footnote_293_293" class="fnanchor"><ins class="note" title="zuur.">[293]</ins></a> ongeheveld brood,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_22a" id="Page_22a">[Pg 22a]</a></span> +<div class='i4'>Omgord, geschoeid, den staf in handen,</div> +<div class='i4'>Een ieder vlijtig 't lamken eet</div> +<div class='i4'>Al staande, als wandel-gasten, reed<a name="FNanchor_294_294" id="FNanchor_294_294"></a><a href="#Footnote_294_294" class="fnanchor"><ins class="note" title="gereed.">[294]</ins></a></div> +<div class='i4'>Om scheiden van de Nijlsche stranden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>"Schoon morgen-rood, begint te blozen!"</div> +<div class='i4'>Zij met verlangen roepen t' zaam;</div> +<div class='i4'>"Komt, werpt uw stralen aangenaam,</div> +<div class='i4'>Eens in ons blijdschap over Gozen!</div> +<div class='i4'>Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht,</div> +<div class='i4'>Beschaamt den zilver-schijn der manen<a name="FNanchor_295_295" id="FNanchor_295_295"></a><a href="#Footnote_295_295" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans maan.">[295]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>En distilleert de pereltranen,</div> +<div class='i4'>Die van ons wangen rollen vocht,</div> +<div class='i4'>Niet meer van droefheid als voorhenen,</div> +<div class='i4'>Maar al van blijdschap en van vreugd,</div> +<div class='i4'>Om dat den Hebree met geneugt</div> +<div class='i4'>Zijn zoete vrijheid is verschenen."</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>O zoete vrijheid! wat een kroning</div> +<div class='i4'>Dunkt u den genen, die verrukt<a name="FNanchor_296_296" id="FNanchor_296_296"></a><a href="#Footnote_296_296" class="fnanchor"><ins class="note" title="verbijsterd (verg. 't Hoogd. verrückt).">[296]</ins></a></div> +<div class='i4'>Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt</div> +<div class='i4'>'t Slaafsch jok van een tirannig koning!</div> +<div class='i4'>Ofschoon 't wild vogelken met lust</div> +<div class='i4'>Int korfken tiereliert en fluitert</div> +<div class='i4'>En inde traly, twijl<a name="FNanchor_297_297" id="FNanchor_297_297"></a><a href="#Footnote_297_297" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor terwijl.">[297]</ins></a> het tjuitert,</div> +<div class='i4'>Verdient 't gekochte zaad gerust,</div> +<div class='i4'>'t Zou liever inde takskens schieten,</div> +<div class='i4'>En klieven met zijn vlerkskens locht<a name="FNanchor_298_298" id="FNanchor_298_298"></a><a href="#Footnote_298_298" class="fnanchor"><ins class="note" title="luchtige, vlugge.">[298]</ins></a></div> +<div class='i4'>Den blaauwen hemel, zoo het mocht</div> +<div class='i4'>Slechts mager zijnen kost genieten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Waarom versteekt zich inde stoppels</div> +<div class='i4'>Der bosschen 't hoorn-getakte<a name="FNanchor_299_299" id="FNanchor_299_299"></a><a href="#Footnote_299_299" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor met getakte hoornen.">[299]</ins></a> hert?</div> +<div class='i4'>De ranke hind', waarom zoo hard</div> +<div class='i4'>En snel vlugt zij voor 's jagers koppels?</div> +<div class='i4'>Waaromme vliedt het schuw konijn</div> +<div class='i4'>En de achter-lamme<a name="FNanchor_300_300" id="FNanchor_300_300"></a><a href="#Footnote_300_300" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verwarring van konijnen en hazen.">[300]</ins></a> bloode hazen,</div> +<div class='i4'>Die als een schaduw weggeblazen</div> +<div class='i4'>Zoo fluks in hun zand-holen<a href="#Footnote_300_300" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verwarring van konijnen en hazen.">[300]</ins></a> zijn?</div> +<div class='i4'>De azuren visschen, waarom duiken</div> +<div class='i4'>Zij voor 't doorluchtig net zoo ras,</div> +<div class='i4'>Int diepste van het water-glas,</div> +<div class='i4'>Int diepste van Thetydis kruiken<a name="FNanchor_301_301" id="FNanchor_301_301"></a><a href="#Footnote_301_301" class="fnanchor"><ins class="note" title="de golven van Thetys, d. i. de zee.">[301]</ins></a>?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte<a name="FNanchor_302_302" id="FNanchor_302_302"></a><a href="#Footnote_302_302" class="fnanchor"><ins class="note" title="klaarlijk.">[302]</ins></a></div> +<div class='i4'>Een ieder van naturen wis</div> +<div class='i4'>Zijn voorhoofd ingeschreven is,</div> +<div class='i4'>Van dat hij eerst int licht geraakte:</div> +<div class='i4'>O driemaal eedle vrijheidskroon!</div> +<div class='i4'>Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet,</div> +<div class='i4'>Waarom de lieve Hemel vechtet,</div> +<div class='i4'>Die met zijn vleugelen ten toon</div> +<div class='i4'>Beschaduwt de Isralietsche benden,</div> +<div class='i4'>En helpt hen uit 't Egyptisch zand,</div> +<div class='i4'>Int rijke Palestijnen land,</div> +<div class='i4'>Uit al hun droefheid en ellenden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Twijl Jacob dus van vreugden reyet<a name="FNanchor_303_303" id="FNanchor_303_303"></a><a href="#Footnote_303_303" class="fnanchor"><ins class="note" title="den reidans opent.">[303]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>De heldre witte dag aanbreekt,</div> +<div class='i4'>De gulden zonne 't hoofd opsteekt,</div> +<div class='i4'>Die over Nylus golven spreyet<a name="FNanchor_304_304" id="FNanchor_304_304"></a><a href="#Footnote_304_304" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans spreidt.">[304]</ins></a></div> +<div class='i4'>Het stralig licht van zijn flambeel<a name="FNanchor_305_305" id="FNanchor_305_305"></a><a href="#Footnote_305_305" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders flambouw ('t Fransch flambeau), gelijk bureel van bureau.">[305]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Die haast ontdekt, hoe dees Comedie</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_22b" id="Page_22b">[Pg 22b]</a></span> +<div class='i4'>Rijst uit de bloedige Tragedie</div> +<div class='i4'>Van Delta's<a name="FNanchor_306_306" id="FNanchor_306_306"></a><a href="#Footnote_306_306" class="fnanchor"><ins class="note" title="Neder-Egypte.">[306]</ins></a> schreyende tooneel,</div> +<div class='i4'>Daar de oudst-geboren voor hun magen</div> +<div class='i4'>Op 't bedde liggen koud en stijf,</div> +<div class='i4'>En laten 't graf hun doode lijf,</div> +<div class='i4'>Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen.</div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h4>VIERDE DEEL.</h4> + + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>FARAO, REI DER EGYPTENAREN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen</div> +<div class='i2'>En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen<a name="FNanchor_307_307" id="FNanchor_307_307"></a><a href="#Footnote_307_307" class="fnanchor"><ins class="note" title="overschaduwen.">[307]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Hij, die<a name="FNanchor_308_308" id="FNanchor_308_308"></a><a href="#Footnote_308_308" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dien.">[308]</ins></a> op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit</div> +<div class='i2'>Deez dubbel groote kroon alreê was toegezeid,</div> +<div class='i2'>Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders</div> +<div class='i2'>In de edel schoenen treên: en, Athlas, deze schouders</div> +<div class='i2'>Ontlasten van den last die mijnen ouden dag</div> +<div class='i2'>Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag:</div> +<div class='i2'>Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen<a name="FNanchor_309_309" id="FNanchor_309_309"></a><a href="#Footnote_309_309" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot morgenzon geslonken.">[309]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen<a name="FNanchor_310_310" id="FNanchor_310_310"></a><a href="#Footnote_310_310" class="fnanchor"><ins class="note" title="helderheid te gunnen.">[310]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,—</div> +<div class='i2'>Den eenen Farao den andr'en is ontroofd!</div> +<div class='i2'>Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn veêren</div> +<div class='i2'>Bespreed<a name="FNanchor_311_311" id="FNanchor_311_311"></a><a href="#Footnote_311_311" class="fnanchor"><ins class="note" title="bespreid.">[311]</ins></a> heeft Tisifone, Alecton, en Megeren<a name="FNanchor_312_312" id="FNanchor_312_312"></a><a href="#Footnote_312_312" class="fnanchor"><ins class="note" title="De Grieksche Wraakgodinnen.">[312]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Den Atropos<a name="FNanchor_313_313" id="FNanchor_313_313"></a><a href="#Footnote_313_313" class="fnanchor"><ins class="note" title="De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.">[313]</ins></a>, die meer sterflijken heeft ontzield,</div> +<div class='i2'>Dan Astren<a name="FNanchor_314_314" id="FNanchor_314_314"></a><a href="#Footnote_314_314" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor sterren.">[314]</ins></a> dezen nacht om ons hebben gewield<a name="FNanchor_315_315" id="FNanchor_315_315"></a><a href="#Footnote_315_315" class="fnanchor"><ins class="note" title="gedraaid.">[315]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig</div> +<div class='i2'>Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig<a name="FNanchor_316_316" id="FNanchor_316_316"></a><a href="#Footnote_316_316" class="fnanchor"><ins class="note" title="gouden lokken.">[316]</ins></a></div> +<div class='i2'>Ter kwader tijd vertrokt van<a name="FNanchor_317_317" id="FNanchor_317_317"></a><a href="#Footnote_317_317" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans onttrokt aan.">[317]</ins></a> onzen horizont,</div> +<div class='i2'>Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond</div> +<div class='i2'>In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen</div> +<div class='i2'>Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen</div> +<div class='i2'>Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert<a name="FNanchor_318_318" id="FNanchor_318_318"></a><a href="#Footnote_318_318" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gestarnte.">[318]</ins></a></div> +<div class='i2'>Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart.</div> +<div class='i4'>O dieftelijke<a name="FNanchor_319_319" id="FNanchor_319_319"></a><a href="#Footnote_319_319" class="fnanchor"><ins class="note" title='verraderlijk (als een "dief" in den nacht ons besluipende).'>[319]</ins></a> dood! O pest, die ongenadig</div> +<div class='i2'>Zijt op den boord van Styx of Acheron<a name="FNanchor_320_320" id="FNanchor_320_320"></a><a href="#Footnote_320_320" class="fnanchor"><ins class="note" title="De bekende rivieren der oude wereld.">[320]</ins></a> beschadig<a name="FNanchor_321_321" id="FNanchor_321_321"></a><a href="#Footnote_321_321" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor schadelijk.">[321]</ins></a></div> +<div class='i2'>Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd</div> +<div class='i2'>En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd.</div> +<div class='i4'>Vervloekt zij dees Belloon<a name="FNanchor_322_322" id="FNanchor_322_322"></a><a href="#Footnote_322_322" class="fnanchor"><ins class="note" title="oorlogsmaagd.">[322]</ins></a>, die listig in de wapen<a name="FNanchor_323_323" id="FNanchor_323_323"></a><a href="#Footnote_323_323" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wapenen.">[323]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen</div> +<div class='i2'>Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf<a name="FNanchor_324_324" id="FNanchor_324_324"></a><a href="#Footnote_324_324" class="fnanchor"><ins class="note" title="streng, wreed.">[324]</ins></a></div> +<div class='i2'>De slapers in een lijk, hun bedden in een graf.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>REI DER EGYPTENAREN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten</div> +<div class='i2'>Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten,</div> +<div class='i2'>Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat,</div> +<div class='i2'>Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat:</div> +<div class='i2'>Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen,</div> +<div class='i2'>Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen.</div> +<div class='i4'>Dus<a name="FNanchor_325_325" id="FNanchor_325_325"></a><a href="#Footnote_325_325" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zoo.">[325]</ins></a> lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort,</div> +<div class='i2'>En de een op de ander maal den bliksem neêr gestort</div> +<div class='i2'>Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen</div> +<div class='i2'>Niet dan een wildernis en doornige woestijnen,</div> +<div class='i2'>Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_23a" id="Page_23a">[Pg 23a]</a></span> +<div class='i2'>Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed;</div> +<div class='i2'>De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven<a name="FNanchor_326_326" id="FNanchor_326_326"></a><a href="#Footnote_326_326" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor het loof of lover.">[326]</ins></a></div> +<div class='i2'>Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven,</div> +<div class='i2'>Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag</div> +<div class='i2'>De tranen van den dauw te distilleeren plag;</div> +<div class='i2'>Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels</div> +<div class='i2'>Den blijden <em class="gesperrt">Echo</em> van de zorgelooze vogels,</div> +<div class='i2'>Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp<a name="FNanchor_327_327" id="FNanchor_327_327"></a><a href="#Footnote_327_327" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans voor het Fr. fluit verouderd (verg. echter nog ons pijper).">[327]</ins></a></div> +<div class='i2'>In langen niet gehoord is in dit rond begrijp<a name="FNanchor_328_328" id="FNanchor_328_328"></a><a href="#Footnote_328_328" class="fnanchor"><ins class="note" title="ommekring.">[328]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Het veldsche beestiaal<a name="FNanchor_329_329" id="FNanchor_329_329"></a><a href="#Footnote_329_329" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor de beesten van 't veld.">[329]</ins></a> is schielijken gestorven,</div> +<div class='i2'>Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven,</div> +<div class='i2'>Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut,</div> +<div class='i2'>Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput,</div> +<div class='i2'>Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig<a name="FNanchor_330_330" id="FNanchor_330_330"></a><a href="#Footnote_330_330" class="fnanchor"><ins class="note" title="dicht bewassen.">[330]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig,</div> +<div class='i2'>De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos</div> +<div class='i2'>Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos<a name="FNanchor_331_331" id="FNanchor_331_331"></a><a href="#Footnote_331_331" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders verloor.">[331]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>VROUW.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte</div> +<div class='i2'>De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte</div> +<div class='i2'>Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws</div> +<div class='i2'>Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws;</div> +<div class='i2'>Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen,</div> +<div class='i2'>Zoo lang de oudheid<a name="FNanchor_332_332" id="FNanchor_332_332"></a><a href="#Footnote_332_332" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor ouderdom.">[332]</ins></a> ons grijsharig zal besneeuwen,</div> +<div class='i2'>Uit ons gemoed gewischt;]—wij vlogen al verbaasd</div> +<div class='i2'>Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast;</div> +<div class='i2'>Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste,</div> +<div class='i2'>De pols was weg eer elk al bevende noch tastte</div> +<div class='i2'>Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag,</div> +<div class='i2'>Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag</div> +<div class='i2'>In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste</div> +<div class='i2'>Het wit ivooren beeld, het schepsel<a name="FNanchor_333_333" id="FNanchor_333_333"></a><a href="#Footnote_333_333" class="fnanchor"><ins class="note" title="Naar zijn eigenlijke beteekenis van vorm.">[333]</ins></a> van albaste</div> +<div class='i2'>Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch<a name="FNanchor_334_334" id="FNanchor_334_334"></a><a href="#Footnote_334_334" class="fnanchor"><ins class="note" title="gilde.">[334]</ins></a>, elk riep terstond</div> +<div class='i2'>Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond;</div> +<div class='i2'>Maar ziel en leven was vervlogen met den asem,</div> +<div class='i2'>Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem,</div> +<div class='i2'>De rozen waren op de kaakskens al verwelkt,</div> +<div class='i2'>'t Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt</div> +<div class='i2'>Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen<a name="FNanchor_335_335" id="FNanchor_335_335"></a><a href="#Footnote_335_335" class="fnanchor"><ins class="note" title="bovenal.">[335]</ins></a></div> +<div class='i2'>Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen</div> +<div class='i2'>Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!)</div> +<div class='i2'>En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd<a name="FNanchor_336_336" id="FNanchor_336_336"></a><a href="#Footnote_336_336" class="fnanchor"><ins class="note" title="overtrokken, overschaduwd.">[336]</ins></a></div> +<div class='i2'>Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren</div> +<div class='i2'>En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren!</div> +<div class='i4'>Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood!</div> +<div class='i2'>Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot</div> +<div class='i2'>Beschouwden 's Hemels licht;—eilaas! voor al de smerte</div> +<div class='i2'>En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte</div> +<div class='i2'>Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest,</div> +<div class='i2'>Had beter 's moeders buik uw donker tomb<a name="FNanchor_337_337" id="FNanchor_337_337"></a><a href="#Footnote_337_337" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gallicisme voor graf.">[337]</ins></a> geweest:</div> +<div class='i2'>Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme</div> +<div class='i2'>Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep,</div> +<div class='i2'>Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep,</div> +<div class='i2'>Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven,</div> +<div class='i2'>De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven,</div> +<div class='i2'>Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor<a name="FNanchor_338_338" id="FNanchor_338_338"></a><a href="#Footnote_338_338" class="fnanchor"><ins class="note" title="erfgenaam, 't Fr. hoir.">[338]</ins></a></div> +<div class='i2'>Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor,</div> +<div class='i2'>Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten</div> +<div class='i2'>Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten.</div> +<div class='i2'>Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook?</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_23b" id="Page_23b">[Pg 23b]</a></span> +<div class='i2'>Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook</div> +<div class='i2'>Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen,</div> +<div class='i2'>Gelijk een schaâuw verstuift, en ijdel vliegt daar henen:</div> +<div class='i2'>Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw,</div> +<div class='i2'>En smelt weêr lichter als een witgevlokte sneeuw,</div> +<div class='i2'>Of als een ijzen<a name="FNanchor_339_339" id="FNanchor_339_339"></a><a href="#Footnote_339_339" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van ijs.">[339]</ins></a> beeld, twelk spoedig overwonnen</div> +<div class='i2'>Zijn statua<a name="FNanchor_340_340" id="FNanchor_340_340"></a><a href="#Footnote_340_340" class="fnanchor"><ins class="note" title="gestalte.">[340]</ins></a> verliest met 't stralen eender zonnen<a name="FNanchor_341_341" id="FNanchor_341_341"></a><a href="#Footnote_341_341" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans eener zon.">[341]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>'t Is als een bliksemslicht<a name="FNanchor_342_342" id="FNanchor_342_342"></a><a href="#Footnote_342_342" class="fnanchor"><ins class="note" title="bliksemflits.">[342]</ins></a>, dat naauw om<a name="FNanchor_343_343" id="FNanchor_343_343"></a><a href="#Footnote_343_343" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans te.">[343]</ins></a> schijnen poogt</div> +<div class='i2'>En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt<a name="FNanchor_344_344" id="FNanchor_344_344"></a><a href="#Footnote_344_344" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans in verlengden vorm vertoont (d.i. vertoogent).">[344]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Een torts<a name="FNanchor_345_345" id="FNanchor_345_345"></a><a href="#Footnote_345_345" class="fnanchor"><ins class="note" title="toorts.">[345]</ins></a>, die durig schijnt en smeltet al bezweken,</div> +<div class='i2'>Met dat haar lemmet sparkt<a name="FNanchor_346_346" id="FNanchor_346_346"></a><a href="#Footnote_346_346" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkt.">[346]</ins></a>, met dat zij is ontsteken:</div> +<div class='i2'>Hoe vliên ons dagen weg, als waren zij gevlerkt!</div> +<div class='i2'>Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt,</div> +<div class='i2'>Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren,</div> +<div class='i2'>Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>VROUW.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef</div> +<div class='i2'>Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef,</div> +<div class='i2'>De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder</div> +<div class='i2'>Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder</div> +<div class='i2'>Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert</div> +<div class='i2'>En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert;</div> +<div class='i2'>Och! waren wij nooit beide uit éénen bloed geronnen,</div> +<div class='i2'>Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen,</div> +<div class='i2'>Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet</div> +<div class='i2'>Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed</div> +<div class='i2'>Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd;</div> +<div class='i2'>Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd;</div> +<div class='i2'>Zoo'n<a name="FNanchor_347_347" id="FNanchor_347_347"></a><a href="#Footnote_347_347" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor zoo en (d.i. niet).">[347]</ins></a> had uw droevig einde, als 't ommers wezen most</div> +<div class='i2'>Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost.</div> +<div class='i2'>Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden</div> +<div class='i2'>Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden<a name="FNanchor_348_348" id="FNanchor_348_348"></a><a href="#Footnote_348_348" class="fnanchor"><ins class="note" title="doorboorden.">[348]</ins></a>?</div> +<div class='i2'>O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht<a name="FNanchor_349_349" id="FNanchor_349_349"></a><a href="#Footnote_349_349" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven maar verkeerdelijk voor gedocht.">[349]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht?</div> +<div class='i2'>Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen,</div> +<div class='i2'>En niet den zachten slaap met Lethes<a name="FNanchor_350_350" id="FNanchor_350_350"></a><a href="#Footnote_350_350" class="fnanchor"><ins class="note" title="vergetelheid.">[350]</ins></a> laten stroomen</div> +<div class='i2'>Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu</div> +<div class='i2'>Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme<a name="FNanchor_351_351" id="FNanchor_351_351"></a><a href="#Footnote_351_351" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor vlijmen, of liever vlijmend zwaard.">[351]</ins></a> hieuw</div> +<div class='i2'>En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren,</div> +<div class='i2'>Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren.</div> +<div class='i2'>Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt,</div> +<div class='i2'>Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt,</div> +<div class='i2'>Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten,</div> +<div class='i2'>Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>MAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld,</div> +<div class='i2'>En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld,</div> +<div class='i2'>Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen;</div> +<div class='i2'>Dies bidden wij: verlaat<a name="FNanchor_352_352" id="FNanchor_352_352"></a><a href="#Footnote_352_352" class="fnanchor"><ins class="note" title="laat vrij.">[352]</ins></a> d'Israëlietsche mannen!</div> +<div class='i2'>Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland,</div> +<div class='i2'>Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand;</div> +<div class='i2'>Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen,</div> +<div class='i2'>En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zij vluchtet<a name="FNanchor_353_353" id="FNanchor_353_353"></a><a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> metter ijl, van daar het morgenrood</div> +<div class='i2'>Verrijst, tot daar het licht neêrdaalt in Thetys' schoot,</div> +<div class='i2'>Voor Pluto trekken<a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> zij zoo wijd ter Hellen neder,</div> +<div class='i2'>Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder,</div> +<div class='i2'>Zij reizen<a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld<a name="FNanchor_354_354" id="FNanchor_354_354"></a><a href="#Footnote_354_354" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor be-ijzeld.">[354]</ins></a> Noord,</div> +<div class='i2'>Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort,</div> +<div class='i2'>Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede,</div> +<div class='i2'>Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede:</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_24a" id="Page_24a">[Pg 24a]</a></span> +<div class='i2'>'t Weêrspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best</div> +<div class='i2'>Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest;</div> +<div class='i2'>Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have,</div> +<div class='i2'>En worden op het veld een spijze voor de rave,</div> +<div class='i2'>Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood,</div> +<div class='i2'>En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><em class="gesperrt">De</em> REI DER ISRAËLIETEN <em class="gesperrt">zingt</em>:</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Hebreên! speelt 's Hemels lof</div> +<div class='i4'>Nu op uw luite schoone,</div> +<div class='i4'>Adieu, Misraïms hof!</div> +<div class='i4'>Adieu, Memfidis troone!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Adieu, Egypten-land!</div> +<div class='i4'>Adieu, rijksstaf en kroone,</div> +<div class='i4'>Die Nylus zandig strand</div> +<div class='i4'>Beheerscht door Faraone.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Adieu, tyrannig jok,</div> +<div class='i4'>Adieu, dienstbarig<a name="FNanchor_355_355" id="FNanchor_355_355"></a><a href="#Footnote_355_355" class="fnanchor"><ins class="note" title="Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang ig in 't algemeen te velde getrokken.">[355]</ins></a> Gozen!</div> +<div class='i4'>Waar uit de Heer ons trok</div> +<div class='i4'>Door Aaron en door Mozen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Israël wil<a name="FNanchor_356_356" id="FNanchor_356_356"></a><a href="#Footnote_356_356" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gelijk meer als zal (verg. ook 't Eng. to will).">[356]</ins></a> 't beloofd</div> +<div class='i4'>Canaän nu gelukken,</div> +<div class='i4'>Daar Juda zijn voorhoofd</div> +<div class='i4'>Zal met een kroone drukken.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Daar Juda, onder 't licht</div> +<div class='i4'>En 't wankel rond der mane,</div> +<div class='i4'>Zijn stoel en zetel sticht</div> +<div class='i4'>Bij 't stroomen der Jordane.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Gij Filistijnen haast<a name="FNanchor_357_357" id="FNanchor_357_357"></a><a href="#Footnote_357_357" class="fnanchor"><ins class="note" title="weldra.">[357]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>En gij o Jebuzieten!</div> +<div class='i4'>Met Amalek verbaasd</div> +<div class='i4'>Maakt plaats met de Ammonieten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>De koning Juda komt</div> +<div class='i4'>Preutsch in uw schoenen treden;</div> +<div class='i4'>O luistert! hoe hij tromt,</div> +<div class='i4'>En nadert met zijn schreden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Dat dijnen hoogmoed daalt</div> +<div class='i4'>Voor die zijn rijk wil vesten,</div> +<div class='i4'>Gelijk den bliksem straalt</div> +<div class='i4'>Vant Oosten tot den Westen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Uw grenzen open sluit</div> +<div class='i4'>Voor onzen prins personig<a name="FNanchor_358_358" id="FNanchor_358_358"></a><a href="#Footnote_358_358" class="fnanchor"><ins class="note" title="in persoon (verg. echter aant. [355]).">[358]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>En laat tot roof en buit</div> +<div class='i4'>Uw melk en uwen honig.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Jordaan, die van den top</div> +<div class='i4'>Der heuvelen komt bruisschen,</div> +<div class='i4'>Steekt uw blaauw hoornen op,</div> +<div class='i4'>En laat uw bobbels ruisschen!</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Golft in d'azuren zee,</div> +<div class='i4'>Zegt de Oceaansche<a name="FNanchor_359_359" id="FNanchor_359_359"></a><a href="#Footnote_359_359" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor van den Oceaan.">[359]</ins></a> baren,</div> +<div class='i4'>Hoe Juda op uw reê</div> +<div class='i4'>Komt zijnen troon pilaren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<span class='pagenum'><a name="Page_24b" id="Page_24b">[Pg 24b]</a></span> +<div class='i6'>Sinaï! maak dy<a name="FNanchor_360_360" id="FNanchor_360_360"></a><a href="#Footnote_360_360" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans maakt u.">[360]</ins></a> reê,</div> +<div class='i4'>Want op uw hoogte steilig</div> +<div class='i4'>Wil smoken doen d' Hebreê</div> +<div class='i4'>Zijn brandofferen heilig.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Dat Horeb eeuwig staat</div> +<div class='i4'>Gerezen onder 't maanschijn,</div> +<div class='i4'>En tuigt wie heeft gedwaad<a name="FNanchor_361_361" id="FNanchor_361_361"></a><a href="#Footnote_361_361" class="fnanchor"><ins class="note" title="weggevaagd (zie vroeger).">[361]</ins></a></div> +<div class='i4'>De tranen van ons aanschijn.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Mensch-stappen<a name="FNanchor_362_362" id="FNanchor_362_362"></a><a href="#Footnote_362_362" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor menschelijke treden.">[362]</ins></a> zullen eer</div> +<div class='i4'>Des hemels cirkel meten,</div> +<div class='i4'>Dan hunnes konings eer</div> +<div class='i4'>Israël zal vergeten.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>Den Engel maakt het spoor,</div> +<div class='i4'>O, laat ons niet verslappen,</div> +<div class='i4'>Ons leidsliên treden voor,</div> +<div class='i4'>Wij volgen hunne stappen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met +zijn heirleger.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken,</div> +<div class='i2'>Mag doen als Farao, en laten henen trekken</div> +<div class='i2'>De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel<a name="FNanchor_363_363" id="FNanchor_363_363"></a><a href="#Footnote_363_363" class="fnanchor"><ins class="note" title="draai, ommezwaai.">[363]</ins></a></div> +<div class='i2'>Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel,</div> +<div class='i2'>Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden</div> +<div class='i2'>De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden,</div> +<div class='i2'>De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak</div> +<div class='i2'>Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak</div> +<div class='i2'>Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden<a name="FNanchor_364_364" id="FNanchor_364_364"></a><a href="#Footnote_364_364" class="fnanchor"><ins class="note" title="vergolden, betaald.">[364]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden,</div> +<div class='i2'>Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard,</div> +<div class='i2'>En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard,</div> +<div class='i2'>Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven</div> +<div class='i2'>Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven.</div> +<div class='i4'>Vast hebben dees Hebreên, verdobbeld<a name="FNanchor_365_365" id="FNanchor_365_365"></a><a href="#Footnote_365_365" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor dubbel.">[365]</ins></a> snoô en valsch,</div> +<div class='i2'>'t Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals,</div> +<div class='i2'>Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen</div> +<div class='i2'>En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen,</div> +<div class='i2'>Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort,</div> +<div class='i2'>Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt.</div> +<div class='i4'>Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen,</div> +<div class='i2'>Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden</div> +<div class='i2'>Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden<a name="FNanchor_366_366" id="FNanchor_366_366"></a><a href="#Footnote_366_366" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[366]</ins></a> na gedraafd,</div> +<div class='i2'>En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft,</div> +<div class='i2'>Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen,</div> +<div class='i2'>Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen,</div> +<div class='i2'>En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert</div> +<div class='i2'>Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd,</div> +<div class='i2'>Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen</div> +<div class='i2'>Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen.</div> +<div class='i2'>Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn?</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>HOOFDMAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn,</div> +<div class='i2'>Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme</div> +<div class='i2'>Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme<a name="FNanchor_367_367" id="FNanchor_367_367"></a><a href="#Footnote_367_367" class="fnanchor"><ins class="note" title="arm.">[367]</ins></a></div> +<div class='i2'>Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt:</div> +<div class='i2'>Gewapend naauwlijks, zij om<a name="FNanchor_368_368" id="FNanchor_368_368"></a><a href="#Footnote_368_368" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te, tot">[368]</ins></a> strijden niet geneigd</div> +<div class='i2'>En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden</div> +<div class='i2'>Het half gelaat te biên, ik late staan hun tanden</div> +<div class='i2'>Te breken met geweld: indien gij dezen rei</div> +<div class='i2'>Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_25a" id="Page_25a">[Pg 25a]</a></span> +<div class='i2'>Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen,</div> +<div class='i2'>Als schaapskudd', die de wolf het herte<a name="FNanchor_369_369" id="FNanchor_369_369"></a><a href="#Footnote_369_369" class="fnanchor"><ins class="note" title="D.i. den moed.">[369]</ins></a> heeft ontstolen,</div> +<div class='i2'>Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast</div> +<div class='i2'>Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>HOOFDMAN.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen,</div> +<div class='i2'>En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel,</div> +<div class='i2'>De wagens toegerust; en 't leger, al geheel</div> +<div class='i2'>Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden,</div> +<div class='i2'>Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>FARAO.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i2'>Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet!</div> +<div class='i2'>De wapenroovers<a name="FNanchor_370_370" id="FNanchor_370_370"></a><a href="#Footnote_370_370" class="fnanchor"><ins class="note" title="D.i. de legerknechten (als die de wapens hunner vijanden vermeesteren).">[370]</ins></a> noodt tot 't bloedige banket,</div> +<div class='i2'>Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken<a name="FNanchor_371_371" id="FNanchor_371_371"></a><a href="#Footnote_371_371" class="fnanchor"><ins class="note" title="weifelen.">[371]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken;</div> +<div class='i2'>Krijgt<a name="FNanchor_372_372" id="FNanchor_372_372"></a><a href="#Footnote_372_372" class="fnanchor"><ins class="note" title="oorloogt, strijdt.">[372]</ins></a> onder zijn banier, hij leidt u aan den dans!</div> +<div class='i2'>Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans.</div> +<div class='i2'>Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen,</div> +<div class='i2'>Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Die den Hemel derft bekrijgen,</div> +<div class='i4'>Zal wel voor een wijl opstijgen,</div> +<div class='i6'>Even als Neptunus' vocht</div> +<div class='i6'>Worpt<a name="FNanchor_373_373" id="FNanchor_373_373"></a><a href="#Footnote_373_373" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans werpt (even als, omgekeerd, thans wordt voor 't vroegere werd).">[373]</ins></a> zijn baren na de locht,</div> +<div class='i4'>Die van zelf in korter stonden<a name="FNanchor_374_374" id="FNanchor_374_374"></a><a href="#Footnote_374_374" class="fnanchor"><ins class="note" title="In korten tijd.">[374]</ins></a></div> +<div class='i4'>Weder vallen in de afgronden,</div> +<div class='i6'>Of gelijk een vlam gezwimd<a name="FNanchor_375_375" id="FNanchor_375_375"></a><a href="#Footnote_375_375" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gezwind.">[375]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>Licht op naar den hemel klimt.</div> +<div class='i4'>Die men wederom zich zelven</div> +<div class='i4'>In zijn asschen ziet bedelven:</div> +<div class='i6'>Want de groote goedheid Gods</div> +<div class='i6'>Latet<a name="FNanchor_376_376" id="FNanchor_376_376"></a><a href="#Footnote_376_376" class="fnanchor"><ins class="note" title="laat.">[376]</ins></a> wel den koning trotsch</div> +<div class='i4'>Op het hoogste en even dolle</div> +<div class='i4'>Woeden, doch wanneer hun rolle</div> +<div class='i6'>Is ten uitersten volspeeld,</div> +<div class='i6'>Op 't theatrum getoneeld,</div> +<div class='i4'>En wanneer hij met berommen<a name="FNanchor_377_377" id="FNanchor_377_377"></a><a href="#Footnote_377_377" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor beroemen.">[377]</ins></a></div> +<div class='i4'>Meent ten hoogsten zijn geklommen,</div> +<div class='i6'>Stoot de godlijke Monarch</div> +<div class='i6'>Hem afgrijzig van den berg.</div> +<div class='i4'>Hoe hij was den hemel naarder</div> +<div class='i4'>Hoe den val hem is te zwaarder,</div> +<div class='i6'>Hoe hij meerder opwaarts steeg</div> +<div class='i6'>Hoe hij dieper valt om leeg.</div> +<div class='i4'>Hoe hij meerder rees verkorseld<a name="FNanchor_378_378" id="FNanchor_378_378"></a><a href="#Footnote_378_378" class="fnanchor"><ins class="note" title="kregel, wrevelig.">[378]</ins></a></div> +<div class='i4'>Hoe hij platter valt vermorseld.</div> +<div class='i6'>Dit blijkt aan Farao straf,</div> +<div class='i6'>Die zoo blind'ling loopt naar 't graf;</div> +<div class='i4'>Die in 's Heeren straffe tijdig</div> +<div class='i4'>Blijft verstokt, versteend partijdig,</div> +<div class='i6'>Daar een ieder roê, als vriend,</div> +<div class='i6'>Hem tot beteringe dient:</div> +<div class='i4'>Want de strengheid Gods ten lesten</div> +<div class='i4'>Iedereen kastijdt ten besten,</div> +<div class='i6'>En zijn geessel al begrijsd<a name="FNanchor_379_379" id="FNanchor_379_379"></a><a href="#Footnote_379_379" class="fnanchor"><ins class="note" title="bejammerd (nam. door de Egyptenaren).">[379]</ins></a></div> +<div class='i6'>Op een grooter roede wijst.</div> +<div class='i4'>Wie dan, in der zonnen luister,</div> +<div class='i4'>Sluit zijn oogen in het duister,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_25b" id="Page_25b">[Pg 25b]</a></span> +<div class='i6'>Wie de aankloppers van 't gemoed</div> +<div class='i6'>'s Herten deur niet open doet:</div> +<div class='i4'>Wie zoo vele donderslagen,</div> +<div class='i4'>Luiden laat voor ijdel vlagen,</div> +<div class='i6'>Op het onverzienste bald<a name="FNanchor_380_380" id="FNanchor_380_380"></a><a href="#Footnote_380_380" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hoogd. voor spoedig.">[380]</ins></a></div> +<div class='i6'>'s Heeren bliksem overvalt:</div> +<div class='i4'>Gelijk dezen koning prachtig,</div> +<div class='i4'>Die<a name="FNanchor_381_381" id="FNanchor_381_381"></a><a href="#Footnote_381_381" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dien.">[381]</ins></a> geen teekenen aandachtig</div> +<div class='i6'>Mochten leiden uit den tred</div> +<div class='i6'>Van zijn obstinaat opzet.</div> +<div class='i4'>Dies de Heere t' eenenmalen</div> +<div class='i4'>Hem onttrekt de helder stralen</div> +<div class='i6'>Van zijn hemelsch aangezicht,</div> +<div class='i6'>En verduistert hem in 't licht,</div> +<div class='i4'>In verkeerdheid overgeven,</div> +<div class='i4'>Tot hij eindelijk gedreven,</div> +<div class='i6'>Even als een roerloos schip,</div> +<div class='i6'>Drijft al blind'ling op de klip</div> +<div class='i4'>Van zijn overgeven boosheid,</div> +<div class='i4'>Van zijn stoute goddeloosheid,</div> +<div class='i6'>In den afgrond en 't verleid<a name="FNanchor_382_382" id="FNanchor_382_382"></a><a href="#Footnote_382_382" class="fnanchor"><ins class="note" title="Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem zijn hartstocht verleidde.">[382]</ins></a></div> +<div class='i6'>Van zijn overgevenheid.</div> +</div></div> + + + +<hr style="width: 45%;" /> +<h4>VIJFDE EN LAATSTE DEEL.</h4> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i8'>FAMA, of 't blazende gerucht.</div> +<div class='i2'>'t Heer-leger Israëls (dat God zelfs<a name="FNanchor_383_383" id="FNanchor_383_383"></a><a href="#Footnote_383_383" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zelf.">[383]</ins></a> had geleid</div> +<div class='i2'>Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid,</div> +<div class='i2'>Dat God 's voorging in een vierige colomme</div> +<div class='i2'>En 's daags in eene wolk) Farao wederomme</div> +<div class='i2'>Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer</div> +<div class='i2'>Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer,</div> +<div class='i2'>Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen,</div> +<div class='i2'>Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen,</div> +<div class='i2'>In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt<a name="FNanchor_384_384" id="FNanchor_384_384"></a><a href="#Footnote_384_384" class="fnanchor"><ins class="note" title="'thelpt niet">[384]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt,</div> +<div class='i2'>Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren,</div> +<div class='i2'>Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen:</div> +<div class='i2'>Ha, Amrams zonen snoô! die ons zoo onbedocht<a name="FNanchor_385_385" id="FNanchor_385_385"></a><a href="#Footnote_385_385" class="fnanchor"><ins class="note" title="ondedacht">[385]</ins></a></div> +<div class='i2'>Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht:</div> +<div class='i2'>O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven,</div> +<div class='i2'>Eer in Egypteland gestorven en begraven:</div> +<div class='i2'>Verraders van den rei<a name="FNanchor_386_386" id="FNanchor_386_386"></a><a href="#Footnote_386_386" class="fnanchor"><ins class="note" title="schaar">[386]</ins></a> en 't leger der Hebreên,</div> +<div class='i2'>Een ieder wreek' zich zelf en worp'<a name="FNanchor_387_387" id="FNanchor_387_387"></a><a href="#Footnote_387_387" class="fnanchor"><ins class="note" title="werpe.">[387]</ins></a> den eersten steen!</div> +<div class='i4'>Gelijk de reizigers (als in de azure golven</div> +<div class='i2'>Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven</div> +<div class='i2'>Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft,</div> +<div class='i2'>En 't golvig driftig<a name="FNanchor_388_388" id="FNanchor_388_388"></a><a href="#Footnote_388_388" class="fnanchor"><ins class="note" title="golvend, drijvend.">[388]</ins></a> hout met groene baren treft)</div> +<div class='i2'>Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure<a name="FNanchor_389_389" id="FNanchor_389_389"></a><a href="#Footnote_389_389" class="fnanchor"><ins class="note" title="stugg, harde (gelijk nog in Overijsel stoer; verg. ook ons stuursch).">[389]</ins></a> winden</div> +<div class='i2'>Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden:</div> +<div class='i2'>De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood</div> +<div class='i2'>Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot</div> +<div class='i2'>Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven</div> +<div class='i2'>Ontijdelijk hij moet den baren overgeven,</div> +<div class='i2'>Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust,</div> +<div class='i2'>Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;—</div> +<div class='i2'>Zoo ook in dezen storm de Israëlietsche hoeders</div> +<div class='i2'>Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders,</div> +<div class='i2'>En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft,</div> +<div class='i2'>Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft,</div> +<div class='i2'>'t Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker<a name="FNanchor_390_390" id="FNanchor_390_390"></a><a href="#Footnote_390_390" class="fnanchor"><ins class="note" title="wankel, kleinmoedig.">[390]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen<a name="FNanchor_391_391" id="FNanchor_391_391"></a><a href="#Footnote_391_391" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans hoop.">[391]</ins></a> anker</div> +<div class='i2'>Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_26a" id="Page_26a">[Pg 26a]</a></span> +<div class='i2'>Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean:</div> +<div class='i2'>Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede,</div> +<div class='i2'>En slaat, met zijne doode en levendige roede,</div> +<div class='i2'>Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur,</div> +<div class='i2'>En wederzijden maakt een roô robijnen muur,</div> +<div class='i2'>Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel</div> +<div class='i2'>Zoo wijd, dat midden<a name="FNanchor_392_392" id="FNanchor_392_392"></a><a href="#Footnote_392_392" class="fnanchor"><ins class="note" title="In 't midden.">[392]</ins></a> blijft een guldig zand-plaveisel,</div> +<div class='i2'>Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsliên voor</div> +<div class='i2'>'t Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor.</div> +<div class='i2'>O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken</div> +<div class='i2'>Israël, die zoo haast een plaatse vindt om wijken,</div> +<div class='i2'>Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt</div> +<div class='i2'>Een leger<a name="FNanchor_393_393" id="FNanchor_393_393"></a><a href="#Footnote_393_393" class="fnanchor"><ins class="note" title="lager.">[393]</ins></a> diepte vindt en snellijken verloopt!</div> +<div class='i4'>Terwijlen dus d' Hebreên (spijt 't wezen<a name="FNanchor_394_394" id="FNanchor_394_394"></a><a href="#Footnote_394_394" class="fnanchor"><ins class="note" title="tegen den aard.">[394]</ins></a> der naturen)</div> +<div class='i2'>Vast dweerssen<a name="FNanchor_395_395" id="FNanchor_395_395"></a><a href="#Footnote_395_395" class="fnanchor"><ins class="note" title="Dwars overtrekken.">[395]</ins></a> deze straat van kristalijne muren,</div> +<div class='i2'>Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht</div> +<div class='i2'>Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!"</div> +<div class='i2'>En d' ander krijst: "wats dit? 't Roô meer schijnt opgeblazen,</div> +<div class='i2'>Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen:</div> +<div class='i2'>Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat,</div> +<div class='i2'>Wanneer men doorgaans<a name="FNanchor_396_396" id="FNanchor_396_396"></a><a href="#Footnote_396_396" class="fnanchor"><ins class="note" title="op den duur.">[396]</ins></a> vindt zulk eenen droogen pad?</div> +<div class='i2'>Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen,</div> +<div class='i2'>Of't grondloos<a name="FNanchor_397_397" id="FNanchor_397_397"></a><a href="#Footnote_397_397" class="fnanchor"><ins class="note" title="diepgaande, tot op 't grondelooze toe.">[397]</ins></a> dieplood, om de diepten met te peilen?"</div> +<div class='i2'>Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort,</div> +<div class='i2'>En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord</div> +<div class='i2'>Behouden op het strand; dies Farao verbolgen</div> +<div class='i2'>Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen</div> +<div class='i2'>Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld,</div> +<div class='i2'>En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche<a name="FNanchor_398_398" id="FNanchor_398_398"></a><a href="#Footnote_398_398" class="fnanchor"><ins class="note" title="D. i. van de zee.">[398]</ins></a> veld,</div> +<div class='i2'>Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen,</div> +<div class='i2'>Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen,</div> +<div class='i2'>Een slinksch<a name="FNanchor_399_399" id="FNanchor_399_399"></a><a href="#Footnote_399_399" class="fnanchor"><ins class="note" title="boos, verradelijk.">[399]</ins></a> onweder van den hemel nederworpt,</div> +<div class='i2'>Dat 't slibberig gebergt weêr in zijn holte slorpt,</div> +<div class='i2'>Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt<a name="FNanchor_400_400" id="FNanchor_400_400"></a><a href="#Footnote_400_400" class="fnanchor"><ins class="note" title="zakt.">[400]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>En komen door 't gegolf eens eindling<a name="FNanchor_401_401" id="FNanchor_401_401"></a><a href="#Footnote_401_401" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans eindelijk.">[401]</ins></a> opgebobbeld,</div> +<div class='i2'>Met eiselijk<a name="FNanchor_402_402" id="FNanchor_402_402"></a><a href="#Footnote_402_402" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans veelal verkeerdelijk ijselijk.">[402]</ins></a> geschreeuw, half levende en half dood:</div> +<div class='i2'>De dooden zijn alreê meer als der golven vloot<a name="FNanchor_403_403" id="FNanchor_403_403"></a><a href="#Footnote_403_403" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeyend tal.">[403]</ins></a>:</div> +<div class='i2'>De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen<a name="FNanchor_404_404" id="FNanchor_404_404"></a><a href="#Footnote_404_404" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor klimmen.">[404]</ins></a>!"</div> +<div class='i2'>En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!"</div> +<div class='i2'>De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond,</div> +<div class='i2'>De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond,</div> +<div class='i2'>En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker</div> +<div class='i2'>Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker,</div> +<div class='i2'>En zinken beidegaêr; de zee, die altijd woelt,</div> +<div class='i2'>Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt.</div> +<div class='i2'>De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig,</div> +<div class='i2'>Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig,</div> +<div class='i2'>Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind<a name="FNanchor_405_405" id="FNanchor_405_405"></a><a href="#Footnote_405_405" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor snellende.">[405]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind,</div> +<div class='i2'>En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden,</div> +<div class='i2'>Durft hij den dullen<a name="FNanchor_406_406" id="FNanchor_406_406"></a><a href="#Footnote_406_406" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dollen, woedenden.">[406]</ins></a> storm 't hoofd even dapper bieden,</div> +<div class='i2'>En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt,</div> +<div class='i2'>Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt,</div> +<div class='i2'>Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden;</div> +<div class='i2'>Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden:</div> +<div class='i2'>Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie<a name="FNanchor_407_407" id="FNanchor_407_407"></a><a href="#Footnote_407_407" class="fnanchor"><ins class="note" title="wien, tegen wien.">[407]</ins></a> gij rebelleert!</div> +<div class='i2'>Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert."</div> +<div class='i2'>Den Oceaan en past op<a name="FNanchor_408_408" id="FNanchor_408_408"></a><a href="#Footnote_408_408" class="fnanchor"><ins class="note" title="geeft om.">[408]</ins></a> vloeken noch op schelden,</div> +<div class='i2'>Zijn dreigementen dweers<a name="FNanchor_409_409" id="FNanchor_409_409"></a><a href="#Footnote_409_409" class="fnanchor"><ins class="note" title="dwarsch, stuursch.">[409]</ins></a> en mogen hier niet gelden;</div> +<div class='i2'>Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht<a name="FNanchor_410_410" id="FNanchor_410_410"></a><a href="#Footnote_410_410" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtig gewoel voor 't gewoel der golven.">[410]</ins></a>,</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_26b" id="Page_26b">[Pg 26b]</a></span> +<div class='i2'>Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht,</div> +<div class='i2'>En weder zevenmaal gedaald is in de vesten</div> +<div class='i2'>Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten</div> +<div class='i2'>De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft,</div> +<div class='i2'>En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd.</div> +<div class='i4'>Ik geef te denken voorts, de Hebreên, die 't aanzagen,</div> +<div class='i2'>Hoe hunnen vijand lag zoo korteling<a name="FNanchor_411_411" id="FNanchor_411_411"></a><a href="#Footnote_411_411" class="fnanchor"><ins class="note" title="binnen zoo korten tijd.">[411]</ins></a> verslagen,</div> +<div class='i2'>Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed</div> +<div class='i2'>Farao's had gedempt vertreden onder voet,</div> +<div class='i2'>Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen,</div> +<div class='i2'>Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen,</div> +<div class='i2'>Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf</div> +<div class='i2'>Dat hun verlossing werd Farao tot een graf,</div> +<div class='i2'>Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even</div> +<div class='i2'>En onverzienste<a name="FNanchor_412_412" id="FNanchor_412_412"></a><a href="#Footnote_412_412" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor meest onvervalschte.">[412]</ins></a> dood hun strekte tot den leven.</div> +<div class='i2'>De winden en het meer goedjonstig<a name="FNanchor_413_413" id="FNanchor_413_413"></a><a href="#Footnote_413_413" class="fnanchor"><ins class="note" title="goedgunstig.">[413]</ins></a> wierpen ruit<a name="FNanchor_414_414" id="FNanchor_414_414"></a><a href="#Footnote_414_414" class="fnanchor"><ins class="note" title="ruw, woest.">[414]</ins></a></div> +<div class='i2'>De Egyptsche wapening<a name="FNanchor_415_415" id="FNanchor_415_415"></a><a href="#Footnote_415_415" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor krijgswapens.">[415]</ins></a> weêr aan den oever uit,</div> +<div class='i2'>Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebreên in handen,</div> +<div class='i2'>Daar zij eerst werden met<a name="FNanchor_416_416" id="FNanchor_416_416"></a><a href="#Footnote_416_416" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans meê.">[416]</ins></a> gedreigd van hun vijanden.</div> +<div class='i2'>Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord,</div> +<div class='i2'>En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort;</div> +<div class='i2'>Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken,</div> +<div class='i2'>Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp<a name="FNanchor_417_417" id="FNanchor_417_417"></a><a href="#Footnote_417_417" class="fnanchor"><ins class="note" title="trompet.">[417]</ins></a> doen klinken.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div> +</div></div> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i8'><big><em class="gesperrt">HYMNE OF LOFZANG.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i6'>VAN DE ISRAËLIETSCHE REI.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst,</div> +<div class='i6'>Nu looft den Heer der Heeren,</div> +<div class='i4'>Die ons met de overhand bekranst,</div> +<div class='i6'>Vlecht hem een kroon van eeren;</div> +<div class='i4'>Hij is, die al de banden van</div> +<div class='i6'>Ons slavernije breken kan,</div> +<div class='i4'>En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>De Heer gedenkt aan zijn verbond</div> +<div class='i6'>Over zijn uitverkoren,</div> +<div class='i4'>Looft Hem met ziele, tong en mond,</div> +<div class='i6'>Die Israël staat voren<a name="FNanchor_418_418" id="FNanchor_418_418"></a><a href="#Footnote_418_418" class="fnanchor"><ins class="note" title="voorstaat, beschermt.">[418]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Die Jacobs huis, in dienstbaarheid,</div> +<div class='i6'>Onder zijn schaduwe bespreidt<a name="FNanchor_419_419" id="FNanchor_419_419"></a><a href="#Footnote_419_419" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor met zijn schaduw overdekt.">[419]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren<a name="FNanchor_420_420" id="FNanchor_420_420"></a><a href="#Footnote_420_420" class="fnanchor"><ins class="note" title="genieten (verg. nog onsórberen).">[420]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Hij is de God van Abraham,</div> +<div class='i6'>Isak en Jacob machtig,</div> +<div class='i4'>Die nu tot koning zalft den stam,</div> +<div class='i6'>Den stamme Juda krachtig,</div> +<div class='i4'>Die ons naar 't zoet beloofde land</div> +<div class='i6'>Geleidet door zijn sterke hand,</div> +<div class='i4'>Om<a name="FNanchor_421_421" id="FNanchor_421_421"></a><a href="#Footnote_421_421" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te; verg. vroeger.">[421]</ins></a> heerschen int land Canaän eendrachtig.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>In 't land, daar melk en honig vloeit,</div> +<div class='i6'>Daar de Jordaan beneven</div> +<div class='i4'>Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit</div> +<div class='i6'>Van 't steil gebergt verheven:</div> +<div class='i4'>Daar, als de baren van der zee</div> +<div class='i6'>Of 't zand der stranden, nu alreê,</div> +<div class='i4'>'t Zaad Israëls doet zijn vijanden beven.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Looft dezen krijgsheld onvervaard,</div> +<div class='i6'>Die paarden, ros en wagen,</div> +<div class='i4'>'t Gewapend heer met schild en zwaard</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_27a" id="Page_27a">[Pg 27a]</a></span> +<div class='i6'>Heeft mannelijk verslagen,</div> +<div class='i4'>Met den verstokten koning trotsch;</div> +<div class='i6'>Bouwt op dees klip en sterke rots,</div> +<div class='i4'>Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Den rood-scharlaken mantel breid<a name="FNanchor_422_422" id="FNanchor_422_422"></a><a href="#Footnote_422_422" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor breed.">[422]</ins></a></div> +<div class='i6'>Van 't roode meer hij scheurde,</div> +<div class='i4'>En heeft guld-zandig geplaveid</div> +<div class='i6'>Een effen straat, waar deur de</div> +<div class='i4'>Hebreên ontweken hun misval,</div> +<div class='i6'>Tusschen twee muren van kristal,</div> +<div class='i4'>Daar Farao den laatsten zucht betreurde<a name="FNanchor_423_423" id="FNanchor_423_423"></a><a href="#Footnote_423_423" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: treurend slaakte.">[423]</ins></a>.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Farao, die ons op de hiel</div> +<div class='i6'>Vervolgde met zijn scharen,</div> +<div class='i4'>'t Zee-water stormig overviel</div> +<div class='i6'>Met 't zwalpen van de baren;</div> +<div class='i4'>Die 't voorhoofd bergden int gestert<a name="FNanchor_424_424" id="FNanchor_424_424"></a><a href="#Footnote_424_424" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gesternte.">[424]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>In den afgrond vernederd werd:</div> +<div class='i4'>Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Farao's wimpelen ontdaan</div> +<div class='i6'>En zag men niet meer zwieren,</div> +<div class='i4'>Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan,</div> +<div class='i6'>Noch al zijn roô banieren;</div> +<div class='i4'>Zijn wapens en geslepen staal</div> +<div class='i6'>Zonk met zijn rusting altemaal:</div> +<div class='i4'>Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>Bouwt al uw hoop op dezen steen,</div> +<div class='i6'>Bouwt uw geloove vaste</div> +<div class='i4'>Op den monarche der Hebreên,</div> +<div class='i6'>Die Farao verraste,</div> +<div class='i4'>Die des tyrans voornemens schort,</div> +<div class='i6'>Den hoogmoed van hun vleugels kort,</div> +<div class='i4'>En met zijn sterke schouders ons ontlastte.</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>In koper, steen, noch ijzer hard</div> +<div class='i6'>Alleen niet dees weldaden</div> +<div class='i4'>En prent, maar schrijft ook in uw hart</div> +<div class='i6'>Gods goedheid vol genaden,</div> +<div class='i4'>Die ons 's doods muile heeft ontrukt:</div> +<div class='i6'>Groen palm en myrtetakken plukt,</div> +<div class='i4'>Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen!</div> +</div></div> + +<div class='poem'><div class='stanza'> +<div class='i6'>MOZES doet zijn offerande en spreekt:</div> +<div class='i2'>Dwijl Israël ontrukt is uit zijn slaafsche banden,</div> +<div class='i2'>Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook</div> +<div class='i2'>Van dezen altaar, als een liefelijken rook,</div> +<div class='i2'>Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden!</div> +<div class='i4'>Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken<a name="FNanchor_425_425" id="FNanchor_425_425"></a><a href="#Footnote_425_425" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor teeken van dankbaarheid.">[425]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Of schoon de teêre mensch mets anders wedergeeft,</div> +<div class='i2'>Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft,</div> +<div class='i2'>Zijn zwakke sterflijkheid niet<a name="FNanchor_426_426" id="FNanchor_426_426"></a><a href="#Footnote_426_426" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thansniets.">[426]</ins></a> hoogers mag bereiken.</div> +<div class='i4'>Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine,</div> +<div class='i2'>Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt</div> +<div class='i2'>Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne<a name="FNanchor_427_427" id="FNanchor_427_427"></a><a href="#Footnote_427_427" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans bron.">[427]</ins></a> schept,</div> +<div class='i2'>En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine!</div> +<div class='i4'>Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der</div> +<div class='i2'>Oprechter<a name="FNanchor_428_428" id="FNanchor_428_428"></a><a href="#Footnote_428_428" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tweeden naamvalsuitgang, thans oprechte.">[428]</ins></a> lippen vroom voor zijn weldadigheid,</div> +<div class='i2'>'t Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit;</div> +<div class='i2'>Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer.</div> +<div class='i4'>'t Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen,</div> +<div class='i2'>Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch,</div> +<div class='i2'>Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis,</div> +<div class='i2'>De stieren hooren hem, de kalveren en schapen.</div> +<span class='pagenum'><a name="Page_27b" id="Page_27b">[Pg 27b]</a></span> +<div class='i4'>Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten,</div> +<div class='i2'>Hij hevet<a name="FNanchor_429_429" id="FNanchor_429_429"></a><a href="#Footnote_429_429" class="fnanchor"><ins class="note" title="heeft het.">[429]</ins></a> al gemaakt;—o, groot is uwen lof!</div> +<div class='i2'>Die 't al hebt rijkelijk gebouwet<a name="FNanchor_430_430" id="FNanchor_430_430"></a><a href="#Footnote_430_430" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gebouwd.">[430]</ins></a> zonder stof,</div> +<div class='i2'>Zoo gij in uwen raad verholen<a name="FNanchor_431_431" id="FNanchor_431_431"></a><a href="#Footnote_431_431" class="fnanchor"><ins class="note" title="geheime raad.">[431]</ins></a> hadt besloten.</div> +<div class='i4'>Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen,</div> +<div class='i2'>Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood</div> +<div class='i2'>Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot,</div> +<div class='i2'>Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen.</div> +<div class='i4'>Den offer komt u toe, die<a name="FNanchor_432_432" id="FNanchor_432_432"></a><a href="#Footnote_432_432" class="fnanchor"><ins class="note" title="Namelijk het offer.">[432]</ins></a>, Heer! verteert tot asschen!</div> +<div class='i2'>Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid</div> +<div class='i2'>Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid,</div> +<div class='i2'>Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen.</div> +<div class='i4'>Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste,</div> +<div class='i2'>En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed</div> +<div class='i2'>Op 't heilige gesteent ons offerande doet,</div> +<div class='i2'>En dat wij we wet betrachten aldermeeste.</div> +<div class='i4'>Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen</div> +<div class='i2'>Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan<a name="FNanchor_433_433" id="FNanchor_433_433"></a><a href="#Footnote_433_433" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Minder gelukkig voor gedenken, mij herinneren.">[433]</ins></a></div> +<div class='i2'>Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan,</div> +<div class='i2'>Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen.</div> +<div class='i4'>Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten<a name="FNanchor_434_434" id="FNanchor_434_434"></a><a href="#Footnote_434_434" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor verdiensten.">[434]</ins></a>,</div> +<div class='i2'>Al de eerstelingen van geheel Egypteland</div> +<div class='i2'>Van menschen en van vee, door uwe sterke hand</div> +<div class='i2'>Geslagen werden, van den meesten tot den minsten.</div> +<div class='i4'>En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye</div> +<div class='i2'>Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid,</div> +<div class='i2'>Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven leît,</div> +<div class='i2'>Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye.</div> +<div class='i4'>O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen,</div> +<div class='i2'>Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier,</div> +<div class='i2'>Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier,</div> +<div class='i2'>Waar in gij mij ook zijt op Sinaï verschenen.</div> +<div class='i4'>Versaagt<a name="FNanchor_435_435" id="FNanchor_435_435"></a><a href="#Footnote_435_435" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor doet versagen.">[435]</ins></a> voor onze komst de stoute Filistijnen,</div> +<div class='i2'>Kwetst hunnen preutschen<a name="FNanchor_436_436" id="FNanchor_436_436"></a><a href="#Footnote_436_436" class="fnanchor"><ins class="note" title="trotschen.">[436]</ins></a> moed! o Heer, blijft onzen borcht</div> +<div class='i2'>En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd</div> +<div class='i2'>Geraken door de dorre Arabische woestijnen.</div> +<div class='i4'>Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren</div> +<div class='i2'>In 't land van Canaän, en dat wij uwe wet,</div> +<div class='i2'>Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet,</div> +<div class='i2'>En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren.</div> +<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div> +</div> + +<div class='stanza'> +<div class='i4'>'s Hemels goedheid, die voorhenen</div> +<div class='i4'>Ons voorvaders heeft beschenen,</div> +<div class='i6'>Is hier op 't tooneel herspeeld,</div> +<div class='i6'>En naar 't leven afgebeeld.</div> +<div class='i4'>Tijd noch de vergetenissen</div> +<div class='i4'>Hoort<a name="FNanchor_437_437" id="FNanchor_437_437"></a><a href="#Footnote_437_437" class="fnanchor"><ins class="note" title="Behooren.">[437]</ins></a> uit ons gemoed te wisschen</div> +<div class='i6'>Dees weldaden overgroot,</div> +<div class='i6'>Neêrgedaald uit 's Hemels schoot.</div> +<div class='i4'>Doch wanneer wij zien veel milder,</div> +<div class='i4'>Wat den goddelijken schilder</div> +<div class='i6'>Hier met naakt afconterfeit,</div> +<div class='i6'>Raakt dit in vergetelheid,</div> +<div class='i4'>En vertoont zich veel geringer,</div> +<div class='i4'>Wanneer ons dit met den vinger</div> +<div class='i6'>Wijst op 't ware wezen blij</div> +<div class='i6'>Van dees hemel-schilderij:</div> +<div class='i4'>Op een grooter weldaad leerlijk,</div> +<div class='i4'>Die door Jezum Christum heerlijk</div> +<div class='i6'>Ons zoo rijkelijk beschijnt,</div> +<div class='i6'>Dat de schaduwe verdwijnt:</div> +<div class='i4'>Want wanneer de zonne luistert<a name="FNanchor_438_438" id="FNanchor_438_438"></a><a href="#Footnote_438_438" class="fnanchor"><ins class="note" title="straalt; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.">[438]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>'t Manen-zilver werd verduisterd,</div> +<div class='i6'>'t Bleekste voor het helderst zwijkt<a name="FNanchor_439_439" id="FNanchor_439_439"></a><a href="#Footnote_439_439" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans bezwijkt, zwicht.">[439]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>'t Minste voor het meeste wijkt;</div> +<div class='i4'>Om den zin hier van te mellen<a name="FNanchor_440_440" id="FNanchor_440_440"></a><a href="#Footnote_440_440" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor melden.">[440]</ins></a></div> +<div class='i4'>D' een wij tegens d'ander stellen:</div> +<div class='i6'>Nu, het rijk Egypten is</div> +<div class='i6'>Of beteekent duisternis,</div> +<div class='i4'>Daar in zware slavernije</div> +<div class='i4'>Jacob, onder d' heerschappije</div> +<div class='i6'>Faraonis, met geklag</div> +<div class='i6'>Droevelijk in boeyen lag:</div> +<div class='i4'>Maar door 't goddelijk verweere<a name="FNanchor_441_441" id="FNanchor_441_441"></a><a href="#Footnote_441_441" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor verweren, beschermen.">[441]</ins></a></div> +<div class='i4'>Werden zij, door 't roode meere,</div> +<div class='i6'>Saam verlost uit dees spelonk,</div> +<div class='i6'>Als den Farao verzonk</div> +<div class='i4'>Met zijn schilden en zijn zwaarden,</div> +<div class='i4'>Met zijn ruiters, volk en paarden:</div> +<div class='i6'>Even lagen wij verstrikt,</div> +<div class='i6'>Leelijk in ons bloed verstikt,</div> +<div class='i4'>Onder Satan, Hel en zonden,</div> +<div class='i4'>In 's doods banden vastgebonden,</div> +<div class='i6'>Maar door 's levens klaar fontein,</div> +<div class='i6'>Onzen Zaligmaker rein,</div> +<div class='i4'>Als Hij in het laatst der dagen</div> +<div class='i4'>Aan het kruise werd geslagen,</div> +<div class='i6'>Werden wij, door zijn bloed rood,</div> +<div class='i6'>Vrij van zond', Hel, Duivel, dood,</div> +<div class='i4'>Door zijn goedheid vol genaden</div> +<div class='i4'>Afgewasschen ons misdaden:</div> +<div class='i6'>Niet verlost, als Jacob, bloot<a name="FNanchor_442_442" id="FNanchor_442_442"></a><a href="#Footnote_442_442" class="fnanchor"><ins class="note" title="alleen (verg. 't hoogd. bloss).">[442]</ins></a></div> +<div class='i6'>Van een tijdelijke dood:</div> +<div class='i4'>Maar door dezen Samson leeuwig</div> +<div class='i4'>Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig,</div> +<div class='i6'>Van Gods onverganklijk wee,</div> +<div class='i6'>Van het zwaard, dat uit der scheê</div> +<div class='i4'>Boven 't hoofd ons dreigde grammig,</div> +<div class='i4'>Met den brand des afgronds vlammig.</div> +<div class='i6'>Israël trok al gelijk</div> +<div class='i6'>Naar een aardsch verganklijk rijk,</div> +<div class='i4'>Dat maar voor een tijd mocht bloeyen,</div> +<div class='i4'>Maar, na ons gebroken boeyen<a name="FNanchor_443_443" id="FNanchor_443_443"></a><a href="#Footnote_443_443" class="fnanchor"><ins class="note" title="Latinisme voornadat onze boeyen gebroken zijn.">[443]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>Ons de Heere roept tot hem;</div> +<div class='i6'>In het nieuw Jeruzalem,</div> +<div class='i4'>Loopt dan, ijverig genegen,</div> +<div class='i4'>Hebben wij door Christum kregen<a name="FNanchor_444_444" id="FNanchor_444_444"></a><a href="#Footnote_444_444" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maatshalven voor gekregen.">[444]</ins></a></div> +<div class='i6'>Eenen weg gebaand en plat</div> +<div class='i6'>Naar de schoone hemel-stad.</div> +<div class='i4'>Daar dood, ziekte, strijd noch tranen</div> +<div class='i4'>Gelijk over der Jordanen<a name="FNanchor_445_445" id="FNanchor_445_445"></a><a href="#Footnote_445_445" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans de Jordaan.">[445]</ins></a></div> +<div class='i6'>Ons meer zal ontmoeten wreed,</div> +<div class='i6'>Als 't den Isralieten deed.</div> +<div class='i4'>Die zoo vlijtig hun<a name="FNanchor_446_446" id="FNanchor_446_446"></a><a href="#Footnote_446_446" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[446]</ins></a> bewezen</div> +<div class='i4'>In het uiterlijke wezen,</div> +<div class='i6'>Ook om slachten 't zuiver Lam,</div> +<div class='i6'>'t Welk terstond een einde nam,</div> +<div class='i4'>Als den godlijken Messias</div> +<div class='i4'>(Daar den anderen Helias</div> +<div class='i6'>Zijn verkoren Jongers vroed</div> +<div class='i6'>Op wees met den vinger zoet,</div> +<div class='i4'>Alder schatten kleinoodkoffer),</div> +<div class='i4'>Toen die kwam en zijnen offer,</div> +<div class='i6'>Als hoog-priester, dede spâ</div> +<div class='i6'>Op den berg Calvaria;</div> +<div class='i4'>Toen hij tegens Satan kampten,</div> +<div class='i4'>Alle priester-dienst en ampten</div> +<div class='i6'>Eindden met het Paasschen-feest,</div> +<div class='i6'>Als de Joden jaarlijks meest</div> +<div class='i4'>Posten, dorpels nog bestreken</div> +<div class='i4'>Met 's Lams bloede, tot een teeken</div> +<div class='i6'>Hoe hun God bevrijdde weerd<a name="FNanchor_447_447" id="FNanchor_447_447"></a><a href="#Footnote_447_447" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven als stopwoord gebezigd.">[447]</ins></a></div> +<div class='i6'>Voor den slaanden Engels zweerd.</div> +<div class='i4'>Voorspel, 't welk ons leert ten besten,</div> +<div class='i4'>Hoe dat in den alderlesten</div> +<div class='i6'>Dag der dagen, in 't gericht,</div> +<div class='i6'>Voor Gods toornig aangezicht,</div> +<div class='i4'>Jezus Christus ons zal vrijden</div> +<div class='i4'>Door zijn heilig bitter lijden,</div> +<div class='i6'>En, met 't rood onschuldig kleid<a name="FNanchor_448_448" id="FNanchor_448_448"></a><a href="#Footnote_448_448" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor kleed.">[448]</ins></a></div> +<div class='i6'>Van zijn droeve sterflijkheid,</div> +<div class='i4'>Ons onrein melaatsche vlekken</div> +<div class='i4'>Voor des Heeren aanschijn dekken.</div> +<div class='i6'>Eet dan geestelijker wijs</div> +<div class='i6'>Nog dit Lam, der zielen spijs,</div> +<div class='i4'>Met een bitter sausse spijtig;</div> +<div class='i4'>Ware Israëlieten vlijtig,</div> +<div class='i6'>Laat de kracht van zijne dood</div> +<div class='i6'>U nog zijn een hemels-brood!</div> +<div class='i4'>Weest omgordt, en staat alreede</div> +<div class='i4'>Om te wand'len na den vrede,</div> +<div class='i6'>Met den staf, alzoo 't behoort,</div> +<div class='i6'>Van des Heeren heilig Woord</div> +<div class='i4'>Opgeschort, omgord op vordel<a name="FNanchor_449_449" id="FNanchor_449_449"></a><a href="#Footnote_449_449" class="fnanchor"><ins class="note" title="voordeel.">[449]</ins></a></div> +<div class='i4'>Met der liefden band en gordel.</div> +<div class='i6'>Ook aanmerkt hier algemeen</div> +<div class='i6'>Dees twee leids-liên der Hebreên:</div> +<div class='i4'>Mozes (onbespraakt voor Farons</div> +<div class='i4'>Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv</div> +<div class='i6'>Reden-rijke tonge vocht<a name="FNanchor_450_450" id="FNanchor_450_450"></a><a href="#Footnote_450_450" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtig en daarom vaardig.">[450]</ins></a>:</div> +<div class='i6'>Doch geen van dees beiden mocht</div> +<div class='i4'>Isak brengen eindelijken</div> +<div class='i4'>In Canaäns koninkrijken:</div> +<div class='i6'>Onder welke schorsse duikt</div> +<div class='i6'>Als men dezen bast ontluikt<a name="FNanchor_451_451" id="FNanchor_451_451"></a><a href="#Footnote_451_451" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontsluit.">[451]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>De onvolkomen zwakheid teder</div> +<div class='i4'>Van der wet te korten leeder<a name="FNanchor_452_452" id="FNanchor_452_452"></a><a href="#Footnote_452_452" class="fnanchor"><ins class="note" title="ladder.">[452]</ins></a>,</div> +<div class='i6'>Om in 't hemelsch vaderland</div> +<div class='i6'>Op te stijgen uit den brand,</div> +<div class='i4'>Uit den brand der zielen zweerdig<a name="FNanchor_453_453" id="FNanchor_453_453"></a><a href="#Footnote_453_453" class="fnanchor"><ins class="note" title="snijdend, fel.">[453]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Uit Gods toornigheid rechtveerdig,</div> +<div class='i6'>Daar ons Christus, als gezeîd,</div> +<div class='i6'>Heeft behouden uitgeleid.</div> +<div class='i4'>Want in Christo woont bekwamig</div> +<div class='i4'>Zelf de volheid Gods lichamig,</div> +<div class='i6'>'t Evangelische verbond</div> +<div class='i6'>Vloeyet uit zijns wijsheids mond,</div> +<div class='i4'>Der genaden fontein-ader<a name="FNanchor_454_454" id="FNanchor_454_454"></a><a href="#Footnote_454_454" class="fnanchor"><ins class="note" title="bron-aâr.">[454]</ins></a>,</div> +<div class='i4'>Ons verbidder, bij den Vader.</div> +<div class='i6'>Israël vertrok op hoop,</div> +<div class='i6'>Maar voor ons heeft al den loop</div> +<div class='i4'>Christus 't hoofd van zijne benden</div> +<div class='i4'>Lang te voren gaan vol-enden,</div> +<div class='i6'>En met 't kruis getriomfeerd</div> +<div class='i6'>Boven Hemelen en eerd'<a name="FNanchor_455_455" id="FNanchor_455_455"></a><a href="#Footnote_455_455" class="fnanchor"><ins class="note" title="aarde.">[455]</ins></a>.</div> +<div class='i4'>Laat dit plaatse bij u grijpen,</div> +<div class='i4'>Laat dit godlijk zaaisel rijpen,</div> +<div class='i6'>Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst</div> +<div class='i6'>Vloeyen <span class="smcap">UIT LEVENDER JONST</span><a name="FNanchor_456_456" id="FNanchor_456_456"></a><a href="#Footnote_456_456" class="fnanchor"><ins class="note" title="Uit levendige gunst; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.">[456]</ins></a>.</div> +</div></div> + + +<h3>VOETNOTEN:</h3> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a> <em class="gesperrt">nagenoeg.</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a> <em class="gesperrt">Verzonnen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a> <em class="gesperrt">Maar</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> <em class="gesperrt">ingerichte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_5_5" id="Footnote_5_5"></a><a href="#FNanchor_5_5"><span class="label">[5]</span></a> Van (den Latijnschen dichter) <em class="gesperrt">Horatius</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_6_6" id="Footnote_6_6"></a><a href="#FNanchor_6_6"><span class="label">[6]</span></a> <em class="gesperrt">Gebrekkig</em> (van geest nam.).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_7_7" id="Footnote_7_7"></a><a href="#FNanchor_7_7"><span class="label">[7]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_8_8" id="Footnote_8_8"></a><a href="#FNanchor_8_8"><span class="label">[8]</span></a> Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende <em class="gesperrt">daarnaar</em> willen +lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk <em class="gesperrt">nader</em>) +dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met <em class="gesperrt">waar</em>, +<em class="gesperrt">daar</em>, enz. het eerste de voorkeur.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_9_9" id="Footnote_9_9"></a><a href="#FNanchor_9_9"><span class="label">[9]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_10_10" id="Footnote_10_10"></a><a href="#FNanchor_10_10"><span class="label">[10]</span></a> <em class="gesperrt">Korten</em> (verg. de uitdrukking <em class="gesperrt">spanne tijds</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_11_11" id="Footnote_11_11"></a><a href="#FNanchor_11_11"><span class="label">[11]</span></a> Thans <em class="gesperrt">vertoont</em> (d. i. eig. <em class="gesperrt">vertoogent</em>, met den langeren +vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_12_12" id="Footnote_12_12"></a><a href="#FNanchor_12_12"><span class="label">[12]</span></a> <em class="gesperrt">te omspannen</em>; verg. boven bl. 5, aant. [<a href='http://www.gutenberg.org/files/21800/21800-h/21800-h.htm#Footnote_23_140'>23</a>].</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_13_13" id="Footnote_13_13"></a><a href="#FNanchor_13_13"><span class="label">[13]</span></a> <em class="gesperrt">blinkende</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_14_14" id="Footnote_14_14"></a><a href="#FNanchor_14_14"><span class="label">[14]</span></a> Tweede-naamval van Venus.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_15_15" id="Footnote_15_15"></a><a href="#FNanchor_15_15"><span class="label">[15]</span></a> <em class="gesperrt">blinde klip</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_16_16" id="Footnote_16_16"></a><a href="#FNanchor_16_16"><span class="label">[16]</span></a> Thans <em class="gesperrt">iets anders</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_17_17" id="Footnote_17_17"></a><a href="#FNanchor_17_17"><span class="label">[17]</span></a> <em class="gesperrt">bestuur</em>, <em class="gesperrt">beheer</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_18_18" id="Footnote_18_18"></a><a href="#FNanchor_18_18"><span class="label">[18]</span></a> <em class="gesperrt">leerrijke</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_19_19" id="Footnote_19_19"></a><a href="#FNanchor_19_19"><span class="label">[19]</span></a> Lat. voor <em class="gesperrt">tooneel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_20_20" id="Footnote_20_20"></a><a href="#FNanchor_20_20"><span class="label">[20]</span></a> <em class="gesperrt">planken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_21_21" id="Footnote_21_21"></a><a href="#FNanchor_21_21"><span class="label">[21]</span></a> J. Mz. <em class="gesperrt">Vaer</em> (d. i. <em class="gesperrt">van der</em>) Laer was een rijk Amsterdamsch +lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_22_22" id="Footnote_22_22"></a><a href="#FNanchor_22_22"><span class="label">[22]</span></a> Thans <em class="gesperrt">doet hem verzellen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_23_23" id="Footnote_23_23"></a><a href="#FNanchor_23_23"><span class="label">[23]</span></a> <em class="gesperrt">bekrachtiging</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_24_24" id="Footnote_24_24"></a><a href="#FNanchor_24_24"><span class="label">[24]</span></a> <em class="gesperrt">vrij te laten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_25_25" id="Footnote_25_25"></a><a href="#FNanchor_25_25"><span class="label">[25]</span></a> <em class="gesperrt">beesten</em> (verg. 't Fr. <em class="gesperrt">bétail</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_26_26" id="Footnote_26_26"></a><a href="#FNanchor_26_26"><span class="label">[26]</span></a> <em class="gesperrt">welriekend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_27_27" id="Footnote_27_27"></a><a href="#FNanchor_27_27"><span class="label">[27]</span></a> <em class="gesperrt">kaauwt en herkaauwt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_28_28" id="Footnote_28_28"></a><a href="#FNanchor_28_28"><span class="label">[28]</span></a> <em class="gesperrt">Dijt uit</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_29_29" id="Footnote_29_29"></a><a href="#FNanchor_29_29"><span class="label">[29]</span></a> <em class="gesperrt">schapen</em> (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen)</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_30_30" id="Footnote_30_30"></a><a href="#FNanchor_30_30"><span class="label">[30]</span></a> <em class="gesperrt">pracht</em> (verg. 't Hoogd. <em class="gesperrt">geschmeide</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_31_31" id="Footnote_31_31"></a><a href="#FNanchor_31_31"><span class="label">[31]</span></a> <em class="gesperrt">kleed</em> ('t Fr. <em class="gesperrt">habit</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_32_32" id="Footnote_32_32"></a><a href="#FNanchor_32_32"><span class="label">[32]</span></a> voor <em class="gesperrt">schijnt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_33_33" id="Footnote_33_33"></a><a href="#FNanchor_33_33"><span class="label">[33]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">een helm</em> geslonken.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_34_34" id="Footnote_34_34"></a><a href="#FNanchor_34_34"><span class="label">[34]</span></a> <em class="gesperrt">zacht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_35_35" id="Footnote_35_35"></a><a href="#FNanchor_35_35"><span class="label">[35]</span></a> <em class="gesperrt">dan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_36_36" id="Footnote_36_36"></a><a href="#FNanchor_36_36"><span class="label">[36]</span></a> <em class="gesperrt">dezer dagen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_37_37" id="Footnote_37_37"></a><a href="#FNanchor_37_37"><span class="label">[37]</span></a> <em class="gesperrt">afbeeldt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_38_38" id="Footnote_38_38"></a><a href="#FNanchor_38_38"><span class="label">[38]</span></a> <em class="gesperrt">open</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_39_39" id="Footnote_39_39"></a><a href="#FNanchor_39_39"><span class="label">[39]</span></a> Voor <em class="gesperrt">verlustigt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_40_40" id="Footnote_40_40"></a><a href="#FNanchor_40_40"><span class="label">[40]</span></a> <em class="gesperrt">tweesnijdend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_41_41" id="Footnote_41_41"></a><a href="#FNanchor_41_41"><span class="label">[41]</span></a> Thans <em class="gesperrt">ofschoon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_42_42" id="Footnote_42_42"></a><a href="#FNanchor_42_42"><span class="label">[42]</span></a> <em class="gesperrt">luister</em>, <em class="gesperrt">glans geeft</em>, <em class="gesperrt">blinkt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_43_43" id="Footnote_43_43"></a><a href="#FNanchor_43_43"><span class="label">[43]</span></a> 't zilver van den maan.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_44_44" id="Footnote_44_44"></a><a href="#FNanchor_44_44"><span class="label">[44]</span></a> Voor <em class="gesperrt">raast</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_45_45" id="Footnote_45_45"></a><a href="#FNanchor_45_45"><span class="label">[45]</span></a> <em class="gesperrt">legt</em>; thans <em class="gesperrt">ligt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_46_46" id="Footnote_46_46"></a><a href="#FNanchor_46_46"><span class="label">[46]</span></a> <em class="gesperrt">zeis</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_47_47" id="Footnote_47_47"></a><a href="#FNanchor_47_47"><span class="label">[47]</span></a> De landbouwende klasse.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_48_48" id="Footnote_48_48"></a><a href="#FNanchor_48_48"><span class="label">[48]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">lachte</em> verzwakt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_49_49" id="Footnote_49_49"></a><a href="#FNanchor_49_49"><span class="label">[49]</span></a> <em class="gesperrt">Een iegelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_50_50" id="Footnote_50_50"></a><a href="#FNanchor_50_50"><span class="label">[50]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gemeen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_51_51" id="Footnote_51_51"></a><a href="#FNanchor_51_51"><span class="label">[51]</span></a> <em class="gesperrt">voren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_52_52" id="Footnote_52_52"></a><a href="#FNanchor_52_52"><span class="label">[52]</span></a> <em class="gesperrt">gelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_53_53" id="Footnote_53_53"></a><a href="#FNanchor_53_53"><span class="label">[53]</span></a> <em class="gesperrt">bron</em>, <em class="gesperrt">water</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_54_54" id="Footnote_54_54"></a><a href="#FNanchor_54_54"><span class="label">[54]</span></a> <em class="gesperrt">vonkelen</em> (verg 't Eng. <em class="gesperrt">to spark</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_55_55" id="Footnote_55_55"></a><a href="#FNanchor_55_55"><span class="label">[55]</span></a> Thans <em class="gesperrt">schijnt te branden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_56_56" id="Footnote_56_56"></a><a href="#FNanchor_56_56"><span class="label">[56]</span></a> Thans alleen <em class="gesperrt">geknield</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_57_57" id="Footnote_57_57"></a><a href="#FNanchor_57_57"><span class="label">[57]</span></a> <em class="gesperrt">sterk</em> (verg. boven <em class="gesperrt">spark</em> met ons <em class="gesperrt">sprank</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_58_58" id="Footnote_58_58"></a><a href="#FNanchor_58_58"><span class="label">[58]</span></a> <em class="gesperrt">bespiedde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_59_59" id="Footnote_59_59"></a><a href="#FNanchor_59_59"><span class="label">[59]</span></a> <em class="gesperrt">in eigen persoon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_60_60" id="Footnote_60_60"></a><a href="#FNanchor_60_60"><span class="label">[60]</span></a> <em class="gesperrt">spiegelgladde</em>, <em class="gesperrt">effene</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_61_61" id="Footnote_61_61"></a><a href="#FNanchor_61_61"><span class="label">[61]</span></a> voor <em class="gesperrt">gebracht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_62_62" id="Footnote_62_62"></a><a href="#FNanchor_62_62"><span class="label">[62]</span></a> <em class="gesperrt">aan wien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_63_63" id="Footnote_63_63"></a><a href="#FNanchor_63_63"><span class="label">[63]</span></a> voor <em class="gesperrt">krult</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_64_64" id="Footnote_64_64"></a><a href="#FNanchor_64_64"><span class="label">[64]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wil</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_65_65" id="Footnote_65_65"></a><a href="#FNanchor_65_65"><span class="label">[65]</span></a> <em class="gesperrt">Bewandelt</em>, <em class="gesperrt">betreedt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_66_66" id="Footnote_66_66"></a><a href="#FNanchor_66_66"><span class="label">[66]</span></a> <em class="gesperrt">draait</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_67_67" id="Footnote_67_67"></a><a href="#FNanchor_67_67"><span class="label">[67]</span></a> <em class="gesperrt">perk</em>, <em class="gesperrt">omvang</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_68_68" id="Footnote_68_68"></a><a href="#FNanchor_68_68"><span class="label">[68]</span></a> <em class="gesperrt">van't veld</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_69_69" id="Footnote_69_69"></a><a href="#FNanchor_69_69"><span class="label">[69]</span></a> <em class="gesperrt">Zoo</em>, <em class="gesperrt">indien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_70_70" id="Footnote_70_70"></a><a href="#FNanchor_70_70"><span class="label">[70]</span></a> <em class="gesperrt">bundel</em>, <em class="gesperrt">koker</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_71_71" id="Footnote_71_71"></a><a href="#FNanchor_71_71"><span class="label">[71]</span></a> Thans <em class="gesperrt">beschoren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_72_72" id="Footnote_72_72"></a><a href="#FNanchor_72_72"><span class="label">[72]</span></a> voor <em class="gesperrt">versmelt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_73_73" id="Footnote_73_73"></a><a href="#FNanchor_73_73"><span class="label">[73]</span></a> <em class="gesperrt">erkennen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_74_74" id="Footnote_74_74"></a><a href="#FNanchor_74_74"><span class="label">[74]</span></a> <em class="gesperrt">vloeit</em> en <em class="gesperrt">geboeid</em>, als <em class="gesperrt">vloei-et</em> en <em class="gesperrt">geboei-ed</em> te lezen; verg. beneden <em class="gesperrt">scheidet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_75_75" id="Footnote_75_75"></a><a href="#FNanchor_75_75"><span class="label">[75]</span></a> <em class="gesperrt">helderen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_76_76" id="Footnote_76_76"></a><a href="#FNanchor_76_76"><span class="label">[76]</span></a> voor <em class="gesperrt">vliegend span</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_77_77" id="Footnote_77_77"></a><a href="#FNanchor_77_77"><span class="label">[77]</span></a> <em class="gesperrt">sluw</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_78_78" id="Footnote_78_78"></a><a href="#FNanchor_78_78"><span class="label">[78]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_79_79" id="Footnote_79_79"></a><a href="#FNanchor_79_79"><span class="label">[79]</span></a> Eig. 't Hoogd. <em class="gesperrt">kreitz</em>, d. i. <em class="gesperrt">kring</em>, <em class="gesperrt">perk</em>; van daar (gelijk ook hier) <em class="gesperrt">strijdperk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_80_80" id="Footnote_80_80"></a><a href="#FNanchor_80_80"><span class="label">[80]</span></a> <em class="gesperrt">veegt</em> (van 't oude <em class="gesperrt">dwa-en</em>, waarvan nog <em class="gesperrt">dweil</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_81_81" id="Footnote_81_81"></a><a href="#FNanchor_81_81"><span class="label">[81]</span></a> <em class="gesperrt">schreyend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_82_82" id="Footnote_82_82"></a><a href="#FNanchor_82_82"><span class="label">[82]</span></a> Voor <em class="gesperrt">tarwen-aren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_83_83" id="Footnote_83_83"></a><a href="#FNanchor_83_83"><span class="label">[83]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_84_84" id="Footnote_84_84"></a><a href="#FNanchor_84_84"><span class="label">[84]</span></a> <em class="gesperrt">flikkeren</em>, <em class="gesperrt">vonkelen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_85_85" id="Footnote_85_85"></a><a href="#FNanchor_85_85"><span class="label">[85]</span></a> <em class="gesperrt">hoekigen</em>, <em class="gesperrt">kronkelenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_86_86" id="Footnote_86_86"></a><a href="#FNanchor_86_86"><span class="label">[86]</span></a> <em class="gesperrt">golvenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_87_87" id="Footnote_87_87"></a><a href="#FNanchor_87_87"><span class="label">[87]</span></a> voor <em class="gesperrt">verheuging</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_88_88" id="Footnote_88_88"></a><a href="#FNanchor_88_88"><span class="label">[88]</span></a> <em class="gesperrt">afloopt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_89_89" id="Footnote_89_89"></a><a href="#FNanchor_89_89"><span class="label">[89]</span></a> <em class="gesperrt">kunnen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_90_90" id="Footnote_90_90"></a><a href="#FNanchor_90_90"><span class="label">[90]</span></a> <em class="gesperrt">Met uw verlof</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_91_91" id="Footnote_91_91"></a><a href="#FNanchor_91_91"><span class="label">[91]</span></a> voor <em class="gesperrt">schijnt het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_92_92" id="Footnote_92_92"></a><a href="#FNanchor_92_92"><span class="label">[92]</span></a> voor <em class="gesperrt">toegevoegd</em>, <em class="gesperrt">opgelegd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_93_93" id="Footnote_93_93"></a><a href="#FNanchor_93_93"><span class="label">[93]</span></a> voor <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_94_94" id="Footnote_94_94"></a><a href="#FNanchor_94_94"><span class="label">[94]</span></a> <em class="gesperrt">op vaderlijke wijs</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_95_95" id="Footnote_95_95"></a><a href="#FNanchor_95_95"><span class="label">[95]</span></a> <em class="gesperrt">ook</em> (<em class="gesperrt">ofschoon</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_96_96" id="Footnote_96_96"></a><a href="#FNanchor_96_96"><span class="label">[96]</span></a> voor <em class="gesperrt">baatte</em> (wegens den volg. klinker).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_97_97" id="Footnote_97_97"></a><a href="#FNanchor_97_97"><span class="label">[97]</span></a> Thans <em class="gesperrt">naar de ziel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_98_98" id="Footnote_98_98"></a><a href="#FNanchor_98_98"><span class="label">[98]</span></a> <em class="gesperrt">dreigt</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_99_99" id="Footnote_99_99"></a><a href="#FNanchor_99_99"><span class="label">[99]</span></a> <em class="gesperrt">met tranen in de oogen</em>, <em class="gesperrt">weenend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_100_100" id="Footnote_100_100"></a><a href="#FNanchor_100_100"><span class="label">[100]</span></a> Thans <em class="gesperrt">onbewogen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_101_101" id="Footnote_101_101"></a><a href="#FNanchor_101_101"><span class="label">[101]</span></a> <em class="gesperrt">zijn verlaten opengezet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_102_102" id="Footnote_102_102"></a><a href="#FNanchor_102_102"><span class="label">[102]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">aardkloot</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_103_103" id="Footnote_103_103"></a><a href="#FNanchor_103_103"><span class="label">[103]</span></a> Thans <em class="gesperrt">van de ark</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_104_104" id="Footnote_104_104"></a><a href="#FNanchor_104_104"><span class="label">[104]</span></a> <em class="gesperrt">zuiver</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_105_105" id="Footnote_105_105"></a><a href="#FNanchor_105_105"><span class="label">[105]</span></a> <em class="gesperrt">kon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_106_106" id="Footnote_106_106"></a><a href="#FNanchor_106_106"><span class="label">[106]</span></a> <em class="gesperrt">wel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_107_107" id="Footnote_107_107"></a><a href="#FNanchor_107_107"><span class="label">[107]</span></a> <em class="gesperrt">bepaald</em>; verg. boven bl. [<a href='http://www.gutenberg.org/files/21800/21800-h/21800-h.htm#Page_3'>3</a>].</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_108_108" id="Footnote_108_108"></a><a href="#FNanchor_108_108"><span class="label">[108]</span></a> Voor <em class="gesperrt">keert het</em>, <em class="gesperrt">proeft het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_109_109" id="Footnote_109_109"></a><a href="#FNanchor_109_109"><span class="label">[109]</span></a> <em class="gesperrt">toevoegt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_110_110" id="Footnote_110_110"></a><a href="#FNanchor_110_110"><span class="label">[110]</span></a> Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op +gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders—voor 't +Hollandsche <em class="gesperrt">die</em> of <em class="gesperrt">dien</em> onzer schrijftaal—gebezigd wordt. Evenzoo +vroeger "den Farao".</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_111_111" id="Footnote_111_111"></a><a href="#FNanchor_111_111"><span class="label">[111]</span></a> <em class="gesperrt">gestarnte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_112_112" id="Footnote_112_112"></a><a href="#FNanchor_112_112"><span class="label">[112]</span></a> De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_113_113" id="Footnote_113_113"></a><a href="#FNanchor_113_113"><span class="label">[113]</span></a> <em class="gesperrt">blinken</em> (van daar onze metaalnaam <em class="gesperrt">blik</em> en 't woord <em class="gesperrt">bliksem</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_114_114" id="Footnote_114_114"></a><a href="#FNanchor_114_114"><span class="label">[114]</span></a> voor <em class="gesperrt">beheerscht het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_115_115" id="Footnote_115_115"></a><a href="#FNanchor_115_115"><span class="label">[115]</span></a> <em class="gesperrt">tot zijn straf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_116_116" id="Footnote_116_116"></a><a href="#FNanchor_116_116"><span class="label">[116]</span></a> <em class="gesperrt">meê</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_117_117" id="Footnote_117_117"></a><a href="#FNanchor_117_117"><span class="label">[117]</span></a> <em class="gesperrt">wijselijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_118_118" id="Footnote_118_118"></a><a href="#FNanchor_118_118"><span class="label">[118]</span></a> <em class="gesperrt">Tot veroordeeling en dwaling leidend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_119_119" id="Footnote_119_119"></a><a href="#FNanchor_119_119"><span class="label">[119]</span></a> anders <em class="gesperrt">verfrayen</em>, thans <em class="gesperrt">vervrolijken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_120_120" id="Footnote_120_120"></a><a href="#FNanchor_120_120"><span class="label">[120]</span></a> een van boven gespleten stok.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_121_121" id="Footnote_121_121"></a><a href="#FNanchor_121_121"><span class="label">[121]</span></a> <em class="gesperrt">staf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_122_122" id="Footnote_122_122"></a><a href="#FNanchor_122_122"><span class="label">[122]</span></a> <em class="gesperrt">blinkend</em>; verg. boven op <em class="gesperrt">blikken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_123_123" id="Footnote_123_123"></a><a href="#FNanchor_123_123"><span class="label">[123]</span></a> voor te <em class="gesperrt">verteeren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_124_124" id="Footnote_124_124"></a><a href="#FNanchor_124_124"><span class="label">[124]</span></a> Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk +door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_125_125" id="Footnote_125_125"></a><a href="#FNanchor_125_125"><span class="label">[125]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">plukken</em> verdikt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_126_126" id="Footnote_126_126"></a><a href="#FNanchor_126_126"><span class="label">[126]</span></a> <em class="gesperrt">bedwelmd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_127_127" id="Footnote_127_127"></a><a href="#FNanchor_127_127"><span class="label">[127]</span></a> <em class="gesperrt">de borst doorbonzend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_128_128" id="Footnote_128_128"></a><a href="#FNanchor_128_128"><span class="label">[128]</span></a> Lat. 2e naamval: <em class="gesperrt">van Farao</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_129_129" id="Footnote_129_129"></a><a href="#FNanchor_129_129"><span class="label">[129]</span></a> voor <em class="gesperrt">duizenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_130_130" id="Footnote_130_130"></a><a href="#FNanchor_130_130"><span class="label">[130]</span></a> <em class="gesperrt">gekweld</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_131_131" id="Footnote_131_131"></a><a href="#FNanchor_131_131"><span class="label">[131]</span></a> Saamgetrokken uit <em class="gesperrt">hadtghy</em>: <em class="gesperrt">hadt gij</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_132_132" id="Footnote_132_132"></a><a href="#FNanchor_132_132"><span class="label">[132]</span></a> <em class="gesperrt">Glinsterde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_133_133" id="Footnote_133_133"></a><a href="#FNanchor_133_133"><span class="label">[133]</span></a> versta: <em class="gesperrt">geleek zij</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_134_134" id="Footnote_134_134"></a><a href="#FNanchor_134_134"><span class="label">[134]</span></a> verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">zwierf</em>, <em class="gesperrt">verstierf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_135_135" id="Footnote_135_135"></a><a href="#FNanchor_135_135"><span class="label">[135]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">heette</em> verzwakt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_136_136" id="Footnote_136_136"></a><a href="#FNanchor_136_136"><span class="label">[136]</span></a> (Gelijk <em class="gesperrt">metterdaad</em>, <em class="gesperrt">metterwoon</em>, enz. saamgetrokken <em class="gesperrt">met der spoed</em>) thans <em class="gesperrt">met spoed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_137_137" id="Footnote_137_137"></a><a href="#FNanchor_137_137"><span class="label">[137]</span></a> <em class="gesperrt">begraven</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_138_138" id="Footnote_138_138"></a><a href="#FNanchor_138_138"><span class="label">[138]</span></a> <em class="gesperrt">vaak</em>, <em class="gesperrt">dikwerf</em> d. i. <em class="gesperrt">veelmaals</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_139_139" id="Footnote_139_139"></a><a href="#FNanchor_139_139"><span class="label">[139]</span></a> Thans <em class="gesperrt">ontstoken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_140_140" id="Footnote_140_140"></a><a href="#FNanchor_140_140"><span class="label">[140]</span></a> <em class="gesperrt">schielijk afgedane</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_141_141" id="Footnote_141_141"></a><a href="#FNanchor_141_141"><span class="label">[141]</span></a> het gelaat verwringende.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_142_142" id="Footnote_142_142"></a><a href="#FNanchor_142_142"><span class="label">[142]</span></a> Thans <em class="gesperrt">de</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_143_143" id="Footnote_143_143"></a><a href="#FNanchor_143_143"><span class="label">[143]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">overstelpt</em> of iets derg.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_144_144" id="Footnote_144_144"></a><a href="#FNanchor_144_144"><span class="label">[144]</span></a> Lat. vierde naamval van <em class="gesperrt">Mozes</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_145_145" id="Footnote_145_145"></a><a href="#FNanchor_145_145"><span class="label">[145]</span></a> <em class="gesperrt">Helsche</em>, <em class="gesperrt">Duivelsche</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_146_146" id="Footnote_146_146"></a><a href="#FNanchor_146_146"><span class="label">[146]</span></a> <em class="gesperrt">Maar al te ongaarne geuit</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_147_147" id="Footnote_147_147"></a><a href="#FNanchor_147_147"><span class="label">[147]</span></a> <em class="gesperrt">vlugger</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_148_148" id="Footnote_148_148"></a><a href="#FNanchor_148_148"><span class="label">[148]</span></a> <em class="gesperrt">manlijke kracht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_149_149" id="Footnote_149_149"></a><a href="#FNanchor_149_149"><span class="label">[149]</span></a> <em class="gesperrt">lichtgeschitter</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_150_150" id="Footnote_150_150"></a><a href="#FNanchor_150_150"><span class="label">[150]</span></a> <em class="gesperrt">walmend</em>, <em class="gesperrt">smokend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_151_151" id="Footnote_151_151"></a><a href="#FNanchor_151_151"><span class="label">[151]</span></a> enkelv.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_152_152" id="Footnote_152_152"></a><a href="#FNanchor_152_152"><span class="label">[152]</span></a> <em class="gesperrt">Duizelig maakt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_153_153" id="Footnote_153_153"></a><a href="#FNanchor_153_153"><span class="label">[153]</span></a> <em class="gesperrt">het groote heelal</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_154_154" id="Footnote_154_154"></a><a href="#FNanchor_154_154"><span class="label">[154]</span></a> voor <em class="gesperrt">gemakkelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_155_155" id="Footnote_155_155"></a><a href="#FNanchor_155_155"><span class="label">[155]</span></a> <em class="gesperrt">plotseling</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_156_156" id="Footnote_156_156"></a><a href="#FNanchor_156_156"><span class="label">[156]</span></a> <em class="gesperrt">vreest</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_157_157" id="Footnote_157_157"></a><a href="#FNanchor_157_157"><span class="label">[157]</span></a> Thans <em class="gesperrt">geveegd</em>, <em class="gesperrt">gezuiverd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_158_158" id="Footnote_158_158"></a><a href="#FNanchor_158_158"><span class="label">[158]</span></a> <em class="gesperrt">makkers</em> (nam. de <em class="gesperrt">zeeluî</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_159_159" id="Footnote_159_159"></a><a href="#FNanchor_159_159"><span class="label">[159]</span></a> voor <em class="gesperrt">wenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_160_160" id="Footnote_160_160"></a><a href="#FNanchor_160_160"><span class="label">[160]</span></a> <em class="gesperrt">verradelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_161_161" id="Footnote_161_161"></a><a href="#FNanchor_161_161"><span class="label">[161]</span></a> <em class="gesperrt">vreeselijk</em>; thans verkeerdelijk <em class="gesperrt">ijselijk</em> geschreven.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_162_162" id="Footnote_162_162"></a><a href="#FNanchor_162_162"><span class="label">[162]</span></a> <em class="gesperrt">vork</em> ('t Hoogd. <em class="gesperrt">gabel</em>), hier voor Neptunus' <em class="gesperrt">drietand</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_163_163" id="Footnote_163_163"></a><a href="#FNanchor_163_163"><span class="label">[163]</span></a> <em class="gesperrt">bliezen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_164_164" id="Footnote_164_164"></a><a href="#FNanchor_164_164"><span class="label">[164]</span></a> d. i. <em class="gesperrt">stuurman</em> (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_165_165" id="Footnote_165_165"></a><a href="#FNanchor_165_165"><span class="label">[165]</span></a> <em class="gesperrt">boos</em> (<em class="gesperrt">druipend</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_166_166" id="Footnote_166_166"></a><a href="#FNanchor_166_166"><span class="label">[166]</span></a> 't Hoogd. <em class="gesperrt">kutscher</em>; thans <em class="gesperrt">koetsier</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_167_167" id="Footnote_167_167"></a><a href="#FNanchor_167_167"><span class="label">[167]</span></a> <em class="gesperrt">aanging</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_168_168" id="Footnote_168_168"></a><a href="#FNanchor_168_168"><span class="label">[168]</span></a> voor <em class="gesperrt">binnen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_169_169" id="Footnote_169_169"></a><a href="#FNanchor_169_169"><span class="label">[169]</span></a> voor <em class="gesperrt">berekenen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_170_170" id="Footnote_170_170"></a><a href="#FNanchor_170_170"><span class="label">[170]</span></a> voor <em class="gesperrt">strandde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_171_171" id="Footnote_171_171"></a><a href="#FNanchor_171_171"><span class="label">[171]</span></a> <em class="gesperrt">ellen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_172_172" id="Footnote_172_172"></a><a href="#FNanchor_172_172"><span class="label">[172]</span></a> <em class="gesperrt">dubbel snel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_173_173" id="Footnote_173_173"></a><a href="#FNanchor_173_173"><span class="label">[173]</span></a> <em class="gesperrt">ydele beelden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_174_174" id="Footnote_174_174"></a><a href="#FNanchor_174_174"><span class="label">[174]</span></a> voor <em class="gesperrt">verzwonden</em> of <em class="gesperrt">verdwenen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_175_175" id="Footnote_175_175"></a><a href="#FNanchor_175_175"><span class="label">[175]</span></a> Lat. tweede naamval van <em class="gesperrt">Isis</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_176_176" id="Footnote_176_176"></a><a href="#FNanchor_176_176"><span class="label">[176]</span></a> Thans <em class="gesperrt">vochtig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_177_177" id="Footnote_177_177"></a><a href="#FNanchor_177_177"><span class="label">[177]</span></a> Thans <em class="gesperrt">een of ander</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_178_178" id="Footnote_178_178"></a><a href="#FNanchor_178_178"><span class="label">[178]</span></a> <em class="gesperrt">In 't geheel niets</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_179_179" id="Footnote_179_179"></a><a href="#FNanchor_179_179"><span class="label">[179]</span></a> voor <em class="gesperrt">dier</em>, thans <em class="gesperrt">wier</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_180_180" id="Footnote_180_180"></a><a href="#FNanchor_180_180"><span class="label">[180]</span></a> voor <em class="gesperrt">acht ik</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_181_181" id="Footnote_181_181"></a><a href="#FNanchor_181_181"><span class="label">[181]</span></a> Thans <em class="gesperrt">worden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_182_182" id="Footnote_182_182"></a><a href="#FNanchor_182_182"><span class="label">[182]</span></a> <em class="gesperrt">onachtzaam</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_183_183" id="Footnote_183_183"></a><a href="#FNanchor_183_183"><span class="label">[183]</span></a> <em class="gesperrt">hoe langer</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_184_184" id="Footnote_184_184"></a><a href="#FNanchor_184_184"><span class="label">[184]</span></a> versta: <em class="gesperrt">ons te ontslaan van</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_185_185" id="Footnote_185_185"></a><a href="#FNanchor_185_185"><span class="label">[185]</span></a> voor <em class="gesperrt">te dreigen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_186_186" id="Footnote_186_186"></a><a href="#FNanchor_186_186"><span class="label">[186]</span></a> Door 't twee regels later volgend <em class="gesperrt">weder</em>- overtollig.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_187_187" id="Footnote_187_187"></a><a href="#FNanchor_187_187"><span class="label">[187]</span></a> <em class="gesperrt">wederbrengen</em>, <em class="gesperrt">doen herboren worden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_188_188" id="Footnote_188_188"></a><a href="#FNanchor_188_188"><span class="label">[188]</span></a> <em class="gesperrt">herbracht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_189_189" id="Footnote_189_189"></a><a href="#FNanchor_189_189"><span class="label">[189]</span></a> <em class="gesperrt">ontzaggelijker</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_190_190" id="Footnote_190_190"></a><a href="#FNanchor_190_190"><span class="label">[190]</span></a> <em class="gesperrt">gewelf</em> ('t Fransche <em class="gesperrt">voûte</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_191_191" id="Footnote_191_191"></a><a href="#FNanchor_191_191"><span class="label">[191]</span></a> d.i. van E.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_192_192" id="Footnote_192_192"></a><a href="#FNanchor_192_192"><span class="label">[192]</span></a> <em class="gesperrt">Geef nu verlof tot</em>, <em class="gesperrt">veroorloof</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_193_193" id="Footnote_193_193"></a><a href="#FNanchor_193_193"><span class="label">[193]</span></a> Deze <em class="gesperrt">Jup.</em> maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en +geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en +Godenlegenden in Vondels eeuw.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_194_194" id="Footnote_194_194"></a><a href="#FNanchor_194_194"><span class="label">[194]</span></a> Van Saturnus (als <em class="gesperrt">Tijdgod</em> genomen).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_195_195" id="Footnote_195_195"></a><a href="#FNanchor_195_195"><span class="label">[195]</span></a> Anders <em class="gesperrt">dwingeland</em>, en een bewijs dat men verkeerd doet, +dit saamgestelde woord van een vermeend <em class="gesperrt">dwingelen</em> af te leiden.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_196_196" id="Footnote_196_196"></a><a href="#FNanchor_196_196"><span class="label">[196]</span></a> <em class="gesperrt">overladen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_197_197" id="Footnote_197_197"></a><a href="#FNanchor_197_197"><span class="label">[197]</span></a> voor <em class="gesperrt">klimmen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_198_198" id="Footnote_198_198"></a><a href="#FNanchor_198_198"><span class="label">[198]</span></a> Anders <em class="gesperrt">soep</em>, <em class="gesperrt">spijs</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_199_199" id="Footnote_199_199"></a><a href="#FNanchor_199_199"><span class="label">[199]</span></a> <em class="gesperrt">wegneemt</em>, <em class="gesperrt">belet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_200_200" id="Footnote_200_200"></a><a href="#FNanchor_200_200"><span class="label">[200]</span></a> <em class="gesperrt">tot dwaling brengen</em>. +(verg. het Hoogd. <em class="gesperrt">verrückt</em>.)</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_201_201" id="Footnote_201_201"></a><a href="#FNanchor_201_201"><span class="label">[201]</span></a> <em class="gesperrt">een veêrtjen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_202_202" id="Footnote_202_202"></a><a href="#FNanchor_202_202"><span class="label">[202]</span></a> <em class="gesperrt">gelooft gij</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_203_203" id="Footnote_203_203"></a><a href="#FNanchor_203_203"><span class="label">[203]</span></a> <em class="gesperrt">wakker</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_204_204" id="Footnote_204_204"></a><a href="#FNanchor_204_204"><span class="label">[204]</span></a> <em class="gesperrt">mars</em>, <em class="gesperrt">koopwaar</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_205_205" id="Footnote_205_205"></a><a href="#FNanchor_205_205"><span class="label">[205]</span></a> <em class="gesperrt">afgebeeld</em>, <em class="gesperrt">voorgedaan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_206_206" id="Footnote_206_206"></a><a href="#FNanchor_206_206"><span class="label">[206]</span></a> <em class="gesperrt">kleuren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_207_207" id="Footnote_207_207"></a><a href="#FNanchor_207_207"><span class="label">[207]</span></a> <em class="gesperrt">Schort op</em>, <em class="gesperrt">staakt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_208_208" id="Footnote_208_208"></a><a href="#FNanchor_208_208"><span class="label">[208]</span></a> <em class="gesperrt">is hij niet voorzichtig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_209_209" id="Footnote_209_209"></a><a href="#FNanchor_209_209"><span class="label">[209]</span></a> <em class="gesperrt">in beweging</em>, <em class="gesperrt">beroerte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_210_210" id="Footnote_210_210"></a><a href="#FNanchor_210_210"><span class="label">[210]</span></a> voor <em class="gesperrt">keten</em> of <em class="gesperrt">ketting</em> ('t Lat. <em class="gesperrt">catena</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_211_211" id="Footnote_211_211"></a><a href="#FNanchor_211_211"><span class="label">[211]</span></a> <em class="gesperrt">schuinsch</em> geslingerde.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_212_212" id="Footnote_212_212"></a><a href="#FNanchor_212_212"><span class="label">[212]</span></a> <em class="gesperrt">kunt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_213_213" id="Footnote_213_213"></a><a href="#FNanchor_213_213"><span class="label">[213]</span></a> <em class="gesperrt">het meest Helsche</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_214_214" id="Footnote_214_214"></a><a href="#FNanchor_214_214"><span class="label">[214]</span></a> minder gelukkig +voor <em class="gesperrt">onder hun vlerken</em>, <em class="gesperrt">hun schaduw bedekken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_215_215" id="Footnote_215_215"></a><a href="#FNanchor_215_215"><span class="label">[215]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">de opgesperde kaken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_216_216" id="Footnote_216_216"></a><a href="#FNanchor_216_216"><span class="label">[216]</span></a> Thans <em class="gesperrt">naar de ziel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_217_217" id="Footnote_217_217"></a><a href="#FNanchor_217_217"><span class="label">[217]</span></a> <em class="gesperrt">streelende</em>, <em class="gesperrt">vleyende</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_218_218" id="Footnote_218_218"></a><a href="#FNanchor_218_218"><span class="label">[218]</span></a> <em class="gesperrt">uitpraten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_219_219" id="Footnote_219_219"></a><a href="#FNanchor_219_219"><span class="label">[219]</span></a> Verg. boven de aant. op <em class="gesperrt">Jupiter</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_220_220" id="Footnote_220_220"></a><a href="#FNanchor_220_220"><span class="label">[220]</span></a> <em class="gesperrt">zorgt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_221_221" id="Footnote_221_221"></a><a href="#FNanchor_221_221"><span class="label">[221]</span></a> (voet-)<em class="gesperrt">zolen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_222_222" id="Footnote_222_222"></a><a href="#FNanchor_222_222"><span class="label">[222]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">meer</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_223_223" id="Footnote_223_223"></a><a href="#FNanchor_223_223"><span class="label">[223]</span></a> Hier in slechten zin, voor <em class="gesperrt">hoogmoedig</em>, <em class="gesperrt">overmoedig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_224_224" id="Footnote_224_224"></a><a href="#FNanchor_224_224"><span class="label">[224]</span></a> <em class="gesperrt">bundel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_225_225" id="Footnote_225_225"></a><a href="#FNanchor_225_225"><span class="label">[225]</span></a> voor <em class="gesperrt">hoofdhaar</em>; eerst later werd het uitsluitend gebezigd +voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts +Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_226_226" id="Footnote_226_226"></a><a href="#FNanchor_226_226"><span class="label">[226]</span></a> Midden-Egypte.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_227_227" id="Footnote_227_227"></a><a href="#FNanchor_227_227"><span class="label">[227]</span></a> Gedoornde d. i. <em class="gesperrt">stekelige</em> puisten.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_228_228" id="Footnote_228_228"></a><a href="#FNanchor_228_228"><span class="label">[228]</span></a> Voor <em class="gesperrt">een vloed van regendroppels</em>,</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_229_229" id="Footnote_229_229"></a><a href="#FNanchor_229_229"><span class="label">[229]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">eizig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_230_230" id="Footnote_230_230"></a><a href="#FNanchor_230_230"><span class="label">[230]</span></a> <em class="gesperrt">onbedekt, dor.</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_231_231" id="Footnote_231_231"></a><a href="#FNanchor_231_231"><span class="label">[231]</span></a> Anders <em class="gesperrt">altegaâr</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_232_232" id="Footnote_232_232"></a><a href="#FNanchor_232_232"><span class="label">[232]</span></a> voor <em class="gesperrt">de zon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_233_233" id="Footnote_233_233"></a><a href="#FNanchor_233_233"><span class="label">[233]</span></a> <em class="gesperrt">houdt weg</em>, <em class="gesperrt">verschuilt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_234_234" id="Footnote_234_234"></a><a href="#FNanchor_234_234"><span class="label">[234]</span></a> <em class="gesperrt">schittert</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_235_235" id="Footnote_235_235"></a><a href="#FNanchor_235_235"><span class="label">[235]</span></a> Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van <em class="gesperrt">verspringen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_236_236" id="Footnote_236_236"></a><a href="#FNanchor_236_236"><span class="label">[236]</span></a> <em class="gesperrt">vonkt</em> (zie vroeger).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_237_237" id="Footnote_237_237"></a><a href="#FNanchor_237_237"><span class="label">[237]</span></a> <em class="gesperrt">rijksappel</em>, als teeken der oppermacht.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_238_238" id="Footnote_238_238"></a><a href="#FNanchor_238_238"><span class="label">[238]</span></a> <em class="gesperrt">krijgshaftig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_239_239" id="Footnote_239_239"></a><a href="#FNanchor_239_239"><span class="label">[239]</span></a> <em class="gesperrt">Neder-Egypte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_240_240" id="Footnote_240_240"></a><a href="#FNanchor_240_240"><span class="label">[240]</span></a> voor <em class="gesperrt">grafteekenen</em> in 't algemeen, hier de Pyramieden.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_241_241" id="Footnote_241_241"></a><a href="#FNanchor_241_241"><span class="label">[241]</span></a> <em class="gesperrt">het uitspansel te naderen.</em></p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_242_242" id="Footnote_242_242"></a><a href="#FNanchor_242_242"><span class="label">[242]</span></a> voor <em class="gesperrt">uitgespreid</em>, <em class="gesperrt">uitgebreid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_243_243" id="Footnote_243_243"></a><a href="#FNanchor_243_243"><span class="label">[243]</span></a> Het Westen, in tegenoverstelling van den <em class="gesperrt">Levant</em> (of <em class="gesperrt">Opgang</em>) voor 't Oosten.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_244_244" id="Footnote_244_244"></a><a href="#FNanchor_244_244"><span class="label">[244]</span></a> <em class="gesperrt">Zuiden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_245_245" id="Footnote_245_245"></a><a href="#FNanchor_245_245"><span class="label">[245]</span></a> voor <em class="gesperrt">wimpel</em>, <em class="gesperrt">vaan</em>, <em class="gesperrt">banier</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_246_246" id="Footnote_246_246"></a><a href="#FNanchor_246_246"><span class="label">[246]</span></a> binnen den kring der stervelingen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_247_247" id="Footnote_247_247"></a><a href="#FNanchor_247_247"><span class="label">[247]</span></a> <em class="gesperrt">voedt</em>, <em class="gesperrt">onderhoudt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_248_248" id="Footnote_248_248"></a><a href="#FNanchor_248_248"><span class="label">[248]</span></a> Minder juist voor <em class="gesperrt">afschiet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_249_249" id="Footnote_249_249"></a><a href="#FNanchor_249_249"><span class="label">[249]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">noch</em> (gelijk <em class="gesperrt">ofte</em> tot <em class="gesperrt">of</em>) afgekort.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_250_250" id="Footnote_250_250"></a><a href="#FNanchor_250_250"><span class="label">[250]</span></a> Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_251_251" id="Footnote_251_251"></a><a href="#FNanchor_251_251"><span class="label">[251]</span></a> <em class="gesperrt">den heer te spelen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_252_252" id="Footnote_252_252"></a><a href="#FNanchor_252_252"><span class="label">[252]</span></a> <em class="gesperrt">op zijn minst</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_253_253" id="Footnote_253_253"></a><a href="#FNanchor_253_253"><span class="label">[253]</span></a> Hebreeuwsche naam voor Egypte.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_254_254" id="Footnote_254_254"></a><a href="#FNanchor_254_254"><span class="label">[254]</span></a> Hier in goeden zin: <em class="gesperrt">grootsch</em>, <em class="gesperrt">edelaardig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_255_255" id="Footnote_255_255"></a><a href="#FNanchor_255_255"><span class="label">[255]</span></a> <em class="gesperrt">niet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_256_256" id="Footnote_256_256"></a><a href="#FNanchor_256_256"><span class="label">[256]</span></a> Thans <em class="gesperrt">te vermaken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_257_257" id="Footnote_257_257"></a><a href="#FNanchor_257_257"><span class="label">[257]</span></a> met <em class="gesperrt">duren</em> eede.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_258_258" id="Footnote_258_258"></a><a href="#FNanchor_258_258"><span class="label">[258]</span></a> voor <em class="gesperrt">vlijt</em>, dat toen nog zoo uitgesproken werd.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_259_259" id="Footnote_259_259"></a><a href="#FNanchor_259_259"><span class="label">[259]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">daarheen</em>, <em class="gesperrt">van waar</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_260_260" id="Footnote_260_260"></a><a href="#FNanchor_260_260"><span class="label">[260]</span></a> Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor <em class="gesperrt">reus</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_261_261" id="Footnote_261_261"></a><a href="#FNanchor_261_261"><span class="label">[261]</span></a> <em class="gesperrt">vochtige</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_262_262" id="Footnote_262_262"></a><a href="#FNanchor_262_262"><span class="label">[262]</span></a> voor u.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_263_263" id="Footnote_263_263"></a><a href="#FNanchor_263_263"><span class="label">[263]</span></a> <em class="gesperrt">bedelbrokken</em> of liever <em class="gesperrt">benden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_264_264" id="Footnote_264_264"></a><a href="#FNanchor_264_264"><span class="label">[264]</span></a> <em class="gesperrt">keuken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_265_265" id="Footnote_265_265"></a><a href="#FNanchor_265_265"><span class="label">[265]</span></a> <em class="gesperrt">kraanvogels</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_266_266" id="Footnote_266_266"></a><a href="#FNanchor_266_266"><span class="label">[266]</span></a> <em class="gesperrt">Te gast te gaan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_267_267" id="Footnote_267_267"></a><a href="#FNanchor_267_267"><span class="label">[267]</span></a> Thans <em class="gesperrt">den eik</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_268_268" id="Footnote_268_268"></a><a href="#FNanchor_268_268"><span class="label">[268]</span></a> Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare <em class="gesperrt">van</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_269_269" id="Footnote_269_269"></a><a href="#FNanchor_269_269"><span class="label">[269]</span></a> <em class="gesperrt">Trotsch</em>, <em class="gesperrt">ontoeganklijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_270_270" id="Footnote_270_270"></a><a href="#FNanchor_270_270"><span class="label">[270]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_271_271" id="Footnote_271_271"></a><a href="#FNanchor_271_271"><span class="label">[271]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">omvlochten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_272_272" id="Footnote_272_272"></a><a href="#FNanchor_272_272"><span class="label">[272]</span></a> <em class="gesperrt">naauwlijks</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_273_273" id="Footnote_273_273"></a><a href="#FNanchor_273_273"><span class="label">[273]</span></a> <em class="gesperrt">afgemeten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_274_274" id="Footnote_274_274"></a><a href="#FNanchor_274_274"><span class="label">[274]</span></a> <em class="gesperrt">gewelven</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_275_275" id="Footnote_275_275"></a><a href="#FNanchor_275_275"><span class="label">[275]</span></a> <em class="gesperrt">middelpunt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_276_276" id="Footnote_276_276"></a><a href="#FNanchor_276_276"><span class="label">[276]</span></a> voor <em class="gesperrt">strafzwaard</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_277_277" id="Footnote_277_277"></a><a href="#FNanchor_277_277"><span class="label">[277]</span></a> Thans <em class="gesperrt">uwsweegs</em>, sedert <em class="gesperrt">straat</em> in den meer bepaalden zin +van <em class="gesperrt">bestraten weg</em> (<em class="gesperrt">via strata</em>) gebezigd wordt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_278_278" id="Footnote_278_278"></a><a href="#FNanchor_278_278"><span class="label">[278]</span></a> <em class="gesperrt">allerlaagsten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_279_279" id="Footnote_279_279"></a><a href="#FNanchor_279_279"><span class="label">[279]</span></a> Fransche <em class="gesperrt">offrande</em>, en dus verkeerdelijk +meestal <em class="gesperrt">offerhand</em> geschreven.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_280_280" id="Footnote_280_280"></a><a href="#FNanchor_280_280"><span class="label">[280]</span></a> Thans <em class="gesperrt">veroorlooft</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_281_281" id="Footnote_281_281"></a><a href="#FNanchor_281_281"><span class="label">[281]</span></a> <em class="gesperrt">verzacht het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_282_282" id="Footnote_282_282"></a><a href="#FNanchor_282_282"><span class="label">[282]</span></a> <em class="gesperrt">ontbloote</em>, <em class="gesperrt">zichtbare</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_283_283" id="Footnote_283_283"></a><a href="#FNanchor_283_283"><span class="label">[283]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wordt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_284_284" id="Footnote_284_284"></a><a href="#FNanchor_284_284"><span class="label">[284]</span></a> <em class="gesperrt">wegneemt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_285_285" id="Footnote_285_285"></a><a href="#FNanchor_285_285"><span class="label">[285]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">en</em> verkort.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_286_286" id="Footnote_286_286"></a><a href="#FNanchor_286_286"><span class="label">[286]</span></a> <em class="gesperrt">wijselijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_287_287" id="Footnote_287_287"></a><a href="#FNanchor_287_287"><span class="label">[287]</span></a> Germ. voor <em class="gesperrt">verwen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_288_288" id="Footnote_288_288"></a><a href="#FNanchor_288_288"><span class="label">[288]</span></a> <em class="gesperrt">vrijwaren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_289_289" id="Footnote_289_289"></a><a href="#FNanchor_289_289"><span class="label">[289]</span></a> Voor <em class="gesperrt">doorklieft</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_290_290" id="Footnote_290_290"></a><a href="#FNanchor_290_290"><span class="label">[290]</span></a> <em class="gesperrt">onderwijl</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_291_291" id="Footnote_291_291"></a><a href="#FNanchor_291_291"><span class="label">[291]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_292_292" id="Footnote_292_292"></a><a href="#FNanchor_292_292"><span class="label">[292]</span></a> <em class="gesperrt">aan 't spit braden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_293_293" id="Footnote_293_293"></a><a href="#FNanchor_293_293"><span class="label">[293]</span></a> <em class="gesperrt">zuur</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_294_294" id="Footnote_294_294"></a><a href="#FNanchor_294_294"><span class="label">[294]</span></a> <em class="gesperrt">gereed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_295_295" id="Footnote_295_295"></a><a href="#FNanchor_295_295"><span class="label">[295]</span></a> Thans <em class="gesperrt">maan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_296_296" id="Footnote_296_296"></a><a href="#FNanchor_296_296"><span class="label">[296]</span></a> <em class="gesperrt">verbijsterd</em> (verg. 't Hoogd. <em class="gesperrt">verrückt</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_297_297" id="Footnote_297_297"></a><a href="#FNanchor_297_297"><span class="label">[297]</span></a> Voor <em class="gesperrt">terwijl</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_298_298" id="Footnote_298_298"></a><a href="#FNanchor_298_298"><span class="label">[298]</span></a> <em class="gesperrt">luchtige</em>, <em class="gesperrt">vlugge</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_299_299" id="Footnote_299_299"></a><a href="#FNanchor_299_299"><span class="label">[299]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">met getakte hoornen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_300_300" id="Footnote_300_300"></a><a href="#FNanchor_300_300"><span class="label">[300]</span></a> Verwarring van konijnen en hazen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_301_301" id="Footnote_301_301"></a><a href="#FNanchor_301_301"><span class="label">[301]</span></a> de golven van Thetys, d. i. de zee.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_302_302" id="Footnote_302_302"></a><a href="#FNanchor_302_302"><span class="label">[302]</span></a> <em class="gesperrt">klaarlijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_303_303" id="Footnote_303_303"></a><a href="#FNanchor_303_303"><span class="label">[303]</span></a> den reidans opent.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_304_304" id="Footnote_304_304"></a><a href="#FNanchor_304_304"><span class="label">[304]</span></a> Thans <em class="gesperrt">spreidt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_305_305" id="Footnote_305_305"></a><a href="#FNanchor_305_305"><span class="label">[305]</span></a> Anders <em class="gesperrt">flambouw</em> +('t Fransch <em class="gesperrt">flambeau</em>), gelijk <em class="gesperrt">bureel</em> van <em class="gesperrt">bureau</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_306_306" id="Footnote_306_306"></a><a href="#FNanchor_306_306"><span class="label">[306]</span></a> Neder-Egypte.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_307_307" id="Footnote_307_307"></a><a href="#FNanchor_307_307"><span class="label">[307]</span></a> <em class="gesperrt">overschaduwen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_308_308" id="Footnote_308_308"></a><a href="#FNanchor_308_308"><span class="label">[308]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_309_309" id="Footnote_309_309"></a><a href="#FNanchor_309_309"><span class="label">[309]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">morgenzon</em> geslonken.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_310_310" id="Footnote_310_310"></a><a href="#FNanchor_310_310"><span class="label">[310]</span></a> <em class="gesperrt">helderheid te gunnen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_311_311" id="Footnote_311_311"></a><a href="#FNanchor_311_311"><span class="label">[311]</span></a> <em class="gesperrt">bespreid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_312_312" id="Footnote_312_312"></a><a href="#FNanchor_312_312"><span class="label">[312]</span></a> De Grieksche Wraakgodinnen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_313_313" id="Footnote_313_313"></a><a href="#FNanchor_313_313"><span class="label">[313]</span></a> De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_314_314" id="Footnote_314_314"></a><a href="#FNanchor_314_314"><span class="label">[314]</span></a> Voor <em class="gesperrt">sterren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_315_315" id="Footnote_315_315"></a><a href="#FNanchor_315_315"><span class="label">[315]</span></a> <em class="gesperrt">gedraaid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_316_316" id="Footnote_316_316"></a><a href="#FNanchor_316_316"><span class="label">[316]</span></a> <em class="gesperrt">gouden lokken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_317_317" id="Footnote_317_317"></a><a href="#FNanchor_317_317"><span class="label">[317]</span></a> Thans <em class="gesperrt">onttrokt aan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_318_318" id="Footnote_318_318"></a><a href="#FNanchor_318_318"><span class="label">[318]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gestarnte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_319_319" id="Footnote_319_319"></a><a href="#FNanchor_319_319"><span class="label">[319]</span></a> <em class="gesperrt">verraderlijk</em> (als een "dief" in den nacht ons besluipende).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_320_320" id="Footnote_320_320"></a><a href="#FNanchor_320_320"><span class="label">[320]</span></a> De bekende rivieren der oude wereld.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_321_321" id="Footnote_321_321"></a><a href="#FNanchor_321_321"><span class="label">[321]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">schadelijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_322_322" id="Footnote_322_322"></a><a href="#FNanchor_322_322"><span class="label">[322]</span></a> <em class="gesperrt">oorlogsmaagd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_323_323" id="Footnote_323_323"></a><a href="#FNanchor_323_323"><span class="label">[323]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wapenen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_324_324" id="Footnote_324_324"></a><a href="#FNanchor_324_324"><span class="label">[324]</span></a> <em class="gesperrt">streng</em>, <em class="gesperrt">wreed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_325_325" id="Footnote_325_325"></a><a href="#FNanchor_325_325"><span class="label">[325]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zoo</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_326_326" id="Footnote_326_326"></a><a href="#FNanchor_326_326"><span class="label">[326]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">het loof</em> of <em class="gesperrt">lover</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_327_327" id="Footnote_327_327"></a><a href="#FNanchor_327_327"><span class="label">[327]</span></a> Thans voor het Fr. <em class="gesperrt">fluit</em> verouderd (verg. echter nog ons +<em class="gesperrt">pijper</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_328_328" id="Footnote_328_328"></a><a href="#FNanchor_328_328"><span class="label">[328]</span></a> <em class="gesperrt">ommekring</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_329_329" id="Footnote_329_329"></a><a href="#FNanchor_329_329"><span class="label">[329]</span></a> Voor de <em class="gesperrt">beesten van 't veld</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_330_330" id="Footnote_330_330"></a><a href="#FNanchor_330_330"><span class="label">[330]</span></a> <em class="gesperrt">dicht bewassen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_331_331" id="Footnote_331_331"></a><a href="#FNanchor_331_331"><span class="label">[331]</span></a> Anders <em class="gesperrt">verloor</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_332_332" id="Footnote_332_332"></a><a href="#FNanchor_332_332"><span class="label">[332]</span></a> Voor <em class="gesperrt">ouderdom</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_333_333" id="Footnote_333_333"></a><a href="#FNanchor_333_333"><span class="label">[333]</span></a> Naar zijn eigenlijke beteekenis van <em class="gesperrt">vorm</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_334_334" id="Footnote_334_334"></a><a href="#FNanchor_334_334"><span class="label">[334]</span></a> <em class="gesperrt">gilde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_335_335" id="Footnote_335_335"></a><a href="#FNanchor_335_335"><span class="label">[335]</span></a> <em class="gesperrt">bovenal</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_336_336" id="Footnote_336_336"></a><a href="#FNanchor_336_336"><span class="label">[336]</span></a> <em class="gesperrt">overtrokken</em>, <em class="gesperrt">overschaduwd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_337_337" id="Footnote_337_337"></a><a href="#FNanchor_337_337"><span class="label">[337]</span></a> Gallicisme voor <em class="gesperrt">graf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_338_338" id="Footnote_338_338"></a><a href="#FNanchor_338_338"><span class="label">[338]</span></a> <em class="gesperrt">erfgenaam</em>, 't Fr. <em class="gesperrt">hoir</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_339_339" id="Footnote_339_339"></a><a href="#FNanchor_339_339"><span class="label">[339]</span></a> Van <em class="gesperrt">ijs</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_340_340" id="Footnote_340_340"></a><a href="#FNanchor_340_340"><span class="label">[340]</span></a> <em class="gesperrt">gestalte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_341_341" id="Footnote_341_341"></a><a href="#FNanchor_341_341"><span class="label">[341]</span></a> Thans <em class="gesperrt">eener zon</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_342_342" id="Footnote_342_342"></a><a href="#FNanchor_342_342"><span class="label">[342]</span></a> <em class="gesperrt">bliksemflits</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_343_343" id="Footnote_343_343"></a><a href="#FNanchor_343_343"><span class="label">[343]</span></a> Thans <em class="gesperrt">te</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_344_344" id="Footnote_344_344"></a><a href="#FNanchor_344_344"><span class="label">[344]</span></a> Thans in verlengden vorm <em class="gesperrt">vertoont</em> (d.i. <em class="gesperrt">vertoogent</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_345_345" id="Footnote_345_345"></a><a href="#FNanchor_345_345"><span class="label">[345]</span></a> <em class="gesperrt">toorts</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_346_346" id="Footnote_346_346"></a><a href="#FNanchor_346_346"><span class="label">[346]</span></a> <em class="gesperrt">vonkt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_347_347" id="Footnote_347_347"></a><a href="#FNanchor_347_347"><span class="label">[347]</span></a> Voor <em class="gesperrt">zoo en</em> (d.i. <em class="gesperrt">niet</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_348_348" id="Footnote_348_348"></a><a href="#FNanchor_348_348"><span class="label">[348]</span></a> <em class="gesperrt">doorboorden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_349_349" id="Footnote_349_349"></a><a href="#FNanchor_349_349"><span class="label">[349]</span></a> Rijmshalven maar verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">gedocht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_350_350" id="Footnote_350_350"></a><a href="#FNanchor_350_350"><span class="label">[350]</span></a> <em class="gesperrt">vergetelheid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_351_351" id="Footnote_351_351"></a><a href="#FNanchor_351_351"><span class="label">[351]</span></a> Voor <em class="gesperrt">vlijmen</em>, of liever <em class="gesperrt">vlijmend zwaard</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_352_352" id="Footnote_352_352"></a><a href="#FNanchor_352_352"><span class="label">[352]</span></a> <em class="gesperrt">laat vrij</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_353_353" id="Footnote_353_353"></a><a href="#FNanchor_353_353"><span class="label">[353]</span></a> <em class="gesperrt">Laat ze vlugten, trekken, reizen enz</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_354_354" id="Footnote_354_354"></a><a href="#FNanchor_354_354"><span class="label">[354]</span></a> Voor <em class="gesperrt">be-ijzeld</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_355_355" id="Footnote_355_355"></a><a href="#FNanchor_355_355"><span class="label">[355]</span></a> Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht +tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang <em class="gesperrt">ig</em> +in 't algemeen te velde getrokken.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_356_356" id="Footnote_356_356"></a><a href="#FNanchor_356_356"><span class="label">[356]</span></a> Gelijk meer als <em class="gesperrt">zal</em> (verg. ook 't Eng. <em class="gesperrt">to will</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_357_357" id="Footnote_357_357"></a><a href="#FNanchor_357_357"><span class="label">[357]</span></a> <em class="gesperrt">weldra</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_358_358" id="Footnote_358_358"></a><a href="#FNanchor_358_358"><span class="label">[358]</span></a> <em class="gesperrt">in persoon</em> (verg. echter aant. [355]).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_359_359" id="Footnote_359_359"></a><a href="#FNanchor_359_359"><span class="label">[359]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">van den Oceaan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_360_360" id="Footnote_360_360"></a><a href="#FNanchor_360_360"><span class="label">[360]</span></a> Thans <em class="gesperrt">maakt u</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_361_361" id="Footnote_361_361"></a><a href="#FNanchor_361_361"><span class="label">[361]</span></a> <em class="gesperrt">weggevaagd</em> (zie vroeger).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_362_362" id="Footnote_362_362"></a><a href="#FNanchor_362_362"><span class="label">[362]</span></a> Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor +<em class="gesperrt">menschelijke treden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_363_363" id="Footnote_363_363"></a><a href="#FNanchor_363_363"><span class="label">[363]</span></a> <em class="gesperrt">draai</em>, <em class="gesperrt">ommezwaai</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_364_364" id="Footnote_364_364"></a><a href="#FNanchor_364_364"><span class="label">[364]</span></a> <em class="gesperrt">vergolden</em>, <em class="gesperrt">betaald</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_365_365" id="Footnote_365_365"></a><a href="#FNanchor_365_365"><span class="label">[365]</span></a> Voor <em class="gesperrt">dubbel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_366_366" id="Footnote_366_366"></a><a href="#FNanchor_366_366"><span class="label">[366]</span></a> Thans <em class="gesperrt">worden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_367_367" id="Footnote_367_367"></a><a href="#FNanchor_367_367"><span class="label">[367]</span></a> <em class="gesperrt">arm</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_368_368" id="Footnote_368_368"></a><a href="#FNanchor_368_368"><span class="label">[368]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>, <em class="gesperrt">tot</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_369_369" id="Footnote_369_369"></a><a href="#FNanchor_369_369"><span class="label">[369]</span></a> D.i. den <em class="gesperrt">moed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_370_370" id="Footnote_370_370"></a><a href="#FNanchor_370_370"><span class="label">[370]</span></a> D.i. <em class="gesperrt">de legerknechten</em> (als die de wapens hunner vijanden +vermeesteren).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_371_371" id="Footnote_371_371"></a><a href="#FNanchor_371_371"><span class="label">[371]</span></a> <em class="gesperrt">weifelen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_372_372" id="Footnote_372_372"></a><a href="#FNanchor_372_372"><span class="label">[372]</span></a> <em class="gesperrt">oorloogt</em>, <em class="gesperrt">strijdt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_373_373" id="Footnote_373_373"></a><a href="#FNanchor_373_373"><span class="label">[373]</span></a> Thans <em class="gesperrt">werpt</em> (even als, omgekeerd, thans <em class="gesperrt">wordt</em> voor 't +vroegere <em class="gesperrt">werd</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_374_374" id="Footnote_374_374"></a><a href="#FNanchor_374_374"><span class="label">[374]</span></a> <em class="gesperrt">In korten tijd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_375_375" id="Footnote_375_375"></a><a href="#FNanchor_375_375"><span class="label">[375]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gezwind</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_376_376" id="Footnote_376_376"></a><a href="#FNanchor_376_376"><span class="label">[376]</span></a> <em class="gesperrt">laat</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_377_377" id="Footnote_377_377"></a><a href="#FNanchor_377_377"><span class="label">[377]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">beroemen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_378_378" id="Footnote_378_378"></a><a href="#FNanchor_378_378"><span class="label">[378]</span></a> <em class="gesperrt">kregel</em>, <em class="gesperrt">wrevelig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_379_379" id="Footnote_379_379"></a><a href="#FNanchor_379_379"><span class="label">[379]</span></a> <em class="gesperrt">bejammerd</em> (nam. door de Egyptenaren).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_380_380" id="Footnote_380_380"></a><a href="#FNanchor_380_380"><span class="label">[380]</span></a> Hoogd. voor <em class="gesperrt">spoedig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_381_381" id="Footnote_381_381"></a><a href="#FNanchor_381_381"><span class="label">[381]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_382_382" id="Footnote_382_382"></a><a href="#FNanchor_382_382"><span class="label">[382]</span></a> Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem +zijn hartstocht <em class="gesperrt">verleidde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_383_383" id="Footnote_383_383"></a><a href="#FNanchor_383_383"><span class="label">[383]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zelf</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_384_384" id="Footnote_384_384"></a><a href="#FNanchor_384_384"><span class="label">[384]</span></a> <em class="gesperrt">'thelpt niet</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_385_385" id="Footnote_385_385"></a><a href="#FNanchor_385_385"><span class="label">[385]</span></a> voor <em class="gesperrt">onbedacht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_386_386" id="Footnote_386_386"></a><a href="#FNanchor_386_386"><span class="label">[386]</span></a> Hier voor <em class="gesperrt">schaar</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_387_387" id="Footnote_387_387"></a><a href="#FNanchor_387_387"><span class="label">[387]</span></a> <em class="gesperrt">werpe</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_388_388" id="Footnote_388_388"></a><a href="#FNanchor_388_388"><span class="label">[388]</span></a> <em class="gesperrt">golvend</em>, <em class="gesperrt">drijvend</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_389_389" id="Footnote_389_389"></a><a href="#FNanchor_389_389"><span class="label">[389]</span></a> <em class="gesperrt">stugge</em>, <em class="gesperrt">harde</em> (gelijk +nog in Overijsel <em class="gesperrt">stoer</em>; verg. ook ons <em class="gesperrt">stuursch</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_390_390" id="Footnote_390_390"></a><a href="#FNanchor_390_390"><span class="label">[390]</span></a> <em class="gesperrt">wankel-</em>, <em class="gesperrt">kleinmoedig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_391_391" id="Footnote_391_391"></a><a href="#FNanchor_391_391"><span class="label">[391]</span></a> Thans <em class="gesperrt">hoop</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_392_392" id="Footnote_392_392"></a><a href="#FNanchor_392_392"><span class="label">[392]</span></a> In 't <em class="gesperrt">midden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_393_393" id="Footnote_393_393"></a><a href="#FNanchor_393_393"><span class="label">[393]</span></a> <em class="gesperrt">lager</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_394_394" id="Footnote_394_394"></a><a href="#FNanchor_394_394"><span class="label">[394]</span></a> <em class="gesperrt">tegen den aard</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_395_395" id="Footnote_395_395"></a><a href="#FNanchor_395_395"><span class="label">[395]</span></a> <em class="gesperrt">Dwars overtrekken</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_396_396" id="Footnote_396_396"></a><a href="#FNanchor_396_396"><span class="label">[396]</span></a> <em class="gesperrt">op den duur</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_397_397" id="Footnote_397_397"></a><a href="#FNanchor_397_397"><span class="label">[397]</span></a> Minder juist voor <em class="gesperrt">diepgaande</em>, tot op 't grondelooze toe.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_398_398" id="Footnote_398_398"></a><a href="#FNanchor_398_398"><span class="label">[398]</span></a> D. i. <em class="gesperrt">van de zee</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_399_399" id="Footnote_399_399"></a><a href="#FNanchor_399_399"><span class="label">[399]</span></a> <em class="gesperrt">boos</em>, <em class="gesperrt">verraderlijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_400_400" id="Footnote_400_400"></a><a href="#FNanchor_400_400"><span class="label">[400]</span></a> <em class="gesperrt">zakt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_401_401" id="Footnote_401_401"></a><a href="#FNanchor_401_401"><span class="label">[401]</span></a> Thans <em class="gesperrt">eindlijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_402_402" id="Footnote_402_402"></a><a href="#FNanchor_402_402"><span class="label">[402]</span></a> Thans veelal verkeerdelijk <em class="gesperrt">ijselijk</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_403_403" id="Footnote_403_403"></a><a href="#FNanchor_403_403"><span class="label">[403]</span></a> <em class="gesperrt">vloeyend tal</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_404_404" id="Footnote_404_404"></a><a href="#FNanchor_404_404"><span class="label">[404]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">klimmen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_405_405" id="Footnote_405_405"></a><a href="#FNanchor_405_405"><span class="label">[405]</span></a> Voor <em class="gesperrt">snellende</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_406_406" id="Footnote_406_406"></a><a href="#FNanchor_406_406"><span class="label">[406]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dollen</em>, <em class="gesperrt">woedenden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_407_407" id="Footnote_407_407"></a><a href="#FNanchor_407_407"><span class="label">[407]</span></a> <em class="gesperrt">wien</em>, <em class="gesperrt">tegen wien</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_408_408" id="Footnote_408_408"></a><a href="#FNanchor_408_408"><span class="label">[408]</span></a> <em class="gesperrt">geeft om</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_409_409" id="Footnote_409_409"></a><a href="#FNanchor_409_409"><span class="label">[409]</span></a> <em class="gesperrt">dwarsch</em>, <em class="gesperrt">stuursch</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_410_410" id="Footnote_410_410"></a><a href="#FNanchor_410_410"><span class="label">[410]</span></a> <em class="gesperrt">vochtig gewoel</em> voor <em class="gesperrt">'t gewoel der golven</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_411_411" id="Footnote_411_411"></a><a href="#FNanchor_411_411"><span class="label">[411]</span></a> <em class="gesperrt">binnen zoo korten tijd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_412_412" id="Footnote_412_412"></a><a href="#FNanchor_412_412"><span class="label">[412]</span></a> Voor <em class="gesperrt">meest onvervalschte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_413_413" id="Footnote_413_413"></a><a href="#FNanchor_413_413"><span class="label">[413]</span></a> <em class="gesperrt">goedgunstig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_414_414" id="Footnote_414_414"></a><a href="#FNanchor_414_414"><span class="label">[414]</span></a> <em class="gesperrt">ruw</em>, <em class="gesperrt">woest</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_415_415" id="Footnote_415_415"></a><a href="#FNanchor_415_415"><span class="label">[415]</span></a> Voor <em class="gesperrt">krijgswapens</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_416_416" id="Footnote_416_416"></a><a href="#FNanchor_416_416"><span class="label">[416]</span></a> Thans <em class="gesperrt">meê</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_417_417" id="Footnote_417_417"></a><a href="#FNanchor_417_417"><span class="label">[417]</span></a> trompet.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_418_418" id="Footnote_418_418"></a><a href="#FNanchor_418_418"><span class="label">[418]</span></a> <em class="gesperrt">voorstaat</em>, <em class="gesperrt">beschermt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_419_419" id="Footnote_419_419"></a><a href="#FNanchor_419_419"><span class="label">[419]</span></a> Voor <em class="gesperrt">met zijn schaduw overdekt</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_420_420" id="Footnote_420_420"></a><a href="#FNanchor_420_420"><span class="label">[420]</span></a> <em class="gesperrt">genieten</em> (verg. nog ons <em class="gesperrt">órberen</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_421_421" id="Footnote_421_421"></a><a href="#FNanchor_421_421"><span class="label">[421]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>; verg. vroeger.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_422_422" id="Footnote_422_422"></a><a href="#FNanchor_422_422"><span class="label">[422]</span></a> Voor <em class="gesperrt">breed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_423_423" id="Footnote_423_423"></a><a href="#FNanchor_423_423"><span class="label">[423]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">treurend slaakte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_424_424" id="Footnote_424_424"></a><a href="#FNanchor_424_424"><span class="label">[424]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gesternte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_425_425" id="Footnote_425_425"></a><a href="#FNanchor_425_425"><span class="label">[425]</span></a> Voor <em class="gesperrt">teeken van dankbaarheid</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_426_426" id="Footnote_426_426"></a><a href="#FNanchor_426_426"><span class="label">[426]</span></a> Thans <em class="gesperrt">niets</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_427_427" id="Footnote_427_427"></a><a href="#FNanchor_427_427"><span class="label">[427]</span></a> Thans <em class="gesperrt">bron</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_428_428" id="Footnote_428_428"></a><a href="#FNanchor_428_428"><span class="label">[428]</span></a> Tweeden naamvalsuitgang, thans <em class="gesperrt">oprechte</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_429_429" id="Footnote_429_429"></a><a href="#FNanchor_429_429"><span class="label">[429]</span></a> <em class="gesperrt">heeft het</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_430_430" id="Footnote_430_430"></a><a href="#FNanchor_430_430"><span class="label">[430]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gebouwd</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_431_431" id="Footnote_431_431"></a><a href="#FNanchor_431_431"><span class="label">[431]</span></a> <em class="gesperrt">geheime raad</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_432_432" id="Footnote_432_432"></a><a href="#FNanchor_432_432"><span class="label">[432]</span></a> Namelijk <em class="gesperrt">het offer</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_433_433" id="Footnote_433_433"></a><a href="#FNanchor_433_433"><span class="label">[433]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">gedenken</em>, <em class="gesperrt">mij herinneren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_434_434" id="Footnote_434_434"></a><a href="#FNanchor_434_434"><span class="label">[434]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">verdiensten</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_435_435" id="Footnote_435_435"></a><a href="#FNanchor_435_435"><span class="label">[435]</span></a> Voor <em class="gesperrt">doet versagen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_436_436" id="Footnote_436_436"></a><a href="#FNanchor_436_436"><span class="label">[436]</span></a> <em class="gesperrt">trotschen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_437_437" id="Footnote_437_437"></a><a href="#FNanchor_437_437"><span class="label">[437]</span></a> <em class="gesperrt">Behooren</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_438_438" id="Footnote_438_438"></a><a href="#FNanchor_438_438"><span class="label">[438]</span></a> <em class="gesperrt">straalt</em>; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_439_439" id="Footnote_439_439"></a><a href="#FNanchor_439_439"><span class="label">[439]</span></a> Thans <em class="gesperrt">bezwijkt</em>, <em class="gesperrt">zwicht</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_440_440" id="Footnote_440_440"></a><a href="#FNanchor_440_440"><span class="label">[440]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">melden</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_441_441" id="Footnote_441_441"></a><a href="#FNanchor_441_441"><span class="label">[441]</span></a> Voor <em class="gesperrt">verweren</em>, <em class="gesperrt">beschermen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_442_442" id="Footnote_442_442"></a><a href="#FNanchor_442_442"><span class="label">[442]</span></a> <em class="gesperrt">alleen</em> (verg. 't hoogd. <em class="gesperrt">bloss</em>).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_443_443" id="Footnote_443_443"></a><a href="#FNanchor_443_443"><span class="label">[443]</span></a> Latinisme voor <em class="gesperrt">nadat onze boeyen gebroken zijn</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_444_444" id="Footnote_444_444"></a><a href="#FNanchor_444_444"><span class="label">[444]</span></a> Maatshalven voor <em class="gesperrt">gekregen</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_445_445" id="Footnote_445_445"></a><a href="#FNanchor_445_445"><span class="label">[445]</span></a> Thans <em class="gesperrt">de Jordaan</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_446_446" id="Footnote_446_446"></a><a href="#FNanchor_446_446"><span class="label">[446]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_447_447" id="Footnote_447_447"></a><a href="#FNanchor_447_447"><span class="label">[447]</span></a> Rijmshalven als stopwoord gebezigd.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_448_448" id="Footnote_448_448"></a><a href="#FNanchor_448_448"><span class="label">[448]</span></a> Voor <em class="gesperrt">kleed</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_449_449" id="Footnote_449_449"></a><a href="#FNanchor_449_449"><span class="label">[449]</span></a> <em class="gesperrt">voordeel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_450_450" id="Footnote_450_450"></a><a href="#FNanchor_450_450"><span class="label">[450]</span></a> <em class="gesperrt">vochtig</em> en daarom <em class="gesperrt">vaardig</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_451_451" id="Footnote_451_451"></a><a href="#FNanchor_451_451"><span class="label">[451]</span></a> <em class="gesperrt">ontsluit</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_452_452" id="Footnote_452_452"></a><a href="#FNanchor_452_452"><span class="label">[452]</span></a> ladder.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_453_453" id="Footnote_453_453"></a><a href="#FNanchor_453_453"><span class="label">[453]</span></a> <em class="gesperrt">snijdend</em>, <em class="gesperrt">fel</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_454_454" id="Footnote_454_454"></a><a href="#FNanchor_454_454"><span class="label">[454]</span></a> <em class="gesperrt">bron-aâr</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_455_455" id="Footnote_455_455"></a><a href="#FNanchor_455_455"><span class="label">[455]</span></a> <em class="gesperrt">aarde</em>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_456_456" id="Footnote_456_456"></a><a href="#FNanchor_456_456"><span class="label">[456]</span></a> <em class="gesperrt">Uit levendige gunst</em>; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.</p></div> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van den Vondel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + +***** This file should be named 30473-h.htm or 30473-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/0/4/7/30473/ + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> |
