summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:53:49 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:53:49 -0700
commitcb25342913b8eadc72663f9c42fe5b1e21397f81 (patch)
tree2de4a8b70869e19d5fdffff6b1c49ddf403743e2
initial commit of ebook 30473HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--30473-0.txt4602
-rw-r--r--30473-h/30473-h.htm5254
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/30473-0.txt4602
-rw-r--r--old/30473-0.zipbin0 -> 65856 bytes
-rw-r--r--old/30473-8.txt4602
-rw-r--r--old/30473-8.zipbin0 -> 65739 bytes
-rw-r--r--old/30473-h.zipbin0 -> 94319 bytes
-rw-r--r--old/30473-h/30473-h.htm5677
11 files changed, 24753 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/30473-0.txt b/30473-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..3e85560
--- /dev/null
+++ b/30473-0.txt
@@ -0,0 +1,4602 @@
+The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van den Vondel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De complete werken van Joost van Vondel
+ Het Pascha
+
+Author: Joost van den Vondel
+
+Editor: H.J. Allard
+
+Release Date: November 14, 2009 [EBook #30473]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+DE COMPLETE WERKEN
+
+VAN
+
+JOOST VAN VONDEL.
+
+
+
+
+Het Pascha,
+
+of
+
+de Verlossing der kinderen Israëls uit Egypte;
+
+
+TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP 'T TOONEEL GESTELD.
+
+
+
+
+ De goede vind' mij goed,
+ De kwade straf en streng,
+ Wanneer ik d' een behoed',
+ En d' ander t' onderbreng'.
+
+
+
+
+DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN LEZER HEIL EN ZALIGHEID.
+
+
+De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de verdorvenheid des
+menschen, en ziende hoe traag vast[1] een ieder was, om langs de trappen
+der deugden op te klimmen, en omhoog te stijgen in al hetgene wat
+loflijk en heerlijk bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te
+steilen berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere
+middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en natuurlijk
+burgerlijk leven; hetzij door eenige poëtische fabelen en versierde[2]
+gedichten, of door andere bekwame regelen en wetten. Dan[3] onder andere
+hebben zij voor goed ingezien de manier van eenige oude historiën of
+vergeten geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld op
+het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig toegemaakte[4]
+beelden en personen, levendig uit te drukken en na te bootsen hetgeen
+tijd en oudheid, met veel verloopen eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans
+uit het geheugen gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig
+geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed zijn
+belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt, opdat zelfs
+plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al hoorende doof en al ziende
+blind waren, zonder bril mochten hun feilen als met den vinger
+aangewezen, en door sprekende letteren van gesierde figuren getemd en
+gezedigd werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij[5] het profijt met
+genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat eenigen te kreupel[6]
+waren, om te graven naar de kostelijke kleinodiën der leeringen en
+geheimenissen, die onder de schors van gedroomde fabelen weggescholen en
+verborgen lagen, en hun[7] van gretige zoekers en ijveraars gaarne
+wilden laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op een andere
+wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is het hun niet genoeg
+geweest, ofschoon de boeken van schoone lessen al vervuld waren, en
+geheel dik opgehoopt op malkanderen liggende eenen heerlijken winkel
+maakten, en of veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen
+kunstig gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen, de
+voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij hebben ook daarbenevens,
+in groote bijzondere schouwplaatsen willen in het openbaar de schatten
+der filosofie in den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om
+daarna[8] te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen ook den
+geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden, en die een
+iegelijk als een levende schoonverwige schilderij voor oogen stellen.
+Want waarbij mag het geheele tafereel of theater dezer wereld beter
+vergeleken worden, als[9] bij een groot openbaar tooneel, daar vast een
+ieder gedurende den handwijlschen[10] tijd van zijn vliênde leven, zijn
+eigen rol en personagië speelt. De een vertoogt[11] zich daarop als
+koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter of rijksstaf,
+veel koninkrijken en landen te gebieden en te beheerschen, met een
+gouden kroon zijn koninglijk hoofd om te drukken[12], en bekleed met een
+glansig luisterende[13] purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon,
+voor wiens majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en
+nedervallen. Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw gehelmd
+steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene hand een tweesnijdend
+zwaard, in de andere een gevelde speer, rijdt alzoo midden onder de
+vijanden, ontziende noch leven noch dood, om met tien duizend Trofeën
+triumfelijk weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen
+helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid te hebben.
+Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt van liefde, en doet met zijn
+beweeglijke klachten alsins den schallenden echo in 't holle gewelf van
+Veneris[14] tempel wedergalmen. Die berijdt den woesten Oceaan met een
+gevleugeld paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen, noch
+Syrten[15], noch klippen, noch diepe afgronden, om van het Oosten in het
+Westen te geraken. Een ander beploegt met een paar jok-ossen den rug van
+onzer aller moeder, om te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen
+zijner vruchten toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den
+anderen in een ander[16] bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd, en eer
+den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft, moeten zij alle met
+den wijzen man roepen, dat alles niet anders is dan "Al ijdelheid, Al
+ijdelheid," en worden alzoo door onverwachte dood, eer zij hun zelven
+hebben recht leeren kennen, van het tooneel des aardbodems achter de
+gordijne weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen en den
+zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken en den zwakken, de
+een den ander gelijk; zoodat met recht over deze onze ijdelheid
+Heraclitus schreit, Democritus lacht, en Timon zich voor de menschen als
+voor eenen vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere
+wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus aangemerkt zijnde,
+kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de oude wijze Heidenen met deze
+manier van doen hebben willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te
+vergeefs zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal
+durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoniën en uiterlijke
+diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten, nieuwe maanden, en al
+hetgene Aärons priesterschap en den tempel met alle zijn sieraden,
+gereedschappen, en toerustingen aankleeft, zoo ook het regiment[17] van
+het rijk Israëls;--wie zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles
+iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in den
+toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen dezen allerheiligsten
+Hoogepriester en Koning aller koningen kwam, toen hadden alle wettelijke
+letterlijke priesteren en koningen Judae hun rol volspeeld en
+uitgediend: want in Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren
+op. Ja, de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze
+Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch, die onder de
+moordenaars gevallen was; van den verloren zoon, die al zijns vaders
+goed onnuttelijk verkwist had; van den rijken man, die met purper en
+kostelijk lijnwaad bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat
+zijn het anders, als naakte Comediën en Tragediën, om daarmede te leeren
+die menschen, dewelke op geen andere manier de verborgen mysteriën van
+het Rijk der Hemelen verstaan kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der
+Koningen: daar eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en
+troosteloos, in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David,
+gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw dunkt; daar eenen
+verwonnen Zedekia gevankelijk naar Babyloniën gevoerd werd; daar eenen
+tirannischen Nebukadnezar Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en
+tot eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van den H. Geest
+tot leerachtige[18] voorbeelden (als op de _scena_[19]) voorgedragen
+werden: zoo hebben wij voorhenen deze Tragi-Comedie voor eens ieders
+oogen willen op de stellagië[20] openlijk vertoonen. En alzoo wij
+bevonden hebben, dat vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest
+zijn, om hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij
+het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb ik, ten
+ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve (hoewel het gering
+is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan heb, nochtans groot en
+gewichtig van stoffe) door openbaren druk een iegelijk gemeen te maken:
+te meer, omdat het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer
+gekrenkt, en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd werd.
+Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid gelezen worde, dat het
+gedije tot prijs van den heiligen en gebenedijden name Gods, en dat,
+door het overdenken van deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de
+droeve Tragedie of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag
+nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen.
+
+In Amstelredam, 1612, den 29en Maart.
+
+
+ Den al uwen
+ J. VAN VONDELEN.
+
+
+
+
+Epistre
+
+
+A MONSEIGNEUR
+
+IEAN MICHIELS VAERLAER[21],
+
+
+ MON SINGULIER AMY.
+
+ L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse,
+ L'Attique miel sucré, la mine precieuse
+ De la riche Peru, les perles, les tresors
+ Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords,
+ Ne pouvant presenter à vostre Seigneurie,
+ Ie vien l'Avant-coureur de mienne Poësie
+ Sacrer à ton honneur, en toute humilité,
+ La printaniere fleur de mon aage doré.
+ Ma Muse rit desia, se voyant amiable
+ Dessoubs l'ombre d'vn tel Mecæne favorable,
+ Qui, fuyant le pavé des ruës, va les champs
+ Presser de ses talons: qui l'aage de son temps
+ Loing, loing hors l'emmuré d'vne Cité redouble,
+ Laissant des Citadins la peupuleuse trouble:
+ Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant
+ Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant,
+ Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire
+ Changer son libre estat pour vn plus grand Empire.
+ O trois fois bienheureux (a autre fois chanté
+ Horace et le Gascon Du Bartas renommé)
+ O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature
+ Fleurir parmy les champs en eternel verdure!
+ Le maniement joyeux d'vn verd sion enté
+ Le lustre passe d'vn royal sceptre emperlé,
+ Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage,
+ Les doux tirelirants Rossignols en ramage,
+ Surpassent l'orgueilleux couronnement royal,
+ Et le chant mesuré des Chantres musical.
+ Si tost que le Soleil va peindre de dix milles
+ Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles,
+ Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs
+ Aurore distiller les agreables pleurs,
+ Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire,
+ Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire,
+ Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter,
+ Le sueux Laboureur la terre cultiver,
+ Et richement semer la nouvelle semence,
+ Pour moissonner apres les fruicts en abondance.
+ Le chaleureux Esté (qui brusle tout vermeil)
+ Luy monstre les espics, la vertu du Soleil
+ Luy monstre le coral des cramoisins cerises,
+ Et l'Automne a couvert de mille friandises
+ Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin,
+ Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin.
+ Or estant de tous biens richement couronnée
+ Il sent desia en l'air les aisles de Borée.
+ He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en liberté
+ Parmy les champs feconds, en toute seureté,
+ De talonner les pas de nostres premiers Peres,
+ Loing, loing laissant à dos les passions severes,
+ Fuyant le bruict mondain l ô, doux et sainct repos!
+ Qui de cupiditez n'as point chargé le dos,
+ Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune,
+ Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune,
+ Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor,
+ Et ton bien souverain: qui pour argent ni or
+ Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles,
+ Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles,
+ Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti,
+ Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli.
+ Durant l'aage doré que nos premiers Ancestres
+ Faisoint profession des ouvrages champestres,
+ Astrée florissoit, et la terre à chascun
+ Estoit avec ses fruicts en partage commun,
+ Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage
+ D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage
+ N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez,
+ Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez,
+ Neptune n'eust le dos ni ses ondes salées
+ Chargées de cent vaisseaux, car du fruict des vallées
+ Chascun se contentoit, et vivoit à Cerès,
+ Laquelle abondamment leur provida assez.
+ O celeste labeur! qui dans ton front empraincte
+ Portez la saincte loy, la justice, et la craincte
+ Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux,
+ Noë, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux
+ Semble oreillier au son de sa harpe dorée,
+ Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briarée.
+ Combien d'années les Romains sont sagement
+ Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant
+ La terre ont cultivé, je laisse vn Tite Live
+ Historier dessus de Tyberique rive.
+ Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys,
+ Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx,
+ Qui ont abandonnez leur Couronne invincible,
+ Pour vivre bien contents parmy le champ paisible;
+ Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit,
+ Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit.
+ La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres,
+ Et qui diligemment ont feuilletté les livres
+ Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retiré,
+ Laissant arriere loing l'humaine vanité.
+ Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses
+ Se plaist d'entre le son des douces cornemuses
+ Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux
+ Lesquels tous-jours croissant vont menaçant les Cieux.
+ Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame
+ Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame
+ Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement
+ Accompaigne tous-jours ton hault entendement,
+ Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre
+ Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre
+ Presenter obstiné, qui ses derniers sanglots
+ Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots:
+ Souffrez que je despein icy la delivrance
+ Des enfans d'Israël, d'Abram juste semence,
+ Afin que par Zoyle au visage effronté
+ Les fleurs de mon printemps ne soyent violé.
+ C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle!
+ Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle
+ Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va,
+ Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina,
+ Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nuës,
+ Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornuës:
+ Recevez doncq ces vers, ces vers qu'à ton honneur
+ Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur.
+ De vostre Seigneurie le tres-affectionné
+ I. V. V.
+
+
+
+
+KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE:
+
+
+Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den
+berg Horeb of Sinaï, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels
+uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en
+verlosser over het Huis van Israël. Mozes ontschuldigt zich om zijne
+onbekwame tong, dies verzelt hem[22] de Heer met zijnen broeder, den
+schoontaligen en priesterlijken Aäron. Deze twee gebroeders, als
+gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan
+den koning Farao, met bevesting[23] van het eerste wonderteeken, hun
+slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het
+ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als
+door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebreën meerder als voor
+henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van
+zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten[24]. Doch
+de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot
+grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger,
+ruiters, paarden en wagenen, de Israëlieten achterhaalt aan het Roode
+meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het
+geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel
+eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een
+spiegel voor oogen stelt. De Israëlieten verlost loven (over hun
+triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen.
+Luistert toe, enz.
+
+
+
+BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL.
+
+ GOD DE HEERE
+
+ MOZES, AARON, KORACH, } De Oudsten der Hebreën.
+ JOZUA en KALEB }
+
+ FARAO, de Koning.
+
+ TIFUS, } Droom-bedieders en Toovenaars.
+ SERAX, }
+
+ ALBINUS, Veld-hoofdman met zijn Heir-leger.
+
+ De Rei der Egyptenaren.
+
+ De Rei der Israëlieten.
+
+ FAMA, of 't vliegende Gerucht.
+
+ KOOR, de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel.
+
+
+
+
+EERSTE DEEL.
+
+
+ MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt:
+
+ Weidt hier, mijn beestiaal[25]! weidt hier, mijn tierig vee!
+ Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee!
+ Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig,
+ 't Lacht hier doch altemaal, zoetrokig[26] en couleurig,
+ Nu wauwelt[27] zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt[28],
+ Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt:
+ Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder,
+ Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder,
+ De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd)
+ Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen[29], zwermt;
+ Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken,
+ Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken;
+ Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld,
+ Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt.
+ Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten!
+ Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten;
+ Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon,
+ Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon!
+ Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken,
+ Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken,
+ Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd[30],
+ Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt[31],
+ Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten,
+ Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten,
+ Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof,
+ Als al de lekkernij van 't koninklijke hof:
+ Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten[32],
+ 't Is wederom vermengd met zorgen en onrusten,
+ Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed,
+ En morgen toegerust met wapens dol en wreed,
+ Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen,
+ En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen[33],
+ Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard,
+ 't Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard.
+ Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen,
+ Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen.
+ Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad
+ Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat.
+ Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden,
+ En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen:
+ Abel en Abraham, Izak en Jakob mild[34]
+ Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild;
+ Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker,
+ Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker;
+ Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen,
+ Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen,
+ Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren,
+ Doch meer dwingt mij de nood als[35] hertelijk begeeren.
+ 't Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl[36]
+ Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl:
+ Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven,
+ En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven!
+ Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst,
+ Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst
+ Beteekent[37] t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd,
+ Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd:
+ Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt,
+ De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed;
+ De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen,
+ De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen,
+ Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla,
+ En elk Inwoonder hoort den Scepter even na,
+ D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden,
+ Zoo hoort 't Rijk op[38] te staan, om iegelijk te voeden:
+ Maar Israël, helaas! gaat op een dorre heid',
+ Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt,
+ D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren,
+ Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren:
+ De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,[39]
+ Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust:
+ Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel,
+ Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel,
+ De Israëlieten drukt: zijn wedersnijdig[40] staal
+ Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal,
+ En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel,
+ Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel.
+ Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf!
+ Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf:
+ En of zij schoon[41] met graan al Memfis' zolders vullen
+ Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen.
+ Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept!
+ Gij graaft om elke stad een grondelooze diept,
+ Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen
+ Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen,
+ En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg,
+ En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg,
+ Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert[42],
+ En 't manenzilver[43] met zijn gulden trots verduistert,
+ Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal,
+ En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al:
+ Noch razet[44] den tiran, Egypten leît[45] ten woesten,
+ En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten.
+ Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot
+ Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot
+ Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten
+ Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten
+ In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht
+ Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht,
+ Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide,
+ Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide,
+ Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman
+ Vervloekte ploeg, en zein[46], dorschvlegel, eg en wan,
+ Toen 't heele Ceresgild[47] schier niet dan stroo en stoppel
+ In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel:
+ Toen loech[48] elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld,
+ Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld,
+ Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen
+ Op iegelijken[49] wierp, en niemand heeft onttogen
+ De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein,
+ Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein[50].
+ O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren[51]
+ De wolven, die nu 't schaap van Israël verscheuren;
+ Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond,
+ Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond:
+ Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven,
+ En langen tijd met hun vóór onzen tijd begraven!
+ Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert.
+ Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd,
+ Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig
+ Beklijft, als[52] 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig,
+ Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen,
+ Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen:
+ Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije
+ t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije?
+ O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook
+ Van onz' altaren, als een liefelijken rook,
+ Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen
+ Zal u den wierook van ons heilige offeranden
+ Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds,
+ Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds,
+ Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen,
+ Die overheeren zal den trots van u vijanden;
+ Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht
+ De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht:
+ Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden,
+ Wascht ons weer in de borne[53] en vloed uwer genaden!
+ Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart,
+ Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart:
+ Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen,
+ Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen:
+ Wij zijn Dijn handen werk.....
+
+
+(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.)
+
+ MOZES.
+
+ Aanschouwt dat heerlijk licht!
+ Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht!
+ 't Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken[54] en te gloeyen,
+ Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen.
+ Ik wil mij derwaarts spoên.
+
+ GOD.
+
+ Zacht, Mozes! Mozes, beidt!
+
+ MOZES.
+
+ Hier ben ik.
+
+ GOD.
+
+ 't Is hier van mijn tegenwoordigheid
+ Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten,
+ Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten.
+ 't Bosch, dat hier branden schijnt[55], en niet en wordt verteerd,
+ Daarmede is Israël naakt af gefigureerd:
+ 't Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk
+ De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk,
+ En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud,
+ Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt,
+ Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen
+ Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen.
+ Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt,
+ Waarvoren zich[56].
+
+ MOZES.
+
+ Amy! waar zal ik vliên, in klippen of in kuilen?
+
+ GOD.
+
+ Ik was, Ik ben, Ik blijf.
+
+ MOZES.
+
+ Waar zal ik mij verschuilen?
+
+ GOD.
+
+ Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank,
+ En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank[57],
+ Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde,
+ Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde
+ Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk
+ Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk:
+ De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen,
+ Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen;
+ Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee
+ En groot heerleger met mijn vleugelen bespreê[58],
+ Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen,
+ Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open,
+ Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord,
+ Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord!
+ Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden,
+ Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden,
+ Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt
+ Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt!
+ Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig[59],
+ Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig;
+ In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan
+ Heur hoornen spieglen in de glazige[60] Jordaan;
+ Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven
+ Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven,
+ Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots,
+ Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods;
+ Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen,
+ En zag op 't altaar-plat alreê ten hemel stralen,
+ (Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed)
+ 't Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed;
+ Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente,
+ Alreê begraven had zijn vleesch en zijn gebeente;
+ Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht[61],
+ En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht;
+ Daar zijnen zoon Izak en Jakob, beî te gader,
+ Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader;
+ In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd
+ Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd.
+ Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen;
+ De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen.
+
+ MOZES.
+
+ Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak.
+
+ GOD.
+
+ Hij maakt u machtig, die[62] nooit sterkheid en ontbrak;
+ En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig,
+ Doet mij op dezen berg een offerande heilig
+ Van liefelijken reuk.
+
+ MOZES.
+
+ O God gebenedijd!
+ Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt
+ Die mij gezonden hebt?
+
+ GOD.
+
+ Jehova, God almachtig,
+ Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig:
+ Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt
+ Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet:
+ Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt
+ Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld;
+ Ik ben de Heere zelf.
+
+ MOZES.
+
+ De vonk van hun geloof
+ Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof.
+
+ GOD.
+
+ Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder;
+ Wat hebt gij in uw hand?
+
+ MOZES.
+
+ Een staf.
+
+ GOD.
+
+ Wel, werpt hem neder.
+
+ MOZES.
+
+ Wat kronkelt hier alreê? hier wemelt, krolt[63] en drilt
+ Een slange, die mij in de hielen bijten wilt[64]:
+ O Heere, staat mij bij!
+
+ GOD.
+
+ Wel, grijpt den krommen worme.
+
+ MOZES.
+
+ Dit 's mijnen zelfden staf, weêr in zijn eerste vorme:
+ O, Heere wonderbaar!
+
+ GOD.
+
+ Opdat u niets ontbreekt,
+ Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt,
+ En trekt ze weder uit.
+
+ MOZES.
+
+ Mijn hand is stijf en kromme,
+ Melaatsch, gelijk de sneeuw.
+
+ GOD.
+
+ Wel, drukt nu weder omme
+ Uw ongeloovig hart.
+
+ MOZES.
+
+ Ze is zuiver, rein en klaar.
+
+ GOD.
+
+ Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar,
+ Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert[65],
+ 't Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd.
+
+ MOZES.
+
+ Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam,
+ Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam;
+ Kiest elders een gezant.
+
+ GOD.
+
+ Zal mij dan iets ontbreken?
+ Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken,
+ Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt[66],
+ En al wat in 't begrijp[67] van nat of drooge krielt,
+ 't Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret,
+ En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret,
+ 't Viervoetig veldsch[68] gediert', 't geboomte, dat gekromd
+ Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt:
+ Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore
+ Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore?
+ Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald,
+ Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt;
+ Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig?
+ Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig;
+ En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet
+ Om uw hardnekkigheid;--wat dunkt u, kan ik niet
+ Gebruiken nevens u, voor Israël en Faron,
+ De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron?
+
+ MOZES.
+
+ Of[69] Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot?
+
+ GOD.
+
+ Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God
+ Zijt gij van mij gezalfd.
+
+ MOZES.
+
+ En blijft hij onbewogen?
+
+ GOD.
+
+ Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen;
+ Mijn pijlen hangen reê gescherpt in mijnen tros[70],
+ En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los.
+
+ MOZES.
+
+ En of mijn haters mij nog in Egypte vonden?
+
+ GOD.
+ De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden:
+ Dus spoedt u.
+
+ MOZES.
+
+ Op uw woord zal ik mij henenspoên,
+ Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen,
+ Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen,
+ Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen,
+ Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd[71]:
+ Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd?
+
+
+ KORACH, JOZUA, EN KALEB.
+
+ KORACH.
+
+ Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen?
+ Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen?
+ Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud,
+ Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd?
+ Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen
+ Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen?
+ Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild
+ Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt[72]?
+ Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig?
+ Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig?
+ O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond
+ En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond
+ Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken:
+ Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken?
+ Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen,
+ Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen,
+ Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk,
+ Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk,
+ Afgodisch aangebeèn, noch zichtbaar beeldtenis;
+ In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis
+ Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen.
+ Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen;
+ Wij hebben[73] nimmermeer voor Isis onbezield,
+ De Egypter afgodin, devotelijk geknield;
+ Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid
+ Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid.
+ Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos,
+ Gij kent onz' zwakheid teêr, en onz' nature broos,
+ Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen,
+ Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen;
+ Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt,
+ Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'.
+ Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit[74],
+ Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid[74],
+ Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet,
+ Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet!
+ Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen
+ Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen,
+ Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit,
+ Die van den witten[75] dag den draaiboom open sluit,
+ Met dat zij hare vlucht[76] gaat in den wagen spannen,
+ Zoo spant terstond in 't juk de Israëlietsche mannen
+ De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep[77],
+ Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep,
+ Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten,
+ Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten.
+ Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid,
+ Ons wordt naauw spijze en drank om[78] leven bij geleid.
+ Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten,
+ Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten:
+ Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt[79],
+ En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd:
+ Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig,
+ Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig,
+ Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog,
+ Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat[81] oog!
+ 't Is onbestendig al: het planten en het zaayen
+ Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen,
+ Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om,
+ Nu scheert men weêr de vrucht met eene zeisen krom,
+ Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig,
+ Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig[82],
+ Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs,
+ De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs;
+ Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij neêr in 't Westen,
+ Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten,
+ De mane die heur[83] nu in volle rondte stelt,
+ En weder heuren glans en zilverschijn versmelt;
+ Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen,
+ Met de elementen steeds veranderen en keeren:
+ Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool,
+ Die staâg uit een klimaat blijft pinken[84] als een kool.
+ Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme
+ Door wispelturigheid?
+
+ JOZUA.
+
+ Neen, God, als een kolomme
+ En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond.
+
+ KORACH.
+
+ Is hij 't niet die hem[83] aan onz' vaderen verbond?
+
+ JOZUA.
+
+ Door onz' misdaden is dit zegel weêr gebroken.
+
+ KORACH.
+
+ Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken,
+ Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid,
+ Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegezeîd,
+ Noch geen Egypteland, maar Kanaän vruchtbarig,
+ Noch geen gehoornden[85] Nijl, maar een Jordane barig[86].
+
+ KALEB.
+
+ Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld.
+
+ KORACH.
+
+ En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld?
+
+ KALEB.
+
+ Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen.
+
+ KORACH.
+
+ Wat heugenis[87] is 't ons, als onze tijd gaat springen[88]?
+
+ KALEB.
+
+ Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft.
+
+ KORACH.
+
+ Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft?
+
+ JOZUA.
+
+ God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden.
+
+ KORACH.
+
+ Waaruit bewijst gij dat?
+
+ JOZUA.
+
+ God bindt hem[83] aan geen kwaden.
+
+ KORACH.
+
+ Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard?
+
+ JOZUA.
+
+ 't Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart,
+ In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden,
+ In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden:
+ Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult
+ Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld:
+ Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen,
+ De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen
+ Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt,
+ Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt,
+ Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren,
+ Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren.
+
+ KORACH.
+
+ Wat staat ons dan te doen?
+
+ JOZUA.
+
+ Tot boete zijn bereid
+ Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid,
+ Misschien (wij mogen[89] toch zijn wijsheid niet begrijpen),
+ Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen
+ De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd;
+ God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft
+ Weet hij te voren wel.
+
+ KORACH.
+
+ Behoudens uw propoosten[90],
+ Beproeving, schijnt[91] nochtans, den mensche leidt ten boosten.
+
+ JOZUA.
+
+ O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd[92],
+ Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd;
+ Dat hij ons van hem[93] werpt geschiedt maar uit ontfermen;
+ Om vaderlijken[94] ons te omhelzen met zijn armen:
+ Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch
+ Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch.
+
+ KORACH.
+
+ En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze?
+
+ JOZUA.
+
+ De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze
+ Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis
+ Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is:
+ De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven
+ Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven,
+ En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot,
+ Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God:
+ Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig,
+ Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig;
+ Gelijk ons teêre lijf, ellendig, naakt en bloot,
+ 't Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood;
+ Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen,
+ Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden,
+ Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft,
+ En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft:
+ En of ons lichaam schoon[95] in allerlei wellusten
+ En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten
+ Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth?
+ Wat baatten[96] ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot
+ En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven?
+ 't Wordt hier toch al op 't lest geëindigd met een sterven:
+ Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt,
+ Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt
+ Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten,
+ Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten
+ Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest
+ Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest.
+
+ KORACH.
+
+ Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig,
+
+ KALEB.
+
+ God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig.
+
+ KORACH.
+
+ Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis.
+
+ JOZUA.
+
+ Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis.
+
+ KORACH.
+
+ Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen?
+
+ JOZUA.
+
+ Hij heeft een geesel nog, waarmeê hij na der zielen[97]
+ Den mensche harder straft, een onverganklijk wee;
+ Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne scheê.
+ Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren
+ Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren;
+ Dus laat ons deze roê, waarmede hij ons driegt[98],
+ Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt:
+ Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen,
+ Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen,
+ Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand[99]
+ Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand,
+ Zij bleven onbeweegd[100], al zagen zij voor oogen
+ Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen,
+ Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg,
+ En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg;
+ Toen heeft God opgesteld[101] zijn groote waterspuyen[101],
+ En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen,
+ De meeren liepen t' zaâm, met alle stroomen droef,
+ Tot eindelijk een zee den aardenkloot[102] begroef.
+
+ KALEB.
+
+ Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten
+ Van die van Gomorra en stoute Sodomieten,
+ Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook,
+ Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook.
+
+ JOZUA.
+
+ Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken
+ Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken[103]:
+ Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur[104]
+ D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur.
+
+ KORACH.
+
+ 't Is al vergeefs gehoopt.
+
+ JOZUA.
+
+ Vertwijfelt niet in hopen.
+
+ KORACH.
+
+ Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open.
+
+ KALEB.
+
+ Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort,
+ Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort:
+ Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen
+ Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden
+ Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam
+ Tot eenig instrument den ouden Abraham,
+ Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken,
+ Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken:
+ Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan,
+ Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan,
+ Zijn vijanden aangreep, die alreê met versagen
+ De grootste kapitein had in de vlucht geslagen;
+ Wie niet ontvlieden mocht[105], viel in zijn eigen zwaard.
+ Aldus verloste d' een' den andren broeder waard,
+ Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel;
+ Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel.
+
+ KORACH.
+
+ Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar.
+
+ JOZUA.
+
+ Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar;
+ De Heere Zebaoth mocht[105] wel Loths kommer stelpen,
+ Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen.
+
+ KORACH.
+
+ Waarom en deed hij 't niet?
+
+ JOZUA.
+
+ Maar[106], vraagt gij den waarom?
+ Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om:
+ Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren,
+ Heeft haren tijd bestemd[107], haar dagen en haar uren:
+ Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait,
+ Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait:
+ God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen,
+ Den akker van ons hart komt door Farao ploegen,
+ Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel,
+ Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden eêl;
+ Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker,
+ En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker;
+ Als nu de troebel zon van boven uit de locht
+ Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht
+ Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen,
+ Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen,
+ Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost,
+ Gelijk de landman, die op hope van den oogst
+ Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten:
+ Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten
+
+ KORACH.
+
+ Gij keeret[108] al in 't best.
+
+ JOZUA.
+
+ Geeft gij ons geen geloof,
+ Zoo proevet[108] bij u zelv', en achtet geenen roof
+ Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven,
+ Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven:
+ Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd,
+ Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt[109].
+
+ KORACH.
+
+ Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten
+ Ons te verdelgen heel.
+
+ KALEB.
+
+ Gelijk als aan een keten
+ De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert
+ Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd
+ 't Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen
+ Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen;
+ Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt,
+ Die door veel middelen voorzieniglijken werkt:
+ Den prins van Sinear, den[110] Nemrot, dacht tirannig
+ Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig
+ Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert
+ Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'[111],
+ En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer[112]
+ Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer;
+ Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek.
+ God leidt de koningen gelijk een waterbeek:
+ Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken[113],
+ Hij heerschet[114] t' zamen door zijn wijselijk beschikken
+ God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt,
+ 't Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt!
+ Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken,
+ En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken
+ Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal
+ Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal
+ Des Goddelijken wils niet even op en wegen.
+
+ KORACH.
+
+ Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen.
+
+ KALEB.
+
+ Waarom?
+
+ KORACH.
+
+ Het goddeloos bestuur van een tiran
+ (Na uitwijs van uw reên), daar is God oorzaak van.
+
+ KALEB.
+
+ Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen,
+ Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen[115].
+ Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet,
+ Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt:
+ 't Leed daar ons Farao met[116] pijnigt ongerichtig
+ (Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig),
+ Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed[117]
+ Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet,
+ Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig,
+ Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig[118].
+
+ KORACH.
+
+ Gij zegt nochtans--
+
+
+ MOZES en AARON.
+
+ MOZES.
+
+ Ontluikt, gelijk een lustdal schoon,
+ Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon;
+
+ AARON.
+
+ Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten
+ De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten,
+ Gij die verlaten scheent.
+
+ KORACH.
+
+ Wie of met vrolijkheid
+ Ons ongewoon begroet?
+
+ KALEB.
+
+ 't Zijn Amrans zonen beid'.
+
+ JOZUA.
+
+ o Broeders, wellekom!
+
+ MOZES.
+
+ Uw voorhoofd wilt vervrooyen[119].
+
+ KORACH.
+
+ Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen?
+
+ MOZES.
+
+ Verheft uw droef gelaat, o Israël! en steekt
+ Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt,
+ De Heer die is met u, die alle uw ellenden
+ En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden:
+ De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf,
+ Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf,
+ Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid.
+
+ KORACH.
+
+ Ik denk 't is eenen droom.
+
+ MOZES.
+
+ Neen, broeders! in der waarheid;
+ Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd'
+ Met deez' gedoornde mik[120], mijn herderlijke stut[121],
+ Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig[122] vuur omranden,
+ 't Welk heel verteeren[123] scheen en t' zamen te verbranden:
+ Maar even vrolijk loech[124] blaên, bloemen, kruid en loof:
+ Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof,
+ De donder van een stem, o wonderlijk spektakel!
+ Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel,
+ Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt,
+ Daarmede is Israël naar 't leven afgebeeld,
+ Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken;
+ Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken[125].
+ Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut[126],
+ Driemalen heeft de berg zich bevende verschud:
+ En als ik niet en wist waar henen te vervluchten,
+ Met een borstkloppig[127] hart, en met een zwaar verzuchten,
+ En schier van vreeze lag begraven in het gras,
+ Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was:
+ De God JEHOVA zelf, de God van onzen vader,
+ De Schepper van het al, alleen des levens ader,
+ De Herder Israëls, die in 't beloofde land
+ Ons nu vervoeren wil uit Faraonis[128] hand,
+ Uit al onz' slavernij.
+
+ KORACH.
+
+ En deed hij u geen teeken
+ Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken,
+ Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd[129]
+ Die onder Farao dus lange zijn gekruist[130]?
+
+ MOZES.
+
+ Ja, haddy[131] 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange
+ Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange,
+ Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn,
+ En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn
+ Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen;
+ Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen,
+ Azurig luisterde[132] haar vel, en in mijn oog
+ Geleek[133] de slang die onz' voorouderen bedroog
+ In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde[134],
+ De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde[134]:
+ Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet[135],
+ Was 't weêr dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet:
+ 't En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen
+ Mijn hand met lazerij, en heeft ze weêr genezen,
+ En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein
+ Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein:
+ Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig,
+ U en Farao maar een sterk geloove krachtig
+ En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed[136],
+ Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet,
+ Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning,
+ Te spreken nevens mij voor Farao, den koning,
+ En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd
+ Van zijn verkoren volk.
+
+ KALEB.
+
+ De Heere zij geloofd,
+ Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen,
+ En in 't beloofde land bedelven[137] eens onze asschen
+ In ons voorvaders graf.
+
+ JOZUA.
+
+ Den Heer zij lof en prijs!
+
+ KORACH.
+
+ Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs,
+ De wreede Farao zal ons niet meer verheeren,
+ De stamme Juda nu aanvanget te regeeren:
+ Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat!
+ Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad,
+ Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger,
+ Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger
+ In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt,
+ Daar ik in mijnen slaap zoo dik[138] van heb gedroomd:
+ Ach, lang gewenschte vreugd!
+
+ KALEB.
+
+ Ach, heugelijke tijding!
+ Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding.
+
+ JOZUA.
+
+ En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd,
+ Als gij dit hooren zult.
+
+ KORACH.
+
+ Hoe zal dan met geneugt
+ De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken,
+ Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken.
+
+ MOZES.
+
+ Gaat, boodschapt den Hebreên hun uitkomst; want in 't hof
+ Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof.
+
+ KORACH.
+
+ En zoo hij 't u ontzegt?
+
+ AARON.
+
+ 't En mag hem geenszins baten:
+ Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten.
+ (_Binnen_.)
+
+
+
+ _KOOR._
+
+ Als de zee vast ongestuimig
+ Stormt, en werpt haar baren schuimig
+ Naar den hemel al verbaasd,
+ Als de schipper hoort de buyen
+ Van den Noord-wind 't strand doorluyen,
+ Is de stilte eerst allernaast.
+
+ Zoo ook God, wanneer hij droeve
+ Stelt in 't hardste van zijn proeve
+ 't Mensch'lijk schepsel t' eenemaal,
+ Is zijn gunste zoo veel nader,
+ En, gelijk een goedig Vader,
+ Zoo verzacht hij al hun kwaal.
+
+ Na zijn toornigheid ontsteken[139],
+ Zal hij weêr zijn pijlen breken,
+ En na zijn kastijding schier[140],
+ Na zijn straffinge weldadig
+ Werpt hij wederom genadig
+ Al zijn roeden in het vier.
+
+ Want in droefheid en ellenden
+ Zal de mensch tot God zich wenden:
+ Maar in weelde en voorspoed zat
+ Zal hij wederom vergeten
+ 's Heeren goedheid ongemeten,
+ Wijkende van zijnen pad.
+
+ Dat ons God dan proeft ten lesten,
+ Dienet al tot onzen besten,
+ Of men 't schoon zoo niet begrijpt:
+ Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen,
+ Och! men moet hem wel besnoeyen,
+ Eer zijn gulden vruchte rijpt.
+
+ Na een bitter sause scheele[141],
+ Zal de honig onze keele
+ Smaken zoeter en belust,
+ En na 't lang gedurig slaven
+ Ligt de moede zacht begraven
+ In den schoot van stille rust.
+
+ Die den[142] Hemel meest beminnet,
+ Dien hij allerliefst bezinnet,
+ Meest van droefheid werd bespoeld[143]:
+ 't Moedig paard, dat in den stalle
+ Is uitmuntig boven alle,
+ Meest zijns heeren sporen voelt.
+
+ Is 't dan vreemd, dat God de Joden,
+ In de tranen van veel nooden,
+ Heeft gewasschen rein en klaar:
+ Nu de tijd ook is verschenen,
+ Keert in blijdschap al hun weenen,
+ Nu is hunnen trooster daar.
+
+ Want God voor veel jaren Mozen[144],
+ Amrams zone, heeft verkozen
+ Tot een trooster Israëls:
+ Ziet eens, hoe hij hem omermde,
+ Hem omhelsde en beschermde,
+ Voor Farao's gramschap hels[145].
+
+ Toen de afgunstigheid de zonen
+ Jakobs, zonder te verschoonen,
+ Zwaard en water overgaf;
+ Toen het moederlijke herte
+ Jochebeds zag, met veel smerte,
+ Mozes wieg aan voor zijn graf;
+
+ Toen de moeder heurs zoons leven
+ Moest de baren overgeven,
+ Als zij had heur kind gekust;
+ Toen de moederlijke zorgen
+ Lagen, met heur kind, geborgen
+ In het kistjen ongerust.
+
+ Toen zij moest heur zelf verliezen,
+ Van twee kwaden 't beste kiezen,
+ Met een droef adieu, te noô[146],
+ Riep: "ik hope in deze golven
+ Meer meêdoogen is gedolven
+ Als in 's konings herte snoô!"
+
+ God, hoe langs hoe goedertierder,
+ Van dit scheepken was de Stierder
+ Zelf, met eenen Wester wind,
+ Die het blies hoe langs hoe lochter[147],
+ In den schoot van 's konings dochter,
+ Voor een Engel en geen kind.
+
+ 't Kind, dat zag men weder dorsten
+ Naar zijn eigen moeders borsten,
+ 't Wies in alle schoonheid op;
+ In zijn voorhoofd stond geletterd,
+ Hoe 't den Farao verpletterd
+ Nog vertreden zou den kop.
+
+ 't Groeide op in manlijkheden[148],
+ En, van harte heel besneden
+ Voor des hofs wellusten, hij
+ Koos in ballingschap te zwermen,
+ En den Hebree te beschermen
+ In zijn droeve slavernij.
+
+ Als hij hierom moest vervluchten,
+ En in Midians gehuchten,
+ Weiden 't herderlijke vee:
+ Als de tijd nu was voor handen,
+ Dat de Heer zijn offeranden
+ Eischen zou van den Hebree;
+
+ Zoo verschijnt hem van den Hemel,
+ Bij Sinaï, 't lichtgeschemel[149]
+ Van des Heeren heerlijkheid;
+ God laat hem zijn stemme hooren,
+ Op dat hij zijn uitverkoren
+ In het land Kanaan leidt.
+
+ Op dat zij daar, zonder smetten,
+ Onderhouden zijne wetten,
+ En hem lieflijk met wyrook
+ Eenen zoeten reuk toebrengen,
+ En met bokkenbloed besprengen
+ Zijn altaren met gesmook[150];
+
+ Op dat dankbaar, onverholen
+ (Wijder als tusschen de polen,
+ 't Hemellicht den nacht beschaamt)
+ Al zijn groote wonderdaden,
+ En zijn goedheid vol genaden
+ Over al mocht zijn befaamd.
+
+ Dat de mensche[151] steeds mocht haken,
+ Om hier boven te geraken
+ Daar 't hem alles looft en prijst.--
+ Acht het aardsch dan veel geringer
+ Dan het Hemelsch, daar de vinger
+ Van zijn zoete wet op wijst.
+
+
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+
+ FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders
+ en toovenaars,
+
+ FARAO.
+
+ De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?)
+ Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen,
+ Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft
+ De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft,
+ De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt[152],
+ En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt.
+ Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal
+ 's Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.[153]
+ De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken[154]
+ In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken
+ Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit
+ Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid
+ Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten,
+ Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten;
+ Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom,
+ Zijn zorgen werden ijl[155] verkeerd in eenen droom.
+ Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen
+ Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen,
+ In volle wapening en rusting t' eenemaal,
+ Gelijk wanneer de Moor ontziet[156] mijn bloedig staal.
+ De hemel was gevaagd[157] blaauw, helder, en azurig,
+ En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig,
+ Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch;
+ Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch,
+ De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden[158]
+ Voor 't windelooze weêr een zeil uitspannen wilden,
+ 't Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor,
+ En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor,
+ Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen,
+ Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen[159],
+ De sture Boreas begon fluks uit de zee
+ 't Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree,
+ De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken,
+ En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken;
+ Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag,
+ Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag,
+ Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch[160] geflikker
+ Jupijn van boven wierp, met eiselijk[161] geklikker,
+ De donder dreunde met een dommelig geklak,
+ Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak,
+ Die met zijn gaffel[162] scheen den hemel te beklemmen,
+ En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen;
+ De Tritons trompten[163] op hun groote waterschulp,
+ Dat ieder Palinuur[164] de Goden riep om hulp,
+ De schepen stegen op genade naar de polen
+ En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen.
+ De paarden zagen nu ook d' onweêrs stormen leep[165],
+ De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep,
+ Zij vlogen even dol een langdurige wijle,
+ Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle;
+ Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom
+ Schoof op vier raders de beslagen disselboom;
+ Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte,
+ Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte:
+ Wat 's konings koetser[167] of luide riep,
+ De redelooze vlucht al even zwijmig liep,
+ Nu bin[168] nu buiten spoor, al zonder weg te peilen[169];
+ Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen.
+ Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet
+ Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet
+ Weêrhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen
+ Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen:
+ Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog,
+ Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog,
+ Tot door het storm geblaas een krokodille strandden[170],
+ De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen,
+ Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf
+ Kubieten[171], oversterk gewapend op het lijf
+ Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen,
+ Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen,
+ Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam
+ Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam,
+ Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden[172] vervolgen,
+ De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen,
+ Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel,
+ Tot dat een holligheid den wagen wederhiel,
+ Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten,
+ En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte,
+ Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht,
+ Met mij stak op het strand de beenen in de locht!
+ Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden,
+ Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden.
+ De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt,
+ En met zijn Iden[173] als een schaduwe vervliegt);
+ Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten,
+ Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten,
+ En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook
+ Is voor mijn slaaps gezicht verswenen[174] als de rook:
+ De pyramiden van de koninklijke graven
+ Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven
+ 't Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf!
+ Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf;
+ De grootste zerken van de tomben zijn gereten,
+ En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten,
+ Isidis[175] heilig beeld, tot voorspel van ons leed,
+ Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet[176],
+ Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen!
+ Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander[177] volgen:
+ Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart.
+
+ TIFUS.
+
+ De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard.
+
+ SERAX.
+
+ De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen.
+
+ FARAO.
+
+ Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen?
+
+ TIFUS.
+
+ Gansch niet[178], grootmogend vorst!
+
+ FARAO.
+
+ Nochtans de droom bediedt
+ En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt.
+
+ TIFUS.
+
+ Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden,
+ En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden;
+ Ten anderen profeetsch voorloopers, diens[179] gebaar
+ De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar;
+ Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen,
+ Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen:
+ Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis,
+ Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is,
+ Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen.
+
+ SERAX.
+
+ Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen,
+ Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd,
+ En acht[180] wij werden[181] van de Goden dus gedreigd,
+ Omdat wij zuimig[182] zijn, en werden[181] langs[183] hoe sloffer
+ In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer,
+ Om de andre Goden straf t' ontslaan[184] en maken kwijt
+ Op den altaren, die den priesters toegewijd,
+ Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken,
+ Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken,
+ Opdat de Hemel (die ons dreigen[185] schijnt met wee)
+ Zijn staal mog wederom bekleeden metter scheê,
+ En de offeranden als een zoeten reuk ontvange,
+ Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen
+ Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning weêr[186]
+ Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer
+ Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren[187],
+ Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren;
+ Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht
+ Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht[188]
+ Werd op den ouden voet--
+
+
+ MOZES en AARON tot FARAO.
+
+ MOZES.
+
+ Groot koning van de stranden
+ Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen
+ Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft,
+ Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd,
+ Heeft ons gezonden hier.
+
+ FARAO.
+
+ Wiens scepter of wiens kroon is
+ Ontzienelijker[189] als den rijksstaf Faraonis?
+
+ MOZES.
+
+ 't Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth.
+
+ FARAO.
+
+ Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God?
+ Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten?
+
+ AARON.
+
+ Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten,
+ Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout[190] pilaart.
+
+ FARAO.
+
+ Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard.
+
+ AARON.
+
+ Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen.
+
+ FARAO.
+
+ Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen.
+
+ AARON.
+
+ Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht.
+
+ FARAO.
+
+ De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht.
+
+ AARON.
+
+ Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten.
+
+ FARAO.
+
+ Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen:
+ Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert!
+
+ AARON.
+
+ De God van Abraham op Farao begeert,
+ Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten
+ Egypti[191] trekken laat de slaafsche Israëlieten,
+ Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij
+ Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij;
+ Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;--
+ Dus oorlooft[192] nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken.
+
+ FARAO.
+
+ Genade, o Jupiter[193]! Wie zijt gij die zoo licht
+ Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht?
+ Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel
+ Saturni[194], dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel:
+ Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij,
+ Dwingvolk[195], kroondrager van de grootste heerschappij!
+ Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven,
+ Gij hebt uw eigen roê mij in de hand gegeven:
+ Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt,
+ Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt,
+ Het lastig juk verzwaard, de hals hem òverwogen,[196]
+ En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen,
+ De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort;
+ Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt,
+ En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden,
+ Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden:
+ 't Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont,
+ Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont';
+ De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten,
+ Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten;
+ Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt,
+ Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld,
+ Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen
+ Te noô laat zijnen heer weêr op den zadel klemmen[197],
+ Het steigert en het briescht, van weelden ongezond;
+ Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond,
+ 't Is best, dat men u weêr deez' ziekte doet uitzweeten,
+ En voor een vette sop[198] geeft slagen voor uw eten:
+ Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft,
+ Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft[199].
+
+ AARON.
+
+ Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken[200],
+ Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken;
+ Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd,
+ Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert,
+ Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken
+ Niet eene pluim[201] en weegt, gelooft ons bij dit teeken,
+ En looft Israëls God, die u 't geloof versterkt,
+ En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt:
+ Geloofdy[202] 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren,
+ Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren,
+ De visch versterven zal in der rivieren stank,
+ Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk.
+
+ SERAX.
+
+ En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave[203],
+ Om dat hij in een slang verandert uwen stave?
+ Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche[204], loopt,
+ En uwe kramerij al elders duur verkoopt,
+ Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen!
+
+ TIFUS.
+
+ Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen?
+ Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost?
+ Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst[205]:
+ En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig,
+ Wij zullen 't water ook couleuren[206] gelijkvormig.
+
+ AARON.
+
+ Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt,
+ Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt,
+ Uw goochelkunst en is maar forma en figure,
+ En 't mijne lijfelijk verandert van nature:
+ Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis
+ Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is:
+ Schort[207] dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren,
+ Die weder dezen staf maakt als hij was te voren.
+
+ FARAO.
+
+ Waar toe dit lang sermoen? preêkt elders al uw best,
+ En Faraonis eer niet door eens anders kwetst:
+ Gaat, boodschapt den Hebreên: mijn hand is veel geringer
+ Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger.
+ Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht,
+ Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht:
+ Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden,
+ En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden
+ Tot eenen offerand. De koning is verleid,
+ Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid
+ Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren[208],
+ Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren,
+ En stellen 't rijk in roer[209], en roepen: "tza, wel aan!
+ Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan,
+ Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten?
+ Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"[210].
+
+ MOZES.
+
+ Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra
+ Volgt u alreê, gelijk de schaduw 't lichaam, na,
+ Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen,
+ Afgrijselijk men ziet de slinksche[211] bliksems treffen:
+ Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt!
+ Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt,
+ T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen
+ Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen
+ Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred
+ Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet
+ Haalt fluks de zeilen in! gij moogt[212] hem niet ontslippen:
+ Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen
+ Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt,
+ In 't allerhelschte[213] diep, in 't donkerste gekuilt,
+ Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken,
+ Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken[214],
+ Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd[215]
+ Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd
+ Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen[216]
+ En na het lichaam u zal treden op de hielen
+ Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf,
+ Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf
+ Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning
+ Uw troetelende[217] macht, die steeds den hoogsten Koning
+ Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid
+ Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit
+ Met een vermomd gelaat.
+
+ FARAO.
+
+ Waar toe dees lange rollen?
+
+ SERAX.
+
+ Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen[218].
+
+ TIFUS.
+
+ Wat werpt ons Pluto[219] op?
+
+ AARON.
+
+ Volgt tijdelijk den raad
+ Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat
+ Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade
+ De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade!
+
+ FARAO.
+
+ Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt,
+ En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!--
+ Past[220] fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen,
+ Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen;
+ Hij heeft zijn planten[221] zwaar op 't aardrijk neêr gezet,
+ Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet:
+ Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden:
+ Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden.
+ Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw
+ Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw;
+ De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer,
+ En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer:
+ Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand
+ Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand;
+ Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven
+ Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven:
+ En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd,
+ Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft.
+ (_Binnen_.)
+
+ MOZES.
+
+ Zijn hart is onbeweegd veel grooter[222] dan de rotsen.
+
+ AARON.
+
+ Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen?
+
+ MOZES.
+
+ 't Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop.
+
+ AARON.
+
+ Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop.
+
+ MOZES.
+
+ Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig[223] baffen.
+
+ AARON.
+
+ Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen.
+ _Binnen_.
+
+
+ _KOOR._
+
+ Steenen Farao! wilt zwichten,
+ Want zijn schichten
+ Haalt de Hemel uit den tros[224]:
+ Pyramiden! wacht uw spitsen
+ Voor zijn flitsen:
+ O, daar gaan zijn pijlen los!
+
+ Nylus schreit nu, al bedolven
+ In zijn golven,
+ Om de vis, die in zijn kruik
+ Sterft, om dat de waterbaren
+ Aldus varen
+ Bloedig over zijn parruik[225].
+
+ Vorschen, luizen, wormen krielen,
+ Waar zijn hielen
+ Den Egyptenaar verzet:
+ Heptanomis[226] groot geweste
+ Ook met peste
+ Doodelijken is besmet.
+
+ 't Vluchtig vogeltjen, met ijlen,
+ Van haar pijlen
+ Onverziens werd achterhaald,
+ Dat zijn vleugels aan de sterren
+ Uit ging sperren,
+ In de baren nederdaalt.
+
+ 't Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten,
+ En de geiten
+ Vallen voor den herderstok;
+ Waar de bouwer ploegt al wakker,
+ Ziet hij 't akker-
+ Vee begraven onder 't jok.
+
+ Nu drukt hun de hand des Heeren
+ Weêr met zeeren,
+ Met onreinig puist gedoornt[227],
+ Menschen ende beesten woelen,
+ En bevoelen
+ 's Hemels grimmigheid vertoornd.
+
+ Nu drukt hun den æther vierig,
+ Al wraakgierig,
+ Met zijn kromme bliksems rood;
+ Nu laat hij Egypte vallen
+ Van kristallen
+ Een diluvie[228] in den schoot.
+
+ Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig,
+ Met een ijzig[229]
+ Donders dommelig geklak;
+ Nu jaagt God met hagels ronden,
+ Om hun zonden,
+ Al d' Egypt'naars onder 't dak.
+
+ De Eik en schijnet nu de elzen
+ Niet t' omhelzen,
+ De Aarde, droef en onbesproed[230],
+ Mist haar ranken en haar noppen,
+ Mist haar knoppen,
+ En haar groen geschilderd kleed.
+
+ Nu beschaduwt hij hun banen
+ Met sprinkhanen,
+ Die voorts rooven t' eenegaâr[231]
+ Al de vruchten, die zij zaaiden
+ En afmaaiden,
+ In den schoot van 't ronde jaar.
+
+ Nu houdt Febus[232] zich gescholen
+ In de polen,
+ En vertrekt[233] zijn blonde hoofd;
+ 't Licht van zijnen gulden wagen
+ Hij drie dagen
+ Hunnen horizon berooft.
+
+ Noch blijft deze koning trotse,
+ Als een rotse,
+ Die geen golven en ontziet,
+ Als een klippe die gedurig
+ Klieft azurig
+ 't Schuimsel van Neptunus' spriet.
+
+ Want God in zijn stoutheid kriegel,
+ Tot elks spiegel,
+ Heeft verstokt zijn steenig hart;
+ Niet, om met een welbehagen
+ Hem te jagen
+ In 's doods strikken al verward;
+
+ Maar om straffen zijn voorleden
+ Godd'loosheden,
+ En om Israël bekwaam
+ Stof te geven, om te zingen
+ Zonderlingen
+ De Eer van zijnen heil'gen naam.
+
+
+
+
+DERDE DEEL.
+
+
+ FARAO, de koning.
+
+ Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig;
+ Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem,
+ Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem,
+ Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert,
+ En een beperlden staf, die heerelijker luistert[234],
+ Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt,
+ Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt:
+ 't Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden,
+ Die onze zetels doet verschrikken[235] voor zijn treden,
+ Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch,
+ Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg,
+ Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone;
+ De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone;
+ Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt,
+ En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt[236].
+ Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet
+ Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet,
+ Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit,
+ Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit.
+ Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken?
+ Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken
+ Op mijne globe[237] zie? Wat baat dat ik alleen
+ Maak een triumfe van hoovaardige trofeên?
+ Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren
+ Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren?
+ Of dat de Arabier of Moore martiaal[238]
+ Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal?
+ Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen),
+ Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen?
+ Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en geëerd,
+ Als deze groote Mars nog boven mij regeert?
+ O Delta[239], Delta schoon! die met uw graf pilaren,
+ Met uw Mausolen[240] schijnt de uitbreidselen te nâren[241],
+ Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet
+ Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet:
+ Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen
+ Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen
+ Gij een bosschazië maakt van lansen uitgespeerd[242],
+ Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert?
+ Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven
+ De teekens van uw deugd en vromigheid verheven?
+ Wat baat, of uwen prins met slavernije strang
+ Zoo vele volken drukt? of dat den[243] Ondergang
+ Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten,
+ Of met zijn kroone mij de Middag[244] komt begroeten?
+ Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm,
+ Tot eenen chaos kruipt weêr in zijn ouden vorm.
+ Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel[245]
+ Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel
+ In 't sterfelijk begrijp[246], en laat den Hemel staan,
+ Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan!
+ Geen koning is hier toch, die om de beste kanse
+ Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance:
+ Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop
+ Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop;
+ En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen,
+ Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen:
+ Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt,
+ Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild;
+ En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede,
+ Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede.
+ Of gij al schoon d' Hebreên, die mijne scepter drukt,
+ Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt
+ 't Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen,
+ Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen?
+ Zij raken elders licht in dieper slavernij,
+ Of onder een gebied van strenger heerschappij.
+ Gansch Lybiën is woest, daar Atlas stijgt om hooge.
+ En 't ingezeten volk geneert[247] zich met den boge,
+ En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild,
+ Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt[248].
+ Gaan zij zich bij den Moor of Etiopiër voegen,
+ Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen;
+ Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet,
+ De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet.
+ De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten.
+ Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte[249] Scyten;
+ Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan
+ En zal de Filistijn ook geen Hebreên ontvaân.
+ Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken)
+ Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken,
+ Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt.
+ En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt.
+ Noch daar de Assyriër der koninklijker[250] staten
+ Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten,
+ Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft,
+ Of de ingezeten is der vreemden overhoofd.
+ Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning,
+ Daar ieder burger is, daar ieder is een koning,
+ Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de scheê,
+ Diens bodem is gelijk de diepte van de zee,
+ Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander;
+ Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander,
+ En werden zij dan t' zaâm verdrukt in ongeval,
+ Wat koning is er die hun zake rechten zal?
+ Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen[251],
+ Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen
+ Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid
+ De willige natuur het akkerveld bereidt,
+ Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen,
+ Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen,
+ Die buiten Farao behoeven al ter nood[252]
+ Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot.
+
+
+ MOZES en AARON tot den koning.
+
+ MOZES.
+
+ Monarche Mitzraïms[253] hoe lang zult gij nog konnen
+ De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen?
+ Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat
+ Israël smoken doet het heilig altaarplat
+ Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste!
+ Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste
+ Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch,
+ Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods,
+ Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen
+ Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen
+ Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog
+ Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog
+ Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten,
+ Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten
+ Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout
+ Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt!
+ Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden,
+ Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden
+ Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief,
+ Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief,
+ Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen
+ Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!"
+ Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch[254],
+ Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts
+ Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen;
+ En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen
+ Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed.
+
+ FARAO
+
+ Gij zingt al[255] eenen zang, gelijk de koekoek doet,
+ En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen,
+ Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen,
+ En of mijn Majesteit gedoogde goedertier,
+ Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier
+ Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden
+ Vermaken[256], met het bloed des altaars opgezoden,
+ Zoudt gij mij zweeren dier[257] te keeren al met vliet[258]
+ Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet:
+ Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen?
+ Zegt, werwaarts hij zich strekt.
+
+ AARON.
+
+ Waaruit[259] wij zijn gekomen:
+ Het land van Kanaän, recht over de Jordaan,
+ Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan,
+ Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen
+ Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren.
+
+ FARAO.
+
+ Gij 't land van Kanaän verkrijgen in 't bezit?
+ Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit,
+ Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden?
+ Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden:
+ Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht,
+ Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht,
+ Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen,
+ Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen,
+ Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst,
+ En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst;
+ Daar elk inwoner stout is eenen giges[260] hooge,
+ En gij, sprinkhanen teêr en musschen in hun ooge!
+ Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht,
+ En schildert, op Neptuuns azure golven vocht[261],
+ Dy[262] 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen:
+ Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen
+ Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt
+ Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt:
+ Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen
+ Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen[263]!
+ Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast,
+ Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast:
+ Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken[264],
+ Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken,
+ Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen[265]! vliegt u mat,
+ Om gasten met[266] den vos, die al in schotels plat
+ De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben
+ In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben.
+ Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt,
+ De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt:
+ Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken[267]
+ De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken
+ Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram,
+ En, voor dien scepter eêl, van dijnen geitschen ram
+ De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen,
+ Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen,
+ Dan[268] 't Palestijnsche land.
+
+ MOZES.
+
+ Israël onbezorgd
+ Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt,
+ Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen
+ En baat geen preuts[269] gebergt' van opgeworpen wallen,
+ Noch diepe vesting van een grondelooze zee,
+ Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der scheê,
+ Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren
+ In een slagordening en mochten zich verweeren
+ Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier
+ Om[270] strijden, al omvlecht[271] is met den lauwerier.
+
+ FARAO.
+
+ En of 't land openstond van alle Filistijnen,
+ Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen,
+ 't Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis,
+ Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is;
+ Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om[270] laven,
+ 't Waar pas[272] een kerkhof om u t' zamen te begraven.
+
+ AARON.
+
+ Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee,
+ En heeft gecompasseerd[273] den boord van ieder reê,
+ Die 's hemels vouten[274] schoon te zamen heeft gewrongen,
+ En 't aardsche centrum[275] zwaar houdt allezins gedrongen,
+ Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand
+ Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand
+ Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken
+ Als of het aan de macht des Hemels zoû gebreken,
+ Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid,
+ Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit
+ Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer,
+ En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer[276],
+ Waar mede hy u dreigt.
+
+ FARAO.
+
+ Rebellen altemaal,
+ Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal
+ Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten[277].
+
+ MOZES.
+
+ Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten.
+
+ FARAO.
+
+ Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebreên
+ Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten[278] steen
+ Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven,
+ Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven!
+
+ AARON.
+
+ Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch!
+ Als wij gekomen zijn bij Sinaï den berg,
+ Wij God een offerand[279] van ossen ofte stieren
+ Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren,
+ Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij,
+ Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij;
+ De palen zijnes wets wy niet en overtreden,
+ Dus oorloft[280] ons vertrek, en hoort zijn stemme heden!
+
+ FARAO.
+
+ In geenderlei manier.
+
+ MOZES.
+
+ Zoo blijft de straffe hand
+ Des Heeren over u, en over 't gansche land:
+ God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen.
+
+ FARAO.
+
+ Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen;
+ Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontzeîd,
+ En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid
+ Hier weêr verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone,
+ Misraïms edel hof, en bij mijn groote Kroone,
+ Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld,
+ Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult.
+ (_Binnen_.)
+
+ MOZES.
+
+ O diamanten hart! o ijzeren nature!
+
+ AARON.
+
+ Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure,
+ Den diamant, hoe hard, verzachtet[281] bokkenbloed.
+ Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed.
+
+ MOZES.
+
+ 't Glas van ons slavernij is niettemin verloopen.
+ Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open,
+ Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee,
+ Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees reê.
+ _Binnen_.
+
+
+ _KOOR._
+
+ En met heur kromme hoornen naakt[282]
+ Vast eenen halven cirkel maakt,
+ Werd[283] den Hebree van druk ontbonden,
+ En van 't tyrannig jok ontlast:
+ Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste,
+ Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste
+ Met vrolijkheid bereiden vast,
+ Hun jaar'ge lammerkens zij slachten,
+ Met dat de schaduw zich uitstrekt
+ En 'sHemels oog zijn licht vertrekt[284],
+ Om schuylen inde water-grachten.
+
+ Ziet, hoe zij, met de roode stralen
+ Van 't zuiver Lams verkoren bloed,
+ De dorpels ende[285] posten vroed[286],
+ Van hare poorten vast bemalen[287]:
+ O heilig klaar ken-teeken! om
+ Te vrijden[288] al uw eerstgeboren
+ Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren
+ Gaat maayen, met een zeissen krom,
+ Al de eerstelingen vanden Nijle:
+ Al de eersten, die uit 's moeders schoot
+ Beschouwden Fœbi stralen rood,
+ Door-schicht[289] hij met een hemel-pijle.
+
+ De Israëlieten rusten twijlen[290]
+ Hun[291] toe naar 's Heeren wil en eisch.
+ Om hun[291] te geven op de reis
+ Van zoo veel stadiën en mijlen:
+ De lammerkens, die nu gedood
+ Zijn, zij gaan voor den vure speten[292]
+ Daarna met bitter sausse op-eten,
+ Met zurig[293] ongeheveld brood,
+ Omgord, geschoeid, den staf in handen,
+ Een ieder vlijtig 't lamken eet
+ Al staande, als wandel-gasten, reed[294]
+ Om scheiden van de Nijlsche stranden.
+
+ "Schoon morgen-rood, begint te blozen!"
+ Zij met verlangen roepen t' zaam;
+ "Komt, werpt uw stralen aangenaam,
+ Eens in ons blijdschap over Gozen!
+ Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht,
+ Beschaamt den zilver-schijn der manen[295],
+ En distilleert de pereltranen,
+ Die van ons wangen rollen vocht,
+ Niet meer van droefheid als voorhenen,
+ Maar al van blijdschap en van vreugd,
+ Om dat den Hebree met geneugt
+ Zijn zoete vrijheid is verschenen."
+
+ O zoete vrijheid! wat een kroning
+ Dunkt u den genen, die verrukt[296]
+ Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt
+ 't Slaafsch jok van een tirannig koning!
+ Ofschoon 't wild vogelken met lust
+ Int korfken tiereliert en fluitert
+ En inde traly, twijl[297] het tjuitert,
+ Verdient 't gekochte zaad gerust,
+ 't Zou liever inde takskens schieten,
+ En klieven met zijn vlerkskens locht[298]
+ Den blaauwen hemel, zoo het mocht
+ Slechts mager zijnen kost genieten.
+
+ Waarom versteekt zich inde stoppels
+ Der bosschen 't hoorn-getakte[299] hert?
+ De ranke hind', waarom zoo hard
+ En snel vlugt zij voor 's jagers koppels?
+ Waaromme vliedt het schuw konijn
+ En de achter-lamme[300] bloode hazen,
+ Die als een schaduw weggeblazen
+ Zoo fluks in hun zand-holen[300] zijn?
+ De azuren visschen, waarom duiken
+ Zij voor 't doorluchtig net zoo ras,
+ Int diepste van het water-glas,
+ Int diepste van Thetydis kruiken[301]?
+
+ Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte[302]
+ Een ieder van naturen wis
+ Zijn voorhoofd ingeschreven is,
+ Van dat hij eerst int licht geraakte:
+ O driemaal eedle vrijheidskroon!
+ Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet,
+ Waarom de lieve Hemel vechtet,
+ Die met zijn vleugelen ten toon
+ Beschaduwt de Isralietsche benden,
+ En helpt hen uit 't Egyptisch zand,
+ Int rijke Palestijnen land,
+ Uit al hun droefheid en ellenden.
+
+ Twijl Jacob dus van vreugden reyet[303],
+ De heldre witte dag aanbreekt,
+ De gulden zonne 't hoofd opsteekt,
+ Die over Nylus golven spreyet[304]
+ Het stralig licht van zijn flambeel[305],
+ Die haast ontdekt, hoe dees Comedie
+ Rijst uit de bloedige Tragedie
+ Van Delta's[306] schreyende tooneel,
+ Daar de oudst-geboren voor hun magen
+ Op 't bedde liggen koud en stijf,
+ En laten 't graf hun doode lijf,
+ Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen.
+
+
+
+
+VIERDE DEEL.
+
+
+ FARAO, REI DER EGYPTENAREN.
+
+
+ FARAO.
+
+ Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen
+ En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen[307],
+ Hij, die[308] op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit
+ Deez dubbel groote kroon alreê was toegezeid,
+ Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders
+ In de edel schoenen treên: en, Athlas, deze schouders
+ Ontlasten van den last die mijnen ouden dag
+ Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag:
+ Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen[309],
+ Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen[310],
+ Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,--
+ Den eenen Farao den andr'en is ontroofd!
+ Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn veêren
+ Bespreed[311] heeft Tisifone, Alecton, en Megeren[312],
+ Den Atropos[313], die meer sterflijken heeft ontzield,
+ Dan Astren[314] dezen nacht om ons hebben gewield[315]:
+ O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig
+ Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig[316]
+ Ter kwader tijd vertrokt van[317] onzen horizont,
+ Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond
+ In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen
+ Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen
+ Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert[318]
+ Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart.
+ O dieftelijke[319] dood! O pest, die ongenadig
+ Zijt op den boord van Styx of Acheron[320] beschadig[321]
+ Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd
+ En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd.
+ Vervloekt zij dees Belloon[322], die listig in de wapen[323],
+ Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen
+ Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf[324]
+ De slapers in een lijk, hun bedden in een graf.
+
+
+ REI DER EGYPTENAREN.
+
+ MAN.
+
+ Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten
+ Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten,
+ Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat,
+ Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat:
+ Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen,
+ Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen.
+ Dus[325] lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort,
+ En de een op de ander maal den bliksem neêr gestort
+ Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen
+ Niet dan een wildernis en doornige woestijnen,
+ Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed,
+ Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed;
+ De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven[326]
+ Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven,
+ Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag
+ De tranen van den dauw te distilleeren plag;
+ Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels
+ Den blijden _Echo_ van de zorgelooze vogels,
+ Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp[327]
+ In langen niet gehoord is in dit rond begrijp[328],
+ Het veldsche beestiaal[329] is schielijken gestorven,
+ Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven,
+ Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut,
+ Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput,
+ Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig[330],
+ De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig,
+ De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos
+ Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos[331].
+
+ VROUW.
+
+ Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte
+ De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte
+ Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws
+ Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws;
+ Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen,
+ Zoo lang de oudheid[332] ons grijsharig zal besneeuwen,
+ Uit ons gemoed gewischt;-- wij vlogen al verbaasd
+ Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast;
+ Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste,
+ De pols was weg eer elk al bevende noch tastte
+ Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag,
+ Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag
+ In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste
+ Het wit ivooren beeld, het schepsel[333] van albaste
+ Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch[334], elk riep terstond
+ Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond;
+ Maar ziel en leven was vervlogen met den asem,
+ Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem,
+ De rozen waren op de kaakskens al verwelkt,
+ 't Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt
+ Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen[335]
+ Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen
+ Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!)
+ En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd[336]
+ Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren
+ En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren!
+ Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood!
+ Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot
+ Beschouwden 's Hemels licht;--eilaas! voor al de smerte
+ En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte
+ Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest,
+ Had beter 's moeders buik uw donker tomb[337] geweest:
+ Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme
+ Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme!
+
+ MAN.
+
+ Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep,
+ Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep,
+ Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven,
+ De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven,
+ Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor[338]
+ Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor,
+ Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten
+ Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten.
+ Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook?
+ Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook
+ Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen,
+ Gelijk een schaâuw verstuift, en ijdel vliegt daar henen:
+ Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw,
+ En smelt weêr lichter als een witgevlokte sneeuw,
+ Of als een ijzen[339] beeld, twelk spoedig overwonnen
+ Zijn statua[340] verliest met 't stralen eender zonnen[341],
+ 't Is als een bliksemslicht[342], dat naauw om[343] schijnen poogt
+ En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt[344],
+ Een torts[345], die durig schijnt en smeltet al bezweken,
+ Met dat haar lemmet sparkt[346], met dat zij is ontsteken:
+ Hoe vliên ons dagen weg, als waren zij gevlerkt!
+ Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt,
+ Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren,
+ Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren.
+
+ VROUW.
+
+ Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef
+ Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef,
+ De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder
+ Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder
+ Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert
+ En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert;
+ Och! waren wij nooit beide uit éénen bloed geronnen,
+ Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen,
+ Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet
+ Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed
+ Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd;
+ Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd;
+ Zoo'n[347] had uw droevig einde, als 't ommers wezen most
+ Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost.
+ Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden
+ Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden[348]?
+ O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht[349],
+ Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht?
+ Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen,
+ En niet den zachten slaap met Lethes[350] laten stroomen
+ Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu
+ Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme[351] hieuw
+ En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren,
+ Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren.
+ Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt,
+ Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt,
+ Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten,
+ Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten.
+
+ MAN.
+
+ Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld,
+ En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld,
+ Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen;
+ Dies bidden wij: verlaat[352] d'Israëlietsche mannen!
+ Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland,
+ Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand;
+ Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen,
+ En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen.
+
+ FARAO.
+
+ Zij vluchte[353] metter ijl, van daar het morgenrood
+ Verrijst, tot daar het licht neêrdaalt in Thetys' schoot,
+ Voor Pluto trekken[353] zij zoo wijd ter Hellen neder,
+ Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder,
+ Zij reizen[353] naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld[354] Noord,
+ Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort,
+ Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede,
+ Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede:
+ 't Weêrspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best
+ Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest;
+ Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have,
+ En worden op het veld een spijze voor de rave,
+ Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood,
+ En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _De_ REI DER ISRAËLIETEN _zingt_:
+
+ Hebreên! speelt 's Hemels lof
+ Nu op uw luite schoone,
+ Adieu, Misraïms hof!
+ Adieu, Memfidis troone!
+
+ Adieu, Egypten-land!
+ Adieu, rijksstaf en kroone,
+ Die Nylus zandig strand
+ Beheerscht door Faraone.
+
+ Adieu, tyrannig jok,
+ Adieu, dienstbarig[355] Gozen!
+ Waar uit de Heer ons trok
+ Door Aaron en door Mozen.
+
+ Israël wil[356] 't beloofd
+ Canaän nu gelukken,
+ Daar Juda zijn voorhoofd
+ Zal met een kroone drukken.
+
+ Daar Juda, onder 't licht
+ En 't wankel rond der mane,
+ Zijn stoel en zetel sticht
+ Bij 't stroomen der Jordane.
+
+ Gij Filistijnen haast[357],
+ En gij o Jebuzieten!
+ Met Amalek verbaasd
+ Maakt plaats met de Ammonieten.
+
+ De koning Juda komt
+ Preutsch in uw schoenen treden;
+ O luistert! hoe hij tromt,
+ En nadert met zijn schreden.
+
+ Dat dijnen hoogmoed daalt
+ Voor die zijn rijk wil vesten,
+ Gelijk den bliksem straalt
+ Vant Oosten tot den Westen.
+
+ Uw grenzen open sluit
+ Voor onzen prins personig[358],
+ En laat tot roof en buit
+ Uw melk en uwen honig.
+
+ Jordaan, die van den top
+ Der heuvelen komt bruisschen,
+ Steekt uw blaauw hoornen op,
+ En laat uw bobbels ruisschen!
+
+ Golft in d'azuren zee,
+ Zegt de Oceaansche[359] baren,
+ Hoe Juda op uw reê
+ Komt zijnen troon pilaren.
+
+ Sinaï! maak dy[360] reê,
+ Want op uw hoogte steilig
+ Wil smoken doen d' Hebreê
+ Zijn brandofferen heilig.
+
+ Dat Horeb eeuwig staat
+ Gerezen onder 't maanschijn,
+ En tuigt wie heeft gedwaad[361]
+ De tranen van ons aanschijn.
+
+ Mensch-stappen[362] zullen eer
+ Des hemels cirkel meten,
+ Dan hunnes konings eer
+ Israël zal vergeten.
+
+ Den Engel maakt het spoor,
+ O, laat ons niet verslappen,
+ Ons leidsliên treden voor,
+ Wij volgen hunne stappen.
+
+
+ FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met
+ zijn heirleger.
+
+ FARAO.
+
+ Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken,
+ Mag doen als Farao, en laten henen trekken
+ De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel[363]
+ Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel,
+ Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden
+ De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden,
+ De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak
+ Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak
+ Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden[364],
+ Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden,
+ Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard,
+ En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard,
+ Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven
+ Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven.
+ Vast hebben dees Hebreên, verdobbeld[365] snoô en valsch,
+ 't Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals,
+ Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen
+ En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen,
+ Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort,
+ Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt.
+ Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen,
+ Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden
+ Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden[366] na gedraafd,
+ En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft,
+ Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen,
+ Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen,
+ En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert
+ Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd,
+ Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen
+ Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen.
+ Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn?
+
+ HOOFDMAN.
+
+ Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn,
+ Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme
+ Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme[367]
+ Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt:
+ Gewapend naauwlijks, zij om[368] strijden niet geneigd
+ En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden
+ Het half gelaat te biên, ik late staan hun tanden
+ Te breken met geweld: indien gij dezen rei
+ Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei
+ Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen,
+ Als schaapskudd', die de wolf het herte[369] heeft ontstolen,
+ Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast
+ Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd.
+
+ FARAO.
+
+ Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen.
+
+ HOOFDMAN.
+
+ Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen,
+ En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel,
+ De wagens toegerust; en 't leger, al geheel
+ Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden,
+ Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden.
+
+ FARAO.
+
+ Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet!
+ De wapenroovers[370] noodt tot 't bloedige banket,
+ Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken[371],
+ Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken;
+ Krijgt[372] onder zijn banier, hij leidt u aan den dans!
+ Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans.
+ Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen,
+ Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _KOOR._
+
+ Die den Hemel derft bekrijgen,
+ Zal wel voor een wijl opstijgen,
+ Even als Neptunus' vocht
+ Worpt[373] zijn baren na de locht,
+ Die van zelf in korter stonden[374]
+ Weder vallen in de afgronden,
+ Of gelijk een vlam gezwimd[375],
+ Licht op naar den hemel klimt.
+ Die men wederom zich zelven
+ In zijn asschen ziet bedelven:
+ Want de groote goedheid Gods
+ Latet[376] wel den koning trotsch
+ Op het hoogste en even dolle
+ Woeden, doch wanneer hun rolle
+ Is ten uitersten volspeeld,
+ Op 't theatrum getoneeld,
+ En wanneer hij met berommen[377]
+ Meent ten hoogsten zijn geklommen,
+ Stoot de godlijke Monarch
+ Hem afgrijzig van den berg.
+ Hoe hij was den hemel naarder
+ Hoe den val hem is te zwaarder,
+ Hoe hij meerder opwaarts steeg
+ Hoe hij dieper valt om leeg.
+ Hoe hij meerder rees verkorseld[378]
+ Hoe hij platter valt vermorseld.
+ Dit blijkt aan Farao straf,
+ Die zoo blind'ling loopt naar 't graf;
+ Die in 's Heeren straffe tijdig
+ Blijft verstokt, versteend partijdig,
+ Daar een ieder roê, als vriend,
+ Hem tot beteringe dient:
+ Want de strengheid Gods ten lesten
+ Iedereen kastijdt ten besten,
+ En zijn geessel al begrijsd[379]
+ Op een grooter roede wijst.
+ Wie dan, in der zonnen luister,
+ Sluit zijn oogen in het duister,
+ Wie de aankloppers van 't gemoed
+ 's Herten deur niet open doet:
+ Wie zoo vele donderslagen,
+ Luiden laat voor ijdel vlagen,
+ Op het onverzienste bald[380]
+ 's Heeren bliksem overvalt:
+ Gelijk dezen koning prachtig,
+ Die[381] geen teekenen aandachtig
+ Mochten leiden uit den tred
+ Van zijn obstinaat opzet.
+ Dies de Heere t' eenenmalen
+ Hem onttrekt de helder stralen
+ Van zijn hemelsch aangezicht,
+ En verduistert hem in 't licht,
+ In verkeerdheid overgeven,
+ Tot hij eindelijk gedreven,
+ Even als een roerloos schip,
+ Drijft al blind'ling op de klip
+ Van zijn overgeven boosheid,
+ Van zijn stoute goddeloosheid,
+ In den afgrond en 't verleid[382]
+ Van zijn overgevenheid.
+
+
+
+
+VIJFDE EN LAATSTE DEEL.
+
+
+ FAMA, of 't blazende gerucht.
+ 't Heer-leger Israëls (dat God zelfs[383] had geleid
+ Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid,
+ Dat God 's voorging in een vierige colomme
+ En 's daags in eene wolk) Farao wederomme
+ Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer
+ Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer,
+ Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen,
+ Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen,
+ In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt[384],
+ Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt,
+ Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren,
+ Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen:
+ Ha, Amrams zonen snoô! die ons zoo onbedocht[385]
+ Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht:
+ O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven,
+ Eer in Egypteland gestorven en begraven:
+ Verraders van den rei[386] en 't leger der Hebreên,
+ Een ieder wreek' zich zelf en worp'[387] den eersten steen!
+ Gelijk de reizigers (als in de azure golven
+ Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven
+ Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft,
+ En 't golvig driftig[388] hout met groene baren treft)
+ Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure[389] winden
+ Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden:
+ De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood
+ Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot
+ Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven
+ Ontijdelijk hij moet den baren overgeven,
+ Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust,
+ Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;--
+ Zoo ook in dezen storm de Israëlietsche hoeders
+ Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders,
+ En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft,
+ Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft,
+ 't Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker[390],
+ Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen[391] anker
+ Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan
+ Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean:
+ Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede,
+ En slaat, met zijne doode en levendige roede,
+ Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur,
+ En wederzijden maakt een roô robijnen muur,
+ Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel
+ Zoo wijd, dat midden[392] blijft een guldig zand-plaveisel,
+ Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsliên voor
+ 't Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor.
+ O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken
+ Israël, die zoo haast een plaatse vindt om wijken,
+ Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt
+ Een leger[393] diepte vindt en snellijken verloopt!
+ Terwijlen dus d' Hebreên (spijt 't wezen[394] der naturen)
+ Vast dweerssen[395] deze straat van kristalijne muren,
+ Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht
+ Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!"
+ En d' ander krijst: "wats dit? 't Roô meer schijnt opgeblazen,
+ Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen:
+ Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat,
+ Wanneer men doorgaans[396] vindt zulk eenen droogen pad?
+ Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen,
+ Of't grondloos[397] dieplood, om de diepten met te peilen?"
+ Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort,
+ En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord
+ Behouden op het strand; dies Farao verbolgen
+ Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen
+ Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld,
+ En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche[398] veld,
+ Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen,
+ Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen,
+ Een slinksch[399] onweder van den hemel nederworpt,
+ Dat 't slibberig gebergt weêr in zijn holte slorpt,
+ Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt[400],
+ En komen door 't gegolf eens eindling[401] opgebobbeld,
+ Met eiselijk[402] geschreeuw, half levende en half dood:
+ De dooden zijn alreê meer als der golven vloot[403]:
+ De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen[404]!"
+ En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!"
+ De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond,
+ De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond,
+ En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker
+ Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker,
+ En zinken beidegaêr; de zee, die altijd woelt,
+ Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt.
+ De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig,
+ Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig,
+ Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind[405],
+ Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind,
+ En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden,
+ Durft hij den dullen[406] storm 't hoofd even dapper bieden,
+ En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt,
+ Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt,
+ Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden;
+ Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden:
+ Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie[407] gij rebelleert!
+ Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert."
+ Den Oceaan en past op[408] vloeken noch op schelden,
+ Zijn dreigementen dweers[409] en mogen hier niet gelden;
+ Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht[410],
+ Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht,
+ En weder zevenmaal gedaald is in de vesten
+ Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten
+ De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft,
+ En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd.
+ Ik geef te denken voorts, de Hebreên, die 't aanzagen,
+ Hoe hunnen vijand lag zoo korteling[411] verslagen,
+ Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed
+ Farao's had gedempt vertreden onder voet,
+ Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen,
+ Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen,
+ Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf
+ Dat hun verlossing werd Farao tot een graf,
+ Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even
+ En onverzienste[412] dood hun strekte tot den leven.
+ De winden en het meer goedjonstig[413] wierpen ruit[414]
+ De Egyptsche wapening[415] weêr aan den oever uit,
+ Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebreên in handen,
+ Daar zij eerst werden met[416] gedreigd van hun vijanden.
+ Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord,
+ En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort;
+ Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken,
+ Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp[417] doen klinken.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _HYMNE OF LOFZANG._
+
+
+ VAN DE ISRAËLIETSCHE REI.
+
+ Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst,
+ Nu looft den Heer der Heeren,
+ Die ons met de overhand bekranst,
+ Vlecht hem een kroon van eeren;
+ Hij is, die al de banden van
+ Ons slavernije breken kan,
+ En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren.
+
+ De Heer gedenkt aan zijn verbond
+ Over zijn uitverkoren,
+ Looft Hem met ziele, tong en mond,
+ Die Israël staat voren[418],
+ Die Jacobs huis, in dienstbaarheid,
+ Onder zijn schaduwe bespreidt[419],
+ Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren[420].
+
+ Hij is de God van Abraham,
+ Isak en Jacob machtig,
+ Die nu tot koning zalft den stam,
+ Den stamme Juda krachtig,
+ Die ons naar 't zoet beloofde land
+ Geleidet door zijn sterke hand,
+ Om[421] heerschen int land Canaän eendrachtig.
+
+ In 't land, daar melk en honig vloeit,
+ Daar de Jordaan beneven
+ Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit
+ Van 't steil gebergt verheven:
+ Daar, als de baren van der zee
+ Of 't zand der stranden, nu alreê,
+ 't Zaad Israëls doet zijn vijanden beven.
+
+ Looft dezen krijgsheld onvervaard,
+ Die paarden, ros en wagen,
+ 't Gewapend heer met schild en zwaard
+ Heeft mannelijk verslagen,
+ Met den verstokten koning trotsch;
+ Bouwt op dees klip en sterke rots,
+ Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen.
+
+ Den rood-scharlaken mantel breid[422]
+ Van 't roode meer hij scheurde,
+ En heeft guld-zandig geplaveid
+ Een effen straat, waar deur de
+ Hebreên ontweken hun misval,
+ Tusschen twee muren van kristal,
+ Daar Farao den laatsten zucht betreurde[423].
+
+ Farao, die ons op de hiel
+ Vervolgde met zijn scharen,
+ 't Zee-water stormig overviel
+ Met 't zwalpen van de baren;
+ Die 't voorhoofd bergden int gestert[424],
+ In den afgrond vernederd werd:
+ Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren.
+
+ Farao's wimpelen ontdaan
+ En zag men niet meer zwieren,
+ Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan,
+ Noch al zijn roô banieren;
+ Zijn wapens en geslepen staal
+ Zonk met zijn rusting altemaal:
+ Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren.
+
+ Bouwt al uw hoop op dezen steen,
+ Bouwt uw geloove vaste
+ Op den monarche der Hebreên,
+ Die Farao verraste,
+ Die des tyrans voornemens schort,
+ Den hoogmoed van hun vleugels kort,
+ En met zijn sterke schouders ons ontlastte.
+
+ In koper, steen, noch ijzer hard
+ Alleen niet dees weldaden
+ En prent, maar schrijft ook in uw hart
+ Gods goedheid vol genaden,
+ Die ons 's doods muile heeft ontrukt:
+ Groen palm en myrtetakken plukt,
+ Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen!
+
+
+ MOZES doet zijn offerande en spreekt:
+ Dwijl Israël ontrukt is uit zijn slaafsche banden,
+ Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook
+ Van dezen altaar, als een liefelijken rook,
+ Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden!
+ Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken[425],
+ Of schoon de teêre mensch mets anders wedergeeft,
+ Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft,
+ Zijn zwakke sterflijkheid niet[426] hoogers mag bereiken.
+ Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine,
+ Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt
+ Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne[427] schept,
+ En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine!
+ Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der
+ Oprechter[428] lippen vroom voor zijn weldadigheid,
+ 't Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit;
+ Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer.
+ 't Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen,
+ Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch,
+ Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis,
+ De stieren hooren hem, de kalveren en schapen.
+ Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten,
+ Hij hevet[429] al gemaakt;-- o, groot is uwen lof!
+ Die 't al hebt rijkelijk gebouwet[430] zonder stof,
+ Zoo gij in uwen raad verholen[431] hadt besloten.
+ Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen,
+ Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood
+ Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot,
+ Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen.
+ Den offer komt u toe, die[432], Heer! verteert tot asschen!
+ Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid
+ Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid,
+ Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen.
+ Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste,
+ En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed
+ Op 't heilige gesteent ons offerande doet,
+ En dat wij we wet betrachten aldermeeste.
+ Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen
+ Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan[433]
+ Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan,
+ Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen.
+ Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten[434],
+ Al de eerstelingen van geheel Egypteland
+ Van menschen en van vee, door uwe sterke hand
+ Geslagen werden, van den meesten tot den minsten.
+ En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye
+ Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid,
+ Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven leît,
+ Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye.
+ O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen,
+ Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier,
+ Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier,
+ Waar in gij mij ook zijt op Sinaï verschenen.
+ Versaagt[435] voor onze komst de stoute Filistijnen,
+ Kwetst hunnen preutschen[436] moed! o Heer, blijft onzen borcht
+ En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd
+ Geraken door de dorre Arabische woestijnen.
+ Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren
+ In 't land van Canaän, en dat wij uwe wet,
+ Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet,
+ En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _KOOR._
+
+ 's Hemels goedheid, die voorhenen
+ Ons voorvaders heeft beschenen,
+ Is hier op 't tooneel herspeeld,
+ En naar 't leven afgebeeld.
+ Tijd noch de vergetenissen
+ Hoort[437] uit ons gemoed te wisschen
+ Dees weldaden overgroot,
+ Neêrgedaald uit 's Hemels schoot.
+ Doch wanneer wij zien veel milder,
+ Wat den goddelijken schilder
+ Hier met naakt afconterfeit,
+ Raakt dit in vergetelheid,
+ En vertoont zich veel geringer,
+ Wanneer ons dit met den vinger
+ Wijst op 't ware wezen blij
+ Van dees hemel-schilderij:
+ Op een grooter weldaad leerlijk,
+ Die door Jezum Christum heerlijk
+ Ons zoo rijkelijk beschijnt,
+ Dat de schaduwe verdwijnt:
+ Want wanneer de zonne luistert[438],
+ 't Manen-zilver werd verduisterd,
+ 't Bleekste voor het helderst zwijkt[439],
+ 't Minste voor het meeste wijkt;
+ Om den zin hier van te mellen[440]
+ D' een wij tegens d'ander stellen:
+ Nu, het rijk Egypten is
+ Of beteekent duisternis,
+ Daar in zware slavernije
+ Jacob, onder d' heerschappije
+ Faraonis, met geklag
+ Droevelijk in boeyen lag:
+ Maar door 't goddelijk verweere[441]
+ Werden zij, door 't roode meere,
+ Saam verlost uit dees spelonk,
+ Als den Farao verzonk
+ Met zijn schilden en zijn zwaarden,
+ Met zijn ruiters, volk en paarden:
+ Even lagen wij verstrikt,
+ Leelijk in ons bloed verstikt,
+ Onder Satan, Hel en zonden,
+ In 's doods banden vastgebonden,
+ Maar door 's levens klaar fontein,
+ Onzen Zaligmaker rein,
+ Als Hij in het laatst der dagen
+ Aan het kruise werd geslagen,
+ Werden wij, door zijn bloed rood,
+ Vrij van zond', Hel, Duivel, dood,
+ Door zijn goedheid vol genaden
+ Afgewasschen ons misdaden:
+ Niet verlost, als Jacob, bloot[442]
+ Van een tijdelijke dood:
+ Maar door dezen Samson leeuwig
+ Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig,
+ Van Gods onverganklijk wee,
+ Van het zwaard, dat uit der scheê
+ Boven 't hoofd ons dreigde grammig,
+ Met den brand des afgronds vlammig.
+ Israël trok al gelijk
+ Naar een aardsch verganklijk rijk,
+ Dat maar voor een tijd mocht bloeyen,
+ Maar, na ons gebroken boeyen[443],
+ Ons de Heere roept tot hem;
+ In het nieuw Jeruzalem,
+ Loopt dan, ijverig genegen,
+ Hebben wij door Christum kregen[444]
+ Eenen weg gebaand en plat
+ Naar de schoone hemel-stad.
+ Daar dood, ziekte, strijd noch tranen
+ Gelijk over der Jordanen[445]
+ Ons meer zal ontmoeten wreed,
+ Als 't den Isralieten deed.
+ Die zoo vlijtig hun[446] bewezen
+ In het uiterlijke wezen,
+ Ook om slachten 't zuiver Lam,
+ 't Welk terstond een einde nam,
+ Als den godlijken Messias
+ (Daar den anderen Helias
+ Zijn verkoren Jongers vroed
+ Op wees met den vinger zoet,
+ Alder schatten kleinoodkoffer),
+ Toen die kwam en zijnen offer,
+ Als hoog-priester, dede spâ
+ Op den berg Calvaria;
+ Toen hij tegens Satan kampten,
+ Alle priester-dienst en ampten
+ Eindden met het Paasschen-feest,
+ Als de Joden jaarlijks meest
+ Posten, dorpels nog bestreken
+ Met 's Lams bloede, tot een teeken
+ Hoe hun God bevrijdde weerd[447]
+ Voor den slaanden Engels zweerd.
+ Voorspel, 't welk ons leert ten besten,
+ Hoe dat in den alderlesten
+ Dag der dagen, in 't gericht,
+ Voor Gods toornig aangezicht,
+ Jezus Christus ons zal vrijden
+ Door zijn heilig bitter lijden,
+ En, met 't rood onschuldig kleid[448]
+ Van zijn droeve sterflijkheid,
+ Ons onrein melaatsche vlekken
+ Voor des Heeren aanschijn dekken.
+ Eet dan geestelijker wijs
+ Nog dit Lam, der zielen spijs,
+ Met een bitter sausse spijtig;
+ Ware Israëlieten vlijtig,
+ Laat de kracht van zijne dood
+ U nog zijn een hemels-brood!
+ Weest omgordt, en staat alreede
+ Om te wand'len na den vrede,
+ Met den staf, alzoo 't behoort,
+ Van des Heeren heilig Woord
+ Opgeschort, omgord op vordel[449]
+ Met der liefden band en gordel.
+ Ook aanmerkt hier algemeen
+ Dees twee leids-liên der Hebreên:
+ Mozes (onbespraakt voor Farons
+ Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv
+ Reden-rijke tonge vocht[450]:
+ Doch geen van dees beiden mocht
+ Isak brengen eindelijken
+ In Canaäns koninkrijken:
+ Onder welke schorsse duikt
+ Als men dezen bast ontluikt[451],
+ De onvolkomen zwakheid teder
+ Van der wet te korten leeder[452],
+ Om in 't hemelsch vaderland
+ Op te stijgen uit den brand,
+ Uit den brand der zielen zweerdig[453],
+ Uit Gods toornigheid rechtveerdig,
+ Daar ons Christus, als gezeîd,
+ Heeft behouden uitgeleid.
+ Want in Christo woont bekwamig
+ Zelf de volheid Gods lichamig,
+ 't Evangelische verbond
+ Vloeyet uit zijns wijsheids mond,
+ Der genaden fontein-ader[454],
+ Ons verbidder, bij den Vader.
+ Israël vertrok op hoop,
+ Maar voor ons heeft al den loop
+ Christus 't hoofd van zijne benden
+ Lang te voren gaan vol-enden,
+ En met 't kruis getriomfeerd
+ Boven Hemelen en eerd'[455].
+ Laat dit plaatse bij u grijpen,
+ Laat dit godlijk zaaisel rijpen,
+ Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst
+ Vloeyen UIT LEVENDER JONST[456].
+
+
+
+
+VOETNOTEN:
+
+[1] _nagenoeg._
+
+[2] _Verzonnen_.
+
+[3] _Maar_.
+
+[4] _ingerichte_.
+
+[5] Van (den Latijnschen dichter) _Horatius_.
+
+[6] _Gebrekkig_ (van geest nam.).
+
+[7] Thans _zich_.
+
+[8] Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende _daarnaar_ willen
+lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk _nader_)
+dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met _waar_,
+_daar_, enz. het eerste de voorkeur.
+
+[9] Thans _dan_.
+
+[10] _Korten_ (verg. de uitdrukking _spanne tijds_).
+
+[11] Thans _vertoont_ (d. i. eig. _vertoogent_, met den langeren
+vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)
+
+[12] _te omspannen_; verg. boven bl. 5, aant. [8].
+
+[13] _blinkende_.
+
+[14] Tweede-naamval van Venus.
+
+[15] _blinde klip_
+
+[16] Thans _iets anders_.
+
+[17] _bestuur_, _beheer_.
+
+[18] _leerrijke_.
+
+[19] Lat. voor _tooneel_.
+
+[20] _planken_.
+
+[21] J. Mz. _Vaer_ (d. i. _van der_) Laer was een rijk Amsterdamsch
+lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.
+
+[22] Thans _doet hem verzellen_.
+
+[23] _bekrachtiging_.
+
+[24] _vrij te laten_.
+
+[25] _beesten_ (verg. 't Fr. _bétail_).
+
+[26] _welriekend_.
+
+[27] _kaauwt en herkaauwt_.
+
+[28] _Dijt uit_.
+
+[29] _schapen_ (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen)
+
+[30] _pracht_ (verg. 't Hoogd. _geschmeide_).
+
+[31] _kleed_ ('t Fr. _habit_).
+
+[32] voor _schijnt_.
+
+[33] Thans tot _een helm_ geslonken.
+
+[34] _zacht_.
+
+[35] _dan_.
+
+[36] _dezer dagen_.
+
+[37] _afbeeldt_.
+
+[38] _open_.
+
+[39] Voor _verlustigt_.
+
+[40] _tweesnijdend_.
+
+[41] Thans _ofschoon_.
+
+[42] _luister_, _glans geeft_, _blinkt_.
+
+[43] 't zilver van den maan.
+
+[44] Voor _raast_.
+
+[45] _legt_; thans _ligt_.
+
+[46] _zeis_.
+
+[47] De landbouwende klasse.
+
+[48] Thans tot _lachte_ verzwakt.
+
+[49] _Een iegelijk_.
+
+[50] Voor _gemeen_.
+
+[51] _voren_.
+
+[52] _gelijk_.
+
+[53] _bron_, _water_.
+
+[54] _vonkelen_ (verg 't Eng. _to spark_).
+
+[55] Thans _schijnt te branden_.
+
+[56] Thans alleen _geknield_.
+
+[57] _sterk_ (verg. boven _spark_ met ons _sprank_).
+
+[58] _bespiedde_.
+
+[59] _in eigen persoon_.
+
+[60] _spiegelgladde_, _effene_.
+
+[61] voor _gebracht_.
+
+[62] _aan wien_.
+
+[63] voor _krult_.
+
+[64] Thans _wil_.
+
+[65] _Bewandelt_, _betreedt_.
+
+[66] _draait_.
+
+[67] _perk_, _omvang_.
+
+[68] _van't veld_.
+
+[69] _Zoo_, _indien_.
+
+[70] _bundel_, _koker_.
+
+[71] Thans _beschoren_.
+
+[72] voor _versmelt_.
+
+[73] _erkennen_.
+
+[74] _vloeit_ en _geboeid_, als _vloei-et_ en _geboei-ed_ te lezen;
+verg. beneden _scheidet_.
+
+[75] _helderen_.
+
+[76] voor _vliegend span_.
+
+[77] _sluw_.
+
+[78] Thans _om te_.
+
+[79] Eig. 't Hoogd. _kreitz_, d. i. _kring_, _perk_; van daar (gelijk ook
+ hier) _strijdperk_.
+
+[80] _veegt_ (van 't oude _dwa-en_, waarvan nog _dweil_).
+
+[81] _schreyend_.
+
+[82] Voor _tarwen-aren_.
+
+[83] Thans _zich_.
+
+[84] _flikkeren_, _vonkelen_.
+
+[85] _hoekigen_, _kronkelenden_.
+
+[86] _golvenden_.
+
+[87] voor _verheuging_.
+
+[88] _afloopt_.
+
+[89] _kunnen_.
+
+[90] _Met uw verlof_.
+
+[91] voor _schijnt het_.
+
+[92] voor _toegevoegd_, _opgelegd_.
+
+[93] voor _zich_.
+
+[94] _op vaderlijke wijs_.
+
+[95] _ook_ (_ofschoon_).
+
+[96] voor _baatte_ (wegens den volg. klinker).
+
+[97] Thans _naar de ziel_.
+
+[98] _dreigt_
+
+[99] _met tranen in de oogen_, _weenend_.
+
+[100] Thans _onbewogen_.
+
+[101] _zijn verlaten opengezet_.
+
+[102] Minder gelukkig voor _aardkloot_.
+
+[103] Thans _van de ark_.
+
+[104] _zuiver_.
+
+[105] _kon_.
+
+[106] _wel_.
+
+[107] _bepaald_; verg. boven bl. [3].
+
+[108] Voor _keert het_, _proeft het_.
+
+[109] _toevoegt_.
+
+[110] Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op
+gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders--voor 't
+Hollandsche _die_ of _dien_ onzer schrijftaal--gebezigd wordt. Evenzoo
+vroeger "den Farao".
+
+[111] _gestarnte_.
+
+[112] De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.
+
+[113] _blinken_ (van daar onze metaalnaam _blik_ en 't woord _bliksem_).
+
+[114] voor _beheerscht het_.
+
+[115] _tot zijn straf_.
+
+[116] _meê_.
+
+[117] _wijselijk_.
+
+[118] _Tot veroordeeling en dwaling leidend_.
+
+[119] anders _verfrayen_, thans _vervrolijken_.
+
+[120] een van boven gespleten stok.
+
+[121] _staf_.
+
+[122] _blinkend_; verg. boven op _blikken_.
+
+[123] voor te _verteeren_.
+
+[124] Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk
+door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.
+
+[125] Thans tot _plukken_ verdikt.
+
+[126] _bedwelmd_.
+
+[127] _de borst doorbonzend_.
+
+[128] Lat. 2e naamval: _van Farao_.
+
+[129] voor _duizenden_.
+
+[130] _gekweld_.
+
+[131] Saamgetrokken uit _hadtghy_: _hadt gij_.
+
+[132] _Glinsterde_.
+
+[133] versta: _geleek zij_.
+
+[134] verkeerdelijk voor _zwierf_, _verstierf_.
+
+[135] Thans tot _heette_ verzwakt.
+
+[136] (Gelijk _metterdaad_, _metterwoon_, enz. saamgetrokken _met der
+spoed_) thans _met spoed_.
+
+[137] _begraven_.
+
+[138] _vaak_, _dikwerf_ d. i. _veelmaals_.
+
+[139] Thans _ontstoken_.
+
+[140] _schielijk afgedane_.
+
+[141] het gelaat verwringende.
+
+[142] Thans _de_.
+
+[143] Minder gelukkig voor _overstelpt_ of iets derg.
+
+[144] Lat. vierde naamval van _Mozes_.
+
+[145] _Helsche_, _Duivelsche_.
+
+[146] _Maar al te ongaarne geuit_.
+
+[147] _vlugger_.
+
+[148] _manlijke kracht_.
+
+[149] _lichtgeschitter_.
+
+[150] _walmend_, _smokend_.
+
+[151] enkelv.
+
+[152] _Duizelig maakt_.
+
+[153] _het groote heelal_.
+
+[154] voor _gemakkelijk_.
+
+[155] _plotseling_.
+
+[156] _vreest_.
+
+[157] Thans _geveegd_, _gezuiverd_.
+
+[158] _makkers_ (nam. de _zeeluî_).
+
+[159] voor _wenden_.
+
+[160] _verradelijk_.
+
+[161] _vreeselijk_; thans verkeerdelijk _ijselijk_ geschreven.
+
+[162] _vork_ ('t Hoogd. _gabel_), hier voor Neptunus' _drietand_.
+
+[163] _bliezen_.
+
+[164] d. i. _stuurman_ (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).
+
+[165] _boos_ (_druipend_).
+
+[166] 't Hoogd. _kutscher_; thans _koetsier_.
+
+[167] _aanging_.
+
+[168] voor _binnen_.
+
+[169] voor _berekenen_.
+
+[170] voor _strandde_.
+
+[171] _ellen_.
+
+[172] _dubbel snel_.
+
+[173] _ydele beelden_.
+
+[174] voor _verzwonden_ of _verdwenen_.
+
+[175] Lat. tweede naamval van _Isis_.
+
+[176] Thans _vochtig_.
+
+[177] Thans _een of ander_.
+
+[178] _In 't geheel niets_.
+
+[179] voor _dier_, thans _wier_.
+
+[180] voor _acht ik_.
+
+[181] Thans _worden_.
+
+[182] _onachtzaam_.
+
+[183] _hoe langer_.
+
+[184] versta: _ons te ontslaan van_.
+
+[185] voor _te dreigen_.
+
+[186] Door 't twee regels later volgend _weder_- overtollig.
+
+[187] _wederbrengen_, _doen herboren worden_.
+
+[188] _herbracht_.
+
+[189] _ontzaggelijker_.
+
+[190] _gewelf_ ('t Fransche _voûte_).
+
+[191] d.i. van E.
+
+[192] _Geef nu verlof tot_, _veroorloof_.
+
+[193] Deze _Jup._ maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en
+geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en
+Godenlegenden in Vondels eeuw.
+
+[194] Van Saturnus (als _Tijdgod_ genomen).
+
+[195] Anders _dwingeland_, en een bewijs dat men verkeerd doet,
+dit saamgestelde woord van een vermeend _dwingelen_ af te leiden.
+
+[196] _overladen_.
+
+[197] voor _klimmen_.
+
+[198] Anders _soep_, _spijs_.
+
+[199] _wegneemt_, _belet_.
+
+[200] _tot dwaling brengen_.
+(verg. het Hoogd. _verrückt_.)
+
+[201] _een veêrtjen_.
+
+[202] _gelooft gij_.
+
+[203] _wakker_.
+
+[204] _mars_, _koopwaar_.
+
+[205] _afgebeeld_, _voorgedaan_.
+
+[206] _kleuren_.
+
+[207] _Schort op_, _staakt_.
+
+[208] _is hij niet voorzichtig_.
+
+[209] _in beweging_, _beroerte_.
+
+[210] voor _keten_ of _ketting_ ('t Lat. _catena_).
+
+[211] _schuinsch_ geslingerde.
+
+[212] _kunt_.
+
+[213] _het meest Helsche_.
+
+[214] minder gelukkig
+voor _onder hun vlerken_, _hun schaduw bedekken_.
+
+[215] Versta: _de opgesperde kaken_.
+
+[216] Thans _naar de ziel_.
+
+[217] _streelende_, _vleyende_.
+
+[218] _uitpraten_.
+
+[219] Verg. boven de aant. op _Jupiter_.
+
+[220] _zorgt_.
+
+[221] (voet-)_zolen_.
+
+[222] Verkeerdelijk voor _meer_.
+
+[223] Hier in slechten zin, voor _hoogmoedig_, _overmoedig_.
+
+[224] _bundel_.
+
+[225] voor _hoofdhaar_; eerst later werd het uitsluitend gebezigd
+voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts
+Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.
+
+[226] Midden-Egypte.
+
+[227] Gedoornde d. i. _stekelige_ puisten.
+
+[228] Voor _een vloed van regendroppels_,
+
+[229] Rijmshalven voor _eizig_.
+
+[230] _onbedekt, dor._
+
+[231] Anders _altegaâr_.
+
+[232] voor _de zon_.
+
+[233] _houdt weg_, _verschuilt_.
+
+[234] _schittert_.
+
+[235] Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van _verspringen_.
+
+236] _vonkt_ (zie vroeger).
+
+[237] _rijksappel_, als teeken der oppermacht.
+
+[238] _krijgshaftig_.
+
+[239] _Neder-Egypte_.
+
+[240] voor _grafteekenen_ in 't algemeen, hier de Pyramieden.
+
+[241] _het uitspansel te naderen._
+
+[242] voor _uitgespreid_, _uitgebreid_.
+
+[243] Het Westen, in tegenoverstelling van den _Levant_ (of _Opgang_)
+voor 't Oosten.
+
+[244] _Zuiden_.
+
+[245] voor _wimpel_, _vaan_, _banier_.
+
+[246] binnen den kring der stervelingen.
+
+[247] _voedt_, _onderhoudt_.
+
+[248] Minder juist voor _afschiet_.
+
+[249] Thans tot _noch_ (gelijk _ofte_ tot _of_) afgekort.
+
+[250] Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.
+
+[251] _den heer te spelen_.
+
+[252] _op zijn minst_.
+
+[253] Hebreeuwsche naam voor Egypte.
+
+[254] Hier in goeden zin: _grootsch_, _edelaardig_.
+
+[255] _niet_.
+
+[256] Thans _te vermaken_.
+
+[257] met _duren_ eede.
+
+[258] voor _vlijt_, dat toen nog zoo uitgesproken werd.
+
+[259] Versta: _daarheen_, _van waar_.
+
+[260] Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor _reus_.
+
+[261] _vochtige_.
+
+[262] voor u.
+
+[263] _bedelbrokken_ of liever _benden_.
+
+[264] _keuken_.
+
+[265] _kraanvogels_.
+
+[266] _Te gast te gaan_.
+
+[267] Thans _den eik_.
+
+[268] Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare _van_.
+
+[269] _Trotsch_, _ontoeganklijk_.
+
+[270] Thans _om te_.
+
+[271] Verkeerdelijk voor _omvlochten_.
+
+[272] _naauwlijks_.
+
+[273] _afgemeten_.
+
+[274] _gewelven_.
+
+[275] _middelpunt_.
+
+[276] voor _strafzwaard_.
+
+[277] Thans _uwsweegs_, sedert _straat_ in den meer bepaalden zin
+van _bestraten weg_ (_via strata_) gebezigd wordt.
+
+[278] _allerlaagsten_.
+
+[279] Fransche _offrande_, en dus verkeerdelijk
+meestal _offerhand_ geschreven.
+
+[280] Thans _veroorlooft_.
+
+[281] _verzacht het_.
+
+[282] _ontbloote_, _zichtbare_.
+
+3[283] Thans _wordt_.
+
+[284] _wegneemt_.
+
+[285] Thans tot _en_ verkort.
+
+[286] _wijselijk_.
+
+[287] Germ. voor _verwen_.
+
+[288] _vrijwaren_.
+
+[289] Voor _doorklieft_.
+
+[290] _onderwijl_.
+
+[291] Thans _zich_.
+
+[292] _aan 't spit braden_.
+
+[293] _zuur_.
+
+[294] _gereed_.
+
+2[295] Thans _maan_.
+
+[296] _verbijsterd_ (verg. 't Hoogd. _verrückt_).
+
+[297] Voor _terwijl_.
+
+[298] _luchtige_, _vlugge_.
+
+[299] Minder gelukkig voor _met getakte hoornen_.
+
+[300] Verwarring van konijnen en hazen.
+
+[301] de golven van Thetys, d. i. de zee.
+
+[302] _klaarlijk_.
+
+[303] den reidans opent.
+
+[304] Thans _spreidt_.
+
+[305] Anders _flambouw_
+('t Fransch _flambeau_), gelijk _bureel_ van _bureau_.
+
+[306] Neder-Egypte.
+
+[307] _overschaduwen_.
+
+[308] Thans _dien_.
+
+[309] Thans tot _morgenzon_ geslonken.
+
+[310] _helderheid te gunnen_.
+
+[311] _bespreid_.
+
+[312] De Grieksche Wraakgodinnen.
+
+[313] De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.
+
+[314] Voor _sterren_.
+
+[315] _gedraaid_.
+
+[316] _gouden lokken_.
+
+[317] Thans _onttrokt aan_.
+
+[318] Voor _gestarnte_.
+
+[319] _verraderlijk_ (als een "dief" in den nacht ons besluipende).
+
+[320] De bekende rivieren der oude wereld.
+
+[321] Rijmshalven voor _schadelijk_.
+
+[322] _oorlogsmaagd_.
+
+[323] Thans _wapenen_.
+
+[324] _streng_, _wreed_.
+
+[325] Thans _zoo_.
+
+[326] Rijmshalven voor _het loof_ of _lover_.
+
+[327] Thans voor het Fr. _fluit_ verouderd (verg. echter nog ons
+_pijper_).
+
+[328] _ommekring_.
+
+[329] Voor de _beesten van 't veld_.
+
+[330] _dicht bewassen_.
+
+[331] Anders _verloor_.
+
+[332] Voor _ouderdom_.
+
+[333] Naar zijn eigenlijke beteekenis van _vorm_.
+
+[334] _gilde_.
+
+[335] _bovenal_.
+
+[336] _overtrokken_, _overschaduwd_.
+
+[337] Gallicisme voor _graf_.
+
+[338] _erfgenaam_, 't Fr. _hoir_.
+
+[339] Van _ijs_.
+
+[340] _gestalte_.
+
+[341] Thans _eener zon_.
+
+[342] _bliksemflits_.
+
+[343] Thans _te_.
+
+[344] Thans in verlengden vorm _vertoont_ (d.i. _vertoogent_).
+
+[345] _toorts_.
+
+[346] _vonkt_.
+
+[347] Voor _zoo en_ (d.i. _niet_).
+
+[348] _doorboorden_.
+
+[349] Rijmshalven maar verkeerdelijk voor _gedocht_.
+
+[350] _vergetelheid_.
+
+[351] Voor _vlijmen_, of liever _vlijmend zwaard_.
+
+[352] _laat vrij_.
+
+[353] _Laat ze vlugten, trekken, reizen enz_.
+
+[354] Voor _be-ijzeld_.
+
+[355] Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht
+tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang _ig_
+in 't algemeen te velde getrokken.
+
+[356] Gelijk meer als _zal_ (verg. ook 't Eng. _to will_).
+
+[357] _weldra_.
+
+[358] _in persoon_ (verg. echter aant. [355]).
+
+[359] Verkeerdelijk voor _van den Oceaan_.
+
+[360] Thans _maakt u_.
+
+[361] _weggevaagd_ (zie vroeger).
+
+[362] Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor
+_menschelijke treden_.
+
+[363] _draai_, _ommezwaai_.
+
+[364] _vergolden_, _betaald_.
+
+[365] Voor _dubbel_.
+
+[366] Thans _worden_.
+
+[367] _arm_.
+
+[368] Thans _om te_, _tot_.
+
+[369] D.i. den _moed_.
+
+[370] D.i. _de legerknechten_ (als die de wapens hunner vijanden
+vermeesteren).
+
+[371] _weifelen_.
+
+[372] _oorloogt_, _strijdt_.
+
+[373] Thans _werpt_ (even als, omgekeerd, thans _wordt_ voor 't
+vroegere _werd_).
+
+[374] _In korten tijd_.
+
+[375] Voor _gezwind_.
+
+[376] _laat_.
+
+[377] Rijmshalven voor _beroemen_.
+
+[378] _kregel_, _wrevelig_.
+
+[379] _bejammerd_ (nam. door de Egyptenaren).
+
+[380] Hoogd. voor _spoedig_.
+
+[381] Thans _dien_.
+
+[382] Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem
+zijn hartstocht _verleidde_.
+
+[383] Thans _zelf_.
+
+[384] _'thelpt niet_.
+
+[385] voor _onbedacht_.
+
+[386] Hier voor _schaar_.
+
+[387] _werpe_.
+
+[388] _golvend_, _drijvend_.
+
+[389] _stugge_, _harde_ (gelijk nog in Overijsel _stoer_; verg.
+ook ons _stuursch_).
+
+[390] _wankel-_, _kleinmoedig_.
+
+[391] Thans _hoop_.
+
+[392] In 't _midden_.
+
+[393] _lager_.
+
+[394] _tegen den aard_.
+
+[395] _Dwars overtrekken_.
+
+[396] _op den duur_.
+
+[397] Minder juist voor _diepgaande_, tot op 't grondelooze toe.
+
+[398] D. i. _van de zee_.
+
+[399] _boos_, _verraderlijk_.
+
+[400] _zakt_.
+
+[401] Thans _eindlijk_.
+
+[402] Thans veelal verkeerdelijk _ijselijk_.
+
+[403] _vloeyend tal_.
+
+[404] Rijmshalven voor _klimmen_.
+
+[405] Voor _snellende_.
+
+[406] Thans _dollen_, _woedenden_.
+
+[407] _wien_, _tegen wien_.
+
+[408] _geeft om_.
+
+[409] _dwarsch_, _stuursch_.
+
+[410] _vochtig gewoel_ voor _'t gewoel der golven_.
+
+[411] _binnen zoo korten tijd_.
+
+[412] Voor _meest onvervalschte_.
+
+[413] _goedgunstig_.
+
+[414] _ruw_, _woest_.
+
+[415] Voor _krijgswapens_.
+
+[416] Thans _meê_.
+
+[417] trompet.
+
+[418] _voorstaat_, _beschermt_.
+
+[419] Voor _met zijn schaduw overdekt_.
+
+[420] _genieten_ (verg. nog ons _órberen_).
+
+[421] Thans _om te_; verg. vroeger.
+
+[422] Voor _breed_.
+
+[423] Versta: _treurend slaakte_.
+
+[424] Voor _gesternte_.
+
+[425] Voor _teeken van dankbaarheid_.
+
+[426] Thans _niets_.
+
+[427] Thans _bron_.
+
+[428] Tweeden naamvalsuitgang, thans _oprechte_.
+
+[429] _heeft het_.
+
+[430] Voor _gebouwd_.
+
+[431] _geheime raad_.
+
+[432] Namelijk _het offer_.
+
+[433] Minder gelukkig voor _gedenken_, _mij herinneren_.
+
+[434] Rijmshalven voor _verdiensten_.
+
+[435] Voor _doet versagen_.
+
+[436] _trotschen_.
+
+[437] _Behooren_.
+
+[438] _straalt_; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.
+
+[439] Thans _bezwijkt_, _zwicht_.
+
+[440] Rijmshalven voor _melden_.
+
+[441] Voor _verweren_, _beschermen_.
+
+[442] _alleen_ (verg. 't hoogd. _bloss_).
+
+[443] Latinisme voor _nadat onze boeyen gebroken zijn_.
+
+[444] Maatshalven voor _gekregen_.
+
+[445] Thans _de Jordaan_.
+
+[446] Thans _zich_.
+
+[447] Rijmshalven als stopwoord gebezigd.
+
+[448] Voor _kleed_.
+
+[449] _voordeel_.
+
+[450] _vochtig_ en daarom _vaardig_.
+
+[451] _ontsluit_.
+
+[452] ladder.
+
+[453] _snijdend_, _fel_.
+
+[454] _bron-aâr_.
+
+[455] _aarde_.
+
+[456] _Uit levendige gunst_; de leus der oude Rederijkers kamer te
+Amsterdam.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van den Vondel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+***** This file should be named 30473-0.txt or 30473-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/0/4/7/30473/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/30473-h/30473-h.htm b/30473-h/30473-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..3f9f43e
--- /dev/null
+++ b/30473-h/30473-h.htm
@@ -0,0 +1,5254 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=UTF-8" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De Complete Werken, by JOOST VAN VONDEL.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+ p { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ td {vertical-align: top;}
+
+ div.centered {text-align: center;} /* work around for IE centering with CSS problem part 1 */
+ div.centered table {margin-left: auto; margin-right: auto; text-align: left;} /* work around for IE centering with CSS problem part 2 */
+
+
+ body{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+
+ em.gesperrt {
+ letter-spacing: 0.35ex;
+ padding-left: 0.35ex;
+ font-style: normal;
+ }
+
+ ins.note {border-bottom: red thin dotted; text-decoration: none;}
+
+ .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute;
+ left: 92%;
+ font-size: smaller;
+ text-align: right;
+ color: gray;
+ } /* page numbers */
+
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;}
+ .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em;
+ float: right; clear: right; margin-top: 1em;
+ font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;}
+
+ .bb {border-bottom: solid 2px;}
+ .bl {border-left: solid 2px;}
+ .bt {border-top: solid 2px;}
+ .br {border-right: solid 2px;}
+ .bbox {border: solid 2px;}
+
+ .center {text-align: center;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+ .u {text-decoration: underline;}
+
+ .footnotes {border: dashed 1px;}
+ .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; font-size: 105%; text-align: left; line-height:140%;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1.5em 0em 1.5em 0em;}
+ .poem div {display: block; margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem div.i2 {display: block; margin-left: 2em;}
+ .poem div.i3 {display: block; margin-left: 3em;}
+ .poem div.i4 {display: block; margin-left: 4em;}
+ .poem div.i5 {display: block; margin-left: 5em;}
+ .poem div.i6 {display: block; margin-left: 6em;}
+ .poem div.i7 {display: block; margin-left: 7em;}
+ .poem div.i8 {display: block; margin-left: 8em;}
+ .poem div.i9 {display: block; margin-left: 9em;}
+ .poem div.i10 {display: block; margin-left: 10em;}
+ .poem div.i12 {display: block; margin-left: 12em;}
+ </style>
+ </head>
+<body>
+<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 30473 ***</div>
+
+<h2> DE COMPLETE WERKEN<br />
+
+VAN</h2>
+
+<h1>JOOST VAN VONDEL.<br /><br /><br /></h1>
+
+
+
+
+
+<div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_6b" id="Page_6b">[Pg 6b]</a></span>
+</div>
+
+<h2>Het Pascha,</h2>
+
+<h4>OF</h4>
+
+<h3>de Verlossing der kinderen Isra&euml;ls
+uit Egypte;</h3>
+
+<h4>TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP
+'T TOONEEL GESTELD.</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i10'>De goede vind' mij goed,</div>
+<div class='i12'>De kwade straf en streng,</div>
+<div class='i10'>Wanneer ik d' een behoed',</div>
+<div class='i12'>En d' ander t' onderbreng'.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<div class='stanza'>DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN
+LEZER HEIL EN ZALIGHEID.</div>
+
+
+<div><br /></div>
+
+<p>De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de
+verdorvenheid des menschen, en ziende hoe traag vast<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor"><ins class="note" title="nagenoeg.">[1]</ins></a> een
+ieder was, om langs de trappen der deugden op te klimmen,
+en omhoog te stijgen in al hetgene wat loflijk en heerlijk
+bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te steilen
+berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere
+middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en
+natuurlijk burgerlijk leven; hetzij door eenige po&euml;tische fabelen
+en versierde<a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verzonnen.">[2]</ins></a> gedichten, of door andere bekwame regelen
+en wetten. Dan<a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maar.">[3]</ins></a> onder andere hebben zij voor goed
+ingezien de manier van eenige oude histori&euml;n of vergeten
+geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld
+op het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig
+toegemaakte<a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor"><ins class="note" title="ingerichte.">[4]</ins></a> beelden en personen, levendig uit te drukken
+en na te bootsen hetgeen tijd en oudheid, met veel verloopen
+eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans uit het geheugen
+gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig
+geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed
+zijn belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt,
+opdat zelfs plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al
+hoorende doof en al ziende blind waren, zonder bril mochten
+hun feilen als met den vinger aangewezen, en door
+sprekende letteren van gesierde figuren getemd en gezedigd
+werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij<a name="FNanchor_5_5" id="FNanchor_5_5"></a><a href="#Footnote_5_5" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van (den Latijnschen dichter) Horatius.">[5]</ins></a> het profijt
+met genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat
+eenigen te kreupel<a name="FNanchor_6_6" id="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gebrekkig (van geest nam.)">[6]</ins></a> waren, om te graven naar de kostelijke
+kleinodi&euml;n der leeringen en geheimenissen, die onder de
+schors van gedroomde fabelen weggescholen en verborgen
+lagen, en hun<a name="FNanchor_7_7" id="FNanchor_7_7"></a><a href="#Footnote_7_7" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[7]</ins></a> van gretige zoekers en ijveraars gaarne wilden
+laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op
+een andere wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is
+het hun niet genoeg geweest, ofschoon de boeken van schoone
+<span class='pagenum'><a name="Page_7a" id="Page_7a">[Pg 7a]</a></span>
+lessen al vervuld waren, en geheel dik opgehoopt op malkanderen
+liggende eenen heerlijken winkel maakten, en of
+veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen kunstig
+gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen,
+de voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij
+hebben ook daarbenevens, in groote bijzondere schouwplaatsen
+willen in het openbaar de schatten der filosofie in
+den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om
+daarna<a name="FNanchor_8_8" id="FNanchor_8_8"></a><a href="#Footnote_8_8" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende daarnaar willen lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk nader) dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met waar, daar, enz. het eerste de voorkeur.">[8]</ins></a> te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen
+ook den geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden,
+en die een iegelijk als een levende schoonverwige
+schilderij voor oogen stellen. Want waarbij mag het geheele
+tafereel of theater dezer wereld beter vergeleken worden,
+als<a name="FNanchor_9_9" id="FNanchor_9_9"></a><a href="#Footnote_9_9" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dan.">[9]</ins></a> bij een groot openbaar tooneel, daar vast een ieder gedurende
+den handwijlschen<a name="FNanchor_10_10" id="FNanchor_10_10"></a><a href="#Footnote_10_10" class="fnanchor"><ins class="note" title="Korten (verg. de uitdrukking spanne tijds).">[10]</ins></a> tijd van zijn vli&ecirc;nde leven, zijn
+eigen rol en personagi&euml; speelt. De een vertoogt<a name="FNanchor_11_11" id="FNanchor_11_11"></a><a href="#Footnote_11_11" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans vertoont (d. i. eig. vertoogent, met den langeren vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)">[11]</ins></a> zich daarop
+als koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter
+of rijksstaf, veel koninkrijken en landen te gebieden en
+te beheerschen, met een gouden kroon zijn koninglijk hoofd
+om te drukken<a name="FNanchor_12_12" id="FNanchor_12_12"></a><a href="#Footnote_12_12" class="fnanchor"><ins class="note" title=" te omspannen; verg. boven bl. 5, aant. [23].">[12]</ins></a>, en bekleed met een glansig luisterende<a name="FNanchor_13_13" id="FNanchor_13_13"></a><a href="#Footnote_13_13" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinkende.">[13]</ins></a>
+purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon, voor wiens
+majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en nedervallen.
+Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw
+gehelmd steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene
+hand een tweesnijdend zwaard, in de andere een gevelde
+speer, rijdt alzoo midden onder de vijanden, ontziende noch
+leven noch dood, om met tien duizend Trofe&euml;n triumfelijk
+weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen
+helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid
+te hebben. Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt
+van liefde, en doet met zijn beweeglijke klachten alsins den
+schallenden echo in 't holle gewelf van Veneris<a name="FNanchor_14_14" id="FNanchor_14_14"></a><a href="#Footnote_14_14" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tweede-naamval van Venus.">[14]</ins></a> tempel wedergalmen.
+Die berijdt den woesten Oceaan met een gevleugeld
+paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen,
+noch Syrten<a name="FNanchor_15_15" id="FNanchor_15_15"></a><a href="#Footnote_15_15" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinde klip.">[15]</ins></a>, noch klippen, noch diepe afgronden, om van
+het Oosten in het Westen te geraken. Een ander beploegt
+met een paar jok-ossen den rug van onzer aller moeder, om
+te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen zijner vruchten
+toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den anderen
+in een ander<a name="FNanchor_16_16" id="FNanchor_16_16"></a><a href="#Footnote_16_16" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans iets anders.">[16]</ins></a> bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd,
+en eer den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft,
+moeten zij alle met den wijzen man roepen, dat alles niet
+anders is dan "Al ijdelheid, Al ijdelheid," en worden alzoo
+door onverwachte dood, eer zij hun zelven hebben recht leeren
+kennen, van het tooneel des aardbodems achter de gordijne
+weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen
+en den zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken
+en den zwakken, de een den ander gelijk; zoodat met
+recht over deze onze ijdelheid Heraclitus schreit, Democritus
+lacht, en Timon zich voor de menschen als voor eenen
+vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere
+wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus
+aangemerkt zijnde, kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de
+oude wijze Heidenen met deze manier van doen hebben
+willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te vergeefs
+zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal
+durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoni&euml;n en
+uiterlijke diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten,
+nieuwe maanden, en al hetgene A&auml;rons priesterschap en
+<span class='pagenum'><a name="Page_7b" id="Page_7b">[Pg 7b]</a></span>
+den tempel met alle zijn sieraden, gereedschappen, en toerustingen
+aankleeft, zoo ook het regiment<a name="FNanchor_17_17" id="FNanchor_17_17"></a><a href="#Footnote_17_17" class="fnanchor"><ins class="note" title="bestuur, beheer.">[17]</ins></a> van het rijk Isra&euml;ls;&mdash;wie
+zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles
+iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in
+den toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen
+dezen allerheiligsten Hoogepriester en Koning aller koningen
+kwam, toen hadden alle wettelijke letterlijke priesteren
+en koningen Judae hun rol volspeeld en uitgediend: want in
+Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren op. Ja,
+de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze
+Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch,
+die onder de moordenaars gevallen was; van den verloren
+zoon, die al zijns vaders goed onnuttelijk verkwist had;
+van den rijken man, die met purper en kostelijk lijnwaad
+bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat zijn
+het anders, als naakte Comedi&euml;n en Tragedi&euml;n, om daarmede
+te leeren die menschen, dewelke op geen andere manier
+de verborgen mysteri&euml;n van het Rijk der Hemelen verstaan
+kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der Koningen: daar
+eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en troosteloos,
+in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David,
+gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw
+dunkt; daar eenen verwonnen Zedekia gevankelijk naar
+Babyloni&euml;n gevoerd werd; daar eenen tirannischen Nebukadnezar
+Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en tot
+eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van
+den H. Geest tot leerachtige<a name="FNanchor_18_18" id="FNanchor_18_18"></a><a href="#Footnote_18_18" class="fnanchor"><ins class="note" title="leerrijke.">[18]</ins></a> voorbeelden (als op de <em class="gesperrt">scena</em><a name="FNanchor_19_19" id="FNanchor_19_19"></a><a href="#Footnote_19_19" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. voor tooneel.">[19]</ins></a>)
+voorgedragen werden: zoo hebben wij voorhenen deze
+Tragi-Comedie voor eens ieders oogen willen op de stellagi&euml;<a name="FNanchor_20_20" id="FNanchor_20_20"></a><a href="#Footnote_20_20" class="fnanchor"><ins class="note" title="planken.">[20]</ins></a>
+openlijk vertoonen. En alzoo wij bevonden hebben, dat
+vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest zijn, om
+hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij
+het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb
+ik, ten ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve
+(hoewel het gering is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan
+heb, nochtans groot en gewichtig van stoffe) door openbaren
+druk een iegelijk gemeen te maken: te meer, omdat
+het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer gekrenkt,
+en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd
+werd. Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid
+gelezen worde, dat het gedije tot prijs van den heiligen en
+gebenedijden name Gods, en dat, door het overdenken van
+deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de droeve Tragedie
+of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag
+nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen.</p>
+
+<p>In Amstelredam, 1612, den 29en Maart.</p>
+
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i10'>Den al uwen</div>
+<div class='i8'><span class="smcap">J. van Vondelen.</span></div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h3>Epistre</h3>
+
+<h4>A MONSEIGNEUR</h4>
+
+<h4>IEAN MICHIELS VAERLAER<a name="FNanchor_21_21" id="FNanchor_21_21"></a><a href="#Footnote_21_21" class="fnanchor"><ins class="note" title=" J. Mz. Vaer (d. i. van der) Laer was een rijk Amsterdamsch lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.">[21]</ins></a>,</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>MON SINGULIER AMY.</div>
+
+<div class='i4'>L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse,</div>
+<div class='i2'>L'Attique miel sucr&eacute;, la mine precieuse</div>
+<div class='i2'>De la riche Peru, les perles, les tresors</div>
+<div class='i2'>Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords,</div>
+<div class='i2'>Ne pouvant presenter &agrave; vostre Seigneurie,</div>
+<div class='i2'>Ie vien l'Avant-coureur de mienne Po&euml;sie</div>
+<div class='i2'>Sacrer &agrave; ton honneur, en toute humilit&eacute;,</div>
+<div class='i2'>La printaniere fleur de mon aage dor&eacute;.</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_8a" id="Page_8a">[Pg 8a]</a></span>
+<div class='i4'>Ma Muse rit desia, se voyant amiable</div>
+<div class='i2'>Dessoubs l'ombre d'vn tel Mec&aelig;ne favorable,</div>
+<div class='i2'>Qui, fuyant le pav&eacute; des ru&euml;s, va les champs</div>
+<div class='i2'>Presser de ses talons: qui l'aage de son temps</div>
+<div class='i2'>Loing, loing hors l'emmur&eacute; d'vne Cit&eacute; redouble,</div>
+<div class='i2'>Laissant des Citadins la peupuleuse trouble:</div>
+<div class='i2'>Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant</div>
+<div class='i2'>Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant,</div>
+<div class='i2'>Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire</div>
+<div class='i2'>Changer son libre estat pour vn plus grand Empire.</div>
+<div class='i4'>O trois fois bienheureux (a autre fois chant&eacute;</div>
+<div class='i2'>Horace et le Gascon Du Bartas renomm&eacute;)</div>
+<div class='i2'>O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature</div>
+<div class='i2'>Fleurir parmy les champs en eternel verdure!</div>
+<div class='i2'>Le maniement joyeux d'vn verd sion ent&eacute;</div>
+<div class='i2'>Le lustre passe d'vn royal sceptre emperl&eacute;,</div>
+<div class='i2'>Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage,</div>
+<div class='i2'>Les doux tirelirants Rossignols en ramage,</div>
+<div class='i2'>Surpassent l'orgueilleux couronnement royal,</div>
+<div class='i2'>Et le chant mesur&eacute; des Chantres musical.</div>
+<div class='i4'>Si tost que le Soleil va peindre de dix milles</div>
+<div class='i2'>Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles,</div>
+<div class='i2'>Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs</div>
+<div class='i2'>Aurore distiller les agreables pleurs,</div>
+<div class='i2'>Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire,</div>
+<div class='i2'>Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire,</div>
+<div class='i2'>Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter,</div>
+<div class='i2'>Le sueux Laboureur la terre cultiver,</div>
+<div class='i2'>Et richement semer la nouvelle semence,</div>
+<div class='i2'>Pour moissonner apres les fruicts en abondance.</div>
+<div class='i4'>Le chaleureux Est&eacute; (qui brusle tout vermeil)</div>
+<div class='i2'>Luy monstre les espics, la vertu du Soleil</div>
+<div class='i2'>Luy monstre le coral des cramoisins cerises,</div>
+<div class='i2'>Et l'Automne a couvert de mille friandises</div>
+<div class='i2'>Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin,</div>
+<div class='i2'>Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin.</div>
+<div class='i2'>Or estant de tous biens richement couronn&eacute;e</div>
+<div class='i2'>Il sent desia en l'air les aisles de Bor&eacute;e.</div>
+<div class='i4'>He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en libert&eacute;</div>
+<div class='i2'>Parmy les champs feconds, en toute seuret&eacute;,</div>
+<div class='i2'>De talonner les pas de nostres premiers Peres,</div>
+<div class='i2'>Loing, loing laissant &agrave; dos les passions severes,</div>
+<div class='i2'>Fuyant le bruict mondain l &ocirc;, doux et sainct repos!</div>
+<div class='i2'>Qui de cupiditez n'as point charg&eacute; le dos,</div>
+<div class='i2'>Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune,</div>
+<div class='i2'>Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune,</div>
+<div class='i2'>Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor,</div>
+<div class='i2'>Et ton bien souverain: qui pour argent ni or</div>
+<div class='i2'>Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles,</div>
+<div class='i2'>Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles,</div>
+<div class='i2'>Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti,</div>
+<div class='i2'>Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli.</div>
+<div class='i4'>Durant l'aage dor&eacute; que nos premiers Ancestres</div>
+<div class='i2'>Faisoint profession des ouvrages champestres,</div>
+<div class='i2'>Astr&eacute;e florissoit, et la terre &agrave; chascun</div>
+<div class='i2'>Estoit avec ses fruicts en partage commun,</div>
+<div class='i2'>Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage</div>
+<div class='i2'>D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage</div>
+<div class='i2'>N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez,</div>
+<div class='i2'>Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez,</div>
+<div class='i2'>Neptune n'eust le dos ni ses ondes sal&eacute;es</div>
+<div class='i2'>Charg&eacute;es de cent vaisseaux, car du fruict des vall&eacute;es</div>
+<div class='i2'>Chascun se contentoit, et vivoit &agrave; Cer&egrave;s,</div>
+<div class='i2'>Laquelle abondamment leur provida assez.</div>
+<div class='i4'>O celeste labeur! qui dans ton front empraincte</div>
+<div class='i2'>Portez la saincte loy, la justice, et la craincte</div>
+<div class='i2'>Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux,</div>
+<div class='i2'>No&euml;, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux</div>
+<div class='i2'>Semble oreillier au son de sa harpe dor&eacute;e,</div>
+<div class='i2'>Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briar&eacute;e.</div>
+<div class='i4'>Combien d'ann&eacute;es les Romains sont sagement</div>
+<div class='i2'>Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_8b" id="Page_8b">[Pg 8b]</a></span>
+<div class='i2'>La terre ont cultiv&eacute;, je laisse vn Tite Live</div>
+<div class='i2'>Historier dessus de Tyberique rive.</div>
+<div class='i4'>Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys,</div>
+<div class='i2'>Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx,</div>
+<div class='i2'>Qui ont abandonnez leur Couronne invincible,</div>
+<div class='i2'>Pour vivre bien contents parmy le champ paisible;</div>
+<div class='i2'>Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit,</div>
+<div class='i2'>Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit.</div>
+<div class='i4'>La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres,</div>
+<div class='i2'>Et qui diligemment ont feuillett&eacute; les livres</div>
+<div class='i2'>Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retir&eacute;,</div>
+<div class='i2'>Laissant arriere loing l'humaine vanit&eacute;.</div>
+<div class='i2'>Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses</div>
+<div class='i2'>Se plaist d'entre le son des douces cornemuses</div>
+<div class='i2'>Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux</div>
+<div class='i2'>Lesquels tous-jours croissant vont mena&ccedil;ant les Cieux.</div>
+<div class='i4'>Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame</div>
+<div class='i2'>Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame</div>
+<div class='i2'>Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement</div>
+<div class='i2'>Accompaigne tous-jours ton hault entendement,</div>
+<div class='i2'>Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre</div>
+<div class='i2'>Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre</div>
+<div class='i2'>Presenter obstin&eacute;, qui ses derniers sanglots</div>
+<div class='i2'>Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots:</div>
+<div class='i2'>Souffrez que je despein icy la delivrance</div>
+<div class='i2'>Des enfans d'Isra&euml;l, d'Abram juste semence,</div>
+<div class='i2'>Afin que par Zoyle au visage effront&eacute;</div>
+<div class='i2'>Les fleurs de mon printemps ne soyent viol&eacute;.</div>
+<div class='i4'>C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle!</div>
+<div class='i2'>Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle</div>
+<div class='i2'>Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va,</div>
+<div class='i2'>Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina,</div>
+<div class='i2'>Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nu&euml;s,</div>
+<div class='i2'>Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornu&euml;s:</div>
+<div class='i2'>Recevez doncq ces vers, ces vers qu'&agrave; ton honneur</div>
+<div class='i2'>Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur.</div>
+<div class='i8'>De vostre Seigneurie le tres-affectionn&eacute;</div>
+<div class='i10'>I. V. V.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h3><a name="KORT_BEGRIP_VAN_DE_TRAGI-COMEDIE" id="KORT_BEGRIP_VAN_DE_TRAGI-COMEDIE"></a>KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE:</h3>
+
+
+<p>Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den
+berg Horeb of Sina&iuml;, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels
+uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en
+verlosser over het Huis van Isra&euml;l. Mozes ontschuldigt zich om zijne
+onbekwame tong, dies verzelt hem<a name="FNanchor_22_22" id="FNanchor_22_22"></a><a href="#Footnote_22_22" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans doet hem verzellen.">[22]</ins></a> de Heer met zijnen broeder, den
+schoontaligen en priesterlijken A&auml;ron. Deze twee gebroeders, als
+gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan
+den koning Farao, met bevesting<a name="FNanchor_23_23" id="FNanchor_23_23"></a><a href="#Footnote_23_23" class="fnanchor"><ins class="note" title="bekrachtiging.">[23]</ins></a> van het eerste wonderteeken, hun
+slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het
+ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als
+door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebre&euml;n meerder als voor
+henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van
+zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten<a name="FNanchor_24_24" id="FNanchor_24_24"></a><a href="#Footnote_24_24" class="fnanchor"><ins class="note" title="vrij te laten.">[24]</ins></a>. Doch
+de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot
+grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger,
+ruiters, paarden en wagenen, de Isra&euml;lieten achterhaalt aan het Roode
+meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het
+geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel
+eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een
+spiegel voor oogen stelt. De Isra&euml;lieten verlost loven (over hun
+triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen.
+Luistert toe, enz.</p>
+
+
+
+<div><hr style="width: 45%;" /></div>
+<div><span class='pagenum'><a name="Page_9a" id="Page_9a">[Pg 9a]</a></span></div>
+<h3><a name="BEELDEN_VAN_HET_BLIJ-EINDIG_SPEL" id="BEELDEN_VAN_HET_BLIJ-EINDIG_SPEL"></a>BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL.</h3>
+
+<table class="cast" summary="cast of characters">
+<tbody><tr>
+<td>GOD DE HEERE</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td>
+<!--begin imbedded table-->
+ <table class="inner">
+ <tbody><tr>
+ <td class="bracket lf">
+ <p>MOZES, AARON, KORACH,</p>
+ <p>JOZUA en KALEB</p>
+ </td>
+ <td class="bracket rt">
+ <p>De Oudsten der Hebre&euml;n.</p>
+ </td>
+ </tr>
+ </tbody></table>
+<!--end imbedded table-->
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>FARAO,</td>
+<td> de Koning.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>
+<!--begin imbedded table-->
+ <table class="inner">
+ <tbody><tr>
+ <td class="bracket lf">
+ <p>TIFUS,</p>
+ <p>SERAX,</p>
+ </td>
+ <td class="bracket rt">
+ <p>Droom-bedieders en Toovenaars.</p>
+ </td>
+ </tr>
+ </tbody></table>
+<!--end imbedded table-->
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>ALBINUS,</td>
+<td>Veld-hoofdman met zijn Heir-leger.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>De Rei der Egyptenaren.</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td>De Rei der Isra&euml;lieten.</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td>FAMA,</td>
+<td>of 't vliegende Gerucht.</td>
+</tr><tr>
+<td>KOOR,</td>
+<td>de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel.</td>
+</tr>
+</tbody></table>
+
+
+<h4>EERSTE DEEL.</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt:</div>
+</div>
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Weidt hier, mijn beestiaal<a name="FNanchor_25_25" id="FNanchor_25_25"></a><a href="#Footnote_25_25" class="fnanchor"><ins class="note" title="beesten (verg. 't Fr. bétail).">[25]</ins></a>! weidt hier, mijn tierig vee!</div>
+<div class='i2'>Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee!</div>
+<div class='i2'>Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig,</div>
+<div class='i2'>'t Lacht hier doch altemaal, zoetrokig<a name="FNanchor_26_26" id="FNanchor_26_26"></a><a href="#Footnote_26_26" class="fnanchor"><ins class="note" title="welriekend.">[26]</ins></a> en couleurig,</div>
+<div class='i2'>Nu wauwelt<a name="FNanchor_27_27" id="FNanchor_27_27"></a><a href="#Footnote_27_27" class="fnanchor"><ins class="note" title="kaauwt en herkaauwt.">[27]</ins></a> zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt<a name="FNanchor_28_28" id="FNanchor_28_28"></a><a href="#Footnote_28_28" class="fnanchor"><ins class="note" title="Dijt uit.">[28]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt:</div>
+<div class='i2'>Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder,</div>
+<div class='i2'>Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder,</div>
+<div class='i2'>De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd)</div>
+<div class='i2'>Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen<a name="FNanchor_29_29" id="FNanchor_29_29"></a><a href="#Footnote_29_29" class="fnanchor"><ins class="note" title="schapen (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen).">[29]</ins></a>, zwermt;</div>
+<div class='i2'>Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken,</div>
+<div class='i2'>Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken;</div>
+<div class='i2'>Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld,</div>
+<div class='i2'>Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt.</div>
+<div class='i4'>Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten!</div>
+<div class='i2'>Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten;</div>
+<div class='i2'>Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon,</div>
+<div class='i2'>Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon!</div>
+<div class='i2'>Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken,</div>
+<div class='i2'>Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken,</div>
+<div class='i2'>Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd<a name="FNanchor_30_30" id="FNanchor_30_30"></a><a href="#Footnote_30_30" class="fnanchor"><ins class="note" title="pracht (verg. 't Hoogd. geschmeide).">[30]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt<a name="FNanchor_31_31" id="FNanchor_31_31"></a><a href="#Footnote_31_31" class="fnanchor"><ins class="note" title="kleed ('t Fr. habit).">[31]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten,</div>
+<div class='i2'>Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten,</div>
+<div class='i2'>Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof,</div>
+<div class='i2'>Als al de lekkernij van 't koninklijke hof:</div>
+<div class='i2'>Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten<a name="FNanchor_32_32" id="FNanchor_32_32"></a><a href="#Footnote_32_32" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor schijnt.">[32]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>'t Is wederom vermengd met zorgen en onrusten,</div>
+<div class='i2'>Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed,</div>
+<div class='i2'>En morgen toegerust met wapens dol en wreed,</div>
+<div class='i2'>Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen,</div>
+<div class='i2'>En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen<a name="FNanchor_33_33" id="FNanchor_33_33"></a><a href="#Footnote_33_33" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot een helm geslonken.">[33]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard,</div>
+<div class='i2'>'t Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard.</div>
+<div class='i2'>Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen,</div>
+<div class='i2'>Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen.</div>
+<div class='i2'>Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad</div>
+<div class='i2'>Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat.</div>
+<div class='i4'>Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden,</div>
+<div class='i2'>En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen:</div>
+<div class='i2'>Abel en Abraham, Izak en Jakob mild<a name="FNanchor_34_34" id="FNanchor_34_34"></a><a href="#Footnote_34_34" class="fnanchor"><ins class="note" title="zacht.">[34]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild;</div>
+<div class='i2'>Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker,</div>
+<div class='i2'>Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker;</div>
+<div class='i2'>Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_9b" id="Page_9b">[Pg 9b]</a></span>
+<div class='i2'>Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen,</div>
+<div class='i2'>Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren,</div>
+<div class='i2'>Doch meer dwingt mij de nood als<a name="FNanchor_35_35" id="FNanchor_35_35"></a><a href="#Footnote_35_35" class="fnanchor"><ins class="note" title="dan.">[35]</ins></a> hertelijk begeeren.</div>
+<div class='i4'>'t Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl<a name="FNanchor_36_36" id="FNanchor_36_36"></a><a href="#Footnote_36_36" class="fnanchor"><ins class="note" title="dezer dagen.">[36]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl:</div>
+<div class='i2'>Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven,</div>
+<div class='i2'>En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven!</div>
+<div class='i4'>Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst,</div>
+<div class='i2'>Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst</div>
+<div class='i2'>Beteekent<a name="FNanchor_37_37" id="FNanchor_37_37"></a><a href="#Footnote_37_37" class="fnanchor"><ins class="note" title="afbeeldt.">[37]</ins></a> t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd,</div>
+<div class='i2'>Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd:</div>
+<div class='i2'>Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt,</div>
+<div class='i2'>De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed;</div>
+<div class='i2'>De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen,</div>
+<div class='i2'>De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen,</div>
+<div class='i2'>Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla,</div>
+<div class='i2'>En elk Inwoonder hoort den Scepter even na,</div>
+<div class='i2'>D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden,</div>
+<div class='i2'>Zoo hoort 't Rijk op<a name="FNanchor_38_38" id="FNanchor_38_38"></a><a href="#Footnote_38_38" class="fnanchor"><ins class="note" title="open.">[38]</ins></a> te staan, om iegelijk te voeden:</div>
+<div class='i2'>Maar Isra&euml;l, helaas! gaat op een dorre heid',</div>
+<div class='i2'>Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt,</div>
+<div class='i2'>D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren,</div>
+<div class='i2'>Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren:</div>
+<div class='i2'>De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,<a name="FNanchor_39_39" id="FNanchor_39_39"></a><a href="#Footnote_39_39" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor verlustigt.">[39]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust:</div>
+<div class='i2'>Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel,</div>
+<div class='i2'>Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel,</div>
+<div class='i2'>De Isra&euml;lieten drukt: zijn wedersnijdig<a name="FNanchor_40_40" id="FNanchor_40_40"></a><a href="#Footnote_40_40" class="fnanchor"><ins class="note" title="tweesnijdend.">[40]</ins></a> staal</div>
+<div class='i2'>Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal,</div>
+<div class='i2'>En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel,</div>
+<div class='i2'>Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel.</div>
+<div class='i2'>Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf!</div>
+<div class='i2'>Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf:</div>
+<div class='i2'>En of zij schoon<a name="FNanchor_41_41" id="FNanchor_41_41"></a><a href="#Footnote_41_41" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans ofschoon.">[41]</ins></a> met graan al Memfis' zolders vullen</div>
+<div class='i2'>Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen.</div>
+<div class='i4'>Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept!</div>
+<div class='i2'>Gij graaft om elke stad een grondelooze diept,</div>
+<div class='i2'>Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen</div>
+<div class='i2'>Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen,</div>
+<div class='i2'>En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg,</div>
+<div class='i2'>En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg,</div>
+<div class='i2'>Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert<a name="FNanchor_42_42" id="FNanchor_42_42"></a><a href="#Footnote_42_42" class="fnanchor"><ins class="note" title="luister, glans geeft, blinkt.">[42]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En 't manenzilver<a name="FNanchor_43_43" id="FNanchor_43_43"></a><a href="#Footnote_43_43" class="fnanchor"><ins class="note" title=" 't zilver van den maan.">[43]</ins></a> met zijn gulden trots verduistert,</div>
+<div class='i2'>Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal,</div>
+<div class='i2'>En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al:</div>
+<div class='i2'>Noch razet<a name="FNanchor_44_44" id="FNanchor_44_44"></a><a href="#Footnote_44_44" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor raast.">[44]</ins></a> den tiran, Egypten le&icirc;t<a name="FNanchor_45_45" id="FNanchor_45_45"></a><a href="#Footnote_45_45" class="fnanchor"><ins class="note" title="legt; thans ligt.">[45]</ins></a> ten woesten,</div>
+<div class='i2'>En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten.</div>
+<div class='i4'>Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot</div>
+<div class='i2'>Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot</div>
+<div class='i2'>Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten</div>
+<div class='i2'>Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten</div>
+<div class='i2'>In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht</div>
+<div class='i2'>Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht,</div>
+<div class='i2'>Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide,</div>
+<div class='i2'>Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide,</div>
+<div class='i2'>Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman</div>
+<div class='i2'>Vervloekte ploeg, en zein<a name="FNanchor_46_46" id="FNanchor_46_46"></a><a href="#Footnote_46_46" class="fnanchor"><ins class="note" title="zeis.">[46]</ins></a>, dorschvlegel, eg en wan,</div>
+<div class='i2'>Toen 't heele Ceresgild<a name="FNanchor_47_47" id="FNanchor_47_47"></a><a href="#Footnote_47_47" class="fnanchor"><ins class="note" title="De landbouwende klasse.">[47]</ins></a> schier niet dan stroo en stoppel</div>
+<div class='i2'>In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel:</div>
+<div class='i2'>Toen loech<a name="FNanchor_48_48" id="FNanchor_48_48"></a><a href="#Footnote_48_48" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot lachte verzwakt.">[48]</ins></a> elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld,</div>
+<div class='i2'>Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld,</div>
+<div class='i2'>Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen</div>
+<div class='i2'>Op iegelijken<a name="FNanchor_49_49" id="FNanchor_49_49"></a><a href="#Footnote_49_49" class="fnanchor"><ins class="note" title="Een iegelijk.">[49]</ins></a> wierp, en niemand heeft onttogen</div>
+<div class='i2'>De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_10a" id="Page_10a">[Pg 10a]</a></span>
+<div class='i2'>Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein<a name="FNanchor_50_50" id="FNanchor_50_50"></a><a href="#Footnote_50_50" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gemeen.">[50]</ins></a>.</div>
+<div class='i2'>O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren<a name="FNanchor_51_51" id="FNanchor_51_51"></a><a href="#Footnote_51_51" class="fnanchor"><ins class="note" title="voren.">[51]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De wolven, die nu 't schaap van Isra&euml;l verscheuren;</div>
+<div class='i2'>Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond,</div>
+<div class='i2'>Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond:</div>
+<div class='i2'>Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven,</div>
+<div class='i2'>En langen tijd met hun v&oacute;&oacute;r onzen tijd begraven!</div>
+<div class='i4'>Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert.</div>
+<div class='i2'>Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd,</div>
+<div class='i2'>Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig</div>
+<div class='i2'>Beklijft, als<a name="FNanchor_52_52" id="FNanchor_52_52"></a><a href="#Footnote_52_52" class="fnanchor"><ins class="note" title="gelijk.">[52]</ins></a> 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig,</div>
+<div class='i2'>Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen,</div>
+<div class='i2'>Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen:</div>
+<div class='i2'>Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije</div>
+<div class='i2'>t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije?</div>
+<div class='i4'>O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook</div>
+<div class='i2'>Van onz' altaren, als een liefelijken rook,</div>
+<div class='i2'>Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen</div>
+<div class='i2'>Zal u den wierook van ons heilige offeranden</div>
+<div class='i2'>Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds,</div>
+<div class='i2'>Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds,</div>
+<div class='i2'>Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen,</div>
+<div class='i2'>Die overheeren zal den trots van u vijanden;</div>
+<div class='i2'>Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht</div>
+<div class='i2'>De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht:</div>
+<div class='i2'>Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden,</div>
+<div class='i2'>Wascht ons weer in de borne<a name="FNanchor_53_53" id="FNanchor_53_53"></a><a href="#Footnote_53_53" class="fnanchor"><ins class="note" title="bron, water.">[53]</ins></a> en vloed uwer genaden!</div>
+<div class='i2'>Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart,</div>
+<div class='i2'>Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart:</div>
+<div class='i2'>Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen,</div>
+<div class='i2'>Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen:</div>
+<div class='i2'>Wij zijn Dijn handen werk.....</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i3'>(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.)</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Aanschouwt dat heerlijk licht!</div>
+<div class='i2'>Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht!</div>
+<div class='i2'>'t Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken<a name="FNanchor_54_54" id="FNanchor_54_54"></a><a href="#Footnote_54_54" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkelen (verg 't Eng. to spark).">[54]</ins></a> en te gloeyen,</div>
+<div class='i2'>Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen.</div>
+<div class='i2'>Ik wil mij derwaarts spo&ecirc;n.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Zacht, Mozes! Mozes, beidt!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hier ben ik.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Is hier van mijn tegenwoordigheid</div>
+<div class='i2'>Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten,</div>
+<div class='i2'>Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten.</div>
+<div class='i4'>'t Bosch, dat hier branden schijnt<a name="FNanchor_55_55" id="FNanchor_55_55"></a><a href="#Footnote_55_55" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans schijnt te branden.">[55]</ins></a>, en niet en wordt verteerd,</div>
+<div class='i2'>Daarmede is Isra&euml;l naakt af gefigureerd:</div>
+<div class='i2'>'t Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk</div>
+<div class='i2'>De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk,</div>
+<div class='i2'>En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud,</div>
+<div class='i2'>Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt,</div>
+<div class='i2'>Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen</div>
+<div class='i2'>Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen.</div>
+<div class='i4'>Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt,</div>
+<div class='i2'>Waarvoren zich<a href="#Footnote_56_56" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans alleen geknield.">[56]</ins></a> Isak en Jakob heeft geknield<a name="FNanchor_56_56" id="FNanchor_56_56"></a><a href="#Footnote_56_56" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans alleen geknield.">[56]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Amy! waar zal ik vli&ecirc;n, in klippen of in kuilen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik was, Ik ben, Ik blijf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Waar zal ik mij verschuilen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_10b" id="Page_10b">[Pg 10b]</a></span>
+<div class='i2'>En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank<a name="FNanchor_57_57" id="FNanchor_57_57"></a><a href="#Footnote_57_57" class="fnanchor"><ins class="note" title="sterk (verg. boven spark met ons sprank).">[57]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde,</div>
+<div class='i2'>Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde</div>
+<div class='i2'>Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk</div>
+<div class='i2'>Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk:</div>
+<div class='i2'>De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen,</div>
+<div class='i2'>Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen;</div>
+<div class='i2'>Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee</div>
+<div class='i2'>En groot heerleger met mijn vleugelen bespre&ecirc;<a name="FNanchor_58_58" id="FNanchor_58_58"></a><a href="#Footnote_58_58" class="fnanchor"><ins class="note" title="bespiedde.">[58]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen,</div>
+<div class='i2'>Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open,</div>
+<div class='i2'>Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord,</div>
+<div class='i2'>Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord!</div>
+<div class='i2'>Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden,</div>
+<div class='i2'>Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden,</div>
+<div class='i2'>Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt</div>
+<div class='i2'>Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt!</div>
+<div class='i2'>Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig<a name="FNanchor_59_59" id="FNanchor_59_59"></a><a href="#Footnote_59_59" class="fnanchor"><ins class="note" title="in eigen persoon.">[59]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig;</div>
+<div class='i2'>In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan</div>
+<div class='i2'>Heur hoornen spieglen in de glazige<a name="FNanchor_60_60" id="FNanchor_60_60"></a><a href="#Footnote_60_60" class="fnanchor"><ins class="note" title="spiegelgladde, effene.">[60]</ins></a> Jordaan;</div>
+<div class='i2'>Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven</div>
+<div class='i2'>Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven,</div>
+<div class='i2'>Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots,</div>
+<div class='i2'>Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods;</div>
+<div class='i2'>Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen,</div>
+<div class='i2'>En zag op 't altaar-plat alre&ecirc; ten hemel stralen,</div>
+<div class='i2'>(Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed)</div>
+<div class='i2'>'t Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed;</div>
+<div class='i2'>Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente,</div>
+<div class='i2'>Alre&ecirc; begraven had zijn vleesch en zijn gebeente;</div>
+<div class='i2'>Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht<a name="FNanchor_61_61" id="FNanchor_61_61"></a><a href="#Footnote_61_61" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor gebracht.">[61]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht;</div>
+<div class='i2'>Daar zijnen zoon Izak en Jakob, be&icirc; te gader,</div>
+<div class='i2'>Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader;</div>
+<div class='i2'>In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd</div>
+<div class='i2'>Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd.</div>
+<div class='i2'>Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen;</div>
+<div class='i2'>De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij maakt u machtig, die<a name="FNanchor_62_62" id="FNanchor_62_62"></a><a href="#Footnote_62_62" class="fnanchor"><ins class="note" title="aan wien.">[62]</ins></a> nooit sterkheid en ontbrak;</div>
+<div class='i2'>En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig,</div>
+<div class='i2'>Doet mij op dezen berg een offerande heilig</div>
+<div class='i2'>Van liefelijken reuk.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>O God gebenedijd!</div>
+<div class='i2'>Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt</div>
+<div class='i2'>Die mij gezonden hebt?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Jehova, God almachtig,</div>
+<div class='i2'>Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig:</div>
+<div class='i2'>Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt</div>
+<div class='i2'>Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet:</div>
+<div class='i2'>Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt</div>
+<div class='i2'>Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld;</div>
+<div class='i2'>Ik ben de Heere zelf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>De vonk van hun geloof</div>
+<div class='i2'>Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder;</div>
+<div class='i2'>Wat hebt gij in uw hand?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Een staf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i12'>Wel, werpt hem neder.</div>
+</div>
+
+<span class='pagenum'><a name="Page_11a" id="Page_11a">[Pg 11a]</a></span>
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wat kronkelt hier alre&ecirc;? hier wemelt, krolt<a name="FNanchor_63_63" id="FNanchor_63_63"></a><a href="#Footnote_63_63" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor krult.">[63]</ins></a> en drilt</div>
+<div class='i2'>Een slange, die mij in de hielen bijten wilt<a name="FNanchor_64_64" id="FNanchor_64_64"></a><a href="#Footnote_64_64" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wil.">[64]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>O Heere, staat mij bij!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Wel, grijpt den krommen worme.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Dit 's mijnen zelfden staf, we&ecirc;r in zijn eerste vorme:</div>
+<div class='i2'>O, Heere wonderbaar!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Opdat u niets ontbreekt,</div>
+<div class='i2'>Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt,</div>
+<div class='i2'>En trekt ze weder uit.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Mijn hand is stijf en kromme,</div>
+<div class='i2'>Melaatsch, gelijk de sneeuw.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Wel, drukt nu weder omme</div>
+<div class='i2'>Uw ongeloovig hart.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Ze is zuiver, rein en klaar.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar,</div>
+<div class='i2'>Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert<a name="FNanchor_65_65" id="FNanchor_65_65"></a><a href="#Footnote_65_65" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Bewandelt, betreedt.">[65]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>'t Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam,</div>
+<div class='i2'>Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam;</div>
+<div class='i2'>Kiest elders een gezant.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Zal mij dan iets ontbreken?</div>
+<div class='i2'>Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken,</div>
+<div class='i2'>Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt<a name="FNanchor_66_66" id="FNanchor_66_66"></a><a href="#Footnote_66_66" class="fnanchor"><ins class="note" title="draait.">[66]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En al wat in 't begrijp<a name="FNanchor_67_67" id="FNanchor_67_67"></a><a href="#Footnote_67_67" class="fnanchor"><ins class="note" title="perk, omvang.">[67]</ins></a> van nat of drooge krielt,</div>
+<div class='i2'>'t Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret,</div>
+<div class='i2'>En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret,</div>
+<div class='i2'>'t Viervoetig veldsch<a name="FNanchor_68_68" id="FNanchor_68_68"></a><a href="#Footnote_68_68" class="fnanchor"><ins class="note" title="van't veld.">[68]</ins></a> gediert', 't geboomte, dat gekromd</div>
+<div class='i2'>Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt:</div>
+<div class='i2'>Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore</div>
+<div class='i2'>Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore?</div>
+<div class='i2'>Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald,</div>
+<div class='i2'>Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt;</div>
+<div class='i2'>Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig?</div>
+<div class='i2'>Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig;</div>
+<div class='i2'>En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet</div>
+<div class='i2'>Om uw hardnekkigheid;&mdash;wat dunkt u, kan ik niet</div>
+<div class='i2'>Gebruiken nevens u, voor Isra&euml;l en Faron,</div>
+<div class='i2'>De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron?</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Of<a name="FNanchor_69_69" id="FNanchor_69_69"></a><a href="#Footnote_69_69" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zoo, indien.">[69]</ins></a> Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God</div>
+<div class='i2'>Zijt gij van mij gezalfd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>En blijft hij onbewogen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen;</div>
+<div class='i2'>Mijn pijlen hangen re&ecirc; gescherpt in mijnen tros<a name="FNanchor_70_70" id="FNanchor_70_70"></a><a href="#Footnote_70_70" class="fnanchor"><ins class="note" title="bundel, koker.">[70]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En of mijn haters mij nog in Egypte vonden?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden:</div>
+<div class='i2'>Dus spoedt u.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Op uw woord zal ik mij henenspo&ecirc;n,</div>
+<div class='i2'>Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen,</div>
+<div class='i2'>Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_11b" id="Page_11b">[Pg 11b]</a></span>
+<div class='i2'>Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen,</div>
+<div class='i2'>Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd<a name="FNanchor_71_71" id="FNanchor_71_71"></a><a href="#Footnote_71_71" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans beschoren.">[71]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>KORACH, JOZUA, EN KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen?</div>
+<div class='i2'>Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen?</div>
+<div class='i2'>Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud,</div>
+<div class='i2'>Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd?</div>
+<div class='i2'>Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen</div>
+<div class='i2'>Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen?</div>
+<div class='i2'>Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild</div>
+<div class='i2'>Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt<a name="FNanchor_72_72" id="FNanchor_72_72"></a><a href="#Footnote_72_72" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor versmelt.">[72]</ins></a>?</div>
+<div class='i2'>Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig?</div>
+<div class='i2'>Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig?</div>
+<div class='i4'>O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond</div>
+<div class='i2'>En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond</div>
+<div class='i2'>Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken:</div>
+<div class='i2'>Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken?</div>
+<div class='i4'>Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen,</div>
+<div class='i2'>Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen,</div>
+<div class='i2'>Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk,</div>
+<div class='i2'>Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk,</div>
+<div class='i2'>Afgodisch aangebe&egrave;n, noch zichtbaar beeldtenis;</div>
+<div class='i2'>In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis</div>
+<div class='i2'>Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen.</div>
+<div class='i2'>Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen;</div>
+<div class='i2'>Wij hebben<a name="FNanchor_73_73" id="FNanchor_73_73"></a><a href="#Footnote_73_73" class="fnanchor"><ins class="note" title="erkennen.">[73]</ins></a> nimmermeer voor Isis onbezield,</div>
+<div class='i2'>De Egypter afgodin, devotelijk geknield;</div>
+<div class='i2'>Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid</div>
+<div class='i2'>Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid.</div>
+<div class='i4'>Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos,</div>
+<div class='i2'>Gij kent onz' zwakheid te&ecirc;r, en onz' nature broos,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen;</div>
+<div class='i2'>Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt,</div>
+<div class='i2'>Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'.</div>
+<div class='i4'>Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit<a name="FNanchor_74_74" id="FNanchor_74_74"></a><a href="#Footnote_74_74" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeit en geboeid, als vloei-et en geboei-ed te lezen; verg. beneden scheidet.">[74]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid<a href="#Footnote_74_74" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeit en geboeid, als vloei-et en geboei-ed te lezen; verg. beneden scheidet.">[74]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet,</div>
+<div class='i2'>Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet!</div>
+<div class='i4'>Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen</div>
+<div class='i2'>Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen,</div>
+<div class='i2'>Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit,</div>
+<div class='i2'>Die van den witten<a name="FNanchor_75_75" id="FNanchor_75_75"></a><a href="#Footnote_75_75" class="fnanchor"><ins class="note" title="helderen.">[75]</ins></a> dag den draaiboom open sluit,</div>
+<div class='i2'>Met dat zij hare vlucht<a name="FNanchor_76_76" id="FNanchor_76_76"></a><a href="#Footnote_76_76" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor vliegend span.">[76]</ins></a> gaat in den wagen spannen,</div>
+<div class='i2'>Zoo spant terstond in 't juk de Isra&euml;lietsche mannen</div>
+<div class='i2'>De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep<a name="FNanchor_77_77" id="FNanchor_77_77"></a><a href="#Footnote_77_77" class="fnanchor"><ins class="note" title="sluw.">[77]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep,</div>
+<div class='i2'>Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten,</div>
+<div class='i2'>Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten.</div>
+<div class='i4'>Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid,</div>
+<div class='i2'>Ons wordt naauw spijze en drank om<a name="FNanchor_78_78" id="FNanchor_78_78"></a><a href="#Footnote_78_78" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[78]</ins></a> leven bij geleid.</div>
+<div class='i2'>Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten,</div>
+<div class='i2'>Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten:</div>
+<div class='i2'>Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt<a name="FNanchor_79_79" id="FNanchor_79_79"></a><a href="#Footnote_79_79" class="fnanchor"><ins class="note" title="Eig. 't Hoogd. kreitz, d. i. kring, perk; van daar (gelijk ook hier) strijdperk.">[79]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd:</div>
+<div class='i2'>Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig,</div>
+<div class='i2'>Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig,</div>
+<div class='i2'>Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog,</div>
+<div class='i2'>Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat<a name="FNanchor_80_80" id="FNanchor_80_80"></a><a href="#Footnote_80_80" class="fnanchor"><ins class="note" title="veegt (van 't oude dwa-en, waarvan nog dweil).">[80]</ins></a> ons tranig<a name="FNanchor_81_81" id="FNanchor_81_81"></a><a href="#Footnote_81_81" class="fnanchor"><ins class="note" title="schreyend.">[81]</ins></a> oog!</div>
+<div class='i4'>'t Is onbestendig al: het planten en het zaayen</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_12a" id="Page_12a">[Pg 12a]</a></span>
+<div class='i2'>Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen,</div>
+<div class='i2'>Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om,</div>
+<div class='i2'>Nu scheert men we&ecirc;r de vrucht met eene zeisen krom,</div>
+<div class='i2'>Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig,</div>
+<div class='i2'>Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig<a name="FNanchor_82_82" id="FNanchor_82_82"></a><a href="#Footnote_82_82" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor tarwen-aren.">[82]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs,</div>
+<div class='i2'>De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs;</div>
+<div class='i2'>Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij ne&ecirc;r in 't Westen,</div>
+<div class='i2'>Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten,</div>
+<div class='i2'>De mane die heur<a name="FNanchor_83_83" id="FNanchor_83_83"></a><a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Thans zich.">[83]</ins></a> nu in volle rondte stelt,</div>
+<div class='i2'>En weder heuren glans en zilverschijn versmelt;</div>
+<div class='i2'>Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen,</div>
+<div class='i2'>Met de elementen steeds veranderen en keeren:</div>
+<div class='i2'>Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool,</div>
+<div class='i2'>Die sta&acirc;g uit een klimaat blijft pinken<a name="FNanchor_84_84" id="FNanchor_84_84"></a><a href="#Footnote_84_84" class="fnanchor"><ins class="note" title="flikkeren, vonkelen.">[84]</ins></a> als een kool.</div>
+<div class='i4'>Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme</div>
+<div class='i2'>Door wispelturigheid?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Neen, God, als een kolomme</div>
+<div class='i2'>En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Is hij 't niet die hem<a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[83]</ins></a> aan onz' vaderen verbond?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Door onz' misdaden is dit zegel we&ecirc;r gebroken.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken,</div>
+<div class='i2'>Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid,</div>
+<div class='i2'>Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegeze&icirc;d,</div>
+<div class='i2'>Noch geen Egypteland, maar Kana&auml;n vruchtbarig,</div>
+<div class='i2'>Noch geen gehoornden<a name="FNanchor_85_85" id="FNanchor_85_85"></a><a href="#Footnote_85_85" class="fnanchor"><ins class="note" title="hoekigen, kronkelenden.">[85]</ins></a> Nijl, maar een Jordane barig<a name="FNanchor_86_86" id="FNanchor_86_86"></a><a href="#Footnote_86_86" class="fnanchor"><ins class="note" title="golvenden.">[86]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wat heugenis<a name="FNanchor_87_87" id="FNanchor_87_87"></a><a href="#Footnote_87_87" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor verheuging.">[87]</ins></a> is 't ons, als onze tijd gaat springen<a name="FNanchor_88_88" id="FNanchor_88_88"></a><a href="#Footnote_88_88" class="fnanchor"><ins class="note" title="afloopt.">[88]</ins></a>?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waaruit bewijst gij dat?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>God bindt hem<a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[83]</ins></a> aan geen kwaden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart,</div>
+<div class='i2'>In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden,</div>
+<div class='i2'>In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden:</div>
+<div class='i2'>Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult</div>
+<div class='i2'>Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld:</div>
+<div class='i2'>Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen,</div>
+<div class='i2'>De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen</div>
+<div class='i2'>Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt,</div>
+<div class='i2'>Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt,</div>
+<div class='i2'>Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren,</div>
+<div class='i2'>Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wat staat ons dan te doen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Tot boete zijn bereid</div>
+<div class='i2'>Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid,</div>
+<div class='i2'>Misschien (wij mogen<a name="FNanchor_89_89" id="FNanchor_89_89"></a><a href="#Footnote_89_89" class="fnanchor"><ins class="note" title="kunnen.">[89]</ins></a> toch zijn wijsheid niet begrijpen),</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_12b" id="Page_12b">[Pg 12b]</a></span>
+<div class='i2'>Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen</div>
+<div class='i2'>De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd;</div>
+<div class='i2'>God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft</div>
+<div class='i2'>Weet hij te voren wel.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Behoudens uw propoosten<a name="FNanchor_90_90" id="FNanchor_90_90"></a><a href="#Footnote_90_90" class="fnanchor"><ins class="note" title="Met uw verlof.">[90]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Beproeving, schijnt<a name="FNanchor_91_91" id="FNanchor_91_91"></a><a href="#Footnote_91_91" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor schijnt het.">[91]</ins></a> nochtans, den mensche leidt ten boosten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd<a name="FNanchor_92_92" id="FNanchor_92_92"></a><a href="#Footnote_92_92" class="fnanchor"><ins class="note" title=" voor toegevoegd, opgelegd.">[92]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd;</div>
+<div class='i2'>Dat hij ons van hem<a name="FNanchor_93_93" id="FNanchor_93_93"></a><a href="#Footnote_93_93" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor zich.">[93]</ins></a> werpt geschiedt maar uit ontfermen;</div>
+<div class='i2'>Om vaderlijken<a name="FNanchor_94_94" id="FNanchor_94_94"></a><a href="#Footnote_94_94" class="fnanchor"><ins class="note" title="op vaderlijke wijs.">[94]</ins></a> ons te omhelzen met zijn armen:</div>
+<div class='i2'>Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch</div>
+<div class='i2'>Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze</div>
+<div class='i2'>Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis</div>
+<div class='i2'>Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is:</div>
+<div class='i2'>De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven</div>
+<div class='i2'>Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven,</div>
+<div class='i2'>En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot,</div>
+<div class='i2'>Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God:</div>
+<div class='i2'>Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig,</div>
+<div class='i2'>Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig;</div>
+<div class='i2'>Gelijk ons te&ecirc;re lijf, ellendig, naakt en bloot,</div>
+<div class='i2'>'t Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood;</div>
+<div class='i2'>Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen,</div>
+<div class='i2'>Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden,</div>
+<div class='i2'>Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft,</div>
+<div class='i2'>En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft:</div>
+<div class='i2'>En of ons lichaam schoon<a name="FNanchor_95_95" id="FNanchor_95_95"></a><a href="#Footnote_95_95" class="fnanchor"><ins class="note" title="ook (ofschoon).">[95]</ins></a> in allerlei wellusten</div>
+<div class='i2'>En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten</div>
+<div class='i2'>Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth?</div>
+<div class='i2'>Wat baatten<a name="FNanchor_96_96" id="FNanchor_96_96"></a><a href="#Footnote_96_96" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor baatte (wegens den volg. klinker).">[96]</ins></a> ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot</div>
+<div class='i2'>En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven?</div>
+<div class='i2'>'t Wordt hier toch al op 't lest ge&euml;indigd met een sterven:</div>
+<div class='i2'>Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt,</div>
+<div class='i2'>Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt</div>
+<div class='i2'>Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten,</div>
+<div class='i2'>Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten</div>
+<div class='i2'>Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest</div>
+<div class='i2'>Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig,</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij heeft een geesel nog, waarme&ecirc; hij na der zielen<a name="FNanchor_97_97" id="FNanchor_97_97"></a><a href="#Footnote_97_97" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans naar de ziel.">[97]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Den mensche harder straft, een onverganklijk wee;</div>
+<div class='i2'>Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne sche&ecirc;.</div>
+<div class='i2'>Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren</div>
+<div class='i2'>Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren;</div>
+<div class='i2'>Dus laat ons deze ro&ecirc;, waarmede hij ons driegt<a name="FNanchor_98_98" id="FNanchor_98_98"></a><a href="#Footnote_98_98" class="fnanchor"><ins class="note" title="dreigt">[98]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt:</div>
+<div class='i2'>Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen,</div>
+<div class='i2'>Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand<a name="FNanchor_99_99" id="FNanchor_99_99"></a><a href="#Footnote_99_99" class="fnanchor"><ins class="note" title="met tranen in de oogen, weenend.">[99]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_13a" id="Page_13a">[Pg 13a]</a></span>
+<div class='i2'>Zij bleven onbeweegd<a name="FNanchor_100_100" id="FNanchor_100_100"></a><a href="#Footnote_100_100" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans onbewogen.">[100]</ins></a>, al zagen zij voor oogen</div>
+<div class='i2'>Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen,</div>
+<div class='i2'>Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg,</div>
+<div class='i2'>En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg;</div>
+<div class='i2'>Toen heeft God opgesteld<a name="FNanchor_101_101" id="FNanchor_101_101"></a><a href="#Footnote_101_101" class="fnanchor"><ins class="note" title="zijn verlaten opengezet.">[101]</ins></a> zijn groote waterspuyen<a href="#Footnote_101_101" class="fnanchor"><ins class="note" title="zijn verlaten opengezet.">[101]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen,</div>
+<div class='i2'>De meeren liepen t' za&acirc;m, met alle stroomen droef,</div>
+<div class='i2'>Tot eindelijk een zee den aardenkloot<a name="FNanchor_102_102" id="FNanchor_102_102"></a><a href="#Footnote_102_102" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor aardkloot.">[102]</ins></a> begroef.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten</div>
+<div class='i2'>Van die van Gomorra en stoute Sodomieten,</div>
+<div class='i2'>Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook,</div>
+<div class='i2'>Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken</div>
+<div class='i2'>Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken<a name="FNanchor_103_103" id="FNanchor_103_103"></a><a href="#Footnote_103_103" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans van de ark.">[103]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur<a name="FNanchor_104_104" id="FNanchor_104_104"></a><a href="#Footnote_104_104" class="fnanchor"><ins class="note" title="zuiver.">[104]</ins></a></div>
+<div class='i2'>D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Is al vergeefs gehoopt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Vertwijfelt niet in hopen.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort,</div>
+<div class='i2'>Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort:</div>
+<div class='i2'>Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen</div>
+<div class='i2'>Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden</div>
+<div class='i2'>Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam</div>
+<div class='i2'>Tot eenig instrument den ouden Abraham,</div>
+<div class='i2'>Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken,</div>
+<div class='i2'>Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken:</div>
+<div class='i2'>Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan,</div>
+<div class='i2'>Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan,</div>
+<div class='i2'>Zijn vijanden aangreep, die alre&ecirc; met versagen</div>
+<div class='i2'>De grootste kapitein had in de vlucht geslagen;</div>
+<div class='i2'>Wie niet ontvlieden mocht<a name="FNanchor_105_105" id="FNanchor_105_105"></a><a href="#Footnote_105_105" class="fnanchor"><ins class="note" title="kon.">[105]</ins></a>, viel in zijn eigen zwaard.</div>
+<div class='i2'>Aldus verloste d' een' den andren broeder waard,</div>
+<div class='i2'>Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel;</div>
+<div class='i2'>Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar;</div>
+<div class='i2'>De Heere Zebaoth mocht<a href="#Footnote_105_105" class="fnanchor"><ins class="note" title="kon.">[105]</ins></a> wel Loths kommer stelpen,</div>
+<div class='i2'>Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waarom en deed hij 't niet?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Maar<a name="FNanchor_106_106" id="FNanchor_106_106"></a><a href="#Footnote_106_106" class="fnanchor"><ins class="note" title="wel.">[106]</ins></a>, vraagt gij den waarom?</div>
+<div class='i2'>Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om:</div>
+<div class='i2'>Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren,</div>
+<div class='i2'>Heeft haren tijd bestemd<a name="FNanchor_107_107" id="FNanchor_107_107"></a><a href="#Footnote_107_107" class="fnanchor"><ins class="note" title="bepaald; verg. boven bl. [3].">[107]</ins></a>, haar dagen en haar uren:</div>
+<div class='i2'>Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait,</div>
+<div class='i2'>Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait:</div>
+<div class='i2'>God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen,</div>
+<div class='i2'>Den akker van ons hart komt door Farao ploegen,</div>
+<div class='i2'>Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel,</div>
+<div class='i2'>Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden e&ecirc;l;</div>
+<div class='i2'>Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker,</div>
+<div class='i2'>En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker;</div>
+<div class='i2'>Als nu de troebel zon van boven uit de locht</div>
+<div class='i2'>Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht</div>
+<div class='i2'>Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen,</div>
+<div class='i2'>Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen,</div>
+<div class='i2'>Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_13b" id="Page_13b">[Pg 13b]</a></span>
+<div class='i2'>Gelijk de landman, die op hope van den oogst</div>
+<div class='i2'>Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten:</div>
+<div class='i2'>Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Gij keeret<a name="FNanchor_108_108" id="FNanchor_108_108"></a><a href="#Footnote_108_108" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor keert het, proeft het.">[108]</ins></a> al in 't best.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Geeft gij ons geen geloof,</div>
+<div class='i2'>Zoo proevet<a href="#Footnote_108_108" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor keert het, proeft het.">[108]</ins></a> bij u zelv', en achtet geenen roof</div>
+<div class='i2'>Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven,</div>
+<div class='i2'>Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven:</div>
+<div class='i2'>Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd,</div>
+<div class='i2'>Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt<a name="FNanchor_109_109" id="FNanchor_109_109"></a><a href="#Footnote_109_109" class="fnanchor"><ins class="note" title="toevoegt.">[109]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten</div>
+<div class='i2'>Ons te verdelgen heel.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Gelijk als aan een keten</div>
+<div class='i2'>De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert</div>
+<div class='i2'>Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd</div>
+<div class='i2'>'t Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen</div>
+<div class='i2'>Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen;</div>
+<div class='i2'>Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt,</div>
+<div class='i2'>Die door veel middelen voorzieniglijken werkt:</div>
+<div class='i2'>Den prins van Sinear, den<a name="FNanchor_110_110" id="FNanchor_110_110"></a><a href="#Footnote_110_110" class="fnanchor"><ins class="note" title='Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op gelijke wijs als &quot;t nog steeds in Overijsel en elders—voor &quot;t Hollandsche die of dien onzer schrijftaal—gebezigd wordt. Evenzoo vroeger "den Farao".'>[110]</ins></a> Nemrot, dacht tirannig</div>
+<div class='i2'>Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig</div>
+<div class='i2'>Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert</div>
+<div class='i2'>Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'<a name="FNanchor_111_111" id="FNanchor_111_111"></a><a href="#Footnote_111_111" class="fnanchor"><ins class="note" title="gestarnte.">[111]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer<a name="FNanchor_112_112" id="FNanchor_112_112"></a><a href="#Footnote_112_112" class="fnanchor"><ins class="note" title=" De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.">[112]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer;</div>
+<div class='i2'>Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek.</div>
+<div class='i2'>God leidt de koningen gelijk een waterbeek:</div>
+<div class='i2'>Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken<a name="FNanchor_113_113" id="FNanchor_113_113"></a><a href="#Footnote_113_113" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinken (van daar onze metaalnaam blik en 't woord bliksem).">[113]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Hij heerschet<a name="FNanchor_114_114" id="FNanchor_114_114"></a><a href="#Footnote_114_114" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor beheerscht het.">[114]</ins></a> t' zamen door zijn wijselijk beschikken</div>
+<div class='i2'>God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt,</div>
+<div class='i2'>'t Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt!</div>
+<div class='i2'>Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken,</div>
+<div class='i2'>En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken</div>
+<div class='i2'>Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal</div>
+<div class='i2'>Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal</div>
+<div class='i2'>Des Goddelijken wils niet even op en wegen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waarom?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Het goddeloos bestuur van een tiran</div>
+<div class='i2'>(Na uitwijs van uw re&ecirc;n), daar is God oorzaak van.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen,</div>
+<div class='i2'>Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen<a name="FNanchor_115_115" id="FNanchor_115_115"></a><a href="#Footnote_115_115" class="fnanchor"><ins class="note" title="tot zijn straf.">[115]</ins></a>.</div>
+<div class='i2'>Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet,</div>
+<div class='i2'>Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt:</div>
+<div class='i2'>'t Leed daar ons Farao met<a name="FNanchor_116_116" id="FNanchor_116_116"></a><a href="#Footnote_116_116" class="fnanchor"><ins class="note" title="meê.">[116]</ins></a> pijnigt ongerichtig</div>
+<div class='i2'>(Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig),</div>
+<div class='i2'>Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed<a name="FNanchor_117_117" id="FNanchor_117_117"></a><a href="#Footnote_117_117" class="fnanchor"><ins class="note" title="wijselijk.">[117]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet,</div>
+<div class='i2'>Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig,</div>
+<div class='i2'>Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig<a name="FNanchor_118_118" id="FNanchor_118_118"></a><a href="#Footnote_118_118" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tot veroordeeling en dwaling leidend.">[118]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij zegt nochtans&mdash;</div>
+</div>
+
+<span class='pagenum'><a name="Page_14a" id="Page_14a">[Pg 14a]</a></span>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES en AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Ontluikt, gelijk een lustdal schoon,</div>
+<div class='i2'>Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten</div>
+<div class='i2'>De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten,</div>
+<div class='i2'>Gij die verlaten scheent.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Wie of met vrolijkheid</div>
+<div class='i2'>Ons ongewoon begroet?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>'t Zijn Amrans zonen beid'.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>o Broeders, wellekom!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Uw voorhoofd wilt vervrooyen<a name="FNanchor_119_119" id="FNanchor_119_119"></a><a href="#Footnote_119_119" class="fnanchor"><ins class="note" title="anders verfrayen, thans vervrolijken.">[119]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Verheft uw droef gelaat, o Isra&euml;l! en steekt</div>
+<div class='i2'>Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt,</div>
+<div class='i2'>De Heer die is met u, die alle uw ellenden</div>
+<div class='i2'>En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden:</div>
+<div class='i4'>De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf,</div>
+<div class='i2'>Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf,</div>
+<div class='i2'>Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik denk 't is eenen droom.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Neen, broeders! in der waarheid;</div>
+<div class='i2'>Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd'</div>
+<div class='i2'>Met deez' gedoornde mik<a name="FNanchor_120_120" id="FNanchor_120_120"></a><a href="#Footnote_120_120" class="fnanchor"><ins class="note" title="een van boven gespleten stok.">[120]</ins></a>, mijn herderlijke stut<a name="FNanchor_121_121" id="FNanchor_121_121"></a><a href="#Footnote_121_121" class="fnanchor"><ins class="note" title="staf.">[121]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig<a name="FNanchor_122_122" id="FNanchor_122_122"></a><a href="#Footnote_122_122" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinkend; verg. boven op blikken.">[122]</ins></a> vuur omranden,</div>
+<div class='i2'>'t Welk heel verteeren<a name="FNanchor_123_123" id="FNanchor_123_123"></a><a href="#Footnote_123_123" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor te verteeren.">[123]</ins></a> scheen en t' zamen te verbranden:</div>
+<div class='i2'>Maar even vrolijk loech<a name="FNanchor_124_124" id="FNanchor_124_124"></a><a href="#Footnote_124_124" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.">[124]</ins></a> bla&ecirc;n, bloemen, kruid en loof:</div>
+<div class='i2'>Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof,</div>
+<div class='i2'>De donder van een stem, o wonderlijk spektakel!</div>
+<div class='i2'>Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel,</div>
+<div class='i2'>Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt,</div>
+<div class='i2'>Daarmede is Isra&euml;l naar 't leven afgebeeld,</div>
+<div class='i2'>Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken;</div>
+<div class='i2'>Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken<a name="FNanchor_125_125" id="FNanchor_125_125"></a><a href="#Footnote_125_125" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot plukken verdikt.">[125]</ins></a>.</div>
+<div class='i4'>Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut<a name="FNanchor_126_126" id="FNanchor_126_126"></a><a href="#Footnote_126_126" class="fnanchor"><ins class="note" title="bedwelmd.">[126]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Driemalen heeft de berg zich bevende verschud:</div>
+<div class='i2'>En als ik niet en wist waar henen te vervluchten,</div>
+<div class='i2'>Met een borstkloppig<a name="FNanchor_127_127" id="FNanchor_127_127"></a><a href="#Footnote_127_127" class="fnanchor"><ins class="note" title="de borst doorbonzend.">[127]</ins></a> hart, en met een zwaar verzuchten,</div>
+<div class='i2'>En schier van vreeze lag begraven in het gras,</div>
+<div class='i2'>Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was:</div>
+<div class='i2'>De God <span class="smcap">JEHOVA</span> zelf, de God van onzen vader,</div>
+<div class='i2'>De Schepper van het al, alleen des levens ader,</div>
+<div class='i2'>De Herder Isra&euml;ls, die in 't beloofde land</div>
+<div class='i2'>Ons nu vervoeren wil uit Faraonis<a name="FNanchor_128_128" id="FNanchor_128_128"></a><a href="#Footnote_128_128" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Lat. 2e naamval: van Farao.">[128]</ins></a> hand,</div>
+<div class='i2'>Uit al onz' slavernij.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>En deed hij u geen teeken</div>
+<div class='i2'>Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken,</div>
+<div class='i2'>Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd<a name="FNanchor_129_129" id="FNanchor_129_129"></a><a href="#Footnote_129_129" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor duizenden.">[129]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Die onder Farao dus lange zijn gekruist<a name="FNanchor_130_130" id="FNanchor_130_130"></a><a href="#Footnote_130_130" class="fnanchor"><ins class="note" title="gekweld.">[130]</ins></a>?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ja, haddy<a name="FNanchor_131_131" id="FNanchor_131_131"></a><a href="#Footnote_131_131" class="fnanchor"><ins class="note" title="Saamgetrokken uit hadtghy: hadt gij.">[131]</ins></a> 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_14b" id="Page_14b">[Pg 14b]</a></span>
+<div class='i2'>Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange,</div>
+<div class='i2'>Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn,</div>
+<div class='i2'>En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn</div>
+<div class='i2'>Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen;</div>
+<div class='i2'>Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen,</div>
+<div class='i2'>Azurig luisterde<a name="FNanchor_132_132" id="FNanchor_132_132"></a><a href="#Footnote_132_132" class="fnanchor"><ins class="note" title="Glinsterde.">[132]</ins></a> haar vel, en in mijn oog</div>
+<div class='i2'>Geleek<a name="FNanchor_133_133" id="FNanchor_133_133"></a><a href="#Footnote_133_133" class="fnanchor"><ins class="note" title="versta: geleek zij.">[133]</ins></a> de slang die onz' voorouderen bedroog</div>
+<div class='i2'>In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde<a name="FNanchor_134_134" id="FNanchor_134_134"></a><a href="#Footnote_134_134" class="fnanchor"><ins class="note" title="verkeerdelijk voor zwierf, verstierf.">[134]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde<a href="#Footnote_134_134" class="fnanchor"><ins class="note" title="verkeerdelijk voor zwierf, verstierf.">[134]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet<a name="FNanchor_135_135" id="FNanchor_135_135"></a><a href="#Footnote_135_135" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot heette verzwakt.">[135]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Was 't we&ecirc;r dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet:</div>
+<div class='i2'>'t En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen</div>
+<div class='i2'>Mijn hand met lazerij, en heeft ze we&ecirc;r genezen,</div>
+<div class='i2'>En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein</div>
+<div class='i2'>Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein:</div>
+<div class='i2'>Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig,</div>
+<div class='i2'>U en Farao maar een sterk geloove krachtig</div>
+<div class='i2'>En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed<a name="FNanchor_136_136" id="FNanchor_136_136"></a><a href="#Footnote_136_136" class="fnanchor"><ins class="note" title=" (Gelijk metterdaad, metterwoon, enz. saamgetrokken met der spoed) thans met spoed.">[136]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet,</div>
+<div class='i2'>Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning,</div>
+<div class='i2'>Te spreken nevens mij voor Farao, den koning,</div>
+<div class='i2'>En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd</div>
+<div class='i2'>Van zijn verkoren volk.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>De Heere zij geloofd,</div>
+<div class='i2'>Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen,</div>
+<div class='i2'>En in 't beloofde land bedelven<a name="FNanchor_137_137" id="FNanchor_137_137"></a><a href="#Footnote_137_137" class="fnanchor"><ins class="note" title="begraven.">[137]</ins></a> eens onze asschen</div>
+<div class='i2'>In ons voorvaders graf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Den Heer zij lof en prijs!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs,</div>
+<div class='i2'>De wreede Farao zal ons niet meer verheeren,</div>
+<div class='i2'>De stamme Juda nu aanvanget te regeeren:</div>
+<div class='i2'>Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat!</div>
+<div class='i2'>Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad,</div>
+<div class='i2'>Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger</div>
+<div class='i2'>In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt,</div>
+<div class='i2'>Daar ik in mijnen slaap zoo dik<a name="FNanchor_138_138" id="FNanchor_138_138"></a><a href="#Footnote_138_138" class="fnanchor"><ins class="note" title="vaak, dikwerf d. i. veelmaals.">[138]</ins></a> van heb gedroomd:</div>
+<div class='i2'>Ach, lang gewenschte vreugd!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Ach, heugelijke tijding!</div>
+<div class='i2'>Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd,</div>
+<div class='i2'>Als gij dit hooren zult.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Hoe zal dan met geneugt</div>
+<div class='i2'>De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken,</div>
+<div class='i2'>Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gaat, boodschapt den Hebre&ecirc;n hun uitkomst; want in 't hof</div>
+<div class='i2'>Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En zoo hij 't u ontzegt?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>'t En mag hem geenszins baten:</div>
+<div class='i2'>Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten.</div>
+<div class='i8'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Als de zee vast ongestuimig</div>
+<div class='i4'>Stormt, en werpt haar baren schuimig</div>
+<div class='i4'>Naar den hemel al verbaasd,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_15a" id="Page_15a">[Pg 15a]</a></span>
+<div class='i4'>Als de schipper hoort de buyen</div>
+<div class='i4'>Van den Noord-wind 't strand doorluyen,</div>
+<div class='i4'>Is de stilte eerst allernaast.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Zoo ook God, wanneer hij droeve</div>
+<div class='i4'>Stelt in 't hardste van zijn proeve</div>
+<div class='i4'>'t Mensch'lijk schepsel t' eenemaal,</div>
+<div class='i4'>Is zijn gunste zoo veel nader,</div>
+<div class='i4'>En, gelijk een goedig Vader,</div>
+<div class='i4'>Zoo verzacht hij al hun kwaal.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Na zijn toornigheid ontsteken<a name="FNanchor_139_139" id="FNanchor_139_139"></a><a href="#Footnote_139_139" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Thans ontstoken.">[139]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Zal hij we&ecirc;r zijn pijlen breken,</div>
+<div class='i4'>En na zijn kastijding schier<a name="FNanchor_140_140" id="FNanchor_140_140"></a><a href="#Footnote_140_140" class="fnanchor"><ins class="note" title="schielijk afgedane.">[140]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Na zijn straffinge weldadig</div>
+<div class='i4'>Werpt hij wederom genadig</div>
+<div class='i4'>Al zijn roeden in het vier.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Want in droefheid en ellenden</div>
+<div class='i4'>Zal de mensch tot God zich wenden:</div>
+<div class='i4'>Maar in weelde en voorspoed zat</div>
+<div class='i4'>Zal hij wederom vergeten</div>
+<div class='i4'>'s Heeren goedheid ongemeten,</div>
+<div class='i4'>Wijkende van zijnen pad.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Dat ons God dan proeft ten lesten,</div>
+<div class='i4'>Dienet al tot onzen besten,</div>
+<div class='i4'>Of men 't schoon zoo niet begrijpt:</div>
+<div class='i4'>Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen,</div>
+<div class='i4'>Och! men moet hem wel besnoeyen,</div>
+<div class='i4'>Eer zijn gulden vruchte rijpt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Na een bitter sause scheele<a name="FNanchor_141_141" id="FNanchor_141_141"></a><a href="#Footnote_141_141" class="fnanchor"><ins class="note" title=" het gelaat verwringende.">[141]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Zal de honig onze keele</div>
+<div class='i4'>Smaken zoeter en belust,</div>
+<div class='i4'>En na 't lang gedurig slaven</div>
+<div class='i4'>Ligt de moede zacht begraven</div>
+<div class='i4'>In den schoot van stille rust.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Die den<a name="FNanchor_142_142" id="FNanchor_142_142"></a><a href="#Footnote_142_142" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans de.">[142]</ins></a> Hemel meest beminnet,</div>
+<div class='i4'>Dien hij allerliefst bezinnet,</div>
+<div class='i4'>Meest van droefheid werd bespoeld<a name="FNanchor_143_143" id="FNanchor_143_143"></a><a href="#Footnote_143_143" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor overstelpt of iets derg.">[143]</ins></a>:</div>
+<div class='i4'>'t Moedig paard, dat in den stalle</div>
+<div class='i4'>Is uitmuntig boven alle,</div>
+<div class='i4'>Meest zijns heeren sporen voelt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Is 't dan vreemd, dat God de Joden,</div>
+<div class='i4'>In de tranen van veel nooden,</div>
+<div class='i4'>Heeft gewasschen rein en klaar:</div>
+<div class='i4'>Nu de tijd ook is verschenen,</div>
+<div class='i4'>Keert in blijdschap al hun weenen,</div>
+<div class='i4'>Nu is hunnen trooster daar.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Want God voor veel jaren Mozen<a name="FNanchor_144_144" id="FNanchor_144_144"></a><a href="#Footnote_144_144" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. vierde naamval van Mozes.">[144]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Amrams zone, heeft verkozen</div>
+<div class='i4'>Tot een trooster Isra&euml;ls:</div>
+<div class='i4'>Ziet eens, hoe hij hem omermde,</div>
+<div class='i4'>Hem omhelsde en beschermde,</div>
+<div class='i4'>Voor Farao's gramschap hels<a name="FNanchor_145_145" id="FNanchor_145_145"></a><a href="#Footnote_145_145" class="fnanchor"><ins class="note" title="Helsche, Duivelsche.">[145]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Toen de afgunstigheid de zonen</div>
+<div class='i4'>Jakobs, zonder te verschoonen,</div>
+<div class='i4'>Zwaard en water overgaf;</div>
+<div class='i4'>Toen het moederlijke herte</div>
+<div class='i4'>Jochebeds zag, met veel smerte,</div>
+<div class='i4'>Mozes wieg aan voor zijn graf;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<span class='pagenum'><a name="Page_15b" id="Page_15b">[Pg 15b]</a></span>
+<div class='i6'>Toen de moeder heurs zoons leven</div>
+<div class='i4'>Moest de baren overgeven,</div>
+<div class='i4'>Als zij had heur kind gekust;</div>
+<div class='i4'>Toen de moederlijke zorgen</div>
+<div class='i4'>Lagen, met heur kind, geborgen</div>
+<div class='i4'>In het kistjen ongerust.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Toen zij moest heur zelf verliezen,</div>
+<div class='i4'>Van twee kwaden 't beste kiezen,</div>
+<div class='i4'>Met een droef adieu, te no&ocirc;<a name="FNanchor_146_146" id="FNanchor_146_146"></a><a href="#Footnote_146_146" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maar al te ongaarne geuit.">[146]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Riep: "ik hope in deze golven</div>
+<div class='i4'>Meer me&ecirc;doogen is gedolven</div>
+<div class='i4'>Als in 's konings herte sno&ocirc;!"</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>God, hoe langs hoe goedertierder,</div>
+<div class='i4'>Van dit scheepken was de Stierder</div>
+<div class='i4'>Zelf, met eenen Wester wind,</div>
+<div class='i4'>Die het blies hoe langs hoe lochter<a name="FNanchor_147_147" id="FNanchor_147_147"></a><a href="#Footnote_147_147" class="fnanchor"><ins class="note" title="vlugger.">[147]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>In den schoot van 's konings dochter,</div>
+<div class='i4'>Voor een Engel en geen kind.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Kind, dat zag men weder dorsten</div>
+<div class='i4'>Naar zijn eigen moeders borsten,</div>
+<div class='i4'>'t Wies in alle schoonheid op;</div>
+<div class='i4'>In zijn voorhoofd stond geletterd,</div>
+<div class='i4'>Hoe 't den Farao verpletterd</div>
+<div class='i4'>Nog vertreden zou den kop.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Groeide op in manlijkheden<a name="FNanchor_148_148" id="FNanchor_148_148"></a><a href="#Footnote_148_148" class="fnanchor"><ins class="note" title="manlijke kracht.">[148]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>En, van harte heel besneden</div>
+<div class='i4'>Voor des hofs wellusten, hij</div>
+<div class='i4'>Koos in ballingschap te zwermen,</div>
+<div class='i4'>En den Hebree te beschermen</div>
+<div class='i4'>In zijn droeve slavernij.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Als hij hierom moest vervluchten,</div>
+<div class='i4'>En in Midians gehuchten,</div>
+<div class='i4'>Weiden 't herderlijke vee:</div>
+<div class='i4'>Als de tijd nu was voor handen,</div>
+<div class='i4'>Dat de Heer zijn offeranden</div>
+<div class='i4'>Eischen zou van den Hebree;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Zoo verschijnt hem van den Hemel,</div>
+<div class='i4'>Bij Sina&iuml;, 't lichtgeschemel<a name="FNanchor_149_149" id="FNanchor_149_149"></a><a href="#Footnote_149_149" class="fnanchor"><ins class="note" title="lichtgeschitter.">[149]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Van des Heeren heerlijkheid;</div>
+<div class='i4'>God laat hem zijn stemme hooren,</div>
+<div class='i4'>Op dat hij zijn uitverkoren</div>
+<div class='i4'>In het land Kanaan leidt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Op dat zij daar, zonder smetten,</div>
+<div class='i4'>Onderhouden zijne wetten,</div>
+<div class='i4'>En hem lieflijk met wyrook</div>
+<div class='i4'>Eenen zoeten reuk toebrengen,</div>
+<div class='i4'>En met bokkenbloed besprengen</div>
+<div class='i4'>Zijn altaren met gesmook<a name="FNanchor_150_150" id="FNanchor_150_150"></a><a href="#Footnote_150_150" class="fnanchor"><ins class="note" title="walmend, smokend.">[150]</ins></a>;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Op dat dankbaar, onverholen</div>
+<div class='i4'>(Wijder als tusschen de polen,</div>
+<div class='i4'>'t Hemellicht den nacht beschaamt)</div>
+<div class='i4'>Al zijn groote wonderdaden,</div>
+<div class='i4'>En zijn goedheid vol genaden</div>
+<div class='i4'>Over al mocht zijn befaamd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Dat de mensche<a name="FNanchor_151_151" id="FNanchor_151_151"></a><a href="#Footnote_151_151" class="fnanchor"><ins class="note" title="enkelv.">[151]</ins></a> steeds mocht haken,</div>
+<div class='i4'>Om hier boven te geraken</div>
+<div class='i4'>Daar 't hem alles looft en prijst.&mdash;</div>
+<div class='i4'>Acht het aardsch dan veel geringer</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_16a" id="Page_16a">[Pg 16a]</a></span>
+<div class='i4'>Dan het Hemelsch, daar de vinger</div>
+<div class='i4'>Van zijn zoete wet op wijst.</div>
+</div></div>
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h4>TWEEDE DEEL.</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders
+en toovenaars,</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?)</div>
+<div class='i2'>Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft</div>
+<div class='i2'>De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft,</div>
+<div class='i2'>De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt<a name="FNanchor_152_152" id="FNanchor_152_152"></a><a href="#Footnote_152_152" class="fnanchor"><ins class="note" title="Duizelig maakt.">[152]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt.</div>
+<div class='i2'>Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal</div>
+<div class='i2'>'s Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.<a name="FNanchor_153_153" id="FNanchor_153_153"></a><a href="#Footnote_153_153" class="fnanchor"><ins class="note" title="het groote heelal.">[153]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken<a name="FNanchor_154_154" id="FNanchor_154_154"></a><a href="#Footnote_154_154" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor gemakkelijk.">[154]</ins></a></div>
+<div class='i2'>In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken</div>
+<div class='i2'>Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit</div>
+<div class='i2'>Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid</div>
+<div class='i2'>Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten,</div>
+<div class='i2'>Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten;</div>
+<div class='i2'>Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom,</div>
+<div class='i2'>Zijn zorgen werden ijl<a name="FNanchor_155_155" id="FNanchor_155_155"></a><a href="#Footnote_155_155" class="fnanchor"><ins class="note" title="plotseling.">[155]</ins></a> verkeerd in eenen droom.</div>
+<div class='i4'>Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen</div>
+<div class='i2'>Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen,</div>
+<div class='i2'>In volle wapening en rusting t' eenemaal,</div>
+<div class='i2'>Gelijk wanneer de Moor ontziet<a name="FNanchor_156_156" id="FNanchor_156_156"></a><a href="#Footnote_156_156" class="fnanchor"><ins class="note" title="vreest.">[156]</ins></a> mijn bloedig staal.</div>
+<div class='i2'>De hemel was gevaagd<a name="FNanchor_157_157" id="FNanchor_157_157"></a><a href="#Footnote_157_157" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans geveegd, gezuiverd.">[157]</ins></a> blaauw, helder, en azurig,</div>
+<div class='i2'>En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig,</div>
+<div class='i2'>Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch;</div>
+<div class='i2'>Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch,</div>
+<div class='i2'>De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden<a name="FNanchor_158_158" id="FNanchor_158_158"></a><a href="#Footnote_158_158" class="fnanchor"><ins class="note" title="makkers (nam. de zeeluî).">[158]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Voor 't windelooze we&ecirc;r een zeil uitspannen wilden,</div>
+<div class='i2'>'t Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor,</div>
+<div class='i2'>En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor,</div>
+<div class='i2'>Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen,</div>
+<div class='i2'>Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen<a name="FNanchor_159_159" id="FNanchor_159_159"></a><a href="#Footnote_159_159" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor wenden.">[159]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De sture Boreas begon fluks uit de zee</div>
+<div class='i2'>'t Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree,</div>
+<div class='i2'>De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken,</div>
+<div class='i2'>En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken;</div>
+<div class='i2'>Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag,</div>
+<div class='i2'>Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag,</div>
+<div class='i2'>Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch<a name="FNanchor_160_160" id="FNanchor_160_160"></a><a href="#Footnote_160_160" class="fnanchor"><ins class="note" title="verradelijk.">[160]</ins></a> geflikker</div>
+<div class='i2'>Jupijn van boven wierp, met eiselijk<a name="FNanchor_161_161" id="FNanchor_161_161"></a><a href="#Footnote_161_161" class="fnanchor"><ins class="note" title="vreeselijk; thans verkeerdelijk ijselijk geschreven.">[161]</ins></a> geklikker,</div>
+<div class='i2'>De donder dreunde met een dommelig geklak,</div>
+<div class='i2'>Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak,</div>
+<div class='i2'>Die met zijn gaffel<a name="FNanchor_162_162" id="FNanchor_162_162"></a><a href="#Footnote_162_162" class="fnanchor"><ins class="note" title="vork ('t Hoogd. gabel), hier voor Neptunus' drietand.">[162]</ins></a> scheen den hemel te beklemmen,</div>
+<div class='i2'>En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen;</div>
+<div class='i2'>De Tritons trompten<a name="FNanchor_163_163" id="FNanchor_163_163"></a><a href="#Footnote_163_163" class="fnanchor"><ins class="note" title="bliezen.">[163]</ins></a> op hun groote waterschulp,</div>
+<div class='i2'>Dat ieder Palinuur<a name="FNanchor_164_164" id="FNanchor_164_164"></a><a href="#Footnote_164_164" class="fnanchor"><ins class="note" title="d. i. stuurman (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).">[164]</ins></a> de Goden riep om hulp,</div>
+<div class='i2'>De schepen stegen op genade naar de polen</div>
+<div class='i2'>En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen.</div>
+<div class='i4'>De paarden zagen nu ook d' onwe&ecirc;rs stormen leep<a name="FNanchor_165_165" id="FNanchor_165_165"></a><a href="#Footnote_165_165" class="fnanchor"><ins class="note" title="boos (druipend).">[165]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep,</div>
+<div class='i2'>Zij vlogen even dol een langdurige wijle,</div>
+<div class='i2'>Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle;</div>
+<div class='i2'>Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom</div>
+<div class='i2'>Schoof op vier raders de beslagen disselboom;</div>
+<div class='i2'>Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte,</div>
+<div class='i2'>Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte:</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_16b" id="Page_16b">[Pg 16b]</a></span>
+<div class='i2'>Wat 's konings koetser<a name="FNanchor_166_166" id="FNanchor_166_166"></a><a href="#Footnote_166_166" class="fnanchor"><ins class="note" title=" 't Hoogd. kutscher; thans koetsier.">[166]</ins></a> ook gebaarde<a name="FNanchor_167_167" id="FNanchor_167_167"></a><a href="#Footnote_167_167" class="fnanchor"><ins class="note" title="aanging.">[167]</ins></a> of luide riep,</div>
+<div class='i2'>De redelooze vlucht al even zwijmig liep,</div>
+<div class='i2'>Nu bin<a name="FNanchor_168_168" id="FNanchor_168_168"></a><a href="#Footnote_168_168" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor binnen.">[168]</ins></a> nu buiten spoor, al zonder weg te peilen<a name="FNanchor_169_169" id="FNanchor_169_169"></a><a href="#Footnote_169_169" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor berekenen.">[169]</ins></a>;</div>
+<div class='i2'>Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen.</div>
+<div class='i4'>Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet</div>
+<div class='i2'>Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet</div>
+<div class='i2'>We&ecirc;rhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen</div>
+<div class='i2'>Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen:</div>
+<div class='i2'>Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog,</div>
+<div class='i2'>Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog,</div>
+<div class='i2'>Tot door het storm geblaas een krokodille strandden<a name="FNanchor_170_170" id="FNanchor_170_170"></a><a href="#Footnote_170_170" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor strandde.">[170]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen,</div>
+<div class='i2'>Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf</div>
+<div class='i2'>Kubieten<a name="FNanchor_171_171" id="FNanchor_171_171"></a><a href="#Footnote_171_171" class="fnanchor"><ins class="note" title="ellen.">[171]</ins></a>, oversterk gewapend op het lijf</div>
+<div class='i2'>Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen,</div>
+<div class='i2'>Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen,</div>
+<div class='i2'>Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam</div>
+<div class='i2'>Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam,</div>
+<div class='i2'>Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden<a name="FNanchor_172_172" id="FNanchor_172_172"></a><a href="#Footnote_172_172" class="fnanchor"><ins class="note" title="dubbel snel.">[172]</ins></a> vervolgen,</div>
+<div class='i2'>De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen,</div>
+<div class='i2'>Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel,</div>
+<div class='i2'>Tot dat een holligheid den wagen wederhiel,</div>
+<div class='i2'>Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten,</div>
+<div class='i2'>En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte,</div>
+<div class='i2'>Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht,</div>
+<div class='i2'>Met mij stak op het strand de beenen in de locht!</div>
+<div class='i2'>Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden,</div>
+<div class='i2'>Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden.</div>
+<div class='i4'>De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt,</div>
+<div class='i2'>En met zijn Iden<a name="FNanchor_173_173" id="FNanchor_173_173"></a><a href="#Footnote_173_173" class="fnanchor"><ins class="note" title="ydele beelden.">[173]</ins></a> als een schaduwe vervliegt);</div>
+<div class='i2'>Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten,</div>
+<div class='i2'>Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten,</div>
+<div class='i2'>En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook</div>
+<div class='i2'>Is voor mijn slaaps gezicht verswenen<a name="FNanchor_174_174" id="FNanchor_174_174"></a><a href="#Footnote_174_174" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor verzwonden of verdwenen.">[174]</ins></a> als de rook:</div>
+<div class='i2'>De pyramiden van de koninklijke graven</div>
+<div class='i2'>Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven</div>
+<div class='i2'>'t Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf!</div>
+<div class='i2'>Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf;</div>
+<div class='i2'>De grootste zerken van de tomben zijn gereten,</div>
+<div class='i2'>En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten,</div>
+<div class='i2'>Isidis<a name="FNanchor_175_175" id="FNanchor_175_175"></a><a href="#Footnote_175_175" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. tweede naamval van Isis.">[175]</ins></a> heilig beeld, tot voorspel van ons leed,</div>
+<div class='i2'>Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet<a name="FNanchor_176_176" id="FNanchor_176_176"></a><a href="#Footnote_176_176" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans vochtig.">[176]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen!</div>
+<div class='i2'>Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander<a name="FNanchor_177_177" id="FNanchor_177_177"></a><a href="#Footnote_177_177" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans een of ander.">[177]</ins></a> volgen:</div>
+<div class='i2'>Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>SERAX.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gansch niet<a name="FNanchor_178_178" id="FNanchor_178_178"></a><a href="#Footnote_178_178" class="fnanchor"><ins class="note" title="In 't geheel niets.">[178]</ins></a>, grootmogend vorst!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Nochtans de droom bediedt</div>
+<div class='i2'>En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden,</div>
+<div class='i2'>En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden;</div>
+<div class='i2'>Ten anderen profeetsch voorloopers, diens<a name="FNanchor_179_179" id="FNanchor_179_179"></a><a href="#Footnote_179_179" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor dier, thans wier.">[179]</ins></a> gebaar</div>
+<div class='i2'>De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar;</div>
+<div class='i2'>Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen,</div>
+<div class='i2'>Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen:</div>
+<div class='i2'>Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_17a" id="Page_17a">[Pg 17a]</a></span>
+<div class='i2'>Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is,</div>
+<div class='i2'>Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>SERAX.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen,</div>
+<div class='i2'>Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd,</div>
+<div class='i2'>En acht<a name="FNanchor_180_180" id="FNanchor_180_180"></a><a href="#Footnote_180_180" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor acht ik.">[180]</ins></a> wij werden<a name="FNanchor_181_181" id="FNanchor_181_181"></a><a href="#Footnote_181_181" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[181]</ins></a> van de Goden dus gedreigd,</div>
+<div class='i2'>Omdat wij zuimig<a name="FNanchor_182_182" id="FNanchor_182_182"></a><a href="#Footnote_182_182" class="fnanchor"><ins class="note" title="onachtzaam.">[182]</ins></a> zijn, en werden<a href="#Footnote_181_181" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[181]</ins></a> langs<a name="FNanchor_183_183" id="FNanchor_183_183"></a><a href="#Footnote_183_183" class="fnanchor"><ins class="note" title="hoe langer.">[183]</ins></a> hoe sloffer</div>
+<div class='i2'>In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer,</div>
+<div class='i2'>Om de andre Goden straf t' ontslaan<a name="FNanchor_184_184" id="FNanchor_184_184"></a><a href="#Footnote_184_184" class="fnanchor"><ins class="note" title="versta: ons te ontslaan van.">[184]</ins></a> en maken kwijt</div>
+<div class='i2'>Op den altaren, die den priesters toegewijd,</div>
+<div class='i2'>Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken,</div>
+<div class='i2'>Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken,</div>
+<div class='i2'>Opdat de Hemel (die ons dreigen<a name="FNanchor_185_185" id="FNanchor_185_185"></a><a href="#Footnote_185_185" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor te dreigen.">[185]</ins></a> schijnt met wee)</div>
+<div class='i2'>Zijn staal mog wederom bekleeden metter sche&ecirc;,</div>
+<div class='i2'>En de offeranden als een zoeten reuk ontvange,</div>
+<div class='i2'>Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen</div>
+<div class='i2'>Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning we&ecirc;r<a name="FNanchor_186_186" id="FNanchor_186_186"></a><a href="#Footnote_186_186" class="fnanchor"><ins class="note" title="Door 't twee regels later volgend weder- overtollig.">[186]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer</div>
+<div class='i2'>Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren<a name="FNanchor_187_187" id="FNanchor_187_187"></a><a href="#Footnote_187_187" class="fnanchor"><ins class="note" title="wederbrengen, doen herboren worden.">[187]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren;</div>
+<div class='i2'>Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht</div>
+<div class='i2'>Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht<a name="FNanchor_188_188" id="FNanchor_188_188"></a><a href="#Footnote_188_188" class="fnanchor"><ins class="note" title="herbracht.">[188]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Werd op den ouden voet&mdash;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES en AARON tot FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Groot koning van de stranden</div>
+<div class='i2'>Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen</div>
+<div class='i2'>Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft,</div>
+<div class='i2'>Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd,</div>
+<div class='i2'>Heeft ons gezonden hier.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Wiens scepter of wiens kroon is</div>
+<div class='i2'>Ontzienelijker<a name="FNanchor_189_189" id="FNanchor_189_189"></a><a href="#Footnote_189_189" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontzaggelijker.">[189]</ins></a> als den rijksstaf Faraonis?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God?</div>
+<div class='i2'>Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten,</div>
+<div class='i2'>Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout<a name="FNanchor_190_190" id="FNanchor_190_190"></a><a href="#Footnote_190_190" class="fnanchor"><ins class="note" title="gewelf ('t Fransche voûte).">[190]</ins></a> pilaart.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen:</div>
+<div class='i2'>Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De God van Abraham op Farao begeert,</div>
+<div class='i2'>Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten</div>
+<div class='i2'>Egypti<a name="FNanchor_191_191" id="FNanchor_191_191"></a><a href="#Footnote_191_191" class="fnanchor"><ins class="note" title="d.i. van E.">[191]</ins></a> trekken laat de slaafsche Isra&euml;lieten,</div>
+<div class='i2'>Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij</div>
+<div class='i2'>Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij;</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_17b" id="Page_17b">[Pg 17b]</a></span>
+<div class='i2'>Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;&mdash;</div>
+<div class='i2'>Dus oorlooft<a name="FNanchor_192_192" id="FNanchor_192_192"></a><a href="#Footnote_192_192" class="fnanchor"><ins class="note" title="Geef nu verlof tot, veroorloof.">[192]</ins></a> nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Genade, o Jupiter<a name="FNanchor_193_193" id="FNanchor_193_193"></a><a href="#Footnote_193_193" class="fnanchor"><ins class="note" title="Deze Jup. maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en Godenlegenden in Vondels eeuw.">[193]</ins></a>! Wie zijt gij die zoo licht</div>
+<div class='i2'>Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht?</div>
+<div class='i2'>Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel</div>
+<div class='i2'>Saturni<a name="FNanchor_194_194" id="FNanchor_194_194"></a><a href="#Footnote_194_194" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van Saturnus (als Tijdgod genomen).">[194]</ins></a>, dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel:</div>
+<div class='i2'>Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij,</div>
+<div class='i2'>Dwingvolk<a name="FNanchor_195_195" id="FNanchor_195_195"></a><a href="#Footnote_195_195" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders dwingeland, en een bewijs dat men verkeerd doet, dit saamgestelde woord van een vermeend dwingelen af te leiden.">[195]</ins></a>, kroondrager van de grootste heerschappij!</div>
+<div class='i2'>Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven,</div>
+<div class='i2'>Gij hebt uw eigen ro&ecirc; mij in de hand gegeven:</div>
+<div class='i2'>Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt,</div>
+<div class='i2'>Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt,</div>
+<div class='i2'>Het lastig juk verzwaard, de hals hem &ograve;verwogen,<a name="FNanchor_196_196" id="FNanchor_196_196"></a><a href="#Footnote_196_196" class="fnanchor"><ins class="note" title="overladen.">[196]</ins></a></div>
+<div class='i2'>En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen,</div>
+<div class='i2'>De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort;</div>
+<div class='i2'>Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt,</div>
+<div class='i2'>En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden,</div>
+<div class='i2'>Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden:</div>
+<div class='i2'>'t Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont,</div>
+<div class='i2'>Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont';</div>
+<div class='i2'>De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten,</div>
+<div class='i2'>Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten;</div>
+<div class='i2'>Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt,</div>
+<div class='i2'>Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld,</div>
+<div class='i2'>Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen</div>
+<div class='i2'>Te no&ocirc; laat zijnen heer we&ecirc;r op den zadel klemmen<a name="FNanchor_197_197" id="FNanchor_197_197"></a><a href="#Footnote_197_197" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor klimmen.">[197]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Het steigert en het briescht, van weelden ongezond;</div>
+<div class='i2'>Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond,</div>
+<div class='i2'>'t Is best, dat men u we&ecirc;r deez' ziekte doet uitzweeten,</div>
+<div class='i2'>En voor een vette sop<a name="FNanchor_198_198" id="FNanchor_198_198"></a><a href="#Footnote_198_198" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders soep, spijs.">[198]</ins></a> geeft slagen voor uw eten:</div>
+<div class='i2'>Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft,</div>
+<div class='i2'>Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft<a name="FNanchor_199_199" id="FNanchor_199_199"></a><a href="#Footnote_199_199" class="fnanchor"><ins class="note" title="wegneemt, belet.">[199]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken<a name="FNanchor_200_200" id="FNanchor_200_200"></a><a href="#Footnote_200_200" class="fnanchor"><ins class="note" title="tot dwaling brengen. (verg. het Hoogd. verrückt.)">[200]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken;</div>
+<div class='i2'>Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd,</div>
+<div class='i2'>Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert,</div>
+<div class='i2'>Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken</div>
+<div class='i2'>Niet eene pluim<a name="FNanchor_201_201" id="FNanchor_201_201"></a><a href="#Footnote_201_201" class="fnanchor"><ins class="note" title="een veêrtjen.">[201]</ins></a> en weegt, gelooft ons bij dit teeken,</div>
+<div class='i2'>En looft Isra&euml;ls God, die u 't geloof versterkt,</div>
+<div class='i2'>En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt:</div>
+<div class='i2'>Geloofdy<a name="FNanchor_202_202" id="FNanchor_202_202"></a><a href="#Footnote_202_202" class="fnanchor"><ins class="note" title="gelooft gij.">[202]</ins></a> 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren,</div>
+<div class='i2'>Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren,</div>
+<div class='i2'>De visch versterven zal in der rivieren stank,</div>
+<div class='i2'>Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>SERAX.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave<a name="FNanchor_203_203" id="FNanchor_203_203"></a><a href="#Footnote_203_203" class="fnanchor"><ins class="note" title="wakker.">[203]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Om dat hij in een slang verandert uwen stave?</div>
+<div class='i2'>Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche<a name="FNanchor_204_204" id="FNanchor_204_204"></a><a href="#Footnote_204_204" class="fnanchor"><ins class="note" title="mars, koopwaar.">[204]</ins></a>, loopt,</div>
+<div class='i2'>En uwe kramerij al elders duur verkoopt,</div>
+<div class='i2'>Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen?</div>
+<div class='i2'>Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost?</div>
+<div class='i2'>Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst<a name="FNanchor_205_205" id="FNanchor_205_205"></a><a href="#Footnote_205_205" class="fnanchor"><ins class="note" title="afgebeeld, voorgedaan.">[205]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig,</div>
+<div class='i2'>Wij zullen 't water ook couleuren<a name="FNanchor_206_206" id="FNanchor_206_206"></a><a href="#Footnote_206_206" class="fnanchor"><ins class="note" title="kleuren.">[206]</ins></a> gelijkvormig.</div>
+</div>
+
+<span class='pagenum'><a name="Page_18a" id="Page_18a">[Pg 18a]</a></span>
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt,</div>
+<div class='i2'>Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt,</div>
+<div class='i2'>Uw goochelkunst en is maar forma en figure,</div>
+<div class='i2'>En 't mijne lijfelijk verandert van nature:</div>
+<div class='i2'>Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis</div>
+<div class='i2'>Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is:</div>
+<div class='i2'>Schort<a name="FNanchor_207_207" id="FNanchor_207_207"></a><a href="#Footnote_207_207" class="fnanchor"><ins class="note" title="Schort op, staakt.">[207]</ins></a> dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren,</div>
+<div class='i2'>Die weder dezen staf maakt als hij was te voren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waar toe dit lang sermoen? pre&ecirc;kt elders al uw best,</div>
+<div class='i2'>En Faraonis eer niet door eens anders kwetst:</div>
+<div class='i2'>Gaat, boodschapt den Hebre&ecirc;n: mijn hand is veel geringer</div>
+<div class='i2'>Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger.</div>
+<div class='i2'>Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht,</div>
+<div class='i2'>Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht:</div>
+<div class='i2'>Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden,</div>
+<div class='i2'>En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden</div>
+<div class='i2'>Tot eenen offerand. De koning is verleid,</div>
+<div class='i2'>Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid</div>
+<div class='i2'>Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren<a name="FNanchor_208_208" id="FNanchor_208_208"></a><a href="#Footnote_208_208" class="fnanchor"><ins class="note" title="is hij niet voorzichtig.">[208]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren,</div>
+<div class='i2'>En stellen 't rijk in roer<a name="FNanchor_209_209" id="FNanchor_209_209"></a><a href="#Footnote_209_209" class="fnanchor"><ins class="note" title="in beweging, beroerte.">[209]</ins></a>, en roepen: "tza, wel aan!</div>
+<div class='i2'>Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan,</div>
+<div class='i2'>Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten?</div>
+<div class='i2'>Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"<a name="FNanchor_210_210" id="FNanchor_210_210"></a><a href="#Footnote_210_210" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor keten of ketting ('t Lat. catena).">[210]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra</div>
+<div class='i2'>Volgt u alre&ecirc;, gelijk de schaduw 't lichaam, na,</div>
+<div class='i2'>Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen,</div>
+<div class='i2'>Afgrijselijk men ziet de slinksche<a name="FNanchor_211_211" id="FNanchor_211_211"></a><a href="#Footnote_211_211" class="fnanchor"><ins class="note" title="schuinsch geslingerde.">[211]</ins></a> bliksems treffen:</div>
+<div class='i2'>Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt!</div>
+<div class='i2'>Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt,</div>
+<div class='i2'>T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen</div>
+<div class='i2'>Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen</div>
+<div class='i2'>Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred</div>
+<div class='i2'>Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet</div>
+<div class='i2'>Haalt fluks de zeilen in! gij moogt<a name="FNanchor_212_212" id="FNanchor_212_212"></a><a href="#Footnote_212_212" class="fnanchor"><ins class="note" title="kunt.">[212]</ins></a> hem niet ontslippen:</div>
+<div class='i2'>Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen</div>
+<div class='i2'>Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt,</div>
+<div class='i2'>In 't allerhelschte<a name="FNanchor_213_213" id="FNanchor_213_213"></a><a href="#Footnote_213_213" class="fnanchor"><ins class="note" title="het meest Helsche.">[213]</ins></a> diep, in 't donkerste gekuilt,</div>
+<div class='i2'>Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken,</div>
+<div class='i2'>Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken<a name="FNanchor_214_214" id="FNanchor_214_214"></a><a href="#Footnote_214_214" class="fnanchor"><ins class="note" title="minder gelukkig voor onder hun vlerken, hun schaduw bedekken.">[214]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd<a name="FNanchor_215_215" id="FNanchor_215_215"></a><a href="#Footnote_215_215" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: de opgesperde kaken.">[215]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd</div>
+<div class='i2'>Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen<a name="FNanchor_216_216" id="FNanchor_216_216"></a><a href="#Footnote_216_216" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans naar de ziel.">[216]</ins></a></div>
+<div class='i2'>En na het lichaam u zal treden op de hielen</div>
+<div class='i2'>Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf,</div>
+<div class='i2'>Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf</div>
+<div class='i2'>Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning</div>
+<div class='i2'>Uw troetelende<a name="FNanchor_217_217" id="FNanchor_217_217"></a><a href="#Footnote_217_217" class="fnanchor"><ins class="note" title="streelende, vleyende.">[217]</ins></a> macht, die steeds den hoogsten Koning</div>
+<div class='i2'>Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid</div>
+<div class='i2'>Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit</div>
+<div class='i2'>Met een vermomd gelaat.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Waar toe dees lange rollen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>SERAX.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen<a name="FNanchor_218_218" id="FNanchor_218_218"></a><a href="#Footnote_218_218" class="fnanchor"><ins class="note" title="uitpraten.">[218]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wat werpt ons Pluto<a name="FNanchor_219_219" id="FNanchor_219_219"></a><a href="#Footnote_219_219" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verg. boven de aant. op Jupiter.">[219]</ins></a> op?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Volgt tijdelijk den raad</div>
+<div class='i2'>Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_18b" id="Page_18b">[Pg 18b]</a></span>
+<div class='i2'>Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade</div>
+<div class='i2'>De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt,</div>
+<div class='i2'>En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!&mdash;</div>
+<div class='i2'>Past<a name="FNanchor_220_220" id="FNanchor_220_220"></a><a href="#Footnote_220_220" class="fnanchor"><ins class="note" title="zorgt.">[220]</ins></a> fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen,</div>
+<div class='i2'>Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen;</div>
+<div class='i2'>Hij heeft zijn planten<a name="FNanchor_221_221" id="FNanchor_221_221"></a><a href="#Footnote_221_221" class="fnanchor"><ins class="note" title="(voet-)zolen.">[221]</ins></a> zwaar op 't aardrijk ne&ecirc;r gezet,</div>
+<div class='i2'>Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet:</div>
+<div class='i2'>Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden:</div>
+<div class='i2'>Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden.</div>
+<div class='i2'>Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw</div>
+<div class='i2'>Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw;</div>
+<div class='i2'>De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer,</div>
+<div class='i2'>En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer:</div>
+<div class='i2'>Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand</div>
+<div class='i2'>Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand;</div>
+<div class='i2'>Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven</div>
+<div class='i2'>Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven:</div>
+<div class='i2'>En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd,</div>
+<div class='i2'>Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zijn hart is onbeweegd veel grooter<a name="FNanchor_222_222" id="FNanchor_222_222"></a><a href="#Footnote_222_222" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor meer.">[222]</ins></a> dan de rotsen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig<a name="FNanchor_223_223" id="FNanchor_223_223"></a><a href="#Footnote_223_223" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier in slechten zin, voor hoogmoedig, overmoedig.">[223]</ins></a> baffen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen.</div>
+<div class='i6'><em class="gesperrt">Binnen</em>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Steenen Farao! wilt zwichten,</div>
+<div class='i4'>Want zijn schichten</div>
+<div class='i4'>Haalt de Hemel uit den tros<a name="FNanchor_224_224" id="FNanchor_224_224"></a><a href="#Footnote_224_224" class="fnanchor"><ins class="note" title="bundel.">[224]</ins></a>:</div>
+<div class='i4'>Pyramiden! wacht uw spitsen</div>
+<div class='i4'>Voor zijn flitsen:</div>
+<div class='i4'>O, daar gaan zijn pijlen los!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nylus schreit nu, al bedolven</div>
+<div class='i4'>In zijn golven,</div>
+<div class='i4'>Om de vis, die in zijn kruik</div>
+<div class='i4'>Sterft, om dat de waterbaren</div>
+<div class='i4'>Aldus varen</div>
+<div class='i4'>Bloedig over zijn parruik<a name="FNanchor_225_225" id="FNanchor_225_225"></a><a href="#Footnote_225_225" class="fnanchor"><ins class="note" title='voor hoofdhaar; eerst later werd het uitsluitend gebezigd voor &quot;tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.'>[225]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Vorschen, luizen, wormen krielen,</div>
+<div class='i4'>Waar zijn hielen</div>
+<div class='i4'>Den Egyptenaar verzet:</div>
+<div class='i4'>Heptanomis<a name="FNanchor_226_226" id="FNanchor_226_226"></a><a href="#Footnote_226_226" class="fnanchor"><ins class="note" title="Midden-Egypte.">[226]</ins></a> groot geweste</div>
+<div class='i4'>Ook met peste</div>
+<div class='i4'>Doodelijken is besmet.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Vluchtig vogeltjen, met ijlen,</div>
+<div class='i4'>Van haar pijlen</div>
+<div class='i4'>Onverziens werd achterhaald,</div>
+<div class='i4'>Dat zijn vleugels aan de sterren</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_19a" id="Page_19a">[Pg 19a]</a></span>
+<div class='i4'>Uit ging sperren,</div>
+<div class='i4'>In de baren nederdaalt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten,</div>
+<div class='i4'>En de geiten</div>
+<div class='i4'>Vallen voor den herderstok;</div>
+<div class='i4'>Waar de bouwer ploegt al wakker,</div>
+<div class='i4'>Ziet hij 't akker-</div>
+<div class='i4'>Vee begraven onder 't jok.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu drukt hun de hand des Heeren</div>
+<div class='i4'>We&ecirc;r met zeeren,</div>
+<div class='i4'>Met onreinig puist gedoornt<a name="FNanchor_227_227" id="FNanchor_227_227"></a><a href="#Footnote_227_227" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gedoornde d. i. stekelige puisten.">[227]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Menschen ende beesten woelen,</div>
+<div class='i4'>En bevoelen</div>
+<div class='i4'>'s Hemels grimmigheid vertoornd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu drukt hun den &aelig;ther vierig,</div>
+<div class='i4'>Al wraakgierig,</div>
+<div class='i4'>Met zijn kromme bliksems rood;</div>
+<div class='i4'>Nu laat hij Egypte vallen</div>
+<div class='i4'>Van kristallen</div>
+<div class='i4'>Een diluvie<a name="FNanchor_228_228" id="FNanchor_228_228"></a><a href="#Footnote_228_228" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor een vloed van regendroppels,">[228]</ins></a> in den schoot.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig,</div>
+<div class='i4'>Met een ijzig<a name="FNanchor_229_229" id="FNanchor_229_229"></a><a href="#Footnote_229_229" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor eizig.">[229]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Donders dommelig geklak;</div>
+<div class='i4'>Nu jaagt God met hagels ronden,</div>
+<div class='i4'>Om hun zonden,</div>
+<div class='i4'>Al d' Egypt'naars onder 't dak.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>De Eik en schijnet nu de elzen</div>
+<div class='i4'>Niet t' omhelzen,</div>
+<div class='i4'>De Aarde, droef en onbesproed<a name="FNanchor_230_230" id="FNanchor_230_230"></a><a href="#Footnote_230_230" class="fnanchor"><ins class="note" title="onbedekt, dor.">[230]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Mist haar ranken en haar noppen,</div>
+<div class='i4'>Mist haar knoppen,</div>
+<div class='i4'>En haar groen geschilderd kleed.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu beschaduwt hij hun banen</div>
+<div class='i4'>Met sprinkhanen,</div>
+<div class='i4'>Die voorts rooven t' eenega&acirc;r<a name="FNanchor_231_231" id="FNanchor_231_231"></a><a href="#Footnote_231_231" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders altegaâr.">[231]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Al de vruchten, die zij zaaiden</div>
+<div class='i4'>En afmaaiden,</div>
+<div class='i4'>In den schoot van 't ronde jaar.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu houdt Febus<a name="FNanchor_232_232" id="FNanchor_232_232"></a><a href="#Footnote_232_232" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor de zon">[232]</ins></a> zich gescholen</div>
+<div class='i4'>In de polen,</div>
+<div class='i4'>En vertrekt<a name="FNanchor_233_233" id="FNanchor_233_233"></a><a href="#Footnote_233_233" class="fnanchor"><ins class="note" title="houdt weg, verschuilt.">[233]</ins></a> zijn blonde hoofd;</div>
+<div class='i4'>'t Licht van zijnen gulden wagen</div>
+<div class='i4'>Hij drie dagen</div>
+<div class='i4'>Hunnen horizon berooft.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Noch blijft deze koning trotse,</div>
+<div class='i4'>Als een rotse,</div>
+<div class='i4'>Die geen golven en ontziet,</div>
+<div class='i4'>Als een klippe die gedurig</div>
+<div class='i4'>Klieft azurig</div>
+<div class='i4'>'t Schuimsel van Neptunus' spriet.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Want God in zijn stoutheid kriegel,</div>
+<div class='i4'>Tot elks spiegel,</div>
+<div class='i4'>Heeft verstokt zijn steenig hart;</div>
+<div class='i4'>Niet, om met een welbehagen</div>
+<div class='i4'>Hem te jagen</div>
+<div class='i4'>In 's doods strikken al verward;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Maar om straffen zijn voorleden</div>
+<div class='i4'>Godd'loosheden,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_19b" id="Page_19b">[Pg 19b]</a></span>
+<div class='i4'>En om Isra&euml;l bekwaam</div>
+<div class='i4'>Stof te geven, om te zingen</div>
+<div class='i4'>Zonderlingen</div>
+<div class='i4'>De Eer van zijnen heil'gen naam.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h4>DERDE DEEL.</h4>
+
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO, de koning.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig;</div>
+<div class='i2'>Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem,</div>
+<div class='i2'>Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem,</div>
+<div class='i2'>Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert,</div>
+<div class='i2'>En een beperlden staf, die heerelijker luistert<a name="FNanchor_234_234" id="FNanchor_234_234"></a><a href="#Footnote_234_234" class="fnanchor"><ins class="note" title="schittert.">[234]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt,</div>
+<div class='i2'>Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt:</div>
+<div class='i2'>'t Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden,</div>
+<div class='i2'>Die onze zetels doet verschrikken<a name="FNanchor_235_235" id="FNanchor_235_235"></a><a href="#Footnote_235_235" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van verspringen.">[235]</ins></a> voor zijn treden,</div>
+<div class='i2'>Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch,</div>
+<div class='i2'>Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg,</div>
+<div class='i2'>Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone;</div>
+<div class='i2'>De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone;</div>
+<div class='i2'>Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt,</div>
+<div class='i2'>En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt<a name="FNanchor_236_236" id="FNanchor_236_236"></a><a href="#Footnote_236_236" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkt (zie vroeger).">[236]</ins></a>.</div>
+<div class='i4'>Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet</div>
+<div class='i2'>Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet,</div>
+<div class='i2'>Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit,</div>
+<div class='i2'>Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit.</div>
+<div class='i4'>Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken?</div>
+<div class='i2'>Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken</div>
+<div class='i2'>Op mijne globe<a name="FNanchor_237_237" id="FNanchor_237_237"></a><a href="#Footnote_237_237" class="fnanchor"><ins class="note" title="rijksappel, als teeken der oppermacht.">[237]</ins></a> zie? Wat baat dat ik alleen</div>
+<div class='i2'>Maak een triumfe van hoovaardige trofe&ecirc;n?</div>
+<div class='i2'>Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren</div>
+<div class='i2'>Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren?</div>
+<div class='i2'>Of dat de Arabier of Moore martiaal<a name="FNanchor_238_238" id="FNanchor_238_238"></a><a href="#Footnote_238_238" class="fnanchor"><ins class="note" title="krijgshaftig.">[238]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal?</div>
+<div class='i2'>Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen),</div>
+<div class='i2'>Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen?</div>
+<div class='i2'>Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en ge&euml;erd,</div>
+<div class='i2'>Als deze groote Mars nog boven mij regeert?</div>
+<div class='i4'>O Delta<a name="FNanchor_239_239" id="FNanchor_239_239"></a><a href="#Footnote_239_239" class="fnanchor"><ins class="note" title="Neder-Egypte.">[239]</ins></a>, Delta schoon! die met uw graf pilaren,</div>
+<div class='i2'>Met uw Mausolen<a name="FNanchor_240_240" id="FNanchor_240_240"></a><a href="#Footnote_240_240" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor grafteekenen in 't algemeen, hier de Pyramieden.">[240]</ins></a> schijnt de uitbreidselen te n&acirc;ren<a name="FNanchor_241_241" id="FNanchor_241_241"></a><a href="#Footnote_241_241" class="fnanchor"><ins class="note" title="het uitspansel te naderen.">[241]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet</div>
+<div class='i2'>Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet:</div>
+<div class='i2'>Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen</div>
+<div class='i2'>Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen</div>
+<div class='i2'>Gij een bosschazi&euml; maakt van lansen uitgespeerd<a name="FNanchor_242_242" id="FNanchor_242_242"></a><a href="#Footnote_242_242" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor uitgespreid, uitgebreid.">[242</ins>]</a>,</div>
+<div class='i2'>Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert?</div>
+<div class='i2'>Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven</div>
+<div class='i2'>De teekens van uw deugd en vromigheid verheven?</div>
+<div class='i2'>Wat baat, of uwen prins met slavernije strang</div>
+<div class='i2'>Zoo vele volken drukt? of dat den<a name="FNanchor_243_243" id="FNanchor_243_243"></a><a href="#Footnote_243_243" class="fnanchor"><ins class="note" title="Het Westen, in tegenoverstelling van den Levant (of Opgang) voor 't Oosten.">[243]</ins></a> Ondergang</div>
+<div class='i2'>Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten,</div>
+<div class='i2'>Of met zijn kroone mij de Middag<a name="FNanchor_244_244" id="FNanchor_244_244"></a><a href="#Footnote_244_244" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zuiden.">[244]</ins></a> komt begroeten?</div>
+<div class='i2'>Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm,</div>
+<div class='i2'>Tot eenen chaos kruipt we&ecirc;r in zijn ouden vorm.</div>
+<div class='i4'>Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel<a name="FNanchor_245_245" id="FNanchor_245_245"></a><a href="#Footnote_245_245" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor wimpel, vaan, banier.">[245]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel</div>
+<div class='i2'>In 't sterfelijk begrijp<a name="FNanchor_246_246" id="FNanchor_246_246"></a><a href="#Footnote_246_246" class="fnanchor"><ins class="note" title="binnen den kring der stervelingen.">[246]</ins></a>, en laat den Hemel staan,</div>
+<div class='i2'>Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan!</div>
+<div class='i2'>Geen koning is hier toch, die om de beste kanse</div>
+<div class='i2'>Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance:</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_20a" id="Page_20a">[Pg 20a]</a></span>
+<div class='i2'>Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop</div>
+<div class='i2'>Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop;</div>
+<div class='i2'>En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen,</div>
+<div class='i2'>Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen:</div>
+<div class='i2'>Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt,</div>
+<div class='i2'>Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild;</div>
+<div class='i2'>En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede,</div>
+<div class='i2'>Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede.</div>
+<div class='i4'>Of gij al schoon d' Hebre&ecirc;n, die mijne scepter drukt,</div>
+<div class='i2'>Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt</div>
+<div class='i2'>'t Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen,</div>
+<div class='i2'>Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen?</div>
+<div class='i2'>Zij raken elders licht in dieper slavernij,</div>
+<div class='i2'>Of onder een gebied van strenger heerschappij.</div>
+<div class='i4'>Gansch Lybi&euml;n is woest, daar Atlas stijgt om hooge.</div>
+<div class='i2'>En 't ingezeten volk geneert<a name="FNanchor_247_247" id="FNanchor_247_247"></a><a href="#Footnote_247_247" class="fnanchor"><ins class="note" title="voedt, onderhoudt.">[247]</ins></a> zich met den boge,</div>
+<div class='i2'>En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild,</div>
+<div class='i2'>Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt<a name="FNanchor_248_248" id="FNanchor_248_248"></a><a href="#Footnote_248_248" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder juist voor afschiet.">[248]</ins></a>.</div>
+<div class='i4'>Gaan zij zich bij den Moor of Etiopi&euml;r voegen,</div>
+<div class='i2'>Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen;</div>
+<div class='i2'>Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet,</div>
+<div class='i2'>De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet.</div>
+<div class='i4'>De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten.</div>
+<div class='i2'>Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte<a name="FNanchor_249_249" id="FNanchor_249_249"></a><a href="#Footnote_249_249" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot noch (gelijk ofte tot of) afgekort.">[249]</ins></a> Scyten;</div>
+<div class='i2'>Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan</div>
+<div class='i2'>En zal de Filistijn ook geen Hebre&ecirc;n ontva&acirc;n.</div>
+<div class='i4'>Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken)</div>
+<div class='i2'>Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken,</div>
+<div class='i2'>Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt.</div>
+<div class='i2'>En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt.</div>
+<div class='i4'>Noch daar de Assyri&euml;r der koninklijker<a name="FNanchor_250_250" id="FNanchor_250_250"></a><a href="#Footnote_250_250" class="fnanchor"><ins class="note" title="Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.">[250]</ins></a> staten</div>
+<div class='i2'>Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten,</div>
+<div class='i2'>Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft,</div>
+<div class='i2'>Of de ingezeten is der vreemden overhoofd.</div>
+<div class='i4'>Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning,</div>
+<div class='i2'>Daar ieder burger is, daar ieder is een koning,</div>
+<div class='i2'>Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de sche&ecirc;,</div>
+<div class='i2'>Diens bodem is gelijk de diepte van de zee,</div>
+<div class='i2'>Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander;</div>
+<div class='i2'>Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander,</div>
+<div class='i2'>En werden zij dan t' za&acirc;m verdrukt in ongeval,</div>
+<div class='i2'>Wat koning is er die hun zake rechten zal?</div>
+<div class='i4'>Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen<a name="FNanchor_251_251" id="FNanchor_251_251"></a><a href="#Footnote_251_251" class="fnanchor"><ins class="note" title="den heer te spelen.">[251]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen</div>
+<div class='i2'>Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid</div>
+<div class='i2'>De willige natuur het akkerveld bereidt,</div>
+<div class='i2'>Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen,</div>
+<div class='i2'>Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen,</div>
+<div class='i2'>Die buiten Farao behoeven al ter nood<a name="FNanchor_252_252" id="FNanchor_252_252"></a><a href="#Footnote_252_252" class="fnanchor"><ins class="note" title="op zijn minst.">[252]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES en AARON tot den koning.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Monarche Mitzra&iuml;ms<a name="FNanchor_253_253" id="FNanchor_253_253"></a><a href="#Footnote_253_253" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hebreeuwsche naam voor Egypte.">[253]</ins></a> hoe lang zult gij nog konnen</div>
+<div class='i2'>De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen?</div>
+<div class='i2'>Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat</div>
+<div class='i2'>Isra&euml;l smoken doet het heilig altaarplat</div>
+<div class='i2'>Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste!</div>
+<div class='i2'>Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste</div>
+<div class='i2'>Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch,</div>
+<div class='i2'>Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods,</div>
+<div class='i2'>Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen</div>
+<div class='i2'>Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen</div>
+<div class='i2'>Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog</div>
+<div class='i2'>Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_20b" id="Page_20b">[Pg 20b]</a></span>
+<div class='i2'>Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten,</div>
+<div class='i2'>Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten</div>
+<div class='i2'>Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout</div>
+<div class='i2'>Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt!</div>
+<div class='i2'>Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden,</div>
+<div class='i2'>Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden</div>
+<div class='i2'>Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief,</div>
+<div class='i2'>Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief,</div>
+<div class='i2'>Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen</div>
+<div class='i2'>Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!"</div>
+<div class='i2'>Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch<a name="FNanchor_254_254" id="FNanchor_254_254"></a><a href="#Footnote_254_254" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier in goeden zin: grootsch, edelaardig.">[254]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts</div>
+<div class='i2'>Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen;</div>
+<div class='i2'>En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen</div>
+<div class='i2'>Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij zingt al<a name="FNanchor_255_255" id="FNanchor_255_255"></a><a href="#Footnote_255_255" class="fnanchor"><ins class="note" title="niet.">[255]</ins></a> eenen zang, gelijk de koekoek doet,</div>
+<div class='i2'>En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen,</div>
+<div class='i2'>Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen,</div>
+<div class='i2'>En of mijn Majesteit gedoogde goedertier,</div>
+<div class='i2'>Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier</div>
+<div class='i2'>Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden</div>
+<div class='i2'>Vermaken<a name="FNanchor_256_256" id="FNanchor_256_256"></a><a href="#Footnote_256_256" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans te vermaken.">[256]</ins></a>, met het bloed des altaars opgezoden,</div>
+<div class='i2'>Zoudt gij mij zweeren dier<a name="FNanchor_257_257" id="FNanchor_257_257"></a><a href="#Footnote_257_257" class="fnanchor"><ins class="note" title="met duren eede.">[257]</ins></a> te keeren al met vliet<a name="FNanchor_258_258" id="FNanchor_258_258"></a><a href="#Footnote_258_258" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor vlijt, dat toen nog zoo uitgesproken werd.">[258]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet:</div>
+<div class='i2'>Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen?</div>
+<div class='i2'>Zegt, werwaarts hij zich strekt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Waaruit<a name="FNanchor_259_259" id="FNanchor_259_259"></a><a href="#Footnote_259_259" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: daarheen, van waar.">[259]</ins></a> wij zijn gekomen:</div>
+<div class='i2'>Het land van Kana&auml;n, recht over de Jordaan,</div>
+<div class='i2'>Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan,</div>
+<div class='i2'>Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen</div>
+<div class='i2'>Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij 't land van Kana&auml;n verkrijgen in 't bezit?</div>
+<div class='i2'>Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit,</div>
+<div class='i2'>Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden?</div>
+<div class='i2'>Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden:</div>
+<div class='i2'>Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht,</div>
+<div class='i2'>Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht,</div>
+<div class='i2'>Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen,</div>
+<div class='i2'>Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen,</div>
+<div class='i2'>Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst,</div>
+<div class='i2'>En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst;</div>
+<div class='i2'>Daar elk inwoner stout is eenen giges<a name="FNanchor_260_260" id="FNanchor_260_260"></a><a href="#Footnote_260_260" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor reus.">[260]</ins></a> hooge,</div>
+<div class='i2'>En gij, sprinkhanen te&ecirc;r en musschen in hun ooge!</div>
+<div class='i2'>Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht,</div>
+<div class='i2'>En schildert, op Neptuuns azure golven vocht<a name="FNanchor_261_261" id="FNanchor_261_261"></a><a href="#Footnote_261_261" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtige.">[261]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Dy<a name="FNanchor_262_262" id="FNanchor_262_262"></a><a href="#Footnote_262_262" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor u.">[262]</ins></a> 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen:</div>
+<div class='i2'>Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen</div>
+<div class='i2'>Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt</div>
+<div class='i2'>Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt:</div>
+<div class='i2'>Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen</div>
+<div class='i2'>Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen<a name="FNanchor_263_263" id="FNanchor_263_263"></a><a href="#Footnote_263_263" class="fnanchor"><ins class="note" title="bedelbrokken of liever benden.">[263]</ins></a>!</div>
+<div class='i2'>Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast,</div>
+<div class='i2'>Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast:</div>
+<div class='i2'>Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken<a name="FNanchor_264_264" id="FNanchor_264_264"></a><a href="#Footnote_264_264" class="fnanchor"><ins class="note" title="keuken.">[264]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken,</div>
+<div class='i2'>Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen<a name="FNanchor_265_265" id="FNanchor_265_265"></a><a href="#Footnote_265_265" class="fnanchor"><ins class="note" title="kraanvogels.">[265]</ins></a>! vliegt u mat,</div>
+<div class='i2'>Om gasten met<a name="FNanchor_266_266" id="FNanchor_266_266"></a><a href="#Footnote_266_266" class="fnanchor"><ins class="note" title="Te gast te gaan.">[266]</ins></a> den vos, die al in schotels plat</div>
+<div class='i2'>De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben</div>
+<div class='i2'>In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben.</div>
+<div class='i2'>Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt,</div>
+<div class='i2'>De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt:</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_21a" id="Page_21a">[Pg 21a]</a></span>
+<div class='i2'>Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken<a name="FNanchor_267_267" id="FNanchor_267_267"></a><a href="#Footnote_267_267" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans den eik.">[267]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken</div>
+<div class='i2'>Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram,</div>
+<div class='i2'>En, voor dien scepter e&ecirc;l, van dijnen geitschen ram</div>
+<div class='i2'>De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen,</div>
+<div class='i2'>Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen,</div>
+<div class='i2'>Dan<a name="FNanchor_268_268" id="FNanchor_268_268"></a><a href="#Footnote_268_268" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare van.">[268]</ins></a> 't Palestijnsche land.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Isra&euml;l onbezorgd</div>
+<div class='i2'>Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt,</div>
+<div class='i2'>Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen</div>
+<div class='i2'>En baat geen preuts<a name="FNanchor_269_269" id="FNanchor_269_269"></a><a href="#Footnote_269_269" class="fnanchor"><ins class="note" title="Trotsch, ontoeganklijk.">[269]</ins></a> gebergt' van opgeworpen wallen,</div>
+<div class='i2'>Noch diepe vesting van een grondelooze zee,</div>
+<div class='i2'>Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der sche&ecirc;,</div>
+<div class='i2'>Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren</div>
+<div class='i2'>In een slagordening en mochten zich verweeren</div>
+<div class='i2'>Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier</div>
+<div class='i2'>Om<a name="FNanchor_270_270" id="FNanchor_270_270"></a><a href="#Footnote_270_270" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[270]</ins></a> strijden, al omvlecht<a name="FNanchor_271_271" id="FNanchor_271_271"></a><a href="#Footnote_271_271" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor omvlochten.">[271]</ins></a> is met den lauwerier.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En of 't land openstond van alle Filistijnen,</div>
+<div class='i2'>Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen,</div>
+<div class='i2'>'t Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis,</div>
+<div class='i2'>Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is;</div>
+<div class='i2'>Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om<a href="#Footnote_270_270" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[270]</ins></a> laven,</div>
+<div class='i2'>'t Waar pas<a name="FNanchor_272_272" id="FNanchor_272_272"></a><a href="#Footnote_272_272" class="fnanchor"><ins class="note" title="naauwlijks.">[272]</ins></a> een kerkhof om u t' zamen te begraven.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee,</div>
+<div class='i2'>En heeft gecompasseerd<a name="FNanchor_273_273" id="FNanchor_273_273"></a><a href="#Footnote_273_273" class="fnanchor"><ins class="note" title="afgemeten.">[273]</ins></a> den boord van ieder re&ecirc;,</div>
+<div class='i2'>Die 's hemels vouten<a name="FNanchor_274_274" id="FNanchor_274_274"></a><a href="#Footnote_274_274" class="fnanchor"><ins class="note" title="gewelven.">[274]</ins></a> schoon te zamen heeft gewrongen,</div>
+<div class='i2'>En 't aardsche centrum<a name="FNanchor_275_275" id="FNanchor_275_275"></a><a href="#Footnote_275_275" class="fnanchor"><ins class="note" title="middelpunt.">[275]</ins></a> zwaar houdt allezins gedrongen,</div>
+<div class='i2'>Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand</div>
+<div class='i2'>Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand</div>
+<div class='i2'>Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken</div>
+<div class='i2'>Als of het aan de macht des Hemels zo&ucirc; gebreken,</div>
+<div class='i2'>Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid,</div>
+<div class='i2'>Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit</div>
+<div class='i2'>Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer,</div>
+<div class='i2'>En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer<a name="FNanchor_276_276" id="FNanchor_276_276"></a><a href="#Footnote_276_276" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor strafzwaard.">[276]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Waar mede hy u dreigt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Rebellen altemaal,</div>
+<div class='i2'>Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal</div>
+<div class='i2'>Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten<a name="FNanchor_277_277" id="FNanchor_277_277"></a><a href="#Footnote_277_277" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans uwsweegs, sedert straat in den meer bepaalden zin van bestraten weg (via strata) gebezigd wordt.">[277]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebre&ecirc;n</div>
+<div class='i2'>Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten<a name="FNanchor_278_278" id="FNanchor_278_278"></a><a href="#Footnote_278_278" class="fnanchor"><ins class="note" title="allerlaagsten.">[278]</ins></a> steen</div>
+<div class='i2'>Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven,</div>
+<div class='i2'>Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch!</div>
+<div class='i2'>Als wij gekomen zijn bij Sina&iuml; den berg,</div>
+<div class='i2'>Wij God een offerand<a name="FNanchor_279_279" id="FNanchor_279_279"></a><a href="#Footnote_279_279" class="fnanchor"><ins class="note" title="Fransche offrande, en dus verkeerdelijk meestal offerhand geschreven.">[279]</ins></a> van ossen ofte stieren</div>
+<div class='i2'>Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren,</div>
+<div class='i2'>Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij,</div>
+<div class='i2'>Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij;</div>
+<div class='i2'>De palen zijnes wets wy niet en overtreden,</div>
+<div class='i2'>Dus oorloft<a name="FNanchor_280_280" id="FNanchor_280_280"></a><a href="#Footnote_280_280" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans veroorlooft.">[280]</ins></a> ons vertrek, en hoort zijn stemme heden!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<span class='pagenum'><a name="Page_21b" id="Page_21b">[Pg 21b]</a></span>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>In geenderlei manier.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Zoo blijft de straffe hand</div>
+<div class='i2'>Des Heeren over u, en over 't gansche land:</div>
+<div class='i2'>God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen;</div>
+<div class='i2'>Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontze&icirc;d,</div>
+<div class='i2'>En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid</div>
+<div class='i2'>Hier we&ecirc;r verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone,</div>
+<div class='i2'>Misra&iuml;ms edel hof, en bij mijn groote Kroone,</div>
+<div class='i2'>Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld,</div>
+<div class='i2'>Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>O diamanten hart! o ijzeren nature!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure,</div>
+<div class='i2'>Den diamant, hoe hard, verzachtet<a name="FNanchor_281_281" id="FNanchor_281_281"></a><a href="#Footnote_281_281" class="fnanchor"><ins class="note" title="verzacht het.">[281]</ins></a> bokkenbloed.</div>
+<div class='i2'>Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Glas van ons slavernij is niettemin verloopen.</div>
+<div class='i2'>Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open,</div>
+<div class='i2'>Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee,</div>
+<div class='i2'>Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees re&ecirc;.</div>
+<div class='i6'><em class="gesperrt">Binnen</em>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>En met heur kromme hoornen naakt<a name="FNanchor_282_282" id="FNanchor_282_282"></a><a href="#Footnote_282_282" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontbloote, zichtbare.">[282]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Vast eenen halven cirkel maakt,</div>
+<div class='i4'>Werd<a name="FNanchor_283_283" id="FNanchor_283_283"></a><a href="#Footnote_283_283" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wordt.">[283]</ins></a> den Hebree van druk ontbonden,</div>
+<div class='i4'>En van 't tyrannig jok ontlast:</div>
+<div class='i4'>Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste,</div>
+<div class='i4'>Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste</div>
+<div class='i4'>Met vrolijkheid bereiden vast,</div>
+<div class='i4'>Hun jaar'ge lammerkens zij slachten,</div>
+<div class='i4'>Met dat de schaduw zich uitstrekt</div>
+<div class='i4'>En 'sHemels oog zijn licht vertrekt<a name="FNanchor_284_284" id="FNanchor_284_284"></a><a href="#Footnote_284_284" class="fnanchor"><ins class="note" title="wegneemt.">[284]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Om schuylen inde water-grachten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Ziet, hoe zij, met de roode stralen</div>
+<div class='i4'>Van 't zuiver Lams verkoren bloed,</div>
+<div class='i4'>De dorpels ende<a name="FNanchor_285_285" id="FNanchor_285_285"></a><a href="#Footnote_285_285" class="fnanchor"><ins class="note" title="Germ. voor verwen.">[285]</ins></a> posten vroed<a name="FNanchor_286_286" id="FNanchor_286_286"></a><a href="#Footnote_286_286" class="fnanchor"><ins class="note" title="wijselijk.">[286]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Van hare poorten vast bemalen<a name="FNanchor_287_287" id="FNanchor_287_287"></a><a href="#Footnote_287_287" class="fnanchor"><ins class="note" title="Germ. voor verwen.">[287]</ins></a>:</div>
+<div class='i4'>O heilig klaar ken-teeken! om</div>
+<div class='i4'>Te vrijden<a name="FNanchor_288_288" id="FNanchor_288_288"></a><a href="#Footnote_288_288" class="fnanchor"><ins class="note" title="vrijwaren.">[288]</ins></a> al uw eerstgeboren</div>
+<div class='i4'>Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren</div>
+<div class='i4'>Gaat maayen, met een zeissen krom,</div>
+<div class='i4'>Al de eerstelingen vanden Nijle:</div>
+<div class='i4'>Al de eersten, die uit 's moeders schoot</div>
+<div class='i4'>Beschouwden F[oe]bi stralen rood,</div>
+<div class='i4'>Door-schicht<a name="FNanchor_289_289" id="FNanchor_289_289"></a><a href="#Footnote_289_289" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor doorklieft.">[289]</ins></a> hij met een hemel-pijle.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>De Isra&euml;lieten rusten twijlen<a name="FNanchor_290_290" id="FNanchor_290_290"></a><a href="#Footnote_290_290" class="fnanchor"><ins class="note" title="onderwijl.">[290]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Hun<a name="FNanchor_291_291" id="FNanchor_291_291"></a><a href="#Footnote_291_291" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[291]</ins></a> toe naar 's Heeren wil en eisch.</div>
+<div class='i4'>Om hun<a href="#Footnote_291_291" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[291]</ins></a> te geven op de reis</div>
+<div class='i4'>Van zoo veel stadi&euml;n en mijlen:</div>
+<div class='i4'>De lammerkens, die nu gedood</div>
+<div class='i4'>Zijn, zij gaan voor den vure speten<a name="FNanchor_292_292" id="FNanchor_292_292"></a><a href="#Footnote_292_292" class="fnanchor"><ins class="note" title="aan 't spit braden.">[292]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Daarna met bitter sausse op-eten,</div>
+<div class='i4'>Met zurig<a name="FNanchor_293_293" id="FNanchor_293_293"></a><a href="#Footnote_293_293" class="fnanchor"><ins class="note" title="zuur.">[293]</ins></a> ongeheveld brood,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_22a" id="Page_22a">[Pg 22a]</a></span>
+<div class='i4'>Omgord, geschoeid, den staf in handen,</div>
+<div class='i4'>Een ieder vlijtig 't lamken eet</div>
+<div class='i4'>Al staande, als wandel-gasten, reed<a name="FNanchor_294_294" id="FNanchor_294_294"></a><a href="#Footnote_294_294" class="fnanchor"><ins class="note" title="gereed.">[294]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Om scheiden van de Nijlsche stranden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>"Schoon morgen-rood, begint te blozen!"</div>
+<div class='i4'>Zij met verlangen roepen t' zaam;</div>
+<div class='i4'>"Komt, werpt uw stralen aangenaam,</div>
+<div class='i4'>Eens in ons blijdschap over Gozen!</div>
+<div class='i4'>Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht,</div>
+<div class='i4'>Beschaamt den zilver-schijn der manen<a name="FNanchor_295_295" id="FNanchor_295_295"></a><a href="#Footnote_295_295" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans maan.">[295]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>En distilleert de pereltranen,</div>
+<div class='i4'>Die van ons wangen rollen vocht,</div>
+<div class='i4'>Niet meer van droefheid als voorhenen,</div>
+<div class='i4'>Maar al van blijdschap en van vreugd,</div>
+<div class='i4'>Om dat den Hebree met geneugt</div>
+<div class='i4'>Zijn zoete vrijheid is verschenen."</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>O zoete vrijheid! wat een kroning</div>
+<div class='i4'>Dunkt u den genen, die verrukt<a name="FNanchor_296_296" id="FNanchor_296_296"></a><a href="#Footnote_296_296" class="fnanchor"><ins class="note" title="verbijsterd (verg. 't Hoogd. verrückt).">[296]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt</div>
+<div class='i4'>'t Slaafsch jok van een tirannig koning!</div>
+<div class='i4'>Ofschoon 't wild vogelken met lust</div>
+<div class='i4'>Int korfken tiereliert en fluitert</div>
+<div class='i4'>En inde traly, twijl<a name="FNanchor_297_297" id="FNanchor_297_297"></a><a href="#Footnote_297_297" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor terwijl.">[297]</ins></a> het tjuitert,</div>
+<div class='i4'>Verdient 't gekochte zaad gerust,</div>
+<div class='i4'>'t Zou liever inde takskens schieten,</div>
+<div class='i4'>En klieven met zijn vlerkskens locht<a name="FNanchor_298_298" id="FNanchor_298_298"></a><a href="#Footnote_298_298" class="fnanchor"><ins class="note" title="luchtige, vlugge.">[298]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Den blaauwen hemel, zoo het mocht</div>
+<div class='i4'>Slechts mager zijnen kost genieten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Waarom versteekt zich inde stoppels</div>
+<div class='i4'>Der bosschen 't hoorn-getakte<a name="FNanchor_299_299" id="FNanchor_299_299"></a><a href="#Footnote_299_299" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor met getakte hoornen.">[299]</ins></a> hert?</div>
+<div class='i4'>De ranke hind', waarom zoo hard</div>
+<div class='i4'>En snel vlugt zij voor 's jagers koppels?</div>
+<div class='i4'>Waaromme vliedt het schuw konijn</div>
+<div class='i4'>En de achter-lamme<a name="FNanchor_300_300" id="FNanchor_300_300"></a><a href="#Footnote_300_300" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verwarring van konijnen en hazen.">[300]</ins></a> bloode hazen,</div>
+<div class='i4'>Die als een schaduw weggeblazen</div>
+<div class='i4'>Zoo fluks in hun zand-holen<a href="#Footnote_300_300" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verwarring van konijnen en hazen.">[300]</ins></a> zijn?</div>
+<div class='i4'>De azuren visschen, waarom duiken</div>
+<div class='i4'>Zij voor 't doorluchtig net zoo ras,</div>
+<div class='i4'>Int diepste van het water-glas,</div>
+<div class='i4'>Int diepste van Thetydis kruiken<a name="FNanchor_301_301" id="FNanchor_301_301"></a><a href="#Footnote_301_301" class="fnanchor"><ins class="note" title="de golven van Thetys, d. i. de zee.">[301]</ins></a>?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte<a name="FNanchor_302_302" id="FNanchor_302_302"></a><a href="#Footnote_302_302" class="fnanchor"><ins class="note" title="klaarlijk.">[302]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Een ieder van naturen wis</div>
+<div class='i4'>Zijn voorhoofd ingeschreven is,</div>
+<div class='i4'>Van dat hij eerst int licht geraakte:</div>
+<div class='i4'>O driemaal eedle vrijheidskroon!</div>
+<div class='i4'>Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet,</div>
+<div class='i4'>Waarom de lieve Hemel vechtet,</div>
+<div class='i4'>Die met zijn vleugelen ten toon</div>
+<div class='i4'>Beschaduwt de Isralietsche benden,</div>
+<div class='i4'>En helpt hen uit 't Egyptisch zand,</div>
+<div class='i4'>Int rijke Palestijnen land,</div>
+<div class='i4'>Uit al hun droefheid en ellenden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Twijl Jacob dus van vreugden reyet<a name="FNanchor_303_303" id="FNanchor_303_303"></a><a href="#Footnote_303_303" class="fnanchor"><ins class="note" title="den reidans opent.">[303]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>De heldre witte dag aanbreekt,</div>
+<div class='i4'>De gulden zonne 't hoofd opsteekt,</div>
+<div class='i4'>Die over Nylus golven spreyet<a name="FNanchor_304_304" id="FNanchor_304_304"></a><a href="#Footnote_304_304" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans spreidt.">[304]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Het stralig licht van zijn flambeel<a name="FNanchor_305_305" id="FNanchor_305_305"></a><a href="#Footnote_305_305" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders flambouw ('t Fransch flambeau), gelijk bureel van bureau.">[305]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Die haast ontdekt, hoe dees Comedie</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_22b" id="Page_22b">[Pg 22b]</a></span>
+<div class='i4'>Rijst uit de bloedige Tragedie</div>
+<div class='i4'>Van Delta's<a name="FNanchor_306_306" id="FNanchor_306_306"></a><a href="#Footnote_306_306" class="fnanchor"><ins class="note" title="Neder-Egypte.">[306]</ins></a> schreyende tooneel,</div>
+<div class='i4'>Daar de oudst-geboren voor hun magen</div>
+<div class='i4'>Op 't bedde liggen koud en stijf,</div>
+<div class='i4'>En laten 't graf hun doode lijf,</div>
+<div class='i4'>Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h4>VIERDE DEEL.</h4>
+
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>FARAO, REI DER EGYPTENAREN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen</div>
+<div class='i2'>En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen<a name="FNanchor_307_307" id="FNanchor_307_307"></a><a href="#Footnote_307_307" class="fnanchor"><ins class="note" title="overschaduwen.">[307]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Hij, die<a name="FNanchor_308_308" id="FNanchor_308_308"></a><a href="#Footnote_308_308" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dien.">[308]</ins></a> op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit</div>
+<div class='i2'>Deez dubbel groote kroon alre&ecirc; was toegezeid,</div>
+<div class='i2'>Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders</div>
+<div class='i2'>In de edel schoenen tre&ecirc;n: en, Athlas, deze schouders</div>
+<div class='i2'>Ontlasten van den last die mijnen ouden dag</div>
+<div class='i2'>Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag:</div>
+<div class='i2'>Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen<a name="FNanchor_309_309" id="FNanchor_309_309"></a><a href="#Footnote_309_309" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot morgenzon geslonken.">[309]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen<a name="FNanchor_310_310" id="FNanchor_310_310"></a><a href="#Footnote_310_310" class="fnanchor"><ins class="note" title="helderheid te gunnen.">[310]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,&mdash;</div>
+<div class='i2'>Den eenen Farao den andr'en is ontroofd!</div>
+<div class='i2'>Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn ve&ecirc;ren</div>
+<div class='i2'>Bespreed<a name="FNanchor_311_311" id="FNanchor_311_311"></a><a href="#Footnote_311_311" class="fnanchor"><ins class="note" title="bespreid.">[311]</ins></a> heeft Tisifone, Alecton, en Megeren<a name="FNanchor_312_312" id="FNanchor_312_312"></a><a href="#Footnote_312_312" class="fnanchor"><ins class="note" title="De Grieksche Wraakgodinnen.">[312]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Den Atropos<a name="FNanchor_313_313" id="FNanchor_313_313"></a><a href="#Footnote_313_313" class="fnanchor"><ins class="note" title="De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.">[313]</ins></a>, die meer sterflijken heeft ontzield,</div>
+<div class='i2'>Dan Astren<a name="FNanchor_314_314" id="FNanchor_314_314"></a><a href="#Footnote_314_314" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor sterren.">[314]</ins></a> dezen nacht om ons hebben gewield<a name="FNanchor_315_315" id="FNanchor_315_315"></a><a href="#Footnote_315_315" class="fnanchor"><ins class="note" title="gedraaid.">[315]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig</div>
+<div class='i2'>Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig<a name="FNanchor_316_316" id="FNanchor_316_316"></a><a href="#Footnote_316_316" class="fnanchor"><ins class="note" title="gouden lokken.">[316]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Ter kwader tijd vertrokt van<a name="FNanchor_317_317" id="FNanchor_317_317"></a><a href="#Footnote_317_317" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans onttrokt aan.">[317]</ins></a> onzen horizont,</div>
+<div class='i2'>Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond</div>
+<div class='i2'>In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen</div>
+<div class='i2'>Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen</div>
+<div class='i2'>Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert<a name="FNanchor_318_318" id="FNanchor_318_318"></a><a href="#Footnote_318_318" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gestarnte.">[318]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart.</div>
+<div class='i4'>O dieftelijke<a name="FNanchor_319_319" id="FNanchor_319_319"></a><a href="#Footnote_319_319" class="fnanchor"><ins class="note" title='verraderlijk (als een "dief" in den nacht ons besluipende).'>[319]</ins></a> dood! O pest, die ongenadig</div>
+<div class='i2'>Zijt op den boord van Styx of Acheron<a name="FNanchor_320_320" id="FNanchor_320_320"></a><a href="#Footnote_320_320" class="fnanchor"><ins class="note" title="De bekende rivieren der oude wereld.">[320]</ins></a> beschadig<a name="FNanchor_321_321" id="FNanchor_321_321"></a><a href="#Footnote_321_321" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor schadelijk.">[321]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd</div>
+<div class='i2'>En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd.</div>
+<div class='i4'>Vervloekt zij dees Belloon<a name="FNanchor_322_322" id="FNanchor_322_322"></a><a href="#Footnote_322_322" class="fnanchor"><ins class="note" title="oorlogsmaagd.">[322]</ins></a>, die listig in de wapen<a name="FNanchor_323_323" id="FNanchor_323_323"></a><a href="#Footnote_323_323" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wapenen.">[323]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen</div>
+<div class='i2'>Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf<a name="FNanchor_324_324" id="FNanchor_324_324"></a><a href="#Footnote_324_324" class="fnanchor"><ins class="note" title="streng, wreed.">[324]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De slapers in een lijk, hun bedden in een graf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>REI DER EGYPTENAREN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten</div>
+<div class='i2'>Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten,</div>
+<div class='i2'>Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat,</div>
+<div class='i2'>Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat:</div>
+<div class='i2'>Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen,</div>
+<div class='i2'>Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen.</div>
+<div class='i4'>Dus<a name="FNanchor_325_325" id="FNanchor_325_325"></a><a href="#Footnote_325_325" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zoo.">[325]</ins></a> lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort,</div>
+<div class='i2'>En de een op de ander maal den bliksem ne&ecirc;r gestort</div>
+<div class='i2'>Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen</div>
+<div class='i2'>Niet dan een wildernis en doornige woestijnen,</div>
+<div class='i2'>Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_23a" id="Page_23a">[Pg 23a]</a></span>
+<div class='i2'>Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed;</div>
+<div class='i2'>De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven<a name="FNanchor_326_326" id="FNanchor_326_326"></a><a href="#Footnote_326_326" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor het loof of lover.">[326]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven,</div>
+<div class='i2'>Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag</div>
+<div class='i2'>De tranen van den dauw te distilleeren plag;</div>
+<div class='i2'>Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels</div>
+<div class='i2'>Den blijden <em class="gesperrt">Echo</em> van de zorgelooze vogels,</div>
+<div class='i2'>Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp<a name="FNanchor_327_327" id="FNanchor_327_327"></a><a href="#Footnote_327_327" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans voor het Fr. fluit verouderd (verg. echter nog ons pijper).">[327]</ins></a></div>
+<div class='i2'>In langen niet gehoord is in dit rond begrijp<a name="FNanchor_328_328" id="FNanchor_328_328"></a><a href="#Footnote_328_328" class="fnanchor"><ins class="note" title="ommekring.">[328]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Het veldsche beestiaal<a name="FNanchor_329_329" id="FNanchor_329_329"></a><a href="#Footnote_329_329" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor de beesten van 't veld.">[329]</ins></a> is schielijken gestorven,</div>
+<div class='i2'>Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven,</div>
+<div class='i2'>Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut,</div>
+<div class='i2'>Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput,</div>
+<div class='i2'>Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig<a name="FNanchor_330_330" id="FNanchor_330_330"></a><a href="#Footnote_330_330" class="fnanchor"><ins class="note" title="dicht bewassen.">[330]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig,</div>
+<div class='i2'>De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos</div>
+<div class='i2'>Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos<a name="FNanchor_331_331" id="FNanchor_331_331"></a><a href="#Footnote_331_331" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders verloor.">[331]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>VROUW.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte</div>
+<div class='i2'>De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte</div>
+<div class='i2'>Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws</div>
+<div class='i2'>Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws;</div>
+<div class='i2'>Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen,</div>
+<div class='i2'>Zoo lang de oudheid<a name="FNanchor_332_332" id="FNanchor_332_332"></a><a href="#Footnote_332_332" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor ouderdom.">[332]</ins></a> ons grijsharig zal besneeuwen,</div>
+<div class='i2'>Uit ons gemoed gewischt;]&mdash;wij vlogen al verbaasd</div>
+<div class='i2'>Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast;</div>
+<div class='i2'>Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste,</div>
+<div class='i2'>De pols was weg eer elk al bevende noch tastte</div>
+<div class='i2'>Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag,</div>
+<div class='i2'>Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag</div>
+<div class='i2'>In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste</div>
+<div class='i2'>Het wit ivooren beeld, het schepsel<a name="FNanchor_333_333" id="FNanchor_333_333"></a><a href="#Footnote_333_333" class="fnanchor"><ins class="note" title="Naar zijn eigenlijke beteekenis van vorm.">[333]</ins></a> van albaste</div>
+<div class='i2'>Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch<a name="FNanchor_334_334" id="FNanchor_334_334"></a><a href="#Footnote_334_334" class="fnanchor"><ins class="note" title="gilde.">[334]</ins></a>, elk riep terstond</div>
+<div class='i2'>Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond;</div>
+<div class='i2'>Maar ziel en leven was vervlogen met den asem,</div>
+<div class='i2'>Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem,</div>
+<div class='i2'>De rozen waren op de kaakskens al verwelkt,</div>
+<div class='i2'>'t Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt</div>
+<div class='i2'>Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen<a name="FNanchor_335_335" id="FNanchor_335_335"></a><a href="#Footnote_335_335" class="fnanchor"><ins class="note" title="bovenal.">[335]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen</div>
+<div class='i2'>Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!)</div>
+<div class='i2'>En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd<a name="FNanchor_336_336" id="FNanchor_336_336"></a><a href="#Footnote_336_336" class="fnanchor"><ins class="note" title="overtrokken, overschaduwd.">[336]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren</div>
+<div class='i2'>En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren!</div>
+<div class='i4'>Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood!</div>
+<div class='i2'>Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot</div>
+<div class='i2'>Beschouwden 's Hemels licht;&mdash;eilaas! voor al de smerte</div>
+<div class='i2'>En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte</div>
+<div class='i2'>Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest,</div>
+<div class='i2'>Had beter 's moeders buik uw donker tomb<a name="FNanchor_337_337" id="FNanchor_337_337"></a><a href="#Footnote_337_337" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gallicisme voor graf.">[337]</ins></a> geweest:</div>
+<div class='i2'>Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme</div>
+<div class='i2'>Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep,</div>
+<div class='i2'>Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep,</div>
+<div class='i2'>Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven,</div>
+<div class='i2'>De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven,</div>
+<div class='i2'>Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor<a name="FNanchor_338_338" id="FNanchor_338_338"></a><a href="#Footnote_338_338" class="fnanchor"><ins class="note" title="erfgenaam, 't Fr. hoir.">[338]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor,</div>
+<div class='i2'>Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten</div>
+<div class='i2'>Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten.</div>
+<div class='i2'>Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook?</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_23b" id="Page_23b">[Pg 23b]</a></span>
+<div class='i2'>Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook</div>
+<div class='i2'>Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk een scha&acirc;uw verstuift, en ijdel vliegt daar henen:</div>
+<div class='i2'>Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw,</div>
+<div class='i2'>En smelt we&ecirc;r lichter als een witgevlokte sneeuw,</div>
+<div class='i2'>Of als een ijzen<a name="FNanchor_339_339" id="FNanchor_339_339"></a><a href="#Footnote_339_339" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van ijs.">[339]</ins></a> beeld, twelk spoedig overwonnen</div>
+<div class='i2'>Zijn statua<a name="FNanchor_340_340" id="FNanchor_340_340"></a><a href="#Footnote_340_340" class="fnanchor"><ins class="note" title="gestalte.">[340]</ins></a> verliest met 't stralen eender zonnen<a name="FNanchor_341_341" id="FNanchor_341_341"></a><a href="#Footnote_341_341" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans eener zon.">[341]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>'t Is als een bliksemslicht<a name="FNanchor_342_342" id="FNanchor_342_342"></a><a href="#Footnote_342_342" class="fnanchor"><ins class="note" title="bliksemflits.">[342]</ins></a>, dat naauw om<a name="FNanchor_343_343" id="FNanchor_343_343"></a><a href="#Footnote_343_343" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans te.">[343]</ins></a> schijnen poogt</div>
+<div class='i2'>En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt<a name="FNanchor_344_344" id="FNanchor_344_344"></a><a href="#Footnote_344_344" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans in verlengden vorm vertoont (d.i. vertoogent).">[344]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Een torts<a name="FNanchor_345_345" id="FNanchor_345_345"></a><a href="#Footnote_345_345" class="fnanchor"><ins class="note" title="toorts.">[345]</ins></a>, die durig schijnt en smeltet al bezweken,</div>
+<div class='i2'>Met dat haar lemmet sparkt<a name="FNanchor_346_346" id="FNanchor_346_346"></a><a href="#Footnote_346_346" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkt.">[346]</ins></a>, met dat zij is ontsteken:</div>
+<div class='i2'>Hoe vli&ecirc;n ons dagen weg, als waren zij gevlerkt!</div>
+<div class='i2'>Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt,</div>
+<div class='i2'>Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren,</div>
+<div class='i2'>Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>VROUW.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef</div>
+<div class='i2'>Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef,</div>
+<div class='i2'>De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder</div>
+<div class='i2'>Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder</div>
+<div class='i2'>Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert</div>
+<div class='i2'>En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert;</div>
+<div class='i2'>Och! waren wij nooit beide uit &eacute;&eacute;nen bloed geronnen,</div>
+<div class='i2'>Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen,</div>
+<div class='i2'>Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet</div>
+<div class='i2'>Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed</div>
+<div class='i2'>Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd;</div>
+<div class='i2'>Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd;</div>
+<div class='i2'>Zoo'n<a name="FNanchor_347_347" id="FNanchor_347_347"></a><a href="#Footnote_347_347" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor zoo en (d.i. niet).">[347]</ins></a> had uw droevig einde, als 't ommers wezen most</div>
+<div class='i2'>Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost.</div>
+<div class='i2'>Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden</div>
+<div class='i2'>Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden<a name="FNanchor_348_348" id="FNanchor_348_348"></a><a href="#Footnote_348_348" class="fnanchor"><ins class="note" title="doorboorden.">[348]</ins></a>?</div>
+<div class='i2'>O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht<a name="FNanchor_349_349" id="FNanchor_349_349"></a><a href="#Footnote_349_349" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven maar verkeerdelijk voor gedocht.">[349]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht?</div>
+<div class='i2'>Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen,</div>
+<div class='i2'>En niet den zachten slaap met Lethes<a name="FNanchor_350_350" id="FNanchor_350_350"></a><a href="#Footnote_350_350" class="fnanchor"><ins class="note" title="vergetelheid.">[350]</ins></a> laten stroomen</div>
+<div class='i2'>Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu</div>
+<div class='i2'>Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme<a name="FNanchor_351_351" id="FNanchor_351_351"></a><a href="#Footnote_351_351" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor vlijmen, of liever vlijmend zwaard.">[351]</ins></a> hieuw</div>
+<div class='i2'>En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren,</div>
+<div class='i2'>Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren.</div>
+<div class='i2'>Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt,</div>
+<div class='i2'>Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt,</div>
+<div class='i2'>Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten,</div>
+<div class='i2'>Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld,</div>
+<div class='i2'>En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld,</div>
+<div class='i2'>Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen;</div>
+<div class='i2'>Dies bidden wij: verlaat<a name="FNanchor_352_352" id="FNanchor_352_352"></a><a href="#Footnote_352_352" class="fnanchor"><ins class="note" title="laat vrij.">[352]</ins></a> d'Isra&euml;lietsche mannen!</div>
+<div class='i2'>Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland,</div>
+<div class='i2'>Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand;</div>
+<div class='i2'>Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen,</div>
+<div class='i2'>En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zij vluchtet<a name="FNanchor_353_353" id="FNanchor_353_353"></a><a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> metter ijl, van daar het morgenrood</div>
+<div class='i2'>Verrijst, tot daar het licht ne&ecirc;rdaalt in Thetys' schoot,</div>
+<div class='i2'>Voor Pluto trekken<a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> zij zoo wijd ter Hellen neder,</div>
+<div class='i2'>Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder,</div>
+<div class='i2'>Zij reizen<a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld<a name="FNanchor_354_354" id="FNanchor_354_354"></a><a href="#Footnote_354_354" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor be-ijzeld.">[354]</ins></a> Noord,</div>
+<div class='i2'>Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort,</div>
+<div class='i2'>Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede,</div>
+<div class='i2'>Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede:</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_24a" id="Page_24a">[Pg 24a]</a></span>
+<div class='i2'>'t We&ecirc;rspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best</div>
+<div class='i2'>Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest;</div>
+<div class='i2'>Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have,</div>
+<div class='i2'>En worden op het veld een spijze voor de rave,</div>
+<div class='i2'>Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood,</div>
+<div class='i2'>En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><em class="gesperrt">De</em> REI DER ISRA&Euml;LIETEN <em class="gesperrt">zingt</em>:</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Hebre&ecirc;n! speelt 's Hemels lof</div>
+<div class='i4'>Nu op uw luite schoone,</div>
+<div class='i4'>Adieu, Misra&iuml;ms hof!</div>
+<div class='i4'>Adieu, Memfidis troone!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Adieu, Egypten-land!</div>
+<div class='i4'>Adieu, rijksstaf en kroone,</div>
+<div class='i4'>Die Nylus zandig strand</div>
+<div class='i4'>Beheerscht door Faraone.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Adieu, tyrannig jok,</div>
+<div class='i4'>Adieu, dienstbarig<a name="FNanchor_355_355" id="FNanchor_355_355"></a><a href="#Footnote_355_355" class="fnanchor"><ins class="note" title="Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang ig in 't algemeen te velde getrokken.">[355]</ins></a> Gozen!</div>
+<div class='i4'>Waar uit de Heer ons trok</div>
+<div class='i4'>Door Aaron en door Mozen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Isra&euml;l wil<a name="FNanchor_356_356" id="FNanchor_356_356"></a><a href="#Footnote_356_356" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gelijk meer als zal (verg. ook 't Eng. to will).">[356]</ins></a> 't beloofd</div>
+<div class='i4'>Cana&auml;n nu gelukken,</div>
+<div class='i4'>Daar Juda zijn voorhoofd</div>
+<div class='i4'>Zal met een kroone drukken.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Daar Juda, onder 't licht</div>
+<div class='i4'>En 't wankel rond der mane,</div>
+<div class='i4'>Zijn stoel en zetel sticht</div>
+<div class='i4'>Bij 't stroomen der Jordane.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Gij Filistijnen haast<a name="FNanchor_357_357" id="FNanchor_357_357"></a><a href="#Footnote_357_357" class="fnanchor"><ins class="note" title="weldra.">[357]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>En gij o Jebuzieten!</div>
+<div class='i4'>Met Amalek verbaasd</div>
+<div class='i4'>Maakt plaats met de Ammonieten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>De koning Juda komt</div>
+<div class='i4'>Preutsch in uw schoenen treden;</div>
+<div class='i4'>O luistert! hoe hij tromt,</div>
+<div class='i4'>En nadert met zijn schreden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Dat dijnen hoogmoed daalt</div>
+<div class='i4'>Voor die zijn rijk wil vesten,</div>
+<div class='i4'>Gelijk den bliksem straalt</div>
+<div class='i4'>Vant Oosten tot den Westen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Uw grenzen open sluit</div>
+<div class='i4'>Voor onzen prins personig<a name="FNanchor_358_358" id="FNanchor_358_358"></a><a href="#Footnote_358_358" class="fnanchor"><ins class="note" title="in persoon (verg. echter aant. [355]).">[358]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>En laat tot roof en buit</div>
+<div class='i4'>Uw melk en uwen honig.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Jordaan, die van den top</div>
+<div class='i4'>Der heuvelen komt bruisschen,</div>
+<div class='i4'>Steekt uw blaauw hoornen op,</div>
+<div class='i4'>En laat uw bobbels ruisschen!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Golft in d'azuren zee,</div>
+<div class='i4'>Zegt de Oceaansche<a name="FNanchor_359_359" id="FNanchor_359_359"></a><a href="#Footnote_359_359" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor van den Oceaan.">[359]</ins></a> baren,</div>
+<div class='i4'>Hoe Juda op uw re&ecirc;</div>
+<div class='i4'>Komt zijnen troon pilaren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<span class='pagenum'><a name="Page_24b" id="Page_24b">[Pg 24b]</a></span>
+<div class='i6'>Sina&iuml;! maak dy<a name="FNanchor_360_360" id="FNanchor_360_360"></a><a href="#Footnote_360_360" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans maakt u.">[360]</ins></a> re&ecirc;,</div>
+<div class='i4'>Want op uw hoogte steilig</div>
+<div class='i4'>Wil smoken doen d' Hebre&ecirc;</div>
+<div class='i4'>Zijn brandofferen heilig.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Dat Horeb eeuwig staat</div>
+<div class='i4'>Gerezen onder 't maanschijn,</div>
+<div class='i4'>En tuigt wie heeft gedwaad<a name="FNanchor_361_361" id="FNanchor_361_361"></a><a href="#Footnote_361_361" class="fnanchor"><ins class="note" title="weggevaagd (zie vroeger).">[361]</ins></a></div>
+<div class='i4'>De tranen van ons aanschijn.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Mensch-stappen<a name="FNanchor_362_362" id="FNanchor_362_362"></a><a href="#Footnote_362_362" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor menschelijke treden.">[362]</ins></a> zullen eer</div>
+<div class='i4'>Des hemels cirkel meten,</div>
+<div class='i4'>Dan hunnes konings eer</div>
+<div class='i4'>Isra&euml;l zal vergeten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Den Engel maakt het spoor,</div>
+<div class='i4'>O, laat ons niet verslappen,</div>
+<div class='i4'>Ons leidsli&ecirc;n treden voor,</div>
+<div class='i4'>Wij volgen hunne stappen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met
+zijn heirleger.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken,</div>
+<div class='i2'>Mag doen als Farao, en laten henen trekken</div>
+<div class='i2'>De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel<a name="FNanchor_363_363" id="FNanchor_363_363"></a><a href="#Footnote_363_363" class="fnanchor"><ins class="note" title="draai, ommezwaai.">[363]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel,</div>
+<div class='i2'>Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden</div>
+<div class='i2'>De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden,</div>
+<div class='i2'>De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak</div>
+<div class='i2'>Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak</div>
+<div class='i2'>Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden<a name="FNanchor_364_364" id="FNanchor_364_364"></a><a href="#Footnote_364_364" class="fnanchor"><ins class="note" title="vergolden, betaald.">[364]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden,</div>
+<div class='i2'>Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard,</div>
+<div class='i2'>En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard,</div>
+<div class='i2'>Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven</div>
+<div class='i2'>Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven.</div>
+<div class='i4'>Vast hebben dees Hebre&ecirc;n, verdobbeld<a name="FNanchor_365_365" id="FNanchor_365_365"></a><a href="#Footnote_365_365" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor dubbel.">[365]</ins></a> sno&ocirc; en valsch,</div>
+<div class='i2'>'t Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals,</div>
+<div class='i2'>Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen</div>
+<div class='i2'>En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen,</div>
+<div class='i2'>Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort,</div>
+<div class='i2'>Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt.</div>
+<div class='i4'>Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen,</div>
+<div class='i2'>Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden</div>
+<div class='i2'>Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden<a name="FNanchor_366_366" id="FNanchor_366_366"></a><a href="#Footnote_366_366" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[366]</ins></a> na gedraafd,</div>
+<div class='i2'>En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft,</div>
+<div class='i2'>Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen,</div>
+<div class='i2'>En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert</div>
+<div class='i2'>Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd,</div>
+<div class='i2'>Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen</div>
+<div class='i2'>Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen.</div>
+<div class='i2'>Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>HOOFDMAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn,</div>
+<div class='i2'>Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme</div>
+<div class='i2'>Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme<a name="FNanchor_367_367" id="FNanchor_367_367"></a><a href="#Footnote_367_367" class="fnanchor"><ins class="note" title="arm.">[367]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt:</div>
+<div class='i2'>Gewapend naauwlijks, zij om<a name="FNanchor_368_368" id="FNanchor_368_368"></a><a href="#Footnote_368_368" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te, tot">[368]</ins></a> strijden niet geneigd</div>
+<div class='i2'>En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden</div>
+<div class='i2'>Het half gelaat te bi&ecirc;n, ik late staan hun tanden</div>
+<div class='i2'>Te breken met geweld: indien gij dezen rei</div>
+<div class='i2'>Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_25a" id="Page_25a">[Pg 25a]</a></span>
+<div class='i2'>Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen,</div>
+<div class='i2'>Als schaapskudd', die de wolf het herte<a name="FNanchor_369_369" id="FNanchor_369_369"></a><a href="#Footnote_369_369" class="fnanchor"><ins class="note" title="D.i. den moed.">[369]</ins></a> heeft ontstolen,</div>
+<div class='i2'>Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast</div>
+<div class='i2'>Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>HOOFDMAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen,</div>
+<div class='i2'>En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel,</div>
+<div class='i2'>De wagens toegerust; en 't leger, al geheel</div>
+<div class='i2'>Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden,</div>
+<div class='i2'>Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet!</div>
+<div class='i2'>De wapenroovers<a name="FNanchor_370_370" id="FNanchor_370_370"></a><a href="#Footnote_370_370" class="fnanchor"><ins class="note" title="D.i. de legerknechten (als die de wapens hunner vijanden vermeesteren).">[370]</ins></a> noodt tot 't bloedige banket,</div>
+<div class='i2'>Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken<a name="FNanchor_371_371" id="FNanchor_371_371"></a><a href="#Footnote_371_371" class="fnanchor"><ins class="note" title="weifelen.">[371]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken;</div>
+<div class='i2'>Krijgt<a name="FNanchor_372_372" id="FNanchor_372_372"></a><a href="#Footnote_372_372" class="fnanchor"><ins class="note" title="oorloogt, strijdt.">[372]</ins></a> onder zijn banier, hij leidt u aan den dans!</div>
+<div class='i2'>Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans.</div>
+<div class='i2'>Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen,</div>
+<div class='i2'>Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Die den Hemel derft bekrijgen,</div>
+<div class='i4'>Zal wel voor een wijl opstijgen,</div>
+<div class='i6'>Even als Neptunus' vocht</div>
+<div class='i6'>Worpt<a name="FNanchor_373_373" id="FNanchor_373_373"></a><a href="#Footnote_373_373" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans werpt (even als, omgekeerd, thans wordt voor 't vroegere werd).">[373]</ins></a> zijn baren na de locht,</div>
+<div class='i4'>Die van zelf in korter stonden<a name="FNanchor_374_374" id="FNanchor_374_374"></a><a href="#Footnote_374_374" class="fnanchor"><ins class="note" title="In korten tijd.">[374]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Weder vallen in de afgronden,</div>
+<div class='i6'>Of gelijk een vlam gezwimd<a name="FNanchor_375_375" id="FNanchor_375_375"></a><a href="#Footnote_375_375" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gezwind.">[375]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>Licht op naar den hemel klimt.</div>
+<div class='i4'>Die men wederom zich zelven</div>
+<div class='i4'>In zijn asschen ziet bedelven:</div>
+<div class='i6'>Want de groote goedheid Gods</div>
+<div class='i6'>Latet<a name="FNanchor_376_376" id="FNanchor_376_376"></a><a href="#Footnote_376_376" class="fnanchor"><ins class="note" title="laat.">[376]</ins></a> wel den koning trotsch</div>
+<div class='i4'>Op het hoogste en even dolle</div>
+<div class='i4'>Woeden, doch wanneer hun rolle</div>
+<div class='i6'>Is ten uitersten volspeeld,</div>
+<div class='i6'>Op 't theatrum getoneeld,</div>
+<div class='i4'>En wanneer hij met berommen<a name="FNanchor_377_377" id="FNanchor_377_377"></a><a href="#Footnote_377_377" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor beroemen.">[377]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Meent ten hoogsten zijn geklommen,</div>
+<div class='i6'>Stoot de godlijke Monarch</div>
+<div class='i6'>Hem afgrijzig van den berg.</div>
+<div class='i4'>Hoe hij was den hemel naarder</div>
+<div class='i4'>Hoe den val hem is te zwaarder,</div>
+<div class='i6'>Hoe hij meerder opwaarts steeg</div>
+<div class='i6'>Hoe hij dieper valt om leeg.</div>
+<div class='i4'>Hoe hij meerder rees verkorseld<a name="FNanchor_378_378" id="FNanchor_378_378"></a><a href="#Footnote_378_378" class="fnanchor"><ins class="note" title="kregel, wrevelig.">[378]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Hoe hij platter valt vermorseld.</div>
+<div class='i6'>Dit blijkt aan Farao straf,</div>
+<div class='i6'>Die zoo blind'ling loopt naar 't graf;</div>
+<div class='i4'>Die in 's Heeren straffe tijdig</div>
+<div class='i4'>Blijft verstokt, versteend partijdig,</div>
+<div class='i6'>Daar een ieder ro&ecirc;, als vriend,</div>
+<div class='i6'>Hem tot beteringe dient:</div>
+<div class='i4'>Want de strengheid Gods ten lesten</div>
+<div class='i4'>Iedereen kastijdt ten besten,</div>
+<div class='i6'>En zijn geessel al begrijsd<a name="FNanchor_379_379" id="FNanchor_379_379"></a><a href="#Footnote_379_379" class="fnanchor"><ins class="note" title="bejammerd (nam. door de Egyptenaren).">[379]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Op een grooter roede wijst.</div>
+<div class='i4'>Wie dan, in der zonnen luister,</div>
+<div class='i4'>Sluit zijn oogen in het duister,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_25b" id="Page_25b">[Pg 25b]</a></span>
+<div class='i6'>Wie de aankloppers van 't gemoed</div>
+<div class='i6'>'s Herten deur niet open doet:</div>
+<div class='i4'>Wie zoo vele donderslagen,</div>
+<div class='i4'>Luiden laat voor ijdel vlagen,</div>
+<div class='i6'>Op het onverzienste bald<a name="FNanchor_380_380" id="FNanchor_380_380"></a><a href="#Footnote_380_380" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hoogd. voor spoedig.">[380]</ins></a></div>
+<div class='i6'>'s Heeren bliksem overvalt:</div>
+<div class='i4'>Gelijk dezen koning prachtig,</div>
+<div class='i4'>Die<a name="FNanchor_381_381" id="FNanchor_381_381"></a><a href="#Footnote_381_381" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dien.">[381]</ins></a> geen teekenen aandachtig</div>
+<div class='i6'>Mochten leiden uit den tred</div>
+<div class='i6'>Van zijn obstinaat opzet.</div>
+<div class='i4'>Dies de Heere t' eenenmalen</div>
+<div class='i4'>Hem onttrekt de helder stralen</div>
+<div class='i6'>Van zijn hemelsch aangezicht,</div>
+<div class='i6'>En verduistert hem in 't licht,</div>
+<div class='i4'>In verkeerdheid overgeven,</div>
+<div class='i4'>Tot hij eindelijk gedreven,</div>
+<div class='i6'>Even als een roerloos schip,</div>
+<div class='i6'>Drijft al blind'ling op de klip</div>
+<div class='i4'>Van zijn overgeven boosheid,</div>
+<div class='i4'>Van zijn stoute goddeloosheid,</div>
+<div class='i6'>In den afgrond en 't verleid<a name="FNanchor_382_382" id="FNanchor_382_382"></a><a href="#Footnote_382_382" class="fnanchor"><ins class="note" title="Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem zijn hartstocht verleidde.">[382]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Van zijn overgevenheid.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h4>VIJFDE EN LAATSTE DEEL.</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i8'>FAMA, of 't blazende gerucht.</div>
+<div class='i2'>'t Heer-leger Isra&euml;ls (dat God zelfs<a name="FNanchor_383_383" id="FNanchor_383_383"></a><a href="#Footnote_383_383" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zelf.">[383]</ins></a> had geleid</div>
+<div class='i2'>Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid,</div>
+<div class='i2'>Dat God 's voorging in een vierige colomme</div>
+<div class='i2'>En 's daags in eene wolk) Farao wederomme</div>
+<div class='i2'>Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer</div>
+<div class='i2'>Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer,</div>
+<div class='i2'>Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen,</div>
+<div class='i2'>Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen,</div>
+<div class='i2'>In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt<a name="FNanchor_384_384" id="FNanchor_384_384"></a><a href="#Footnote_384_384" class="fnanchor"><ins class="note" title="'thelpt niet">[384]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren,</div>
+<div class='i2'>Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen:</div>
+<div class='i2'>Ha, Amrams zonen sno&ocirc;! die ons zoo onbedocht<a name="FNanchor_385_385" id="FNanchor_385_385"></a><a href="#Footnote_385_385" class="fnanchor"><ins class="note" title="ondedacht">[385]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht:</div>
+<div class='i2'>O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven,</div>
+<div class='i2'>Eer in Egypteland gestorven en begraven:</div>
+<div class='i2'>Verraders van den rei<a name="FNanchor_386_386" id="FNanchor_386_386"></a><a href="#Footnote_386_386" class="fnanchor"><ins class="note" title="schaar">[386]</ins></a> en 't leger der Hebre&ecirc;n,</div>
+<div class='i2'>Een ieder wreek' zich zelf en worp'<a name="FNanchor_387_387" id="FNanchor_387_387"></a><a href="#Footnote_387_387" class="fnanchor"><ins class="note" title="werpe.">[387]</ins></a> den eersten steen!</div>
+<div class='i4'>Gelijk de reizigers (als in de azure golven</div>
+<div class='i2'>Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven</div>
+<div class='i2'>Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft,</div>
+<div class='i2'>En 't golvig driftig<a name="FNanchor_388_388" id="FNanchor_388_388"></a><a href="#Footnote_388_388" class="fnanchor"><ins class="note" title="golvend, drijvend.">[388]</ins></a> hout met groene baren treft)</div>
+<div class='i2'>Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure<a name="FNanchor_389_389" id="FNanchor_389_389"></a><a href="#Footnote_389_389" class="fnanchor"><ins class="note" title="stugg, harde (gelijk nog in Overijsel stoer; verg. ook ons stuursch).">[389]</ins></a> winden</div>
+<div class='i2'>Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden:</div>
+<div class='i2'>De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood</div>
+<div class='i2'>Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot</div>
+<div class='i2'>Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven</div>
+<div class='i2'>Ontijdelijk hij moet den baren overgeven,</div>
+<div class='i2'>Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust,</div>
+<div class='i2'>Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;&mdash;</div>
+<div class='i2'>Zoo ook in dezen storm de Isra&euml;lietsche hoeders</div>
+<div class='i2'>Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders,</div>
+<div class='i2'>En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft,</div>
+<div class='i2'>Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft,</div>
+<div class='i2'>'t Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker<a name="FNanchor_390_390" id="FNanchor_390_390"></a><a href="#Footnote_390_390" class="fnanchor"><ins class="note" title="wankel, kleinmoedig.">[390]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen<a name="FNanchor_391_391" id="FNanchor_391_391"></a><a href="#Footnote_391_391" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans hoop.">[391]</ins></a> anker</div>
+<div class='i2'>Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_26a" id="Page_26a">[Pg 26a]</a></span>
+<div class='i2'>Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean:</div>
+<div class='i2'>Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede,</div>
+<div class='i2'>En slaat, met zijne doode en levendige roede,</div>
+<div class='i2'>Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur,</div>
+<div class='i2'>En wederzijden maakt een ro&ocirc; robijnen muur,</div>
+<div class='i2'>Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel</div>
+<div class='i2'>Zoo wijd, dat midden<a name="FNanchor_392_392" id="FNanchor_392_392"></a><a href="#Footnote_392_392" class="fnanchor"><ins class="note" title="In 't midden.">[392]</ins></a> blijft een guldig zand-plaveisel,</div>
+<div class='i2'>Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsli&ecirc;n voor</div>
+<div class='i2'>'t Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor.</div>
+<div class='i2'>O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken</div>
+<div class='i2'>Isra&euml;l, die zoo haast een plaatse vindt om wijken,</div>
+<div class='i2'>Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt</div>
+<div class='i2'>Een leger<a name="FNanchor_393_393" id="FNanchor_393_393"></a><a href="#Footnote_393_393" class="fnanchor"><ins class="note" title="lager.">[393]</ins></a> diepte vindt en snellijken verloopt!</div>
+<div class='i4'>Terwijlen dus d' Hebre&ecirc;n (spijt 't wezen<a name="FNanchor_394_394" id="FNanchor_394_394"></a><a href="#Footnote_394_394" class="fnanchor"><ins class="note" title="tegen den aard.">[394]</ins></a> der naturen)</div>
+<div class='i2'>Vast dweerssen<a name="FNanchor_395_395" id="FNanchor_395_395"></a><a href="#Footnote_395_395" class="fnanchor"><ins class="note" title="Dwars overtrekken.">[395]</ins></a> deze straat van kristalijne muren,</div>
+<div class='i2'>Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht</div>
+<div class='i2'>Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!"</div>
+<div class='i2'>En d' ander krijst: "wats dit? 't Ro&ocirc; meer schijnt opgeblazen,</div>
+<div class='i2'>Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen:</div>
+<div class='i2'>Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat,</div>
+<div class='i2'>Wanneer men doorgaans<a name="FNanchor_396_396" id="FNanchor_396_396"></a><a href="#Footnote_396_396" class="fnanchor"><ins class="note" title="op den duur.">[396]</ins></a> vindt zulk eenen droogen pad?</div>
+<div class='i2'>Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen,</div>
+<div class='i2'>Of't grondloos<a name="FNanchor_397_397" id="FNanchor_397_397"></a><a href="#Footnote_397_397" class="fnanchor"><ins class="note" title="diepgaande, tot op 't grondelooze toe.">[397]</ins></a> dieplood, om de diepten met te peilen?"</div>
+<div class='i2'>Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort,</div>
+<div class='i2'>En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord</div>
+<div class='i2'>Behouden op het strand; dies Farao verbolgen</div>
+<div class='i2'>Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen</div>
+<div class='i2'>Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld,</div>
+<div class='i2'>En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche<a name="FNanchor_398_398" id="FNanchor_398_398"></a><a href="#Footnote_398_398" class="fnanchor"><ins class="note" title="D. i. van de zee.">[398]</ins></a> veld,</div>
+<div class='i2'>Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen,</div>
+<div class='i2'>Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen,</div>
+<div class='i2'>Een slinksch<a name="FNanchor_399_399" id="FNanchor_399_399"></a><a href="#Footnote_399_399" class="fnanchor"><ins class="note" title="boos, verradelijk.">[399]</ins></a> onweder van den hemel nederworpt,</div>
+<div class='i2'>Dat 't slibberig gebergt we&ecirc;r in zijn holte slorpt,</div>
+<div class='i2'>Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt<a name="FNanchor_400_400" id="FNanchor_400_400"></a><a href="#Footnote_400_400" class="fnanchor"><ins class="note" title="zakt.">[400]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En komen door 't gegolf eens eindling<a name="FNanchor_401_401" id="FNanchor_401_401"></a><a href="#Footnote_401_401" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans eindelijk.">[401]</ins></a> opgebobbeld,</div>
+<div class='i2'>Met eiselijk<a name="FNanchor_402_402" id="FNanchor_402_402"></a><a href="#Footnote_402_402" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans veelal verkeerdelijk ijselijk.">[402]</ins></a> geschreeuw, half levende en half dood:</div>
+<div class='i2'>De dooden zijn alre&ecirc; meer als der golven vloot<a name="FNanchor_403_403" id="FNanchor_403_403"></a><a href="#Footnote_403_403" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeyend tal.">[403]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen<a name="FNanchor_404_404" id="FNanchor_404_404"></a><a href="#Footnote_404_404" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor klimmen.">[404]</ins></a>!"</div>
+<div class='i2'>En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!"</div>
+<div class='i2'>De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond,</div>
+<div class='i2'>De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond,</div>
+<div class='i2'>En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker</div>
+<div class='i2'>Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker,</div>
+<div class='i2'>En zinken beidega&ecirc;r; de zee, die altijd woelt,</div>
+<div class='i2'>Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt.</div>
+<div class='i2'>De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig,</div>
+<div class='i2'>Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig,</div>
+<div class='i2'>Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind<a name="FNanchor_405_405" id="FNanchor_405_405"></a><a href="#Footnote_405_405" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor snellende.">[405]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind,</div>
+<div class='i2'>En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden,</div>
+<div class='i2'>Durft hij den dullen<a name="FNanchor_406_406" id="FNanchor_406_406"></a><a href="#Footnote_406_406" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dollen, woedenden.">[406]</ins></a> storm 't hoofd even dapper bieden,</div>
+<div class='i2'>En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt,</div>
+<div class='i2'>Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt,</div>
+<div class='i2'>Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden;</div>
+<div class='i2'>Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden:</div>
+<div class='i2'>Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie<a name="FNanchor_407_407" id="FNanchor_407_407"></a><a href="#Footnote_407_407" class="fnanchor"><ins class="note" title="wien, tegen wien.">[407]</ins></a> gij rebelleert!</div>
+<div class='i2'>Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert."</div>
+<div class='i2'>Den Oceaan en past op<a name="FNanchor_408_408" id="FNanchor_408_408"></a><a href="#Footnote_408_408" class="fnanchor"><ins class="note" title="geeft om.">[408]</ins></a> vloeken noch op schelden,</div>
+<div class='i2'>Zijn dreigementen dweers<a name="FNanchor_409_409" id="FNanchor_409_409"></a><a href="#Footnote_409_409" class="fnanchor"><ins class="note" title="dwarsch, stuursch.">[409]</ins></a> en mogen hier niet gelden;</div>
+<div class='i2'>Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht<a name="FNanchor_410_410" id="FNanchor_410_410"></a><a href="#Footnote_410_410" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtig gewoel voor 't gewoel der golven.">[410]</ins></a>,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_26b" id="Page_26b">[Pg 26b]</a></span>
+<div class='i2'>Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht,</div>
+<div class='i2'>En weder zevenmaal gedaald is in de vesten</div>
+<div class='i2'>Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten</div>
+<div class='i2'>De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft,</div>
+<div class='i2'>En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd.</div>
+<div class='i4'>Ik geef te denken voorts, de Hebre&ecirc;n, die 't aanzagen,</div>
+<div class='i2'>Hoe hunnen vijand lag zoo korteling<a name="FNanchor_411_411" id="FNanchor_411_411"></a><a href="#Footnote_411_411" class="fnanchor"><ins class="note" title="binnen zoo korten tijd.">[411]</ins></a> verslagen,</div>
+<div class='i2'>Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed</div>
+<div class='i2'>Farao's had gedempt vertreden onder voet,</div>
+<div class='i2'>Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen,</div>
+<div class='i2'>Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen,</div>
+<div class='i2'>Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf</div>
+<div class='i2'>Dat hun verlossing werd Farao tot een graf,</div>
+<div class='i2'>Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even</div>
+<div class='i2'>En onverzienste<a name="FNanchor_412_412" id="FNanchor_412_412"></a><a href="#Footnote_412_412" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor meest onvervalschte.">[412]</ins></a> dood hun strekte tot den leven.</div>
+<div class='i2'>De winden en het meer goedjonstig<a name="FNanchor_413_413" id="FNanchor_413_413"></a><a href="#Footnote_413_413" class="fnanchor"><ins class="note" title="goedgunstig.">[413]</ins></a> wierpen ruit<a name="FNanchor_414_414" id="FNanchor_414_414"></a><a href="#Footnote_414_414" class="fnanchor"><ins class="note" title="ruw, woest.">[414]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De Egyptsche wapening<a name="FNanchor_415_415" id="FNanchor_415_415"></a><a href="#Footnote_415_415" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor krijgswapens.">[415]</ins></a> we&ecirc;r aan den oever uit,</div>
+<div class='i2'>Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebre&ecirc;n in handen,</div>
+<div class='i2'>Daar zij eerst werden met<a name="FNanchor_416_416" id="FNanchor_416_416"></a><a href="#Footnote_416_416" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans me&ecirc;.">[416]</ins></a> gedreigd van hun vijanden.</div>
+<div class='i2'>Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord,</div>
+<div class='i2'>En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort;</div>
+<div class='i2'>Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken,</div>
+<div class='i2'>Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp<a name="FNanchor_417_417" id="FNanchor_417_417"></a><a href="#Footnote_417_417" class="fnanchor"><ins class="note" title="trompet.">[417]</ins></a> doen klinken.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div>
+</div></div>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i8'><big><em class="gesperrt">HYMNE OF LOFZANG.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>VAN DE ISRA&Euml;LIETSCHE REI.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst,</div>
+<div class='i6'>Nu looft den Heer der Heeren,</div>
+<div class='i4'>Die ons met de overhand bekranst,</div>
+<div class='i6'>Vlecht hem een kroon van eeren;</div>
+<div class='i4'>Hij is, die al de banden van</div>
+<div class='i6'>Ons slavernije breken kan,</div>
+<div class='i4'>En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>De Heer gedenkt aan zijn verbond</div>
+<div class='i6'>Over zijn uitverkoren,</div>
+<div class='i4'>Looft Hem met ziele, tong en mond,</div>
+<div class='i6'>Die Isra&euml;l staat voren<a name="FNanchor_418_418" id="FNanchor_418_418"></a><a href="#Footnote_418_418" class="fnanchor"><ins class="note" title="voorstaat, beschermt.">[418]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Die Jacobs huis, in dienstbaarheid,</div>
+<div class='i6'>Onder zijn schaduwe bespreidt<a name="FNanchor_419_419" id="FNanchor_419_419"></a><a href="#Footnote_419_419" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor met zijn schaduw overdekt.">[419]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren<a name="FNanchor_420_420" id="FNanchor_420_420"></a><a href="#Footnote_420_420" class="fnanchor"><ins class="note" title="genieten (verg. nog ons&oacute;rberen).">[420]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Hij is de God van Abraham,</div>
+<div class='i6'>Isak en Jacob machtig,</div>
+<div class='i4'>Die nu tot koning zalft den stam,</div>
+<div class='i6'>Den stamme Juda krachtig,</div>
+<div class='i4'>Die ons naar 't zoet beloofde land</div>
+<div class='i6'>Geleidet door zijn sterke hand,</div>
+<div class='i4'>Om<a name="FNanchor_421_421" id="FNanchor_421_421"></a><a href="#Footnote_421_421" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te; verg. vroeger.">[421]</ins></a> heerschen int land Cana&auml;n eendrachtig.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>In 't land, daar melk en honig vloeit,</div>
+<div class='i6'>Daar de Jordaan beneven</div>
+<div class='i4'>Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit</div>
+<div class='i6'>Van 't steil gebergt verheven:</div>
+<div class='i4'>Daar, als de baren van der zee</div>
+<div class='i6'>Of 't zand der stranden, nu alre&ecirc;,</div>
+<div class='i4'>'t Zaad Isra&euml;ls doet zijn vijanden beven.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Looft dezen krijgsheld onvervaard,</div>
+<div class='i6'>Die paarden, ros en wagen,</div>
+<div class='i4'>'t Gewapend heer met schild en zwaard</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_27a" id="Page_27a">[Pg 27a]</a></span>
+<div class='i6'>Heeft mannelijk verslagen,</div>
+<div class='i4'>Met den verstokten koning trotsch;</div>
+<div class='i6'>Bouwt op dees klip en sterke rots,</div>
+<div class='i4'>Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Den rood-scharlaken mantel breid<a name="FNanchor_422_422" id="FNanchor_422_422"></a><a href="#Footnote_422_422" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor breed.">[422]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Van 't roode meer hij scheurde,</div>
+<div class='i4'>En heeft guld-zandig geplaveid</div>
+<div class='i6'>Een effen straat, waar deur de</div>
+<div class='i4'>Hebre&ecirc;n ontweken hun misval,</div>
+<div class='i6'>Tusschen twee muren van kristal,</div>
+<div class='i4'>Daar Farao den laatsten zucht betreurde<a name="FNanchor_423_423" id="FNanchor_423_423"></a><a href="#Footnote_423_423" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: treurend slaakte.">[423]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Farao, die ons op de hiel</div>
+<div class='i6'>Vervolgde met zijn scharen,</div>
+<div class='i4'>'t Zee-water stormig overviel</div>
+<div class='i6'>Met 't zwalpen van de baren;</div>
+<div class='i4'>Die 't voorhoofd bergden int gestert<a name="FNanchor_424_424" id="FNanchor_424_424"></a><a href="#Footnote_424_424" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gesternte.">[424]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>In den afgrond vernederd werd:</div>
+<div class='i4'>Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Farao's wimpelen ontdaan</div>
+<div class='i6'>En zag men niet meer zwieren,</div>
+<div class='i4'>Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan,</div>
+<div class='i6'>Noch al zijn ro&ocirc; banieren;</div>
+<div class='i4'>Zijn wapens en geslepen staal</div>
+<div class='i6'>Zonk met zijn rusting altemaal:</div>
+<div class='i4'>Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Bouwt al uw hoop op dezen steen,</div>
+<div class='i6'>Bouwt uw geloove vaste</div>
+<div class='i4'>Op den monarche der Hebre&ecirc;n,</div>
+<div class='i6'>Die Farao verraste,</div>
+<div class='i4'>Die des tyrans voornemens schort,</div>
+<div class='i6'>Den hoogmoed van hun vleugels kort,</div>
+<div class='i4'>En met zijn sterke schouders ons ontlastte.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>In koper, steen, noch ijzer hard</div>
+<div class='i6'>Alleen niet dees weldaden</div>
+<div class='i4'>En prent, maar schrijft ook in uw hart</div>
+<div class='i6'>Gods goedheid vol genaden,</div>
+<div class='i4'>Die ons 's doods muile heeft ontrukt:</div>
+<div class='i6'>Groen palm en myrtetakken plukt,</div>
+<div class='i4'>Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen!</div>
+</div></div>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES doet zijn offerande en spreekt:</div>
+<div class='i2'>Dwijl Isra&euml;l ontrukt is uit zijn slaafsche banden,</div>
+<div class='i2'>Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook</div>
+<div class='i2'>Van dezen altaar, als een liefelijken rook,</div>
+<div class='i2'>Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden!</div>
+<div class='i4'>Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken<a name="FNanchor_425_425" id="FNanchor_425_425"></a><a href="#Footnote_425_425" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor teeken van dankbaarheid.">[425]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Of schoon de te&ecirc;re mensch mets anders wedergeeft,</div>
+<div class='i2'>Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft,</div>
+<div class='i2'>Zijn zwakke sterflijkheid niet<a name="FNanchor_426_426" id="FNanchor_426_426"></a><a href="#Footnote_426_426" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thansniets.">[426]</ins></a> hoogers mag bereiken.</div>
+<div class='i4'>Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine,</div>
+<div class='i2'>Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt</div>
+<div class='i2'>Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne<a name="FNanchor_427_427" id="FNanchor_427_427"></a><a href="#Footnote_427_427" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans bron.">[427]</ins></a> schept,</div>
+<div class='i2'>En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine!</div>
+<div class='i4'>Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der</div>
+<div class='i2'>Oprechter<a name="FNanchor_428_428" id="FNanchor_428_428"></a><a href="#Footnote_428_428" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tweeden naamvalsuitgang, thans oprechte.">[428]</ins></a> lippen vroom voor zijn weldadigheid,</div>
+<div class='i2'>'t Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit;</div>
+<div class='i2'>Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer.</div>
+<div class='i4'>'t Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen,</div>
+<div class='i2'>Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch,</div>
+<div class='i2'>Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis,</div>
+<div class='i2'>De stieren hooren hem, de kalveren en schapen.</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_27b" id="Page_27b">[Pg 27b]</a></span>
+<div class='i4'>Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten,</div>
+<div class='i2'>Hij hevet<a name="FNanchor_429_429" id="FNanchor_429_429"></a><a href="#Footnote_429_429" class="fnanchor"><ins class="note" title="heeft het.">[429]</ins></a> al gemaakt;&mdash;o, groot is uwen lof!</div>
+<div class='i2'>Die 't al hebt rijkelijk gebouwet<a name="FNanchor_430_430" id="FNanchor_430_430"></a><a href="#Footnote_430_430" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gebouwd.">[430]</ins></a> zonder stof,</div>
+<div class='i2'>Zoo gij in uwen raad verholen<a name="FNanchor_431_431" id="FNanchor_431_431"></a><a href="#Footnote_431_431" class="fnanchor"><ins class="note" title="geheime raad.">[431]</ins></a> hadt besloten.</div>
+<div class='i4'>Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen,</div>
+<div class='i2'>Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood</div>
+<div class='i2'>Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot,</div>
+<div class='i2'>Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen.</div>
+<div class='i4'>Den offer komt u toe, die<a name="FNanchor_432_432" id="FNanchor_432_432"></a><a href="#Footnote_432_432" class="fnanchor"><ins class="note" title="Namelijk het offer.">[432]</ins></a>, Heer! verteert tot asschen!</div>
+<div class='i2'>Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid</div>
+<div class='i2'>Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid,</div>
+<div class='i2'>Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen.</div>
+<div class='i4'>Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste,</div>
+<div class='i2'>En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed</div>
+<div class='i2'>Op 't heilige gesteent ons offerande doet,</div>
+<div class='i2'>En dat wij we wet betrachten aldermeeste.</div>
+<div class='i4'>Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen</div>
+<div class='i2'>Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan<a name="FNanchor_433_433" id="FNanchor_433_433"></a><a href="#Footnote_433_433" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Minder gelukkig voor gedenken, mij herinneren.">[433]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan,</div>
+<div class='i2'>Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen.</div>
+<div class='i4'>Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten<a name="FNanchor_434_434" id="FNanchor_434_434"></a><a href="#Footnote_434_434" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor verdiensten.">[434]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Al de eerstelingen van geheel Egypteland</div>
+<div class='i2'>Van menschen en van vee, door uwe sterke hand</div>
+<div class='i2'>Geslagen werden, van den meesten tot den minsten.</div>
+<div class='i4'>En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye</div>
+<div class='i2'>Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid,</div>
+<div class='i2'>Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven le&icirc;t,</div>
+<div class='i2'>Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye.</div>
+<div class='i4'>O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier,</div>
+<div class='i2'>Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier,</div>
+<div class='i2'>Waar in gij mij ook zijt op Sina&iuml; verschenen.</div>
+<div class='i4'>Versaagt<a name="FNanchor_435_435" id="FNanchor_435_435"></a><a href="#Footnote_435_435" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor doet versagen.">[435]</ins></a> voor onze komst de stoute Filistijnen,</div>
+<div class='i2'>Kwetst hunnen preutschen<a name="FNanchor_436_436" id="FNanchor_436_436"></a><a href="#Footnote_436_436" class="fnanchor"><ins class="note" title="trotschen.">[436]</ins></a> moed! o Heer, blijft onzen borcht</div>
+<div class='i2'>En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd</div>
+<div class='i2'>Geraken door de dorre Arabische woestijnen.</div>
+<div class='i4'>Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren</div>
+<div class='i2'>In 't land van Cana&auml;n, en dat wij uwe wet,</div>
+<div class='i2'>Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet,</div>
+<div class='i2'>En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>'s Hemels goedheid, die voorhenen</div>
+<div class='i4'>Ons voorvaders heeft beschenen,</div>
+<div class='i6'>Is hier op 't tooneel herspeeld,</div>
+<div class='i6'>En naar 't leven afgebeeld.</div>
+<div class='i4'>Tijd noch de vergetenissen</div>
+<div class='i4'>Hoort<a name="FNanchor_437_437" id="FNanchor_437_437"></a><a href="#Footnote_437_437" class="fnanchor"><ins class="note" title="Behooren.">[437]</ins></a> uit ons gemoed te wisschen</div>
+<div class='i6'>Dees weldaden overgroot,</div>
+<div class='i6'>Ne&ecirc;rgedaald uit 's Hemels schoot.</div>
+<div class='i4'>Doch wanneer wij zien veel milder,</div>
+<div class='i4'>Wat den goddelijken schilder</div>
+<div class='i6'>Hier met naakt afconterfeit,</div>
+<div class='i6'>Raakt dit in vergetelheid,</div>
+<div class='i4'>En vertoont zich veel geringer,</div>
+<div class='i4'>Wanneer ons dit met den vinger</div>
+<div class='i6'>Wijst op 't ware wezen blij</div>
+<div class='i6'>Van dees hemel-schilderij:</div>
+<div class='i4'>Op een grooter weldaad leerlijk,</div>
+<div class='i4'>Die door Jezum Christum heerlijk</div>
+<div class='i6'>Ons zoo rijkelijk beschijnt,</div>
+<div class='i6'>Dat de schaduwe verdwijnt:</div>
+<div class='i4'>Want wanneer de zonne luistert<a name="FNanchor_438_438" id="FNanchor_438_438"></a><a href="#Footnote_438_438" class="fnanchor"><ins class="note" title="straalt; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.">[438]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>'t Manen-zilver werd verduisterd,</div>
+<div class='i6'>'t Bleekste voor het helderst zwijkt<a name="FNanchor_439_439" id="FNanchor_439_439"></a><a href="#Footnote_439_439" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans bezwijkt, zwicht.">[439]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>'t Minste voor het meeste wijkt;</div>
+<div class='i4'>Om den zin hier van te mellen<a name="FNanchor_440_440" id="FNanchor_440_440"></a><a href="#Footnote_440_440" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor melden.">[440]</ins></a></div>
+<div class='i4'>D' een wij tegens d'ander stellen:</div>
+<div class='i6'>Nu, het rijk Egypten is</div>
+<div class='i6'>Of beteekent duisternis,</div>
+<div class='i4'>Daar in zware slavernije</div>
+<div class='i4'>Jacob, onder d' heerschappije</div>
+<div class='i6'>Faraonis, met geklag</div>
+<div class='i6'>Droevelijk in boeyen lag:</div>
+<div class='i4'>Maar door 't goddelijk verweere<a name="FNanchor_441_441" id="FNanchor_441_441"></a><a href="#Footnote_441_441" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor verweren, beschermen.">[441]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Werden zij, door 't roode meere,</div>
+<div class='i6'>Saam verlost uit dees spelonk,</div>
+<div class='i6'>Als den Farao verzonk</div>
+<div class='i4'>Met zijn schilden en zijn zwaarden,</div>
+<div class='i4'>Met zijn ruiters, volk en paarden:</div>
+<div class='i6'>Even lagen wij verstrikt,</div>
+<div class='i6'>Leelijk in ons bloed verstikt,</div>
+<div class='i4'>Onder Satan, Hel en zonden,</div>
+<div class='i4'>In 's doods banden vastgebonden,</div>
+<div class='i6'>Maar door 's levens klaar fontein,</div>
+<div class='i6'>Onzen Zaligmaker rein,</div>
+<div class='i4'>Als Hij in het laatst der dagen</div>
+<div class='i4'>Aan het kruise werd geslagen,</div>
+<div class='i6'>Werden wij, door zijn bloed rood,</div>
+<div class='i6'>Vrij van zond', Hel, Duivel, dood,</div>
+<div class='i4'>Door zijn goedheid vol genaden</div>
+<div class='i4'>Afgewasschen ons misdaden:</div>
+<div class='i6'>Niet verlost, als Jacob, bloot<a name="FNanchor_442_442" id="FNanchor_442_442"></a><a href="#Footnote_442_442" class="fnanchor"><ins class="note" title="alleen (verg. 't hoogd. bloss).">[442]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Van een tijdelijke dood:</div>
+<div class='i4'>Maar door dezen Samson leeuwig</div>
+<div class='i4'>Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig,</div>
+<div class='i6'>Van Gods onverganklijk wee,</div>
+<div class='i6'>Van het zwaard, dat uit der sche&ecirc;</div>
+<div class='i4'>Boven 't hoofd ons dreigde grammig,</div>
+<div class='i4'>Met den brand des afgronds vlammig.</div>
+<div class='i6'>Isra&euml;l trok al gelijk</div>
+<div class='i6'>Naar een aardsch verganklijk rijk,</div>
+<div class='i4'>Dat maar voor een tijd mocht bloeyen,</div>
+<div class='i4'>Maar, na ons gebroken boeyen<a name="FNanchor_443_443" id="FNanchor_443_443"></a><a href="#Footnote_443_443" class="fnanchor"><ins class="note" title="Latinisme voornadat onze boeyen gebroken zijn.">[443]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>Ons de Heere roept tot hem;</div>
+<div class='i6'>In het nieuw Jeruzalem,</div>
+<div class='i4'>Loopt dan, ijverig genegen,</div>
+<div class='i4'>Hebben wij door Christum kregen<a name="FNanchor_444_444" id="FNanchor_444_444"></a><a href="#Footnote_444_444" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maatshalven voor gekregen.">[444]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Eenen weg gebaand en plat</div>
+<div class='i6'>Naar de schoone hemel-stad.</div>
+<div class='i4'>Daar dood, ziekte, strijd noch tranen</div>
+<div class='i4'>Gelijk over der Jordanen<a name="FNanchor_445_445" id="FNanchor_445_445"></a><a href="#Footnote_445_445" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans de Jordaan.">[445]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Ons meer zal ontmoeten wreed,</div>
+<div class='i6'>Als 't den Isralieten deed.</div>
+<div class='i4'>Die zoo vlijtig hun<a name="FNanchor_446_446" id="FNanchor_446_446"></a><a href="#Footnote_446_446" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[446]</ins></a> bewezen</div>
+<div class='i4'>In het uiterlijke wezen,</div>
+<div class='i6'>Ook om slachten 't zuiver Lam,</div>
+<div class='i6'>'t Welk terstond een einde nam,</div>
+<div class='i4'>Als den godlijken Messias</div>
+<div class='i4'>(Daar den anderen Helias</div>
+<div class='i6'>Zijn verkoren Jongers vroed</div>
+<div class='i6'>Op wees met den vinger zoet,</div>
+<div class='i4'>Alder schatten kleinoodkoffer),</div>
+<div class='i4'>Toen die kwam en zijnen offer,</div>
+<div class='i6'>Als hoog-priester, dede sp&acirc;</div>
+<div class='i6'>Op den berg Calvaria;</div>
+<div class='i4'>Toen hij tegens Satan kampten,</div>
+<div class='i4'>Alle priester-dienst en ampten</div>
+<div class='i6'>Eindden met het Paasschen-feest,</div>
+<div class='i6'>Als de Joden jaarlijks meest</div>
+<div class='i4'>Posten, dorpels nog bestreken</div>
+<div class='i4'>Met 's Lams bloede, tot een teeken</div>
+<div class='i6'>Hoe hun God bevrijdde weerd<a name="FNanchor_447_447" id="FNanchor_447_447"></a><a href="#Footnote_447_447" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven als stopwoord gebezigd.">[447]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Voor den slaanden Engels zweerd.</div>
+<div class='i4'>Voorspel, 't welk ons leert ten besten,</div>
+<div class='i4'>Hoe dat in den alderlesten</div>
+<div class='i6'>Dag der dagen, in 't gericht,</div>
+<div class='i6'>Voor Gods toornig aangezicht,</div>
+<div class='i4'>Jezus Christus ons zal vrijden</div>
+<div class='i4'>Door zijn heilig bitter lijden,</div>
+<div class='i6'>En, met 't rood onschuldig kleid<a name="FNanchor_448_448" id="FNanchor_448_448"></a><a href="#Footnote_448_448" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor kleed.">[448]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Van zijn droeve sterflijkheid,</div>
+<div class='i4'>Ons onrein melaatsche vlekken</div>
+<div class='i4'>Voor des Heeren aanschijn dekken.</div>
+<div class='i6'>Eet dan geestelijker wijs</div>
+<div class='i6'>Nog dit Lam, der zielen spijs,</div>
+<div class='i4'>Met een bitter sausse spijtig;</div>
+<div class='i4'>Ware Isra&euml;lieten vlijtig,</div>
+<div class='i6'>Laat de kracht van zijne dood</div>
+<div class='i6'>U nog zijn een hemels-brood!</div>
+<div class='i4'>Weest omgordt, en staat alreede</div>
+<div class='i4'>Om te wand'len na den vrede,</div>
+<div class='i6'>Met den staf, alzoo 't behoort,</div>
+<div class='i6'>Van des Heeren heilig Woord</div>
+<div class='i4'>Opgeschort, omgord op vordel<a name="FNanchor_449_449" id="FNanchor_449_449"></a><a href="#Footnote_449_449" class="fnanchor"><ins class="note" title="voordeel.">[449]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Met der liefden band en gordel.</div>
+<div class='i6'>Ook aanmerkt hier algemeen</div>
+<div class='i6'>Dees twee leids-li&ecirc;n der Hebre&ecirc;n:</div>
+<div class='i4'>Mozes (onbespraakt voor Farons</div>
+<div class='i4'>Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv</div>
+<div class='i6'>Reden-rijke tonge vocht<a name="FNanchor_450_450" id="FNanchor_450_450"></a><a href="#Footnote_450_450" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtig en daarom vaardig.">[450]</ins></a>:</div>
+<div class='i6'>Doch geen van dees beiden mocht</div>
+<div class='i4'>Isak brengen eindelijken</div>
+<div class='i4'>In Cana&auml;ns koninkrijken:</div>
+<div class='i6'>Onder welke schorsse duikt</div>
+<div class='i6'>Als men dezen bast ontluikt<a name="FNanchor_451_451" id="FNanchor_451_451"></a><a href="#Footnote_451_451" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontsluit.">[451]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>De onvolkomen zwakheid teder</div>
+<div class='i4'>Van der wet te korten leeder<a name="FNanchor_452_452" id="FNanchor_452_452"></a><a href="#Footnote_452_452" class="fnanchor"><ins class="note" title="ladder.">[452]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>Om in 't hemelsch vaderland</div>
+<div class='i6'>Op te stijgen uit den brand,</div>
+<div class='i4'>Uit den brand der zielen zweerdig<a name="FNanchor_453_453" id="FNanchor_453_453"></a><a href="#Footnote_453_453" class="fnanchor"><ins class="note" title="snijdend, fel.">[453]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Uit Gods toornigheid rechtveerdig,</div>
+<div class='i6'>Daar ons Christus, als geze&icirc;d,</div>
+<div class='i6'>Heeft behouden uitgeleid.</div>
+<div class='i4'>Want in Christo woont bekwamig</div>
+<div class='i4'>Zelf de volheid Gods lichamig,</div>
+<div class='i6'>'t Evangelische verbond</div>
+<div class='i6'>Vloeyet uit zijns wijsheids mond,</div>
+<div class='i4'>Der genaden fontein-ader<a name="FNanchor_454_454" id="FNanchor_454_454"></a><a href="#Footnote_454_454" class="fnanchor"><ins class="note" title="bron-a&acirc;r.">[454]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Ons verbidder, bij den Vader.</div>
+<div class='i6'>Isra&euml;l vertrok op hoop,</div>
+<div class='i6'>Maar voor ons heeft al den loop</div>
+<div class='i4'>Christus 't hoofd van zijne benden</div>
+<div class='i4'>Lang te voren gaan vol-enden,</div>
+<div class='i6'>En met 't kruis getriomfeerd</div>
+<div class='i6'>Boven Hemelen en eerd'<a name="FNanchor_455_455" id="FNanchor_455_455"></a><a href="#Footnote_455_455" class="fnanchor"><ins class="note" title="aarde.">[455]</ins></a>.</div>
+<div class='i4'>Laat dit plaatse bij u grijpen,</div>
+<div class='i4'>Laat dit godlijk zaaisel rijpen,</div>
+<div class='i6'>Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst</div>
+<div class='i6'>Vloeyen <span class="smcap">UIT LEVENDER JONST</span><a name="FNanchor_456_456" id="FNanchor_456_456"></a><a href="#Footnote_456_456" class="fnanchor"><ins class="note" title="Uit levendige gunst; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.">[456]</ins></a>.</div>
+</div></div>
+
+
+<h3>VOETNOTEN:</h3>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a> <em class="gesperrt">nagenoeg.</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a> <em class="gesperrt">Verzonnen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a> <em class="gesperrt">Maar</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> <em class="gesperrt">ingerichte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_5_5" id="Footnote_5_5"></a><a href="#FNanchor_5_5"><span class="label">[5]</span></a> Van (den Latijnschen dichter) <em class="gesperrt">Horatius</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_6_6" id="Footnote_6_6"></a><a href="#FNanchor_6_6"><span class="label">[6]</span></a> <em class="gesperrt">Gebrekkig</em> (van geest nam.).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_7_7" id="Footnote_7_7"></a><a href="#FNanchor_7_7"><span class="label">[7]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_8_8" id="Footnote_8_8"></a><a href="#FNanchor_8_8"><span class="label">[8]</span></a> Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende <em class="gesperrt">daarnaar</em> willen
+lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk <em class="gesperrt">nader</em>)
+dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met <em class="gesperrt">waar</em>,
+<em class="gesperrt">daar</em>, enz. het eerste de voorkeur.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_9_9" id="Footnote_9_9"></a><a href="#FNanchor_9_9"><span class="label">[9]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_10_10" id="Footnote_10_10"></a><a href="#FNanchor_10_10"><span class="label">[10]</span></a> <em class="gesperrt">Korten</em> (verg. de uitdrukking <em class="gesperrt">spanne tijds</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_11_11" id="Footnote_11_11"></a><a href="#FNanchor_11_11"><span class="label">[11]</span></a> Thans <em class="gesperrt">vertoont</em> (d. i. eig. <em class="gesperrt">vertoogent</em>, met den langeren
+vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_12_12" id="Footnote_12_12"></a><a href="#FNanchor_12_12"><span class="label">[12]</span></a> <em class="gesperrt">te omspannen</em>; verg. boven bl. 5, aant. [<a href='http://www.gutenberg.org/files/21800/21800-h/21800-h.htm#Footnote_23_140'>23</a>].</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_13_13" id="Footnote_13_13"></a><a href="#FNanchor_13_13"><span class="label">[13]</span></a> <em class="gesperrt">blinkende</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_14_14" id="Footnote_14_14"></a><a href="#FNanchor_14_14"><span class="label">[14]</span></a> Tweede-naamval van Venus.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_15_15" id="Footnote_15_15"></a><a href="#FNanchor_15_15"><span class="label">[15]</span></a> <em class="gesperrt">blinde klip</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_16_16" id="Footnote_16_16"></a><a href="#FNanchor_16_16"><span class="label">[16]</span></a> Thans <em class="gesperrt">iets anders</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_17_17" id="Footnote_17_17"></a><a href="#FNanchor_17_17"><span class="label">[17]</span></a> <em class="gesperrt">bestuur</em>, <em class="gesperrt">beheer</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_18_18" id="Footnote_18_18"></a><a href="#FNanchor_18_18"><span class="label">[18]</span></a> <em class="gesperrt">leerrijke</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_19_19" id="Footnote_19_19"></a><a href="#FNanchor_19_19"><span class="label">[19]</span></a> Lat. voor <em class="gesperrt">tooneel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_20_20" id="Footnote_20_20"></a><a href="#FNanchor_20_20"><span class="label">[20]</span></a> <em class="gesperrt">planken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_21_21" id="Footnote_21_21"></a><a href="#FNanchor_21_21"><span class="label">[21]</span></a> J. Mz. <em class="gesperrt">Vaer</em> (d. i. <em class="gesperrt">van der</em>) Laer was een rijk Amsterdamsch
+lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_22_22" id="Footnote_22_22"></a><a href="#FNanchor_22_22"><span class="label">[22]</span></a> Thans <em class="gesperrt">doet hem verzellen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_23_23" id="Footnote_23_23"></a><a href="#FNanchor_23_23"><span class="label">[23]</span></a> <em class="gesperrt">bekrachtiging</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_24_24" id="Footnote_24_24"></a><a href="#FNanchor_24_24"><span class="label">[24]</span></a> <em class="gesperrt">vrij te laten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_25_25" id="Footnote_25_25"></a><a href="#FNanchor_25_25"><span class="label">[25]</span></a> <em class="gesperrt">beesten</em> (verg. 't Fr. <em class="gesperrt">b&eacute;tail</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_26_26" id="Footnote_26_26"></a><a href="#FNanchor_26_26"><span class="label">[26]</span></a> <em class="gesperrt">welriekend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_27_27" id="Footnote_27_27"></a><a href="#FNanchor_27_27"><span class="label">[27]</span></a> <em class="gesperrt">kaauwt en herkaauwt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_28_28" id="Footnote_28_28"></a><a href="#FNanchor_28_28"><span class="label">[28]</span></a> <em class="gesperrt">Dijt uit</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_29_29" id="Footnote_29_29"></a><a href="#FNanchor_29_29"><span class="label">[29]</span></a> <em class="gesperrt">schapen</em> (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen)</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_30_30" id="Footnote_30_30"></a><a href="#FNanchor_30_30"><span class="label">[30]</span></a> <em class="gesperrt">pracht</em> (verg. 't Hoogd. <em class="gesperrt">geschmeide</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_31_31" id="Footnote_31_31"></a><a href="#FNanchor_31_31"><span class="label">[31]</span></a> <em class="gesperrt">kleed</em> ('t Fr. <em class="gesperrt">habit</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_32_32" id="Footnote_32_32"></a><a href="#FNanchor_32_32"><span class="label">[32]</span></a> voor <em class="gesperrt">schijnt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_33_33" id="Footnote_33_33"></a><a href="#FNanchor_33_33"><span class="label">[33]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">een helm</em> geslonken.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_34_34" id="Footnote_34_34"></a><a href="#FNanchor_34_34"><span class="label">[34]</span></a> <em class="gesperrt">zacht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_35_35" id="Footnote_35_35"></a><a href="#FNanchor_35_35"><span class="label">[35]</span></a> <em class="gesperrt">dan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_36_36" id="Footnote_36_36"></a><a href="#FNanchor_36_36"><span class="label">[36]</span></a> <em class="gesperrt">dezer dagen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_37_37" id="Footnote_37_37"></a><a href="#FNanchor_37_37"><span class="label">[37]</span></a> <em class="gesperrt">afbeeldt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_38_38" id="Footnote_38_38"></a><a href="#FNanchor_38_38"><span class="label">[38]</span></a> <em class="gesperrt">open</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_39_39" id="Footnote_39_39"></a><a href="#FNanchor_39_39"><span class="label">[39]</span></a> Voor <em class="gesperrt">verlustigt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_40_40" id="Footnote_40_40"></a><a href="#FNanchor_40_40"><span class="label">[40]</span></a> <em class="gesperrt">tweesnijdend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_41_41" id="Footnote_41_41"></a><a href="#FNanchor_41_41"><span class="label">[41]</span></a> Thans <em class="gesperrt">ofschoon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_42_42" id="Footnote_42_42"></a><a href="#FNanchor_42_42"><span class="label">[42]</span></a> <em class="gesperrt">luister</em>, <em class="gesperrt">glans geeft</em>, <em class="gesperrt">blinkt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_43_43" id="Footnote_43_43"></a><a href="#FNanchor_43_43"><span class="label">[43]</span></a> 't zilver van den maan.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_44_44" id="Footnote_44_44"></a><a href="#FNanchor_44_44"><span class="label">[44]</span></a> Voor <em class="gesperrt">raast</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_45_45" id="Footnote_45_45"></a><a href="#FNanchor_45_45"><span class="label">[45]</span></a> <em class="gesperrt">legt</em>; thans <em class="gesperrt">ligt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_46_46" id="Footnote_46_46"></a><a href="#FNanchor_46_46"><span class="label">[46]</span></a> <em class="gesperrt">zeis</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_47_47" id="Footnote_47_47"></a><a href="#FNanchor_47_47"><span class="label">[47]</span></a> De landbouwende klasse.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_48_48" id="Footnote_48_48"></a><a href="#FNanchor_48_48"><span class="label">[48]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">lachte</em> verzwakt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_49_49" id="Footnote_49_49"></a><a href="#FNanchor_49_49"><span class="label">[49]</span></a> <em class="gesperrt">Een iegelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_50_50" id="Footnote_50_50"></a><a href="#FNanchor_50_50"><span class="label">[50]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gemeen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_51_51" id="Footnote_51_51"></a><a href="#FNanchor_51_51"><span class="label">[51]</span></a> <em class="gesperrt">voren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_52_52" id="Footnote_52_52"></a><a href="#FNanchor_52_52"><span class="label">[52]</span></a> <em class="gesperrt">gelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_53_53" id="Footnote_53_53"></a><a href="#FNanchor_53_53"><span class="label">[53]</span></a> <em class="gesperrt">bron</em>, <em class="gesperrt">water</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_54_54" id="Footnote_54_54"></a><a href="#FNanchor_54_54"><span class="label">[54]</span></a> <em class="gesperrt">vonkelen</em> (verg 't Eng. <em class="gesperrt">to spark</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_55_55" id="Footnote_55_55"></a><a href="#FNanchor_55_55"><span class="label">[55]</span></a> Thans <em class="gesperrt">schijnt te branden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_56_56" id="Footnote_56_56"></a><a href="#FNanchor_56_56"><span class="label">[56]</span></a> Thans alleen <em class="gesperrt">geknield</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_57_57" id="Footnote_57_57"></a><a href="#FNanchor_57_57"><span class="label">[57]</span></a> <em class="gesperrt">sterk</em> (verg. boven <em class="gesperrt">spark</em> met ons <em class="gesperrt">sprank</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_58_58" id="Footnote_58_58"></a><a href="#FNanchor_58_58"><span class="label">[58]</span></a> <em class="gesperrt">bespiedde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_59_59" id="Footnote_59_59"></a><a href="#FNanchor_59_59"><span class="label">[59]</span></a> <em class="gesperrt">in eigen persoon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_60_60" id="Footnote_60_60"></a><a href="#FNanchor_60_60"><span class="label">[60]</span></a> <em class="gesperrt">spiegelgladde</em>, <em class="gesperrt">effene</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_61_61" id="Footnote_61_61"></a><a href="#FNanchor_61_61"><span class="label">[61]</span></a> voor <em class="gesperrt">gebracht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_62_62" id="Footnote_62_62"></a><a href="#FNanchor_62_62"><span class="label">[62]</span></a> <em class="gesperrt">aan wien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_63_63" id="Footnote_63_63"></a><a href="#FNanchor_63_63"><span class="label">[63]</span></a> voor <em class="gesperrt">krult</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_64_64" id="Footnote_64_64"></a><a href="#FNanchor_64_64"><span class="label">[64]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wil</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_65_65" id="Footnote_65_65"></a><a href="#FNanchor_65_65"><span class="label">[65]</span></a> <em class="gesperrt">Bewandelt</em>, <em class="gesperrt">betreedt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_66_66" id="Footnote_66_66"></a><a href="#FNanchor_66_66"><span class="label">[66]</span></a> <em class="gesperrt">draait</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_67_67" id="Footnote_67_67"></a><a href="#FNanchor_67_67"><span class="label">[67]</span></a> <em class="gesperrt">perk</em>, <em class="gesperrt">omvang</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_68_68" id="Footnote_68_68"></a><a href="#FNanchor_68_68"><span class="label">[68]</span></a> <em class="gesperrt">van't veld</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_69_69" id="Footnote_69_69"></a><a href="#FNanchor_69_69"><span class="label">[69]</span></a> <em class="gesperrt">Zoo</em>, <em class="gesperrt">indien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_70_70" id="Footnote_70_70"></a><a href="#FNanchor_70_70"><span class="label">[70]</span></a> <em class="gesperrt">bundel</em>, <em class="gesperrt">koker</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_71_71" id="Footnote_71_71"></a><a href="#FNanchor_71_71"><span class="label">[71]</span></a> Thans <em class="gesperrt">beschoren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_72_72" id="Footnote_72_72"></a><a href="#FNanchor_72_72"><span class="label">[72]</span></a> voor <em class="gesperrt">versmelt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_73_73" id="Footnote_73_73"></a><a href="#FNanchor_73_73"><span class="label">[73]</span></a> <em class="gesperrt">erkennen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_74_74" id="Footnote_74_74"></a><a href="#FNanchor_74_74"><span class="label">[74]</span></a> <em class="gesperrt">vloeit</em> en <em class="gesperrt">geboeid</em>, als <em class="gesperrt">vloei-et</em> en <em class="gesperrt">geboei-ed</em> te lezen; verg. beneden <em class="gesperrt">scheidet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_75_75" id="Footnote_75_75"></a><a href="#FNanchor_75_75"><span class="label">[75]</span></a> <em class="gesperrt">helderen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_76_76" id="Footnote_76_76"></a><a href="#FNanchor_76_76"><span class="label">[76]</span></a> voor <em class="gesperrt">vliegend span</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_77_77" id="Footnote_77_77"></a><a href="#FNanchor_77_77"><span class="label">[77]</span></a> <em class="gesperrt">sluw</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_78_78" id="Footnote_78_78"></a><a href="#FNanchor_78_78"><span class="label">[78]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_79_79" id="Footnote_79_79"></a><a href="#FNanchor_79_79"><span class="label">[79]</span></a> Eig. 't Hoogd. <em class="gesperrt">kreitz</em>, d. i. <em class="gesperrt">kring</em>, <em class="gesperrt">perk</em>; van daar (gelijk ook hier) <em class="gesperrt">strijdperk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_80_80" id="Footnote_80_80"></a><a href="#FNanchor_80_80"><span class="label">[80]</span></a> <em class="gesperrt">veegt</em> (van 't oude <em class="gesperrt">dwa-en</em>, waarvan nog <em class="gesperrt">dweil</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_81_81" id="Footnote_81_81"></a><a href="#FNanchor_81_81"><span class="label">[81]</span></a> <em class="gesperrt">schreyend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_82_82" id="Footnote_82_82"></a><a href="#FNanchor_82_82"><span class="label">[82]</span></a> Voor <em class="gesperrt">tarwen-aren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_83_83" id="Footnote_83_83"></a><a href="#FNanchor_83_83"><span class="label">[83]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_84_84" id="Footnote_84_84"></a><a href="#FNanchor_84_84"><span class="label">[84]</span></a> <em class="gesperrt">flikkeren</em>, <em class="gesperrt">vonkelen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_85_85" id="Footnote_85_85"></a><a href="#FNanchor_85_85"><span class="label">[85]</span></a> <em class="gesperrt">hoekigen</em>, <em class="gesperrt">kronkelenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_86_86" id="Footnote_86_86"></a><a href="#FNanchor_86_86"><span class="label">[86]</span></a> <em class="gesperrt">golvenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_87_87" id="Footnote_87_87"></a><a href="#FNanchor_87_87"><span class="label">[87]</span></a> voor <em class="gesperrt">verheuging</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_88_88" id="Footnote_88_88"></a><a href="#FNanchor_88_88"><span class="label">[88]</span></a> <em class="gesperrt">afloopt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_89_89" id="Footnote_89_89"></a><a href="#FNanchor_89_89"><span class="label">[89]</span></a> <em class="gesperrt">kunnen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_90_90" id="Footnote_90_90"></a><a href="#FNanchor_90_90"><span class="label">[90]</span></a> <em class="gesperrt">Met uw verlof</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_91_91" id="Footnote_91_91"></a><a href="#FNanchor_91_91"><span class="label">[91]</span></a> voor <em class="gesperrt">schijnt het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_92_92" id="Footnote_92_92"></a><a href="#FNanchor_92_92"><span class="label">[92]</span></a> voor <em class="gesperrt">toegevoegd</em>, <em class="gesperrt">opgelegd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_93_93" id="Footnote_93_93"></a><a href="#FNanchor_93_93"><span class="label">[93]</span></a> voor <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_94_94" id="Footnote_94_94"></a><a href="#FNanchor_94_94"><span class="label">[94]</span></a> <em class="gesperrt">op vaderlijke wijs</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_95_95" id="Footnote_95_95"></a><a href="#FNanchor_95_95"><span class="label">[95]</span></a> <em class="gesperrt">ook</em> (<em class="gesperrt">ofschoon</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_96_96" id="Footnote_96_96"></a><a href="#FNanchor_96_96"><span class="label">[96]</span></a> voor <em class="gesperrt">baatte</em> (wegens den volg. klinker).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_97_97" id="Footnote_97_97"></a><a href="#FNanchor_97_97"><span class="label">[97]</span></a> Thans <em class="gesperrt">naar de ziel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_98_98" id="Footnote_98_98"></a><a href="#FNanchor_98_98"><span class="label">[98]</span></a> <em class="gesperrt">dreigt</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_99_99" id="Footnote_99_99"></a><a href="#FNanchor_99_99"><span class="label">[99]</span></a> <em class="gesperrt">met tranen in de oogen</em>, <em class="gesperrt">weenend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_100_100" id="Footnote_100_100"></a><a href="#FNanchor_100_100"><span class="label">[100]</span></a> Thans <em class="gesperrt">onbewogen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_101_101" id="Footnote_101_101"></a><a href="#FNanchor_101_101"><span class="label">[101]</span></a> <em class="gesperrt">zijn verlaten opengezet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_102_102" id="Footnote_102_102"></a><a href="#FNanchor_102_102"><span class="label">[102]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">aardkloot</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_103_103" id="Footnote_103_103"></a><a href="#FNanchor_103_103"><span class="label">[103]</span></a> Thans <em class="gesperrt">van de ark</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_104_104" id="Footnote_104_104"></a><a href="#FNanchor_104_104"><span class="label">[104]</span></a> <em class="gesperrt">zuiver</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_105_105" id="Footnote_105_105"></a><a href="#FNanchor_105_105"><span class="label">[105]</span></a> <em class="gesperrt">kon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_106_106" id="Footnote_106_106"></a><a href="#FNanchor_106_106"><span class="label">[106]</span></a> <em class="gesperrt">wel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_107_107" id="Footnote_107_107"></a><a href="#FNanchor_107_107"><span class="label">[107]</span></a> <em class="gesperrt">bepaald</em>; verg. boven bl. [<a href='http://www.gutenberg.org/files/21800/21800-h/21800-h.htm#Page_3'>3</a>].</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_108_108" id="Footnote_108_108"></a><a href="#FNanchor_108_108"><span class="label">[108]</span></a> Voor <em class="gesperrt">keert het</em>, <em class="gesperrt">proeft het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_109_109" id="Footnote_109_109"></a><a href="#FNanchor_109_109"><span class="label">[109]</span></a> <em class="gesperrt">toevoegt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_110_110" id="Footnote_110_110"></a><a href="#FNanchor_110_110"><span class="label">[110]</span></a> Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op
+gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders&mdash;voor 't
+Hollandsche <em class="gesperrt">die</em> of <em class="gesperrt">dien</em> onzer schrijftaal&mdash;gebezigd wordt. Evenzoo
+vroeger "den Farao".</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_111_111" id="Footnote_111_111"></a><a href="#FNanchor_111_111"><span class="label">[111]</span></a> <em class="gesperrt">gestarnte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_112_112" id="Footnote_112_112"></a><a href="#FNanchor_112_112"><span class="label">[112]</span></a> De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_113_113" id="Footnote_113_113"></a><a href="#FNanchor_113_113"><span class="label">[113]</span></a> <em class="gesperrt">blinken</em> (van daar onze metaalnaam <em class="gesperrt">blik</em> en 't woord <em class="gesperrt">bliksem</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_114_114" id="Footnote_114_114"></a><a href="#FNanchor_114_114"><span class="label">[114]</span></a> voor <em class="gesperrt">beheerscht het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_115_115" id="Footnote_115_115"></a><a href="#FNanchor_115_115"><span class="label">[115]</span></a> <em class="gesperrt">tot zijn straf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_116_116" id="Footnote_116_116"></a><a href="#FNanchor_116_116"><span class="label">[116]</span></a> <em class="gesperrt">me&ecirc;</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_117_117" id="Footnote_117_117"></a><a href="#FNanchor_117_117"><span class="label">[117]</span></a> <em class="gesperrt">wijselijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_118_118" id="Footnote_118_118"></a><a href="#FNanchor_118_118"><span class="label">[118]</span></a> <em class="gesperrt">Tot veroordeeling en dwaling leidend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_119_119" id="Footnote_119_119"></a><a href="#FNanchor_119_119"><span class="label">[119]</span></a> anders <em class="gesperrt">verfrayen</em>, thans <em class="gesperrt">vervrolijken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_120_120" id="Footnote_120_120"></a><a href="#FNanchor_120_120"><span class="label">[120]</span></a> een van boven gespleten stok.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_121_121" id="Footnote_121_121"></a><a href="#FNanchor_121_121"><span class="label">[121]</span></a> <em class="gesperrt">staf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_122_122" id="Footnote_122_122"></a><a href="#FNanchor_122_122"><span class="label">[122]</span></a> <em class="gesperrt">blinkend</em>; verg. boven op <em class="gesperrt">blikken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_123_123" id="Footnote_123_123"></a><a href="#FNanchor_123_123"><span class="label">[123]</span></a> voor te <em class="gesperrt">verteeren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_124_124" id="Footnote_124_124"></a><a href="#FNanchor_124_124"><span class="label">[124]</span></a> Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk
+door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_125_125" id="Footnote_125_125"></a><a href="#FNanchor_125_125"><span class="label">[125]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">plukken</em> verdikt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_126_126" id="Footnote_126_126"></a><a href="#FNanchor_126_126"><span class="label">[126]</span></a> <em class="gesperrt">bedwelmd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_127_127" id="Footnote_127_127"></a><a href="#FNanchor_127_127"><span class="label">[127]</span></a> <em class="gesperrt">de borst doorbonzend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_128_128" id="Footnote_128_128"></a><a href="#FNanchor_128_128"><span class="label">[128]</span></a> Lat. 2e naamval: <em class="gesperrt">van Farao</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_129_129" id="Footnote_129_129"></a><a href="#FNanchor_129_129"><span class="label">[129]</span></a> voor <em class="gesperrt">duizenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_130_130" id="Footnote_130_130"></a><a href="#FNanchor_130_130"><span class="label">[130]</span></a> <em class="gesperrt">gekweld</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_131_131" id="Footnote_131_131"></a><a href="#FNanchor_131_131"><span class="label">[131]</span></a> Saamgetrokken uit <em class="gesperrt">hadtghy</em>: <em class="gesperrt">hadt gij</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_132_132" id="Footnote_132_132"></a><a href="#FNanchor_132_132"><span class="label">[132]</span></a> <em class="gesperrt">Glinsterde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_133_133" id="Footnote_133_133"></a><a href="#FNanchor_133_133"><span class="label">[133]</span></a> versta: <em class="gesperrt">geleek zij</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_134_134" id="Footnote_134_134"></a><a href="#FNanchor_134_134"><span class="label">[134]</span></a> verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">zwierf</em>, <em class="gesperrt">verstierf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_135_135" id="Footnote_135_135"></a><a href="#FNanchor_135_135"><span class="label">[135]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">heette</em> verzwakt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_136_136" id="Footnote_136_136"></a><a href="#FNanchor_136_136"><span class="label">[136]</span></a> (Gelijk <em class="gesperrt">metterdaad</em>, <em class="gesperrt">metterwoon</em>, enz. saamgetrokken <em class="gesperrt">met der spoed</em>) thans <em class="gesperrt">met spoed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_137_137" id="Footnote_137_137"></a><a href="#FNanchor_137_137"><span class="label">[137]</span></a> <em class="gesperrt">begraven</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_138_138" id="Footnote_138_138"></a><a href="#FNanchor_138_138"><span class="label">[138]</span></a> <em class="gesperrt">vaak</em>, <em class="gesperrt">dikwerf</em> d. i. <em class="gesperrt">veelmaals</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_139_139" id="Footnote_139_139"></a><a href="#FNanchor_139_139"><span class="label">[139]</span></a> Thans <em class="gesperrt">ontstoken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_140_140" id="Footnote_140_140"></a><a href="#FNanchor_140_140"><span class="label">[140]</span></a> <em class="gesperrt">schielijk afgedane</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_141_141" id="Footnote_141_141"></a><a href="#FNanchor_141_141"><span class="label">[141]</span></a> het gelaat verwringende.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_142_142" id="Footnote_142_142"></a><a href="#FNanchor_142_142"><span class="label">[142]</span></a> Thans <em class="gesperrt">de</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_143_143" id="Footnote_143_143"></a><a href="#FNanchor_143_143"><span class="label">[143]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">overstelpt</em> of iets derg.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_144_144" id="Footnote_144_144"></a><a href="#FNanchor_144_144"><span class="label">[144]</span></a> Lat. vierde naamval van <em class="gesperrt">Mozes</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_145_145" id="Footnote_145_145"></a><a href="#FNanchor_145_145"><span class="label">[145]</span></a> <em class="gesperrt">Helsche</em>, <em class="gesperrt">Duivelsche</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_146_146" id="Footnote_146_146"></a><a href="#FNanchor_146_146"><span class="label">[146]</span></a> <em class="gesperrt">Maar al te ongaarne geuit</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_147_147" id="Footnote_147_147"></a><a href="#FNanchor_147_147"><span class="label">[147]</span></a> <em class="gesperrt">vlugger</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_148_148" id="Footnote_148_148"></a><a href="#FNanchor_148_148"><span class="label">[148]</span></a> <em class="gesperrt">manlijke kracht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_149_149" id="Footnote_149_149"></a><a href="#FNanchor_149_149"><span class="label">[149]</span></a> <em class="gesperrt">lichtgeschitter</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_150_150" id="Footnote_150_150"></a><a href="#FNanchor_150_150"><span class="label">[150]</span></a> <em class="gesperrt">walmend</em>, <em class="gesperrt">smokend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_151_151" id="Footnote_151_151"></a><a href="#FNanchor_151_151"><span class="label">[151]</span></a> enkelv.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_152_152" id="Footnote_152_152"></a><a href="#FNanchor_152_152"><span class="label">[152]</span></a> <em class="gesperrt">Duizelig maakt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_153_153" id="Footnote_153_153"></a><a href="#FNanchor_153_153"><span class="label">[153]</span></a> <em class="gesperrt">het groote heelal</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_154_154" id="Footnote_154_154"></a><a href="#FNanchor_154_154"><span class="label">[154]</span></a> voor <em class="gesperrt">gemakkelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_155_155" id="Footnote_155_155"></a><a href="#FNanchor_155_155"><span class="label">[155]</span></a> <em class="gesperrt">plotseling</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_156_156" id="Footnote_156_156"></a><a href="#FNanchor_156_156"><span class="label">[156]</span></a> <em class="gesperrt">vreest</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_157_157" id="Footnote_157_157"></a><a href="#FNanchor_157_157"><span class="label">[157]</span></a> Thans <em class="gesperrt">geveegd</em>, <em class="gesperrt">gezuiverd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_158_158" id="Footnote_158_158"></a><a href="#FNanchor_158_158"><span class="label">[158]</span></a> <em class="gesperrt">makkers</em> (nam. de <em class="gesperrt">zeelu&icirc;</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_159_159" id="Footnote_159_159"></a><a href="#FNanchor_159_159"><span class="label">[159]</span></a> voor <em class="gesperrt">wenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_160_160" id="Footnote_160_160"></a><a href="#FNanchor_160_160"><span class="label">[160]</span></a> <em class="gesperrt">verradelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_161_161" id="Footnote_161_161"></a><a href="#FNanchor_161_161"><span class="label">[161]</span></a> <em class="gesperrt">vreeselijk</em>; thans verkeerdelijk <em class="gesperrt">ijselijk</em> geschreven.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_162_162" id="Footnote_162_162"></a><a href="#FNanchor_162_162"><span class="label">[162]</span></a> <em class="gesperrt">vork</em> ('t Hoogd. <em class="gesperrt">gabel</em>), hier voor Neptunus' <em class="gesperrt">drietand</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_163_163" id="Footnote_163_163"></a><a href="#FNanchor_163_163"><span class="label">[163]</span></a> <em class="gesperrt">bliezen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_164_164" id="Footnote_164_164"></a><a href="#FNanchor_164_164"><span class="label">[164]</span></a> d. i. <em class="gesperrt">stuurman</em> (omdat die van Aen&euml;as bij Virgilius zoo heet).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_165_165" id="Footnote_165_165"></a><a href="#FNanchor_165_165"><span class="label">[165]</span></a> <em class="gesperrt">boos</em> (<em class="gesperrt">druipend</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_166_166" id="Footnote_166_166"></a><a href="#FNanchor_166_166"><span class="label">[166]</span></a> 't Hoogd. <em class="gesperrt">kutscher</em>; thans <em class="gesperrt">koetsier</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_167_167" id="Footnote_167_167"></a><a href="#FNanchor_167_167"><span class="label">[167]</span></a> <em class="gesperrt">aanging</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_168_168" id="Footnote_168_168"></a><a href="#FNanchor_168_168"><span class="label">[168]</span></a> voor <em class="gesperrt">binnen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_169_169" id="Footnote_169_169"></a><a href="#FNanchor_169_169"><span class="label">[169]</span></a> voor <em class="gesperrt">berekenen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_170_170" id="Footnote_170_170"></a><a href="#FNanchor_170_170"><span class="label">[170]</span></a> voor <em class="gesperrt">strandde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_171_171" id="Footnote_171_171"></a><a href="#FNanchor_171_171"><span class="label">[171]</span></a> <em class="gesperrt">ellen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_172_172" id="Footnote_172_172"></a><a href="#FNanchor_172_172"><span class="label">[172]</span></a> <em class="gesperrt">dubbel snel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_173_173" id="Footnote_173_173"></a><a href="#FNanchor_173_173"><span class="label">[173]</span></a> <em class="gesperrt">ydele beelden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_174_174" id="Footnote_174_174"></a><a href="#FNanchor_174_174"><span class="label">[174]</span></a> voor <em class="gesperrt">verzwonden</em> of <em class="gesperrt">verdwenen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_175_175" id="Footnote_175_175"></a><a href="#FNanchor_175_175"><span class="label">[175]</span></a> Lat. tweede naamval van <em class="gesperrt">Isis</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_176_176" id="Footnote_176_176"></a><a href="#FNanchor_176_176"><span class="label">[176]</span></a> Thans <em class="gesperrt">vochtig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_177_177" id="Footnote_177_177"></a><a href="#FNanchor_177_177"><span class="label">[177]</span></a> Thans <em class="gesperrt">een of ander</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_178_178" id="Footnote_178_178"></a><a href="#FNanchor_178_178"><span class="label">[178]</span></a> <em class="gesperrt">In 't geheel niets</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_179_179" id="Footnote_179_179"></a><a href="#FNanchor_179_179"><span class="label">[179]</span></a> voor <em class="gesperrt">dier</em>, thans <em class="gesperrt">wier</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_180_180" id="Footnote_180_180"></a><a href="#FNanchor_180_180"><span class="label">[180]</span></a> voor <em class="gesperrt">acht ik</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_181_181" id="Footnote_181_181"></a><a href="#FNanchor_181_181"><span class="label">[181]</span></a> Thans <em class="gesperrt">worden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_182_182" id="Footnote_182_182"></a><a href="#FNanchor_182_182"><span class="label">[182]</span></a> <em class="gesperrt">onachtzaam</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_183_183" id="Footnote_183_183"></a><a href="#FNanchor_183_183"><span class="label">[183]</span></a> <em class="gesperrt">hoe langer</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_184_184" id="Footnote_184_184"></a><a href="#FNanchor_184_184"><span class="label">[184]</span></a> versta: <em class="gesperrt">ons te ontslaan van</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_185_185" id="Footnote_185_185"></a><a href="#FNanchor_185_185"><span class="label">[185]</span></a> voor <em class="gesperrt">te dreigen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_186_186" id="Footnote_186_186"></a><a href="#FNanchor_186_186"><span class="label">[186]</span></a> Door 't twee regels later volgend <em class="gesperrt">weder</em>- overtollig.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_187_187" id="Footnote_187_187"></a><a href="#FNanchor_187_187"><span class="label">[187]</span></a> <em class="gesperrt">wederbrengen</em>, <em class="gesperrt">doen herboren worden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_188_188" id="Footnote_188_188"></a><a href="#FNanchor_188_188"><span class="label">[188]</span></a> <em class="gesperrt">herbracht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_189_189" id="Footnote_189_189"></a><a href="#FNanchor_189_189"><span class="label">[189]</span></a> <em class="gesperrt">ontzaggelijker</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_190_190" id="Footnote_190_190"></a><a href="#FNanchor_190_190"><span class="label">[190]</span></a> <em class="gesperrt">gewelf</em> ('t Fransche <em class="gesperrt">vo&ucirc;te</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_191_191" id="Footnote_191_191"></a><a href="#FNanchor_191_191"><span class="label">[191]</span></a> d.i. van E.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_192_192" id="Footnote_192_192"></a><a href="#FNanchor_192_192"><span class="label">[192]</span></a> <em class="gesperrt">Geef nu verlof tot</em>, <em class="gesperrt">veroorloof</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_193_193" id="Footnote_193_193"></a><a href="#FNanchor_193_193"><span class="label">[193]</span></a> Deze <em class="gesperrt">Jup.</em> maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en
+geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en
+Godenlegenden in Vondels eeuw.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_194_194" id="Footnote_194_194"></a><a href="#FNanchor_194_194"><span class="label">[194]</span></a> Van Saturnus (als <em class="gesperrt">Tijdgod</em> genomen).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_195_195" id="Footnote_195_195"></a><a href="#FNanchor_195_195"><span class="label">[195]</span></a> Anders <em class="gesperrt">dwingeland</em>, en een bewijs dat men verkeerd doet,
+dit saamgestelde woord van een vermeend <em class="gesperrt">dwingelen</em> af te leiden.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_196_196" id="Footnote_196_196"></a><a href="#FNanchor_196_196"><span class="label">[196]</span></a> <em class="gesperrt">overladen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_197_197" id="Footnote_197_197"></a><a href="#FNanchor_197_197"><span class="label">[197]</span></a> voor <em class="gesperrt">klimmen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_198_198" id="Footnote_198_198"></a><a href="#FNanchor_198_198"><span class="label">[198]</span></a> Anders <em class="gesperrt">soep</em>, <em class="gesperrt">spijs</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_199_199" id="Footnote_199_199"></a><a href="#FNanchor_199_199"><span class="label">[199]</span></a> <em class="gesperrt">wegneemt</em>, <em class="gesperrt">belet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_200_200" id="Footnote_200_200"></a><a href="#FNanchor_200_200"><span class="label">[200]</span></a> <em class="gesperrt">tot dwaling brengen</em>.
+(verg. het Hoogd. <em class="gesperrt">verr&uuml;ckt</em>.)</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_201_201" id="Footnote_201_201"></a><a href="#FNanchor_201_201"><span class="label">[201]</span></a> <em class="gesperrt">een ve&ecirc;rtjen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_202_202" id="Footnote_202_202"></a><a href="#FNanchor_202_202"><span class="label">[202]</span></a> <em class="gesperrt">gelooft gij</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_203_203" id="Footnote_203_203"></a><a href="#FNanchor_203_203"><span class="label">[203]</span></a> <em class="gesperrt">wakker</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_204_204" id="Footnote_204_204"></a><a href="#FNanchor_204_204"><span class="label">[204]</span></a> <em class="gesperrt">mars</em>, <em class="gesperrt">koopwaar</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_205_205" id="Footnote_205_205"></a><a href="#FNanchor_205_205"><span class="label">[205]</span></a> <em class="gesperrt">afgebeeld</em>, <em class="gesperrt">voorgedaan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_206_206" id="Footnote_206_206"></a><a href="#FNanchor_206_206"><span class="label">[206]</span></a> <em class="gesperrt">kleuren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_207_207" id="Footnote_207_207"></a><a href="#FNanchor_207_207"><span class="label">[207]</span></a> <em class="gesperrt">Schort op</em>, <em class="gesperrt">staakt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_208_208" id="Footnote_208_208"></a><a href="#FNanchor_208_208"><span class="label">[208]</span></a> <em class="gesperrt">is hij niet voorzichtig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_209_209" id="Footnote_209_209"></a><a href="#FNanchor_209_209"><span class="label">[209]</span></a> <em class="gesperrt">in beweging</em>, <em class="gesperrt">beroerte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_210_210" id="Footnote_210_210"></a><a href="#FNanchor_210_210"><span class="label">[210]</span></a> voor <em class="gesperrt">keten</em> of <em class="gesperrt">ketting</em> ('t Lat. <em class="gesperrt">catena</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_211_211" id="Footnote_211_211"></a><a href="#FNanchor_211_211"><span class="label">[211]</span></a> <em class="gesperrt">schuinsch</em> geslingerde.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_212_212" id="Footnote_212_212"></a><a href="#FNanchor_212_212"><span class="label">[212]</span></a> <em class="gesperrt">kunt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_213_213" id="Footnote_213_213"></a><a href="#FNanchor_213_213"><span class="label">[213]</span></a> <em class="gesperrt">het meest Helsche</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_214_214" id="Footnote_214_214"></a><a href="#FNanchor_214_214"><span class="label">[214]</span></a> minder gelukkig
+voor <em class="gesperrt">onder hun vlerken</em>, <em class="gesperrt">hun schaduw bedekken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_215_215" id="Footnote_215_215"></a><a href="#FNanchor_215_215"><span class="label">[215]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">de opgesperde kaken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_216_216" id="Footnote_216_216"></a><a href="#FNanchor_216_216"><span class="label">[216]</span></a> Thans <em class="gesperrt">naar de ziel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_217_217" id="Footnote_217_217"></a><a href="#FNanchor_217_217"><span class="label">[217]</span></a> <em class="gesperrt">streelende</em>, <em class="gesperrt">vleyende</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_218_218" id="Footnote_218_218"></a><a href="#FNanchor_218_218"><span class="label">[218]</span></a> <em class="gesperrt">uitpraten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_219_219" id="Footnote_219_219"></a><a href="#FNanchor_219_219"><span class="label">[219]</span></a> Verg. boven de aant. op <em class="gesperrt">Jupiter</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_220_220" id="Footnote_220_220"></a><a href="#FNanchor_220_220"><span class="label">[220]</span></a> <em class="gesperrt">zorgt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_221_221" id="Footnote_221_221"></a><a href="#FNanchor_221_221"><span class="label">[221]</span></a> (voet-)<em class="gesperrt">zolen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_222_222" id="Footnote_222_222"></a><a href="#FNanchor_222_222"><span class="label">[222]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">meer</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_223_223" id="Footnote_223_223"></a><a href="#FNanchor_223_223"><span class="label">[223]</span></a> Hier in slechten zin, voor <em class="gesperrt">hoogmoedig</em>, <em class="gesperrt">overmoedig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_224_224" id="Footnote_224_224"></a><a href="#FNanchor_224_224"><span class="label">[224]</span></a> <em class="gesperrt">bundel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_225_225" id="Footnote_225_225"></a><a href="#FNanchor_225_225"><span class="label">[225]</span></a> voor <em class="gesperrt">hoofdhaar</em>; eerst later werd het uitsluitend gebezigd
+voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts
+Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_226_226" id="Footnote_226_226"></a><a href="#FNanchor_226_226"><span class="label">[226]</span></a> Midden-Egypte.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_227_227" id="Footnote_227_227"></a><a href="#FNanchor_227_227"><span class="label">[227]</span></a> Gedoornde d. i. <em class="gesperrt">stekelige</em> puisten.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_228_228" id="Footnote_228_228"></a><a href="#FNanchor_228_228"><span class="label">[228]</span></a> Voor <em class="gesperrt">een vloed van regendroppels</em>,</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_229_229" id="Footnote_229_229"></a><a href="#FNanchor_229_229"><span class="label">[229]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">eizig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_230_230" id="Footnote_230_230"></a><a href="#FNanchor_230_230"><span class="label">[230]</span></a> <em class="gesperrt">onbedekt, dor.</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_231_231" id="Footnote_231_231"></a><a href="#FNanchor_231_231"><span class="label">[231]</span></a> Anders <em class="gesperrt">altega&acirc;r</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_232_232" id="Footnote_232_232"></a><a href="#FNanchor_232_232"><span class="label">[232]</span></a> voor <em class="gesperrt">de zon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_233_233" id="Footnote_233_233"></a><a href="#FNanchor_233_233"><span class="label">[233]</span></a> <em class="gesperrt">houdt weg</em>, <em class="gesperrt">verschuilt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_234_234" id="Footnote_234_234"></a><a href="#FNanchor_234_234"><span class="label">[234]</span></a> <em class="gesperrt">schittert</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_235_235" id="Footnote_235_235"></a><a href="#FNanchor_235_235"><span class="label">[235]</span></a> Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van <em class="gesperrt">verspringen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_236_236" id="Footnote_236_236"></a><a href="#FNanchor_236_236"><span class="label">[236]</span></a> <em class="gesperrt">vonkt</em> (zie vroeger).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_237_237" id="Footnote_237_237"></a><a href="#FNanchor_237_237"><span class="label">[237]</span></a> <em class="gesperrt">rijksappel</em>, als teeken der oppermacht.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_238_238" id="Footnote_238_238"></a><a href="#FNanchor_238_238"><span class="label">[238]</span></a> <em class="gesperrt">krijgshaftig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_239_239" id="Footnote_239_239"></a><a href="#FNanchor_239_239"><span class="label">[239]</span></a> <em class="gesperrt">Neder-Egypte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_240_240" id="Footnote_240_240"></a><a href="#FNanchor_240_240"><span class="label">[240]</span></a> voor <em class="gesperrt">grafteekenen</em> in 't algemeen, hier de Pyramieden.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_241_241" id="Footnote_241_241"></a><a href="#FNanchor_241_241"><span class="label">[241]</span></a> <em class="gesperrt">het uitspansel te naderen.</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_242_242" id="Footnote_242_242"></a><a href="#FNanchor_242_242"><span class="label">[242]</span></a> voor <em class="gesperrt">uitgespreid</em>, <em class="gesperrt">uitgebreid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_243_243" id="Footnote_243_243"></a><a href="#FNanchor_243_243"><span class="label">[243]</span></a> Het Westen, in tegenoverstelling van den <em class="gesperrt">Levant</em> (of <em class="gesperrt">Opgang</em>) voor 't Oosten.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_244_244" id="Footnote_244_244"></a><a href="#FNanchor_244_244"><span class="label">[244]</span></a> <em class="gesperrt">Zuiden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_245_245" id="Footnote_245_245"></a><a href="#FNanchor_245_245"><span class="label">[245]</span></a> voor <em class="gesperrt">wimpel</em>, <em class="gesperrt">vaan</em>, <em class="gesperrt">banier</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_246_246" id="Footnote_246_246"></a><a href="#FNanchor_246_246"><span class="label">[246]</span></a> binnen den kring der stervelingen.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_247_247" id="Footnote_247_247"></a><a href="#FNanchor_247_247"><span class="label">[247]</span></a> <em class="gesperrt">voedt</em>, <em class="gesperrt">onderhoudt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_248_248" id="Footnote_248_248"></a><a href="#FNanchor_248_248"><span class="label">[248]</span></a> Minder juist voor <em class="gesperrt">afschiet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_249_249" id="Footnote_249_249"></a><a href="#FNanchor_249_249"><span class="label">[249]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">noch</em> (gelijk <em class="gesperrt">ofte</em> tot <em class="gesperrt">of</em>) afgekort.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_250_250" id="Footnote_250_250"></a><a href="#FNanchor_250_250"><span class="label">[250]</span></a> Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_251_251" id="Footnote_251_251"></a><a href="#FNanchor_251_251"><span class="label">[251]</span></a> <em class="gesperrt">den heer te spelen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_252_252" id="Footnote_252_252"></a><a href="#FNanchor_252_252"><span class="label">[252]</span></a> <em class="gesperrt">op zijn minst</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_253_253" id="Footnote_253_253"></a><a href="#FNanchor_253_253"><span class="label">[253]</span></a> Hebreeuwsche naam voor Egypte.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_254_254" id="Footnote_254_254"></a><a href="#FNanchor_254_254"><span class="label">[254]</span></a> Hier in goeden zin: <em class="gesperrt">grootsch</em>, <em class="gesperrt">edelaardig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_255_255" id="Footnote_255_255"></a><a href="#FNanchor_255_255"><span class="label">[255]</span></a> <em class="gesperrt">niet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_256_256" id="Footnote_256_256"></a><a href="#FNanchor_256_256"><span class="label">[256]</span></a> Thans <em class="gesperrt">te vermaken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_257_257" id="Footnote_257_257"></a><a href="#FNanchor_257_257"><span class="label">[257]</span></a> met <em class="gesperrt">duren</em> eede.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_258_258" id="Footnote_258_258"></a><a href="#FNanchor_258_258"><span class="label">[258]</span></a> voor <em class="gesperrt">vlijt</em>, dat toen nog zoo uitgesproken werd.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_259_259" id="Footnote_259_259"></a><a href="#FNanchor_259_259"><span class="label">[259]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">daarheen</em>, <em class="gesperrt">van waar</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_260_260" id="Footnote_260_260"></a><a href="#FNanchor_260_260"><span class="label">[260]</span></a> Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor <em class="gesperrt">reus</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_261_261" id="Footnote_261_261"></a><a href="#FNanchor_261_261"><span class="label">[261]</span></a> <em class="gesperrt">vochtige</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_262_262" id="Footnote_262_262"></a><a href="#FNanchor_262_262"><span class="label">[262]</span></a> voor u.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_263_263" id="Footnote_263_263"></a><a href="#FNanchor_263_263"><span class="label">[263]</span></a> <em class="gesperrt">bedelbrokken</em> of liever <em class="gesperrt">benden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_264_264" id="Footnote_264_264"></a><a href="#FNanchor_264_264"><span class="label">[264]</span></a> <em class="gesperrt">keuken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_265_265" id="Footnote_265_265"></a><a href="#FNanchor_265_265"><span class="label">[265]</span></a> <em class="gesperrt">kraanvogels</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_266_266" id="Footnote_266_266"></a><a href="#FNanchor_266_266"><span class="label">[266]</span></a> <em class="gesperrt">Te gast te gaan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_267_267" id="Footnote_267_267"></a><a href="#FNanchor_267_267"><span class="label">[267]</span></a> Thans <em class="gesperrt">den eik</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_268_268" id="Footnote_268_268"></a><a href="#FNanchor_268_268"><span class="label">[268]</span></a> Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare <em class="gesperrt">van</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_269_269" id="Footnote_269_269"></a><a href="#FNanchor_269_269"><span class="label">[269]</span></a> <em class="gesperrt">Trotsch</em>, <em class="gesperrt">ontoeganklijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_270_270" id="Footnote_270_270"></a><a href="#FNanchor_270_270"><span class="label">[270]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_271_271" id="Footnote_271_271"></a><a href="#FNanchor_271_271"><span class="label">[271]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">omvlochten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_272_272" id="Footnote_272_272"></a><a href="#FNanchor_272_272"><span class="label">[272]</span></a> <em class="gesperrt">naauwlijks</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_273_273" id="Footnote_273_273"></a><a href="#FNanchor_273_273"><span class="label">[273]</span></a> <em class="gesperrt">afgemeten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_274_274" id="Footnote_274_274"></a><a href="#FNanchor_274_274"><span class="label">[274]</span></a> <em class="gesperrt">gewelven</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_275_275" id="Footnote_275_275"></a><a href="#FNanchor_275_275"><span class="label">[275]</span></a> <em class="gesperrt">middelpunt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_276_276" id="Footnote_276_276"></a><a href="#FNanchor_276_276"><span class="label">[276]</span></a> voor <em class="gesperrt">strafzwaard</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_277_277" id="Footnote_277_277"></a><a href="#FNanchor_277_277"><span class="label">[277]</span></a> Thans <em class="gesperrt">uwsweegs</em>, sedert <em class="gesperrt">straat</em> in den meer bepaalden zin
+van <em class="gesperrt">bestraten weg</em> (<em class="gesperrt">via strata</em>) gebezigd wordt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_278_278" id="Footnote_278_278"></a><a href="#FNanchor_278_278"><span class="label">[278]</span></a> <em class="gesperrt">allerlaagsten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_279_279" id="Footnote_279_279"></a><a href="#FNanchor_279_279"><span class="label">[279]</span></a> Fransche <em class="gesperrt">offrande</em>, en dus verkeerdelijk
+meestal <em class="gesperrt">offerhand</em> geschreven.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_280_280" id="Footnote_280_280"></a><a href="#FNanchor_280_280"><span class="label">[280]</span></a> Thans <em class="gesperrt">veroorlooft</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_281_281" id="Footnote_281_281"></a><a href="#FNanchor_281_281"><span class="label">[281]</span></a> <em class="gesperrt">verzacht het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_282_282" id="Footnote_282_282"></a><a href="#FNanchor_282_282"><span class="label">[282]</span></a> <em class="gesperrt">ontbloote</em>, <em class="gesperrt">zichtbare</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_283_283" id="Footnote_283_283"></a><a href="#FNanchor_283_283"><span class="label">[283]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wordt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_284_284" id="Footnote_284_284"></a><a href="#FNanchor_284_284"><span class="label">[284]</span></a> <em class="gesperrt">wegneemt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_285_285" id="Footnote_285_285"></a><a href="#FNanchor_285_285"><span class="label">[285]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">en</em> verkort.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_286_286" id="Footnote_286_286"></a><a href="#FNanchor_286_286"><span class="label">[286]</span></a> <em class="gesperrt">wijselijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_287_287" id="Footnote_287_287"></a><a href="#FNanchor_287_287"><span class="label">[287]</span></a> Germ. voor <em class="gesperrt">verwen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_288_288" id="Footnote_288_288"></a><a href="#FNanchor_288_288"><span class="label">[288]</span></a> <em class="gesperrt">vrijwaren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_289_289" id="Footnote_289_289"></a><a href="#FNanchor_289_289"><span class="label">[289]</span></a> Voor <em class="gesperrt">doorklieft</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_290_290" id="Footnote_290_290"></a><a href="#FNanchor_290_290"><span class="label">[290]</span></a> <em class="gesperrt">onderwijl</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_291_291" id="Footnote_291_291"></a><a href="#FNanchor_291_291"><span class="label">[291]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_292_292" id="Footnote_292_292"></a><a href="#FNanchor_292_292"><span class="label">[292]</span></a> <em class="gesperrt">aan 't spit braden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_293_293" id="Footnote_293_293"></a><a href="#FNanchor_293_293"><span class="label">[293]</span></a> <em class="gesperrt">zuur</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_294_294" id="Footnote_294_294"></a><a href="#FNanchor_294_294"><span class="label">[294]</span></a> <em class="gesperrt">gereed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_295_295" id="Footnote_295_295"></a><a href="#FNanchor_295_295"><span class="label">[295]</span></a> Thans <em class="gesperrt">maan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_296_296" id="Footnote_296_296"></a><a href="#FNanchor_296_296"><span class="label">[296]</span></a> <em class="gesperrt">verbijsterd</em> (verg. 't Hoogd. <em class="gesperrt">verr&uuml;ckt</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_297_297" id="Footnote_297_297"></a><a href="#FNanchor_297_297"><span class="label">[297]</span></a> Voor <em class="gesperrt">terwijl</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_298_298" id="Footnote_298_298"></a><a href="#FNanchor_298_298"><span class="label">[298]</span></a> <em class="gesperrt">luchtige</em>, <em class="gesperrt">vlugge</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_299_299" id="Footnote_299_299"></a><a href="#FNanchor_299_299"><span class="label">[299]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">met getakte hoornen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_300_300" id="Footnote_300_300"></a><a href="#FNanchor_300_300"><span class="label">[300]</span></a> Verwarring van konijnen en hazen.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_301_301" id="Footnote_301_301"></a><a href="#FNanchor_301_301"><span class="label">[301]</span></a> de golven van Thetys, d. i. de zee.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_302_302" id="Footnote_302_302"></a><a href="#FNanchor_302_302"><span class="label">[302]</span></a> <em class="gesperrt">klaarlijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_303_303" id="Footnote_303_303"></a><a href="#FNanchor_303_303"><span class="label">[303]</span></a> den reidans opent.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_304_304" id="Footnote_304_304"></a><a href="#FNanchor_304_304"><span class="label">[304]</span></a> Thans <em class="gesperrt">spreidt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_305_305" id="Footnote_305_305"></a><a href="#FNanchor_305_305"><span class="label">[305]</span></a> Anders <em class="gesperrt">flambouw</em>
+('t Fransch <em class="gesperrt">flambeau</em>), gelijk <em class="gesperrt">bureel</em> van <em class="gesperrt">bureau</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_306_306" id="Footnote_306_306"></a><a href="#FNanchor_306_306"><span class="label">[306]</span></a> Neder-Egypte.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_307_307" id="Footnote_307_307"></a><a href="#FNanchor_307_307"><span class="label">[307]</span></a> <em class="gesperrt">overschaduwen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_308_308" id="Footnote_308_308"></a><a href="#FNanchor_308_308"><span class="label">[308]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_309_309" id="Footnote_309_309"></a><a href="#FNanchor_309_309"><span class="label">[309]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">morgenzon</em> geslonken.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_310_310" id="Footnote_310_310"></a><a href="#FNanchor_310_310"><span class="label">[310]</span></a> <em class="gesperrt">helderheid te gunnen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_311_311" id="Footnote_311_311"></a><a href="#FNanchor_311_311"><span class="label">[311]</span></a> <em class="gesperrt">bespreid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_312_312" id="Footnote_312_312"></a><a href="#FNanchor_312_312"><span class="label">[312]</span></a> De Grieksche Wraakgodinnen.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_313_313" id="Footnote_313_313"></a><a href="#FNanchor_313_313"><span class="label">[313]</span></a> De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_314_314" id="Footnote_314_314"></a><a href="#FNanchor_314_314"><span class="label">[314]</span></a> Voor <em class="gesperrt">sterren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_315_315" id="Footnote_315_315"></a><a href="#FNanchor_315_315"><span class="label">[315]</span></a> <em class="gesperrt">gedraaid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_316_316" id="Footnote_316_316"></a><a href="#FNanchor_316_316"><span class="label">[316]</span></a> <em class="gesperrt">gouden lokken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_317_317" id="Footnote_317_317"></a><a href="#FNanchor_317_317"><span class="label">[317]</span></a> Thans <em class="gesperrt">onttrokt aan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_318_318" id="Footnote_318_318"></a><a href="#FNanchor_318_318"><span class="label">[318]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gestarnte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_319_319" id="Footnote_319_319"></a><a href="#FNanchor_319_319"><span class="label">[319]</span></a> <em class="gesperrt">verraderlijk</em> (als een "dief" in den nacht ons besluipende).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_320_320" id="Footnote_320_320"></a><a href="#FNanchor_320_320"><span class="label">[320]</span></a> De bekende rivieren der oude wereld.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_321_321" id="Footnote_321_321"></a><a href="#FNanchor_321_321"><span class="label">[321]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">schadelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_322_322" id="Footnote_322_322"></a><a href="#FNanchor_322_322"><span class="label">[322]</span></a> <em class="gesperrt">oorlogsmaagd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_323_323" id="Footnote_323_323"></a><a href="#FNanchor_323_323"><span class="label">[323]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wapenen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_324_324" id="Footnote_324_324"></a><a href="#FNanchor_324_324"><span class="label">[324]</span></a> <em class="gesperrt">streng</em>, <em class="gesperrt">wreed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_325_325" id="Footnote_325_325"></a><a href="#FNanchor_325_325"><span class="label">[325]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zoo</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_326_326" id="Footnote_326_326"></a><a href="#FNanchor_326_326"><span class="label">[326]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">het loof</em> of <em class="gesperrt">lover</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_327_327" id="Footnote_327_327"></a><a href="#FNanchor_327_327"><span class="label">[327]</span></a> Thans voor het Fr. <em class="gesperrt">fluit</em> verouderd (verg. echter nog ons
+<em class="gesperrt">pijper</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_328_328" id="Footnote_328_328"></a><a href="#FNanchor_328_328"><span class="label">[328]</span></a> <em class="gesperrt">ommekring</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_329_329" id="Footnote_329_329"></a><a href="#FNanchor_329_329"><span class="label">[329]</span></a> Voor de <em class="gesperrt">beesten van 't veld</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_330_330" id="Footnote_330_330"></a><a href="#FNanchor_330_330"><span class="label">[330]</span></a> <em class="gesperrt">dicht bewassen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_331_331" id="Footnote_331_331"></a><a href="#FNanchor_331_331"><span class="label">[331]</span></a> Anders <em class="gesperrt">verloor</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_332_332" id="Footnote_332_332"></a><a href="#FNanchor_332_332"><span class="label">[332]</span></a> Voor <em class="gesperrt">ouderdom</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_333_333" id="Footnote_333_333"></a><a href="#FNanchor_333_333"><span class="label">[333]</span></a> Naar zijn eigenlijke beteekenis van <em class="gesperrt">vorm</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_334_334" id="Footnote_334_334"></a><a href="#FNanchor_334_334"><span class="label">[334]</span></a> <em class="gesperrt">gilde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_335_335" id="Footnote_335_335"></a><a href="#FNanchor_335_335"><span class="label">[335]</span></a> <em class="gesperrt">bovenal</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_336_336" id="Footnote_336_336"></a><a href="#FNanchor_336_336"><span class="label">[336]</span></a> <em class="gesperrt">overtrokken</em>, <em class="gesperrt">overschaduwd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_337_337" id="Footnote_337_337"></a><a href="#FNanchor_337_337"><span class="label">[337]</span></a> Gallicisme voor <em class="gesperrt">graf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_338_338" id="Footnote_338_338"></a><a href="#FNanchor_338_338"><span class="label">[338]</span></a> <em class="gesperrt">erfgenaam</em>, 't Fr. <em class="gesperrt">hoir</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_339_339" id="Footnote_339_339"></a><a href="#FNanchor_339_339"><span class="label">[339]</span></a> Van <em class="gesperrt">ijs</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_340_340" id="Footnote_340_340"></a><a href="#FNanchor_340_340"><span class="label">[340]</span></a> <em class="gesperrt">gestalte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_341_341" id="Footnote_341_341"></a><a href="#FNanchor_341_341"><span class="label">[341]</span></a> Thans <em class="gesperrt">eener zon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_342_342" id="Footnote_342_342"></a><a href="#FNanchor_342_342"><span class="label">[342]</span></a> <em class="gesperrt">bliksemflits</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_343_343" id="Footnote_343_343"></a><a href="#FNanchor_343_343"><span class="label">[343]</span></a> Thans <em class="gesperrt">te</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_344_344" id="Footnote_344_344"></a><a href="#FNanchor_344_344"><span class="label">[344]</span></a> Thans in verlengden vorm <em class="gesperrt">vertoont</em> (d.i. <em class="gesperrt">vertoogent</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_345_345" id="Footnote_345_345"></a><a href="#FNanchor_345_345"><span class="label">[345]</span></a> <em class="gesperrt">toorts</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_346_346" id="Footnote_346_346"></a><a href="#FNanchor_346_346"><span class="label">[346]</span></a> <em class="gesperrt">vonkt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_347_347" id="Footnote_347_347"></a><a href="#FNanchor_347_347"><span class="label">[347]</span></a> Voor <em class="gesperrt">zoo en</em> (d.i. <em class="gesperrt">niet</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_348_348" id="Footnote_348_348"></a><a href="#FNanchor_348_348"><span class="label">[348]</span></a> <em class="gesperrt">doorboorden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_349_349" id="Footnote_349_349"></a><a href="#FNanchor_349_349"><span class="label">[349]</span></a> Rijmshalven maar verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">gedocht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_350_350" id="Footnote_350_350"></a><a href="#FNanchor_350_350"><span class="label">[350]</span></a> <em class="gesperrt">vergetelheid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_351_351" id="Footnote_351_351"></a><a href="#FNanchor_351_351"><span class="label">[351]</span></a> Voor <em class="gesperrt">vlijmen</em>, of liever <em class="gesperrt">vlijmend zwaard</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_352_352" id="Footnote_352_352"></a><a href="#FNanchor_352_352"><span class="label">[352]</span></a> <em class="gesperrt">laat vrij</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_353_353" id="Footnote_353_353"></a><a href="#FNanchor_353_353"><span class="label">[353]</span></a> <em class="gesperrt">Laat ze vlugten, trekken, reizen enz</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_354_354" id="Footnote_354_354"></a><a href="#FNanchor_354_354"><span class="label">[354]</span></a> Voor <em class="gesperrt">be-ijzeld</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_355_355" id="Footnote_355_355"></a><a href="#FNanchor_355_355"><span class="label">[355]</span></a> Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht
+tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang <em class="gesperrt">ig</em>
+in 't algemeen te velde getrokken.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_356_356" id="Footnote_356_356"></a><a href="#FNanchor_356_356"><span class="label">[356]</span></a> Gelijk meer als <em class="gesperrt">zal</em> (verg. ook 't Eng. <em class="gesperrt">to will</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_357_357" id="Footnote_357_357"></a><a href="#FNanchor_357_357"><span class="label">[357]</span></a> <em class="gesperrt">weldra</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_358_358" id="Footnote_358_358"></a><a href="#FNanchor_358_358"><span class="label">[358]</span></a> <em class="gesperrt">in persoon</em> (verg. echter aant. [355]).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_359_359" id="Footnote_359_359"></a><a href="#FNanchor_359_359"><span class="label">[359]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">van den Oceaan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_360_360" id="Footnote_360_360"></a><a href="#FNanchor_360_360"><span class="label">[360]</span></a> Thans <em class="gesperrt">maakt u</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_361_361" id="Footnote_361_361"></a><a href="#FNanchor_361_361"><span class="label">[361]</span></a> <em class="gesperrt">weggevaagd</em> (zie vroeger).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_362_362" id="Footnote_362_362"></a><a href="#FNanchor_362_362"><span class="label">[362]</span></a> Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor
+<em class="gesperrt">menschelijke treden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_363_363" id="Footnote_363_363"></a><a href="#FNanchor_363_363"><span class="label">[363]</span></a> <em class="gesperrt">draai</em>, <em class="gesperrt">ommezwaai</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_364_364" id="Footnote_364_364"></a><a href="#FNanchor_364_364"><span class="label">[364]</span></a> <em class="gesperrt">vergolden</em>, <em class="gesperrt">betaald</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_365_365" id="Footnote_365_365"></a><a href="#FNanchor_365_365"><span class="label">[365]</span></a> Voor <em class="gesperrt">dubbel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_366_366" id="Footnote_366_366"></a><a href="#FNanchor_366_366"><span class="label">[366]</span></a> Thans <em class="gesperrt">worden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_367_367" id="Footnote_367_367"></a><a href="#FNanchor_367_367"><span class="label">[367]</span></a> <em class="gesperrt">arm</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_368_368" id="Footnote_368_368"></a><a href="#FNanchor_368_368"><span class="label">[368]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>, <em class="gesperrt">tot</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_369_369" id="Footnote_369_369"></a><a href="#FNanchor_369_369"><span class="label">[369]</span></a> D.i. den <em class="gesperrt">moed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_370_370" id="Footnote_370_370"></a><a href="#FNanchor_370_370"><span class="label">[370]</span></a> D.i. <em class="gesperrt">de legerknechten</em> (als die de wapens hunner vijanden
+vermeesteren).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_371_371" id="Footnote_371_371"></a><a href="#FNanchor_371_371"><span class="label">[371]</span></a> <em class="gesperrt">weifelen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_372_372" id="Footnote_372_372"></a><a href="#FNanchor_372_372"><span class="label">[372]</span></a> <em class="gesperrt">oorloogt</em>, <em class="gesperrt">strijdt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_373_373" id="Footnote_373_373"></a><a href="#FNanchor_373_373"><span class="label">[373]</span></a> Thans <em class="gesperrt">werpt</em> (even als, omgekeerd, thans <em class="gesperrt">wordt</em> voor 't
+vroegere <em class="gesperrt">werd</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_374_374" id="Footnote_374_374"></a><a href="#FNanchor_374_374"><span class="label">[374]</span></a> <em class="gesperrt">In korten tijd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_375_375" id="Footnote_375_375"></a><a href="#FNanchor_375_375"><span class="label">[375]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gezwind</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_376_376" id="Footnote_376_376"></a><a href="#FNanchor_376_376"><span class="label">[376]</span></a> <em class="gesperrt">laat</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_377_377" id="Footnote_377_377"></a><a href="#FNanchor_377_377"><span class="label">[377]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">beroemen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_378_378" id="Footnote_378_378"></a><a href="#FNanchor_378_378"><span class="label">[378]</span></a> <em class="gesperrt">kregel</em>, <em class="gesperrt">wrevelig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_379_379" id="Footnote_379_379"></a><a href="#FNanchor_379_379"><span class="label">[379]</span></a> <em class="gesperrt">bejammerd</em> (nam. door de Egyptenaren).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_380_380" id="Footnote_380_380"></a><a href="#FNanchor_380_380"><span class="label">[380]</span></a> Hoogd. voor <em class="gesperrt">spoedig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_381_381" id="Footnote_381_381"></a><a href="#FNanchor_381_381"><span class="label">[381]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_382_382" id="Footnote_382_382"></a><a href="#FNanchor_382_382"><span class="label">[382]</span></a> Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem
+zijn hartstocht <em class="gesperrt">verleidde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_383_383" id="Footnote_383_383"></a><a href="#FNanchor_383_383"><span class="label">[383]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zelf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_384_384" id="Footnote_384_384"></a><a href="#FNanchor_384_384"><span class="label">[384]</span></a> <em class="gesperrt">'thelpt niet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_385_385" id="Footnote_385_385"></a><a href="#FNanchor_385_385"><span class="label">[385]</span></a> voor <em class="gesperrt">onbedacht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_386_386" id="Footnote_386_386"></a><a href="#FNanchor_386_386"><span class="label">[386]</span></a> Hier voor <em class="gesperrt">schaar</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_387_387" id="Footnote_387_387"></a><a href="#FNanchor_387_387"><span class="label">[387]</span></a> <em class="gesperrt">werpe</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_388_388" id="Footnote_388_388"></a><a href="#FNanchor_388_388"><span class="label">[388]</span></a> <em class="gesperrt">golvend</em>, <em class="gesperrt">drijvend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_389_389" id="Footnote_389_389"></a><a href="#FNanchor_389_389"><span class="label">[389]</span></a> <em class="gesperrt">stugge</em>, <em class="gesperrt">harde</em> (gelijk
+nog in Overijsel <em class="gesperrt">stoer</em>; verg. ook ons <em class="gesperrt">stuursch</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_390_390" id="Footnote_390_390"></a><a href="#FNanchor_390_390"><span class="label">[390]</span></a> <em class="gesperrt">wankel-</em>, <em class="gesperrt">kleinmoedig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_391_391" id="Footnote_391_391"></a><a href="#FNanchor_391_391"><span class="label">[391]</span></a> Thans <em class="gesperrt">hoop</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_392_392" id="Footnote_392_392"></a><a href="#FNanchor_392_392"><span class="label">[392]</span></a> In 't <em class="gesperrt">midden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_393_393" id="Footnote_393_393"></a><a href="#FNanchor_393_393"><span class="label">[393]</span></a> <em class="gesperrt">lager</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_394_394" id="Footnote_394_394"></a><a href="#FNanchor_394_394"><span class="label">[394]</span></a> <em class="gesperrt">tegen den aard</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_395_395" id="Footnote_395_395"></a><a href="#FNanchor_395_395"><span class="label">[395]</span></a> <em class="gesperrt">Dwars overtrekken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_396_396" id="Footnote_396_396"></a><a href="#FNanchor_396_396"><span class="label">[396]</span></a> <em class="gesperrt">op den duur</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_397_397" id="Footnote_397_397"></a><a href="#FNanchor_397_397"><span class="label">[397]</span></a> Minder juist voor <em class="gesperrt">diepgaande</em>, tot op 't grondelooze toe.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_398_398" id="Footnote_398_398"></a><a href="#FNanchor_398_398"><span class="label">[398]</span></a> D. i. <em class="gesperrt">van de zee</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_399_399" id="Footnote_399_399"></a><a href="#FNanchor_399_399"><span class="label">[399]</span></a> <em class="gesperrt">boos</em>, <em class="gesperrt">verraderlijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_400_400" id="Footnote_400_400"></a><a href="#FNanchor_400_400"><span class="label">[400]</span></a> <em class="gesperrt">zakt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_401_401" id="Footnote_401_401"></a><a href="#FNanchor_401_401"><span class="label">[401]</span></a> Thans <em class="gesperrt">eindlijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_402_402" id="Footnote_402_402"></a><a href="#FNanchor_402_402"><span class="label">[402]</span></a> Thans veelal verkeerdelijk <em class="gesperrt">ijselijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_403_403" id="Footnote_403_403"></a><a href="#FNanchor_403_403"><span class="label">[403]</span></a> <em class="gesperrt">vloeyend tal</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_404_404" id="Footnote_404_404"></a><a href="#FNanchor_404_404"><span class="label">[404]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">klimmen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_405_405" id="Footnote_405_405"></a><a href="#FNanchor_405_405"><span class="label">[405]</span></a> Voor <em class="gesperrt">snellende</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_406_406" id="Footnote_406_406"></a><a href="#FNanchor_406_406"><span class="label">[406]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dollen</em>, <em class="gesperrt">woedenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_407_407" id="Footnote_407_407"></a><a href="#FNanchor_407_407"><span class="label">[407]</span></a> <em class="gesperrt">wien</em>, <em class="gesperrt">tegen wien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_408_408" id="Footnote_408_408"></a><a href="#FNanchor_408_408"><span class="label">[408]</span></a> <em class="gesperrt">geeft om</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_409_409" id="Footnote_409_409"></a><a href="#FNanchor_409_409"><span class="label">[409]</span></a> <em class="gesperrt">dwarsch</em>, <em class="gesperrt">stuursch</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_410_410" id="Footnote_410_410"></a><a href="#FNanchor_410_410"><span class="label">[410]</span></a> <em class="gesperrt">vochtig gewoel</em> voor <em class="gesperrt">'t gewoel der golven</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_411_411" id="Footnote_411_411"></a><a href="#FNanchor_411_411"><span class="label">[411]</span></a> <em class="gesperrt">binnen zoo korten tijd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_412_412" id="Footnote_412_412"></a><a href="#FNanchor_412_412"><span class="label">[412]</span></a> Voor <em class="gesperrt">meest onvervalschte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_413_413" id="Footnote_413_413"></a><a href="#FNanchor_413_413"><span class="label">[413]</span></a> <em class="gesperrt">goedgunstig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_414_414" id="Footnote_414_414"></a><a href="#FNanchor_414_414"><span class="label">[414]</span></a> <em class="gesperrt">ruw</em>, <em class="gesperrt">woest</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_415_415" id="Footnote_415_415"></a><a href="#FNanchor_415_415"><span class="label">[415]</span></a> Voor <em class="gesperrt">krijgswapens</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_416_416" id="Footnote_416_416"></a><a href="#FNanchor_416_416"><span class="label">[416]</span></a> Thans <em class="gesperrt">me&ecirc;</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_417_417" id="Footnote_417_417"></a><a href="#FNanchor_417_417"><span class="label">[417]</span></a> trompet.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_418_418" id="Footnote_418_418"></a><a href="#FNanchor_418_418"><span class="label">[418]</span></a> <em class="gesperrt">voorstaat</em>, <em class="gesperrt">beschermt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_419_419" id="Footnote_419_419"></a><a href="#FNanchor_419_419"><span class="label">[419]</span></a> Voor <em class="gesperrt">met zijn schaduw overdekt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_420_420" id="Footnote_420_420"></a><a href="#FNanchor_420_420"><span class="label">[420]</span></a> <em class="gesperrt">genieten</em> (verg. nog ons <em class="gesperrt">&oacute;rberen</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_421_421" id="Footnote_421_421"></a><a href="#FNanchor_421_421"><span class="label">[421]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>; verg. vroeger.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_422_422" id="Footnote_422_422"></a><a href="#FNanchor_422_422"><span class="label">[422]</span></a> Voor <em class="gesperrt">breed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_423_423" id="Footnote_423_423"></a><a href="#FNanchor_423_423"><span class="label">[423]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">treurend slaakte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_424_424" id="Footnote_424_424"></a><a href="#FNanchor_424_424"><span class="label">[424]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gesternte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_425_425" id="Footnote_425_425"></a><a href="#FNanchor_425_425"><span class="label">[425]</span></a> Voor <em class="gesperrt">teeken van dankbaarheid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_426_426" id="Footnote_426_426"></a><a href="#FNanchor_426_426"><span class="label">[426]</span></a> Thans <em class="gesperrt">niets</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_427_427" id="Footnote_427_427"></a><a href="#FNanchor_427_427"><span class="label">[427]</span></a> Thans <em class="gesperrt">bron</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_428_428" id="Footnote_428_428"></a><a href="#FNanchor_428_428"><span class="label">[428]</span></a> Tweeden naamvalsuitgang, thans <em class="gesperrt">oprechte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_429_429" id="Footnote_429_429"></a><a href="#FNanchor_429_429"><span class="label">[429]</span></a> <em class="gesperrt">heeft het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_430_430" id="Footnote_430_430"></a><a href="#FNanchor_430_430"><span class="label">[430]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gebouwd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_431_431" id="Footnote_431_431"></a><a href="#FNanchor_431_431"><span class="label">[431]</span></a> <em class="gesperrt">geheime raad</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_432_432" id="Footnote_432_432"></a><a href="#FNanchor_432_432"><span class="label">[432]</span></a> Namelijk <em class="gesperrt">het offer</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_433_433" id="Footnote_433_433"></a><a href="#FNanchor_433_433"><span class="label">[433]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">gedenken</em>, <em class="gesperrt">mij herinneren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_434_434" id="Footnote_434_434"></a><a href="#FNanchor_434_434"><span class="label">[434]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">verdiensten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_435_435" id="Footnote_435_435"></a><a href="#FNanchor_435_435"><span class="label">[435]</span></a> Voor <em class="gesperrt">doet versagen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_436_436" id="Footnote_436_436"></a><a href="#FNanchor_436_436"><span class="label">[436]</span></a> <em class="gesperrt">trotschen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_437_437" id="Footnote_437_437"></a><a href="#FNanchor_437_437"><span class="label">[437]</span></a> <em class="gesperrt">Behooren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_438_438" id="Footnote_438_438"></a><a href="#FNanchor_438_438"><span class="label">[438]</span></a> <em class="gesperrt">straalt</em>; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_439_439" id="Footnote_439_439"></a><a href="#FNanchor_439_439"><span class="label">[439]</span></a> Thans <em class="gesperrt">bezwijkt</em>, <em class="gesperrt">zwicht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_440_440" id="Footnote_440_440"></a><a href="#FNanchor_440_440"><span class="label">[440]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">melden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_441_441" id="Footnote_441_441"></a><a href="#FNanchor_441_441"><span class="label">[441]</span></a> Voor <em class="gesperrt">verweren</em>, <em class="gesperrt">beschermen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_442_442" id="Footnote_442_442"></a><a href="#FNanchor_442_442"><span class="label">[442]</span></a> <em class="gesperrt">alleen</em> (verg. 't hoogd. <em class="gesperrt">bloss</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_443_443" id="Footnote_443_443"></a><a href="#FNanchor_443_443"><span class="label">[443]</span></a> Latinisme voor <em class="gesperrt">nadat onze boeyen gebroken zijn</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_444_444" id="Footnote_444_444"></a><a href="#FNanchor_444_444"><span class="label">[444]</span></a> Maatshalven voor <em class="gesperrt">gekregen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_445_445" id="Footnote_445_445"></a><a href="#FNanchor_445_445"><span class="label">[445]</span></a> Thans <em class="gesperrt">de Jordaan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_446_446" id="Footnote_446_446"></a><a href="#FNanchor_446_446"><span class="label">[446]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_447_447" id="Footnote_447_447"></a><a href="#FNanchor_447_447"><span class="label">[447]</span></a> Rijmshalven als stopwoord gebezigd.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_448_448" id="Footnote_448_448"></a><a href="#FNanchor_448_448"><span class="label">[448]</span></a> Voor <em class="gesperrt">kleed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_449_449" id="Footnote_449_449"></a><a href="#FNanchor_449_449"><span class="label">[449]</span></a> <em class="gesperrt">voordeel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_450_450" id="Footnote_450_450"></a><a href="#FNanchor_450_450"><span class="label">[450]</span></a> <em class="gesperrt">vochtig</em> en daarom <em class="gesperrt">vaardig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_451_451" id="Footnote_451_451"></a><a href="#FNanchor_451_451"><span class="label">[451]</span></a> <em class="gesperrt">ontsluit</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_452_452" id="Footnote_452_452"></a><a href="#FNanchor_452_452"><span class="label">[452]</span></a> ladder.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_453_453" id="Footnote_453_453"></a><a href="#FNanchor_453_453"><span class="label">[453]</span></a> <em class="gesperrt">snijdend</em>, <em class="gesperrt">fel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_454_454" id="Footnote_454_454"></a><a href="#FNanchor_454_454"><span class="label">[454]</span></a> <em class="gesperrt">bron-a&acirc;r</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_455_455" id="Footnote_455_455"></a><a href="#FNanchor_455_455"><span class="label">[455]</span></a> <em class="gesperrt">aarde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_456_456" id="Footnote_456_456"></a><a href="#FNanchor_456_456"><span class="label">[456]</span></a> <em class="gesperrt">Uit levendige gunst</em>; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.</p></div>
+
+<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 30473 ***</div>
+</body>
+</html>
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..564c768
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #30473 (https://www.gutenberg.org/ebooks/30473)
diff --git a/old/30473-0.txt b/old/30473-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..3e85560
--- /dev/null
+++ b/old/30473-0.txt
@@ -0,0 +1,4602 @@
+The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van den Vondel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De complete werken van Joost van Vondel
+ Het Pascha
+
+Author: Joost van den Vondel
+
+Editor: H.J. Allard
+
+Release Date: November 14, 2009 [EBook #30473]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+DE COMPLETE WERKEN
+
+VAN
+
+JOOST VAN VONDEL.
+
+
+
+
+Het Pascha,
+
+of
+
+de Verlossing der kinderen Israëls uit Egypte;
+
+
+TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP 'T TOONEEL GESTELD.
+
+
+
+
+ De goede vind' mij goed,
+ De kwade straf en streng,
+ Wanneer ik d' een behoed',
+ En d' ander t' onderbreng'.
+
+
+
+
+DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN LEZER HEIL EN ZALIGHEID.
+
+
+De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de verdorvenheid des
+menschen, en ziende hoe traag vast[1] een ieder was, om langs de trappen
+der deugden op te klimmen, en omhoog te stijgen in al hetgene wat
+loflijk en heerlijk bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te
+steilen berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere
+middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en natuurlijk
+burgerlijk leven; hetzij door eenige poëtische fabelen en versierde[2]
+gedichten, of door andere bekwame regelen en wetten. Dan[3] onder andere
+hebben zij voor goed ingezien de manier van eenige oude historiën of
+vergeten geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld op
+het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig toegemaakte[4]
+beelden en personen, levendig uit te drukken en na te bootsen hetgeen
+tijd en oudheid, met veel verloopen eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans
+uit het geheugen gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig
+geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed zijn
+belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt, opdat zelfs
+plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al hoorende doof en al ziende
+blind waren, zonder bril mochten hun feilen als met den vinger
+aangewezen, en door sprekende letteren van gesierde figuren getemd en
+gezedigd werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij[5] het profijt met
+genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat eenigen te kreupel[6]
+waren, om te graven naar de kostelijke kleinodiën der leeringen en
+geheimenissen, die onder de schors van gedroomde fabelen weggescholen en
+verborgen lagen, en hun[7] van gretige zoekers en ijveraars gaarne
+wilden laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op een andere
+wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is het hun niet genoeg
+geweest, ofschoon de boeken van schoone lessen al vervuld waren, en
+geheel dik opgehoopt op malkanderen liggende eenen heerlijken winkel
+maakten, en of veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen
+kunstig gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen, de
+voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij hebben ook daarbenevens,
+in groote bijzondere schouwplaatsen willen in het openbaar de schatten
+der filosofie in den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om
+daarna[8] te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen ook den
+geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden, en die een
+iegelijk als een levende schoonverwige schilderij voor oogen stellen.
+Want waarbij mag het geheele tafereel of theater dezer wereld beter
+vergeleken worden, als[9] bij een groot openbaar tooneel, daar vast een
+ieder gedurende den handwijlschen[10] tijd van zijn vliênde leven, zijn
+eigen rol en personagië speelt. De een vertoogt[11] zich daarop als
+koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter of rijksstaf,
+veel koninkrijken en landen te gebieden en te beheerschen, met een
+gouden kroon zijn koninglijk hoofd om te drukken[12], en bekleed met een
+glansig luisterende[13] purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon,
+voor wiens majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en
+nedervallen. Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw gehelmd
+steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene hand een tweesnijdend
+zwaard, in de andere een gevelde speer, rijdt alzoo midden onder de
+vijanden, ontziende noch leven noch dood, om met tien duizend Trofeën
+triumfelijk weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen
+helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid te hebben.
+Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt van liefde, en doet met zijn
+beweeglijke klachten alsins den schallenden echo in 't holle gewelf van
+Veneris[14] tempel wedergalmen. Die berijdt den woesten Oceaan met een
+gevleugeld paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen, noch
+Syrten[15], noch klippen, noch diepe afgronden, om van het Oosten in het
+Westen te geraken. Een ander beploegt met een paar jok-ossen den rug van
+onzer aller moeder, om te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen
+zijner vruchten toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den
+anderen in een ander[16] bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd, en eer
+den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft, moeten zij alle met
+den wijzen man roepen, dat alles niet anders is dan "Al ijdelheid, Al
+ijdelheid," en worden alzoo door onverwachte dood, eer zij hun zelven
+hebben recht leeren kennen, van het tooneel des aardbodems achter de
+gordijne weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen en den
+zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken en den zwakken, de
+een den ander gelijk; zoodat met recht over deze onze ijdelheid
+Heraclitus schreit, Democritus lacht, en Timon zich voor de menschen als
+voor eenen vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere
+wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus aangemerkt zijnde,
+kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de oude wijze Heidenen met deze
+manier van doen hebben willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te
+vergeefs zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal
+durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoniën en uiterlijke
+diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten, nieuwe maanden, en al
+hetgene Aärons priesterschap en den tempel met alle zijn sieraden,
+gereedschappen, en toerustingen aankleeft, zoo ook het regiment[17] van
+het rijk Israëls;--wie zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles
+iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in den
+toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen dezen allerheiligsten
+Hoogepriester en Koning aller koningen kwam, toen hadden alle wettelijke
+letterlijke priesteren en koningen Judae hun rol volspeeld en
+uitgediend: want in Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren
+op. Ja, de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze
+Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch, die onder de
+moordenaars gevallen was; van den verloren zoon, die al zijns vaders
+goed onnuttelijk verkwist had; van den rijken man, die met purper en
+kostelijk lijnwaad bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat
+zijn het anders, als naakte Comediën en Tragediën, om daarmede te leeren
+die menschen, dewelke op geen andere manier de verborgen mysteriën van
+het Rijk der Hemelen verstaan kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der
+Koningen: daar eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en
+troosteloos, in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David,
+gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw dunkt; daar eenen
+verwonnen Zedekia gevankelijk naar Babyloniën gevoerd werd; daar eenen
+tirannischen Nebukadnezar Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en
+tot eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van den H. Geest
+tot leerachtige[18] voorbeelden (als op de _scena_[19]) voorgedragen
+werden: zoo hebben wij voorhenen deze Tragi-Comedie voor eens ieders
+oogen willen op de stellagië[20] openlijk vertoonen. En alzoo wij
+bevonden hebben, dat vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest
+zijn, om hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij
+het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb ik, ten
+ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve (hoewel het gering
+is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan heb, nochtans groot en
+gewichtig van stoffe) door openbaren druk een iegelijk gemeen te maken:
+te meer, omdat het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer
+gekrenkt, en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd werd.
+Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid gelezen worde, dat het
+gedije tot prijs van den heiligen en gebenedijden name Gods, en dat,
+door het overdenken van deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de
+droeve Tragedie of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag
+nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen.
+
+In Amstelredam, 1612, den 29en Maart.
+
+
+ Den al uwen
+ J. VAN VONDELEN.
+
+
+
+
+Epistre
+
+
+A MONSEIGNEUR
+
+IEAN MICHIELS VAERLAER[21],
+
+
+ MON SINGULIER AMY.
+
+ L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse,
+ L'Attique miel sucré, la mine precieuse
+ De la riche Peru, les perles, les tresors
+ Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords,
+ Ne pouvant presenter à vostre Seigneurie,
+ Ie vien l'Avant-coureur de mienne Poësie
+ Sacrer à ton honneur, en toute humilité,
+ La printaniere fleur de mon aage doré.
+ Ma Muse rit desia, se voyant amiable
+ Dessoubs l'ombre d'vn tel Mecæne favorable,
+ Qui, fuyant le pavé des ruës, va les champs
+ Presser de ses talons: qui l'aage de son temps
+ Loing, loing hors l'emmuré d'vne Cité redouble,
+ Laissant des Citadins la peupuleuse trouble:
+ Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant
+ Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant,
+ Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire
+ Changer son libre estat pour vn plus grand Empire.
+ O trois fois bienheureux (a autre fois chanté
+ Horace et le Gascon Du Bartas renommé)
+ O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature
+ Fleurir parmy les champs en eternel verdure!
+ Le maniement joyeux d'vn verd sion enté
+ Le lustre passe d'vn royal sceptre emperlé,
+ Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage,
+ Les doux tirelirants Rossignols en ramage,
+ Surpassent l'orgueilleux couronnement royal,
+ Et le chant mesuré des Chantres musical.
+ Si tost que le Soleil va peindre de dix milles
+ Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles,
+ Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs
+ Aurore distiller les agreables pleurs,
+ Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire,
+ Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire,
+ Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter,
+ Le sueux Laboureur la terre cultiver,
+ Et richement semer la nouvelle semence,
+ Pour moissonner apres les fruicts en abondance.
+ Le chaleureux Esté (qui brusle tout vermeil)
+ Luy monstre les espics, la vertu du Soleil
+ Luy monstre le coral des cramoisins cerises,
+ Et l'Automne a couvert de mille friandises
+ Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin,
+ Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin.
+ Or estant de tous biens richement couronnée
+ Il sent desia en l'air les aisles de Borée.
+ He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en liberté
+ Parmy les champs feconds, en toute seureté,
+ De talonner les pas de nostres premiers Peres,
+ Loing, loing laissant à dos les passions severes,
+ Fuyant le bruict mondain l ô, doux et sainct repos!
+ Qui de cupiditez n'as point chargé le dos,
+ Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune,
+ Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune,
+ Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor,
+ Et ton bien souverain: qui pour argent ni or
+ Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles,
+ Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles,
+ Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti,
+ Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli.
+ Durant l'aage doré que nos premiers Ancestres
+ Faisoint profession des ouvrages champestres,
+ Astrée florissoit, et la terre à chascun
+ Estoit avec ses fruicts en partage commun,
+ Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage
+ D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage
+ N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez,
+ Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez,
+ Neptune n'eust le dos ni ses ondes salées
+ Chargées de cent vaisseaux, car du fruict des vallées
+ Chascun se contentoit, et vivoit à Cerès,
+ Laquelle abondamment leur provida assez.
+ O celeste labeur! qui dans ton front empraincte
+ Portez la saincte loy, la justice, et la craincte
+ Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux,
+ Noë, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux
+ Semble oreillier au son de sa harpe dorée,
+ Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briarée.
+ Combien d'années les Romains sont sagement
+ Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant
+ La terre ont cultivé, je laisse vn Tite Live
+ Historier dessus de Tyberique rive.
+ Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys,
+ Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx,
+ Qui ont abandonnez leur Couronne invincible,
+ Pour vivre bien contents parmy le champ paisible;
+ Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit,
+ Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit.
+ La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres,
+ Et qui diligemment ont feuilletté les livres
+ Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retiré,
+ Laissant arriere loing l'humaine vanité.
+ Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses
+ Se plaist d'entre le son des douces cornemuses
+ Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux
+ Lesquels tous-jours croissant vont menaçant les Cieux.
+ Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame
+ Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame
+ Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement
+ Accompaigne tous-jours ton hault entendement,
+ Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre
+ Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre
+ Presenter obstiné, qui ses derniers sanglots
+ Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots:
+ Souffrez que je despein icy la delivrance
+ Des enfans d'Israël, d'Abram juste semence,
+ Afin que par Zoyle au visage effronté
+ Les fleurs de mon printemps ne soyent violé.
+ C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle!
+ Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle
+ Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va,
+ Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina,
+ Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nuës,
+ Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornuës:
+ Recevez doncq ces vers, ces vers qu'à ton honneur
+ Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur.
+ De vostre Seigneurie le tres-affectionné
+ I. V. V.
+
+
+
+
+KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE:
+
+
+Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den
+berg Horeb of Sinaï, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels
+uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en
+verlosser over het Huis van Israël. Mozes ontschuldigt zich om zijne
+onbekwame tong, dies verzelt hem[22] de Heer met zijnen broeder, den
+schoontaligen en priesterlijken Aäron. Deze twee gebroeders, als
+gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan
+den koning Farao, met bevesting[23] van het eerste wonderteeken, hun
+slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het
+ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als
+door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebreën meerder als voor
+henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van
+zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten[24]. Doch
+de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot
+grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger,
+ruiters, paarden en wagenen, de Israëlieten achterhaalt aan het Roode
+meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het
+geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel
+eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een
+spiegel voor oogen stelt. De Israëlieten verlost loven (over hun
+triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen.
+Luistert toe, enz.
+
+
+
+BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL.
+
+ GOD DE HEERE
+
+ MOZES, AARON, KORACH, } De Oudsten der Hebreën.
+ JOZUA en KALEB }
+
+ FARAO, de Koning.
+
+ TIFUS, } Droom-bedieders en Toovenaars.
+ SERAX, }
+
+ ALBINUS, Veld-hoofdman met zijn Heir-leger.
+
+ De Rei der Egyptenaren.
+
+ De Rei der Israëlieten.
+
+ FAMA, of 't vliegende Gerucht.
+
+ KOOR, de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel.
+
+
+
+
+EERSTE DEEL.
+
+
+ MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt:
+
+ Weidt hier, mijn beestiaal[25]! weidt hier, mijn tierig vee!
+ Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee!
+ Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig,
+ 't Lacht hier doch altemaal, zoetrokig[26] en couleurig,
+ Nu wauwelt[27] zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt[28],
+ Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt:
+ Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder,
+ Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder,
+ De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd)
+ Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen[29], zwermt;
+ Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken,
+ Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken;
+ Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld,
+ Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt.
+ Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten!
+ Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten;
+ Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon,
+ Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon!
+ Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken,
+ Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken,
+ Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd[30],
+ Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt[31],
+ Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten,
+ Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten,
+ Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof,
+ Als al de lekkernij van 't koninklijke hof:
+ Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten[32],
+ 't Is wederom vermengd met zorgen en onrusten,
+ Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed,
+ En morgen toegerust met wapens dol en wreed,
+ Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen,
+ En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen[33],
+ Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard,
+ 't Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard.
+ Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen,
+ Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen.
+ Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad
+ Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat.
+ Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden,
+ En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen:
+ Abel en Abraham, Izak en Jakob mild[34]
+ Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild;
+ Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker,
+ Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker;
+ Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen,
+ Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen,
+ Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren,
+ Doch meer dwingt mij de nood als[35] hertelijk begeeren.
+ 't Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl[36]
+ Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl:
+ Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven,
+ En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven!
+ Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst,
+ Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst
+ Beteekent[37] t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd,
+ Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd:
+ Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt,
+ De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed;
+ De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen,
+ De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen,
+ Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla,
+ En elk Inwoonder hoort den Scepter even na,
+ D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden,
+ Zoo hoort 't Rijk op[38] te staan, om iegelijk te voeden:
+ Maar Israël, helaas! gaat op een dorre heid',
+ Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt,
+ D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren,
+ Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren:
+ De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,[39]
+ Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust:
+ Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel,
+ Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel,
+ De Israëlieten drukt: zijn wedersnijdig[40] staal
+ Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal,
+ En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel,
+ Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel.
+ Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf!
+ Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf:
+ En of zij schoon[41] met graan al Memfis' zolders vullen
+ Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen.
+ Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept!
+ Gij graaft om elke stad een grondelooze diept,
+ Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen
+ Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen,
+ En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg,
+ En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg,
+ Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert[42],
+ En 't manenzilver[43] met zijn gulden trots verduistert,
+ Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal,
+ En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al:
+ Noch razet[44] den tiran, Egypten leît[45] ten woesten,
+ En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten.
+ Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot
+ Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot
+ Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten
+ Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten
+ In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht
+ Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht,
+ Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide,
+ Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide,
+ Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman
+ Vervloekte ploeg, en zein[46], dorschvlegel, eg en wan,
+ Toen 't heele Ceresgild[47] schier niet dan stroo en stoppel
+ In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel:
+ Toen loech[48] elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld,
+ Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld,
+ Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen
+ Op iegelijken[49] wierp, en niemand heeft onttogen
+ De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein,
+ Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein[50].
+ O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren[51]
+ De wolven, die nu 't schaap van Israël verscheuren;
+ Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond,
+ Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond:
+ Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven,
+ En langen tijd met hun vóór onzen tijd begraven!
+ Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert.
+ Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd,
+ Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig
+ Beklijft, als[52] 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig,
+ Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen,
+ Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen:
+ Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije
+ t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije?
+ O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook
+ Van onz' altaren, als een liefelijken rook,
+ Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen
+ Zal u den wierook van ons heilige offeranden
+ Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds,
+ Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds,
+ Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen,
+ Die overheeren zal den trots van u vijanden;
+ Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht
+ De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht:
+ Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden,
+ Wascht ons weer in de borne[53] en vloed uwer genaden!
+ Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart,
+ Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart:
+ Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen,
+ Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen:
+ Wij zijn Dijn handen werk.....
+
+
+(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.)
+
+ MOZES.
+
+ Aanschouwt dat heerlijk licht!
+ Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht!
+ 't Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken[54] en te gloeyen,
+ Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen.
+ Ik wil mij derwaarts spoên.
+
+ GOD.
+
+ Zacht, Mozes! Mozes, beidt!
+
+ MOZES.
+
+ Hier ben ik.
+
+ GOD.
+
+ 't Is hier van mijn tegenwoordigheid
+ Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten,
+ Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten.
+ 't Bosch, dat hier branden schijnt[55], en niet en wordt verteerd,
+ Daarmede is Israël naakt af gefigureerd:
+ 't Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk
+ De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk,
+ En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud,
+ Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt,
+ Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen
+ Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen.
+ Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt,
+ Waarvoren zich[56].
+
+ MOZES.
+
+ Amy! waar zal ik vliên, in klippen of in kuilen?
+
+ GOD.
+
+ Ik was, Ik ben, Ik blijf.
+
+ MOZES.
+
+ Waar zal ik mij verschuilen?
+
+ GOD.
+
+ Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank,
+ En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank[57],
+ Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde,
+ Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde
+ Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk
+ Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk:
+ De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen,
+ Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen;
+ Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee
+ En groot heerleger met mijn vleugelen bespreê[58],
+ Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen,
+ Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open,
+ Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord,
+ Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord!
+ Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden,
+ Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden,
+ Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt
+ Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt!
+ Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig[59],
+ Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig;
+ In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan
+ Heur hoornen spieglen in de glazige[60] Jordaan;
+ Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven
+ Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven,
+ Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots,
+ Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods;
+ Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen,
+ En zag op 't altaar-plat alreê ten hemel stralen,
+ (Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed)
+ 't Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed;
+ Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente,
+ Alreê begraven had zijn vleesch en zijn gebeente;
+ Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht[61],
+ En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht;
+ Daar zijnen zoon Izak en Jakob, beî te gader,
+ Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader;
+ In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd
+ Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd.
+ Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen;
+ De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen.
+
+ MOZES.
+
+ Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak.
+
+ GOD.
+
+ Hij maakt u machtig, die[62] nooit sterkheid en ontbrak;
+ En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig,
+ Doet mij op dezen berg een offerande heilig
+ Van liefelijken reuk.
+
+ MOZES.
+
+ O God gebenedijd!
+ Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt
+ Die mij gezonden hebt?
+
+ GOD.
+
+ Jehova, God almachtig,
+ Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig:
+ Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt
+ Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet:
+ Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt
+ Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld;
+ Ik ben de Heere zelf.
+
+ MOZES.
+
+ De vonk van hun geloof
+ Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof.
+
+ GOD.
+
+ Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder;
+ Wat hebt gij in uw hand?
+
+ MOZES.
+
+ Een staf.
+
+ GOD.
+
+ Wel, werpt hem neder.
+
+ MOZES.
+
+ Wat kronkelt hier alreê? hier wemelt, krolt[63] en drilt
+ Een slange, die mij in de hielen bijten wilt[64]:
+ O Heere, staat mij bij!
+
+ GOD.
+
+ Wel, grijpt den krommen worme.
+
+ MOZES.
+
+ Dit 's mijnen zelfden staf, weêr in zijn eerste vorme:
+ O, Heere wonderbaar!
+
+ GOD.
+
+ Opdat u niets ontbreekt,
+ Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt,
+ En trekt ze weder uit.
+
+ MOZES.
+
+ Mijn hand is stijf en kromme,
+ Melaatsch, gelijk de sneeuw.
+
+ GOD.
+
+ Wel, drukt nu weder omme
+ Uw ongeloovig hart.
+
+ MOZES.
+
+ Ze is zuiver, rein en klaar.
+
+ GOD.
+
+ Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar,
+ Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert[65],
+ 't Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd.
+
+ MOZES.
+
+ Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam,
+ Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam;
+ Kiest elders een gezant.
+
+ GOD.
+
+ Zal mij dan iets ontbreken?
+ Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken,
+ Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt[66],
+ En al wat in 't begrijp[67] van nat of drooge krielt,
+ 't Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret,
+ En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret,
+ 't Viervoetig veldsch[68] gediert', 't geboomte, dat gekromd
+ Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt:
+ Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore
+ Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore?
+ Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald,
+ Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt;
+ Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig?
+ Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig;
+ En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet
+ Om uw hardnekkigheid;--wat dunkt u, kan ik niet
+ Gebruiken nevens u, voor Israël en Faron,
+ De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron?
+
+ MOZES.
+
+ Of[69] Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot?
+
+ GOD.
+
+ Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God
+ Zijt gij van mij gezalfd.
+
+ MOZES.
+
+ En blijft hij onbewogen?
+
+ GOD.
+
+ Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen;
+ Mijn pijlen hangen reê gescherpt in mijnen tros[70],
+ En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los.
+
+ MOZES.
+
+ En of mijn haters mij nog in Egypte vonden?
+
+ GOD.
+ De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden:
+ Dus spoedt u.
+
+ MOZES.
+
+ Op uw woord zal ik mij henenspoên,
+ Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen,
+ Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen,
+ Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen,
+ Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd[71]:
+ Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd?
+
+
+ KORACH, JOZUA, EN KALEB.
+
+ KORACH.
+
+ Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen?
+ Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen?
+ Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud,
+ Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd?
+ Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen
+ Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen?
+ Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild
+ Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt[72]?
+ Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig?
+ Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig?
+ O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond
+ En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond
+ Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken:
+ Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken?
+ Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen,
+ Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen,
+ Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk,
+ Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk,
+ Afgodisch aangebeèn, noch zichtbaar beeldtenis;
+ In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis
+ Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen.
+ Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen;
+ Wij hebben[73] nimmermeer voor Isis onbezield,
+ De Egypter afgodin, devotelijk geknield;
+ Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid
+ Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid.
+ Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos,
+ Gij kent onz' zwakheid teêr, en onz' nature broos,
+ Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen,
+ Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen;
+ Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt,
+ Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'.
+ Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit[74],
+ Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid[74],
+ Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet,
+ Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet!
+ Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen
+ Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen,
+ Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit,
+ Die van den witten[75] dag den draaiboom open sluit,
+ Met dat zij hare vlucht[76] gaat in den wagen spannen,
+ Zoo spant terstond in 't juk de Israëlietsche mannen
+ De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep[77],
+ Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep,
+ Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten,
+ Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten.
+ Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid,
+ Ons wordt naauw spijze en drank om[78] leven bij geleid.
+ Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten,
+ Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten:
+ Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt[79],
+ En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd:
+ Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig,
+ Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig,
+ Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog,
+ Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat[81] oog!
+ 't Is onbestendig al: het planten en het zaayen
+ Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen,
+ Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om,
+ Nu scheert men weêr de vrucht met eene zeisen krom,
+ Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig,
+ Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig[82],
+ Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs,
+ De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs;
+ Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij neêr in 't Westen,
+ Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten,
+ De mane die heur[83] nu in volle rondte stelt,
+ En weder heuren glans en zilverschijn versmelt;
+ Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen,
+ Met de elementen steeds veranderen en keeren:
+ Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool,
+ Die staâg uit een klimaat blijft pinken[84] als een kool.
+ Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme
+ Door wispelturigheid?
+
+ JOZUA.
+
+ Neen, God, als een kolomme
+ En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond.
+
+ KORACH.
+
+ Is hij 't niet die hem[83] aan onz' vaderen verbond?
+
+ JOZUA.
+
+ Door onz' misdaden is dit zegel weêr gebroken.
+
+ KORACH.
+
+ Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken,
+ Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid,
+ Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegezeîd,
+ Noch geen Egypteland, maar Kanaän vruchtbarig,
+ Noch geen gehoornden[85] Nijl, maar een Jordane barig[86].
+
+ KALEB.
+
+ Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld.
+
+ KORACH.
+
+ En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld?
+
+ KALEB.
+
+ Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen.
+
+ KORACH.
+
+ Wat heugenis[87] is 't ons, als onze tijd gaat springen[88]?
+
+ KALEB.
+
+ Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft.
+
+ KORACH.
+
+ Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft?
+
+ JOZUA.
+
+ God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden.
+
+ KORACH.
+
+ Waaruit bewijst gij dat?
+
+ JOZUA.
+
+ God bindt hem[83] aan geen kwaden.
+
+ KORACH.
+
+ Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard?
+
+ JOZUA.
+
+ 't Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart,
+ In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden,
+ In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden:
+ Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult
+ Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld:
+ Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen,
+ De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen
+ Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt,
+ Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt,
+ Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren,
+ Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren.
+
+ KORACH.
+
+ Wat staat ons dan te doen?
+
+ JOZUA.
+
+ Tot boete zijn bereid
+ Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid,
+ Misschien (wij mogen[89] toch zijn wijsheid niet begrijpen),
+ Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen
+ De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd;
+ God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft
+ Weet hij te voren wel.
+
+ KORACH.
+
+ Behoudens uw propoosten[90],
+ Beproeving, schijnt[91] nochtans, den mensche leidt ten boosten.
+
+ JOZUA.
+
+ O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd[92],
+ Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd;
+ Dat hij ons van hem[93] werpt geschiedt maar uit ontfermen;
+ Om vaderlijken[94] ons te omhelzen met zijn armen:
+ Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch
+ Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch.
+
+ KORACH.
+
+ En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze?
+
+ JOZUA.
+
+ De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze
+ Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis
+ Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is:
+ De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven
+ Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven,
+ En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot,
+ Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God:
+ Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig,
+ Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig;
+ Gelijk ons teêre lijf, ellendig, naakt en bloot,
+ 't Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood;
+ Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen,
+ Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden,
+ Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft,
+ En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft:
+ En of ons lichaam schoon[95] in allerlei wellusten
+ En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten
+ Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth?
+ Wat baatten[96] ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot
+ En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven?
+ 't Wordt hier toch al op 't lest geëindigd met een sterven:
+ Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt,
+ Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt
+ Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten,
+ Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten
+ Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest
+ Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest.
+
+ KORACH.
+
+ Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig,
+
+ KALEB.
+
+ God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig.
+
+ KORACH.
+
+ Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis.
+
+ JOZUA.
+
+ Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis.
+
+ KORACH.
+
+ Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen?
+
+ JOZUA.
+
+ Hij heeft een geesel nog, waarmeê hij na der zielen[97]
+ Den mensche harder straft, een onverganklijk wee;
+ Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne scheê.
+ Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren
+ Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren;
+ Dus laat ons deze roê, waarmede hij ons driegt[98],
+ Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt:
+ Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen,
+ Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen,
+ Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand[99]
+ Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand,
+ Zij bleven onbeweegd[100], al zagen zij voor oogen
+ Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen,
+ Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg,
+ En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg;
+ Toen heeft God opgesteld[101] zijn groote waterspuyen[101],
+ En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen,
+ De meeren liepen t' zaâm, met alle stroomen droef,
+ Tot eindelijk een zee den aardenkloot[102] begroef.
+
+ KALEB.
+
+ Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten
+ Van die van Gomorra en stoute Sodomieten,
+ Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook,
+ Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook.
+
+ JOZUA.
+
+ Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken
+ Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken[103]:
+ Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur[104]
+ D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur.
+
+ KORACH.
+
+ 't Is al vergeefs gehoopt.
+
+ JOZUA.
+
+ Vertwijfelt niet in hopen.
+
+ KORACH.
+
+ Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open.
+
+ KALEB.
+
+ Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort,
+ Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort:
+ Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen
+ Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden
+ Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam
+ Tot eenig instrument den ouden Abraham,
+ Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken,
+ Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken:
+ Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan,
+ Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan,
+ Zijn vijanden aangreep, die alreê met versagen
+ De grootste kapitein had in de vlucht geslagen;
+ Wie niet ontvlieden mocht[105], viel in zijn eigen zwaard.
+ Aldus verloste d' een' den andren broeder waard,
+ Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel;
+ Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel.
+
+ KORACH.
+
+ Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar.
+
+ JOZUA.
+
+ Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar;
+ De Heere Zebaoth mocht[105] wel Loths kommer stelpen,
+ Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen.
+
+ KORACH.
+
+ Waarom en deed hij 't niet?
+
+ JOZUA.
+
+ Maar[106], vraagt gij den waarom?
+ Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om:
+ Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren,
+ Heeft haren tijd bestemd[107], haar dagen en haar uren:
+ Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait,
+ Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait:
+ God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen,
+ Den akker van ons hart komt door Farao ploegen,
+ Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel,
+ Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden eêl;
+ Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker,
+ En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker;
+ Als nu de troebel zon van boven uit de locht
+ Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht
+ Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen,
+ Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen,
+ Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost,
+ Gelijk de landman, die op hope van den oogst
+ Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten:
+ Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten
+
+ KORACH.
+
+ Gij keeret[108] al in 't best.
+
+ JOZUA.
+
+ Geeft gij ons geen geloof,
+ Zoo proevet[108] bij u zelv', en achtet geenen roof
+ Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven,
+ Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven:
+ Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd,
+ Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt[109].
+
+ KORACH.
+
+ Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten
+ Ons te verdelgen heel.
+
+ KALEB.
+
+ Gelijk als aan een keten
+ De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert
+ Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd
+ 't Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen
+ Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen;
+ Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt,
+ Die door veel middelen voorzieniglijken werkt:
+ Den prins van Sinear, den[110] Nemrot, dacht tirannig
+ Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig
+ Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert
+ Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'[111],
+ En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer[112]
+ Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer;
+ Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek.
+ God leidt de koningen gelijk een waterbeek:
+ Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken[113],
+ Hij heerschet[114] t' zamen door zijn wijselijk beschikken
+ God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt,
+ 't Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt!
+ Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken,
+ En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken
+ Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal
+ Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal
+ Des Goddelijken wils niet even op en wegen.
+
+ KORACH.
+
+ Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen.
+
+ KALEB.
+
+ Waarom?
+
+ KORACH.
+
+ Het goddeloos bestuur van een tiran
+ (Na uitwijs van uw reên), daar is God oorzaak van.
+
+ KALEB.
+
+ Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen,
+ Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen[115].
+ Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet,
+ Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt:
+ 't Leed daar ons Farao met[116] pijnigt ongerichtig
+ (Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig),
+ Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed[117]
+ Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet,
+ Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig,
+ Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig[118].
+
+ KORACH.
+
+ Gij zegt nochtans--
+
+
+ MOZES en AARON.
+
+ MOZES.
+
+ Ontluikt, gelijk een lustdal schoon,
+ Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon;
+
+ AARON.
+
+ Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten
+ De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten,
+ Gij die verlaten scheent.
+
+ KORACH.
+
+ Wie of met vrolijkheid
+ Ons ongewoon begroet?
+
+ KALEB.
+
+ 't Zijn Amrans zonen beid'.
+
+ JOZUA.
+
+ o Broeders, wellekom!
+
+ MOZES.
+
+ Uw voorhoofd wilt vervrooyen[119].
+
+ KORACH.
+
+ Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen?
+
+ MOZES.
+
+ Verheft uw droef gelaat, o Israël! en steekt
+ Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt,
+ De Heer die is met u, die alle uw ellenden
+ En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden:
+ De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf,
+ Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf,
+ Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid.
+
+ KORACH.
+
+ Ik denk 't is eenen droom.
+
+ MOZES.
+
+ Neen, broeders! in der waarheid;
+ Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd'
+ Met deez' gedoornde mik[120], mijn herderlijke stut[121],
+ Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig[122] vuur omranden,
+ 't Welk heel verteeren[123] scheen en t' zamen te verbranden:
+ Maar even vrolijk loech[124] blaên, bloemen, kruid en loof:
+ Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof,
+ De donder van een stem, o wonderlijk spektakel!
+ Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel,
+ Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt,
+ Daarmede is Israël naar 't leven afgebeeld,
+ Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken;
+ Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken[125].
+ Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut[126],
+ Driemalen heeft de berg zich bevende verschud:
+ En als ik niet en wist waar henen te vervluchten,
+ Met een borstkloppig[127] hart, en met een zwaar verzuchten,
+ En schier van vreeze lag begraven in het gras,
+ Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was:
+ De God JEHOVA zelf, de God van onzen vader,
+ De Schepper van het al, alleen des levens ader,
+ De Herder Israëls, die in 't beloofde land
+ Ons nu vervoeren wil uit Faraonis[128] hand,
+ Uit al onz' slavernij.
+
+ KORACH.
+
+ En deed hij u geen teeken
+ Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken,
+ Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd[129]
+ Die onder Farao dus lange zijn gekruist[130]?
+
+ MOZES.
+
+ Ja, haddy[131] 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange
+ Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange,
+ Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn,
+ En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn
+ Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen;
+ Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen,
+ Azurig luisterde[132] haar vel, en in mijn oog
+ Geleek[133] de slang die onz' voorouderen bedroog
+ In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde[134],
+ De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde[134]:
+ Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet[135],
+ Was 't weêr dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet:
+ 't En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen
+ Mijn hand met lazerij, en heeft ze weêr genezen,
+ En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein
+ Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein:
+ Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig,
+ U en Farao maar een sterk geloove krachtig
+ En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed[136],
+ Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet,
+ Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning,
+ Te spreken nevens mij voor Farao, den koning,
+ En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd
+ Van zijn verkoren volk.
+
+ KALEB.
+
+ De Heere zij geloofd,
+ Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen,
+ En in 't beloofde land bedelven[137] eens onze asschen
+ In ons voorvaders graf.
+
+ JOZUA.
+
+ Den Heer zij lof en prijs!
+
+ KORACH.
+
+ Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs,
+ De wreede Farao zal ons niet meer verheeren,
+ De stamme Juda nu aanvanget te regeeren:
+ Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat!
+ Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad,
+ Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger,
+ Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger
+ In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt,
+ Daar ik in mijnen slaap zoo dik[138] van heb gedroomd:
+ Ach, lang gewenschte vreugd!
+
+ KALEB.
+
+ Ach, heugelijke tijding!
+ Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding.
+
+ JOZUA.
+
+ En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd,
+ Als gij dit hooren zult.
+
+ KORACH.
+
+ Hoe zal dan met geneugt
+ De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken,
+ Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken.
+
+ MOZES.
+
+ Gaat, boodschapt den Hebreên hun uitkomst; want in 't hof
+ Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof.
+
+ KORACH.
+
+ En zoo hij 't u ontzegt?
+
+ AARON.
+
+ 't En mag hem geenszins baten:
+ Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten.
+ (_Binnen_.)
+
+
+
+ _KOOR._
+
+ Als de zee vast ongestuimig
+ Stormt, en werpt haar baren schuimig
+ Naar den hemel al verbaasd,
+ Als de schipper hoort de buyen
+ Van den Noord-wind 't strand doorluyen,
+ Is de stilte eerst allernaast.
+
+ Zoo ook God, wanneer hij droeve
+ Stelt in 't hardste van zijn proeve
+ 't Mensch'lijk schepsel t' eenemaal,
+ Is zijn gunste zoo veel nader,
+ En, gelijk een goedig Vader,
+ Zoo verzacht hij al hun kwaal.
+
+ Na zijn toornigheid ontsteken[139],
+ Zal hij weêr zijn pijlen breken,
+ En na zijn kastijding schier[140],
+ Na zijn straffinge weldadig
+ Werpt hij wederom genadig
+ Al zijn roeden in het vier.
+
+ Want in droefheid en ellenden
+ Zal de mensch tot God zich wenden:
+ Maar in weelde en voorspoed zat
+ Zal hij wederom vergeten
+ 's Heeren goedheid ongemeten,
+ Wijkende van zijnen pad.
+
+ Dat ons God dan proeft ten lesten,
+ Dienet al tot onzen besten,
+ Of men 't schoon zoo niet begrijpt:
+ Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen,
+ Och! men moet hem wel besnoeyen,
+ Eer zijn gulden vruchte rijpt.
+
+ Na een bitter sause scheele[141],
+ Zal de honig onze keele
+ Smaken zoeter en belust,
+ En na 't lang gedurig slaven
+ Ligt de moede zacht begraven
+ In den schoot van stille rust.
+
+ Die den[142] Hemel meest beminnet,
+ Dien hij allerliefst bezinnet,
+ Meest van droefheid werd bespoeld[143]:
+ 't Moedig paard, dat in den stalle
+ Is uitmuntig boven alle,
+ Meest zijns heeren sporen voelt.
+
+ Is 't dan vreemd, dat God de Joden,
+ In de tranen van veel nooden,
+ Heeft gewasschen rein en klaar:
+ Nu de tijd ook is verschenen,
+ Keert in blijdschap al hun weenen,
+ Nu is hunnen trooster daar.
+
+ Want God voor veel jaren Mozen[144],
+ Amrams zone, heeft verkozen
+ Tot een trooster Israëls:
+ Ziet eens, hoe hij hem omermde,
+ Hem omhelsde en beschermde,
+ Voor Farao's gramschap hels[145].
+
+ Toen de afgunstigheid de zonen
+ Jakobs, zonder te verschoonen,
+ Zwaard en water overgaf;
+ Toen het moederlijke herte
+ Jochebeds zag, met veel smerte,
+ Mozes wieg aan voor zijn graf;
+
+ Toen de moeder heurs zoons leven
+ Moest de baren overgeven,
+ Als zij had heur kind gekust;
+ Toen de moederlijke zorgen
+ Lagen, met heur kind, geborgen
+ In het kistjen ongerust.
+
+ Toen zij moest heur zelf verliezen,
+ Van twee kwaden 't beste kiezen,
+ Met een droef adieu, te noô[146],
+ Riep: "ik hope in deze golven
+ Meer meêdoogen is gedolven
+ Als in 's konings herte snoô!"
+
+ God, hoe langs hoe goedertierder,
+ Van dit scheepken was de Stierder
+ Zelf, met eenen Wester wind,
+ Die het blies hoe langs hoe lochter[147],
+ In den schoot van 's konings dochter,
+ Voor een Engel en geen kind.
+
+ 't Kind, dat zag men weder dorsten
+ Naar zijn eigen moeders borsten,
+ 't Wies in alle schoonheid op;
+ In zijn voorhoofd stond geletterd,
+ Hoe 't den Farao verpletterd
+ Nog vertreden zou den kop.
+
+ 't Groeide op in manlijkheden[148],
+ En, van harte heel besneden
+ Voor des hofs wellusten, hij
+ Koos in ballingschap te zwermen,
+ En den Hebree te beschermen
+ In zijn droeve slavernij.
+
+ Als hij hierom moest vervluchten,
+ En in Midians gehuchten,
+ Weiden 't herderlijke vee:
+ Als de tijd nu was voor handen,
+ Dat de Heer zijn offeranden
+ Eischen zou van den Hebree;
+
+ Zoo verschijnt hem van den Hemel,
+ Bij Sinaï, 't lichtgeschemel[149]
+ Van des Heeren heerlijkheid;
+ God laat hem zijn stemme hooren,
+ Op dat hij zijn uitverkoren
+ In het land Kanaan leidt.
+
+ Op dat zij daar, zonder smetten,
+ Onderhouden zijne wetten,
+ En hem lieflijk met wyrook
+ Eenen zoeten reuk toebrengen,
+ En met bokkenbloed besprengen
+ Zijn altaren met gesmook[150];
+
+ Op dat dankbaar, onverholen
+ (Wijder als tusschen de polen,
+ 't Hemellicht den nacht beschaamt)
+ Al zijn groote wonderdaden,
+ En zijn goedheid vol genaden
+ Over al mocht zijn befaamd.
+
+ Dat de mensche[151] steeds mocht haken,
+ Om hier boven te geraken
+ Daar 't hem alles looft en prijst.--
+ Acht het aardsch dan veel geringer
+ Dan het Hemelsch, daar de vinger
+ Van zijn zoete wet op wijst.
+
+
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+
+ FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders
+ en toovenaars,
+
+ FARAO.
+
+ De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?)
+ Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen,
+ Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft
+ De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft,
+ De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt[152],
+ En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt.
+ Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal
+ 's Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.[153]
+ De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken[154]
+ In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken
+ Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit
+ Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid
+ Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten,
+ Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten;
+ Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom,
+ Zijn zorgen werden ijl[155] verkeerd in eenen droom.
+ Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen
+ Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen,
+ In volle wapening en rusting t' eenemaal,
+ Gelijk wanneer de Moor ontziet[156] mijn bloedig staal.
+ De hemel was gevaagd[157] blaauw, helder, en azurig,
+ En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig,
+ Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch;
+ Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch,
+ De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden[158]
+ Voor 't windelooze weêr een zeil uitspannen wilden,
+ 't Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor,
+ En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor,
+ Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen,
+ Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen[159],
+ De sture Boreas begon fluks uit de zee
+ 't Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree,
+ De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken,
+ En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken;
+ Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag,
+ Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag,
+ Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch[160] geflikker
+ Jupijn van boven wierp, met eiselijk[161] geklikker,
+ De donder dreunde met een dommelig geklak,
+ Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak,
+ Die met zijn gaffel[162] scheen den hemel te beklemmen,
+ En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen;
+ De Tritons trompten[163] op hun groote waterschulp,
+ Dat ieder Palinuur[164] de Goden riep om hulp,
+ De schepen stegen op genade naar de polen
+ En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen.
+ De paarden zagen nu ook d' onweêrs stormen leep[165],
+ De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep,
+ Zij vlogen even dol een langdurige wijle,
+ Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle;
+ Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom
+ Schoof op vier raders de beslagen disselboom;
+ Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte,
+ Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte:
+ Wat 's konings koetser[167] of luide riep,
+ De redelooze vlucht al even zwijmig liep,
+ Nu bin[168] nu buiten spoor, al zonder weg te peilen[169];
+ Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen.
+ Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet
+ Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet
+ Weêrhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen
+ Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen:
+ Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog,
+ Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog,
+ Tot door het storm geblaas een krokodille strandden[170],
+ De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen,
+ Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf
+ Kubieten[171], oversterk gewapend op het lijf
+ Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen,
+ Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen,
+ Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam
+ Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam,
+ Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden[172] vervolgen,
+ De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen,
+ Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel,
+ Tot dat een holligheid den wagen wederhiel,
+ Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten,
+ En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte,
+ Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht,
+ Met mij stak op het strand de beenen in de locht!
+ Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden,
+ Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden.
+ De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt,
+ En met zijn Iden[173] als een schaduwe vervliegt);
+ Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten,
+ Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten,
+ En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook
+ Is voor mijn slaaps gezicht verswenen[174] als de rook:
+ De pyramiden van de koninklijke graven
+ Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven
+ 't Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf!
+ Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf;
+ De grootste zerken van de tomben zijn gereten,
+ En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten,
+ Isidis[175] heilig beeld, tot voorspel van ons leed,
+ Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet[176],
+ Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen!
+ Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander[177] volgen:
+ Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart.
+
+ TIFUS.
+
+ De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard.
+
+ SERAX.
+
+ De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen.
+
+ FARAO.
+
+ Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen?
+
+ TIFUS.
+
+ Gansch niet[178], grootmogend vorst!
+
+ FARAO.
+
+ Nochtans de droom bediedt
+ En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt.
+
+ TIFUS.
+
+ Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden,
+ En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden;
+ Ten anderen profeetsch voorloopers, diens[179] gebaar
+ De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar;
+ Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen,
+ Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen:
+ Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis,
+ Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is,
+ Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen.
+
+ SERAX.
+
+ Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen,
+ Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd,
+ En acht[180] wij werden[181] van de Goden dus gedreigd,
+ Omdat wij zuimig[182] zijn, en werden[181] langs[183] hoe sloffer
+ In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer,
+ Om de andre Goden straf t' ontslaan[184] en maken kwijt
+ Op den altaren, die den priesters toegewijd,
+ Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken,
+ Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken,
+ Opdat de Hemel (die ons dreigen[185] schijnt met wee)
+ Zijn staal mog wederom bekleeden metter scheê,
+ En de offeranden als een zoeten reuk ontvange,
+ Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen
+ Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning weêr[186]
+ Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer
+ Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren[187],
+ Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren;
+ Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht
+ Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht[188]
+ Werd op den ouden voet--
+
+
+ MOZES en AARON tot FARAO.
+
+ MOZES.
+
+ Groot koning van de stranden
+ Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen
+ Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft,
+ Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd,
+ Heeft ons gezonden hier.
+
+ FARAO.
+
+ Wiens scepter of wiens kroon is
+ Ontzienelijker[189] als den rijksstaf Faraonis?
+
+ MOZES.
+
+ 't Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth.
+
+ FARAO.
+
+ Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God?
+ Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten?
+
+ AARON.
+
+ Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten,
+ Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout[190] pilaart.
+
+ FARAO.
+
+ Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard.
+
+ AARON.
+
+ Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen.
+
+ FARAO.
+
+ Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen.
+
+ AARON.
+
+ Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht.
+
+ FARAO.
+
+ De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht.
+
+ AARON.
+
+ Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten.
+
+ FARAO.
+
+ Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen:
+ Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert!
+
+ AARON.
+
+ De God van Abraham op Farao begeert,
+ Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten
+ Egypti[191] trekken laat de slaafsche Israëlieten,
+ Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij
+ Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij;
+ Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;--
+ Dus oorlooft[192] nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken.
+
+ FARAO.
+
+ Genade, o Jupiter[193]! Wie zijt gij die zoo licht
+ Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht?
+ Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel
+ Saturni[194], dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel:
+ Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij,
+ Dwingvolk[195], kroondrager van de grootste heerschappij!
+ Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven,
+ Gij hebt uw eigen roê mij in de hand gegeven:
+ Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt,
+ Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt,
+ Het lastig juk verzwaard, de hals hem òverwogen,[196]
+ En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen,
+ De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort;
+ Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt,
+ En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden,
+ Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden:
+ 't Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont,
+ Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont';
+ De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten,
+ Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten;
+ Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt,
+ Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld,
+ Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen
+ Te noô laat zijnen heer weêr op den zadel klemmen[197],
+ Het steigert en het briescht, van weelden ongezond;
+ Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond,
+ 't Is best, dat men u weêr deez' ziekte doet uitzweeten,
+ En voor een vette sop[198] geeft slagen voor uw eten:
+ Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft,
+ Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft[199].
+
+ AARON.
+
+ Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken[200],
+ Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken;
+ Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd,
+ Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert,
+ Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken
+ Niet eene pluim[201] en weegt, gelooft ons bij dit teeken,
+ En looft Israëls God, die u 't geloof versterkt,
+ En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt:
+ Geloofdy[202] 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren,
+ Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren,
+ De visch versterven zal in der rivieren stank,
+ Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk.
+
+ SERAX.
+
+ En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave[203],
+ Om dat hij in een slang verandert uwen stave?
+ Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche[204], loopt,
+ En uwe kramerij al elders duur verkoopt,
+ Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen!
+
+ TIFUS.
+
+ Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen?
+ Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost?
+ Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst[205]:
+ En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig,
+ Wij zullen 't water ook couleuren[206] gelijkvormig.
+
+ AARON.
+
+ Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt,
+ Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt,
+ Uw goochelkunst en is maar forma en figure,
+ En 't mijne lijfelijk verandert van nature:
+ Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis
+ Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is:
+ Schort[207] dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren,
+ Die weder dezen staf maakt als hij was te voren.
+
+ FARAO.
+
+ Waar toe dit lang sermoen? preêkt elders al uw best,
+ En Faraonis eer niet door eens anders kwetst:
+ Gaat, boodschapt den Hebreên: mijn hand is veel geringer
+ Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger.
+ Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht,
+ Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht:
+ Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden,
+ En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden
+ Tot eenen offerand. De koning is verleid,
+ Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid
+ Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren[208],
+ Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren,
+ En stellen 't rijk in roer[209], en roepen: "tza, wel aan!
+ Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan,
+ Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten?
+ Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"[210].
+
+ MOZES.
+
+ Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra
+ Volgt u alreê, gelijk de schaduw 't lichaam, na,
+ Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen,
+ Afgrijselijk men ziet de slinksche[211] bliksems treffen:
+ Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt!
+ Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt,
+ T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen
+ Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen
+ Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred
+ Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet
+ Haalt fluks de zeilen in! gij moogt[212] hem niet ontslippen:
+ Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen
+ Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt,
+ In 't allerhelschte[213] diep, in 't donkerste gekuilt,
+ Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken,
+ Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken[214],
+ Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd[215]
+ Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd
+ Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen[216]
+ En na het lichaam u zal treden op de hielen
+ Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf,
+ Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf
+ Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning
+ Uw troetelende[217] macht, die steeds den hoogsten Koning
+ Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid
+ Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit
+ Met een vermomd gelaat.
+
+ FARAO.
+
+ Waar toe dees lange rollen?
+
+ SERAX.
+
+ Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen[218].
+
+ TIFUS.
+
+ Wat werpt ons Pluto[219] op?
+
+ AARON.
+
+ Volgt tijdelijk den raad
+ Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat
+ Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade
+ De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade!
+
+ FARAO.
+
+ Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt,
+ En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!--
+ Past[220] fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen,
+ Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen;
+ Hij heeft zijn planten[221] zwaar op 't aardrijk neêr gezet,
+ Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet:
+ Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden:
+ Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden.
+ Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw
+ Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw;
+ De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer,
+ En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer:
+ Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand
+ Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand;
+ Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven
+ Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven:
+ En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd,
+ Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft.
+ (_Binnen_.)
+
+ MOZES.
+
+ Zijn hart is onbeweegd veel grooter[222] dan de rotsen.
+
+ AARON.
+
+ Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen?
+
+ MOZES.
+
+ 't Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop.
+
+ AARON.
+
+ Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop.
+
+ MOZES.
+
+ Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig[223] baffen.
+
+ AARON.
+
+ Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen.
+ _Binnen_.
+
+
+ _KOOR._
+
+ Steenen Farao! wilt zwichten,
+ Want zijn schichten
+ Haalt de Hemel uit den tros[224]:
+ Pyramiden! wacht uw spitsen
+ Voor zijn flitsen:
+ O, daar gaan zijn pijlen los!
+
+ Nylus schreit nu, al bedolven
+ In zijn golven,
+ Om de vis, die in zijn kruik
+ Sterft, om dat de waterbaren
+ Aldus varen
+ Bloedig over zijn parruik[225].
+
+ Vorschen, luizen, wormen krielen,
+ Waar zijn hielen
+ Den Egyptenaar verzet:
+ Heptanomis[226] groot geweste
+ Ook met peste
+ Doodelijken is besmet.
+
+ 't Vluchtig vogeltjen, met ijlen,
+ Van haar pijlen
+ Onverziens werd achterhaald,
+ Dat zijn vleugels aan de sterren
+ Uit ging sperren,
+ In de baren nederdaalt.
+
+ 't Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten,
+ En de geiten
+ Vallen voor den herderstok;
+ Waar de bouwer ploegt al wakker,
+ Ziet hij 't akker-
+ Vee begraven onder 't jok.
+
+ Nu drukt hun de hand des Heeren
+ Weêr met zeeren,
+ Met onreinig puist gedoornt[227],
+ Menschen ende beesten woelen,
+ En bevoelen
+ 's Hemels grimmigheid vertoornd.
+
+ Nu drukt hun den æther vierig,
+ Al wraakgierig,
+ Met zijn kromme bliksems rood;
+ Nu laat hij Egypte vallen
+ Van kristallen
+ Een diluvie[228] in den schoot.
+
+ Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig,
+ Met een ijzig[229]
+ Donders dommelig geklak;
+ Nu jaagt God met hagels ronden,
+ Om hun zonden,
+ Al d' Egypt'naars onder 't dak.
+
+ De Eik en schijnet nu de elzen
+ Niet t' omhelzen,
+ De Aarde, droef en onbesproed[230],
+ Mist haar ranken en haar noppen,
+ Mist haar knoppen,
+ En haar groen geschilderd kleed.
+
+ Nu beschaduwt hij hun banen
+ Met sprinkhanen,
+ Die voorts rooven t' eenegaâr[231]
+ Al de vruchten, die zij zaaiden
+ En afmaaiden,
+ In den schoot van 't ronde jaar.
+
+ Nu houdt Febus[232] zich gescholen
+ In de polen,
+ En vertrekt[233] zijn blonde hoofd;
+ 't Licht van zijnen gulden wagen
+ Hij drie dagen
+ Hunnen horizon berooft.
+
+ Noch blijft deze koning trotse,
+ Als een rotse,
+ Die geen golven en ontziet,
+ Als een klippe die gedurig
+ Klieft azurig
+ 't Schuimsel van Neptunus' spriet.
+
+ Want God in zijn stoutheid kriegel,
+ Tot elks spiegel,
+ Heeft verstokt zijn steenig hart;
+ Niet, om met een welbehagen
+ Hem te jagen
+ In 's doods strikken al verward;
+
+ Maar om straffen zijn voorleden
+ Godd'loosheden,
+ En om Israël bekwaam
+ Stof te geven, om te zingen
+ Zonderlingen
+ De Eer van zijnen heil'gen naam.
+
+
+
+
+DERDE DEEL.
+
+
+ FARAO, de koning.
+
+ Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig;
+ Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem,
+ Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem,
+ Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert,
+ En een beperlden staf, die heerelijker luistert[234],
+ Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt,
+ Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt:
+ 't Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden,
+ Die onze zetels doet verschrikken[235] voor zijn treden,
+ Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch,
+ Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg,
+ Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone;
+ De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone;
+ Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt,
+ En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt[236].
+ Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet
+ Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet,
+ Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit,
+ Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit.
+ Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken?
+ Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken
+ Op mijne globe[237] zie? Wat baat dat ik alleen
+ Maak een triumfe van hoovaardige trofeên?
+ Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren
+ Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren?
+ Of dat de Arabier of Moore martiaal[238]
+ Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal?
+ Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen),
+ Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen?
+ Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en geëerd,
+ Als deze groote Mars nog boven mij regeert?
+ O Delta[239], Delta schoon! die met uw graf pilaren,
+ Met uw Mausolen[240] schijnt de uitbreidselen te nâren[241],
+ Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet
+ Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet:
+ Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen
+ Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen
+ Gij een bosschazië maakt van lansen uitgespeerd[242],
+ Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert?
+ Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven
+ De teekens van uw deugd en vromigheid verheven?
+ Wat baat, of uwen prins met slavernije strang
+ Zoo vele volken drukt? of dat den[243] Ondergang
+ Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten,
+ Of met zijn kroone mij de Middag[244] komt begroeten?
+ Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm,
+ Tot eenen chaos kruipt weêr in zijn ouden vorm.
+ Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel[245]
+ Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel
+ In 't sterfelijk begrijp[246], en laat den Hemel staan,
+ Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan!
+ Geen koning is hier toch, die om de beste kanse
+ Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance:
+ Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop
+ Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop;
+ En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen,
+ Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen:
+ Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt,
+ Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild;
+ En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede,
+ Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede.
+ Of gij al schoon d' Hebreên, die mijne scepter drukt,
+ Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt
+ 't Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen,
+ Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen?
+ Zij raken elders licht in dieper slavernij,
+ Of onder een gebied van strenger heerschappij.
+ Gansch Lybiën is woest, daar Atlas stijgt om hooge.
+ En 't ingezeten volk geneert[247] zich met den boge,
+ En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild,
+ Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt[248].
+ Gaan zij zich bij den Moor of Etiopiër voegen,
+ Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen;
+ Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet,
+ De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet.
+ De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten.
+ Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte[249] Scyten;
+ Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan
+ En zal de Filistijn ook geen Hebreên ontvaân.
+ Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken)
+ Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken,
+ Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt.
+ En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt.
+ Noch daar de Assyriër der koninklijker[250] staten
+ Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten,
+ Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft,
+ Of de ingezeten is der vreemden overhoofd.
+ Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning,
+ Daar ieder burger is, daar ieder is een koning,
+ Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de scheê,
+ Diens bodem is gelijk de diepte van de zee,
+ Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander;
+ Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander,
+ En werden zij dan t' zaâm verdrukt in ongeval,
+ Wat koning is er die hun zake rechten zal?
+ Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen[251],
+ Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen
+ Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid
+ De willige natuur het akkerveld bereidt,
+ Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen,
+ Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen,
+ Die buiten Farao behoeven al ter nood[252]
+ Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot.
+
+
+ MOZES en AARON tot den koning.
+
+ MOZES.
+
+ Monarche Mitzraïms[253] hoe lang zult gij nog konnen
+ De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen?
+ Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat
+ Israël smoken doet het heilig altaarplat
+ Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste!
+ Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste
+ Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch,
+ Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods,
+ Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen
+ Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen
+ Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog
+ Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog
+ Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten,
+ Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten
+ Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout
+ Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt!
+ Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden,
+ Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden
+ Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief,
+ Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief,
+ Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen
+ Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!"
+ Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch[254],
+ Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts
+ Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen;
+ En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen
+ Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed.
+
+ FARAO
+
+ Gij zingt al[255] eenen zang, gelijk de koekoek doet,
+ En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen,
+ Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen,
+ En of mijn Majesteit gedoogde goedertier,
+ Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier
+ Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden
+ Vermaken[256], met het bloed des altaars opgezoden,
+ Zoudt gij mij zweeren dier[257] te keeren al met vliet[258]
+ Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet:
+ Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen?
+ Zegt, werwaarts hij zich strekt.
+
+ AARON.
+
+ Waaruit[259] wij zijn gekomen:
+ Het land van Kanaän, recht over de Jordaan,
+ Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan,
+ Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen
+ Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren.
+
+ FARAO.
+
+ Gij 't land van Kanaän verkrijgen in 't bezit?
+ Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit,
+ Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden?
+ Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden:
+ Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht,
+ Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht,
+ Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen,
+ Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen,
+ Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst,
+ En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst;
+ Daar elk inwoner stout is eenen giges[260] hooge,
+ En gij, sprinkhanen teêr en musschen in hun ooge!
+ Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht,
+ En schildert, op Neptuuns azure golven vocht[261],
+ Dy[262] 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen:
+ Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen
+ Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt
+ Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt:
+ Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen
+ Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen[263]!
+ Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast,
+ Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast:
+ Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken[264],
+ Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken,
+ Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen[265]! vliegt u mat,
+ Om gasten met[266] den vos, die al in schotels plat
+ De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben
+ In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben.
+ Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt,
+ De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt:
+ Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken[267]
+ De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken
+ Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram,
+ En, voor dien scepter eêl, van dijnen geitschen ram
+ De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen,
+ Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen,
+ Dan[268] 't Palestijnsche land.
+
+ MOZES.
+
+ Israël onbezorgd
+ Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt,
+ Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen
+ En baat geen preuts[269] gebergt' van opgeworpen wallen,
+ Noch diepe vesting van een grondelooze zee,
+ Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der scheê,
+ Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren
+ In een slagordening en mochten zich verweeren
+ Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier
+ Om[270] strijden, al omvlecht[271] is met den lauwerier.
+
+ FARAO.
+
+ En of 't land openstond van alle Filistijnen,
+ Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen,
+ 't Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis,
+ Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is;
+ Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om[270] laven,
+ 't Waar pas[272] een kerkhof om u t' zamen te begraven.
+
+ AARON.
+
+ Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee,
+ En heeft gecompasseerd[273] den boord van ieder reê,
+ Die 's hemels vouten[274] schoon te zamen heeft gewrongen,
+ En 't aardsche centrum[275] zwaar houdt allezins gedrongen,
+ Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand
+ Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand
+ Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken
+ Als of het aan de macht des Hemels zoû gebreken,
+ Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid,
+ Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit
+ Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer,
+ En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer[276],
+ Waar mede hy u dreigt.
+
+ FARAO.
+
+ Rebellen altemaal,
+ Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal
+ Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten[277].
+
+ MOZES.
+
+ Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten.
+
+ FARAO.
+
+ Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebreên
+ Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten[278] steen
+ Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven,
+ Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven!
+
+ AARON.
+
+ Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch!
+ Als wij gekomen zijn bij Sinaï den berg,
+ Wij God een offerand[279] van ossen ofte stieren
+ Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren,
+ Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij,
+ Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij;
+ De palen zijnes wets wy niet en overtreden,
+ Dus oorloft[280] ons vertrek, en hoort zijn stemme heden!
+
+ FARAO.
+
+ In geenderlei manier.
+
+ MOZES.
+
+ Zoo blijft de straffe hand
+ Des Heeren over u, en over 't gansche land:
+ God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen.
+
+ FARAO.
+
+ Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen;
+ Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontzeîd,
+ En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid
+ Hier weêr verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone,
+ Misraïms edel hof, en bij mijn groote Kroone,
+ Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld,
+ Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult.
+ (_Binnen_.)
+
+ MOZES.
+
+ O diamanten hart! o ijzeren nature!
+
+ AARON.
+
+ Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure,
+ Den diamant, hoe hard, verzachtet[281] bokkenbloed.
+ Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed.
+
+ MOZES.
+
+ 't Glas van ons slavernij is niettemin verloopen.
+ Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open,
+ Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee,
+ Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees reê.
+ _Binnen_.
+
+
+ _KOOR._
+
+ En met heur kromme hoornen naakt[282]
+ Vast eenen halven cirkel maakt,
+ Werd[283] den Hebree van druk ontbonden,
+ En van 't tyrannig jok ontlast:
+ Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste,
+ Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste
+ Met vrolijkheid bereiden vast,
+ Hun jaar'ge lammerkens zij slachten,
+ Met dat de schaduw zich uitstrekt
+ En 'sHemels oog zijn licht vertrekt[284],
+ Om schuylen inde water-grachten.
+
+ Ziet, hoe zij, met de roode stralen
+ Van 't zuiver Lams verkoren bloed,
+ De dorpels ende[285] posten vroed[286],
+ Van hare poorten vast bemalen[287]:
+ O heilig klaar ken-teeken! om
+ Te vrijden[288] al uw eerstgeboren
+ Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren
+ Gaat maayen, met een zeissen krom,
+ Al de eerstelingen vanden Nijle:
+ Al de eersten, die uit 's moeders schoot
+ Beschouwden Fœbi stralen rood,
+ Door-schicht[289] hij met een hemel-pijle.
+
+ De Israëlieten rusten twijlen[290]
+ Hun[291] toe naar 's Heeren wil en eisch.
+ Om hun[291] te geven op de reis
+ Van zoo veel stadiën en mijlen:
+ De lammerkens, die nu gedood
+ Zijn, zij gaan voor den vure speten[292]
+ Daarna met bitter sausse op-eten,
+ Met zurig[293] ongeheveld brood,
+ Omgord, geschoeid, den staf in handen,
+ Een ieder vlijtig 't lamken eet
+ Al staande, als wandel-gasten, reed[294]
+ Om scheiden van de Nijlsche stranden.
+
+ "Schoon morgen-rood, begint te blozen!"
+ Zij met verlangen roepen t' zaam;
+ "Komt, werpt uw stralen aangenaam,
+ Eens in ons blijdschap over Gozen!
+ Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht,
+ Beschaamt den zilver-schijn der manen[295],
+ En distilleert de pereltranen,
+ Die van ons wangen rollen vocht,
+ Niet meer van droefheid als voorhenen,
+ Maar al van blijdschap en van vreugd,
+ Om dat den Hebree met geneugt
+ Zijn zoete vrijheid is verschenen."
+
+ O zoete vrijheid! wat een kroning
+ Dunkt u den genen, die verrukt[296]
+ Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt
+ 't Slaafsch jok van een tirannig koning!
+ Ofschoon 't wild vogelken met lust
+ Int korfken tiereliert en fluitert
+ En inde traly, twijl[297] het tjuitert,
+ Verdient 't gekochte zaad gerust,
+ 't Zou liever inde takskens schieten,
+ En klieven met zijn vlerkskens locht[298]
+ Den blaauwen hemel, zoo het mocht
+ Slechts mager zijnen kost genieten.
+
+ Waarom versteekt zich inde stoppels
+ Der bosschen 't hoorn-getakte[299] hert?
+ De ranke hind', waarom zoo hard
+ En snel vlugt zij voor 's jagers koppels?
+ Waaromme vliedt het schuw konijn
+ En de achter-lamme[300] bloode hazen,
+ Die als een schaduw weggeblazen
+ Zoo fluks in hun zand-holen[300] zijn?
+ De azuren visschen, waarom duiken
+ Zij voor 't doorluchtig net zoo ras,
+ Int diepste van het water-glas,
+ Int diepste van Thetydis kruiken[301]?
+
+ Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte[302]
+ Een ieder van naturen wis
+ Zijn voorhoofd ingeschreven is,
+ Van dat hij eerst int licht geraakte:
+ O driemaal eedle vrijheidskroon!
+ Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet,
+ Waarom de lieve Hemel vechtet,
+ Die met zijn vleugelen ten toon
+ Beschaduwt de Isralietsche benden,
+ En helpt hen uit 't Egyptisch zand,
+ Int rijke Palestijnen land,
+ Uit al hun droefheid en ellenden.
+
+ Twijl Jacob dus van vreugden reyet[303],
+ De heldre witte dag aanbreekt,
+ De gulden zonne 't hoofd opsteekt,
+ Die over Nylus golven spreyet[304]
+ Het stralig licht van zijn flambeel[305],
+ Die haast ontdekt, hoe dees Comedie
+ Rijst uit de bloedige Tragedie
+ Van Delta's[306] schreyende tooneel,
+ Daar de oudst-geboren voor hun magen
+ Op 't bedde liggen koud en stijf,
+ En laten 't graf hun doode lijf,
+ Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen.
+
+
+
+
+VIERDE DEEL.
+
+
+ FARAO, REI DER EGYPTENAREN.
+
+
+ FARAO.
+
+ Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen
+ En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen[307],
+ Hij, die[308] op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit
+ Deez dubbel groote kroon alreê was toegezeid,
+ Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders
+ In de edel schoenen treên: en, Athlas, deze schouders
+ Ontlasten van den last die mijnen ouden dag
+ Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag:
+ Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen[309],
+ Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen[310],
+ Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,--
+ Den eenen Farao den andr'en is ontroofd!
+ Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn veêren
+ Bespreed[311] heeft Tisifone, Alecton, en Megeren[312],
+ Den Atropos[313], die meer sterflijken heeft ontzield,
+ Dan Astren[314] dezen nacht om ons hebben gewield[315]:
+ O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig
+ Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig[316]
+ Ter kwader tijd vertrokt van[317] onzen horizont,
+ Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond
+ In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen
+ Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen
+ Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert[318]
+ Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart.
+ O dieftelijke[319] dood! O pest, die ongenadig
+ Zijt op den boord van Styx of Acheron[320] beschadig[321]
+ Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd
+ En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd.
+ Vervloekt zij dees Belloon[322], die listig in de wapen[323],
+ Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen
+ Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf[324]
+ De slapers in een lijk, hun bedden in een graf.
+
+
+ REI DER EGYPTENAREN.
+
+ MAN.
+
+ Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten
+ Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten,
+ Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat,
+ Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat:
+ Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen,
+ Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen.
+ Dus[325] lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort,
+ En de een op de ander maal den bliksem neêr gestort
+ Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen
+ Niet dan een wildernis en doornige woestijnen,
+ Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed,
+ Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed;
+ De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven[326]
+ Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven,
+ Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag
+ De tranen van den dauw te distilleeren plag;
+ Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels
+ Den blijden _Echo_ van de zorgelooze vogels,
+ Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp[327]
+ In langen niet gehoord is in dit rond begrijp[328],
+ Het veldsche beestiaal[329] is schielijken gestorven,
+ Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven,
+ Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut,
+ Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput,
+ Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig[330],
+ De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig,
+ De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos
+ Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos[331].
+
+ VROUW.
+
+ Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte
+ De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte
+ Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws
+ Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws;
+ Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen,
+ Zoo lang de oudheid[332] ons grijsharig zal besneeuwen,
+ Uit ons gemoed gewischt;-- wij vlogen al verbaasd
+ Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast;
+ Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste,
+ De pols was weg eer elk al bevende noch tastte
+ Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag,
+ Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag
+ In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste
+ Het wit ivooren beeld, het schepsel[333] van albaste
+ Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch[334], elk riep terstond
+ Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond;
+ Maar ziel en leven was vervlogen met den asem,
+ Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem,
+ De rozen waren op de kaakskens al verwelkt,
+ 't Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt
+ Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen[335]
+ Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen
+ Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!)
+ En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd[336]
+ Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren
+ En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren!
+ Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood!
+ Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot
+ Beschouwden 's Hemels licht;--eilaas! voor al de smerte
+ En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte
+ Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest,
+ Had beter 's moeders buik uw donker tomb[337] geweest:
+ Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme
+ Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme!
+
+ MAN.
+
+ Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep,
+ Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep,
+ Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven,
+ De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven,
+ Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor[338]
+ Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor,
+ Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten
+ Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten.
+ Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook?
+ Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook
+ Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen,
+ Gelijk een schaâuw verstuift, en ijdel vliegt daar henen:
+ Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw,
+ En smelt weêr lichter als een witgevlokte sneeuw,
+ Of als een ijzen[339] beeld, twelk spoedig overwonnen
+ Zijn statua[340] verliest met 't stralen eender zonnen[341],
+ 't Is als een bliksemslicht[342], dat naauw om[343] schijnen poogt
+ En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt[344],
+ Een torts[345], die durig schijnt en smeltet al bezweken,
+ Met dat haar lemmet sparkt[346], met dat zij is ontsteken:
+ Hoe vliên ons dagen weg, als waren zij gevlerkt!
+ Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt,
+ Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren,
+ Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren.
+
+ VROUW.
+
+ Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef
+ Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef,
+ De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder
+ Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder
+ Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert
+ En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert;
+ Och! waren wij nooit beide uit éénen bloed geronnen,
+ Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen,
+ Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet
+ Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed
+ Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd;
+ Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd;
+ Zoo'n[347] had uw droevig einde, als 't ommers wezen most
+ Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost.
+ Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden
+ Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden[348]?
+ O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht[349],
+ Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht?
+ Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen,
+ En niet den zachten slaap met Lethes[350] laten stroomen
+ Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu
+ Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme[351] hieuw
+ En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren,
+ Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren.
+ Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt,
+ Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt,
+ Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten,
+ Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten.
+
+ MAN.
+
+ Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld,
+ En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld,
+ Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen;
+ Dies bidden wij: verlaat[352] d'Israëlietsche mannen!
+ Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland,
+ Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand;
+ Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen,
+ En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen.
+
+ FARAO.
+
+ Zij vluchte[353] metter ijl, van daar het morgenrood
+ Verrijst, tot daar het licht neêrdaalt in Thetys' schoot,
+ Voor Pluto trekken[353] zij zoo wijd ter Hellen neder,
+ Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder,
+ Zij reizen[353] naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld[354] Noord,
+ Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort,
+ Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede,
+ Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede:
+ 't Weêrspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best
+ Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest;
+ Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have,
+ En worden op het veld een spijze voor de rave,
+ Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood,
+ En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _De_ REI DER ISRAËLIETEN _zingt_:
+
+ Hebreên! speelt 's Hemels lof
+ Nu op uw luite schoone,
+ Adieu, Misraïms hof!
+ Adieu, Memfidis troone!
+
+ Adieu, Egypten-land!
+ Adieu, rijksstaf en kroone,
+ Die Nylus zandig strand
+ Beheerscht door Faraone.
+
+ Adieu, tyrannig jok,
+ Adieu, dienstbarig[355] Gozen!
+ Waar uit de Heer ons trok
+ Door Aaron en door Mozen.
+
+ Israël wil[356] 't beloofd
+ Canaän nu gelukken,
+ Daar Juda zijn voorhoofd
+ Zal met een kroone drukken.
+
+ Daar Juda, onder 't licht
+ En 't wankel rond der mane,
+ Zijn stoel en zetel sticht
+ Bij 't stroomen der Jordane.
+
+ Gij Filistijnen haast[357],
+ En gij o Jebuzieten!
+ Met Amalek verbaasd
+ Maakt plaats met de Ammonieten.
+
+ De koning Juda komt
+ Preutsch in uw schoenen treden;
+ O luistert! hoe hij tromt,
+ En nadert met zijn schreden.
+
+ Dat dijnen hoogmoed daalt
+ Voor die zijn rijk wil vesten,
+ Gelijk den bliksem straalt
+ Vant Oosten tot den Westen.
+
+ Uw grenzen open sluit
+ Voor onzen prins personig[358],
+ En laat tot roof en buit
+ Uw melk en uwen honig.
+
+ Jordaan, die van den top
+ Der heuvelen komt bruisschen,
+ Steekt uw blaauw hoornen op,
+ En laat uw bobbels ruisschen!
+
+ Golft in d'azuren zee,
+ Zegt de Oceaansche[359] baren,
+ Hoe Juda op uw reê
+ Komt zijnen troon pilaren.
+
+ Sinaï! maak dy[360] reê,
+ Want op uw hoogte steilig
+ Wil smoken doen d' Hebreê
+ Zijn brandofferen heilig.
+
+ Dat Horeb eeuwig staat
+ Gerezen onder 't maanschijn,
+ En tuigt wie heeft gedwaad[361]
+ De tranen van ons aanschijn.
+
+ Mensch-stappen[362] zullen eer
+ Des hemels cirkel meten,
+ Dan hunnes konings eer
+ Israël zal vergeten.
+
+ Den Engel maakt het spoor,
+ O, laat ons niet verslappen,
+ Ons leidsliên treden voor,
+ Wij volgen hunne stappen.
+
+
+ FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met
+ zijn heirleger.
+
+ FARAO.
+
+ Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken,
+ Mag doen als Farao, en laten henen trekken
+ De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel[363]
+ Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel,
+ Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden
+ De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden,
+ De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak
+ Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak
+ Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden[364],
+ Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden,
+ Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard,
+ En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard,
+ Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven
+ Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven.
+ Vast hebben dees Hebreên, verdobbeld[365] snoô en valsch,
+ 't Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals,
+ Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen
+ En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen,
+ Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort,
+ Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt.
+ Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen,
+ Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden
+ Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden[366] na gedraafd,
+ En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft,
+ Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen,
+ Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen,
+ En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert
+ Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd,
+ Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen
+ Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen.
+ Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn?
+
+ HOOFDMAN.
+
+ Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn,
+ Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme
+ Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme[367]
+ Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt:
+ Gewapend naauwlijks, zij om[368] strijden niet geneigd
+ En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden
+ Het half gelaat te biên, ik late staan hun tanden
+ Te breken met geweld: indien gij dezen rei
+ Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei
+ Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen,
+ Als schaapskudd', die de wolf het herte[369] heeft ontstolen,
+ Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast
+ Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd.
+
+ FARAO.
+
+ Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen.
+
+ HOOFDMAN.
+
+ Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen,
+ En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel,
+ De wagens toegerust; en 't leger, al geheel
+ Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden,
+ Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden.
+
+ FARAO.
+
+ Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet!
+ De wapenroovers[370] noodt tot 't bloedige banket,
+ Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken[371],
+ Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken;
+ Krijgt[372] onder zijn banier, hij leidt u aan den dans!
+ Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans.
+ Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen,
+ Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _KOOR._
+
+ Die den Hemel derft bekrijgen,
+ Zal wel voor een wijl opstijgen,
+ Even als Neptunus' vocht
+ Worpt[373] zijn baren na de locht,
+ Die van zelf in korter stonden[374]
+ Weder vallen in de afgronden,
+ Of gelijk een vlam gezwimd[375],
+ Licht op naar den hemel klimt.
+ Die men wederom zich zelven
+ In zijn asschen ziet bedelven:
+ Want de groote goedheid Gods
+ Latet[376] wel den koning trotsch
+ Op het hoogste en even dolle
+ Woeden, doch wanneer hun rolle
+ Is ten uitersten volspeeld,
+ Op 't theatrum getoneeld,
+ En wanneer hij met berommen[377]
+ Meent ten hoogsten zijn geklommen,
+ Stoot de godlijke Monarch
+ Hem afgrijzig van den berg.
+ Hoe hij was den hemel naarder
+ Hoe den val hem is te zwaarder,
+ Hoe hij meerder opwaarts steeg
+ Hoe hij dieper valt om leeg.
+ Hoe hij meerder rees verkorseld[378]
+ Hoe hij platter valt vermorseld.
+ Dit blijkt aan Farao straf,
+ Die zoo blind'ling loopt naar 't graf;
+ Die in 's Heeren straffe tijdig
+ Blijft verstokt, versteend partijdig,
+ Daar een ieder roê, als vriend,
+ Hem tot beteringe dient:
+ Want de strengheid Gods ten lesten
+ Iedereen kastijdt ten besten,
+ En zijn geessel al begrijsd[379]
+ Op een grooter roede wijst.
+ Wie dan, in der zonnen luister,
+ Sluit zijn oogen in het duister,
+ Wie de aankloppers van 't gemoed
+ 's Herten deur niet open doet:
+ Wie zoo vele donderslagen,
+ Luiden laat voor ijdel vlagen,
+ Op het onverzienste bald[380]
+ 's Heeren bliksem overvalt:
+ Gelijk dezen koning prachtig,
+ Die[381] geen teekenen aandachtig
+ Mochten leiden uit den tred
+ Van zijn obstinaat opzet.
+ Dies de Heere t' eenenmalen
+ Hem onttrekt de helder stralen
+ Van zijn hemelsch aangezicht,
+ En verduistert hem in 't licht,
+ In verkeerdheid overgeven,
+ Tot hij eindelijk gedreven,
+ Even als een roerloos schip,
+ Drijft al blind'ling op de klip
+ Van zijn overgeven boosheid,
+ Van zijn stoute goddeloosheid,
+ In den afgrond en 't verleid[382]
+ Van zijn overgevenheid.
+
+
+
+
+VIJFDE EN LAATSTE DEEL.
+
+
+ FAMA, of 't blazende gerucht.
+ 't Heer-leger Israëls (dat God zelfs[383] had geleid
+ Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid,
+ Dat God 's voorging in een vierige colomme
+ En 's daags in eene wolk) Farao wederomme
+ Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer
+ Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer,
+ Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen,
+ Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen,
+ In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt[384],
+ Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt,
+ Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren,
+ Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen:
+ Ha, Amrams zonen snoô! die ons zoo onbedocht[385]
+ Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht:
+ O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven,
+ Eer in Egypteland gestorven en begraven:
+ Verraders van den rei[386] en 't leger der Hebreên,
+ Een ieder wreek' zich zelf en worp'[387] den eersten steen!
+ Gelijk de reizigers (als in de azure golven
+ Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven
+ Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft,
+ En 't golvig driftig[388] hout met groene baren treft)
+ Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure[389] winden
+ Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden:
+ De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood
+ Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot
+ Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven
+ Ontijdelijk hij moet den baren overgeven,
+ Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust,
+ Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;--
+ Zoo ook in dezen storm de Israëlietsche hoeders
+ Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders,
+ En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft,
+ Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft,
+ 't Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker[390],
+ Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen[391] anker
+ Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan
+ Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean:
+ Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede,
+ En slaat, met zijne doode en levendige roede,
+ Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur,
+ En wederzijden maakt een roô robijnen muur,
+ Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel
+ Zoo wijd, dat midden[392] blijft een guldig zand-plaveisel,
+ Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsliên voor
+ 't Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor.
+ O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken
+ Israël, die zoo haast een plaatse vindt om wijken,
+ Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt
+ Een leger[393] diepte vindt en snellijken verloopt!
+ Terwijlen dus d' Hebreên (spijt 't wezen[394] der naturen)
+ Vast dweerssen[395] deze straat van kristalijne muren,
+ Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht
+ Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!"
+ En d' ander krijst: "wats dit? 't Roô meer schijnt opgeblazen,
+ Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen:
+ Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat,
+ Wanneer men doorgaans[396] vindt zulk eenen droogen pad?
+ Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen,
+ Of't grondloos[397] dieplood, om de diepten met te peilen?"
+ Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort,
+ En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord
+ Behouden op het strand; dies Farao verbolgen
+ Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen
+ Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld,
+ En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche[398] veld,
+ Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen,
+ Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen,
+ Een slinksch[399] onweder van den hemel nederworpt,
+ Dat 't slibberig gebergt weêr in zijn holte slorpt,
+ Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt[400],
+ En komen door 't gegolf eens eindling[401] opgebobbeld,
+ Met eiselijk[402] geschreeuw, half levende en half dood:
+ De dooden zijn alreê meer als der golven vloot[403]:
+ De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen[404]!"
+ En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!"
+ De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond,
+ De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond,
+ En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker
+ Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker,
+ En zinken beidegaêr; de zee, die altijd woelt,
+ Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt.
+ De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig,
+ Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig,
+ Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind[405],
+ Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind,
+ En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden,
+ Durft hij den dullen[406] storm 't hoofd even dapper bieden,
+ En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt,
+ Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt,
+ Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden;
+ Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden:
+ Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie[407] gij rebelleert!
+ Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert."
+ Den Oceaan en past op[408] vloeken noch op schelden,
+ Zijn dreigementen dweers[409] en mogen hier niet gelden;
+ Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht[410],
+ Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht,
+ En weder zevenmaal gedaald is in de vesten
+ Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten
+ De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft,
+ En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd.
+ Ik geef te denken voorts, de Hebreên, die 't aanzagen,
+ Hoe hunnen vijand lag zoo korteling[411] verslagen,
+ Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed
+ Farao's had gedempt vertreden onder voet,
+ Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen,
+ Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen,
+ Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf
+ Dat hun verlossing werd Farao tot een graf,
+ Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even
+ En onverzienste[412] dood hun strekte tot den leven.
+ De winden en het meer goedjonstig[413] wierpen ruit[414]
+ De Egyptsche wapening[415] weêr aan den oever uit,
+ Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebreên in handen,
+ Daar zij eerst werden met[416] gedreigd van hun vijanden.
+ Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord,
+ En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort;
+ Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken,
+ Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp[417] doen klinken.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _HYMNE OF LOFZANG._
+
+
+ VAN DE ISRAËLIETSCHE REI.
+
+ Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst,
+ Nu looft den Heer der Heeren,
+ Die ons met de overhand bekranst,
+ Vlecht hem een kroon van eeren;
+ Hij is, die al de banden van
+ Ons slavernije breken kan,
+ En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren.
+
+ De Heer gedenkt aan zijn verbond
+ Over zijn uitverkoren,
+ Looft Hem met ziele, tong en mond,
+ Die Israël staat voren[418],
+ Die Jacobs huis, in dienstbaarheid,
+ Onder zijn schaduwe bespreidt[419],
+ Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren[420].
+
+ Hij is de God van Abraham,
+ Isak en Jacob machtig,
+ Die nu tot koning zalft den stam,
+ Den stamme Juda krachtig,
+ Die ons naar 't zoet beloofde land
+ Geleidet door zijn sterke hand,
+ Om[421] heerschen int land Canaän eendrachtig.
+
+ In 't land, daar melk en honig vloeit,
+ Daar de Jordaan beneven
+ Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit
+ Van 't steil gebergt verheven:
+ Daar, als de baren van der zee
+ Of 't zand der stranden, nu alreê,
+ 't Zaad Israëls doet zijn vijanden beven.
+
+ Looft dezen krijgsheld onvervaard,
+ Die paarden, ros en wagen,
+ 't Gewapend heer met schild en zwaard
+ Heeft mannelijk verslagen,
+ Met den verstokten koning trotsch;
+ Bouwt op dees klip en sterke rots,
+ Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen.
+
+ Den rood-scharlaken mantel breid[422]
+ Van 't roode meer hij scheurde,
+ En heeft guld-zandig geplaveid
+ Een effen straat, waar deur de
+ Hebreên ontweken hun misval,
+ Tusschen twee muren van kristal,
+ Daar Farao den laatsten zucht betreurde[423].
+
+ Farao, die ons op de hiel
+ Vervolgde met zijn scharen,
+ 't Zee-water stormig overviel
+ Met 't zwalpen van de baren;
+ Die 't voorhoofd bergden int gestert[424],
+ In den afgrond vernederd werd:
+ Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren.
+
+ Farao's wimpelen ontdaan
+ En zag men niet meer zwieren,
+ Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan,
+ Noch al zijn roô banieren;
+ Zijn wapens en geslepen staal
+ Zonk met zijn rusting altemaal:
+ Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren.
+
+ Bouwt al uw hoop op dezen steen,
+ Bouwt uw geloove vaste
+ Op den monarche der Hebreên,
+ Die Farao verraste,
+ Die des tyrans voornemens schort,
+ Den hoogmoed van hun vleugels kort,
+ En met zijn sterke schouders ons ontlastte.
+
+ In koper, steen, noch ijzer hard
+ Alleen niet dees weldaden
+ En prent, maar schrijft ook in uw hart
+ Gods goedheid vol genaden,
+ Die ons 's doods muile heeft ontrukt:
+ Groen palm en myrtetakken plukt,
+ Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen!
+
+
+ MOZES doet zijn offerande en spreekt:
+ Dwijl Israël ontrukt is uit zijn slaafsche banden,
+ Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook
+ Van dezen altaar, als een liefelijken rook,
+ Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden!
+ Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken[425],
+ Of schoon de teêre mensch mets anders wedergeeft,
+ Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft,
+ Zijn zwakke sterflijkheid niet[426] hoogers mag bereiken.
+ Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine,
+ Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt
+ Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne[427] schept,
+ En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine!
+ Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der
+ Oprechter[428] lippen vroom voor zijn weldadigheid,
+ 't Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit;
+ Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer.
+ 't Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen,
+ Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch,
+ Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis,
+ De stieren hooren hem, de kalveren en schapen.
+ Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten,
+ Hij hevet[429] al gemaakt;-- o, groot is uwen lof!
+ Die 't al hebt rijkelijk gebouwet[430] zonder stof,
+ Zoo gij in uwen raad verholen[431] hadt besloten.
+ Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen,
+ Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood
+ Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot,
+ Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen.
+ Den offer komt u toe, die[432], Heer! verteert tot asschen!
+ Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid
+ Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid,
+ Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen.
+ Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste,
+ En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed
+ Op 't heilige gesteent ons offerande doet,
+ En dat wij we wet betrachten aldermeeste.
+ Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen
+ Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan[433]
+ Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan,
+ Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen.
+ Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten[434],
+ Al de eerstelingen van geheel Egypteland
+ Van menschen en van vee, door uwe sterke hand
+ Geslagen werden, van den meesten tot den minsten.
+ En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye
+ Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid,
+ Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven leît,
+ Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye.
+ O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen,
+ Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier,
+ Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier,
+ Waar in gij mij ook zijt op Sinaï verschenen.
+ Versaagt[435] voor onze komst de stoute Filistijnen,
+ Kwetst hunnen preutschen[436] moed! o Heer, blijft onzen borcht
+ En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd
+ Geraken door de dorre Arabische woestijnen.
+ Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren
+ In 't land van Canaän, en dat wij uwe wet,
+ Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet,
+ En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _KOOR._
+
+ 's Hemels goedheid, die voorhenen
+ Ons voorvaders heeft beschenen,
+ Is hier op 't tooneel herspeeld,
+ En naar 't leven afgebeeld.
+ Tijd noch de vergetenissen
+ Hoort[437] uit ons gemoed te wisschen
+ Dees weldaden overgroot,
+ Neêrgedaald uit 's Hemels schoot.
+ Doch wanneer wij zien veel milder,
+ Wat den goddelijken schilder
+ Hier met naakt afconterfeit,
+ Raakt dit in vergetelheid,
+ En vertoont zich veel geringer,
+ Wanneer ons dit met den vinger
+ Wijst op 't ware wezen blij
+ Van dees hemel-schilderij:
+ Op een grooter weldaad leerlijk,
+ Die door Jezum Christum heerlijk
+ Ons zoo rijkelijk beschijnt,
+ Dat de schaduwe verdwijnt:
+ Want wanneer de zonne luistert[438],
+ 't Manen-zilver werd verduisterd,
+ 't Bleekste voor het helderst zwijkt[439],
+ 't Minste voor het meeste wijkt;
+ Om den zin hier van te mellen[440]
+ D' een wij tegens d'ander stellen:
+ Nu, het rijk Egypten is
+ Of beteekent duisternis,
+ Daar in zware slavernije
+ Jacob, onder d' heerschappije
+ Faraonis, met geklag
+ Droevelijk in boeyen lag:
+ Maar door 't goddelijk verweere[441]
+ Werden zij, door 't roode meere,
+ Saam verlost uit dees spelonk,
+ Als den Farao verzonk
+ Met zijn schilden en zijn zwaarden,
+ Met zijn ruiters, volk en paarden:
+ Even lagen wij verstrikt,
+ Leelijk in ons bloed verstikt,
+ Onder Satan, Hel en zonden,
+ In 's doods banden vastgebonden,
+ Maar door 's levens klaar fontein,
+ Onzen Zaligmaker rein,
+ Als Hij in het laatst der dagen
+ Aan het kruise werd geslagen,
+ Werden wij, door zijn bloed rood,
+ Vrij van zond', Hel, Duivel, dood,
+ Door zijn goedheid vol genaden
+ Afgewasschen ons misdaden:
+ Niet verlost, als Jacob, bloot[442]
+ Van een tijdelijke dood:
+ Maar door dezen Samson leeuwig
+ Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig,
+ Van Gods onverganklijk wee,
+ Van het zwaard, dat uit der scheê
+ Boven 't hoofd ons dreigde grammig,
+ Met den brand des afgronds vlammig.
+ Israël trok al gelijk
+ Naar een aardsch verganklijk rijk,
+ Dat maar voor een tijd mocht bloeyen,
+ Maar, na ons gebroken boeyen[443],
+ Ons de Heere roept tot hem;
+ In het nieuw Jeruzalem,
+ Loopt dan, ijverig genegen,
+ Hebben wij door Christum kregen[444]
+ Eenen weg gebaand en plat
+ Naar de schoone hemel-stad.
+ Daar dood, ziekte, strijd noch tranen
+ Gelijk over der Jordanen[445]
+ Ons meer zal ontmoeten wreed,
+ Als 't den Isralieten deed.
+ Die zoo vlijtig hun[446] bewezen
+ In het uiterlijke wezen,
+ Ook om slachten 't zuiver Lam,
+ 't Welk terstond een einde nam,
+ Als den godlijken Messias
+ (Daar den anderen Helias
+ Zijn verkoren Jongers vroed
+ Op wees met den vinger zoet,
+ Alder schatten kleinoodkoffer),
+ Toen die kwam en zijnen offer,
+ Als hoog-priester, dede spâ
+ Op den berg Calvaria;
+ Toen hij tegens Satan kampten,
+ Alle priester-dienst en ampten
+ Eindden met het Paasschen-feest,
+ Als de Joden jaarlijks meest
+ Posten, dorpels nog bestreken
+ Met 's Lams bloede, tot een teeken
+ Hoe hun God bevrijdde weerd[447]
+ Voor den slaanden Engels zweerd.
+ Voorspel, 't welk ons leert ten besten,
+ Hoe dat in den alderlesten
+ Dag der dagen, in 't gericht,
+ Voor Gods toornig aangezicht,
+ Jezus Christus ons zal vrijden
+ Door zijn heilig bitter lijden,
+ En, met 't rood onschuldig kleid[448]
+ Van zijn droeve sterflijkheid,
+ Ons onrein melaatsche vlekken
+ Voor des Heeren aanschijn dekken.
+ Eet dan geestelijker wijs
+ Nog dit Lam, der zielen spijs,
+ Met een bitter sausse spijtig;
+ Ware Israëlieten vlijtig,
+ Laat de kracht van zijne dood
+ U nog zijn een hemels-brood!
+ Weest omgordt, en staat alreede
+ Om te wand'len na den vrede,
+ Met den staf, alzoo 't behoort,
+ Van des Heeren heilig Woord
+ Opgeschort, omgord op vordel[449]
+ Met der liefden band en gordel.
+ Ook aanmerkt hier algemeen
+ Dees twee leids-liên der Hebreên:
+ Mozes (onbespraakt voor Farons
+ Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv
+ Reden-rijke tonge vocht[450]:
+ Doch geen van dees beiden mocht
+ Isak brengen eindelijken
+ In Canaäns koninkrijken:
+ Onder welke schorsse duikt
+ Als men dezen bast ontluikt[451],
+ De onvolkomen zwakheid teder
+ Van der wet te korten leeder[452],
+ Om in 't hemelsch vaderland
+ Op te stijgen uit den brand,
+ Uit den brand der zielen zweerdig[453],
+ Uit Gods toornigheid rechtveerdig,
+ Daar ons Christus, als gezeîd,
+ Heeft behouden uitgeleid.
+ Want in Christo woont bekwamig
+ Zelf de volheid Gods lichamig,
+ 't Evangelische verbond
+ Vloeyet uit zijns wijsheids mond,
+ Der genaden fontein-ader[454],
+ Ons verbidder, bij den Vader.
+ Israël vertrok op hoop,
+ Maar voor ons heeft al den loop
+ Christus 't hoofd van zijne benden
+ Lang te voren gaan vol-enden,
+ En met 't kruis getriomfeerd
+ Boven Hemelen en eerd'[455].
+ Laat dit plaatse bij u grijpen,
+ Laat dit godlijk zaaisel rijpen,
+ Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst
+ Vloeyen UIT LEVENDER JONST[456].
+
+
+
+
+VOETNOTEN:
+
+[1] _nagenoeg._
+
+[2] _Verzonnen_.
+
+[3] _Maar_.
+
+[4] _ingerichte_.
+
+[5] Van (den Latijnschen dichter) _Horatius_.
+
+[6] _Gebrekkig_ (van geest nam.).
+
+[7] Thans _zich_.
+
+[8] Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende _daarnaar_ willen
+lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk _nader_)
+dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met _waar_,
+_daar_, enz. het eerste de voorkeur.
+
+[9] Thans _dan_.
+
+[10] _Korten_ (verg. de uitdrukking _spanne tijds_).
+
+[11] Thans _vertoont_ (d. i. eig. _vertoogent_, met den langeren
+vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)
+
+[12] _te omspannen_; verg. boven bl. 5, aant. [8].
+
+[13] _blinkende_.
+
+[14] Tweede-naamval van Venus.
+
+[15] _blinde klip_
+
+[16] Thans _iets anders_.
+
+[17] _bestuur_, _beheer_.
+
+[18] _leerrijke_.
+
+[19] Lat. voor _tooneel_.
+
+[20] _planken_.
+
+[21] J. Mz. _Vaer_ (d. i. _van der_) Laer was een rijk Amsterdamsch
+lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.
+
+[22] Thans _doet hem verzellen_.
+
+[23] _bekrachtiging_.
+
+[24] _vrij te laten_.
+
+[25] _beesten_ (verg. 't Fr. _bétail_).
+
+[26] _welriekend_.
+
+[27] _kaauwt en herkaauwt_.
+
+[28] _Dijt uit_.
+
+[29] _schapen_ (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen)
+
+[30] _pracht_ (verg. 't Hoogd. _geschmeide_).
+
+[31] _kleed_ ('t Fr. _habit_).
+
+[32] voor _schijnt_.
+
+[33] Thans tot _een helm_ geslonken.
+
+[34] _zacht_.
+
+[35] _dan_.
+
+[36] _dezer dagen_.
+
+[37] _afbeeldt_.
+
+[38] _open_.
+
+[39] Voor _verlustigt_.
+
+[40] _tweesnijdend_.
+
+[41] Thans _ofschoon_.
+
+[42] _luister_, _glans geeft_, _blinkt_.
+
+[43] 't zilver van den maan.
+
+[44] Voor _raast_.
+
+[45] _legt_; thans _ligt_.
+
+[46] _zeis_.
+
+[47] De landbouwende klasse.
+
+[48] Thans tot _lachte_ verzwakt.
+
+[49] _Een iegelijk_.
+
+[50] Voor _gemeen_.
+
+[51] _voren_.
+
+[52] _gelijk_.
+
+[53] _bron_, _water_.
+
+[54] _vonkelen_ (verg 't Eng. _to spark_).
+
+[55] Thans _schijnt te branden_.
+
+[56] Thans alleen _geknield_.
+
+[57] _sterk_ (verg. boven _spark_ met ons _sprank_).
+
+[58] _bespiedde_.
+
+[59] _in eigen persoon_.
+
+[60] _spiegelgladde_, _effene_.
+
+[61] voor _gebracht_.
+
+[62] _aan wien_.
+
+[63] voor _krult_.
+
+[64] Thans _wil_.
+
+[65] _Bewandelt_, _betreedt_.
+
+[66] _draait_.
+
+[67] _perk_, _omvang_.
+
+[68] _van't veld_.
+
+[69] _Zoo_, _indien_.
+
+[70] _bundel_, _koker_.
+
+[71] Thans _beschoren_.
+
+[72] voor _versmelt_.
+
+[73] _erkennen_.
+
+[74] _vloeit_ en _geboeid_, als _vloei-et_ en _geboei-ed_ te lezen;
+verg. beneden _scheidet_.
+
+[75] _helderen_.
+
+[76] voor _vliegend span_.
+
+[77] _sluw_.
+
+[78] Thans _om te_.
+
+[79] Eig. 't Hoogd. _kreitz_, d. i. _kring_, _perk_; van daar (gelijk ook
+ hier) _strijdperk_.
+
+[80] _veegt_ (van 't oude _dwa-en_, waarvan nog _dweil_).
+
+[81] _schreyend_.
+
+[82] Voor _tarwen-aren_.
+
+[83] Thans _zich_.
+
+[84] _flikkeren_, _vonkelen_.
+
+[85] _hoekigen_, _kronkelenden_.
+
+[86] _golvenden_.
+
+[87] voor _verheuging_.
+
+[88] _afloopt_.
+
+[89] _kunnen_.
+
+[90] _Met uw verlof_.
+
+[91] voor _schijnt het_.
+
+[92] voor _toegevoegd_, _opgelegd_.
+
+[93] voor _zich_.
+
+[94] _op vaderlijke wijs_.
+
+[95] _ook_ (_ofschoon_).
+
+[96] voor _baatte_ (wegens den volg. klinker).
+
+[97] Thans _naar de ziel_.
+
+[98] _dreigt_
+
+[99] _met tranen in de oogen_, _weenend_.
+
+[100] Thans _onbewogen_.
+
+[101] _zijn verlaten opengezet_.
+
+[102] Minder gelukkig voor _aardkloot_.
+
+[103] Thans _van de ark_.
+
+[104] _zuiver_.
+
+[105] _kon_.
+
+[106] _wel_.
+
+[107] _bepaald_; verg. boven bl. [3].
+
+[108] Voor _keert het_, _proeft het_.
+
+[109] _toevoegt_.
+
+[110] Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op
+gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders--voor 't
+Hollandsche _die_ of _dien_ onzer schrijftaal--gebezigd wordt. Evenzoo
+vroeger "den Farao".
+
+[111] _gestarnte_.
+
+[112] De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.
+
+[113] _blinken_ (van daar onze metaalnaam _blik_ en 't woord _bliksem_).
+
+[114] voor _beheerscht het_.
+
+[115] _tot zijn straf_.
+
+[116] _meê_.
+
+[117] _wijselijk_.
+
+[118] _Tot veroordeeling en dwaling leidend_.
+
+[119] anders _verfrayen_, thans _vervrolijken_.
+
+[120] een van boven gespleten stok.
+
+[121] _staf_.
+
+[122] _blinkend_; verg. boven op _blikken_.
+
+[123] voor te _verteeren_.
+
+[124] Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk
+door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.
+
+[125] Thans tot _plukken_ verdikt.
+
+[126] _bedwelmd_.
+
+[127] _de borst doorbonzend_.
+
+[128] Lat. 2e naamval: _van Farao_.
+
+[129] voor _duizenden_.
+
+[130] _gekweld_.
+
+[131] Saamgetrokken uit _hadtghy_: _hadt gij_.
+
+[132] _Glinsterde_.
+
+[133] versta: _geleek zij_.
+
+[134] verkeerdelijk voor _zwierf_, _verstierf_.
+
+[135] Thans tot _heette_ verzwakt.
+
+[136] (Gelijk _metterdaad_, _metterwoon_, enz. saamgetrokken _met der
+spoed_) thans _met spoed_.
+
+[137] _begraven_.
+
+[138] _vaak_, _dikwerf_ d. i. _veelmaals_.
+
+[139] Thans _ontstoken_.
+
+[140] _schielijk afgedane_.
+
+[141] het gelaat verwringende.
+
+[142] Thans _de_.
+
+[143] Minder gelukkig voor _overstelpt_ of iets derg.
+
+[144] Lat. vierde naamval van _Mozes_.
+
+[145] _Helsche_, _Duivelsche_.
+
+[146] _Maar al te ongaarne geuit_.
+
+[147] _vlugger_.
+
+[148] _manlijke kracht_.
+
+[149] _lichtgeschitter_.
+
+[150] _walmend_, _smokend_.
+
+[151] enkelv.
+
+[152] _Duizelig maakt_.
+
+[153] _het groote heelal_.
+
+[154] voor _gemakkelijk_.
+
+[155] _plotseling_.
+
+[156] _vreest_.
+
+[157] Thans _geveegd_, _gezuiverd_.
+
+[158] _makkers_ (nam. de _zeeluî_).
+
+[159] voor _wenden_.
+
+[160] _verradelijk_.
+
+[161] _vreeselijk_; thans verkeerdelijk _ijselijk_ geschreven.
+
+[162] _vork_ ('t Hoogd. _gabel_), hier voor Neptunus' _drietand_.
+
+[163] _bliezen_.
+
+[164] d. i. _stuurman_ (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).
+
+[165] _boos_ (_druipend_).
+
+[166] 't Hoogd. _kutscher_; thans _koetsier_.
+
+[167] _aanging_.
+
+[168] voor _binnen_.
+
+[169] voor _berekenen_.
+
+[170] voor _strandde_.
+
+[171] _ellen_.
+
+[172] _dubbel snel_.
+
+[173] _ydele beelden_.
+
+[174] voor _verzwonden_ of _verdwenen_.
+
+[175] Lat. tweede naamval van _Isis_.
+
+[176] Thans _vochtig_.
+
+[177] Thans _een of ander_.
+
+[178] _In 't geheel niets_.
+
+[179] voor _dier_, thans _wier_.
+
+[180] voor _acht ik_.
+
+[181] Thans _worden_.
+
+[182] _onachtzaam_.
+
+[183] _hoe langer_.
+
+[184] versta: _ons te ontslaan van_.
+
+[185] voor _te dreigen_.
+
+[186] Door 't twee regels later volgend _weder_- overtollig.
+
+[187] _wederbrengen_, _doen herboren worden_.
+
+[188] _herbracht_.
+
+[189] _ontzaggelijker_.
+
+[190] _gewelf_ ('t Fransche _voûte_).
+
+[191] d.i. van E.
+
+[192] _Geef nu verlof tot_, _veroorloof_.
+
+[193] Deze _Jup._ maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en
+geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en
+Godenlegenden in Vondels eeuw.
+
+[194] Van Saturnus (als _Tijdgod_ genomen).
+
+[195] Anders _dwingeland_, en een bewijs dat men verkeerd doet,
+dit saamgestelde woord van een vermeend _dwingelen_ af te leiden.
+
+[196] _overladen_.
+
+[197] voor _klimmen_.
+
+[198] Anders _soep_, _spijs_.
+
+[199] _wegneemt_, _belet_.
+
+[200] _tot dwaling brengen_.
+(verg. het Hoogd. _verrückt_.)
+
+[201] _een veêrtjen_.
+
+[202] _gelooft gij_.
+
+[203] _wakker_.
+
+[204] _mars_, _koopwaar_.
+
+[205] _afgebeeld_, _voorgedaan_.
+
+[206] _kleuren_.
+
+[207] _Schort op_, _staakt_.
+
+[208] _is hij niet voorzichtig_.
+
+[209] _in beweging_, _beroerte_.
+
+[210] voor _keten_ of _ketting_ ('t Lat. _catena_).
+
+[211] _schuinsch_ geslingerde.
+
+[212] _kunt_.
+
+[213] _het meest Helsche_.
+
+[214] minder gelukkig
+voor _onder hun vlerken_, _hun schaduw bedekken_.
+
+[215] Versta: _de opgesperde kaken_.
+
+[216] Thans _naar de ziel_.
+
+[217] _streelende_, _vleyende_.
+
+[218] _uitpraten_.
+
+[219] Verg. boven de aant. op _Jupiter_.
+
+[220] _zorgt_.
+
+[221] (voet-)_zolen_.
+
+[222] Verkeerdelijk voor _meer_.
+
+[223] Hier in slechten zin, voor _hoogmoedig_, _overmoedig_.
+
+[224] _bundel_.
+
+[225] voor _hoofdhaar_; eerst later werd het uitsluitend gebezigd
+voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts
+Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.
+
+[226] Midden-Egypte.
+
+[227] Gedoornde d. i. _stekelige_ puisten.
+
+[228] Voor _een vloed van regendroppels_,
+
+[229] Rijmshalven voor _eizig_.
+
+[230] _onbedekt, dor._
+
+[231] Anders _altegaâr_.
+
+[232] voor _de zon_.
+
+[233] _houdt weg_, _verschuilt_.
+
+[234] _schittert_.
+
+[235] Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van _verspringen_.
+
+236] _vonkt_ (zie vroeger).
+
+[237] _rijksappel_, als teeken der oppermacht.
+
+[238] _krijgshaftig_.
+
+[239] _Neder-Egypte_.
+
+[240] voor _grafteekenen_ in 't algemeen, hier de Pyramieden.
+
+[241] _het uitspansel te naderen._
+
+[242] voor _uitgespreid_, _uitgebreid_.
+
+[243] Het Westen, in tegenoverstelling van den _Levant_ (of _Opgang_)
+voor 't Oosten.
+
+[244] _Zuiden_.
+
+[245] voor _wimpel_, _vaan_, _banier_.
+
+[246] binnen den kring der stervelingen.
+
+[247] _voedt_, _onderhoudt_.
+
+[248] Minder juist voor _afschiet_.
+
+[249] Thans tot _noch_ (gelijk _ofte_ tot _of_) afgekort.
+
+[250] Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.
+
+[251] _den heer te spelen_.
+
+[252] _op zijn minst_.
+
+[253] Hebreeuwsche naam voor Egypte.
+
+[254] Hier in goeden zin: _grootsch_, _edelaardig_.
+
+[255] _niet_.
+
+[256] Thans _te vermaken_.
+
+[257] met _duren_ eede.
+
+[258] voor _vlijt_, dat toen nog zoo uitgesproken werd.
+
+[259] Versta: _daarheen_, _van waar_.
+
+[260] Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor _reus_.
+
+[261] _vochtige_.
+
+[262] voor u.
+
+[263] _bedelbrokken_ of liever _benden_.
+
+[264] _keuken_.
+
+[265] _kraanvogels_.
+
+[266] _Te gast te gaan_.
+
+[267] Thans _den eik_.
+
+[268] Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare _van_.
+
+[269] _Trotsch_, _ontoeganklijk_.
+
+[270] Thans _om te_.
+
+[271] Verkeerdelijk voor _omvlochten_.
+
+[272] _naauwlijks_.
+
+[273] _afgemeten_.
+
+[274] _gewelven_.
+
+[275] _middelpunt_.
+
+[276] voor _strafzwaard_.
+
+[277] Thans _uwsweegs_, sedert _straat_ in den meer bepaalden zin
+van _bestraten weg_ (_via strata_) gebezigd wordt.
+
+[278] _allerlaagsten_.
+
+[279] Fransche _offrande_, en dus verkeerdelijk
+meestal _offerhand_ geschreven.
+
+[280] Thans _veroorlooft_.
+
+[281] _verzacht het_.
+
+[282] _ontbloote_, _zichtbare_.
+
+3[283] Thans _wordt_.
+
+[284] _wegneemt_.
+
+[285] Thans tot _en_ verkort.
+
+[286] _wijselijk_.
+
+[287] Germ. voor _verwen_.
+
+[288] _vrijwaren_.
+
+[289] Voor _doorklieft_.
+
+[290] _onderwijl_.
+
+[291] Thans _zich_.
+
+[292] _aan 't spit braden_.
+
+[293] _zuur_.
+
+[294] _gereed_.
+
+2[295] Thans _maan_.
+
+[296] _verbijsterd_ (verg. 't Hoogd. _verrückt_).
+
+[297] Voor _terwijl_.
+
+[298] _luchtige_, _vlugge_.
+
+[299] Minder gelukkig voor _met getakte hoornen_.
+
+[300] Verwarring van konijnen en hazen.
+
+[301] de golven van Thetys, d. i. de zee.
+
+[302] _klaarlijk_.
+
+[303] den reidans opent.
+
+[304] Thans _spreidt_.
+
+[305] Anders _flambouw_
+('t Fransch _flambeau_), gelijk _bureel_ van _bureau_.
+
+[306] Neder-Egypte.
+
+[307] _overschaduwen_.
+
+[308] Thans _dien_.
+
+[309] Thans tot _morgenzon_ geslonken.
+
+[310] _helderheid te gunnen_.
+
+[311] _bespreid_.
+
+[312] De Grieksche Wraakgodinnen.
+
+[313] De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.
+
+[314] Voor _sterren_.
+
+[315] _gedraaid_.
+
+[316] _gouden lokken_.
+
+[317] Thans _onttrokt aan_.
+
+[318] Voor _gestarnte_.
+
+[319] _verraderlijk_ (als een "dief" in den nacht ons besluipende).
+
+[320] De bekende rivieren der oude wereld.
+
+[321] Rijmshalven voor _schadelijk_.
+
+[322] _oorlogsmaagd_.
+
+[323] Thans _wapenen_.
+
+[324] _streng_, _wreed_.
+
+[325] Thans _zoo_.
+
+[326] Rijmshalven voor _het loof_ of _lover_.
+
+[327] Thans voor het Fr. _fluit_ verouderd (verg. echter nog ons
+_pijper_).
+
+[328] _ommekring_.
+
+[329] Voor de _beesten van 't veld_.
+
+[330] _dicht bewassen_.
+
+[331] Anders _verloor_.
+
+[332] Voor _ouderdom_.
+
+[333] Naar zijn eigenlijke beteekenis van _vorm_.
+
+[334] _gilde_.
+
+[335] _bovenal_.
+
+[336] _overtrokken_, _overschaduwd_.
+
+[337] Gallicisme voor _graf_.
+
+[338] _erfgenaam_, 't Fr. _hoir_.
+
+[339] Van _ijs_.
+
+[340] _gestalte_.
+
+[341] Thans _eener zon_.
+
+[342] _bliksemflits_.
+
+[343] Thans _te_.
+
+[344] Thans in verlengden vorm _vertoont_ (d.i. _vertoogent_).
+
+[345] _toorts_.
+
+[346] _vonkt_.
+
+[347] Voor _zoo en_ (d.i. _niet_).
+
+[348] _doorboorden_.
+
+[349] Rijmshalven maar verkeerdelijk voor _gedocht_.
+
+[350] _vergetelheid_.
+
+[351] Voor _vlijmen_, of liever _vlijmend zwaard_.
+
+[352] _laat vrij_.
+
+[353] _Laat ze vlugten, trekken, reizen enz_.
+
+[354] Voor _be-ijzeld_.
+
+[355] Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht
+tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang _ig_
+in 't algemeen te velde getrokken.
+
+[356] Gelijk meer als _zal_ (verg. ook 't Eng. _to will_).
+
+[357] _weldra_.
+
+[358] _in persoon_ (verg. echter aant. [355]).
+
+[359] Verkeerdelijk voor _van den Oceaan_.
+
+[360] Thans _maakt u_.
+
+[361] _weggevaagd_ (zie vroeger).
+
+[362] Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor
+_menschelijke treden_.
+
+[363] _draai_, _ommezwaai_.
+
+[364] _vergolden_, _betaald_.
+
+[365] Voor _dubbel_.
+
+[366] Thans _worden_.
+
+[367] _arm_.
+
+[368] Thans _om te_, _tot_.
+
+[369] D.i. den _moed_.
+
+[370] D.i. _de legerknechten_ (als die de wapens hunner vijanden
+vermeesteren).
+
+[371] _weifelen_.
+
+[372] _oorloogt_, _strijdt_.
+
+[373] Thans _werpt_ (even als, omgekeerd, thans _wordt_ voor 't
+vroegere _werd_).
+
+[374] _In korten tijd_.
+
+[375] Voor _gezwind_.
+
+[376] _laat_.
+
+[377] Rijmshalven voor _beroemen_.
+
+[378] _kregel_, _wrevelig_.
+
+[379] _bejammerd_ (nam. door de Egyptenaren).
+
+[380] Hoogd. voor _spoedig_.
+
+[381] Thans _dien_.
+
+[382] Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem
+zijn hartstocht _verleidde_.
+
+[383] Thans _zelf_.
+
+[384] _'thelpt niet_.
+
+[385] voor _onbedacht_.
+
+[386] Hier voor _schaar_.
+
+[387] _werpe_.
+
+[388] _golvend_, _drijvend_.
+
+[389] _stugge_, _harde_ (gelijk nog in Overijsel _stoer_; verg.
+ook ons _stuursch_).
+
+[390] _wankel-_, _kleinmoedig_.
+
+[391] Thans _hoop_.
+
+[392] In 't _midden_.
+
+[393] _lager_.
+
+[394] _tegen den aard_.
+
+[395] _Dwars overtrekken_.
+
+[396] _op den duur_.
+
+[397] Minder juist voor _diepgaande_, tot op 't grondelooze toe.
+
+[398] D. i. _van de zee_.
+
+[399] _boos_, _verraderlijk_.
+
+[400] _zakt_.
+
+[401] Thans _eindlijk_.
+
+[402] Thans veelal verkeerdelijk _ijselijk_.
+
+[403] _vloeyend tal_.
+
+[404] Rijmshalven voor _klimmen_.
+
+[405] Voor _snellende_.
+
+[406] Thans _dollen_, _woedenden_.
+
+[407] _wien_, _tegen wien_.
+
+[408] _geeft om_.
+
+[409] _dwarsch_, _stuursch_.
+
+[410] _vochtig gewoel_ voor _'t gewoel der golven_.
+
+[411] _binnen zoo korten tijd_.
+
+[412] Voor _meest onvervalschte_.
+
+[413] _goedgunstig_.
+
+[414] _ruw_, _woest_.
+
+[415] Voor _krijgswapens_.
+
+[416] Thans _meê_.
+
+[417] trompet.
+
+[418] _voorstaat_, _beschermt_.
+
+[419] Voor _met zijn schaduw overdekt_.
+
+[420] _genieten_ (verg. nog ons _órberen_).
+
+[421] Thans _om te_; verg. vroeger.
+
+[422] Voor _breed_.
+
+[423] Versta: _treurend slaakte_.
+
+[424] Voor _gesternte_.
+
+[425] Voor _teeken van dankbaarheid_.
+
+[426] Thans _niets_.
+
+[427] Thans _bron_.
+
+[428] Tweeden naamvalsuitgang, thans _oprechte_.
+
+[429] _heeft het_.
+
+[430] Voor _gebouwd_.
+
+[431] _geheime raad_.
+
+[432] Namelijk _het offer_.
+
+[433] Minder gelukkig voor _gedenken_, _mij herinneren_.
+
+[434] Rijmshalven voor _verdiensten_.
+
+[435] Voor _doet versagen_.
+
+[436] _trotschen_.
+
+[437] _Behooren_.
+
+[438] _straalt_; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.
+
+[439] Thans _bezwijkt_, _zwicht_.
+
+[440] Rijmshalven voor _melden_.
+
+[441] Voor _verweren_, _beschermen_.
+
+[442] _alleen_ (verg. 't hoogd. _bloss_).
+
+[443] Latinisme voor _nadat onze boeyen gebroken zijn_.
+
+[444] Maatshalven voor _gekregen_.
+
+[445] Thans _de Jordaan_.
+
+[446] Thans _zich_.
+
+[447] Rijmshalven als stopwoord gebezigd.
+
+[448] Voor _kleed_.
+
+[449] _voordeel_.
+
+[450] _vochtig_ en daarom _vaardig_.
+
+[451] _ontsluit_.
+
+[452] ladder.
+
+[453] _snijdend_, _fel_.
+
+[454] _bron-aâr_.
+
+[455] _aarde_.
+
+[456] _Uit levendige gunst_; de leus der oude Rederijkers kamer te
+Amsterdam.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van den Vondel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+***** This file should be named 30473-0.txt or 30473-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/0/4/7/30473/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/30473-0.zip b/old/30473-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..9f5c2ea
--- /dev/null
+++ b/old/30473-0.zip
Binary files differ
diff --git a/old/30473-8.txt b/old/30473-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..b2cd1ea
--- /dev/null
+++ b/old/30473-8.txt
@@ -0,0 +1,4602 @@
+The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van den Vondel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De complete werken van Joost van Vondel
+ Het Pascha
+
+Author: Joost van den Vondel
+
+Editor: H.J. Allard
+
+Release Date: November 14, 2009 [EBook #30473]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+DE COMPLETE WERKEN
+
+VAN
+
+JOOST VAN VONDEL.
+
+
+
+
+Het Pascha,
+
+of
+
+de Verlossing der kinderen Israëls uit Egypte;
+
+
+TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP 'T TOONEEL GESTELD.
+
+
+
+
+ De goede vind' mij goed,
+ De kwade straf en streng,
+ Wanneer ik d' een behoed',
+ En d' ander t' onderbreng'.
+
+
+
+
+DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN LEZER HEIL EN ZALIGHEID.
+
+
+De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de verdorvenheid des
+menschen, en ziende hoe traag vast[1] een ieder was, om langs de trappen
+der deugden op te klimmen, en omhoog te stijgen in al hetgene wat
+loflijk en heerlijk bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te
+steilen berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere
+middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en natuurlijk
+burgerlijk leven; hetzij door eenige poëtische fabelen en versierde[2]
+gedichten, of door andere bekwame regelen en wetten. Dan[3] onder andere
+hebben zij voor goed ingezien de manier van eenige oude historiën of
+vergeten geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld op
+het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig toegemaakte[4]
+beelden en personen, levendig uit te drukken en na te bootsen hetgeen
+tijd en oudheid, met veel verloopen eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans
+uit het geheugen gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig
+geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed zijn
+belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt, opdat zelfs
+plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al hoorende doof en al ziende
+blind waren, zonder bril mochten hun feilen als met den vinger
+aangewezen, en door sprekende letteren van gesierde figuren getemd en
+gezedigd werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij[5] het profijt met
+genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat eenigen te kreupel[6]
+waren, om te graven naar de kostelijke kleinodiën der leeringen en
+geheimenissen, die onder de schors van gedroomde fabelen weggescholen en
+verborgen lagen, en hun[7] van gretige zoekers en ijveraars gaarne
+wilden laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op een andere
+wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is het hun niet genoeg
+geweest, ofschoon de boeken van schoone lessen al vervuld waren, en
+geheel dik opgehoopt op malkanderen liggende eenen heerlijken winkel
+maakten, en of veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen
+kunstig gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen, de
+voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij hebben ook daarbenevens,
+in groote bijzondere schouwplaatsen willen in het openbaar de schatten
+der filosofie in den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om
+daarna[8] te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen ook den
+geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden, en die een
+iegelijk als een levende schoonverwige schilderij voor oogen stellen.
+Want waarbij mag het geheele tafereel of theater dezer wereld beter
+vergeleken worden, als[9] bij een groot openbaar tooneel, daar vast een
+ieder gedurende den handwijlschen[10] tijd van zijn vliênde leven, zijn
+eigen rol en personagië speelt. De een vertoogt[11] zich daarop als
+koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter of rijksstaf,
+veel koninkrijken en landen te gebieden en te beheerschen, met een
+gouden kroon zijn koninglijk hoofd om te drukken[12], en bekleed met een
+glansig luisterende[13] purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon,
+voor wiens majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en
+nedervallen. Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw gehelmd
+steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene hand een tweesnijdend
+zwaard, in de andere een gevelde speer, rijdt alzoo midden onder de
+vijanden, ontziende noch leven noch dood, om met tien duizend Trofeën
+triumfelijk weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen
+helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid te hebben.
+Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt van liefde, en doet met zijn
+beweeglijke klachten alsins den schallenden echo in 't holle gewelf van
+Veneris[14] tempel wedergalmen. Die berijdt den woesten Oceaan met een
+gevleugeld paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen, noch
+Syrten[15], noch klippen, noch diepe afgronden, om van het Oosten in het
+Westen te geraken. Een ander beploegt met een paar jok-ossen den rug van
+onzer aller moeder, om te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen
+zijner vruchten toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den
+anderen in een ander[16] bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd, en eer
+den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft, moeten zij alle met
+den wijzen man roepen, dat alles niet anders is dan "Al ijdelheid, Al
+ijdelheid," en worden alzoo door onverwachte dood, eer zij hun zelven
+hebben recht leeren kennen, van het tooneel des aardbodems achter de
+gordijne weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen en den
+zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken en den zwakken, de
+een den ander gelijk; zoodat met recht over deze onze ijdelheid
+Heraclitus schreit, Democritus lacht, en Timon zich voor de menschen als
+voor eenen vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere
+wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus aangemerkt zijnde,
+kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de oude wijze Heidenen met deze
+manier van doen hebben willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te
+vergeefs zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal
+durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoniën en uiterlijke
+diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten, nieuwe maanden, en al
+hetgene Aärons priesterschap en den tempel met alle zijn sieraden,
+gereedschappen, en toerustingen aankleeft, zoo ook het regiment[17] van
+het rijk Israëls;--wie zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles
+iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in den
+toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen dezen allerheiligsten
+Hoogepriester en Koning aller koningen kwam, toen hadden alle wettelijke
+letterlijke priesteren en koningen Judae hun rol volspeeld en
+uitgediend: want in Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren
+op. Ja, de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze
+Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch, die onder de
+moordenaars gevallen was; van den verloren zoon, die al zijns vaders
+goed onnuttelijk verkwist had; van den rijken man, die met purper en
+kostelijk lijnwaad bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat
+zijn het anders, als naakte Comediën en Tragediën, om daarmede te leeren
+die menschen, dewelke op geen andere manier de verborgen mysteriën van
+het Rijk der Hemelen verstaan kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der
+Koningen: daar eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en
+troosteloos, in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David,
+gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw dunkt; daar eenen
+verwonnen Zedekia gevankelijk naar Babyloniën gevoerd werd; daar eenen
+tirannischen Nebukadnezar Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en
+tot eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van den H. Geest
+tot leerachtige[18] voorbeelden (als op de _scena_[19]) voorgedragen
+werden: zoo hebben wij voorhenen deze Tragi-Comedie voor eens ieders
+oogen willen op de stellagië[20] openlijk vertoonen. En alzoo wij
+bevonden hebben, dat vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest
+zijn, om hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij
+het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb ik, ten
+ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve (hoewel het gering
+is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan heb, nochtans groot en
+gewichtig van stoffe) door openbaren druk een iegelijk gemeen te maken:
+te meer, omdat het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer
+gekrenkt, en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd werd.
+Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid gelezen worde, dat het
+gedije tot prijs van den heiligen en gebenedijden name Gods, en dat,
+door het overdenken van deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de
+droeve Tragedie of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag
+nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen.
+
+In Amstelredam, 1612, den 29en Maart.
+
+
+ Den al uwen
+ J. VAN VONDELEN.
+
+
+
+
+Epistre
+
+
+A MONSEIGNEUR
+
+IEAN MICHIELS VAERLAER[21],
+
+
+ MON SINGULIER AMY.
+
+ L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse,
+ L'Attique miel sucré, la mine precieuse
+ De la riche Peru, les perles, les tresors
+ Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords,
+ Ne pouvant presenter à vostre Seigneurie,
+ Ie vien l'Avant-coureur de mienne Poësie
+ Sacrer à ton honneur, en toute humilité,
+ La printaniere fleur de mon aage doré.
+ Ma Muse rit desia, se voyant amiable
+ Dessoubs l'ombre d'vn tel Mecæne favorable,
+ Qui, fuyant le pavé des ruës, va les champs
+ Presser de ses talons: qui l'aage de son temps
+ Loing, loing hors l'emmuré d'vne Cité redouble,
+ Laissant des Citadins la peupuleuse trouble:
+ Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant
+ Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant,
+ Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire
+ Changer son libre estat pour vn plus grand Empire.
+ O trois fois bienheureux (a autre fois chanté
+ Horace et le Gascon Du Bartas renommé)
+ O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature
+ Fleurir parmy les champs en eternel verdure!
+ Le maniement joyeux d'vn verd sion enté
+ Le lustre passe d'vn royal sceptre emperlé,
+ Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage,
+ Les doux tirelirants Rossignols en ramage,
+ Surpassent l'orgueilleux couronnement royal,
+ Et le chant mesuré des Chantres musical.
+ Si tost que le Soleil va peindre de dix milles
+ Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles,
+ Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs
+ Aurore distiller les agreables pleurs,
+ Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire,
+ Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire,
+ Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter,
+ Le sueux Laboureur la terre cultiver,
+ Et richement semer la nouvelle semence,
+ Pour moissonner apres les fruicts en abondance.
+ Le chaleureux Esté (qui brusle tout vermeil)
+ Luy monstre les espics, la vertu du Soleil
+ Luy monstre le coral des cramoisins cerises,
+ Et l'Automne a couvert de mille friandises
+ Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin,
+ Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin.
+ Or estant de tous biens richement couronnée
+ Il sent desia en l'air les aisles de Borée.
+ He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en liberté
+ Parmy les champs feconds, en toute seureté,
+ De talonner les pas de nostres premiers Peres,
+ Loing, loing laissant à dos les passions severes,
+ Fuyant le bruict mondain l ô, doux et sainct repos!
+ Qui de cupiditez n'as point chargé le dos,
+ Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune,
+ Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune,
+ Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor,
+ Et ton bien souverain: qui pour argent ni or
+ Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles,
+ Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles,
+ Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti,
+ Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli.
+ Durant l'aage doré que nos premiers Ancestres
+ Faisoint profession des ouvrages champestres,
+ Astrée florissoit, et la terre à chascun
+ Estoit avec ses fruicts en partage commun,
+ Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage
+ D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage
+ N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez,
+ Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez,
+ Neptune n'eust le dos ni ses ondes salées
+ Chargées de cent vaisseaux, car du fruict des vallées
+ Chascun se contentoit, et vivoit à Cerès,
+ Laquelle abondamment leur provida assez.
+ O celeste labeur! qui dans ton front empraincte
+ Portez la saincte loy, la justice, et la craincte
+ Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux,
+ Noë, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux
+ Semble oreillier au son de sa harpe dorée,
+ Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briarée.
+ Combien d'années les Romains sont sagement
+ Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant
+ La terre ont cultivé, je laisse vn Tite Live
+ Historier dessus de Tyberique rive.
+ Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys,
+ Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx,
+ Qui ont abandonnez leur Couronne invincible,
+ Pour vivre bien contents parmy le champ paisible;
+ Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit,
+ Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit.
+ La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres,
+ Et qui diligemment ont feuilletté les livres
+ Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retiré,
+ Laissant arriere loing l'humaine vanité.
+ Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses
+ Se plaist d'entre le son des douces cornemuses
+ Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux
+ Lesquels tous-jours croissant vont menaçant les Cieux.
+ Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame
+ Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame
+ Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement
+ Accompaigne tous-jours ton hault entendement,
+ Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre
+ Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre
+ Presenter obstiné, qui ses derniers sanglots
+ Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots:
+ Souffrez que je despein icy la delivrance
+ Des enfans d'Israël, d'Abram juste semence,
+ Afin que par Zoyle au visage effronté
+ Les fleurs de mon printemps ne soyent violé.
+ C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle!
+ Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle
+ Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va,
+ Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina,
+ Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nuës,
+ Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornuës:
+ Recevez doncq ces vers, ces vers qu'à ton honneur
+ Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur.
+ De vostre Seigneurie le tres-affectionné
+ I. V. V.
+
+
+
+
+KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE:
+
+
+Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den
+berg Horeb of Sinaï, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels
+uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en
+verlosser over het Huis van Israël. Mozes ontschuldigt zich om zijne
+onbekwame tong, dies verzelt hem[22] de Heer met zijnen broeder, den
+schoontaligen en priesterlijken Aäron. Deze twee gebroeders, als
+gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan
+den koning Farao, met bevesting[23] van het eerste wonderteeken, hun
+slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het
+ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als
+door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebreën meerder als voor
+henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van
+zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten[24]. Doch
+de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot
+grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger,
+ruiters, paarden en wagenen, de Israëlieten achterhaalt aan het Roode
+meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het
+geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel
+eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een
+spiegel voor oogen stelt. De Israëlieten verlost loven (over hun
+triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen.
+Luistert toe, enz.
+
+
+
+BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL.
+
+ GOD DE HEERE
+
+ MOZES, AARON, KORACH, } De Oudsten der Hebreën.
+ JOZUA en KALEB }
+
+ FARAO, de Koning.
+
+ TIFUS, } Droom-bedieders en Toovenaars.
+ SERAX, }
+
+ ALBINUS, Veld-hoofdman met zijn Heir-leger.
+
+ De Rei der Egyptenaren.
+
+ De Rei der Israëlieten.
+
+ FAMA, of 't vliegende Gerucht.
+
+ KOOR, de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel.
+
+
+
+
+EERSTE DEEL.
+
+
+ MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt:
+
+ Weidt hier, mijn beestiaal[25]! weidt hier, mijn tierig vee!
+ Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee!
+ Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig,
+ 't Lacht hier doch altemaal, zoetrokig[26] en couleurig,
+ Nu wauwelt[27] zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt[28],
+ Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt:
+ Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder,
+ Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder,
+ De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd)
+ Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen[29], zwermt;
+ Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken,
+ Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken;
+ Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld,
+ Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt.
+ Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten!
+ Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten;
+ Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon,
+ Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon!
+ Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken,
+ Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken,
+ Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd[30],
+ Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt[31],
+ Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten,
+ Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten,
+ Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof,
+ Als al de lekkernij van 't koninklijke hof:
+ Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten[32],
+ 't Is wederom vermengd met zorgen en onrusten,
+ Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed,
+ En morgen toegerust met wapens dol en wreed,
+ Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen,
+ En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen[33],
+ Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard,
+ 't Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard.
+ Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen,
+ Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen.
+ Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad
+ Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat.
+ Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden,
+ En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen:
+ Abel en Abraham, Izak en Jakob mild[34]
+ Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild;
+ Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker,
+ Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker;
+ Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen,
+ Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen,
+ Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren,
+ Doch meer dwingt mij de nood als[35] hertelijk begeeren.
+ 't Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl[36]
+ Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl:
+ Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven,
+ En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven!
+ Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst,
+ Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst
+ Beteekent[37] t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd,
+ Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd:
+ Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt,
+ De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed;
+ De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen,
+ De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen,
+ Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla,
+ En elk Inwoonder hoort den Scepter even na,
+ D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden,
+ Zoo hoort 't Rijk op[38] te staan, om iegelijk te voeden:
+ Maar Israël, helaas! gaat op een dorre heid',
+ Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt,
+ D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren,
+ Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren:
+ De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,[39]
+ Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust:
+ Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel,
+ Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel,
+ De Israëlieten drukt: zijn wedersnijdig[40] staal
+ Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal,
+ En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel,
+ Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel.
+ Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf!
+ Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf:
+ En of zij schoon[41] met graan al Memfis' zolders vullen
+ Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen.
+ Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept!
+ Gij graaft om elke stad een grondelooze diept,
+ Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen
+ Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen,
+ En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg,
+ En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg,
+ Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert[42],
+ En 't manenzilver[43] met zijn gulden trots verduistert,
+ Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal,
+ En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al:
+ Noch razet[44] den tiran, Egypten leît[45] ten woesten,
+ En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten.
+ Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot
+ Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot
+ Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten
+ Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten
+ In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht
+ Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht,
+ Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide,
+ Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide,
+ Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman
+ Vervloekte ploeg, en zein[46], dorschvlegel, eg en wan,
+ Toen 't heele Ceresgild[47] schier niet dan stroo en stoppel
+ In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel:
+ Toen loech[48] elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld,
+ Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld,
+ Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen
+ Op iegelijken[49] wierp, en niemand heeft onttogen
+ De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein,
+ Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein[50].
+ O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren[51]
+ De wolven, die nu 't schaap van Israël verscheuren;
+ Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond,
+ Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond:
+ Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven,
+ En langen tijd met hun vóór onzen tijd begraven!
+ Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert.
+ Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd,
+ Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig
+ Beklijft, als[52] 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig,
+ Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen,
+ Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen:
+ Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije
+ t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije?
+ O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook
+ Van onz' altaren, als een liefelijken rook,
+ Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen
+ Zal u den wierook van ons heilige offeranden
+ Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds,
+ Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds,
+ Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen,
+ Die overheeren zal den trots van u vijanden;
+ Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht
+ De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht:
+ Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden,
+ Wascht ons weer in de borne[53] en vloed uwer genaden!
+ Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart,
+ Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart:
+ Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen,
+ Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen:
+ Wij zijn Dijn handen werk.....
+
+
+(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.)
+
+ MOZES.
+
+ Aanschouwt dat heerlijk licht!
+ Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht!
+ 't Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken[54] en te gloeyen,
+ Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen.
+ Ik wil mij derwaarts spoên.
+
+ GOD.
+
+ Zacht, Mozes! Mozes, beidt!
+
+ MOZES.
+
+ Hier ben ik.
+
+ GOD.
+
+ 't Is hier van mijn tegenwoordigheid
+ Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten,
+ Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten.
+ 't Bosch, dat hier branden schijnt[55], en niet en wordt verteerd,
+ Daarmede is Israël naakt af gefigureerd:
+ 't Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk
+ De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk,
+ En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud,
+ Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt,
+ Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen
+ Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen.
+ Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt,
+ Waarvoren zich[56].
+
+ MOZES.
+
+ Amy! waar zal ik vliên, in klippen of in kuilen?
+
+ GOD.
+
+ Ik was, Ik ben, Ik blijf.
+
+ MOZES.
+
+ Waar zal ik mij verschuilen?
+
+ GOD.
+
+ Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank,
+ En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank[57],
+ Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde,
+ Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde
+ Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk
+ Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk:
+ De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen,
+ Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen;
+ Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee
+ En groot heerleger met mijn vleugelen bespreê[58],
+ Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen,
+ Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open,
+ Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord,
+ Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord!
+ Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden,
+ Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden,
+ Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt
+ Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt!
+ Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig[59],
+ Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig;
+ In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan
+ Heur hoornen spieglen in de glazige[60] Jordaan;
+ Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven
+ Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven,
+ Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots,
+ Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods;
+ Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen,
+ En zag op 't altaar-plat alreê ten hemel stralen,
+ (Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed)
+ 't Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed;
+ Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente,
+ Alreê begraven had zijn vleesch en zijn gebeente;
+ Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht[61],
+ En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht;
+ Daar zijnen zoon Izak en Jakob, beî te gader,
+ Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader;
+ In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd
+ Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd.
+ Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen;
+ De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen.
+
+ MOZES.
+
+ Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak.
+
+ GOD.
+
+ Hij maakt u machtig, die[62] nooit sterkheid en ontbrak;
+ En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig,
+ Doet mij op dezen berg een offerande heilig
+ Van liefelijken reuk.
+
+ MOZES.
+
+ O God gebenedijd!
+ Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt
+ Die mij gezonden hebt?
+
+ GOD.
+
+ Jehova, God almachtig,
+ Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig:
+ Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt
+ Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet:
+ Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt
+ Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld;
+ Ik ben de Heere zelf.
+
+ MOZES.
+
+ De vonk van hun geloof
+ Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof.
+
+ GOD.
+
+ Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder;
+ Wat hebt gij in uw hand?
+
+ MOZES.
+
+ Een staf.
+
+ GOD.
+
+ Wel, werpt hem neder.
+
+ MOZES.
+
+ Wat kronkelt hier alreê? hier wemelt, krolt[63] en drilt
+ Een slange, die mij in de hielen bijten wilt[64]:
+ O Heere, staat mij bij!
+
+ GOD.
+
+ Wel, grijpt den krommen worme.
+
+ MOZES.
+
+ Dit 's mijnen zelfden staf, weêr in zijn eerste vorme:
+ O, Heere wonderbaar!
+
+ GOD.
+
+ Opdat u niets ontbreekt,
+ Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt,
+ En trekt ze weder uit.
+
+ MOZES.
+
+ Mijn hand is stijf en kromme,
+ Melaatsch, gelijk de sneeuw.
+
+ GOD.
+
+ Wel, drukt nu weder omme
+ Uw ongeloovig hart.
+
+ MOZES.
+
+ Ze is zuiver, rein en klaar.
+
+ GOD.
+
+ Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar,
+ Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert[65],
+ 't Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd.
+
+ MOZES.
+
+ Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam,
+ Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam;
+ Kiest elders een gezant.
+
+ GOD.
+
+ Zal mij dan iets ontbreken?
+ Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken,
+ Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt[66],
+ En al wat in 't begrijp[67] van nat of drooge krielt,
+ 't Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret,
+ En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret,
+ 't Viervoetig veldsch[68] gediert', 't geboomte, dat gekromd
+ Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt:
+ Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore
+ Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore?
+ Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald,
+ Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt;
+ Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig?
+ Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig;
+ En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet
+ Om uw hardnekkigheid;--wat dunkt u, kan ik niet
+ Gebruiken nevens u, voor Israël en Faron,
+ De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron?
+
+ MOZES.
+
+ Of[69] Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot?
+
+ GOD.
+
+ Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God
+ Zijt gij van mij gezalfd.
+
+ MOZES.
+
+ En blijft hij onbewogen?
+
+ GOD.
+
+ Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen;
+ Mijn pijlen hangen reê gescherpt in mijnen tros[70],
+ En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los.
+
+ MOZES.
+
+ En of mijn haters mij nog in Egypte vonden?
+
+ GOD.
+ De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden:
+ Dus spoedt u.
+
+ MOZES.
+
+ Op uw woord zal ik mij henenspoên,
+ Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen,
+ Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen,
+ Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen,
+ Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd[71]:
+ Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd?
+
+
+ KORACH, JOZUA, EN KALEB.
+
+ KORACH.
+
+ Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen?
+ Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen?
+ Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud,
+ Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd?
+ Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen
+ Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen?
+ Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild
+ Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt[72]?
+ Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig?
+ Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig?
+ O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond
+ En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond
+ Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken:
+ Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken?
+ Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen,
+ Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen,
+ Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk,
+ Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk,
+ Afgodisch aangebeèn, noch zichtbaar beeldtenis;
+ In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis
+ Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen.
+ Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen;
+ Wij hebben[73] nimmermeer voor Isis onbezield,
+ De Egypter afgodin, devotelijk geknield;
+ Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid
+ Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid.
+ Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos,
+ Gij kent onz' zwakheid teêr, en onz' nature broos,
+ Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen,
+ Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen;
+ Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt,
+ Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'.
+ Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit[74],
+ Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid[74],
+ Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet,
+ Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet!
+ Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen
+ Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen,
+ Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit,
+ Die van den witten[75] dag den draaiboom open sluit,
+ Met dat zij hare vlucht[76] gaat in den wagen spannen,
+ Zoo spant terstond in 't juk de Israëlietsche mannen
+ De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep[77],
+ Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep,
+ Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten,
+ Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten.
+ Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid,
+ Ons wordt naauw spijze en drank om[78] leven bij geleid.
+ Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten,
+ Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten:
+ Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt[79],
+ En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd:
+ Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig,
+ Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig,
+ Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog,
+ Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat[81] oog!
+ 't Is onbestendig al: het planten en het zaayen
+ Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen,
+ Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om,
+ Nu scheert men weêr de vrucht met eene zeisen krom,
+ Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig,
+ Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig[82],
+ Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs,
+ De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs;
+ Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij neêr in 't Westen,
+ Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten,
+ De mane die heur[83] nu in volle rondte stelt,
+ En weder heuren glans en zilverschijn versmelt;
+ Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen,
+ Met de elementen steeds veranderen en keeren:
+ Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool,
+ Die staâg uit een klimaat blijft pinken[84] als een kool.
+ Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme
+ Door wispelturigheid?
+
+ JOZUA.
+
+ Neen, God, als een kolomme
+ En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond.
+
+ KORACH.
+
+ Is hij 't niet die hem[83] aan onz' vaderen verbond?
+
+ JOZUA.
+
+ Door onz' misdaden is dit zegel weêr gebroken.
+
+ KORACH.
+
+ Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken,
+ Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid,
+ Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegezeîd,
+ Noch geen Egypteland, maar Kanaän vruchtbarig,
+ Noch geen gehoornden[85] Nijl, maar een Jordane barig[86].
+
+ KALEB.
+
+ Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld.
+
+ KORACH.
+
+ En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld?
+
+ KALEB.
+
+ Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen.
+
+ KORACH.
+
+ Wat heugenis[87] is 't ons, als onze tijd gaat springen[88]?
+
+ KALEB.
+
+ Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft.
+
+ KORACH.
+
+ Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft?
+
+ JOZUA.
+
+ God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden.
+
+ KORACH.
+
+ Waaruit bewijst gij dat?
+
+ JOZUA.
+
+ God bindt hem[83] aan geen kwaden.
+
+ KORACH.
+
+ Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard?
+
+ JOZUA.
+
+ 't Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart,
+ In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden,
+ In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden:
+ Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult
+ Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld:
+ Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen,
+ De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen
+ Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt,
+ Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt,
+ Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren,
+ Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren.
+
+ KORACH.
+
+ Wat staat ons dan te doen?
+
+ JOZUA.
+
+ Tot boete zijn bereid
+ Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid,
+ Misschien (wij mogen[89] toch zijn wijsheid niet begrijpen),
+ Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen
+ De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd;
+ God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft
+ Weet hij te voren wel.
+
+ KORACH.
+
+ Behoudens uw propoosten[90],
+ Beproeving, schijnt[91] nochtans, den mensche leidt ten boosten.
+
+ JOZUA.
+
+ O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd[92],
+ Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd;
+ Dat hij ons van hem[93] werpt geschiedt maar uit ontfermen;
+ Om vaderlijken[94] ons te omhelzen met zijn armen:
+ Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch
+ Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch.
+
+ KORACH.
+
+ En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze?
+
+ JOZUA.
+
+ De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze
+ Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis
+ Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is:
+ De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven
+ Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven,
+ En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot,
+ Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God:
+ Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig,
+ Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig;
+ Gelijk ons teêre lijf, ellendig, naakt en bloot,
+ 't Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood;
+ Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen,
+ Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden,
+ Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft,
+ En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft:
+ En of ons lichaam schoon[95] in allerlei wellusten
+ En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten
+ Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth?
+ Wat baatten[96] ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot
+ En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven?
+ 't Wordt hier toch al op 't lest geëindigd met een sterven:
+ Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt,
+ Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt
+ Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten,
+ Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten
+ Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest
+ Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest.
+
+ KORACH.
+
+ Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig,
+
+ KALEB.
+
+ God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig.
+
+ KORACH.
+
+ Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis.
+
+ JOZUA.
+
+ Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis.
+
+ KORACH.
+
+ Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen?
+
+ JOZUA.
+
+ Hij heeft een geesel nog, waarmeê hij na der zielen[97]
+ Den mensche harder straft, een onverganklijk wee;
+ Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne scheê.
+ Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren
+ Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren;
+ Dus laat ons deze roê, waarmede hij ons driegt[98],
+ Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt:
+ Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen,
+ Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen,
+ Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand[99]
+ Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand,
+ Zij bleven onbeweegd[100], al zagen zij voor oogen
+ Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen,
+ Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg,
+ En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg;
+ Toen heeft God opgesteld[101] zijn groote waterspuyen[101],
+ En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen,
+ De meeren liepen t' zaâm, met alle stroomen droef,
+ Tot eindelijk een zee den aardenkloot[102] begroef.
+
+ KALEB.
+
+ Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten
+ Van die van Gomorra en stoute Sodomieten,
+ Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook,
+ Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook.
+
+ JOZUA.
+
+ Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken
+ Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken[103]:
+ Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur[104]
+ D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur.
+
+ KORACH.
+
+ 't Is al vergeefs gehoopt.
+
+ JOZUA.
+
+ Vertwijfelt niet in hopen.
+
+ KORACH.
+
+ Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open.
+
+ KALEB.
+
+ Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort,
+ Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort:
+ Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen
+ Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden
+ Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam
+ Tot eenig instrument den ouden Abraham,
+ Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken,
+ Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken:
+ Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan,
+ Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan,
+ Zijn vijanden aangreep, die alreê met versagen
+ De grootste kapitein had in de vlucht geslagen;
+ Wie niet ontvlieden mocht[105], viel in zijn eigen zwaard.
+ Aldus verloste d' een' den andren broeder waard,
+ Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel;
+ Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel.
+
+ KORACH.
+
+ Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar.
+
+ JOZUA.
+
+ Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar;
+ De Heere Zebaoth mocht[105] wel Loths kommer stelpen,
+ Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen.
+
+ KORACH.
+
+ Waarom en deed hij 't niet?
+
+ JOZUA.
+
+ Maar[106], vraagt gij den waarom?
+ Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om:
+ Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren,
+ Heeft haren tijd bestemd[107], haar dagen en haar uren:
+ Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait,
+ Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait:
+ God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen,
+ Den akker van ons hart komt door Farao ploegen,
+ Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel,
+ Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden eêl;
+ Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker,
+ En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker;
+ Als nu de troebel zon van boven uit de locht
+ Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht
+ Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen,
+ Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen,
+ Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost,
+ Gelijk de landman, die op hope van den oogst
+ Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten:
+ Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten
+
+ KORACH.
+
+ Gij keeret[108] al in 't best.
+
+ JOZUA.
+
+ Geeft gij ons geen geloof,
+ Zoo proevet[108] bij u zelv', en achtet geenen roof
+ Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven,
+ Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven:
+ Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd,
+ Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt[109].
+
+ KORACH.
+
+ Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten
+ Ons te verdelgen heel.
+
+ KALEB.
+
+ Gelijk als aan een keten
+ De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert
+ Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd
+ 't Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen
+ Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen;
+ Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt,
+ Die door veel middelen voorzieniglijken werkt:
+ Den prins van Sinear, den[110] Nemrot, dacht tirannig
+ Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig
+ Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert
+ Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'[111],
+ En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer[112]
+ Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer;
+ Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek.
+ God leidt de koningen gelijk een waterbeek:
+ Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken[113],
+ Hij heerschet[114] t' zamen door zijn wijselijk beschikken
+ God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt,
+ 't Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt!
+ Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken,
+ En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken
+ Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal
+ Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal
+ Des Goddelijken wils niet even op en wegen.
+
+ KORACH.
+
+ Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen.
+
+ KALEB.
+
+ Waarom?
+
+ KORACH.
+
+ Het goddeloos bestuur van een tiran
+ (Na uitwijs van uw reên), daar is God oorzaak van.
+
+ KALEB.
+
+ Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen,
+ Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen[115].
+ Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet,
+ Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt:
+ 't Leed daar ons Farao met[116] pijnigt ongerichtig
+ (Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig),
+ Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed[117]
+ Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet,
+ Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig,
+ Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig[118].
+
+ KORACH.
+
+ Gij zegt nochtans--
+
+
+ MOZES en AARON.
+
+ MOZES.
+
+ Ontluikt, gelijk een lustdal schoon,
+ Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon;
+
+ AARON.
+
+ Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten
+ De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten,
+ Gij die verlaten scheent.
+
+ KORACH.
+
+ Wie of met vrolijkheid
+ Ons ongewoon begroet?
+
+ KALEB.
+
+ 't Zijn Amrans zonen beid'.
+
+ JOZUA.
+
+ o Broeders, wellekom!
+
+ MOZES.
+
+ Uw voorhoofd wilt vervrooyen[119].
+
+ KORACH.
+
+ Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen?
+
+ MOZES.
+
+ Verheft uw droef gelaat, o Israël! en steekt
+ Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt,
+ De Heer die is met u, die alle uw ellenden
+ En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden:
+ De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf,
+ Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf,
+ Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid.
+
+ KORACH.
+
+ Ik denk 't is eenen droom.
+
+ MOZES.
+
+ Neen, broeders! in der waarheid;
+ Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd'
+ Met deez' gedoornde mik[120], mijn herderlijke stut[121],
+ Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig[122] vuur omranden,
+ 't Welk heel verteeren[123] scheen en t' zamen te verbranden:
+ Maar even vrolijk loech[124] blaên, bloemen, kruid en loof:
+ Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof,
+ De donder van een stem, o wonderlijk spektakel!
+ Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel,
+ Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt,
+ Daarmede is Israël naar 't leven afgebeeld,
+ Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken;
+ Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken[125].
+ Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut[126],
+ Driemalen heeft de berg zich bevende verschud:
+ En als ik niet en wist waar henen te vervluchten,
+ Met een borstkloppig[127] hart, en met een zwaar verzuchten,
+ En schier van vreeze lag begraven in het gras,
+ Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was:
+ De God JEHOVA zelf, de God van onzen vader,
+ De Schepper van het al, alleen des levens ader,
+ De Herder Israëls, die in 't beloofde land
+ Ons nu vervoeren wil uit Faraonis[128] hand,
+ Uit al onz' slavernij.
+
+ KORACH.
+
+ En deed hij u geen teeken
+ Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken,
+ Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd[129]
+ Die onder Farao dus lange zijn gekruist[130]?
+
+ MOZES.
+
+ Ja, haddy[131] 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange
+ Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange,
+ Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn,
+ En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn
+ Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen;
+ Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen,
+ Azurig luisterde[132] haar vel, en in mijn oog
+ Geleek[133] de slang die onz' voorouderen bedroog
+ In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde[134],
+ De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde[134]:
+ Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet[135],
+ Was 't weêr dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet:
+ 't En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen
+ Mijn hand met lazerij, en heeft ze weêr genezen,
+ En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein
+ Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein:
+ Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig,
+ U en Farao maar een sterk geloove krachtig
+ En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed[136],
+ Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet,
+ Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning,
+ Te spreken nevens mij voor Farao, den koning,
+ En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd
+ Van zijn verkoren volk.
+
+ KALEB.
+
+ De Heere zij geloofd,
+ Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen,
+ En in 't beloofde land bedelven[137] eens onze asschen
+ In ons voorvaders graf.
+
+ JOZUA.
+
+ Den Heer zij lof en prijs!
+
+ KORACH.
+
+ Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs,
+ De wreede Farao zal ons niet meer verheeren,
+ De stamme Juda nu aanvanget te regeeren:
+ Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat!
+ Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad,
+ Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger,
+ Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger
+ In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt,
+ Daar ik in mijnen slaap zoo dik[138] van heb gedroomd:
+ Ach, lang gewenschte vreugd!
+
+ KALEB.
+
+ Ach, heugelijke tijding!
+ Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding.
+
+ JOZUA.
+
+ En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd,
+ Als gij dit hooren zult.
+
+ KORACH.
+
+ Hoe zal dan met geneugt
+ De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken,
+ Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken.
+
+ MOZES.
+
+ Gaat, boodschapt den Hebreên hun uitkomst; want in 't hof
+ Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof.
+
+ KORACH.
+
+ En zoo hij 't u ontzegt?
+
+ AARON.
+
+ 't En mag hem geenszins baten:
+ Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten.
+ (_Binnen_.)
+
+
+
+ _KOOR._
+
+ Als de zee vast ongestuimig
+ Stormt, en werpt haar baren schuimig
+ Naar den hemel al verbaasd,
+ Als de schipper hoort de buyen
+ Van den Noord-wind 't strand doorluyen,
+ Is de stilte eerst allernaast.
+
+ Zoo ook God, wanneer hij droeve
+ Stelt in 't hardste van zijn proeve
+ 't Mensch'lijk schepsel t' eenemaal,
+ Is zijn gunste zoo veel nader,
+ En, gelijk een goedig Vader,
+ Zoo verzacht hij al hun kwaal.
+
+ Na zijn toornigheid ontsteken[139],
+ Zal hij weêr zijn pijlen breken,
+ En na zijn kastijding schier[140],
+ Na zijn straffinge weldadig
+ Werpt hij wederom genadig
+ Al zijn roeden in het vier.
+
+ Want in droefheid en ellenden
+ Zal de mensch tot God zich wenden:
+ Maar in weelde en voorspoed zat
+ Zal hij wederom vergeten
+ 's Heeren goedheid ongemeten,
+ Wijkende van zijnen pad.
+
+ Dat ons God dan proeft ten lesten,
+ Dienet al tot onzen besten,
+ Of men 't schoon zoo niet begrijpt:
+ Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen,
+ Och! men moet hem wel besnoeyen,
+ Eer zijn gulden vruchte rijpt.
+
+ Na een bitter sause scheele[141],
+ Zal de honig onze keele
+ Smaken zoeter en belust,
+ En na 't lang gedurig slaven
+ Ligt de moede zacht begraven
+ In den schoot van stille rust.
+
+ Die den[142] Hemel meest beminnet,
+ Dien hij allerliefst bezinnet,
+ Meest van droefheid werd bespoeld[143]:
+ 't Moedig paard, dat in den stalle
+ Is uitmuntig boven alle,
+ Meest zijns heeren sporen voelt.
+
+ Is 't dan vreemd, dat God de Joden,
+ In de tranen van veel nooden,
+ Heeft gewasschen rein en klaar:
+ Nu de tijd ook is verschenen,
+ Keert in blijdschap al hun weenen,
+ Nu is hunnen trooster daar.
+
+ Want God voor veel jaren Mozen[144],
+ Amrams zone, heeft verkozen
+ Tot een trooster Israëls:
+ Ziet eens, hoe hij hem omermde,
+ Hem omhelsde en beschermde,
+ Voor Farao's gramschap hels[145].
+
+ Toen de afgunstigheid de zonen
+ Jakobs, zonder te verschoonen,
+ Zwaard en water overgaf;
+ Toen het moederlijke herte
+ Jochebeds zag, met veel smerte,
+ Mozes wieg aan voor zijn graf;
+
+ Toen de moeder heurs zoons leven
+ Moest de baren overgeven,
+ Als zij had heur kind gekust;
+ Toen de moederlijke zorgen
+ Lagen, met heur kind, geborgen
+ In het kistjen ongerust.
+
+ Toen zij moest heur zelf verliezen,
+ Van twee kwaden 't beste kiezen,
+ Met een droef adieu, te noô[146],
+ Riep: "ik hope in deze golven
+ Meer meêdoogen is gedolven
+ Als in 's konings herte snoô!"
+
+ God, hoe langs hoe goedertierder,
+ Van dit scheepken was de Stierder
+ Zelf, met eenen Wester wind,
+ Die het blies hoe langs hoe lochter[147],
+ In den schoot van 's konings dochter,
+ Voor een Engel en geen kind.
+
+ 't Kind, dat zag men weder dorsten
+ Naar zijn eigen moeders borsten,
+ 't Wies in alle schoonheid op;
+ In zijn voorhoofd stond geletterd,
+ Hoe 't den Farao verpletterd
+ Nog vertreden zou den kop.
+
+ 't Groeide op in manlijkheden[148],
+ En, van harte heel besneden
+ Voor des hofs wellusten, hij
+ Koos in ballingschap te zwermen,
+ En den Hebree te beschermen
+ In zijn droeve slavernij.
+
+ Als hij hierom moest vervluchten,
+ En in Midians gehuchten,
+ Weiden 't herderlijke vee:
+ Als de tijd nu was voor handen,
+ Dat de Heer zijn offeranden
+ Eischen zou van den Hebree;
+
+ Zoo verschijnt hem van den Hemel,
+ Bij Sinaï, 't lichtgeschemel[149]
+ Van des Heeren heerlijkheid;
+ God laat hem zijn stemme hooren,
+ Op dat hij zijn uitverkoren
+ In het land Kanaan leidt.
+
+ Op dat zij daar, zonder smetten,
+ Onderhouden zijne wetten,
+ En hem lieflijk met wyrook
+ Eenen zoeten reuk toebrengen,
+ En met bokkenbloed besprengen
+ Zijn altaren met gesmook[150];
+
+ Op dat dankbaar, onverholen
+ (Wijder als tusschen de polen,
+ 't Hemellicht den nacht beschaamt)
+ Al zijn groote wonderdaden,
+ En zijn goedheid vol genaden
+ Over al mocht zijn befaamd.
+
+ Dat de mensche[151] steeds mocht haken,
+ Om hier boven te geraken
+ Daar 't hem alles looft en prijst.--
+ Acht het aardsch dan veel geringer
+ Dan het Hemelsch, daar de vinger
+ Van zijn zoete wet op wijst.
+
+
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+
+ FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders
+ en toovenaars,
+
+ FARAO.
+
+ De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?)
+ Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen,
+ Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft
+ De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft,
+ De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt[152],
+ En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt.
+ Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal
+ 's Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.[153]
+ De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken[154]
+ In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken
+ Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit
+ Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid
+ Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten,
+ Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten;
+ Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom,
+ Zijn zorgen werden ijl[155] verkeerd in eenen droom.
+ Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen
+ Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen,
+ In volle wapening en rusting t' eenemaal,
+ Gelijk wanneer de Moor ontziet[156] mijn bloedig staal.
+ De hemel was gevaagd[157] blaauw, helder, en azurig,
+ En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig,
+ Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch;
+ Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch,
+ De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden[158]
+ Voor 't windelooze weêr een zeil uitspannen wilden,
+ 't Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor,
+ En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor,
+ Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen,
+ Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen[159],
+ De sture Boreas begon fluks uit de zee
+ 't Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree,
+ De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken,
+ En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken;
+ Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag,
+ Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag,
+ Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch[160] geflikker
+ Jupijn van boven wierp, met eiselijk[161] geklikker,
+ De donder dreunde met een dommelig geklak,
+ Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak,
+ Die met zijn gaffel[162] scheen den hemel te beklemmen,
+ En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen;
+ De Tritons trompten[163] op hun groote waterschulp,
+ Dat ieder Palinuur[164] de Goden riep om hulp,
+ De schepen stegen op genade naar de polen
+ En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen.
+ De paarden zagen nu ook d' onweêrs stormen leep[165],
+ De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep,
+ Zij vlogen even dol een langdurige wijle,
+ Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle;
+ Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom
+ Schoof op vier raders de beslagen disselboom;
+ Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte,
+ Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte:
+ Wat 's konings koetser[167] of luide riep,
+ De redelooze vlucht al even zwijmig liep,
+ Nu bin[168] nu buiten spoor, al zonder weg te peilen[169];
+ Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen.
+ Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet
+ Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet
+ Weêrhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen
+ Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen:
+ Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog,
+ Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog,
+ Tot door het storm geblaas een krokodille strandden[170],
+ De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen,
+ Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf
+ Kubieten[171], oversterk gewapend op het lijf
+ Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen,
+ Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen,
+ Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam
+ Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam,
+ Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden[172] vervolgen,
+ De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen,
+ Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel,
+ Tot dat een holligheid den wagen wederhiel,
+ Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten,
+ En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte,
+ Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht,
+ Met mij stak op het strand de beenen in de locht!
+ Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden,
+ Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden.
+ De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt,
+ En met zijn Iden[173] als een schaduwe vervliegt);
+ Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten,
+ Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten,
+ En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook
+ Is voor mijn slaaps gezicht verswenen[174] als de rook:
+ De pyramiden van de koninklijke graven
+ Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven
+ 't Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf!
+ Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf;
+ De grootste zerken van de tomben zijn gereten,
+ En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten,
+ Isidis[175] heilig beeld, tot voorspel van ons leed,
+ Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet[176],
+ Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen!
+ Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander[177] volgen:
+ Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart.
+
+ TIFUS.
+
+ De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard.
+
+ SERAX.
+
+ De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen.
+
+ FARAO.
+
+ Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen?
+
+ TIFUS.
+
+ Gansch niet[178], grootmogend vorst!
+
+ FARAO.
+
+ Nochtans de droom bediedt
+ En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt.
+
+ TIFUS.
+
+ Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden,
+ En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden;
+ Ten anderen profeetsch voorloopers, diens[179] gebaar
+ De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar;
+ Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen,
+ Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen:
+ Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis,
+ Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is,
+ Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen.
+
+ SERAX.
+
+ Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen,
+ Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd,
+ En acht[180] wij werden[181] van de Goden dus gedreigd,
+ Omdat wij zuimig[182] zijn, en werden[181] langs[183] hoe sloffer
+ In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer,
+ Om de andre Goden straf t' ontslaan[184] en maken kwijt
+ Op den altaren, die den priesters toegewijd,
+ Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken,
+ Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken,
+ Opdat de Hemel (die ons dreigen[185] schijnt met wee)
+ Zijn staal mog wederom bekleeden metter scheê,
+ En de offeranden als een zoeten reuk ontvange,
+ Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen
+ Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning weêr[186]
+ Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer
+ Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren[187],
+ Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren;
+ Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht
+ Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht[188]
+ Werd op den ouden voet--
+
+
+ MOZES en AARON tot FARAO.
+
+ MOZES.
+
+ Groot koning van de stranden
+ Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen
+ Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft,
+ Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd,
+ Heeft ons gezonden hier.
+
+ FARAO.
+
+ Wiens scepter of wiens kroon is
+ Ontzienelijker[189] als den rijksstaf Faraonis?
+
+ MOZES.
+
+ 't Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth.
+
+ FARAO.
+
+ Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God?
+ Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten?
+
+ AARON.
+
+ Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten,
+ Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout[190] pilaart.
+
+ FARAO.
+
+ Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard.
+
+ AARON.
+
+ Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen.
+
+ FARAO.
+
+ Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen.
+
+ AARON.
+
+ Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht.
+
+ FARAO.
+
+ De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht.
+
+ AARON.
+
+ Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten.
+
+ FARAO.
+
+ Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen:
+ Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert!
+
+ AARON.
+
+ De God van Abraham op Farao begeert,
+ Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten
+ Egypti[191] trekken laat de slaafsche Israëlieten,
+ Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij
+ Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij;
+ Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;--
+ Dus oorlooft[192] nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken.
+
+ FARAO.
+
+ Genade, o Jupiter[193]! Wie zijt gij die zoo licht
+ Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht?
+ Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel
+ Saturni[194], dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel:
+ Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij,
+ Dwingvolk[195], kroondrager van de grootste heerschappij!
+ Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven,
+ Gij hebt uw eigen roê mij in de hand gegeven:
+ Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt,
+ Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt,
+ Het lastig juk verzwaard, de hals hem òverwogen,[196]
+ En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen,
+ De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort;
+ Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt,
+ En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden,
+ Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden:
+ 't Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont,
+ Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont';
+ De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten,
+ Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten;
+ Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt,
+ Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld,
+ Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen
+ Te noô laat zijnen heer weêr op den zadel klemmen[197],
+ Het steigert en het briescht, van weelden ongezond;
+ Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond,
+ 't Is best, dat men u weêr deez' ziekte doet uitzweeten,
+ En voor een vette sop[198] geeft slagen voor uw eten:
+ Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft,
+ Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft[199].
+
+ AARON.
+
+ Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken[200],
+ Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken;
+ Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd,
+ Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert,
+ Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken
+ Niet eene pluim[201] en weegt, gelooft ons bij dit teeken,
+ En looft Israëls God, die u 't geloof versterkt,
+ En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt:
+ Geloofdy[202] 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren,
+ Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren,
+ De visch versterven zal in der rivieren stank,
+ Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk.
+
+ SERAX.
+
+ En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave[203],
+ Om dat hij in een slang verandert uwen stave?
+ Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche[204], loopt,
+ En uwe kramerij al elders duur verkoopt,
+ Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen!
+
+ TIFUS.
+
+ Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen?
+ Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost?
+ Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst[205]:
+ En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig,
+ Wij zullen 't water ook couleuren[206] gelijkvormig.
+
+ AARON.
+
+ Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt,
+ Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt,
+ Uw goochelkunst en is maar forma en figure,
+ En 't mijne lijfelijk verandert van nature:
+ Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis
+ Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is:
+ Schort[207] dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren,
+ Die weder dezen staf maakt als hij was te voren.
+
+ FARAO.
+
+ Waar toe dit lang sermoen? preêkt elders al uw best,
+ En Faraonis eer niet door eens anders kwetst:
+ Gaat, boodschapt den Hebreên: mijn hand is veel geringer
+ Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger.
+ Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht,
+ Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht:
+ Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden,
+ En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden
+ Tot eenen offerand. De koning is verleid,
+ Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid
+ Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren[208],
+ Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren,
+ En stellen 't rijk in roer[209], en roepen: "tza, wel aan!
+ Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan,
+ Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten?
+ Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"[210].
+
+ MOZES.
+
+ Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra
+ Volgt u alreê, gelijk de schaduw 't lichaam, na,
+ Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen,
+ Afgrijselijk men ziet de slinksche[211] bliksems treffen:
+ Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt!
+ Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt,
+ T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen
+ Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen
+ Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred
+ Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet
+ Haalt fluks de zeilen in! gij moogt[212] hem niet ontslippen:
+ Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen
+ Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt,
+ In 't allerhelschte[213] diep, in 't donkerste gekuilt,
+ Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken,
+ Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken[214],
+ Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd[215]
+ Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd
+ Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen[216]
+ En na het lichaam u zal treden op de hielen
+ Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf,
+ Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf
+ Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning
+ Uw troetelende[217] macht, die steeds den hoogsten Koning
+ Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid
+ Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit
+ Met een vermomd gelaat.
+
+ FARAO.
+
+ Waar toe dees lange rollen?
+
+ SERAX.
+
+ Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen[218].
+
+ TIFUS.
+
+ Wat werpt ons Pluto[219] op?
+
+ AARON.
+
+ Volgt tijdelijk den raad
+ Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat
+ Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade
+ De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade!
+
+ FARAO.
+
+ Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt,
+ En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!--
+ Past[220] fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen,
+ Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen;
+ Hij heeft zijn planten[221] zwaar op 't aardrijk neêr gezet,
+ Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet:
+ Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden:
+ Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden.
+ Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw
+ Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw;
+ De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer,
+ En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer:
+ Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand
+ Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand;
+ Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven
+ Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven:
+ En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd,
+ Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft.
+ (_Binnen_.)
+
+ MOZES.
+
+ Zijn hart is onbeweegd veel grooter[222] dan de rotsen.
+
+ AARON.
+
+ Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen?
+
+ MOZES.
+
+ 't Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop.
+
+ AARON.
+
+ Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop.
+
+ MOZES.
+
+ Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig[223] baffen.
+
+ AARON.
+
+ Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen.
+ _Binnen_.
+
+
+ _KOOR._
+
+ Steenen Farao! wilt zwichten,
+ Want zijn schichten
+ Haalt de Hemel uit den tros[224]:
+ Pyramiden! wacht uw spitsen
+ Voor zijn flitsen:
+ O, daar gaan zijn pijlen los!
+
+ Nylus schreit nu, al bedolven
+ In zijn golven,
+ Om de vis, die in zijn kruik
+ Sterft, om dat de waterbaren
+ Aldus varen
+ Bloedig over zijn parruik[225].
+
+ Vorschen, luizen, wormen krielen,
+ Waar zijn hielen
+ Den Egyptenaar verzet:
+ Heptanomis[226] groot geweste
+ Ook met peste
+ Doodelijken is besmet.
+
+ 't Vluchtig vogeltjen, met ijlen,
+ Van haar pijlen
+ Onverziens werd achterhaald,
+ Dat zijn vleugels aan de sterren
+ Uit ging sperren,
+ In de baren nederdaalt.
+
+ 't Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten,
+ En de geiten
+ Vallen voor den herderstok;
+ Waar de bouwer ploegt al wakker,
+ Ziet hij 't akker-
+ Vee begraven onder 't jok.
+
+ Nu drukt hun de hand des Heeren
+ Weêr met zeeren,
+ Met onreinig puist gedoornt[227],
+ Menschen ende beesten woelen,
+ En bevoelen
+ 's Hemels grimmigheid vertoornd.
+
+ Nu drukt hun den æther vierig,
+ Al wraakgierig,
+ Met zijn kromme bliksems rood;
+ Nu laat hij Egypte vallen
+ Van kristallen
+ Een diluvie[228] in den schoot.
+
+ Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig,
+ Met een ijzig[229]
+ Donders dommelig geklak;
+ Nu jaagt God met hagels ronden,
+ Om hun zonden,
+ Al d' Egypt'naars onder 't dak.
+
+ De Eik en schijnet nu de elzen
+ Niet t' omhelzen,
+ De Aarde, droef en onbesproed[230],
+ Mist haar ranken en haar noppen,
+ Mist haar knoppen,
+ En haar groen geschilderd kleed.
+
+ Nu beschaduwt hij hun banen
+ Met sprinkhanen,
+ Die voorts rooven t' eenegaâr[231]
+ Al de vruchten, die zij zaaiden
+ En afmaaiden,
+ In den schoot van 't ronde jaar.
+
+ Nu houdt Febus[232] zich gescholen
+ In de polen,
+ En vertrekt[233] zijn blonde hoofd;
+ 't Licht van zijnen gulden wagen
+ Hij drie dagen
+ Hunnen horizon berooft.
+
+ Noch blijft deze koning trotse,
+ Als een rotse,
+ Die geen golven en ontziet,
+ Als een klippe die gedurig
+ Klieft azurig
+ 't Schuimsel van Neptunus' spriet.
+
+ Want God in zijn stoutheid kriegel,
+ Tot elks spiegel,
+ Heeft verstokt zijn steenig hart;
+ Niet, om met een welbehagen
+ Hem te jagen
+ In 's doods strikken al verward;
+
+ Maar om straffen zijn voorleden
+ Godd'loosheden,
+ En om Israël bekwaam
+ Stof te geven, om te zingen
+ Zonderlingen
+ De Eer van zijnen heil'gen naam.
+
+
+
+
+DERDE DEEL.
+
+
+ FARAO, de koning.
+
+ Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig;
+ Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem,
+ Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem,
+ Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert,
+ En een beperlden staf, die heerelijker luistert[234],
+ Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt,
+ Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt:
+ 't Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden,
+ Die onze zetels doet verschrikken[235] voor zijn treden,
+ Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch,
+ Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg,
+ Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone;
+ De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone;
+ Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt,
+ En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt[236].
+ Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet
+ Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet,
+ Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit,
+ Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit.
+ Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken?
+ Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken
+ Op mijne globe[237] zie? Wat baat dat ik alleen
+ Maak een triumfe van hoovaardige trofeên?
+ Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren
+ Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren?
+ Of dat de Arabier of Moore martiaal[238]
+ Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal?
+ Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen),
+ Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen?
+ Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en geëerd,
+ Als deze groote Mars nog boven mij regeert?
+ O Delta[239], Delta schoon! die met uw graf pilaren,
+ Met uw Mausolen[240] schijnt de uitbreidselen te nâren[241],
+ Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet
+ Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet:
+ Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen
+ Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen
+ Gij een bosschazië maakt van lansen uitgespeerd[242],
+ Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert?
+ Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven
+ De teekens van uw deugd en vromigheid verheven?
+ Wat baat, of uwen prins met slavernije strang
+ Zoo vele volken drukt? of dat den[243] Ondergang
+ Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten,
+ Of met zijn kroone mij de Middag[244] komt begroeten?
+ Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm,
+ Tot eenen chaos kruipt weêr in zijn ouden vorm.
+ Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel[245]
+ Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel
+ In 't sterfelijk begrijp[246], en laat den Hemel staan,
+ Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan!
+ Geen koning is hier toch, die om de beste kanse
+ Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance:
+ Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop
+ Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop;
+ En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen,
+ Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen:
+ Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt,
+ Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild;
+ En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede,
+ Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede.
+ Of gij al schoon d' Hebreên, die mijne scepter drukt,
+ Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt
+ 't Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen,
+ Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen?
+ Zij raken elders licht in dieper slavernij,
+ Of onder een gebied van strenger heerschappij.
+ Gansch Lybiën is woest, daar Atlas stijgt om hooge.
+ En 't ingezeten volk geneert[247] zich met den boge,
+ En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild,
+ Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt[248].
+ Gaan zij zich bij den Moor of Etiopiër voegen,
+ Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen;
+ Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet,
+ De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet.
+ De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten.
+ Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte[249] Scyten;
+ Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan
+ En zal de Filistijn ook geen Hebreên ontvaân.
+ Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken)
+ Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken,
+ Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt.
+ En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt.
+ Noch daar de Assyriër der koninklijker[250] staten
+ Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten,
+ Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft,
+ Of de ingezeten is der vreemden overhoofd.
+ Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning,
+ Daar ieder burger is, daar ieder is een koning,
+ Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de scheê,
+ Diens bodem is gelijk de diepte van de zee,
+ Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander;
+ Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander,
+ En werden zij dan t' zaâm verdrukt in ongeval,
+ Wat koning is er die hun zake rechten zal?
+ Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen[251],
+ Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen
+ Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid
+ De willige natuur het akkerveld bereidt,
+ Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen,
+ Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen,
+ Die buiten Farao behoeven al ter nood[252]
+ Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot.
+
+
+ MOZES en AARON tot den koning.
+
+ MOZES.
+
+ Monarche Mitzraïms[253] hoe lang zult gij nog konnen
+ De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen?
+ Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat
+ Israël smoken doet het heilig altaarplat
+ Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste!
+ Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste
+ Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch,
+ Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods,
+ Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen
+ Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen
+ Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog
+ Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog
+ Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten,
+ Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten
+ Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout
+ Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt!
+ Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden,
+ Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden
+ Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief,
+ Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief,
+ Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen
+ Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!"
+ Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch[254],
+ Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts
+ Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen;
+ En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen
+ Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed.
+
+ FARAO
+
+ Gij zingt al[255] eenen zang, gelijk de koekoek doet,
+ En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen,
+ Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen,
+ En of mijn Majesteit gedoogde goedertier,
+ Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier
+ Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden
+ Vermaken[256], met het bloed des altaars opgezoden,
+ Zoudt gij mij zweeren dier[257] te keeren al met vliet[258]
+ Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet:
+ Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen?
+ Zegt, werwaarts hij zich strekt.
+
+ AARON.
+
+ Waaruit[259] wij zijn gekomen:
+ Het land van Kanaän, recht over de Jordaan,
+ Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan,
+ Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen
+ Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren.
+
+ FARAO.
+
+ Gij 't land van Kanaän verkrijgen in 't bezit?
+ Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit,
+ Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden?
+ Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden:
+ Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht,
+ Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht,
+ Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen,
+ Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen,
+ Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst,
+ En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst;
+ Daar elk inwoner stout is eenen giges[260] hooge,
+ En gij, sprinkhanen teêr en musschen in hun ooge!
+ Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht,
+ En schildert, op Neptuuns azure golven vocht[261],
+ Dy[262] 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen:
+ Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen
+ Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt
+ Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt:
+ Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen
+ Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen[263]!
+ Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast,
+ Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast:
+ Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken[264],
+ Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken,
+ Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen[265]! vliegt u mat,
+ Om gasten met[266] den vos, die al in schotels plat
+ De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben
+ In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben.
+ Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt,
+ De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt:
+ Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken[267]
+ De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken
+ Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram,
+ En, voor dien scepter eêl, van dijnen geitschen ram
+ De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen,
+ Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen,
+ Dan[268] 't Palestijnsche land.
+
+ MOZES.
+
+ Israël onbezorgd
+ Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt,
+ Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen
+ En baat geen preuts[269] gebergt' van opgeworpen wallen,
+ Noch diepe vesting van een grondelooze zee,
+ Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der scheê,
+ Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren
+ In een slagordening en mochten zich verweeren
+ Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier
+ Om[270] strijden, al omvlecht[271] is met den lauwerier.
+
+ FARAO.
+
+ En of 't land openstond van alle Filistijnen,
+ Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen,
+ 't Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis,
+ Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is;
+ Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om[270] laven,
+ 't Waar pas[272] een kerkhof om u t' zamen te begraven.
+
+ AARON.
+
+ Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee,
+ En heeft gecompasseerd[273] den boord van ieder reê,
+ Die 's hemels vouten[274] schoon te zamen heeft gewrongen,
+ En 't aardsche centrum[275] zwaar houdt allezins gedrongen,
+ Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand
+ Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand
+ Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken
+ Als of het aan de macht des Hemels zoû gebreken,
+ Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid,
+ Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit
+ Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer,
+ En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer[276],
+ Waar mede hy u dreigt.
+
+ FARAO.
+
+ Rebellen altemaal,
+ Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal
+ Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten[277].
+
+ MOZES.
+
+ Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten.
+
+ FARAO.
+
+ Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebreên
+ Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten[278] steen
+ Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven,
+ Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven!
+
+ AARON.
+
+ Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch!
+ Als wij gekomen zijn bij Sinaï den berg,
+ Wij God een offerand[279] van ossen ofte stieren
+ Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren,
+ Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij,
+ Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij;
+ De palen zijnes wets wy niet en overtreden,
+ Dus oorloft[280] ons vertrek, en hoort zijn stemme heden!
+
+ FARAO.
+
+ In geenderlei manier.
+
+ MOZES.
+
+ Zoo blijft de straffe hand
+ Des Heeren over u, en over 't gansche land:
+ God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen.
+
+ FARAO.
+
+ Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen;
+ Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontzeîd,
+ En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid
+ Hier weêr verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone,
+ Misraïms edel hof, en bij mijn groote Kroone,
+ Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld,
+ Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult.
+ (_Binnen_.)
+
+ MOZES.
+
+ O diamanten hart! o ijzeren nature!
+
+ AARON.
+
+ Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure,
+ Den diamant, hoe hard, verzachtet[281] bokkenbloed.
+ Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed.
+
+ MOZES.
+
+ 't Glas van ons slavernij is niettemin verloopen.
+ Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open,
+ Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee,
+ Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees reê.
+ _Binnen_.
+
+
+ _KOOR._
+
+ En met heur kromme hoornen naakt[282]
+ Vast eenen halven cirkel maakt,
+ Werd[283] den Hebree van druk ontbonden,
+ En van 't tyrannig jok ontlast:
+ Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste,
+ Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste
+ Met vrolijkheid bereiden vast,
+ Hun jaar'ge lammerkens zij slachten,
+ Met dat de schaduw zich uitstrekt
+ En 'sHemels oog zijn licht vertrekt[284],
+ Om schuylen inde water-grachten.
+
+ Ziet, hoe zij, met de roode stralen
+ Van 't zuiver Lams verkoren bloed,
+ De dorpels ende[285] posten vroed[286],
+ Van hare poorten vast bemalen[287]:
+ O heilig klaar ken-teeken! om
+ Te vrijden[288] al uw eerstgeboren
+ Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren
+ Gaat maayen, met een zeissen krom,
+ Al de eerstelingen vanden Nijle:
+ Al de eersten, die uit 's moeders schoot
+ Beschouwden Foebi stralen rood,
+ Door-schicht[289] hij met een hemel-pijle.
+
+ De Israëlieten rusten twijlen[290]
+ Hun[291] toe naar 's Heeren wil en eisch.
+ Om hun[291] te geven op de reis
+ Van zoo veel stadiën en mijlen:
+ De lammerkens, die nu gedood
+ Zijn, zij gaan voor den vure speten[292]
+ Daarna met bitter sausse op-eten,
+ Met zurig[293] ongeheveld brood,
+ Omgord, geschoeid, den staf in handen,
+ Een ieder vlijtig 't lamken eet
+ Al staande, als wandel-gasten, reed[294]
+ Om scheiden van de Nijlsche stranden.
+
+ "Schoon morgen-rood, begint te blozen!"
+ Zij met verlangen roepen t' zaam;
+ "Komt, werpt uw stralen aangenaam,
+ Eens in ons blijdschap over Gozen!
+ Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht,
+ Beschaamt den zilver-schijn der manen[295],
+ En distilleert de pereltranen,
+ Die van ons wangen rollen vocht,
+ Niet meer van droefheid als voorhenen,
+ Maar al van blijdschap en van vreugd,
+ Om dat den Hebree met geneugt
+ Zijn zoete vrijheid is verschenen."
+
+ O zoete vrijheid! wat een kroning
+ Dunkt u den genen, die verrukt[296]
+ Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt
+ 't Slaafsch jok van een tirannig koning!
+ Ofschoon 't wild vogelken met lust
+ Int korfken tiereliert en fluitert
+ En inde traly, twijl[297] het tjuitert,
+ Verdient 't gekochte zaad gerust,
+ 't Zou liever inde takskens schieten,
+ En klieven met zijn vlerkskens locht[298]
+ Den blaauwen hemel, zoo het mocht
+ Slechts mager zijnen kost genieten.
+
+ Waarom versteekt zich inde stoppels
+ Der bosschen 't hoorn-getakte[299] hert?
+ De ranke hind', waarom zoo hard
+ En snel vlugt zij voor 's jagers koppels?
+ Waaromme vliedt het schuw konijn
+ En de achter-lamme[300] bloode hazen,
+ Die als een schaduw weggeblazen
+ Zoo fluks in hun zand-holen[300] zijn?
+ De azuren visschen, waarom duiken
+ Zij voor 't doorluchtig net zoo ras,
+ Int diepste van het water-glas,
+ Int diepste van Thetydis kruiken[301]?
+
+ Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte[302]
+ Een ieder van naturen wis
+ Zijn voorhoofd ingeschreven is,
+ Van dat hij eerst int licht geraakte:
+ O driemaal eedle vrijheidskroon!
+ Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet,
+ Waarom de lieve Hemel vechtet,
+ Die met zijn vleugelen ten toon
+ Beschaduwt de Isralietsche benden,
+ En helpt hen uit 't Egyptisch zand,
+ Int rijke Palestijnen land,
+ Uit al hun droefheid en ellenden.
+
+ Twijl Jacob dus van vreugden reyet[303],
+ De heldre witte dag aanbreekt,
+ De gulden zonne 't hoofd opsteekt,
+ Die over Nylus golven spreyet[304]
+ Het stralig licht van zijn flambeel[305],
+ Die haast ontdekt, hoe dees Comedie
+ Rijst uit de bloedige Tragedie
+ Van Delta's[306] schreyende tooneel,
+ Daar de oudst-geboren voor hun magen
+ Op 't bedde liggen koud en stijf,
+ En laten 't graf hun doode lijf,
+ Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen.
+
+
+
+
+VIERDE DEEL.
+
+
+ FARAO, REI DER EGYPTENAREN.
+
+
+ FARAO.
+
+ Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen
+ En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen[307],
+ Hij, die[308] op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit
+ Deez dubbel groote kroon alreê was toegezeid,
+ Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders
+ In de edel schoenen treên: en, Athlas, deze schouders
+ Ontlasten van den last die mijnen ouden dag
+ Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag:
+ Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen[309],
+ Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen[310],
+ Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,--
+ Den eenen Farao den andr'en is ontroofd!
+ Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn veêren
+ Bespreed[311] heeft Tisifone, Alecton, en Megeren[312],
+ Den Atropos[313], die meer sterflijken heeft ontzield,
+ Dan Astren[314] dezen nacht om ons hebben gewield[315]:
+ O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig
+ Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig[316]
+ Ter kwader tijd vertrokt van[317] onzen horizont,
+ Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond
+ In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen
+ Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen
+ Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert[318]
+ Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart.
+ O dieftelijke[319] dood! O pest, die ongenadig
+ Zijt op den boord van Styx of Acheron[320] beschadig[321]
+ Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd
+ En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd.
+ Vervloekt zij dees Belloon[322], die listig in de wapen[323],
+ Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen
+ Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf[324]
+ De slapers in een lijk, hun bedden in een graf.
+
+
+ REI DER EGYPTENAREN.
+
+ MAN.
+
+ Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten
+ Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten,
+ Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat,
+ Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat:
+ Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen,
+ Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen.
+ Dus[325] lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort,
+ En de een op de ander maal den bliksem neêr gestort
+ Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen
+ Niet dan een wildernis en doornige woestijnen,
+ Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed,
+ Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed;
+ De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven[326]
+ Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven,
+ Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag
+ De tranen van den dauw te distilleeren plag;
+ Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels
+ Den blijden _Echo_ van de zorgelooze vogels,
+ Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp[327]
+ In langen niet gehoord is in dit rond begrijp[328],
+ Het veldsche beestiaal[329] is schielijken gestorven,
+ Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven,
+ Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut,
+ Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput,
+ Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig[330],
+ De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig,
+ De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos
+ Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos[331].
+
+ VROUW.
+
+ Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte
+ De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte
+ Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws
+ Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws;
+ Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen,
+ Zoo lang de oudheid[332] ons grijsharig zal besneeuwen,
+ Uit ons gemoed gewischt;-- wij vlogen al verbaasd
+ Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast;
+ Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste,
+ De pols was weg eer elk al bevende noch tastte
+ Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag,
+ Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag
+ In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste
+ Het wit ivooren beeld, het schepsel[333] van albaste
+ Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch[334], elk riep terstond
+ Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond;
+ Maar ziel en leven was vervlogen met den asem,
+ Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem,
+ De rozen waren op de kaakskens al verwelkt,
+ 't Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt
+ Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen[335]
+ Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen
+ Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!)
+ En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd[336]
+ Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren
+ En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren!
+ Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood!
+ Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot
+ Beschouwden 's Hemels licht;--eilaas! voor al de smerte
+ En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte
+ Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest,
+ Had beter 's moeders buik uw donker tomb[337] geweest:
+ Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme
+ Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme!
+
+ MAN.
+
+ Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep,
+ Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep,
+ Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven,
+ De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven,
+ Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor[338]
+ Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor,
+ Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten
+ Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten.
+ Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook?
+ Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook
+ Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen,
+ Gelijk een schaâuw verstuift, en ijdel vliegt daar henen:
+ Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw,
+ En smelt weêr lichter als een witgevlokte sneeuw,
+ Of als een ijzen[339] beeld, twelk spoedig overwonnen
+ Zijn statua[340] verliest met 't stralen eender zonnen[341],
+ 't Is als een bliksemslicht[342], dat naauw om[343] schijnen poogt
+ En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt[344],
+ Een torts[345], die durig schijnt en smeltet al bezweken,
+ Met dat haar lemmet sparkt[346], met dat zij is ontsteken:
+ Hoe vliên ons dagen weg, als waren zij gevlerkt!
+ Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt,
+ Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren,
+ Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren.
+
+ VROUW.
+
+ Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef
+ Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef,
+ De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder
+ Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder
+ Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert
+ En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert;
+ Och! waren wij nooit beide uit éénen bloed geronnen,
+ Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen,
+ Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet
+ Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed
+ Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd;
+ Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd;
+ Zoo'n[347] had uw droevig einde, als 't ommers wezen most
+ Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost.
+ Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden
+ Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden[348]?
+ O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht[349],
+ Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht?
+ Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen,
+ En niet den zachten slaap met Lethes[350] laten stroomen
+ Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu
+ Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme[351] hieuw
+ En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren,
+ Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren.
+ Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt,
+ Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt,
+ Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten,
+ Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten.
+
+ MAN.
+
+ Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld,
+ En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld,
+ Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen;
+ Dies bidden wij: verlaat[352] d'Israëlietsche mannen!
+ Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland,
+ Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand;
+ Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen,
+ En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen.
+
+ FARAO.
+
+ Zij vluchte[353] metter ijl, van daar het morgenrood
+ Verrijst, tot daar het licht neêrdaalt in Thetys' schoot,
+ Voor Pluto trekken[353] zij zoo wijd ter Hellen neder,
+ Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder,
+ Zij reizen[353] naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld[354] Noord,
+ Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort,
+ Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede,
+ Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede:
+ 't Weêrspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best
+ Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest;
+ Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have,
+ En worden op het veld een spijze voor de rave,
+ Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood,
+ En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _De_ REI DER ISRAËLIETEN _zingt_:
+
+ Hebreên! speelt 's Hemels lof
+ Nu op uw luite schoone,
+ Adieu, Misraïms hof!
+ Adieu, Memfidis troone!
+
+ Adieu, Egypten-land!
+ Adieu, rijksstaf en kroone,
+ Die Nylus zandig strand
+ Beheerscht door Faraone.
+
+ Adieu, tyrannig jok,
+ Adieu, dienstbarig[355] Gozen!
+ Waar uit de Heer ons trok
+ Door Aaron en door Mozen.
+
+ Israël wil[356] 't beloofd
+ Canaän nu gelukken,
+ Daar Juda zijn voorhoofd
+ Zal met een kroone drukken.
+
+ Daar Juda, onder 't licht
+ En 't wankel rond der mane,
+ Zijn stoel en zetel sticht
+ Bij 't stroomen der Jordane.
+
+ Gij Filistijnen haast[357],
+ En gij o Jebuzieten!
+ Met Amalek verbaasd
+ Maakt plaats met de Ammonieten.
+
+ De koning Juda komt
+ Preutsch in uw schoenen treden;
+ O luistert! hoe hij tromt,
+ En nadert met zijn schreden.
+
+ Dat dijnen hoogmoed daalt
+ Voor die zijn rijk wil vesten,
+ Gelijk den bliksem straalt
+ Vant Oosten tot den Westen.
+
+ Uw grenzen open sluit
+ Voor onzen prins personig[358],
+ En laat tot roof en buit
+ Uw melk en uwen honig.
+
+ Jordaan, die van den top
+ Der heuvelen komt bruisschen,
+ Steekt uw blaauw hoornen op,
+ En laat uw bobbels ruisschen!
+
+ Golft in d'azuren zee,
+ Zegt de Oceaansche[359] baren,
+ Hoe Juda op uw reê
+ Komt zijnen troon pilaren.
+
+ Sinaï! maak dy[360] reê,
+ Want op uw hoogte steilig
+ Wil smoken doen d' Hebreê
+ Zijn brandofferen heilig.
+
+ Dat Horeb eeuwig staat
+ Gerezen onder 't maanschijn,
+ En tuigt wie heeft gedwaad[361]
+ De tranen van ons aanschijn.
+
+ Mensch-stappen[362] zullen eer
+ Des hemels cirkel meten,
+ Dan hunnes konings eer
+ Israël zal vergeten.
+
+ Den Engel maakt het spoor,
+ O, laat ons niet verslappen,
+ Ons leidsliên treden voor,
+ Wij volgen hunne stappen.
+
+
+ FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met
+ zijn heirleger.
+
+ FARAO.
+
+ Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken,
+ Mag doen als Farao, en laten henen trekken
+ De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel[363]
+ Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel,
+ Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden
+ De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden,
+ De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak
+ Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak
+ Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden[364],
+ Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden,
+ Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard,
+ En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard,
+ Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven
+ Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven.
+ Vast hebben dees Hebreên, verdobbeld[365] snoô en valsch,
+ 't Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals,
+ Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen
+ En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen,
+ Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort,
+ Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt.
+ Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen,
+ Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden
+ Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden[366] na gedraafd,
+ En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft,
+ Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen,
+ Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen,
+ En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert
+ Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd,
+ Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen
+ Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen.
+ Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn?
+
+ HOOFDMAN.
+
+ Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn,
+ Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme
+ Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme[367]
+ Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt:
+ Gewapend naauwlijks, zij om[368] strijden niet geneigd
+ En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden
+ Het half gelaat te biên, ik late staan hun tanden
+ Te breken met geweld: indien gij dezen rei
+ Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei
+ Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen,
+ Als schaapskudd', die de wolf het herte[369] heeft ontstolen,
+ Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast
+ Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd.
+
+ FARAO.
+
+ Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen.
+
+ HOOFDMAN.
+
+ Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen,
+ En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel,
+ De wagens toegerust; en 't leger, al geheel
+ Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden,
+ Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden.
+
+ FARAO.
+
+ Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet!
+ De wapenroovers[370] noodt tot 't bloedige banket,
+ Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken[371],
+ Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken;
+ Krijgt[372] onder zijn banier, hij leidt u aan den dans!
+ Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans.
+ Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen,
+ Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _KOOR._
+
+ Die den Hemel derft bekrijgen,
+ Zal wel voor een wijl opstijgen,
+ Even als Neptunus' vocht
+ Worpt[373] zijn baren na de locht,
+ Die van zelf in korter stonden[374]
+ Weder vallen in de afgronden,
+ Of gelijk een vlam gezwimd[375],
+ Licht op naar den hemel klimt.
+ Die men wederom zich zelven
+ In zijn asschen ziet bedelven:
+ Want de groote goedheid Gods
+ Latet[376] wel den koning trotsch
+ Op het hoogste en even dolle
+ Woeden, doch wanneer hun rolle
+ Is ten uitersten volspeeld,
+ Op 't theatrum getoneeld,
+ En wanneer hij met berommen[377]
+ Meent ten hoogsten zijn geklommen,
+ Stoot de godlijke Monarch
+ Hem afgrijzig van den berg.
+ Hoe hij was den hemel naarder
+ Hoe den val hem is te zwaarder,
+ Hoe hij meerder opwaarts steeg
+ Hoe hij dieper valt om leeg.
+ Hoe hij meerder rees verkorseld[378]
+ Hoe hij platter valt vermorseld.
+ Dit blijkt aan Farao straf,
+ Die zoo blind'ling loopt naar 't graf;
+ Die in 's Heeren straffe tijdig
+ Blijft verstokt, versteend partijdig,
+ Daar een ieder roê, als vriend,
+ Hem tot beteringe dient:
+ Want de strengheid Gods ten lesten
+ Iedereen kastijdt ten besten,
+ En zijn geessel al begrijsd[379]
+ Op een grooter roede wijst.
+ Wie dan, in der zonnen luister,
+ Sluit zijn oogen in het duister,
+ Wie de aankloppers van 't gemoed
+ 's Herten deur niet open doet:
+ Wie zoo vele donderslagen,
+ Luiden laat voor ijdel vlagen,
+ Op het onverzienste bald[380]
+ 's Heeren bliksem overvalt:
+ Gelijk dezen koning prachtig,
+ Die[381] geen teekenen aandachtig
+ Mochten leiden uit den tred
+ Van zijn obstinaat opzet.
+ Dies de Heere t' eenenmalen
+ Hem onttrekt de helder stralen
+ Van zijn hemelsch aangezicht,
+ En verduistert hem in 't licht,
+ In verkeerdheid overgeven,
+ Tot hij eindelijk gedreven,
+ Even als een roerloos schip,
+ Drijft al blind'ling op de klip
+ Van zijn overgeven boosheid,
+ Van zijn stoute goddeloosheid,
+ In den afgrond en 't verleid[382]
+ Van zijn overgevenheid.
+
+
+
+
+VIJFDE EN LAATSTE DEEL.
+
+
+ FAMA, of 't blazende gerucht.
+ 't Heer-leger Israëls (dat God zelfs[383] had geleid
+ Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid,
+ Dat God 's voorging in een vierige colomme
+ En 's daags in eene wolk) Farao wederomme
+ Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer
+ Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer,
+ Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen,
+ Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen,
+ In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt[384],
+ Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt,
+ Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren,
+ Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen:
+ Ha, Amrams zonen snoô! die ons zoo onbedocht[385]
+ Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht:
+ O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven,
+ Eer in Egypteland gestorven en begraven:
+ Verraders van den rei[386] en 't leger der Hebreên,
+ Een ieder wreek' zich zelf en worp'[387] den eersten steen!
+ Gelijk de reizigers (als in de azure golven
+ Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven
+ Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft,
+ En 't golvig driftig[388] hout met groene baren treft)
+ Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure[389] winden
+ Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden:
+ De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood
+ Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot
+ Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven
+ Ontijdelijk hij moet den baren overgeven,
+ Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust,
+ Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;--
+ Zoo ook in dezen storm de Israëlietsche hoeders
+ Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders,
+ En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft,
+ Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft,
+ 't Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker[390],
+ Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen[391] anker
+ Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan
+ Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean:
+ Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede,
+ En slaat, met zijne doode en levendige roede,
+ Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur,
+ En wederzijden maakt een roô robijnen muur,
+ Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel
+ Zoo wijd, dat midden[392] blijft een guldig zand-plaveisel,
+ Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsliên voor
+ 't Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor.
+ O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken
+ Israël, die zoo haast een plaatse vindt om wijken,
+ Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt
+ Een leger[393] diepte vindt en snellijken verloopt!
+ Terwijlen dus d' Hebreên (spijt 't wezen[394] der naturen)
+ Vast dweerssen[395] deze straat van kristalijne muren,
+ Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht
+ Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!"
+ En d' ander krijst: "wats dit? 't Roô meer schijnt opgeblazen,
+ Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen:
+ Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat,
+ Wanneer men doorgaans[396] vindt zulk eenen droogen pad?
+ Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen,
+ Of't grondloos[397] dieplood, om de diepten met te peilen?"
+ Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort,
+ En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord
+ Behouden op het strand; dies Farao verbolgen
+ Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen
+ Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld,
+ En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche[398] veld,
+ Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen,
+ Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen,
+ Een slinksch[399] onweder van den hemel nederworpt,
+ Dat 't slibberig gebergt weêr in zijn holte slorpt,
+ Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt[400],
+ En komen door 't gegolf eens eindling[401] opgebobbeld,
+ Met eiselijk[402] geschreeuw, half levende en half dood:
+ De dooden zijn alreê meer als der golven vloot[403]:
+ De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen[404]!"
+ En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!"
+ De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond,
+ De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond,
+ En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker
+ Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker,
+ En zinken beidegaêr; de zee, die altijd woelt,
+ Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt.
+ De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig,
+ Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig,
+ Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind[405],
+ Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind,
+ En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden,
+ Durft hij den dullen[406] storm 't hoofd even dapper bieden,
+ En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt,
+ Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt,
+ Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden;
+ Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden:
+ Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie[407] gij rebelleert!
+ Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert."
+ Den Oceaan en past op[408] vloeken noch op schelden,
+ Zijn dreigementen dweers[409] en mogen hier niet gelden;
+ Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht[410],
+ Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht,
+ En weder zevenmaal gedaald is in de vesten
+ Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten
+ De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft,
+ En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd.
+ Ik geef te denken voorts, de Hebreên, die 't aanzagen,
+ Hoe hunnen vijand lag zoo korteling[411] verslagen,
+ Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed
+ Farao's had gedempt vertreden onder voet,
+ Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen,
+ Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen,
+ Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf
+ Dat hun verlossing werd Farao tot een graf,
+ Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even
+ En onverzienste[412] dood hun strekte tot den leven.
+ De winden en het meer goedjonstig[413] wierpen ruit[414]
+ De Egyptsche wapening[415] weêr aan den oever uit,
+ Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebreên in handen,
+ Daar zij eerst werden met[416] gedreigd van hun vijanden.
+ Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord,
+ En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort;
+ Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken,
+ Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp[417] doen klinken.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _HYMNE OF LOFZANG._
+
+
+ VAN DE ISRAËLIETSCHE REI.
+
+ Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst,
+ Nu looft den Heer der Heeren,
+ Die ons met de overhand bekranst,
+ Vlecht hem een kroon van eeren;
+ Hij is, die al de banden van
+ Ons slavernije breken kan,
+ En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren.
+
+ De Heer gedenkt aan zijn verbond
+ Over zijn uitverkoren,
+ Looft Hem met ziele, tong en mond,
+ Die Israël staat voren[418],
+ Die Jacobs huis, in dienstbaarheid,
+ Onder zijn schaduwe bespreidt[419],
+ Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren[420].
+
+ Hij is de God van Abraham,
+ Isak en Jacob machtig,
+ Die nu tot koning zalft den stam,
+ Den stamme Juda krachtig,
+ Die ons naar 't zoet beloofde land
+ Geleidet door zijn sterke hand,
+ Om[421] heerschen int land Canaän eendrachtig.
+
+ In 't land, daar melk en honig vloeit,
+ Daar de Jordaan beneven
+ Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit
+ Van 't steil gebergt verheven:
+ Daar, als de baren van der zee
+ Of 't zand der stranden, nu alreê,
+ 't Zaad Israëls doet zijn vijanden beven.
+
+ Looft dezen krijgsheld onvervaard,
+ Die paarden, ros en wagen,
+ 't Gewapend heer met schild en zwaard
+ Heeft mannelijk verslagen,
+ Met den verstokten koning trotsch;
+ Bouwt op dees klip en sterke rots,
+ Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen.
+
+ Den rood-scharlaken mantel breid[422]
+ Van 't roode meer hij scheurde,
+ En heeft guld-zandig geplaveid
+ Een effen straat, waar deur de
+ Hebreên ontweken hun misval,
+ Tusschen twee muren van kristal,
+ Daar Farao den laatsten zucht betreurde[423].
+
+ Farao, die ons op de hiel
+ Vervolgde met zijn scharen,
+ 't Zee-water stormig overviel
+ Met 't zwalpen van de baren;
+ Die 't voorhoofd bergden int gestert[424],
+ In den afgrond vernederd werd:
+ Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren.
+
+ Farao's wimpelen ontdaan
+ En zag men niet meer zwieren,
+ Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan,
+ Noch al zijn roô banieren;
+ Zijn wapens en geslepen staal
+ Zonk met zijn rusting altemaal:
+ Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren.
+
+ Bouwt al uw hoop op dezen steen,
+ Bouwt uw geloove vaste
+ Op den monarche der Hebreên,
+ Die Farao verraste,
+ Die des tyrans voornemens schort,
+ Den hoogmoed van hun vleugels kort,
+ En met zijn sterke schouders ons ontlastte.
+
+ In koper, steen, noch ijzer hard
+ Alleen niet dees weldaden
+ En prent, maar schrijft ook in uw hart
+ Gods goedheid vol genaden,
+ Die ons 's doods muile heeft ontrukt:
+ Groen palm en myrtetakken plukt,
+ Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen!
+
+
+ MOZES doet zijn offerande en spreekt:
+ Dwijl Israël ontrukt is uit zijn slaafsche banden,
+ Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook
+ Van dezen altaar, als een liefelijken rook,
+ Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden!
+ Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken[425],
+ Of schoon de teêre mensch mets anders wedergeeft,
+ Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft,
+ Zijn zwakke sterflijkheid niet[426] hoogers mag bereiken.
+ Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine,
+ Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt
+ Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne[427] schept,
+ En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine!
+ Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der
+ Oprechter[428] lippen vroom voor zijn weldadigheid,
+ 't Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit;
+ Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer.
+ 't Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen,
+ Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch,
+ Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis,
+ De stieren hooren hem, de kalveren en schapen.
+ Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten,
+ Hij hevet[429] al gemaakt;-- o, groot is uwen lof!
+ Die 't al hebt rijkelijk gebouwet[430] zonder stof,
+ Zoo gij in uwen raad verholen[431] hadt besloten.
+ Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen,
+ Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood
+ Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot,
+ Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen.
+ Den offer komt u toe, die[432], Heer! verteert tot asschen!
+ Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid
+ Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid,
+ Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen.
+ Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste,
+ En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed
+ Op 't heilige gesteent ons offerande doet,
+ En dat wij we wet betrachten aldermeeste.
+ Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen
+ Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan[433]
+ Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan,
+ Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen.
+ Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten[434],
+ Al de eerstelingen van geheel Egypteland
+ Van menschen en van vee, door uwe sterke hand
+ Geslagen werden, van den meesten tot den minsten.
+ En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye
+ Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid,
+ Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven leît,
+ Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye.
+ O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen,
+ Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier,
+ Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier,
+ Waar in gij mij ook zijt op Sinaï verschenen.
+ Versaagt[435] voor onze komst de stoute Filistijnen,
+ Kwetst hunnen preutschen[436] moed! o Heer, blijft onzen borcht
+ En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd
+ Geraken door de dorre Arabische woestijnen.
+ Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren
+ In 't land van Canaän, en dat wij uwe wet,
+ Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet,
+ En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren.
+ (_Binnen_).
+
+
+ _KOOR._
+
+ 's Hemels goedheid, die voorhenen
+ Ons voorvaders heeft beschenen,
+ Is hier op 't tooneel herspeeld,
+ En naar 't leven afgebeeld.
+ Tijd noch de vergetenissen
+ Hoort[437] uit ons gemoed te wisschen
+ Dees weldaden overgroot,
+ Neêrgedaald uit 's Hemels schoot.
+ Doch wanneer wij zien veel milder,
+ Wat den goddelijken schilder
+ Hier met naakt afconterfeit,
+ Raakt dit in vergetelheid,
+ En vertoont zich veel geringer,
+ Wanneer ons dit met den vinger
+ Wijst op 't ware wezen blij
+ Van dees hemel-schilderij:
+ Op een grooter weldaad leerlijk,
+ Die door Jezum Christum heerlijk
+ Ons zoo rijkelijk beschijnt,
+ Dat de schaduwe verdwijnt:
+ Want wanneer de zonne luistert[438],
+ 't Manen-zilver werd verduisterd,
+ 't Bleekste voor het helderst zwijkt[439],
+ 't Minste voor het meeste wijkt;
+ Om den zin hier van te mellen[440]
+ D' een wij tegens d'ander stellen:
+ Nu, het rijk Egypten is
+ Of beteekent duisternis,
+ Daar in zware slavernije
+ Jacob, onder d' heerschappije
+ Faraonis, met geklag
+ Droevelijk in boeyen lag:
+ Maar door 't goddelijk verweere[441]
+ Werden zij, door 't roode meere,
+ Saam verlost uit dees spelonk,
+ Als den Farao verzonk
+ Met zijn schilden en zijn zwaarden,
+ Met zijn ruiters, volk en paarden:
+ Even lagen wij verstrikt,
+ Leelijk in ons bloed verstikt,
+ Onder Satan, Hel en zonden,
+ In 's doods banden vastgebonden,
+ Maar door 's levens klaar fontein,
+ Onzen Zaligmaker rein,
+ Als Hij in het laatst der dagen
+ Aan het kruise werd geslagen,
+ Werden wij, door zijn bloed rood,
+ Vrij van zond', Hel, Duivel, dood,
+ Door zijn goedheid vol genaden
+ Afgewasschen ons misdaden:
+ Niet verlost, als Jacob, bloot[442]
+ Van een tijdelijke dood:
+ Maar door dezen Samson leeuwig
+ Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig,
+ Van Gods onverganklijk wee,
+ Van het zwaard, dat uit der scheê
+ Boven 't hoofd ons dreigde grammig,
+ Met den brand des afgronds vlammig.
+ Israël trok al gelijk
+ Naar een aardsch verganklijk rijk,
+ Dat maar voor een tijd mocht bloeyen,
+ Maar, na ons gebroken boeyen[443],
+ Ons de Heere roept tot hem;
+ In het nieuw Jeruzalem,
+ Loopt dan, ijverig genegen,
+ Hebben wij door Christum kregen[444]
+ Eenen weg gebaand en plat
+ Naar de schoone hemel-stad.
+ Daar dood, ziekte, strijd noch tranen
+ Gelijk over der Jordanen[445]
+ Ons meer zal ontmoeten wreed,
+ Als 't den Isralieten deed.
+ Die zoo vlijtig hun[446] bewezen
+ In het uiterlijke wezen,
+ Ook om slachten 't zuiver Lam,
+ 't Welk terstond een einde nam,
+ Als den godlijken Messias
+ (Daar den anderen Helias
+ Zijn verkoren Jongers vroed
+ Op wees met den vinger zoet,
+ Alder schatten kleinoodkoffer),
+ Toen die kwam en zijnen offer,
+ Als hoog-priester, dede spâ
+ Op den berg Calvaria;
+ Toen hij tegens Satan kampten,
+ Alle priester-dienst en ampten
+ Eindden met het Paasschen-feest,
+ Als de Joden jaarlijks meest
+ Posten, dorpels nog bestreken
+ Met 's Lams bloede, tot een teeken
+ Hoe hun God bevrijdde weerd[447]
+ Voor den slaanden Engels zweerd.
+ Voorspel, 't welk ons leert ten besten,
+ Hoe dat in den alderlesten
+ Dag der dagen, in 't gericht,
+ Voor Gods toornig aangezicht,
+ Jezus Christus ons zal vrijden
+ Door zijn heilig bitter lijden,
+ En, met 't rood onschuldig kleid[448]
+ Van zijn droeve sterflijkheid,
+ Ons onrein melaatsche vlekken
+ Voor des Heeren aanschijn dekken.
+ Eet dan geestelijker wijs
+ Nog dit Lam, der zielen spijs,
+ Met een bitter sausse spijtig;
+ Ware Israëlieten vlijtig,
+ Laat de kracht van zijne dood
+ U nog zijn een hemels-brood!
+ Weest omgordt, en staat alreede
+ Om te wand'len na den vrede,
+ Met den staf, alzoo 't behoort,
+ Van des Heeren heilig Woord
+ Opgeschort, omgord op vordel[449]
+ Met der liefden band en gordel.
+ Ook aanmerkt hier algemeen
+ Dees twee leids-liên der Hebreên:
+ Mozes (onbespraakt voor Farons
+ Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv
+ Reden-rijke tonge vocht[450]:
+ Doch geen van dees beiden mocht
+ Isak brengen eindelijken
+ In Canaäns koninkrijken:
+ Onder welke schorsse duikt
+ Als men dezen bast ontluikt[451],
+ De onvolkomen zwakheid teder
+ Van der wet te korten leeder[452],
+ Om in 't hemelsch vaderland
+ Op te stijgen uit den brand,
+ Uit den brand der zielen zweerdig[453],
+ Uit Gods toornigheid rechtveerdig,
+ Daar ons Christus, als gezeîd,
+ Heeft behouden uitgeleid.
+ Want in Christo woont bekwamig
+ Zelf de volheid Gods lichamig,
+ 't Evangelische verbond
+ Vloeyet uit zijns wijsheids mond,
+ Der genaden fontein-ader[454],
+ Ons verbidder, bij den Vader.
+ Israël vertrok op hoop,
+ Maar voor ons heeft al den loop
+ Christus 't hoofd van zijne benden
+ Lang te voren gaan vol-enden,
+ En met 't kruis getriomfeerd
+ Boven Hemelen en eerd'[455].
+ Laat dit plaatse bij u grijpen,
+ Laat dit godlijk zaaisel rijpen,
+ Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst
+ Vloeyen UIT LEVENDER JONST[456].
+
+
+
+
+VOETNOTEN:
+
+[1] _nagenoeg._
+
+[2] _Verzonnen_.
+
+[3] _Maar_.
+
+[4] _ingerichte_.
+
+[5] Van (den Latijnschen dichter) _Horatius_.
+
+[6] _Gebrekkig_ (van geest nam.).
+
+[7] Thans _zich_.
+
+[8] Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende _daarnaar_ willen
+lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk _nader_)
+dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met _waar_,
+_daar_, enz. het eerste de voorkeur.
+
+[9] Thans _dan_.
+
+[10] _Korten_ (verg. de uitdrukking _spanne tijds_).
+
+[11] Thans _vertoont_ (d. i. eig. _vertoogent_, met den langeren
+vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)
+
+[12] _te omspannen_; verg. boven bl. 5, aant. [8].
+
+[13] _blinkende_.
+
+[14] Tweede-naamval van Venus.
+
+[15] _blinde klip_
+
+[16] Thans _iets anders_.
+
+[17] _bestuur_, _beheer_.
+
+[18] _leerrijke_.
+
+[19] Lat. voor _tooneel_.
+
+[20] _planken_.
+
+[21] J. Mz. _Vaer_ (d. i. _van der_) Laer was een rijk Amsterdamsch
+lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.
+
+[22] Thans _doet hem verzellen_.
+
+[23] _bekrachtiging_.
+
+[24] _vrij te laten_.
+
+[25] _beesten_ (verg. 't Fr. _bétail_).
+
+[26] _welriekend_.
+
+[27] _kaauwt en herkaauwt_.
+
+[28] _Dijt uit_.
+
+[29] _schapen_ (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen)
+
+[30] _pracht_ (verg. 't Hoogd. _geschmeide_).
+
+[31] _kleed_ ('t Fr. _habit_).
+
+[32] voor _schijnt_.
+
+[33] Thans tot _een helm_ geslonken.
+
+[34] _zacht_.
+
+[35] _dan_.
+
+[36] _dezer dagen_.
+
+[37] _afbeeldt_.
+
+[38] _open_.
+
+[39] Voor _verlustigt_.
+
+[40] _tweesnijdend_.
+
+[41] Thans _ofschoon_.
+
+[42] _luister_, _glans geeft_, _blinkt_.
+
+[43] 't zilver van den maan.
+
+[44] Voor _raast_.
+
+[45] _legt_; thans _ligt_.
+
+[46] _zeis_.
+
+[47] De landbouwende klasse.
+
+[48] Thans tot _lachte_ verzwakt.
+
+[49] _Een iegelijk_.
+
+[50] Voor _gemeen_.
+
+[51] _voren_.
+
+[52] _gelijk_.
+
+[53] _bron_, _water_.
+
+[54] _vonkelen_ (verg 't Eng. _to spark_).
+
+[55] Thans _schijnt te branden_.
+
+[56] Thans alleen _geknield_.
+
+[57] _sterk_ (verg. boven _spark_ met ons _sprank_).
+
+[58] _bespiedde_.
+
+[59] _in eigen persoon_.
+
+[60] _spiegelgladde_, _effene_.
+
+[61] voor _gebracht_.
+
+[62] _aan wien_.
+
+[63] voor _krult_.
+
+[64] Thans _wil_.
+
+[65] _Bewandelt_, _betreedt_.
+
+[66] _draait_.
+
+[67] _perk_, _omvang_.
+
+[68] _van't veld_.
+
+[69] _Zoo_, _indien_.
+
+[70] _bundel_, _koker_.
+
+[71] Thans _beschoren_.
+
+[72] voor _versmelt_.
+
+[73] _erkennen_.
+
+[74] _vloeit_ en _geboeid_, als _vloei-et_ en _geboei-ed_ te lezen;
+verg. beneden _scheidet_.
+
+[75] _helderen_.
+
+[76] voor _vliegend span_.
+
+[77] _sluw_.
+
+[78] Thans _om te_.
+
+[79] Eig. 't Hoogd. _kreitz_, d. i. _kring_, _perk_; van daar (gelijk ook
+ hier) _strijdperk_.
+
+[80] _veegt_ (van 't oude _dwa-en_, waarvan nog _dweil_).
+
+[81] _schreyend_.
+
+[82] Voor _tarwen-aren_.
+
+[83] Thans _zich_.
+
+[84] _flikkeren_, _vonkelen_.
+
+[85] _hoekigen_, _kronkelenden_.
+
+[86] _golvenden_.
+
+[87] voor _verheuging_.
+
+[88] _afloopt_.
+
+[89] _kunnen_.
+
+[90] _Met uw verlof_.
+
+[91] voor _schijnt het_.
+
+[92] voor _toegevoegd_, _opgelegd_.
+
+[93] voor _zich_.
+
+[94] _op vaderlijke wijs_.
+
+[95] _ook_ (_ofschoon_).
+
+[96] voor _baatte_ (wegens den volg. klinker).
+
+[97] Thans _naar de ziel_.
+
+[98] _dreigt_
+
+[99] _met tranen in de oogen_, _weenend_.
+
+[100] Thans _onbewogen_.
+
+[101] _zijn verlaten opengezet_.
+
+[102] Minder gelukkig voor _aardkloot_.
+
+[103] Thans _van de ark_.
+
+[104] _zuiver_.
+
+[105] _kon_.
+
+[106] _wel_.
+
+[107] _bepaald_; verg. boven bl. [3].
+
+[108] Voor _keert het_, _proeft het_.
+
+[109] _toevoegt_.
+
+[110] Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op
+gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders--voor 't
+Hollandsche _die_ of _dien_ onzer schrijftaal--gebezigd wordt. Evenzoo
+vroeger "den Farao".
+
+[111] _gestarnte_.
+
+[112] De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.
+
+[113] _blinken_ (van daar onze metaalnaam _blik_ en 't woord _bliksem_).
+
+[114] voor _beheerscht het_.
+
+[115] _tot zijn straf_.
+
+[116] _meê_.
+
+[117] _wijselijk_.
+
+[118] _Tot veroordeeling en dwaling leidend_.
+
+[119] anders _verfrayen_, thans _vervrolijken_.
+
+[120] een van boven gespleten stok.
+
+[121] _staf_.
+
+[122] _blinkend_; verg. boven op _blikken_.
+
+[123] voor te _verteeren_.
+
+[124] Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk
+door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.
+
+[125] Thans tot _plukken_ verdikt.
+
+[126] _bedwelmd_.
+
+[127] _de borst doorbonzend_.
+
+[128] Lat. 2e naamval: _van Farao_.
+
+[129] voor _duizenden_.
+
+[130] _gekweld_.
+
+[131] Saamgetrokken uit _hadtghy_: _hadt gij_.
+
+[132] _Glinsterde_.
+
+[133] versta: _geleek zij_.
+
+[134] verkeerdelijk voor _zwierf_, _verstierf_.
+
+[135] Thans tot _heette_ verzwakt.
+
+[136] (Gelijk _metterdaad_, _metterwoon_, enz. saamgetrokken _met der
+spoed_) thans _met spoed_.
+
+[137] _begraven_.
+
+[138] _vaak_, _dikwerf_ d. i. _veelmaals_.
+
+[139] Thans _ontstoken_.
+
+[140] _schielijk afgedane_.
+
+[141] het gelaat verwringende.
+
+[142] Thans _de_.
+
+[143] Minder gelukkig voor _overstelpt_ of iets derg.
+
+[144] Lat. vierde naamval van _Mozes_.
+
+[145] _Helsche_, _Duivelsche_.
+
+[146] _Maar al te ongaarne geuit_.
+
+[147] _vlugger_.
+
+[148] _manlijke kracht_.
+
+[149] _lichtgeschitter_.
+
+[150] _walmend_, _smokend_.
+
+[151] enkelv.
+
+[152] _Duizelig maakt_.
+
+[153] _het groote heelal_.
+
+[154] voor _gemakkelijk_.
+
+[155] _plotseling_.
+
+[156] _vreest_.
+
+[157] Thans _geveegd_, _gezuiverd_.
+
+[158] _makkers_ (nam. de _zeeluî_).
+
+[159] voor _wenden_.
+
+[160] _verradelijk_.
+
+[161] _vreeselijk_; thans verkeerdelijk _ijselijk_ geschreven.
+
+[162] _vork_ ('t Hoogd. _gabel_), hier voor Neptunus' _drietand_.
+
+[163] _bliezen_.
+
+[164] d. i. _stuurman_ (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).
+
+[165] _boos_ (_druipend_).
+
+[166] 't Hoogd. _kutscher_; thans _koetsier_.
+
+[167] _aanging_.
+
+[168] voor _binnen_.
+
+[169] voor _berekenen_.
+
+[170] voor _strandde_.
+
+[171] _ellen_.
+
+[172] _dubbel snel_.
+
+[173] _ydele beelden_.
+
+[174] voor _verzwonden_ of _verdwenen_.
+
+[175] Lat. tweede naamval van _Isis_.
+
+[176] Thans _vochtig_.
+
+[177] Thans _een of ander_.
+
+[178] _In 't geheel niets_.
+
+[179] voor _dier_, thans _wier_.
+
+[180] voor _acht ik_.
+
+[181] Thans _worden_.
+
+[182] _onachtzaam_.
+
+[183] _hoe langer_.
+
+[184] versta: _ons te ontslaan van_.
+
+[185] voor _te dreigen_.
+
+[186] Door 't twee regels later volgend _weder_- overtollig.
+
+[187] _wederbrengen_, _doen herboren worden_.
+
+[188] _herbracht_.
+
+[189] _ontzaggelijker_.
+
+[190] _gewelf_ ('t Fransche _voûte_).
+
+[191] d.i. van E.
+
+[192] _Geef nu verlof tot_, _veroorloof_.
+
+[193] Deze _Jup._ maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en
+geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en
+Godenlegenden in Vondels eeuw.
+
+[194] Van Saturnus (als _Tijdgod_ genomen).
+
+[195] Anders _dwingeland_, en een bewijs dat men verkeerd doet,
+dit saamgestelde woord van een vermeend _dwingelen_ af te leiden.
+
+[196] _overladen_.
+
+[197] voor _klimmen_.
+
+[198] Anders _soep_, _spijs_.
+
+[199] _wegneemt_, _belet_.
+
+[200] _tot dwaling brengen_.
+(verg. het Hoogd. _verrückt_.)
+
+[201] _een veêrtjen_.
+
+[202] _gelooft gij_.
+
+[203] _wakker_.
+
+[204] _mars_, _koopwaar_.
+
+[205] _afgebeeld_, _voorgedaan_.
+
+[206] _kleuren_.
+
+[207] _Schort op_, _staakt_.
+
+[208] _is hij niet voorzichtig_.
+
+[209] _in beweging_, _beroerte_.
+
+[210] voor _keten_ of _ketting_ ('t Lat. _catena_).
+
+[211] _schuinsch_ geslingerde.
+
+[212] _kunt_.
+
+[213] _het meest Helsche_.
+
+[214] minder gelukkig
+voor _onder hun vlerken_, _hun schaduw bedekken_.
+
+[215] Versta: _de opgesperde kaken_.
+
+[216] Thans _naar de ziel_.
+
+[217] _streelende_, _vleyende_.
+
+[218] _uitpraten_.
+
+[219] Verg. boven de aant. op _Jupiter_.
+
+[220] _zorgt_.
+
+[221] (voet-)_zolen_.
+
+[222] Verkeerdelijk voor _meer_.
+
+[223] Hier in slechten zin, voor _hoogmoedig_, _overmoedig_.
+
+[224] _bundel_.
+
+[225] voor _hoofdhaar_; eerst later werd het uitsluitend gebezigd
+voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts
+Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.
+
+[226] Midden-Egypte.
+
+[227] Gedoornde d. i. _stekelige_ puisten.
+
+[228] Voor _een vloed van regendroppels_,
+
+[229] Rijmshalven voor _eizig_.
+
+[230] _onbedekt, dor._
+
+[231] Anders _altegaâr_.
+
+[232] voor _de zon_.
+
+[233] _houdt weg_, _verschuilt_.
+
+[234] _schittert_.
+
+[235] Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van _verspringen_.
+
+236] _vonkt_ (zie vroeger).
+
+[237] _rijksappel_, als teeken der oppermacht.
+
+[238] _krijgshaftig_.
+
+[239] _Neder-Egypte_.
+
+[240] voor _grafteekenen_ in 't algemeen, hier de Pyramieden.
+
+[241] _het uitspansel te naderen._
+
+[242] voor _uitgespreid_, _uitgebreid_.
+
+[243] Het Westen, in tegenoverstelling van den _Levant_ (of _Opgang_)
+voor 't Oosten.
+
+[244] _Zuiden_.
+
+[245] voor _wimpel_, _vaan_, _banier_.
+
+[246] binnen den kring der stervelingen.
+
+[247] _voedt_, _onderhoudt_.
+
+[248] Minder juist voor _afschiet_.
+
+[249] Thans tot _noch_ (gelijk _ofte_ tot _of_) afgekort.
+
+[250] Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.
+
+[251] _den heer te spelen_.
+
+[252] _op zijn minst_.
+
+[253] Hebreeuwsche naam voor Egypte.
+
+[254] Hier in goeden zin: _grootsch_, _edelaardig_.
+
+[255] _niet_.
+
+[256] Thans _te vermaken_.
+
+[257] met _duren_ eede.
+
+[258] voor _vlijt_, dat toen nog zoo uitgesproken werd.
+
+[259] Versta: _daarheen_, _van waar_.
+
+[260] Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor _reus_.
+
+[261] _vochtige_.
+
+[262] voor u.
+
+[263] _bedelbrokken_ of liever _benden_.
+
+[264] _keuken_.
+
+[265] _kraanvogels_.
+
+[266] _Te gast te gaan_.
+
+[267] Thans _den eik_.
+
+[268] Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare _van_.
+
+[269] _Trotsch_, _ontoeganklijk_.
+
+[270] Thans _om te_.
+
+[271] Verkeerdelijk voor _omvlochten_.
+
+[272] _naauwlijks_.
+
+[273] _afgemeten_.
+
+[274] _gewelven_.
+
+[275] _middelpunt_.
+
+[276] voor _strafzwaard_.
+
+[277] Thans _uwsweegs_, sedert _straat_ in den meer bepaalden zin
+van _bestraten weg_ (_via strata_) gebezigd wordt.
+
+[278] _allerlaagsten_.
+
+[279] Fransche _offrande_, en dus verkeerdelijk
+meestal _offerhand_ geschreven.
+
+[280] Thans _veroorlooft_.
+
+[281] _verzacht het_.
+
+[282] _ontbloote_, _zichtbare_.
+
+3[283] Thans _wordt_.
+
+[284] _wegneemt_.
+
+[285] Thans tot _en_ verkort.
+
+[286] _wijselijk_.
+
+[287] Germ. voor _verwen_.
+
+[288] _vrijwaren_.
+
+[289] Voor _doorklieft_.
+
+[290] _onderwijl_.
+
+[291] Thans _zich_.
+
+[292] _aan 't spit braden_.
+
+[293] _zuur_.
+
+[294] _gereed_.
+
+2[295] Thans _maan_.
+
+[296] _verbijsterd_ (verg. 't Hoogd. _verrückt_).
+
+[297] Voor _terwijl_.
+
+[298] _luchtige_, _vlugge_.
+
+[299] Minder gelukkig voor _met getakte hoornen_.
+
+[300] Verwarring van konijnen en hazen.
+
+[301] de golven van Thetys, d. i. de zee.
+
+[302] _klaarlijk_.
+
+[303] den reidans opent.
+
+[304] Thans _spreidt_.
+
+[305] Anders _flambouw_
+('t Fransch _flambeau_), gelijk _bureel_ van _bureau_.
+
+[306] Neder-Egypte.
+
+[307] _overschaduwen_.
+
+[308] Thans _dien_.
+
+[309] Thans tot _morgenzon_ geslonken.
+
+[310] _helderheid te gunnen_.
+
+[311] _bespreid_.
+
+[312] De Grieksche Wraakgodinnen.
+
+[313] De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.
+
+[314] Voor _sterren_.
+
+[315] _gedraaid_.
+
+[316] _gouden lokken_.
+
+[317] Thans _onttrokt aan_.
+
+[318] Voor _gestarnte_.
+
+[319] _verraderlijk_ (als een "dief" in den nacht ons besluipende).
+
+[320] De bekende rivieren der oude wereld.
+
+[321] Rijmshalven voor _schadelijk_.
+
+[322] _oorlogsmaagd_.
+
+[323] Thans _wapenen_.
+
+[324] _streng_, _wreed_.
+
+[325] Thans _zoo_.
+
+[326] Rijmshalven voor _het loof_ of _lover_.
+
+[327] Thans voor het Fr. _fluit_ verouderd (verg. echter nog ons
+_pijper_).
+
+[328] _ommekring_.
+
+[329] Voor de _beesten van 't veld_.
+
+[330] _dicht bewassen_.
+
+[331] Anders _verloor_.
+
+[332] Voor _ouderdom_.
+
+[333] Naar zijn eigenlijke beteekenis van _vorm_.
+
+[334] _gilde_.
+
+[335] _bovenal_.
+
+[336] _overtrokken_, _overschaduwd_.
+
+[337] Gallicisme voor _graf_.
+
+[338] _erfgenaam_, 't Fr. _hoir_.
+
+[339] Van _ijs_.
+
+[340] _gestalte_.
+
+[341] Thans _eener zon_.
+
+[342] _bliksemflits_.
+
+[343] Thans _te_.
+
+[344] Thans in verlengden vorm _vertoont_ (d.i. _vertoogent_).
+
+[345] _toorts_.
+
+[346] _vonkt_.
+
+[347] Voor _zoo en_ (d.i. _niet_).
+
+[348] _doorboorden_.
+
+[349] Rijmshalven maar verkeerdelijk voor _gedocht_.
+
+[350] _vergetelheid_.
+
+[351] Voor _vlijmen_, of liever _vlijmend zwaard_.
+
+[352] _laat vrij_.
+
+[353] _Laat ze vlugten, trekken, reizen enz_.
+
+[354] Voor _be-ijzeld_.
+
+[355] Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht
+tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang _ig_
+in 't algemeen te velde getrokken.
+
+[356] Gelijk meer als _zal_ (verg. ook 't Eng. _to will_).
+
+[357] _weldra_.
+
+[358] _in persoon_ (verg. echter aant. [355]).
+
+[359] Verkeerdelijk voor _van den Oceaan_.
+
+[360] Thans _maakt u_.
+
+[361] _weggevaagd_ (zie vroeger).
+
+[362] Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor
+_menschelijke treden_.
+
+[363] _draai_, _ommezwaai_.
+
+[364] _vergolden_, _betaald_.
+
+[365] Voor _dubbel_.
+
+[366] Thans _worden_.
+
+[367] _arm_.
+
+[368] Thans _om te_, _tot_.
+
+[369] D.i. den _moed_.
+
+[370] D.i. _de legerknechten_ (als die de wapens hunner vijanden
+vermeesteren).
+
+[371] _weifelen_.
+
+[372] _oorloogt_, _strijdt_.
+
+[373] Thans _werpt_ (even als, omgekeerd, thans _wordt_ voor 't
+vroegere _werd_).
+
+[374] _In korten tijd_.
+
+[375] Voor _gezwind_.
+
+[376] _laat_.
+
+[377] Rijmshalven voor _beroemen_.
+
+[378] _kregel_, _wrevelig_.
+
+[379] _bejammerd_ (nam. door de Egyptenaren).
+
+[380] Hoogd. voor _spoedig_.
+
+[381] Thans _dien_.
+
+[382] Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem
+zijn hartstocht _verleidde_.
+
+[383] Thans _zelf_.
+
+[384] _'thelpt niet_.
+
+[385] voor _onbedacht_.
+
+[386] Hier voor _schaar_.
+
+[387] _werpe_.
+
+[388] _golvend_, _drijvend_.
+
+[389] _stugge_, _harde_ (gelijk nog in Overijsel _stoer_; verg.
+ook ons _stuursch_).
+
+[390] _wankel-_, _kleinmoedig_.
+
+[391] Thans _hoop_.
+
+[392] In 't _midden_.
+
+[393] _lager_.
+
+[394] _tegen den aard_.
+
+[395] _Dwars overtrekken_.
+
+[396] _op den duur_.
+
+[397] Minder juist voor _diepgaande_, tot op 't grondelooze toe.
+
+[398] D. i. _van de zee_.
+
+[399] _boos_, _verraderlijk_.
+
+[400] _zakt_.
+
+[401] Thans _eindlijk_.
+
+[402] Thans veelal verkeerdelijk _ijselijk_.
+
+[403] _vloeyend tal_.
+
+[404] Rijmshalven voor _klimmen_.
+
+[405] Voor _snellende_.
+
+[406] Thans _dollen_, _woedenden_.
+
+[407] _wien_, _tegen wien_.
+
+[408] _geeft om_.
+
+[409] _dwarsch_, _stuursch_.
+
+[410] _vochtig gewoel_ voor _'t gewoel der golven_.
+
+[411] _binnen zoo korten tijd_.
+
+[412] Voor _meest onvervalschte_.
+
+[413] _goedgunstig_.
+
+[414] _ruw_, _woest_.
+
+[415] Voor _krijgswapens_.
+
+[416] Thans _meê_.
+
+[417] trompet.
+
+[418] _voorstaat_, _beschermt_.
+
+[419] Voor _met zijn schaduw overdekt_.
+
+[420] _genieten_ (verg. nog ons _órberen_).
+
+[421] Thans _om te_; verg. vroeger.
+
+[422] Voor _breed_.
+
+[423] Versta: _treurend slaakte_.
+
+[424] Voor _gesternte_.
+
+[425] Voor _teeken van dankbaarheid_.
+
+[426] Thans _niets_.
+
+[427] Thans _bron_.
+
+[428] Tweeden naamvalsuitgang, thans _oprechte_.
+
+[429] _heeft het_.
+
+[430] Voor _gebouwd_.
+
+[431] _geheime raad_.
+
+[432] Namelijk _het offer_.
+
+[433] Minder gelukkig voor _gedenken_, _mij herinneren_.
+
+[434] Rijmshalven voor _verdiensten_.
+
+[435] Voor _doet versagen_.
+
+[436] _trotschen_.
+
+[437] _Behooren_.
+
+[438] _straalt_; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.
+
+[439] Thans _bezwijkt_, _zwicht_.
+
+[440] Rijmshalven voor _melden_.
+
+[441] Voor _verweren_, _beschermen_.
+
+[442] _alleen_ (verg. 't hoogd. _bloss_).
+
+[443] Latinisme voor _nadat onze boeyen gebroken zijn_.
+
+[444] Maatshalven voor _gekregen_.
+
+[445] Thans _de Jordaan_.
+
+[446] Thans _zich_.
+
+[447] Rijmshalven als stopwoord gebezigd.
+
+[448] Voor _kleed_.
+
+[449] _voordeel_.
+
+[450] _vochtig_ en daarom _vaardig_.
+
+[451] _ontsluit_.
+
+[452] ladder.
+
+[453] _snijdend_, _fel_.
+
+[454] _bron-aâr_.
+
+[455] _aarde_.
+
+[456] _Uit levendige gunst_; de leus der oude Rederijkers kamer te
+Amsterdam.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van den Vondel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+***** This file should be named 30473-8.txt or 30473-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/0/4/7/30473/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/30473-8.zip b/old/30473-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..2d968f1
--- /dev/null
+++ b/old/30473-8.zip
Binary files differ
diff --git a/old/30473-h.zip b/old/30473-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..2cf180a
--- /dev/null
+++ b/old/30473-h.zip
Binary files differ
diff --git a/old/30473-h/30473-h.htm b/old/30473-h/30473-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..c9a5558
--- /dev/null
+++ b/old/30473-h/30473-h.htm
@@ -0,0 +1,5677 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=utf-8" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De Complete Werken, by JOOST VAN VONDEL.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+ p { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ td {vertical-align: top;}
+
+ div.centered {text-align: center;} /* work around for IE centering with CSS problem part 1 */
+ div.centered table {margin-left: auto; margin-right: auto; text-align: left;} /* work around for IE centering with CSS problem part 2 */
+
+
+ body{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+
+ em.gesperrt {
+ letter-spacing: 0.35ex;
+ padding-left: 0.35ex;
+ font-style: normal;
+ }
+
+ ins.note {border-bottom: red thin dotted; text-decoration: none;}
+
+ .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute;
+ left: 92%;
+ font-size: smaller;
+ text-align: right;
+ color: gray;
+ } /* page numbers */
+
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;}
+ .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em;
+ float: right; clear: right; margin-top: 1em;
+ font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;}
+
+ .bb {border-bottom: solid 2px;}
+ .bl {border-left: solid 2px;}
+ .bt {border-top: solid 2px;}
+ .br {border-right: solid 2px;}
+ .bbox {border: solid 2px;}
+
+ .center {text-align: center;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+ .u {text-decoration: underline;}
+
+ .footnotes {border: dashed 1px;}
+ .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; font-size: 105%; text-align: left; line-height:140%;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1.5em 0em 1.5em 0em;}
+ .poem div {display: block; margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem div.i2 {display: block; margin-left: 2em;}
+ .poem div.i3 {display: block; margin-left: 3em;}
+ .poem div.i4 {display: block; margin-left: 4em;}
+ .poem div.i5 {display: block; margin-left: 5em;}
+ .poem div.i6 {display: block; margin-left: 6em;}
+ .poem div.i7 {display: block; margin-left: 7em;}
+ .poem div.i8 {display: block; margin-left: 8em;}
+ .poem div.i9 {display: block; margin-left: 9em;}
+ .poem div.i10 {display: block; margin-left: 10em;}
+ .poem div.i12 {display: block; margin-left: 12em;}
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van den Vondel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De complete werken van Joost van Vondel
+ Het Pascha
+
+Author: Joost van den Vondel
+
+Editor: H.J. Allard
+
+Release Date: November 14, 2009 [EBook #30473]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+
+
+
+<h2> DE COMPLETE WERKEN<br />
+
+VAN</h2>
+
+<h1>JOOST VAN VONDEL.<br /><br /><br /></h1>
+
+
+
+
+
+<div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_6b" id="Page_6b">[Pg 6b]</a></span>
+</div>
+
+<h2>Het Pascha,</h2>
+
+<h4>OF</h4>
+
+<h3>de Verlossing der kinderen Isra&euml;ls
+uit Egypte;</h3>
+
+<h4>TRAGICOMEDISCHER WIJZE, EEN IEDER TOT LEERING, OP
+'T TOONEEL GESTELD.</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i10'>De goede vind' mij goed,</div>
+<div class='i12'>De kwade straf en streng,</div>
+<div class='i10'>Wanneer ik d' een behoed',</div>
+<div class='i12'>En d' ander t' onderbreng'.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<div class='stanza'>DE DICHTER WENSCHT DEN GOEDWILLIGEN
+LEZER HEIL EN ZALIGHEID.</div>
+
+
+<div><br /></div>
+
+<p>De oude wijze Heidenen, aanmerkende den aard en de
+verdorvenheid des menschen, en ziende hoe traag vast<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor"><ins class="note" title="nagenoeg.">[1]</ins></a> een
+ieder was, om langs de trappen der deugden op te klimmen,
+en omhoog te stijgen in al hetgene wat loflijk en heerlijk
+bij hun mocht genaamd worden, als zijnde eenen al te steilen
+berg; zoo hebben zij in alle manieren getracht, door zekere
+middelen een ieder te brengen tot een goed, zedig, en
+natuurlijk burgerlijk leven; hetzij door eenige po&euml;tische fabelen
+en versierde<a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verzonnen.">[2]</ins></a> gedichten, of door andere bekwame regelen
+en wetten. Dan<a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maar.">[3]</ins></a> onder andere hebben zij voor goed
+ingezien de manier van eenige oude histori&euml;n of vergeten
+geschiedenissen wederom te ververschen, en vooral de wereld
+op het tooneel te stellen: om alzoo door zekere aardig
+toegemaakte<a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor"><ins class="note" title="ingerichte.">[4]</ins></a> beelden en personen, levendig uit te drukken
+en na te bootsen hetgeen tijd en oudheid, met veel verloopen
+eeuwen en afgemaaide jaren, bijkans uit het geheugen
+gewischt hadden, in voegen alsof die eerst tegenwoordig
+geschiedden. Waarin zij betoonden, hoe in 't einde alle goed
+zijn belooning, en alle kwaad zijn eigen straf veroorzaakt,
+opdat zelfs plompe, ruwe en ongeleerde menschen, die al
+hoorende doof en al ziende blind waren, zonder bril mochten
+hun feilen als met den vinger aangewezen, en door
+sprekende letteren van gesierde figuren getemd en gezedigd
+werden, en alzoo volgens de spreuk Horatij<a name="FNanchor_5_5" id="FNanchor_5_5"></a><a href="#Footnote_5_5" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van (den Latijnschen dichter) Horatius.">[5]</ins></a> het profijt
+met genoegen leeren. Want nademaal zij bevonden dat
+eenigen te kreupel<a name="FNanchor_6_6" id="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gebrekkig (van geest nam.)">[6]</ins></a> waren, om te graven naar de kostelijke
+kleinodi&euml;n der leeringen en geheimenissen, die onder de
+schors van gedroomde fabelen weggescholen en verborgen
+lagen, en hun<a name="FNanchor_7_7" id="FNanchor_7_7"></a><a href="#Footnote_7_7" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[7]</ins></a> van gretige zoekers en ijveraars gaarne wilden
+laten vinden, en dat den eenen op deze, den anderen op
+een andere wijze wilde geleerd en onderwezen zijn; zoo is
+het hun niet genoeg geweest, ofschoon de boeken van schoone
+<span class='pagenum'><a name="Page_7a" id="Page_7a">[Pg 7a]</a></span>
+lessen al vervuld waren, en geheel dik opgehoopt op malkanderen
+liggende eenen heerlijken winkel maakten, en of
+veel gulden redenen in koperplaten en marmersteenen kunstig
+gegraveerd alsins in het voorhoofd van treffelijke gebouwen,
+de voorbijgangers al verbaasd ophielden; maar zij
+hebben ook daarbenevens, in groote bijzondere schouwplaatsen
+willen in het openbaar de schatten der filosofie in
+den schoot toewerpen dengenen die te achteloos waren om
+daarna<a name="FNanchor_8_8" id="FNanchor_8_8"></a><a href="#Footnote_8_8" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende daarnaar willen lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk nader) dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met waar, daar, enz. het eerste de voorkeur.">[8]</ins></a> te arbeiden en te streven: zij hebben met dit doen
+ook den geheelen stand en de conditie der wereld willen afbeelden,
+en die een iegelijk als een levende schoonverwige
+schilderij voor oogen stellen. Want waarbij mag het geheele
+tafereel of theater dezer wereld beter vergeleken worden,
+als<a name="FNanchor_9_9" id="FNanchor_9_9"></a><a href="#Footnote_9_9" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dan.">[9]</ins></a> bij een groot openbaar tooneel, daar vast een ieder gedurende
+den handwijlschen<a name="FNanchor_10_10" id="FNanchor_10_10"></a><a href="#Footnote_10_10" class="fnanchor"><ins class="note" title="Korten (verg. de uitdrukking spanne tijds).">[10]</ins></a> tijd van zijn vli&ecirc;nde leven, zijn
+eigen rol en personagi&euml; speelt. De een vertoogt<a name="FNanchor_11_11" id="FNanchor_11_11"></a><a href="#Footnote_11_11" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans vertoont (d. i. eig. vertoogent, met den langeren vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)">[11]</ins></a> zich daarop
+als koning, en neemt genoegen, met zijnen beparelden schepter
+of rijksstaf, veel koninkrijken en landen te gebieden en
+te beheerschen, met een gouden kroon zijn koninglijk hoofd
+om te drukken<a name="FNanchor_12_12" id="FNanchor_12_12"></a><a href="#Footnote_12_12" class="fnanchor"><ins class="note" title=" te omspannen; verg. boven bl. 5, aant. [23].">[12]</ins></a>, en bekleed met een glansig luisterende<a name="FNanchor_13_13" id="FNanchor_13_13"></a><a href="#Footnote_13_13" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinkende.">[13]</ins></a>
+purper zich te vertoonen op zijnen hoogen troon, voor wiens
+majesteit de onderdanen met grooten eerbied buigen en nedervallen.
+Een ander volgt den krijggod Mars, en al blaauw
+gehelmd steekt zijn paard met sporen, hebbende in de eene
+hand een tweesnijdend zwaard, in de andere een gevelde
+speer, rijdt alzoo midden onder de vijanden, ontziende noch
+leven noch dood, om met tien duizend Trofe&euml;n triumfelijk
+weder te keeren, of in het bestoven veld, onder de verslagen
+helden, zijn graf al met groenen palm en lauwer bestrooid
+te hebben. Dezen, met een verbleekt gelaat, kweelt
+van liefde, en doet met zijn beweeglijke klachten alsins den
+schallenden echo in 't holle gewelf van Veneris<a name="FNanchor_14_14" id="FNanchor_14_14"></a><a href="#Footnote_14_14" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tweede-naamval van Venus.">[14]</ins></a> tempel wedergalmen.
+Die berijdt den woesten Oceaan met een gevleugeld
+paard, niet ontziende stormen, winden, zeevlagen,
+noch Syrten<a name="FNanchor_15_15" id="FNanchor_15_15"></a><a href="#Footnote_15_15" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinde klip.">[15]</ins></a>, noch klippen, noch diepe afgronden, om van
+het Oosten in het Westen te geraken. Een ander beploegt
+met een paar jok-ossen den rug van onzer aller moeder, om
+te zijner tijd de godin Ceres de eerstelingen zijner vruchten
+toe te wijden, enz. Terwijl dus den eenen in dit, den anderen
+in een ander<a name="FNanchor_16_16" id="FNanchor_16_16"></a><a href="#Footnote_16_16" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans iets anders.">[16]</ins></a> bezig is, ontgaat hun den vluggen tijd,
+en eer den eenen na den anderen den laatsten zucht geeft,
+moeten zij alle met den wijzen man roepen, dat alles niet
+anders is dan "Al ijdelheid, Al ijdelheid," en worden alzoo
+door onverwachte dood, eer zij hun zelven hebben recht leeren
+kennen, van het tooneel des aardbodems achter de gordijne
+weggerukt: daar is den rijken en den armen, den wijzen
+en den zotten, den schoonen en den leelijken, den sterken
+en den zwakken, de een den ander gelijk; zoodat met
+recht over deze onze ijdelheid Heraclitus schreit, Democritus
+lacht, en Timon zich voor de menschen als voor eenen
+vloek versteekt, op hooge bergen, in diepe holen, in duistere
+wildernissen, en andere eenzame plaatsen. Dit aldus
+aangemerkt zijnde, kunnen wij lichtelijk vonnissen, wat de
+oude wijze Heidenen met deze manier van doen hebben
+willen te kennen geven, en dat zij daarin niet te vergeefs
+zoo vlijtig en bezig geweest zijn. Ja, dat meer is, wie zal
+durven ontkennen, dat de Wet met al heur ceremoni&euml;n en
+uiterlijke diensten, als offeranden, reinigingen, Sabbatten,
+nieuwe maanden, en al hetgene A&auml;rons priesterschap en
+<span class='pagenum'><a name="Page_7b" id="Page_7b">[Pg 7b]</a></span>
+den tempel met alle zijn sieraden, gereedschappen, en toerustingen
+aankleeft, zoo ook het regiment<a name="FNanchor_17_17" id="FNanchor_17_17"></a><a href="#Footnote_17_17" class="fnanchor"><ins class="note" title="bestuur, beheer.">[17]</ins></a> van het rijk Isra&euml;ls;&mdash;wie
+zal (zegge ik) durven verloochenen, dat dit alles
+iets anders geweest zij, als een voorspel van hetgene men in
+den toekomenden Messias te verwachten hadde? Want toen
+dezen allerheiligsten Hoogepriester en Koning aller koningen
+kwam, toen hadden alle wettelijke letterlijke priesteren
+en koningen Judae hun rol volspeeld en uitgediend: want in
+Christus houden alle beelden, schaduwen, en figuren op. Ja,
+de bloote parabolen en gelijkenissen, die de Heere, onze
+Zaligmaker in het Evangelie voorstelt, "van den mensch,
+die onder de moordenaars gevallen was; van den verloren
+zoon, die al zijns vaders goed onnuttelijk verkwist had;
+van den rijken man, die met purper en kostelijk lijnwaad
+bekleed zijnde, lekker leefde en Lazarus vergat:" wat zijn
+het anders, als naakte Comedi&euml;n en Tragedi&euml;n, om daarmede
+te leeren die menschen, dewelke op geen andere manier
+de verborgen mysteri&euml;n van het Rijk der Hemelen verstaan
+kunnen? Ik ga voorbij de Boeken der Koningen: daar
+eenen hovaardigen woedenden Saul, al razende en troosteloos,
+in zijn eigen zwaard valt; daar eenen vlugtigen David,
+gedurende zijn ballingschap, hemel en aarde te naauw
+dunkt; daar eenen verwonnen Zedekia gevankelijk naar
+Babyloni&euml;n gevoerd werd; daar eenen tirannischen Nebukadnezar
+Jeruzalem en des Heeren tempel verwoest, en tot
+eenen steenhoop maakt, enz. Alle welke personen ons van
+den H. Geest tot leerachtige<a name="FNanchor_18_18" id="FNanchor_18_18"></a><a href="#Footnote_18_18" class="fnanchor"><ins class="note" title="leerrijke.">[18]</ins></a> voorbeelden (als op de <em class="gesperrt">scena</em><a name="FNanchor_19_19" id="FNanchor_19_19"></a><a href="#Footnote_19_19" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. voor tooneel.">[19]</ins></a>)
+voorgedragen werden: zoo hebben wij voorhenen deze
+Tragi-Comedie voor eens ieders oogen willen op de stellagi&euml;<a name="FNanchor_20_20" id="FNanchor_20_20"></a><a href="#Footnote_20_20" class="fnanchor"><ins class="note" title="planken.">[20]</ins></a>
+openlijk vertoonen. En alzoo wij bevonden hebben, dat
+vele daar smaak-lustig en begeerig naar geweest zijn, om
+hetzelve nog eens te overlezen, niet vernoegd zijnde, dat zij
+het gezicht en het gehoor daarvan genoten hebben, zoo heb
+ik, ten ernstigen verzoeke van eenigen, geoorloofd hetzelve
+(hoewel het gering is ten aanzien van hetgene ik daarin gedaan
+heb, nochtans groot en gewichtig van stoffe) door openbaren
+druk een iegelijk gemeen te maken: te meer, omdat
+het bij velen uit mijn origineel getogen zijnde, te zeer gekrenkt,
+en van zijnen luister te zeer beroofd en ontsierd
+werd. Wenschende, dat het met zoodanige vruchtbaarheid
+gelezen worde, dat het gedije tot prijs van den heiligen en
+gebenedijden name Gods, en dat, door het overdenken van
+deze Tragi-comedie of dit Blij-eindig-spel, de droeve Tragedie
+of het droevig Treurspel van ons ellendig leven mag
+nemen een vrolijk einde en gewenschten uitgang. Amen.</p>
+
+<p>In Amstelredam, 1612, den 29en Maart.</p>
+
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i10'>Den al uwen</div>
+<div class='i8'><span class="smcap">J. van Vondelen.</span></div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h3>Epistre</h3>
+
+<h4>A MONSEIGNEUR</h4>
+
+<h4>IEAN MICHIELS VAERLAER<a name="FNanchor_21_21" id="FNanchor_21_21"></a><a href="#Footnote_21_21" class="fnanchor"><ins class="note" title=" J. Mz. Vaer (d. i. van der) Laer was een rijk Amsterdamsch lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.">[21]</ins></a>,</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>MON SINGULIER AMY.</div>
+
+<div class='i4'>L'encensoir odoreux de l'Arabie heureuse,</div>
+<div class='i2'>L'Attique miel sucr&eacute;, la mine precieuse</div>
+<div class='i2'>De la riche Peru, les perles, les tresors</div>
+<div class='i2'>Que l'Inde Orientale a sur ses riches bords,</div>
+<div class='i2'>Ne pouvant presenter &agrave; vostre Seigneurie,</div>
+<div class='i2'>Ie vien l'Avant-coureur de mienne Po&euml;sie</div>
+<div class='i2'>Sacrer &agrave; ton honneur, en toute humilit&eacute;,</div>
+<div class='i2'>La printaniere fleur de mon aage dor&eacute;.</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_8a" id="Page_8a">[Pg 8a]</a></span>
+<div class='i4'>Ma Muse rit desia, se voyant amiable</div>
+<div class='i2'>Dessoubs l'ombre d'vn tel Mec&aelig;ne favorable,</div>
+<div class='i2'>Qui, fuyant le pav&eacute; des ru&euml;s, va les champs</div>
+<div class='i2'>Presser de ses talons: qui l'aage de son temps</div>
+<div class='i2'>Loing, loing hors l'emmur&eacute; d'vne Cit&eacute; redouble,</div>
+<div class='i2'>Laissant des Citadins la peupuleuse trouble:</div>
+<div class='i2'>Qui pour les bords du Leck et son bord verdissant</div>
+<div class='i2'>Quitta le bleu Triton de l'Amstel ondoyant,</div>
+<div class='i2'>Et estant petit Roy de Iaersveldt, ne desire</div>
+<div class='i2'>Changer son libre estat pour vn plus grand Empire.</div>
+<div class='i4'>O trois fois bienheureux (a autre fois chant&eacute;</div>
+<div class='i2'>Horace et le Gascon Du Bartas renomm&eacute;)</div>
+<div class='i2'>O mille fois heureux! qui voit tousiours Nature</div>
+<div class='i2'>Fleurir parmy les champs en eternel verdure!</div>
+<div class='i2'>Le maniement joyeux d'vn verd sion ent&eacute;</div>
+<div class='i2'>Le lustre passe d'vn royal sceptre emperl&eacute;,</div>
+<div class='i2'>Les feuilles ombrageux d'vn florissant boscage,</div>
+<div class='i2'>Les doux tirelirants Rossignols en ramage,</div>
+<div class='i2'>Surpassent l'orgueilleux couronnement royal,</div>
+<div class='i2'>Et le chant mesur&eacute; des Chantres musical.</div>
+<div class='i4'>Si tost que le Soleil va peindre de dix milles</div>
+<div class='i2'>Couleurs le gay Printemps, par les pleines fertiles,</div>
+<div class='i2'>Le champestre Bourgeois voyt ores sur les fleurs</div>
+<div class='i2'>Aurore distiller les agreables pleurs,</div>
+<div class='i2'>Il voit les fleurs ployer soubs vn mignard Zephire,</div>
+<div class='i2'>Il oyt le doux Echo qui par le ciel souspire,</div>
+<div class='i2'>Il voyt les aime-fleurs d'Hymette bancquetter,</div>
+<div class='i2'>Le sueux Laboureur la terre cultiver,</div>
+<div class='i2'>Et richement semer la nouvelle semence,</div>
+<div class='i2'>Pour moissonner apres les fruicts en abondance.</div>
+<div class='i4'>Le chaleureux Est&eacute; (qui brusle tout vermeil)</div>
+<div class='i2'>Luy monstre les espics, la vertu du Soleil</div>
+<div class='i2'>Luy monstre le coral des cramoisins cerises,</div>
+<div class='i2'>Et l'Automne a couvert de mille friandises</div>
+<div class='i2'>Son table, riche en fruict, en bled, en grain, en vin,</div>
+<div class='i2'>Verssant le bon Bacchus dedans vn crystalin.</div>
+<div class='i2'>Or estant de tous biens richement couronn&eacute;e</div>
+<div class='i2'>Il sent desia en l'air les aisles de Bor&eacute;e.</div>
+<div class='i4'>He Dieu! qu'est-ce vn plaisir ainsi en libert&eacute;</div>
+<div class='i2'>Parmy les champs feconds, en toute seuret&eacute;,</div>
+<div class='i2'>De talonner les pas de nostres premiers Peres,</div>
+<div class='i2'>Loing, loing laissant &agrave; dos les passions severes,</div>
+<div class='i2'>Fuyant le bruict mondain l &ocirc;, doux et sainct repos!</div>
+<div class='i2'>Qui de cupiditez n'as point charg&eacute; le dos,</div>
+<div class='i2'>Qui ne crains le malheur d'vne gauche fortune,</div>
+<div class='i2'>Ni l'azur ondoyant du barbare Neptune,</div>
+<div class='i2'>Qui portes dans ton coeur ta richesse et thresor,</div>
+<div class='i2'>Et ton bien souverain: qui pour argent ni or</div>
+<div class='i2'>Ne passeras la mer, ne tendras tant de toiles,</div>
+<div class='i2'>Pour borner tes desirs soubs l'ombre de tes voiles,</div>
+<div class='i2'>Qui d'vn Balaine fier ne crains d'estre englouti,</div>
+<div class='i2'>Mais qui dans ton berceau veux estre enseveli.</div>
+<div class='i4'>Durant l'aage dor&eacute; que nos premiers Ancestres</div>
+<div class='i2'>Faisoint profession des ouvrages champestres,</div>
+<div class='i2'>Astr&eacute;e florissoit, et la terre &agrave; chascun</div>
+<div class='i2'>Estoit avec ses fruicts en partage commun,</div>
+<div class='i2'>Les fifres ni tambours n'esveillerent l'orage</div>
+<div class='i2'>D'vn sanglant eschaffaut, ne Mars aime-carnage</div>
+<div class='i2'>N'exhortoit ses Souldats, on ne trouva Citez,</div>
+<div class='i2'>Chasteaux, ni tours pierreux, ni Remparts terrassez,</div>
+<div class='i2'>Neptune n'eust le dos ni ses ondes sal&eacute;es</div>
+<div class='i2'>Charg&eacute;es de cent vaisseaux, car du fruict des vall&eacute;es</div>
+<div class='i2'>Chascun se contentoit, et vivoit &agrave; Cer&egrave;s,</div>
+<div class='i2'>Laquelle abondamment leur provida assez.</div>
+<div class='i4'>O celeste labeur! qui dans ton front empraincte</div>
+<div class='i2'>Portez la saincte loy, la justice, et la craincte</div>
+<div class='i2'>Du grand Dieu Zebaoth, comme Abel vertueux,</div>
+<div class='i2'>No&euml;, Moyse, Abram, et celuy qui les Cieux</div>
+<div class='i2'>Semble oreillier au son de sa harpe dor&eacute;e,</div>
+<div class='i2'>Et triomphant se voyt vainceur d'vn Briar&eacute;e.</div>
+<div class='i4'>Combien d'ann&eacute;es les Romains sont sagement</div>
+<div class='i2'>Gouvernez soubs ceux ci, qui du coutre trenchant</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_8b" id="Page_8b">[Pg 8b]</a></span>
+<div class='i2'>La terre ont cultiv&eacute;, je laisse vn Tite Live</div>
+<div class='i2'>Historier dessus de Tyberique rive.</div>
+<div class='i4'>Ie ne veux, ni ne puis mettre en jeu tous les Roys,</div>
+<div class='i2'>Porte-sceptres dorez, Demy-dieux, Donne-loyx,</div>
+<div class='i2'>Qui ont abandonnez leur Couronne invincible,</div>
+<div class='i2'>Pour vivre bien contents parmy le champ paisible;</div>
+<div class='i2'>Loing, loing des vanitez et troubles de l'esprit,</div>
+<div class='i2'>Pour laquelle ses pleurs Heraclite espandit.</div>
+<div class='i4'>La plus part qui cerchoynt les immortelles vivres,</div>
+<div class='i2'>Et qui diligemment ont feuillett&eacute; les livres</div>
+<div class='i2'>Du trois-fois sainct Esprit, sout aussi retir&eacute;,</div>
+<div class='i2'>Laissant arriere loing l'humaine vanit&eacute;.</div>
+<div class='i2'>Car le vray Helicon, et Pernasse des Muses</div>
+<div class='i2'>Se plaist d'entre le son des douces cornemuses</div>
+<div class='i2'>Du haubois pastoral, soubs l'arbres ombrageux</div>
+<div class='i2'>Lesquels tous-jours croissant vont mena&ccedil;ant les Cieux.</div>
+<div class='i4'>Toy qui d'vn mesme feu et d'vne mesme flame</div>
+<div class='i2'>Bruslez divinement, c'est vers toy que je rame</div>
+<div class='i2'>Avec mon foible esquif, puis qu'vn vif jugement</div>
+<div class='i2'>Accompaigne tous-jours ton hault entendement,</div>
+<div class='i2'>Souffrez que soubs ton nom je vien le vieil Theatre</div>
+<div class='i2'>Icy renouveller, et Pharon l'Idolatre</div>
+<div class='i2'>Presenter obstin&eacute;, qui ses derniers sanglots</div>
+<div class='i2'>Et derniers pleurs noya dedans les rouges flots:</div>
+<div class='i2'>Souffrez que je despein icy la delivrance</div>
+<div class='i2'>Des enfans d'Isra&euml;l, d'Abram juste semence,</div>
+<div class='i2'>Afin que par Zoyle au visage effront&eacute;</div>
+<div class='i2'>Les fleurs de mon printemps ne soyent viol&eacute;.</div>
+<div class='i4'>C'est la cause pourquoy, Mecene tres-fidelle!</div>
+<div class='i2'>Que ma Muse dessoubs l'ombrage de ton aisle</div>
+<div class='i2'>Se cache volontiers. Ma Muse qui s'en va,</div>
+<div class='i2'>Sur le sacre sommet de l'Arabe Sina,</div>
+<div class='i2'>Le front pousser au Ciel jusqu'aus bigarres nu&euml;s,</div>
+<div class='i2'>Soubs l'Echo de ton nom jusqu'aux astres cornu&euml;s:</div>
+<div class='i2'>Recevez doncq ces vers, ces vers qu'&agrave; ton honneur</div>
+<div class='i2'>Vrayment meritent bien vn plus docte Sonneur.</div>
+<div class='i8'>De vostre Seigneurie le tres-affectionn&eacute;</div>
+<div class='i10'>I. V. V.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h3><a name="KORT_BEGRIP_VAN_DE_TRAGI-COMEDIE" id="KORT_BEGRIP_VAN_DE_TRAGI-COMEDIE"></a>KORT BEGRIP VAN DE TRAGI-COMEDIE:</h3>
+
+
+<p>Terwijl Mozes de schapen (zijns zwagers Jethro) hoedt in Midian, bij den
+berg Horeb of Sina&iuml;, verschijnt hem de Heer in de gedaante eens Engels
+uit het vlammende bosch, en stelt hem tot een leidsman, herder, en
+verlosser over het Huis van Isra&euml;l. Mozes ontschuldigt zich om zijne
+onbekwame tong, dies verzelt hem<a name="FNanchor_22_22" id="FNanchor_22_22"></a><a href="#Footnote_22_22" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans doet hem verzellen.">[22]</ins></a> de Heer met zijnen broeder, den
+schoontaligen en priesterlijken A&auml;ron. Deze twee gebroeders, als
+gezanten van Gods hooge Majesteit, verzoeken de verlossing Jakobs aan
+den koning Farao, met bevesting<a name="FNanchor_23_23" id="FNanchor_23_23"></a><a href="#Footnote_23_23" class="fnanchor"><ins class="note" title="bekrachtiging.">[23]</ins></a> van het eerste wonderteeken, hun
+slangwordende roede; maar de hoogmoedige koning, verstokt (zoo door het
+ingeven en de goochelarijen van zijn droombeduiders en toovenaars, als
+door zijns zelfs obstinaatheid) verdrukt de Hebre&euml;n meerder als voor
+henen: waar op volgen de tien straffen Gods, als roeden en geeselen van
+zijne regtvaardigheid, dies hij bedwongen is hun te verlaten<a name="FNanchor_24_24" id="FNanchor_24_24"></a><a href="#Footnote_24_24" class="fnanchor"><ins class="note" title="vrij te laten.">[24]</ins></a>. Doch
+de Heer verstokt hem tot uiterste straf van zijne hardnekkigheid, en tot
+grootmaking van zijnen heiligen Naam, dat hij, met zijn heerleger,
+ruiters, paarden en wagenen, de Isra&euml;lieten achterhaalt aan het Roode
+meer, daar de Heer zijne uitverkorenen droogvoets door brengt uit het
+geweld Farao's, die hun op het spoor navolgende, zijn droevig treurspel
+eindigt, en alle hoogmoedige Godverachters zijnen ondergang als een
+spiegel voor oogen stelt. De Isra&euml;lieten verlost loven (over hun
+triumphante verlossing) den Heer met lofzangen en dankzeggingen.
+Luistert toe, enz.</p>
+
+
+
+<div><hr style="width: 45%;" /></div>
+<div><span class='pagenum'><a name="Page_9a" id="Page_9a">[Pg 9a]</a></span></div>
+<h3><a name="BEELDEN_VAN_HET_BLIJ-EINDIG_SPEL" id="BEELDEN_VAN_HET_BLIJ-EINDIG_SPEL"></a>BEELDEN VAN HET BLIJ-EINDIG SPEL.</h3>
+
+<table class="cast" summary="cast of characters">
+<tbody><tr>
+<td>GOD DE HEERE</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td>
+<!--begin imbedded table-->
+ <table class="inner">
+ <tbody><tr>
+ <td class="bracket lf">
+ <p>MOZES, AARON, KORACH,</p>
+ <p>JOZUA en KALEB</p>
+ </td>
+ <td class="bracket rt">
+ <p>De Oudsten der Hebre&euml;n.</p>
+ </td>
+ </tr>
+ </tbody></table>
+<!--end imbedded table-->
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>FARAO,</td>
+<td> de Koning.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>
+<!--begin imbedded table-->
+ <table class="inner">
+ <tbody><tr>
+ <td class="bracket lf">
+ <p>TIFUS,</p>
+ <p>SERAX,</p>
+ </td>
+ <td class="bracket rt">
+ <p>Droom-bedieders en Toovenaars.</p>
+ </td>
+ </tr>
+ </tbody></table>
+<!--end imbedded table-->
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>ALBINUS,</td>
+<td>Veld-hoofdman met zijn Heir-leger.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>De Rei der Egyptenaren.</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td>De Rei der Isra&euml;lieten.</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td>FAMA,</td>
+<td>of 't vliegende Gerucht.</td>
+</tr><tr>
+<td>KOOR,</td>
+<td>de leerlijkheid of moralisatie van 't Spel.</td>
+</tr>
+</tbody></table>
+
+
+<h4>EERSTE DEEL.</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt:</div>
+</div>
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Weidt hier, mijn beestiaal<a name="FNanchor_25_25" id="FNanchor_25_25"></a><a href="#Footnote_25_25" class="fnanchor"><ins class="note" title="beesten (verg. 't Fr. bétail).">[25]</ins></a>! weidt hier, mijn tierig vee!</div>
+<div class='i2'>Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee!</div>
+<div class='i2'>Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig,</div>
+<div class='i2'>'t Lacht hier doch altemaal, zoetrokig<a name="FNanchor_26_26" id="FNanchor_26_26"></a><a href="#Footnote_26_26" class="fnanchor"><ins class="note" title="welriekend.">[26]</ins></a> en couleurig,</div>
+<div class='i2'>Nu wauwelt<a name="FNanchor_27_27" id="FNanchor_27_27"></a><a href="#Footnote_27_27" class="fnanchor"><ins class="note" title="kaauwt en herkaauwt.">[27]</ins></a> zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt<a name="FNanchor_28_28" id="FNanchor_28_28"></a><a href="#Footnote_28_28" class="fnanchor"><ins class="note" title="Dijt uit.">[28]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt:</div>
+<div class='i2'>Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder,</div>
+<div class='i2'>Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder,</div>
+<div class='i2'>De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd)</div>
+<div class='i2'>Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen<a name="FNanchor_29_29" id="FNanchor_29_29"></a><a href="#Footnote_29_29" class="fnanchor"><ins class="note" title="schapen (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen).">[29]</ins></a>, zwermt;</div>
+<div class='i2'>Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken,</div>
+<div class='i2'>Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken;</div>
+<div class='i2'>Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld,</div>
+<div class='i2'>Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt.</div>
+<div class='i4'>Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten!</div>
+<div class='i2'>Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten;</div>
+<div class='i2'>Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon,</div>
+<div class='i2'>Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon!</div>
+<div class='i2'>Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken,</div>
+<div class='i2'>Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken,</div>
+<div class='i2'>Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd<a name="FNanchor_30_30" id="FNanchor_30_30"></a><a href="#Footnote_30_30" class="fnanchor"><ins class="note" title="pracht (verg. 't Hoogd. geschmeide).">[30]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt<a name="FNanchor_31_31" id="FNanchor_31_31"></a><a href="#Footnote_31_31" class="fnanchor"><ins class="note" title="kleed ('t Fr. habit).">[31]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten,</div>
+<div class='i2'>Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten,</div>
+<div class='i2'>Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof,</div>
+<div class='i2'>Als al de lekkernij van 't koninklijke hof:</div>
+<div class='i2'>Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten<a name="FNanchor_32_32" id="FNanchor_32_32"></a><a href="#Footnote_32_32" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor schijnt.">[32]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>'t Is wederom vermengd met zorgen en onrusten,</div>
+<div class='i2'>Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed,</div>
+<div class='i2'>En morgen toegerust met wapens dol en wreed,</div>
+<div class='i2'>Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen,</div>
+<div class='i2'>En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen<a name="FNanchor_33_33" id="FNanchor_33_33"></a><a href="#Footnote_33_33" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot een helm geslonken.">[33]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard,</div>
+<div class='i2'>'t Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard.</div>
+<div class='i2'>Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen,</div>
+<div class='i2'>Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen.</div>
+<div class='i2'>Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad</div>
+<div class='i2'>Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat.</div>
+<div class='i4'>Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden,</div>
+<div class='i2'>En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen:</div>
+<div class='i2'>Abel en Abraham, Izak en Jakob mild<a name="FNanchor_34_34" id="FNanchor_34_34"></a><a href="#Footnote_34_34" class="fnanchor"><ins class="note" title="zacht.">[34]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild;</div>
+<div class='i2'>Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker,</div>
+<div class='i2'>Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker;</div>
+<div class='i2'>Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_9b" id="Page_9b">[Pg 9b]</a></span>
+<div class='i2'>Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen,</div>
+<div class='i2'>Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren,</div>
+<div class='i2'>Doch meer dwingt mij de nood als<a name="FNanchor_35_35" id="FNanchor_35_35"></a><a href="#Footnote_35_35" class="fnanchor"><ins class="note" title="dan.">[35]</ins></a> hertelijk begeeren.</div>
+<div class='i4'>'t Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl<a name="FNanchor_36_36" id="FNanchor_36_36"></a><a href="#Footnote_36_36" class="fnanchor"><ins class="note" title="dezer dagen.">[36]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl:</div>
+<div class='i2'>Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven,</div>
+<div class='i2'>En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven!</div>
+<div class='i4'>Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst,</div>
+<div class='i2'>Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst</div>
+<div class='i2'>Beteekent<a name="FNanchor_37_37" id="FNanchor_37_37"></a><a href="#Footnote_37_37" class="fnanchor"><ins class="note" title="afbeeldt.">[37]</ins></a> t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd,</div>
+<div class='i2'>Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd:</div>
+<div class='i2'>Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt,</div>
+<div class='i2'>De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed;</div>
+<div class='i2'>De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen,</div>
+<div class='i2'>De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen,</div>
+<div class='i2'>Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla,</div>
+<div class='i2'>En elk Inwoonder hoort den Scepter even na,</div>
+<div class='i2'>D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden,</div>
+<div class='i2'>Zoo hoort 't Rijk op<a name="FNanchor_38_38" id="FNanchor_38_38"></a><a href="#Footnote_38_38" class="fnanchor"><ins class="note" title="open.">[38]</ins></a> te staan, om iegelijk te voeden:</div>
+<div class='i2'>Maar Isra&euml;l, helaas! gaat op een dorre heid',</div>
+<div class='i2'>Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt,</div>
+<div class='i2'>D' een is een droeve slaaf, en moet, och arm! ontbeeren,</div>
+<div class='i2'>Dat d' ander zal in weelde en overvloed verteeren:</div>
+<div class='i2'>De vloer, waarop zich den Egyptenaar verlust,<a name="FNanchor_39_39" id="FNanchor_39_39"></a><a href="#Footnote_39_39" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor verlustigt.">[39]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Veel zachter is als 't bed van d' Isralietsche rust:</div>
+<div class='i2'>Farao's rijkstaf hun verstrekt maar eenen vlegel,</div>
+<div class='i2'>Zijn kroon een lastig juk, dat zonder maat of regel,</div>
+<div class='i2'>De Isra&euml;lieten drukt: zijn wedersnijdig<a name="FNanchor_40_40" id="FNanchor_40_40"></a><a href="#Footnote_40_40" class="fnanchor"><ins class="note" title="tweesnijdend.">[40]</ins></a> staal</div>
+<div class='i2'>Zal den Egyptenaar beschermen t' eenemaal,</div>
+<div class='i2'>En al hun vijanden verstrekken eenen prikkel,</div>
+<div class='i2'>Maar Jacobs vruchtbaarheid afmaayen als een sikkel.</div>
+<div class='i2'>Fy ongerechtigheid! Fy, koninglijke haaf!</div>
+<div class='i2'>Waarvan d' een burger is en d' ander eigen slaaf:</div>
+<div class='i2'>En of zij schoon<a name="FNanchor_41_41" id="FNanchor_41_41"></a><a href="#Footnote_41_41" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans ofschoon.">[41]</ins></a> met graan al Memfis' zolders vullen</div>
+<div class='i2'>Het kaf is alden loon, die zij genieten zullen.</div>
+<div class='i4'>Mijn Isralieten, die zoo lange om vrijheid riept!</div>
+<div class='i2'>Gij graaft om elke stad een grondelooze diept,</div>
+<div class='i2'>Gij bouwt zijn muren op, en gaat den hemel tergen</div>
+<div class='i2'>Met torens, die hun kruin tot in 't gesternte bergen,</div>
+<div class='i2'>En hoe gij bouwt en slaaft, met truffel, spa, of ploeg,</div>
+<div class='i2'>En arbeidt in het zweet uws aanschijns, spade en vroeg,</div>
+<div class='i2'>Des morgens, eer de zon met zijne stralen luistert<a name="FNanchor_42_42" id="FNanchor_42_42"></a><a href="#Footnote_42_42" class="fnanchor"><ins class="note" title="luister, glans geeft, blinkt.">[42]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En 't manenzilver<a name="FNanchor_43_43" id="FNanchor_43_43"></a><a href="#Footnote_43_43" class="fnanchor"><ins class="note" title=" 't zilver van den maan.">[43]</ins></a> met zijn gulden trots verduistert,</div>
+<div class='i2'>Tot dat de zwarte nacht beschaduwt berg en dal,</div>
+<div class='i2'>En dat 's doods zuster wiegt in slaap den grooten Al:</div>
+<div class='i2'>Noch razet<a name="FNanchor_44_44" id="FNanchor_44_44"></a><a href="#Footnote_44_44" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor raast.">[44]</ins></a> den tiran, Egypten le&icirc;t<a name="FNanchor_45_45" id="FNanchor_45_45"></a><a href="#Footnote_45_45" class="fnanchor"><ins class="note" title="legt; thans ligt.">[45]</ins></a> ten woesten,</div>
+<div class='i2'>En zal door ledigheid van dezen zwerm verroesten.</div>
+<div class='i4'>Heeft tijd en oudheid dus Josefs weldaden groot</div>
+<div class='i2'>Uit uw gemoed gewischt? denkt, hoe uit zijnen schoot</div>
+<div class='i2'>Egypten werd gespijst, toen over zijn limieten</div>
+<div class='i2'>Zijn horenen den Nijl maar jaarlijks twaalf cubieten</div>
+<div class='i2'>In zeven jaar verhief, en zelf de hemellocht</div>
+<div class='i2'>Die weigerden zoo lang haar tranen koel en vocht,</div>
+<div class='i2'>Toen u vrouw Ceres, laas! wat zij ook ploegde of zaaide,</div>
+<div class='i2'>Met geene zeissen krom in zeven oogsten maaide,</div>
+<div class='i2'>Toen t' elken in den oogst den droeven akkerman</div>
+<div class='i2'>Vervloekte ploeg, en zein<a name="FNanchor_46_46" id="FNanchor_46_46"></a><a href="#Footnote_46_46" class="fnanchor"><ins class="note" title="zeis.">[46]</ins></a>, dorschvlegel, eg en wan,</div>
+<div class='i2'>Toen 't heele Ceresgild<a name="FNanchor_47_47" id="FNanchor_47_47"></a><a href="#Footnote_47_47" class="fnanchor"><ins class="note" title="De landbouwende klasse.">[47]</ins></a> schier niet dan stroo en stoppel</div>
+<div class='i2'>In schoven zamenbond, in bondels en gekoppel:</div>
+<div class='i2'>Toen loech<a name="FNanchor_48_48" id="FNanchor_48_48"></a><a href="#Footnote_48_48" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot lachte verzwakt.">[48]</ins></a> elk Josef toe, toen was hij 's Konings beeld,</div>
+<div class='i2'>Zoolang hij vaderlijk het graan heeft uitgedeeld,</div>
+<div class='i2'>Toen hij zoo vriendelijk de stralen van zijn oogen</div>
+<div class='i2'>Op iegelijken<a name="FNanchor_49_49" id="FNanchor_49_49"></a><a href="#Footnote_49_49" class="fnanchor"><ins class="note" title="Een iegelijk.">[49]</ins></a> wierp, en niemand heeft onttogen</div>
+<div class='i2'>De vrucht zijns overvloeds; toen zijne volheid plein,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_10a" id="Page_10a">[Pg 10a]</a></span>
+<div class='i2'>Gelijk de zonneschijn, een ieder was gemein<a name="FNanchor_50_50" id="FNanchor_50_50"></a><a href="#Footnote_50_50" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gemeen.">[50]</ins></a>.</div>
+<div class='i2'>O Josef! al te slecht hebt gij gevoed te veuren<a name="FNanchor_51_51" id="FNanchor_51_51"></a><a href="#Footnote_51_51" class="fnanchor"><ins class="note" title="voren.">[51]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De wolven, die nu 't schaap van Isra&euml;l verscheuren;</div>
+<div class='i2'>Uw mild weldadig hart, dat gij hun hebt betoond,</div>
+<div class='i2'>Wordt ons met tyrannie al t' onverdiend beloond:</div>
+<div class='i2'>Hadt gij ons vaders toch geweigerd deze gaven,</div>
+<div class='i2'>En langen tijd met hun v&oacute;&oacute;r onzen tijd begraven!</div>
+<div class='i4'>Ofschoon Abrahams zaad in vruchtbarigheid tiert.</div>
+<div class='i2'>Als 's Hemels mantel blaauw met loovers is gecierd,</div>
+<div class='i2'>Ofschoon Isaaks geslacht in veelheid goederhandig</div>
+<div class='i2'>Beklijft, als<a name="FNanchor_52_52" id="FNanchor_52_52"></a><a href="#Footnote_52_52" class="fnanchor"><ins class="note" title="gelijk.">[52]</ins></a> 't Roode Meer opwerpt zijn baren zandig,</div>
+<div class='i2'>Of Jacobs neven zich verspreyen in fatsoen,</div>
+<div class='i2'>Als loof groeit uit den schoot van dees valleyen groen:</div>
+<div class='i2'>Wat baat het, als hun dus verkeert met tirannije</div>
+<div class='i2'>t' Ondraaglijk eeuwig juk van droeve slavernije?</div>
+<div class='i4'>O, onzer vadren God! wanneer zal eens 't gesmook</div>
+<div class='i2'>Van onz' altaren, als een liefelijken rook,</div>
+<div class='i2'>Ten hemel stijgen op? werwaarts, en in wat landen</div>
+<div class='i2'>Zal u den wierook van ons heilige offeranden</div>
+<div class='i2'>Bevallen? och! gedenkt aan 't teeken des verbonds,</div>
+<div class='i2'>Bezegeld met het woord uws Goddelijken monds,</div>
+<div class='i2'>Dat gij den scepter nog zult paarlen in ons handen,</div>
+<div class='i2'>Die overheeren zal den trots van u vijanden;</div>
+<div class='i2'>Bevestigt uw beloft, onttrekt ons niet zoo licht</div>
+<div class='i2'>De heilge stralen van uw hemelsch aangezicht:</div>
+<div class='i2'>Of zijn wij dus gestraft om onze zwaar misdaden,</div>
+<div class='i2'>Wascht ons weer in de borne<a name="FNanchor_53_53" id="FNanchor_53_53"></a><a href="#Footnote_53_53" class="fnanchor"><ins class="note" title="bron, water.">[53]</ins></a> en vloed uwer genaden!</div>
+<div class='i2'>Zoo wijd de morgenstond beschaamt het nachtzeil zwart,</div>
+<div class='i2'>Toont dat de gunste strekt van uw vaderlijk hart:</div>
+<div class='i2'>Treedt ons met uw gericht niet altijd op de hielen,</div>
+<div class='i2'>Werpt uwen bliksem niet op zoo veel duizend zielen:</div>
+<div class='i2'>Wij zijn Dijn handen werk.....</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i3'>(GOD verschijnt Mozes in het vlammende bosch.)</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Aanschouwt dat heerlijk licht!</div>
+<div class='i2'>Hoe blikt in 't sterflijk oog dit wonderlijk gezicht!</div>
+<div class='i2'>'t Bosch schijnt in vuur en vlam te sparken<a name="FNanchor_54_54" id="FNanchor_54_54"></a><a href="#Footnote_54_54" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkelen (verg 't Eng. to spark).">[54]</ins></a> en te gloeyen,</div>
+<div class='i2'>Nogtans in 's vuurs gegolf gebloemt en blad'ren bloeyen.</div>
+<div class='i2'>Ik wil mij derwaarts spo&ecirc;n.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Zacht, Mozes! Mozes, beidt!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hier ben ik.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Is hier van mijn tegenwoordigheid</div>
+<div class='i2'>Een driemaal heilig land, dus wacht u mij t' ontmoeten,</div>
+<div class='i2'>Eert mij en deze plaats, ontschoeit terstond uw voeten.</div>
+<div class='i4'>'t Bosch, dat hier branden schijnt<a name="FNanchor_55_55" id="FNanchor_55_55"></a><a href="#Footnote_55_55" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans schijnt te branden.">[55]</ins></a>, en niet en wordt verteerd,</div>
+<div class='i2'>Daarmede is Isra&euml;l naakt af gefigureerd:</div>
+<div class='i2'>'t Vuur is een beeldtenis van mijnen Geest, die leerlijk</div>
+<div class='i2'>De kwaaddoender verteert, de goede loutert heerlijk,</div>
+<div class='i2'>En, g'lijk men op den toets het edel dierbaar goud,</div>
+<div class='i2'>Nadat het is doorvuurd, veel waardiger beschouwt,</div>
+<div class='i2'>Zoo zullen ook in 't kruis de twalef Joodsche stammen</div>
+<div class='i2'>Groen blijven, als 't geboomt', in 't golven dezer vlammen.</div>
+<div class='i4'>Ik ben Abrahams God, de God die 't al bezielt,</div>
+<div class='i2'>Waarvoren zich<a href="#Footnote_56_56" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans alleen geknield.">[56]</ins></a> Isak en Jakob heeft geknield<a name="FNanchor_56_56" id="FNanchor_56_56"></a><a href="#Footnote_56_56" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans alleen geknield.">[56]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Amy! waar zal ik vli&ecirc;n, in klippen of in kuilen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik was, Ik ben, Ik blijf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Waar zal ik mij verschuilen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Den hemel is mijn troon, d' aard mijner voeten bank,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_10b" id="Page_10b">[Pg 10b]</a></span>
+<div class='i2'>En 't Helsche keizerrijk 't wit van mijn pijlen strank<a name="FNanchor_57_57" id="FNanchor_57_57"></a><a href="#Footnote_57_57" class="fnanchor"><ins class="note" title="sterk (verg. boven spark met ons sprank).">[57]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Dit wonderlijk geheel van hemel en van aarde,</div>
+<div class='i2'>Ja, tot mijn evenbeeld, den mensche hoog van waarde</div>
+<div class='i2'>Ik in zes dagen schiep; de zon is maar een vonk</div>
+<div class='i2'>Van mijne heerlijkheid, die voor veel eeuwen blonk:</div>
+<div class='i2'>De God, die Abrams zaad in Izak wilde noemen,</div>
+<div class='i2'>Zoo vele als 't zand des meers of als de Lentsche bloemen;</div>
+<div class='i2'>Ik ben dezelfde God, die Isrels troebelzee</div>
+<div class='i2'>En groot heerleger met mijn vleugelen bespre&ecirc;<a name="FNanchor_58_58" id="FNanchor_58_58"></a><a href="#Footnote_58_58" class="fnanchor"><ins class="note" title="bespiedde.">[58]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Werpt slechts op mijn beloft den anker van uw hopen,</div>
+<div class='i2'>Want over Jakobs huis staan steeds mijn oogen open,</div>
+<div class='i2'>Mijn oor beluistert hun gebed van woord tot woord,</div>
+<div class='i2'>Ik heb hun leed gezien, en hun geschrei gehoord!</div>
+<div class='i2'>Mijn zeisen maait nu eens den draad van hun ellenden,</div>
+<div class='i2'>Ik zal nu 't wankel rad van mijn beproeving wenden,</div>
+<div class='i2'>Nu zult gij zien wiens hand den Farao ontrukt</div>
+<div class='i2'>Mijn lelie, die zoo lang de doornen heeft gedrukt!</div>
+<div class='i2'>Gij zult de leidsman zijn, en brengen hun persoonig<a name="FNanchor_59_59" id="FNanchor_59_59"></a><a href="#Footnote_59_59" class="fnanchor"><ins class="note" title="in eigen persoon.">[59]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Met uwen staf, in 't land dat vloeit in melk en honig;</div>
+<div class='i2'>In 't land, daar Abraham zoo dikwijls zag de maan</div>
+<div class='i2'>Heur hoornen spieglen in de glazige<a name="FNanchor_60_60" id="FNanchor_60_60"></a><a href="#Footnote_60_60" class="fnanchor"><ins class="note" title="spiegelgladde, effene.">[60]</ins></a> Jordaan;</div>
+<div class='i2'>Daar zijn gehoorzaamheid mij over had gegeven</div>
+<div class='i2'>Zijn eenig liefste kind, den spiegel van zijn leven,</div>
+<div class='i2'>Daar hij niet en ontzag, op Salems hoogte trots,</div>
+<div class='i2'>Te storten 't bloed zijns zoons, tot eenen offer Gods;</div>
+<div class='i2'>Daar hij te buiten trad de vaderlijke palen,</div>
+<div class='i2'>En zag op 't altaar-plat alre&ecirc; ten hemel stralen,</div>
+<div class='i2'>(Met oogen des geloofs, van wil en van gemoed)</div>
+<div class='i2'>'t Vuur van zijn offerand', en zijn verkoren bloed;</div>
+<div class='i2'>Daar hij, in asch en stof, op 't heilige gesteente,</div>
+<div class='i2'>Alre&ecirc; begraven had zijn vleesch en zijn gebeente;</div>
+<div class='i2'>Daar hij zijn wandeling ten einde heeft gebrocht<a name="FNanchor_61_61" id="FNanchor_61_61"></a><a href="#Footnote_61_61" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor gebracht.">[61]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En 't hemelsch burgerschap hier boven heeft gekocht;</div>
+<div class='i2'>Daar zijnen zoon Izak en Jakob, be&icirc; te gader,</div>
+<div class='i2'>Zijn pelgerims geweest, met hunnen ouden vader;</div>
+<div class='i2'>In 't land, daar ik de kroon hun drukken zal om 't hoofd</div>
+<div class='i2'>Die Abraham, Izak, en Jakob is beloofd.</div>
+<div class='i2'>Gaat, boodschapt Farao, wie dat u is verschenen;</div>
+<div class='i2'>De weg is al bereid, dus trekt met vreden henen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik ben een sterflijk mensch, ik ken mij veel te zwak.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij maakt u machtig, die<a name="FNanchor_62_62" id="FNanchor_62_62"></a><a href="#Footnote_62_62" class="fnanchor"><ins class="note" title="aan wien.">[62]</ins></a> nooit sterkheid en ontbrak;</div>
+<div class='i2'>En tot een teeken blij, na uw verlossing veilig,</div>
+<div class='i2'>Doet mij op dezen berg een offerande heilig</div>
+<div class='i2'>Van liefelijken reuk.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>O God gebenedijd!</div>
+<div class='i2'>Hoe zal ik Jakob toch betuigen, wie gij zijt</div>
+<div class='i2'>Die mij gezonden hebt?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Jehova, God almachtig,</div>
+<div class='i2'>Die hun met zijnen arm zal helpen sterk en krachtig:</div>
+<div class='i2'>Ik ben, die Ik zal zijn, die u de kroone biedt</div>
+<div class='i2'>Met uitgestrekte hand, en gij en grijpt ze niet:</div>
+<div class='i2'>Ik ben die 't al vermag, die uwen staf bepeerelt</div>
+<div class='i2'>Den dans-beleider wijs van d' een en d' ander wereld;</div>
+<div class='i2'>Ik ben de Heere zelf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>De vonk van hun geloof</div>
+<div class='i2'>Is zeer na uitgebluscht, in asschen bleek en doof.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Met wonderdaden dan versterkt hun dwaasheid teder;</div>
+<div class='i2'>Wat hebt gij in uw hand?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Een staf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i12'>Wel, werpt hem neder.</div>
+</div>
+
+<span class='pagenum'><a name="Page_11a" id="Page_11a">[Pg 11a]</a></span>
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wat kronkelt hier alre&ecirc;? hier wemelt, krolt<a name="FNanchor_63_63" id="FNanchor_63_63"></a><a href="#Footnote_63_63" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor krult.">[63]</ins></a> en drilt</div>
+<div class='i2'>Een slange, die mij in de hielen bijten wilt<a name="FNanchor_64_64" id="FNanchor_64_64"></a><a href="#Footnote_64_64" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wil.">[64]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>O Heere, staat mij bij!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Wel, grijpt den krommen worme.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Dit 's mijnen zelfden staf, we&ecirc;r in zijn eerste vorme:</div>
+<div class='i2'>O, Heere wonderbaar!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Opdat u niets ontbreekt,</div>
+<div class='i2'>Uw rechterhand nu eens in uwen boezem steekt,</div>
+<div class='i2'>En trekt ze weder uit.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Mijn hand is stijf en kromme,</div>
+<div class='i2'>Melaatsch, gelijk de sneeuw.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Wel, drukt nu weder omme</div>
+<div class='i2'>Uw ongeloovig hart.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Ze is zuiver, rein en klaar.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gelooven zij dan niet dees teekens wonderbaar,</div>
+<div class='i2'>Met vochtig water sprengt de vloer die gij bewandert<a name="FNanchor_65_65" id="FNanchor_65_65"></a><a href="#Footnote_65_65" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Bewandelt, betreedt.">[65]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>'t Wordt in roodverwig bloed door mijne kracht veranderd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Om voor den Farao verschijnen ik mij schaam,</div>
+<div class='i2'>Want, Heer! mijn tonge lispt, mijn stem is onbekwaam;</div>
+<div class='i2'>Kiest elders een gezant.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Zal mij dan iets ontbreken?</div>
+<div class='i2'>Die 't alles schiep uit Niet, in d' eerste week der weken,</div>
+<div class='i2'>Den Hemel, die om u met zijne lichten wielt<a name="FNanchor_66_66" id="FNanchor_66_66"></a><a href="#Footnote_66_66" class="fnanchor"><ins class="note" title="draait.">[66]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En al wat in 't begrijp<a name="FNanchor_67_67" id="FNanchor_67_67"></a><a href="#Footnote_67_67" class="fnanchor"><ins class="note" title="perk, omvang.">[67]</ins></a> van nat of drooge krielt,</div>
+<div class='i2'>'t Gevogelt' in de locht, dat op de winden zwieret,</div>
+<div class='i2'>En 't waterzuchtig aas, dat naar 't vlietwater gieret,</div>
+<div class='i2'>'t Viervoetig veldsch<a name="FNanchor_68_68" id="FNanchor_68_68"></a><a href="#Footnote_68_68" class="fnanchor"><ins class="note" title="van't veld.">[68]</ins></a> gediert', 't geboomte, dat gekromd</div>
+<div class='i2'>Van zijne vruchten hangt, de dalen vol geblomt:</div>
+<div class='i2'>Wie heeft den mensch toch eerst 't gesuisel en 't gehoore</div>
+<div class='i2'>Van eenen zachten wind geblazen in zijn oore?</div>
+<div class='i2'>Wie heeft den appel klein van zijn gezicht bepaald,</div>
+<div class='i2'>Waarmede hij alsins mijn heerlijkheid bestraalt;</div>
+<div class='i2'>Wie heeft toch geconfijt zijn milde tong schoontalig?</div>
+<div class='i2'>Waar met den mond ontvloeit zijn rijpe woorden zalig;</div>
+<div class='i2'>En of ik schoon uw tong gebrekkelijken liet</div>
+<div class='i2'>Om uw hardnekkigheid;&mdash;wat dunkt u, kan ik niet</div>
+<div class='i2'>Gebruiken nevens u, voor Isra&euml;l en Faron,</div>
+<div class='i2'>De zoetvloeyende taal van uwen broeder Aron?</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Of<a name="FNanchor_69_69" id="FNanchor_69_69"></a><a href="#Footnote_69_69" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zoo, indien.">[69]</ins></a> Farao blijft versteend, en drijft met ons den spot?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Leeft met hem zoo gij wilt, tot eenen aardschen God</div>
+<div class='i2'>Zijt gij van mij gezalfd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>En blijft hij onbewogen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zoo dreigt hem mijnen toorn, met mijn gespannen bogen;</div>
+<div class='i2'>Mijn pijlen hangen re&ecirc; gescherpt in mijnen tros<a name="FNanchor_70_70" id="FNanchor_70_70"></a><a href="#Footnote_70_70" class="fnanchor"><ins class="note" title="bundel, koker.">[70]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En naar mijn dreigement, zoo gaan mijn pezen los.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En of mijn haters mij nog in Egypte vonden?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>GOD.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De dood heeft lang vernield die naar uw leven stonden:</div>
+<div class='i2'>Dus spoedt u.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Op uw woord zal ik mij henenspo&ecirc;n,</div>
+<div class='i2'>Mijn vliezen zijn hier vast verstrooid, verspreid in 't groen,</div>
+<div class='i2'>Wel op, mijn geilig vee! loopt huiswaarts voor mij henen,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_11b" id="Page_11b">[Pg 11b]</a></span>
+<div class='i2'>Dit 's voor de laatste maal; den tijd die is verschenen,</div>
+<div class='i2'>Dat ik een herder ben van Jakobs huis bescheerd<a name="FNanchor_71_71" id="FNanchor_71_71"></a><a href="#Footnote_71_71" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans beschoren.">[71]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>Wat schaadt het, dat ik 't aan dees schaapkens heb geleerd?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>KORACH, JOZUA, EN KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Hoe lang zal Jakob nog betreden deze pleinen?</div>
+<div class='i2'>Daar hij zijn oogen maakt tot schreyende fonteinen?</div>
+<div class='i2'>Hoe lange zullen nog, in zijne dagen oud,</div>
+<div class='i2'>Dees groene velden met zijn tranen zijn bedauwd?</div>
+<div class='i2'>Hoe lange zullen nog zijn klagelijke lippen</div>
+<div class='i2'>Bewegen berg en dal, de rotsen en de klippen?</div>
+<div class='i2'>Hoe lange zal hij hier gelijken ongestild</div>
+<div class='i2'>Een sneeuwen beeld, dat in de zonneschijn versmilt<a name="FNanchor_72_72" id="FNanchor_72_72"></a><a href="#Footnote_72_72" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor versmelt.">[72]</ins></a>?</div>
+<div class='i2'>Hoe blijft hij dus van God verworpen, droef en smartig?</div>
+<div class='i2'>Wien heeft de Hemel ooit geweest zoo onbarmhartig?</div>
+<div class='i4'>O, Heere! niet om ons, maar om uw vast verbond</div>
+<div class='i2'>En driemaal heil'gen naam, verstopt den lastermond</div>
+<div class='i2'>Der Heidenen, die stout en schimpig durven spreken:</div>
+<div class='i2'>Is dit 't verkoren volk, 't welk voert het Godd'lijk teeken?</div>
+<div class='i4'>Gij zijt toch onze God, wij kennen anders geen,</div>
+<div class='i2'>Wij hebben toch nooit beeld van koper noch van steen,</div>
+<div class='i2'>Gesternte, zon noch maan, noch schepsels creatuurlijk,</div>
+<div class='i2'>Nog nooit gouden kolos noch zilverbeeld figuurlijk,</div>
+<div class='i2'>Afgodisch aangebe&egrave;n, noch zichtbaar beeldtenis;</div>
+<div class='i2'>In vuur noch in geboomt' wij nooit geheimenis</div>
+<div class='i2'>Verblind hebben gezocht, noch uw onsterflijk wezen.</div>
+<div class='i2'>Den glans benomen van uw heerlijkheid geprezen;</div>
+<div class='i2'>Wij hebben<a name="FNanchor_73_73" id="FNanchor_73_73"></a><a href="#Footnote_73_73" class="fnanchor"><ins class="note" title="erkennen.">[73]</ins></a> nimmermeer voor Isis onbezield,</div>
+<div class='i2'>De Egypter afgodin, devotelijk geknield;</div>
+<div class='i2'>Wij kennen Osiris niet met een blinde zotheid</div>
+<div class='i2'>Voor iets byzonders, of een drievuldige Godheid.</div>
+<div class='i4'>Met uw straffende hand en drukt ons niet altoos,</div>
+<div class='i2'>Gij kent onz' zwakheid te&ecirc;r, en onz' nature broos,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn toch aarde en stof, wij hebben niet te roemen,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn niet anders dan vergankelijke bloemen;</div>
+<div class='i2'>Als gij het stralig licht uws aanschijns van ons wendt,</div>
+<div class='i2'>Zoo zijn wij arm en zwak, vol kommer en ellend'.</div>
+<div class='i4'>Ziet, hoe ons Gozen, laas! van droefheid overvloeit<a name="FNanchor_74_74" id="FNanchor_74_74"></a><a href="#Footnote_74_74" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeit en geboeid, als vloei-et en geboei-ed te lezen; verg. beneden scheidet.">[74]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Hoe ons Farao heeft geketent en geboeid<a href="#Footnote_74_74" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeit en geboeid, als vloei-et en geboei-ed te lezen; verg. beneden scheidet.">[74]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn 't rookende vlas, wij zijn 't gekrookte riet,</div>
+<div class='i2'>Een ander eenen vloek, ons zelven een verdriet!</div>
+<div class='i4'>Met dat de ronde zon de hemelsche gordijnen</div>
+<div class='i2'>Van zijne koetse schuift, en doet den nacht verdwijnen,</div>
+<div class='i2'>Met dat de dageraad treedt haar slaapkamer uit,</div>
+<div class='i2'>Die van den witten<a name="FNanchor_75_75" id="FNanchor_75_75"></a><a href="#Footnote_75_75" class="fnanchor"><ins class="note" title="helderen.">[75]</ins></a> dag den draaiboom open sluit,</div>
+<div class='i2'>Met dat zij hare vlucht<a name="FNanchor_76_76" id="FNanchor_76_76"></a><a href="#Footnote_76_76" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor vliegend span.">[76]</ins></a> gaat in den wagen spannen,</div>
+<div class='i2'>Zoo spant terstond in 't juk de Isra&euml;lietsche mannen</div>
+<div class='i2'>De slaafsche arrebeid, met een gezichtel eep<a name="FNanchor_77_77" id="FNanchor_77_77"></a><a href="#Footnote_77_77" class="fnanchor"><ins class="note" title="sluw.">[77]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Die steeds ons onvernoegd voortklatert met zijn zweep,</div>
+<div class='i2'>Dat elke druppel haars schijnt eenen stroom te zweeten,</div>
+<div class='i2'>Wanneer het zoncompas den dag heeft overmeten.</div>
+<div class='i4'>Scheldwoorden is het loon van al onz' dienstbaarheid,</div>
+<div class='i2'>Ons wordt naauw spijze en drank om<a name="FNanchor_78_78" id="FNanchor_78_78"></a><a href="#Footnote_78_78" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[78]</ins></a> leven bij geleid.</div>
+<div class='i2'>Och! of de bleeke dood onz' slavernije susten,</div>
+<div class='i2'>Wij hebben hier toch niet daar wij op mogen rusten:</div>
+<div class='i2'>Kom, aangename dood! en help ons uit dit krijt<a name="FNanchor_79_79" id="FNanchor_79_79"></a><a href="#Footnote_79_79" class="fnanchor"><ins class="note" title="Eig. 't Hoogd. kreitz, d. i. kring, perk; van daar (gelijk ook hier) strijdperk.">[79]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En overschrijdt het perk, het perk van onzen tijd:</div>
+<div class='i2'>Want onze slavernij schijnt eeuwig en gedurig,</div>
+<div class='i2'>Gelijk de zee de een' baar op de ander golft azurig,</div>
+<div class='i2'>Een ander roept: o dood! keert elders uwen boog,</div>
+<div class='i2'>Maar wij: o zoete dood! kom, dwaat<a name="FNanchor_80_80" id="FNanchor_80_80"></a><a href="#Footnote_80_80" class="fnanchor"><ins class="note" title="veegt (van 't oude dwa-en, waarvan nog dweil).">[80]</ins></a> ons tranig<a name="FNanchor_81_81" id="FNanchor_81_81"></a><a href="#Footnote_81_81" class="fnanchor"><ins class="note" title="schreyend.">[81]</ins></a> oog!</div>
+<div class='i4'>'t Is onbestendig al: het planten en het zaayen</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_12a" id="Page_12a">[Pg 12a]</a></span>
+<div class='i2'>Men weder keeren ziet in plukken en afmaayen,</div>
+<div class='i2'>Nu ploegt men de aarde zwart met 't kouter om en om,</div>
+<div class='i2'>Nu scheert men we&ecirc;r de vrucht met eene zeisen krom,</div>
+<div class='i2'>Nu bloeit de lieve Lent' met al haar bloempjens verwig,</div>
+<div class='i2'>Nu is de Herfst bekroond met gulden aren terwig<a name="FNanchor_82_82" id="FNanchor_82_82"></a><a href="#Footnote_82_82" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor tarwen-aren.">[82]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Nu lacht de Zomer schoon, nu knort de Winter grijs,</div>
+<div class='i2'>De een spiegelt zich in 't groen, en de ander in het ijs;</div>
+<div class='i2'>Nu rijst de zon in 't Oost', nu daalt zij ne&ecirc;r in 't Westen,</div>
+<div class='i2'>Wanneer de bleeke maan klimt uit de watervesten,</div>
+<div class='i2'>De mane die heur<a name="FNanchor_83_83" id="FNanchor_83_83"></a><a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Thans zich.">[83]</ins></a> nu in volle rondte stelt,</div>
+<div class='i2'>En weder heuren glans en zilverschijn versmelt;</div>
+<div class='i2'>Ja, zelf der sterren loop, de hemel met zijn sferen,</div>
+<div class='i2'>Met de elementen steeds veranderen en keeren:</div>
+<div class='i2'>Maar onze droeve staat gelijkt een vaste Pool,</div>
+<div class='i2'>Die sta&acirc;g uit een klimaat blijft pinken<a name="FNanchor_84_84" id="FNanchor_84_84"></a><a href="#Footnote_84_84" class="fnanchor"><ins class="note" title="flikkeren, vonkelen.">[84]</ins></a> als een kool.</div>
+<div class='i4'>Hetgeen God eens belooft, breekt God dat wederomme</div>
+<div class='i2'>Door wispelturigheid?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Neen, God, als een kolomme</div>
+<div class='i2'>En pyramide sterk, blijft altijd vast gegrond.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Is hij 't niet die hem<a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[83]</ins></a> aan onz' vaderen verbond?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Door onz' misdaden is dit zegel we&ecirc;r gebroken.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij heeft het toch beloofd, hij heeft het zelf gesproken,</div>
+<div class='i2'>Ook heeft hij wel voorzien onz' wankelmoedigheid,</div>
+<div class='i2'>Een kroon (geen lastig juk) heeft hij ons toegeze&icirc;d,</div>
+<div class='i2'>Noch geen Egypteland, maar Kana&auml;n vruchtbarig,</div>
+<div class='i2'>Noch geen gehoornden<a name="FNanchor_85_85" id="FNanchor_85_85"></a><a href="#Footnote_85_85" class="fnanchor"><ins class="note" title="hoekigen, kronkelenden.">[85]</ins></a> Nijl, maar een Jordane barig<a name="FNanchor_86_86" id="FNanchor_86_86"></a><a href="#Footnote_86_86" class="fnanchor"><ins class="note" title="golvenden.">[86]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij heeft ons deez' beloft' in geenen tijd gesteld.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En heeft zijns waarheids mond niet Abrams zaad gemeld?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Dat strekt zich eindeloos op onz' nakomelingen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wat heugenis<a name="FNanchor_87_87" id="FNanchor_87_87"></a><a href="#Footnote_87_87" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor verheuging.">[87]</ins></a> is 't ons, als onze tijd gaat springen<a name="FNanchor_88_88" id="FNanchor_88_88"></a><a href="#Footnote_88_88" class="fnanchor"><ins class="note" title="afloopt.">[88]</ins></a>?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij is in zachte rust, die ondertusschen sterft.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waartoe is 't dan beloofd, als men de vruchten derft?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>God heeft het niet beloofd die zijn gebod versmaden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waaruit bewijst gij dat?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>God bindt hem<a href="#Footnote_83_83" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[83]</ins></a> aan geen kwaden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Is zijn belofte niet aan Abrams zaad verklaard?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Zaad, dat als Abraham oprechte vruchten baart,</div>
+<div class='i2'>In liefd', geloof en hoop, en in zachtmoedigheden,</div>
+<div class='i2'>In gehoorzamigheid, in ootmoed, en in vreden:</div>
+<div class='i2'>Dat God nu zijn belofte in ons niet en vervult</div>
+<div class='i2'>Daar zijn wij oorzaak van, om onzer zonden schuld:</div>
+<div class='i2'>Onze ongerechtigheid doet zijne liefd' veranderen,</div>
+<div class='i2'>De misdaad scheidet God en mensche van malkanderen</div>
+<div class='i2'>Als eenen sterken muur: want God is onbevlekt,</div>
+<div class='i2'>Hij heeft den hemel heel met wolken overdekt,</div>
+<div class='i2'>Hij wendt zijn aangezicht, verstoppende zijne ooren,</div>
+<div class='i2'>Ons krachteloos gebed en wil hij niet verhooren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wat staat ons dan te doen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Tot boete zijn bereid</div>
+<div class='i2'>Voor hem, die overvloeit rijk van bermhertigheid,</div>
+<div class='i2'>Misschien (wij mogen<a name="FNanchor_89_89" id="FNanchor_89_89"></a><a href="#Footnote_89_89" class="fnanchor"><ins class="note" title="kunnen.">[89]</ins></a> toch zijn wijsheid niet begrijpen),</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_12b" id="Page_12b">[Pg 12b]</a></span>
+<div class='i2'>Opdat in ons gemoed vruchtbariger mocht rijpen</div>
+<div class='i2'>De vruchte des geloofs, heeft hij ons dus beproefd;</div>
+<div class='i2'>God kent onz' nuttigheid, en wat de mensch behoeft</div>
+<div class='i2'>Weet hij te voren wel.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Behoudens uw propoosten<a name="FNanchor_90_90" id="FNanchor_90_90"></a><a href="#Footnote_90_90" class="fnanchor"><ins class="note" title="Met uw verlof.">[90]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Beproeving, schijnt<a name="FNanchor_91_91" id="FNanchor_91_91"></a><a href="#Footnote_91_91" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor schijnt het.">[91]</ins></a> nochtans, den mensche leidt ten boosten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>O neen, de rouwe, die ons God heeft toegeveugd<a name="FNanchor_92_92" id="FNanchor_92_92"></a><a href="#Footnote_92_92" class="fnanchor"><ins class="note" title=" voor toegevoegd, opgelegd.">[92]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Ontwijfelijk beklimt den steilen berg van vreugd;</div>
+<div class='i2'>Dat hij ons van hem<a name="FNanchor_93_93" id="FNanchor_93_93"></a><a href="#Footnote_93_93" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor zich.">[93]</ins></a> werpt geschiedt maar uit ontfermen;</div>
+<div class='i2'>Om vaderlijken<a name="FNanchor_94_94" id="FNanchor_94_94"></a><a href="#Footnote_94_94" class="fnanchor"><ins class="note" title="op vaderlijke wijs.">[94]</ins></a> ons te omhelzen met zijn armen:</div>
+<div class='i2'>Wij zijn van oordeel blind, want 's Heeren wil en eisch</div>
+<div class='i2'>Meer onzer zielen rust zoekt, dan 't gemak des vleisch.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En schiep hij lijf en ziel niet in den Paradijze?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De een tot onsterflijkheid, en 't ander tot een spijze</div>
+<div class='i2'>Der wormen in het graf, waarom hem ook gewis</div>
+<div class='i2'>Veel waarder onze ziel als 't sterflijk lichaam is:</div>
+<div class='i2'>De ziele keert tot God, maar na dit tijd'lijk slaven</div>
+<div class='i2'>Wordt 't lichaam weder in zijn zelfde stof begraven,</div>
+<div class='i2'>En moet, gelijk het graan in 't aardrijk eerst verrot,</div>
+<div class='i2'>Versterven, eer 't verrijst in heerlijkheid tot God:</div>
+<div class='i2'>Doch onz' ziele is een beeld zijns heerlijkheids zelfstandig,</div>
+<div class='i2'>Die geen tiran en mag verdrukken, hoe vijandig;</div>
+<div class='i2'>Gelijk ons te&ecirc;re lijf, ellendig, naakt en bloot,</div>
+<div class='i2'>'t Welk van den menschen boos werd lichtelijk gedood;</div>
+<div class='i2'>Maar de edel' ziele staat alleen in 's Heeren handen,</div>
+<div class='i2'>Al wordt ze hier bezwaard met veelderleie banden,</div>
+<div class='i2'>Terwijl ze in 't aardsche dal ons lichaam 't leven geeft,</div>
+<div class='i2'>En in 's lijfs hutte vast heur korte woning heeft:</div>
+<div class='i2'>En of ons lichaam schoon<a name="FNanchor_95_95" id="FNanchor_95_95"></a><a href="#Footnote_95_95" class="fnanchor"><ins class="note" title="ook (ofschoon).">[95]</ins></a> in allerlei wellusten</div>
+<div class='i2'>En duizend weelden zwom: wat waar' 't, als niet en rustten</div>
+<div class='i2'>Onz' edel' ziele in God den Heere Sebaoth?</div>
+<div class='i2'>Wat baatten<a name="FNanchor_96_96" id="FNanchor_96_96"></a><a href="#Footnote_96_96" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor baatte (wegens den volg. klinker).">[96]</ins></a> ons deez' winst? wanneer wij namaals 't lot</div>
+<div class='i2'>En 't allerhoogste goed, den hemel, moesten derven?</div>
+<div class='i2'>'t Wordt hier toch al op 't lest ge&euml;indigd met een sterven:</div>
+<div class='i2'>Gij ziet, hoe hier het glas van onze tijd verloopt,</div>
+<div class='i2'>Geen balling is hij die een burgerschap verhoopt</div>
+<div class='i2'>Hier namaals; zijt getroost, het dient ons al ten besten,</div>
+<div class='i2'>Dat wij, als wandelaars, ons herte niet en vesten</div>
+<div class='i2'>Op een vergank'lijk rijk; dwaas is hij, die verkiest</div>
+<div class='i2'>Het tijd'lijke, en daarvoor het eeuwige verliest.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Onz' vaders leefden wel voorspoedig en gelukkig,</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>God heeft ze ook al gesteld in zijn beproeving drukkig.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Nooit in zoo harden proef als nu is Jakobs huis.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Een ieder dunkt zich 't zijn te zijn het zwaarste kruis.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Heeft God ons niet op 't strengst getreden op de hielen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij heeft een geesel nog, waarme&ecirc; hij na der zielen<a name="FNanchor_97_97" id="FNanchor_97_97"></a><a href="#Footnote_97_97" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans naar de ziel.">[97]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Den mensche harder straft, een onverganklijk wee;</div>
+<div class='i2'>Zijn allerscherpste staal steekt nog in zijne sche&ecirc;.</div>
+<div class='i2'>Deez' waarschouwende straf ons ernstelijk te voren</div>
+<div class='i2'>Op een veel grooter wijst, dat niemand ga verloren;</div>
+<div class='i2'>Dus laat ons deze ro&ecirc;, waarmede hij ons driegt<a name="FNanchor_98_98" id="FNanchor_98_98"></a><a href="#Footnote_98_98" class="fnanchor"><ins class="note" title="dreigt">[98]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Waarnemen nog in tijds, eer onze tijd vervliegt:</div>
+<div class='i2'>Hij zal ons met zijn gunst en vleugelen bespreyen,</div>
+<div class='i2'>Indien wij niet te spade onz' zonden en beschreyen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk als d' eerste weerld, die Noach al betraand<a name="FNanchor_99_99" id="FNanchor_99_99"></a><a href="#Footnote_99_99" class="fnanchor"><ins class="note" title="met tranen in de oogen, weenend.">[99]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Had zoo veel jaren tot boetvaardigheid vermaand,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_13a" id="Page_13a">[Pg 13a]</a></span>
+<div class='i2'>Zij bleven onbeweegd<a name="FNanchor_100_100" id="FNanchor_100_100"></a><a href="#Footnote_100_100" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans onbewogen.">[100]</ins></a>, al zagen zij voor oogen</div>
+<div class='i2'>Zoo vele wolken zwart, zoo vele regenbogen,</div>
+<div class='i2'>Tot 't Goddelijk kompas verloopen was te vroeg,</div>
+<div class='i2'>En 's hemels groote klok de laatste ure sloeg;</div>
+<div class='i2'>Toen heeft God opgesteld<a name="FNanchor_101_101" id="FNanchor_101_101"></a><a href="#Footnote_101_101" class="fnanchor"><ins class="note" title="zijn verlaten opengezet.">[101]</ins></a> zijn groote waterspuyen<a href="#Footnote_101_101" class="fnanchor"><ins class="note" title="zijn verlaten opengezet.">[101]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En alle sluizen van zijn vochte regenbuyen,</div>
+<div class='i2'>De meeren liepen t' za&acirc;m, met alle stroomen droef,</div>
+<div class='i2'>Tot eindelijk een zee den aardenkloot<a name="FNanchor_102_102" id="FNanchor_102_102"></a><a href="#Footnote_102_102" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor aardkloot.">[102]</ins></a> begroef.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ook toen 't boos wezen hem begonste te verdrieten</div>
+<div class='i2'>Van die van Gomorra en stoute Sodomieten,</div>
+<div class='i2'>Hij alzins op hun spoog vuurpijlen, damp en smook,</div>
+<div class='i2'>Zoo dat er niets van hen bleef over als de rook.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Integendeel bleef Loth beschaduwd van de vlerken</div>
+<div class='i2'>Van 's Heeren Engelen, en Noach van der Arken<a name="FNanchor_103_103" id="FNanchor_103_103"></a><a href="#Footnote_103_103" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans van de ark.">[103]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>Dus bouwt uw hope op hem, die deez' twee heil'gen puur<a name="FNanchor_104_104" id="FNanchor_104_104"></a><a href="#Footnote_104_104" class="fnanchor"><ins class="note" title="zuiver.">[104]</ins></a></div>
+<div class='i2'>D' een vrijdt van 's waters vloed, en d' ander van het vuur.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Is al vergeefs gehoopt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Vertwijfelt niet in hopen.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik zie toch geenen weg tot onz' verlossing open.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Aan duizend middelen 't hem nimmermeer en schort,</div>
+<div class='i2'>Zijn armen reiken wijd, zijn hand is niet verkort:</div>
+<div class='i2'>Toen Ammons vader Loth geraakt was in de handen</div>
+<div class='i2'>Van Kedor Lamors heir, en schenen niet zijn banden</div>
+<div class='i2'>Onbrekelijk te zijn? Maar God de Heere nam</div>
+<div class='i2'>Tot eenig instrument den ouden Abraham,</div>
+<div class='i2'>Die derwaarts henen met zijn knechten is getrokken,</div>
+<div class='i2'>Met keyen toegerust, met pijlen en met stokken:</div>
+<div class='i2'>Maar God was zijnen schild, de Hemel was zijn vaan,</div>
+<div class='i2'>Waar onder hij dan, bij den oorsprong der Jordaan,</div>
+<div class='i2'>Zijn vijanden aangreep, die alre&ecirc; met versagen</div>
+<div class='i2'>De grootste kapitein had in de vlucht geslagen;</div>
+<div class='i2'>Wie niet ontvlieden mocht<a name="FNanchor_105_105" id="FNanchor_105_105"></a><a href="#Footnote_105_105" class="fnanchor"><ins class="note" title="kon.">[105]</ins></a>, viel in zijn eigen zwaard.</div>
+<div class='i2'>Aldus verloste d' een' den andren broeder waard,</div>
+<div class='i2'>Die heel verlaten scheen, naar aller menschen oordeel;</div>
+<div class='i2'>Want die de Heere helpt, heeft altijd 't grootste voordeel.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij hebben onzen last getrokken zoo veel jaar.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Wanneer de tijd verschijnt, zoo is Gods hulpe daar;</div>
+<div class='i2'>De Heere Zebaoth mocht<a href="#Footnote_105_105" class="fnanchor"><ins class="note" title="kon.">[105]</ins></a> wel Loths kommer stelpen,</div>
+<div class='i2'>Eer Abram ooit optrok had hij hem kunnen helpen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waarom en deed hij 't niet?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Maar<a name="FNanchor_106_106" id="FNanchor_106_106"></a><a href="#Footnote_106_106" class="fnanchor"><ins class="note" title="wel.">[106]</ins></a>, vraagt gij den waarom?</div>
+<div class='i2'>Van zijn verlossing was de wijzer nog niet om:</div>
+<div class='i2'>Want Gods voorzienigheid, die eeuwiglijk zal duren,</div>
+<div class='i2'>Heeft haren tijd bestemd<a name="FNanchor_107_107" id="FNanchor_107_107"></a><a href="#Footnote_107_107" class="fnanchor"><ins class="note" title="bepaald; verg. boven bl. [3].">[107]</ins></a>, haar dagen en haar uren:</div>
+<div class='i2'>Gelijk de akkerman 't goed' zaad in d' aarde zaait,</div>
+<div class='i2'>Waar van hij t' zijner tijd de rijpe vruchten maait:</div>
+<div class='i2'>God is de Bouwer ook, die, tegen ons genoegen,</div>
+<div class='i2'>Den akker van ons hart komt door Farao ploegen,</div>
+<div class='i2'>Al wat steenachtig is vermorzelt hij geheel,</div>
+<div class='i2'>Eer dat hij in ons zaait zijn goede zaden e&ecirc;l;</div>
+<div class='i2'>Het zaad zijns godd'lijk woords daar na begraaft hij wakker,</div>
+<div class='i2'>En delvet met zijn eg het zaad in onzen akker;</div>
+<div class='i2'>Als nu de troebel zon van boven uit de locht</div>
+<div class='i2'>Haar stralen op ons schiet, op dat te rijker mocht</div>
+<div class='i2'>Zijn ingezaaide zaad in ons vruchtbarig groeyen,</div>
+<div class='i2'>Hij eenen regen laat van tranen ons bevloeyen,</div>
+<div class='i2'>Zoo waardig zijn wij hem; daar omme zijt getroost,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_13b" id="Page_13b">[Pg 13b]</a></span>
+<div class='i2'>Gelijk de landman, die op hope van den oogst</div>
+<div class='i2'>Zoo vele kommers lijdt, zoo dikwijls moet verzuchten:</div>
+<div class='i2'>Hij bouwt en slaaft alleen op hope van de vruchten</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Gij keeret<a name="FNanchor_108_108" id="FNanchor_108_108"></a><a href="#Footnote_108_108" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor keert het, proeft het.">[108]</ins></a> al in 't best.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Geeft gij ons geen geloof,</div>
+<div class='i2'>Zoo proevet<a href="#Footnote_108_108" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor keert het, proeft het.">[108]</ins></a> bij u zelv', en achtet geenen roof</div>
+<div class='i2'>Dat God ons dus beproeft; wij hebben hem te loven,</div>
+<div class='i2'>Al zwermen wij, helaas! in droefenis verschoven:</div>
+<div class='i2'>Na slaven volgt de rust, na droefheid volgt de vreugd,</div>
+<div class='i2'>Wij moeten dankbaar zijn, 't zij wat ons God toeveugt<a name="FNanchor_109_109" id="FNanchor_109_109"></a><a href="#Footnote_109_109" class="fnanchor"><ins class="note" title="toevoegt.">[109]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hoe onlangs is 't, dat nog de koning had vermeten</div>
+<div class='i2'>Ons te verdelgen heel.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Gelijk als aan een keten</div>
+<div class='i2'>De leeuw gesloten staat, dien zijne meester viert</div>
+<div class='i2'>Niet langer dan hij wil, zoo wordt van God bestierd</div>
+<div class='i2'>'t Voornemen des tirans, die niet en kan volbrengen</div>
+<div class='i2'>Dan 'tgene God hem zal toelaten en gehengen;</div>
+<div class='i2'>Zijn voornemen heeft God ten uiterste beperkt,</div>
+<div class='i2'>Die door veel middelen voorzieniglijken werkt:</div>
+<div class='i2'>Den prins van Sinear, den<a name="FNanchor_110_110" id="FNanchor_110_110"></a><a href="#Footnote_110_110" class="fnanchor"><ins class="note" title='Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op gelijke wijs als &quot;t nog steeds in Overijsel en elders—voor &quot;t Hollandsche die of dien onzer schrijftaal—gebezigd wordt. Evenzoo vroeger "den Farao".'>[110]</ins></a> Nemrot, dacht tirannig</div>
+<div class='i2'>Met zijnen scepter wel te trotsen wederspannig</div>
+<div class='i2'>Het blaauwe firmament, eilasen! maar zijn hert</div>
+<div class='i2'>Rees, eer het groot gebouw, tot boven in 't gestert'<a name="FNanchor_111_111" id="FNanchor_111_111"></a><a href="#Footnote_111_111" class="fnanchor"><ins class="note" title="gestarnte.">[111]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En werd van schaamte rood, toen 't Babylons gestamer<a name="FNanchor_112_112" id="FNanchor_112_112"></a><a href="#Footnote_112_112" class="fnanchor"><ins class="note" title=" De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.">[112]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Leem, kalk, voor steenen bracht, de truffel voor den hamer;</div>
+<div class='i2'>Zijn willen hing aan God, gelijk 't hier merk'lijk bleek.</div>
+<div class='i2'>God leidt de koningen gelijk een waterbeek:</div>
+<div class='i2'>Niets is er zoo gering van al wat hier mag blikken<a name="FNanchor_113_113" id="FNanchor_113_113"></a><a href="#Footnote_113_113" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinken (van daar onze metaalnaam blik en 't woord bliksem).">[113]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Hij heerschet<a name="FNanchor_114_114" id="FNanchor_114_114"></a><a href="#Footnote_114_114" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor beheerscht het.">[114]</ins></a> t' zamen door zijn wijselijk beschikken</div>
+<div class='i2'>God is alleen het Roer daar 't heele schip na zeilt,</div>
+<div class='i2'>'t Gerechtig Wijscompas dat nimmermeer en feilt!</div>
+<div class='i2'>Zoo weinig in een zaak geldt 't koninklijke spreken,</div>
+<div class='i2'>En of hij schoon iets bouwt, de Heer zal 't weder breken</div>
+<div class='i2'>Zoo 't hem niet en behaagt: hun woorden altemaal</div>
+<div class='i2'>Zijn krachteloos en ijl, indien zij in de schaal</div>
+<div class='i2'>Des Goddelijken wils niet even op en wegen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij spreekt u zelven en de zuivre waarheid tegen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waarom?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Het goddeloos bestuur van een tiran</div>
+<div class='i2'>(Na uitwijs van uw re&ecirc;n), daar is God oorzaak van.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Geenszins, in 't minste niet; 't kwaad, dat hij mag verschaffen,</div>
+<div class='i2'>Den goede strekt tot heil, den kwade t' zijnder straffen<a name="FNanchor_115_115" id="FNanchor_115_115"></a><a href="#Footnote_115_115" class="fnanchor"><ins class="note" title="tot zijn straf.">[115]</ins></a>.</div>
+<div class='i2'>Niemand en is tot kwaad gedwongen, g'lijk men ziet,</div>
+<div class='i2'>Dat alle kwaad door Gods toelating maar geschiedt:</div>
+<div class='i2'>'t Leed daar ons Farao met<a name="FNanchor_116_116" id="FNanchor_116_116"></a><a href="#Footnote_116_116" class="fnanchor"><ins class="note" title="meê.">[116]</ins></a> pijnigt ongerichtig</div>
+<div class='i2'>(Op mijne woorden let, en oordeelt dan voorzichtig),</div>
+<div class='i2'>Hem t' zijnder straffe dient: maar ons, indien ons vroed<a name="FNanchor_117_117" id="FNanchor_117_117"></a><a href="#Footnote_117_117" class="fnanchor"><ins class="note" title="wijselijk.">[117]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Dees kastijdinge leidt tot rechte ware boet,</div>
+<div class='i2'>Die God hier mede eischt, ze is ons zoo nut en zalig,</div>
+<div class='i2'>Als zij den koning is verdoemelijk en dwalig<a name="FNanchor_118_118" id="FNanchor_118_118"></a><a href="#Footnote_118_118" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tot veroordeeling en dwaling leidend.">[118]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij zegt nochtans&mdash;</div>
+</div>
+
+<span class='pagenum'><a name="Page_14a" id="Page_14a">[Pg 14a]</a></span>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES en AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Ontluikt, gelijk een lustdal schoon,</div>
+<div class='i2'>Dat in den morgenstond zijn bloemen stelt ten toon;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Vervrolijkt u, gelijk de vogelkens met lusten</div>
+<div class='i2'>De Zonne groeten, als zij stijgt uit heurder rusten,</div>
+<div class='i2'>Gij die verlaten scheent.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Wie of met vrolijkheid</div>
+<div class='i2'>Ons ongewoon begroet?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>'t Zijn Amrans zonen beid'.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>o Broeders, wellekom!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Uw voorhoofd wilt vervrooyen<a name="FNanchor_119_119" id="FNanchor_119_119"></a><a href="#Footnote_119_119" class="fnanchor"><ins class="note" title="anders verfrayen, thans vervrolijken.">[119]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waarin? in onzen druk en jammerlijk verstrooyen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Verheft uw droef gelaat, o Isra&euml;l! en steekt</div>
+<div class='i2'>Nu 't hoofd ten hemel op, die al uw banden breekt,</div>
+<div class='i2'>De Heer die is met u, die alle uw ellenden</div>
+<div class='i2'>En droevig treurspel komt met vreugd en blijdschap enden:</div>
+<div class='i4'>De God van Abraham, Isak, en Jakob zelf,</div>
+<div class='i2'>Die zijnen troon pilaart op 't brandende gewelf,</div>
+<div class='i2'>Is mij verschenen in een bliksemende klaarheid.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik denk 't is eenen droom.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Neen, broeders! in der waarheid;</div>
+<div class='i2'>Toen ik bij Sinai was hoedende mijn kudd'</div>
+<div class='i2'>Met deez' gedoornde mik<a name="FNanchor_120_120" id="FNanchor_120_120"></a><a href="#Footnote_120_120" class="fnanchor"><ins class="note" title="een van boven gespleten stok.">[120]</ins></a>, mijn herderlijke stut<a name="FNanchor_121_121" id="FNanchor_121_121"></a><a href="#Footnote_121_121" class="fnanchor"><ins class="note" title="staf.">[121]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Zag ik 't groot Horebs bosch een blikkig<a name="FNanchor_122_122" id="FNanchor_122_122"></a><a href="#Footnote_122_122" class="fnanchor"><ins class="note" title="blinkend; verg. boven op blikken.">[122]</ins></a> vuur omranden,</div>
+<div class='i2'>'t Welk heel verteeren<a name="FNanchor_123_123" id="FNanchor_123_123"></a><a href="#Footnote_123_123" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor te verteeren.">[123]</ins></a> scheen en t' zamen te verbranden:</div>
+<div class='i2'>Maar even vrolijk loech<a name="FNanchor_124_124" id="FNanchor_124_124"></a><a href="#Footnote_124_124" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.">[124]</ins></a> bla&ecirc;n, bloemen, kruid en loof:</div>
+<div class='i2'>Eer deze bliksem nog voor mijn gezicht verstoof,</div>
+<div class='i2'>De donder van een stem, o wonderlijk spektakel!</div>
+<div class='i2'>Verklaarde mij den zin en eisch van dit mirakel,</div>
+<div class='i2'>Op deze wijze: 't bosch, waarin deez' vlamme speelt,</div>
+<div class='i2'>Daarmede is Isra&euml;l naar 't leven afgebeeld,</div>
+<div class='i2'>Die in 't vervolgingsvuur zal als dit bosch ontluiken;</div>
+<div class='i2'>Ik wil mijn lelie schoon nu uit de doornen pluiken<a name="FNanchor_125_125" id="FNanchor_125_125"></a><a href="#Footnote_125_125" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot plukken verdikt.">[125]</ins></a>.</div>
+<div class='i4'>Toen dreunde 't heele bosch, ik stond geheel bedut<a name="FNanchor_126_126" id="FNanchor_126_126"></a><a href="#Footnote_126_126" class="fnanchor"><ins class="note" title="bedwelmd.">[126]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Driemalen heeft de berg zich bevende verschud:</div>
+<div class='i2'>En als ik niet en wist waar henen te vervluchten,</div>
+<div class='i2'>Met een borstkloppig<a name="FNanchor_127_127" id="FNanchor_127_127"></a><a href="#Footnote_127_127" class="fnanchor"><ins class="note" title="de borst doorbonzend.">[127]</ins></a> hart, en met een zwaar verzuchten,</div>
+<div class='i2'>En schier van vreeze lag begraven in het gras,</div>
+<div class='i2'>Toen gaf de Heere mij te kennen wie hij was:</div>
+<div class='i2'>De God <span class="smcap">JEHOVA</span> zelf, de God van onzen vader,</div>
+<div class='i2'>De Schepper van het al, alleen des levens ader,</div>
+<div class='i2'>De Herder Isra&euml;ls, die in 't beloofde land</div>
+<div class='i2'>Ons nu vervoeren wil uit Faraonis<a name="FNanchor_128_128" id="FNanchor_128_128"></a><a href="#Footnote_128_128" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Lat. 2e naamval: van Farao.">[128]</ins></a> hand,</div>
+<div class='i2'>Uit al onz' slavernij.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>En deed hij u geen teeken</div>
+<div class='i2'>Van zijn' almachtigheid, dat hij ons leed zal wreken,</div>
+<div class='i2'>Dat hij ontboeyen zal den zwerm van zoo veel duisd<a name="FNanchor_129_129" id="FNanchor_129_129"></a><a href="#Footnote_129_129" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor duizenden.">[129]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Die onder Farao dus lange zijn gekruist<a name="FNanchor_130_130" id="FNanchor_130_130"></a><a href="#Footnote_130_130" class="fnanchor"><ins class="note" title="gekweld.">[130]</ins></a>?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ja, haddy<a name="FNanchor_131_131" id="FNanchor_131_131"></a><a href="#Footnote_131_131" class="fnanchor"><ins class="note" title="Saamgetrokken uit hadtghy: hadt gij.">[131]</ins></a> 't zelf gezien, toen ik ontweek zoo bange</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_14b" id="Page_14b">[Pg 14b]</a></span>
+<div class='i2'>Voor dezen staf, die werd een kronkelende slange,</div>
+<div class='i2'>Een serpentijnig dier, in 't wezen, niet in schijn,</div>
+<div class='i2'>En spoog alzins op mij haar doodelijk fenijn</div>
+<div class='i2'>Met haar gesplitste tong, en lag in 't gras gescholen;</div>
+<div class='i2'>Haar oogen vlamden als twee gloeyendige kolen,</div>
+<div class='i2'>Azurig luisterde<a name="FNanchor_132_132" id="FNanchor_132_132"></a><a href="#Footnote_132_132" class="fnanchor"><ins class="note" title="Glinsterde.">[132]</ins></a> haar vel, en in mijn oog</div>
+<div class='i2'>Geleek<a name="FNanchor_133_133" id="FNanchor_133_133"></a><a href="#Footnote_133_133" class="fnanchor"><ins class="note" title="versta: geleek zij.">[133]</ins></a> de slang die onz' voorouderen bedroog</div>
+<div class='i2'>In 't weeldig Paradijs; want waar zij henen zwerfde<a name="FNanchor_134_134" id="FNanchor_134_134"></a><a href="#Footnote_134_134" class="fnanchor"><ins class="note" title="verkeerdelijk voor zwierf, verstierf.">[134]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De groenigheid van 't gras en 't kruid alzins versterfde<a href="#Footnote_134_134" class="fnanchor"><ins class="note" title="verkeerdelijk voor zwierf, verstierf.">[134]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>Als nu de stemme mij den worm te grijpen hiet<a name="FNanchor_135_135" id="FNanchor_135_135"></a><a href="#Footnote_135_135" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot heette verzwakt.">[135]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Was 't we&ecirc;r dezelfde stok, gelijk gij zelve ziet:</div>
+<div class='i2'>'t En bleef hier nog niet bij, God smette boven dezen</div>
+<div class='i2'>Mijn hand met lazerij, en heeft ze we&ecirc;r genezen,</div>
+<div class='i2'>En vastelijk beloofd, hoe dat ik 't water rein</div>
+<div class='i2'>Verkeeren zal in bloed, door zijne kracht allein:</div>
+<div class='i2'>Opdat, als elke daad mijn woorden volgt warachtig,</div>
+<div class='i2'>U en Farao maar een sterk geloove krachtig</div>
+<div class='i2'>En schort: deez' boodschap dan breng ik u metter spoed<a name="FNanchor_136_136" id="FNanchor_136_136"></a><a href="#Footnote_136_136" class="fnanchor"><ins class="note" title=" (Gelijk metterdaad, metterwoon, enz. saamgetrokken met der spoed) thans met spoed.">[136]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Met mijnen broeder die mij is op weg ontmoet,</div>
+<div class='i2'>Dien zelf de stemme Gods beval, tot mijn verschooning,</div>
+<div class='i2'>Te spreken nevens mij voor Farao, den koning,</div>
+<div class='i2'>En God heeft mij gezalfd een leidsman en een hoofd</div>
+<div class='i2'>Van zijn verkoren volk.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>De Heere zij geloofd,</div>
+<div class='i2'>Die Jakobs aanschijn nu de tranen wil afwasschen,</div>
+<div class='i2'>En in 't beloofde land bedelven<a name="FNanchor_137_137" id="FNanchor_137_137"></a><a href="#Footnote_137_137" class="fnanchor"><ins class="note" title="begraven.">[137]</ins></a> eens onze asschen</div>
+<div class='i2'>In ons voorvaders graf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Den Heer zij lof en prijs!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij zullen niet meer zijn der dieren aas en spijs,</div>
+<div class='i2'>De wreede Farao zal ons niet meer verheeren,</div>
+<div class='i2'>De stamme Juda nu aanvanget te regeeren:</div>
+<div class='i2'>Kom, Juda, als een leeuw! klimt nu ten hoogsten staat!</div>
+<div class='i2'>Versiert u met een kroon en koninklijk gewaad,</div>
+<div class='i2'>Den gulden scepter grijp, want God is onz' Verzorger,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn geen slaven meer, elk Hebree is een borger</div>
+<div class='i2'>In 't zoet beloofde land, daar de Jordane stroomt,</div>
+<div class='i2'>Daar ik in mijnen slaap zoo dik<a name="FNanchor_138_138" id="FNanchor_138_138"></a><a href="#Footnote_138_138" class="fnanchor"><ins class="note" title="vaak, dikwerf d. i. veelmaals.">[138]</ins></a> van heb gedroomd:</div>
+<div class='i2'>Ach, lang gewenschte vreugd!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KALEB.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Ach, heugelijke tijding!</div>
+<div class='i2'>Nu straalt de blijde dag, de dag van onz' verblijding.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>JOZUA.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En gij, twaalf-stammig volk! versmoort wel in uw vreugd,</div>
+<div class='i2'>Als gij dit hooren zult.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Hoe zal dan met geneugt</div>
+<div class='i2'>De donder van deez' stem zoet in uw ooren klinken,</div>
+<div class='i2'>Als gij alree den glans ziet van uw vrijheid blinken.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gaat, boodschapt den Hebre&ecirc;n hun uitkomst; want in 't hof</div>
+<div class='i2'>Des konings gaan wij beid' verzoeken ons verlof.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>KORACH.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En zoo hij 't u ontzegt?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>'t En mag hem geenszins baten:</div>
+<div class='i2'>Want door Gods sterke hand zoo moet hij ons verlaten.</div>
+<div class='i8'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Als de zee vast ongestuimig</div>
+<div class='i4'>Stormt, en werpt haar baren schuimig</div>
+<div class='i4'>Naar den hemel al verbaasd,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_15a" id="Page_15a">[Pg 15a]</a></span>
+<div class='i4'>Als de schipper hoort de buyen</div>
+<div class='i4'>Van den Noord-wind 't strand doorluyen,</div>
+<div class='i4'>Is de stilte eerst allernaast.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Zoo ook God, wanneer hij droeve</div>
+<div class='i4'>Stelt in 't hardste van zijn proeve</div>
+<div class='i4'>'t Mensch'lijk schepsel t' eenemaal,</div>
+<div class='i4'>Is zijn gunste zoo veel nader,</div>
+<div class='i4'>En, gelijk een goedig Vader,</div>
+<div class='i4'>Zoo verzacht hij al hun kwaal.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Na zijn toornigheid ontsteken<a name="FNanchor_139_139" id="FNanchor_139_139"></a><a href="#Footnote_139_139" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Thans ontstoken.">[139]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Zal hij we&ecirc;r zijn pijlen breken,</div>
+<div class='i4'>En na zijn kastijding schier<a name="FNanchor_140_140" id="FNanchor_140_140"></a><a href="#Footnote_140_140" class="fnanchor"><ins class="note" title="schielijk afgedane.">[140]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Na zijn straffinge weldadig</div>
+<div class='i4'>Werpt hij wederom genadig</div>
+<div class='i4'>Al zijn roeden in het vier.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Want in droefheid en ellenden</div>
+<div class='i4'>Zal de mensch tot God zich wenden:</div>
+<div class='i4'>Maar in weelde en voorspoed zat</div>
+<div class='i4'>Zal hij wederom vergeten</div>
+<div class='i4'>'s Heeren goedheid ongemeten,</div>
+<div class='i4'>Wijkende van zijnen pad.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Dat ons God dan proeft ten lesten,</div>
+<div class='i4'>Dienet al tot onzen besten,</div>
+<div class='i4'>Of men 't schoon zoo niet begrijpt:</div>
+<div class='i4'>Zal de wijngaard vruchtbaar groeyen,</div>
+<div class='i4'>Och! men moet hem wel besnoeyen,</div>
+<div class='i4'>Eer zijn gulden vruchte rijpt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Na een bitter sause scheele<a name="FNanchor_141_141" id="FNanchor_141_141"></a><a href="#Footnote_141_141" class="fnanchor"><ins class="note" title=" het gelaat verwringende.">[141]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Zal de honig onze keele</div>
+<div class='i4'>Smaken zoeter en belust,</div>
+<div class='i4'>En na 't lang gedurig slaven</div>
+<div class='i4'>Ligt de moede zacht begraven</div>
+<div class='i4'>In den schoot van stille rust.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Die den<a name="FNanchor_142_142" id="FNanchor_142_142"></a><a href="#Footnote_142_142" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans de.">[142]</ins></a> Hemel meest beminnet,</div>
+<div class='i4'>Dien hij allerliefst bezinnet,</div>
+<div class='i4'>Meest van droefheid werd bespoeld<a name="FNanchor_143_143" id="FNanchor_143_143"></a><a href="#Footnote_143_143" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor overstelpt of iets derg.">[143]</ins></a>:</div>
+<div class='i4'>'t Moedig paard, dat in den stalle</div>
+<div class='i4'>Is uitmuntig boven alle,</div>
+<div class='i4'>Meest zijns heeren sporen voelt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Is 't dan vreemd, dat God de Joden,</div>
+<div class='i4'>In de tranen van veel nooden,</div>
+<div class='i4'>Heeft gewasschen rein en klaar:</div>
+<div class='i4'>Nu de tijd ook is verschenen,</div>
+<div class='i4'>Keert in blijdschap al hun weenen,</div>
+<div class='i4'>Nu is hunnen trooster daar.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Want God voor veel jaren Mozen<a name="FNanchor_144_144" id="FNanchor_144_144"></a><a href="#Footnote_144_144" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. vierde naamval van Mozes.">[144]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Amrams zone, heeft verkozen</div>
+<div class='i4'>Tot een trooster Isra&euml;ls:</div>
+<div class='i4'>Ziet eens, hoe hij hem omermde,</div>
+<div class='i4'>Hem omhelsde en beschermde,</div>
+<div class='i4'>Voor Farao's gramschap hels<a name="FNanchor_145_145" id="FNanchor_145_145"></a><a href="#Footnote_145_145" class="fnanchor"><ins class="note" title="Helsche, Duivelsche.">[145]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Toen de afgunstigheid de zonen</div>
+<div class='i4'>Jakobs, zonder te verschoonen,</div>
+<div class='i4'>Zwaard en water overgaf;</div>
+<div class='i4'>Toen het moederlijke herte</div>
+<div class='i4'>Jochebeds zag, met veel smerte,</div>
+<div class='i4'>Mozes wieg aan voor zijn graf;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<span class='pagenum'><a name="Page_15b" id="Page_15b">[Pg 15b]</a></span>
+<div class='i6'>Toen de moeder heurs zoons leven</div>
+<div class='i4'>Moest de baren overgeven,</div>
+<div class='i4'>Als zij had heur kind gekust;</div>
+<div class='i4'>Toen de moederlijke zorgen</div>
+<div class='i4'>Lagen, met heur kind, geborgen</div>
+<div class='i4'>In het kistjen ongerust.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Toen zij moest heur zelf verliezen,</div>
+<div class='i4'>Van twee kwaden 't beste kiezen,</div>
+<div class='i4'>Met een droef adieu, te no&ocirc;<a name="FNanchor_146_146" id="FNanchor_146_146"></a><a href="#Footnote_146_146" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maar al te ongaarne geuit.">[146]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Riep: "ik hope in deze golven</div>
+<div class='i4'>Meer me&ecirc;doogen is gedolven</div>
+<div class='i4'>Als in 's konings herte sno&ocirc;!"</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>God, hoe langs hoe goedertierder,</div>
+<div class='i4'>Van dit scheepken was de Stierder</div>
+<div class='i4'>Zelf, met eenen Wester wind,</div>
+<div class='i4'>Die het blies hoe langs hoe lochter<a name="FNanchor_147_147" id="FNanchor_147_147"></a><a href="#Footnote_147_147" class="fnanchor"><ins class="note" title="vlugger.">[147]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>In den schoot van 's konings dochter,</div>
+<div class='i4'>Voor een Engel en geen kind.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Kind, dat zag men weder dorsten</div>
+<div class='i4'>Naar zijn eigen moeders borsten,</div>
+<div class='i4'>'t Wies in alle schoonheid op;</div>
+<div class='i4'>In zijn voorhoofd stond geletterd,</div>
+<div class='i4'>Hoe 't den Farao verpletterd</div>
+<div class='i4'>Nog vertreden zou den kop.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Groeide op in manlijkheden<a name="FNanchor_148_148" id="FNanchor_148_148"></a><a href="#Footnote_148_148" class="fnanchor"><ins class="note" title="manlijke kracht.">[148]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>En, van harte heel besneden</div>
+<div class='i4'>Voor des hofs wellusten, hij</div>
+<div class='i4'>Koos in ballingschap te zwermen,</div>
+<div class='i4'>En den Hebree te beschermen</div>
+<div class='i4'>In zijn droeve slavernij.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Als hij hierom moest vervluchten,</div>
+<div class='i4'>En in Midians gehuchten,</div>
+<div class='i4'>Weiden 't herderlijke vee:</div>
+<div class='i4'>Als de tijd nu was voor handen,</div>
+<div class='i4'>Dat de Heer zijn offeranden</div>
+<div class='i4'>Eischen zou van den Hebree;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Zoo verschijnt hem van den Hemel,</div>
+<div class='i4'>Bij Sina&iuml;, 't lichtgeschemel<a name="FNanchor_149_149" id="FNanchor_149_149"></a><a href="#Footnote_149_149" class="fnanchor"><ins class="note" title="lichtgeschitter.">[149]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Van des Heeren heerlijkheid;</div>
+<div class='i4'>God laat hem zijn stemme hooren,</div>
+<div class='i4'>Op dat hij zijn uitverkoren</div>
+<div class='i4'>In het land Kanaan leidt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Op dat zij daar, zonder smetten,</div>
+<div class='i4'>Onderhouden zijne wetten,</div>
+<div class='i4'>En hem lieflijk met wyrook</div>
+<div class='i4'>Eenen zoeten reuk toebrengen,</div>
+<div class='i4'>En met bokkenbloed besprengen</div>
+<div class='i4'>Zijn altaren met gesmook<a name="FNanchor_150_150" id="FNanchor_150_150"></a><a href="#Footnote_150_150" class="fnanchor"><ins class="note" title="walmend, smokend.">[150]</ins></a>;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Op dat dankbaar, onverholen</div>
+<div class='i4'>(Wijder als tusschen de polen,</div>
+<div class='i4'>'t Hemellicht den nacht beschaamt)</div>
+<div class='i4'>Al zijn groote wonderdaden,</div>
+<div class='i4'>En zijn goedheid vol genaden</div>
+<div class='i4'>Over al mocht zijn befaamd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Dat de mensche<a name="FNanchor_151_151" id="FNanchor_151_151"></a><a href="#Footnote_151_151" class="fnanchor"><ins class="note" title="enkelv.">[151]</ins></a> steeds mocht haken,</div>
+<div class='i4'>Om hier boven te geraken</div>
+<div class='i4'>Daar 't hem alles looft en prijst.&mdash;</div>
+<div class='i4'>Acht het aardsch dan veel geringer</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_16a" id="Page_16a">[Pg 16a]</a></span>
+<div class='i4'>Dan het Hemelsch, daar de vinger</div>
+<div class='i4'>Van zijn zoete wet op wijst.</div>
+</div></div>
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h4>TWEEDE DEEL.</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>FARAO de koning, TIFUS en SERAX, droombedieders
+en toovenaars,</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De laatst geleden nacht (wat hoef ik mij te veinzen?)</div>
+<div class='i2'>Heeft mij belemmerd zwaar met velerlei gepeinzen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk de groote kroon gemeenelijk aankleeft</div>
+<div class='i2'>De zorg, die altijd met veel zorgen om ons zweeft,</div>
+<div class='i2'>De zorg, die 's konings hoofd met haren zwerm verduizelt<a name="FNanchor_152_152" id="FNanchor_152_152"></a><a href="#Footnote_152_152" class="fnanchor"><ins class="note" title="Duizelig maakt.">[152]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En met een sterk geblaas steeds in zijn ooren suizelt.</div>
+<div class='i2'>Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijk dal</div>
+<div class='i2'>'s Nachts vleugelen bespreidt, zoo slaapt den grooten al.<a name="FNanchor_153_153" id="FNanchor_153_153"></a><a href="#Footnote_153_153" class="fnanchor"><ins class="note" title="het groote heelal.">[153]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De zon in Thetis' schoot, 't gedierte met vermakken<a name="FNanchor_154_154" id="FNanchor_154_154"></a><a href="#Footnote_154_154" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor gemakkelijk.">[154]</ins></a></div>
+<div class='i2'>In zijne holen rust, 't gevogelt' in de takken</div>
+<div class='i2'>Zijn vlerken hangen laat: maar 's konings majesteit</div>
+<div class='i2'>Toch nimmer rust omhelst, of zoo hij werd verleid</div>
+<div class='i2'>Door eene zachten slaap, en d' oogen komt te sluiten,</div>
+<div class='i2'>Zoo waakt zijn zorge nog, en sluit zijn ruste buiten;</div>
+<div class='i2'>Als hij in 't bedde zwemt in Lethe's stillen stroom,</div>
+<div class='i2'>Zijn zorgen werden ijl<a name="FNanchor_155_155" id="FNanchor_155_155"></a><a href="#Footnote_155_155" class="fnanchor"><ins class="note" title="plotseling.">[155]</ins></a> verkeerd in eenen droom.</div>
+<div class='i4'>Mij dacht in mijnen slaap, ik op den grooten wagen</div>
+<div class='i2'>Werd langs het RoodeMeers schuimachtig strand gedragen,</div>
+<div class='i2'>In volle wapening en rusting t' eenemaal,</div>
+<div class='i2'>Gelijk wanneer de Moor ontziet<a name="FNanchor_156_156" id="FNanchor_156_156"></a><a href="#Footnote_156_156" class="fnanchor"><ins class="note" title="vreest.">[156]</ins></a> mijn bloedig staal.</div>
+<div class='i2'>De hemel was gevaagd<a name="FNanchor_157_157" id="FNanchor_157_157"></a><a href="#Footnote_157_157" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans geveegd, gezuiverd.">[157]</ins></a> blaauw, helder, en azurig,</div>
+<div class='i2'>En Febus zag in zee zijn spiegelstralen vurig,</div>
+<div class='i2'>Het weder loech elk toe, men hoorde geen geruisch;</div>
+<div class='i2'>Zefyrus nu verblies een golfjen met gedruisch,</div>
+<div class='i2'>De schepen lagen stil, dat nu Neptunus' gilden<a name="FNanchor_158_158" id="FNanchor_158_158"></a><a href="#Footnote_158_158" class="fnanchor"><ins class="note" title="makkers (nam. de zeeluî).">[158]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Voor 't windelooze we&ecirc;r een zeil uitspannen wilden,</div>
+<div class='i2'>'t Gespan van mijne koets den breidel gaf gehoor,</div>
+<div class='i2'>En telden, zoo het scheen, hun stappen op het spoor,</div>
+<div class='i2'>Als op het onverzienst het meer bestond te bruischen,</div>
+<div class='i2'>Dat geene kielen zich naar 't roer en lieten kruisen<a name="FNanchor_159_159" id="FNanchor_159_159"></a><a href="#Footnote_159_159" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor wenden.">[159]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De sture Boreas begon fluks uit de zee</div>
+<div class='i2'>'t Grijsschuimig baargebergt' te brengen op de ree,</div>
+<div class='i2'>De hemel werd bekleed met droeve duist're wolken,</div>
+<div class='i2'>En 't voorhoofd van de lucht omstort met zwarte kolken;</div>
+<div class='i2'>Een donker nachtzeil blind beschaduwde den dag,</div>
+<div class='i2'>Dat 't licht alzins verdween; of, zoo men schijnsel zag,</div>
+<div class='i2'>Was 't bliksem-wederlicht, dat met een slinksch<a name="FNanchor_160_160" id="FNanchor_160_160"></a><a href="#Footnote_160_160" class="fnanchor"><ins class="note" title="verradelijk.">[160]</ins></a> geflikker</div>
+<div class='i2'>Jupijn van boven wierp, met eiselijk<a name="FNanchor_161_161" id="FNanchor_161_161"></a><a href="#Footnote_161_161" class="fnanchor"><ins class="note" title="vreeselijk; thans verkeerdelijk ijselijk geschreven.">[161]</ins></a> geklikker,</div>
+<div class='i2'>De donder dreunde met een dommelig geklak,</div>
+<div class='i2'>Dat Sirt, klip, rots, en strand Neptunus' gramschap brak,</div>
+<div class='i2'>Die met zijn gaffel<a name="FNanchor_162_162" id="FNanchor_162_162"></a><a href="#Footnote_162_162" class="fnanchor"><ins class="note" title="vork ('t Hoogd. gabel), hier voor Neptunus' drietand.">[162]</ins></a> scheen den hemel te beklemmen,</div>
+<div class='i2'>En weder 't firmament in 't Roode diep te zwemmen;</div>
+<div class='i2'>De Tritons trompten<a name="FNanchor_163_163" id="FNanchor_163_163"></a><a href="#Footnote_163_163" class="fnanchor"><ins class="note" title="bliezen.">[163]</ins></a> op hun groote waterschulp,</div>
+<div class='i2'>Dat ieder Palinuur<a name="FNanchor_164_164" id="FNanchor_164_164"></a><a href="#Footnote_164_164" class="fnanchor"><ins class="note" title="d. i. stuurman (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).">[164]</ins></a> de Goden riep om hulp,</div>
+<div class='i2'>De schepen stegen op genade naar de polen</div>
+<div class='i2'>En hadden 't wijscompas en 't roer den wind bevolen.</div>
+<div class='i4'>De paarden zagen nu ook d' onwe&ecirc;rs stormen leep<a name="FNanchor_165_165" id="FNanchor_165_165"></a><a href="#Footnote_165_165" class="fnanchor"><ins class="note" title="boos (druipend).">[165]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De voerman hoefde toom noch breidel, noch de zweep,</div>
+<div class='i2'>Zij vlogen even dol een langdurige wijle,</div>
+<div class='i2'>Als uit een Schytschen boog de onbedwongen pijle;</div>
+<div class='i2'>Veel snelder als de wind, veel sneller als de stroom</div>
+<div class='i2'>Schoof op vier raders de beslagen disselboom;</div>
+<div class='i2'>Hot, hot, al breideloos de wagen henen glipte,</div>
+<div class='i2'>Ontziende noch de kroon, noch scepter van Egypte:</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_16b" id="Page_16b">[Pg 16b]</a></span>
+<div class='i2'>Wat 's konings koetser<a name="FNanchor_166_166" id="FNanchor_166_166"></a><a href="#Footnote_166_166" class="fnanchor"><ins class="note" title=" 't Hoogd. kutscher; thans koetsier.">[166]</ins></a> ook gebaarde<a name="FNanchor_167_167" id="FNanchor_167_167"></a><a href="#Footnote_167_167" class="fnanchor"><ins class="note" title="aanging.">[167]</ins></a> of luide riep,</div>
+<div class='i2'>De redelooze vlucht al even zwijmig liep,</div>
+<div class='i2'>Nu bin<a name="FNanchor_168_168" id="FNanchor_168_168"></a><a href="#Footnote_168_168" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor binnen.">[168]</ins></a> nu buiten spoor, al zonder weg te peilen<a name="FNanchor_169_169" id="FNanchor_169_169"></a><a href="#Footnote_169_169" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor berekenen.">[169]</ins></a>;</div>
+<div class='i2'>Geen schip ons volgen mocht met opgeblazen zeilen.</div>
+<div class='i4'>Dus stoof de voortocht vast, als eene watervliet</div>
+<div class='i2'>Die van 't gebergte valt, tot daar men Faros ziet</div>
+<div class='i2'>We&ecirc;rhoudeloos verbaasd in hunnen loop, ten vollen</div>
+<div class='i2'>Gelijk men eenen steen ziet van de klippen rollen:</div>
+<div class='i2'>Hoe 't grondelooze diep meer zand en water spoog,</div>
+<div class='i2'>Hoe heftiger verschrikt elk ros om 't zeerste vloog,</div>
+<div class='i2'>Tot door het storm geblaas een krokodille strandden<a name="FNanchor_170_170" id="FNanchor_170_170"></a><a href="#Footnote_170_170" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor strandde.">[170]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De grootste, die hier ooit gezien mogt zijn te landen,</div>
+<div class='i2'>Dicht aan den boord des strands, in't minst van driemaal vijf</div>
+<div class='i2'>Kubieten<a name="FNanchor_171_171" id="FNanchor_171_171"></a><a href="#Footnote_171_171" class="fnanchor"><ins class="note" title="ellen.">[171]</ins></a>, oversterk gewapend op het lijf</div>
+<div class='i2'>Met dubbel schelpen hart, 't hoofd zeldzaam om te aanschouwen,</div>
+<div class='i2'>Zoo eiselijk en groot dat het elk dede grouwen,</div>
+<div class='i2'>Scherptandig in den mond: zoo haast onz' jacht vernam</div>
+<div class='i2'>Dit zeldzaam monster, 't welk heel heftig naar hen kwam,</div>
+<div class='i2'>Zij hunnen loop op nieuw verdubbelden<a name="FNanchor_172_172" id="FNanchor_172_172"></a><a href="#Footnote_172_172" class="fnanchor"><ins class="note" title="dubbel snel.">[172]</ins></a> vervolgen,</div>
+<div class='i2'>De koetse mocht gezwind haar op het snelste volgen,</div>
+<div class='i2'>Als 't koppel honden heet het hert volgt op den hiel,</div>
+<div class='i2'>Tot dat een holligheid den wagen wederhiel,</div>
+<div class='i2'>Waar door zij uit 't gespan van hun gareelen raakten,</div>
+<div class='i2'>En krak, krak! tot tweemaal, de groote wagen kraakte,</div>
+<div class='i2'>Die eindelijk verzwakt niet wederhouden mocht,</div>
+<div class='i2'>Met mij stak op het strand de beenen in de locht!</div>
+<div class='i2'>Hier lag de dissel, ginds het speek, en daar de raden,</div>
+<div class='i2'>Tot ik mij 's morregens van Morfeus vond verraden.</div>
+<div class='i4'>De droom beduidt wat vreemds (hoe wel hij somtijds liegt,</div>
+<div class='i2'>En met zijn Iden<a name="FNanchor_173_173" id="FNanchor_173_173"></a><a href="#Footnote_173_173" class="fnanchor"><ins class="note" title="ydele beelden.">[173]</ins></a> als een schaduwe vervliegt);</div>
+<div class='i2'>Want onlangs zijn gezien de dreigende komeeten,</div>
+<div class='i2'>Verscheiden beeldsels ook van bloedige planeeten,</div>
+<div class='i2'>En, tot drie nachten toe, een geestelijk gespook</div>
+<div class='i2'>Is voor mijn slaaps gezicht verswenen<a name="FNanchor_174_174" id="FNanchor_174_174"></a><a href="#Footnote_174_174" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor verzwonden of verdwenen.">[174]</ins></a> als de rook:</div>
+<div class='i2'>De pyramiden van de koninklijke graven</div>
+<div class='i2'>Driemalen zijn beweegd; een vlucht van zwarte raven</div>
+<div class='i2'>'t Meer opgeworpen heeft, grafvogels, die graf, graf!</div>
+<div class='i2'>Egypte dreigen gruw met de een' of de ander' straf;</div>
+<div class='i2'>De grootste zerken van de tomben zijn gereten,</div>
+<div class='i2'>En 't nare kerkhof heeft doodsbeenders opgesmeten,</div>
+<div class='i2'>Isidis<a name="FNanchor_175_175" id="FNanchor_175_175"></a><a href="#Footnote_175_175" class="fnanchor"><ins class="note" title="Lat. tweede naamval van Isis.">[175]</ins></a> heilig beeld, tot voorspel van ons leed,</div>
+<div class='i2'>Heeft eenen regen vocht van bloedig zweet gezweet<a name="FNanchor_176_176" id="FNanchor_176_176"></a><a href="#Footnote_176_176" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans vochtig.">[176]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Osiris naar den Nijl heeft zich gekeerd verbolgen!</div>
+<div class='i2'>Ontwijfelijk hierna moet d' een of d' ander<a name="FNanchor_177_177" id="FNanchor_177_177"></a><a href="#Footnote_177_177" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans een of ander.">[177]</ins></a> volgen:</div>
+<div class='i2'>Gij zienders! mij den grond van deze zaak verklaart.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De koning zij hier in bekommerd noch bezwaard.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>SERAX.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De droom rijst uit een hart beslommerd met veel zorgen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij rijz' waar uit hij wil, wat is er in verborgen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gansch niet<a name="FNanchor_178_178" id="FNanchor_178_178"></a><a href="#Footnote_178_178" class="fnanchor"><ins class="note" title="In 't geheel niets.">[178]</ins></a>, grootmogend vorst!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Nochtans de droom bediedt</div>
+<div class='i2'>En wijst op 't geen daar na gemeenelijk geschiedt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Pilaar van 't grootste rijk, de droomen zijn verscheiden,</div>
+<div class='i2'>En eensdeels anders niet dan ijdelheid verbreiden;</div>
+<div class='i2'>Ten anderen profeetsch voorloopers, diens<a name="FNanchor_179_179" id="FNanchor_179_179"></a><a href="#Footnote_179_179" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor dier, thans wier.">[179]</ins></a> gebaar</div>
+<div class='i2'>De komst boodschappen van de zuivre waarheid klaar;</div>
+<div class='i2'>Ten derden, twijfelijk en donker in 't aanschouwen,</div>
+<div class='i2'>Daar niemand, dan die wil, 't geloove op hoeft te bouwen:</div>
+<div class='i2'>Nu, 't beeld van 's konings droom, ten aanzien ongewis,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_17a" id="Page_17a">[Pg 17a]</a></span>
+<div class='i2'>Van ijl en twijfel t' zaam in een versmolten is,</div>
+<div class='i2'>Zoodat er niet en waar iets zekers uit te ramen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>SERAX.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Belangende 't gespook met dees voorteekens t' zamen,</div>
+<div class='i2'>Ten deele schijnt het wel tot kwaad te zijn geneigd,</div>
+<div class='i2'>En acht<a name="FNanchor_180_180" id="FNanchor_180_180"></a><a href="#Footnote_180_180" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor acht ik.">[180]</ins></a> wij werden<a name="FNanchor_181_181" id="FNanchor_181_181"></a><a href="#Footnote_181_181" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[181]</ins></a> van de Goden dus gedreigd,</div>
+<div class='i2'>Omdat wij zuimig<a name="FNanchor_182_182" id="FNanchor_182_182"></a><a href="#Footnote_182_182" class="fnanchor"><ins class="note" title="onachtzaam.">[182]</ins></a> zijn, en werden<a href="#Footnote_181_181" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[181]</ins></a> langs<a name="FNanchor_183_183" id="FNanchor_183_183"></a><a href="#Footnote_183_183" class="fnanchor"><ins class="note" title="hoe langer.">[183]</ins></a> hoe sloffer</div>
+<div class='i2'>In 't heilige gesmook en dienst van onzen offer,</div>
+<div class='i2'>Om de andre Goden straf t' ontslaan<a name="FNanchor_184_184" id="FNanchor_184_184"></a><a href="#Footnote_184_184" class="fnanchor"><ins class="note" title="versta: ons te ontslaan van.">[184]</ins></a> en maken kwijt</div>
+<div class='i2'>Op den altaren, die den priesters toegewijd,</div>
+<div class='i2'>Bevolen zijn van ouds; de koning tot een teeken,</div>
+<div class='i2'>Van boet, hun heilig doe het offervuur ontsteken,</div>
+<div class='i2'>Opdat de Hemel (die ons dreigen<a name="FNanchor_185_185" id="FNanchor_185_185"></a><a href="#Footnote_185_185" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor te dreigen.">[185]</ins></a> schijnt met wee)</div>
+<div class='i2'>Zijn staal mog wederom bekleeden metter sche&ecirc;,</div>
+<div class='i2'>En de offeranden als een zoeten reuk ontvange,</div>
+<div class='i2'>Wegnemende de straf, die toornig schijnt te hangen</div>
+<div class='i2'>Ons allen boven 't hoofd: dat ook de koning we&ecirc;r<a name="FNanchor_186_186" id="FNanchor_186_186"></a><a href="#Footnote_186_186" class="fnanchor"><ins class="note" title="Door 't twee regels later volgend weder- overtollig.">[186]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Den Godsdienst, die allengs vervallen meer en meer</div>
+<div class='i2'>Is in het gansche Rijk, op nieuw mocht wederbaren<a name="FNanchor_187_187" id="FNanchor_187_187"></a><a href="#Footnote_187_187" class="fnanchor"><ins class="note" title="wederbrengen, doen herboren worden.">[187]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Geheel op 't oud gebruik van over vele jaren;</div>
+<div class='i2'>Dat ook des Heiligdoms hoogtijd bij ieder mocht</div>
+<div class='i2'>Devotig zijn gevierd, en alles wederbrocht<a name="FNanchor_188_188" id="FNanchor_188_188"></a><a href="#Footnote_188_188" class="fnanchor"><ins class="note" title="herbracht.">[188]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Werd op den ouden voet&mdash;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES en AARON tot FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Groot koning van de stranden</div>
+<div class='i2'>Des Nijls! de Koning, die den scepter voert in handen</div>
+<div class='i2'>Van hemel, aarde, en zee, die uwen glans verdooft,</div>
+<div class='i2'>Der koningen Monarch, en aller prinsen Hoofd,</div>
+<div class='i2'>Heeft ons gezonden hier.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Wiens scepter of wiens kroon is</div>
+<div class='i2'>Ontzienelijker<a name="FNanchor_189_189" id="FNanchor_189_189"></a><a href="#Footnote_189_189" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontzaggelijker.">[189]</ins></a> als den rijksstaf Faraonis?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Onsterflijk Wezen zelf, de Heere Zebaoth.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wie kent er nevens mij een grooter Heer of God?</div>
+<div class='i2'>Breidt zich mijn heerlijkheid niet uit aan alle kanten?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Van een almachtig Heer wij beide zijn gezanten,</div>
+<div class='i2'>Van God, die zijnen troon op 's Hemels vout<a name="FNanchor_190_190" id="FNanchor_190_190"></a><a href="#Footnote_190_190" class="fnanchor"><ins class="note" title="gewelf ('t Fransche voûte).">[190]</ins></a> pilaart.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Regeert hij in de lucht, ik heersch hier op der aard.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij is, die 's Hemels loop stiert op de hooge polen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ik denk, gelijk de Nijl omdraait de watermolen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij is de Dondergod en 't bliksemende licht.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De donder is mijn stem, de bliksem mijn gezicht.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zijn Godd'lijk woord beweegt de blaauwe firmamenten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Het aardrijk schudt en beeft van mijne dreigementen:</div>
+<div class='i2'>Wat is 't dat, gij verzoekt? Ziet, wien gij rebelleert!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>De God van Abraham op Farao begeert,</div>
+<div class='i2'>Dat hij van 't juk ontsla en buiten de limieten</div>
+<div class='i2'>Egypti<a name="FNanchor_191_191" id="FNanchor_191_191"></a><a href="#Footnote_191_191" class="fnanchor"><ins class="note" title="d.i. van E.">[191]</ins></a> trekken laat de slaafsche Isra&euml;lieten,</div>
+<div class='i2'>Dat zij hem mogen doen een offerande, vrij</div>
+<div class='i2'>Van 't heidensche gezicht, die hem behaaglijk zij;</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_17b" id="Page_17b">[Pg 17b]</a></span>
+<div class='i2'>Daar Horeb 't voorhoofd bergt ten hemel in de wolken;&mdash;</div>
+<div class='i2'>Dus oorlooft<a name="FNanchor_192_192" id="FNanchor_192_192"></a><a href="#Footnote_192_192" class="fnanchor"><ins class="note" title="Geef nu verlof tot, veroorloof.">[192]</ins></a> nu 't vertrek aan al d' Hebreeuwsche volken.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Genade, o Jupiter<a name="FNanchor_193_193" id="FNanchor_193_193"></a><a href="#Footnote_193_193" class="fnanchor"><ins class="note" title="Deze Jup. maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en Godenlegenden in Vondels eeuw.">[193]</ins></a>! Wie zijt gij die zoo licht</div>
+<div class='i2'>Uw hielen tegen mij den grootsten koning licht?</div>
+<div class='i2'>Help Isis en Osir! Ik zweer u bij de sikkel</div>
+<div class='i2'>Saturni<a name="FNanchor_194_194" id="FNanchor_194_194"></a><a href="#Footnote_194_194" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van Saturnus (als Tijdgod genomen).">[194]</ins></a>, dat gij 't hoofd zult steken aan den prikkel:</div>
+<div class='i2'>Wie is er die zich derf opwerpen tegen mij,</div>
+<div class='i2'>Dwingvolk<a name="FNanchor_195_195" id="FNanchor_195_195"></a><a href="#Footnote_195_195" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders dwingeland, en een bewijs dat men verkeerd doet, dit saamgestelde woord van een vermeend dwingelen af te leiden.">[195]</ins></a>, kroondrager van de grootste heerschappij!</div>
+<div class='i2'>Ik zweer bij 't hoog tooneel van mijn rechtvaardig leven,</div>
+<div class='i2'>Gij hebt uw eigen ro&ecirc; mij in de hand gegeven:</div>
+<div class='i2'>Als tegen zijnen heer de slave zich opwerpt,</div>
+<div class='i2'>Noodzakelijken moet de roede zijn gescherpt,</div>
+<div class='i2'>Het lastig juk verzwaard, de hals hem &ograve;verwogen,<a name="FNanchor_196_196" id="FNanchor_196_196"></a><a href="#Footnote_196_196" class="fnanchor"><ins class="note" title="overladen.">[196]</ins></a></div>
+<div class='i2'>En zijn hardnekkigheid gebroken en gebogen,</div>
+<div class='i2'>De stoute hoogmoed van zijn vleugelen gekort;</div>
+<div class='i2'>Hoe 't bedde zachter is, hoe hij veel trager wordt,</div>
+<div class='i2'>En hoe men hem meer recht en voordeel zal aanbieden,</div>
+<div class='i2'>Hoe hem veel meer te kort zal dunken te geschieden:</div>
+<div class='i2'>'t Is weelde, die uw jeugd al lang genoeg verschoont,</div>
+<div class='i2'>Best dat men u verdrukt en houdt in de oud' gewoont';</div>
+<div class='i2'>De roede is van den neers en eerst in 't vuur gesmeten,</div>
+<div class='i2'>Nu 't langer niet en smart, de striemen zijn vergeten;</div>
+<div class='i2'>Gelijk de gladde hengst, die op den stal verkoelt,</div>
+<div class='i2'>Zijns heeren sporen niet in lange en heeft gevoeld,</div>
+<div class='i2'>Noch toom, noch breidels dwang, alreede kwaad om temmen</div>
+<div class='i2'>Te no&ocirc; laat zijnen heer we&ecirc;r op den zadel klemmen<a name="FNanchor_197_197" id="FNanchor_197_197"></a><a href="#Footnote_197_197" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor klimmen.">[197]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Het steigert en het briescht, van weelden ongezond;</div>
+<div class='i2'>Nu schort u ook 't gebit van ijzer in den mond,</div>
+<div class='i2'>'t Is best, dat men u we&ecirc;r deez' ziekte doet uitzweeten,</div>
+<div class='i2'>En voor een vette sop<a name="FNanchor_198_198" id="FNanchor_198_198"></a><a href="#Footnote_198_198" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders soep, spijs.">[198]</ins></a> geeft slagen voor uw eten:</div>
+<div class='i2'>Gaat henen in 't gareel, gaat henen, bouwt en slaaft,</div>
+<div class='i2'>Ik wil, dat gij den weg van uw vertrek opgraaft<a name="FNanchor_199_199" id="FNanchor_199_199"></a><a href="#Footnote_199_199" class="fnanchor"><ins class="note" title="wegneemt, belet.">[199]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij zijn de boden Gods, dus laat u niet verrukken<a name="FNanchor_200_200" id="FNanchor_200_200"></a><a href="#Footnote_200_200" class="fnanchor"><ins class="note" title="tot dwaling brengen. (verg. het Hoogd. verrückt.)">[200]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Hoort gij zijn stemme niet, zijn hand die zal u drukken;</div>
+<div class='i2'>Daar ligt de roede tot een teeken opter eerd,</div>
+<div class='i2'>Ziet, hoe zij in een slang lichamelijk verkeert,</div>
+<div class='i2'>Zij kronkelt en zij kruipt: indien bij u ons spreken</div>
+<div class='i2'>Niet eene pluim<a name="FNanchor_201_201" id="FNanchor_201_201"></a><a href="#Footnote_201_201" class="fnanchor"><ins class="note" title="een veêrtjen.">[201]</ins></a> en weegt, gelooft ons bij dit teeken,</div>
+<div class='i2'>En looft Isra&euml;ls God, die u 't geloof versterkt,</div>
+<div class='i2'>En door dees wonderdaad zoo krachtelijken werkt:</div>
+<div class='i2'>Geloofdy<a name="FNanchor_202_202" id="FNanchor_202_202"></a><a href="#Footnote_202_202" class="fnanchor"><ins class="note" title="gelooft gij.">[202]</ins></a> 't niet om 't eerst, gelooft dan, met den and'ren,</div>
+<div class='i2'>Het tweede, als in rood bloed het water zal verand'ren,</div>
+<div class='i2'>De visch versterven zal in der rivieren stank,</div>
+<div class='i2'>Die God de Heere slaan zal zeven dagen langk.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>SERAX.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En dynen lieven God, vertoont hij zich zoo brave<a name="FNanchor_203_203" id="FNanchor_203_203"></a><a href="#Footnote_203_203" class="fnanchor"><ins class="note" title="wakker.">[203]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Om dat hij in een slang verandert uwen stave?</div>
+<div class='i2'>Is dit zijn hoogste kunst? Loopt met uw meersche<a name="FNanchor_204_204" id="FNanchor_204_204"></a><a href="#Footnote_204_204" class="fnanchor"><ins class="note" title="mars, koopwaar.">[204]</ins></a>, loopt,</div>
+<div class='i2'>En uwe kramerij al elders duur verkoopt,</div>
+<div class='i2'>Bij ons en geldt ze niet; gaat, gaat, vent ze aan de dwazen!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Meent gij den koning zoo in de ooren wat te blazen?</div>
+<div class='i2'>Meent gij, dat onze prins zoo lichtlijk is getroost?</div>
+<div class='i2'>Wij hebben 't al te dik voor oogen hem gebootst<a name="FNanchor_205_205" id="FNanchor_205_205"></a><a href="#Footnote_205_205" class="fnanchor"><ins class="note" title="afgebeeld, voorgedaan.">[205]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>En of gij schoon in bloed verkeert de vlieten stormig,</div>
+<div class='i2'>Wij zullen 't water ook couleuren<a name="FNanchor_206_206" id="FNanchor_206_206"></a><a href="#Footnote_206_206" class="fnanchor"><ins class="note" title="kleuren.">[206]</ins></a> gelijkvormig.</div>
+</div>
+
+<span class='pagenum'><a name="Page_18a" id="Page_18a">[Pg 18a]</a></span>
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij toovert, ik herschep; gij met den schijn bedriegt,</div>
+<div class='i2'>Den schijn, wiens wezen als een schaduwe vervliegt,</div>
+<div class='i2'>Uw goochelkunst en is maar forma en figure,</div>
+<div class='i2'>En 't mijne lijfelijk verandert van nature:</div>
+<div class='i2'>Want gij door Satan werkt, en ik door kracht gewis</div>
+<div class='i2'>Van Gods almachtigheid, die niets onmooglijk is:</div>
+<div class='i2'>Schort<a name="FNanchor_207_207" id="FNanchor_207_207"></a><a href="#Footnote_207_207" class="fnanchor"><ins class="note" title="Schort op, staakt.">[207]</ins></a> dees hardnekkigheid en wilt zijn stemme hooren,</div>
+<div class='i2'>Die weder dezen staf maakt als hij was te voren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waar toe dit lang sermoen? pre&ecirc;kt elders al uw best,</div>
+<div class='i2'>En Faraonis eer niet door eens anders kwetst:</div>
+<div class='i2'>Gaat, boodschapt den Hebre&ecirc;n: mijn hand is veel geringer</div>
+<div class='i2'>Voordezen hun geweest dan nu mijn kleinste vinger.</div>
+<div class='i2'>Ik voel, ik voel het juk is hunnen last te licht,</div>
+<div class='i2'>Dies ik drie dubbel moet verzwaren hun gewicht:</div>
+<div class='i2'>Met schorpioenen wil ik hen voortaan kastijden,</div>
+<div class='i2'>En alle roeden 't vuur en uwen God toewijden</div>
+<div class='i2'>Tot eenen offerand. De koning is verleid,</div>
+<div class='i2'>Die de onderzaten meent tot zich met zoetigheid</div>
+<div class='i2'>Te trekken meer en meer, en ziet hij niet te veuren<a name="FNanchor_208_208" id="FNanchor_208_208"></a><a href="#Footnote_208_208" class="fnanchor"><ins class="note" title="is hij niet voorzichtig.">[208]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Zij zullen zijn gebied van hunnen halze scheuren,</div>
+<div class='i2'>En stellen 't rijk in roer<a name="FNanchor_209_209" id="FNanchor_209_209"></a><a href="#Footnote_209_209" class="fnanchor"><ins class="note" title="in beweging, beroerte.">[209]</ins></a>, en roepen: "tza, wel aan!</div>
+<div class='i2'>Laat ons den zwaren last van 's konings kroon ontslaan,</div>
+<div class='i2'>Wat roert of gaan ons aan zijn ingestelde wetten?</div>
+<div class='i2'>Een ieder breek de boei en schakel van zijn ketten"<a name="FNanchor_210_210" id="FNanchor_210_210"></a><a href="#Footnote_210_210" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor keten of ketting ('t Lat. catena).">[210]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Verheft uw harte niet, want 's Heeren straffe dra</div>
+<div class='i2'>Volgt u alre&ecirc;, gelijk de schaduw 't lichaam, na,</div>
+<div class='i2'>Der bergen toppen, die zich in de lucht verheffen,</div>
+<div class='i2'>Afgrijselijk men ziet de slinksche<a name="FNanchor_211_211" id="FNanchor_211_211"></a><a href="#Footnote_211_211" class="fnanchor"><ins class="note" title="schuinsch geslingerde.">[211]</ins></a> bliksems treffen:</div>
+<div class='i2'>Heer koning! luistert hoe Gods gramschap wederschalt!</div>
+<div class='i2'>Verschuilt, verschuilt u, eer de Hemel op u valt,</div>
+<div class='i2'>T'wijl u Gods goedheid noodt; zijn straf komt met vertragen</div>
+<div class='i2'>Naar den godd'loozen toe, maar komt met zware slagen</div>
+<div class='i2'>Op der tirannen kop: dus uit den grootschen tred</div>
+<div class='i2'>Uws obstinaatheids wijkt, en van uw stout opzet</div>
+<div class='i2'>Haalt fluks de zeilen in! gij moogt<a name="FNanchor_212_212" id="FNanchor_212_212"></a><a href="#Footnote_212_212" class="fnanchor"><ins class="note" title="kunt.">[212]</ins></a> hem niet ontslippen:</div>
+<div class='i2'>Of gij hem schoon ontvlucht, zoo raakt gij op de klippen</div>
+<div class='i2'>Van uwen ondergang; en of gij u verschuilt,</div>
+<div class='i2'>In 't allerhelschte<a name="FNanchor_213_213" id="FNanchor_213_213"></a><a href="#Footnote_213_213" class="fnanchor"><ins class="note" title="het meest Helsche.">[213]</ins></a> diep, in 't donkerste gekuilt,</div>
+<div class='i2'>Geen duisternissen, daar zijn oog u niet zal merken,</div>
+<div class='i2'>Geen schilden mogen u voor zijnen schicht bevlerken<a name="FNanchor_214_214" id="FNanchor_214_214"></a><a href="#Footnote_214_214" class="fnanchor"><ins class="note" title="minder gelukkig voor onder hun vlerken, hun schaduw bedekken.">[214]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Alzins vindt gij u in de kaken opgesperd<a name="FNanchor_215_215" id="FNanchor_215_215"></a><a href="#Footnote_215_215" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: de opgesperde kaken.">[215]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Van zijn rechtvaardigheid, en in den strik verwerd</div>
+<div class='i2'>Van zijnen grimmen toorn, die altijd na der zielen<a name="FNanchor_216_216" id="FNanchor_216_216"></a><a href="#Footnote_216_216" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans naar de ziel.">[216]</ins></a></div>
+<div class='i2'>En na het lichaam u zal treden op de hielen</div>
+<div class='i2'>Van uw versteend gemoed: wat baat toch kroon of staf,</div>
+<div class='i2'>Als Hij uw kroone breekt, die u den scepter gaf</div>
+<div class='i2'>Met zijnen sterken arm; dus neemt tot geen verschooning</div>
+<div class='i2'>Uw troetelende<a name="FNanchor_217_217" id="FNanchor_217_217"></a><a href="#Footnote_217_217" class="fnanchor"><ins class="note" title="streelende, vleyende.">[217]</ins></a> macht, die steeds den hoogsten Koning</div>
+<div class='i2'>Moet onderworpen zijn; want Gods almogendheid</div>
+<div class='i2'>Belacht, helaas! den trots, die u omhelst en vleit</div>
+<div class='i2'>Met een vermomd gelaat.</div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Waar toe dees lange rollen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>SERAX.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Heer koning! laat den zot 't hart met zijn tong uitbollen<a name="FNanchor_218_218" id="FNanchor_218_218"></a><a href="#Footnote_218_218" class="fnanchor"><ins class="note" title="uitpraten.">[218]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>TIFUS.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wat werpt ons Pluto<a name="FNanchor_219_219" id="FNanchor_219_219"></a><a href="#Footnote_219_219" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verg. boven de aant. op Jupiter.">[219]</ins></a> op?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Volgt tijdelijk den raad</div>
+<div class='i2'>Des Heeren, die u met onz' stemme wekken laat</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_18b" id="Page_18b">[Pg 18b]</a></span>
+<div class='i2'>Uit dezen diepen slaap; ontwaakt, eer u te spade</div>
+<div class='i2'>De held're Zon begeeft, het licht van zijn genade!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Help aarde! wonder is 't, dat gij u niet en belgt,</div>
+<div class='i2'>En dees trotseerders in uw zwarte keel verzwelgt!&mdash;</div>
+<div class='i2'>Past<a name="FNanchor_220_220" id="FNanchor_220_220"></a><a href="#Footnote_220_220" class="fnanchor"><ins class="note" title="zorgt.">[220]</ins></a> fluks het groot gewelf van Memfis' hof te ruimen,</div>
+<div class='i2'>Eer 's konings gramschap als een zee begint te schuimen;</div>
+<div class='i2'>Hij heeft zijn planten<a name="FNanchor_221_221" id="FNanchor_221_221"></a><a href="#Footnote_221_221" class="fnanchor"><ins class="note" title="(voet-)zolen.">[221]</ins></a> zwaar op 't aardrijk ne&ecirc;r gezet,</div>
+<div class='i2'>Verstapt hij, elke tred een koninkrijk verplet:</div>
+<div class='i2'>Zoo gij den bliksem zoekt, Jupijn is hier te vinden:</div>
+<div class='i2'>Dus wacht u wel den leeuw zijn keten te ontbinden.</div>
+<div class='i2'>Schuimboeven van mijn rijk! gaat, boodschapt den Hebreeuw</div>
+<div class='i2'>Dat 't glas verloopen is van zijne gulden eeuw;</div>
+<div class='i2'>De laatste ure is lang geslagen aan den wijzer,</div>
+<div class='i2'>En in Farao's hof is zijne kerfstok ijzer:</div>
+<div class='i2'>Gaat henen, maakt hem kond, wien dat uw fijn verstand</div>
+<div class='i2'>Den stok om hem te slaan gaf in zijn rechterhand;</div>
+<div class='i2'>Gaat, brengt dees blijde maar aan al de uitheemsche slaven</div>
+<div class='i2'>Dat lang voor hun vertrek de weg is opgegraven:</div>
+<div class='i2'>En is 't dat uwen God niet vast en zit geschroefd,</div>
+<div class='i2'>Hij doe zijn boodschap zelf, indien hij iets behoeft.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zijn hart is onbeweegd veel grooter<a name="FNanchor_222_222" id="FNanchor_222_222"></a><a href="#Footnote_222_222" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor meer.">[222]</ins></a> dan de rotsen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wie dorst den Hemel toch ooit obstinater trotsen?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Hart ligt hem veel te hoog geschoten in den krop.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij werpt den steen, die hem zal vallen op den kop.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij heeft God opgewekt met zijn grootmoedig<a name="FNanchor_223_223" id="FNanchor_223_223"></a><a href="#Footnote_223_223" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier in slechten zin, voor hoogmoedig, overmoedig.">[223]</ins></a> baffen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Tsa! gaan wij, want door ons zal hem de Heere straffen.</div>
+<div class='i6'><em class="gesperrt">Binnen</em>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Steenen Farao! wilt zwichten,</div>
+<div class='i4'>Want zijn schichten</div>
+<div class='i4'>Haalt de Hemel uit den tros<a name="FNanchor_224_224" id="FNanchor_224_224"></a><a href="#Footnote_224_224" class="fnanchor"><ins class="note" title="bundel.">[224]</ins></a>:</div>
+<div class='i4'>Pyramiden! wacht uw spitsen</div>
+<div class='i4'>Voor zijn flitsen:</div>
+<div class='i4'>O, daar gaan zijn pijlen los!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nylus schreit nu, al bedolven</div>
+<div class='i4'>In zijn golven,</div>
+<div class='i4'>Om de vis, die in zijn kruik</div>
+<div class='i4'>Sterft, om dat de waterbaren</div>
+<div class='i4'>Aldus varen</div>
+<div class='i4'>Bloedig over zijn parruik<a name="FNanchor_225_225" id="FNanchor_225_225"></a><a href="#Footnote_225_225" class="fnanchor"><ins class="note" title='voor hoofdhaar; eerst later werd het uitsluitend gebezigd voor &quot;tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.'>[225]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Vorschen, luizen, wormen krielen,</div>
+<div class='i4'>Waar zijn hielen</div>
+<div class='i4'>Den Egyptenaar verzet:</div>
+<div class='i4'>Heptanomis<a name="FNanchor_226_226" id="FNanchor_226_226"></a><a href="#Footnote_226_226" class="fnanchor"><ins class="note" title="Midden-Egypte.">[226]</ins></a> groot geweste</div>
+<div class='i4'>Ook met peste</div>
+<div class='i4'>Doodelijken is besmet.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Vluchtig vogeltjen, met ijlen,</div>
+<div class='i4'>Van haar pijlen</div>
+<div class='i4'>Onverziens werd achterhaald,</div>
+<div class='i4'>Dat zijn vleugels aan de sterren</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_19a" id="Page_19a">[Pg 19a]</a></span>
+<div class='i4'>Uit ging sperren,</div>
+<div class='i4'>In de baren nederdaalt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>'t Lokkig schaapjen sterft in 't bleiten,</div>
+<div class='i4'>En de geiten</div>
+<div class='i4'>Vallen voor den herderstok;</div>
+<div class='i4'>Waar de bouwer ploegt al wakker,</div>
+<div class='i4'>Ziet hij 't akker-</div>
+<div class='i4'>Vee begraven onder 't jok.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu drukt hun de hand des Heeren</div>
+<div class='i4'>We&ecirc;r met zeeren,</div>
+<div class='i4'>Met onreinig puist gedoornt<a name="FNanchor_227_227" id="FNanchor_227_227"></a><a href="#Footnote_227_227" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gedoornde d. i. stekelige puisten.">[227]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Menschen ende beesten woelen,</div>
+<div class='i4'>En bevoelen</div>
+<div class='i4'>'s Hemels grimmigheid vertoornd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu drukt hun den &aelig;ther vierig,</div>
+<div class='i4'>Al wraakgierig,</div>
+<div class='i4'>Met zijn kromme bliksems rood;</div>
+<div class='i4'>Nu laat hij Egypte vallen</div>
+<div class='i4'>Van kristallen</div>
+<div class='i4'>Een diluvie<a name="FNanchor_228_228" id="FNanchor_228_228"></a><a href="#Footnote_228_228" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor een vloed van regendroppels,">[228]</ins></a> in den schoot.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu zoo dreigt hij hun afgrijzig,</div>
+<div class='i4'>Met een ijzig<a name="FNanchor_229_229" id="FNanchor_229_229"></a><a href="#Footnote_229_229" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor eizig.">[229]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Donders dommelig geklak;</div>
+<div class='i4'>Nu jaagt God met hagels ronden,</div>
+<div class='i4'>Om hun zonden,</div>
+<div class='i4'>Al d' Egypt'naars onder 't dak.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>De Eik en schijnet nu de elzen</div>
+<div class='i4'>Niet t' omhelzen,</div>
+<div class='i4'>De Aarde, droef en onbesproed<a name="FNanchor_230_230" id="FNanchor_230_230"></a><a href="#Footnote_230_230" class="fnanchor"><ins class="note" title="onbedekt, dor.">[230]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Mist haar ranken en haar noppen,</div>
+<div class='i4'>Mist haar knoppen,</div>
+<div class='i4'>En haar groen geschilderd kleed.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu beschaduwt hij hun banen</div>
+<div class='i4'>Met sprinkhanen,</div>
+<div class='i4'>Die voorts rooven t' eenega&acirc;r<a name="FNanchor_231_231" id="FNanchor_231_231"></a><a href="#Footnote_231_231" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders altegaâr.">[231]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Al de vruchten, die zij zaaiden</div>
+<div class='i4'>En afmaaiden,</div>
+<div class='i4'>In den schoot van 't ronde jaar.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Nu houdt Febus<a name="FNanchor_232_232" id="FNanchor_232_232"></a><a href="#Footnote_232_232" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor de zon">[232]</ins></a> zich gescholen</div>
+<div class='i4'>In de polen,</div>
+<div class='i4'>En vertrekt<a name="FNanchor_233_233" id="FNanchor_233_233"></a><a href="#Footnote_233_233" class="fnanchor"><ins class="note" title="houdt weg, verschuilt.">[233]</ins></a> zijn blonde hoofd;</div>
+<div class='i4'>'t Licht van zijnen gulden wagen</div>
+<div class='i4'>Hij drie dagen</div>
+<div class='i4'>Hunnen horizon berooft.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Noch blijft deze koning trotse,</div>
+<div class='i4'>Als een rotse,</div>
+<div class='i4'>Die geen golven en ontziet,</div>
+<div class='i4'>Als een klippe die gedurig</div>
+<div class='i4'>Klieft azurig</div>
+<div class='i4'>'t Schuimsel van Neptunus' spriet.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Want God in zijn stoutheid kriegel,</div>
+<div class='i4'>Tot elks spiegel,</div>
+<div class='i4'>Heeft verstokt zijn steenig hart;</div>
+<div class='i4'>Niet, om met een welbehagen</div>
+<div class='i4'>Hem te jagen</div>
+<div class='i4'>In 's doods strikken al verward;</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Maar om straffen zijn voorleden</div>
+<div class='i4'>Godd'loosheden,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_19b" id="Page_19b">[Pg 19b]</a></span>
+<div class='i4'>En om Isra&euml;l bekwaam</div>
+<div class='i4'>Stof te geven, om te zingen</div>
+<div class='i4'>Zonderlingen</div>
+<div class='i4'>De Eer van zijnen heil'gen naam.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h4>DERDE DEEL.</h4>
+
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO, de koning.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Een wereld buigen schier met onzen scepter krachtig;</div>
+<div class='i2'>Hoe wel onz' gouden kroon blinkt met den diadem,</div>
+<div class='i2'>Daar is een grooter Heer, daar is een hooger stem,</div>
+<div class='i2'>Daar is een Koning nog, die onzen glans verduistert,</div>
+<div class='i2'>En een beperlden staf, die heerelijker luistert<a name="FNanchor_234_234" id="FNanchor_234_234"></a><a href="#Footnote_234_234" class="fnanchor"><ins class="note" title="schittert.">[234]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Daar is een hemelsch rijk, 't welk 't wereldsch rijk omvangt,</div>
+<div class='i2'>Daar alle mogendheid den scepter van ontvangt:</div>
+<div class='i2'>'t Is Hij die boven woont, en heerscht ook hier beneden,</div>
+<div class='i2'>Die onze zetels doet verschrikken<a name="FNanchor_235_235" id="FNanchor_235_235"></a><a href="#Footnote_235_235" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van verspringen.">[235]</ins></a> voor zijn treden,</div>
+<div class='i2'>Der prinsen overhoofd, der koningen Monarch,</div>
+<div class='i2'>Die 't alles overziet van zijnen hoogen berg,</div>
+<div class='i2'>Die op 't verhemelt rond gebouwd heeft zijnen troone;</div>
+<div class='i2'>De louter sterren zijn maar loovers van zijn kroone;</div>
+<div class='i2'>Die met zijn donderstem den sterflijke verschrikt,</div>
+<div class='i2'>En met het vurig rood van zijnen bliksem blikt<a name="FNanchor_236_236" id="FNanchor_236_236"></a><a href="#Footnote_236_236" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkt (zie vroeger).">[236]</ins></a>.</div>
+<div class='i4'>Meer pijlen heeft hij op Egypteland gescherpet</div>
+<div class='i2'>Dan zand en barig schuim het Roode meer opwerpet,</div>
+<div class='i2'>Dan korenaren rijp de vochte Nijl besproeit,</div>
+<div class='i2'>Wanneer van zijnen stroom de vlietkruik overvloeit.</div>
+<div class='i4'>Wat baat mij nu op 't hoofd de kroone van Afrijken?</div>
+<div class='i2'>Of dat ik 't derde deel van al des werelds rijken</div>
+<div class='i2'>Op mijne globe<a name="FNanchor_237_237" id="FNanchor_237_237"></a><a href="#Footnote_237_237" class="fnanchor"><ins class="note" title="rijksappel, als teeken der oppermacht.">[237]</ins></a> zie? Wat baat dat ik alleen</div>
+<div class='i2'>Maak een triumfe van hoovaardige trofe&ecirc;n?</div>
+<div class='i2'>Of dat ik op den boord van mijnen vloed doe zwieren</div>
+<div class='i2'>Dees vendelen gekruist, dees bloedige banieren?</div>
+<div class='i2'>Of dat de Arabier of Moore martiaal<a name="FNanchor_238_238" id="FNanchor_238_238"></a><a href="#Footnote_238_238" class="fnanchor"><ins class="note" title="krijgshaftig.">[238]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Ontzie de punten scherp en sneden van mijn staal?</div>
+<div class='i2'>Wat baat het (als ik doe mijn oorlogs leger krielen),</div>
+<div class='i2'>Dat de and're wereld moet voor dezen scepter knielen?</div>
+<div class='i2'>Dat ik van Oost tot West gevreesd worde en ge&euml;erd,</div>
+<div class='i2'>Als deze groote Mars nog boven mij regeert?</div>
+<div class='i4'>O Delta<a name="FNanchor_239_239" id="FNanchor_239_239"></a><a href="#Footnote_239_239" class="fnanchor"><ins class="note" title="Neder-Egypte.">[239]</ins></a>, Delta schoon! die met uw graf pilaren,</div>
+<div class='i2'>Met uw Mausolen<a name="FNanchor_240_240" id="FNanchor_240_240"></a><a href="#Footnote_240_240" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor grafteekenen in 't algemeen, hier de Pyramieden.">[240]</ins></a> schijnt de uitbreidselen te n&acirc;ren<a name="FNanchor_241_241" id="FNanchor_241_241"></a><a href="#Footnote_241_241" class="fnanchor"><ins class="note" title="het uitspansel te naderen.">[241]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Daar Faros met zijn kruin de firmamenten doet</div>
+<div class='i2'>Verschrikken, en vertreedt het aardrijk met den voet:</div>
+<div class='i2'>Wat baat het, of gij kunt met flitsen en met pijlen</div>
+<div class='i2'>Verdonkeren de lucht? of in zoo korte wijlen</div>
+<div class='i2'>Gij een bosschazi&euml; maakt van lansen uitgespeerd<a name="FNanchor_242_242" id="FNanchor_242_242"></a><a href="#Footnote_242_242" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor uitgespreid, uitgebreid.">[242</ins>]</a>,</div>
+<div class='i2'>Of 's werelds aanzicht met uw krijgers eclipseert?</div>
+<div class='i2'>Wat baat het, of gij in uw waap'nen voert geschreven</div>
+<div class='i2'>De teekens van uw deugd en vromigheid verheven?</div>
+<div class='i2'>Wat baat, of uwen prins met slavernije strang</div>
+<div class='i2'>Zoo vele volken drukt? of dat den<a name="FNanchor_243_243" id="FNanchor_243_243"></a><a href="#Footnote_243_243" class="fnanchor"><ins class="note" title="Het Westen, in tegenoverstelling van den Levant (of Opgang) voor 't Oosten.">[243]</ins></a> Ondergang</div>
+<div class='i2'>Zijn roede nederwerpt, en offert voor mijn voeten,</div>
+<div class='i2'>Of met zijn kroone mij de Middag<a name="FNanchor_244_244" id="FNanchor_244_244"></a><a href="#Footnote_244_244" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zuiden.">[244]</ins></a> komt begroeten?</div>
+<div class='i2'>Als heel Egypte dus, door bliksem, wind en storm,</div>
+<div class='i2'>Tot eenen chaos kruipt we&ecirc;r in zijn ouden vorm.</div>
+<div class='i4'>Help Jupijn! wie gij zijt, die met uw oorlogswempel<a name="FNanchor_245_245" id="FNanchor_245_245"></a><a href="#Footnote_245_245" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor wimpel, vaan, banier.">[245]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Ons boven 't hoofd braveert, komt over uwen drempel</div>
+<div class='i2'>In 't sterfelijk begrijp<a name="FNanchor_246_246" id="FNanchor_246_246"></a><a href="#Footnote_246_246" class="fnanchor"><ins class="note" title="binnen den kring der stervelingen.">[246]</ins></a>, en laat den Hemel staan,</div>
+<div class='i2'>Kom, plant op 't platte veld de stenge van uw vaan!</div>
+<div class='i2'>Geen koning is hier toch, die om de beste kanse</div>
+<div class='i2'>Met mij kroon tegen kroon durft zetten in balance:</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_20a" id="Page_20a">[Pg 20a]</a></span>
+<div class='i2'>Ik waag, om 't Hemelsch rijk, nog op een goede hoop</div>
+<div class='i2'>Den ronden cirkel groot van 's werelds ommeloop;</div>
+<div class='i2'>En brengt gij mij in 't graf op 't hoogste van mijn dagen,</div>
+<div class='i2'>Zoo is 't mij eerst genoeg van u te zijn verslagen:</div>
+<div class='i2'>Komt slechts op 't aardsch tooneel, zoo gij tornooyen wilt,</div>
+<div class='i2'>Op dat ik proeven mag de deugd van uwen schild;</div>
+<div class='i2'>En is 't, dat ik uw zwaard noch speere niet ontvliede,</div>
+<div class='i2'>Zoo wensche ik op mijn graf geen schooner piramiede.</div>
+<div class='i4'>Of gij al schoon d' Hebre&ecirc;n, die mijne scepter drukt,</div>
+<div class='i2'>Van hunnen halze scheurt en Farao ontrukt</div>
+<div class='i2'>'t Juk van hun dienstbaarheid, werwaarts wilt gij ze brengen,</div>
+<div class='i2'>Dat zij de hoornen van uw altaren besprengen?</div>
+<div class='i2'>Zij raken elders licht in dieper slavernij,</div>
+<div class='i2'>Of onder een gebied van strenger heerschappij.</div>
+<div class='i4'>Gansch Lybi&euml;n is woest, daar Atlas stijgt om hooge.</div>
+<div class='i2'>En 't ingezeten volk geneert<a name="FNanchor_247_247" id="FNanchor_247_247"></a><a href="#Footnote_247_247" class="fnanchor"><ins class="note" title="voedt, onderhoudt.">[247]</ins></a> zich met den boge,</div>
+<div class='i2'>En oorloogt met de spriet gestadig tegen 't wild,</div>
+<div class='i2'>Daar ieder tot nooddruft zijn pijlen op verspilt<a name="FNanchor_248_248" id="FNanchor_248_248"></a><a href="#Footnote_248_248" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder juist voor afschiet.">[248]</ins></a>.</div>
+<div class='i4'>Gaan zij zich bij den Moor of Etiopi&euml;r voegen,</div>
+<div class='i2'>Die heeft nog 't meeste deel wel van zijn rijk te ploegen;</div>
+<div class='i2'>Of hij ze schoon ontvangt, en loopt ze al in 't gemoet,</div>
+<div class='i2'>De Uitheemsche als een slaaf zijn akkers bouwen moet.</div>
+<div class='i4'>De ruige Barbaros ook binnen zijn limieten.</div>
+<div class='i2'>Geen vreemdelingen lijdt, noch Meden, nochte<a name="FNanchor_249_249" id="FNanchor_249_249"></a><a href="#Footnote_249_249" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot noch (gelijk ofte tot of) afgekort.">[249]</ins></a> Scyten;</div>
+<div class='i2'>Noch over onzen vloed, noch over de Jordaan</div>
+<div class='i2'>En zal de Filistijn ook geen Hebre&ecirc;n ontva&acirc;n.</div>
+<div class='i4'>Den vrekken Arabier (zij passen op hun stukken)</div>
+<div class='i2'>Is ook genoeg bekend nog om zijn oude tukken,</div>
+<div class='i2'>Hij vilt, besteelt en plukt wie in zijn handen raakt.</div>
+<div class='i2'>En dien hij burger zalft, hij eigen slave maakt.</div>
+<div class='i4'>Noch daar de Assyri&euml;r der koninklijker<a name="FNanchor_250_250" id="FNanchor_250_250"></a><a href="#Footnote_250_250" class="fnanchor"><ins class="note" title="Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.">[250]</ins></a> staten</div>
+<div class='i2'>Tooneel eerst bouwen dorst, bij 't stroomen der Eufraten,</div>
+<div class='i2'>Noch nergens waar het licht de duisternis verdooft,</div>
+<div class='i2'>Of de ingezeten is der vreemden overhoofd.</div>
+<div class='i4'>Of zoeken zij een land of zoeken zij een woning,</div>
+<div class='i2'>Daar ieder burger is, daar ieder is een koning,</div>
+<div class='i2'>Daar ieder rechter is, en 't mes trekt uit de sche&ecirc;,</div>
+<div class='i2'>Diens bodem is gelijk de diepte van de zee,</div>
+<div class='i2'>Daar alle baargeschuim oprijzet met elkander;</div>
+<div class='i2'>Zoo wil een ieder hier ook heerschen boven d' ander,</div>
+<div class='i2'>En werden zij dan t' za&acirc;m verdrukt in ongeval,</div>
+<div class='i2'>Wat koning is er die hun zake rechten zal?</div>
+<div class='i4'>Of trachten ze onder een klimaat zelf te heerschappen<a name="FNanchor_251_251" id="FNanchor_251_251"></a><a href="#Footnote_251_251" class="fnanchor"><ins class="note" title="den heer te spelen.">[251]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Daar sterflijk mensche nooit het spoor van zijne stappen</div>
+<div class='i2'>Geprent heeft laten staan, daar zonder arrebeid</div>
+<div class='i2'>De willige natuur het akkerveld bereidt,</div>
+<div class='i2'>Zij zullen menigmaal nog om Egypte wenschen,</div>
+<div class='i2'>Eer 't tot voldoening strekt voor zoo veel duizend menschen,</div>
+<div class='i2'>Die buiten Farao behoeven al ter nood<a name="FNanchor_252_252" id="FNanchor_252_252"></a><a href="#Footnote_252_252" class="fnanchor"><ins class="note" title="op zijn minst.">[252]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Tot nooddruft eenen opgehoopten vollen schoot.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES en AARON tot den koning.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Monarche Mitzra&iuml;ms<a name="FNanchor_253_253" id="FNanchor_253_253"></a><a href="#Footnote_253_253" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hebreeuwsche naam voor Egypte.">[253]</ins></a> hoe lang zult gij nog konnen</div>
+<div class='i2'>De oogappels sluiten voor de klaarheid eener zonnen?</div>
+<div class='i2'>Hoe lange, o Farao! zult gij beletten, dat</div>
+<div class='i2'>Isra&euml;l smoken doet het heilig altaarplat</div>
+<div class='i2'>Des driemaal hoogen Gods? Ai, blind, versteenigd vorste!</div>
+<div class='i2'>Hoe priemt gij op uw hart, hoe stelt gij op uw borste</div>
+<div class='i2'>Zoo menig pijl en schicht, en welft u, stout en trotsch,</div>
+<div class='i2'>Hardnekkig over 't hoofd den strengen toorne Gods,</div>
+<div class='i2'>Die heel Egypte drukt; 't onsterflijk eeuwig wezen</div>
+<div class='i2'>Dus met zijn stemme roept: "Ik heb voor 't laatst mijn pezen</div>
+<div class='i2'>Nog eenmaal uitgerekt, en mijnen krommen boog</div>
+<div class='i2'>Gespannen; wee, o wee! 't wit van mijn grimmig oog</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_20b" id="Page_20b">[Pg 20b]</a></span>
+<div class='i2'>Is Heptanomis' kroon, die, trots mijn Hemelschichten,</div>
+<div class='i2'>Heeft negenmaal belet den Israliet te lichten</div>
+<div class='i2'>Zijn anker van den Nijl: wee, wee! indien zij stout</div>
+<div class='i2'>Nog dit twaalfstammig heir van hun vertrek ophoudt!</div>
+<div class='i2'>Van d' oudst geboren af uit Faraonis lenden,</div>
+<div class='i2'>Tot d' allerminste toe, die van de Egypter benden</div>
+<div class='i2'>Zich d' eerstgeboren roemt van vader-, moeder-lief,</div>
+<div class='i2'>Niet een zal zijn, dien niet de dood, gelijk een dief,</div>
+<div class='i2'>Zal rukken in het graf; geen hart, dat niet zal voelen</div>
+<div class='i2'>Mijn koude stralen in zijn heete bloed verkoelen!"</div>
+<div class='i2'>Dus loopt nog in 't gemoet des Hemels Koning preutsch<a name="FNanchor_254_254" id="FNanchor_254_254"></a><a href="#Footnote_254_254" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hier in goeden zin: grootsch, edelaardig.">[254]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Terwijlen hij u dreigt, zoo houdt u buiten scheuts</div>
+<div class='i2'>Van mijnen stalen boog, die weder is gespannen;</div>
+<div class='i2'>En oorlooft onzen tocht, dat de Israelietsche mannen</div>
+<div class='i2'>Op Horeb smooken doen hun altaren bebloed.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij zingt al<a name="FNanchor_255_255" id="FNanchor_255_255"></a><a href="#Footnote_255_255" class="fnanchor"><ins class="note" title="niet.">[255]</ins></a> eenen zang, gelijk de koekoek doet,</div>
+<div class='i2'>En of gij slaven trokt, om uwen God te spijzen,</div>
+<div class='i2'>Daar Horeb met zijn spits ten wolken gaat oprijzen,</div>
+<div class='i2'>En of mijn Majesteit gedoogde goedertier,</div>
+<div class='i2'>Dat gij opstijgen deed 't afgodisch offervier</div>
+<div class='i2'>Uit der woestijnen schoot, om ik en weet wat Goden</div>
+<div class='i2'>Vermaken<a name="FNanchor_256_256" id="FNanchor_256_256"></a><a href="#Footnote_256_256" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans te vermaken.">[256]</ins></a>, met het bloed des altaars opgezoden,</div>
+<div class='i2'>Zoudt gij mij zweeren dier<a name="FNanchor_257_257" id="FNanchor_257_257"></a><a href="#Footnote_257_257" class="fnanchor"><ins class="note" title="met duren eede.">[257]</ins></a> te keeren al met vliet<a name="FNanchor_258_258" id="FNanchor_258_258"></a><a href="#Footnote_258_258" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor vlijt, dat toen nog zoo uitgesproken werd.">[258]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Ter plaatse die gij met verlof te rugge liet:</div>
+<div class='i2'>Of veinst gij mij den tocht dien gij hebt voorgenomen?</div>
+<div class='i2'>Zegt, werwaarts hij zich strekt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Waaruit<a name="FNanchor_259_259" id="FNanchor_259_259"></a><a href="#Footnote_259_259" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: daarheen, van waar.">[259]</ins></a> wij zijn gekomen:</div>
+<div class='i2'>Het land van Kana&auml;n, recht over de Jordaan,</div>
+<div class='i2'>Daar ons voorvadren eerst hun stappen lieten staan,</div>
+<div class='i2'>Dat God zelf heeft beloofd, dat God zelf heeft gezworen</div>
+<div class='i2'>Aan Izak zijnen knecht en Jakob uitverkoren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Gij 't land van Kana&auml;n verkrijgen in 't bezit?</div>
+<div class='i2'>Uw bogen zijn te slap om schieten na dit wit,</div>
+<div class='i2'>Meent gij met lijf en ziel zoo in dit land te treden?</div>
+<div class='i2'>Gaat henen, vraagt te deeg naar zijn gelegentheden:</div>
+<div class='i2'>Hoort, Idumea! hoort, hoe acht men dy zoo licht,</div>
+<div class='i2'>Een ander heeft genoeg en schrikt van uw gezicht,</div>
+<div class='i2'>Die rondom afgepaald ligt midden in de bergen,</div>
+<div class='i2'>Die met uw muren trots den Hemel schijnt te tergen,</div>
+<div class='i2'>Waar voor zoo menig rijk zijn wapens heeft geschorst,</div>
+<div class='i2'>En daar de Filistijn uitsteekt zijn hooge borst;</div>
+<div class='i2'>Daar elk inwoner stout is eenen giges<a name="FNanchor_260_260" id="FNanchor_260_260"></a><a href="#Footnote_260_260" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor reus.">[260]</ins></a> hooge,</div>
+<div class='i2'>En gij, sprinkhanen te&ecirc;r en musschen in hun ooge!</div>
+<div class='i2'>Te wijd zijt gij verdoold! en timmert in de locht,</div>
+<div class='i2'>En schildert, op Neptuuns azure golven vocht<a name="FNanchor_261_261" id="FNanchor_261_261"></a><a href="#Footnote_261_261" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtige.">[261]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Dy<a name="FNanchor_262_262" id="FNanchor_262_262"></a><a href="#Footnote_262_262" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor u.">[262]</ins></a> 't Filistijnsche rijk zoo wonderlijk voor oogen:</div>
+<div class='i2'>Help! 't geeft mij wonder, uit wat borsten gij gezogen</div>
+<div class='i2'>Hebt deez' hoogdragendheid, en hoe gij zoo verrukt</div>
+<div class='i2'>Dees stoute dwaasheid in uw hersens hebt gedrukt:</div>
+<div class='i2'>Wat rijk is u beloofd? Mij dunkt, gelijk de muggen</div>
+<div class='i2'>Gij om de kaarse zwermt, tot dat gij, bedelpluggen<a name="FNanchor_263_263" id="FNanchor_263_263"></a><a href="#Footnote_263_263" class="fnanchor"><ins class="note" title="bedelbrokken of liever benden.">[263]</ins></a>!</div>
+<div class='i2'>Uw vleugelen verbrandt: ik rade, ik rade u: blaast,</div>
+<div class='i2'>Eer gij dit heete moes wilt proeven met der haast:</div>
+<div class='i2'>Of wilt gij banken in de Filistijnsche koken<a name="FNanchor_264_264" id="FNanchor_264_264"></a><a href="#Footnote_264_264" class="fnanchor"><ins class="note" title="keuken.">[264]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Eer hij u heeft genood, of zijnen haard doen smoken,</div>
+<div class='i2'>Zoo keert dan onverzaad: gij, kranen<a name="FNanchor_265_265" id="FNanchor_265_265"></a><a href="#Footnote_265_265" class="fnanchor"><ins class="note" title="kraanvogels.">[265]</ins></a>! vliegt u mat,</div>
+<div class='i2'>Om gasten met<a name="FNanchor_266_266" id="FNanchor_266_266"></a><a href="#Footnote_266_266" class="fnanchor"><ins class="note" title="Te gast te gaan.">[266]</ins></a> den vos, die al in schotels plat</div>
+<div class='i2'>De spijze toebereidt, en als gij meent te drabben</div>
+<div class='i2'>In zijn gestolen vet, zult gij u niet beslabben.</div>
+<div class='i2'>Zoekt vrij een ander aas, of zich uw keele belgt,</div>
+<div class='i2'>De brok is toch zoo groot, dat gij er aan verzwelgt:</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_21a" id="Page_21a">[Pg 21a]</a></span>
+<div class='i2'>Dus slaat dit in de wind, en laat vrij aan der eiken<a name="FNanchor_267_267" id="FNanchor_267_267"></a><a href="#Footnote_267_267" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans den eik.">[267]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De schilden hangen, die gij niet en moogt bereiken</div>
+<div class='i2'>Met uwen lammen arm, al veel te kort en stram,</div>
+<div class='i2'>En, voor dien scepter e&ecirc;l, van dijnen geitschen ram</div>
+<div class='i2'>De kromme hoornen grijpt, 'twelk beter u zal voegen,</div>
+<div class='i2'>Of 't kouter, om de borst des akkers te doorploegen,</div>
+<div class='i2'>Dan<a name="FNanchor_268_268" id="FNanchor_268_268"></a><a href="#Footnote_268_268" class="fnanchor"><ins class="note" title="Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare van.">[268]</ins></a> 't Palestijnsche land.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Isra&euml;l onbezorgd</div>
+<div class='i2'>Heeft God tot eenen Schild en tot een vaste Borgt,</div>
+<div class='i2'>Den grootsten Kapitein; dien Hij wil overvallen</div>
+<div class='i2'>En baat geen preuts<a name="FNanchor_269_269" id="FNanchor_269_269"></a><a href="#Footnote_269_269" class="fnanchor"><ins class="note" title="Trotsch, ontoeganklijk.">[269]</ins></a> gebergt' van opgeworpen wallen,</div>
+<div class='i2'>Noch diepe vesting van een grondelooze zee,</div>
+<div class='i2'>Noch bogen, noch geflits, noch zwaarden uit der sche&ecirc;,</div>
+<div class='i2'>Noch vele wapentuig, noch 's werelds oorlogsheiren</div>
+<div class='i2'>In een slagordening en mochten zich verweeren</div>
+<div class='i2'>Voor zijnen sterken arm, die naauw verheven schier</div>
+<div class='i2'>Om<a name="FNanchor_270_270" id="FNanchor_270_270"></a><a href="#Footnote_270_270" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[270]</ins></a> strijden, al omvlecht<a name="FNanchor_271_271" id="FNanchor_271_271"></a><a href="#Footnote_271_271" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor omvlochten.">[271]</ins></a> is met den lauwerier.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>En of 't land openstond van alle Filistijnen,</div>
+<div class='i2'>Hoe raakt gij door de dorre Arabische woestijnen,</div>
+<div class='i2'>'t Onvruchtbaar woeste veld, de doornen wildernis,</div>
+<div class='i2'>Daar niet min ruig gediert' als wild geboomte en is;</div>
+<div class='i2'>Daar is noch vrucht tot spijs, noch vochtigheid om<a href="#Footnote_270_270" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te.">[270]</ins></a> laven,</div>
+<div class='i2'>'t Waar pas<a name="FNanchor_272_272" id="FNanchor_272_272"></a><a href="#Footnote_272_272" class="fnanchor"><ins class="note" title="naauwlijks.">[272]</ins></a> een kerkhof om u t' zamen te begraven.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Die met zijn waterpas bepaalt de groote zee,</div>
+<div class='i2'>En heeft gecompasseerd<a name="FNanchor_273_273" id="FNanchor_273_273"></a><a href="#Footnote_273_273" class="fnanchor"><ins class="note" title="afgemeten.">[273]</ins></a> den boord van ieder re&ecirc;,</div>
+<div class='i2'>Die 's hemels vouten<a name="FNanchor_274_274" id="FNanchor_274_274"></a><a href="#Footnote_274_274" class="fnanchor"><ins class="note" title="gewelven.">[274]</ins></a> schoon te zamen heeft gewrongen,</div>
+<div class='i2'>En 't aardsche centrum<a name="FNanchor_275_275" id="FNanchor_275_275"></a><a href="#Footnote_275_275" class="fnanchor"><ins class="note" title="middelpunt.">[275]</ins></a> zwaar houdt allezins gedrongen,</div>
+<div class='i2'>Heeft lang den weg bereid, heeft lang het pad gebaand</div>
+<div class='i2'>Voor 't volk van zijn Verbond, die stoutlijk en verwaand</div>
+<div class='i2'>Gij aan uw opzet boeit, en durft nog 't hoofd opsteken</div>
+<div class='i2'>Als of het aan de macht des Hemels zo&ucirc; gebreken,</div>
+<div class='i2'>Te bliksemen den trots van uw hardnekkigheid,</div>
+<div class='i2'>Daar u de vinger van Gods hooge Majesteit</div>
+<div class='i2'>Zoo streng heeft aangetast! eylacen! wordt eens wijzer,</div>
+<div class='i2'>En nog de wraak verstompt van zijn rechtvaardig ijzer<a name="FNanchor_276_276" id="FNanchor_276_276"></a><a href="#Footnote_276_276" class="fnanchor"><ins class="note" title="voor strafzwaard.">[276]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Waar mede hy u dreigt.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i10'>Rebellen altemaal,</div>
+<div class='i2'>Trekt henen, maar ik wil, ik wil uw Beestiaal</div>
+<div class='i2'>Hier blijf tot roof en buit. Trekt henen uwer straten<a name="FNanchor_277_277" id="FNanchor_277_277"></a><a href="#Footnote_277_277" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans uwsweegs, sedert straat in den meer bepaalden zin van bestraten weg (via strata) gebezigd wordt.">[277]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij zullen van ons vee geen klaauw hier achter laten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zoo blijft dan die gij zijt! Hoe, zullen dees Hebre&ecirc;n</div>
+<div class='i2'>Ons trotsen? Neen, eer werd den alderleegsten<a name="FNanchor_278_278" id="FNanchor_278_278"></a><a href="#Footnote_278_278" class="fnanchor"><ins class="note" title="allerlaagsten.">[278]</ins></a> steen</div>
+<div class='i2'>Memfidis omgekeerd. Het vee dat zal hier blijven,</div>
+<div class='i2'>Trekt met uw kinders heen, uw hoeren en uw wijven!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Waar 't vee blijft, blijven wij, grootmogende monarch!</div>
+<div class='i2'>Als wij gekomen zijn bij Sina&iuml; den berg,</div>
+<div class='i2'>Wij God een offerand<a name="FNanchor_279_279" id="FNanchor_279_279"></a><a href="#Footnote_279_279" class="fnanchor"><ins class="note" title="Fransche offrande, en dus verkeerdelijk meestal offerhand geschreven.">[279]</ins></a> van ossen ofte stieren</div>
+<div class='i2'>Op 't heilige gesteent dankbarig moeten vieren,</div>
+<div class='i2'>Tot eenen zoeten reuk, en tot een teeken blij,</div>
+<div class='i2'>Dat hij ons heeft verlost van al ons slavernij;</div>
+<div class='i2'>De palen zijnes wets wy niet en overtreden,</div>
+<div class='i2'>Dus oorloft<a name="FNanchor_280_280" id="FNanchor_280_280"></a><a href="#Footnote_280_280" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans veroorlooft.">[280]</ins></a> ons vertrek, en hoort zijn stemme heden!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<span class='pagenum'><a name="Page_21b" id="Page_21b">[Pg 21b]</a></span>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>In geenderlei manier.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i8'>Zoo blijft de straffe hand</div>
+<div class='i2'>Des Heeren over u, en over 't gansche land:</div>
+<div class='i2'>God zoude eer eenen berg of harde rots bewegen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Is hij een rustig haan, hij kraai nog eens te degen;</div>
+<div class='i2'>Den sleutel van mijn rijk zij u voor 't lest ontze&icirc;d,</div>
+<div class='i2'>En welker tijd gij in mijn tegenwoordigheid</div>
+<div class='i2'>Hier we&ecirc;r verschijnen dorst, ik zweer bij mijnen Throone,</div>
+<div class='i2'>Misra&iuml;ms edel hof, en bij mijn groote Kroone,</div>
+<div class='i2'>Ik zweer bij dezen staf bepereld en verguld,</div>
+<div class='i2'>Dat gij van stonden aan uw kerkhof vinden zult.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>.)</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>O diamanten hart! o ijzeren nature!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>AARON.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Het ijzer wordt gedweeg int gloeyen van den vure,</div>
+<div class='i2'>Den diamant, hoe hard, verzachtet<a name="FNanchor_281_281" id="FNanchor_281_281"></a><a href="#Footnote_281_281" class="fnanchor"><ins class="note" title="verzacht het.">[281]</ins></a> bokkenbloed.</div>
+<div class='i2'>Maar dezen blijft verstokt, versteend in zijn gemoed.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MOZES.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>'t Glas van ons slavernij is niettemin verloopen.</div>
+<div class='i2'>Ik zie, ik zie den weg tot ons verlossing open,</div>
+<div class='i2'>Egypten ziet om hoog, het zweerd is uit der schee,</div>
+<div class='i2'>Dies Jacob morgen licht zijn anker van dees re&ecirc;.</div>
+<div class='i6'><em class="gesperrt">Binnen</em>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>En met heur kromme hoornen naakt<a name="FNanchor_282_282" id="FNanchor_282_282"></a><a href="#Footnote_282_282" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontbloote, zichtbare.">[282]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Vast eenen halven cirkel maakt,</div>
+<div class='i4'>Werd<a name="FNanchor_283_283" id="FNanchor_283_283"></a><a href="#Footnote_283_283" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wordt.">[283]</ins></a> den Hebree van druk ontbonden,</div>
+<div class='i4'>En van 't tyrannig jok ontlast:</div>
+<div class='i4'>Ziet, hoe elk juicht met blijden geeste,</div>
+<div class='i4'>Ziet, hoe zij nu hun Paasschen-feeste</div>
+<div class='i4'>Met vrolijkheid bereiden vast,</div>
+<div class='i4'>Hun jaar'ge lammerkens zij slachten,</div>
+<div class='i4'>Met dat de schaduw zich uitstrekt</div>
+<div class='i4'>En 'sHemels oog zijn licht vertrekt<a name="FNanchor_284_284" id="FNanchor_284_284"></a><a href="#Footnote_284_284" class="fnanchor"><ins class="note" title="wegneemt.">[284]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Om schuylen inde water-grachten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Ziet, hoe zij, met de roode stralen</div>
+<div class='i4'>Van 't zuiver Lams verkoren bloed,</div>
+<div class='i4'>De dorpels ende<a name="FNanchor_285_285" id="FNanchor_285_285"></a><a href="#Footnote_285_285" class="fnanchor"><ins class="note" title="Germ. voor verwen.">[285]</ins></a> posten vroed<a name="FNanchor_286_286" id="FNanchor_286_286"></a><a href="#Footnote_286_286" class="fnanchor"><ins class="note" title="wijselijk.">[286]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Van hare poorten vast bemalen<a name="FNanchor_287_287" id="FNanchor_287_287"></a><a href="#Footnote_287_287" class="fnanchor"><ins class="note" title="Germ. voor verwen.">[287]</ins></a>:</div>
+<div class='i4'>O heilig klaar ken-teeken! om</div>
+<div class='i4'>Te vrijden<a name="FNanchor_288_288" id="FNanchor_288_288"></a><a href="#Footnote_288_288" class="fnanchor"><ins class="note" title="vrijwaren.">[288]</ins></a> al uw eerstgeboren</div>
+<div class='i4'>Voor d'Engel, die in 's Heeren tooren</div>
+<div class='i4'>Gaat maayen, met een zeissen krom,</div>
+<div class='i4'>Al de eerstelingen vanden Nijle:</div>
+<div class='i4'>Al de eersten, die uit 's moeders schoot</div>
+<div class='i4'>Beschouwden F[oe]bi stralen rood,</div>
+<div class='i4'>Door-schicht<a name="FNanchor_289_289" id="FNanchor_289_289"></a><a href="#Footnote_289_289" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor doorklieft.">[289]</ins></a> hij met een hemel-pijle.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>De Isra&euml;lieten rusten twijlen<a name="FNanchor_290_290" id="FNanchor_290_290"></a><a href="#Footnote_290_290" class="fnanchor"><ins class="note" title="onderwijl.">[290]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Hun<a name="FNanchor_291_291" id="FNanchor_291_291"></a><a href="#Footnote_291_291" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[291]</ins></a> toe naar 's Heeren wil en eisch.</div>
+<div class='i4'>Om hun<a href="#Footnote_291_291" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[291]</ins></a> te geven op de reis</div>
+<div class='i4'>Van zoo veel stadi&euml;n en mijlen:</div>
+<div class='i4'>De lammerkens, die nu gedood</div>
+<div class='i4'>Zijn, zij gaan voor den vure speten<a name="FNanchor_292_292" id="FNanchor_292_292"></a><a href="#Footnote_292_292" class="fnanchor"><ins class="note" title="aan 't spit braden.">[292]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Daarna met bitter sausse op-eten,</div>
+<div class='i4'>Met zurig<a name="FNanchor_293_293" id="FNanchor_293_293"></a><a href="#Footnote_293_293" class="fnanchor"><ins class="note" title="zuur.">[293]</ins></a> ongeheveld brood,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_22a" id="Page_22a">[Pg 22a]</a></span>
+<div class='i4'>Omgord, geschoeid, den staf in handen,</div>
+<div class='i4'>Een ieder vlijtig 't lamken eet</div>
+<div class='i4'>Al staande, als wandel-gasten, reed<a name="FNanchor_294_294" id="FNanchor_294_294"></a><a href="#Footnote_294_294" class="fnanchor"><ins class="note" title="gereed.">[294]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Om scheiden van de Nijlsche stranden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>"Schoon morgen-rood, begint te blozen!"</div>
+<div class='i4'>Zij met verlangen roepen t' zaam;</div>
+<div class='i4'>"Komt, werpt uw stralen aangenaam,</div>
+<div class='i4'>Eens in ons blijdschap over Gozen!</div>
+<div class='i4'>Blaauw hemels licht! doorschijnt de locht,</div>
+<div class='i4'>Beschaamt den zilver-schijn der manen<a name="FNanchor_295_295" id="FNanchor_295_295"></a><a href="#Footnote_295_295" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans maan.">[295]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>En distilleert de pereltranen,</div>
+<div class='i4'>Die van ons wangen rollen vocht,</div>
+<div class='i4'>Niet meer van droefheid als voorhenen,</div>
+<div class='i4'>Maar al van blijdschap en van vreugd,</div>
+<div class='i4'>Om dat den Hebree met geneugt</div>
+<div class='i4'>Zijn zoete vrijheid is verschenen."</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>O zoete vrijheid! wat een kroning</div>
+<div class='i4'>Dunkt u den genen, die verrukt<a name="FNanchor_296_296" id="FNanchor_296_296"></a><a href="#Footnote_296_296" class="fnanchor"><ins class="note" title="verbijsterd (verg. 't Hoogd. verrückt).">[296]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Nu zoo vele eeuwen heeft gedrukt</div>
+<div class='i4'>'t Slaafsch jok van een tirannig koning!</div>
+<div class='i4'>Ofschoon 't wild vogelken met lust</div>
+<div class='i4'>Int korfken tiereliert en fluitert</div>
+<div class='i4'>En inde traly, twijl<a name="FNanchor_297_297" id="FNanchor_297_297"></a><a href="#Footnote_297_297" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor terwijl.">[297]</ins></a> het tjuitert,</div>
+<div class='i4'>Verdient 't gekochte zaad gerust,</div>
+<div class='i4'>'t Zou liever inde takskens schieten,</div>
+<div class='i4'>En klieven met zijn vlerkskens locht<a name="FNanchor_298_298" id="FNanchor_298_298"></a><a href="#Footnote_298_298" class="fnanchor"><ins class="note" title="luchtige, vlugge.">[298]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Den blaauwen hemel, zoo het mocht</div>
+<div class='i4'>Slechts mager zijnen kost genieten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Waarom versteekt zich inde stoppels</div>
+<div class='i4'>Der bosschen 't hoorn-getakte<a name="FNanchor_299_299" id="FNanchor_299_299"></a><a href="#Footnote_299_299" class="fnanchor"><ins class="note" title="Minder gelukkig voor met getakte hoornen.">[299]</ins></a> hert?</div>
+<div class='i4'>De ranke hind', waarom zoo hard</div>
+<div class='i4'>En snel vlugt zij voor 's jagers koppels?</div>
+<div class='i4'>Waaromme vliedt het schuw konijn</div>
+<div class='i4'>En de achter-lamme<a name="FNanchor_300_300" id="FNanchor_300_300"></a><a href="#Footnote_300_300" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verwarring van konijnen en hazen.">[300]</ins></a> bloode hazen,</div>
+<div class='i4'>Die als een schaduw weggeblazen</div>
+<div class='i4'>Zoo fluks in hun zand-holen<a href="#Footnote_300_300" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verwarring van konijnen en hazen.">[300]</ins></a> zijn?</div>
+<div class='i4'>De azuren visschen, waarom duiken</div>
+<div class='i4'>Zij voor 't doorluchtig net zoo ras,</div>
+<div class='i4'>Int diepste van het water-glas,</div>
+<div class='i4'>Int diepste van Thetydis kruiken<a name="FNanchor_301_301" id="FNanchor_301_301"></a><a href="#Footnote_301_301" class="fnanchor"><ins class="note" title="de golven van Thetys, d. i. de zee.">[301]</ins></a>?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Ach! om hun vrijheid, die zoo naakte<a name="FNanchor_302_302" id="FNanchor_302_302"></a><a href="#Footnote_302_302" class="fnanchor"><ins class="note" title="klaarlijk.">[302]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Een ieder van naturen wis</div>
+<div class='i4'>Zijn voorhoofd ingeschreven is,</div>
+<div class='i4'>Van dat hij eerst int licht geraakte:</div>
+<div class='i4'>O driemaal eedle vrijheidskroon!</div>
+<div class='i4'>Die Isak d' hoofd-slapen omvlechtet,</div>
+<div class='i4'>Waarom de lieve Hemel vechtet,</div>
+<div class='i4'>Die met zijn vleugelen ten toon</div>
+<div class='i4'>Beschaduwt de Isralietsche benden,</div>
+<div class='i4'>En helpt hen uit 't Egyptisch zand,</div>
+<div class='i4'>Int rijke Palestijnen land,</div>
+<div class='i4'>Uit al hun droefheid en ellenden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Twijl Jacob dus van vreugden reyet<a name="FNanchor_303_303" id="FNanchor_303_303"></a><a href="#Footnote_303_303" class="fnanchor"><ins class="note" title="den reidans opent.">[303]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>De heldre witte dag aanbreekt,</div>
+<div class='i4'>De gulden zonne 't hoofd opsteekt,</div>
+<div class='i4'>Die over Nylus golven spreyet<a name="FNanchor_304_304" id="FNanchor_304_304"></a><a href="#Footnote_304_304" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans spreidt.">[304]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Het stralig licht van zijn flambeel<a name="FNanchor_305_305" id="FNanchor_305_305"></a><a href="#Footnote_305_305" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders flambouw ('t Fransch flambeau), gelijk bureel van bureau.">[305]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Die haast ontdekt, hoe dees Comedie</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_22b" id="Page_22b">[Pg 22b]</a></span>
+<div class='i4'>Rijst uit de bloedige Tragedie</div>
+<div class='i4'>Van Delta's<a name="FNanchor_306_306" id="FNanchor_306_306"></a><a href="#Footnote_306_306" class="fnanchor"><ins class="note" title="Neder-Egypte.">[306]</ins></a> schreyende tooneel,</div>
+<div class='i4'>Daar de oudst-geboren voor hun magen</div>
+<div class='i4'>Op 't bedde liggen koud en stijf,</div>
+<div class='i4'>En laten 't graf hun doode lijf,</div>
+<div class='i4'>Dies Isr'el werd van 't jok ontslagen.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h4>VIERDE DEEL.</h4>
+
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>FARAO, REI DER EGYPTENAREN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Hij, die na mijnen tijd zou Memfis troon beklimmen</div>
+<div class='i2'>En als een kleine God dit aardsch tooneel beschimmen<a name="FNanchor_307_307" id="FNanchor_307_307"></a><a href="#Footnote_307_307" class="fnanchor"><ins class="note" title="overschaduwen.">[307]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Hij, die<a name="FNanchor_308_308" id="FNanchor_308_308"></a><a href="#Footnote_308_308" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dien.">[308]</ins></a> op 't hoog gestoelt van 's konings Majesteit</div>
+<div class='i2'>Deez dubbel groote kroon alre&ecirc; was toegezeid,</div>
+<div class='i2'>Hij, die niet minder zou als zijn half-Godsch voorouders</div>
+<div class='i2'>In de edel schoenen tre&ecirc;n: en, Athlas, deze schouders</div>
+<div class='i2'>Ontlasten van den last die mijnen ouden dag</div>
+<div class='i2'>Veel kommerlijker valt dan zij te voren plag:</div>
+<div class='i2'>Wiens opgang helder scheen, als't licht der morgenzonnen<a name="FNanchor_309_309" id="FNanchor_309_309"></a><a href="#Footnote_309_309" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans tot morgenzon geslonken.">[309]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Den middag grooter hitte en klarigheid te jonnen<a name="FNanchor_310_310" id="FNanchor_310_310"></a><a href="#Footnote_310_310" class="fnanchor"><ins class="note" title="helderheid te gunnen.">[310]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Wiens rijpe jaren mij veel heils hadden beloofd,&mdash;</div>
+<div class='i2'>Den eenen Farao den andr'en is ontroofd!</div>
+<div class='i2'>Driemalen zij vervloekt de nacht, die met zijn ve&ecirc;ren</div>
+<div class='i2'>Bespreed<a name="FNanchor_311_311" id="FNanchor_311_311"></a><a href="#Footnote_311_311" class="fnanchor"><ins class="note" title="bespreid.">[311]</ins></a> heeft Tisifone, Alecton, en Megeren<a name="FNanchor_312_312" id="FNanchor_312_312"></a><a href="#Footnote_312_312" class="fnanchor"><ins class="note" title="De Grieksche Wraakgodinnen.">[312]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Den Atropos<a name="FNanchor_313_313" id="FNanchor_313_313"></a><a href="#Footnote_313_313" class="fnanchor"><ins class="note" title="De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.">[313]</ins></a>, die meer sterflijken heeft ontzield,</div>
+<div class='i2'>Dan Astren<a name="FNanchor_314_314" id="FNanchor_314_314"></a><a href="#Footnote_314_314" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor sterren.">[314]</ins></a> dezen nacht om ons hebben gewield<a name="FNanchor_315_315" id="FNanchor_315_315"></a><a href="#Footnote_315_315" class="fnanchor"><ins class="note" title="gedraaid.">[315]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>O Febus! hadt gij ons gewaarschuwd toch zorgvuldig</div>
+<div class='i2'>Eer gij uw blonde hoofd en uw paruike guldig<a name="FNanchor_316_316" id="FNanchor_316_316"></a><a href="#Footnote_316_316" class="fnanchor"><ins class="note" title="gouden lokken.">[316]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Ter kwader tijd vertrokt van<a name="FNanchor_317_317" id="FNanchor_317_317"></a><a href="#Footnote_317_317" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans onttrokt aan.">[317]</ins></a> onzen horizont,</div>
+<div class='i2'>Geheel Egypte waar zoo deerlijk niet doorwond</div>
+<div class='i2'>In zijnen eersten slaap: dat alletijd met tranen</div>
+<div class='i2'>Zij dezen nacht beschreit, dat nimmer 't licht der manen</div>
+<div class='i2'>Zijn duisternis doorstraalt: dat nimmermeer 't ghestert<a name="FNanchor_318_318" id="FNanchor_318_318"></a><a href="#Footnote_318_318" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gestarnte.">[318]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Verlicht met heuren glans zijn donker zeilen zwart.</div>
+<div class='i4'>O dieftelijke<a name="FNanchor_319_319" id="FNanchor_319_319"></a><a href="#Footnote_319_319" class="fnanchor"><ins class="note" title='verraderlijk (als een "dief" in den nacht ons besluipende).'>[319]</ins></a> dood! O pest, die ongenadig</div>
+<div class='i2'>Zijt op den boord van Styx of Acheron<a name="FNanchor_320_320" id="FNanchor_320_320"></a><a href="#Footnote_320_320" class="fnanchor"><ins class="note" title="De bekende rivieren der oude wereld.">[320]</ins></a> beschadig<a name="FNanchor_321_321" id="FNanchor_321_321"></a><a href="#Footnote_321_321" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor schadelijk.">[321]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Onzalig voortgebragt, wiens pijlen met vermengd</div>
+<div class='i2'>En doodelijk vergift venijnig zijn besprengd.</div>
+<div class='i4'>Vervloekt zij dees Belloon<a name="FNanchor_322_322" id="FNanchor_322_322"></a><a href="#Footnote_322_322" class="fnanchor"><ins class="note" title="oorlogsmaagd.">[322]</ins></a>, die listig in de wapen<a name="FNanchor_323_323" id="FNanchor_323_323"></a><a href="#Footnote_323_323" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans wapenen.">[323]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Ons met een stille trom bekruipt, wanneer wij slapen</div>
+<div class='i2'>Den tijdelijken slaap, en komt verkeeren straf<a name="FNanchor_324_324" id="FNanchor_324_324"></a><a href="#Footnote_324_324" class="fnanchor"><ins class="note" title="streng, wreed.">[324]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De slapers in een lijk, hun bedden in een graf.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>REI DER EGYPTENAREN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Wij offeren ons leed, ons tranen aan de voeten</div>
+<div class='i2'>Van 's konings Majesteit, om onzen druk te boeten,</div>
+<div class='i2'>Met ons verscheurde kleed, en ons verbleekt gelaat,</div>
+<div class='i2'>Waar uit gij leest wat in ons hart geschreven staat:</div>
+<div class='i2'>Ons droeve klachten, laas! zijn hoogheid niet en belgen,</div>
+<div class='i2'>Den Hemel zal op 't lest ons 't eenemaal verdelgen.</div>
+<div class='i4'>Dus<a name="FNanchor_325_325" id="FNanchor_325_325"></a><a href="#Footnote_325_325" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zoo.">[325]</ins></a> lange heeft hij steeds ons vleugelen gekort,</div>
+<div class='i2'>En de een op de ander maal den bliksem ne&ecirc;r gestort</div>
+<div class='i2'>Van zijne gramschap; ach! ziet, hoe ons velden schijnen</div>
+<div class='i2'>Niet dan een wildernis en doornige woestijnen,</div>
+<div class='i2'>Ons boomen zijn niet meer met vruchten schoon bekleed,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_23a" id="Page_23a">[Pg 23a]</a></span>
+<div class='i2'>Noch de aarde met geen groen tapijten meer bespreed;</div>
+<div class='i2'>De bloemen zijn verwelkt, de kruiden en de loven<a name="FNanchor_326_326" id="FNanchor_326_326"></a><a href="#Footnote_326_326" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor het loof of lover.">[326]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Zijn met hun lieflijkheid en zoeten reuk verstoven,</div>
+<div class='i2'>Waar op Aurora eer met 't krieken van den dag</div>
+<div class='i2'>De tranen van den dauw te distilleeren plag;</div>
+<div class='i2'>Zefyris voert niet meer op zijne zachte vlogels</div>
+<div class='i2'>Den blijden <em class="gesperrt">Echo</em> van de zorgelooze vogels,</div>
+<div class='i2'>Noch 't zoet gelureluur van Pans veelgaatsche pijp<a name="FNanchor_327_327" id="FNanchor_327_327"></a><a href="#Footnote_327_327" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans voor het Fr. fluit verouderd (verg. echter nog ons pijper).">[327]</ins></a></div>
+<div class='i2'>In langen niet gehoord is in dit rond begrijp<a name="FNanchor_328_328" id="FNanchor_328_328"></a><a href="#Footnote_328_328" class="fnanchor"><ins class="note" title="ommekring.">[328]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Het veldsche beestiaal<a name="FNanchor_329_329" id="FNanchor_329_329"></a><a href="#Footnote_329_329" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor de beesten van 't veld.">[329]</ins></a> is schielijken gestorven,</div>
+<div class='i2'>Den droeven akkerman zijn velden ziet bedorven,</div>
+<div class='i2'>Zijn ploegen is vergeefs, zijn zaaisel is onnut,</div>
+<div class='i2'>Zijn akkers liggen woest en mager uitgeput,</div>
+<div class='i2'>Den herder laat zijn vee, de jager 't woud gehuchtig<a name="FNanchor_330_330" id="FNanchor_330_330"></a><a href="#Footnote_330_330" class="fnanchor"><ins class="note" title="dicht bewassen.">[330]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>De bouwer zijne ploeg, de visscher 't net doorluchtig,</div>
+<div class='i2'>De vooglaar zijnen strik, daar eertijds 't zorgeloos</div>
+<div class='i2'>Wild vogelken zoo dik zijn vrijheid in verloos<a name="FNanchor_331_331" id="FNanchor_331_331"></a><a href="#Footnote_331_331" class="fnanchor"><ins class="note" title="Anders verloor.">[331]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>VROUW.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Maar, och! ontijdelijk, met dat zich eerst uitstrekte</div>
+<div class='i2'>De schaduw dezes nachts, ontijdelijk ons wekte</div>
+<div class='i2'>Een jammerlijk geschrei, als een die onder 's leeuws</div>
+<div class='i2'>Grijp-klaauwen zich alleen verweert met veel geschreeuws;</div>
+<div class='i2'>Wij vlogen al verbaasd; ach! 't werd van tijd noch eeuwen,</div>
+<div class='i2'>Zoo lang de oudheid<a name="FNanchor_332_332" id="FNanchor_332_332"></a><a href="#Footnote_332_332" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor ouderdom.">[332]</ins></a> ons grijsharig zal besneeuwen,</div>
+<div class='i2'>Uit ons gemoed gewischt;]&mdash;wij vlogen al verbaasd</div>
+<div class='i2'>Naar 't bedde van die ons op 't harte lagen naast;</div>
+<div class='i2'>Te spade, eilaas! te spa, de dood ons hier verraste,</div>
+<div class='i2'>De pols was weg eer elk al bevende noch tastte</div>
+<div class='i2'>Naar 't leven van zijn kind, en ieder moeder zag,</div>
+<div class='i2'>Zoo haast als van de kaars scheen eenen lichten dag</div>
+<div class='i2'>In 't droefste van den nacht, in eenen slaap te vaste</div>
+<div class='i2'>Het wit ivooren beeld, het schepsel<a name="FNanchor_333_333" id="FNanchor_333_333"></a><a href="#Footnote_333_333" class="fnanchor"><ins class="note" title="Naar zijn eigenlijke beteekenis van vorm.">[333]</ins></a> van albaste</div>
+<div class='i2'>Zijns kinds in 't pluimig bed: elk kreesch<a name="FNanchor_334_334" id="FNanchor_334_334"></a><a href="#Footnote_334_334" class="fnanchor"><ins class="note" title="gilde.">[334]</ins></a>, elk riep terstond</div>
+<div class='i2'>Des spiegels kristalijn op 's kinds verbleekten mond;</div>
+<div class='i2'>Maar ziel en leven was vervlogen met den asem,</div>
+<div class='i2'>Want 't glazige kristal bleef zuiver zonder wasem,</div>
+<div class='i2'>De rozen waren op de kaakskens al verwelkt,</div>
+<div class='i2'>'t Koraal, waar met zoo dik dees borsten zijn gemelkt</div>
+<div class='i2'>Was van de lippen weg, de stralen zonderlingen<a name="FNanchor_335_335" id="FNanchor_335_335"></a><a href="#Footnote_335_335" class="fnanchor"><ins class="note" title="bovenal.">[335]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Van de oogskens vriendelijk (die plachten te doordringen</div>
+<div class='i2'>Dit moederlijke hart, ach! dat zoo veel verliest!)</div>
+<div class='i2'>En flikkerden niet meer, maar waren al bevliesd<a name="FNanchor_336_336" id="FNanchor_336_336"></a><a href="#Footnote_336_336" class="fnanchor"><ins class="note" title="overtrokken, overschaduwd.">[336]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Van twee winbrauwen droef: dat liever nooit dees ooren</div>
+<div class='i2'>En hadden 't zoete woord van Moeder mogen hooren!</div>
+<div class='i4'>Ach, ongevallig einde! ontijdelijke dood!</div>
+<div class='i2'>Gij treft met uwen spits die eerst uit 's moeders schoot</div>
+<div class='i2'>Beschouwden 's Hemels licht;&mdash;eilaas! voor al de smerte</div>
+<div class='i2'>En pijn, wats mijnen loon? niet dan 't doorschoten herte</div>
+<div class='i2'>Van mijn verkoren bloed; ach! eer gij ooit verreest,</div>
+<div class='i2'>Had beter 's moeders buik uw donker tomb<a name="FNanchor_337_337" id="FNanchor_337_337"></a><a href="#Footnote_337_337" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gallicisme voor graf.">[337]</ins></a> geweest:</div>
+<div class='i2'>Hoe is dus mijnen troost, hoe is dus mijnen roeme</div>
+<div class='i2'>Op eenen nacht verwelkt, gelijk een dorre bloeme!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Of dezen dooden mond nooit vader, vader! riep,</div>
+<div class='i2'>Dees wiens liefde in mijn hert begraven lag zoo diep,</div>
+<div class='i2'>Die letterlijken stond in mijn gemoed geschreven,</div>
+<div class='i2'>De zonne van mijn vreugd, de ziele van mijn leven,</div>
+<div class='i2'>Den rechten erfgenaam, en d'aldernaasten oor<a name="FNanchor_338_338" id="FNanchor_338_338"></a><a href="#Footnote_338_338" class="fnanchor"><ins class="note" title="erfgenaam, 't Fr. hoir.">[338]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Van al mijn rijke haaf, van 't goud in mijn thresoor,</div>
+<div class='i2'>Ja, 't beeld mijns aangezichts, de wortel, die de vruchten</div>
+<div class='i2'>Mijns zaads beloofde voort te brengen met genuchten.</div>
+<div class='i2'>Wat is ons leven? ach! wat is ons leven ook?</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_23b" id="Page_23b">[Pg 23b]</a></span>
+<div class='i2'>Een liefelijke bloem, bel, bobbel, damp en rook</div>
+<div class='i2'>Of smook, die in de lucht verblazen en verzwenen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk een scha&acirc;uw verstuift, en ijdel vliegt daar henen:</div>
+<div class='i2'>Het duurt een wijle maar, een tijdeloozen eeuw,</div>
+<div class='i2'>En smelt we&ecirc;r lichter als een witgevlokte sneeuw,</div>
+<div class='i2'>Of als een ijzen<a name="FNanchor_339_339" id="FNanchor_339_339"></a><a href="#Footnote_339_339" class="fnanchor"><ins class="note" title="Van ijs.">[339]</ins></a> beeld, twelk spoedig overwonnen</div>
+<div class='i2'>Zijn statua<a name="FNanchor_340_340" id="FNanchor_340_340"></a><a href="#Footnote_340_340" class="fnanchor"><ins class="note" title="gestalte.">[340]</ins></a> verliest met 't stralen eender zonnen<a name="FNanchor_341_341" id="FNanchor_341_341"></a><a href="#Footnote_341_341" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans eener zon.">[341]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>'t Is als een bliksemslicht<a name="FNanchor_342_342" id="FNanchor_342_342"></a><a href="#Footnote_342_342" class="fnanchor"><ins class="note" title="bliksemflits.">[342]</ins></a>, dat naauw om<a name="FNanchor_343_343" id="FNanchor_343_343"></a><a href="#Footnote_343_343" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans te.">[343]</ins></a> schijnen poogt</div>
+<div class='i2'>En mist zijn heerlijkheid met dat het zich vertoogt<a name="FNanchor_344_344" id="FNanchor_344_344"></a><a href="#Footnote_344_344" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans in verlengden vorm vertoont (d.i. vertoogent).">[344]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Een torts<a name="FNanchor_345_345" id="FNanchor_345_345"></a><a href="#Footnote_345_345" class="fnanchor"><ins class="note" title="toorts.">[345]</ins></a>, die durig schijnt en smeltet al bezweken,</div>
+<div class='i2'>Met dat haar lemmet sparkt<a name="FNanchor_346_346" id="FNanchor_346_346"></a><a href="#Footnote_346_346" class="fnanchor"><ins class="note" title="vonkt.">[346]</ins></a>, met dat zij is ontsteken:</div>
+<div class='i2'>Hoe vli&ecirc;n ons dagen weg, als waren zij gevlerkt!</div>
+<div class='i2'>Ons uren zijn bestemd en onzen tijd beperkt,</div>
+<div class='i2'>Ons wiege wordt ons graf, ons leven is verloren,</div>
+<div class='i2'>Wanneer wij naauwlijks zijn uit moeders schoot geboren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>VROUW.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Dus schreiden de ouders vast in zulken harden proef</div>
+<div class='i2'>Ons oogen vloeiden, laas! als twee fonteinen droef,</div>
+<div class='i2'>De zuster om haar zus, de broeder om zijn broeder</div>
+<div class='i2'>Riep, of nooit uit den schoot van een verkoren moeder</div>
+<div class='i2'>Wij beid' waren geteeld, och! of wij nooit met smert</div>
+<div class='i2'>En pijn hadden gedrukt een zelfde moeders hert;</div>
+<div class='i2'>Och! waren wij nooit beide uit &eacute;&eacute;nen bloed geronnen,</div>
+<div class='i2'>Noch nooit door eenen ring geraakt int licht der zonnen,</div>
+<div class='i2'>Noch van een vader nooit in zijne liefde zoet</div>
+<div class='i2'>Gewonnen op een koets, noch met de melk gevoed</div>
+<div class='i2'>Die uit een ader vloot, noch samen opgevoedsterd;</div>
+<div class='i2'>Noch in een wankel wieg met pijnen opgekoesterd;</div>
+<div class='i2'>Zoo'n<a name="FNanchor_347_347" id="FNanchor_347_347"></a><a href="#Footnote_347_347" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor zoo en (d.i. niet).">[347]</ins></a> had uw droevig einde, als 't ommers wezen most</div>
+<div class='i2'>Ons zoo veel zuchten (laas!) noch tranen niet gekost.</div>
+<div class='i2'>Wat hebdy meer misdaan als wij, dat 's doods verstaalden</div>
+<div class='i2'>Gescherpten schicht met-een dees borsten niet doorstraalden<a name="FNanchor_348_348" id="FNanchor_348_348"></a><a href="#Footnote_348_348" class="fnanchor"><ins class="note" title="doorboorden.">[348]</ins></a>?</div>
+<div class='i2'>O Helschen Atropos! Wie dacht, wien had gedacht<a name="FNanchor_349_349" id="FNanchor_349_349"></a><a href="#Footnote_349_349" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven maar verkeerdelijk voor gedocht.">[349]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Dat gij huns levens draad zoudt korten dezen nacht?</div>
+<div class='i2'>Wij hadden uwe komst wel vlijtig waargenomen,</div>
+<div class='i2'>En niet den zachten slaap met Lethes<a name="FNanchor_350_350" id="FNanchor_350_350"></a><a href="#Footnote_350_350" class="fnanchor"><ins class="note" title="vergetelheid.">[350]</ins></a> laten stroomen</div>
+<div class='i2'>Op ons gesloten oog, en nog voor 't laatst adieu</div>
+<div class='i2'>Dees wangen eens gekust, eer uwe vlimme<a name="FNanchor_351_351" id="FNanchor_351_351"></a><a href="#Footnote_351_351" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor vlijmen, of liever vlijmend zwaard.">[351]</ins></a> hieuw</div>
+<div class='i2'>En scheidde ziel en lijf wraakgierig van den andren,</div>
+<div class='i2'>Voor eeuwig hadden wij nog eens omhelsd malkandren.</div>
+<div class='i2'>Ach! zaliger ist lijk 't welk hier ligt uitgestrekt,</div>
+<div class='i2'>Dat nu den rouwe met haar vleugelen bedekt,</div>
+<div class='i2'>Als wij, die treurig, om dees droefheid te verzachten,</div>
+<div class='i2'>Ons overstelpen in ons tranen en ons klachten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>MAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Tweemaal vijf straffen wij (eilaas!) hebben gevoeld,</div>
+<div class='i2'>En worden altijd meer van droefheid nog bespoeld,</div>
+<div class='i2'>Den Hemel even streng houdt zijnen boog gespannen;</div>
+<div class='i2'>Dies bidden wij: verlaat<a name="FNanchor_352_352" id="FNanchor_352_352"></a><a href="#Footnote_352_352" class="fnanchor"><ins class="note" title="laat vrij.">[352]</ins></a> d'Isra&euml;lietsche mannen!</div>
+<div class='i2'>Verlatet den Hebreen, ontsluit Egyptenland,</div>
+<div class='i2'>Op dat zij hunnen God voldoen zijn offerand;</div>
+<div class='i2'>Ontslaat ze toch van 't jok van al hun slavernijen,</div>
+<div class='i2'>En wilt ons allen voor een grooter straf bevrijen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zij vluchtet<a name="FNanchor_353_353" id="FNanchor_353_353"></a><a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> metter ijl, van daar het morgenrood</div>
+<div class='i2'>Verrijst, tot daar het licht ne&ecirc;rdaalt in Thetys' schoot,</div>
+<div class='i2'>Voor Pluto trekken<a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> zij zoo wijd ter Hellen neder,</div>
+<div class='i2'>Tot daar zij nimmermeer en keeren herwaarts weder,</div>
+<div class='i2'>Zij reizen<a href="#Footnote_353_353" class="fnanchor"><ins class="note" title="Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.">[353]</ins></a> naar 't besneeuwd en 't koud behijzeld<a name="FNanchor_354_354" id="FNanchor_354_354"></a><a href="#Footnote_354_354" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor be-ijzeld.">[354]</ins></a> Noord,</div>
+<div class='i2'>Tot daar men nimmermeer van hun vertrekken hoort,</div>
+<div class='i2'>Zij laten dan den Nijl, die overvloeit van 't goede,</div>
+<div class='i2'>Tot daar hun al gelijk moet drukken de arremoede:</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_24a" id="Page_24a">[Pg 24a]</a></span>
+<div class='i2'>'t We&ecirc;rspannig slaafsch gedrocht, zij loopen al hun best</div>
+<div class='i2'>Die ons gezond klimaat ontsteken als de pest;</div>
+<div class='i2'>Zij nemen al hun vee, zij nemen al hun have,</div>
+<div class='i2'>En worden op het veld een spijze voor de rave,</div>
+<div class='i2'>Zij ruimen 't gansche rijk, zij loopen naar hun dood,</div>
+<div class='i2'>En erven Pluto's nest voor eenen zachten schoot.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><em class="gesperrt">De</em> REI DER ISRA&Euml;LIETEN <em class="gesperrt">zingt</em>:</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Hebre&ecirc;n! speelt 's Hemels lof</div>
+<div class='i4'>Nu op uw luite schoone,</div>
+<div class='i4'>Adieu, Misra&iuml;ms hof!</div>
+<div class='i4'>Adieu, Memfidis troone!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Adieu, Egypten-land!</div>
+<div class='i4'>Adieu, rijksstaf en kroone,</div>
+<div class='i4'>Die Nylus zandig strand</div>
+<div class='i4'>Beheerscht door Faraone.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Adieu, tyrannig jok,</div>
+<div class='i4'>Adieu, dienstbarig<a name="FNanchor_355_355" id="FNanchor_355_355"></a><a href="#Footnote_355_355" class="fnanchor"><ins class="note" title="Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang ig in 't algemeen te velde getrokken.">[355]</ins></a> Gozen!</div>
+<div class='i4'>Waar uit de Heer ons trok</div>
+<div class='i4'>Door Aaron en door Mozen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Isra&euml;l wil<a name="FNanchor_356_356" id="FNanchor_356_356"></a><a href="#Footnote_356_356" class="fnanchor"><ins class="note" title="Gelijk meer als zal (verg. ook 't Eng. to will).">[356]</ins></a> 't beloofd</div>
+<div class='i4'>Cana&auml;n nu gelukken,</div>
+<div class='i4'>Daar Juda zijn voorhoofd</div>
+<div class='i4'>Zal met een kroone drukken.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Daar Juda, onder 't licht</div>
+<div class='i4'>En 't wankel rond der mane,</div>
+<div class='i4'>Zijn stoel en zetel sticht</div>
+<div class='i4'>Bij 't stroomen der Jordane.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Gij Filistijnen haast<a name="FNanchor_357_357" id="FNanchor_357_357"></a><a href="#Footnote_357_357" class="fnanchor"><ins class="note" title="weldra.">[357]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>En gij o Jebuzieten!</div>
+<div class='i4'>Met Amalek verbaasd</div>
+<div class='i4'>Maakt plaats met de Ammonieten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>De koning Juda komt</div>
+<div class='i4'>Preutsch in uw schoenen treden;</div>
+<div class='i4'>O luistert! hoe hij tromt,</div>
+<div class='i4'>En nadert met zijn schreden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Dat dijnen hoogmoed daalt</div>
+<div class='i4'>Voor die zijn rijk wil vesten,</div>
+<div class='i4'>Gelijk den bliksem straalt</div>
+<div class='i4'>Vant Oosten tot den Westen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Uw grenzen open sluit</div>
+<div class='i4'>Voor onzen prins personig<a name="FNanchor_358_358" id="FNanchor_358_358"></a><a href="#Footnote_358_358" class="fnanchor"><ins class="note" title="in persoon (verg. echter aant. [355]).">[358]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>En laat tot roof en buit</div>
+<div class='i4'>Uw melk en uwen honig.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Jordaan, die van den top</div>
+<div class='i4'>Der heuvelen komt bruisschen,</div>
+<div class='i4'>Steekt uw blaauw hoornen op,</div>
+<div class='i4'>En laat uw bobbels ruisschen!</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Golft in d'azuren zee,</div>
+<div class='i4'>Zegt de Oceaansche<a name="FNanchor_359_359" id="FNanchor_359_359"></a><a href="#Footnote_359_359" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk voor van den Oceaan.">[359]</ins></a> baren,</div>
+<div class='i4'>Hoe Juda op uw re&ecirc;</div>
+<div class='i4'>Komt zijnen troon pilaren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<span class='pagenum'><a name="Page_24b" id="Page_24b">[Pg 24b]</a></span>
+<div class='i6'>Sina&iuml;! maak dy<a name="FNanchor_360_360" id="FNanchor_360_360"></a><a href="#Footnote_360_360" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans maakt u.">[360]</ins></a> re&ecirc;,</div>
+<div class='i4'>Want op uw hoogte steilig</div>
+<div class='i4'>Wil smoken doen d' Hebre&ecirc;</div>
+<div class='i4'>Zijn brandofferen heilig.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Dat Horeb eeuwig staat</div>
+<div class='i4'>Gerezen onder 't maanschijn,</div>
+<div class='i4'>En tuigt wie heeft gedwaad<a name="FNanchor_361_361" id="FNanchor_361_361"></a><a href="#Footnote_361_361" class="fnanchor"><ins class="note" title="weggevaagd (zie vroeger).">[361]</ins></a></div>
+<div class='i4'>De tranen van ons aanschijn.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Mensch-stappen<a name="FNanchor_362_362" id="FNanchor_362_362"></a><a href="#Footnote_362_362" class="fnanchor"><ins class="note" title="Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor menschelijke treden.">[362]</ins></a> zullen eer</div>
+<div class='i4'>Des hemels cirkel meten,</div>
+<div class='i4'>Dan hunnes konings eer</div>
+<div class='i4'>Isra&euml;l zal vergeten.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>Den Engel maakt het spoor,</div>
+<div class='i4'>O, laat ons niet verslappen,</div>
+<div class='i4'>Ons leidsli&ecirc;n treden voor,</div>
+<div class='i4'>Wij volgen hunne stappen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>FARAO de koning. ALBINUS, veldhoofdman met
+zijn heirleger.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Die niet ontziet den roem zijns scepters te bevlekken,</div>
+<div class='i2'>Mag doen als Farao, en laten henen trekken</div>
+<div class='i2'>De slaven van zijn rijk, die onder 's Hemels wiel<a name="FNanchor_363_363" id="FNanchor_363_363"></a><a href="#Footnote_363_363" class="fnanchor"><ins class="note" title="draai, ommezwaai.">[363]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Den koning eigen zijn met lichaam en met ziel,</div>
+<div class='i2'>Die steeds gehouden zijn den koning toe te wijden</div>
+<div class='i2'>De vruchten van hun zweet, en honger zelfs te lijden,</div>
+<div class='i2'>De slaaf, die 's princen hoofd met een gemarmerd dak</div>
+<div class='i2'>Moet overwelven 's daags, en onder 't hemelvlak</div>
+<div class='i2'>Zelf slapen al den nacht, en dubbel wordt vergouden<a name="FNanchor_364_364" id="FNanchor_364_364"></a><a href="#Footnote_364_364" class="fnanchor"><ins class="note" title="vergolden, betaald.">[364]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Wanneer bij zijnen loon hij 't leven mag behouden,</div>
+<div class='i2'>Of rekent zijnen heer hem 't schuimsel van der aard,</div>
+<div class='i2'>En is hij op de helft naauw zoo veel eere waard,</div>
+<div class='i2'>Geen vrijheid komt hem toe, ten zij hij 't mag verwerven</div>
+<div class='i2'>Door zijnes konings gunst, of eindlijk door zijn sterven.</div>
+<div class='i4'>Vast hebben dees Hebre&ecirc;n, verdobbeld<a name="FNanchor_365_365" id="FNanchor_365_365"></a><a href="#Footnote_365_365" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor dubbel.">[365]</ins></a> sno&ocirc; en valsch,</div>
+<div class='i2'>'t Jok van hun dienstbaarheid geschoven van den hals,</div>
+<div class='i2'>Door tooverkunst huns Gods, die 't scheen ons zou verdelgen</div>
+<div class='i2'>En heel Egypten in zijn toornigheid verzwelgen,</div>
+<div class='i2'>Zoo nu zijn rechte hand verlamd is noch verkort,</div>
+<div class='i2'>Hij neem de handschoen op, die hem geboden wordt.</div>
+<div class='i4'>Zij zijn wel uit 't gezicht, maar nog niet uit mijn handen,</div>
+<div class='i2'>Nog uit hun slavernij, al schijnen ze uit de banden</div>
+<div class='i2'>Van 't slaafsche juk te zijn: Zij werden<a name="FNanchor_366_366" id="FNanchor_366_366"></a><a href="#Footnote_366_366" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans worden.">[366]</ins></a> na gedraafd,</div>
+<div class='i2'>En eer den vluggen tijd de bleeke zon begraaft,</div>
+<div class='i2'>Zie ik hun achterhaald en onverziens bedrogen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk de vogel 't net wordt over 't hoofd getogen,</div>
+<div class='i2'>En als in 't bladig bosch zoo schielijk 't bloode hert</div>
+<div class='i2'>Beschreit zijn vrijheid, alst in strikken is verwerd,</div>
+<div class='i2'>Zoo zal ook al betraand 't heirleger der Hebreeuwen</div>
+<div class='i2'>Hun vrijheid zien beroofd voor allen tijd en eeuwen.</div>
+<div class='i2'>Tsa, Hoofdman! werwaarts is 't, dat zij getogen zijn?</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>HOOFDMAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Ontziende 't bloedig staal des preutschen Filistijn,</div>
+<div class='i2'>Heer koning! al verbaasd begaf zich dezen zwerme</div>
+<div class='i2'>Daar 't rood Arabisch Meers gekromden woesten erme<a name="FNanchor_367_367" id="FNanchor_367_367"></a><a href="#Footnote_367_367" class="fnanchor"><ins class="note" title="arm.">[367]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Dit rijk een deel omvangt, en de woestijne dreigt:</div>
+<div class='i2'>Gewapend naauwlijks, zij om<a name="FNanchor_368_368" id="FNanchor_368_368"></a><a href="#Footnote_368_368" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te, tot">[368]</ins></a> strijden niet geneigd</div>
+<div class='i2'>En schenen, noch bekwaam ten minste, hun vijanden</div>
+<div class='i2'>Het half gelaat te bi&ecirc;n, ik late staan hun tanden</div>
+<div class='i2'>Te breken met geweld: indien gij dezen rei</div>
+<div class='i2'>Vervolgt, genadig vorst! voor 't oorlogs veld-geschrei</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_25a" id="Page_25a">[Pg 25a]</a></span>
+<div class='i2'>Zij raken in de vlugt, en reppen saam hun zolen,</div>
+<div class='i2'>Als schaapskudd', die de wolf het herte<a name="FNanchor_369_369" id="FNanchor_369_369"></a><a href="#Footnote_369_369" class="fnanchor"><ins class="note" title="D.i. den moed.">[369]</ins></a> heeft ontstolen,</div>
+<div class='i2'>Om geen beschermen denkt, maar van een bende haast</div>
+<div class='i2'>Wel honderd benden maakt en vluchtet al verbaasd.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Welaan, de rossen toomt, om geenen tijd verzuimen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>HOOFDMAN.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zij briesschen, en 't gebit huns breidels doen zij schuimen,</div>
+<div class='i2'>En zijn met strijdschen moed gespannen int gareel,</div>
+<div class='i2'>De wagens toegerust; en 't leger, al geheel</div>
+<div class='i2'>Gehelmd, gestokt, gestaafd, vierkantig in slagorden,</div>
+<div class='i2'>Verlangt, wanneer de tocht zal aangevangen worden.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>FARAO.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i2'>Zoo treed' de koning voor, op trommel en trompet!</div>
+<div class='i2'>De wapenroovers<a name="FNanchor_370_370" id="FNanchor_370_370"></a><a href="#Footnote_370_370" class="fnanchor"><ins class="note" title="D.i. de legerknechten (als die de wapens hunner vijanden vermeesteren).">[370]</ins></a> noodt tot 't bloedige banket,</div>
+<div class='i2'>Dat elk zijn hielen ligt, 't is geenen tijd om hinken<a name="FNanchor_371_371" id="FNanchor_371_371"></a><a href="#Footnote_371_371" class="fnanchor"><ins class="note" title="weifelen.">[371]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Nu in 't bestoven veld Mars zijnen schild doet blinken;</div>
+<div class='i2'>Krijgt<a name="FNanchor_372_372" id="FNanchor_372_372"></a><a href="#Footnote_372_372" class="fnanchor"><ins class="note" title="oorloogt, strijdt.">[372]</ins></a> onder zijn banier, hij leidt u aan den dans!</div>
+<div class='i2'>Des overwinners hoofd omvlecht den lauwerkrans.</div>
+<div class='i2'>Den weg is al gebaand, dus laat ons niet verslappen,</div>
+<div class='i2'>Zoo ver te vinden is het spoor van hunne stappen.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Die den Hemel derft bekrijgen,</div>
+<div class='i4'>Zal wel voor een wijl opstijgen,</div>
+<div class='i6'>Even als Neptunus' vocht</div>
+<div class='i6'>Worpt<a name="FNanchor_373_373" id="FNanchor_373_373"></a><a href="#Footnote_373_373" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans werpt (even als, omgekeerd, thans wordt voor 't vroegere werd).">[373]</ins></a> zijn baren na de locht,</div>
+<div class='i4'>Die van zelf in korter stonden<a name="FNanchor_374_374" id="FNanchor_374_374"></a><a href="#Footnote_374_374" class="fnanchor"><ins class="note" title="In korten tijd.">[374]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Weder vallen in de afgronden,</div>
+<div class='i6'>Of gelijk een vlam gezwimd<a name="FNanchor_375_375" id="FNanchor_375_375"></a><a href="#Footnote_375_375" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gezwind.">[375]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>Licht op naar den hemel klimt.</div>
+<div class='i4'>Die men wederom zich zelven</div>
+<div class='i4'>In zijn asschen ziet bedelven:</div>
+<div class='i6'>Want de groote goedheid Gods</div>
+<div class='i6'>Latet<a name="FNanchor_376_376" id="FNanchor_376_376"></a><a href="#Footnote_376_376" class="fnanchor"><ins class="note" title="laat.">[376]</ins></a> wel den koning trotsch</div>
+<div class='i4'>Op het hoogste en even dolle</div>
+<div class='i4'>Woeden, doch wanneer hun rolle</div>
+<div class='i6'>Is ten uitersten volspeeld,</div>
+<div class='i6'>Op 't theatrum getoneeld,</div>
+<div class='i4'>En wanneer hij met berommen<a name="FNanchor_377_377" id="FNanchor_377_377"></a><a href="#Footnote_377_377" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor beroemen.">[377]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Meent ten hoogsten zijn geklommen,</div>
+<div class='i6'>Stoot de godlijke Monarch</div>
+<div class='i6'>Hem afgrijzig van den berg.</div>
+<div class='i4'>Hoe hij was den hemel naarder</div>
+<div class='i4'>Hoe den val hem is te zwaarder,</div>
+<div class='i6'>Hoe hij meerder opwaarts steeg</div>
+<div class='i6'>Hoe hij dieper valt om leeg.</div>
+<div class='i4'>Hoe hij meerder rees verkorseld<a name="FNanchor_378_378" id="FNanchor_378_378"></a><a href="#Footnote_378_378" class="fnanchor"><ins class="note" title="kregel, wrevelig.">[378]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Hoe hij platter valt vermorseld.</div>
+<div class='i6'>Dit blijkt aan Farao straf,</div>
+<div class='i6'>Die zoo blind'ling loopt naar 't graf;</div>
+<div class='i4'>Die in 's Heeren straffe tijdig</div>
+<div class='i4'>Blijft verstokt, versteend partijdig,</div>
+<div class='i6'>Daar een ieder ro&ecirc;, als vriend,</div>
+<div class='i6'>Hem tot beteringe dient:</div>
+<div class='i4'>Want de strengheid Gods ten lesten</div>
+<div class='i4'>Iedereen kastijdt ten besten,</div>
+<div class='i6'>En zijn geessel al begrijsd<a name="FNanchor_379_379" id="FNanchor_379_379"></a><a href="#Footnote_379_379" class="fnanchor"><ins class="note" title="bejammerd (nam. door de Egyptenaren).">[379]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Op een grooter roede wijst.</div>
+<div class='i4'>Wie dan, in der zonnen luister,</div>
+<div class='i4'>Sluit zijn oogen in het duister,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_25b" id="Page_25b">[Pg 25b]</a></span>
+<div class='i6'>Wie de aankloppers van 't gemoed</div>
+<div class='i6'>'s Herten deur niet open doet:</div>
+<div class='i4'>Wie zoo vele donderslagen,</div>
+<div class='i4'>Luiden laat voor ijdel vlagen,</div>
+<div class='i6'>Op het onverzienste bald<a name="FNanchor_380_380" id="FNanchor_380_380"></a><a href="#Footnote_380_380" class="fnanchor"><ins class="note" title="Hoogd. voor spoedig.">[380]</ins></a></div>
+<div class='i6'>'s Heeren bliksem overvalt:</div>
+<div class='i4'>Gelijk dezen koning prachtig,</div>
+<div class='i4'>Die<a name="FNanchor_381_381" id="FNanchor_381_381"></a><a href="#Footnote_381_381" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dien.">[381]</ins></a> geen teekenen aandachtig</div>
+<div class='i6'>Mochten leiden uit den tred</div>
+<div class='i6'>Van zijn obstinaat opzet.</div>
+<div class='i4'>Dies de Heere t' eenenmalen</div>
+<div class='i4'>Hem onttrekt de helder stralen</div>
+<div class='i6'>Van zijn hemelsch aangezicht,</div>
+<div class='i6'>En verduistert hem in 't licht,</div>
+<div class='i4'>In verkeerdheid overgeven,</div>
+<div class='i4'>Tot hij eindelijk gedreven,</div>
+<div class='i6'>Even als een roerloos schip,</div>
+<div class='i6'>Drijft al blind'ling op de klip</div>
+<div class='i4'>Van zijn overgeven boosheid,</div>
+<div class='i4'>Van zijn stoute goddeloosheid,</div>
+<div class='i6'>In den afgrond en 't verleid<a name="FNanchor_382_382" id="FNanchor_382_382"></a><a href="#Footnote_382_382" class="fnanchor"><ins class="note" title="Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem zijn hartstocht verleidde.">[382]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Van zijn overgevenheid.</div>
+</div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 45%;" />
+<h4>VIJFDE EN LAATSTE DEEL.</h4>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i8'>FAMA, of 't blazende gerucht.</div>
+<div class='i2'>'t Heer-leger Isra&euml;ls (dat God zelfs<a name="FNanchor_383_383" id="FNanchor_383_383"></a><a href="#Footnote_383_383" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zelf.">[383]</ins></a> had geleid</div>
+<div class='i2'>Onder zijn vleug'len uit de Egyptsche dienstbaarheid,</div>
+<div class='i2'>Dat God 's voorging in een vierige colomme</div>
+<div class='i2'>En 's daags in eene wolk) Farao wederomme</div>
+<div class='i2'>Had eindlijk achterhaald, en met zijn oorlogs-heer</div>
+<div class='i2'>Omringd tusschen 't gebergt en tusschen 't roode Meer,</div>
+<div class='i2'>Dat, met de zonne kwam de duisternis verrassen,</div>
+<div class='i2'>Zich spiegelde verbaasd in zoo veel harrenassen,</div>
+<div class='i2'>In zoo veel ijzer-blaauw; dies riepen zij: 't en helpt<a name="FNanchor_384_384" id="FNanchor_384_384"></a><a href="#Footnote_384_384" class="fnanchor"><ins class="note" title="'thelpt niet">[384]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Wij blijven samen hier in droefheid overstelpt,</div>
+<div class='i2'>Wij zijn besloten van 't gebergte en van de baren,</div>
+<div class='i2'>Van zoo veel oorlogs-volk en toegeruste scharen:</div>
+<div class='i2'>Ha, Amrams zonen sno&ocirc;! die ons zoo onbedocht<a name="FNanchor_385_385" id="FNanchor_385_385"></a><a href="#Footnote_385_385" class="fnanchor"><ins class="note" title="ondedacht">[385]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Vervoerd hierop een graf en kerk-hof hebt gebrocht:</div>
+<div class='i2'>O, zalig waren wij, in arbeid en in slaven,</div>
+<div class='i2'>Eer in Egypteland gestorven en begraven:</div>
+<div class='i2'>Verraders van den rei<a name="FNanchor_386_386" id="FNanchor_386_386"></a><a href="#Footnote_386_386" class="fnanchor"><ins class="note" title="schaar">[386]</ins></a> en 't leger der Hebre&ecirc;n,</div>
+<div class='i2'>Een ieder wreek' zich zelf en worp'<a name="FNanchor_387_387" id="FNanchor_387_387"></a><a href="#Footnote_387_387" class="fnanchor"><ins class="note" title="werpe.">[387]</ins></a> den eersten steen!</div>
+<div class='i4'>Gelijk de reizigers (als in de azure golven</div>
+<div class='i2'>Van eenen waterberg bedekt wordt en bedolven</div>
+<div class='i2'>Het vlottig schip, wanneer zich Boreas verheft,</div>
+<div class='i2'>En 't golvig driftig<a name="FNanchor_388_388" id="FNanchor_388_388"></a><a href="#Footnote_388_388" class="fnanchor"><ins class="note" title="golvend, drijvend.">[388]</ins></a> hout met groene baren treft)</div>
+<div class='i2'>Den schipper dreigen vast, zoo voor de stuure<a name="FNanchor_389_389" id="FNanchor_389_389"></a><a href="#Footnote_389_389" class="fnanchor"><ins class="note" title="stugg, harde (gelijk nog in Overijsel stoer; verg. ook ons stuursch).">[389]</ins></a> winden</div>
+<div class='i2'>Hij 't opgeblazen zeil wil strijken noch ontbinden:</div>
+<div class='i2'>De een met een bleek gelaat naar 't leven vast de dood</div>
+<div class='i2'>Afschildert, de ander klaagt, dat in Thetydis schoot</div>
+<div class='i2'>Hij vindt zijn duister tombe, en de ander dat zijn leven</div>
+<div class='i2'>Ontijdelijk hij moet den baren overgeven,</div>
+<div class='i2'>Dat ondertusschen heeft den zeeman, al ontrust,</div>
+<div class='i2'>Genoeg te doen, eer hij d'een stilt en d'ander sust;&mdash;</div>
+<div class='i2'>Zoo ook in dezen storm de Isra&euml;lietsche hoeders</div>
+<div class='i2'>Aaron en Mozes beid' vertroosten hun gebroeders,</div>
+<div class='i2'>En roepen: "makkers denkt, dat uwen koning leeft,</div>
+<div class='i2'>Die midden in 's doods nood de zijne 't leven geeft,</div>
+<div class='i2'>'t Is eenen vasten grond en twijfelt niet zoo wanker<a name="FNanchor_390_390" id="FNanchor_390_390"></a><a href="#Footnote_390_390" class="fnanchor"><ins class="note" title="wankel, kleinmoedig.">[390]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Vest uw geloove op hem, en worpt der hopen<a name="FNanchor_391_391" id="FNanchor_391_391"></a><a href="#Footnote_391_391" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans hoop.">[391]</ins></a> anker</div>
+<div class='i2'>Op Gods almachtigheid, die 't steil gebergte kan</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_26a" id="Page_26a">[Pg 26a]</a></span>
+<div class='i2'>Tot dalen platten, en verdroogen d'ocean:</div>
+<div class='i2'>Den jongsten toont, hoe hun den Hemel is te goede,</div>
+<div class='i2'>En slaat, met zijne doode en levendige roede,</div>
+<div class='i2'>Het woeste baargeplots, dat zich verdeelet stuur,</div>
+<div class='i2'>En wederzijden maakt een ro&ocirc; robijnen muur,</div>
+<div class='i2'>Een schutsel van kristal, en nemet zijn afscheidsel</div>
+<div class='i2'>Zoo wijd, dat midden<a name="FNanchor_392_392" id="FNanchor_392_392"></a><a href="#Footnote_392_392" class="fnanchor"><ins class="note" title="In 't midden.">[392]</ins></a> blijft een guldig zand-plaveisel,</div>
+<div class='i2'>Een droogen vloer geschelpt, waar op dees leidsli&ecirc;n voor</div>
+<div class='i2'>'t Gansch leger volgen doen hun stappen op het spoor.</div>
+<div class='i2'>O zeldzaam wonderwerk! wie zal ik best gelijken</div>
+<div class='i2'>Isra&euml;l, die zoo haast een plaatse vindt om wijken,</div>
+<div class='i2'>Als bij de watervloed, die stroomig opgehoopt</div>
+<div class='i2'>Een leger<a name="FNanchor_393_393" id="FNanchor_393_393"></a><a href="#Footnote_393_393" class="fnanchor"><ins class="note" title="lager.">[393]</ins></a> diepte vindt en snellijken verloopt!</div>
+<div class='i4'>Terwijlen dus d' Hebre&ecirc;n (spijt 't wezen<a name="FNanchor_394_394" id="FNanchor_394_394"></a><a href="#Footnote_394_394" class="fnanchor"><ins class="note" title="tegen den aard.">[394]</ins></a> der naturen)</div>
+<div class='i2'>Vast dweerssen<a name="FNanchor_395_395" id="FNanchor_395_395"></a><a href="#Footnote_395_395" class="fnanchor"><ins class="note" title="Dwars overtrekken.">[395]</ins></a> deze straat van kristalijne muren,</div>
+<div class='i2'>Roep de een: "de zee is droog, en 't water even vocht</div>
+<div class='i2'>Hangt, ik en weet niet hoe, tot boven in de locht!"</div>
+<div class='i2'>En d' ander krijst: "wats dit? 't Ro&ocirc; meer schijnt opgeblazen,</div>
+<div class='i2'>Thetys siert heur paruik in deze spiegelglazen:</div>
+<div class='i2'>Waar toe met schepen meer gevloten over 't nat,</div>
+<div class='i2'>Wanneer men doorgaans<a name="FNanchor_396_396" id="FNanchor_396_396"></a><a href="#Footnote_396_396" class="fnanchor"><ins class="note" title="op den duur.">[396]</ins></a> vindt zulk eenen droogen pad?</div>
+<div class='i2'>Waar toe dient doch 't kompas en de opgespannen zeilen,</div>
+<div class='i2'>Of't grondloos<a name="FNanchor_397_397" id="FNanchor_397_397"></a><a href="#Footnote_397_397" class="fnanchor"><ins class="note" title="diepgaande, tot op 't grondelooze toe.">[397]</ins></a> dieplood, om de diepten met te peilen?"</div>
+<div class='i2'>Dus in verwondering treedt vast 't heerleger voort,</div>
+<div class='i2'>En vindet zich droogs voets van de een op de ander boord</div>
+<div class='i2'>Behouden op het strand; dies Farao verbolgen</div>
+<div class='i2'>Verkiest den zelfden pad, om fluks hun te achtervolgen</div>
+<div class='i2'>Met al zijn wapentuig, met al zijn krijgs geweld,</div>
+<div class='i2'>En is naauw in 't gebied van 't zandig zeeusche<a name="FNanchor_398_398" id="FNanchor_398_398"></a><a href="#Footnote_398_398" class="fnanchor"><ins class="note" title="D. i. van de zee.">[398]</ins></a> veld,</div>
+<div class='i2'>Of den Hebreeuschen God beginnet zich te belgen,</div>
+<div class='i2'>Die om hun in een graf te zamen te verzwelgen,</div>
+<div class='i2'>Een slinksch<a name="FNanchor_399_399" id="FNanchor_399_399"></a><a href="#Footnote_399_399" class="fnanchor"><ins class="note" title="boos, verradelijk.">[399]</ins></a> onweder van den hemel nederworpt,</div>
+<div class='i2'>Dat 't slibberig gebergt we&ecirc;r in zijn holte slorpt,</div>
+<div class='i2'>Dat ieder over hoofd en hals in 't diepste sobbelt<a name="FNanchor_400_400" id="FNanchor_400_400"></a><a href="#Footnote_400_400" class="fnanchor"><ins class="note" title="zakt.">[400]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>En komen door 't gegolf eens eindling<a name="FNanchor_401_401" id="FNanchor_401_401"></a><a href="#Footnote_401_401" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans eindelijk.">[401]</ins></a> opgebobbeld,</div>
+<div class='i2'>Met eiselijk<a name="FNanchor_402_402" id="FNanchor_402_402"></a><a href="#Footnote_402_402" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans veelal verkeerdelijk ijselijk.">[402]</ins></a> geschreeuw, half levende en half dood:</div>
+<div class='i2'>De dooden zijn alre&ecirc; meer als der golven vloot<a name="FNanchor_403_403" id="FNanchor_403_403"></a><a href="#Footnote_403_403" class="fnanchor"><ins class="note" title="vloeyend tal.">[403]</ins></a>:</div>
+<div class='i2'>De een roept: "Osiri, o! helpt mij te boven klemmen<a name="FNanchor_404_404" id="FNanchor_404_404"></a><a href="#Footnote_404_404" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor klimmen.">[404]</ins></a>!"</div>
+<div class='i2'>En de ander: "help, Isis! opdat ik 't mag ontzwemmen!"</div>
+<div class='i2'>De een is met 't harnas zwaar gezonken in den grond,</div>
+<div class='i2'>De een houdt zich aan de koets, of aan de wielen rond,</div>
+<div class='i2'>En de ander al verbaasd, om boven 't water wakker</div>
+<div class='i2'>Nog 't hoofd te houden op, grijpt zijnen naasten makker,</div>
+<div class='i2'>En zinken beidega&ecirc;r; de zee, die altijd woelt,</div>
+<div class='i2'>Wat nog te boven drijft voorts in den afgrond spoelt.</div>
+<div class='i2'>De prince van den Nijl, die, in zijn koetse deftig,</div>
+<div class='i2'>Werd voortgetrokken van sneeuwwitte hengsten heftig,</div>
+<div class='i2'>Vervloekt de troebel zee, de golven zout gezwind<a name="FNanchor_405_405" id="FNanchor_405_405"></a><a href="#Footnote_405_405" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor snellende.">[405]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Den Hemel en de lucht, de bliksems en de wind,</div>
+<div class='i2'>En om ontijdlijk nog de bleeke dood te ontvlieden,</div>
+<div class='i2'>Durft hij den dullen<a name="FNanchor_406_406" id="FNanchor_406_406"></a><a href="#Footnote_406_406" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans dollen, woedenden.">[406]</ins></a> storm 't hoofd even dapper bieden,</div>
+<div class='i2'>En stijgt de baren op, en krijschet: "of gij schuimt,</div>
+<div class='i2'>Voor dezen gaffel spits den weg naar 't strand opruimt,</div>
+<div class='i2'>Ik ben Neptunus zelf, de God van deze stranden;</div>
+<div class='i2'>Ontziet mijn blaauwe spriet met drie gescherpte tanden:</div>
+<div class='i2'>Gij bruischt, gij zwalpt, en krielt; ziet, wie<a name="FNanchor_407_407" id="FNanchor_407_407"></a><a href="#Footnote_407_407" class="fnanchor"><ins class="note" title="wien, tegen wien.">[407]</ins></a> gij rebelleert!</div>
+<div class='i2'>Ik ben't, die op het diep van uwen stroom laveert."</div>
+<div class='i2'>Den Oceaan en past op<a name="FNanchor_408_408" id="FNanchor_408_408"></a><a href="#Footnote_408_408" class="fnanchor"><ins class="note" title="geeft om.">[408]</ins></a> vloeken noch op schelden,</div>
+<div class='i2'>Zijn dreigementen dweers<a name="FNanchor_409_409" id="FNanchor_409_409"></a><a href="#Footnote_409_409" class="fnanchor"><ins class="note" title="dwarsch, stuursch.">[409]</ins></a> en mogen hier niet gelden;</div>
+<div class='i2'>Na dat hij zevenmaal met 't woest getuimel vocht<a name="FNanchor_410_410" id="FNanchor_410_410"></a><a href="#Footnote_410_410" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtig gewoel voor 't gewoel der golven.">[410]</ins></a>,</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_26b" id="Page_26b">[Pg 26b]</a></span>
+<div class='i2'>Zijn voorhoofd heeft gebergd ten wolken in de locht,</div>
+<div class='i2'>En weder zevenmaal gedaald is in de vesten</div>
+<div class='i2'>Van't grondelooze diep, hem eindelijk ten lesten</div>
+<div class='i2'>De vochtigheid verzwaart, ja alle hoop berooft,</div>
+<div class='i2'>En in heur grimmigheid delft over hals en hoofd.</div>
+<div class='i4'>Ik geef te denken voorts, de Hebre&ecirc;n, die 't aanzagen,</div>
+<div class='i2'>Hoe hunnen vijand lag zoo korteling<a name="FNanchor_411_411" id="FNanchor_411_411"></a><a href="#Footnote_411_411" class="fnanchor"><ins class="note" title="binnen zoo korten tijd.">[411]</ins></a> verslagen,</div>
+<div class='i2'>Hoe God zoo lichtelijk den pratten hoogen moed</div>
+<div class='i2'>Farao's had gedempt vertreden onder voet,</div>
+<div class='i2'>Of niet een ieders tong, van vrolijkheid ontsprongen,</div>
+<div class='i2'>Den driemaal hoogen lof des Hemels heeft gezongen,</div>
+<div class='i2'>Als zij aanschouwden, vrij van 's konings wreedheid straf</div>
+<div class='i2'>Dat hun verlossing werd Farao tot een graf,</div>
+<div class='i2'>Diens korten ondergang, diens droevig treurspel even</div>
+<div class='i2'>En onverzienste<a name="FNanchor_412_412" id="FNanchor_412_412"></a><a href="#Footnote_412_412" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor meest onvervalschte.">[412]</ins></a> dood hun strekte tot den leven.</div>
+<div class='i2'>De winden en het meer goedjonstig<a name="FNanchor_413_413" id="FNanchor_413_413"></a><a href="#Footnote_413_413" class="fnanchor"><ins class="note" title="goedgunstig.">[413]</ins></a> wierpen ruit<a name="FNanchor_414_414" id="FNanchor_414_414"></a><a href="#Footnote_414_414" class="fnanchor"><ins class="note" title="ruw, woest.">[414]</ins></a></div>
+<div class='i2'>De Egyptsche wapening<a name="FNanchor_415_415" id="FNanchor_415_415"></a><a href="#Footnote_415_415" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor krijgswapens.">[415]</ins></a> we&ecirc;r aan den oever uit,</div>
+<div class='i2'>Wierp harnas, schild en zwaard juist den Hebre&ecirc;n in handen,</div>
+<div class='i2'>Daar zij eerst werden met<a name="FNanchor_416_416" id="FNanchor_416_416"></a><a href="#Footnote_416_416" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans me&ecirc;.">[416]</ins></a> gedreigd van hun vijanden.</div>
+<div class='i2'>Dit heb ik zelf gezien, dit heb ik zelf gehoord,</div>
+<div class='i2'>En deel 't een ieder voor de zuiver waarheid voort;</div>
+<div class='i2'>Veel wijder als men ziet zon, maan en sterren blinken,</div>
+<div class='i2'>Zal ik dees nieuwe maar met mijne tromp<a name="FNanchor_417_417" id="FNanchor_417_417"></a><a href="#Footnote_417_417" class="fnanchor"><ins class="note" title="trompet.">[417]</ins></a> doen klinken.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div>
+</div></div>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i8'><big><em class="gesperrt">HYMNE OF LOFZANG.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i6'>VAN DE ISRA&Euml;LIETSCHE REI.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Nu zingt, nu speelt, nu reit en danst,</div>
+<div class='i6'>Nu looft den Heer der Heeren,</div>
+<div class='i4'>Die ons met de overhand bekranst,</div>
+<div class='i6'>Vlecht hem een kroon van eeren;</div>
+<div class='i4'>Hij is, die al de banden van</div>
+<div class='i6'>Ons slavernije breken kan,</div>
+<div class='i4'>En onzen rouw in vrolijkheid verkeeren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>De Heer gedenkt aan zijn verbond</div>
+<div class='i6'>Over zijn uitverkoren,</div>
+<div class='i4'>Looft Hem met ziele, tong en mond,</div>
+<div class='i6'>Die Isra&euml;l staat voren<a name="FNanchor_418_418" id="FNanchor_418_418"></a><a href="#Footnote_418_418" class="fnanchor"><ins class="note" title="voorstaat, beschermt.">[418]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Die Jacobs huis, in dienstbaarheid,</div>
+<div class='i6'>Onder zijn schaduwe bespreidt<a name="FNanchor_419_419" id="FNanchor_419_419"></a><a href="#Footnote_419_419" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor met zijn schaduw overdekt.">[419]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Prijst zijnen naam, en wilt nu vreugd oorboren<a name="FNanchor_420_420" id="FNanchor_420_420"></a><a href="#Footnote_420_420" class="fnanchor"><ins class="note" title="genieten (verg. nog ons&oacute;rberen).">[420]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Hij is de God van Abraham,</div>
+<div class='i6'>Isak en Jacob machtig,</div>
+<div class='i4'>Die nu tot koning zalft den stam,</div>
+<div class='i6'>Den stamme Juda krachtig,</div>
+<div class='i4'>Die ons naar 't zoet beloofde land</div>
+<div class='i6'>Geleidet door zijn sterke hand,</div>
+<div class='i4'>Om<a name="FNanchor_421_421" id="FNanchor_421_421"></a><a href="#Footnote_421_421" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans om te; verg. vroeger.">[421]</ins></a> heerschen int land Cana&auml;n eendrachtig.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>In 't land, daar melk en honig vloeit,</div>
+<div class='i6'>Daar de Jordaan beneven</div>
+<div class='i4'>Stroomt, die uit zoo veel beekskens groeit</div>
+<div class='i6'>Van 't steil gebergt verheven:</div>
+<div class='i4'>Daar, als de baren van der zee</div>
+<div class='i6'>Of 't zand der stranden, nu alre&ecirc;,</div>
+<div class='i4'>'t Zaad Isra&euml;ls doet zijn vijanden beven.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Looft dezen krijgsheld onvervaard,</div>
+<div class='i6'>Die paarden, ros en wagen,</div>
+<div class='i4'>'t Gewapend heer met schild en zwaard</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_27a" id="Page_27a">[Pg 27a]</a></span>
+<div class='i6'>Heeft mannelijk verslagen,</div>
+<div class='i4'>Met den verstokten koning trotsch;</div>
+<div class='i6'>Bouwt op dees klip en sterke rots,</div>
+<div class='i4'>Die niet en zwicht voor stormen en zee-vlagen.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Den rood-scharlaken mantel breid<a name="FNanchor_422_422" id="FNanchor_422_422"></a><a href="#Footnote_422_422" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor breed.">[422]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Van 't roode meer hij scheurde,</div>
+<div class='i4'>En heeft guld-zandig geplaveid</div>
+<div class='i6'>Een effen straat, waar deur de</div>
+<div class='i4'>Hebre&ecirc;n ontweken hun misval,</div>
+<div class='i6'>Tusschen twee muren van kristal,</div>
+<div class='i4'>Daar Farao den laatsten zucht betreurde<a name="FNanchor_423_423" id="FNanchor_423_423"></a><a href="#Footnote_423_423" class="fnanchor"><ins class="note" title="Versta: treurend slaakte.">[423]</ins></a>.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Farao, die ons op de hiel</div>
+<div class='i6'>Vervolgde met zijn scharen,</div>
+<div class='i4'>'t Zee-water stormig overviel</div>
+<div class='i6'>Met 't zwalpen van de baren;</div>
+<div class='i4'>Die 't voorhoofd bergden int gestert<a name="FNanchor_424_424" id="FNanchor_424_424"></a><a href="#Footnote_424_424" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gesternte.">[424]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>In den afgrond vernederd werd:</div>
+<div class='i4'>Speelt 's Heeren lof op harpen en op snaren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Farao's wimpelen ontdaan</div>
+<div class='i6'>En zag men niet meer zwieren,</div>
+<div class='i4'>Noch 't bloedzeil van zijn oorlogs vaan,</div>
+<div class='i6'>Noch al zijn ro&ocirc; banieren;</div>
+<div class='i4'>Zijn wapens en geslepen staal</div>
+<div class='i6'>Zonk met zijn rusting altemaal:</div>
+<div class='i4'>Wilt hem op 't plat van zijn altaren vieren.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>Bouwt al uw hoop op dezen steen,</div>
+<div class='i6'>Bouwt uw geloove vaste</div>
+<div class='i4'>Op den monarche der Hebre&ecirc;n,</div>
+<div class='i6'>Die Farao verraste,</div>
+<div class='i4'>Die des tyrans voornemens schort,</div>
+<div class='i6'>Den hoogmoed van hun vleugels kort,</div>
+<div class='i4'>En met zijn sterke schouders ons ontlastte.</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>In koper, steen, noch ijzer hard</div>
+<div class='i6'>Alleen niet dees weldaden</div>
+<div class='i4'>En prent, maar schrijft ook in uw hart</div>
+<div class='i6'>Gods goedheid vol genaden,</div>
+<div class='i4'>Die ons 's doods muile heeft ontrukt:</div>
+<div class='i6'>Groen palm en myrtetakken plukt,</div>
+<div class='i4'>Kroont, siert, en vlecht uw hoofd met lauwer-bladen!</div>
+</div></div>
+
+<div class='poem'><div class='stanza'>
+<div class='i6'>MOZES doet zijn offerande en spreekt:</div>
+<div class='i2'>Dwijl Isra&euml;l ontrukt is uit zijn slaafsche banden,</div>
+<div class='i2'>Zoo stijg' ten hemelwaart ons harte met gesmook</div>
+<div class='i2'>Van dezen altaar, als een liefelijken rook,</div>
+<div class='i2'>Ontvangt o Heer! ontvangt dees heilige offeranden!</div>
+<div class='i4'>Ontvangt dees offerand tot een dankbarig teiken<a name="FNanchor_425_425" id="FNanchor_425_425"></a><a href="#Footnote_425_425" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor teeken van dankbaarheid.">[425]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Of schoon de te&ecirc;re mensch mets anders wedergeeft,</div>
+<div class='i2'>Dan 't gene hij (eilaas!) van u ontvangen heeft,</div>
+<div class='i2'>Zijn zwakke sterflijkheid niet<a name="FNanchor_426_426" id="FNanchor_426_426"></a><a href="#Footnote_426_426" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thansniets.">[426]</ins></a> hoogers mag bereiken.</div>
+<div class='i4'>Gij zijt de volheid zelf, de spruitende fonteine,</div>
+<div class='i2'>Die overvloeit van 't goede; o mensch! die niet en hebt</div>
+<div class='i2'>Iet goeds, als tgeen gij uit dees zuiver borne<a name="FNanchor_427_427" id="FNanchor_427_427"></a><a href="#Footnote_427_427" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans bron.">[427]</ins></a> schept,</div>
+<div class='i2'>En zijt niet van u zelf als stof en asch onreine!</div>
+<div class='i4'>Wat offert gij den Heer? niet anders als den lof der</div>
+<div class='i2'>Oprechter<a name="FNanchor_428_428" id="FNanchor_428_428"></a><a href="#Footnote_428_428" class="fnanchor"><ins class="note" title="Tweeden naamvalsuitgang, thans oprechte.">[428]</ins></a> lippen vroom voor zijn weldadigheid,</div>
+<div class='i2'>'t Welk God veel meer behaagt als bok, stier, kalf of geit;</div>
+<div class='i2'>Een dankbaar hart is hem den aangenaamsten offer.</div>
+<div class='i4'>'t Is God, die 't al uit Niet heeft door zijn woord geschapen,</div>
+<div class='i2'>Die 't wonderlijk geheel gegeven heeft den eisch,</div>
+<div class='i2'>Gewelfd, gebouwd, gesierd gelijk een schoon paleis,</div>
+<div class='i2'>De stieren hooren hem, de kalveren en schapen.</div>
+<span class='pagenum'><a name="Page_27b" id="Page_27b">[Pg 27b]</a></span>
+<div class='i4'>Niets is er zoo gering, of 't is van hem gevloten,</div>
+<div class='i2'>Hij hevet<a name="FNanchor_429_429" id="FNanchor_429_429"></a><a href="#Footnote_429_429" class="fnanchor"><ins class="note" title="heeft het.">[429]</ins></a> al gemaakt;&mdash;o, groot is uwen lof!</div>
+<div class='i2'>Die 't al hebt rijkelijk gebouwet<a name="FNanchor_430_430" id="FNanchor_430_430"></a><a href="#Footnote_430_430" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor gebouwd.">[430]</ins></a> zonder stof,</div>
+<div class='i2'>Zoo gij in uwen raad verholen<a name="FNanchor_431_431" id="FNanchor_431_431"></a><a href="#Footnote_431_431" class="fnanchor"><ins class="note" title="geheime raad.">[431]</ins></a> hadt besloten.</div>
+<div class='i4'>Heer! dit bekennen wij nog eenmaal met verlangen,</div>
+<div class='i2'>Wat wij op den altaar in vier en vlammen rood</div>
+<div class='i2'>Ontsteken, is gevloeid uit uwen milden schoot,</div>
+<div class='i2'>Ja, hebben ziel en lijf van u, o God! ontvangen.</div>
+<div class='i4'>Den offer komt u toe, die<a name="FNanchor_432_432" id="FNanchor_432_432"></a><a href="#Footnote_432_432" class="fnanchor"><ins class="note" title="Namelijk het offer.">[432]</ins></a>, Heer! verteert tot asschen!</div>
+<div class='i2'>Neemt, dat u toebehoort: den altaar toebereid</div>
+<div class='i2'>Alleene zij 't bewijs van onze dankbaarheid,</div>
+<div class='i2'>Dat gij ons aanschijn van de tranen hebt gewasschen.</div>
+<div class='i4'>Dat ons gemoed u viert inwendig na den geeste,</div>
+<div class='i2'>En dat ons harte brandt, gelijk als in 's vuurs gloed</div>
+<div class='i2'>Op 't heilige gesteent ons offerande doet,</div>
+<div class='i2'>En dat wij we wet betrachten aldermeeste.</div>
+<div class='i4'>Zoo dikwijls als het bloed der bokken zal besprengen</div>
+<div class='i2'>Des altaars hooge plat, zal ik gedenken aan<a name="FNanchor_433_433" id="FNanchor_433_433"></a><a href="#Footnote_433_433" class="fnanchor"><ins class="note" title=" Minder gelukkig voor gedenken, mij herinneren.">[433]</ins></a></div>
+<div class='i2'>Hoe wij de straffe hand uws engels zijn ontgaan,</div>
+<div class='i2'>Waar door gij tzamen ons woudt uit Egypten brengen.</div>
+<div class='i4'>Ik zal gedenken, hoe, om Faraos verdinsten<a name="FNanchor_434_434" id="FNanchor_434_434"></a><a href="#Footnote_434_434" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor verdiensten.">[434]</ins></a>,</div>
+<div class='i2'>Al de eerstelingen van geheel Egypteland</div>
+<div class='i2'>Van menschen en van vee, door uwe sterke hand</div>
+<div class='i2'>Geslagen werden, van den meesten tot den minsten.</div>
+<div class='i4'>En hoe gij ons verlost hebt uit de tyrannye</div>
+<div class='i2'>Van dezen koning, die, om zijn hardnekkigheid,</div>
+<div class='i2'>Met zijnen hoogmoed nu in 't meer begraven le&icirc;t,</div>
+<div class='i2'>Waar door wij zijn ontboeid van al ons slavernye.</div>
+<div class='i4'>O Heer! bereidt den weg, en trekt nog voor ons henen,</div>
+<div class='i2'>Gelijk gij tot nog toe gedaan hebt goedertier,</div>
+<div class='i2'>Des daags in eene wolk, 's nachts in een vlammig vier,</div>
+<div class='i2'>Waar in gij mij ook zijt op Sina&iuml; verschenen.</div>
+<div class='i4'>Versaagt<a name="FNanchor_435_435" id="FNanchor_435_435"></a><a href="#Footnote_435_435" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor doet versagen.">[435]</ins></a> voor onze komst de stoute Filistijnen,</div>
+<div class='i2'>Kwetst hunnen preutschen<a name="FNanchor_436_436" id="FNanchor_436_436"></a><a href="#Footnote_436_436" class="fnanchor"><ins class="note" title="trotschen.">[436]</ins></a> moed! o Heer, blijft onzen borcht</div>
+<div class='i2'>En onzen schild, op dat wij mogen onbezorgd</div>
+<div class='i2'>Geraken door de dorre Arabische woestijnen.</div>
+<div class='i4'>Op dat wij eindelijk eens mogen triumfeeren</div>
+<div class='i2'>In 't land van Cana&auml;n, en dat wij uwe wet,</div>
+<div class='i2'>Uw offeranden daar, rein, zuiver, onbesmet,</div>
+<div class='i2'>En ons beloft voldoen, tot uws naams prijs en eeren.</div>
+<div class='i6'>(<em class="gesperrt">Binnen</em>).</div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'><big><em class="gesperrt">KOOR.</em></big></div>
+</div>
+
+<div class='stanza'>
+<div class='i4'>'s Hemels goedheid, die voorhenen</div>
+<div class='i4'>Ons voorvaders heeft beschenen,</div>
+<div class='i6'>Is hier op 't tooneel herspeeld,</div>
+<div class='i6'>En naar 't leven afgebeeld.</div>
+<div class='i4'>Tijd noch de vergetenissen</div>
+<div class='i4'>Hoort<a name="FNanchor_437_437" id="FNanchor_437_437"></a><a href="#Footnote_437_437" class="fnanchor"><ins class="note" title="Behooren.">[437]</ins></a> uit ons gemoed te wisschen</div>
+<div class='i6'>Dees weldaden overgroot,</div>
+<div class='i6'>Ne&ecirc;rgedaald uit 's Hemels schoot.</div>
+<div class='i4'>Doch wanneer wij zien veel milder,</div>
+<div class='i4'>Wat den goddelijken schilder</div>
+<div class='i6'>Hier met naakt afconterfeit,</div>
+<div class='i6'>Raakt dit in vergetelheid,</div>
+<div class='i4'>En vertoont zich veel geringer,</div>
+<div class='i4'>Wanneer ons dit met den vinger</div>
+<div class='i6'>Wijst op 't ware wezen blij</div>
+<div class='i6'>Van dees hemel-schilderij:</div>
+<div class='i4'>Op een grooter weldaad leerlijk,</div>
+<div class='i4'>Die door Jezum Christum heerlijk</div>
+<div class='i6'>Ons zoo rijkelijk beschijnt,</div>
+<div class='i6'>Dat de schaduwe verdwijnt:</div>
+<div class='i4'>Want wanneer de zonne luistert<a name="FNanchor_438_438" id="FNanchor_438_438"></a><a href="#Footnote_438_438" class="fnanchor"><ins class="note" title="straalt; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.">[438]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>'t Manen-zilver werd verduisterd,</div>
+<div class='i6'>'t Bleekste voor het helderst zwijkt<a name="FNanchor_439_439" id="FNanchor_439_439"></a><a href="#Footnote_439_439" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans bezwijkt, zwicht.">[439]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>'t Minste voor het meeste wijkt;</div>
+<div class='i4'>Om den zin hier van te mellen<a name="FNanchor_440_440" id="FNanchor_440_440"></a><a href="#Footnote_440_440" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven voor melden.">[440]</ins></a></div>
+<div class='i4'>D' een wij tegens d'ander stellen:</div>
+<div class='i6'>Nu, het rijk Egypten is</div>
+<div class='i6'>Of beteekent duisternis,</div>
+<div class='i4'>Daar in zware slavernije</div>
+<div class='i4'>Jacob, onder d' heerschappije</div>
+<div class='i6'>Faraonis, met geklag</div>
+<div class='i6'>Droevelijk in boeyen lag:</div>
+<div class='i4'>Maar door 't goddelijk verweere<a name="FNanchor_441_441" id="FNanchor_441_441"></a><a href="#Footnote_441_441" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor verweren, beschermen.">[441]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Werden zij, door 't roode meere,</div>
+<div class='i6'>Saam verlost uit dees spelonk,</div>
+<div class='i6'>Als den Farao verzonk</div>
+<div class='i4'>Met zijn schilden en zijn zwaarden,</div>
+<div class='i4'>Met zijn ruiters, volk en paarden:</div>
+<div class='i6'>Even lagen wij verstrikt,</div>
+<div class='i6'>Leelijk in ons bloed verstikt,</div>
+<div class='i4'>Onder Satan, Hel en zonden,</div>
+<div class='i4'>In 's doods banden vastgebonden,</div>
+<div class='i6'>Maar door 's levens klaar fontein,</div>
+<div class='i6'>Onzen Zaligmaker rein,</div>
+<div class='i4'>Als Hij in het laatst der dagen</div>
+<div class='i4'>Aan het kruise werd geslagen,</div>
+<div class='i6'>Werden wij, door zijn bloed rood,</div>
+<div class='i6'>Vrij van zond', Hel, Duivel, dood,</div>
+<div class='i4'>Door zijn goedheid vol genaden</div>
+<div class='i4'>Afgewasschen ons misdaden:</div>
+<div class='i6'>Niet verlost, als Jacob, bloot<a name="FNanchor_442_442" id="FNanchor_442_442"></a><a href="#Footnote_442_442" class="fnanchor"><ins class="note" title="alleen (verg. 't hoogd. bloss).">[442]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Van een tijdelijke dood:</div>
+<div class='i4'>Maar door dezen Samson leeuwig</div>
+<div class='i4'>Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig,</div>
+<div class='i6'>Van Gods onverganklijk wee,</div>
+<div class='i6'>Van het zwaard, dat uit der sche&ecirc;</div>
+<div class='i4'>Boven 't hoofd ons dreigde grammig,</div>
+<div class='i4'>Met den brand des afgronds vlammig.</div>
+<div class='i6'>Isra&euml;l trok al gelijk</div>
+<div class='i6'>Naar een aardsch verganklijk rijk,</div>
+<div class='i4'>Dat maar voor een tijd mocht bloeyen,</div>
+<div class='i4'>Maar, na ons gebroken boeyen<a name="FNanchor_443_443" id="FNanchor_443_443"></a><a href="#Footnote_443_443" class="fnanchor"><ins class="note" title="Latinisme voornadat onze boeyen gebroken zijn.">[443]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>Ons de Heere roept tot hem;</div>
+<div class='i6'>In het nieuw Jeruzalem,</div>
+<div class='i4'>Loopt dan, ijverig genegen,</div>
+<div class='i4'>Hebben wij door Christum kregen<a name="FNanchor_444_444" id="FNanchor_444_444"></a><a href="#Footnote_444_444" class="fnanchor"><ins class="note" title="Maatshalven voor gekregen.">[444]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Eenen weg gebaand en plat</div>
+<div class='i6'>Naar de schoone hemel-stad.</div>
+<div class='i4'>Daar dood, ziekte, strijd noch tranen</div>
+<div class='i4'>Gelijk over der Jordanen<a name="FNanchor_445_445" id="FNanchor_445_445"></a><a href="#Footnote_445_445" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans de Jordaan.">[445]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Ons meer zal ontmoeten wreed,</div>
+<div class='i6'>Als 't den Isralieten deed.</div>
+<div class='i4'>Die zoo vlijtig hun<a name="FNanchor_446_446" id="FNanchor_446_446"></a><a href="#Footnote_446_446" class="fnanchor"><ins class="note" title="Thans zich.">[446]</ins></a> bewezen</div>
+<div class='i4'>In het uiterlijke wezen,</div>
+<div class='i6'>Ook om slachten 't zuiver Lam,</div>
+<div class='i6'>'t Welk terstond een einde nam,</div>
+<div class='i4'>Als den godlijken Messias</div>
+<div class='i4'>(Daar den anderen Helias</div>
+<div class='i6'>Zijn verkoren Jongers vroed</div>
+<div class='i6'>Op wees met den vinger zoet,</div>
+<div class='i4'>Alder schatten kleinoodkoffer),</div>
+<div class='i4'>Toen die kwam en zijnen offer,</div>
+<div class='i6'>Als hoog-priester, dede sp&acirc;</div>
+<div class='i6'>Op den berg Calvaria;</div>
+<div class='i4'>Toen hij tegens Satan kampten,</div>
+<div class='i4'>Alle priester-dienst en ampten</div>
+<div class='i6'>Eindden met het Paasschen-feest,</div>
+<div class='i6'>Als de Joden jaarlijks meest</div>
+<div class='i4'>Posten, dorpels nog bestreken</div>
+<div class='i4'>Met 's Lams bloede, tot een teeken</div>
+<div class='i6'>Hoe hun God bevrijdde weerd<a name="FNanchor_447_447" id="FNanchor_447_447"></a><a href="#Footnote_447_447" class="fnanchor"><ins class="note" title="Rijmshalven als stopwoord gebezigd.">[447]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Voor den slaanden Engels zweerd.</div>
+<div class='i4'>Voorspel, 't welk ons leert ten besten,</div>
+<div class='i4'>Hoe dat in den alderlesten</div>
+<div class='i6'>Dag der dagen, in 't gericht,</div>
+<div class='i6'>Voor Gods toornig aangezicht,</div>
+<div class='i4'>Jezus Christus ons zal vrijden</div>
+<div class='i4'>Door zijn heilig bitter lijden,</div>
+<div class='i6'>En, met 't rood onschuldig kleid<a name="FNanchor_448_448" id="FNanchor_448_448"></a><a href="#Footnote_448_448" class="fnanchor"><ins class="note" title="Voor kleed.">[448]</ins></a></div>
+<div class='i6'>Van zijn droeve sterflijkheid,</div>
+<div class='i4'>Ons onrein melaatsche vlekken</div>
+<div class='i4'>Voor des Heeren aanschijn dekken.</div>
+<div class='i6'>Eet dan geestelijker wijs</div>
+<div class='i6'>Nog dit Lam, der zielen spijs,</div>
+<div class='i4'>Met een bitter sausse spijtig;</div>
+<div class='i4'>Ware Isra&euml;lieten vlijtig,</div>
+<div class='i6'>Laat de kracht van zijne dood</div>
+<div class='i6'>U nog zijn een hemels-brood!</div>
+<div class='i4'>Weest omgordt, en staat alreede</div>
+<div class='i4'>Om te wand'len na den vrede,</div>
+<div class='i6'>Met den staf, alzoo 't behoort,</div>
+<div class='i6'>Van des Heeren heilig Woord</div>
+<div class='i4'>Opgeschort, omgord op vordel<a name="FNanchor_449_449" id="FNanchor_449_449"></a><a href="#Footnote_449_449" class="fnanchor"><ins class="note" title="voordeel.">[449]</ins></a></div>
+<div class='i4'>Met der liefden band en gordel.</div>
+<div class='i6'>Ook aanmerkt hier algemeen</div>
+<div class='i6'>Dees twee leids-li&ecirc;n der Hebre&ecirc;n:</div>
+<div class='i4'>Mozes (onbespraakt voor Farons</div>
+<div class='i4'>Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv</div>
+<div class='i6'>Reden-rijke tonge vocht<a name="FNanchor_450_450" id="FNanchor_450_450"></a><a href="#Footnote_450_450" class="fnanchor"><ins class="note" title="vochtig en daarom vaardig.">[450]</ins></a>:</div>
+<div class='i6'>Doch geen van dees beiden mocht</div>
+<div class='i4'>Isak brengen eindelijken</div>
+<div class='i4'>In Cana&auml;ns koninkrijken:</div>
+<div class='i6'>Onder welke schorsse duikt</div>
+<div class='i6'>Als men dezen bast ontluikt<a name="FNanchor_451_451" id="FNanchor_451_451"></a><a href="#Footnote_451_451" class="fnanchor"><ins class="note" title="ontsluit.">[451]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>De onvolkomen zwakheid teder</div>
+<div class='i4'>Van der wet te korten leeder<a name="FNanchor_452_452" id="FNanchor_452_452"></a><a href="#Footnote_452_452" class="fnanchor"><ins class="note" title="ladder.">[452]</ins></a>,</div>
+<div class='i6'>Om in 't hemelsch vaderland</div>
+<div class='i6'>Op te stijgen uit den brand,</div>
+<div class='i4'>Uit den brand der zielen zweerdig<a name="FNanchor_453_453" id="FNanchor_453_453"></a><a href="#Footnote_453_453" class="fnanchor"><ins class="note" title="snijdend, fel.">[453]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Uit Gods toornigheid rechtveerdig,</div>
+<div class='i6'>Daar ons Christus, als geze&icirc;d,</div>
+<div class='i6'>Heeft behouden uitgeleid.</div>
+<div class='i4'>Want in Christo woont bekwamig</div>
+<div class='i4'>Zelf de volheid Gods lichamig,</div>
+<div class='i6'>'t Evangelische verbond</div>
+<div class='i6'>Vloeyet uit zijns wijsheids mond,</div>
+<div class='i4'>Der genaden fontein-ader<a name="FNanchor_454_454" id="FNanchor_454_454"></a><a href="#Footnote_454_454" class="fnanchor"><ins class="note" title="bron-a&acirc;r.">[454]</ins></a>,</div>
+<div class='i4'>Ons verbidder, bij den Vader.</div>
+<div class='i6'>Isra&euml;l vertrok op hoop,</div>
+<div class='i6'>Maar voor ons heeft al den loop</div>
+<div class='i4'>Christus 't hoofd van zijne benden</div>
+<div class='i4'>Lang te voren gaan vol-enden,</div>
+<div class='i6'>En met 't kruis getriomfeerd</div>
+<div class='i6'>Boven Hemelen en eerd'<a name="FNanchor_455_455" id="FNanchor_455_455"></a><a href="#Footnote_455_455" class="fnanchor"><ins class="note" title="aarde.">[455]</ins></a>.</div>
+<div class='i4'>Laat dit plaatse bij u grijpen,</div>
+<div class='i4'>Laat dit godlijk zaaisel rijpen,</div>
+<div class='i6'>Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst</div>
+<div class='i6'>Vloeyen <span class="smcap">UIT LEVENDER JONST</span><a name="FNanchor_456_456" id="FNanchor_456_456"></a><a href="#Footnote_456_456" class="fnanchor"><ins class="note" title="Uit levendige gunst; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.">[456]</ins></a>.</div>
+</div></div>
+
+
+<h3>VOETNOTEN:</h3>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a> <em class="gesperrt">nagenoeg.</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a> <em class="gesperrt">Verzonnen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a> <em class="gesperrt">Maar</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> <em class="gesperrt">ingerichte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_5_5" id="Footnote_5_5"></a><a href="#FNanchor_5_5"><span class="label">[5]</span></a> Van (den Latijnschen dichter) <em class="gesperrt">Horatius</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_6_6" id="Footnote_6_6"></a><a href="#FNanchor_6_6"><span class="label">[6]</span></a> <em class="gesperrt">Gebrekkig</em> (van geest nam.).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_7_7" id="Footnote_7_7"></a><a href="#FNanchor_7_7"><span class="label">[7]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_8_8" id="Footnote_8_8"></a><a href="#FNanchor_8_8"><span class="label">[8]</span></a> Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende <em class="gesperrt">daarnaar</em> willen
+lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk <em class="gesperrt">nader</em>)
+dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met <em class="gesperrt">waar</em>,
+<em class="gesperrt">daar</em>, enz. het eerste de voorkeur.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_9_9" id="Footnote_9_9"></a><a href="#FNanchor_9_9"><span class="label">[9]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_10_10" id="Footnote_10_10"></a><a href="#FNanchor_10_10"><span class="label">[10]</span></a> <em class="gesperrt">Korten</em> (verg. de uitdrukking <em class="gesperrt">spanne tijds</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_11_11" id="Footnote_11_11"></a><a href="#FNanchor_11_11"><span class="label">[11]</span></a> Thans <em class="gesperrt">vertoont</em> (d. i. eig. <em class="gesperrt">vertoogent</em>, met den langeren
+vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_12_12" id="Footnote_12_12"></a><a href="#FNanchor_12_12"><span class="label">[12]</span></a> <em class="gesperrt">te omspannen</em>; verg. boven bl. 5, aant. [<a href='http://www.gutenberg.org/files/21800/21800-h/21800-h.htm#Footnote_23_140'>23</a>].</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_13_13" id="Footnote_13_13"></a><a href="#FNanchor_13_13"><span class="label">[13]</span></a> <em class="gesperrt">blinkende</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_14_14" id="Footnote_14_14"></a><a href="#FNanchor_14_14"><span class="label">[14]</span></a> Tweede-naamval van Venus.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_15_15" id="Footnote_15_15"></a><a href="#FNanchor_15_15"><span class="label">[15]</span></a> <em class="gesperrt">blinde klip</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_16_16" id="Footnote_16_16"></a><a href="#FNanchor_16_16"><span class="label">[16]</span></a> Thans <em class="gesperrt">iets anders</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_17_17" id="Footnote_17_17"></a><a href="#FNanchor_17_17"><span class="label">[17]</span></a> <em class="gesperrt">bestuur</em>, <em class="gesperrt">beheer</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_18_18" id="Footnote_18_18"></a><a href="#FNanchor_18_18"><span class="label">[18]</span></a> <em class="gesperrt">leerrijke</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_19_19" id="Footnote_19_19"></a><a href="#FNanchor_19_19"><span class="label">[19]</span></a> Lat. voor <em class="gesperrt">tooneel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_20_20" id="Footnote_20_20"></a><a href="#FNanchor_20_20"><span class="label">[20]</span></a> <em class="gesperrt">planken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_21_21" id="Footnote_21_21"></a><a href="#FNanchor_21_21"><span class="label">[21]</span></a> J. Mz. <em class="gesperrt">Vaer</em> (d. i. <em class="gesperrt">van der</em>) Laer was een rijk Amsterdamsch
+lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_22_22" id="Footnote_22_22"></a><a href="#FNanchor_22_22"><span class="label">[22]</span></a> Thans <em class="gesperrt">doet hem verzellen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_23_23" id="Footnote_23_23"></a><a href="#FNanchor_23_23"><span class="label">[23]</span></a> <em class="gesperrt">bekrachtiging</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_24_24" id="Footnote_24_24"></a><a href="#FNanchor_24_24"><span class="label">[24]</span></a> <em class="gesperrt">vrij te laten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_25_25" id="Footnote_25_25"></a><a href="#FNanchor_25_25"><span class="label">[25]</span></a> <em class="gesperrt">beesten</em> (verg. 't Fr. <em class="gesperrt">b&eacute;tail</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_26_26" id="Footnote_26_26"></a><a href="#FNanchor_26_26"><span class="label">[26]</span></a> <em class="gesperrt">welriekend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_27_27" id="Footnote_27_27"></a><a href="#FNanchor_27_27"><span class="label">[27]</span></a> <em class="gesperrt">kaauwt en herkaauwt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_28_28" id="Footnote_28_28"></a><a href="#FNanchor_28_28"><span class="label">[28]</span></a> <em class="gesperrt">Dijt uit</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_29_29" id="Footnote_29_29"></a><a href="#FNanchor_29_29"><span class="label">[29]</span></a> <em class="gesperrt">schapen</em> (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen)</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_30_30" id="Footnote_30_30"></a><a href="#FNanchor_30_30"><span class="label">[30]</span></a> <em class="gesperrt">pracht</em> (verg. 't Hoogd. <em class="gesperrt">geschmeide</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_31_31" id="Footnote_31_31"></a><a href="#FNanchor_31_31"><span class="label">[31]</span></a> <em class="gesperrt">kleed</em> ('t Fr. <em class="gesperrt">habit</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_32_32" id="Footnote_32_32"></a><a href="#FNanchor_32_32"><span class="label">[32]</span></a> voor <em class="gesperrt">schijnt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_33_33" id="Footnote_33_33"></a><a href="#FNanchor_33_33"><span class="label">[33]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">een helm</em> geslonken.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_34_34" id="Footnote_34_34"></a><a href="#FNanchor_34_34"><span class="label">[34]</span></a> <em class="gesperrt">zacht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_35_35" id="Footnote_35_35"></a><a href="#FNanchor_35_35"><span class="label">[35]</span></a> <em class="gesperrt">dan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_36_36" id="Footnote_36_36"></a><a href="#FNanchor_36_36"><span class="label">[36]</span></a> <em class="gesperrt">dezer dagen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_37_37" id="Footnote_37_37"></a><a href="#FNanchor_37_37"><span class="label">[37]</span></a> <em class="gesperrt">afbeeldt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_38_38" id="Footnote_38_38"></a><a href="#FNanchor_38_38"><span class="label">[38]</span></a> <em class="gesperrt">open</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_39_39" id="Footnote_39_39"></a><a href="#FNanchor_39_39"><span class="label">[39]</span></a> Voor <em class="gesperrt">verlustigt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_40_40" id="Footnote_40_40"></a><a href="#FNanchor_40_40"><span class="label">[40]</span></a> <em class="gesperrt">tweesnijdend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_41_41" id="Footnote_41_41"></a><a href="#FNanchor_41_41"><span class="label">[41]</span></a> Thans <em class="gesperrt">ofschoon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_42_42" id="Footnote_42_42"></a><a href="#FNanchor_42_42"><span class="label">[42]</span></a> <em class="gesperrt">luister</em>, <em class="gesperrt">glans geeft</em>, <em class="gesperrt">blinkt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_43_43" id="Footnote_43_43"></a><a href="#FNanchor_43_43"><span class="label">[43]</span></a> 't zilver van den maan.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_44_44" id="Footnote_44_44"></a><a href="#FNanchor_44_44"><span class="label">[44]</span></a> Voor <em class="gesperrt">raast</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_45_45" id="Footnote_45_45"></a><a href="#FNanchor_45_45"><span class="label">[45]</span></a> <em class="gesperrt">legt</em>; thans <em class="gesperrt">ligt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_46_46" id="Footnote_46_46"></a><a href="#FNanchor_46_46"><span class="label">[46]</span></a> <em class="gesperrt">zeis</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_47_47" id="Footnote_47_47"></a><a href="#FNanchor_47_47"><span class="label">[47]</span></a> De landbouwende klasse.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_48_48" id="Footnote_48_48"></a><a href="#FNanchor_48_48"><span class="label">[48]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">lachte</em> verzwakt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_49_49" id="Footnote_49_49"></a><a href="#FNanchor_49_49"><span class="label">[49]</span></a> <em class="gesperrt">Een iegelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_50_50" id="Footnote_50_50"></a><a href="#FNanchor_50_50"><span class="label">[50]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gemeen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_51_51" id="Footnote_51_51"></a><a href="#FNanchor_51_51"><span class="label">[51]</span></a> <em class="gesperrt">voren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_52_52" id="Footnote_52_52"></a><a href="#FNanchor_52_52"><span class="label">[52]</span></a> <em class="gesperrt">gelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_53_53" id="Footnote_53_53"></a><a href="#FNanchor_53_53"><span class="label">[53]</span></a> <em class="gesperrt">bron</em>, <em class="gesperrt">water</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_54_54" id="Footnote_54_54"></a><a href="#FNanchor_54_54"><span class="label">[54]</span></a> <em class="gesperrt">vonkelen</em> (verg 't Eng. <em class="gesperrt">to spark</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_55_55" id="Footnote_55_55"></a><a href="#FNanchor_55_55"><span class="label">[55]</span></a> Thans <em class="gesperrt">schijnt te branden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_56_56" id="Footnote_56_56"></a><a href="#FNanchor_56_56"><span class="label">[56]</span></a> Thans alleen <em class="gesperrt">geknield</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_57_57" id="Footnote_57_57"></a><a href="#FNanchor_57_57"><span class="label">[57]</span></a> <em class="gesperrt">sterk</em> (verg. boven <em class="gesperrt">spark</em> met ons <em class="gesperrt">sprank</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_58_58" id="Footnote_58_58"></a><a href="#FNanchor_58_58"><span class="label">[58]</span></a> <em class="gesperrt">bespiedde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_59_59" id="Footnote_59_59"></a><a href="#FNanchor_59_59"><span class="label">[59]</span></a> <em class="gesperrt">in eigen persoon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_60_60" id="Footnote_60_60"></a><a href="#FNanchor_60_60"><span class="label">[60]</span></a> <em class="gesperrt">spiegelgladde</em>, <em class="gesperrt">effene</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_61_61" id="Footnote_61_61"></a><a href="#FNanchor_61_61"><span class="label">[61]</span></a> voor <em class="gesperrt">gebracht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_62_62" id="Footnote_62_62"></a><a href="#FNanchor_62_62"><span class="label">[62]</span></a> <em class="gesperrt">aan wien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_63_63" id="Footnote_63_63"></a><a href="#FNanchor_63_63"><span class="label">[63]</span></a> voor <em class="gesperrt">krult</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_64_64" id="Footnote_64_64"></a><a href="#FNanchor_64_64"><span class="label">[64]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wil</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_65_65" id="Footnote_65_65"></a><a href="#FNanchor_65_65"><span class="label">[65]</span></a> <em class="gesperrt">Bewandelt</em>, <em class="gesperrt">betreedt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_66_66" id="Footnote_66_66"></a><a href="#FNanchor_66_66"><span class="label">[66]</span></a> <em class="gesperrt">draait</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_67_67" id="Footnote_67_67"></a><a href="#FNanchor_67_67"><span class="label">[67]</span></a> <em class="gesperrt">perk</em>, <em class="gesperrt">omvang</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_68_68" id="Footnote_68_68"></a><a href="#FNanchor_68_68"><span class="label">[68]</span></a> <em class="gesperrt">van't veld</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_69_69" id="Footnote_69_69"></a><a href="#FNanchor_69_69"><span class="label">[69]</span></a> <em class="gesperrt">Zoo</em>, <em class="gesperrt">indien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_70_70" id="Footnote_70_70"></a><a href="#FNanchor_70_70"><span class="label">[70]</span></a> <em class="gesperrt">bundel</em>, <em class="gesperrt">koker</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_71_71" id="Footnote_71_71"></a><a href="#FNanchor_71_71"><span class="label">[71]</span></a> Thans <em class="gesperrt">beschoren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_72_72" id="Footnote_72_72"></a><a href="#FNanchor_72_72"><span class="label">[72]</span></a> voor <em class="gesperrt">versmelt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_73_73" id="Footnote_73_73"></a><a href="#FNanchor_73_73"><span class="label">[73]</span></a> <em class="gesperrt">erkennen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_74_74" id="Footnote_74_74"></a><a href="#FNanchor_74_74"><span class="label">[74]</span></a> <em class="gesperrt">vloeit</em> en <em class="gesperrt">geboeid</em>, als <em class="gesperrt">vloei-et</em> en <em class="gesperrt">geboei-ed</em> te lezen; verg. beneden <em class="gesperrt">scheidet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_75_75" id="Footnote_75_75"></a><a href="#FNanchor_75_75"><span class="label">[75]</span></a> <em class="gesperrt">helderen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_76_76" id="Footnote_76_76"></a><a href="#FNanchor_76_76"><span class="label">[76]</span></a> voor <em class="gesperrt">vliegend span</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_77_77" id="Footnote_77_77"></a><a href="#FNanchor_77_77"><span class="label">[77]</span></a> <em class="gesperrt">sluw</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_78_78" id="Footnote_78_78"></a><a href="#FNanchor_78_78"><span class="label">[78]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_79_79" id="Footnote_79_79"></a><a href="#FNanchor_79_79"><span class="label">[79]</span></a> Eig. 't Hoogd. <em class="gesperrt">kreitz</em>, d. i. <em class="gesperrt">kring</em>, <em class="gesperrt">perk</em>; van daar (gelijk ook hier) <em class="gesperrt">strijdperk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_80_80" id="Footnote_80_80"></a><a href="#FNanchor_80_80"><span class="label">[80]</span></a> <em class="gesperrt">veegt</em> (van 't oude <em class="gesperrt">dwa-en</em>, waarvan nog <em class="gesperrt">dweil</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_81_81" id="Footnote_81_81"></a><a href="#FNanchor_81_81"><span class="label">[81]</span></a> <em class="gesperrt">schreyend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_82_82" id="Footnote_82_82"></a><a href="#FNanchor_82_82"><span class="label">[82]</span></a> Voor <em class="gesperrt">tarwen-aren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_83_83" id="Footnote_83_83"></a><a href="#FNanchor_83_83"><span class="label">[83]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_84_84" id="Footnote_84_84"></a><a href="#FNanchor_84_84"><span class="label">[84]</span></a> <em class="gesperrt">flikkeren</em>, <em class="gesperrt">vonkelen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_85_85" id="Footnote_85_85"></a><a href="#FNanchor_85_85"><span class="label">[85]</span></a> <em class="gesperrt">hoekigen</em>, <em class="gesperrt">kronkelenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_86_86" id="Footnote_86_86"></a><a href="#FNanchor_86_86"><span class="label">[86]</span></a> <em class="gesperrt">golvenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_87_87" id="Footnote_87_87"></a><a href="#FNanchor_87_87"><span class="label">[87]</span></a> voor <em class="gesperrt">verheuging</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_88_88" id="Footnote_88_88"></a><a href="#FNanchor_88_88"><span class="label">[88]</span></a> <em class="gesperrt">afloopt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_89_89" id="Footnote_89_89"></a><a href="#FNanchor_89_89"><span class="label">[89]</span></a> <em class="gesperrt">kunnen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_90_90" id="Footnote_90_90"></a><a href="#FNanchor_90_90"><span class="label">[90]</span></a> <em class="gesperrt">Met uw verlof</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_91_91" id="Footnote_91_91"></a><a href="#FNanchor_91_91"><span class="label">[91]</span></a> voor <em class="gesperrt">schijnt het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_92_92" id="Footnote_92_92"></a><a href="#FNanchor_92_92"><span class="label">[92]</span></a> voor <em class="gesperrt">toegevoegd</em>, <em class="gesperrt">opgelegd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_93_93" id="Footnote_93_93"></a><a href="#FNanchor_93_93"><span class="label">[93]</span></a> voor <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_94_94" id="Footnote_94_94"></a><a href="#FNanchor_94_94"><span class="label">[94]</span></a> <em class="gesperrt">op vaderlijke wijs</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_95_95" id="Footnote_95_95"></a><a href="#FNanchor_95_95"><span class="label">[95]</span></a> <em class="gesperrt">ook</em> (<em class="gesperrt">ofschoon</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_96_96" id="Footnote_96_96"></a><a href="#FNanchor_96_96"><span class="label">[96]</span></a> voor <em class="gesperrt">baatte</em> (wegens den volg. klinker).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_97_97" id="Footnote_97_97"></a><a href="#FNanchor_97_97"><span class="label">[97]</span></a> Thans <em class="gesperrt">naar de ziel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_98_98" id="Footnote_98_98"></a><a href="#FNanchor_98_98"><span class="label">[98]</span></a> <em class="gesperrt">dreigt</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_99_99" id="Footnote_99_99"></a><a href="#FNanchor_99_99"><span class="label">[99]</span></a> <em class="gesperrt">met tranen in de oogen</em>, <em class="gesperrt">weenend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_100_100" id="Footnote_100_100"></a><a href="#FNanchor_100_100"><span class="label">[100]</span></a> Thans <em class="gesperrt">onbewogen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_101_101" id="Footnote_101_101"></a><a href="#FNanchor_101_101"><span class="label">[101]</span></a> <em class="gesperrt">zijn verlaten opengezet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_102_102" id="Footnote_102_102"></a><a href="#FNanchor_102_102"><span class="label">[102]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">aardkloot</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_103_103" id="Footnote_103_103"></a><a href="#FNanchor_103_103"><span class="label">[103]</span></a> Thans <em class="gesperrt">van de ark</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_104_104" id="Footnote_104_104"></a><a href="#FNanchor_104_104"><span class="label">[104]</span></a> <em class="gesperrt">zuiver</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_105_105" id="Footnote_105_105"></a><a href="#FNanchor_105_105"><span class="label">[105]</span></a> <em class="gesperrt">kon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_106_106" id="Footnote_106_106"></a><a href="#FNanchor_106_106"><span class="label">[106]</span></a> <em class="gesperrt">wel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_107_107" id="Footnote_107_107"></a><a href="#FNanchor_107_107"><span class="label">[107]</span></a> <em class="gesperrt">bepaald</em>; verg. boven bl. [<a href='http://www.gutenberg.org/files/21800/21800-h/21800-h.htm#Page_3'>3</a>].</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_108_108" id="Footnote_108_108"></a><a href="#FNanchor_108_108"><span class="label">[108]</span></a> Voor <em class="gesperrt">keert het</em>, <em class="gesperrt">proeft het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_109_109" id="Footnote_109_109"></a><a href="#FNanchor_109_109"><span class="label">[109]</span></a> <em class="gesperrt">toevoegt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_110_110" id="Footnote_110_110"></a><a href="#FNanchor_110_110"><span class="label">[110]</span></a> Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op
+gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders&mdash;voor 't
+Hollandsche <em class="gesperrt">die</em> of <em class="gesperrt">dien</em> onzer schrijftaal&mdash;gebezigd wordt. Evenzoo
+vroeger "den Farao".</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_111_111" id="Footnote_111_111"></a><a href="#FNanchor_111_111"><span class="label">[111]</span></a> <em class="gesperrt">gestarnte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_112_112" id="Footnote_112_112"></a><a href="#FNanchor_112_112"><span class="label">[112]</span></a> De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_113_113" id="Footnote_113_113"></a><a href="#FNanchor_113_113"><span class="label">[113]</span></a> <em class="gesperrt">blinken</em> (van daar onze metaalnaam <em class="gesperrt">blik</em> en 't woord <em class="gesperrt">bliksem</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_114_114" id="Footnote_114_114"></a><a href="#FNanchor_114_114"><span class="label">[114]</span></a> voor <em class="gesperrt">beheerscht het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_115_115" id="Footnote_115_115"></a><a href="#FNanchor_115_115"><span class="label">[115]</span></a> <em class="gesperrt">tot zijn straf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_116_116" id="Footnote_116_116"></a><a href="#FNanchor_116_116"><span class="label">[116]</span></a> <em class="gesperrt">me&ecirc;</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_117_117" id="Footnote_117_117"></a><a href="#FNanchor_117_117"><span class="label">[117]</span></a> <em class="gesperrt">wijselijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_118_118" id="Footnote_118_118"></a><a href="#FNanchor_118_118"><span class="label">[118]</span></a> <em class="gesperrt">Tot veroordeeling en dwaling leidend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_119_119" id="Footnote_119_119"></a><a href="#FNanchor_119_119"><span class="label">[119]</span></a> anders <em class="gesperrt">verfrayen</em>, thans <em class="gesperrt">vervrolijken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_120_120" id="Footnote_120_120"></a><a href="#FNanchor_120_120"><span class="label">[120]</span></a> een van boven gespleten stok.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_121_121" id="Footnote_121_121"></a><a href="#FNanchor_121_121"><span class="label">[121]</span></a> <em class="gesperrt">staf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_122_122" id="Footnote_122_122"></a><a href="#FNanchor_122_122"><span class="label">[122]</span></a> <em class="gesperrt">blinkend</em>; verg. boven op <em class="gesperrt">blikken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_123_123" id="Footnote_123_123"></a><a href="#FNanchor_123_123"><span class="label">[123]</span></a> voor te <em class="gesperrt">verteeren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_124_124" id="Footnote_124_124"></a><a href="#FNanchor_124_124"><span class="label">[124]</span></a> Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk
+door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_125_125" id="Footnote_125_125"></a><a href="#FNanchor_125_125"><span class="label">[125]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">plukken</em> verdikt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_126_126" id="Footnote_126_126"></a><a href="#FNanchor_126_126"><span class="label">[126]</span></a> <em class="gesperrt">bedwelmd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_127_127" id="Footnote_127_127"></a><a href="#FNanchor_127_127"><span class="label">[127]</span></a> <em class="gesperrt">de borst doorbonzend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_128_128" id="Footnote_128_128"></a><a href="#FNanchor_128_128"><span class="label">[128]</span></a> Lat. 2e naamval: <em class="gesperrt">van Farao</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_129_129" id="Footnote_129_129"></a><a href="#FNanchor_129_129"><span class="label">[129]</span></a> voor <em class="gesperrt">duizenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_130_130" id="Footnote_130_130"></a><a href="#FNanchor_130_130"><span class="label">[130]</span></a> <em class="gesperrt">gekweld</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_131_131" id="Footnote_131_131"></a><a href="#FNanchor_131_131"><span class="label">[131]</span></a> Saamgetrokken uit <em class="gesperrt">hadtghy</em>: <em class="gesperrt">hadt gij</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_132_132" id="Footnote_132_132"></a><a href="#FNanchor_132_132"><span class="label">[132]</span></a> <em class="gesperrt">Glinsterde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_133_133" id="Footnote_133_133"></a><a href="#FNanchor_133_133"><span class="label">[133]</span></a> versta: <em class="gesperrt">geleek zij</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_134_134" id="Footnote_134_134"></a><a href="#FNanchor_134_134"><span class="label">[134]</span></a> verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">zwierf</em>, <em class="gesperrt">verstierf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_135_135" id="Footnote_135_135"></a><a href="#FNanchor_135_135"><span class="label">[135]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">heette</em> verzwakt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_136_136" id="Footnote_136_136"></a><a href="#FNanchor_136_136"><span class="label">[136]</span></a> (Gelijk <em class="gesperrt">metterdaad</em>, <em class="gesperrt">metterwoon</em>, enz. saamgetrokken <em class="gesperrt">met der spoed</em>) thans <em class="gesperrt">met spoed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_137_137" id="Footnote_137_137"></a><a href="#FNanchor_137_137"><span class="label">[137]</span></a> <em class="gesperrt">begraven</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_138_138" id="Footnote_138_138"></a><a href="#FNanchor_138_138"><span class="label">[138]</span></a> <em class="gesperrt">vaak</em>, <em class="gesperrt">dikwerf</em> d. i. <em class="gesperrt">veelmaals</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_139_139" id="Footnote_139_139"></a><a href="#FNanchor_139_139"><span class="label">[139]</span></a> Thans <em class="gesperrt">ontstoken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_140_140" id="Footnote_140_140"></a><a href="#FNanchor_140_140"><span class="label">[140]</span></a> <em class="gesperrt">schielijk afgedane</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_141_141" id="Footnote_141_141"></a><a href="#FNanchor_141_141"><span class="label">[141]</span></a> het gelaat verwringende.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_142_142" id="Footnote_142_142"></a><a href="#FNanchor_142_142"><span class="label">[142]</span></a> Thans <em class="gesperrt">de</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_143_143" id="Footnote_143_143"></a><a href="#FNanchor_143_143"><span class="label">[143]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">overstelpt</em> of iets derg.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_144_144" id="Footnote_144_144"></a><a href="#FNanchor_144_144"><span class="label">[144]</span></a> Lat. vierde naamval van <em class="gesperrt">Mozes</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_145_145" id="Footnote_145_145"></a><a href="#FNanchor_145_145"><span class="label">[145]</span></a> <em class="gesperrt">Helsche</em>, <em class="gesperrt">Duivelsche</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_146_146" id="Footnote_146_146"></a><a href="#FNanchor_146_146"><span class="label">[146]</span></a> <em class="gesperrt">Maar al te ongaarne geuit</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_147_147" id="Footnote_147_147"></a><a href="#FNanchor_147_147"><span class="label">[147]</span></a> <em class="gesperrt">vlugger</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_148_148" id="Footnote_148_148"></a><a href="#FNanchor_148_148"><span class="label">[148]</span></a> <em class="gesperrt">manlijke kracht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_149_149" id="Footnote_149_149"></a><a href="#FNanchor_149_149"><span class="label">[149]</span></a> <em class="gesperrt">lichtgeschitter</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_150_150" id="Footnote_150_150"></a><a href="#FNanchor_150_150"><span class="label">[150]</span></a> <em class="gesperrt">walmend</em>, <em class="gesperrt">smokend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_151_151" id="Footnote_151_151"></a><a href="#FNanchor_151_151"><span class="label">[151]</span></a> enkelv.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_152_152" id="Footnote_152_152"></a><a href="#FNanchor_152_152"><span class="label">[152]</span></a> <em class="gesperrt">Duizelig maakt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_153_153" id="Footnote_153_153"></a><a href="#FNanchor_153_153"><span class="label">[153]</span></a> <em class="gesperrt">het groote heelal</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_154_154" id="Footnote_154_154"></a><a href="#FNanchor_154_154"><span class="label">[154]</span></a> voor <em class="gesperrt">gemakkelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_155_155" id="Footnote_155_155"></a><a href="#FNanchor_155_155"><span class="label">[155]</span></a> <em class="gesperrt">plotseling</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_156_156" id="Footnote_156_156"></a><a href="#FNanchor_156_156"><span class="label">[156]</span></a> <em class="gesperrt">vreest</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_157_157" id="Footnote_157_157"></a><a href="#FNanchor_157_157"><span class="label">[157]</span></a> Thans <em class="gesperrt">geveegd</em>, <em class="gesperrt">gezuiverd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_158_158" id="Footnote_158_158"></a><a href="#FNanchor_158_158"><span class="label">[158]</span></a> <em class="gesperrt">makkers</em> (nam. de <em class="gesperrt">zeelu&icirc;</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_159_159" id="Footnote_159_159"></a><a href="#FNanchor_159_159"><span class="label">[159]</span></a> voor <em class="gesperrt">wenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_160_160" id="Footnote_160_160"></a><a href="#FNanchor_160_160"><span class="label">[160]</span></a> <em class="gesperrt">verradelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_161_161" id="Footnote_161_161"></a><a href="#FNanchor_161_161"><span class="label">[161]</span></a> <em class="gesperrt">vreeselijk</em>; thans verkeerdelijk <em class="gesperrt">ijselijk</em> geschreven.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_162_162" id="Footnote_162_162"></a><a href="#FNanchor_162_162"><span class="label">[162]</span></a> <em class="gesperrt">vork</em> ('t Hoogd. <em class="gesperrt">gabel</em>), hier voor Neptunus' <em class="gesperrt">drietand</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_163_163" id="Footnote_163_163"></a><a href="#FNanchor_163_163"><span class="label">[163]</span></a> <em class="gesperrt">bliezen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_164_164" id="Footnote_164_164"></a><a href="#FNanchor_164_164"><span class="label">[164]</span></a> d. i. <em class="gesperrt">stuurman</em> (omdat die van Aen&euml;as bij Virgilius zoo heet).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_165_165" id="Footnote_165_165"></a><a href="#FNanchor_165_165"><span class="label">[165]</span></a> <em class="gesperrt">boos</em> (<em class="gesperrt">druipend</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_166_166" id="Footnote_166_166"></a><a href="#FNanchor_166_166"><span class="label">[166]</span></a> 't Hoogd. <em class="gesperrt">kutscher</em>; thans <em class="gesperrt">koetsier</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_167_167" id="Footnote_167_167"></a><a href="#FNanchor_167_167"><span class="label">[167]</span></a> <em class="gesperrt">aanging</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_168_168" id="Footnote_168_168"></a><a href="#FNanchor_168_168"><span class="label">[168]</span></a> voor <em class="gesperrt">binnen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_169_169" id="Footnote_169_169"></a><a href="#FNanchor_169_169"><span class="label">[169]</span></a> voor <em class="gesperrt">berekenen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_170_170" id="Footnote_170_170"></a><a href="#FNanchor_170_170"><span class="label">[170]</span></a> voor <em class="gesperrt">strandde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_171_171" id="Footnote_171_171"></a><a href="#FNanchor_171_171"><span class="label">[171]</span></a> <em class="gesperrt">ellen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_172_172" id="Footnote_172_172"></a><a href="#FNanchor_172_172"><span class="label">[172]</span></a> <em class="gesperrt">dubbel snel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_173_173" id="Footnote_173_173"></a><a href="#FNanchor_173_173"><span class="label">[173]</span></a> <em class="gesperrt">ydele beelden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_174_174" id="Footnote_174_174"></a><a href="#FNanchor_174_174"><span class="label">[174]</span></a> voor <em class="gesperrt">verzwonden</em> of <em class="gesperrt">verdwenen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_175_175" id="Footnote_175_175"></a><a href="#FNanchor_175_175"><span class="label">[175]</span></a> Lat. tweede naamval van <em class="gesperrt">Isis</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_176_176" id="Footnote_176_176"></a><a href="#FNanchor_176_176"><span class="label">[176]</span></a> Thans <em class="gesperrt">vochtig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_177_177" id="Footnote_177_177"></a><a href="#FNanchor_177_177"><span class="label">[177]</span></a> Thans <em class="gesperrt">een of ander</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_178_178" id="Footnote_178_178"></a><a href="#FNanchor_178_178"><span class="label">[178]</span></a> <em class="gesperrt">In 't geheel niets</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_179_179" id="Footnote_179_179"></a><a href="#FNanchor_179_179"><span class="label">[179]</span></a> voor <em class="gesperrt">dier</em>, thans <em class="gesperrt">wier</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_180_180" id="Footnote_180_180"></a><a href="#FNanchor_180_180"><span class="label">[180]</span></a> voor <em class="gesperrt">acht ik</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_181_181" id="Footnote_181_181"></a><a href="#FNanchor_181_181"><span class="label">[181]</span></a> Thans <em class="gesperrt">worden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_182_182" id="Footnote_182_182"></a><a href="#FNanchor_182_182"><span class="label">[182]</span></a> <em class="gesperrt">onachtzaam</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_183_183" id="Footnote_183_183"></a><a href="#FNanchor_183_183"><span class="label">[183]</span></a> <em class="gesperrt">hoe langer</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_184_184" id="Footnote_184_184"></a><a href="#FNanchor_184_184"><span class="label">[184]</span></a> versta: <em class="gesperrt">ons te ontslaan van</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_185_185" id="Footnote_185_185"></a><a href="#FNanchor_185_185"><span class="label">[185]</span></a> voor <em class="gesperrt">te dreigen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_186_186" id="Footnote_186_186"></a><a href="#FNanchor_186_186"><span class="label">[186]</span></a> Door 't twee regels later volgend <em class="gesperrt">weder</em>- overtollig.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_187_187" id="Footnote_187_187"></a><a href="#FNanchor_187_187"><span class="label">[187]</span></a> <em class="gesperrt">wederbrengen</em>, <em class="gesperrt">doen herboren worden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_188_188" id="Footnote_188_188"></a><a href="#FNanchor_188_188"><span class="label">[188]</span></a> <em class="gesperrt">herbracht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_189_189" id="Footnote_189_189"></a><a href="#FNanchor_189_189"><span class="label">[189]</span></a> <em class="gesperrt">ontzaggelijker</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_190_190" id="Footnote_190_190"></a><a href="#FNanchor_190_190"><span class="label">[190]</span></a> <em class="gesperrt">gewelf</em> ('t Fransche <em class="gesperrt">vo&ucirc;te</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_191_191" id="Footnote_191_191"></a><a href="#FNanchor_191_191"><span class="label">[191]</span></a> d.i. van E.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_192_192" id="Footnote_192_192"></a><a href="#FNanchor_192_192"><span class="label">[192]</span></a> <em class="gesperrt">Geef nu verlof tot</em>, <em class="gesperrt">veroorloof</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_193_193" id="Footnote_193_193"></a><a href="#FNanchor_193_193"><span class="label">[193]</span></a> Deze <em class="gesperrt">Jup.</em> maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en
+geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en
+Godenlegenden in Vondels eeuw.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_194_194" id="Footnote_194_194"></a><a href="#FNanchor_194_194"><span class="label">[194]</span></a> Van Saturnus (als <em class="gesperrt">Tijdgod</em> genomen).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_195_195" id="Footnote_195_195"></a><a href="#FNanchor_195_195"><span class="label">[195]</span></a> Anders <em class="gesperrt">dwingeland</em>, en een bewijs dat men verkeerd doet,
+dit saamgestelde woord van een vermeend <em class="gesperrt">dwingelen</em> af te leiden.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_196_196" id="Footnote_196_196"></a><a href="#FNanchor_196_196"><span class="label">[196]</span></a> <em class="gesperrt">overladen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_197_197" id="Footnote_197_197"></a><a href="#FNanchor_197_197"><span class="label">[197]</span></a> voor <em class="gesperrt">klimmen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_198_198" id="Footnote_198_198"></a><a href="#FNanchor_198_198"><span class="label">[198]</span></a> Anders <em class="gesperrt">soep</em>, <em class="gesperrt">spijs</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_199_199" id="Footnote_199_199"></a><a href="#FNanchor_199_199"><span class="label">[199]</span></a> <em class="gesperrt">wegneemt</em>, <em class="gesperrt">belet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_200_200" id="Footnote_200_200"></a><a href="#FNanchor_200_200"><span class="label">[200]</span></a> <em class="gesperrt">tot dwaling brengen</em>.
+(verg. het Hoogd. <em class="gesperrt">verr&uuml;ckt</em>.)</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_201_201" id="Footnote_201_201"></a><a href="#FNanchor_201_201"><span class="label">[201]</span></a> <em class="gesperrt">een ve&ecirc;rtjen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_202_202" id="Footnote_202_202"></a><a href="#FNanchor_202_202"><span class="label">[202]</span></a> <em class="gesperrt">gelooft gij</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_203_203" id="Footnote_203_203"></a><a href="#FNanchor_203_203"><span class="label">[203]</span></a> <em class="gesperrt">wakker</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_204_204" id="Footnote_204_204"></a><a href="#FNanchor_204_204"><span class="label">[204]</span></a> <em class="gesperrt">mars</em>, <em class="gesperrt">koopwaar</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_205_205" id="Footnote_205_205"></a><a href="#FNanchor_205_205"><span class="label">[205]</span></a> <em class="gesperrt">afgebeeld</em>, <em class="gesperrt">voorgedaan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_206_206" id="Footnote_206_206"></a><a href="#FNanchor_206_206"><span class="label">[206]</span></a> <em class="gesperrt">kleuren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_207_207" id="Footnote_207_207"></a><a href="#FNanchor_207_207"><span class="label">[207]</span></a> <em class="gesperrt">Schort op</em>, <em class="gesperrt">staakt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_208_208" id="Footnote_208_208"></a><a href="#FNanchor_208_208"><span class="label">[208]</span></a> <em class="gesperrt">is hij niet voorzichtig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_209_209" id="Footnote_209_209"></a><a href="#FNanchor_209_209"><span class="label">[209]</span></a> <em class="gesperrt">in beweging</em>, <em class="gesperrt">beroerte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_210_210" id="Footnote_210_210"></a><a href="#FNanchor_210_210"><span class="label">[210]</span></a> voor <em class="gesperrt">keten</em> of <em class="gesperrt">ketting</em> ('t Lat. <em class="gesperrt">catena</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_211_211" id="Footnote_211_211"></a><a href="#FNanchor_211_211"><span class="label">[211]</span></a> <em class="gesperrt">schuinsch</em> geslingerde.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_212_212" id="Footnote_212_212"></a><a href="#FNanchor_212_212"><span class="label">[212]</span></a> <em class="gesperrt">kunt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_213_213" id="Footnote_213_213"></a><a href="#FNanchor_213_213"><span class="label">[213]</span></a> <em class="gesperrt">het meest Helsche</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_214_214" id="Footnote_214_214"></a><a href="#FNanchor_214_214"><span class="label">[214]</span></a> minder gelukkig
+voor <em class="gesperrt">onder hun vlerken</em>, <em class="gesperrt">hun schaduw bedekken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_215_215" id="Footnote_215_215"></a><a href="#FNanchor_215_215"><span class="label">[215]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">de opgesperde kaken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_216_216" id="Footnote_216_216"></a><a href="#FNanchor_216_216"><span class="label">[216]</span></a> Thans <em class="gesperrt">naar de ziel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_217_217" id="Footnote_217_217"></a><a href="#FNanchor_217_217"><span class="label">[217]</span></a> <em class="gesperrt">streelende</em>, <em class="gesperrt">vleyende</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_218_218" id="Footnote_218_218"></a><a href="#FNanchor_218_218"><span class="label">[218]</span></a> <em class="gesperrt">uitpraten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_219_219" id="Footnote_219_219"></a><a href="#FNanchor_219_219"><span class="label">[219]</span></a> Verg. boven de aant. op <em class="gesperrt">Jupiter</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_220_220" id="Footnote_220_220"></a><a href="#FNanchor_220_220"><span class="label">[220]</span></a> <em class="gesperrt">zorgt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_221_221" id="Footnote_221_221"></a><a href="#FNanchor_221_221"><span class="label">[221]</span></a> (voet-)<em class="gesperrt">zolen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_222_222" id="Footnote_222_222"></a><a href="#FNanchor_222_222"><span class="label">[222]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">meer</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_223_223" id="Footnote_223_223"></a><a href="#FNanchor_223_223"><span class="label">[223]</span></a> Hier in slechten zin, voor <em class="gesperrt">hoogmoedig</em>, <em class="gesperrt">overmoedig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_224_224" id="Footnote_224_224"></a><a href="#FNanchor_224_224"><span class="label">[224]</span></a> <em class="gesperrt">bundel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_225_225" id="Footnote_225_225"></a><a href="#FNanchor_225_225"><span class="label">[225]</span></a> voor <em class="gesperrt">hoofdhaar</em>; eerst later werd het uitsluitend gebezigd
+voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts
+Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_226_226" id="Footnote_226_226"></a><a href="#FNanchor_226_226"><span class="label">[226]</span></a> Midden-Egypte.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_227_227" id="Footnote_227_227"></a><a href="#FNanchor_227_227"><span class="label">[227]</span></a> Gedoornde d. i. <em class="gesperrt">stekelige</em> puisten.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_228_228" id="Footnote_228_228"></a><a href="#FNanchor_228_228"><span class="label">[228]</span></a> Voor <em class="gesperrt">een vloed van regendroppels</em>,</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_229_229" id="Footnote_229_229"></a><a href="#FNanchor_229_229"><span class="label">[229]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">eizig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_230_230" id="Footnote_230_230"></a><a href="#FNanchor_230_230"><span class="label">[230]</span></a> <em class="gesperrt">onbedekt, dor.</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_231_231" id="Footnote_231_231"></a><a href="#FNanchor_231_231"><span class="label">[231]</span></a> Anders <em class="gesperrt">altega&acirc;r</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_232_232" id="Footnote_232_232"></a><a href="#FNanchor_232_232"><span class="label">[232]</span></a> voor <em class="gesperrt">de zon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_233_233" id="Footnote_233_233"></a><a href="#FNanchor_233_233"><span class="label">[233]</span></a> <em class="gesperrt">houdt weg</em>, <em class="gesperrt">verschuilt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_234_234" id="Footnote_234_234"></a><a href="#FNanchor_234_234"><span class="label">[234]</span></a> <em class="gesperrt">schittert</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_235_235" id="Footnote_235_235"></a><a href="#FNanchor_235_235"><span class="label">[235]</span></a> Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van <em class="gesperrt">verspringen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_236_236" id="Footnote_236_236"></a><a href="#FNanchor_236_236"><span class="label">[236]</span></a> <em class="gesperrt">vonkt</em> (zie vroeger).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_237_237" id="Footnote_237_237"></a><a href="#FNanchor_237_237"><span class="label">[237]</span></a> <em class="gesperrt">rijksappel</em>, als teeken der oppermacht.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_238_238" id="Footnote_238_238"></a><a href="#FNanchor_238_238"><span class="label">[238]</span></a> <em class="gesperrt">krijgshaftig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_239_239" id="Footnote_239_239"></a><a href="#FNanchor_239_239"><span class="label">[239]</span></a> <em class="gesperrt">Neder-Egypte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_240_240" id="Footnote_240_240"></a><a href="#FNanchor_240_240"><span class="label">[240]</span></a> voor <em class="gesperrt">grafteekenen</em> in 't algemeen, hier de Pyramieden.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_241_241" id="Footnote_241_241"></a><a href="#FNanchor_241_241"><span class="label">[241]</span></a> <em class="gesperrt">het uitspansel te naderen.</em></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_242_242" id="Footnote_242_242"></a><a href="#FNanchor_242_242"><span class="label">[242]</span></a> voor <em class="gesperrt">uitgespreid</em>, <em class="gesperrt">uitgebreid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_243_243" id="Footnote_243_243"></a><a href="#FNanchor_243_243"><span class="label">[243]</span></a> Het Westen, in tegenoverstelling van den <em class="gesperrt">Levant</em> (of <em class="gesperrt">Opgang</em>) voor 't Oosten.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_244_244" id="Footnote_244_244"></a><a href="#FNanchor_244_244"><span class="label">[244]</span></a> <em class="gesperrt">Zuiden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_245_245" id="Footnote_245_245"></a><a href="#FNanchor_245_245"><span class="label">[245]</span></a> voor <em class="gesperrt">wimpel</em>, <em class="gesperrt">vaan</em>, <em class="gesperrt">banier</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_246_246" id="Footnote_246_246"></a><a href="#FNanchor_246_246"><span class="label">[246]</span></a> binnen den kring der stervelingen.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_247_247" id="Footnote_247_247"></a><a href="#FNanchor_247_247"><span class="label">[247]</span></a> <em class="gesperrt">voedt</em>, <em class="gesperrt">onderhoudt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_248_248" id="Footnote_248_248"></a><a href="#FNanchor_248_248"><span class="label">[248]</span></a> Minder juist voor <em class="gesperrt">afschiet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_249_249" id="Footnote_249_249"></a><a href="#FNanchor_249_249"><span class="label">[249]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">noch</em> (gelijk <em class="gesperrt">ofte</em> tot <em class="gesperrt">of</em>) afgekort.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_250_250" id="Footnote_250_250"></a><a href="#FNanchor_250_250"><span class="label">[250]</span></a> Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_251_251" id="Footnote_251_251"></a><a href="#FNanchor_251_251"><span class="label">[251]</span></a> <em class="gesperrt">den heer te spelen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_252_252" id="Footnote_252_252"></a><a href="#FNanchor_252_252"><span class="label">[252]</span></a> <em class="gesperrt">op zijn minst</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_253_253" id="Footnote_253_253"></a><a href="#FNanchor_253_253"><span class="label">[253]</span></a> Hebreeuwsche naam voor Egypte.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_254_254" id="Footnote_254_254"></a><a href="#FNanchor_254_254"><span class="label">[254]</span></a> Hier in goeden zin: <em class="gesperrt">grootsch</em>, <em class="gesperrt">edelaardig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_255_255" id="Footnote_255_255"></a><a href="#FNanchor_255_255"><span class="label">[255]</span></a> <em class="gesperrt">niet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_256_256" id="Footnote_256_256"></a><a href="#FNanchor_256_256"><span class="label">[256]</span></a> Thans <em class="gesperrt">te vermaken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_257_257" id="Footnote_257_257"></a><a href="#FNanchor_257_257"><span class="label">[257]</span></a> met <em class="gesperrt">duren</em> eede.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_258_258" id="Footnote_258_258"></a><a href="#FNanchor_258_258"><span class="label">[258]</span></a> voor <em class="gesperrt">vlijt</em>, dat toen nog zoo uitgesproken werd.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_259_259" id="Footnote_259_259"></a><a href="#FNanchor_259_259"><span class="label">[259]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">daarheen</em>, <em class="gesperrt">van waar</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_260_260" id="Footnote_260_260"></a><a href="#FNanchor_260_260"><span class="label">[260]</span></a> Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor <em class="gesperrt">reus</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_261_261" id="Footnote_261_261"></a><a href="#FNanchor_261_261"><span class="label">[261]</span></a> <em class="gesperrt">vochtige</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_262_262" id="Footnote_262_262"></a><a href="#FNanchor_262_262"><span class="label">[262]</span></a> voor u.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_263_263" id="Footnote_263_263"></a><a href="#FNanchor_263_263"><span class="label">[263]</span></a> <em class="gesperrt">bedelbrokken</em> of liever <em class="gesperrt">benden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_264_264" id="Footnote_264_264"></a><a href="#FNanchor_264_264"><span class="label">[264]</span></a> <em class="gesperrt">keuken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_265_265" id="Footnote_265_265"></a><a href="#FNanchor_265_265"><span class="label">[265]</span></a> <em class="gesperrt">kraanvogels</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_266_266" id="Footnote_266_266"></a><a href="#FNanchor_266_266"><span class="label">[266]</span></a> <em class="gesperrt">Te gast te gaan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_267_267" id="Footnote_267_267"></a><a href="#FNanchor_267_267"><span class="label">[267]</span></a> Thans <em class="gesperrt">den eik</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_268_268" id="Footnote_268_268"></a><a href="#FNanchor_268_268"><span class="label">[268]</span></a> Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare <em class="gesperrt">van</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_269_269" id="Footnote_269_269"></a><a href="#FNanchor_269_269"><span class="label">[269]</span></a> <em class="gesperrt">Trotsch</em>, <em class="gesperrt">ontoeganklijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_270_270" id="Footnote_270_270"></a><a href="#FNanchor_270_270"><span class="label">[270]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_271_271" id="Footnote_271_271"></a><a href="#FNanchor_271_271"><span class="label">[271]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">omvlochten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_272_272" id="Footnote_272_272"></a><a href="#FNanchor_272_272"><span class="label">[272]</span></a> <em class="gesperrt">naauwlijks</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_273_273" id="Footnote_273_273"></a><a href="#FNanchor_273_273"><span class="label">[273]</span></a> <em class="gesperrt">afgemeten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_274_274" id="Footnote_274_274"></a><a href="#FNanchor_274_274"><span class="label">[274]</span></a> <em class="gesperrt">gewelven</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_275_275" id="Footnote_275_275"></a><a href="#FNanchor_275_275"><span class="label">[275]</span></a> <em class="gesperrt">middelpunt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_276_276" id="Footnote_276_276"></a><a href="#FNanchor_276_276"><span class="label">[276]</span></a> voor <em class="gesperrt">strafzwaard</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_277_277" id="Footnote_277_277"></a><a href="#FNanchor_277_277"><span class="label">[277]</span></a> Thans <em class="gesperrt">uwsweegs</em>, sedert <em class="gesperrt">straat</em> in den meer bepaalden zin
+van <em class="gesperrt">bestraten weg</em> (<em class="gesperrt">via strata</em>) gebezigd wordt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_278_278" id="Footnote_278_278"></a><a href="#FNanchor_278_278"><span class="label">[278]</span></a> <em class="gesperrt">allerlaagsten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_279_279" id="Footnote_279_279"></a><a href="#FNanchor_279_279"><span class="label">[279]</span></a> Fransche <em class="gesperrt">offrande</em>, en dus verkeerdelijk
+meestal <em class="gesperrt">offerhand</em> geschreven.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_280_280" id="Footnote_280_280"></a><a href="#FNanchor_280_280"><span class="label">[280]</span></a> Thans <em class="gesperrt">veroorlooft</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_281_281" id="Footnote_281_281"></a><a href="#FNanchor_281_281"><span class="label">[281]</span></a> <em class="gesperrt">verzacht het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_282_282" id="Footnote_282_282"></a><a href="#FNanchor_282_282"><span class="label">[282]</span></a> <em class="gesperrt">ontbloote</em>, <em class="gesperrt">zichtbare</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_283_283" id="Footnote_283_283"></a><a href="#FNanchor_283_283"><span class="label">[283]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wordt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_284_284" id="Footnote_284_284"></a><a href="#FNanchor_284_284"><span class="label">[284]</span></a> <em class="gesperrt">wegneemt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_285_285" id="Footnote_285_285"></a><a href="#FNanchor_285_285"><span class="label">[285]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">en</em> verkort.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_286_286" id="Footnote_286_286"></a><a href="#FNanchor_286_286"><span class="label">[286]</span></a> <em class="gesperrt">wijselijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_287_287" id="Footnote_287_287"></a><a href="#FNanchor_287_287"><span class="label">[287]</span></a> Germ. voor <em class="gesperrt">verwen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_288_288" id="Footnote_288_288"></a><a href="#FNanchor_288_288"><span class="label">[288]</span></a> <em class="gesperrt">vrijwaren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_289_289" id="Footnote_289_289"></a><a href="#FNanchor_289_289"><span class="label">[289]</span></a> Voor <em class="gesperrt">doorklieft</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_290_290" id="Footnote_290_290"></a><a href="#FNanchor_290_290"><span class="label">[290]</span></a> <em class="gesperrt">onderwijl</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_291_291" id="Footnote_291_291"></a><a href="#FNanchor_291_291"><span class="label">[291]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_292_292" id="Footnote_292_292"></a><a href="#FNanchor_292_292"><span class="label">[292]</span></a> <em class="gesperrt">aan 't spit braden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_293_293" id="Footnote_293_293"></a><a href="#FNanchor_293_293"><span class="label">[293]</span></a> <em class="gesperrt">zuur</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_294_294" id="Footnote_294_294"></a><a href="#FNanchor_294_294"><span class="label">[294]</span></a> <em class="gesperrt">gereed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_295_295" id="Footnote_295_295"></a><a href="#FNanchor_295_295"><span class="label">[295]</span></a> Thans <em class="gesperrt">maan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_296_296" id="Footnote_296_296"></a><a href="#FNanchor_296_296"><span class="label">[296]</span></a> <em class="gesperrt">verbijsterd</em> (verg. 't Hoogd. <em class="gesperrt">verr&uuml;ckt</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_297_297" id="Footnote_297_297"></a><a href="#FNanchor_297_297"><span class="label">[297]</span></a> Voor <em class="gesperrt">terwijl</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_298_298" id="Footnote_298_298"></a><a href="#FNanchor_298_298"><span class="label">[298]</span></a> <em class="gesperrt">luchtige</em>, <em class="gesperrt">vlugge</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_299_299" id="Footnote_299_299"></a><a href="#FNanchor_299_299"><span class="label">[299]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">met getakte hoornen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_300_300" id="Footnote_300_300"></a><a href="#FNanchor_300_300"><span class="label">[300]</span></a> Verwarring van konijnen en hazen.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_301_301" id="Footnote_301_301"></a><a href="#FNanchor_301_301"><span class="label">[301]</span></a> de golven van Thetys, d. i. de zee.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_302_302" id="Footnote_302_302"></a><a href="#FNanchor_302_302"><span class="label">[302]</span></a> <em class="gesperrt">klaarlijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_303_303" id="Footnote_303_303"></a><a href="#FNanchor_303_303"><span class="label">[303]</span></a> den reidans opent.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_304_304" id="Footnote_304_304"></a><a href="#FNanchor_304_304"><span class="label">[304]</span></a> Thans <em class="gesperrt">spreidt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_305_305" id="Footnote_305_305"></a><a href="#FNanchor_305_305"><span class="label">[305]</span></a> Anders <em class="gesperrt">flambouw</em>
+('t Fransch <em class="gesperrt">flambeau</em>), gelijk <em class="gesperrt">bureel</em> van <em class="gesperrt">bureau</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_306_306" id="Footnote_306_306"></a><a href="#FNanchor_306_306"><span class="label">[306]</span></a> Neder-Egypte.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_307_307" id="Footnote_307_307"></a><a href="#FNanchor_307_307"><span class="label">[307]</span></a> <em class="gesperrt">overschaduwen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_308_308" id="Footnote_308_308"></a><a href="#FNanchor_308_308"><span class="label">[308]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_309_309" id="Footnote_309_309"></a><a href="#FNanchor_309_309"><span class="label">[309]</span></a> Thans tot <em class="gesperrt">morgenzon</em> geslonken.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_310_310" id="Footnote_310_310"></a><a href="#FNanchor_310_310"><span class="label">[310]</span></a> <em class="gesperrt">helderheid te gunnen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_311_311" id="Footnote_311_311"></a><a href="#FNanchor_311_311"><span class="label">[311]</span></a> <em class="gesperrt">bespreid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_312_312" id="Footnote_312_312"></a><a href="#FNanchor_312_312"><span class="label">[312]</span></a> De Grieksche Wraakgodinnen.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_313_313" id="Footnote_313_313"></a><a href="#FNanchor_313_313"><span class="label">[313]</span></a> De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_314_314" id="Footnote_314_314"></a><a href="#FNanchor_314_314"><span class="label">[314]</span></a> Voor <em class="gesperrt">sterren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_315_315" id="Footnote_315_315"></a><a href="#FNanchor_315_315"><span class="label">[315]</span></a> <em class="gesperrt">gedraaid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_316_316" id="Footnote_316_316"></a><a href="#FNanchor_316_316"><span class="label">[316]</span></a> <em class="gesperrt">gouden lokken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_317_317" id="Footnote_317_317"></a><a href="#FNanchor_317_317"><span class="label">[317]</span></a> Thans <em class="gesperrt">onttrokt aan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_318_318" id="Footnote_318_318"></a><a href="#FNanchor_318_318"><span class="label">[318]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gestarnte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_319_319" id="Footnote_319_319"></a><a href="#FNanchor_319_319"><span class="label">[319]</span></a> <em class="gesperrt">verraderlijk</em> (als een "dief" in den nacht ons besluipende).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_320_320" id="Footnote_320_320"></a><a href="#FNanchor_320_320"><span class="label">[320]</span></a> De bekende rivieren der oude wereld.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_321_321" id="Footnote_321_321"></a><a href="#FNanchor_321_321"><span class="label">[321]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">schadelijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_322_322" id="Footnote_322_322"></a><a href="#FNanchor_322_322"><span class="label">[322]</span></a> <em class="gesperrt">oorlogsmaagd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_323_323" id="Footnote_323_323"></a><a href="#FNanchor_323_323"><span class="label">[323]</span></a> Thans <em class="gesperrt">wapenen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_324_324" id="Footnote_324_324"></a><a href="#FNanchor_324_324"><span class="label">[324]</span></a> <em class="gesperrt">streng</em>, <em class="gesperrt">wreed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_325_325" id="Footnote_325_325"></a><a href="#FNanchor_325_325"><span class="label">[325]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zoo</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_326_326" id="Footnote_326_326"></a><a href="#FNanchor_326_326"><span class="label">[326]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">het loof</em> of <em class="gesperrt">lover</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_327_327" id="Footnote_327_327"></a><a href="#FNanchor_327_327"><span class="label">[327]</span></a> Thans voor het Fr. <em class="gesperrt">fluit</em> verouderd (verg. echter nog ons
+<em class="gesperrt">pijper</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_328_328" id="Footnote_328_328"></a><a href="#FNanchor_328_328"><span class="label">[328]</span></a> <em class="gesperrt">ommekring</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_329_329" id="Footnote_329_329"></a><a href="#FNanchor_329_329"><span class="label">[329]</span></a> Voor de <em class="gesperrt">beesten van 't veld</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_330_330" id="Footnote_330_330"></a><a href="#FNanchor_330_330"><span class="label">[330]</span></a> <em class="gesperrt">dicht bewassen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_331_331" id="Footnote_331_331"></a><a href="#FNanchor_331_331"><span class="label">[331]</span></a> Anders <em class="gesperrt">verloor</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_332_332" id="Footnote_332_332"></a><a href="#FNanchor_332_332"><span class="label">[332]</span></a> Voor <em class="gesperrt">ouderdom</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_333_333" id="Footnote_333_333"></a><a href="#FNanchor_333_333"><span class="label">[333]</span></a> Naar zijn eigenlijke beteekenis van <em class="gesperrt">vorm</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_334_334" id="Footnote_334_334"></a><a href="#FNanchor_334_334"><span class="label">[334]</span></a> <em class="gesperrt">gilde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_335_335" id="Footnote_335_335"></a><a href="#FNanchor_335_335"><span class="label">[335]</span></a> <em class="gesperrt">bovenal</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_336_336" id="Footnote_336_336"></a><a href="#FNanchor_336_336"><span class="label">[336]</span></a> <em class="gesperrt">overtrokken</em>, <em class="gesperrt">overschaduwd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_337_337" id="Footnote_337_337"></a><a href="#FNanchor_337_337"><span class="label">[337]</span></a> Gallicisme voor <em class="gesperrt">graf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_338_338" id="Footnote_338_338"></a><a href="#FNanchor_338_338"><span class="label">[338]</span></a> <em class="gesperrt">erfgenaam</em>, 't Fr. <em class="gesperrt">hoir</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_339_339" id="Footnote_339_339"></a><a href="#FNanchor_339_339"><span class="label">[339]</span></a> Van <em class="gesperrt">ijs</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_340_340" id="Footnote_340_340"></a><a href="#FNanchor_340_340"><span class="label">[340]</span></a> <em class="gesperrt">gestalte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_341_341" id="Footnote_341_341"></a><a href="#FNanchor_341_341"><span class="label">[341]</span></a> Thans <em class="gesperrt">eener zon</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_342_342" id="Footnote_342_342"></a><a href="#FNanchor_342_342"><span class="label">[342]</span></a> <em class="gesperrt">bliksemflits</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_343_343" id="Footnote_343_343"></a><a href="#FNanchor_343_343"><span class="label">[343]</span></a> Thans <em class="gesperrt">te</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_344_344" id="Footnote_344_344"></a><a href="#FNanchor_344_344"><span class="label">[344]</span></a> Thans in verlengden vorm <em class="gesperrt">vertoont</em> (d.i. <em class="gesperrt">vertoogent</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_345_345" id="Footnote_345_345"></a><a href="#FNanchor_345_345"><span class="label">[345]</span></a> <em class="gesperrt">toorts</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_346_346" id="Footnote_346_346"></a><a href="#FNanchor_346_346"><span class="label">[346]</span></a> <em class="gesperrt">vonkt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_347_347" id="Footnote_347_347"></a><a href="#FNanchor_347_347"><span class="label">[347]</span></a> Voor <em class="gesperrt">zoo en</em> (d.i. <em class="gesperrt">niet</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_348_348" id="Footnote_348_348"></a><a href="#FNanchor_348_348"><span class="label">[348]</span></a> <em class="gesperrt">doorboorden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_349_349" id="Footnote_349_349"></a><a href="#FNanchor_349_349"><span class="label">[349]</span></a> Rijmshalven maar verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">gedocht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_350_350" id="Footnote_350_350"></a><a href="#FNanchor_350_350"><span class="label">[350]</span></a> <em class="gesperrt">vergetelheid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_351_351" id="Footnote_351_351"></a><a href="#FNanchor_351_351"><span class="label">[351]</span></a> Voor <em class="gesperrt">vlijmen</em>, of liever <em class="gesperrt">vlijmend zwaard</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_352_352" id="Footnote_352_352"></a><a href="#FNanchor_352_352"><span class="label">[352]</span></a> <em class="gesperrt">laat vrij</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_353_353" id="Footnote_353_353"></a><a href="#FNanchor_353_353"><span class="label">[353]</span></a> <em class="gesperrt">Laat ze vlugten, trekken, reizen enz</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_354_354" id="Footnote_354_354"></a><a href="#FNanchor_354_354"><span class="label">[354]</span></a> Voor <em class="gesperrt">be-ijzeld</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_355_355" id="Footnote_355_355"></a><a href="#FNanchor_355_355"><span class="label">[355]</span></a> Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht
+tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang <em class="gesperrt">ig</em>
+in 't algemeen te velde getrokken.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_356_356" id="Footnote_356_356"></a><a href="#FNanchor_356_356"><span class="label">[356]</span></a> Gelijk meer als <em class="gesperrt">zal</em> (verg. ook 't Eng. <em class="gesperrt">to will</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_357_357" id="Footnote_357_357"></a><a href="#FNanchor_357_357"><span class="label">[357]</span></a> <em class="gesperrt">weldra</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_358_358" id="Footnote_358_358"></a><a href="#FNanchor_358_358"><span class="label">[358]</span></a> <em class="gesperrt">in persoon</em> (verg. echter aant. [355]).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_359_359" id="Footnote_359_359"></a><a href="#FNanchor_359_359"><span class="label">[359]</span></a> Verkeerdelijk voor <em class="gesperrt">van den Oceaan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_360_360" id="Footnote_360_360"></a><a href="#FNanchor_360_360"><span class="label">[360]</span></a> Thans <em class="gesperrt">maakt u</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_361_361" id="Footnote_361_361"></a><a href="#FNanchor_361_361"><span class="label">[361]</span></a> <em class="gesperrt">weggevaagd</em> (zie vroeger).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_362_362" id="Footnote_362_362"></a><a href="#FNanchor_362_362"><span class="label">[362]</span></a> Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor
+<em class="gesperrt">menschelijke treden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_363_363" id="Footnote_363_363"></a><a href="#FNanchor_363_363"><span class="label">[363]</span></a> <em class="gesperrt">draai</em>, <em class="gesperrt">ommezwaai</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_364_364" id="Footnote_364_364"></a><a href="#FNanchor_364_364"><span class="label">[364]</span></a> <em class="gesperrt">vergolden</em>, <em class="gesperrt">betaald</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_365_365" id="Footnote_365_365"></a><a href="#FNanchor_365_365"><span class="label">[365]</span></a> Voor <em class="gesperrt">dubbel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_366_366" id="Footnote_366_366"></a><a href="#FNanchor_366_366"><span class="label">[366]</span></a> Thans <em class="gesperrt">worden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_367_367" id="Footnote_367_367"></a><a href="#FNanchor_367_367"><span class="label">[367]</span></a> <em class="gesperrt">arm</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_368_368" id="Footnote_368_368"></a><a href="#FNanchor_368_368"><span class="label">[368]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>, <em class="gesperrt">tot</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_369_369" id="Footnote_369_369"></a><a href="#FNanchor_369_369"><span class="label">[369]</span></a> D.i. den <em class="gesperrt">moed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_370_370" id="Footnote_370_370"></a><a href="#FNanchor_370_370"><span class="label">[370]</span></a> D.i. <em class="gesperrt">de legerknechten</em> (als die de wapens hunner vijanden
+vermeesteren).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_371_371" id="Footnote_371_371"></a><a href="#FNanchor_371_371"><span class="label">[371]</span></a> <em class="gesperrt">weifelen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_372_372" id="Footnote_372_372"></a><a href="#FNanchor_372_372"><span class="label">[372]</span></a> <em class="gesperrt">oorloogt</em>, <em class="gesperrt">strijdt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_373_373" id="Footnote_373_373"></a><a href="#FNanchor_373_373"><span class="label">[373]</span></a> Thans <em class="gesperrt">werpt</em> (even als, omgekeerd, thans <em class="gesperrt">wordt</em> voor 't
+vroegere <em class="gesperrt">werd</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_374_374" id="Footnote_374_374"></a><a href="#FNanchor_374_374"><span class="label">[374]</span></a> <em class="gesperrt">In korten tijd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_375_375" id="Footnote_375_375"></a><a href="#FNanchor_375_375"><span class="label">[375]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gezwind</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_376_376" id="Footnote_376_376"></a><a href="#FNanchor_376_376"><span class="label">[376]</span></a> <em class="gesperrt">laat</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_377_377" id="Footnote_377_377"></a><a href="#FNanchor_377_377"><span class="label">[377]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">beroemen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_378_378" id="Footnote_378_378"></a><a href="#FNanchor_378_378"><span class="label">[378]</span></a> <em class="gesperrt">kregel</em>, <em class="gesperrt">wrevelig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_379_379" id="Footnote_379_379"></a><a href="#FNanchor_379_379"><span class="label">[379]</span></a> <em class="gesperrt">bejammerd</em> (nam. door de Egyptenaren).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_380_380" id="Footnote_380_380"></a><a href="#FNanchor_380_380"><span class="label">[380]</span></a> Hoogd. voor <em class="gesperrt">spoedig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_381_381" id="Footnote_381_381"></a><a href="#FNanchor_381_381"><span class="label">[381]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_382_382" id="Footnote_382_382"></a><a href="#FNanchor_382_382"><span class="label">[382]</span></a> Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem
+zijn hartstocht <em class="gesperrt">verleidde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_383_383" id="Footnote_383_383"></a><a href="#FNanchor_383_383"><span class="label">[383]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zelf</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_384_384" id="Footnote_384_384"></a><a href="#FNanchor_384_384"><span class="label">[384]</span></a> <em class="gesperrt">'thelpt niet</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_385_385" id="Footnote_385_385"></a><a href="#FNanchor_385_385"><span class="label">[385]</span></a> voor <em class="gesperrt">onbedacht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_386_386" id="Footnote_386_386"></a><a href="#FNanchor_386_386"><span class="label">[386]</span></a> Hier voor <em class="gesperrt">schaar</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_387_387" id="Footnote_387_387"></a><a href="#FNanchor_387_387"><span class="label">[387]</span></a> <em class="gesperrt">werpe</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_388_388" id="Footnote_388_388"></a><a href="#FNanchor_388_388"><span class="label">[388]</span></a> <em class="gesperrt">golvend</em>, <em class="gesperrt">drijvend</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_389_389" id="Footnote_389_389"></a><a href="#FNanchor_389_389"><span class="label">[389]</span></a> <em class="gesperrt">stugge</em>, <em class="gesperrt">harde</em> (gelijk
+nog in Overijsel <em class="gesperrt">stoer</em>; verg. ook ons <em class="gesperrt">stuursch</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_390_390" id="Footnote_390_390"></a><a href="#FNanchor_390_390"><span class="label">[390]</span></a> <em class="gesperrt">wankel-</em>, <em class="gesperrt">kleinmoedig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_391_391" id="Footnote_391_391"></a><a href="#FNanchor_391_391"><span class="label">[391]</span></a> Thans <em class="gesperrt">hoop</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_392_392" id="Footnote_392_392"></a><a href="#FNanchor_392_392"><span class="label">[392]</span></a> In 't <em class="gesperrt">midden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_393_393" id="Footnote_393_393"></a><a href="#FNanchor_393_393"><span class="label">[393]</span></a> <em class="gesperrt">lager</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_394_394" id="Footnote_394_394"></a><a href="#FNanchor_394_394"><span class="label">[394]</span></a> <em class="gesperrt">tegen den aard</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_395_395" id="Footnote_395_395"></a><a href="#FNanchor_395_395"><span class="label">[395]</span></a> <em class="gesperrt">Dwars overtrekken</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_396_396" id="Footnote_396_396"></a><a href="#FNanchor_396_396"><span class="label">[396]</span></a> <em class="gesperrt">op den duur</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_397_397" id="Footnote_397_397"></a><a href="#FNanchor_397_397"><span class="label">[397]</span></a> Minder juist voor <em class="gesperrt">diepgaande</em>, tot op 't grondelooze toe.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_398_398" id="Footnote_398_398"></a><a href="#FNanchor_398_398"><span class="label">[398]</span></a> D. i. <em class="gesperrt">van de zee</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_399_399" id="Footnote_399_399"></a><a href="#FNanchor_399_399"><span class="label">[399]</span></a> <em class="gesperrt">boos</em>, <em class="gesperrt">verraderlijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_400_400" id="Footnote_400_400"></a><a href="#FNanchor_400_400"><span class="label">[400]</span></a> <em class="gesperrt">zakt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_401_401" id="Footnote_401_401"></a><a href="#FNanchor_401_401"><span class="label">[401]</span></a> Thans <em class="gesperrt">eindlijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_402_402" id="Footnote_402_402"></a><a href="#FNanchor_402_402"><span class="label">[402]</span></a> Thans veelal verkeerdelijk <em class="gesperrt">ijselijk</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_403_403" id="Footnote_403_403"></a><a href="#FNanchor_403_403"><span class="label">[403]</span></a> <em class="gesperrt">vloeyend tal</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_404_404" id="Footnote_404_404"></a><a href="#FNanchor_404_404"><span class="label">[404]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">klimmen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_405_405" id="Footnote_405_405"></a><a href="#FNanchor_405_405"><span class="label">[405]</span></a> Voor <em class="gesperrt">snellende</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_406_406" id="Footnote_406_406"></a><a href="#FNanchor_406_406"><span class="label">[406]</span></a> Thans <em class="gesperrt">dollen</em>, <em class="gesperrt">woedenden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_407_407" id="Footnote_407_407"></a><a href="#FNanchor_407_407"><span class="label">[407]</span></a> <em class="gesperrt">wien</em>, <em class="gesperrt">tegen wien</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_408_408" id="Footnote_408_408"></a><a href="#FNanchor_408_408"><span class="label">[408]</span></a> <em class="gesperrt">geeft om</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_409_409" id="Footnote_409_409"></a><a href="#FNanchor_409_409"><span class="label">[409]</span></a> <em class="gesperrt">dwarsch</em>, <em class="gesperrt">stuursch</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_410_410" id="Footnote_410_410"></a><a href="#FNanchor_410_410"><span class="label">[410]</span></a> <em class="gesperrt">vochtig gewoel</em> voor <em class="gesperrt">'t gewoel der golven</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_411_411" id="Footnote_411_411"></a><a href="#FNanchor_411_411"><span class="label">[411]</span></a> <em class="gesperrt">binnen zoo korten tijd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_412_412" id="Footnote_412_412"></a><a href="#FNanchor_412_412"><span class="label">[412]</span></a> Voor <em class="gesperrt">meest onvervalschte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_413_413" id="Footnote_413_413"></a><a href="#FNanchor_413_413"><span class="label">[413]</span></a> <em class="gesperrt">goedgunstig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_414_414" id="Footnote_414_414"></a><a href="#FNanchor_414_414"><span class="label">[414]</span></a> <em class="gesperrt">ruw</em>, <em class="gesperrt">woest</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_415_415" id="Footnote_415_415"></a><a href="#FNanchor_415_415"><span class="label">[415]</span></a> Voor <em class="gesperrt">krijgswapens</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_416_416" id="Footnote_416_416"></a><a href="#FNanchor_416_416"><span class="label">[416]</span></a> Thans <em class="gesperrt">me&ecirc;</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_417_417" id="Footnote_417_417"></a><a href="#FNanchor_417_417"><span class="label">[417]</span></a> trompet.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_418_418" id="Footnote_418_418"></a><a href="#FNanchor_418_418"><span class="label">[418]</span></a> <em class="gesperrt">voorstaat</em>, <em class="gesperrt">beschermt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_419_419" id="Footnote_419_419"></a><a href="#FNanchor_419_419"><span class="label">[419]</span></a> Voor <em class="gesperrt">met zijn schaduw overdekt</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_420_420" id="Footnote_420_420"></a><a href="#FNanchor_420_420"><span class="label">[420]</span></a> <em class="gesperrt">genieten</em> (verg. nog ons <em class="gesperrt">&oacute;rberen</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_421_421" id="Footnote_421_421"></a><a href="#FNanchor_421_421"><span class="label">[421]</span></a> Thans <em class="gesperrt">om te</em>; verg. vroeger.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_422_422" id="Footnote_422_422"></a><a href="#FNanchor_422_422"><span class="label">[422]</span></a> Voor <em class="gesperrt">breed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_423_423" id="Footnote_423_423"></a><a href="#FNanchor_423_423"><span class="label">[423]</span></a> Versta: <em class="gesperrt">treurend slaakte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_424_424" id="Footnote_424_424"></a><a href="#FNanchor_424_424"><span class="label">[424]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gesternte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_425_425" id="Footnote_425_425"></a><a href="#FNanchor_425_425"><span class="label">[425]</span></a> Voor <em class="gesperrt">teeken van dankbaarheid</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_426_426" id="Footnote_426_426"></a><a href="#FNanchor_426_426"><span class="label">[426]</span></a> Thans <em class="gesperrt">niets</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_427_427" id="Footnote_427_427"></a><a href="#FNanchor_427_427"><span class="label">[427]</span></a> Thans <em class="gesperrt">bron</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_428_428" id="Footnote_428_428"></a><a href="#FNanchor_428_428"><span class="label">[428]</span></a> Tweeden naamvalsuitgang, thans <em class="gesperrt">oprechte</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_429_429" id="Footnote_429_429"></a><a href="#FNanchor_429_429"><span class="label">[429]</span></a> <em class="gesperrt">heeft het</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_430_430" id="Footnote_430_430"></a><a href="#FNanchor_430_430"><span class="label">[430]</span></a> Voor <em class="gesperrt">gebouwd</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_431_431" id="Footnote_431_431"></a><a href="#FNanchor_431_431"><span class="label">[431]</span></a> <em class="gesperrt">geheime raad</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_432_432" id="Footnote_432_432"></a><a href="#FNanchor_432_432"><span class="label">[432]</span></a> Namelijk <em class="gesperrt">het offer</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_433_433" id="Footnote_433_433"></a><a href="#FNanchor_433_433"><span class="label">[433]</span></a> Minder gelukkig voor <em class="gesperrt">gedenken</em>, <em class="gesperrt">mij herinneren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_434_434" id="Footnote_434_434"></a><a href="#FNanchor_434_434"><span class="label">[434]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">verdiensten</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_435_435" id="Footnote_435_435"></a><a href="#FNanchor_435_435"><span class="label">[435]</span></a> Voor <em class="gesperrt">doet versagen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_436_436" id="Footnote_436_436"></a><a href="#FNanchor_436_436"><span class="label">[436]</span></a> <em class="gesperrt">trotschen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_437_437" id="Footnote_437_437"></a><a href="#FNanchor_437_437"><span class="label">[437]</span></a> <em class="gesperrt">Behooren</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_438_438" id="Footnote_438_438"></a><a href="#FNanchor_438_438"><span class="label">[438]</span></a> <em class="gesperrt">straalt</em>; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_439_439" id="Footnote_439_439"></a><a href="#FNanchor_439_439"><span class="label">[439]</span></a> Thans <em class="gesperrt">bezwijkt</em>, <em class="gesperrt">zwicht</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_440_440" id="Footnote_440_440"></a><a href="#FNanchor_440_440"><span class="label">[440]</span></a> Rijmshalven voor <em class="gesperrt">melden</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_441_441" id="Footnote_441_441"></a><a href="#FNanchor_441_441"><span class="label">[441]</span></a> Voor <em class="gesperrt">verweren</em>, <em class="gesperrt">beschermen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_442_442" id="Footnote_442_442"></a><a href="#FNanchor_442_442"><span class="label">[442]</span></a> <em class="gesperrt">alleen</em> (verg. 't hoogd. <em class="gesperrt">bloss</em>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_443_443" id="Footnote_443_443"></a><a href="#FNanchor_443_443"><span class="label">[443]</span></a> Latinisme voor <em class="gesperrt">nadat onze boeyen gebroken zijn</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_444_444" id="Footnote_444_444"></a><a href="#FNanchor_444_444"><span class="label">[444]</span></a> Maatshalven voor <em class="gesperrt">gekregen</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_445_445" id="Footnote_445_445"></a><a href="#FNanchor_445_445"><span class="label">[445]</span></a> Thans <em class="gesperrt">de Jordaan</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_446_446" id="Footnote_446_446"></a><a href="#FNanchor_446_446"><span class="label">[446]</span></a> Thans <em class="gesperrt">zich</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_447_447" id="Footnote_447_447"></a><a href="#FNanchor_447_447"><span class="label">[447]</span></a> Rijmshalven als stopwoord gebezigd.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_448_448" id="Footnote_448_448"></a><a href="#FNanchor_448_448"><span class="label">[448]</span></a> Voor <em class="gesperrt">kleed</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_449_449" id="Footnote_449_449"></a><a href="#FNanchor_449_449"><span class="label">[449]</span></a> <em class="gesperrt">voordeel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_450_450" id="Footnote_450_450"></a><a href="#FNanchor_450_450"><span class="label">[450]</span></a> <em class="gesperrt">vochtig</em> en daarom <em class="gesperrt">vaardig</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_451_451" id="Footnote_451_451"></a><a href="#FNanchor_451_451"><span class="label">[451]</span></a> <em class="gesperrt">ontsluit</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_452_452" id="Footnote_452_452"></a><a href="#FNanchor_452_452"><span class="label">[452]</span></a> ladder.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_453_453" id="Footnote_453_453"></a><a href="#FNanchor_453_453"><span class="label">[453]</span></a> <em class="gesperrt">snijdend</em>, <em class="gesperrt">fel</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_454_454" id="Footnote_454_454"></a><a href="#FNanchor_454_454"><span class="label">[454]</span></a> <em class="gesperrt">bron-a&acirc;r</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_455_455" id="Footnote_455_455"></a><a href="#FNanchor_455_455"><span class="label">[455]</span></a> <em class="gesperrt">aarde</em>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_456_456" id="Footnote_456_456"></a><a href="#FNanchor_456_456"><span class="label">[456]</span></a> <em class="gesperrt">Uit levendige gunst</em>; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.</p></div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van den Vondel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+***** This file should be named 30473-h.htm or 30473-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/0/4/7/30473/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>