summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/10664.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:34:56 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:34:56 -0700
commit63b0e602d9034ee0b2aa7de59b349343857f9e15 (patch)
tree33d586fd7cb84dfa4cc9aa839692960fd5a753f8 /old/10664.txt
initial commit of ebook 10664HEADmain
Diffstat (limited to 'old/10664.txt')
-rw-r--r--old/10664.txt6507
1 files changed, 6507 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/10664.txt b/old/10664.txt
new file mode 100644
index 0000000..aa93b15
--- /dev/null
+++ b/old/10664.txt
@@ -0,0 +1,6507 @@
+The Project Gutenberg EBook of Specialiteiten, by Multatuli
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Specialiteiten
+
+Author: Multatuli
+
+Release Date: January 9, 2004 [EBook #10664]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO Latin-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPECIALITEITEN ***
+
+
+
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe.
+
+
+
+
+
+
+SPECIALITEITEN
+
+DOOR
+
+MULTATULI
+
+
+
+
+"THE RIGHT MAN ON THE RIGHT PLACE"
+
+
+"_Het doet me groot genoegen dat er van dit werkjen 'n tweede druk
+gevraagd wordt. En, ronduit gezegd, het viel me tegen dat die niet
+sedert lang noodig was. 't Zal me waarlijk 'n groote voldoening wezen
+als deze uitgaaf wat spoediger uitgeput raakt dan de eerste, want--zoo
+onbescheiden als men wil, maar heel oprecht--ik geloof met zekeren my
+onbekenden recensent in den_ Spectator, _dat er uit deze studie over
+Specialiteiten wel iets zou te leeren vallen voor Volksvertegenwoordigers,
+Kiezers en ... sommige anderen_."
+
+Bovenstaande regelen maakten in 't najaar van 1875 den hoofdinhoud uit
+van het "_Voorbericht_" waarmee deze tweede druk van m'n opstel over
+Specialiteiten in 't licht verschynen zou. Velerlei verdrietige
+omstandigheden maakten my het afwerken der in datzelfde _Voorbericht_
+toegezegde "Noten" tot-nog-toe onmogelyk.
+
+Bovendien werd me van vele zyden onder 't oog gebracht dat het voor de
+koopers van den eersten druk myner werken niet aangenaam is, de volgende
+uitgaven daarvan al te zeer uitgebreid te zien.
+
+Na vriendschappelyk overleg met m'n uitgever, verschynt nu deze tweede
+druk zonder die noten, en--op weinige min belangryke uitzonderingen
+na--_onveranderd_.[1] De toelichtingen die me geschikt voorkomen tot
+verdere staving van de juistheid der hoofddenkbeelden waaraan dit
+werkje z'n oorsprong te danken heeft, zullen _zoo spoedig mogelijk_
+afzonderlyk worden uitgegeven.
+
+Het is my onmogelyk dit berichtje te sluiten, zonder melding te maken
+van de echt-humane wyze, waarop ik in deze zaak door den heer WALTMAN[2]
+behandeld werd.
+
+Met zachtmoedig geduld droeg hy den last en de schade die myn gedurig
+uitstellen hem berokkenden, zonder ooit de verdrietelykheden die van
+dat dralen oorzaak waren, te vermeerderen door afdoening te vorderen
+op 'n wyze als waartoe hy van _zyn_ standpunt volkomen gerechtigd zou
+geweest zyn. Hartelyk dank!
+
+_Wiesbaden Oktober_ 1878. MULTATULI.
+
+
+Noten:
+
+[1] _Een maand later_. Onder 't gereedmaken van m'n werk voor de pers,
+bleek me dat ik myn hier geuit voornemen maar gedeeltelyk volbrengen
+kon. De bydrage tot de physiologie van kamerdienaars, is nieuw. Het
+viel my te zwaar die satyre achtertehouden ... er stonden zooveel
+knechts op 'n spiegeltje te wachten!
+
+Ook op andere plaatsen heb ik my aan eenige toelichting en uitbreiding
+schuldig gemaakt, zonder nu te spreken van de moeite die ik me gaf om,
+door 't omwerken van zinsneden die my in 't oorspronkelyke niet
+korrekt voorkwamen, de uitdrukking beter in overeenstemming te brengen
+met de gedachte. Of die moeite steeds met goed gevolg bekroond werd,
+is 'n verdrietige vraag die ik liever niet beantwoord. Het is nu
+eenmaal zoo, dat ik hier en daar iets veranderd en bygevoegd heb, en
+daarvoor vraag ik met 'n beroep op IDEE 112 verschooning aan de
+koopers van de eersten druk.
+
+De uitbreiding en de veranderingen die ik my veroorloofde, zyn evenwel
+geenszins van dien aard dat zy de _Noten en Toelichtingen_ overbodig
+maken, waarvan ik in bovenstaand berichtje gesproken heb. Ik meen ze
+grootendeels gereed te hebben, maar weet by ondervinding dat ik by 't
+overgeven van m'n werk aan de pers, gewoonlyk de behoelte aan
+omwerking inzie. Voor dien arbeid is gezondheid, stemming, _loisir_
+noodig. Zoodra ik kan!
+
+MULT.
+
+[2] De uitgever van den 2en druk, J. WALTMAN JR., te Delft. (Nota der
+uitgevers van den _vierden_ druk).
+
+
+
+The right man on the right place.
+
+
+
+
+I.
+
+
+Na _Carnaval de Venise_ en Duitsche eenheid, zal men moeielyk
+afgezaagder thema vinden dan dit arme mishandelde motto. Wanneer ik nu
+nog bovendien verklaar, niet volkomen zeker te zyn dat ik de zaak van
+Dr. DIBBETS onaangeroerd zal laten, en zelfs beloof hier-en-daar iets
+te zeggen over vaderlandsche welzynen, volksheilen en zulke zaken, dan
+zal men hoop ik inzien ditmaal niet te-doen te hebben met een der
+"_exentrieke stukken, gelyk men gewoon is van dien schryver te
+lezen_." Een kwalifikatie welke ik aanbeveel in de aandacht van
+referenten die geen kans zien zoodanig stuk van zoodanigen schryver
+behoorlyk te ontleden. Dit zy gezegd zonder minachting voor andere
+middelen die niet minder efficace werken, het zwartmaken byv. van des
+schryvers karakter. In beide gevallen kan men de moeite van 't
+kennisnemen, doorgronden en beoordeelen der behandelde zaak sparen en,
+niets zeggende, zich aanstellen alsof men iets gezegd had.
+
+--Wel, kapitein, hoe bevalt u Amboina? vroeg onze goeie majoor
+HARTZFELD den Hollandschen gezagvoerder van 't schip dat my zou
+overvoeren naar Europa.
+
+--Wat zal ik je zeggen, m'nheer! Amboina? Och, Amboina is ... 'n
+eiland.
+
+--Wel, referent, wat heeft die schryver geleverd?
+
+--Wat zal ik u zeggen, Publiek. Die schryver is excentriek.
+
+De goede majoor HARTZFELD toonde zich tevreden uit bescheidenheid. Hy
+eischte van m'n kaptein geen gemotiveerde analyse van den indruk dien
+'t hoogst-interessante Amboina op hem maakte. En ook "Publiek" is
+tevreden met z'n referent, al zy 't dan niet heel bescheiden zoo'n
+armen schryver doodteslaan met een slag.
+
+Hebt ge er wel eens aan gedacht, Nederlanders, hoe excentriek de
+schoonste stukken uit uw Bybel zyn?
+
+Nu, _ik_ zal 't niet wezen. En daarom de zaak DIBBITS-KEER! En daarom
+dat versleten motto! En daarom ook die uitweiding over excentriciteit,
+een der meest afgezaagde minst excentrieke dingen van de wereld ...
+zaak, woord en uitweiding daarover, alle drie.
+
+Wie heden-ten-dage iets te zeggen heeft, waarby _the right man on the
+right place_ kan worden te-pas gebracht, maakt zich waarlyk niet
+schuldig aan ongewoonheid. Men zegt--maar hier moet ik ernstig
+aandringen op geheimhouding--men zegt dat ergens in ons land zekere
+redakteur bezig is met het schryven van 'n hoofdartikel, waarin dat
+testimonium van het hedendaagsch _savoir faire_ maar driemaal zal
+voorkomen. Indien 't hem gelukt, zal hy daarna z'n krachten beproeven
+aan 'n verhandeling zonder klinkers. Daar ziet hy kans toe. Maar 't
+andere ...
+
+Van jongs-af lette ik vry nauwkeurig op eb en vloed van modewoorden.
+Ik herinner me den tyd toen "_bluf_" geboren werd. De lezer ziet hoe
+goedig ik hem gelegenheid bied tot goedkoope spotterny. Ik heb de
+woorden "_type_" "_humor_" en "_genie_" in de kindsheid hunner
+populariteit gekend. "_Bepaald_" is jonger. Een der nog jongeren is
+"_intens_" om nu van "_objektief_" en "_subjektief_" niet te
+spreken ...
+
+ * * * * *
+
+Tot m'n schaamte moet ik erkennen dat m'n omgeving niet gedistingeerd
+genoeg was, om my in-staat te stellen tot het genieten der _primeur_
+van _Engelsche_ stopwoorden. Een beetje Fransch, wat school-of
+studenten-latyn, een tot den huiselyken kring doorgedrongen
+straatterm--men kan z'n ooren niet sluiten--was alles wat my in m'n
+jeugd voortgezet werd. De Engelsche praatjes uit dien tyd bepaalden
+zich tot _the devil is an ass take a basket and save the pieces of
+your soul_, en Yankee Doodle's klacht: _he couldn't find the town, he
+saw too many houses_. Later, veel later, ontvingen we uit Amerika
+Jonathan's raadgeving aan z'n zoon: "_Be honest my boy, be honest if
+possible, but ... make money_!" Maar dat komt hier eigenlyk niet
+te-pas, want in die les steekt praktisch nut. Vandaar dan ook dat ze
+zelden wordt aangehaald. Men stopt haar weg om niet uit de school te
+klappen, waaruit schynt te blyken dat de diepte van den zin den opgang
+der verraderlyke klanken in den weg staat. Zinledige praatjes als de
+aangehaalde, hoe flauwer hoe liever, hebben meer kans op populariteit.
+Ze waren dan ook _sans malice_. Men gebruikte ze op z'n juffrouw
+Pieterse's "om zoo iets te zeggen." Men maakte er geen "eerst
+beginsel" van, waarop--onder andere zaakjes--de heele schepping
+berustte. Men spon er geen hoofdartikels om heen. Men borduurde er
+geen tableau van wysheid of moraal op. Men sausde er geen smakeloos
+krantengerechtje mee ...
+
+Onschuldige jeugd!
+
+ * * * * *
+
+Toch excentriek!
+
+De inkleeding ... misschien! Maar overigens ... Lezer, ik koos m'n
+eigen manier om u voortebereiden tot het betoog dat de uitdrukking:
+
+ _the right man on the right place_
+
+ten-onzent is afgedaald tot 'n armzalig vulsel, tot 'n _scie_, tot 'n
+stopwoord. Neen, tot iets ergers ... tot 'n onwaarheid. Help my de
+dagen terugwenschen van den goeden Yankee, wiens liedje geen kwaad
+stichtte. Dat rymloos rympje van den rechten man op de rechte plaats,
+sticht wel kwaad.
+
+ * * * * *
+
+Indien al de hoedanigheden--of de hoogst bereikbare maat daarvan--die
+'n veldwachter behooren te versieren, vereenigd worden aangetroffen in
+de persoon van X, dan juich ik--in de veronderstelling dat ik me
+verbeeld op de hoogte te zyn--zoo luid als iemand de benoeming van
+dien X tot veldwachter, toe. Men moet 'n ongeneeslyk melancholikus
+wezen, of al zeer weinig tyd hebben, om by zoo'n gelegenheid niet
+meetejuichen. In dezen zin alzoo durf ik 't Engelsch _dicton_ niet
+aanvallen. Ik buig me voor de diepzinnige waarheid, dat'n zwaard past
+in z'n scheede, en 'n sleutel op 't slot waarbydi behoort. Dat 'n
+kraamkind in de wieg moet liggen--al blyf ik protesteeren tegen 't
+schommelen. Dat die X veldwachter wezen moet, en z'n neef Y lid van
+'n invloedryk matigheidsgenootschap. Ook dat minister Z verdiende
+bevorderd te worden tot ambteloos burger ... altemaal _right things on
+their right places_, of _disederata_ daartoe strekkende.
+
+Maar eilieve, we zullen toch niet van Engelsche wyzen hoeven te leeren
+dat men geen kraamkind veldwachter maakt, dat minister Z op geen enkel
+slot past, en dat men Y z'n roes niet kan laten uitslapen in 'n wieg?
+Dit alles wisten wy reeds in Yankee's tyd, en zelfs voor WILLEM den
+Veroveraar. Ik bedoel den Normandischen WILLEM.
+
+Er moet dus in dat gezegde _over de juiste plaatsing van personen_
+--tenzy daarin geen zin hoegenaamd ligge--iets verscholen zyn, dat de
+geestelyk-geringe man niet zoo terstond vat, en deze meening wordt
+bevestigd door de koppigheid waarmee men die uitspraak handhaaft in
+'t bezit der bewyzen van haar Engelschen oorsprong.
+
+De uitstekende X is dus veldwachter geworden.
+
+--Dat doet me genoegen. Hy was twaalf jaren lang 'n voorbeeld van
+dragondertrouw, geloof ik.
+
+--Hm! Dat is nu juist de reden van z'n benoeming niet. Hy reed nooit
+te-paard.
+
+--Hy heeft veel vrouwen en kinderen ...
+
+--'t Kan zyn. Maar niet daarom werd hy aangesteld.
+
+--Hy is "finaal" vry van sterken drank.
+
+--'t Is mogelyk. Maar ... je bent er nog niet.
+
+--Hy heeft weinig vrouwen en geen kinderen, maar zal trouwen met de
+keukenmeid van den burgemeester?
+
+--Dat is zyn zaak. Niet daarom is hy benoemd.
+
+--Hy gebruikte Theophile's wonderbalsem. Z'n knevel zal alle dieven en
+jachtstroopers schrik inboezemen.
+
+--Mis!
+
+--Ik geef 't op.
+
+--Onnoozele! Raad nog eens!
+
+--Hy, hy, hy ... ik weet het waarlyk niet.
+
+--Och, m'n waarde oudmodische gearriereerde allerbeste vriend ... je
+bent honderd jaar ten-achter. X is ... _the right man on the right
+place!_ Dat 's wat anders dan vrouwen, kinderen, knevels en 'n
+keukenmeid!
+
+Wie nu nog minder Engelsch verstaat dan 'n gepensioneerd Gouverneur-
+Generaal, zou byna in verzoeking komen te gelooven dat die woorden
+een onvertaalbaar tooverformulier inhouden, 'n verzekering dat X z'n
+benoeming aan de wondervolle tusschenkomst van 'n beschermengel te
+danken had, die in droomgezicht of donderwolk den burgemeester
+verschenen was ...
+
+Niets van dat alles. De heele zaak komt hierop neer, dat X geschikt
+werd geacht voor die betrekking.
+
+Eilieve, waarom drukken wy zoo'n eenvoudige begrypelyke Hollands-
+menschelyke zaak in vreemde taal uit?
+
+ * * * * *
+
+Ik herinner me hoe in 1842 de vriendin eener dame te Padang, die over
+haar geringe afkomst werd gehekeld ...
+
+"Haar vader was trompetter" had men beweerd.
+
+... hoe die vriendien party-trok voor de gehoonde afwezige, met 'n
+heftig:
+
+Ja, maar ... 'n _Engelsche_ trompetter!
+
+Daarover werd gelachen. Men vond de verdediging even zot als de aanval
+dom en kwaadaardig was. Doch, ik vraag u, Nederlanders, U die aldus
+"volkerenwysheid" borgt van den vreemdeling, of ge niet wat al te
+gastvry zyt in het onthalen van 't Engelsch trompetterskind dat we
+hier onderhanden hebben genomen om 't 'n fatsoenlyke begrafenis te
+bezorgen? Komaan, ik stel u voor, alle kinderen even lief te hebben
+--van trompetters en anderen--maar juist daarom geen onverdiende
+hoogheid toetekennen aan vreemd kroost, en vooral niet _omdat_ er wat
+trompetterigs bykomt.
+
+Laat ons eenvoudig zyn, en nu-en-dan--als het te-pas komt, waarom
+niet?--vorderen dat _ieder_ en _alles_ op de plaats zy, waarvoor _hy_
+en _het_ geschikt zyn. En laat ons dit doen zonder 'n ophef alsof we
+de diepzinnigste waarheid van de wereld verkondigen. Laten we daarby
+de _leugen_ vermyden, klaterwaarde van _citaat_ optedringen aan 'n
+uitspraak, zoo huisbakken-eenvoudig dat er geen geklater, geen
+Engelsch en vooral geen trompet--ik spreek nu niet van hoofdartikel-
+schryvery--by te-pas komt.
+
+ * * * * *
+
+Indien ik hier m'n uitval tegen de pretentieuze afkomst van die
+Padangsche dame besluiten mocht, had de heele uitval achterwege kunnen
+blyven. Ik heb betoogd dat men zeer goed in 't Hollandsch zeggen en
+doordryven kan, dat het nuttig is, ieder te plaatsen waar hy naar
+gaven, karakter, fortuin, ouderdom, enz., tehuis behoort. En ... dat
+men zich daarby niet behoeft te beroepen op exotische wyzigheid.
+Welnu, ik mag na dit allergemakkelykst betoogje, _niet_ van dat
+onderwerp afstappen. Want ik hoop opgewekt te hebben tot de vraag:
+
+--Wanneer die Engelsche waarheid zoo eenvoudig voor de hand ligt,
+vanwaar dan dat ze, alsof 't een diepzinnig spreekwoord was, kracht
+van _tekst_ heeft gekregen? Er moet daarin toch iets meer liggen dan
+in sommige andere spreekwyzen--"_mooi weer vandaag_" "_twee maal twee
+is vier_" _de Nederlander is braaf_, enz. enz.--die we gewoon zyn in
+'t Hollandsch te zeggen. Beproef gyzelf eens, aan een lauw, dor,
+banaal hoofdartikel schyn van gewicht te geven ...
+
+--Zonder klinkers?
+
+--Neen, zonder _scie_, zonder stoplap van dien aard.
+
+--Ge erkent dus dat het Engelsch trompetterswicht 'n _scie_ is.
+
+--Ten-naaste-by. Ik erken dat het zich wat te burgerlyk voordoet om
+pretentie te gronden op vreemdigheid van afkomst. Maar vanwaar dan de
+ophef? Er moet toch 'n oorzaak zyn waarom zoo'n ... _praatje_ fortuin
+maakte. Men zou toch niet wanen of beproeven 't publiek te imponeeren
+met elke andere banaliteit in vreemde taal uitgedrukt?
+
+--Spreek toch niet te stout over wat men niet beproeven zou. Ik heb
+waarlyk wel wanhopiger pogingen zien gelukken, om nog gewonen wysheid,
+nog onbeduidender wawelpraat, als een onder SIS-tempels opgegraven
+mysterie binnen-te-smokkelen in de gemoederen van lezers en hoorders.
+Bron van oneindige kracht, uw naam is kwakzalverij!
+
+Wie by de verheffing eener persoon tot eenig ambt, z'n tevredenheid
+daarover zou te kennen geven door't aantoonen van de oorzaken die
+zoodanige benoeming wettigen, heeft minder kans z'n overtuiging over
+te gieten in de gemoederen der lezers, dan iemand die z'n oordeel
+onder bescherming stelt van zoo'n als eerwaardig geykten term. En ...
+de methode is gemakkelyker. Even als in de wiskunde met formules, wint
+men een meestal lastige en daarom eens-vooral als geldig aangenomen
+redeneering uit. Maar--_niet_ als in de wiskunde--voelt men soms
+behoefte aan formules--zegge: _frazen_--om, onder valsch voorgeven van
+overbodigheid, de aandacht van 'n _onjuiste_ redeneering afteleiden.
+
+Op de vraag: "is die benoeming goed, nuttig, oorbaar, rechtvaardig?"
+stelle men zich niet tevreden met 'n Engelschen deun, en zelfs niet
+met 'n Hollandschen. De hoorder of lezer heeft recht op _aantooning
+der gronden_ waarop de tevredenheid met zulke aanstelling berust. De
+verzekering: "A, B, C, is de rechte man op de rechte plaats" is geen
+_betoog_. Het is 'n uitspraak die--om _iets_ waard te zyn--betoog
+_noodig heeft_.
+
+Dat nu de velen die klank voor zin nemen, uit traagheid met zulke
+klanken tevreden zyn, heldert nog geenszins op, waarom juist het hier
+behandeld Engelsch gezegde zooveel onverdiend fortuin maakte. Er moet
+nog 'n andere oorzaak wezen, die 't arme trompetterskind verhief tot
+'n druk bereden stokpaard van krantenschryvers, en tot motto van dit
+opstel. Een ongewone eer, waarlyk! Want inderdaad, het is na den val
+der Fransche journalistiek--ieder zal toch nu wel erkennen, dat het
+ongelukkig Frankrijk aan _frazen_ bezweken is!--'t is na de schipbreuk
+der couranten-wysheid zoo gemakkelyk niet 'n redakteur bytestaan in
+het _telle-quelle_ vertoonbaar maken van 'n hoofdartikel! De "deun"
+die thans nog altyd, na 't bloedig _mene tekel_ aan de wanden der
+redaktie-bureaux, moed, lust en kracht levert tot het voorzetten van
+de ongezonde feestmalen waarop "Publiek" genoodigd wordt door de
+Belsasars van de pers, moet machtige beschermers hebben ...
+verdedigers van 't nobel gehalte dier Padangsche vriendin.
+
+En ... de eer der plaatsing boven 'n stuk van my! Van my, die 't zelfs
+versmaden zou my op GOeTHE te beroepen ter illustreering van de
+waarheid dat twee meer is dan een, al zy 't dan dat die bekwame
+_faiseur_ in z'n meer geprezen dan gelezen werken ontelbare zinsneden
+levert, waarin waarheden van dergelyk gehalte triumfantelyk worden
+verkondigd. Van my die m'n weerbarstig gemoed niet kan buigen tot 'n
+eerbiedig: "hoe koud vandaag ... gelyk de groote dichtervorst zoo wel
+gezegd heeft" of: "kiespyn is onaangenaam ... om de kernachtige
+uitdrukking van een onzer meest onsterfelyke redenaars te bezigen."
+Waarlyk er behoort iets toe, om--als _right motto on the right
+place_--boven 'n stuk van MULTATULI te staan ...
+
+Daar begin ik waarachtig zelf te trompetten!
+
+Het kind dat ik uitkleeden en begraven wilde, heeft zich van my
+meester gemaakt.
+
+Er moet iets achter steken. Die kracht ...
+
+Ik zal 't u zeggen. Om nu over andere oorzaken van meer
+ondergeschikten aard niet te spreken: 't onnoozel wicht heeft z'n
+taaie levensvatbaarheid te danken aan ons wanbegrip over
+SPECIALITEITEN.
+
+Ook dat trompetterskind--van Hollandschen oorsprong ditmaal, of
+nagenoeg--behoort uitgekleed en ten grave geleid te worden. Als we
+daarin slagen, zullen we later wat minder last hebben van z'n
+schreeuwerig kameraadje.
+
+ * * * * *
+
+Het is 'n onbetwistbare waarheid dat SOKRATES eenmaal den jongen
+ALCIBIADES 'n duchtig lesje heeft gegeven over z'n onbescheidenheid.
+
+Onbetwistbare waarheden zyn de zoodanigen, die eens ergens als 'n los
+vertellinkje geboekt werden, en later--liefst in 't Grieksch of
+Latyn--'n deun geworden zijn, waarbij men _classiquement_ heel
+fatsoenlyk zweren mag.
+
+--Ik geloof er niets van ... zegt nu-en-dan de waarheidzoeker.
+
+Maar hy vergist zich. Want:
+
+'t Is het kind van 'n Griekschen trompetter, roept de hartelijke
+vriend van buitenlandsche waarheid.
+
+En we buigen 't hoofd voor die deftige afkomst.
+
+'t Is dus wel degelyk waar, dat ALCIBIADES door SOKRATES
+allerjammerlykst werd doodgeslagen met 'n bar: "m'n beste jongen, je
+ziet wel dat _jy_ niet de rechte man op de rechte plaats zoudt zyn
+voor die betrekking."
+
+Ik heb nu, om SOKRATES te binden aan de ekonomie van m'n prachtig
+motto--dat wel wat mank gaat aan tautologie[1]--den man iets
+gebrekkiger doen preken, dan naar we hopen z'n gewoonte was. De vraag
+is niet of SOKRATES zich beter uitdrukte dan onze hoofdartikelschryvers.
+De vraag is, wat er ontbrak aan de specialiteit van ALCIBIADES, om hem
+zoo'n Engelsche behandeling op den hals te halen!
+
+De goeie jongen wou magistraat zijn, en SOKRATES--misschien opgestookt
+door de Jezuiten, maar PLUTARCHUS verzwygt dit voorzichtig--SOKRATES
+wilde hem nog wat op-school houden, 't Was nog zoo heel lang niet
+geleden, dat de kwajongen de straat van Athene met z'n lichaam
+plaveide. En dan dat schandaal met dien hond!
+
+Ik trek geen party voor ALCIBIADES. Maar ... ik protesteer tegen de
+wijze waarop de ander hem z'n onbevoegdheid, zyn gebrek aan
+_specialiteit_, voor de voeten wierp.
+
+--Jy magistraat ... Jy? Komaan, zeg my eens, hoe hoog is het budjet
+van den Staat?
+
+Daar stond onze pretmaker. Hy had getold, gesold, gedold, gerold,
+geknikkerd, geknibbeld en gebikkeld, buren geplaagd, nachtwachts dol
+gemaakt ...
+
+En ook by SOKRATES kollegie gehouden, dat is waar. Maar ... wat helpt
+dit, als men na dit alles nog niet weet hoe groot de inkomsten van den
+Staat zyn?
+
+Gebrek aan _specialiteit_!
+
+Ik vraag u, o SOKRATES, indien uw leerling eens, tusschen al z'n
+guitenstukken in, de Atheensche begrooting had vanbuiten geleerd--'t
+is niet zoo heel gewaagd, hiervan de mogelykheid te veronderstellen
+--zoudt ge hem dan uw stem hebben gegeven? Zou dat 'n reden hebben
+opgeleverd, om z'n _specialiteit_ aantenemen als behoorlyk gestaafd?
+
+Och, SOKRATES antwoordt niet. Het is onaangenaam spreken met menschen
+die dood zijn. Maar by-gebreke aan zyn antwoord, vraag ik den lezer,
+of liever--om niet andermaal vergeefs te vragen--myzelf:
+
+_Wat zyn specialiteiten_?
+
+_Waar behooren ze_?
+
+_Waar behooren ze niet_?
+
+En ik--in weerwil der bemoeienis van "welwillende vrienden" nog steeds
+niet geheel-en-al dood--zal antwoorden zoo goed ik kan.
+
+
+
+
+II.
+
+
+Wie 't goede wil, en daarom 't kwade bestrydt, vergist zich
+vaak--zooals andere geneesheeren--in de keuze der middelen. Ik vrees
+dat het vorig hoofdstuk niet goed geschreven is. Sommigen zullen 't
+geestig vinden, en by dezulken heb ik m'n doel gemist, wyl dan de
+aandacht werd afgeleid van de bestreden kwaal, om die overtebrengen op
+de eigenaardigheid van den geneesheer. Niet daartoe meldt zich 'n arts
+by den zieke. En wie m'n betoog _niet_ geestig vindt, heeft nog meer
+reden om de strekking daarvan te versmaden. Waartoe ik my dan ook by
+dezulken vriendelyk aanbeveel.
+
+Indien ik my inderdaad vergist heb in de medikatie ... men vergeve het
+my. Evenzeer als m'n vriend AUGUSTE, de advokaat-likdoornsnyder, ben
+ik 'n voorstander van _emollients_. Maar na zoo dikwyls m'n krachten
+vruchteloos beproefd te hebben aan 't uitroeien der frazenziekte, was
+ik eindelyk wel genoodzaakt m'n geluk te beproeven met _cauteres_ van
+spot. Ik verzeker den lezer, dat ik bedroefd ben over de hardnekkigheid
+van de kwaal. Ingemoede tracht ik met gezond verstand te dienen. De
+Rede is m'n godin.
+
+Waar ik haar zie miskennen, bloedt my het hart.
+
+Niets natuurlyker alzoo, dan dat ik alles haat wat tot die miskenning
+aanleiding geeft, of daartoe meewerkt.
+
+Onder de bondgenooten van redelooze Ongodsdienstigheid vinden we
+steeds in de voorste gelederen: _fraze, spreekwoord, zegswys, manier
+van spreken, dicton, citaat, zaag_ en _deun_ ... altemaal adjudanten
+van den leugen-duivel, misbruik van het Woord--van den _Logos_--zonden
+tegen den H. Geest der Waarheid, Godslastering.
+
+Het eerste woord waarmee de eerste misdadiger den eersten doodslag
+trachtte te vergoelyken, was ... 'n _praatje_.
+
+--Ben ik myns broeders hoeder? vroeg KAIN.
+
+--Neen (had het zonderling spook kunnen antwoorden, dat in _sommige
+gedeelten_ van den bybel--_volstrekt niet overal!_--voor "God" wordt
+uitgegeven) neen, maar die ambteloosheid gaf je geen recht dien
+broeder doodteslaan.
+
+of:
+
+--Niet daarover loopt onze kwestie. De bedoeling van m'n vraag is, of
+je hem doodsloeg, en met welk recht?
+
+KAIN gebruikte die zegswyze--hy zal er wel bygevoegd hebben: _gelyk de
+groote dichter zich uitdrukt_, of: _om 'n oudecht-vaderlandsch
+spreekwoord te bezigen_ ... dat kleedt 'n fraze!--hy sprak zoo, uit
+verlegenheid.
+
+Juist. Wie broeders doodstaat, en met Waarheid overhoop ligt, voelt
+zich verlegen. En 'n _fraze_ is daarvan de korollaire uiting. Waar we
+dus frazen ontmoeten, ligt ergens een vermoorde broeder in 't
+kreupelhout.
+
+En daarom zal men my vergeven dat ik naar helschen steen gryp om
+"praatjes" uittebranden. "God" deed het ook in die _cause selebre_. Hy
+maakte korte metten met den praatjesmakenden moordenaar, en smeet hem
+zonder veel vorm van proces 't paradys uit. _Bien juge_!
+
+ * * * * *
+
+Toen ik zoo-even de uitdrukking: _huurfraze_ ontdekte, was ik zoo
+vergenoegd dat ik al m'n vrienden 'n driedaagsche champagneparty
+gegeven heb. Nog niet geheel bekomen van den roes dien ik me by zulke
+gelegenheden tot 'n gewoonte heb gemaakt, hoop ik in dit hoofdstuk
+alle geestigheid te vermyden, en de vraag: _wat zyn specialiteiten_?
+zoo burgerlyk-ordinair te behandelen, dat daaruit by geen mogelykheid
+'n nieuwe champagneparty zal kunnen voortkomen. Dit vooruitzicht is my
+te aangenamer omdat ik eigenlyk geen wyn lust, en vooral niet het
+extrakt van rottekruid dat velen zich opdringen--alsof 't 'n
+zaagcitaat ware!--zoo byzonder lekker te vinden.
+
+M'n vreugde over 't woord _huurfraze_ vindt haar grond in de hoop dat
+dit woord zelf tot _fraze_ zal verheven worden, en dat nog na veel
+eeuwen deze of gene woordenkramer zal worden doodgeslagen met 'n
+verpletterend: "je redeneering rydt op huurknollen ... gelyk de groote
+MULTATULI zoo wel gezegd heeft." _Similia similibus_!
+
+Van m'n onsterfelykheid ben ik zeker. Ik heb te veel gezegd dat tot
+_zaag_ kan omgeknoeid worden, om niet heel stevig in leven te blyven
+na m'n dood. Ik schaam my als ik bedenk hoevelen er gereed staan de
+skeletten van m'n arme statiepaarden, averechts opgetuigd voor hun
+huurkarretjes te spannen. Iets eerlyker dan PYTHAGORAS waarschuwde ik
+reeds voorlang tegen 't vervloekte _autosephae_ ... ook 'n _fraze_!
+
+ * * * * *
+
+_Specialiteiten_ zyn ... byzondere dingen. Nu weet ge 't.
+
+_Generaliteiten_ zyn ... algemeene dingen. Dat weet ge nu ook.
+
+Wanneer men 't laatste van die beide woorden toepast op personen, dan
+zou men het allergevoeglykst kunnen toelichten door de omschryving: 'n
+generaliteit is de zoodanige die van alles--of van niemendal--verstand
+heeft. Iemand die tot alles bekwaam is, of tot niemendal.
+
+Dat deze definitie even volledig en juist, als bondig is, valt in 't
+oog door vergelyking met het woord _generaal_: een militair die alle
+vyanden--of geen enkele vyand--doodslaat, in tegenstelling van den
+soldaat die zeer _speciaal_ slechts op 'n enkelen tegenstander aanlegt,
+en dien enkelen maar zelden raakt.
+
+Na deze zoo nauwkeurige en stipte ontleding van den zin dien wy aan 't
+woord _generaliteit_ behooren te hechten--ik vermeed het heenwyzen
+naar _species_ en _genus_, om m'n pedanterie te verbergen--zyn we nu
+voorbereid tot het wel vatten van de beteekenis der uitdrukking die
+als uithangbord boven dit vertoogjen in zoo passend gezelschap
+geplaatst is. Een opschrift alzoo: _on its right place_.
+
+Een _specialiteit_ is ...
+
+Lieve lezer, ik weet het waarachtig niet!
+
+Zou ook dat woord misschien 'n _deun_ zyn, de basnoot waarop armoed
+aan denkvermogen 't maseurige wysje doedelt van den _right man_?
+
+ * * * * *
+
+Na de duidelyke uiteenzetting van de beteekenis die we aan 't woord
+_specialiteit_ moeten hechten, behandelen wy nu--ik hoop even
+afdoende--de vraag waar zoo'n specialiteit behoort geplaatst
+te worden?
+
+Wel ... niets eenvoudiger. _On the right place_, natuurlyk.
+
+Wie daarmee niet tevreden is ...
+
+De bakker by z'n oven, de smid voor z'n vuur, de kat achter de kachel,
+en ROLLET in 't tuchthuis, als 't waar is althans, wat BOILEAU van
+dien heer zeide.
+
+En waar specialiteiten _niet_ behooren? Allereenvoudigst alweer!
+ROLLET op 't kussen, enz. enz.
+
+ * * * * *
+
+Het doet me waarlyk genoegen de verhandeling in drie deelen zoo goed
+en kort te hebben afgedaan. Ik gunde me ditmaal den tyd niet, den
+lezer te vervelen. Daar echter m'n blaadje nog niet vol is, vraag ik
+'t woord voor 'n klein verhaal. Misschien stelt het den lezer
+eenigszins schadeloos voor de lankdradigheid van de verhandeling.
+
+Aan 'n table-d'hote in den Haag, sprak ik. Dit moet vermeld worden als
+'n uitzondering, dewyl anders gewoonlyk _myn_ specialiteit in zwygen
+bestaat. Maar 'n zeer byzondere reden drong my ... och, ik zeg niet
+gaarne waarom ik deel nam aan de konversatie.
+
+Er was spraak van handel, winkeliers-_smart_, kramers-_humbug_,
+koopmanstrouw en verdere Nederlandsche volkomenheden. Ik had 'n paar
+bydragen geleverd, doch met weinig succes. Men vond ze niet pikant. 't
+Is dus met schroom dat ik die nu herhaal, maar ze kunnen by 't
+afspinnen van m'n vertelling niet gemist worden.
+
+Ik verhaalde dan hoe 'n gefortuneerd jong-mens middel had weten te
+vinden om 'n zoogenaamd arbeiders-horloge van koper, voor honderd
+gulden te verkoopen aan 'n "vriend" die 't ding slechts uit de verte
+gezien had. De handige verkooper had zorggedragen zich te onthouden
+van de verzekering dat het van goud was, en op 't schertsend bod van
+den ander, die meende met 'n tamelyk kostbaar werk te doen te hebben,
+driemaal gevraagd: _meen je 't?_
+
+--Ja, ja, ja, was er geantwoord, ik meen het!
+
+--Daar heb je 't dan! werd er gezegd en ernstig volgehouden door den
+ander, tot de betaling inkluis.
+
+Hierin lag nu de _pointe_ van m'n vertelling niet. Maar ik meende
+die te leggen in 't vervolg van de historie. Een "zeer geacht"
+groothandelaar, scheepsreeder, diaken, enz. wien ik vroeger dat
+voorvalletje meedeelde, had me geantwoord: "hoor eens, daarin moet ik
+je nu tegenspreken. Hy had driemaal gewaarschuwd, en niet gezegd dat
+het van goud was. De ander had niet zoo onvoorzichtig moeten zyn ...
+je begrypt ... in den handel ... neen, ditmaal ben ik 't niet met je
+eens ... _driemaal_ gewaarschuwd ... wat wil je nog meer?
+
+Ik had staat-gemaakt op wat verontwaardiging. Maar m'n table-d'hote-
+gezelschap scheen voor 'n goed deel uit groothandelaars, scheepsreeders
+en kerkvoogden te bestaan. Niemand zei: he!
+
+Nu, 't gebeurt wel meer dat 'n vertelling doorvalt. Ik moest me
+schikken.
+
+Doch dit verklaarde niet waarom 'n heer die schuins tegenover me zat,
+my zoo vreeselyk boos aankeek. Ik kende hem niet, en pynigde m'n
+geheugen te-vergeefs met de vraag of ik dien man ooit kon beleedigd
+hebben? De table-d'hote was zeer goed, ruim voorzien ...
+
+Ik moet er dit by zeggen, om te voorkomen dat men dien zuurkyker
+verdenke van spysnyd, of my van indiskretie in 't ledigen der
+schotels. Het stuk speelt in den goeden _Toelast_, waar de voorraad
+van gerechten waarlyk tegen grooter onbescheidenheid bestand is, dan
+ik noodig heb me te veroorlooven.
+
+De man keek zuur, en was deftig.
+
+Het uitvaren tegen witte dassen is wat zagerig geworden, en 't spyt me
+dus veroordeeld te zyn tot geschiedschryver der verblindende
+kleurloosheid van z'n keelbedervend halsgewaad. In 's hemelsnaam ...
+dat is nu eenmaal zoo. En ook overigens zat de man vol witte dassen.
+Z'n zwarte rok was 'n witte das. Z'n welgedaan zachtblozend gelaat was
+'n witte das. Z'n _embonpoint_ was 'n witte das. En z'n zuurkyken ...
+'n luiermand vol witte dassen!
+
+Na den diepen val van m'n vertelling, oogstte een _commis voyageur_
+grooten byval met oneindige "he!" 's in, over 'n verhaal dat met 'n
+"mooien slag in de amerikanen" eindigde.
+
+M'n tweede neerlaag liet zich niet lang wachten. Ik verhaalde hoe 'n
+eerlyk man te ... Groningen gebukt ging onder gewetenswroeging, omdat
+hy--door fielten meegesleept in "handelszaken"--zich 'n tyd lang ...
+
+ _l'occasion, la faim, l'herbe tendre,
+ Et quelque diable aussi le poussant_...
+
+Och, m'n goeie beste LAFONTAINE, die _diable_ had best achterwege
+kunnen blyven! Honger, gelegenheid en ... essenbladen zyn ruim
+voldoende om 'n afgetobden gebreklyder op 'n dwaalspoor te helpen. De
+man had meegedaan in 't maken van _thee_ die in Gelderland langs de
+wegen groeit. En hy leed onder 't besef van die fout ...
+
+Ga heen in vrede, roep ik hem by dezen toe, en maak geen valsche thee
+meer. Uw zonden zyn u vergeven. _Ik_ weet wat gy gedragen hebt. En
+daarover, en omdat ge overigens uw geheel moeilijk leven offerdet aan
+de waarheid!
+
+Maar niet dat vertelde ik aan m'n table-d'hoters. De tot 'n rampzalig
+einde veroordeelde _pointe_ van m'n verhaal kwam hierop neer, dat
+ik--natuurlyk zonder namen te noemen--iets over die Geldersche-
+theekultuur gezegd had aan ... 'n industrieel die allerliberaalst was.
+De man had me--daar gaat de _pointe_!--ouwerwetsch en dom gevonden, en
+geantwoord "dat zulke dingen overal gebeurden, en dat hyzelf 'n fabriek
+had van koffiboonen."
+
+De gasten praatten door alsof ik niets interessants gezegd had. De
+witte dassen bleven zuurkyken.
+
+M'n ouderling--hy was dit inderdaad--scheen verstand van wyn te
+hebben. Gedurig hield hij z'n glas tegen 't licht, en doorboorde het
+met kennersblikken. Hy dronk echter zeer weinig, waaruit ik opmaakte
+dat de wyn niet deugde. Ik bedroog me. Hy verzekerde z'n buurman die
+hem daarnaar vroeg, dat de wyn uitstekend was. Maar ... zonderling, hy
+zei dit op ontevreden toon, en als iemand die 'n onaangename waarheid
+verkondigt.
+
+Met bliksemsnelheid nam ik die byzonderheid aan als opheldering van
+z'n zuurkyken. De wyn is goed, hy is er boos om. My ziet-i boos aan,
+dus is hy goed op me ... zoo zal 't wezen!
+
+Weer mis! Hy was me volstrekt niet welgezind. Integendeel. Z'n heele
+linnenkast was hevig op me verstoord. Dit bleek uit de wys waarop hy
+'t zoutvat niet zien wilde, dat ik hem toeschoof toen hy dit scheen te
+zoeken. Hy wou van my en m'n zout niet gediend zyn, en voorzag zich
+elders, uittartend-duidelyk met opzet.
+
+Twee _pointes_ in 't water, zout versmaad ... och, 't was zoo bitter!
+
+--Wie is toch die ... heer, vroeg ik aan iemand naast me. "Man" durfde
+ik niet zeggen, om de witte dassen.
+
+En er werd my 'n naam genoemd, dien ik kende.
+
+--Dat is 'n vrome familie, zei ik.
+
+--Zeker! En hyzelf is vooral niet minder vroom dan de rest. Hy is ...
+
+--Ouderling, wil ik wedden.
+
+--Geraden! En hy is boos op je, omdat je ... nu dan, omdat je 'n
+"vrydenker" bent.
+
+'t Was zoo! De witte dassen gloeiden van heiligen toorn "omdat ik den
+CHRISTUS smaade, versmaadde" enz. Hy zou liever sterven dan een myner
+werken lezen, en had z'n kinderen verboden m'n naam te noemen, of
+zelfs van me te droomen. Hoe ik dit later zoo precies te weten kwam,
+doet nu niets ter zake. Ik begreep eenigszins hoe laag hy op my moest
+neerzien, en op al de fameuze werken die hy uit afschuw niet gelezen
+had.
+
+--Ouderling alzoo? Gut, ik dacht dat-i nog meer was dan dat. Z'n heele
+voorkomen kan dominee wezen.
+
+--O neen! Van beroep is hy fabrikant ...
+
+Weer doorboorden de blikken van den christelyken zuurkyker z'n wynglas.
+Ontevredenheid met den wyn--die _goed_ was, had-i gezegd--lag op z'n
+wezen.
+
+Zou die wyn ook den CHRISTUS gesmaad hebben? dacht ik.
+
+--Ah zoo ... fabrikant! En wat fabriceert de man?
+
+--Hy is 'n specialiteit ...
+
+Genade ditmaal voor m'n _pointe_, lezer! Een derde nederlaag overleef
+ik niet!
+
+--Hy is _specialiteit in wynvervalschingsmiddelen_!
+
+ * * * * *
+
+Gy die zweert bij 't prachtige _right men on right places_, eilieve,
+waar plaatst ge:
+
+m'n _horlogeverkooper_?
+
+m'n _scheepsreeder-groothandelaar_?
+
+m'n _liberalen koffiboonenfabrikant_?
+
+m'n _godvreezenden ouderling-wynvervalscher_?
+
+ * * * * *
+
+Nog altyd zit de kat achter de kachel, en spint. Het beest is op z'n
+plaats.
+
+De bakker staat voor z'n oven, en bakt. De man is op z'n plaats.
+
+De zon schuilt achter mist en nevel. En al verwarmt ze niemendal ...
+ze staat op haar plaats.
+
+Vuurpook en tang leunen tevreden tegen hun standertje, de kolen liggen
+rustig in den bak, de asch valt melancholisch door den rooster, de
+sneeuw op het dak wacht met geduld den tyd van smelten ... _all things
+on their right places_ ...
+
+Maar de eerlyke JACOB DE VLETTER zit in het tuchthuis.
+
+En heel veel boeven, die daar wezen moesten, zitten er nog altyd
+_niet_.
+
+En DUYMAER VAN TWIST zit in de Eerste-Kamer, en vertegenwoordigt daar
+'n brok van 't Nederlandsche Volk, en praat mee over _Recht,
+Menschelykheid, Staatkunde, Indische belangen_ ...
+
+En CHRESOS schrijft vertellingen over witte dassen, voor 't publiek
+van Nederland.
+
+ * * * * *
+
+Met uw verlof ... staat ook dit hoofdstuk wel op _the right place_?
+
+Wel zeker! 't Is 'n brandmerk, en hoort van rechtswege thuis in een
+_Ietsjen_ over SPECIALITEITEN.
+
+
+
+
+III.
+
+
+Komaan, vertel ons nu eens zonder scherts wat 'n _specialiteit_ is?
+
+Ik schertste niet, en zal dit ook niet doen. 't Onderwerp is er te
+treurig toe. Een specialiteit is 'n zoodanige die levenslang veel
+dingen verwaarloosd heeft, om den prys der middelmatigheid te behalen
+in den wedloop der beoefenaars van 'n bepaald vak. Een specialiteit is
+iemand die door zich blind te staren op een punt, het recht meent te
+hebben byziende te wezen voor wat anders, of zich zoo voortedoen Een
+specialiteit ...
+
+En weer verander ik van medikatie. Hebt ge wel eens zien straatvegen?
+
+--Niet zoo vaak als ik in 't belang der zindelykheid wenschen zou.
+Maar toch nu-en-dan.
+
+Voelde je niet soms den lust in u opkomen, zoo'n hem of haar den bezem
+uit de hand te rukken, en eens te wyzen, _hoe_ men behoort te vegen?
+
+--Dikwyls.
+
+Veegden alzoo, naar 't ideaal dat gy u schept van straatvegen, die
+mensen _goed_?
+
+--Met de hand op 't hart, by m'n ziel en zaligheid, op eer en geweten,
+in tegenwoordigheid van goden en mensen ... neen!
+
+Zeer wel. Dit gekonstateerd zynde, vraag ik u of ge zoo'n straatveger
+in-staat oordeelt u 'n rechtskundig advies te geven, uw kinderen van
+kinkhoest te genezen, de schulden van den Staat te delgen,
+boekdrukkunsten uittevinden, Amerika's te ontdekken, enz. enz.?
+
+--Met hand, hart, ziel, enz ... alles _als-voren_: neen!
+
+Welnu, zoo'n veger die niet vegen kan, en geen ander vak verstaat dan
+niet te kunnen vegen, is 'n _specialiteit_.
+
+ * * * * *
+
+We zyn dom, klein en koppig. Waarachtig, lezer, we zyn koppig, dom en
+klein. Wees nu eens niet te klein, te koppig en te dom, om dit
+toetestemmen. We weten weinig. We kennen weinig. We kunnen weinig. En
+we willen ons voordoen _alsof_ wy iets wisten, kenden en konden.
+Telkens komt het voor, dat de omstandigheden deze of gene hoedanigheid
+in ons vereischen zouden. Telkens schieten wy te-kort in 't leveren
+van wat wy eigenlyk moesten kunnen leveren. Dan zyn we beschaamd over
+deze domheid, onmacht en onnoozelheid, te klein om edele wraak te
+nemen door verheffende inspanning, te hoofdig om dat alles te erkennen,
+en:
+
+--Och ... ik ben eigenlyk straatveger, zeggen ze dan. Dat is m'n vak,
+m'n roeping. Daarin munt ik uit. Daarin zoek ik myn meester ...
+
+Die ligt te vinden is, dat zagen we! Want ze vegen slecht, de
+specialiteiten die den "marmottenwinter van hun vakje gebruiken als
+voorwendsel om niets te weten van wat daarbuiten omgaat." Nu
+straatvegen doen ze juist allen niet. Waarachtig niet! En dit is van
+sommigen jammer genoeg.
+
+--Van "Rechten" heb ik geen verstand, roept de een, ik ben genie-
+officier, architekt, artist, arbeidsman, pruikenmaker ...
+
+Heel wel. Ge zyt er niet minder om. Maar verschuil u niet achter die
+specialiteit, om by voorkomende gelegenheid niet te weten wat _Recht_
+is.
+
+--Ik ben jurist, verzekert 'n ander. Ik slaap, leef en sterf met
+_codices_ en de H. Boeken van 't _corpus juris, nec non_ met 'n beetje
+toevoegsel van hedendaagsche parlementery.
+
+Best, opperbest! Maar meen niet dat die specialiteit u vrystelt van
+eerbied voor gezond verstand.
+
+--Ik "ben" _in_ koffi, reedery, assurantie. Ik "doe" in vetwaren,
+kurken, vleeschextrakt, oesters, eau-de-cologne ...
+
+"Wees" en blyf in augurken, als ge verkiest. Maar eilieve, _gedraag_ u
+niet, alsof gyzelf 'n komkommer waart, wanneer er gesproken wordt van
+andere dingen dan "waarin ge zyt." "Doe" in wat ge wilt, maar toon dat
+ge ook iets _doen_ kunt, als het te pas komt. Koop en verkoop oesters
+... goed! Maar kruip niet zelf in 'n schulp, zoodra er behoefte is aan
+eigenschappen die uw broodwinning niet raken. Dat opgaan in de
+specialiteit van 'n vak, van een vak, is dom schandelijk en nadeelig.
+Een is dikwijls geen, in dit geval.
+
+--Dit alles belet niet dat de man die levenslang brood bakte,
+waarschynlyk beter brood leveren zal dan iemand die nooit
+gebakken heeft.
+
+Ja en neen. Gewoonte maakt wel handig, maar niet altyd bekwaam. Er kan
+bovendien verschil van gevoelen bestaan over de vraag welk brood
+_goed_ is? Wat de een goed noemt, kan den ander middelmatig of slecht
+voorkomen. Meen niet dat deze opmerking ...
+
+O, bitter wreed vermoeden dat ik me hier op den hals haal! Zullen niet
+sommigen meenen dat deze bedenking 'n advokatige scheenworp is, een
+pleiterig vulsel dat by elke gelegenheid heel oppassend kan worden
+te-pas gebracht, 'n ... _scie_? 't Woord is er uit.
+
+Neen, ik moet en ik wil werkelyk zeggen dat het oordeel over de
+deugdelykheid van brood zeer verschillend is. Naar _mijn_
+meening--waarin ik by-uitzondering 1497 millioen min een,
+smaakverwanten heb--is 't Hollandsche brood over 't algemeen _zeer
+slecht_, en wel geproefd: _geen_ brood. Op weinig uitzonderingen na,
+komt het iemand die geen byzonderen eerbied voelt voor de
+levenslankheid der bakkers, waarop gy u beroept, oneetbaar voor. De
+Franschen die men 't voorzet, noemen het, als ze zich beleefd willen
+aanstellen, _gateau_, en vragen wat anders. Ook ik vraag wat anders,
+en noem het, onbeleefd, half-gaargebakken watten met kryt, koper,
+aluin, geile melk, vitriool en oudsche eieren. Niets bewyst echter dat
+de Franschen, ik, en de overige 1497 millioen mensen die geen
+Hollandsen brood lusten, gelyk hebben. De mogelykheid bestaat dat 'n
+hemelsche jury, by 'n algemeene Paryzer heelal-tentoonstelling van
+vierduitsbroodjes, aan onze bakkers de gouden medaille zou toekennen.
+Maar ... zoolang die jury zoodanige uitspraak niet gedaan heeft, is 't
+niet zeker, en zelfs niet _waarschynlyk_ dat de Hollandsche bakkers
+goed gebakken hebben, in weerwil hunner altyd doorbakkende
+levenslankheid. Ook de Fransche bakker is _specialiteit_. Ook hy bakte
+gisteren reeds, verleden week, voor jaren, van kindsbeen af. En _hy_
+beweert dat 'n Hollandsche broodmaker de zaak niet verstaat.
+
+Ik had in 1850, 51 nog geen bakken geleerd. De admiraal JURIEN DE
+GRAVIERE ... ach, hy kommandeert als zoetwaterzeeman, op dit oogenblik
+(_Voorjaar_ 1871) de flotille "_du parti de l'ordre_" op de _Seine_!
+Wie had gedacht dat hy zoo laag vallen zou, de achtenswaardige
+kommandant van de _Bayonnaise_, die me leeren wilde hoe men goed
+brood bakt!
+
+Van hem namelyk heb ik 't woord _gateau_, dat ik zoo-even aanhaalde.
+
+Na veel vruchtelooze pogingen van m'n kok om dien hoofdofficier iets
+voortezetten dat hy _als brood_ gebruiken kon, noodigde deze my aan
+boord van z'n korvet, niet aan z'n tafel ditmaal, maar in de kombuis.
+Daar toonde hy my hoe men vochtig meel deed verzuren door wat warmte
+met geduld. En dat men geen byvoegsel van gist noodig had. En hoe
+telkens een gespaard deel van 't gebruikte deeg, morgen oud geworden,
+het nieuwe zou doorzuren en doen "ryzen" in weinig tyds, zonder
+daaraan den vuilen bysmaak te geven waarop de Hollanders zoo gesteld
+schynen. En hoe brood--"_du_ pain, _m'sieur_ DEKERR, _du_ pain, _ce
+qu'on peut nommer du_ pain!"--hoe brood alleen moet bestaan uit _gaar
+meel_, zonder meer. Zonder aluin, zonder kryt, zonder suiker, zonder
+melk, zonder eieren, zonder koper en vitriool, zonder vuiligheid,
+zonder _vergif_.
+
+Ik erken dat ik op dit oogenblik met de handen verkeerd zou staan, en
+dat ik me waarschynlyk eenige vergeefsche proeven zou moeten
+getroosten, waar ik in-staat ware brood te leveren dat _volgens het
+oordeel van verreweg 't grootste deel onzer medemensen_, beter voldoet
+aan de eischen die men aan _brood_ stellen mag, dan dat onzer
+levenslange Hollandsche bakkers. Ik heb er de hand niet aan gehouden,
+en de juiste methode is my ontgaan.
+
+En ... wonder is 't niet! Ik deed zooveel andere dingen sedert 1850!
+Daar ligt zooveel tusschen die kombuis van de _Bayonnaise_ en deze
+verhandeling! Zooveel arbeids! Zooveel vermoeienis! Zooveel
+teleurstelling! Zooveel onbekroond streven! Zooveel smart!
+
+En wat al slecht gebakken brood at ik sedert dien tyd!
+
+En hoe bitter was 't meestal, ook zonder misselyk gesuikerd te zyn!
+
+En hoe vaak rees de gedachte in my op: als ik eens, om brood te
+hebben, mezelf maakte tot zoo'n levenslange bakker?
+
+Maar er is niets van gekomen. Gedurig had ik wat anders te doen. Op
+dit oogenblik, by-voorbeeld, moet ik voortgaan met m'n stuk over
+_Specialiteiten_.
+
+ * * * * *
+
+Het is alzoo niet uitgemaakt dat iemand die zich aan 'n bepaald vak
+wydt, in dat bepaald vak iets beters levert, dan te verwachten is van
+anderen, van _niet_-specialiteiten. Er bestaan zelfs gegevens die
+zouden doen besluiten tot het tegendeel, of--om korrekt te redeneeren
+--gegevens die het tegendeel mogelyk, en zelfs waarschynlyk maken.
+
+Een bakker--de scherpzinnige lezer zal wel de goedheid hebben de
+bakkery overtezetten in den algemeen-maatschappelyken toonsleutel die
+op m'n kompozitie past--'n bakker die onder kryt, aluin, eieren, melk,
+gist, koper, vitriool en bedorven klanten is opgegroeid, heeft, juist
+tengevolge van z'n levenslankheid, meer moeite zich te ontdoen van al
+deze ingegroeide dingen, dan de onschuldige die--als ik in de kombuis
+van de _Bayonnaise_--nuchter is van alle verkeerde kennis der zaak.
+Zoo'n bakker is ...
+
+--Wat al divagatien!
+
+Ge vergist u. Ik divageer niet. En 't bewys? Zoo'n bakker is 'n
+_specialiteit_.
+
+ * * * * *
+
+En nu lezer--tenzy gyzelf behoort tot de specialiteit van de velen die
+niet lezen kunnen--transponeer!
+
+Ach, er wordt zooveel slecht voedsel geleverd uit heel andere
+bakkeryen, dan waar die gesofistikeerde miniatuur-lendekussentjes als
+brood worden uitgevent!
+
+_Specialiteit_ van rechtkennis ... bedorven melk!
+
+_Specialiteit_ van staatsmanswysheid ... taaie watten!
+
+_Specialiteit_ van broederliefde, mensenmin, vrede op aarde met
+obligaat-welbehagen, roode kruizen, filantropie, dierenbescherming,
+neger-wintersokjes, Javaannut-maatschappyen, weldadigheidskommissien
+... sterke boter!
+
+En, by al die specialiteiten, de zeer speciale specialiteit der
+_frazen_ ... vuile eieren!
+
+Alles saamgenomen! _vergif_!
+
+Ik ben terdeeg aan 't komponeeren. Zie eens hoe _quite right_ ik al
+die stinkende dingen _on their right places_ heb gezet, om de
+oneetbaarheid van de broodjes te betoogen, waarop de maatschappy zich
+maagbedervend het gebit slee kauwt.
+
+Ik hoop lezers te treffen die me hier verwyten dat ik onrechtvaardig
+ben. 't Zou me aangenaam zyn aanleiding te vinden tot dupliek op de
+beschuldiging:
+
+--Ge kunt niet waar zyn, dat ge allen over een kam scheert.
+
+De opmerking is onjuist, maar welgemeend. Wie naar waarheid zoekt, mag
+en moet zoo spreken. Welnu, ik veroordeel niet allen. Ik sprak ditmaal
+niet van personen. M'n uitval geldt noch rechter, noch pruikenmaker,
+noch jurist, noch minister, noch preeker, noch dierenbeschermster,
+noch sokjesbreister, noch _Schlachtenbummler_, noch zelfs die onzalige
+broodbakkers ... in een woord: niemand _persoonlyk_.
+
+Ik maakte me driftig tegen de domme afgodery met het _begrip_:
+specialiteit, in 't algemeen. Dat is het onkruidje ...
+
+We zullen te-zamen voortwieden in 'n volgend hoofdstuk. En dan geen
+woord meer over bakkers.
+
+
+
+
+IV.
+
+
+Een vertelling.
+
+--'t Wordt tyd dat onze FRITS 'n beroep kiest, zei m'nheer Van ... 't
+EEN-OF-ANDER tot z'n echtgenoot. Om 't geld is 't ons goddank niet te
+doen, maar toch ...
+
+En m'nheer Van ... 't EEN-OF-ANDER streelde z'n buik.
+
+In deze hartelykheid jegens zichzelf, lag iets als bevestiging van z'n
+innige overtuiging dat het hem goddank om 't geld niet te doen was, en
+tevens 'n voorspellende bezwering dat het ook z'n veelgeliefden FRITS
+goddank nooit zou te-doen zyn om 't geld. Mevrouw van 'T EEN-OF-ANDER
+was het--zonder de minste indecentie in gebaren, dit moet ik tot haar
+eer verzekeren--volkomen met m'nheer haar gemaal eens. FRITS zou 'n
+beroep kiezen. Want:
+
+--Een mens moet toch _iets_ wezen in de wereld.
+
+--Zoo had m'nheer VAN 'T EEN-OF-ANDER gezegd.
+
+Het is den lezer bekend hoe geleidelyk ik gewoon ben m'n vertellingen
+af te vertellen. Nooit 'n zysprong. Nooit 'n byweg. Nooit 'n uitweiding.
+
+Zie eens dien CERVANTES in z'n _Don Quichot_ ... 'n boek dat ik liever
+zou wenschen geschreven hebben dan den _Faust_! Ik, in m'n hoedanigheid
+van schryf _specialiteit_--ik moet toch "iets" zijn, niet waar?--ik
+verzeker u, lezer, met verwyzing naar m'n IDEE 30, dat de _Don Quichot_
+meer _ziel_ gekost heeft dan GOeTHE ooit bezat. Wat hy gespleten, en
+gebersten moet geweest zyn, de vertrapte graankorl CERVANTES, om dat boek
+te schryven, een der treurigste gedenkstukken van wat 'n mens lyden kan!
+
+Dit wist ge niet, lezer! Ge meende--van den weg gebracht door de
+specialiteit die men _school_ noemt, dat het 'n grappig werk was? Gy,
+zelf tranenlachend om zooveel koddigheid, hebt de tranen van smart
+niet gezien, die er druipen van dat boek. Misschien zal ik u die later
+eens aanwyzen.
+
+Arme levenslange martelaar CERVANTES, gij de byna eenige schryver voor
+wien ik byna eerbied heb!
+
+En daarby behoort ... m'n vonnis dat uw schryvery, als zoodanig,
+hier-en-daar beneden 't nulpunt staat. Wat drommel hebben wy te maken
+met al die malle vertellingen van herders en herderinnen, van
+liefdegekken en gekke liefden, waarnaar ge telkens uw held laat
+luisteren op z'n doornigen weg ter kruiziging?
+
+Zooveel voor 't vel?
+
+Arme arme lieve CERVANTES. De tranen die uw boek bevlekken, zyn er
+niet minder kostbaar om. Integendeel!
+
+--Ah, zegt de lezer die hier gevatter wil zijn dan hem past, het
+afbreken van de jonker-FRITSgeschiedenis heeft dus ten doel ...
+
+De kat die nog altyd achter de kachel zit _on her right place_
+--_allons_, Roletten en Van Twisten, neemt er 'n voorbeeld aan!
+--de kat is m'n getuige dat m'n pen krast als 'n raaf. Dat ik
+voortschryf met de snelheid van twintig knoopen in de sekonde.
+Sneller, sneller, ik schrijf als de bliksem, 't papier siddert, de
+inkt spat ... vooruit ... vooruit! Wat al letters noodig om dat woord
+te spellen, wat al woorden om dien zin te ronden ... geen tyd, geen
+tyd ... vooruit! De gedachten dringen my, stuwen my, overstelpen my.
+Er woelen en tournooien meer Don Quichotten in m'n hoofd, dan ooit
+werden afgeranseld door 'n onridderlyke wereld.
+
+Waarachtig, ik heb geen uitweiding noodig om m'n blaadjes te vullen!
+
+En--praktisch-overtuigend, naar ik hoop!--indien dit het geval ware,
+zou ik me wel wachten m'n fabriekmerk te bederven door u zoo'n
+denkbeeld in 't hoofd te zetten. Waar ik uitweid, doe ik dit omdat het
+me lust. Eenvoudiger reden zal er wel niet kunnen bestaan. Maar ik wyk
+_niet_ af van m'n onderwerp, al schynt het zoo. Er is nauw verband
+tusschen m'n sympathie met den lyder van den _Don Quichot_--"schryver"
+noemen ze dat!--en deze filippika tegen specialiteiten. Ook my zal men
+hier-en-daar koddig vinden ...
+
+Bovendien, de verhandeling die nu volgt over de aller-scherpste
+kausticiteit van den baron 'T EEN-OF-ANDER, behoort integraal:
+
+ _tot de geschiedenis van jonker_ FRITS,
+ _tot de geschiedenis van 't parlementarismus,
+ tot de geschiedenis van onze eeuw,
+ tot de geschiedenis van zaagdeuntjes,
+ tot de geschiedenis van den Baaels-dienst der_ SPECIALITEITEN.
+
+tot alle mogelyke geschiedenissen alzoo ...
+
+"Vermaakt er u mee" gelyk de groote kinderdichter HIERONYMUS VAN
+ALPHEN, enz.
+
+ * * * * *
+
+De baron van 'T EEN-OF-ANDER ging by buren, vrienden, magen, huis-
+stad-land-provincie-stand-en geloofsgenooten, voor 'n goed mens
+door. En ook hyzelf hield zich daarvoor. Maar hy werd door zichzelf en
+anderen miskend. De man was meer dan 'n goed mens. Hy was 'n diepdenkend
+wysgeer. Een ware Amerikaansche padvinder in de geheimenissen van het
+_Zyn_. Hy was 'n speurhond, 'n jagtvalk, 'n fret op de jacht naar
+waarheid. En wat-i vond, wist hy geestig te uiten. CERVANTES was niets
+by hem. Zelfs ik niet.
+
+En--dit verheft hem nog hooger, indien er hooger standpunt denkbaar
+is--hy was zoo fondamenteel-ingekankerd nederig, zoo evangelisch-
+kinderlyk onnoozel, dat de rechterhand van z'n oordeel niet wist welke
+paarlen de linkerhand van z'n welsprekendheid te-grabbel gooide. Als
+gy en ik, lezer, zeggen dat we onszelf als dom of onwetend beschouwen,
+houden we ons maar zoo. We beweren, eigenlyk op den keper beschouwd,
+heel intelligent te wezen. Ik noem dus zoo'n voorgeven maar nederigheid
+aan den buitenkant. Maar onze baron was inderdaad even sterk overtuigd
+van z'n intellektueele onwaarde, als anderen van de fatsoenlyke
+noodzakelykheid om zich nederig voortedoen.
+
+Lang leve dus de baron 'T EEN-OF-ANDER.
+
+Maar, nogeens, hy werd miskend. Indien gy me nu al hierin op m'n woord
+gelooft, lezer, zult ge toch zeker verwonderd zyn te vernemen dat
+onder al die miskenners iemand is die u van naby bestaat, of dien ge,
+volgens het opschrift van den Delfi-tempel--ook al tot deun verlaagd!
+--iemand dien 't uw _plicht_ was van zeer naby te kennen. Ik bedoel
+uzelf, lezer. Gy, _gy_, gaaft onzen baron van 't E.O.A. niet wat hem
+toekomt. En ook omtrent my hebt ge misdreven. Ik stelde u goedmoedig
+in-staat den man te beoordeelen, te vereeren, te aanbidden, en ge gaat
+voorby alsof er niets geschied ware! Ik zal me moeten getroosten de
+geschiedenis van jonker FRITS nogeens te vertellen, in de hoop dat ge
+ditmaal wat minder ... lieve hemel, hoe moet ik zeggen om niet bybelsch-
+onbeleefd te zyn? Ik bedoel dat ge 't parelsnoer in eere houdt, dat ik
+u--'t is 'n geschenk van den baron--zoo edelmoedig toewierp.
+
+Ik sla nu den buik over. Ook 't geld "waarom 't goddank niet te doen
+is." En we stappen rechtstreeks toe op de schatkamer der wysheid ...
+
+Zie, gierig is-i niet. Daar geeft hy ons dezelfde kostbaarheid
+nogeens:
+
+--Een mens moet toch _iets_ zyn, hooren we hem andermaal zeggen.
+
+Eigenlyk is m'n geschiedenis van jonker FRITS hier uit. Of althans ik
+behoefde, wel beschouwd, niet voorttegaan die te schryven. Want, of de
+lezer valt flauw van bewondering voor 't genie dat ik sprekend invoerde,
+of hy valt niet flauw, en is dan niet waardig de schoenen van den
+flauw-gevallen lezer te poetsen, laat staan 't slot van deze vertelling
+te vernemen.
+
+Ik schryf dus nu 'n tijdje voort, voor m'n eigen liefhebbery.
+
+--Juist, edele man, juist! De mens moet, om niet _niets_ te zyn,
+_iets_ wezen! En gyzelf?
+
+--Dykgraaf, lid van ...
+
+--Precies! Lid van ... een-en-ander. Baron van ... 'T EEN-OF-ANDER.
+Welnu, ik heb u--de eene helft van m'n lezers ligt in zwym, 't is uw
+schuld, verheven wreedaard! De andere helft is bezig met geen schoenen
+te mogen poetsen--ik heb u, dykgraaf, baron, en lid van ...
+een-en-ander ...
+
+--Ook van 't Bybelgenootschap ...
+
+--Ook van 't bybelgenootschap! Ik heb u ... een-en-ander te zeggen. Ik
+groet u met den naam van ... een-of-ander.
+
+--Niet waar, 'n mens moet _iets_ zyn?
+
+--Heel juist! En niet alleen iets, maar zelfs ... een-en-ander.
+
+Ge zyt dus ... Dykgraaf? Ge zyt lid ...
+
+--Van een-en-ander. En van 't _Zendelinggenootschap_! En van de
+_Schoolkommissie_! En van den _Vredebond_! En van 't _Roode Kruis_! En
+van 't _Blauwe_! En van ...
+
+--Om der liefde wil, overstelp me niet! 't Is om te bezwyken.
+
+--En van de _Javaannut-maatschappy_!
+
+--Hou op! Het duizelt me. Maak m'n lofzang niet onmogelyk door
+overkoking van de stof. Ge zyt, om _iets_ te zyn ...
+
+--Och, ik beroem er me volstrekt niet op. Reeds m'n papa was regent
+van 'n oude-mannenhuis. En hy zei altyd dat 'n mens ...
+
+--Een mens moet _iets_ wezen. En uwe zalige _papa_ was iets.
+
+--Hy was regent van 'n oude-mannenhuis. Ook gewezen oud-_garde-noble_
+van koning LOUIS. Want, 'n mens, zoo zeid-i altyd, 'n mens ...
+
+--Een mens moet _iets_ zyn. Ik zie het, ge zoogt met moedermelk der
+vadren wysheid in. Om uwen lof ...
+
+--Lieve hemel, ik wist niet ...
+
+--Dat ge zoo verdienstelyk waart? Zoo-even vertelde ik reeds
+een-en-ander ...
+
+--Zoo heet ik.
+
+--Ja zoo heet ge, en dat zyt ge! Nu, ik deelde iets over uwe
+nederigheid aan m'n lezers mee. We zullen haar echter niet ontzien. Ik
+schroom niet u te zeggen dat ge reeds voor uw geboorte een groot man
+waart door de verdienste van uw vader die, om niet _niets_ te zyn,
+zich _garde-noble_ had laten maken, en regent van een besjes-gesticht ...
+
+--Van 'n oude-mannenhuis!
+
+--Van 'n oude-mannetjeshuis! Ge waart voorbeschikt ... een-en-ander te
+zyn. Ge voeldet uw roeping, gy ruimdet alle hindernissen uit den weg,
+ge verhieft u boven stof en onstof, ge zweefdet en doorvleugeldet ...
+
+--Gut, ik wist niet dat ik zooveel byzonders uitrichtte. Ik ben
+dykgraaf geworden, en lid van ...
+
+--Van een-en-ander!
+
+--Ja, omdat m'n vrouw zei dat het rondslenteren van 'n man in huis,
+zoo lastig was voor de booien, en dat m'n gekibbel met de tuinknechts
+'t humeur bederft. Ook heb ik aanleg tot zwaarlyvigheid.
+
+Dit was zoo. We zagen dien buik reeds optreden als getuige tegen de
+mogelykheid van geldgebrek.
+
+--Ik werd wat dik. En als dykgraaf doe ik nu eens in de maand 'n
+toertjen om de zitting van 't kollegie by te wonen. Want ik zeg maar,
+'n mens moet ...
+
+--Een mens moet _iets_ zyn. Juist daartoe heeft de goede
+Voorzienigheid ons hoog-water gegeven, om 't mensdom instaat te
+stellen tot het voortbrengen van dykgraven. Neem 't water weg, geen
+dyken. Zonder dyken, geen Graven. Zonder Graven ... 'n man te veel
+over den vloer, en gekibbel met de tuinlui. _Allah akbar_ ... m'nheer
+VAN 'T EEN-OF-ANDER, _allah akbar_! gelyk de groote Profeet zoo wel
+gezegd heeft, zonder nog iets te weten van dykgraven en hoog-water. Ge
+moet _iets_ zyn. Gy hebt het gezegd. Niet de waanwyze PYTHAGORAS heeft
+ditmaal gesproken, maar _gy, gy, gy_! Wat hebt ge gezegd? De mens moet
+_iets_ zyn. _Hoe_ hebt ge dat gezegd? Met de daad bewyzende dat ge
+oprecht waart. Gy werd iets, dykgraaf en ... een-en-ander. _Waarom_
+hebt ge 't gezegd? Omdat uw verheven vader lid was in 'n besjeshuis ...
+
+--Regent van 'n oude-mannenhuis ...
+
+--Regent van 'n ouwe-mannenhuis! In welke omstandigheden hebt ge 't
+gezegd? Te midden van "booien" dien ge in den weg liep, en kibbelend
+met 'n tuinknecht. We kunnen nu overgaan tot de schepping der wereld.
+In Genesis I vers 27, zien we den mens verschynen. Dat was zoo'n
+groote kunst niet, en wel beschouwd is Adams verdienste in dit opzicht
+bitter klein. Gy, Adam II, vergenoegdet u niet met de verschyning ...
+ge zaagt in, dat men iets _wezen_ moest, en liet u dykgraaf maken, en
+lid van ... een-en-ander.
+
+--Maar ik wist inderdaad niet ...
+
+--Verheven onkunde! Schitterend wanbesef van eigen volkomendheid!
+Nederigheid in oneindige machtsverheffing! Ge wist het niet? Welnu
+dan, ik zal u eens al uw verdiensten terdeeg onder 't oog brengen. Ryk
+was uw vader, en ryk zyt gy ...
+
+--Ja, om 't geld is het me goddank niet te-doen.
+
+--Dat hoorden we zoo-even, toen gy uwen buik streeldelt. Ge waart ryk,
+maar met uw scherpzinnigheid zaagt ge in dat alle boeren achter uw rug
+u uitmaakten voor 'n stommerik, die geld had ... maar ook niets dan dat.
+
+--'t Is waar, er is lomp volk onder die boeren.
+
+--Toch niet, Lomp zouden ze geweest zyn, indien ze u zoo-iets in 't
+gezicht hadden gezegd. Laat ons voortgaan. Straks zal de eene helft
+van m'n lezers ontwaken uit z'n flauwte, en dan moet ik u verlaten. Ge
+hebt gevoeld ... eigenlyk ... wel beschouwd ... van zeer naby bezien
+... niemendal te wezen! Sjt ... sjt ... spreek me niet tegen, uit nog
+verder gedreven nederigheid. Uw scherpzinnigheid en zelfkennis is
+buiten twyfel en buiten debat. Uw vader in 't besjeshuis ...
+
+--Regent van 't oude-mannenhuis.
+
+--Uw vader, de regent van 't ouwe-mannetjeshuis, was in den hemel. Om
+daar te komen moet men iets zyn. En hy werd toegelaten als gewezen
+oud-_garde-noble_ van koning LODEWIJK. Ge hoopt uw vader weertezien,
+en wilt niet beschaamd staan op de vraag: wie klopt daar? Uw
+adreskaart moest boeren, tuinlui, huisbedienden en hemelwachters
+eerbied inboezemen. Het besef uwer onwaarde deed uw omzien naar
+allerlei lidmaatschappen waartoe men nullen gebruiken kan. Uit
+schaamte over uw nutteloosheid zocht ge naar gelegenheid om iets te
+schynen. Gy eet, drinkt, slaapt, als 'n beest. Gy geniet en verteert
+als 'n beest ... maar veel meer dan 'n beest. Als 'n rivierpaard
+scheert ge de oevers kaal, en bracht niets voort ...
+
+Ja toch! Hy bracht wel iets voort: FRITS!
+
+FRITS, die sedert het begin myner vertelling 'n knappe jongen van
+twee-en-twintig jaar is geworden, stapt de kamer in. De lezers, die
+tot straf van hun botheid geen schoenen mochten poetsen, worden weer
+ten-gehoore toegelaten. Ook de anderen zyn weer by-de-hand.
+
+In 'n jaar of acht kan veel gebeuren, en zoolang duurde het meegedeeld
+gesprek.
+
+FRITS was na de vaderlijke ontdekking dat 'n mens _iets_ wezen moet,
+naar 'n schoolmeester gezonden die de _specialiteit_ beoefende jongens
+"klaartemaken" voor Medemblik en Breda. Als adelborst had hy niet
+slechter opgepast dan de anderen, was naar zee gezonden, maakte een
+reisje naar de Middellandsche zee, een naar de West, een naar Indie,
+vond daar z'n aanstelling tot luitenant tweede klasse, en was onlangs
+"thuis-gevaren."
+
+Hy was by z'n kameraden ... "bemind" is 't woord niet, doch daar hy
+niemand in den weg stond, behoefde niemand zich de moeite te geven hem
+te haten. Z'n chefs waren over hem tevreden, omdat hy hen nooit door
+iets buitengewoons lastig-viel met de noodzakelykheid eener byzondere
+behandeling. Als prachtexemplaar van alleronbeduidendste ordinairheid,
+was hy juist intelligent genoeg om z'n dienst te doen zooals hy die
+geleerd had, zonder ooit zich te wagen aan eenig pogen dat hem niet
+geleerd was. Hy betoonde zich omtrent alles wat niet letterlyk was
+voorgeschreven, niet onverschilliger dan anderen, zoodat hy zelfs in
+slordigheid of dienstverzuim zich wist te onthouden van uitstekendheid.
+Op onderscheiding had hy geen andere aanspraken dan dat-i niet de minste
+aanspraak maakte op onderscheiding, en tot berisping gaf hy niet meer
+aanleiding dan noodig was om onschuldig te zyn aan sarrende vlekkeloosheid.
+Als onnut nummer op den traktementstaat was de goeie jongen zoo onschadelyk
+als die nutteloosheid maar eenigszins gedoogde, en wie hem 'n "slothout"
+noemde, zou wel de waarheid maar niet al de waarheid gezegd hebben,
+wanneer-i verzuimd had daarby te voegen: zulke dingen moeten er ook zyn.
+Kon FRITSJEN 't helpen dat anderen in die behoefte voorzagen, en dat hy
+dus--ook als zoodanig--wel eenigszins overkompleet was?
+
+In land en volkenkunde bragt onze held het tot den _Voyage en Orient_
+van LAMARTINE, om iets te weten te komen van Smirna, toen hy daar
+voor-anker lag. De oude heer van 't EEN-OF-ANDER was verbaasd over de
+poetische kennis, de klassieke belezenheid, en de geleerde poezie van
+z'n zoon, die reeds, na slechts een vyg te hebben gegeten, precies
+wist waar Troje gelegen had en welke indrukken de nabyheid dier plaats
+in elk rechtgeaard _Orient_-lezer behoort optewekken. Onze dykgraaf
+prepareerde z'n kollegaas op 'n verhandeling over den loop van den
+_Simois_, welks oevers sedert HOMERUS' tyd allermiserabelst bleken
+verwaarloosd te zyn. Hy was volkomen in-staat, genegen en bevoegd
+--_Specialiteiten voor_!--die zaak tot behoorlyke klaarheid te brengen,
+want z'n eigen zoon at vygen op de ree van Smirna. Als er nog eens zoo'n
+brief van FRITS kwam, zou hy ...
+
+Helaas, de _Simois_ moest zich getroosten ongedykt te blyven. Juist
+was de oudeheer bezig z'n vrienden "precies" uitteleggen hoe die zaak
+in elkaar zat, en met natten vinger--dat wil in onzen tyd zeggen: met
+z'n rotting in 't zand--aantewyzen ...
+
+ _fera proelia_
+ _Pingit et exiguo Pergama tota mero.
+ "Hac ibat Simois, hac. est_ ...
+
+Och, de moerteekening kwam niet gereed. Onze dykgraaf zou juist
+overgaan tot het betoog dat die
+
+ _Priami regia celsa senis_
+
+vierkant in den weg stond en onteigend behoorde te worden, toen de
+postbode berichten kwam brengen uit Konstantinopel, die de kleur
+droegen van 't romannetje dat LAMARTINE verving, en voor de oudeheer
+gereed was met precies-weten wat er haperde aan de gezondheid des
+Turkschen ryks, leverde Bairout stof tot sterk naar azyn riekende
+therapeutische beschouwingen over de cholera, afgeschreven uit het
+quarantaine-reglement dat door 'n stuurmansleerling netjes in 'n lysje
+was opgehangen in den _longroom_. Juist begon onze dykgraaf zich heel
+specialiteitig voortedoen aan den plattelands-heelmeester--jonker
+FRITS zelf had uit de mars door 'n kyker de lykstatie van 'n slachtoffer
+der ziekte waargenomen--toen de geest der brieven alweer veranderde,
+omdat FRITS kiespyn had. De chirurgyn-majoor had den armen jongen naar
+den tweeden dokter verwezen. Deze naar den derden, geloof ik ...
+
+--Ja, de geneeskundige dienst by de marine laat veel te wenschen over,
+had de heer VAN 'T EEN-OF-ANDER gezegd, na het lezen van FRITSJENS
+stuk over dit onderwerp. Het stond "op poten!" De oudeheer zou daarvan
+eens terdege werk maken. Hy was nu in-staat, genegen en bevoegd
+--_Specialiteiten voor_!--die zaak intedyken. Z'n eigen zoon had kiespyn
+aan boord van 'n oorlogschip. Wat wil men meer?
+
+Lang voor de reorganizatie van den geneeskundigen dienst ter-zee--die
+uit dit alles niet voortvloeide--lag onze FRITS op de Kommewyne in 'n
+_korjaal_ te dutten, die hem wiegelde naar 'n plantage waaruit z'n
+overgrootvader veel suiker, welvaart en welgeslaagde pretensie
+getrokken had. Uit oude betrekking at en dronk hy daar zeer vergenoegd,
+en kopieerde 'n paar artikels uit Surinaamsche couranten, over--voor
+of tegen, dit weet ik niet--over den slavenhandel. Z'n beschouwingen
+werden afgebroken door taalkundige opmerkingen over 't negerengelsch,
+en de gemakkelykheid waarmee men zich dat diepzinnig idioom kan eigen
+maken. Na slechts twee dagen verblijf namelyk wist hy zich met 'n
+onbeschroomd "_mi no sabi_"[2] overal verstaanbaar te maken.
+
+Zoo was dan eindelyk de kwestie over den West-indischen Vryen-Arbeid
+tot staat van wyzen geraakt! De oudeheer VAN 'T EEN-OF-ANDER voelde
+zich bevrucht van wysheid, en begon nu duidelyk intezien dat:
+
+"_het verschil van rassen_ ... _de vrygeboren mens_ ... _Europeesch
+overwicht_ ... _graadwydte van den menshoek_ ... _Engelsche
+huichelary_ ... _konkurrentie van den beetwortel_ ... WILBERFORCE ...
+_edel pogen_ ... KAIN ... _verstoktheid van die andere party_ ...
+_bybelsche oorsprong der slaverny_ ... UNCLE TOM ..."
+
+Kortom, hy voelde zich in-staat, genegen en byvoegd--_Specialiteiten
+voor_!--om die zaak allergrondigst te behandelen. Z'n eigen zoon
+_lunchte_ op 'n plantage aan de Kommewyne, en kon in zuiver
+negerengelsch verzekeren dat hy iets niet wist. Zou dan de vader niet
+weten hoe die emancipatiekwestie in elkaar zit? FRITS-zelf had nu 'n
+_footboy_ met dikke lippen en witte tanden. Zou dan FRITSJENS vader
+geen verstand hebben van slaverny?
+
+Maar och, 't ging weer als met de indyking van den _Simois_. Lang voor
+'t slechten of ophoogen der zandlaagjes die de slaverny moesten
+bedwingen of beschermen--ik verdenk FRITS dat hy, na 't _breakfast_,
+brokstukken van tegenvoeters aan elkaar lymde--lang voor de oudeheer
+gereed was met z'n allerduidelykste uiteenzetting van de zaak, was
+FRITS te Batavia, waar-i alweer 'n schat van ondervinding opdeed.
+
+In straat Sunda namelyk had 'n zwervende visscher geweigerd zich voor
+een aan de matrozen geleverd zoodjen _ikan kakap_ te laten betalen met
+'n stuk spek en twee verroeste schaatsen. De man was "brutaal" geworden,
+en daarop door Janmaat geslagen. De arme kadraaier sprong over-boord,
+en betaalde zich--voor visch en mishandeling niet te duur waarachtig!
+--met 'n oud wollen hemd dat-i in de vlucht meenam.
+
+Eenige maanden na dit voorval verklaarde zich de oudeheer VAN 'T
+EEN-OF-ANDER in-staat, genegen en bevoegd--_Specialiteiten voor_!--om
+'t Indisch vraagstuk optelossen. Hy-zelf had nu 'n zoon die perfekt
+Maleisch verstond. _Andjieng belanda_! had de vluchtende visscher
+geroepen. Dit woord stond--met rang van citaat[3]--in FRITSJENS brief,
+die van 't voorval melding maakte en 't aanbeval als tekst voor 'n
+verhandeling over Indische toestanden.
+
+--De jongen is vlug! Pas ruikt hy 'n land, en hy verstaat de taal al!
+Alzoo:
+
+"_Mensenrecht_ ... _Nederlandsche beschaving_ ... _zweet van
+voorvaderen_ ... _oogmerken van Voorzienigheid_ ... debouches voor
+Enschedesche fabrieken, voor de jeneverstokeryen te Schiedam en andere
+evangelien_ ... _handelmaatschappy, konsignatiestelsel, indigo,
+zeeroof en welmeenendheid_ ... _heil des vaderlands_ ... _verstoktheid
+van die vervloekte andere party_ ... _zeer beminde koning_ ...
+_bedrogen raadsleden der kroon_ ... _en_--Specialiteiten
+voor!--_bevoegdheid_!"
+
+Wel zeker: _bevoegdheid_! FRITS-zelf immers had 'n Javaan "_andjieng
+belanda_!" hooren zeggen.
+
+'t Is weer te betreuren dat de rykdom van slof in volgende brieven,
+den ouden heer VAN'T EEN-OF-ANDER onvruchtbaar maakte door overmaat
+van bevruchting. Pas had hy 'n zaak goed begrepen, of hy werd zoo
+specialiteitig beziggehouden met het doorgronden van 'n andere, dat
+hem de tyd ontbrak daarvan iets meetedeelen op de _right place_. Toch
+ging er niets verloren. De Natuur is weldadig. Zy zorgde er voor dat
+het Meesterwoord bewaard bleef in de gemoederen van de onmiddellyke
+omgeving des edelen EEN-OF-ANDERS! Wat hy niet kon plaatsen by 't
+Nederlandsche Volk, werd meegedeeld aan den dorpsbarbier, den tuinman,
+den notaris en de keukenmeid. De heele omtrek werd aldra doorsuld met
+kennis van Indische zaken, en toen FRITS eindelyk de kraan zyner
+openbaringen zoo ver openzette, dat er 'n kistjen Ambonsche-bloemenolie,
+'n paar potten _atjar bamboe_, en 'n "pauwveeren sigarenkoker" uitspoot,
+die hy-zelf gemaakt had van bamboe ... _zie verder in voce_: Droogstoppel,
+_Havelaar, hoofdstuk zeventien_.
+
+ * * * * *
+
+--En nu, papa, nu moet ik je zeggen dat ik genoeg heb van dat zwalken
+en zwabberen op-zee. 't Is 'n hondebaantje. Ik wil m'n onslag vragen.
+
+Met deze woorden heeft FRITS de mededeeling gestoord van 't gesprek
+dat we zoo-even afbraken om hem acht jaren tyd te gunnen tot schoolgaan
+en iets-worden.
+
+--Ga je gang, jongen, zei papa. Om 't geld ...
+
+De buik werd tot getuige geroepen.
+
+--En bovendien, waarom zou je tegen je zin varen? Je bent nu toch
+iets, niet waar?
+
+Wel zeker! FRITS kreeg z'n ontslag, en was ...
+
+Een mens moet _iets_ zyn!
+
+FRITS bekleedde op z'n twee-en-twintigste jaar de zeer gewichtige
+betrekking van gewezen zee-officier die niet langer zwalken en
+zwabberen wou.
+
+Maar hy wilde nog meer zyn. Hy maakte zich echtgenoot, vader en, na
+papa's dood, dykgraaf. Daarna ... waarachtig, FRITS werd een-en-ander!
+
+En, toen dat een-en-ander hem verveelde, als vroeger 't klein eindje
+zeeleven dat-i byna niet geleid had, toen hy met voorvaderlyke
+nederigheid begon te bemerken:
+
+dat hy in-weerwil van z'n _iets_, nog altyd nagenoeg niemendal was,
+
+dat-i de "booien" in den weg liep,
+
+dat z'n vrouw hem aanzag voor 'n keukenpiet,
+
+dat de tuinlui hem lastig vonden,
+
+dat de eerbied van z'n ethnologische kennis van over-zee aan 't
+verflauwen was,
+
+dat _mi no sabi_ en _andjieng belanda_ zeer gewone stop-en
+scheldwoorden waren geworden, waarmee men geen bakker meer foppen,
+geen stalknecht meer beleedigen kon,
+
+dat het prestige van echtgenoot, vader, grondbezitter, dykgraaf en ...
+een-en-ander, begon te slyten,
+
+dat de boeren ...
+
+Och! 't was niet uittehouden!
+
+ * * * * *
+
+"_Van-tyd tot-tyd openbaart zich de behoefte aan specialiteiten op
+treffende wys. Het vaderland dat op al de krachten zyner kinderen een
+heilig recht heeft ... nogeens: 't vaderland ... de ontzaggelyke
+voorvaderen ... geliefd vorstenhuis ... de kiezers ... de grondwet ...
+de onschendbaarheid des konings ... donkere wolken aan den horizon ...
+hoogstopmerkelyke, alle grenzen te-buitengaande, nooit_-dagewesene,
+_byzonder-afschuwelyke, eigenaardig-duivelsche, alle goddelyke en
+menschelyke wetten met voeten trappende, maar_ au fond _door
+ongeevenaarde domheid volkomen onschadelyke en slechts belachelyke of
+deerniswaarde, gemeene andere krant ... juist oogenblik voor alle
+welgezinden ... God en Oranje ... vuige belagers van volkswelvaart ...
+zeeleeuwen ... worstelstryd ... mannen die vaststaan in de uren des
+gevaars ... vertrouwen zyner medeburgers ... zeer geacht in 't
+distrikt welks belangen hy_--met edele miskenning altyd der rechten
+van alle andere kiesdistrikten--_alleronpartydigst zal voorstaan ...
+de zoon van een geachten vader die dykgraaf was, en een-en-ander ...
+kleinzoon van 'n gewezen-oud_-garde-noble ... _hoop dat hy zich de
+keuze zyner medeburgers zal laten welgevallen ... door-en-door-kundig,
+fatsoenlyk, doorkneed in alles en een-en-ander ... toewyding aan de
+zaak des dierbaren Vaderlands ... verregaande, het fabelachtige
+voorbystrevende, niet zelden in krankzinnige offerzucht overslaande
+onbaatzuchtigheid_ ... right man ... right place ... _en vooral de
+behoefte aan een_ deskundige _in de volksvertegenwoordiging, by de
+behandeling der zoo vaak en voortdurend verwaarloosde marinezaken_ ...
+
+FRITSJE krygt meer stemmen dan er ooit onverstaan wegstierven in de
+woestyn die maatschappy heet.
+
+FRITS--'n mens moet _iets_ zyn, gelyk z'n zalige vader de dykgraaf
+baron VAN 'T EEN-OF-ANDER zoo wel gezegd had--FRITS _is_ iets!
+
+Het bloed der besjeshuizen kruipt waar 't niet wandelen kan: onze
+FRITSJEN _is_ iets!
+
+Neen--allen goeien geesten van dooie oud-gewezen _garde-noble's_ in 'n
+besjeshuis, lof en dank!--FRITS is zelfs meer dan iets!
+
+Hy die zoo kort geleden nog niets, niets, volstrekt niemendal zou
+geweest zyn, indien hy niet gewezen zee-officier geweest was, die niet
+langer zwalken en zwabberen wou ...
+
+Hy werd op eenmaal: de gids der gidsen, de voorlichter der voorlichters
+van de natie, de tooveres, de Pythonisse, de Apollo van _Endor, Dodena_
+en _Delfi_, de Jupiter-Ammon van Opper-Egypte, de Velleda van 't Haagsche
+Binnenhof--met vergunning de uniform te mogen dragen van de korpsen
+waartoe al die dames en heeren behoord hebben--de hoofd-reverbere op de
+vuurbaak van 's lands welvaart, de Noordster waarop de hulk van 't zinkend
+Vaderland den vermoeiden steven richt, en ... nog een-en-ander.
+
+FRITSJEN, is als _right man on the right place_, SPECIALITEIT in de
+_Tweede Kamer_!
+
+En zeg nu eens, als ge durft, dat de wegen die Nederland betreedt,
+niet goed geveegd worden, en dat de Hollandsche broodjes van Staat
+oneetbaar zyn!
+
+
+
+
+V--MV.
+
+
+_Deze duizend-en-een hoofdstukken worden door den uitgever gesupprimeerd,
+omdat ze niets behelzen dan vervelende varianten van Fritsjens
+geschiedenis, met verandering slechts van naam en beroep. We hebben hier
+te-doen met Fransje die in kavallerie deed, en Cornelis die in-dienst was
+geweest by de straatslypery. Lukas wordt ter behartiging van 's Lands
+belang opgeroepen omdat hy verstand heeft van kousenweven, en Steven
+geniet de eer in hoedanigheid van industrieel-windmolenaar. Kareltje komt
+op 't kussen om z'n verdiensten als Indisch parvenu_ ... enz. enz.
+
+_Nadat de hoofdspecialiteiten door den schryver onder dak zyn gebracht,
+gaat hy over tot de onderdeelen. We krygen speciaal-Fritsjens van groote
+vaart en kleine vaart, van stoom-kust-oceaan-rivier-en trekvaart,
+van kanonneer-glad-driedeks-monitor-en modder-marine, verdeeld in
+zooveel deelen als de deelbaarheid van den modder, enz. maar eenigszins
+toelaat, altemaal specialiteiten. Daarop volgden Cornelissen van
+hoofdstraten en bywegen, van stoepen, trottoirs, stegen, achterbuurten
+en cul-de-sac's. Fransjens van lichte, zware en middelbare kavallerie,
+tot en met huurkoetsiers, palfreniers, stalknechts en ezelmelkers ...
+altemaal specialiteiten. We worden voorts onthaald op industrieelen
+die kousen weven voor heeren en voor dames, voor negers en negerinnen,
+kousen met en zonder klinken, Japansche kousen met duimen, kousen
+zonder naad, kinderkousjes, sokken en slaapmutsen in alle mogelyke
+sorteeringen. Op Lukassen die graan malen, Lukassen die hout zagen,
+Lukassen die niets malen, en zelfs den wind verwaarloozen waarmee ze
+niets malen. Daarop volgen de Lukassen van Noordewind, van Zuid-
+westewind, van N.N.O. t. N_. 1/2 _Oostewind ... kortom, zooveel
+Lukassen als er stralen schieten uit het middelpunt van de kompasroos.
+Het spreekt vanzelf dat de Indische fortuin-industrieelen worden
+onderverdeeld in koffi-suiker-thee-indigo-tabak-en kaneel-parvenus.
+In-binnenlandsche-buitenpost-en hoofdplaats-parvenus. In juridische,
+administratieve, militaire en civiele parvenus. In vryarbeids-en
+kultuurkontrakt-parvenus. In rystopkoop-parvenus. In toko parvenus. In
+Maleische, Soendahsche, Javaansche, Battaksche Dajaksche, Alfoersche, en
+Papoeaparvenus ... altemaal specialiteiten van specialiteiten, en daarvan
+de zeer byzonder uitgeknipte onder-specialiteiten._
+
+_Indien er voor het weglaten van al deze smakelooze hoofdstukken
+verschooning noodig waren, zou er ruimschoots te vinden zyn in des
+schryvers blykbare onkunde, daar hy niet eenmaal schynt te weten dat
+er in onze Tweede Kamer voor zooveel specialiteiten geen plaats is,
+een_ blunder _die hem eens-voor-al onbevoegd maakt tot_ ...
+
+
+
+
+MVI.
+
+
+Nu, als de uitgever die hoofdstukken niet wil laten drukken ... my
+wel! Ik heb den lezer in-staat gesteld ze zelf te schryven, en noodig
+hem daartoe uit.
+
+Maar eilieve, zou er in onze Tweede-Kamer inderdaad geen plaats zyn
+voor al die kinderen der heeren VAN 'T EEN-OF-ANDER en myner fantazie?
+Is dit waar?
+
+Zeker! Duizend-en-een individuen kunnen niet geplaatst worden op
+slechts zeventig orakel-drievoeten.[4]
+
+Welk nut doet dan de enkele dien men daar wel plaats geven kan?
+
+Heeft de _specialiteit_ meer dan een stem?
+
+Neen!
+
+'t Is toch jammer dat het balletje waarmee hy voteert, geen grein
+zwaarder weegt dan 't kogeltje van z'n buurman die "zich niet zoo heel
+in 't byzonder heeft toegelegd" op de zaak die aan de orde is. De
+specialiteit-fabriekheer, al weefde hy nooit iets anders dan
+slaapmutsen, stemt in marinezaken even onbeschroomd en met gelyken
+invloed op den uitslag, als de marine-specialiteit over kwestien van
+industrie, handel of landbouw. _Navita de_ tauris, _de_ ventis _narrat
+arator_. De Latynsche spreukspreker was in de war, zooals men ziet, en
+'t was hoog tyd hem te korrigeeren. Gelyk we doen by dezen.
+
+Zeventig uitverkorenen zullen 't land gelukkig maken. Daartoe is 't
+wel behandelen van elke voorkomende aangelegenheid noodig. Die
+aangelegenheid behoort _altyd_ tot zeker vak, tot zeker onderdeel van
+menselyke kennis of kunde. In de vergadering bevindt zich 'n individu
+die in zoodanig vak gediletteerd heeft. _Hy_ moet het weten. Maar ...
+welk nut trekt dan 't vaderland van de andere negen-en-zestig? Zyn ze
+niet, wel beschouwd, nogal overtollig of zelfs schadelyk? Is 't niet
+te vreezen dat ze onspecialiteitig mee-narreerende over winden en
+koeien--mee-_stemmende_ wat erger is!--den dilettant-specialist zullen
+overnarreeren, overstemmen?
+
+Komaan, ik wil goedig zyn, en al de valsche specialiteiten die m'n
+uitgever zoo boosaardig supprimeerde, verheffen tot ware specialiteiten,
+tot inderdaad kundige, in hun speciaal vak door-en-door bedreven personen
+... dan zelfs, en dan _juist_, vraag ik of zy in de volksvertegen-
+woordiging _on their right places_ zyn?
+
+Ik geloof het niet.
+
+Een goed militair zeeman die tevens de _bosse_ heeft van bevelvoeren
+en organizeeren, behoort als _right man_ aan 't hoofd van de vloot, en
+alleen te staan. Men mag zoo'n schat niet bederven, door hem
+amalgameerend wegtestoppen onder zeventig. Tegen zoo'n _alliage_ is 't
+edelste goud niet bestand.
+
+De Tweede-Kamer is immers geen kudde wyfjesschapen, waarvan men 't ras
+verbeteren kan, door 't aankoopen van 'n Thibetbok of Merino?
+
+En zoo'n ingevoerde hamel mag nog 'n flinken bel aan den hals dragen,
+terwyl de Kammerras-verbeteraar by elke poging tot uitvoering van z'n
+speciaal mandaat, heel beleefd verschooning en permissie moet vragen
+aan 't geacht schaap uit een of ander kiesdistrikt, dat hy moeder wil
+maken van wat kunde.
+
+Die laatste zinsnede is minder scherp dan men meent. Het gebeurt meer
+dat men den naam dien ik geef aan 'n bestaande zaak, aanstootelyk
+vindt, terwyl ik beweer dat de aanstoot behoorde gegeven te zyn door
+de zaak-zelf, die vaak ruwer verwyt meebrengt dan myn woorden. De
+niet-specialiteiten zien voorby dat zyzelf begonnen zich tot nullen te
+maken door waarde te hechten aan de meeningen der onnoozele FRITSJEN.
+
+En ook wanneer de speciale kennis van 'n lid inderdaad boven zoo'n
+armzalig dilettantisme verheven is, volgen er uit de verkeerde
+toepassing van 't _right place_-stelsel, allerlei ongerymdheden. Het
+drukken op de byzondere bevoegdheid van den een immers, sluit de
+betrekkelyke--soms volsterkte--onbevoegdheid der anderen in zich. De
+splitsing der intellektueele waardigheid van 'n vergadering, in
+zooveel onderdeelen als er speciale vakken in die vergadering
+vertegenwoordigd worden, brengt hare waarde terug tot de opgetelde
+cyfers der individueele intelligentien die men tot 'n _som_ vereenigen
+wilde, een poging altoos, waartegen de ongelyksoortigheid der deelen
+zich logisch--en dus triumfantelyk--verzet.
+
+Gegeven: 'n schaakspeler, 'n kannibaal, 'n schaatsryder en 'n
+hansworst, die zich vereenigen om _viribus unitis_ iets beters te
+leveren, dan aan elk hunner in 't byzonder mogelyk was. Meent men dat
+die Tweede-Kamer van vier leden, beter dan de schaakspecialiteit
+_alleen_, 'n nieuwe _gambit_-kombinatie zal tegenspelen? Dat ze meer
+personen zal verslinden dan het tweede lid orberen zou wanneer-i zich
+in eenzaamheid aan z'n vak van menseneten kon toewyden? Dat die leden
+'t met hun vieren zouden winnen van nummer drie, in 'n kunstig
+beentjen-over? Dat ze ons hartelyker zouden doen lachen dan de
+laatste, overgelaten aan z'n invidueele _vis comica_?
+
+Ik vergis me. De komieke specialiteit moet te-kort-schieten by den
+kollektieven indruk dien-i maken zou _cum sociis_!
+
+En meer ongerymdheden! A is bekwaam in zeker vak, en erlangt daarom en
+als zoodanig 'n plaats in de Volksvertegenwoordiging. Maar, ook vele
+anderen zyn in dat vak bekwaam, en hebben dezelfde aanspraken al hy.
+Sommigen zelfs staan als _specialiteit_ hooger aangeschreven in de
+meening hunner kollegaas die hierover, _als zeer speciale specialiteiten_
+immers, het best kunnen oordeelen. Waarom moeten nu al die anderen--z'n
+erkende meerderen misschien--zwygen waar A spreekt? Waarom geldt hun stem
+niet, en wel de stem van A? Ligt er niet iets onbillyks in, een persoon
+voor officieel-wys te verklaren, en zooveel anderen buiten-te-sluiten,
+die met gelyk of grooter succes dan hy, het vak beoefenden waarin hem
+door z'n verkiezing 't meesterdiploom by-uitnemendheid wordt uitgereikt?
+
+We hebben ... oorlog--schrik niet, lezer, ik fantazeer--we hebben
+oorlog met Engeland. De oorzaak ligt in de haringvisschery. Waarom nu
+een haring-specialiteit in de Kamer? Heel Vlaardingen moet er in. Al
+wat haring vangt, kaakt, zout, eet, koopt, verkoopt en kuipt.
+
+De scholen--schrik weer niet, lezer, ik ga voort met fantazeeren[5]--de
+scholen deugen niet. Waarom nu een schoolman in de volksvertegenwoordiging?
+Is er waarlyk behoefte aan speciale voorlichters _op die plaats_, dan
+hoe-meer voorlichting, hoe-meer specialiteit, hoe-beter. Roep dan elken
+professor binnen, elken magister, elken geleerde, elken _msjeu_, elken
+sekondant, elken schooljongen zelfs ...
+
+Meent men dat het de moeite niet loonen zou, _aan kinderen_ te vragen
+wat er aan 't onderwys ontbreekt?
+
+Men bemerkt dat de renommee van 't fabriekmerk der brave Hollandsche
+boter aan 't dalen is. Alweer fantazie, schrik dus nog niet. De
+beschreven vaders voelen 'n leegte. Ze betrappen zich op gebrek aan
+verstand van boter. Het bedreigd voorwerp, schuldig dan of miskend,
+moet in z'n rang hersteld, _ne quid detrimenti_ ... enz. Spoedig 'n
+boterman! Daar is-i. X heeft verstand van de zaak. Zeer wel. Maar ...
+al de anderen die "in boter doen?" Al de anderen die 't in de
+vervalsching van dat artikel nog verder brachten dan hy? Waarom niet
+ook hun 'n kussen aangeboden? Met 'n plaatsje er by, om er op te
+zitten, tenzy ze--wat ik niet ongepast vinden zou--daartoe hun
+botertonnetjes meebrengen, de dingen immers waaraan ze de aanspraak op
+die kussens te danken hebben.
+
+Indie gaat verloren--er is geen woord van waar, schrik dus nog altyd
+niet, ik stel maar iets[6]--Indie is in de war ... vry-arbeid ...
+kultuurstelsel ... algemeene ontevredenheid ... ministerieele krises
+zonder eind ... aardbevingen ... overstroomingen ... echt-liberale
+meerderheid ... allerlei ongelukken. Alzoo _Specialiteiten voor_!
+
+Daar zyn ze. A kan _kassi api_ zeggen. Hy is dus 'n halve Maleier, en
+_the right man_. Maar ... B heeft het gebracht tot 'n Soendahsch
+_tjokal sonoh_, en C tot 'n ongestameld Javaansch _djalook gni_.
+
+Is 't nu niet hard voor die twee laatste letters, dat ze A moeten zien
+plaats nemen in den tempel, terwyl zy worden buitengesloten, zy en 't
+heele alfabet van de velen die 't nog verder brachten in speciaal-kennis
+van Indie? Moest niet eigenlyk ook de kat worden binnengeroepen van de
+naaister der juffrouw wier grootmama's buurman eens zoo specialiteitig
+droomde van iemand die op 'n printjen 't portret had gezien van 'n
+doodgeboren wicht dat er misschien eenmaal aan gedacht zou hebben hoe
+sommigen naar Indie kunnen gaan ... als 't geleefd had?
+
+Dat ik in die duizend gesmoorde hoofdstukken me vergiste in de
+lokaal-kapaciteit van de Kamer, kan waar zyn. Maar 't blyft even waar
+dat dit jammer moet worden gevonden door ieder die meent dat zoo'n
+vergadering, om aan hare roeping te voldoen, behoefte heeft aan
+_Specialiteiten_.
+
+En ... nog meer ongerymdheid, nog meer schade, nog meer leugen!
+
+Wie in haringzaken de behoefte aan 'n specialiteit staande-houdt, en
+niet genegen is heel Vlaardingen binnen te roepen, behoort uit de
+Vlaardingers 'n keus te doen. Wie worden nu met deze keus belast?
+Experts? Zaakkundigen? Geenszins. De specialiteit wordt uitgekozen
+door _niet_-specialiteiten, de bevoegdheid wordt beoordeeld door
+_niet_-bevoegden, door _kiezers_.
+
+Zy die zich in de volksvertegenwoordiging doen voorlichten door
+vakmannen, vergeten gewoonlyk dat het niet altyd de _sommiteiten_ in
+zoodanig vak zyn, die door _leeken_ worden waardig gekeurd de
+algemeene zaak voortestaan. En, dat bovendien juist zy die 'n vak met
+hart en ziel beoefenen, en 't daarin brachten tot iets uitstekends,
+den minsten lust voelen hun persoonlykheid, die 'n zeer _speciale_
+waarde heeft in gemeenschap van goederen uittehuwen aan 'n
+vergadering, welke gemiddelder waarde _altyd_ beneden die van 'n
+middelmatig individu staat. Dit laatste meen ik in m'n IDEE 9
+overtuigend te hebben aangetoond.
+
+Dat nu zoodanig _uitstekend_ individu ook wat plicht en roeping
+aangaat, zich niet zoo onwaardig mag laten gebruiken, valt _my_ in het
+oog. Maar aan sommige anderen schynt deze waarheid niet zoo duidelyk,
+en daarom zal ik trachten haar optehelderen door de veronderstelde
+uitstekendheid by benadering te schatten in geldswaarde of
+maatschappelyke pozitie. Stellen wy dat er wryving van gevoelen
+bestaat over Geneeskundige-dienst. Hygiene, enz. en dat men alzoo in
+de Kamer ernstige debatten over die onderwerpen te-gemoet ziet. By
+vakaturen wordt gewezen op de "juist thans zoo diep gevoelde behoefte
+aan 'n specialiteit." De kiezers zien dit in. Er is'n geneesheer
+noodig. Geen heil buiten de medicynen alzoo. Een koninkryk voor
+'n dokter!
+
+_Welken_ dokter moet men nu kiezen?
+
+Den bekwaamsten, denk ik.
+
+Wie beoordeelt die bekwaamheid?
+
+Iedereen! Maar ... niet iedereen kan dit beoordeelen met grond.
+
+Men gaat te-werk naar den _roep_ die er van 'n geneesheer uitgaat, Wie
+veel praktyk heeft, is bekwaam. De geneesheer zonder praktyk, is niet
+bekwaam. Dat dit kriterium hoogst-onzuiver is, doet niet ter-zake. Men
+heeft geen ander. En bovendien, 't mag niet gewraakt worden in
+kiezerszaken, daar zoodanige zeer inkorrekte waardeering berust op 't
+zelfde beginsel waarmee de heele kiezery staat of valt, op:
+_meerderheid van stemmen_.
+
+De te kiezen specialiteit behoort dus iemand _van naam_ te zyn, niet
+waar? Een dokter die _door velen voor bekwaam gehouden wordt_?
+
+Vraag eens aan geneesheeren die tot deze kategorie behooren, of zy hun
+ryke praktyk gelieven optegeven voor de nogal twyfelachtige eer van 't
+lidmaatschap der Tweede-Kamer? En ook zonder te spreken van 't geldelyk
+verlies, het zou al zeer weinig getuigen van liefde voor de wetenschap,
+indien zy zich op die wyze door 'n kiezersgril lieten aftrekken van 'n
+beroep dat den welgezinden onder hen, _roeping_ is.
+
+De zeer voorname geneesheer bedankt alzoo. De iets minder voorname
+--tweepaardig nog altyd!--bedankt ook. De karbriolet bedankt. De chais
+bedankt. Ach, de goeie lieve arme Tweede-Kamer moet zich behelpen met
+deze of gene godheid van lagere orde en te-voet, die haar gebruikt om
+zoo mogelyk langs chais, karbriolet en koets opteklimmen tot wat renommee
+en praktyk. "M'n zieken zyn wat schaars, zoo redeneert de half-
+verongelukte, doch als ik 'n deftig M.P. achter m'n naam zet, zullen de
+patienten wel komen opdagen." Daar ziet men dan 't specialiteiten-beginsel
+op z'n kop staan. Niet de geneesheer als zoodanig nuttig in de Kamer,
+maar 't kamerlid zit als volksvertegenwoordigende specialiteit voor 't
+ziekbed. Hy licht z'n zeventig kollegaas niet voor met geneeskundige
+kennis, maar voelt met ambtelyker deftigheid dan vroeger, den pols zyner
+zieken. Z'n redevoeringen imponeeren de geachte leden niet, al rieken ze
+naar de school--en dit _moet_, want met dat doel is-i daar--maar wel maakt
+hy op z'n patienten hoogmogender indruk dan in de dagen van z'n
+kamerloosheid. In 't Parlement daalde hy, zonder baat voor iemand, van
+eenheid af tot 'n zeventigste deel. Met zeventigvoudige waardigheid
+daarentegen wreekt hy zich op z'n andere lyders ... die ook niet
+genezen, al zyn ze 'r nog zoo groots op een dokter te hebben met het
+vaderland.
+
+Laat ons aannemen dat de voor bekwaam gehoudene inderdaad in kennis
+zoo hoog staat als z'n inkomen schynt aantewyzen, en tevens dat-i
+vervuld is van liefde voor de algemeene zaak, zoo zelfs dat hy
+des-noods bereid wezen zou van die hoogere inkomsten afstand te doen,
+om tennutte des Volks bezig te zyn. Hoe behoort in zoodanig geval deze
+specialiteit te redeneeren?
+
+"Er is in onze Volksvertegenwoordiging debat op-handen over Hygiene,
+Geneeskundige-dienst, Akademisch onderwys in de fakulteit der
+medicynen, enz. enz. Ik heb my op die zaken toegelegd, en vermeen
+--liever: _en ben overtuigd_--in-staat te wezen over dat alles
+inlichtingen te geven die van nut kunnen zyn voor de beraadslagingen.
+Men biedt my 'n plaats in de Kamer aan. Is 't nu, _in het belang der
+zaak_, m'n plicht die betrekking aantenemen? Wordt de door my
+verkregen kennis het voordeeligst aangewend _in_ of _buiten_ die
+kamer? Dat is de vraag?
+
+Ik beweer dat de _bekwame_ specialist, na zich deze vraag ernstig te
+hebben voorgelegd, geen annihileerd lidmaatschap aannemen mag. Hy mag
+'n kennis niet versplinteren. Hy mag het deel der wetenschap, waarover
+hy te beschikken heeft, niet onderwerpen aan reglementen van orde, aan
+konventioneele parlements-usantien, aan wanbegrippen over party-plicht.
+Hy mag de religie van z'n vak niet blootstellen aan de schande van 'n
+stryd met onkundigen, waaronder er zyn die op toevallig ambtgenootschap
+het recht gronden van onbeschaamdheid. Hy mag dit niet, en ... 't
+geschiedt ook niet! Want ... wie inderdaad als specialiteit bekwaam is,
+_bedankt_. Hy komt, na de vragen die hy zich--altyd in 't belang der zaak
+--voorlegde, tot de slotsom dat-i z'n talenten, z'n kennis en z'n
+bekwaamheid het voordeeligst aanwendt door het _individueel_ verkondigen
+van wat hy ter-zake dienstig oordeelt. Hy biedt de vruchten van z'n
+arbeid aan volk en vertegenwoordiging _beide_, en wacht ...
+
+Wyst men daarop z'n slotsommen af? Mislukt hem 't gepoogd overplanten
+zyner denkbeelden? Welnu, dan juist blijkt hem dat hy zichzelf, z'n
+arbeid, en z'n "Publiek"--in en buiten de Kamer--goed beoordeeld
+heeft. De specialist die, ongestoord arbeidende met al de kracht eener
+alleenstaande individualiteit, geen bres beukte in den dikken muur van
+algemeene onkunde, zou waarlyk dien muur niet hebben omgeworpen,
+indien hy de kracht van z'n geest had verwaterd door oplossing in een
+onevenredig-groot aantal deelen ... anderen geest.
+
+Dit laatste beeld is weer onjuist, en te flauw voor de zaak die ik
+daarmee wil kenschetsen. De invloed namelyk van den specialist wordt
+niet alleen _verzwakt_ en _verlamd_ door z'n opgaan in een groot
+heterogeen geheel, maar die invloed wordt door tegenwerking
+_vernietigd_, of althans dit kan 't geval zyn. De mogelykheid bestaat
+dat 'n nuttige waarheid die kans had op bevruchtend doordringen, voor
+langen tyd verloren gaat, of omdat zy 'n lid der Volksvertegenwoordiging
+tot ontdekker had, of omdat ze in die Vertegenwoordiging werd verkondigd.
+En hierop doelde ik eenige bladzyden geleden, toen ik klaagde: nog meer
+schade, nog meer _leugen_! Dat immers het smoren van waarheid, leugen in
+de hand werkt, zal wel betoog behoeven.
+
+Ik verdedig van 't nu volgend voorbeeld alleen de strekking, en geenszins
+de zeer willekeurig gekozen stelling.
+
+Een geneesheer, _inderdaad_ sommiteit in de wetenschap, heeft zich
+laten verschalken. Hy verlaat zieken en studeercel, en neemt zitting
+in de Kamer. Na moeilijke inspanning en veel _speciale_ studie, is hy
+in het bezit geraakt van een of meer der volgende--door my slechts
+voor 'n oogenblik als zoodanig aangenomen--waarheden:
+
+ dat de volksvoeding slecht is,
+ dat de kazerneering van de militairen veel te wenschen overlaat,
+ dat de hospitalen niet deugen,
+ dat de vaccine nadeelig werkt op de gezondheid,
+ dat er fouten zyn in de wettelyke regeling der prostitutie, of wel
+ dat de heele wettelyke regeling op dat stuk 'n fout is, enz. enz.
+
+Hy was op 't punt de rezultaten zyner wetenschap en ervaring
+neerteleggen in 'n uitgebreid werk. Daar komt men hem storen met z'n
+verkiezing. Nu behoorde hy te antwoorden: "lieve mensen, ik heb
+waarlyk geen tyd voor zulke dingen, voorziet u elders!" Maar we
+stelden reeds dat het verschalken ditmaal gelukt. Zelfs de goede
+HOMERUS slaapt nu-en-dan. Onze voorlichter laat zich dus de "keuze
+zyner medeburgers--waaronder geen enkele is, dien hy 't geringste
+stemrecht zou toekennen in _zyn_ onderzoekingen!--welgevallen."
+Verkeerd redeneerende, hoopt hy z'n verkregen kennis aantewenden in
+dien nieuwen werkkring.
+
+Maar ... die werkkring omvat ook andere zaken dan waarmee hy zich zoo
+religieus bezighield. Men tracht hem te werven voor--of tegen
+--tariefsherziening, vry-arbeid, kadaster-revisie, schoolwet,
+afschaffing tienden, pantser-fregatten, linie-verdediging, kieswet-
+verandering, enz. enz. Onze arme geleerde voelt dat hy in 'n maalstroom
+geraakt is, waarby hy de vruchten zyner korrekt-wetenschappelyke
+nasporingen niet plaatsen kan. Z'n nieuwe omgeving waardeert z'n
+vorigen arbeid niet. Het is haar niet om waarheid te doen, maar om 'n
+_stem_.
+
+Dit is hem wel 'n groote teleurstelling, maar ... och, onze naive
+onderzoeker beleefde niet geheel ongeschonden de laatste twintig,
+dertig jaren. De modewoorden, "behoud, liberalisme, reaktie,
+verblinding der tegenparty--die 't altyd glad mis heeft--ministerieele
+krizis, periodieke ondergangen van 't vaderland" enz. drongen tot z'n
+studeervertrek door. Wel stuitten hem vroeger, als ruwe vloeken den
+vrome, al die vage uitdrukkingen, hem die de godsdienst van 't
+_exakte_ bekleed, maar men is nooit straffeloos 'n kind van z'n tyd.
+Hy wyst al die Kamerpraatjes niet af met de minachting die ze
+verdienen, en die dan ook werkelyk gevoeld wordt door den zeer enkele
+die trouw bleef of aan gezond verstand, of aan de vak-religie waardoor
+by sommigen zoo eigenaardig de rol van 't geweten vervuld wordt. Maar
+dit zyn uitzonderingen.
+
+In-weerwil van dat alles herinnerde hy zich iets op 't gemoed te
+hebben. "De volksvoeding, m'nheeren ...
+
+Wie luistert naar zoo iets! De kwestie _aan de orde_ is, de dikke
+yzeren platen waarmee men waarschynlyk onze schepen onbruikbaar maakt,
+en zeker de marine bederft, uit Engeland of uit Frankryk moet ontboden
+worden? Dat 's wat anders dan eiwit en proteine!
+
+Zeer wel. De arme man tracht met geduld en berusting die pantserplaten
+te doorboren, en zwygt. Neen, erger, hy stemt mee met de _clique_
+waartoe hy zich verbeeldt te behooren, omdat ze hem 't uitzicht opende
+ook eens naar hem te luisteren. Maar ... eerst die pantser-historie
+_Passez nous le rhubarbe, nous vous passerons le sene_!
+
+"De kazerneering der troepen ...
+
+Lieve hemel, hoort hy dan niet dat we bezig zyn met Eeredienst? De
+vraag "aan de orde" is, of goddelyke dingen, voortaan te zwak om
+alleen te staan, by finantien of binnenlandsche zaken moeten worden
+ingedeeld? De Israelieten beweren, de Katholieken gelooven, de
+Protestanten protesteeren ...
+
+In 's hemelsnaam! De huisvesting der troepen moet wachten tot de _res
+divinae_ gekazerneerd zyn.
+
+"Maar de hospitalen dan ...
+
+Hospitalen hier, hospitalen daar ... de heeren zyn bezig met 'n
+Noorzeekanaal. Dat is "aan de orde". Hospitalen by 'n volgende
+gelegenheid.
+
+En onze patient--helaas, vroeger was-i zelf geneesheer! moet z'n
+lydende hospitalen laten wachten.
+
+"Wat de koepokstof aangaat, myne heeren ...
+
+Er wordt vandaag niet ingeent. De Kamer is bezig met de posteryen.
+"Aan de orde" is de vraag hoe 't stelen van brieven kan voorkomen
+worden?
+
+De tegenstander der vaccine--hy is dus vooral tegenstander van
+_gedwongen_ vaccinatie--schikt zich alweer. Hy stelt z'n verlossing
+uit, en rekommandeert zich voor wat _gelegentliche_ aandacht op de
+zaken die _hy_ behandelen wil, door zich gedwee te laten inenten
+met postery.
+
+"Wat de prostitutie aangaat ...
+
+Sjt! Over zulke dingen wordt hier niet gesproken. _On se respecte_!
+
+Daar zit nu de man met z'n kennis, met al z'n geleerdheid, met al z'n
+_specialiteit_! Hy betreurt den tyd toen-i alleen was met z'n streven
+naar waarheid, en geen andere beletselen kende, dan die uit den aard
+der behandelde zaak voortvloeiden.
+
+Maar ... eindelyk toch komt het tydstip waarop hy zoo-lang wachtte. Na
+'t doorloopen van allerlei kursus in zaken die hem vreemd waren, en
+waarin-i zoo goed mogelyk zich richtte naar 't voorbeeld van wien _hy_
+aanzag voor specialiteiten in hun vak--de onnoozele! roept men hem op
+tot verkondiging ...
+
+Hy is gereed. "De huisvesting der troepen alzoo ...
+
+Alweer mis! Heeft men ooit dommer onbruikbaarder schepsel gezien dan
+zoo'n geleerde! Daar zou hy waarlyk den minister die gesteund moet
+worden, 'n brandhout voor de voeten gooien, of: den minister die
+vallen moet, steunen!
+
+Zoo wordt alles gesmoord, vernietigd. Waarheid, vrucht van gemoedelyk
+onderzoek, religie der wetenschap, hospitalen, volksvoeding, vaccine,
+prostitutie ... neen, nu zeg ik 'n woord te veel, een woord.
+
+ * * * * *
+
+De zaken kunnen zich evenwel anders toedragen. _Variis modis male
+fit_. Stellen wy eens dat de thesis die onze specialiteit te bepleiten
+heeft, ten-laatste wel "aan de orde" komt, en dat het geoorloofd is
+haar te behandelen. Hy spreekt. Men luistert naar hem. Men geeft hem
+de eer die hem als _bevoegde_ toekomt.
+
+_Wie_ geeft hem die eer? _Wie_ luistert?
+
+De Kamer?
+
+Geenszins. Slechts 't gedeelte der Kamer dat de verkondigde nieuwe
+leer kan gebruiken in 't program van den kinderachtigen partystryd.
+De waarheid wordt niet ingehaald om haarzelfs-wil, maar om haar
+opportuniteit als oorlogswapen. De _bekwame_ specialist bedroeft zich
+over 't misbruik dat hy ziet maken van z'n arbeid, en gevoelt dat elke
+_leugen_, wanneer ze maar gelyke partydienst doen kan als de door hem
+gevonden _waarheid_, even welkom als deze zou geweest zyn.
+
+Doch, meent men, z'n mededeelingen zyn nu eenmaal aangehoord ... ze
+zullen doordringen?
+
+O zeker. Het staat in de macht van geen Parlement ter-wereld, de
+waarheid _op-den-duur_ te smoren. Maar ik blyf beweren dat de
+verkondiging op _die plaats_ haar 't licht doen zien in zeer nadeelige
+konditien. De onvervalschte verspreiding wordt tegengewerkt en
+vertraagd door de lokaaltint van pseudo-staatkunde _tendance_ die
+onafscheidelyk is van elke parlementaire handeling.
+
+Het doet er voor den eisch van m'n betoog volstrekt niet toe, of de
+wetenschappelyke meening van onzen _bekwamen_ specialist samenvalt met
+de belangen der meerderheid, of met die van 't ander deel der
+vergadering. De hulde dergenen in wier kader z'n opinien passen, heeft
+minder waarde dan wanneer z'n ontdekkingen waren gepubliceerd zonder
+politieken bysmaak. En ... de tegenwerking der andere party is hevig.
+Dit nu op-zichzelf ware geen schade. Maar die hevigheid openbaart zich
+ten-koste van de waarheid. En dit schaadt wel!
+
+--Hoe, gebreken in volksvoeding, in kazerneering, in prostitutie?
+Onder den minister dien _wy_ steunen? Dat mag niet waar zyn!
+
+--'t Is inderdaad hard, maar ... wie zal hem tegenspreken? Hy is 'n
+alom voor bevoegd gehouden ... _specialiteit_!
+
+--Zooveel te beter! Ook wy weten met zulke dingen te goochelen. En is
+'n vakature voor 't distrikt X, Y, Z. Aan specialiteiten is ook aan
+onzen kant geen gebrek ...
+
+Waarlyk, weinig tyds na z'n optreden ondervindt onze Goliath dat men
+hier-of-daar 'n Davidje wist optesporen--liefst 'n zeer kleintje--die
+juist niet altyd behoeft te overwinnen, als hy maar goed genoeg
+slingert om zeker soort van kampvechters te doen meenen, of gelegenheid
+te geven tot het voorwenden van de meening, dat hy den reus vlak voor
+z'n kop heeft getroffen.
+
+Hoe dikker de laag van onbeduidendheid, die men doorboren moest om de
+nieuwe specialiteit aan 't licht te brengen, hoe onvoordeeliger de
+toestand wordt van den uit z'n kring gerukten apostel. Hy gevoelt dat
+men hem verlaagd heeft tot vechthaan, en dat hy zich _en spectacle_
+geeft. De leeken staan er by met de handen in den zak, en wedden. Ze
+voelen niets van de pyn des meesters, die diep gewond wordt, niet door
+de slagen die hem de leerling toebrengt--ze treffen niet!--maar door
+'t vernederend besef dat-i zich heeft laten verlokken tot derogeerenden
+stryd. Hy moet het aanzien dat onbevoegden z'n tegenstander den palm
+der overwinning toekennen, of--niet minder bitter!--ondervinden dat
+even onbevoegden wel willen erkennen dat hy dien tegenstander verslagen
+heeft, en mag eindelyk nog van geluk spreken, indien de parlementaire
+konvenientie van 't oogenblik hem den byval verzekert van de meerderheid.
+Maar ... ook dit zelfs kan wel eens veranderen na de herkiezingen in Juni!
+
+De specialiteit der 3e, 7e 1001e klasse integendeel, wint altyd, ook
+al werd-i _moralement parlant_ platgebeukt weggedragen van 't slagveld.
+Hy die, _buiten_ de Kamer, _volgens de schatting der vakgenooten_,
+onwaardig zou geweest zyn de schoenriemen des meesters te ontbinden,
+geniet nu reeds door den stryd-zelf--hoe ook de uitslag zy--grooter eer
+dan in gewone omstandigheden het loon eener overwinning wezen zou. Hy
+hyscht z'n onbeduidenheid aan de hoogte van z'n tegenstander op, die op
+zyn beurt hem niet mag terugzenden naar de school, omdat hy ditmaal niet
+te doen heeft met de nietige persoonlykheid van den adept--van den
+dilettant misschien--maar met die andere nietigheid welke men in de
+dieventaal der parlementen gewoon is: 't "geacht lid" uit ...
+een-of-ander, te noemen.
+
+Bezit nu 't _ad hoc_ binnengeroepen vechtkuiken de gaaf van
+"mooipraten" of al ware het zelfs van "goed-spreken" dan is de zaak
+nog erger. En: _dit is meestal 't geval_, omdat het uit den aard der
+zaak voortvloeit. By 't opsporen immers van iemand die de gevreesde
+_bekwame_ specialiteit moet neutralizeeren, is _welsprekendheid_--zoo
+noemen ze dat, en ik zal hierop terugkomen--'n eerste vereischte. Hoe
+hooger Goliath uitsteekt, hoe meer steentjes onze David-Demosthenes
+moest kunnen bergen in z'n mond. Hoe minder wetenschap, hoe meer
+redevoering. Hoe minder kennis, hoe meer misbruik van taal. Hoe minder
+innerlyke waarde, hoe meer _cant_.
+
+Ligt het nu niet in de rede, dat onze andere specialiteit, hy dien we
+voorstelden als _inderdaad uitstekend_, berouw voelt dat hy zich en
+z'n waarheidsreligie blootstelde aan zulke vernederingen? Moet hy niet
+telkens neiging voelen den stryd te ontwyken, als zyner onwaardig?
+Begrypt men niet, dat hy slechts met moeite zich weerhoudt van het
+uiten der klacht: "gy, geachte leden die m'n woorden toejuicht of
+afkeurt, ik wenschte dat ge leerdet wat toejuiching of afkeuring waard
+is. Voor u allen is plaats op andere banken dan van deze Kamer ... ik
+wacht u by m'n lessen. Wat u betreft, geacht lid uit Snaterburg, die
+me zoo heel in 't byzonder tegenkakelt, om by die lessen te worden
+toegelaten, stel ik u voor, een-en-ander afteleeren. En hiermee heb ik
+de eer de heeren te groeten."
+
+Wel zeker! Hy gaat naar huis, en zoekt 'n ander veld ter bezajing. Als
+oprecht waarheidzoeker is hem lof en tegenspraak beide welkom. Maar 't
+moet de waardige lof zyn die aanmoedigt en kracht geeft tot voortgaan,
+niet de onbekookte "mooivindery" van bevooroordeelden. De tegenspraak
+die hy gaarne uitlokt als onmisbaren graadmeter van z'n oordeel,
+behoort te leiden tot ontwikkeling. Hy voelt zich en z'n zaak te goed
+voor 'n redeloos gekibbel, dat hem afmat, den indruk zyner redeneeringen
+uitwischt, en den stand der behandelde zaken verwart. Dit alles moge
+nu-en-dan voldoen aan de eischen eener zoogenaamd-staatkundige party,
+'t past gewis niet in 't program van den waarheidzoeker.
+
+Ik laat nu daar, in hoeverre dit alles anders wezen zou, indien ...
+onze parlementen anders waren. Dit behoort niet volstrekt tot m'n
+tegenwoordig onderwerp, al zy 't dan dat de wanbegrippen over 't nut
+van specialiteiten het hunne bydragen tot het laag gehalte onze
+Volksvertegenwoordiging. Daartoe evenwel werken ook oorzaken mee, die
+tot 'n heel andere kategorie van dwaling behooren, dan waartegen ik in
+dit geschrift te-velde trek, en die ik dus nu voorbyga.
+
+Men zou me kunnen tegenwerpen dat de bekwame specialist niet juist
+_altyd_ 'n onwaardigen tegenstander behoeft te hebben, en vragen of er
+dan ook geen nut te trekken is uit 'n debat tusschen _ebenbuertigen_?
+
+Elders, ja. Maar in de Kamer niet. De pseudo-politieke atmosfeer
+bederft al wat haar inademt. De man van wetenschap gevoelt dit, en
+tracht zich aan dien invloed te onttrekken. Zoodra hy in z'n
+tegenstander een hem waardigen kampvechter erkent, zal hy hem liever
+uitnoodigen tot het kiezen van 'n geschikt terrein, dan hem en
+zichzelf ten schouwspel te geven aan 'n publiek dat het bywonen van
+den stryd niet waard is. Deze ridderlyke afkeer van dorperheid wordt
+nog ondragelyker, zoodra de kampioenen het besef opdoen dat hun plebs
+niet alleen onbevoegd is tot het beoordeelen van de kracht of
+juistheid der toegebrachte slagen, maar dat het er op aast hun beider
+eruditie te gebruiken als oorlogsmiddel in 'n stryd waarmee de
+wetenschap niets gemeens heeft. De vernedering is dan voor beiden
+onduldbaar, waaruit dus vanzelf volgt dat wy op zoodanig schouwspel
+zelden--ik durf zeggen: nooit--onthaald worden. En hiermee wordt alzoo
+de stelling bewezen dat de inderdaad bekwame specialiteit het
+lidmaatschap in de kamer niet dan onbedacht aanneemt, en in dat geval
+slechts voor zeer korten tyd behoudt.
+
+De schaarste van uitzonderingen op dezen regel gedoogt niet dat het
+aanwezen van _twee_ uitstekende specialiteiten in een vak, frekwent
+kan zyn op de banken der Volksvertegenwoordiging. Doch al ware dit
+anders, dan nog en dan alweer zou 't getuigen _tegen_ de toepasbaarheid
+van 't specialiteiten-stelsel, dewyl in zoodanig geval andere speciaal-
+vakken te schraal zouden bezet wezen.
+
+Aannemende immers dat, byv. de marine door twee specialiteiten werd
+vertegenwoordigd--hooger aantal zou de onevenredigheid nog doen
+stygen--dan volgt hieruit dat veel andere vakken van kennis en
+wetenschap onvoldoende of in 't geheel niet gereprezenteerd worden, en
+wel om dezelfde reden die m'n uitgever bewoog die duizend vervelende
+hoofdstukken te schrappen.
+
+Twee zulke marine-specialiteiten zullen gewoonlyk bestaan uit twee ...
+FRITSJENS. Zelden uit een admiraal van de soort als die ik liever aan
+het hoofd van de vloot zag, met een FRITSJE tegenover hem. En nooit
+uit _twee_ admiralen van dat gehalte. Mocht dit laatste _par
+impossible_ 't geval eenmaal wezen, dan kan men verzekerd zyn dat de
+een met monitors dweept, en dat de ander, op 't voorbeeld van den
+Amerikaan FERRAGUT, zich schamen zou _to fight on the bottom of a
+teakettle_. In een zaak evenwel zullen die heeren 't eens zyn, in
+tegenzin elkaar te enteren voor 't plezier van zes dozyn landkrabben
+die geen marlpriem kunnen onderscheiden van 'n borduurnaald.
+
+Doch, zullen sommigen meenen, het nut der debatten tusschen
+specialiteiten in de kamer gaat misschien niet geheel te-loor. Ze
+worden ook _buiten_ de Kamer gehoord ...
+
+Niet zoo goed als wanneer ze buiten die Kamer gevoerd waren, in welk
+geval de onderwerpen grondig, monografisch, en van politieke "smetten
+vry" konden behandeld worden. Deze drie epitheta namelyk duiden de
+tegenstelling aan, van de belemmeringen _in_ de Kamer, die ik trachtte
+te schetsen.
+
+Wie overigens, ter verdediging van het nut der specialiteiten in 'n
+parlement, zich beroept op de mogelykheid dat _niet alles_ verloren
+gaat wat ze daar ten-beste geven, heeft toegestemd wat ik bewyzen
+wilde.
+
+Ik mag dit kapittel niet sluiten zonder de opmerking dat de
+gegrondheid myner overtuiging op dit stuk, gestaafd wordt door de
+Geschiedenis. Nooit dan in de tyden van voorbygaande beroering, waren
+_zeer_ uitstekende mensen--dusgenaamde "groote mannen"--leden eener
+politieke vergadering. In dit feit ligt de resumtie der oorzaken
+waarom ook _gewoon_-uitstekende mensen--vak-specialiteiten--niet op
+hun plaats zyn in 'n volksvertegenwoordiging. Zoodanig kollegie geeft
+aanhoudend blijk, niet zoozeer te beantwoorden aan de roeping om
+kapaciteiten aantewerven--wat dan toch, oppervlakkig beschouwd, de
+eisch wezen zou--dan wel om te voorzien in de behoefte aan 'n terrein
+waarop middelmatigheden voor kapaciteiten kunnen doorgaan. Wie veel
+bezit, associeert zich niet. En wie inderdaad iets is ...
+
+--Niet waar, 'n mens moet _iets_ zyn, roept men ons uit den hemel toe
+...
+
+We herkennen de stem des zaligen Barons VAN EEN-OF-ANDER. En we geven
+hem volkomen gelyk. Een mens moet _iets_ zyn. Zeker, zeker, men moet
+_iets_ zyn! Maar juist daarom komt het me voor, dat iemand die
+inderdaad _uit zichzelf_ iets is, zich geen moeite hoeft te geven
+schynbaar iets te _worden_, door 't opgaan in anderen die op hun beurt
+zich slechts vereenigden om niet, ieder alleen staande, volstrekt
+niemendal te wezen.
+
+
+
+
+MVII.
+
+
+Onder de tallooze invloeden die de maatschappy beheerschen, zyn er
+velen die wy of in 't geheel niet kennen, of waarvan wy ons slechts
+zeer onvoldoende rekenschap geven. De algemeene oorzaak van dit
+verschynsel zal wel traagheid zyn, maar ik meen de meer onmiddellyke
+aanleiding te vinden in onze ... specialiteit van aardbewoners. We zyn
+zoo gewoon geraakt aan 't waarnemen of ondergaan van de uitvloeisels,
+dat we zelden ons opgewekt voelen om onderzoek naar de bronnen te
+doen. 't Is dus hier alweer--als by die bakkers in Hoofdstuk
+zooveel--de _levenslankheid_ waarmee wy ons vakje van aardbewoners
+uitoefenen, die ons van 't nasporen der _causae rerum_ terughoudt, en
+hierom staat gewoonlyk ons begrip nog lager dan onze kennis, die ...
+ook te wenschen overlaat.
+
+Wanneer een onzer op de maan aanlandde, en daar wezens aantrof die
+belangstelden in kennis, zoud-i waarschynlyk in z'n nieuwe omgeving
+doorgaan voor byzonder bevoegd om inlichtingen te geven omtrent
+aardsche zaken. Maar weldra zou hem blyken dat een seleniet meer
+vragen kan dan tien telluriers weten te beantwoorden. En dit niet
+alleen ten-opzichte van inderdaad onoplosbare vraagstukken, of ook van
+die welke slechts by sommigen voor moeielyk doorgaan, maar zelfs in
+zaken die geenszins buiten z'n begrip liggen. Telkens zoud-i zich
+moeten verwyten gedurende z'n vorige loopbaan zoo weinig acht te
+hebben geslagen op 't verband tusschen oorzaak en gevolg, en by 't
+minst besef van eerlykheid ware hy werdra genoodzaakt z'n ontslag te
+vragen uit de betrekking van vraagbaak. De primitiviteit der leeken
+die hem aanzagen voor professor, zou zich openbaren in allerlei vragen
+welke hy nooit zichzelf voorlegde niet alleen, maar die hem ook op z'n
+eigen planeet nooit waren gedaan door onkundigen, vertrouwd en
+verzoend als ze waren met hun gebrek aan begrip. Een vry algemeene
+hoofdindruk van zoo'n ontmoeting zou bestaan in de overtuiging dat-i
+vroeger zeer veel meeningen had aangenomen als op _rede_ gegrond,
+terwyl hy nu zou moeten erkennen dat ze slechts berustten, of op
+stilzwygende overeenkomst--_konventie_--of op voorbedachtelyke en
+uitdrukkelyke versiering, op 'n gemakshalve als waar aangenomen maar
+onbewezen en vaak onjuiste stelling, in een woord: op _fiktie_. Onder
+deze konventien bekleeden onze meeningen over _bevoegdheid_ 'n eerste
+plaats. By nauwkeurig onderzoek zal gewoonlyk blyken dat we telkens
+deze hoedanigheid toekennen aan personen die daarop niet veel meer
+aanspraak mogen maken dan zoo'n verdwaalde aardbewoner die op de maan
+benoemd werd tot adviseur.
+
+Dat de hier bedoelde onjuistheid van schatting, met al de fouten die
+er uit voortvloeien, nooit geheel kan vermeden worden, ligt in den
+aard der zaak. De meeste punten van rechtsbegrip en zedelykheid
+immers, ja zelfs de meeningen over eigen of algemeen belang, berusten
+op _konventie_, en dit zal wel zoo blyven, zoolang 't ons niet gegeven
+is doortedringen tot de _eerste oorzaak_ der dingen. Altyd stuiten wy
+in onze nasporingen op 'n stelling die--zooals de axiomaas in
+wiskunde, maar met minder recht--voetstoots moet worden aangenomen,
+op-straffe van onmogelykheid om doorteredeneeren. Dit verschoont
+evenwel de lichtzinnigheid niet, waarmee wy ook zulke onwaarheden
+vaststellen, die zeer goed hadden kunnen vermeden worden zonder ons 't
+verlies van 'n bruikbare konkluzie te veroorzaken. Het is waar dat wy
+in sommige gevallen aan zeker vertrouwen op konventioneele bevoegdheid
+behoefte hebben, geenszins omdat dit den wysgeer nader brengt aan
+waarheid, maar omdat de maatschappelyke orde soms vereischt dat 'n
+twyfelachtige zaak op wettelyke wys worde vastgesteld. Dit onderscheid
+tusschen de doeleinden der wysbegeerte en de belangen van de maatschappy,
+wordt--heel onwillekeurig voorzeker, maar nogal duidelyk--erkend door de
+Wet. Zy verbiedt den rechter uitdrukkelyk: _recht te weigeren_, dat is:
+geen uitspraak te doen in de geschillen die aan z'n oordeel worden
+onderworpen. Hy _moet_ beslissen tusschen ja en neen, tusschen
+aanklacht en verdediging, tusschen zwart en wit, plus en minus, zyn en
+niet-zyn. Hy mag niet twyfelen, mag z'n oordeel niet opschorten, mag
+niet bescheiden wezen--'t geen hier in veel gevallen zeggen wil: niet
+_eerlyk_--hy is eens-vooral veroordeeld tot _weten_. Op wysgeerig
+terrein zou deze verplichting 'n ware zotterny wezen, wanneer niet op
+even wysgeerige gronden kon worden aangenomen dat we behoefte hebben
+aan zeker soort van dwaling. De natuurkundige dien men vragen zou,
+_waarom_ alle stof streeft naar vereeniging, mag betuigen dat hy 't
+niet weet, maar 'n _Rechter_ is verplicht zich te houden voor alwetend
+en onfeilbaar, of ... zich aantestellen _alsof_ hy zich daarvoor
+hield. Waar-i soms inkompetentie aanvoert, mag en moet ze gegrond
+wezen op een-of-ander wetsartikel dat z'n jurisdiktie bepaalt, nooit
+op z'n onwetendheid in 't algemeen, of z'n gebrekkige kennis der
+byzondere zaak die aan z'n oordeel onderworpen werd. Veel minder nog
+op z'n zedelyke onvolkomendheid die hem zou kunnen verlokken tot
+toegeven in partydige liefde of haat. Het is dan ook om redenen van
+dezen aard dat algemeene wysbegeerte, d.i. '_t streven naar waarheid_,
+zoo dikwyls lynrecht tegenover de eischen van een "vak" staat. Maar 't
+ideaal van volkomendheid dat we moeten trachten te bereiken, noopt ons
+dit verschil in opvatting zooveel mogelyk te verevenen. Het is daarom
+onze plicht geen certifikaten van bevoegdheid uittereiken aan _valsche_
+specialiteiten, en vooral niemand tot specialiteit uitteroepen, die zeer
+in 't byzonder onbevoegd is. Dat 'n _Rechter_ in wiens uitspraak we
+genoodzaakt zyn te berusten, niet altyd _rechtspreekt_, is nu eenmaal
+de verdrietige waarheid, maar onzinnig zou 't wezen, daarom by-voorkeur
+den zoodanige tot rechter te benoemen, van wien niets of weinig anders
+ware te wachten dan onrecht. Onder billardspelers bestaat de gewoonte,
+by verschil van meening over 't aantal behaalde punten, zich te
+onderwerpen aan de uitspraak van den markeur "_die 't weten moet_."
+Onze eerbied voor 'n rechterlyke uitspraak heeft geen steviger
+grondslag dan die "_voor bevoegd houden_" van 'n droomerig jongetje.
+Toch verbeeld ik me dat 'n wakkere, oplettende--en vooral 'n
+_integre_!--markeur te verkiezen is boven 'n slaapkop of 'n bedrieger.
+Wil men deze vergelyking omtrent de kracht en de strekking van
+konventioneele bevoegdheid verder uitstrekken of hooger opvoeren, dan
+wys ik op 't _zeer rationeele_ katholieke leerstuk der pauselyke
+onfeilbaarheid, 'n dogma dat gewoonlyk verkeerd wordt voorgesteld door
+protestanten en protesteerende katholieken, twee soorten van
+dissidenten die middel vonden om de ongerymdheid van de geloovery
+optevoeren tot hoogere machtsverheffing. De tegenwerpingen: "hoe kan
+een aan allerlei _menselyke_ onvolkomenheden onderworpen _mens_
+onfeilbaar wezen?" en: "wat al pausen die dwaasheden beginnen, of
+zelfs misdaden!" houden geen steek. Het is voor den geloovigen
+katholiek die de eenheid der kerk bewaard wil zien--en juist _dit_ is
+de eisch van 't katholicismus--de vraag niet, of zekere persoon dien
+men paus maakte, dwalen kan, maar: of men niet tot handhaving van dien
+eigenaardigen eisch der kerk, behoefte heeft aan ... 'n markeur, wiens
+_konventioneel_ gezag den vrede onder de spelers bewaart? De
+protestantsche wyzigheden op dit punt, komen vry bespottelyk voor in
+lieden die eerbied hebben voor allerlei apokriefe dokumenten, voor de
+wartaal van dezen of genen profeet of apostel, en die zich deemoedig
+buigen onder de uitspraken van CALVINUS, van LUTHER, van den
+_Heidelberger_, van de _Dorische Synode_. "_Wy_ niet roepen hier de
+modernen, _wy_ erkennen slechts als waarheid wat wyzelf onderzochten
+en inderdaad voor waar erkennen." Deze betuiging zou 'n gelukwensch
+waard zyn, wanneer ze in-allen-opzichte met de werkelykheid
+overeenkwam, en als ze niet geuit werd door mensen die toch in 't
+maatschappelijk leven telkens zeer katholiekelyk hun meening
+onderwerpen aan de opinie van deze of gene specialiteit, zonder nog
+daarby zich te kunnen beroepen op traditie, op pieteit, op behoefte
+aan eenheid en tucht, of wat dies meer zy.
+
+De eerste modellen van opgedrongen bevoegdheid waarmee wy in 't leven
+te doen krygen, zyn natuurlyk de ouders. Zy zyn 't die de
+kinderboekjes koopen en de onderwyzers kiezen, en worden waarschynlyk
+daarom in sommige opvoedkundige werken zoo walgelyk gevleid. De lezer
+staat verbaasd over al de wysheid en al de deugd van Vader en Moeder,
+die 'n kind volgens die werkjes in z'n binnenkamer te aanschouwen
+krygt, en behoorde verwonderd te zyn daarvan zoo weinig waartenemen in
+de maatschappy. Papa en Mama stelen niet, vloeken niet, liegen niet,
+twisten niet, lasteren niet en gooien geen glazen in. Of ze de
+specialiteit van onmenselyke bravigheid zoo ver dryven dat ze niet
+eten en drinken ook, is me nooit gebleken, maar me dunkt het hoort er
+zoo by. En ... de kunde! Papa weet alles. Hy is de "bevoegde" persoon
+om alle geheimenissen optelossen, alle duisterheden te verklaren.
+Niets weet-i niet, precies 'n rechter! Maar, lieve mensen, ziet eens
+om u heen, en let eens op al de vaders die in hun binnenkamer benoemd
+werden tot specialiteiten in volkomenheid! Het kind--dat _niet_ om
+zich heen ziet, en dit dan ook nog niet kan--schikt zich, en vervalt
+van de eene specialiteit in de ander. Want weldra neemt de onderwyzer
+z'n niet zeer bescheiden plaats op den troon der volmaaktheid in.
+Daarop volgt de dominee, de "bevoegde" persoon alweer om te vertellen
+wie, wat en hoe God is. Hy weet dit precies, want ... hy is
+_specialiteit_ in onbegrypelyke dingen. 't Is z'n "vak."
+
+Aldus voorbereid om genoegen te nemen met het leunen op onvaste
+steunsels, treedt de jonge mens de wereld in, en zou 'n Herkules van
+zelfstandigheid moeten wezen om vertrouwen te weigeren aan de tallooze
+voorgangers die hem als "bevoegd" worden aangewezen. Bovendien, wat
+zou hem tot wantrouwen opwekken? De verkeerde begrippen die hy ontmoet
+in de Maatschappy, werden ook gedoceerd door de speciaal-bevoegden die
+deze Maatschappy aan 't hoofd van haar akademien plaatste. De akademien
+bevestigden wat er onderwezen werd op de school. En die school was
+redelyk homogeen met de kinderkamer. Zeker, zeker, de specialiteiten in
+"bevoegdheid" vormen 'n keten die van 't allerlaagste tot het hoogere,
+hooge en allerhoogste loopt. Bakers, geneesheeren en professors zyn 't
+volmaakt eens in hun afschuw van de luchtbeweging die ze brandmerken met
+den vreeselyken naam van "tocht." De staatsdienaars in hun redevoeringen,
+en zelfs de Vorsten op hun troon, stellen zich even kundig aan, even
+edelmoedig, even rechtvaardig en even zedelyk als de heeren Eerhart en
+Goedman uit de kinderboekjes. Wie aan de praatjes van al die vorsten,
+bakers, staatsdienaren en dokters geen geloof slaat, is 'n ketter. Maar
+de jongeling die zoo-even de maatschappy intrad, denkt niet aan de
+mogelykheid van verzet, ternauwernood aan oorbaarheid van twyfel.
+Gebiologeerd tot stompzinnig berusten, raakte hy zoo gewoon aan 't
+meegaan met anderen, dat-i z'n eigen denkvermogen liet braak liggen.
+De stad zyner inwoning komt voor rekening van Burgemeester en
+Wethouders, die wel verstand zullen hebben van gemeentebelangen, want
+... ze zyn de bevoegd-verklaarde personen. De Landsregeering? Wel,
+daar is de Koning voor ... 'n specialiteit van geboorte. Daar zyn de
+Ministers voor ... specialiteiten van 't goddelyk _parvenir_. Daar is
+de volksvertegenwoordiging voor, specialiteit van ... ik weet niet
+wat, maar "bevoegd" is ze, o gewis! Want de Wet verzekert het ons, en
+die Wet werd gemaakt door specialiteiten van gelyke bevoegdheid als de
+bevoegd verklaarde vergadering-zelf. Wie daarna nog twyfelt!
+
+Er blykt alzoo dat wy in dat alles--en in 't laatst genoemde zeker 't
+minst niet!--te doen hebben met een der fiktien waaraan onze Maatschappy
+zoo ryk is. Reeds in den aanvang myner IDEEN wees ik op de eigenlyke
+strekking van 't vertegenwoordigend Regeeringsstelsel. Het tellen van
+stemmen--iets als 'n zonderlinge poging om intelligentie, kunde, goede
+trouw, vaderlandsliefde, e.d. te onderwerpen aan den eersten hoofdregel
+der rekenkunde--zou eigenlyk kunnen beteekenen: "als we aan 't vechten
+gingen, zouden _wy_ winnen, want we hebben de meerderheid op onze hand.
+Laat ons 't vechten voor gebeurd houden, en aannemen dat wy geslagen
+hebben. Dit wint vermoeienis, tyd, geld en bloed uit." Zeker! Maar ...
+dan blyft toch altyd de eisch: _dat men goed telt_, niet waar? En dit
+doen we met onze konventioneele kiesdistrikjes alweer _niet_! De fiktie
+over "bevoegdheid" nu eenmaal niet kunnende missen, behooren wy _in_ die
+fiktie zoo logisch mogelyk te-werk te gaan. Dat we dit _niet_ doen, meen
+ik in m'n IDEEN 119, 120, 121, en 133, voldingend bewezen te hebben. Of
+zou 't er--na eenmaal 'n onjuistheid te hebben aangenomen als punt van
+uitgang,--niet op aankomen hoe men daarop voortbouwt? 't Is wel mogelyk.
+Maar dan konden wy onze kiezery vereenvoudigen of, beter nog, geheel
+achterwege laten, en de beslissing over "bevoegdheid" tot Lands-en
+Gemeentbestuur overlaten aan 't lot.[7] Dit zou ook hierom misschien
+de voorkeur verdienen, omdat we dan met gelyke kans op goeden uitslag
+--waarschynlyk zelfs met grooter kans--tyd en inspanning konden sparen,
+om nu niet te spreken, van den wrevel, van de zwartmakerij, van al 't
+_onzedelyke_ dat 'n onvermydelyk gevolg is van onze tegenwoordige
+kiesmethode. Het heeft er veel van, of de Wetgever bevreesd was dat
+het Volk hooger zou staan dan z'n gemachtigden, en middel zocht om by
+'t verlagen van 't peil der Kamer, tevens de burgery te demoralizeeren.
+En nog beweren sommigen dat de fabrikeurs der achtenveertigste grondwet
+hun doel niet zouden bereikt hebben! _Allons donc_!
+
+ * * * * *
+
+Men zou kunnen aannemen dat er voornamelyk drie manieren zyn, waarop
+'n certificaat van _bevoegdheid_--dat is 'n aanstelling tot
+_specialiteit_--wordt uitgereikt:
+
+1. _Door de spontane publieke opinie, mits zich uitdrukkelyk in een
+niet al te onbelangryk feit openbarende, daar 't anders twyfelachtig
+blyft wat eigenlyk de opinie van zoo'n publiek is_?
+
+2. _Door 'n officieel gereglementeerd_ deel _van de publieke opinie,
+zooals byv. geschiedt naar aanleiding onzer Kieswet_.
+
+3. De par le Roi, _d.i. door den luim van 'n Minister die z'n eigen
+gezag te danken heeft aan 'n fiktie omtrent_ "_bevoegdheid_."
+
+De vraag doet zich op, welke van deze drie manieren 't meest
+vertrouwen verdient, dat is 't minste wantrouwen. Ik weet 't
+waarlyk niet.
+
+De kompetentie van 't _algemeen_, van "Men" werd nogal dikwyls
+te-schande gemaakt. Wie den loop der "publieke opinie" in de
+Geschiedenis nagaat, zou byna op 't denkbeeld komen dat ze _per se_
+onjuist is. Maar ook dit is 't geval niet, want by de aanhoudende eb
+en vloed der meeningen, bestaat altyd zekere _kans_ dat "Men" somtyds
+juist oordeelt, al blyft het gewaagd dat monster daarvoor grooter eer
+toetekennen dan de kansrekening meebrengt. En ... die kans is zeer
+nadeelig, want het aantal en de kracht der invloeden die de publieke
+meening 'n verkeerden weg opstuwen, is zeer groot. Onwetendheid en
+vooroordeel spelen daarby 'n groote rol. Eens zeide iemand die door 't
+publiek van _zyn_ tyd voor _niet_-bevoegd verklaard werd om meetespreken
+--een vermeende onbevoegdheid die zoo ver ging, dat "Men" hem op
+wreedaardige wys 't zwygen oplegde--JEZUS dan heeft gezegd: "_niemand
+geldt voor profeet in z'n vaderland_." Deze uitspraak is nietvereerend
+voor de vaderlanden, en te minder omdat er rechtstreeks uit volgt dat
+zy die in hun vaderland wel geacht, en dus aan 't hoofd der zaken
+geplaatst worden, geen profeten zyn. Wie dit goed bedenkt en konscientie
+heeft, zou er tegen opzien de hand te reiken aan een met algemeene
+stemmen verkozen Gemeenteraadslid, en zeker den moed niet hebben om
+'n Kieswet te maken.
+
+Toch hebben oppervlakkige denkers dien moed gehad! Om te weten te
+komen wie "bevoegd" zyn om 't Volk voortegaan, sloegen zy den weg in,
+die rechtstreeks op verregaande onbevoegdheid uitloopt. Als ware het
+om de kwaal zooveel mogelyk te verergeren, heeft men 't aantal verkeerd
+oordeelende vaderlanden in kiesdistrikten gesplitst, en alzoo de fouten
+die zoo'n Vaderland aankleven, zooveel mogelyk vermenigvuldigd. Die
+fouten immers zyn: onkunde, brood-roem-en opinienyd, in een woord:
+_Klein-staedterei_. Het ligt in de rede dat de "Vaderlanden" hun
+kandidaat-profeten van te naby zien, en dat dit gebrek te grooter wordt
+naarmate men de grenzen van zoo'n vaderland inkrimpt, gelyk by ons
+Distriktenstelseltje dan ook inderdaad het geval is.
+
+ * * * * *
+
+Ik gis dat deze laatste opmerking sommigen zal voorkomen als 'n
+parafraze van 't bekende spreekwoord over groote mannen en
+kamerdienaars, en dit noopt me tot de uitdrukkelyke verklaring dat ik
+hier geheel iets anders bedoel. Om dit verschil van meening duidelyk
+te maken, moet ik me nu wel even met dien vervelenden deun bezighouden.
+Na den weerslag dien ik jaren geleden reeds daarop gaf en dien ik voor
+afdoende hield, (IDEE 689) kom ik daarop niet voor m'n genoegen terug.
+Maar 't moet wel, omdat me telkens blykt dat er nog altyd 'n gansche
+bende kamerdienaars heel wanhopig loopt te zoeken naar 'n groot man.
+Eilieve, als die verweesde lakeien-_zelf_ eens die funktie op zich
+namen? 't Is waar dat ze dan zouden moeten beginnen met 'n eind te
+maken aan hun knechts-praatjes. De gaping die daaruit te voorzien was
+op de programmen van _Letterkundige Kongressen_, moest dan maar in 's
+hemelsnaam worden aangevuld met iets degelyks.
+
+_Voyons_! De grootemannigheid schynt ... 'n hoedanigheid te wezen. We
+slaan de definitie over, en nemen gemakshalve aan, dat de jammerende
+knechts 't daarover onderling eens zyn. Ook dat _ik_ 't met hen eens
+ben ... wat veel gehoopt is, want: 1. Ik weet niet wat men onder 't
+woord "groot man" verstaat. 2. Als ik 't wist, zou ik zeker moeite
+hebben m'n opinie duidelyk te maken aan 't volkje dat gewoon is in 't
+kleine te wroeten. 3.... maar genoeg! We zullen ons aanstellen, alsof
+ik, wy, zy, allemaal verstand hadden--en 't zelfde verstand--van
+grootemannigheid. Deze hoedanigheid dan moet het eigendom, het
+kenschetsende, de eigenaardigheid wezen van 'n _mens_, niet waar? Men
+kan dus zeggen: "A is 'n groot man" even als men verzekeren kan dat B
+blond is. Van welke kracht nu zou de tegenwerping wezen: niemand is
+blond voor z'n keukenmeid? Beteekent dit, dat de blondheid van B in
+twyfel getrokken of ontkend wordt? Me dunkt dat deze twyfel of
+ontkenning zich anders moest openbaren. Het aanduiden immers van 'n
+byzondere personensoort die B's blondheid _niet_ waarneemt of erkent,
+schynt de meening in zich te sluiten dat B wel blond is voor alle
+anderen. Wat is hier de bedoeling van 't woordje: _voor_? Men _is_
+iets, of men is 't _niet_. Wil 't hier zeggen: "_in de oogen van_?"
+Maar ... de schuld kan aan die oogen liggen, en 't spreekwoord moet
+dan veranderd worden in: "keukenmeiden kunnen geen _blond_ zien." Arme
+keukenmeiden! Of zou de wysheid der volkeren bedoeld hebben _dat er
+geen blonde menschen zyn_? Waartoe dan die keukenmeid er bygehaald?
+Men zou toch niet in 't hoofd krygen te zeggen: "voor _die, die_ of
+_die_ bestaat er geen cirkelkwadratuur, geen _perpetuum mobile_" alsof
+die dingen er wel waren voor 'n ander.
+
+Een welwillende huisgenoot die me over den schouder ziet, blaast my in
+'t oor dat ik hier moet afstappen van de _letterlyke_ beteekenis, om
+overtegaan op den vermoedelyken _zin_ van 't spreekwoord. Goed! Die
+zin zal wel wezen dat zoo velen--of allen?--die voor groot doorgaan,
+van naby bezien ...
+
+Het doet me leed, hier 't woordje "van naby" te moeten gebruiken,
+omdat juist in de verondersteld-onjuiste opvatting daarvan, de oorzaak
+ligt die me zoo-even deed verklaren dat ik in myn redeneering over de
+fout van _te naby_ zien, geenszins het oog had op dat armzalige
+keukenmeiden-spreekwoord. Ik zal dus wel genoodzaakt wezen daarop
+terugtekomen, en neem voorloopig dat "van naby zien" in den gewonen
+zin.
+
+"Velen--of allen?--die _in de verte_ groot schynen, blyken _van naby
+gezien_ niet groot te wezen?"
+
+Is _dit_ de beteekenis van 't spreekwoord? Dan begryp ik 't alweer
+niet. Met dat "schynen" immers hebben we niets te maken. "In de verte
+zien" zou dan, beter uitgedrukt, beteekenen: _verkeerd zien_. En: "van
+naby beschouwd" had de kracht van: _goed_ beschouwd. De heele zin kwam
+dan hierop neer, dat 'n zaak, _terdege_ bekeken, zich anders voordoet
+dan _verkeerd_ gezien. Het is voor de wysheid der volkeren te hopen
+dat er in dat spreekwoord 'n eenigszins dieper bedoeling ligge. Om met
+alle welwillendheid die bedoeling optesporen, doen we nu ook van 't
+ontleden der overdrachtelyke beteekenis afstand, en brengen de zaak
+over in het stellige, in 't konkrete. De zin van 't spreekwoord zou
+kunnen zyn:
+
+"Wie in 't publiek menslievendheid predikt, is _van naby gezien_--d.i.
+alweer: _goed_ beschouwd--'n barbaar."
+
+Dat "prediken" hoort er niet by. De vraag is niet wat iemand preekt,
+spreekt of verkondigt--tenzy in de gevallen waar 't woord de waarde
+van 'n _daad_ heeft--we moeten weten wat de man _is_, die men
+onderwerpt aan de vuurproef der beschouwing _van naby_. Voor-zoo-ver
+alweer dat "van naby" beteekent: _terdege, nauwkeurig_, zouden we hier
+alzoo de volkerenwysheid betrapt hebben op 'n orakelspreuk van de
+soort als: _wie zoo is, is anders_. Q. A.
+
+Om onze welwillendheid ten aanzien van 't kreupele praatje ten top te
+voeren, willen we nog 'n poging wagen om het te verheffen tot iets
+begrypelyks. Laat ons aannemen dat wy in de toepassing mogen gebruik
+maken van mitigeerende bywoordjes. _Het gebeurt wel eens_ dat iemand
+die ... enz. "_Somtyds_ is de man die zich in 't publiek voordoet als
+... enz. _Er zyn voorbeelden_ van moralisten, wier zeden ... enz.
+
+Alweer klaag ik hier over gebrek aan diepte. Men zal erkennen, hoop
+ik, dat al die praatjes neerkomen op de _palisse_-waarheid dat sommige
+zaken en personen wel eens anders zyn dan ze schynen. 't Was
+waarachtig wel de moeite waard, aan dit fysiologisch verschynsel 'n
+spreekwoord te wyden! En toch, dat spreekwoord heeft 'n _zin_, 'n
+_reden van bestaan_. Waarlyk 't is niet zonder oorzaak--niet zonder
+_bekende_ oorzaak ook--dat het leeft, groeit, bloeit, van aanhangers
+overvloeit, en vruchten draagt. Vruchten en redevoeringen! Die
+oorzaak, lieve lezer--we willen hopen dat geen kongreslid zich de zaak
+te veel aantrekke--die oorzaak is ... dat er te veel kamerdienaars in
+de wereld zyn ... ziedaar! Hun treurigheid over gebrek aan groote
+mannen, is gegrond, waarachtig! Men hoeft nu juist geen jakhals te
+wezen om meetehuilen als men die interessante diertjes hoort janken en
+redevoeren over de schaarste van leeuwen.
+
+Wie _goed_ is, _is_ goed, onverschillig op welken afstand men hem
+beziet. Want z'n eigenaardigheid ligt in hemzelf, en hangt niet af van
+'t standpunt des waarnemers. De vraag of men van 'n _uitstekend_
+persoon eischen kan dat-i ook in 't dagelyks leven hoog sta, is
+kinderachtig. Met of zonder permissie van den jakhals, is de leeuw 'n
+leeuw. Met of zonder eischen of vergunningen van dien aard, is 'n
+appel 'n appel, 'n boom 'n boom, en 'n "groot man"--wat dan ook de
+beteekenis van dit woord moge zyn--'n groot man. Het is hem geheel
+onverschillig of dit door z'n kamerdienaar gevorderd of erkend wordt.
+Hy zou niet anders kunnen zyn dan hy _is_, d.w.z. _uitstekend_. En dit
+zou zoo blyven, al stond men hem in kongresverhandelingen genadiglyk
+toe, in z'n binnenkamertje kleiner te wezen dan op straat. Zoo'n
+vergunning teekent overigens de aspiratien van 'n knecht, die z'n
+voorzorgen neemt tegen den tyd dat men ook hem eens--by groote
+vergissing dan--voor 'n heer zal aanzien.
+
+Wie _goed_ is, _is_ goed, binnen'shuis en buiten'shuis. Hy is goed
+voor z'n medeburgers, voor z'n echtgenoot, voor z'n kinderen, voor z'n
+vrienden, voor z'n dienstboden. Wie er anders over denkt, mag zich ook
+wel gaan verbeelden dat 'n goudstuk in 't donker zich amuzeert met in
+'n cent te veranderen. Feilen, fouten, vergissingen, dwalingen ... wie
+heeft ze niet? Maar de bewering dat 'n "groot man" in z'n byzonder
+leven op-eenmaal zou inkrimpen tot iets kleins ... dat z'n adel by
+voorkomende gelegenheid eventjes zou overgaan in gemeenheid ... zie,
+dit is 'n uitvindseltje van den zwerm niet-groote mannen die middel
+zoeken om _hun_ kleinheid en gemeenheid te doen voorkomen als adel. Ze
+meenen zich tot Chimborassa's te maken door 't uitkramen van de
+gissing dat er zeker wel hier of daar 'n spleetje zal wezen in den
+Montblanc. Hun praatjes, al of niet steunende op 'n zinneloos
+spreekwoord, zyn oneerlyk, en moeten hoofdzakelyk strekken om den tol
+van hulde uittewinnen, dien ze hun meerdere schuldig zyn. Wie wat wil
+afdingen op den roem van COLUMBUS, moet bewyzen dat hy Amerika niet
+ontdekte. Niet hopen, wenschen of veronderstellen, niet verzinnen of
+insinueeren, niet _lasteren_ vooral, dat de knecht van dien "grooten
+man" zeker wel iets kwaads van hem zal geweten hebben. Naar de keuken
+met zulk gewawel!
+
+ * * * * *
+
+Tot m'n groot genoegen neem ik nu afscheid van dat spreekwoord en die
+huilende kamerdienaars. De zin waarin ik voor die uitweiding 't
+woordjen _al te naby_ gebruikte, was anders. Ik bedoelde de _optische_
+fout die 't gevolg is van te naby zien. Even als er tot het juist
+beoordeelen van schilderstukken, zeker punt is waar de toeschouwer
+zich plaatsen moet, zoo ook behoort de _mens_ te worden waargenomen op
+zekeren afstand, klein of groot naarmate van de breedte der trekken
+waarmee de Natuur z'n ziel geteekend heeft. Wie dezen regel uit het
+oog verliest, zou gevaar loopen een Rembrand grof te vinden en
+miniatuurtjes in 't geheel niet te zien. Maar de hoedanigheden van 'n
+_mens_ zyn ingewikkelder dan van 'n schilderstuk, en daarom is de
+bepaling van 't juiste standpunt waarop de beoordeelaar zich te
+plaatsen heeft, zooveel moeielyker. Bovendien ... die beoordeelaar is
+soms, dikwyls, _altyd_ misschien, eenigszins _mededinger_. Z'n _eigen
+fouten_, en niet altyd die van 't beschouwd voorwerp, staan dikwyls
+zyn oordeel in den weg.
+
+Met die fouten bedoel ik nu niet den voor 't oogenblik afgehandelden
+nyd, al blyft het waar dat die pest 'n hoofdrol speelt in de
+antichambre van de wereld. Neen, met den besten wil en zonder
+boosaardig opzet, is de meerderheid--die uit den aard der zaak _niet_
+uit "groote mannen" bestaat--tot onjuist oordeel gedwongen, omdat zy
+'n verkeerden maatstaf aanlegt. De teleurstelling by het van _te_ naby
+zien der personen die voor uitstekend doorgaan, behoeft volstrekt niet
+gegrond te wezen op hun verkeerdheden. Ze is vaak, of kan zyn, 'n
+gevolg hunner afwyking van 't ideaal dat de beschouwer zich zeer
+willekeurig van uitstekendheid geliefde te vormen, 'n ideaal dat--vreemd
+genoeg voor den allergewoonsten bron waaruit het voortvloeit--steeds
+zondigt door opgeschroefde ongewoonheid. A verneemt, en gelooft
+voorloopig, dat X 'n "groot man" is. A, geen "groot man" waarschynlyk,
+eet 'n broodje met z'n mond. Hy krygt X te zien van naby, van _te_ naby,
+ontdekt dat X even als hyzelf, z'n mond gebruikt tot het orberen van 'n
+broodje ... weg is de illuzie! De "groote man" had, om op de hoogte van
+A's kinderachtige voorstelling te blyven, met z'n neus moeten eten, of
+geen broodje moeten eten, of in 't geheel niet eten ... weet ik, 't! De
+hier bedoelde fout in 't schatten van uitstekende mensen, wordt vry
+algemeen erkend, zoodra zich die uitstekendheid slechts in
+maatschappelyken rang openbaart, en dan weet men ze zelfs te gebruiken
+tot onderhoud of versterking van tucht. Keizers, Koningen, Bevelhebbers
+houden zich op 'n afstand. Zy vertoonen zich niet _en robe de chambre_,
+geenszins altyd omdat ze fouten te bedekken hebben, maar omdat veel
+ondergeschikten te laag staan om te waardeeren wat natuurlyk en eenvoudig
+is. De nogal verdachte dood van den laatsten CONDE--wiens nalatenschap in
+de familie kwam van LOUIS PHILIPPE--had op de stemming van 't groot en
+klein gemeen, 'n minder nadeeligen invloed dan de burgerlyke paraplui
+waarmee die Koning zich vertoonde in de straten van Parys. De _epiciers_
+en _prud'hommes,_ de Kappellui, vinden 't vreemd en derogeerend, dat
+iemand die geen _epicier_ of _prud'homme_ is, geen Kappelman, in iets op
+hen gelijkt, en ze wreken zich over hun botheid door den zoodanige alle
+uitstekendheid te ontzeggen. Wie alzoo door de meerderheid wilde aangezien
+worden voor 'n "groot man" zou zich op 't voorbeeld van allerlei goden,
+moeten hullen in 'n wolk van geheimzinnigheid. Hy behoeft niet te vliegen,
+mits men maar niet _ziet_ dat-i loopt. Hy behoeft geen wonderen te doen,
+mits slechts z'n vader niet bekend zy als timmerman te Nazareth. Neen ...
+hy moet geen vader gehad hebben. Dat is onmogelyk, dat is onmenselyk, dat
+kan voor "groot" doorgaan, dat is het ware! Arme JEZUS, hoe kondt gy u
+voorstellen de mensen begeerig te maken naar uw "Koningryk der Hemelen"
+gy dien men op aarde gezien had, koornaren plukkend met de hand ... _als
+'n mens_? Gy die honger en dorst had ... _als 'n mens_? Gy die geschreid
+hebt _ ... als 'n mens_? Neen, neen, 't spreekt vanzelf dat de menigte
+die brevetten uitreikt van "bevoegdheid" u niet kon aanstellen tot
+specialiteit in hoogere dingen! Men heeft u gegeeseld en gekruizigd ...
+
+Goddank, dat al dat volkjen u nooit zag lachen! Als gy u zoo ver
+vergeten hadt, lieve JEZUS, waarlyk men had u den verheffenden
+marteldood op Golgotha niet gegund, en 't ware uw lot geworden
+gelykenisjes te verzinnen om de kinderen van Schmoel te amuzeeren.
+
+
+
+
+MVIII.
+
+
+Ik heb in een der vorige hoofdstukken betoogd dat specialiteiten geen
+nut stichten in de Volksvertegenwoordiging, en dat alzoo het aanpryzen
+en kiezen der zoodanigen nadeelig werkt. Doch ook meer rechtstreeks
+dan door niet nuttig te zyn alleen, wordt het gehalte eener Vergadering
+door dat verderfelyk specialismus verlaagd. Specialiteiten, ten-arbeid
+gesteld buiten hun bepaalden werkkring, veroorzaken pozitief kwaad.
+
+De man die zich uitsluitend toelegt op een vak, is van het gewicht
+daarvan doordrongen, en wordt beheerscht door de neiging dat gewicht
+te overschatten. Een specialiteit is uit den aard der zaak pedant of
+erger. De zeeman minacht den onnoozele die niet weet dat men "aan" dek
+zegt, in-plaats van "op" dek. De industrieel staat verbaasd over de
+hoofdigheid van den militair, die in 't belang van 'n zoogenaamd
+defensie-stelsel, andere inzichten dan de zynen voorstaat omtrent de
+richting van 'n spoorweg. De geleerde ergert zich aan den financier
+wiens bekrompenheid zekere uitgaaf voor 'n wetenschappelyk doel, wil
+schrappen van de begrooting. De grondeigenaar--specialiteit van
+ryk-zyn, ryk-blyven en ryker-worden--klaagt over 't Jacobinisme van
+den staathuishoudkundige die op herziening van 't kadaster aandringt.
+De fabrikant roept wraak over de voorstanders van lage tarieven.
+Enz. enz.
+
+Wordt het algemeen belang door dien nayver gebaat? Dit is onmogelyk.
+We hebben in zulke Vergadering niet meer te doen met de veronderstelde
+som van opgetelde intelligentien, het Volk moet zich behelpen met de
+verschillen die er overblyven na wederzydsche neutralizatie van kracht,
+en ook de waarde van deze restantjes wordt op hare beurt door
+ongelyksoortigheid en divergentie vernietigd.
+
+ * * * * *
+
+Het is ten-onrechte dat men de onderscheiden takken van wetenschap in
+twee hoofdsoorten verdeelt, waarvan de eene den naam _exakte
+wetenschap_ draagt, in-tegenstelling naar 't schynt van de andere
+welker benaming nog moet worden uitgevonden. Men durft niet zeggen;
+_inexakt_ en deze schroom is te pryzen. Want _inexakte_ wetenschappen
+zyn er niet. Alleen ons _weten_ is inexakt, doch het ideaal der
+wetenschap laat geen onjuistheid, geen transaktie met omstandigheden,
+geen fiktie, en dus geen parlements-waarheid, toe. Een maatregel
+omtrent Volksbelangen is evenzeer of goed of niet goed, als 't produkt
+van twee cyfers al dan niet zeker getal uitmaken. De aan laatstbedoelde
+slotsom toegekende nauwkeurigheid, heeft slechts 'n uitsluitende
+beteekenis in-zooverre wy daarmee de wyze aantoonen waarop we tot ons
+rezultaat geraakt zyn. Elk ander feit, _op-zichzelf beschouwd_, is even
+exakt. Het _Zyn_ liegt niet, onverschillig of wy ons in-staat voelen de
+bekende eigenschappen daarvan nauwkeurig te schryven, dan of ze ons
+vermogen van voorstelling en uitdrukking te-boven gaan. Tegenzin in de
+moeite om ingewikkelder zaken tot klaarheid te brengen, noopte ten-
+alle-tyde den mens tot het byeenroepen van medewerkers, 'n fout waarvan
+hy zich niet schuldig maakt zoolang het de oplossing geldt van
+_eenvoudige_ vraagstukken. Het doet nu niet ter-zake of deze
+eenvoudigheid bestaat in 't gering aantal faktoren, in de vanzelf-
+sprekende geleidelykheid waarmee de syllogismen elkaar opvolgen, of in
+de stiptheid der terminologie die ons by zoodanige oplossing ten-dienste
+staat. In de beide laatste gevallen sluit uitgebreidheid geen eenvoud uit.
+
+Vraagstukken nu over maatschappelyke belangen zyn, uit den aard der zaak,
+in zekeren zin _niet_ eenvoudig. De slotsom moet worden getrokken uit 'n
+zeer groot aantal faktoren die niet altyd met elkander in 'n verband
+staan dat terstond in 't oog valt, en welker terminologie gewoonlyk zeer
+vaag is. Welke dolzinnigheid beweegt nu den mens, ter bereiking van 'n
+moeilyk doel 'n weg met hindernissen te kiezen, en slechts dan de voorkeur
+te geven aan gemakkelyker methode, indien er 'n punt moet bereikt worden,
+waarheen de toegang niet kan worden versperd?
+
+Geen vakman, hoe ook beheerscht door pedanterie, eigenbelang of
+opgedrongen partygenootschap, heeft het in z'n macht den mathematikus
+te belemmeren in 't stipt volgen van z'n logischen gedachtenloop. Toch
+kiest de wiskundige, tot het oplossen van 'n probleem, de eenzaamheid.
+Kollaboratie komt hem bespottelyk voor, al zy hy dan overtuigd dat
+niemand in staat is hem te doen wankelen in 't vertrouwen op
+wiskunstige zekerheid.
+
+Tot het onderzoeken evenwel van die andere problemen, omgeeft men zich
+met 'n tal van elementen die 't nasporen van waarheid vierkant in den
+weg staan. Ik meen in IDEE 334 de hoofdoorzaken dezer blykbare
+ongerymdheid te hebben aangewezen, doch al moeten wy ons in het
+onvermydelyke schikken, het blyft toch plicht de afwijking van waarheid,
+die uit dezen dwang voortvloeit, niet noodeloos te vergrooten. En dit
+doen wy, door aan _specialiteiten_ plaats te geven in onze Volks-
+vertegenwoordiging.
+
+Ik zeide: in _schynbare_ afwyking. Werkelyke afwyking van 'n
+wiskunstige waarheid is onmogelyk. Kan de wiskunde het helpen, dat we
+gewoon zyn ons nog onjuister uittedrukken dan de gebrekkige taal
+toelaat? Het geheel zal gelyk zyn aan de som der deelen, _indien die
+deelen op de tot bereiking van dit doel noodige wyze worden
+samengevoegd_. Misschien zou de stiptheid nog nadere omschrijving
+vorderen, doch ik hoop begrepen te worden door ieder die weigeren zou
+'n handvol gebroken glas voor 'n vensterruit, of 'n hoop bouwmaterialen
+voor 'n behoorlyke woning aantenemen (IDEEN 2, 4). De _cohaesie_ der
+deelen, en wel 'n bepaalde _cohaesie_, is noodig tot het vormen van 't
+gewenscht of bedoeld geheel.
+
+Wat wordt er van dezen eisch, indien de deelen instee van elkaar
+aantehangen en te kompleteeren, elkander tegenwerken, in den weg
+staan, vernietigen?
+
+Reeds in den aanvang myner IDEEN betuigde ik gestemd te zyn tegen
+parlementaire regeeringsvormen (IDEE 2) doch tevens dat ik voorloopig
+niets beters wist in de plaats te stellen. Zoolang lafhartigheid en
+wantrouwen 'n hoofdrol spelen in de geschiedenis der mensheid, zal de
+routine-staatsman zich onwysgeerig tevreden stellen met dergelyke
+pogingen om by mangel aan waarheid, iets te geven waaruit soms 'n
+berusting wordt geboren die op rust gelykt (IDEE 7).
+
+Soms. Misschien moest ik zeggen: zelden. Sporadische revolutien en
+epidemische ontevredenheid--beiden vooral niet minder frekwent onder
+konstitutioneele regeeringsvormen dan in werkelyke monarchien--bewyzen
+de ondoelmatigheid van 't vertegenwoordigd stelsel. Zy die dit stelsel
+voorstaan, gaan uit van 'n stelling die niet alleen hun onaantastbaar
+voorkomt, maar die evenzeer door de tegenstanders wordt geeerbiedigd:
+_een volk heeft het recht zichzelf te regeeren_.
+
+Maar, eilieve, de monarchalen zeggen niet anders. Of althans, waar ze
+iets anders beweerden, zouden ze slechts blyk te geven hun eigen
+katechismus niet te kennen. Wel zeker, 't Volk regeert zichzelf! De
+vraag is maar of het deze macht en dezen plicht delegeert op een
+persoon, op duumviren, op driemannen, op tetrarchen, op decemviri, op
+zeventig, op drie-vierhonderd, of op meer? En tevens op welke wys de
+tot het uitvoeren van den regeerplicht te kiezen personen worden
+aangewezen? ALEXANDER maakte zich, naar 't fabeltje luidt, op z'n
+sterfbed wat al te gemakkelyk van de zaak af, door op de vraag wie hem
+opvolgen zou, heel naif te antwoorden: de waardigste!
+
+Dit zou gewis voor alle belangen het beste zyn, en wie zich tegen
+zoo'n diepzinnige uitspraak verzet, verdient niet door den waardigste
+geregeerd te worden.
+
+Maar ... wie _is_ de waardigste? Dat is de vraag. Ik stem voor _ik_.
+Gy voor _gy_. Hy voor _hy_. Altemaal ikheden. De heele natie bestaat
+op eenmaal uit waardigsten.
+
+Dit eenmaal aangenomen, zou er moeten worden uitgemaakt, wie onder al
+die waardigsten de allerwaardigste is? En daarop volgt weer 'n gelyke
+stryd, waarin natuurlyk zelfkennis en bescheidenheid de gewone
+treurige rol spelen.
+
+Van stryden moe, is men bedacht op vergelyk. By-gebrek aan middelen om
+uittemaken wie van al die allerwaardigsten de meest-allerwaardigste
+is, wordt er voorgesteld dezen of genen _daarvoor te houden_. Wien?
+Den sterksten arm. Den besten schutter. Den snelsten looper. Den
+langsten. Een dwerg. Den diksten. Een skelet. Den ryksten. Een
+bedelmonnik. Een man, den oudsten. Een vrouw, de schoonste. Een kind,
+het onnoozelste, Een waarzegger. Een profeet. Een derwisj. Een fakir.
+Iemand die raadsels oplost. Een ruiter wiens paard na 'n bepaald
+oogenblik 't eerst hinnikt ...
+
+Nieuwe stryd!
+
+"_Myn_ fakir is haveloozer dan de uwe."
+
+"_Myn_ skelet rammelt uitstekend."
+
+"Zie _myn_ kandidaat eens, hy loopt de zon voorby."
+
+"Gekheid! Ik stel u hier iemand tot koning voor, die twee etmalen
+achtereen redevoeren kan, zonder neussnuiten of kuchen ... hy spreekt
+over al wat je wilt."
+
+"Alles verkeerd! We moeten 'n koning hebben die tooveren kan, dat is
+'t ware."
+
+"Ziehier 'n man die wel is met God, en dus baasspeelt over de
+elementen. Als we hem op den troon zetten, zal 't altyd mooi
+weer zyn."
+
+Enz. Enz. Neen, nog niet: _enz_. Eerst volge hier de parabel over
+koning KRATES in de _Minnebrieven_, waarnaar ik verwys.
+
+Hoe nu ook de stryd eindigde, steeds blyft het waar dat het Volk-zelf
+altyd beginnen moest met 'n daad van souvereiniteit, al bestond dan
+ook deze handeling in 't _eens-vooral afstaan van gezag_. De
+aanhangers van het _droit divin_ vergeten gewoonlyk dat het goddelyk
+recht zich nooit zou gehandhaafd hebben zonder den eerbied der
+_meerderheid_ voor dat recht, en de voorstanders van stemmen-tellen
+zien voorby dat hun methode letterlyk dezelfde is als die waardoor het
+_droit divin_ in de wereld werd gebracht. De stembriefjes uit SAMUELS
+tyd zyn verloren gegaan, doch men mag aannemen dat hy ruggespraak had
+gehouden met de kiezers van die dagen, toen hy in z'n tiende
+hoofdstuk--en in 't zestiende nogeens!--den uitslag van 't plebisciet
+verkondigde met olie. Wie dit betwyfelt, en meent dat SAMUEL 't Volk
+ditmaal niet raadpleegde, moet aannemen dat hy dan _stilzwygend_ zich
+bewust was depozitaris van den algemeenen wil te zyn, of althans dat-i
+zich verzekerd hield de _meerderheid_ op z'n zy te hebben. En dit moet
+hem dan by vorige gelegenheden gebleken zyn, daar 'n politikus van zyn
+gehalte z'n staatsgreep niet ligtvaardig zou blootstellen aan
+mislukking. Hoe men 't dus neemt, _altyd_ gaat het gezag van 't _Volk_
+uit. Het verschil tusschen de beide hoofdrichtingen der begrippen over
+Regeeringsvorm, doet denken aan 't onderscheid tusschen thee en koffi,
+dat--naar thans beweerd wordt--grooter schynt dan 't inderdaad is,
+daar die dranken volgens chemische onderzoekingen uit dezelfde
+grondbestanddeelen zouden bestaan.
+
+ALPHONSE KARR heeft 'n gelyksoortige waarheid aangeroerd in z'n
+uitspraak: "hoe ge ook de zaak keert, wendt, draait, wyzigt, regelt,
+vormt, of vervormt _il y a toujours un monsieur en habit noir qui
+decide_." Zoo is het! Men moet altyd terecht komen by 'n _individu_,
+al zy 't dan dat de zoodanige met meer of min recht verondersteld
+wordt optetreden in naam van _velen_. De natuur wil niets weten van
+onze fiktien. Zonderling en inkonsekwent is 't echter dat juist de
+voorstanders van den parlementairen regeeringsvorm, zy die 'n afschuw
+voorwenden van alleenheersching, 'n allerzotst individualismus
+voorstaan by 't aanpryzen van specialiteiten. Verkrachte logika wreekt
+zich altyd sarkastisch door haren mishandelaar de ongerymdheid
+voortehouden, waarop z'n vergryp tegen de rede uitloopt, en wy vinden
+hiervan 'n aardig voorbeeld in de gevolgen der specialiteiten-manie.
+
+A is 'n monarchische herder, en mishandelt z'n schapen. Dat komt van
+die alleenheersching!
+
+ _L'Histoire nous apprend
+ Qu'en de tels accidents
+ L'on fit_ ...
+
+_On fit_ ... Wat? Wel 'n revolutie! Alle schapen liepen tehoop en
+maakten 'n grondwet.--Of 't in '48 geschiedde, weet ik niet, maar 't
+jaar doet niet tot de zaak.--Volgens die grondwet dan, zouden alle
+schapen verheven worden tot herders, en A gedegradeerd tot schaap.
+Niet een _princeps_ of _voorste_ zou voortaan de kudde leiden, drenken
+en scheren, maar _allen_ zouden _allen_ ...
+
+Dat ging niet! Ieder wou voorgaan. Ieder wou 't eerst drinken, of
+liever nog, alleen. Ieder had lust in scheren, maar niemand wou
+geschoren worden. Bovendien, alles blaatte door elkaar, en de ooien
+konden haar eigen lammeren niet verstaan. Men had de regeering van
+dien eenling A allerdrukkendst gevonden, ondragelyk zelfs, maar bevond
+zich niet veel beter onder de tirannie van allen over allen. Hier
+volgt het vertegenwoordigd stelsel:
+
+--Indien we eens niet allen tegelyk blaatten, riep 'n politieke
+nieuwlichter, doch 't recht daartoe slechts toekenden aan ... zeventig?
+
+--Reaktie! riep 'n opgewonden lam dat niet vry was van karbonarisme.
+
+--Geenszins, antwoordde de eerwaardige hamel van wien 't voorstel was
+uitgegaan, en die veel wol was kwytgeraakt onder 't regime der
+panarchie. Ik verzeker u op m'n republikeinsche eer, dat het volstrekt
+niet in m'n bedoeling ligt, terug te keeren tot de alleenheersching.
+Eens-vooral, weg met A! Hy is ontherderd en blyft ontherderd!
+
+--Weg met A! blaatte de kudde.
+
+--Ik ben 't volkomen met u eens. Dit is dus eens-voor-al afgedaan.
+Maar, geeerde schapen, indien wy eens ...
+
+Zie verder het kiesreglement in alle beschaafde weiden. Het werd onder
+'t uiten van ontelbare _weg met A's_ en _leve de konstitutie's_
+aangenomen. Men adverteerde, kuipte, hemelde op, maakte verdacht of
+zwart, men prees en vergoodde, al naar de programmen der partyen dit
+meebrachtten. By 't aanbevelen van kandidaten werd telkens deze of
+gene byzondere hoedanigheid van 'n schaap onder de aandacht der
+kiezers gebracht. Mooi blaten en veel wol waren de gewone gronden van
+predilektie. Maar ach, de kudde prospereerde niet. Ieder was
+ontevreden. _Houlette_ en hamelbel gingen gedurig over van den een op
+den ander, en men begon weldra intezien dat niet elke verandering ...
+
+--Terugkeeren tot A? Nooit!
+
+--Nooit, nooit, nooit!
+
+--Liever Turksch, dan ...
+
+--Weg met A!
+
+Zeker, dit blyft zoo! We houden vast aan 't vertegenwoordigend
+stelsel. Maar we moeten anders _kiezen_. Ik stel voor geen schapen
+aftevaardigen dan die byzonder geacht zyn in hun distrikt.
+
+Akklamatie. Voorts:
+
+--Weg met A!
+
+--Zeker, weg met A! Maar we moesten ons doen vertegenwoordigen door
+iemand die verstand heeft van scheren. Er zyn leden in ons parlement
+die nooit 'n schaar in de poten hebben gehad. Dit is 'n groote fout,
+waarde medeschapen. Sedert de dagen van dien vervloekten A ...
+
+--Weg met A!
+
+--Precies, weg met A! Sedert den tyd van dien tiran worden er veel
+zaken niet behoorlyk behartigd, 't Eene schaap wordt in 't geheel niet
+geschoren, en 't andere alle weken. Jazelfs worden er sommigen tegen
+alle recht en rede ... gevild. Vanwaar komt dit geachte medeschapen?
+Doodeenvoudig hiervan dat wy in onze Vertegenwoordiging gebrek hebben
+aan ... deskundigen, aan schapen van 't vak. Op die wys voortgaande,
+zouden we niets gewonnen hebben door het verdryven van den
+geweldenaar ...
+
+--Weg met A!
+
+--Tot in alle eeuwigheid, weg met A! Om alzoo in ons parlement het
+ware echte oude onvervalschte scheer-systeem gehandhaafd te zien, heb
+ik de eer u 'n kandidaat voortestellen, die van 't scheren 'n bepaalde
+studie heeft gemaakt. In de dagen der dwingelandy ...
+
+--Weg met A1!
+
+--Gewis. Onherroepelyk weg met den vervloekten A! Dit ben ik volkomen
+met u eens ... doch laat ons voortgaan, de stembus wacht. Myn
+kandidaat heeft overvloediglyk bewyzen gegeven dat hy scheren kan.
+Bovendien is hy zeer geacht in z'n distrikt. Maar dit is nu byzaak.
+Hoofdzaak is dat hy uw Vertegenwoordiging zal kunnen voorlichten by
+elke epineuze scheerkwestie. Hy zal de wankelende overtuigingen
+steunen, de verdwaalden terechtbrengen, de styfhoofdigen overreden, de
+onwetenden onderrichten, den weerspannigen ontzag inboezemen ... alles
+door 't prestige van z'n eigenaardige kunde. Wat allen te-zamen niet
+weten, weet hy alleen. Wat der algemeene aandacht ontsnapte, is zyn
+byzonder eigendom. Wat anderen duister is, ligt hem klaar voor oogen.
+Kiezers, bedenkt het gewicht uwer stemming! Erkent dat onze weide
+dringend behoefte heeft aan zulk 'n schaap in de Vertegenwoordiging.
+Op dus, op! Allen ter stembus, en kiest, blatend uit onbeklemde
+borsten: leve de konstitutie ...
+
+--Weg met A!
+
+--Voorzeker ... weg met A! Kiest als uit een bek, onder 't aanheffen
+van weidelievende kreten, tot uwen parlementsbelhamel ...
+
+_Wien_ denkt ge, lezers? Wel, den ouden weggejaagden A., die de
+voorpoort was uitgeworpen, maar in hoedanigheid van _Specialiteit_
+weer wordt binnengesmokkeld door 'n achterdeurtje.
+
+ * * * * *
+
+De geschiedenis der meeste dwalingen beweegt zich langs den omtrek van
+'n cirkel. Op despotisme volgt ontevredenheid, verzet, omwenteling.
+Uit dit alles ontstaan allerlei archien die--dikwyls vrij onjuist--den
+naam van republiek dragen. Hoe ook de vorm zy die de alleenheersching
+verving, ze wankelt gedurig tusschen dwingelandy en regeeringloosheid.
+In 't eerste geval is de kring reeds terstond vry geleidelyk gesloten,
+tenzy men groot onderscheid make tusschen de tirannie van 'n enkele,
+van eenigen, of van velen. By anarchie werpt men zich in de armen van
+'n persoonlykheid die zich byzonder heeft toegelegd op 't stichten van
+orde, eener gezags-_specialiteit_ die al zeer spoedig _nolens volens_
+--want niemand is tiran voor z'n genoegen--het voorbeeld volgt van den
+despoot dien men wegjaagde.
+
+Moet dit altyd zoo blyven? Wie weet! We trachten naar 't betere. Dit
+_trachten_ is onze roeping, en juist daarom is het plicht de middelen
+ter verbetering met oordeel te kiezen.
+
+De proeven die sedert korten tyd op het vaste land van Europa, en in
+Engeland sedert eeuwen, genomen werden, leverden gebrekkige rezultaten
+op. Aannemende dat elk Volk het recht heeft over zichzelf te beschikken,
+ryzen er ontelbare vragen, welker beantwoording zoo moeielyk is dat wy
+door de erkenning van dat recht noch zeer weinig gevorderd zyn. Wat _is_
+'n volk? Vormen de Skandinaviers een Volk? Hebben de Friezen recht op
+zelfbeschikking als alleenstaande natie? Behooren Schotten en Ieren by
+Engelschen? Walen by Vlamingers? Vragen van deze soort kunnen er honderden
+gedaan worden.
+
+Al konden zulke kwestien behoorlyk--d.i. met terzydestelling van
+diplomatieke fiktien die by den dag veranderen--worden opgelost, dan
+staan we voor nieuwe moeielykheden. Het is zeer gemakkelyk een natie
+toeteroepen: gy zyt uw eigen meesteres, beschik, beveel! Wie moet
+antwoorden op dezen eisch? Wie is gerechtigd tot gebruik-maken van 't
+geschonken of veroverd voorrecht? Hoe _uit_ zich de wil van de
+kollektieve menigte die men "Volk" noemt? Of, erger nog, _heeft_ zoo'n
+Volk wel 'n wil? Een wil zeker niet, en dit komt met geen wil vrywel
+overeen.
+
+Daarna dwaalt men af op den kinderachtigen uitweg van 't stemmen-
+tellen, en vervalt in 't zeer onwysgeerig aannemen van 'n
+_veronderstelden_ Volkswil, dien men tegen beterweten aan _voorgeeft_
+te kunnen opmaken uit stemmingen welker uitslag en beteekenis
+beheerscht worden door 'n kiesreglement, dat in z'n geheel
+willekeurige samenstelling geen andere logische oorzaak van bestaan
+heeft, dan de zucht om zich met 'n Franschen slag aftehelpen van 'n
+taak die men niet weet te vervullen.
+
+De daaruit voortvloeiende zeer onnauwkeurige--ja, _per se_ valsche!
+--manifestatie van den volkswil leidt tot nog onzuiverder rezultaten
+dan reeds het geval wezen zou indien zekere _bepaalde zaak_ aan 't
+oordeel der menigte werd onderworpen. Die menigte kiest nu slechts
+_generale_ gevolmachtigden, tezaam genomen niet den minsten waarborg
+opleverende dat hun majoriteits-meening met den wil van de Natie, hun
+lastgeefster, overeenstemt.
+
+Zoo stuiten wy in 't parlementair stelsel overal op onnauwkeurigheid,
+op genoegen nemen met zeer ruwe benadering, op fiktie, en ... op
+_misleiding_.
+
+Ook wanneer wy al de gebreken die uit de aangestipte moeielykheden
+voortvloeien, nu eens aannemen als onvermydelyk--'n treurige
+veronderstelling!--dan blyft toch altyd de mogelykheid bestaan om 't
+voorhanden materiaal van staatkundige gegevens eerlyk toetepassen.
+
+En ... dit doet men niet! Dezelfde kiezers die, zoodra 't hun
+_byzonder_ belang gold, zich alleromzichtigst toonen zouden in 't
+onderzoeken der bevoegdheid en vooral van de _integriteit_ hunner
+gemachtigden, behandelen de _publieke zaak_ met 'n slordigheid die
+aan 't krankzinnige grenst, met 'n gebrek aan konscientie die in 't
+misdadige overgaat.
+
+Lezen we niet dagelyks in onze couranten dat B, C of D--ik sla nu A
+over, om den schyn van ondeugende toespeling op m'n schapenparabel te
+ontgaan--vernemen we dagelyks dat het onze plicht is voor _die_ heeren
+te stemmen, _juist om redenen die hen tot vertegenwoordiging van 't
+Volk onbevoegd maken_?
+
+De een heeft zich byzonder toegelegd op den handel ...
+
+Dat zal hem te-pas komen als-i 'n winkel opzet. Goed succes! Maar
+daarmee heeft 't _Vaderland_ niets te maken.
+
+De tweede was jaren lang in Indie ...
+
+We willen hopen dat-i ryk is, of 'n behoorlyk pensioen heeft, zonder
+leverziekte. Doch dat gaat het _Volk_ niet aan.
+
+Een derde is fabrikant. "Het fabriekswezen, myne heeren, het
+fabriekwezen ...
+
+Zeer wel! Ook dat behoort tot den _Staat_. Maar ook dat _is_ de Staat
+niet.
+
+Een vierde kandidaat is byzonder bekwaam in 't Loods-wezen. Hy weet
+den weg in de zeegaten ...
+
+Dat is juist de weg dien wy 't _Vaderland_ niet willen opsturen.
+
+"Zie dien vyfde eens. Men aanbidt hem in z'n district ...
+
+Wel, laat hem dan blyven waar-i bekend is en aangebeden wordt. Het
+_Volk_ kent hem _niet_, aanbidt hem _niet_.
+
+"Gy zult toch dezen zesden niet afwyzen. Hy behoorde sedert z'n prille
+jeugd van familiewegen tot de zoo-en-zoo-party. Hy is van-ouder-tot-
+ouder 'n _dit-aan_, 'n _dat-ist,_ een van de echte soort!"
+
+Dat zal z'n grootmama plezier doen, van wie hy al die istery en anery
+geerfd heeft, maar 't _Volksbelang_ heeft andere eischen. Laat men
+dien man 'n plaats aanbieden in de een of andere kamer van z'n
+familie, als daar door 't overlyden van 'n oudtante vakature is. De
+_Staat_ is niet gediend met lieden die de oplossing van alle
+maatschappelyke vraagstukken meebrachten uit hun luiermand.
+
+"Wraakt ge ook den zevenden, die als _Specialiteit_ in ...
+
+In 't een-of-ander, _connu_! Ja, wraak ook hem. Ik ontzeg ieder 't
+recht Volksvertegenwoordiger te zyn die dat recht grondt op iets
+anders--op wat ook!--dan kennis van de behoefte des Volks _in het
+algemeen_, dan toewyding aan de belangen van 't Volk _in het algemeen_,
+dan op de gegronde verwachting dat hy nuttig zal wezen voor 't Volk
+_in het algemeen_. Het volgen van 'n vooruit bepaalde richting op
+wetenschappelyk, sociaal of politisch terrein, bewyst of onbekwaamheid
+of verraad, en dit laatste is immer het geval by 't voorstaan van
+_byzondere belangen_. De algemeene zaak--_res publica_--is in de
+hoogste maat _integraal_, en moet als zoodanig behandeld worden.
+
+Ik weet zeer goed dat het vertegenwoordigend stelsel in 't algemeen,
+ook zonder verkeerde toepassing in de onderdeelen, aan dezen laatsten
+niet kan voldoen. Doch wie dit toestemt, zal erkennen dat wy de
+daaraan klevende gebreken niet willens en wetens mogen vermeerderen.
+Hoe gebrekkig ook de wil des Volks door z'n afgevaardigden wordt
+kenbaar gemaakt, er is weinig hoop op beterschap indien wy opzettelyk
+voortgaan, _erkend-onbevoegden_ met die moeyelyke taak te belasten.
+Zien de liberalen niet in, dat ze zich bespottelyk maken in de oogen
+der behouders, door dagelyks blyk te geven dat zy hun eigen stelsel of
+niet begrypen, of moedwillig verkrachten? Is er logika in den roep:
+"weg met Gods genade?" als men te-gelyker-tyd zweert by de genade van
+Professor X of Dokter Y? Met welk recht rekuzeert men het overwicht
+van 'n BOURBON of anderen _Krates_, als men stokstyf beweert dat het
+leekeplicht is, eerbied te hebben voor de militaire kunde van
+Luitenant Q? Is het dan alleen om plaats te maken voor katheders dat
+men zich voor 't omhalen van tronen en bidstoelen zooveel moeite
+getroostte? Millioenen en millioenen plebisciteeren sedert eeuwen voor
+'t gezag van den Paus. Weg met _die_ meerderheid, zeggen we nu, wy
+weten beter! Maar ... de anderhalve stem uit Schiedam, die den
+jeneverstoker Z zoo byzonder bevoegd rekent tot het beslissen van
+industrieele--en alle andere! kwestien, dat is 'n andere heiligheid,
+daaraan mag niet geschud worden! JOZUA deed de zon stilstaan. Dit werd
+aangenomen door millioenen stemmen. Vyf-zesduizend jaar lang voteerde
+'t heele mensdom de onschendbaarheid van JOZUA'S wonder. _Die_
+meerderheid wordt op-eenmaal terzy gezet--en ik doe hartelyk mee!--maar
+mogen we nu telkens 'n nieuwen JOZUA erkennen in ieder dien 't gelukte
+zich door 'n paar dozyn kiezers te doen proklameeren voor 'n specialiteit
+in stilstaan?
+
+Wie de aanbevelingen der kandidaten ontleendt, staat verbaasd over de
+botheid van lezers en de onbeschaamdheid van dagbladschryvers. Deze
+heeren geven zich niet eens de moeite hun felonie te verbergen, en
+dringen brutaal aan op de verkiezing van dezen of genen, om redenen
+die juist den kandidaat het lidmaatschap in de Kamer zouden onwaardig
+maken, indien hy inderdaad schuldig ware aan de Kamerdeugden waarvan-i
+beticht wordt. Laat ons hopen dat er veel gelasterd wordt in die
+aanbevelingen! Maar in dit geval is 't vreemd dat de betrokkenen zich
+niet verdedigen. Nooit las ik te-dier-zake 'n rechtvaardiging. Nooit
+werd 'n dagbladschryver door den kandidaat van z'n krant voor den
+rechter gedaagd, omdat hy hem in-staat achtte als Kamerlid het
+algemeen welzyn opteofferen aan ondergeschikte belangen, nu zeer in
+'t byzonder aan die van z'n distrikt. Nooit eischte een aanstaand
+vertegenwoordiger des Volks, herstel van eer na de aantyging dat-i
+gereed-stond dat Volk naar de maat van z'n vermogen te verraden als
+_Specialiteit_. Integendeel, de Fritsjens leggen vry onnoozel hun
+schitterenden _Staat-van-Dienst_ over, en schynen heusch te gelooven
+dat na hun verkiezing, _tout sera pour le mieux dans le meilleur des
+parlements possible_.
+
+Het best-mogelyk parlement? Dit verkrygen wy op die manier _niet_!
+
+Wie als _specialiteit_ de Kamer betreedt, voelt zich genoopt z'n
+kiezers te doen zien dat hy wel terdege de man is waarvoor hy zich ...
+in de societeit _Gezelligheid_ uitgaf. Men was gewoon hem daar gekleed
+te zien in iets dat naar uniform geleek. Ook schoor de barbier z'n
+nekharen weg. En z'n rok werd geborsteld door 'n gewezen wachtmeester-
+titulair, 'n krygskameraad uit de dagen van 't oorlogzuchtig
+garnizoensleven. Zou, na dit alles, het geacht lid uit de _Gezelligheid_
+mogen zwygen by 't behandelen van de vraag, hoe wy de Pruisen uit het
+land houden? Dat zy verre! _Specialite oblige_! Het ruischt hem in de
+ooren hoe z'n kiezers elkaar toeroepen: 't zal me benieuwen wat _onze_
+man zegt over de linie van defensie. Zoo-iets is juist z'n _fort_.
+
+Nu, die kiezers krygen hun zin. "Onze man" praat terdeeg mee. En
+waarom zoud-i niet? Hy heeft immers--de gelukkige!--verstand van
+"linien" waarop zich de vredelievende krygsman terugtrekt, en hy weet
+wat de rug van 'n leger is ... 'n ding, naar 't schynt, waarin iemand
+vallen kan zonder zich te bezeeren, jazelfs voor z'n plezier. Hy licht
+dus de vergadering voor, zy 't dan niet met technische kennis, dan
+toch met wat kennis van de meestal zinledige terminologie der
+techniek. De kruienier van z'n dorp voelt iets in zich van 'n CAESAR
+of NAPOLEON by 't verondersteld _hear, hear_! dat de aandacht scherpt
+op de oorlogswysheid van _zyn_ afgevaardigde. De geldwisselaar op den
+hoek is wat huiverig geworden in 't aannemen van _Cassenscheine_, na
+die redevoering van "onzen man." 't Is toch maar zeker dat VON MOLTKE,
+uit het veld geslagen door die fameuze nieuwe linie, geen raad weten
+zal met z'n armeerug, en dat alzoo de solvabiliteit van den
+Pruisischen Staat ...
+
+"Onderwys? Wacht even, straks zal onze dominee die zaak eens
+behandelen. We zonden hem naar den Haag omdat het preeken hem wat
+lastig viel[8]--hy moest zoo, en kan de stovenlucht niet verdragen
+--_maar onderwys_ z'n stokpaardje, daar kan je-n-op aan! Hy
+katechizeerde altyd 'n kwartier over den tyd, en op z'n zesde jaar al
+kon m'n kleine jongen 't heele gebed van MANASSE van-buiten, zoodat nu
+die reorganizatie van de hooge scholen wel in orde komen zal. Liberaal
+is-i ... van belang! Hy preekte zonder bef, en z'n vrouw heeft 'n
+_cotillon_ meegedanst op den zilveren bruiloft van onzen burgemeester."
+
+"Accynsen? Nu, dat is 'n kolfje naar de hand van onzen X! Hy is
+graanhandelaar, en heeft molens ook. Altyd lag-i overhoop met de
+komiezen van 't gemaal. Hy is door-en-door thuis in die zaken ...
+doorkneed! Alles weet-i "binnen" te krygen, en de ambtenaar die hem
+iets bewyzen kan, moet nog geboren worden. Lees eens wat onze
+"provinciale" van 'm zei toen-i gekozen worden zou. De "provinciale"
+zei, dat ... dat ... iemand zoo byzonder thuis was in de accynsen als
+X. De behouders zullen 't hard te verantwoorden hebben als hy begint.
+Want ... praten kan-i ... kyk! Verleden by den brand heeft hy 'n
+toespraak gehouden, wel 'n half uur lang. De spuitgasten stonden
+perplex, en toen 't dak instortte, had-i nog niet gedaan. Ik verzeker
+je dat-i niet voor niemendal naar den Haag is gezonden."
+
+'t Is nu maar te hopen dat er geen brand ontstaat in den Haag of in
+Nederland, in de Kamer of onder 't Volk. De welsprekende
+gemaal-specialiteit mocht de spuitgasten eens roerloos praten![9]
+
+Het doet my overigens genoegen dat die X zoo'n goede spreker is,
+daar-i me hierdoor aanleiding geeft om terugtekomen op de specialiteit
+van mooipraters, 'n ras dat ons moest doen gloeien van eerbied voor
+den uitvinder van 't Persisch-insectenpoeier. De mensenvriend HAKIM
+HHAFIZ--daar ik niet weet hoe de man heette, willen wy aannemen dat
+die naam hem is toegekend door de meerderheid van 'n Vergadering die
+'t ook niet wist--die HHAFIZ heeft aanspraak op onze dankbaarheid, al
+ontwaren we dan by warm weer en Kamerzittingen, dat z'n pogingen nog
+altijd gedeeltelyk onbekroond bleven. _In magnis voluisse_ ... o edele
+HAKIM, troost u daarmee!
+
+De specialiteit van mooipraten, publiekspreken, oratorisch talent,
+welsprekendheid--de frekwentste onder alle specialiteiten--is 'n ware
+ziekte, 'n besmetting, 'n pest die uitgeroeid behoort te worden, 'n
+vloek die men bezweren moet.
+
+Ik heb my onlangs in de IDEEN (Bundel III) hiermee te lang bezig
+gehouden, om daarby nu te blyven stilstaan. De belangstellende lezer
+wordt naar dat werk verwezen, en ik zal dus hierover nu niet meer
+zeggen dan noodig is tot het aanwyzen van den nadeeligen invloed dezer
+soort van specialiteit op de Vertegenwoordiging des Volks.
+
+Welsprekendheid in den zin die men gewoonlyk aan dit woord hecht,
+behoort te-huis op den kansel. Het opdringen van ongerymdheden kan
+niet gelukken, zonder zeker _flux de bouche_ dat we aan goochelaars,
+geestelyken en biologen moesten overlaten. By 't nuchter behandelen
+van zaken--en dit is zoowel voor de balie als op de Volkstribune een
+vereischte--komt het aan op de zaken-zelf, en niet op de manier waarop
+deze of gene praatspecialiteit die zaken weet voortestellen. De
+aangevoerde _feiten_ behooren wel te spreken, en kunnen dan de
+welsprekendheid van den rhetor zonder scha missen niet alleen, maar
+worden daardoor in het duister gesteld. Welke waarde heeft de
+vryspraak van den beschuldigde, indien men daarby de bekwaamheid van
+z'n verdediger op den voorgrond zet? Welk vertrouwen kan 't Volk
+stellen in de doelmatigheid van 'n genomen maatregel, wanneer daartoe
+beslist is onder den indruk der redevoering van 'n mooiprater? Men
+bedenke dat het by behandeling van zaken niet om overreding te doen
+is, niet om 'n kinderachtigen triumf over tegenstanders, niet om de
+problematische eer van van 't laatste woord. De vraag is hoe de
+_feiten_ zyn. Hoe die van elkander afhangen? Hoe er moet gehandeld
+worden om ze in de toekomst naar wensch te leiden? En dit doel wordt
+niet bereikt door oratorische inspanning of overspanning.
+
+Erger nog, op dat doel wordt onder 't regime der mooi-pratery niet
+eens aangelegd. Het spreken-zelf staat dikwyls 't belang der zaak
+waarover men spreekt in den weg, zooals in den schouwburg 't luid
+gesis om stilte, _de_ stilte. Het is den specialiteit-prater minder om
+'t welzyn des Vaderlands te doen, dan om den bloei van z'n redenary.
+En ook z'n tegenstanders slaan meer acht op de rhetorische waarde van
+z'n arbeid, dan op den invloed dien z'n redeneering behoorde te hebben
+op hun oordeel, een invloed die dan ook zeer gering is. Lang voor 't
+openen der debatten kan men vry nauwkeurig weten hoe de uitslag van de
+stemming wezen zal, waaruit mag worden opgemaakt dat de advokatery der
+pleiters geen enkele overtuiging wijzigt. Liever: geen enkel _parti
+pris_, want van "overtuiging" kan in zoo'n bedorven kring geen spraak
+zyn.
+
+De waarde die in-weerwil hiervan, nog byna overal aan publiek-spreken
+gehecht wordt, legt 'n droevig getuigenis af van den ernst waarmee men
+_waarheid_ naspoort. Als meest eenvoudig geneesmiddel voel ik me
+alweer genoopt te wyzen op de wiskundige, die in de harmonie van 't
+_Zyn_, uitgedrukt in hoeveelheden of uitgebreidheid, de schoonheid van
+het stipte, de poezie der juistheid najaagt. Hy vindt dit alles niet
+in 'n byzondere wyze van voorstelling, maar in de eenvoudige vermelding
+van 't gevondene dat hem uitdrukkingen in den mond legt welke steeds,
+en in veel hooger zin dan we gewoonlyk dit woord gebruiken, wel-sprekend
+zyn. Wat daartegen strydt, noemt hy _Leugen_. En zelfs zonder bepaalde
+tegenstelling, al wat afwykt van 't eenvoudig ware, is hem onwaarheid,
+en als zoodanig 'n gruwel.
+
+Mooipraten? In de couranten, die verraderlyke fotografien van onzen
+maatschappelyken toestand--de oplettende lezer begrypt dat ik nu
+bepaald van de advertentien spreek, daar fotografien aan iets als
+juistheid doen denken--in de couranten wordt nu-en-dan _eine gewandte
+Verkaeuferinn_ gevraagd. Hoe men zoo'n ding in 't Hollandsch noemt,
+weet ik niet. De zaak zal wel hierop neerkomen, dat men 'n schepsel
+zoekt die het talent heeft 'n onbedreven klant verschoten lapjes
+aantepraten. Heeft de specialiteit van zoo'n winkelmeubel werkelyk
+voor den patroon eenige waarde? Oefent zoo'n geacht lid van de
+toonbank inderdaad 'n goeden invloed uit op het geluk des Volks dat
+wat welvaart komt opdoen uit haar voorraad?
+
+Op _my_ niet! Ik tart de meest _gewandte Verkaeuferinn_ van 't heele
+nieuwe Duitsche Ryk, my 'n kadaster-wetsontwerp of 'n reorganizatie
+van de Preanger in de hand te stoppen voor 'n waardig antwoord op den
+_Havelaar_, en ik zou geen slaapmuts aannemen uit haar hand, al
+verzekerde ze my op eerewoord dat VAN TWIST--bygestaan dan door andere
+specialiteiten, omdat hyzelf de specialiteit van volslagen
+onbekwaamheid beoefent--dat ding had gebreid.
+
+Maar onze kieskollegien en Kamers zyn zoo keurig niet. In _die_
+winkels stelt men zich met de nieuwe juffrouw tevreden, zoodra zy
+zeker soort van omstanders tot handgeklap weet te bewegen, en vraagt
+er zoo weinig naar of ze overigens verstand van de zaken heeft _in_ 't
+_algemeen_, dat men ten-laatste die zaken met het effekt van haar
+praatjes verwart. Dit nu is in 'n winkelier begrypelyk. Hy slyt z'n
+waren door de gladmondigheid van z'n vertegenwoordigster, en daarom
+alleen is 't hem te doen. Doch behoorde niet het Volk aan z'n
+afgevaardigden andere eischen te stellen?
+
+"De redevoering van A, van B, van C, was mooi ...
+
+Heel mooi! Maar, eilieve, zyn we daardoor een graad veiliger voor de
+Pruisen?
+
+"Onze D heeft daar eens weer perfekt gesproken!"
+
+"O ja, byna zoo mooi als onlangs in de "_Gezelligheid_" maar de
+werkman is ontevreden. Kan hy voedsel koopen voor D's prachtige
+oratie! Is de kans op algemeene welvaart verbeterd?
+
+"Heb je gelezen hoe onze E dien F op z'n plaats heeft gezet? Dat was
+taal!"
+
+Zeker, zeker! Maar ... de Javaan wordt mishandeld, met of zonder
+akkompagnement van kamerspeeches, met of zonder de _Gewandtheit_ der
+Bataafsche toko-specialiteit die z'n diepe kennis van Indische zaken
+te luchten hangt.
+
+Maar niet alle mooipratery riekt juist naar den winkel. Ook, en
+vooral, de _balie_ levert gewoonlyk 'n kontingent sprekers die de
+toonbank zouden doen blozen, wanneer 'n toonbank blozen kon.
+
+"De rechten, myne heeren, de rechten ...
+
+Nu ja, de rechten. We kennen ze, die vadermoordende bastaarden van het
+_Recht_! De rechten vullen alle plaatsen die openbleven tusschen de
+bezette botertonnetjes en de vertegenwoordigers van Vlaardingsche
+haring! Zoo'n man van rechten spreekt, spreekt, spreekt ... tot in 't
+oneindige. En daarna spreekt-i. Dat is z'n vak, z'n roeping, z'n
+beroep, z'n gewoonte, z'n hebbelykheid, z'n behoefte, z'n _tic_. Het
+spreken is z'n zeer speciale _specialiteit_ ...
+
+Daartoe werd-i dan ook afgevaardigd!
+
+Waarover spreekt hy? 't Is hem om 't even. Hoe? Het scheelt hem niet.
+Hy spreekt niet om iets op tehelderen, iets meetedeelen, hy spreekt om
+te spreken. Z'n kiezers wachten van hem zooveel kolommen Byblad in de
+week. Levert-i minder, ze fronzen het voorhoofd: hm, hm, onze Z gaat
+achteruit. Draaft hy z'n _penmus_ 'n paar regels voorby: "zie zoo, Z
+is terdeeg op z'n dreef geweest".
+
+De arme Z wordt martelaar van z'n dorpsroem. 't Is met hem: "spreken
+kunt ge, spreken wilt ge, spreken zult ge ... tot er de dood na volgt,
+en dan wachten wy uit uw eigen mond de lykrede." De ongelukkige
+allemans-babbelaar is nog rampzaliger dan z'n mede-specialiteiten in
+andere vakken. Deze toch behoeven zich slechts op den voorgrond te
+stellen wanneer hun _metier_ wordt aangeroerd. Maar Mr. Z is van alle
+vakken, juist omdat de eigenaardigheid van z'n welspreken meebrengt
+dat-i redevoeren kan over zaken waarvan hy of weinig weet, of byna
+niets, of volstrekt niemendal. Waartoe zou de gaaf van spreken dienen,
+als men daarby nog verstand noodig had van 't behandelde ook? De
+zeeman mag zwygen over tienden ... al doet hy 't niet immer. De
+bankier kan neutraal blyven by 't kibbelen over armenverzorging ...
+al doet hy 't niet immer. De afgevaardigde uit de veenen mag op z'n
+lauwren rusten zoodra de turf afgehandeld is ... al doet hy 't niet
+immer. De kiezers gunnen al die heeren den tyd tot kraamuitleggen na
+'t verlossen van hun vakwysheid. Maar de praatspecialiteit is gedoemd
+zich te laten braden op elken rooster. Hy heeft na 't afhandelen van
+eenig onderwerp, nauwelyks den tyd zich als St. Laurens, op z'n andere
+zy te leggen. Turf, armenbederf, eeredienst, verstopte zeegaten,
+koninklyk prerogatief, volkenrecht, buitenlandsche zaken, vrye-arbeid,
+pensioenen, strafwet, onderwys ... alles is van z'n gading. Of liever,
+alles is van de gading zyner kiezers die "_onzen man_ ook wel eens
+over dat onderwerp willen hooren."
+
+We zullen niet toegeven in ziekelyk medelyden met het praatorgel, dat
+veroordeeld is tot het afspelen van meer deunen dan er op een cylinder
+kunnen gezet zyn. Wie zich voor universeele deunmachine uitgaf, moet
+dan maar de bittere gevolgen van z'n triumf dragen. Maar we vragen wat
+er terecht komt van de _zaken_ die op zulke wys worden behandeld? We
+vragen of 't _Volk_ gebaat wordt door de mondknapheid van zoo'n
+babbelaar?
+
+Misschien werpt men my tegen dat ik die aan _specialiteiten_ hun
+bekrompenheid verwyt, genoegen moest nemen met de ... _generaliteit_
+van iemand die over _alles_ meespreekt, en dien men dus niet verwyten
+kan dat de kring waarin hy zich beweegt, te nauw is. Die ruimte moge
+wyder zyn dan van anderen, ze is--grootendeels ten-gevolge van 't
+eigenaardig hersenbederf dat de studie der zoogenaamde "_Rechten_"
+meebrengt--gewoonlyk minder goed gevuld. Heeft men by vakmannen te
+klagen over _penurie van zaken_ hier hebben we met _profuzie van
+woorden_ te doen. Het is de eersten onmogelyk zekere enge grenzen te
+overschryden, maar praters kunnen zich binnen geen enkele grens tot
+iets wezenlyks bepalen, en wanneer men de zaakkennis van dezulken, en
+'t licht dat ze verspreiden, kondenseert, voelt men iets als sympathie
+voor de andere specialiteiten, die wel-is-waar slechts een zaak
+reprezenteeren, maar zich daarover dan ook niet behoorlyk weten
+uittedrukken en dus meer kans hebben om door zwygen tot 'n schyntje
+van iets degelyks te geraken. In dit laatste geval blyft hun tenminste
+de verdienste, het woord te laten aan den enkele die inderdaad iets te
+zeggen heeft waardoor misschien het Volk kan worden gebaat.
+
+Uit m'n IDEEN kan men weten hoe ik de staatkundige waarde van den heer
+THORBECKE beoordeel. Toch heb ik onlangs z'n handelwyze in zekeren zin
+goedgekeurd, toen hy zich onttrok aan het praatduel waartoe 'n
+debatteer-specialiteit van de ergste soort hem aanhoudend dwingen
+wilde. De poging van den aanvaller om zich tot "iets" te maken, door
+'t voortdurend mikken op 'n persoon die naar de meening van 'n groot
+deel des Volks sedert langen tyd iets _is_, noem ik ... kwajongensachtig.
+Ik moet gelooven dat de man by z'n kiezers eer heeft ingelegd met z'n
+sarren, daar de rol die hy spelen zou, te voorzien, en waarschynlyk een
+der voorwaarden van z'n verkiezing geweest was. Het is dan ook mogelyk
+dat-i nu-en-dan z'n tegenstander gekwetst heeft. Maar de grootere eer,
+door dien tegenstander gekwetst te worden, is hem ontgaan. De in dit
+geval door de liberale specialiteit in-achtgenomen terughouding zou ons
+byna stemmen tot wat vergevensgezindheid voor de zotternyen van '48,
+indien hier aan iets anders dan zeer persoonlijke beweegredenen te denken
+viel. De _persoon_ THORBECKE wilde niet tournooien met het individu dat
+zich als "geacht lid" uit ... een-of-ander, zoo indiskreet opdrong in z'n
+vyandschap, maar 't _Kamerlid_ THORBECKE gaf te dikwyls bewyzen van
+onkunde omtrent de ware roeping der Volksvertegenwoordigers, dan dat
+z'n terughouding aan staatkundig _bon sens_ mag worden toegeschreven.
+Dit is dan ook niet te verwachten in den schepper onzer kieswet, die
+volgens zyn beginselen, _als lid der Kamer_ het recht niet had zich te
+ontrekken aan de noodzakelyke gevolgen van z'n eigen werk. Zulke
+verkiezingen brengen zulke geachte leden voort! _Patere legum quam
+fecisti_!
+
+Of 't overigens waar is, dat het bedoeld _ad hoc_ afgevaardigd
+kemphaantje z'n kiezers behaagd hebbe? Ik gis ja. Waarschynlyk zyn z'n
+herhaalde provokatien met innig welgevallen gelezen. Me dunkt ik hoor
+zeggen: "dat is _onze_ man!" Welnu, deze ingenomenheid vloeit voor 'n
+deel uit onkunde voort. De meerderheid der kiezers nog altyd van
+meening dat praten, spreken, publiekspreken, redevoeren, enz.
+uitstekende zaken zyn. Men schynt nog altyd niet te weten dat niets
+gewoner is dan dit talentje. 't Gaat daarmee als met muskaatnoten,
+versenmaken en speciaalkennis van "de-n-oost" altemaal kruieryen die
+eens tegen goud werden opgewogen, en tegenwoordig in 't burgerlykst
+huishouden tot vervelens toe worden voortgezet. Voedsel zit er in al
+die dingen niet, en overvoer deed den prys dalen. Dat is gelukkig.
+Want al vloeit hieruit verhooging van konsumtie voort, het stemt de
+waardeering van 't gebruik wat lager, en dit is _iets_ gewonnen.
+
+Maar zoover zyn we nog altyd niet met debatspecery. Nog immer vinden
+mensen en ... kiezers, 'n _haut gout_ van talent in de hebbelykheid
+van frazenlymen. Ze schynen niet te weten dat de prys van dit artikel
+sedert de afschaffing van 't monopolie zoo verbazend gedaald is. Wat
+onbevangenheid, 'n beetje gewoonte z'n eigen stem te hooren, _le desir
+de se voir imprime_, 'n twintigtal gelegenheids-frazen, 'n wel
+geprepareerd slotwoord, _et le tour est fait_!
+
+Voedsel zit er in dat alles niet, zei ik zoo-even, toen ik van andere
+goedkoope produkten sprak. Zit er voedsel in wat we zien voortbrengen
+door zulke publieksprekers? Om te blyven by 't voorbeeld dat ik
+aanhaalde, durf ik vragen of er in al die aanvallen van 't geacht lid
+KOORDERS tegen den heer THORBECKE, een nieuw denkbeeld is ontwikkeld?
+Of er een oud denkbeeld in nieuw licht werd gesteld? Of er _iets_ is
+overgebleven van die telkens tevergeefs afgestoken vuurwerkjes? Werd
+er in 't grenzeloos ryk der IDEEN 'n nieuw werelddeel ontdekt? Een
+vreemde kust? Een onbekenden klip? Een dorp, 'n rots, 'n zodenbankjen,
+'n zandkorrel? Niets van dat alles! Niet eenmaal 'n nieuw kiesdistrikt.
+Geen _mot_ zelfs is blyven bestaan van al de projektielen waarmee de
+arme THORBECKE uit z'n eigen _kies-mitrailleuse_ beschoten werd. Wind
+zyt ge, o praat-specialiteit, tot wind zult ge wederkeeren. Dat zy zoo!
+
+De wensch is vroom. Van alle specialiteiten is de redevoerspecialiteit
+de verderfelykste, de onuitroeibaarste! In-weerwil der uitvinding van
+den beroemden HAKIM HHAFIZ, is de kans op genezing van de ziekte nog
+zeer gering. Ge moet weten, lezer, dat die man te stryden heeft met
+boosaardige vyanden. Venynige tegenstanders hebben in Perzie z'n
+pogingen verydeld door 't oprichten van dispuut-kollegien en
+debatings-klubs. Men ziet het, iemand die z'n tyd vooruit is, stuit
+gewoonlyk op boosaardige tegenwerking. Ook ik heb 'n uitvinding
+gedaan. Ik wilde de publieksprekers inenten met de tranen van 'n
+berouwhebbenden ekster. Maar ik houd de ontdekking geheim, uit vrees
+dat broodnyd en zucht tot zelfbehoud zich zullen wreken door 't
+oprichten van instituten als die in Perzie den armen HHAFIZ het leven
+verbitteren. Ik denk dat-i naar Wiesbaden vluchten zal.
+
+Wie overigens nog niet voldoende doordrongen is van den noodlottigen
+invloed der praatspecialiteiten, sla het oog op 't ongelukkig Frankryk
+waar men, na al de bittere ondervinding van 't laatste jaar, nog altyd
+niet van de kwaal genezen is. Toen dezer dagen de generaal VINOY met
+al de duizende vechtmannen die hy onder z'n bevelen had, gevlucht was
+voor de opstandelingen te Parys, gaf 'n frazensmid van die gebeurtenis
+aan de _Assemblee Nationale_ kennis met de woorden: _le general a
+concentre ses forces a Versailles_. Indien de Fransche afgevaardigden
+Duitsch lazen, zouden ze weten dat sedert maanden hun vechtende en
+gevechtbeschryvende landgenooten door den vyand over zulke frazen
+worden bespot, en dat de uitdrukking: _sich rueckwaerts konzentriren_,
+op Franschen toegepast, in den mond der opgeblazen onderdanen van
+Keizer WILHELM--die op hun beurt ook met frazen weten omtegaan!
+--identiek is geworden met schandelyk wegloopen. De vaderlandredders in
+de _Assemblee_ slikken nog altyd zulke woorden, en zetten daarby een
+gezicht alsof ze doordrongen zyn van 't besef der strategische waarde
+van zoo'n militaire retrovolutie. JULES FAVRE, een pleit-en praatman,
+spreekspecialiteit van den eersten rang, vond 'n andere manier uit om
+lafhartige vlucht te eufonizeeren. Hy, lid van de Regeering, had--even
+als al z'n ambtgenooten trouwens--'t hazenpad gekozen voor de
+oproerlingen van '_t Hotel de Ville_, en met majestueuze deftigheid
+stelde hy die rugwaartsche koncentratie aan de Volksvertegenwoordiging
+voor, als 'n heroische poging om den vyand te verdelgen: _en creant
+autour de lui le vide le plus absolu_. 't Doet waarlyk denken aan 'n
+muisjen onder de luchtpomp. Maar ... als nu eens die vyand, aangetrokken
+door 't zoo heldhaftig geschapen _vacuum_, zich liet voorttrekken naar
+_Versailles_, en verder, verder, zoo ver de door voortdurende vlucht
+veroorzaakte ylheid toelaat of eischt ... wat dan? _Que usque_, o dappere
+JULIUS FRAZE? Hoe lang wilt ge den vyand op u toe zuigen? Ik heb ongelyk.
+Er staat: _autour_, luchtledige zuiging dus aan alle kanten tegelyk ...
+'t is om te bersten.
+
+De _Assemblee_ neemt genoegen met zulke _cant_, zy die optreedt als
+redster van 't bedrogen Frankryk dat te-gronde werd gericht door
+praatjes van gelyke soort. Die mensen hebben niets geleerd en niets
+afgeleerd. Doch waarom 't hun te wyten? Werden ze niet door 'n
+_wettelyk bevoegd verklaard deel des Volks_ waardig en bekwaam
+gekeurd, de belangen van dat Volk te behartigen?
+
+Tot-nog-toe ging het ten-onzent niet beter. En 't is te betwyfelen of
+dit veranderen zal. Maar, in-weerwil myner moedeloosheid zal ik blyven
+waarschuwen zoo goed ik kan. Wie meenen mocht dat ik by veel gelegenheden,
+en ook nu weer in deze bladen, onze Volksvertegenwoordiging te hard val,
+vrage zich of de Kamers by 't Volk in aanzien zijn? Dit is het geval
+_niet_. De kiezers minachten hun eigen werk. Vreemd is 't zeker, dat
+koks de spijzen niet lusten die zij anderen voorzetten. Reeds het bywonen
+van 't vuil geknoei in de keuken, maakt het onmogelijk die met smaak te
+nuttigen, hoe veel te meer moet dit het geval zyn als men heeft
+deelgenomen aan dat gemors.
+
+En ... 't oordeel der Kamerleden-zelf! Wie slechts eenmaal gelet heeft
+op den toon waarop buiten 's kamers zoo'n uitverkorene zijn
+mede-uitverkorenen "ze" noemt, zal my ten-goede houden dat ik met die
+heeren weinig omslag maak, waartoe geen groote moed vereischt wordt,
+daar ieder hunner in 't byzonder volkomen instemt met m'n oordeel over
+z'n "geachte" kollegaas _en-bloc_. Dagelyks hoort men:
+
+"Dat begrypen _ze_ niet ... daartoe zyn _ze_ niet te bewegen ...
+zoo-iets is _hun_ te hoog!"
+
+En de eenling die aldus spreekt en accentueert, heeft gelyk. Er ligt
+niet de minste verwaandheid in, dat hy zich als _individu_ hooger
+stelt dan al z'n ambtgenooten _te-zamen genomen._ Hy voelt inderdaad
+het overwicht van z'n onverbrokkelde individualiteit tegenover de
+poespas van kennis en kunde, die door gebrek aan affiniteit nooit 'n
+dergelyk geheel kan uitmaken. Een verzameling van mensen bezit als
+zoodanig nooit een der eigenschappen die 'n mens kunnen versieren. Ze
+heeft geen konsekwenten wil, geen overtuiging, geen bekwaamheid, geen
+geweten, geen eergevoel, geen schaamte en geen moed. Elk _individu_,
+hoe schitterend middelmatig ook, staat boven 'n _Vergadering_, (IDEE
+9 en 336).
+
+Wie na al 't aangevoerde nog verder bewys verlangt van de laagte
+waarop onze Volksvertegenwoordiging staat, legge zich de vragen voor:
+
+_Welk werkstuk heeft ooit onze Kamer voortgebracht? Welk belangryk
+denkbeeld is uit haar voortgekomen? Welke blyken gaf zy dat ze besef
+had van haar verplichtingen? Op welk gebied leverde zy voorbeelden ter
+navolging? In welk opzicht was zy uitstekend? Wat heeft het Vaderland
+aan z'n vertegenwoordiging te danken_?
+
+Uit overvloed van individueele specialiteiten in allerlei vakken, werd
+zy altyd verhinderd kollektief te zyn wat ze uit den aard der zaak
+wezen moest: _algemeene_ SPECIALITEIT _ter behartiging van de belangen
+des_ VOLKS.
+
+Ziedaar alzoo wat de in willekeurige brokstukken verdeelde opinie der
+menigte oplevert! _Vox populi Vox Dei_, zegt men, zonder te bedenken
+dat men daarmee z'n God 'n vreemd kompliment maakt. Een zonderlinge
+eer voorwaar--en voor 'n God nogal!--homogeen te worden verklaard met
+kannibalen, roovers, heksenbranders, stommerikken, aanhangers van
+oudwyvenpraatjes, geloovers, verstandmoorders, enz. enz. Hadden niet
+al die specialiteiten van beroerdheid eenmaal--en hebben ze niet nog,
+in zekere landen--zoo'n _Vox_ op haar hand? Doch, dit daargelaten, ik
+vraag of zy die den wil van hun God vereenzelvigen met den Volkswil,
+geen zonde doen door die eensluidende voxen doorteknippen als 'n
+poliep? Me dunkt: ge zult den Heere uwen God niet distriktifieeren.
+Zeker is 't dat _myn_ godin, de _Rede_, geen genoegen neemt met zulke
+kinderachtige en misdadige kunstjes.
+
+
+
+
+MIX.
+
+
+"Een veger die niet vegen kan, en geen ander vak verstaat dan niet te
+kunnen vegen, is 'n _Specialiteit_."
+
+--Myn vak is dat ... dat ... of dat!
+
+Zeer wel! Wat hebt gy die aldus spreekt, tot stand gebracht op het
+terrein dat ge 't uwe noemt? Gy geneeskundige, hoeveel gezondheid
+bracht ge voort? Gy rechtsman, werd het _Recht_ gebaat door uwen
+arbeid? Gy specialiteit van moed, strategie en taktiek, beeft de vyand
+voor uw dapperheid en vechtkunst? Gy publiekspreker, preekheer,
+redenaar, welke dwaling hebt gy uitgeroeid?
+
+Laat ons nogeens 't oog slaan op Frankryk, het land waar sedert
+onheugelyke tyden de laatstgenoemde specialiteit byzonder in eere was.
+Om nu niet te spreken van de treurige rol die veldheeren en diplomaten
+speelden tegenover den buitenlandschen vyand, welke _maarschalk_ van
+het Woord, welke _hoogleeraar_ in verdelgkunde, bezweert het oproer te
+Parys? Ze beproeven dit niet eens. Het gepraat der THIERSEN en FAVRES
+in de _Assemblee Nationale_ konkludeert gewoonlyk tot wachten,
+afwachten, niet-doen.
+
+De helden die telkens onder verpanding van eer en leven beloven "het
+monster der anarchie den kop intedrukken" komen gedurig
+onverrichter-zake terug en brengen hun dierbaar leven ongedeerd weer
+thuis. De inderdaad zwaar geblesseerde eer wordt met 'n praatje
+gekalfaterd want de vechtspecialiteit gaat zeer geleidelyk in de
+praatspecialiteit over. De helden van 't slagveld kyken den doodslager
+van de balie de kunst af, en frazeeren _a qui mieux mieux_. En de
+leden van zoo'n _assemblee_ nemen daar genoegen mee. Toen onlangs de
+overwinner-of-sterver DUCROT tegen alle afspraak aan, onverwinnend in
+'t leven was gebleven, werd er nog even geprotesteerd tegen 's mans
+wederrechtelyke existentie. Maar nu dezer dagen de admiraal SAISSET,
+de specialiteit die gezworen had: _de donner sa vie_ enz.,
+springlevend wederkeerde zonder de straten van Parys te hebben
+schoongeveegd, neemt men genoegen met ... zoo'n veger die niet vegen
+kan. Wie nu zulke DUCROTS en SAISSETTEN aan 't breien, stoppen,
+stikken of koekbakken zetten wilde, zou van die heeren ten antwoord
+krygen: "dat is m'n vak niet ... van beroep ben ik held!" Maar zoodra
+er iets te doen valt waarby hun vakheldhaftigheid eens terdeeg zou
+te-pas komen, gedragen zy zich als specialiteiten van de naaischool.
+
+En de praters! Mr. THIERS, Mr. FAVUE. Mr.... Watjewilt, heeft 'n
+_speech_ gehouden! Dat was nu eens prachtig! Dat deed effekt ...
+
+Och ja, als de ontboezeming van den accynsman op de roerlooze
+brandblussers van pagina zooveel!
+
+Indien zulke babbelaars-zelf het minste vertrouwen stellen op den
+indruk van hun gepraat, op hun waarde als _specialiteit_, waarom, dan
+niet van die kracht gebruik gemaakt tegen 't oproer! Waarom niet het
+_Hotel-de-Ville_ gebombardeerd met 'n Kamerspeech van THIERS? Waarom
+mitrailleert FAVRE de opstandelingen niet met z'n mond?
+
+Bisschop HERBERT van Utrecht gaf in de twaalfde eeuw bewys van meer
+oprechtheid. Toen de Hollandsche graaf DIRK hem kwam aanvallen,
+begreep de eerlyke man dat het nu de rechte tyd was om z'n
+specialiteit op den voorgrond te stellen. Zyn vak was heiligheid, en
+met heilighedens trok hy den vyand te-gemoet. Dat hielp. Onze DIRK
+vroeg exkuus, en beloofde beterschap. Ook deze toonde hierdoor dat het
+hem ernst was met z'n specialiteit van geloover. Maar in onze dagen
+... zie VICTOR EMANUEL die 't erfdeel van PETRUS inslikt. Toch _Zoon
+der Kerk_! Zie al de protesten tegen pauselyke Onfeilbaarheid--tegen
+de vochtigheid van water--toch _katholiek_! Zie de modernen die 't
+bybelgeloof hebben afgezworen ... toch aanhangers van de leer die op
+bybelvertellingen gegrond is!
+
+En zie rond op zooveel ander gebied. Klapperende vensters, mismakende
+schoorsteenen, gebrekkige ventilatie, onpraktische daken! smakelooze
+gevels ... al die dingen protesteeren tegen de bekwaamheden onzer
+bouw-specialiteiten. Een ingenieur dien ik eens deze opmerking
+meedeelde, antwoordde my dat de meeste zaken van dien aard tot het
+timmermans-of metselvak behoorden. Precies 't antwoord van 'n
+Franschen generaal dien men aan 't breien zetten wou. _Hoogere_
+bouwkunde? Wat is dat? Engelen wonen niet. We zyn _mensen_, moeten
+voldoen aan _menselyke_ behoeften. Gaarne wil ik gelooven dat het
+diepe studie vereischt, de verhouding te berekenen tusschen de
+kapiteelen van 'n Minervatempel en de emolumenten van 'n
+hedendaagschen koster, maar we hebben andere kunde noodig. De
+huishouding van 'n Hollandsche stovenzetster wordt niet geregeerd naar
+de wetten van 't Grieksche schoonheidsgevoel, en we zullen geen
+schoorsteenen leeren maken, zoolang wy 't beproeven uitstellen tot we
+bruikbare modellen aantreffen in 'n opgedolven _atrium_, waar de rook
+gewoon was naar bevind van zaken zich 'n uitweg te zoeken, of
+niet-eens te zoeken.
+
+De eigenaardige fout der specialiteiten bestaat in _afkeer van
+oorspronkelykheid_ of _vrees voor oorspronkelykheid_, aandoeningen die
+voortkomen uit een door luiheid veroorzaakte onmacht. Te traag om op
+eigen beenen te staan, te schuw voor inspanning zelfs om dat te
+beproeven, richt men zich naar meesters in de kunst, en vergeet dat zy
+hun waarde juist daaraan ontleenden, dat ze zich _niet_ richtten naar
+'n meester. De eenige leermeesteres, de _artis magistra_, die 't recht
+heeft haar discipelen 'n geldig doktors-diploom uittereiken, is _de
+aard der dingen_. Wie 't versmaadde op _die_ hoogeschool te studeeren,
+zal ten-allen-tyde een brekebeen blyven, een ... veger die niet vegen
+kan.
+
+Terloops doelde ik op de gebrekkige wyze waarop bouwspecialiteiten
+beantwoorden aan den naam dien zy zich geven. De uitvlucht van den
+ingenieur, die sommige door my gemaakte aanmerkingen beneden de
+waardigheid van z'n "vak" rekende, gaat niet op. Hy had me moeten
+meedeelen aan welke bouwstukken de kunst haar inspanning wel besteden
+mag? Zyn onze kerken goed? Onze spoorstations? Heeft ooit 'n leek,
+onverwachts geroepen tot uitvoering van eenigen arbeid waaraan-i niet
+gewoon was, iets bespottelykers voortgebracht dan de Amsterdamsche
+Beurs? Dan 't Paleis van Volksvlyt, die enorme ruimte op de
+leelykst-mogelyke manier in glas en yzer gezet?
+
+De verdeeling in hoog en laag is willekeurig. De heele Natuur is
+adelyk, en we hebben noch 't recht noch de macht, haar Kappelmannig te
+verdeelen in standen. Juistheid, bruikbaarheid, doelmatigheid ... al
+deze eigenschappen toegepast op't geringste voorwerp, bekleeden
+gelyken rang als dezelfde verdiensten in zaken die ons--slechts in
+betrekkelyken zin altyd--belangryker voorkomen, en wie voorgeeft de
+studie van 't schynbaar geringe te minachten verdient minachting voor
+de geringheid zyner studie. _Deugd_ is zedelyke schoonheidszin, in
+_logika_ openbaart zich de vroomheid van den denker, en aesthetische
+ontwikkeling brengt de _rechtvaardigheid_ mee, die ook omtrent zaken
+en begrippen het _suum cuique_ weet in-acht te nemen, dat we zoo
+gewoon zyn niet toetepassen op personen. Alzoo lossen zich de
+eigenschappen van hart en verstand, samengaande met kunstgevoel,
+harmonisch op in dit eene: _streven naar waarheid_. De plompe gestalte
+van zoo'n Amsterdamsche beurs liegt evenzeer tegen de eischen van
+schoonheid en doelmatigheid, als 't gebabbel in onze Kamers tegen de
+belangen van 't Volk. De lynen van dat glasgebouw vloeken en waggelen
+als beschonken nachtloopers. Die koepel schynt 'n wen te hebben als 'n
+Zwitsersche berg-_cretin._[10] 't Een is zoo onzedelyk, zoo onbeschaafd,
+zoo ongezond als 't ander.
+
+En onze kerken! Men preekt daarin op z'n protestants, en de galm is
+... onfeilbaar. De gewelven roepen: _O salataris hostia_, en de
+dominee maseurt in 't Hollandsch of nagenoeg.
+
+Wie zich gewoon maakte zulke snydende kontrassen niet optemerken, wie
+zich verhardde tegen de pyn die dit gebrek aan harmonie uitwerkt op 'n
+onbedorven gemoed, verwaarloosde z'n zedelyk tastvermogen, en verliest
+het oordeel des onderscheids, ook aangaande zaken die schynbaar niets
+te maken hebben met de dingen door welker aanraving hy zich liet
+vereelten. We gelyken hierin veelal op den verloskundige, die meende
+zonder schade voor z'n vak in z'n vryen tyd te mogen houtzagen en
+citerslaan. Dat gaat niet! Wie z'n gereedschap bederft is 'n slecht
+werkman.
+
+Het was niet zonder doel, dat ik zoo-even de wanstaltigheid van 'n
+paar Amsterdamsche gebouwen vergeleek met zeer uiteenloopende
+onderwerpen. Ik wensch te doen in 't oog vallen dat de _oorzaak_ der
+bedoelde fouten dezelfde is, onverschillig of daaraan wordt vorm
+gegeven in metselwerk, dan of ze zich openbaren in Volksbedrog. Men
+kan verzekerd zyn dat menige ministerspeech, in yzer overgezet, 'n
+scheeven indruk maken zou, en dat er o.a. geen behoorlyke trap zou
+wezen om zich naar-boven te werken in 't gebouw van ons publiek
+rechtsgevoel[11] indien men dat ongelukkig voorwerp in steen vertaalde.
+Onwaarheid, onjuistheid, gebrek aan harmonie tusschen eisch en
+voldoening, werken alom op gelyke wyze storend, bedervend, onzedelyk.
+
+Dat hebben wy aan de speciaal-mannen te wyten! Buiten den tempel van
+hun vak nemen zij de hulde van den leek aan, die hun voorgewende
+priesterwyding eerbiedigt. Binnen dien tempel maken ze niemand zalig.
+Dat is oneerlyk!
+
+Zeg eens, gy, baas of m'nheer, gy noemt u metselaar, _meester_
+metselaar ... is uw cement zoo goed als 't Romeinsche? En gy,
+timmerman, _meester_ timmerman, meent ge in-staat te zyn tot het maken
+van 'n behoorlyke ...
+
+Ik heb hier iets te noemen dat ik niet noemen mag in 't Hollandsch,
+en in 't Latyn of Grieksch niet noemen kan omdat de Romeinen en
+Grieken--die, evenals hun nazaten, en de meeste volkeren der oudheid,
+zeer vuil waren--het ding dat ik bedoel in 't geheel niet gebruikten.
+Neen, ik kan 't niet noemen. Er blykt dus dat myn schryfspecialiteit
+ook te wenschen overlaat. Men vergeve het my, en bedenke dat ik me
+nooit voor schryver uitgaf. Ik bezit daartoe niet het minste diploom,
+en ben zelfs geen dokter of professer in de letteren.
+
+Maar zy die dit wel zyn, de litteratuur-specialiteiten, wat brengen
+_zy_ voort? Mogen we zoo laag neerzien op den timmerman die van ouder
+tot voorouder 't wanbegrip aanhangt dat de opening van 'n bril
+cirkelvormig moet zyn, alsof 't rondom-aanraken de eisch ware!--kyk,
+daar heb ik toch 't verboden woord genoemd, en in 't Hollandsch
+nogal!--mogen wy den onontwikkelden ambachtsman hard vallen, als we
+zien dat voorgangers in _humaniora_ zoo bitter slecht timmeren? Sedert
+'n eeuw of drie hebben of hadden wy akademien en atheneen in menigte.
+De eene professor volgde den anderen. Ze richtten hun leerlingen af,
+en maakten die tot doktoren--tot _specialiteiten_ alzoo!--in
+letterkunde. Alles _professeerde_ om 't hardst. Wat leverde dit op? Me
+dunkt, 'n volk dat sedert twee-driehonderd jaar zooveel betaalde voor
+de beoefening van 'n speciaal vak, zou recht hebben iets uitstekends
+in dat vak te verwachten, neen: _zeer veel_ uitstekends. In plaats
+daarvan wedyveren de produkten onzer officieele lettermannen met den
+mismaakten koepel van 't glaspaleis in wanstaltigheid, vooral wanneer
+zy de ongehoorde poging wagen om zich te verheffen boven 't peil der
+middelmatigheid waarin zy hun eerlyk verdiend _summa cum laude_
+behaalden.
+
+We mogen aannemen dat de strandbewoners onzer Nederlanden
+ten-allen-tyde gevischt hebben. Een groot gedeelte van de Natie
+beoefende alzoo de vischvangst sedert ... ja, wie zegt ons hoe lang
+reeds voor de zoogenaamde aankomst der Batavieren? Hoe dit zy, er
+waren ten-allen-tyde meer visschers dan officieele letterkundigen. Het
+wel beoefenen van de visschery werd nadrukkelyk gevorderd door 'n
+gebiedende meesteres: de maag. Toch verklaarde onlangs een Noorsch
+vischgeleerde, die voor eenige jaren in 't belang van z'n vak 'n reis
+deed langs de stranden van Europa, dat de Hollandsche visschers
+volstrekt niet op de hoogte hunner kunst stonden. Ik nu kan niet
+beoordeelen of deze man gelyk had. By analogie met andere vakken
+welker beoordeeling wel eenigszins onder m'n bereik valt, mag ik
+gissen dat-i de waarheid zei. Maar als ik den uitslag der studien van
+onze strandbewoners vergelyk met de litterarische rezultaten onzer
+akademien, dan voel ik iets als eerbied voor de _clarissimi_ van
+Scheveningen en Katwyk, en ik zou lust hebben dien Noordschen betweter
+naar Utrecht en Leiden te verwyzen ten-fine van klement oordeel over
+de Hollandsche botboeren. Men zegt dat er eens in den Haag drie
+kabeljauwen te-gelyk op de markt zyn geweest. In een heel jaar levert
+onze aan de akademien uitgebroeide letterkunde zooveel spieringen niet.
+
+Gebrek aan oorspronkelykheid is alweer de hoofdoorzaak van deze
+armoede. In-stede van te grypen in de volle ryke natuur, meent men
+iets te bereiken door toewyding aan 'n bepaald vak, d.w.z. door 't
+volgen van voorgangers die zoodanig vak geprofesseerd hebben--liever
+nog, die er in professerden--en op hun beurt kopiisten waren van
+andere brekebeenen, of al ware het van 'n meester. Dat deze inkrimping
+van terrein soms, en nog volstrekt niet dikwyls, iets ten-gevolge
+heeft als de handigheid die ik op blz. 28 (hfdst. II, n. v.d. tr.)
+wel wilde toekennen aan 'n bakker van beroep, kan waar zyn. Maar dat
+die nauwte van blik nog gevaarlyker werkt op de voortbrengselen van
+den geest dan de sleurfouten der bakkers op ons brood, is ook waar.
+In dat brood _is_ dan toch nog meel. Vermengd, vervalscht, verknoeid,
+er is _meel_ in. Onze letterspecialiteiten durven 't Volk _als spyze_
+voorzetten _wat geen spys is_. Ze geven _als voedsel_ wat _niet voedt_.
+En wie er over klaagt, krygt ten antwoord dat de eigenaardigheid van
+'s mans vak meebrengt dat-i zulk brood levere en geen ander. De leek
+moet dan zwygen, en verwyt zich dat hy ten-onrechte meende geestelyk
+onverzadigd te zyn. De fout heet dan te liggen aan hemzelf die 't hoog
+gewicht van 't speciaal-vak miskende. Zoodra hy op de hoogte wezen zal
+die noodig is om de waarde daarvan te schatten ...
+
+Intusschen professert en professeert de specialiteit voort ...
+
+Twee treurige indrukken tegelyk dringen zich hierby aan ons
+voorstellingsvermogen op. De eerste is medelyden met het arme Volk dat
+naar zielespys hongert ...
+
+Laat ons vlug heenstappen over dit onderwerp. Hongeren is 'n afgezaagd
+thema.
+
+Liever stel ik u 't vermaak voor, lezer, om te vermeien in andere
+smart, in specialiteiten-smart. Ge kent die niet? Ge wist niet op welk
+veld dat doornig onkruid groeit? Ge weet niet hoe de schedelplaats
+heet, waar de navorschers van 't ontmetelyk-kleine gekruizigd worden?
+Ik zal u den weg wyzen.
+
+Misschien moest ik, zooals de _specialiteiten_ van den Nederlandschen
+_Helikon_, beginnen met 'n fors[12] "wat bralt ge, o Rom es!" of 'n
+melankoliek: "'t is voor u niet dat ik zing!" om dan na 't minachtend
+doorloopen van allerlei andere smart, ten-laatste triumfantelyk
+neertekomen op 't onderwerp onzer _complainte_, en den lydenspalm
+uittereiken aan den martelaar die my den treurzang in de pen gaf.
+Niets van dat alles. Tegen alle school, gewoonte en deftigheid aan,
+toon ik u terstond het uitgeteerd gelaat van den armen speciaal-
+professer die gestruikeld is over 'n speciaal eigenschapje van 'n
+speciaal-atoom zyner _specialiteit_.
+
+Werelden vergaan of vergaan niet, 't is hem om 't even. De zon valt,
+hy bekommert zich daarover niet verder, dan om 't verschrikt mensdom
+te berispen over den ontaalkundigen geslachtsverkrachtenden uitroep:
+daar gaat-i! De geschiedenis van wereldwording, mensheid en beschaving
+boezemt hem geen verder belang in, dan noodig is om natesporen of de
+eerste lichtstraal z'n naam wel behoorlyk met 'n _ch_ schreef, en of
+er taalfouten waren in de tien geboden. Paus JOHANNA interesseert hem
+eenigszins, doch daar dat individu--vrouw of man dan--in beide
+gevallen toch slechts 'n mens was, kan hy aan z'n hoedanigheden niet
+zooveel aandacht wyden, als-i--en met zielewellust zeker!--zou besteed
+hebben aan 'n _klank_. Van z'n kroost en huisgezin weet onze professer
+genoeg om de overtuiging te koesteren dat al z'n meisjes onzydig zyn
+en dat z'n vrouw soms mannelyk is. Z'n liefde tot de wetenschap, hoe
+gloeiend ook, is omtrent dit alles voldaan, tevreden en in rust. Maar
+helaas ... daar nadert het vreeselyk woordje _leur_, en dondert den
+ongelukkige de vraag toe: "welk geslacht kent ge my toe? Antwoord of
+... leef, en schryf 'n woordenboek!" Het baat niet of de ongelukkige
+dien geslachteloozen inkwiziteur van-voren beziet en van-achter om te
+onderzoeken of ze wellicht eene groot-inkwizitrice, dan wel--wie
+weet!--'n heftig inkwizitorium is? Alles te-vergeefs! Die paus JOHANNA
+op 't gebied der taalkunde heeft de boosaardige verstoktheid gehad
+zich nooit te vertoonen--ik citeer--"_met een bepalend woord, waaruit_
+haar _geslacht zou kunnen blyken_." Sedert eeuwen wandelt hy, zy, het,
+de wereld rond, zonder floddermuts of helm, zonder broek of schort, en
+toch--of juist daarom--kan men maar niet te weten komen of 't deern of
+'n jongetjen is? Hoe vreeselyk, niet waar, voor geleerden die hun
+heele leven toewyden aan 't geslachtsleven van de klanken? Welke
+barbaar zou niet geroerd wezen ... enz.
+
+Men schreeuwt tegenwoordig overal om gelykheid. Ik ben er tegen, en
+beweer dat het zeer billyk is dat de werkster die de vloer boent voor
+professers studeerkamer, eerbiedig ruimte maakt als de man, zwanger
+van ... teleurstelling over de ware sekse van z'n _leur_, zich op den
+drempel vertoont. Dus: werkster, op-zy! Ik zelf zou uit den weg gaan
+als ik 't ongeluk had me in de buurt van zoo'n studeervertrek te
+bevinden.
+
+_Honneur au courage malheureux_! Dat het vruchteloos belegeren van de
+geheimzinnige leur-vesting niet aan lafhartigheid mag worden
+toegeschreven, kan bewezen worden uit 'n ander feit, dat ik te liever
+aanhaal omdat de vermelding me gelegenheid geeft tot 'n welgemeend
+_mea culpae_. In m'n _Divagatien over zeker soort van Liberalismus_ nam
+ik de vrijheid heel ongepast uittevaren tegen de kleingeestige
+schoolmeestery die onze letterkunde beheerscht, of liever: _die in ons
+land zoo onbeschaamd de plaats der letterkunde inneemt_. Onder andere
+voorbeelden wees ik op 't woord _schildwacht_ dat in myn jeugd
+vrouwelyk wezen moest. "Of dit nog zoo is, schreef ik er by, weet ik
+niet". Welnu, bladerende in D.V. & T.W.'s handleiding ter
+letterkundige zaligheid, ontwaar ik dat die zotterny wel degelyk met
+wortel en tak is uitgeroeid. Die twee letter-doktoren hebben den
+schildwacht hersteld in z'n mannelyke eer, en vergunnen _hem_
+tegenwoordig allervrindelyks _zyn_ geweer op _zyn_ schouder te dragen.
+Wie den moed heeft zulke nieuwigheden intevoeren, mag waarlyk niet
+beschuldigd worden van gebrek aan geestkracht. Toch zullen sommigen
+beweren dat er zoo'n hooge maat van genie niet noodig is, om intezien
+dat er verschil bestaat tusschen 'n _persoon_ die zich loopt te
+vervelen voor 'n schilderhuis, en de hem opgedragen _funktie_ om
+_heraus_ te roepen als er 'n kolonel komt aanryden. Het onderscheid
+tusschen een onstoffelyk begrip en 'n man van vleesch en been, is
+nogal te vatten, en daarom ligt dan ook de verdienste die ik roem,
+niet zoozeer in dat vatten als in den moed van 't verkondigen. De
+geschiedenis meldt niet of de dappere apostelen van des schildwachts
+viriliteit door 'tafgodendienend Volk zyn verscheurd of verbrand
+geworden. We willen daarvan 't beste hopen. Bloed en brandstapels zyn
+wel 't zaad der taalkunde, maar ... er is hooger eer te behalen in 't
+strydperk der welschryvery. Een onbesuisd omwerpen van de afgoden der
+menigte moog getuigen van oprechtheid en overtuiging, de gematigd-
+welmeenende boodschapper van 't ware nieuwe is niet afkeerig van eenig
+beleid, en zoekt middelen om zoolang mogelyk onverscheurd en onverbrand
+te blyven. Evenals PAULUS, die te Athene zich meester maakte van den
+"onbekenden God" om dat nevelachtig spook heel handig te vereenzelvigen
+met den zynen, hebben de heeren D.V. & T.W. voor ze hun hermafrodiet
+bekleedden met den mannelyken toga, omgezien naar 'n bondgenoot. En waar
+denkt ge dat ze dien vonden, lezer? Eilieve, raad niet, ge zoudt uwe
+scherpzinnigheid vruchteloos op de proef stellen. Met bescheidenheid
+meenen zy te mogen aandringen op de mannelykheid des schildwachts:
+"_omdat men in andere talen, bijv. in het Zweedsch, ons hierin is
+voorgegaan_." Zoo-iets geeft inderdaad courage. De ware moed immers mag
+toch niet in dolzinnigheid ontaarden? Met heel omzichtig beleid alzoo ...
+
+Zie eens, indien onze woorden-apostels zich onnadenkend te vroeg
+hadden laten verbranden, zouden zy den tyd niet gehad hebben ons nog
+veel andere dingen te leeren, o.a. dat men aan _kuiter_, wyfjesvisch,
+het vrouwelyk geslacht wel zou mogen toekennen[13] en dergelyke
+wetenswaardigheden meer. _Kater, uil, professer_, e.d. zyn mannelyk,
+naar we vernemen, en wie _vroolyk_ met een _o_ schryft is 'n dwaas.
+
+Is 't genoeg, lezer? En is 't nog noodig u voortehouden wat de
+gevolgen zyn van zoodanige krachtsverspilling? In uw huishouding, in
+uw beroep, zoudt ge toch spoedig inzien ... ik zeg niet: dat het
+groote geschaad wordt indien ge u te veel toelegt op het kleine, maar
+dat het _degelyke_ te-loor gaat--van welk geslacht is dat _loor_, o
+goden!--door 't stelselmatig beoefenen van _nonsense_. LAROCHEFOUCAULD
+schynt aan zoo-iets gedacht te hebben, toen hy de maxime schreef:
+_ceux qui s'appliquent trop aux petites choses, deviennent
+ordinairement incapables des grandes_. Ik, die weet hoe moeielyk het
+is zich juist uittedrukken, maak hem geen verwyt van z'n "_trop_" dat
+_de trop_ is. "Te veel" werkt _altyd_ en _overal_ schadelyk, dit weten
+we. Ook begryp ik dat z'n uitspraak hinken zou als men dat overbodige
+_trop_ er uit liet. Hy gaf zich evenwel zeer veel moeite om exakt te
+zyn, en ik weet by ervaring te goed hoe afmattend dat eerlyk streven
+is om me niet verplicht te rekenen tot 'n welwillend nasporen van
+wat-i bedoeld heeft. _Petites choses_ zyn er niet, en de door
+LAROCHEFOUCAULD gemaakte fout ligt niet in de kleinheid der dingen-zelf,
+maar in 't wanbegrip over hun opportuniteit. Een kok, die 't souper laat
+aanbranden omdat-i zich buiten de keuken bezig-houdt met den ring van
+Saturnus, heeft juist om 't zoogenaamd-_groote_ het zoogenaamd-_kleine_
+verwaarloosd en dus, stipt gesproken, een tegenovergestelde fout begaan
+die evenwel in werkelykheid op 't zelfde neerkomt, want de soep is er
+niet smakelyker om. De tegenstelling was dan ook slechts schynbaar. Een
+speld die te-pas komt, is in zedelyk-logischen zin _grooter_ dan 'n heel
+zonnestelsel, wanneer dat het nasporen van _waarheid_, het beantwoorden
+aan roeping, het plicht-doen, in den weg staat.
+
+Zou LAROCHEFOUCAULD gedacht hebben aan onze professers in de dubbele
+_o_ of _e_, toen-i waarschuwde tegen 't verwaarloozen van de dingen
+die wel te-pas komen? Of was z'n welwillende bedoeling, _U_ te
+waarschuwen, PUBLIEK, tegen 't voortdurend genoegen nemen met het
+aangebrand souper van onze letterkoks, die zich waarachtig niet op het
+grandioze van hun nevelringen mogen beroepen om de oneetbaarheid te
+verontschuldigen van de gerechtjes waarop ze 't publiek onthalen. Om
+nu eens by de _prouesses_ van die dubbele-omensen te blyven, hebt ge
+er nooit aan gedacht, lezer, dat zoo'n woordenboek de plaats inneemt
+van iets degelyks? Smart het u niet dat uw kinderen _met verwaarloozing
+van beter dingen_ al de wysheid in zich moeten opzwoegen, die daarin
+voorkomt? Hebt ge wel eens berekend hoeveel tyd, inspanning, geheugen,
+geest, zy en gyzelf besteden moeten om behoorlyk op de laagte te blyven
+van al die wetenschap, zegge: _Wetenschap_? En mocht u dit alles
+onverschillig zyn, denk dan aan 't geld dat ge uitgaaft om zulke dingen
+te koopen, aan de belasting die ge opbrengt om de lieden te bezoldigen
+die zich bezighouden met die voddery, levenslang natuurlyk, want ze zyn
+Specialiteiten, _de par le Roi_ benoemde _Specialiteiten_!
+
+En nog iets. Denkt ge dat een Hollandsche stad zich zal verdedigen
+tegen de Pruisen, indien de prys der heldhaftigheid wordt uitgereikt
+in de zonderlinge gedaante van 'n akademie waar men zulke wetenschap
+doceert? Is 't niet om alle poorten wagenwyd voor den vyand open
+te zetten?
+
+ * * * * *
+
+Intusschen zyn onze straten nog altyd vuil. Indien wy eens ...
+
+--Groote goden, ge wilt toch onze professers niet aan 't straatvegen
+zetten?
+
+Wees bedaard. Ja, in alle bescheidenheid wou ik dat, behoudens 'n
+onbegrypelyke massa eerbied voor andersdenkenden voorslaan. Na 't
+gebeurde met EPAMINONDAS en de Freule VON STEIN--twee personen die
+niets misdaan hebben--is myn voorstel zoo vreemd niet, en in geen
+geval beleedigend. Ik erken dat er 'n gegronde bedenking zou liggen
+in de vrees dat de modder de overhand nemen zou. Misschien zullen de
+heeren, slecht vegende, zich beroepen op hun _specialiteit_ als
+professoren in de litteratuur, en verzekeren dat zy in dat vak ...
+op dat terrein ... _right man ... right places_ ...
+
+Nu ja, op dat terrein schryven ze _Woordenboeken van de Nederlandsche
+taal_, of verheffen 'n kip tot zoogdier ... ik stem voor 't vegen!
+Baat het dan onze straten niet, de letterspecialiteit rust 'n beetje.
+Dit is _iets_ gewonnen.
+
+
+
+
+MX.
+
+
+Alles roept om emancipatie. Er wordt door sommigen beweerd "dat we
+geen slaverny geduldiger dragen dan dezulke welker afschaffing in onze
+macht staat", waaruit volgen zou dat het verzet tegen tirannie niet
+zoozeer voortspruit uit afkeer van dwingelandy, als uit lust in
+oppozitie. PHILIPS en ALVA zyn weggejaagd, maar heel 't schryvend
+Nederland buigt zich gedwee onder 't _sic volo sic scribas_ van 'n
+paar mensen die nooit het minste bewys gaven dat ze met 'n taal weten
+omtegaan, of liever die duidelyk toonden dit niet te kunnen.
+
+Misschien wachten wy op 'n Spaansche _Armada_, voor we ons verzetten
+tegen de tiende penning die er nu dagelyks wordt geheven van ons
+gezond verstand. Lag er wellicht 'n karakterkundige fynheid in den
+onwil van de Regeering om de "nieuwe spelling" vasttestellen by de
+wet? Voorzag men dat het volk liever buigen zou onder niet bevolen
+zotterny, dan gehoorzamen aan bloedplakaten?
+
+Hoe dit zy, we schikken ons in: _vroolykheid_, en zien met minachting
+neer op onze groot-ouwelui die 'n tydlang _ogen_ en _zo_ schreven.
+Thans vind ik die spelling zoo gek niet, maar toen ik kind was, gruwde
+ik van zoo'n verregaande onkunde. Huiverend vroeg ik mezelf hoe men
+tegelyker-tyd grootvader en zoo dom wezen kon? Een schryver die 'n
+levenloos voorwerp _hy_ of _zy_ noemde, in-plaats van _dezelve_, was
+in myn tyd 'n ondeftige knoeier dien ik met al de kracht myner
+schooljongens-rechtzinnigheid "verachttede."
+
+Maar ik ben oud geworden, en heb nagedacht. Tot nadenken wensch ik nu
+ook anderen optewekken, zoo mogelyk voor ze oud geworden zijn, of te
+oud althans.
+
+De gissing van zoo-even dat de leek liefst dan protesteert als 'n wet
+hem wil dwingen tot gehoorzaamheid, wordt evenwel geenszins bevestigd
+door de vyftigjarige regeering van SIEGENBEEK, die gehoorzaamd werd
+in-weerwil van 't gezag dat men hem officieel toekende. Al zy dus die
+meening niet geheel-en-al verwerpelyk, de regel schynt toch niet
+algemeen doortegaan, en dit blykt vooral indien we 't oog slaan op 'n
+ander specialismus dat veel strenger wordt gehandhaafd door de kracht
+der legaliteit, en waarin we even goedig berusten als in de
+schoolmeestery.
+
+Ik bedoel: _de Rechten_!
+
+Wat MOLIERE, die doktoren, savantes en markiezen zoo havende,
+weerhouden heeft de advokaten te bedenken met 'n welverdiende
+tentoonstelling, is my een raadsel. Of versmaadde hy dit omdat de taak
+hem te gemakkelyk voorkwam? Was 't onderwerp te afgezaagd voor 'n
+publiek dat van-oudsher gewoon raakte z'n glossen op rechters en
+advokaten zelf te maken, omdat het _non satyram facere_ hier
+onmogelyk is?
+
+Op bladzy 96 (hfdst. MVII, n. v.d. tr.) werd over 't zoogenaamd wel-
+spreken van die heeren reeds iets gezegd, ik mag dit alzoo nu
+voorby-gaan, vooral daar ik thans niet zoozeer de preek-en pleit-
+specialiteit bedoel, als wel _juristery_. De mannen van parket en
+balie meenen aan de eer van hun "vak" schuldig te zyn, de van-buiten
+geleerde _Rechten_ boven het RECHT te stellen. Het eenvoudig-ware is
+hun niet mooi genoeg zoolang het 'n deftig precedent ontbeert, of niet
+gestaafd wordt door zoogenaamde _rechtsprincipes_. Indien we dit
+laatste woord mochten opvatten in letterlyke beteekenis, zou de zaak
+gezond wezen. Maar, o hemel, zoo bedoelt het niet de geschoolde jurist!
+Waarheid is hem niet wat inderdaad _is_, maar wat overeenkomt met de
+uitspraak van dezen of genen voorganger. Gelyk D.V. & T.W. op 'n Zweed,
+wacht de rechtsman op 'n CAJUS, op 'n GROTIUS, op 'n DIEPHUIS, op 'n
+I.D. MEYER, of 'n ander van die soort voor-i zich verstout een opinie
+te hebben. Hij vraagt niet zoozeer wat er _geschiedde_, als wat er door
+dezen of genen _gezegd_ en _geschreven_ is over iets dat op het gebeurde
+gelykt. _Feiten_ zijn hem byzaak, 'n _woord_ is hem alles. _Akten_ gaan
+voor _aktie_. En waar hy zich niet op personen beroepen kan, klemt hij
+zich aan 't behoudsplankje van 'n "_regel in rechten_." Wees verzekerd
+dat er op die _rechten_ en op dien _regel_ gewoonlyk iets volgt dat niet
+regelrecht en dikwyls nogal heel krom is. Want--en hier komen we terug
+op de klacht in 't eerste hoofdstuk--zoo'n regel waarmee door de rechts-
+specialiteiten geschermd wordt, is veelal 'n _dicton_, 'n _scie_, 'n
+_fiktie_, 'n juridische _deun_, 'n "_formule die onder valsch voorgeven
+van overbodigheid der redeneering, de aandacht van onjuist redeneeren
+moet afleiden_."
+
+De meeste rechtsregels zyn stellingen, die gemakshalve als waar worden
+aangenomen, maar die voor den denker bewys noodig hebben. Deze neemt
+ze dan ook gewoonlijk niet aan, voor er wel en deugdelyk bleek dat het
+aangevoerd _dicton_, ten-eerste: _op-zichzelf beschouwd_ aannemelyk
+is, en ten-tweede: _dat het van volle toepassing geacht kan worden op
+de behandelde zaak_. Dit laatste is zelden 't geval, omdat het verschil
+der omstandigheden oneindig, en ons uitdrukkingsvermogen beperkt is.
+Maar de rechts-specialiteit is zoo keurig niet. Z'n "vak" noopt hem tot
+eerbied voor klanken die door gewoonte worden verheven tot afgoodjes,
+en dezelfde man van wien men in 't dagelyksch leven eenig verzet zou
+mogen verwachten tegen ongerymdheid, neemt genoegen met de grofste
+absurditeit, wanneer ze zich maar in de gedaante van zoo'n "_regel
+in rechten_" of dergelyk door 't gebruik geykt vooroordeel weet te
+vertoonen. Ik heb de voorbeelden voor 't grypen doch zal me aanvankelyk
+vergenoegen met 'n paar die nog al sprekend zyn.
+
+In Frankryk, waar de juristery vooral niet minder welig dan elders
+bloeit, was onlangs 'n man beschuldigd van kerkroof. By gebrek aan
+bewys werd-i vrygesproken. Eenigen tyd daarna meende de justitie den
+waren schuldige in-handen te hebben, die alzoo voor de rechtbank werd
+gebracht. Onder de getuigen _a decharge_ verscheen de vrygesprokene.
+Hy bewees de onschuld van den beklaagde door de volledig geadstrueerde
+bekentenis ... dat hijzelf de dader was. Hy had de goedheid,
+allerduydelykst uitteleggen hoe hy 't voornemen had opgevat, hoe hij
+zich had weten te verschuilen in de kerk, daar de armbus open te
+breken, en z'n roof in veiligheid te brengen. Roerende openhartigheid!
+Men liet hem dan ook ongedeerd gaan. Niet uit erkentelykheid evenwel
+voor die gratis voorgedragen handleiding in 't stelen werd-i
+vrygelaten, o neen, de brave man was onschendbaar omdat hy, _eenmaal
+vrygesproken_, onder bescherming stond van den fanatieken eerbied voor
+de rechtsfetiche: _non bis in idem_. Of de rechtbank hem behoorlijk
+bedankt heeft voor de genomen moeite in de zaak van dien ander--z'n
+_compere,_ denk ik met de _Gazette des Trabinaux_ waaraan ik dit
+voorval ontleen--is me niet gebleken. Ook niet of er 'n civiele aktie
+is ingesteld tot teruggave van z'n buit. Zeker is 't dat men den dief
+in de gelegenheid stelde z'n handwerk voort te zetten.
+
+Zulke misdadige zotterny is alleen mogelyk in personen die "levenslang"
+hun gezond verstand kluisterden aan de eischen van 'n "vak".
+
+Een ander voorbeeld. Onlangs in Londen bestelt zeker echtpaar by 'n
+voornaam juwelier eenige kostbaarheden, en maakt van de gelegenheid,
+dat 'n bediende een grooten voorraad juweelen aan hun keus komt
+onderwerpen, gebruik om dezen te bedwelmen, te binden, met den dood te
+dreigen, enz. De vrouw speelde in dit drama de voornaamste rol. Haar
+gemaal wist met het gestolene aan de nasporing der policie te
+ontsnappen, maar zy, gevangen genomen en voor 'n rechtbank gebracht,
+werd ... vrygesproken door de jury, na 'n schoone redevoering van haar
+verdediger die zich beriep op 't goddelyk en menselyk voorschrift dat
+de vrouw haren man onderdanigheid verschuldigd is. De trouwe ega had
+den koopmansbediende van-achter overvallen, hem by de keel gegrepen,
+'n doek met aether tegen neus en mond gehouden, ze had geholpen aan 't
+knevelen, aan het zoekmaken van 't gestolene ... alles waar, doch: ze
+deed het op bevel van m'nheer haar gemaal, en alzoo ...
+
+Maar, zegt men, het was 'n _jury_ die haar vrysprak ... eilieve, 't
+was 'n _rechtsman_, 'n _advocaat_, die in z'n pleit-_jargon_ daartoe
+de motieven leverde! Ik neem noch die jury, noch onvoorwaardelijk 't
+jury-_stelsel_ in bescherming, doch beweer dat in dit geval de schande
+der vryspraak niet grooter is dan de misdaad van 't vrypleiten. Zou 't
+iemand die niet was opgegroeid in 't speciaal-vak van rechtsverdraaien,
+in 't hoofd komen de voorgeschreven onderdanigheid van de gehuwde vrouw
+aantevoeren als verontschuldiging voor gewelddadigen roof? Tot zulke
+afdwaling leidt alleen de speciaal-studie. Alleen 't specialismus geeft
+den moed tot zulke misdaad? Den moed? Och, die behoeft zoo groot niet
+te zijn, want waar ieder ander zich schamen zou met zoodanige praatjes
+voor den dag te komen, kan de jurist dit ongestraft wagen niet alleen,
+maar zelfs oogst-i by zeker deel van 't Publiek lof in met z'n
+impudentie. "Dat is 'n advokaat, zegt Kappelman. Onder zyn handen is
+geen zaak reddeloos, hy sleept er door wat-i wil!" En Kappelman neemt
+zich voor, dien pleiter in den arm te nemen zoodra hyzelf er iets zal
+hebben "doorteslepen" waarmee dan ook het doel van den praatman, dien
+'t om voordeelige klandizie te doen is, wel bereikt zal zyn. Of evenwel
+het belang van den klient meebrengt, z'n zaak met 'n stempel van
+wantrouwen te besmetten door haar optedragen aan iemand die byzonderen
+roem inoogstte als pleiter, schynt twyfelachtig. Oppervlakkig gezien
+immers, zou men meenen dat ieder die van zyn goed recht overtuigd is,
+volkomen tevreden moet zyn met 'n eenvoudige voorstelling van feiten,
+en zelfs dat het hem tegen de borst stuiten moet, z'n rechtvaardige
+zaak door 'n pleitman by-uitnemendheid te zien gebruiken als terrein
+voor 'n wedstrijd in _chicane_ en kwasi-handige kunstjes. Hy legt zich
+de vraag voor, of niet het kiezen van een zoo "byzonder knappen
+advokaat" op den rechter 'n ongunstigen indruk maken moet? Zoo
+redeneert gewis de eenvoudig-eerlyke man van gezond verstand. We mogen
+dus aannemen dat de meesten anders redeneeren, en die "meesten" hebben
+wel eens gelyk, al weten zyzelf gewoonlijk niet waaraan ze soms den
+triumf van hun arglistig onverstand te danken hebben. Het kiezen van
+een "beroemd advokaat" en de slenters waarmee deze een zaak verdedigt,
+maken op den _Rechter_ alleen hierom geen walgelyken indruk, wyl hy
+evenals de mooiprater-zelf bedorven is door de specialiteit van 't "vak".
+
+Toen BERYER, _le prince des orateurs_--d.i. naar myn overzetting: 'n
+knoeier van de ergste soort--in een zitting _voor_ en _tegen_ dezelfde
+zaak pleitte, kwam 't den voorzitter zeker niet in de gedachte dat het
+eigenlyk zyn plicht was dien oneerlijken man de deur te wyzen.
+Integendeel. Zelf afgericht tot specialiteit in advocatenkunstjes,
+moet hy de schelmery van dien allemansbabbelaar heel aardig gevonden
+hebben. Ze werd dan ook in 'n levensschets van BERYER voorgesteld als
+byzonder verdienstelijk, gelyk ik reeds hier-of-daar in m'n IDEEN met
+de noodige verontwaardiging heb opgemerkt.
+
+_Slimmigheidjes_, zei ik, en iets vroeger spraken we van
+_kwasie_-handigheid. Wel zeker, 't is er ver vandaan dat zulke
+advokaterige debatteerkunstjes op logisch, rhetorisch, wysgeerig of
+_inderdaad_-rechtskundig gebied, waarde hebben ... _zouden_, indien
+zoo'n praat-specialiteit iemand tegenover zich had, die met eenvoudig
+gezond verstand en ongekreukt rechtsgevoel begaafd was. De zoodanige
+slaat, zonder de minste inspanning en met de kracht der waarheidzelf,
+door 't webje heen, waarin een oneerlyke tegenparty hem poogt te
+vangen. Maar--heel gelukkig voor den beoefenaar dier bekwaamheid van
+lage verdieping, en den bloei der advokatery--de in den grond
+onbekwame mooiprater kan ongestoord z'n methode volhouden omdat hy te
+doen heeft met tegenstanders en rechters, die--de eersten soms in den
+schandelyk-strikten zin, doch beiden _altyd_ in slechts weinig
+gunstiger beteekenis van 't woord--z'n _comperes_ zijn. Als
+specialiteiten immers van wat die heeren "_de Rechten_" gelieven te
+noemen, doorliepen zy denzelfden akademischen kursus van verstands-
+en gemoedsbederf als hy, en hieraan heeft de pleiter te danken dat
+z'n auditorium in rechtbank, parket en balie, zich door de grofste
+vergrijpen tegen Recht en Rede niet gestuit voelt. Al dat volkjen
+eerbiedigt, zooals zakkenrollers op de kermis, _vice-versa_ de
+eigenaardigheden van 't "vak". Ze worden hierin gesteund door zeker
+gedeelte van 't publiek, dat blyk van zaakkennis meent te geven door
+'t wegstoppen van z'n gebrek aan begrip. Indien ieder die zich
+behoorde te ergeren aan ongerymdheden in _wezen, vorm_ en _incidenten_
+van onze rechtspleging, oprecht of moedig genoeg was om z'n oordeel
+uittespreken, zou 't met dat bespottelyk toejuichen van "knappe
+advokaten" en den "eerbied voor 't geslagen vonnis" spoedig gedaan
+zyn. By misbruiken als de hier gelaakte, hebben de vakmannen altyd 'n
+trouwe bondgenoot in het verstandelyk en zedelyk minst-ontwikkeld
+gedeelte van de menigte, een kategorie waartoe zyzelf dan ook
+--grootendeels juist _ten-gevolge_ van hun akademische leiding
+--gewoonlyk behooren. Als om de maat van ongerymdheid voltemeten
+--schoon de zaak zeer makkelyk te verklaren is--ziet men dagelyks
+dezelfde rechters die de onbeschaamdste zottepraat geduldig aanhoorden,
+in de _beslissing_ der zaak blyk geven dat ze op de aangevoerde
+verdedigingsgronden bitter weinig acht hebben geslagen, of zelfs dat
+die "gronden" 'n geheel anderen indruk maakten dan de beschuldigde zeker
+recht had te verwachten. De Fransche advokaat LACHAUD draagt den bynaam
+van _grand sauveur_, en juist hierom kan men den ongelukkige die hem tot
+"verdediger" kiest, reeds voor 't vonnis als veroordeeld beschouwen.
+Wie meent hem noodig te hebben, verklaart zich ryp voor 't schavot.
+Het is immers nu eenmaal van algemeene bekendheid dat die niemand-
+reddende redder de specialiteit van ongerymde stellingen beoefent, en
+dat 'n certifikaat van onschuld uit _zyn_ mond, vrywel gelyk staat met
+'n bekentenis van moord en doodslag. Ook waar dat bekennen niet meer
+noodig is, blyft altyd de naam LACHAUD 'n wichtig nummer op 't lystje
+van verzwarende omstandigheden. Het hem door de publieke opinie
+toegeschreven talent--hoofdzakelyk alweer bestaande in onbeschaamdheid
+--_benadeelt_ z'n beschermelingen, en komt dus in den grond, gelyk alle
+schelmery, op _onbekwaamheid_ neer. Wie dit betwyfelt, vrage zich af wat
+dan de invloed is dien de kwasi-handigheid en spitsvindige kunstjes van
+'n beroemde pleiter op de rechtbank uitoefenen? Voor de waardigheid der
+rechterlyke macht is de minst-leelyke veronderstelling dat die invloed ...
+geen invloed is. Een rechter die zich liet ompraten door 'n advokaat--van
+'n saamgeraapte _jury_ spreek ik nu niet--zou by z'n kollegaas-zelf
+doorgaan voor 'n dwaas, en in deze opmerking ligt het doodvonnis van
+'n groot deel der advokatery.
+
+Voor eenige jaren durfden de advokaten van JUT en z'n vrouw, in lange
+redevoeringen betoogen dat de rechters hun beminnelyke klienten moeten
+vry spreken, d.i. men behoorde die moordenaars _frank en vry
+terugtezenden in de maatschappy, op 't gevaar af dat ze daar hun
+liefelyk handwerk tot eigen vermaak en aanmoediging van anderen zouden
+voortzetten_! Er blykt alweer niet uit de processtukken, dat de
+voorzitter tot die heeren de vraag richtte: _of zy, indien ze de eer
+hadden rechters te zyn, zoodanig vonnis vellen zouden_? Ook niet dat
+hy hun 't woord ontnam en de deur wees, wat z'n plicht zou geweest
+zyn. Wel neen, ze waren volkomen in hun recht, want de specialiteit
+van 't "vak" schreef die schaamtelooze zotterny voor, of althans ze
+maakte die straffeloos mogelyk. Eenmaal aangesteld als "verdedigers"
+mochten en moesten zy loochenen en ontkennen, hoe brutaler hoe mooier.
+'t Stond immers den rechter vry, er geen acht op te slaan? Wat moeten
+JUT en z'n geliefde KRISTIEN wel gedacht hebben van de integriteit der
+fatsoenlyke lui, zy die wisten--nu ja, _ieder_ wist het, rechters en
+publiek zoo goed als de advokaten-zelf, maar _zy_ toch in de eerste
+plaats--zy die _wisten_ hoe die mannen van de _Wet_ daar stonden te
+draaien, te huichelen en te liegen? Hebben zy 'n glimlach kunnen
+onderdrukken, toen ze een hunner "verdedigers" hoorden verklaren dat
+z'n gunstig oordeel over JUT niet was: "een _ex officio gehouden
+praatje_?" Foei, edele rechtenmeester, wie zou op zoo'n denkbeeld
+komen? Het zou ons heel leelyk staan aan "praatjes" te denken als we
+van u mogen vernemen dat JUT: "_geen slecht karakter bezit_" en: "_dat
+men in hem zekere ridderlykheid niet mag ontkennen_." By 't aanhooren
+van zulke betuigingen mogen wy in ons de verplichtingen niet ontkennen,
+dankgevoel te bezitten voor die edelmoedige korrektie onzer begrippen
+over slechte karakters en ridderlykheid, om nu niet eens te spreken van
+'t lesjen in akademische balie-taal dat we hier zoo onverwacht prezent
+krygen. Ik vraag u ... halt, ook _ik_ wil eens mooipraten: ik wensch
+gevraagd te hebben, myne heeren, wie de gedachte aan "praatjes" zou
+kunnen bezitten, als hy ter verdediging van JUT, het inschrift hoort
+aanhalen, waarmee die _preux_ den bybel zyner welbeminde versierde, kort
+nadat ze met hun beidjes mevrouw VAN DER KOUWEN en LEENTJE BEELO zoo
+ridderlyk van alle wereldsche zorgen hadden bevryd? Neen, neen 'n
+"praatjen" is het zeker niet, als de advokaat--volstrekt niet "_ex
+officio_" lezer, godbewaar-ons voor zoo'n lasterlyke meening!--als hy,
+om eens geheel-en-al voor z'n partikulier genoegen terdeeg nuttig te zyn,
+ons verkondigt dat hy in dat inschrift zoo'n "_aardige aanwyzing_" vindt,
+die ons in staat stelt "_een eigenaardigen blik te werpen in het karakter
+van den beschuldigde_".[14] Waar is de onverlaat die--en na pas zoo'n
+uitstekende les in ridderlykheid ontvangen te hebben, nogal!--waar is
+de snoodaard, de booswicht, die aan 'n "_praatje_" durft denken, by
+zooveel aardige eigenaardigheid van blik? "Vanhier gy die ... enz. Een
+"_praatje_?" Maar _leest_ het dan, gy vuige belagers van paladyn JUT
+en advokatenwaardigheid, _leest_ en _overdenkt_ de woorden die hy op
+'t schutblad van den huwelykspresent-bybel, z'n teedere hartsvriendin
+toeroept! Leest, en vraagt uzelf af, of zulke taal 'n pleiter aanleiding
+geven kan ... wat zeg ik, of zulke taal _mogelykheid_ overlaat tot het
+houden van 'n "_praatje_?" Wat staat er? Wy lezen:
+
+"_Aan mijn geliefde_ CHRISTINA _door_ H. J. JUT ...
+
+Zoo noemt-i zich, de edele ridder, met 'n eenvoud die aan de
+beminnelyke nederigheid van 'n GODFRIED te Jeruzalem herinnert. De
+lezer weet immers dat de eigenlyke naam van den held TANKRED-BAYARD
+is? _Aan_ CHRISTINA dus, _door_ JUT:
+
+... _die beiden hoopen in de goedertierenheid_ ...
+
+Van den prokureur-generaal, meent ge? O neen:
+
+... _in de goedertierenheid van Jezus Christus_."
+
+Voor J. C. die toch ook jegens Mevr. VAN DER KOUWEN en LEENTJE BEELOO
+zekere konsideratien heeft in acht te nemen, is 't een moeielyk geval.
+Maar dat is _zyn_ zaak. _Wy_ hebben hier slechts te doen met de vraag
+hoe een advokaat, die zich op zoo'n verheven bybel-illustratie
+beroept, op 't denkbeeld komen kan dat iemand hem zal houden voor 'n
+praatjesmaker? Men kan de nederigheid te ver dryven. Hoogstens zou
+deze of gene--_ik_, by-voorbeeld--in dat alles 'n staal meenen te
+vinden van de hoogte waarop men 't brengen kan in onbeschaamdheid, als
+men zich gedekt waant door de specialiteit der advokatery.
+
+Dat er overigens in die fraaie pleidooien nog meer theologie voorkomt,
+spreekt vanzelf. "God" kan niet buiten spel blyven by dat infaam
+spekuleeren op de domheid der menigte. Al baat dan die vuile
+kwakzalvery den klient niet--dat is byzaak voor die heeren!--ze
+rekommandeert den pleiter by 't gemeen, dat verzot is op zulke
+loopjes.[15] De "verdediger" der edele KRISTIEN verzekert ons "_dat er
+een Hoogere Macht bestaat, die alles tezamen houdt_"--wel vreemd dan,
+dat ze die twee vermoorde vrouwen niet heeft weten heeltehouden--en
+aan die spikspeldernieuwe hoepeldogmatiek knoopt hy de zalvende
+verzuchting "_dat deze waarheid zoo dikwerf betwyfeld, en zoo
+lichtvaardig ontkend wordt_." Och ja, zou juffrouw LAPS zeggen, en ook
+ik moet ronduit erkennen dat de klacht even gegrond als KRISTIEN-
+verdedigend en treurig is! Maar volstrekt onverklaarbaar vindt ik de
+zaak niet. De in dit byzonder geval niet al te best door _Hoogere Macht_
+saamgehouden menselyke geest over wiens vervloekte afdwaling de vrome
+advokaat zich zoo bedroeft, zal opgemerkt hebben hoe dikwyls die
+_Hoogere Macht_ te-kort schiet in hare pogingen om 't droge zand
+saamtehouden, waaruit sommige pleitbezorgers hun redevoeringen
+vervaardigen. _A l'impossible nul n'est tenu_. Wat overigens ook deze
+zysprong op theologisch gebied bewyzen moet voor de onschuld der
+lieftallige KRISTIEN ... nu ja, naar logisch verband moet men nu eens-
+vooral in zulk knoeiwerk niet zoeken. De zaak schynt hierop neertekomen,
+dat JUT by 't afleggen van zekere verklaring, die in 't kraampje van
+den pleiter te-pas kwam, "_beheerscht werd door goddelyken invloed_" en
+dus de waarheid zei, terwyl men in 't belang der pleitery mocht aannemen
+dat-i by andere gelegenheden--dan onder den invloed van den Duivel zeker
+of althans niet behoorlyk _tezamen gehouden_ door _Hoogere Macht_
+--terdeeg gelogen had. Hoe men nu kan te weten komen wanneer 'n spreker
+door z'n tezamengehouden toestand geloof verdient, en wanneer _niet_,
+blyft onopgehelderd. Dat zullen we zeker uit 'n volgend pleidooi te weten
+komen, en niemand ziet naar die theologisch-juristisch-kabbalistische
+toelichting met meer verlangen uit dan ik, die tot m'n smart erkennen
+moet dat "God" de duigen van _myn_ begrip gewoonlyk meedogenloos laat
+omvallen by zulke onderzoekingen. JUT en z'n dierbare KRISTIEN hebben
+voorzeker de zaak beter begrepen, want ze waren--zooals trouwens alle
+misdadigers van die grove soort--beestachtig dom, en stonden dus volkomen
+op de laagte om zulk geklets heel mooi te vinden. By 'n weinig minder
+domheid hadden zy de oneerlyke wawelpraat hunner "verdedigers" in hun
+voordeel kunnen aanwenden. Een zwaar vonnis was nu eenmaal niet te
+ontgaan, maar 't zou gewis ridder JUT en z'n teedere gade hebben
+goedgedaan in de publieke opinie, en dientengevolge, waarschynlyk ook
+by hun aanstaande opzichters in het tuchthuis, als hy 't laf gemaseur
+der advokaten had afgebroken met den uitroep: "_M'nheer 't gerechtshof!
+Gestolen hebben we, gemoord hebben we, maar neem het niet kwalyk,
+grootzeerhoogedelachtbare, het knoeierig liegen en slenteren van die_
+... heeren _kunnen we niet langer aanhooren, 't zou ons karakter
+bederven_ ... _veroordeel maar toe_!" Moeten we in JUT het terughouden
+van zoodanige uitboezeming niet zoozeer toeschryven aan domheid, als
+aan de bescheiden vrees dat die zeergroothoogedelachtbaarhedens hem
+niet-ontvankelyk zouden verklaren in z'n eisch en konklusie, als
+strydig met de _Jurisprudentie van den Hove_? Dit kan wel zyn. Het is
+mogelyk en zelfs waarschynlyk dat JUT--in z'n hoedanigheid van
+ridderlyk galgebrok beter dan gy en ik, lezer, met den eigenaardigen
+eeredienst van die "Jurisprudentie" vertrouwd--geweten heeft welk
+ontzag men den Themispriester schuldig is, en alzoo dat men een
+liegenden advokaat niet storen-mag in de uitoefening van z'n
+sacerdotale funktien. Men had immers hem ook niet in z'n werk gestoord!
+
+De rechtspleging tegen 't echtpaar JUT zou overigens stof leveren tot
+'n ganschen bundel specialiteiten-onzin. Ieder begrypt dat de
+Voorzitter nu-en-dan met "God" schermde, en--tegen 'n JUT!--met "_al
+wat heilig is_!" Wat de pleidooien der advocaten aangaat, ze waren
+_akademisch-doctoraal-slecht_, zoowel wat taal en styl betreft--hiervan
+gaf ik reeds 'n paar staaltjes--als ten-aanzien van de systemen waarop
+ze hun zoogenaamde verdediging meenden te kunnen gronden. Die
+"verdediging" was, om nu van al die knoeierige oneerlykheid niet meer
+te spreken, in een woord: _belachelyk_. Van _specialiteiten_ zou men
+dan toch, oppervlakkig gezien, kunnen verwachten dat ze bekwaam waren
+_in hun eigen vak_, maar dit zyn ze, evenals de bakkers van blz. 29
+(hfdst. II, n. v.d. tr.), gewoonlyk _niet_! Het schynt dat de studie in
+algemeene onbekwaamheid--beleefdheidshalve "toewyding aan een bepaald
+vak" genoemd--niet zeer gunstig werkt op de ontwikkeling dan die toch
+ook voor de beoefening van dat enge vak-zelf altyd eenigszins noodig
+blyft. Wie slechts advokaat is, is 'n slecht advokaat.[16]
+
+ * * * * *
+
+In het begin van dit hoofdstuk maakte ik melding van 'n paar in het
+buitenland geslagen bespottelyke vonnissen, doch we behoeven waarlyk
+niet zoo ver van huis te gaan, om voorbeelden te vinden van de
+krankzinnigheid waartoe 't specialismus van die zoogenaamde _Rechten_
+leiden kan. Onlangs werd in ons land 'n ontslagen burgemeester, die
+met duidelyk te kennen gegeven moorddadig opzet, 'n geweer had
+afgeschoten op z'n plaatsvervanger, ontslagen van rechtsvervolging,
+omdat ... omdat ... ja, waarom? Niemand weet het. Men mag aannemen dat
+er in die zaak deze of gene ondoorgrondelyk-aanbiddelyke _jurisprudentie
+van den Hove_ in 't spel geweest is. Minder geheimzinnig was dezer dagen
+de vryspraak van zeker vrouwspersoon, dat zich had schuldig gemaakt ...
+ik vergis me, die, zonder de minste schuld dan, en slechts tot
+tydverkorting, zich vermaakt had met 'n poging tot vergiftiging. Het
+"Hof" had bij die gelegenheid de goedheid z'n benevolentie ook voor den
+armen leek begrypelyk te maken, door ze te omkleeden met jurisprudente
+redenen welke allerpleizierigst luiden voor ieder die 't vooruitzicht
+heeft, ooit ofte immer by die dame in de kost te komen. Dat de poging
+tot vergiftiging had plaats gehad ... nu ja, dit was niet te loochenen,
+maar de arme vrouw had zich vergist in de taxatie der hoeveelheid fosfor
+die tot haar welwillend doel noodig was, en alzoo liet men haar loopen,
+zeker om door wat studie in warenkennis en toxikologie, nauwkeurig te
+leeren berekenen hoeveel luciferkoppen van de ware soort er noodig zijn
+om met goed succes z'n evenmens voortelichten naar de eeuwigheid. Leve
+_de Jurisprudentie van den Hove!_
+
+En den braven DE VLETTER--pedant, vervelend, koppig en lastig was-i,
+o ja, maar 'n _braaf mens_ toch! zond men naar het tuchthuis. Nogeens:
+leve _de Jurisprudentie van den Hove_![17]
+
+Waar zou ik eindigen indien ik voortging stalen te leveren van de
+misdadige zotterny waartoe de verkeerd-begrepen speciaal-studie van de
+zoogenaamde _Rechten_ dagelyks aanleiding geeft? Reeds de meervoudige
+vorm van dit woord verraadt de onlogische--en dus: _onzedelyke_--
+beteekenis. De grondslagen van die _Rechten_ zyn meerendeels ellendig.
+Het "romeinsch-recht" liet gruwelen toe, schreef gruwelen voor, en kan
+in geen geval 'n deugdelijken grondslag zijn voor onze rechtspleging.
+Waar de tegenwoordige toestanden met die van de Romeinen overeenstemmen,
+hebben we hun voorlichting niet noodig om te weten: _wat Recht is_? En
+waar die toestanden verschillen--zooals byna doorgaands het geval is
+--vervalt de behoefte aan hun barbaarsche lessen en voorbeelden vanzelf.
+Gesteld eens dat onze wetten het ombrengen eener jonkvrouw uitdrukkelyk
+verboden, zoodat, byv. het wurgen van 'n onmondig kind, het maagdelyk
+dochtertje van een in ongenade gevallen staatsdienaar, niet geoorloofd
+was, dan hebben onze rechtspraktikanten waarachtig de lessen van hun
+Romeinsche voorgangers in _chicane_ niet noodig, om 'n middeltjen
+uittevinden waardoor de eerbied voor _Wet_ en _Jurisprudentie_ behoorlijk
+gehandhaafd wordt. Men belast in zoo'n geval--_ik_, goddank geen
+specialiteit in de "_Rechten_" erken dat ik zonder die Romeinsche les
+niet op 't denkbeeld komen zou, en van harte wensch ik den lezer 't
+zelfde gebrek aan _rechtenkennis_ toe--men draagt in zoo'n geval den beul
+op, z'n slachtoffertje, voor 't wurgen ... _rechtens_-geschikt te maken
+voor 't schavot! Het geschiedde _laquem juxta_, zegt TACITUS. Wel zeker,
+de strop lag er naast, en het kind ... maar genoeg daarvan, we weten de
+hoofdzaak: de legaliteit was gered! Men zou de vraag kunnen stellen,
+of niet de hier aangehaalde gruwel meer aan de _zeden_ dan aan
+_rechtsbegrippen in strikten zin_ te wyten is, doch ze wordt voldoende
+beantwoord door de opmerking dat de wetten van de Romeinen
+oorspronkelyker-inheemsch waren dan de heterogene rhapsodie--zegge: de
+_verwarde rommel_--waarmee de moderne maatschappyen zich behelpen, en
+dat ze dus veel meer dan bij ons het geval wezen kan, met die zeden
+overeenstemden. Het is waar dat TACITUS, noch by 't noemen van de
+oorzaak die aanvankelijk het vermoorden van dat meisje scheen te
+beletten[18] noch bij de vermelding van 't rechtsmiddel(!) waarmee men
+dat beletsel uit den weg ruimde, van eigenlijk gezegde _Wet_ spreekt.
+Des-te-beter voor de kracht van m'n betoog! Er blykt dan dat we hier
+te doen hebben met deze of gene onbeschreven _Jurisprudentie van den
+Hove_, juist de bron alzoo waaruit al die stoplappen voor de luie
+onkunde--in de dieventaal van Rechtbank en balie: "_Regels in
+Rechten_" genoemd--voortsproten. Mocht men in-weerwil van deze
+opmerking, het aangehaald voorbeeld niet klemmend vinden, dan ben ik
+bereid ook door het aanhalen van _uitdrukkelyke Wetten_, staaltjes te
+leveren van dat liefelyke en voor onze maatschappy in onze dagen zoo
+byzonder praktisch-bruikbare _Romeinsche Recht_.
+
+Maar die vuile bron is niet de eenige modderpoel waaruit onze
+rechtsmannen--uit armoed van geest en luiheid alweer: het navolgen en
+samenlappen is makkelyker dan 't scheppen!--zich veroorloven te
+putten. De oorsprong der latere "_Rechten_" is waarlyk niet van
+zuiverder aard. Om nu niet stil te staan bij 't boek _Levitikus_--'n
+_Codex_ waarin de Jurisprudentie van den "Heer" in hoogsteigen persoon
+schynt vervat te zyn, en dat dus nog altijd voor 'n groot deel van
+kracht is--stel ik de vraag, uit welken tyd de ambtelyke Rechtsbegrippen
+stammen, waardoor de moderne maatschappyen zich laten beheerschen? Onze
+wetten, en vooral de omslachtige rechtspraktyk, zyn nog altyd gegrond
+op--of althans, zonder oordeelkundige leiding voortgevloeid uit--de
+gewoonten, sprookjes, wanbegrippen en vooroordeelen, die voor wysheid
+doorgingen in de donkerste dagen der middeleeuwen. Ze dagteekenen
+grootendeels uit den tyd ... maar we behoeven zoo heel ver niet
+terugtegaan. De "_Wetenschap van de Rechten_" stond reeds, of nog, of
+alweer, in vollen bloei, toen de _Jurisprudentie_ van alle mogelyke
+_Hoven_ zich vermaakte met het biologeeren, gek-maken, betasten,
+ontharen, wegen, martelen en verbranden van ouwe vrouwtjes. Wat is dat
+voor 'n _Beschaving_ die zich niet verzet tegen zulke gruwelen, wat is
+dat voor 'n _Wetenschap_, die tot zulken onzin de hand leent?[19] Nog
+dagelyks hooren we Rechters en advokaten zich beroepen op de opinie van
+personen die gewoon waren 'n groot deel hunner wysheid te zoeken in de
+ingewanden van 'n vogel, in den stand van 't firmament, of in de
+wartaal van dezen of genen Heilige. In den _Staat der Intelligenz_
+by-uitnemendheid--d.i. Pruisen. Ik moet er dit wel byzeggen, omdat men
+'t zonder hulp misschien niet raden zou--in Pruisen bestaan nog altyd
+wetten tegen _Gotteslaesterung_, en ook over de Heilige Maagd mag men
+zich in dat land niet al te oneerbiedig uitlaten. De heer WENZELBURGER
+te Delft, die zich in 'n Duitsch tydschrift-artikel aan iets van dien
+aard had schuldig gemaakt, werd voor 't gerecht geroepen om zich over
+die snoodheid te verantwoorden. Hy is vrygesproken, nu ja, maar is de
+vryspraak zooveel minder zot dan 'n veroordeelend vonnis zou geweest
+zyn? Bovendien, anderen die zich aan gelyksoortige vergrypen schuldig
+maakten waren minder gelukkig--misschien lieten zy zich "verdedigen"
+door 'n advokaat--en dagelyks blykt er dat er in dat zoo byzonder-
+intelligente land rechtsmannen worden gevonden, _Doctores Juris_, die
+zich kwasie-ernstig bezighouden met zulke zotterny. Vanwaar zouden zy
+den moed halen zich zoo bespottelyk aantestellen, indien ze zich niet
+gedekt waanden door de _specialiteit van 't vak_? Zoo heeft de
+_fachmaessige_ beoefening van "_de Rechten_" ten-allen-tyde en overal
+schade gedaan aan _het Recht_.
+
+En de heeren juristen weten het wel. Om hun afgodery met _jurisprudentie_-
+deuntjes en _specialiteiten_-sleur te verontschuldigen, te vergoelyken of
+optehelderen, trachten zy den leek tevreden te stellen met 'n expresselyk
+_ad hoc_ gekomponeerd ander deuntje: _summum jus, summa injuria_. Nu, dit
+is juist wat ik bewyzen wilde. Dit, en dat het tyd wordt aan de zotte
+heerschappy van dat _summum_ specialiteiten-_jus_ 'n eind te maken. Als
+hulpmiddel stel ik met gepaste schroomvalligheid voor:
+
+_eerbied voor billykheid en gezond verstand_ te verheffen tot ... 'n
+"regel in rechten" en tot den grondslag der "Jurisprudentie" in 'n
+beschaafde maatschappy.
+
+
+
+
+MXI.
+
+
+Sommigen zullen meenen dat ik door in 't vorig hoofdstuk aan de
+advokatery wyder plaats interuimen dan waarop die ziekte, inverband
+met het belang van andere onderwerpen aanspraak heeft, in dezelfde
+fout verviel als die we dagelyks in de geheele Maatschappy zien
+begaan. Straks zal ik me over dat schynbaar gebrek aan evenredigheid
+verantwoorden, doch eerst wil ik my eenige oogenblikken bezighouden
+met de vraag--ik zeg niet: met de _beantwoording_ van de vraag--wie we
+voor gerechtigd mogen houden tot het uitreiken van diploom als
+_specialiteit_?
+
+Bij nauwkeurig onderzoek zal er blyken dat het wantrouwen op de drie
+kategorien die ik noemde op blz. 72 (hfdst. MVI, n. v.d. tr.) gegrond is.
+Noch de spontane publieke opinie, noch 'n willekeurig afgesneden brokstuk
+daarvan, noch 't rechtstreeksch gezag in Lands-of Stadsbestuur, leveren
+den minsten waarborg dat zulke aanstellingen niet worden weggeschonken
+aan brekebeenen. Door een hoofdfout worden in nagenoeg gelyke maat die
+drie kategorien beheerscht. Door deze: dat gewoonlyk, of rechtstreeks of
+langs 'n omweg, aan onbevoegden 't oordeel over _bevoegdheid_ wordt
+opgedragen of overgelaten.
+
+De roem van 'n geneesheer, byv.--_spontane publieke opinie_--grondt
+zich op de meening van allerlei mensen die _niet_ studeerden in
+geneeskunde.
+
+De leden van Stads-en Landsbestuur worden gekozen door 'n _willekeurig
+deel van 't algemeen_, door personen alzoo, die noch door oefening noch
+door ondervinding te weten kwamen wat er tot wel-besturen van Stad of
+Land vereischt wordt.
+
+Officieele aanstellingen in verreweg de meeste vakken, gaan uit van
+waardigheidsbekleeders--_de par le Roi_, alzoo--die in deze vakken
+vreemdelingen zyn.
+
+Hieruit vloeit de ongerymd voort dat zeer veel specialiteiten hun
+prestige ontleenen aan 't zelfde beginsel dat alle specialismus voor
+overbodig verklaart. Om tot het uitoefenen van zekere funktie te
+worden toegelaten, moet men bekwaam verklaard zijn door personen die
+of geen diploom van bekwaamheid kunnen overleggen, of zoodanig
+dokument aannamen uit onbevoegde hand. En al ware dit laatste niet
+rechtstreeks het geval, al bestond de keten waarmee tenslotte de
+toepassing verbonden is aan 't punt van uitgang, uit eenige schakels
+meer, byna altyd toch loopt zy uit op _onbevoegdheid_. Alweder dus
+bevinden wy ons hier in de buurt der fiktien, der gemakshalve als waar
+aangenomen stellingen die ten-allen-tyde zooveel kwaads stichtten. Dat
+zulke punten van uitgang niet geheel kunnen worden gemist, levert geen
+reden om 't onderzoek naar de stevigheid van den grond waarop men
+voortbouwt, te verzuimen.
+
+Het is nu eenmaal waar, dat we in de praktyk dikwyls genoodzaakt zijn
+genoegen te nemen met 'n axioma dat in 't afgetrokkene voor den
+wysgeer nog altyd _bewys_ noodig hebben zou. In de werkelykheid echter
+moet men zich vaak--_altyd_ misschien--tevreden stellen met eenige
+_kans_ op juistheid, en in zekeren zin ligt dat berusten evenzeer in
+de roeping der wysbegeerte, daar zy wel degelyk verplicht is rekening
+te houden met het feitelyk bestaande. Het verschil tusschen haar en de
+_onnadenkende_ praktyk, ligt slechts hierin dat zy--vooral niet minder
+_praktisch_ dan de "mannen van zaken" gebruik makende van 't bekende
+en voor waar aangenomene--voortdurend zich beyvert om door nauwkeurige
+berekening de kans op waarheid zoo voordeelig mogelyk te maken. De
+theoretikus weet even goed als de gewone werkman dat er by 't bewerken
+van materialen iets verloren gaat aan uitdamping, aan spaanders, aan
+afslag, aan zaagsnee, enz. Ook weet hy dat de kracht, die 'n machine
+in beweging brengt, niet onverminderd wordt overgebracht op den last.
+Juist het wel achtslaan op 't verlies aan tarra en door wryving, maakt
+'n voornaam deel van z'n _theorie_ uit. En dit geldt almede omtrent de
+_bruikbaarheid_ en _opportuniteit_ der gevonden waarheden. Wie by 't
+berekenen van den inhoud eens cirkels de evenredigheid zou uitdrukken
+in 'n groot aantal decimalen, ook daar waar de rede 7:22 _voor 't
+beoogd doel_ voldoende is, zou in zeer veel gevallen evenzeer zondigen
+tegen wysgeerige waarheid als wanneer-i 'n _geheel verkeerde_
+verhouding tot grondslag had aangenomen. Maar nog grover zou de
+zoogenaamde _praktikus_ dwalen, die z'n benaderings-waarheid wilde
+toepassen op berekeningen welke door zeer wyde strekking behoefte
+hebben aan meer nauwkeurigheid dan voor dagelyksch gebruik noodig is.
+Het zou er slecht uitzien met astronomie, indien afstand, inhoud en
+loop van hemellichamen werden berekend naar den maatstaf die 'n kuiper
+gebruikt om te weten hoe groot de bodem wezen moet van 'n vat, welks
+veelhoekige omtrek door 'n gegeven aantal duigen van zekere breedte
+bepaald wordt. Maar, zegt men, de kuiper is tot sterrekundige
+waarnemingen niet geroepen. Dit is waar. Doch wel is in de zaak die we
+hier behandelen--_onderzoek naar bevoegdheid van specialiteiten_--elk
+lid der Maatschappy geroepen tot beoordeeling van de stevigheid der
+gegevens, waarop voor 'n groot deel het welzyn van die maatschappy
+gegrondvest is. Ik wil deze stelling betoogen door 'n voorbeeld uit
+het dagelyksch leven.
+
+Wie getuige is van 'n beenbreuk, is verantwoord door 't inroepen van
+de hulp eens heelmeesters, en wel van de eerste de beste persoon die
+_volgens de wet_ gerechtigd is het vak van heelmeester uitteoefenen.
+Op dat oogenblik 'n onderzoek intestellen naar de wys waarop dat
+diploom verkregen werd, zou zeker heel onpraktisch gehandeld zyn.
+En ... onwysgeerig evenzeer, want wysbegeerte die de eischen der
+_praktyk_ over 't hoofd ziet, is valsche, d.i. geen wysbegeerte. Maar
+de zaak verandert van aanzien, wanneer men tusschen twee even naby
+wonende heelmeesters 'n keus kan doen, of ook als men grond meent te
+hebben om aan 'n eenigszins verder wonenden chirurg de voorkeur te
+geven boven 'n kollega die nader in de buurt is. De _embarras de
+choix_ wordt grooter--en alzoo de beslissing van meer gewicht voor 't
+geweten--indien de omstandigheden toelaten een keus te doen tusschen
+'n ruimer aantal geneeskundigen. Van nog meer belang is de uitspraak,
+zoodra er, zonder _periculum in mora_, moet beslist worden wie _in
+voorkomend geval_, onverschillig _waar, by wien, of wanneer_,
+gerechtigd is heelkundige hulp te verleenen? Een gebrekkige methode
+toch in die wyze van _bevoegd-verklaring over 't algemeen_, werkt
+_organisch_-verkeerd, en benadeelt dus _allen_, terwyl aan 'n
+ongelukkige keus van geneesheer _in byzondere gevallen_, slechts de
+zieken worden opgeofferd die den zoodanige in handen vallen. De
+"Wetgever" die 'n verkeerd stelsel van bevoegd-verklaring invoert of
+handhaaft, is verantwoordelyk voor al de nadeelige gevolgen van dat
+stelsel. Het doet er niet toe, dat het woord "Wetgever" hier niet
+altyd kan worden opgenomen in strikten zin. By 't in-stand houden van
+veel onbeschreven vooroordeelen, treedt de Maatschappy-zelf als
+wetgeefster op, zonder dat men juist bepaalde individuen voor 't
+verkeerde verantwoordelijk stellen kan. "Men" is ... niemand. Maar
+alle niemanden te zamen genomen oefenen een macht uit, die zeer
+dikwyls de beschreven Wet in uitwerking teboven gaat. Volkswaan is 'n
+monster dat in onrechtvaardigheid, wreedheid en zotterny geen grenzen
+kent, zelfs niet de grenzen der mogelykheid, want ... ook 't _ongerymde_
+is hem welkom.
+
+Kan dit verschynsel voldoende worden opgehelderd uit het gebrek aan
+verantwoordelykheid, waarop ik reeds gewezen heb? Neen. Tot die
+meening zou men slechts mogen overhellen, als men kon aannemen dat
+andere autoriteiten dan 'n onpersoonlyke volksopinie, wel
+verantwoordelyk waren voor hun vonnissen in zake: _bevoegdheid_. Maar
+dit is 't geval niet. Een minister die de schuld draagt dat aan
+onbekwamen 'n diploom wordt uitgereikt, 'n "Wetgever" die deze fout
+tot stelselmatigen regel maakt, zy beiden zyn evenmin citabel voor 'n
+rechtbank als "de man op 't kerkhof" en z'n legio kornuiten die zonder
+ambtelyke roeping 't hunne bydroegen tot vervalsching van de publieke
+opinie. Wanneer wy alzoo dieper in de zaak doordringen, blykt er dat
+hier geen tegenstelling plaats heeft, maar 'n treffende overeenkomst,
+en dat ook in deze zaak alweer gelyke oorzaken gelyke gevolgen hebben.
+De officieele beoordeelaars van deugd, verdienste, bekwaamheid en
+bevoegdheid begaan precies dezelfde fouten als die we dagelyks in de
+ongereglementeerde volksmeening waarnemen. Waarom zou 't "gezag" dat
+uit die meening voortsproot, z'n oorsprong verloochenen? Dezelfde
+mensen immers, die aan kwakzalvers den voorrang toekennen boven
+bekwame geneesheeren, zullen by stemming over de belangen van den
+geneeskundigen dienst, blyk geven van gelyksoortige voorkeur, en
+weldra zal men ontwaren dat de zotterny niet veranderd is van aard,
+doch dat men slechts 't aantal instantien vermeerderd heeft, waarlangs
+onzuivere indruk en valsch oordeel uitloopen op gebrekkige toepassing.
+Zoo meent de onkundige dat-i de kracht eener machine verhoogt, of haar
+werking verbetert, door toevoeging van onnut--en dus schadelyk!
+--raderwerk.
+
+Deze laatste vergelijking zou kunnen leiden tot de meening dat de
+_niet_-gereglementeerde opinie des Volks--d.i. de gebrekkige
+beweegkracht zonder omslachtige belemmering--toch altyd eenigszins
+hooger staat dan die welke buiten en behalve de gelyksoortige fout in
+den oorsprong, nog bovendien de bedoelde instantien doorloopen heeft.
+Oppervlakkig gezien ware hier alzoo stof te vinden tot verheerlyking
+van de _Vox Dei_, waarvan ik op blz. 102 (hfdst. MVIII, n. v.d. tr.)
+niet veel goeds gezegd heb. Welnu, die spreekwys zou inderdaad
+_eenigen_ bruikbaren zin hebben, indien er: 1. kans bestond den
+volkswil zuiver te leeren kennen, en 2. als niet die wil verbasterd
+was.
+
+Wat het eerste punt betreft, moet men zich tevreden stellen met de
+opinie van de _meerderheid_, en er zou _iets_ gewonnen zyn, indien
+daaromtrent zekerheid te bekomen was. Ik zeg: _iets_, want veel was 't
+niet. De waarde van x/2+a-(x/2-a) kan zeer gering wezen, en de heele
+goddelykheid van den volksstem moest dan in die onnoozele _2a_ gezocht
+worden, die by 'n oneven getal stemmen nog kunnen dalen tot de helft
+van die waarde, zegge: tot een persoon. Herhaaldelyk wees ik op 't
+fiktieve van deze methode. Maar ze is nog gebrekkiger dan uit _deze_
+redeneering schynt voorttevloeien. Zeer dikwyls namelyk wordt de stem
+van God tot iets als x/2-a - (x/2+a)en alzoo tot _negatieve_ waarde
+teruggebracht, omdat het zuiver byeenbrengen van de stemmen 'n
+onmogelykheid is. We hebben hier alzoo te doen met fiktie _in_ fiktie.
+Eerst moeten we ons de gewaagde veronderstelling getroosten dat _vier_
+mensen meer verstand hebben dan _drie_, om later in twyfel te geraken
+of we ons _in_ die onjuiste schatting nog verteld hebben bovendien,
+zoodat zelfs onze konklusie ook dan zou te-kort schieten als we, 't
+vechten eens _niet_ overslaande (IDEE 7) haar lieten afhangen van ruw
+geweld. Ik stem toe dat zoodanige vergissing niet voorkomt in zeer
+eenvoudige gevallen die zich oplossen in 'n opiniestryd over slechts
+_twee_ mogelykheden. Maar in de zaken die we behandelen, is dit nooit
+het geval. De volksmeening is altyd gesplitst in partyen, groepen en
+onderverdeelingen, waarvan het aantal schakeeringen dat der individuen
+vry naby komt. De _meerderheid_ waaraan we goddelyke eerbewyzen,
+bestaat alzoo nooit uit de grootste helft van 't gegeven aantal
+stemmers, maar God moet zich vergenoegen vereenzelvigd te worden met
+de minst kleine van de breuken waarin dat getal verbrokkeld is, en dus
+ook dan wanneer die breuk op verre na de som der overigen niet
+bereikt. De zaak komt hier neer op de ongerymdheid dat 1/10 meer
+gewicht op de schaal brengt dan allerlei breuken met hooger noemer,
+die te zamen 9/10 bedragen. Wanneer _een-en-twintig_ personen 'n keus
+te doen hebben tusschen _twintig_ opinien, dan moet noodwendig een van
+die opinien worden aangekleefd door minstens twee personen. Deze
+_twee_ vormen alsdan 'n meerderheid tegenover de negentien anderen,
+in-geval deze negentien over de overschietende meeningen gelykelyk
+verdeeld waren. In zoo'n geval zou Gods wil slechts voor 2/21 door den
+wil des Volks zyn uitgedrukt, en de Duivel zou zich in de nogal
+aanzienlyke meerderheid van 19/21 te verheugen hebben.
+
+En by dat alles lieten we nu nog de zonderlinge rekenfout buiten spel,
+die ik meen voldoende toegelicht te hebben in den eersten bundel myner
+IDEEN. (121 en 133).
+
+De uitvinding van 't zoeken naar "volstrekte meerderheid" by
+herstemming, levert 'n nieuwe fiktie, nieuwe ongerymdheid. Om de
+verbrokkeling van stemmen tegen-tegaan, en den schyn te leveren alsof
+we werkelyk met 'n meerderheid te doen hadden, wordt het aantal
+meeningen waarover beslist moet worden, ingekrompen tot twee
+mogelykheden. Deze methode kan leiden tot verschynselen als die welker
+ongerymdheid in 't hier volgend voorbeeld wordt gekenschetst. Gesteld
+dat twintig personen te kiezen hebben tusschen twee-en-twintig
+opinien, en dat twee dezer opinien respektievelyk door twee personen
+worden voorgestaan, dan blyven er achttien personen over wier
+meeningen over de resteerende achttien mogelykheden kunnen verdeeld
+zyn. Dewyl er in dit geval niet verkregen is wat men heeft gelieven te
+doopen met den naam van "volstrekte meerderheid" dwingt men die
+achttien stemmers party te kiezen voor een der beide meeningen die
+zich in twee aanhangers mochten verheugen. Van waarheid en juistheid
+is hier alzoo weer geen spraak. De achttien slachtoffers hunner
+verdeeldheid worden gedwongen tot medeplichtigheid aan leugen, en de
+uitslag der stemming die straks zal worden verkondigd is 'n
+onvervalschte naklank van 't wetgevend onweer op Sinai, was niets dan
+'n armzalig _faute de mieux_. Wie de meening _x, y_ of _z_ van
+ganscher harte is toegedaan, werd gedwongen 'n keus te doen tusschen
+_a_ en _b_, al ware het ook dat z'n inzichten op staatkundig of
+godsdienstig gebied hem voorschreven de eerste letters van 't alfabet
+teverafschuwen. Hy mocht niet stryden voor wat hem voorkwam goed te
+zyn, maar moet z'n invloed besteden aan de bevordering van iets dat-i
+voor verkeerd houdt, om in 's hemelsnaam te ontwyken wat in zyn oog
+nog verderfelyker wezen zou. Ziedaar alzoo de "stem van God"
+onderworpen aan 'n belemmering die ons van allen eerbied voor haar
+heiligheid ontslaat.
+
+By deze aantooning der onnauwkeurige werking van ons kiesstelsel heb
+ik me tot het allereenvoudigste bepaald, tot opmerkingen die onder de
+bevatting vallen van elken lezer, en slechts voor-zoo-ver de eisch van
+m'n betoog meebracht. Wie dieper in de zaak wil doordringen--of,
+juister uitgedrukt: _in een gegeven kant der zaak_--wordt verwezen
+naar 'n zeer belangryke wiskundige studie van den heer D.I. KORTEWEG,
+in het _Journal des Actuaires francais_[20] t. III, 1874:
+"_Reflexions, calculs et solutions particulieres a propos du calcul
+des probabilites sur les votes_. Er is evenwel, om de wetenschappelyke
+en de praktische strekking van dat werk te beoordeelen, meer
+wiskunstige voorbereiding noodig dan waartoe ik tot-nog-toe in de
+gelegenheid was. Waarschynlyk verkeeren sommigen myner lezers in 't
+zelfde geval, doch ieder kan er uit leeren--en dit is hier
+hoofdzaak--dat de _Vox Dei_ heel onalmachtig onderworpen is aan de
+wetten der waarschynlykheidsrekening en dus 't recht niet heeft hooger
+toon aanteslaan dan de _Aard der dingen_ toelaat.
+
+Doch dit alles geldt nog slechts de _methode_ volgens welke men tracht
+tot de kennis van die fameuze Volksstem te geraken. Hoeveel treuriger
+nog is de uitslag van 't onderzoek, indien we achtslaan op de wyze
+waarop die volks-meening _ontstaat_. Ze is verwrongen, vervalscht,
+bedorven, en zou voor den denker niet het minst gewicht in de schaal
+leggen, ook al bestond er kans tot het vormen of leeren kennen eener
+niet-gefingeerde meerderheid. Op het gebied der begrippen geschiedt de
+voortplanting naar vaste wetten die--behoudens de uit den aard der
+zaak voortkomende verschillen--vry-wel overeenkomen met de regels die
+wy in de afstamming van planten en dieren waarnemen. Niemand
+verwondert zich als-i bemerkt dat uit het zaad eener vrucht 'n boom
+spruit van dezelfde soort als die waarvan de vrucht geplukt is. Dat
+ook hierin door bykomende oorzaken afwykingen kunnen plaats
+hebben--afwykingen die toch evenzeer als de hoofdregel-zelf op vaste
+wetten berusten--mag ons niet doen voorbyzien dat hoofdwet en afwyking
+beide van volle toepassing zyn op de geschiedenis der begrippen,
+meeningen en vooroordeelen, ja zelfs op de waggelingen van den smaak.
+We hebben echter in dit betoog hoofdzakelyk met den _regel_ te doen.
+Volgens dien regel kan men zich verzekerd houden dat er _fouten_
+worden gebaard door _fouten_, en wel gewoonlyk _gelyksoortige_. Het
+meer of min plotseling overspringen van de ruimte die twee uitersten
+van elkander scheidt--reaktie--mogen we nu buiten spel laten. Ook dat
+overspringen, die meestal onverwachte terugslag--veel geregelder-
+periodiek dan men gewoonlyk meent--is een gemakkelyk te verklaren gevolg
+van den aard der dingen. De slinger, nu eenmaal niet kunnende stilstaan,
+_moet_ wel door 't loodpunt heen naar de tegenovergestelde zyde zoodra
+hy aan den anderen kant de grens van z'n bewegingsvermogen bereikt heeft.
+Dat veranderen van richting vereischt slechts een oogenblik, 'n _tydstip_.
+Maar de beweging-zelf heeft 'n aaneenschakeling van oogenblikken noodig,
+die een _tydperk_ vormen. Met zoodanig tyds-verloop hebben we by 't
+beschouwen der wording en voortplanting van volksmeeningen te doen, en
+de in zulke perioden voortgebrachte wanbegrippen zyn gelyksoortig met
+hun oorsprong. Dezelfde fouten alzoo die 'n Volk verleiden tot mistasten
+in de keus van z'n voorgangers, zullen het den verkeerden weg opdryven
+zoodra er moet worden uitspraak gedaan in vraagstukken van
+wetenschappelyken, socialen of zedelyken aard. Aannemende dat het
+denkbeeld _a_ zekere dwaling vertegenwoordigt en dat de persoon A daaraan
+z'n verheffing te danken heeft, dan is de voortplanting van 't ongelukkig
+a-begrip--natuurlyk altyd slechts tot op 't oogenblik vanterugslag!--op
+'n goeden weg, en de A-dynastie zit voor langen tyd op troon of kussen.
+Over eenigen tyd--dagen, maanden, jaren, eeuwen, al naar de oorzaken die
+de perioden der slingerbeweging bedingen--verwondert men zich over het
+taai bestaan van meeningen die de naneef voor niet levensvatbaar houden
+zou indien niet de Geschiedenis hem leerde _dat men wel werkelijk in
+zekeren tijd zoo dwaas geweest is_! Vindt men deze opmerking banaal,
+afgezaagd tot vervelens toe? Ik erken dat ze dit _is_, maar vraag waarom
+we dan dien naneef zooveel stof leveren om op onzen tijd met minachting
+neer te zien? Waarom zoo ... middeleeuwsch berust in verkeerdheden welker
+verbetering slechts wacht op de toepassing der voorschriften van 't
+gezond verstand? Ook die stompzinnige berusting komt me banaal voor.
+Erger dan dat, ze is onverantwoordelyk.
+
+Maar ... wie zal beslissen welk verstand voor _gezond_ mag worden
+gehouden? Wat _is_ gezond verstand?
+
+Dergelyke vragen zyn te voorzien, en ik hoop ze in 'n volgend
+hoofdstuk te beantwoorden op 'n wyze die voor ons tegenwoordig doel
+voldoende is. De lezer houde my ten-goede dat ik hem by die
+gelegenheid niet onthaal op akademisch-onverteerbare bespiegelingen
+over "_Kritik der reinen Vernunft_" en dergelijke valsch-wysgeerige
+school-praat. Ik veronderstel dat hy zich daarmede niet ophield sedert
+de dagen zyner kindsheid, toen hy onthutst, angstig en onnoozel naar
+z'n spaarpot ylde, als 'n sprookjesverteller z'n verhaal gesloten had
+met de vreeselyke epiloog: "wie 't niet begrypt betaalt 'n duit!"
+
+Ik zou 't billyker vinden die duitenbelasting opteleggen aan 't volkje
+dat onbegrypelyke praatjes voor _wysbegeerte_ uitgeeft, en aan hen die
+kwakzalvery in de hand werken door zich als verzadigd aantestellen na
+'t nuttigen van 'n schoteltje draderige spitsvondigheid.
+
+
+
+
+MXII.
+
+
+De vraag wie over de welvarendheid der respectieve verstanden
+beslissen zal, heeft meer schynbare waarde in hoedanigheid van
+debatkunstje--ook als zoodanig trouwens sedert lang tot op den draad
+versleten!--dan gewicht in 'n betoog waarin naar _Waarheid_ gestreeft.
+Op 't verstand van hen die meenen blyk van verstand te geven door
+voor-te wenden dat ze geen verstand hebben van gezond verstand,
+wenscht geen verstandig mensch invloed uitteoefenen. Wie er vermaak in
+schept zichzelf voor krankzinnig te houden, mag 't doen. We geven hem
+volkomen gelyk. Maar ik spreek in dit stuk tot volwassenen wier geest
+behoefte heeft aan 'n andere soort van uitspanning. Van de zoo-danigen
+verwacht ik dat ze zich ontdoen van den leiband waaraan sedert
+eeuwen--misschien moest ik zeggen: sedert het bestaan van den
+Mens--het denkvermogen der menigte is vastgehecht. Wie de zuiverheid
+van den menselyken geest wantrouwt--er is reden toe!--wie ernstig
+zoekt naar 'n kriterium van gezond verstand in 't algemeen, van z'n
+eigen denkvermogen, in 't byzonder--best!--beginne met het gebruiken
+en oefenen van dat denkvermogen, en voor alles afstand van 't
+gevaarlyk gemak dat hy putte uit de aanbidding der ... weleens heel
+ongezonde verstanden van anderen. Men behoort _uit eigen oogen te
+zien_, en niet voetstoots aantenemen wat deze of gene vakman, al te
+boud steunende op onze leeken-onkunde voor waar, goed, bruikbaar of
+zelfs _heilig_ gelieft uitteventen. Zoudt ge alle onderzoek naar de
+pryswaardigheid van 'n dozyn hemden overbodig achten, indien de
+verkooper _Specialite de chemises_ op z'n uithangbord geschreven had,
+of pronkte met 'n koninklyk wapen?
+
+"Maar, zullen hier sommigen zeggen, tot dat "zelf-oordeelen" is kennis
+noodig!" Voorzeker. En hierover bedroeven wy ons niet. Juist het
+tegendeel zou treurig wezen, daar 't _streven naar kennis_ onze
+roeping is, en de onmisbare voorwaarde van 't benaderen der
+volmaaktheid. Wat zou er van de Mensheid worden, indien gebrek aan
+kennis tot geluk leidde, of zelfs indien niet de drang tot het _Weten_
+en _Kennen_ ons bestaan verzekerde? (Vgl. IDEE 517.) Zeker, zeker, tot
+het wel beoordeelen der waarde van vakmannen is kennis noodig!
+Verwondert men zich over dezen eisch? Ik herinner me niet, ooit op
+onkunde en onwetendheid te hebben aangedrongen, wat dan ook den
+ontwikkelden lezer 't recht zou gegeven hebben geen acht op m'n
+woorden te slaan. Doch juist hierom ook mag men 't noch vreemd vinden
+noch euvel duiden, dat ik op 't vermeerderen onzer kennis aandring, en
+vooral op den moed om die in toepassing te brengen by 't beoordeelen
+der personen die ons als uitnemend-bekwaam in een of ander vak worden
+voorgesteld of opgedrongen.
+
+Een andere vraag is of niet de maat en de veelsoortigheid van kennis
+die hier vereischt wordt, soms de kracht en de gaven van den leek
+kunnen te-boven gaan? Dit is ongetwyfeld dikwyls het geval, wanneer
+men telkens en zonder byzondere aanleiding z'n beoordeeling van de
+waarde eener specialiteit tot elk onderdeel van z'n vak zou willen
+uitstrekken. Maar 't bezwaar verliest z'n gewicht wanneer men de
+ernstig-onderzoekende aandacht vestigt op het onderwerp _in 't
+algemeen, en voor-zoo-ver tot bereiking van 't beoogd doel_--hier
+bevordering van zedelyk en stoffelyk welzyn--noodig is. Wie dezen
+grondregel met eerlyke omzichtigheid toepast, zal weldra weten waaraan
+hy zich te houden heeft in 't beoordeelen ook van die zaken welke men
+_te_ spoedig als "buiten ons bereik liggend" beschouwt. Zeer gelukkig
+gaat ook hier alweer 't welbegrepen belang hand-aan-hand met zedelyk
+en verstandelyk plichtsbesef. Het is ons niet _geoorloofd_ schade te
+lyden door 't huldigen van kwakzalvery, en de mondigheid van oordeel
+waarnaar we daarom streven, wordt verkregen door de eigenaardige
+gymnastie van 't gemoed, waarin de _ware poezie_ bestaat. Ik bedoel de
+_poezie der werkelykheid_ die zich oefent in 't samenvatten en
+oordeelkundig behandelen van al de gegevens die ze kan machtig worden.
+De hiertoe noodige arbeid is ... niet meer of minder dan onze geheele
+levensbestemming, hy is ons leven-zelf! Wie dezen eisch te zwaar
+vindt, zou z'n eigen doodvonnis uitspreken. Dit geschiedt evenwel
+zelden of nooit, want wat ik hier voorstel als wenschelyk, zien we
+dagelyks meer of min--hoe gebrekkig dan ook, en veelal onbewust--in
+practyk brengen. Vanwaar anders 't verschynsel dat millioenen leeken
+zich veroorlooven RAFAEL en REMBRANDT voor uitstekende kunstenaars te
+houden, BEETHOVEN en MOZART voor "muzikale genien?" Waarom durven
+duizenden verzekeren, dat de onfeilbaarheid van den Paus 'n zotterny
+is? Anderen weer, dat de zaligheid slechts kan verkregen worden door
+'t geloof in Jezus Christus? Waarop grondt zich de meening dat de
+Turksche finantien slecht beheerd worden, en dat de staatkunde der
+Engelschen ... dit of dat is? Is het te veel gevorderd als we eischen
+dat zy die den moed hebben tot zulke oordeelvellingen, en dus op 'n
+niet geringen graad van kennis aanspraak maken, zich ook verstouten
+achter de schermen te zien by tooneelvoorstellingen van meer
+dagelykschen aard, en dat ze vryheid nemen om de geloofsbrieven te
+onderzoeken, waarop specialiteiten van veel lageren rang dan de zoo
+stoutmoedig beoordeelden zich beroepen? De vrees tot dit laatste niet
+gerechtigd te zijn, moge zweemen naar bescheidenheid, ze komt in den
+grond op traagheid en lafhartigheid neer, en zet 'n wyde deur open
+voor bedrog. Er bestaan nog andere redenen om die vrees te
+veroordeelen. Vakmannen die tegen 't oordeelkundige toetsen hunner
+bevoegdheid protesteeren, zyn verdacht. Waarom zouden we schromen het
+ongenoegen van dezulken optewekken? En zy die werkelyk op de hoogte
+staan van de hun opgedragen betrekking of den roep die van hen
+uitging, zullen dankbaar zyn aan den scherpzinnigen en eerlyken leek
+die hen wist te onderscheiden van minder waardige kollegaas. Het komt
+me bovendien voor dat de beoefenaars eener bepaalde afdeeling van
+kennis, kunst of wetenschap, die den leek 't recht ontzeggen 'n
+ongunstig oordeel over hun bekwaamheid uittespreken, tevens afstand
+behoorden te doen van den lof uit den mond van anderen die ze voor
+even onbevoegd moeten houden, en welken zy zich toch gewoonlyk nogal
+gewillig laten aanleunen.
+
+Moet ik hier byvoegen dat ik geen party trek voor onbekookte
+oordeelvellingen, voor plompe boersche ongemotiveerde kritiek? Ik ben
+zoo vry naar de regels in _Vorstenschool_ te verwyzen, waarin op
+blyken van _rypheid_ wordt aangedrongen, op 't bewys dat de
+beoordeelaar _gewerkt_ heeft, en naar zeer veel plaatsen in m'n
+werken, waar arbeid wordt voorgesteld als graadmeter van moraliteit.
+Bij 't ontleden van dezen eisch zal er blyken dat _goede trouw_ en
+_welwillendheid_--dit woord in stipt letterlyken zin genomen, en niet
+opgevat als _bonhomie_--zullen samengaan met de noodige _kunde_, Het
+mede-ondergaan der lydensgeschiedenis van den voortbrenger[21] stelt
+ons niet alleen in-staat het voortgebrachte met _zaakkennis_ te
+beoordeelen, maar voert ons tevens op tot de zedelyke hoogte die 'n
+kritikus behoort intenemen om z'n woorden ingang te verschaffen, en
+zelfs om hem die woorden in den mond te leggen. Hy moet in-staat zyn
+den beoordeelde te doen _gevoelen_ dat-i zich niet ophoudt ... met
+"praatjes". Wie deze aan de pleitzaal ontleende uitdrukking niet fraai
+vindt kan gelyk hebben. Hy mag ze vervangen door de stelling dat de
+leek die specialiteiten beoordeelt, zorgen moet blyk te geven dat
+hyzelf met eerlyke inspanning zich trachtte te maken tot 'n
+_specialiteit in begrip_.
+
+ * * * * *
+
+Nogeens terug naar de vraag of 't wel beoordeelen van zekere
+specialiteiten misschien de krachten van den oningewyde zou kunnen te
+boven gaan? Oningewyd? In wat? In de eenvoudigste regels van 't gezond
+verstand toch niet? Indien de specialist dit veronderstelt, is hyzelf
+in de eerste plaats te beklagen, daar-i dan z'n gaven slechts ten-bate
+van onwaardigen gebruiken kan, waaruit voortvloeien zou dat de hem
+toegekende waarde in omgekeerde rede tot z'n verdiensten staat. Er
+ware dan aanleiding tot iets als de volgende redeneering: "X, als
+schilder, bijv. arbeidt voor 'n publiek dat geen verstand van de
+schilderkunst heeft. Dat publiek vindt smaak in zyn werk, en vereert
+hem als specialiteit in 't vervaardigen van schoone stukken. Daar na
+de lof die X inoogst, hem wordt toegekend door onkundigen, heeft ze of
+geen waarde, of ze bewyst dat X 'n slecht schilder is. "Zoo zonderling
+mag en zal X niet redeneeren, en hy behoort alzoo afstand te doen van
+'t uitvluchtje dat leeken onbevoegd zyn tot het beoordeelen van zyn
+werk. In dit byzonder geval zou zelfs de eisch van _gegrondheid_ in
+die oordeelvellingen niet meer te-pas komen, daar de kunstenaar om
+niet omtekomen van gebrek, volgens sommigen wel verplicht is z'n
+arbeid naar den smaak van dit goed of verkeerd oordeelend publiek
+interichten. In-hoe-ver dit waar, wenschelyk, geoorloofd of ...
+_mogelyk_ is, laat ik nu daar. Het behoort niet tot m'n onderwerp.
+
+Is de leek _omdat hy leek is_ onbevoegd om aanmerkingen te maken op
+zaken die onder 't begrip vallen van elken welgeschapen mensengeest?
+Ten wiens behoeve ontsteken dan professers en specialiteiten hun
+licht? Moet men juist lantaarnopsteker zyn om 't recht te hebben over
+duisternis te klagen? Is er 'n aanstelling tot kok noodig voor men
+weigeren mag aangebrande of uitgekookte spys welsmakend en voedzaam te
+vinden? Er zyn koks en lantaarnopstekers die deze leer wel zouden
+willen gepredikt zien, maar juist omdat ik daarover anders denk,
+schreef ik dit boekje. Kom, lezer, help me wieden! Waarlyk, de zaak is
+niet zoo moeielyk als sommigen u willen wys maken. Ge zult toch niet
+mogen erkennen dat myn aanmerkingen op de kunde in letters die op onze
+scholen voor _Letterkunde_ wordt uitgegeven, uw bevatting te boven
+gaan? Ge meent toch niet dat er 'n diploom als "Doctor" in die
+"Letteren" noodig is om te walgen van romannetjes die geen andere
+aanspraak kunnen maken op oorspronkelykheid, dan dat de schryver 't
+Hollandsche "toen" in 't Duitsche "als" overzet, en de tyden van 'n
+werkwoord op de ongerymdste wyze door elkaar haspelt?[22] Zou er diepe
+studie in harmonieleer vereischt worden om optemerken dat er zooveel
+dieven zyn onder de hedendaagsche toonzetters die hun onhandig-
+saamgelapte reminiscentien van oude meesters brutaalweg uitgeven voor
+eigen werk? Mag 'n man die geen militairen rok draagt--ik zeg: 'n _man_
+--zich niet ergeren wanneer hy verneemt dat _honderdduizenden gewapende
+mannen_ als weerlooze schapen zich overgaven aan den vyand? Moet men
+juist 'n schoolkursus in "krygskunde" hebben meegemaakt om 't vreemd
+te vinden dat MAURITS en SPINOLA zoo weinig smaak vonden in elkanders
+omgang, blykbaar uit de hardnekkige nauwgezetheid waarmee ze de
+hoofdeigenschap van evenwydige lynen poogden natebootsen?[23] Moeten we
+wachten op 'n aanstelling tot Haagsch bureelkommies voor we ons mogen
+verwonderen over 'n minister van finantien die niet weet wat de funktien
+--en de belangen!--zyn van 'n administratiekantoor dat met de uitgifte
+eener geldnegotie belast is?[24] Of over z'n kollega--finantiespecialeit
+by-uitnemendheid!--die alarm blaast over _honderd-en-dertien_ zoek
+geraakte _millioenen_, zonder in-staat te zyn z'n bewering te staven?[25]
+Is 't alleen den jockey van 'n legatie-sekretaris geoorloofd,
+verontwaardiging te voelen over de knutselarytjes van de Schouwalows,
+Ignatiefs, Salisbury's, Disraeli's en verder volkje van die soort, dat
+zich door de kranten "Staatslieden" noemen laat, in den grond evenwel
+slechts 'n bende effektenschacheraars is, en als zoodanig nog _valsche
+spelers_ op den koop toe, daar zyzelf beschikken over 't ryzen en dalen
+van den koers? Mag alleen zoo'n jockey ingewyd zyn in de nietswaardigheid
+van _comperage_-kongressen die, onder voorwendsel van twistbeslechting,
+de melkkoe in 't leven houden welke men in 't politiek bargoens doopte
+met den naam van "_oostersche kwestie_?" Moet men scheepsjongen,
+teekenaar by 'n hydrograaf, of bewoner van Sumatra's Westkust wezen,
+om de moessoens te kennen waardoor de noordelyke reeden van die kust
+onveilig worden gemaakt in 't derde vierendeel des jaars? Om beter te
+weten alzoo dan zy die 't weten _moesten_ en blyk gaven dat ze 't niet
+wisten, dat men tot het uitzenden van oorlogs-expeditien in die
+gewesten, gunstiger saizoen behoort te kiezen?[26] Is er 'n byzondere
+opleiding tot kamerbewaarder of parlementslid noodig, om met minachting
+op onze volksvertegenwoordiging neertezien? Wordt er paedagogiek vereischt
+tot het besef dat een _Onderwyswet_ ... 'n _Wet_ is, en dus met Onderwys
+_als zoodanig_ niets goeds kan hebben uittestaan? Of, lezer, wilt gy
+eerst uw vrouw zien vermoorden door 'n _Specialiteit in Verloskunde_,
+voor ge 't recht meent te hebben wraak te roepen over den accoucheur
+die--behoorlyk voorzien natuurlyk van 'n diploom als _Doctor_ in de
+_Obstetrie!_--de kraamvrouw die hy verlossen zou, by 't verwyderen der
+_placenta ... totum eripuit uterum_? De ellendeling die dezen gruwel
+bedreef--'t geschiedde eenige jaren geleden te Rotterdam--heeft zich uit
+de voeten gemaakt, maar de fakulteit die hem diplomeerde, is nog altyd
+daar om de Maatschappy van specialiteiten in _Verloskunde_ te voorzien.
+
+ * * * * *
+
+Is 't met ons _Rechtswezen_ beter gesteld! Ik heb gezegd my te zullen
+verantwoorden over de ruimte die dat treurig onderwerp hier inneemt.
+Helaas, 't _moet_ wel! Zou 't ons niet vergund zijn, lezer, by mangel
+aan speciale kennis van de "Rechten"--ongelukkigen die we
+zyn!--aanmerking te maken op vonnissen waarin onhandigheid en onkunde
+worden aangenomen als verontschuldiging van poging tot moord? Moet men
+dan juist "Meester" in allerlei _soorten_ van "Recht" wezen, om zulk
+_Onrecht_ bespottelyk en infaam te vinden? En de dwaasheden die in de
+zaak van 't echtpaar JUT werden ter-markt gebracht[27] moeten ze voor
+extrakt van wysheid worden gehouden door ieder die niet de eer heeft
+"_jurist_" te zyn? Maar, eilieve, 't zijn immers juist _juristen_ van
+wie al die zotterny uitging, en 't is waarlyk niet van hen te
+verwachten dat zy de afschuwelyke verbastering van rechtsbegrippen
+waartoe hun speciaalstudie geleid heeft, zullen erkennen, gispen en
+brandmerken, veel minder nog dat zy de hand zullen uitstrekken tot
+genezing eener kwaal waarmee ze zyn opgegroeid, en die ze lief kregen
+als bron van aanzien en welvaart. Het verzet _moet_ immers wel uitgaan
+van den leek, van den opmerkzamen, niet tot scheefzien afgerichten
+beschouwer die ongaarne gevaar loopt z'n dierste belangen overgeleverd
+te zien aan de beslissing van mannen uit dezelfde school als waaruit
+rechters voortkwamen die zulke vonnissen begingen, advokaten die zich
+schuldig maakten aan zulke pleitery? Hoe kan 'n burger van den Staat
+vertrouwen stellen in de toegezegde veiligheid van personen en
+goederen, wanneer hy dagelyks 't oordeel over _Recht_ en _Onrecht_
+ziet opdragen aan personen, wier rechtsgevoel tot in 't monsterachtige
+werd verwrongen door zeer speciale studien in ongerymdheid? Welken
+grond heeft de bewering der advokaten, dat ze verdedigers zijn van
+"_weduwen en wezen_," van "_verdrukte onschuld_" enz.,[28] wanneer
+elke verdrukte weduw of wees, die in rechten wordt aangevallen, haar
+bespringers dapper ziet bystaan door ... 'n advokaat? Welke slotsom
+moeten we halen uit de opmerking dat we na sedert drie eeuwen
+leerstoelen voor studie in de "Rechten" te hebben gehad, nog altyd
+niet in 't bezit zyn van 'n oorspronkelyk-inheemsch, met den aard en
+de behoeften des Volks overeenstemmend _Wetboek_? Dat het _uitleggen_
+van de Wet--die helder als kristal wezen moest!--'n winstgevend beroep
+is?[29] Wat hebben we van die uitlegging te verwachten, wanneer de
+jongelui die als volleerde "juristen" aan de Maatschappy worden
+afgeleverd, zich maar zeer zelden duidelyk en korrekt weten
+uittedrukken? Taal en styl van onze rechtsmannen zyn gewoonlyk
+ellendig, en ver beneden 't peil waarop 'n hulponderwyzer behoort te
+staan om geen gek figuur te maken by z'n kollegaas of zelfs in de
+school. Men meene toch niet dat dit byzaak is. Het kan niet te dikwyls
+herhaald worden dat zuiverheid van uitdrukkingen--ook vooral omdat
+daartoe veel arbeid vereischt wordt--'n kenmerk is van moraliteit. Wie
+zich niet bekommert over de _juistheid van 'n woord_, geeft blyk van
+onverschilligheid voor de _zuiverheid zyner denkbeelden_, en neemt het
+dus niet zeer nauw in 't onderscheiden van goed en kwaad. In dit
+opzicht vooral is 't poetiek samenvatten van schynbaar ongelyksoortige
+gegevens van toepassing, dat ik (blz.106, 107) (hoofdstuk MVIII, n. v.
+tr.) als hulpmiddel tot ontwikkeling van ware zedelykheidsbegrippen
+voorstelde. "_De taal is gansch het Volk_" is er gezegd. Wel zeker! De
+geheele _Mens_ kan beoordeeld worden naar de moeite die hy zich geeft
+om z'n woorden tot den zuiveren spiegel zyner gedachten te maken, en
+deze opmerking dwingt ons tot medelyden met ieder over wiens wel of
+wee door mannen van de _Wet_ moet beslist worden, tot deernis vooral
+met "_Weduwen en Weezen_" die beklemd raakten onder de bescherming van
+zekere advokaten. Rechtbanken, parket en pleitbezorgers ... komen, om
+niet alleen te staan met m'n ongunstige meening over die specialiteiten,
+wil ik ditmaal eens m'n opinie behandelen als 'n verdrukte weduw. Ik
+stel haar onder bescherming van wetmannen, van ... alle advokaten die
+ooit 'n proces verloren, van alle publieke-ministerien die zich door
+pleiters en rechtbanken behandeld zagen als 'n overvragend marktwyf.
+Hoe is 't oordeel van _die_ heeren over de rechtbank die maar niet tot
+besef te brengen was van 't "Recht" dat zy verdedigden, van de
+gegrondheid hunner "_Eischen_?" Welken indruk maakt het op den advokaat
+die by A of B zweert--de man meent het, want hy zegt er uitdrukkelyk by
+dat-i dezen keer eens geen "praatje" verkoopt--wat heeft hy te denken
+van de Rechtenkennis--en de eerlykheid!--zyns tegenstanders die z'n
+leven te-pand geeft--liever: z'n advokateneer: niemand moet meer wagen
+dan-i zonder schade missen kan!--voor de gegrondheid zyner meening dat
+de zaak in kwestie X, Y of Z heet? Ook die tegenstander houdt zich niet
+met "praatjes" op--godbewaarme!--en van weerskanten is de goede trouw
+van den _geachten confrere_ boven allen twijfel verheven. Ligt de schuld
+dan aan den rechtsprofessor die--in oogenblikken van Romeinsche
+distraktie, zeker--meer dan een "Recht" tegelyk gedoceerd heeft? Of
+had misschien een der advokaten z'n studien gemaakt voor, en de ander
+na de dagen toen de:
+
+"doode kennis (?) van de uitspraken van het Romeinsche Recht vervangen
+was door de herleving van de Romeinsche methode van rechtsvorming en
+rechtsbeoefening, en toen het niet alleen de vraag werd wat recht is
+geworden, maar inzonderheid hoe het recht ontstaan is?"
+
+Volgens het stuk, waaraan deze aanhaling ontleend is, worden sedert
+eenigen tyd--juicht, verdrukte weduwen!--de leerlingen in rechtskennis
+niet meer gevormd:
+
+"naar het model van oude elegante rechtsgeleerden, die er hun werk van
+maakten om de rechtregels van hun tyd door geleerde aanhalingen, door
+byzonderheden uit de Latynsche schryvers op te sieren, zonder over 't
+wezen der zaak iets meer licht te verspreiden."
+
+Er schynen alzoo volgens den schryver van die regelen--in vroeger tyd
+natuurlyk!--inderdaad rechtsgeleerden geweest te zyn die geen licht
+verspreidden. Wel jammer dan van al de studien dien ze ten-koste
+legden aan duisterheid. En niet heel aangenaam ook voor klienten die
+er weleens belang by hadden dat hun zaak tot helderheid werd gebracht,
+en daarvoor betaalden. Gelukkig echter dat men van methode veranderd
+is! Die heuchelyke ommekeer heeft plaats gehad ... niet by de
+stichting van Rome, lezer. Ook niet by de oprichting der Leidsche
+akademie, maar ... weinig jaren geleden eerst, en wel by de benoeming
+van den heer GOUDSMIT tot hoogleeraar. We moeten dus aannemen dat de
+duizenden juristen welke onder 'n vroeger gehuldigd stelsel werden
+uitgebroeid, zich met "doode kennis" behielpen en hun verdrukte
+weduwen in 't donker lieten zitten. Thans evenwel, na dien heuchelyken
+ommekeer, onderzoekt men ... _wat Recht is_, meent ge? Eisch toch 't
+onmogelyke niet, onbescheiden leek! Men zal voortaan onderzoeken "hoe
+'t Recht _geworden_ is"--wel verbazend!--"en hoe de Romeinen ... maar
+genoeg daarvan.[30] We waren bezig met die twee advokaten wier
+"studien" misschien dagteekenden van zoo onderscheiden tydperken dat
+ze tweeerlei begrip opdeden van _Recht_ tweeerlei sleur van
+rechtspraktyk. De een gebruikt "elegantie" met "doode kennis" terwyl
+de ander volgens de nieuwe methode zich liever bezighoudt met ... met
+... wie zal ons zeggen waarmee! Ik kan er waarachtig niet uit wys
+worden! En dit behoeft ook niet, als we maar inzien dat die twee
+heeren niet zeer veel meer eerbied dan _ik_ kunnen hebben voor
+elkanders juridische rechtgeloovigheid en dus kostbare getuigen zyn
+in m'n aanklacht tegen het "vak" dat zy _als specialiteiten_
+vertegenwoordigen. De advokaat die 't zeldzaam voorrecht genoot
+_ridderlykheid_ in JUT te ontdekken, moet woedend zyn over 't
+lasterlyk vonnis waarin z'n held wordt uitgemaakt voor 'n
+tuchthuisboef. En--nog meer bondgenooten!--de rechters die KRISTIEN
+niet beminnelyk genoeg keurden om de Maatschappy langer door haar
+tegenwoordigheid te versieren, kunnen onmogelyk gunstig oordeelen over
+de bekwaamheid--of de integriteit?--van den advokaat wiens advies
+luidde dat men die dame met rust moest laten.
+
+ * * * * *
+
+Voor heden goddank genoeg van de juristery, schoon 't onderwerp ver
+van uitgeput is. M'n verantwoording over de onevenredig-groote plaats
+die ik aan dat onderwerp inruimde, ligt in de uitgebreidheid en 't
+gevaarlyke van de kwaal. Ik moest den lezer opwekken en den weg wyzen
+tot het berekenen der gevolgen die ze na zich sleept. Hy houde daarby
+vooral in 't oog dat de onzedelyke verwringing van rechtsgevoel die
+door de hier behandelde specialiteiten _fachmaessig_ beoefend wordt,
+zich geenszins tot eigenlyk-gezegde rechtszaken bepaalt. De zieke
+dringt ongehinderd, jazelfs onder bescherming van 'n gunstig
+vooroordeel _tot schade van allen_, in Lands-en Stadsbestuur door.
+Niet het minst, helaas, strekt ze ten-verderve van 't zoo
+misdadig-verslonst INSULINDE! Door kooplieden, zeelui en krygsvolk
+werd het gewonnen ... door advokatery zal 't voor Nederland verloren
+gaan: de Van Twisten hebben eer van hun werk! Parasieten van die soort
+nemen alle eereplaatsen in, matigen zich alles aan, voeren overal 't
+hoogste woord, dringen zich overal op, maken zich van alles meester.
+Het wemelt in alle vergaderingen en korporatien van juridische
+beunhazen in _bitjara kossoeng_, die maar al te gemakkelyk met hun
+"Romeinen" en hun "elegantie"--och arm!--toehoorders en _Volk_ in den
+waan brengen dat zy iets degelyks te-koop veilen. Het algemeen belang,
+altyd samengaande met _ware_ zedelykheid, eischt dat daaraan 'n eind
+kome, of althans dat er perken worden gesteld aan 't door-kankeren
+eener kwaal welker naam aldus geschreven wordt: specialiteit in 't
+prostitueeren van _Waarheid Recht, en ... Volksbelang!_
+
+Mochten wellicht sommige advokaten met dit hoofdstuk niet tevreden
+zyn, ik smeek om een genadig vonnis. De heeren gelieven te bedenken
+dat ik nooit in doode kennis studeerde, en dus wel beschouwd het
+rechte verstand niet hebben kan van een vak dat sedert de benoeming
+van den heer GOUDSMIT zoo loffelyk achteruitging in Romeinsche
+elelantie.
+
+
+
+
+MXIII.
+
+
+Sommigen zullen 't misschien vreemd vinden dat ik tot-nog-toe een
+soort van specialiteiten met stilzwygen voorbyging, die meer dan alle
+anderen een nadeeligen invloed uitoefenen op de geheele Maatschappy.
+Ik bedoel de mannen die 't precies-weten van de dingen welke zyzelf
+erkennen niet te begrypen, tot hun "vak" kozen, de specialiteiten van
+'t "Geloof." Het kwam me voor, dat ik ditmaal die heeren mocht
+overslaan, gedeeltelyk omdat ik op zoo veel plaatsen van m'n werken op
+'t schadelyke van hun invloed gewezen heb, doch hoofdzakelyk omdat de
+eigenaardige kleur der godkundige bespiegelingen zoo heeft afgeverfd
+op het denkvermogen van de menigte, dat men stiptgenomen--en vooral
+met het oog op de definitie die bladz. 19 (hfdst. I, n. v.d. tr.)
+versiert--de verkondigers van goddelyke dingen niet onder de rubriek
+_Specialiteiten_ rangschikken mag. Wat 'n professor of doctor in de
+H. Theologie eigenlyk leeraart, is my 'n raadsel. Zyn niet al z'n
+hoorders even goed als hyzelf doorkneed in de dingen die hy te
+vertellen heeft? Zoo meende ik altyd, en de kornuitjes van juffrouw
+LAPS die zich niet ontzien hun dominees duchtig op de vingers te
+tikken, zyn gewis van myn gevoelen. Wel verneem ik nu-en-dan dat er
+... 'n nieuw licht ontstoken wordt, waarmee men de donkere mysterien
+zal helder maken die sedert de "Openbaring" schitterden van duidelykheid
+(_zie_ byv. IDEE 271) maar iets _nieuws_, iets _ongekends_ kan toch,
+denkt me, niet geleverd worden op 'n gebied waar men den gewonen
+sterveling z'n wuftheid verwyt, noch in 'n wetenschap--noem ik 't goed?
+--die zich tot taak stelt den wispelturigen wereldmens van die fouten
+te genezen. God, Christus, Onsterfelykheid staan als rotsen.
+
+Het "Geloof" in die rotsen is ... 'n rots. Eilieve, wat valt er nu
+verder op al die rotsen te ploegen, te eggen, te zaaien en te wieden?
+Zonder al dien arbeid immers--en dit is juist de prettige eigenschap
+van 'n behoorlyken rotsgrond--zal de oogst, om me nu eens heel matig
+uittedrukken, wonderbaarlyk groot zyn. Waarom dan zich zooveel moeite
+getroost om dien edelmoedigen bodem omtespitten, te bemesten, te
+omheinen? Ik mag 'n rots worden als ik 't begryp. Maar deze
+onvolkomenheid van myn denkvermogen verandert niets aan de waarheid
+dat de Opzichters over 't onnoodig gewurm waaraan zoo veler handen
+meewerken, niet behooren tot de rubriek _Specialiteiten_ die ik me
+voorstelde in dezen bundel te behandelen. Veeleer zouden de suppoosten
+der goddienery aanspraak kunnen maken op 'n monografie in 'n werk dat
+aan 't behandelen van _algemeene_ volksdeugden gewyd was, en waarin we
+dan tevens 'n behoorlyke statistiek van 't jeneververbruik zouden
+aantreffen, en jubelzangen over de vlucht die de industrie der
+vervalsching van levensmiddelen met Gods hulp in onze dagen genomen
+heeft.
+
+Ik erken dat deze opmerking niet van stipte toepassing is op de
+katholieke geestelyken die meer onmiddellyk--men zou byna zeggen: met
+meer rondborstigheid--het standpunt innemen waarvan zy de heidensche
+priesters verdreven. De uitsluitende eigenaardigheid van hun werkkring
+en bevoegdheid, de kracht van hun invloed bovenal, stempelen die
+heeren inderdaad tot _specialiteiten_, tot meer dan dat: tot 'n
+_kaste_. Doch juist hierom zou 't behandelen van dat zeer byzonder
+standpunt of ontaarden in 'n gewone of huis-fysiologie vol brandstapels,
+gifmengende monniken, verkrachte nonnen van beiderlei geslacht, en
+dergelyke kloosterplechtigheden meer, of uitdyen tot beschouwingen die
+voor m'n tegenwoordig kader te breed zyn. Ik behandel in deze studien
+--en nog maar voornamelyk met het oog op onzen tyd--_maatschappelyke_
+toestanden, geenszins zaken van algemeen historisch gewicht. Wie 't
+woord "pastoor" of "R.C. Priester" uitspreekt, heeft _katholicismus_
+gezegd, d.i. hy noemde een der merkwaardigste verschynselen in de
+wereldgeschiedenis. Zooiets behoort niet tehuis in 'n werkje waarin de
+schryver zich den tyd gunde over professers in de dubbele-_e_-kunde te
+lachen.
+
+Na 't oversteken van die breede Westerschelde, ben ik wel genoodzaakt
+op z'n staart te trappen. Ik mag namelyk niet onopgemerkt laten dat er
+sedert eenige tientallen een nieuwe soort van specialiteiten is
+opgestaan, die ... die ... hoe zal ik ze noemen? Ik bedoel de gewezen
+dominees die overgingen in de schryvery. Hun arbeid blyft rieken naar
+den kansel, alsof ze betaald werden voor 't waarmaken der Latynsche
+spreuk over den eenmaal van zeker geurtje doortrokken pot. Zalf laat
+zich nooit gewillig onbetuigd, en wie haar in deze specifiek-theologische
+hebbelykheid tegenwerkt, ziet z'n pogingen verydeld juist door de
+middelen die hy aanwendde om den verraderlyken pot te reinigen. De meest
+gebruikelyke remedien zyn gemaakte fermeteit, nagebootste flinkheid,
+linksche jacht op iets ondeftigs, alles overgoten met 'n sausje van
+zoeterig-vieze gemoedelykheid--liefst in _Wandsbecker-Bote_-manier, of
+iets van dien aard als 't maar terdege _namaak_ is--waardoor slechts
+onnoozelen zich laten foppen, 't geen nu juist niet zeggen wil dat het
+publiek van die heeren byzonder klein is. Wel mogen wy 't er voor houden
+dat O.L. Heer aan den afval van de meesten niet veel verloren heeft, doch
+hierin ligt maar 'n schrale troost by de bedenking hoe weinig er aan den
+anderen kant door de _Letteren, Beschaving_ en _Zedelykheid_ aan die
+overloopers werd gewonnen. Uitzonderingen bestaan er ongetwyfeld, maar
+_typisch_ gesproken is 't geschryf van de meesten 'n onsmakelyk
+kostje: _servat odorem_!
+
+Voor ik van dit onaangenaam onderwerp afstap, 'n kleine opmerking
+ten-behoeve van 't nobele _suum cuique_. We hebben hier te doen met
+personen die met en door "God" zich 'n redelyk plaatsjen in de
+Maatschappy wisten te veroveren, en daarvan wel eens gebruik maakten
+om de arme drommels aan wie hun God zich niet had gelieven te
+openbaren, uittemaken voor slecht volk. Naar de mode van den tyd
+lieten zy, zoodra 't met hun belang kon worden overeengebracht, dien
+God varen, en langs meer of min omwegen--altyd zooveel slagen om den
+arm houdende als maar eenigszins mogelyk was[31]--namen ze dienst
+onder de vrydenkers. Hun vroegere meeningen? Wel, ze waren tot beter
+inzicht gekomen. Dit kan waar zijn. Maar zyn ze dan niet voor alles
+eenig herstel van eer schuldig aan de mannen die zy gedurende hun
+theologische loopbaan verketterden en uitscholden? Aan de mannen die
+dan toch blyk gaven van helderder inzicht, van eerlykheid en moed,
+toen _zy_ nog in hun vermolmde preekkasten stonden te zwetsen op de
+alleen-zaligmakende kracht van hun leer? Dit zou billyk zyn, dunkt me,
+en 't gebeurt dus niet. Men moet zich schikken. Maar nu van een hunner
+te vernemen--lach niet, lezer! dat "_geen enkele vorm van studie, als
+instrument (?) tot veelzydige ontwikkeling, de aan alle talen rakende
+(?) de wysbegeerte (!) en geschiedenis (?) in zich opnemende (?) vry
+(?) beoefende theologie_" overtreft, dat gaat de schreef van 't
+verdragelyke voorby: Ik protesteer!
+
+In die twee laatste woorden vat ik voorloopig samen wat verontwaardiging
+over de onbeschaamde reklame van den gewezen theologant BUSKEN HUET my
+in de pen gaf. _Mr. Josse_ heeft zich verhangen uit spyt zich zoo
+voorbygestreefd te zien. Toch moet ik erkennen dat m'n bydrage tot
+karakterizeering der schryvery van gewezen dominees juist op het werk
+van den heer HUET-zelf het minst van toepassing is. Wat _hy_ uit den
+preekstoel meenam, draagt voorzeker 'n geheel anderen naam dan zalf of
+balsem, en verspreidt 'n byzonder-_persoonlyken_ geur. Ik zou me dan ook
+wel gewacht hebben z'n naam te noemen--daar ik _wanbegrippen_ en geen
+_individuen_ bestryd--indien hy me hiertoe niet had gedwongen door die
+brutale ophemelary van z'n kollegaas in godgewezenheid. Die kermisbluf
+mocht niet onbestreden blyven--niet onaangeroerd althans--in 'n werkje
+dat tegen den verkeerden invloed van zekere _specialiteiten_ waarschuwt.[32]
+
+Het bestryden van alle verkeerdheden waaronder we gebukt gaan door 't
+blindstaren op 'n bepaald punt, gaat m'n bestek tebuiten. Zoowel in
+belangryke als in meer dagelyksche zaken stuiten we telkens op de
+hoofdigheid en bekrompenheid van speciaal-mensen. Wie zich niet
+voldoende ergert aan de tevredenheid van 'n apteker over 't groot
+aantal zieken, kan tot oplettendheid worden gespoord door 't zuurkyken
+van de huismeid die 't zeer ongepast vindt dat er bezoek komt nadat zy
+zoo-even den gang heeft geboend. Men had haar specialiteit--waarin de
+stumpert 'n instrument tot veelzydige ontwikkeling meent te zien--moeten
+eerbiedigen, pruilt zy, en ze vindt 'n lydensgenoot in 't Raadslid dat
+te-vergeefs 'n aangewaaid dilettantisme scheikundig trachtte te verbinden
+aan z'n slecht begrepen roeping als schoolopziener. Door slordigheid en
+onbekwaamheid geeft de werkman schyn van billykheid aan de wreede
+terugzetting, waarover hy--overigens dikwyls ten-rechte--zoo bitter
+klaagt. Hyzelf verstaat z'n vak evenmin als de plichtvergeten
+volksvertegenwoordiger die den toestand van den arbeider geen aandacht
+waard keurt. Krantenfabrikeurs wedyveren met leveranciers van vervalschte
+levensmiddelen in 't bedriegen van hun publiek. "Moralisten"--zoo noemen
+zich die heeren--geven aanhoudend blyk van de vuilste onzedelykheid door
+'t kwajongensachtig uitpluizen en nasnuffelen van alkoofgeschiedenissen.[33]
+De geschiedkundige yvert voor SPARTAKUS, maar glimlacht minachtend als men
+hem spreekt van den boerenkryg ... die voor de deur staat. Ginds hooren
+wy een zanger ... zingen. Dit zy zoo, mits hy zich van spreken onthoude.
+O gewis, de denker schept beelden uit klank, maar uitsluitende beoefening
+der toonkunst bederft het denkvermogen. Elders zien wy 'n schoolmeester
+die meent dat de jongelui trouwen om hem leerlingen te bezorgen. De
+diplomaat, de staatsdienaar ...
+
+ _Hem is de Staat_ zyn _zetel_, zyn _carriere,
+ Een speelplaats voor de heeren van het hof_,
+ Een draaibank van fortuintjes. Een fabriek
+ Van Neurenberger eerzuchi-duikelaars_ ...
+
+Wie na dit alles nog niet overtuigd is van de noodlottige gevolgen
+dier eenzydigheid, trachte den stumpert te zien te krygen, die
+tusschen den Haag en Delft "levenslang" schuiten door de vaart trok.
+Alsof de natuur der dingen ons waarschuwen wilde door 'n vreeselyk en
+luidsprekend voorbeeld der gevolgen van 't specialismus: die man is
+paard geworden, hy _hinnikt_![34]
+
+Hinneken nu, doen onze staatslieden, schoolmeesters, advokaten en
+broodbakkers niet. Zelfs in hun speciaalvak brachten ze 't niet zoo
+ver als die species _equus_ van 't genus _homo sapiens_. Des te erger!
+Ze zyn in hun halve krankzinnigheid minder oprecht dan dat tweebeenig
+trekdier in z'n volslagen razerny en, laten ons in den gevaarlyken
+waan dat wy te-doen hebben met _mensen_.
+
+ * * * * *
+
+De lezer kan uit IDEE 269 weten dat ik me gewoonlyk onthoud van 'n
+professoraal _fabula docet_. Ik laat liever het opmaken der slotsom
+over aan hemzelf.
+
+Het kan evenwel ditmaal noodig zyn, zoo-al geen _koncluzie_ te geven,
+dan toch iets als handleiding tot het samenvoegen en vaststrikken der
+divergeerende draden van m'n betoog. Het uiteenloopende myner
+bewysvoering, en de schynbare afwykingen die ik me veroorlooven ...
+_moest_, om natuurlyk te zyn, geven misschien tot die behoefte
+aanleiding.
+
+Om alzoo den knoop toetehalen, het komt me voor dat we 't onderzoek
+naar de waarde der _specialiteiten_ kunnen splitsen in twee
+hoofdvragen?
+
+1. _Welk gebruik moet de Maatschappy van hen maken?_ 2. _Hoe werkt het
+specialismus op de waarde van den individu?_
+
+Tot het beantwoorden der eerste vraag ligt aanleiding in de vraag-zelf.
+Hoe men specialiteiten behoort te gebruiken? De Maatschappy moet hen
+_gebruiken_ d.i. zy stelle ze _niet aan haar hoofd_. De specialiteit
+is _ambachtsman_ die 't bestelde vervaardigt, maar geen stem heeft in
+'t bestellen. Hy levere z'n vakkennis waar die gevorderd wordt. Aan
+anderen blyve de beoordeeling in-hoeverre het geleverde bruikbaar is,
+en hoe 't moet worden aangewend. Een specialiteit zy als de _expert_
+voor 'n rechtbank. Hy legt, zonder zich om gevolgen of strekking te
+bekommeren, z'n verklaring af omtrent de byzondere zaak die hem werd
+opgedragen, en waarvan hy verondersteld wordt--dikwyls 'n fiktie!
+--verstand te hebben. Wil hy de grens zyner bevoegdheid overschryden
+en zich bemoeien met de toepassing van z'n expertise op 't proces,
+dan verwyst hem de Voorzitter naar z'n _vak_ en naar de _speciale_
+taak waartoe hy geroepen werd. In deze schynbare terugzetting ligt
+niets vernederends. Wie inderdaad in eenig vak uitmunt, stelt zich
+met de erkenning van die uitstekendheid tevreden, maar zou 't zelfs
+onaangenaam vinden, indien men hem wilde gebruiken tot iets anders.
+Hy bezit in _zyn_ specialiteit den meestergraad, of streeft daarnaar,
+en wil zich dus niet laten aanwerven als leerling in anderen werkkring.
+Dikwyls zelfs pronkt hy met z'n onbedrevenheid in zaken van algemeen
+belang, om te doen in 't oog vallen hoever hy 't in zyn byzonder streven
+gebracht heeft. "Van de dingen aan-wal heb ik geen verstand!" beduidt
+dan: ik ben 'n flink zeeman. "Met zulke belangen hield ik me nooit bezig"
+kan beteekenen: ik ben door-en-door soldaat. "Die wereldsche zaken liggen
+buiten m'n bemoeienis" zal wel zooveel willen zeggen als: ik voel me
+perfekt thuis in den hemel. Enz.
+
+Dat het beoefenen van 'n bepaald vak niet volstrekt de bruikbaarheid tot
+iets anders uitsluit spreekt vanzelf, vooral waar zoodanig vak slechts
+_beroep_ is, _middel van bestaan_. Doch dan houdt het specialismus op.
+Ik, byv. ben geen specialiteit in schryvery, godbewaarme! SPINOZA was
+'t niet in brillenslypen, al sleep hy brillen om zich in 't leven te
+houden. In zulke gevallen is 't bedryf dat men uitoefent, geen
+levensinrichting, en dus juist _afwyking_ van de specialiteit der
+persoon.
+
+Ik vergeleek den specialist by 'n ambachtsman die _te-werk gesteld_
+wordt. Dit te-werkstellen geschiedt door anderen, door niet-
+specialiteiten, van wie verondersteld wordt--ook dikwyls maar
+konventie, helaas!--dat ze ruimer veld overzien dan de werkman, en
+tevens dat ze bekwaam zyn tot beoordeeling en goede aanwending van
+'t geleverde. Deze staan tot den leverancier van speciaal-kennis in
+verhouding als de fabriekheer tot den arbeider. Wie zich levenslang
+bezig hield met gaatjes-prikken (IDEE 553, _nieuw nummer:_ 788) past
+niet aan 't hoofd der zaak en, omgekeerd, de _bestuurder_ van de
+fabriek zou niet _the right man_ zyn om den _ambachtsman_ te
+vervangen.
+
+De statistikus, de geschiedvorscher, de land-ekonoom, de geneesheer,
+de zeeman, de militair, de staathuishoudkundige, de jurist, de
+ambtenaar ... al deze specialiteiten behooren _gebruikt_ te worden
+_door wie aan 't hoofd staan_ eener Maatschappy, of van 'n deel
+daarvan. Zy allen leveren in verslagen, rapporten, opgaven en adviezen
+de vruchten van hun arbeid, en de autokraat, de wetgever, de
+uitvoerende of beslissende macht ... wat kan van hen gevorderd worden?
+
+Welke eigenschappen behooren den _fabriekheer_ te versieren, om den
+arbeid van z'n ondergeschikten behoorlyk aantewenden?
+
+Het antwoord op deze vraag zou tehuis behooren in 'n verhandeling over
+_niet_-specialiteiten.
+
+De spreuk _de minimis non curat Praetor_ bevat 'n goede les, doch
+wordt zooals veel spreuken misbruikt. Onthouding van bemoeienis met
+zoogenaamde kleinigheden, sluit in zich de verplichting tot zorg dat
+ze behoorlijk worden behartigd zonder die bemoeienis, en deze plicht
+is waarlyk geen kleinigheid. Dat er tot de hiertoe onmisbare
+organizatie en tucht _bekendheid met dat kleine_ noodig is, spreekt
+vanzelf. Voor zich de _Praetor_ straffeloos kan onthouden van
+onmiddelyke aanraking met het geringere, behoort hy blyk te geven
+_niet daar-beneden te staan_. Wie dit verzuimt, verliest in de oogen
+van z'n ondergeschikten--_specialiteiten die_ zonder uitzondering
+_vyanden van den meester_ zijn--de zedelyke bevoegdheid om 't geheel
+te regeeren, en uit deze storende minachting zou dan ook inderdaad 'n
+betrekkelyke onbekwaamheid voortvloeien.
+
+Een ding staat vast: tot wel overzien van dat geheel, is voor alles
+noodig 'n geoefend verstand en veel hart. Deze twee hoedanigheden
+vertegenwoordigen het _kunnen_ en het _willen_, en sluiten evenzeer
+bekrompen vooroordeel uit, als ze borg staan voor rechtvaardigheid en
+praktischen zin. Van den niet-specialist is te vorderen dat hy den
+arbeid zyner onderhoorigen wete te regelen, te beoordeelen, te
+schiften en te gebruiken. Jazelfs er behoort 'n tyd te komen dat hy
+dit alles--met uitzondering van 't al te stipt-ambachtelyke--gelyk
+TIBERIUS den medicynmeester, _ontberen_ kan.
+
+Het streven naar deze onafhankelykheid is _zyn_ specialiteit.
+
+Ik vrees te moeten gelooven dat nooit eenig vak slordiger beoefend
+werd, en 't zal dan ook wel hieraan te wyten zyn dat we overal aan
+_byzondere_ bekwaamheden den rang zien toekennen die in 't algemeen
+belang de belooning wezen moest van harmonische ontwikkeling op
+_universeel_ gebied. Waar 't uitstekende ontbreekt, speelt het
+ordinaire den meester, en zoolang alle ruimte wordt ingenomen door den
+soldaat, blyft er voor maarschalken geen plaats.
+
+ * * * * *
+
+Wat nu vervolgens den invloed van 't specialismus op de waarde van den
+_individu_ aangaat, ieder begrypt dat het niet gemakkelyk is den
+juisten grens te bepalen tusschen algemeene en byzondere verplichtingen.
+Dat verdeeling van arbeid in zekeren zin voordeelig werkt, mag niet
+ontkend worden, doch 't overschryden van de juiste maat dezer verdeeling
+geeft aanleiding tot ongerymdheid als waarop ik herhaaldelyk gewezen heb.
+Er behoort daarby vooral te worden acht geslagen op juiste waardeering
+der uiteenloopende aanspraken van rechtstreeks en indirekt oordeel. Het
+zou kunnen zyn dat de _handigheid_ zich ontwikkelde ten-koste der
+_bekwaamheid_, en dat we ten-laatste onbekwaam werden de vruchten van
+die handigheid te genieten. De Maatschappy zou dan beginnen te gelyken
+op 'n letterzetter die zoo mechanisch-vlug leerde werken dat-i 't lezen
+verleerde. Men bedenke dat onevenredige toepassing onzer gaven--ook
+zelfs uit 'n _industrieel_ oogpunt--niet praktisch is, daar byv. de
+behoefte aan letter vervallen zou als er niet meer gelezen werd.
+
+Het kretinizeeren der individuen kan nooit gunstig werken op het
+geheel. Wie op beperkt terrein meer tyd en ziel uitgeeft dan in
+verhouding tot z'n algemeen-menselyke roeping gepast is, werkt
+nadeelig op de som van algemeen welzyn, en schaadt tevens zich-zelf
+daar geen uitstekendheid in 'n bepaald vak opweegt tegen de
+vernedering als _Mens_.
+
+En dit is niet genoeg gezegd. Zelfs _in dat vak_ bereikt hy z'n doel
+niet. Het is te betwyfelen of die Haagsche paardman beter schuiten-
+leepte dan andere mannen. Maar beter dan andere _paarden_ zeker niet!
+Wie met werktuigen en dieren konkurreert, zal ervaren dat hy z'n
+menselyke waardigheid _a pure perte_ wegwierp, en daarvoor geenszins
+wordt schadeloos gesteld door 't behalen van 'n prys op 't lager
+gebied dat hy tot werkplaats koos. De geschiedenis levert voorbeelden
+in menigte, dat speciaal-mannen in hun eigen vak overtroffen werden
+door personen die zich op dat vak niet uitsluitend hadden toegelegd.
+En meer nog: _alle_ voorgangers in _elke_ kunst in _elke_ wetenschap,
+in _elk_ bedryf, op _elk_ gebied van menselyke ontwikkeling, waren
+leeken. Wat in hen 'n gunstig samenvallen was van in-en uitwendige
+_roeping_, werd door hun opvolgers vervormd tot _beroep_. (IDEE 498
+_en_ 499. _Voorts, nieuwe nummering_: 921.)
+
+Dit nu kan niet vermeden worden. Ten-allen-tyde werden school,
+reglement, methode, aangewend als surrogaat voor 't _genie_ dat hyzelf
+onbewust in sleur verstikte ... door de maatschappy: als surogaten
+voor _de genien_ die ze doodmartelde uit afgunstige baldadigheid.
+
+Hoe dit zy, de behoefte aan die plaatsvervangende middelen bestaat, en
+daarom moeten wy ons schikken in zekere beroepsgewyze verdeeling van
+den arbeid. Wie zich tot het overzien van 'n ruim veld ongeschikt
+acht, doet wel zich te bepalen tot enger gebied, doch hy vergist zich
+in de meening dat-i op 't door hem gekozen terrein nuttiger bezig is
+naarmate hy de grenzen daarvan nauwer beperkte. De Staatsdienaar die
+'t heil der Mensheid verwacht van z'n papierkraam of _diplomatie_ ...
+de babbelaar die frazen voor daden geeft ... de koopman die z'n
+winkeltjen of kantoortjen als 't centrum van 't Heelal beschouwt ...
+de militair die by al z'n redeneeringen 'n kazernig "by ons" op den
+voorgrond stelt ... de filoloog die de beoefening der letteren
+inkrimpt tot 'n bespottelyke studie in letters ... de huisvrouw die
+meent dat "huishouden" hoofdroeping is van moeder en echtgenoot ... de
+publieke aanklager die aan de eer van z'n funktie meent schuldig te
+zyn, elken beklaagde voor 'n monster uittemaken ... zy allen die hun
+specialiteitje willen doen voorkomen als 't "instrument"
+by-uitnemendheid ter veelzydige ontwikkeling, ze vergissen zich in de
+meening dat ze door die uitsluitingstheorie blyk gaven van
+uitstekendheid in hun eigen "vak". Het verkrachten van waarheid, het
+verwaarloozen der juiste verhouding onzer verplichtingen, levert nooit
+goede vrucht. Tot het wel beoefenen van elk onderdeel van kennis of
+wetenschap is noodig dat wy 'n open oog houden voor andere zaken die
+_tezaam genomen_ onze fakulteiten behooren bezig te houden. Hierdoor
+wordt onze waarde als mens bepaald. Dezelfde bekrompenheid die ons een
+al te klein onderdeel tot doel aan ons streven deed kiezen, zal ons
+weldra onbekwaam maken tot bereiken van dat nietige doel-zelf. Een
+huismoeder die niets dan huishoudster wil zyn, is geen _goede_
+huishoudster. Ze maakt noch echtgenoot noch kinderen gelukkig. De
+krygsman die z'n gansch gemoed weggaf aan de kazernedienst, wordt
+onbruikbaar tegen den vyand, en is zelfs in vredestyd een nietig
+voorwerp. De mannen van de dubbele _o_, die waarachtig geen
+meesterstukken leveren in _wezenlyke_ letterkunde, zyn daarom in hun
+speciaal-vakje niet uitstekender dan de eerste de beste die zich nooit
+met zulke nietigheden bemoeide. Een liefhebbery-chemicus verhoogt
+geenszins de kans op 't ontdekken eener nieuwe brandstof, door 't
+slecht vervullen van z'n ambt als opzichter over 't onderwys. De
+staatsman die niets is dan staatsman, niets dan diplomaat ...
+arm Volk!
+
+In al die speciaal-mensen is iets dors, iets ongenietbaars, iets dat
+in tegenspraak is met de veelzydige, ryke, gulle natuur. _Zy_ bemoeit
+zich niet met verdeeling van arbeid en studie. Haar weten en werken is
+algemeen. Scheikunde, mathesis, statika, sterrekunde, geschiedenis,
+hartstocht, ontbinding, groei, kristallizatie ... alles heeft zy in
+haar oneindig magazyn, alles wendt ze aan, alles beheerscht ze, alles
+brengt ze voort door gelyktydige en harmonische toepassing van haar
+krachten. Een harmonie die zoover gaat, dat we gedurig de ontdekking
+te-gemoet zien dat ze dit alles te-weeg brengt volgens een wet, door
+een kracht, met slechts een soort van stof!
+
+Het afwyken van deze _algemeenheid_ der natuur, is ongehoorzaamheid
+aan den wenk dien ze ons geeft, en moge in zekeren zin een vergeeflyk
+gevolg wezen van onze zwakheid, het blyft een fout die afwyking te
+verheffen tot _stelsel_. Wel weet ik dat de inrichting onzer
+Maatschappy hiertoe aanleiding geeft, maar de eene verkeerdheid
+verontschuldigt de andere niet. Juist door dat al te mechanisch
+onderverdeelen van roeping, is die maatschappy geworden wat zy is. Een
+verstompende verdeeling van den arbeid moge in zekere gevallen noodig
+zyn om niet ondertegaan in den bloedigen _Kampf um's Dasein_, de
+wysbegeerte ontleent haar voorschriften niet aan de door nood tot
+fouten geperste industrie. Het is juist haar roeping middel te vinden
+tot het _verbeteren_ van die fouten, en mocht er ooit blyken dat het
+bereiken van dit doel onmogelyk is, toch blyft altyd het streven
+daarnaar de taak van 't beter deel der Mensheid. Gelyk 'n boosaardige
+TARQUINUS, scheert, schaaft en snoeit het specialiteiten-systeem alles
+af wat uitsteekt, en verlaagt daardoor tevens gaande-weg het reeds zoo
+diep gezonken peil der middelmatigheid-zelf. Wat middelmatig genoemd
+wordt, zou veelal _slecht_ heeten indien we ons in oprechtheid
+afvroegen wat _goed_ is. Hoe langer hoe meer gaan de individuen op in
+hun "vak" en 't _mens-zyn_ wordt uitzondering.
+
+Dit is treurig!
+
+_Qui trop embrasse mal etreint_, zeker! Ik verdedig geen onberaden
+verbrokkeling van gaven. Wie te veel omvatten wil, zou zich maken tot
+'n specialiteit van wanbegrip. Maar evenzeer is 't waar, dat men niet
+tot de juistheid van oordeel geraakt door 'n idioot staroogen op 'n al
+te gering deel van wat ons omgeeft. Op geestelyk en stoffelyk gebied
+beide, staat _al wat is_ in verband met iets anders, onmiddellyk met
+het naastliggende, middelyk met het verwyderde. By 't waarnemen van
+den aard der dingen, is het achtslaan op dat verband onmisbaar. Wie
+slechts met 'n _loupe_ de steenen van 'n gebouw beschouwde, zal
+hoogstens eenig oordeel kunnen vellen over de soort van 't materiaal,
+het gebouw _als zoodanig_ heeft hy niet gezien. Daartoe wordt wyder
+gezichtshoek vereischt, meer ruimte van blik.
+
+_Cest mal etreindre que d'embrasser trop peu_ sla ik voor als
+weerklank op de aangehaalde spreekwys. De juiste grenslyn tusschen _te
+veel_ en _te weinig_ moge niet te trekken zyn, er zal toch wel geen
+wysheid liggen in 't najagen van het allergeringste. We kunnen
+wel-is-waar geen zonnestelsel omvatten, maar 'n zandkorl evenmin. De
+zeloten voor 't nietige, de aanbidders der afgodinne BEUZELARY
+zyn--ook zelfs naar den maatstaf van hun eigen bekrompen streven--even
+ver van _Waarheid_ en van 't _praktisch nuttige_, als de verongelukte
+hoogvlieger die dan toch noch altyd 'n weemoedig _in magnis voluisse_
+kan aanvoeren ter vergoelyking van z'n misslag. Wie _te veel_ wil,
+bereikt _niets_, wordt er gezegd. Dit is onjuist. Dat willen-zelf is
+'n _iets_, en 't verachtelykste niet. Het medelyden met den gevallen
+adelaar sluit geen eerbied uit, maar 'n struikelende schildpad is
+bespottelyk.
+
+Ons leven is te kort om op _alles_ te letten, zegt men.
+
+Ons leven is te kort om "alles" te verwaarloozen, is m'n antwoord.
+Juist de aanhoudende pogingen om 't verband tusschen _alles_ en
+_alles_ te vatten--ziehier het punt waar POEZIE en WIJSBEGEERTE
+ineensmelten--zyn noodig om ons iets van de onderdeelen te doen
+begrypen. Zedelyke en verstandelyke ontwikkeling--identisch met
+arbeid, genot en deugd--is gevolg en belooning van aanhoudende
+kritische vergelyking der feiten die de Natuur ons te aanschouwen
+geeft. Wie den blik van dat schouwspel afwendt, die punten van
+vergelyking geen aandacht waard keurt en alzoo de _harmonische_
+ontwikkeling zijner gaven veronachtzaamt, krimpt in tot 'n dier, tot
+'n machine, tot 'n zaak.
+
+De steen ligt. Dat is alles wat-i kan ... zyn _Specialiteit_! We
+willen meer zyn dan zoo'n steen.
+
+Het rad draait. Het kan niet anders ... zyn _Specialiteit_! We willen
+meer zyn dan 't werktuig dat zich zoo dom eentonig beweegt.
+
+De plant groeit bloeit, verdort en sterft zonder genot, leed of besef
+... haar _Specialiteit_! We willen meer zyn dan zoo'n plant.
+
+De koe eet gras, herkauwt, eet weer gras en herkauwt weder tot ze
+geslacht wordt. Dat is haar _Specialiteit_ ...
+
+_Excelsior, Excelsior_:
+
+De roeping van den mens is _Mens_ te zyn.
+
+
+
+
+NOTEN:
+
+
+[1] Wel zeker! "_Hy is op die plaats de rechte man_" of: "_die_
+plaats _is voor hem de rechte_." Zoo zou zich iemand uitdrukken, wiens
+denkvermogen zich de weelde van eigen equipage kan veroorloven en dus
+niet met huurfrazen behoeft te ryden.
+
+[2] "Ik weet het niet."
+
+[3] Een citaat is het, en wel 'n historisch. "_Ietoe andjieng belanda
+bakkelahi sama tahi_!" riepen de Jakartanen. By eigen ervaring weet ik
+dat de in dat verwyt gekenschetste nationale hebbelykheid nog altyd in
+volle kracht is blyven bestaan.
+
+[4] Er zyn er nu 'n dozyn meer, maar gemakshalve zal ik ze
+_septuaginters_ blyven noemen. "Elf-en-dertigers" zou ook 'n goede
+benaming zyn.
+
+[5] _Noot van_ 1878, Tot m'n verdriet voel ik me genoodzaakt deze
+bemoedigende premisse intetrekken. Gedurende de zes, zeven jaren die
+er sedert het schryven van dit werk verliepen, ben ik door nauwkeurig
+achtslaan op de verschynselen en ingespannen nadenken tot de
+overtuiging gekomen, dat onze scholen--lage, middelbare en
+hoogere--_inderdaad_ slecht zyn. De pas verschenen Onderwyswet--'n
+hoogst onvryzinnig-liberalistisch prul--zal de kroon zetten op 't
+spelletje van bederf, dat sedert jaren door ministers van allerlei
+wankleur, geholpen door kamerleden van gelyk allooi--liefst
+_Specialiteiten_!--in den Haag gespeeld werd.
+
+[6] _Noot van_ 1878. Slechts zeer onopmerkzame lezers zullen _deze_
+bemoediging voor iets anders dan ironie hebben gehouden. Als zoodanig
+slechts behoeft ze dan ook niet te worden ingetrokken. De toestand in
+Indie is erbarmelijk. De zaken gaan er zoo hard achteruit als 'n
+Fransche maarschalk loopen kan.
+
+[7] _Noot van_ 1878. Het openlyk en loyaal _verkoopen_ van plaatsen in
+de Vertegenwoordiging van Stad of Land, _aan den meest-biedende,_ zou
+nog beter zyn. Voor dat stelsel laat zich veel aanvoeren, vooral
+wanneer men het beschouwt in tegenstelling met het _tegenwoordige_ dat
+even onzedelyk als onstaatkundig is.
+
+[8] Historisch.
+
+[9] Noot van 1878. De hier geleverde schetsjes van de werking der
+distriktskiezery stellen de zaak te gunstig voor. Ik geef daarin nog
+toe dat de kiezers _zeker voorwendsel_ zouden kunnen aanvoeren,
+waardoor hun keuze wel niet gerechtvaardigd, maar toch eenigszins
+verklaard wordt. In de werkelykheid echter meent men zelfs dat
+voorwendsel te kunnen missen. Niemand die de onlangs verschenen
+brochure van den heer Van Vloten: _Kiezersindrukken, te boek gesteld
+tot waarschuwing en opwekking van ieder naar ware vryzinnigheid
+strevend Nederlander_, aandachtig leest, zal durven beweren dat ik my
+te sterker uitdrukte, toen ik in m'n _Pruisen en Nederland_ zeide:
+"_wie 't oog slaat op de keukens waar de parlementspoppen gebakken
+worden, is er misselyk van_". Ook de t.z.p. aangehaalde woorden van
+LOUIS REYBAUD--den eerlyken en scherpzinnigen auteur van _Jerome
+Paturot_--roep ik by dezen in 't geheugen van ieder die de publieke
+zaak met _gezond verstand_ en _goede trouw_ wil behandeld zien.
+
+[10] Overal namelyk waar de toeschouwer zich niet juist op de loodlyn
+bevindt, die op 't midden van een der zyden valt, en. deze gunstige
+kans is oneindig-klein. Van alle andere punten gezien, is 't ding
+scheef. De specialiteit-bouwheer schynt niet geweten te hebben dat de
+ellipsvorm voor koepeldaken ongeschikt is.
+
+[11] _Noot van_ 1878. Men beweert dat er in 't bouwontwerp van dat
+reusachtig "Volksvlytpaleis" niet op 'n trap gerekend was, en dit komt
+gelooflijk voor als men 't spiraaltje beschouwd dat nu als zoodanig
+moet dienst doen. De schuld zal aan de Grieken liggen, die verzuimd
+hebben ons voorbeelden van wenteltrappen in harmonie met 'n gebouw
+natelaten. Zoodra 'n specialiteit geen "modellen" vindt, staat hy met
+de handen verkeerd.
+
+[12] "_Forsch_" vind ik voorgeschreven in 'n boekje van de
+letterspecialiteiten D.V. & T.W. Als superlatief pryzen die heeren
+"_forscht_" aan. Jongelui die by zulke handleidingen tot welschryven
+geen litterarische meesterstukken leveren, verdienen gesmoord te
+worden tusschen de drukproeven van 't _Woordenboek der Nederlandsche
+taal_.
+
+[13] "We hebben gemeend" dat te moeten doen, staat er. _Gemeend_ ...
+wel verbazend! Zulke apenkool wordt met allen schyn van ernst door
+vakmannen opgedischt, en de onnoozele leek doet zonder protest z'n
+maal met die kost. Als ik my den tyd gunde, zou ik nog zotter
+staaltjes van specialiteiten-wysheid op dit gebied kunnen aanvoeren,
+o, in menigte.
+
+[14] Uit schaamte voor de drukkery heb ik de vryheid genomen de
+woorden van den advokaat in 't Hollandsch overtezetten. _Hy_ drukte
+zich aldus uit:
+
+"_En zeer zeker is het een aardige aanwyzing, werpt het een
+eigenaardige blik in het karakter van den beschuldigde, als men leest
+het inschrift_ ... enz.
+
+Ziedaar 'n "het" dat "een blik werpt als men leest". We komen niet te
+weten wie die "het" is, en wat Z.Ed. werpt als men niet leest.
+Ter-schadeloosstelling voor deze gaping evenwel wordt ons hier--als
+men leest--gelegenheid geboden een niet-aardigen blik te werpen op de
+wel-eigenaardige _onzuiverheid van uitdrukking_ die oorzaak, gevolg en
+kenmerk is van begripsverwarring en onzedelykheid (_Zie_ IDEE 692, _in
+de latere uitgaven_: 1057).
+
+[15] Een dergelyk voorbeeld van verstandsverkrachting of misselyk
+hofmaken aan bygeloof, vindt de lezer in IDEE 606 (_nieuwe nummering_:
+908) en onlangs vernamen wy uit de troonrede, dat we--onder 't
+"liberaal" ministerie-_Kappeyne_!--dit jaar (1878) zullen geregeerd
+worden "met Gods hulp." Mag ik den heer Kappeyne doen opmerken, dat
+die God 'n landverrader is? Om nu van z'n intieme relatien met _zeer
+veel_ Buitenlandsche Mogendheden niet te spreken, is het 'n
+uitgemaakte zaak dat hy in byzonder-vriendschappelyke verstandhouding
+staat met de Atchinezen, een volkje dat hem fanatiek vereert en zich
+brutaal durft beroepen op zyn bescherming.
+
+[16] Bij de behandeling dezer zaak heb ik gebruik gemaakt van het
+werkje: "_Rechtsgeding tegen_ HENDRIK JACOBUS JUT _en zyne huisvrouw_
+CHRISTINA GOEDVOLK _beschuldigd_ ... enz. _door_ B. DE VRIES.
+_sGravenhage by_ H.C. SUSAN, C.H. ZOON, 1876". 't Is me niet bewust
+dat de delinkwenten--ik bedoel hier de moordenaars niet--tegen den
+inhoud van dat boekje geprotesteerd hebben, en ik meen dus me daaraan
+te moeten houden. Mochten de heeren rechtenmeesters die zich
+verbeelden JUT en KRISTIEN verdedigd te hebben, ontevreden zyn met m'n
+oordeel over hun arbeid, ik ben niet ongenegen tot nadere toelichting.
+De stof is rijk.
+
+[17] Over DE VLETTER heb ik roerende mededeelingen te doen, die in de
+_Noten en Toelichtingen_ zullen worden opgenomen zoodra de staat myner
+gezondheid me zal toelaten die gereed te maken voor de pers. Ik
+bezocht den armen man herhaaldelyk in de gevangenis te 's Gravenhage,
+en ontying vele brieven van hem uit het tuchthuis. Zyn veroordeeling
+was 'n misdaad.
+
+[18] _Quia triumviralie supplicio adfici virginem inauditum habebatur_
+zegt die geschiedschryver. (_Annales V. cap. 9_)
+
+[19] De lezer sla eens IDEE 279 op. Hy zal in dat nummer 'n aardig
+staal vinden van akademisch-geleerde rechtskrankzinnigheid.
+
+[20] Ik kende het woord _Actuaire_ niet, en heb 't opgezocht in
+LITTRE, die 't dan ook 'n _neologisme_ noemt en 't eerst in z'n
+_Supplement_ heeft opgenomen. Ziehier wat hy er van zegt:
+"_mathematicien charge de controler d'apres le calcul des probabilites
+les bases des contrats viagers ou d'assurances_". Men ziet alzoo dat
+de beteekenis van 't woord _Actuaire_ louter konventioneel is. Iets
+anders moet men dan ook niet zoeken by LITTRE, 'n specialiteit--in
+Fransche onwetendheid--op 't gebied van etymologie en algemeene
+taalkennis.
+
+[21] Vgl. in den IIIn bundel IDEEN, de nummers die over kunst en
+kritiek handelen.
+
+[22] "_Als de schoone Amalia uit haar bedwelming ontwaakt, is de
+bekoorlyke Emilia neergezegen_" enz. Er zijn meer dergelyke oud-nieuwe
+snufjes in omloop, waarover bygelegenheid 'n woordje.
+
+[23] Ik had hier honderd andere veldheeren kunnen noemen. De
+krygsgeschiedenis is er vol van. De specialiteit van dien MAURITS was:
+_door brandschatten en plunderen z'n beurs te spekken_. En daar
+SPINOLA hem hierin niet te-keer ging, mag men 't er voor houden dat
+die twee specialiteiten in krygskunde tot hetzelfde gild behoorden.
+Het wordt tyd dat men de "_Geschiedenis_" eens bestudeere in andere
+werken dan onze schoolboekjes, specialiteiten gewoonlyk in
+chauvinistische vervalsching!
+
+[24] IDEEN, _bundel_ II, _vyfde druk, blz_. 59.
+
+[25] IDEE 322.
+
+[26] Zie nummer 19 der Noten in de laatste uitgaaf van den _Max
+Havelaar_.
+
+[27] Ik spreek hier nog niet eens van de armzalige rol die de
+specialiteiten van politie en justitie in deze zaak hebben gespeeld
+voor zy de ware schuldigen ontdekten en in hechtenis namen. De daarin
+tentoon-gespreide onbekwaamheid gaat in 't ongeloofelyke over!
+
+[28] Een koddig staal van dien advokatenbluf vindt men in BILDERDIJK'S
+brief aan juffrouw WOESTHOYEN, van 22 April 1784. _(Bilderdyks Eerste
+Huwelyk_, enz. _Leiden by E. J. Brill_.)
+
+[29] Zie de parabel van den bruggeman in IDEE 340.
+
+[30] De aangehaalde zinsneden zyn ontleend aan 'n allerzotst artikel
+in _Eigen Haard_, waarin de schryver zich verbeelt den heer GOUDSMIT
+'n eerzuil te stichten. De achtenswaardige man zal er niet mee
+ingenomen zyn. Komiek-onhandig is de verwaandheid waarmee die
+christelyke jurist den heer GOUDSMIT wel vergeven wil dat-i maar 'n
+Israeliet is. Het model van dien flater zal zeker uit de pandekten
+gehaald zyn, maar _elegantie_ is wat anders, dunkt me.
+
+[31] Zie de parabel van de pasteibakkers in nummer 453 van de IDEEN.
+
+[32] By-gelegenheid 'n schoofje stalen van de ontwikkeling die de heer
+HUET aan de wondervolle werking van het door hem uitgevonden
+"instrument" te danken heeft. Ik zal dat niet dan met weerzin leveren,
+maar nu eenmaal in m'n VIn bundel IDEEN 't ongeluk gehad hebbende z'n
+_kritische methode_ aantepryzen--in-tegenstelling namelyk van 't
+gebruikelyke ongemotiveerd mooi-of leelyk-vinden--moet ik me
+waarborgen tegen de verdenking dat ik party-trek voor z'n _taal_, z'n
+_wyze van uitdrukking_, z'n _betoogtrant_, z'n meeningen over _Kunst,
+Letterkunde, Moraal, Poezie_ en ... meer nog, helaas, al noemde ik
+veel. Het meeste werk dat de heer HUET in den laatsten tyd geleverd
+heeft, is kopie _for the million_, en zelfs als zoodanig vry slecht.
+
+[33] Zie de polemiek over VAN HAREN, en vgl. IDEEN II, 5e _dr. blz_.
+11.
+
+[34] Ik zag hem voor 'n twaalftal jaren. 't Is te hopen dat de arme
+krankzinnige overleden zy. Doch ook in dat geval zullen vele inwoners
+van Delft en 's Hage de zaak kunnen bevestigen. Voor 'n aalmoes of 'n
+stuk brood dankte hy trappelend en brieschend. Snyender satire op 't
+specialiteiten-systeem is niet denkbaar.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Specialiteiten, by Multatuli
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPECIALITEITEN ***
+
+***** This file should be named 10664.txt or 10664.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/0/6/6/10664/
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS," WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+