diff options
Diffstat (limited to 'old/10664-8.txt')
| -rw-r--r-- | old/10664-8.txt | 6507 |
1 files changed, 6507 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/10664-8.txt b/old/10664-8.txt new file mode 100644 index 0000000..f367ab9 --- /dev/null +++ b/old/10664-8.txt @@ -0,0 +1,6507 @@ +The Project Gutenberg EBook of Specialiteiten, by Multatuli + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Specialiteiten + +Author: Multatuli + +Release Date: January 9, 2004 [EBook #10664] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO Latin-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPECIALITEITEN *** + + + + +Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe. + + + + + + +SPECIALITEITEN + +DOOR + +MULTATULI + + + + +"THE RIGHT MAN ON THE RIGHT PLACE" + + +«_Het doet me groot genoegen dat er van dit werkjen 'n tweede druk +gevraagd wordt. En, ronduit gezegd, het viel me tegen dat die niet +sedert lang noodig was. 't Zal me waarlijk 'n groote voldoening wezen +als deze uitgaaf wat spoediger uitgeput raakt dan de eerste, want--zoo +onbescheiden als men wil, maar heel oprecht--ik geloof met zekeren my +onbekenden recensent in den_ Spectator, _dat er uit deze studie over +Specialiteiten wel iets zou te leeren vallen voor Volksvertegenwoordigers, +Kiezers en ... sommige anderen_.» + +Bovenstaande regelen maakten in 't najaar van 1875 den hoofdinhoud uit +van het «_Voorbericht_» waarmee deze tweede druk van m'n opstel over +Specialiteiten in 't licht verschynen zou. Velerlei verdrietige +omstandigheden maakten my het afwerken der in datzelfde _Voorbericht_ +toegezegde «Noten» tot-nog-toe onmogelyk. + +Bovendien werd me van vele zyden onder 't oog gebracht dat het voor de +koopers van den eersten druk myner werken niet aangenaam is, de volgende +uitgaven daarvan al te zeer uitgebreid te zien. + +Na vriendschappelyk overleg met m'n uitgever, verschynt nu deze tweede +druk zonder die noten, en--op weinige min belangryke uitzonderingen +na--_onveranderd_.[1] De toelichtingen die me geschikt voorkomen tot +verdere staving van de juistheid der hoofddenkbeelden waaraan dit +werkje z'n oorsprong te danken heeft, zullen _zoo spoedig mogelijk_ +afzonderlyk worden uitgegeven. + +Het is my onmogelyk dit berichtje te sluiten, zonder melding te maken +van de echt-humane wyze, waarop ik in deze zaak door den heer WALTMAN[2] +behandeld werd. + +Met zachtmoedig geduld droeg hy den last en de schade die myn gedurig +uitstellen hem berokkenden, zonder ooit de verdrietelykheden die van +dat dralen oorzaak waren, te vermeerderen door afdoening te vorderen +op 'n wyze als waartoe hy van _zyn_ standpunt volkomen gerechtigd zou +geweest zyn. Hartelyk dank! + +_Wiesbaden Oktober_ 1878. MULTATULI. + + +Noten: + +[1] _Een maand later_. Onder 't gereedmaken van m'n werk voor de pers, +bleek me dat ik myn hier geuit voornemen maar gedeeltelyk volbrengen +kòn. De bydrage tot de physiologie van kamerdienaars, is nieuw. Het +viel my te zwaar die satyre achtertehouden ... er stonden zooveel +knechts op 'n spiegeltje te wachten! + +Ook op andere plaatsen heb ik my aan eenige toelichting en uitbreiding +schuldig gemaakt, zonder nu te spreken van de moeite die ik me gaf om, +door 't omwerken van zinsneden die my in 't oorspronkelyke niet +korrekt voorkwamen, de uitdrukking beter in overeenstemming te brengen +met de gedachte. Of die moeite steeds met goed gevolg bekroond werd, +is 'n verdrietige vraag die ik liever niet beantwoord. Het is nu +eenmaal zoo, dat ik hier en daar iets veranderd en bygevoegd heb, en +daarvoor vraag ik met 'n beroep op IDEE 112 verschooning aan de +koopers van de eersten druk. + +De uitbreiding en de veranderingen die ik my veroorloofde, zyn evenwel +geenszins van dien aard dat zy de _Noten en Toelichtingen_ overbodig +maken, waarvan ik in bovenstaand berichtje gesproken heb. Ik meen ze +grootendeels gereed te hebben, maar weet by ondervinding dat ik by 't +overgeven van m'n werk aan de pers, gewoonlyk de behoelte aan +omwerking inzie. Voor dien arbeid is gezondheid, stemming, _loisir_ +noodig. Zoodra ik kàn! + +MULT. + +[2] De uitgever van den 2en druk, J. WALTMAN JR., te Delft. (Nota der +uitgevers van den _vierden_ druk). + + + +The right man on the right place. + + + + +I. + + +Na _Carnaval de Vénise_ en Duitsche eenheid, zal men moeielyk +afgezaagder thema vinden dan dit arme mishandelde motto. Wanneer ik nu +nog bovendien verklaar, niet volkomen zeker te zyn dat ik de zaak van +Dr. DIBBETS onaangeroerd zal laten, en zelfs beloof hier-en-daar iets +te zeggen over vaderlandsche welzynen, volksheilen en zulke zaken, dan +zal men hoop ik inzien ditmaal niet te-doen te hebben met een der +«_exentrieke stukken, gelyk men gewoon is van dien schryver te +lezen_.» Een kwalifikatie welke ik aanbeveel in de aandacht van +referenten die geen kans zien zoodanig stuk van zoodanigen schryver +behoorlyk te ontleden. Dit zy gezegd zonder minachting voor andere +middelen die niet minder efficace werken, het zwartmaken byv. van des +schryvers karakter. In beide gevallen kan men de moeite van 't +kennisnemen, doorgronden en beoordeelen der behandelde zaak sparen en, +niets zeggende, zich aanstellen alsof men iets gezegd had. + +--Wel, kapitein, hoe bevalt u Amboina? vroeg onze goeie majoor +HARTZFELD den Hollandschen gezagvoerder van 't schip dat my zou +overvoeren naar Europa. + +--Wat zal ik je zeggen, m'nheer! Amboina? Och, Amboina is ... 'n +eiland. + +--Wel, referent, wat heeft die schryver geleverd? + +--Wat zal ik u zeggen, Publiek. Die schryver is excentriek. + +De goede majoor HARTZFELD toonde zich tevreden uit bescheidenheid. Hy +eischte van m'n kaptein geen gemotiveerde analyse van den indruk dien +'t hoogst-interessante Amboina op hem maakte. En ook «Publiek» is +tevreden met z'n referent, al zy 't dan niet heel bescheiden zoo'n +armen schryver doodteslaan met één slag. + +Hebt ge er wel eens aan gedacht, Nederlanders, hoe excentriek de +schoonste stukken uit uw Bybel zyn? + +Nu, _ik_ zal 't niet wezen. En daarom de zaak DIBBITS-KEER! En daarom +dat versleten motto! En daarom ook die uitweiding over excentriciteit, +een der meest afgezaagde minst excentrieke dingen van de wereld ... +zaak, woord en uitweiding daarover, alle drie. + +Wie heden-ten-dage iets te zeggen heeft, waarby _the right man on the +right place_ kan worden te-pas gebracht, maakt zich waarlyk niet +schuldig aan ongewoonheid. Men zegt--maar hier moet ik ernstig +aandringen op geheimhouding--men zegt dat ergens in ons land zekere +redakteur bezig is met het schryven van 'n hoofdartikel, waarin dat +testimonium van het hedendaagsch _savoir faire_ maar driemaal zal +voorkomen. Indien 't hem gelukt, zal hy daarna z'n krachten beproeven +aan 'n verhandeling zonder klinkers. Daar ziet hy kans toe. Maar 't +andere ... + +Van jongs-af lette ik vry nauwkeurig op eb en vloed van modewoorden. +Ik herinner me den tyd toen «_bluf_» geboren werd. De lezer ziet hoe +goedig ik hem gelegenheid bied tot goedkoope spotterny. Ik heb de +woorden «_type_» «_humor_» en «_genie_» in de kindsheid hunner +populariteit gekend. «_Bepaald_» is jonger. Een der nog jongeren is +«_intens_» om nu van «_objektief_» en «_subjektief_» niet te +spreken ... + + * * * * * + +Tot m'n schaamte moet ik erkennen dat m'n omgeving niet gedistingeerd +genoeg was, om my in-staat te stellen tot het genieten der _primeur_ +van _Engelsche_ stopwoorden. Een beetje Fransch, wat school-of +studenten-latyn, een tot den huiselyken kring doorgedrongen +straatterm--men kan z'n ooren niet sluiten--was alles wat my in m'n +jeugd voortgezet werd. De Engelsche praatjes uit dien tyd bepaalden +zich tot _the devil is an ass take a basket and save the pieces of +your soul_, en Yankee Doodle's klacht: _he couldn't find the town, he +saw too many houses_. Later, veel later, ontvingen we uit Amerika +Jonathan's raadgeving aan z'n zoon: «_Be honest my boy, be honest if +possible, but ... make money_!» Maar dat komt hier eigenlyk niet +te-pas, want in die les steekt praktisch nut. Vandaar dan ook dat ze +zelden wordt aangehaald. Men stopt haar weg om niet uit de school te +klappen, waaruit schynt te blyken dat de diepte van den zin den opgang +der verraderlyke klanken in den weg staat. Zinledige praatjes als de +aangehaalde, hoe flauwer hoe liever, hebben méér kans op populariteit. +Ze waren dan ook _sans malice_. Men gebruikte ze op z'n juffrouw +Pieterse's «om zoo iets te zeggen.» Men maakte er geen «eerst +beginsel» van, waarop--onder andere zaakjes--de heele schepping +berustte. Men spon er geen hoofdartikels om heen. Men borduurde er +geen tableau van wysheid of moraal op. Men sausde er geen smakeloos +krantengerechtje mee ... + +Onschuldige jeugd! + + * * * * * + +Toch excentriek! + +De inkleeding ... misschien! Maar overigens ... Lezer, ik koos m'n +eigen manier om u voortebereiden tot het betoog dat de uitdrukking: + + _the right man on the right place_ + +ten-onzent is afgedaald tot 'n armzalig vulsel, tot 'n _scie_, tot 'n +stopwoord. Neen, tot iets ergers ... tot 'n onwaarheid. Help my de +dagen terugwenschen van den goeden Yankee, wiens liedje geen kwaad +stichtte. Dat rymloos rympje van den rechten man op de rechte plaats, +sticht wèl kwaad. + + * * * * * + +Indien al de hoedanigheden--of de hoogst bereikbare maat daarvan--die +'n veldwachter behooren te versieren, vereenigd worden aangetroffen in +de persoon van X, dan juich ik--in de veronderstelling dat ik me +verbeeld op de hoogte te zyn--zoo luid als iemand de benoeming van +dien X tot veldwachter, toe. Men moet 'n ongeneeslyk melancholikus +wezen, of al zeer weinig tyd hebben, om by zoo'n gelegenheid niet +meetejuichen. In dezen zin alzoo durf ik 't Engelsch _dicton_ niet +aanvallen. Ik buig me voor de diepzinnige waarheid, dat'n zwaard past +in z'n scheede, en 'n sleutel op 't slot waarbydi behoort. Dat 'n +kraamkind in de wieg moet liggen--al blyf ik protesteeren tegen 't +schommelen. Dat die X veldwachter wezen moet, en z'n neef Y lid van +'n invloedryk matigheidsgenootschap. Ook dat minister Z verdiende +bevorderd te worden tot ambteloos burger ... altemaal _right things on +their right places_, of _disederata_ daartoe strekkende. + +Maar eilieve, we zullen toch niet van Engelsche wyzen hoeven te leeren +dat men geen kraamkind veldwachter maakt, dat minister Z op geen enkel +slot past, en dat men Y z'n roes niet kan laten uitslapen in 'n wieg? +Dit alles wisten wy reeds in Yankee's tyd, en zelfs vóór WILLEM den +Veroveraar. Ik bedoel den Normandischen WILLEM. + +Er moet dus in dat gezegde _over de juiste plaatsing van personen_ +--tenzy daarin géén zin hoegenaamd ligge--iets verscholen zyn, dat de +geestelyk-geringe man niet zoo terstond vat, en deze meening wordt +bevestigd door de koppigheid waarmee men die uitspraak handhaaft in +'t bezit der bewyzen van haar Engelschen oorsprong. + +De uitstekende X is dus veldwachter geworden. + +--Dat doet me genoegen. Hy was twaalf jaren lang 'n voorbeeld van +dragondertrouw, geloof ik. + +--Hm! Dàt is nu juist de reden van z'n benoeming niet. Hy reed nooit +te-paard. + +--Hy heeft veel vrouwen en kinderen ... + +--'t Kan zyn. Maar niet daarom werd hy aangesteld. + +--Hy is «finaal» vry van sterken drank. + +--'t Is mogelyk. Maar ... je bent er nog niet. + +--Hy heeft weinig vrouwen en géén kinderen, maar zal trouwen met de +keukenmeid van den burgemeester? + +--Dat is zyn zaak. Niet daarom is hy benoemd. + +--Hy gebruikte Theophile's wonderbalsem. Z'n knevel zal alle dieven en +jachtstroopers schrik inboezemen. + +--Mis! + +--Ik geef 't op. + +--Onnoozele! Raad nog eens! + +--Hy, hy, hy ... ik weet het waarlyk niet. + +--Och, m'n waarde oudmodische gearriëreerde allerbeste vriend ... je +bent honderd jaar ten-achter. X is ... _the right man on the right +place!_ Dat 's wat anders dan vrouwen, kinderen, knevels en 'n +keukenmeid! + +Wie nu nog minder Engelsch verstaat dan 'n gepensioneerd Gouverneur- +Generaal, zou byna in verzoeking komen te gelooven dat die woorden +een onvertaalbaar tooverformulier inhouden, 'n verzekering dat X z'n +benoeming aan de wondervolle tusschenkomst van 'n beschermengel te +danken had, die in droomgezicht of donderwolk den burgemeester +verschenen was ... + +Niets van dat alles. De heele zaak komt hierop neer, dat X geschikt +werd geacht voor die betrekking. + +Eilieve, waarom drukken wy zoo'n eenvoudige begrypelyke Hollands- +menschelyke zaak in vreemde taal uit? + + * * * * * + +Ik herinner me hoe in 1842 de vriendin eener dame te Padang, die over +haar geringe afkomst werd gehekeld ... + +«Haar vader was trompetter» had men beweerd. + +... hoe die vriendien party-trok voor de gehoonde afwezige, met 'n +heftig: + +Ja, maar ... 'n _Engelsche_ trompetter! + +Dààrover werd gelachen. Men vond de verdediging even zot als de aanval +dom en kwaadaardig was. Doch, ik vraag u, Nederlanders, U die aldus +«volkerenwysheid» borgt van den vreemdeling, of ge niet wat al te +gastvry zyt in het onthalen van 't Engelsch trompetterskind dat we +hier onderhanden hebben genomen om 't 'n fatsoenlyke begrafenis te +bezorgen? Komaan, ik stel u voor, alle kinderen even lief te hebben +--van trompetters en anderen--maar juist dààrom geen onverdiende +hoogheid toetekennen aan vreemd kroost, en vooral niet _omdat_ er wat +trompetterigs bykomt. + +Laat ons eenvoudig zyn, en nu-en-dan--als het te-pas komt, waarom +niet?--vorderen dat _ieder_ en _alles_ op de plaats zy, waarvoor _hy_ +en _het_ geschikt zyn. En laat ons dit doen zonder 'n ophef alsof we +de diepzinnigste waarheid van de wereld verkondigen. Laten we daarby +de _leugen_ vermyden, klaterwaarde van _citaat_ optedringen aan 'n +uitspraak, zoo huisbakken-eenvoudig dat er geen geklater, geen +Engelsch en vooral geen trompet--ik spreek nu niet van hoofdartikel- +schryvery--by te-pas komt. + + * * * * * + +Indien ik hier m'n uitval tegen de pretentieuze afkomst van die +Padangsche dame besluiten mocht, had de heele uitval achterwege kunnen +blyven. Ik heb betoogd dat men zeer goed in 't Hollandsch zeggen en +doordryven kan, dat het nuttig is, ieder te plaatsen waar hy naar +gaven, karakter, fortuin, ouderdom, enz., tehuis behoort. En ... dat +men zich daarby niet behoeft te beroepen op exotische wyzigheid. +Welnu, ik mag na dit allergemakkelykst betoogje, _niet_ van dat +onderwerp afstappen. Want ik hoop opgewekt te hebben tot de vraag: + +--Wanneer die Engelsche waarheid zoo eenvoudig voor de hand ligt, +vanwaar dan dat ze, alsof 't een diepzinnig spreekwoord was, kracht +van _tekst_ heeft gekregen? Er moet daarin toch iets meer liggen dan +in sommige andere spreekwyzen--«_mooi weer vandaag_» «_twee maal twee +is vier_» _de Nederlander is braaf_, enz. enz.--die we gewoon zyn in +'t Hollandsch te zeggen. Beproef gyzelf eens, aan een lauw, dor, +banaal hoofdartikel schyn van gewicht te geven ... + +--Zonder klinkers? + +--Neen, zonder _scie_, zonder stoplap van dien aard. + +--Ge erkent dus dat het Engelsch trompetterswicht 'n _scie_ is. + +--Ten-naaste-by. Ik erken dat het zich wat te burgerlyk voordoet om +pretentie te gronden op vreemdigheid van afkomst. Maar vanwaar dan de +ophef? Er moet toch 'n oorzaak zyn waarom zoo'n ... _praatje_ fortuin +maakte. Men zou toch niet wanen of beproeven 't publiek te imponeeren +met elke andere banaliteit in vreemde taal uitgedrukt? + +--Spreek toch niet te stout over wat men niet beproeven zou. Ik heb +waarlyk wel wanhopiger pogingen zien gelukken, om nòg gewonen wysheid, +nòg onbeduidender wawelpraat, als een onder SIS-tempels opgegraven +mysterie binnen-te-smokkelen in de gemoederen van lezers en hoorders. +Bron van oneindige kracht, uw naam is kwakzalverij! + +Wie by de verheffing eener persoon tot eenig ambt, z'n tevredenheid +daarover zou te kennen geven door't aantoonen van de oorzaken die +zoodanige benoeming wettigen, heeft minder kans z'n overtuiging over +te gieten in de gemoederen der lezers, dan iemand die z'n oordeel +onder bescherming stelt van zoo'n als eerwaardig geykten term. En ... +de methode is gemakkelyker. Even als in de wiskunde met formules, wint +men een meestal lastige en daarom eens-vooral als geldig aangenomen +redeneering uit. Maar--_niet_ als in de wiskunde--voelt men soms +behoefte aan formules--zegge: _frazen_--om, onder valsch voorgeven van +overbodigheid, de aandacht van 'n _onjuiste_ redeneering afteleiden. + +Op de vraag: «is die benoeming goed, nuttig, oorbaar, rechtvaardig?» +stelle men zich niet tevreden met 'n Engelschen deun, en zelfs niet +met 'n Hollandschen. De hoorder of lezer heeft recht op _aantooning +der gronden_ waarop de tevredenheid met zulke aanstelling berust. De +verzekering: «A, B, C, is de rechte man op de rechte plaats» is geen +_betoog_. Het is 'n uitspraak die--om _iets_ waard te zyn--betoog +_noodig heeft_. + +Dat nu de velen die klank voor zin nemen, uit traagheid met zulke +klanken tevreden zyn, heldert nog geenszins op, waarom juist het hier +behandeld Engelsch gezegde zooveel onverdiend fortuin maakte. Er moet +nog 'n andere oorzaak wezen, die 't arme trompetterskind verhief tot +'n druk bereden stokpaard van krantenschryvers, en tot motto van dit +opstel. Een ongewone eer, waarlyk! Want inderdaad, het is na den val +der Fransche journalistiek--ieder zal toch nu wel erkennen, dat het +ongelukkig Frankrijk aan _frazen_ bezweken is!--'t is na de schipbreuk +der couranten-wysheid zoo gemakkelyk niet 'n redakteur bytestaan in +het _telle-quelle_ vertoonbaar maken van 'n hoofdartikel! De «deun» +die thans nog altyd, na 't bloedig _mene tekel_ aan de wanden der +redaktie-bureaux, moed, lust en kracht levert tot het voorzetten van +de ongezonde feestmalen waarop «Publiek» genoodigd wordt door de +Belsasars van de pers, moet machtige beschermers hebben ... +verdedigers van 't nobel gehalte dier Padangsche vriendin. + +En ... de eer der plaatsing boven 'n stuk van my! Van my, die 't zelfs +versmaden zou my op GÖTHE te beroepen ter illustreering van de +waarheid dat twee meer is dan één, al zy 't dan dat die bekwame +_faiseur_ in z'n meer geprezen dan gelezen werken ontelbare zinsneden +levert, waarin waarheden van dergelyk gehalte triumfantelyk worden +verkondigd. Van my die m'n weerbarstig gemoed niet kan buigen tot 'n +eerbiedig: «hoe koud vandaag ... gelyk de groote dichtervorst zoo wél +gezegd heeft» of: «kiespyn is onaangenaam ... om de kernachtige +uitdrukking van een onzer meest onsterfelyke redenaars te bezigen.» +Waarlyk er behoort iets toe, om--als _right motto on the right +place_--boven 'n stuk van MULTATULI te staan ... + +Daar begin ik waarachtig zelf te trompetten! + +Het kind dat ik uitkleeden en begraven wilde, heeft zich van my +meester gemaakt. + +Er moet iets achter steken. Die kracht ... + +Ik zal 't u zeggen. Om nu over andere oorzaken van meer +ondergeschikten aard niet te spreken: 't onnoozel wicht heeft z'n +taaie levensvatbaarheid te danken aan ons wanbegrip over +SPECIALITEITEN. + +Ook dat trompetterskind--van Hollandschen oorsprong ditmaal, of +nagenoeg--behoort uitgekleed en ten grave geleid te worden. Als we +daarin slagen, zullen we later wat minder last hebben van z'n +schreeuwerig kameraadje. + + * * * * * + +Het is 'n onbetwistbare waarheid dat SOKRATES eenmaal den jongen +ALCIBIADES 'n duchtig lesje heeft gegeven over z'n onbescheidenheid. + +Onbetwistbare waarheden zyn de zoodanigen, die eens ergens als 'n los +vertellinkje geboekt werden, en later--liefst in 't Grieksch of +Latyn--'n deun geworden zijn, waarbij men _classiquement_ heel +fatsoenlyk zweren mag. + +--Ik geloof er niets van ... zegt nu-en-dan de waarheidzoeker. + +Maar hy vergist zich. Want: + +'t Is het kind van 'n Griekschen trompetter, roept de hartelijke +vriend van buitenlandsche waarheid. + +En we buigen 't hoofd voor die deftige afkomst. + +'t Is dus wel degelyk waar, dat ALCIBIADES door SOKRATES +allerjammerlykst werd doodgeslagen met 'n bar: «m'n beste jongen, je +ziet wel dat _jy_ niet de rechte man op de rechte plaats zoudt zyn +voor die betrekking.» + +Ik heb nu, om SOKRATES te binden aan de ekonomie van m'n prachtig +motto--dat wel wat mank gaat aan tautologie[1]--den man iets +gebrekkiger doen preken, dan naar we hopen z'n gewoonte was. De vraag +is niet of SOKRATES zich beter uitdrukte dan onze hoofdartikelschryvers. +De vraag is, wat er ontbrak aan de specialiteit van ALCIBIADES, om hem +zoo'n Engelsche behandeling op den hals te halen! + +De goeie jongen wou magistraat zijn, en SOKRATES--misschien opgestookt +door de Jezuïten, maar PLUTARCHUS verzwygt dit voorzichtig--SOKRATES +wilde hem nog wat op-school houden, 't Was nog zoo heel lang niet +geleden, dat de kwajongen de straat van Athene met z'n lichaam +plaveide. En dan dat schandaal met dien hond! + +Ik trek geen party voor ALCIBIADES. Maar ... ik protesteer tegen de +wijze waarop de ander hem z'n onbevoegdheid, zyn gebrek aan +_specialiteit_, voor de voeten wierp. + +--Jy magistraat ... Jy? Komaan, zeg my eens, hoe hoog is het budjet +van den Staat? + +Daar stond onze pretmaker. Hy had getold, gesold, gedold, gerold, +geknikkerd, geknibbeld en gebikkeld, buren geplaagd, nachtwachts dol +gemaakt ... + +En ook by SOKRATES kollegie gehouden, dat is waar. Maar ... wat helpt +dit, als men na dit alles nog niet weet hoe groot de inkomsten van den +Staat zyn? + +Gebrek aan _specialiteit_! + +Ik vraag u, o SOKRATES, indien uw leerling eens, tusschen al z'n +guitenstukken in, de Atheensche begrooting had vanbuiten geleerd--'t +is niet zoo heel gewaagd, hiervan de mogelykheid te veronderstellen +--zoudt ge hem dàn uw stem hebben gegeven? Zou dàt 'n reden hebben +opgeleverd, om z'n _specialiteit_ aantenemen als behoorlyk gestaafd? + +Och, SOKRATES antwoordt niet. Het is onaangenaam spreken met menschen +die dood zijn. Maar by-gebreke aan zyn antwoord, vraag ik den lezer, +of liever--om niet andermaal vergeefs te vragen--myzelf: + +_Wat zyn specialiteiten_? + +_Waar behooren ze_? + +_Waar behooren ze niet_? + +En ik--in weerwil der bemoeienis van «welwillende vrienden» nog steeds +niet geheel-en-al dood--zal antwoorden zoo goed ik kan. + + + + +II. + + +Wie 't goede wil, en daarom 't kwade bestrydt, vergist zich +vaak--zooals andere geneesheeren--in de keuze der middelen. Ik vrees +dat het vorig hoofdstuk niet goed geschreven is. Sommigen zullen 't +geestig vinden, en by dezulken heb ik m'n doel gemist, wyl dan de +aandacht werd afgeleid van de bestreden kwaal, om die overtebrengen op +de eigenaardigheid van den geneesheer. Niet dáártoe meldt zich 'n arts +by den zieke. En wie m'n betoog _niet_ geestig vindt, heeft nog meer +reden om de strekking daarvan te versmaden. Waartoe ik my dan ook by +dezulken vriendelyk aanbeveel. + +Indien ik my inderdaad vergist heb in de medikatie ... men vergeve het +my. Evenzeer als m'n vriend AUGUSTE, de advokaat-likdoornsnyder, ben +ik 'n voorstander van _emollients_. Maar na zóó dikwyls m'n krachten +vruchteloos beproefd te hebben aan 't uitroeien der frazenziekte, was +ik eindelyk wel genoodzaakt m'n geluk te beproeven met _cautéres_ van +spot. Ik verzeker den lezer, dat ik bedroefd ben over de hardnekkigheid +van de kwaal. Ingemoede tracht ik met gezond verstand te dienen. De +Rede is m'n godin. + +Waar ik haar zie miskennen, bloedt my het hart. + +Niets natuurlyker alzoo, dan dat ik alles haat wat tot die miskenning +aanleiding geeft, of daartoe meewerkt. + +Onder de bondgenooten van redelooze Ongodsdienstigheid vinden we +steeds in de voorste gelederen: _fraze, spreekwoord, zegswys, manier +van spreken, dicton, citaat, zaag_ en _deun_ ... altemaal adjudanten +van den leugen-duivel, misbruik van het Woord--van den _Logos_--zonden +tegen den H. Geest der Waarheid, Godslastering. + +Het eerste woord waarmee de eerste misdadiger den eersten doodslag +trachtte te vergoelyken, was ... 'n _praatje_. + +--Ben ik myns broeders hoeder? vroeg KAÏN. + +--Neen (had het zonderling spook kunnen antwoorden, dat in _sommige +gedeelten_ van den bybel--_volstrekt niet overal!_--voor «God» wordt +uitgegeven) neen, maar die ambteloosheid gaf je geen recht dien +broeder doodteslaan. + +of: + +--Niet dáárover loopt onze kwestie. De bedoeling van m'n vraag is, òf +je hem doodsloeg, en met welk recht? + +KAÏN gebruikte die zegswyze--hy zal er wel bygevoegd hebben: _gelyk de +groote dichter zich uitdrukt_, of: _om 'n oudecht-vaderlandsch +spreekwoord te bezigen_ ... dat kleedt 'n fraze!--hy sprak zoo, uit +verlegenheid. + +Juist. Wie broeders doodstaat, en met Waarheid overhoop ligt, voelt +zich verlegen. En 'n _fraze_ is daarvan de korollaire uiting. Waar we +dus frazen ontmoeten, ligt ergens een vermoorde broeder in 't +kreupelhout. + +En daarom zal men my vergeven dat ik naar helschen steen gryp om +«praatjes» uittebranden. «God» deed het ook in die _cause sélèbre_. Hy +maakte korte metten met den praatjesmakenden moordenaar, en smeet hem +zonder veel vorm van proces 't paradys uit. _Bien jugè_! + + * * * * * + +Toen ik zoo-even de uitdrukking: _huurfraze_ ontdekte, was ik zoo +vergenoegd dat ik al m'n vrienden 'n driedaagsche champagneparty +gegeven heb. Nog niet geheel bekomen van den roes dien ik me by zulke +gelegenheden tot 'n gewoonte heb gemaakt, hoop ik in dit hoofdstuk +alle geestigheid te vermyden, en de vraag: _wat zyn specialiteiten_? +zoo burgerlyk-ordinair te behandelen, dat daaruit by geen mogelykheid +'n nieuwe champagneparty zal kunnen voortkomen. Dit vooruitzicht is my +te aangenamer omdat ik eigenlyk geen wyn lust, en vooral niet het +extrakt van rottekruid dat velen zich opdringen--alsof 't 'n +zaagcitaat ware!--zoo byzonder lekker te vinden. + +M'n vreugde over 't woord _huurfraze_ vindt haar grond in de hoop dat +dit woord zelf tot _fraze_ zal verheven worden, en dat nog na veel +eeuwen deze of gene woordenkramer zal worden doodgeslagen met 'n +verpletterend: «je redeneering rydt op huurknollen ... gelyk de groote +MULTATULI zoo wèl gezegd heeft.» _Similia similibus_! + +Van m'n onsterfelykheid ben ik zeker. Ik heb te veel gezegd dat tot +_zaag_ kan omgeknoeid worden, om niet heel stevig in leven te blyven +na m'n dood. Ik schaam my als ik bedenk hoevelen er gereed staan de +skeletten van m'n arme statiepaarden, averechts opgetuigd voor hun +huurkarretjes te spannen. Iets eerlyker dan PYTHAGORAS waarschuwde ik +reeds voorlang tegen 't vervloekte _autosephae_ ... óók 'n _fraze_! + + * * * * * + +_Specialiteiten_ zyn ... byzondere dingen. Nu weet ge 't. + +_Generaliteiten_ zyn ... algemeene dingen. Dàt weet ge nu ook. + +Wanneer men 't laatste van die beide woorden toepast op personen, dan +zou men het allergevoeglykst kunnen toelichten door de omschryving: 'n +generaliteit is de zoodanige die van alles--of van niemendal--verstand +heeft. Iemand die tot alles bekwaam is, of tot niemendal. + +Dat deze definitie even volledig en juist, als bondig is, valt in 't +oog door vergelyking met het woord _generaal_: een militair die alle +vyanden--of geen enkele vyand--doodslaat, in tegenstelling van den +soldaat die zeer _speciaal_ slechts op 'n enkelen tegenstander aanlegt, +en dien enkelen maar zelden raakt. + +Na deze zoo nauwkeurige en stipte ontleding van den zin dien wy aan 't +woord _generaliteit_ behooren te hechten--ik vermeed het heenwyzen +naar _species_ en _genus_, om m'n pedanterie te verbergen--zyn we nu +voorbereid tot het wèl vatten van de beteekenis der uitdrukking die +als uithangbord boven dit vertoogjen in zoo passend gezelschap +geplaatst is. Een opschrift alzoo: _on its right place_. + +Een _specialiteit_ is ... + +Lieve lezer, ik weet het waarachtig niet! + +Zou ook dàt woord misschien 'n _deun_ zyn, de basnoot waarop armoed +aan denkvermogen 't maseurige wysje doedelt van den _right man_? + + * * * * * + +Na de duidelyke uiteenzetting van de beteekenis die we aan 't woord +_specialiteit_ moeten hechten, behandelen wy nu--ik hoop even +afdoende--de vraag waar zoo'n specialiteit behoort geplaatst +te worden? + +Wel ... niets eenvoudiger. _On the right place_, natuurlyk. + +Wie dáármee niet tevreden is ... + +De bakker by z'n oven, de smid voor z'n vuur, de kat achter de kachel, +en ROLLET in 't tuchthuis, als 't waar is althans, wat BOILEAU van +dien heer zeide. + +En waar specialiteiten _niet_ behooren? Allereenvoudigst alweer! +ROLLET op 't kussen, enz. enz. + + * * * * * + +Het doet me waarlyk genoegen de verhandeling in drie deelen zoo goed +en kort te hebben afgedaan. Ik gunde me ditmaal den tyd niet, den +lezer te vervelen. Daar echter m'n blaadje nog niet vol is, vraag ik +'t woord voor 'n klein verhaal. Misschien stelt het den lezer +eenigszins schadeloos voor de lankdradigheid van de verhandeling. + +Aan 'n table-d'hôte in den Haag, sprak ik. Dit moet vermeld worden als +'n uitzondering, dewyl anders gewoonlyk _myn_ specialiteit in zwygen +bestaat. Maar 'n zeer byzondere reden drong my ... och, ik zeg niet +gaarne waarom ik deel nam aan de konversatie. + +Er was spraak van handel, winkeliers-_smart_, kramers-_humbug_, +koopmanstrouw en verdere Nederlandsche volkomenheden. Ik had 'n paar +bydragen geleverd, doch met weinig succes. Men vond ze niet pikant. 't +Is dus met schroom dat ik die nu herhaal, maar ze kunnen by 't +afspinnen van m'n vertelling niet gemist worden. + +Ik verhaalde dan hoe 'n gefortuneerd jong-mens middel had weten te +vinden om 'n zoogenaamd arbeiders-horloge van koper, voor honderd +gulden te verkoopen aan 'n «vriend» die 't ding slechts uit de verte +gezien had. De handige verkooper had zorggedragen zich te onthouden +van de verzekering dat het van goud was, en op 't schertsend bod van +den ander, die meende met 'n tamelyk kostbaar werk te doen te hebben, +driemaal gevraagd: _meen je 't?_ + +--Ja, ja, ja, was er geantwoord, ik meen het! + +--Daar heb je 't dan! werd er gezegd en ernstig volgehouden door den +ander, tot de betaling inkluis. + +Hierin lag nu de _pointe_ van m'n vertelling niet. Maar ik meende +die te leggen in 't vervolg van de historie. Een «zeer geacht» +groothandelaar, scheepsreeder, diaken, enz. wien ik vroeger dat +voorvalletje meedeelde, had me geantwoord: «hoor eens, daarin moet ik +je nu tegenspreken. Hy had driemaal gewaarschuwd, en niet gezegd dat +het van goud was. De ander had niet zoo onvoorzichtig moeten zyn ... +je begrypt ... in den handel ... neen, ditmaal ben ik 't niet met je +eens ... _driemaal_ gewaarschuwd ... wat wil je nog meer? + +Ik had staat-gemaakt op wat verontwaardiging. Maar m'n table-d'hôte- +gezelschap scheen voor 'n goed deel uit groothandelaars, scheepsreeders +en kerkvoogden te bestaan. Niemand zei: hè! + +Nu, 't gebeurt wel meer dat 'n vertelling dóórvalt. Ik moest me +schikken. + +Doch dit verklaarde niet waarom 'n heer die schuins tegenover me zat, +my zoo vreeselyk boos aankeek. Ik kende hem niet, en pynigde m'n +geheugen te-vergeefs met de vraag of ik dien man ooit kon beleedigd +hebben? De table-d'hôte was zeer goed, ruim voorzien ... + +Ik moet er dit by zeggen, om te voorkomen dat men dien zuurkyker +verdenke van spysnyd, of my van indiskretie in 't ledigen der +schotels. Het stuk speelt in den goeden _Toelast_, waar de voorraad +van gerechten waarlyk tegen grooter onbescheidenheid bestand is, dan +ik noodig heb me te veroorlooven. + +De man keek zuur, en was deftig. + +Het uitvaren tegen witte dassen is wat zagerig geworden, en 't spyt me +dus veroordeeld te zyn tot geschiedschryver der verblindende +kleurloosheid van z'n keelbedervend halsgewaad. In 's hemelsnaam ... +dat is nu eenmaal zoo. En ook overigens zat de man vol witte dassen. +Z'n zwarte rok was 'n witte das. Z'n welgedaan zachtblozend gelaat was +'n witte das. Z'n _embonpoint_ was 'n witte das. En z'n zuurkyken ... +'n luiermand vol witte dassen! + +Na den diepen val van m'n vertelling, oogstte een _commis voyageur_ +grooten byval met oneindige «hé!» 's in, over 'n verhaal dat met 'n +«mooien slag in de amerikanen» eindigde. + +M'n tweede neerlaag liet zich niet lang wachten. Ik verhaalde hoe 'n +eerlyk man te ... Groningen gebukt ging onder gewetenswroeging, omdat +hy--door fielten meegesleept in «handelszaken»--zich 'n tyd lang ... + + _l'occasion, la faim, l'herbe tendre, + Et quelque diable aussi le poussant_... + +Och, m'n goeie beste LAFONTAINE, die _diable_ had best achterwege +kunnen blyven! Honger, gelegenheid en ... essenbladen zyn ruim +voldoende om 'n afgetobden gebreklyder op 'n dwaalspoor te helpen. De +man had meegedaan in 't maken van _thee_ die in Gelderland langs de +wegen groeit. En hy leed onder 't besef van die fout ... + +Ga heen in vrede, roep ik hem by dezen toe, en maak geen valsche thee +meer. Uw zonden zyn u vergeven. _Ik_ weet wat gy gedragen hebt. Èn +daarover, èn omdat ge overigens uw geheel moeilijk leven offerdet aan +de waarheid! + +Maar niet dàt vertelde ik aan m'n table-d'hôters. De tot 'n rampzalig +einde veroordeelde _pointe_ van m'n verhaal kwam hierop neer, dat +ik--natuurlyk zonder namen te noemen--iets over die Geldersche- +theekultuur gezegd had aan ... 'n industrieel die allerliberaalst was. +De man had me--daar gaat de _pointe_!--ouwerwetsch en dom gevonden, en +geantwoord «dat zulke dingen overal gebeurden, en dat hyzelf 'n fabriek +had van koffiboonen.» + +De gasten praatten dóór alsof ik niets interessants gezegd had. De +witte dassen bleven zuurkyken. + +M'n ouderling--hy was dit inderdaad--scheen verstand van wyn te +hebben. Gedurig hield hij z'n glas tegen 't licht, en doorboorde het +met kennersblikken. Hy dronk echter zeer weinig, waaruit ik opmaakte +dat de wyn niet deugde. Ik bedroog me. Hy verzekerde z'n buurman die +hem daarnaar vroeg, dat de wyn uitstekend was. Maar ... zonderling, hy +zei dit op ontevreden toon, en als iemand die 'n onaangename waarheid +verkondigt. + +Met bliksemsnelheid nam ik die byzonderheid aan als opheldering van +z'n zuurkyken. De wyn is goed, hy is er boos om. My ziet-i boos aan, +dus is hy goed op me ... zóó zal 't wezen! + +Weer mis! Hy was me volstrekt niet welgezind. Integendeel. Z'n heele +linnenkast was hevig op me verstoord. Dit bleek uit de wys waarop hy +'t zoutvat niet zien wilde, dat ik hem toeschoof toen hy dit scheen te +zoeken. Hy wou van my en m'n zout niet gediend zyn, en voorzag zich +elders, uittartend-duidelyk met opzet. + +Twee _pointes_ in 't water, zout versmaad ... och, 't was zoo bitter! + +--Wie is toch die ... heer, vroeg ik aan iemand naast me. «Man» durfde +ik niet zeggen, om de witte dassen. + +En er werd my 'n naam genoemd, dien ik kende. + +--Dat is 'n vrome familie, zei ik. + +--Zeker! En hyzelf is vooral niet minder vroom dan de rest. Hy is ... + +--Ouderling, wil ik wedden. + +--Geraden! En hy is boos op je, omdat je ... nu dan, omdat je 'n +«vrydenker» bent. + +'t Was zoo! De witte dassen gloeiden van heiligen toorn «omdat ik den +CHRISTUS smaade, versmaadde» enz. Hy zou liever sterven dan een myner +werken lezen, en had z'n kinderen verboden m'n naam te noemen, of +zelfs van me te droomen. Hoe ik dit later zoo precies te weten kwam, +doet nu niets ter zake. Ik begreep eenigszins hoe laag hy op my moest +neerzien, en op al de fameuze werken die hy uit afschuw niet gelezen +had. + +--Ouderling alzoo? Gut, ik dacht dat-i nog meer was dan dat. Z'n heele +voorkomen kan dominee wezen. + +--O neen! Van beroep is hy fabrikant ... + +Weer doorboorden de blikken van den christelyken zuurkyker z'n wynglas. +Ontevredenheid met den wyn--die _goed_ was, had-i gezegd--lag op z'n +wezen. + +Zou die wyn ook den CHRISTUS gesmaad hebben? dacht ik. + +--Ah zoo ... fabrikant! En wat fabriceert de man? + +--Hy is 'n specialiteit ... + +Genade ditmaal voor m'n _pointe_, lezer! Een derde nederlaag overleef +ik niet! + +--Hy is _specialiteit in wynvervalschingsmiddelen_! + + * * * * * + +Gy die zweert bij 't prachtige _right men on right places_, eilieve, +waar plaatst ge: + +m'n _horlogeverkooper_? + +m'n _scheepsreeder-groothandelaar_? + +m'n _liberalen koffiboonenfabrikant_? + +m'n _godvreezenden ouderling-wynvervalscher_? + + * * * * * + +Nog altyd zit de kat achter de kachel, en spint. Het beest is op z'n +plaats. + +De bakker staat voor z'n oven, en bakt. De man is op z'n plaats. + +De zon schuilt achter mist en nevel. En al verwarmt ze niemendal ... +ze staat op haar plaats. + +Vuurpook en tang leunen tevreden tegen hun standertje, de kolen liggen +rustig in den bak, de asch valt melancholisch door den rooster, de +sneeuw op het dak wacht met geduld den tyd van smelten ... _all things +on their right places_ ... + +Maar de eerlyke JACOB DE VLETTER zit in het tuchthuis. + +En heel veel boeven, die daar wezen moesten, zitten er nog altyd +_niet_. + +En DUYMAER VAN TWIST zit in de Eerste-Kamer, en vertegenwoordigt daar +'n brok van 't Nederlandsche Volk, en praat mee over _Recht, +Menschelykheid, Staatkunde, Indische belangen_ ... + +En CHRESOS schrijft vertellingen over witte dassen, voor 't publiek +van Nederland. + + * * * * * + +Met uw verlof ... staat ook dit hoofdstuk wel op _the right place_? + +Wel zeker! 't Is 'n brandmerk, en hoort van rechtswege thuis in een +_Ietsjen_ over SPECIALITEITEN. + + + + +III. + + +Komaan, vertel ons nu eens zonder scherts wat 'n _specialiteit_ is? + +Ik schertste niet, en zàl dit ook niet doen. 't Onderwerp is er te +treurig toe. Een specialiteit is 'n zoodanige die levenslang veel +dingen verwaarloosd heeft, om den prys der middelmatigheid te behalen +in den wedloop der beoefenaars van 'n bepaald vak. Een specialiteit is +iemand die door zich blind te staren op één punt, het recht meent te +hebben byziende te wezen voor wat anders, of zich zoo voortedoen Een +specialiteit ... + +En weer verander ik van medikatie. Hebt ge wel eens zien straatvegen? + +--Niet zoo vaak als ik in 't belang der zindelykheid wenschen zou. +Maar toch nu-en-dan. + +Voelde je niet soms den lust in u opkomen, zoo'n hem of haar den bezem +uit de hand te rukken, en eens te wyzen, _hoe_ men behoort te vegen? + +--Dikwyls. + +Veegden alzoo, naar 't ideaal dat gy u schept van straatvegen, die +mensen _goed_? + +--Met de hand op 't hart, by m'n ziel en zaligheid, op eer en geweten, +in tegenwoordigheid van goden en mensen ... neen! + +Zeer wel. Dit gekonstateerd zynde, vraag ik u of ge zoo'n straatveger +in-staat oordeelt u 'n rechtskundig advies te geven, uw kinderen van +kinkhoest te genezen, de schulden van den Staat te delgen, +boekdrukkunsten uittevinden, Amerika's te ontdekken, enz. enz.? + +--Met hand, hart, ziel, enz ... alles _als-voren_: neen! + +Welnu, zoo'n veger die niet vegen kan, en geen ander vak verstaat dan +niet te kunnen vegen, is 'n _specialiteit_. + + * * * * * + +We zyn dom, klein en koppig. Waarachtig, lezer, we zyn koppig, dom en +klein. Wees nu eens niet te klein, te koppig en te dom, om dit +toetestemmen. We weten weinig. We kennen weinig. We kunnen weinig. En +we willen ons voordoen _alsof_ wy iets wisten, kenden en konden. +Telkens komt het voor, dat de omstandigheden deze of gene hoedanigheid +in ons vereischen zouden. Telkens schieten wy te-kort in 't leveren +van wat wy eigenlyk moesten kunnen leveren. Dan zyn we beschaamd over +deze domheid, onmacht en onnoozelheid, te klein om edele wraak te +nemen door verheffende inspanning, te hoofdig om dat alles te erkennen, +en: + +--Och ... ik ben eigenlyk straatveger, zeggen ze dan. Dàt is m'n vak, +m'n roeping. Dààrin munt ik uit. Dààrin zoek ik myn meester ... + +Die ligt te vinden is, dat zagen we! Want ze vegen slecht, de +specialiteiten die den «marmottenwinter van hun vakje gebruiken als +voorwendsel om niets te weten van wat daarbuiten omgaat.» Nu +straatvegen doen ze juist allen niet. Waarachtig niet! En dit is van +sommigen jammer genoeg. + +--Van «Rechten» heb ik geen verstand, roept de een, ik ben genie- +officier, architekt, artist, arbeidsman, pruikenmaker ... + +Heel wel. Ge zyt er niet minder om. Maar verschuil u niet achter die +specialiteit, om by voorkomende gelegenheid niet te weten wat _Recht_ +is. + +--Ik ben jurist, verzekert 'n ander. Ik slaap, leef en sterf met +_codices_ en de H. Boeken van 't _corpus juris, nec non_ met 'n beetje +toevoegsel van hedendaagsche parlementery. + +Best, opperbest! Maar meen niet dat die specialiteit u vrystelt van +eerbied voor gezond verstand. + +--Ik «ben» _in_ koffi, reedery, assurantie. Ik «doe» in vetwaren, +kurken, vleeschextrakt, oesters, eau-de-cologne ... + +«Wees» en blyf in augurken, als ge verkiest. Maar eilieve, _gedraag_ u +niet, alsof gyzelf 'n komkommer waart, wanneer er gesproken wordt van +andere dingen dan «waarin ge zyt.» «Doe» in wat ge wilt, maar toon dat +ge ook iets _doen_ kunt, als het te pas komt. Koop en verkoop oesters +... goed! Maar kruip niet zelf in 'n schulp, zoodra er behoefte is aan +eigenschappen die uw broodwinning niet raken. Dat opgaan in de +specialiteit van 'n vak, van één vak, is dom schandelijk en nadeelig. +Één is dikwijls géén, in dit geval. + +--Dit alles belet niet dat de man die levenslang brood bakte, +waarschynlyk beter brood leveren zal dan iemand die nooit +gebakken heeft. + +Ja en neen. Gewoonte maakt wel handig, maar niet altyd bekwaam. Er kan +bovendien verschil van gevoelen bestaan over de vraag welk brood +_goed_ is? Wat de een goed noemt, kan den ander middelmatig of slecht +voorkomen. Meen niet dat deze opmerking ... + +O, bitter wreed vermoeden dat ik me hier op den hals haal! Zullen niet +sommigen meenen dat deze bedenking 'n advokatige scheenworp is, een +pleiterig vulsel dat by elke gelegenheid heel oppassend kan worden +te-pas gebracht, 'n ... _scie_? 't Woord is er uit. + +Neen, ik moet en ik wil werkelyk zeggen dat het oordeel over de +deugdelykheid van brood zeer verschillend is. Naar _mijn_ +meening--waarin ik by-uitzondering 1497 millioen min één, +smaakverwanten heb--is 't Hollandsche brood over 't algemeen _zeer +slecht_, en wèl geproefd: _geen_ brood. Op weinig uitzonderingen na, +komt het iemand die geen byzonderen eerbied voelt voor de +levenslankheid der bakkers, waarop gy u beroept, oneetbaar voor. De +Franschen die men 't voorzet, noemen het, als ze zich beleefd willen +aanstellen, _gâteau_, en vragen wat anders. Ook ik vraag wat anders, +en noem het, onbeleefd, half-gaargebakken watten met kryt, koper, +aluin, geile melk, vitriool en oudsche eieren. Niets bewyst echter dat +de Franschen, ik, en de overige 1497 millioen mensen die geen +Hollandsen brood lusten, gelyk hebben. De mogelykheid bestaat dat 'n +hemelsche jury, by 'n algemeene Paryzer heelal-tentoonstelling van +vierduitsbroodjes, aan onze bakkers de gouden medaille zou toekennen. +Maar ... zoolang die jury zoodanige uitspraak niet gedaan heeft, is 't +niet zeker, en zelfs niet _waarschynlyk_ dat de Hollandsche bakkers +goed gebakken hebben, in weerwil hunner altyd doorbakkende +levenslankheid. Ook de Fransche bakker is _specialiteit_. Ook hy bakte +gisteren reeds, verleden week, voor jaren, van kindsbeen af. En _hy_ +beweert dat 'n Hollandsche broodmaker de zaak niet verstaat. + +Ik had in 1850, 51 nog geen bakken geleerd. De admiraal JURIEN DE +GRAVIÈRE ... ach, hy kommandeert als zoetwaterzeeman, op dit oogenblik +(_Voorjaar_ 1871) de flotille «_du parti de l'ordre_» op de _Seine_! +Wie had gedacht dat hy zoo laag vallen zou, de achtenswaardige +kommandant van de _Bayonnaise_, die me leeren wilde hoe men goed +brood bakt! + +Van hem namelyk heb ik 't woord _gâteau_, dat ik zoo-even aanhaalde. + +Na veel vruchtelooze pogingen van m'n kok om dien hoofdofficier iets +voortezetten dat hy _als brood_ gebruiken kon, noodigde deze my aan +boord van z'n korvet, niet aan z'n tafel ditmaal, maar in de kombuis. +Daar toonde hy my hoe men vochtig meel deed verzuren door wat warmte +met geduld. En dat men geen byvoegsel van gist noodig had. En hoe +telkens een gespaard deel van 't gebruikte deeg, morgen oud geworden, +het nieuwe zou doorzuren en doen «ryzen» in weinig tyds, zonder +daaraan den vuilen bysmaak te geven waarop de Hollanders zoo gesteld +schynen. En hoe brood--«_du_ pain, _m'sieur_ DEKÈRR, _du_ pain, _ce +qu'on peut nommer du_ pain!»--hoe brood alleen moet bestaan uit _gaar +meel_, zonder meer. Zonder aluin, zonder kryt, zonder suiker, zonder +melk, zonder eieren, zonder koper en vitriool, zonder vuiligheid, +zonder _vergif_. + +Ik erken dat ik op dit oogenblik met de handen verkeerd zou staan, en +dat ik me waarschynlyk eenige vergeefsche proeven zou moeten +getroosten, waar ik in-staat ware brood te leveren dat _volgens het +oordeel van verreweg 't grootste deel onzer medemensen_, beter voldoet +aan de eischen die men aan _brood_ stellen mag, dan dat onzer +levenslange Hollandsche bakkers. Ik heb er de hand niet aan gehouden, +en de juiste methode is my ontgaan. + +En ... wonder is 't niet! Ik deed zooveel andere dingen sedert 1850! +Daar ligt zoovéél tusschen die kombuis van de _Bayonnaise_ en deze +verhandeling! Zooveel arbeids! Zooveel vermoeienis! Zooveel +teleurstelling! Zooveel onbekroond streven! Zooveel smart! + +En wat al slecht gebakken brood at ik sedert dien tyd! + +En hoe bitter was 't meestal, ook zonder misselyk gesuikerd te zyn! + +En hoe vaak rees de gedachte in my op: als ik eens, om brood te +hebben, mezelf maakte tot zoo'n levenslange bakker? + +Maar er is niets van gekomen. Gedurig had ik wat anders te doen. Op +dit oogenblik, by-voorbeeld, moet ik voortgaan met m'n stuk over +_Specialiteiten_. + + * * * * * + +Het is alzoo niet uitgemaakt dat iemand die zich aan 'n bepaald vak +wydt, in dat bepaald vak iets beters levert, dan te verwachten is van +anderen, van _niet_-specialiteiten. Er bestaan zelfs gegevens die +zouden doen besluiten tot het tegendeel, of--om korrekt te redeneeren +--gegevens die het tegendeel mogelyk, en zelfs waarschynlyk maken. + +Een bakker--de scherpzinnige lezer zal wel de goedheid hebben de +bakkery overtezetten in den algemeen-maatschappelyken toonsleutel die +op m'n kompozitie past--'n bakker die onder kryt, aluin, eieren, melk, +gist, koper, vitriool en bedorven klanten is opgegroeid, heeft, juist +tengevolge van z'n levenslankheid, meer moeite zich te ontdoen van al +deze ingegroeide dingen, dan de onschuldige die--als ik in de kombuis +van de _Bayonnaise_--nuchter is van alle verkeerde kennis der zaak. +Zoo'n bakker is ... + +--Wat al divagatien! + +Ge vergist u. Ik divageer niet. En 't bewys? Zoo'n bakker is 'n +_specialiteit_. + + * * * * * + +En nu lezer--tenzy gyzelf behoort tot de specialiteit van de velen die +niet lezen kunnen--transponeer! + +Ach, er wordt zooveel slecht voedsel geleverd uit heel andere +bakkeryen, dan waar die gesofistikeerde miniatuur-lendekussentjes als +brood worden uitgevent! + +_Specialiteit_ van rechtkennis ... bedorven melk! + +_Specialiteit_ van staatsmanswysheid ... taaie watten! + +_Specialiteit_ van broederliefde, mensenmin, vrede op aarde met +obligaat-welbehagen, roode kruizen, filantropie, dierenbescherming, +neger-wintersokjes, Javaannut-maatschappyen, weldadigheidskommissien +... sterke boter! + +En, by al die specialiteiten, de zeer speciale specialiteit der +_frazen_ ... vuile eieren! + +Alles saamgenomen! _vergif_! + +Ik ben terdeeg aan 't komponeeren. Zie eens hoe _quite right_ ik al +die stinkende dingen _on their right places_ heb gezet, om de +oneetbaarheid van de broodjes te betoogen, waarop de maatschappy zich +maagbedervend het gebit slee kauwt. + +Ik hoop lezers te treffen die me hier verwyten dat ik onrechtvaardig +ben. 't Zou me aangenaam zyn aanleiding te vinden tot dupliek op de +beschuldiging: + +--Ge kunt niet wáár zyn, dat ge allen over één kam scheert. + +De opmerking is onjuist, maar welgemeend. Wie naar waarheid zoekt, mag +en moet zoo spreken. Welnu, ik veroordeel niet allen. Ik sprak ditmaal +niet van personen. M'n uitval geldt noch rechter, noch pruikenmaker, +noch jurist, noch minister, noch preeker, noch dierenbeschermster, +noch sokjesbreister, noch _Schlachtenbummler_, noch zelfs die onzalige +broodbakkers ... in één woord: niemand _persoonlyk_. + +Ik maakte me driftig tegen de domme afgodery met het _begrip_: +specialiteit, in 't algemeen. Dàt is het onkruidje ... + +We zullen te-zamen voortwieden in 'n volgend hoofdstuk. En dan geen +woord meer over bakkers. + + + + +IV. + + +Een vertelling. + +--'t Wordt tyd dat onze FRITS 'n beroep kiest, zei m'nheer Van ... 't +EEN-OF-ANDER tot z'n echtgenoot. Om 't geld is 't ons goddank niet te +doen, maar toch ... + +En m'nheer Van ... 't EEN-OF-ANDER streelde z'n buik. + +In deze hartelykheid jegens zichzelf, lag iets als bevestiging van z'n +innige overtuiging dat het hem goddank om 't geld niet te doen was, en +tevens 'n voorspellende bezwering dat het ook z'n veelgeliefden FRITS +goddank nooit zou te-doen zyn om 't geld. Mevrouw van 'T EEN-OF-ANDER +was het--zonder de minste indecentie in gebaren, dit moet ik tot haar +eer verzekeren--volkomen met m'nheer haar gemaal eens. FRITS zou 'n +beroep kiezen. Want: + +--Een mens moet toch _iets_ wezen in de wereld. + +--Zoo had m'nheer VAN 'T EEN-OF-ANDER gezegd. + +Het is den lezer bekend hoe geleidelyk ik gewoon ben m'n vertellingen +af te vertellen. Nooit 'n zysprong. Nooit 'n byweg. Nooit 'n uitweiding. + +Zie eens dien CERVANTES in z'n _Don Quichot_ ... 'n boek dat ik liever +zou wenschen geschreven hebben dan den _Faust_! Ik, in m'n hoedanigheid +van schryf _specialiteit_--ik moet toch «iets» zijn, niet waar?--ik +verzeker u, lezer, met verwyzing naar m'n IDEE 30, dat de _Don Quichot_ +meer _ziel_ gekost heeft dan GÖTHE ooit bezat. Wat hy gespleten, en +gebersten moet geweest zyn, de vertrapte graankorl CERVANTES, om dat boek +te schryven, een der treurigste gedenkstukken van wat 'n mens lyden kan! + +Dit wist ge niet, lezer! Ge meende--van den weg gebracht door de +specialiteit die men _school_ noemt, dat het 'n grappig werk was? Gy, +zelf tranenlachend om zooveel koddigheid, hebt de tranen van smart +niet gezien, die er druipen van dat boek. Misschien zal ik u die later +eens aanwyzen. + +Arme levenslange martelaar CERVANTES, gij de byna eenige schryver voor +wien ik byna eerbied heb! + +En daarby behoort ... m'n vonnis dat uw schryvery, als zóódanig, +hier-en-daar beneden 't nulpunt staat. Wat drommel hebben wy te maken +met al die malle vertellingen van herders en herderinnen, van +liefdegekken en gekke liefden, waarnaar ge telkens uw held laat +luisteren op z'n doornigen weg ter kruiziging? + +Zóóveel voor 't vel? + +Arme arme lieve CERVANTES. De tranen die uw boek bevlekken, zyn er +niet minder kostbaar om. Integendeel! + +--Ah, zegt de lezer die hier gevatter wil zijn dan hem past, het +afbreken van de jonker-FRITSgeschiedenis heeft dus ten doel ... + +De kat die nog altyd achter de kachel zit _on her right place_ +--_allons_, Roletten en Van Twisten, neemt er 'n voorbeeld aan! +--de kat is m'n getuige dat m'n pen krast als 'n raaf. Dat ik +voortschryf met de snelheid van twintig knoopen in de sekonde. +Sneller, sneller, ik schrijf als de bliksem, 't papier siddert, de +inkt spat ... vooruit ... vooruit! Wat al letters noodig om dat woord +te spellen, wat al woorden om dien zin te ronden ... geen tyd, geen +tyd ... vooruit! De gedachten dringen my, stuwen my, overstelpen my. +Er woelen en tournooien meer Don Quichotten in m'n hoofd, dan ooit +werden afgeranseld door 'n onridderlyke wereld. + +Waarachtig, ik heb geen uitweiding noodig om m'n blaadjes te vullen! + +En--praktisch-overtuigend, naar ik hoop!--indien dit het geval ware, +zou ik me wel wachten m'n fabriekmerk te bederven door u zoo'n +denkbeeld in 't hoofd te zetten. Waar ik uitweid, doe ik dit omdat het +me lust. Eenvoudiger reden zal er wel niet kunnen bestaan. Maar ik wyk +_niet_ af van m'n onderwerp, al schynt het zoo. Er is nauw verband +tusschen m'n sympathie met den lyder van den _Don Quichot_--«schryver» +noemen ze dat!--en deze filippika tegen specialiteiten. Ook my zal men +hier-en-daar koddig vinden ... + +Bovendien, de verhandeling die nu volgt over de aller-scherpste +kausticiteit van den baron 'T EEN-OF-ANDER, behoort integraal: + + _tot de geschiedenis van jonker_ FRITS, + _tot de geschiedenis van 't parlementarismus, + tot de geschiedenis van onze eeuw, + tot de geschiedenis van zaagdeuntjes, + tot de geschiedenis van den Baäls-dienst der_ SPECIALITEITEN. + +tot alle mogelyke geschiedenissen alzoo ... + +«Vermaakt er u mee» gelyk de groote kinderdichter HIERONYMUS VAN +ALPHEN, enz. + + * * * * * + +De baron van 'T EEN-OF-ANDER ging by buren, vrienden, magen, huis- +stad-land-provincie-stand-en geloofsgenooten, voor 'n goed mens +door. En ook hyzelf hield zich daarvoor. Maar hy werd door zichzelf en +anderen miskend. De man was meer dan 'n goed mens. Hy was 'n diepdenkend +wysgeer. Een ware Amerikaansche padvinder in de geheimenissen van het +_Zyn_. Hy was 'n speurhond, 'n jagtvalk, 'n fret op de jacht naar +waarheid. En wat-i vond, wist hy geestig te uiten. CERVANTES was niets +by hem. Zelfs ik niet. + +En--dit verheft hem nòg hooger, indien er hooger standpunt denkbaar +is--hy was zoo fondamenteel-ingekankerd nederig, zoo evangelisch- +kinderlyk onnoozel, dat de rechterhand van z'n oordeel niet wist welke +paarlen de linkerhand van z'n welsprekendheid te-grabbel gooide. Als +gy en ik, lezer, zeggen dat we onszelf als dom of onwetend beschouwen, +houden we ons maar zoo. We beweren, eigenlyk op den keper beschouwd, +heel intelligent te wezen. Ik noem dus zoo'n voorgeven maar nederigheid +aan den buitenkant. Maar onze baron was inderdaad even sterk overtuigd +van z'n intellektueele onwaarde, als anderen van de fatsoenlyke +noodzakelykheid om zich nederig voortedoen. + +Lang leve dus de baron 'T EEN-OF-ANDER. + +Maar, nogeens, hy werd miskend. Indien gy me nu al hierin op m'n woord +gelooft, lezer, zult ge toch zeker verwonderd zyn te vernemen dat +onder al die miskenners iemand is die u van naby bestaat, of dien ge, +volgens het opschrift van den Delfi-tempel--ook al tot deun verlaagd! +--iemand dien 't uw _plicht_ was van zeer naby te kennen. Ik bedoel +uzelf, lezer. Gy, _gy_, gaaft onzen baron van 't E.O.A. niet wat hem +toekomt. En ook omtrent my hebt ge misdreven. Ik stelde u goedmoedig +in-staat den man te beoordeelen, te vereeren, te aanbidden, en ge gaat +voorby alsof er niets geschied ware! Ik zal me moeten getroosten de +geschiedenis van jonker FRITS nogeens te vertellen, in de hoop dat ge +ditmaal wat minder ... lieve hemel, hoe moet ik zeggen om niet bybelsch- +onbeleefd te zyn? Ik bedoel dat ge 't parelsnoer in eere houdt, dat ik +u--'t is 'n geschenk van den baron--zoo edelmoedig toewierp. + +Ik sla nu den buik over. Ook 't geld «waarom 't goddank niet te doen +is.» En we stappen rechtstreeks toe op de schatkamer der wysheid ... + +Zie, gierig is-i niet. Daar geeft hy ons dezelfde kostbaarheid +nogeens: + +--Een mens moet toch _iets_ zyn, hooren we hem andermaal zeggen. + +Eigenlyk is m'n geschiedenis van jonker FRITS hier uit. Of althans ik +behoefde, wèl beschouwd, niet voorttegaan die te schryven. Want, òf de +lezer valt flauw van bewondering voor 't genie dat ik sprekend invoerde, +òf hy valt niet flauw, en is dan niet waardig de schoenen van den +flauw-gevallen lezer te poetsen, laat staan 't slot van deze vertelling +te vernemen. + +Ik schryf dus nu 'n tijdje voort, voor m'n eigen liefhebbery. + +--Juist, edele man, juist! De mens moet, om niet _niets_ te zyn, +_iets_ wezen! En gyzelf? + +--Dykgraaf, lid van ... + +--Precies! Lid van ... een-en-ander. Baron van ... 'T EEN-OF-ANDER. +Welnu, ik heb u--de eene helft van m'n lezers ligt in zwym, 't is uw +schuld, verheven wreedaard! De andere helft is bezig met geen schoenen +te mogen poetsen--ik heb u, dykgraaf, baron, en lid van ... +een-en-ander ... + +--Ook van 't Bybelgenootschap ... + +--Ook van 't bybelgenootschap! Ik heb u ... een-en-ander te zeggen. Ik +groet u met den naam van ... een-of-ander. + +--Niet waar, 'n mens moet _iets_ zyn? + +--Heel juist! En niet alleen iets, maar zelfs ... een-en-ander. + +Ge zyt dus ... Dykgraaf? Ge zyt lid ... + +--Van een-en-ander. En van 't _Zendelinggenootschap_! En van de +_Schoolkommissie_! En van den _Vredebond_! En van 't _Roode Kruis_! En +van 't _Blauwe_! En van ... + +--Om der liefde wil, overstelp me niet! 't Is om te bezwyken. + +--En van de _Javaannut-maatschappy_! + +--Hou op! Het duizelt me. Maak m'n lofzang niet onmogelyk door +overkoking van de stof. Ge zyt, om _iets_ te zyn ... + +--Och, ik beroem er me volstrekt niet op. Reeds m'n papa was regent +van 'n oude-mannenhuis. En hy zei altyd dat 'n mens ... + +--Een mens moet _iets_ wezen. En uwe zalige _papa_ wàs iets. + +--Hy was regent van 'n oude-mannenhuis. Ook gewezen oud-_garde-noble_ +van koning LOUIS. Want, 'n mens, zoo zeid-i altyd, 'n mens ... + +--Een mens moet _iets_ zyn. Ik zie het, ge zoogt met moedermelk der +vadren wysheid in. Om uwen lof ... + +--Lieve hemel, ik wist niet ... + +--Dat ge zoo verdienstelyk waart? Zoo-even vertelde ik reeds +een-en-ander ... + +--Zoo heet ik. + +--Ja zoo heet ge, en dat zyt ge! Nu, ik deelde iets over uwe +nederigheid aan m'n lezers mee. We zullen haar echter niet ontzien. Ik +schroom niet u te zeggen dat ge reeds vóór uw geboorte een groot man +waart door de verdienste van uw vader die, om niet _niets_ te zyn, +zich _garde-noble_ had laten maken, en regent van een besjes-gesticht ... + +--Van 'n oude-mannenhuis! + +--Van 'n oude-mannetjeshuis! Ge waart voorbeschikt ... een-en-ander te +zyn. Ge voeldet uw roeping, gy ruimdet alle hindernissen uit den weg, +ge verhieft u boven stof en onstof, ge zweefdet en doorvleugeldet ... + +--Gut, ik wist niet dat ik zooveel byzonders uitrichtte. Ik ben +dykgraaf geworden, en lid van ... + +--Van een-en-ander! + +--Ja, omdat m'n vrouw zei dat het rondslenteren van 'n man in huis, +zoo lastig was voor de booien, en dat m'n gekibbel met de tuinknechts +'t humeur bederft. Ook heb ik aanleg tot zwaarlyvigheid. + +Dit was zoo. We zagen dien buik reeds optreden als getuige tegen de +mogelykheid van geldgebrek. + +--Ik werd wat dik. En als dykgraaf doe ik nu ééns in de maand 'n +toertjen om de zitting van 't kollegie by te wonen. Want ik zeg maar, +'n mens moet ... + +--Een mens moet _iets_ zyn. Juist daartoe heeft de goede +Voorzienigheid ons hoog-water gegeven, om 't mensdom instaat te +stellen tot het voortbrengen van dykgraven. Neem 't water weg, geen +dyken. Zonder dyken, geen Graven. Zonder Graven ... 'n man te veel +over den vloer, en gekibbel met de tuinluî. _Allah akbar_ ... m'nheer +VAN 'T EEN-OF-ANDER, _allah akbar_! gelyk de groote Profeet zoo wél +gezegd heeft, zonder nog iets te weten van dykgraven en hoog-water. Ge +moet _iets_ zyn. Gy hebt het gezegd. Niet de waanwyze PYTHAGORAS heeft +ditmaal gesproken, maar _gy, gy, gy_! Wát hebt ge gezegd? De mens moet +_iets_ zyn. _Hoe_ hebt ge dat gezegd? Met de daad bewyzende dat ge +oprecht waart. Gy wérd iets, dykgraaf en ... een-en-ander. _Waarom_ +hebt ge 't gezegd? Omdat uw verheven vader lid was in 'n besjeshuis ... + +--Regent van 'n oude-mannenhuis ... + +--Regent van 'n ouwe-mannenhuis! In welke omstandigheden hebt ge 't +gezegd? Te midden van «booien» dien ge in den weg liep, en kibbelend +met 'n tuinknecht. We kunnen nu overgaan tot de schepping der wereld. +In Genesis I vers 27, zien we den mens verschynen. Dat was zoo'n +groote kunst niet, en wel beschouwd is Adams verdienste in dit opzicht +bitter klein. Gy, Adam II, vergenoegdet u niet met de verschyning ... +ge zaagt in, dat men iets _wezen_ moest, en liet u dykgraaf maken, en +lid van ... een-en-ander. + +--Maar ik wist inderdaad niet ... + +--Verheven onkunde! Schitterend wanbesef van eigen volkomendheid! +Nederigheid in oneindige machtsverheffing! Ge wist het niet? Welnu +dan, ik zal u eens al uw verdiensten terdeeg onder 't oog brengen. Ryk +was uw vader, en ryk zyt gy ... + +--Ja, om 't geld is het me goddank niet te-doen. + +--Dat hoorden we zoo-even, toen gy uwen buik streeldelt. Ge waart ryk, +maar met uw scherpzinnigheid zaagt ge in dat alle boeren achter uw rug +u uitmaakten voor 'n stommerik, die geld had ... maar ook niets dan dat. + +--'t Is waar, er is lomp volk onder die boeren. + +--Toch niet, Lomp zouden ze geweest zyn, indien ze u zoo-iets in 't +gezicht hadden gezegd. Laat ons voortgaan. Straks zal de eene helft +van m'n lezers ontwaken uit z'n flauwte, en dan moet ik u verlaten. Ge +hebt gevoeld ... eigenlyk ... wel beschouwd ... van zeer naby bezien +... niemendal te wezen! Sjt ... sjt ... spreek me niet tegen, uit nog +verder gedreven nederigheid. Uw scherpzinnigheid en zelfkennis is +buiten twyfel en buiten debat. Uw vader in 't besjeshuis ... + +--Regent van 't oude-mannenhuis. + +--Uw vader, de regent van 't ouwe-mannetjeshuis, was in den hemel. Om +daar te komen moet men iets zyn. En hy werd toegelaten als gewezen +oud-_garde-noble_ van koning LODEWIJK. Ge hoopt uw vader weertezien, +en wilt niet beschaamd staan op de vraag: wie klopt daar? Uw +adreskaart moest boeren, tuinluî, huisbedienden en hemelwachters +eerbied inboezemen. Het besef uwer onwaarde deed uw omzien naar +allerlei lidmaatschappen waartoe men nullen gebruiken kan. Uit +schaamte over uw nutteloosheid zocht ge naar gelegenheid om iets te +schynen. Gy eet, drinkt, slaapt, als 'n beest. Gy geniet en verteert +als 'n beest ... maar veel meer dan 'n beest. Als 'n rivierpaard +scheert ge de oevers kaal, en bracht niets voort ... + +Ja toch! Hy bracht wel iets voort: FRITS! + +FRITS, die sedert het begin myner vertelling 'n knappe jongen van +twee-en-twintig jaar is geworden, stapt de kamer in. De lezers, die +tot straf van hun botheid geen schoenen mochten poetsen, worden weer +ten-gehoore toegelaten. Ook de anderen zyn weer by-de-hand. + +In 'n jaar of acht kan veel gebeuren, en zoolang duurde het meegedeeld +gesprek. + +FRITS was na de vaderlijke ontdekking dat 'n mens _iets_ wezen moet, +naar 'n schoolmeester gezonden die de _specialiteit_ beoefende jongens +«klaartemaken» voor Medemblik en Breda. Als adelborst had hy niet +slechter opgepast dan de anderen, was naar zee gezonden, maakte één +reisje naar de Middellandsche zee, één naar de West, één naar Indie, +vond daar z'n aanstelling tot luitenant tweede klasse, en was onlangs +«thuis-gevaren.» + +Hy was by z'n kameraden ... «bemind» is 't woord niet, doch daar hy +niemand in den weg stond, behoefde niemand zich de moeite te geven hem +te haten. Z'n chefs waren over hem tevreden, omdat hy hen nooit door +iets buitengewoons lastig-viel met de noodzakelykheid eener byzondere +behandeling. Als prachtexemplaar van alleronbeduidendste ordinairheid, +was hy juist intelligent genoeg om z'n dienst te doen zooals hy die +geleerd had, zonder ooit zich te wagen aan eenig pogen dat hem niet +geleerd was. Hy betoonde zich omtrent alles wat niet letterlyk was +voorgeschreven, niet onverschilliger dan anderen, zoodat hy zelfs in +slordigheid of dienstverzuim zich wist te onthouden van uitstekendheid. +Op onderscheiding had hy geen andere aanspraken dan dat-i niet de minste +aanspraak maakte op onderscheiding, en tot berisping gaf hy niet meer +aanleiding dan noodig was om onschuldig te zyn aan sarrende vlekkeloosheid. +Als onnut nummer op den traktementstaat was de goeie jongen zoo onschadelyk +als die nutteloosheid maar eenigszins gedoogde, en wie hem 'n «slothout» +noemde, zou wèl de waarheid maar niet àl de waarheid gezegd hebben, +wanneer-i verzuimd had daarby te voegen: zulke dingen moeten er óók zyn. +Kon FRITSJEN 't helpen dat anderen in die behoefte voorzagen, en dat hy +dus--ook als zóódanig--wel eenigszins overkompleet was? + +In land en volkenkunde bragt onze held het tot den _Voyage en Orient_ +van LAMARTINE, om iets te weten te komen van Smirna, toen hy daar +voor-anker lag. De oude heer van 't EEN-OF-ANDER was verbaasd over de +poëtische kennis, de klassieke belezenheid, en de geleerde poëzie van +z'n zoon, die reeds, na slechts één vyg te hebben gegeten, precies +wist waar Troje gelegen had en welke indrukken de nabyheid dier plaats +in elk rechtgeaard _Orient_-lezer behoort optewekken. Onze dykgraaf +prepareerde z'n kollegaas op 'n verhandeling over den loop van den +_Simoïs_, welks oevers sedert HOMERUS' tyd allermiserabelst bleken +verwaarloosd te zyn. Hy was volkomen in-staat, genegen en bevoegd +--_Specialiteiten vóór_!--die zaak tot behoorlyke klaarheid te brengen, +want z'n eigen zoon at vygen op de ree van Smirna. Als er nog ééns zoo'n +brief van FRITS kwam, zou hy ... + +Helaas, de _Simoïs_ moest zich getroosten ongedykt te blyven. Juist +was de oudeheer bezig z'n vrienden «precies» uitteleggen hoe die zaak +in elkaar zat, en met natten vinger--dat wil in onzen tyd zeggen: met +z'n rotting in 't zand--aantewyzen ... + + _fera proelia_ + _Pingit et exiguo Pergama tota mero. + «Hac ibat Simoïs, hac. est_ ... + +Och, de moerteekening kwam niet gereed. Onze dykgraaf zou juist +overgaan tot het betoog dat die + + _Priami regia celsa senis_ + +vierkant in den weg stond en onteigend behoorde te worden, toen de +postbode berichten kwam brengen uit Konstantinopel, die de kleur +droegen van 't romannetje dat LAMARTINE verving, en vóór de oudeheer +gereed was met precies-weten wat er haperde aan de gezondheid des +Turkschen ryks, leverde Bairout stof tot sterk naar azyn riekende +therapeutische beschouwingen over de cholera, afgeschreven uit het +quarantaine-reglement dat door 'n stuurmansleerling netjes in 'n lysje +was opgehangen in den _longroom_. Juist begon onze dykgraaf zich heel +specialiteitig voortedoen aan den plattelands-heelmeester--jonker +FRITS zelf had uit de mars door 'n kyker de lykstatie van 'n slachtoffer +der ziekte waargenomen--toen de geest der brieven alweer veranderde, +omdat FRITS kiespyn had. De chirurgyn-majoor had den armen jongen naar +den tweeden dokter verwezen. Deze naar den derden, geloof ik ... + +--Ja, de geneeskundige dienst by de marine laat veel te wenschen over, +had de heer VAN 'T EEN-OF-ANDER gezegd, na het lezen van FRITSJENS +stuk over dit onderwerp. Het stond «op poten!» De oudeheer zou daarvan +eens terdege werk maken. Hy was nu in-staat, genegen en bevoegd +--_Specialiteiten vóór_!--die zaak intedyken. Z'n eigen zoon had kiespyn +aan boord van 'n oorlogschip. Wat wil men meer? + +Lang voor de reorganizatie van den geneeskundigen dienst ter-zee--die +uit dit alles niet voortvloeide--lag onze FRITS op de Kommewyne in 'n +_korjaal_ te dutten, die hem wiegelde naar 'n plantage waaruit z'n +overgrootvader veel suiker, welvaart en welgeslaagde pretensie +getrokken had. Uit oude betrekking at en dronk hy daar zeer vergenoegd, +en kopieerde 'n paar artikels uit Surinaamsche couranten, over--voor +of tegen, dit weet ik niet--over den slavenhandel. Z'n beschouwingen +werden afgebroken door taalkundige opmerkingen over 't negerengelsch, +en de gemakkelykheid waarmee men zich dat diepzinnig idioom kan eigen +maken. Na slechts twee dagen verblijf namelyk wist hy zich met 'n +onbeschroomd «_mi no sabi_»[2] overal verstaanbaar te maken. + +Zoo was dan eindelyk de kwestie over den West-indischen Vryen-Arbeid +tot staat van wyzen geraakt! De oudeheer VAN 'T EEN-OF-ANDER voelde +zich bevrucht van wysheid, en begon nu duidelyk intezien dat: + +«_het verschil van rassen_ ... _de vrygeboren mens_ ... _Europeesch +overwicht_ ... _graadwydte van den menshoek_ ... _Engelsche +huichelary_ ... _konkurrentie van den beetwortel_ ... WILBERFORCE ... +_edel pogen_ ... KAÏN ... _verstoktheid van die andere party_ ... +_bybelsche oorsprong der slaverny_ ... UNCLE TOM ...» + +Kortom, hy voelde zich in-staat, genegen en byvoegd--_Specialiteiten +vóór_!--om die zaak allergrondigst te behandelen. Z'n eigen zoon +_lunchte_ op 'n plantage aan de Kommewyne, en kon in zuiver +negerengelsch verzekeren dat hy iets niet wist. Zou dan de vader niet +weten hoe die emancipatiekwestie in elkaar zit? FRITS-zelf had nu 'n +_footboy_ met dikke lippen en witte tanden. Zou dan FRITSJENS vader +geen verstand hebben van slaverny? + +Maar och, 't ging weer als met de indyking van den _Simoïs_. Lang voor +'t slechten of ophoogen der zandlaagjes die de slaverny moesten +bedwingen of beschermen--ik verdenk FRITS dat hy, na 't _breakfast_, +brokstukken van tegenvoeters aan elkaar lymde--lang voor de oudeheer +gereed was met z'n allerduidelykste uiteenzetting van de zaak, was +FRITS te Batavia, waar-i alweer 'n schat van ondervinding opdeed. + +In straat Sunda namelyk had 'n zwervende visscher geweigerd zich voor +een aan de matrozen geleverd zoodjen _ikan kakap_ te laten betalen met +'n stuk spek en twee verroeste schaatsen. De man was «brutaal» geworden, +en daarop door Janmaat geslagen. De arme kadraaier sprong over-boord, +en betaalde zich--voor visch en mishandeling niet te duur waarachtig! +--met 'n oud wollen hemd dat-i in de vlucht meenam. + +Eenige maanden na dit voorval verklaarde zich de oudeheer VAN 'T +EEN-OF-ANDER in-staat, genegen en bevoegd--_Specialiteiten vóór_!--om +'t Indisch vraagstuk optelossen. Hy-zelf had nu 'n zoon die perfekt +Maleisch verstond. _Andjieng belanda_! had de vluchtende visscher +geroepen. Dit woord stond--met rang van citaat[3]--in FRITSJENS brief, +die van 't voorval melding maakte en 't aanbeval als tekst voor 'n +verhandeling over Indische toestanden. + +--De jongen is vlug! Pas ruikt hy 'n land, en hy verstaat de taal al! +Alzoo: + +«_Mensenrecht_ ... _Nederlandsche beschaving_ ... _zweet van +voorvaderen_ ... _oogmerken van Voorzienigheid_ ... débouchés voor +Enschedésche fabrieken, voor de jeneverstokeryen te Schiedam en andere +evangelien_ ... _handelmaatschappy, konsignatiestelsel, indigo, +zeeroof en welmeenendheid_ ... _heil des vaderlands_ ... _verstoktheid +van die vervloekte andere party_ ... _zeer beminde koning_ ... +_bedrogen raadsleden der kroon_ ... _en_--Specialiteiten +vóór!--_bevoegdheid_!» + +Wel zeker: _bevoegdheid_! FRITS-zelf immers had 'n Javaan «_andjieng +belanda_!» hooren zeggen. + +'t Is weer te betreuren dat de rykdom van slof in volgende brieven, +den ouden heer VAN'T EEN-OF-ANDER onvruchtbaar maakte door overmaat +van bevruchting. Pas had hy 'n zaak goed begrepen, of hy werd zoo +specialiteitig beziggehouden met het doorgronden van 'n andere, dat +hem de tyd ontbrak daarvan iets meetedeelen op de _right place_. Toch +ging er niets verloren. De Natuur is weldadig. Zy zorgde er voor dat +het Meesterwoord bewaard bleef in de gemoederen van de onmiddellyke +omgeving des edelen EEN-OF-ANDERS! Wat hy niet kon plaatsen by 't +Nederlandsche Volk, werd meegedeeld aan den dorpsbarbier, den tuinman, +den notaris en de keukenmeid. De heele omtrek werd aldra doorsuld met +kennis van Indische zaken, en toen FRITS eindelyk de kraan zyner +openbaringen zóó ver openzette, dat er 'n kistjen Ambonsche-bloemenolie, +'n paar potten _atjar bamboe_, en 'n «pauwveeren sigarenkoker» uitspoot, +die hy-zelf gemaakt had van bamboe ... _zie verder in voce_: Droogstoppel, +_Havelaar, hoofdstuk zeventien_. + + * * * * * + +--En nu, papa, nu moet ik je zeggen dat ik genoeg heb van dat zwalken +en zwabberen op-zee. 't Is 'n hondebaantje. Ik wil m'n onslag vragen. + +Met deze woorden heeft FRITS de mededeeling gestoord van 't gesprek +dat we zoo-even afbraken om hem acht jaren tyd te gunnen tot schoolgaan +en iets-worden. + +--Ga je gang, jongen, zei papa. Om 't geld ... + +De buik werd tot getuige geroepen. + +--En bovendien, waarom zou je tegen je zin varen? Je bent nu toch +iets, niet waar? + +Wèl zeker! FRITS kreeg z'n ontslag, en was ... + +Een mens moet _iets_ zyn! + +FRITS bekleedde op z'n twee-en-twintigste jaar de zeer gewichtige +betrekking van gewezen zee-officier die niet langer zwalken en +zwabberen wou. + +Maar hy wilde nog meer zyn. Hy maakte zich echtgenoot, vader en, na +papa's dood, dykgraaf. Daarna ... waarachtig, FRITS wèrd een-en-ander! + +En, toen dat een-en-ander hem verveelde, als vroeger 't klein eindje +zeeleven dat-i byna niet geleid had, toen hy met voorvaderlyke +nederigheid begon te bemerken: + +dat hy in-weerwil van z'n _iets_, nog altyd nagenoeg niemendal was, + +dat-i de «booien» in den weg liep, + +dat z'n vrouw hem aanzag voor 'n keukenpiet, + +dat de tuinluî hem lastig vonden, + +dat de eerbied van z'n ethnologische kennis van over-zee aan 't +verflauwen was, + +dat _mi no sabi_ en _andjieng belanda_ zeer gewone stop-en +scheldwoorden waren geworden, waarmee men geen bakker meer foppen, +geen stalknecht meer beleedigen kon, + +dat het prestige van echtgenoot, vader, grondbezitter, dykgraaf en ... +een-en-ander, begon te slyten, + +dat de boeren ... + +Och! 't was niet uittehouden! + + * * * * * + +«_Van-tyd tot-tyd openbaart zich de behoefte aan specialiteiten op +treffende wys. Het vaderland dat op al de krachten zyner kinderen een +heilig recht heeft ... nogeens: 't vaderland ... de ontzaggelyke +voorvaderen ... geliefd vorstenhuis ... de kiezers ... de grondwet ... +de onschendbaarheid des konings ... donkere wolken aan den horizon ... +hoogstopmerkelyke, alle grenzen te-buitengaande, nooit_-dagewesene, +_byzonder-afschuwelyke, eigenaardig-duivelsche, alle goddelyke en +menschelyke wetten met voeten trappende, maar_ au fond _door +ongeëvenaarde domheid volkomen onschadelyke en slechts belachelyke of +deerniswaarde, gemeene àndere krant ... juist oogenblik voor alle +welgezinden ... God en Oranje ... vuige belagers van volkswelvaart ... +zeeleeuwen ... worstelstryd ... mannen die vaststaan in de uren des +gevaars ... vertrouwen zyner medeburgers ... zeer geacht in 't +distrikt welks belangen hy_--met edele miskenning altyd der rechten +van alle andere kiesdistrikten--_alleronpartydigst zal voorstaan ... +de zoon van een geachten vader die dykgraaf was, en een-en-ander ... +kleinzoon van 'n gewezen-oud_-garde-noble ... _hoop dat hy zich de +keuze zyner medeburgers zal laten welgevallen ... dóór-en-door-kundig, +fatsoenlyk, doorkneed in alles en een-en-ander ... toewyding aan de +zaak des dierbaren Vaderlands ... verregaande, het fabelachtige +voorbystrevende, niet zelden in krankzinnige offerzucht overslaande +onbaatzuchtigheid_ ... right man ... right place ... _en vooral de +behoefte aan een_ deskundige _in de volksvertegenwoordiging, by de +behandeling der zoo vaak en voortdurend verwaarloosde marinezaken_ ... + +FRITSJE krygt meer stemmen dan er ooit onverstaan wegstierven in de +woestyn die maatschappy heet. + +FRITS--'n mens moet _iets_ zyn, gelyk z'n zalige vader de dykgraaf +baron VAN 'T EEN-OF-ANDER zoo wèl gezegd had--FRITS _is_ iets! + +Het bloed der besjeshuizen kruipt waar 't niet wandelen kan: onze +FRITSJEN _is_ iets! + +Neen--allen goeien geesten van dooie oud-gewezen _garde-noble's_ in 'n +besjeshuis, lof en dank!--FRITS is zelfs méér dan iets! + +Hy die zoo kort geleden nog niets, niets, volstrekt niemendal zou +geweest zyn, indien hy niet gewezen zee-officier geweest was, die niet +langer zwalken en zwabberen wou ... + +Hy werd op eenmaal: de gids der gidsen, de voorlichter der voorlichters +van de natie, de tooveres, de Pythonisse, de Apollo van _Endor, Dodena_ +en _Delfi_, de Jupiter-Ammon van Opper-Egypte, de Velleda van 't Haagsche +Binnenhof--met vergunning de uniform te mogen dragen van de korpsen +waartoe al die dames en heeren behoord hebben--de hoofd-réverbère op de +vuurbaak van 's lands welvaart, de Noordster waarop de hulk van 't zinkend +Vaderland den vermoeiden steven richt, en ... nog een-en-ander. + +FRITSJEN, is als _right man on the right place_, SPECIALITEIT in de +_Tweede Kamer_! + +En zeg nu eens, als ge durft, dat de wegen die Nederland betreedt, +niet goed geveegd worden, en dat de Hollandsche broodjes van Staat +oneetbaar zyn! + + + + +V--MV. + + +_Deze duizend-en-één hoofdstukken worden door den uitgever gesupprimeerd, +omdat ze niets behelzen dan vervelende varianten van Fritsjens +geschiedenis, met verandering slechts van naam en beroep. We hebben hier +te-doen met Fransje die in kavallerie deed, en Cornelis die in-dienst was +geweest by de straatslypery. Lukas wordt ter behartiging van 's Lands +belang opgeroepen omdat hy verstand heeft van kousenweven, en Steven +geniet de eer in hoedanigheid van industrieel-windmolenaar. Kareltje komt +op 't kussen om z'n verdiensten als Indisch parvenu_ ... enz. enz. + +_Nadat de hoofdspecialiteiten door den schryver onder dak zyn gebracht, +gaat hy over tot de onderdeelen. We krygen speciaal-Fritsjens van groote +vaart en kleine vaart, van stoom-kust-oceaan-rivier-en trekvaart, +van kanonneer-glad-driedeks-monitor-en modder-marine, verdeeld in +zooveel deelen als de deelbaarheid van den modder, enz. maar eenigszins +toelaat, altemaal specialiteiten. Daarop volgden Cornelissen van +hoofdstraten en bywegen, van stoepen, trottoirs, stegen, achterbuurten +en cul-de-sac's. Fransjens van lichte, zware en middelbare kavallerie, +tot en met huurkoetsiers, palfreniers, stalknechts en ezelmelkers ... +altemaal specialiteiten. We worden voorts onthaald op industrieelen +die kousen weven voor heeren en voor dames, voor negers en negerinnen, +kousen met en zonder klinken, Japansche kousen met duimen, kousen +zonder naad, kinderkousjes, sokken en slaapmutsen in alle mogelyke +sorteeringen. Op Lukassen die graan malen, Lukassen die hout zagen, +Lukassen die niets malen, en zelfs den wind verwaarloozen waarmee ze +niets malen. Daarop volgen de Lukassen van Noordewind, van Zuid- +westewind, van N.N.O. t. N_. 1/2 _Oostewind ... kortom, zooveel +Lukassen als er stralen schieten uit het middelpunt van de kompasroos. +Het spreekt vanzelf dat de Indische fortuin-industrieelen worden +onderverdeeld in koffi-suiker-thee-indigo-tabak-en kaneel-parvenus. +In-binnenlandsche-buitenpost-en hoofdplaats-parvenus. In juridische, +administratieve, militaire en civiele parvenus. In vryarbeids-en +kultuurkontrakt-parvenus. In rystopkoop-parvenus. In toko parvenus. In +Maleische, Soendahsche, Javaansche, Battaksche Dajaksche, Alfoersche, en +Papoeaparvenus ... altemaal specialiteiten van specialiteiten, en daarvan +de zeer byzonder uitgeknipte onder-specialiteiten._ + +_Indien er voor het weglaten van al deze smakelooze hoofdstukken +verschooning noodig waren, zou er ruimschoots te vinden zyn in des +schryvers blykbare onkunde, daar hy niet eenmaal schynt te weten dat +er in onze Tweede Kamer voor zooveel specialiteiten geen plaats is, +een_ blunder _die hem eens-voor-al onbevoegd maakt tot_ ... + + + + +MVI. + + +Nu, als de uitgever die hoofdstukken niet wil laten drukken ... my +wel! Ik heb den lezer in-staat gesteld ze zelf te schryven, en noodig +hem daartoe uit. + +Maar eilieve, zou er in onze Tweede-Kamer inderdaad geen plaats zyn +voor al die kinderen der heeren VAN 'T EEN-OF-ANDER en myner fantazie? +Is dit waar? + +Zeker! Duizend-en-één individuen kunnen niet geplaatst worden op +slechts zeventig orakel-drievoeten.[4] + +Welk nut doet dan de enkele dien men daar wèl plaats geven kan? + +Heeft de _specialiteit_ meer dan één stem? + +Neen! + +'t Is toch jammer dat het balletje waarmee hy voteert, geen grein +zwaarder weegt dan 't kogeltje van z'n buurman die «zich niet zoo heel +in 't byzonder heeft toegelegd» op de zaak die aan de orde is. De +specialiteit-fabriekheer, al weefde hy nooit iets anders dan +slaapmutsen, stemt in marinezaken even onbeschroomd en met gelyken +invloed op den uitslag, als de marine-specialiteit over kwestien van +industrie, handel of landbouw. _Navita de_ tauris, _de_ ventis _narrat +arator_. De Latynsche spreukspreker was in de war, zooals men ziet, en +'t was hoog tyd hem te korrigeeren. Gelyk we doen by dezen. + +Zeventig uitverkorenen zullen 't land gelukkig maken. Daartoe is 't +wèl behandelen van elke voorkomende aangelegenheid noodig. Die +aangelegenheid behoort _altyd_ tot zeker vak, tot zeker onderdeel van +menselyke kennis of kunde. In de vergadering bevindt zich 'n individu +die in zoodanig vak gediletteerd heeft. _Hy_ moet het weten. Maar ... +welk nut trekt dan 't vaderland van de andere negen-en-zestig? Zyn ze +niet, wel beschouwd, nogal overtollig of zelfs schadelyk? Is 't niet +te vreezen dat ze ònspecialiteitig mee-narreerende over winden en +koeien--mee-_stemmende_ wat erger is!--den dilettant-specialist zullen +óvernarreeren, óverstemmen? + +Komaan, ik wil goedig zyn, en al de valsche specialiteiten die m'n +uitgever zoo boosaardig supprimeerde, verheffen tot wáre specialiteiten, +tot inderdaad kundige, in hun speciaal vak door-en-door bedreven personen +... dan zelfs, en dan _juist_, vraag ik of zy in de volksvertegen- +woordiging _on their right places_ zyn? + +Ik geloof het niet. + +Een goed militair zeeman die tevens de _bosse_ heeft van bevelvoeren +en organizeeren, behoort als _right man_ aan 't hoofd van de vloot, en +alléén te staan. Men màg zoo'n schat niet bederven, door hem +amalgameerend wegtestoppen onder zeventig. Tegen zoo'n _alliage_ is 't +edelste goud niet bestand. + +De Tweede-Kamer is immers geen kudde wyfjesschapen, waarvan men 't ras +verbeteren kan, door 't aankoopen van 'n Thibetbok of Merino? + +En zoo'n ingevoerde hamel mag nog 'n flinken bel aan den hals dragen, +terwyl de Kammerras-verbeteraar by elke poging tot uitvoering van z'n +speciaal mandaat, heel beleefd verschooning en permissie moet vragen +aan 't geacht schaap uit een of ander kiesdistrikt, dat hy moeder wil +maken van wat kunde. + +Die laatste zinsnede is minder scherp dan men meent. Het gebeurt meer +dat men den naam dien ik geef aan 'n bestaande zaak, aanstootelyk +vindt, terwyl ik beweer dat de aanstoot behoorde gegeven te zyn door +de zaak-zelf, die vaak ruwer verwyt meebrengt dan myn woorden. De +niet-specialiteiten zien voorby dat zyzelf begonnen zich tot nullen te +maken door waarde te hechten aan de meeningen der onnoozele FRITSJEN. + +En ook wanneer de speciale kennis van 'n lid inderdaad boven zoo'n +armzalig dilettantisme verheven is, volgen er uit de verkeerde +toepassing van 't _right place_-stelsel, allerlei ongerymdheden. Het +drukken op de byzondere bevoegdheid van den één immers, sluit de +betrekkelyke--soms volsterkte--onbevoegdheid der anderen in zich. De +splitsing der intellektueele waardigheid van 'n vergadering, in +zooveel onderdeelen als er speciale vakken in die vergadering +vertegenwoordigd worden, brengt hare waarde terug tot de opgetelde +cyfers der individueele intelligentien die men tot 'n _som_ vereenigen +wilde, een poging altoos, waartegen de ongelyksoortigheid der deelen +zich logisch--en dus triumfantelyk--verzet. + +Gegeven: 'n schaakspeler, 'n kannibaal, 'n schaatsryder en 'n +hansworst, die zich vereenigen om _viribus unitis_ iets beters te +leveren, dan aan elk hunner in 't byzonder mogelyk was. Meent men dat +die Tweede-Kamer van vier leden, beter dan de schaakspecialiteit +_alleen_, 'n nieuwe _gambit_-kombinatie zal tegenspelen? Dat ze meer +personen zal verslinden dan het tweede lid orberen zou wanneer-i zich +in eenzaamheid aan z'n vak van menseneten kon toewyden? Dat die leden +'t met hun vieren zouden winnen van nummer drie, in 'n kunstig +beentjen-over? Dat ze ons hartelyker zouden doen lachen dan de +laatste, overgelaten aan z'n invidueele _vis comica_? + +Ik vergis me. De komieke specialiteit moet te-kort-schieten by den +kollektieven indruk dien-i maken zou _cum sociis_! + +En meer ongerymdheden! A is bekwaam in zeker vak, en erlangt daarom en +als zóódanig 'n plaats in de Volksvertegenwoordiging. Maar, ook vele +anderen zyn in dat vak bekwaam, en hebben dezelfde aanspraken al hy. +Sommigen zelfs staan als _specialiteit_ hooger aangeschreven in de +meening hunner kollegaas die hierover, _als zeer speciale specialiteiten_ +immers, het best kunnen oordeelen. Waarom moeten nu al die anderen--z'n +erkende meerderen misschien--zwygen waar A spreekt? Waarom geldt hùn stem +niet, en wel de stem van A? Ligt er niet iets onbillyks in, één persoon +voor officieel-wys te verklaren, en zooveel anderen buiten-te-sluiten, +die met gelyk of grooter succes dan hy, het vak beoefenden waarin hem +door z'n verkiezing 't meesterdiploom by-uitnemendheid wordt uitgereikt? + +We hebben ... oorlog--schrik niet, lezer, ik fantazeer--we hebben +oorlog met Engeland. De oorzaak ligt in de haringvisschery. Waarom nu +één haring-specialiteit in de Kamer? Heel Vlaardingen moet er in. Al +wat haring vangt, kaakt, zout, eet, koopt, verkoopt en kuipt. + +De scholen--schrik weer niet, lezer, ik ga voort met fantazeeren[5]--de +scholen deugen niet. Waarom nu één schoolman in de volksvertegenwoordiging? +Is er waarlyk behoefte aan speciale voorlichters _op die plaats_, dan +hoe-meer voorlichting, hoe-meer specialiteit, hoe-beter. Roep dan elken +professor binnen, elken magister, elken geleerde, elken _msjeu_, elken +sekondant, elken schooljongen zelfs ... + +Meent men dat het de moeite niet loonen zou, _aan kinderen_ te vragen +wat er aan 't onderwys ontbreekt? + +Men bemerkt dat de renommee van 't fabriekmerk der brave Hollandsche +boter aan 't dalen is. Alweer fantazie, schrik dus nog niet. De +beschreven vaders voelen 'n leegte. Ze betrappen zich op gebrek aan +verstand van boter. Het bedreigd voorwerp, schuldig dan of miskend, +moet in z'n rang hersteld, _ne quid detrimenti_ ... enz. Spoedig 'n +boterman! Daar is-i. X heeft verstand van de zaak. Zeer wel. Maar ... +al de anderen die «in boter doen?» Al de anderen die 't in de +vervalsching van dat artikel nog verder brachten dan hy? Waarom niet +ook hùn 'n kussen aangeboden? Met 'n plaatsje er by, om er op te +zitten, tenzy ze--wat ik niet ongepast vinden zou--daartoe hun +botertonnetjes meebrengen, de dingen immers waaraan ze de aanspraak op +die kussens te danken hebben. + +Indië gaat verloren--er is geen woord van waar, schrik dus nog altyd +niet, ik stel maar iets[6]--Indië is in de war ... vry-arbeid ... +kultuurstelsel ... algemeene ontevredenheid ... ministerieele krises +zonder eind ... aardbevingen ... overstroomingen ... echt-liberale +meerderheid ... allerlei ongelukken. Alzoo _Specialiteiten voor_! + +Daar zyn ze. A kan _kassi api_ zeggen. Hy is dus 'n halve Maleier, en +_the right man_. Maar ... B heeft het gebracht tot 'n Soendahsch +_tjokal sonoh_, en C tot 'n ongestameld Javaansch _djalook gni_. + +Is 't nu niet hard voor die twee laatste letters, dat ze A moeten zien +plaats nemen in den tempel, terwyl zy worden buitengesloten, zy en 't +heele alfabet van de velen die 't nòg verder brachten in speciaal-kennis +van Indie? Moest niet eigenlyk ook de kat worden binnengeroepen van de +naaister der juffrouw wier grootmama's buurman eens zoo specialiteitig +droomde van iemand die op 'n printjen 't portret had gezien van 'n +doodgeboren wicht dat er misschien eenmaal aan gedacht zou hebben hoe +sommigen naar Indie kunnen gaan ... als 't geleefd had? + +Dat ik in die duizend gesmoorde hoofdstukken me vergiste in de +lokaal-kapaciteit van de Kamer, kan waar zyn. Maar 't blyft even waar +dat dit jammer moet worden gevonden door ieder die meent dat zoo'n +vergadering, om aan hare roeping te voldoen, behoefte heeft aan +_Specialiteiten_. + +En ... nog meer ongerymdheid, nog meer schade, nog meer leugen! + +Wie in haringzaken de behoefte aan 'n specialiteit staande-houdt, en +niet genegen is heel Vlaardingen binnen te roepen, behoort uit de +Vlaardingers 'n keus te doen. Wie worden nu met deze keus belast? +Experts? Zaakkundigen? Geenszins. De specialiteit wordt uitgekozen +door _niet_-specialiteiten, de bevoegdheid wordt beoordeeld door +_niet_-bevoegden, door _kiezers_. + +Zy die zich in de volksvertegenwoordiging doen voorlichten door +vakmannen, vergeten gewoonlyk dat het niet altyd de _sommiteiten_ in +zoodanig vak zyn, die door _leeken_ worden waardig gekeurd de +algemeene zaak voortestaan. En, dat bovendien juist zy die 'n vak met +hart en ziel beoefenen, en 't daarin brachten tot iets uitstekends, +den minsten lust voelen hun persoonlykheid, die 'n zeer _speciale_ +waarde heeft in gemeenschap van goederen uittehuwen aan 'n +vergadering, welke gemiddelder waarde _altyd_ beneden die van 'n +middelmatig individu staat. Dit laatste meen ik in m'n IDEE 9 +overtuigend te hebben aangetoond. + +Dat nu zoodanig _uitstekend_ individu ook wat plicht en roeping +aangaat, zich niet zoo onwaardig mag laten gebruiken, valt _my_ in het +oog. Maar aan sommige anderen schynt deze waarheid niet zoo duidelyk, +en daarom zal ik trachten haar optehelderen door de veronderstelde +uitstekendheid by benadering te schatten in geldswaarde of +maatschappelyke pozitie. Stellen wy dat er wryving van gevoelen +bestaat over Geneeskundige-dienst. Hygiène, enz. en dat men alzoo in +de Kamer ernstige debatten over die onderwerpen te-gemoet ziet. By +vakaturen wordt gewezen op de «juist thans zoo diep gevoelde behoefte +aan 'n specialiteit.» De kiezers zien dit in. Er is'n geneesheer +noodig. Geen heil buiten de medicynen alzoo. Een koninkryk voor +'n dokter! + +_Welken_ dokter moet men nu kiezen? + +Den bekwaamsten, denk ik. + +Wie beoordeelt die bekwaamheid? + +Iedereen! Maar ... niet iedereen kan dit beoordeelen met grond. + +Men gaat te-werk naar den _roep_ die er van 'n geneesheer uitgaat, Wie +veel praktyk heeft, is bekwaam. De geneesheer zonder praktyk, is niet +bekwaam. Dat dit kriterium hoogst-onzuiver is, doet niet ter-zake. Men +heeft geen ander. En bovendien, 't mag niet gewraakt worden in +kiezerszaken, daar zoodanige zeer inkorrekte waardeering berust op 't +zelfde beginsel waarmee de heele kiezery staat of valt, op: +_meerderheid van stemmen_. + +De te kiezen specialiteit behoort dus iemand _van naam_ te zyn, niet +waar? Een dokter die _door velen voor bekwaam gehouden wordt_? + +Vraag eens aan geneesheeren die tot deze kategorie behooren, of zy hun +ryke praktyk gelieven optegeven voor de nogal twyfelachtige eer van 't +lidmaatschap der Tweede-Kamer? En ook zonder te spreken van 't geldelyk +verlies, het zou al zeer weinig getuigen van liefde voor de wetenschap, +indien zy zich op die wyze door 'n kiezersgril lieten aftrekken van 'n +beroep dat den welgezinden onder hen, _roeping_ is. + +De zeer voorname geneesheer bedankt alzoo. De iets minder voorname +--tweepaardig nog altyd!--bedankt ook. De karbriolet bedankt. De chais +bedankt. Ach, de goeie lieve arme Tweede-Kamer moet zich behelpen met +deze of gene godheid van lagere orde en te-voet, die haar gebruikt om +zoo mogelyk langs chais, karbriolet en koets opteklimmen tot wat renommee +en praktyk. «M'n zieken zyn wat schaars, zoo redeneert de half- +verongelukte, doch als ik 'n deftig M.P. achter m'n naam zet, zullen de +patienten wel komen opdagen.» Daar ziet men dan 't specialiteiten-beginsel +op z'n kop staan. Niet de geneesheer als zoodanig nuttig in de Kamer, +maar 't kamerlid zit als volksvertegenwoordigende specialiteit voor 't +ziekbed. Hy licht z'n zeventig kollegaas niet voor met geneeskundige +kennis, maar voelt met ambtelyker deftigheid dan vroeger, den pols zyner +zieken. Z'n redevoeringen imponeeren de geachte leden niet, al rieken ze +naar de school--en dit _moet_, want met dat doel is-i daar--maar wel maakt +hy op z'n patienten hoogmogender indruk dan in de dagen van z'n +kamerloosheid. In 't Parlement daalde hy, zonder baat voor iemand, van +eenheid af tot 'n zeventigste deel. Met zeventigvoudige waardigheid +daarentegen wreekt hy zich op z'n andere lyders ... die ook niet +genezen, al zyn ze 'r nóg zoo groots op één dokter te hebben met het +vaderland. + +Laat ons aannemen dat de voor bekwaam gehoudene inderdaad in kennis +zoo hoog staat als z'n inkomen schynt aantewyzen, en tevens dat-i +vervuld is van liefde voor de algemeene zaak, zóó zelfs dat hy +des-noods bereid wezen zou van die hoogere inkomsten afstand te doen, +om tennutte des Volks bezig te zyn. Hoe behoort in zoodanig geval deze +specialiteit te redeneeren? + +«Er is in onze Volksvertegenwoordiging debat op-handen over Hygiéne, +Geneeskundige-dienst, Akademisch onderwys in de fakulteit der +medicynen, enz. enz. Ik heb my op die zaken toegelegd, en vermeen +--liever: _en ben overtuigd_--in-staat te wezen over dat alles +inlichtingen te geven die van nut kunnen zyn voor de beraadslagingen. +Men biedt my 'n plaats in de Kamer aan. Is 't nu, _in het belang der +zaak_, m'n plicht die betrekking aantenemen? Wordt de door my +verkregen kennis het voordeeligst aangewend _in_ of _buiten_ die +kamer? Dàt is de vraag? + +Ik beweer dat de _bekwame_ specialist, na zich deze vraag ernstig te +hebben voorgelegd, geen annihileerd lidmaatschap aannemen màg. Hy màg +'n kennis niet versplinteren. Hy màg het deel der wetenschap, waarover +hy te beschikken heeft, niet onderwerpen aan reglementen van orde, aan +konventioneele parlements-usantien, aan wanbegrippen over party-plicht. +Hy màg de religie van z'n vak niet blootstellen aan de schande van 'n +stryd met onkundigen, waaronder er zyn die op toevallig ambtgenootschap +het recht gronden van onbeschaamdheid. Hy màg dit niet, en ... 't +geschiedt ook niet! Want ... wie inderdaad als specialiteit bekwaam is, +_bedankt_. Hy komt, na de vragen die hy zich--altyd in 't belang der zaak +--voorlegde, tot de slotsom dat-i z'n talenten, z'n kennis en z'n +bekwaamheid het voordeeligst aanwendt door het _individueel_ verkondigen +van wat hy ter-zake dienstig oordeelt. Hy biedt de vruchten van z'n +arbeid aan volk en vertegenwoordiging _beide_, en wacht ... + +Wyst men daarop z'n slotsommen af? Mislukt hem 't gepoogd overplanten +zyner denkbeelden? Welnu, dan juist blijkt hem dat hy zichzelf, z'n +arbeid, en z'n «Publiek»--in en buiten de Kamer--goed beoordeeld +heeft. De specialist die, ongestoord arbeidende met al de kracht eener +alleenstaande individualiteit, geen bres beukte in den dikken muur van +algemeene onkunde, zou waarlyk dien muur niet hebben omgeworpen, +indien hy de kracht van z'n geest had verwaterd door oplossing in een +onevenredig-groot aantal deelen ... ànderen geest. + +Dit laatste beeld is weer onjuist, en te flauw voor de zaak die ik +daarmee wil kenschetsen. De invloed namelyk van den specialist wordt +niet alleen _verzwakt_ en _verlamd_ door z'n opgaan in een groot +heterogeen geheel, maar die invloed wordt door tegenwerking +_vernietigd_, of althans dit kàn 't geval zyn. De mogelykheid bestaat +dat 'n nuttige waarheid die kans had op bevruchtend doordringen, voor +langen tyd verloren gaat, òf omdat zy 'n lid der Volksvertegenwoordiging +tot ontdekker had, òf omdat ze in die Vertegenwoordiging werd verkondigd. +En hierop doelde ik eenige bladzyden geleden, toen ik klaagde: nog meer +schade, nog meer _leugen_! Dat immers het smoren van waarheid, leugen in +de hand werkt, zal wel betoog behoeven. + +Ik verdedig van 't nu volgend voorbeeld alleen de strekking, en geenszins +de zeer willekeurig gekozen stelling. + +Een geneesheer, _inderdaad_ sommiteit in de wetenschap, heeft zich +laten verschalken. Hy verlaat zieken en studeercel, en neemt zitting +in de Kamer. Na moeilijke inspanning en veel _speciale_ studie, is hy +in het bezit geraakt van een of meer der volgende--door my slechts +voor 'n oogenblik als zoodanig aangenomen--waarheden: + + dat de volksvoeding slecht is, + dat de kazerneering van de militairen veel te wenschen overlaat, + dat de hospitalen niet deugen, + dat de vaccine nadeelig werkt op de gezondheid, + dat er fouten zyn in de wettelyke regeling der prostitutie, of wel + dat de heele wettelyke regeling op dat stuk 'n fout is, enz. enz. + +Hy was op 't punt de rezultaten zyner wetenschap en ervaring +neerteleggen in 'n uitgebreid werk. Daar komt men hem storen met z'n +verkiezing. Nu behoorde hy te antwoorden: «lieve mensen, ik heb +waarlyk geen tyd voor zulke dingen, voorziet u elders!» Maar we +stelden reeds dat het verschalken ditmaal gelukt. Zelfs de goede +HOMERUS slaapt nu-en-dan. Onze voorlichter laat zich dus de «keuze +zyner medeburgers--waaronder geen enkele is, dien hy 't geringste +stemrecht zou toekennen in _zyn_ onderzoekingen!--welgevallen.» +Verkeerd redeneerende, hoopt hy z'n verkregen kennis aantewenden in +dien nieuwen werkkring. + +Maar ... die werkkring omvat ook andere zaken dan waarmee hy zich zoo +religieus bezighield. Men tracht hem te werven voor--of tegen +--tariefsherziening, vry-arbeid, kadaster-revisie, schoolwet, +afschaffing tienden, pantser-fregatten, linie-verdediging, kieswet- +verandering, enz. enz. Onze arme geleerde voelt dat hy in 'n maalstroom +geraakt is, waarby hy de vruchten zyner korrekt-wetenschappelyke +nasporingen niet plaatsen kan. Z'n nieuwe omgeving waardeert z'n +vorigen arbeid niet. Het is haar niet om waarheid te doen, maar om 'n +_stem_. + +Dit is hem wel 'n groote teleurstelling, maar ... och, onze naïve +onderzoeker beleefde niet geheel ongeschonden de laatste twintig, +dertig jaren. De modewoorden, «behoud, liberalisme, reaktie, +verblinding der tegenparty--die 't altyd glad mis heeft--ministerieele +krizis, periodieke òndergangen van 't vaderland» enz. drongen tot z'n +studeervertrek door. Wel stuitten hem vroeger, als ruwe vloeken den +vrome, al die vage uitdrukkingen, hem die de godsdienst van 't +_exakte_ bekleed, maar men is nooit straffeloos 'n kind van z'n tyd. +Hy wyst al die Kamerpraatjes niet af met de minachting die ze +verdienen, en die dan ook werkelyk gevoeld wordt door den zeer enkele +die trouw bleef of aan gezond verstand, òf aan de vak-religie waardoor +by sommigen zoo eigenaardig de rol van 't geweten vervuld wordt. Maar +dit zyn uitzonderingen. + +In-weerwil van dat alles herinnerde hy zich iets op 't gemoed te +hebben. «De volksvoeding, m'nheeren ... + +Wie luistert naar zóó iets! De kwestie _aan de orde_ is, de dikke +yzeren platen waarmee men waarschynlyk onze schepen onbruikbaar maakt, +en zéker de marine bederft, uit Engeland of uit Frankryk moet ontboden +worden? Dat 's wat anders dan eiwit en proteïne! + +Zeer wel. De arme man tracht met geduld en berusting die pantserplaten +te doorboren, en zwygt. Neen, erger, hy stemt mee met de _clique_ +waartoe hy zich verbeeldt te behooren, omdat ze hem 't uitzicht opende +ook eens naar hèm te luisteren. Maar ... eerst die pantser-historie +_Passez nous le rhubarbe, nous vous passerons le séné_! + +«De kazerneering der troepen ... + +Lieve hemel, hoort hy dan niet dat we bezig zyn met Eeredienst? De +vraag «aan de orde» is, of goddelyke dingen, voortaan te zwak om +alleen te staan, by finantien of binnenlandsche zaken moeten worden +ingedeeld? De Israelieten beweren, de Katholieken gelooven, de +Protestanten protesteeren ... + +In 's hemelsnaam! De huisvesting der troepen moet wachten tot de _res +divinae_ gekazerneerd zyn. + +«Maar de hospitalen dan ... + +Hospitalen hier, hospitalen daar ... de heeren zyn bezig met 'n +Noorzeekanaal. Dàt is «aan de orde». Hospitalen by 'n volgende +gelegenheid. + +En onze patiënt--helaas, vroeger was-i zelf geneesheer! moet z'n +lydende hospitalen laten wachten. + +«Wat de koepokstof aangaat, myne heeren ... + +Er wordt vandaag niet ingeënt. De Kamer is bezig met de posteryen. +«Aan de orde» is de vraag hoe 't stelen van brieven kan voorkomen +worden? + +De tegenstander der vaccine--hy is dus vooral tegenstander van +_gedwongen_ vaccinatie--schikt zich alweer. Hy stelt z'n verlossing +uit, en rekommandeert zich voor wat _gelegentliche_ aandacht op de +zaken die _hy_ behandelen wil, door zich gedwee te laten inënten +met postery. + +«Wat de prostitutie aangaat ... + +Sjt! Over zulke dingen wordt hier niet gesproken. _On se respecte_! + +Daar zit nu de man met z'n kennis, met al z'n geleerdheid, met al z'n +_specialiteit_! Hy betreurt den tyd toen-i alléén was met z'n streven +naar waarheid, en geen andere beletselen kende, dan die uit den aard +der behandelde zaak voortvloeiden. + +Maar ... eindelyk toch komt het tydstip waarop hy zoo-lang wachtte. Na +'t doorloopen van allerlei kursus in zaken die hem vreemd waren, en +waarin-i zoo goed mogelyk zich richtte naar 't voorbeeld van wien _hy_ +aanzag voor specialiteiten in hùn vak--de onnoozele! roept men hem op +tot verkondiging ... + +Hy is gereed. «De huisvesting der troepen alzoo ... + +Alweer mis! Heeft men ooit dommer onbruikbaarder schepsel gezien dan +zoo'n geleerde! Daar zou hy waarlyk den minister die gesteund moet +worden, 'n brandhout voor de voeten gooien, of: den minister die +vallen moet, steunen! + +Zoo wordt alles gesmoord, vernietigd. Waarheid, vrucht van gemoedelyk +onderzoek, religie der wetenschap, hospitalen, volksvoeding, vaccine, +prostitutie ... neen, nu zeg ik 'n woord te veel, één woord. + + * * * * * + +De zaken kunnen zich evenwel anders toedragen. _Variis modis male +fit_. Stellen wy eens dat de thesis die onze specialiteit te bepleiten +heeft, ten-laatste wèl «aan de orde» komt, en dat het geoorloofd is +haar te behandelen. Hy spreekt. Men luistert naar hem. Men geeft hem +de eer die hem als _bevoegde_ toekomt. + +_Wie_ geeft hem die eer? _Wie_ luistert? + +De Kamer? + +Geenszins. Slechts 't gedeelte der Kamer dat de verkondigde nieuwe +leer kan gebruiken in 't program van den kinderachtigen partystryd. +De waarheid wordt niet ingehaald om haarzelfs-wil, maar om haar +opportuniteit als oorlogswapen. De _bekwame_ specialist bedroeft zich +over 't misbruik dat hy ziet maken van z'n arbeid, en gevoelt dat elke +_leugen_, wanneer ze maar gelyke partydienst doen kan als de door hem +gevonden _waarheid_, even welkom als deze zou geweest zyn. + +Doch, meent men, z'n mededeelingen zyn nu eenmaal aangehoord ... ze +zullen doordringen? + +O zeker. Het staat in de macht van geen Parlement ter-wereld, de +waarheid _op-den-duur_ te smoren. Maar ik blyf beweren dat de +verkondiging op _die plaats_ haar 't licht doen zien in zeer nadeelige +konditien. De onvervalschte verspreiding wordt tegengewerkt en +vertraagd door de lokaaltint van pseudo-staatkunde _tendance_ die +onafscheidelyk is van elke parlementaire handeling. + +Het doet er voor den eisch van m'n betoog volstrekt niet toe, of de +wetenschappelyke meening van onzen _bekwamen_ specialist samenvalt met +de belangen der meerderheid, of met die van 't ander deel der +vergadering. De hulde dergenen in wier kader z'n opinien passen, heeft +minder waarde dan wanneer z'n ontdekkingen waren gepubliceerd zonder +politieken bysmaak. En ... de tegenwerking der andere party is hevig. +Dit nu op-zichzelf ware geen schade. Maar die hevigheid openbaart zich +ten-koste van de waarheid. En dit schaadt wel! + +--Hoe, gebreken in volksvoeding, in kazerneering, in prostitutie? +Onder den minister dien _wy_ steunen? Dat mag niet waar zyn! + +--'t Is inderdaad hard, maar ... wie zal hem tegenspreken? Hy is 'n +alom voor bevoegd gehouden ... _specialiteit_! + +--Zooveel te beter! Ook wy weten met zulke dingen te goochelen. En is +'n vakature voor 't distrikt X, Y, Z. Aan specialiteiten is ook aan +ònzen kant geen gebrek ... + +Waarlyk, weinig tyds na z'n optreden ondervindt onze Goliath dat men +hier-of-daar 'n Davidje wist optesporen--liefst 'n zeer kleintje--die +juist niet altyd behoeft te overwinnen, als hy maar goed genoeg +slingert om zeker soort van kampvechters te doen meenen, of gelegenheid +te geven tot het voorwenden van de meening, dat hy den reus vlak voor +z'n kop heeft getroffen. + +Hoe dikker de laag van onbeduidendheid, die men doorboren moest om de +nieuwe specialiteit aan 't licht te brengen, hoe onvoordeeliger de +toestand wordt van den uit z'n kring gerukten apostel. Hy gevoelt dat +men hem verlaagd heeft tot vechthaan, en dat hy zich _en spectacle_ +geeft. De leeken staan er by met de handen in den zak, en wedden. Ze +voelen niets van de pyn des meesters, die diep gewond wordt, niet door +de slagen die hem de leerling toebrengt--ze treffen niet!--maar door +'t vernederend besef dat-i zich heeft laten verlokken tot derogeerenden +stryd. Hy moet het aanzien dat onbevoegden z'n tegenstander den palm +der overwinning toekennen, of--niet minder bitter!--ondervinden dat +even onbevoegden wel willen erkennen dat hy dien tegenstander verslagen +heeft, en mag eindelyk nog van geluk spreken, indien de parlementaire +konvenientie van 't oogenblik hem den byval verzekert van de meerderheid. +Maar ... ook dit zelfs kan wel eens veranderen na de herkiezingen in Juni! + +De specialiteit der 3e, 7e 1001e klasse integendeel, wint altyd, ook +al werd-i _moralement parlant_ platgebeukt weggedragen van 't slagveld. +Hy die, _buiten_ de Kamer, _volgens de schatting der vakgenooten_, +onwaardig zou geweest zyn de schoenriemen des meesters te ontbinden, +geniet nu reeds door den stryd-zelf--hoe ook de uitslag zy--grooter eer +dan in gewone omstandigheden het loon eener overwinning wezen zou. Hy +hyscht z'n onbeduidenheid aan de hoogte van z'n tegenstander op, die op +zyn beurt hem niet mag terugzenden naar de school, omdat hy ditmaal niet +te doen heeft met de nietige persoonlykheid van den adept--van den +dilettant misschien--maar met die andere nietigheid welke men in de +dieventaal der parlementen gewoon is: 't «geacht lid» uit ... +een-of-ander, te noemen. + +Bezit nu 't _ad hoc_ binnengeroepen vechtkuiken de gaaf van +«mooipraten» of al ware het zelfs van «goed-spreken» dan is de zaak +nog erger. En: _dit is meestal 't geval_, omdat het uit den aard der +zaak voortvloeit. By 't opsporen immers van iemand die de gevreesde +_bekwame_ specialiteit moet neutralizeeren, is _welsprekendheid_--zoo +noemen ze dat, en ik zal hierop terugkomen--'n eerste vereischte. Hoe +hooger Goliath uitsteekt, hoe meer steentjes onze David-Demosthenes +moest kunnen bergen in z'n mond. Hoe minder wetenschap, hoe meer +redevoering. Hoe minder kennis, hoe meer misbruik van taal. Hoe minder +innerlyke waarde, hoe meer _cant_. + +Ligt het nu niet in de rede, dat onze andere specialiteit, hy dien we +voorstelden als _inderdaad uitstekend_, berouw voelt dat hy zich en +z'n waarheidsreligie blootstelde aan zulke vernederingen? Moet hy niet +telkens neiging voelen den stryd te ontwyken, als zyner onwaardig? +Begrypt men niet, dat hy slechts met moeite zich weerhoudt van het +uiten der klacht: «gy, geachte leden die m'n woorden toejuicht of +afkeurt, ik wenschte dat ge leerdet wat toejuiching of afkeuring waard +is. Voor u allen is plaats op andere banken dan van deze Kamer ... ik +wacht u by m'n lessen. Wat u betreft, geacht lid uit Snaterburg, die +me zoo heel in 't byzonder tegenkakelt, om by die lessen te worden +toegelaten, stel ik u voor, een-en-ander afteleeren. En hiermee heb ik +de eer de heeren te groeten.» + +Wel zeker! Hy gaat naar huis, en zoekt 'n ander veld ter bezajing. Als +oprecht waarheidzoeker is hem lof en tegenspraak beide welkom. Maar 't +moet de waardige lof zyn die aanmoedigt en kracht geeft tot voortgaan, +niet de onbekookte «mooivindery» van bevooroordeelden. De tegenspraak +die hy gaarne uitlokt als onmisbaren graadmeter van z'n oordeel, +behoort te leiden tot ontwikkeling. Hy voelt zich en z'n zaak te goed +voor 'n redeloos gekibbel, dat hem afmat, den indruk zyner redeneeringen +uitwischt, en den stand der behandelde zaken verwart. Dit alles moge +nu-en-dan voldoen aan de eischen eener zoogenaamd-staatkundige party, +'t past gewis niet in 't program van den waarheidzoeker. + +Ik laat nu daar, in hoeverre dit alles anders wezen zou, indien ... +onze parlementen anders waren. Dit behoort niet volstrekt tot m'n +tegenwoordig onderwerp, al zy 't dan dat de wanbegrippen over 't nut +van specialiteiten het hunne bydragen tot het laag gehalte onze +Volksvertegenwoordiging. Daartoe evenwel werken ook oorzaken mee, die +tot 'n heel andere kategorie van dwaling behooren, dan waartegen ik in +dit geschrift te-velde trek, en die ik dus nu voorbyga. + +Men zou me kunnen tegenwerpen dat de bekwame specialist niet juist +_altyd_ 'n onwaardigen tegenstander behoeft te hebben, en vragen of er +dan ook geen nut te trekken is uit 'n debat tusschen _ebenbürtigen_? + +Elders, ja. Maar in de Kamer niet. De pseudo-politieke atmosfeer +bederft al wat haar inademt. De man van wetenschap gevoelt dit, en +tracht zich aan dien invloed te onttrekken. Zoodra hy in z'n +tegenstander een hem waardigen kampvechter erkent, zal hy hem liever +uitnoodigen tot het kiezen van 'n geschikt terrein, dan hem en +zichzelf ten schouwspel te geven aan 'n publiek dat het bywonen van +den stryd niet waard is. Deze ridderlyke afkeer van dorperheid wordt +nog ondragelyker, zoodra de kampioenen het besef opdoen dat hun plebs +niet alleen onbevoegd is tot het beoordeelen van de kracht of +juistheid der toegebrachte slagen, maar dat het er op aast hun beider +eruditie te gebruiken als oorlogsmiddel in 'n stryd waarmee de +wetenschap niets gemeens heeft. De vernedering is dan voor beiden +onduldbaar, waaruit dus vanzelf volgt dat wy op zoodanig schouwspel +zelden--ik durf zeggen: nooit--onthaald worden. En hiermee wordt alzoo +de stelling bewezen dat de inderdaad bekwame specialiteit het +lidmaatschap in de kamer niet dan onbedacht aanneemt, en in dat geval +slechts voor zeer korten tyd behoudt. + +De schaarste van uitzonderingen op dezen regel gedoogt niet dat het +aanwezen van _twee_ uitstekende specialiteiten in één vak, frekwent +kan zyn op de banken der Volksvertegenwoordiging. Doch al ware dit +anders, dan nog en dan alweer zou 't getuigen _tegen_ de toepasbaarheid +van 't specialiteiten-stelsel, dewyl in zoodanig geval andere speciaal- +vakken te schraal zouden bezet wezen. + +Aannemende immers dat, byv. de marine door twee specialiteiten werd +vertegenwoordigd--hooger aantal zou de onevenredigheid nog doen +stygen--dan volgt hieruit dat veel andere vakken van kennis en +wetenschap onvoldoende of in 't geheel niet gereprezenteerd worden, en +wel om dezelfde reden die m'n uitgever bewoog die duizend vervelende +hoofdstukken te schrappen. + +Twee zulke marine-specialiteiten zullen gewoonlyk bestaan uit twee ... +FRITSJENS. Zelden uit één admiraal van de soort als die ik liever aan +het hoofd van de vloot zag, met één FRITSJE tegenover hem. En nooit +uit _twee_ admiralen van dat gehalte. Mocht dit laatste _par +impossible_ 't geval eenmaal wezen, dan kan men verzekerd zyn dat de +een met monitors dweept, en dat de ander, op 't voorbeeld van den +Amerikaan FERRAGUT, zich schamen zou _to fight on the bottom of a +teakettle_. In één zaak evenwel zullen die heeren 't ééns zyn, in +tegenzin elkaar te enteren voor 't plezier van zes dozyn landkrabben +die geen marlpriem kunnen onderscheiden van 'n borduurnaald. + +Doch, zullen sommigen meenen, het nut der debatten tusschen +specialiteiten in de kamer gaat misschien niet geheel te-loor. Ze +worden ook _buiten_ de Kamer gehoord ... + +Niet zoo goed als wanneer ze buiten die Kamer gevoerd waren, in welk +geval de onderwerpen grondig, monografisch, en van politieke «smetten +vry» konden behandeld worden. Deze drie epitheta namelyk duiden de +tegenstelling aan, van de belemmeringen _in_ de Kamer, die ik trachtte +te schetsen. + +Wie overigens, ter verdediging van het nut der specialiteiten in 'n +parlement, zich beroept op de mogelykheid dat _niet alles_ verloren +gaat wat ze daar ten-beste geven, heeft toegestemd wat ik bewyzen +wilde. + +Ik mag dit kapittel niet sluiten zonder de opmerking dat de +gegrondheid myner overtuiging op dit stuk, gestaafd wordt door de +Geschiedenis. Nooit dan in de tyden van voorbygaande beroering, waren +_zeer_ uitstekende mensen--dusgenaamde «groote mannen»--leden eener +politieke vergadering. In dit feit ligt de resumtie der oorzaken +waarom ook _gewoon_-uitstekende mensen--vak-specialiteiten--niet op +hun plaats zyn in 'n volksvertegenwoordiging. Zoodanig kollegie geeft +aanhoudend blijk, niet zoozeer te beantwoorden aan de roeping om +kapaciteiten aantewerven--wat dan toch, oppervlakkig beschouwd, de +eisch wezen zou--dan wel om te voorzien in de behoefte aan 'n terrein +waarop middelmatigheden voor kapaciteiten kunnen doorgaan. Wie veel +bezit, associeert zich niet. En wie inderdaad iets is ... + +--Niet waar, 'n mens moet _iets_ zyn, roept men ons uit den hemel toe +... + +We herkennen de stem des zaligen Barons VAN EEN-OF-ANDER. En we geven +hem volkomen gelyk. Een mens moet _iets_ zyn. Zeker, zeker, men moet +_iets_ zyn! Maar juist daarom komt het me voor, dat iemand die +inderdaad _uit zichzelf_ iets is, zich geen moeite hoeft te geven +schynbaar iets te _worden_, door 't opgaan in anderen die op hun beurt +zich slechts vereenigden om niet, ieder alleen staande, volstrekt +niemendal te wezen. + + + + +MVII. + + +Onder de tallooze invloeden die de maatschappy beheerschen, zyn er +velen die wy òf in 't geheel niet kennen, òf waarvan wy ons slechts +zeer onvoldoende rekenschap geven. De algemeene oorzaak van dit +verschynsel zal wel traagheid zyn, maar ik meen de meer onmiddellyke +aanleiding te vinden in onze ... specialiteit van aardbewoners. We zyn +zoo gewoon geraakt aan 't waarnemen of ondergaan van de uitvloeisels, +dat we zelden ons opgewekt voelen om onderzoek naar de bronnen te +doen. 't Is dus hier alweer--als by die bakkers in Hoofdstuk +zooveel--de _levenslankheid_ waarmee wy ons vakje van aardbewoners +uitoefenen, die ons van 't nasporen der _causae rerum_ terughoudt, en +hierom staat gewoonlyk ons begrip nog lager dan onze kennis, die ... +ook te wenschen overlaat. + +Wanneer een onzer op de maan aanlandde, en daar wezens aantrof die +belangstelden in kennis, zoud-i waarschynlyk in z'n nieuwe omgeving +doorgaan voor byzonder bevoegd om inlichtingen te geven omtrent +aardsche zaken. Maar weldra zou hem blyken dat een seleniet meer +vragen kan dan tien telluriers weten te beantwoorden. En dit niet +alleen ten-opzichte van inderdaad onoplosbare vraagstukken, of ook van +die welke slechts by sommigen voor moeielyk doorgaan, maar zelfs in +zaken die geenszins buiten z'n begrip liggen. Telkens zoud-i zich +moeten verwyten gedurende z'n vorige loopbaan zoo weinig acht te +hebben geslagen op 't verband tusschen oorzaak en gevolg, en by 't +minst besef van eerlykheid ware hy werdra genoodzaakt z'n ontslag te +vragen uit de betrekking van vraagbaak. De primitiviteit der leeken +die hem aanzagen voor professor, zou zich openbaren in allerlei vragen +welke hy nooit zichzelf voorlegde niet alleen, maar die hem ook op z'n +eigen planeet nooit waren gedaan door onkundigen, vertrouwd en +verzoend als ze waren met hun gebrek aan begrip. Een vry algemeene +hoofdindruk van zoo'n ontmoeting zou bestaan in de overtuiging dat-i +vroeger zeer veel meeningen had aangenomen als op _rede_ gegrond, +terwyl hy nu zou moeten erkennen dat ze slechts berustten, of op +stilzwygende overeenkomst--_konventie_--óf op voorbedachtelyke en +uitdrukkelyke versiering, op 'n gemakshalve als wáár aangenomen maar +onbewezen en vaak onjuiste stelling, in één woord: op _fiktie_. Onder +deze konventien bekleeden onze meeningen over _bevoegdheid_ 'n eerste +plaats. By nauwkeurig onderzoek zal gewoonlyk blyken dat we telkens +deze hoedanigheid toekennen aan personen die daarop niet veel meer +aanspraak mogen maken dan zoo'n verdwaalde aardbewoner die op de maan +benoemd werd tot adviseur. + +Dat de hier bedoelde onjuistheid van schatting, met al de fouten die +er uit voortvloeien, nooit geheel kan vermeden worden, ligt in den +aard der zaak. De meeste punten van rechtsbegrip en zedelykheid +immers, ja zelfs de meeningen over eigen of algemeen belang, berusten +op _konventie_, en dit zal wel zoo blyven, zoolang 't ons niet gegeven +is doortedringen tot de _eerste oorzaak_ der dingen. Altyd stuiten wy +in onze nasporingen op 'n stelling die--zooals de axiomaas in +wiskunde, maar met minder recht--voetstoots moet worden aangenomen, +op-straffe van onmogelykheid om dóórteredeneeren. Dit verschoont +evenwel de lichtzinnigheid niet, waarmee wy ook zulke onwaarheden +vaststellen, die zeer goed hadden kunnen vermeden worden zonder ons 't +verlies van 'n bruikbare konkluzie te veroorzaken. Het is waar dat wy +in sommige gevallen aan zeker vertrouwen op konventioneele bevoegdheid +behoefte hebben, geenszins omdat dit den wysgeer nader brengt aan +waarheid, maar omdat de maatschappelyke orde soms vereischt dat 'n +twyfelachtige zaak op wettelyke wys worde vastgesteld. Dit onderscheid +tusschen de doeleinden der wysbegeerte en de belangen van de maatschappy, +wordt--heel onwillekeurig voorzeker, maar nogal duidelyk--erkend door de +Wet. Zy verbiedt den rechter uitdrukkelyk: _recht te weigeren_, dat is: +géén uitspraak te doen in de geschillen die aan z'n oordeel worden +onderworpen. Hy _moet_ beslissen tusschen ja en neen, tusschen +aanklacht en verdediging, tusschen zwart en wit, plus en minus, zyn en +niet-zyn. Hy mag niet twyfelen, mag z'n oordeel niet opschorten, mag +niet bescheiden wezen--'t geen hier in veel gevallen zeggen wil: niet +_eerlyk_--hy is eens-vooral veroordeeld tot _weten_. Op wysgeerig +terrein zou deze verplichting 'n ware zotterny wezen, wanneer niet op +even wysgeerige gronden kon worden aangenomen dat we behoefte hebben +aan zeker soort van dwaling. De natuurkundige dien men vragen zou, +_waarom_ alle stof streeft naar vereeniging, mag betuigen dat hy 't +niet weet, maar 'n _Rechter_ is verplicht zich te houden voor alwetend +en onfeilbaar, of ... zich aantestellen _alsof_ hy zich daarvoor +hield. Waar-i soms inkompetentie aanvoert, mag en moet ze gegrond +wezen op een-of-ander wetsartikel dat z'n jurisdiktie bepaalt, nooit +op z'n onwetendheid in 't algemeen, of z'n gebrekkige kennis der +byzondere zaak die aan z'n oordeel onderworpen werd. Veel minder nog +op z'n zedelyke onvolkomendheid die hem zou kunnen verlokken tot +toegeven in partydige liefde of haat. Het is dan ook om redenen van +dezen aard dat algemeene wysbegeerte, d.i. '_t streven naar waarheid_, +zoo dikwyls lynrecht tegenover de eischen van een «vak» staat. Maar 't +ideaal van volkomendheid dat we moeten trachten te bereiken, noopt ons +dit verschil in opvatting zooveel mogelyk te verevenen. Het is daarom +onze plicht geen certifikaten van bevoegdheid uittereiken aan _valsche_ +specialiteiten, en vooral niemand tot specialiteit uitteroepen, die zeer +in 't byzonder ònbevoegd is. Dat 'n _Rechter_ in wiens uitspraak we +genoodzaakt zyn te berusten, niet altyd _rechtspreekt_, is nu eenmaal +de verdrietige waarheid, maar onzinnig zou 't wezen, daarom by-voorkeur +den zoodanige tot rechter te benoemen, van wien niets of weinig anders +ware te wachten dan ònrecht. Onder billardspelers bestaat de gewoonte, +by verschil van meening over 't aantal behaalde punten, zich te +onderwerpen aan de uitspraak van den markeur «_die 't weten moet_.» +Onze eerbied voor 'n rechterlyke uitspraak heeft geen steviger +grondslag dan die «_voor bevoegd houden_» van 'n droomerig jongetje. +Toch verbeeld ik me dat 'n wakkere, oplettende--en vooral 'n +_intègre_!--markeur te verkiezen is boven 'n slaapkop of 'n bedrieger. +Wil men deze vergelyking omtrent de kracht en de strekking van +konventioneele bevoegdheid verder uitstrekken of hooger opvoeren, dan +wys ik op 't _zeer rationeele_ katholieke leerstuk der pauselyke +onfeilbaarheid, 'n dogma dat gewoonlyk verkeerd wordt voorgesteld door +protestanten en protesteerende katholieken, twee soorten van +dissidenten die middel vonden om de ongerymdheid van de geloovery +optevoeren tot hoogere machtsverheffing. De tegenwerpingen: «hoe kan +een aan allerlei _menselyke_ onvolkomenheden onderworpen _mens_ +onfeilbaar wezen?» en: «wat al pausen die dwaasheden beginnen, of +zelfs misdaden!» houden geen steek. Het is voor den geloovigen +katholiek die de eenheid der kerk bewaard wil zien--en juist _dit_ is +de eisch van 't katholicismus--de vraag niet, of zekere persoon dien +men paus maakte, dwalen kan, maar: of men niet tot handhaving van dien +eigenaardigen eisch der kerk, behoefte heeft aan ... 'n markeur, wiens +_konventioneel_ gezag den vrede onder de spelers bewaart? De +protestantsche wyzigheden op dit punt, komen vry bespottelyk voor in +lieden die eerbied hebben voor allerlei apokriefe dokumenten, voor de +wartaal van dezen of genen profeet of apostel, en die zich deemoedig +buigen onder de uitspraken van CALVINUS, van LUTHER, van den +_Heidelberger_, van de _Dorische Synode_. «_Wy_ niet roepen hier de +modernen, _wy_ erkennen slechts als waarheid wat wyzelf onderzochten +en inderdaad voor waar erkennen.» Deze betuiging zou 'n gelukwensch +waard zyn, wanneer ze in-allen-opzichte met de werkelykheid +overeenkwam, en als ze niet geuit werd door mensen die toch in 't +maatschappelijk leven telkens zeer katholiekelyk hun meening +onderwerpen aan de opinie van deze of gene specialiteit, zonder nog +daarby zich te kunnen beroepen op traditie, op piëteit, op behoefte +aan eenheid en tucht, of wat dies meer zy. + +De eerste modellen van opgedrongen bevoegdheid waarmee wy in 't leven +te doen krygen, zyn natuurlyk de ouders. Zy zyn 't die de +kinderboekjes koopen en de onderwyzers kiezen, en worden waarschynlyk +dáárom in sommige opvoedkundige werken zoo walgelyk gevleid. De lezer +staat verbaasd over al de wysheid en al de deugd van Vader en Moeder, +die 'n kind volgens die werkjes in z'n binnenkamer te aanschouwen +krygt, en behoorde verwonderd te zyn daarvan zoo weinig waartenemen in +de maatschappy. Papa en Mama stelen niet, vloeken niet, liegen niet, +twisten niet, lasteren niet en gooien geen glazen in. Of ze de +specialiteit van onmenselyke bravigheid zóó ver dryven dat ze niet +eten en drinken ook, is me nooit gebleken, maar me dunkt het hoort er +zoo by. En ... de kunde! Papa weet alles. Hy is de «bevoegde» persoon +om alle geheimenissen optelossen, alle duisterheden te verklaren. +Niets weet-i niet, precies 'n rechter! Maar, lieve mensen, ziet eens +om u heen, en let eens op al de vaders die in hun binnenkamer benoemd +werden tot specialiteiten in volkomenheid! Het kind--dat _niet_ om +zich heen ziet, en dit dan ook nog niet kàn--schikt zich, en vervalt +van de eene specialiteit in de ander. Want weldra neemt de onderwyzer +z'n niet zeer bescheiden plaats op den troon der volmaaktheid in. +Daarop volgt de dominee, de «bevoegde» persoon alweer om te vertellen +wie, wat en hoe God is. Hy weet dit precies, want ... hy is +_specialiteit_ in onbegrypelyke dingen. 't Is z'n «vak.» + +Aldus voorbereid om genoegen te nemen met het leunen op onvaste +steunsels, treedt de jonge mens de wereld in, en zou 'n Herkules van +zelfstandigheid moeten wezen om vertrouwen te weigeren aan de tallooze +voorgangers die hem als «bevoegd» worden aangewezen. Bovendien, wat +zou hem tot wantrouwen opwekken? De verkeerde begrippen die hy ontmoet +in de Maatschappy, werden ook gedoceerd door de speciaal-bevoegden die +deze Maatschappy aan 't hoofd van haar akademien plaatste. De akademien +bevestigden wat er onderwezen werd op de school. En die school was +redelyk homogeen met de kinderkamer. Zeker, zeker, de specialiteiten in +«bevoegdheid» vormen 'n keten die van 't allerlaagste tot het hoogere, +hooge en allerhoogste loopt. Bakers, geneesheeren en professors zyn 't +volmaakt eens in hun afschuw van de luchtbeweging die ze brandmerken met +den vreeselyken naam van «tocht.» De staatsdienaars in hun redevoeringen, +en zelfs de Vorsten op hun troon, stellen zich even kundig aan, even +edelmoedig, even rechtvaardig en even zedelyk als de heeren Eerhart en +Goedman uit de kinderboekjes. Wie aan de praatjes van al die vorsten, +bakers, staatsdienaren en dokters geen geloof slaat, is 'n ketter. Maar +de jongeling die zoo-even de maatschappy intrad, denkt niet aan de +mogelykheid van verzet, ternauwernood aan oorbaarheid van twyfel. +Gebiologeerd tot stompzinnig berusten, raakte hy zoo gewoon aan 't +meegaan met anderen, dat-i z'n eigen denkvermogen liet braak liggen. +De stad zyner inwoning komt voor rekening van Burgemeester en +Wethouders, die wel verstand zullen hebben van gemeentebelangen, want +... ze zyn de bevoegd-verklaarde personen. De Landsregeering? Wèl, +daar is de Koning voor ... 'n specialiteit van geboorte. Daar zyn de +Ministers voor ... specialiteiten van 't goddelyk _parvenir_. Daar is +de volksvertegenwoordiging voor, specialiteit van ... ik weet niet +wat, maar «bevoegd» is ze, o gewis! Want de Wet verzekert het ons, en +die Wet werd gemaakt door specialiteiten van gelyke bevoegdheid als de +bevoegd verklaarde vergadering-zelf. Wie dáárna nog twyfelt! + +Er blykt alzoo dat wy in dat alles--en in 't laatst genoemde zeker 't +minst niet!--te doen hebben met een der fiktien waaraan onze Maatschappy +zoo ryk is. Reeds in den aanvang myner IDEEN wees ik op de eigenlyke +strekking van 't vertegenwoordigend Regeeringsstelsel. Het tellen van +stemmen--iets als 'n zonderlinge poging om intelligentie, kunde, goede +trouw, vaderlandsliefde, e.d. te onderwerpen aan den eersten hoofdregel +der rekenkunde--zou eigenlyk kunnen beteekenen: «àls we aan 't vechten +gingen, zouden _wy_ winnen, want we hebben de meerderheid op onze hand. +Laat ons 't vechten voor gebeurd houden, en aannemen dat wy geslagen +hebben. Dit wint vermoeienis, tyd, geld en bloed uit.» Zeker! Maar ... +dan blyft toch altyd de eisch: _dat men goed telt_, niet waar? En dit +doen we met onze konventioneele kiesdistrikjes alweer _niet_! De fiktie +over «bevoegdheid» nu eenmaal niet kunnende missen, behooren wy _in_ die +fiktie zoo logisch mogelyk te-werk te gaan. Dat we dit _niet_ doen, meen +ik in m'n IDEEN 119, 120, 121, en 133, voldingend bewezen te hebben. Of +zou 't er--na eenmaal 'n onjuistheid te hebben aangenomen als punt van +uitgang,--niet op aankomen hoe men daarop voortbouwt? 't Is wel mogelyk. +Maar dan konden wy onze kiezery vereenvoudigen of, beter nog, geheel +achterwege laten, en de beslissing over «bevoegdheid» tot Lands-en +Gemeentbestuur overlaten aan 't lot.[7] Dit zou ook hierom misschien +de voorkeur verdienen, omdat we dan met gelyke kans op goeden uitslag +--waarschynlyk zelfs met grooter kans--tyd en inspanning konden sparen, +om nu niet te spreken, van den wrevel, van de zwartmakerij, van al 't +_onzedelyke_ dat 'n onvermydelyk gevolg is van onze tegenwoordige +kiesmethode. Het heeft er veel van, of de Wetgever bevreesd was dat +het Volk hooger zou staan dan z'n gemachtigden, en middel zocht om by +'t verlagen van 't peil der Kamer, tevens de burgery te demoralizeeren. +En nog beweren sommigen dat de fabrikeurs der achtenveertigste grondwet +hun doel niet zouden bereikt hebben! _Allons donc_! + + * * * * * + +Men zou kunnen aannemen dat er voornamelyk drie manieren zyn, waarop +'n certificaat van _bevoegdheid_--dat is 'n aanstelling tot +_specialiteit_--wordt uitgereikt: + +1. _Door de spontane publieke opinie, mits zich uitdrukkelyk in een +niet al te onbelangryk feit openbarende, daar 't anders twyfelachtig +blyft wat eigenlyk de opinie van zoo'n publiek is_? + +2. _Door 'n officieel gereglementeerd_ deel _van de publieke opinie, +zooals byv. geschiedt naar aanleiding onzer Kieswet_. + +3. De par le Roi, _d.i. door den luim van 'n Minister die z'n eigen +gezag te danken heeft aan 'n fiktie omtrent_ «_bevoegdheid_.» + +De vraag doet zich op, welke van deze drie manieren 't meest +vertrouwen verdient, dat is 't minste wantrouwen. Ik weet 't +waarlyk niet. + +De kompetentie van 't _algemeen_, van «Men» werd nogal dikwyls +te-schande gemaakt. Wie den loop der «publieke opinie» in de +Geschiedenis nagaat, zou byna op 't denkbeeld komen dat ze _per se_ +onjuist is. Maar ook dit is 't geval niet, want by de aanhoudende eb +en vloed der meeningen, bestaat altyd zekere _kans_ dat «Men» somtyds +juist oordeelt, al blyft het gewaagd dat monster daarvoor grooter eer +toetekennen dan de kansrekening meebrengt. En ... die kans is zeer +nadeelig, want het aantal en de kracht der invloeden die de publieke +meening 'n verkeerden weg opstuwen, is zeer groot. Onwetendheid en +vooroordeel spelen daarby 'n groote rol. Eens zeide iemand die door 't +publiek van _zyn_ tyd voor _niet_-bevoegd verklaard werd om meetespreken +--een vermeende onbevoegdheid die zoo ver ging, dat «Men» hem op +wreedaardige wys 't zwygen oplegde--JEZUS dan heeft gezegd: «_niemand +geldt voor profeet in z'n vaderland_.» Deze uitspraak is nietvereerend +voor de vaderlanden, en te minder omdat er rechtstreeks uit volgt dat +zy die in hun vaderland wél geacht, en dus aan 't hoofd der zaken +geplaatst worden, geen profeten zyn. Wie dit goed bedenkt en konscientie +heeft, zou er tegen opzien de hand te reiken aan een met algemeene +stemmen verkozen Gemeenteraadslid, en zeker den moed niet hebben om +'n Kieswet te maken. + +Toch hebben oppervlakkige denkers dien moed gehad! Om te weten te +komen wie «bevoegd» zyn om 't Volk voortegaan, sloegen zy den weg in, +die rechtstreeks op verregaande ònbevoegdheid uitloopt. Als ware het +om de kwaal zooveel mogelyk te verergeren, heeft men 't aantal verkeerd +oordeelende vaderlanden in kiesdistrikten gesplitst, en alzoo de fouten +die zoo'n Vaderland aankleven, zooveel mogelyk vermenigvuldigd. Die +fouten immers zyn: onkunde, brood-roem-en opinienyd, in één woord: +_Klein-städterei_. Het ligt in de rede dat de «Vaderlanden» hun +kandidaat-profeten van te naby zien, en dat dit gebrek te grooter wordt +naarmate men de grenzen van zoo'n vaderland inkrimpt, gelyk by ons +Distriktenstelseltje dan ook inderdaad het geval is. + + * * * * * + +Ik gis dat deze laatste opmerking sommigen zal voorkomen als 'n +parafraze van 't bekende spreekwoord over groote mannen en +kamerdienaars, en dit noopt me tot de uitdrukkelyke verklaring dat ik +hier geheel iets anders bedoel. Om dit verschil van meening duidelyk +te maken, moet ik me nu wel even met dien vervelenden deun bezighouden. +Na den weerslag dien ik jaren geleden reeds daarop gaf en dien ik voor +afdoende hield, (IDEE 689) kom ik daarop niet voor m'n genoegen terug. +Maar 't moet wel, omdat me telkens blykt dat er nog altyd 'n gansche +bende kamerdienaars heel wanhopig loopt te zoeken naar 'n groot man. +Eilieve, als die verweesde lakeien-_zelf_ eens die funktie op zich +namen? 't Is waar dat ze dan zouden moeten beginnen met 'n eind te +maken aan hun knechts-praatjes. De gaping die daaruit te voorzien was +op de programmen van _Letterkundige Kongressen_, moest dan maar in 's +hemelsnaam worden aangevuld met iets degelyks. + +_Voyons_! De grootemannigheid schynt ... 'n hoedanigheid te wezen. We +slaan de definitie over, en nemen gemakshalve aan, dat de jammerende +knechts 't daarover onderling eens zyn. Ook dat _ik_ 't met hen eens +ben ... wat veel gehoopt is, want: 1. Ik weet niet wat men onder 't +woord «groot man» verstaat. 2. Als ik 't wist, zou ik zeker moeite +hebben m'n opinie duidelyk te maken aan 't volkje dat gewoon is in 't +kleine te wroeten. 3.... maar genoeg! We zullen ons aanstellen, alsof +ik, wy, zy, allemaal verstand hadden--en 't zelfde verstand--van +grootemannigheid. Deze hoedanigheid dan moet het eigendom, het +kenschetsende, de eigenaardigheid wezen van 'n _mens_, niet waar? Men +kan dus zeggen: «A is 'n groot man» even als men verzekeren kan dat B +blond is. Van welke kracht nu zou de tegenwerping wezen: niemand is +blond voor z'n keukenmeid? Beteekent dit, dat de blondheid van B in +twyfel getrokken of ontkend wordt? Me dunkt dat deze twyfel of +ontkenning zich anders moest openbaren. Het aanduiden immers van 'n +byzondere personensoort die B's blondheid _niet_ waarneemt of erkent, +schynt de meening in zich te sluiten dat B wèl blond is voor alle +anderen. Wat is hier de bedoeling van 't woordje: _voor_? Men _is_ +iets, of men is 't _niet_. Wil 't hier zeggen: «_in de oogen van_?» +Maar ... de schuld kan aan die oogen liggen, en 't spreekwoord moet +dan veranderd worden in: «keukenmeiden kunnen geen _blond_ zien.» Arme +keukenmeiden! Of zou de wysheid der volkeren bedoeld hebben _dat er +geen blonde menschen zyn_? Waartoe dan die keukenmeid er bygehaald? +Men zou toch niet in 't hoofd krygen te zeggen: «voor _die, die_ of +_die_ bestaat er geen cirkelkwadratuur, geen _perpetuum mobile_» alsof +die dingen er wèl waren voor 'n ander. + +Een welwillende huisgenoot die me over den schouder ziet, blaast my in +'t oor dat ik hier moet afstappen van de _letterlyke_ beteekenis, om +overtegaan op den vermoedelyken _zin_ van 't spreekwoord. Goed! Die +zin zal wel wezen dat zoo velen--of allen?--die voor groot doorgaan, +van naby bezien ... + +Het doet me leed, hier 't woordje «van naby» te moeten gebruiken, +omdat juist in de verondersteld-onjuiste opvatting dáárvan, de oorzaak +ligt die me zoo-even deed verklaren dat ik in myn redeneering over de +fout van _te naby_ zien, geenszins het oog had op dat armzalige +keukenmeiden-spreekwoord. Ik zal dus wel genoodzaakt wezen daarop +terugtekomen, en neem voorloopig dat «van naby zien» in den gewonen +zin. + +«Velen--of allen?--die _in de verte_ groot schynen, blyken _van naby +gezien_ niet groot te wezen?» + +Is _dit_ de beteekenis van 't spreekwoord? Dan begryp ik 't alweer +niet. Met dat «schynen» immers hebben we niets te maken. «In de verte +zien» zou dan, beter uitgedrukt, beteekenen: _verkeerd zien_. En: «van +naby beschouwd» had de kracht van: _goed_ beschouwd. De heele zin kwam +dan hierop neer, dat 'n zaak, _terdege_ bekeken, zich anders voordoet +dan _verkeerd_ gezien. Het is voor de wysheid der volkeren te hopen +dat er in dat spreekwoord 'n eenigszins dieper bedoeling ligge. Om met +alle welwillendheid die bedoeling optesporen, doen we nu ook van 't +ontleden der overdrachtelyke beteekenis afstand, en brengen de zaak +over in het stellige, in 't konkrete. De zin van 't spreekwoord zou +kunnen zyn: + +«Wie in 't publiek menslievendheid predikt, is _van naby gezien_--d.i. +alweer: _goed_ beschouwd--'n barbaar.» + +Dat «prediken» hoort er niet by. De vraag is niet wat iemand preekt, +spreekt of verkondigt--tenzy in de gevallen waar 't woord de waarde +van 'n _daad_ heeft--we moeten weten wat de man _is_, die men +onderwerpt aan de vuurproef der beschouwing _van naby_. Voor-zoo-ver +alweer dat «van naby» beteekent: _terdege, nauwkeurig_, zouden we hier +alzoo de volkerenwysheid betrapt hebben op 'n orakelspreuk van de +soort als: _wie zoo is, is anders_. Q. A. + +Om onze welwillendheid ten aanzien van 't kreupele praatje ten top te +voeren, willen we nòg 'n poging wagen om het te verheffen tot iets +begrypelyks. Laat ons aannemen dat wy in de toepassing mogen gebruik +maken van mitigeerende bywoordjes. _Het gebeurt wel eens_ dat iemand +die ... enz. «_Somtyds_ is de man die zich in 't publiek voordoet als +... enz. _Er zyn voorbeelden_ van moralisten, wier zeden ... enz. + +Alweer klaag ik hier over gebrek aan diepte. Men zal erkennen, hoop +ik, dat al die praatjes neerkomen op de _palisse_-waarheid dat sommige +zaken en personen wel eens anders zyn dan ze schynen. 't Was +waarachtig wel de moeite waard, aan dit fysiologisch verschynsel 'n +spreekwoord te wyden! En toch, dat spreekwoord heeft 'n _zin_, 'n +_reden van bestaan_. Waarlyk 't is niet zonder oorzaak--niet zonder +_bekende_ oorzaak ook--dat het leeft, groeit, bloeit, van aanhangers +overvloeit, en vruchten draagt. Vruchten en redevoeringen! Die +oorzaak, lieve lezer--we willen hopen dat geen kongreslid zich de zaak +te veel aantrekke--die oorzaak is ... dat er te veel kamerdienaars in +de wereld zyn ... ziedaar! Hun treurigheid over gebrek aan groote +mannen, is gegrond, waarachtig! Men hoeft nu juist geen jakhals te +wezen om meetehuilen als men die interessante diertjes hoort janken en +redevoeren over de schaarste van leeuwen. + +Wie _goed_ is, _is_ goed, onverschillig op welken afstand men hem +beziet. Want z'n eigenaardigheid ligt in hemzelf, en hangt niet af van +'t standpunt des waarnemers. De vraag of men van 'n _uitstekend_ +persoon eischen kan dat-i ook in 't dagelyks leven hoog sta, is +kinderachtig. Met of zonder permissie van den jakhals, is de leeuw 'n +leeuw. Met of zonder eischen of vergunningen van dien aard, is 'n +appel 'n appel, 'n boom 'n boom, en 'n «groot man»--wat dan ook de +beteekenis van dit woord moge zyn--'n groot man. Het is hem geheel +onverschillig of dit door z'n kamerdienaar gevorderd of erkend wordt. +Hy zou niet anders kunnen zyn dan hy _is_, d.w.z. _uitstekend_. En dit +zou zoo blyven, al stond men hem in kongresverhandelingen genadiglyk +toe, in z'n binnenkamertje kleiner te wezen dan op straat. Zoo'n +vergunning teekent overigens de aspiratien van 'n knecht, die z'n +voorzorgen neemt tegen den tyd dat men ook hem eens--by groote +vergissing dan--voor 'n heer zal aanzien. + +Wie _goed_ is, _is_ goed, binnen'shuis en buiten'shuis. Hy is goed +voor z'n medeburgers, voor z'n echtgenoot, voor z'n kinderen, voor z'n +vrienden, voor z'n dienstboden. Wie er anders over denkt, mag zich ook +wel gaan verbeelden dat 'n goudstuk in 't donker zich amuzeert met in +'n cent te veranderen. Feilen, fouten, vergissingen, dwalingen ... wie +heeft ze niet? Maar de bewering dat 'n «groot man» in z'n byzonder +leven op-eenmaal zou inkrimpen tot iets kleins ... dat z'n adel by +voorkomende gelegenheid eventjes zou overgaan in gemeenheid ... zie, +dit is 'n uitvindseltje van den zwerm niet-groote mannen die middel +zoeken om _hun_ kleinheid en gemeenheid te doen voorkomen als adel. Ze +meenen zich tot Chimborassa's te maken door 't uitkramen van de +gissing dat er zeker wel hier of daar 'n spleetje zal wezen in den +Montblanc. Hun praatjes, al of niet steunende op 'n zinneloos +spreekwoord, zyn oneerlyk, en moeten hoofdzakelyk strekken om den tol +van hulde uittewinnen, dien ze hun meerdere schuldig zyn. Wie wat wil +afdingen op den roem van COLUMBUS, moet bewyzen dat hy Amerika niet +ontdekte. Niet hopen, wenschen of veronderstellen, niet verzinnen of +insinueeren, niet _lasteren_ vooral, dat de knecht van dien «grooten +man» zeker wel iets kwaads van hem zal geweten hebben. Naar de keuken +met zulk gewawel! + + * * * * * + +Tot m'n groot genoegen neem ik nu afscheid van dat spreekwoord en die +huilende kamerdienaars. De zin waarin ik vóór die uitweiding 't +woordjen _al te naby_ gebruikte, was ànders. Ik bedoelde de _optische_ +fout die 't gevolg is van te naby zien. Even als er tot het juist +beoordeelen van schilderstukken, zeker punt is waar de toeschouwer +zich plaatsen moet, zoo ook behoort de _mens_ te worden waargenomen op +zekeren afstand, klein of groot naarmate van de breedte der trekken +waarmee de Natuur z'n ziel geteekend heeft. Wie dezen regel uit het +oog verliest, zou gevaar loopen een Rembrand grof te vinden en +miniatuurtjes in 't geheel niet te zien. Maar de hoedanigheden van 'n +_mens_ zyn ingewikkelder dan van 'n schilderstuk, en daarom is de +bepaling van 't juiste standpunt waarop de beoordeelaar zich te +plaatsen heeft, zooveel moeielyker. Bovendien ... die beoordeelaar is +soms, dikwyls, _altyd_ misschien, eenigszins _mededinger_. Z'n _eigen +fouten_, en niet altyd die van 't beschouwd voorwerp, staan dikwyls +zyn oordeel in den weg. + +Met die fouten bedoel ik nu niet den voor 't oogenblik afgehandelden +nyd, al blyft het waar dat die pest 'n hoofdrol speelt in de +antichambre van de wereld. Neen, met den besten wil en zonder +boosaardig opzet, is de meerderheid--die uit den aard der zaak _niet_ +uit «groote mannen» bestaat--tot onjuist oordeel gedwongen, omdat zy +'n verkeerden maatstaf aanlegt. De teleurstelling by het van _te_ naby +zien der personen die voor uitstekend doorgaan, behoeft volstrekt niet +gegrond te wezen op hun verkeerdheden. Ze is vaak, of kàn zyn, 'n +gevolg hunner afwyking van 't ideaal dat de beschouwer zich zeer +willekeurig van uitstekendheid geliefde te vormen, 'n ideaal dat--vreemd +genoeg voor den allergewoonsten bron waaruit het voortvloeit--steeds +zondigt door opgeschroefde òngewoonheid. A verneemt, en gelooft +voorloopig, dat X 'n «groot man» is. A, géén «groot man» waarschynlyk, +eet 'n broodje met z'n mond. Hy krygt X te zien van naby, van _te_ naby, +ontdekt dat X even als hyzelf, z'n mond gebruikt tot het orberen van 'n +broodje ... weg is de illuzie! De «groote man» had, om op de hoogte van +A's kinderachtige voorstelling te blyven, met z'n neus moeten eten, of +geen broodje moeten eten, of in 't geheel niet eten ... weet ik, 't! De +hier bedoelde fout in 't schatten van uitstekende mensen, wordt vry +algemeen erkend, zoodra zich die uitstekendheid slechts in +maatschappelyken rang openbaart, en dan weet men ze zelfs te gebruiken +tot onderhoud of versterking van tucht. Keizers, Koningen, Bevelhebbers +houden zich op 'n afstand. Zy vertoonen zich niet _en robe de chambre_, +geenszins altyd omdat ze fouten te bedekken hebben, maar omdat veel +ondergeschikten te laag staan om te waardeeren wat natuurlyk en eenvoudig +is. De nogal verdachte dood van den laatsten CONDÉ--wiens nalatenschap in +de familie kwam van LOUIS PHILIPPE--had op de stemming van 't groot en +klein gemeen, 'n minder nadeeligen invloed dan de burgerlyke paraplui +waarmee die Koning zich vertoonde in de straten van Parys. De _épiciers_ +en _prud'hommes,_ de Kappelluî, vinden 't vreemd en derogeerend, dat +iemand die géén _épicier_ of _prud'homme_ is, géén Kappelman, in iets op +hèn gelijkt, en ze wreken zich over hun botheid door den zoodanige alle +uitstekendheid te ontzeggen. Wie alzoo door de meerderheid wilde aangezien +worden voor 'n «groot man» zou zich op 't voorbeeld van allerlei goden, +moeten hullen in 'n wolk van geheimzinnigheid. Hy behoeft niet te vliegen, +mits men maar niet _ziet_ dat-i loopt. Hy behoeft geen wonderen te doen, +mits slechts z'n vader niet bekend zy als timmerman te Nazareth. Neen ... +hy moet geen vader gehad hebben. Dat is onmogelyk, dat is onmenselyk, dat +kan voor «groot» doorgaan, dat is het ware! Arme JEZUS, hoe kondt gy u +voorstellen de mensen begeerig te maken naar uw «Koningryk der Hemelen» +gy dien men op aarde gezien had, koornaren plukkend met de hand ... _als +'n mens_? Gy die honger en dorst had ... _als 'n mens_? Gy die geschreid +hebt _ ... als 'n mens_? Neen, neen, 't spreekt vanzelf dat de menigte +die brevetten uitreikt van «bevoegdheid» u niet kon aanstellen tot +specialiteit in hoogere dingen! Men heeft u gegeeseld en gekruizigd ... + +Goddank, dat al dat volkjen u nooit zag lachen! Als gy u zóó ver +vergeten hadt, lieve JEZUS, waarlyk men had u den verheffenden +marteldood op Golgotha niet gegund, en 't ware uw lot geworden +gelykenisjes te verzinnen om de kinderen van Schmoel te amuzeeren. + + + + +MVIII. + + +Ik heb in een der vorige hoofdstukken betoogd dat specialiteiten geen +nut stichten in de Volksvertegenwoordiging, en dat alzoo het aanpryzen +en kiezen der zoodanigen nadeelig werkt. Doch ook meer rechtstreeks +dan door niet nuttig te zyn alleen, wordt het gehalte eener Vergadering +door dat verderfelyk specialismus verlaagd. Specialiteiten, ten-arbeid +gesteld buiten hun bepaalden werkkring, veroorzaken pozitief kwaad. + +De man die zich uitsluitend toelegt op één vak, is van het gewicht +daarvan doordrongen, en wordt beheerscht door de neiging dat gewicht +te overschatten. Een specialiteit is uit den aard der zaak pedant of +erger. De zeeman minacht den onnoozele die niet weet dat men «aan» dek +zegt, in-plaats van «op» dek. De industrieel staat verbaasd over de +hoofdigheid van den militair, die in 't belang van 'n zoogenaamd +defensie-stelsel, andere inzichten dan de zynen voorstaat omtrent de +richting van 'n spoorweg. De geleerde ergert zich aan den financier +wiens bekrompenheid zekere uitgaaf voor 'n wetenschappelyk doel, wil +schrappen van de begrooting. De grondeigenaar--specialiteit van +ryk-zyn, ryk-blyven en ryker-worden--klaagt over 't Jacobinisme van +den staathuishoudkundige die op herziening van 't kadaster aandringt. +De fabrikant roept wraak over de voorstanders van lage tarieven. +Enz. enz. + +Wordt het algemeen belang door dien nayver gebaat? Dit is onmogelyk. +We hebben in zulke Vergadering niet meer te doen met de veronderstelde +som van opgetelde intelligentien, het Volk moet zich behelpen met de +verschillen die er overblyven na wederzydsche neutralizatie van kracht, +en ook de waarde van deze restantjes wordt op hare beurt door +ongelyksoortigheid en divergentie vernietigd. + + * * * * * + +Het is ten-onrechte dat men de onderscheiden takken van wetenschap in +twee hoofdsoorten verdeelt, waarvan de eene den naam _exakte +wetenschap_ draagt, in-tegenstelling naar 't schynt van de andere +welker benaming nog moet worden uitgevonden. Men durft niet zeggen; +_inexakt_ en deze schroom is te pryzen. Want _inexakte_ wetenschappen +zyn er niet. Alleen ons _weten_ is inexakt, doch het ideaal der +wetenschap laat geen onjuistheid, geen transaktie met omstandigheden, +geen fiktie, en dus geen parlements-waarheid, toe. Een maatregel +omtrent Volksbelangen is evenzeer òf goed òf niet goed, als 't produkt +van twee cyfers al dan niet zeker getal uitmaken. De aan laatstbedoelde +slotsom toegekende nauwkeurigheid, heeft slechts 'n uitsluitende +beteekenis in-zooverre wy daarmee de wyze aantoonen waarop we tot ons +rezultaat geraakt zyn. Elk ander feit, _op-zichzelf beschouwd_, is even +exakt. Het _Zyn_ liegt niet, onverschillig of wy ons in-staat voelen de +bekende eigenschappen daarvan nauwkeurig te schryven, dan of ze ons +vermogen van voorstelling en uitdrukking te-boven gaan. Tegenzin in de +moeite om ingewikkelder zaken tot klaarheid te brengen, noopte ten- +alle-tyde den mens tot het byeenroepen van medewerkers, 'n fout waarvan +hy zich niet schuldig maakt zoolang het de oplossing geldt van +_eenvoudige_ vraagstukken. Het doet nu niet ter-zake of deze +eenvoudigheid bestaat in 't gering aantal faktoren, in de vanzelf- +sprekende geleidelykheid waarmee de syllogismen elkaar opvolgen, of in +de stiptheid der terminologie die ons by zoodanige oplossing ten-dienste +staat. In de beide laatste gevallen sluit uitgebreidheid geen eenvoud uit. + +Vraagstukken nu over maatschappelyke belangen zyn, uit den aard der zaak, +in zekeren zin _niet_ eenvoudig. De slotsom moet worden getrokken uit 'n +zeer groot aantal faktoren die niet altyd met elkander in 'n verband +staan dat terstond in 't oog valt, en welker terminologie gewoonlyk zeer +vaag is. Welke dolzinnigheid beweegt nu den mens, ter bereiking van 'n +moeilyk doel 'n weg met hindernissen te kiezen, en slechts dan de voorkeur +te geven aan gemakkelyker methode, indien er 'n punt moet bereikt worden, +waarheen de toegang niet kan worden versperd? + +Geen vakman, hoe ook beheerscht door pedanterie, eigenbelang of +opgedrongen partygenootschap, heeft het in z'n macht den mathematikus +te belemmeren in 't stipt volgen van z'n logischen gedachtenloop. Toch +kiest de wiskundige, tot het oplossen van 'n probleem, de eenzaamheid. +Kollaboratie komt hem bespottelyk voor, al zy hy dan overtuigd dat +niemand in staat is hem te doen wankelen in 't vertrouwen op +wiskunstige zekerheid. + +Tot het onderzoeken evenwel van die andere problemen, omgeeft men zich +met 'n tal van elementen die 't nasporen van waarheid vierkant in den +weg staan. Ik meen in IDEE 334 de hoofdoorzaken dezer blykbare +ongerymdheid te hebben aangewezen, doch al moeten wy ons in het +onvermydelyke schikken, het blyft toch plicht de afwijking van waarheid, +die uit dezen dwang voortvloeit, niet noodeloos te vergrooten. En dit +doen wy, door aan _specialiteiten_ plaats te geven in onze Volks- +vertegenwoordiging. + +Ik zeide: in _schynbare_ afwyking. Werkelyke afwyking van 'n +wiskunstige waarheid is onmogelyk. Kan de wiskunde het helpen, dat we +gewoon zyn ons nog onjuister uittedrukken dan de gebrekkige taal +toelaat? Het geheel zal gelyk zyn aan de som der deelen, _indien die +deelen op de tot bereiking van dit doel noodige wyze worden +samengevoegd_. Misschien zou de stiptheid nog nadere omschrijving +vorderen, doch ik hoop begrepen te worden door ieder die weigeren zou +'n handvol gebroken glas voor 'n vensterruit, of 'n hoop bouwmaterialen +voor 'n behoorlyke woning aantenemen (IDEEN 2, 4). De _cohaesie_ der +deelen, en wel 'n bepaalde _cohaesie_, is noodig tot het vormen van 't +gewenscht of bedoeld geheel. + +Wat wordt er van dezen eisch, indien de deelen instee van elkaar +aantehangen en te kompleteeren, elkander tegenwerken, in den weg +staan, vernietigen? + +Reeds in den aanvang myner IDEEN betuigde ik gestemd te zyn tegen +parlementaire regeeringsvormen (IDEE 2) doch tevens dat ik voorloopig +niets beters wist in de plaats te stellen. Zoolang lafhartigheid en +wantrouwen 'n hoofdrol spelen in de geschiedenis der mensheid, zal de +routine-staatsman zich onwysgeerig tevreden stellen met dergelyke +pogingen om by mangel aan waarheid, iets te geven waaruit soms 'n +berusting wordt geboren die op rust gelykt (IDEE 7). + +Soms. Misschien moest ik zeggen: zelden. Sporadische revolutien en +epidemische ontevredenheid--beiden vooral niet minder frekwent onder +konstitutioneele regeeringsvormen dan in werkelyke monarchien--bewyzen +de ondoelmatigheid van 't vertegenwoordigd stelsel. Zy die dit stelsel +voorstaan, gaan uit van 'n stelling die niet alleen hùn onaantastbaar +voorkomt, maar die evenzeer door de tegenstanders wordt geëerbiedigd: +_een volk heeft het recht zichzelf te regeeren_. + +Maar, eilieve, de monarchalen zeggen niet anders. Of althans, waar ze +iets anders beweerden, zouden ze slechts blyk te geven hun eigen +katechismus niet te kennen. Wel zeker, 't Volk regeert zichzelf! De +vraag is maar of het deze macht en dezen plicht delegeert op één +persoon, op duumviren, op driemannen, op tetrarchen, op decemviri, op +zeventig, op drie-vierhonderd, of op meer? En tevens op welke wys de +tot het uitvoeren van den regeerplicht te kiezen personen worden +aangewezen? ALEXANDER maakte zich, naar 't fabeltje luidt, op z'n +sterfbed wat al te gemakkelyk van de zaak af, door op de vraag wie hem +opvolgen zou, heel naïf te antwoorden: de waardigste! + +Dit zou gewis voor alle belangen het beste zyn, en wie zich tegen +zoo'n diepzinnige uitspraak verzet, verdient niet door den waardigste +geregeerd te worden. + +Maar ... wie _is_ de waardigste? Dàt is de vraag. Ik stem voor _ik_. +Gy voor _gy_. Hy voor _hy_. Altemaal ikheden. De heele natie bestaat +op eenmaal uit waardigsten. + +Dit eenmaal aangenomen, zou er moeten worden uitgemaakt, wie onder al +die waardigsten de állerwaardigste is? En daarop volgt weer 'n gelyke +stryd, waarin natuurlyk zelfkennis en bescheidenheid de gewone +treurige rol spelen. + +Van stryden moe, is men bedacht op vergelyk. By-gebrek aan middelen om +uittemaken wie van al die allerwaardigsten de méést-allerwaardigste +is, wordt er voorgesteld dezen of genen _daarvoor te houden_. Wien? +Den sterksten arm. Den besten schutter. Den snelsten looper. Den +langsten. Een dwerg. Den diksten. Een skelet. Den ryksten. Een +bedelmonnik. Een man, den oudsten. Een vrouw, de schoonste. Een kind, +het onnoozelste, Een waarzegger. Een profeet. Een derwisj. Een fakir. +Iemand die raadsels oplost. Een ruiter wiens paard na 'n bepaald +oogenblik 't eerst hinnikt ... + +Nieuwe stryd! + +«_Myn_ fakir is haveloozer dan de uwe.» + +«_Myn_ skelet rammelt uitstekend.» + +«Zie _myn_ kandidaat eens, hy loopt de zon voorby.» + +«Gekheid! Ik stel u hier iemand tot koning voor, die twee etmalen +achtereen redevoeren kan, zonder neussnuiten of kuchen ... hy spreekt +over al wat je wilt.» + +«Alles verkeerd! We moeten 'n koning hebben die tooveren kan, dat is +'t ware.» + +«Ziehier 'n man die wèl is met God, en dus baasspeelt over de +elementen. Als we hem op den troon zetten, zal 't altyd mooi +weer zyn.» + +Enz. Enz. Neen, nog niet: _enz_. Eerst volge hier de parabel over +koning KRATES in de _Minnebrieven_, waarnaar ik verwys. + +Hoe nu ook de stryd eindigde, steeds blyft het waar dat het Volk-zelf +altyd beginnen moest met 'n daad van souvereiniteit, al bestond dan +ook deze handeling in 't _eens-vooral afstaan van gezag_. De +aanhangers van het _droit divin_ vergeten gewoonlyk dat het goddelyk +recht zich nooit zou gehandhaafd hebben zonder den eerbied der +_meerderheid_ voor dat recht, en de voorstanders van stemmen-tellen +zien voorby dat hun methode letterlyk dezelfde is als die waardoor het +_droit divin_ in de wereld werd gebracht. De stembriefjes uit SAMUELS +tyd zyn verloren gegaan, doch men mag aannemen dat hy ruggespraak had +gehouden met de kiezers van die dagen, toen hy in z'n tiende +hoofdstuk--en in 't zestiende nogeens!--den uitslag van 't plebisciet +verkondigde met olie. Wie dit betwyfelt, en meent dat SAMUEL 't Volk +ditmaal niet raadpleegde, moet aannemen dat hy dan _stilzwygend_ zich +bewust was depozitaris van den algemeenen wil te zyn, of althans dat-i +zich verzekerd hield de _meerderheid_ op z'n zy te hebben. En dit moet +hem dan by vorige gelegenheden gebleken zyn, daar 'n politikus van zyn +gehalte z'n staatsgreep niet ligtvaardig zou blootstellen aan +mislukking. Hoe men 't dus neemt, _altyd_ gaat het gezag van 't _Volk_ +uit. Het verschil tusschen de beide hoofdrichtingen der begrippen over +Regeeringsvorm, doet denken aan 't onderscheid tusschen thee en koffi, +dat--naar thans beweerd wordt--grooter schynt dan 't inderdaad is, +daar die dranken volgens chemische onderzoekingen uit dezelfde +grondbestanddeelen zouden bestaan. + +ALPHONSE KARR heeft 'n gelyksoortige waarheid aangeroerd in z'n +uitspraak: «hoe ge ook de zaak keert, wendt, draait, wyzigt, regelt, +vormt, of vervormt _il y a toujours un monsieur en habit noir qui +décide_.» Zóó is het! Men moet altyd terecht komen by 'n _individu_, +al zy 't dan dat de zoodanige met meer of min recht verondersteld +wordt optetreden in naam van _velen_. De natuur wil niets weten van +onze fiktien. Zonderling en inkonsekwent is 't echter dat juist de +voorstanders van den parlementairen regeeringsvorm, zy die 'n afschuw +voorwenden van alleenheersching, 'n allerzotst individualismus +voorstaan by 't aanpryzen van specialiteiten. Verkrachte logika wreekt +zich altyd sarkastisch door haren mishandelaar de ongerymdheid +voortehouden, waarop z'n vergryp tegen de rede uitloopt, en wy vinden +hiervan 'n aardig voorbeeld in de gevolgen der specialiteiten-manie. + +A is 'n monarchische herder, en mishandelt z'n schapen. Dat komt van +die alleenheersching! + + _L'Histoire nous apprend + Qu'en de tels accidents + L'on fit_ ... + +_On fit_ ... Wat? Wel 'n revolutie! Alle schapen liepen tehoop en +maakten 'n grondwet.--Of 't in '48 geschiedde, weet ik niet, maar 't +jaar doet niet tot de zaak.--Volgens die grondwet dan, zouden alle +schapen verheven worden tot herders, en A gedegradeerd tot schaap. +Niet één _princeps_ of _voorste_ zou voortaan de kudde leiden, drenken +en scheren, maar _allen_ zouden _allen_ ... + +Dat ging niet! Ieder wou voorgaan. Ieder wou 't eerst drinken, of +liever nog, alleen. Ieder had lust in scheren, maar niemand wou +geschoren worden. Bovendien, alles blaatte door elkaar, en de ooien +konden haar eigen lammeren niet verstaan. Men had de regeering van +dien eenling A allerdrukkendst gevonden, ondragelyk zelfs, maar bevond +zich niet veel beter onder de tirannie van allen over allen. Hier +volgt het vertegenwoordigd stelsel: + +--Indien we eens niet allen tegelyk blaatten, riep 'n politieke +nieuwlichter, doch 't recht daartoe slechts toekenden aan ... zeventig? + +--Reaktie! riep 'n opgewonden lam dat niet vry was van karbonarisme. + +--Geenszins, antwoordde de eerwaardige hamel van wien 't voorstel was +uitgegaan, en die veel wol was kwytgeraakt onder 't regime der +panarchie. Ik verzeker u op m'n republikeinsche eer, dat het volstrekt +niet in m'n bedoeling ligt, terug te keeren tot de alleenheersching. +Eens-vooral, weg met A! Hy is ontherderd en blyft ontherderd! + +--Weg met A! blaatte de kudde. + +--Ik ben 't volkomen met u eens. Dit is dus eens-voor-al afgedaan. +Maar, geëerde schapen, indien wy eens ... + +Zie verder het kiesreglement in alle beschaafde weiden. Het werd onder +'t uiten van ontelbare _weg met A's_ en _leve de konstitutie's_ +aangenomen. Men adverteerde, kuipte, hemelde op, maakte verdacht of +zwart, men prees en vergoodde, al naar de programmen der partyen dit +meebrachtten. By 't aanbevelen van kandidaten werd telkens deze of +gene byzondere hoedanigheid van 'n schaap onder de aandacht der +kiezers gebracht. Mooi blaten en veel wol waren de gewone gronden van +predilektie. Maar ach, de kudde prospereerde niet. Ieder was +ontevreden. _Houlette_ en hamelbel gingen gedurig over van den een op +den ander, en men begon weldra intezien dat niet elke verandering ... + +--Terugkeeren tot A? Nooit! + +--Nooit, nooit, nooit! + +--Liever Turksch, dan ... + +--Weg met A! + +Zeker, dit blyft zoo! We houden vast aan 't vertegenwoordigend +stelsel. Maar we moeten anders _kiezen_. Ik stel voor geen schapen +aftevaardigen dan die byzonder geacht zyn in hun distrikt. + +Akklamatie. Voorts: + +--Weg met A! + +--Zeker, weg met A! Maar we moesten ons doen vertegenwoordigen door +iemand die verstand heeft van scheren. Er zyn leden in ons parlement +die nooit 'n schaar in de poten hebben gehad. Dit is 'n groote fout, +waarde medeschapen. Sedert de dagen van dien vervloekten A ... + +--Weg met A! + +--Precies, weg met A! Sedert den tyd van dien tiran worden er veel +zaken niet behoorlyk behartigd, 't Eene schaap wordt in 't geheel niet +geschoren, en 't andere alle weken. Jazelfs worden er sommigen tegen +alle recht en rede ... gevild. Vanwaar komt dit geachte medeschapen? +Doodeenvoudig hiervan dat wy in onze Vertegenwoordiging gebrek hebben +aan ... deskundigen, aan schapen van 't vak. Op die wys voortgaande, +zouden we niets gewonnen hebben door het verdryven van den +geweldenaar ... + +--Weg met A! + +--Tot in alle eeuwigheid, weg met A! Om alzoo in ons parlement het +ware echte oude onvervalschte scheer-systeem gehandhaafd te zien, heb +ik de eer u 'n kandidaat voortestellen, die van 't scheren 'n bepaalde +studie heeft gemaakt. In de dagen der dwingelandy ... + +--Weg met A1! + +--Gewis. Onherroepelyk weg met den vervloekten A! Dit ben ik volkomen +met u eens ... doch laat ons voortgaan, de stembus wacht. Myn +kandidaat heeft overvloediglyk bewyzen gegeven dat hy scheren kan. +Bovendien is hy zeer geacht in z'n distrikt. Maar dit is nu byzaak. +Hoofdzaak is dat hy uw Vertegenwoordiging zal kunnen voorlichten by +elke epineuze scheerkwestie. Hy zal de wankelende overtuigingen +steunen, de verdwaalden terechtbrengen, de styfhoofdigen overreden, de +onwetenden onderrichten, den weerspannigen ontzag inboezemen ... alles +door 't prestige van z'n eigenaardige kunde. Wat allen te-zamen niet +weten, weet hy alleen. Wat der algemeene aandacht ontsnapte, is zyn +byzonder eigendom. Wat anderen duister is, ligt hem klaar voor oogen. +Kiezers, bedenkt het gewicht uwer stemming! Erkent dat onze weide +dringend behoefte heeft aan zulk 'n schaap in de Vertegenwoordiging. +Op dus, op! Allen ter stembus, en kiest, blatend uit onbeklemde +borsten: leve de konstitutie ... + +--Weg met A! + +--Voorzeker ... weg met A! Kiest als uit één bek, onder 't aanheffen +van weidelievende kreten, tot uwen parlementsbelhamel ... + +_Wien_ denkt ge, lezers? Wèl, den ouden weggejaagden A., die de +voorpoort was uitgeworpen, maar in hoedanigheid van _Specialiteit_ +weer wordt binnengesmokkeld door 'n achterdeurtje. + + * * * * * + +De geschiedenis der meeste dwalingen beweegt zich langs den omtrek van +'n cirkel. Op despotisme volgt ontevredenheid, verzet, omwenteling. +Uit dit alles ontstaan allerlei archien die--dikwyls vrij onjuist--den +naam van republiek dragen. Hoe ook de vorm zy die de alleenheersching +verving, ze wankelt gedurig tusschen dwingelandy en regeeringloosheid. +In 't eerste geval is de kring reeds terstond vry geleidelyk gesloten, +tenzy men groot onderscheid make tusschen de tirannie van 'n enkele, +van eenigen, of van velen. By anarchie werpt men zich in de armen van +'n persoonlykheid die zich byzonder heeft toegelegd op 't stichten van +orde, eener gezags-_specialiteit_ die al zeer spoedig _nolens volens_ +--want niemand is tiran voor z'n genoegen--het voorbeeld volgt van den +despoot dien men wegjaagde. + +Moet dit altyd zoo blyven? Wie weet! We trachten naar 't betere. Dit +_trachten_ is onze roeping, en juist daarom is het plicht de middelen +ter verbetering met oordeel te kiezen. + +De proeven die sedert korten tyd op het vaste land van Europa, en in +Engeland sedert eeuwen, genomen werden, leverden gebrekkige rezultaten +op. Aannemende dat elk Volk het recht heeft over zichzelf te beschikken, +ryzen er ontelbare vragen, welker beantwoording zoo moeielyk is dat wy +door de erkenning van dat recht noch zeer weinig gevorderd zyn. Wat _is_ +'n volk? Vormen de Skandinaviërs één Volk? Hebben de Friezen recht op +zelfbeschikking als alleenstaande natie? Behooren Schotten en Ieren by +Engelschen? Walen by Vlamingers? Vragen van deze soort kunnen er honderden +gedaan worden. + +Al konden zulke kwestien behoorlyk--d.i. met terzydestelling van +diplomatieke fiktien die by den dag veranderen--worden opgelost, dan +staan we voor nieuwe moeielykheden. Het is zeer gemakkelyk een natie +toeteroepen: gy zyt uw eigen meesteres, beschik, beveel! Wie moet +antwoorden op dezen eisch? Wie is gerechtigd tot gebruik-maken van 't +geschonken of veroverd voorrecht? Hoe _uit_ zich de wil van de +kollektieve menigte die men «Volk» noemt? Of, erger nog, _heeft_ zoo'n +Volk wel 'n wil? Eén wil zeker niet, en dit komt met géén wil vrywel +overeen. + +Daarna dwaalt men af op den kinderachtigen uitweg van 't stemmen- +tellen, en vervalt in 't zeer onwysgeerig aannemen van 'n +_veronderstelden_ Volkswil, dien men tegen beterweten aan _voorgeeft_ +te kunnen opmaken uit stemmingen welker uitslag en beteekenis +beheerscht worden door 'n kiesreglement, dat in z'n geheel +willekeurige samenstelling geen andere logische oorzaak van bestaan +heeft, dan de zucht om zich met 'n Franschen slag aftehelpen van 'n +taak die men niet weet te vervullen. + +De daaruit voortvloeiende zeer onnauwkeurige--ja, _per se_ valsche! +--manifestatie van den volkswil leidt tot nog onzuiverder rezultaten +dan reeds het geval wezen zou indien zekere _bepaalde zaak_ aan 't +oordeel der menigte werd onderworpen. Die menigte kiest nu slechts +_generale_ gevolmachtigden, tezaam genomen niet den minsten waarborg +opleverende dat hun majoriteits-meening met den wil van de Natie, hun +lastgeefster, overeenstemt. + +Zoo stuiten wy in 't parlementair stelsel overal op onnauwkeurigheid, +op genoegen nemen met zeer ruwe benadering, op fiktie, en ... op +_misleiding_. + +Ook wanneer wy al de gebreken die uit de aangestipte moeielykheden +voortvloeien, nu eens aannemen als onvermydelyk--'n treurige +veronderstelling!--dan blyft toch altyd de mogelykheid bestaan om 't +voorhanden materiaal van staatkundige gegevens eerlyk toetepassen. + +En ... dit doet men niet! Dezelfde kiezers die, zoodra 't hun +_byzonder_ belang gold, zich alleromzichtigst toonen zouden in 't +onderzoeken der bevoegdheid en vooral van de _intégriteit_ hunner +gemachtigden, behandelen de _publieke zaak_ met 'n slordigheid die +aan 't krankzinnige grenst, met 'n gebrek aan konscientie die in 't +misdadige overgaat. + +Lezen we niet dagelyks in onze couranten dat B, C of D--ik sla nu A +over, om den schyn van ondeugende toespeling op m'n schapenparabel te +ontgaan--vernemen we dagelyks dat het onze plicht is voor _die_ heeren +te stemmen, _juist om redenen die hen tot vertegenwoordiging van 't +Volk onbevoegd maken_? + +De een heeft zich byzonder toegelegd op den handel ... + +Dat zal hem te-pas komen als-i 'n winkel opzet. Goed succes! Maar +daarmee heeft 't _Vaderland_ niets te maken. + +De tweede was jaren lang in Indië ... + +We willen hopen dat-i ryk is, of 'n behoorlyk pensioen heeft, zonder +leverziekte. Doch dat gaat het _Volk_ niet aan. + +Een derde is fabrikant. «Het fabriekswezen, myne heeren, het +fabriekwezen ... + +Zeer wel! Ook dat behoort tot den _Staat_. Maar ook dat _is_ de Staat +niet. + +Een vierde kandidaat is byzonder bekwaam in 't Loods-wezen. Hy weet +den weg in de zeegaten ... + +Dat is juist de weg dien wy 't _Vaderland_ niet willen opsturen. + +«Zie dien vyfde eens. Men aanbidt hem in z'n district ... + +Wèl, laat hem dan blyven waar-i bekend is en aangebeden wordt. Het +_Volk_ kent hem _niet_, aanbidt hem _niet_. + +«Gy zult toch dezen zesden niet afwyzen. Hy behoorde sedert z'n prille +jeugd van familiewegen tot de zóó-en-zóo-party. Hy is van-ouder-tot- +ouder 'n _dit-aan_, 'n _dàt-ist,_ een van de echte soort!» + +Dat zal z'n grootmama plezier doen, van wie hy al die istery en anery +geërfd heeft, maar 't _Volksbelang_ heeft àndere eischen. Laat men +dien man 'n plaats aanbieden in de een of andere kamer van z'n +familie, als daar door 't overlyden van 'n oudtante vakature is. De +_Staat_ is niet gediend met lieden die de oplossing van alle +maatschappelyke vraagstukken meebrachten uit hun luiermand. + +«Wraakt ge ook den zevenden, die als _Specialiteit_ in ... + +In 't een-of-ander, _connu_! Ja, wraak ook hem. Ik ontzeg ieder 't +recht Volksvertegenwoordiger te zyn die dat recht grondt op iets +anders--op wat ook!--dan kennis van de behoefte des Volks _in het +algemeen_, dan toewyding aan de belangen van 't Volk _in het algemeen_, +dan op de gegronde verwachting dat hy nuttig zal wezen voor 't Volk +_in het algemeen_. Het volgen van 'n vooruit bepaalde richting op +wetenschappelyk, sociaal of politisch terrein, bewyst òf onbekwaamheid +òf verraad, en dit laatste is immer het geval by 't voorstaan van +_byzondere belangen_. De algemeene zaak--_res publica_--is in de +hoogste maat _integraal_, en moet als zóódanig behandeld worden. + +Ik weet zeer goed dat het vertegenwoordigend stelsel in 't algemeen, +ook zonder verkeerde toepassing in de onderdeelen, aan dezen laatsten +niet kàn voldoen. Doch wie dit toestemt, zal erkennen dat wy de +daaraan klevende gebreken niet willens en wetens mogen vermeerderen. +Hoe gebrekkig ook de wil des Volks door z'n afgevaardigden wordt +kenbaar gemaakt, er is weinig hoop op beterschap indien wy opzettelyk +voortgaan, _erkend-onbevoegden_ met die moeyelyke taak te belasten. +Zien de liberalen niet in, dat ze zich bespottelyk maken in de oogen +der behouders, door dagelyks blyk te geven dat zy hun eigen stelsel òf +niet begrypen, òf moedwillig verkrachten? Is er logika in den roep: +«weg met Gods genade?» als men te-gelyker-tyd zweert by de genade van +Professor X of Dokter Y? Met welk recht rekuzeert men het overwicht +van 'n BOURBON of anderen _Krates_, als men stokstyf beweert dat het +leekeplicht is, eerbied te hebben voor de militaire kunde van +Luitenant Q? Is het dan alleen om plaats te maken voor katheders dat +men zich voor 't omhalen van tronen en bidstoelen zooveel moeite +getroostte? Millioenen en millioenen plebisciteeren sedert eeuwen voor +'t gezag van den Paus. Weg met _die_ meerderheid, zeggen we nu, wy +weten beter! Maar ... de anderhalve stem uit Schiedam, die den +jeneverstoker Z zoo byzonder bevoegd rekent tot het beslissen van +industrieele--en alle andere! kwestien, dàt is 'n àndere heiligheid, +dááraan mag niet geschud worden! JOZUA deed de zon stilstaan. Dit werd +aangenomen door millioenen stemmen. Vyf-zesduizend jaar lang voteerde +'t heele mensdom de onschendbaarheid van JOZUA'S wonder. _Die_ +meerderheid wordt op-eenmaal terzy gezet--en ik doe hartelyk mee!--maar +mogen we nu telkens 'n nieuwen JOZUA erkennen in ieder dien 't gelukte +zich door 'n paar dozyn kiezers te doen proklameeren voor 'n specialiteit +in stilstaan? + +Wie de aanbevelingen der kandidaten ontleendt, staat verbaasd over de +botheid van lezers en de onbeschaamdheid van dagbladschryvers. Deze +heeren geven zich niet eens de moeite hun felonie te verbergen, en +dringen brutaal aan op de verkiezing van dezen of genen, om redenen +die juist den kandidaat het lidmaatschap in de Kamer zouden ónwaardig +maken, indien hy inderdaad schuldig ware aan de Kamerdeugden waarvan-i +beticht wordt. Laat ons hopen dat er veel gelasterd wordt in die +aanbevelingen! Maar in dit geval is 't vreemd dat de betrokkenen zich +niet verdedigen. Nooit las ik te-dier-zake 'n rechtvaardiging. Nooit +werd 'n dagbladschryver door den kandidaat van z'n krant voor den +rechter gedaagd, omdat hy hem in-staat achtte als Kamerlid het +algemeen welzyn opteofferen aan ondergeschikte belangen, nu zeer in +'t byzonder aan die van z'n distrikt. Nooit eischte een aanstaand +vertegenwoordiger des Volks, herstel van eer na de aantyging dat-i +gereed-stond dat Volk naar de maat van z'n vermogen te verraden als +_Specialiteit_. Integendeel, de Fritsjens leggen vry onnoozel hun +schitterenden _Staat-van-Dienst_ over, en schynen heusch te gelooven +dat na hùn verkiezing, _tout sera pour le mieux dans le meilleur des +parlements possible_. + +Het best-mogelyk parlement? Dit verkrygen wy op die manier _niet_! + +Wie als _specialiteit_ de Kamer betreedt, voelt zich genoopt z'n +kiezers te doen zien dat hy wel terdege de man is waarvoor hy zich ... +in de societeit _Gezelligheid_ uitgaf. Men was gewoon hem daar gekleed +te zien in iets dat naar uniform geleek. Ook schoor de barbier z'n +nekharen weg. En z'n rok werd geborsteld door 'n gewezen wachtmeester- +titulair, 'n krygskameraad uit de dagen van 't oorlogzuchtig +garnizoensleven. Zou, na dit alles, het geacht lid uit de _Gezelligheid_ +mogen zwygen by 't behandelen van de vraag, hoe wy de Pruisen uit het +land houden? Dat zy verre! _Specialité oblige_! Het ruischt hem in de +ooren hoe z'n kiezers elkaar toeroepen: 't zal me benieuwen wat _onze_ +man zegt over de linie van defensie. Zoo-iets is juist z'n _fort_. + +Nu, die kiezers krygen hun zin. «Onze man» praat terdeeg mee. En +waarom zoud-i niet? Hy heeft immers--de gelukkige!--verstand van +«linien» waarop zich de vredelievende krygsman terugtrekt, en hy weet +wat de rug van 'n leger is ... 'n ding, naar 't schynt, waarin iemand +vallen kan zonder zich te bezeeren, jazelfs voor z'n plezier. Hy licht +dus de vergadering voor, zy 't dan niet met technische kennis, dan +toch met wat kennis van de meestal zinledige terminologie der +techniek. De kruienier van z'n dorp voelt iets in zich van 'n CAESAR +of NAPOLEON by 't verondersteld _hear, hear_! dat de aandacht scherpt +op de oorlogswysheid van _zyn_ afgevaardigde. De geldwisselaar op den +hoek is wat huiverig geworden in 't aannemen van _Cassenscheine_, na +die redevoering van «onzen man.» 't Is toch maar zeker dat VON MOLTKE, +uit het veld geslagen door die fameuze nieuwe linie, geen raad weten +zal met z'n armeerug, en dat alzoo de solvabiliteit van den +Pruisischen Staat ... + +«Onderwys? Wacht even, straks zal onze dominee die zaak eens +behandelen. We zonden hem naar den Haag omdat het preeken hem wat +lastig viel[8]--hy moest zoo, en kan de stovenlucht niet verdragen +--_maar onderwys_ z'n stokpaardje, daar kan je-n-op aan! Hy +katechizeerde altyd 'n kwartier over den tyd, en op z'n zesde jaar al +kon m'n kleine jongen 't heele gebed van MANASSE van-buiten, zoodat nu +die reorganizatie van de hooge scholen wel in orde komen zal. Liberaal +is-i ... van belang! Hy preekte zonder bef, en z'n vrouw heeft 'n +_cotillon_ meegedanst op den zilveren bruiloft van onzen burgemeester.» + +«Accynsen? Nu, dàt is 'n kolfje naar de hand van onzen X! Hy is +graanhandelaar, en heeft molens ook. Altyd lag-i overhoop met de +komiezen van 't gemaal. Hy is door-en-door thuis in die zaken ... +doorkneed! Alles weet-i «binnen» te krygen, en de ambtenaar die hèm +iets bewyzen kan, moet nog geboren worden. Lees eens wat onze +«provinciale» van 'm zei toen-i gekozen worden zou. De «provinciale» +zei, dat ... dat ... iemand zoo byzonder thuis was in de accynsen als +X. De behouders zullen 't hard te verantwoorden hebben als hy begint. +Want ... praten kan-i ... kyk! Verleden by den brand heeft hy 'n +toespraak gehouden, wel 'n half uur lang. De spuitgasten stonden +perplex, en toen 't dak instortte, had-i nog niet gedaan. Ik verzeker +je dat-i niet voor niemendal naar den Haag is gezonden.» + +'t Is nu maar te hopen dat er geen brand ontstaat in den Haag of in +Nederland, in de Kamer of onder 't Volk. De welsprekende +gemaal-specialiteit mocht de spuitgasten eens roerloos praten![9] + +Het doet my overigens genoegen dat die X zoo'n goede spreker is, +daar-i me hierdoor aanleiding geeft om terugtekomen op de specialiteit +van mooipraters, 'n ras dat ons moest doen gloeien van eerbied voor +den uitvinder van 't Persisch-insectenpoeier. De mensenvriend HAKIM +HHAFIZ--daar ik niet weet hoe de man heette, willen wy aannemen dat +die naam hem is toegekend door de meerderheid van 'n Vergadering die +'t ook niet wist--die HHAFIZ heeft aanspraak op onze dankbaarheid, al +ontwaren we dan by warm weer en Kamerzittingen, dat z'n pogingen nog +altijd gedeeltelyk onbekroond bleven. _In magnis voluisse_ ... o edele +HAKIM, troost u daarmee! + +De specialiteit van mooipraten, publiekspreken, oratorisch talent, +welsprekendheid--de frekwentste onder alle specialiteiten--is 'n ware +ziekte, 'n besmetting, 'n pest die uitgeroeid behoort te worden, 'n +vloek die men bezweren moet. + +Ik heb my onlangs in de IDEEN (Bundel III) hiermee te lang bezig +gehouden, om daarby nu te blyven stilstaan. De belangstellende lezer +wordt naar dat werk verwezen, en ik zal dus hierover nu niet meer +zeggen dan noodig is tot het aanwyzen van den nadeeligen invloed dezer +soort van specialiteit op de Vertegenwoordiging des Volks. + +Welsprekendheid in den zin die men gewoonlyk aan dit woord hecht, +behoort te-huis op den kansel. Het opdringen van ongerymdheden kan +niet gelukken, zonder zeker _flux de bouche_ dat we aan goochelaars, +geestelyken en biologen moesten overlaten. By 't nuchter behandelen +van zaken--en dit is zoowel voor de balie als op de Volkstribune een +vereischte--komt het aan op de zaken-zelf, en niet op de manier waarop +deze of gene praatspecialiteit die zaken weet voortestellen. De +aangevoerde _feiten_ behooren wèl te spreken, en kunnen dan de +welsprekendheid van den rhetor zonder scha missen niet alleen, maar +worden daardoor in het duister gesteld. Welke waarde heeft de +vryspraak van den beschuldigde, indien men daarby de bekwaamheid van +z'n verdediger op den voorgrond zet? Welk vertrouwen kan 't Volk +stellen in de doelmatigheid van 'n genomen maatregel, wanneer daartoe +beslist is onder den indruk der redevoering van 'n mooiprater? Men +bedenke dat het by behandeling van zaken niet om overreding te doen +is, niet om 'n kinderachtigen triumf over tegenstanders, niet om de +problematische eer van van 't laatste woord. De vraag is hoe de +_feiten_ zyn. Hoe die van elkander afhangen? Hoe er moet gehandeld +worden om ze in de toekomst naar wensch te leiden? En dit doel wordt +niet bereikt door oratorische inspanning of overspanning. + +Erger nog, op dat doel wordt onder 't regime der mooi-pratery niet +eens aangelegd. Het spreken-zelf staat dikwyls 't belang der zaak +waaròver men spreekt in den weg, zooals in den schouwburg 't luid +gesis òm stilte, _de_ stilte. Het is den specialiteit-prater minder om +'t welzyn des Vaderlands te doen, dan om den bloei van z'n redenary. +En ook z'n tegenstanders slaan meer acht op de rhetorische waarde van +z'n arbeid, dan op den invloed dien z'n redeneering behoorde te hebben +op hun oordeel, een invloed die dan ook zeer gering is. Lang voor 't +openen der debatten kan men vry nauwkeurig weten hoe de uitslag van de +stemming wezen zal, waaruit mag worden opgemaakt dat de advokatery der +pleiters geen enkele overtuiging wijzigt. Liever: geen enkel _parti +pris_, want van «overtuiging» kan in zóó'n bedorven kring geen spraak +zyn. + +De waarde die in-weerwil hiervan, nog byna overal aan publiek-spreken +gehecht wordt, legt 'n droevig getuigenis af van den ernst waarmee men +_waarheid_ naspoort. Als meest eenvoudig geneesmiddel voel ik me +alweer genoopt te wyzen op de wiskundige, die in de harmonie van 't +_Zyn_, uitgedrukt in hoeveelheden of uitgebreidheid, de schoonheid van +het stipte, de poëzie der juistheid najaagt. Hy vindt dit alles niet +in 'n byzondere wyze van voorstelling, maar in de eenvoudige vermelding +van 't gevondene dat hem uitdrukkingen in den mond legt welke steeds, +en in veel hooger zin dan we gewoonlyk dit woord gebruiken, wél-sprekend +zyn. Wat daartegen strydt, noemt hy _Leugen_. En zelfs zonder bepaalde +tegenstelling, al wat afwykt van 't eenvoudig ware, is hem ónwaarheid, +en als zoodanig 'n gruwel. + +Mooipraten? In de couranten, die verraderlyke fotografien van onzen +maatschappelyken toestand--de oplettende lezer begrypt dat ik nu +bepaald van de advertentien spreek, daar fotografien aan iets als +juistheid doen denken--in de couranten wordt nu-en-dan _eine gewandte +Verkäuferinn_ gevraagd. Hoe men zoo'n ding in 't Hollandsch noemt, +weet ik niet. De zaak zal wel hierop neerkomen, dat men 'n schepsel +zoekt die het talent heeft 'n onbedreven klant verschoten lapjes +aantepraten. Heeft de specialiteit van zoo'n winkelmeubel werkelyk +voor den patroon eenige waarde? Oefent zoo'n geacht lid van de +toonbank inderdaad 'n goeden invloed uit op het geluk des Volks dat +wat welvaart komt opdoen uit haar voorraad? + +Op _my_ niet! Ik tart de meest _gewandte Verkäuferinn_ van 't heele +nieuwe Duitsche Ryk, my 'n kadaster-wetsontwerp of 'n reorganizatie +van de Preanger in de hand te stoppen voor 'n waardig antwoord op den +_Havelaar_, en ik zou geen slaapmuts aannemen uit haar hand, al +verzekerde ze my op eerewoord dat VAN TWIST--bygestaan dan door andere +specialiteiten, omdat hyzelf de specialiteit van volslagen +onbekwaamheid beoefent--dat ding had gebreid. + +Maar onze kieskollegien en Kamers zyn zoo keurig niet. In _die_ +winkels stelt men zich met de nieuwe juffrouw tevreden, zoodra zy +zeker soort van omstanders tot handgeklap weet te bewegen, en vraagt +er zóó weinig naar of ze overigens verstand van de zaken heeft _in_ 't +_algemeen_, dat men ten-laatste die zaken met het effekt van haar +praatjes verwart. Dit nu is in 'n winkelier begrypelyk. Hy slyt z'n +waren door de gladmondigheid van z'n vertegenwoordigster, en daarom +alleen is 't hem te doen. Doch behoorde niet het Volk aan z'n +afgevaardigden àndere eischen te stellen? + +«De redevoering van A, van B, van C, was mooi ... + +Heel mooi! Maar, eilieve, zyn we daardoor een graad veiliger voor de +Pruisen? + +«Onze D heeft daar eens weer perfekt gesproken!» + +«O ja, byna zoo mooi als onlangs in de «_Gezelligheid_» maar de +werkman is ontevreden. Kan hy voedsel koopen voor D's prachtige +oratie! Is de kans op algemeene welvaart verbeterd? + +«Heb je gelezen hoe onze E dien F op z'n plaats heeft gezet? Dàt was +taal!» + +Zeker, zeker! Maar ... de Javaan wordt mishandeld, met of zonder +akkompagnement van kamerspeeches, met of zonder de _Gewandtheit_ der +Bataafsche toko-specialiteit die z'n diepe kennis van Indische zaken +te luchten hangt. + +Maar niet alle mooipratery riekt juist naar den winkel. Ook, en +vooral, de _balie_ levert gewoonlyk 'n kontingent sprekers die de +toonbank zouden doen blozen, wanneer 'n toonbank blozen kon. + +«De rechten, myne heeren, de rechten ... + +Nu ja, de rechten. We kennen ze, die vadermoordende bastaarden van het +_Recht_! De rechten vullen alle plaatsen die openbleven tusschen de +bezette botertonnetjes en de vertegenwoordigers van Vlaardingsche +haring! Zoo'n man van rechten spreekt, spreekt, spreekt ... tot in 't +oneindige. En daarna spreekt-i. Dat is z'n vak, z'n roeping, z'n +beroep, z'n gewoonte, z'n hebbelykheid, z'n behoefte, z'n _tic_. Het +spreken is z'n zeer speciale _specialiteit_ ... + +Daartoe werd-i dan ook afgevaardigd! + +Waarover spreekt hy? 't Is hem om 't even. Hoe? Het scheelt hem niet. +Hy spreekt niet om iets op tehelderen, iets meetedeelen, hy spreekt òm +te spreken. Z'n kiezers wachten van hem zooveel kolommen Byblad in de +week. Levert-i minder, ze fronzen het voorhoofd: hm, hm, onze Z gaat +achteruit. Draaft hy z'n _penmus_ 'n paar regels voorby: «zie zoo, Z +is terdeeg op z'n dreef geweest». + +De arme Z wordt martelaar van z'n dorpsroem. 't Is met hem: «spreken +kunt ge, spreken wilt ge, spreken zult ge ... tot er de dood na volgt, +en dan wachten wy uit uw eigen mond de lykrede.» De ongelukkige +allemans-babbelaar is nog rampzaliger dan z'n mede-specialiteiten in +andere vakken. Deze toch behoeven zich slechts op den voorgrond te +stellen wanneer hun _métier_ wordt aangeroerd. Maar Mr. Z is van àlle +vakken, juist omdat de eigenaardigheid van z'n welspreken meebrengt +dat-i redevoeren kan over zaken waarvan hy òf weinig weet, òf byna +niets, òf volstrekt niemendal. Waartoe zou de gaaf van spreken dienen, +als men daarby nog verstand noodig had van 't behandelde ook? De +zeeman mag zwygen over tienden ... al doet hy 't niet immer. De +bankier kan neutraal blyven by 't kibbelen over armenverzorging ... +al doet hy 't niet immer. De afgevaardigde uit de veenen mag op z'n +lauwren rusten zoodra de turf afgehandeld is ... al doet hy 't niet +immer. De kiezers gunnen al die heeren den tyd tot kraamuitleggen na +'t verlossen van hun vakwysheid. Maar de praatspecialiteit is gedoemd +zich te laten braden op èlken rooster. Hy heeft na 't afhandelen van +eenig onderwerp, nauwelyks den tyd zich als St. Laurens, op z'n andere +zy te leggen. Turf, armenbederf, eeredienst, verstopte zeegaten, +koninklyk prerogatief, volkenrecht, buitenlandsche zaken, vrye-arbeid, +pensioenen, strafwet, onderwys ... alles is van z'n gading. Of liever, +alles is van de gading zyner kiezers die «_onzen man_ ook wel eens +over dat onderwerp willen hooren.» + +We zullen niet toegeven in ziekelyk medelyden met het praatorgel, dat +veroordeeld is tot het afspelen van meer deunen dan er op één cylinder +kunnen gezet zyn. Wie zich voor universeele deunmachine uitgaf, moet +dan maar de bittere gevolgen van z'n triumf dragen. Maar we vragen wat +er terecht komt van de _zaken_ die op zulke wys worden behandeld? We +vragen of 't _Volk_ gebaat wordt door de mondknapheid van zoo'n +babbelaar? + +Misschien werpt men my tegen dat ik die aan _specialiteiten_ hun +bekrompenheid verwyt, genoegen moest nemen met de ... _generaliteit_ +van iemand die over _alles_ meespreekt, en dien men dus niet verwyten +kan dat de kring waarin hy zich beweegt, te nauw is. Die ruimte moge +wyder zyn dan van anderen, ze is--grootendeels ten-gevolge van 't +eigenaardig hersenbederf dat de studie der zoogenaamde «_Rechten_» +meebrengt--gewoonlyk minder goed gevuld. Heeft men by vakmannen te +klagen over _penurie van zaken_ hier hebben we met _profuzie van +woorden_ te doen. Het is de eersten onmogelyk zekere enge grenzen te +overschryden, maar praters kunnen zich binnen geen enkele grens tot +iets wezenlyks bepalen, en wanneer men de zaakkennis van dezulken, en +'t licht dat ze verspreiden, kondenseert, voelt men iets als sympathie +voor de andere specialiteiten, die wel-is-waar slechts één zaak +reprezenteeren, maar zich daarover dan ook niet behoorlyk weten +uittedrukken en dus meer kans hebben om door zwygen tot 'n schyntje +van iets degelyks te geraken. In dit laatste geval blyft hun tenminste +de verdienste, het woord te laten aan den enkele die inderdaad iets te +zeggen heeft waardoor misschien het Volk kan worden gebaat. + +Uit m'n IDEEN kan men weten hoe ik de staatkundige waarde van den heer +THORBECKE beoordeel. Toch heb ik onlangs z'n handelwyze in zekeren zin +goedgekeurd, toen hy zich onttrok aan het praatduel waartoe 'n +debatteer-specialiteit van de ergste soort hem aanhoudend dwingen +wilde. De poging van den aanvaller om zich tot «iets» te maken, door +'t voortdurend mikken op 'n persoon die naar de meening van 'n groot +deel des Volks sedert langen tyd iets _is_, noem ik ... kwajongensachtig. +Ik moet gelooven dat de man by z'n kiezers eer heeft ingelegd met z'n +sarren, daar de rol die hy spelen zou, te voorzien, en waarschynlyk een +der voorwaarden van z'n verkiezing geweest was. Het is dan ook mogelyk +dat-i nu-en-dan z'n tegenstander gekwetst heeft. Maar de grootere eer, +door dien tegenstander gekwetst te worden, is hem ontgaan. De in dit +geval door de liberale specialiteit in-achtgenomen terughouding zou ons +byna stemmen tot wat vergevensgezindheid voor de zotternyen van '48, +indien hier aan iets anders dan zeer persoonlijke beweegredenen te denken +viel. De _persoon_ THORBECKE wilde niet tournooien met het individu dat +zich als «geacht lid» uit ... een-of-ander, zoo indiskreet opdrong in z'n +vyandschap, maar 't _Kamerlid_ THORBECKE gaf te dikwyls bewyzen van +onkunde omtrent de ware roeping der Volksvertegenwoordigers, dan dat +z'n terughouding aan staatkundig _bon sens_ mag worden toegeschreven. +Dit is dan ook niet te verwachten in den schepper onzer kieswet, die +volgens zyn beginselen, _als lid der Kamer_ het recht niet had zich te +ontrekken aan de noodzakelyke gevolgen van z'n eigen werk. Zulke +verkiezingen brengen zùlke geachte leden voort! _Patere legum quam +fecisti_! + +Of 't overigens waar is, dat het bedoeld _ad hoc_ afgevaardigd +kemphaantje z'n kiezers behaagd hebbe? Ik gis ja. Waarschynlyk zyn z'n +herhaalde provokatien met innig welgevallen gelezen. Me dunkt ik hoor +zeggen: «dat is _onze_ man!» Welnu, deze ingenomenheid vloeit voor 'n +deel uit onkunde voort. De meerderheid der kiezers nog altyd van +meening dat praten, spreken, publiekspreken, redevoeren, enz. +uitstekende zaken zyn. Men schynt nog altyd niet te weten dat niets +gewoner is dan dit talentje. 't Gaat daarmee als met muskaatnoten, +versenmaken en speciaalkennis van «de-n-oost» altemaal kruieryen die +eens tegen goud werden opgewogen, en tegenwoordig in 't burgerlykst +huishouden tot vervelens toe worden voortgezet. Voedsel zit er in al +die dingen niet, en overvoer deed den prys dalen. Dat is gelukkig. +Want al vloeit hieruit verhooging van konsumtie voort, het stemt de +waardeering van 't gebruik wat lager, en dit is _iets_ gewonnen. + +Maar zóóver zyn we nog altyd niet met debatspecery. Nog immer vinden +mensen en ... kiezers, 'n _haut goût_ van talent in de hebbelykheid +van frazenlymen. Ze schynen niet te weten dat de prys van dit artikel +sedert de afschaffing van 't monopolie zoo verbazend gedaald is. Wat +onbevangenheid, 'n beetje gewoonte z'n eigen stem te hooren, _le désir +de se voir imprimé_, 'n twintigtal gelegenheids-frazen, 'n wel +geprepareerd slotwoord, _et le tour est fait_! + +Voedsel zit er in dat alles niet, zei ik zoo-even, toen ik van andere +goedkoope produkten sprak. Zit er voedsel in wat we zien voortbrengen +door zulke publieksprekers? Om te blyven by 't voorbeeld dat ik +aanhaalde, durf ik vragen of er in al die aanvallen van 't geacht lid +KOORDERS tegen den heer THORBECKE, één nieuw denkbeeld is ontwikkeld? +Of er één oud denkbeeld in nieuw licht werd gesteld? Of er _iets_ is +overgebleven van die telkens tevergeefs afgestoken vuurwerkjes? Werd +er in 't grenzeloos ryk der IDEEN 'n nieuw werelddeel ontdekt? Een +vreemde kust? Een onbekenden klip? Een dorp, 'n rots, 'n zodenbankjen, +'n zandkorrel? Niets van dat alles! Niet eenmaal 'n nieuw kiesdistrikt. +Geen _mot_ zelfs is blyven bestaan van al de projektielen waarmee de +arme THORBECKE uit z'n eigen _kies-mitrailleuse_ beschoten werd. Wind +zyt ge, o praat-specialiteit, tot wind zult ge wederkeeren. Dat zy zoo! + +De wensch is vroom. Van alle specialiteiten is de redevoerspecialiteit +de verderfelykste, de onuitroeibaarste! In-weerwil der uitvinding van +den beroemden HAKIM HHAFIZ, is de kans op genezing van de ziekte nog +zeer gering. Ge moet weten, lezer, dat die man te stryden heeft met +boosaardige vyanden. Venynige tegenstanders hebben in Perzie z'n +pogingen verydeld door 't oprichten van dispuut-kollegien en +debatings-klubs. Men ziet het, iemand die z'n tyd vooruit is, stuit +gewoonlyk op boosaardige tegenwerking. Ook ik heb 'n uitvinding +gedaan. Ik wilde de publieksprekers inenten met de tranen van 'n +berouwhebbenden ekster. Maar ik houd de ontdekking geheim, uit vrees +dat broodnyd en zucht tot zelfbehoud zich zullen wreken door 't +oprichten van instituten als die in Perzie den armen HHAFIZ het leven +verbitteren. Ik denk dat-i naar Wiesbaden vluchten zal. + +Wie overigens nog niet voldoende doordrongen is van den noodlottigen +invloed der praatspecialiteiten, sla het oog op 't ongelukkig Frankryk +waar men, na al de bittere ondervinding van 't laatste jaar, nog altyd +niet van de kwaal genezen is. Toen dezer dagen de generaal VINOY met +al de duizende vechtmannen die hy onder z'n bevelen had, gevlucht was +voor de opstandelingen te Parys, gaf 'n frazensmid van die gebeurtenis +aan de _Assemblée Nationale_ kennis met de woorden: _le général a +concentré ses forces à Versailles_. Indien de Fransche afgevaardigden +Duitsch lazen, zouden ze weten dat sedert maanden hun vechtende en +gevechtbeschryvende landgenooten door den vyand over zulke frazen +worden bespot, en dat de uitdrukking: _sich rückwärts konzentriren_, +op Franschen toegepast, in den mond der opgeblazen onderdanen van +Keizer WILHELM--die op hun beurt óók met frazen weten omtegaan! +--identiek is geworden met schandelyk wegloopen. De vaderlandredders in +de _Assemblée_ slikken nog altyd zulke woorden, en zetten daarby een +gezicht alsof ze doordrongen zyn van 't besef der strategische waarde +van zoo'n militaire retrovolutie. JULES FAVRE, een pleit-en praatman, +spreekspecialiteit van den eersten rang, vond 'n andere manier uit om +lafhartige vlucht te eufonizeeren. Hy, lid van de Regeering, had--even +als al z'n ambtgenooten trouwens--'t hazenpad gekozen voor de +oproerlingen van '_t Hôtel de Ville_, en met majestueuze deftigheid +stelde hy die rugwaartsche koncentratie aan de Volksvertegenwoordiging +voor, als 'n heroïsche poging om den vyand te verdelgen: _en créant +autour de lui le vide le plus absolu_. 't Doet waarlyk denken aan 'n +muisjen onder de luchtpomp. Maar ... als nu eens die vyand, aangetrokken +door 't zoo heldhaftig geschapen _vacuum_, zich liet voorttrekken naar +_Versailles_, en verder, verder, zoo vèr de door voortdurende vlucht +veroorzaakte ylheid toelaat of eischt ... wat dan? _Que usque_, o dappere +JULIUS FRAZE? Hoe lang wilt ge den vyand op u toe zuigen? Ik heb ongelyk. +Er staat: _autour_, luchtledige zuiging dus aan alle kanten tegelyk ... +'t is om te bersten. + +De _Assemblée_ neemt genoegen met zulke _cant_, zy die optreedt als +redster van 't bedrogen Frankryk dat te-gronde werd gericht door +praatjes van gelyke soort. Die mensen hebben niets geleerd en niets +afgeleerd. Doch waarom 't hùn te wyten? Werden ze niet door 'n +_wettelyk bevoegd verklaard deel des Volks_ waardig en bekwaam +gekeurd, de belangen van dat Volk te behartigen? + +Tot-nog-toe ging het ten-onzent niet beter. En 't is te betwyfelen of +dit veranderen zal. Maar, in-weerwil myner moedeloosheid zal ik blyven +waarschuwen zoo goed ik kan. Wie meenen mocht dat ik by veel gelegenheden, +en ook nu weer in deze bladen, onze Volksvertegenwoordiging te hard val, +vrage zich of de Kamers by 't Volk in aanzien zijn? Dit is het geval +_niet_. De kiezers minachten hun eigen werk. Vreemd is 't zeker, dat +koks de spijzen niet lusten die zij anderen voorzetten. Reeds het bywonen +van 't vuil geknoei in de keuken, maakt het onmogelijk die met smaak te +nuttigen, hoe veel te meer moet dit het geval zyn als men heeft +deelgenomen aan dat gemors. + +En ... 't oordeel der Kamerleden-zelf! Wie slechts eenmaal gelet heeft +op den toon waarop buiten 's kamers zoo'n uitverkorene zijn +mede-uitverkorenen «ze» noemt, zal my ten-goede houden dat ik met die +heeren weinig omslag maak, waartoe geen groote moed vereischt wordt, +daar ieder hunner in 't byzonder volkomen instemt met m'n oordeel over +z'n «geachte» kollegaas _en-bloc_. Dagelyks hoort men: + +«Dat begrypen _ze_ niet ... dáártoe zyn _ze_ niet te bewegen ... +zoo-iets is _hun_ te hoog!» + +En de éénling die aldus spreekt en accentueert, heeft gelyk. Er ligt +niet de minste verwaandheid in, dat hy zich als _individu_ hooger +stelt dan al z'n ambtgenooten _te-zamen genomen._ Hy voelt inderdaad +het overwicht van z'n onverbrokkelde individualiteit tegenover de +poespas van kennis en kunde, die door gebrek aan affiniteit nooit 'n +dergelyk geheel kan uitmaken. Een verzameling van mensen bezit als +zoodanig nooit een der eigenschappen die 'n mens kunnen versieren. Ze +heeft geen konsekwenten wil, geen overtuiging, geen bekwaamheid, geen +geweten, geen eergevoel, geen schaamte en geen moed. Elk _individu_, +hoe schitterend middelmatig ook, staat boven 'n _Vergadering_, (IDEE +9 en 336). + +Wie na al 't aangevoerde nog verder bewys verlangt van de laagte +waarop onze Volksvertegenwoordiging staat, legge zich de vragen voor: + +_Welk werkstuk heeft ooit onze Kamer voortgebracht? Welk belangryk +denkbeeld is uit haar voortgekomen? Welke blyken gaf zy dat ze besef +had van haar verplichtingen? Op welk gebied leverde zy voorbeelden ter +navolging? In welk opzicht was zy uitstekend? Wat heeft het Vaderland +aan z'n vertegenwoordiging te danken_? + +Uit overvloed van individueele specialiteiten in allerlei vakken, werd +zy altyd verhinderd kollektief te zyn wat ze uit den aard der zaak +wezen moest: _algemeene_ SPECIALITEIT _ter behartiging van de belangen +des_ VOLKS. + +Ziedaar alzoo wat de in willekeurige brokstukken verdeelde opinie der +menigte oplevert! _Vox populi Vox Dei_, zegt men, zonder te bedenken +dat men daarmee z'n God 'n vreemd kompliment maakt. Een zonderlinge +eer voorwaar--en voor 'n God nogal!--homogeen te worden verklaard met +kannibalen, roovers, heksenbranders, stommerikken, aanhangers van +oudwyvenpraatjes, geloovers, verstandmoorders, enz. enz. Hadden niet +al die specialiteiten van beroerdheid eenmaal--en hebben ze niet nog, +in zekere landen--zoo'n _Vox_ op haar hand? Doch, dit daargelaten, ik +vraag of zy die den wil van hun God vereenzelvigen met den Volkswil, +geen zonde doen door die eensluidende voxen doorteknippen als 'n +poliep? Me dunkt: ge zult den Heere uwen God niet distriktifieeren. +Zéker is 't dat _myn_ godin, de _Rede_, geen genoegen neemt met zulke +kinderachtige en misdadige kunstjes. + + + + +MIX. + + +«Een veger die niet vegen kan, en geen ander vak verstaat dan niet te +kunnen vegen, is 'n _Specialiteit_.» + +--Myn vak is dat ... dat ... of dàt! + +Zeer wel! Wat hebt gy die aldus spreekt, tot stand gebracht op het +terrein dat ge 't uwe noemt? Gy geneeskundige, hoeveel gezondheid +bracht ge voort? Gy rechtsman, werd het _Recht_ gebaat door uwen +arbeid? Gy specialiteit van moed, strategie en taktiek, beeft de vyand +voor uw dapperheid en vechtkunst? Gy publiekspreker, preekheer, +redenaar, welke dwaling hebt gy uitgeroeid? + +Laat ons nogeens 't oog slaan op Frankryk, het land waar sedert +onheugelyke tyden de laatstgenoemde specialiteit byzonder in eere was. +Om nu niet te spreken van de treurige rol die veldheeren en diplomaten +speelden tegenover den buitenlandschen vyand, welke _maarschalk_ van +het Woord, welke _hoogleeraar_ in verdelgkunde, bezweert het oproer te +Parys? Ze beproeven dit niet eens. Het gepraat der THIERSEN en FAVRES +in de _Assemblée Nationale_ konkludeert gewoonlyk tot wachten, +afwachten, niet-doen. + +De helden die telkens onder verpanding van eer en leven beloven «het +monster der anarchie den kop intedrukken» komen gedurig +onverrichter-zake terug en brengen hun dierbaar leven ongedeerd weer +thuis. De inderdaad zwaar geblesseerde eer wordt met 'n praatje +gekalfaterd want de vechtspecialiteit gaat zeer geleidelyk in de +praatspecialiteit over. De helden van 't slagveld kyken den doodslager +van de balie de kunst af, en frazeeren _à qui mieux mieux_. En de +leden van zoo'n _assemblée_ nemen daar genoegen mee. Toen onlangs de +overwinner-of-sterver DUCROT tegen alle afspraak aan, ónverwinnend in +'t leven was gebleven, werd er nog even geprotesteerd tegen 's mans +wederrechtelyke existentie. Maar nu dezer dagen de admiraal SAISSET, +de specialiteit die gezworen had: _de donner sa vie_ enz., +springlevend wederkeerde zonder de straten van Parys te hebben +schoongeveegd, neemt men genoegen met ... zoo'n veger die niet vegen +kan. Wie nu zulke DUCROTS en SAISSETTEN aan 't breien, stoppen, +stikken of koekbakken zetten wilde, zou van die heeren ten antwoord +krygen: «dat is m'n vak niet ... van beroep ben ik held!» Maar zoodra +er iets te doen valt waarby hun vakheldhaftigheid eens terdeeg zou +te-pas komen, gedragen zy zich als specialiteiten van de naaischool. + +En de praters! Mr. THIERS, Mr. FAVUE. Mr.... Watjewilt, heeft 'n +_speech_ gehouden! Dàt was nu eens prachtig! Dàt deed effekt ... + +Och ja, als de ontboezeming van den accynsman op de roerlooze +brandblussers van pagina zooveel! + +Indien zulke babbelaars-zelf het minste vertrouwen stellen op den +indruk van hun gepraat, op hun waarde als _specialiteit_, waarom, dan +niet van die kracht gebruik gemaakt tegen 't oproer! Waarom niet het +_Hôtel-de-Ville_ gebombardeerd met 'n Kamerspeech van THIERS? Waarom +mitrailleert FAVRE de opstandelingen niet met z'n mond? + +Bisschop HERBERT van Utrecht gaf in de twaalfde eeuw bewys van meer +oprechtheid. Toen de Hollandsche graaf DIRK hem kwam aanvallen, +begreep de eerlyke man dat het nu de rechte tyd was om z'n +specialiteit op den voorgrond te stellen. Zyn vak was heiligheid, en +met heilighedens trok hy den vyand te-gemoet. Dat hielp. Onze DIRK +vroeg exkuus, en beloofde beterschap. Ook deze toonde hierdoor dat het +hem ernst was met z'n specialiteit van geloover. Maar in ónze dagen +... zie VICTOR EMANUEL die 't erfdeel van PETRUS inslikt. Tóch _Zoon +der Kerk_! Zie al de protesten tegen pauselyke Onfeilbaarheid--tegen +de vochtigheid van water--tóch _katholiek_! Zie de modernen die 't +bybelgeloof hebben afgezworen ... tóch aanhangers van de leer die op +bybelvertellingen gegrond is! + +En zie rond op zooveel ander gebied. Klapperende vensters, mismakende +schoorsteenen, gebrekkige ventilatie, onpraktische daken! smakelooze +gevels ... al die dingen protesteeren tegen de bekwaamheden onzer +bouw-specialiteiten. Een ingenieur dien ik eens deze opmerking +meedeelde, antwoordde my dat de meeste zaken van dien aard tot het +timmermans-of metselvak behoorden. Precies 't antwoord van 'n +Franschen generaal dien men aan 't breien zetten wou. _Hoogere_ +bouwkunde? Wat is dat? Engelen wonen niet. We zyn _mensen_, moeten +voldoen aan _menselyke_ behoeften. Gaarne wil ik gelooven dat het +diepe studie vereischt, de verhouding te berekenen tusschen de +kapiteelen van 'n Minervatempel en de emolumenten van 'n +hedendaagschen koster, maar we hebben ándere kunde noodig. De +huishouding van 'n Hollandsche stovenzetster wordt niet geregeerd naar +de wetten van 't Grieksche schoonheidsgevoel, en we zullen geen +schoorsteenen leeren maken, zoolang wy 't beproeven uitstellen tot we +bruikbare modellen aantreffen in 'n opgedolven _atrium_, waar de rook +gewoon was naar bevind van zaken zich 'n uitweg te zoeken, of +niet-eens te zoeken. + +De eigenaardige fout der specialiteiten bestaat in _afkeer van +oorspronkelykheid_ of _vrees voor oorspronkelykheid_, aandoeningen die +voortkomen uit een door luiheid veroorzaakte onmacht. Te traag om op +eigen beenen te staan, te schuw voor inspanning zelfs om dat te +beproeven, richt men zich naar meesters in de kunst, en vergeet dat zy +hun waarde juist dááraan ontleenden, dat ze zich _niet_ richtten naar +'n meester. De eenige leermeesteres, de _artis magistra_, die 't recht +heeft haar discipelen 'n geldig doktors-diploom uittereiken, is _de +aard der dingen_. Wie 't versmaadde op _die_ hoogeschool te studeeren, +zal ten-allen-tyde een brekebeen blyven, een ... veger die niet vegen +kan. + +Terloops doelde ik op de gebrekkige wyze waarop bouwspecialiteiten +beantwoorden aan den naam dien zy zich geven. De uitvlucht van den +ingenieur, die sommige door my gemaakte aanmerkingen beneden de +waardigheid van z'n «vak» rekende, gaat niet op. Hy had me moeten +meedeelen aan welke bouwstukken de kunst haar inspanning wél besteden +mag? Zyn onze kerken goed? Onze spoorstations? Heeft ooit 'n leek, +onverwachts geroepen tot uitvoering van eenigen arbeid waaraan-i niet +gewoon was, iets bespottelykers voortgebracht dan de Amsterdamsche +Beurs? Dan 't Paleis van Volksvlyt, die enorme ruimte op de +leelykst-mogelyke manier in glas en yzer gezet? + +De verdeeling in hoog en laag is willekeurig. De heele Natuur is +adelyk, en we hebben noch 't recht noch de macht, haar Kappelmannig te +verdeelen in standen. Juistheid, bruikbaarheid, doelmatigheid ... al +deze eigenschappen toegepast op't geringste voorwerp, bekleeden +gelyken rang als dezelfde verdiensten in zaken die ons--slechts in +betrekkelyken zin altyd--belangryker voorkomen, en wie voorgeeft de +studie van 't schynbaar geringe te minachten verdient minachting voor +de geringheid zyner studie. _Deugd_ is zedelyke schoonheidszin, in +_logika_ openbaart zich de vroomheid van den denker, en aesthetische +ontwikkeling brengt de _rechtvaardigheid_ mee, die ook omtrent zaken +en begrippen het _suum cuique_ weet in-acht te nemen, dat we zoo +gewoon zyn niet toetepassen op personen. Alzoo lossen zich de +eigenschappen van hart en verstand, samengaande met kunstgevoel, +harmonisch op in dit eene: _streven naar waarheid_. De plompe gestalte +van zoo'n Amsterdamsche beurs liegt evenzeer tegen de eischen van +schoonheid en doelmatigheid, als 't gebabbel in onze Kamers tegen de +belangen van 't Volk. De lynen van dat glasgebouw vloeken en waggelen +als beschonken nachtloopers. Die koepel schynt 'n wén te hebben als 'n +Zwitsersche berg-_crétin._[10] 't Een is zoo onzedelyk, zoo onbeschaafd, +zoo ongezond als 't ander. + +En onze kerken! Men preekt daarin op z'n protestants, en de galm is +... onfeilbaar. De gewelven roepen: _O salataris hostia_, en de +dominee maseurt in 't Hollandsch of nagenoeg. + +Wie zich gewoon maakte zulke snydende kontrassen niet optemerken, wie +zich verhardde tegen de pyn die dit gebrek aan harmonie uitwerkt op 'n +onbedorven gemoed, verwaarloosde z'n zedelyk tastvermogen, en verliest +het oordeel des onderscheids, ook aangaande zaken die schynbaar niets +te maken hebben met de dingen door welker aanraving hy zich liet +vereelten. We gelyken hierin veelal op den verloskundige, die meende +zonder schade voor z'n vak in z'n vryen tyd te mogen houtzagen en +citerslaan. Dat gaat niet! Wie z'n gereedschap bederft is 'n slecht +werkman. + +Het was niet zonder doel, dat ik zoo-even de wanstaltigheid van 'n +paar Amsterdamsche gebouwen vergeleek met zeer uiteenloopende +onderwerpen. Ik wensch te doen in 't oog vallen dat de _oorzaak_ der +bedoelde fouten dezelfde is, onverschillig of daaraan wordt vorm +gegeven in metselwerk, dan of ze zich openbaren in Volksbedrog. Men +kan verzekerd zyn dat menige ministerspeech, in yzer overgezet, 'n +scheeven indruk maken zou, en dat er o.a. geen behoorlyke trap zou +wezen om zich naar-boven te werken in 't gebouw van ons publiek +rechtsgevoel[11] indien men dat ongelukkig voorwerp in steen vertaalde. +Onwaarheid, onjuistheid, gebrek aan harmonie tusschen eisch en +voldoening, werken alom op gelyke wyze storend, bedervend, onzedelyk. + +Dàt hebben wy aan de speciaal-mannen te wyten! Buiten den tempel van +hun vak nemen zij de hulde van den leek aan, die hun voorgewende +priesterwyding eerbiedigt. Binnen dien tempel maken ze niemand zalig. +Dat is oneerlyk! + +Zeg eens, gy, baas of m'nheer, gy noemt u metselaar, _meester_ +metselaar ... is uw cement zoo goed als 't Romeinsche? En gy, +timmerman, _meester_ timmerman, meent ge in-staat te zyn tot het maken +van 'n behoorlyke ... + +Ik heb hier iets te noemen dat ik niet noemen mag in 't Hollandsch, +en in 't Latyn of Grieksch niet noemen kan omdat de Romeinen en +Grieken--die, evenals hun nazaten, en de meeste volkeren der oudheid, +zeer vuil waren--het ding dat ik bedoel in 't geheel niet gebruikten. +Neen, ik kan 't niet noemen. Er blykt dus dat myn schryfspecialiteit +ook te wenschen overlaat. Men vergeve het my, en bedenke dat ik me +nooit voor schryver uitgaf. Ik bezit daartoe niet het minste diploom, +en ben zelfs geen dokter of professer in de letteren. + +Maar zy die dit wèl zyn, de litteratuur-specialiteiten, wat brengen +_zy_ voort? Mogen we zoo laag neerzien op den timmerman die van ouder +tot voorouder 't wanbegrip aanhangt dat de opening van 'n bril +cirkelvormig moet zyn, alsof 't rondom-aanraken de eisch ware!--kyk, +daar heb ik toch 't verboden woord genoemd, en in 't Hollandsch +nogal!--mogen wy den onontwikkelden ambachtsman hard vallen, als we +zien dat voorgangers in _humaniora_ zoo bitter slecht timmeren? Sedert +'n eeuw of drie hebben of hadden wy akademien en atheneën in menigte. +De eene professor volgde den anderen. Ze richtten hun leerlingen af, +en maakten die tot doktoren--tot _specialiteiten_ alzoo!--in +letterkunde. Alles _professeerde_ om 't hardst. Wat leverde dit op? Me +dunkt, 'n volk dat sedert twee-driehonderd jaar zóóveel betaalde voor +de beoefening van 'n speciaal vak, zou recht hebben iets uitstekends +in dat vak te verwachten, neen: _zeer veel_ uitstekends. In plaats +daarvan wedyveren de produkten onzer officieele lettermannen met den +mismaakten koepel van 't glaspaleis in wanstaltigheid, vooral wanneer +zy de ongehoorde poging wagen om zich te verheffen boven 't peil der +middelmatigheid waarin zy hun eerlyk verdiend _summa cum laude_ +behaalden. + +We mogen aannemen dat de strandbewoners onzer Nederlanden +ten-allen-tyde gevischt hebben. Een groot gedeelte van de Natie +beoefende alzoo de vischvangst sedert ... ja, wie zegt ons hoe lang +reeds vóór de zoogenaamde aankomst der Batavieren? Hoe dit zy, er +waren ten-allen-tyde meer visschers dan officieele letterkundigen. Het +wèl beoefenen van de visschery werd nadrukkelyk gevorderd door 'n +gebiedende meesteres: de maag. Toch verklaarde onlangs een Noorsch +vischgeleerde, die voor eenige jaren in 't belang van z'n vak 'n reis +deed langs de stranden van Europa, dat de Hollandsche visschers +volstrekt niet op de hoogte hunner kunst stonden. Ik nu kan niet +beoordeelen of deze man gelyk had. By analogie met andere vakken +welker beoordeeling wel eenigszins onder m'n bereik valt, mag ik +gissen dat-i de waarheid zei. Maar als ik den uitslag der studien van +onze strandbewoners vergelyk met de litterarische rezultaten onzer +akademien, dan voel ik iets als eerbied voor de _clarissimi_ van +Scheveningen en Katwyk, en ik zou lust hebben dien Noordschen betweter +naar Utrecht en Leiden te verwyzen ten-fine van klement oordeel over +de Hollandsche botboeren. Men zegt dat er eens in den Haag drie +kabeljauwen te-gelyk op de markt zyn geweest. In een heel jaar levert +onze aan de akademien uitgebroeide letterkunde zooveel spieringen niet. + +Gebrek aan oorspronkelykheid is alweer de hoofdoorzaak van deze +armoede. In-stede van te grypen in de volle ryke natuur, meent men +iets te bereiken door toewyding aan 'n bepaald vak, d.w.z. door 't +volgen van voorgangers die zoodanig vak geprofesseerd hebben--liever +nog, die er in professerden--en op hun beurt kopiisten waren van +andere brekebeenen, of al ware het van 'n meester. Dat deze inkrimping +van terrein soms, en nog volstrekt niet dikwyls, iets ten-gevolge +heeft als de handigheid die ik op blz. 28 (hfdst. II, n. v.d. tr.) +wel wilde toekennen aan 'n bakker van beroep, kan waar zyn. Maar dat +die nauwte van blik nog gevaarlyker werkt op de voortbrengselen van +den geest dan de sleurfouten der bakkers op ons brood, is ook waar. +In dat brood _is_ dan toch nog meel. Vermengd, vervalscht, verknoeid, +er is _meel_ in. Onze letterspecialiteiten durven 't Volk _als spyze_ +voorzetten _wat geen spys is_. Ze geven _als voedsel_ wat _niet voedt_. +En wie er over klaagt, krygt ten antwoord dat de eigenaardigheid van +'s mans vak meebrengt dat-i zulk brood levere en geen ander. De leek +moet dan zwygen, en verwyt zich dat hy ten-onrechte meende geestelyk +onverzadigd te zyn. De fout heet dan te liggen aan hemzelf die 't hoog +gewicht van 't speciaal-vak miskende. Zoodra hy op de hoogte wezen zal +die noodig is om de waarde daarvan te schatten ... + +Intusschen professert en professeert de specialiteit voort ... + +Twee treurige indrukken tegelyk dringen zich hierby aan ons +voorstellingsvermogen op. De eerste is medelyden met het arme Volk dat +naar zielespys hongert ... + +Laat ons vlug heenstappen over dit onderwerp. Hongeren is 'n afgezaagd +thema. + +Liever stel ik u 't vermaak voor, lezer, om te vermeien in andere +smart, in specialiteiten-smart. Ge kent die niet? Ge wist niet op welk +veld dat doornig onkruid groeit? Ge weet niet hoe de schedelplaats +heet, waar de navorschers van 't ontmetelyk-kleine gekruizigd worden? +Ik zal u den weg wyzen. + +Misschien moest ik, zooals de _specialiteiten_ van den Nederlandschen +_Helikon_, beginnen met 'n fors[12] «wat bralt ge, o Rom es!» of 'n +melankoliek: «'t is voor u niet dat ik zing!» om dan na 't minachtend +doorloopen van allerlei andere smart, ten-laatste triumfantelyk +neertekomen op 't onderwerp onzer _complainte_, en den lydenspalm +uittereiken aan den martelaar die my den treurzang in de pen gaf. +Niets van dat alles. Tegen alle school, gewoonte en deftigheid aan, +toon ik u terstond het uitgeteerd gelaat van den armen speciaal- +professer die gestruikeld is over 'n speciaal eigenschapje van 'n +speciaal-atoom zyner _specialiteit_. + +Werelden vergaan of vergaan niet, 't is hem om 't even. De zon valt, +hy bekommert zich daarover niet verder, dan om 't verschrikt mensdom +te berispen over den ontaalkundigen geslachtsverkrachtenden uitroep: +daar gaat-i! De geschiedenis van wereldwording, mensheid en beschaving +boezemt hem geen verder belang in, dan noodig is om natesporen of de +eerste lichtstraal z'n naam wel behoorlyk met 'n _ch_ schreef, en of +er taalfouten waren in de tien geboden. Paus JOHANNA interesseert hem +eenigszins, doch daar dat individu--vrouw of man dan--in beide +gevallen toch slechts 'n mens was, kan hy aan z'n hoedanigheden niet +zooveel aandacht wyden, als-i--en met zielewellust zeker!--zou besteed +hebben aan 'n _klank_. Van z'n kroost en huisgezin weet onze professer +genoeg om de overtuiging te koesteren dat al z'n meisjes onzydig zyn +en dat z'n vrouw soms mannelyk is. Z'n liefde tot de wetenschap, hoe +gloeiend ook, is omtrent dit alles voldaan, tevreden en in rust. Maar +helaas ... daar nadert het vreeselyk woordje _leur_, en dondert den +ongelukkige de vraag toe: «welk geslacht kent ge my toe? Antwoord of +... leef, en schryf 'n woordenboek!» Het baat niet of de ongelukkige +dien geslachteloozen inkwiziteur van-voren beziet en van-achter om te +onderzoeken of ze wellicht eene groot-inkwizitrice, dan wel--wie +weet!--'n heftig inkwizitorium is? Alles te-vergeefs! Die paus JOHANNA +op 't gebied der taalkunde heeft de boosaardige verstoktheid gehad +zich nooit te vertoonen--ik citeer--«_met een bepalend woord, waaruit_ +haar _geslacht zou kunnen blyken_.» Sedert eeuwen wandelt hy, zy, het, +de wereld rond, zonder floddermuts of helm, zonder broek of schort, en +toch--of juist daarom--kan men maar niet te weten komen of 't deern of +'n jongetjen is? Hoe vreeselyk, niet waar, voor geleerden die hun +heele leven toewyden aan 't geslachtsleven van de klanken? Welke +barbaar zou niet geroerd wezen ... enz. + +Men schreeuwt tegenwoordig overal om gelykheid. Ik ben er tegen, en +beweer dat het zeer billyk is dat de werkster die de vloer boent voor +professers studeerkamer, eerbiedig ruimte maakt als de man, zwanger +van ... teleurstelling over de ware sekse van z'n _leur_, zich op den +drempel vertoont. Dus: werkster, op-zy! Ik zelf zou uit den weg gaan +als ik 't ongeluk had me in de buurt van zoo'n studeervertrek te +bevinden. + +_Honneur au courage malheureux_! Dat het vruchteloos belegeren van de +geheimzinnige leur-vesting niet aan lafhartigheid mag worden +toegeschreven, kan bewezen worden uit 'n ander feit, dat ik te liever +aanhaal omdat de vermelding me gelegenheid geeft tot 'n welgemeend +_meâ culpä_. In m'n _Divagatien over zeker soort van Liberalismus_ nam +ik de vrijheid heel ongepast uittevaren tegen de kleingeestige +schoolmeestery die onze letterkunde beheerscht, of liever: _die in ons +land zoo onbeschaamd de plaats der letterkunde inneemt_. Onder andere +voorbeelden wees ik op 't woord _schildwacht_ dat in myn jeugd +vrouwelyk wezen moest. «Of dit nog zoo is, schreef ik er by, weet ik +niet». Welnu, bladerende in D.V. & T.W.'s handleiding ter +letterkundige zaligheid, ontwaar ik dat die zotterny wel degelyk met +wortel en tak is uitgeroeid. Die twee letter-doktoren hebben den +schildwacht hersteld in z'n mannelyke eer, en vergunnen _hem_ +tegenwoordig allervrindelyks _zyn_ geweer op _zyn_ schouder te dragen. +Wie den moed heeft zulke nieuwigheden intevoeren, mag waarlyk niet +beschuldigd worden van gebrek aan geestkracht. Toch zullen sommigen +beweren dat er zoo'n hooge maat van genie niet noodig is, om intezien +dat er verschil bestaat tusschen 'n _persoon_ die zich loopt te +vervelen voor 'n schilderhuis, en de hem opgedragen _funktie_ om +_heraus_ te roepen als er 'n kolonel komt aanryden. Het onderscheid +tusschen een onstoffelyk begrip en 'n man van vleesch en been, is +nogal te vatten, en daarom ligt dan ook de verdienste die ik roem, +niet zoozeer in dat vatten als in den moed van 't verkondigen. De +geschiedenis meldt niet of de dappere apostelen van des schildwachts +viriliteit door 'tafgodendienend Volk zyn verscheurd of verbrand +geworden. We willen daarvan 't beste hopen. Bloed en brandstapels zyn +wel 't zaad der taalkunde, maar ... er is hooger eer te behalen in 't +strydperk der welschryvery. Een onbesuisd omwerpen van de afgoden der +menigte moog getuigen van oprechtheid en overtuiging, de gematigd- +welmeenende boodschapper van 't ware nieuwe is niet afkeerig van eenig +beleid, en zoekt middelen om zoolang mogelyk onverscheurd en onverbrand +te blyven. Evenals PAULUS, die te Athene zich meester maakte van den +«onbekenden God» om dat nevelachtig spook heel handig te vereenzelvigen +met den zynen, hebben de heeren D.V. & T.W. voor ze hun hermafrodiet +bekleedden met den mannelyken toga, omgezien naar 'n bondgenoot. En waar +denkt ge dat ze dien vonden, lezer? Eilieve, raad niet, ge zoudt uwe +scherpzinnigheid vruchteloos op de proef stellen. Met bescheidenheid +meenen zy te mogen aandringen op de mannelykheid des schildwachts: +«_omdat men in andere talen, bijv. in het Zweedsch, ons hierin is +voorgegaan_.» Zoo-iets geeft inderdaad courage. De ware moed immers mag +toch niet in dolzinnigheid ontaarden? Met heel omzichtig beleid alzoo ... + +Zie eens, indien onze woorden-apostels zich onnadenkend te vroeg +hadden laten verbranden, zouden zy den tyd niet gehad hebben ons nog +veel andere dingen te leeren, o.a. dat men aan _kuiter_, wyfjesvisch, +het vrouwelyk geslacht wel zou mogen toekennen[13] en dergelyke +wetenswaardigheden meer. _Kater, uil, professer_, e.d. zyn mannelyk, +naar we vernemen, en wie _vroolyk_ met één _o_ schryft is 'n dwaas. + +Is 't genoeg, lezer? En is 't nog noodig u voortehouden wat de +gevolgen zyn van zoodanige krachtsverspilling? In uw huishouding, in +uw beroep, zoudt ge toch spoedig inzien ... ik zeg niet: dat het +groote geschaad wordt indien ge u te veel toelegt op het kleine, maar +dat het _degelyke_ te-loor gaat--van welk geslacht is dat _loor_, o +goden!--door 't stelselmatig beoefenen van _nonsense_. LAROCHEFOUCAULD +schynt aan zoo-iets gedacht te hebben, toen hy de maxime schreef: +_ceux qui s'appliquent trop aux petites choses, deviennent +ordinairement incapables des grandes_. Ik, die weet hoe moeielyk het +is zich juist uittedrukken, maak hem geen verwyt van z'n «_trop_» dat +_de trop_ is. «Te veel» werkt _altyd_ en _overal_ schadelyk, dit weten +we. Ook begryp ik dat z'n uitspraak hinken zou als men dat overbodige +_trop_ er uit liet. Hy gaf zich evenwel zeer veel moeite om exakt te +zyn, en ik weet by ervaring te goed hoe afmattend dat eerlyk streven +is om me niet verplicht te rekenen tot 'n welwillend nasporen van +wat-i bedoeld heeft. _Petites choses_ zyn er niet, en de door +LAROCHEFOUCAULD gemaakte fout ligt niet in de kleinheid der dingen-zelf, +maar in 't wanbegrip over hun opportuniteit. Een kok, die 't souper laat +aanbranden omdat-i zich buiten de keuken bezig-houdt met den ring van +Saturnus, heeft juist om 't zoogenaamd-_groote_ het zoogenaamd-_kleine_ +verwaarloosd en dus, stipt gesproken, een tegenovergestelde fout begaan +die evenwel in werkelykheid op 't zelfde neerkomt, want de soep is er +niet smakelyker om. De tegenstelling was dan ook slechts schynbaar. Een +speld die te-pas komt, is in zedelyk-logischen zin _grooter_ dan 'n heel +zonnestelsel, wanneer dat het nasporen van _waarheid_, het beantwoorden +aan roeping, het plicht-doen, in den weg staat. + +Zou LAROCHEFOUCAULD gedacht hebben aan onze professers in de dubbele +_o_ of _e_, toen-i waarschuwde tegen 't verwaarloozen van de dingen +die wel te-pas komen? Of was z'n welwillende bedoeling, _U_ te +waarschuwen, PUBLIEK, tegen 't voortdurend genoegen nemen met het +aangebrand souper van onze letterkoks, die zich waarachtig niet op het +grandioze van hun nevelringen mogen beroepen om de oneetbaarheid te +verontschuldigen van de gerechtjes waarop ze 't publiek onthalen. Om +nu eens by de _prouesses_ van die dubbele-omensen te blyven, hebt ge +er nooit aan gedacht, lezer, dat zoo'n woordenboek de plaats inneemt +van iets degelyks? Smart het u niet dat uw kinderen _met verwaarloozing +van beter dingen_ al de wysheid in zich moeten opzwoegen, die daarin +voorkomt? Hebt ge wel eens berekend hoeveel tyd, inspanning, geheugen, +geest, zy en gyzelf besteden moeten om behoorlyk op de laagte te blyven +van al die wetenschap, zegge: _Wetenschap_? En mocht u dit alles +onverschillig zyn, denk dan aan 't geld dat ge uitgaaft om zulke dingen +te koopen, aan de belasting die ge opbrengt om de lieden te bezoldigen +die zich bezighouden met die voddery, levenslang natuurlyk, want ze zyn +Specialiteiten, _de par le Roi_ benoemde _Specialiteiten_! + +En nog iets. Denkt ge dat één Hollandsche stad zich zal verdedigen +tegen de Pruisen, indien de prys der heldhaftigheid wordt uitgereikt +in de zonderlinge gedaante van 'n akademie waar men zulke wetenschap +doceert? Is 't niet om alle poorten wagenwyd voor den vyand open +te zetten? + + * * * * * + +Intusschen zyn onze straten nog altyd vuil. Indien wy eens ... + +--Groote goden, ge wilt toch onze professers niet aan 't straatvegen +zetten? + +Wees bedaard. Ja, in alle bescheidenheid wou ik dat, behoudens 'n +onbegrypelyke massa eerbied voor andersdenkenden voorslaan. Na 't +gebeurde met EPAMINONDAS en de Freule VON STEIN--twee personen die +niets misdaan hebben--is myn voorstel zoo vreemd niet, en in geen +geval beleedigend. Ik erken dat er 'n gegronde bedenking zou liggen +in de vrees dat de modder de overhand nemen zou. Misschien zullen de +heeren, slecht vegende, zich beroepen op hun _specialiteit_ als +professoren in de litteratuur, en verzekeren dat zy in dàt vak ... +op dàt terrein ... _right man ... right places_ ... + +Nu ja, op dàt terrein schryven ze _Woordenboeken van de Nederlandsche +taal_, of verheffen 'n kip tot zoogdier ... ik stem voor 't vegen! +Baat het dan onze straten niet, de letterspecialiteit rust 'n beetje. +Dit is _iets_ gewonnen. + + + + +MX. + + +Alles roept om emancipatie. Er wordt door sommigen beweerd «dat we +geen slaverny geduldiger dragen dan dezulke welker afschaffing in onze +macht staat», waaruit volgen zou dat het verzet tegen tirannie niet +zoozeer voortspruit uit afkeer van dwingelandy, als uit lust in +oppozitie. PHILIPS en ALVA zyn weggejaagd, maar heel 't schryvend +Nederland buigt zich gedwee onder 't _sic volo sic scribas_ van 'n +paar mensen die nooit het minste bewys gaven dat ze met 'n taal weten +omtegaan, of liever die duidelyk toonden dit niet te kunnen. + +Misschien wachten wy op 'n Spaansche _Armada_, voor we ons verzetten +tegen de tiende penning die er nu dagelyks wordt geheven van ons +gezond verstand. Lag er wellicht 'n karakterkundige fynheid in den +onwil van de Regeering om de «nieuwe spelling» vasttestellen by de +wet? Voorzag men dat het volk liever buigen zou onder niet bevolen +zotterny, dan gehoorzamen aan bloedplakaten? + +Hoe dit zy, we schikken ons in: _vroolykheid_, en zien met minachting +neer op onze groot-ouwelui die 'n tydlang _ogen_ en _zo_ schreven. +Thans vind ik die spelling zoo gek niet, maar toen ik kind was, gruwde +ik van zoo'n verregaande onkunde. Huiverend vroeg ik mezelf hoe men +tegelyker-tyd grootvader en zoo dom wezen kon? Een schryver die 'n +levenloos voorwerp _hy_ of _zy_ noemde, in-plaats van _dezelve_, was +in myn tyd 'n ondeftige knoeier dien ik met al de kracht myner +schooljongens-rechtzinnigheid «verachttede.» + +Maar ik ben oud geworden, en heb nagedacht. Tot nadenken wensch ik nu +ook anderen optewekken, zoo mogelyk vóór ze oud geworden zijn, of te +oud althans. + +De gissing van zoo-even dat de leek liefst dan protesteert als 'n wet +hem wil dwingen tot gehoorzaamheid, wordt evenwel geenszins bevestigd +door de vyftigjarige regeering van SIEGENBEEK, die gehoorzaamd werd +in-weerwil van 't gezag dat men hem officieel toekende. Al zy dus die +meening niet geheel-en-al verwerpelyk, de regel schynt toch niet +algemeen doortegaan, en dit blykt vooral indien we 't oog slaan op 'n +ander specialismus dat veel strenger wordt gehandhaafd door de kracht +der legaliteit, en waarin we even goedig berusten als in de +schoolmeestery. + +Ik bedoel: _de Rechten_! + +Wat MOLIÈRE, die doktoren, savantes en markiezen zoo havende, +weerhouden heeft de advokaten te bedenken met 'n welverdiende +tentoonstelling, is my een raadsel. Of versmaadde hy dit omdat de taak +hem te gemakkelyk voorkwam? Was 't onderwerp te afgezaagd voor 'n +publiek dat van-oudsher gewoon raakte z'n glossen op rechters en +advokaten zèlf te maken, omdat het _non satyram facere_ hier +onmogelyk is? + +Op bladzy 96 (hfdst. MVII, n. v.d. tr.) werd over 't zoogenaamd wèl- +spreken van die heeren reeds iets gezegd, ik mag dit alzoo nu +voorby-gaan, vooral daar ik thans niet zoozeer de preek-en pleit- +specialiteit bedoel, als wel _juristery_. De mannen van parket en +balie meenen aan de eer van hun «vak» schuldig te zyn, de van-buiten +geleerde _Rechten_ boven het RECHT te stellen. Het eenvoudig-ware is +hun niet mooi genoeg zoolang het 'n deftig precedent ontbeert, of niet +gestaafd wordt door zoogenaamde _rechtsprincipes_. Indien we dit +laatste woord mochten opvatten in letterlyke beteekenis, zou de zaak +gezond wezen. Maar, o hemel, zóó bedoelt het niet de geschoolde jurist! +Waarheid is hem niet wat inderdaad _is_, maar wat overeenkomt met de +uitspraak van dezen of genen voorganger. Gelyk D.V. & T.W. op 'n Zweed, +wacht de rechtsman op 'n CAJUS, op 'n GROTIUS, op 'n DIEPHUIS, op 'n +I.D. MEYER, of 'n ander van die soort voor-i zich verstout een opinie +te hebben. Hij vraagt niet zoozeer wat er _geschiedde_, als wat er door +dezen of genen _gezegd_ en _geschreven_ is over iets dat op het gebeurde +gelykt. _Feiten_ zijn hem byzaak, 'n _woord_ is hem alles. _Akten_ gaan +voor _aktie_. En waar hy zich niet op personen beroepen kan, klemt hij +zich aan 't behoudsplankje van 'n «_regel in rechten_.» Wees verzekerd +dat er op die _rechten_ en op dien _regel_ gewoonlyk iets volgt dat niet +regelrecht en dikwyls nogal héél krom is. Want--en hier komen we terug +op de klacht in 't eerste hoofdstuk--zoo'n regel waarmee door de rechts- +specialiteiten geschermd wordt, is veelal 'n _dicton_, 'n _scie_, 'n +_fiktie_, 'n juridische _deun_, 'n «_formule die onder valsch voorgeven +van overbodigheid der redeneering, de aandacht van onjuist redeneeren +moet afleiden_.» + +De meeste rechtsregels zyn stellingen, die gemakshalve als waar worden +aangenomen, maar die voor den denker bewys noodig hebben. Deze neemt +ze dan ook gewoonlijk niet aan, voor er wèl en deugdelyk bleek dat het +aangevoerd _dicton_, ten-eerste: _op-zichzelf beschouwd_ aannemelyk +is, en ten-tweede: _dat het van volle toepassing geacht kan worden op +de behandelde zaak_. Dit laatste is zelden 't geval, omdat het verschil +der omstandigheden oneindig, en ons uitdrukkingsvermogen beperkt is. +Maar de rechts-specialiteit is zoo keurig niet. Z'n «vak» noopt hem tot +eerbied voor klanken die door gewoonte worden verheven tot afgoodjes, +en dezelfde man van wien men in 't dagelyksch leven eenig verzet zou +mogen verwachten tegen ongerymdheid, neemt genoegen met de grofste +absurditeit, wanneer ze zich maar in de gedaante van zoo'n «_regel +in rechten_» of dergelyk door 't gebruik geykt vooroordeel weet te +vertoonen. Ik heb de voorbeelden voor 't grypen doch zal me aanvankelyk +vergenoegen met 'n paar die nog al sprekend zyn. + +In Frankryk, waar de juristery vooral niet minder welig dan elders +bloeit, was onlangs 'n man beschuldigd van kerkroof. By gebrek aan +bewys werd-i vrygesproken. Eenigen tyd daarna meende de justitie den +waren schuldige in-handen te hebben, die alzoo voor de rechtbank werd +gebracht. Onder de getuigen _à décharge_ verscheen de vrygesprokene. +Hy bewees de onschuld van den beklaagde door de volledig geadstrueerde +bekentenis ... dat hijzelf de dader was. Hy had de goedheid, +allerduydelykst uitteleggen hoe hy 't voornemen had opgevat, hoe hij +zich had weten te verschuilen in de kerk, daar de armbus open te +breken, en z'n roof in veiligheid te brengen. Roerende openhartigheid! +Men liet hem dan ook ongedeerd gaan. Niet uit erkentelykheid evenwel +voor die gratis voorgedragen handleiding in 't stelen werd-i +vrygelaten, o neen, de brave man was onschendbaar omdat hy, _eenmaal +vrygesproken_, onder bescherming stond van den fanatieken eerbied voor +de rechtsfetiche: _non bis in idem_. Of de rechtbank hem behoorlijk +bedankt heeft voor de genomen moeite in de zaak van dien ander--z'n +_compère,_ denk ik met de _Gazette des Trabinaux_ waaraan ik dit +voorval ontleen--is me niet gebleken. Ook niet of er 'n civiele aktie +is ingesteld tot teruggave van z'n buit. Zeker is 't dat men den dief +in de gelegenheid stelde z'n handwerk voort te zetten. + +Zulke misdadige zotterny is alleen mogelyk in personen die «levenslang» +hun gezond verstand kluisterden aan de eischen van 'n «vak». + +Een ander voorbeeld. Onlangs in Londen bestelt zeker echtpaar by 'n +voornaam juwelier eenige kostbaarheden, en maakt van de gelegenheid, +dat 'n bediende een grooten voorraad juweelen aan hun keus komt +onderwerpen, gebruik om dezen te bedwelmen, te binden, met den dood te +dreigen, enz. De vrouw speelde in dit drama de voornaamste rol. Haar +gemaal wist met het gestolene aan de nasporing der policie te +ontsnappen, maar zy, gevangen genomen en voor 'n rechtbank gebracht, +werd ... vrygesproken door de jury, na 'n schoone redevoering van haar +verdediger die zich beriep op 't goddelyk en menselyk voorschrift dat +de vrouw haren man onderdanigheid verschuldigd is. De trouwe ega had +den koopmansbediende van-achter overvallen, hem by de keel gegrepen, +'n doek met aether tegen neus en mond gehouden, ze had geholpen aan 't +knevelen, aan het zoekmaken van 't gestolene ... alles wáár, doch: ze +deed het op bevel van m'nheer haar gemaal, en alzoo ... + +Maar, zegt men, het was 'n _jury_ die haar vrysprak ... eilieve, 't +was 'n _rechtsman_, 'n _advocaat_, die in z'n pleit-_jargon_ daartoe +de motieven leverde! Ik neem noch die jury, noch onvoorwaardelijk 't +jury-_stelsel_ in bescherming, doch beweer dat in dit geval de schande +der vryspraak niet grooter is dan de misdaad van 't vrypleiten. Zou 't +iemand die niet was opgegroeid in 't speciaal-vak van rechtsverdraaien, +in 't hoofd komen de voorgeschreven onderdanigheid van de gehuwde vrouw +aantevoeren als verontschuldiging voor gewelddadigen roof? Tot zulke +afdwaling leidt alleen de speciaal-studie. Alleen 't specialismus geeft +den moed tot zulke misdaad? Den moed? Och, die behoeft zoo groot niet +te zijn, want waar ieder ander zich schamen zou met zoodanige praatjes +voor den dag te komen, kan de jurist dit ongestraft wagen niet alleen, +maar zelfs oogst-i by zeker deel van 't Publiek lof in met z'n +impudentie. «Dàt is 'n advokaat, zegt Kappelman. Onder zyn handen is +geen zaak reddeloos, hy sleept er door wat-i wil!» En Kappelman neemt +zich voor, dien pleiter in den arm te nemen zoodra hyzelf er iets zal +hebben «doorteslepen» waarmee dan ook het doel van den praatman, dien +'t om voordeelige klandizie te doen is, wel bereikt zal zyn. Of evenwel +het belang van den kliënt meebrengt, z'n zaak met 'n stempel van +wantrouwen te besmetten door haar optedragen aan iemand die byzonderen +roem inoogstte als pleiter, schynt twyfelachtig. Oppervlakkig gezien +immers, zou men meenen dat ieder die van zyn goed recht overtuigd is, +volkomen tevreden moet zyn met 'n eenvoudige voorstelling van feiten, +en zelfs dat het hem tegen de borst stuiten moet, z'n rechtvaardige +zaak door 'n pleitman by-uitnemendheid te zien gebruiken als terrein +voor 'n wedstrijd in _chicane_ en kwasi-handige kunstjes. Hy legt zich +de vraag voor, of niet het kiezen van een zoo «byzonder knappen +advokaat» op den rechter 'n ongunstigen indruk maken moet? Zoo +redeneert gewis de eenvoudig-eerlyke man van gezond verstand. We mogen +dus aannemen dat de meesten anders redeneeren, en die «meesten» hebben +wel eens gelyk, al weten zyzelf gewoonlijk niet waaraan ze soms den +triumf van hun arglistig onverstand te danken hebben. Het kiezen van +een «beroemd advokaat» en de slenters waarmee deze een zaak verdedigt, +maken op den _Rechter_ alleen hierom geen walgelyken indruk, wyl hy +evenals de mooiprater-zelf bedorven is door de specialiteit van 't «vak». + +Toen BERYER, _le prince des orateurs_--d.i. naar myn overzetting: 'n +knoeier van de ergste soort--in één zitting _voor_ en _tegen_ dezelfde +zaak pleitte, kwam 't den voorzitter zeker niet in de gedachte dat het +eigenlyk zyn plicht was dien oneerlijken man de deur te wyzen. +Integendeel. Zelf afgericht tot specialiteit in advocatenkunstjes, +moet hy de schelmery van dien allemansbabbelaar heel aardig gevonden +hebben. Ze werd dan ook in 'n levensschets van BERYER voorgesteld als +byzonder verdienstelijk, gelyk ik reeds hier-of-daar in m'n IDEEN met +de noodige verontwaardiging heb opgemerkt. + +_Slimmigheidjes_, zei ik, en iets vroeger spraken we van +_kwasie_-handigheid. Wel zeker, 't is er ver vandaan dat zulke +advokaterige debatteerkunstjes op logisch, rhetorisch, wysgeerig of +_inderdaad_-rechtskundig gebied, waarde hebben ... _zouden_, indien +zoo'n praat-specialiteit iemand tegenover zich had, die met eenvoudig +gezond verstand en ongekreukt rechtsgevoel begaafd was. De zoodanige +slaat, zonder de minste inspanning en met de kracht der waarheidzelf, +door 't webje heen, waarin een oneerlyke tegenparty hem poogt te +vangen. Maar--heel gelukkig voor den beoefenaar dier bekwaamheid van +lage verdieping, en den bloei der advokatery--de in den grond +ònbekwame mooiprater kan ongestoord z'n methode volhouden omdat hy te +doen heeft met tegenstanders en rechters, die--de eersten soms in den +schandelyk-strikten zin, doch beiden _altyd_ in slechts weinig +gunstiger beteekenis van 't woord--z'n _compères_ zijn. Als +specialiteiten immers van wat die heeren «_de Rechten_» gelieven te +noemen, doorliepen zy denzelfden akademischen kursus van verstands- +en gemoedsbederf als hy, en hieraan heeft de pleiter te danken dat +z'n auditorium in rechtbank, parket en balie, zich door de grofste +vergrijpen tegen Recht en Rede niet gestuit voelt. Al dat volkjen +eerbiedigt, zooals zakkenrollers op de kermis, _vice-versa_ de +eigenaardigheden van 't «vak». Ze worden hierin gesteund door zeker +gedeelte van 't publiek, dat blyk van zaakkennis meent te geven door +'t wegstoppen van z'n gebrek aan begrip. Indien ieder die zich +behoorde te ergeren aan ongerymdheden in _wezen, vorm_ en _incidenten_ +van onze rechtspleging, oprecht of moedig genoeg was om z'n oordeel +uittespreken, zou 't met dat bespottelyk toejuichen van «knappe +advokaten» en den «eerbied voor 't geslagen vonnis» spoedig gedaan +zyn. By misbruiken als de hier gelaakte, hebben de vakmannen altyd 'n +trouwe bondgenoot in het verstandelyk en zedelyk minst-ontwikkeld +gedeelte van de menigte, een kategorie waartoe zyzelf dan ook +--grootendeels juist _ten-gevolge_ van hun akademische leiding +--gewoonlyk behooren. Als om de maat van ongerymdheid voltemeten +--schoon de zaak zeer makkelyk te verklaren is--ziet men dagelyks +dezelfde rechters die de onbeschaamdste zottepraat geduldig aanhoorden, +in de _beslissing_ der zaak blyk geven dat ze op de aangevoerde +verdedigingsgronden bitter weinig acht hebben geslagen, of zelfs dat +die «gronden» 'n geheel anderen indruk maakten dan de beschuldigde zeker +recht had te verwachten. De Fransche advokaat LACHAUD draagt den bynaam +van _grand sauveur_, en juist hierom kan men den ongelukkige die hèm tot +«verdediger» kiest, reeds vóór 't vonnis als veroordeeld beschouwen. +Wie meent hèm noodig te hebben, verklaart zich ryp voor 't schavot. +Het is immers nu eenmaal van algemeene bekendheid dat die niemand- +reddende redder de specialiteit van ongerymde stellingen beoefent, en +dat 'n certifikaat van onschuld uit _zyn_ mond, vrywel gelyk staat met +'n bekentenis van moord en doodslag. Ook waar dat bekennen niet meer +noodig is, blyft altyd de naam LACHAUD 'n wichtig nummer op 't lystje +van verzwarende omstandigheden. Het hem door de publieke opinie +toegeschreven talent--hoofdzakelyk alweer bestaande in onbeschaamdheid +--_benadeelt_ z'n beschermelingen, en komt dus in den grond, gelyk alle +schelmery, op _onbekwaamheid_ neer. Wie dit betwyfelt, vrage zich af wat +dàn de invloed is dien de kwasi-handigheid en spitsvindige kunstjes van +'n beroemde pleiter op de rechtbank uitoefenen? Voor de waardigheid der +rechterlyke macht is de minst-leelyke veronderstelling dat die invloed ... +géén invloed is. Een rechter die zich liet òmpraten door 'n advokaat--van +'n saamgeraapte _jury_ spreek ik nu niet--zou by z'n kollegaas-zelf +doorgaan voor 'n dwaas, en in deze opmerking ligt het doodvonnis van +'n groot deel der advokatery. + +Voor eenige jaren durfden de advokaten van JUT en z'n vrouw, in lange +redevoeringen betoogen dat de rechters hun beminnelyke kliënten moeten +vry spreken, d.i. men behoorde die moordenaars _frank en vry +terugtezenden in de maatschappy, op 't gevaar af dat ze daar hun +liefelyk handwerk tot eigen vermaak en aanmoediging van anderen zouden +voortzetten_! Er blykt alweer niet uit de processtukken, dat de +voorzitter tot die heeren de vraag richtte: _of zy, indien ze de eer +hadden rechters te zyn, zoodanig vonnis vellen zouden_? Ook niet dat +hy hun 't woord ontnam en de deur wees, wat z'n plicht zou geweest +zyn. Wel neen, ze waren volkomen in hun recht, want de specialiteit +van 't «vak» schreef die schaamtelooze zotterny voor, of althans ze +maakte die straffeloos mogelyk. Eenmaal aangesteld als «verdedigers» +mochten en moesten zy loochenen en ontkennen, hoe brutaler hoe mooier. +'t Stond immers den rechter vry, er geen acht op te slaan? Wat moeten +JUT en z'n geliefde KRISTIEN wel gedacht hebben van de integriteit der +fatsoenlyke luî, zy die wisten--nu ja, _ieder_ wist het, rechters en +publiek zoo goed als de advokaten-zelf, maar _zy_ toch in de eerste +plaats--zy die _wisten_ hoe die mannen van de _Wet_ daar stonden te +draaien, te huichelen en te liegen? Hebben zy 'n glimlach kunnen +onderdrukken, toen ze een hunner «verdedigers» hoorden verklaren dat +z'n gunstig oordeel over JUT niet was: «een _ex officio gehouden +praatje_?» Foei, edele rechtenmeester, wie zou op zoo'n denkbeeld +komen? Het zou ons heel leelyk staan aan «praatjes» te denken als we +van u mogen vernemen dat JUT: «_geen slecht karakter bezit_» en: «_dat +men in hem zekere ridderlykheid niet mag ontkennen_.» By 't aanhooren +van zulke betuigingen mogen wy in ons de verplichtingen niet ontkennen, +dankgevoel te bezitten voor die edelmoedige korrektie onzer begrippen +over slechte karakters en ridderlykheid, om nu niet eens te spreken van +'t lesjen in akademische balie-taal dat we hier zoo onverwacht prezent +krygen. Ik vraag u ... halt, ook _ik_ wil eens mooipraten: ik wensch +gevraagd te hebben, myne heeren, wie de gedachte aan «praatjes» zou +kunnen bezitten, als hy ter verdediging van JUT, het inschrift hoort +aanhalen, waarmee die _preux_ den bybel zyner welbeminde versierde, kort +nadat ze met hun beidjes mevrouw VAN DER KOUWEN en LEENTJE BEELO zoo +ridderlyk van alle wereldsche zorgen hadden bevryd? Neen, neen 'n +«praatjen» is het zeker niet, als de advokaat--volstrekt niet «_ex +officio_» lezer, godbewaar-ons voor zoo'n lasterlyke meening!--als hy, +om eens geheel-en-al voor z'n partikulier genoegen terdeeg nuttig te zyn, +ons verkondigt dat hy in dat inschrift zoo'n «_aardige aanwyzing_» vindt, +die ons in staat stelt «_een eigenaardigen blik te werpen in het karakter +van den beschuldigde_».[14] Waar is de onverlaat die--en na pas zoo'n +uitstekende les in ridderlykheid ontvangen te hebben, nogal!--waar is +de snoodaard, de booswicht, die aan 'n «_praatje_» durft denken, by +zooveel aardige eigenaardigheid van blik? «Vanhier gy die ... enz. Een +«_praatje_?» Maar _leest_ het dan, gy vuige belagers van paladyn JUT +en advokatenwaardigheid, _leest_ en _overdenkt_ de woorden die hy op +'t schutblad van den huwelykspresent-bybel, z'n teedere hartsvriendin +toeroept! Leest, en vraagt uzelf af, of zùlke taal 'n pleiter aanleiding +geven kan ... wat zeg ik, of zulke taal _mogelykheid_ overlaat tot het +houden van 'n «_praatje_?» Wat staat er? Wy lezen: + +«_Aan mijn geliefde_ CHRISTINA _door_ H. J. JUT ... + +Zoo noemt-i zich, de edele ridder, met 'n eenvoud die aan de +beminnelyke nederigheid van 'n GODFRIED te Jeruzalem herinnert. De +lezer weet immers dat de eigenlyke naam van den held TANKRED-BAYARD +is? _Aan_ CHRISTINA dus, _door_ JUT: + +... _die beiden hoopen in de goedertierenheid_ ... + +Van den prokureur-generaal, meent ge? O neen: + +... _in de goedertierenheid van Jezus Christus_.» + +Voor J. C. die toch ook jegens Mevr. VAN DER KOUWEN en LEENTJE BEELOO +zekere konsideratien heeft in acht te nemen, is 't een moeielyk geval. +Maar dat is _zyn_ zaak. _Wy_ hebben hier slechts te doen met de vraag +hoe een advokaat, die zich op zoo'n verheven bybel-illustratie +beroept, op 't denkbeeld komen kan dat iemand hem zal houden voor 'n +praatjesmaker? Men kan de nederigheid te ver dryven. Hoogstens zou +deze of gene--_ik_, by-voorbeeld--in dat alles 'n staal meenen te +vinden van de hoogte waarop men 't brengen kan in onbeschaamdheid, als +men zich gedekt waant door de specialiteit der advokatery. + +Dat er overigens in die fraaie pleidooien nog meer theologie voorkomt, +spreekt vanzelf. «God» kan niet buiten spel blyven by dat infaam +spekuleeren op de domheid der menigte. Al baat dan die vuile +kwakzalvery den kliënt niet--dat is byzaak voor die heeren!--ze +rekommandeert den pleiter by 't gemeen, dat verzot is op zulke +loopjes.[15] De «verdediger» der edele KRISTIEN verzekert ons «_dat er +een Hoogere Macht bestaat, die alles tezamen houdt_»--wel vreemd dan, +dat ze die twee vermoorde vrouwen niet heeft weten heeltehouden--èn +aan die spikspeldernieuwe hoepeldogmatiek knoopt hy de zalvende +verzuchting «_dat deze waarheid zoo dikwerf betwyfeld, en zoo +lichtvaardig ontkend wordt_.» Och ja, zou juffrouw LAPS zeggen, en ook +ik moet ronduit erkennen dat de klacht even gegrond als KRISTIEN- +verdedigend en treurig is! Maar volstrekt onverklaarbaar vindt ik de +zaak niet. De in dit byzonder geval niet al te best door _Hoogere Macht_ +saamgehouden menselyke geest over wiens vervloekte afdwaling de vrome +advokaat zich zoo bedroeft, zal opgemerkt hebben hoe dikwyls die +_Hoogere Macht_ te-kort schiet in hare pogingen om 't droge zand +saamtehouden, waaruit sommige pleitbezorgers hun redevoeringen +vervaardigen. _A l'impossible nul n'est tenu_. Wat overigens ook deze +zysprong op theologisch gebied bewyzen moet voor de onschuld der +lieftallige KRISTIEN ... nu ja, naar logisch verband moet men nu eens- +vooral in zulk knoeiwerk niet zoeken. De zaak schynt hierop neertekomen, +dat JUT by 't afleggen van zekere verklaring, die in 't kraampje van +den pleiter te-pas kwam, «_beheerscht werd door goddelyken invloed_» en +dus de waarheid zei, terwyl men in 't belang der pleitery mocht aannemen +dat-i by andere gelegenheden--dan onder den invloed van den Duivel zeker +of althans niet behoorlyk _tezamen gehouden_ door _Hoogere Macht_ +--terdeeg gelogen had. Hoe men nu kan te weten komen wanneer 'n spreker +door z'n tezamengehouden toestand geloof verdient, en wanneer _niet_, +blyft onopgehelderd. Dat zullen we zeker uit 'n volgend pleidooi te weten +komen, en niemand ziet naar die theologisch-juristisch-kabbalistische +toelichting met meer verlangen uit dan ik, die tot m'n smart erkennen +moet dat «God» de duigen van _myn_ begrip gewoonlyk meedogenloos laat +omvallen by zulke onderzoekingen. JUT en z'n dierbare KRISTIEN hebben +voorzeker de zaak beter begrepen, want ze waren--zooals trouwens àlle +misdadigers van die grove soort--beestachtig dom, en stonden dus volkomen +op de laagte om zulk geklets heel mooi te vinden. By 'n weinig minder +domheid hadden zy de oneerlyke wawelpraat hunner «verdedigers» in hun +voordeel kunnen aanwenden. Een zwaar vonnis was nu eenmaal niet te +ontgaan, maar 't zou gewis ridder JUT en z'n teedere gade hebben +goedgedaan in de publieke opinie, en dientengevolge, waarschynlyk ook +by hun aanstaande opzichters in het tuchthuis, als hy 't laf gemaseur +der advokaten had afgebroken met den uitroep: «_M'nheer 't gerechtshof! +Gestolen hebben we, gemoord hebben we, maar neem het niet kwalyk, +grootzeerhoogedelachtbare, het knoeierig liegen en slenteren van die_ +... heeren _kunnen we niet langer aanhooren, 't zou ons karakter +bederven_ ... _veroordeel maar toe_!» Moeten we in JUT het terughouden +van zoodanige uitboezeming niet zoozeer toeschryven aan domheid, als +aan de bescheiden vrees dat die zeergroothoogedelachtbaarhedens hem +niet-ontvankelyk zouden verklaren in z'n eisch en konklusie, als +strydig met de _Jurisprudentie van den Hove_? Dit kan wel zyn. Het is +mogelyk en zelfs waarschynlyk dat JUT--in z'n hoedanigheid van +ridderlyk galgebrok beter dan gy en ik, lezer, met den eigenaardigen +eeredienst van die «Jurisprudentie» vertrouwd--geweten heeft welk +ontzag men den Themispriester schuldig is, en alzoo dat men een +liegenden advokaat niet storen-mag in de uitoefening van z'n +sacerdotale funktien. Men had immers hèm ook niet in z'n werk gestoord! + +De rechtspleging tegen 't echtpaar JUT zou overigens stof leveren tot +'n ganschen bundel specialiteiten-onzin. Ieder begrypt dat de +Voorzitter nu-en-dan met «God» schermde, en--tegen 'n JUT!--met «_al +wat heilig is_!» Wat de pleidooien der advocaten aangaat, ze waren +_akademisch-doctoraal-slecht_, zoowel wat taal en styl betreft--hiervan +gaf ik reeds 'n paar staaltjes--als ten-aanzien van de systemen waarop +ze hun zoogenaamde verdediging meenden te kunnen gronden. Die +«verdediging» was, om nu van al die knoeierige oneerlykheid niet meer +te spreken, in één woord: _belachelyk_. Van _specialiteiten_ zou men +dan toch, oppervlakkig gezien, kunnen verwachten dat ze bekwaam waren +_in hun eigen vak_, maar dit zyn ze, evenals de bakkers van blz. 29 +(hfdst. II, n. v.d. tr.), gewoonlyk _niet_! Het schynt dat de studie in +algemeene onbekwaamheid--beleefdheidshalve «toewyding aan een bepaald +vak» genoemd--niet zeer gunstig werkt op de ontwikkeling dan die toch +ook voor de beoefening van dat enge vak-zelf altyd eenigszins noodig +blyft. Wie slechts advokaat is, is 'n slecht advokaat.[16] + + * * * * * + +In het begin van dit hoofdstuk maakte ik melding van 'n paar in het +buitenland geslagen bespottelyke vonnissen, doch we behoeven waarlyk +niet zoo ver van huis te gaan, om voorbeelden te vinden van de +krankzinnigheid waartoe 't specialismus van die zoogenaamde _Rechten_ +leiden kan. Onlangs werd in ons land 'n ontslagen burgemeester, die +met duidelyk te kennen gegeven moorddadig opzet, 'n geweer had +afgeschoten op z'n plaatsvervanger, ontslagen van rechtsvervolging, +omdat ... omdat ... ja, waarom? Niemand weet het. Men mag aannemen dat +er in die zaak deze of gene ondoorgrondelyk-aanbiddelyke _jurisprudentie +van den Hove_ in 't spel geweest is. Minder geheimzinnig was dezer dagen +de vryspraak van zeker vrouwspersoon, dat zich had schuldig gemaakt ... +ik vergis me, die, zonder de minste schuld dan, en slechts tot +tydverkorting, zich vermaakt had met 'n poging tot vergiftiging. Het +«Hof» had bij die gelegenheid de goedheid z'n benevolentie ook voor den +armen leek begrypelyk te maken, door ze te omkleeden met jurisprudente +redenen welke allerpleizierigst luiden voor ieder die 't vooruitzicht +heeft, ooit ofte immer by die dame in de kost te komen. Dat de poging +tot vergiftiging had plaats gehad ... nu ja, dit was niet te loochenen, +maar de arme vrouw had zich vergist in de taxatie der hoeveelheid fosfor +die tot haar welwillend doel noodig was, en alzoo liet men haar loopen, +zeker om door wat studie in warenkennis en toxikologie, nauwkeurig te +leeren berekenen hoeveel luciferkoppen van de ware soort er noodig zijn +om met goed succes z'n evenmens voortelichten naar de eeuwigheid. Leve +_de Jurisprudentie van den Hove!_ + +En den braven DE VLETTER--pedant, vervelend, koppig en lastig was-i, +o ja, maar 'n _braaf mens_ toch! zond men naar het tuchthuis. Nogeens: +leve _de Jurisprudentie van den Hove_![17] + +Waar zou ik eindigen indien ik voortging stalen te leveren van de +misdadige zotterny waartoe de verkeerd-begrepen speciaal-studie van de +zoogenaamde _Rechten_ dagelyks aanleiding geeft? Reeds de meervoudige +vorm van dit woord verraadt de onlogische--en dus: _onzedelyke_-- +beteekenis. De grondslagen van die _Rechten_ zyn meerendeels ellendig. +Het «romeinsch-recht» liet gruwelen toe, schreef gruwelen voor, en kan +in geen geval 'n deugdelijken grondslag zijn voor ònze rechtspleging. +Waar de tegenwoordige toestanden met die van de Romeinen overeenstemmen, +hebben we hùn voorlichting niet noodig om te weten: _wat Recht is_? En +waar die toestanden verschillen--zooals byna doorgaands het geval is +--vervalt de behoefte aan hun barbaarsche lessen en voorbeelden vanzelf. +Gesteld eens dat onze wetten het ombrengen eener jonkvrouw uitdrukkelyk +verboden, zoodat, byv. het wurgen van 'n onmondig kind, het maagdelyk +dochtertje van een in ongenade gevallen staatsdienaar, niet geoorloofd +was, dan hebben onze rechtspraktikanten waarachtig de lessen van hun +Romeinsche voorgangers in _chicane_ niet noodig, om 'n middeltjen +uittevinden waardoor de eerbied voor _Wet_ en _Jurisprudentie_ behoorlijk +gehandhaafd wordt. Men belast in zoo'n geval--_ik_, goddank geen +specialiteit in de «_Rechten_» erken dat ik zonder die Romeinsche les +niet op 't denkbeeld komen zou, en van harte wensch ik den lezer 't +zelfde gebrek aan _rechtenkennis_ toe--men draagt in zoo'n geval den beul +op, z'n slachtoffertje, vóór 't wurgen ... _rechtens_-geschikt te maken +voor 't schavot! Het geschiedde _laquem juxta_, zegt TACITUS. Wel zeker, +de strop lag er naast, en het kind ... maar genoeg daarvan, we weten de +hoofdzaak: de legaliteit was gered! Men zou de vraag kunnen stellen, +of niet de hier aangehaalde gruwel meer aan de _zeden_ dan aan +_rechtsbegrippen in strikten zin_ te wyten is, doch ze wordt voldoende +beantwoord door de opmerking dat de wetten van de Romeinen +oorspronkelyker-inheemsch waren dan de heterogene rhapsodie--zegge: de +_verwarde rommel_--waarmee de moderne maatschappyen zich behelpen, en +dat ze dus veel meer dan bij ons het geval wezen kan, met die zeden +overeenstemden. Het is waar dat TACITUS, noch by 't noemen van de +oorzaak die aanvankelijk het vermoorden van dat meisje scheen te +beletten[18] noch bij de vermelding van 't rechtsmiddel(!) waarmee men +dat beletsel uit den weg ruimde, van eigenlijk gezegde _Wet_ spreekt. +Des-te-beter voor de kracht van m'n betoog! Er blykt dan dat we hier +te doen hebben met deze of gene onbeschreven _Jurisprudentie van den +Hove_, juist de bron alzoo waaruit al die stoplappen voor de luie +onkunde--in de dieventaal van Rechtbank en balie: «_Regels in +Rechten_» genoemd--voortsproten. Mocht men in-weerwil van deze +opmerking, het aangehaald voorbeeld niet klemmend vinden, dan ben ik +bereid ook door het aanhalen van _uitdrukkelyke Wetten_, staaltjes te +leveren van dat liefelyke en voor onze maatschappy in onze dagen zoo +byzonder praktisch-bruikbare _Romeinsche Recht_. + +Maar die vuile bron is niet de eenige modderpoel waaruit onze +rechtsmannen--uit armoed van geest en luiheid alweer: het navolgen en +samenlappen is makkelyker dan 't scheppen!--zich veroorloven te +putten. De oorsprong der latere «_Rechten_» is waarlyk niet van +zuiverder aard. Om nu niet stil te staan bij 't boek _Levitikus_--'n +_Codex_ waarin de Jurisprudentie van den «Heer» in hoogsteigen persoon +schynt vervat te zyn, en dat dus nog altijd voor 'n groot deel van +kracht is--stel ik de vraag, uit welken tyd de ambtelyke Rechtsbegrippen +stammen, waardoor de moderne maatschappyen zich laten beheerschen? Onze +wetten, en vooral de omslachtige rechtspraktyk, zyn nog altyd gegrond +op--of althans, zonder oordeelkundige leiding voortgevloeid uit--de +gewoonten, sprookjes, wanbegrippen en vooroordeelen, die voor wysheid +doorgingen in de donkerste dagen der middeleeuwen. Ze dagteekenen +grootendeels uit den tyd ... maar we behoeven zoo héél ver niet +terugtegaan. De «_Wetenschap van de Rechten_» stond reeds, of nòg, of +alweer, in vollen bloei, toen de _Jurisprudentie_ van alle mogelyke +_Hoven_ zich vermaakte met het biologeeren, gek-maken, betasten, +ontharen, wegen, martelen en verbranden van ouwe vrouwtjes. Wat is dat +voor 'n _Beschaving_ die zich niet verzet tegen zulke gruwelen, wat is +dat voor 'n _Wetenschap_, die tot zulken onzin de hand leent?[19] Nog +dagelyks hooren we Rechters en advokaten zich beroepen op de opinie van +personen die gewoon waren 'n groot deel hunner wysheid te zoeken in de +ingewanden van 'n vogel, in den stand van 't firmament, of in de +wartaal van dezen of genen Heilige. In den _Staat der Intelligenz_ +by-uitnemendheid--d.i. Pruisen. Ik moet er dit wel byzeggen, omdat men +'t zonder hulp misschien niet raden zou--in Pruisen bestaan nog altyd +wetten tegen _Gotteslästerung_, en ook over de Heilige Maagd mag men +zich in dat land niet al te oneerbiedig uitlaten. De heer WENZELBURGER +te Delft, die zich in 'n Duitsch tydschrift-artikel aan iets van dien +aard had schuldig gemaakt, werd voor 't gerecht geroepen om zich over +die snoodheid te verantwoorden. Hy is vrygesproken, nu ja, maar is de +vryspraak zooveel minder zot dan 'n veroordeelend vonnis zou geweest +zyn? Bovendien, anderen die zich aan gelyksoortige vergrypen schuldig +maakten waren minder gelukkig--misschien lieten zy zich «verdedigen» +door 'n advokaat--en dagelyks blykt er dat er in dat zoo byzonder- +intelligente land rechtsmannen worden gevonden, _Doctores Juris_, die +zich kwasie-ernstig bezighouden met zulke zotterny. Vanwaar zouden zy +den moed halen zich zoo bespottelyk aantestellen, indien ze zich niet +gedekt waanden door de _specialiteit van 't vak_? Zoo heeft de +_fachmässige_ beoefening van «_de Rechten_» ten-allen-tyde en overal +schade gedaan aan _het Recht_. + +En de heeren juristen weten het wel. Om hun afgodery met _jurisprudentie_- +deuntjes en _specialiteiten_-sleur te verontschuldigen, te vergoelyken of +optehelderen, trachten zy den leek tevreden te stellen met 'n expresselyk +_ad hoc_ gekomponeerd ander deuntje: _summum jus, summa injuria_. Nu, dit +is juist wat ik bewyzen wilde. Dit, en dat het tyd wordt aan de zotte +heerschappy van dat _summum_ specialiteiten-_jus_ 'n eind te maken. Als +hulpmiddel stel ik met gepaste schroomvalligheid voor: + +_eerbied voor billykheid en gezond verstand_ te verheffen tot ... 'n +«regel in rechten» en tot den grondslag der «Jurisprudentie» in 'n +beschaafde maatschappy. + + + + +MXI. + + +Sommigen zullen meenen dat ik door in 't vorig hoofdstuk aan de +advokatery wyder plaats interuimen dan waarop die ziekte, inverband +met het belang van andere onderwerpen aanspraak heeft, in dezelfde +fout verviel als die we dagelyks in de geheele Maatschappy zien +begaan. Straks zal ik me over dat schynbaar gebrek aan evenredigheid +verantwoorden, doch eerst wil ik my eenige oogenblikken bezighouden +met de vraag--ik zeg niet: met de _beantwoording_ van de vraag--wie we +voor gerechtigd mogen houden tot het uitreiken van diploom als +_specialiteit_? + +Bij nauwkeurig onderzoek zal er blyken dat het wantrouwen op de drie +kategorien die ik noemde op blz. 72 (hfdst. MVI, n. v.d. tr.) gegrond is. +Noch de spontane publieke opinie, noch 'n willekeurig afgesneden brokstuk +daarvan, noch 't rechtstreeksch gezag in Lands-of Stadsbestuur, leveren +den minsten waarborg dat zulke aanstellingen niet worden weggeschonken +aan brekebeenen. Door één hoofdfout worden in nagenoeg gelyke maat die +drie kategorien beheerscht. Door deze: dat gewoonlyk, òf rechtstreeks òf +langs 'n omweg, aan ònbevoegden 't oordeel over _bevoegdheid_ wordt +opgedragen of overgelaten. + +De roem van 'n geneesheer, byv.--_spontane publieke opinie_--grondt +zich op de meening van allerlei mensen die _niet_ studeerden in +geneeskunde. + +De leden van Stads-en Landsbestuur worden gekozen door 'n _willekeurig +deel van 't algemeen_, door personen alzoo, die noch door oefening noch +door ondervinding te weten kwamen wat er tot wèl-besturen van Stad of +Land vereischt wordt. + +Officieele aanstellingen in verreweg de meeste vakken, gaan uit van +waardigheidsbekleeders--_de par le Roi_, alzoo--die in deze vakken +vreemdelingen zyn. + +Hieruit vloeit de ongerymd voort dat zeer veel specialiteiten hun +prestige ontleenen aan 't zelfde beginsel dat alle specialismus voor +overbodig verklaart. Om tot het uitoefenen van zekere funktie te +worden toegelaten, moet men bekwaam verklaard zijn door personen die +òf géén diploom van bekwaamheid kunnen overleggen, òf zoodanig +dokument aannamen uit onbevoegde hand. En al ware dit laatste niet +rechtstreeks het geval, al bestond de keten waarmee tenslotte de +toepassing verbonden is aan 't punt van uitgang, uit eenige schakels +méér, byna altyd toch loopt zy uit op _onbevoegdheid_. Alweder dus +bevinden wy ons hier in de buurt der fiktien, der gemakshalve als waar +aangenomen stellingen die ten-allen-tyde zooveel kwaads stichtten. Dat +zulke punten van uitgang niet geheel kunnen worden gemist, levert geen +reden om 't onderzoek naar de stevigheid van den grond waarop men +voortbouwt, te verzuimen. + +Het is nu eenmaal waar, dat we in de praktyk dikwyls genoodzaakt zijn +genoegen te nemen met 'n axioma dat in 't afgetrokkene voor den +wysgeer nog altyd _bewys_ noodig hebben zou. In de werkelykheid echter +moet men zich vaak--_altyd_ misschien--tevreden stellen met eenige +_kans_ op juistheid, en in zekeren zin ligt dat berusten evenzeer in +de roeping der wysbegeerte, daar zy wel degelyk verplicht is rekening +te houden met het feitelyk bestaande. Het verschil tusschen haar en de +_onnadenkende_ praktyk, ligt slechts hierin dat zy--vooral niet minder +_praktisch_ dan de «mannen van zaken» gebruik makende van 't bekende +en voor wáár aangenomene--voortdurend zich beyvert om door nauwkeurige +berekening de kans op waarheid zoo voordeelig mogelyk te maken. De +theoretikus weet even goed als de gewone werkman dat er by 't bewerken +van materialen iets verloren gaat aan uitdamping, aan spaanders, aan +afslag, aan zaagsnee, enz. Ook weet hy dat de kracht, die 'n machine +in beweging brengt, niet onverminderd wordt overgebracht op den last. +Juist het wèl achtslaan op 't verlies aan tarra en door wryving, maakt +'n voornaam deel van z'n _theorie_ uit. En dit geldt almede omtrent de +_bruikbaarheid_ en _opportuniteit_ der gevonden waarheden. Wie by 't +berekenen van den inhoud eens cirkels de evenredigheid zou uitdrukken +in 'n groot aantal decimalen, ook daar waar de rede 7:22 _voor 't +beoogd doel_ voldoende is, zou in zeer veel gevallen evenzeer zondigen +tegen wysgeerige waarheid als wanneer-i 'n _geheel verkeerde_ +verhouding tot grondslag had aangenomen. Maar nog grover zou de +zoogenaamde _praktikus_ dwalen, die z'n benaderings-waarheid wilde +toepassen op berekeningen welke door zeer wyde strekking behoefte +hebben aan meer nauwkeurigheid dan voor dagelyksch gebruik noodig is. +Het zou er slecht uitzien met astronomie, indien afstand, inhoud en +loop van hemellichamen werden berekend naar den maatstaf die 'n kuiper +gebruikt om te weten hoe groot de bodem wezen moet van 'n vat, welks +veelhoekige omtrek door 'n gegeven aantal duigen van zekere breedte +bepaald wordt. Maar, zegt men, de kuiper is tot sterrekundige +waarnemingen niet geroepen. Dit is waar. Doch wèl is in de zaak die we +hier behandelen--_onderzoek naar bevoegdheid van specialiteiten_--elk +lid der Maatschappy geroepen tot beoordeeling van de stevigheid der +gegevens, waarop voor 'n groot deel het welzyn van die maatschappy +gegrondvest is. Ik wil deze stelling betoogen door 'n voorbeeld uit +het dagelyksch leven. + +Wie getuige is van 'n beenbreuk, is verantwoord door 't inroepen van +de hulp eens heelmeesters, en wel van de eerste de beste persoon die +_volgens de wet_ gerechtigd is het vak van heelmeester uitteoefenen. +Op dàt oogenblik 'n onderzoek intestellen naar de wys waarop dat +diploom verkregen werd, zou zeker heel onpraktisch gehandeld zyn. +En ... onwysgeerig evenzeer, want wysbegeerte die de eischen der +_praktyk_ over 't hoofd ziet, is valsche, d.i. géén wysbegeerte. Maar +de zaak verandert van aanzien, wanneer men tusschen twee even naby +wonende heelmeesters 'n keus kan doen, of ook als men grond meent te +hebben om aan 'n eenigszins verder wonenden chirurg de voorkeur te +geven boven 'n kollega die nader in de buurt is. De _embarras de +choix_ wordt grooter--en alzoo de beslissing van meer gewicht voor 't +geweten--indien de omstandigheden toelaten een keus te doen tusschen +'n ruimer aantal geneeskundigen. Van nòg meer belang is de uitspraak, +zoodra er, zonder _periculum in mora_, moet beslist worden wie _in +voorkomend geval_, onverschillig _waar, by wien, of wanneer_, +gerechtigd is heelkundige hulp te verleenen? Een gebrekkige methode +toch in die wyze van _bevoegd-verklaring over 't algemeen_, werkt +_organisch_-verkeerd, en benadeelt dus _allen_, terwyl aan 'n +ongelukkige keus van geneesheer _in byzondere gevallen_, slechts de +zieken worden opgeofferd die den zoodanige in handen vallen. De +«Wetgever» die 'n verkeerd stelsel van bevoegd-verklaring invoert of +handhaaft, is verantwoordelyk voor al de nadeelige gevolgen van dat +stelsel. Het doet er niet toe, dat het woord «Wetgever» hier niet +altyd kan worden opgenomen in strikten zin. By 't in-stand houden van +veel onbeschreven vooroordeelen, treedt de Maatschappy-zelf als +wetgeefster op, zonder dat men juist bepaalde individuen voor 't +verkeerde verantwoordelijk stellen kan. «Men» is ... niemand. Maar +alle niemanden te zamen genomen oefenen een macht uit, die zeer +dikwyls de beschreven Wet in uitwerking teboven gaat. Volkswaan is 'n +monster dat in onrechtvaardigheid, wreedheid en zotterny geen grenzen +kent, zelfs niet de grenzen der mogelykheid, want ... ook 't _ongerymde_ +is hem welkom. + +Kan dit verschynsel voldoende worden opgehelderd uit het gebrek aan +verantwoordelykheid, waarop ik reeds gewezen heb? Neen. Tot die +meening zou men slechts mogen overhellen, als men kon aannemen dat +andere autoriteiten dan 'n onpersoonlyke volksopinie, wèl +verantwoordelyk waren voor hun vonnissen in zake: _bevoegdheid_. Maar +dit is 't geval niet. Een minister die de schuld draagt dat aan +onbekwamen 'n diploom wordt uitgereikt, 'n «Wetgever» die deze fout +tot stelselmatigen regel maakt, zy beiden zyn evenmin citabel voor 'n +rechtbank als «de man op 't kerkhof» en z'n legio kornuiten die zònder +ambtelyke roeping 't hunne bydroegen tot vervalsching van de publieke +opinie. Wanneer wy alzoo dieper in de zaak doordringen, blykt er dat +hier geen tegenstelling plaats heeft, maar 'n treffende overeenkomst, +en dat ook in deze zaak alweer gelyke oorzaken gelyke gevolgen hebben. +De officieele beoordeelaars van deugd, verdienste, bekwaamheid en +bevoegdheid begaan precies dezelfde fouten als die we dagelyks in de +ongereglementeerde volksmeening waarnemen. Waarom zou 't «gezag» dat +uit die meening voortsproot, z'n oorsprong verloochenen? Dezelfde +mensen immers, die aan kwakzalvers den voorrang toekennen boven +bekwame geneesheeren, zullen by stemming over de belangen van den +geneeskundigen dienst, blyk geven van gelyksoortige voorkeur, en +weldra zal men ontwaren dat de zotterny niet veranderd is van aard, +doch dat men slechts 't aantal instantien vermeerderd heeft, waarlangs +onzuivere indruk en valsch oordeel uitloopen op gebrekkige toepassing. +Zoo meent de onkundige dat-i de kracht eener machine verhoogt, of haar +werking verbetert, door toevoeging van onnut--en dus schadelyk! +--raderwerk. + +Deze laatste vergelijking zou kunnen leiden tot de meening dat de +_niet_-gereglementeerde opinie des Volks--d.i. de gebrekkige +beweegkracht zonder omslachtige belemmering--toch altyd eenigszins +hooger staat dan die welke buiten en behalve de gelyksoortige fout in +den oorsprong, nog bovendien de bedoelde instantien doorloopen heeft. +Oppervlakkig gezien ware hier alzoo stof te vinden tot verheerlyking +van de _Vox Dei_, waarvan ik op blz. 102 (hfdst. MVIII, n. v.d. tr.) +niet veel goeds gezegd heb. Welnu, die spreekwys zou inderdaad +_eenigen_ bruikbaren zin hebben, indien er: 1. kans bestond den +volkswil zuiver te leeren kennen, en 2. als niet die wil verbasterd +was. + +Wat het eerste punt betreft, moet men zich tevreden stellen met de +opinie van de _meerderheid_, en er zou _iets_ gewonnen zyn, indien +daaromtrent zekerheid te bekomen was. Ik zeg: _iets_, want véél was 't +niet. De waarde van x/2+a-(x/2-a) kan zeer gering wezen, en de heele +goddelykheid van den volksstem moest dan in die onnoozele _2a_ gezocht +worden, die by 'n oneven getal stemmen nog kunnen dalen tot de helft +van die waarde, zegge: tot één persoon. Herhaaldelyk wees ik op 't +fiktieve van deze methode. Maar ze is nog gebrekkiger dan uit _deze_ +redeneering schynt voorttevloeien. Zeer dikwyls namelyk wordt de stem +van God tot iets als x/2-a - (x/2+a)en alzoo tot _negatieve_ waarde +teruggebracht, omdat het zuiver byeenbrengen van de stemmen 'n +onmogelykheid is. We hebben hier alzoo te doen met fiktie _in_ fiktie. +Eerst moeten we ons de gewaagde veronderstelling getroosten dat _vier_ +mensen meer verstand hebben dan _drie_, om later in twyfel te geraken +of we ons _in_ die onjuiste schatting nog verteld hebben bovendien, +zoodat zelfs onze konklusie ook dàn zou te-kort schieten als we, 't +vechten eens _niet_ overslaande (IDEE 7) haar lieten afhangen van ruw +geweld. Ik stem toe dat zoodanige vergissing niet voorkomt in zeer +eenvoudige gevallen die zich oplossen in 'n opiniestryd over slechts +_twee_ mogelykheden. Maar in de zaken die we behandelen, is dit nooit +het geval. De volksmeening is altyd gesplitst in partyen, groepen en +onderverdeelingen, waarvan het aantal schakeeringen dat der individuen +vry naby komt. De _meerderheid_ waaraan we goddelyke eerbewyzen, +bestaat alzoo nooit uit de grootste helft van 't gegeven aantal +stemmers, maar God moet zich vergenoegen vereenzelvigd te worden met +de minst kleine van de breuken waarin dat getal verbrokkeld is, en dus +ook dan wanneer die breuk op verre na de som der overigen niet +bereikt. De zaak komt hier neer op de ongerymdheid dat 1/10 meer +gewicht op de schaal brengt dan allerlei breuken met hooger noemer, +die te zamen 9/10 bedragen. Wanneer _een-en-twintig_ personen 'n keus +te doen hebben tusschen _twintig_ opinien, dan moet noodwendig één van +die opinien worden aangekleefd door minstens twee personen. Deze +_twee_ vormen alsdan 'n meerderheid tegenover de negentien anderen, +in-geval deze negentien over de overschietende meeningen gelykelyk +verdeeld waren. In zoo'n geval zou Gods wil slechts voor 2/21 door den +wil des Volks zyn uitgedrukt, en de Duivel zou zich in de nogal +aanzienlyke meerderheid van 19/21 te verheugen hebben. + +En by dat alles lieten we nu nog de zonderlinge rekenfout buiten spel, +die ik meen voldoende toegelicht te hebben in den eersten bundel myner +IDEEN. (121 en 133). + +De uitvinding van 't zoeken naar «volstrekte meerderheid» by +herstemming, levert 'n nieuwe fiktie, nieuwe ongerymdheid. Om de +verbrokkeling van stemmen tegen-tegaan, en den schyn te leveren alsof +we werkelyk met 'n meerderheid te doen hadden, wordt het aantal +meeningen waarover beslist moet worden, ingekrompen tot twee +mogelykheden. Deze methode kan leiden tot verschynselen als die welker +ongerymdheid in 't hier volgend voorbeeld wordt gekenschetst. Gesteld +dat twintig personen te kiezen hebben tusschen twee-en-twintig +opinien, en dat twee dezer opinien respektievelyk door twee personen +worden voorgestaan, dan blyven er achttien personen over wier +meeningen over de resteerende achttien mogelykheden kunnen verdeeld +zyn. Dewyl er in dit geval niet verkregen is wat men heeft gelieven te +doopen met den naam van «volstrekte meerderheid» dwingt men die +achttien stemmers party te kiezen voor een der beide meeningen die +zich in twee aanhangers mochten verheugen. Van waarheid en juistheid +is hier alzoo weer geen spraak. De achttien slachtoffers hunner +verdeeldheid worden gedwongen tot medeplichtigheid aan leugen, en de +uitslag der stemming die straks zal worden verkondigd is 'n +onvervalschte naklank van 't wetgevend onweer op Sinaï, was niets dan +'n armzalig _faute de mieux_. Wie de meening _x, y_ of _z_ van +ganscher harte is toegedaan, werd gedwongen 'n keus te doen tusschen +_a_ en _b_, al ware het ook dat z'n inzichten op staatkundig of +godsdienstig gebied hem voorschreven de eerste letters van 't alfabet +teverafschuwen. Hy mocht niet stryden voor wat hem voorkwam goed te +zyn, maar moet z'n invloed besteden aan de bevordering van iets dat-i +voor verkeerd houdt, om in 's hemelsnaam te ontwyken wat in zyn oog +nòg verderfelyker wezen zou. Ziedaar alzoo de «stem van God» +onderworpen aan 'n belemmering die ons van allen eerbied voor haar +heiligheid ontslaat. + +By deze aantooning der onnauwkeurige werking van ons kiesstelsel heb +ik me tot het allereenvoudigste bepaald, tot opmerkingen die onder de +bevatting vallen van elken lezer, en slechts voor-zoo-ver de eisch van +m'n betoog meebracht. Wie dieper in de zaak wil doordringen--of, +juister uitgedrukt: _in een gegeven kant der zaak_--wordt verwezen +naar 'n zeer belangryke wiskundige studie van den heer D.I. KORTEWEG, +in het _Journal des Actuaires français_[20] t. III, 1874: +«_Réflexions, calculs et solutions particulières à propos du calcul +des probabilités sur les votes_. Er is evenwel, om de wetenschappelyke +en de praktische strekking van dat werk te beoordeelen, meer +wiskunstige voorbereiding noodig dan waartoe ik tot-nog-toe in de +gelegenheid was. Waarschynlyk verkeeren sommigen myner lezers in 't +zelfde geval, doch ieder kan er uit leeren--en dit is hier +hoofdzaak--dat de _Vox Dei_ heel ònalmachtig onderworpen is aan de +wetten der waarschynlykheidsrekening en dus 't recht niet heeft hooger +toon aanteslaan dan de _Aard der dingen_ toelaat. + +Doch dit alles geldt nog slechts de _methode_ volgens welke men tracht +tot de kennis van die fameuze Volksstem te geraken. Hoeveel treuriger +nog is de uitslag van 't onderzoek, indien we achtslaan op de wyze +waarop die volks-meening _ontstaat_. Ze is verwrongen, vervalscht, +bedorven, en zou voor den denker niet het minst gewicht in de schaal +leggen, ook al bestond er kans tot het vormen of leeren kennen eener +niet-gefingeerde meerderheid. Op het gebied der begrippen geschiedt de +voortplanting naar vaste wetten die--behoudens de uit den aard der +zaak voortkomende verschillen--vry-wel overeenkomen met de regels die +wy in de afstamming van planten en dieren waarnemen. Niemand +verwondert zich als-i bemerkt dat uit het zaad eener vrucht 'n boom +spruit van dezelfde soort als die waarvan de vrucht geplukt is. Dat +ook hierin door bykomende oorzaken afwykingen kunnen plaats +hebben--afwykingen die toch evenzeer als de hoofdregel-zelf op vaste +wetten berusten--mag ons niet doen voorbyzien dat hoofdwet en afwyking +beide van volle toepassing zyn op de geschiedenis der begrippen, +meeningen en vooroordeelen, ja zelfs op de waggelingen van den smaak. +We hebben echter in dit betoog hoofdzakelyk met den _regel_ te doen. +Volgens dien regel kan men zich verzekerd houden dat er _fouten_ +worden gebaard door _fouten_, en wel gewoonlyk _gelyksoortige_. Het +meer of min plotseling overspringen van de ruimte die twee uitersten +van elkander scheidt--reaktie--mogen we nu buiten spel laten. Ook dat +overspringen, die meestal onverwachte terugslag--veel geregelder- +periodiek dan men gewoonlyk meent--is een gemakkelyk te verklaren gevolg +van den aard der dingen. De slinger, nu eenmaal niet kunnende stilstaan, +_moet_ wel door 't loodpunt heen naar de tegenovergestelde zyde zoodra +hy aan den anderen kant de grens van z'n bewegingsvermogen bereikt heeft. +Dat veranderen van richting vereischt slechts een oogenblik, 'n _tydstip_. +Maar de beweging-zelf heeft 'n aaneenschakeling van oogenblikken noodig, +die een _tydperk_ vormen. Met zoodanig tyds-verloop hebben we by 't +beschouwen der wording en voortplanting van volksmeeningen te doen, en +de in zulke perioden voortgebrachte wanbegrippen zyn gelyksoortig met +hun oorsprong. Dezelfde fouten alzoo die 'n Volk verleiden tot mistasten +in de keus van z'n voorgangers, zullen het den verkeerden weg opdryven +zoodra er moet worden uitspraak gedaan in vraagstukken van +wetenschappelyken, socialen of zedelyken aard. Aannemende dat het +denkbeeld _a_ zekere dwaling vertegenwoordigt en dat de persoon A daaraan +z'n verheffing te danken heeft, dan is de voortplanting van 't ongelukkig +a-begrip--natuurlyk altyd slechts tot op 't oogenblik vanterugslag!--op +'n goeden weg, en de A-dynastie zit voor langen tyd op troon of kussen. +Over eenigen tyd--dagen, maanden, jaren, eeuwen, al naar de oorzaken die +de perioden der slingerbeweging bedingen--verwondert men zich over het +taai bestaan van meeningen die de naneef voor niet levensvatbaar houden +zou indien niet de Geschiedenis hem leerde _dat men wel werkelijk in +zekeren tijd zoo dwaas geweest is_! Vindt men deze opmerking banaal, +afgezaagd tot vervelens toe? Ik erken dat ze dit _is_, maar vraag waarom +we dan dien naneef zooveel stof leveren om op onzen tijd met minachting +neer te zien? Waarom zoo ... middeleeuwsch berust in verkeerdheden welker +verbetering slechts wacht op de toepassing der voorschriften van 't +gezond verstand? Ook die stompzinnige berusting komt me banaal voor. +Erger dan dat, ze is onverantwoordelyk. + +Maar ... wie zal beslissen welk verstand voor _gezond_ mag worden +gehouden? Wat _is_ gezond verstand? + +Dergelyke vragen zyn te voorzien, en ik hoop ze in 'n volgend +hoofdstuk te beantwoorden op 'n wyze die voor ons tegenwoordig doel +voldoende is. De lezer houde my ten-goede dat ik hem by die +gelegenheid niet onthaal op akademisch-onverteerbare bespiegelingen +over «_Kritik der reinen Vernunft_» en dergelijke valsch-wysgeerige +school-praat. Ik veronderstel dat hy zich daarmede niet ophield sedert +de dagen zyner kindsheid, toen hy onthutst, angstig en onnoozel naar +z'n spaarpot ylde, als 'n sprookjesverteller z'n verhaal gesloten had +met de vreeselyke epiloog: «wie 't niet begrypt betaalt 'n duit!» + +Ik zou 't billyker vinden die duitenbelasting opteleggen aan 't volkje +dat onbegrypelyke praatjes voor _wysbegeerte_ uitgeeft, en aan hen die +kwakzalvery in de hand werken door zich als verzadigd aantestellen na +'t nuttigen van 'n schoteltje draderige spitsvondigheid. + + + + +MXII. + + +De vraag wie over de welvarendheid der respectieve verstanden +beslissen zal, heeft meer schynbare waarde in hoedanigheid van +debatkunstje--ook als zoodanig trouwens sedert lang tot op den draad +versleten!--dan gewicht in 'n betoog waarin naar _Waarheid_ gestreeft. +Op 't verstand van hen die meenen blyk van verstand te geven door +voor-te wenden dat ze geen verstand hebben van gezond verstand, +wenscht geen verstandig mensch invloed uitteoefenen. Wie er vermaak in +schept zichzelf voor krankzinnig te houden, mag 't doen. We geven hem +volkomen gelyk. Maar ik spreek in dit stuk tot volwassenen wier geest +behoefte heeft aan 'n àndere soort van uitspanning. Van de zoo-danigen +verwacht ik dat ze zich ontdoen van den leiband waaraan sedert +eeuwen--misschien moest ik zeggen: sedert het bestaan van den +Mens--het denkvermogen der menigte is vastgehecht. Wie de zuiverheid +van den menselyken geest wantrouwt--er is reden toe!--wie ernstig +zoekt naar 'n kriterium van gezond verstand in 't algemeen, van z'n +eigen denkvermogen, in 't byzonder--best!--beginne met het gebruiken +en oefenen van dat denkvermogen, en voor alles afstand van 't +gevaarlyk gemak dat hy putte uit de aanbidding der ... weleens heel +òngezonde verstanden van anderen. Men behoort _uit eigen oogen te +zien_, en niet voetstoots aantenemen wat deze of gene vakman, al te +boud steunende op onze leeken-onkunde voor waar, goed, bruikbaar of +zelfs _heilig_ gelieft uitteventen. Zoudt ge alle onderzoek naar de +pryswaardigheid van 'n dozyn hemden overbodig achten, indien de +verkooper _Spécialité de chemises_ op z'n uithangbord geschreven had, +of pronkte met 'n koninklyk wapen? + +«Maar, zullen hier sommigen zeggen, tot dat «zelf-oordeelen» is kennis +noodig!» Voorzeker. En hierover bedroeven wy ons niet. Juist het +tegendeel zou treurig wezen, daar 't _streven naar kennis_ onze +roeping is, en de onmisbare voorwaarde van 't benaderen der +volmaaktheid. Wat zou er van de Mensheid worden, indien gebrek aan +kennis tot geluk leidde, of zelfs indien niet de drang tot het _Weten_ +en _Kennen_ ons bestaan verzekerde? (Vgl. IDEE 517.) Zeker, zeker, tot +het wel beoordeelen der waarde van vakmannen is kennis noodig! +Verwondert men zich over dezen eisch? Ik herinner me niet, ooit op +onkunde en onwetendheid te hebben aangedrongen, wat dan ook den +ontwikkelden lezer 't recht zou gegeven hebben geen acht op m'n +woorden te slaan. Doch juist hierom ook mag men 't nòch vreemd vinden +nòch euvel duiden, dat ik op 't vermeerderen onzer kennis aandring, en +vooral op den moed om die in toepassing te brengen by 't beoordeelen +der personen die ons als uitnemend-bekwaam in een of ander vak worden +voorgesteld of opgedrongen. + +Een andere vraag is of niet de maat en de veelsoortigheid van kennis +die hier vereischt wordt, soms de kracht en de gaven van den leek +kunnen te-boven gaan? Dit is ongetwyfeld dikwyls het geval, wanneer +men telkens en zonder byzondere aanleiding z'n beoordeeling van de +waarde eener specialiteit tot elk onderdeel van z'n vak zou willen +uitstrekken. Maar 't bezwaar verliest z'n gewicht wanneer men de +ernstig-onderzoekende aandacht vestigt op het onderwerp _in 't +algemeen, en voor-zoo-ver tot bereiking van 't beoogd doel_--hier +bevordering van zedelyk en stoffelyk welzyn--noodig is. Wie dezen +grondregel met eerlyke omzichtigheid toepast, zal weldra weten waaraan +hy zich te houden heeft in 't beoordeelen ook van die zaken welke men +_te_ spoedig als «buiten ons bereik liggend» beschouwt. Zeer gelukkig +gaat ook hier alweer 't welbegrepen belang hand-aan-hand met zedelyk +en verstandelyk plichtsbesef. Het is ons niet _geoorloofd_ schade te +lyden door 't huldigen van kwakzalvery, en de mondigheid van oordeel +waarnaar we daarom streven, wordt verkregen door de eigenaardige +gymnastie van 't gemoed, waarin de _ware poëzie_ bestaat. Ik bedoel de +_poëzie der werkelykheid_ die zich oefent in 't samenvatten en +oordeelkundig behandelen van àl de gegevens die ze kan machtig worden. +De hiertoe noodige arbeid is ... niet meer of minder dan onze geheele +levensbestemming, hy is ons leven-zelf! Wie dezen eisch te zwaar +vindt, zou z'n eigen doodvonnis uitspreken. Dit geschiedt evenwel +zelden of nooit, want wat ik hier voorstel als wenschelyk, zien we +dagelyks meer of min--hoe gebrekkig dan ook, en veelal onbewust--in +practyk brengen. Vanwaar anders 't verschynsel dat millioenen leeken +zich veroorlooven RAFAEL en REMBRANDT voor uitstekende kunstenaars te +houden, BEETHOVEN en MOZART voor «muzikale geniën?» Waarom durven +duizenden verzekeren, dat de onfeilbaarheid van den Paus 'n zotterny +is? Anderen weer, dat de zaligheid slechts kan verkregen worden door +'t geloof in Jezus Christus? Waarop grondt zich de meening dat de +Turksche finantiën slecht beheerd worden, en dat de staatkunde der +Engelschen ... dit of dat is? Is het te veel gevorderd als we eischen +dat zy die den moed hebben tot zùlke oordeelvellingen, en dus op 'n +niet geringen graad van kennis aanspraak maken, zich ook verstouten +achter de schermen te zien by tooneelvoorstellingen van meer +dagelykschen aard, en dat ze vryheid nemen om de geloofsbrieven te +onderzoeken, waarop specialiteiten van veel lageren rang dan de zoo +stoutmoedig beoordeelden zich beroepen? De vrees tot dit laatste niet +gerechtigd te zijn, moge zweemen naar bescheidenheid, ze komt in den +grond op traagheid en lafhartigheid neer, en zet 'n wyde deur open +voor bedrog. Er bestaan nog andere redenen om die vrees te +veroordeelen. Vakmannen die tegen 't oordeelkundige toetsen hunner +bevoegdheid protesteeren, zyn verdacht. Waarom zouden we schromen het +ongenoegen van dezulken optewekken? En zy die werkelyk op de hoogte +staan van de hun opgedragen betrekking of den roep die van hen +uitging, zullen dankbaar zyn aan den scherpzinnigen en eerlyken leek +die hen wist te onderscheiden van minder waardige kollegaas. Het komt +me bovendien voor dat de beoefenaars eener bepaalde afdeeling van +kennis, kunst of wetenschap, die den leek 't recht ontzeggen 'n +ongunstig oordeel over hun bekwaamheid uittespreken, tevens afstand +behoorden te doen van den lof uit den mond van anderen die ze voor +even onbevoegd moeten houden, en welken zy zich toch gewoonlyk nogal +gewillig laten aanleunen. + +Moet ik hier byvoegen dat ik geen party trek voor onbekookte +oordeelvellingen, voor plompe boersche ongemotiveerde kritiek? Ik ben +zoo vry naar de regels in _Vorstenschool_ te verwyzen, waarin op +blyken van _rypheid_ wordt aangedrongen, op 't bewys dat de +beoordeelaar _gewerkt_ heeft, en naar zeer veel plaatsen in m'n +werken, waar arbeid wordt voorgesteld als graadmeter van moraliteit. +Bij 't ontleden van dezen eisch zal er blyken dat _goede trouw_ en +_welwillendheid_--dit woord in stipt letterlyken zin genomen, en niet +opgevat als _bonhomie_--zullen samengaan met de noodige _kunde_, Het +mede-ondergaan der lydensgeschiedenis van den voortbrenger[21] stelt +ons niet alleen in-staat het voortgebrachte met _zaakkennis_ te +beoordeelen, maar voert ons tevens op tot de zedelyke hoogte die 'n +kritikus behoort intenemen om z'n woorden ingang te verschaffen, en +zelfs om hem die woorden in den mond te leggen. Hy moet in-staat zyn +den beoordeelde te doen _gevoelen_ dat-i zich niet ophoudt ... met +«praatjes». Wie deze aan de pleitzaal ontleende uitdrukking niet fraai +vindt kan gelyk hebben. Hy mag ze vervangen door de stelling dat de +leek die specialiteiten beoordeelt, zorgen moet blyk te geven dat +hyzelf met eerlyke inspanning zich trachtte te maken tot 'n +_specialiteit in begrip_. + + * * * * * + +Nogeens terug naar de vraag of 't wèl beoordeelen van zekere +specialiteiten misschien de krachten van den oningewyde zou kunnen te +boven gaan? Oningewyd? In wat? In de eenvoudigste regels van 't gezond +verstand toch niet? Indien de specialist dit veronderstelt, is hyzelf +in de eerste plaats te beklagen, daar-i dan z'n gaven slechts ten-bate +van onwaardigen gebruiken kan, waaruit voortvloeien zou dat de hem +toegekende waarde in omgekeerde rede tot z'n verdiensten staat. Er +ware dan aanleiding tot iets als de volgende redeneering: «X, als +schilder, bijv. arbeidt voor 'n publiek dat geen verstand van de +schilderkunst heeft. Dat publiek vindt smaak in zyn werk, en vereert +hem als specialiteit in 't vervaardigen van schoone stukken. Daar na +de lof die X inoogst, hem wordt toegekend door onkundigen, heeft ze òf +geen waarde, òf ze bewyst dat X 'n slecht schilder is. «Zoo zonderling +mag en zal X niet redeneeren, en hy behoort alzoo afstand te doen van +'t uitvluchtje dat leeken onbevoegd zyn tot het beoordeelen van zyn +werk. In dit byzonder geval zou zelfs de eisch van _gegrondheid_ in +die oordeelvellingen niet meer te-pas komen, daar de kunstenaar om +niet omtekomen van gebrek, volgens sommigen wel verplicht is z'n +arbeid naar den smaak van dit goed of verkeerd oordeelend publiek +interichten. In-hoe-ver dit waar, wenschelyk, geoorloofd of ... +_mogelyk_ is, laat ik nu daar. Het behoort niet tot m'n onderwerp. + +Is de leek _omdat hy leek is_ onbevoegd om aanmerkingen te maken op +zaken die onder 't begrip vallen van elken welgeschapen mensengeest? +Ten wiens behoeve ontsteken dan professers en specialiteiten hun +licht? Moet men juist lantaarnopsteker zyn om 't recht te hebben over +duisternis te klagen? Is er 'n aanstelling tot kok noodig voor men +weigeren mag aangebrande of uitgekookte spys welsmakend en voedzaam te +vinden? Er zyn koks en lantaarnopstekers die deze leer wel zouden +willen gepredikt zien, maar juist omdat ik daarover anders denk, +schreef ik dit boekje. Kom, lezer, help me wieden! Waarlyk, de zaak is +niet zoo moeielyk als sommigen u willen wys maken. Ge zult toch niet +mogen erkennen dat myn aanmerkingen op de kunde in letters die op onze +scholen voor _Letterkunde_ wordt uitgegeven, uw bevatting te boven +gaan? Ge meent toch niet dat er 'n diploom als «Doctor» in die +«Letteren» noodig is om te walgen van romannetjes die geen andere +aanspraak kunnen maken op oorspronkelykheid, dan dat de schryver 't +Hollandsche «toen» in 't Duitsche «als» overzet, en de tyden van 'n +werkwoord op de ongerymdste wyze door elkaar haspelt?[22] Zou er diepe +studie in harmonieleer vereischt worden om optemerken dat er zooveel +dieven zyn onder de hedendaagsche toonzetters die hun onhandig- +saamgelapte reminiscentien van oude meesters brutaalweg uitgeven voor +eigen werk? Mag 'n man die geen militairen rok draagt--ik zeg: 'n _man_ +--zich niet ergeren wanneer hy verneemt dat _honderdduizenden gewapende +mannen_ als weerlooze schapen zich overgaven aan den vyand? Moet men +juist 'n schoolkursus in «krygskunde» hebben meegemaakt om 't vreemd +te vinden dat MAURITS en SPINOLA zoo weinig smaak vonden in elkanders +omgang, blykbaar uit de hardnekkige nauwgezetheid waarmee ze de +hoofdeigenschap van evenwydige lynen poogden natebootsen?[23] Moeten we +wachten op 'n aanstelling tot Haagsch bureelkommies voor we ons mogen +verwonderen over 'n minister van finantien die niet weet wat de funktien +--en de belangen!--zyn van 'n administratiekantoor dat met de uitgifte +eener geldnegotie belast is?[24] Of over z'n kollega--finantiespecialeit +by-uitnemendheid!--die alarm blaast over _honderd-en-dertien_ zoek +geraakte _millioenen_, zonder in-staat te zyn z'n bewering te staven?[25] +Is 't alleen den jockey van 'n legatie-sekretaris geoorloofd, +verontwaardiging te voelen over de knutselarytjes van de Schouwalows, +Ignatiefs, Salisbury's, Disraeli's en verder volkje van die soort, dat +zich door de kranten «Staatslieden» noemen laat, in den grond evenwel +slechts 'n bende effektenschacheraars is, en als zoodanig nog _valsche +spelers_ op den koop toe, daar zyzelf beschikken over 't ryzen en dalen +van den koers? Mag alleen zoo'n jockey ingewyd zyn in de nietswaardigheid +van _compérage_-kongressen die, onder voorwendsel van twistbeslechting, +de melkkoe in 't leven houden welke men in 't politiek bargoens doopte +met den naam van «_oostersche kwestie_?» Moet men scheepsjongen, +teekenaar by 'n hydrograaf, of bewoner van Sumatra's Westkust wezen, +om de moessoens te kennen waardoor de noordelyke reeden van die kust +onveilig worden gemaakt in 't derde vierendeel des jaars? Om beter te +weten alzoo dan zy die 't weten _moesten_ en blyk gaven dat ze 't niet +wisten, dat men tot het uitzenden van oorlogs-expeditien in die +gewesten, gunstiger saizoen behoort te kiezen?[26] Is er 'n byzondere +opleiding tot kamerbewaarder of parlementslid noodig, om met minachting +op onze volksvertegenwoordiging neertezien? Wordt er paedagogiek vereischt +tot het besef dat een _Onderwyswet_ ... 'n _Wet_ is, en dus met Onderwys +_als zoodanig_ niets goeds kan hebben uittestaan? Of, lezer, wilt gy +eerst uw vrouw zien vermoorden door 'n _Specialiteit in Verloskunde_, +voor ge 't recht meent te hebben wraak te roepen over den accoucheur +die--behoorlyk voorzien natuurlyk van 'n diploom als _Doctor_ in de +_Obstetrie!_--de kraamvrouw die hy verlossen zou, by 't verwyderen der +_placenta ... totum eripuit uterum_? De ellendeling die dezen gruwel +bedreef--'t geschiedde eenige jaren geleden te Rotterdam--heeft zich uit +de voeten gemaakt, maar de fakulteit die hem diplomeerde, is nog altyd +daar om de Maatschappy van specialiteiten in _Verloskunde_ te voorzien. + + * * * * * + +Is 't met ons _Rechtswezen_ beter gesteld! Ik heb gezegd my te zullen +verantwoorden over de ruimte die dat treurig onderwerp hier inneemt. +Helaas, 't _moet_ wel! Zou 't ons niet vergund zijn, lezer, by mangel +aan speciale kennis van de «Rechten»--ongelukkigen die we +zyn!--aanmerking te maken op vonnissen waarin onhandigheid en onkunde +worden aangenomen als verontschuldiging van poging tot moord? Moet men +dan juist «Meester» in allerlei _soorten_ van «Recht» wezen, om zulk +_Onrecht_ bespottelyk en infaam te vinden? En de dwaasheden die in de +zaak van 't echtpaar JUT werden ter-markt gebracht[27] moeten ze voor +extrakt van wysheid worden gehouden door ieder die niet de eer heeft +«_jurist_» te zyn? Maar, eilieve, 't zijn immers juist _juristen_ van +wie al die zotterny uitging, en 't is waarlyk niet van hèn te +verwachten dat zy de afschuwelyke verbastering van rechtsbegrippen +waartoe hun speciaalstudie geleid heeft, zullen erkennen, gispen en +brandmerken, veel minder nog dat zy de hand zullen uitstrekken tot +genezing eener kwaal waarmee ze zyn opgegroeid, en die ze lief kregen +als bron van aanzien en welvaart. Het verzet _moet_ immers wel uitgaan +van den leek, van den opmerkzamen, niet tot scheefzien afgerichten +beschouwer die ongaarne gevaar loopt z'n dierste belangen overgeleverd +te zien aan de beslissing van mannen uit dezelfde school als waaruit +rechters voortkwamen die zulke vonnissen begingen, advokaten die zich +schuldig maakten aan zulke pleitery? Hoe kan 'n burger van den Staat +vertrouwen stellen in de toegezegde veiligheid van personen en +goederen, wanneer hy dagelyks 't oordeel over _Recht_ en _Onrecht_ +ziet opdragen aan personen, wier rechtsgevoel tot in 't monsterachtige +werd verwrongen door zeer speciale studien in ongerymdheid? Welken +grond heeft de bewering der advokaten, dat ze verdedigers zijn van +«_weduwen en wezen_,» van «_verdrukte onschuld_» enz.,[28] wanneer +elke verdrukte weduw of wees, die in rechten wordt aangevallen, haar +bespringers dapper ziet bystaan door ... 'n advokaat? Welke slotsom +moeten we halen uit de opmerking dat we na sedert drie eeuwen +leerstoelen voor studie in de «Rechten» te hebben gehad, nog altyd +niet in 't bezit zyn van 'n oorspronkelyk-inheemsch, met den aard en +de behoeften des Volks overeenstemmend _Wetboek_? Dat het _uitleggen_ +van de Wet--die helder als kristal wezen moest!--'n winstgevend beroep +is?[29] Wat hebben we van die uitlegging te verwachten, wanneer de +jongelui die als volleerde «juristen» aan de Maatschappy worden +afgeleverd, zich maar zeer zelden duidelyk en korrekt weten +uittedrukken? Taal en styl van onze rechtsmannen zyn gewoonlyk +ellendig, en ver beneden 't peil waarop 'n hulponderwyzer behoort te +staan om geen gek figuur te maken by z'n kollegaas of zelfs in de +school. Men meene toch niet dat dit byzaak is. Het kan niet te dikwyls +herhaald worden dat zuiverheid van uitdrukkingen--ook vooral omdat +daartoe veel arbeid vereischt wordt--'n kenmerk is van moraliteit. Wie +zich niet bekommert over de _juistheid van 'n woord_, geeft blyk van +onverschilligheid voor de _zuiverheid zyner denkbeelden_, en neemt het +dus niet zeer nauw in 't onderscheiden van goed en kwaad. In dit +opzicht vooral is 't poëtiek samenvatten van schynbaar ongelyksoortige +gegevens van toepassing, dat ik (blz.106, 107) (hoofdstuk MVIII, n. v. +tr.) als hulpmiddel tot ontwikkeling van ware zedelykheidsbegrippen +voorstelde. «_De taal is gansch het Volk_» is er gezegd. Wel zeker! De +geheele _Mens_ kan beoordeeld worden naar de moeite die hy zich geeft +om z'n woorden tot den zuiveren spiegel zyner gedachten te maken, en +deze opmerking dwingt ons tot medelyden met ieder over wiens wel of +wee door mannen van de _Wet_ moet beslist worden, tot deernis vooral +met «_Weduwen en Weezen_» die beklemd raakten onder de bescherming van +zekere advokaten. Rechtbanken, parket en pleitbezorgers ... komen, om +niet alleen te staan met m'n ongunstige meening over die specialiteiten, +wil ik ditmaal eens m'n opinie behandelen als 'n verdrukte weduw. Ik +stel haar onder bescherming van wetmannen, van ... alle advokaten die +ooit 'n proces verloren, van alle publieke-ministerien die zich door +pleiters en rechtbanken behandeld zagen als 'n overvragend marktwyf. +Hoe is 't oordeel van _die_ heeren over de rechtbank die maar niet tot +besef te brengen was van 't «Recht» dat zy verdedigden, van de +gegrondheid hunner «_Eischen_?» Welken indruk maakt het op den advokaat +die by A of B zweert--de man méént het, want hy zegt er uitdrukkelyk by +dat-i dezen keer eens geen «praatje» verkoopt--wat heeft hy te denken +van de Rechtenkennis--en de eerlykheid!--zyns tegenstanders die z'n +leven te-pand geeft--liever: z'n advokateneer: niemand moet meer wagen +dan-i zonder schade missen kan!--voor de gegrondheid zyner meening dat +de zaak in kwestie X, Y of Z heet? Ook die tegenstander houdt zich niet +met «praatjes» op--godbewaarme!--en van weerskanten is de goede trouw +van den _geachten confrère_ boven allen twijfel verheven. Ligt de schuld +dan aan den rechtsprofessor die--in oogenblikken van Romeinsche +distraktie, zeker--meer dan één «Recht» tegelyk gedoceerd heeft? Of +had misschien een der advokaten z'n studien gemaakt vóór, en de ander +nà de dagen toen de: + +«doode kennis (?) van de uitspraken van het Romeinsche Recht vervangen +was door de herleving van de Romeinsche methode van rechtsvorming en +rechtsbeoefening, en toen het niet alleen de vraag werd wat recht is +geworden, maar inzonderheid hoe het recht ontstaan is?» + +Volgens het stuk, waaraan deze aanhaling ontleend is, worden sedert +eenigen tyd--juicht, verdrukte weduwen!--de leerlingen in rechtskennis +niet meer gevormd: + +«naar het model van oude elegante rechtsgeleerden, die er hun werk van +maakten om de rechtregels van hun tyd door geleerde aanhalingen, door +byzonderheden uit de Latynsche schryvers op te sieren, zonder over 't +wezen der zaak iets meer licht te verspreiden.» + +Er schynen alzoo volgens den schryver van die regelen--in vroeger tyd +natuurlyk!--inderdaad rechtsgeleerden geweest te zyn die geen licht +verspreidden. Wel jammer dan van al de studien dien ze ten-koste +legden aan duisterheid. En niet heel aangenaam ook voor kliënten die +er weleens belang by hadden dat hun zaak tot helderheid werd gebracht, +en daarvoor betaalden. Gelukkig echter dat men van methode veranderd +is! Die heuchelyke ommekeer heeft plaats gehad ... niet by de +stichting van Rome, lezer. Ook niet by de oprichting der Leidsche +akademie, maar ... weinig jaren geleden eerst, en wel by de benoeming +van den heer GOUDSMIT tot hoogleeraar. We moeten dus aannemen dat de +duizenden juristen welke onder 'n vroeger gehuldigd stelsel werden +uitgebroeid, zich met «doode kennis» behielpen en hun verdrukte +weduwen in 't donker lieten zitten. Thans evenwel, na dien heuchelyken +ommekeer, onderzoekt men ... _wat Recht is_, meent ge? Eisch toch 't +onmogelyke niet, onbescheiden leek! Men zal voortaan onderzoeken «hoe +'t Recht _geworden_ is»--wel verbazend!--«en hoe de Romeinen ... maar +genoeg daarvan.[30] We waren bezig met die twee advokaten wier +«studien» misschien dagteekenden van zóó onderscheiden tydperken dat +ze tweeerlei begrip opdeden van _Recht_ tweeerlei sleur van +rechtspraktyk. De een gebruikt «elegantie» met «doode kennis» terwyl +de ander volgens de nieuwe methode zich liever bezighoudt met ... met +... wie zal ons zeggen waarmee! Ik kan er waarachtig niet uit wys +worden! En dit behoeft ook niet, als we maar inzien dat die twee +heeren niet zeer veel méér eerbied dan _ik_ kunnen hebben voor +elkanders juridische rechtgeloovigheid en dus kostbare getuigen zyn +in m'n aanklacht tegen het «vak» dat zy _als specialiteiten_ +vertegenwoordigen. De advokaat die 't zeldzaam voorrecht genoot +_ridderlykheid_ in JUT te ontdekken, moet woedend zyn over 't +lasterlyk vonnis waarin z'n held wordt uitgemaakt voor 'n +tuchthuisboef. En--nòg meer bondgenooten!--de rechters die KRISTIEN +niet beminnelyk genoeg keurden om de Maatschappy langer door haar +tegenwoordigheid te versieren, kunnen onmogelyk gunstig oordeelen over +de bekwaamheid--of de integriteit?--van den advokaat wiens advies +luidde dat men die dame met rust moest laten. + + * * * * * + +Voor heden goddank genoeg van de juristery, schoon 't onderwerp ver +van uitgeput is. M'n verantwoording over de onevenredig-groote plaats +die ik aan dat onderwerp inruimde, ligt in de uitgebreidheid en 't +gevaarlyke van de kwaal. Ik moest den lezer opwekken en den weg wyzen +tot het berekenen der gevolgen die ze na zich sleept. Hy houde daarby +vooral in 't oog dat de onzedelyke verwringing van rechtsgevoel die +door de hier behandelde specialiteiten _fachmässig_ beoefend wordt, +zich geenszins tot eigenlyk-gezegde rechtszaken bepaalt. De zieke +dringt ongehinderd, jazelfs onder bescherming van 'n gunstig +vooroordeel _tot schade van allen_, in Lands-en Stadsbestuur door. +Niet het minst, helaas, strekt ze ten-verderve van 't zoo +misdadig-verslonst INSULINDE! Door kooplieden, zeelui en krygsvolk +werd het gewonnen ... door advokatery zal 't voor Nederland verloren +gaan: de Van Twisten hebben eer van hun werk! Parasieten van die soort +nemen alle eereplaatsen in, matigen zich alles aan, voeren overal 't +hoogste woord, dringen zich overal op, maken zich van alles meester. +Het wemelt in alle vergaderingen en korporatien van juridische +beunhazen in _bitjara kossoeng_, die maar al te gemakkelyk met hun +«Romeinen» en hun «elegantie»--och arm!--toehoorders en _Volk_ in den +waan brengen dat zy iets degelyks te-koop veilen. Het algemeen belang, +altyd samengaande met _ware_ zedelykheid, eischt dat daaraan 'n eind +kome, of althans dat er perken worden gesteld aan 't dóór-kankeren +eener kwaal welker naam aldus geschreven wordt: specialiteit in 't +prostitueeren van _Waarheid Recht, en ... Volksbelang!_ + +Mochten wellicht sommige advokaten met dit hoofdstuk niet tevreden +zyn, ik smeek om een genadig vonnis. De heeren gelieven te bedenken +dat ik nooit in doode kennis studeerde, en dus wel beschouwd het +rechte verstand niet hebben kan van een vak dat sedert de benoeming +van den heer GOUDSMIT zoo loffelyk achteruitging in Romeinsche +elelantie. + + + + +MXIII. + + +Sommigen zullen 't misschien vreemd vinden dat ik tot-nog-toe één +soort van specialiteiten met stilzwygen voorbyging, die meer dan alle +anderen een nadeeligen invloed uitoefenen op de geheele Maatschappy. +Ik bedoel de mannen die 't precies-weten van de dingen welke zyzelf +erkennen niet te begrypen, tot hun «vak» kozen, de specialiteiten van +'t «Geloof.» Het kwam me voor, dat ik ditmaal die heeren mocht +overslaan, gedeeltelyk omdat ik op zoo véél plaatsen van m'n werken op +'t schadelyke van hun invloed gewezen heb, doch hoofdzakelyk omdat de +eigenaardige kleur der godkundige bespiegelingen zóó heeft afgeverfd +op het denkvermogen van de menigte, dat men stiptgenomen--en vooral +met het oog op de definitie die bladz. 19 (hfdst. I, n. v.d. tr.) +versiert--de verkondigers van goddelyke dingen niet onder de rubriek +_Specialiteiten_ rangschikken mag. Wat 'n professor of doctor in de +H. Theologie eigenlyk leeraart, is my 'n raadsel. Zyn niet al z'n +hoorders even goed als hyzelf doorkneed in de dingen die hy te +vertellen heeft? Zóó meende ik altyd, en de kornuitjes van juffrouw +LAPS die zich niet ontzien hun dominees duchtig op de vingers te +tikken, zyn gewis van myn gevoelen. Wel verneem ik nu-en-dan dat er +... 'n nieuw licht ontstoken wordt, waarmee men de donkere mysterien +zal helder maken die sedert de «Openbaring» schitterden van duidelykheid +(_zie_ byv. IDEE 271) maar iets _nieuws_, iets _ongekends_ kan toch, +denkt me, niet geleverd worden op 'n gebied waar men den gewonen +sterveling z'n wuftheid verwyt, noch in 'n wetenschap--noem ik 't goed? +--die zich tot taak stelt den wispelturigen wereldmens van die fouten +te genezen. God, Christus, Onsterfelykheid staan als rotsen. + +Het «Geloof» in die rotsen is ... 'n rots. Eilieve, wat valt er nu +verder op al die rotsen te ploegen, te eggen, te zaaien en te wieden? +Zonder al dien arbeid immers--en dit is juist de prettige eigenschap +van 'n behoorlyken rotsgrond--zal de oogst, om me nu eens heel matig +uittedrukken, wonderbaarlyk groot zyn. Waarom dan zich zooveel moeite +getroost om dien edelmoedigen bodem omtespitten, te bemesten, te +omheinen? Ik mag 'n rots worden als ik 't begryp. Maar deze +onvolkomenheid van myn denkvermogen verandert niets aan de waarheid +dat de Opzichters over 't onnoodig gewurm waaraan zoo véler handen +meewerken, niet behooren tot de rubriek _Specialiteiten_ die ik me +voorstelde in dezen bundel te behandelen. Veeleer zouden de suppoosten +der goddienery aanspraak kunnen maken op 'n monografie in 'n werk dat +aan 't behandelen van _algemeene_ volksdeugden gewyd was, en waarin we +dan tevens 'n behoorlyke statistiek van 't jeneververbruik zouden +aantreffen, en jubelzangen over de vlucht die de industrie der +vervalsching van levensmiddelen met Gods hulp in onze dagen genomen +heeft. + +Ik erken dat deze opmerking niet van stipte toepassing is op de +katholieke geestelyken die meer onmiddellyk--men zou byna zeggen: met +meer rondborstigheid--het standpunt innemen waarvan zy de heidensche +priesters verdreven. De uitsluitende eigenaardigheid van hun werkkring +en bevoegdheid, de kracht van hun invloed bovenal, stempelen die +heeren inderdaad tot _specialiteiten_, tot meer dan dat: tot 'n +_kaste_. Doch juist hierom zou 't behandelen van dat zeer byzonder +standpunt òf ontaarden in 'n gewone of huis-fysiologie vol brandstapels, +gifmengende monniken, verkrachte nonnen van beiderlei geslacht, en +dergelyke kloosterplechtigheden meer, òf uitdyen tot beschouwingen die +voor m'n tegenwoordig kader te breed zyn. Ik behandel in deze studien +--en nog maar voornamelyk met het oog op onzen tyd--_maatschappelyke_ +toestanden, geenszins zaken van algemeen historisch gewicht. Wie 't +woord «pastoor» of «R.C. Priester» uitspreekt, heeft _katholicismus_ +gezegd, d.i. hy noemde een der merkwaardigste verschynselen in de +wereldgeschiedenis. Zooiets behoort niet tehuis in 'n werkje waarin de +schryver zich den tyd gunde over professers in de dubbele-_e_-kunde te +lachen. + +Na 't oversteken van die breede Westerschelde, ben ik wel genoodzaakt +op z'n staart te trappen. Ik mag namelyk niet onopgemerkt laten dat er +sedert eenige tientallen een nieuwe soort van specialiteiten is +opgestaan, die ... die ... hoe zal ik ze noemen? Ik bedoel de gewezen +dominees die overgingen in de schryvery. Hun arbeid blyft rieken naar +den kansel, alsof ze betaald werden voor 't wáármaken der Latynsche +spreuk over den eenmaal van zeker geurtje doortrokken pot. Zalf laat +zich nooit gewillig onbetuigd, en wie haar in deze specifiek-theologische +hebbelykheid tegenwerkt, ziet z'n pogingen verydeld juist door de +middelen die hy aanwendde om den verraderlyken pot te reinigen. De meest +gebruikelyke remedien zyn gemaakte fermeteit, nagebootste flinkheid, +linksche jacht op iets ondeftigs, alles overgoten met 'n sausje van +zoeterig-vieze gemoedelykheid--liefst in _Wandsbecker-Bote_-manier, of +iets van dien aard als 't maar terdege _namaak_ is--waardoor slechts +onnoozelen zich laten foppen, 't geen nu juist niet zeggen wil dat het +publiek van die heeren byzonder klein is. Wel mogen wy 't er voor houden +dat O.L. Heer aan den afval van de meesten niet veel verloren heeft, doch +hierin ligt maar 'n schrale troost by de bedenking hoe weinig er aan den +anderen kant door de _Letteren, Beschaving_ en _Zedelykheid_ aan die +overloopers werd gewonnen. Uitzonderingen bestaan er ongetwyfeld, maar +_typisch_ gesproken is 't geschryf van de meesten 'n onsmakelyk +kostje: _servat odorem_! + +Voor ik van dit onaangenaam onderwerp afstap, 'n kleine opmerking +ten-behoeve van 't nobele _suum cuique_. We hebben hier te doen met +personen die met en door «God» zich 'n redelyk plaatsjen in de +Maatschappy wisten te veroveren, en daarvan wel eens gebruik maakten +om de arme drommels aan wie hun God zich niet had gelieven te +openbaren, uittemaken voor slecht volk. Naar de mode van den tyd +lieten zy, zoodra 't met hun belang kon worden overeengebracht, dien +God varen, en langs meer of min omwegen--altyd zooveel slagen om den +arm houdende als maar eenigszins mogelyk was[31]--namen ze dienst +onder de vrydenkers. Hun vroegere meeningen? Wel, ze waren tot beter +inzicht gekomen. Dit kan waar zijn. Maar zyn ze dan niet vòòr alles +eenig herstel van eer schuldig aan de mannen die zy gedurende hun +theologische loopbaan verketterden en uitscholden? Aan de mannen die +dan toch blyk gaven van helderder inzicht, van eerlykheid en moed, +toen _zy_ nog in hun vermolmde preekkasten stonden te zwetsen op de +alleen-zaligmakende kracht van hun leer? Dit zou billyk zyn, dunkt me, +en 't gebeurt dus niet. Men moet zich schikken. Maar nu van een hunner +te vernemen--lach niet, lezer! dat «_geen enkele vorm van studie, als +instrument (?) tot veelzydige ontwikkeling, de aan alle talen rakende +(?) de wysbegeerte (!) en geschiedenis (?) in zich opnemende (?) vry +(?) beoefende theologie_» overtreft, dat gaat de schreef van 't +verdragelyke voorby: Ik protesteer! + +In die twee laatste woorden vat ik voorloopig samen wat verontwaardiging +over de onbeschaamde reklame van den gewezen theologant BUSKEN HUET my +in de pen gaf. _Mr. Josse_ heeft zich verhangen uit spyt zich zoo +voorbygestreefd te zien. Toch moet ik erkennen dat m'n bydrage tot +karakterizeering der schryvery van gewezen dominees juist op het werk +van den heer HUET-zelf het minst van toepassing is. Wat _hy_ uit den +preekstoel meenam, draagt voorzeker 'n geheel anderen naam dan zalf of +balsem, en verspreidt 'n byzonder-_persoonlyken_ geur. Ik zou me dan ook +wel gewacht hebben z'n naam te noemen--daar ik _wanbegrippen_ en geen +_individuen_ bestryd--indien hy me hiertoe niet had gedwongen door die +brutale ophemelary van z'n kollegaas in godgewezenheid. Die kermisbluf +mocht niet onbestreden blyven--niet onaangeroerd althans--in 'n werkje +dat tegen den verkeerden invloed van zekere _specialiteiten_ waarschuwt.[32] + +Het bestryden van alle verkeerdheden waaronder we gebukt gaan door 't +blindstaren op 'n bepaald punt, gaat m'n bestek tebuiten. Zoowel in +belangryke als in meer dagelyksche zaken stuiten we telkens op de +hoofdigheid en bekrompenheid van speciaal-mensen. Wie zich niet +voldoende ergert aan de tevredenheid van 'n apteker over 't groot +aantal zieken, kan tot oplettendheid worden gespoord door 't zuurkyken +van de huismeid die 't zeer ongepast vindt dat er bezoek komt nadat zy +zoo-even den gang heeft geboend. Men had háár specialiteit--waarin de +stumpert 'n instrument tot veelzydige ontwikkeling meent te zien--moeten +eerbiedigen, pruilt zy, en ze vindt 'n lydensgenoot in 't Raadslid dat +te-vergeefs 'n aangewaaid dilettantisme scheikundig trachtte te verbinden +aan z'n slecht begrepen roeping als schoolopziener. Door slordigheid en +onbekwaamheid geeft de werkman schyn van billykheid aan de wreede +terugzetting, waarover hy--overigens dikwyls ten-rechte--zoo bitter +klaagt. Hyzelf verstaat z'n vak evenmin als de plichtvergeten +volksvertegenwoordiger die den toestand van den arbeider geen aandacht +waard keurt. Krantenfabrikeurs wedyveren met leveranciers van vervalschte +levensmiddelen in 't bedriegen van hun publiek. «Moralisten»--zoo noemen +zich die heeren--geven aanhoudend blyk van de vuilste onzedelykheid door +'t kwajongensachtig uitpluizen en nasnuffelen van alkoofgeschiedenissen.[33] +De geschiedkundige yvert voor SPARTAKUS, maar glimlacht minachtend als men +hem spreekt van den boerenkryg ... die voor de deur staat. Ginds hooren +wy een zanger ... zingen. Dit zy zoo, mits hy zich van spreken onthoude. +O gewis, de denker schept beelden uit klank, maar uitsluitende beoefening +der toonkunst bederft het denkvermogen. Elders zien wy 'n schoolmeester +die meent dat de jongeluî trouwen om hèm leerlingen te bezorgen. De +diplomaat, de staatsdienaar ... + + _Hem is de Staat_ zyn _zetel_, zyn _carrière, + Een speelplaats voor de heeren van het hof_, + Een draaibank van fortuintjes. Een fabriek + Van Neurenberger eerzuchi-duikelaars_ ... + +Wie na dit alles nog niet overtuigd is van de noodlottige gevolgen +dier eenzydigheid, trachte den stumpert te zien te krygen, die +tusschen den Haag en Delft «levenslang» schuiten door de vaart trok. +Alsof de natuur der dingen ons waarschuwen wilde door 'n vreeselyk en +luidsprekend voorbeeld der gevolgen van 't specialismus: die man is +paard geworden, hy _hinnikt_![34] + +Hinneken nu, doen onze staatslieden, schoolmeesters, advokaten en +broodbakkers niet. Zelfs in hun speciaalvak brachten ze 't niet zóó +ver als die species _equus_ van 't genus _homo sapiens_. Des te erger! +Ze zyn in hun halve krankzinnigheid minder oprecht dan dat tweebeenig +trekdier in z'n volslagen razerny en, laten ons in den gevaarlyken +waan dat wy te-doen hebben met _mensen_. + + * * * * * + +De lezer kan uit IDEE 269 weten dat ik me gewoonlyk onthoud van 'n +professoraal _fabula docet_. Ik laat liever het opmaken der slotsom +over aan hemzelf. + +Het kan evenwel ditmaal noodig zyn, zoo-al geen _koncluzie_ te geven, +dan toch iets als handleiding tot het samenvoegen en vaststrikken der +divergeerende draden van m'n betoog. Het uiteenloopende myner +bewysvoering, en de schynbare afwykingen die ik me veroorlooven ... +_moest_, om natuurlyk te zyn, geven misschien tot die behoefte +aanleiding. + +Om alzoo den knoop toetehalen, het komt me voor dat we 't onderzoek +naar de waarde der _specialiteiten_ kunnen splitsen in twee +hoofdvragen? + +1. _Welk gebruik moet de Maatschappy van hen maken?_ 2. _Hoe werkt het +specialismus op de waarde van den individu?_ + +Tot het beantwoorden der eerste vraag ligt aanleiding in de vraag-zelf. +Hoe men specialiteiten behoort te gebruiken? De Maatschappy moet hen +_gebruiken_ d.i. zy stelle ze _niet aan haar hoofd_. De specialiteit +is _ambachtsman_ die 't bestelde vervaardigt, maar geen stem heeft in +'t bestellen. Hy levere z'n vakkennis waar die gevorderd wordt. Aan +anderen blyve de beoordeeling in-hoeverre het geleverde bruikbaar is, +en hoe 't moet worden aangewend. Een specialiteit zy als de _expert_ +voor 'n rechtbank. Hy legt, zonder zich om gevolgen of strekking te +bekommeren, z'n verklaring af omtrent de byzondere zaak die hem werd +opgedragen, en waarvan hy verondersteld wordt--dikwyls 'n fiktie! +--verstand te hebben. Wil hy de grens zyner bevoegdheid overschryden +en zich bemoeien met de toepassing van z'n expertise op 't proces, +dan verwyst hem de Voorzitter naar z'n _vak_ en naar de _speciale_ +taak waartoe hy geroepen werd. In deze schynbare terugzetting ligt +niets vernederends. Wie inderdaad in eenig vak uitmunt, stelt zich +met de erkenning van die uitstekendheid tevreden, maar zou 't zelfs +onaangenaam vinden, indien men hem wilde gebruiken tot iets anders. +Hy bezit in _zyn_ specialiteit den meestergraad, of streeft daarnaar, +en wil zich dus niet laten aanwerven als leerling in anderen werkkring. +Dikwyls zelfs pronkt hy met z'n onbedrevenheid in zaken van algemeen +belang, om te doen in 't oog vallen hoever hy 't in zyn byzonder streven +gebracht heeft. «Van de dingen aan-wal heb ik geen verstand!» beduidt +dan: ik ben 'n flink zeeman. «Met zulke belangen hield ik me nooit bezig» +kan beteekenen: ik ben door-en-door soldaat. «Die wereldsche zaken liggen +buiten m'n bemoeienis» zal wel zooveel willen zeggen als: ik voel me +perfekt thuis in den hemel. Enz. + +Dat het beoefenen van 'n bepaald vak niet volstrekt de bruikbaarheid tot +iets anders uitsluit spreekt vanzelf, vooral waar zoodanig vak slechts +_beroep_ is, _middel van bestaan_. Doch dan houdt het specialismus op. +Ik, byv. ben geen specialiteit in schryvery, godbewaarme! SPINOZA was +'t niet in brillenslypen, al sleep hy brillen om zich in 't leven te +houden. In zulke gevallen is 't bedryf dat men uitoefent, geen +levensinrichting, en dus juist _afwyking_ van de specialiteit der +persoon. + +Ik vergeleek den specialist by 'n ambachtsman die _te-werk gesteld_ +wordt. Dit te-werkstellen geschiedt door anderen, door niet- +specialiteiten, van wie verondersteld wordt--ook dikwyls maar +konventie, helaas!--dat ze ruimer veld overzien dan de werkman, en +tevens dat ze bekwaam zyn tot beoordeeling en goede aanwending van +'t geleverde. Deze staan tot den leverancier van speciaal-kennis in +verhouding als de fabriekheer tot den arbeider. Wie zich levenslang +bezig hield met gaatjes-prikken (IDEE 553, _nieuw nummer:_ 788) past +niet aan 't hoofd der zaak en, omgekeerd, de _bestuurder_ van de +fabriek zou niet _the right man_ zyn om den _ambachtsman_ te +vervangen. + +De statistikus, de geschiedvorscher, de land-ekonoom, de geneesheer, +de zeeman, de militair, de staathuishoudkundige, de jurist, de +ambtenaar ... al deze specialiteiten behooren _gebruikt_ te worden +_door wie aan 't hoofd staan_ eener Maatschappy, of van 'n deel +daarvan. Zy allen leveren in verslagen, rapporten, opgaven en adviezen +de vruchten van hun arbeid, en de autokraat, de wetgever, de +uitvoerende of beslissende macht ... wat kan van hèn gevorderd worden? + +Welke eigenschappen behooren den _fabriekheer_ te versieren, om den +arbeid van z'n ondergeschikten behoorlyk aantewenden? + +Het antwoord op deze vraag zou tehuis behooren in 'n verhandeling over +_niet_-specialiteiten. + +De spreuk _de minimis non curat Praetor_ bevat 'n goede les, doch +wordt zooals veel spreuken misbruikt. Onthouding van bemoeienis met +zoogenaamde kleinigheden, sluit in zich de verplichting tot zorg dat +ze behoorlijk worden behartigd zònder die bemoeienis, en deze plicht +is waarlyk géén kleinigheid. Dat er tot de hiertoe onmisbare +organizatie en tucht _bekendheid met dat kleine_ noodig is, spreekt +vanzelf. Vóór zich de _Praetor_ straffeloos kan onthouden van +onmiddelyke aanraking met het geringere, behoort hy blyk te geven +_niet daar-beneden te staan_. Wie dit verzuimt, verliest in de oogen +van z'n ondergeschikten--_specialiteiten die_ zonder uitzondering +_vyanden van den meester_ zijn--de zedelyke bevoegdheid om 't geheel +te regeeren, en uit deze storende minachting zou dan ook inderdaad 'n +betrekkelyke onbekwaamheid voortvloeien. + +Eén ding staat vast: tot wèl overzien van dat geheel, is vóór alles +noodig 'n geoefend verstand en veel hart. Deze twee hoedanigheden +vertegenwoordigen het _kunnen_ en het _willen_, en sluiten evenzeer +bekrompen vooroordeel uit, als ze borg staan voor rechtvaardigheid en +praktischen zin. Van den niet-specialist is te vorderen dat hy den +arbeid zyner onderhoorigen wete te regelen, te beoordeelen, te +schiften en te gebruiken. Jazelfs er behoort 'n tyd te komen dat hy +dit alles--met uitzondering van 't ál te stipt-ambachtelyke--gelyk +TIBERIUS den medicynmeester, _ontberen_ kan. + +Het streven naar deze onafhankelykheid is _zyn_ specialiteit. + +Ik vrees te moeten gelooven dat nooit eenig vak slordiger beoefend +werd, en 't zal dan ook wel hieraan te wyten zyn dat we overal aan +_byzondere_ bekwaamheden den rang zien toekennen die in 't algemeen +belang de belooning wezen moest van harmonische ontwikkeling op +_universeel_ gebied. Waar 't uitstekende ontbreekt, speelt het +ordinaire den meester, en zoolang alle ruimte wordt ingenomen door den +soldaat, blyft er voor maarschalken geen plaats. + + * * * * * + +Wat nu vervolgens den invloed van 't specialismus op de waarde van den +_individu_ aangaat, ieder begrypt dat het niet gemakkelyk is den +juisten grens te bepalen tusschen algemeene en byzondere verplichtingen. +Dat verdeeling van arbeid in zekeren zin voordeelig werkt, mag niet +ontkend worden, doch 't overschryden van de juiste maat dezer verdeeling +geeft aanleiding tot ongerymdheid als waarop ik herhaaldelyk gewezen heb. +Er behoort daarby vooral te worden acht geslagen op juiste waardeering +der uiteenloopende aanspraken van rechtstreeks en indirekt oordeel. Het +zou kunnen zyn dat de _handigheid_ zich ontwikkelde ten-koste der +_bekwaamheid_, en dat we ten-laatste ónbekwaam werden de vruchten van +die handigheid te genieten. De Maatschappy zou dan beginnen te gelyken +op 'n letterzetter die zóó mechanisch-vlug leerde werken dat-i 't lezen +verleerde. Men bedenke dat onevenredige toepassing onzer gaven--ook +zelfs uit 'n _industrieel_ oogpunt--niet praktisch is, daar byv. de +behoefte aan letter vervallen zou als er niet meer gelezen werd. + +Het kretinizeeren der individuen kan nooit gunstig werken op het +geheel. Wie op beperkt terrein meer tyd en ziel uitgeeft dan in +verhouding tot z'n algemeen-menselyke roeping gepast is, werkt +nadeelig op de som van algemeen welzyn, en schaadt tevens zich-zelf +daar geen uitstekendheid in 'n bepaald vak opweegt tegen de +vernedering als _Mens_. + +En dit is niet genoeg gezegd. Zelfs _in dat vak_ bereikt hy z'n doel +niet. Het is te betwyfelen of die Haagsche paardman beter schuiten- +leepte dan andere mannen. Maar beter dan andere _paarden_ zeker niet! +Wie met werktuigen en dieren konkurreert, zal ervaren dat hy z'n +menselyke waardigheid _à pure perte_ wegwierp, en daarvoor geenszins +wordt schadeloos gesteld door 't behalen van 'n prys op 't lager +gebied dat hy tot werkplaats koos. De geschiedenis levert voorbeelden +in menigte, dat speciaal-mannen in hun eigen vak overtroffen werden +door personen die zich op dat vak niet uitsluitend hadden toegelegd. +En meer nog: _alle_ voorgangers in _elke_ kunst in _elke_ wetenschap, +in _elk_ bedryf, op _elk_ gebied van menselyke ontwikkeling, waren +leeken. Wat in hen 'n gunstig samenvallen was van in-en uitwendige +_roeping_, werd door hun opvolgers vervormd tot _beroep_. (IDEE 498 +_en_ 499. _Voorts, nieuwe nummering_: 921.) + +Dit nu kan niet vermeden worden. Ten-allen-tyde werden school, +reglement, methode, aangewend als surrogaat voor 't _genie_ dat hyzelf +onbewust in sleur verstikte ... door de maatschappy: als surogaten +voor _de genien_ die ze doodmartelde uit afgunstige baldadigheid. + +Hoe dit zy, de behoefte aan die plaatsvervangende middelen bestaat, en +daarom moeten wy ons schikken in zekere beroepsgewyze verdeeling van +den arbeid. Wie zich tot het overzien van 'n ruim veld ongeschikt +acht, doet wel zich te bepalen tot enger gebied, doch hy vergist zich +in de meening dat-i op 't door hem gekozen terrein nuttiger bezig is +naarmate hy de grenzen daarvan nauwer beperkte. De Staatsdienaar die +'t heil der Mensheid verwacht van z'n papierkraam of _diplomatie_ ... +de babbelaar die frazen voor daden geeft ... de koopman die z'n +winkeltjen of kantoortjen als 't centrum van 't Heelal beschouwt ... +de militair die by al z'n redeneeringen 'n kazernig «by ons» op den +voorgrond stelt ... de filoloog die de beoefening der letteren +inkrimpt tot 'n bespottelyke studie in letters ... de huisvrouw die +meent dat «huishouden» hoofdroeping is van moeder en echtgenoot ... de +publieke aanklager die aan de eer van z'n funktie meent schuldig te +zyn, elken beklaagde voor 'n monster uittemaken ... zy allen die hun +specialiteitje willen doen voorkomen als 't «instrument» +by-uitnemendheid ter veelzydige ontwikkeling, ze vergissen zich in de +meening dat ze door die uitsluitingstheorie blyk gaven van +uitstekendheid in hun eigen «vak». Het verkrachten van waarheid, het +verwaarloozen der juiste verhouding onzer verplichtingen, levert nooit +goede vrucht. Tot het wel beoefenen van elk onderdeel van kennis of +wetenschap is noodig dat wy 'n open oog houden voor andere zaken die +_tezaam genomen_ onze fakulteiten behooren bezig te houden. Hierdoor +wordt onze waarde als mens bepaald. Dezelfde bekrompenheid die ons een +al te klein onderdeel tot doel aan ons streven deed kiezen, zal ons +weldra onbekwaam maken tot bereiken van dat nietige doel-zelf. Een +huismoeder die niets dan huishoudster wil zyn, is geen _goede_ +huishoudster. Ze maakt noch echtgenoot noch kinderen gelukkig. De +krygsman die z'n gansch gemoed weggaf aan de kazernedienst, wordt +onbruikbaar tegen den vyand, en is zelfs in vredestyd een nietig +voorwerp. De mannen van de dubbele _o_, die waarachtig geen +meesterstukken leveren in _wezenlyke_ letterkunde, zyn daarom in hun +speciaal-vakje niet uitstekender dan de eerste de beste die zich nooit +met zulke nietigheden bemoeide. Een liefhebbery-chemicus verhoogt +geenszins de kans op 't ontdekken eener nieuwe brandstof, door 't +slecht vervullen van z'n ambt als opzichter over 't onderwys. De +staatsman die niets is dan staatsman, niets dan diplomaat ... +arm Volk! + +In al die speciaal-mensen is iets dors, iets ongenietbaars, iets dat +in tegenspraak is met de veelzydige, ryke, gulle natuur. _Zy_ bemoeit +zich niet met verdeeling van arbeid en studie. Háár weten en werken is +algemeen. Scheikunde, mathesis, statika, sterrekunde, geschiedenis, +hartstocht, ontbinding, groei, kristallizatie ... alles heeft zy in +haar oneindig magazyn, alles wendt ze aan, alles beheerscht ze, alles +brengt ze voort door gelyktydige en harmonische toepassing van haar +krachten. Een harmonie die zóóver gaat, dat we gedurig de ontdekking +te-gemoet zien dat ze dit alles te-weeg brengt volgens één wet, door +één kracht, met slechts één soort van stof! + +Het afwyken van deze _algemeenheid_ der natuur, is ongehoorzaamheid +aan den wenk dien ze ons geeft, en moge in zekeren zin een vergeeflyk +gevolg wezen van onze zwakheid, het blyft een fout die afwyking te +verheffen tot _stelsel_. Wel weet ik dat de inrichting onzer +Maatschappy hiertoe aanleiding geeft, maar de eene verkeerdheid +verontschuldigt de andere niet. Juist door dat al te mechanisch +onderverdeelen van roeping, is die maatschappy geworden wat zy is. Een +verstompende verdeeling van den arbeid moge in zekere gevallen noodig +zyn om niet ondertegaan in den bloedigen _Kampf um's Dasein_, de +wysbegeerte ontleent haar voorschriften niet aan de door nood tot +fouten geperste industrie. Het is juist háár roeping middel te vinden +tot het _verbeteren_ van die fouten, en mocht er ooit blyken dat het +bereiken van dit doel onmogelyk is, toch blyft altyd het streven +daarnaar de taak van 't beter deel der Mensheid. Gelyk 'n boosaardige +TARQUINUS, scheert, schaaft en snoeit het specialiteiten-systeem alles +af wat uitsteekt, en verlaagt daardoor tevens gaande-weg het reeds zoo +diep gezonken peil der middelmatigheid-zelf. Wat middelmatig genoemd +wordt, zou veelal _slecht_ heeten indien we ons in oprechtheid +afvroegen wat _goed_ is. Hoe langer hoe meer gaan de individuen op in +hun «vak» en 't _mens-zyn_ wordt uitzondering. + +Dit is treurig! + +_Qui trop embrasse mal étreint_, zeker! Ik verdedig geen onberaden +verbrokkeling van gaven. Wie te veel omvatten wil, zou zich maken tot +'n specialiteit van wanbegrip. Maar evenzeer is 't waar, dat men niet +tot de juistheid van oordeel geraakt door 'n idioot staroogen op 'n àl +te gering deel van wat ons omgeeft. Op geestelyk en stoffelyk gebied +beide, staat _al wat is_ in verband met iets anders, onmiddellyk met +het naastliggende, middelyk met het verwyderde. By 't waarnemen van +den aard der dingen, is het achtslaan op dat verband onmisbaar. Wie +slechts met 'n _loupe_ de steenen van 'n gebouw beschouwde, zal +hoogstens eenig oordeel kunnen vellen over de soort van 't materiaal, +het gebouw _als zoodanig_ heeft hy niet gezien. Daartoe wordt wyder +gezichtshoek vereischt, meer ruimte van blik. + +_Cest mal étreindre que d'embrasser trop peu_ sla ik voor als +weerklank op de aangehaalde spreekwys. De juiste grenslyn tusschen _te +veel_ en _te weinig_ moge niet te trekken zyn, er zal toch wel geen +wysheid liggen in 't najagen van het àllergeringste. We kunnen +wel-is-waar geen zonnestelsel omvatten, maar 'n zandkorl evenmin. De +zeloten voor 't nietige, de aanbidders der afgodinne BEUZELARY +zyn--ook zelfs naar den maatstaf van hun eigen bekrompen streven--even +ver van _Waarheid_ en van 't _praktisch nuttige_, als de verongelukte +hoogvlieger die dan toch noch altyd 'n weemoedig _in magnis voluisse_ +kan aanvoeren ter vergoelyking van z'n misslag. Wie _te veel_ wil, +bereikt _niets_, wordt er gezegd. Dit is onjuist. Dat willen-zelf is +'n _iets_, en 't verachtelykste niet. Het medelyden met den gevallen +adelaar sluit geen eerbied uit, maar 'n struikelende schildpad is +bespottelyk. + +Ons leven is te kort om op _alles_ te letten, zegt men. + +Ons leven is te kort om «alles» te verwaarloozen, is m'n antwoord. +Juist de aanhoudende pogingen om 't verband tusschen _alles_ en +_alles_ te vatten--ziehier het punt waar POËZIE en WIJSBEGEERTE +ineensmelten--zyn noodig om ons iets van de onderdeelen te doen +begrypen. Zedelyke en verstandelyke ontwikkeling--identisch met +arbeid, genot en deugd--is gevolg en belooning van aanhoudende +kritische vergelyking der feiten die de Natuur ons te aanschouwen +geeft. Wie den blik van dat schouwspel afwendt, die punten van +vergelyking geen aandacht waard keurt en alzoo de _harmonische_ +ontwikkeling zijner gaven veronachtzaamt, krimpt in tot 'n dier, tot +'n machine, tot 'n zaak. + +De steen ligt. Dat is alles wat-i kan ... zyn _Specialiteit_! We +willen meer zyn dan zoo'n steen. + +Het rad draait. Het kan niet anders ... zyn _Specialiteit_! We willen +meer zyn dan 't werktuig dat zich zoo dom eentonig beweegt. + +De plant groeit bloeit, verdort en sterft zonder genot, leed of besef +... haar _Specialiteit_! We willen meer zyn dan zoo'n plant. + +De koe eet gras, herkauwt, eet weer gras en herkauwt weder tot ze +geslacht wordt. Dat is háár _Specialiteit_ ... + +_Excelsior, Excelsior_: + +De roeping van den mens is _Mens_ te zyn. + + + + +NOTEN: + + +[1] Wel zeker! «_Hy is op die plaats de rechte man_» of: «_die_ +plaats _is voor hem de rechte_.» Zóó zou zich iemand uitdrukken, wiens +denkvermogen zich de weelde van eigen equipage kan veroorloven en dus +niet met huurfrazen behoeft te ryden. + +[2] «Ik weet het niet.» + +[3] Een citaat is het, en wel 'n historisch. «_Ietoe andjieng belanda +bakkelahi sama tahi_!» riepen de Jakartanen. By eigen ervaring weet ik +dat de in dat verwyt gekenschetste nationale hebbelykheid nog altyd in +volle kracht is blyven bestaan. + +[4] Er zyn er nu 'n dozyn meer, maar gemakshalve zal ik ze +_septuaginters_ blyven noemen. «Elf-en-dertigers» zou ook 'n goede +benaming zyn. + +[5] _Noot van_ 1878, Tot m'n verdriet voel ik me genoodzaakt deze +bemoedigende premisse intetrekken. Gedurende de zes, zeven jaren die +er sedert het schryven van dit werk verliepen, ben ik door nauwkeurig +achtslaan op de verschynselen en ingespannen nadenken tot de +overtuiging gekomen, dat onze scholen--lage, middelbare en +hoogere--_inderdaad_ slecht zyn. De pas verschenen Onderwyswet--'n +hoogst onvryzinnig-liberalistisch prul--zal de kroon zetten op 't +spelletje van bederf, dat sedert jaren door ministers van allerlei +wankleur, geholpen door kamerleden van gelyk allooi--liefst +_Specialiteiten_!--in den Haag gespeeld werd. + +[6] _Noot van_ 1878. Slechts zeer onopmerkzame lezers zullen _deze_ +bemoediging voor iets anders dan ironie hebben gehouden. Als zoodanig +slechts behoeft ze dan ook niet te worden ingetrokken. De toestand in +Indië is erbarmelijk. De zaken gaan er zoo hard achteruit als 'n +Fransche maarschalk loopen kan. + +[7] _Noot van_ 1878. Het openlyk en loyaal _verkoopen_ van plaatsen in +de Vertegenwoordiging van Stad of Land, _aan den meest-biedende,_ zou +nog beter zyn. Voor dat stelsel laat zich veel aanvoeren, vooral +wanneer men het beschouwt in tegenstelling met het _tegenwoordige_ dat +even onzedelyk als onstaatkundig is. + +[8] Historisch. + +[9] Noot van 1878. De hier geleverde schetsjes van de werking der +distriktskiezery stellen de zaak te gunstig voor. Ik geef daarin nog +toe dat de kiezers _zeker voorwendsel_ zouden kunnen aanvoeren, +waardoor hun keuze wel niet gerechtvaardigd, maar toch eenigszins +verklaard wordt. In de werkelykheid echter meent men zelfs dat +voorwendsel te kunnen missen. Niemand die de onlangs verschenen +brochure van den heer Van Vloten: _Kiezersindrukken, te boek gesteld +tot waarschuwing en opwekking van ieder naar ware vryzinnigheid +strevend Nederlander_, aandachtig leest, zal durven beweren dat ik my +te sterker uitdrukte, toen ik in m'n _Pruisen en Nederland_ zeide: +«_wie 't oog slaat op de keukens waar de parlementspoppen gebakken +worden, is er misselyk van_». Ook de t.z.p. aangehaalde woorden van +LOUIS REYBAUD--den eerlyken en scherpzinnigen auteur van _Jerôme +Paturot_--roep ik by dezen in 't geheugen van ieder die de publieke +zaak met _gezond verstand_ en _goede trouw_ wil behandeld zien. + +[10] Overal namelyk waar de toeschouwer zich niet juist op de loodlyn +bevindt, die op 't midden van een der zyden valt, en. deze gunstige +kans is oneindig-klein. Van alle andere punten gezien, is 't ding +scheef. De specialiteit-bouwheer schynt niet geweten te hebben dat de +ellipsvorm voor koepeldaken ongeschikt is. + +[11] _Noot van_ 1878. Men beweert dat er in 't bouwontwerp van dat +reusachtig «Volksvlytpaleis» niet op 'n trap gerekend was, en dit komt +gelooflijk voor als men 't spiraaltje beschouwd dat nu als zoodanig +moet dienst doen. De schuld zal aan de Grieken liggen, die verzuimd +hebben ons voorbeelden van wenteltrappen in harmonie met 'n gebouw +natelaten. Zoodra 'n specialiteit geen «modellen» vindt, staat hy met +de handen verkeerd. + +[12] «_Forsch_» vind ik voorgeschreven in 'n boekje van de +letterspecialiteiten D.V. & T.W. Als superlatief pryzen die heeren +«_forscht_» aan. Jongelui die by zulke handleidingen tot wèlschryven +geen litterarische meesterstukken leveren, verdienen gesmoord te +worden tusschen de drukproeven van 't _Woordenboek der Nederlandsche +taal_. + +[13] «We hebben gemeend» dat te moeten doen, staat er. _Gemeend_ ... +wel verbazend! Zulke apenkool wordt met allen schyn van ernst door +vakmannen opgedischt, en de onnoozele leek doet zonder protest z'n +maal met die kost. Als ik my den tyd gunde, zou ik nog zotter +staaltjes van specialiteiten-wysheid op dit gebied kunnen aanvoeren, +o, in menigte. + +[14] Uit schaamte voor de drukkery heb ik de vryheid genomen de +woorden van den advokaat in 't Hollandsch overtezetten. _Hy_ drukte +zich aldus uit: + +«_En zeer zeker is het een aardige aanwyzing, werpt het een +eigenaardige blik in het karakter van den beschuldigde, als men leest +het inschrift_ ... enz. + +Ziedaar 'n «het» dat «een blik werpt als men leest». We komen niet te +weten wie die «het» is, en wat Z.Ed. werpt als men niet leest. +Ter-schadeloosstelling voor deze gaping evenwel wordt ons hier--als +men leest--gelegenheid geboden een niet-aardigen blik te werpen op de +wèl-eigenaardige _onzuiverheid van uitdrukking_ die oorzaak, gevolg en +kenmerk is van begripsverwarring en onzedelykheid (_Zie_ IDEE 692, _in +de latere uitgaven_: 1057). + +[15] Een dergelyk voorbeeld van verstandsverkrachting of misselyk +hofmaken aan bygeloof, vindt de lezer in IDEE 606 (_nieuwe nummering_: +908) en onlangs vernamen wy uit de troonrede, dat we--onder 't +«liberaal» ministerie-_Kappeyne_!--dit jaar (1878) zullen geregeerd +worden «met Gods hulp.» Mag ik den heer Kappeyne doen opmerken, dat +die God 'n landverrader is? Om nu van z'n intieme relatien met _zeer +veel_ Buitenlandsche Mogendheden niet te spreken, is het 'n +uitgemaakte zaak dat hy in byzonder-vriendschappelyke verstandhouding +staat met de Atchinezen, een volkje dat hem fanatiek vereert en zich +brutaal durft beroepen op zyn bescherming. + +[16] Bij de behandeling dezer zaak heb ik gebruik gemaakt van het +werkje: «_Rechtsgeding tegen_ HENDRIK JACOBUS JUT _en zyne huisvrouw_ +CHRISTINA GOEDVOLK _beschuldigd_ ... enz. _door_ B. DE VRIES. +_sGravenhage by_ H.C. SUSAN, C.H. ZOON, 1876». 't Is me niet bewust +dat de delinkwenten--ik bedoel hier de moordenaars niet--tegen den +inhoud van dat boekje geprotesteerd hebben, en ik meen dus me daaraan +te moeten houden. Mochten de heeren rechtenmeesters die zich +verbeelden JUT en KRISTIEN verdedigd te hebben, ontevreden zyn met m'n +oordeel over hun arbeid, ik ben niet ongenegen tot nadere toelichting. +De stof is rijk. + +[17] Over DE VLETTER heb ik roerende mededeelingen te doen, die in de +_Noten en Toelichtingen_ zullen worden opgenomen zoodra de staat myner +gezondheid me zal toelaten die gereed te maken voor de pers. Ik +bezocht den armen man herhaaldelyk in de gevangenis te 's Gravenhage, +en ontying vele brieven van hem uit het tuchthuis. Zyn veroordeeling +was 'n misdaad. + +[18] _Quia triumviralie supplicio adfici virginem inauditum habebatur_ +zegt die geschiedschryver. (_Annales V. cap. 9_) + +[19] De lezer sla eens IDEE 279 op. Hy zal in dat nummer 'n aardig +staal vinden van akademisch-geleerde rechtskrankzinnigheid. + +[20] Ik kende het woord _Actuaire_ niet, en heb 't opgezocht in +LITTRÉ, die 't dan ook 'n _néologisme_ noemt en 't eerst in z'n +_Supplément_ heeft opgenomen. Ziehier wat hy er van zegt: +«_mathématicien chargé de contrôler d'après le calcul des probabilités +les bases des contrats viagers ou d'assurances_». Men ziet alzoo dat +de beteekenis van 't woord _Actuaire_ louter konventioneel is. Iets +anders moet men dan ook niet zoeken by LITTRÉ, 'n specialiteit--in +Fransche onwetendheid--op 't gebied van etymologie en algemeene +taalkennis. + +[21] Vgl. in den IIIn bundel IDEEN, de nummers die over kunst en +kritiek handelen. + +[22] «_Als de schoone Amalia uit haar bedwelming ontwaakt, is de +bekoorlyke Emilia neergezegen_» enz. Er zijn meer dergelyke oud-nieuwe +snufjes in omloop, waarover bygelegenheid 'n woordje. + +[23] Ik had hier honderd andere veldheeren kunnen noemen. De +krygsgeschiedenis is er vol van. De specialiteit van dien MAURITS was: +_door brandschatten en plunderen z'n beurs te spekken_. En daar +SPINOLA hem hierin niet te-keer ging, mag men 't er voor houden dat +die twee specialiteiten in krygskunde tot hetzelfde gild behoorden. +Het wordt tyd dat men de «_Geschiedenis_» eens bestudeere in àndere +werken dan onze schoolboekjes, specialiteiten gewoonlyk in +chauvinistische vervalsching! + +[24] IDEEN, _bundel_ II, _vyfde druk, blz_. 59. + +[25] IDEE 322. + +[26] Zie nummer 19 der Noten in de laatste uitgaaf van den _Max +Havelaar_. + +[27] Ik spreek hier nog niet eens van de armzalige rol die de +specialiteiten van politie en justitie in deze zaak hebben gespeeld +voor zy de ware schuldigen ontdekten en in hechtenis namen. De daarin +tentoon-gespreide onbekwaamheid gaat in 't ongeloofelyke over! + +[28] Een koddig staal van dien advokatenbluf vindt men in BILDERDIJK'S +brief aan juffrouw WOESTHOYEN, van 22 April 1784. _(Bilderdyks Eerste +Huwelyk_, enz. _Leiden by E. J. Brill_.) + +[29] Zie de parabel van den bruggeman in IDEE 340. + +[30] De aangehaalde zinsneden zyn ontleend aan 'n allerzotst artikel +in _Eigen Haard_, waarin de schryver zich verbeelt den heer GOUDSMIT +'n eerzuil te stichten. De achtenswaardige man zal er niet mee +ingenomen zyn. Komiek-onhandig is de verwaandheid waarmee die +christelyke jurist den heer GOUDSMIT wel vergeven wil dat-i maar 'n +Israëliet is. Het model van dien flater zal zeker uit de pandekten +gehaald zyn, maar _elegantie_ is wat ànders, dunkt me. + +[31] Zie de parabel van de pasteibakkers in nummer 453 van de IDEEN. + +[32] By-gelegenheid 'n schoofje stalen van de ontwikkeling die de heer +HUET aan de wondervolle werking van het door hem uitgevonden +«instrument» te danken heeft. Ik zal dat niet dan met weerzin leveren, +maar nu eenmaal in m'n VIn bundel IDEEN 't ongeluk gehad hebbende z'n +_kritische methode_ aantepryzen--in-tegenstelling namelyk van 't +gebruikelyke ongemotiveerd mooi-of leelyk-vinden--moet ik me +waarborgen tegen de verdenking dat ik party-trek voor z'n _taal_, z'n +_wyze van uitdrukking_, z'n _betoogtrant_, z'n meeningen over _Kunst, +Letterkunde, Moraal, Poëzie_ en ... meer nog, helaas, al noemde ik +veel. Het meeste werk dat de heer HUET in den laatsten tyd geleverd +heeft, is kopie _for the million_, en zelfs als zoodanig vry slecht. + +[33] Zie de polemiek over VAN HAREN, en vgl. IDEEN II, 5e _dr. blz_. +11. + +[34] Ik zag hem voor 'n twaalftal jaren. 't Is te hopen dat de arme +krankzinnige overleden zy. Doch ook in dat geval zullen vele inwoners +van Delft en 's Hage de zaak kunnen bevestigen. Voor 'n aalmoes of 'n +stuk brood dankte hy trappelend en brieschend. Snyender satire op 't +specialiteiten-systeem is niet denkbaar. + + + + + + + + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Specialiteiten, by Multatuli + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPECIALITEITEN *** + +***** This file should be named 10664-8.txt or 10664-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/0/6/6/10664/ + +Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS," WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. + + https://www.gutenberg.org/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL + + |
