summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/13317.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:41:51 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:41:51 -0700
commita27f66c0ccde5dcd72fff865f3e308104b5889db (patch)
treeeca4fdce9f781354441d8af986e08f219809c413 /13317.txt
initial commit of ebook 13317HEADmain
Diffstat (limited to '13317.txt')
-rw-r--r--13317.txt2514
1 files changed, 2514 insertions, 0 deletions
diff --git a/13317.txt b/13317.txt
new file mode 100644
index 0000000..e8f56d3
--- /dev/null
+++ b/13317.txt
@@ -0,0 +1,2514 @@
+Project Gutenberg's Door Holland met pen en camera, by Lud. Georges Hamoen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Door Holland met pen en camera
+
+Author: Lud. Georges Hamoen
+
+Release Date: August 29, 2004 [EBook #13317]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DOOR HOLLAND MET PEN EN CAMERA ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+
+
+
+
+Door Holland met pen en camera
+
+Naar het Fransch van
+
+_Lud. Georges Hamoen_. [1]
+
+
+Elk land heeft een eigen karakter, dat is onbetwistbaar. Holland nu
+is, zoowel om den aard van zijn grondgebied als om de kleeding zijner
+boeren, tegenwoordig het schilderachtigste land van Europa.
+
+Het is de moeite waard, zich op te maken om met eigen oogen te
+aanschouwen die pijpjesrookers en kermisdansers, die langzame
+schuiten en reusachtige bruggen, die zwaaiende molenarmen en kalme
+overpeinzingen van rustige burgers over hun glas bier, die boerin
+met breede heupen, de producten der eigen boerderij naar de stad
+brengend, die spannen van trekhonden, die eeuwige kanalen, bevolkt
+met eenden, die nette dorpen en aardige huisjes, die zonderlinge
+visschers, grillige luchten, moerassige vlakten. Men kan dan op zijn
+gemak, zonder de oogen dicht te doen, voor zich zien verschijnen
+de landschappen door Ruysdael's penseel op het doek gebracht, en de
+tronies der bierdrinkers die Teniers teekende.
+
+Naar Holland gaan beteekent trouwens zooveel niet.... Men stapt
+'s morgens aan 't Noorderstation in een exprestrein, en 's avonds
+zit men kalmpjes in een "koffiehuis" te midden van de diepe rust der
+weiden en de tonen van een klokkenspel.
+
+Als men in een adem Belgie is doorgespoord, wat niet moeilijk is
+met het oog op de kleinheid van het land, komt men te Roozendaal,
+het grensstation, waar het gebruikelijk is, zijn krachten eenigszins
+te herstellen. Daarna stapt men in een langzamen trein, die er
+saai uitziet en op weg is naar Zeeland, het land der eilanden met
+zonderlinge namen, doorsneden door vaarten, kanalen, rivieren,
+slooten en booten, en bevolkt door vrouwen met bloote armen.
+
+Maar men houde wel voor oogen, dat Holland een wanhopig vlakke en
+eentonige streek is, dat het geen heftige aandoeningen wekt, noch
+tot opgewonden geestdrift stemt of stille innerlijke verrukking
+teweegbrengt. Holland is het land der rust, waar men zich dompelt in
+het kalmste welbehagen.
+
+
+I
+
+Een hollandsche stad.--Middelburg.--De wolken.--De
+"boerinnen".--Het huis.--De brugwachter.--De markt.--Een hollandsch
+dorp.--Zoutelande.--Goede herbergiers.--Typische avond.--De klompjes
+der kleine kinderen.--De kermis.--De vroomheid van den Hollander.
+
+
+Na veel eentonige moerassen te zijn voorbijgegaan en vochtige
+landerijen; na bruggen te zijn overgereden, stopt de langzame trein
+te Goes en daarna te Middelburg, de hoofdstad van het eiland Walcheren.
+
+Het was grijs, donker weer op den morgen van mijn aankomst. In Holland
+vinden de wolken geen klokkentorens om ze tegen te houden, noch boomen
+of heuvels, en dus komen ze van alle kanten aandrijven, wit en rose
+en zwart, bruin, oranje of rood, al naar den tijd van den dag, en
+door den wind voortgestuwd. Zij lossen zich op in zware regenbuien of
+vluchten in compacte massa's heen, trachtend zich hier of daar vast
+te zetten; maar de molens, die steeds maar blijven zwenken en draaien,
+schijnen ze uit te lachen, net als de baders, die in het water duiken,
+als men ze roept.
+
+O, hollandsche wolken, wat hebt ge mij een last bezorgd!... Moet ik
+er boos om blijven?... Ik weet het niet, want gij ziet er toch niet
+kwaad uit, en Holland zonder wolken zou een afschuwelijke woestijn
+zijn; daarom hebben de wolken en het water samen vriendschap gesloten
+ten bate van het landschap.
+
+Het was dan grijs en leelijk weer, toen ik in Middelburg uitstapte.
+
+Middelburg, hoort ge wel? is een echt type van een hollandsche stad,
+half en half grootsteedsch en half en half boersch. Naast Goes en
+Wemeldinge is het de interessantste plaats, waar ik geweest ben.
+
+Het was morgen. Overal ontmoette ik groenteboeren en groenteboerinnen,
+sommigen in lage wagentjes, getrokken door kleine, harige paardjes,
+anderen, bezig karren voort te duwen, hoog opgestapeld vol met groente,
+boter, eieren of melk.
+
+_Trip, trap, trip, trap...._ Dat stapte maar voort zonder
+haast. Niemand heeft ooit haast in Holland. Het paard, in een zacht
+drafje gebracht, stond dadelijk stil, als 't noodig was.
+
+Boerinnen, jonge meisjes nog, goed gekleed in haar nauwsluitende
+jakjes, met dikke heupen door de zware rokken, liepen waggelend
+met een juk op de schouders en boden aan de klanten melk en boter
+aan in blauwe of groene emmers met deksels, alles van de uiterste
+zindelijkheid getuigend.
+
+Het type is niet bijzonder mooi, ik bedoel, niet erg fijn; maar
+schoonheid is een zaak, die moeilijk uit te maken is, en tot veel
+verschil van meening aanleiding geeft. Ziet men niet dagelijks de
+menschen bewonderend stilstaan voor de schilderijen van Rubens,
+alles vleesch, want men weet, dat hij bijna niet anders dan dikke
+Vlamingen op zijn doeken bracht.
+
+Deze jonge dames kennen in 't geheel geen beschroomdheid. Meer dan
+eene, die op mij afkwam met de handen in de zij en met de schouders
+schokkend in een droge beweging van onverschilligheid, stond stil,
+als ik haar aankeek, ging met een coquet airtje voor mij staan en gaf
+mij door teekens te verstaan, dat een geldstukje haar niet onwelkom
+zou wezen. Als ik beproefde haar onverwacht te kieken, stiet zij een
+kreet, van toorn uit en keerde mij met ostentatie den rug toe. Op
+andere plaatsen, bij voorbeeld op Marken, wordt die belasting van
+den vreemdeling bijna als een recht geheven; een belachelijk misbruik.
+
+Middelburg!... Zeer net stadje, met straten die alle aan elkaar gelijk
+zijn. Rondom kanalen en, boven de daken uitstekend, twee of drie
+groote molens. Enkele oude monumenten, geheel in stijl. Zangerige
+klokken spelen de uren en laten hun tonen plotseling druppelen in
+de doffe stilte der bijna verlaten wegen en straten, waar men weinig
+winkels ziet.
+
+Er wordt in Holland niet veel gewandeld, en aan flaneeren wordt in
+het geheel niet gedaan. Men leeft te huis opgesloten in zijn dicht
+en keurig, goed onderhouden vroolijk woonhuis. Geen huurhuizen van
+vijf, zes of tien verdiepingen. Elk gezin heeft zijn thuis, zijn
+eigen woning, waar alleen bekenden binnentreden, van wie men zeker is.
+
+Maar wat houdt men dan ook veel van dat "home", hoe graag versiert
+men het en tooit het op, wascht het, verft het en boent erop naar
+hartelust! Zulk een pijnlijke bezorgdheid doet het oog goed, want
+men gevoelt, dat zij een is met de plaatselijke zeden en gebruiken.
+
+De straten, geplaveid met baksteenen, vertoonen geen enkele
+onreinheid. De vensters, van zonneblinden voorzien, zijn niet
+gestoffeerd met nieuwsgierige gezichten, die op den voorbijganger
+neerzien met ingenomenheid of afkeuring. Men ziet geen vrouwtjes bij
+de deuren staan praten of gewichtige samensprekingen houden op drukke
+kruispunten van wegen. Zelfs de kinderen zijn maar juist even druk
+genoeg, om te bewijzen, dat de stad niet door spoken wordt bewoond.
+
+Alleen de spionnetjes kijken u aan, spiegels, die van buiten aan de
+vensters zijn bevestigd en waarin de vrouw des huizes, gemakkelijk
+achter haar _horrikje_ gezeten, dat is een groen scherm in den vorm
+van een klaverblad, uren aaneen gadeslaat wat er voorbijgaat, juist
+als visschen doen in het water van een goudvischkom.
+
+O, die vriendelijke doodschheid der hollandsche woningen op een
+grijzen achtermiddag in September!
+
+Met mijn camera in de hand, ben ik de kleinste straatjes doorgegaan,
+overal met mijn onbescheidenheid binnendringend, waar ik er maar kans
+toe zag. Ik dwaalde langs de plechtige kaden, waar het rood der daken
+zich voegde bij het bruin van 't vele hout, dat in het water dreef en
+bij het rossige waas der boomen, dat den herfst verkondigde. Ik liep
+langs de oevers van het groote kanaal; jonge meisjes wisselden er
+teekens met de melkboeren aan den overkant, omlijst door den vlakken
+horizon, waarin een molen draaide.
+
+Ik kende spoedig tot in de kleinste bijzonderheden den korten doolhof
+van wegjes en straten, die alle zonder onderscheid naar het hoofdplein
+leiden, waar 't stadhuis te vinden is met al zijn beeldhouwwerk, waar
+de weekmarkt wordt gehouden en waar de tram van Vlissingen stopt,
+de zeehaven, waar stoombooten van allerlei naties binnenvallen.
+
+De voorstad, die erheen leidt, brengt u aan een brug. Die brug gaat
+in het midden omhoog als een dubbel luik, om de schepen met masten
+door te laten. De bewerking duurt een goed kwartier, gedurende welken
+tijd de weinige personen, die over de brug wenschen te gaan, in 't
+minst geen blijk geven van verveling. De brugwachter leunt, als een
+mandataris in het volle besef van zijn verantwoordelijkheid, tegen de
+leuning; hij zwijgt en wacht op wat de schipper zal verkiezen te doen,
+die zijn schuit met de plechtige langzaamheid van een voorvaderlijke
+schildpad doet voortschuiven.
+
+Die brugwachter was inderdaad op zichzelf een echt hollandsch
+poeem. Rossig in de rossige omgeving, stond hij daar met zijn pijpje
+tusschen de lippen geschroefd; een kalme wijsbegeerte straalde van
+hem af: de philosofie van de neutrale lichamen, bij tusschenpoozen
+zich bewegend naar een onduidelijk aangewezen doel. In hem herleefden
+de gestorven geslachten der Nederlanders met de afgemeten gebaren,
+die zwegen en droomden en eeuwen van geduld stelden tegenover de
+koppige aanvallen van de verraderlijke zee.
+
+Dit is wel echt het karakter van den Hollander. Omringd door het water,
+vechtend tegen het water, gevoed door het water, heeft hij de zachte
+zwaarte van het water zich eigen gemaakt, dat geluidloos nadert en
+onder zijn kleurrijke oppervlakte vreemde werelden verbergt.
+
+Met zijn glad rond gezicht, zijn naar de mode van Lodewijk XI geknipte
+haren, zijn dikke handen en zijn beenen in een wijde broek, lacht de
+Hollander zelden of nooit, schreeuwt nimmer, vecht niet met woorden
+en schijnt in zijn ernstigen blik een wereld van gedachten of van
+nevelachtig gepeins te weerspiegelen.
+
+Rossig in de rossige omgeving, rookte de symbolische brugwachter
+zijn pijpje, onbekommerd om de overdenkingen, waarin zijn beeld mij
+dompelde. Toen het schip voorbij was, draaide hij een ijzeren kruk om,
+en de toegang was weer open.
+
+Dit hoekje van de stad was nog stiller dan het overige. Een peinzende
+moeder liep er met haar kleinen jongen, die in een doek gewikkeld was,
+en geen ander levend wezen was er te zien, geen geluid te hooren dan
+het geklepper van den nabijzijnden molen.
+
+De volgende dag was een Donderdag, marktdag te Middelburg. De zon
+weigerde mij niet alles op mijn smeekingen en tintte rose de jagende
+wolken, die uit den Oceaan gekomen waren. Ik ontbeet vlug met eieren en
+ham, verkwikte mij met thee en bereikte de Groote Markt, het tooneel
+van den handel.
+
+Drie of vier verplaatsbare winkels, een stroom van boeren en boerinnen
+en wagens met witte kappen bewees, dat er wel lust was om zaken te
+doen; maar ik zocht overal tevergeefs naar de menigte, die er moet
+wezen om aan den straathandel levendigheid te schenken.
+
+In Zeeland is er om zoo te spreken noch landbouw noch industrie. Bij
+gevolg kan men er niet uitstallen, als bij ons, die hoopen groenten,
+eieren, vruchten of bloemen, waar omheen de huisvrouwen zich
+verdringen.
+
+In Zeeland produceert de boer niet veel anders dan melk, boter,
+beetwortels en aardappels. De melk en de boter worden bij de klanten
+thuis gebracht door de boerinnen, zooals wij reeds hebben gezegd. De
+beetwortels gaan per schip naar de fabrieken.
+
+Te spreken van een "markt" voor die wekelijksche bijeenkomst die ik
+bijwoonde en die nog voortdurend blijft bestaan, zou eigenlijk minder
+geschikt zijn. Onder voorwendsel een paar kilogrammetjes boter te
+verkoopen, komen de brave luidjes in de stad hun wekelijksch uitstapje
+maken, om er kennissen te ontmoeten, enkele inkoopen te doen, pijpjes
+te rooken voor het stadhuis en met de handen in de zakken te droomen
+in een herberg, waar een biljard staat, zittend achter een groot glas
+bier en luisterend naar het droge geluid der ballen, door zwijgende
+spelers bewogen.
+
+Welk een kalmte! Dit volk, met meel en vet gevoed, heeft geen
+zenuwen. Breed, zwaar, gezet zonder dik te zijn, herinneren die mannen,
+die geen begrip van gebrek en ellende hebben aan chineesche bonzen,
+in rieten stoelen gezeten, die langzaam onder hun bolle oogen hun
+duimen draaien boven hun buik in stille overpeinzing, zonder op den
+voortgang van den tijd te letten.
+
+De mannen voegen zich te zamen op een hoek van de markt, om elkander
+hun indrukken mee te deelen over den stand van beesten of beetwortelen
+en over de gezondheid van hun kinderen. Op enkele vierkante meters
+staan daar een heele menigte typen, die van vreugde kunnen doen
+beven de afstammelingen van Teniers, Ostade en Potter, al die goede,
+overleden schilders.
+
+Groepen oude boeren met korte broeken, gebloemde kousen en hooge
+ketelhoeden, wier kaalgeschoren gelaat door losse haarvlokken omgeven
+is, voeren den geest naar voorbijgegane eeuwen.
+
+Die oudjes zien er voor 't meerendeel gezond, maar zeer mager uit,
+in tegenstelling met de dikke jongelui en aantoonend, dat juist zij
+het oudst worden, die wat droog van spieren zijn.
+
+Uit die algemeene zwaarwichtigheid moet niet worden afgeleid,
+dat de intellectueele vermogens beperkt zijn. De Hollander is goed
+onderwezen; hij leest wel niet veel, maar onthoudt, wat hij leest. Zijn
+goedaardigheid en stugge, massieve manieren zijn dikwijls slechts iets
+uiterlijks; men zou, eer men er te vast op bouwde, den onmerkbaren
+glimlach moeten kunnen verklaren, die soms rimpels om de ronde, blauwe
+oogen doet verschijnen en om de zachte, ongerimpelde monden. Hij heeft,
+wat men noemt, den moed om tegen de dingen in te gaan, voortkomend uit
+gezond verstand en uit berekening. De eeuwenlange strijd, ondernomen
+tegen de zee en de vernielende rivieren, heeft hem groote volharding
+geschonken en een onbegrensd geduld, een echte kracht van inertie. Hij
+is werkzaam, maar die activiteit is niet onstuimig en wordt aan den
+dag gelegd in stillen, geregelden, volhardenden arbeid.
+
+Spaarzaam is hij ook, en in dagen van overvloed blijft hij zuinig;
+grootheid en ijdelheid toont hij alleen bij groote gelegenheden,
+openbare inschrijvingen, bruiloften of kermissen.
+
+Als een hollandsche boer zijn dochter uithuwelijkt, geeft hij een
+gastmaal van stavast. Oudtijds waren de feesten bij bruiloften
+zoo algemeen in de zeden doorgedrongen, dat een wet tusschenbeide
+moest komen, om te bepalen hoeveel violen er mochten zijn, hoe groot
+de waarde der geschenken mocht wezen, en wat de prijs per couvert
+moest zijn.
+
+Bij tweeen en drieen staan de melkboeren te praten over allerlei
+kleinigheden, op neutralen toon gezegd, terwijl de rook der sigaren
+hun oogen in een zilverachtig schijnsel hult, of wel, ze gaan met
+langzame schreden naar de herberg en zetten hun vertrouwelijk praatje
+voort op de banken langs den muur.
+
+De herbergzaal, of liever de biljardkamer, heeft veel overeenkomst
+met onze herbergen en cafe's. Al de ruimte wordt ingenomen door het
+enorme biljard met zakken aan de vier hoeken. Verder staat er een
+ronde tafel met een gestreept kleed er over, en alles, wat er noodig
+is, om te schrijven; stoelen, netjes in rijen geschaard, voltooien
+het eenvoudig ameublement voor de wijze klanten.
+
+Men zou, als men daar binnentreedt, kunnen meenen, dat men in het huis
+van een particulier is, die u vriendschappelijk, met de ellebogen op
+de tafel geleund, een lekker glaasje zal aanbieden.
+
+Op het marktplein ziet men beslist alleen mannen. Waar gaan wel
+de vrouwen heen? Ik krijg een drietal huisvrouwen in het oog, die
+voortloopen met manden aan den arm, en ik volg ze. Zij brengen mij
+weldra op een groote binnenplaats, omringd door een klooster, en in
+het midden geeft een oude iep koele schaduw.
+
+Dit is het heiligdom der huisvrouwen. Zij staan er kalm en langzaam
+en nauwkeurig zaken te doen in haar wijde rokken, groote boezelaars
+en helder gekleurde doeken, de witte mutsen versierd met goud en
+zilver. Enkele hebben hun manden neergezet op schragen, die ervoor
+klaar staan, of op den grond naast de afgevallen bladeren en wachten
+met eindeloos geduld, tot er een koopster opdaagt, om haar te ontlasten
+van de vette koopwaar. Anderen staan stil, draaien wat heen en weer,
+loopen rond en staan weer stil, zwijgend met onbeslisten blik en
+dwalend oog, alsof ze er niet heel zeker van waren, dat zij den vasten
+grond betreden.
+
+Verlangt u boter?
+
+Wij wenschen boter.
+
+Hebt u kaas?
+
+Wij hebben kaas; zie, hoe zacht ze is.
+
+Die vragen, die antwoorden, suizen zachtjes met het geluid van den
+wind door de takken van den grooten boom, en enkele vrouwen vertellen
+elkaar kalm, op welke wijze zij het smakelijke product bereid hebben
+met de melk van dien en dien dag, afkomstig van een bepaalde koe.
+
+Onbeduidend en bolbleek zouden die hollandsche dames zijn zonder
+haar bijzondere kleeding, juist als die anderen in moderne toiletten,
+die alle bekoorlijkheid missen. Met de eigenaardigheden van het land
+passen zij op het archaische fond en blijven in haar rechte, statige
+houding, alsof ze altijd en overal op doek vereeuwigd moesten worden.
+
+Haar bloote armen, hard geworden door den wind, dragen manden, die met
+roode, blauwe of gele doeken toegedekt zijn, en daar het nog zomer is,
+dragen zij hoeden op het hoofd in den vorm van omgekeerde bloempotten
+met groote pompons versierd.
+
+Onder den olm met bruine takken komen haar gestreepte sjaals flink
+uit, zooals zij zich buigen naar de geopende manden der boerinnen,
+die mooi zijn als ze nog niet veel jaren tellen, zooals al wat jong
+is, ondanks de stijve kleeding, die de buste in rechte hoeken omspant.
+
+Haar voeten, die niet weten wat haast is, drukken de steenen van het
+oude plaveisel, en dat is het eenige geluid, dat men verneemt, gedempt
+nog in de algemeene stilte.... De zeeuwsche vrouwen schijnen, zou men
+zoo zeggen, aanhoudend kostbare geheimen met zich rond te dragen, die
+zij enkel aan elkander kunnen openbaren achter een muur, beschilderd
+met lichte en donkere strepen en achter de groene zonneblinden voor
+de vensters. Haar vochtige oogen weerspiegelen de groote weiden, waar
+de jonge koeien grazen, die dikwijls worden gemolken; haar smalle
+voorhoofden, stijf geknepen in het kanten omhulsel, zijn blijkbaar
+nog onder den indruk van het liedje van 't melken, dat tweemaal per
+dag wordt afgespeeld, dat liedje van de melk, die druppel na druppel
+met bobbels in den emmer valt, en haar handen zetten nog de bewegingen
+als van een harpspeelster voort, waarmee zij de blanke uiers streelen.
+
+Zouden ze zoo zacht zijn als dat voedend vocht?... Laat ons geen te
+haastig oordeel vellen! In Zeeland, in Friesland en in Groningen zijn
+er brunetten en blondines, rossigen en anderen met kastanjebruine
+haren, en zoo de overdaad van zachte spijzen haar aderen heeft gevuld
+met een flauw en waterachtig vocht, zij zullen zonder eenigen twijfel
+in haar gevoelens niet verschillen van de andere dochteren Eva's.
+
+Dat zijn overdenkingen, waartoe de marktdag in Middelburg iemand
+brengt. Zonderlinge markt voorwaar, waar men op de teenen loopt in
+eeuwigdurend geflaneer.
+
+Een zeventigjarige, steunend op zijn kleinzoon, lacht mij vriendelijk
+toe. Hij is het verleden, hij met zijn costuum van een vlaamsche
+schilderij; het kind is het tegenwoordige, de toekomst met zijn
+knellend petje en vierkant afgesneden buisje. Ik wenk en wijs op mijn
+camera. De kleine wil den ouden heer wegtrekken van dat gevaar, dat
+mijn instrument opraper van beelden wezen kon; maar de oude staat
+stil en neemt een nobele houding aan als een groot heer, die wel
+graag bewonderd wordt.
+
+Een hevige regenbui valt plotseling neer op markt en straten en
+huizen met puntdaken; een uur lang klettert het en ruischt en spat
+en drijft de kalme boeren in de herbergen; dan schijnt de zon weer,
+en er worden toebereidselen gemaakt voor de thuisreis.
+
+De groote wagens in den vorm van schuiten, overdekt met witte huiven,
+komen van alle kanten te voorschijn en staan in rijen geschaard. De
+meisjes, blij dat ze eens uit zijn; de huisvrouwen, tevreden over
+haar inkoopen en haar gezellig gebabbel; de boeren, voldaan over hun
+marktwandeling en verzadigd van bier en jenever, allen stijgen in.
+
+_Tott werziens! ... Goedag!_
+
+De paarden schudden met de ooren, tillen de slappe beenen op en
+vertrekken, trip, trep, trip, trep, langzaam door de nauwe straten die
+goed geplaveid zijn, met zoo min mogelijk gedruisch, naar de stallen.
+
+De stad, die een oogenblik druk en woelig is geweest, herneemt haar
+gewone, slaperige kalmte. De zon daalt lager. De grachten schitteren
+in veelkleurig licht. In de vallende schemering gaan booten voorbij,
+stil met opgezette zeilen en een licht geklots van het water. De
+donkere molens maken ter begeleiding van den zonsondergang stomme
+teekens, voorbijgaand als de minuten. Achter de neergelaten gordijnen
+der huizen verschijnen bleeke lichtschijnsels. Stilte, stilte,
+stilte.... Middelburg, hoofdstad van Zeeland op het eiland Walcheren,
+verdwijnt in den nacht ...
+
+Zoutelande, een dorp verloren achter de duinen, dichtbij de zee. Een
+groote molen wijst de plaats aan. De avond valt. Langs de steenachtige
+wegen, met slooten er naast, huilt de wind, kondigt den naderenden
+vloed aan. Aan den voet der hooge bergen van zand een hoofdstraat,
+schoon als de vestibule van een hotel, met een bruin plaveisel en
+lichte, geschilderde en gewasschen huizen. Een enkele herberg, waar
+ik tegen de deur stoot. Rondom het biljard vier of vijf mannen met
+korte broeken, die rustig spelen. De waard, een kleine grijsaard met
+een rond, verheugd gezicht; de waardin, een groote veertigjarige met
+verstandige oogen. Zij gaat voor mij staan met de handen op de heupen
+en begint in 't Hollandsch een lang gesprek. Ik glimlach en maak een
+beweging van spijt. Met behulp van het woordenboek, dat ik uit mijn
+tasch haal, geef ik haar te verstaan, dat ik een kamer noodig heb
+en voedsel.
+
+Zij brengt een vinger aan het voorhoofd: "Begrepen!" en gaat
+heen. Zij komt eenige oogenblikken later terug met haar dochter,
+ook groot en forsch, en begint opnieuw een gesprek. Ik leg voor het
+meisje mijn wensch bloot, en beide zijn het geheel eens, zeggende:
+"Begrepen!" Helaas!... het meisje gaat den vader halen, die ja zegt
+op alles, wat ik aanwijs, steeds maar lacht en met het hoofd knikt op
+de manier van porseleinen poppetjes. Wanhopig doe ik mijn mond open,
+steek er den voorvinger al kauwend in, en buig mij over een tafel
+met de oogen dicht.
+
+Zij vouwen de handen, zijn verrukt en kijken elkander aan: "Wat is
+die man toch gek en wat doet hij dwaas!"
+
+"Begrepen, begrepen," zeggen ze, en verwachten misschien, dat ik
+nog meer door gebaren zal aanwijzen; maar ik zeg bij mij zelven, dat
+ik hier toch geen Kaffers of Berbers voor mij heb, en ik ga waardig
+op een stoel zitten, de tong uitstekend als bewijs, dat ik wel zou
+willen drinken.
+
+Er wordt mij melk gebracht. De schemering wordt zwaarder. In de hoop,
+dat ze wel wat voor mij zullen braden, ga ik uit. De wind is hevig,
+blaast door mijn haren, en ik zie niemand buiten. Ik beklim het duin;
+men kan er niet staan. De zee schuimt tegen de palen, geplaatst langs
+de dikke steenen, die het zand moeten tegenhouden. In de verte vecht
+een antwerpsche stoomboot tegen den wind en schuin waait haar rookpluim
+achter haar aan.
+
+Brr, wat is het koud! Ik ben wel genegen den lof der Zeeuwen te zingen
+hier boven van mijn berg; maar de molen, die statig ronddraait ginds
+aan 't eind van het dorp, schijnt mij uit te lachen met zijn groote,
+zwaaiende armen.
+
+Ik ga terug naar de "Roode Leeuw, logement en koffiehuis." De
+biljardspelers zijn weggegaan. De baas rookt zijn pijp bij 't fornuis,
+terwijl zijn dochter aardappelen zit te schillen.
+
+De huisvrouw houdt mij haar vinger voor en wijst naar de deur van
+een kamer. Ik geef gevolg aan die peremptoire uitnoodiging en vind
+op een tafellaken een glas melk, twee eieren en kaas, bescheiden menu
+van de kluizenaars uit Gallie in den tijd der barbaren.
+
+Mijn maag voelde hol en leeg na zoo'n middag van beweging, en ik vroeg
+luidop om meer. Er was niet meer. De vrouw keek mij met ontzetting
+aan en stelde een nieuwe speech samen, waarvan ik niets begreep.
+
+"Brood en melk, lief moeder", wees ik haar in het woordenboek, met
+een gebiedende beweging.
+
+Begrepen!
+
+Helaas, ik kreeg dan ook niets anders dan brood met boter, besproeid
+met bier en melk.
+
+Toen ik mijn razenden honger had gestild, voegde ik mij bij de familie
+om 't fornuis, waar een ketel met water stond te koken. Het meisje
+schilde nog altijd aardappelen, en de moeder, met het hoofd voorover,
+krabde zich den hals, terwijl de vader, diep gedoken in een houten
+leunstoel, kringetjes blies uit zijn groote pijp.
+
+O, hollandsche avond, daar in die dichte herberg, glimmend van
+properheid, ik zie u nog! De geverfde hangklok scandeerde de minuten
+met haar rooden slinger. De muren, behangen met porseleinen borden
+met blauwe bloemen, gaven bij het schijnsel van de lamp een illusie,
+alsof ze van marmer waren en een lichtende lijst vormden om de massieve
+meubels van bruin mahoniehout.
+
+Pietje is een aardig boerinnetje, en de ouders ook zijn beste
+luidjes. De taal der oogen, die rijk is aan uitdrukking, vervangt
+in voldoende mate die der tongen, en wij vangen weldra elkanders
+gedachten op, als we ons best doen er uitdrukking aan te geven.
+
+Die stilte en rust irriteeren echter na verloop van een uur mijn
+zenuwen van levendigen Franschman. De oude is zoo tevreden, dat hij mij
+ergert, en het gekrab van de moeder werkt aanstekelijk. Ik profiteer
+van het oogenblik, waarop de dochter met haar werk klaar is en wijs
+met een energieke beweging naar de zoldering.
+
+De moeder heft het hoofd op en glimlacht. Dat behoort tot haar
+departement. Ze legt haar breiwerk neer en voert mij naar een ladder,
+achter de keuken, steekt den vinger in de hoogte en reikt mij de
+kaars aan onder het uitspreken van een ingewikkelde redevoering.
+
+"Goed, goed", zeg ik, "lief moeder, ik wensch u een goeden nacht,
+u en uw ronden echtvriend en uw dochtertje en 't heele huis!"
+
+Ik klauter de ladder op en kom op een soort van zolder, waar de rijkdom
+aan groente der familie ligt opgestapeld, rechts een hoop aardappelen,
+links een pyramide van wortelen, voor mij een berg uien, elders erwten
+en boonen en gereedschap; tusschen twee balken eindelijk een alcoof
+van ruwe planken en daarin een matras, twee lakens en een deken.
+
+Ik sla de armen over elkaar, vol verontwaardiging ... maar ik bedenk,
+dat in een dorpje verloren onder tegen de duinen van een afgelegen
+eiland, men geen pretensies hebben moet, en ik volg Napoleon na, die,
+uit vrees verrast te worden, zich geheel gekleed te slapen legde.
+
+De wind joeg over het dak, deed de pannen kletteren met krachtige
+stooten; maar mij vastklampend aan de geruststellende gedachte,
+dat hij eerst het dak moest kapot hebben, voor hij mij kon bereiken,
+sloot ik de oogen en viel in slaap....
+
+'s Morgens stroomde een prachtige zonneschijn door het zolderraampje
+en legde een stralenkrans om mijn hoofd. Ik haastte mij naar beneden
+en naar buiten, waar ik tot mijn verbazing een abnormale drukte van
+klompen hoorde.
+
+Dat geluid van het hout op de steenen riep in mijn herinnering Bretagne
+op en de kadans van de klompen op de bestrating der oude stadjes.
+
+Maar dat is toch niet mogelijk, zei ik tot mijzelven, dat de jongens
+van Guemene en de meisjes van Fouessant de zee zijn overgestoken in
+den nacht, om mij deze aubade te brengen? Misschien ook zijn het de
+geesten der gestorvenen uit mijn land, die mij willen verrassen en
+mij beletten, mij te laten naturalizeeren als Hollander. Ze hadden
+anders in dat opzicht niet heel veel te vreezen....
+
+Beneden aan de ladder lachten de vrouwen mij toe; de baas, weer in
+zijn stoel gezeten, stiet een groote rookwolk uit en rolde met zijn
+blauwe oogen.... De weg was eenvoudig vol met kleine kinderen, die
+voor schooltijd heen en weer drentelden.
+
+Verrassend, die kinderen! In andere landen maken huns gelijken een
+diabolisch lawaai, schreeuwen, stampen, loopen elkaar achterna, spelen
+krijgertje, verstoppertje of springen touwtje.... Hier wandelen ze
+maar. De jongens met de handen in de zakken, de pet op een oor, duwen
+elkaar zoo'n beetje weg. De meisjes, als groote menschen gekleed,
+met wijde rokjes en groote doeken, dansen in 't rond, elkander bij de
+hand houdend, of loopen hard bij 't klepperen van de wijde klompjes,
+terwijl ze met de dunne, bloote armpjes zwaaien.
+
+Dit was een frisch, opwekkend gezicht. Een heldere Septemberzon, een
+straat, zoo schoon en rein als 't schip van een kerk, roode, bruine of
+witte huizen met roode daken, kleine meisjes, in het blauw gekleed,
+in druk bewegen vol gratie; men kan er werkelijk spijt van hebben,
+dat men niet met een penseelstreek al die kleuren op het doek kan
+brengen, waaruit een tooneeltje van dezen aard bestaat.
+
+De kinderen werden mij gewaar en vlogen weg als opgeschrikte vogeltjes,
+toen ik de beweging maakte van hen te willen photografeeren. Ik liep
+ze achterna. Zij lachten, liepen achter muren om, verborgen zich,
+kwamen weer voor den dag, en ik kon mij al gauw verbeelden een wolf
+te zijn, die schaapjes achtervolgde.
+
+Klik, klak, daar had ik ze! Ik overviel hen in een schuilhoekje, waar
+ze zich verbergden, en waar de meisjes de handen vouwden, als om genade
+te smeeken, terwijl de jongens daarentegen mij brutaal trotseerden.
+
+Maar de kinderwereld met haar levendige kleuren liet mij in Zoutelande
+weldra alleen en trad het schoollokaal binnen.
+
+Ik deed een omgang door het dorp. Geen levend wezen te zien. Overal
+dichte deuren. Geheimzinnig gesloten vensters. Stilte. Geen
+waschplaats, waar men het kloppen op het linnen hoorde. Geen enkele
+huisvrouw aan 't keuvelen met een burin of aan het werk op haar
+plaatsje of in haar tuintje. Nu en dan treedt een vrouw naar buiten
+met emmers water en een ontzaggelijken bezem. Zij wascht haar huis
+van boven tot beneden af, plechtig en ernstig, en met een ladder klimt
+ze tot het dak, om de pannen af te vegen, en doet dan haar deur weer
+dicht, waarachter men zich haar denkt, altijd wasschend, boenend,
+vegend, poetsend en opsierend.
+
+Er is veel gesproken over de hollandsche zindelijkheid. Die is geen
+mythe. Dit volk heeft den trots der properheid. Te midden van water
+levend, onder een regenrijken hemel, door wind geteisterd, gebruikt
+het wind en regen, om vuil en stof weg te waaien en weg te spoelen.
+
+Armoede schijnt in deze streken onbekend; zoo zij bestaat, is ze
+zoo zindelijk, dat men haar niet herkent. Elke familie behoudt van
+geslacht tot geslacht de zware, massieve meubels, waaromheen een
+ongeschokt en rustig leven wordt geleid.
+
+Het omringende water, de gedwongen beperktheid van de wegen te land,
+het ontbreken van landbouw en industrie hebben tot die zeden en
+gebruiken aanleiding gegeven. En Holland is een land van burgers,
+van schippers en makelaars, maatschappelijke kringen, waar men aan
+comfort is gewend.
+
+De kleinste boer overbluft u nog met zijn kleeding, zijn porselein en
+zijn blinkend huisraad. Hij maakt den indruk van iemand, die zeker is
+van zichzelven, van zijn verleden, zijn heden en zijn toekomst, in
+'t minst niet verontrust door een progressieve belasting, dreigende
+politiek of ongemotiveerde zenuwachtigheid.
+
+Van nature is de Hollander teruggetrokken en stil; uit gewoonte hecht
+hij zich aan zijn werk, zijn zaken en het familieleven.
+
+Hij is godsdienstig, maar zonder in uitersten te vervallen. Het
+hervormde geloof, dat hij aanhangt, lokt niet uit tot vroomheidsvertoon
+en staat geen weelde toe in beeldjes of heilige voorstellingen,
+zooals men wel in andere landen ziet.
+
+De kerken hebben enkel kale of gewitte muren. Men gaat er des Zondags
+heen, om naar de preek te luisteren. Geen bevallige feesten of
+symbolieke dagen of herinneringsplechtigheden. Men gaat naar de kerk,
+omdat het nu eenmaal zoo behoort, en omdat men doen moet, wat volgens
+de traditie altijd gedaan is.
+
+De Bijbel is een nationaal monument, dat de hervorming op een lijn
+stelt met de vaderlandsliefde, een gevoel, dat diep geworteld is in
+'t hart der Nederlanders, en toen Lodewijk XIV, na Utrecht te hebben
+vermeesterd, op de groote markt alle exemplaren liet verbranden, die
+men ervan kon vinden, zou hij zonder grootspraak zich hebben kunnen
+beroemen, het intellectueele Holland van dien tijd aan de vlammen
+te hebben overgeleverd. De vrijheid van geweten wordt echter overal
+geeerbiedigd en dat wel sinds onheugelijke tijden. De godsdienstige
+secten zijn ontelbaar, en alle leven in de beste verstandhouding
+met elkander. Katholieken, protestanten, joden, muzelmannen, allen
+genieten precies dezelfde rechten en prerogatieven.
+
+Men is er streng van zeden. Nooit hoort men van misdaden of avonturen,
+waarbij de liefde in het spel is. De jonge man, die zijn oog laat
+vallen op een jong meisje, doet zijn best om het tot een huwelijk
+te brengen, als ten minste het onderling belang erbij gebaat wordt;
+alles blijft kalm in de polders, ook de gevoelens.
+
+Die ingetogenheid verdwijnt een keer in het jaar en wordt tot een
+deelneming aan woeste gelagen; dat is bij gelegenheid der kermissen.
+
+Gedurende de dagen, gewijd aan deze nationale feesten, brengt de
+boer naar buiten alles, wat hij in gewone tijden moet binnenhouden en
+onderdrukken, namelijk de leelijke zijden van zijn natuur; hij danst
+als een schuit op hooge zee, rookt als een antwerpsche stoomboot
+en drinkt als den Helder op de dagen van overstrooming. Drie
+dagen en drie nachten lang verlaat hij, meer bepaald in sommige
+steden, het koffiehuis niet. Op de tafels en den grond uitgestrekt,
+verbijsterd door de muziek en ongevoelig geworden door den drank,
+blijkt hij een ander wezen geworden met buitensporige gebaren en
+luid klinkende woorden, en men zou niet weten, waar men hem bij moest
+vergelijken, als het niet bij Bacchus zelf was op zijn dagen van groote
+uitbundigheid. De schilderijen van Rubens in het Louvre, zoo cru in
+hun realisme, kunnen nog als symbolen dienen, indien een schets vol
+echte waarneming symbool kan zijn voor een veeleischend geslacht.
+
+Het bacchanaal,--dat moet erkend--verschilt naar gelang van de
+provincies en krijgt meer en meer neiging, tot een familiefeest
+te worden, 't geen dan weer op verlies van schilderachtigheid te
+staan komt.
+
+De kermissen hebben voor de jongelieden bijzonder groote beteekenis,
+omdat ze voor hen zeer zeldzaam voorkomende gelegenheid zijn,
+zich vrij te bewegen, uit te gaan. In dit moerassige land, waar van
+eigenlijke velden en buiten zijn geen sprake is, kan men niet, als
+bij ons, des Zondags gaan wandelen langs schaduwrijke wegen tusschen
+bloeiende weiden.
+
+Van tijd tot tijd gaat men wel eens per boot naar Rotterdam of
+Zierikzee, maar die uitstapjes halen niet bij een kermisdag in de
+hoofdstad der provincie. Daar gevoelt men zich te huis; men kan er
+op zijn gemak okshoofden zwart bier verzwelgen en wafels verorberen,
+uien eten en komkommers of geconfijte citroenen in azijn, gekruid
+met harde eieren....
+
+Wat de huwbare dochters aangaat, zij nemen ijverig deel aan de
+kermis. Lang van te voren zorgen zij voor de mooie mutsen met de ronde
+vleugels, die haar oogen zoo goed doen uitkomen, voor den bloedkoralen
+collier, het blauw fluweelen dasje, de gouden plaatjes op het voorhoofd
+en de gouden stiften op zij, met al die kleine extraatjes, waardoor
+de jongens worden bekoord.
+
+Die kostbare sieraden zijn de trots van de boerin. De droom van ieder
+is, ze prachtig te kunnen vertoonen, van echt goud, opdat de wind ze
+even kan bewegen en ze kan doen ruischen als de vleugels van een libel.
+
+Te Zoutelande wordt verteld, dat een zeer mooi, maar ongelukkig
+boerinnetje, dat door de gierigheid van haar vader geen sieraden
+bezat, een heftig verlangen voelde om op dit punt de gelijke te
+zijn van haar kermisvriendinnen, opdat zij evenals deze gevraagd zou
+worden te dansen, te lachen en poffertjes te eten door de jongelui,
+die de armoede minachten.
+
+Toen zij naar de markt van Middelburg ging, om de melk en de boter
+van de boerderij te verkoopen, overpeinsde ze die lastige quaestie
+en was diep bedroefd, zoo geminacht te zijn, hoewel ze er aardig
+genoeg uitzag.
+
+"Ik wil schitteren", dacht ze, "want ik ben mooier dan de anderen".
+
+Onder het voortloopen, in haar gesloten jakje met het bruine juk
+op de schouders, keek ze mistroostig naar het water in de slooten,
+dat de zon weerspiegelde, en zei tot zichzelve, dat, zoo dit water
+melk was, zij dadelijk genoeg zou hebben, om de mooiste sieraden te
+koopen van de goud- en zilversmeden in Schoonhoven.
+
+Toen begon ze te lachen, stond stil, nam van haar geverfde emmers
+het deksel af, zag, dat ze niet vol waren, deed er een weinig bij van
+'t water, dat in vele tinten straalde, en zette haar weg voort.
+
+In plaats van acht liters melk te verkoopen, verkocht ze er elken
+dag twaalf en verborg in een laadje de opbrengst van haar list.
+
+Het ging zoo goed, dat ze weldra een aardig spaarpotje had en de zoo
+begeerde sieraden kon koopen. Zij was uitgelaten blij en kon niet
+laten, toen ze uit de stad terugkwam, tegen haar slapen de mooie
+sprieten te hechten en in het water te kijken als in een spiegel.
+
+Helaas, toen zij zich bukte, om haar gelaat te zien, raakten de
+krullen, die niet goed vastzaten, los en vielen in het stroomende
+water.
+
+Reneetje, op het gras gezeten, vervuld van spijt en boosheid
+en teleurstelling, schreide heete tranen, tot de wind haar deze
+verstandige woorden in het oor fluisterde:
+
+"Wat uit het water komt, moet tot het water terugkeeren."
+
+Er wordt niet bij verteld, of het jonge meisje den troost aanvaardde.
+
+
+II
+
+Ontmoeting op straat.--De mooie ruiter.--Teleurstellend
+dejeuner.--Vader Kick.
+
+
+Zoodra ze getrouwd is, na de uitbundige pret van de bruiloft, bergt de
+boerin in de laden alle kleine sieraden en snuisterijen, waar zij zoo
+op gesteld was als jong meisje. Het gebruik wil namelijk, dat zij er
+ernstig ga uitzien, juist als de vrouwen, die geen veroveringen meer
+willen maken, omdat ze een levensgezel hebben gevonden. Ze bewaren
+alles voor haar dochters, als die op haar beurt, bij de eeuwige
+herhaling der verschijnselen, een boer aan den haak moeten slaan.
+
+Maar kom ... ik loop te lang in Zoutelande rond, luisterend naar den
+wind, die mij deze vroolijke dingen vertelt tusschen twee duwen tegen
+de wieken van den grooten molen.
+
+Een melkboer, in zijn kar als een schuit, met een groot harig paard
+er voor, gaat naar het veld, en zijn wagen verbreekt de stilte.
+
+Elders ontmoet ik even buiten het dorp een miniem klein paartje,
+jongetje en meisje. Zij, zeer moederlijk en grappig, beknort den
+kleinen jongen met een basstemmetje en wil hem terughouden van
+den weg naar Westkapelle, waar de overmoedige Willem zich heen wil
+begeven. Zij trekt hem uit alle macht bij een slip van zijn jasje,
+en men herkent in haar reeds het toekomstige vrouwtje, dat haar man
+afhoudt van verkeerde wegen ... beminnelijke zorg!
+
+Een doffe galop ... Wat is dat?... Een man met blauwe oogen in een
+verheugd gezicht, komt van het land terug met zijn twee paarden,
+zijn vrouw en zijn meiden. Hij groet en springt op den grond,
+al verblijder kijkend, wijst op zijn beesten, die er goed uitzien,
+dan op mijn instrument, legt een hand op zijn borst en de andere in
+de neusgaten van zijn eene paard en geeft te verstaan, dat het beeld
+merkwaardig mooi moet worden.
+
+Met een glimlach stap ik drie passen achteruit, twee naar rechts, een
+naar links, mompel een goedkeuring en open het klepje van mijn camera.
+
+"_Atsjoem!_" proest het paard nommer 1.
+
+De ruiter, nu bepaald ten toppunt van voldaanheid, deelt mij zijn
+indrukken mee, helaas, zijn ze voor mij onbegrijpelijk en gaat dan
+weg met een beweging, die schijnt te zeggen: "Tot strakjes, wacht
+hier op mij!"
+
+Nieuwsgierig kijk ik eens naar de kerk, die er kaal en somber uitziet,
+naar het groene veldje, waar de dooden worden begraven zonder eenige
+versiering of grafteeken, want wat van de aarde komt, moet tot de aarde
+terugkeeren zonder meer; heel de hollandsche philosofie ligt in dien
+zin. Ik denk er juist over, het duin te gaan bestijgen, toen opnieuw
+een drievoudige galop zich doet hooren. Ik bespeur mijn verheugden
+ruiter, die met drie nieuwe paarden komt aanhollen. Hij zegt iets
+en stijgt van het paard. Hij gaat bij het eene staan en verklaart,
+dat ik nu met mijn werk kan voortgaan.
+
+"Je maakt misbruik, vriend!" antwoord ik in het Fransch.
+
+En om er van af te zijn, draai ik zijn hoofd om en doe alsof ik hem
+kiek. Tot driemaal toe, met elk der drie paarden, herhaalde ik het
+grapje; toen kreeg ik een adres, met potlood geschreven, en tegelijk
+een betuiging van de grootste ingenomenheid.
+
+_Tot werziens, tot, tot...._
+
+Ik beklom het duin. De kinderen, uit school gekomen, toffelden in koor
+op hun klompjes, klots, klots, klots.... Ik moest hen tot mij zien
+te lokken door iets ongebruikelijks. Met mijn pet zwaaiend, begon ik
+hard te loopen en daarbij heftig met de armen te zwaaien, het gezicht
+naar de zee gekeerd, alsof ik daar iets heel bijzonders zag.
+
+Die buitensporigheid wekte de nieuwsgierigheid. Langs alle voetpaadjes
+kwamen de kinderen aanloopen; ze trokken elkander mee en kogelden in
+het zand. Ik liep naar het strand tot aan den rand der golven. Zij
+volgden mij. Daar nam ik plotseling een handvol centen uit mijn
+zak. Zij stortten naar voren. Ik raapte wat gevallen was weer op. Een
+deel van de kleinen vluchtte verschrikt weg; de rest, allen meisjes,
+bleef om mij heen staan en stak de magere bloote armpjes uit.
+
+"Hoepla!" riep ik; "dans eens voor mij!"
+
+De een hief een liedje aan, en daar begonnen ze te dansen, blauw en
+rose geteekend tegen den grijzen hemel voor dien blauwgroenen horizon,
+een en al frischheid in den koelen morgen.
+
+Na vijf minuten werkens, gingen de kleinen om mij heen staan, en ik
+legde in de roode kinderhandjes de verwachte geldstukken. Toen vlogen
+ze weg als kwikstaarten en herinnerden mij tevens, dat het tijd was
+voor het lunch.
+
+Op het duin kwam de waardin uit de herberg mij zoeken. Met de handen
+in de zij begon ze een lang gesprek en liet mij daarbij haar mond
+en haar tanden, bijna haar maag zien. Ik ging met haar naar het
+kleine kamertje met de blauwe, gebloemde borden aan den wand, waar
+een hagelwit tafellaken een reeks van schaaltjes van wit porselein
+droeg met deksels. Het zag er uitlokkend uit. De waard blies in alle
+vriendelijkheid weer veel tabaksrook uit en bracht mij een glas bier.
+
+Plechtig nam ik met de beste verwachtingen het deksel van het eerste
+schaaltje, een taai stuk biefstuk dreef in de margarine.... Ik
+ontdekte het tweede: roodbruine worteltjes.... Ik ontdekte het derde:
+gekookte aardappels.... Ik deed het vierde open: gehakte kool, die
+naar heliotroop rook....
+
+De waardin lachte een goddelijk lachje, vol trots.
+
+In verslagenheid proefde ik het vleesch en verslond het in stilte,
+met ruime bijvoeging van bier, melk, eieren en boterhammen.... O,
+hollandsche keuken! Wat hebt gij mij een last gegeven! Gij vindt
+nergens uws gelijke, dunkt mij, of het moest zijn in de spaansche
+pablas, de duitsche ham of de arabische koeskoes.
+
+Toen ik een sigaar aanstak, om het leed over het treurig onthaal wat
+te verzachten, trad er een der oude mannen binnen. Hij zag er nog
+ouder uit dan alle ouden, die ik reeds had gezien. Hij ging dicht
+bij het buffet zitten, liet zich een groot glas jenever geven en
+ging tegenover den rustigen baas een dutje doen, afgebroken door een
+paar zachte woorden. Ik had voor mijn oogen een doek van Teniers,
+en ik genoot er ten volle van. Het in woorden weer te geven, is mij
+onmogelijk. Geen woord zou de kalmte en rust kunnen schetsen van die
+beide ouden, die al rookend hun glaasjes ledigden, en daar zaten in
+hun houten leuningstoelen met rechte ruggen, alsof ze er nooit uit
+zouden opstaan. Naast hen kookte de koperen ketel; door het groene
+horretje voor 't venster vloeide de zon binnen met vaag schijnsel,
+dat weerkaatst werd door de borden aan den muur, en de klok, met
+bedachtzame haast voortgaand, stiet met haar rooden slinger de minuten
+over de hoofden van die heeren, die de kunst verstonden om het leven
+te verlengen.
+
+Na een tijd, die lang of kort of middelmatig lang duurde, wat doet
+het ertoe, dronk vader Kick zijn glas tot den bodem leeg, schudde de
+asch van zijn sigaar en ging heen. Hij liep omhoog in de richting van
+de zee langs een voetpad tusschen groene heggen, met den rug naar de
+roode pannen van de daken.
+
+Wat zou hij daar gaan doen?... Niemand weet het denkelijk.... Op
+de duinen keek hij naar den oceaan met de handen in zijn zakken en
+een onverschillig gezicht. Toen ik bij hem kwam, wees hij mij een
+stoomboot, welker rookpluim den horizon streepte en verzonk toen weer
+in stom en diep gepeins.
+
+En hij, vader Kick, was mij aldus een symbool van de geslachten
+van Nederlanders, die als vasthoudende eilandbewoners, van de zee
+hun tegenwoordig land stalen, en van eeuw tot eeuw hun steenen en
+houten borstweringen, hun enorme dijken en hun eindelooze pieren
+vooruitschoven in de nevelige ruimte.
+
+In den blik, waarmee de oude vader Kick de bewegelijke eindeloosheid
+peilde, scheen hij te zeggen: "Ik heb je, dochtertje, en mijn kinderen
+zullen je houden!"
+
+
+III
+
+Het hollandsche land.--Het water.--De molens.--De landbouw.--De
+polders.--De dijken.--Oorsprong van Holland.--Een avond te
+Veere.--Wemeldinge.--De vijf jonge meisjes.--Stomme flirt.--De dronken
+man.--Het leven op het water.
+
+
+Een deel van Nederland ligt, zooals bekend is, ver onder het niveau
+van den zeespiegel en zelfs van de rivieren, hetgeen de werken van
+allerlei aard verklaart, door de inboorlingen gebouwd om het water
+tegen te houden, sommige schijnbaar van weinig beteekenis, maar
+kolossale werken, als men ze nader onderzoekt.
+
+Voordat de Rijn geboren was, waren de Nederlanden een zee. Op een
+goeden dag werd er in de Ardennen een bres geslagen door de meren, in
+hun omtrek opgesloten; de bergen weken voor de overweldigende kracht
+en hun wanden werden weggeslingerd tot op grooten afstand. De Rijn,
+een nieuwe waterloop, teekende toen Nederland, zooals het hem behaagde,
+met behulp van Maas en Schelde.
+
+Aanhoudend een massa alluviaal slib aanvoerend, deed hij stapje voor
+stapje de zee terugwijken, tot deze haar revanche nam en toen werd
+tegengehouden door een nieuw menschengeslacht. De Rijn, zwakker
+geworden door de vele zijtakken, die hij uitzond, zou in het zand
+gestikt zijn, als de genialiteit der menschen hem niet te hulp was
+gekomen.
+
+De krachten van de zee en die van het stroomende water, de neiging der
+rivieren, om hun mondingen te laten verzanden, de hevigheid der winden
+en de overvloed van regen, van watertoevoer bij den voorjaarsdooi,
+deden de drie rivieren zwellen en buiten haar oevers treden, waarbij
+zij in het land veel moerassen achterlieten en meren, die drooggemaakt
+moesten worden en daarna door dijken moesten worden omringd.
+
+De geschiedenis der overstroomingen in Holland is bijgevolg een
+lange, treurige historie; zonder de Hollanders zou Holland er niet
+zijn; zonder hun voortdurende waakzaamheid, zou het land weldra een
+waterwoestijn wezen.
+
+Van Middelburg in Zeeland tot Amsterdam en Hoorn wordt het land, dat
+eindeloos vlak is, door tallooze kanalen doorsneden, door bruggen,
+slooten, moerassen en sponzige weiden, waar de beesten soms tot de
+knieen inzakken.
+
+Men moet zich een reuzendambord voorstellen, in alle richtingen
+doorsneden door waterwegen, waarin zich altijd wolken spiegelen en
+kleurige huizen, dikwijls van hout opgetrokken, en molens en kudden.
+
+Smalle wegen, met steenen geplaveid, loopen langs de groote kanalen
+en brengen steden en dorpen met elkander in gemeenschap.
+
+Weinig of geen landbouw. De veeteelt is voldoende en voedt den bewoner
+met vette melk, met kaas en biefstuk.
+
+Het water heerscht alom, het overweldigende water, het water, dat
+rijst of daalt met de maan, en dat, zoo ver het oog reikt, zijn zacht
+vloeiend reuzennet uitbreidt, waar altijd-door de schepen en de booten
+en de eenden gaan.
+
+De weide, van een wonderbaarlijk teeder groen, trekt bij den eersten
+oogopslag de aandacht, breidt ver zich uit tot aan den grijzen horizon
+en is bezaaid met pyramidevormige daken, met koeien en stieren van
+onbegrensde en verbazende rustigheid, die de welriekende geuren
+snuiven van de bloeiende grassen en hun tong laten strijken langs
+het fluweel der zachte groenheid voor hen.
+
+Het is eentonig, en die eentonigheid, verkwikkend voor het oog als
+een licht gewasschen waterverfteekening, wekt indrukken van vredige
+kalmte, welker afstraling men overal bespeurt, in de menschen zoowel
+als in de dingen.
+
+Zenuwlijders en zij, wier bitter verdriet of wier heftige
+gemoedsopstand hen in onrust brengen, moeten hier bij 't dwalen langs
+die duizenden van rimpellooze spiegels, te midden van die eindelooze
+natuurlijke tapijten, hun hart tot rust voelen komen.
+
+Ziehier een paar schetsen. Na een hevigen regen op den weg van
+Monnikendam, een rood huis in een kring van kortdikke boomen; het
+lint van den weg ligt vol plassen, heldere vlekken, waarin het blauw
+van den hemel zich weerspiegelt. Andere huizen staan verderop; twee
+molens draaien heftig met stooten, houden een seconde op, beginnen
+weer, draaien, houden stil en draaien weer, de groote stilte brekend
+met hun gevleugeld rhythme.
+
+O, die molens!... Hun aantal brengt een mensch van de wijs. Nooit
+zou men kunnen gelooven, dat er zooveel zijn. Ze dienen voor alles,
+voor het uitpersen van olierijke zaden, het braken van vlas, het
+zagen van hout, het pompen van water. Het minste zuchtje wind, dat
+over het land strijkt, moet voor de industrie zijn dienst bewijzen,
+wordt even vastgehouden om de duizend wieken te helpen draaien,
+die hun bewegelijke kruisen teekenen op de grijze lucht.
+
+Groote en kleine, ronde en vierkante, er zijn er van allerlei soort
+en vorm en afmeting, van 't kleinste watermolentje, dat wanhopig en
+woedend draait, tot den indrukwekkenden toren van den tolhuismolen,
+begroeid met zachtgroen mos.
+
+Die molens hebben reden van bestaan. De dijken en de sluizen, die tegen
+het buitenwater zijn gemaakt, tegen de zee en de rivieren, zouden
+alleen niet voldoende zijn geweest, om Holland bewoonbaar te maken,
+zoo het land niet de kunst verstaan had, zich van het binnenwater
+te ontdoen, dat aangevoerd wordt door de regens, de hooge vloeden,
+de bronnen en de afgraving van het veen. Bij gebrek aan machines,
+ging men bij den wind om hulp, en men bevond er zich wel bij.
+
+In 1850 berekende men, dat 30.000 H.A. lands, met inbegrip van het
+beroemde Haarlemmermeer, zoo van den Oceaan teruggewonnen en voor
+den landbouw beschikbaar gesteld waren.
+
+De groote moeilijkheid bestond in de handhaving van het evenwicht
+tusschen de bijzondere belangen van die polders en de algemeene
+belangen van het afwateringssysteem, waaraan het land zijn bestaan
+te danken heeft. De verdeeling van de watermassa's moet met oordeel
+geschieden, of er kunnen de grootste rampen uit voortvloeien. Maar men
+voorzag erin door het in 't leven roepen van scholen voor ingenieurs,
+waar het kleine leger werd gevormd, dat in opdracht heeft, het
+grondgebied te verdedigen tegen den eeuwenouden vijand. Als het
+al niet zoo moeilijk is, een sluis te bouwen, een dijk te dichten,
+een moeras droog te leggen, er is veel wetenschap en veel oplettende
+waarneming noodig, om op de goede wijze de watermassa's af te voeren
+en te verdeelen.
+
+Een ander schetsje. Te Westkapelle komen twee vrouwen uit den molen,
+waarvan de ramen twee groote oogen lijken boven een deur, die een
+neus verbeeldt. Een heet Keetje; zij is getrouwd met Jocker, den
+eigenaar van den molen; de andere is haar schoonzuster, Van de Eserke,
+wier man boer is. Beide verbazen zij zich, dat de boot van Rotterdam
+nog niet de zakken koren heeft meegenomen, waarmee men haast heeft,
+als men ten minste ooit haast met iets kan maken.
+
+De landbouw, voor zoo ver men eigenlijk hier van landbouw spreken kan,
+bepaalt zich tot aardappels, kool, wortels en bieten. Weinig koren,
+alleen wat tarwe en haver, en dan nog vlas, ziedaar alles. Dat is
+zeker een der redenen, waarom men geen brood eet, maar zich voedt
+met meelspijs, melk en boter.
+
+De velden, waar iets verbouwd wordt, zien er slikkerig, vet, leemachtig
+uit; in regenachtige perioden zakken de karren er tot de naven der
+wielen in. Zoo'n land zou niet geschikt zijn voor de verschillende
+producten van onze landbouwstreken.
+
+De beetwortel wordt in Zeeland over een groote uitgestrektheid
+verbouwd. Als de herfst in het land is, ziet men van alle kanten
+wagens, door sterke paarden getrokken, heele bergen er van naar de
+aanlegplaatsen vervoeren. Indrukwekkend verrijzen die hooge hoopen,
+alsof er manna uit den hemel was gevallen, en onophoudelijk worden de
+vrachten geschift en geteld door groepen, die niet veel haast maken,
+terwijl de dikke kegels, die bultig of opgezwollen en log zijn,
+symbolen lijken van de menschen, die ze wegen.
+
+De schuiten, het eenig mogelijke vervoermiddel in deze vochtige
+oorden, komen ze halen, om ze te brengen naar de rustige fabrieken,
+waar de stoom hen zal vervormen.
+
+Over de kanalen met de duizenden van zijtakken glijden de
+vaartuigen. Den ganschen dag gaan er zoo voorbij, en men vraagt zich
+af, hoe de schippers niet verdwalen te midden van die waterwegen,
+die alle op elkaar gelijken.... Maar de wind, die hen leidt, bedriegt
+hen niet, en zij komen zonder ongevallen in de gewenschte havens,
+waar ze hun lading lossen en haar na zorgvuldige opeenstapeling
+inwisselen tegen klinkende guldens of tegen ruilwaren.
+
+De voortglijdende schepen en de draaiende molens zijn de eenige
+verlevendiging van de al te groene landschappen.
+
+Achter de kunstmatige oevers, aangelegd om het land te beschermen,
+komen de met wimpels versierde masten aanglijden, zachtjes en
+voorzichtig, en het is allermerkwaardigst, die zeilen en masten te
+zien passeeren boven de landen als lange, zwarte kaarsen.
+
+Door het trillend water van 't kanaal wenden de schuiten stil
+en ernstig hun steven stroomaf langs de buigende waterlelies en
+trekken strepen over het water, en op den kalen oever zeulen magere,
+kleine paarden ze voort, langzaam en voorzichtig door het groene
+polderland. Links en rechts strekt dat zich onafzienbaar ver uit,
+zeeen van groen vormend, waar het eenig teeken van menschenleven
+gegeven wordt door de molens met hun wijde wiekenvluchten, als spoken
+ijlend door de lucht. Zij knikken den reiziger toe, al springend en
+huppelend in een rhythme als van den dans. Ernstig loopen koeien en
+ossen van bruine kleuren door de velden en scheren de malsche grassen
+af, terwijl door het water van de vaarten de schuiten gevolgd worden
+door een stoet van eenden.
+
+Holland is het land, waar het allerminst geluiden worden gehoord,
+want alles glijdt er over 't water.
+
+Er bestaan booten voor iedere soort van transport, dus ook voor
+passagiers. Dat zijn kleine stoombooten, met hutten en dekken, die
+zonder eenigen schok voortglijden door de kronkelende wateren.
+
+Als de reis lang is, richt ieder zich in als thuis, zit te rooken
+of zet zijn werk voort, als om zuinig te zijn met de stof, waaruit
+het leven is gemaakt. Er wordt geschreven, gegeten, geslapen. De
+vrouwen naaien, breien, vertrouwen elkander geheimen toe. Van die
+haven tot die gindsche ligt voor haar de lengte van een halve kous,
+van een boezelaar of een intiem verhaal.
+
+Men vaart langs een eentonig landschap, dat is waar; maar hoe rustig en
+verkwikkend is het niet, in die algemeene stilte den vorm der wolken
+na te gaan en het oor te luisteren te leggen naar 't geschuifel van
+het water, als het door het bootje wordt gekliefd! Dit is een feest
+der diepe gewaarwordingen, feest van vloeiend water en nevel, van
+'t koeltje en het licht en de golfjes!
+
+De minste afwisseling krijgt dadelijk een wonderlijk groote beteekenis,
+en men gaat een molen bewonderen, die er wat sierlijk uitziet, of een
+roode boerderij, een vreedzaam rund, een jongen, die voorover buigt,
+om zijn bootje voort te trekken met behulp van zijn hond.
+
+In 't voorjaar en den zomer geven waterlelies en irissen witte en gele
+tinten aan het blauwgroen water van den kant der kanalen, en in de
+schemering werpt de zonsondergang van mooie avonden er het geheele
+gamma van zijn kleuren neer, en men krijgt de illusie, over goud,
+purper en saffier te varen. Wie Holland wil leeren kennen, moet per
+boot reizen liever dan per spoorweg. Het aanleggen bij de verschillende
+landingsplaatsen brengt den reiziger tot in het hart van 't hollandsche
+land en laat indrukken na, die een vreugde zijn voor langen tijd.
+
+Trouwens die methode van vervoer beantwoordt zoo uitstekend aan de
+natuur van het land, dat zij de eenig mogelijke schijnt te zijn. De
+meeste diensten, die elders per wagen worden verricht, gaan hier door
+middel van booten. De groenteboer duwt zijn schuit voort, beladen met
+groenten, vrachten of bloemen, zooals hij in Frankrijk zijn ezeltje
+of zijn karretje leidt.
+
+Te Amsterdam hebben de verhuizingen te water plaats; melk, bloemen,
+hout enz. worden eveneens zoo vervoerd en aan de eene gracht heeft
+men de markt voor het eene, aan de andere gracht die voor het andere
+product.
+
+Nadat hij het water heeft teruggedreven, weggejaagd en met dijken
+beteugeld, houdt de Hollander ervan, het overal heen te voeren; hij
+leidt het door zijkanalen en slooten, maakt er de afsluiting zijner
+landerijen en weiden van, de barrieres voor zijn kudden, zonder dat
+hij honden of herders noodig heeft.
+
+Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor de schapen, die dwaze
+viervoeters, die verdrinken zouden zonder opzet, doordat ze met hun
+neus al te ijverig den weidegrond besnuffelden. Men komt ze soms
+tegen langs de vaarten, ijverig grazend, gehoed door hun eigenaar in
+een rossige overjas.
+
+Te Wemeldinge, ten zuiden van Goes, vindt men zulke tooneeltjes
+ook, getuige dit haastige schetsje, dat mij een mijner meest typisch
+hollandsche gewaarwordingen gaf: een avondhemel van lichtgrijze kleur,
+een geelachtig kanaal, een langzame schuit, stijve molens, bruine
+polder, witte beesten met zachte omlijning, oude man in gedachten,
+stilte.... Zelfs de hond blaft niet, als een schaap den verkeerden
+kant uitgaat, maar bepaalt er zich toe, zijn snuit tusschen de pooten
+van de afgedwaalde te steken.
+
+Wemeldinge is een oud plaatsje, vooruitgeschoven sluizenpost in de
+wateren. Ik kwam er op een regenachtigen morgen aan, toen de hemel in
+toorn zijn ganschen watervoorraad uitgestort had. Ik had Zoutelande
+verlaten, om mij naar Westkapelle te begeven, waar de beroemde
+westkappelsche zeedijk is, alleen te vergelijken bij die van dichtbij
+den Helder. Die dijk, verscheiden duizenden meters lang, uit enorme
+steenen en stevige palen bestaande, stelt een verbazende hoeveelheid
+arbeid voor, wanneer men bedenkt, dat er noch steengroeven, noch wouden
+in de buurt zijn. Een kolossale molen steekt er boven uit, niet ver van
+de huizen met roode daken. Dat alles ziet er niet juist treffend uit,
+doet ten minste niet bij den eersten aanblik verbaasd staan. De natuur
+verzacht ook een beetje het bewijs der menschelijke energie, door elk
+open plekje met gras te bekleeden; maar zij kan de zee niet beletten,
+er onophoudelijk tegen aan te slaan, en als men zich keert naar de
+vlakte, krijgt men een indruk van wat de zee heeft moeten afstaan.
+
+Van Westkapelle naar Veere is niet ver, langs een goed onderhouden
+weg. Te Veere is een oud kasteel in een hotel veranderd, onmiddellijk
+aan het water gelegen. Een ronde toren is het eigenlijke hoofdblok van
+het huis en dient als gezelschapszaal op de eerste verdieping. Hooge
+vensters met diepe vensterbanken bieden een goede zitplaats, om den
+strijd gade te slaan van de zonnestralen tegen de nevels en de wolken
+en de schaduwen.
+
+Bij het vallen van den avond vallen er subtiele, teedere kleuren in
+de ruimte neer, en mooie lichteffecten worden verkregen; als dan de
+avond en de nacht daar zijn, dansen overal op het water de lichtjes
+en de vuren, teekenen zich eerst onduidelijk af, komen naderbij,
+worden rooder, verdwijnen weer. Men hoort geen roeiriemen plassen,
+noch geklepper van zeilen of liedjes van scheepsjongens, en 't is,
+of het spookschepen zijn, die schatten van de diepten zoeken.
+
+Te Veere nam ik den volgenden dag een vroege boot en voer naar
+Zierikzee in een fijnen regen, wanhopig eentonig, een hollandschen
+regen, die echter spoedig overging in dikke pijlvormige stralen,
+met woeste vaart uit den hooge naar beneden schietend.
+
+Ineengedoken in mijn regenmantel, onderging ik op stoicijnsche manier
+den storm, kijkend naar de wagens, die weggezakt waren in den weeken
+grond der velden en nu en dan omhoog gehaald werden door de krachtige
+inspanning van paardenheupen en pooten, met vet slib bezoedeld.
+
+Maar ten slotte werd het toch weer helder; ik besteeg mijn fiets en
+rolde door het land, overal rondkijkend en tegen den wind in trappend.
+
+Ik legde vele kilometers af, reed over ophaalbruggen en dammen, langs
+weiden en stukken bouwland, door dorpen, die alle aan elkaar gelijk
+waren, en kwam te Wemeldinge op den tijd toen mijn maag luide riep
+om nieuwen voorraad.
+
+Wemeldinge heeft een hoofdstraat, beplant met geschoren olmen. Geleid
+door een klein meisje, kwam ik al gauw in 't eenige logement der
+plaats.
+
+De waard, een groote, magere man met een profiel voor een medaille,
+ontving mij vriendelijk. Hij waarschuwde zijn vrouw. Deze was niet bij
+machte mij te begrijpen en riep haar dochters. Vijf jonge, frissche
+deerntjes, lachend en rose en mooi, kwamen te voorschijn en stonden
+met haar bloote armen en haar gevleugelde mutsen om mij heen. Ik
+nam een blad papier en teekende een koe, toen een brood, een karn en
+andere ingredienten, die als symbolen konden dienen van voedsel, dat
+ik wenschte te verorberen. Zij vouwden de handen, lachten zeer luid
+en spraken allen tegelijk onder druk bewegen van haar kleine handen,
+om mij een massa geheimen te onthullen.
+
+Ik haalde mijn woordenboek voor den dag. Dat wekte sensatie.
+
+"Lief boerin ... aardige meisjes..."
+
+Zij dansten van pret. De moeder liet ze op een rij staan, telde ze
+met den voorvinger en klopte zichzelve op de borst.
+
+"Ik heb ze het leven gegeven."
+
+"Mijn compliment... Bekoorlijk... Ik heb zoo'n honger!"
+
+Nu haastten zij zich. Een bracht melk, een ander roastbeef, een
+derde brood, een vierde kaas. De vijfde, die heel mooi was, een Martha
+gelijk, bleef stil bij mij en hielp mij den weg vinden in het labyrinth
+van mijn zinnetjes, die zulk duister Nederlandsch bleken te zijn.
+
+Als een pacha ging ik aan de tafel zitten, bediend door de bekoorlijke
+schoonen, wier rustige gratie en frischheid mij kalm stemden. Ik
+verscheurde het taaie vleesch met mijn tanden en verslond met mijn
+oogen de aardige tronies. Inderdaad ben ik nooit het voorwerp geweest
+van zooveel attenties, zelfs niet in mijn vaderland, waar de jonge
+meisjes toch heel lief zijn.
+
+Toen ik verzadigd was, stak ik een sigaret aan en beloofde den jongen
+dames waar te zeggen. Het was vermakelijk. Zij kwamen dicht bij mij
+staan, terwijl ik met gefronste wenkbrauwen als een wijze sybille de
+lijnen van haar handjes bestudeerde.
+
+Daarop wilde ik weten, hoe oud ze waren. De handjes gingen omhoog en
+als kleine kinderen, die op de vingertjes optellen, rekenden zij de
+lentes na, die ze achter zich hadden.
+
+Ik vroeg ze, mij een hollandsch liedje voor te zingen. Ze vatten
+elkander om het middel, traden terug tot achter in de kamer en liepen
+naar mij toe onder het zingen van een airtje, tra la la.... Toen
+bukten ze allen en lachten, dat ze schaterden, om daarna haastig weg
+te loopen. De vader, die tusschen zijn glazen en blaadjes kalm zijn
+pijpje zat te rooken, lachte mee.
+
+"Waar zijn zij heen?" vroeg ik in armzalig Duitsch.
+
+"Naar boven," zei hij, wijzend naar 't plafond.
+
+"Ik wou haar portret wel maken."
+
+"Wacht een oogenblik."
+
+Beneden aan de trap wezen vijf paar zwarte pantoffeltjes, met kralen
+versierd, op een overhaaste vlucht. Hoewel ik er lust toe gevoelde,
+durfde ik niet naar den harem opstijgen; dus vergenoegde ik mij met
+wachten en een sigaartje te rooken.
+
+Een kwartier ging aldus voorbij; daarna hoorde ik achter de deur een
+onderdrukt geluid. Ik deed de deur open. De oudste drie stonden daar,
+uitgedost in de beste spullen.
+
+"En de beide anderen?"
+
+Zij schudden het hoofd, wezen op haar kapsel, haalden de schouders op,
+en ik meende uit de bewegingen te moeten opmaken, dat een aanleiding
+van coquetten aard ze belette, naar beneden te komen.
+
+"Maar wij zijn er, wij!" beduidden ze mij.
+
+Ik volgde de meisjes in den tuin, waar een groen hek dien afsloot,
+begroeid met klimrozen en loopend langs een wegje. De zon scheurde
+bij tusschenpoozen de zware wolken, die in troepen langs den hemel
+draafden, en verlichtte dan plotseling den violetten horizon met een
+geelachtig schijnsel; maar de mutsjes met de ronde vleugels vulden
+voor mij de gansche ruimte, zooals ze daar boven de levendige oogen een
+geheimzinnige taal spraken. De jonge meisjes lachten en lieten de armen
+hangen. Ik nam ze om beurten bij de pink en bracht ze naar het hekje,
+waar ik tegen leunde, om haar in oud Fransch een fijn complimentje te
+maken, waarvan zij enkel den klank begrepen; maar die was aangenaam,
+want het was dit versje van Ronsard:
+
+
+
+ "Donc, si vous me croyez, mignonnes,
+ Tandis que votre age fleuronne
+ En sa plus fraiche nouveaute,
+ Cueillez, cueillez votre jeunesse;
+ Comme a cette fleur la vieillesse
+ Fera ternir votre beaute."
+
+
+
+Toen zette ik de drie gezichtjes door mijn voorbeeld in de gewenschte
+plooi van ernstige vriendelijkheid, en ik ging wandelen, na even mijn
+vinger gelegd te hebben op de gouden vlindertjes bij haar voorhoofd.
+
+Ik liep langs het groote kanaal. De sluizen, die ieder oogenblik
+opengaan, lieten langzame schepen door, die, met de zeilen geheschen,
+zich verwijderden in de groene omgeving tegen den bewegelijken
+achtergrond der lucht, waar zware wolken voortjoegen. Wagens waren
+in de buurt bezig hoopen beetwortelen af te laden. Een oude man
+hoedde de schapen op de hellingen van den wal. En overal stilte,
+altijd stilte ... toen weer avond.
+
+In de biljardkamer zie ik mij vervolgens, passend bij de omgeving,
+gezeten in een hoek en sigaretten rookend met tegenover mij twee van
+mijn jonge meisjes, die met droge tikjes aan het breien zijn. Wij
+lachen nu en dan tegen elkander met in onze oogen werelden van
+onuitgesproken dingen. Ik geniet van de witheid harer aardige huiven,
+van de blankheid van haar teint, de lenigheid harer bloote armen,
+mooi uitkomend tegen 't zwart fluweel der korte mouwtjes. En die stomme
+flirt in het koffiehuis van het verloren dorp bij den rook van sigaren
+en de schokjes van de biljardballen, bewogen door ernstige spelers,
+bij de kolossale glazen bier en de verbleekte chromo's aan de muren,
+wekt allerlei illusies in mijn geest.
+
+Ik denk, dat ik een der boeren ben, en dat ik hier in huis aan de tafel
+zit, om mijn hof te maken aan Reneetje Korstanje, dochter van Frans
+Korstanje, waard te Wemeldinge. Reneetje is met de laatste kermis
+zestien jaar geweest, en ik heb haar onder de anderen uitverkoren
+om haar oogen, die een gouden glans bezitten. Ik heb haar te dansen
+gevraagd, heb haar poffertjes laten eten, en aan haar pink heb ik een
+zilveren ringetje laten glijden, uit de schatten van een marskramer
+opgezocht. Den volgenden dag ben ik aan 't venster komen kloppen,
+en ik heb mijn eerlijke bedoelingen aan den vader blootgelegd. De
+oudere zusters zijn een beetje jaloersch geweest, want zij wachten met
+ongeduld, dat voor haar de tijd van trouwen komt; maar 't zijn goede
+kinderen, en ze hebben vriendelijk tegen mij gelachen, nauwkeurig
+lettend op mijn manieren, om te zien hoe een minnaar doet.
+
+Ik ben in het bezit van drie schuiten, en ik vaar van Goes en de andere
+plaatsen van de eilanden naar Rotterdam. Ik passeer alle twee of drie
+dagen Wemeldinge, en dat zal heel gemakkelijk zijn, want ik zal daar
+dan een mooi huishoudstertje op mij vinden wachten. De bruiloft moet
+binnen een maand gevierd worden; er zal een groot feest zijn; we zullen
+violen hebben en lange linten, jenever, rundvleesch en zwart bier.
+
+Reneetje zit nog altijd te breien. In Holland breit men niet, als
+in Frankrijk, met de punten der vingers. De breisters hebben in de
+ceintuur een scheede van gesneden hout; ze steken daar een naald in
+en de wol wordt tot breisteken met een verbazingwekkende snelheid,
+begeleid door een aanhoudend gegons.... Reneetje breit. Ik schets haar
+portret. Zij houdt nu en dan even op, om haar vingers rust te geven,
+en ziet met open blik zonder schroomvalligheid of brutaliteit naar
+den franschen meneer, wiens baard veel indruk op haar maakt.
+
+De oudste, een mooie blondine, komt binnen en wenkt mij, haar te
+volgen. Zij brengt mij naar een zaal en wijst naar de tafel, waar
+vijf porseleinen dekschalen op staan met melk en thee en boter.
+
+Ik licht bevend die bedriegelijke deksels op en word bijna flauw
+van de geparfumeerde geuren, die opstijgen van de voor mij bereide
+gerechten. Maar ik moet dapper zijn, want elk oogenblik gaat de deur
+half open, en een der vijf gezichtjes komt eens kijken naar wat ik
+doe. Ik voel mij door blikken omringd.... Ze kijken stellig door
+het sleutelgat, door het venster en glinsteren, om mij te dwingen,
+die dingen daar in te slikken. Ik tracht mij te onderwerpen; maar ik
+stik bijna en bepaal er mij toe den biefstuk te eten, het gekookte
+vleesch en 't brood, die alle redelijk smaken.
+
+De avond gaat om met langzamen tred. Een jonge onderwijzer, die
+brokjes kent van Fransch, Engelsch en Duitsch, heeft met mij gepraat
+over zijn toekomstplannen, zijn vrije gedachte en zijn familie. Om
+elf uur gaan de klanten opstaan en vertrekken. Alleen een kleine,
+ronde, oude man, wiens ambitie bij 't biljarten ik had opgemerkt,
+bleef zitten en snorkte kalm.
+
+De herbergier schudt hem heen en weer; verloren moeite. Men schreeuwt
+hem iets in 't oor; hij beweegt niet. Men zet hem overeind; hij slaat
+zijn zware oogleden op en is op 't punt te vallen. Hij wordt naar de
+deur geloodst; maar hij doet drie schreden, om dan op den vloer te
+vallen als een lijk. Zijn witte schedel met enkele gele lokken dreunt
+dof op den grond, en hij blijft liggen, weer in slaap vallend....
+
+De vijf boerinnetjes zijn doodverschrikt en vouwen de handen. De vader,
+die het lastig vindt om de politie, gooit water in het bleeke gezicht
+van den dronken man, terwijl de moeder mij geschiedenissen vertelt,
+die zeker wel interessant zijn, maar waarvan ik geen woord begrijp.
+
+Daarom neemt de waard een heldhaftig besluit; hij vat de beenen
+van den oude, wijst mij het hoofd, en samen hijschen we hem op het
+biljard, waar hij lekker blijft doorslapen, als lag hij in een veeren
+bed. Buiten valt de regen met zacht geluid. Daar wordt kort op de deur
+geklopt. Een stem vraagt iets. Er wordt open gedaan. Een jonge boer
+met het ronde hoedje en het vest met metalen knoopen, komt binnen. Het
+oudste meisje keert zich blozend om. Hij kijkt naar zijn oom, want
+hij is, schijnt het, een neef, die zoo twee van de drie avonden den
+dronken man komt halen. Hij schudt meewarig het hoofd, neemt hem
+op zijn schouders en gaat heen, begeleid door een straal van licht,
+die uit het koffiehuis over den weg valt onder de ronde, geschoren
+olmen naar de donkerheid, het water, de zee, het onbekende. En ieder
+volgt in stilte de schreden van den jongen man, den schutsengel,
+die den als dooden grijsaard meevoert.
+
+Den volgenden morgen ging ik, na een ruime uitdeeling van handdrukken
+aan het geheele huishouden en slechts eenige guldens armer, aan boord
+van de eerste stoomboot en voer over de kronkelende kanalen tusschen
+molens, weiden en dijken naar Noord-Holland.
+
+Die stoomboot zag er verbazend huiselijk uit, en ik voelde, toen ik
+mijn voet op het dek zette, dat ik er zou kunnen slapen, zooveel ik
+wilde, zonder te worden gestoord. De kapitein, een droog en ernstig
+heer, stelde mij voor om naar beneden te gaan, daar het boven koud en
+winderig was. Zijn vrouw, een jonge blondine met blauwe oogen, die er
+met haar krulletjes en een kleine rose boezelaar kinderlijk uitzag,
+zat er en streelde een dikke poes. Zij stond op bij een teeken van haar
+man en trad een klein keukentje binnen, achter een schot verborgen,
+bracht ververschingen en terwijl de rook der sigaretten haar blauwe
+oogen verzachtte, er iets wazigs aan bijzette, zooals de ziel is van
+haar volk, liet ik mij zachtjes door het bootje schommelen.
+
+Des avonds, toen de lichten werden aangestoken, verschenen dokken
+en bruggen en vele masten van schepen; klokkenspel weerklonk, en
+het stoombootje gleed als een vlindertje tusschen reuzengevaarten
+Rotterdam binnen bij het slaperig geluid van de stoomfluit....
+
+
+IV
+
+De hollandsche visscher.--Volendam.--De wasch.--De kinderen.--De
+eenden.--De haringvangst.--De zoon van den visscher.--Een zonderling
+eiland: Marken.--Te midden van het water.--De huizen.--De zeden.--De
+jonge meisjes.--Vooruitzichten.--De turf en de veenderijen.--Nationaal
+product.--Hoogveen en laagveen.--Plaatselijke steenkool.
+
+
+Als men visschers wil vinden, moet men ze niet in Zeeland zoeken,
+ondanks de drukte in Vlissingen. Men neme liever de boot, doe Kortgene,
+Stavenisse en Zierikzee aan en ga van Rotterdam over den Haag, Haarlem
+en Amsterdam, kalmpjes naar Volendam aan het strand der Zuiderzee;
+dat is de goede manier.
+
+Volendam is langs den straatweg 16 K.M. van Amsterdam verwijderd. Het
+is een punt van bijeenkomst van schilders uit alle landen, die zich
+van het havenstadje hebben meester gemaakt, om er hun kunstproducten
+aan te ontleenen.
+
+De kleederdrachten, de menschen en de huizen zijn alle geschikt om
+een kunstenaarsoog, dat het schilderachtige liefheeft, te boeien.
+
+De huizen, die door elkander gebouwd zijn langs de pier, omgeven
+meertjes en binnenzeeen, kanalen, plassen en slooten, waar ze hun
+steunpilaren in drijven. Door het vettige water, zwaar en vuil van
+afval en allerlei ander ontuig, duikelen luidruchtige, onbeschaamde,
+vraatzuchtige eenden; zij proesten en snuiven, zonder zich te storen
+aan de schuiten en en bootjes, waarmee de kooplieden de nabijzijnde
+dorpen bezoeken.
+
+In de verte is de grijze, vlakke, nevelige horizon versierd met
+molens, die hun vluggewiekte kruisen zwaaien, en met zilveren linten
+van kanalen.
+
+Op waschdagen wapperen linnengoed en veelkleurige bovenkleeren overal
+in den wind; de huizen zijn er mee gedrapeerd, reeksen palen behangt
+men er mee, en alles bolt en klatert, alsof het vlaggen waren.
+
+Volendam is eerst echt Volendam bij stormachtige lucht en op
+waschdag. Ieder is buiten. In tegenstelling met gewone steden, waar
+men alleen bij noodzaak uitgaat, wordt er hier met pleizier gewandeld,
+zooals in alle visschersplaatsen. Er wordt namelijk door de mannen
+tusschen twee vischperioden het gemakkelijke, kalme leven geleid van
+een solied rentenier. Ze zitten te praten of loopen op klompen rond,
+slap en lui, tot de klok van den afslag hen roept en, als het ware,
+verzamelen blaast.
+
+In zijn buitensporig wijde broek, zijn buis en das en bontmuts,
+heeft de visscher uit Volendam iets aparts, dat niet te beschrijven
+is. Hij heeft iets van een Rus, een Laplander en een Mongool, maar
+toont zich Hollander door de duizenderlei kleine eigenaardigheden
+van zijn houding en bewegingen en woorden.
+
+Buiten de tijden, waarop hij op de Zuiderzee zwalkt, met zijn netten
+werkend in de nog al kalme golven, is er weinig verscheidenheid in
+zijn werk. Zijn langzaamheid is een gewoonte. Hij flaneert altijd;
+dat zegt alles. Hij heeft niet, als menschen uit andere deelen van
+het land, kleine zorgen voor zijn tuintje, voor den oogst of voor
+zijn industrie, en de vrouwen kunnen het huiswerk best af.
+
+Hij flaneert dus maar, of maakt zonder haast zijn aas voor 't visschen
+in orde en zijn netten; hij hurkt in de zon neer met zijn vrienden,
+om welbehagelijk te rooken, of zit met zijn massieve zwaarte op de
+steenen pieren en zware houten beschoeiingen, die over de zee zijn
+uitgebouwd door zijn gestorven voorvaderen.
+
+Toch is hij bezig, maar in volslagen kalmte en geniet genoegelijk de
+rust der stille uren.
+
+Dit schetsje symboliseert hem: Op een achtergrond van vastgemeerde
+booten en een golvende deining, waar de wolken zich in spiegelen,
+laat Frans, liggend op den achtersteven van zijn boot, zich zachtjes
+wiegelen als een kindje, wachtend, tot men hem manden brengt, om
+de zilverkleurige visch in te bergen, die schittert in het ruim van
+zijn schuit.... Met de handen in zijn zakken, de pijp in den mond,
+rust hij daar uitstekend, en men weet niet vooruit, wanneer die zoete
+kalmte een eind zal nemen.
+
+Enkele zeelui echter--maar er zijn niet vele zoo--zijn wat actiever,
+laten groenten en andere levensmiddelen uit de naburige stad komen
+en schuiven kalmpjes hun handkarren voort, die er mee beladen zijn,
+en waarmee ze bij de huizen venten.
+
+Kinderen loopen in troepjes rond, met veel drukte van klompengeklots,
+maar zonder roepen of schreeuwen, net als in Zeeland. De kleine
+meisjes dragen het kanten mutsje van den eigenaardigen om het hoofd
+sluitenden vorm, de jongetjes dragen, evenals hun vaders, een wijde
+broek, kort buis en bonten muts.
+
+Het is wezenlijk een genot voor de oogen. Als zij in een lange rij
+dansen over de planken van de pier of vroolijk huppelen met de ronde,
+tevreden gezichtjes, moet men op mijn woord wel belang in hen stellen,
+en men krijgt grooten lust ze mee te nemen, die aapjes van Volendam, om
+ze in zijn vaderland eens te laten zien als zeldzaamheden van waarde.
+
+Er zijn verrukkelijke paartjes, precies gelijkend op personnages van
+oude schilderijen, die ons doen glimlachen, omdat er zooveel goed
+humeur en vroolijkheid van hen afstralen, zooveel gezondheid ook
+en gemoedsrust.
+
+De vrouwen zijn zeer druk in beweging in Volendam, drukker dan op
+andere plaatsen. Zij leven veel minder binnenshuis opgesloten en
+doen meer mee aan wat buitenshuis geschiedt. Sommigen wasschen het
+huishoudwaschgoed in zeewater aan den rand der op een rij liggende
+booten, anderen hangen de stukken uitgespreid op aan lijnen, die
+daarvoor tusschen palen zijn gespannen, terwijl de wind om haar
+henen blaast.
+
+Onze fransche visschersvrouwen babbelen, met het breiwerk in de hand,
+uren aaneen; maar deze vrouwen zijn alleen uit noodzaak buiten. Waar
+zouden ze ook gaan praten? Aan alle kanten is slechts water, in
+slooten en plassen en vaarten. Buiten de pier en de beide wegen van
+Edam en Monnikendam, is alles water of moeras.
+
+De eenden, die bij duizenden tusschen houten hekwerk gehouden worden,
+kwaken onafgebroken. Het plaatselijke leven concentreert zich op de
+pier, waar de mannen rondloopen bij het gebouw van den vischafslag.
+
+Zijn dit dus de afstammelingen van de beroemde hollandsche zeelieden,
+die oudtijds de wereld vervulden met den klank van hunne heldendaden,
+toen zij den bezem voerden in den mast, om de zee schoon te vegen,
+en die de vloten van Frankrijk en van Engeland konden weerstaan?
+
+Mijn God, ja ze zijn het wel, en hun schijnbare apathie verbergt
+waarschijnlijk een verrassende wilskracht. Is Nederland niet
+door hen groot geworden; heeft het aan hen niet zijn bestaan te
+danken?... Het vlakke, vochtige land had geen koren, geen steenen
+en geen hout; zij hebben er die noodzakelijke dingen aan geschonken,
+door er den buit der zee voor in te ruilen. Zij hebben van de zee en
+haar rijkdommen geprofiteerd en profiteeren er nog van, als van een
+grooten voorraadsschuur vol geconserveerde levensmiddelen.
+
+Naar den aard der visschen, die in iedere haven het veelvuldigst
+voorkomen, onderscheidt men verschillende takken van de vischvangst. De
+haring is door den overvloed, die ervan gevangen wordt, en door zijn
+goeden naam in het verleden, een echt nationaal product, zoo goed
+als turf en tulpen.
+
+De Hollanders onderscheiden drie soorten van haringen, den pekelharing
+of gekaakte haring (kaken is het opensnijden van den haring met
+een mes en de visschen dan in lagen leggen, in vaten, op zout);
+den steurharing, die in den herfst op de kusten van Engeland wordt
+gevischt, en den panharing of versche haring, dien men in de Zuiderzee
+vangt en die tot voedsel dient van de armere klassen der bevolking.
+
+Die laatste categorie is het interessantst, want zij is het groote
+middel van bestaan voor de visschers van Volendam, van de andere
+havens der kust en van de bewoners der eilanden Urk en Marken.
+
+De haven van Vlissingen hield zich het eerst met de haringvangst
+bezig in lang vervlogen tijden, zoo in de buurt van de 12_de_
+eeuw. In 1360 vond een man uit Zeeland, genaamd Willem Beukelszoon,
+de kunst uit van het haringkaken, dus het bereiden van den haring
+en het bewaren in zout, waardoor hij een grooten stoot gaf aan de
+plaatselijke industrie. Die ontdekking werd het uitgangspunt voor
+de ontwikkeling van geheele streken en legde den grond tot dien
+publieken rijkdom, waardoor de bataafsche natie in staat is gesteld,
+de enorme belastingen te betalen, noodig geworden door het onderhoud
+van de werken, tegen de zee opgericht.
+
+Te Hoorn werd in 1416 het eerste groote net gemaakt, waarvan het nut,
+gevoegd bij dat van het inzouten, tot in 't oneindige de opbrengst
+der zee vermeerderde.
+
+Die netten, echte reuzen in hun soort, wekken de gedachte aan de
+milliarden visschen, eeuwen aan een door de naburige volken verslonden,
+en men begrijpt, waardoor Holland ondanks de armoede van zijn grond
+een rijk, soliede en welbehagelijk land heeft kunnen worden.
+
+Er gebeurde bovenmatig veel voor de haringvangst. Geschiedschrijvers
+zijn er niet over uitgepraat en geven wonderbaarlijke statistieken,
+volgens welke men moet aannemen, dat het geheele volk zich bezighield
+met het vangen, zouten en verkoopen van haring.... In verordeningen
+werd het manna van de zee genoemd het Peru van de Bataafsche
+Republiek.... Premies tot aanmoediging werden tot aanzienlijke bedragen
+gegeven aan de Broederschap der Haringvisschers, tot schade van andere
+takken van vischvangst. Geen ander dan een geboren Hollander mocht zich
+met het kaken bezighouden.... In 't kort, de uitvoerigste reglementen
+beschermden op allerlei manieren deze al te interessante industrie.
+
+De nederlandsche haring trotseerde aldus langen tijd alle vreemde
+concurrentie en deed meer voor de grootheid van het land dan de
+beste kanonnen.
+
+Toen volgden de oorlogen van het Rijk. Groot-Brittannie, altijd
+zoekend naar de beste gelegenheden om handel te drijven, verleende
+vrijstelling aan de geheele vischvangst, schafte het systeem der
+premies af en bracht, door den haring voor minder geld te verkoopen,
+aan den hollandschen handel groot nadeel toe.
+
+In hun weelde als verstijfd, gingen de eigenaars der hollandsche
+haringbuizen niet met hun tijd mee en zagen langzamerhand hun handel
+verloopen. De zaken gingen zelfs zoozeer achteruit, dat de regeering
+op haar beurt de premies moest afschaffen.
+
+Tegenwoordig heeft de haringvangst geen nationale beteekenis meer,
+en al is zij nog voor den visscher een bron van eerlijke inkomsten,
+zij is niet meer een voorwerp van algemeene zorg.
+
+De echte haringvisscher brengt zoo weinig mogelijk tijd aan den wal
+door. De zee is voor hem alles: zijn bruid, zijn vrouw, zijn wieg. Met
+zijn bijbel en zijn pijp zou hij naar het eind der wereld gaan en
+weer nieuwe werelden ontdekken, als er nog nieuwe waren. Er werd te
+Volendam met eerbied gesproken over een zekeren Hans Ouderke, tegen
+wien men eens in een herberg gezegd had: "Je moest eens naar Indie
+gaan." De brave man ging zijn logger de volgende dagen bemannen en
+ging er heen.... Een anderen keer vond hij den weg naar Californie,
+zonder andere hulp dan zijn kompas.
+
+Als de visscher niet op den gewonen tijd thuis komt, beschouwt men hem
+als verloren, en zijn vrouw mag, als er drie jaren zijn voorbij gegaan,
+een nieuw huwelijk sluiten. Vroeger schreef de wet een tusschentijd
+van tien jaren voor; maar toen de zedelijkheid daaronder leed, werd
+de bepaling verzacht.
+
+De zoon van den visscher wordt visscher. Van den leeftijd van vijftien
+jaar af kent hij volkomen de kunst van 't ophalen der volle netten,
+het omgaan met de zeilen en de beheersching van het roer.
+
+Zeer onafhankelijk, zeer godsdienstig en zeer aan oude gewoonten
+gehecht, volgt hij in alles 't voorbeeld van zijn vader, die
+zelf dat van den zijnen volgde. Op zee drinkt hij nooit; aan land
+drinkt hij betrekkelijk weinig, behalve op de kermisdagen, die echte
+bacchanalien met zich brengen. Op die dagen nemen de herbergiers de
+meubels weg uit hun zalen en laten er enkel een tafel staan en stoelen
+en banken. Nacht en dag verzonken in een onrustbarende dommeligheid,
+met tusschenpoozende oogenblikken van groote bewegelijkheid, waarin
+hij hartstochtelijk aan het dansen deelneemt, gaat de visscher zich
+in zulke tijden te buiten aan sterken drank en slaap.
+
+Hij trouwt al vroeg.
+
+De kustvischvangst omvat de vangst van versche visch van allerlei
+soort en die van den haring, bestemd om te worden gerookt.
+
+Een gewone boot voor die vangst kost drie tot vijf duizend gulden. Zij
+behoort of aan den visscher zelven of aan den reeder. De bemanning
+krijgt een groot net met touwen; het overige moet zij zich zelve
+aanschaffen en zij moet in haar eigen onderhoud voorzien. De
+onderhouds- en reparatiekosten van het schip worden gelijk verdeeld;
+wat boven de klamp is, dat is buiten het water, komt voor rekening
+van de bemanning en wat onder water is, voor dat van den eigenaar of
+reeder, op grond van het beginsel, dat het eerste door veronachtzaming
+kan lijden, en dat het laatste geleidelijk slijt. Voor de zeilen
+zorgt de eigenaar.
+
+De vangst van versche visch maakt slechts vrij korte tochten
+noodig. Zoodra ze terug zijn, ontschepen de mannen hun buit en
+verkoopen dien dadelijk op het strand aan de kooplieden uit de buurt of
+brengen de vangst naar den vischafslag, als er zulk eene inrichting
+bestaat. De visch wordt dan naar de naburige steden vervoerd in
+wagens met sterke honden er voor, die met merkwaardigen ijver hun
+werk doen. Die ambitie heeft ons wel eens een glimlach ontlokt over
+de sentimentaliteit van onze landgenooten, die een verbod hebben
+uitgevaardigd tegen het gebruik van trekhonden.
+
+De vangst van versche visch houdt op met het einde van den zomer en
+maakt plaats voor de haringvangst tot in December.
+
+Daarna is de tijd der gedwongen werkstaking daar, en daar de visscher
+zelden zich eenigen welstand heeft kunnen verwerven, ontstaat er groote
+armoede en ellende, die door de autoriteiten moet worden weggenomen
+door geregelde ondersteuning.
+
+De Zuiderzee vormt, zooals bekend is, een golf van de Noordzee. De
+massa harer wateren beslaat een ruimte van 54 vierkante mijlen en
+bespoelt de provincies Friesland, Gelderland, Utrecht en Noord-Holland,
+waarvan zij indertijd bij hooge vloeden groote stukken heeft
+afgeslagen, daarbij op alle kusten dood en vernieling brengend.
+
+In de open zee vormen de eilanden Urk en Marken nog overblijfselen
+van die verzwolgen landen.
+
+Marken, het grootste, ligt tegenover de stad Monnikendam. In een uur
+kan men met goeden wind er per boot worden heengebracht.
+
+Dat uur legt vele eeuwen tusschen de bewoners van het eiland en die
+van het vasteland. Het verschil in kleeding en zeden en gewoonten
+is zelfs zoo groot bij dien verbazend kleinen afstand, dat men
+aan verschillende afkomst heeft gedacht. Sommigen beweren, dat de
+eilandbewoners afstammelingen zijn van de Marsotten, van wie Plinius
+en Tacitus melding maken. Zij bezetten een stuk gronds dicht bij het
+meer Flevo. Een overstrooming scheidde dit deel van het vasteland op
+'t eind van de 13_de_ eeuw.
+
+De ruimte er tusschen was eerst slechts smal en een gewone houten
+brug onderhield de gemeenschap; maar langzamerhand vrat de zee meer
+land weg, meer velden en polders, en de boeren moesten, om te kunnen
+leven, visschers worden....
+
+Ik nam de boot naar dat eiland tegen vijf uur 's avonds en voer weg
+van de aanlegplaats te Monnikendam. Twee jonge knapen met korte, wijde
+broeken en buizen van een grove stof en ronde hoeden, zijn aan het
+laden van allerlei eetwaren; zij hebben met hun vader een geregelden
+dienst tusschen het eiland en den vasten wal in 't leven geroepen.
+
+Met een voor Hollanders ongewone vlugheid voerden zij de verschillende
+handgrepen uit voor 't zeilklaar maken van de boot, heschen het groote,
+bruine zeil, maakten de touwen in orde, tot eindelijk de schuit bewoog
+en zich naar de open zee wendde.
+
+De oudste der matrozen had de boom in de hand genomen en stond
+te duwen, kijkend naar de stad, die achteruit week in het rossige
+schijnsel.
+
+Er hing een nevel over 't water, voorbode van de vallende schemering;
+het klokkenspel in den toren gaf in heldere klanken den tijd aan;
+daartusschen hoorde ik 't geklots der golven, door ons scheepje
+uiteen gedreven, en dit oogenblik had iets geheimzinnig ernstigs,
+alsof wij naar een onbekend land gingen.
+
+Langzamerhand hadden wij niet anders om ons heen dan water en
+nevels. Een der jongens floot een wijsje. De touwen van den mast
+knarsten onder den druk van den koelen wind; toen doken schaduwen op,
+eerst onduidelijk, toen helderder. Het waren puntdaken van huizen en
+masten, uit zee oprijzend; zonder duinen of rotsen lag Marken daar,
+als een zeer groot vlot op het water, half ondergedoken.
+
+De boot stopte aan de kade en werd vastgelegd. Ik sprong aan land. Er
+waren daar twee of drie mannen, gekleed als mijn varensgasten, en
+jonge meisjes met lange losse haartressen leunden tegen een brug. Een
+groote stilte heerschte er in het haventje, dat daar lag te midden der
+bewegelijke zee. Ik moet er wel een zonderlingen indruk hebben gemaakt,
+zoo weinig was ik in harmonie met die houten huizen, op palen gebouwd,
+en die zonderlinge menschen.
+
+De meisjes keken mij aan. In de avondschemering hadden haar oogen
+met de lange wimpers tusschen de hangende krullen langs hun hoofd
+diepten als van den oceaan, en toen zij ernstig het hoofd bogen bij
+mijn voorbijgaan, kon ik denken, dat ik zeegodinnen voor mij had,
+jonkvrouwen, zoo dikwijls door dichters bezongen. Ik haastte mij,
+mijn weinige bagage te deponeeren in het eenige logement, en ik
+stapte de straatjes binnen, met steenen geplaveid, die naar de zeven
+buurtschappen voeren, kunstmatige hoogten van leem en veen, waar de
+huizen der bewoners staan.
+
+De zee had, zooals dikwijls gebeurt, den vorigen dag de magere
+weiden overstroomd, die om de terpen tusschen de lage dijken lagen,
+zoodat ik aan beide zijden door water was omringd, en de huizen
+in den echten zin des woords uit het water opstaken zonder eenigen
+horizon van land. Hoog gras groeide op sommige plaatsen en herbergde
+kakelende eenden, terwijl de halmen ritselden in den wind en de
+intense somberheid verhoogden van dat waterland.
+
+Zoo liep ik een uurtje rond, tot het volkomen donker was, en nam
+die duizenderlei gevoelens in mij op, die het onmogelijk is om weer
+te geven, gevormd door 't onverwachte, 't onbekende, plotselinge
+kleurnuances, en altijd groetten mij de vrouwen met de diepe oogen,
+die zonder woorden spraken. Toen keerde ik naar de herberg terug,
+waar een vroolijke dienstmeid, forsch en in kleurige kleedij, mij
+een stevig maal voorzette.
+
+Den volgenden dag had het water zich teruggetrokken, en ik kon het
+eiland bekijken, want het is, in 't groot beschouwd, een eiland.
+
+De haven is het meest vaste deel van Marken. Overal door steen en
+hout stevig omringd, liggen er een honderdtal visschersschuiten veilig
+voor anker.
+
+De huizen, geteerd en met pannen daken, zijn uit planken opgetrokken en
+staan op een veenbedding. De woningen van binnen te bekijken, behoort
+tot de werkzaamheden der vreemdelingen. De grootste zindelijkheid
+heerscht er tot in alle hoekjes; glimmen doet het vaatwerk aan de
+wanden, en alle koper straalt u tegen als een spiegel. Het is de glorie
+van ieder huisgezin, en ik zag telkens jonge meisjes mij met den vinger
+wenken, dat ik de mooie properheid van de woningen zou bewonderen. Die
+teekens en de glimlachjes, die er bij behoorden, waren, helaas,
+slechts vermomde verzoeken om geld, en ik moest met mijn bezoeken
+zuinig zijn, uit vrees van anders al mijn geld er achter te laten.
+
+De meeste huizen hebben slechts een vertrek, waar geslapen, gekookt
+en gewerkt wordt; vele hebben geen plafond en staan rechtstreeks met
+den zolder in gemeenschap. Ook zijn er, die geen schoorsteen hebben;
+tegenover het grootste venster ligt een steenen of ijzeren plaat met
+een rij steenen er omheen; een opening in het dak laat den rook door,
+die zich over den zolder verspreidt, waar de netten drogen en de
+voorraad wordt bewaard.
+
+Borden en schotels van oud porselein zijn er in de kleinste woning
+te vinden. Die smaak voor porselein en kristal, voor gestreepte
+bedgordijnen en kleurige dekens is een eigenaardige trek in het
+hollandsch karakter en komt vooral sterk uit op Marken. Hij wijst op
+de bekrompenheid van het bestaan der bewoners.
+
+De bodem van het eiland is vrij vruchtbare kleigrond. Hij brengt hooi
+en riet voort, waarvan door de bewoners groote hoeveelheden worden
+uitgevoerd. Het hooi wordt verkocht en dient voor een deel voor de
+voeding der weinige koeien van het eiland.
+
+Daar de putten van Marken slechts zoutig water leveren, zijn de
+bewoners genoodzaakt, regenwater te gebruiken, om hun beesten mee te
+drenken en hun eigen voedsel te bereiden.
+
+Ze zijn zeer onontwikkeld in maatschappelijke aangelegenheden. Zij
+leven van vischvangst en brengen het overige van den tijd door
+met onbeduidende werkjes, die alleen voor henzelven van belang
+zijn. Ze hebben in 't geheel geen handel; aardappels, groenten,
+kruidenierswaren, turf, drank, alles wordt hun uit Monnikendam gebracht
+of uit Hoorn of Amsterdam.
+
+De bewoners van Marken trouwen altijd onder elkander. Er wordt verteld,
+dat ze vroeger bij gebrek aan vrouwen eens hun booten bewapenden en
+een razzia hielden, om vrouwen uit Edam te halen, maar die geschiedenis
+is niet te bewijzen.
+
+Gewoonlijk trouwt men tusschen het vier-en-twintigste en het
+acht-en-twintigste jaar, en er wordt gelet op overeenkomst in leeftijd
+en neiging.
+
+Over 't algemeen zijn de meisjes lomp en ruw; maar er zijn wel
+aankomende deerntjes, die iets expressiefs hebben en door hun half
+wilde gratie de leelijkheid der anderen doen vergeten. Timide zijn
+ze niet en lachen doen ze graag.
+
+Op mijn wandelingen kwamen ze in hun bonte kleeding dikwijls om
+mij heen staan, ze drongen mij tegen een muur en hielden mij met
+uitgestrekte armen tegen, of stelden mij, terwijl haar krullen tegen
+mij aanwoeien, allerlei vragen, die ik niet verstond, maar die zeker
+grappig waren, want ze lieten haar tanden zien en lachten vroolijk. Ik
+gaf in het Engelsch antwoord of in 't Duitsch en 't Arabisch en kneep
+haar in de armen. Toen ik even de kin van een meisje in de hand had
+genomen, begonnen twee anderen verbaasd te gillen en riepen een paar
+huismoeders te hulp. Toen omhelsde ik het kind bij verrassing. Nooit
+heb ik zulk een gekrijsch gehoord. Zij stonden om mij heen, zwaaiden
+met de bloote armen, de lange lokken in den wind, de japonnen wijd
+uitslaande, den hemel tot getuige roepend bij mijn onbeschaamdheid. De
+omhelsde vooral zette woedende oogen op; deze brutaliteit riep om een
+voorbeeldige straf voor den misdadiger, een bliksemslag bij voorbeeld
+of een verzinking in den grond.
+
+Daarom klom ik op een vat en sprak ze aldus aan:
+
+"Vrouwen van Marken," riep ik, "ik ben hier gekomen, om uwe
+gastvrijheid in te roepen. Mijn hoedanigheid van vreemdeling geeft
+mij dus het recht, te proeven van uwe vruchten, ook van de perziken
+uwer wangen.... Ik verzoek stilte en beloof, u presentjes te zullen
+geven ... boem, boem, boem!"
+
+"Boem, boem!" herhaalden de geestdriftige jonge meisjes, zonder dat
+ze een woord verstaan hadden.
+
+Daar zij mij nog altijd tegenhielden, begreep ik wel, dat ze tolgeld
+wenschten te ontvangen; maar ik zwaaide mijn camera op de manier van
+een tomahawk, uitte een gil en sprong op den dijk. Daar richtte ik
+het instrument, en de menigte zette het op een loopen als haringen,
+door de haringbuizen achtervolgd, behalve de drie jonge kinderen,
+die bleven en die in stijve houdingen door mij zouden gekiekt worden.
+
+"Ik zie, jonge meisjes," ging ik voort, genietend van de heerlijkheid,
+te kunnen praten zonder te worden verstaan, "ik zie, dat mijn
+edelmoedig aanbod welwillend is ontvangen. Sla dus uw oogen op mij
+en gun mij glimlachjes."
+
+Toen ik met centen geschud had in mijn zak, spitsten zij de ooren,
+gingen met mij in den zonneschijn en ik legde voor de toekomst haar
+vreemde trekken vast, waarna ik haar een handvol centen gaf en zij
+verheugd verdwenen.
+
+Soms zijn de kleine meisjes heel aardig. Als ze naar school gaan
+met jongens, de kleurige pakjes boven de polders vertoonend als in
+een groen decor, arm in arm voortstappend, krijgt men er pleizier
+in, zooals voor een schilderij vol frissche kleuren en prettige
+gezichten. Sommigen dragen in plaats van rokjes de wijde broeken van
+de broertjes, wat ze er kluchtig doet uitzien.
+
+Op bruiloften, verlovingsfeesten en kermissen ziet men een
+kleurenrijkdom als nergens elders. Alle tinten uit een kleurendoos
+voor waterverfteekening zijn uitgestrooid over de jurken, de mutsen
+en de boezelaars, en men knipt met de oogen, zonder te weten waar
+men ze rust zal geven.
+
+Maar die dagen zijn uitzonderingen. Gewoonlijk is het op het eiland
+nog al somber, en het leven vloeit er voort bij peuterigen arbeid,
+die altijd eender is.
+
+De mannen visschen of halen de ponten of schuiten binnen met turf
+en proviand, boeten de netten, schilderen hun muren over, terwijl de
+vrouwen het huis schoonhouden, linnen wasschen, met de kleine kinderen
+buiten wandelen of aan het lossen van de booten helpen.
+
+Langs de vaarten ziet men ze soms rustig voortglijden, in booten
+gezeten, waar ze dan even uitstappen, om telkens de ophaalbruggen
+op te lichten, die bij de overgangen en kruisingen van wegen over
+'t water liggen.
+
+In den winter staat de helft van het eiland onder water, en de
+menschen gaan in booten naar elkander toe, bezoeken op die manier de
+kerk en de school, en worden per boot begraven. Het kerkhof ligt op
+de hoogste werf of terp van het eiland.
+
+Men vraagt zich wel eens af, waarom toch de dijken zoo laag zijn; als
+men ze ophoogde, zou men die lastige overstroomingen vermijden. Maar
+kenners beweren, dat de grond, die niet heel vast is, geen zwaardere
+belasting dragen kan.
+
+De gewoonte is een tweede natuur. Als men van de Markers ging
+vertellen, dat zij er slecht aan toe zijn, zou dat verloren moeite
+zijn. Zij voelen er zich op hun gemak; zooveel te beter.
+
+Bij den toeloop van toeristen, die in den laatsten tijd al grooter en
+grooter wordt, vooral in den zomer, beginnen zij zich als merkwaardige
+curiositeiten te beschouwen en droomen misschien den uitlokkenden
+droom van geheel onderhouden en verzorgd te worden door de penningen
+der vreemdelingen. Zij verkoopen hun kleeren al, en het zal wel niet
+lang duren, of ze verruilen ze tegen hoeden en moderne broeken....
+
+Het eiland Marken zal zijn bescheiden plaatsje wel blijven innemen
+tegenover het vasteland; zijn huizen, in het zoute water staande;
+zijn steenen straatjes in den mist; zijn hoogste punt, waar de dooden
+rusten, en zijn vier gehoornde beesten, wadend door den sponsachtigen
+grond ... tenzij op een dag, gelijk aan dien, waarop de Zuiderzee
+ontstond, het ook op zijn beurt worde weggevaagd, verzwolgen in den
+storm en neergelegd op den bodem van de Zuiderzee.
+
+Zoo'n einde zou voor zulk een plekje uit het verleden, dat onder de
+modernen is verzeild geraakt, een natuurlijk en passend slot zijn,
+en men zou dan mogelijk een verklaring hebben van die zonderlinge
+aantrekkingskracht, die de oogen der meisjes van Marken bezitten
+des avonds, wanneer zij het hoofd buigen en den vinger waarschuwend
+opheffen, als spoken uit een wereld, die reeds afgedaan heeft,
+opgestaan uit hun graven, om u een groet te brengen....
+
+De Hollander heeft ongetwijfeld minder verbeeldingskracht dan de
+Franschman. Hij is realist in den echten zin des woords en rekent in
+plaats van te droomen. Zoo denkt hij er niet aan, dat met de turf die
+hij dagelijks uit het water haalt, hij ook de overblijfselen van zijn
+bloedverwanten en vrienden opneemt, om aan hen de warmte te ontleenen,
+die ze bij hun leven hadden. Hij vindt de turf een geschikte brandstof,
+gebruikt die en heeft daar gelijk in, zooals hij ook, in tegenstelling
+met onze soms onverstandige gevoeligheid, zijn honden gebruikt voor
+het trekken van geriefelijke karretjes.
+
+Van Holland spreken zonder het over de turf te hebben, zou zijn een
+der eigenaardigste karaktertrekken van het land over 't hoofd te zien.
+
+Uit geologisch oogpunt is de bodem zeer arm; hij bevat geen steenkool,
+noch ijzer, noch andere mineralen. Bosschen zijn er weinig en men
+moest, om dijken en huizen te bouwen, zijn toevlucht nemen tot
+pijnboomen uit Noorwegen en tot duitsche boomen, langs den Rijn
+aangevoerd.
+
+Men kon er niet aan denken, dat hout te gebruiken als brandstof; dat
+zou te schadelijk zijn geweest. Daarom ging men het veen gebruiken,
+na er turf van te hebben gemaakt.
+
+Veen is een soort van zachte, zwartachtige aarde, die men aantreft
+onder lagen leem of zand, 't zij bij den aanleg van kanalen, 't zij
+bij het bouwen der huizen. Op enkele plaatsen blijkt de aanwezigheid
+van veen door den onvasten toestand van den grond. De veerkrachtige
+bodem, opgezwollen en verzadigd van water, buigt door onder den voet
+en herstelt zich dadelijk weer. Dan zeggen de menschen: "Hier zit
+veen in den grond."
+
+De opgraving van het veen is een kunst, die al sinds overoude tijden
+bekend is. Plinius en Tacitus gewagen ervan, de eene met een zucht,
+omdat een volk genoodzaakt is zijn eigen land te verbranden, de tweede
+met bewondering voor zooveel snuggerheid.
+
+De veengraverij verschaft werk aan duizenden individuen. Het is
+een brandstof van niet heel veel beteekenis, donker en lastig in 't
+gebruik; daarbij verkoolt ze meer, dan dat ze vlamt en brengt zwaren
+rook voort.
+
+Veen wordt zoo wat overal in Holland aangetroffen. Men behoeft maar
+een weinig te graven om het te ontdekken.
+
+Als de eigenaar van een stuk grond besloten heeft, zijn akker tot een
+veld van exploitatie te maken, laat hij parallelle insnijdingen maken
+om de aarde te ontlasten van het water, waarmee zij gedrenkt is. Die
+slooten, die eerst ondiep zijn, worden dieper en dieper gemaakt,
+tot het water er uit is.
+
+Er zijn zes a acht jaren noodig om het land droog te leggen en het
+water met slooten en sluizen te leiden naar het toekomstige kanaal.
+
+Daarna gaat men het veen te lijf met daarvoor bestemde schoppen,
+snijdt het in brokken, die men als steenen laat drogen en die op
+elkaar gestapeld worden en gedroogd in den wind.
+
+Niet zelden vindt men in de veenlagen, diep in den grond, boomen,
+die goed geconserveerd zijn, overblijfselen van oude bosschen, door
+overstroomingen of hooge vloeden verwoest. Ze worden gebruikt voor
+wat ze waard zijn, meestal als brandstof, soms ook voor fundeeringen.
+
+De lagen aarde, die den veengrond bedekten, worden op het land
+teruggebracht, vlak uitgespreid en leveren den bebouwbaren grond,
+waarop aardappelen en koren zullen worden verbouwd.
+
+Zoo gaat het bij de hooge venen. In de lage venen gaat alles gauwer,
+en men behoeft zich daar geen moeite te geven, het land eerst te
+draineeren. Men tast direct den grond aan. Als gras en leem eerst
+zijn verwijderd, dus als twee of drie voet van den bouwgrond zijn
+afgegraven, legt men de veenlaag bloot, die doortrokken is met water,
+een soort van vette brij. De arbeiders, met groote laarzen aan,
+scheppen dan de toekomstige brandstof zoo maar op en plonsen die in
+groote schuiten. Het veen ziet er dan bruin uit, en men herkent er nog
+wortels in en verrotte takken. Het wordt in groote bakken geschept,
+gemengd en bewerkt, gestampt met zware stampers of getreden met groote
+platte trappers, ontdaan van steenen en wortels, gekneed als deeg
+en te drogen uitgespreid op riet. Als het begint droog te worden,
+snijdt men het in brokken en stapelt de turf in hoopen op elkaar.
+
+Drie maanden zijn ongeveer noodig, om de brandstof volkomen droog te
+maken. Dan wordt de turf in schuiten geladen en naar de verschillende
+markten gebracht, waar zij koopers vindt.
+
+De hoedanigheid der turf is zeer uiteenloopend. Er is turf met meer of
+minder houtige bestanddeelen, meer of minder poreus van aard, zwaarder
+of lichter op 't gewicht. De huisvrouwen herkennen snel aan de kleur
+en den vorm de eigenaardige hoedanigheden van de brandstof. Er is een
+soort, die voor de keuken dient, een andere voor de open haarden,
+een derde voor fabrieken. In 't algemeen geeft men de voorkeur aan
+de turf uit de lage venen boven die uit de hooge venen. De bakkers
+bakken hun brood met turven, die niet zeer dicht zijn en daardoor
+spoedig vlam vatten. De turf dient ook nog als voedsel voor kalkovens,
+pannebakkerijen en wordt in bierbrouwerijen enz. gebruikt.
+
+Bij steenkool vergeleken, geeft de turf wel de helft minder warmte;
+maar alles in aanmerking genomen, is zij als brandstof toch veel
+goedkooper.
+
+Het grootste bezwaar is het volume, dat lastig en bezwarend wordt. Turf
+neemt drie- of viermaal zooveel ruimte in als steenkool. Men heeft
+geprobeerd de turf samen te persen, en men is daarin goed geslaagd,
+maar naar beweerd wordt, is de moeite te groot voor de belooning;
+de kosten overtroffen de waarde der koopwaar, en de eigenschappen
+van die laatste verbeterden er niet genoeg door.
+
+Voor stoombooten en voor de grootindustrie moest men wel weer tot de
+steenkool terugkeeren.
+
+Hoe het ook zij, turf is eeuwen lang bijna de eenige brandstof der
+bewoners geweest. De kool van turf heeft aanleiding gegeven tot de
+zuiver nationale gewoonte der warme stoven. In den winter hebben de
+hollandsche dames in haar eigen vertrekken, zoowel als in de kerk,
+onder haar rokken een stoof met een kool er in, wat, naar men zegt,
+het teint van de dames een gele tint geeft. Zij, die deze opvatting
+koesteren, zijn ernstige menschen, kalm gezeten in hun groote stoelen
+van riet of mandwerk, met een groote pijp in den mond en een glas
+bier voor zich, hoog schuimend in het glas. Zij zouden toch iets
+dergelijks niet beweren, als ze er niet volkomen zeker van waren
+door allerlei gezegden en opmerkingen, zorgvuldig bijeenverzameld
+uit intieme gesprekken, en men zou verkeerd doen, zich bij zulk een
+oordeel sceptisch te toonen. De rook van de turf maakt het teint der
+hollandsche dames geel, zooals de rook van droog hout aan hammen die
+bruine kleur geeft, die ze zoo lekker doet smaken. Ze worden er dus
+geen haar minder om; integendeel.
+
+De asch dient bovendien tot mest; met het roet reinigt men ijzerwaren
+en tin; de rook dient tot conserveering van gezouten vleesch en haring,
+tot bereiding van beenzwart, inkt en vernis; kortom, het veen is een
+der grondslagen van de hollandsche huishouding.
+
+Inderdaad maakt men er de fondamenten van het huis van. Daartoe
+brengt men de steenen en het metselwerk aan op een onderlaag van
+stukken brandbare aarde, in den vorm van een pyramide opgestapeld. Die
+veenlaag zwelt op onder het water en vormt zoo een onwankelbare basis,
+die door het vocht niet meer wordt aangetast. Na eeuwen, als het huis
+van ouderdom bezweken is, vindt men de veenachtige substantie zoo goed
+bewaard als op den eersten dag en nog geschikt, om verstookt te worden.
+
+Uit een en ander volgt, dat veen het product is van de langzame
+vertering van plantaardige stoffen, van riet en biezen en mossen,
+die, op elkander gestapeld, vergingen en door de vochtigheid ontbonden
+werden.
+
+De provincies, die het meest te danken hebben aan het bestaan van
+veengrond, zijn Friesland, Groningen, Drenthe en Overijsel.
+
+Als de veenlaag geexploiteerd is, blijft er ongelukkig veel water
+over, dat moet worden verwijderd met behulp van veel molens en veel
+slooten. Daar het onderhoud van die molens nog al kosten meebrengt,
+moet men zich er niet over verbazen, dat in Holland de prijzen der
+levensmiddelen tamelijk hoog zijn....
+
+Desondanks heeft een oud dichter, Vondel genaamd, in geestdrift
+over het succes, met de turf verkregen, aan het hoofd van een zijner
+werken dit hoog welsprekend woord geplaatst: "Gelukkig het land, waar
+'t kind zijn moer verbrandt!"
+
+Besluit.--Dit alles toont duidelijk aan, dat er volstrekt niet in
+Holland alleen water is, zooals men zou kunnen gelooven, als men
+zich slechts onderrichten liet door fantastische berichten. Holland,
+door duizenden kanalen doorsneden, omgeven door eilanden, golven,
+inhammen, heeft inderdaad wel zeer veel water, maar dit oppermachtige
+water, dat alles kan overweldigen, dat rijst en daalt en tot zoo
+ver het oog reikt, zijn net van bewegelijke wegen uitspreidt, waar
+onophoudelijk booten, schuiten, ponten, stoombooten en eenden varen,
+dat water is de onuitputtelijke bron van den bataafschen rijkdom,
+en men zou wel een prachtig, kostelijk woord willen vinden, in een
+lijst van metalen lettergrepen, om dat kleurloos, vloeibaar ding mee
+aan te duiden, dat alle tinten van de wolken overneemt, dat de molens
+en de polders weerspiegelt en dat van Holland maakt het waterrijkste
+van de waterrijke en 't merkwaardigste van alle vlakke landen.
+
+
+
+
+
+
+NOOTEN
+
+[1] Wij hebben den franschen schrijver in zijn reisverhaal op den
+voet gevolgd, al kwam soms de lust boven, hem eens even in de rede
+te vallen, waar hij in zijn gevolgtrekkingen te ver ging en, naar
+het weinige dat hij zag, oordeelde ook over het vele, dat hij niet
+zag. Het zal onzen lezers zeker evenzoo gaan, maar om der curiositeits
+wille zal het oordeel van den Franschman hen interesseeren en zijn
+aardige verteltrant zal hen boeien.
+
+Vert.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Door Holland met pen en camera
+by Lud. Georges Hamoen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DOOR HOLLAND MET PEN EN CAMERA ***
+
+***** This file should be named 13317.txt or 13317.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/3/3/1/13317/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.