summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/17580-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '17580-8.txt')
-rw-r--r--17580-8.txt10424
1 files changed, 10424 insertions, 0 deletions
diff --git a/17580-8.txt b/17580-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..ba65e5b
--- /dev/null
+++ b/17580-8.txt
@@ -0,0 +1,10424 @@
+Project Gutenberg's De Zuidster, het land der diamanten, by Jules Verne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Zuidster, het land der diamanten
+
+Author: Jules Verne
+
+Release Date: January 23, 2006 [EBook #17580]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZUIDSTER, HET LAND DER ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+ Jules Verne
+
+
+ De Zuidster
+ Het land der diamanten
+
+
+
+ Amsterdam
+ Uitgevers-Maatschappij "Elsevier"
+ 1920
+
+
+
+
+
+
+ Gedrukt bij N.V. Drukkerij Schilt--Utrecht
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+DOLLE KERELS, DIE FRANSCHEN!
+
+
+"Spreek, mijnheer, ik luister."
+
+"Mijnheer, ik heb de eer de hand van miss Watkins, uw dochter,
+te vragen."
+
+"De hand mijner Alice?...."
+
+"Ja, mijnheer. Mijn aanzoek schijnt u te verrassen. Is het niet? Toch
+moet gij mij ten goede houden, dat ik niet recht begrijp, waardoor
+dat aanzoek u zoo buitengewoon voorkomt. Ik ben zes en twintig
+jaren oud. Ik heet Cyprianus Méré. Ik ben mijn-ingenieur en heb als
+numero twee bij den algemeenen wedstrijd de Polytechnische school
+verlaten. Mijne familie is wel is waar niet rijk, maar zij is geacht
+en geëerd. De consul van Frankrijk aan de Kaap de Goede Hoop zal
+u zulks kunnen getuigen, wanneer gij dat zult verlangen, en mijn
+vriend Pharamond Barthès, de stoutmoedige jager, dien gij evenals
+iedereen in Grikwaland kent, zou u hetzelfde kunnen getuigen. Ik
+ben hier in naam van het Fransche Gouvernement door de Académie
+des Sciences tot het verrichten van wetenschappelijke onderzoekingen
+gezonden. Verleden jaar heb ik in het Instituut den prijs Houdard voor
+mijne verhandelingen over de scheikundige samenstelling der vulkanische
+rotsen van Auvergne behaald. Mijne verhandeling over het diamanthoudend
+bekken der Vaalrivier, die ik bijna voltooid heb, kan niet anders
+dan goed ontvangen worden door de geleerden en de wetenschappelijke
+lieden. Als ik van mijne zending teruggekeerd zal zijn, word ik benoemd
+tot hulp-professor bij de mijnenschool te Parijs, en ik heb reeds last
+gegeven vertrekken voor mij te huren in de Universiteitsstraat No. 104
+op de derde verdieping. Mijne bezoldiging bereikt met aanstaanden
+Nieuwjaarsdag, de som van vier duizend acht honderd francs. Dat is
+het inkomen van Rothschild niet, dat weet ik wel; maar de opbrengst
+mijner particuliere werkzaamheden, mijner onderzoekingen, academische
+prijzen, medewerking aan verscheidene tijdschriften, veroorlooft dat
+ik op een dubbel inkomen mag rekenen. Ik voeg er bij dat, daar mijne
+behoeften eenvoudig en bescheiden zijn, ik niet meer noodig heb om
+mij gelukkig te gevoelen. Dus nogmaals, mijnheer, ik heb de eer u de
+hand van miss Watkins, uwe dochter te vragen."
+
+Door den flinken en vastbesloten toon van die kleine toespraak, gaf
+Cyprianus Méré voldoende den toetssteen aan, dat hij de gewoonte had
+in alle zaken, zelfs in de meest intieme, recht op zijn doel af te
+gaan en vrij uit te spreken.
+
+Zijne gelaatstrekken daarenboven logenstraften den indruk niet, door
+zijne taal voortgebracht. Hij had het uiterlijk van een jongmensch,
+dat zich gewoonlijk met de hoogste wetenschappelijke scheppingen
+bezig hield en slechts den minst mogelijken tijd aan 's werelds
+ijdelheden afstond.
+
+Zijn kastanjekleurig haar, dat hij kort als een borstel geknipt droeg,
+zijn blonde baard, die bijna met de huidsoppervlakte gelijk geschoren
+was, de eenvoud van zijn grijs linnen reiskostuum de tienstuivershoed
+van stroo, dien hij, wel opgevoed als hij was, bij het binnentreden
+op een stoel had neergelegd, hoewel de persoon tot wien hij sprak,
+met de gewone slordige onachtzaamheid aan het Angelsaksische ras eigen,
+met gedekten hoofde was gebleven,--dat alles toonde aan, dat Cyprianus
+Méré een ernstigen geest bezat niet alleen, maar ook een rustig geweten
+en een rein hart, dat in zijn kristalhelderen blik zich afspiegelde.
+
+Er moet nog bijgevoegd worden, dat die jeugdige Franschman zoo volmaakt
+zuiver Engelsch sprak, alsof hij in de meest Engelsche graafschappen
+van het Vereenigd Koninkrijk langen tijd verblijf gehouden had.
+
+Mr. Watkins hoorde hem aan, terwijl hij zijn lange pijp rookte en in
+een houten leuningstoel gezeten was, waarbij hij het linkerbeen op
+een rieten voetenbankje uitgestrekt had, en met den elleboog geleund
+was op eene tafel, waarop een kruik gin stond, waarbij een glas,
+half met dien alcoholischen drank gevuld.
+
+Die persoon was gekleed met een witten pantalon, een blauw jasje van
+grof linnen, een hemd van een geelachtig flanel, evenwel zonder vest
+of das. Onder den onmetelijken vilten hoed, die op zijn grijs hoofd
+geplakt of geschroefd scheen, rondde een rood en opgeblazen gezicht,
+dat waarachtig had kunnen vergeleken worden bij een poppenkop,
+die met bessenstroop ingesmeerd was. Dat weinig innemende gelaat,
+dat hier en daar met stukjes baard bezaaid was, van die kleur, welke
+men gewoonlijk melkboeren-hondenhaar noemt, was versierd met kleine
+grijze oogen, die er met een centerboor ingeboord schenen en niet
+veel geduld of goedheid des harten aanduidden.
+
+Ter verschooning van Mr. Watkins dienen wij er dadelijk bij te voegen,
+dat hij vreeselijk aan het pootje sukkelde, waarom hij genoodzaakt
+was zijn linkervoet steeds omzwachteld te houden. Nu is het pootje
+eene ziekte, die evenmin aan de zuidelijke spits van Afrika als
+overal elders geschikt is, om de gemoedsstemming der lieden, aan wier
+gewrichten zij knaagt, te verzachten.
+
+Het tooneel viel voor op de gelijkvloers-verdieping van de pachthoeve
+van Mr. Watkins, die zoo wat gelegen was op den 20sten breedtegraad
+ten zuiden van de Evennachtslijn en op den 22sten oosterlengte van
+Parijs op de westelijke grens van den Oranje-Vrijstaat, ten noorden
+van de Britsche Kaap-Kolonie, te midden van Zuid-Afrika, dat eene
+gemengde Engelsch-Hollandsche bevolking bezit. Dat land, hetwelk door
+den rechter oever van de Oranjerivier begrensd wordt, bevindt zich
+aan de zuidelijke uiteinden van de groote woestijn van Kalahari,
+welke op sommige ouderwetsche landkaarten den naam van Grikwaland
+voert, en wordt thans met veel meer recht sedert ruim tien jaren het
+"Diamonds-Field", het Diamantenveld, geheeten.
+
+De spreekkamer, waarin deze diplomatische samenkomst plaats had,
+was waarachtig opmerkenswaardig, zoowel door de minder gepaste
+weelderigheid van eenige meubelstukken als door de betrekkelijke
+armoede van de overige bijzonderheden van dit binnenvertrek. De vloer
+bijvoorbeeld bestond doodeenvoudig uit vast aangestampte aarde, die
+hier en daar door dikke tapijten en kostbaar pelswerk bedekt was. Aan
+de muren, die nimmer met eenig behangselpapier geprijkt hadden, was een
+zeer fraaie pendule in gedreven koper opgehangen, alsook prachtwapens
+van verschillenden oorsprong, en Engelsche kladprenten, die door
+overrijke lijsten omgeven waren. Een fluweelen sofa prijkte naast eene
+tafel van wit hout, die ter nauwernood in eene fatsoenlijke keuken te
+huis zou behoord hebben. Er stonden leuningstoelen, rechtstreeks uit
+Europa aangevoerd, die hunne armen te vergeefs naar Mr. Watkins schenen
+uit te strekken, want deze verkoos steeds op een ouden stoel plaats te
+nemen, dien hij vroeger met eigen hand lomp en onbehouwen gefatsoeneerd
+had. Over het algemeen genomen, gaven de voorwerpen van waarde, alsook
+de achteloosheid waarmede de panterhuiden, luipaardshuiden, giraffe-
+en tijgerhuiden op den vloer alsook op al de meubelen geworpen waren,
+aan dit vertrek het uitzicht van barbaarsche welgesteldheid.
+
+Uit de bouworde van het plafond was het duidelijk, dat het huis
+geen bovenverdieping bezat en slechts uit een reeks vertrekken
+gelijkvloers bestond. Die woning was, evenals alle andere daar te
+lande, gedeeltelijk van kleiaarde opgetrokken. Zij was gedekt met
+bladen van geribd zink, die op een zeer lichten dakstoel aangebracht
+waren.
+
+Men kon ook zien, dat de bouw van die woning nauwelijks geëindigd
+was. Want inderdaad, men behoefde zich slechts buiten het venster te
+buigen, om rechts en links vijf of zes verlaten gebouwen te bemerken,
+allen van denzelfden bouwtrant maar van verschillende ouderdom, die
+zich in den meest gevorderden staat van verval bevonden. Dat waren
+allen huizen, die Mr. Watkins opvolgend gebouwd, bewoond en verlaten
+had naar mate zijn vermogen toenam, waarvan die woningen derhalve
+alshetware den stijgenden trap aangaven.
+
+De meest verwijderde was eenvoudig uit plakzoden vervaardigd, en
+mocht op geen anderen naam dan op dien van hut aanspraak maken. De
+volgende was uit kleiaarde opgetrokken; de derde uit aarde en planken;
+de vierde uit kleiaarde en zink. De lezer ziet uit welke toonladder
+de kunststukken van de nijverheid van Mr. Watkins bestonden en
+tot welke hoogte hij zich had weten te verheffen. Al die gebouwen,
+die zich in min of meer ontredderden toestand bevonden, verrezen
+op een bergje, dat gelegen was bij de samenvloeiing van de Vaal-
+met de Modderrivier, de twee voornaamste cijnsplichtige wateren
+van de Oranjerivier in dit gedeelte van Zuid-Afrika. Rondom strekte
+zich, zoover de blik naar het Zuid-westen en het noorden kon reiken,
+eene kale en droefgeestige vlakte uit. Het Veld--zooals die vlakte
+daar te lande genoemd werd--bestond uit een roodachtigen, drogen,
+onvruchtbaren en stofferigen grond, die hier en daar slechts
+eenig spaarzaam voorkomend kruid en eenige doornachtige struiken
+vertoonde. Het totale gemis van boomen is het eigenaardig kenmerk
+van deze naargeestige landstreek. Als daarbij in aanmerking genomen
+wordt, dat er ook geen steenkolen aangetroffen worden, en dat de
+gemeenschapsmiddelen met de zee zeer moeilijk en derhalve niet van de
+vlugste zijn, dan zal het niemand verwonderen, dat de brandstoffen er
+ontbreken en dat men er toe moet overgaan, de gedroogde uitwerpselen
+van de kudden runderen voor de huiselijke benoodigdheden te gebruiken.
+
+Op dien eentonigen bodem, die er werkelijk erbarmelijk uitziet,
+wordt men den loop der beide rivieren gewaar, die evenwel zoo weinig
+ingesneden zijn en welker oevers zich zoo weinig boven den waterspiegel
+verheffen, dat men moeilijk kan begrijpen, waarom zij binnen hare
+bedding blijven en niet over de geheele vlakte stroomen.
+
+De gezichteinder is alleen naar dien kant van het oosten verbroken
+door de ver verwijderde kamvormige verhevenheden van twee bergen:
+den Platberg en den Paardenberg, aan welker voet een scherp oog
+rookzuilen, stofwolken en witte puntjes kan ontwaren, welke laatsten
+hutten of tenten zijn, en rondom een gewriemel van levende wezens.
+
+Het is daar in dat Veld, dat de diamant-placers, die in volle
+ontginning zijn, aangetroffen worden. Daar ligt Du Toit's Pan, de
+New Rush, en de rijkste van allen misschien, genaamd het Vandergaarts
+Kopje. Die onoverdekte mijnen, welke bijna met de oppervlakte van den
+bodem gelijk liggen, worden met den algemeenen naam van "dry diggings"
+of droge mijnen bestempeld en hebben sedert het jaar 1870 voor eene
+waarde van vier honderd millioen aan diamanten en andere kostbare
+steenen opgeleverd. Die mijnen liggen vereenigd in eene streek, welker
+omtrek ten naastenbij twee of drie kilometers bedraagt. Men kon ze
+zeer goed met een kijker van uit de vensters der pachthoeve Watkins
+waarnemen, die er slechts vier Engelsche mijlen [1] van verwijderd lag.
+
+De naam van pachthoeve, zij hier ter loops gezegd, is eene zeer
+oneigenlijke uitdrukking voor een gebouw van deze soort; want het was
+onmogelijk, ook maar een spoor van plantenkweeking in den omtrek te
+bespeuren. Mr. Watkins was, evenals alle andere zoogenaamde pachters in
+dit gedeelte van Zuid-Afrika, eerder een herdersbaas, een veefokker,
+een eigenaar van kudden runderen, geiten en schapen te noemen dan de
+bestuurder eener landbouwonderneming.
+
+Mr. Watkins had intusschen nog niet geantwoord op het verzoek,
+dat door Cyprianus Méré zoo beleefd, maar ook zoo duidelijk mogelijk
+uitgesproken was. Na eenige minuten gebezigd te hebben om na te denken,
+ging hij eindelijk er toe over, om zijn pijp uit den mond te nemen, en
+uitte hij de volgende meening, die blijkbaar slechts eene verwijderde
+betrekking met het tegenwoordig vraagstuk had:
+
+"Ik geloof dat er verandering van weer op til is, waarde heer. Nooit
+heeft mijn podagra mij zoo doen lijden als hedenmorgen !"
+
+De jeugdige ingenieur fronste de wenkbrauwen, boog een oogenblik
+het hoofd ter zijde en moest zich geweld aandoen om niets van zijne
+teleurstelling te doen blijken.
+
+"Gij zoudt wellicht in uw belang handelen, wanneer gij den gin liet,
+mijnheer Watkins," antwoordde hij, terwijl hij met een gebaar op
+de aarden kruik wees, die door een vlijtig aanspreken van wege den
+dronkaard voor meer dan drie kwart geledigd was.
+
+"Den gin laten! Bij God! dat is een kostelijke ui." riep de pachter
+uit. "Heeft de gin ooit kwaad aan een braven kerel berokkend?.... Ja,
+ik weet wel wat gij wilt zeggen!.... Gij wilt mij dat recept opdreunen,
+hetwelk een geneesheer voorschreef aan een lord-mayor die het pootje
+had!.... Hoe heette die dokter ook weer?.... Abernethy, geloof
+ik!.... Wilt gij gezond zijn en blijven? vroeg hij aan zijn patient;
+leef dan van een shilling daags en verdien dien met persoonlijken
+arbeid! Dat is fraai en goed geleuterd! Maar ik vraag het u bij
+al wat heilig is, wanneer men om gezond te zijn van de waarde van
+een shilling leven moest, waartoe zou het dan dienen een vermogen te
+verwerven? Dat zijn zotte leuterpraatjes, mijnheer Méré, die iemand van
+uw verstand geheel onwaardig zijn!.... Dus praat daar niet meer over,
+wat ik u bidden mag!.... Wat mij betreft, ik zou liever begraven
+willen zijn!.... Goed eten, goed drinken, een lekkere pijp tabak
+en dat alles wanneer ik zulks wensch, dan verlang ik niets meer ter
+wereld !.... En gij zoudt willen dat ik daar afstand van deed?"....
+
+"Wat mij betreft, ik ben er niet op gesteld!" antwoordde Cyprianus
+openhartig. "Ik heb u slechts een gezondheids-voorschrift in
+herinnering willen brengen, dat ik voor juist beschouw. Maar laten wij
+dat onderwerp laten varen als het u onaangenaam is, mijnheer Watkins,
+en tot het voornaamste doel van mijn bezoek terugkeeren."
+
+Mr. Watkins, die straks zoo babbelachtig mogelijk was, verschool zich
+weer in zijne stilzwijgendheid en blies zonder een woord te spreken
+kleine rookwolkjes uit.
+
+De deur ging in dit oogenblik open, en een jong meisje trad binnen,
+dat een blaadje droeg waarop een glas stond.
+
+Dit mooie kind, dat, getooid met de groote muts, welke de pachteressen
+op het veld steeds dragen, bekoorlijk mocht heeten, was eenvoudig met
+een japon van gebloemd linnen gekleed. Zij was negentien of twintig
+jaren oud, had eene zeer witte tint van huid, daarbij een fraaien
+blonden en fijnen haardos, groote blauwe oogen, een zachtzinnig
+en prettig uiterlijk, en leverde zoo een beeld van gezondheid,
+bevalligheid en goede luim.
+
+"Goeden dag, mijnheer Méré," zeide zij in het Fransch, evenwel met
+een lichten Britschen tongval.
+
+"Goeden dag, juffrouw Alice," antwoordde Cyprianus Méré, die bij de
+binnenkomst van het meisje opgestaan was en voor haar boog.
+
+"Ik heb u zien aankomen, mijnheer Méré," hernam miss Watkins, bevallig
+glimlachend waardoor hare fraaie tanden zichtbaar werden, "en daar ik
+weet, dat gij den afschuwelijken gin van mijn vader niet lust, breng
+ik oranjewater, en hoop, dat gij dat heerlijk frisch zult vinden."
+
+"Dat is allerliefst van u, juffrouw !"
+
+"Maar ter zake; gij zult nimmer raden wat Dada, mijn struisvogel,
+dezen morgen heeft ingeslikt," ging zij zonder verdere plichtpleging
+voort. "Mijn ivoren maasbal!.... Ja, waarlijk, mijn ivoren
+maasbal!.... Die bal is nogal van omvang; gij kent hem wel,
+mijnheer Méré, ik ontving hem rechtstreeks van het billard van
+New-Rush!.... Welnu die slokop van een Dada heeft hem ingeslikt,
+alsof het een pil ware!.... Waarlijk, dat boosaardige dier zal mij
+vroeg of laat den dood nog aandoen."
+
+In het oog van miss Watkins blonk, terwijl zij dit verhaalde, een
+vroolijke straal, die niet veel uitzicht opende op de verwezenlijking
+van die naargeestige voorspelling, zelfs in langen tijd niet. Maar
+plotseling, met de fijngevoeligheid der vrouwen zoo eigen, merkte zij
+de stilzwijgendheid, die door haren vader en den jeugdigen ingenieur
+betracht werd, alsook hun verlegen voorkomen in hare tegenwoordigheid.
+
+"Het is alsof ik de heeren stoor!" zeide zij. "Nu, zeg het maar, als
+gij geheimen hebt, die ik niet hooren mag, dan zal ik heengaan!.... Ik
+heb daarenboven niet veel tijd te verliezen. Ik moet mijn sonate
+studeeren, voordat ik voor het middagmaal kan zorgen!.... Kom, ik
+ga.... gij zijt heden niets gezellig, mijne heeren!.... Ik laat u
+dus op uw gemak samenzweren!"
+
+Zij was reeds buiten, maar kwam toch weer terug, en zeide toen met
+bevallige maar toch hoogst ernstige stembuiging
+
+"Mijnheer Méré, als gij mij over de zuurstof wilt ondervragen, dan
+ben ik gereed. Ik heb reeds driemaal het betrekkelijk hoofdstuk in de
+handleiding der scheikunde, die gij mij geleend hebt, gelezen, zoodat
+"dat gasvormig, kleurloos, reuk- en smaakloos lichaam" hoegenaamd
+geen geheim meer voor mij is!"
+
+Daarop maakte miss Watkins eene bevallige buiging en verdween als een
+ijl luchtverschijnsel. Een oogenblik later weerklonken de akkoorden van
+een uitmuntende piano in een der vertrekken die het meest verwijderd
+van de spreekkamer gelegen waren, en verkondigden dat het jonge meisje
+geheel en al in hare muzikale oefeningen verdiept was.
+
+"Welnu, mijnheer Watkins," hernam Cyprianus, wien de liefelijke
+verschijning zijn aanzoek in het geheugen teruggeroepen zou hebben,
+wanneer hij in staat zoude geweest zijn dat te vergeten. "Welnu,
+mijnheer Watkins, zult gij mij een antwoord op de vraag verleenen,
+die ik de eer had tot u te richten?"
+
+Mr. Watkins nam zijn pijp uit den mond, spoog met eene poging van
+voornaamheid op den grond, hief het hoofd op en vroeg terwijl hij
+een scherpen doordringenden blik op den jonkman wierp:
+
+"Mijnheer Méré, hebt gij haar wellicht daarover gesproken reeds?"
+
+"Waarover gesproken?.... Tot wie?"
+
+"Wel wat gij straks zeidet.... tot mijne dochter?"
+
+"Voor wien ziet gij mij aan, mijnheer Watkins?" hernam de jeugdige
+ingeneur met eene hartstochtelijkheid, die geen twijfel omtrent zijne
+oprechtheid toeliet. "Ik ben Franschman, mijnheer!..... Vergeet dat
+niet!.... Dat wil zeggen, dat ik nimmer veroorloofd zou hebben met
+mejuffrouw uwe dochter over een huwelijk te spreken, zonder toestemming
+verworven te hebben!"
+
+De blik van Mr. Watkins had zijne scherpte verloren, maar daarentegen
+raakte thans zijne tong los.
+
+"Dat 's uitstekend!.... Beste jongen! Ik verwachtte niets minder van
+uwe bescheidenheid ten opzichte van Alice!" antwoordde hij op bijna
+hartelijken toon. "Welnu, vermits ik vertrouwen in u kan stellen,
+zoo zult gij mij uw woord geven, dat gij haar ook in de toekomst
+daarover niet zult spreken!"
+
+"Wat? ook niet in de toekomst? Wat beduidt dat, mijnheer?"
+
+"Wel, eenvoudig dat dit huwelijk onmogelijk is en dat het 't beste zal
+zijn, de hoop daarop in uwe papieren maar door te schrappen!" hernam
+Mr. Watkins. "Mijnheer Méré, gij zijt een eerlijk jongmensch, een
+volmaakt gentleman, een uitmuntend scheikundige, een uitstekend
+professor, die eene groote toekomst voor zich heeft--daaraan twijfel
+ik niet; maar gij zult mijne dochter niet hebben, om de eenvoudige
+reden, dat ik andere plannen voor haar ontworpen heb."
+
+"Maar, mijnheer Watkins!...."
+
+"Dring niet verder aan!.... het zou overbodig zijn!...." hernam
+de pachter. "Al waart gij hertog en pair van Engeland, dan nog
+zoudt gij mij niet bevallen!.... Man, gij zijt zelfs geen Engelsch
+onderdaan, en gij hebt mij met de meeste openhaartigheid medegedeeld,
+dat gij hoegenaamd geen vermogen hebt. Kom, alle gekheid ter zijde,
+gelooft gij ernstig, dat ik Alice opgevoed en haar de beste meesters
+van Victoria en van Bloemfontein gegeven heb, zooals ik heb gedaan,
+om haar, zoodra zij twintig jaren oud zoude zijn, af te staan, ten
+einde te Parijs in de Universiteitsstraat op de derde verdieping
+te gaan leven met een mijnheer, dien ik niet ken en wiens taal ik
+zelfs niet versta?.... Denk toch na, mijnheer Méré, en stel u in
+mijne plaats!.... Vooronderstel, dat jij de pachter John Watkins
+zijt, de eigenaar van de Vandergaart-Kopjesmijn, en dat ik mijnheer
+Cyprianus Méré ben, een jeugdig Fransch geleerde, wien men eene
+zending aan de Kaap heeft opgedragen.... Vooronderstel, dat gij hier
+in deze spreekkamer in dezen leuningstoel zit, terwijl gij uw glaasje
+gin slurpt en uwe pijp Hamburgsche tabak rookt; kunt gij u dan ook
+maar een oogenblik voorstellen.... voorstellen éen enkel oogenblik
+slechts.... dat gij mij uwe dochter ten huwelijk zoudt schenken?"
+
+"Voorzeker, mijnheer Watkins," antwoordde Cyprianus "en nog wel zonder
+eenige aarzeling, wanneer ik in u zou ontdekken de hoedanigheden,
+die haar geluk moeten verzekeren!"
+
+"Welnu, dan zoudt gij verkeerd handelen, mijn waarde heer, zeer
+verkeerd!" hernam Mr. Watkins. "Gij zoudt dan handelen als een man,
+die niet waard was de Vandergaarts Kopjesmijn te bezitten, of beter
+gesproken, gij zoudt haar dan niet bezitten. Want, wel beschouwd, denkt
+gij dat die mijn mij uit de wolken in de hand is komen vallen? Gelooft
+gij, dat ik noch beleid, noch geestkracht, noch bedrijvigheid heb
+moeten ontwikkelen om haar op te sporen, maar vooral om mij den
+eigendom er van te verzekeren?.... Welnu, mijnheer Méré, dat beleid,
+dat ik in die gedenkwaardige en beslissende oogenblikken heb getoond
+te bezitten, dat beleid zit bij al de daden mijns levens voor,
+en bovenal bij al mijne daden, die betrekking op de toekomst mijner
+dochter hebben!.... Daarom herhaal ik: schrap de hoop op een huwelijk
+met Alice in uwe papieren door!.... Alice is niet voor u bestemd!"
+
+En bij die afdoende uitspraak greep Mr. Watkins zijn glas en ledigde
+het in één teug.
+
+De jonge ingenieur, geheel ter neergeslagen, scheen niet te kunnen
+antwoorden. Toen de ander dat zag, ging hij min of meer sarrend voort:
+
+"Gij Franschen zijt verwonderlijke kerels. Gij staat voor niets en
+twijfelt aan niets, op mijn woord. Wat! gij komt hier zoo onverwachts
+uit het binnenste van Grikwaland aan, alsof gij uit de maan gevallen
+waart; gij ontmoet een eenvoudig man, die nooit uwen naam gehoord
+heeft, die drie maanden geleden nooit over u heeft hooren spreken, die
+u zeker geen tienmaal gezien heeft in die negentig dagen. Gij zoekt hem
+op en zegt hem: John Stappleton Watkins, gij bezit eene bekoorlijke
+dochter, die goed opgevoed is en algemeen als de kostbaarste parel
+van het geheele land erkend wordt, en die,--wat volstrekt niet
+onaangenaam is--uwe eenige erfgename is wat betreft den eigendom van
+de Vandergaarts Kopjes-mijn, van de rijkste mijn niet alleen van dit
+land, maar van de geheele wereld. Ik, ik ben de heer Cyprianus Méré,
+afkomstig van Parijs en van beroep ingenieur. Ik heb vier duizend
+acht honderd francs inkomen!.... Gij zult mij als-je-blieft dat jonge
+meisje ten huwelijk geven, opdat ik haar naar mijn land kunne voeren
+en opdat gij niet meer over haar zoudt kunnen hooren spreken, tenzij
+gij zoudt willen rekenen den brief of het telegram, dat gij zoo nu
+en dan eens zoudt mogen ontvangen!..... En gij vindt dat alles zeer
+natuurlijk!..... Ik vind 't dol!"
+
+Cyprianus was doodsbleek van zijn stoel opgestaan. Hij greep zijn
+hoed en maakte zich gereed heen te gaan.
+
+"Ja, dol!.... uiterst dol!...." herhaalde de pachter. "O, ik ben
+niet gewoon de pil, die ik te slikken geef, te vergulden. Ik ben een
+Engelschman van den ouden stempel, mijn waarde heer! Zooals ge mij daar
+ziet, ben ik veel armer geweest, ja, veel armer dan gij nu zijt. Ik
+heb zoo wat alle ambachten bij de hand gehad! Ik was scheepsjongen
+van een koopvaardijschip, buffeljager in Dakota, mijnwerker in
+Arizona, herder in de Transvaal!.... Ik heb kennis met de hitte,
+met de kou, en vooral met de vermoeienis gemaakt. De beschuitkorst,
+die mij gedurende twintig jaren tot middagmaal strekte, verkreeg ik
+niet dan ten koste van menigen zweetdruppel! Toen ik wijlen mistress
+Watkins, de moeder van Alice, de dochter van een Boer van Franschen
+oorsprong [2], huwde, toen bezaten wij met ons beiden niet zooveel
+om eene geit te kunnen onderhouden! Maar ik heb gewerkt!.... Ik heb
+den moed niet verloren!.... Thans ben ik rijk, en wil ik van mijn
+arbeid genieten!.... Het is mijn plan om mijne dochter bij mij te
+houden,--om vooral mijn pootje te verzorgen en om des avonds muziek
+voor mij te maken, als ik mij verveel!.... Als zij ooit trouwt, dan
+zal zij hier trouwen met een kerel van het land, die zoo rijk is als
+zij zelve, die pachter of mijnwerker is, zooals wij het hier allen
+zijn, en die er niet van reppen zal om elders te gaan leven als een
+schooier op eene derde verdieping, in een land, waarin ik nooit een
+voet wensch te zetten. Zij zal bij voorbeeld met James Hilton of met
+een anderen kerel van gelijken stempel huwen.... De trouwlustigen,
+die naar hare hand dingen, ontbreken niet, dat verzeker ik u! Ik
+wensch tot schoonzoon een echten Engelschman, die voor een glas gin
+niet vervaard is, en die mij onder het genot van een duchtigen slok
+bij het rooken eener pijp gezelschap zal willen houden!"
+
+Cyprianus had reeds de hand aan de kruk van de deur. Hij stikte bijna
+in dat vertrek.
+
+"Gij zijt toch niet boos, hoop ik?" riep hem mr. Watkins achterna. "Ik
+heb volstrekt niets tegen u, mijnheer Méré; integendeel, ik mag u
+wel lijden, en ik zal steeds verheugd zijn u te mogen zien, hetzij
+dan als huurder of als vriend!... Kijk, wij wachten juist heden avond
+eenige personen ten eten..... Als gij wilt, wees dan ook onze gast!..."
+
+"Neen, dank u, mijnheer!" antwoordde Cyprianus koel. "Ik heb mijne
+brieven vóór het vertrek van de post nog te sluiten."
+
+Toen hij heengegaan was, bromde mr. Watkins, terwijl hij zijne pijp met
+een stuk geteerd touw aanstak, dat tot dit doeleinde steeds smeulende
+gehouden werd en zich in de onmiddellijke nabijheid zijner hand bevond:
+
+"Dolle, dolle kerels, die Franschen!"
+
+En daarop schonk hij zich een groot glas boordevol met gin in.
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+IN DE DIAMANTVELDEN.
+
+
+Wat de jonge ingenieur nog wel het meest vernederend vond in het
+antwoord, dat mr. Watkins hem gegeven had, was dat hij niet kon nalaten
+hem, in weerwil van den ruwen vorm, waarin dat antwoord gegoten was,
+gelijk te geven. Het verwonderde hem zelfs, nu hij er over nadacht,
+dat hij de tegenwerpingen van den pachter niet voorzien en dat hij
+zich aan een dergelijk blauwtje blootgesteld had.
+
+Zooveel is zeker, dat hij tot heden niet aan den afstand gedacht
+had, dien het verschil van vermogen, van ras, van opvoeding,
+van bewegingskring tusschen het jonge meisje en hem daargesteld
+hadden. Gewoon als hij sedert vijf of zes jaren was, de mineralen
+slechts uit een wetenschappelijk oogpunt te beschouwen, waren de
+diamanten slechts koolstof-monsters, ter nauwernood goed om in
+het museum van de Mijnschool te prijken. Daarenboven, omdat hij,
+uit een maatschappelijk oogpunt beschouwd, in Frankrijk zich op
+een hooger standpunt geplaatst achtte dan dat der Watkins, had
+hij de onmetelijke koopmanswaarde van de rijke diamantmijn, die
+het bezit des pachters was, geheel en al uit het oog verloren. Geen
+oogenblik was het hem in de gedachte opgekomen, dat er werkelijk een
+aanmerkelijke afstand bestond tusschen de dochter van den eigenaar
+van de Vandergaarts-Kopjes-mijn en een Fransch ingenieur. En zou
+ook die gedachte bij hem opgekomen zijn, dan, met zijne Parijsche
+levensopvattingen en in zijne hoedanigheid van oudleerling der
+Polytechnische School, zou hij gemeend hebben, dat hij op het punt
+was een huwelijk beneden zijn stand aan te gaan.
+
+De barre toespraak van Mr. Watkins schrikte hem pijnlijk uit die
+droombeelden wakker. Cyprianus bezat te veel gezond verstand om de
+degelijke argumenten van den pachter niet naar waarde te schatten;
+ook om zich niet nijdig te maken over een vonnis, dat hij in den
+grond billijk moest noemen.
+
+Dit belette evenwel niet dat de slag, die hem trof, raak, pijnlijk
+raak was. En nu hij gedwongen was, van het denkbeeld om Alice de
+zijne te noemen af te zien, gevoelde hij plotseling hoe dierbaar zij
+hem in die drie maanden geworden was.
+
+Het was inderdaad nog slechts drie maanden geleden, dat Cyprianus
+Méré in Grikwaland was gekomen en het jonge meisje had leeren kennen.
+
+Wat was dat al lang geleden en wat was dat al ver verwijderd! Hij
+herinnerde zich toch nog zeer goed dat hij den eindpaal van zijne lange
+reis van het eene halfrond naar het andere op een uiterst warmen en
+stoffigen dag bereikte.
+
+Hij was ontscheept te zamen met zijn vriend Pharamond Barthès, een
+oude schoolmakker, die voor de derde maal in Zuid-Afrika kwam jagen
+en die hem aan de Kaap vaarwel gezegd had. Die Pharamond Barthès
+was naar het Basuto-land getrokken, alwaar hij hoopte een troepje
+negerkrijgslieden aan te werven, dat hem gedurende zijne jachttochten
+zoude vergezellen. Wat Cyprianus betrof, die had plaats besproken
+en genomen in den waggon of de kar met veertien paarden bespannen,
+die den postwagendienst in die streken verrichtte, en had zoo de reis
+naar de Diamantvelden ondernomen.
+
+Zes of zeven groote kisten--bevattende een compleet scheikundig
+laboratorium en eene mineralogische verzameling, waarvan hij ongaarne
+gescheiden zoude zijn--vormden het bagage-materiaal van den jeugdigen
+geleerde. Maar de vorenbedoelde postwagen liet slechts vijftig
+kilogrammen passagiersgoed toe, zoodat hij genoodzaakt was geweest
+die kostbare kisten toe te vertrouwen aan een kar met ossen bespannen,
+die ze met een voorwereldsche langzaamheid naar Grikwaland zou brengen.
+
+De bedoelde postwagen was een groote _Jan pleizier_, die twaalf
+zitplaatsen bevatte en door een tent van zeildoek gedekt was. Hij stond
+op vier verbazend groote wielen, die voortdurend nat gehouden werden
+door het water der beken en rivieren, die doorwaad en doorgetrokken
+moesten worden. De paarden waren twee aan twee gespannen en werden
+soms door muildieren versterkt.
+
+Een tweetal koetsiers, die naast elkander op den bok zaten, menden
+hen met groote behendigheid. Een daarvan hield de teugels, terwijl
+de andere de zeer lange zweep van bamboe voerde, die veel weghad van
+een hengelstok en niet alleen gebruikt werd om de aangespannen dieren
+aan te wakkeren, maar ook om hen te geleiden, den weg te wijzen.
+
+De weg voerde langs Beaufort, een fraaie kleine stad, aan den voet
+van het gebergte Nieuweveld gebouwd, overschreed die bergketen,
+leidde langs Victoria, vervolgens langs Hope-town--eigenaardige naam,
+die "stad der hoop" beteekent--die aan den oever der Oranje-rivier
+gelegen is, om zich van daar naar Kimberley te richten en naar de
+voornaamste diamant-ontginningsplaatsen, die er slechts weinige mijlen
+van verwijderd liggen.
+
+Dat was eene moeilijke en eentonige reis, die acht of negen dagen
+duurde, door dat naakte landschap. Wat men te zien krijgt, stemt
+slechts tot droefgeestigheid. Roodachtige vlakten, die met steenen
+als bezaaid waren, grijze rotsbanken, die aan de oppervlakte van den
+bodem kwamen uitkijken, een stekelig, geel en spaarzaam grasgewas
+eenige teringachtige struikjes, ziedaar alles. Er waren noch bebouwde
+akkers, noch natuurtafereelen te bewonderen! Van afstand tot afstand
+werd eene bouwhoeve opgemerkt, waarvan de bewoner, bij de toewijzing
+van den door hem gepachten grond, van het Koloniaal Gouvernement de
+opdracht ontving, om gastvrijheid aan de reizigers te verleenen. Die
+gastvrijheid wordt evenwel zoo eenvoudig mogelijk beoefend. In
+die zonderlinge herbergen worden noch bedden voor de menschen, noch
+stroolegering voor de paarden aangetroffen. Men vindt er ter nauwernood
+eenige blikken verduurzaamde levensmiddelen, die verscheidene malen de
+reis rondom de wereld afgelegd hebben en die met goud betaald worden!
+
+Daaruit volgt dus, dat om te voorzien in de voeding der trekdieren,
+deze eenvoudig op de vlakte losgelaten worden, alwaar zij zich moeten
+behelpen met het zoeken van eenig schaars voorkomend gras tusschen
+de keisteenen. Een ander gevolg daarvan is, dat wanneer men weer
+wil vertrekken, die beesten eerst opgevangen moeten worden, hetgeen
+groote moeite en een aanmerkelijk tijdverlies veroorzaakt. En welke
+schokken worden in zoo'n oorspronkelijk vervoermiddel op die nog
+oorspronkelijker wegen ondervonden! De zitbanken zijn gewoonlijk de
+bovenvlakken van houten koffers, die voor de opberging van kleine
+benoodigdheden dienen en waarop het zitvlak van den ongelukkigen
+reiziger, die daarmede vervoerd wordt, de werkzaamheden van
+vijzelstamper gedurende een lange week verricht. In zoo'n kast is
+het onmogelijk te lezen, te slapen, zelfs te praten. Daarentegen
+rooken de reizigers nacht en dag als fabrieksschoorsteenen, drinken
+als tempeliers, en voegen daarbij de aangename bezigheid om veel en
+herhaaldelijk te spuwen.
+
+Zoo bevond zich Cyprianus Méré in dat vervoermiddel met een uitgezocht
+zoodje van die vlottende bevolking, die van alle oorden van den
+aardbol komt opdagen, zoodra er sprake is van nieuw gevonden goud- of
+diamantmijnen. Er bevond zich een loslendige Napolitiaan in met lange
+zwarte haren, met een echt perkament-gezicht, met oogen om bang van te
+worden, en die vertelde dat hij Hannibal Pantalucci heette; verder een
+Portugeesche jood, wiens naam Nathan was, een echte diamant-kenner,
+die zich in zijn hoekje zeer stil hield en het menschelijk gewriemel
+met wijsgeerigheid beschouwde; dan nog een mijnwerker van Lancashire,
+Thomas Steel genaamd, een lange lummel met rooden baard en stevige
+heupbeenderen, die de steenkolen-mijnen ontvlucht was om zijn
+gelukkig gesternte in Grikwaland te beproeven; verder een Duitscher,
+Herr Friedel, die steeds machtspreukig als een orakel sprak, en
+altijd alles wist wat op de ontginning der diamanthoudende terreinen
+betrekking had, hoewel hij nimmer een enkelen diamant gezien, veel
+minder bezeten had; ook nog een Yankee met fijn gevormde lippen,
+die slechts samenspraken hield met zijne lederen veldflesch en die
+waarschijnlijk in de ontginningsvelden een drankwinkeltje kwam openen,
+waarin de meeste verdiensten van den mijnwerker zouden verdwijnen;
+dan nog een pachter afkomstig van de boorden van de Hart-rivier, een
+Boer van den Oranje-Vrijstaat; een ivoorhandelaar, die naar het land
+der Namakken trok; twee kolonisten uit de Transvaal, en een Chinees,
+die Li heette, zooals een achtenswaardig Chinees betaamt. Die allen
+vormden het meest uiteenloopend, het meest verschillend en het meest
+luidruchtig gezelschap, dat ooit een fatsoenlijk man op zijn weg
+heeft kunnen ontmoeten.
+
+Na een oogenblik hunne gelaatstrekken opgenomen en zich met hunne
+manieren en gewoonten vermaakt te hebben, begon dat Cyprianus ook
+te vervelen. Alleen Thomas Steel met zijne krachtige geaardheid en
+zijn openhartigen lach, en de Chinees Li niet zijne zachtaardige
+en kat-achtige bewegingen konden hem boeien en belangstelling
+inboezemen. De Napolitaan daarentegen met zijne akelige geestigheden
+en met zijne galgentronie, boezemde hem een onoverwinnelijk gevoel
+van afkeer in.
+
+Een der meest gewaardeerde grappen van dien Italiaan bestond gedurende
+twee of drie dagen daarin, dat hij aan den haarstaart, dien de Chinees
+volgens de gewoonte van zijn land op den rug droeg, allerhande dwaze
+zaken vastbond, als bossen gras, koolstronken, een koeienstaart,
+een paardenschouderblad, dat hij in de vlakte opgeraapt had, enz.
+
+Li knoopte, zonder zich verontwaardigd te toonen, die dingen los,
+welke zijn reeds langen staart noodeloos verlengden, wierp ze weg,
+maar toonde noch door woord, noch door gebaar, zelfs door geen blik,
+dat het hem voorkwam, dat die grappen de grenzen der gepastheid
+overschreden. Zijn geelachtig gelaat en zijne kleine scheefstaande
+oogen bleven onverstoorbaar kalm, alsof hij geheel vreemd was aan
+hetgeen rondom hem voorviel. Waarlijk, men zou geloofd hebben dat
+hij geen enkel woord verstond van hetgeen in die arke Noach's, die
+op reis naar Grikwaland was, gesproken werd.
+
+Dit gaf aanleiding dat Hannibal Pantalucci aan zijn grappen nog
+toespelingen in gebrekkig Engelsch toevoegde, die geheel en al den
+man van lage afkomst kenmerkten.
+
+"Denkt hij dat zijne geelzucht besmettelijk zoude zijn?" vroeg hij
+hardop aan een zijner medereizigers.
+
+Of ook:
+
+"Had ik maar eene schaar in mijn bezit om hem zijn staart af te
+knippen, dan zoudt gij eens zien welk gezicht hij zetten zou!"
+
+De reizigers lachten dan; maar wat hunne vroolijkheid nog vermeerderde,
+was dat de Boeren van het gezelschap steeds eenigen tijd noodig
+hadden om de snakerij van den Napolitaan te begrijpen, eindelijk in
+een luid gelach uitbarstten, hetgeen dan een geheele poos na dat van
+de anderen weerklonk.
+
+Het begon Cyprianus eindelijk te ergeren, dat de arme Li steeds voor
+zondebok gekozen werd. Hij merkte Pantalucci dan ook op, dat zijn
+gedrag niet edelmoedig genoemd kon worden. Deze zou ongetwijfeld
+die opmerking met eene onbeschoftheid beantwoord hebben, toen Thomas
+Steel tusschen beiden trad, waardoor hij zijne beleediging voorzichtig
+weerhield.
+
+"Neen," sprak de brave Engelschman, "dat is geen eerlijk spel, zoo
+met dien armen drommel om te springen, die niet eens verstaat wat
+gij zegt!"
+
+En de ronde kerel had er waarachtig spijt van, dat hij met de anderen
+meegelachen had.
+
+De zaak bleef dus daarbij. Maar weinige oogenblikken later merkte
+Cyprianus niet zonder bevreemding op, dat de Chinees een slimmen
+blik op hem vestigde, die wel is waar lichte spotternij verried,
+maar ook van dankbaarheid getuigde. Toen kwam de gedachte bij hem op,
+dat Li misschien meer van het Engelsch verstond, dan hij wel wilde
+laten voorkomen.
+
+Maar te vergeefs poogde hij op de volgende pleisterplaats een
+gesprek met hem te beginnen. Het was onmogelijk een woord uit hem
+te krijgen. De Chinees bleef onwrikbaar stom. Van toen af wekte dat
+vreemdsoortig wezen de belangstelling van den jongen ingenieur op. Het
+was hem alsof die man een raadsel was, waarvan hij de oplossing moest
+vinden. Cyprianus bestudeerde dan ook zeer dikwijls dat geelachtige,
+gladde, baardelooze gelaat; dien mond, die als door den houw van een
+sabel gevormd scheen en bij het openen zeer witte tanden liet zien;
+dien kleinen korten bekervormigen neus; dat breede voorhoofd, die
+schuinstaande oogen, die bijna altijd neergeslagen waren, alsof zij
+eene listige uiting wilden verbergen.
+
+Hoe oud zou Li kunnen zijn? Was hij vijftien of telde hij zestig
+jaren? Dit was onmogelijk uit te maken. Duidden zijne tanden, zijn
+blik, zijn gitzwarte haren op eene prille jeugd, van een anderen kant
+wezen de rimpels op zijn voorhoofd, zijne wangen, zijne mondhoeken
+op een reeds gevorderden leeftijd. Hij was klein van stuk, slank
+en van uitzicht vlug, evenwel met de oudachtige bewegingen van eene
+bejaarde vrouw.
+
+Was hij rijk of was hij arm? Dat was eene andere vraag, welker
+beantwoording ook twijfel kon verwekken. Zijn grijslinnen broek,
+zijn geelkatoenen kiel, zijn pet van gevlochten koord, zijne schoenen
+met vilten zolen, die vlekkeloos witte kousen bedekten, konden zoowel
+een eerste-klasse-mandarijn toebehooren als een man des volks. Zijne
+bagage bestond uit een eenigen koffer, van rood hout vervaardigd,
+op welks deksel, met zwarten inkt geschreven stond:
+
+ H. Li
+ from Canton to the Cape,
+
+
+wat vertaald beteekent: H. Li, van Canton naar de Kaap.
+
+Die Chinees was bovendien uitermate zindelijk, hij rookte niet, dronk
+slechts water en benuttigde ieder oogenblik op de pleisterplaatsen
+om zijn hoofd met de grootste zorgvuldigheid te scheeren. Cyprianus
+kon er niet meer van te weten komen en gaf het weldra op dit levende
+vraagstuk te ontraadselen.
+
+Intusschen gingen de dagen voorbij en volgde de eene mijl op de
+andere. Soms repten de paarden zich bijzonder. Een anderen keer
+scheen het onmogelijk om hen den stap te doen versnellen. Maar de
+reis raakte zoo langzamerhand aan haar einde, en op een fraaien dag
+kwam de vervaarlijke postwagenkast te Hope-town aan. De volgende
+pleisterplaats, die voorbijgetrokken werd, was Kimberley. Toen
+verschenen houten hutten aan den gezichteinder.
+
+Dat was New-Rush.
+
+Daar verschilde het kamp der mijnwerkers in niets met die voorloopige
+steden, in welke streken der aarde ook, door de beschaving opgebouwd
+en die als door tooverij of als paddestoelen uit den grond verrijzen.
+
+Planken gebouwen, meerendeels zeer klein en niet ongelijk aan de
+huisjes en hutten der baanwachters langs Europeesche spoorwegen of
+bij Europeesche werkplaatsen, hier en daar eenige tenten, eenige
+dozijnen koffie- en drankhuizen, een biljartzaal, een Alhambra
+of danszaal, "stores" of algemeene magazijnen van de eerste
+levensbenoodigdheden,--ziedaar wat het oog het eerst ontdekte.
+
+Er was van alles te koop in die winkels, kleederen en meubels,
+schoenen en vensterglazen, boeken en rijzadels, wapenen en stoffen,
+bezems en jacht- en krijgsbenoodigdheden, wollen dekens en sigaren,
+versche groenten en geneesmiddelen, ploegen en fijne toiletzeepen,
+nagelborstels en verduurzaamde melk, keukenkachels en steendrukplaten,
+in één woord: er was alles, behalve koopers.
+
+De reden daarvan was dat de bevolking zich nog op het mijnterrein
+bevond, dat nog drie- of vierhonderd meters van New-Rush verwijderd
+lag.
+
+Cyprianus deed wat alle nieuw aangekomenen deden: hij spoedde zich naar
+de mijnen, terwijl men het middagmaal toebereidde in de eenvoudige hut,
+die met den hoogdravenden naam van _Hotel Continental_ begiftigd was.
+
+Het was ongeveer zes uren in den namiddag. De zon begon zich reeds bij
+den horizon met eene vergulde tint te omringen. De jonge ingenieur
+merkte een keer te meer op de overgroote middellijn, welke zoowel
+de dagvorstin als de maan onder deze zuidelijke breedten aanneemt,
+zonder dat daarvan vooralsnog eene voldoende verklaring is kunnen
+gegeven worden. Die middellijn scheen wel dubbel zoo groot te zijn
+als die in Europa waargenomen wordt.
+
+Maar een ander en meer nieuw schouwspel wachtte Cyprianus Méré bij
+de Kopjes-mijn, namelijk op het terrein der diamantdelving zelf.
+
+Bij den aanvang der werkzaamheden vormde de mijn een kleinen
+platkoppigen heuvel, die de vlakte, welke overal elders zoo
+gelijk als de oppervlakte der zee was, op deze plek als met een
+bult opschikte. Thans evenwel vertoonde die bult eene onmetelijke,
+uitholling met trechtervormig toeloopende wanden, een soort van circus
+van elliptischen vorm, die eene oppervlakte besloeg van ongeveer
+veertig vierkante meters. Die oppervlakte bevatte niet minder dan
+drie- of vierhonderd "claims" of mijnvergunningen, die eenendertig
+voet zijden matten en die door de rechthebbenden naar eigen goedvinden
+ontgonnen werden.
+
+De arbeid bestaat doodeenvoudig daarin, dat de aarde met pikhouweel en
+schop uit dien bodem, die over het algemeen uit een soort roodachtig
+zand vermengd met puin bestaat, losgewerkt wordt. Dan wordt die
+aarde buiten de mijnboorden gebracht en verder naar de uitzoek-tafels
+vervoerd, om daar uitgewasschen, gestampt, gezeefd en met de grootste
+zorg uitgezocht te worden, om te zien of zij geen kostbare gesteenten
+bevat.
+
+Al die claims zijn onafhankelijk van en zonder verbinding met elkander
+gegraven, en vormen natuurlijk kuilen van verschillende diepte. Er
+zijn er die honderd meter en dieper bereiken, anderen peilen slechts
+vijftien, twintig of dertig meter.
+
+Ieder begiftigde is ter wille van den arbeid, ook van het vrije
+verkeer in de mijn, door de officiëele reglementen verplicht langs
+een der zijden van zijn put eene breedte gronds van zeven voet geheel
+onaangeroerd te laten. Die ruimte, vermeerderd met een gelijke breedte
+langs den put van den buurman, spaart eene soort weg of dijk uit,
+die de oppervlakte van den oorspronkelijken bodem uitmaakte.
+
+Dwars over dien dijk of banket wordt eene opeenvolging van balken
+gelegd, die aan weerszijden ongeveer een meter uitsteken en daardoor
+eene voldoende breedte daarstellen, dat twee wagentjes elkander zonder
+gevaar van aanhaking kunnen voorbijrijden.
+
+Ongelukkig voor de stevigheid van dien hangweg, en ook voor de
+veiligheid der mijnwerkers, gaan de meeste der concessionarissen er
+toe over den grond, die den voet van den muur vormt, trapsgewijze
+uit te steken naarmate de uitgravingen dieper vorderen, zoodat de
+vorenbedoelde balken, die soms boven eene dubbele hoogte van die der
+torens van de O.L. Vrouwekerk te Parijs uitsteken, eigenlijk op het
+grondvlak liggen eener piramide, die op hare punt zou rusten. Het
+gevolg van zulk een gevaarlijke manier van werken is gemakkelijk te
+voorzien, namelijk dat die dijken veelvuldig, hetzij in den regentijd,
+hetzij bij plotselinge temperatuurswisselingen, waardoor barsten in den
+grond ontstaan, instorten. Maar die schier regelmatig terugkeerende
+ongelukken verhinderen de onvoorzichtige mijnwerkers niet, hun claim
+tot aan den uitersten grenswand uit te graven.
+
+Toen Cyprianus de mijn naderde, zag hij niets anders dan karren,
+geladen of ledig, die langs die hangwegen voortreden. Maar toen hij
+genoegzaam tot den rand genaderd was om den blik in de mijn te laten
+doordringen, toen bespeurde hij daar eene menigte mijnwerkers van ieder
+ras, van iedere kleur, van iedere kleeding, die met ijver beneden in
+die claims arbeidden. Daar waren negers en blanken, Europeanen en
+Afrikanen, Mongolen en Celten, het meerendeel bijna totaal naakt,
+of slechts met een linnen broek of een flanellen of katoenen hemd
+gekleed, terwijl zij op het hoofd breedrandige stroohoeden droegen,
+die veelal met struisvederen getooid waren.
+
+Al die mannen vulden lederen emmers met aarde en heschen die
+vervolgens door middel van koorden van koevellen vervaardigd langs
+dikke ijzerdraadkabels, die door groote houten cilinders in beweging
+werden gebracht, op naar den rand der mijn. Daar werden die emmers zoo
+spoedig mogelijk in karren geledigd en daalden weer in den claim af,
+om andermaal gevuld naar boven gehaald te worden.
+
+Die lange ijzeren kabels waren diagonaalsgewijze in de
+parellelopipedums gespannen, die door de claims gevormd werden, en
+verleenden aan de "dry diggings" of aan de zoogenaamde diamantmijnen
+in den drogen grond een bijzonder uitzicht en karakter. Men zou gezegd
+hebben dat het de hoofddraden waren van een monster-spinneweb, waarvan
+de vervaardiging plotseling gestoord en onderbroken was geworden.
+
+Cyprianus schepte een poos vermaak in het beschouwen van dat
+menschelijke mierennest. Daarna keerde hij naar New-Rush terug, waar
+de klok, die de gasten aan tafel riep, zich weldra liet hooren. Daar
+smaakte hij het genoegen, den geheelen avond hier en daar te hooren
+snoeven op wonderbaarlijke vondsten, mijnwerkers die arm als job
+waren, maar die door het vinden van een enkelen diamant schatrijk
+geworden waren, terwijl anderen slechts pruttelden over hun ongelukkig
+gesternte, over de schraapzucht der handelaren, over de trouweloosheid
+der Kaffers, die in de mijnen te werk gesteld waren en die kostbare
+steenen stalen, en andere dergelijke technische gesprekken. Men sprak
+slechts over diamanten, over karaten en over honderden ponden sterling.
+
+Iedereen zag er over het algemeen in die streek ellendig uit, en
+tegenover een enkelen gelukkigen digger, die met snoevende stem een
+flesch champagne bestelde om op zijn welslagen een lekker glas te
+drinken, zag men zeker twintig lange gezichten, waarvan de weemoedige
+eigenaars zich met een dun en schraal bier vergenoegden.
+
+Nu en dan ging er een steen rond de tafel van hand tot hand, om
+gewogen, beoordeeld en geschat te worden, en om eindelijk terug te
+keeren in den gordel van zijn bezitter. Die grijsachtige en doffe
+keisteen, die niet meer glans vertoonde dan een gewone silex, die
+door een beek of bergstroom gerold zoude zijn, was de diamant in zijn
+omhulling of ganggesteente.
+
+De koffiehuizen vulden zich tegen het vallen van den avond, en dan
+werden dezelfde gesprekken, dezelfde twistredenen als die, welke het
+etensuur verlevendigd hadden, vernomen, terwijl de bezoekers hun glas
+gin of brandy verorberden.
+
+Cyprianus had vroeg zijn bed opgezocht, dat onder eene tent in de
+nabijheid van het hotel gespreid was. Daar sliep hij weldra in op
+het geluid van eene danspartij in de open lucht, die door eenige
+Kaffersche mijnwerkers ergens in de buurt gegeven werd, en op het
+schel geluid van een klephoorn, die in een openbaar danshuis de maat
+aangaf bij de chorographische sprongen van eenige blanke heeren.
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+EEN WEINIG WETENSCHAP VAN HARTE ONDERWEZEN.
+
+
+Ter wille van de billijkheid wordt het tijd om te verklaren, dat onze
+jonge ingenieur niet in Grikwaland gekomen was om zijn tijd in die
+atmosfeer van schraapzucht, van dronkenschap en tabakslucht door te
+brengen. Neen, hij had in opdracht om topographische en geologische
+opnemingen van sommige gedeelten van die landstreek te bewerkstelligen,
+om monsters van rotssteenen en van diamanthoudende lagen te verzamelen,
+en om ter plaatse zorgvuldige analyses uit te voeren. Zijne eerste
+zorg moest dan ook zijn om zich een stille woning te verschaffen,
+waarin hij zijn laboratorium kon onder dak brengen en die als het
+uitgangspunt van zijn verkenningstochten door het geheele mijndistrict
+moest aangemerkt worden.
+
+De heuvel of het bergje waarop de pachthoeve van Watkins gelegen
+was, trok weldra zijne aandacht tot zich als eene standplaats,
+die als buitengewoon gunstig voor zijne werkzaamheden beschouwd kon
+worden. Zij was ver genoeg van het mijnwerkerskamp verwijderd, om
+slechts weinig van de luidruchtigheid van die nabuurschap te lijden
+te hebben. Cyprianus was daar ongeveer op een uur afstand van de
+meest verwijderde Kopjes--want het geheele diamantdistrict meet ter
+nauwernood een omtrek van tien of twaalf kilometers. Hij kwam er dus
+toe om een der huizen, door John Watkins verlaten, te kiezen, daarvan
+de huur te bepalen, en er in te trekken, hetgeen alles bij elkander
+geteld hem ter nauwernood een halven dag ontroofde. Overigens toonde
+de Engelschman zich niet schraapzuchtig bij de verhuur; want eigenlijk
+verveelde hij zich zeer in zijne eenzaamheid, en hij zag met genoegen
+dat de jonkman zich in zijne nabijheid kwam vestigen, overtuigd als
+hij was, dat hij van hem wel eenige verstrooiing verwachten kon.
+
+Maar als Mr. Watkins er op gerekend had, in zijn huurder een
+tafelmakker of een partner bij zijn bestormingsplannen ten opzichte
+van zijne ginkruik te vinden, dan had hij toch buiten den waard
+gerekend. Nauwelijks had Cyprianus zijn laboratorium met zijn kolven,
+zijne haardvuren en zijne reaktiven in orde gebracht in het huis dat
+hij gehuurd had--en zelfs nog voordat de voornaamste bestanddeelen van
+zijn laboratorium aangekomen waren--of hij had reeds een begin met
+zijne geologische omzwervingen in het mijndistrict gemaakt. Wanneer
+hij dan ook des avonds, doodmoe en zijn zinken doos, zijne jachttasch,
+zijne zakken en zijn hoed zelfs met rotsblokken gevuld te huis kwam,
+dan had hij meer lust om zijn bed op te zoeken en in den slaap herstel
+van krachten te zoeken, dan de oudbakken praatjes en vertellingen van
+Mr. Watkins te gaan aanhooren. Daarenboven, hij rookte weinig en dronk
+nog minder, zoodat hij eigenlijk het ideaal van den vroolijken makker,
+dien zich de pachter gedroomd had, niet verwezenlijkte.
+
+Toch was Cyprianus zoo loyaal en zoo goedhartig, zoo eenvoudig van
+manieren en van gevoelen, zoo geleerd en evenwel zoo bescheiden en
+zedig, dat het onmogelijk was, wanneer men voortdurend met hem in
+aanraking kwam, zich niet aan hem te hechten. Mr. Watkins--misschien
+deed hij het geheel onbewust--koesterde dan ook meer eerbied voor den
+jeugdigen ingenieur, dan hij ooit iemand bewezen had. Als die jongen
+slechts een fatsoenlijk slokje had kunnen drinken! Maar wat toch
+aan te vangen met iemand die den kleinsten droppel gin niet in het
+keelgat verdragen kon? Zoo eindigden regelmatig de oordeelvellingen,
+die de pachter over zijn huurder uitbracht.
+
+Wat miss Watkins betreft, deze had zich dadelijk met den jeugdigen
+geleerde op den voet eener goede en vrije kameraadschap geplaatst. Zij
+trof in hem eene geestesmeerderheid aan, die zij in hare gewone
+omgeving te vergeefs zocht, en zij had dan ook de gelegenheid, die
+zich zoo onverwacht aangeboden had, met gretigheid waargenomen,
+om door eenige grondbeginselen der practische scheikunde de zeer
+degelijke en uiteenloopende opvoeding te voltooien, die zij vooral
+geput had uit de wetenschappelijke werken, welke zij bij voorkeur
+tot onderwerp van lectuur koos.
+
+Het laboratorium van den jeugdigen ingenieur met zijne vreemdsoortige
+toestellen wekte verbazend hare belangstelling op. Zij wenschte
+vooral alles te weten wat op het wezen der diamanten betrekking had,
+op die kostbare steenen, die in de gesprekken en in den handel van
+het land eene zoo groote plaats innamen. En inderdaad, Alice had
+wel neiging om dat gesteente slechts als een leelijken keisteen te
+beschouwen. Cyprianus--dat begreep zij wel--deelde op dat punt geheel
+en al hare geringschatting. Die eensgezindheid van denkbeelden was
+niet vreemd gebleven aan de vriendschap, die tusschen de twee jonge
+lieden ontstaan was. Zij waren de eenigen in Grikwaland, dat kon
+veilig betuigd worden, die er niet aan geloofden, dat het eenige
+doeleinde van het menschelijk leven was of moest zijn: het zoeken,
+het kloven, het slijpen en het verkoopen van die kleine steentjes,
+die door de geheele wereld zoo zeer begeerd worden.
+
+"Het diamant," legde haar eens de jonge ingenieur uit, "is
+heel eenvoudig niets anders dan zuivere koolstof. Het is een stuk
+gekristaliseerde kool, niets anders. Men kan het verbranden evenals een
+gewone doove kool, en die eigenschap van verbrandbaarheid heeft voor
+de eerste maal den aard zijner vorming, zijner grondbestanddeelen doen
+gissen. Newton, die zooveel zaken waargenomen heeft, had opgemerkt
+dat de geslepen diamant het licht meer weerkaatst dan eenig ander
+doorschijnend lichaam. Daar hij nu wist dat die hoedanigheid den
+meesten brandbaren lichamen eigen is, zoo trok hij met zijne gewone
+stoutmoedigheid daaruit de gevolgtrekking, dat het diamant brandbaar
+_moest_ zijn. Er eene kort daarop gevolgde proefneming stelde hem
+geheel in het gelijk."
+
+"Maar, mijnheer Méré," vroeg het jonge meisje, "als het diamant
+slechts kool is, waarom is het dan zoo duur?"
+
+"Omdat het zeer zeldzaam is, mejuffrouw Alice," antwoordde Cyprianus,
+"en omdat het nog maar in zeer kleine hoeveelheden in de natuur
+aangetroffen wordt. Gedurende langen tijd trok men het alleen
+uit Indië, uit Brazilië en uit het eiland Borneo. Gij moet het u
+ongetwijfeld nog herinneren, want gij waart toen zeven of acht jaren
+oud, het tijdstip waarop voor de eerste maal de tegenwoordigheid van
+diamant in dit gedeelte van Zuid-Afrika aangeduid werd."
+
+"Voorzeker herinner ik mij dat," antwoordde miss Watkins. "Een ieder
+in Grikwaland gedroeg zich of hij gek was! Men zag slechts lieden,
+gewapend met schoppen en spaden, die al de terreinen nauwkeurig
+onderzochten, die den loop der beken afleidden en wijzigden, om hare
+beddingen na te pluizen, en die slechts over diamanten droomden en
+spraken! Hoe klein ik destijds ook was, mijnheer Méré, zoo verveelden
+die gesprekken mij toch somtijds. Maar gij zeidet straks, dat het
+diamant duur is, omdat het zeldzaam voorkomt.... Bestaat zijn waarde
+alleen in die zeldzaamheid?"
+
+"Dat nu juist niet, miss Watkins. Zijne doorschijnendheid, zijn
+glans, wanneer hij doelmatig genoeg geslepen is om de lichtstralen te
+weerkaatsen, de verbazende moeilijkheid van dat slijpen en eindelijk
+zijne buitengewone hardheid zijn zoovele oorzaken, dat de diamant voor
+den geleerde een zeer belangwekkend lichaam oplevert, waarbij ik voeg,
+dat hij voor de nijverheid zeer veel nuttigs heeft. Gij weet zeker dat
+men hem alleen met zijn eigen stof kan polijsten, en het is die niet
+genoeg te waardeeren hardheid, die veroorlooft om hem sedert eenige
+jaren voor de doorboring van rotsen te bezigen. Zonder zijne hulp zou
+het bewerken van het glas en van andere zeer harde zelfstandigheid
+niet alleen zeer moeilijk zijn, maar ook het boren van tunnels, het
+openen van mijngalerijen, het vervaardigen van artesische putten zou
+meer moeilijkheden aanbieden."
+
+"O! nu begrijp ik het," zei Alice, die plotseling een soort achting
+in zich voelde opwellen voor die arme diamanten, die zij tot heden
+zoozeer versmaad had. "Maar, mijnheer Méré, wat is die koolstof toch
+waaruit het diamant in kristalvorm bestaat? Ik druk mij immers goed
+uit, niet waar? Waaruit bestaat zij?"
+
+"Dat is een enkelvoudig, niet samengesteld lichaam, tot de metaalloïden
+of niet metalen behoorende, hetwelk het meest verbreid in de natuur
+voorkomt," antwoordde Cyprianus. "Alle organisch samengestelde
+lichamen, zonder eenige uitzondering, als het hout, het vleesch, het
+brood, het gras, bevatten het in groote en belangrijke hoeveelheid. Zij
+zijn zelfs aan de aanwezigheid der koolstof in hare bestanddeelen,
+den graad van verwantschap verschuldigd, dien men onder hen opmerkt."
+
+"Wat vreemde overeenkomst!" zei miss Watkins. "Zoodat die struiken
+daarginds, en het gras van dat weiland, en de boom, die ons met zijne
+schaduw beschut, en het vleesch van mijn struisvogel Dada, en ik zelf,
+en gij ook, mijnheer Méré, allen gedeeltelijk van koolstof vervaardigd
+zijn, evenals de diamanten? Alles is dus maar kool in deze wereld?"
+
+"Zeker, juffrouw Alice! Men had daarvan reeds sedert lang een
+voorgevoel; maar de hedendaagsche wetenschap heeft de strekking, dat
+al meer en meer en ook afdoend aan te toonen. Of, om duidelijker te
+spreken, zij heeft de strekking om het getal enkelvoudige lichamen al
+minder te doen worden; en toch werd dat getal vroeger als onwrikbaar
+vastgesteld beschouwd. De spectroscopische waarnemingen hebben in
+den laatsten tijd dienaangaande een nieuw licht over de scheikunde
+doen opgaan. Zoo kan het wel zijn, dat de twee en zestig lichamen,
+die als enkelvoudige of niet samengestelde gerangschikt waren, slechts
+eene enkele atomische zelfstandigheid--de waterstof wellicht--bestaan,
+die op verschillende elektrische, dynamische en warmtegevende wijzen
+bewerktuigd zijn."
+
+"O! gij jaagt mij angst aan, mijnheer Méré, met al die groote woorden,"
+riep Miss Watkins uit. "Spreek mij maar liever over koolstof: Zoudt
+gij, heeren deskundigen, die stof ook niet kunnen kristalliseeren,
+zooals gij met de zwavel doet en waarvan gij mij onlangs zulke fraaie
+aangeschoten naalden hebt laten zien? Dat zou oneindig gemakkelijker
+zijn, dan daar gaten in den grond te gaan graven om er diamanten
+te zoeken!"
+
+"Men heeft dikwijls trachten te verwezenlijken, wat gij daar zegt,"
+antwoordde Cyprianus. "Ja, men heeft dikwerf getracht om langs
+kunstmatigen weg diamant te vervaardigen, en dat wel door zuivere
+koolstof te kristalliseeren. Ik ben verplicht er bij te voegen,
+dat men zelfs in zekere mate geslaagd is, Despretz heeft in 1853,
+en nu nog kort geleden in Engeland een ander geleerde, diamantstof
+verkregen, door cilinders van koolstof, die van iedere mineralische
+stof gezuiverd en van kandijsuiker vervaardigd waren, aan een zeer
+sterken elektrischen stroom in het luchtledige te onderwerpen. Maar
+tot heden heeft dat succes hoegenaamd geene handelswaarde, hoewel het
+zeer waarschijnlijk is, dat dit nu slechts meer een quaestie van tijd
+zal zijn. Den eenen of anderen dag zal de vervaardiging van diamant
+gevonden worden, en wie weet, miss Watkins, of die vinding op het
+oogenblik dat wij er over spreken, niet reeds geschied is!"
+
+Zoo koutten zij, terwijl zij op het met zand bestrooide plein,
+hetwelk zich langs de pachthoeve uitstrekte, heen en weer wandelden,
+of als zij des avonds onder de lichte veranda gezeten waren en naar
+het glinsteren van den zuidelijken sterrenhemel keken.
+
+Dan verliet Alice gewoonlijk den jeugdigen ingenieur, om naar de
+hoeve terug te keeren, tenzij zij hem meenam om hare kleine kudde
+struisvogels te zien, die in eene kleine omsloten ruimte bewaakt
+werden, welke aan den voet van den heuvel gelegen was, waarop de woning
+van John Watkins was gebouwd. De kleine witte kop dezer dieren, die
+zich op een zwartachtig lichaam verhief, hunne dikke stijve pooten, de
+bossen geelachtige veeren, die hun lichaam ter zijde en op de vleugels
+en aan den staart versieren, dat alles boezemde het jonge meisje belang
+in, waardoor zij er dan ook sedert een of twee jaren toe gekomen was,
+om eene geheele kudde van die reusachtige steltloopers op te voeden.
+
+Gewoonlijk gaat men er niet toe over, deze vogels tot huisdieren te
+vervormen. De pachters aan de Kaap laten hen eer in een zekeren wilden
+staat voortleven. Zij vergenoegen zich om hen in een omheining van een
+buitengewoon grooten omvang af te sluiten, die door hooge schuttingen
+van ijzerdraad gevormd wordt, nagenoeg gelijk aan die welke in sommige
+landen langs de spoorwegen aangetroffen worden. De struisvogels,
+die weinig geschikt zijn om te kunnen vliegen, kunnen daar niet over
+heen. Daarin leven zij het geheele jaar door in een gevangenschap,
+die zij zelfs niet vermoeden, voeden zich met hetgeen zij vinden, en
+zoeken afgelegen hoekjes uit om hunne eieren, die door zeer strenge
+wetten tegen diefstal beschermd worden, te leggen. Tegen den ruitijd
+evenwel, wanneer het er op aan komt om de mooie veeren machtig te
+worden, die door de dames in Europa zoo gezocht zijn, dan jagen de
+drijvers de struisvogels in eene reeks van afgesloten perken, die
+al nauwer en nauwer worden, totdat het gemakkelijk is hen te vatten,
+als wanneer hun vederentooi hun ontrukt wordt.
+
+Die tak van nijverheid heeft sedert de laatste jaren in de omstreken
+van de Kaap eene buitengewone vlucht genomen, en het is waarachtig
+te verwonderen, dat die ter nauwernood in Algiers is ingevoerd, waar
+er niet minder goede resultaten van verwacht konden worden. Iedere
+struisvogel, die zoo in gevangenschap leeft, brengt zijn bezitter
+een jaarlijksch inkomen op, dat tusschen twee en drie honderd
+francs mag geraamd worden, en dat zonder eenige kosten hoegenaamd te
+veroorzaken. Om dit den lezer goed te doen begrijpen, dienen wij mede
+te deelen, dat een groote veer, wanneer zij van goede kwaliteit is,
+voor zestig en zelfs voor tachtig francs, de gewone handelsprijs,
+verkocht wordt, alsook dat de middelsoort veeren en de kleine ook
+eene vrij groote waarde vertegenwoordigen.
+
+Miss Watkins onderhield slechts voor haar vermaak een twaalftal van
+die groote dieren! Zij schepte er genoegen in, hen hunne groote eieren
+te zien uitbroeden, en vond het een verrukkelijk gezicht, wanneer zij
+met hare kuikens haar voeder kwam nuttigen, evenals gewone kippen of
+kalkoenen zouden gedaan hebben. Cyprianus begeleidde het jonge meisje
+soms daarbij, en schepte er zelfs genoegen in om een der fraaiste van
+den troep, een zekeren struisvogel met zwarten kop en gulden oogen,
+te streelen, juist den zoo gevierden Dada, die den ivoren maasbal
+opgeslikt had, waarvan Alice zich bij het kousenstoppen gewoonlijk
+bediende.
+
+Cyprianus voelde allengs een dieper en teederder gevoel ten opzichte
+van dat jonge meisje zijn hart binnensluipen. Hij overreedde zich,
+dat hij nimmer eene gezellin zou vinden, aan wier hand hij het leven
+wenschte te doorwandelen, dat leven van arbeid en overdenkingen,
+hetwelk hij leidde, die zoo eenvoudig van harte was, die levendiger
+van begrip, daarbij even zacht, beminnenswaardig en volmaakt zoude zijn
+als zij. En werkelijk, daar miss Watkins hare moeder reeds op jeugdigen
+leeftijd verloren had, was zij verplicht geweest reeds vroegtijdig de
+zorgen in het vaderlijke huis voor hare rekening te nemen, waardoor
+zij tot een degelijke huisvrouw, zoowel, als tot eene vrouw, die zich
+in de wereld beschaafd voordeed, gevormd werd. Het was zelfs juist dat
+mengsel van volmaakte voornaamheid en van ongekunstelde eenvoudigheid,
+hetwelk haar zooveel bekoorlijkheid bijzette. Zonder dat haar de
+dwaze vooroordeelen en pretenties van zooveel bevallige bewoonsters
+van de Europeesche steden aankleefden, zag ze er volstrekt niet tegen
+op hare blanke handjes te gebruiken om een puddingdeeg te kneeden,
+ook niet om een oog op het gereed maken van het middagmaal te houden,
+en nog minder om na te gaan of het linnen in het huisgezin in goeden
+staat was. En dat alles belette haar niet om de fraaiste sonaten van
+Beethoven even goed, zoo niet beter dan eenige andere ten gehoore
+te brengen, om twee of meer talen zoo zuiver mogelijk te spreken om
+de lectuur hartstochtelijk lief te hebben, om de meesterstukken van
+iedere soort letterkunde te kunnen apprecieeren, en eindelijk om heel
+veel succes te genieten in de kleine vereenigingen, die bij de rijke
+pachters van het district gehouden werden.
+
+Niet dat de bekoorlijke en welopgevoede vrouwen schaarsch zouden
+geweest zijn in die vereenigingen. In Transvaal zoowel als in Amerika,
+als in Australië en als in die jeugdige landen, waar de materieele
+arbeidskrachten bij het invoeren eener ontluikende beschaving der
+mannen uitsluitend deel is, daar is de geestesontwikkeling nog
+meer dan in Europa het uitsluitend deel der vrouw. Daar zijn zij
+dan ook meestal meer ontwikkeld dan hare echtgenooten of zonen,
+wat algemeene opvoeding en kunstzin aangaat. Bijna alle reizigers
+hebben niet zonder groote verwondering bij menige echtgenoote van
+een Australische mijnwerker of van een squatter in het Far-West een
+muzikaal talent van de eerste orde aangetroffen, soms gepaard aan de
+degelijkste litterarische of wetenschappelijke kennis. De dochter van
+den voddenrapper te Omaha of van een spekslager in Melbourne zou bij
+de gedachte blozen, dat zij in opvoeding, onderricht, goede manieren
+en verdere volmaaktheden beneden eene vorstin van het oude Europa
+zoude kunnen staan. In den Oranje-Vrijstaat, waar de opvoeding der
+meisjes reeds sedert lang aan die der jongens gelijk is, maar waar
+deze laatsten de schoolbanken veel vroeger ontvlieden, is dat contrast
+tusschen de beide geslachten meer waar te nemen dan ergens anders. De
+man is daar in het huishouden de broodwinner. Hij behoudt daarbij de
+hem aangeboren ruwheid, en verkrijgt die, welke hem door zijn arbeid
+in de open lucht, en door een geheel leven vol moeiten en gevaren
+medegedeeld worden. De vrouw integendeel aanvaardt dan, behalve hare
+huiselijke plichten, ook de beoefening der kunsten en der letteren,
+die door haren echtgenoot veronachtzaamd of verwaarloosd worden.
+
+En zoo gebeurt het, dat eene wezenlijke bloem van schoonheid, van
+voornaamheid en bekoorlijkheid op de grenzen der woestijn bloeit. En
+zoo was het ook hier het geval met de dochter van den pachter John
+Watkins.
+
+Cyprianus had dat alles overwogen en, daar hij recht op het doel
+afging, zoo had hij geen oogenblik geaarzeld, om zijn aanzoek te doen.
+
+Helaas, zijn schoone droom was thans geëindigd. Hij zag thans voor
+de eerste maal den bijna onoverkomelijken afgrond, die hem van Alice
+scheidde. Hij kwam dan ook na dat onderhoud met een benepen hart te
+huis. Hij was evenwel de man niet, om zich aan een ijdele wanhoop over
+te geven. Hij was besloten te strijden, te strijden op dat terrein,
+terwijl hij in den arbeid weldra een zekere afleiding voor zijne
+smart vond.
+
+De jeugdige ingenieur eindigde, nadat hij aan zijne kleine
+schrijftafel plaats genomen had, met een loopend en fijn schrift,
+den langen en vertrouwelijken brief, dien hij des morgens begonnen
+was en die geadresseerd was aan zijn hooggeachten onderwijzer, den
+heer M.J. .... lid van de Akademie van Wetenschappen en professor
+aan de Mijnschool.
+
+".... Wat ik niet heb moge neerschrijven in mijne officiëele memorie,"
+schreef hij, "omdat het voor mij nog slechts eene hypothese vormt, is
+het denkbeeld, dat ik wel geneigd ben aan te nemen na de veelvuldige
+geologische waarnemingen, die ik gedaan heb op het terrein, omtrent de
+ware wijze van ontstaan van den diamant. Noch de hypothese, die hem een
+vulkanischen oorsprong verleent, noch die, welke zijne verschijning in
+de tegenwoordige lagen, waarin hij aangetroffen wordt, aan ontzettende
+omkeeringen in de natuur toeschrijft, kunnen mij evenmin als u, waarde
+leermeester, voldoen. Ik heb voor u de beweegredenen niet op te sommen,
+die mij hun doen miskennen. De vorming van den diamant op de plaats
+door de werking van het vuur, is ook eene te nevelachtige opvatting,
+die mij evenmin voldoet. Welken aard zou dat vuur gehad hebben, en hoe
+komt het dat het vuur de kalkgesteenten van allerhande soorten, die in
+de diamanten legeringen aangetroffen worden, niet gewijzigd heeft? Die
+stelling komt mij eenvoudig kinderachtig voor, geheel en al als de
+evenknie van de leer der dwarrelwinden of van die der gehaakte atomen.
+
+"De eenige uitlegging, die mij zou kunnen voldoen, zoo niet geheel dan
+toch binnen zekere grenzen, is die van den aanvoer door waterkracht
+van de bestanddeelen der oorspronkelijke kiem, en van hare latere
+kristalvorming op de plaats. Ik ben zeer getroffen door het bijzondere,
+bijna gelijkvormige profiel van de verschillende legeringen, die
+ik in oogenschouw genomen en met de meeste zorg gemeten heb. Allen
+vertoonen min of meer den vorm van een soort beker of een soort
+kopvormige schaal of nog eerder, wanneer rekening gehouden wordt
+met de korst die ze omgeeft, van eene jagerflesch, die op haren kant
+zoude liggen. Het is als een ontvanger van dertig of veertig duizend
+kubieke meters, waarin een geheel agglomeraat van zand, van modder en
+van aanslibbingsgrond, op een bodem van oorspronkelijk rotsgesteente
+verzameld zoude zijn. Dit karakter valt vooral op te merken bij de
+Vandergaart-Kopjes-Mijn, een van de laatst ontdekte legeringen, die,
+zooals ik het ter loops kan mededeelen, toebehoort aan den eigenaar
+van de hut, waarin ik u zit te schrijven.
+
+"Wanneer men in eene kop- of komvormige schaal een vocht schenkt,
+waarin vreemde stoffen in oplossing zijn, wat gebeurt er dan? Al
+die vreemde lichamen ploffen voornamelijk op den bodem en langs de
+wanden van de kopvormige schaal neer. Welnu, hetzelfde wordt in de
+Kopjes-mijn waargenomen. Vooral in den bodem, in het centrum van het
+bekken, maar ook langs de uiterste grens daarvan worden de diamanten
+aangetroffen. En dat feit staat zoo vast en is zoo zeer bekend,
+dat de daartusschen liggende claims spoedig beneden den middelbaren
+prijs dalen, terwijl de centrale concessiën of die in de nabijheid
+der wanden van het bekken al zeer spoedig een buitensporigen prijs
+erlangen, wanneer maar eenmaal de vorm van de legering bepaald is. Die
+overeenkomst pleit dus ten sterkste ten voordeele van een vervoer
+der bestanddeelen door het water.
+
+"Van een anderen kant bestaan een groot aantal omstandigheden, die gij
+allen in mijne memorie zult vinden, en die op eene vorming op de plaats
+der kristallen wijzen bij voorkeur boven een vervoer in reeds gevormden
+toestand. Om daarvan maar twee of drie aan te halen, kan dienen, dat de
+diamanten bijna altijd vereenigd bij groepen van dezelfde geaardheid
+en van dezelfde kleur aangetroffen worden, wat zeker niet gebeurd
+zou zijn, wanneer zij door een bergstroom aangevoerd waren in reeds
+gevormden staat. Men vindt er zeer dikwijls twee die samengevoegd,
+als aan elkander gegroeid zijn, maar die zich bij den minsten schok
+scheiden. Hoe zouden zij aan het gewrijf en aan de wisselvalligheden,
+van een vervoer door stroomend water veroorzaakt, hebben kunnen
+weerstand bieden? Daarbij de zware diamanten worden steeds als
+beschut door eene rots aangetroffen, hetgeen er op zou duiden, dat
+het de invloed van die rots is--hare warmte-uitstraling of wie weet
+welke andere oorzaak, die de kristalvorming bevorderd heeft. Het
+is zeldzaam ten slotte, zeer zeldzaam zelfs, dat groote en kleine
+diamanten bij elkander worden aangetroffen. Telkens wanneer een fraaie
+steen aangetroffen wordt, is geen andere in de onmiddellijke nabijheid
+gevonden. Het is alsof alle diamantenstof-houdende bestanddeelen van
+het omringende nest, om dat zoo eens uit te drukken, zich ditmaal
+onder den invloed van bijzondere omstandigheden, tot één enkelen
+kristal verdicht hebben.
+
+"Deze omstandigheden en vele anderen daarenboven doen mij dus
+overhellen tot de hypothese der wording op de plaats zelve, nadat de
+bestanddeelen voor de kristalvorming door den waterstroom bijgebracht
+zijn.
+
+"Maar vanwaar kwamen die wateren die de organische bestanddeelen
+meeslibden, die bestemd waren om in diamanten omgezet te worden? Zie,
+dat heb ik in weerwil van de meest oplettende studie, die ik van de
+verschillende terreinsoorten gemaakt heb, niet kunnen opsporen.
+
+"Die ontdekking zou toch niet van belang ontbloot zijn. Want kon men
+inderdaad den weg volgen, die door de wateren gebaand is, waarom zou
+men dan, door steeds hooger op te gaan, het uitgangspunt niet vinden,
+waaruit al de diamanten hunnen oorsprong gehad hebben, daar waar er
+voorzeker een veel grootere menigte aanwezig moeten zijn, dan in de
+tegenwoordige kleine bekkens, die ontgonnen worden, het geval is? Dat
+zou een volledig bewijs voor mijne stelling zijn en dat zou mij zeer
+gelukkig maken.
+
+"Ik ben evenwel bij mijne ontledingen der rotsen gelukkiger geweest."
+
+En nu trad de jonge ingenieur, terwijl hij zijn verhaal voortzette ten
+opzichte van zijne werkzaamheden, in technische bijzonderheden, die
+ongetwijfeld van het hoogste belang voor hem en zijnen correspondent
+waren, maar die van den minder wetenschappelijke gevormden lezer
+waarschijnlijk diezelfde uitspraak niet zouden erlangen. Daarom achten
+wij het voorzichtig hem die te besparen.
+
+Cyprianus doofde te middernacht, na zijn langen brief geëindigd te
+hebben, zijne lamp uit, kroop in zijn hangmat en sliep weldra den
+gerusten slaap des rechtvaardigen.
+
+De arbeid had de smart althans gedurende eenige uren verstompt. Een
+bevallige verschijning evenwel liet zich herhaalde malen te midden
+der droomen van den jongen geleerde bespeuren en die verschijning
+zeide hem dat hij nog niet moest wanhopen.
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+DE VAN DER GAART-KOPJES-MIJN.
+
+
+"Waarachtig, ik moet vertrekken," sprak Cyprianus Méré den volgenden
+morgen tot zich zelven, terwijl hij bezig was zijn morgentoilet te
+maken. "Ja, ik moet Grikwaland verlaten! Na alles wat die man mij
+voorgespiegeld heeft, zou het meer dan zwakheid wezen, wanneer ik nog
+een dag hier bleef! Hij wil mij zijne dochter niet geven? Misschien
+heeft hij wel gelijk! In ieder geval past het mij niet bij deze
+gelegenheid verzachtende omstandigheden te bepleiten. Ik moet met
+mannelijken moed die uitspraak, hoe smartelijk zij mij ook is,
+aanvaarden en mag slechts op de toekomst hopen!"
+
+En zonder langer te dralen, begon Cyprianus zijne werktuigen in de
+kisten te pakken, die hij bewaard had om ze bij wijze van buffetten
+en kasten te bezigen. Hij was ijverig in de weer en hij arbeidde
+sedert een uur of twee dapper, toen een heldere stem door het geopende
+venster met de morgenlucht naar binnen drong en weerklonk alsof een
+leeuweriken-gezang van den voet van het buitenplein tot hem opsteeg
+en een der heerlijkste melodiën van den dichter Moor voordroeg:
+
+
+ "It is the last rose of summer,
+ Left blooming alone;
+ All her lovely companions
+ Are faded and gone".
+
+
+"Dit is de laatste zomerroos, die thans nog bloeit, alle hare
+beminnelijke gezellinnen zijn verwelkt of dood."
+
+Cyprianus liep naar het venster en bemerkte Alice, die zich naar de
+omheinde plaats begaf, waar hare struisvogels gestald waren. Zij had
+haren voorschoot vol lekkernijen volgens hunnen smaak. En zij was het,
+die zoo de rijzende zon met haar gezang begroette.
+
+
+ "I will not leave thee, thou lone one!
+ To pine on the stem,
+ Since the lovely are sleeping.
+ Go sleep with them...."
+
+
+"Ik zal u niet laten--u geheel alleen--kwijnen op uw stengel, terwijl
+de andere schoonen zijn gaan slapen. Kom, slaap met haar!"
+
+De jeugdige ingenieur meende, dat hij niet bijzonder gevoelig was voor
+de dichtkunst, en toch, die verzen maakten diepen indruk op hem. Hij
+bleef bij het raam staan, hield zijn adem in en luisterde naar die
+lieve woorden, of beter uitgedrukt, hij dronk ze.
+
+Het zingen hield op. Miss Watkins deelde het voeder aan hare
+struisvogels uit en schepte er groot genoegen in, hen hunne lange
+halzen en hunne eigenaardige bekken te zien uitrekken bij het naderen
+van hare kleine plaagzieke hand. Toen zij hare uitdeeling beëindigd
+had, keerde zij naar het woonhuis terug en zong andermaal:
+
+
+ "It is the last rose of summer,
+ Left blooming alone....
+ Oh! who would inhabit
+ This black world alone?"....
+
+
+"Dit is de laatste zomerroos, die thans nog bloeit. Ach, wie zou
+geheel alleen deze sombere wereld willen bewonen?"
+
+Cyprianus stond met vochtige oogen steeds op dezelfde plaats en scheen
+als vastgenageld door eene betoovering.
+
+De stem verwijderde zich. Alice zou weldra de hoeve binnentreden. Zij
+was nog maar op ongeveer twintig meter er van verwijderd, toen een
+gedruisch van versnelde schreden haar deed omkijken en haar noodzaakte
+plotseling stil te staan.
+
+Cyprianus was onbewust, maar door een onweerstaanbaar gevoel gedreven,
+blootshoofds zijne hut uitgestormd en liep het jonge meisje achterna:
+
+"Juffrouw Alice!...."
+
+"Mijnheer Méré?...."
+
+Thans stonden zij, terwijl de opkomende zon hen bescheen, vlak
+tegenover elkander op den weg, die rondom de hoeve voerde. Hunne
+rijzige schaduwen vertoonden zich bevallig, maar scherp geteekend tegen
+de wit houten omrastering, die zich in dat kale landschap verhief. Nu
+Cyprianus het jonge meisje ingehaald had, scheen hij over zijne eigene
+daad verwonderd en zweeg thans besluiteloos.
+
+"Hebt gij mij iets te zeggen, mijnheer Méré?" vroeg zij belangstellend.
+
+"Ik wil afscheid van u nemen, juffrouw Alice!.... Ik vertrek heden
+nog".... antwoordde hij met haperende stem.
+
+De zachte kleur, die de fijne huid van miss Watkins tintte, verdween
+plotseling.
+
+"Vertrekken?.... Gij wilt vertrekken?.... Waarheen?" vroeg zij geheel
+van haar stuk gebracht.
+
+"Naar mijn vaderland terug.... naar Frankrijk," antwoordde
+Cyprianus. "Mijne werkzaamheden zijn hier geëindigd!.... Mijne zending
+is afgeloopen.... Ik heb niets meer in Grikwaland uit te voeren.... en
+ik ben verplicht naar Parijs terug te keeren."
+
+Terwijl hij zoo met weifelende en afgebroken stem sprak, had hij wel
+het uiterlijk van een schuldige, die zich verontschuldigde.
+
+"Ach!.... Ja!.... Dat's waar!.... Dat moest zoo gebeuren, niet
+waar?" stamelde Alice, zonder eigenlijk te weten wat zij zeide.
+
+Het jonge meisje was geheel van haar stuk gebracht. De tijding
+overviel haar zoodanig te midden van haar onbewust gelukkig bestaan,
+dat het was alsof zij door een knotsslag getroffen was. Plotseling
+parelden dikke tranen in hare oogen en pinkten aan de lange wimpers,
+die hen beschaduwden. En daar die uitbarsting van smart haar tot
+de werkelijkheid teruggevoerd had, herkreeg zij eenige kracht om
+te glimlachen:
+
+"Vertrekken!...." herhaalde zij. "En uwe toegenegen leerlinge
+dan? Wilt gij haar verlaten, vóór dat zij haren scheikundigen cursus
+voltooid heeft?.... Wilt gij, dat ik bij de zuurstof steken blijf,
+en dat de geheimenissen van de stikstof mij nimmer geopenbaard zullen
+worden?.... Dat is zeer slecht, mijnheer!"
+
+Zij trachtte zich goed te houden en te spotten; maar de toon van hare
+stem logenstrafte hare woorden.
+
+Ook schuilde onder die luchthartige woorden een diepe zin, die recht
+toe het hart van den jonkman bereikte. Want eigenlijk kon het door
+haar gesprokene aldus vertolkt worden:
+
+"Welnu, en ik dan?.... Telt gij mij niet mede?.... Voor u besta ik
+eenvoudig niet, zooals het schijnt. Gij zijt u hier te midden van
+die Boeren, van die hebzuchtige mijnwerkers komen vertoonen als een
+hooger en meer bevoorrecht wezen, als een geleerd, fier, belangeloos
+en uitstekend man!.... Gij hebt mij een blik doen slaan in uwe studiën
+en uwe werkzaamheden.... Gij hebt mij uw hart geopend; gij hebt mij
+uwe neigingen, uwe literarische voorliefde, uwen kunstsmaak doen
+deelen!.. Gij hebt mij geopenbaard, welke afstand bestaat tusschen
+een denker zoo als gij zijt en de tweevoetige dieren, die mij
+omringen!.... Gij hebt alles aangewend om u te doen bewonderen en te
+doen beminnen!.... Daarin zijt gij volkomen geslaagd!.... En dan komt
+gij mij zoo maar zonder eenigen omhaal mededeelen, dat gij heengaat,
+dat het uit is, dat gij naar Parijs terugkeert en trachten zult,
+mij hoe eer hoe liever te vergeten!....
+
+"En gij gelooft daarbij voorzeker, dat ik mij wijsgeerig en met
+berusting aan mijn lot zal onderwerpen?"
+
+Ja, dat alles straalde in de woorden van Alice door, en hare vochtige
+oogen verkondigden dat zoo duidelijk, dat Cyprianus op het punt was
+dat onuitgesproken en toch zoo welsprekend verwijt te beantwoorden. Het
+scheelde inderdaad weinig, of hij riep onbewust uit:
+
+"Ik moet heen!.... Gisteren smeekte ik uwen vader, dat hij mij u
+tot vrouw zou geven!.... Hij weigerde zonder eenige hoop te laten
+koesteren! Begrijpt gij nu, waarom ik vertrekken moet?"
+
+Maar hij herinnerde zich bij tijds zijne belofte. Hij had zich
+verbonden, nimmer aan de dochter van John Watkins iets te openbaren
+omtrent den schoonen droom, dien hij gedroomd had; en hij zou zich
+zelven als verachtelijk veroordeeld hebben, wanneer hij zijn woord
+niet hield.
+
+Hij gevoelde evenwel hoe ruw dat plan was om te vertrekken, hetwelk
+hij onder den invloed zijner teleurstelling gevormd had. Het kwam hem
+zelfs onzinnig en wreed voor. Het scheen hem thans onmogelijk toe,
+dat bekoorlijke kind, hetwelk hij beminde en dat hem wederkeerig
+liefhad, zoo zonder voorbereiding, zoo zonder uitstel te verlaten. En
+dat zij hem liefhad, dat was maar al te zichtbaar. Ongetwijfeld,
+zij was onder den invloed eener oprechte en diepgewortelde genegenheid.
+
+Hij gevoelde thans afschuw voor dat besluit, hetwelk hij twee uren
+vroeger genomen, en dat hij toen als uiterst noodzakelijk beschouwd
+had. Thans durfde hij het zelfs niet meer bekennen.
+
+Ja, hij ging er toe over dat besluit te loochenen.
+
+"Als ik over mijn vertrek spreek, juffrouw Alice," zei hij, "dan
+moet gij niet denken, dat ik dezen morgen of zelfs heden reeds wil
+heengaan!.... Ik moet nog eenige aanteekeningen maken,--dan moet ik
+ook mijne maatregelen treffen!.... In ieder geval, ik zal de eer hebben
+om u weer te zien, om met u te praten.... over uwe studieplannen."
+
+Toen draaide Cyprianus plotseling op de beide hielen rond en nam de
+vlucht niet ongelijk aan een dwaas! Hij vloog naar zijne hut, liet
+zich daar op een stoel vallen en verviel in een diep gepeins.
+
+Zijn gedachtengang was geheel veranderd.
+
+"Zou ik, bij gebrek aan wat geld, van zoo veel bevalligheid afstand
+doen?" sprak hij tot zich zelven. "Zou ik reeds bij den eersten
+hinderpaal de partij als verloren beschouwen? Is dat wel zoo manmoedig,
+als ik mij dat verbeeld? Zou het niet beter zijn eenige vooroordeelen
+op te offeren en mij harer waardig trachten te maken?.... Er bestaan
+zoo vele lieden, die met diamantzoeken in weinige maanden een vermogen
+verwerven! Waarom zou ik dat ook niet doen? Wat zou kunnen beletten,
+dat ook ik er in slaagde een steen van honderd karaten te vinden,
+zooals dat zoovelen wedervaren is; of beter, waarom zou ik geen
+nieuwe legering ontdekken? Ik bezit voorzeker meer theoretische en
+practische kennis dan het meerendeel der menschen hier! Waarom zou
+de wetenschap mij niet verschaffen, wat de arbeid, door een weinig
+geluk geholpen, aan zoo velen gegeven heeft?.... En goed beschouwd,
+ik waag er niets bij met te probeeren. Zelfs van het standpunt
+mijner zending beschouwd, kan het niet als eene overbodige daad
+aangemerkt worden, wanneer ik de schop ter hand neem en mijnwerker
+word!.... En, als ik eens mocht slagen?.... als ik eens rijk werd door
+dat oorspronkelijke middel?.... wie weet, of John Watkins zich dan
+niet liet vermurwen, wie weet of hij dan niet op zijn eerstgenomen
+besluit zou terugkomen. Dat doeleinde is wel waard, dunkt me, dat er
+de proef van genomen wordt!...."
+
+Cyprianus liep daarop zijn laboratorium op en neer. Zijne armen waren
+daarbij evenwel in rust; zijn denkvermogen alleen arbeidde.
+
+Plotseling bleef hij stilstaan, daarop greep hij zijn hoed en ging
+naar buiten.
+
+Nadat hij het pad ingeslagen had, dat naar de vlakte voerde stapte hij
+met groote passen in de richting van de Vandergaart-Kopjes-Mijn voort.
+
+In minder dan een uur had hij die bereikt.
+
+De mijnwerkers keerden juist in dit oogenblik in menigte naar hun
+kampement terug, om hun tweede ontbijt te nuttigen. Cyprianus vroeg
+zich af, terwijl hij al die getaande gezichten in oogenschouw nam,
+tot wien hij zich zou wenden om de inlichtingen in te winnen, die hij
+noodig had, toen hij eindelijk te midden van een groep het open gelaat
+herkende van Thomas Staal den gewezen mijnwerker van Lancashire. Hij
+had al twee of driemaal gelegenheid gehad om hem te ontmoeten, sedert
+zij te zamen in Grikwaland gekomen waren en hij had zich daarbij
+overtuigd, dat de brave kerel welvarende was, zooals zijn blozend
+gelaat, zijne spiksplinternieuwe kleeren en vooral de breede lederen
+riem, die zijn middel omsloot, afdoende getuigden.
+
+Cyprianus besloot om hem aan te spreken en hem deelgenoot van zijne
+plannen te maken, hetgeen trouwens in weinige woorden geschiedde.
+
+"Gij wilt een claim pachten? Wel niets is gemakkelijker dan dat: wel
+te verstaan, als gij geld hebt!" antwoordde hem de mijnwerker. "Er
+is juist een beschikbaar naast de mijne. Vier honderd pond sterling
+[3], dit is te geef! Met vijf of zes negers, die hem voor uwe rekening
+ontginnen zullen, kunt gij er op rekenen, dat gij per week voor drie
+of vier honderd gulden minstens zult vinden!"
+
+"Maar, ik heb geen vier honderd pond sterling en ik bezit zelfs geen
+enkel negertje," zei Cyprianus.
+
+"Welnu, koop dan een gedeelte van een claim, een achtste of een
+zestiende zelfs, en bewerk dat zelf. Dan komt gij met een groote vijf
+honderd gulden al ver."
+
+"Dat komt meer met mijne middelen overeen," antwoordde de
+jeugdige ingenieur. "Maar, gij mijnheer Staal, hoe hebt gij het
+aangelegd. Vertel mij dat eens, als ik niet te onbescheiden ben. Zijt
+gij hier als bezitter van een kapitaal aangekomen?"
+
+"Ik ben hier met mijn beide armen aangekomen, maar had daarenboven
+drie kleine goudstukken in den zak," antwoordde de andere. "Maar,
+het is mij meegeloopen. Ik heb eerst een achtste in halve rekening
+met een ander ontgonnen, die evenwel liever in het koffiehuis zat dan
+dat hij zijne zaken behartigde. Wij waren overeengekomen dat wij de
+vondsten zouden deelen, en waarlijk, ik was niet ongelukkig. Ik vond
+onder anderen een steen van vijf karaten, die wij voor twee honderd
+pond sterling verkochten! Maar, het begon mij te vervelen voor dien
+luilak te arbeiden. Ik kocht toen een zestiende, dat ik voor mij alleen
+ontgon. Daar ik er slechts kleine steenen vond, heb ik dat tien dagen
+geleden van de hand gedaan. Ik werk thans weer in halve rekening met
+een man, afkomstig van Australië, in zijn claim; maar wij hebben in
+de eerste week slechts vijf pond met ons beiden gewonnen."
+
+"Als ik een gedeelte van een goeden claim voor een niet te duren
+prijs kan koopen, zoudt gij dan genegen zijn u met mij te associeeren,
+om dien te ontginnen?" vroeg de jonge ingenieur.
+
+"Voorzeker," antwoordde Thomas Staal; "echter op de uitdrukkelijke
+voorwaarde, dat ieder onzer behouden zal, wat hij vindt. Dat is geen
+wantrouwen jegens u, mijnheer Méré. Maar ziet ge, ik bemerk wel,
+dat ik, sedert ik hier ben, steeds de lijdende partij ben wanneer
+er gedeeld wordt, want de schop en het pikhouweel kennen mij en ik
+verricht tweemaal meer werk dan anderen!"
+
+"Die voorwaarde komt mij billijk voor," antwoordde Cyprianus.
+
+"O!" riep eensklaps de Lancashire-man uit, terwijl hij den ingenieur
+in de rede viel. "Een inval en waarschijnlijk een goede ook!.... Als
+wij met ons beiden een der claims van John Watkins pachtten?"
+
+"Hoe, een zijner claims? Is de geheele grond van de Kopjes-Mijn niet
+zijn eigendom?"
+
+"Ongetwijfeld, mijnheer Méré; maar gij weet dat het koloniale
+gouvernement er zich dadelijk meester van maakt, zoodra het bekend is,
+dat er diamantlegeringen bestaan. Het is het gouvernement die de mijnen
+bestuurt, voor het kadaster zorgt, die de claims afdeelt en daarbij
+het grootste gedeelte van den pachtprijs voor zich behoudt en aan den
+eigenaar slechts een vaste som uitbetaalt. Het moet evenwel erkend
+worden, dat die vaste som nog een prachtig inkomen daarstelt, wanneer
+de mijn zoo uitgestrekt als de Kopjes-Mijn is; terwijl van een anderen
+kant de eigenaar steeds de voorkeur geniet, om een zoo groot getal
+claims te kunnen terugkoopen, als hij slechts kan laten bewerken. Dat
+is juist het geval met John Watkins. Hij heeft behalve den feitelijken
+eigendom van de geheele mijn, bovendien nog verscheidene claims in
+ontginning. Maar die ontginning gaat niet zoo als hij wel zou willen,
+omdat het pootje hem belet ter plaatse zelve tegenwoordig te zijn,
+en ik ben van meening, dat hij u wel aanneembare voorwaarden zoude
+stellen, wanneer ge hem voorsloegt een claim van hem over te nemen."
+
+"Toch zou ik wenschen, dat de onderhandeling daarover tusschen u en
+hem gevoerd werd," antwoordde Cyprianus.
+
+"Och, als het slechts daar op aan komt" hernam Thomas Staal. "Die
+zaak kan spoedig in het reine gebracht worden."
+
+Drie uren later was de halve claim, numero 942, die behoorlijk met
+paaltjes afgebakend en op de kaart aangeduid werd, in deugdelijken vorm
+herverpacht aan de heeren Méré en Thomas Staal, tegen de onmiddellijke
+betaling van een premie van negentig pond [4] en tegen de voldoening
+van de patent-onkosten bij den ontvanger. Bovendien was in het
+huurcontract wel degelijk vermeld, dat de huurders de opbrengst hunner
+ontginning met John Watkins moesten deelen en dat zij hem bij wijze
+van royalty of koningsrecht de drie eerste diamanten boven de tien
+karaten zouden afstaan, die mochten gevonden worden. Niets duidde aan
+dat die gebeurlijkheid zich zoude voordoen, maar zij was mogelijk. In
+de diamantvelden was alles mogelijk.
+
+Alles wel bezien, kon de zaak als buitengewoon voordeelig voor
+Cyprianus beschouwd worden en Mr. Watkins gaf hem dat met zijne gewone
+vrijmoedigheid, terwijl hij met hem klonk bij de onderteekening van
+het contract, genoegzaam te kennen.
+
+"Gij hebt de wijste partij gekozen, mijn jongen," zei hij, terwijl
+hij hem op den schouder klopte. "Er zit pit in u en het zou mij
+niet verwonderen, wanneer gij een der beste mijnwerkers van geheel
+Grikwaland werdt."
+
+Cyprianus meende in die woorden een gelukkig voorteeken voor de
+toekomst te ontdekken.
+
+Miss Watkins, die bij de onderhandeling tegenwoordig was, vertoonde
+een overheerlijken, helderen zonnestraal in hare blauwe oogen! Neen,
+waarachtig niet; niemand zou ooit geloofd hebben, dat die oogen
+gedurende den geheelen morgen geweend hadden!
+
+Als bij stilzwijgende overeenkomst, werd door beide partijen iedere
+nadere verklaring omtrent het treurige tooneel, op dien morgen
+voorgevallen, vermeden. Cyprianus bleef, dat was buiten kijf en dat
+was toch, alles wel beschouwd, het voornaamste.
+
+De jonge ingenieur verwijderde zich thans met een verruimd hart,
+om zijne maatregelen nopens zijne verhuizing te treffen. Hij
+nam slechts eenige kleedingstukken in een valies mede, daar hij
+voornemens was zich onder eene tent in de onmiddellijke nabijheid van
+de Vandergaart-Kopjes-Mijn te vestigen en slechts naar de hoeve weer
+te keeren om daar eenige uren van uitspanning door te brengen.
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+EERSTE ONTGINNINGS-ARBEID.
+
+
+De beide vennooten togen reeds den volgenden morgen al heel vroeg aan
+den arbeid. Hun claim was bij den rand van de Kopjes-Mijn gelegen en
+moest dus rijk zijn, wanneer namelijk de theorie van Cyprianus Méré
+gegrond was. Die claim was ongelukkig reeds vlijtig ontgonnen en reikte
+tot op een diepte van vijftig en meer meters de ingewanden der aarde.
+
+Dat was in zeker opzicht een voordeel omdat, daar de bodem van die
+claim veel lager was dan die der omringenden, de huurders, volgens
+de wetten des lands, in eigendom verkregen al den grond en bijgevolg
+ook al de diamanten, die van de rondom liggende hoogten eens naar
+beneden mochten rollen.
+
+De arbeid was zeer eenvoudig. De vennooten begonnen met schop, spade
+en pikhouweel zoo eenvoudig mogelijk een zeker gedeelte aarde los
+te maken. Toen dat klaar was, klom een hunner op den rand der mijn
+en heesch met een ijzeren kabel de emmers naar boven, die de andere
+met grond vulde.
+
+Die grond werd vervolgens met eene kar naar de hut van Thomas Staal
+vervoerd. Daar werd hij met behulp van groote stukken hout grovelijk
+geplet en vervolgens van de waardelooze keisteenen ontdaan; men liet
+hem vervolgens door een netvormige zeef loopen, welker mazen vijftien
+millimeters wijdte hadden, om de kleinere steenen af te zonderen, die
+eerst goed onderzocht werden, alvorens ze weg te werpen. De grond werd
+eindelijk ten tweede male gezift, maar in een zeef met zeer kleine
+openingen, om er het stof van te scheiden, waarna hij geschikt was,
+om aandachtig onderzocht te worden.
+
+Die aarde werd dan op een tafel uitgeschud, waaraan de beide
+mijnwerkers plaats namen, gewapend met een soort hark, die van
+blik vervaardigd was. Zij doorzochten die aarde alsdan handvol voor
+handvol met de grootste zorg, waarna zij haar onder de tafel wierpen,
+om later opgeruimd te worden, wanneer het afgeloopen was.
+
+Al die werkzaamheden hadden ten doel om te ontdekken of er geen diamant
+in was al ware 't slechts ter dikte van een halve linskorrel; maar de
+vennooten boogden op zeer veel geluk, wanneer de dag niet eindigde,
+zonder dat zij een enkel steentje gevonden hadden. Zij werkten met
+de meest mogelijke vlijt en ziftten de aarde van den claim met de
+uiterste zorg, maar de resultaten waren, dat viel niet te ontkennen,
+gedurende de eerste dagen geheel onbeduidend, ja bijna nul.
+
+Vooral scheen Cyprianus geen geluk te hebben. Werd er een enkel
+diamantje in den grond aangetroffen, dan was het bijna altijd Thomas
+Staal, die het vond. De eerste, die hij het genoegen had te ontdekken,
+woog niet eens ten volle een zesde gedeelte van eene karaat, het
+omhulsel er onder begrepen.
+
+De karaat is een gewicht dat vier grein zwaar is, dus ongeveer
+het vijfde gedeelte van een gram of wichtje. [5] Een diamant van
+het helderste water, dat wil zeggen, die zuiver, droogachtig en
+kleurloos is, heeft eene waarde, nadat hij geslepen is, van honderd
+vijf en twintig gulden, wanneer hij een karaat zwaar is. Maar hebben de
+diamanten, die minder wegen, eene evenredig mindere waarde, daarentegen
+rijzen zij, die zwaarder zijn, sneller en in immer toenemende rede
+aan waarde. Men rekent gewoonlijk, dat de handelswaarde van een
+onberispelijken steen gelijk is aan het vierkant van zijn gewicht,
+uitgedrukt in karaten, vermenigvuldigd met den marktprijs van de
+karaat. Veronderstelt men dus, dat die marktprijs honderd vijf en
+twintig gulden is, dan is de prijs van een diamant van tien karaten,
+die aan de bovenomschreven hoedanigheden voldoet, tien maal tien of
+honderd maal honderd vijf en twintig of twaalf duizend vijf honderd
+gulden.
+
+Maar de steenen van tien karaten en zelfs van een karaat zijn zeer
+zeldzaam. Het is juist daarom, dat zij zoo duur zijn. Er dient hier
+ook nog bij verteld te worden, dat de diamanten bijna allen een gele
+tint vertoonen, waardoor hunne waarde aanmerkelijk vermindert.
+
+De vondst van een steentje, dat niet eens een zesde gedeelte van een
+karaat woog, was, na een onafgebroken arbeid van zeven of acht dagen,
+wel een magere vergoeding voor al de moeiten en den afmattenden arbeid,
+die het gekost had. Tegen dat resultaat was het voordeeliger geweest,
+den akker te bebouwen, schapen te hoeden of keien langs de wegen stuk
+te kloppen. Dat herhaalde Cyprianus voortdurend in zich zelven.
+
+Toch dreef hem de hoop, dat hij vroeg of laat een fraaien diamant
+zou vinden, die hem opeens voor den arbeid van vele weken of van
+vele maanden schadeloos zou stellen, tot volhouden aan. Die hoop
+ondersteunde hem, zooals zij alle mijnwerkers, zelfs de minst
+geloovige doet. Wat Thomas Staal betrof, die arbeidde zooals een
+werktuig dit zou doen, dat wil zeggen: zonder er bij te denken. Het
+scheen, althans oppervlakkig beschouwd, dat hij het door zijn vlug
+werken zoo ver gebracht had.
+
+De beide vennooten ontbeten gewoonlijk te zamen en vergenoegden zich
+met een paar broodjes, die zij met bier besproeiden, dat zij bij
+een drankverkooper kochten, die zijn handel in de open lucht dreef;
+maar zij gebruikten hun maaltijd aan een der talrijke openbare
+tafels, die elkander de klandiezie van de mijnwerkers van het kamp
+betwistten. Thomas Staal ging des avonds wanneer zij van elkander
+scheidden om ieder zijns weegs te gaan, gewoonlijk naar de een of
+andere biljartzaal, om eene partij te spelen. Cyprianus daarentegen
+ging gewoonlijk een paar uren op de hoeve van John Watkins doorbrengen.
+
+Daar had de jeugdige ingenieur heel dikwijls het ongenoegen,
+zijn medeminnaar James Hilton te ontmoeten, een grooten lummel met
+rosachtig haar, blankwitte huid, en een met vlekken bezaaid gelaat,
+die machtig veel van groote zomersproeten hadden. Dat die mededinger
+zeer veel vorderingen in de gunst van John Watkins maakte, zal door
+den lezer niet betwijfeld worden, wanneer wij er bijvoegen, dat de
+slungel nog meer gin dronk en nog meer Hamburger tabak rookte dan de
+modelvader zelf.
+
+Daartegenover, stond evenwel, dat Alice slechts eene hooge mate
+van minachting koesterde voor de boerenbevalligheden en het weinig
+smakelijk onderhoud van den jongen Hilton. Maar zijne tegenwoordigheid
+was toch onverdraaglijk voor Cyprianus, en soms zelfs in die mate,
+dat hij, voelende zich niet meer te kunnen bedwingen, opstond, het
+gezelschap goeden avond wenschte en heenging.
+
+"Die Frenchman is ontevreden!" zei dan John Watkins, terwijl hij een
+oog tegen zijn makker knipte. "Het schijnt, dat de diamanten niet
+van zelf in zijn zak vloeien!"
+
+En dan lachte James Hilton zoo dom mogelijk bij die woorden.
+
+Wanneer zoo iets gebeurde, dan ging Cyprianus gewoonlijk zijn avond
+doorbrengen, bij een braven Boer, die zich dicht bij het kamp gevestigd
+had en Jacobus Vandergaart heette.
+
+Het was naar zijn naam, dat de Kopjes-mijn, op welker grond hij zich
+in de eerste tijden der concessie neergezet had, genoemd werd. Als
+men hem mocht gelooven, dan was hij door een oneerlijke uitspraak
+der rechterlijke macht ten gerieve van John Watkins van zijn eigendom
+ontzet. Thans was hij geheel geruïneerd en leefde in eene leemen hut,
+waarin hij zich onledig hield met het diamantslijpen, welk ambacht
+hij vroeger in Amsterdam, zijne geboorteplaats uitgeoefend had.
+
+De mijnwerkers toch brachten hem zeer dikwijls steenen, hetzij om de
+waarde te weten te komen die zij zouden behouden, na aan het snijden en
+slijpen onderworpen te zijn, hetzij om ze te laten kloven, hetzij om
+ze meer fijne bewerkingen te doen ondergaan. Maar die laatste arbeid
+vereischte eene vaste hand en een scherp gezicht, en oude Jacobus
+Vandergaart, die vroeger een voortreffelijk werkman was, ondervond
+tegenwoordig veel moeite om het hem opgedragen werk uit te voeren.
+
+Cyprianus, die hem opgedragen had den door hem gevonden diamant
+te slijpen en in een ring te zetten, had spoedig eene zekere
+genegenheid voor hem opgevat. Hij hield er van den eenvoudigen Boer
+in zijne werkplaats te gaan opzoeken, om wat met hem te praten of
+eenvoudig om hem wat gezelschap te houden, wanneer hij bezig was met
+diamantslijpen. Jacobus Vandergaart zag er met zijn witten baard,
+zijn kaal hoofd, dat met een kalotje van zwart fluweel bedekt was,
+met zijn langen spitsen neus, waarop een bril met groote ronde oogen
+prijkte, geheel en al uit als een oude alchimist van de vijftiende
+eeuw, zooals hij daar te midden zijner vreemdsoortige werktuigen en
+zijne flesschen met allerhande zuren troonde.
+
+Op eene werktafel, die voor het raam geplaatst was, bevonden
+zich in een houten nap de ruwe diamanten, die Jacobus Vandergaart
+toevertrouwd waren, en welker waarde soms aanmerkelijk was. Wilde hij
+er een kloven, welks kristalvlakken hem niet volmaakt voorkwamen, dan
+begon hij eerst met zijn vergrootglas de richting der snijdingslijnen
+na te gaan, die alle kristallen in stukken met evenwijdigloopende
+vlakken verdeelen. Dan maakte hij met den scherpen kant van een
+reeds gekloofden diamant eene insnijding in de gewenschte richting,
+bracht daarin een klein stalen lemmet en sloeg daarop een korten,
+krachtigen slag.
+
+Daardoor werd de diamant langs een zijner kristalvlakken gekloofd,
+en de beweging werd verder langs de andere herhaald.
+
+Wilde daarentegen Jacobus Vandergaart een steen snijden, of, om juister
+te spreken, hem volgens een vastgestelden vorm afslijpen, dan begon
+hij met de vaststelling van dien vorm, dien hij er aan geven wilde,
+door op het omhulsel van den diamant met krijt de voorgestelde kleine
+vakken of facetten te teekenen. Daarna bracht hij ieder dezer vakken
+in aanraking met een anderen diamant, en onderwierp die beide aan een
+langdurige wrijving, den een tegen den anderen. De beide steenen sleten
+alsdan elkander af, en zoo vormde zich de gemelde facet langzamerhand.
+
+Zoo slaagde Jacobus Vandergaart er in, om aan den steen een der vormen
+te verleenen, die door het gebruik het meest aangenomen zijn en die
+tot drie groote afdeelingen teruggebracht kunnen worden, namelijk:
+de "dubbele briljant", de "enkele briljant", en de "roos".
+
+De "dubbele briljant" bestaat uit vier-en-zestig facetten, uit een
+achtkantig vlak, dat tafel genoemd wordt, en uit een culas of broek,
+die het benedengedeelte vormt.
+
+De "enkele briljant" vertoont eenvoudig de helft van een dubbelen
+briljant.
+
+De "roos" is van onderen plat, terwijl het bovenste gedeelte met
+facetten koepelvormig bijgeslepen is.
+
+Zeer zelden kreeg Jacobus Vandergaart een "briolet" te slijpen, dat wil
+zeggen: een diamant die noch bovenvlak, noch benedenvlak geeft, maar
+die den vorm eener peer aangenomen heeft. De brioletten worden in Indië
+bij hun dun einde doorboord, om er een koordje door te kunnen rijgen.
+
+Wat de "pendeloquen" of oorhangers betreft, die de oude diamantslijper
+meermalen te slijpen kreeg, dit waren halve peervormige steenen met
+tafels en culas, die slechts facetten op hunne voorzijde vertoonen.
+
+Was de diamant eenmaal gesneden, dan bleef er slechts nog over hem te
+polijsten om het werk geëindigd te noemen. Die bewerking geschiedde
+met behulp van eene soort slijpsteen, die eenvoudig uit eene stalen
+schijf bestond, die ongeveer acht-en-twintig centimeters doorsnede had
+en plat op tafel neergelegd werd, maar die toch onder de werking van
+een groot rad met zwengel om eene as kon draaien met eene snelheid van
+twee- of drieduizend omwentelingen in de minuut. Die schijf werd met
+olie besmeerd en daarna met diamantstof, afkomstig van het snijden,
+bestrooid, waarna Jacobus Vandergaart de facetten van zijn steen de
+eene voor de andere na tegen die schijf drukte, totdat zij volmaakt
+gepolijst waren. De zwengel werd óf door een kleinen Hottentotschen
+jongen gedraaid, die daartoe, wanneer dit noodzakelijk was, bij
+den dag ingehuurd werd, óf door een vriend, zooals Cyprianus er een
+was, en die dan ook nimmer er tegen opzag dien dienst uit loutere
+vriendschap te bewijzen.
+
+En gedurende den arbeid bleven de monden niet dicht; integendeel, men
+praatte veel. Somwijlen zelfs staakte Jacobus Vandergaart plotseling
+zijn arbeid, om eenige geschiedenis uit een lang vervlogen tijd te
+vertellen, waarbij hij dan niet vergat zijn bril tot op zijn voorhoofd
+te schuiven. En inderdaad, hij wist veel, zoo niet alles, aangaande
+dit gedeelte van zuidelijk Afrika, hetwelk hij sedert veertig jaren
+bewoonde. En wat zijne verhalen eene ongemeene aantrekkelijkheid
+bijzette, was juist, dat hij de overlevering des lands ongeschonden
+weergaf, eene overlevering welke geheel jeugdig en levendig was.
+
+Die oude diamantslijper kon vooral niet zwijgen, wanneer hij op
+het kapittel zijner patriotsche en personeele grieven gebracht
+werd. Volgens hem waren de Engelschen de grootste afzetters, die
+door de aarde ooit gedragen werden. Hieromtrent moest hem de geheele
+verantwoordelijkheid zijner meeningen, die blijkbaar overdreven waren,
+gelaten worden, hoewel ze alleszins vergeeflijk waren.
+
+"Het is waarachtig niet te verwonderen," herhaalde hij steeds met
+voldoening, "dat de Vereenigde Staten van Amerika zich onafhankelijk
+verklaard hebben. Indië en Australië zullen ook wel zoo handelen; dat
+kan niet uitblijven! Welk volk wil zulke tirannie verdragen?.... O,
+mijnheer Méré, als de wereld al de onrechtvaardige bedrijven kende,
+welke die Engelschen, die zoo trotsch op hunne gouden guinjes
+en op hunne zeemacht zijn, over de geheele oppervlakte der aarde
+gepleegd hebben, dan bestond er geen woord in de menschelijke taal,
+dat beleedigend genoeg zou kunnen klinken, om hen in het aangezicht
+te spuwen."
+
+Cyprianus keurde die taal niet goed. Hij keurde ze ook niet af. Hij
+luisterde slechts, zonder te antwoorden.
+
+"Wil ik u verhalen, wat ze mij geleverd hebben, mij, die thans tot u
+spreek?" hernam Jacobus Vandergaart terwijl hij zich opwond. "Luister
+naar mij, en dan zult gij kunnen uitmaken of er twee meeningen omtrent
+die schavuiten bestaan kunnen."
+
+Toen Cyprianus hem verzekerd had, dat hij hem daarmede veel genoegen
+zou doen, verhaalde de brave Boer het navolgende:
+
+"Ik ben in 1806 gedurende eene reis, die mijne ouders ondernomen
+hadden, te Amsterdam geboren. Later ben ik daar teruggekomen om er
+mijn ambacht te leeren; maar ik heb mijne kindsheid aan de Kaap
+doorgebracht, waarheen mijne familie een vijftig jaren vroeger
+getrokken was. Wij waren Hollanders, en daar zijn wij nog zeer
+trotsch op, toen Groot-Brittanje zich van de kolonie meester maakte,
+voorloopig, zooals het beweerde. Maar John Bull geeft niet licht weer,
+wat hij eenmaal geroofd heeft. In 1815 werden wij door Europa, dat
+in Congres vereenigd was, plechtig tot onderdanen van het Vereenigd
+Koninkrijk verklaard.
+
+"Ik vraag u in gemoede, wat Europa zich met deze Afrikaansche
+landstreken te bemoeien had?
+
+"Engelsche onderdanen! maar mijnheer Méré, dat wilden wij
+niet zijn! Toen, overwegende dat Afrika wel groot genoeg zou
+zijn om ons een vaderland in vollen eigendom te verschaffen,
+verlieten wij de Kaapkolonie, om in de wilde binnenlanden, die
+zich ten noorden van ons uitstrekten, binnen te dringen. Men
+noemde ons toen Boeren of ook wel Voortrekkers. Ja, dat zijn
+wij! Boeren! d.w.z. landbouwers! Voortrekkers! d.w.z. pioniers,
+die steeds vooruit willen!
+
+"Nauwelijks hadden wij die nieuwe gronden in akkers ontgonnen;
+nauwelijks hadden wij ons met hard werken en noesten vlijt andermaal
+een onafhankelijk bestaan geschapen, toen het Engelsche gouvernement
+die streek ook opeischte--steeds onder voorwendsel dat wij Britsche
+onderdanen waren.
+
+"Toen had onze groote Exodus plaats. Dat was in 1833. Andermaal trokken
+wij in massa uit. Na onze wagens met onze meubelen, akkergereedschappen
+en graan beladen te hebben, spanden wij er onze ossen voor en drongen
+wij dieper de woestijn binnen.
+
+"In dien tijd was Natal nagenoeg geheel ontvolkt. Een bloeddorstige
+veroveraar, Tchaka genaamd, een ware Neger-Attila, tot den stam
+der Zoeloe's behoorende, had daar meer dan een millioen menschen om
+het leven gebracht in het tijdvak van 1812 tot 1828. Zijn opvolger,
+Dingaan, heerschte ook slechts door schrik en angst te verspreiden. Het
+was deze wilden-koning, die ons toestond, om ons in die landstreek
+te vestigen, waar thans de steden Durban en Port-Natal verrijzen.
+
+"Maar het was slechts met de bijgedachte om ons aan te vallen,
+wanneer ons land bloeien zou, dat die gluiperd van een Dingaan, ons
+deze toestemming verleende! Ieder wapende zich dan ook om tegenweer
+te kunnen bieden, en het was slechts ten gevolge onzer overgroote
+inspanningen, en ik durf er bijvoegen, ten gevolge der heldenfeiten,
+in meer dan honderd gevechten tentoongespreid, waarbij onze vrouwen
+en onze kinderen aan onze zijde streden, dat het mogelijk was, ons in
+het bezit die landen, die wij met ons zweet en bloed besproeid hadden,
+te handhaven.
+
+"Maar ziet, nauwelijks hadden wij over den zwarten despoot gezegevierd
+en zijne macht vernietigd, toen het gouvernement van de Kaap ons
+eene Engelsche kolonne toezond, met opdracht om het grondgebied
+van Natal in bezit te nemen in naam van Hare Majesteit de Koningin
+van Engeland!.... Gij ziet, men beschouwde ons steeds als Britsche
+onderdanen! Dat gebeurde in 1842.
+
+"Andere emigranten van onzen landaard hadden de Transvaal ten onder
+gebracht en de macht van den tyran Moselekatze langs de boorden der
+Oranje-rivier vernietigd. Ook zij zagen zich hun nieuw vaderland,
+dat zij met zooveel moeite verworven hadden, bij eene eenvoudige
+dagorder ontnemen!
+
+"Och, ik sla de bijzonderheden maar over. Die strijd duurde
+twintig jaren. Steeds trokken wij verder, maar ook steeds strekte
+Groot-Brittanje de roofzuchtige hand naar ons uit, als naar zoovele
+slaven, die haar toebehoorden, zelfs na haar verlaten te hebben.
+
+"Eindelijk, na zeer vele moeilijkheden en na vele bloedige gevechten,
+geraakten wij er toe onze onafhankelijkheid in den Oranje-Vrijstaat te
+doen erkennen. Een koninklijke verordening, door Koningin Victoria, op
+den 8sten April 1854 geteekend, verzekerde ons de vrije bezitting onzer
+gronden en het recht om ons bestuur naar onzen zin in te richten. Wij
+vestigden dientengevolge eindelijk eene Republiek, en toen eerst kon
+beweerd worden, dat onze Staat gegrond was op de stipte eerbiediging
+der wettelijke bepalingen, op de vrije ontwikkeling der individueele
+geestkracht, en op het zuiver onderwijs, waarmede alle maatschappelijke
+klassen bedeeld werden. Inderdaad, die jeugdige Staat kon tot voorbeeld
+strekken aan menige natie, die zich waarschijnlijk meer beschaafd
+achtte dan dat kleine uithoekje van de Zuidpunt van Afrika.
+
+"Grikwaland maakte daar deel van uit. Het was tegen dien tijd, dat
+ik mij als pachter in hetzelfde huis, waarin wij ons thans bevinden,
+met mijne arme vrouw en mijne twee kinderen vestigde. Toen zette ik
+de omheining uit van mijne kraal of veepark op de plek zelve der mijn,
+die gij thans ontgint. Tien jaren later kwam John Watkins in het land
+en trok er zijne eerste hut op. Men wist toen niet, dat de streek
+diamanten opleverde, en wat mij betreft, ik had sedert dertig jaren,
+dat ik hier woonde, zoo weinig gelegenheid om mijn oud handwerk van
+diamantslijper uit te oefenen, dat ik mij ternauwernood het bestaan
+van edelgesteente herinnerde!
+
+"Het gerucht verspreidde zich plotseling, in het jaar 1867, dat onze
+gronden hier diamanthoudend waren. Een Boer, bewoner van de oevers van
+de Hart, had zelfs de diamanten in de uitwerpselen zijner struisvogels
+ontdekt, zelfs in de leemen muren zijner pachthoeve. [6]
+
+"Dat was nauwelijks bekend, of het Engelsche gouvernement, aan
+zijne oneerlijke en inhalige staatkunde getrouw, verklaarde, met
+terzijdestelling van al de gesloten verdragen en van alle mogelijke
+rechten, dat Grikwaland Britsch grondgebied was.
+
+"Onze Republiek protesteerde te vergeefs! Zij bood te vergeefs
+aan, het geschil aan de scheidsrechterlijke beslissing van een
+Regeeringshoofd in Europa te onderwerpen. Engeland weigerde stoutweg
+iedere scheidsrechterlijke tusschenkomst en nam ons eigendom in bezit.
+
+"Nu mocht men hopen, dat de private eigendomsrechten door onze
+onrechtvaardige bestuurders geëerbiedigd zouden worden! Ik voor mij,
+die ten gevolge der schrikkelijke besmettelijke ziekte, die in 1878
+woedde, weduwnaar was geworden en mijne kinderen verloren had, zag
+er tegen op, om alweer een nieuw huis te gaan bouwen, het zesde of
+zevende gedurende mijn lange loopbaan! Ik bleef dus in Grikwaland
+en bleef misschien geheel alleen bevrijd van de diamantkoorts, die
+bijna iedereen aangetast had. Ik ging voort met het bebouwen van mijn
+groententuin, even alsof de diamantelegering van Du Toit's Pan niet
+op een geweerschotsafstand van mijn huis ontdekt was.
+
+"Maar verbeeld u mijne verwondering toen ik op zekeren morgen
+ontwaarde, dat de muur van mijn kraal, die volgens gewoonte in
+drogen steen opgeschoten was, gedurende den nacht afgebroken was en
+dat de materialen op driehonderd meter verder in de vlakte gebracht
+waren. John Watkins, geholpen door een honderdtal Kaffers, had ter
+zelf der plaats een andere kraal opgericht, die zich aan de zijne
+aansloot en die een heuvel van roodachtige zandaarde omsloot, die
+tot op dat oogenblik mijn onbetwistbaar eigendom was.
+
+"Ik beklaagde mij bij John Watkins over die wederrechtelijke
+toeëigening..... hij lachte mij openlijk uit. Ik dreigde hem een
+proces aan te doen, hij raadde mij aan dit te beproeven.
+
+"Drie dagen later gingen mij de oogen open en begreep ik de
+raadselachtige handeling. Die zandheuvel was eene diamantlegering. Toen
+John Watkins daar de zekerheid van bekomen had, haastte hij zich
+mijne omheining te verbreken en te verplaatsen. Daarna vertrok hij
+naar Kimberley om de nieuwe mijn officieel op zijn naam te laten
+inschrijven.
+
+"Ik begon een proces.... Och, mijnheer Méré, geve de hemel, dat
+gij nooit een geding voor een Engelsch gerechtshof te voeren moogt
+hebben....! Ik raakte voor en na mijne ossen, mijne paarden en
+mijne schapen kwijt!.... Ik verkocht tot mijne meubelen, tot mijne
+schamele kleeding, om die bloedzuigers in menschengedaante, die men
+solicitors, attorney's, sherifs en deurwaarders noemt, de handen te
+vullen... Om kort te gaan, na een jaar lang heen en weer gedobberd en
+in gespannen verwachting doorgebracht te hebben, na voortdurend de hoop
+teleurgesteld te zien, werd het vraagstuk omtrent mijn eigendomsrecht
+eindelijk in laatste instantie uitgemaakt, zonder dat er eenig beroep
+of cassatie meer mogelijk was....
+
+"Ik had mijn proces verloren, en, wat erger was, ik was totaal ten
+gronde gericht. Een vonnis verklaarde mijne vorderingen ongegrond en
+ontzegde mij mijn eisch, aangezien--zoo stond er in te lezen--het der
+rechtbank onmogelijk was het wederzijdsche recht van beide partijen
+helder en overtuigend uit te maken, maar dat het voor de toekomst van
+belang was, dat thans eene niet te veranderen grens getrokken werd. Men
+stelde dan ook den vijf-en-twintigsten graad westerlengte van Greenwich
+als grenslijn vast, die de beide eigendommen zou scheiden. Het terrein,
+ten westen daarvan gelegen, werd toegewezen aan John Watkins, en dat
+oostwaarts daarvan gelegen aan Jacobus Vandergaart.
+
+"De motieven, die de rechters tot deze zonderlinge grensverdeeling
+leidden, was dat werkelijk die vijf-en-twintigste lengtegraad op den
+plattegrond van het district over het grondgebied, waarop mijn kraal
+gestaan had, getrokken was.
+
+"Maar de mijn, helaas! lag ten westen van die lijn en viel dus
+natuurlijk John Watkins ten deel.
+
+"Evenwel, om onuitwischbaar aan te duiden, hoe de openbare meening
+over dat onrechtvaardig vonnis dacht werd de mijn sedert steeds de
+Vandergaart-Kopjes-mijn genoemd.
+
+"Welnu, mijnheer Méré, heb ik niet eenigermate het recht om te beweren,
+dat de Engelschen schurken zijn?" vroeg de oude Boer, toen hij zijne
+geschiedenis, die stipt met de waarheid overeenkwam, eindigde.
+
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+KAMPZEDEN.
+
+
+Dat onderwerp van gesprek kon voor den jeugdigen ingenieur niet
+aangenaam zijn. Dat zal iedereen moeten toegeven. Dergelijke
+inlichtingen omtrent de minder stipte eerlijkheid van den man,
+dien hij als zijn toekomstigen schoonvader bleef beschouwen, konden
+onmogelijk in zijn smaak vallen. Hij kwam er dan ook weldra toe, om
+de meening van Jacobus Vandergaart over de Kopjes-mijn te beschouwen
+als het _idée fixe_ van een pleiter, die zijn proces verloren heeft
+en waarvan dus veel af te dingen valt.
+
+Hij had eens over die zaak een enkel woord tegen John Watkins
+gezegd. Deze was eerst in lachen uitgebarsten, had verder geen
+antwoord gegeven, maar zijn wijsvinger aan het voorhoofd gebracht,
+alsof hij wilde te kennen geven, dat het met Jacobus Vandergaart mis
+was en dat zijn gezond verstand hem al meer en meer in den steek liet.
+
+Zou het inderdaad niet mogelijk zijn, dat de grijsaard, onder den
+indruk van de ontdekking der zoo rijke diamantlegering, zich zonder
+voldoende motieven in het hoofd gehaald had, dat die mijn zijn eigendom
+was? Maar alles goed bezien, de rechtbanken hadden hem geheel in het
+ongelijk gesteld, en het was zeer onwaarschijnlijk dat de rechters
+hem verongelijkt zouden hebben. Zoo was de redeneering, die de jonge
+ingenieur zich zelven gedurig herhaalde, om een verontschuldiging voor
+zijn eigen geweten te hebben, dat hij nog eenige gemeenschap met John
+Watkins onderhield, na al hetgeen Jacob Vandergaart omtrent dien man
+medegedeeld had.
+
+Er was nog een andere buurman in het kamp, bij wien Cyprianus ook bij
+gelegenheid gaarne een praatje ging maken, omdat hij er het leven der
+Boeren in al zijne oorspronkelijkheid terugvond. Die bevoorrechte was
+een pachter, die Matthijs Pretorius heette en bij al de mijnwerkers
+van geheel Grikwaland goed bekend was.
+
+Die Matthijs Pretorius had ook, hoewel hij te nauwernood veertig jaren
+oud was, langen tijd in het uitgestrekte bekken der Oranje-rivier
+rondgezworven, alvorens hij zich in deze streek neergezet had. Maar
+dat zwervend leven had voor hem hetzelfde gevolg niet gehad als voor
+den ouden Jacobus Vandergaart. Hij was er namelijk niet door vermagerd
+en ook niet door verbitterd. Hij was er eerder door verwilderd en
+zoodanig in vetheid toegenomen, dat hij moeite had om te gaan. Men
+kon hem gevoegelijk met een olifant vergelijken.
+
+Hij was bijna altijd in een kolossalen houten armstoel gezeten,
+die speciaal vervaardigd was, om zijne zwaarwichtige vormen te
+bevatten. Matthijs Pretorius bewoog zich buitenshuis niet anders dan
+in een rijtuig, in een soort van tentwagen, van gevlochten teenen
+vervaardigd, waarvoor een reusachtige struisvogel gespannen was. De
+gemakkelijkheid, waarmede deze steltlooper de zware massa achter zich
+aansleepte, was wel geschikt, om een zeer hoog denkbeeld van de kracht
+zijner spieren te geven.
+
+Matthijs Pretorius kwam gewoonlijk naar het kamp, ten einde den
+een of anderen groentenhandel, met de kooplieden in die waren te
+sluiten. Hij was er zeer gewild, hoewel niet op zeer benijdenswaardige
+wijze; want zijn populariteit grondde zich op zijn buitengewone
+bangheid. De mijnwerkers vonden er dan ook het grootste genoegen in,
+om hem vreeselijk beangst te maken en bereikten dat doel door hem
+allerhande dwaasheden te verhalen.
+
+Nu eens vertelde men hem dat een inval van de Bassuto's of van
+de Zoeloe's te duchten was. Een andermaal hield men zich in zijne
+tegenwoordigheid, alsof men uit een dagblad las, dat een wetsontwerp
+aanhangig was, om in de geheele uitgestrektheid der Engelsche
+bezittingen de doodstraf in te voeren op een ieder, die overtuigd zou
+worden van meer dan driehonderd pond zwaar te zijn! Of ook deelde men
+hem mede, dat een dolle hond bespeurd was op den weg van Driefontein,
+waardoor de arme Matthijs Pretorius, die langs den weg naar huis
+terug moest keeren, duizend en meer redenen en uitvluchten vond om
+in het kamp te blijven toeven.
+
+Maar al die hersenschimmige angsten haalden niets bij den werkelijken
+angst, dien hij koesterde, dat op zijn grondeigendom eene diamantmijn
+zou worden ontdekt. Bij voorbaat ontwierp hij reeds een schrikkelijke
+schildering van hetgeen dan zou gebeuren, wanneer hebzuchtige
+menschen zijn groententuin zouden binnendringen, daar zijne perken en
+bedden zouden omwoelen, en hem eindelijk van zijne bezittingen zouden
+verdrijven en die onteigenen. Want, er viel niet aan te twijfelen, dan
+zou hem een dergelijk lot als dat van Jacobus Vandergaart treffen! De
+Engelschen zouden wel drogredenen vinden, om te bewijzen dat zijne
+bezitting hun eigendom was.
+
+Wanneer die sombere gedachten hem overvielen, dan martelden zij hem
+letterlijk. Wanneer hij bij ongeluk een landmeter of een opnemer in
+de nabijheid zijner woning zag rondzwerven, dan was hem alle lust
+benomen, dan at en dronk hij dien dag niet!.... En toch, het viel
+niet te ontkennen, hij werd steeds vetter!
+
+Een zijner bitterste plaaggeesten was thans Hannibal Pantalucci. Die
+boosaardige Napolitaan--wien het, tusschen twee haakjes gezegd, zeer
+naar wensch scheen te gaan, want hij had drie Kaffers op zijn claim
+in dienst en stalde een kolossalen diamant op het borststuk van zijn
+plooihemd uit--had het zwak van den rampzaligen Boer ontdekt. Hij liet
+dan ook niet na, zich eens per week het genoegen van zeer twijfelachtig
+allooi te verschaffen, om grondboringen in de nabijheid van de hoeve
+van Pretorius te gaan verrichten of den grond daar in den omtrek te
+gaan omspitten.
+
+Het eigendom van den Boer strekte zich op den linkeroever van de
+Vaalrivier uit en was ongeveer op twee mijlen bovenstrooms van het
+kamp gelegen. Het bestond voornamelijk uit aanslibbingsgronden, die
+waarachtig zeer goed diamanthoudend konden zijn, hoewel tot heden
+niets daarvan was gebleken. Hannibal Pantalucci nam de voorzorg,
+om zijne akelige scherts te doen slagen, door zich zoodanig voor de
+vensters van Matthijs Pretorius te plaatsen, dat deze hem zien moest,
+terwijl hij daarenboven steeds een paar vrienden medenam om van die
+grap te genieten.
+
+Men kon dan den armen drommel zien, zooals hij verborgen achter
+zijne katoenen gordijnen, stond te gluren om al hunne bewegingen
+met angstvalligheid gade te slaan en om al hunne gebaren te
+spionneeren. Hij was dan steeds gereed om naar zijn stal te ijlen, ten
+einde zijn struisvogel aan te spannen, om te kunnen ontvluchten, zoodra
+hij zeker meende te zijn dat zijn eigendom hem zoude ontweldigd worden.
+
+Waarom was hij ook zoo ongelukkig of beter zoo dom geweest, om aan
+een zijner vrienden toe te vertrouwen dat hij zijn _trek_-vogel dag
+en nacht opgetuigd gereed hield, dat hij de bergplaatsen van zijn
+tentwagen steeds voorzien hield van mondbehoeften, om in staat te zijn,
+bij het eerste daadwerkelijke begin van wederrechtelijke toeëigening,
+weg te ijlen.
+
+"Ik ga dan naar de Boschjesmannen, die ten noorden van de
+Limpopo-rivier wonen," zei hij. "Tien jaren geleden dreef ik
+ivoorhandel met hen. En het is duizendmaal meer verkieslijk zich te
+midden der wilden te bevinden, of te midden der leeuwen, tijgers,
+jakhalzen en ander wild gedierte, dan te midden van die onverzadelijke
+Engelschen te blijven!"
+
+Maar die vertrouwde vriend van den ongelukkigen pachter had zich
+als echt vertrouwde gehaast die plannen aan Jan en Alleman te
+vertellen! Het zal wel onnoodig zijn er bij te voegen, dat Hannibal
+Pantalucci daar zijn voordeel mee deed, om de mijnwerkers uit den
+omtrek van tijd tot tijd een koddig schouwspel te bezorgen.
+
+Een ander slachtoffer van de zoutelooze snakerijen van dien Napolitaan
+was, zooals wij vroeger reeds verteld hebben, de Chinees Li.
+
+Die had zich ook bij de Vandergaart-Kopjes-mijn gevestigd en had
+eenvoudig een waschhuis opgericht. Het is bekend, dat de zonen van het
+Hemelsche Rijk uiterst geschikt zijn om als waschbazen op te treden.
+
+Waarachtig, die roode doos, welke gedurende de geheele reis van de
+Kaap naar Grikwaland de nieuwsgierigheid van Cyprianus geprikkeld had,
+bevatte slechts borstels, soda, stukken zeep en blauwsel. Alles goed
+gerekend, heeft een ontwikkeld Chinees niet meer noodig om in dat
+land een vermogen te verzamelen. Onze jeugdige ingenieur kon veelal
+een glimlach niet weerhonden, wanneer hij Li ontmoette, die, steeds
+zwijgend en achterhoudend, met zijn mand aan den arm daarheen stapte,
+om het linnengoed bij zijne klanten terug te brengen.
+
+Maar wat hem toch woedend maakte, was dat Hannibal Pantalucci inderdaad
+wreed ten opzichte van dien armen drommel te werk ging. Nu eens wierp
+hij eenige flesschen inkt in zijn zeepsop; dan weder spande hij een
+touw dwars voor zijn deur ten einde hem te doen vallen; een anderen
+keer nagelde hij hem aan zijn bank vast, door met een mes zijn kiel in
+het hout vast te steken. Als de gelegenheid schoon was, dan liet hij
+haar nooit ontglippen om den armen drommel tegen de beenen te schoppen
+en hem daarbij voor heidenhond uit te schelden. En dat hij hem zijne
+klandizie geschonken had, was alleen om zich wekelijks aan zijne
+plagerijen te kunnen overgeven. Hij vond nimmer zijn linnen helder
+genoeg, hoewel Li zijn uiterste best deed en het zeer zorgvuldig
+streek. Om de minste verkeerde plooi werd hij schrikkelijk boos, en
+dan ranselde hij den ongelukkigen Chinees, alsof hij zijn slaaf ware.
+
+Zoodanig waren de ruwe genoegens van het kamp, die evenwel soms als een
+treurspel eindigden. Zoo gebeurde het wel eens, bij voorbeeld, dat een
+neger, die in de mijn te werk gesteld was, beschuldigd werd een diamant
+gestolen te hebben. Dan begeleidde een ieder den beklaagde tot voor
+den magistraat, terwijl hij onderweg met vuistslagen overladen werd,
+zoodat, wanneer de rechter hem onschuldig bevond en hem ontsloeg, hij
+die mishandelingen toch alvast beet had. Hoewel er bij verklaard moet
+worden, dat in dergelijke gevallen een bevel tot invrijheidstelling
+zeer zelden gegeven werd. De rechter was nog eerder met eene
+veroordeeling klaar dan met het verorberen van een schijfje van een
+oranjeappel in zout gedoopt,--hetgeen een der lekkerste snoeperijen
+van het land is. Het vonnis verwees gewoonlijk den beschuldigde tot
+veertien dagen dwangarbeid en tot twintig slagen met de _cat of nine
+tails_, de kat met negen staarten, eene soort van uitklopper met
+knoopen, waarvan men nu nog in Groot-Brittanje en in de overzeesche
+bezittingen van dat Rijk gebruikt maakt, om de gevangenen te ranselen.
+
+Maar er was eene misdaad, die nog minder genade in de oogen der
+mijnwerkers vond dan de diefstal; dat was het helen.
+
+De Yankee Ward, dezelfde die te gelijkertijd met den jongen ingenieur
+in Grikwaland aangekomen was, deed daarvan eens de wreede ondervinding
+op, door eenige diamanten van een Kaffer op te koopen. Nu kan een
+Kaffer geen wettig bezitter van diamanten zijn, daar de wet hem het
+recht ontzegt, die bij een claim te koopen of een mijn voor eigen
+rekening te ontginnen.
+
+Het feit was nauwelijks bekend geworden,--dat gebeurde tegen den avond,
+op het tijdstip dat de bevolking van het kamp na haren maaltijd het
+meest rumoerig was,--of eene woedende menigte viel op het huis van den
+schuldige aan, brak dat tot op den grond toe af en stak de materialen
+daarna in brand. Zeer waarschijnlijk had men den Yankee opgehangen
+aan eene galg, die gewillige borsten reeds overeindstelden, toen zeer
+gelukkig een dozijn rijdende politiedienaren bij tijds aankwam en hem
+het leven redde, maar hem daartoe naar de gevangenis moest meênemen.
+
+Tooneelen van geweld kwamen daarenboven te midden van die gemengde,
+hartstochtelijke en half wilde bevolking veelvuldig voor. Daar
+kwamen al de rassen in botsing met elkander. Daar werkten de
+gouddorst, de dronkenschap, de invloed van een verzengend klimaat,
+de teleurstellingen en de misrekeningen te zamen om de hersenen te
+verhitten en de gewetens te verwarren. Wellicht wanneer al die mannen
+gelukkig in hunne delvingen waren, zouden zij meer hunne kalmte en
+hun geduld bewaard hebben; maar tegen een enkele, die van tijd tot
+tijd eens een steen van groote waarde vond, stonden er honderden,
+die moeitevol een plantenleven leidden en te nauwernood zooveel
+verdienden om in hunne eerste behoeften te voorzien. Veelal vervielen
+zij in de grootste ellende. De mijn kon beschouwd worden als de groene
+tafel in een speelhol, waarop men niet alleen zijn kapitaal, maar ook
+zijn tijd, zijne moeite en zijne gezondheid waagde. En het getal der
+gelukkige spelers, die de claims van de Vandergaart-Kopjes-mijn met
+hunne pikhouweelen doorwroetten, was zeer klein.
+
+Dat begon Cyprianus van dag tot dag meer en meer helder in te zien. Hij
+vroeg zich dan ook ernstig af, of hij al dan niet voortgaan moest
+met een arbeid, die hem zoo bitter weinig voordeel opbracht, toen
+hij er eensklaps toe kwam om zijne gewone wijze van doen bij zijn
+werk te wijzigen.
+
+Hij bevond zich namelijk op een morgen vlak tegenover eene bende,
+bestaande uit een dozijn Kaffers, die naar het kamp toe kwam om er
+werk te zoeken.
+
+Die arme lieden kwamen uit het verre gebergte, dat het eigenlijke
+Kafferland van het land der Bassuto's scheidt. Zij hadden meer
+dan honderd-vijftig uren gaans afgelegd langs de Oranjerivier,
+en daarbij op Indiaansche wijze, dat wil zeggen: de een achter den
+ander, geloopen. Onderweg hadden zij geleefd van hetgeen zij vonden,
+van wortels, bessen en sprinkhanen. Zij waren dan ook zoo vermagerd,
+dat zij eerder op geraamten geleken dan op levende wezens. Met hunne
+uitgeteerde spillebeenen, met hunne geheel naakte ruggen, die als met
+perkament overtogen waren en veel van een leegen romp hadden, met hunne
+vooruitstekende ribben, hunne ingevallen wangen, hadden zij er meer
+van op een flinken beafsteak van menschenvleesch belust te zijn, dan
+wel geneigd bevonden te worden eene goede karwei te volvoeren. Niemand
+was dan ook genegen om hen in dienst te nemen, en zij zaten thans
+op den kant van den weg neergehurkt, met een weifelachtig uiterlijk,
+terneergeslagen en als het ware verdierlijkt door de ellende.
+
+Bij dat schouwspel voelde Cyprianus zich diep bewogen. Hij gaf hun
+door teekens te verstaan, dat zij hem zouden wachten, liep toen
+naar het hotel terug, waar hij gewoonlijk zijn maaltijd gebruikte,
+en bestelde daar een grooten ketel gevuld met maïsmeel, dat in
+kokend water opgelost was, dien hij de arme drommels deed brengen,
+te gelijker tijd met eenige blikken bussen verduurzaamd vleesch en
+twee flesschen rum.
+
+Daarna schonk hij zich de pret, die lieden te zien smullen aan een
+maaltijd, welks weerga zij nimmer onder de oogen gehad hadden.
+
+Waarachtig, men zou gemeend hebben schipbreukelingen voor zich te zien,
+die, na gedurende veertien dagen honger geleden en in doodsangst
+doorgebracht te hebben, van een watervlot gered waren! Zij aten
+zooveel, dat hunne buiken een kwartier later tot barstens toe gevuld
+waren. In het belang hunner gezondheid moest een eind gemaakt worden
+aan die smulpartij, anders kon eene algemeene verstikking de gasten
+naar het rijk der dooden doen verhuizen.
+
+Een enkele van die negers, met een slim en ontwikkeld uiterlijk--de
+jongste van allen, voor zooveel een oordeel over hun ouderdom te vellen
+was,--had eenige matigheid bij het stillen van zijn honger aan den dag
+gelegd. En wat nog meer zeldzaam was, hij kwam op de goede gedachte
+zijn weldoener te bedanken, wat in het brein der anderen in het geheel
+niet opkwam. Hij naderde Cyprianus, greep zijne hand met een kinderlijk
+en bevallig gebaar, en legde deze daarna op zijn gekroesd hoofd.
+
+"Hoe heet gij?" vroeg de jonge ingenieur, door dat dankbaarheidsbetoon
+getroffen, om wat te zeggen.
+
+De Kaffer, die bij toeval eenige woorden Engelsch verstond, antwoordde
+dadelijk:
+
+"Makatit."
+
+Zijn heldere en vertrouwvolle blik beviel Cyprianus. Hij vatte dan ook
+dadelijk het denkbeeld op, dien flink gebouwden jongen aan te werven,
+om in zijn claim te arbeiden, en dat denkbeeld kon niet anders dan
+goed wezen.
+
+"Iedereen hier in het district doet zoo, alles wel beschouwd!" sprak
+hij tot zich zelven. "En voor dien armen Kaffer zal het ook beter
+zijn mij tot meester te hebben, dan den een of anderen Pantalucci.
+
+"Welnu, Makatit, je komt voorzeker werk zoeken?" vroeg hij.
+
+De Kaffer gaf een bevestigend teeken.
+
+"Wil je bij mij arbeiden? Ik zal je te eten geven, ik zal je de noodige
+gereedschappen leveren, en daarenboven krijg je nog twintig shillings
+per maand!"
+
+Dat was de bepaalde prijs, en Cyprianus wist wel, dat hij niet meer
+mocht uitloven, zonder zich aan de woede van de kampbewoners bloot
+te stellen. Maar hij maakte bij zich zelven de afspraak, die schrale
+betaling te vergoeden door hem kleedingstukken te schenken, alsook
+huisraad en andere dingen, die hij denken kon, dat kostbaar in het
+oog eens Kaffers waren.
+
+Makatit lachte en vertoonde voor eenig antwoord zijn beide rijen
+hagelwitte tanden. Daarna plaatste hij andermaal de hand van zijn
+beschermer op zijn hoofd. Zoo was het wederzijdsche contract geteekend.
+
+Cyprianus voerde dadelijk zijn nieuwen bediende in zijne woning. Hij
+nam uit zijn valies een linnen broek, een flanellen hemd en een ouden
+hoed, en gaf dit alles aan Makatit, die daar bedremmeld stond en zijne
+oogen niet durfde gelooven. Wat! zich reeds bij zijne komst in het
+kamp in het bezit gesteld te zien van een zoo prachtig kostuum! Zie,
+dat overtrof de stoutste verwachtingen, de meest buitensporige droomen
+van den armen drommel. Hij wist niet hoe hij zijne dankbaarheid
+zoude te kennen geven. Hij danste van vreugde, hij lachte en weende
+te gelijker tijd.
+
+"Ik geloof dat je een goede jongen bent, Makatit," zei Cyprianus. "En
+ik geloof dat je een beetje Engelsch verstaat.... Maar kan je geen
+enkel woord spreken?"
+
+De Kaffer wenkte: neen.
+
+"Welnu, als dat zoo is, dan raad ik je aan, om het Fransch te leeren,"
+hernam Cyprianus.
+
+En zonder dralen begon hij zijn leerling eene eerste les te geven. Hij
+wees hem de meest gebruikelijke voorwerpen aan, sprak de namen dan
+uit en deed ze hem herhalen.
+
+Nu was Makatit niet alleen een kloeke jongen, maar hij had ook een
+ontwikkelden geest en was begaafd met een meer dan gewoon geheugen. Hij
+had in minder dan twee uren meer dan honderd woorden geleerd, die
+hij zeer zuiver uitsprak.
+
+De jonge ingenieur was opgetogen over zulk een gemakkelijk
+bevattingsvermogen, en nam zich voor, dat nog meer te ontwikkelen.
+
+Er waren voor den jongen Kaffer zeven of acht dagen rust noodig,
+gepaard aan eene degelijke voeding, om zich van de vermoeienissen
+der reis te herstellen en volkomen in staat te zijn den arbeid te
+beginnen. Nu waren die acht dagen zoo goed door hem en door zijn
+professor aangewend, dat Makatit bij het einde der week reeds in
+staat was zijne gedachten in het Fransch uit te drukken, nog slechts
+onnauwkeurig wel is waar, maar toch volkomen verstaanbaar. Cyprianus
+benuttigde dien staat van zaken om den neger zijne geheele geschiedenis
+te laten vertellen. Zij was vrij eenvoudig.
+
+Makatit wist zelfs den naam van zijn land niet, dat in het gebergte
+naar den kant van de opgaande zon gelegen was. Alles wat hij er van
+wist te vertellen, was, dat hij het er zeer ellendig gehad had. Toen
+was hij op de gedachte gekomen, zijn fortuin te beproeven, zooals
+ettelijke krijgslieden van zijn stam gedaan hadden, die daartoe
+hun vaderland verlaten hadden, en zoo was hij evenals zij naar de
+Diamantvelden gekomen.
+
+Wat dacht hij daar te verdienen? Niets anders dan een rooden rok en
+tienmaal tien zilveren geldstukken.
+
+De Kaffers versmaden werkelijk goud geld. Dit spruit voort uit een
+onuitroeibaar vooroordeel, dat hun de eerste Europeanen, die met hen
+handel dreven, medegedeeld hebben.
+
+En wat zou nu de hebzuchtige Makatit met die zilveren geldstukken
+uitvoeren?
+
+Welnu, hij zou zich een rooden rok aanschaffen, een geweer en buskruit;
+daarna zou hij naar zijne kraal terugkeeren. Daar zou hij zich eene
+vrouw koopen, die voor hem zou werken, zijne koe zou oppassen en zijn
+akker met maïs beplanten. In dien toestand zou hij een belangrijk
+man zijn, een groot opperhoofd. Iedereen zou hem zijn geweer en zijn
+groot vermogen benijden, en hij zou na lange jaren geacht en geëerd
+ten grave dalen.
+
+Dat was niet zeer ingewikkeld, niet waar?
+
+Cyprianus verzonk in gedachten, toen hij dit zoo eenvoudige programma
+vernam. Zou hij er zich toe leenen dat te wijzigen? Moest hij den
+bekrompen gezichteinder van dien armen wilde verruimen? Moest hij voor
+zijn ijver en werkzaamheid een ander doel aanwijzen, een grootscher
+en verhevener dan het veroveren van een rooden rok en een prullig
+vuursteengeweer? Of was het niet beter, hem in zijne kinderlijke
+onwetendheid te laten, hem in vrede het leven in zijne kraal te laten
+leiden en genieten, zooals hij zoo vurig gewenscht had? Dat was een
+belangrijk vraagstuk, dat de jonge ingenieur niet durfde oplossen,
+maar dat Makatit zelf weldra tot oplossing bracht.
+
+En waarlijk, nauwelijks waren den jeugdigen Kaffer de grondbeginselen
+der Fransche taal medegedeeld, of hij toonde een onverzadelijken
+leerlust te bezitten. Hij vroeg steeds, hij verlangde alles te weten,
+niet alleen den naam van ieder voorwerp, maar ook zijn gebruik,
+zijn oorsprong, waarvan het gemaakt was, enz. Toen kwam het leeren
+lezen, het leeren schrijven, het leeren rekenen aan de beurt, om
+hem hartstochtelijk leerlustig te maken. Waarachtig, die negerjongen
+was onverzadelijk.
+
+Het besluit van Cyprianus was weldra genomen. Tegenover zulk eene
+blijkbare roeping viel er niet te aarzelen. Hij besloot dus iederen
+avond een uur les aan Makatit te geven, die na zijne werkzaamheden in
+de mijn volbracht te hebben, al zijn vrijen tijd, die hem beschikbaar
+bleef, aan zijne vorming besteedde.
+
+Miss Watkins, op hare beurt ook getroffen door dien zeldzamen ijver,
+nam op zich den jeugdigen Kaffer bij haar een herhalingscursus te
+laten doorloopen. Dat was eigenlijk minder noodig; want hij zei zijne
+lessen gedurende den geheelen dag bij zich zelven op, terwijl hij in
+den claim met krachtigen arm het pikhouweel hanteerde.
+
+Zijn ijver bij het werk was zoo aanstekelijk, dat hij zich aan het
+geheele personeel mededeelde als eene besmetting zoodat de mijnarbeid
+veel beter en met meer zorg scheen te geschieden.
+
+Cyprianus had daarenboven op aanbeveling van Makatit zelf een anderen
+Kaffer van denzelfden stam in dienst genomen, die Bardik heette en
+wiens ijver en schranderheid insgelijks opmerkelijk waren.
+
+Het was in die dagen, dat den jeugdigen ingenieur een gelukje ten
+deel viel, dat hem nog niet overkomen was; namelijk van een steen
+van ongeveer zeven karaten te vinden, dien hij onmiddellijk voor
+twee-duizend-vijf-honderd gulden aan den makelaar Nathan verkocht.
+
+Dat was waarlijk een fraaie vondst. Een mijnwerker, die van
+de opbrengst zijns arbeids slechts een normale vergoeding
+verwachtte zou zich met recht tevreden gesteld gezien
+hebben. Voorzeker! Ongetwijfeld! Toch was Cyprianus het niet.
+
+"Als mij alle twee of drie maanden zoo'n buitenkansje wedervoer," vroeg
+hij zich zelven af, "zou ik dan wel veel verder zijn? Ik moet niet één
+steen van zeven karaten hebben, ik zou duizend of vijftien-honderd
+dergelijke steenen moeten vinden,.... of Miss Watkins is voor mij
+verloren, om ten buit te vallen aan James Hilton of aan eenigen
+anderen mededinger, die haar even onwaardig is?"
+
+Het hoofd vol van die treurige gedachten, keerde Cyprianus op een
+snikheeten dag, dat de atmosfeer met fijn rood verblindend stof,
+hetwelk in de lucht der diamantvelden steeds zwevende is, bezwangerd
+was, naar de Kopjes-mijn terug, toen hij plotseling, bij het omslaan
+van den hoek eener hut, met afgrijzen achteruit deinsde. Een treurig
+schouwspel trof daar zijne oogen.
+
+Aan den disselboom eener ossenkar, die rechtop tegen den gevelmuur der
+hut, met het onderste gedeelte op den grond rustende en het andere
+einde omhoog gesteld was, was een man opgehangen. Bewegingloos, met
+uitgestrekte voeten, de handen machteloos omlaag, hing dat lichaam daar
+te midden van eene verblindende lichtstraal recht als het koord van een
+schietlood en vormde met den disselboom een hoek van twintig graden.
+
+Dat was een akelig gezicht.
+
+Cyprianus, die eerst zeer ontsteld was, werd weldra door groot
+medelijden bewogen, toen hij den Chinees Li herkende, die daar door
+middel van zijne lange haarvlecht, die om den hals was geslagen,
+opgehangen was.
+
+De jeugdige ingenieur aarzelde geen oogenblik over hetgeen hij te
+doen had. Naar het boveneind van dien disselboom opklimmen, het
+lichaam des gehangenen onder de armen aanvatten, het ophijschen om
+de verdere werking der verstikking te doen ophouden, en eindelijk de
+haarvlecht met zijn zakmes doorsnijden, dat alles was het werk van
+een halve minuut. Toen dat volvoerd was, liet hij zich langzaam en
+voorzichtig naar beneden glijden en legde zijn last in de schaduw,
+door de hut geworpen, neer.
+
+Het was waarlijk tijd, Li was nog wel niet koud; zijn hart klopte
+zwakjes, maar het klopte nog. Weldra opende hij de oogen en wat
+het zonderlingste was, met die beweging kreeg hij ook zijn geheele
+bewustzijn terug.
+
+Op het strakke gelaat van den armen drommel was zelfs in dit uiterste
+beproevingsuur noch schrik noch eenige verwondering merkbaar. Men
+zou waarlijk gezegd hebben, dat hij eenvoudig uit een lichten slaap
+ontwaakt was.
+
+Cyprianus liet hem wat water met azijn vermengd, dat hij in zijne
+veld flesch bij zich droeg, drinken.
+
+"Kunt gij thans spreken?" vroeg hij
+werktuiglijk, vergetende dat Li hem
+niet begreep.
+
+De andere knikte evenwel bevestigend.
+
+"Wie heeft u opgehangen?"
+
+"Ik," antwoordde de Chinees met kalmte, zonder dat iets aanduidde,
+dat hij er zich van bewust was iets buitengewoons of iets berispelijks
+verricht te hebben.
+
+"Gij?.... Maar ongelukkige, gij wildet dan zelfmoord plegen?.... Wat
+bewoog u daartoe?"
+
+"Li had het te warm!.... Li verveelde zich!...."
+
+Daarop sloot hij de oogen, als om aan meerdere vragen te ontsnappen.
+
+Thans bemerkte Cyprianus eerst de vreemde bijzonderheid, dat het
+gesprek in het Fransch gevoerd was.
+
+"Spreekt gij ook Engelsch?" vroeg hij.
+
+"Ja," antwoordde Li, terwijl hij de oogen opende.
+
+Waarachtig, het was of twee schuine knoopsgaten ter weerszijden van
+zijn kleinen stompneus gaapten.
+
+Cyprianus meende thans weer in dien blik iets van die spotzucht te
+ontwaren, die hij herhaaldelijk meende te betrappen gedurende de reis
+van Kaapstad naar Kimberley.
+
+"Uwe beweegredenen zijn al te dwaas!" zei hij gestreng. "Men doet
+zijn leven niet te kort omdat men het te warm heeft!.... Spreek
+ernstig.... Ik wed dat daaronder weer een gemeene streek van dien
+Pantalucci schuilt?"
+
+De Chinees boog het hoofd.
+
+"Hij wilde mij mijne haarvlecht afsnijden," fluisterde hij zacht;
+"en ik ben zeker, dat hij in dat opzet geslaagd zoude zijn, eer wij
+twee dagen verder waren."
+
+Maar in hetzelfde oogenblik zag hij dien belangrijken haarstaart,
+dien Cyprianus nog steeds in de hand hield, en kreeg daardoor de
+overtuiging dat hetgeen wat hij boven alles gevreesd had, geschied was.
+
+"O, mijnheer!...." riep hij met een hartverscheurenden kreet
+uit. "Wat!..... Hebt gij.... gij mij mijn staart afgesneden?"
+
+"Ik moest wel, om u van dien strik los te maken, mijn vriend,"
+antwoordde Cyprianus. "Maar wat duivel, zult gij in dit land zonder
+staart een stuiver minder waard zijn? Kom, stel u niet zoo dwaas aan!"
+
+De Chinees scheen evenwel zoo wanhopig over dat verlies te zijn,
+dat Cyprianus, vreezende dat hij weer het een of ander middel tot
+zelfmoord te baat zou nemen, besloot naar huis terug te keeren en
+hem mede te nemen.
+
+Li volgde hem gewillig, zette zich aan tafel met zijn redder, liet zich
+geduldig kapittelen en beloofde zijne poging niet te herhalen. Zelfs
+ging hij zoover in zijne vertrouwelijkheid, dat hij onder het genot
+van een kop brandend heete thee eenige mededeelingen betreffende
+zijne levensgeschiedenis leverde.
+
+Li, die te Kanton geboren werd, was in een Engelsch handelshuis
+voor den handel opgeleid. Daarna was hij naar Ceylon en van daar
+naar Australië overgestoken, om eindelijk in Afrika terecht te
+komen. Nergens was het hem meegeloopen. De wasch-affaire hier in het
+mijndistrict ging al even slecht als twintig andere handwerken, die
+hij uitgeoefend had. Zijne nachtmerrie was Hannibal Pantalucci. Dat
+wezen maakte hem ellendig, en zonder dien kerel zou hij tevreden zijn
+met de schamele bete broods, die hij in Grikwaland verdiende. Om kort
+te gaan, het was om die vervolgingen en die martelingen te ontgaan,
+dat hij een einde aan zijn leven had willen maken.
+
+Cyprianus troostte den armen kerel en sprak hem moed in. Hij beloofde
+hem tegenover den Napolitaan te zullen beschermen, gaf hem al zijn
+vuil linnen, dat hij onder de hand had, om te wasschen, en zond hem
+heen niet alleen getroost, maar volmaakt genezen van zijn bijgeloof
+betreffende zijn harig aanhangsel.
+
+En wil de lezer weten hoe de jonge ingenieur dat doel bereikt
+had? Niets eenvoudiger dan dit: Hij had hem met den meest mogelijken
+ernst verzekerd, dat de strop eens gehangenen geluk aanbrengt en
+dat de invloed van zijn ongelukkig gesternte een einde zou nemen,
+nu hij zijn staart in den zak had.
+
+"In ieder geval zal Pantalucci hem nu niet meer kunnen afsnijden!"
+
+Deze echt Chineesche redeneering bracht Li's genezing tot volmaking.
+
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+DE AARDSTORTING.
+
+
+Sedert vijftig dagen had Cyprianus geen enkelen diamant in zijne
+mijn gevonden. Dat mijnwerkersbaantje, dat hem voorkwam een ellendig
+baantje te zijn, wanneer men althans geen geld genoeg heeft om een
+uitstekenden claim te koopen en een dozijn Kaffers daarin te werk te
+stellen, begon hem dan ook mooi de keel uit te hangen.
+
+Dientengevolge liet Cyprianus op zekeren morgen Makatit en Bardik
+alleen met Thomas Staal vertrekken en bleef in zijne hut achter. Hij
+wilde een brief van zijn vriend Pharamond Barthés beantwoorden, die hem
+tijdingen had doen toekomen door tusschenkomst van een ivoorhandelaar,
+die op reis naar de Kaapstad was.
+
+Pharamond Barthés was in de wolken over zijne jagersleven en over de
+door hem ondervonden avonturen. Hij had reeds drie leeuwen gedood,
+zestien olifanten en zeven tijgers, zonder nog te spreken van een
+onnoemlijk aantal giraffen en antilopen. Van het kleine wild maakte
+hij eenvoudig geen gewag.
+
+Hij voedde, zeide hij, den oorlog door den oorlog, evenals dat de
+historische veroveraars deden. Hij slaagde er niet alleen in om het
+geheele expeditionaire korps, dat hij met zich voerde, te onderhouden,
+maar het zou hem gemakkelijk gevallen zijn, wanneer hij zulks gewild
+had, groote winsten te behalen met den verkoop van de pelterijen en
+van het ivoor, van die jachtpartijen afkomstig, of door ruilhandel
+te drijven met de Kafferstammen, in welker midden hij leefde.
+
+Hij eindigde zijn schrijven in dier voege:
+
+"Zult gij mij niet vergezellen bij het volvoeren eener reis langs
+de boorden van de Limpopo-rivier? Ik zal er tegen het eind van de
+aanstaande maand aankomen. Ik heb het plan dien stroom af te zakken
+tot zijne ontwatering in de Delagoa-baai, om vervolgens over zee naar
+Durban terug te keeren, waarheen ik volgens contract mijne Bassuto's
+terugvoeren moet. Laat toch dat schrikkelijke Grikwaland voor eenige
+weken links liggen en kom mee...."
+
+Cyprianus las en herlas dien brief, toen eensklaps eene vreeselijke
+losbarsting vernomen werd, die onmiddellijk door een helsch spektakel
+in het kamp gevolgd werd. Hij vloog natuurlijk in alle haast op en
+stormde zijne tent uit.
+
+Al de mijnwerkers liepen in de grootste wanorde en met al de teekenen
+eener buitengewone radeloosheid naar de mijn.
+
+"Eene aardstorting!" schreeuwde men van alle kanten.
+
+De nacht was inderdaad zeer frisch, ja, koud te noemen geweest,
+terwijl de vorige dag als een der warmsten, die men in langen tijd
+beleefd had, kon aangerekend worden. Gewoonlijk na zulke groote en
+spoedig ingevallen temperatuursverschillen hadden samenkrimpingen
+van de blootgestelde aardmassa's plaats, waardoor zulke rampen als
+de hier aangeduide mogelijk werden.
+
+Cyprianus haastte zich naar de Kopjes-mijn.
+
+Toen hij daar aankwam, overzag hij het gebeurde met één blik.
+
+Een aarden wal van minstens zestig meter hoogte en van twee honderd
+meter lengte was van boven tot onder gespleten en vormde eene gaping,
+die heel veel geleek op de bres van een door geschut geteisterden
+muur. Verscheidene duizenden kubieke meters grind waren losgeraakt
+en naar beneden gestort, waar zij de claims met zand, met steenen en
+met aarde bedolven. Alles wat zich op het oogenblik der aardstorting
+boven op den rand bevonden had, als menschen ossen, karren enz., was
+plotseling in den afgrond te recht gekomen en lag daar door elkander.
+
+Gelukkig dat het grootste gedeelte der mijnwerkers nog niet in de mijn
+afgedaald was, want anders ware meer dan de helft van de kampbewoners
+bedolven geweest.
+
+De eerste gedachte van Cyprianus betrof zijn vennoot, Thomas Staal. Hij
+had weldra het genoegen hem te ontdekken te midden van een groep
+mannen, die zich rekenschap trachtten te geven van den omvang van
+de ramp en daartoe op den rand der gevormde spleet stonden. Hij liep
+naar hem toe en ondervroeg hem.
+
+"Ja, wij zijn het mooi ontsnapt!" zei de mijnwerker uit Lancashire,
+terwijl hij den Franschman de hand drukte.
+
+"En Makatit?" vroeg Cyprianus.
+
+"De arme jongen ligt daaronder," antwoordde Thomas Staal, op de
+puinhoopen wijzende, die zich op hun gemeenschappelijk eigendom
+opgestapeld hadden. "Nauwelijks had ik hem bevel gegeven om in de
+groeve af te dalen, en stond ik reeds te wachten op den eersten emmer,
+om dien op te hijschen, toen de noodlottige gebeurtenis plaats vond."
+
+"Maar wij kunnen zoo niet met de armen over elkander geslagen staan
+toekijken, zonder iets uit te richten!" riep Cyprianus uit. "Misschien
+leeft hij nog."
+
+Thomas Staal schudde het hoofd.
+
+"Het is onwaarschijnlijk, dat hij onder een last van minstens twintig
+ton aarde nog in leven zoude zijn," antwoordde hij. "Daarenboven tien
+menschen zouden zeker twee of drie dagen moeten arbeiden om den boel
+op te ruimen."
+
+"Dat kan me niet schelen," was de meening van den jongen ingenieur,
+vastbesloten. "Ik wil niet dat gezegd zal worden, dat wij een
+menschelijk wezen in dat graf bedolven hebben gelaten, zonder dat
+wij alle pogingen aangewend hebben, om hem er uit te halen."
+
+En zich door tusschenkomst van Bardik tot eenige andere Kaffers
+wendende, die daar in de nabijheid stonden, bood hij hen een hoog
+loon, van vijf shillings per dag aan, voor ieder, die onder zijne
+aanwijzing arbeiden wilde om zijn claim te ontruimen.
+
+Een dertig negers boden terstond hunne diensten aan, en de arbeid
+werd zonder een oogenblik verloren te laten gaan, aanvaard. De
+pikhouweelen, de schoppen en spaden ontbraken niet, de emmers en de
+kabels waren geheel gereed, de karretjes ook. Een groot aantal blanke
+mijnwerkers boden op de tijding, dat het gold een armen sukkel van
+onder de aardstorting te voorschijn te halen, grootmoedig hunne
+hulp aan. Thomas Staal, ontvonkt door den moed en den ijver van
+Cyprianus, bestuurde met geestdrift den arbeid, die dienen moest,
+om een menschenleven te redden.
+
+Tegen het middaguur waren reeds eenige tonnen zand en steenen verwerkt
+en buiten den claim gebracht.
+
+Bardik liet zoowat tegen drie uur een rauwen kreet hooren. Hij
+bespeurde onder zijne schop een zwarten voet, die boven den grond
+uitstak.
+
+Men verdubbelde natuurlijk de inspanningen, en weinige minuten
+later was het lichaam van Makatit geheel uitgegraven. De ongelukkige
+Kaffer lag op den rug uitgestrekt, bewegingloos en was volgens alle
+waarschijnlijkheid dood als een pier. Een der lederen emmers evenwel,
+die hij bij zijn arbeid bezigde, was met de opening op zijn gelaat
+gevallen en bedekte dat zooals een mombakkes dat zoude gedaan hebben.
+
+Die omstandigheid, die door Cyprianus niet onopgemerkt bleef, deed
+de gedachte bij hem opkomen, dat hij den ongelukkige wellicht in het
+leven kon terugroepen; maar die hoop was in werkelijkheid uiterst zwak;
+want het hart klopte niet meer, de huid was koud, de ledematen waren
+verstijfd, de handen waren door den doodstrijd gesloten en gebald,
+en het gelaat, dat met die eigenaardige bleekheid der negers in
+het stervensuur overtogen was, was schrikkelijk verwrongen door de
+stuiptrekkingen bij dien verstikkingsdood.
+
+Toch verloor Cyprianus den moed niet. Hij deed Makatit naar de hut van
+Thomas Staal, die het dichtste in de nabijheid lag, overbrengen. Men
+strekte hem op een tafel uit, die gewoonlijk gebezigd werd om het
+grind en het zand der mijn uit te zoeken, en hij werd toen onderworpen
+aan stelselmatige wrijvingen en aan bewegingen van de wervelkolom
+en van de borstkas, geschikt om eene kunstmatige ademhaling in het
+leven te roepen. In één woord men wendde alle hulpmiddelen aan, die
+bij drenkelingen gebezigd worden. Cyprianus wist, dat die middelen
+bij alle soorten van verstikking dienstig kunnen zijn. Ook was er
+in het gegeven geval niets anders te verrichten, want geene wond,
+geene breuk, noch eenige ernstige beleediging waren te bespeuren.
+
+"Kijk toch, mijnheer Méré, hij houdt nog eene kluit aarde in de vuist
+geknepen!" deed Thomas Staal, die het beste hielp, om dat groote
+zwarte lichaam te wrijven, opmerken.
+
+En hij wreef goed, die brave mijnwerker van Lancashire. Wanneer
+hij bezig ware geweest de groote krukas eener stoommachine van
+twaalfhonderd paardenkracht met amaril en olie te polijsten, dan zou
+hij aan dat werk zijne vuisten niet met meer kracht hebben kunnen
+gebruiken!
+
+Die inspanningen droegen eindelijk goede vruchten. De lijkenstijfheid
+van den jeugdigen Kaffer scheen langzamerhand te verdwijnen. De
+temperatuur zijner huid wijzigde zich aanmerkelijk. Cyprianus, die met
+het oor op de hartstreek het geringste teeken van leven bespiedde,
+meende onder zijne hand eene lichte trilling te gevoelen, die hem
+een goed voorteeken scheen.
+
+Die kenteekenen werden weldra duidelijker. De pols begon te kloppen,
+eene zachte inademing van lucht tilde bijna onmerkbaar de borstkas
+van Makatit op, terwijl een daarop volgende sterkere uitademing
+kenteekende, dat het lichaam tot zijne levensverrichtingen terugkeerde.
+
+Plotseling traden twee heftige niesbuien in, die de groote zwarte
+karkas, vroeger zoo bewegingloos, van het hoofd tot de voeten deden
+schudden. Makatit opende de oogen, haalde diep adem en herkreeg
+zijn bewustzijn.
+
+"Hoera! hoera! De kameraad is uit de klem!" riep Thomas Staal, wien
+het zweet van het lichaam gutste en die thans met zijne wrijvingen
+ophield. "Maar kijk dan toch, mijnheer Méré, hij laat zijne kluit
+aarde, die hij steeds in de samengeknepen vuist houdt, maar niet los."
+
+Onze jonge ingenieur had wel wat anders te doen in die oogenblikken,
+dan op die bijzonderheid te letten. Hij liet den lijder een kleinen
+lepel vol rum inslikken en tilde hem op, om zijne ademhalingswerktuigen
+in hunne werking behulpzaam te zijn. Toen hij hem eindelijk goed
+en wel tot het leven teruggeroepen zag, wikkelde hij hem in eenige
+dekens en deed hem door drie of vier gewillige kerels naar zijne hut,
+die op het erf van Watkins gelegen was, overbrengen.
+
+Daar werd de arme Kaffer op zijn bed gelegd en deed Bardik hem een
+kop heete thee drinken. Makatit sliep na een half uur rustig en kalm
+in en kon nu als gered beschouwd worden.
+
+Cyprianus gevoelde in zijn binnenste die onvergelijkelijke
+vreugdevolle gewaarwording, die ieder mensch ondervindt, wanneer
+hij een menschenleven aan de klemmende vuist des doods ontrukt
+heeft. Terwijl Thomas Staal en zijne makkers, dorstig geworden
+door zooveel therapeutische handelingen, hun goeden uitslag bij den
+naburigen kroeghouder gingen vieren, door een groote hoeveelheid bier
+te verorberen, greep Cyprianus bij Makatit wenschende te blijven,
+een boek en zette zich naast zijne sponde, en onderbrak slechts zijne
+lectuur om den Kaffer te zien slapen zooals een vader den slaap van
+een van ziekte herstellenden zoon zoude bewaakt hebben.
+
+Makatit was sedert zes weken in dienst bij Cyprianus getreden,
+en deze had niet anders dan redenen gehad om tevreden, ja, zelfs
+opgetogen over hem te zijn. Zijne schranderheid, zijne gewilligheid,
+zijn ijver bij den arbeid waren uitmuntend en werkelijk bij die van
+geen andere te vergelijken. Hij was moedig, goedhartig, dienstvaardig
+en begaafd met een bijzonder zacht en vroolijk karakter. Geen werk
+was hem te zwaar, geen moeilijkheid rees boven zijn ijver en moed. Er
+kon met recht gezegd worden, dat er geen verheven maatschappelijk
+standpunt bestond, hetwelk een Franschman, met zulke hoedanigheden
+en eigenschappen begaafd, niet zou hebben kunnen bereiken. En het
+noodlot wilde, dat al die kostbare gaven onder die zwarte huid en in
+den gekroesden schedel van een eenvoudigen Kaffer gehuisvest waren!
+
+Toch had Makatit een gebrek--een ernstig gebrek--een gevolg
+waarschijnlijk van de eerste opleiding, die hem deelachtig werd,
+en van de al te Spartaansche gewoonten, die hij in zijne kraal
+aangeleerd had. Zullen wij dat gebrek mededeelen? Makatit was een
+weinig diefachtig; maar was dat geheel onbewust. Wanneer hij een
+voorwerp ontwaarde, dat hem aanstond, vond hij het heel natuurlijk
+zich dat voorwerp toe te eigenen.
+
+Te vergeefs hield hem zijn meester, die door de neiging zich
+beangstigd gevoelde, hem de meest ernstige en de meest strenge
+vertoogen. Te vergeefs dreigde hij hem te zullen heen zenden, wanneer
+hij hem andermaal betrappen of schuldig bevinden mocht. Bij zulke
+gelegenheid beloofde Makatit beterschap, hij huilde dan en smeekte
+om vergeving! maar.... den volgenden morgen, wanneer de gelegenheid
+zich aanbood, was hij weer de oude zondaar.
+
+Zijne ontvreemdingen betroffen gewoonlijk dingen, die niet belangrijk
+waren. Al de zaken, die zijne hebzucht in het bijzonder opwekten,
+hadden niet veel waarde, zooals een mes, een das, een potloodhouder,
+of dergelijke nietigheid. Toch deed het Cyprianus pijnlijk aan,
+dat een zoo edel karakter met zulk eene ondeugd behept was.
+
+"Laat mij wachten.... laat mij de hoop niet verliezen!" zei hij
+tot zich zelven. "Wellicht gelukt het mij, hem het slechte van die
+diefstallen te doen begrijpen!"
+
+En terwijl hij hem zoo gedurende zijn slaap aankeek, overdacht
+Cyprianus die zoo scherpe afwijkingen in zijne hoedanigheden, die
+haren oorsprong vonden in Makatit's verleden, te midden van zijn
+stam doorgebracht.
+
+Toen de avond begon te vallen, ontwaakte de jeugdige Kaffer zoo frisch
+en zoo welbehaaglijk mogelijk, net alsof hij geen twee uren lang in
+een staat van verstikking doorgebracht had. Hij kon thans vertellen,
+wat hem wedervaren was.
+
+De emmer, waarmede zijn aangezicht zeer bij toeval bedekt was geworden,
+en een lange ladder, die als een korbeelstut boven hem dienst gedaan
+had, hadden hem aanvankelijk tegen de onmiddellijke mechanische
+gevolgen van de aardstorting beschermd en ook geruimen tijd voor
+een volkomen verstikking behoed, daar zij hem in zijne onderaardsche
+gevangenis een kleinen voorraad lucht verschaft hadden. Hij had zich
+zeer goed rekenschap weten te geven van die gelukkige omstandigheid
+en had alles aangewend om haar zoo veel mogelijk te benuttigen, door
+slechts met groote tusschenpoozen adem te halen. Maar die geringe
+voorraad lucht was langzamerhand bedorven geraakt. Toen had Makatit
+zijne geestvermogens langzamerhand voelen benevelen. Eindelijk was hij
+in een soort van zwaargeestigen slaap vol doodsangsten geraakt waaruit
+hij bij wijlen ontwaakte en dan met een uiterste inspanning lucht
+poogde in te ademen. Eindelijk was zijn denk- en herinneringsvermogen
+als uitgewischt. Hij wist niet meer, wat met hem gebeurde en was nu
+dood.... want het was werkelijk uit den dood, dat hij verrezen was.
+
+Cyprianus liet hem een poos voortpraten; hij liet hem daarna drinken
+en eten en noodzaakte hem, in weerwil van zijne tegenstribbelingen,
+om den geheelen nacht op het bed te blijven liggen, waarop hij hem
+had doen uitstrekken. Toen hij eindelijk zag, dat alle gevaar geweken
+was, liet hij hem alleen en begaf zich naar de hoeve van Watkins,
+om daar zijn gewoon bezoek af te leggen.
+
+De jeugdige ingenieur gevoelde behoefte, om aan Alice zijne ondervonden
+indrukken op dien dag mede te deelen, als ook den afkeer van het
+mijnwerk, dien hij ondervond en die sedert het ongeval van dien morgen
+nog vermeerderd was. Het denkbeeld hinderde hem, dat het leven van
+Makatit in gevaar gesteld was alleen voor de twijfelachtige kans om
+eenige kleine en onbeduidende diamanten te vinden.
+
+"Dat ik dien arbeid zelf verricht," mompelde hij in zich zelven,
+"kan er nog door. Maar dat gevaarvolle werk op te dragen aan dien
+ongelukkigen Kaffer, en dat voor een ellendig loon, is eenvoudig
+verachtelijk te noemen!"
+
+Hij deelde dus het jonge meisje zijne gewetenswroeging en zijne
+teleurstellingen mede. Hij vertelde haar van den brief, dien hij van
+Pharamond Barthès ontvangen had, en vroeg haar raad of hij niet beter
+zou handelen met de uitnoodiging van zijn vriend op te volgen. Wat zou
+hij er bij verliezen, wanneer hij naar de boorden van de Limpopo-rivier
+vertrok en het jachtveld betrad. Het zou in ieder geval edeler zijn
+dan in de aarde te wroeten als een gierigaard of daarin arme drommels
+voor zijne rekening te doen wroeten.
+
+"Wat denkt gij er van, miss Watkins," vroeg hij, "gij die zooveel
+wijsheid aan zooveel practischen zin paart? Geef mij toch raad! Ik heb
+goeden raad hard noodig! Ik ben waarachtig mijn weerstandsvermogen
+kwijt. Er is waarlijk een vriendinnenhand noodig om mij weer op het
+rechte pad te brengen."
+
+Zoo sprak hij in alle oprechtheid en vond er een onverklaarbaar
+genoegen in, nu hij zijne terughoudendheid verbroken had, zoo te
+praten en voor dat lieve en bekoorlijke kind de ellende zijner
+besluiteloosheid bloot te leggen.
+
+Dat gekeuvel werd sedert eenige minuten in het Fransch voortgezet
+en ontleende aan die eenvoudige omstandigheid een grooten graad van
+vertrouwelijkheid, hoewel John Watkins, sedert eenige oogenblikken,
+na zijn derde pijp gerookt te hebben, ingedommeld, nooit eenige
+aandacht verleend had aan hetgeen de twee jongelieden met elkander
+praatten in het Engelsch of in welke taal ook.
+
+Alice hoorde hem met belangstelling aan.
+
+"Alles wat gij mij thans zegt, mijnheer Méré," antwoordde zij, "heb
+ik reeds lang gedacht. Ik kan moeilijk begrijpen, hoe een ingenieur,
+een geleerde zoo als gij zijt, er goedsmoeds heeft toe kunnen overgaan
+zoo een leven te leiden! Is dat geene misdaad jegens u zelven? Is dat
+geene misdaad jegens de wetenschap? Uw kostbaren tijd te verknoeien
+met een oppermanswerk, dat een eenvoudige Kaffer of een domme Hottentot
+beter dan gij verricht. Vergeef mij, maar dat is niet goed gehandeld;
+het is zelfs slecht gehandeld, geloof mij."
+
+Cyprianus zou slechts een enkel woord behoeven te zeggen, om dat
+raadsel op te lossen, om voor het jonge meisje helder en duidelijk
+te maken, hetgeen haar zoo verwonderde en zoo ergerde.... Wie weet
+trouwens, of zij hare verontwaardiging niet een weinig overdreef
+om hem tot eene verklaring te brengen!.... Maar.... hij had zich
+voorgenomen die verklaring in zijn hart te bewaren, en hij zou
+zich zelven geminacht hebben, wanneer hij haar liet ontsnappen. Hij
+weerhield haar dus en zweeg.
+
+Miss Watkins ging evenwel voort:
+
+"Als gij er zoo op gesteld zijt om diamanten te vinden, mijnheer
+Méré, waarom zoekt gij die niet daar, waar gij, volgens mij, wel kans
+zoudt hebben om ze te vinden, namelijk in uw kroes? Hoe nu! gij zijt
+scheikundige, gij beter dan iemand weet wat die ellendige steenen,
+waaraan zooveel waarde gehecht wordt, eigenlijk zijn, en gij gaat ze
+verwachten van een ondankbaren en werktuigelijken arbeid? Wat mij
+betreft, ik herhaal mijn denkbeeld: als ik in uwe plaats was, dan
+zou ik eerder trachten diamanten te vervaardigen dan dat ik moeite
+zou doen ze geheel gereed te vinden!"
+
+Alice sprak met zulk eene opgewondenheid, met zulk eene hoop en geloof
+in de kracht der wetenschap, en ook in de kunde van Cyprianus zelven,
+dat het hart van den jongen man zich als met een verkwikkenden dauw
+gedrenkt gevoelde.
+
+Jammer, doodjammer, in dit oogenblik ontwaakte John Watkins uit
+zijn dut en vroeg berichten omtrent de Vandergaart-Kopjesmijn. De
+jongelieden waren dus genoodzaakt hun afzonderlijk gesprek te staken
+en de Engelsche taal weer te bezigen. De betoovering was verbroken.
+
+Maar het uitgestrooide zaad was in goede aarde te recht gekomen en
+moest ontkiemen. De jeugdige ingenieur overdacht bij het naar huis
+gaan die zoo juiste woorden, welke in zijn binnenste trilden en daar
+een zoo grooten weerklank vonden, en die miss Watkins hem met haar
+lieven mond toegevoegd had. Wat die woorden hersenschimmigs hadden,
+verdween voor zijne oogen, om hem slechts te laten zien, wat zij aan
+edelmoedigheid, aan vertrouwen en teederheid jegens hem inhielden.
+
+"En waarom niet.... alles wel beschouwd?" vroeg hij zich af. "De
+kunstmatige bereiding van het diamant kon eene eeuw geleden
+hersenschimmig heeten, thans is zij als het ware een voldongen
+feit! De heeren Frémy en Peil te Parijs hebben robijnen, smaragden
+en saffieren vervaardigd, die in werkelijkheid niets anders zijn dan
+aluminiumkristallen, die verschillend gekleurd zijn. De heer Mac Tear
+van Glasgow en de heer M.J. Ballantine Hannay uit dezelfde stad, hebben
+in 1880 gekristalliseerde koolstof verkregen, die al de eigenschappen
+van het diamant bezat, doch het eenige gebrek had schrikkelijk duur
+te zijn--veel duurder dan de natuurlijke diamanten van Brazilië,
+van Indië, van Borneo of van Grikwaland, en dus aan de behoefte van
+den handel niet voldeed. Maar wanneer de wetenschappelijke oplossing
+van een vraagstuk gevonden is, dan is de nijverheids-oplossing niet
+verre meer af! Waarom haar niet op te sporen? Al die geleerden,
+die er niet in slaagden haar te vinden, waren theoretici, mannen van
+het studeervertrek, boekenwurmen, laboratorium-bewoners. Zij hebben
+het diamant niet plaatselijk bestudeerd, in zijn oorspronkelijk
+terrein, in zijne bakermat, in zijne wieg om zoo te zeggen. Ik
+kan mijn voordeel met hunne studiën, met hunne ondervinding doen,
+en ook mijne eigene gebruiken. Ik heb het diamant met eigen handen
+opgedolven. Ik heb de terreinen, waarin het zich bevindt, onder
+alle opzichten ontleed! Wanneer iemand slagen moet om de laatste
+moeilijkheden te boven te komen, dan, met een weinig geluk, moet ik
+dat zijn.... ja, ik!"
+
+Ziedaar wat Cyprianus gedurig in zich zelven herhaalde en waarmede
+hij gedurende den ganschen nacht bijna zijn geest bezig hield.
+
+Zijn besluit was weldra genomen. Den volgenden ochtend reeds gaf hij
+Thomas Staal kennis, dat hij niet meer, ten minste voorloopig niet
+meer, in zijn claim zou werken of doen werken. Hij kwam er zelfs
+voor uit, dat wanneer hij zijn gedeelte zou kunnen verkoopen, hij
+hem daartoe machtigde. Daarna sloot hij zich in zijn laboratorium op,
+om zijne nieuwe plannen te overpeinzen.
+
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+DE GROOTE PROEF.
+
+
+Cyprianus had te midden van herhaalde nasporingen over de oplosbaarheid
+der vaste lichamen in de luchtvormige--nasporingen die hem het geheele
+vorige jaar beziggehouden hadden--zeer goed opgemerkt, dat sommige
+zelfstandigheden, als het silicium en het aluminium bijvoorbeeld,
+onoplosbaar in water, evenwel oplosbaar in waterdamp zijn, die onder
+hooge drukking gebracht en uitermate verhit is.
+
+Vandaar de beweegreden van het besluit, hetwelk hij nam, om te
+onderzoeken of er geen oplossingsmiddel van de koolstof te vinden was,
+om zoo tot hare kristalvorming te geraken.
+
+Maar al zijne pogingen in die richting bleven vruchteloos, en na zoo
+eenige weken in ijdele nasporingen doorgebracht te hebben, was hij
+verplicht van batterij te veranderen.
+
+Batterij is hier het ware woord, zooals men zien zal, want bij de nu
+volgende proef zou een kanon eene voorname rol spelen.
+
+Verschillende vergelijkings-theorieën brachten er den jeugdigen
+ingenieur toe om als aanneembaar te beschouwen, dat het diamant zich
+wel in de Kopjes zelven vormde, op dezelfde wijze als de zwavel zich
+in de solfatara's of zwavelbronnen vormde. Men weet toch dat de zwavel
+ontstaat uit eene halve oxydatie of verzuring van zwavelwaterstofgas,
+nadat een gedeelte daarvan in zwaveligzuur omgezet is, waardoor het
+andere zich in kristallen langs de wanden van de zwavelbron neerslaat.
+
+"Wie weet," sprak Cyprianus in zich zelven, "of de diamantlegeringen
+geen ware carbonataren of koolstofbronnen zijn? Vermits een
+mengsel van waterstof en koolstof er noodwendig met het water en
+de aanslibbingsafzettingen onder den vorm van moerasgas aangevoerd
+wordt, waarom zou dan eene oxydatie van het waterstofgas met eene
+gedeeltelijke oxydatie van de koolstof niet de kristalvorming van de
+in te groote hoeveelheid aanwezige koolstof teweegbrengen?"
+
+Om van dat denkbeeld tot de proef, om door eene gelijksoortige maar
+geheel kunstmatige reactie tot de theoretische werking van de zuurstof
+te besluiten en over te gaan, had voor een waren scheikundige niet
+veel om het lijf.
+
+Tot de onmiddellijke uitvoering van dat program werd dan ook door
+Cyprianus besloten.
+
+Het kwam er in de eerste plaats op aan, om eene proefondervindelijke
+handeling uit te denken, die zooveel mogelijk de veronderstelde
+gegevens omtrent de voortbrenging van den natuurlijken diamant
+nabijkwam. Die handeling moest vooral zeer eenvoudig wezen. Alles wat
+de natuur groot en verheven wrocht, geschiedt op die wijze. Hoe weinig
+samengesteld toch zijn de schoonste ontdekkingen, door het menschdom
+veroverd; de zwaartekracht, de magneetnaald, de boekdrukkunst, het
+stoomwerktuig, de electrische telegraaf bij voorbeeld?
+
+Cyprianus ging zelf een voorraad aarde uit de diepte der mijn
+te voorschijn halen, die volgens zijne meening de meest gunstige
+hoedanigheid bezat tot het welslagen zijner proef. Toen bereidde hij
+met die aardsoort een dikke brij, waarmede hij het binnenste eener
+stalen buis bestreek, die een halven meter lang en vijf centimeter
+dik was en een kaliber had van acht centimeter.
+
+Die buis was niets anders dan het langeveld van een buiten dienst
+gesteld kanon, dat hij te Kimberley van een troep vrijwilligers, die na
+een veldtocht tegen de Kafferstammen afgedankt was, had kunnen koopen.
+
+Dat kanon werd in de werkplaats van Jacobus Vandergaart op behoorlijke
+lengte afgezaagd en verschafte het werktuig wat noodig was, dat wil
+zeggen: een ontvanger, die weerstandskracht had om een buitengewoon
+hooge drukking in zijn binnenholte te kunnen verdragen.
+
+Cyprianus plaatste in die buis, nadat hij een harer uiteinden degelijk
+gesloten had, stukjes koper en ongeveer twee kannen water, en vulde
+haar vervolgens met moerasgas. Daarna sloot hij haar zorgvuldig
+met een soort verkitsel en deed de beide uiteinden met stevige en
+beproefde metaalbouten verzekeren.
+
+Het werktuig was thans klaar. Er bleef niets anders over dan het aan
+eene zeer groote hitte bloot te stellen.
+
+De buis werd dan ook in een grooten hoogoven geplaatst, welks vuur
+nacht en dag door zoodanig gestookt moest worden, dat zij wit gloeiend
+bleef en dat gedurende twee weken.
+
+Buis en oven waren daarenboven nog overdekt met een dikken mantel van
+vuurvaste klei, die bestemd was om de grootst mogelijke hoeveelheid
+warmte te bewaren, alsook om het geheel niet dan zeer langzaam te
+laten afkoelen, wanneer het oogenblik daarvan zoude gekomen zijn.
+
+Het geheel geleek vrij wel op een overgrooten bijenkorf, of ook wel
+op een Eskimo's hut.
+
+Thans was Makatit in staat zijn meester eenige diensten te
+bewijzen. Hij had al de voorbereidende maatregelen van de proef met
+de uiterste aandacht gevolgd, en toen hij begreep dat dat alles
+diende om diamant te vervaardigen toen was hij wel de ijverigste
+om de onderneming met den besten uitslag te doen bekronen. Hij had
+weldra geleerd het vuur te stoken en te onderhouden, en wel zoo,
+dat Cyprianus hem dat gedeelte der taak gerust kon toevertrouwen.
+
+Men kan zich bezwaarlijk een begrip vormen hoeveel moeilijkheden die
+overigens zoo eenvoudige maatregelen ontmoetten en welk tijdverlies ze
+vorderden, alvorens ze getroffen waren. In een groot laboratorium te
+Parijs zou zulk eene proef binnen twee uren, nadat ze ontworpen was,
+in vollen gang zijn; te midden van dat half wilde land had Cyprianus
+niet minder dan drie weken noodig, om zijn ontwerp tot een begin van
+uitvoering te brengen, en dat nog zoo gebrekkig mogelijk. En toch moest
+hij erkennen, dat de omstandigheden hem meeliepen, namelijk dat hij op
+het juiste oogenblik niet alleen een oud kanonstuk kon machtig worden,
+maar ook dat hij de noodige houtskool kon aanschaffen. En inderdaad,
+die voor zijn proef zoo onmisbare brandstof was te Kimberley
+zoo zeldzaam, dat om er zich de hoeveelheid van eene ton van te
+verschaffen, Cyprianus zich ter zelfder tijd tot drie handelaren in
+die soort van dingen moest wenden.
+
+Eindelijk waren al de moeilijkheden en hinderpalen overwonnen, en
+toen het vuur maar eenmaal ontstoken was, zorgde Makatit voorbeeldig
+dat het niet meer uitging.
+
+Het moet gezegd worden, de jeugdige Kaffer was uitermate trotsch
+op zijn emplooi. Zijne werkzaamheden moesten hem niet al te vreemd
+van de hand gaan, want ongetwijfeld had hij bij zijn stam wel voor
+heetere vuren gestaan en daar meer dan eens in de keuken van den
+duivel dienst gedaan.
+
+En waarlijk, Cyprianus had, sedert Makatit in zijn dienst getreden was,
+meer dan eens kunnen opmerken, dat deze bij de andere Kaffers als een
+wezenlijke toovenaar bekend stond. Eenige onbeduidende grondbeginselen
+van heelkunde, een zeker aantal behendige goochelkunstjes, die hij
+van zijn vader geleerd had, vormden den geheelen inventaris van
+zijne toovenaars-wetenschap. Maar men kwam hem over werkelijke en
+ingebeelde kwalen raadplegen; men kwam de uitlegging van droomen
+van hem verzoeken; men nam hem als scheidsrechter bij allerhande
+geschillen. Nooit verraste men Makatit of schoot hij te kort, steeds
+gaf hij een recept, steeds voorspelde hij de toekomst, steeds was hij
+met zijn uitspraak gereed. Die recepten waren soms vreemdsoortig,
+en de vonnissen allerdwaast, maar zijne landgenooten waren er mede
+tevreden. Wat wil men meer?
+
+Er moet nog bijgevoegd worden, dat de kolven en de ontvangers,
+waarmede hij tegenwoordig in het laboratorium van den jeugdigen
+ingenieur omringd was, zonder nog te gewagen van de geheimzinnige
+handelingen, die hij moest helpen volvoeren, het hunne krachtig er
+toe bijbrachten, om zijne toovenaars-beruchtheid te vermeerderen.
+
+Cyprianus moest telkens glimlachen over het solemneele uiterlijk,
+dat die brave kerel aannam om zijn nederig baantje van stoker en
+voorbereider waar te nemen, wanneer hij den oven met houtskolen
+opstookte, of wel eene reeks reageerbuizen of kroesjes reinigde
+en waschte of afstofte. En toch was er iets verteederends in dien
+ernst, in die deftigheid; want zij ontstonden uit den eerbied, dien
+de wetenschap aan iedere onwetende maar schrandere ziel inboezemt,
+die naar onderwijs hunkert.
+
+Makatit had buitendien ook zijne kwajongensbuien en zijne uren
+van vroolijkheid, vooral wanneer hij zich in gezelschap van Li
+bevond. Een diepgewortelde vriendschap was tusschen die twee wezens,
+zoo verschillend van oorsprong, ontstaan gedurende de bezoeken, die de
+Chinees thans aan de hoeve Watkins bracht. Beiden spraken genoegzaam
+Fransch, beiden waren door Cyprianus van een dreigenden dood gered,
+waarvoor zij hem zeer dankbaar waren. Het was dus natuurlijk, dat
+eene onderlinge sympathie hen verbond; en die sympathie was weldra
+in eene hartelijke toegenegenheid overgegaan.
+
+Wanneer zij onder elkander waren, dan gaven Li en Makatit den jongen
+ingenieur een eenvoudigen en aandoenlijken naam, die den aard van
+het gevoel, dat zij voor hem koesterden, volkomen aanduidde.
+
+Zij noemden hem "vadertje" en bezigden slechts uitdrukkingen van
+bewondering en van de meest opgewonden toewijding, wanneer zij van
+hem spraken.
+
+Die toewijding openbaarde zich van de zijde van Li door de zorg,
+waarmede hij het linnengoed van Cyprianus waschte, steef en
+streek,--van den kant van Makatit, door de schier godsdienstige
+oplettendheid en nauwkeurigheid, waarmede hij al de aanwijzingen en
+bevelen zijns meesters opvolgde.
+
+Maar de beide makkers gingen soms wel een beetje ver in hun ijver om
+"vadertje" genoegen te doen. Het gebeurde bijvoorbeeld wel eens,
+dat Cyprianus op zijne tafel--hij gebruikte thans zijne maaltijden
+bij zich aan huis--vruchten of lekkernijen zag waaraan hij niet
+gedacht en die hij dus ook niet bevolen had te koopen, en waarvan
+de herkomst geheim bleef, want hij zag ze op geen der rekeningen
+zijner leveranciers verschijnen. Of wel het waren hemden waaraan,
+wanneer zij van den waschbaas kwamen, gouden knoopjes prijkten,
+terwijl niemand wist vanwaar die kwamen. Een anderen keer was het
+eene gemakkelijke en elegante zitting, of een geborduurd kussen,
+of een pantervel, of de een of andere kostbare snuisterij, die het
+ameublement van het huis kwam vermeerderen.
+
+En als Cyprianus hetzij Li, hetzij Makatit daarover ondervroeg, dan
+kon hij er niets anders dan onduidelijke of ontwijkende antwoorden
+uithalen, zooals:
+
+"Ik weet niet!.... Ik heb het niet gedaan!.... Dat zijn zaken die
+mij niet aangaan!...."
+
+Cyprianus had wellicht vrede met die geschenken gehad, maar zij
+hinderden hem thans, omdat hij niet zeker was of ze wel uit zuivere
+bron verkregen waren. Intusschen bevestigde niets die meening, en de
+meest zorgvuldige nasporingen dienaangaande verspreidden volstrekt
+geen licht.
+
+En achter zijn rug wisselden Makatit en Li glimlachjes, steelsche
+blikken en geheimzinnige teekens, die blijkbaar beteekenden:
+
+"Eh eh, "vadertje" begrijpt er toch niets van!"
+
+Daarenboven, andere zorgen, ernstige, gewichtige zorgen kwelden
+het brein van Cyprianus. John Watkins scheen besloten Alice uit
+te huwelijken, en te dien einde had hij sedert eenigen tijd zijn
+huis tot een museum van mededingers naar hare hand gemaakt. Niet
+alleen bracht James Hilton er bijna iederen avond door; maar al de
+ongehuwde mijnwerkers die door het slagen hunner ontginning volgens de
+opvatting van den pachter begiftigd schenen met de meest onontbeerlijke
+hoedanigheden, die te bedenken waren om tot schoonzoon bevorderd
+te worden, werden te zijnen huize gelokt, werden ten eten verzocht,
+en eindelijk aan de keuze zijner dochter onderworpen.
+
+De Duitscher Friedel en de Napolitaan Pantalucci behoorden onder dat
+getal. Beiden telden thans onder de meest gelukkige mijnwerkers van
+het kamp. Het aanzien, dat overal het succes vergezelt, ontbrak hun
+niet, zoowel in de Kopjesmijn als op de hoeve. Friedel was pedanter en
+scherper dan ooit te voren, nu zijn onverdraaglijke trots gesteund werd
+door eenige duizenden ponden sterling. Wat Hannibal Pantalucci betreft,
+die was in een kolonialen modekwast veranderd, die schitterde van
+gouden kettingen, ringen en diamanten spelden. Hij droeg kleeren van
+wit linnen, die zijn huid nog geler en nog aardachtiger deden uitkomen.
+
+Maar dat belachelijk persoontje poogde te vergeefs Alice te verlokken
+met zijne snakerijen, met zijne Napolitaansche liedjes en met zijne
+valsche geestigheid. Neen, zij verwaardigde zich niet eens hem in
+het bijzonder te kleinachten, ook niet om te bespeuren wat hij op
+de hoeve verrichten kwam. Zij vergenoegde zich met ongaarne hem
+aan te hooren, en lachte noch om zijne aardigheden, noch om zijne
+gebaren. Hoewel zij nog te onbekend was met de zedelijke leelijkheden,
+om het treurige doel van al dat gepraal te beseffen, zag zij in hem
+niets anders dan een gewoon bezoeker van het huis haars vaders, die
+niet minder vervelend was dan de anderen. Dit bleek duidelijk voor
+Cyprianus uit hare handelingen, en hij zou vreeselijk geleden hebben,
+wanneer hij haar, die hij eene zoo hooge plaats in zijn eerbied en
+zijne teederheid ingeruimd had, in een geregeld gesprek zou gezien
+hebben met dat verachtelijk wezen.
+
+En hij zou er te meer onder geleden hebben, omdat zijne natuurlijke
+fierheid hem belet zoude hebben daarover iets te laten blijken, omdat
+hij het te vernederend vond een poging te wagen en in de oogen van
+miss Watkins zelfs een zoo onwaardigen mededinger te hekelen. Welk
+recht had hij daartoe buitendien? Waarop zijn hekel te gronden? Hij
+wist niets omtrent Hannibal Pantalucci, en werd slechts geleid door
+een instinctmatigen afkeer bij de ongunstige oordeelvelling, die hij
+over hem uitbracht. Een poging om Hannibal uit een ernstig oogpunt
+te doen beschouwen, zou hemzelven slechts belachelijk maken. Ziedaar
+wat Cyprianus duidelijk begreep, en hij zou wanhopig geweest zijn,
+wanneer Alice zulk een man zelfs de minste aandacht schonk.
+
+Daarenboven, hij had zijne taak weer hervat met zulk een ijver, dat
+zijn gedachtengang daardoor dag en nacht in beslag werd genomen. Het
+was niet alleen de diamantfabricage, die hem bezig hield, maar
+hij had tien, twintig verschillende proeven in bewerking, die hij
+hoopte allen tot een goed einde te brengen, wanneer zijne hoofdproef
+zou geslaagd zijn. Hij vergenoegde zich niet meer met theoretische
+gegevens, met formules, waarmede hij uren lang zijne aanteekeningboeken
+overdekte. Ieder oogenblik vloog hij naar de Kopjesmijn, om daar nieuwe
+monsters van rotsblokken en van grondsoorten te halen. Dan hervatte
+hij zijne scheikundige ontledingen wellicht voor den honderdsten keer,
+maar dan met eene stiptheid en eene nauwkeurigheid, die geen enkele
+dwaling toelieten. Hoe meer het gevaar dreigde, dat miss Watkins hem
+zou ontsnappen, hoe meer hij vast besloten was niets na te laten om
+zich van de overwinning te verzekeren.
+
+En toch zijn wantrouwen in zijn kracht was zoodanig, dat hij niets
+aan het jonge meisje had willen mededeelen van de proef die hij
+onder handen had. Miss Watkins wist alleen, dat hij op haren raad het
+mijnwerkersvak had vaarwel gezegd en de scheikunde weer beoefende,
+en gevoelde zich daardoor gelukkig.
+
+
+
+
+
+NEGENDE HOOFDSTUK.
+
+EENE VERRASSING.
+
+
+De dag waarop de proef eindelijk ten einde zoude loopen, kon een
+groote dag genoemd worden.
+
+Het vuur werd sedert twee weken niet meer opgestookt, hetgeen
+ten gevolge had dat het geheele toestel langzamerhand was
+afgekoeld. Cyprianus oordeelde dat de kristalvorming van de koolstof,
+wanneer zij onder deze omstandigheden had kunnen plaats hebben, thans
+moest geschied zijn en ging er dan ook toe over om de laag klei,
+die om den oven een mantel vormde, weg te nemen.
+
+Die mantel moest met het pikhouweel afgebikt worden, want hij was als
+de baksteen in den oven van een steenbakker zoo hard geworden. Maar
+onder de ijverige krachtsinspanning van Makatit was hij weldra in
+zoover weggeruimd, dat het bovenste gedeelte van den oven--wat men
+het kapiteel noemt--zichtbaar was. Daarna kwam de geheele oven te
+voorschijn.
+
+Het hart van den jeugdigen ingenieur bonsde hem in het lijf. Het
+telde zeker honderd-twintig slagen in de minuut op het oogenblik dat
+de jonge Kaffer en Li dat kapiteel afnamen.
+
+Hij geloofde zelf niet aan het welslagen zijner pogingen, want hij was
+een dier menschen die steeds aan hunne eigen krachten twijfelen. Maar,
+alles goed bekeken, was het toch mogelijk! En wat vreugde zoude het
+zijn, wanneer dat zoo eens was! Was al zijne hoop op geluk, op roem,
+op vermogen niet in dien dikken zwarten cylinder besloten, die daar
+na weken wachtens weer voor zijn oog opdoemde?
+
+O! ellende!.... Het kanon was gesprongen.
+
+Ja, inderdaad, aan de vreeselijke drukking, door den waterdamp en door
+het moerasgas, die uitermate verhit waren geworden, uitgeoefend,
+had het staal zelfs geen weerstand kunnen bieden. De buiswand,
+hoewel die eene dikte van vijf centimeter had, was gebarsten alsof
+hij van glas geweest ware. Hij vertoonde ter zijde, zoowat op de
+helft zijner lengte, een gapenden barst, die zich als een breede
+zwarte muil voordeed, die door de vlammen aangezwart en verwrongen
+was en die den ontstelden geleerde boosaardig scheen uit te lachen.
+
+Dat was wel ongelukkig! Zoo vele moeiten om dat ellendige resultaat
+te bereiken! Waarlijk, Cyprianus zou zich minder vernederd gevoeld
+hebben, wanneer zijn toestel, beter beschermd en beter verzekerd,
+die vuurproef had kunnen doorstaan! Dat er in den cylinder geen
+gekristalliseerde koolstof zou gevonden worden, zou hem minder
+gedeerd hebben, op die teleurstelling had hij zich herhaaldelijk
+voorbereid! Maar die oude rol staal, die thans slechts bij het oudroest
+kon geworpen worden, gedurende een maand verhit, afgekoeld, ja, laten
+wij gerust zeggen gekoesterd te hebben, zie, dat was spotternij van het
+noodlot. Waarachtig, hij zou die buis met zijn hiel de heuvelhelling
+hebben willen afschoppen, wanneer hare zwaarte zich niet tegen zulk
+eene behandeling verzet had!
+
+Cyprianus wilde haar in den oven laten en maakte zich gansch bedroefd
+gereed om aan Alice dien ellendigen uitslag te gaan mededeelen, toen
+de weetgierigheid van den scheikundige weer boven kwam en hem er toe
+bracht een aangestoken lucifer bij de opening der buis te brengen om
+de binnenruimte te onderzoeken.
+
+"Ongetwijfeld is de laag aarde, waarmede ik den binnenwand bestreken
+heb, in baksteen veranderd, evenals de buitenmantel van den oven."
+
+De veronderstelling was gegrond. Evenwel, door een uiterst zeldzaam
+verschijnsel, dat Cyprianus zich aanvankelijk niet verklaren kon,
+scheen een soort kleibal zich van die laag aarde afgescheiden te
+hebben en was afzonderlijk in de buis verhard.
+
+Die bal had eene roode, zwartachtige kleur en omstreeks de doorsnede
+van een oranjeappel. Hij kon best door den barst van den cylinder
+heen. Cyprianus greep dien bal vrij onverschillig, om hem te
+onderzoeken. Hij bemerkte dat het een stuk van de leembrei was, die
+zich gedurende de verhitting van den cylinderwand kon afgescheiden
+hebben, en dat daardoor afzonderlijk gebakken was. Hij wilde het
+wegwerpen, toen hij bespeurde dat het hol klonk, evenals, een
+aarden pot.
+
+Het geleek wel op eene kleine kruik zonder opening, waarin een soort
+zware knikker rammelde.
+
+"Net een aarden kinderspaarpotje," zei Cyprianus.
+
+Indien hij evenwel op verbeurte van zijn leven den uitleg van dat
+geheimzinnige ding had moeten geven, dan was hij er gek aan toe
+geweest.
+
+Hij wilde toch weten, wat er in dien bal zat. Hij greep dus een hamer
+en sloeg dien spaarpot stuk.
+
+Ja waarlijk, het was een spaarpot, en nog wel een, die een
+onwaardeerbaren schat bevatte. Neen! waarachtig niet! men kon zich niet
+vergissen met betrekking tot den zwaren keisteen, dien de jeugdige
+ingenieur toen in de handen hield. Die keisteen was een diamant, in
+zijne legering besloten evenals gewone diamanten; maar het was een
+diamant van kolossale afmetingen, van afmetingen die onwaarschijnlijk,
+en nimmer te voren gezien waren!
+
+Dat de lezer oordeele! Die diamant was dikker dan een hoender-ei en
+had het uitzicht van een aardappel. Hij moest minstens driehonderd
+gram wegen. "Een diamant!.... Een kunstmatige diamant!...." herhaalde
+Cyprianus mompelend en met gedempte stem, want hij was letterlijk
+verplet. "Ik heb dus de oplossing van het vraagstuk omtrent
+deze fabriekmatige bereiding gevonden!.... En dat nog wel in
+weerwil van het ongeval aan de buis overkomen!.... Ik ben dus
+rijk.... Ik! rijk!!.... En Alice, mijn dierbare Alice, behoort
+mij dus!"
+
+Maar dan begon hij zijne oogen weer te wantrouwen. Hij geloofde niet
+wat hij zag.
+
+"Maar dat is onmogelijk!.... Dat is een droombeeld!.... eene
+zinsbegoocheling!" herhaalde hij, terwijl de duivel des twijfels hem
+aan het hart knaagde.
+
+En zonder zich den tijd te gunnen om zijn hoed op te zetten,
+buiten zich zelven, waanzinnig van vreugde, zooals Archimedes moet
+geweest zijn, toen hij bij het verlaten van zijn bad zijn beroemd
+grondbeginsel vond en zijn "Eureka" uitgalmde, vloog Cyprianus,
+eerder dan hij liep, met ongekende vaart, in één rek door naar de
+woning van Jacobus Vandergaart en viel bij den oude als een bom binnen.
+
+Hij vond den ouden diamantslijper bezig met steenen te onderzoeken,
+die de makelaar Nathan hem gebracht had om geslepen te worden.
+
+"O! mijnheer Nathan, gij komt juist van pas!" riep Cyprianus
+uit. "Kijk!.... en gij ook, mijnheer Vandergaart, kijk wat ik u daar
+breng en zeg mij wat dat is."
+
+Hij legde daarbij zijn keisteen op de tafel en kruiste zich de armen
+over de borst.
+
+Nathan nam 't eerst den steen en verbleekte van verbazing, en gaf hem
+daarna met opengesperde oogen en geopenden mond aan Jacobus Vandergaart
+over. Deze bracht het voorwerp ter hoogte van zijne oogen onder het
+daglicht, dat door zijne vensters binnenviel, en beschouwde het op
+zijne beurt door zijn bril. Daarna legde hij het op de tafel neer en
+zei tot Cyprianus met uiterst bedaarde stem:
+
+"Dat, dat is de grootste diamant, die ter wereld bestaat!"
+
+"Ja!.... de grootste," herhaalde Nathan. "Hij is twee of drie malen
+grooter dan de _Kohinoor_, de Berg van Licht, de prachtigste van de
+Engelsche kroonjuweelen, die honderd negen en zeventig karaten weegt!"
+
+"Hij is twee of driemaal grooter dan de _Groote Mogol_, de grootste
+bekende diamant, die twee honderd en tachtig karaten weegt!" hernam
+de oude diamantslijper.
+
+"Hij is vier of vijfmaal grooter dan de diamant van den Czaar, die
+honderd drie en negentig karaten weegt," voegde Nathan er geheel
+verbouwereerd aan toe.
+
+"Zeven of achtmaal grooter dan de _Regent_, die honderd zes en dertig
+karaten weegt," ging Jacobus Vandergaart voort.
+
+"Twintig of dertigmaal grooter dan de diamant van Dresden, die er
+slechts een en dertig weegt!" riep Nathan.
+
+En hij voegde er aan toe:
+
+"Ik reken dat deze, na geslepen te zijn, nog vier honderd karaten
+zal wegen! Maar hoe kan men zich aan eene taxeering van zoo'n steen
+als deze wagen? Die ontsnapt aan iedere berekening!"
+
+"Waarom zou men hem niet kunnen taxeeren?" vroeg Jacobus Vandergaart,
+die het kalmste van alles gebleven was. "De waarde van den _Kohinoor_
+is op vijftien millioen gulden geschat; die van den _Grooten Mogol_
+op zes millioen; die van den diamant van den Czaar op vier millioen;
+die van den _Regent_ op drie millioen!.... Welnu, deze moet voorzeker
+op zijn minst gerekend vijftig millioen waard zijn!"
+
+"Ho, ho! dat hangt van zijn kleur en van zijn kwaliteit af!" hernam
+Nathan, die zijne kalmte herkreeg en de voorbereidende maatregelen
+reeds meende te moeten nemen met het vooruitzicht op een mogelijken
+koop van dien steen. "Wanneer hij geheel kleurloos en zonder gebreken
+is, ja, dan, ja, dan is de waarde onschatbaar! Maar is hij geelachtig
+getint, zooals de meeste diamanten van Grikwaland, dan zal de waarde
+minder zijn!.... Maar ik weet niet of ik voor een steen van dezen
+omvang niet eene fraaie saffierblauwachtige schakeering zou verkiezen,
+zooals de diamant van Hope, of rooskleurig zooals de _Groote Mogol_,
+of zelfs smaragdgroen zooals de diamant van Dresden."
+
+"Waarachtig niet.... neen!...... neen!" riep de oude diamantslijper met
+vuur uit. "Ik stel niets boven de kleurlooze steenen!.... Spreek mij
+van den _Kohinoor_ of van den _Regent_! Dat is edelgesteente! Daarbij
+vergeleken zijn de andere maar fantasie-steenen!"
+
+Cyprianus hoorde reeds niet meer.
+
+"Mijne heeren, gij zult mij verontschuldigen," sprak hij haastig,
+"maar ik ben verplicht heen te gaan."
+
+En na zijn steen weer bij zich gestoken te hebben, sloeg hij met de
+grootst mogelijke haast den weg naar de hoeve in.
+
+Zonder er zelfs aan te denken om aan te kloppen, deed hij de deur
+der spreekkamer open en hij bevond zich terstond tegenover Alice,
+die hij, zonder over de onbetamelijkheid van zijn gedrag na te denken,
+in zijne armen sloot en op beide wangen zoende.
+
+"Welnu, wat heeft dat te beduiden?" riep John Watkins geërgerd over
+dat onverwacht gedrag uit.
+
+Hij zat aan tafel tegenover Hannibal Pantalucci en was bezig met dien
+akeligen grappemaker een partij piket te spelen.
+
+"Vergeef mij, miss Watkins!" stamelde Cyprianus, geheel uit
+het veld geslagen door zijne onbetamelijke daad, hoewel hij van
+vreugde straalde. "Ik voel mij gelukkig! Ik ben krankzinnig van
+geluk! Kijk.... wat ik u breng!"
+
+En hij wierp zijn diamant, meer dan hij hem legde, op de tafel tusschen
+de beide spelers.
+
+Evenals Nathan en Jacobus Vandergaart, begrepen deze beide mannen
+dadelijk wat er gaande was. John Watkins, die nog maar zeer weinig
+gin gebruikt had, was buitengewoon helder van geest.
+
+"Gij hebt dien gevonden.... gij zelf.... in uwen claim?" vroeg hij
+met buitengewone levendigheid.
+
+"Gevonden?.... dezen?" antwoordde Cyprianus met zegevierende stem. "Ik
+heb beter dan dat gedaan!.... Ik heb hem zooals hij daar ligt,
+zelf vervaardigd!.... O! mijnheer Watkins, wat is de scheikunde,
+goed beschouwd, toch eene prachtige wetenschap!"
+
+En hij lachte en hij drukte de fijne vingertjes van Alice in zijne
+handen, die geheel bedremmeld was over die hartstochtelijke uitingen,
+maar toch ook verrukt over het geluk van haren vriend. Een bekoorlijk
+lieve glimlach zweefde om hare lippen.
+
+"O! u ben ik die ontdekking verschuldigd, juffrouw Alice!" hernam
+de gelukkige Cyprianus. "Wie heeft mij geraden om de scheikunde
+weer ter hand te nemen? Wie heeft gevorderd, dat ik mij zoude
+toeleggen op het zoeken naar de vervaardiging van den kunstmatigen
+diamant? Niemand anders dan uwe bekoorlijke, uwe aanbiddenswaardige
+dochter, mijnheer Watkins!.... O! ik kan haar mijn eerbied betoonen,
+zooals de dapperen van vroegere tijden aan hunne dame brachten, en
+ik kan overal verkondigen dat haar, haar alleen de geheele verdienste
+dezer ontdekking toekomt!.... Zou ik zonder haar aan zoo iets gedacht
+hebben?"
+
+John Watkins en Hannibal Pantalucci bekeken den diamant, wierpen
+elkander een blik toe en schudden het hoofd. Zij waren ten zeerste
+ontsteld.
+
+"Gij zegt, dat gij dezen vervaardigd hebt.... gij zelf?" hernam
+eindelijk John Watkins. "Het is dus een valsche steen?"
+
+"Een valsche steen!" riep Cyprianus uit. "Welnu ja!.... een valsche
+steen!.... Maar Jacobus Vandergaart en de makelaar Nathan schatten
+hem op een waarde van minstens vijftig millioen, misschien wel
+meer. Indien het slechts een kunstmatige diamant is, dien ik door
+eene wijze van bewerking, waarvan ik de uitvinder ben verkregen heb,
+dan is hij toch behoorlijk authentiek en in niets van een natuurlijken
+te onderscheiden!.... Ziet zelf, er ontbreekt niets aan.... zelfs de
+steenlegering niet, waarin de natuurlijke besloten is!"
+
+"En neemt gij op u andere dergelijke diamanten te vervaardigen?" vroeg
+John Watkins met aandrang.
+
+"Of ik dat op mij neem, mijnheer Watkins! Voorzeker. Ik zal u
+diamanten leveren in zoo grooten getale dat gij ze met een schop zult
+kunnen opscheppen!.... Ik zal er u een vervaardigen, die tienmaal,
+honderdmaal zwaarder zijn dan deze, als gij dat verlangt!.... Ik zal
+er in zoo groote menigte maken, dat gij uw terras daarmede bevloeren,
+de wegen van Grikwaland bestraten kunt, als gij dat zult willen!.... De
+eerste proef is bij zulke zaken de moeilijkste, en de eerste steen
+eenmaal verkregen, kan het overige als bijzaak beschouwd worden,
+niets anders dan het regelen van eenige technische bijzonderheden!"
+
+"Maar als dat zoo is," hernam de Engelschman, die bleek geworden was,
+"dan zal dat de ondergang der mijnbezitters zijn, zoowel voor mij
+als voor geheel Grikwaland!"
+
+"Klaarblijkelijk!" riep Cyprianus uit. "Welk belang zal iemand
+nog hebben om in den grond te wroeten, om kleine bijna waardelooze
+diamanten te vinden, van het oogenblik af dat het even gemakkelijk
+zal zijn om door de nijverheid diamanten van alle afmetingen te
+vervaardigen als een brood van vier pond te bakken!"
+
+"Maar dat is monsterachtig!...." hernam John Watkins. "Maar dat is
+infaam!.... dat is afgrijselijk!.... Wanneer, wat gij zegt, waar is,
+wanneer gij werkelijk dat geheim bezit...."
+
+Hij bleef half verstikt in zijne woorden steken.
+
+"Gij ziet," sprak Cyprianus kalm, "ik vertel geen bakersprookjes. Ik
+heb hier mijn eerste fabrikaat medegebracht, en ik denk, dat het
+fraai genoeg is om u te overtuigen!"
+
+"Welnu," hernam eindelijk John Watkins, nadat hij weer bij adem gekomen
+was, "welnu, wanneer het waar is.... dan moest men u oogenblikkelijk
+doodschieten op den grooten weg bij het kamp!.... Ziedaar mijn
+gevoelen, mijnheer Méré!"
+
+"En het mijne ook!" meende Hannibal Pantalucci met een gebaar van
+bedreiging er bij te moeten voegen.
+
+Miss Watkins was doodsbleek van haren stoel opgesprongen.
+
+"Mij doodschieten, omdat ik een vraagstuk opgelost heb, dat sedert
+vijftig jaren ongeveer gesteld is?" vroeg de jeugdige ingenieur,
+terwijl hij onverschillig de schouders optrok. "Drommels, dat zou
+toch een beetje al te kras zijn!"
+
+"Er valt niet te lachen, of de schouders op te halen," hernam
+de pachter woedend. "Hebt gij wel eens over de gevolgen van
+uwe zoogenaamde ontdekking nagedacht?.... Aan den gestoorden
+mijnarbeid.... aan Grikwaland, dat gij van zijne voornaamste nijverheid
+berooft.... aan mij dien gij tot den bedelstaf brengt?"
+
+"Drommels, ik erken gaarne, dat ik daaraan niet gedacht heb,"
+antwoordde Cyprianus zeer openhartig, "maar dat zijn de onvermijdelijke
+gevolgen van den vooruitgang in de nijverheidszaken, en daaromtrent
+heeft de zuivere wetenschap zich niet te bekreunen!.... Daarenboven,
+gij persoonlijk hebt u daaromtrent niet te bekommeren, mijnheer
+Watkins. Weest gij zonder vrees! Wat mij toebehoort is het uwe,
+en gij kent zeer goed de beweegreden van mijn arbeid in die richting!"
+
+John Watkins begreep eensklaps hoeveel partij hij trekken kon van de
+ontdekking van den jeugdigen ingenieur. Wat dan ook de Napolitaan
+er van denken mocht, hij aarzelde geen oogenblik om van meening
+te veranderen.
+
+"Goed beschouwd," hernam hij, "is het mogelijk, dat gij gelijk hebt,
+en gij spreekt als een degelijke, brave kerel, die gij ook zijt,
+mijnheer Méré! Ja!.... als ik de zaak goed overdenk komt het mij voor,
+dat wij ons wel verstaan zullen. Waarom zoudt gij eene buitensporige
+menigte diamanten maken? Dat zou uwe uitvinding verkleinen, onder den
+voet brengen! Ware het niet wijzer het geheim daarvan te bewaren en er
+een matig gebruik van te maken, door bij voorbeeld slechts een of twee
+dergelijke steenen te vervaardigen, of zelfs het bij dit welslagen
+te laten, daar hij u op eens een aanmerkelijken schat verschaft en
+u den rijksten man van het geheele land maakt!.... Zoodoende zal
+iedereen tevreden zijn: de zaken kunnen haar gang gaan, zooals zij
+tot heden deden, en gij zult de meest eerbiedwaardige belangen niet
+gedwarsboomd hebben."
+
+Dat was waarlijk een nieuw gezichtspunt van de kwestie, waaraan
+Cyprianus nog niet gedacht had; maar het dilemma stelde zich daar
+plotseling voor zijne oogen, in zijne onvermurwbare gestrengheid:
+òf het geheim der uitvinding voor zich behouden, de wereld er
+onkundig van laten en er misbruik van maken, om zich te verrijken,
+òf wel, zooals John Watkins met recht bemerkte, al de diamanten, de
+natuurlijke zoowel als de kunstmatige, in waarde te doen verminderen
+en bijgevolg de fortuin af te wijzen om wat te doen?.... om al de
+mijnwerkers van Grikwaland, van Brazilië, van Indië en van Borneo
+ten gronde te richten!
+
+Op dien tweesprong geplaatst, aarzelde Cyprianus een oogenblik, maar
+ook slechts één enkel. En toch, hij begreep dat wanneer hij partij
+koos voor de eer, voor de oprechtheid, voor de getrouwheid aan de
+wetenschap, hij zich daarna onherroepelijk den weg afsloot tot de hoop,
+die de voornaamste aanleiding was van zijne ontdekking!
+
+De smart was bitter, was knagend, vooral omdat zij hem onverwacht
+overviel. Zoo'n fraaie droom, en.... zoo neer te storten!
+
+"Mijnheer Watkins," zei hij ernstig, "indien ik het geheim van mijne
+ontdekking voor mij hield, dan zou ik slechts een falsaris zijn. Ik
+zou gelijkstaan, met hem, die met vervalscht gewicht verkoopt;
+ik zou het publiek omtrent de koopwaar bedriegen! De ontdekkingen
+door een geleerde gedaan, zijn zijn eigendom niet! Zij maken deel
+uit van het bezit van allen. Zich eene ontdekking toeëigenen uit
+eene baatzuchtige beweegreden, zou zich schuldig maken zijn aan
+de verachtelijkste daad, die een mensch bedrijven kan. Dat zal
+ik nooit doen!.... Neen! waarachtig niet!.... Ik zal geen week,
+geen dag wachten om de formule, welke het toeval mij, geholpen door
+een weinig nadenken, mededeelde, tot publiek domein te maken. Mijne
+eenige bedenking is hierbij, dat ik het billijk en betamelijk vind,
+die formule het eerst aan mijn vaderland te doen kennen, aan Frankrijk,
+dat mij in staat stelde het te kunnen dienen!.... Morgen reeds zal
+ik het geheim mijner bewerking aan de Academie van Wetenschappen
+aanbieden. Vaarwel, mijnheer, ik ben u dankbaar mij mijn plicht zoo
+scherp begrensd onder het oog te hebben gebracht. Ik erken, dat ik
+aan dien plicht niet gedacht heb!.... Miss Watkins, ik heb een fraaien
+droom gedroomd!.... Helaas, ik moet er afstand van doen!"
+
+En nog vóór het jonge meisje eene beweging had kunnen doen, om hem in
+de armen te vliegen, had Cyprianus zijn diamant gegrepen, een buiging
+voor miss Watkins gemaakt, en was naar buiten geijld.
+
+
+
+
+
+TIENDE HOOFDSTUK.
+
+JOHN WATKINS PEINST.
+
+
+Toen Cyprianus met gebroken hart heengegaan was, vastbesloten om
+zooals hij dat noemde, zijnen ambtsplicht te vervullen, begaf hij zich
+andermaal naar Jacobus Vandergaart. Hij vond hem thans alleen. De
+makelaar Nathan had zich gehaast de eerste te zijn, om in het kamp
+het nieuws te verbreiden, waarin alle mijnwerkers zoozeer belang
+stellen moesten.
+
+En dat nieuws baarde veel opzien, hoewel men nog niet wist, dat de
+overgroote diamant van den "monsieur", zooals men Cyprianus noemde
+een kunstmatige was. Maar de "monsieur" stoorde zich hoegenaamd
+niets aan de oudewijvenpraatjes van de Kopjes-mijn! Hij had haast
+om met den ouden Vandergaart de kwaliteit en de kleur van den
+steen te onderzoeken, ten einde zijn rapport nauwkeurig te kunnen
+opmaken. Daarom maakte hij zooveel haast.
+
+"Mijn waarde Jacobus," zei hij, terwijl hij naast den juwelier plaats
+nam, "wees zoo vriendelijk daar op dien bult een facet te slijpen,
+om te kunnen oordeelen, wat onder die steenlegering verborgen zit."
+
+"Niets is gemakkelijker dan dat," antwoordde de oude diamantslijper,
+terwijl hij den steen uit de hand van zijn jongen vriend aannam. "Gij
+hebt waarachtig een goede plek gekozen," ging hij voort, terwijl
+hij op eene kleine dikte aan een der zijden van den steen wees,
+die bijna overigens volmaakt eirond was. "Wij wagen er niets bij,
+om aan dien kant te slijpen."
+
+Jacobus Vandergaart ging zonder dralen aan het werk, en na uit zijne
+verzameling een ruwen steen van vier of vijf karaten gezocht te hebben,
+bevestigde hij dien aan het uiteinde eener spil en begon hij de beide
+uitwendige schillen der twee steenen af te slijpen.
+
+"Ik zou eerder klaar zijn, wanneer ik den steen kon kloven," zei
+hij. "Maar wie zou een hamerslag op een steen van dien prijs durven
+toebrengen?"
+
+De arbeid was zeer lang en zeer eentonig en vorderde niet minder
+dan twee uren. Toen de facet ruim genoeg was om over den aard van
+den steen te kunnen oordeelen, moest hij op de draaischijf gepolijst
+worden, hetgeen ook veel tijd vorderde.
+
+Het was evenwel nog volle dag, toen die werkzaamheden afgeloopen
+waren. Cyprianus en Jacobus Vandergaart gaven toen aan hunne
+nieuwsgierigheid toe en bekeken den steen om den uitslag van die
+slijping en polijsting waar te nemen.
+
+Een fraaie facet, gitzwart van kleur, evenwel van eenen
+onvergelijkelijk schitterenden glans, vertoonde zich aan hunne oogen.
+
+De diamant was zwart. Eene schier eenige of ten minste hoogst zeldzame
+bijzonderheid, die de waarde van den steen zoo mogelijk nog verhoogde.
+
+De handen van Jacobus Vandergaart beefden van aandoening, terwijl
+hij het prachtstuk in het zonlicht liet flikkeren.
+
+"Dat is de meest merkwaardige en schoonste diamant, die ooit te zien
+is geweest," zei hij met een zweem van godsdienstigen eerbied. "Wat
+zal het wel zijn, wanneer hij de lichtstralen zal kunnen weerkaatsen,
+wanneer hij aan alle kanten geslepen zal zijn!"
+
+"Wilt gij dien arbeid ondernemen?" vroeg Cyprianus levendig.
+
+"Gaarne, mijn waarde vriend! Dat zou de eer en de bekroning van mijn
+lange loopbaan zijn!.... Maar wellicht doet gij beter een jeugdiger
+en vaster hand dan de mijne voor dat werk te kiezen."
+
+"Neen," antwoordde Cyprianus liefderijk; "niemand, daar ben ik
+verzekerd van, zal dat werk met meer zorg en niet meer handigheid
+verrichten dan gij. Houd dien diamant, mijn waarde Jacobus, en slijp
+hem op uw gemak en naar uwen smaak. Gij zult er een kunststuk van
+maken! Dat is eene afgedane zaak!"
+
+De grijsaard rolde en draaide den steen tusschen zijne vingers en
+aarzelde om zijne gedachten mede te deelen.
+
+"Eéne zaak verontrust mij," zeide hij ten slotte. "Ik kan mij
+zoo moeilijk over de gedachte heenzetten, dat ik onder mijn dak
+een kleinood van zooveel waarde zal bergen! Dit is op zijn minst
+vijf-en-twintig millioen, en misschien wel meer, die ik daar in
+de palm mijner hand berg! Het is niet zeer voorzichtig, zulk eene
+verantwoordelijkheid te aanvaarden!"
+
+"Niemand zal er iets van weten, mijnheer Vandergaart, als gij het
+niet vertelt; en wat mij aangaat, ik verzeker u dat ik zwijgen zal!"
+
+"Hm! men zal gissen! Men kan u gevolgd hebben, toen gij hier heen
+gingt.... Men zal veronderstellingen maken omtrent hetgeen men niet met
+zekerheid weet! Het is zoo'n raar volk in dit mijndistrict!.... Neen,
+ik zou niet gerust slapen!"
+
+"Misschien hebt ge gelijk," antwoordde Cyprianus, die de aarzeling
+van den grijsaard wel begreep. "Maar wat dan te doen?"
+
+"Daar peins ik juist over," hernam Jacobus Vandergaart, die gedurende
+eenige minuten stilzwijgend bleef zitten.
+
+"Luister," zei hij eindelijk. "Wat ik u voor te stellen heb,
+is kiesch en gaat van de veronderstelling uit, dat gij in mij
+een volkomen vertrouwen stelt. Maar gij kent mij genoegzaam, om
+niet vreemd te vinden, dat de gedachte van mij uitgaat, om zooveel
+voorzorgsmaatregelen te nemen!.... Ik moet dadelijk met dezen steen en
+mijne gereedschappen vertrekken, om ergens eene toevlucht te zoeken
+in het een of andere hoekje, waar niemand mij kent--te Bloemfontein
+of te Hope-town bij voorbeeld. Ik zal een bescheiden vertrek huren,
+ik zal mij daar opsluiten om in het grootste geheim te arbeiden,
+en ik zal eerst terugkomen, wanneer ik mijne taak zal volbracht
+hebben. Misschien gelukt het mij zoo, de boosdoeners van het spoor
+te brengen!.... Maar ik herhaal het: ik ben bijna verlegen om een
+zoodanig plan te berde te brengen!"
+
+"En toch vind ik het goed ontworpen," antwoordde Cyprianus; "en ik
+kan u slechts aansporen om het te verwezenlijken!"
+
+"Reken er op dat het lang zal duren. Ik zal minstens een maand noodig
+hebben, en onderweg kan mij eenig ongeval overkomen."
+
+"Om het even, als gij meent dat dit het beste is, wat wij doen kunnen,
+mijnheer Vandergaart. En alles wel beschouwd, het ongeluk zou zoo
+groot niet zijn, wanneer de diamant verloren ging."
+
+Vandergaart keek zijn jeugdigen vriend met schrik aan.
+
+"Zou hem dat onmetelijk vermogen naar het hoofd geslagen zijn?" vroeg
+hij zich af.
+
+Cyprianus begreep zijn gedachtengang en glimlachte. Hij legde hem
+de herkomst van dien diamant uit en hoedanig hij er later meerdere
+kon vervaardigen zooveel als hij slechts verkoos. Maar hetzij dat
+de oude diamantslijper slechts weinig geloof aan dat verhaal schonk,
+hetzij hij eene persoonlijke reden had om niet alleen met een steen
+van wellicht vijftig millioen in zijn hut te blijven, hij drong er
+op aan om dadelijk te vertrekken.
+
+Daarom verzamelde dan ook Jacobus Vandergaart al zijne gereedschappen
+en zijne schamele plunje in een ouden lederen zak, hing aan de deur
+een lei: waarop geschreven stond: _afwezig voor zaken_, stak den
+sleutel in zijn zak, den diamant in zijn vestzakje en vertrok.
+
+Cyprianus begeleidde hem gedurende twee of drie mijlen langs den
+weg naar Bloemfontein en verliet den oude eerst toen deze daarom
+herhaaldelijk verzocht had.
+
+De nacht was reeds gevallen, en het was pikdonker toen de jeugdige
+ingenieur te huis kwam. Hij dacht toen meer aan miss Watkins dan aan
+zijne grootsche ontdekking.
+
+Zonder zich den tijd te gunnen zijn maaltijd, door Makatit bereid,
+te gebruiken, nam hij plaats aan zijn werktafel en begon met de
+memorie-opstelling, die hij met de eerste postgelegenheid aan den
+secretaris van de Academie van Wetenschappen hoopte te verzenden. Dit
+was eene nauwkeurige en volledige beschrijving van zijne handeling
+met betrekking tot den vervaardigden diamant, waarop hij een zeer
+schrander uitgedrukt theoretisch stelsel liet volgen omtrent de
+reactie, die tot de vorming van dat prachtige stuk gekristalliseerde
+koolstof had aanleiding gegeven.
+
+"Het meest opmerkenswaardige karakter onder anderen van dat product
+is," schreef hij, "zijne volledige overeenkomst met den natuurlijken
+diamant, vooral door de aanwezigheid van de uitwendige steenlegering,
+waarin diamant besloten is."
+
+Inderdaad, Cyprianus aarzelde geen oogenblik, om die zoo zonderlinge
+uitwerking toe te schrijven aan de omstandigheid, dat hij zijne buis
+van binnen met eene brei van aarde bestreken had, die hij met alle
+zorg in de Vandergaart-Kopjesmijn uitgezocht had. De wijze, waarop een
+gedeelte van die aarde van de omwanding losgelaten had, om rondom het
+kristal een werkelijken notenbast te vormen, was niet gemakkelijk uit
+te leggen, en dat was een punt, waaromtrent latere proeven ongetwijfeld
+meer licht zouden verschaffen. Men kon wellicht veronderstellen,
+dat men hier met eene soort van scheikundige aantrekkingskracht of
+overeenkomst te doen had, waarvan onze jonge man vast besloot eene
+gezette studie te maken. Hij was niet zoo verwaand om al dadelijk
+bij een eerste optreden, de volledige en onherroepelijk vastgestelde
+theorie van zijne ontdekking aan te geven. Wat hij thans wilde,
+dat was haar zonder verwijl mededeelen aan de wereld der geleerden,
+dat was haar Frankrijk aanbieden, dat was de hulp zijner collega's
+inroepen om nog meer licht over menig onverklaarbaar feit te erlangen.
+
+Toen de memorie begonnen was en hij zoo aan zijn geweten als geleerde
+voldoening had verschaft, dacht hij er aan om wat te eten en te gaan
+slapen. Hij zou dat wetenschappelijk stuk later met menige nieuwe
+opmerking verrijken en het daarna beëindigen om het te verzenden daar
+waar het behoorde.
+
+Cyprianus verliet den volgenden morgen al heel vroeg zijne woning en
+maakte geheel in gedachten verzonken eene wandeling op de verschillende
+mijn-terreinen. Zekere blikken, die niets sympathieks hadden, werden
+hem in het voorbijgaan toegeworpen. Hij merkte er niets van, want hij
+had al de gevolgen van zijn groote ontdekking vergeten. Toch waren die
+gevolgen hem door John Watkins genoegzaam aan het verstand gebracht,
+en die bestonden in den ondergang, na korteren of langeren tijd,
+van de mijnwerkers van geheel Grikwaland.
+
+Zoo iets was wel geschikt om de gemoederen te verontrusten in een
+land van half-wilden, waar men geenszins aarzelt om zijn eigen rechter
+te zijn en het beulsbaantje met eigen handen uit te oefenen; waar de
+veiligheid van den arbeid, en bij gevolg ook van den handel, die er uit
+voortspruit, de eenige, de hoogste wet is. Werd de vervaardiging van
+den kunstmatigen diamant werkelijk als practische nijverheid mogelijk,
+dan waren alle millioenen in de mijnen van Brazilië, zoowel als die
+in Zuid-Afrika, ongerekend de vele menschenlevens daaraan verbonden,
+onherroepelijk verloren. De jeugdige ingenieur zou ongetwijfeld
+zijne ontdekking geheim kunnen houden, maar dienaangaande was zijne
+verklaring zoo duidelijk mogelijk geweest. Dat zou hij niet doen!
+
+Van de andere zijde had de vader van Alice gedurende den langen
+nacht, waarin hij nu eens droomde van onmogelijk groote diamanten,
+vertegenwoordigende een waarde van verscheidene milliarden, dan
+weer zich slapeloos op zijne legerstede heen en weer wentelende,
+ernstig nagedacht en het volgende overwogen. Dat Hannibal Pantalucci
+en de andere mijnwerkers met ongerustheid en ook met woede de
+omwenteling beschouwden, die door de ontdekking van Cyprianus
+zou worden te weeg gebracht met betrekking tot de diamanthoudende
+gronden, was zeer natuurlijk, daar zij die gronden ontgonnen voor
+eigen rekening. Maar de toestand van hem, eenvoudig eigenaar van de
+hoeve Watkins, was niet dezelfde. Ongetwijfeld, wanneer de claims
+ten gevolge van de waardevermindering der diamanten verlaten werden,
+wanneer die mijnwerkersbevolking Grikwaland den rug toekeerde en
+heentoog, dan zou de waarde van zijn hoeve aanmerkelijk verminderen,
+zijne voortbrengselen zouden geen zoo gereeden aftrek meer hebben,
+zijne huizen en zijne hutten zouden wegens gebrek aan huurders leeg
+blijven staan, en wellicht zou hij zelf het land moeten verlaten,
+omdat er geen zaken meer te doen waren.
+
+"Maar jawel," mompelde John Watkins bij zich zelven, "maar zoover
+zijn wij nog niet. Om daartoe te geraken zullen nog wel ettelijke
+jaren voorbijgaan. De vervaardiging van kunstmatige diamanten is
+nog niet practisch mogelijk, zelfs niet met de wijze van werken
+van mijnheer Méré! Misschien bestaat er heel veel toeval in zijn
+zaak. Maar toeval of niet, hij heeft toch een steen van onmetelijke
+waarde vervaardigd, die als natuurlijke diamant ongetwijfeld vijftig
+millioen waard zou zijn, en nu hij kunstmatig verkregen is, toch
+nog verscheidene millioenen waard is. Ja, ik moet dien jongen man
+in het oog houden. Hij moet in mijne nabijheid blijven, het koste
+wat het wil. Althans gedurende eenigen tijd. Ik moet hem beletten
+zijne ontdekking uit te bazuinen. Die fraaie steen moet het bezit der
+familie Watkins worden en mag die familie niet verlaten dan tegen een
+eerbiedwaardig aantal millioenen. Wat betreft het hier houden van den
+maker van dien steen, dat is gemakkelijk genoeg--zelfs zonder zich
+onherroepelijk te verbinden. Ik heb Alice bij de hand, en door middel
+van Alice zal ik hem wel beletten naar Europa te vertrekken!.... Ja,
+al moest ik hem hare hand beloven!.... al moest ik hem mijn dochter
+ten huwelijk schenken!...."
+
+Waarachtig, John Watkins, door zijne onverzadelijke hebzucht gedreven,
+zou zelfs daartoe in staat zijn. In die geheele zaak zag hij slechts
+zijn eigen ik, dacht hij slechts aan zijn eigen persoon. En dacht de
+oude zelfzuchtige ook al een enkele maal aan zijne dochter, dan was
+het slechts om in zichzelven te mompelen:
+
+"Welnu, al gebeurde dat ook, dan zou Alice zich niet te beklagen
+hebben! Die jeugdige dwaze geleerde ziet er vrij goed uit! Hij
+bemint haar, en heb ik het wel, dan is zij tegenover die liefde niet
+gevoelloos gebleven."
+
+"Nu, wat valt er inderdaad beter te doen dan twee harten, die
+voor elkander geschapen schijnen, te verbinden.... of ten minste
+hun die vereeniging te laten hopen, tot het oogenblik gekomen zal
+zijn, dat ik helder in die zaak zien kan.... Welnu, bij Sint John,
+mijn schutspatroon, de duivel hale Hannibal Pantalucci en zijne
+makkers. Hier in Grikwaland vooral geldt het: ieder voor zich!"
+
+Zoo redeneerde John Watkins, terwijl hij die denkbeeldige weegschaal
+hanteerde, waarin hij tusschen de toekomst zijner dochter en
+een eenvoudig stuk gekristalliseerde koolstof evenwicht trachtte
+te verkrijgen, en hij zich uiterst gelukkig gevoelde, toen hij
+vermeende, dat de beide schalen in hetzelfde vlak, of beter, op
+dezelfde horizontale lijn bengelden.
+
+Zijn besluit was dan ook reeds den volgenden ochtend genomen: hij
+zou niet overijld handelen, hij zou op zien komen spelen, de zaken
+zachtjes hun gang laten gaan, zeker als hij was van den loop dien
+zij zouden nemen.
+
+Maar vooreerst stelde hij er belang in om zijn huurder weer te
+zien,--wat vrij gemakkelijk was, daar de jeugdige ingenieur dagelijks
+op de hoeve kwam--; maar hij wilde ook den fraaien diamant weer zien,
+die in zijne droomen kolossale afmetingen aangenomen had.
+
+John Watkins begaf zich dan ook naar de hut van Cyprianus, die,
+daar het vroeg in den morgen was, nog thuis was.
+
+"Welnu, mijn jonge vriend," zei hij op een zekeren toon van
+opgeruimdheid. "Hoe hebt gij dezen nacht doorgebracht.... dien eersten
+nacht na uwe grootsche ontdekking?"
+
+"Wel, zeer goed, mijnheer Watkins, zeer goed!" antwoordde de jonkman
+koeltjes.
+
+"Wat? Hebt gij kunnen slapen?"
+
+"Zoo als gewoonlijk! Waarom niet?"
+
+"Al die millioenen, die uit dat fornuis daar te voorschijn getreden
+zijn," hernam Mr. Watkins, "hebben dus uwen slaap niet gestoord?"
+
+"Waarachtig niet," antwoordde Cyprianus, "in geenen deele. Begrijp
+dan toch goed, mijnheer Watkins, die diamant zou slechts millioenen
+waard zijn, wanneer hij door de natuur en niet door een scheikundige
+voortgebracht ware."
+
+"Jawel.... jawel.... mijnheer Méré! Maar zijt gij overtuigd een
+anderen of meer anderen te kunnen vervaardigen? Zoudt gij dat durven
+verzekeren?"
+
+Cyprianus aarzelde. Hij begreep beter dan iemand hoeveel
+teleurstellingen bij een arbeid als deze kunnen ondervonden worden.
+
+"Gij ziet het!" hernam John Watkins! "Gij durft het niet
+bevestigen. Dus zal die diamant, totdat gij bij eene volgende proef
+geslaagd zult zijn, zijne overgroote waarde behouden!".... En dat
+aangenomen, waarom zoudt gij dan gaan vertellen, althans voorshands,
+dat het een kunstmatige steen is?"
+
+"Ik herhaal, wat ik u vroeger reeds gezegd heb," antwoordde Cyprianus;
+"dat ik de oplossing van zoo'n belangrijk vraagstuk wetenschappelijk
+niet geheim kan houden."
+
+"Jawel!.... jawel!.... ik begrijp dat," hernam John Watkins
+terwijl hij den jonkman met een gebaar tot zwijgen uitnoodigde,
+alsof hij bevreesd ware, dat hun gesprek buiten gehoord kon
+worden. "Jawel!.... jawel!.... wij zullen daarover later wel
+praten!.... Maak u evenwel niet ongerust over Pantalucci en de
+overigen!.... Zij zullen omtrent uwe ontdekking niets vertellen,
+dewijl hun belang medebrengt dat zij daarover zwijgen!.... Geloof,
+mij.... wacht!.... en denk er wel om dat mijne dochter en ik
+zeer gelukkig zijn over uwe ontdekking!.... Ja, zeker, zeer
+gelukkig!.... Maar, zou ik dien prachtigen diamant nog eens mogen
+zien?.... Ik heb gisteren ternauwernood tijd gehad om hem aandachtig
+te bekijken!.... Wilt gij mij dus andermaal veroorloven...."
+
+"Ik heb hem niet meer!" antwoordde Cyprianus.
+
+"Gij hebt hem naar Frankrijk gezonden?" riep John Watkins uit, die
+alleen door de gedachte daaraan zich vernietigd gevoelde.
+
+"Neen.... nog niet!.... In zijn ruwen toestand kon niet over zijne
+schoonheid geoordeeld worden. Dus gij kunt gerust zijn."
+
+"Aan wien hebt gij hem dan ter hand gesteld? Bij alle heiligen van
+Engeland, aan wien?"
+
+"Aan Jacobus Vandergaart, om hem te slijpen. Ik weet niet of hij hem
+heeft medegenomen."
+
+"Gij hebt zoo'n diamant aan dien ouden gek toevertrouwd?" riep
+John Watkins woedend uit. "Maar dat is waanzin, mijnheer! Inderdaad
+waanzin!"
+
+"Bah!" antwoordde Cyprianus. "Wat wilt gij dat Jacobus of wie ook
+ter wereld met zoo'n diamant, wiens waarde voor hen, die met zijne
+afkomst onbekend zijn, op minstens vijftig millioenen geschat moet
+worden, zal uitvoeren? Zoudt ge denken dat het gemakkelijk zou zijn
+hem heimelijk aan den man te brengen?"
+
+John Watkins scheen getroffen door dat argument. Neen! een diamant van
+die waarde zou niet gemakkelijk van de hand te doen zijn. Toch was de
+pachter niet gerust, en had veel willen geven, ja zeer veel, indien
+Cyprianus hem niet aan den ouden diamantslijper had toevertrouwd.... of
+tenminste dat de oude diamantslijper reeds in Grikwaland teruggekeerd
+ware met dien kostbaren steen!
+
+Maar Jacobus Vandergaart had een maand tijd bedongen, en hoe ongeduldig
+John Watkins ook was, hij was wel verplicht te wachten.
+
+Het was buiten kijf dat zijne gewone huisbezoekers, als Hannibal
+Pantalucci, Herr Friedel, de jood Nathan niet nalieten den
+doodeerlijken diamantslijper te belasteren. Bij afwezigheid van
+Cyprianus spraken zij veel over hem en merkten dan steeds op, dat de
+tijd voorbijvlood en dat Jacobus Vandergaart niet terugkwam.
+
+"En waarom zou hij in Grikwaland terugkeeren?" vroeg Friedel,
+"daar het hem zoo gemakkelijk is dien diamant, die zoo'n overgroote
+waarde heeft en welker fabriekmatige afkomst nog nergens bekend is,
+voor zich te behouden?"
+
+"Omdat hij geen kooper er voor zal vinden!" antwoordde John Watkins,
+die hetzelfde argument van den jeugdigen ingenieur te berde bracht,
+dat hem evenwel volstrekt niet gerust stelde.
+
+"Een mooie reden!" grinnikte Nathan.
+
+"Ja, waarachtig! een mooie reden," vulde Hannibal Pantalucci
+aan. "Geloof mij, die oude kaaiman is reeds ver op dit oogenblik! Wat
+is er gemakkelijker, vooral voor hem, dan dien steen geheel
+onherkenbaar te maken? Gij kent zijne kleur zelfs niet! Wie zal hem
+beletten dien zwaren diamant in vier of zes deelen te verdeelen,
+waardoor er door kloving verscheidene steenen bekomen worden, die
+toch nog een eerbiedwaardige afmeting zullen hebben?"
+
+Die gesprekken verontrustten het gemoed van John Watkins zeer. Hij
+begon ook te gelooven, dat Jacobus Vandergaart zich niet meer zou
+laten zien.
+
+Cyprianus alleen was stellig overtuigd omtrent de eerlijkheid van
+den oudere diamantslijper. Hij verkondigde openlijk, dat de oude op
+den gestelden dag tegenwoordig zou zijn, en hij had gelijk.
+
+Jacobus Vandergaart kwam zelfs tweemaal vier en twintig uren
+vroeger terug. Hij had zich zoodanig gehaast en zoo veel ijver bij
+den arbeid betoond, dat hij den diamant in zeven en twintig dagen
+geslepen had. Hij keerde tegen den avond terug om hem op de schijf
+te polijsten, zoodat de grijsaard zich in den morgen van den negen
+en twintigsten dag bij Cyprianus vervoegen kon:
+
+"Hier is de steen," zei hij op eenvoudigen toon, terwijl hij een
+kleine houten doos op de tafel plaatste.
+
+Cyprianus opende de doos en werd verblind.
+
+Op een kussentje van witte katoenvlokken vertoonde zich een overgroote
+zwarte kristal met ruitvormige twaalfvlakken, die zulke prismatische
+lichtbundels uitstraalde, dat het geheele laboratorium verlicht scheen.
+
+Die combinatie van eene gitzwarte kleur met eene uiterst
+volmaakte diamantachtige doorzichtigheid en met een weergaloos
+straalbrekingsvermogen, bracht het meest wonderlijke en meest
+verrassende effect te weeg. Men gevoelde zich tegenover dien diamant
+als tegenover een waarlijk eenig verschijnsel, dat als een speling
+der natuur kon beschouwd worden, dat zijne wederga niet had. Zelfs
+als men ieder denkbeeld aan waarde ter zijde stelde, dan nog blonk
+de heerlijkheid van dat kleinood ten volle uit.
+
+"Het is niet alleen de zwaarste diamant, die er op de wereld bestaat,"
+zei Jacobus Vandergaart hoogst ernstig en met een soort van vaderlijken
+trots; "maar het is ook de fraaiste. Hij weegt vier honderd twee en
+dertig karaten! Gij kunt u vleien, mijne jonge vriend een kunststuk
+uitgevoerd te hebben. Uw proefstuk is een meesterstuk."
+
+Cyprianus had op die complimenten van den ouden diamantslijper niets
+geantwoord. Wat hem betreft, hij beschouwde zich als de uitvinder van
+eene zeldzame aardigheid, niets meer, niets minder. Vele anderen hadden
+zich beijverd de oplossing van het vraagstuk te vinden, zonder te
+slagen. Het was hem gelukt op dat terrein der anorganische scheikunde
+de bestaande moeielijkheden te overwinnen. Maar welke nuttige gevolgen
+zou de menschheid uit de vervaardiging van kunstmatigen diamant
+trekken? Zij zou ontwijfelbaar al diegenen ten gronde richten, die
+van den handel in edelgesteenten leefden, zonder iemand te verrijken
+of ook maar te bevoordeelen.
+
+Die beschouwing verdreef wel ietwat de droombeelden, waaraan de
+jonge ingenieur zich in de eerste dagen na zijn ontdekking had
+overgegeven. Ja, nu verscheen hem die diamant, hoe bewonderenswaardig
+hij ook genoemd moest worden, nadat hij uit de handen van Jacobus
+Vandergaart gekomen was, slechts als een waardelooze keisteen, die
+niet eens de zinsbegoocheling der zeldzaamheid bezat.
+
+Cyprianus greep het doosje, waarin de onvergelijkelijke steen bevat
+was, drukte den grijzen diamantslijper de hand en begaf zich naar de
+woning van John Watkins.
+
+De pachter bevond zich in zijn benedenvertrek. Hij was steeds
+ongerust over de terugkomst van Jacobus Vandergaart. die hem als zeer
+onwaarschijnlijk voorkwam. Zijne dochter was bij hem en trachtte hem
+zooveel mogelijk gerust te stellen.
+
+Cyprianus opende de deur en bleef een oogenblik op den drempel staan.
+
+"Welnu?".... vroeg John Watkins met levendige stem, terwijl hij vlug
+van zijn stoel opsprong.
+
+"Welnu, de trouwhartige Jacobus Vandergaart is heden ochtend
+aangekomen," antwoordde Cyprianus.
+
+"Met den diamant?"
+
+"Ja, met den diamant, dien hij bewonderenswaardig geslepen heeft. Deze
+weegt nog vier honderd twee en dertig karaten."
+
+"Vier honderd twee en dertig karaten!" riep John Watkins uit,
+"En gij hebt hem bij u?"
+
+"Hier is hij."
+
+De pachter greep het doosje, deed het open en bekeek den diamant met
+oogen, die bijna evenzeer fonkelden als het edelgesteente zelf. Hij
+was als met stomheid geslagen en had het uiterlijk van een verrukte!
+
+Vervolgens, toen het hem vergund was, om de kolossale waarde, die
+de diamant vertegenwoordigde, onder dien tegelijkertijd lichten,
+draagbaren, kostbaren en schitterenden vorm tusschen de vingers te
+mogen houden, toen verkreeg zijn verrukking een graad van overdrijving,
+die hem uiterst bespottelijk maakte.
+
+John Watkins had tranen in de oogen en sprak den diamant aan alsof
+het een bezield wezen ware geweest.
+
+"O! die schoone, die prachtige, die schitterende steen!...." riep
+hij uit. "Gij zijt dus teruggekomen, mijn liefste!.... Wat zijt ge
+schitterend!.... Wat zijt ge zwaar!.... Hoevele klinkende schijven
+zult ge wel waard zijn?.... En wat zal men met u aanvangen, mijn
+overschoone?.... O, eerst wordt ge naar de Kaapstad, later naar Londen
+gezonden, om daar gezien en bewonderd te worden!.... Maar wie zal rijk
+genoeg zijn om u te koopen? De Koningin zelve kan zich zulk eene weelde
+niet veroorloven!.... Haar geheele inkomen van twee of drie jaren
+zou daarmee heengaan!.... Er zal een votum van het Parlement noodig
+zijn, of beter nog een nationale inschrijving!.... O! men zal die
+in het leven roepen, wees daaromtrent gerust.... En gij zult rusten
+in Londen's Toren naast den _Koh-i-noor_, die zich slechts als een
+klein kind naast u zal vertoonen!.... Wat zoudt gij wel waard zijn,
+mijn hartedief?"
+
+En na een oogenblik in stilte berekend te hebben, vervolgde hij:
+
+"De diamant van den Czaar is door Katharina II met een millioen
+roebels comptant betaald geworden, terwijl daarenboven nog eene
+jaarlijksche lijfrente van acht en veertig duizend gulden aan den
+verkooper verleend werd. Er zal niets overdrevens in gevonden worden,
+wanneer voor dezen steen een millioen pond sterling gevraagd wordt
+en eene eeuwigdurende rente van twee honderd vijftig duizend gulden!"
+
+En plotseling door een invallende gedachte getroffen:
+
+"Mijnheer Méré," vroeg hij, "zoudt gij niet denken dat men den eigenaar
+van een zoodanigen steen tot het pairschap zoude verheffen? Alle
+soorten van verdiensten hebben recht om in de pairskamer zitting te
+nemen, niet waar? En zoo'n diamant van zulken omvang te bezitten,
+zou geen geringe verdienste zijn!.... Kijk dan toch, mijn dochter,
+kijk!.... Men heeft aan zijne twee oogen niet genoeg, om zoo'n steen
+te bewonderen!...."
+
+Miss Watkins bekeek voor de eerste maal van haar leven een diamant
+met eenige belangstelling.
+
+"Hij is waarlijk zeer schoon! Hij glinstert als een stuk kool, wat
+hij ook is, maar als een gloeiende kool!" zeide zij, terwijl zij den
+diamant voorzichtig van zijn leger van watten nam.
+
+Vervolgens naderde zij met instinctmatige beweging, die ieder jong
+meisje in hare plaats ondervonden zou hebben, den spiegel, die boven
+den schoorsteen prijkte, en plaatste het bewonderenswaardige kleinood
+op haar voorhoofd te midden van haren rijken blonden haardos.
+
+"Eene ster in goud gevat!" zei Cyprianus galant en liet zich daarbij
+tegen zijne gewoonte tot het zeggen van eene geestigheid verleiden.
+
+"Dat 's waar!.... Waarlijk, men zou zeggen eene ster!" riep Alice uit,
+terwijl zij vroolijk in de handen klapte. "Welnu, die diamant moet
+dien naam behouden. Laten wij hem de _Zuidster_ doopen!.... Wilt ge,
+mijnheer Cyprianus? Is onze ster niet zwart als de inlandsche schoonen
+van dit land en is zij niet schitterend als het prachtig gesternte
+van onzen Zuidelijken hemel?"
+
+"Goed! de _Zuidster_!" zei John Watkins, die aan den naam slechts
+luttel hechtte. "Maar pas op, laat hem niet vallen!" hernam hij met
+schrik, toen het jonge meisje een plotseling beweging maakte. "Hij
+zou als glas breken!"
+
+"Waarlijk?.... Is zoo'n steen zoo bros?" antwoordde Alice, terwijl zij
+den diamant met vrij wat geringschatting in zijn doosje legde. "Arme
+ster, gij zijt dus eene valsche ster, niets anders dan de stop
+eener karaf."
+
+"De stop eener karaf!" riep John Watkins woedend uit. "De kinderen
+eerbiedigen niets meer!"....
+
+"Juffrouw Alice," hernam toen de jeugdige ingenieur, "gij zijt het,
+die mij aangemoedigd hebt om de kunstmatige vervaardiging van het
+diamant te zoeken! Aan u is deze steen zijn bestaan verschuldigd!"
+
+".... In mijn oogen evenwel is dat een kleinood, dat zoodra men
+zijne herkomst zal kennen, geene handelswaarde hoegenaamd meer zal
+bezitten!.... Uw vader zal mij dan ook ongetwijfeld veroorloven,
+u dien steen aan te bieden als eene herinnering aan uwen gezegenden
+invloed op mijne werkzaamheden!"
+
+"Hé! wat!" riep John Watkins uit, die onmogelijk in dit oogenblik
+kon bemantelen, wat in zijn binnenste omging bij die.... onverwachte
+aanbieding.
+
+"Juffrouw Alice," hernam Cyprianus, "die diamant behoort u!.... Ik
+bied u hem aan, ik geef hem u!"
+
+Miss Watkins antwoordde niet, maar zij reikte den jonkman hare hand,
+die deze teederlijk in de zijne drukte.
+
+
+
+
+
+ELFDE HOOFDSTUK.
+
+DE ZUIDSTER.
+
+
+Het nieuwtje van den terugkeer van Jacobus Vandergaart had zich
+bliksemsnel verspreid. Een menigte bezoekers stroomde dan ook naar
+de hoeve, om het wonder van de Kopjes-mijn te bewonderen. Men vernam
+weldra dat de diamant aan miss Watkins toebehoorde, maar dat haar
+vader meer dan zij zelve daar de bezitter van was. Daardoor ontstond
+eene algemeene nieuwsgierigheid ten opzichte van dien diamant, die
+niet door de natuur, maar door een menschenhand gemaakt was.
+
+Wij moeten hier evenwel doen opmerken, dat nog niets uitgelekt was
+omtrent den kunstmatigen oorsprong van den diamant in kwestie. Van
+den eenen kant waren de mijnwerkers van Grikwaland, die met dien
+oorsprong bekend waren, niet dwaas genoeg geweest, om een geheim rond
+te kraaien, dat hun onmiddellijken ondergang kon bewerken. Van zijn
+kant had Cyprianus, die van het toeval niet afhankelijk wilde zijn,
+ook gezwegen en besloten zijne memorie betreffende de _Zuidster_
+niet te verzenden, alvorens zijn welslagen bevestigd te hebben gezien
+door een tweede proef. Hij wilde zeker zijn datgene, wat hij eens
+vervaardigd had, ook een tweede maal te kunnen voortbrengen.
+
+Aller nieuwsgierigheid was dan ook ten hoogste gespannen en John
+Watkins had onmogelijk een gevoeglijke reden kunnen uitdenken,
+om aan die nieuwsgierigheid niet te voldoen, te meer niet daar zij
+zijne ijdelheid zeer streelde. Hij plaatste dus de _Zuidster_ op
+een kussen van watten op eene kleine wit marmeren kolom, die midden
+op den schoorsteen zijner spreekkamer prijkte en den geheelen dag
+bleef hij daar op wacht, gezeten in zijn grooten armstoel, om het
+onvergelijkelijk kleinood zorgvuldig in het oog te houden en het aan
+het publiek te vertoonen.
+
+James Hilton was de eerste persoon, die hem op het gevaarlijke van
+zulk eene handelwijze opmerkzaam maakte. Hield hij wel rekening met
+de gevaren, die hij als het ware over zijn hoofd uitlokte, door de
+overgroote waarde, welke hij in zijne woning huisvestte, zoo voor
+aller blikken ten toon te stellen? Het was volgens Hilton volstrekt
+noodzakelijk, om van Kimberley eene speciale wacht van politieagenten
+te ontbieden; deed hij dat niet, dan zou de eerstvolgende nacht niet
+zonder noodlottige gebeurtenissen voorbijgaan.
+
+John Watkins, uiterst verschrikt over dat vooruitzicht, haastte zich
+dien welgemeenden raad van zijn gast op te volgen en was niet eerder
+gerust dan toen hij tegen den avond een troep bereden politiedienaren
+zag aankomen. Die vijf en twintig man werden in de bijgebouwen van
+de hoeve gehuisvest.
+
+De toevloed van nieuwsgierigen bleef de volgende dagen steeds
+aangroeien en de faam van de _Zuidster_ had weldra de grenzen van
+het mijndistrict overschreden om zich tot de meest verwijderde
+streken uit te strekken. De dagbladen in de kolonie wijdden artikel
+op artikel aan de beschrijving van den omvang, van den vorm, van de
+kleur en van den glans van den bewonderenswaardigen diamant. Langs
+den telegraafkabel werden al die bijzonderheden over Zanzibar en Aden
+eerst naar Azië en Europa, vervolgens naar Noord- en Zuid Amerika
+en Australië overgeseind. Photografen smeekten om de eer, van den
+prachtigen steen eene afbeelding te mogen nemen. Speciale teekenaars
+kwamen uit naam der geïllustreerde tijdschriften er eene schets van
+maken. In één woord, die diamant stelde een wereldgebeurtenis daar.
+
+De legende werd er zelfs mede gemoeid. Er werden in de vereenigingen
+der mijnwerkers fantastische verhalen gefluisterd over de
+geheimzinnige eigenschappen welke men dien steen toeschreef. Men zei
+met gedempte stem, dat een zwarte diamant niet anders dan ongeluk kon
+aanbrengen! Ervaringsvolle lieden schudden het hoofd en verklaarden
+volmondig, dat zij dien duivelssteen liever bij Watkins aan huis dan
+bij zich zagen. In het kort, het kwaadspreken en zelfs de laster,
+die aan iedere beroemdheid als het ware kleven, ontbraken ook aan de
+_Zuidster_ niet, die er zich natuurlijk niets van aantrok; maar:
+
+
+ Geheele bundels prachtvolle lichtstralen
+ Op die lasteraars liet nederdalen!
+
+
+Anders was het evenwel met John Watkins gesteld, die over die
+oude-wijven-praatjes verwoed was. Het was hem te moede, alsof al
+dat geklets iets van de waarde van dien steen ontnam en hij werd er
+door aangedaan als door persoonlijke beleedigingen. Sedert dat de
+gouverneur der kolonie, de officieren der naburige garnizoensplaatsen,
+al de magistraten, de beambten, de geconstitueerde lichamen en firma's
+hunne hulde hadden komen bewijzen aan zijn kleinood, zag hij eene
+heiligschennis schier in iedere vrije gedachtenwisseling die er over
+gevoerd werd.
+
+Om dan ook een tegenwicht tegenover al dat gezwets te stellen, en ook
+om aan zijne zucht tot lekkerbekken te voldoen, besloot hij een groot
+diner ter eere van dien lieven diamant te geven, dien hij hoopte, in
+weerwil van wat Cyprianus er van denken mocht, en wat ook de wensen
+zijner dochter, om hem in den diamantvorm te behouden, mocht zijn,
+weldra tegen klinkende munt verwisseld te zien.
+
+Helaas! zoodanig is in den regel de invloed van de maag op de meeningen
+van het meerendeel der menschen, dat de aankondiging van het diner
+voldoende was om de uitgesproken openbare meening in het kamp van de
+Vandergaart-Kopjesmijn van den eenen dag tot den anderen geheel te
+wijzigen. Men hoorde toen lieden, die de meest boosaardige taal ten
+opzichte van de _Zuidster_ uitgeslagen hadden, plotseling een geheel
+anderen toon aanslaan en beweren, dat die steen geheel onschuldig was
+aan den boozen invloed, die hem toegeschreven werd, waardoor zij eene
+uitnoodiging van John Watkins hoopten te verwerven.
+
+O, men zal nog lang van dat feestmaal in het bekken van de Vaalrivier
+gewagen! Dien dag zaten tachtig gasten aan de tafel, die gedekt was
+onder eene tent, welke opgeslagen was langs de lange zijde van de
+spreekkamer, welker buitenmuur men voor die gelegenheid omver gehaald
+had. Een "koninklijke _baron_", zoo werd een kolossaal braadstuk
+genoemd, dat uit de geheele ruggestreng van een os bestond, besloeg
+het midden der tafel. Dat braadstuk werd door heele gebraden schapen
+en door allerhande soorten wild van die streek geflankeerd. Bergen van
+groenten en vruchten, alsmede geheele tonnen bier en geheele vaten
+wijn, die opengeslagen en op gelijke onderlinge afstanden geplaatst
+waren, completeerden het samenstel van dit diner, hetwelk op kolossale
+verhoudingen kon bogen.
+
+De _Zuidster_, op haar voetstuk geplaatst en door brandende waskaarsen
+omgeven, prijkte achter John Watkins en presideerde eigenlijk dat
+diner, hetwelk ter harer eere gegeven werd.
+
+De bediening aan tafel geschiedde door een twintigtal kaffers, die
+voor deze gelegenheid ingehuurd waren. Zij stonden onder opzicht van
+Makatit, die zich, na daartoe verlof van zijn baas bekomen te hebben,
+aangeboden had om hen te leiden en aan te voeren.
+
+Er waren daar genoodigd, behalve de brigade politiedienaren, waaraan
+John Watkins dank voor hunne waakzaamheid verschuldigd was, al de
+voornaamste personen van het kamp en zijne omstreken. Zoo waren daar
+Matthijs Pretorius, Nathan, James Hilton, Hannibal Pantalucci, Friedel,
+Thomas Staal en vijftig anderen.
+
+Zelfs de dieren van de hoeve: de ossen, de honden, maar vooral de
+struisvogels van miss Watkins trachtten hun deel van het feest te
+krijgen en kwamen om de kliekjes en den afval bedelen.
+
+Alice had aan het uiteinde der tafel vlak tegenover haren vader plaats
+genomen en hield de eer des huizes met hare gewone bevalligheid
+op. Zij was evenwel heimelijk bedroefd, omdat noch Cyprianus Méré,
+noch Jacobus Vandergaart dat diner bijwoonden; ook omdat zij de
+redenen van die terughouding begreep.
+
+De jeugdige ingenieur had steeds, zooveel hem maar mogelijk was, het
+gezelschap der Friedels, der Pantalucci's en soortgelijke vermeden. Hij
+droeg bovendien kennis van hunne weinig welwillende stemming jegens
+hem, sedert hij zijn grootste ontdekking gedaan had en had meermalen
+hunne bedreigingen gehoord jegens den uitvinder van die kunstmatige
+vervaardiging, die hen geheel en al ten gronde kon richten. Hij had
+dus geen aanleiding gevonden, om dien maaltijd bij te wonen. Wat
+Jakobus Vandergaart betreft, bij wien John Watkins ijverige pogingen
+had laten aanwenden, om eene verzoening te bewerken, deze had iedere
+toenadering met trots van de hand gewezen.
+
+Het maal liep op zijn einde. De grootste orde had daarbij geheerscht,
+maar dat was te danken aan de tegenwoordigheid van miss Watkins, die
+een voldoend dekorum aan de meest woeste mijnwerkers had opgelegd,
+hoewel zij niet had kunnen verhoeden dat Matthijs Pretorius zooals
+altijd, ten doelwit had gestaan aan de zoutelooze snakerijen van
+Hannibal Pantalucci. Deze liet den ongelukkigen Boer de dolste uien
+slikken. Zoo zou er een vuurwerk onder tafel afgestoken worden!.... Zoo
+werd er slechts gewacht, dat miss Watkins zich zou verwijderd hebben,
+om den diksten man van het gezelschap te noodzaken achter elkander
+twaalf flesschen jenever uit te drinken!.... Zoo zou ook uitgemaakt
+zijn, dat na het diner het feest zou bekroond worden met een algemeen
+vuistgevecht, terwijl men eindelijk elkander met revolverpistolen
+zou beschieten!
+
+Gelukkig werd aan al die akelige grappen een einde gemaakt door John
+Watkins, die in zijne hoedanigheid van president van het feest,
+met het hecht van zijn mes op de tafel sloeg, om de traditioneele
+heildronken aan te kondigen.
+
+Toen er genoegzame stilte ingetreden was, verhief de gastheer zijn
+lange gestalte, leunde met zijne beide duimen op het tafellaken en
+begon zijne toespraak met eenigszins dubbelslaande tong, ten gevolge
+van te veel in zijn glas gekeken te hebben.
+
+Hij verzekerde, dat die dag de grootste herinneringsdag van zijn leven
+als mijnwerker en als landbouwer zou zijn. Na al de beproevingen, die
+hij sedert zijne jeugd doorstaan had, zag hij zich thans in het rijke
+Grikwaland gevestigd en was hij thans omringd door tachtig vrienden,
+om met hem feest te vieren over het bezit van den grootsten diamant
+der wereld. Zoo iets verschaft eene onvergetelijke vreugde!.... Het
+is waar, dat een der eerzame mijnwerkers, die thans om hem gezeten
+waren, morgen een nog grooteren steen kon vinden!.... Maar
+dat was juist het pikante en de dichterlijke zijde van het
+mijnwerkersleven!.... (_Levendige toejuiching_). Dat geluk wenschte hij
+zijne gasten van harte toe!.... (_Gelach en handgeklap_). Hij meende
+evenwel te kunnen verzekeren, dat hij slechts moeielijk te voldoen
+was, die met zoo'n diamant niet tevreden was!.... Om kort te gaan,
+hij noodigde zijne gasten om te drinken op Grikwalands welvaren, op
+de bestendigheid der marktprijzen van de diamanten, welke mededinging
+zij ook te duchten mogen hebben,--eindelijk op de goede reis, welke
+de _Zuidster_ ging ondernemen, om eerst in de Kaapstad en vervolgens
+in Engeland in alle hare heerlijkheid te gaan schitteren!
+
+"Maar," zei Thomas Staal, "is het niet gevaarlijk een steen van die
+waarde naar de Kaapstad te verzenden?"
+
+"O! hij zal goed geëskorteerd worden!...." antwoordde John
+Watkins. "Veel, zeer veel diamanten hebben onder die omstandigheden
+de reis gemaakt en de veilige haven bereikt."
+
+"Zelfs de diamant van den heer Durieux de Sancey," zei Alice,
+"en toch zonder de toewijding en opoffering van zijn knecht...."
+
+"Hé! wat is er dan toch buitengewoons gebeurd met dien diamant?" vroeg
+James Wilton.
+
+"Ziehier het verhaal van het gebeurde" antwoordde Alice zonder zich
+te laten bidden:
+
+"Mijnheer de Sancey was een Fransch-edelman, tot de hofhouding
+van Hendrik III behoorende. Hij bezat een beroemden diamant, die
+thans nog zijn naam draagt. Die diamant--het zij hier tusschen twee
+haakjes gezegd,--had reeds talrijke avonturen beleefd. Zoo had hij bij
+voorbeeld aan Karel den Stouten toebehoord, die hem bij zich droeg,
+toen hij onder de wallen van Nancy gedood werd. Een Zwitsersch soldaat
+vond den steen op het lijk van den hertog van Bourgondië en verkocht
+hem voor een gulden aan een armen priester, die hem voor vijf of zes
+gulden aan een jood overdeed. Ten tijde dat hij in het bezit was van
+den heer de Sancey, verkeerde de Koninklijke Schatkist in groote
+ongelegenheden. Toen stemde de heer de Sancey er in toe, om zijn
+diamant in onderpand te geven om de waarde daarvan aan den Koning
+voor te schieten. De geldschieter bevond zich te Metz. Men moest dus
+het kleinood aan een dienaar toevertrouwen om het over te brengen.
+
+"Vreest gij niet dat die man met zijn schat naar Duitschland zal
+ontvluchten?"" vroeg men den heer de Sancey.
+
+"Neen, ik stel ten volle vertrouwen in hem."
+
+"Toch kwam in weerwil van dat vertrouwen, noch de man, noch de diamant
+ter gewenschte plaats aan. Het geheele hof lachte den heer de Sancey
+hardop uit.
+
+""Toch blijft mijn vertrouwen in mijn bediende ongeschokt,"" antwoordde
+deze. ""Hij moet ergens vermoord zijn.""
+
+"En inderdaad, toen men zocht en goed zocht, vond men het lijk in
+een sloot langs den weg.
+
+""Snijd hem open,"" zei de heer de Sancey, ""de diamant moet zich in
+zijn maag bevinden.""
+
+"Men voldeed aan zijn verlangen en zijn vermoeden werd volkomen
+bevestigd. De nederige held, wiens naam hem zelfs niet overleefd had,
+was zijnen plicht en der eer tot in den dood getrouw gebleven. "Hij
+overvleugelde door zijne schitterende daad het kleinood, dat hij
+droeg," verzekerde een oude kroniekschrijver uit die dagen.
+
+"Het zou mij zeer bevreemden," voegde Alice tot slot van haar verhaal
+er bij, "wanneer _de Zuidster_ bij voorkomende gelegenheid gedurende
+hare reis niet eene dergelijke toewijding zou opwekken."
+
+Een algemene kreet van instemming begroette die woorden van miss
+Watkins. Tachtig handen hieven tachtig glazen omhoog en aller oogen
+wendden zich instinctmatig naar den schoorsteen, om daadwerkelijk
+hulde te brengen aan den onvergelijkelijken diamant.
+
+Maar.... _de Zuidster_ was niet meer op haar voetstuk, waarop zij
+zoo even nog achter John Watkins prijkte.
+
+De verbazing, op tachtig aangezichten uitgedrukt, was zoo duidelijk,
+dat de gastheer zich plotseling omkeerde, om er de oorzaak van te
+ontdekken.
+
+Nauwelijks had hij die ontwaard, of hij viel verlamd op zijn
+leuningstoel neer, als ware hij door den bliksem getroffen.
+
+Men vloog naar hem toe, men maakte zijn das los, men wierp hem water
+op het hoofd.... Eindelijk ontwaakte hij uit zijne bezwijming.
+
+"De diamant!...." bulderde hij met donderende stem. "De
+diamant!.... Wie heeft den diamant genomen?"
+
+"Heeren, dat niemand het vertrek verlate!" zei de chef der
+politie-brigade, terwijl hij al de uitgangen deed bezetten.
+
+Al de gasten keken elkander met verlegenheid aan en wisselden hunne
+meeningen al fluisterend. Het was nog geen vijf minuten geleden,
+dat allen den diamant nog gezien of gemeend hadden hem te zien. Maar
+men moest zijne oogen wel gelooven: de diamant was weg.
+
+"Ik verlang dat alle hier tegenwoordige personen aan den lijve worden
+onderzocht, alvorens zij het vertrek verlaten!" stelde Thomas Staal
+met zijne gewone rondborstigheid voor.
+
+"Ja!.... ja!".... antwoordde de vergadering, met eene zoo het scheen
+eenparige stem.
+
+Dat voorstel liet een glimp van hoop voor John Watkins schemeren.
+
+De politie-beambte deed diensvolgens al de gasten langs een der zijden
+van de zaal op eene rij plaats nemen en begon zich het eerst aan de
+geëischte behandeling te onderwerpen. Hij keerde zijne zakken het
+binnenste buiten, hij deed zijne schoenen uit en liet zijne kleederen
+bevoelen en betasten door wien maar wilde. Vervolgens onderwierp
+hij ieder zijner ondergeschikten aan hetzelfde onderzoek. Eindelijk
+kwamen de gasten een voor een voor en ondergingen opvolgend het meest
+nauwkeurige onderzoek.
+
+Helaas! dat alles gaf niets!
+
+Al de hoekjes en gaatjes van de feestzaal werden met de meeste zorg
+doorgesnuffeld.... men vond zelfs geen spoor van den diamant!
+
+"Nu de Kaffers, die met het bedienen der tafel belast waren!" zei de
+politiebeambte, die de zaak nog niet wilde opgeven.
+
+"Dat's juist!.... De Kaffers zijn de schuldigen!" kreeg hij tot
+antwoord. "Zij zijn diefachtig van aard genoeg, om dat schelmstuk
+uitgevoerd te hebben!
+
+De arme drommels hadden evenwel het vertrek reeds verlaten, vóór
+dat John Watkins zijn toast uitbracht, daar hunne diensten niet
+meer benoodigd waren. Zij zaten buiten neergehurkt rondom een groot
+vuur, dat in de open lucht ontstoken was. Zij hadden lekkertjes
+gesmuld van de kliekjes vleeschspijzen, die van het feestmaal waren
+overgeschoten en waren juist op het punt een echt Kaffersch concert
+te beginnen. Zij hadden reeds hunne guitaren gegrepen, die van een
+kalabas vervaardigd waren, hunne fluiten, waarin zij met de neusgaten
+bliezen, hunne schelklinkende tamtams, van verschillende grootte,
+en waren reeds begonnen dat helsch rumoer te laten hooren, hetwelk
+iedere muziekuitvoering der inboorlingen van Zuid-Afrika voorafgaat.
+
+Die Kaffers begrepen waarachtig niet volkomen, wat men van hen
+verlangde, toen men hen naar binnen riep om hen te betasten en hunne
+spaarzame kleedingstukken te onderzoeken. Zij kwamen eindelijk op de
+hoogte, dat het den diefstal van een diamant van groote waarde gold.
+
+Evenals de voorgaande onderzoekingen waren deze ook nutteloos en
+vruchteloos.
+
+"Wanneer de dief onder de Kaffers schuilt--wat voor mij aan geen
+twijfel onderhevig is"--zei een der gasten "dan heeft hij tienmaal
+meer tijd gehad dan noodig is, om het gestolene op eene veilige plaats
+te bergen!"
+
+"Dat's buiten eenige twijfel," zei de politiebeambte, "en er is maar
+één middel om hen te noodzaken zich zelven te verraden, en dat is om
+zich tot een toovenaar of waarzegger van hun ras te wenden. Die lokt
+soms verrassende uitkomsten uit."
+
+"Als gij het toestaat," zei Makatit, die zich nog bij zijne
+reisgenooten bevond, "dan kan ik de proef leiden!"
+
+Dit aanbod werd terstond aangenomen. De gasten rangschikten zich
+aaneengesloten rondom de Kaffers, waarop Makatit, die in de rol
+van toovenaar geheel en al te huis was, zijne voorbereidselen trof,
+om zijn onderzoek te beginnen.
+
+Vooraf nam hij twee of drie snuifjes fijne tabak uit een hoornen
+snuifdoos, die hij steeds bij zich droeg, en snoof die krachtig op.
+
+"Ik zal thans de proef met de stokjes nemen!" zei hij toen dat snuiven
+afgeloopen was.
+
+Hij ging bij een naburigen struik een twintigtal stokken afhakken,
+die hij nauwkeurig afmat en op gelijke grootte, namelijk van twaalf
+Engelsche duimen sneed. Toen deelde hij die aan de Kaffers uit,
+die op een gelid gerangschikt stonden en behield er een voor zich.
+
+"Gij kunt u gedurende een kwartier uurs verwijderen, waarheen gij
+wilt," zeide hij op plechtigen toon tegen zijne makkers, "maar gij
+moet terugkomen, wanneer gij den tam-tam hoort weêrklinken! Wanneer
+de dief onder u schuilt, dan zal zijn stokje drie vingers langer
+geworden zijn."
+
+De Kaffers, zeer onthutst door die toespraak, verspreidden zich,
+maar gevoelden zich niet op hun gemak, daar zij zeer goed wisten,
+dat met de korte en afdoende rechtspleging in Grikwaland iemand al
+heel spoedig als verdacht opgepakt, maar nog sneller gehangen werd.
+
+De gasten van John Watkins, die de bijzonderheden van dat comediespel
+met alle aandacht gadegeslagen hadden, deelden elkander natuurlijk
+hunne gevoelens mede.
+
+"De dief, wanneer hij zich onder die menschen bevindt, zal zich wel
+wachten terug te keeren," zei de een.
+
+"Welnu, dat zou hem juist verraden!" antwoordde de ander.
+
+"Bah! Hij zal slimmer zijn dan Makatit en zal zich vergenoegen met
+drie vingerlengten van zijn stokje af te snijden, om de gevreesde
+verlenging te bezweren!"
+
+"Dat is het waarschijnlijk juist wat de toovenaar hoopt. Want die
+onhandige verkorting zou genoegzaam den schuldige aanwijzen."
+
+Toen de vijftien minuten verloopen waren, sloeg Makatit plotseling
+op den tam-tam om zijne rechtsonderhoorigen terug te roepen.
+
+Zij kwamen allen tot den laatste toe terug, rangschikten zich voor
+hem en reikten hem hunne stokjes over.
+
+Makatit nam ze, vormde er een bundel van en bevond dat ze allen even
+lang waren. Hij wilde ze reeds weggooien en verklaren dat de proef
+afdoende de eerlijkheid zijner landgenooten had aangetoond, toen hij
+van gedachte veranderende, de stokjes, die men hem aangereikt had
+met dat hetwelk hij behield, vergeleek.
+
+Allen waren drie vingeren korter.
+
+De arme drommels hadden het voorzichtig geoordeeld, dien
+voorzorgsmaatregel te nemen tegen eene verlenging, die volgens hun
+bijgeloovig verstand, zeer goed plaats kon grijpen. Dat duidde nu wel
+op geen volmaakt zuiver geweten, en waarschijnlijk had ieder hunner
+in den loop van den dag den een of anderen diamant gestolen.
+
+Een schaterlach begroette die onverwachte uitkomst. Makatit sloeg
+de oogen neer en scheen geheel ter neergeslagen en vernederd, dat
+een middel, hetwelk hem in zijne kraal zoo dikwerf bijzonder goed
+gediend had, nu in het beschaafde leven geheel waardeloos gebleken was.
+
+"Mijnheer, er blijft ons niets over dan onze onmacht te bekennen!" zei
+toen de politiebeambte met een beleefden groet tot John Watkins,
+die op zijn leuningstoel in zijn wanhoop verdiept, was blijven
+zitten. Misschien zullen wij morgen gelukkiger zijn, wanneer wij
+eene groote belooning zullen uitloven aan hem die ons op het spoor
+van den dief zal brengen!"
+
+"De dief," riep Hannibal Pantalucci eensklaps uit. "Maar waarom zal hij
+dat niet zijn, wien gij opgedragen hadt zijne gelijken te beoordeelen?"
+
+"Wat wilt gij daarmee zeggen?" vroeg de officier van politie.
+
+"Welnu.... die Makatit, die daar de rol van toovenaar op zich nam,
+heeft kunnen hopen alle verdenking van zich af te wenden!"
+
+Wie in dat oogenblik aandachtig op Makatit gelet had, zou hem een
+leelijk gezicht hebben zien trekken, en hem de zaal hebben zien
+verlaten om op een drafje naar zijne hut te snellen.
+
+"Ja," hernam de Napolitaan, "hij was steeds bij diegenen zijner
+makkers die den dienst binnenskamers verrichten!.... Hij liep heen
+en weer!.... Dat is een schurk, een schoft, wien mijnheer Méré zeer
+genegen is, men weet waarachtig niet waarom."
+
+"Makatit is eerlijk! Daar durf ik voor instaan!" riep miss Watkins uit,
+die gereed was voor den bediende van Cyprianus in de bres te springen.
+
+"Wat weet jij er van?" grauwde John Watkins zijne dochter ruw
+toe. "Ja....! hij is in staat om den diamant gestolen te hebben!"
+
+"Hij kan niet heel ver zijn," hernam de politiebeambte. "Binnen weinige
+oogenblikken zullen wij hem doorzocht hebben. Als de _Zuidster_
+in zijn bezit gevonden wordt, dan zal hij net zooveel zweepslagen
+ontvangen, als zij karaten zwaar is en als hij vóór dien tijd nog
+niet bezweken is, zal hij na den vierhonderd twee en dertigsten slag
+opgeknoopt worden!"
+
+Miss Watkins ijsde bij het vernemen van die wreede taal. Al die half
+wilde mannen klapten in de handen bij het hooren van die afschuwelijke
+uitspraak van den politiebeambte. Maar wat te doen tegenover die
+woeste naturen, die geen wroeging noch medelijden kenden?
+
+John Watkins bevond zich met zijne gasten een oogenblik later voor
+de hut van Makatit en zij braken de deur open.
+
+Makatit was er niet en te vergeefs wachtte men hem gedurende den
+geheelen nacht op.
+
+Den volgenden morgen was hij nog niet terug. Men moest toen wel
+erkennen dat hij de Vandergaart-Kopjesmijn verlaten had.
+
+
+
+
+
+TWAALFDE HOOFDSTUK.
+
+TOEBEREIDSELEN TOT VERTREK.
+
+
+Toen Cyprianus den volgenden morgen al heel vroeg vernam, wat den
+vorigen avond gedurende het diner plaats gegrepen had, was zijne
+eerste daad om dadelijk te protesteeren tegen de zware beschuldiging,
+die tegen zijn bediende ingebracht was. Hij kon onmogelijk aannemen
+dat Makatit zulken diefstal zoude gepleegd hebben, en Alice deelde
+dien twijfel volkomen met hem. Hij zou eerder Hannibal Pantalucci,
+Herr Friedel, Nathan of ieder ander van die wezens, die voor hem
+slechts menschen van twijfelachtig allooi waren, verdacht hebben!
+
+Het was evenwel zeer onwaarschijnlijk dat een Europeaan zich aan dien
+diefstal had schuldig gemaakt. Voor allen, die met den oorsprong
+van de _Zuidster_ onbekend waren, was zij een natuurlijke diamant,
+en bezat bijgevolg eene waarde, die het zeer moeilijk moest maken,
+hem van de hand te zetten.
+
+"En toch," herhaalde Cyprianus bij zich zelven, "is het niet mogelijk,
+dat Makatit de dader is!"
+
+Maar dan kwam toch weer twijfel bij hem op; dan herinnerde hij zich
+enkele kleine diefstallen, waaraan de Kaffer zich in zijn dienst
+had schuldig gemaakt. In weerwil van de vermaningen zijns meesters,
+had hij, zijner geaardheid getrouw--die omtrent het mijn en het dijn
+zeer zonderlinge en zeer ruime opvattingen had--, zich nimmer van die
+ergerlijke gewoonte kunnen ontdoen. Het gold destijds, wel is waar,
+slechts kleinigheden, min kostbare zaken, maar dat was toch voldoende
+om de eerlijkheid van Makatit niet geheel en al boven iedere verdenking
+verheven te achten.
+
+Daarenboven kwam er nog bij, dat de tegenwoordigheid van den Kaffer in
+de feestzaal overeenstemde met het verdwijnen van den diamant als bij
+tooverslag; dan nog die zonderlinge omstandigheid, dat hij weinige
+oogenblikken later in zijn hut niet meer te vinden was geweest;
+eindelijke zijne vlucht--want weg was hij, dat was duidelijk, die
+toch hare redenen meest hebben.
+
+Cyprianus wachtte inderdaad den geheelen morgen op Makatit, terwijl
+hij nog steeds iedere gedachte aan de schuld van zijn bediende
+verwierp. Maar deze kwam niet terug. Hij moest zelfs erkennen,
+dat de zak, waarin deze zijne spaarpenningen, zijn gereedschappen,
+zoo onmisbaar voor iemand, die de woeste streken van Zuid-Afrika wil
+doorreizen, geborgen had, uit de hut verdwenen was. Ja, toen was geen
+twijfel meer mogelijk.
+
+Zoo omstreeks tegen tien uur begaf de jeugdige ingenieur, die eigenlijk
+meer bedroefd was over het gedrag van Makatit, dan over het verlies
+van den diamant, zich naar de hoeve van John Watkins.
+
+Hij vond daar den bewoner der hoeve, Hannibal Pantalucci, James Hilton
+en Friedel in een druk gesprek gewikkeld. Alice, die hem had zien
+komen, trad met hem de zaal binnen, waarin haar vader en zijne drie
+makkers met heftigheid zaten te redetwisten over de maatregelen,
+die genomen moesten worden, om weer in het bezit van den diamant
+te geraken.
+
+"Men moet dien Makatit nazetten, men moet hem achterhalen!" riep John
+Watkins met hevige woestheid uit. "En wanneer men den diamant niet
+bij hem vindt, dan moet men hem den buik opensnijden, om te zien of
+hij hem niet ingeslikt heeft!.... O! mijn dochter, wat hebt ge goed
+gedaan met ons gisteren die geschiedenis te verhalen!.... Men zal
+dien diamant tot in de ingewanden van dien schoft zoeken!"
+
+"Maar,.... maar...." antwoordde Cyprianus op spottenden toon, die
+den Engelschman volstrekt niet beviel, "om een steen van die dikte
+te kunnen inslikken, zou Makatit een struisvogelmaag moeten bezitten!"
+
+"Is een Kaffermaag niet tot alles in staat.... mijnheer Méré?" vroeg
+John Watkins. "En vindt gij het gepast in dit oogenblik en over dat
+onderwerp te lachen en te spotten?"
+
+"Ik lach of spot niet, mijnheer Watkins," antwoordde Cyprianus op
+hoog ernstigen toon. "Wanneer ik evenwel het verlies van dien diamant
+betreur, dan is het alleen, omdat gij mij toegestaan hadt hem aan
+juffrouw Alice aan te bieden...."
+
+"En ik ben er u dankbaar voor, mijnheer Cyprianus," zei miss Watkins,
+"even dankbaar alsof ik hem nog in mijn bezit had."
+
+"Daar heb je nu een staaltje van het vrouwenverstand!" riep Watkins
+uit. "Even dankbaar alsof zij hem nog in haar bezit had, een diamant,
+die zijn weerga in deze wereld niet heeft!...."
+
+"Inderdaad, dat is niet geheel en al hetzelfde, miss Watkins!" merkte
+James Hilton op.
+
+"Neen, waarachtig niet!" vulde Friedel aan.
+
+"Jawel, het is volkomen hetzelfde!" antwoordde Cyprianus, "daar ik,
+nu ik dezen diamant vervaardigd heb, wel weer een andere zal kunnen
+maken!"
+
+"O mijnheer de ingenieur," sprak Hannibal Pantalucci met eene
+bedreigingsvolle stem, "ik geloof dat gij wèl zult doen wanneer gij
+uwe proeven staakt.... wèl in het belang van Grikwaland.... voorzichtig
+in uw eigen belang!"
+
+"Waarlijk, mijnheer!" antwoordde Cyprianus, "mijne meening is, dat
+ik u dienaangaande geen verlof te vragen heb!"
+
+"Het oogenblik is bij mijne ziel goed gekozen om daarover te twisten,"
+riep John Watkins uit. "Is mijnheer Méré ook wel verzekerd van bij
+eene tweede proefneming te zullen slagen? Zou de tweede diamant,
+die in zijne werkplaats zou ontstaan, dezelfde kleur, hetzelfde
+gewicht en derhalve dezelfde waarde als de eerste hebben? Kan hij
+zelfs verzekeren geen anderen steen te kunnen vervaardigen, al ware
+het ook een van mindere waarde? Zou hij durven beweren dat het niet
+een groot toeval, louter toeval is geweest?"
+
+Wat John Watkins daar sprak, was te redelijk om niet de gedachten van
+den jeugdigen ingenieur te treffen! Dat kwam daarenboven geheel en al
+overeen met de tegenwerpingen, die hij zich zelven meermalen gemaakt
+had. Zijne wijze van werken kwam voorzeker geheel en al overeen met de
+gegevens, die hij uit de nieuwere scheikunde geput had; maar was het
+toeval hem niet bovenal behulpzaam geweest bij dat eerste welslagen? En
+was hij verzekerd, dat hij bij een tweede poging andermaal slagen zou?
+
+Onder die omstandigheden was het noodzakelijk, dat de dief, maar wat
+nog beter zou zijn, het gestolene achterhaald werd.
+
+"Heeft men geen spoor van Makatit gevonden?" vroeg John Watkins.
+
+"Geen enkel," antwoordde Cyprianus.
+
+"Heeft men al de omstreken van het kamp doorzocht?"
+
+"Ja, en goed doorzocht ook," zei Friedel. "De schurk is waarschijnlijk
+gedurende den nacht verdwenen en het zal moeilijk, zoo niet onmogelijk
+zijn, te bepalen waarheen hij gevlucht is!"
+
+"Heeft de politiebeambte zijne hut doorzocht?"
+
+"Ja," antwoordde Cyprianus; "maar hij heeft niets ontdekt, wat hem
+op het spoor van den vluchteling kon brengen."
+
+"O!" riep John Watkins uit, "ik zou vijfhonderd, ik zou duizend pond
+sterling willen geven, wanneer men den schoft vatte."
+
+"Dat geloof ik wel, mijnheer Watkins," zei Hannibal Pantalucci. "Ik
+vrees echter dat gij uwen diamant en ook den dief nimmer wederziet!"
+
+"Waarom dat?"
+
+"Omdat Makatit, eenmaal aan het loopen, zoo dom niet zal zijn
+om onderweg op te houden! Hij zal de Limpopo-rivier oversteken,
+hij zal de woestijn doortrekken, hij zal naar Zambessa of naar het
+meer Tanganayki, of naar de Boschjesmannen gaan, als hij dat noodig
+oordeelen zal."
+
+Deelde de spitsvondige Napolitaan, door zoo te spreken, openhartig
+zijne gedachten mede? Of poogde hij aldus te beletten dat men de
+vervolging van Makatit ondernam, om die zorg later zelf op zich te
+nemen? Die vraag stelde Cyprianus zich, terwijl hij hem aandachtig
+waarnam.
+
+Maar John Watkins was de man niet om eene onderneming op te geven
+eenig en alleen omdat zij moeilijk in de uitvoering was. Hij zou
+werkelijk zijn geheel vermogen opgeofferd hebben om weer in het bezit
+van den onvergelijkelijken steen te geraken, en door het geopende
+raam boorden zijne woedende blikken ongeduldig tot bij de groenende
+zomen der Vaalrivier, alsof hij hoop had daar bij dien boschrand den
+vluchteling te ontdekken.
+
+"Neen!" riep hij, "dat kan zoo niet toegaan!.... Ik moet mijn diamant
+terug hebben!.... Die schoft moet achterhaald worden!.... O! als ik
+maar niet aan het pootje leed, dan zou dat spoedig genoeg geschied
+zijn, dat verzeker ik!"
+
+"Vaderlief!...." kwam Alice tusschenbeide, om hem tot kalmte te
+stemmen.
+
+"Kom, wie belast er zich mede?" riep John Watkins uit, terwijl hij
+den blik rondom zich liet waren. "Wie wil zich met de vervolging
+van den Kaffer belasten? De belooning zal flink zijn, daarop geef ik
+mijn woord!"
+
+En daar niemand antwoordde:
+
+"Kijk heeren," hernam hij, "gij zijt alle vier jonge mannen, die
+naar de hand mijner dochter dingen! Welnu, brengt mij den dief met
+mijn diamant terug"--hij zei thans reeds "mijn diamant"--"en op de
+eer van een Watkins, hij die mij den steen terugbrengt, zal mijne
+dochter krijgen!"
+
+"Aangenomen!" riep James Hilton.
+
+"Ik doe meê!" verklaarde Friedel.
+
+"Wie zou niet trachten een zoo kostbaren prijs te winnen!" mompelde
+Hannibal Pantalucci met een akeligen grijnslach om de lippen.
+
+Alice's gelaat was hoogrood van schaamte; zij gevoelde zich uiterst
+vernederd, zich zoo tot inzet van zulk eene partij gesteld te zien,
+en dat nog wel in tegenwoordigheid van den jongen ingenieur. Zij
+trachtte te vergeefs hare verlegenheid te verbergen.
+
+"Miss Watkins!" fluisterde haar Cyprianus toe, terwijl hij zich
+eerbiedig voor haar boog, "ik zou mij wel als mededinger willen opdoen,
+maar mag, kan ik dat zonder uwe toestemming?"
+
+"Die hebt gij, mijnheer Cyprianus," antwoordde zij levendig, "en ik
+voeg er mijne beste wenschen bij."
+
+"Dan ben ik bereid om naar het uiteinde der wereld te reizen," zei
+hij terwijl hij zich tot John Watkins wendde.
+
+"Bij mijne ziel, waarschijnlijk zult gij niet ver van de wijs zijn",
+meende Hannibal Pantalucci, "en ik geloof dat die Makatit ons een
+aardig eindje ver zal voeren. Als hij goed doorgeloopen heeft, kan
+hij morgen te Potchefstroom zijn en zal hij de bovenlanden bereikt
+hebben, alvorens wij onze woningen zullen hebben verlaten!"
+
+"Maar, wat belet ons om heden nog.... om dadelijk te vertrekken?" vroeg
+Cyprianus.
+
+"O, ik waarachtig niet, als gij daarin trek hebt!" antwoordde de
+Napolitaan. "Maar, wat mij betreft, ik scheep mij nooit in zonder
+mondvoorraad. Een degelijke wagen met een dozijn ossen bespannen en
+twee rijpaarden, dat is wel het allerminst wat noodig kan geacht worden
+voor een tocht als deze. En dat alles is slechts te Potchefstroom
+te verkrijgen."
+
+Nogmaals, sprak Hannibal Pantalucci ernstig? Of was het hem alleen te
+doen om zijne mededingers te doen terugdeinzen? De bevestiging daarvan
+kon aan twijfel onderhevig zijn. Wat evenwel niet twijfelachtig
+kon genoemd worden, was dat hij volkomen gelijk had. Zonder zulke
+vervoermiddelen, zonder dien mondvoorraad zou het volslagen dwaasheid
+zijn in het noorden van Grikwaland te gaan reizen.
+
+Evenwel, een span ossen--dat wist Cyprianus wel--kostte vier of vijf
+duizend gulden, en wat hem betrof, hij bezat er geen twee duizend.
+
+"Een goede inval!" zei plotseling James Hilton, die, in zijne
+hoedanigheid van geboren Afrikaan van Schotschen oorsprong, zeer zuinig
+van aard was, "waarom zouden wij met ons vieren geen vennootschap
+aangaan? Iedere kans zou dezelfde blijven, en de onkosten zouden veel
+minder wezen, daar zij door allen gedragen werden!"
+
+"Dat komt mij zeer juist voor," zei Friedel.
+
+"Top, dat neem ik aan," antwoordde Cyprianus zonder aarzeling.
+
+"In dat geval," meende Hannibal Pantalucci te moeten opmerken, "zullen
+wij moeten overeenkomen, dat ieder onzer zijne onafhankelijkheid
+blijft behouden, en dat hij vrij zal wezen zijne makkers te verlaten,
+wanneer hij dit nuttig en doelmatig zal achten om den vluchteling
+te achterhalen!"
+
+"Dat spreekt van zelf," antwoordde James Hilton. "Wij vormen eene
+maatschap tot aankoop van een wagen, van ossen en levensvoorraad,
+maar ieder onzer kan heengaan wanneer hij zulks oorbaar of passend
+zal achten! En des te beter voor hem die het eerste het doel bereikt!"
+
+"Aangenomen!" zeiden Cyprianus, Hannibal, Pantalucci en Friedel.
+
+"En wanneer vertrekt gij?" vroeg John Watkins ongeduldig, daar die
+overeenkomst zijne kansen, om weer in het bezit van den beroemden
+diamant te geraken, vervierdubbelde.
+
+"Morgen met den postwagen van Potchefstroom," antwoordde Friedel.
+
+"Er valt niet aan te denken om vóór dat voertuig aan te komen."
+
+"Aangenomen!"
+
+Alice had middelerwijl Cyprianus ter zijde genomen en vroeg hem of hij
+waarlijk geloofde dat Makatit zulk een diefstal zoude bedreven hebben?
+
+"Miss Watkins," antwoordde de jeugdige ingenieur, "ik ben verplicht
+te erkennen, dat alle omstandigheden tegen hem pleiten, doordat
+hij de vlucht genomen heeft. Maar wat mij zeker voorkomt, dat is
+dat die Hannibal Pantalucci mij geheel den indruk heeft gegeven,
+dat hij meer van de verdwijning van den diamant afweet, dan hij wel
+zal willen bekennen. Wat een galgentronie heeft die man.... en welken
+schitterenden vennoot zal ik in hem aantreffen!... Maar bah! men moet
+roeien met de riemen die men heeft! Het is, alles goed beschouwd, toch
+nog beter dien man in de nabijheid te hebben, om zijne bewegingen te
+kunnen gadeslaan, dan dat hij alleen en volgens zijn eigen goedvinden
+kon handelen."
+
+De drie mededingers namen weldra afscheid van John Watkins en van zijne
+dochter. Wat in de gegeven omstandigheden zeer natuurlijk bevonden
+moest worden, is dat het afscheidnemen uiterst kort geschiedde en
+zich bepaalde tot het wisselen van een handdruk. Wat zouden die
+ijverzuchtige mededingers, die te zamen vertrokken en elkander naar
+den duivel wenschten, ook te vertellen hebben gehad, wat de anderen
+niet mochten hooren?
+
+Toen Cyprianus te huis kwam, vond hij daar Li en Bardik. Die jonge
+Kaffer had zich, sedert hij bij den Franschman in dienst getreden was,
+zeer ijverig betoond. De Chinees stond met hem op den deurdrempel te
+babbelen. De jonge ingenieur deelde hen mede, dat hij ging vertrekken
+in gezelschap van Friedel, van James Hilton en van Hannibal Pantalucci,
+om jacht op Makatit te maken.
+
+Beiden wisselden toen een blik, een enkelen slechts; naderden elkander,
+en zonder in het minst hunne meening omtrent den vluchteling uit te
+spreken, zeiden zij :
+
+"Vadertje, neem ons mede met u; wij smeeken er u dringend om!"
+
+"U meenemen?.... Om wat te doen, asjeblieft?"
+
+"Om uwe koffie te zetten en uwe maaltijden gereed te maken,"
+zei Bardik.
+
+"Om uw linnengoed te wasschen," vulde Li aan.
+
+"En om de kwaadwilligen te beletten u te schaden," hernamen beiden
+te zamen, alsof zij zulks vooraf afgesproken hadden.
+
+Cyprianus gunde hun een dankbaren blik.
+
+"Goed!" antwoordde hij, "op uw verlangen neem ik u beiden mede!"
+
+Daarop ging hij afscheid nemen van den ouden Jacobus Vandergaart, die,
+zonder goed- of af te keuren dat Cyprianus aan dien tocht deelnam
+hem hartelijk de hand drukte en hem een goede en voorspoedige reis
+toewenschte.
+
+Toen de jeugdige ingenieur zich den volgenden morgen bij het aanbreken
+van den dag, gevolgd door zijne twee getrouwen, naar het kampement
+Vandergaart begaf om den postwagen van Potchefstroom te bereiken,
+wierp hij in het voorbijgaan een blik op de hoeve van John Watkins,
+waar alles zoo het scheen nog in slaap gedompeld was.
+
+Was het verbeelding? Of een droombeeld? Hij meende achter het witte
+mousseline van een der vensters een lichte gedaante te herkennen,
+die op het oogenblik dat hij voorbijstapte hem een gebaar van vaarwel
+toewenkte.
+
+
+
+
+
+DERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+DWARS DOOR DE TRANSVAAL.
+
+
+Toen de vier reizigers te Potchefstroom aankwamen, vernamen zij
+dat een jonge Kaffer--wiens signalement geheel en al overeenkwam
+met den persoon van Makatit--den vorigen dag door de stad getrokken
+was. Dit werd als een gunstig voorteeken voor de kans van welslagen
+der onderneming beschouwd. Maar het vooruitzicht werd tevens geopend,
+dat de vervolging waarschijnlijk zeer langdurig zoude zijn, daar de
+reizigers vernamen, dat de vluchteling zich daar een lichte karikel
+had aangeschaft, met een struisvogel bespannen, zoodat het moeilijk
+werd hem in te halen.
+
+En inderdaad, er bestaan geen betere loopers ter wereld dan die dieren,
+die volharding aan snelheid paren. Wij moeten er hier bijvoegen,
+dat trekstruisvogels zelfs in Grikwaland uiterst zeldzaam zijn, omdat
+zij zoo moeilijk zijn af te richten. Daarom kon noch Cyprianus noch
+zijne makkers zich te Potchefstroom die dieren aanschaffen.
+
+Nu moet betuigd worden, dat Makatit in die omstandigheden naar het
+noorden trok met een zeer snel vervoermiddel, terwijl tien postpaarden,
+al werden zij ook geregeld verwisseld, zich bek-af zouden geloopen
+hebben.
+
+Er bleef dus niets anders over dan te trachten den vluchteling zoo
+spoedig mogelijk te volgen. Het is waar, deze had, behalve een grooten
+voorsprong, ook nog het voordeel van over eene grootere snelheid te
+kunnen beschikken dan het vervoermiddel, dat zijne vervolgers bezigen
+moesten. Maar.... maar de krachten van een struisvogel hebben ook
+hare grenzen. Makatit zou wel genoodzaakt worden ergens op te houden,
+en dat zou tijdverlies voor hem zijn. Op het ongunstigste gerekend,
+zoude men hem op het einde zijner reis inhalen.
+
+Cyprianus kwam weldra in het geval, zich geluk te kunnen wenschen
+dat hij Li en Bardik medegenomen had, vooral toen het er op aankwam
+om zich voor den tocht uit te rusten. Dat was geen gering werk om
+in zulke omstandigheden met juistheid en beleid die voorwerpen te
+kiezen, die werkelijk nut zouden opleveren. Dienaangaande kon niets
+tegen de ondervinding, in de woestijn opgedaan, opwegen. Al was
+Cyprianus ook al een bovenste beste, een matador in de differentiaal-
+en integraalrekeningen, zoo was hij toch onwetend als een zuigeling in
+het abc-boek van woestijnbestaan, in het "trek"leven, waardoor daar
+ginds de wetenschap aangeduid wordt om "het spoor van de raderen van
+een wagen te kunnen volgen." Daar kwam nu nog bij dat zijne makkers
+niet alleen geen zucht aan den dag legden om hem met raad en daad
+te willen helpen, maar integendeel eene neiging vertoonden om hem in
+dwaling te brengen.
+
+De zaken gingen vrij wel, wat den wagen, die met eene voor het
+water ondoordringbare huif moest overdekt zijn, de spannen ossen
+en de verschillende voorraadsmiddelen betrof. Het algemeene belang
+noodzaakte gebiedend om die oordeelkundig uit te kiezen en aan te
+schaffen. Die taak nam James Hilton op zich, en hij voerde ze naar
+wensch uit. Maar zoo werd niet te werk gegaan met al hetgeen aan
+ieders individueel initiatief werd overgelaten, bij voorbeeld bij
+den aankoop van een paard.
+
+Cyprianus had op de markt reeds het oog geslagen op een zeer fraai,
+vurig veulen van drie jaren oud, dat men hem voor een matigen prijs
+aanbood. Hij had het bij wijze van proef bereden en zeer gedresseerd
+bevonden en hij stond reeds gereed den koopman de gevraagde som uit
+te betalen, toen Bardik hem ter zijde nam en vroeg:
+
+"Hoe is het, vadertje, gaat ge dat paard koopen?"
+
+"Voorzeker, Bardik, het is het schoonste dat ooit voor een dusdanigen
+prijs te verkrijgen zal zijn."
+
+"Gij moet het niet nemen, al wou men het u te geef opdringen,"
+antwoordde de jeugdige Kaffer. "Dat paard zal geen acht dagen de
+vermoeienissen van een reis in de Transvaal volhouden!"
+
+"Wat meent ge?" vroeg Cyprianus. "Wilt ge ook bij geval tegenover
+mij de rol van waarzegger op u nemen!"
+
+"Geenszins, vadertje; maar Bardik kent de woestijn en waarschuwt u,
+dat dit paard niet "van zouten" is."
+
+""Van zouten?" Wil je mij dan een gekuipt paard doen koopen?"
+
+"Neen, vadertje; maar die uitdrukking wil zeggen, dat dit paard de
+landziekte nog niet gehad heeft, dat het die weldra ondergaan zal,
+en dat, wanneer het er niet aan sterft, het voor u niettemin nutteloos
+zal zijn."
+
+"Zoo!" zei Cyprianus, zeer opmerkzaam gemaakt door die waarschuwing
+van zijn bediende. "En wat is dat voor eene ziekte?"
+
+"Dat's een hevige koorts, met hoesten gepaard," antwoordde Bardik. "Het
+is onontbeerlijk bij zoo'n reis slechts paarden aan te schaffen, die
+de ziekte reeds gehad hebben,--hetgeen aan hun uiterlijk gemakkelijk
+te zien is--, omdat, wanneer zij aan den dood ontsnapt zijn, het zeer
+zeldzaam is, dat zij een tweede maal aangetast worden."
+
+Tegenover zulk eene gebeurlijkheid mocht niet geaarzeld
+worden. Cyprianus brak iedere verdere onderhandeling af en ging
+op kondschap uit. Iedereen, dien hij sprak, bevestigde Bardik's
+raadgeving. Die zaak was zoo bekend in het land, dat men er zelfs
+niet over sprak.
+
+Zoo tegen zijne onervarenheid gewaarschuwd, ging de ingenieur met
+meer voorzichtigheid te werk en riep den raad in van een veearts
+te Potchefstroom.
+
+Dank zij de tusschenkomst van dien deskundige, werd het hem
+mogelijk zich binnen weinige uren een zoodanig rijpaard aan te
+schaffen, als voor die reis geschikt was. Het was een grijs paard,
+dat slechts vel en beenderen scheen te hebben en slechts een stuk
+staart in eigendom bezat. Maar het was hem bij onderzoek duidelijk
+aan te zien, dat die "van zouten" was, dat al had hij ook al een
+onaangenamen draf, hij beter was dan hij er uitzag. Templar--zoo heette
+hij--genoot in het geheele land een zekere vermaardheid wegens zijne
+onvermoeibaarheid. Bardik, die wel met recht mocht geraadpleegd worden,
+verklaarde ook dat dit paard hem volkomen voldeed.
+
+Bardik zelf zou in het bijzonder met de leiding van den wagen en van de
+ossenspannen belast, en daarin door zijn makker Li bijgestaan worden.
+
+Cyprianus behoefde zich dus niet om rijpaarden voor hen te
+bekommeren. Het zou hem ook onmogelijk geweest zijn, die aan te
+schaffen, wegens de kolossaal hooge prijzen, die hij er voor zou
+hebben moeten besteden.
+
+De keuze der wapens was niet minder moeilijk. Cyprianus had wel
+ettelijke vuurwapenen uitgekozen, b.v. een uitmuntend getrokken geweer
+van het stelsel Martini-Henri en een Remmington-karabijn, die niet
+door fraaie bewerking uitblonken, maar die juist schoten en spoedig
+geladen konden worden. Maar, waaraan hij nimmer gedacht zou hebben,
+wanneer Li de Chinees hem er het denkbeeld niet van had ingefluisterd,
+was om zich te voorzien van een zeker getal patronen met ontplofbaren
+kogel. Hij meende ook dat hij genoeg munitie zou hebben, wanneer hij
+voor vijf of zes honderd schoten kruit en lood zou bezitten, en was
+zeer verbaasd toen hij vernam, dat vierduizend schoten, per geweer
+gerekend, een minimum-voorraad was, die door de voorzichtigheid in
+dat land van wilde dieren en van inboorlingen, die niet minder zeer
+te duchten waren, geboden werd.
+
+Cyprianus schafte zich ook twee revolvers aan, en patronen daarvoor,
+ook met ontplofbaren kogel, en voltooide zijne bewapening met den
+inkoop van een prachtig jachtmes, dat al sedert vijf jaren in de
+uitstalling van den zwaardveger te Potchefstroom geprijkt had, zonder
+dat ooit iemand een zucht om het te koopen getoond had.
+
+Het was ook weer Li, die op dien inkoop aangedrongen en daarbij
+verzekerd had, dat dit mes zeer nuttig bevonden zoude worden. De
+zorg daarenboven, die de Chinees wijdde aan het onderhoud en aan de
+scherpte en den onbevlekten glans van dat korte en breede lemmer,
+hetwelk veel op eene sabel-bajonet van de Fransche infanterie geleek,
+toonde genoegzaam welk vertrouwen hij in de blanke wapens stelde,
+vertrouwen dat door alle mannen van zijn ras gedeeld wordt.
+
+Er moet nog vermeld worden, dat de reeds vermelde roode koffer den
+voorzichtigen Chinees steeds vergezelde. Hij stopte er, bij eene
+menigte doozen en doosjes met geheimzinnigen inhoud, ongeveer zestig
+meter dun en lenig touw in, stevig gevlochten, van dat soort hetwelk
+de matrozen "kabelgaren" noemen. Toen men hem vroeg wat hij daarmede
+wilde uitvoeren, antwoordde hij ontwijkend:
+
+"Moet ik de wasch in de woestijn niet even goed ophangen als elders?"
+
+Alle inkoopen waren binnen twaalf uren volbracht. Ondoordringbare
+huiven, wollen dekens, keukengereedschap, overvloedige mondvoorraad
+in dichtgesoldeerde blikken bussen, jukken voor de ossen, kettingen,
+verwisseltuigen, ledergoed, dat alles vulde in het achtergedeelte van
+den wagen het algemeene magazijn. Het voorste gedeelte, overvloedig
+met stroo gevuld, zou tot slaapplaats dienen, zoowel voor Cyprianus
+als voor zijne reismakkers.
+
+James Hilton had zich opperbest van zijne taak gekweten en scheen alles
+zeer behendig en doelmatig gekozen en aangeschaft te hebben, wat voor
+de vennootschap op reis noodig zou voorkomen. Hij was zeer ijdel, en
+op zijne ervaring als volkplanter liet hij zich veel voorstaan. Zoo
+zou hij waarachtig er toe overgegaan zijn om zijn makker volledig
+omtrent de gebruiken in de Transvaal in te lichten, niet zoozeer uit
+kameraadschappelijken aandrang als om zijne meerderheid te toonen en
+zijne ijdelheid bot te vieren.
+
+Maar dan kwam Hannibal Pantalucci steeds tusschen beiden om hem in
+de rede te vallen.
+
+"Waartoe dient het den Franschman uwe wetenschap en uwe ondervinding
+op te dringen?" vroeg hij dan fluisterend. "Zijt gij er op gesteld,
+dat hij den prijs van den wedren wint? Als ik in uwe plaats was, zou
+ik al die bijzonderheden voor mij houden en er geen woord over kikken!"
+
+James Hilton keek dan den Napolitaan met bewondering aan en antwoordde:
+
+"Het is sterk en slim wat gij daar zegt. Zeer sterk en zeer
+slim!.... Waarachtig, dat denkbeeld zou niet bij mij opgekomen zijn!"
+
+Cyprianus had evenwel geen oogenblik geaarzeld om Friedel ridderlijk
+te waarschuwen en hem openhartig mede te deelen, wat hij omtrent de
+paarden in dit land vernomen had; maar hij stootte zich gevoelig
+tegen eene grenzelooze zelfgenoegzaamheid en stijfhoofdigheid. De
+Duitscher wilde naar niets hooren en verlangde te handelen zooals hij
+verkoos. Hij kocht dus het jongste en het vurigste paard, hetwelk hij
+vinden kon--juist hetzelfde dier dat Cyprianus geweigerd had--en maakte
+er bijzonder werk van om zich vischgereedschap aan te schaffen. Hij
+beweerde dat hij al heel spoedig beu van het wildbraad zoude zijn.
+
+Toen al die voorbereidende maatregelen eindelijk getroffen waren,
+kon men zich op weg begeven, waartoe de karavaan zich in de volgorde
+rangschikte, zooals wij mededeelen zullen.
+
+De wagen werd getrokken door twaalf ossen, die rosachtig en zwart
+gevlekt waren en die door Bardik gemend werden. Deze liep nu eens
+met de zweep in de hand naast de stevige dieren, of wel sprong
+om uit te rusten op den disselboom achter het laatste span. Dan,
+dicht bij den bok gezeten, gaf hij zich aan het geschommel en gehots
+van het voertuig over zonder zich verder om iets te bekommeren, en
+scheen uitermate ingenomen met dat soort van vervoermiddel. De vier
+ruiters reden in front en maakten de achterhoede uit. Zoodanig zou
+de marschvorm gedurende de lange dagen geregeld blijven, en slechts
+om eene patrijs te schieten, hetzij om eene verkenning uit te voeren,
+mocht deze of gene het gelid verlaten.
+
+Na een vluchtige beraadslaging werd besloten, dat men zich regelrecht
+naar de bronnen van de Limpopo zoude begeven. Alle inlichtingen, die
+men ingewonnen had, toonden aan dat Makatit zich hoogstwaarschijnlijk
+derwaarts begeven had. En inderdaad, hij kon geen anderen weg
+ingeslagen hebben, wanneer het althans zijne meening was, om zich
+spoedig buiten de grenspalen der Engelsche bezittingen te begeven. Het
+voordeel, dat de Kaffer op zijne vervolgers vooruit had, was vooreerst
+zijne uitmuntende kennis met de streek, en dan de lichtheid van zijn
+voertuig. Van den eenen kant wist hij waarheen hij trok, en kon hij den
+naasten weg inslaan; van den anderen kant was hij verzekerd, dank zij
+zijne kennissen en betrekkingen in het noordergedeelte van het land,
+dat hij overal hulp en bescherming, voeding en onderkomen--zelfs
+bondgenooten, als die noodig zouden zijn, zoude vinden. Daarenboven
+kon men verzekerd zijn dat hij van zijn invloed op de inboorlingen
+zoude gebruik maken om hen te gemoet te treden, die hem vervolgden,
+en dan desnoods gewapenderhand te doen aanvallen. Cyprianus en zijne
+makkers beseften dus al meer en meer de noodzakelijkheid om gezamenlijk
+te marcheeren, ten einde elkander te ondersteunen, wilden zij ten
+minste dat een hunner de vruchten hunner pogingen plukte.
+
+De Transvaal, die van het zuiden naar het noorden doorreisd
+zoude worden, is die uitgestrekte landstreek van Zuidelijk
+Afrika--ongeveer dertigduizend hektaren groot--welker oppervlakte zich
+uitstrekt tusschen de Vaalrivier en de Limpopo, ten westen van den
+Drakenbergketen, van de Engelsche kolonie Natal, van het Zoeloeland
+en van de Portugeesche bezittingen gelegen.
+
+Geheel en al door de Boeren, die oude Hollandsche kolonisten van
+het Kaapland, ingenomen, die er in twintig of dertig jaren eene
+arbeidzame bevolking van landbouwers van meer dan honderdduizend zielen
+hebben heengetrokken, heeft de Transvaal natuurlijk de onverzadelijke
+begeerlijkheid van Groot-Brittannië opgewekt. Die mogendheid heeft dan
+ook dat land in 1877 bij hare bezittingen aan de Kaap ingelijfd. Maar
+de gedurige opstanden van de Boeren, die hardnekkig en onafhankelijk
+willen blijven, maken dien toestand van inlijving van dit zoo schoone
+land nog zeer twijfelachtig. [7]
+
+Het is een van de meest schilderachtige, een van de vruchtbaarste
+streken van Afrika, maar ook een van de gezondste, en dat verklaart,
+zonder haar evenwel te rechtvaardigen, de aantrekkingskracht,
+welke zij op hare geduchte buurvrouw uitoefent. De goudmijnen, die
+er kort geleden ontdekt werden, zijn niet zonder invloed gebleven op
+de politieke gedragslijn van Engeland ten opzichte van de Transvaal.
+
+Op geografisch gebied verdeelt men gewoonlijk dit land, en ook de
+Boeren, die het bewonen, in drie hoofdstreken, te weten: het hooge
+land of het Hooge Veld, het heuvelland of het Banken-Veld, en het
+struikenland of het Bosch-Veld.
+
+Het hooge land is het meest zuidelijk gelegen. Het wordt door de
+bergketen gevormd, die van den Drakenberg naar het westen en naar
+het zuiden vertakken. Dat is het Transvaalsche mijndistrict, waar
+de dampkring koud en droog is, evenals in het Berner Oberland. Het
+Banken-Veld is het landbouwdistrict bij uitnemendheid. Het strekt zich
+ten noorden van het Hooge Veld uit en herbergt in zijne diepe dalen,
+die door flinke stroomen besproeid en door steeds groenende boomen
+beschaduwd worden, het grootste gedeelte der Hollandsche bevolking.
+
+Het Bosch-Veld eindelijk of het struikenland is voornamelijk de
+jachtstreek. Die strekt zich in onmetelijke vlakten noordwaarts tot
+aan de oevers van de Limpopo, en westwaarts tot aan het land der
+Betjuanen-Kaffers uit.
+
+Onze reizigers, die van den Potchefstroom, in het Banken-Veld
+gelegen, vertrokken waren, moesten het grootste gedeelte van die
+streek diagonaalsgewijs doortrekken, voor dat zij het Bosch-Veld
+bereiken konden, om zich verder noordwaarts naar de boorden der
+Limpopo te begeven.
+
+Dit eerste gedeelte der reis door de Transvaal was natuurlijk het
+gemakkelijkste. Men bevond zich toen nog in een half beschaafd
+land. De grootste ongevallen, die den reizigers overkomen konden,
+bepaalden zich tot een rad, hetwelk in het modderige wagenspoor van
+den weg wegzonk, of tot een zieken os. De wilde eenden, de patrijzen,
+de reeën werden langs het pad overvloedig aangetroffen en vormden
+iederen dag den grondslag van het ontbijt of van het middagmaal. De
+nacht werd gewoonlijk in de een of andere hoeve doorgebracht, welker
+bewoners, gedurende drie vierden van het jaar van het overige gedeelte
+der schepping afgesloten, de gasten, die bij hen aanklopten, met eene
+waarachtige vreugde welkom heetten.
+
+De Boeren werden overal van hetzelfde karakter aangetroffen, dat wil
+zeggen: dat zij gastvrij, voorkomend en belangeloos waren.
+
+'s Lands gebruik eischt wel is waar, dat hun eene vergoeding wordt
+aangeboden voor het onderkomen, dat zij aan menschen en dieren
+verleenen; maar zij weigeren die vergoeding immer. Daarentegen dringen
+zij bij de reizigers aan, wanneer het op vertrekken aankomt, om meel,
+oranje-appelen en gedroogde perziken aan te nemen. En laat men hen in
+ruil eenig uitrustingstuk, of jachtinstrument, eene zweep, kruithoorn
+of iets dergelijks, dan zijn zij verrukt, al is de waarde van het
+ontvangen voorwerp ook nog zoo gering.
+
+Die brave lieden leiden te midden van hunne uitgestrekte eenzame
+streken, een vrij rustig bestaan; zij en hunne familie leven zonder
+veel moeite van de opbrengst hunner kudden en bebouwen met behulp van
+Hottentotten of Kaffers slechts zooveel grond, om jaarlijks voldoenden
+voorraad granen en groenten te gewinnen.
+
+Hunne woningen zijn eenvoudig uit leem omgetrokken en met een dik
+stroodak gedekt. Wanneer de regen hunne muren in bres legt--wat niet
+zelden gebeurt,--dan hebben zij het geneesmiddel dicht bij de hand. De
+geheele familie houdt zich dan onledig, leem met water te kneden,
+en hebben zij daarvan een goeden voorraad vervaardigd, dan grijpen
+jongens en meisjes geheele handvollen van die pap en bombardeeren
+daarmede de opening totdat zij gedicht is.
+
+In het innerlijke dier woningen worden ter nauwernood eenige meubelen
+aangetroffen; bij voorbeeld houten banken, ruwe tafels, bedden voor
+de groote personen, terwijl de kinderen zich met schapenvachten
+vergenoegen.
+
+En toch vindt de kunst eene gereede plaats te midden van dat
+oorspronkelijk bestaan. Bijna alle Boeren beoefenen de muziek;
+zij krassen op de viool of spelen op de fluit. Zij zijn dol op het
+dansvermaak, en kennen noch hinderpalen noch vermoeienis, wanneer
+het geldt om soms van twintig mijlen in de rondte te zamen te komen
+ten einde aan hunnen hartstocht voor het dansen te voldoen.
+
+Hunne dochters zijn zedig en zien er vaak zeer schoon uit in den
+eenvoudigen tooi der Hollandsche boerinnen. Zij huwen jong, brengen
+haren aanstaande slechts een bruidschat van een dozijn ossen of geiten,
+alsook een wagen of eenig ander weeldestuk van dien aard mede. De
+echtgenoot beijvert zich om een huis te bouwen, om in den omtrek
+eenige bunders land te ontginnen, en daarmede is het huisgezin op
+gang geholpen.
+
+De boeren leven lang en worden zeer oud. Nergens ter wereld worden
+zooveel honderdjarigen aangetroffen als in de Transvaal.
+
+Een zonderling verschijnsel, hetwelk evenwel nog niet voldoende
+verklaard is, valt op te merken in de zwaarlijvigheid waarmede
+bijna allen op rijperen leeftijd behept worden en die bij hen een
+verbazenden omvang bereikt. Overigens zijn zij hoog van gestalte,
+en die kenmerken worden zoowel bij de kolonisten van Franschen en
+Duitschen als van zuiver Hollandschen oorsprong aangetroffen.
+
+Intusschen werd de reis, zonder bijzondere voorvallen te ontmoeten,
+voortgezet. Het was zelden, dat de expeditie niet in hoeven,
+waar zij iederen avond halt maakte, inlichtingen omtrent Makatit
+kon inwinnen. Overal had men hem zien voorbijstuiven, met spoed
+voortgetrokken door zijnen struisvogel, eerst met een voorsprong van
+twee of drie dagen, later met een van vijf of zes, eindelijk met een
+van zeven of acht. Men was hem klaarblijkelijk op het spoor, maar
+tevens kwam daarbij helder uit, dat hij het in vlugheid won op hen,
+die hem vervolgden.
+
+De vier menschenjagers schenen evenwel zeker van hun welslagen te
+zijn. De vluchteling zou toch eindelijk genoodzaakt zijn om halt te
+maken. Zijne vangst was dus slechts eene kwestie van tijd.
+
+Cyprianus en zijne makkers vatten hunne taak dan ook van de
+gemakkelijkste zijde op. Langzamerhand begonnen zij zich aan hunne
+lievelingsgenoegens over te geven. De jonge ingenieur verzamelde
+rotssoorten; Friedel herbariseerde en beweerde de eigenschappen
+der planten, die hij verzamelde, te herkennen aan hun uiterlijke
+kenteekenen; Hannibal Pantalucci plaagde of mishandelde hetzij Bardik,
+hetzij Li, en verwierf slechts genade van zijne reisgenooten voor zijne
+ongure grappen, door op de pleisterplaatsen een schotel overheerlijke
+macaroni te bereiden; James Hilton hield zich onledig met de karavaan
+van wildbraad te voorzien. Er gingen weinige dagen voorbij, waarin
+hij niet eenige dozijnen patrijzen, een overvloed van kwartels,
+soms een wild zwijn of een antiloop schoot.
+
+Zoo den eenen dag vóór, den andere nà voorttrekkende, bereikte men
+eindelijk het Bosch-Veld. De hoeven werden weldra al meer en meer
+zeldzaam en werden later niet meer ontmoet. Men had de uiterste
+grenzen der beschaafde wereld bereikt.
+
+Men moest van dat tijdstip af iederen avond kampeeren, groote vuren
+ontsteken, waaromheen menschen en dieren zich onder de hoede van een
+waakzame wacht konden ter ruste leggen.
+
+De landstreek had een uiterst woest uitzicht aangenomen. Vlakten van
+geelachtig zand, boschjes van doornachtige struiken, hier en daar een
+beek, die door eene moerassige strook kronkelde, hadden het lachende
+groene landschap van het Banken-Veld afgewisseld. Soms moest er een
+aanmerkelijke omweg gemaakt worden om een wezenlijk woud van _thorn
+trees_ of doornboomen te ontwijken. Dat zijn boompjes van drie tot
+vijf meters hoog, die eene groote menigte horizontaal uitgestrekte
+takken dragen, gewapend met doornen van twee tot vier duim lang,
+zeer hard en scherp als een dolkmes.
+
+Deze grensstrook van het Bosch-Veld wordt gewoonlijk Lion Veld of
+Leeuwen Veld genoemd; maar zij schijnt die schrikwekkende benaming
+niet te rechtvaardigen, want na drie dagen reizens had men nog geen
+van die wilde dieren gezien.
+
+"Die naam zal slechts bij overlevering bestaan," mompelde Cyprianus
+bij zich zelven. "De leeuwen zullen meer naar den kant der woestijn
+getrokken zijn!"
+
+Toen hij evenwel die meening in tegenwoordigheid van James Hilton
+uitte, begon deze luidkeels te lachen.
+
+"Gij gelooft dus dat er geen leeuwen zijn?" vroeg hij, toen zijne
+lachbui over was. "Dat komt daar vandaan, dat gij er niet op geoefend
+zijt om ze te zien."
+
+"Mooi zoo! Een leeuw te midden van die kale vlakte niet
+zien!" antwoordde Cyprianus op spottenden toon.
+
+"Welnu, ik wed om tien pond," zei James Hilton, "dat vóór wij een
+uur verder zijn, ik er u een zal wijzen, dien gij niet opgemerkt
+zult hebben!"
+
+"Uit beginsel wed ik nooit," antwoordde Cyprianus; "toch vraag ik
+niet beter dan door de ondervinding geleerd te worden."
+
+Men trok nog gedurende vijf en twintig of dertig minuten voort,
+en niemand dacht meer aan leeuwen, toen James Hilton eensklaps uitriep:
+
+"Heeren, kijkt toch dat mierennest, hetwelk daar ter rechterzijde
+wordt ontwaard!"
+
+"Wat is daaraan te zien?" vroeg Friedel. "Sedert twee of drie dagen
+zien wij niets anders."
+
+Inderdaad, niets komt in het Bosch-Veld meer menigvuldig voor dan die
+groote gele aardhoopen, die door ontelbare mieren opgeworpen zijn,
+en die van tijd tot tijd alleen met eenige doornstruiken of boschjes
+van magere mimosa's eenige afwisseling in de vreeselijke eentonigheid
+van de zich rondom uitstrekkende vlakte aanbrengen.
+
+James Hilton lachte, maar stil en geheel voor zich.
+
+"Mijnheer Méré," hernam hij, "laat uw paard een harden galop aannemen,
+tot in de nabijheid van die mierennesten.--Kijk dan in de richting
+van mijn vinger.--Ik beloof u dat gij zien zult wat gij verlangt te
+zien. Kom er evenwel niet te dicht bij, of het zou u kunnen berouwen."
+
+Cyprianus gaf zijn paard de sporen, en reed naar de plek, die door
+James Hilton een mierennest genoemd werd.
+
+"Het is een leeuwenfamilie, die daar gelegerd is!" zei de Duitscher,
+zoodra Cyprianus zich verwijderd had. "Ik durf tien tegen een wedden,
+dat die gele hoopen, die gij daar ziet, en die gij voor mierennesten
+aanziet, niets anders zijn!"
+
+"_Per Bacco_!" riep Hannibal Pantalucci uit. "Gij hadt wel noodig om
+hem aan te bevelen er niet te dicht bij te komen!"
+
+Maar bemerkende dat Bardik en Li naar hem luisterden, hernam hij,
+terwijl hij een draai aan zijne uitgedrukte gedachten gaf:
+
+"De Franschman zou aardig verschrikt geworden zijn en wij zouden eens
+hartelijk gelachen hebben."
+
+De Napolitaan vergiste zich. Cyprianus was er de man niet naar om
+zich te laten verschrikken, zooals hij zeide.
+
+Toen deze op tweehonderd passen gekomen was van het doel, dat hem
+aangewezen was, herkende hij met welk schrikkelijk mierennest hij
+te doen had. Er waren daar een kolossale leeuw met zijne leeuwin
+en drie welpen, die in elkaar gerold op den grond lagen als katten,
+en gerust in de zon sliepen.
+
+Toen het geluid van den hoefslag van Templar zijn oor bereikte, opende
+de leeuw zijne oogen, hief zijn overgroot hoofd op en geeuwde terwijl
+hij tusschen twee rijen vreeselijke tanden een afgrond liet ontwaren,
+waarin een kind van tien jaren met huid en haar kon verdwijnen. Toen
+keek hij den ruiter aan, die op twintig passen afstands zijn paard
+tot staan had gebracht.
+
+Het wilde dier had gelukkig geen honger, anders had hij zich zoo
+onverschillig niet gedragen.
+
+Cyprianus wachtte met de karabijn in de hand gedurende twee of drie
+minuten wat de leeuw zou gelieven te doen. Maar toen hij bemerkte,
+dat deze niet van zins was de vijandelijkheden te beginnen, had hij
+den moed niet om het vreedzame geluk van dat belangwekkende gezin te
+storen. Hij wendde zijn paard en kwam in een korten draf bij zijne
+makkers terug.
+
+Dezen, verplicht om hem hulde te brengen wegens zijne koelbloedigheid
+en dapperheid, ontvingen hem met juichkreten.
+
+"Ik zou de weddenschap verloren hebben, mijnheer Hilton," zei Cyprianus
+in allen eenvoud.
+
+Dienzelfden avond kwam men bij den rechteroever der Limpopo aan,
+alwaar halt gemaakt werd. Friedel wilde van de gelegenheid gebruik
+maken om een vischzootje in die rivier te vangen. Hij zette dat plan,
+in weerwil van de waarschuwingen van James Hilton, stijfhoofdig door.
+
+"Dat is zeer ongezond, kameraad," zeide deze. "Ik waarschuw u. In
+het Bosch-Veld moet men na zonsondergang noch langs de rivieroevers
+verwijlen, noch...."
+
+"Kom, kom! Ik heb in mijn leven wel want anders bijgewoond!" antwoordde
+de Duitscher met de stijfhoofdigheid aan zijn natie eigen.
+
+"Juist," riep Hannibal Pantalucci uit; "wat zou er daarenboven
+ongezonds in gelegen zijn, om gedurende een uur of twee op den oever
+der rivier te verwijlen? Het is mij wel gebeurd, dat ik, terwijl
+ik op de eendenjacht was, er halve en heele dagen doorbracht en ik
+daarbij tot aan de schouders nat was!"
+
+"Maar dat is volstrekt niet hetzelfde," hernam James Hilton. "Pas
+op, Friedel!"
+
+"Praatjes allemaal!" antwoordde de Napolitaan. "Mijn waarde Hilton,
+gij zoudt beter doen de bus met geraspte kaas op te zoeken om mijne
+macaroni klaar te kunnen maken, dan te pogen onze makkers te beletten
+een schotel visch machtig te worden. Drommels, die zou eene aangename
+afwisseling in onzen maaltijd brengen."
+
+Friedel stapte op, zonder naar goeden raad te willen luisteren. Hij
+vermaakte zich zoodanig met hengelen, dat het stikdonkere nacht was,
+toen hij in de legerplaats terugkeerde.
+
+Daar gebruikte de hartstochtelijke hengelaar zijn maaltijd met den
+meesten eetlust en deed van allen wel de grootste eer aan de visschen
+die hij zelf gevangen had. Toen hij evenwel zich in den wagen bij
+zijne makkers te slapen legde, klaagde hij over hevige huiveringen,
+die hem overvielen.
+
+Toen den volgenden morgen de dag aanbrak en men opstond om te
+vertrekken, had Friedel eene hevige koorts en bevond hij zich in
+de volslagen onmogelijkheid om te paard te stijgen. Hij verlangde
+evenwel, dat men opbreken en de reis voortzetten zoude, verzekerende
+dat hij zeer goed op het stroo in den wagen lag. Men deed, zooals
+hij begeerde. Tegen het middaguur ijlde hij.
+
+Toen het drie uur was, was hij dood.
+
+Zijne ziekte was het gevolg van een bloedbederfkoorts van de ergste
+soort.
+
+Bij dat plotselinge uiteinde kon Cyprianus de gedachte niet verbannen,
+dat Hannibal Pantalucci, door zijne slechte raadgevingen, in die
+gebeurtenis eene groote verantwoordelijkheid op zich geladen had. Maar
+niemand anders dan de Franschman dacht er aan, die opmerking te maken.
+
+"Gij ziet nu, dat ik gelijk had toen ik gisteren beweerde, dat men
+bij het vallen van den avond niet op den oever eener rivier moet
+verwijlen," vergenoegde zich James Hilton op wijsgeerigen toon te
+herhalen.
+
+Men stond gedurende eenigen tijd stil om het lijk te begraven, dat
+men toch niet ten prooi aan de wilde dieren kon laten.
+
+Het was het lijk van een medeminnaar, van een vijand bijna, en toch
+gevoelde zich Cyprianus bij die laatste plechtigheid innig bewogen. Het
+gezicht van den dood, overal zoo treffend en zoo aangrijpend, scheen
+in de woestijn nog des te meer indruk te maken. In het aangezicht
+slechts van de natuur schijnt de mensch beter te begrijpen, dat de dood
+de onvermijdelijke eindpaal is van alles wat leeft. Verre van zijne
+verwanten, verre van allen, die hij liefhad, vlogen zijne gedachten in
+dit sombere uur met weemoed naar hen heen. Hij zei tot zich zelven,
+dat hij morgen wellicht op de onmetelijke vlakte zou neervallen om
+niet meer op te staan, dat hij dan ook onder een voet zand zou gestopt
+worden, dat ook boven zijn lijk een naakte steen zou gerold worden,
+en dat noch de tranen eener zuster of moeder, noch de weeklachten van
+een vriend hem tot bij zijne eenzame groeve zouden vergezellen. En een
+weinig van het medelijden, dat hem het lot van zijn makker inboezemde,
+op zijn eigen toestand overbrengende, was het hem, alsof een gedeelte
+van zijn eigen ik in dat graf besloten werd.
+
+Daags na die treurige plechtigheid werd het paard van Friedel, dat
+vastgemaakt aan den wagen volgde, door de Veld-ziekte aangetast. Men
+moest het achterlaten en afmaken.
+
+Het arme dier had zijn baas slechts weinige uren overleefd.
+
+
+
+
+
+VEERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+TEN NOORDEN VAN DE LIMPOPO-RIVIER.
+
+
+Er waren drie dagen van onderzoekingen en loodingen noodig om eene
+waadbare plaats dwars door de bedding van de Limpopo te vinden. En
+het was nog maar zeer twijfelachtig, of men haar gevonden zou hebben,
+wanneer niet eenige Macalaccasche Kaffers, die daar bij den oever
+der rivier rondzwierven, waren aangetroffen en zich hadden bereid
+verklaard om de karavaan tot gidsen te verstrekken.
+
+De Kaffers van dat ras zijn arme domme duivels, die door de meer
+ontwikkelde Betjuanen in eene afzichtelijke dienstbaarheid gehouden
+worden. Zij worden, zonder op eenige belooning uitzicht te hebben,
+tot den meest zwaren arbeid gedwongen, en daarbij met hardheid en
+ruwheid behandeld. Wat meer zeggen wil: het is hun op straffe des doods
+verboden vleeschspijzen te eten. De rampzalige Macalaccassen kunnen
+zooveel wild dooden, als zij op hun pad ontmoeten, op voorwaarde dat
+zij het bij hunne heeren en meesters te huis brengen. En die laten
+hun niets anders dan de ingewanden over, zooals de Europeesche jagers
+ongeveer met hunne jachthonden handelen.
+
+Een Macalaccasche Kaffer bezit niets in eigendom, zelfs de ellendige
+hut, niet, die hij bewoont, zelfs de kalabas niet, waaruit hij
+drinkt. Hij loopt nagenoeg naakt rond, is mager en zonder vleesch, en
+draagt buffeldarmen over den schouder, die men op eenigen afstand voor
+ellenlange zwarte worsten zoude kunnen houden en die in werkelijkheid
+niets anders zijn dan zeer oorspronkelijke ontvangers, waarin hij
+zijn voorraad water met zich voert.
+
+De handelsgeest van Bardik openbaarde zich weldra in het volleerde
+kunststukje, waardoor hij die ongelukkigen tot bekentenis wist te
+brengen, dat zij in weerwil van hunne ellende eenige struisveeren
+bezaten, die zij zorgvuldig in naburige struiken verborgen hadden. Hij
+deed hen onmiddellijk den voorslag om ze te koopen, waartoe hij met
+hen des avonds op eene bepaalde plaats zou samenkomen.
+
+"Gij hebt dus geld om hen in ruil daarvoor te geven?" vroeg Cyprianus
+tamelijk verwonderd.
+
+Bardik haalde al lachende een handvol koperen knoopen te voorschijn,
+die hij sedert een paar maanden opgezameld had en die hij in een
+linnen zakje bij zich droeg.
+
+"Dat's gekheid!" zeide Cyprianus. "Dat is geen gangbare munt, en ik
+mag niet toestaan, dat die arme drommels met eenige dozijnen knoopen
+gefopt worden!"
+
+Hij had mooi praten; het was onmogelijk Bardik te doen begrijpen,
+dan in zoo'n handel iets berispelijks gelegen was.
+
+"Wanneer de Macalaccassen mijne knoopen tegen hunne struisveeren
+willen inruilen," antwoordde hij in allen ernst, "wie zal er dan wat
+tegen te zeggen hebben? Gij weet zeer goed, dat de inzameling van
+die veêren hen niets gekost heeft. Zij hebben zelfs het recht niet
+om die te bezitten; zij durven ze slechts ter sluiks vertoonen! Een
+knoop daarentegen is een nuttig voorwerp, veel nuttiger dan een veer
+van een struisvogel! Waarom zou het mij dan verboden zijn hen een of
+twee dozijn van die nuttige knoopen in ruil voor een gelijk aantal
+veeren aan te bieden?"
+
+Die redeneering was wel spitsvondig, maar toch niet eerlijk. Wat
+de Kaffer niet inzag was, dat de Macalaccassen zijne knoopen zouden
+aannemen niet zoozeer voor het gebruik, dat zij er van zouden kunnen
+maken, daar zij bijna geen kledingstukken aan het lijf droegen, maar
+wel voor de veronderstelde waarde, die zij aan die metalen schijfjes,
+welke zoozeer op muntstukken geleken, toekenden. Zoo beschouwd,
+was die ruil werkelijk bedrog.
+
+Toch moest Cyprianus tot de erkenning komen, dat zijne redeneering
+te hoog was voor het begrip van dien wilde, die op het gebied van
+warenomzetting een ruim geweten had. Hij liet hem dus handelen zooals
+hij wilde.
+
+De handelsoperatie van Bardik werd des avonds met fakkellicht
+volvoerd. De Macalaccassen waren klaarblijkelijk zeer bevreesd door hun
+opkooper bedrogen te worden. Zij vergenoegden zich dan ook niet met de
+lichten, die de blanken ontstoken hadden, maar zij brachten elk een bos
+maïs-stengels mede, die zij in den grond plantten en daarna aanstaken.
+
+Vervolgens haalden die inboorlingen hunne struisveeren voor den dag
+en beijverden zich om de knoopen van Bardik te bezichtigen.
+
+Toen begonnen zij onder een oorverdoovend geschreeuw, gepaard met
+buitensporige gebaren, een redetwist over den aard en de waarde van
+die metalen schijfjes.
+
+Niemand verstond een woord van hetgeen zij in hunne snelsprakige taal
+vertelden, maar het was voldoende om hunne met bloed beloopen oogen,
+hunne welsprekende gebaren en hunnen toorn te zien, om te begrijpen,
+dat de woordentwist over een hoogst belangrijk vraagstuk voor hen liep.
+
+Dit hartstochtelijke gekakel werd plotseling door eene onverwachte
+verschijning afgebroken.
+
+Een neger van hooge gestalte, die zich waardiglijk in een leelijken
+mantel van rood katoen gewikkeld had en wiens voorhoofd getooid was
+met een soort van diadeem, die door de Kaffersche krijgslieden wordt
+gedragen en van schapendarmen vervaardigd is, trad uit het struikgewas
+te voorschijn, in welker nabijheid het loven en bieden geschiedde. Hij
+sloeg woest met den steel zijner lans op de Macalaccassen, die op
+heeter daad betrapt waren, zich met verboden handelszaken in te laten.
+
+"Lopepo!...... Lopepo!......" schreeuwden de ongelukkige wilden,
+terwijl zij uit elkaar stoven als een troep overvallen ratten.
+
+Een kring van zwarte krijgslieden kwam evenwel uit al de omliggende
+struiken te voorschijn en omgaf de schuldigen, die natuurlijk in
+hunne vlucht weerhouden werden.
+
+Toen deed Lopepo zich al de knoopen overhandigen. Hij bekeek ze zeer
+zorgvuldig bij het schijnsel der toortsen en borg ze met een lach
+van vergenoegen in zijn leeren tasch. Daarna trad hij op Bardik toe,
+nam hem de reeds geleverde struisveêren uit de handen en eigende zich
+die ook toe, zooals hij met de knoopen gedaan had.
+
+De blanken waren lijdzame toeschouwers van dat geheele tooneel
+gebleven. zij wisten niet, wat zij doen zouden, òf lijdzaam blijven
+òf tusschenbeiden komen. Lopepo hakte den knoop door. Hij trad hen
+te gemoet, en op eenige passen afstand van hen gekomen, maakte hij
+halt en hield eene aanspraak op zeer bevelenden toon, die voor allen,
+op een na, geheel onverstaanbaar was.
+
+James Hilton evenwel, die eenige woorden van de Betjuanen-taal
+verstond, slaagde er in om den algemeenen zin van die redevoering
+te vatten en vertaalde haar voor zijn makkers. De grondtoon van die
+toespraak was, dat het Kaffer-opperhoofd er zich over beklaagde, dat
+men Bardik veroorloofd had handel te drijven met de Macalaccassen,
+die niets in eigendom mochten bezitten. De neger verklaarde bij het
+slot van zijn gebabbel, dat hij de verboden koopwaren benaderde,
+en vroeg of de blanken daartegen iets hadden in te brengen.
+
+De meening van dezen omtrent de te kiezen partij was verdeeld. Hannibal
+Pantalucci was van oordeel, dat men dadelijk moest toegeven, om
+niet in twist met het Betjuanen-opperhoofd te geraken. James Hilton
+en Cyprianus erkenden wel, dat er iets goeds in die opvatting was,
+maar vreesden, dat wanneer men zich te meegaande in die zaak toonde;
+Lopepo daardoor overmoedig zoude worden en dan wellicht eischen zoude
+stellen, die tot eene onherroepelijke vredebreuk konden leiden.
+
+Men hield spoedig raad met gedempte stem, waarin overeengekomen
+werd, dat men de knoopen aan de Betjuanen zou laten, maar dat zij de
+struisveeren moesten teruggeven.
+
+James Hilton had alle moeite om dat door middel van gebaren en van
+eenige Kafferwoorden verstaanbaar te maken. Eerst vermeende Lopepo
+eene staatkundige houding te moeten aannemen en van aarzeling te
+doen blijken. Hij ontwaarde evenwel het glinsteren van de loopen der
+geweren in handen van de Europeanen; dat gaf den doorslag, zoodat
+hij de veeren teruggaf.
+
+Maar van stonde af aan bleek dat opperhoofd, dat inderdaad zeer slim
+was, meer meegaande te zijn. Hij bood aan de drie blanken, aan Bardik
+en Li een snuifje uit zijne groote snuifdoos, en nam vervolgens in het
+bivouac plaats. De Napolitaan bood hem een glas brandewijn aan, hetgeen
+hem goed gemutst maakte. Eindelijk stond hij op, na daar anderhalf
+uur stom als een visch gezeten te hebben, en noodigde de karavaan
+uit om hem den volgenden dag een bezoek in zijne kraal te brengen.
+
+Men deed hem de verlangde belofte, waarop hij vervolgens, na met
+allen een handdruk gewisseld te hebben, met deftigen stap heen ging.
+
+Iedereen ging na zijn vertrek slapen, behalve Cyprianus, die, na zich
+in zijne dekens gewikkeld te hebben, bij het beschouwen der sterren
+wakend droomde. Het was nieuwe maan, maar de nacht was overheerlijk
+helder door het groot aantal sterren, dat zichtbaar was. Het wachtvuur
+was uitgegaan zonder dat de jeugdige ingenieur er op gelet had.
+
+Hij dacht aan zijne verwanten, die waarlijk niet konden gissen dat
+hij in dit oogenblik door een zoodanig avontuur als hem voortjoeg,
+in de volle woestijn van Zuid-Afrika getrokken was; hij dacht aan
+de bekoorlijke Alice, die op hare beurt thans ook misschien naar
+de sterren keek; hij dacht, in één woord, aan al de wezens, die hem
+dierbaar waren. En zich door die zachte droomerijen latende vervoeren,
+welke door de stilte van die onmetelijke vlakten in een dichterlijk
+waas gehuld werden, was hij op het punt van in te dommelen, toen
+een hoefgetrappel, een zonderling leven, komende van den kant, waar
+de trekossen voor den nacht gestald waren, hem wakker maakte en hem
+deed opspringen.
+
+Cyprianus meende toen in het duister eene gedaante te onderscheiden,
+die minder hoog en meer ineengedrongen was dan die der ossen en die
+al dat spektakel veroorzaakte.
+
+Zonder zich recht rekenschap te geven, wat die gedaante eigenlijk
+was, greep Cyprianus eene zweep, die voor de hand lag, en schreed
+voorzichtig naar de plek, waar de ossen gestald waren.
+
+Hij had zich niet vergist: er was daar in de nabijheid der trekdieren
+een vreemd beest, dat hun slaap gestoord had.
+
+Nog niet geheel wakker, en zonder na te denken over hetgeen hij
+uitvoerde, hief Cyprianus zijne zweep omhoog en striemde den muil
+van den ongenoodigden gast met een fermen zweepslag.
+
+Een verschrikkelijk gebrul was het antwoord op dien aanval!.... Het
+was waarachtig een leeuw, die door den jongen ingenieur als een
+stouten poedel behandeld was!
+
+Onze Franschman had nauwelijks den tijd om een der revolvers ter hand
+te nemen, die hij steeds aan zijn gordel droeg, en om een zijsprong
+uit te voeren, toen het dier op hem toesprong zonder hem te bereiken,
+zich omwendde en andermaal op hem toevloog en zijn arm greep.
+
+Cyprianus voelde de scherpe klauwen zijn vleesch verscheuren. Door
+den schok viel hij omver en rolde in het stof met het schrikkelijke
+wilde dier. Een schot knalde eensklaps! Het lichaam van den leeuw
+trilde onder eene laatste stuiptrekking, rekte zich uit en bleef
+bewegingloos liggen.
+
+Cyprianus, die niets van zijne koelbloedigheid verloren had, had met
+de hand, die nog vrij gebleven was, den loop van de revolver in het
+oor van het monster geplaatst, wiens schedel door een ontplofbaren
+kogel verbrijzeld werd.
+
+De slapende makkers van den ingenieur, door het gebrul van den leeuw en
+door den knal van het revolverschot gewekt, stonden naar het gevecht te
+zien. Men bevrijdde Cyprianus, die half verpletterd onder het gewicht
+van het overgroote dier lag; men onderzocht zijne wonden, die niets
+te beduiden hadden. Li verbond ze met eenige zwachtels met brandewijn
+bevochtigd; daarna werd de beste plaats in den wagen voor den dappere
+ingeruimd, en weldra was de geheele karavaan weer ingeslapen onder
+de hoede van Bardik, die tot het aanbreken van den dag wilde waken.
+
+De dageraad vertoonde zich nauwelijks aan den hemel, toen de stem
+van James Hilton weerklonk, die zijne makkers smeekte hem te hulp
+te komen, en aldus een nieuw onheil aankondigde. James Hilton had
+zich geheel gekleed op het voorgedeelte van den wagen te slapen
+gelegd. Thans verried zijne stem den vreeselijksten angst, terwijl
+hij geene beweging durfde maken.
+
+"Eene slang heeft zich rondom mijn rechterknie onder mijn broek
+gerold," zeide hij. "Beweegt u niet, of ik ben verloren! Wat moet er
+toch gedaan worden?"
+
+Zijne oogen puilden uit hunne kassen van angst; zijn gelaat was
+met eene lijkkleur overtogen. Men ontwaarde inderdaad ter hoogte
+van zijn rechterknie, onder het blauwe linnen van zijn broek, de
+tegenwoordigheid van een vreemd lichaam--een soort kabel, die rondom
+het been gewikkeld was.
+
+De toestand was ernstig. Zooals James Hilton zelf zeer te recht
+opmerkte, bij de eerste beweging, die hij deed, zou de slang niet
+nalaten hem te bijten!
+
+Maar te midden van de algemeene verslagenheid nam Bardik op zich om
+te handelen.
+
+Na het jachtmes van zijn meester, zonder gedruisch te maken,
+uit de scheede getrokken te hebben, naderde hij James Hilton met
+eene bijna onmerkbare beweging. Hij schoof vooruit als ware hij een
+worm. Toen bracht hij zijne oogen ter hoogte van de slang en onderzocht
+gedurende eenige seconden nauwkeurig de ligging van het gevaarlijke
+dier. Ongetwijfeld zocht hij zich rekenschap te geven van de plaats,
+waar de kop der slang zich bevond.
+
+Plotseling richtte hij zich met eene snelle beweging op; daarop bracht
+hij zijn arm bliksemsnel omlaag, en het staal van het mes drong met
+een droog en kort geluid ter hoogte van de knie van James Hilton door
+het linnen zijner broek.
+
+"Gij kunt de slang afschudden!.... Zij is dood!" zei Bardik, terwijl
+hij glimlachende al zijne tanden liet zien.
+
+James Hilton gehoorzaamde werktuiglijk en schudde het been.... De
+slang viel voor zijne voeten.
+
+Het was een adder met zwarten kop van slechts een duim middellijn, maar
+welks beet voldoende zoude geweest zijn om een schrikkelijken dood te
+veroorzaken. De jeugdige Kaffer had haar met eene bewonderenswaardige
+juistheid onthoofd. De broek van James Hilton vertoonde een snee
+van nauwelijks zes centimeters, en de huid van den Amerikaan was
+niet geraakt.
+
+Eene afschuwelijke omstandigheid, die Cyprianus diep verontwaardigde,
+was dat James Hilton er zelfs niet aan scheen te denken om zijn redder
+te bedanken. Nu hij uit den knel was, vond hij zijne tusschenkomst
+heel natuurlijk. Het denkbeeld kon niet bij hem opkomen, om de zwarte
+hand van den Kaffer in de zijne te nemen en hem toe te voegen: ik
+ben u het leven verschuldigd.
+
+"Dat mes is waarachtig zeer scherp," merkte hij eenvoudig op, terwijl
+Bardik het afwischte en in de scheede stak, zonder zelf groote
+beteekenis te hechten aan hetgeen hij verricht had.
+
+Het ontbijt bracht verstrooiing aan en wischte weldra de indrukken van
+dien bewogen nacht uit. Dat ontbijt bestond dien morgen uit slechts
+één struisvogel-ei, dat met boter gekookt was en voldoende bleek om
+den eetlust der vijf gasten te verzadigen.
+
+Cyprianus had een lichten aanval van koorts, ter gevolge van zijne
+wonden die wel ietwat pijnlijk waren. Hij drong er evenwel op aan
+om Hannibal Pantalucci en James Hilton naar de kraal van Lopepo te
+vergezellen. Het kamp werd bijgevolg onder de hoede van Bardik en van
+Li achtergelaten. Deze twee hadden op zich genomen den dooden leeuw
+te villen. Het was inderdaad een monster van de soort die "hondenbek"
+geheeten wordt.
+
+De drie ruiters togen alleen op weg.
+
+Het Betjuaansche opperhoofd wachtte hen bij den ingang van zijne
+kraal op en was door al zijn krijgers omringd. Achter dezen hadden
+zich de vrouwen en kinderen uit nieuwsgierigheid opgesteld, om de
+vreemdelingen te zien. Toch speelden sommige van die huismoedertjes
+de onverschilligen. Voor hunne halfronde hutten gezeten, hielden zij
+zich ongedwongen met hun huiselijken arbeid bezig.
+
+Eenigen knoopten netten van lang vezelig gras, hetwelk zij als touw
+draaiden.
+
+Het algemeene uiterlijk was ellendig, hoewel de hutten zeer goed
+gebouwd waren. Die van Lopepo was veel ruimer dan de anderen, was
+daarenboven van binnen met stroomatten bekleed en stond in het midden
+van de kraal.
+
+Het opperhoofd geleidde zijne gasten naar binnen, wees hun drie
+bankjes aan en zette zich op zijne beurt voor hen neder, terwijl
+zijne eerewacht zich achter hem in een kring schaarde.
+
+Men begon met de gebruikelijke plichtplegingen te betrachten, die zich
+gewoonlijk bepalen tot het drinken van een kom gegisten drank, die in
+de keuken van den gastheer vervaardigd werd. Om evenwel te bewijzen,
+dat deze geene trouwelooze voornemens koesterde, begon hij met de
+kom aan zijne lippen te brengen, alvorens haar aan de vreemde gasten
+aan te bieden. Het zou een doodelijke beleediging zijn, wanneer de
+drank na die beleefde uitnoodiging geweigerd werd. De drie blanken
+slikten dus dat Kafferbrouwsel, evenwel niet zonder dat Hannibal
+Pantalucci afschuwelijk leelijke gezichten getrokken had, terwijl hij
+ter zijde mompelde dat hij de voorkeur zoude gegeven hebben aan een
+glas Lacryma-Christi boven dit walgelijk Betjuaansch apothekersdrankje.
+
+Daarna begon men over zaken te kouten. Lopepo verlangde een geweer te
+koopen. Dat was evenwel een wensch, die niet ingewilligd kon worden,
+hoewel hij in ruil aanbood een tamelijk bruikbaar paard en honderd
+vijftig ponden ivoor. Op dit punt zijn de koloniale verordeningen zeer
+streng. Zij verbieden de Europeanen wapentuig aan de grenskaffers
+over te doen, behalve wanneer zij daartoe speciale vergunning van
+den gouverneur hebben. Om het opperhoofd evenwel tevreden te stellen,
+hadden de drie gasten van Lopepo voor hem medegebracht een flanellen
+hemd, een stalen ketting en eene flesch rum, hetgeen een vorstelijk
+geschenk mocht heeten en hem zichtbaar veel genoegen deed.
+
+Het gevolg daarvan was dan ook, dat het Betjuanen-opperhoofd zich
+uiterst goed gestemd toonde om al de inlichtingen te verschaffen,
+die van hem verlangd werden en die, om begrepen te worden, door
+tusschenkomst van James Hilton verkregen moesten worden.
+
+Vooreerst kreeg men te weten dat een reiziger, die geheel en al
+aan de beschrijving van Makatit voldeed, de kraal vijf dagen vroeger
+voorbijgetrokken was. Dat was de eerste tijding, die men sedert weldra
+twee weken van den vluchteling inwon. Zij was dan ook heel aangenaam
+en werd dankbaar opgenomen. De jeugdige Kaffer had blijkbaar een
+paar dagen zoek gebracht met naar de waadbare plaats in de Limpopo
+te zoeken, en trok thans naar het bergland in het noorden.
+
+Of dat bergland nog ver was? En hoeveel marschdagen die afstand
+nog bedroeg?
+
+O, slechts zeven of acht.
+
+Of Lopepo in vriendschappelijke verhouding stond met den souvereinen
+gebieder van het land, waarin Cyprianus en zijne makkers trekken
+wilden?
+
+Ja zeker, daar stelde Lopepo een eer in! Daarenboven, wie zou niet
+vriendschappelijk gestemd jegens en den trouwen bondgenoot willen
+zijn van Tonaïa den Grooten, den onoverwinnelijken overheerscher van
+de Kafferlanden?
+
+Ontving Tonaïa de Groote de blanken voorkomend?
+
+Ja, omdat hij bij ervaring wist, dat de blanken steeds eene beleediging
+aan een hunner aangedaan wreken. Waarom met de blanken in oneenigheid
+te leven? Zijn zij niet de sterksten, dank zij hunne geweren,
+die zichzelven laden? Neen, het was het beste in vrede met hen te
+leven, hen goed te ontvangen en eerlijk handel met hunne kooplieden
+te drijven.
+
+Dat waren de inlichtingen, die Lopepo verschafte. De voornaamste
+daarvan was verreweg dat Makatit verscheidene marschdagen verloren
+had, alvorens de rivier te kunnen oversteken, ook dat men nog steeds
+op zijn spoor was.
+
+Toen Cyprianus, Hannibal Pantalucci en James Hilton in hunne
+legerplaats terugkeerden, vonden zij Bardik en Li geheel en al
+overstuur.
+
+Zij hadden, zooals zij verhaalden, een bezoek gekregen van een
+bende Kaffersche krijgslieden van een anderen stam dan waartoe
+Lopepo behoorde. Dezen hadden hen eerst omsingeld en daarna aan
+eene nauwkeurige ondervraging onderworpen. Wat kwamen zij in dit
+land uitvoeren? Was het niet om de Betjuanen te bespionneeren, om
+berichten in te winnen, om hunne getalsterkte, hunne krijgsmacht en
+hunne bewapening te leeren kennen? De vreemdelingen handelden niet
+wel, wanneer zij zich met zoo'n bedrijf afgaven. Het is waar, hun
+koning Tonaïa had niets in te brengen, zoolang zij zijne grenzen niet
+overschreden hadden; maar de zaken veranderden geheel van gedaante,
+wanneer zij zijn grondgebied zouden binnen dringen.
+
+Dat was de slotsom geweest van hunne gesprekken. De Chinees toonde
+zich niet erg bewogen; maar Bardik, die gewoonlijk zoo kalm, steeds
+zoo koelbloedig was, scheen thans uitermate beangst te zijn en wel
+zoodanig dat Cyprianus zich dat moeilijk verklaren kon.
+
+"Zeer boosaardige krijgslieden!" zei hij, terwijl hij groote
+verschrikte oogen rolde, "krijgslieden die de blanken haten en hen
+"kouïk" doen zeggen.
+
+Die uitdrukking beteekende bij de half ontbolsterde Kaffers iemand
+een gewelddadigen dood doen ondergaan.
+
+Wat nu te doen? Zou men groote waarde aan die mededeeling moeten
+hechten? Ongetwijfeld neen. Want die krijgslieden hadden, hoewel zij,
+volgens de medegedeelde berichten, ruim dertig man sterk waren,
+Bardik en Li, die ongewapend waren, geen kwaad gedaan en hadden
+geene neiging tot stelen of plunderen aan den dag gelegd. Hunne
+bedreigingen waren slechts ijdele praatjes, zooals wilden gewoon zijn
+tegenover vreemdelingen te bezigen. Het zou voldoende zijn het groote
+opperhoofd Tonaïa eenige beleefdheden te bewijzen en eene openhartige
+mededeeling te doen omtrent het doel, dat de blanken in zijn land
+bracht. Dat zou wel allen achterdocht verdrijven en hen eene goede
+ontvangst verzekeren.
+
+Het werd dan ook afgesproken, dat men de reis voortzetten zou. De hoop
+van Makatit in te halen en hem den gestolen diamant afhandig te maken,
+deed iedere andere beschouwing of hinderpaal vergeten.
+
+
+
+
+
+VIJFTIENDE HOOFDSTUK.
+
+EEN KOMPLOT.
+
+
+Na eene week reizens was de karavaan in een streek aangekomen, die in
+geenen deele geleek op eenig land dat onze spoorzoekers doorreisd
+hadden, sedert zij Grikwaland verlieten. Men naderde thans het
+bergland, hetwelk Makatit zich volgens alle ingewonnen berichten
+waarschijnlijk tot einddoel zijner reis gesteld had. Het hooge
+land, dat men nader kwam, werd genoegzaam aangekondigd door de vele
+bergstroomen, die van de hellingen afdaalden, en door eene planten-
+en dierenwereld, geheel verschillend van die der vlakte.
+
+Een der eerste valleien, die zich voor hunne oogen opdeed, leverde
+hun bij zons-ondergang een buitengewoon frisch en lachend schouwspel.
+
+Eene rivier, welker water zoo helder was, dat men overal de bedding
+zien kon, kronkelde tusschen twee smaragd-groene grasvelden. Talrijke
+vruchtboomen met hun rijk geschakeerden bladerdos tooiden de
+hellingen der heuvels, die dit bekken omsloten. Op dien bodem,
+die gedeeltelijk door de zon nog beschenen, gedeeltelijk door de
+kolossale broodboomen beschaduwd werd, graasden vreedzaam talrijke
+kudden van roode antilopen, van zebra's of van buffels. Iets verder
+schreed een rhinoceros met loggen tred door eene breede open plek en
+begaf zich naar den rivieroever en knorde reeds van blijdschap bij de
+gedachte, dat hij die heldere wateren troebel zou maken door er zijne
+vleeschachtige massa in te plompen. Hier en daar vernam men het gegeeuw
+van eenig wild dier, dat zich onder het struikgewas verveelde. Men
+zag er een wilden ezel die balkte, terwijl boven hem geheele troepen
+apen in de boomen dartelden en elkander nazaten als kwajongens.
+
+Cyprianus en zijne beide makkers hadden boven op een heuvel halt
+gemaakt, om dat voor hen zoo nieuwe tooneel op hun gemak te kunnen
+genieten. Zij waren eindelijk in een van de oerstreken aangekomen,
+waar het wilde dier als onbetwiste heerscher van den grond, zoo
+gelukkig en zoo vrij leefde, dat het zelfs het bestaan van eenig
+gevaar niet giste. Wat vooral opmerkenswaardig genoemd kon worden,
+was niet alleen de talrijkheid en de rustige aard van die dieren,
+maar ook de bewonderenswaardige verscheidenheid van het dierenrijk,
+hetwelk zij in dit gedeelte van Afrika vertegenwoordigden. Men zou
+waarlijk geloofd hebben een van die vreemdsoortige schilderijen onder
+de oogen te hebben, waarop de schilder zich tot taak schijnt gesteld
+te hebben, binnen een engen kring al de voornaamste typen van het
+dierenrijk te vereenigen.
+
+Weinig menschelijke bewoners werden evenwel aangetroffen. De Kaffers,
+wel is waar, konden slechts te midden van de onmetelijke streken zeer
+dun gezaaid zijn op deze oppervlakten. Het was nog niet de woestijn,
+maar veel scheelde het niet.
+
+Cyprianus in zijne neigingen van geleerde en van kunstenaar geprikkeld,
+was er niet verre van af te gelooven, dat hij in den voorhistorischen
+tijd, waarin het megatherum en andere voorzondvloedlijke dieren
+leefden, terug gebracht was.
+
+"Er ontbreken hier nog maar olifanten," sprak hij, "om het feest
+volkomen te maken!"
+
+Hij werd evenwel als op zijn woord bediend. Li strekte den arm uit
+en toonde hem te midden van eene uitgestrekte vlakte, verscheidene
+grijsachtige massa's. Van uit de verte gezien, was het alsof het
+zooveel rotsen waren en men zou in die meening gestijfd zijn zoowel
+door hunne onbeweeglijkheid als door hunne kleur. Inderdaad, het
+was eene kudde olifanten. Het grasveld was er mede gevlekt over eene
+uitgestrektheid van verscheidene mijlen.
+
+"Je hebt dus ook verstand van olifanten?" vroeg Cyprianus aan den
+Chinees, terwijl men aanstalten maakte om het nachtelijke verblijf
+in gereedheid te brengen.
+
+Li knipte met zijne kleine scheefstaande oogen.
+
+"Ik heb twee jaar op Ceylon gewoond en daar als helper ijverig aan
+de drijfjachten deelgenomen," antwoordde hij met die geheimzinnige
+terughouding, die bij hem steeds waar te nemen was, wanneer het zijne
+levensgeschiedenis gold.
+
+"Ik wilde wel, dat wij een paar van die monsters konden neerleggen,"
+sprak James Hilton. "O! dat is zoo'n prettige jacht!"
+
+"Ja," vulde Hannibal Pantalucci aan, "en eene jacht, waarbij het
+wild waarachtig het schot kruit wel waard is. Bij voorbeeld twee
+olifantstanden kunnen een' aanzienlijken buit genoemd worden en wij
+zouden in het achtergedeelte van onzen wagen wel ruimte vinden om drie
+of vier dozijn van die tanden te bergen!.... Beseft ge wel, makkers,
+dat niet meer noodig ware om de kosten van onze reis te dekken?"
+
+"Maar, dat is een denkbeeld--en een uitmuntend zelfs," riep James
+Hilton uit. "Waarom zouden wij morgen niet reeds die jacht beproeven,
+voor dat wij de reis voortzetten?"
+
+Men besprak het voorstel en eindelijk werd besloten, dat men bij het
+krieken van den dag het kamp zoude opbreken en dat men het geluk
+zou gaan beproeven, naar den kant van de vallei, waar olifanten
+bespeurd waren.
+
+Nadat die beslissing genomen en het middagmaal zoo haastig mogelijk
+verorberd was, kroop ieder onder de huif van den wagen, behalve
+James Hilton, die de wacht had, en derhalve dien nacht bij het vuur
+moest waken.
+
+Hij had zoo omstreeks twee uren in de eenzaamheid doorgebracht, en hij
+begon reeds in te dutten, toen hij zich zachtkens tegen den elleboog
+voelde stooten. Hij opende de oogen en zag dat Hannibal Pantalucci
+naast hem gezeten was.
+
+"Ik kan niet slapen," zei de Napolitaan, "en in dat geval denk ik,
+dat ik even goed bij u kan komen zitten."
+
+"Dat is zeer vriendelijk van u," antwoordde James Hilton, terwijl hij
+zich uitrekte, "mij zouden eenige uren slapens niet onwelkom zijn. Als
+gij zoudt willen, zouden wij het met elkander kunnen vinden! Ik zou
+onder de huif uwe plaats kunnen gaan innemen en gij de mijne hier?"
+
+"Neen!.... blijf! Ik heb met u te praten!" hernam Hannibal Pantalucci
+met gedempte stem.
+
+Hij keek rond om zich te overtuigen, of zij wel alleen waren, en
+hernam daarna:
+
+"Hebt gij ooit een olifantsjacht bijgewoond?"
+
+"Ja, twee malen," antwoordde James Hilton.
+
+"Welnu, dan weet gij, dat het eene gevaarlijke jacht is. De olifant is
+zeer verstandig, zeer slim en zeer goed gewapend. Het is zelden, dat de
+mensch bij een strijd tegen dat dier niet het onderspit moet delven."
+
+"Jawel, dat is zoo, als gij van de onhandigen spreekt!" antwoordde
+James Hilton. "Met een goede karabijn evenwel, die met ontplofbare
+kogels geladen is, is het gevaar nul en valt er niet veel te vreezen!"
+
+"Zoo dacht ik er ook over," hernam de Napolitaan. "Er kunnen evenwel
+ongelukken gebeuren!.... Veronderstel eens, dat er morgen den
+Franschman een overkomt, dan zou het een ramp voor de wetenschap zijn!"
+
+"Een ware ramp!" herhaalde James Hilton.
+
+Hij lachte evenwel daarbij met een boosaardigen lach.
+
+"Voor ons zou die ramp zoo heel groot niet zijn," hernam Hannibal
+Pantalucci, aangemoedigd door den lach van zijn makker. "Wij zouden
+dan slechts twee zijn om Makatit en zijn diamant na te zetten!.... Nu
+kan men zich met zijn tweeën beter verstaan dan...."
+
+Beide mannen bleven het stilzwijgen bewaren, met de oogen op de
+brandende takken gericht en de gedachten vervuld met hunne misdadige
+ontwerpen.
+
+"Ja, zeker.... met zijn tweeën verstaat men elkander beter," herhaalde
+de Napolitaan. "Met zijn drieën is dat moeielijker!"
+
+Weer trad een oogenblik van stilte in.
+
+Hannibal Pantalucci hief eensklaps het hoofd op en peilde den donkeren
+nacht, die hem omgaf.
+
+"Hebt gij niets gehoord?" vroeg hij zacht fluisterend. "Ik meende
+eene schaduw achter dien broodboom te zien."
+
+James Hilton keek op zijne beurt uit, maar al was zijn oog ook nog zoo
+scherp, hij ontwaarde niets verdachts in den omtrek der legerplaats.
+
+"Ik zie niets!" zei hij. "Wellicht heeft het linnen, dat de Chinees
+in den nachtdauw te bleeken heeft gelegd, uw oog getrokken."
+
+Het gesprek werd weldra tusschen de twee medeplichtigen hervat,
+maar fluisterend ditmaal:
+
+"Ik zou de patronen van zijn geweer kunnen aftrekken, zonder dat
+hij zulks merkte," zei Hannibal Pantalucci. "Ik zou vervolgens bij
+het aanvallen van een olifant een schot achter hem kunnen lossen,
+zoodat het dier hem dan moest bespeuren.... Nu, dan zou het niet lang
+meer duren!...."
+
+"Jongens, dat is niet van gewicht ontbloot, wat ge daar zegt,"
+antwoordde James Hilton ontwijkend.
+
+"Kom, laat mij begaan, en gij zult zien dat de geheele zaak van een
+leien dakje zal glijden," hernam de Napolitaan.
+
+Toen Hannibal Pantalucci zijne plaats onder de huif een uur later weer
+innam, stak hij voorzichtig een lucifer aan om zich te overtuigen
+dat niemand zich verroerd had. Deze voorzorg veroorloofde hem zich
+te overtuigen dat Cyprianus, Bardik en de Chinees Li in diepen slaap
+gedompeld waren.
+
+Zij hadden er ten minste al het uiterlijke van. Als de Napolitaan er
+evenwel op verdacht was geweest, dan had hij wellicht opgemerkt dat
+het luide gesnurk van Li eenigszins kunstmatig klonk.
+
+Bij het aanbreken van den dag was iedereen op de been. Hannibal
+Pantalucci wist van een oogenblik gebruik te maken, toen Cyprianus
+zich naar de bijgelegen beek begeven had om zijn morgenwasschingen te
+verrichten, om de patronen van diens geweer af te trekken. Dat was
+snel genoeg verricht en vereischte niet eens twintig seconden. Hij
+bevond zich geheel alleen. Bardik zette koffie en Li was bezig met zijn
+linnen te verzamelen, dat hij in den nachtdauw op zijn berucht touw,
+dat hij tusschen twee takken gespannen had, uitgehangen had. Er viel
+niet aan te twijfelen, niemand had iets gezien.
+
+Toen de koffie gedronken en het ontbijt genuttigd was, vertrokken
+de jagers te paard, den wagen en de trekossen onder de hoede van
+Bardik achterlatende.
+
+Li had verzocht de ruiters te mogen volgen en had als eenig wapen het
+jachtmes zijns meesters medegenomen. De jagers kwamen binnen een half
+uur op hetzelfde punt aan, waar zij den vorigen avond de olifanten
+bespeurd hadden. Maar dien dag moest men een weinig verder trekken
+om hen op te sporen en eene open vlakte bereiken, die zich tusschen
+den voet van het gebergte en den rechter-oever der rivier uitstrekte.
+
+Een geheele kudde olifanten, twee of drie honderd op zijn minst, waren
+bezig, terwijl zij in de heldere lucht, die door de opkomende zon
+nog schitterender was, scherp uitkwamen, hun ontbijt te genieten op
+het tapijt eener onmetelijke vlakte, die met fijn gras nog bepareld
+met dauwdroppels, overdekt was. De kleinen sprongen en dartelden
+allerdwaast rond om hunne moeders of zogen in stilte. De grooten
+verorberden met voorovergebukten kop en met regelmatig slingerende
+slurven, het dichte gras van het weiland. Bijna allen waaiden zich
+versche lucht toe met hunne breede ooren, die, aan lederen mantels
+gelijk, als indiaansche punka's bewogen werden.
+
+Er was in de kalmte van dat huiselijk geluk zoo iets heiligs te
+ontwaren, dat Cyprianus zich diep bewogen gevoelde en aan zijne
+makkers vroeg om de jacht op te geven.
+
+"Waarom die schuldelooze dieren te dooden?" zei hij. "Is het niet
+beter hen in vrede in hunne eenzaamheid te laten?"
+
+Maar dit voorstel viel om meer dan ééne reden niet in den smaak van
+Hannibal Pantalucci.
+
+"Waarom?" vroeg hij spottend. "Wel, om mijne beurs te vullen door
+ons een goeden voorraad ivoor te verschaffen. Jagen die dikke dieren
+u angst aan, mijnheer Méré?"
+
+Cyprianus trok de schouders op, zonder die ongepaste vraag
+te beantwoorden. Toen hij den Napolitaan en zijn makkers zag
+voortschrijden naar de bedoelde vlakte, deed hij als zij en ging mede.
+
+Alle drie waren thans tot op een afstand van ongeveer drie honderd
+meters van de olifanten genaderd. De redenen, waarom die slimme dieren
+met hun fijn gehoor, dat hen zoo spoedig waarschuwde, de nabijheid
+der jagers nog niet ontwaard hadden, lag daarin dat deze onder den
+wind naderden en bovendien beschermd waren door een dik boschgedeelte
+van broodboomen.
+
+Toch begon een der olifanten teekenen van onrust te geven. Hij hief
+zijn snuit als een vraagteeken in de hoogte.
+
+"Het oogenblik is gekomen," zei Hannibal Pantalucci met fluisterende
+stem. "Als wij tot eenig resultaat willen geraken, moeten wij ons op
+eenigen afstand van elkander plaatsen en ieder ons doelwit kiezen, dan
+moeten wij te gelijker tijd op een afgesproken sein vuur geven. Dit
+moeten wij te eerder in acht nemen, daar de geheele kudde op het
+eerste schot de vlucht gaat nemen."
+
+Toen dat voorstel aangenomen was, week James Hilton ter rechterzijde
+uit, terwijl Hannibal Pantalucci datzelfde te gelijkertijd ter
+linkerzijde deed, en Cyprianus Méré in het centrum der positie bleef
+voortgaan. Alle drie reden toen op het gemeenschappelijke doel,
+de open vlakte toe.
+
+Cyprianus voelde op dit oogenblik tot zijne overgroote verwondering
+twee armen, die hem met bovenmatige kracht om het middel omstrengelden,
+terwijl Li's stem hem in het oor fluisterde:
+
+"Ik ben het!.... Ik ben op het achterstel van uw paard
+gesprongen!... Spreek geen woord!.... Gij zult straks mijne
+beweegredenen wel begrijpen!"
+
+Cyprianus kwam toen juist bij den rand van het broodboomenboschje aan
+en was op niet meer dan dertig meters van de olifanten verwijderd. Hij
+maakte zijn geweer reeds vaardig om op iedere gebeurlijkheid voorbereid
+te zijn, toen de Chinees hem nog toefluisterde:
+
+"Uw geweer is ontladen!.... Maar laat u dat niet ongerust
+maken!.... Alles gaat goed!.... Waarachtig alles gaat goed!"
+
+Op hetzelfde oogenblik weerklonk de toon van een scherp fluitje,
+dat het teeken voor den algemeenen aanval moest zijn. Dadelijk daarop
+knalde een geweerschot--een enkel slechts--vlak achter Cyprianus.
+
+Deze keerde zich onmiddellijk om en zag Hannibal Pantalucci, die zich
+achter een boomstam trachtte te verschuilen. Maar hij had geen tijd om
+daar lang zijne aandacht op te vestigen, want die werd elders geroepen.
+
+Een der olifanten, door dat schot waarschijnlijk gekwetst en ten
+gevolge van zijne verwonding woedend gemaakt, stormde op hem los. De
+andere dieren namen, zooals de Napolitaan voorzien had, dadelijk de
+vlucht met een schrikkelijk getrappel, dat de grond over een omtrek
+van twee duizend meters deed dreunen.
+
+"Nu zijn we er!" riep Li, die zich steeds aan Cyprianus vastgeklemd
+hield. "Zoodra het dier op het punt zal zijn om u te bereiken, moet
+gij Templar een zijsprong doen uitvoeren!.... Draai dan rondom dien
+struik daar en laat u door den olifant vervolgen.... Het overige neem
+ik op mij."
+
+Cyprianus had slechts den tijd om die aanwijzingen werktuigelijk uit
+te voeren, want de dikhuid stormde met den snuit hoog verheven, met
+bloed beloopen oogen, met open mond en met de voortanden vooruitstekend
+en daarbij eene ongeloofelijke snelheid ontwikkelend, op hem los.
+
+Templar gedroeg zich in die omstandigheden als een oud krijger. Het
+edele dier gehoorzaamde met de meest bewonderenswaardige stiptheid
+aan de drukking der knieën en aan het aanleggen der beenen van
+zijnen berijder, en volvoerde juist op het gewilde oogenblik een
+hevigen zijsprong ter rechterzijde. De olifant, door de zwaartekracht
+voortgedreven, vloog het paard zonder het te raken voorbij ter zelfder
+plaats, die ruiter en paard ter nauwernood verlaten hadden.
+
+Intusschen had de Chinees zich op den grond laten glijden, na zijn
+mes zonder een woord te spreken uit de scheede gehaald te hebben. Met
+een vluggen sprong wierp hij zich achter den struik, dien hij zijn
+baas getoond had.
+
+"Daar!.... daar!.... wend nu om den struik en laat u vervolgen!" riep
+hij andermaal.
+
+De olifant was omgekeerd en kwam nu op hem terug, dubbel verwoed,
+doordat hij bij zijn eersten aanslag niet geslaagd was. Cyprianus,
+alhoewel hij de door Li aangeduide beweging niet begreep, volvoerde
+haar toch stiptelijk. Hij draaide en wendde rondom den struik, door
+het woest ademende dier op de hielen vervolgd. Twee malen ontweek hij
+nog den schok door een plotselingen zijsprong van zijn paard. Maar
+zou die taktiek langen tijd slagen? Hoopte Li het dier zoo af te maken?
+
+Die vragen stelde zich Cyprianus, zonder daarop een voldoend antwoord
+te kunnen geven, toen hij plotseling den olifant tot zijn groote
+verbazing op de knieën zag ineenzakken.
+
+Li, met eene onvergelijkelijke behendigheid van het gunstige oogenblik
+gebruik makende, was door het gras voortgekropen tot onder de pooten
+van het dier en had met één enkelen houw van zijn jachtmes de spier
+van den hiel, die bij den mensch de Achillespees genoemd wordt,
+doorgesneden.
+
+Zoo gaan de Hindoes bij hunne jachtondernemingen op den olifant te
+werk en de Chinees moest die handeling meermalen op Ceylon beoefend
+hebben, af te leiden uit de juistheid en de koelbloedigheid, waarmede
+zij uitgevoerd was. Machteloos en op den grond uitgestrekt, bleef
+de olifant liggen, terwijl zijn kop in het dichte gras verborgen
+scheen. Een beek van bloed stroomde uit de wond en verzwakte hem
+klaarblijkelijk.
+
+"Hoerah!.... Bravo...." riepen Hannibal Pantalucci en James Hilton,
+terwijl zij toen eerst op het tooneel van den strijd verschenen.
+
+"Men moet hem met een kogelschot in het oog afmaken!" zei James Hilton,
+die een onbedwingbare behoefte ondervond, om in beweging te blijven
+en een rol in dit drama te spelen.
+
+Daarop bracht hij den kolf van zijn geweer aan den schouder en
+gaf vuur.
+
+Bijna ter zelfder tijd hoorde men in het lichaam van het reusachtige
+dier het springen van den ontplofbaren kogel. Het ondervond eene
+laatste stuiptrekking en bleef daarna onbeweeglijk liggen evenals
+eene grijsachtige rots langs de boorden van den weg.
+
+"Het is uit met hem!" riep James Hilton, terwijl hij zijn paard
+vooruit dreef tot dicht bij het dier, om beter te kunnen zien.
+
+"Wacht!.... wacht nog!...." scheen de sluwe blik van den Chinees tot
+zijn baas te zeggen.
+
+Er viel niet lang naar het schrikkelijk, maar niet te vermijden
+uiteinde van dat tooneel te wachten.
+
+Inderdaad, nauwelijks was James Hilton dicht bij den olifant gekomen
+en boog hij zich over zijn stijgbeugel om bij wijze van spotternij
+een van zijn groote ooren op te heffen, toen het dier eensklaps zijn
+snuit met eene onverwachte beweging op den onvoorzichtigen jager
+deed neerkomen, hem de wervelkolom brak en het hoofd verbrijzelde,
+voordat de toeschouwers van die schrikkelijke ontknooping den tijd
+hadden om tusschenbeide te treden, ten einde haar te voorkomen.
+
+James Hilton kon slechts een laatsten gil doen hooren. In minder dan
+vier seconden bleef van hem niets anders meer over dan een bloedige
+vleeschklomp, waarop de olifant zich liet neervallen, om niet weer
+op te staan.
+
+"Ik was er zeker van, dat hij zich slechts dood hield," zei de Chinees
+met rustige stem, terwijl hij het hoofd schudde. "De olifanten handelen
+nooit anders, wanneer de gelegenheid er zich toe aanbiedt."
+
+Dat was het eenige rouwbeklag van James Hilton. De jeugdige
+ingenieur, nog onder den indruk van de verraderlijke streek, waarvan
+hij bijna het slachtoffer was geworden, kon de gedachte aan eene
+rechtvaardige wedervergelding niet onderdrukken ten opzichte van een
+der ellendelingen, die hem weerloos aan de blinde woede van een zoo
+schrikkelijk dier had willen overleveren.
+
+Wat de gedachten van den Napolitaan waren? Hij achtte het geraden ze
+voor zich te houden.
+
+De Chinees was middelerwijl reeds met zijn jachtmes bezig om een kuil
+onder de graszoden van de vlakte te maken, waarin hij door Cyprianus
+geholpen, weldra de vormlooze overblijfselen van diens vijand ter
+aarde bestelde.
+
+Dat alles deed eenigen tijd verloren gaan, en de zon stond reeds hoog
+boven den horizon, toen de drie jagers naar het kamp terugkeerden.
+
+Toen zij daar evenwel aankwamen, was hunne verwondering groot!.... Want
+Bardik was er niet meer.
+
+
+
+
+
+ZESTIENDE HOOFDSTUK.
+
+VERRAAD.
+
+
+Wat was er gedurende de afwezigheid van Cyprianus en van zijne beide
+makkers in het kamp voorgevallen? Het was moeielijk te gissen zoolang
+de jeugdige Kaffer niet teruggekomen was.
+
+Men wachtte Bardik dus; men riep hem, men zocht hem langs alle
+kanten. Geen spoor zelfs werd van hem ontdekt. Het ontbijt dat hij
+bezig was geweest klaar te maken, stond naast het uitgedoofde vuur
+en duidde er op, dat zijn verdwijnen eerst sedert twee of drie uren
+geleden plaats had gehad.
+
+Cyprianus kon dus slechts gissen waardoor die verdwijning veroorzaakt
+kon zijn; maar die gissingen werden door niets toegelicht. Het was
+niet waarschijnlijk dat de jeugdige Kaffer door een wild dier kon zijn
+aangevallen; er was geen spoor van een bloedigen strijd, zelfs niet de
+minste wanorde in den omtrek te bespeuren. Dat hij gedrost zou zijn
+om naar zijn land terug te keeren, zooals de Kaffers meermalen doen,
+was noch minder aanneembaar van een kerel, zoo vol toewijding als hij
+was, en de jeugdige ingenieur weigerde bepaald die veronderstelling
+door Hannibal Pantalucci vooropgesteld, voor waar aan te nemen.
+
+Om kort te gaan, de jonge Kaffer bleef, nadat men hem gedurende een
+halven dag gezocht had, afwezig en, wat meer zegt, zijne verdwijning
+bleef geheel onverklaarbaar.
+
+Hannibal Pantalucci en Cyprianus hielden dus raad en kwamen na
+eenige woordenwisseling overeen tot den volgenden morgen te wachten
+alvorens het kamp op te breken. Wellicht kon Bardik nog terugkeeren
+in die tijdsruimte, wanneer hij namelijk verdwaald was geraakt bij
+de vervolging van eenig stuk wild, dat zijne jagersbegeerte kon
+hebben opgewekt.
+
+Maar toen zij zich herinnerden het bezoek dat eene Kafferbende
+hun op een hunner pleisterplaatsen gebracht had en zij rekening
+hielden met de vragen, die toen aan Bardik en aan Li gedaan waren,
+met de vrees, die toen aan den dag gelegd was dat de reizigers, die
+wellicht verspieders waren, het land van Tonaïa zouden binnentrekken,
+toen rees bij hen de vraag, en niet zonder reden, of Bardik niet
+in handen van die inboorlingen gevallen en als gevangene naar hunne
+hoofdplaats gevoerd was.
+
+De dag werd treurig ten einde gebracht en de avond was
+nog droefgeestiger. Het ongeluk scheen op de onderneming te
+rusten. Hannibal Pantalucci was nurks en zweeg als een pot. Zijne
+twee medeplichtigen Friedel en James Hilton waren reeds dood, zoodat
+hij alleen tegenover zijn jeugdigen medeminnaar overbleef. Hij was
+intusschen meer dan ooit besloten zich van dezen te ontdoen. Hij
+wilde alleen blijven, zoowel in de zaak van den diamant als in de
+huwelijkskwestie. En beide gevallen waren voor hem slechts zaken.
+
+Wat Cyprianus aangaat, daar Li hem alles verteld had, wat hij aangaande
+het aftrekken van de patronen van Méré's geweer vernomen had, moest
+hij nacht en dag waakzaam zijn tegenover zijn reismakker. Het is waar,
+dat de Chinees een gedeelte van die waakzaamheid voor zijne rekening
+wilde nemen.
+
+Cyprianus en Hannibal Pantalucci brachten hun avond onder het rooken
+eener pijp of sigaar bij het vuur stilzwijgend door en kropen onder
+de huif van den wagen, zonder elkander zelfs goeden nacht toe te
+wenschen. Het was toen de beurt van Li om bij het vuur te waken,
+dat ontstoken was om de wilde dieren op een afstand te houden.
+
+De jonge Kaffer was den volgenden ochtend bij het krieken van den
+dag niet in het kamp terug.
+
+Cyprianus had nog wel vier en twintig uren willen wachten, ten einde
+aan zijn dienaar nog een laatste kans te verschaffen om terug te
+kunnen keeren; maar de Napolitaan drong er ten sterkste op aan om
+dadelijk te vertrekken.
+
+"Wij kunnen het zeer goed zonder Bardik doen", zei hij "en iedere
+vertraging stelt ons aan de mogelijkheid bloot, Makatit niet meer te
+kunnen inhalen!"
+
+Dat moest Cyprianus erkennen. De Chinees ging er dan ook toe over om
+de trekossen bij elkander te drijven, ten einde te kunnen vertrekken.
+
+Nieuwe teleurstelling; maar dezen keer veel ernstiger dan den
+eersten. Ook de ossen waren niet terug te vinden. Den avond te
+voren lagen zij nog te rusten in het hooge gras, dat rondom het kamp
+groeide.... Thans was er geen enkele te bespeuren.
+
+Toen eerst kon men den omvang van het verlies, dat de expeditie in
+den persoon van Bardik geleden had gevoelen! Indien die intelligente
+dienaar nog op zijn post aanwezig ware geweest, dan zou hij met zijn
+kennis van de gewoonten van het rundergeslacht in Zuid-Afrika, niet in
+gebreke zijn gebleven die dieren, die den geheelen dag rust genoten
+hadden, aan boomstammen of aan piketpalen vast te maken. Gewoonlijk
+was die voorzorg na een langen dagmarsch bij het aankomen van een
+pleisterplaats overbodig. De ossen waren dan uitgeput van vermoeienis
+en dachten aan niets anders dan aan het grazen in de onmiddellijke
+nabijheid van den wagen, waarna zij zich neervlijden, om de nachtrust
+te genieten; zij verwijderden zich dan des morgens hoogstens tot op
+een afstand van honderd meter. Maar zoo was het niet na zulk een dag
+van rust en van volop voeder doorgebracht te hebben.
+
+Klaarblijkelijk was de eerste zorg dier dieren geweest, toen zij
+ontwaakten, om een malscher gras op te zoeken dan dat waaraan zij zich
+den vorigen dag verzadigd hadden. Nog al van dolenden aard zijnde,
+hadden zij zich langzamerhand verwijderd, en waren uit het gezicht
+van het kampement geraakt. Toen door hun instinct voortgezweept, dat
+hen dreef hunne stal op te zoeken, waren zij waarschijnlijk, de een
+achter den ander voortschrijdende, op weg naar de Transvaal getogen.
+
+Dat was een ramp, die wel is waar niet zeldzaam bij dergelijke tochten
+in beneden-Afrika voorkwam, maar daarom niet minder ernstig was;
+want zonder bespanning werd de wagen nutteloos en de wagen is voor
+de Afrikaansche reizigers tegelijkertijd eene woning, een magazijn
+en een versterking.
+
+De teleurstelling van Cyprianus en van Hannibal Pantalucci was dan
+ook groot, toen zij, na een ijverige verkenning van het spoor der
+ossen gedurende twee of drie uren, tot de overtuiging kwamen, dat
+alle hoop om ze terug te krijgen ijdel was.
+
+De toestand was buitengewoon verergerd en men was verplicht andermaal
+raad te beleggen.
+
+Nu was er in de gegeven omstandigheden slechts ééne practische
+oplossing mogelijk en die was: den wagen te verlaten, zich met zooveel
+mondbehoeften en met zooveel munitie te beladen als zij slechts
+dragen konden, en de reis te paard voort te zetten. Werd men dan
+door de omstandigheden begunstigd, dan zou men wellicht weldra in de
+gelegenheid komen om bij een Kafferhoofd een nieuw span ossen tegen
+een geweer of tegen scherpe patronen in te ruilen. Wat Li betreft,
+die zou het paard van James Hilton bestijgen, dat zoo als men weet,
+sedert diens dood zonder meester was.
+
+Men toog toen ijverig aan het werk, om doornachtige takken te kappen,
+om daar mede den wagen zoodanig te bedekken, dat hij onder kunstmatig
+struikgewas verborgen was. Daarna belaadde een ieder zich met hetgeen
+hij in zijne zakken en in zijn ransel bergen kon, zooals linnen,
+laarzen, verduurzaamde levensmiddelen en munitie. Het speet den Chinees
+zeer dat hij zijne roode kist niet kon medenemen van wege de zwaarte;
+maar het was onmogelijk hem te doen besluiten zijn touw achter te
+laten, dat hij onder zijn kiel als een buikband om het middel wond.
+
+Toen de voorbereidingen getroffen waren, wierp men nog een blik op
+de vallei, waarin zooveel treurige gebeurtenissen voorgevallen waren,
+waarna de drie ruiters den weg naar de hoogte insloegen. Die weg was,
+als al de wegen in dit land, een door de wilde dieren platgetrapt
+pad, die steeds, wanneer zij zich naar hunne drenkplaatsen begeven,
+den kortsten weg kiezen.
+
+Het middaguur was voorbij en Cyprianus, Hannibal Pantalucci en Li
+stapten, in weerwil van de brandende zonnestralen, met een goeden pas
+voort totdat de avond viel. Toen zij eindelijk hun kamp in een diep
+ravijn onder een groote overhellende rots opgeslagen hadden en zij
+rondom een flink vuur van droog hout gelegerd waren, erkenden zij,
+dat, alles wel beschouwd, het verlies van hun wagen geen onherstelbaar
+verlies was.
+
+Zoo trokken zij nog gedurende twee dagen voort zonder eigenlijk
+te weten, of zij wel op het spoor waren van den man, dien zij
+zochten. Toch was het zoo. Want toen zij op het einde van den tweeden
+dag bij het vallen van den avond met loome schreden naar een klein
+boschje stapten, waaronder zij den nacht wilden doorbrengen, liet Li
+eensklaps een doordringenden keelklank aan zijne lippen ontsnappen.
+
+"Hugh!" kreet hij, terwijl hij met de hand naar een klein zwart punt
+wees, dat zich bij de laatste lichtstralen, die de avondschemering
+schonk, dicht bij den gezichteinder bewoog.
+
+De blikken van Cyprianus en van Hannibal Pantalucci volgden natuurlijk
+de richting door den vinger van den Chinees aangeduid.
+
+"Dat is Makatit zelf!" hernam Cyprianus, die zich gehaast had zijn
+kijker voor het oog te brengen. "Ik herken zijn karretje en zijn
+struisvogel zeer goed!.... Ja, hij is het!"
+
+Hij reikte zijn kijker aan Hannibal Pantalucci over, die zich van de
+juistheid van het feit kon overtuigen.
+
+"Op welken afstand rekent gij dat die man zich thans van ons
+bevindt?" vroeg Cyprianus.
+
+"Op zijn minst op zeven of acht mijlen," antwoordde de
+Napolitaan. "Wellicht wel op tien."
+
+"Dan behoeven wij er niet aan te denken om hem heden nog, vóór dat
+wij onze dagreis staken, in te halen."
+
+"Dat zeker niet," antwoordde Hannibal Pantalucci. "Binnen een uur
+tijd zal de nacht ingevallen zijn, en dan valt er geen pas meer te
+doen in welke richting ook!"
+
+"Nu goed! maar morgen zullen wij hem wel bereiken, wanneer wij vroeg
+genoeg vertrekken!"
+
+"Dat is mijn gevoelen ook."
+
+De ruiters waren toen bij het boschje aangekomen, alwaar zij
+afstegen. Als gevolg eener onveranderlijke gewoonte, begonnen zij eerst
+hunne paarden te verzorgen. Zij wreven hen zorgvuldig af en borstelden
+hen duchtig, alvorens hen aan de veldpiketten vast te binden, om hen
+te laten grazen. De Chinees ontstak middelerwijl het vuur.
+
+De nacht viel intusschen in. Bij het diner gevoelden zich de reizigers
+dien avond misschien een weinig vroolijker dan zij in de drie laatste
+dagen geweest waren. Toch gingen zij, na het maal verorberd en na het
+wachtvuur behoorlijk voorzien te hebben, zich in hunne dekens rollen
+en legden hunne hoofden op de zadels, ten einde een verkwikkenden
+slaap te genieten; want het was van veel belang, dat zij den volgenden
+morgen vóór het aanbreken van den dageraad op de been waren ten einde
+haastig op reis te kunnen gaan om Makatit in te halen.
+
+Cyprianus en de Chinees waren weldra in een diepen slaap gedompeld--wat
+niet zeer voorzichtig van hun kant mocht heeten.
+
+De Napolitaan althans sliep niet. Hij woelde gedurende twee of drie
+uren onder zijne dekens, als iemand die door een nare gedachte gekweld
+wordt. Een misdadig plan begon zich van hem meester te maken.
+
+Hij kon het eindelijk niet meer uithouden. Hij stond op zonder
+eenig gerucht te maken, naderde de paarden, en zadelde het zijne,
+waarna hij Templar en het paard van den Chinees van de piketten
+los maakte en hen bij het halstertouw wegvoerde. Het fijne gras dat
+den bodem als met een dik mollig tapijt bedekte, belette volkomen
+het getrappel der drie dieren te hooren, die zich met eene domme
+lijdzaamheid lieten heenvoeren, versuft als zij waren, zoo ontijdig
+gewekt te worden. Hannibal Pantalucci geleidde ze tot in het diepste
+gedeelte van het ravijn, op welks helling het kamp opgeslagen was,
+bond hen aan een boom vast en kwam in de kampementsplaats weer,
+alwaar noch de een, noch de andere der beide slapers ontwaakt waren,
+of zich ook maar bewogen hadden.
+
+Toen bracht de Napolitaan zijn reisdeken, zijn karabijn, zijn munitie
+en eenige mondbehoefte bij elkander, waarna hij koelbloedig, wetens
+en willens, zijne makkers te midden van die woestenij verliet.
+
+De gedachte, die hij sedert het ondergaan van de zon gekoesterd
+had, was dat wanneer hij de paarden meevoerde, hij Cyprianus en Li
+buiten staat stelde Makatit te kunnen inhalen. Dat was zich zelven
+dus de overwinning voorbereiden. Het verachtelijke van dat verraad,
+de lafhartigheid die er in gelegen was zijne makkers zoo te berooven,
+makkers, waarvan hij slechts goede diensten ondervonden had, dat alles
+begreep de ellendeling niet, of, begreep hij het toch, het kon hem niet
+doen terugdeinzen. Hij sprong in den zadel en leidde de twee andere
+dieren, die de plek niet verlaten hadden, waar hij ze gelaten had,
+als handpaarden weg. Hij verwijderde zich bij helder maanlicht in
+sterken draf. Cyprianus en Li sliepen steeds. Eerst tegen drie uren
+ontwaakte de Chinees en keek met lodderige oogen naar de sterren,
+die bij den oostelijken gezichteinder begonnen te verbleeken.
+
+"Het is waarachtig tijd om koffie te zetten!" mompelde hij.
+
+En zonder dralen wierp hij zijn deken, waarin hij gerold lag, van zich
+af, sprong op en begon zijn morgentoilet te maken, eene bezigheid,
+die hij in de woestijn evenmin veronachtzaamde als overal elders.
+
+"Waar hangt Pantalucci toch uit?" vroeg hij zich eensklaps af.
+
+De dageraad begon aan te breken en de voorwerpen werden minder
+onduidelijk in het kampement.
+
+"En de paarden zijn er ook niet!" sprak Li in zich zelven. "Zou dat
+puikje der kameraden wellicht...."
+
+En vermoedende wat plaats had gehad, liep hij naar de piketpalen,
+waaraan hij de paarden den vorigen avond gebonden had, maakte de
+ronde om het kampement en kreeg weldra de zekerheid dat de bagage
+van den Napolitaan met hem verdwenen was.
+
+Dat was zoo helder als de dag.
+
+Een blanke zou waarschijnlijk de behoefte geen weerstand hebben
+kunnen bieden om Cyprianus te wekken, ten einde hem dadelijk die zeer
+belangrijke tijding mede te deelen, maar de Chinees was niet van het
+blanke maar van het gele ras, en dacht dat er geen haast bij bestond,
+wanneer het gold eene slechte tijding aan te kondigen. Hij bleef zich
+dus bedaard onledig houden met zijn koffiezetten.
+
+"Het is inderdaad nog lief van dien schoft, dat hij ons onzen voorraad
+levensmiddelen gelaten heeft," mompelde hij.
+
+Toen de koffie behoorlijk en wel door een linnen zak, dien hij
+daartoe bepaald vervaardigd had, gefiltreerd was, schonk Li twee
+kopjes, die uit de schaal van een struisvogelen-ei gesneden waren,
+en die hij gewoonlijk aan zijn knoopsgat opgehangen droeg, vol met
+het geurige mengsel. Daarna naderde hij Cyprianus, die steeds sliep.
+
+"Hier is uw koffie, lekker en wel, vadertje," zei hij beleefd,
+terwijl hij hem den schouder met den vinger aanraakte.
+
+Cyprianus deed lui eerst een en daarna het andere oog open, rekte zich
+de ledematen uit, schonk den Chinees een glimlach, rees overeind en
+verorberde de heerlijke warme koffie.
+
+Toen eerst bemerkte hij de afwezigheid van den Napolitaan, wiens
+slaapplaats natuurlijk leeg was.
+
+"Waar zit Pantalucci toch?" vroeg hij.
+
+"Weg, vadertje!" antwoordde Li op een zoo natuurlijken toon, alsof
+de afwezigheid van den Napolitaan ten gevolge van eene afspraak
+plaats had.
+
+"Hoe?.... Wat?.... Weg?"
+
+"Ja, vadertje, weg met de drie paarden!"
+
+Cyprianus smeet zijn deken van zich en overtuigde zich met één blik
+dat Li waarheid sprak. Die blik zei hem alles. Hij had evenwel eene
+te hooghartige ziel om ook maar in het minste iets van zijn onrust
+of van zijne verontwaardiging te laten blijken.
+
+"Zoo," zei hij, "dat is aardig! Maar de ellendeling moet niet denken,
+dat wij het daarbij laten zullen!"
+
+Cyprianus liep een wijl de kampementsplaats op en neer, in gedachten
+verzonken, om te beslissen wat er nu gedaan moest worden.
+
+"Wij moeten dadelijk vertrekken," zei hij tot den Chinees. "Wij zullen
+dat zadel, dien toom en alles wat ons te lastig is of te zwaar zal
+zijn, hier laten. Wij zullen onze geweren en onze levensmiddelen
+medenemen. Als wij goed doorstappen, kunnen wij bijna even snel
+vooruitkomen, vooral wanneer wij te voet omwegen kunnen mijden of
+afsnijden!"
+
+Li haastte zich om de ontvangen bevelen ten uitvoer te leggen. In
+weinige minuten had hij de dekens opgerold en stonden de reizigers
+gepakt en gezakt gereed. Toen werd alles wat men op deze plek
+achterlaten moest, onder een dichten, grooten hoop struiken verborgen,
+en stapte men voort.
+
+Cyprianus had gelijk gehad, dat het in sommige gevallen gemakkelijker
+zou wezen te voet te reizen. Men kon zoo, door over steile hellingen te
+trekken, die te paard onmogelijk te overschrijden waren, den kortsten
+weg nemen. Maar dat kostte dan ook veel inspanning.
+
+Het was ongeveer één uur in den namiddag, toen beiden de noordelijke
+helling van den bergketen, dien zij sedert drie dagen volgden,
+bereikten. Volgens de inlichtingen, die zij te Lopepo ingewonnen
+hadden, kon men niet ver meer van de hoofdstad van Tonaïa verwijderd
+zijn. Ongelukkiglijk waren de aanwijzingen over den te volgen weg zoo
+oppervlakkig, zoo verward, en waren de uitdrukkingen in het Betjuanen
+spraakeigen zoo weinig te vertrouwen, dat het moeielijk was van te
+voren te weten of men twee, of wel vijf dagen te marcheeren had om
+aan te komen.
+
+Toen Cyprianus en Li de hellingen van het eerste dal, dat zich voor
+hen opende, nadat zij den bergnok overschreden hadden, afdaalden, liet
+de Chinees een keelachtig geluid hooren, dat wel iets van een lach had.
+
+"Giraffen!" riep hij eindelijk uit.
+
+Cyprianus keek uit en bespeurde inderdaad, daar, diep beneden zich een
+twintigtal van die dieren, die bezig waren met grazen in het diepste
+gedeelte van het dal. Niets was bevalliger te zien op dien afstand
+dan hun lange halzen als masten overeind staande of uitgestrekt als
+lange slangen in het gras op een afstand van drie of vier meters van
+hun met gele vlekken bezaaid lichaam.
+
+"Men zou een van die giraffen kunnen vangen," merkte Li op, "om dienst
+te doen in de plaats van Templar."
+
+"Wat, op een giraffe rijden? Wie heeft ooit zoo iets gezien?" riep
+Cyprianus uit.
+
+"Ik weet niet of ooit zoo iets te zien geweest is, maar het hangt maar
+van u af, om zoo iets te kunnen zien," antwoordde de Chinees. "Laat
+mij maar begaan!"
+
+Nooit begon Cyprianus met een zaak voor onmogelijk te houden, wanneer
+zij nog nieuw voor hem was. Hij gaf dus te kennen, dat hij gereed
+was Li in zijne onderneming behulpzaam te zijn.
+
+"Wij bevinden ons beneden 's winds van de giraffen," zei de Chinees,
+"dat is zeer gelukkig voor ons; want zij hebben een zeer fijnen neus
+en zouden ons in het tegenovergestelde geval reeds geroken hebben;
+dus als gij nu langs den rechterkant wilt omtrekken, om hen daarna
+door een geweerschot te verschrikken, zoodanig dat zij naar mijn kant
+gedreven worden, dan is er niet meer noodig, en ik neem het overige
+voor mijne rekening."
+
+Cyprianus legde alles op den grond neer wat zijne bewegingen kon
+hinderen en ging daarop, alleen met zijn geweer gewapend, in de
+aangewezen richting voort, om de beweging te volvoeren, die hem door
+zijn dienaar aangeduid was.
+
+Deze verloor intusschen zijn tijd niet. Hij daalde met vluggen
+pas de steile helling van het dal af, totdat hij bij een gebaand
+pad aangekomen was, dat in het benedengedeelte kronkelde. Dat was
+klaarblijkelijk de gebruikelijke weg der giraffen, te oordeelen althans
+naar de ontelbare afdruksels, welke hunne hoeven in den bodem gelaten
+hadden. Daar nam de Chinees stelling achter een dikken boom, ontrolde
+het lange touw, dat hem nimmer verliet, en sneed het in twee stukken
+van gelijke lengte, die dus dertig meters lang waren. Daarna bond
+hij aan een der uiteinden van elk stuk een dikken keisteen om er een
+voortreffelijken lasso van te maken en maakte het andere uiteinde aan
+een der benedentakken van den boom stevig vast, echter zoodanig dat nog
+een eind touw overschoot dat hij zich om den linkerarm wond. Toen dat
+alles gereed was, verborg hij zich achter den dikken stam en wachtte.
+
+Geen vijf minuten waren voorbijgegaan, toen een geweerschot op
+eenigen afstand knalde. Dadelijk werd een driftig getrappel vernomen,
+dat evenals dat van een eskadron kavallerie iedere seconde al meer
+en meer naderde, en aanduidde dat de giraffen vluchtten, zooals Li
+voorspeld had. Zij volgden hun gewoon pad en kwamen recht op hem
+aan, zonder evenwel de tegenwoordigheid van een vijand te gissen,
+daar deze zich onder den wind bevond.
+
+Het gezicht van die giraffen was inderdaad prachtig. Zij kwamen daar
+aanstuiven met hunne wijd geopende neusgaten, die zij naar de windzijde
+richtten om het gevaar te verkennen, met hunne kleine hoofden, die er
+zeer verschrikt uitzagen, en met hunne hangende tongen. Wat Li betreft,
+die verzuimde geen tijd met hen te bewonderen. Zijne stelling was
+oordeelkundig gekozen, dicht bij eene vernauwing van het pad, waar
+de dieren slechts twee aan twee voorbij konden komen. Hij behoefde
+slechts te wachten.
+
+Hij liet er eerst drie of vier voorbijtrekken, toen er een opmerkende,
+die van een buitengewone grootte was wierp hij zijn eerste lasso
+uit. Het touw floot door de lucht en omsnoerde den hals van het fraaie
+dier, dat nog eenige sprongen deed. Het touw liep evenwel strak en
+belette de ademhaling van het arme slachtoffer, dat dan ook stil
+moest blijven staan.
+
+De Chinees had alweer geen tijd verloren met er naar te staan
+kijken. Nauwelijks had hij gezien, dat zijn lasso het doel bereikt
+had, of hij greep de tweede ter hand en omstrikte daarmede een
+andere giraffe.
+
+Dit lukte niet minder. Dat alles was zoo snel in zijn werk gegaan, dat
+er niet meer dan een halve minuut voor gevorderd was. De geheele kudde
+was reeds uitermate verschrikt uit elkander en naar alle windrichtingen
+gestoven, de gevangen en half geworgde dieren evenwel achterlatende.
+
+"Kom dan toch, vadertje," riep de Chinees tot Cyprianus, die, hoewel
+hij niet veel vertrouwen in de onderneming stelde, toch zoo spoedig
+mogelijk kwam aanloopen.
+
+Hij moest evenwel zijne oogen wel gelooven. Er waren daar twee
+prachtige dieren gevangen, die groot en sterk waren, goed in het
+vleesch zaten, fijne en sterke pooten bezaten en welker huid glom van
+gezondheid. Maar hoe Cyprianus hen ook bekeek en bewonderde, hij kon
+er maar niet toe komen om het denkbeeld, dat die dieren berijdbaar
+te maken zouden zijn, voor verwezenlijking vatbaar te houden.
+
+"Hoe zich inderdaad op zoo'n ruggestreng te houden, die naar het achter
+stel onder een hoek van minstens vijf en veertig graden afdaalt?" vroeg
+hij lachende.
+
+"Door zich op de voorschotten en niet op den rug van het dier te
+zetten," antwoordde Li. "Zou het daarenboven zoo moeilijk zijn een
+opgerolden deken onder het achterstuk van het zadel te plaatsen?"
+
+"Wij hebben geen zadel."
+
+"Ik zal het uwe straks gaan halen."
+
+"En welk gebit wilt ge in zoo'n mond aanleggen?"
+
+"Dat zult ge spoedig zien."
+
+De Chinees had antwoord op alles, een deksel op alle pannetjes, zooals
+men zegt, en bij hem volgden de daden al heel spoedig op de woorden.
+
+Het tijdstip om het middagmaal te nuttigen, was nog niet aangebroken,
+of de slimme bewoner van het Hemelsche rijk had reeds twee stevige
+halsters van een gedeelte van zijn touw gemaakt, en deed die om de
+hoofden en de halzen van de giraffen. De arme dieren waren zoo versuft
+door het ongeval, hetwelk hen overkomen was, en waren daarenboven
+zoo zacht van aard, dat zij volstrekt geen weerstand boden. Andere
+stukken touw zouden tot teugels dienen.
+
+Toen die voorbereidende maatregelen getroffen en beëindigd waren,
+was er ter wereld niets gemakkelijker dan de gevangen dieren bij
+het halstertouw heen te voeren. Toen keerden Cyprianus en Li naar
+hunne kampementsplaats van den vorigen dag terug, om het zadel en de
+voorwerpen, die zij achter hadden moeten laten, te halen.
+
+De namiddag en de avond gingen voorbij onder het nemen dier
+beschikkingen. De Chinees bewees werkelijk eene bewonderenswaardige
+behendigheid te bezitten. Niet alleen had hij weldra het zadel van
+Cyprianus zoodanig gewijzigd dat het horizontaal op den rug van een
+der giraffen kon gelegd worden, maar hij vervaardigde er ook een voor
+zich, en dat wel van takken van het geboomte. Vervolgens hield hij
+zich uit overmaat van voorzorg gedurende het overige gedeelte van den
+nacht onledig met den weerstand der twee giraffen te fnuiken, door
+hen herhaaldelijk te bestijgen en door hen door afdoende en gevoelige
+middelen aan het verstand te brengen dat zij hem gehoorzamen moesten.
+
+
+
+
+
+ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.
+
+EEN AFRIKAANSCHE WEDREN.
+
+
+Toen de twee ruiters den volgenden morgen vertrokken, was hun
+aanblik inderdaad koddig en vreemdsoortig. Het is twijfelachtig of
+Cyprianus zich zoo wel voor miss Watkins in de groote straat van het
+kamp Vandergaart zou hebben willen vertoonen. Maar men moest zich
+in de omstandigheden schikken. Men bevond zich in de woestijn, en,
+alles wel beschouwd, waren de giraffen geen vreemdsoortiger rijdieren
+dan de drommedarissen. Hun gang had zelfs eenige overeenkomst met die
+"woestijn-schepen". Die gang was afgrijselijk hard en ging gepaard met
+een daadwerkelijk stampen als een vaartuig in een moeielijke zee. Dit
+bezorgde dan ook als onmiddellijk gevolg onzen beiden reizigers bij
+den aanvang der reis een gevoel als van beginnende zeeziekte.
+
+Maar, na twee of drie uren boven op die dieren doorgebracht te hebben,
+waren Cyprianus en de Chinees genoegzaam aan die beweging gewend. Nu
+moet erkend worden dat de giraffen met een goeden pas doorstapten en
+zich zeer onderdanig betoonden, na evenwel eenige pogingen tot opstand
+aangewend te hebben, die echter dadelijk onderdrukt werden. Alles
+liep dus ten beste uit.
+
+Het kwam er nu op aan, met kracht al den verloren tijd van de laatste
+drie of vier dagen der reis zoo spoedig mogelijk in te halen. Makatit
+moest hen thans een goed eind weegs vooruit zijn. Zou Hannibal
+Pantalucci hem niet reeds bereikt hebben? Wat er ook van aan mocht
+zijn, Cyprianus was vastbesloten niets te verwaarloozen wat hem tot
+zijn doel kon voeren.
+
+Na drie dagen marsch waren de cavalleristen, of beter de girafferuiters
+in het vlakke land aangekomen. Zij volgden thans den rechteroever
+van een bochtigen waterstroom, welks hoofdrichting juist naar het
+noorden was.
+
+Het was waarschijnlijk een cijnsplichtige nevenrivier van de
+Zambesi. De giraffen waren nu behoorlijk getemd. Daarenboven verzwakt
+door de lange dagreizen, die zij afgelegd hadden, maar niet minder
+door de schrale voeding, waaraan Li hen met voordacht stelselmatig
+onderwierp, lieten zij zich zeer gemakkelijk mennen. Cyprianus kon
+nu de lange teugels van zijn rijdier laten glippen, om het alleen
+door het aanleggen van de knieën te besturen.
+
+Toen hij dan ook van die zorg bevrijd was, ondervond hij een waar
+genoegen, bij het verlaten van die woeste en verlaten streken,
+die hij tot nu toe doorreisd had, thans al de sporen eener
+reeds vrij ontwikkelde beschaving rondom zich te ontwaren. Hij
+bemerkte van afstand tot afstand manioc- of taro-velden, die zeer
+regelmatig aangelegd waren en besproeid werden door een stelsel van
+bamboebuizen, die aan elkander bevestigd waren en het water uit de
+rivier aanvoerden. Voorts zag hij breede en goed verharde wegen,
+zoodat het algemeene uiterlijk van eenige welvaart getuigde. Op de
+heuvelen, die den gezichteinder begrensden, verhieven zich witte
+hutten, die een dungezaaide bevolking huisvesting verleenden.
+
+Toch gevoelde men dat men zich nog op de grenzen der woestijn bevond;
+dit was ten minste af te leiden uit het verbazend groot aantal wilde
+dieren, herkauwers en ook andere, die allerwege ontwaard werden en
+die deze vlakte bevolkten. Hier en daar verduisterden groote zwermen
+gevogelte als het ware de lucht. Men zag geheele kudden van gazellen
+of antilopen, die voorbij trokken. Soms verhief een monsterachtig
+nijlpaard zijn kop boven de oppervlakte der rivier, blies met kracht
+het water uit zijne neusgaten en dook weer onder, waarbij hij het
+gedruisch en het geklots van een waterval maakte.
+
+Cyprianus was zoo geheel in de beschouwing van die tooneelen verdiept,
+dat hij onmogelijk bedacht kon zijn op een ander, dat het toeval
+hem bij een der buigingen van den heuvel, welken hij met zijn makker
+volgde, bereidde.
+
+Dat was niet meer of minder dan de aanblik van Hannibal Pantalucci,
+die steeds te paard, met lossen teugel jacht maakte op Makatit in
+eigen persoon. Hoogstens een mijl scheidde hen nog van elkander, maar
+de afstand, die tusschen hen en Cyprianus en den Chinees bestond,
+was wel op vier mijlen te schatten.
+
+De zon scheen helder en hare stralen schoten schier loodrecht neer
+in de vlakte, die als met een schitterend licht overstroomd werd. De
+dampkring was helder doorschijnend, gezuiverd als hij was door een
+heviger, oostenwind, die toen heerschte. Neen, er viel geen twijfel
+te koesteren; het oog kon zich niet vergissen.
+
+Beiden waren zoo opgewonden door die ontdekking, dat hun
+eerste beweging was haar te vieren met eene wezenlijk arabische
+fantasia. Cyprianus liet een vroolijk hoerah hooren, en Li een
+keelklankachtig "hugh", wat hetzelfde moest beduiden. Daarna zetten
+zij hunne giraffen in sterken draf.
+
+Klaarblijkelijk had Makatit den Napolitaan, die veld op hem begon te
+winnen, bespeurd, maar hij kon zijn ouden baas en zijn makker van het
+Vandergaarts-kopje niet zien, daar zij nog te ver verwijderd waren
+en zich op den rand der vlakte bevonden.
+
+De jonge Kaffer bespoedigde dan ook zooveel mogelijk den gang van
+zijn karretje. Hij wist dat Hannibal Pantalucci de man niet was om
+hem genade te schenken. Integendeel, hij zou hem, zonder naar eenigen
+uitleg te willen luisteren, als een hond dooden. De struisvogel, die
+het karretje trok vloog over de vlakte en wel met zulk een snelheid
+en zulk een kracht, dat toen hij plotseling tegen een zwaren steen
+stuitte, er zoo'n hevige schok plaats had, dat de as van het voertuig,
+dat toch al op zulk eene lange en moeielijke reis veel geleden had,
+afknapte. Een der wielen ontsnapte aan de as, en Makatit en zijn
+voertuig rolden over den weg.
+
+De arme Kaffer werd wel gehavend bij zijn val. Maar de schrik, die hem
+beheerschte, hield de overhand zelfs bij dien schok, of beter gezegd:
+hij werd daardoor verdubbeld. Hij was overtuigd dat het met hem gedaan
+zou zijn, wanneer hij door den Napolitaan ingehaald werd. Hij vloog
+dan ook zoo spoedig mogelijk op, spande dadelijk zijn struisvogel af
+en, schrijlings op het dier springende, bracht hij het in galop.
+
+Nu begon een dolle wedren, een wedren, die iemand duizelingen kon
+bezorgen, een wedren, die nimmer op aarde gezien was, sedert de
+Romeinsche voorstellingen in het circus afgeschaft waren, alwaar
+de wedrennen van struisvogels en giraffen soms op het programma
+voorkwamen.
+
+En inderdaad, terwijl Hannibal Pantalucci Makatit vervolgde, zetten
+Cyprianus en Li hem en ook den andere achterna. Hadden die beide
+laatsten niet allen grond om beiden te willen vatten, zoowel den jongen
+Kaffer om aan de kwestie van den gestolen diamant een einde te maken,
+als den valschen Napolitaan om hem te tuchtigen, zooals hij verdiende?
+
+De giraffen, behoorlijk aangezet door hunne ruiters, die het ongeval
+van Makatit gezien hadden, spoedden zoo snel voort, alsof het
+raspaarden van zuiver bloed waren. Zij strekten hunne lange halzen
+vooruit, openden den mond, draaiden de ooren achteruit en stoven zoo
+voort, terwijl zij met alle kracht gespoord en gekarwatst werden,
+om hen tot de grootst mogelijke snelheid die zij ontwikkelen konden,
+te brengen.
+
+Wat den struisvogel van Makatit aangaat, diens snelheid grensde aan
+het wonderbaarlijke. Er was geen enkel raspaard, al ware het ook
+de overwinnaar te Derby geweest, al had het ook den eersten prijs
+te Parijs gewonnen, dat in staat zoude geweest zijn om het tegen
+dat pluimdier vol te houden. Zijne korte vleugels, die ongeschikt
+waren om te vliegen, werden nu als roeispanen gebezigd om de lucht
+te klieven en zoo den gang te versnellen. Dat alles ging zoo gauw in
+zijn werk, dat in minder dan weinige minuten de jeugdige Kaffer een
+aanmerkelijken voorsprong op zijn vervolger gewonnen had.
+
+Ja zeker, Makatit had zijn trek- nu rijdier goed gekozen, toen hij
+daartoe het oog op een struisvogel sloeg!
+
+Als hij dien gang nog maar een kwartier uurs kon volhouden, dan was
+hij voorzeker buiten het bereik van den Napolitaan gekomen. Dan was
+hij gered!
+
+Hannibal Pantalucci begreep zeer goed, dat de minste draling hem
+geheel en al zijn voordeel zou doen verliezen. Reeds groeide de
+afstand tusschen hem en den vluchteling aan. Aan den anderen kant
+van het maisveld, waarin die jacht plaats had, strekte zich een dicht
+bosch van slingerplanten en Indische vijgeboomen, dat hevig door den
+wind gezweept werd, tot op eene gezichtsverte uit. Wanneer Makatit die
+wildernis bereikte, dan zou het onmogelijk zijn hem terug te vinden,
+omdat men hem dan niet meer zien kon. Hij zou daarin even verscholen
+zijn als eene naald in een hooischelf.
+
+Cyprianus en de Chinees volgden, terwijl zij voortgaloppeerden, dien
+wedstrijd met de meeste belangstelling, hetgeen de lezer wel begrijpen
+zal. Zij waren eindelijk aan den voet van den heuvel aangekomen en
+renden nu door de vlakte, maar drie mijlen scheidden hen nog van den
+jager en van den gejaagde.
+
+Zij bemerkten evenwel dat de Napolitaan door eene ongehoorde inspanning
+eenigermate op den vluchteling gewonnen had. Hetzij dat de struisvogel
+van Makatit vermoeid begon te worden, hetzij dat het arme dier zich
+gewond had aan een boomstronk of aan een rotssteen, maar zijne snelheid
+was verbazend verminderd. Hannibal Pantalucci bevond zich weldra niet
+meer dan drie honderd meter van den Kaffer verwijderd.
+
+Maar Makatit had eindelijk den rand van de bovenbedoelde wildernis
+bereikt. Hij verdween er plotseling in, terwijl in hetzelfde oogenblik
+het paard van Hannibal Pantalucci struikelde, hij zandruiter werd en
+over den weg rolde, en het dier over de vlakte ontsnapte.
+
+"Wij zijn Makatit kwijt!" riep Li uit.
+
+"Ja, maar die Pantalucci, die ellendeling is ons!" antwoordde
+Cyprianus.
+
+En beiden zetten hun giraffen nog meer aan.
+
+Een half uur later hadden zij bijna geheel het maisveld in zijne volle
+breedte overgestoken en bevonden zich op niet meer dan vijfhonderd
+passen van de plek, waar de Napolitaan gevallen was. De vraag voor
+hen was thans of Hannibal Pantalucci had kunnen opstaan en of hij de
+wildernis van lianen had kunnen bereiken, of wel op den grond lag,
+zwaar gekwetst door zijn val--wellicht gedood.
+
+Neen, de ellendeling lag daar. Honderd pas verder brachten Cyprianus
+en Li hunne giraffen tot staan. Zie hier wat er was gebeurd.
+
+De Napolitaan, verblind door de opgewondenheid van de jacht, die
+hij maakte, had een reusachtig net niet bespeurd, hetwelk door de
+Kaffers gespannen was om de vogels te vangen, die hunnen oogst zoo
+zeer plunderden en hun daardoor veel schade berokkenden. Welnu, in
+zulk een net was Hannibal Pantalucci te recht gekomen en daarin had
+hij zich verward.
+
+En het was waarlijk geen klein net ook! Het bedroeg langs de zijden
+minstens vijftig meters en bevatte reeds vele duizendtallen vogels
+van allerhande soort, van alle grootte, van allerhande bontgekleurde
+gevederte, onder andere ook een half dozijn van die groote gypaëten,
+die eene vlucht hebben van anderhalven meter en die zich in Zuid-Afrika
+te huis gevoelden.
+
+De val van den Napolitaan te midden van die vogelen-wereld had deze
+laatste natuurlijk ten hoogste verschrikt en deed hen wild door
+elkander vliegen.
+
+Hannibal Pantalucci, eerst verdoofd en duizelig door zijn val, had
+evenwel getracht dadelijk op te staan. Maar zijne handen en voeten
+zaten zoo degelijk gevangen in de mazen van het net, dat het hem bij
+de eerste poging niet gelukte, zich daaruit te ontwarren.
+
+Hij had echter geen tijd te verliezen. Hij deed dan ook schrikkelijke
+rukken en trok uit alle macht aan het net, terwijl hij het optilde en
+het los trok van de piketpalen, waarmede het aan den grond vastgemaakt
+was; terwijl de vogels groot en klein, hem bij dat werk hielpen om
+te kunnen ontvluchten.
+
+Maar hoe meer de Napolitaan zich afsloofde, hoe meer hij zich in de
+stevige mazen van het onmetelijke net verwarde.
+
+Een groote vernedering werd hem bovendien niet gespaard. Een der
+giraffen had hem eindelijk bereikt en wel die, welke door den Chinees
+bereden werd. Li was van zijn rijdier afgesprongen en had zich met
+zijne koelbloedige spotzucht gehaast den kant van het net, dat het
+dichtst bij hem was, los te maken, om de hoekvleugels daarvan op
+elkaar te leggen, daarbij van de gedachte uitgaande, dat het zekerste
+middel om zich van den gevangene meester te maken, daarin bestond,
+dat hij hem in dat net moest rollen.
+
+Maar in dat oogenblik gebeurde iets zeer onverwachts, dat inderdaad
+naar tooverij zweemde.
+
+De wind kwam namelijk met een buitengewone kracht opzetten en boog
+daarbij al de boomen in den omtrek, alsof een machtige hoos over den
+bodem voortschreed.
+
+Nu had Pantalucci bij zijne wanhopige pogingen reeds een groot aantal
+piketpalen, die het net bij den benedenkant weerhielden, uit den grond
+gerukt. Toen hij zich op het punt zag gevangen genomen te worden,
+deed hij nog heviger rukken.
+
+Plotseling werd het net door een nieuwen aanval van de bui
+losgerukt. De laatste banden, die dat onmetelijke touwweefsel aan den
+grond bevestigd hielden, werden stuk getrokken en de gevederde kolonie,
+die daarin besloten was, nam hare vlucht. De kleine vogels slaagden
+er in om te ontsnappen; maar de grootere hadden de klauwen in de mazen
+verward, terzelfder tijd toen hunne vleugels vrij raakten en zich met
+een eenparige beweging bewogen. Al die vereenigde lucht-roeiriemen,
+al die borstspieren, welker bewegingen gelijkmatig geschiedden,
+vormden met de bui, die inviel, eene zoo kolossale kracht, dat voor
+haar honderd kilogrammen niet meer dan eene veer wogen.
+
+Het net, dat over elkander rolde en zoo meer vat aan den wind aanbood,
+werd met Hannibal Pantalucci, die nog slechts met de handen in de mazen
+verward was, plotseling opgenomen en opgevoerd tot vijf-en-twintig
+of dertig meters van den grond.
+
+Cyprianus kwam in dit oogenblik op het terrein aan, om getuige te
+zijn van de opstijging van zijn vijand naar de wolkenstreek.
+
+De gypaëten, door die krachtsinspanning uitgeput, neigden in
+dat oogenblik zichtbaar ter aarde en beschreven een uitgestrekte
+parabool. In minder dan drie seconden kwam het net bij den bovenrand
+van de wildernis aan, waarvan het de boventakken scheerde op drie of
+vier meters hoog van den grond. Toen steeg het evenwel weer voor de
+laatste maal in de lucht.
+
+Cyprianus en Li zagen met schrik dien rampzalige aan dat net hangen,
+dat dezen keer meer dan honderd vijftig voet door eene laatste
+krachtsinspanning van die reusachtige vogels, door de bui geholpen,
+werd opgevoerd.
+
+Plotseling bezweken eenige mazen onder de wanhopige stuiptrekkingen
+van den Napolitaan. Men zag hem gedurende een ondeelbaar oogenblik
+aan zijne handen hangen en pogingen aanwenden om de touwen van het
+net andermaal te grijpen.... Maar zijne krachten schoten te kort,
+zijne handen openden zich, hij liet los, viel als een blok naar
+beneden en werd op den grond verbrijzeld.
+
+Het net, van dat gewicht ontlast, vloog hooger in de lucht en ontrolde
+zich eenige mijlen verder, terwijl de gypaëten eindelijk losgeraakt,
+zich in het hemelruim voor het oog verloren.
+
+Toen Cyprianus toeschoot om hulp te bieden, was het te laat. Zijn
+vijand was een naren dood gestorven.
+
+Van de vier mededingers, die met hetzelfde doel voor oogen de vlakten
+van de Transvaal ingetrokken waren, bleef hij nog maar alleen over.
+
+
+
+
+
+ACHTTIENDE HOOFDSTUK.
+
+DE PRATENDE STRUISVOGEL.
+
+
+Cyprianus en Li hadden slechts één gedachte na die verschrikkelijke
+ontknooping, namelijk: de plek zoo spoedig mogelijk te ontvlieden,
+waar zij had plaats gehad.
+
+Zij besloten derhalve om langs den noorderkant der wildernis voort
+te trekken en bereikten zoo na een marsch van meer dan een uur de
+bedding van een bergstroom, die evenwel in dit jaargetijde bijna
+droog was en die in die wildernis eene bres maakte, waarlangs men
+dat moeielijke terreingedeelte kon omtrekken.
+
+Daar wachtte den reizigers een nieuwe verrassing. Die bergstroom
+mondde in een vrij uitgestrekt meer uit, op welks oevers een
+weelderige plantengroei zich vertoonde, die tot nu het gezicht van
+die wateroppervlakte verborgen had gehouden.
+
+Cyprianus had willen terugkeeren, door langs de oevers van dat meer
+voort te trekken; maar die oevers waren bij wijle zoo steil, dat hij
+dat plan moest laten varen. Van een anderen kant, wanneer hij langs
+den weg, dien hij gekomen was terugkeerde, ging de hoop verloren om
+Makatit te ontmoeten.
+
+Intusschen verrezen op den tegenoverliggenden oever van het meer eenige
+heuvelen, die door eene aaneenschakeling van terreingolvingen aan
+elkander en aan hoogere, meer achterwaarts gelegen bergen verbonden
+waren. Cyprianus opperde het denkbeeld, dat, wanneer zij den top
+daarvan zouden bereikt hebben, men een beter overzicht van het terrein
+zou hebben en het dan mogelijk was een verder plan te beramen.
+
+Li en hij gingen dus andermaal op weg, om het meer om te trekken. De
+afwezigheid van ieder gebaand pad maakte dien tocht zeer moeielijk,
+vooral daar zij meestal genoodzaakt waren de twee giraffen bij de
+teugels voort te trekken. Zij hadden dan ook meer dan drie volle uren
+noodig, om een afstand van zeven of acht kilometers in rechte lijn
+af te leggen.
+
+Toen zij eindelijk het meer omgetrokken en nagenoeg aangekomen
+waren, vlak tegenover het punt aan de overzijde gelegen, vanwaar
+zij vertrokken waren, was de nacht nabij. Zij besloten dan ook,
+doodvermoeid als zij waren, om op die plek te kampeeren. Maar met de
+weinige middelen, die zij thans nog bezaten, kon die inrichting niet
+veel gemakken aanbieden. Maar Li hield er zich met zijn gewonen ijver
+mede bezig. Toen hij klaar was, voegde hij zich bij zijn meester.
+
+"Vadertje," zei hij met zijne fleemende maar toch opwekkende stem, "ik
+zie dat ge zeer vermoeid zijt. Onze mondvoorraad is bijna uitgeput. Ik
+zal een dorp gaan opzoeken, waar men mij niet weigeren zal ons te
+hulp te komen."
+
+"Wilt ge mij verlaten, Li?" riep Cyprianus eerst uit.
+
+"Het moet, vadertje!" antwoordde de Chinees. "Ik zal een der
+giraffen nemen en dan noordwaarts optrekken!.... De hoofdstad van
+Tonaïa, waarvan Lopepo ons gesproken heeft, kan thans niet ver meer
+verwijderd zijn en ik zal het wel zoo maken, dat gij daar een goede
+ontvangst zult vinden. Daarna zullen wij naar Grikwaland terugkeeren,
+waar gij niets meer te vreezen zult hebben van die ellendelingen,
+die alle drie op deze expeditie bezweken zijn."
+
+De jeugdige ingenieur dacht over het voorstel na, dat hem door den
+hem zoo toegewijden Chinees gedaan was. Hij begreep dat, wanneer
+de Kaffer kon teruggevonden worden, het in die streek zou zijn,
+waarin hij daags te voren een blik had kunnen werpen. Het was dus
+zaak die niet te verlaten. Maar van den anderen kant moest er aan
+gedacht worden om hunne hulpmiddelen aan te vullen, die nu geheel
+onvoldoende geworden waren. Cyprianus besloot dan ook, hoewel hij
+het zeer betreurde, van Li te scheiden en er werd overeengekomen
+dat hij hem op deze plek gedurende acht-en-veertig uren wachten
+zou. In die acht-en-veertig uren zou de Chinees, zijne snelvoetige
+giraffe berijdende, in deze streek een eind weegs kunnen afleggen en
+gemakkelijk op de kampementsplaats terug zijn.
+
+Toen men tot dat besluit gekomen was, wilde Li geen oogenblik
+verliezen. Aan rusten dacht hij volstrekt niet. Hij zei het wel zonder
+slapen te kunnen doen! Hij zei dus Cyprianus vaarwel door goedhartig
+hem de hand te kussen, vatte zijn giraffe bij den teugel, sprong er
+op en verdween in de nachtelijke duisternis.
+
+Cyprianus Méré bevond zich thans, voor de eerste maal sedert zijn
+vertrek van de Vandergaart-Kopjes-mijn, alleen in de woestijn. Hij
+gevoelde zich uitermate treurig gestemd en kon niet nalaten, nadat
+hij zich in zijn reisdeken gewikkeld had, zich aan de naarste
+voorgevoelens over te geven. Hij was daar alleen, bijna zonder
+levensmiddelen en munitie! Wat moest er van hem worden in dit
+onbekende land, op honderden mijlen afstands van ieder beschaafd
+oord? Makatit bereiken? Ja, daartoe was thans de kans gering. Kon die
+zich niet op een afstand van een halven kilometer van hem bevinden,
+zonder dat hij, Cyprianus, zulks kon gissen? Inderdaad, die geheele
+onderneming was een zeer rampspoedige geweest en was slechts door
+tragische gebeurtenissen gekenmerkt geworden. Bijna iedere honderd
+mijlen, die voorwaarts geschreden waren, had aan een der leden van
+het gezelschap het leven gekost. Eén bleef nog over.... Eén.... en
+dat was hijzelf.... Was hij wellicht ook voorbeschikt om even ellendig
+aan den eindpaal van zijn leven te komen als de anderen?
+
+Dat waren de droeve nabetrachtingen, die het brein van Cyprianus
+bestormden; toch slaagde hij er in om in te slapen.
+
+De morgenkoelte en de rust, die hij gesmaakt had, gaven bij zijn
+ontwaken een meer vertrouwvolle richting aan zijne gedachten. Hij
+besloot, in afwachting van den terugkeer van den Chinees, den hoogen
+heuvel te beklimmen, aan wiens voet hij halt gemaakt had. Hij zou zoo
+met den blik een meer uitgestrekt terrein kunnen overzien en wellicht
+zou hij, met behulp van zijn verrekijker, er in slagen eenig spoor
+van Makatit te ontdekken. Maar om die beklimming te kunnen uitvoeren,
+moest hij zijne giraffe achterlaten; geen dierkundige had toch ooit
+zoo'n viervoeter onder de klauteraars gerangschikt.
+
+Cyprianus begon haar te ontdoen van den halster, die door Li zoo
+behendig en vlug vervaardigd was.
+
+Daarna bond hij haar met een poot aan een boom vast, die met
+overvloedig malsch gras omringd was en liet het touw zoolang schieten,
+dat het dier voldoende en gemakkelijk kon grazen. En waarlijk, wanneer
+men de lengte van den hals van de giraffe bij die van het touw voegde,
+dan was de kring, waarbinnen het bevallige dier grazen kon, vrij
+uitgestrekt en meer dan voldoende te rekenen.
+
+Toen die voorbereiding getroffen was, nam Cyprianus zijn geweer over
+den eenen schouder, zijn deken behoorlijk opgerold over den anderen
+en na met een vriendschappelijken klap afscheid van zijn giraffe
+genomen te hebben, begon hij de bestijging van den berg.
+
+Die bestijging was lang en moeitevol. Hij bracht den geheelen
+dag door met uiterst steile hellingen op te klimmen, met rotsen
+of onoverkomelijke spitsen om te trekken en met langs den oost-
+of zuidkant te beproeven, wat hij te vergeefs langs den noord- of
+westkant beproefd had.
+
+Toen de nacht begon te dalen, was Cyprianus nog maar ter halver hoogte
+van den berg aangekomen en moest dus de verdere bestijging tot den
+volgenden morgen uitstellen.
+
+Bij het aanbreken van den dag steeg hij verder, na eerst goed
+uitgekeken te hebben, of Li nog niet in de kampementsplaats
+teruggekeerd was, en kwam hij tegen elf uur des voormiddags op
+den top van den berg aan. Eene groote teleurstelling wachtte hem
+daar. De hemel was met wolken bedekt. Dichte nevelen zweefden langs de
+benedenhellingen van den berg. Cyprianus trachtte te vergeefs met den
+blik dat gordijn te doorboren, ten einde de dalen te doorzoeken. Maar
+het geheele landschap verdween onder eene opeenhooping van vormlooze
+dampen, die niet toelieten iets daaronder te onderscheiden.
+
+Cyprianus hield evenwel vol, en wachtte, steeds hopende dat die
+nevels zouden optrekken en dat hij dien uitgestrekten gezichteinder
+zou ontwaren, dien hij hoopte te zien. Het was te vergeefs. Naar mate
+de dag vorderde, schenen de wolken in dikte toe te nemen, terwijl
+het bij het invallen van den nacht bepaald begon te regenen.
+
+De jeugdige ingenieur werd dus door dat prozaïsche luchtverschijnsel
+overvallen, juist toen hij op dien kalen top zich bevond, waarop geen
+enkele boom, zelfs geen rots te vinden was, die eenige beschutting
+kon aanbieden; niets dan de kale uitgedroogde bodem, terwijl de nacht
+spoedig inviel, vergezeld van dien fijnen regen, die langzamerhand
+alles, zoowel de deken als de kleeding, door en door nat maakte.
+
+De toestand werd kritiek en toch moest Cyprianus er vrede mede
+hebben. Want in de gegeven omstandigheden de afklimming van den berg
+te beproeven, zou inderdaad eene dwaasheid genoemd moeten worden. Hij
+was dus verplicht zich tot op het lichaam nat te laten regenen; maar
+hij rekende er op, zich den volgenden morgen in de zonnestralen te
+kunnen laten drogen.
+
+Toen het eerste oogenblik van kwade luim voorbij was, beschouwde hij
+dien regen als een verkwikkend stortbad, dat hem de droogte en de
+warmte van de vorige dagen vergoedde. Hij maakte zich wijs, om zich
+zelven over dat koopje te troosten, dat die regen niets onaangenaams in
+zich had. Wat hem evenwel minder beviel, was dat hij zijn middagmaal
+zoo niet geheel rauw, dan toch geheel koud moest gebruiken. Vuur toch
+te doen ontbranden, of ook maar een lucifer te doen ontvlammen in zoo'n
+weer, was totaal onmogelijk en daaraan kon niet gedacht worden. Hij
+vergenoegde zich dus met een blik verduurzaamde levensmiddelen te
+openen en den inhoud, zooals hij was, op te peuzelen.
+
+Een of twee uur later voelde de jeugdige ingenieur zich verkleumd
+door den killen regen. Hij legde zijn hoofd op een zwaren steen,
+wikkelde zich in zijne druipende deken en sliep in. Toen hij wakker
+werd, was het reeds geheel dag en leed hij aan eene zware koorts.
+
+Cyprianus begreep dat hij verloren was, wanneer hij in dien stortregen
+bleef, want het weer was al slechter en slechter geworden, zoodat nu
+het water met stroomen uit de lucht viel. Hij poogde overeind te komen
+en geleund op zijn geweer, hetwelk hij als een steunstok gebruikte,
+begon hij den berg af te dalen.
+
+Hoe kwam hij beneden? Dat zou hij waarachtig niet hebben kunnen
+zeggen. Nu eens rolde hij langs de kletsnatte hellingen, dan weer liet
+hij zich langs kletsnatte rotsen afglijden en zoo zette hij gehavend,
+hijgend, verblind, door de koorts verteerd, den weg voort en kwam
+tegen het middaguur in de kampementsplaats aan, waar hij zijne giraffe
+had achtergelaten.
+
+Maar het dier was weg. Het was waarschijnlijk ongeduldig geworden,
+toen het zich zoo alleen zag; het was waarschijnlijk ook door den
+honger gekweld geworden, want het gras was, tot zoover het touw het
+dier toegelaten had te reiken, schoon afgegraasd. Het had dan ook dat
+touw aangetast en was vrij geworden, toen het dit doorgeknabbeld had.
+
+Cyprianus zou dien nieuwen slag, dien het ongeluk hem toebracht,
+gevoeld hebben, wanneer hij in zijn normalen toestand geweest
+ware. Maar hij was uitermate moede en de loomheid daardoor veroorzaakt,
+liet hem de kracht daar niet toe. Toen hij aangekomen was, kon hij
+nog slechts zijn ransel grijpen, dien hij gelukkig terug vond, om
+droge kleederen aan te trekken. Daar nu viel hij doodvermoeid onder
+een broodvruchtenboom neer, die de kampementsplaats overschaduwde.
+
+Toen ondervond hij een zonderlingen toestand van slaperigheid, van
+koortsachtigheid, van ijlhoofdigheid, waarin al zijne gewaarwordingen
+zich oplosten, waarin de tijd, de ruimte, de afstanden geen
+beteekenis voor hem hadden. Was het nacht of dag? Regende het,
+of scheen de zon? Hoe lang lag hij daar? Sedert twaalf uren of
+sedert zestig? Leefde hij nog, of was hij dood reeds? Hij was
+onmachtig daarop te antwoorden. De meest behaaglijke droomen en de
+verschrikkelijkste spookgezichten wisselden elkander voortdurend in
+zijn ziek brein af. Parijs, de mijnschool, de ouderlijke haard, de
+hoeve te Vandergaart-Kopje Kopje, Miss Watkins, Hannibal Pantalucci,
+Hilton, Friedel en legioenen olifanten. Makatit en geheele vluchten
+vogels die over een hemel zonder grenzen verspreid waren, al zijne
+herinneringen, al zijne gewaarwordingen, al zijne antipathieën,
+al zijne teedere gevoelens, woelden in zijne hersenen als in eene
+onmetelijken maalstroom. Bij die scheppingen der koorts mengden zich
+soms gewaarwordingen, die hare oorzaak buiten hem hadden. Wat vooral
+vreeselijk was, dat was dat de zieke te midden van een ontzettend
+gejank van jakhalzen, van een gemauw van tijgerkatten, van een
+gegrinnik van hyena's den roman, door zijne ijlhoofdigheid opgewekt,
+onbewust, onafgebroken voortzette en eindelijk een geweerschot meende
+te hooren, dat door eene diepe stilte opgevolgd werd. Daarna viel
+het helsche concert andermaal met vernieuwde kracht in, om tot het
+aanbreken van den dag te duren.
+
+Ongetwijfeld zou Cyprianus in die ijlhoofdigheid en zonder er
+eenig bewustzijn van te hebben, uit de koorts in de armen des doods
+overgegaan zijn, wanneer niet de meest vreemde, de meest buitensporige
+gebeurtenissen, ten minste oppervlakkig beschouwd, den natuurlijken
+gang van zaken hadden komen storen.
+
+Toen de dageraad aangebroken was, had de regen opgehouden, en
+toen Cyprianus ontwaakte, stond de zon reeds vrij hoog boven den
+horizon. Hij deed flauw en mat de oogen open en ontwaarde, maar zonder
+dat dit zijne nieuwsgierigheid opwekte, een grooten struisvogel,
+die naar hem toe kwam en op een afstand van twee of drie passen
+bleef staan.
+
+"Zou dat de struisvogel van Makatit zijn?" vroeg de ingenieur zich
+af, steeds meenende te doen te hebben met de ijle beelden zijner
+zieke hersenen.
+
+De steltlooper in persoon zou hem antwoorden en--wat meer wil
+zeggen--zou hem in zuiver Fransch antwoorden.
+
+"Waarachtig, ik bedrieg mij niet!.... Cyprianus Méré!.... Wat drommel,
+mijn arme makker, voer jij hier uit?"
+
+Een struisvogel, die Fransch sprak! Een struisvogel, die zijn naam
+wist! Inderdaad daar was stof genoeg voorhanden, om een gewoon verstand
+en om gezonde hersenen van streek te brengen. Welnu, Cyprianus was
+volstrekt niet verwonderd over dat schier onmogelijk verschijnsel;
+hij vond het integendeel geheel natuurlijk. Zijne droomen hadden hem
+wel andere tafereelen gedurende den afgeloopen nacht doen zien! Het
+scheen hem het eenvoudige gevolg toe van zijne ijlhoofdigheid, van
+zijne zieke hersenen.
+
+"Gij zijt niet zeer beleefd, mijnheer de struisvogel!" antwoordde
+hij. "Met welk recht spreekt gij mij zoo gemeenzaam met jij aan?"
+
+Die woorden werden op dien drogen, hortenden toon, zoo gewoon bij
+koortslijders, die geen twijfel omtrent den aard hunner ziekte
+overlaat, uitgestoten. De struisvogel scheen er bewogen door.
+
+"Cyprianus!.... mijn vriend!.... Je bent ziek en.... zoo geheel alleen
+in de wildernis!" riep hij uit, terwijl hij zich bij den zieke op de
+knieën wierp.
+
+Dat was een psychiologisch verschijnsel nog gekker bij dien steltlooper
+dan het spraakvermogen; want het buigen der knieën is eene beweging,
+welke aan die dieren door de natuur gewoonlijk verboden is. Maar
+Cyprianus verwonderde zich in zijn koortsachtigen toestand ook daarover
+niet. Hij vond het zelfs zeer natuurlijk, dat die struisvogel een
+lederen flesch met frisch water gevuld, dat met cognac aangemengd was,
+van onder zijn linkervlerk te voorschijn haalde en hem de halsopening
+tusschen de lippen bracht.
+
+Het eenige wat hem begon te verwonderen, was toen het vreemdsoortige
+dier opstond en daarbij eene soort opperhuid afwierp, die zijn
+natuurlijk gevederte scheen te zijn, en daarna ook een langen
+hals, waarop een vogelkop prijkte, aflegde; maar toen, toen eerst
+vertoonde zich die struisvogel, nadat hij zijn geleende pak had ter
+zijde geschopt, onder de gedaante van een grooten, stevigen kerel,
+die niemand anders was dan Pharamond Barthès, groot jager voor Gods
+aangezicht en voor de menschen!
+
+"Welnu ja!.... ik ben het," riep Pharamond uit. "Heb je dan mijne
+stem bij de eerste woorden, die ik sprak, niet herkend?.... Je bent
+over mijn opschik verwonderd? Dat is een krijgslist, die ik van de
+Kaffers geleerd heb, om de echte struisvogels dicht genoeg te kunnen
+naderen, om hen met de assagaai te kunnen dooden!.... Maar laat
+ons over jou spreken, arme vriend!.... Hoe kom je hier, zoo ziek en
+verlaten?.... Het is wel het grootste toeval van de wereld te noemen,
+dat ik je ontdekt heb, terwijl ik hier ronddrentelde. Ik wist niet
+eens, dat je in dit land waart!"
+
+Cyprianus was niet in staat veel te spreken. Hij kon zijn vriend
+dan ook slechts zeer oppervlakkige inlichtingen geven omtrent zijn
+persoon. Daarenboven, Pharamond begreep van zijn kant zeer goed, dat
+in de gegeven omstandigheden het verleenen van hulp aan den zieke
+wel de meeste haast vereischte. Die hulp had den armen drommel tot
+nu toe ontbroken en daarin moest nu voorzien worden.
+
+Die koene jager had sedert zijn aankomst in dat land veel ervaring
+der woestijn opgedaan. Hij had onder anderen eene bijzondere maar
+afdoende geneeswijze voor de moeraskoorts, waaraan zijn arme makker
+leed, van de Kaffers geleerd.
+
+Pharamond Barthès begon dan ook dadelijk in den grond een soort kuil
+te graven, die hij met hout vulde, nadat hij eene opening uitgespaard
+had, om de lucht toe te laten. Hij stak dat hout in brand en toen het
+tot asch verteerd was, kon die kuil als een werkelijke oven beschouwd
+worden. Daarna legde Pharamond Barthès zijn vriend Cyprianus er in,
+dekte hem zorgvuldig toe en liet slechts zijn hoofd vrij. Geen tien
+minuten waren nog verloopen, toen bij den zieke een geweldig zweet
+uitbrak. De zweetkuur werd door den nieuwbakken dokter zoo overvloedig
+mogelijk onderhouden, door de toediening van vijf of zes koppen van
+een aftreksel, dat hij van eenige hem bekende kruiden vervaardigd
+had. Cyprianus viel weldra in die stoof in een diepen en weldadigen
+slaap.
+
+De zon neigde ten ondergang, toen hij de oogen weer opende. Hij
+gevoelde zich toen zoo bepaald verlicht en beter, dat hij om eten
+vroeg. Zijn vindingrijke vriend wist voor alles raad. Hij zette hem
+dadelijk een overheerlijke soep voor, die hij van de opbrengst zijner
+jacht en van verschillende soorten wortels gekookt had. Een vleugel van
+een gebraden trapgans en een kommetje met water, waarin een scheutje
+cognac, voltooiden dat maal, hetwelk aan Cyprianus eenigermate zijne
+krachten terugschonk, en de nevelen, die zijn brein verduisterden,
+verdreef.
+
+Een uur later was Pharamond Barthès, die op zijn beurt ook voor den
+stoffelijken mensch gezorgd had, bij den jongen ingenieur neergezeten
+en verhaalde hem, hoe hij hier kwam in dien zoo vreemden tooi, waarin
+hij zich voor zijn vriend vertoond had.
+
+"Ge weet," zei hij, "waartoe ik in staat ben, wanneer het geldt
+eenig nieuw wild na te jagen. Nu heb ik in de laatste zes maanden
+zooveel olifanten neergelegd, zooveel zebra's, zooveel giraffen,
+zooveel leeuwen en andere wildstukken van den meest uiteenloopenden
+pels of van het meest verschillend gevederte--onder welke laatste
+een menschenvretende arend, de trots van mijne verzameling,--dat het
+denkbeeld eenige dagen geleden bij mij opkwam, om mijne jachtvermaken
+eenigermate af te wisselen. Tot dusver reisde ik steeds rond,
+omgeven door mijne Bassuto's--een dertigtal stevige vastbesloten
+kerels, die ik maandelijks met een zakje glaskoralen betaal, en
+die zoo veel toewijding voor mij gevoelen, dat zij zich voorzeker
+voor hunnen heer en meester in het vuur zouden werpen. Maar onlangs
+genoot ik gastvrijheid bij Tonaïa, het groote opperhoofd in deze
+streken. Ik had hem bezocht om het jachtrecht op zijn grondgebied
+te verkrijgen, een recht waaraan hij nog meer gehecht is dan een
+Schotsche lord. Hij verzocht mij mijne Bassuto's en vier geweren te
+leen om een krijgstocht te ondernemen, dien hij tegen een van zijne
+naburen beraamde. De vermeerdering van macht en die bewapening hadden
+hem eenvoudig onoverwinnelijk gemaakt, en hij heeft dan ook den meest
+schitterenden triomf op den vijand behaald. Dat is de oorzaak van
+eene onverbreekbare vriendschap, die ons verbindt, eene vriendschap,
+welke wij met ons bloed bezegeld hebben, dat wil zeggen: dat wij ons
+zelven eene kleine verwonding aan den voorarm toegebracht hebben en
+dat wij dit wondje uitgezogen hebben, wel te verstaan hij het mijne
+en ik het zijne! Voortaan zijn wij, Tonaïa en ik, vrienden tot in
+den dood! Overtuigd dat ik voortaan in de geheele uitgestrektheid
+zijner bezittingen niets meer te vreezen heb, ben ik eergisteren
+op weg gegaan om jacht op tijgers en op struisvogels te maken. Wat
+de eersten betreft, ik heb het genoegen gehad verleden nacht een
+tijger neer te leggen, en het zou mij verwonderen, wanneer je het
+spektakel niet gehoord hebt, hetwelk mijn schot voorafging. Verbeeld
+je, ik had mijne veldtent opgeslagen bij het lichaam van een buffel,
+dien ik in den loop van den dag gedood had, natuurlijk in de hoop om
+zoo'n roofdier in het midden van den nacht te zien verschijnen. En
+werkelijk mijne hoop werd verwezenlijkt: een dier snuiters werd door
+den doordringenden reuk van het aas aangelokt; maar het ongeluk wilde,
+dat twee- of driehonderd jakhalzen, hyena's en tijgerkatten dezelfde
+werking ondervonden en ook genaderd waren. Die voerden een wanluidend
+concert uit, dat voorzeker tot hier heeft moeten doordringen."
+
+"Ik geloof, dat ik zoo iets gehoord heb," antwoordde Cyprianus. "Ja,
+zeker, ik meende zelfs, dat dit concert ter mijner eere gegeven werd."
+
+"Waarachtig niet, waarde vriend!" riep Pharamond Barthès uit. "Niet
+ter uwer eer, maar ter eere van een buffelkreng, dat daar ginds lag in
+dat dal, wat gij van hier aan uwe rechterzijde zien kunt. Toen de dag
+aangebroken was, bleef niets anders over van den kolossalen herkauwer
+dan zijn geraamte! Ik zal je dat vertoonen; het is een kunststuk op
+het gebied der ontleedkunde!.... Je zult ook mijn tijger zien, het
+fraaiste dier, dat ik neergelegd heb, sedert ik Afrika's jachtvelden
+betreden heb. Ik heb hem afgestroopt en zijn pels hangt aan een boom
+om te drogen!"
+
+"Maar die vreemdsoortige opschik, dien je heden morgen droegt?" vroeg
+Cyprianus.
+
+"Dat was een struisvogel-costuum. Zooals ik je gezegd heb, gebruiken
+de Kaffers vaak die list, om die steltloopers, die zeer wantrouwend en
+daardoor moeielijk te schieten zijn, te kunnen naderen!.... Ge zult
+zeggen, dat ik daarvoor mijne uitmuntende buks heb!.... Dat is wel
+waar, maar wat zal ik u zeggen? De gril om op Kafferwijze te jagen,
+heeft mij verleid en zie, die gril heeft mij het geluk verschaft,
+u te ontmoeten en dat zeer van pas, nietwaar?"
+
+"Ja zeker, zeer van pas, Pharamond!.... Ik geloof zelfs, dat ik,
+zonder u, reeds niet meer tot deze aarde zou behooren!" antwoordde
+Cyprianus, terwijl hij zijn vriend hartelijk de hand schudde.
+
+Hij bevond zich nu buiten zijn stooftoestel en lag op een bed
+uitgestrekt, dat zijn makker hem aan den voet van den broodboom
+gespreid had.
+
+Maar de wakkere kerel liet het daar niet bij. Hij wilde zijne veldtent,
+die hij steeds bij zijne omzwervingen bij zich droeg, in het naburige
+dal gaan halen, en een kwartier was nog niet verloopen, toen hij reeds
+bij zijn dierbaren zieke terug was en hij die tent opgeslagen had.
+
+"En nu, vriend Cyprianus," zei hij, "laat mij thans uwe geschiedenis
+vernemen, wanneer ten minste het verhaal u niet vermoeien zal?"
+
+Cyprianus voelde zich krachtig genoeg, om aan de zeer natuurlijke
+nieuwsgierigheid van Pharamond Barthès te kunnen voldoen. Zeer ter
+loops vertelde hij wat hem in Grikwaland overkomen was, waarom hij dat
+land verlaten had, waarom hij Makatit en zijn diamant achtervolgde. Hij
+verhaalde de voornaamste gebeurtenissen van dien tocht, hoe Hannibal
+Pantalucci, hoe Friedel en hoe James Hilton omgekomen waren. Hij
+vertelde het verdwijnen van Bardik en eindelijk hoe hij op Li zat te
+wachten, die naar het kampement moest terugkeeren.
+
+Pharamond Barthès luisterde met alle aandacht. Toen Cyprianus hem
+vroeg of hij niet een jongen Kaffer, waarvan hij hem het signalement
+gaf, en die niemand anders dan Bardik was, ontmoet had, antwoordde
+hij ontkennend.
+
+"Maar," zei hij, "ik heb een ronddolend paard opgevangen, dat het
+uwe wel kan zijn."
+
+Hij verhaalde daarop, hoe hem dat paard in handen was gevallen.
+
+"Het is juist twee dagen geleden," zei hij, "toen ik met drie mijner
+Bassuto's in het zuidelijk gebergte jaagde. Eensklaps zag ik een
+prachtig grijs paard uit een hollen weg komen aansnellen. Het had
+niets anders dan een halster om, waaraan een lang touw sleepte. Het
+dier scheen onbesloten wat te doen, en kwam dadelijk naar mij toe,
+toen ik het een handvol suikerriet liet zien. Zie, zoo heb ik hem
+gevangen.--Het is een prachtig dier vol vuur en vol moed en hard van
+vleesch als een gerookte ham."
+
+"Dat is mijn paard.... Dat is Templar!" zei Cyprianus.
+
+"Welnu, waarde vriend, dan is Templar weer uw eigendom! Het is mij
+een waar genoegen het u te kunnen teruggeven. Kom, ik wensch u goeden
+nacht. Slaap thans weer in. Morgen ochtend bij het krieken van den
+dag zullen wij deze heerlijke plek verlaten!"
+
+En zijn raad met het voorbeeld gepaard doende gaan, wikkelde Pharamond
+Barthès zich in zijn deken en sliep in.
+
+Den volgenden ochtend kwam de Chinees juist met eenige provisieën in
+het kampement terug. Pharamond had dan ook al den tijd om hem op de
+hoogte te stellen, voor dat Cyprianus ontwaakt was. Hij droeg hem op
+zijn baas te bewaken, terwijl hij het paard ging halen, welks verlies
+voor den jeugdigen ingenieur zoo smartelijk was geweest.
+
+
+
+
+
+NEGENTIENDE HOOFDSTUK
+
+DE WONDERGROT.
+
+
+Het was inderdaad Templar, dien Cyprianus bij zijn ontwaken voor zich
+zag. Het wederzien was van beide kanten uitermate liefderijk. Men zou
+gezegd hebben, dat het paard bijna evenveel genoegen smaakte als zijn
+berijder over de ontmoeting.
+
+Cyprianus voelde zich sterk genoeg om na het ontbijt te paard te
+stijgen, ten einde dadelijk te vertrekken. Pharamond laadde al de
+bagage, die niet veel was, op het achterstel van Templar, greep het
+dier bij den teugel en aanvaardde de reis naar de hoofdstad van Tonaïa.
+
+Onderweg verhaalde Cyprianus, thans evenwel in meerdere bijzonderheden,
+de voornaamste voorvallen van zijn tocht sedert zijn vertrek uit
+Grikwaland. Toen hij de laatste verdwijning van Makatit verteld had,
+wiens signalement hij beschreef, begon Pharamond te lachen.
+
+"Kijk, kijk," zei deze, "dat is aardig! Ik geloof, dat ik u tijdingen
+van den dief kan geven."
+
+"Hoe dat zoo?" vroeg Cyprianus verrast.
+
+"Luister. Mijne Bassuto's hebben nu zoo wat vier en twintig uren
+geleden een jongen Kaffer gevangen genomen, die in deze streken
+rondzwierf, en gebonden aan Tonaïa overgeleverd. Ik geloof wel,
+dat die voornemens was, hem van een leelijke kermis te huis te laten
+komen; want hij is erg bang voor verspieders, en de Kaffer, tot een
+vijandigen stam behoorende, kon van niets anders verdacht worden. Men
+heeft hem evenwel tot nu toe het leven gespaard. Tot zijn geluk kende
+de arme drommel eenige goochelaarstoeren, waardoor hij zich voor een
+toovenaar kon uitgeven...."
+
+"O! een toovenaar," riep Cyprianus uit. "Nu is er geen twijfel meer,
+dat is Makatit."
+
+"Welnu, hij kan er op pochen, dat hij een fameusen dans ontsprongen
+is. Tonaïa heeft voor zijne vijanden een groote verscheidenheid van
+folteringen uitgevonden, die niets te wenschen overlaat. Maar, ik
+herhaal het, ge kunt tamelijk gerust over zijn lot zijn. Hij wordt
+door zijne hoedanigheid van toovenaar beschermd, en wij zullen hem
+heden avond nog gezond en wel aantreffen."
+
+Het zal wel niet noodig zijn er op te wijzen, dat die tijding Cyprianus
+aangenaam was. Zijn doel was dus bereikt; want hij twijfelde er niet
+aan of Makatit zou, wanner hij nog in het bezit van den diamant was,
+hem wel overgeven.
+
+Zoo koutten de twee vrienden gedurende den geheelen dag, terwijl zij
+de vlakte overstaken, die Cyprianus eenige dagen te voren, op eene
+giraffe gezeten, doorsneden had.
+
+Denzelfden avond kregen zij Tonaïa's hoofdplaats in het gezicht. Zij
+was amphitheatersgewijs aangelegd op een terreinverhevenheid, die den
+gezichteinder in het noorden begrensde. Het was eene wezenlijke stad
+van tien tot vijftien duizend zielen, met goed aangelegde straten,
+met ruime en bijna bevallige hutten, waarin welvaart en vooruitgang
+te bespeuren waren. Het paleis des konings was omgeven door hooge
+palissaden en werd bewaakt door zwarte krijgslieden, met lansen
+gewapend. Dat gebouw besloeg alleen bijna het vierde gedeelte van de
+oppervlakte dier stad.
+
+Toen Pharamond zich vertoonde, gingen alle poorten en barrièren voor
+hem open. Hij en Cyprianus werden dadelijk langs eene opeenvolging
+van uitgestrekte plaatsen en pleinen tot in de ceremoniezaal gevoerd,
+alwaar zich de onoverwinnelijke overheerscher ophield te midden van
+eene talrijke menigte, waaronder noch de wachters, noch de officieren
+ontbraken.
+
+Tonaïa, kon zoo wat veertig jaren oud zijn. Hij was groot en krachtig
+van gestalte. Zijn voorhoofd was met een soort diadeem getooid, die
+van wilde-zwijnen-tanden vervaardigd was. Zijn kostuum bestond uit
+een overkleed dat den vorm eener tunika zonder mouwen had, en van
+roode stof vervaardigd was. Hij droeg een voorschoot van dezelfde
+kleur, dat rijkelijk met glazen kralen geborduurd was. Zijne armen
+en beenen waren met talrijke koperen braceletten getooid. Zijn gelaat
+teekende veel bevatting, maar ook sluwheid, en was daarenboven listig
+en niet innemend.
+
+Hij ontving Pharamond Barthès, dien hij sedert verscheidene dagen
+niet gezien had, zeer goed, en ook Cyprianus, als den vriend van zijn
+getrouwen bondgenoot.
+
+"De vrienden onzer vrienden zijn onze vrienden," drukte hij zich uit,
+evenals een kruidenier uit de Marais, het meest burgerlijke kwartier
+van Parijs, zou gedaan hebben.
+
+Toen hij evenwel vernam, dat zijn nieuwe gast lijdende was, deed hij
+hem de beste kamers van zijn paleis geven, en daarenboven een heerlijk
+avondmaal voordienen.
+
+Volgens Pharamond's meening was 't het oogenblik nog niet om van
+Makatit te gewagen. Men zou dat tot den volgenden dag uitstellen.
+
+Cyprianus was toen geheel hersteld en in staat om voor den koning
+te verschijnen. Het geheele hof was in de groote zaal van het paleis
+bijeen; Tonaïa en zijn beide gasten waren gezeten in het midden van
+den kring, door de hovelingen gevormd. Pharamond begon dadelijk in
+de landstaal, die hij vloeiend sprak, de onderhandeling:
+
+"Mijne Bassuto's hebben u onlangs een jongen Kaffer, dien zij gevangen
+genomen hadden, aangebracht. Nu is die Kaffer de dienaar van mijn
+makker, van den grooten, wijzen Cyprianus Méré, die hem van uwe
+edelmoedigheid terug verwacht. Ik, zijn vriend en tevens de uwe,
+ondersteun dat billijk verzoek."
+
+Reeds bij de eerste woorden had Tonaïa een zeer diplomatisch gezicht
+gezet.
+
+"De groote, wijze blanke is welkom bij mij!" zei hij. "Maar wat biedt
+hij als losprijs voor mijne gevangene aan?"
+
+"Een uitmuntend geweer, tienmaal tien patronen en een zakje met glazen
+kralen," antwoordde Pharamond.
+
+Een gemompel van goedkeuring liet de vergadering hooren. Zij was
+blijkbaar zeer ingenomen door de pracht van dat aanbod. Alleen Tonaïa
+bleef zijn strak staatkundig gezicht behouden, en gaf geen blijk
+van ingenomenheid.
+
+"Tonaïa is een groot vorst," hernam hij, terwijl hij zich op zijn
+zitbankje rechtop zette, "en hij wordt door de Goden beschermd! Zij
+zonden hem een maand geleden Pharamond Barthès met zijne kloeke
+krijgslieden en zijne nimmer missende geweren, om hem te helpen zijne
+tegenstanders te overwinnen! Daarom zal ik op verlangen van Pharamond
+Barthès dien dienaar heelhuids aan zijn meester teruggeven."
+
+"En waar bevindt hij zich thans?" vroeg de jager.
+
+"In de heilige grot, waar hij nacht en dag bewaakt wordt!" antwoordde
+Tonaïa met eene gelegenheids-hoogdravendheid, die den meest machtigen
+souverein van Kafferland zeer goed afging.
+
+Pharamond vertaalde die antwoorden in het kort voor Cyprianus en
+vroeg aan den koning de gunst om met zijn makker den gevangene uit
+de heilige grot te mogen gaan halen.
+
+Er werd op dat verzoek evenwel een afkeurend gemompel in de geheele
+vergadering vernomen. De eisch van die Europeanen scheen te ver
+gedreven. Nimmer was een vreemdeling in die geheimzinnige grot
+toegelaten. Een tot nu toe geëerbiedigde overlevering hield in, dat
+het rijk van Tonaïa in stof zoude ineenstorten, wanneer de blanken
+het geheim van die grot zouden kennen.
+
+De koning hield er echter niet van, dat zijn hof zijne
+besluiten vooruitliep. Dat gemompel prikkelde dan ook zijn grillig
+alleen-heerschers-karakter, en bracht hem er toe, om toe te staan wat
+hij ongetwijfeld, zonder die uitbarsting van het algemeen gevoelen,
+geweigerd zoude hebben.
+
+"Tonaïa heeft een bloedruil met zijn bondgenoot Pharamond Barthès
+aangegaan," antwoordde hij op afdoenden toon, "hij houdt niets
+verborgen voor hem. Kunt gij en uw vriend een eed houden?"
+
+Pharamond knikte bevestigend.
+
+"Welnu," hernam de negerkoning, "zweert dat gij niets zult aanraken
+van al hetgeen gij in die grot zien zult!.... Zweert, dat gij nimmer
+zult laten bemerken, dat gij het bestaan dier grot kent!.... Zweert,
+dat gij nimmer zult trachten om er andermaal in te dringen, of ook
+maar den ingang er van op te sporen!.... Zweert eindelijk, dat gij
+aan niemand mededeelen zult, wat gij gezien hebt!"
+
+Pharamond en Cyprianus staken de hand uit en herhaalden woord
+voor woord het eedsformulier, dat hen voorgezegd werd. Tonaïa gaf
+dadelijk daarop met fluisterende stem bevelen. Zijn hofhouding stond
+op en zijn krijgslieden formeerden twee gelederen. Een paar dienaren
+brachten twee lappen van fijn linnen, waarmede de twee vreemdelingen
+geblinddoekt werden; daarna nam de koning tusschen hen beiden plaats
+in een grooten strooien palankijn, die door een paar dozijn Kaffers
+op hunne schouders genomen werd en die nu in optocht voortstapten.
+
+De reis duurde vrij lang, minstens twee uren. Wanneer rekening gehouden
+werd met den aard der schokken, die de palankijn ondervond, moesten
+Pharamond en Cyprianus erkennen, dat zij door eene bergachtige streek
+vervoerd werden.
+
+Daarna merkten zij een afkoeling der lucht op, terwijl het
+geluid der stappen van de lijfwacht en der dragers door de echo
+weerkaatst werd, alsof tusschen dicht bij elkander staande wanden
+gemarcheerd werd. Daaruit maakten zij op, dat men een onderaardsche
+gang binnengetreden was. Eindelijk trof een harsachtige rook hunne
+reukzenuwen, waaruit zij afleidden dat men fakkels ontstoken had om
+den optocht te verlichten.
+
+De marsch duurde nog ongeveer een kwartier uurs, waarna de palankijn
+op den bodem neergezet werd. Tonaïa liet zijne gasten uitstappen en
+liet hun den blinddoek afnemen.
+
+Onder den invloed van de flikkeringen, welke het oog gewoonlijk
+ondervindt, wanneer het, nadat zijn gezichtskracht voor een lange
+poos opgeheven is geweest, plotseling aan de inwerking van het licht
+blootgesteld wordt, verbeeldden Pharamond en Cyprianus zich eerst
+dat zij aan eene soort van geestverrukking onderworpen waren, zulk
+een prachtig en onverwacht schouwspel bood zich voor hunne oogen aan.
+
+Beiden bevonden zich te midden van eene onmetelijke grot. De bodem was
+bezaaid met fijn zand, dat glinsterde van de gouden lovertjes, die er
+zich in bevonden. Het gewelf, hetwelk zich als dat eener Gothische
+kathedraal verhief, verloor zich in eene voor den blik onpeilbare
+hoogte. De wanden van dat onderaardsche bouwgewrocht waren getooid
+met stalactiten, die eene groote verscheidenheid van kleuren en een
+ongehoorden rijkdom ten toon spreidden, en waarop de weerkaatsing
+van het licht der toortsen, stralenbundels te voorschijn tooverde,
+die met de kleuren van den regenboog prijkten, en met schitteringen
+vermengd waren, die aan gloeiovens, maar ook aan de pracht van
+noorderlicht deden denken. De meest verschillende kleuren flikkerden
+en smolten ineen, de meest grillige vormen, de meest onvoorziene
+hellingen kenmerkten die ontelbare kristalvormingen. Het waren niet,
+zooals in de meeste grotten voorkomen, eenvoudige legeringen van
+gedroppelde kwarts, welker vormen zich met eene wanhopige regelmaat en
+eentonigheid herhaalden. Hier had de natuur hare grillige luim geheel
+en al botgevierd. Zij scheen zich tot taak gesteld te hebben, al de
+combinatiën en schakeeringen der tinten, waartoe zich de glazuren der
+minerale rijkdommen zoo verwonderlijk leenen, effectvol te vertoonen.
+
+Rotsen van amethist, wanden van sardonix, legeringen van robijnen,
+naalden van smaragd, die zuilenrijen als scheepsmasten van safier,
+ijsbergen getooid met zeealgen, girandollen van turkooizen,
+spiegels van opaal, aders van rooskleurige gips en van lapislazuli
+met goudaderen gemarmerd,--in één woord, alles wat de kristalwereld
+het meest schitterend kan aanbieden, was hier bijeengebracht om die
+wonderbaarlijke spitsbogen op te trekken. Meer nog dan dat: alle
+vormen, zelfs die uit de plantenwereld, schenen in beslag genomen te
+zijn voor dien arbeid, welke geheel en al buiten het menschelijke
+bevattingsvermogen viel. Tapijten van mineralische moskorsten, die
+zoo wollig waren als de fijnste graszoden, boomvormige kristallen,
+bloemen en vruchten in edelgesteenten, riepen bij wijlen die
+tooverachtige lusthoven en tuinen in het geheugen terug, die door de
+Japansche kunstenaars met zoo veel naïveteit weergegeven worden. Verder
+vertoonde zich een kunstmatig meer, door een diamant van twintig meters
+lang gevormd, die door het zand omlijst werd en eene geheel gereede
+baan was voor luchtige schaatsenrijders. Luchtkasteelen van witten
+agaatsteen, kiosken en torentjes van baryl of topazen, hoopten zich
+in ontelbare verdiepingen op, totdat het oog, vermoeid door zooveel
+pracht, eindelijk weigerde verder hen na te sporen. De straalbreking
+eindelijk, de ontleding der lichtbundels te midden der prisma's,
+die schitterende vuurwerkvonken, die overal als het ware opspatten
+en in veelkleurige aren neervielen, riepen het meest verwonderlijke
+akkoord van licht en kleuren te voorschijn, waardoor een menschenoog
+ooit is verrast geworden.
+
+Cyprianus Méré koesterde geen twijfel meer. Hij bevond zich plotseling
+vervoerd in een van die verwonderlijke vergaarplaatsen, waarvan hij
+sedert lang het bestaan gegist had en waarin de gierige natuur die
+legeringen heeft kunnen ophoopen en kristalliseeren, welke zij slechts
+noode, en dan nog maar in zeldzame en kleine stukken, aan den mensch
+in de meest begunstigde placers afstaat. Gedurende een kort oogenblik
+bekroop hem de twijfel omtrent de werkelijkheid van hetgeen hij onder
+de oogen had, maar het was voldoende geweest, terwijl hij langs een
+onmetelijke kristalbank voorbijging, haar te wrijven met den ring,
+dien hij aan den vinger droeg, om verzekerd te zijn dat zij het
+inkrassen weerstond. Zij bestond dus wel degelijk uit diamant, uit
+robijn en uit safier, en wel in zulke onmetelijke massa, dat hare
+waarde, naar den maatstaf, welken de menschen aan die mineralogische
+bestanddeelen hechten, aan iedere berekening moest ontsnappen.
+
+Alleen de sterrenkundige cijfergetallen zouden eene benadering,
+weinig bevattelijk bovendien, hebben kunnen leveren. Inderdaad er
+lagen daar onbekend en improductief, trillioenen en quadrillioenen
+van milliarden aan waarde in den schoot der aarde verborgen.
+
+Giste Tonaïa iets omtrent de onmetelijke rijkdommen, die hij daar
+ter zijner beschikking had? Dat was niet waarschijnlijk; want
+Pharamond Barthès, weinig op de hoogte van die zaken, scheen zelfs
+geen begrip hoegenaamd te hebben, dat die verwonderlijke kristallen,
+fijne edelgesteenten waren. De negerkoning meende ongetwijfeld slechts
+de bewaker van een hoogst bijzondere grot te zijn, waarvan hem eene
+godsspraak of eenige andere bijgeloovigheid belette het geheim te
+openbaren.
+
+Wat die opvatting bevestigde, was de opmerking, die Cyprianus weldra
+maakte, dat een groot aantal menschenbeenderen op sommige plaatsen
+in enkele hoeken van de grot opgehoopt lagen. Was zij dus eene
+begraafplaats van den stam, of--wat eene nog vreeselijker, maar
+toch meer waarschijnlijke vooronderstelling was--had zij gediend,
+en diende zij nog, om eenige afschuwelijke godsdienstplechtigheid
+te voltrekken, waarin menschenbloed vergoten werd, wellicht om aan
+kannibalische neigingen te kunnen voldoen?
+
+Tot deze laatste meening helde Pharamond Barthès over, want hij zeide
+fluisterend tot zijn vriend:
+
+"Tonaïa heeft mij toch verzekerd, dat sedert zijne troonsbestijging
+geene dergelijke plechtigheid heeft plaats gehad. Maar ik erken,
+dat het zien van die beenderen mijn vertrouwen zeer schokt!"
+
+Hij wees daarbij op een hoop, die eerst sedert kort scheen opgericht
+en waarop de werking van het vuur, alsof die beenderen gekookt en
+gebraden waren, niet te miskennen was.
+
+Die indruk werd eenige oogenblikken later geheel en al bevestigd.
+
+De koning en zijn beide gasten waren in het achterste gedeelte van de
+grot voor eene opening aangekomen, die wel iets had van eene zijkapel,
+die in de lagere zijwaartsche gangen onzer basilieken uitgespaard
+zijn. Achter een hek van ijzerhout, dat er den toegang van afsloot,
+werd een gevangene ontwaard, die in eene houten kooi opgesloten zat,
+welke ternauwernood ruimte genoeg bezat om hem toe te staan, gehurkt
+er in te verwijlen. Blijkbaar was hij bestemd om vetgemest te worden,
+waarna hij het hoofdbestanddeel van een feestmaaltijd zou uitmaken.
+
+Dat was Makatit.
+
+"Gij!.... gij!.... vadertje!" riep de rampzalige Kaffer uit, toen
+hij Cyprianus herkende. "O, neem mij mede!--Verlos mij!.... Ik wil
+nog liever naar Grikwaland terugkeeren, al moest ik gehangen worden,
+dan hier in die kippenkooi te blijven verwijlen, in afwachting van de
+vreeselijke marteling, die de wreede Tonaïa mij zal laten ondergaan,
+alvorens mij op te peuzelen!"
+
+Dat werd in het Fransch met eene zoo weemoedige stem geuit, dat
+Cyprianus er zeer door bewogen werd.
+
+"Het zal geschieden, zooals gij wenscht Makatit," antwoordde hij. "Ik
+kan uwe invrijheidsstelling bewerken, maar gij komt uit die kooi niet,
+alvorens den diamant teruggegeven te hebben."
+
+"De diamant, vadertje!" riep Makatit uit. "De diamant.... maar dien
+heb ik niet!.... Ik heb hem nooit gehad!.... Dat zweer ik.... ja,
+dat zweer ik!"
+
+Hij zeide dat op zulk een toon van oprechtheid, dat Cyprianus zeer
+goed begreep, dat hij zijne eerlijkheid niet meer kon in twijfel
+trekken. Men weet het bovendien, het had hem steeds veel moeite gekost
+om Makatit voor den schuldige aan den gepleegden diefstal te houden.
+
+"Maar," vroeg hij hem, "als gij dien diamant niet gestolen hebt,
+waarom hebt ge dan de vlucht genomen?"
+
+"Waarom, vadertje? Wel omdat men, toen mijne makkers de stokjesproef
+ondergingen, zeide dat niemand anders de dief kon zijn dan ik, dat ik
+listig te werk was gegaan om achterdocht te verijdelen. Nu weet gij
+zeer goed, dat in Grikwaland, wanneer het een Kaffer geldt, men veel
+spoediger met veroordeelen en hangen gereed is dan met onderzoeken
+en ondervragen!.... Toen ben ik beangst geworden en heb ik als een
+schuldige de vlucht genomen."
+
+"Wat die arme duivel daar zegt, komt mij zeer waarschijnlijk voor,"
+meende Pharamond Barthès.
+
+"Ik twijfel er in het geheel niet meer aan," antwoordde Cyprianus,
+"en waarlijk, ik kan hem geen ongelijk geven, dat hij gepoogd heeft
+zich aan de rechtsbedeeling in Grikwaland te onttrekken!" En zich
+tot Makatit wendende:
+
+"Welnu, neen," ging hij voort, "ik twijfel aan uwe onschuld niet meer
+ten opzichte van den diamant-diefstal. Maar men zal ons waarschijnlijk
+in de Vandergaart-Kopjes-mijn niet gelooven wanneer wij uwe onschuld
+zullen betuigen. Wilt gij die kans loopen, en er terugkeeren?"
+
+"Ja!.... ik wil alles wagen, alles doorstaan, om niet langer hier
+te blijven!" riep Makatit uit, die aan den hevigsten angst ten
+prooi scheen.
+
+"Wij zullen die zaak in behandeling nemen," antwoordde Cyprianus,
+"en mijn vriend Pharamond Barthès zal haar ongetwijfeld wel tot een
+goed einde brengen!"
+
+En inderdaad, de jager, die geen tijd verloren liet gaan was reeds
+met Tonaïa in onderhandeling.
+
+"Spreek vrij uit!...." vroeg hij aan den negerkoning, "wat moet gij
+in ruil voor uwen gevangene hebben?"
+
+"Ik moet vier geweren tien maal tien patronen voor elk wapen en vier
+zakjes met glazen kralen hebben.--Dat is niet te veel niet waar?"
+
+"Dat is twintigmaal te veel; maar Pharamond Barthès is uw vriend en
+hij zal alles doen om u aangenaam te zijn. Luister, Tonaïa," ging
+hij na een poos nadenkens voort, "gij zult de vier geweren, de vier
+honderd patronen en de vier zakjes met glazen kralen hebben. Maar gij
+van uwen kant zult ons een span ossen leveren, eene eerewacht met de
+noodige levensmiddelen, om mijn geheele gezelschap door de Transvaal
+te voeren."
+
+"Top!" antwoordde Tonaïa. Die zaak is beklonken!"
+
+Daarop boog hij zich vertrouwvol tot Pharamond en fluisterde hem in
+het oor:
+
+"De ossen zijn dadelijk gevonden. Het zijn die, welke mijne lieden
+ontmoet hebben, toen zij naar hunne stallen wilden terugkeeren en die
+zij naar mijne kraal gedreven hebben. Dat was geheel en al volgens
+het oorlogsgebruik, niet waar?"
+
+De gevangene werd toen terstond ontslagen, en na nog een laatsten
+blik gewijd te hebben aan de pracht der grot, keerden Cyprianus,
+Pharamond en Makatit, na zich geduldig te hebben laten blinddoeken,
+naar het paleis van Tonaïa terug, waar een groot feestmaal gegeven
+werd, om het sluiten van het verdrag te vieren.
+
+Eindelijk werd nog besloten dat Makatit niet dadelijk in de
+Vandergaart-Kopjes-mijn zoude verschijnen; dat hij in de omstreken
+zou verwijlen en dan eerst zijn dienst bij den jongen ingenieur
+zou hervatten, wanneer deze laatste verzekerd er van zoude zijn,
+dat zulks zonder gevaar kon geschieden. Zooals men wel zien zal,
+was dat geen noodelooze voorzorg.
+
+Pharamond, Cyprianus en Makatit vertrokken dientengevolge den volgenden
+morgen met een flinke eskorte naar Grikwaland. Maar men kon zich thans
+geene illusiën meer scheppen! De _Zuidster_ was onherroepelijk verloren
+en master Watkins zou haar niet kunnen laten schitteren in den Tower
+van Londen, te midden van de schoonste kroonjuweelen van Engeland!
+
+
+
+
+
+TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+DE TERUGKEER.
+
+
+Nooit had John Watkins in zulk een booze luim verkeerd, dan sedert
+het vertrek der vier mededingers, die den vluchtenden Makatit zouden
+vervolgen. Iedere dag, iedere week, die voorbij snelde, scheen hem
+een karaktergebrek te meer te verleenen, terwijl de kansen, die
+hij meende te hebben tot terugerlanging van den kostbaren diamant,
+al minder en minder werden. Daar kwam nog bij, dat hem zijne gewone
+tafelschuimers ontbraken, te weten: James Hilton, Friedel, Hannibal
+Pantalucci en zelfs Cyprianus, dien hij gewoon was in zijn gezelschap
+te zien. Hij zocht dus zijn troost in zijne jeneverkruik en, het moet
+wel erkend worden, die alcoholische troost was niet geschikt om zijne
+inborst te verzachten.
+
+Men had bovendien wel reden op de hoeve zich omtrent het lot der
+overblijvenden van den tocht ongerust te maken. Want inderdaad, Bardik,
+die door eene bende Kaffers opgelicht werd, was er in geslaagd, eenige
+dagen later te ontsnappen. Bij zijn terugkeer in Grikwaland had hij
+John Watkins den dood van James Hilton en van Friedel medegedeeld. Dat
+was wel een slecht voorteeken voor de overlevenden, namelijk voor
+Cyprianus Méré, voor Hannibal Pantalucci en voor den Chinees Li.
+
+Alice gevoelde zich dan ook zeer ongelukkig. Zij zong niet meer en
+haar piano bleef volmaakt stom. Ter nauwernood konden hare struisvogels
+haar nog eenige belangstelling inboezemen. Zelfs Dada had het voorrecht
+niet meer hare meesteres door haar gulzigheid te doen glimlachen. Zij
+slokte straffeloos de meest uiteenloopende zaken naar binnen, zonder
+dat iemand dat belette.
+
+Miss Watkins zat nu tusschen twee vreezen benepen, die al grooter
+en grooter in hare verbeelding werden. De eerste was: dat Cyprianus
+nimmer van dien verwenschten tocht zoude wederkeeren; de tweede:
+dat Hannibal Pantalucci, de meest verafschuwde der drie mededingers
+om hare hand de _Zuidster_ kon terugbrengen en den prijs van zijn
+welslagen kon vorderen. Het denkbeeld dat zij genoodzaakt zou kunnen
+worden als de wederhelft op te treden van dien boosaardigen en sluwen
+Napolitaan, die haar eene onoverwinnelijke walging inboezemde, vooral
+sedert zij een meer bevallig mensch, als Cyprianus Méré van nabij
+had leeren kennen en waardeeren, was haar onverdragelijk, maar die
+gedachte was toch niet te verdrijven. Zij dacht er over dag en zij
+droomde er des nachts van. Hare frissche kleur verbleekte en hare
+blauwe oogen benevelden zich met een somber waas.
+
+Nu wachtte zij zoo reeds drie maanden in zak en asch. Dien avond
+juist zat zij bij de lamp, terwijl haar vader bij zijne kruik jenever
+ingedommeld was. Zij had het hoofd over eenig borduurwerk, dat zij ter
+hand genomen had, om de verwaarloosde muziek te vervangen, voorover
+gebogen, en mijmerde zoo droefgeestig mogelijk.
+
+Een bescheiden geklop brak plotseling hare droomerijen af.
+
+"Binnen!" riep zij, vrij verwonderd, dat iemand nog zoo laat kon komen.
+
+"Ik ben het slechts, miss Watkins," antwoordde eene stem, die haar
+deed trillen. Het was de stem van Cyprianus.
+
+Hij was het waarlijk, maar bleek, vermagerd, door de zon gebruind,
+met een langen baard, die hem schier onherkenbaar maakte, met kleêren
+aan het lijf, die door de gebeurtenissen, welke zij beleefd hadden,
+meer dan geleden hadden. Maar al zag hij er armzalig uit, hij was
+steeds vlug ter been, steeds beschaafd en beleefd, met een helderen
+blik en een glimlach op de lippen.
+
+Alice was met een kreet van verwondering en vreugde opgesprongen. Met
+hare eene hand poogde zij het kloppen van haar hart te bedwingen, de
+andere stak zij evenwel den jeugdigen ingenieur toe, die haar greep,
+haar tusschen de zijne sloot, toen master Watkins, uit zijne dommeling
+ontwakende, de oogen opende en vroeg wat er toch gaande was.
+
+De dronkaard had een paar minuten noodig, om zich omtrent de
+werkelijkheid rekenschap te geven. Maar nauwelijks was een sprank
+van bewustzijn in dat hoofd teruggekeerd, toen hem een kreet--ja,
+waarlijk een kreet des harten ontsnapte:
+
+"En de diamant?"
+
+De diamant? Helaas! neen, die was niet mee teruggekomen.
+
+Cyprianus verhaalde vlug al de verschillende tafereelen der expeditie:
+hoe Friedel, Hannibal Pantalucci en James Hilton den dood gevonden
+hadden. Hij vertelde de vervolging van Makatit, diens gevangenschap
+bij Tonaïa, maar hij verzweeg diens terugkeer in Grikwaland,--hoewel
+hij openhartig zijn zekerheid mededeelde, omtrent de onschuld van
+den jeugdigen Kaffer. Hij vergat niet zijn volle waardeering omtrent
+de toewijding van Bardik en van Li te doen blijken; hij bracht
+alle hulde aan de vriendschap van Pharamond Barthès en herinnerde
+zich gaarne alles, wat hij aan den koenen jager verschuldigd was,
+en hoe hij door zijne tusschenkomst het geluk had, om terug te komen
+van eene reis, die zoo noodlottig voor zijne tochtgenooten geweest
+was. Geheel onder den indruk van de aandoening, die hem zijn eigen
+tragisch verhaal inboezemde, bedekte hij wetens en willens met den
+mantel der liefde al de tekortkomingen en al de snoode en misdadige
+plannen zijner mededingers, en verkoos hij in hen niets anders te zien
+dan slachtoffers, omgekomen bij het najagen van een gemeenschappelijk
+doel. Hij verhaalde alles, behalve datgene waarvan hij geheimhouding
+gezworen had, te weten het bestaan van de wondergrot en van de
+rijkdommen aan mineralen, welke zij bevatte en waarbij vergeleken,
+al de diamanten van Grikwaland waardeloos grint waren.
+
+"Tonaïa," zoo eindigde hij zijn verhaal, "heeft stipt alle zijne
+overeenkomsten vervuld. Twee dagen nadat wij in zijne hoofdstad
+aangekomen waren, was alles tot ons vertrek gereed. Alles, alles:
+zoowel mondvoorraad als de bespanningen en het eskorte. Ongeveer drie
+honderd negers, die met meel en gerookt vleesch beladen waren en onder
+de bevelen van den koning in persoon stonden, hebben ons tot bij het
+kampement vergezeld, waar wij onzen wagen in zeer goeden staat en
+onder struikgewas verborgen, terugvonden. Wij hebben toen afscheid
+van onzen gastheer genomen, na hem vijf geweren te hebben gegeven
+in plaats van vier, waarop hij rekende, waardoor hij de machtigste
+potentaat geworden is, die tusschen de Limpopo en de Zambezi-rivier
+aangetroffen kan worden!"
+
+"Maar hoe is de reis geweest van dat kampement af?".... vroeg miss
+Watkins.
+
+"O, die terugreis ging zeer langzaam," antwoordde Cyprianus, "hoewel
+wij daarbij geen moeielijkheden of wederwaardigheden ondervonden. Het
+eskorte heeft ons eerst op de grenzen van de Transvaal verlaten,
+waar ook Pharamond Barthès en zijne Bassuto's afscheid van ons
+hebben genomen om naar Durban te reizen. Eindelijk na een marsch
+van veertien dagen dwars door het Veld, zijn wij hier aangekomen,
+evenwel niet rijker dan toen wij vertrokken."
+
+"Maar waarom is Makatit ontvlucht?" vroeg master Watkins, die dat
+verhaal met eene levendige belangstelling aangehoord had, evenwel
+zonder eene bijzondere aandoening te laten blijken omtrent de drie
+mannen, die niet meer terugkomen zouden.
+
+"Makatit vluchtte, omdat hij ijlhoofdig van angst was," antwoordde
+de jeugdige ingenieur.
+
+"Bestaat er dan geen gerechtigheid meer in Grikwaland?" vroeg de
+pachter, terwijl hij de schouders optrok.
+
+"Hoe het ook zij, ik herhaal dat hij niet schuldig is, en ik hoop
+dat men hem met rust zal laten."
+
+"Hm!" kuchte John Watkins, die de waarde van die betuiging niet
+bijster hoog scheen te schatten. "Zoudt ge niet eerder gelooven,
+dat die looze Makatit slechts de bangoor gespeeld heeft, om buiten
+het bereik der politie te geraken?"
+
+"Neen!.... hij is onschuldig!.... Mijne overtuiging is dienaangaande
+onherroepelijk gevestigd!" antwoordde Cyprianus wel wat kortaf,
+"en ik heb die overtuiging duur genoeg gekocht, dunkt mij."
+
+"O, ik tast uwe overtuiging niet aan!" riep John Watkins uit, "maar
+laat mij ook de mijne!"
+
+Alice zag in, dat die woordenwisseling in twist ontaarden zou. Zij
+haastte zich dus er eene afleiding aan te geven:
+
+"A propos, mijnheer Cyprianus Méré," zeide zij, "weet gij wel dat
+uwe claim gedurende uwe afwezigheid uitmuntend is geworden en dat
+uw vennoot Thomas Staal op weg is een der rijkste mijnwerkers van de
+Kopjes-mijn te worden?"
+
+"Neen," antwoordde Cyprianus openhartig, "dat wist ik niet. Mijn
+eerste bezoek heeft u gegolden, miss Watkins, en ik weet niets van
+hetgeen in mijne afwezigheid is voorgevallen."
+
+"Misschien hebt gij zelfs niet gegeten?" vroeg Alice met dat
+vrouwelijke instinct, hetwelk eene goede huismoeder kenmerkt.
+
+"Dat beken ik gul uit," antwoordde Cyprianus met een blos, hoewel er
+geen reden tot blozen bestond.
+
+"Maar gij kunt toch zoo niet heengaan, zonder iets gegeten te hebben,
+mijnheer Méré!.... Een pas van ziekte herstellende.... na eene
+zoo moeielijke reis!.... Denk er toch aan, het is reeds elf uur in
+den avond!"
+
+En zonder naar zijne tegenkantingen te luisteren, liep zij naar
+de huiskamer en kwam weldra met een blaadje terug, dat met een
+helderwitten doek overdekt was en waarop een paar borden met koud
+vleesch stonden, alsook een fraaie perziken-taart, die zij zelve
+gemaakt had.
+
+De tafel was weldra gedekt voor Cyprianus, die geheel verlegen was. En
+daar hij scheen te aarzelen, om het mes in eene prachtige "biltong",
+een soort verduurzaamd struisvogelenvleesch, te zetten, vroeg miss
+Watkins met haren frisschen glimlach:
+
+"Zal ik het u voorsnijden?"
+
+De vader van het meisje scheen bij dat gastronomisch vertoon eetlust te
+krijgen. Hij vroeg althans ook een bord en eene snede biltong. Alice
+haastte zich snel, om hem niet te laten wachten en, om de heeren
+gezelschap te houden, begon zij eenige amandelen te knabbelen.
+
+Dat geïmproviseerde souper was verrukkelijk. Nimmer had de jeugdige
+ingenieur zooveel eetlust ondervonden. Hij bediende zich drie malen van
+de perziken-taart, dronk twee glazen Constantiawijn en bekroonde die
+heldendaden luisterrijk door er in toe te stemmen de gin te proeven
+van master Watkins, die evenwel weer spoedig insliep.
+
+"En wat hebt gij sedert drie maanden uitgevoerd?" vroeg Cyprianus aan
+Alice. "Ik vrees, dat gij al wat gij van de scheikunde geleerd hebt,
+vergeten zijt!"
+
+"Daarin vergist gij u, mijnheer Méré," antwoordde miss Watkins op
+ietwat verwijtenden toon. "Ik heb integendeel hard gestudeerd en
+ik heb mij zelfs veroorloofd eenige proeven in uw laboratorium te
+nemen. O! wees gerust, ik heb niets gebroken en ik heb alles weer op
+zijne plaats gezet. Ik houd veel van de scheikunde en ik heb nimmer
+kunnen begrijpen, dat gij die prachtige wetenschap hebt kunnen vaarwel
+zeggen, om mijnwerker in de Kopjes-mijn te worden!"
+
+"Gij zijt wreed, miss Watkins. Gij weet zeer goed, waarom ik de
+scheikunde vaarwel gezegd had!"
+
+"Ik.... ik weet er niets van," antwoordde Alice hevig blozende. Ik
+vind dat gij zeer verkeerd gedaan hebt. Als ik in uwe plaats was dan
+zou ik andermaal beproeven diamanten te vervaardigen. Dat is veel
+netter dan zoo in den grond te wroeten."
+
+"Is dat een bevel, hetwelk gij mij geeft?" vroeg Cyprianus met eene
+ietwat bevende stem.
+
+"O! geen bevel waarlijk niet," antwoordde miss Watkins met een
+bekoorlijken glimlach. "Het is hoogstens een verzoek!.... Och, mijnheer
+Méré," hernam zij ernstig, als om den luchtigen toon harer woorden
+te doen vergeten, "als gij wist hoe ongelukkig ik mij gevoelde bij
+het bewustzijn van al de vermoeienissen, van al de gevaren, die gij
+ondergaan, die gij geloopen hebt. Ik was natuurlijk onkundig van al
+die bijzonderheden, maar toch meende ik er het algemeene overzicht
+van geraden te hebben. Ik zei zoo in mij zelve: moet een man, die
+zoo geleerd is, die zoo voorbestemd is om groote zaken tot stand te
+brengen, groote ontdekkingen te doen, moet zoo iemand blootgesteld
+zijn, om ellendig in de woestijn om te komen, om te sterven tengevolge
+van den beet eener slang of onder den klauw van een tijger, zonder
+eenig voordeel voor de wetenschap en voor de menschheid?.... Maar,
+het is waarlijk eene misdaad, hem te hebben laten vertrekken!.... En,
+ik had gelijk!.... want is het geen wonder bijna, dat gij teruggekomen
+zijt? Zonder uw vriend Pharamond Barthès, dien de hemel zegene,
+zoudt...."
+
+Zij kon niet voortgaan; hare stem hokte; maar twee dikke tranen
+ontrolden aan hare schoone oogen en voltooiden haren gedachtengang,
+dien zij niet vermocht uit te spreken.
+
+Cyprianus was op zijne beurt ook zeer ontroerd.
+
+"Zie daar twee tranen, die voor mij kostbaarder zijn dan alle
+diamanten ter wereld en die mij alle de ondergane vermoeienissen,
+al waren zij nog veel grooter geweest, zouden doen vergeten," sprak
+hij op eenvoudigen toon.
+
+Er trad eene stilte in, die het meisje met haren gewonen takt verbrak,
+door het gesprek weer op het terrein der scheikunde terug te voeren.
+
+Middernacht was reeds voorbij, toen Cyprianus naar zijne hut
+terugkeerde, waar een pak brieven uit Frankrijk aangekomen, op hem
+lagen te wachten. Die brieven waren zorgvuldig door miss Watkins op
+zijne werktafel gerangschikt.
+
+Zooals het meermalen na eene lange afwezigheid gebeurt, hij was bang
+om die brieven te openen. Als zij hem eens de tijding van eenig ongeluk
+overbrachten!.... Zijn vader, zijn moeder, zijn zusje Johanna!.... Zoo
+veel had toch gedurende die drie maanden kunnen gebeuren!
+
+Hem ontsnapte een zucht van verlichting, toen hij zich overtuigd
+had, dat die brieven slechts stof tot tevredenheid bevatten. Al
+de zijnen waren welvarend. Van het ministerie ontving hij slechts
+warme lofuitingen ten opzichte van zijne fraaie stelling omtrent de
+diamantvormingen. Hij kon zijn verblijf in Grikwaland nog een semester
+rekken, wanneer hij dat dienstig voor de wetenschap achtte. Alles
+was dus ten beste geschikt en Cyprianus sliep dien nacht in, met zulk
+een verlicht gemoed als hij in lang niet ondervonden had.
+
+De voormiddag van den anderen dag werd besteed om zijne vrienden
+te bezoeken, voornamelijk Thomas Staal, die werkelijk prachtige
+vondsten op de gezamenlijke claim gedaan had. De brave kerel uit
+Lancashire ontving zijn vennoot met de meeste hartelijkheid en
+kwam met Cyprianus overeen, dat Bardik en Li evenals vroeger hunne
+werkzaamheden hervatten zouden. Hij behield zich voor, om, wanneer
+hunne nasporingen met goed gevolg bekroond werden, hun een deel van
+de winst af te staan en zoodoende een klein kapitaal te verzekeren.
+
+Wat Cyprianus betrof, hij was vastbesloten de kansen van het mijnleven
+die hem steeds ongunstig geweest waren, niet meer te beproeven. Hij
+volgde daarbij den wensch op van Alice en besloot derhalve zijne
+scheikundige nasporingen te hervatten.
+
+Zijn onderhoud met het jonge meisje had tot niets anders geleid,
+dan om zijne eigene overwegingen te bekrachtigen. Hij had zich
+zelven reeds sedert lang gezegd, dat zijn pad, het pad niet was van
+handenarbeid, ook niet der avontuurlijke tochten. Hij was te loyaal
+van karakter en te trouw aan het eenmaal gegeven woord, om er een
+oogenblik aan te denken misbruik van het vertrouwen van Tonaïa te
+maken, en de kennis der onmetelijke grot, met kristalformatiën gevuld,
+te benuttigen; maar hij vond in die daadwerkelijke zekerheid eene te
+kostbare bevestiging van zijne stelling over de diamantlegeringen,
+om daaruit niet een nieuwen grond voor zijne onderzoekingen te putten.
+
+Cyprianus hervatte dus zijn laboratorium-bestaan, zooals hij dat
+noemde. Hij wilde evenwel het pad niet verlaten, waarop hij reeds
+eenmaal geslaagd was en was dan ook vast besloten op dien weg zijne
+eerste nasporingen te vervolgen.
+
+Er was daarvoor een reden, een der meest geldende redenen, zooals
+men zien zal.
+
+Sedert toch de kunstmatige diamant als onherroepelijk verloren moest
+beschouwd worden, sprak master Watkins, die eerst met het huwelijk
+van Cyprianus en Alice scheen in te stemmen, er in het geheel niet
+meer over.
+
+Nu was het waarschijnlijk, dat wanneer de jeugdige ingenieur er in
+slaagde, andermaal een diamant van overgroote waarde te vervaardigen,
+die bijvoorbeeld op ettelijke millioenen zou geschat worden, de
+Engelschman wel weer tot zijn vroegere opvattingen zou terug te
+brengen zijn.
+
+Vandaar dan ook het besluit, om zich zonder dralen weer aan den
+arbeid te zetten; en Cyprianus hield dat niet genoegzaam geheim voor
+de arbeiders in de Vandergaart-Kopjes-mijn.
+
+Nadat hij zich andermaal eene buis, welker wanden een groot
+weerstandsvermogen bezaten, aangeschaft had, begon hij andermaal
+zijne werkzaamheid.
+
+"En toch, wat mij ontbreekt," zei hij tot Alice, "om gekristalliseerde
+koolstof, d.w.z. diamant te bekomen, dat is een doelmatig
+oplossingsmiddel, dat hetzij door verdamping, hetzij door afkoeling,
+de koolstof laat kristalliseeren. Voor het aluminium heeft men dat
+oplossingsmiddel in de zwavelzure koolstof gevonden. Het komt er nu
+op aan om bij wijze van overeenkomst voor de koolstof, of voor de
+daarmee vrijwel overeenkomende lichamen als het borium en silicium,
+zulk een oplossingsmiddel te vinden."
+
+Intusschen zette Cyprianus, hoewel hij dat oplossingsmiddel niet
+bezat, alle haast bij zijn werk. Bij afwezigheid van Makatit, die
+zich voorzichtigheidshalve nog niet in het kamp vertoond had, was
+Bardik thans belast om het vuur dag en nacht levendig te houden. Die
+taak vervulde hij met denzelfden ijver als zijn voorganger.
+
+Inmiddels wilde Cyprianus, in het vooruitzicht van na afloop van zijn
+verlenging van verblijf in Grikwaland, genoodzaakt te zijn naar Europa
+terug te keeren, zich van een arbeid kwijten, die op het programma
+zijner uit te voeren verrichtingen voorkwam, maar dien hij nog niet
+had kunnen ondernemen. Dat was de nauwkeurige ligging aan te geven
+eener terreinplooi, die noordwestwaarts van de vlakte aangetroffen
+werd. De terreinplooi beschouwde hij, of beter verdacht hij te zijn de
+trechter waardoor de wateren weggevloeid waren in het lang vervlogen
+tijdperk, waarin de diamant-vormingen van het district door de natuur
+tot stand gebracht waren.
+
+Vijf of zes dagen na zijn terugkeer in de Transvaal, hield
+hij zich dus onledig met die plaatsbepaling en deed dat met de
+hem eigene nauwgezetheid, die hij bij alles wat hij ondernam,
+betrachtte. Nu was hij sedert een uur bezig om bakens te plaatsen
+en die op eene topografische kaart op groote schaal, die hij zich
+te Kimberley aangeschaft had, als vaste punten aan te teekenen. Maar
+opmerkenswaardig was het daarbij, dat zich steeds bij zijne becijfering
+eene groote vergissing of minstens eene minder goede overeenkomst
+met die kaart voordeed. Eindelijk was het niet meer te ontkennen,
+dat die kaart onnauwkeurig georiënteerd was; de breedten en de lengten
+daarvan waren foutief.
+
+Cyprianus had nauwkeurig op het middaguur gebruik gemaakt van een
+uitmuntenden chronometer, die volgens de Sterrenwacht van Parijs
+geregeld was, om de lengte van de plaats te bepalen. Hij was daarbij
+volkomen verzekerd van de onfeilbaarheid van zijne boussole en van zijn
+deklinatie-kompas. Hij kon dus geen oogenblik aarzelen om te erkennen,
+dat de kaart waarop hij zijne punten vastlegde, geheel dwaalde door
+een groote fout in de oriëntatie.
+
+En inderdaad, het noorden van die kaart, hetwelk op Britsche wijze
+door een opstaanden pijl aangegeven was, bevond zich in het werkelijke
+noord-noord-westen. Een gevolg daarvan was, dat al de aanwijzingen
+der kaart noodwendig in diezelfde evenredigheid dwaalden.
+
+"Ik zie wat er aan hapert!" riep eensklaps de jeugdige ingenieur
+uit. "De ezels,--die deze streek in kaart brachten, hebben
+eenvoudig geen rekening gehouden met de magnetische afwijking van de
+kompasnaald. En die afwijking bedraagt hier niet minder dan negen en
+twintig graden westerring. [8] Daaruit volgt dat al hunne aanwijzingen
+van breedte en lengte, om nauwkeurig te zijn, langs een boogje van
+negen en twintig graden van het westen naar het oosten rondom het
+middelpunt van de kaart moeten verplaatst worden!.... Het is aan te
+nemen dat Engeland zijne kundigste topografen niet uitgezonden heeft,
+om die opmetingen te doen!"
+
+Hij lachte om den beganen bok. Hij had evenwel geen enkele reden om hem
+te herstellen in de ligging ten opzichte der diamanthoudende terreinen
+van het district, hetwelk noodzakelijk plaats moest hebben. Toen
+hij dienzelfden avond naar de pachthoeve terugkeerde, ontmoette hij
+Jakobus Vandergaart en deelde hij hem zijne bevinding mede.
+
+"Het is waarachtig opmerkenswaardig," zeide hij, "dat zulk eene groote
+geodesische dwaling, die op al de terreinplannen van het district
+invloed heeft moeten hebben, nog niet opgemerkt en aangewezen is. Zij
+maakt eene aanmerkelijke verbetering van al de kaarten van het geheele
+land noodzakelijk."
+
+De oude diamantslijper keek Cyprianus met een zonderlingen blik aan.
+
+"Is het waar, wat ge zegt?" vroeg hij. "En zoudt gij bereid zijn dat
+feit voor de rechtbank te bevestigen?"
+
+"Wel voor tien rechtbanken, als het noodig ware!"
+
+"En dat feit is niet te weerspreken?"
+
+"Volstrekt niet, daar het voldoende zal zijn, de oorzaak van de dwaling
+op te geven. Zij is bij mijne ziel tastbaar genoeg! Het veronachtzamen
+van de afwijking van de magneetnaald bij topografische opnemingen! Het
+is ongehoord!"
+
+Jakobus Vandergaart verwijderde zich zonder verder iets te zeggen,
+en Cyprianus had weldra vergeten met welk zonderlinge oplettendheid
+de diamantslijper het feit nagegaan had, welke invloed door die
+geodesische dwaling op de terreinplannen van het distrikt veroorzaakt
+was.
+
+Toen evenwel Cyprianus twee of drie dagen later den ouden
+diamantslijper een bezoek wilde brengen, vond hij de deur gesloten.
+
+Op de lei, die aan den klopper vastgehecht was, las hij de woorden, die
+kort geleden met krijt daarop geschreven waren: "_Afwezig voor zaken_."
+
+
+
+
+
+EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+VENETIAANSCHE GERECHTIGHEID.
+
+
+Gedurende de volgende dagen hield Cyprianus zich ijverig bezig met
+de verschillende tijdperken aandachtig te volgen van zijne nieuwe
+proef. Tengevolge van eenige verbeteringen in den weerkaatsing-oven
+aangebracht, waardoor een betere luchtaanvoer mogelijk was, zou de
+diamant-vervaardiging, zoo hoopte hij tenminste, in veel minder tijd
+plaats vinden dan bij de eerste proef.
+
+Er zal niet behoeven verteld te worden, dat miss Watkins die tweede
+poging, waar zij de bezieling van was, met alle belangstelling
+volgde. Zij vergezelde den jeugdigen ingenieur dan ook herhaalde
+malen bij zijn gang naar den oven, dien hij verscheidene malen per dag
+bezocht, en daar vond zij er een genoegen in, om door de kijkgaten,
+die in het metselwerk uitgespaard waren, de hevigheid van het vuur,
+dat in het innerlijke van dien oven brulde, waar te nemen.
+
+John Watkins stelde niet minder belang dan zijne dochter in die
+proef. Hij was ongeduldig om andermaal weer in het bezit van een
+steen te komen, welks waarde bij millioenen berekend kon worden. Zijn
+eenige vrees was, dat die tweede proef niet als de eerste gelukken zou,
+waarbij het toeval een aanmerkelijke rol kon hebben gespeeld.
+
+Maar indien de Engelschman en zijne dochter den jongen scheikundige
+aanmoedigden bij zijn werk, zoo kon dat niet van de andere mijnwerkers
+van Grikwaland gezegd worden. Hoewel Hannibal Pantalucci, James
+Hilton en Herr Friedel niet meer op deze wereld waren, zoo dachten
+toch hunne makkers aangaande de diamant-vervaardiging evenals
+zij. Geheime bijeenkomsten, die door den jood Nathan ontworpen waren,
+brachten het hunne er toe bij, om de eigenaars van claims tegen den
+jongen ingenieur op te hitsen. Want als die kunstmatige vervaardiging
+gelukte, dan was dat de ondergang van de diamantdelvers aan de Kaap
+en op andere plaatsen.
+
+Dat was reeds lang als uitgemaakt beschouwd, maar thans werd dat met
+meer bitterheid, met meer woestheid dan voorheen besproken. Er werden
+samenkomsten gehouden, die niet veel goeds voorspelden, maar Cyprianus
+toch niet bevreesd maakten. Hij was vastbesloten zijn werk ten einde
+te brengen, wat men er ook van zeggen of wat men ook doen wilde.
+
+Miss Watkins was evenwel bij dat alles niet gerust. Zij was op
+de hoogte van al de gesprekken, en zij begon voor Cyprianus te
+vreezen. Zij verweet zich, dat zij hem op dien weg gevoerd had. Zij
+kon op de politie van Grikwaland niet rekenen, en een slechte daad
+was ras bedreven. Zij deelde hem hare onrust mede. Hij dankte haar
+voor die belangstelling, want hij zag daarin de uiting van een teeder
+gevoel, dat trouwens geen geheim meer voor hem was.
+
+"Wat ik verricht, is voor ons beiden arbeiden," zei hij.
+
+Maar miss Watkins, die vernam wat in de claims besproken werd,
+leefde thans in gestadige onrust. En dat was niet zonder reden. Er
+begon een soort haat jegens Cyprianus te heerschen, die weldra niet
+meer bij schelden en bij schimpscheuten bleef, maar zich zelfs door
+bedreigingen uitte.
+
+Werkelijk op een avond, toen Cyprianus zijn oven wenschte te bezoeken,
+vond hij hem geheel verwoest. Gedurende eene afwezigheid van Bardik was
+een troep mannen gekomen, die van de duisternis gebruik hadden gemaakt,
+om den arbeid van lange dagen in weinige minuten te vernielen. Het
+gebouwtje was afgebroken, de oven was verbrijzeld, de vuren waren
+uitgedoofd, de werktuigen verbroken en weggeworpen. Er bleef niets
+meer van het materieel over, dat aan Cyprianus zoo veel zorgen en
+moeite gekost had. Alles moest weer opnieuw begonnen worden, òf hij
+moest de plaats ruimen.
+
+"Neen," riep hij uit. "Ik zal niet toegeven. Ik zal eene klacht tegen
+de ellendelingen inbrengen, die mijn goed vernield hebben. Ik zal
+zien of er in Grikwaland geene gerechtigheid meer is."
+
+Ja, er was eene gerechtigheid, maar niet eene zoodanige, als waarop
+de ingenieur rekende.
+
+Zonder iets aan iemand te zeggen, zonder zelfs miss Watkins iets te
+vertellen, omtrent hetgeen voorgevallen was, uit vrees haar nieuwen
+angst aan te jagen, was Cyprianus naar zijne hut wedergekeerd en
+weldra in slaap gevallen.
+
+Hij kon zoo omstreeks twee of drie uren geslapen hebben, toen het
+openen van eene deur hem met schrik deed wakker worden. Vijf mannen met
+zwarte maskers voor het gelaat en met revolvers en geweren gewapend,
+drongen zijne kamer binnen. Zij droegen een soort dievenlantaarn en
+plaatsten zich rondom het bed.
+
+Het kwam bij Cyprianus volstrekt niet op, dat geheele tooneel als
+ernst te beschouwen. Hij geloofde aan eene grap en begon dan ook al
+dadelijk te lachen, hoewel hij er niet veel lust toe had, daar hij
+de klucht zouteloos vond.
+
+Maar een brutale hand daalde op zijn schouder neer, terwijl een der
+gemaskerde mannen een papier ontvouwde, dat hij in de hand hield,
+en begon voor te lezen met eene stem, die niets grappigs had:
+
+"Cyprianus Méré. Hierbij wordt u aangekondigd, dat de geheime rechtbank
+van het Kamp in de Vandergaart-Kopjes-mijn, die ten getale van twee
+en twintig leden zitting heeft genomen en uit naam van het algemeen
+welzijn handelt, u heden, juist op het middernachtuur, met algemeene
+stemmen ter dood veroordeeld heeft.
+
+"Gij zijt beschuldigd en overtuigd van door eene ontijdige en deloyale
+uitvinding al de mannen van Grikwaland, die belang bij het vinden,
+het kloven, het slijpen en het verkoopen van diamanten hebben, in
+hun bestaan, in hun leven, in hunne gezinnen te hebben aangetast.
+
+"De rechtbank heeft in hare wijsheid uitspraak gedaan, dat eene
+dergelijke uitvinding vernietigd moet worden en dat de dood van
+een enkele niet opweegt tegen den dood en de ellende van duizenden
+menschenlevens.
+
+"Zij heeft bevolen, dat u tien minuten gelaten zullen worden om
+u tot den dood voor te bereiden; dat de keuze van de wijze waarop
+gij sterven zult, aan u zal worden overgelaten; dat al uwe papieren
+verbrand zullen worden, behalve eene zoodanige geopende mededeeling
+die gij noodig zult achten voor uwe nabestaanden, en eindelijk dat
+uwe woning met den grond gelijk zal gemaakt worden!
+
+"Zoo zal het iederen verrader gaan!"
+
+Toen hij zich zoo hoorde veroordeelen, begon Cyprianus in zijn geloof
+aan eene grap wel te wankelen, en vroeg hij zich af of die vertooning,
+in aanmerking genomen de ruwe zeden van de bewoners van dat land,
+niet ernstiger was dan hij eerst gemeend had.
+
+De man, die hem bij den schouder gegrepen had, zou zijne laatste
+twijfelingen verdrijven.
+
+"Sta dadelijk op!" zei hij ruwweg. "Wij hebben geen tijd te verliezen!"
+
+"Maar dat is sluipmoord," antwoordde Cyprianus, die van zijn bed
+sprong om eenige kleederen aan te trekken.
+
+Hij was meer verontwaardigd dan ontroerd, en spande al de kracht zijner
+zinnen op hetgeen met hem voorviel, evenwel met de koelbloedigheid van
+iemand, die bezig was een zeker vraagstuk op te lossen. Wie waren die
+mannen? Dat kon hij niet raden. Hij herkende zelfs den toon hunner
+stem niet. Ongetwijfeld zwegen zij voorzichtig, die hem persoonlijk
+bekend waren, wanneer die zich onder de aanvallers bevonden.
+
+"Hebt gij eene keus gedaan omtrent de wijze van sterven?...." vroeg
+een der gemaskerden.
+
+"Ik heb geen keus te doen. Ik kan slechts protesteeren tegen de
+afschuwelijke misdaad, die gij gaat bedrijven!" antwoordde Cyprianus
+met vaste stem.
+
+"Protesteer! dat zal u niet baten. Gij zult toch gehangen worden. Hebt
+gij eenige beschikking te maken?"
+
+"Niets, wat ik aan sluipmoordenaars zou wenschen toe te vertrouwen."
+
+"Vooruit dan maar," beval het opperhoofd van den troep.
+
+Twee mannen plaatsten zich ter weerszijden van den ingenieur en de
+optocht stelde zich in beweging.
+
+Maar op dit oogenblik had een onverwacht voorval plaats. Te midden
+van die scherprechters van de Vandergaart-Kopjes-mijn was een man
+met één sprong gevlogen. Dat was Makatit, de jonge Kaffer, die des
+nachts gewoonlijk rond het kamp omdoolde en die er uit instinct toe
+overgegaan was die gemaskerde mannen te volgen, juist toen zij zich
+naar de woning van den ingenieur begaven. Daar had hij alles gehoord
+wat er gezegd was geworden, en had het gevaar begrepen, waaraan zijn
+baas blootgesteld was. Dadelijk, zonder aarzeling, wat er ook met
+hem gebeuren mocht, had hij de mijnwerkers op zij gedrongen en zich
+aan de voeten van Cyprianus geworpen.
+
+"Vadertje, waarom willen die mannen je dooden?" vroeg hij, terwijl
+hij zich aan zijn baas vastklemde.
+
+"Omdat ik een kunstmatigen diamant vervaardigd heb," antwoordde
+Cyprianus die de handen van Makatit met ontroering drukte.
+
+"O! vadertje, wat voel ik mij ongelukkig, en wat ben ik beschaamd
+over wat ik gedaan heb!" herhaalde de Kaffer al weenende.
+
+"Wat wilt ge daarmeê zeggen?" riep Cyprianus uit.
+
+"Ja, ik zal alles bekennen, daar men u ter dood wil brengen," kreet
+Makatit. "Ja.... ik moet sterven! want ik ben het, die den grooten
+diamant in den oven gedaan heb."
+
+"Smijt dien schreeuwer op zijde!" beval het hoofd van de bende.
+
+"Ik herhaal, dat ik den diamant in het toestel gelegd heb!" herhaalde
+Makatit, zich verzettende. "Ja, ik heb vadertje bedrogen!.... Ik heb
+hem willen doen gelooven, dat zijne bewerking geslaagd was!...."
+
+Hij sprak zoo overtuigend, dat men hem eindelijk gehoor verleende.
+
+"Spreekt ge waarheid?" vroeg Cyprianus, tegelijkertijd verbaasd en
+teleurgesteld over hetgeen hij vernam.
+
+"Ja! honderdmaal ja!.... ik spreek de waarheid!"
+
+Hij zat thans neergehurkt op den grond en allen hoorden hem aan;
+want wat hij zeide, zou den gang van zaken zeer veranderen.
+
+"Op den dag van de groote aardstorting, toen ik levend begraven werd
+onder het puin, had ik juist een grooten diamant gevonden. Ik hield hem
+in de hand en ik dacht er aan om hem te verbergen, toen de wand der
+mijn instortte en mij bedolf, om mij te straffen voor die misdadige
+gedachte. Toen ik tot het bewustzijn wederkeerde, vond ik dien steen
+in het bed terug, waarin vadertje mij had doen uitstrekken. Ik heb
+toen dien diamant willen teruggeven, maar ik was te beschaamd om
+te bekennen, dat ik eigenlijk een dief was en heb ik eene gunstige
+gelegenheid afgewacht!.... Juist wilde vadertje eenigen tijd later
+beproeven om een diamant te vervaardigen en droeg hij mij op om op het
+vuur te passen. Maar ziet op den tweeden dag, terwijl ik alleen in de
+werkplaats was, is het toestel met een vreeselijken knal gebarsten,
+en het heeft weinig gescheeld of ik was op de plaats gedood. Toen
+dacht ik dat vadertje bedroefd zoude zijn, dat zijne proef mislukt
+was. Ik heb den diamant toen in een laag klei gewikkeld en door den
+barst in het kanon geplaatst. Ik heb daarop alles zoo goed mogelijk
+hersteld, opdat vadertje niets zoude merken!.... Ik heb vervolgens
+zonder iets te zeggen gewacht en toen vadertje den diamant gevonden
+heeft, was hij zeer verheugd en ik ook!"
+
+Een uitbarsting van uitbundig gelach, dat die vijf mannen niet konden
+weerhouden, volgde op de laatste woorden van Makatit. Cyprianus
+lachte in het geheel niet, maar beet zich op de lippen van
+kwaadaardigheid. Want het was onmogelijk de woorden van den
+Kaffer verkeerd te verstaan. Die geschiedenis was klaarblijkelijk
+waar. Cyprianus zocht tevergeefs naar redenen om aan hare werkelijkheid
+te kunnen twijfelen. Hij poogde haar te weerspreken en zei tot
+zich zelven:
+
+"Een natuurlijke diamant, die aan zulk een temperatuur ware
+blootgesteld, zou voorzeker vergaan zijn."
+
+Maar het gezond verstand zei hem ook, dat de steen, door een korst van
+leem of klei beschermd, aan de werking van de warmte ontsnapt was of
+haar slechts gedeeltelijk ondergaan had. Misschien was de steen wel
+zijn zwarte kleur aan die verhitting verschuldigd. Misschien was hij
+ook vervluchtigd, maar in zijne schaal andermaal gekristalliseerd.
+
+Al die gedachten doorkruisten bliksemsnel het brein van den ingenieur.
+
+"Ik herinner mij nog zeer goed dien aardbrok, dien de Kaffer in de hand
+geklemd hield op den dag der aardstorting," merkte een der mannen op,
+toen de lachbui een weinig bedaard was. "Hij klemde hem zelfs zoo
+stevig in zijne samengeknepen vingeren, dat men er van moest afzien
+om hem los te laten."
+
+"Er is geen twijfel meer!" sprak een andere. "Is het mogelijk
+diamant te vervaardigen? Waarlijk, wij waren wel gek, toen wij dat
+geloofden! Men kan even goed pogen een ster te maken!"
+
+En allen begonnen weer te lachen.
+
+Cyprianus leed voorzeker meer door die vroolijkheid, dan hij geleden
+had tengevolge van hunne ruwheid.
+
+Nadat die vijf mannen elkander met zachte stem geraadpleegd hadden,
+hernam hun hoofd het woord.
+
+"Wij zijn van gevoelen," zei hij, "dat er redenen zijn om de uitvoering
+van het vonnis te schorsen. Gij zult vrij zijn, Cyprianus Méré. Maar
+bedenk dat dit vonnis steeds op u drukt. Een woord, een teeken slechts
+om de politie te waarschuwen, kost u het leven. Een goed verstaander
+heeft slechts één woord noodig."
+
+Daarop vertrokken hij en zijn makkers, terwijl het vertrek in het
+donker gedompeld bleef. Cyprianus had kunnen gelooven, dat hij
+slechts akelig gedroomd had, maar het snikken van Makatit, die op
+den grond uitgestrekt lag en hardop huilde, liet niet toe dat hij aan
+de wezenlijkheid van het afgespeelde tooneel twijfelde. Het was dus
+waar! Hij was aan den dood ontsnapt, maar ten koste van een bloedige
+vernedering! Hij, mijn-ingenieur! hij, leerling van de Polytechnische
+school, uitstekend scheikundige, beroemd geoloog, hij was door de list
+van een ellendigen Kaffer gefopt geworden! Of beter, hij was dat alles
+verschuldigd aan zijn eigen ijdelheid, aan zijn zelfoverschatting. Ja,
+daaraan had hij dien vreeselijken bok te wijten.
+
+Hij had zich door verblinding zoover laten vervoeren, dat hij zelfs
+eene stelling voor die kristalvorming opgebouwd had!.... Het kon niet
+bespottelijker!.... Was het dan de natuur alleen niet, die in staat is,
+om met der eeuwen hulp zulke meesterstukken te vervaardigen?.... Maar
+wie zou door den schijn niet bedrogen zijn? Hij had op een welslagen
+gehoopt, hij had alles voorbereid om dat te bereiken en moest dus
+logisch gelooven, dat hij geslaagd was. De buitengewone afmetingen
+zelfs van den diamant leidden er toe om hem in die meening te
+stijven!.... Een Despretz zou haar gedeeld hebben!.... Gebeuren
+zulke vergissingen niet dagelijks?.... Ziet men niet de meest ervaren
+muntkundigen vaak valsche medailles voor echte aannemen?
+
+Cyprianus beproefde zich zoo moed in te spreken. Maar plotseling deed
+hem een gedachte verstijven.
+
+"En mijne memorie voor de Akademie! Als die fielten die maar niet
+meegenomen hebben!"
+
+Hij stak eene kaars aan. Goddank, neen! dat stuk lag daar nog. Niemand
+had het gezien. Hij ademde eerst gerust, toen hij het verbrand had.
+
+Het verdriet van Makatit was zoo hartverscheurend, dat zijn baas er wel
+toe overgaan moest het te stillen. Dat was zoo moeielijk niet. Bij de
+eerste welwillende woorden, die vadertje sprak, scheen de arme jongen
+tot het leven weer te keeren. Maar al vergaf hem Cyprianus volgaarne
+zijne misleiding, dan was dat toch op voorwaarde, dat hij het niet weer
+zou doen. Makatit beloofde dat plechtig, waarna beiden gingen slapen.
+
+Zoo besloot dat tooneel, dat in den aanvang een meer tragisch einde
+in het verschiet toonde.
+
+Voor Makatit zou het einde toch iets anders wezen.
+
+Toen men den volgenden dag in het kamp vernam, dat de _Zuidster_ niets
+minder dan een natuurlijke diamant door den Kaffer gevonden was,
+die er de volle waarde van kende, toen ontstond al de verdenking
+jegens hem opnieuw en thans met nog meerder kracht. John Watkins
+schreeuwde het hardst. Die Makatit kon niet anders dan de dief
+zijn van dien onschatbaren steen. Hij had hem zich een eerste maal
+willen toeëigenen--had hij dat zelf niet bekend?--dus luidde de
+gevolgtrekking, was hij het, die hem ook uit de feestzaal gestolen had.
+
+Cyprianus had goed protesteeren en zich tot borg voor de eerlijkheid
+van den Kaffer stellen. Men luisterde niet naar hem. Dit bewees ten
+overvloede hoezeer Makatit, die zijne onschuld bezwoer, honderd
+malen gelijk had gehad met te ontvluchten en hoezeer hij honderd
+malen ongelijk had met in Grikwaland terug te keeren.
+
+Maar toen deed de ingenieur, die het niet opgaf, een argument hooren,
+waarop men geenszins verdacht was en dat volgens zijne meening Makatit
+redden moest.
+
+"Ik geloof aan de onschuld van den Kaffer," zei hij tot John Watkins,
+"en daarenboven het geheele geval gaat mij slechts aan! Natuurlijk of
+kunstmatig, de diamant behoorde mij toe, vóór dat ik hem mejuffrouw
+Alice aanbood...."
+
+"O zoo, hij hoorde u toe?" vroeg master Watkins op spottenden toon.
+
+"Ongetwijfeld," hernam Cyprianus. "Is hij niet op mijn claim gevonden,
+door Makatit, die in mijn dienst was?"
+
+"Voorzeker, dat is waar," antwoordde de Engelschman, "en dus behoort
+hij mij toe, daar ons contract luidt dat de eerste drie diamanten,
+die op uwen gepachten grond gevonden worden, mijn eigendom zijn."
+
+Daarop wist de onthutste Cyprianus niets te antwoorden.
+
+"Is mijne bewering juist?" vroeg master Watkins.
+
+"Zeer juist," antwoordde Cyprianus.
+
+"Gij zult mij dus zeer verplichten, wanneer gij mijn recht schriftelijk
+zult erkennen, voor het geval dat wij er toe komen dien ellendeling
+te noodzaken den diamant, dien hij zoo onbeschaamd gestolen heeft,
+terug te geven."
+
+Cyprianus nam een vel wit papier en schreef:
+
+
+ "Ik erken dat de diamant, op mijn claim door een Kaffer in
+ mijnen dienst gevonden, volgens contract het eigendom is van
+ Master John Stapleton Watkins.
+
+ Cyprianus Méré."
+
+
+Helaas! dat was eene omstandigheid, die al de fraaie droomen van den
+ingenieur verwoestte. Want inderdaad, als de diamant ooit teruggevonden
+werd, dan zou hij niet als een ontvangen geschenk, maar volgens
+contract toebehooren aan John Watkins, waardoor eene nieuwe klove,
+die slechts door zoo en zooveel millioenen aan te vullen zoude zijn,
+tusschen Alice en Cyprianus zou ontstaan.
+
+Maar was de eisch van den Engelschman nadeelig voor de belangen der
+twee verliefden, hij was dat nog veel meer voor Makatit! Het was nu
+aan John Watkins, dat hij nadeel had toegebracht. En John Watkins
+was er de man niet naar, om werkeloos te blijven, wanneer hij meende
+overtuigd te zijn, dat hij den dief te pakken had.
+
+De arme drommel werd dan ook gearresteerd, gevangen gezet en nauwelijks
+waren twaalf uren verloopen of hij werd veroordeeld, en alles wat
+men op de vertoogen van Cyprianus ten zijnen gunste doen wilde,
+was dat hij gehangen zoude worden, wanneer hij er niet toe besloot
+de _Zuidster_ terug te geven.
+
+Maar daar hij haar niet kon teruggeven, omdat hij haar nooit gestolen
+had, zoo stond zijn zaak slecht, en Cyprianus wist niet meer wat te
+doen om het leven van den ongelukkige te redden, dien hij in weerwil
+van alles voor onschuldig hield.
+
+
+
+
+
+TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+EEN NIEUWE SOORT MIJN.
+
+
+Miss Watkins had intusschen alles vernomen, wat voorgevallen was,
+zoowel het tooneel der gemaskerde mannen als de teleurstelling,
+die den ingenieur overkomen was.
+
+"Och, mijnheer Cyprianus," zei zij, toen deze haar alles verteld had,
+"is uw leven niet meer waard dan alle diamanten ter wereld?"
+
+"Waarde Alice...."
+
+"Laten wij dat alles maar trachten te vergeten en denk er voortaan
+niet meer aan zulke proeven te nemen!"
+
+"Gij beveelt het?".... vroeg Cyprianus.
+
+"Ja zeker," antwoordde het jonge meisje. "Ik beveel u om op te houden,
+zooals ik u bevolen had om te beginnen.... daar gij wel bevelen van
+mij wilt ontvangen."
+
+"O, ik zal ze allen uitvoeren!" antwoordde Cyprianus, terwijl hij de
+hand greep, die miss Watkins hem toestak.
+
+Maar toen de ingenieur haar het vonnis mededeelde, waartoe Makatit
+veroordeeld was, voelde zij zich verpletterd, vooral door het aandeel
+dat haar vader daaraan genomen had.
+
+Zij ook geloofde niet aan de schuld van den armen Kaffer. Zij ook
+zou alles hebben willen aanwenden om hem te redden en was daarin
+geheel eenstemmig met Cyprianus. Maar hoe dat aan te leggen? En
+vooral hoe moest John Watkins tot hun gevoelen overgehaald worden,
+hij de onhandelbare aanklager in die zaak? Hoe hem gunstig te stemmen
+voor een ongelukkige, dien hij zelf zoo met onbillijke beschuldigingen
+overladen had?
+
+Er moet bij gevoegd worden, dat de Engelschman nog geen enkele
+bekentenis uit Makatit had kunnen verkrijgen, hoewel hij
+hem levensbehoud en genade in het uitzicht stelde, wanneer hij
+bekende. Hij was dus genoodzaakt de hoop op te geven de _Zuidster_
+ooit terug te vinden en was daardoor dan ook in een verschrikkelijk
+booze luim. Intusschen wilde zijne dochter nog eene laatste poging
+bij hem wagen.
+
+Daags na de veroordeeling had master Watkins een weinig minder last dan
+gewoonlijk van het pootje en had hij van die verademing gebruik gemaakt
+om zijne papieren in orde te brengen. Gezeten voor een schrijftafel
+van zwart ebbenhout, die met gele versierselen ingelegd was,--een
+antiek stuk uit den oud Hollandschen tijd, dat daar in Grikwaland
+na tal van wederwaardigheden was komen aanlanden,--bezag hij een
+voor een zijne verschillende eigendomsbewijzen, zijne contracten en
+zijne correspondentiën.
+
+Alice zat achter hem over haar borduurraam gebogen en hield zich bezig
+met haar werk, zonder veel op haren struisvogel Dada te letten. Dit
+dier kwam en ging door de zaal met zijnen gewonen ernst, keek nu eens
+door het venster en sloeg dan weer eens den blik op de bewegingen
+van master Watkins en van zijne dochter.
+
+Plotseling uitte de Engelschman een kreet, die zijne dochter deed
+schrikken.
+
+"Dat dier is onverdragelijk," zei hij. "Daar heeft het waarachtig een
+mijner dokumenten gepakt.... Dada!.... hier!.... Geef dat dadelijk
+terug!"
+
+Maar die woorden waren nauwelijks uitgesproken of daar volgde een
+stroom verwenschingen op.
+
+"O, dat vreeselijke dier heeft het ingeslikt!.... Een zeer belangrijk
+document!.... Het origineel van het besluit, waarbij mij de ontginning
+der Kopjes-mijn is toegewezen....! Maar dat kan zoo niet!.... Ik zal
+dat stuk terug hebben--al moest ik het dier verworgen!"
+
+John Watkins was rood van kwaadheid en geheel en al buiten zich
+zelven. Hij sprong plotseling op en liep den struisvogel achterna,
+die een paar malen rond het vertrek liep en toen het raam uitwipte,
+dat met den grond gelijkvloers was.
+
+"Vader," zei Alice, die de nieuwe misdaad van haren gunsteling
+betreurde, "vader, wees bedaard! Luister naar mij!.... Gij zult u
+eene ziekte berokkenen!"
+
+Maar de woede van John Watkins was ten top gestegen. Die vlucht van
+den vogel gaf er den doorslag aan.
+
+"Neen!" riep hij met bevende stem, "dat is me te sterk!.... Daar
+moet een einde aan komen!.... Ik kan zoo niet mijn meest belangrijk
+eigendomsbewijs prijs geven. Een flinke kogel in zijn kop zal dat
+verwenschte dier dien streek wel betaald zetten. Ik zal mijn perkament
+terug hebben! Dat beloof ik je!"
+
+Alice volgde hem met betraande oogen.
+
+"Ik smeek u vader," zei ze, "spaar dat arme dier. Is dat papier wel
+zoo belangrijk? Kan men er geen duplikaat van bekomen?.... Zoudt
+gij mij het verdriet willen aandoen mijn arme Dada voor zoo'n gering
+vergrijp voor mijne oogen te willen dooden?"
+
+Maar John Watkins wilde naar niets hooren, hij keek overal naar zijn
+slachtoffer om. Hij bespeurde den vogel eindelijk op het oogenblik,
+toen hij zich in de nabijheid van de hut van Cyprianus trachtte
+te verschuilen. De Engelschman bracht dadelijk zijn geweer in die
+richting; maar alsof Dada dat noodlottige plan jegens haar gesmeed,
+raadde, nauwelijks zag zij die beweging of zij kroop achter het huis.
+
+"Wacht, Wacht maar! Ik zal je toch vinden, verwenscht beest!" riep
+John Watkins, terwijl hij zich naar de hut begaf.
+
+Alice, al meer en meer beangst, volgde hem om een laatste poging bij
+hem aan te wenden. Beiden kwamen zoo voor het huis van den ingenieur
+en gingen er achter kijken. Maar geen struisvogel meer! Dada was
+onzichtbaar. Het was toch onmogelijk dat zij den heuvel afgerend
+was, dan had men haar moeten zien. Zij had dus eene toevlucht in de
+hut moeten zoeken langs een der deuren, die van achteren toegang
+verleenden. Zoo dacht althans John Watkins. Hij schreed dan ook
+dadelijk naar de voordeur en klopte aan. Het was Cyprianus zelf,
+die hem open deed.
+
+"Mijnheer Watkins!.... Juffrouw Watkins!.... Verrukt om u in mijne
+nederige stulp te zien!" zei hij beteuterd.
+
+De Engelschman was buiten adem en vol woede. Met horten en stooten
+deelde hij den ingenieur mede, wat er gebeurd was.
+
+"Welnu, wij zullen den schuldige zoeken!" zei Cyprianus, John Watkins
+en Alice uitnoodigende zijne woning binnen te treden.
+
+"Ik verzeker u, dat hare rekening gauw opgemaakt zal zijn!" antwoordde
+John Watkins, terwijl hij zijn geweer als een strijdbijl zwaaide.
+
+In hetzelfde oogenblik openbaarde aan Cyprianus een smeekende blik
+van het jonge meisje al den afschuw, dien zij voor dat wreede plan
+koesterde. Zijn voornemen was dan ook spoedig opgevat. Het was
+eenvoudig genoeg, hij besloot den struisvogel niet te vinden.
+
+"Li," riep hij den Chinees, die pas binnengetreden was, in het
+Fransch toe. "Ik vermeen, dat de struisvogel in uw kamer is. Zoek
+hem en tracht hem behendig te doen ontsnappen, terwijl ik mijnheer
+Watkins langs den anderen kant rondleid."
+
+Ongelukkig moest dit plan falen; want de struisvogel had juist
+eene toevlucht gezocht in het eerste vertrek, waar de nasporingen
+begonnen. Dada had daar, zeer ineengedrongen om zich onzichtbaar te
+maken, het hoofd onder een stoel verborgen, maar was overigens zoo
+duidelijk te zien als de zon op vollen middag.
+
+"O, schurk! jou rekening is gemaakt!" riep master Watkins, terwijl
+hij zijn geweer aan den schouder bracht. Toch, hoe verwoed hij ook
+was, deinsde hij terug voor die daad van geweld: een geweerschot te
+lossen in een huis, dat toch het zijne niet was. Alice had het hoofd
+omgekeerd, om van den gruwel niets te zien. Toen bracht hare smart
+een schitterend denkbeeld in het brein van den ingenieur te weeg.
+
+"Mijnheer Watkins," zei hij eensklaps, "het is u slechts te doen om uw
+document terug te hebben, niet waar? Welnu, het is volstrekt noodeloos
+Dada daarvoor te dooden. Het is voldoende haar den krop te openen,
+dien het perkament nog niet voorbij kan zijn. Wilt gij mij toestaan de
+bewerking uit te voeren? Ik heb het in Museum te Parijs een cursus in
+de dierkunde bijgewoond en ik geloof dat ik die heelkundige bewerking
+tot een goed einde zal brengen."
+
+Hetzij dat een vooruitzicht van zulk een proef op het levende dier
+den wraakzuchtigen Engelschman streelde, hetzij dat zijne woede begon
+te verminderen, hetzij eindelijk dat hij zijns ondanks getroffen was
+door het verdriet zijner dochter, hij liet zich vermurven en stemde
+in dien middenweg toe.
+
+"Maar ik wil mijn document niet kwijt zijn," zeide hij. "Bevindt
+het zich niet in den krop, welnu, dan moet het maar in de maag of
+in de andere ingewanden gezocht worden! Ik moet het terug hebben,
+het koste wat het wil!"
+
+De bewerking was niet zoo gemakkelijk, als men wel gemeend had,
+toen men de onderworpen houding van de arme Dada zag; want een
+struisvogel, al is het er ook een van slechts kleine gestalte, bezit
+een verbazende spierkracht. Nauwelijks zou de huid van den vogel door
+het mes van den nieuwbakken heelkundige aangetast zijn, of, daarvan
+was Cyprianus zeker, Dada zou weerstand bieden, in woede ontsteken,
+en zich met razernij verdedigen. Li en Bardik werden dan ook geroepen
+om als assistenten dienst te doen.
+
+Men kwam overeen dat de struisvogel vooraf gebonden zou worden. Daartoe
+had Li steeds touw genoeg bij de hand. Weldra waren de pooten, de
+vlerken en de bek van de ongelukkige Dada stevig omwoeld en was zij in
+de onmogelijkheid gesteld om weerstand te bieden. Maar Cyprianus liet
+het daar niet bij. Om de gevoeligheid van miss Watkins te ontzien,
+wilde hij haren struisvogel ieder lijden sparen. Hij omwikkelde
+het hoofd van den vogel dus ook met een doek, dien hij vooraf met
+cloroform gedrenkt had. Daarna eerst ging hij over tot de bewerking,
+hoewel hij er niet geheel zonder ongerustheid over was. Alice had
+doodsbleek een toevlucht in het daarnaast gelegen vertrek gezocht.
+
+Cyprianus begon met den hals van het dier met de hand te betasten,
+om de ligging van den krop goed te bepalen. Dat was niet moeielijk;
+want die krop vormde bij het bovengedeelte van de kliermaag een
+aanmerkelijke dikte, die hard was en door de vingers zeer duidelijk te
+midden der weekere deelen, die hem omsloten, waargenomen kon worden. In
+de huid van den hals, die wijd en week was als de huid van een kalkoen
+en met een grijs dons bedekt, dat gemakkelijk verwijderd kon worden,
+werd toen met een pennemes eene insnijding gemaakt. Er had daarbij
+slechts weinig verbloeding plaats, die nog gemakkelijk met eene
+natte spons verwijderd kon worden. Cyprianus verkende nu aandachtig
+de ligging van twee of drie belangrijke aderen, die hij zorgvuldig met
+behulp van haakjes van ijzerdraad, die hij door Bardik liet vasthouden,
+ter zijde schoof. Daarna zette hij het mes in een wit paarlmoerachtig
+weefsel, dat eene uitgestrekte holte boven de sleutelbeenderen afsloot,
+en had weldra den krop van den struisvogel blootgelegd.
+
+Als men zich den krop van een hoen voorstelt, die honderdmaal in
+omvang, in dikte en in gewicht toegenomen is, dan zal men een vrij
+juist denkbeeld hebben van het bekken, wat thans zichtbaar was.
+
+Dada's krop vertoonde zich als een bruine zak, die door de vreemde
+lichamen, welke het vraatzuchtige dier op dien dag en ook al vroeger
+ingeslikt had, zeer uitgerekt was. Het gezicht van dat vleeschachtige
+orgaan, dat zich krachtig en gezond voordeed, was alleen voldoende, om
+te doen begrijpen, dat er geen gevaar bestond door er eene insnijding
+in te maken. Cyprianus nam dan ook zonder aarzelen het jachtmes,
+dat Li hem aanreikte na het eerst goed aangescherpt te hebben, en
+maakte een diepe snede in die massa. Het was daarna zeer gemakkelijk
+de hand door die spleet tot onder in den krop te brengen. Al dadelijk
+werd het zoozeer verlangde document te voorschijn gebracht. Het was
+als in een bal samengerold, zeer gekreukeld, maar overigens ongedeerd.
+
+"Er zit nog wat anders in," zei Cyprianus, die de hand andermaal
+in de holte gebracht had en ditmaal een ivoren bal te voorschijn
+bracht. "De maasbal van miss Watkins!" riep hij uit. "Men bedenke,
+dat het vijf maanden geleden is, dat die vermist is. Bepaald heeft
+die de beneden-opening van den krop niet voorbij kunnen komen!"
+
+Na dien maasbal aan Bardik overgereikt te hebben, vervolgde hij zijne
+nasporingen in dien vreemdsoortigen zak, zooals een oudheidkundige
+in een pas opgedolven Romeinsch kamp zoude gedaan hebben.
+
+"Een koperen blaker!" riep hij verrast uit, terwijl hij een van
+die nederige huishoudelijke voorwerpen te voorschijn bracht, dat er
+gedeukt, platgedrukt uitzag en vol kopergroen, maar toch nog volkomen
+herkenbaar was.
+
+Het lachen van Bardik en Li daarover was zoo aanstekelijk, dat
+Alice zelf, die intusschen het vertrek weer binnengetreden was,
+moest meedoen.
+
+"Muntstukken!.... Een sleutel!.... Een hoornen kam!...." vervolgde
+Cyprianus, terwijl hij voortging den inventaris van den inhoud van
+dien krop op te maken.
+
+Hij verbleekte plotseling. Zijne vingers beroerden thans een voorwerp
+van niet alledaagschen vorm!.... Neen, hij kon zich niet vergissen
+omtrent den aard van hetgeen hij daar in dien zak betastte.... En
+toch.... aan zoo'n toeval kon hij niet gelooven!
+
+Hij trok eindelijk zijne hand uit de holte terug en vertoonde het
+voorwerp, hetwelk hij gegrepen had....
+
+Maar welke kreet ontsnapte aan den mond van John Watkins!
+
+"De _Zuidster_!" gilde hij.
+
+Ja, de beroemde diamant was gaaf en wel teruggevonden. Hij had niets
+van zijn glans verloren en hij schitterde onder het daglicht, dat
+door het venster binnenviel, als eene ster van de eerste grootte!
+
+Maar zonderling en opmerkenswaardig was het feit, dat alle getuigen
+van dat tooneel dadelijk opviel. De diamant was van kleur veranderd. De
+_Zuidster_ was van zwart, zooals zij vroeger was, rooskleurig geworden,
+van dat bevallige roséachtige, hetwelk, als het mogelijk ware, hare
+helderheid en pracht nog vermeerderde.
+
+"Denkt ge niet dat dit hare waarde vermindert?" vroeg John Watkins,
+zoodra hij weer spreken kon, met levendige stem. De verrassing en de
+vreugde hadden hem waarachtig den adem benomen.
+
+"Volstrekt niet!" antwoordde Cyprianus. "Het is integendeel eene
+merkwaardigheid te meer, die dezen steen tot de zoo zeldzamen groep
+van de "cameleon-diamanten" doet behooren!.... Drommels!.... het
+schijnt dat het niet koud in den krop van Dada is; want
+die verandering van tint bij de gekleurde diamanten geschiedt
+gewoonlijk niet dan tengevolge van eene plotselinge en aanmerkelijke
+temperatuursafwisseling. Zoo is tenminste het oordeel der geleerden."
+
+"Oh!.... Goddank!.... dat ik u teruggevonden heb, mijne
+schoone!" herhaalde master Watkins, terwijl hij den diamant met
+angstvalligheid in zijne handen besloot, alsof hij zich verzekeren
+wilde, dat hij niet droomde. "God, wat hebt ge mij zorg en verdriet
+berokkend door uw uitstapje, o, ondankbare ster! Maar ik zal oppassen,
+dat gij mij niet weer ontsnapt!"
+
+Hij bracht den steen daarbij ter hoogte zijner oogen, streelde hem met
+den blik en zou waarlijk haast het voorbeeld van Dada gevolgd hebben
+door hem op te slikken, zoo bang was hij hem andermaal kwijt te raken!
+
+Onderwijl liet Cyprianus zich door Bardik een naald, voorzien van
+een dikken, stevigen draad, aanreiken, waarmede hij den krop van den
+struisvogel zorgvuldig dichtnaaide. Daarna sloot hij de wondvlakken
+aan den hals met hechtpleister en ontdeed het dier van zijne banden,
+die het tot machteloosheid doemden.
+
+Dada scheen zeer afgemat en terneergeslagen; zij boog het hoofd en
+legde geen neiging aan den dag om weg te loopen.
+
+"Zal zij er van opkomen, mijnheer Cyprianus?" vroeg Alice, die meer
+begaan was met het lijden van hare gunstelinge dan dat zij ingenomen
+was met het terugvinden van den diamant.
+
+"Of zij er van zal opkomen, miss Watkins?" antwoordde Cyprianus. "Zoudt
+gij dan kunnen denken, dat ik de bewerking ondernomen had, wanneer ik
+daarvan niet zeker was?.... Geloof mij, over drie dagen zal er van
+die snede niets meer te bespeuren zijn, en over drie uren zal Dada
+weer neiging aan den dag leggen, dien zonderlingen zak, dien ik daar
+geledigd heb, andermaal te vullen!"
+
+Door die woorden gerustgesteld, schonk Alice den jeugdigen ingenieur
+een dankbaren blik, die hem voor al zijne moeiten ruimschoots beloonde.
+
+Eindelijk was John Watkins er in geslaagd tot de overtuiging te
+geraken, dat hij zijn gezond verstand had, en dat hij weer in het
+bezit was van zijn bewonderenswaardige ster. Hij verliet het venster
+en zich tot Cyprianus wendende:
+
+"Mijnheer Méré," sprak hij op statigen toon, "gij hebt mij daar een
+grooten dienst bewezen en ik weet niet hoe ik dien ooit zal kunnen
+vergelden."
+
+Vergelden!.... O! John Watkins had daartoe een zeer eenvoudig
+middel! Zou het hem zoo moeilijk vallen zijn belofte te houden,
+namelijk den jongen man de hand zijner dochter te schenken? Hij had
+die hand toch beloofd aan hem, die de _Zuidster_ zou terugbrengen. En
+waarlijk, was het niet alsof Cyprianus den diamant van uit het
+binnenste der Transvaal had aangebracht?
+
+Ziedaar wat de verliefde in zich zelven prevelde; maar hij was te
+fier om die gedachte met luider stem voor te dragen. Hij meende
+daarenboven zeker te zijn, dat die gedachte van zelf in het brein
+van den Engelschman zou opwellen.
+
+Maar John Watkins repte daarvan geen woord. Hij wenkte zijne dochter
+om hem te volgen en verdween in zijne woning.
+
+Het is bijna onnoodig te vertellen, dat weinige oogenblikken later
+Makatit zijne vrijheid herkreeg. Maar het had toch weinig gescheeld
+of de arme drommel had de slokkerigheid van Dada met zijn leven
+betaald. Hij moest zich zelf bekennen, dat hij den dans ter nauwernood
+ontsprongen was.
+
+
+
+
+
+DRIE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+EENE VERSCHIJNING.
+
+
+De gelukkige John Watkins, die thans de rijkste inwoner van Grikwaland
+was, kon niet anders, na vroeger een maaltijd aangericht te hebben
+om de geboorte van de _Zuidster_ te herdenken, dan een tweede te
+geven om hare wedergeboorte te vieren. Maar dezen keer zouden de
+voorzorgsmaatregelen voldoende getroffen worden, om te voorkomen,
+dat zij niet ten tweeden male verdween, terwijl thans Dada niet
+uitgenoodigd werd.
+
+Het feestmaal was dan ook in den namiddag van den volgenden dag reeds
+in vollen gang.
+
+John Watkins had reeds vroeg in den morgen zijne gewone genoodigden om
+zich verzameld en had bij de slagers van het distrikt vleeschstukken
+besteld, die voldoende zouden geweest zijn om eene geheele kompagnie
+infanterie te voeden; hij had zijne keukens met levensmiddelen,
+zoowel versche als verduurzaamde, en met zooveel wijnen en vreemde
+likeuren gevuld als de leveranciers in den omtrek slechts hadden
+kunnen bijbrengen.
+
+Tegen vier uur was de tafel in de groote zaal gedekt, stonden de
+flesschen behoorlijk gerangschikt op het buffet en staken de stukken
+ossen- en schapenvleesch aan het spit en waren flink aan het braden.
+
+De genoodigden verschenen te zes uur, natuurlijk in hunne
+schoonste kleederen gedost. Tegen zeven uur had de toonladder van
+de spraakzaamheid der gasten reeds zulk een hoogte bereikt, dat een
+trompetter met moeite dat geschreeuw met zijn instrument zou hebben
+kunnen overstemmen. Matthijs Pretorius, die sedert hij de akelige
+grappen van Hannibal Pantalucci niet meer te verduren had, veel
+geruster van inborst was geworden, zat daar aan met Thomas Staal,
+die van gezondheid en kracht straalde, met den makelaar Nathan,
+met andere pachters, mijnwerkers en kommissarissen van politie.
+
+Cyprianus, zich gedragende volgens een bevel van Alice, had niet
+kunnen weigeren dat feest bij te wonen, daar het jonge meisje ook
+genoodzaakt was tegenwoordig te zijn. Maar beiden waren wel droevig
+gestemd, want--het viel niet te ontkennen--de bezitter van ruim
+vijftig millioenen kon er niet aan denken de hand zijner dochter
+te geven aan een eenvoudigen ingenieur, "die niet eens diamanten
+kon vervaardigen". Ja, de zelfzuchtige behandelde zoo reeds den
+jeugdigen geleerde, waaraan hij in werkelijkheid zijn nieuw vermogen
+te danken had.
+
+Het diner had zijn voortgang te midden van de zeker niet gematigde
+geestdrift van de gasten.
+
+Vóór den gelukkigen Engelschman--en volstrekt niet achter hem, zooals
+vroeger--lag de _Zuidster_ op een klein kussen van blauw fluweel,
+beschut door een traliewerk van metaaldraden en door eene glazen stolp,
+en schitterde met vollen glans bij het licht der waskaarsen.
+
+Er heerschte toen eene drukkende hitte.
+
+Miss Watkins zat als in zich zelve gekeerd aan dien disch en scheen
+niets te hooren. Zij had den blik op Cyprianus gericht, die even
+mistroostig was als zij. De tranen stonden haar in de oogen.
+
+Drie slagen, die luidruchtig op de deur klonken, braken plotseling
+de gesprekken en het gerinkinkel der glazen af.
+
+"Binnen!" riep John Watkins met schorre stem. "Wie gij ook zijn moogt,
+gij komt ter rechter tijd, wanneer gij dorst hebt!"
+
+De deur ging open. De lange en magere gestalte van Jakobus Vandergaart
+verscheen op de drempel.
+
+De gasten keken elkander verwonderd aan over die onverwachte
+verschijning. Iedereen kende zoo goed de oorzaken van de vijandschap
+tusschen John Watkins en Jakobus Vandergaart, dat een dof gemompel
+vernomen werd. Iedereen verwachtte iets ernstigs.
+
+Een diepe stilte was daarna ingetreden. Aller oogen waren op den
+ouden diamantslijper met zijne witte haren gevestigd. Deze stond recht
+overeind, met gekruiste armen en met den hoed op het hoofd, in zijn
+lange Zondagsjas gehuld. Hij scheen het spook der wraak te zijn. John
+Watkins voelde eene onbestemde vrees opkomen. Hij rilde en verbleekte
+onder het vermiljoenrood, dat het alcoholmisbruik onuitwischbaar op
+zijne hoekige jukbeenderen geverfd had. Toch poogde hij zich tegen
+dat onverklaarbare gevoel te verzetten.
+
+"He, he!" zei hij, terwijl hij het eerst het woord tot Jakobus richtte,
+"het is langen tijd geleden, buurman Vandergaart, dat gij mij het
+genoegen geschonken hebt u hier ten mijnent te vertoonen! Welk goed
+gesternte voert u herwaarts?"
+
+"Het gesternte der gerechtigheid, buurman Watkins!" antwoordde de
+grijsaard koel. "Ik kom u mededeelen dat het recht eindelijk gaat
+zegepralen en, na zeven jaren lang verscholen te zijn geweest,
+te voorschijn gaat treden. Ik kom u aankondigen, dat het uur der
+vergelding geslagen heeft, dat ik in het bezit van mijn eigendom
+zal geraken, en dat de Kopjes-mijn, die steeds mijn naam gedragen
+heeft, voortaan mij wettig toebehoort, zooals zij mij volgens de
+billijkheidswetten steeds toebehoord heeft! Heden zijt gij het, dien
+de wet het bezitrecht ontneemt en veroordeelt om mij terug te geven,
+wat mij ontnomen is!"
+
+Al had John Watkins zich ook, bij de plotselinge verschijning van
+Jakobus Vandergaart en door het nevelachtige gevaar, dat zij scheen aan
+te kondigen, aanvankelijk verstijfd gevoeld, zoo bracht zijn bloedrijk
+gestel en ontembaar karakter hem er toe om een direct en afgebakend
+gevaar stout onder de oogen te zien. Hij wierp zich dan ook tegen de
+leuning van zijn stoel en lachte op de meest smadelijke wijze.
+
+"De oude vent is gek!" zeide hij, zich tot zijne gasten wendende. "Ik
+heb altijd gedacht dat er een streep door liep; het schijnt in den
+laatsten tijd erger te worden!"
+
+Iedereen lachte om die grofheid. Jakobus Vandergaart bleef kalm en
+knipoogde zelfs niet.
+
+"Wie het laatst lacht, lacht het best!" zei hij ernstig, terwijl
+hij een papier uit den zak haalde. "John Watkins, gij weet dat een
+eindvonnis, dat in appèl bevestigd werd en dat zelfs de Koningin niet
+meer zou kunnen vernietigen, u in dit district de terreinen toegewezen
+heeft, die westwaarts van den vijf-en-twintigsten lengtegraad ten
+oosten van den meridiaan liggen?"
+
+"Volmaakt juist, waardige wauwelaar!" riep John Watkins uit. "En
+daarom zoudt ge beter doen met naar bed te gaan, wanneer ge ziek zijt,
+dan eerlijke lieden te komen storen, die bezig zijn met dineeren en
+niemand iets verschuldigd zijn."
+
+Jakobus Vandergaart had zijn papier ontvouwd.
+
+"Hier," zeide hij, "is eene verklaring van het Kadastrale Comité,
+welke door den Gouverneur gewaarmerkt en eergisteren te Victoria
+geregistreerd is. Dat stuk constateert eene feitelijke vergissing,
+welke tot heden in al de terreinopnamen van Grikwaland geslopen is. Die
+vergissing, welke tien jaren geleden door de landmeters begaan is, die
+met de opmeting van het district belast waren, en die geen rekening
+gehouden hebben met de magnetische afwijking van de kompasnaald met
+het ware noorden, die vergissing vernietigt alle opnemingen, die
+deze dwaling tot grondslag hebben. Ten gevolge van de verbetering,
+die plaats gehad heeft, bevindt zich thans de vijf-en-twintigste
+graad oosterlengte van Greenwich drie mijlen meer westelijk. Die
+verbetering herstelt mij dus in het bezit van de Kopjes-mijn, die
+u toegewezen was, want volgens het advies van al de rechtsgeleerden
+en van den chief-justice in persoon, kan de letter en de geest van
+het geslagen vonnis niets van deszelfs kracht verliezen. Ziedaar,
+John Watkins, wat ik u kom vertellen."
+
+Het zij dat de Engelschman hem niet dan onvolkomen begrepen had,
+hetzij hij voorbedachtelijk weigerde te begrijpen, wie zal dat
+uitmaken? Hij beantwoordde den ouden diamantslijper nogmaals met
+een hoonend gelach. Maar die lach klonk valsch en vond geen steun
+bij de gasten. Deze hielden allen verwonderd den blik op Jakobus
+Vandergaart gevestigd en schenen getroffen door diens ernst, door
+de vrijmoedigheid zijner verklaring en door de onwrikbare zekerheid,
+die uit zijne woorden, uit zijne geheele houding straalde.
+
+De makelaar Nathan maakte zich tot tolk van het algemeen gevoelen,
+toen hij sprak:
+
+"Wat mijnheer Vandergaart daar zegt, bevat volgens mij niets, dat
+voor dwaas kan uitgekreten worden. Die vergissing met dien lengtegraad
+kan zeer goed geschied zijn. Mij dunkt dat nadere inlichtingen moeten
+afgewacht worden, alvorens ons gevoelen uit te spreken."
+
+"Inlichtingen afwachten?" riep John Watkins uit, terwijl hij met
+de vuist krachtig op de tafel sloeg. "Ik heb met uwe inlichtingen
+niets te maken!.... Ik lach om uwe inlichtingen!.... Ben ik hier
+op mijn eigendom, ja of neen?.... Is mij de Kopjes-mijn bij een
+eindvonnis, welks kracht die oude kaaiman zelf erkent, toegewezen, ja
+of neen?.... Welnu, wat kan mij de rest schelen?.... Wanneer men het
+mij nog omtrent het rustige bezit van mijn eigendom lastig maakt, dan
+zal ik doen wat ik reeds gedaan heb: ik zal mij tot de gerechtshoven
+wenden en wij zullen zien wie gelijk heeft!"
+
+"De competentie van de gerechtshoven is ten einde," antwoordde Jakobus
+Vandergaart met opzettelijke kalmte. "Alles bepaalt zich thans tot de
+daadzaak, tot de vraag: ligt de Kopjes-mijn rechts of links van den
+vijf-en-twintigsten lengtegraad? En daar het nu officiëel uitgemaakt
+is, dat een vergissing heeft plaats gehad, zoo is de onvermijdelijke
+gevolgtrekking daarvan, dat die mijn tot mijn bezit wederkeert."
+
+Terwijl hij dat zeide, toonde Jacobus Vandergaart het officiëele
+dokument, dat van de vereischte handteekeningen en zegels voorzien was.
+
+John Watkins was niet op zijn gemak. Hij bewoog en draaide op zijn
+stoel. Hij trachtte te spotten; maar dat ging hem slecht af. Zijn
+blik viel in dat oogenblik op de _Zuidster_. Dat gezicht scheen hem
+het zelfvertrouwen, dat hem begon te verlaten, te hergeven.
+
+"Als alles nu eens zoo was," riep hij uit, "als ik waarlijk tegen alle
+recht en billijkheid in, dit eigendom, dat mij wettiglijk toegewezen
+is en dat ik sedert zeven jaren bezeten heb, moest afstaan, wat zou
+mij dat alles goed en wel beschouwd kunnen schelen? Bezit ik niet
+meer dan genoeg om mij te troosten, al was het maar alleen met dat
+juweel, dat ik in mijn vestzak kan meenemen en mij tegen alle ongeval
+kan behoeden?"
+
+"Dat's ook een dwaling, John Watkins," hernam Jacobus Vandergaart
+op kort afgemeten toon. "De _Zuidster_ is mijn eigendom evenals
+alle voortbrengselen, die uit de Kopjes-mijn gewonnen zijn en bij u
+teruggevonden worden, evenals het meubilair van dit huis, evenals
+de wijn in die flesschen, evenals dat gebraden vleesch op dien
+schotel. Alles, alles behoort mij; omdat alles voortspruit uit het
+onrecht, dat mij aangedaan is!.... En vlei u niet," vervolgde hij,
+"mijne maatregelen zijn goed genomen."
+
+Jacobus Vandergaart sloeg in zijn magere handen. Dadelijk verschenen
+eenige konstabels op den drempel van de deur. Zij werden gevolgd
+door een officier van den Sherif, die binnentrad en met de hand op
+een stoel klopte, terwijl hij uitriep:
+
+"In naam der wet leg ik voorloopig beslag op al de voorwerpen, meubelen
+en waarden van welken aard ook, die zich hier in dit huis bevinden!"
+
+Iedereen was opgestaan, behalve John Watkins. De Engelschman lag
+vernietigd in zijn leuningstoel uitgestrekt en scheen door den
+bliksem getroffen. Alice sloeg hare armen om zijn hals en zocht hem
+met lieftallige toesprekingen op te beuren.
+
+Jakobus Vandergaart verloor hem evenwel niet uit het oog. Hij
+beschouwde hem meer met mededoogen dan wel met haat; maar waakte
+daarbij over de _Zuidster_, die te midden van die ramp even luisterrijk
+glinsterde.
+
+"Verloren!.... Geruïneerd!...."
+
+Die woorden ontsnapten slechts aan de trillende lippen van John
+Watkins. In dat oogenblik stond Cyprianus evenwel op en sprak op
+ernstigen toon:
+
+"Mijnheer Watkins, daar uwe welvaart met een onherstelbaren ondergang
+bedreigd wordt, zult gij mij vergunnen daarin slechts de mogelijkheid
+te zien, mejuffrouw uwe dochter in stand meer nabij te komen!.... Ik
+heb de eer u de hand van miss Alice Watkins te vragen."
+
+
+
+
+
+
+VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+EEN VALLENDE STER.
+
+
+Dit aanzoek van den jeugdigen ingenieur veroorzaakte werkelijk eene
+buitengewone verrassing. Hoe gretig de gevoeligheid van hunne half
+wilde natuur ook was, zoo konden toch al de gasten van John Watkins
+niet nalaten het luidruchtig toe te juichen. Zoo veel belangeloosheid
+moest hen treffen.
+
+Alice zat daar met neergeslagen oogen en met kloppend hart, misschien
+als de eenige, die niet verwonderd scheen over des jonkmans stap,
+in alle stilte naast haren vader.
+
+De ongelukkige Engelschman was nog ter neergebogen onder den
+vreeselijken slag, die hem getroffen had. Op die woorden verhief hij
+het hoofd. En inderdaad, hij kende Cyprianus genoegzaam om te weten,
+wanneer hij hem de hand zijner dochter schonk, dat hij de toekomst
+en het geluk van Alice verzekerde; hij wilde evenwel nog niet, zelfs
+niet met een teeken aanduiden, dat hij tegen dat huwelijk geene
+tegenwerping meer te maken had.
+
+Cyprianus, thans verlegen over den stap, waartoe zijne liefde hem
+verleid had, voelde er ook de vreemdheid van en begon zich reeds te
+verwijten, dat hij zich zelven niet meester gebleven was.
+
+Te midden van de algemeene en zoo licht te begrijpen verlegenheid,
+deed Jakobus Vandergaart een pas voorwaarts naar den Engelschman.
+
+"John Watkins," zei hij, "ik houd er niet van om van mijne overwinning
+misbruik te maken; ook behoor ik niet tot dezulken, die een gevelden
+vijand onder den voet halen! Wanneer ik op mijn recht sta, dan doe
+ik dat, omdat ieder mannenhart zulks betaamt en moet doen. Maar ik
+weet bij ondervinding, wat mijn advokaat steeds herhaalde, namelijk,
+dat het stiptste recht soms de onbillijkheid zeer nabij is. Ik zou
+niet willen dat onschuldigen den last van feilen moeten dragen, die
+zij niet begingen!.... Daarenboven, ik ben alleen op de wereld en
+het graf reeds nabij. Waartoe zou mij zooveel rijkdom dienen, wanneer
+ik niemand had om hem mede te deelen?.... John Watkins, wanneer gij
+uwe toestemming tot de vereeniging van die twee kinderen geeft, dan
+verzoek ik hen die _Zuidster_, die mij tot niets dienstig zoude zijn,
+als huwelijksgift aan te nemen.... Ik verbind mij daarenboven om hen
+tot mijne erfgenamen te benoemen en herstel dus binnen de grenzen
+der mogelijkheid de onwillekeurige nadeelen, die ik uwe bekoorlijke
+dochter berokken!"
+
+Er ontstond bij die woorden onder de toeschouwers, wat men in de
+verslagen van Kamerzittingen zoude noemen: "eene levendige beweging
+van belangstelling en van sympathie." Aller blikken vestigden zich
+op John Watkins. Zijne oogen waren plotseling vochtig geworden;
+hij bedekte ze daarom met zijne bevende handen.
+
+"Jakobus Vandergaart!...." riep hij eindelijk uit, de
+stormachtige gevoelens, die hem bewogen, niet meer kunnende
+onderdrukken. "Ja!.... gij zijt een braaf man en gij neemt, door het
+geluk van die twee kinderen te bewerken, een edele wraak over al het
+kwaad en al het leed, dat ik u berokkend heb!"
+
+Noch Alice, noch Cyprianus waren in staat te antwoorden. Daartoe
+weigerde hunne stem den dienst, maar hunne blikken spraken voor
+hen. De grijsaard reikte zijnen tegenstander de hand, die John
+Watkins met vuur greep. De oogen van alle omstanders waren vochtig,
+zelfs die van den ouden konstabel met grijze haren, die er toch zoo
+droog uitzag als eene scheepsbeschuit door de Engelsche admiraliteit
+geleverd. Wat John Watkins aangaat, die was geheel veranderd. Zijn
+gelaat vertoonde thans welwillendheid en zijne trekken zooveel
+zachtheid als zij vroeger hardheid en boosheid te kennen gaven. Het
+ernstige gelaat van Jakobus Vandergaart had zijne gewone plooi,
+die van eene onverstoorbare zachtzinnigheid, hernomen.
+
+"Laat ons alles vergeten," riep hij uit, "en laten wij met den wijn,
+waarop beslag gelegd is, op het welzijn en op het geluk van deze
+kinderen drinken--wanneer, wel te verstaan, mijnheer de officier van
+den Sherif zulks veroorloven zal."
+
+"Een officier van den Sherif heeft soms tot plicht om zich tegen den
+verkoop van dranken te moeten verzetten, waarop beslag gelegd is,"
+antwoordde de magistraat met een glimlach, "maar nimmer zal hij zich
+tegen hunne verorbering aankanten!"
+
+Op die woorden, die van welwillendheid getuigden, gingen de flesschen
+rond en heerschte weldra weder de meest gulle hartelijkheid in
+de eetzaal.
+
+Jakobus Vandergaart had plaats naast John Watkins genomen en beraamde
+thans plannen voor de toekomst met hem.
+
+"Wij zullen hier alles verkoopen," zei hij, "en wij zullen de kinderen
+naar Europa volgen! Wij zullen ons buiten in hunne nabijheid vestigen
+en dan zullen ons nog fraaie dagen beschoren zijn."
+
+Alice en Cyprianus, die naast elkaar gezeten waren, hadden een
+fluisterend gesprek in het Fransch begonnen, dat niet minder
+belangwekkend was, wanneer men ten minste mocht afgaan op de
+levendigheid van gebaren der beide partijen.
+
+De warmte was al meer en meer toegenomen. Eene zwaarwichtige en
+drukkende hitte verdroogde de lippen bij den rand der glazen en
+vervormde al de gasten in electrische werktuigen, die gereed waren
+vonken van zich af te geven. Het was tevergeefs dat vensters en deuren
+opengezet werden. Niet de minste zucht van frissche lucht deed de
+vlam der waskaarsen heen of weer bewegen.
+
+Een ieder gevoelde dat slechts eene oplossing bij zoo'n luchtdruk
+mogelijk was, namelijk door een van die onweders, welke, vergezeld
+van donder, bliksem en stortregens, in Afrika op eene samenzwering
+van al de elementen der natuur gelijken. Men verwachtte dat onweder,
+men hoopte er op.
+
+Plotseling verlichtte een bliksemstraal alle gezichten met een
+groenachtigen weerschijn, terwijl tegelijkertijd het geratel van den
+donder, die over de vlakte rolde, aankondigde dat het concert ging
+beginnen. Op dit oogenblik overviel eene plotselinge windvlaag de
+zaal en doofde alle lichten uit. Daarop openden zich zonder overgang
+alle sluizen des hemels en begon de zondvloed.
+
+"Hebt gij dadelijk na dien donderslag een klein droog geluid niet
+gehoord, alsof er iets brak?" vroeg Thomas Staal, terwijl men zich
+beijverde de ramen en deuren te sluiten en de waskaarsen aan te
+steken. "Men zou gezegd hebben dat een glazen bol uit elkaar sprong."
+
+Alice's blikken richtten zich onwillekeurig naar de _Zuidster_....
+
+De diamant was weg. Toch waren èn de kooi van ijzerdraad èn de
+glazen stolp, die hem overdekt hadden onbeschadigd en niet van hun
+plaats geweest. Het was klaarblijkelijk onmogelijk dat iemand er
+aan geraakt had. Het was alsof er tooverij gebeurd was. Cyprianus,
+die zich snel voorovergebogen had, bespeurde een soort grijs poeder,
+dat op het kussen van blauw fluweel lag, op de plaats straks door den
+diamant ingenomen. Hij kon een kreet van verrassing niet onderdrukken
+en beduidde met een korten volzin, wat er voorgevallen was.
+
+"De _Zuidster_ is uit elkaar gesprongen!" zei hij.
+
+Iedereen in Grikwaland weet, dat dit eene bijzondere ziekte of beter
+een gebrek is, aan de diamanten van het land eigen. Men spreekt er niet
+over, omdat het hunne waarde zeer vermindert, maar het feit bestaat,
+dat, tengevolge van eene tot nog toe onverklaarbare moleculaire
+werking, die meest kostbare steenen uit elkander springen als waren
+het eenvoudige voetzoekers. In dat geval blijft er niets anders van
+over dan een weinig stof, dat hoogstens bij industrieële bewerkingen
+gebezigd kan worden. De jeugdige ingenieur had veel meer het brein
+vervuld met het beschouwen van den wetenschappelijken kant van het
+ongeluk, dan wel dat hij acht gaf op het overgroot verlies dat hem
+dit berokkende.
+
+"Wat zonderling is," zei hij te midden van de algemeene verbazing,
+"dat is, niet dat de steen uit elkander gesprongen is, maar dat hij
+tot heden daarmede gewacht heeft; dat is merkwaardig. Gewoonlijk
+gebeurt dat met die diamanten veel vroeger, meestal binnen de tien
+dagen nadat zij geslepen zijn. Is dat niet zoo, mijnheer Vandergaart?"
+
+"Volmaakt juist," antwoordde de oude diamantslijper met een zucht,
+"en dit is de eerste maal in mijn leven, dat een diamant uit elkander
+springt, nadat hij drie maanden geslepen is. Kom.... het was door
+hooger macht besloten, dat de _Zuidster_ niemand zou toebehooren. En
+als ik bedenk, dat een dun laagje vet dat ongeluk voorkomen zou
+hebben, dan...."
+
+"Waarlijk," riep Cyprianus uit met de voldoening van iemand, die
+eindelijk een moeilijk raadsel opgelost ziet. "In dat geval wordt
+alles verklaard. De breekbare ster heeft voorzeker aan den krop van
+Dada de beschermende laag vet ontleend en die heeft haar tot heden
+bewaard. Waarlijk, zij had beter gedaan met vier maanden vroeger
+uit elkander te springen, dat zou ons het reisje door de Transvaal
+uitgespaard hebben!"
+
+Men lette thans op John Watkins, die zich ongeduldig in zijn
+leuningstoel heen en weer bewoog.
+
+"Hoe kunt gij zoo'n ramp zoo licht opnemen?" zei hij eindelijk,
+terwijl hij rood van verontwaardiging was. "Gij zit daar allen over
+die vijftig millioenen, die in rook verdwenen zijn, te wauwelen,
+alsof het eene eenvoudige cigarette gold."
+
+"Dat bewijst u, dat wij wijsgeeren zijn," antwoordde
+Cyprianus. "Waarachtig, het is nu wel tijd om de wijsbegeerte te
+beoefenen, nu wij niet anders kunnen."
+
+"Wijsgeer zooveel ge wilt!" pruttelde de Engelschman, "maar vijftig
+millioenen zijn vijftig millioenen en die vindt men niet onder den
+hoef van een paard!.... Kijk, Jacobus, gij hebt mij heden waarlijk
+een grooten dienst bewezen, zonder het evenwel te weten. Ik geloof,
+dat ook ik uit elkander zou gesprongen zijn als een kastanje in de
+heete asch, wanneer de _Zuidster_ mijn eigendom ware gebleven!"....
+
+"Om het even," viel Cyprianus hem in de rede, terwijl hij daarbij
+met een liefdevollen blik het frissche gelaat van miss Watkins, die
+naast hem zat, aankeek, "ik heb heden avond een zoo kostbaren diamant
+veroverd, dat het verlies van elken andere mij geheel onverschillig
+laat en mij niet kan deren!"
+
+Zoo eindigde plotseling, als eene verwisseling van dekoratief op een
+tooneel, het veel bewogen maar korte bestaan van den grootsten geslepen
+diamant, die ooit op de wereld aanwezig was. Een zoodanig einde bracht,
+zooals men wel begrijpen kan, niet weinig het zijne er toe bij, om
+de bijgeloovige meeningen, die op zijne rekening in omloop waren,
+te bevestigen en te bestendigen. Meer dan ooit waren èn de Kaffers,
+èn de mijnwerkers van meening, dat zulke groote diamanten slechts
+ongeluk aanbrengen.
+
+Jakobus Vandergaart, die hem geslepen had, en Cyprianus, die het plan
+gevormd had om hem aan het museum van de Mijnschool aan te bieden,
+ondervonden meer spijt over dat onverwachte verdwijnen van den steen,
+als zij wel wilden bekennen. Maar in weerwil daarvan bleef de wereld
+toch hare baan ongestoord vervolgen en niemand kan verklaren, dat
+zij bij het verdwijnen van de _Zuidster_ veel verloren heeft.
+
+Alle die gebeurtenissen, die opeenvolging van pijnlijke aandoeningen,
+het verlies van zijn vermogen, gevolgd door het verlies van de
+_Zuidster_, misten hunne uitwerking op John Watkins niet. Zijne
+gezondheid was zeer ondermijnd. Hij werd bedlegerig, kwijnde gedurende
+eenige dagen en ging als eene kaars uit. Noch de zorgen vol toewijding
+zijner dochter, noch die van Cyprianus, noch de mannelijke vermaningen
+van Jakobus Vandergaart konden baten. De oude Engelschman voelde
+zich getroffen in zijn hoogmoed, in zijne eigenaars-voorliefde,
+in zijne zelfzucht, in alle zijne gewoonten. Neen, hij gevoelde dat
+hij verloren was. Op een avond trok hij Alice en Cyprianus tot zich,
+legde hunne handen in elkander en blies zonder een woord te spreken,
+den laatsten adem uit. Hij had zijne geliefde _Zuidster_ geen veertien
+dagen overleefd.
+
+Weinige weken later werd het huwelijk van Cyprianus Méré met Alice
+Watkins op de meest eenvoudige wijze voltrokken. Alice was thans de
+echtgenoote van Cyprianus!.... Wat kon zij, wat kon hij meer verlangen?
+
+Maar al was het vermogen van John Watkins verdwenen, toch was de
+ingenieur rijker dan zijne jonge vrouw kon vooronderstellen, rijker
+dan hij zelf wist. Tengevolge van de vondst van de _Zuidster_ was
+zijn claim toch buitengewoon in waarde gestegen. Gedurende zijne
+reis naar de Transvaal had Thomas Staal de ontginning voortgezet en
+daarbij veel geluk gehad. De aanbiedingen stroomden Cyprianus dan ook
+toe om zijn gedeelte te verkoopen. Hij verkocht dat dan ook vóór zijn
+vertrek naar Europa voor vijftigduizend gulden.
+
+Nu draalden Alice en Cyprianus niet meer om Grikwaland te verlaten,
+teneinde naar Frankrijk terug te keeren. Zij volvoerden dat plan
+evenwel niet dan nadat zij de toekomst van Li, van Bardik en van
+Makatit verzekerd hadden. Jacobus Vandergaart bracht daartoe het
+zijne bij.
+
+De oude diamantslijper had toch de Kopjes-mijn verkocht aan eene
+vennootschap, die door den ex-makelaar Nathan bestuurd werd. Toen die
+likwidatie afgeloopen was, vertrok hij naar Frankrijk, om bij zijne
+aangenomen kinderen te leven.
+
+Deze vonden het geluk in hun wederzijdsch bezit. Cyprianus verwierf
+evenwel, dank zij zijne werkkracht, zijne algemeen erkende verdiensten
+en de waardeering, die hij van wege de geleerde wereld ondervond,
+een onafhankelijk vermogen.
+
+Thomas Staal keerde naar Lancashire terug met een kapitaaltje van
+ongeveer twee en een halve ton. Hij is daar getrouwd, neemt als een
+gentleman trouw aan de vossenjacht deel en drinkt alle avonden zijn
+flesch Portwijn leeg.
+
+Dit laatste mag niet als het fraaiste van zijn geschiedenis beschouwd
+worden.
+
+De Vandergaart-Kopjes-mijn is nog niet uitgeput. Zij levert nog steeds
+ongeveer het vijfde gedeelte van de diamanten, die van de Kaapstad
+uitgevoerd worden; maar niemand heeft meer het goede of kwade gesternte
+gehad,--zooals men wil,--om andermaal eene _Zuidster_ te vinden.
+
+
+Einde.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+[1] De Engelsche mijl bedraagt 1609 Meters.
+
+[2] Een groot getal Boeren of Hollandsche landlieden, die in
+Zuid-Afrika wonen, stammen af van Franschen, die ten gevolge van de
+intrekking van het édict van Nantes naar Holland uitgeweken en van
+daar naar de Kaapkolonie vertrokken zijn.
+
+[3] 4800 gulden.
+
+[4] 1080 gulden.
+
+[5] Weegt zuiver, 0,2052 gram.
+
+[6] Die Boer heette Jacobs. Een zekere Niekerk, Hollandsch handelaar,
+die daarin die streken in gezelschap van een struisvogelen-jager,
+O'Reilly genaamd, reisde, herkende in de handen der kinderen
+van dien Boer een steen, waarmede zij speelden, een echten
+diamant, dien hij voor weinige stuivers kocht en dien hij voor
+zes-duizend-twee-honderd-vijftig gulden van de hand zette aan sir
+Philip Woodehouse, Gouverneur van de Kaapkolonie. Deze steen, die
+onmiddellijk geslepen naar Parijs gezonden werd, verscheen op de
+Parijsche tentoonstelling op het Marsveld in 1867 gehouden. Sedert
+dat tijdstip is er gemiddeld voor een jaarlijksche bedrag van twintig
+millioen aan diamanten uit den bodem van Grikwaland te voorschijn
+gehaald. Een zeer wetenswaardige bijzonderheid is, dat het bestaan
+der diamanthoudende legeringen in dat land vroeger bekend, maar
+sedert in het vergeetboek geraakt was. Er bestaan oude kaarten van
+de XVe eeuw, waarop deze vermelding te lezen staat: _Here diamonds_,
+hetgeen beteekent: Hier zijn diamanten te vinden.
+
+[7] Dit werk werd geschreven in 18.... Sedert is, zooals men weet,
+heel wat verandering in dien toestand gekomen. (_De Vertaler_).
+
+[8] Historisch.
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Zuidster, het land der diamanten, by Jules Verne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZUIDSTER, HET LAND DER ***
+
+***** This file should be named 17580-8.txt or 17580-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/7/5/8/17580/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.