diff options
Diffstat (limited to '17580-8.txt')
| -rw-r--r-- | 17580-8.txt | 10424 |
1 files changed, 10424 insertions, 0 deletions
diff --git a/17580-8.txt b/17580-8.txt new file mode 100644 index 0000000..ba65e5b --- /dev/null +++ b/17580-8.txt @@ -0,0 +1,10424 @@ +Project Gutenberg's De Zuidster, het land der diamanten, by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Zuidster, het land der diamanten + +Author: Jules Verne + +Release Date: January 23, 2006 [EBook #17580] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZUIDSTER, HET LAND DER *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + Jules Verne + + + De Zuidster + Het land der diamanten + + + + Amsterdam + Uitgevers-Maatschappij "Elsevier" + 1920 + + + + + + + Gedrukt bij N.V. Drukkerij Schilt--Utrecht + + + + + + + +EERSTE HOOFDSTUK. + +DOLLE KERELS, DIE FRANSCHEN! + + +"Spreek, mijnheer, ik luister." + +"Mijnheer, ik heb de eer de hand van miss Watkins, uw dochter, +te vragen." + +"De hand mijner Alice?...." + +"Ja, mijnheer. Mijn aanzoek schijnt u te verrassen. Is het niet? Toch +moet gij mij ten goede houden, dat ik niet recht begrijp, waardoor +dat aanzoek u zoo buitengewoon voorkomt. Ik ben zes en twintig +jaren oud. Ik heet Cyprianus Méré. Ik ben mijn-ingenieur en heb als +numero twee bij den algemeenen wedstrijd de Polytechnische school +verlaten. Mijne familie is wel is waar niet rijk, maar zij is geacht +en geëerd. De consul van Frankrijk aan de Kaap de Goede Hoop zal +u zulks kunnen getuigen, wanneer gij dat zult verlangen, en mijn +vriend Pharamond Barthès, de stoutmoedige jager, dien gij evenals +iedereen in Grikwaland kent, zou u hetzelfde kunnen getuigen. Ik +ben hier in naam van het Fransche Gouvernement door de Académie +des Sciences tot het verrichten van wetenschappelijke onderzoekingen +gezonden. Verleden jaar heb ik in het Instituut den prijs Houdard voor +mijne verhandelingen over de scheikundige samenstelling der vulkanische +rotsen van Auvergne behaald. Mijne verhandeling over het diamanthoudend +bekken der Vaalrivier, die ik bijna voltooid heb, kan niet anders +dan goed ontvangen worden door de geleerden en de wetenschappelijke +lieden. Als ik van mijne zending teruggekeerd zal zijn, word ik benoemd +tot hulp-professor bij de mijnenschool te Parijs, en ik heb reeds last +gegeven vertrekken voor mij te huren in de Universiteitsstraat No. 104 +op de derde verdieping. Mijne bezoldiging bereikt met aanstaanden +Nieuwjaarsdag, de som van vier duizend acht honderd francs. Dat is +het inkomen van Rothschild niet, dat weet ik wel; maar de opbrengst +mijner particuliere werkzaamheden, mijner onderzoekingen, academische +prijzen, medewerking aan verscheidene tijdschriften, veroorlooft dat +ik op een dubbel inkomen mag rekenen. Ik voeg er bij dat, daar mijne +behoeften eenvoudig en bescheiden zijn, ik niet meer noodig heb om +mij gelukkig te gevoelen. Dus nogmaals, mijnheer, ik heb de eer u de +hand van miss Watkins, uwe dochter te vragen." + +Door den flinken en vastbesloten toon van die kleine toespraak, gaf +Cyprianus Méré voldoende den toetssteen aan, dat hij de gewoonte had +in alle zaken, zelfs in de meest intieme, recht op zijn doel af te +gaan en vrij uit te spreken. + +Zijne gelaatstrekken daarenboven logenstraften den indruk niet, door +zijne taal voortgebracht. Hij had het uiterlijk van een jongmensch, +dat zich gewoonlijk met de hoogste wetenschappelijke scheppingen +bezig hield en slechts den minst mogelijken tijd aan 's werelds +ijdelheden afstond. + +Zijn kastanjekleurig haar, dat hij kort als een borstel geknipt droeg, +zijn blonde baard, die bijna met de huidsoppervlakte gelijk geschoren +was, de eenvoud van zijn grijs linnen reiskostuum de tienstuivershoed +van stroo, dien hij, wel opgevoed als hij was, bij het binnentreden +op een stoel had neergelegd, hoewel de persoon tot wien hij sprak, +met de gewone slordige onachtzaamheid aan het Angelsaksische ras eigen, +met gedekten hoofde was gebleven,--dat alles toonde aan, dat Cyprianus +Méré een ernstigen geest bezat niet alleen, maar ook een rustig geweten +en een rein hart, dat in zijn kristalhelderen blik zich afspiegelde. + +Er moet nog bijgevoegd worden, dat die jeugdige Franschman zoo volmaakt +zuiver Engelsch sprak, alsof hij in de meest Engelsche graafschappen +van het Vereenigd Koninkrijk langen tijd verblijf gehouden had. + +Mr. Watkins hoorde hem aan, terwijl hij zijn lange pijp rookte en in +een houten leuningstoel gezeten was, waarbij hij het linkerbeen op +een rieten voetenbankje uitgestrekt had, en met den elleboog geleund +was op eene tafel, waarop een kruik gin stond, waarbij een glas, +half met dien alcoholischen drank gevuld. + +Die persoon was gekleed met een witten pantalon, een blauw jasje van +grof linnen, een hemd van een geelachtig flanel, evenwel zonder vest +of das. Onder den onmetelijken vilten hoed, die op zijn grijs hoofd +geplakt of geschroefd scheen, rondde een rood en opgeblazen gezicht, +dat waarachtig had kunnen vergeleken worden bij een poppenkop, +die met bessenstroop ingesmeerd was. Dat weinig innemende gelaat, +dat hier en daar met stukjes baard bezaaid was, van die kleur, welke +men gewoonlijk melkboeren-hondenhaar noemt, was versierd met kleine +grijze oogen, die er met een centerboor ingeboord schenen en niet +veel geduld of goedheid des harten aanduidden. + +Ter verschooning van Mr. Watkins dienen wij er dadelijk bij te voegen, +dat hij vreeselijk aan het pootje sukkelde, waarom hij genoodzaakt +was zijn linkervoet steeds omzwachteld te houden. Nu is het pootje +eene ziekte, die evenmin aan de zuidelijke spits van Afrika als +overal elders geschikt is, om de gemoedsstemming der lieden, aan wier +gewrichten zij knaagt, te verzachten. + +Het tooneel viel voor op de gelijkvloers-verdieping van de pachthoeve +van Mr. Watkins, die zoo wat gelegen was op den 20sten breedtegraad +ten zuiden van de Evennachtslijn en op den 22sten oosterlengte van +Parijs op de westelijke grens van den Oranje-Vrijstaat, ten noorden +van de Britsche Kaap-Kolonie, te midden van Zuid-Afrika, dat eene +gemengde Engelsch-Hollandsche bevolking bezit. Dat land, hetwelk door +den rechter oever van de Oranjerivier begrensd wordt, bevindt zich +aan de zuidelijke uiteinden van de groote woestijn van Kalahari, +welke op sommige ouderwetsche landkaarten den naam van Grikwaland +voert, en wordt thans met veel meer recht sedert ruim tien jaren het +"Diamonds-Field", het Diamantenveld, geheeten. + +De spreekkamer, waarin deze diplomatische samenkomst plaats had, +was waarachtig opmerkenswaardig, zoowel door de minder gepaste +weelderigheid van eenige meubelstukken als door de betrekkelijke +armoede van de overige bijzonderheden van dit binnenvertrek. De vloer +bijvoorbeeld bestond doodeenvoudig uit vast aangestampte aarde, die +hier en daar door dikke tapijten en kostbaar pelswerk bedekt was. Aan +de muren, die nimmer met eenig behangselpapier geprijkt hadden, was een +zeer fraaie pendule in gedreven koper opgehangen, alsook prachtwapens +van verschillenden oorsprong, en Engelsche kladprenten, die door +overrijke lijsten omgeven waren. Een fluweelen sofa prijkte naast eene +tafel van wit hout, die ter nauwernood in eene fatsoenlijke keuken te +huis zou behoord hebben. Er stonden leuningstoelen, rechtstreeks uit +Europa aangevoerd, die hunne armen te vergeefs naar Mr. Watkins schenen +uit te strekken, want deze verkoos steeds op een ouden stoel plaats te +nemen, dien hij vroeger met eigen hand lomp en onbehouwen gefatsoeneerd +had. Over het algemeen genomen, gaven de voorwerpen van waarde, alsook +de achteloosheid waarmede de panterhuiden, luipaardshuiden, giraffe- +en tijgerhuiden op den vloer alsook op al de meubelen geworpen waren, +aan dit vertrek het uitzicht van barbaarsche welgesteldheid. + +Uit de bouworde van het plafond was het duidelijk, dat het huis +geen bovenverdieping bezat en slechts uit een reeks vertrekken +gelijkvloers bestond. Die woning was, evenals alle andere daar te +lande, gedeeltelijk van kleiaarde opgetrokken. Zij was gedekt met +bladen van geribd zink, die op een zeer lichten dakstoel aangebracht +waren. + +Men kon ook zien, dat de bouw van die woning nauwelijks geëindigd +was. Want inderdaad, men behoefde zich slechts buiten het venster te +buigen, om rechts en links vijf of zes verlaten gebouwen te bemerken, +allen van denzelfden bouwtrant maar van verschillende ouderdom, die +zich in den meest gevorderden staat van verval bevonden. Dat waren +allen huizen, die Mr. Watkins opvolgend gebouwd, bewoond en verlaten +had naar mate zijn vermogen toenam, waarvan die woningen derhalve +alshetware den stijgenden trap aangaven. + +De meest verwijderde was eenvoudig uit plakzoden vervaardigd, en +mocht op geen anderen naam dan op dien van hut aanspraak maken. De +volgende was uit kleiaarde opgetrokken; de derde uit aarde en planken; +de vierde uit kleiaarde en zink. De lezer ziet uit welke toonladder +de kunststukken van de nijverheid van Mr. Watkins bestonden en +tot welke hoogte hij zich had weten te verheffen. Al die gebouwen, +die zich in min of meer ontredderden toestand bevonden, verrezen +op een bergje, dat gelegen was bij de samenvloeiing van de Vaal- +met de Modderrivier, de twee voornaamste cijnsplichtige wateren +van de Oranjerivier in dit gedeelte van Zuid-Afrika. Rondom strekte +zich, zoover de blik naar het Zuid-westen en het noorden kon reiken, +eene kale en droefgeestige vlakte uit. Het Veld--zooals die vlakte +daar te lande genoemd werd--bestond uit een roodachtigen, drogen, +onvruchtbaren en stofferigen grond, die hier en daar slechts +eenig spaarzaam voorkomend kruid en eenige doornachtige struiken +vertoonde. Het totale gemis van boomen is het eigenaardig kenmerk +van deze naargeestige landstreek. Als daarbij in aanmerking genomen +wordt, dat er ook geen steenkolen aangetroffen worden, en dat de +gemeenschapsmiddelen met de zee zeer moeilijk en derhalve niet van de +vlugste zijn, dan zal het niemand verwonderen, dat de brandstoffen er +ontbreken en dat men er toe moet overgaan, de gedroogde uitwerpselen +van de kudden runderen voor de huiselijke benoodigdheden te gebruiken. + +Op dien eentonigen bodem, die er werkelijk erbarmelijk uitziet, +wordt men den loop der beide rivieren gewaar, die evenwel zoo weinig +ingesneden zijn en welker oevers zich zoo weinig boven den waterspiegel +verheffen, dat men moeilijk kan begrijpen, waarom zij binnen hare +bedding blijven en niet over de geheele vlakte stroomen. + +De gezichteinder is alleen naar dien kant van het oosten verbroken +door de ver verwijderde kamvormige verhevenheden van twee bergen: +den Platberg en den Paardenberg, aan welker voet een scherp oog +rookzuilen, stofwolken en witte puntjes kan ontwaren, welke laatsten +hutten of tenten zijn, en rondom een gewriemel van levende wezens. + +Het is daar in dat Veld, dat de diamant-placers, die in volle +ontginning zijn, aangetroffen worden. Daar ligt Du Toit's Pan, de +New Rush, en de rijkste van allen misschien, genaamd het Vandergaarts +Kopje. Die onoverdekte mijnen, welke bijna met de oppervlakte van den +bodem gelijk liggen, worden met den algemeenen naam van "dry diggings" +of droge mijnen bestempeld en hebben sedert het jaar 1870 voor eene +waarde van vier honderd millioen aan diamanten en andere kostbare +steenen opgeleverd. Die mijnen liggen vereenigd in eene streek, welker +omtrek ten naastenbij twee of drie kilometers bedraagt. Men kon ze +zeer goed met een kijker van uit de vensters der pachthoeve Watkins +waarnemen, die er slechts vier Engelsche mijlen [1] van verwijderd lag. + +De naam van pachthoeve, zij hier ter loops gezegd, is eene zeer +oneigenlijke uitdrukking voor een gebouw van deze soort; want het was +onmogelijk, ook maar een spoor van plantenkweeking in den omtrek te +bespeuren. Mr. Watkins was, evenals alle andere zoogenaamde pachters in +dit gedeelte van Zuid-Afrika, eerder een herdersbaas, een veefokker, +een eigenaar van kudden runderen, geiten en schapen te noemen dan de +bestuurder eener landbouwonderneming. + +Mr. Watkins had intusschen nog niet geantwoord op het verzoek, +dat door Cyprianus Méré zoo beleefd, maar ook zoo duidelijk mogelijk +uitgesproken was. Na eenige minuten gebezigd te hebben om na te denken, +ging hij eindelijk er toe over, om zijn pijp uit den mond te nemen, en +uitte hij de volgende meening, die blijkbaar slechts eene verwijderde +betrekking met het tegenwoordig vraagstuk had: + +"Ik geloof dat er verandering van weer op til is, waarde heer. Nooit +heeft mijn podagra mij zoo doen lijden als hedenmorgen !" + +De jeugdige ingenieur fronste de wenkbrauwen, boog een oogenblik +het hoofd ter zijde en moest zich geweld aandoen om niets van zijne +teleurstelling te doen blijken. + +"Gij zoudt wellicht in uw belang handelen, wanneer gij den gin liet, +mijnheer Watkins," antwoordde hij, terwijl hij met een gebaar op +de aarden kruik wees, die door een vlijtig aanspreken van wege den +dronkaard voor meer dan drie kwart geledigd was. + +"Den gin laten! Bij God! dat is een kostelijke ui." riep de pachter +uit. "Heeft de gin ooit kwaad aan een braven kerel berokkend?.... Ja, +ik weet wel wat gij wilt zeggen!.... Gij wilt mij dat recept opdreunen, +hetwelk een geneesheer voorschreef aan een lord-mayor die het pootje +had!.... Hoe heette die dokter ook weer?.... Abernethy, geloof +ik!.... Wilt gij gezond zijn en blijven? vroeg hij aan zijn patient; +leef dan van een shilling daags en verdien dien met persoonlijken +arbeid! Dat is fraai en goed geleuterd! Maar ik vraag het u bij +al wat heilig is, wanneer men om gezond te zijn van de waarde van +een shilling leven moest, waartoe zou het dan dienen een vermogen te +verwerven? Dat zijn zotte leuterpraatjes, mijnheer Méré, die iemand van +uw verstand geheel onwaardig zijn!.... Dus praat daar niet meer over, +wat ik u bidden mag!.... Wat mij betreft, ik zou liever begraven +willen zijn!.... Goed eten, goed drinken, een lekkere pijp tabak +en dat alles wanneer ik zulks wensch, dan verlang ik niets meer ter +wereld !.... En gij zoudt willen dat ik daar afstand van deed?".... + +"Wat mij betreft, ik ben er niet op gesteld!" antwoordde Cyprianus +openhartig. "Ik heb u slechts een gezondheids-voorschrift in +herinnering willen brengen, dat ik voor juist beschouw. Maar laten wij +dat onderwerp laten varen als het u onaangenaam is, mijnheer Watkins, +en tot het voornaamste doel van mijn bezoek terugkeeren." + +Mr. Watkins, die straks zoo babbelachtig mogelijk was, verschool zich +weer in zijne stilzwijgendheid en blies zonder een woord te spreken +kleine rookwolkjes uit. + +De deur ging in dit oogenblik open, en een jong meisje trad binnen, +dat een blaadje droeg waarop een glas stond. + +Dit mooie kind, dat, getooid met de groote muts, welke de pachteressen +op het veld steeds dragen, bekoorlijk mocht heeten, was eenvoudig met +een japon van gebloemd linnen gekleed. Zij was negentien of twintig +jaren oud, had eene zeer witte tint van huid, daarbij een fraaien +blonden en fijnen haardos, groote blauwe oogen, een zachtzinnig +en prettig uiterlijk, en leverde zoo een beeld van gezondheid, +bevalligheid en goede luim. + +"Goeden dag, mijnheer Méré," zeide zij in het Fransch, evenwel met +een lichten Britschen tongval. + +"Goeden dag, juffrouw Alice," antwoordde Cyprianus Méré, die bij de +binnenkomst van het meisje opgestaan was en voor haar boog. + +"Ik heb u zien aankomen, mijnheer Méré," hernam miss Watkins, bevallig +glimlachend waardoor hare fraaie tanden zichtbaar werden, "en daar ik +weet, dat gij den afschuwelijken gin van mijn vader niet lust, breng +ik oranjewater, en hoop, dat gij dat heerlijk frisch zult vinden." + +"Dat is allerliefst van u, juffrouw !" + +"Maar ter zake; gij zult nimmer raden wat Dada, mijn struisvogel, +dezen morgen heeft ingeslikt," ging zij zonder verdere plichtpleging +voort. "Mijn ivoren maasbal!.... Ja, waarlijk, mijn ivoren +maasbal!.... Die bal is nogal van omvang; gij kent hem wel, +mijnheer Méré, ik ontving hem rechtstreeks van het billard van +New-Rush!.... Welnu die slokop van een Dada heeft hem ingeslikt, +alsof het een pil ware!.... Waarlijk, dat boosaardige dier zal mij +vroeg of laat den dood nog aandoen." + +In het oog van miss Watkins blonk, terwijl zij dit verhaalde, een +vroolijke straal, die niet veel uitzicht opende op de verwezenlijking +van die naargeestige voorspelling, zelfs in langen tijd niet. Maar +plotseling, met de fijngevoeligheid der vrouwen zoo eigen, merkte zij +de stilzwijgendheid, die door haren vader en den jeugdigen ingenieur +betracht werd, alsook hun verlegen voorkomen in hare tegenwoordigheid. + +"Het is alsof ik de heeren stoor!" zeide zij. "Nu, zeg het maar, als +gij geheimen hebt, die ik niet hooren mag, dan zal ik heengaan!.... Ik +heb daarenboven niet veel tijd te verliezen. Ik moet mijn sonate +studeeren, voordat ik voor het middagmaal kan zorgen!.... Kom, ik +ga.... gij zijt heden niets gezellig, mijne heeren!.... Ik laat u +dus op uw gemak samenzweren!" + +Zij was reeds buiten, maar kwam toch weer terug, en zeide toen met +bevallige maar toch hoogst ernstige stembuiging + +"Mijnheer Méré, als gij mij over de zuurstof wilt ondervragen, dan +ben ik gereed. Ik heb reeds driemaal het betrekkelijk hoofdstuk in de +handleiding der scheikunde, die gij mij geleend hebt, gelezen, zoodat +"dat gasvormig, kleurloos, reuk- en smaakloos lichaam" hoegenaamd +geen geheim meer voor mij is!" + +Daarop maakte miss Watkins eene bevallige buiging en verdween als een +ijl luchtverschijnsel. Een oogenblik later weerklonken de akkoorden van +een uitmuntende piano in een der vertrekken die het meest verwijderd +van de spreekkamer gelegen waren, en verkondigden dat het jonge meisje +geheel en al in hare muzikale oefeningen verdiept was. + +"Welnu, mijnheer Watkins," hernam Cyprianus, wien de liefelijke +verschijning zijn aanzoek in het geheugen teruggeroepen zou hebben, +wanneer hij in staat zoude geweest zijn dat te vergeten. "Welnu, +mijnheer Watkins, zult gij mij een antwoord op de vraag verleenen, +die ik de eer had tot u te richten?" + +Mr. Watkins nam zijn pijp uit den mond, spoog met eene poging van +voornaamheid op den grond, hief het hoofd op en vroeg terwijl hij +een scherpen doordringenden blik op den jonkman wierp: + +"Mijnheer Méré, hebt gij haar wellicht daarover gesproken reeds?" + +"Waarover gesproken?.... Tot wie?" + +"Wel wat gij straks zeidet.... tot mijne dochter?" + +"Voor wien ziet gij mij aan, mijnheer Watkins?" hernam de jeugdige +ingeneur met eene hartstochtelijkheid, die geen twijfel omtrent zijne +oprechtheid toeliet. "Ik ben Franschman, mijnheer!..... Vergeet dat +niet!.... Dat wil zeggen, dat ik nimmer veroorloofd zou hebben met +mejuffrouw uwe dochter over een huwelijk te spreken, zonder toestemming +verworven te hebben!" + +De blik van Mr. Watkins had zijne scherpte verloren, maar daarentegen +raakte thans zijne tong los. + +"Dat 's uitstekend!.... Beste jongen! Ik verwachtte niets minder van +uwe bescheidenheid ten opzichte van Alice!" antwoordde hij op bijna +hartelijken toon. "Welnu, vermits ik vertrouwen in u kan stellen, +zoo zult gij mij uw woord geven, dat gij haar ook in de toekomst +daarover niet zult spreken!" + +"Wat? ook niet in de toekomst? Wat beduidt dat, mijnheer?" + +"Wel, eenvoudig dat dit huwelijk onmogelijk is en dat het 't beste zal +zijn, de hoop daarop in uwe papieren maar door te schrappen!" hernam +Mr. Watkins. "Mijnheer Méré, gij zijt een eerlijk jongmensch, een +volmaakt gentleman, een uitmuntend scheikundige, een uitstekend +professor, die eene groote toekomst voor zich heeft--daaraan twijfel +ik niet; maar gij zult mijne dochter niet hebben, om de eenvoudige +reden, dat ik andere plannen voor haar ontworpen heb." + +"Maar, mijnheer Watkins!...." + +"Dring niet verder aan!.... het zou overbodig zijn!...." hernam +de pachter. "Al waart gij hertog en pair van Engeland, dan nog +zoudt gij mij niet bevallen!.... Man, gij zijt zelfs geen Engelsch +onderdaan, en gij hebt mij met de meeste openhaartigheid medegedeeld, +dat gij hoegenaamd geen vermogen hebt. Kom, alle gekheid ter zijde, +gelooft gij ernstig, dat ik Alice opgevoed en haar de beste meesters +van Victoria en van Bloemfontein gegeven heb, zooals ik heb gedaan, +om haar, zoodra zij twintig jaren oud zoude zijn, af te staan, ten +einde te Parijs in de Universiteitsstraat op de derde verdieping +te gaan leven met een mijnheer, dien ik niet ken en wiens taal ik +zelfs niet versta?.... Denk toch na, mijnheer Méré, en stel u in +mijne plaats!.... Vooronderstel, dat jij de pachter John Watkins +zijt, de eigenaar van de Vandergaart-Kopjesmijn, en dat ik mijnheer +Cyprianus Méré ben, een jeugdig Fransch geleerde, wien men eene +zending aan de Kaap heeft opgedragen.... Vooronderstel, dat gij hier +in deze spreekkamer in dezen leuningstoel zit, terwijl gij uw glaasje +gin slurpt en uwe pijp Hamburgsche tabak rookt; kunt gij u dan ook +maar een oogenblik voorstellen.... voorstellen éen enkel oogenblik +slechts.... dat gij mij uwe dochter ten huwelijk zoudt schenken?" + +"Voorzeker, mijnheer Watkins," antwoordde Cyprianus "en nog wel zonder +eenige aarzeling, wanneer ik in u zou ontdekken de hoedanigheden, +die haar geluk moeten verzekeren!" + +"Welnu, dan zoudt gij verkeerd handelen, mijn waarde heer, zeer +verkeerd!" hernam Mr. Watkins. "Gij zoudt dan handelen als een man, +die niet waard was de Vandergaarts Kopjesmijn te bezitten, of beter +gesproken, gij zoudt haar dan niet bezitten. Want, wel beschouwd, denkt +gij dat die mijn mij uit de wolken in de hand is komen vallen? Gelooft +gij, dat ik noch beleid, noch geestkracht, noch bedrijvigheid heb +moeten ontwikkelen om haar op te sporen, maar vooral om mij den +eigendom er van te verzekeren?.... Welnu, mijnheer Méré, dat beleid, +dat ik in die gedenkwaardige en beslissende oogenblikken heb getoond +te bezitten, dat beleid zit bij al de daden mijns levens voor, +en bovenal bij al mijne daden, die betrekking op de toekomst mijner +dochter hebben!.... Daarom herhaal ik: schrap de hoop op een huwelijk +met Alice in uwe papieren door!.... Alice is niet voor u bestemd!" + +En bij die afdoende uitspraak greep Mr. Watkins zijn glas en ledigde +het in één teug. + +De jonge ingenieur, geheel ter neergeslagen, scheen niet te kunnen +antwoorden. Toen de ander dat zag, ging hij min of meer sarrend voort: + +"Gij Franschen zijt verwonderlijke kerels. Gij staat voor niets en +twijfelt aan niets, op mijn woord. Wat! gij komt hier zoo onverwachts +uit het binnenste van Grikwaland aan, alsof gij uit de maan gevallen +waart; gij ontmoet een eenvoudig man, die nooit uwen naam gehoord +heeft, die drie maanden geleden nooit over u heeft hooren spreken, die +u zeker geen tienmaal gezien heeft in die negentig dagen. Gij zoekt hem +op en zegt hem: John Stappleton Watkins, gij bezit eene bekoorlijke +dochter, die goed opgevoed is en algemeen als de kostbaarste parel +van het geheele land erkend wordt, en die,--wat volstrekt niet +onaangenaam is--uwe eenige erfgename is wat betreft den eigendom van +de Vandergaarts Kopjes-mijn, van de rijkste mijn niet alleen van dit +land, maar van de geheele wereld. Ik, ik ben de heer Cyprianus Méré, +afkomstig van Parijs en van beroep ingenieur. Ik heb vier duizend +acht honderd francs inkomen!.... Gij zult mij als-je-blieft dat jonge +meisje ten huwelijk geven, opdat ik haar naar mijn land kunne voeren +en opdat gij niet meer over haar zoudt kunnen hooren spreken, tenzij +gij zoudt willen rekenen den brief of het telegram, dat gij zoo nu +en dan eens zoudt mogen ontvangen!..... En gij vindt dat alles zeer +natuurlijk!..... Ik vind 't dol!" + +Cyprianus was doodsbleek van zijn stoel opgestaan. Hij greep zijn +hoed en maakte zich gereed heen te gaan. + +"Ja, dol!.... uiterst dol!...." herhaalde de pachter. "O, ik ben +niet gewoon de pil, die ik te slikken geef, te vergulden. Ik ben een +Engelschman van den ouden stempel, mijn waarde heer! Zooals ge mij daar +ziet, ben ik veel armer geweest, ja, veel armer dan gij nu zijt. Ik +heb zoo wat alle ambachten bij de hand gehad! Ik was scheepsjongen +van een koopvaardijschip, buffeljager in Dakota, mijnwerker in +Arizona, herder in de Transvaal!.... Ik heb kennis met de hitte, +met de kou, en vooral met de vermoeienis gemaakt. De beschuitkorst, +die mij gedurende twintig jaren tot middagmaal strekte, verkreeg ik +niet dan ten koste van menigen zweetdruppel! Toen ik wijlen mistress +Watkins, de moeder van Alice, de dochter van een Boer van Franschen +oorsprong [2], huwde, toen bezaten wij met ons beiden niet zooveel +om eene geit te kunnen onderhouden! Maar ik heb gewerkt!.... Ik heb +den moed niet verloren!.... Thans ben ik rijk, en wil ik van mijn +arbeid genieten!.... Het is mijn plan om mijne dochter bij mij te +houden,--om vooral mijn pootje te verzorgen en om des avonds muziek +voor mij te maken, als ik mij verveel!.... Als zij ooit trouwt, dan +zal zij hier trouwen met een kerel van het land, die zoo rijk is als +zij zelve, die pachter of mijnwerker is, zooals wij het hier allen +zijn, en die er niet van reppen zal om elders te gaan leven als een +schooier op eene derde verdieping, in een land, waarin ik nooit een +voet wensch te zetten. Zij zal bij voorbeeld met James Hilton of met +een anderen kerel van gelijken stempel huwen.... De trouwlustigen, +die naar hare hand dingen, ontbreken niet, dat verzeker ik u! Ik +wensch tot schoonzoon een echten Engelschman, die voor een glas gin +niet vervaard is, en die mij onder het genot van een duchtigen slok +bij het rooken eener pijp gezelschap zal willen houden!" + +Cyprianus had reeds de hand aan de kruk van de deur. Hij stikte bijna +in dat vertrek. + +"Gij zijt toch niet boos, hoop ik?" riep hem mr. Watkins achterna. "Ik +heb volstrekt niets tegen u, mijnheer Méré; integendeel, ik mag u +wel lijden, en ik zal steeds verheugd zijn u te mogen zien, hetzij +dan als huurder of als vriend!... Kijk, wij wachten juist heden avond +eenige personen ten eten..... Als gij wilt, wees dan ook onze gast!..." + +"Neen, dank u, mijnheer!" antwoordde Cyprianus koel. "Ik heb mijne +brieven vóór het vertrek van de post nog te sluiten." + +Toen hij heengegaan was, bromde mr. Watkins, terwijl hij zijne pijp met +een stuk geteerd touw aanstak, dat tot dit doeleinde steeds smeulende +gehouden werd en zich in de onmiddellijke nabijheid zijner hand bevond: + +"Dolle, dolle kerels, die Franschen!" + +En daarop schonk hij zich een groot glas boordevol met gin in. + + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + +IN DE DIAMANTVELDEN. + + +Wat de jonge ingenieur nog wel het meest vernederend vond in het +antwoord, dat mr. Watkins hem gegeven had, was dat hij niet kon nalaten +hem, in weerwil van den ruwen vorm, waarin dat antwoord gegoten was, +gelijk te geven. Het verwonderde hem zelfs, nu hij er over nadacht, +dat hij de tegenwerpingen van den pachter niet voorzien en dat hij +zich aan een dergelijk blauwtje blootgesteld had. + +Zooveel is zeker, dat hij tot heden niet aan den afstand gedacht +had, dien het verschil van vermogen, van ras, van opvoeding, +van bewegingskring tusschen het jonge meisje en hem daargesteld +hadden. Gewoon als hij sedert vijf of zes jaren was, de mineralen +slechts uit een wetenschappelijk oogpunt te beschouwen, waren de +diamanten slechts koolstof-monsters, ter nauwernood goed om in +het museum van de Mijnschool te prijken. Daarenboven, omdat hij, +uit een maatschappelijk oogpunt beschouwd, in Frankrijk zich op +een hooger standpunt geplaatst achtte dan dat der Watkins, had +hij de onmetelijke koopmanswaarde van de rijke diamantmijn, die +het bezit des pachters was, geheel en al uit het oog verloren. Geen +oogenblik was het hem in de gedachte opgekomen, dat er werkelijk een +aanmerkelijke afstand bestond tusschen de dochter van den eigenaar +van de Vandergaarts-Kopjes-mijn en een Fransch ingenieur. En zou +ook die gedachte bij hem opgekomen zijn, dan, met zijne Parijsche +levensopvattingen en in zijne hoedanigheid van oudleerling der +Polytechnische School, zou hij gemeend hebben, dat hij op het punt +was een huwelijk beneden zijn stand aan te gaan. + +De barre toespraak van Mr. Watkins schrikte hem pijnlijk uit die +droombeelden wakker. Cyprianus bezat te veel gezond verstand om de +degelijke argumenten van den pachter niet naar waarde te schatten; +ook om zich niet nijdig te maken over een vonnis, dat hij in den +grond billijk moest noemen. + +Dit belette evenwel niet dat de slag, die hem trof, raak, pijnlijk +raak was. En nu hij gedwongen was, van het denkbeeld om Alice de +zijne te noemen af te zien, gevoelde hij plotseling hoe dierbaar zij +hem in die drie maanden geworden was. + +Het was inderdaad nog slechts drie maanden geleden, dat Cyprianus +Méré in Grikwaland was gekomen en het jonge meisje had leeren kennen. + +Wat was dat al lang geleden en wat was dat al ver verwijderd! Hij +herinnerde zich toch nog zeer goed dat hij den eindpaal van zijne lange +reis van het eene halfrond naar het andere op een uiterst warmen en +stoffigen dag bereikte. + +Hij was ontscheept te zamen met zijn vriend Pharamond Barthès, een +oude schoolmakker, die voor de derde maal in Zuid-Afrika kwam jagen +en die hem aan de Kaap vaarwel gezegd had. Die Pharamond Barthès +was naar het Basuto-land getrokken, alwaar hij hoopte een troepje +negerkrijgslieden aan te werven, dat hem gedurende zijne jachttochten +zoude vergezellen. Wat Cyprianus betrof, die had plaats besproken +en genomen in den waggon of de kar met veertien paarden bespannen, +die den postwagendienst in die streken verrichtte, en had zoo de reis +naar de Diamantvelden ondernomen. + +Zes of zeven groote kisten--bevattende een compleet scheikundig +laboratorium en eene mineralogische verzameling, waarvan hij ongaarne +gescheiden zoude zijn--vormden het bagage-materiaal van den jeugdigen +geleerde. Maar de vorenbedoelde postwagen liet slechts vijftig +kilogrammen passagiersgoed toe, zoodat hij genoodzaakt was geweest +die kostbare kisten toe te vertrouwen aan een kar met ossen bespannen, +die ze met een voorwereldsche langzaamheid naar Grikwaland zou brengen. + +De bedoelde postwagen was een groote _Jan pleizier_, die twaalf +zitplaatsen bevatte en door een tent van zeildoek gedekt was. Hij stond +op vier verbazend groote wielen, die voortdurend nat gehouden werden +door het water der beken en rivieren, die doorwaad en doorgetrokken +moesten worden. De paarden waren twee aan twee gespannen en werden +soms door muildieren versterkt. + +Een tweetal koetsiers, die naast elkander op den bok zaten, menden +hen met groote behendigheid. Een daarvan hield de teugels, terwijl +de andere de zeer lange zweep van bamboe voerde, die veel weghad van +een hengelstok en niet alleen gebruikt werd om de aangespannen dieren +aan te wakkeren, maar ook om hen te geleiden, den weg te wijzen. + +De weg voerde langs Beaufort, een fraaie kleine stad, aan den voet +van het gebergte Nieuweveld gebouwd, overschreed die bergketen, +leidde langs Victoria, vervolgens langs Hope-town--eigenaardige naam, +die "stad der hoop" beteekent--die aan den oever der Oranje-rivier +gelegen is, om zich van daar naar Kimberley te richten en naar de +voornaamste diamant-ontginningsplaatsen, die er slechts weinige mijlen +van verwijderd liggen. + +Dat was eene moeilijke en eentonige reis, die acht of negen dagen +duurde, door dat naakte landschap. Wat men te zien krijgt, stemt +slechts tot droefgeestigheid. Roodachtige vlakten, die met steenen +als bezaaid waren, grijze rotsbanken, die aan de oppervlakte van den +bodem kwamen uitkijken, een stekelig, geel en spaarzaam grasgewas +eenige teringachtige struikjes, ziedaar alles. Er waren noch bebouwde +akkers, noch natuurtafereelen te bewonderen! Van afstand tot afstand +werd eene bouwhoeve opgemerkt, waarvan de bewoner, bij de toewijzing +van den door hem gepachten grond, van het Koloniaal Gouvernement de +opdracht ontving, om gastvrijheid aan de reizigers te verleenen. Die +gastvrijheid wordt evenwel zoo eenvoudig mogelijk beoefend. In +die zonderlinge herbergen worden noch bedden voor de menschen, noch +stroolegering voor de paarden aangetroffen. Men vindt er ter nauwernood +eenige blikken verduurzaamde levensmiddelen, die verscheidene malen de +reis rondom de wereld afgelegd hebben en die met goud betaald worden! + +Daaruit volgt dus, dat om te voorzien in de voeding der trekdieren, +deze eenvoudig op de vlakte losgelaten worden, alwaar zij zich moeten +behelpen met het zoeken van eenig schaars voorkomend gras tusschen +de keisteenen. Een ander gevolg daarvan is, dat wanneer men weer +wil vertrekken, die beesten eerst opgevangen moeten worden, hetgeen +groote moeite en een aanmerkelijk tijdverlies veroorzaakt. En welke +schokken worden in zoo'n oorspronkelijk vervoermiddel op die nog +oorspronkelijker wegen ondervonden! De zitbanken zijn gewoonlijk de +bovenvlakken van houten koffers, die voor de opberging van kleine +benoodigdheden dienen en waarop het zitvlak van den ongelukkigen +reiziger, die daarmede vervoerd wordt, de werkzaamheden van +vijzelstamper gedurende een lange week verricht. In zoo'n kast is +het onmogelijk te lezen, te slapen, zelfs te praten. Daarentegen +rooken de reizigers nacht en dag als fabrieksschoorsteenen, drinken +als tempeliers, en voegen daarbij de aangename bezigheid om veel en +herhaaldelijk te spuwen. + +Zoo bevond zich Cyprianus Méré in dat vervoermiddel met een uitgezocht +zoodje van die vlottende bevolking, die van alle oorden van den +aardbol komt opdagen, zoodra er sprake is van nieuw gevonden goud- of +diamantmijnen. Er bevond zich een loslendige Napolitiaan in met lange +zwarte haren, met een echt perkament-gezicht, met oogen om bang van te +worden, en die vertelde dat hij Hannibal Pantalucci heette; verder een +Portugeesche jood, wiens naam Nathan was, een echte diamant-kenner, +die zich in zijn hoekje zeer stil hield en het menschelijk gewriemel +met wijsgeerigheid beschouwde; dan nog een mijnwerker van Lancashire, +Thomas Steel genaamd, een lange lummel met rooden baard en stevige +heupbeenderen, die de steenkolen-mijnen ontvlucht was om zijn +gelukkig gesternte in Grikwaland te beproeven; verder een Duitscher, +Herr Friedel, die steeds machtspreukig als een orakel sprak, en +altijd alles wist wat op de ontginning der diamanthoudende terreinen +betrekking had, hoewel hij nimmer een enkelen diamant gezien, veel +minder bezeten had; ook nog een Yankee met fijn gevormde lippen, +die slechts samenspraken hield met zijne lederen veldflesch en die +waarschijnlijk in de ontginningsvelden een drankwinkeltje kwam openen, +waarin de meeste verdiensten van den mijnwerker zouden verdwijnen; +dan nog een pachter afkomstig van de boorden van de Hart-rivier, een +Boer van den Oranje-Vrijstaat; een ivoorhandelaar, die naar het land +der Namakken trok; twee kolonisten uit de Transvaal, en een Chinees, +die Li heette, zooals een achtenswaardig Chinees betaamt. Die allen +vormden het meest uiteenloopend, het meest verschillend en het meest +luidruchtig gezelschap, dat ooit een fatsoenlijk man op zijn weg +heeft kunnen ontmoeten. + +Na een oogenblik hunne gelaatstrekken opgenomen en zich met hunne +manieren en gewoonten vermaakt te hebben, begon dat Cyprianus ook +te vervelen. Alleen Thomas Steel met zijne krachtige geaardheid en +zijn openhartigen lach, en de Chinees Li niet zijne zachtaardige +en kat-achtige bewegingen konden hem boeien en belangstelling +inboezemen. De Napolitaan daarentegen met zijne akelige geestigheden +en met zijne galgentronie, boezemde hem een onoverwinnelijk gevoel +van afkeer in. + +Een der meest gewaardeerde grappen van dien Italiaan bestond gedurende +twee of drie dagen daarin, dat hij aan den haarstaart, dien de Chinees +volgens de gewoonte van zijn land op den rug droeg, allerhande dwaze +zaken vastbond, als bossen gras, koolstronken, een koeienstaart, +een paardenschouderblad, dat hij in de vlakte opgeraapt had, enz. + +Li knoopte, zonder zich verontwaardigd te toonen, die dingen los, +welke zijn reeds langen staart noodeloos verlengden, wierp ze weg, +maar toonde noch door woord, noch door gebaar, zelfs door geen blik, +dat het hem voorkwam, dat die grappen de grenzen der gepastheid +overschreden. Zijn geelachtig gelaat en zijne kleine scheefstaande +oogen bleven onverstoorbaar kalm, alsof hij geheel vreemd was aan +hetgeen rondom hem voorviel. Waarlijk, men zou geloofd hebben dat +hij geen enkel woord verstond van hetgeen in die arke Noach's, die +op reis naar Grikwaland was, gesproken werd. + +Dit gaf aanleiding dat Hannibal Pantalucci aan zijn grappen nog +toespelingen in gebrekkig Engelsch toevoegde, die geheel en al den +man van lage afkomst kenmerkten. + +"Denkt hij dat zijne geelzucht besmettelijk zoude zijn?" vroeg hij +hardop aan een zijner medereizigers. + +Of ook: + +"Had ik maar eene schaar in mijn bezit om hem zijn staart af te +knippen, dan zoudt gij eens zien welk gezicht hij zetten zou!" + +De reizigers lachten dan; maar wat hunne vroolijkheid nog vermeerderde, +was dat de Boeren van het gezelschap steeds eenigen tijd noodig +hadden om de snakerij van den Napolitaan te begrijpen, eindelijk in +een luid gelach uitbarstten, hetgeen dan een geheele poos na dat van +de anderen weerklonk. + +Het begon Cyprianus eindelijk te ergeren, dat de arme Li steeds voor +zondebok gekozen werd. Hij merkte Pantalucci dan ook op, dat zijn +gedrag niet edelmoedig genoemd kon worden. Deze zou ongetwijfeld +die opmerking met eene onbeschoftheid beantwoord hebben, toen Thomas +Steel tusschen beiden trad, waardoor hij zijne beleediging voorzichtig +weerhield. + +"Neen," sprak de brave Engelschman, "dat is geen eerlijk spel, zoo +met dien armen drommel om te springen, die niet eens verstaat wat +gij zegt!" + +En de ronde kerel had er waarachtig spijt van, dat hij met de anderen +meegelachen had. + +De zaak bleef dus daarbij. Maar weinige oogenblikken later merkte +Cyprianus niet zonder bevreemding op, dat de Chinees een slimmen +blik op hem vestigde, die wel is waar lichte spotternij verried, +maar ook van dankbaarheid getuigde. Toen kwam de gedachte bij hem op, +dat Li misschien meer van het Engelsch verstond, dan hij wel wilde +laten voorkomen. + +Maar te vergeefs poogde hij op de volgende pleisterplaats een +gesprek met hem te beginnen. Het was onmogelijk een woord uit hem +te krijgen. De Chinees bleef onwrikbaar stom. Van toen af wekte dat +vreemdsoortig wezen de belangstelling van den jongen ingenieur op. Het +was hem alsof die man een raadsel was, waarvan hij de oplossing moest +vinden. Cyprianus bestudeerde dan ook zeer dikwijls dat geelachtige, +gladde, baardelooze gelaat; dien mond, die als door den houw van een +sabel gevormd scheen en bij het openen zeer witte tanden liet zien; +dien kleinen korten bekervormigen neus; dat breede voorhoofd, die +schuinstaande oogen, die bijna altijd neergeslagen waren, alsof zij +eene listige uiting wilden verbergen. + +Hoe oud zou Li kunnen zijn? Was hij vijftien of telde hij zestig +jaren? Dit was onmogelijk uit te maken. Duidden zijne tanden, zijn +blik, zijn gitzwarte haren op eene prille jeugd, van een anderen kant +wezen de rimpels op zijn voorhoofd, zijne wangen, zijne mondhoeken +op een reeds gevorderden leeftijd. Hij was klein van stuk, slank +en van uitzicht vlug, evenwel met de oudachtige bewegingen van eene +bejaarde vrouw. + +Was hij rijk of was hij arm? Dat was eene andere vraag, welker +beantwoording ook twijfel kon verwekken. Zijn grijslinnen broek, +zijn geelkatoenen kiel, zijn pet van gevlochten koord, zijne schoenen +met vilten zolen, die vlekkeloos witte kousen bedekten, konden zoowel +een eerste-klasse-mandarijn toebehooren als een man des volks. Zijne +bagage bestond uit een eenigen koffer, van rood hout vervaardigd, +op welks deksel, met zwarten inkt geschreven stond: + + H. Li + from Canton to the Cape, + + +wat vertaald beteekent: H. Li, van Canton naar de Kaap. + +Die Chinees was bovendien uitermate zindelijk, hij rookte niet, dronk +slechts water en benuttigde ieder oogenblik op de pleisterplaatsen +om zijn hoofd met de grootste zorgvuldigheid te scheeren. Cyprianus +kon er niet meer van te weten komen en gaf het weldra op dit levende +vraagstuk te ontraadselen. + +Intusschen gingen de dagen voorbij en volgde de eene mijl op de +andere. Soms repten de paarden zich bijzonder. Een anderen keer +scheen het onmogelijk om hen den stap te doen versnellen. Maar de +reis raakte zoo langzamerhand aan haar einde, en op een fraaien dag +kwam de vervaarlijke postwagenkast te Hope-town aan. De volgende +pleisterplaats, die voorbijgetrokken werd, was Kimberley. Toen +verschenen houten hutten aan den gezichteinder. + +Dat was New-Rush. + +Daar verschilde het kamp der mijnwerkers in niets met die voorloopige +steden, in welke streken der aarde ook, door de beschaving opgebouwd +en die als door tooverij of als paddestoelen uit den grond verrijzen. + +Planken gebouwen, meerendeels zeer klein en niet ongelijk aan de +huisjes en hutten der baanwachters langs Europeesche spoorwegen of +bij Europeesche werkplaatsen, hier en daar eenige tenten, eenige +dozijnen koffie- en drankhuizen, een biljartzaal, een Alhambra +of danszaal, "stores" of algemeene magazijnen van de eerste +levensbenoodigdheden,--ziedaar wat het oog het eerst ontdekte. + +Er was van alles te koop in die winkels, kleederen en meubels, +schoenen en vensterglazen, boeken en rijzadels, wapenen en stoffen, +bezems en jacht- en krijgsbenoodigdheden, wollen dekens en sigaren, +versche groenten en geneesmiddelen, ploegen en fijne toiletzeepen, +nagelborstels en verduurzaamde melk, keukenkachels en steendrukplaten, +in één woord: er was alles, behalve koopers. + +De reden daarvan was dat de bevolking zich nog op het mijnterrein +bevond, dat nog drie- of vierhonderd meters van New-Rush verwijderd +lag. + +Cyprianus deed wat alle nieuw aangekomenen deden: hij spoedde zich naar +de mijnen, terwijl men het middagmaal toebereidde in de eenvoudige hut, +die met den hoogdravenden naam van _Hotel Continental_ begiftigd was. + +Het was ongeveer zes uren in den namiddag. De zon begon zich reeds bij +den horizon met eene vergulde tint te omringen. De jonge ingenieur +merkte een keer te meer op de overgroote middellijn, welke zoowel +de dagvorstin als de maan onder deze zuidelijke breedten aanneemt, +zonder dat daarvan vooralsnog eene voldoende verklaring is kunnen +gegeven worden. Die middellijn scheen wel dubbel zoo groot te zijn +als die in Europa waargenomen wordt. + +Maar een ander en meer nieuw schouwspel wachtte Cyprianus Méré bij +de Kopjes-mijn, namelijk op het terrein der diamantdelving zelf. + +Bij den aanvang der werkzaamheden vormde de mijn een kleinen +platkoppigen heuvel, die de vlakte, welke overal elders zoo +gelijk als de oppervlakte der zee was, op deze plek als met een +bult opschikte. Thans evenwel vertoonde die bult eene onmetelijke, +uitholling met trechtervormig toeloopende wanden, een soort van circus +van elliptischen vorm, die eene oppervlakte besloeg van ongeveer +veertig vierkante meters. Die oppervlakte bevatte niet minder dan +drie- of vierhonderd "claims" of mijnvergunningen, die eenendertig +voet zijden matten en die door de rechthebbenden naar eigen goedvinden +ontgonnen werden. + +De arbeid bestaat doodeenvoudig daarin, dat de aarde met pikhouweel en +schop uit dien bodem, die over het algemeen uit een soort roodachtig +zand vermengd met puin bestaat, losgewerkt wordt. Dan wordt die +aarde buiten de mijnboorden gebracht en verder naar de uitzoek-tafels +vervoerd, om daar uitgewasschen, gestampt, gezeefd en met de grootste +zorg uitgezocht te worden, om te zien of zij geen kostbare gesteenten +bevat. + +Al die claims zijn onafhankelijk van en zonder verbinding met elkander +gegraven, en vormen natuurlijk kuilen van verschillende diepte. Er +zijn er die honderd meter en dieper bereiken, anderen peilen slechts +vijftien, twintig of dertig meter. + +Ieder begiftigde is ter wille van den arbeid, ook van het vrije +verkeer in de mijn, door de officiëele reglementen verplicht langs +een der zijden van zijn put eene breedte gronds van zeven voet geheel +onaangeroerd te laten. Die ruimte, vermeerderd met een gelijke breedte +langs den put van den buurman, spaart eene soort weg of dijk uit, +die de oppervlakte van den oorspronkelijken bodem uitmaakte. + +Dwars over dien dijk of banket wordt eene opeenvolging van balken +gelegd, die aan weerszijden ongeveer een meter uitsteken en daardoor +eene voldoende breedte daarstellen, dat twee wagentjes elkander zonder +gevaar van aanhaking kunnen voorbijrijden. + +Ongelukkig voor de stevigheid van dien hangweg, en ook voor de +veiligheid der mijnwerkers, gaan de meeste der concessionarissen er +toe over den grond, die den voet van den muur vormt, trapsgewijze +uit te steken naarmate de uitgravingen dieper vorderen, zoodat de +vorenbedoelde balken, die soms boven eene dubbele hoogte van die der +torens van de O.L. Vrouwekerk te Parijs uitsteken, eigenlijk op het +grondvlak liggen eener piramide, die op hare punt zou rusten. Het +gevolg van zulk een gevaarlijke manier van werken is gemakkelijk te +voorzien, namelijk dat die dijken veelvuldig, hetzij in den regentijd, +hetzij bij plotselinge temperatuurswisselingen, waardoor barsten in den +grond ontstaan, instorten. Maar die schier regelmatig terugkeerende +ongelukken verhinderen de onvoorzichtige mijnwerkers niet, hun claim +tot aan den uitersten grenswand uit te graven. + +Toen Cyprianus de mijn naderde, zag hij niets anders dan karren, +geladen of ledig, die langs die hangwegen voortreden. Maar toen hij +genoegzaam tot den rand genaderd was om den blik in de mijn te laten +doordringen, toen bespeurde hij daar eene menigte mijnwerkers van ieder +ras, van iedere kleur, van iedere kleeding, die met ijver beneden in +die claims arbeidden. Daar waren negers en blanken, Europeanen en +Afrikanen, Mongolen en Celten, het meerendeel bijna totaal naakt, +of slechts met een linnen broek of een flanellen of katoenen hemd +gekleed, terwijl zij op het hoofd breedrandige stroohoeden droegen, +die veelal met struisvederen getooid waren. + +Al die mannen vulden lederen emmers met aarde en heschen die +vervolgens door middel van koorden van koevellen vervaardigd langs +dikke ijzerdraadkabels, die door groote houten cilinders in beweging +werden gebracht, op naar den rand der mijn. Daar werden die emmers zoo +spoedig mogelijk in karren geledigd en daalden weer in den claim af, +om andermaal gevuld naar boven gehaald te worden. + +Die lange ijzeren kabels waren diagonaalsgewijze in de +parellelopipedums gespannen, die door de claims gevormd werden, en +verleenden aan de "dry diggings" of aan de zoogenaamde diamantmijnen +in den drogen grond een bijzonder uitzicht en karakter. Men zou gezegd +hebben dat het de hoofddraden waren van een monster-spinneweb, waarvan +de vervaardiging plotseling gestoord en onderbroken was geworden. + +Cyprianus schepte een poos vermaak in het beschouwen van dat +menschelijke mierennest. Daarna keerde hij naar New-Rush terug, waar +de klok, die de gasten aan tafel riep, zich weldra liet hooren. Daar +smaakte hij het genoegen, den geheelen avond hier en daar te hooren +snoeven op wonderbaarlijke vondsten, mijnwerkers die arm als job +waren, maar die door het vinden van een enkelen diamant schatrijk +geworden waren, terwijl anderen slechts pruttelden over hun ongelukkig +gesternte, over de schraapzucht der handelaren, over de trouweloosheid +der Kaffers, die in de mijnen te werk gesteld waren en die kostbare +steenen stalen, en andere dergelijke technische gesprekken. Men sprak +slechts over diamanten, over karaten en over honderden ponden sterling. + +Iedereen zag er over het algemeen in die streek ellendig uit, en +tegenover een enkelen gelukkigen digger, die met snoevende stem een +flesch champagne bestelde om op zijn welslagen een lekker glas te +drinken, zag men zeker twintig lange gezichten, waarvan de weemoedige +eigenaars zich met een dun en schraal bier vergenoegden. + +Nu en dan ging er een steen rond de tafel van hand tot hand, om +gewogen, beoordeeld en geschat te worden, en om eindelijk terug te +keeren in den gordel van zijn bezitter. Die grijsachtige en doffe +keisteen, die niet meer glans vertoonde dan een gewone silex, die +door een beek of bergstroom gerold zoude zijn, was de diamant in zijn +omhulling of ganggesteente. + +De koffiehuizen vulden zich tegen het vallen van den avond, en dan +werden dezelfde gesprekken, dezelfde twistredenen als die, welke het +etensuur verlevendigd hadden, vernomen, terwijl de bezoekers hun glas +gin of brandy verorberden. + +Cyprianus had vroeg zijn bed opgezocht, dat onder eene tent in de +nabijheid van het hotel gespreid was. Daar sliep hij weldra in op +het geluid van eene danspartij in de open lucht, die door eenige +Kaffersche mijnwerkers ergens in de buurt gegeven werd, en op het +schel geluid van een klephoorn, die in een openbaar danshuis de maat +aangaf bij de chorographische sprongen van eenige blanke heeren. + + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + +EEN WEINIG WETENSCHAP VAN HARTE ONDERWEZEN. + + +Ter wille van de billijkheid wordt het tijd om te verklaren, dat onze +jonge ingenieur niet in Grikwaland gekomen was om zijn tijd in die +atmosfeer van schraapzucht, van dronkenschap en tabakslucht door te +brengen. Neen, hij had in opdracht om topographische en geologische +opnemingen van sommige gedeelten van die landstreek te bewerkstelligen, +om monsters van rotssteenen en van diamanthoudende lagen te verzamelen, +en om ter plaatse zorgvuldige analyses uit te voeren. Zijne eerste +zorg moest dan ook zijn om zich een stille woning te verschaffen, +waarin hij zijn laboratorium kon onder dak brengen en die als het +uitgangspunt van zijn verkenningstochten door het geheele mijndistrict +moest aangemerkt worden. + +De heuvel of het bergje waarop de pachthoeve van Watkins gelegen +was, trok weldra zijne aandacht tot zich als eene standplaats, +die als buitengewoon gunstig voor zijne werkzaamheden beschouwd kon +worden. Zij was ver genoeg van het mijnwerkerskamp verwijderd, om +slechts weinig van de luidruchtigheid van die nabuurschap te lijden +te hebben. Cyprianus was daar ongeveer op een uur afstand van de +meest verwijderde Kopjes--want het geheele diamantdistrict meet ter +nauwernood een omtrek van tien of twaalf kilometers. Hij kwam er dus +toe om een der huizen, door John Watkins verlaten, te kiezen, daarvan +de huur te bepalen, en er in te trekken, hetgeen alles bij elkander +geteld hem ter nauwernood een halven dag ontroofde. Overigens toonde +de Engelschman zich niet schraapzuchtig bij de verhuur; want eigenlijk +verveelde hij zich zeer in zijne eenzaamheid, en hij zag met genoegen +dat de jonkman zich in zijne nabijheid kwam vestigen, overtuigd als +hij was, dat hij van hem wel eenige verstrooiing verwachten kon. + +Maar als Mr. Watkins er op gerekend had, in zijn huurder een +tafelmakker of een partner bij zijn bestormingsplannen ten opzichte +van zijne ginkruik te vinden, dan had hij toch buiten den waard +gerekend. Nauwelijks had Cyprianus zijn laboratorium met zijn kolven, +zijne haardvuren en zijne reaktiven in orde gebracht in het huis dat +hij gehuurd had--en zelfs nog voordat de voornaamste bestanddeelen van +zijn laboratorium aangekomen waren--of hij had reeds een begin met +zijne geologische omzwervingen in het mijndistrict gemaakt. Wanneer +hij dan ook des avonds, doodmoe en zijn zinken doos, zijne jachttasch, +zijne zakken en zijn hoed zelfs met rotsblokken gevuld te huis kwam, +dan had hij meer lust om zijn bed op te zoeken en in den slaap herstel +van krachten te zoeken, dan de oudbakken praatjes en vertellingen van +Mr. Watkins te gaan aanhooren. Daarenboven, hij rookte weinig en dronk +nog minder, zoodat hij eigenlijk het ideaal van den vroolijken makker, +dien zich de pachter gedroomd had, niet verwezenlijkte. + +Toch was Cyprianus zoo loyaal en zoo goedhartig, zoo eenvoudig van +manieren en van gevoelen, zoo geleerd en evenwel zoo bescheiden en +zedig, dat het onmogelijk was, wanneer men voortdurend met hem in +aanraking kwam, zich niet aan hem te hechten. Mr. Watkins--misschien +deed hij het geheel onbewust--koesterde dan ook meer eerbied voor den +jeugdigen ingenieur, dan hij ooit iemand bewezen had. Als die jongen +slechts een fatsoenlijk slokje had kunnen drinken! Maar wat toch +aan te vangen met iemand die den kleinsten droppel gin niet in het +keelgat verdragen kon? Zoo eindigden regelmatig de oordeelvellingen, +die de pachter over zijn huurder uitbracht. + +Wat miss Watkins betreft, deze had zich dadelijk met den jeugdigen +geleerde op den voet eener goede en vrije kameraadschap geplaatst. Zij +trof in hem eene geestesmeerderheid aan, die zij in hare gewone +omgeving te vergeefs zocht, en zij had dan ook de gelegenheid, die +zich zoo onverwacht aangeboden had, met gretigheid waargenomen, +om door eenige grondbeginselen der practische scheikunde de zeer +degelijke en uiteenloopende opvoeding te voltooien, die zij vooral +geput had uit de wetenschappelijke werken, welke zij bij voorkeur +tot onderwerp van lectuur koos. + +Het laboratorium van den jeugdigen ingenieur met zijne vreemdsoortige +toestellen wekte verbazend hare belangstelling op. Zij wenschte +vooral alles te weten wat op het wezen der diamanten betrekking had, +op die kostbare steenen, die in de gesprekken en in den handel van +het land eene zoo groote plaats innamen. En inderdaad, Alice had +wel neiging om dat gesteente slechts als een leelijken keisteen te +beschouwen. Cyprianus--dat begreep zij wel--deelde op dat punt geheel +en al hare geringschatting. Die eensgezindheid van denkbeelden was +niet vreemd gebleven aan de vriendschap, die tusschen de twee jonge +lieden ontstaan was. Zij waren de eenigen in Grikwaland, dat kon +veilig betuigd worden, die er niet aan geloofden, dat het eenige +doeleinde van het menschelijk leven was of moest zijn: het zoeken, +het kloven, het slijpen en het verkoopen van die kleine steentjes, +die door de geheele wereld zoo zeer begeerd worden. + +"Het diamant," legde haar eens de jonge ingenieur uit, "is +heel eenvoudig niets anders dan zuivere koolstof. Het is een stuk +gekristaliseerde kool, niets anders. Men kan het verbranden evenals een +gewone doove kool, en die eigenschap van verbrandbaarheid heeft voor +de eerste maal den aard zijner vorming, zijner grondbestanddeelen doen +gissen. Newton, die zooveel zaken waargenomen heeft, had opgemerkt +dat de geslepen diamant het licht meer weerkaatst dan eenig ander +doorschijnend lichaam. Daar hij nu wist dat die hoedanigheid den +meesten brandbaren lichamen eigen is, zoo trok hij met zijne gewone +stoutmoedigheid daaruit de gevolgtrekking, dat het diamant brandbaar +_moest_ zijn. Er eene kort daarop gevolgde proefneming stelde hem +geheel in het gelijk." + +"Maar, mijnheer Méré," vroeg het jonge meisje, "als het diamant +slechts kool is, waarom is het dan zoo duur?" + +"Omdat het zeer zeldzaam is, mejuffrouw Alice," antwoordde Cyprianus, +"en omdat het nog maar in zeer kleine hoeveelheden in de natuur +aangetroffen wordt. Gedurende langen tijd trok men het alleen +uit Indië, uit Brazilië en uit het eiland Borneo. Gij moet het u +ongetwijfeld nog herinneren, want gij waart toen zeven of acht jaren +oud, het tijdstip waarop voor de eerste maal de tegenwoordigheid van +diamant in dit gedeelte van Zuid-Afrika aangeduid werd." + +"Voorzeker herinner ik mij dat," antwoordde miss Watkins. "Een ieder +in Grikwaland gedroeg zich of hij gek was! Men zag slechts lieden, +gewapend met schoppen en spaden, die al de terreinen nauwkeurig +onderzochten, die den loop der beken afleidden en wijzigden, om hare +beddingen na te pluizen, en die slechts over diamanten droomden en +spraken! Hoe klein ik destijds ook was, mijnheer Méré, zoo verveelden +die gesprekken mij toch somtijds. Maar gij zeidet straks, dat het +diamant duur is, omdat het zeldzaam voorkomt.... Bestaat zijn waarde +alleen in die zeldzaamheid?" + +"Dat nu juist niet, miss Watkins. Zijne doorschijnendheid, zijn +glans, wanneer hij doelmatig genoeg geslepen is om de lichtstralen te +weerkaatsen, de verbazende moeilijkheid van dat slijpen en eindelijk +zijne buitengewone hardheid zijn zoovele oorzaken, dat de diamant voor +den geleerde een zeer belangwekkend lichaam oplevert, waarbij ik voeg, +dat hij voor de nijverheid zeer veel nuttigs heeft. Gij weet zeker dat +men hem alleen met zijn eigen stof kan polijsten, en het is die niet +genoeg te waardeeren hardheid, die veroorlooft om hem sedert eenige +jaren voor de doorboring van rotsen te bezigen. Zonder zijne hulp zou +het bewerken van het glas en van andere zeer harde zelfstandigheid +niet alleen zeer moeilijk zijn, maar ook het boren van tunnels, het +openen van mijngalerijen, het vervaardigen van artesische putten zou +meer moeilijkheden aanbieden." + +"O! nu begrijp ik het," zei Alice, die plotseling een soort achting +in zich voelde opwellen voor die arme diamanten, die zij tot heden +zoozeer versmaad had. "Maar, mijnheer Méré, wat is die koolstof toch +waaruit het diamant in kristalvorm bestaat? Ik druk mij immers goed +uit, niet waar? Waaruit bestaat zij?" + +"Dat is een enkelvoudig, niet samengesteld lichaam, tot de metaalloïden +of niet metalen behoorende, hetwelk het meest verbreid in de natuur +voorkomt," antwoordde Cyprianus. "Alle organisch samengestelde +lichamen, zonder eenige uitzondering, als het hout, het vleesch, het +brood, het gras, bevatten het in groote en belangrijke hoeveelheid. Zij +zijn zelfs aan de aanwezigheid der koolstof in hare bestanddeelen, +den graad van verwantschap verschuldigd, dien men onder hen opmerkt." + +"Wat vreemde overeenkomst!" zei miss Watkins. "Zoodat die struiken +daarginds, en het gras van dat weiland, en de boom, die ons met zijne +schaduw beschut, en het vleesch van mijn struisvogel Dada, en ik zelf, +en gij ook, mijnheer Méré, allen gedeeltelijk van koolstof vervaardigd +zijn, evenals de diamanten? Alles is dus maar kool in deze wereld?" + +"Zeker, juffrouw Alice! Men had daarvan reeds sedert lang een +voorgevoel; maar de hedendaagsche wetenschap heeft de strekking, dat +al meer en meer en ook afdoend aan te toonen. Of, om duidelijker te +spreken, zij heeft de strekking om het getal enkelvoudige lichamen al +minder te doen worden; en toch werd dat getal vroeger als onwrikbaar +vastgesteld beschouwd. De spectroscopische waarnemingen hebben in +den laatsten tijd dienaangaande een nieuw licht over de scheikunde +doen opgaan. Zoo kan het wel zijn, dat de twee en zestig lichamen, +die als enkelvoudige of niet samengestelde gerangschikt waren, slechts +eene enkele atomische zelfstandigheid--de waterstof wellicht--bestaan, +die op verschillende elektrische, dynamische en warmtegevende wijzen +bewerktuigd zijn." + +"O! gij jaagt mij angst aan, mijnheer Méré, met al die groote woorden," +riep Miss Watkins uit. "Spreek mij maar liever over koolstof: Zoudt +gij, heeren deskundigen, die stof ook niet kunnen kristalliseeren, +zooals gij met de zwavel doet en waarvan gij mij onlangs zulke fraaie +aangeschoten naalden hebt laten zien? Dat zou oneindig gemakkelijker +zijn, dan daar gaten in den grond te gaan graven om er diamanten +te zoeken!" + +"Men heeft dikwijls trachten te verwezenlijken, wat gij daar zegt," +antwoordde Cyprianus. "Ja, men heeft dikwerf getracht om langs +kunstmatigen weg diamant te vervaardigen, en dat wel door zuivere +koolstof te kristalliseeren. Ik ben verplicht er bij te voegen, +dat men zelfs in zekere mate geslaagd is, Despretz heeft in 1853, +en nu nog kort geleden in Engeland een ander geleerde, diamantstof +verkregen, door cilinders van koolstof, die van iedere mineralische +stof gezuiverd en van kandijsuiker vervaardigd waren, aan een zeer +sterken elektrischen stroom in het luchtledige te onderwerpen. Maar +tot heden heeft dat succes hoegenaamd geene handelswaarde, hoewel het +zeer waarschijnlijk is, dat dit nu slechts meer een quaestie van tijd +zal zijn. Den eenen of anderen dag zal de vervaardiging van diamant +gevonden worden, en wie weet, miss Watkins, of die vinding op het +oogenblik dat wij er over spreken, niet reeds geschied is!" + +Zoo koutten zij, terwijl zij op het met zand bestrooide plein, +hetwelk zich langs de pachthoeve uitstrekte, heen en weer wandelden, +of als zij des avonds onder de lichte veranda gezeten waren en naar +het glinsteren van den zuidelijken sterrenhemel keken. + +Dan verliet Alice gewoonlijk den jeugdigen ingenieur, om naar de +hoeve terug te keeren, tenzij zij hem meenam om hare kleine kudde +struisvogels te zien, die in eene kleine omsloten ruimte bewaakt +werden, welke aan den voet van den heuvel gelegen was, waarop de woning +van John Watkins was gebouwd. De kleine witte kop dezer dieren, die +zich op een zwartachtig lichaam verhief, hunne dikke stijve pooten, de +bossen geelachtige veeren, die hun lichaam ter zijde en op de vleugels +en aan den staart versieren, dat alles boezemde het jonge meisje belang +in, waardoor zij er dan ook sedert een of twee jaren toe gekomen was, +om eene geheele kudde van die reusachtige steltloopers op te voeden. + +Gewoonlijk gaat men er niet toe over, deze vogels tot huisdieren te +vervormen. De pachters aan de Kaap laten hen eer in een zekeren wilden +staat voortleven. Zij vergenoegen zich om hen in een omheining van een +buitengewoon grooten omvang af te sluiten, die door hooge schuttingen +van ijzerdraad gevormd wordt, nagenoeg gelijk aan die welke in sommige +landen langs de spoorwegen aangetroffen worden. De struisvogels, +die weinig geschikt zijn om te kunnen vliegen, kunnen daar niet over +heen. Daarin leven zij het geheele jaar door in een gevangenschap, +die zij zelfs niet vermoeden, voeden zich met hetgeen zij vinden, en +zoeken afgelegen hoekjes uit om hunne eieren, die door zeer strenge +wetten tegen diefstal beschermd worden, te leggen. Tegen den ruitijd +evenwel, wanneer het er op aan komt om de mooie veeren machtig te +worden, die door de dames in Europa zoo gezocht zijn, dan jagen de +drijvers de struisvogels in eene reeks van afgesloten perken, die +al nauwer en nauwer worden, totdat het gemakkelijk is hen te vatten, +als wanneer hun vederentooi hun ontrukt wordt. + +Die tak van nijverheid heeft sedert de laatste jaren in de omstreken +van de Kaap eene buitengewone vlucht genomen, en het is waarachtig +te verwonderen, dat die ter nauwernood in Algiers is ingevoerd, waar +er niet minder goede resultaten van verwacht konden worden. Iedere +struisvogel, die zoo in gevangenschap leeft, brengt zijn bezitter +een jaarlijksch inkomen op, dat tusschen twee en drie honderd +francs mag geraamd worden, en dat zonder eenige kosten hoegenaamd te +veroorzaken. Om dit den lezer goed te doen begrijpen, dienen wij mede +te deelen, dat een groote veer, wanneer zij van goede kwaliteit is, +voor zestig en zelfs voor tachtig francs, de gewone handelsprijs, +verkocht wordt, alsook dat de middelsoort veeren en de kleine ook +eene vrij groote waarde vertegenwoordigen. + +Miss Watkins onderhield slechts voor haar vermaak een twaalftal van +die groote dieren! Zij schepte er genoegen in, hen hunne groote eieren +te zien uitbroeden, en vond het een verrukkelijk gezicht, wanneer zij +met hare kuikens haar voeder kwam nuttigen, evenals gewone kippen of +kalkoenen zouden gedaan hebben. Cyprianus begeleidde het jonge meisje +soms daarbij, en schepte er zelfs genoegen in om een der fraaiste van +den troep, een zekeren struisvogel met zwarten kop en gulden oogen, +te streelen, juist den zoo gevierden Dada, die den ivoren maasbal +opgeslikt had, waarvan Alice zich bij het kousenstoppen gewoonlijk +bediende. + +Cyprianus voelde allengs een dieper en teederder gevoel ten opzichte +van dat jonge meisje zijn hart binnensluipen. Hij overreedde zich, +dat hij nimmer eene gezellin zou vinden, aan wier hand hij het leven +wenschte te doorwandelen, dat leven van arbeid en overdenkingen, +hetwelk hij leidde, die zoo eenvoudig van harte was, die levendiger +van begrip, daarbij even zacht, beminnenswaardig en volmaakt zoude zijn +als zij. En werkelijk, daar miss Watkins hare moeder reeds op jeugdigen +leeftijd verloren had, was zij verplicht geweest reeds vroegtijdig de +zorgen in het vaderlijke huis voor hare rekening te nemen, waardoor +zij tot een degelijke huisvrouw, zoowel, als tot eene vrouw, die zich +in de wereld beschaafd voordeed, gevormd werd. Het was zelfs juist dat +mengsel van volmaakte voornaamheid en van ongekunstelde eenvoudigheid, +hetwelk haar zooveel bekoorlijkheid bijzette. Zonder dat haar de +dwaze vooroordeelen en pretenties van zooveel bevallige bewoonsters +van de Europeesche steden aankleefden, zag ze er volstrekt niet tegen +op hare blanke handjes te gebruiken om een puddingdeeg te kneeden, +ook niet om een oog op het gereed maken van het middagmaal te houden, +en nog minder om na te gaan of het linnen in het huisgezin in goeden +staat was. En dat alles belette haar niet om de fraaiste sonaten van +Beethoven even goed, zoo niet beter dan eenige andere ten gehoore +te brengen, om twee of meer talen zoo zuiver mogelijk te spreken om +de lectuur hartstochtelijk lief te hebben, om de meesterstukken van +iedere soort letterkunde te kunnen apprecieeren, en eindelijk om heel +veel succes te genieten in de kleine vereenigingen, die bij de rijke +pachters van het district gehouden werden. + +Niet dat de bekoorlijke en welopgevoede vrouwen schaarsch zouden +geweest zijn in die vereenigingen. In Transvaal zoowel als in Amerika, +als in Australië en als in die jeugdige landen, waar de materieele +arbeidskrachten bij het invoeren eener ontluikende beschaving der +mannen uitsluitend deel is, daar is de geestesontwikkeling nog +meer dan in Europa het uitsluitend deel der vrouw. Daar zijn zij +dan ook meestal meer ontwikkeld dan hare echtgenooten of zonen, +wat algemeene opvoeding en kunstzin aangaat. Bijna alle reizigers +hebben niet zonder groote verwondering bij menige echtgenoote van +een Australische mijnwerker of van een squatter in het Far-West een +muzikaal talent van de eerste orde aangetroffen, soms gepaard aan de +degelijkste litterarische of wetenschappelijke kennis. De dochter van +den voddenrapper te Omaha of van een spekslager in Melbourne zou bij +de gedachte blozen, dat zij in opvoeding, onderricht, goede manieren +en verdere volmaaktheden beneden eene vorstin van het oude Europa +zoude kunnen staan. In den Oranje-Vrijstaat, waar de opvoeding der +meisjes reeds sedert lang aan die der jongens gelijk is, maar waar +deze laatsten de schoolbanken veel vroeger ontvlieden, is dat contrast +tusschen de beide geslachten meer waar te nemen dan ergens anders. De +man is daar in het huishouden de broodwinner. Hij behoudt daarbij de +hem aangeboren ruwheid, en verkrijgt die, welke hem door zijn arbeid +in de open lucht, en door een geheel leven vol moeiten en gevaren +medegedeeld worden. De vrouw integendeel aanvaardt dan, behalve hare +huiselijke plichten, ook de beoefening der kunsten en der letteren, +die door haren echtgenoot veronachtzaamd of verwaarloosd worden. + +En zoo gebeurt het, dat eene wezenlijke bloem van schoonheid, van +voornaamheid en bekoorlijkheid op de grenzen der woestijn bloeit. En +zoo was het ook hier het geval met de dochter van den pachter John +Watkins. + +Cyprianus had dat alles overwogen en, daar hij recht op het doel +afging, zoo had hij geen oogenblik geaarzeld, om zijn aanzoek te doen. + +Helaas, zijn schoone droom was thans geëindigd. Hij zag thans voor +de eerste maal den bijna onoverkomelijken afgrond, die hem van Alice +scheidde. Hij kwam dan ook na dat onderhoud met een benepen hart te +huis. Hij was evenwel de man niet, om zich aan een ijdele wanhoop over +te geven. Hij was besloten te strijden, te strijden op dat terrein, +terwijl hij in den arbeid weldra een zekere afleiding voor zijne +smart vond. + +De jeugdige ingenieur eindigde, nadat hij aan zijne kleine +schrijftafel plaats genomen had, met een loopend en fijn schrift, +den langen en vertrouwelijken brief, dien hij des morgens begonnen +was en die geadresseerd was aan zijn hooggeachten onderwijzer, den +heer M.J. .... lid van de Akademie van Wetenschappen en professor +aan de Mijnschool. + +".... Wat ik niet heb moge neerschrijven in mijne officiëele memorie," +schreef hij, "omdat het voor mij nog slechts eene hypothese vormt, is +het denkbeeld, dat ik wel geneigd ben aan te nemen na de veelvuldige +geologische waarnemingen, die ik gedaan heb op het terrein, omtrent de +ware wijze van ontstaan van den diamant. Noch de hypothese, die hem een +vulkanischen oorsprong verleent, noch die, welke zijne verschijning in +de tegenwoordige lagen, waarin hij aangetroffen wordt, aan ontzettende +omkeeringen in de natuur toeschrijft, kunnen mij evenmin als u, waarde +leermeester, voldoen. Ik heb voor u de beweegredenen niet op te sommen, +die mij hun doen miskennen. De vorming van den diamant op de plaats +door de werking van het vuur, is ook eene te nevelachtige opvatting, +die mij evenmin voldoet. Welken aard zou dat vuur gehad hebben, en hoe +komt het dat het vuur de kalkgesteenten van allerhande soorten, die in +de diamanten legeringen aangetroffen worden, niet gewijzigd heeft? Die +stelling komt mij eenvoudig kinderachtig voor, geheel en al als de +evenknie van de leer der dwarrelwinden of van die der gehaakte atomen. + +"De eenige uitlegging, die mij zou kunnen voldoen, zoo niet geheel dan +toch binnen zekere grenzen, is die van den aanvoer door waterkracht +van de bestanddeelen der oorspronkelijke kiem, en van hare latere +kristalvorming op de plaats. Ik ben zeer getroffen door het bijzondere, +bijna gelijkvormige profiel van de verschillende legeringen, die +ik in oogenschouw genomen en met de meeste zorg gemeten heb. Allen +vertoonen min of meer den vorm van een soort beker of een soort +kopvormige schaal of nog eerder, wanneer rekening gehouden wordt +met de korst die ze omgeeft, van eene jagerflesch, die op haren kant +zoude liggen. Het is als een ontvanger van dertig of veertig duizend +kubieke meters, waarin een geheel agglomeraat van zand, van modder en +van aanslibbingsgrond, op een bodem van oorspronkelijk rotsgesteente +verzameld zoude zijn. Dit karakter valt vooral op te merken bij de +Vandergaart-Kopjes-Mijn, een van de laatst ontdekte legeringen, die, +zooals ik het ter loops kan mededeelen, toebehoort aan den eigenaar +van de hut, waarin ik u zit te schrijven. + +"Wanneer men in eene kop- of komvormige schaal een vocht schenkt, +waarin vreemde stoffen in oplossing zijn, wat gebeurt er dan? Al +die vreemde lichamen ploffen voornamelijk op den bodem en langs de +wanden van de kopvormige schaal neer. Welnu, hetzelfde wordt in de +Kopjes-mijn waargenomen. Vooral in den bodem, in het centrum van het +bekken, maar ook langs de uiterste grens daarvan worden de diamanten +aangetroffen. En dat feit staat zoo vast en is zoo zeer bekend, +dat de daartusschen liggende claims spoedig beneden den middelbaren +prijs dalen, terwijl de centrale concessiën of die in de nabijheid +der wanden van het bekken al zeer spoedig een buitensporigen prijs +erlangen, wanneer maar eenmaal de vorm van de legering bepaald is. Die +overeenkomst pleit dus ten sterkste ten voordeele van een vervoer +der bestanddeelen door het water. + +"Van een anderen kant bestaan een groot aantal omstandigheden, die gij +allen in mijne memorie zult vinden, en die op eene vorming op de plaats +der kristallen wijzen bij voorkeur boven een vervoer in reeds gevormden +toestand. Om daarvan maar twee of drie aan te halen, kan dienen, dat de +diamanten bijna altijd vereenigd bij groepen van dezelfde geaardheid +en van dezelfde kleur aangetroffen worden, wat zeker niet gebeurd +zou zijn, wanneer zij door een bergstroom aangevoerd waren in reeds +gevormden staat. Men vindt er zeer dikwijls twee die samengevoegd, +als aan elkander gegroeid zijn, maar die zich bij den minsten schok +scheiden. Hoe zouden zij aan het gewrijf en aan de wisselvalligheden, +van een vervoer door stroomend water veroorzaakt, hebben kunnen +weerstand bieden? Daarbij de zware diamanten worden steeds als +beschut door eene rots aangetroffen, hetgeen er op zou duiden, dat +het de invloed van die rots is--hare warmte-uitstraling of wie weet +welke andere oorzaak, die de kristalvorming bevorderd heeft. Het +is zeldzaam ten slotte, zeer zeldzaam zelfs, dat groote en kleine +diamanten bij elkander worden aangetroffen. Telkens wanneer een fraaie +steen aangetroffen wordt, is geen andere in de onmiddellijke nabijheid +gevonden. Het is alsof alle diamantenstof-houdende bestanddeelen van +het omringende nest, om dat zoo eens uit te drukken, zich ditmaal +onder den invloed van bijzondere omstandigheden, tot één enkelen +kristal verdicht hebben. + +"Deze omstandigheden en vele anderen daarenboven doen mij dus +overhellen tot de hypothese der wording op de plaats zelve, nadat de +bestanddeelen voor de kristalvorming door den waterstroom bijgebracht +zijn. + +"Maar vanwaar kwamen die wateren die de organische bestanddeelen +meeslibden, die bestemd waren om in diamanten omgezet te worden? Zie, +dat heb ik in weerwil van de meest oplettende studie, die ik van de +verschillende terreinsoorten gemaakt heb, niet kunnen opsporen. + +"Die ontdekking zou toch niet van belang ontbloot zijn. Want kon men +inderdaad den weg volgen, die door de wateren gebaand is, waarom zou +men dan, door steeds hooger op te gaan, het uitgangspunt niet vinden, +waaruit al de diamanten hunnen oorsprong gehad hebben, daar waar er +voorzeker een veel grootere menigte aanwezig moeten zijn, dan in de +tegenwoordige kleine bekkens, die ontgonnen worden, het geval is? Dat +zou een volledig bewijs voor mijne stelling zijn en dat zou mij zeer +gelukkig maken. + +"Ik ben evenwel bij mijne ontledingen der rotsen gelukkiger geweest." + +En nu trad de jonge ingenieur, terwijl hij zijn verhaal voortzette ten +opzichte van zijne werkzaamheden, in technische bijzonderheden, die +ongetwijfeld van het hoogste belang voor hem en zijnen correspondent +waren, maar die van den minder wetenschappelijke gevormden lezer +waarschijnlijk diezelfde uitspraak niet zouden erlangen. Daarom achten +wij het voorzichtig hem die te besparen. + +Cyprianus doofde te middernacht, na zijn langen brief geëindigd te +hebben, zijne lamp uit, kroop in zijn hangmat en sliep weldra den +gerusten slaap des rechtvaardigen. + +De arbeid had de smart althans gedurende eenige uren verstompt. Een +bevallige verschijning evenwel liet zich herhaalde malen te midden +der droomen van den jongen geleerde bespeuren en die verschijning +zeide hem dat hij nog niet moest wanhopen. + + + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + +DE VAN DER GAART-KOPJES-MIJN. + + +"Waarachtig, ik moet vertrekken," sprak Cyprianus Méré den volgenden +morgen tot zich zelven, terwijl hij bezig was zijn morgentoilet te +maken. "Ja, ik moet Grikwaland verlaten! Na alles wat die man mij +voorgespiegeld heeft, zou het meer dan zwakheid wezen, wanneer ik nog +een dag hier bleef! Hij wil mij zijne dochter niet geven? Misschien +heeft hij wel gelijk! In ieder geval past het mij niet bij deze +gelegenheid verzachtende omstandigheden te bepleiten. Ik moet met +mannelijken moed die uitspraak, hoe smartelijk zij mij ook is, +aanvaarden en mag slechts op de toekomst hopen!" + +En zonder langer te dralen, begon Cyprianus zijne werktuigen in de +kisten te pakken, die hij bewaard had om ze bij wijze van buffetten +en kasten te bezigen. Hij was ijverig in de weer en hij arbeidde +sedert een uur of twee dapper, toen een heldere stem door het geopende +venster met de morgenlucht naar binnen drong en weerklonk alsof een +leeuweriken-gezang van den voet van het buitenplein tot hem opsteeg +en een der heerlijkste melodiën van den dichter Moor voordroeg: + + + "It is the last rose of summer, + Left blooming alone; + All her lovely companions + Are faded and gone". + + +"Dit is de laatste zomerroos, die thans nog bloeit, alle hare +beminnelijke gezellinnen zijn verwelkt of dood." + +Cyprianus liep naar het venster en bemerkte Alice, die zich naar de +omheinde plaats begaf, waar hare struisvogels gestald waren. Zij had +haren voorschoot vol lekkernijen volgens hunnen smaak. En zij was het, +die zoo de rijzende zon met haar gezang begroette. + + + "I will not leave thee, thou lone one! + To pine on the stem, + Since the lovely are sleeping. + Go sleep with them...." + + +"Ik zal u niet laten--u geheel alleen--kwijnen op uw stengel, terwijl +de andere schoonen zijn gaan slapen. Kom, slaap met haar!" + +De jeugdige ingenieur meende, dat hij niet bijzonder gevoelig was voor +de dichtkunst, en toch, die verzen maakten diepen indruk op hem. Hij +bleef bij het raam staan, hield zijn adem in en luisterde naar die +lieve woorden, of beter uitgedrukt, hij dronk ze. + +Het zingen hield op. Miss Watkins deelde het voeder aan hare +struisvogels uit en schepte er groot genoegen in, hen hunne lange +halzen en hunne eigenaardige bekken te zien uitrekken bij het naderen +van hare kleine plaagzieke hand. Toen zij hare uitdeeling beëindigd +had, keerde zij naar het woonhuis terug en zong andermaal: + + + "It is the last rose of summer, + Left blooming alone.... + Oh! who would inhabit + This black world alone?".... + + +"Dit is de laatste zomerroos, die thans nog bloeit. Ach, wie zou +geheel alleen deze sombere wereld willen bewonen?" + +Cyprianus stond met vochtige oogen steeds op dezelfde plaats en scheen +als vastgenageld door eene betoovering. + +De stem verwijderde zich. Alice zou weldra de hoeve binnentreden. Zij +was nog maar op ongeveer twintig meter er van verwijderd, toen een +gedruisch van versnelde schreden haar deed omkijken en haar noodzaakte +plotseling stil te staan. + +Cyprianus was onbewust, maar door een onweerstaanbaar gevoel gedreven, +blootshoofds zijne hut uitgestormd en liep het jonge meisje achterna: + +"Juffrouw Alice!...." + +"Mijnheer Méré?...." + +Thans stonden zij, terwijl de opkomende zon hen bescheen, vlak +tegenover elkander op den weg, die rondom de hoeve voerde. Hunne +rijzige schaduwen vertoonden zich bevallig, maar scherp geteekend tegen +de wit houten omrastering, die zich in dat kale landschap verhief. Nu +Cyprianus het jonge meisje ingehaald had, scheen hij over zijne eigene +daad verwonderd en zweeg thans besluiteloos. + +"Hebt gij mij iets te zeggen, mijnheer Méré?" vroeg zij belangstellend. + +"Ik wil afscheid van u nemen, juffrouw Alice!.... Ik vertrek heden +nog".... antwoordde hij met haperende stem. + +De zachte kleur, die de fijne huid van miss Watkins tintte, verdween +plotseling. + +"Vertrekken?.... Gij wilt vertrekken?.... Waarheen?" vroeg zij geheel +van haar stuk gebracht. + +"Naar mijn vaderland terug.... naar Frankrijk," antwoordde +Cyprianus. "Mijne werkzaamheden zijn hier geëindigd!.... Mijne zending +is afgeloopen.... Ik heb niets meer in Grikwaland uit te voeren.... en +ik ben verplicht naar Parijs terug te keeren." + +Terwijl hij zoo met weifelende en afgebroken stem sprak, had hij wel +het uiterlijk van een schuldige, die zich verontschuldigde. + +"Ach!.... Ja!.... Dat's waar!.... Dat moest zoo gebeuren, niet +waar?" stamelde Alice, zonder eigenlijk te weten wat zij zeide. + +Het jonge meisje was geheel van haar stuk gebracht. De tijding +overviel haar zoodanig te midden van haar onbewust gelukkig bestaan, +dat het was alsof zij door een knotsslag getroffen was. Plotseling +parelden dikke tranen in hare oogen en pinkten aan de lange wimpers, +die hen beschaduwden. En daar die uitbarsting van smart haar tot +de werkelijkheid teruggevoerd had, herkreeg zij eenige kracht om +te glimlachen: + +"Vertrekken!...." herhaalde zij. "En uwe toegenegen leerlinge +dan? Wilt gij haar verlaten, vóór dat zij haren scheikundigen cursus +voltooid heeft?.... Wilt gij, dat ik bij de zuurstof steken blijf, +en dat de geheimenissen van de stikstof mij nimmer geopenbaard zullen +worden?.... Dat is zeer slecht, mijnheer!" + +Zij trachtte zich goed te houden en te spotten; maar de toon van hare +stem logenstrafte hare woorden. + +Ook schuilde onder die luchthartige woorden een diepe zin, die recht +toe het hart van den jonkman bereikte. Want eigenlijk kon het door +haar gesprokene aldus vertolkt worden: + +"Welnu, en ik dan?.... Telt gij mij niet mede?.... Voor u besta ik +eenvoudig niet, zooals het schijnt. Gij zijt u hier te midden van +die Boeren, van die hebzuchtige mijnwerkers komen vertoonen als een +hooger en meer bevoorrecht wezen, als een geleerd, fier, belangeloos +en uitstekend man!.... Gij hebt mij een blik doen slaan in uwe studiën +en uwe werkzaamheden.... Gij hebt mij uw hart geopend; gij hebt mij +uwe neigingen, uwe literarische voorliefde, uwen kunstsmaak doen +deelen!.. Gij hebt mij geopenbaard, welke afstand bestaat tusschen +een denker zoo als gij zijt en de tweevoetige dieren, die mij +omringen!.... Gij hebt alles aangewend om u te doen bewonderen en te +doen beminnen!.... Daarin zijt gij volkomen geslaagd!.... En dan komt +gij mij zoo maar zonder eenigen omhaal mededeelen, dat gij heengaat, +dat het uit is, dat gij naar Parijs terugkeert en trachten zult, +mij hoe eer hoe liever te vergeten!.... + +"En gij gelooft daarbij voorzeker, dat ik mij wijsgeerig en met +berusting aan mijn lot zal onderwerpen?" + +Ja, dat alles straalde in de woorden van Alice door, en hare vochtige +oogen verkondigden dat zoo duidelijk, dat Cyprianus op het punt was +dat onuitgesproken en toch zoo welsprekend verwijt te beantwoorden. Het +scheelde inderdaad weinig, of hij riep onbewust uit: + +"Ik moet heen!.... Gisteren smeekte ik uwen vader, dat hij mij u +tot vrouw zou geven!.... Hij weigerde zonder eenige hoop te laten +koesteren! Begrijpt gij nu, waarom ik vertrekken moet?" + +Maar hij herinnerde zich bij tijds zijne belofte. Hij had zich +verbonden, nimmer aan de dochter van John Watkins iets te openbaren +omtrent den schoonen droom, dien hij gedroomd had; en hij zou zich +zelven als verachtelijk veroordeeld hebben, wanneer hij zijn woord +niet hield. + +Hij gevoelde evenwel hoe ruw dat plan was om te vertrekken, hetwelk +hij onder den invloed zijner teleurstelling gevormd had. Het kwam hem +zelfs onzinnig en wreed voor. Het scheen hem thans onmogelijk toe, +dat bekoorlijke kind, hetwelk hij beminde en dat hem wederkeerig +liefhad, zoo zonder voorbereiding, zoo zonder uitstel te verlaten. En +dat zij hem liefhad, dat was maar al te zichtbaar. Ongetwijfeld, +zij was onder den invloed eener oprechte en diepgewortelde genegenheid. + +Hij gevoelde thans afschuw voor dat besluit, hetwelk hij twee uren +vroeger genomen, en dat hij toen als uiterst noodzakelijk beschouwd +had. Thans durfde hij het zelfs niet meer bekennen. + +Ja, hij ging er toe over dat besluit te loochenen. + +"Als ik over mijn vertrek spreek, juffrouw Alice," zei hij, "dan +moet gij niet denken, dat ik dezen morgen of zelfs heden reeds wil +heengaan!.... Ik moet nog eenige aanteekeningen maken,--dan moet ik +ook mijne maatregelen treffen!.... In ieder geval, ik zal de eer hebben +om u weer te zien, om met u te praten.... over uwe studieplannen." + +Toen draaide Cyprianus plotseling op de beide hielen rond en nam de +vlucht niet ongelijk aan een dwaas! Hij vloog naar zijne hut, liet +zich daar op een stoel vallen en verviel in een diep gepeins. + +Zijn gedachtengang was geheel veranderd. + +"Zou ik, bij gebrek aan wat geld, van zoo veel bevalligheid afstand +doen?" sprak hij tot zich zelven. "Zou ik reeds bij den eersten +hinderpaal de partij als verloren beschouwen? Is dat wel zoo manmoedig, +als ik mij dat verbeeld? Zou het niet beter zijn eenige vooroordeelen +op te offeren en mij harer waardig trachten te maken?.... Er bestaan +zoo vele lieden, die met diamantzoeken in weinige maanden een vermogen +verwerven! Waarom zou ik dat ook niet doen? Wat zou kunnen beletten, +dat ook ik er in slaagde een steen van honderd karaten te vinden, +zooals dat zoovelen wedervaren is; of beter, waarom zou ik geen +nieuwe legering ontdekken? Ik bezit voorzeker meer theoretische en +practische kennis dan het meerendeel der menschen hier! Waarom zou +de wetenschap mij niet verschaffen, wat de arbeid, door een weinig +geluk geholpen, aan zoo velen gegeven heeft?.... En goed beschouwd, +ik waag er niets bij met te probeeren. Zelfs van het standpunt +mijner zending beschouwd, kan het niet als eene overbodige daad +aangemerkt worden, wanneer ik de schop ter hand neem en mijnwerker +word!.... En, als ik eens mocht slagen?.... als ik eens rijk werd door +dat oorspronkelijke middel?.... wie weet, of John Watkins zich dan +niet liet vermurwen, wie weet of hij dan niet op zijn eerstgenomen +besluit zou terugkomen. Dat doeleinde is wel waard, dunkt me, dat er +de proef van genomen wordt!...." + +Cyprianus liep daarop zijn laboratorium op en neer. Zijne armen waren +daarbij evenwel in rust; zijn denkvermogen alleen arbeidde. + +Plotseling bleef hij stilstaan, daarop greep hij zijn hoed en ging +naar buiten. + +Nadat hij het pad ingeslagen had, dat naar de vlakte voerde stapte hij +met groote passen in de richting van de Vandergaart-Kopjes-Mijn voort. + +In minder dan een uur had hij die bereikt. + +De mijnwerkers keerden juist in dit oogenblik in menigte naar hun +kampement terug, om hun tweede ontbijt te nuttigen. Cyprianus vroeg +zich af, terwijl hij al die getaande gezichten in oogenschouw nam, +tot wien hij zich zou wenden om de inlichtingen in te winnen, die hij +noodig had, toen hij eindelijk te midden van een groep het open gelaat +herkende van Thomas Staal den gewezen mijnwerker van Lancashire. Hij +had al twee of driemaal gelegenheid gehad om hem te ontmoeten, sedert +zij te zamen in Grikwaland gekomen waren en hij had zich daarbij +overtuigd, dat de brave kerel welvarende was, zooals zijn blozend +gelaat, zijne spiksplinternieuwe kleeren en vooral de breede lederen +riem, die zijn middel omsloot, afdoende getuigden. + +Cyprianus besloot om hem aan te spreken en hem deelgenoot van zijne +plannen te maken, hetgeen trouwens in weinige woorden geschiedde. + +"Gij wilt een claim pachten? Wel niets is gemakkelijker dan dat: wel +te verstaan, als gij geld hebt!" antwoordde hem de mijnwerker. "Er +is juist een beschikbaar naast de mijne. Vier honderd pond sterling +[3], dit is te geef! Met vijf of zes negers, die hem voor uwe rekening +ontginnen zullen, kunt gij er op rekenen, dat gij per week voor drie +of vier honderd gulden minstens zult vinden!" + +"Maar, ik heb geen vier honderd pond sterling en ik bezit zelfs geen +enkel negertje," zei Cyprianus. + +"Welnu, koop dan een gedeelte van een claim, een achtste of een +zestiende zelfs, en bewerk dat zelf. Dan komt gij met een groote vijf +honderd gulden al ver." + +"Dat komt meer met mijne middelen overeen," antwoordde de +jeugdige ingenieur. "Maar, gij mijnheer Staal, hoe hebt gij het +aangelegd. Vertel mij dat eens, als ik niet te onbescheiden ben. Zijt +gij hier als bezitter van een kapitaal aangekomen?" + +"Ik ben hier met mijn beide armen aangekomen, maar had daarenboven +drie kleine goudstukken in den zak," antwoordde de andere. "Maar, +het is mij meegeloopen. Ik heb eerst een achtste in halve rekening +met een ander ontgonnen, die evenwel liever in het koffiehuis zat dan +dat hij zijne zaken behartigde. Wij waren overeengekomen dat wij de +vondsten zouden deelen, en waarlijk, ik was niet ongelukkig. Ik vond +onder anderen een steen van vijf karaten, die wij voor twee honderd +pond sterling verkochten! Maar, het begon mij te vervelen voor dien +luilak te arbeiden. Ik kocht toen een zestiende, dat ik voor mij alleen +ontgon. Daar ik er slechts kleine steenen vond, heb ik dat tien dagen +geleden van de hand gedaan. Ik werk thans weer in halve rekening met +een man, afkomstig van Australië, in zijn claim; maar wij hebben in +de eerste week slechts vijf pond met ons beiden gewonnen." + +"Als ik een gedeelte van een goeden claim voor een niet te duren +prijs kan koopen, zoudt gij dan genegen zijn u met mij te associeeren, +om dien te ontginnen?" vroeg de jonge ingenieur. + +"Voorzeker," antwoordde Thomas Staal; "echter op de uitdrukkelijke +voorwaarde, dat ieder onzer behouden zal, wat hij vindt. Dat is geen +wantrouwen jegens u, mijnheer Méré. Maar ziet ge, ik bemerk wel, +dat ik, sedert ik hier ben, steeds de lijdende partij ben wanneer +er gedeeld wordt, want de schop en het pikhouweel kennen mij en ik +verricht tweemaal meer werk dan anderen!" + +"Die voorwaarde komt mij billijk voor," antwoordde Cyprianus. + +"O!" riep eensklaps de Lancashire-man uit, terwijl hij den ingenieur +in de rede viel. "Een inval en waarschijnlijk een goede ook!.... Als +wij met ons beiden een der claims van John Watkins pachtten?" + +"Hoe, een zijner claims? Is de geheele grond van de Kopjes-Mijn niet +zijn eigendom?" + +"Ongetwijfeld, mijnheer Méré; maar gij weet dat het koloniale +gouvernement er zich dadelijk meester van maakt, zoodra het bekend is, +dat er diamantlegeringen bestaan. Het is het gouvernement die de mijnen +bestuurt, voor het kadaster zorgt, die de claims afdeelt en daarbij +het grootste gedeelte van den pachtprijs voor zich behoudt en aan den +eigenaar slechts een vaste som uitbetaalt. Het moet evenwel erkend +worden, dat die vaste som nog een prachtig inkomen daarstelt, wanneer +de mijn zoo uitgestrekt als de Kopjes-Mijn is; terwijl van een anderen +kant de eigenaar steeds de voorkeur geniet, om een zoo groot getal +claims te kunnen terugkoopen, als hij slechts kan laten bewerken. Dat +is juist het geval met John Watkins. Hij heeft behalve den feitelijken +eigendom van de geheele mijn, bovendien nog verscheidene claims in +ontginning. Maar die ontginning gaat niet zoo als hij wel zou willen, +omdat het pootje hem belet ter plaatse zelve tegenwoordig te zijn, +en ik ben van meening, dat hij u wel aanneembare voorwaarden zoude +stellen, wanneer ge hem voorsloegt een claim van hem over te nemen." + +"Toch zou ik wenschen, dat de onderhandeling daarover tusschen u en +hem gevoerd werd," antwoordde Cyprianus. + +"Och, als het slechts daar op aan komt" hernam Thomas Staal. "Die +zaak kan spoedig in het reine gebracht worden." + +Drie uren later was de halve claim, numero 942, die behoorlijk met +paaltjes afgebakend en op de kaart aangeduid werd, in deugdelijken vorm +herverpacht aan de heeren Méré en Thomas Staal, tegen de onmiddellijke +betaling van een premie van negentig pond [4] en tegen de voldoening +van de patent-onkosten bij den ontvanger. Bovendien was in het +huurcontract wel degelijk vermeld, dat de huurders de opbrengst hunner +ontginning met John Watkins moesten deelen en dat zij hem bij wijze +van royalty of koningsrecht de drie eerste diamanten boven de tien +karaten zouden afstaan, die mochten gevonden worden. Niets duidde aan +dat die gebeurlijkheid zich zoude voordoen, maar zij was mogelijk. In +de diamantvelden was alles mogelijk. + +Alles wel bezien, kon de zaak als buitengewoon voordeelig voor +Cyprianus beschouwd worden en Mr. Watkins gaf hem dat met zijne gewone +vrijmoedigheid, terwijl hij met hem klonk bij de onderteekening van +het contract, genoegzaam te kennen. + +"Gij hebt de wijste partij gekozen, mijn jongen," zei hij, terwijl +hij hem op den schouder klopte. "Er zit pit in u en het zou mij +niet verwonderen, wanneer gij een der beste mijnwerkers van geheel +Grikwaland werdt." + +Cyprianus meende in die woorden een gelukkig voorteeken voor de +toekomst te ontdekken. + +Miss Watkins, die bij de onderhandeling tegenwoordig was, vertoonde +een overheerlijken, helderen zonnestraal in hare blauwe oogen! Neen, +waarachtig niet; niemand zou ooit geloofd hebben, dat die oogen +gedurende den geheelen morgen geweend hadden! + +Als bij stilzwijgende overeenkomst, werd door beide partijen iedere +nadere verklaring omtrent het treurige tooneel, op dien morgen +voorgevallen, vermeden. Cyprianus bleef, dat was buiten kijf en dat +was toch, alles wel beschouwd, het voornaamste. + +De jonge ingenieur verwijderde zich thans met een verruimd hart, +om zijne maatregelen nopens zijne verhuizing te treffen. Hij +nam slechts eenige kleedingstukken in een valies mede, daar hij +voornemens was zich onder eene tent in de onmiddellijke nabijheid van +de Vandergaart-Kopjes-Mijn te vestigen en slechts naar de hoeve weer +te keeren om daar eenige uren van uitspanning door te brengen. + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + +EERSTE ONTGINNINGS-ARBEID. + + +De beide vennooten togen reeds den volgenden morgen al heel vroeg aan +den arbeid. Hun claim was bij den rand van de Kopjes-Mijn gelegen en +moest dus rijk zijn, wanneer namelijk de theorie van Cyprianus Méré +gegrond was. Die claim was ongelukkig reeds vlijtig ontgonnen en reikte +tot op een diepte van vijftig en meer meters de ingewanden der aarde. + +Dat was in zeker opzicht een voordeel omdat, daar de bodem van die +claim veel lager was dan die der omringenden, de huurders, volgens +de wetten des lands, in eigendom verkregen al den grond en bijgevolg +ook al de diamanten, die van de rondom liggende hoogten eens naar +beneden mochten rollen. + +De arbeid was zeer eenvoudig. De vennooten begonnen met schop, spade +en pikhouweel zoo eenvoudig mogelijk een zeker gedeelte aarde los +te maken. Toen dat klaar was, klom een hunner op den rand der mijn +en heesch met een ijzeren kabel de emmers naar boven, die de andere +met grond vulde. + +Die grond werd vervolgens met eene kar naar de hut van Thomas Staal +vervoerd. Daar werd hij met behulp van groote stukken hout grovelijk +geplet en vervolgens van de waardelooze keisteenen ontdaan; men liet +hem vervolgens door een netvormige zeef loopen, welker mazen vijftien +millimeters wijdte hadden, om de kleinere steenen af te zonderen, die +eerst goed onderzocht werden, alvorens ze weg te werpen. De grond werd +eindelijk ten tweede male gezift, maar in een zeef met zeer kleine +openingen, om er het stof van te scheiden, waarna hij geschikt was, +om aandachtig onderzocht te worden. + +Die aarde werd dan op een tafel uitgeschud, waaraan de beide +mijnwerkers plaats namen, gewapend met een soort hark, die van +blik vervaardigd was. Zij doorzochten die aarde alsdan handvol voor +handvol met de grootste zorg, waarna zij haar onder de tafel wierpen, +om later opgeruimd te worden, wanneer het afgeloopen was. + +Al die werkzaamheden hadden ten doel om te ontdekken of er geen diamant +in was al ware 't slechts ter dikte van een halve linskorrel; maar de +vennooten boogden op zeer veel geluk, wanneer de dag niet eindigde, +zonder dat zij een enkel steentje gevonden hadden. Zij werkten met +de meest mogelijke vlijt en ziftten de aarde van den claim met de +uiterste zorg, maar de resultaten waren, dat viel niet te ontkennen, +gedurende de eerste dagen geheel onbeduidend, ja bijna nul. + +Vooral scheen Cyprianus geen geluk te hebben. Werd er een enkel +diamantje in den grond aangetroffen, dan was het bijna altijd Thomas +Staal, die het vond. De eerste, die hij het genoegen had te ontdekken, +woog niet eens ten volle een zesde gedeelte van eene karaat, het +omhulsel er onder begrepen. + +De karaat is een gewicht dat vier grein zwaar is, dus ongeveer +het vijfde gedeelte van een gram of wichtje. [5] Een diamant van +het helderste water, dat wil zeggen, die zuiver, droogachtig en +kleurloos is, heeft eene waarde, nadat hij geslepen is, van honderd +vijf en twintig gulden, wanneer hij een karaat zwaar is. Maar hebben de +diamanten, die minder wegen, eene evenredig mindere waarde, daarentegen +rijzen zij, die zwaarder zijn, sneller en in immer toenemende rede +aan waarde. Men rekent gewoonlijk, dat de handelswaarde van een +onberispelijken steen gelijk is aan het vierkant van zijn gewicht, +uitgedrukt in karaten, vermenigvuldigd met den marktprijs van de +karaat. Veronderstelt men dus, dat die marktprijs honderd vijf en +twintig gulden is, dan is de prijs van een diamant van tien karaten, +die aan de bovenomschreven hoedanigheden voldoet, tien maal tien of +honderd maal honderd vijf en twintig of twaalf duizend vijf honderd +gulden. + +Maar de steenen van tien karaten en zelfs van een karaat zijn zeer +zeldzaam. Het is juist daarom, dat zij zoo duur zijn. Er dient hier +ook nog bij verteld te worden, dat de diamanten bijna allen een gele +tint vertoonen, waardoor hunne waarde aanmerkelijk vermindert. + +De vondst van een steentje, dat niet eens een zesde gedeelte van een +karaat woog, was, na een onafgebroken arbeid van zeven of acht dagen, +wel een magere vergoeding voor al de moeiten en den afmattenden arbeid, +die het gekost had. Tegen dat resultaat was het voordeeliger geweest, +den akker te bebouwen, schapen te hoeden of keien langs de wegen stuk +te kloppen. Dat herhaalde Cyprianus voortdurend in zich zelven. + +Toch dreef hem de hoop, dat hij vroeg of laat een fraaien diamant +zou vinden, die hem opeens voor den arbeid van vele weken of van +vele maanden schadeloos zou stellen, tot volhouden aan. Die hoop +ondersteunde hem, zooals zij alle mijnwerkers, zelfs de minst +geloovige doet. Wat Thomas Staal betrof, die arbeidde zooals een +werktuig dit zou doen, dat wil zeggen: zonder er bij te denken. Het +scheen, althans oppervlakkig beschouwd, dat hij het door zijn vlug +werken zoo ver gebracht had. + +De beide vennooten ontbeten gewoonlijk te zamen en vergenoegden zich +met een paar broodjes, die zij met bier besproeiden, dat zij bij +een drankverkooper kochten, die zijn handel in de open lucht dreef; +maar zij gebruikten hun maaltijd aan een der talrijke openbare +tafels, die elkander de klandiezie van de mijnwerkers van het kamp +betwistten. Thomas Staal ging des avonds wanneer zij van elkander +scheidden om ieder zijns weegs te gaan, gewoonlijk naar de een of +andere biljartzaal, om eene partij te spelen. Cyprianus daarentegen +ging gewoonlijk een paar uren op de hoeve van John Watkins doorbrengen. + +Daar had de jeugdige ingenieur heel dikwijls het ongenoegen, +zijn medeminnaar James Hilton te ontmoeten, een grooten lummel met +rosachtig haar, blankwitte huid, en een met vlekken bezaaid gelaat, +die machtig veel van groote zomersproeten hadden. Dat die mededinger +zeer veel vorderingen in de gunst van John Watkins maakte, zal door +den lezer niet betwijfeld worden, wanneer wij er bijvoegen, dat de +slungel nog meer gin dronk en nog meer Hamburger tabak rookte dan de +modelvader zelf. + +Daartegenover, stond evenwel, dat Alice slechts eene hooge mate +van minachting koesterde voor de boerenbevalligheden en het weinig +smakelijk onderhoud van den jongen Hilton. Maar zijne tegenwoordigheid +was toch onverdraaglijk voor Cyprianus, en soms zelfs in die mate, +dat hij, voelende zich niet meer te kunnen bedwingen, opstond, het +gezelschap goeden avond wenschte en heenging. + +"Die Frenchman is ontevreden!" zei dan John Watkins, terwijl hij een +oog tegen zijn makker knipte. "Het schijnt, dat de diamanten niet +van zelf in zijn zak vloeien!" + +En dan lachte James Hilton zoo dom mogelijk bij die woorden. + +Wanneer zoo iets gebeurde, dan ging Cyprianus gewoonlijk zijn avond +doorbrengen, bij een braven Boer, die zich dicht bij het kamp gevestigd +had en Jacobus Vandergaart heette. + +Het was naar zijn naam, dat de Kopjes-mijn, op welker grond hij zich +in de eerste tijden der concessie neergezet had, genoemd werd. Als +men hem mocht gelooven, dan was hij door een oneerlijke uitspraak +der rechterlijke macht ten gerieve van John Watkins van zijn eigendom +ontzet. Thans was hij geheel geruïneerd en leefde in eene leemen hut, +waarin hij zich onledig hield met het diamantslijpen, welk ambacht +hij vroeger in Amsterdam, zijne geboorteplaats uitgeoefend had. + +De mijnwerkers toch brachten hem zeer dikwijls steenen, hetzij om de +waarde te weten te komen die zij zouden behouden, na aan het snijden en +slijpen onderworpen te zijn, hetzij om ze te laten kloven, hetzij om +ze meer fijne bewerkingen te doen ondergaan. Maar die laatste arbeid +vereischte eene vaste hand en een scherp gezicht, en oude Jacobus +Vandergaart, die vroeger een voortreffelijk werkman was, ondervond +tegenwoordig veel moeite om het hem opgedragen werk uit te voeren. + +Cyprianus, die hem opgedragen had den door hem gevonden diamant +te slijpen en in een ring te zetten, had spoedig eene zekere +genegenheid voor hem opgevat. Hij hield er van den eenvoudigen Boer +in zijne werkplaats te gaan opzoeken, om wat met hem te praten of +eenvoudig om hem wat gezelschap te houden, wanneer hij bezig was met +diamantslijpen. Jacobus Vandergaart zag er met zijn witten baard, +zijn kaal hoofd, dat met een kalotje van zwart fluweel bedekt was, +met zijn langen spitsen neus, waarop een bril met groote ronde oogen +prijkte, geheel en al uit als een oude alchimist van de vijftiende +eeuw, zooals hij daar te midden zijner vreemdsoortige werktuigen en +zijne flesschen met allerhande zuren troonde. + +Op eene werktafel, die voor het raam geplaatst was, bevonden +zich in een houten nap de ruwe diamanten, die Jacobus Vandergaart +toevertrouwd waren, en welker waarde soms aanmerkelijk was. Wilde hij +er een kloven, welks kristalvlakken hem niet volmaakt voorkwamen, dan +begon hij eerst met zijn vergrootglas de richting der snijdingslijnen +na te gaan, die alle kristallen in stukken met evenwijdigloopende +vlakken verdeelen. Dan maakte hij met den scherpen kant van een +reeds gekloofden diamant eene insnijding in de gewenschte richting, +bracht daarin een klein stalen lemmet en sloeg daarop een korten, +krachtigen slag. + +Daardoor werd de diamant langs een zijner kristalvlakken gekloofd, +en de beweging werd verder langs de andere herhaald. + +Wilde daarentegen Jacobus Vandergaart een steen snijden, of, om juister +te spreken, hem volgens een vastgestelden vorm afslijpen, dan begon +hij met de vaststelling van dien vorm, dien hij er aan geven wilde, +door op het omhulsel van den diamant met krijt de voorgestelde kleine +vakken of facetten te teekenen. Daarna bracht hij ieder dezer vakken +in aanraking met een anderen diamant, en onderwierp die beide aan een +langdurige wrijving, den een tegen den anderen. De beide steenen sleten +alsdan elkander af, en zoo vormde zich de gemelde facet langzamerhand. + +Zoo slaagde Jacobus Vandergaart er in, om aan den steen een der vormen +te verleenen, die door het gebruik het meest aangenomen zijn en die +tot drie groote afdeelingen teruggebracht kunnen worden, namelijk: +de "dubbele briljant", de "enkele briljant", en de "roos". + +De "dubbele briljant" bestaat uit vier-en-zestig facetten, uit een +achtkantig vlak, dat tafel genoemd wordt, en uit een culas of broek, +die het benedengedeelte vormt. + +De "enkele briljant" vertoont eenvoudig de helft van een dubbelen +briljant. + +De "roos" is van onderen plat, terwijl het bovenste gedeelte met +facetten koepelvormig bijgeslepen is. + +Zeer zelden kreeg Jacobus Vandergaart een "briolet" te slijpen, dat wil +zeggen: een diamant die noch bovenvlak, noch benedenvlak geeft, maar +die den vorm eener peer aangenomen heeft. De brioletten worden in Indië +bij hun dun einde doorboord, om er een koordje door te kunnen rijgen. + +Wat de "pendeloquen" of oorhangers betreft, die de oude diamantslijper +meermalen te slijpen kreeg, dit waren halve peervormige steenen met +tafels en culas, die slechts facetten op hunne voorzijde vertoonen. + +Was de diamant eenmaal gesneden, dan bleef er slechts nog over hem te +polijsten om het werk geëindigd te noemen. Die bewerking geschiedde +met behulp van eene soort slijpsteen, die eenvoudig uit eene stalen +schijf bestond, die ongeveer acht-en-twintig centimeters doorsnede had +en plat op tafel neergelegd werd, maar die toch onder de werking van +een groot rad met zwengel om eene as kon draaien met eene snelheid van +twee- of drieduizend omwentelingen in de minuut. Die schijf werd met +olie besmeerd en daarna met diamantstof, afkomstig van het snijden, +bestrooid, waarna Jacobus Vandergaart de facetten van zijn steen de +eene voor de andere na tegen die schijf drukte, totdat zij volmaakt +gepolijst waren. De zwengel werd óf door een kleinen Hottentotschen +jongen gedraaid, die daartoe, wanneer dit noodzakelijk was, bij +den dag ingehuurd werd, óf door een vriend, zooals Cyprianus er een +was, en die dan ook nimmer er tegen opzag dien dienst uit loutere +vriendschap te bewijzen. + +En gedurende den arbeid bleven de monden niet dicht; integendeel, men +praatte veel. Somwijlen zelfs staakte Jacobus Vandergaart plotseling +zijn arbeid, om eenige geschiedenis uit een lang vervlogen tijd te +vertellen, waarbij hij dan niet vergat zijn bril tot op zijn voorhoofd +te schuiven. En inderdaad, hij wist veel, zoo niet alles, aangaande +dit gedeelte van zuidelijk Afrika, hetwelk hij sedert veertig jaren +bewoonde. En wat zijne verhalen eene ongemeene aantrekkelijkheid +bijzette, was juist, dat hij de overlevering des lands ongeschonden +weergaf, eene overlevering welke geheel jeugdig en levendig was. + +Die oude diamantslijper kon vooral niet zwijgen, wanneer hij op +het kapittel zijner patriotsche en personeele grieven gebracht +werd. Volgens hem waren de Engelschen de grootste afzetters, die +door de aarde ooit gedragen werden. Hieromtrent moest hem de geheele +verantwoordelijkheid zijner meeningen, die blijkbaar overdreven waren, +gelaten worden, hoewel ze alleszins vergeeflijk waren. + +"Het is waarachtig niet te verwonderen," herhaalde hij steeds met +voldoening, "dat de Vereenigde Staten van Amerika zich onafhankelijk +verklaard hebben. Indië en Australië zullen ook wel zoo handelen; dat +kan niet uitblijven! Welk volk wil zulke tirannie verdragen?.... O, +mijnheer Méré, als de wereld al de onrechtvaardige bedrijven kende, +welke die Engelschen, die zoo trotsch op hunne gouden guinjes +en op hunne zeemacht zijn, over de geheele oppervlakte der aarde +gepleegd hebben, dan bestond er geen woord in de menschelijke taal, +dat beleedigend genoeg zou kunnen klinken, om hen in het aangezicht +te spuwen." + +Cyprianus keurde die taal niet goed. Hij keurde ze ook niet af. Hij +luisterde slechts, zonder te antwoorden. + +"Wil ik u verhalen, wat ze mij geleverd hebben, mij, die thans tot u +spreek?" hernam Jacobus Vandergaart terwijl hij zich opwond. "Luister +naar mij, en dan zult gij kunnen uitmaken of er twee meeningen omtrent +die schavuiten bestaan kunnen." + +Toen Cyprianus hem verzekerd had, dat hij hem daarmede veel genoegen +zou doen, verhaalde de brave Boer het navolgende: + +"Ik ben in 1806 gedurende eene reis, die mijne ouders ondernomen +hadden, te Amsterdam geboren. Later ben ik daar teruggekomen om er +mijn ambacht te leeren; maar ik heb mijne kindsheid aan de Kaap +doorgebracht, waarheen mijne familie een vijftig jaren vroeger +getrokken was. Wij waren Hollanders, en daar zijn wij nog zeer +trotsch op, toen Groot-Brittanje zich van de kolonie meester maakte, +voorloopig, zooals het beweerde. Maar John Bull geeft niet licht weer, +wat hij eenmaal geroofd heeft. In 1815 werden wij door Europa, dat +in Congres vereenigd was, plechtig tot onderdanen van het Vereenigd +Koninkrijk verklaard. + +"Ik vraag u in gemoede, wat Europa zich met deze Afrikaansche +landstreken te bemoeien had? + +"Engelsche onderdanen! maar mijnheer Méré, dat wilden wij +niet zijn! Toen, overwegende dat Afrika wel groot genoeg zou +zijn om ons een vaderland in vollen eigendom te verschaffen, +verlieten wij de Kaapkolonie, om in de wilde binnenlanden, die +zich ten noorden van ons uitstrekten, binnen te dringen. Men +noemde ons toen Boeren of ook wel Voortrekkers. Ja, dat zijn +wij! Boeren! d.w.z. landbouwers! Voortrekkers! d.w.z. pioniers, +die steeds vooruit willen! + +"Nauwelijks hadden wij die nieuwe gronden in akkers ontgonnen; +nauwelijks hadden wij ons met hard werken en noesten vlijt andermaal +een onafhankelijk bestaan geschapen, toen het Engelsche gouvernement +die streek ook opeischte--steeds onder voorwendsel dat wij Britsche +onderdanen waren. + +"Toen had onze groote Exodus plaats. Dat was in 1833. Andermaal trokken +wij in massa uit. Na onze wagens met onze meubelen, akkergereedschappen +en graan beladen te hebben, spanden wij er onze ossen voor en drongen +wij dieper de woestijn binnen. + +"In dien tijd was Natal nagenoeg geheel ontvolkt. Een bloeddorstige +veroveraar, Tchaka genaamd, een ware Neger-Attila, tot den stam +der Zoeloe's behoorende, had daar meer dan een millioen menschen om +het leven gebracht in het tijdvak van 1812 tot 1828. Zijn opvolger, +Dingaan, heerschte ook slechts door schrik en angst te verspreiden. Het +was deze wilden-koning, die ons toestond, om ons in die landstreek +te vestigen, waar thans de steden Durban en Port-Natal verrijzen. + +"Maar het was slechts met de bijgedachte om ons aan te vallen, +wanneer ons land bloeien zou, dat die gluiperd van een Dingaan, ons +deze toestemming verleende! Ieder wapende zich dan ook om tegenweer +te kunnen bieden, en het was slechts ten gevolge onzer overgroote +inspanningen, en ik durf er bijvoegen, ten gevolge der heldenfeiten, +in meer dan honderd gevechten tentoongespreid, waarbij onze vrouwen +en onze kinderen aan onze zijde streden, dat het mogelijk was, ons in +het bezit die landen, die wij met ons zweet en bloed besproeid hadden, +te handhaven. + +"Maar ziet, nauwelijks hadden wij over den zwarten despoot gezegevierd +en zijne macht vernietigd, toen het gouvernement van de Kaap ons +eene Engelsche kolonne toezond, met opdracht om het grondgebied +van Natal in bezit te nemen in naam van Hare Majesteit de Koningin +van Engeland!.... Gij ziet, men beschouwde ons steeds als Britsche +onderdanen! Dat gebeurde in 1842. + +"Andere emigranten van onzen landaard hadden de Transvaal ten onder +gebracht en de macht van den tyran Moselekatze langs de boorden der +Oranje-rivier vernietigd. Ook zij zagen zich hun nieuw vaderland, +dat zij met zooveel moeite verworven hadden, bij eene eenvoudige +dagorder ontnemen! + +"Och, ik sla de bijzonderheden maar over. Die strijd duurde +twintig jaren. Steeds trokken wij verder, maar ook steeds strekte +Groot-Brittanje de roofzuchtige hand naar ons uit, als naar zoovele +slaven, die haar toebehoorden, zelfs na haar verlaten te hebben. + +"Eindelijk, na zeer vele moeilijkheden en na vele bloedige gevechten, +geraakten wij er toe onze onafhankelijkheid in den Oranje-Vrijstaat te +doen erkennen. Een koninklijke verordening, door Koningin Victoria, op +den 8sten April 1854 geteekend, verzekerde ons de vrije bezitting onzer +gronden en het recht om ons bestuur naar onzen zin in te richten. Wij +vestigden dientengevolge eindelijk eene Republiek, en toen eerst kon +beweerd worden, dat onze Staat gegrond was op de stipte eerbiediging +der wettelijke bepalingen, op de vrije ontwikkeling der individueele +geestkracht, en op het zuiver onderwijs, waarmede alle maatschappelijke +klassen bedeeld werden. Inderdaad, die jeugdige Staat kon tot voorbeeld +strekken aan menige natie, die zich waarschijnlijk meer beschaafd +achtte dan dat kleine uithoekje van de Zuidpunt van Afrika. + +"Grikwaland maakte daar deel van uit. Het was tegen dien tijd, dat +ik mij als pachter in hetzelfde huis, waarin wij ons thans bevinden, +met mijne arme vrouw en mijne twee kinderen vestigde. Toen zette ik +de omheining uit van mijne kraal of veepark op de plek zelve der mijn, +die gij thans ontgint. Tien jaren later kwam John Watkins in het land +en trok er zijne eerste hut op. Men wist toen niet, dat de streek +diamanten opleverde, en wat mij betreft, ik had sedert dertig jaren, +dat ik hier woonde, zoo weinig gelegenheid om mijn oud handwerk van +diamantslijper uit te oefenen, dat ik mij ternauwernood het bestaan +van edelgesteente herinnerde! + +"Het gerucht verspreidde zich plotseling, in het jaar 1867, dat onze +gronden hier diamanthoudend waren. Een Boer, bewoner van de oevers van +de Hart, had zelfs de diamanten in de uitwerpselen zijner struisvogels +ontdekt, zelfs in de leemen muren zijner pachthoeve. [6] + +"Dat was nauwelijks bekend, of het Engelsche gouvernement, aan +zijne oneerlijke en inhalige staatkunde getrouw, verklaarde, met +terzijdestelling van al de gesloten verdragen en van alle mogelijke +rechten, dat Grikwaland Britsch grondgebied was. + +"Onze Republiek protesteerde te vergeefs! Zij bood te vergeefs +aan, het geschil aan de scheidsrechterlijke beslissing van een +Regeeringshoofd in Europa te onderwerpen. Engeland weigerde stoutweg +iedere scheidsrechterlijke tusschenkomst en nam ons eigendom in bezit. + +"Nu mocht men hopen, dat de private eigendomsrechten door onze +onrechtvaardige bestuurders geëerbiedigd zouden worden! Ik voor mij, +die ten gevolge der schrikkelijke besmettelijke ziekte, die in 1878 +woedde, weduwnaar was geworden en mijne kinderen verloren had, zag +er tegen op, om alweer een nieuw huis te gaan bouwen, het zesde of +zevende gedurende mijn lange loopbaan! Ik bleef dus in Grikwaland +en bleef misschien geheel alleen bevrijd van de diamantkoorts, die +bijna iedereen aangetast had. Ik ging voort met het bebouwen van mijn +groententuin, even alsof de diamantelegering van Du Toit's Pan niet +op een geweerschotsafstand van mijn huis ontdekt was. + +"Maar verbeeld u mijne verwondering toen ik op zekeren morgen +ontwaarde, dat de muur van mijn kraal, die volgens gewoonte in +drogen steen opgeschoten was, gedurende den nacht afgebroken was en +dat de materialen op driehonderd meter verder in de vlakte gebracht +waren. John Watkins, geholpen door een honderdtal Kaffers, had ter +zelf der plaats een andere kraal opgericht, die zich aan de zijne +aansloot en die een heuvel van roodachtige zandaarde omsloot, die +tot op dat oogenblik mijn onbetwistbaar eigendom was. + +"Ik beklaagde mij bij John Watkins over die wederrechtelijke +toeëigening..... hij lachte mij openlijk uit. Ik dreigde hem een +proces aan te doen, hij raadde mij aan dit te beproeven. + +"Drie dagen later gingen mij de oogen open en begreep ik de +raadselachtige handeling. Die zandheuvel was eene diamantlegering. Toen +John Watkins daar de zekerheid van bekomen had, haastte hij zich +mijne omheining te verbreken en te verplaatsen. Daarna vertrok hij +naar Kimberley om de nieuwe mijn officieel op zijn naam te laten +inschrijven. + +"Ik begon een proces.... Och, mijnheer Méré, geve de hemel, dat +gij nooit een geding voor een Engelsch gerechtshof te voeren moogt +hebben....! Ik raakte voor en na mijne ossen, mijne paarden en +mijne schapen kwijt!.... Ik verkocht tot mijne meubelen, tot mijne +schamele kleeding, om die bloedzuigers in menschengedaante, die men +solicitors, attorney's, sherifs en deurwaarders noemt, de handen te +vullen... Om kort te gaan, na een jaar lang heen en weer gedobberd en +in gespannen verwachting doorgebracht te hebben, na voortdurend de hoop +teleurgesteld te zien, werd het vraagstuk omtrent mijn eigendomsrecht +eindelijk in laatste instantie uitgemaakt, zonder dat er eenig beroep +of cassatie meer mogelijk was.... + +"Ik had mijn proces verloren, en, wat erger was, ik was totaal ten +gronde gericht. Een vonnis verklaarde mijne vorderingen ongegrond en +ontzegde mij mijn eisch, aangezien--zoo stond er in te lezen--het der +rechtbank onmogelijk was het wederzijdsche recht van beide partijen +helder en overtuigend uit te maken, maar dat het voor de toekomst van +belang was, dat thans eene niet te veranderen grens getrokken werd. Men +stelde dan ook den vijf-en-twintigsten graad westerlengte van Greenwich +als grenslijn vast, die de beide eigendommen zou scheiden. Het terrein, +ten westen daarvan gelegen, werd toegewezen aan John Watkins, en dat +oostwaarts daarvan gelegen aan Jacobus Vandergaart. + +"De motieven, die de rechters tot deze zonderlinge grensverdeeling +leidden, was dat werkelijk die vijf-en-twintigste lengtegraad op den +plattegrond van het district over het grondgebied, waarop mijn kraal +gestaan had, getrokken was. + +"Maar de mijn, helaas! lag ten westen van die lijn en viel dus +natuurlijk John Watkins ten deel. + +"Evenwel, om onuitwischbaar aan te duiden, hoe de openbare meening +over dat onrechtvaardig vonnis dacht werd de mijn sedert steeds de +Vandergaart-Kopjes-mijn genoemd. + +"Welnu, mijnheer Méré, heb ik niet eenigermate het recht om te beweren, +dat de Engelschen schurken zijn?" vroeg de oude Boer, toen hij zijne +geschiedenis, die stipt met de waarheid overeenkwam, eindigde. + + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + +KAMPZEDEN. + + +Dat onderwerp van gesprek kon voor den jeugdigen ingenieur niet +aangenaam zijn. Dat zal iedereen moeten toegeven. Dergelijke +inlichtingen omtrent de minder stipte eerlijkheid van den man, +dien hij als zijn toekomstigen schoonvader bleef beschouwen, konden +onmogelijk in zijn smaak vallen. Hij kwam er dan ook weldra toe, om +de meening van Jacobus Vandergaart over de Kopjes-mijn te beschouwen +als het _idée fixe_ van een pleiter, die zijn proces verloren heeft +en waarvan dus veel af te dingen valt. + +Hij had eens over die zaak een enkel woord tegen John Watkins +gezegd. Deze was eerst in lachen uitgebarsten, had verder geen +antwoord gegeven, maar zijn wijsvinger aan het voorhoofd gebracht, +alsof hij wilde te kennen geven, dat het met Jacobus Vandergaart mis +was en dat zijn gezond verstand hem al meer en meer in den steek liet. + +Zou het inderdaad niet mogelijk zijn, dat de grijsaard, onder den +indruk van de ontdekking der zoo rijke diamantlegering, zich zonder +voldoende motieven in het hoofd gehaald had, dat die mijn zijn eigendom +was? Maar alles goed bezien, de rechtbanken hadden hem geheel in het +ongelijk gesteld, en het was zeer onwaarschijnlijk dat de rechters +hem verongelijkt zouden hebben. Zoo was de redeneering, die de jonge +ingenieur zich zelven gedurig herhaalde, om een verontschuldiging voor +zijn eigen geweten te hebben, dat hij nog eenige gemeenschap met John +Watkins onderhield, na al hetgeen Jacob Vandergaart omtrent dien man +medegedeeld had. + +Er was nog een andere buurman in het kamp, bij wien Cyprianus ook bij +gelegenheid gaarne een praatje ging maken, omdat hij er het leven der +Boeren in al zijne oorspronkelijkheid terugvond. Die bevoorrechte was +een pachter, die Matthijs Pretorius heette en bij al de mijnwerkers +van geheel Grikwaland goed bekend was. + +Die Matthijs Pretorius had ook, hoewel hij te nauwernood veertig jaren +oud was, langen tijd in het uitgestrekte bekken der Oranje-rivier +rondgezworven, alvorens hij zich in deze streek neergezet had. Maar +dat zwervend leven had voor hem hetzelfde gevolg niet gehad als voor +den ouden Jacobus Vandergaart. Hij was er namelijk niet door vermagerd +en ook niet door verbitterd. Hij was er eerder door verwilderd en +zoodanig in vetheid toegenomen, dat hij moeite had om te gaan. Men +kon hem gevoegelijk met een olifant vergelijken. + +Hij was bijna altijd in een kolossalen houten armstoel gezeten, +die speciaal vervaardigd was, om zijne zwaarwichtige vormen te +bevatten. Matthijs Pretorius bewoog zich buitenshuis niet anders dan +in een rijtuig, in een soort van tentwagen, van gevlochten teenen +vervaardigd, waarvoor een reusachtige struisvogel gespannen was. De +gemakkelijkheid, waarmede deze steltlooper de zware massa achter zich +aansleepte, was wel geschikt, om een zeer hoog denkbeeld van de kracht +zijner spieren te geven. + +Matthijs Pretorius kwam gewoonlijk naar het kamp, ten einde den +een of anderen groentenhandel, met de kooplieden in die waren te +sluiten. Hij was er zeer gewild, hoewel niet op zeer benijdenswaardige +wijze; want zijn populariteit grondde zich op zijn buitengewone +bangheid. De mijnwerkers vonden er dan ook het grootste genoegen in, +om hem vreeselijk beangst te maken en bereikten dat doel door hem +allerhande dwaasheden te verhalen. + +Nu eens vertelde men hem dat een inval van de Bassuto's of van +de Zoeloe's te duchten was. Een andermaal hield men zich in zijne +tegenwoordigheid, alsof men uit een dagblad las, dat een wetsontwerp +aanhangig was, om in de geheele uitgestrektheid der Engelsche +bezittingen de doodstraf in te voeren op een ieder, die overtuigd zou +worden van meer dan driehonderd pond zwaar te zijn! Of ook deelde men +hem mede, dat een dolle hond bespeurd was op den weg van Driefontein, +waardoor de arme Matthijs Pretorius, die langs den weg naar huis +terug moest keeren, duizend en meer redenen en uitvluchten vond om +in het kamp te blijven toeven. + +Maar al die hersenschimmige angsten haalden niets bij den werkelijken +angst, dien hij koesterde, dat op zijn grondeigendom eene diamantmijn +zou worden ontdekt. Bij voorbaat ontwierp hij reeds een schrikkelijke +schildering van hetgeen dan zou gebeuren, wanneer hebzuchtige +menschen zijn groententuin zouden binnendringen, daar zijne perken en +bedden zouden omwoelen, en hem eindelijk van zijne bezittingen zouden +verdrijven en die onteigenen. Want, er viel niet aan te twijfelen, dan +zou hem een dergelijk lot als dat van Jacobus Vandergaart treffen! De +Engelschen zouden wel drogredenen vinden, om te bewijzen dat zijne +bezitting hun eigendom was. + +Wanneer die sombere gedachten hem overvielen, dan martelden zij hem +letterlijk. Wanneer hij bij ongeluk een landmeter of een opnemer in +de nabijheid zijner woning zag rondzwerven, dan was hem alle lust +benomen, dan at en dronk hij dien dag niet!.... En toch, het viel +niet te ontkennen, hij werd steeds vetter! + +Een zijner bitterste plaaggeesten was thans Hannibal Pantalucci. Die +boosaardige Napolitaan--wien het, tusschen twee haakjes gezegd, zeer +naar wensch scheen te gaan, want hij had drie Kaffers op zijn claim +in dienst en stalde een kolossalen diamant op het borststuk van zijn +plooihemd uit--had het zwak van den rampzaligen Boer ontdekt. Hij liet +dan ook niet na, zich eens per week het genoegen van zeer twijfelachtig +allooi te verschaffen, om grondboringen in de nabijheid van de hoeve +van Pretorius te gaan verrichten of den grond daar in den omtrek te +gaan omspitten. + +Het eigendom van den Boer strekte zich op den linkeroever van de +Vaalrivier uit en was ongeveer op twee mijlen bovenstrooms van het +kamp gelegen. Het bestond voornamelijk uit aanslibbingsgronden, die +waarachtig zeer goed diamanthoudend konden zijn, hoewel tot heden +niets daarvan was gebleken. Hannibal Pantalucci nam de voorzorg, +om zijne akelige scherts te doen slagen, door zich zoodanig voor de +vensters van Matthijs Pretorius te plaatsen, dat deze hem zien moest, +terwijl hij daarenboven steeds een paar vrienden medenam om van die +grap te genieten. + +Men kon dan den armen drommel zien, zooals hij verborgen achter +zijne katoenen gordijnen, stond te gluren om al hunne bewegingen +met angstvalligheid gade te slaan en om al hunne gebaren te +spionneeren. Hij was dan steeds gereed om naar zijn stal te ijlen, ten +einde zijn struisvogel aan te spannen, om te kunnen ontvluchten, zoodra +hij zeker meende te zijn dat zijn eigendom hem zoude ontweldigd worden. + +Waarom was hij ook zoo ongelukkig of beter zoo dom geweest, om aan +een zijner vrienden toe te vertrouwen dat hij zijn _trek_-vogel dag +en nacht opgetuigd gereed hield, dat hij de bergplaatsen van zijn +tentwagen steeds voorzien hield van mondbehoeften, om in staat te zijn, +bij het eerste daadwerkelijke begin van wederrechtelijke toeëigening, +weg te ijlen. + +"Ik ga dan naar de Boschjesmannen, die ten noorden van de +Limpopo-rivier wonen," zei hij. "Tien jaren geleden dreef ik +ivoorhandel met hen. En het is duizendmaal meer verkieslijk zich te +midden der wilden te bevinden, of te midden der leeuwen, tijgers, +jakhalzen en ander wild gedierte, dan te midden van die onverzadelijke +Engelschen te blijven!" + +Maar die vertrouwde vriend van den ongelukkigen pachter had zich +als echt vertrouwde gehaast die plannen aan Jan en Alleman te +vertellen! Het zal wel onnoodig zijn er bij te voegen, dat Hannibal +Pantalucci daar zijn voordeel mee deed, om de mijnwerkers uit den +omtrek van tijd tot tijd een koddig schouwspel te bezorgen. + +Een ander slachtoffer van de zoutelooze snakerijen van dien Napolitaan +was, zooals wij vroeger reeds verteld hebben, de Chinees Li. + +Die had zich ook bij de Vandergaart-Kopjes-mijn gevestigd en had +eenvoudig een waschhuis opgericht. Het is bekend, dat de zonen van het +Hemelsche Rijk uiterst geschikt zijn om als waschbazen op te treden. + +Waarachtig, die roode doos, welke gedurende de geheele reis van de +Kaap naar Grikwaland de nieuwsgierigheid van Cyprianus geprikkeld had, +bevatte slechts borstels, soda, stukken zeep en blauwsel. Alles goed +gerekend, heeft een ontwikkeld Chinees niet meer noodig om in dat +land een vermogen te verzamelen. Onze jeugdige ingenieur kon veelal +een glimlach niet weerhonden, wanneer hij Li ontmoette, die, steeds +zwijgend en achterhoudend, met zijn mand aan den arm daarheen stapte, +om het linnengoed bij zijne klanten terug te brengen. + +Maar wat hem toch woedend maakte, was dat Hannibal Pantalucci inderdaad +wreed ten opzichte van dien armen drommel te werk ging. Nu eens wierp +hij eenige flesschen inkt in zijn zeepsop; dan weder spande hij een +touw dwars voor zijn deur ten einde hem te doen vallen; een anderen +keer nagelde hij hem aan zijn bank vast, door met een mes zijn kiel in +het hout vast te steken. Als de gelegenheid schoon was, dan liet hij +haar nooit ontglippen om den armen drommel tegen de beenen te schoppen +en hem daarbij voor heidenhond uit te schelden. En dat hij hem zijne +klandizie geschonken had, was alleen om zich wekelijks aan zijne +plagerijen te kunnen overgeven. Hij vond nimmer zijn linnen helder +genoeg, hoewel Li zijn uiterste best deed en het zeer zorgvuldig +streek. Om de minste verkeerde plooi werd hij schrikkelijk boos, en +dan ranselde hij den ongelukkigen Chinees, alsof hij zijn slaaf ware. + +Zoodanig waren de ruwe genoegens van het kamp, die evenwel soms als een +treurspel eindigden. Zoo gebeurde het wel eens, bij voorbeeld, dat een +neger, die in de mijn te werk gesteld was, beschuldigd werd een diamant +gestolen te hebben. Dan begeleidde een ieder den beklaagde tot voor +den magistraat, terwijl hij onderweg met vuistslagen overladen werd, +zoodat, wanneer de rechter hem onschuldig bevond en hem ontsloeg, hij +die mishandelingen toch alvast beet had. Hoewel er bij verklaard moet +worden, dat in dergelijke gevallen een bevel tot invrijheidstelling +zeer zelden gegeven werd. De rechter was nog eerder met eene +veroordeeling klaar dan met het verorberen van een schijfje van een +oranjeappel in zout gedoopt,--hetgeen een der lekkerste snoeperijen +van het land is. Het vonnis verwees gewoonlijk den beschuldigde tot +veertien dagen dwangarbeid en tot twintig slagen met de _cat of nine +tails_, de kat met negen staarten, eene soort van uitklopper met +knoopen, waarvan men nu nog in Groot-Brittanje en in de overzeesche +bezittingen van dat Rijk gebruikt maakt, om de gevangenen te ranselen. + +Maar er was eene misdaad, die nog minder genade in de oogen der +mijnwerkers vond dan de diefstal; dat was het helen. + +De Yankee Ward, dezelfde die te gelijkertijd met den jongen ingenieur +in Grikwaland aangekomen was, deed daarvan eens de wreede ondervinding +op, door eenige diamanten van een Kaffer op te koopen. Nu kan een +Kaffer geen wettig bezitter van diamanten zijn, daar de wet hem het +recht ontzegt, die bij een claim te koopen of een mijn voor eigen +rekening te ontginnen. + +Het feit was nauwelijks bekend geworden,--dat gebeurde tegen den avond, +op het tijdstip dat de bevolking van het kamp na haren maaltijd het +meest rumoerig was,--of eene woedende menigte viel op het huis van den +schuldige aan, brak dat tot op den grond toe af en stak de materialen +daarna in brand. Zeer waarschijnlijk had men den Yankee opgehangen +aan eene galg, die gewillige borsten reeds overeindstelden, toen zeer +gelukkig een dozijn rijdende politiedienaren bij tijds aankwam en hem +het leven redde, maar hem daartoe naar de gevangenis moest meênemen. + +Tooneelen van geweld kwamen daarenboven te midden van die gemengde, +hartstochtelijke en half wilde bevolking veelvuldig voor. Daar +kwamen al de rassen in botsing met elkander. Daar werkten de +gouddorst, de dronkenschap, de invloed van een verzengend klimaat, +de teleurstellingen en de misrekeningen te zamen om de hersenen te +verhitten en de gewetens te verwarren. Wellicht wanneer al die mannen +gelukkig in hunne delvingen waren, zouden zij meer hunne kalmte en +hun geduld bewaard hebben; maar tegen een enkele, die van tijd tot +tijd eens een steen van groote waarde vond, stonden er honderden, +die moeitevol een plantenleven leidden en te nauwernood zooveel +verdienden om in hunne eerste behoeften te voorzien. Veelal vervielen +zij in de grootste ellende. De mijn kon beschouwd worden als de groene +tafel in een speelhol, waarop men niet alleen zijn kapitaal, maar ook +zijn tijd, zijne moeite en zijne gezondheid waagde. En het getal der +gelukkige spelers, die de claims van de Vandergaart-Kopjes-mijn met +hunne pikhouweelen doorwroetten, was zeer klein. + +Dat begon Cyprianus van dag tot dag meer en meer helder in te zien. Hij +vroeg zich dan ook ernstig af, of hij al dan niet voortgaan moest +met een arbeid, die hem zoo bitter weinig voordeel opbracht, toen +hij er eensklaps toe kwam om zijne gewone wijze van doen bij zijn +werk te wijzigen. + +Hij bevond zich namelijk op een morgen vlak tegenover eene bende, +bestaande uit een dozijn Kaffers, die naar het kamp toe kwam om er +werk te zoeken. + +Die arme lieden kwamen uit het verre gebergte, dat het eigenlijke +Kafferland van het land der Bassuto's scheidt. Zij hadden meer +dan honderd-vijftig uren gaans afgelegd langs de Oranjerivier, +en daarbij op Indiaansche wijze, dat wil zeggen: de een achter den +ander, geloopen. Onderweg hadden zij geleefd van hetgeen zij vonden, +van wortels, bessen en sprinkhanen. Zij waren dan ook zoo vermagerd, +dat zij eerder op geraamten geleken dan op levende wezens. Met hunne +uitgeteerde spillebeenen, met hunne geheel naakte ruggen, die als met +perkament overtogen waren en veel van een leegen romp hadden, met hunne +vooruitstekende ribben, hunne ingevallen wangen, hadden zij er meer +van op een flinken beafsteak van menschenvleesch belust te zijn, dan +wel geneigd bevonden te worden eene goede karwei te volvoeren. Niemand +was dan ook genegen om hen in dienst te nemen, en zij zaten thans +op den kant van den weg neergehurkt, met een weifelachtig uiterlijk, +terneergeslagen en als het ware verdierlijkt door de ellende. + +Bij dat schouwspel voelde Cyprianus zich diep bewogen. Hij gaf hun +door teekens te verstaan, dat zij hem zouden wachten, liep toen +naar het hotel terug, waar hij gewoonlijk zijn maaltijd gebruikte, +en bestelde daar een grooten ketel gevuld met maïsmeel, dat in +kokend water opgelost was, dien hij de arme drommels deed brengen, +te gelijker tijd met eenige blikken bussen verduurzaamd vleesch en +twee flesschen rum. + +Daarna schonk hij zich de pret, die lieden te zien smullen aan een +maaltijd, welks weerga zij nimmer onder de oogen gehad hadden. + +Waarachtig, men zou gemeend hebben schipbreukelingen voor zich te zien, +die, na gedurende veertien dagen honger geleden en in doodsangst +doorgebracht te hebben, van een watervlot gered waren! Zij aten +zooveel, dat hunne buiken een kwartier later tot barstens toe gevuld +waren. In het belang hunner gezondheid moest een eind gemaakt worden +aan die smulpartij, anders kon eene algemeene verstikking de gasten +naar het rijk der dooden doen verhuizen. + +Een enkele van die negers, met een slim en ontwikkeld uiterlijk--de +jongste van allen, voor zooveel een oordeel over hun ouderdom te vellen +was,--had eenige matigheid bij het stillen van zijn honger aan den dag +gelegd. En wat nog meer zeldzaam was, hij kwam op de goede gedachte +zijn weldoener te bedanken, wat in het brein der anderen in het geheel +niet opkwam. Hij naderde Cyprianus, greep zijne hand met een kinderlijk +en bevallig gebaar, en legde deze daarna op zijn gekroesd hoofd. + +"Hoe heet gij?" vroeg de jonge ingenieur, door dat dankbaarheidsbetoon +getroffen, om wat te zeggen. + +De Kaffer, die bij toeval eenige woorden Engelsch verstond, antwoordde +dadelijk: + +"Makatit." + +Zijn heldere en vertrouwvolle blik beviel Cyprianus. Hij vatte dan ook +dadelijk het denkbeeld op, dien flink gebouwden jongen aan te werven, +om in zijn claim te arbeiden, en dat denkbeeld kon niet anders dan +goed wezen. + +"Iedereen hier in het district doet zoo, alles wel beschouwd!" sprak +hij tot zich zelven. "En voor dien armen Kaffer zal het ook beter +zijn mij tot meester te hebben, dan den een of anderen Pantalucci. + +"Welnu, Makatit, je komt voorzeker werk zoeken?" vroeg hij. + +De Kaffer gaf een bevestigend teeken. + +"Wil je bij mij arbeiden? Ik zal je te eten geven, ik zal je de noodige +gereedschappen leveren, en daarenboven krijg je nog twintig shillings +per maand!" + +Dat was de bepaalde prijs, en Cyprianus wist wel, dat hij niet meer +mocht uitloven, zonder zich aan de woede van de kampbewoners bloot +te stellen. Maar hij maakte bij zich zelven de afspraak, die schrale +betaling te vergoeden door hem kleedingstukken te schenken, alsook +huisraad en andere dingen, die hij denken kon, dat kostbaar in het +oog eens Kaffers waren. + +Makatit lachte en vertoonde voor eenig antwoord zijn beide rijen +hagelwitte tanden. Daarna plaatste hij andermaal de hand van zijn +beschermer op zijn hoofd. Zoo was het wederzijdsche contract geteekend. + +Cyprianus voerde dadelijk zijn nieuwen bediende in zijne woning. Hij +nam uit zijn valies een linnen broek, een flanellen hemd en een ouden +hoed, en gaf dit alles aan Makatit, die daar bedremmeld stond en zijne +oogen niet durfde gelooven. Wat! zich reeds bij zijne komst in het +kamp in het bezit gesteld te zien van een zoo prachtig kostuum! Zie, +dat overtrof de stoutste verwachtingen, de meest buitensporige droomen +van den armen drommel. Hij wist niet hoe hij zijne dankbaarheid +zoude te kennen geven. Hij danste van vreugde, hij lachte en weende +te gelijker tijd. + +"Ik geloof dat je een goede jongen bent, Makatit," zei Cyprianus. "En +ik geloof dat je een beetje Engelsch verstaat.... Maar kan je geen +enkel woord spreken?" + +De Kaffer wenkte: neen. + +"Welnu, als dat zoo is, dan raad ik je aan, om het Fransch te leeren," +hernam Cyprianus. + +En zonder dralen begon hij zijn leerling eene eerste les te geven. Hij +wees hem de meest gebruikelijke voorwerpen aan, sprak de namen dan +uit en deed ze hem herhalen. + +Nu was Makatit niet alleen een kloeke jongen, maar hij had ook een +ontwikkelden geest en was begaafd met een meer dan gewoon geheugen. Hij +had in minder dan twee uren meer dan honderd woorden geleerd, die +hij zeer zuiver uitsprak. + +De jonge ingenieur was opgetogen over zulk een gemakkelijk +bevattingsvermogen, en nam zich voor, dat nog meer te ontwikkelen. + +Er waren voor den jongen Kaffer zeven of acht dagen rust noodig, +gepaard aan eene degelijke voeding, om zich van de vermoeienissen +der reis te herstellen en volkomen in staat te zijn den arbeid te +beginnen. Nu waren die acht dagen zoo goed door hem en door zijn +professor aangewend, dat Makatit bij het einde der week reeds in +staat was zijne gedachten in het Fransch uit te drukken, nog slechts +onnauwkeurig wel is waar, maar toch volkomen verstaanbaar. Cyprianus +benuttigde dien staat van zaken om den neger zijne geheele geschiedenis +te laten vertellen. Zij was vrij eenvoudig. + +Makatit wist zelfs den naam van zijn land niet, dat in het gebergte +naar den kant van de opgaande zon gelegen was. Alles wat hij er van +wist te vertellen, was, dat hij het er zeer ellendig gehad had. Toen +was hij op de gedachte gekomen, zijn fortuin te beproeven, zooals +ettelijke krijgslieden van zijn stam gedaan hadden, die daartoe +hun vaderland verlaten hadden, en zoo was hij evenals zij naar de +Diamantvelden gekomen. + +Wat dacht hij daar te verdienen? Niets anders dan een rooden rok en +tienmaal tien zilveren geldstukken. + +De Kaffers versmaden werkelijk goud geld. Dit spruit voort uit een +onuitroeibaar vooroordeel, dat hun de eerste Europeanen, die met hen +handel dreven, medegedeeld hebben. + +En wat zou nu de hebzuchtige Makatit met die zilveren geldstukken +uitvoeren? + +Welnu, hij zou zich een rooden rok aanschaffen, een geweer en buskruit; +daarna zou hij naar zijne kraal terugkeeren. Daar zou hij zich eene +vrouw koopen, die voor hem zou werken, zijne koe zou oppassen en zijn +akker met maïs beplanten. In dien toestand zou hij een belangrijk +man zijn, een groot opperhoofd. Iedereen zou hem zijn geweer en zijn +groot vermogen benijden, en hij zou na lange jaren geacht en geëerd +ten grave dalen. + +Dat was niet zeer ingewikkeld, niet waar? + +Cyprianus verzonk in gedachten, toen hij dit zoo eenvoudige programma +vernam. Zou hij er zich toe leenen dat te wijzigen? Moest hij den +bekrompen gezichteinder van dien armen wilde verruimen? Moest hij voor +zijn ijver en werkzaamheid een ander doel aanwijzen, een grootscher +en verhevener dan het veroveren van een rooden rok en een prullig +vuursteengeweer? Of was het niet beter, hem in zijne kinderlijke +onwetendheid te laten, hem in vrede het leven in zijne kraal te laten +leiden en genieten, zooals hij zoo vurig gewenscht had? Dat was een +belangrijk vraagstuk, dat de jonge ingenieur niet durfde oplossen, +maar dat Makatit zelf weldra tot oplossing bracht. + +En waarlijk, nauwelijks waren den jeugdigen Kaffer de grondbeginselen +der Fransche taal medegedeeld, of hij toonde een onverzadelijken +leerlust te bezitten. Hij vroeg steeds, hij verlangde alles te weten, +niet alleen den naam van ieder voorwerp, maar ook zijn gebruik, +zijn oorsprong, waarvan het gemaakt was, enz. Toen kwam het leeren +lezen, het leeren schrijven, het leeren rekenen aan de beurt, om +hem hartstochtelijk leerlustig te maken. Waarachtig, die negerjongen +was onverzadelijk. + +Het besluit van Cyprianus was weldra genomen. Tegenover zulk eene +blijkbare roeping viel er niet te aarzelen. Hij besloot dus iederen +avond een uur les aan Makatit te geven, die na zijne werkzaamheden in +de mijn volbracht te hebben, al zijn vrijen tijd, die hem beschikbaar +bleef, aan zijne vorming besteedde. + +Miss Watkins, op hare beurt ook getroffen door dien zeldzamen ijver, +nam op zich den jeugdigen Kaffer bij haar een herhalingscursus te +laten doorloopen. Dat was eigenlijk minder noodig; want hij zei zijne +lessen gedurende den geheelen dag bij zich zelven op, terwijl hij in +den claim met krachtigen arm het pikhouweel hanteerde. + +Zijn ijver bij het werk was zoo aanstekelijk, dat hij zich aan het +geheele personeel mededeelde als eene besmetting zoodat de mijnarbeid +veel beter en met meer zorg scheen te geschieden. + +Cyprianus had daarenboven op aanbeveling van Makatit zelf een anderen +Kaffer van denzelfden stam in dienst genomen, die Bardik heette en +wiens ijver en schranderheid insgelijks opmerkelijk waren. + +Het was in die dagen, dat den jeugdigen ingenieur een gelukje ten +deel viel, dat hem nog niet overkomen was; namelijk van een steen +van ongeveer zeven karaten te vinden, dien hij onmiddellijk voor +twee-duizend-vijf-honderd gulden aan den makelaar Nathan verkocht. + +Dat was waarlijk een fraaie vondst. Een mijnwerker, die van +de opbrengst zijns arbeids slechts een normale vergoeding +verwachtte zou zich met recht tevreden gesteld gezien +hebben. Voorzeker! Ongetwijfeld! Toch was Cyprianus het niet. + +"Als mij alle twee of drie maanden zoo'n buitenkansje wedervoer," vroeg +hij zich zelven af, "zou ik dan wel veel verder zijn? Ik moet niet één +steen van zeven karaten hebben, ik zou duizend of vijftien-honderd +dergelijke steenen moeten vinden,.... of Miss Watkins is voor mij +verloren, om ten buit te vallen aan James Hilton of aan eenigen +anderen mededinger, die haar even onwaardig is?" + +Het hoofd vol van die treurige gedachten, keerde Cyprianus op een +snikheeten dag, dat de atmosfeer met fijn rood verblindend stof, +hetwelk in de lucht der diamantvelden steeds zwevende is, bezwangerd +was, naar de Kopjes-mijn terug, toen hij plotseling, bij het omslaan +van den hoek eener hut, met afgrijzen achteruit deinsde. Een treurig +schouwspel trof daar zijne oogen. + +Aan den disselboom eener ossenkar, die rechtop tegen den gevelmuur der +hut, met het onderste gedeelte op den grond rustende en het andere +einde omhoog gesteld was, was een man opgehangen. Bewegingloos, met +uitgestrekte voeten, de handen machteloos omlaag, hing dat lichaam daar +te midden van eene verblindende lichtstraal recht als het koord van een +schietlood en vormde met den disselboom een hoek van twintig graden. + +Dat was een akelig gezicht. + +Cyprianus, die eerst zeer ontsteld was, werd weldra door groot +medelijden bewogen, toen hij den Chinees Li herkende, die daar door +middel van zijne lange haarvlecht, die om den hals was geslagen, +opgehangen was. + +De jeugdige ingenieur aarzelde geen oogenblik over hetgeen hij te +doen had. Naar het boveneind van dien disselboom opklimmen, het +lichaam des gehangenen onder de armen aanvatten, het ophijschen om +de verdere werking der verstikking te doen ophouden, en eindelijk de +haarvlecht met zijn zakmes doorsnijden, dat alles was het werk van +een halve minuut. Toen dat volvoerd was, liet hij zich langzaam en +voorzichtig naar beneden glijden en legde zijn last in de schaduw, +door de hut geworpen, neer. + +Het was waarlijk tijd, Li was nog wel niet koud; zijn hart klopte +zwakjes, maar het klopte nog. Weldra opende hij de oogen en wat +het zonderlingste was, met die beweging kreeg hij ook zijn geheele +bewustzijn terug. + +Op het strakke gelaat van den armen drommel was zelfs in dit uiterste +beproevingsuur noch schrik noch eenige verwondering merkbaar. Men +zou waarlijk gezegd hebben, dat hij eenvoudig uit een lichten slaap +ontwaakt was. + +Cyprianus liet hem wat water met azijn vermengd, dat hij in zijne +veld flesch bij zich droeg, drinken. + +"Kunt gij thans spreken?" vroeg hij +werktuiglijk, vergetende dat Li hem +niet begreep. + +De andere knikte evenwel bevestigend. + +"Wie heeft u opgehangen?" + +"Ik," antwoordde de Chinees met kalmte, zonder dat iets aanduidde, +dat hij er zich van bewust was iets buitengewoons of iets berispelijks +verricht te hebben. + +"Gij?.... Maar ongelukkige, gij wildet dan zelfmoord plegen?.... Wat +bewoog u daartoe?" + +"Li had het te warm!.... Li verveelde zich!...." + +Daarop sloot hij de oogen, als om aan meerdere vragen te ontsnappen. + +Thans bemerkte Cyprianus eerst de vreemde bijzonderheid, dat het +gesprek in het Fransch gevoerd was. + +"Spreekt gij ook Engelsch?" vroeg hij. + +"Ja," antwoordde Li, terwijl hij de oogen opende. + +Waarachtig, het was of twee schuine knoopsgaten ter weerszijden van +zijn kleinen stompneus gaapten. + +Cyprianus meende thans weer in dien blik iets van die spotzucht te +ontwaren, die hij herhaaldelijk meende te betrappen gedurende de reis +van Kaapstad naar Kimberley. + +"Uwe beweegredenen zijn al te dwaas!" zei hij gestreng. "Men doet +zijn leven niet te kort omdat men het te warm heeft!.... Spreek +ernstig.... Ik wed dat daaronder weer een gemeene streek van dien +Pantalucci schuilt?" + +De Chinees boog het hoofd. + +"Hij wilde mij mijne haarvlecht afsnijden," fluisterde hij zacht; +"en ik ben zeker, dat hij in dat opzet geslaagd zoude zijn, eer wij +twee dagen verder waren." + +Maar in hetzelfde oogenblik zag hij dien belangrijken haarstaart, +dien Cyprianus nog steeds in de hand hield, en kreeg daardoor de +overtuiging dat hetgeen wat hij boven alles gevreesd had, geschied was. + +"O, mijnheer!...." riep hij met een hartverscheurenden kreet +uit. "Wat!..... Hebt gij.... gij mij mijn staart afgesneden?" + +"Ik moest wel, om u van dien strik los te maken, mijn vriend," +antwoordde Cyprianus. "Maar wat duivel, zult gij in dit land zonder +staart een stuiver minder waard zijn? Kom, stel u niet zoo dwaas aan!" + +De Chinees scheen evenwel zoo wanhopig over dat verlies te zijn, +dat Cyprianus, vreezende dat hij weer het een of ander middel tot +zelfmoord te baat zou nemen, besloot naar huis terug te keeren en +hem mede te nemen. + +Li volgde hem gewillig, zette zich aan tafel met zijn redder, liet zich +geduldig kapittelen en beloofde zijne poging niet te herhalen. Zelfs +ging hij zoover in zijne vertrouwelijkheid, dat hij onder het genot +van een kop brandend heete thee eenige mededeelingen betreffende +zijne levensgeschiedenis leverde. + +Li, die te Kanton geboren werd, was in een Engelsch handelshuis +voor den handel opgeleid. Daarna was hij naar Ceylon en van daar +naar Australië overgestoken, om eindelijk in Afrika terecht te +komen. Nergens was het hem meegeloopen. De wasch-affaire hier in het +mijndistrict ging al even slecht als twintig andere handwerken, die +hij uitgeoefend had. Zijne nachtmerrie was Hannibal Pantalucci. Dat +wezen maakte hem ellendig, en zonder dien kerel zou hij tevreden zijn +met de schamele bete broods, die hij in Grikwaland verdiende. Om kort +te gaan, het was om die vervolgingen en die martelingen te ontgaan, +dat hij een einde aan zijn leven had willen maken. + +Cyprianus troostte den armen kerel en sprak hem moed in. Hij beloofde +hem tegenover den Napolitaan te zullen beschermen, gaf hem al zijn +vuil linnen, dat hij onder de hand had, om te wasschen, en zond hem +heen niet alleen getroost, maar volmaakt genezen van zijn bijgeloof +betreffende zijn harig aanhangsel. + +En wil de lezer weten hoe de jonge ingenieur dat doel bereikt +had? Niets eenvoudiger dan dit: Hij had hem met den meest mogelijken +ernst verzekerd, dat de strop eens gehangenen geluk aanbrengt en +dat de invloed van zijn ongelukkig gesternte een einde zou nemen, +nu hij zijn staart in den zak had. + +"In ieder geval zal Pantalucci hem nu niet meer kunnen afsnijden!" + +Deze echt Chineesche redeneering bracht Li's genezing tot volmaking. + + + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + +DE AARDSTORTING. + + +Sedert vijftig dagen had Cyprianus geen enkelen diamant in zijne +mijn gevonden. Dat mijnwerkersbaantje, dat hem voorkwam een ellendig +baantje te zijn, wanneer men althans geen geld genoeg heeft om een +uitstekenden claim te koopen en een dozijn Kaffers daarin te werk te +stellen, begon hem dan ook mooi de keel uit te hangen. + +Dientengevolge liet Cyprianus op zekeren morgen Makatit en Bardik +alleen met Thomas Staal vertrekken en bleef in zijne hut achter. Hij +wilde een brief van zijn vriend Pharamond Barthés beantwoorden, die hem +tijdingen had doen toekomen door tusschenkomst van een ivoorhandelaar, +die op reis naar de Kaapstad was. + +Pharamond Barthés was in de wolken over zijne jagersleven en over de +door hem ondervonden avonturen. Hij had reeds drie leeuwen gedood, +zestien olifanten en zeven tijgers, zonder nog te spreken van een +onnoemlijk aantal giraffen en antilopen. Van het kleine wild maakte +hij eenvoudig geen gewag. + +Hij voedde, zeide hij, den oorlog door den oorlog, evenals dat de +historische veroveraars deden. Hij slaagde er niet alleen in om het +geheele expeditionaire korps, dat hij met zich voerde, te onderhouden, +maar het zou hem gemakkelijk gevallen zijn, wanneer hij zulks gewild +had, groote winsten te behalen met den verkoop van de pelterijen en +van het ivoor, van die jachtpartijen afkomstig, of door ruilhandel +te drijven met de Kafferstammen, in welker midden hij leefde. + +Hij eindigde zijn schrijven in dier voege: + +"Zult gij mij niet vergezellen bij het volvoeren eener reis langs +de boorden van de Limpopo-rivier? Ik zal er tegen het eind van de +aanstaande maand aankomen. Ik heb het plan dien stroom af te zakken +tot zijne ontwatering in de Delagoa-baai, om vervolgens over zee naar +Durban terug te keeren, waarheen ik volgens contract mijne Bassuto's +terugvoeren moet. Laat toch dat schrikkelijke Grikwaland voor eenige +weken links liggen en kom mee...." + +Cyprianus las en herlas dien brief, toen eensklaps eene vreeselijke +losbarsting vernomen werd, die onmiddellijk door een helsch spektakel +in het kamp gevolgd werd. Hij vloog natuurlijk in alle haast op en +stormde zijne tent uit. + +Al de mijnwerkers liepen in de grootste wanorde en met al de teekenen +eener buitengewone radeloosheid naar de mijn. + +"Eene aardstorting!" schreeuwde men van alle kanten. + +De nacht was inderdaad zeer frisch, ja, koud te noemen geweest, +terwijl de vorige dag als een der warmsten, die men in langen tijd +beleefd had, kon aangerekend worden. Gewoonlijk na zulke groote en +spoedig ingevallen temperatuursverschillen hadden samenkrimpingen +van de blootgestelde aardmassa's plaats, waardoor zulke rampen als +de hier aangeduide mogelijk werden. + +Cyprianus haastte zich naar de Kopjes-mijn. + +Toen hij daar aankwam, overzag hij het gebeurde met één blik. + +Een aarden wal van minstens zestig meter hoogte en van twee honderd +meter lengte was van boven tot onder gespleten en vormde eene gaping, +die heel veel geleek op de bres van een door geschut geteisterden +muur. Verscheidene duizenden kubieke meters grind waren losgeraakt +en naar beneden gestort, waar zij de claims met zand, met steenen en +met aarde bedolven. Alles wat zich op het oogenblik der aardstorting +boven op den rand bevonden had, als menschen ossen, karren enz., was +plotseling in den afgrond te recht gekomen en lag daar door elkander. + +Gelukkig dat het grootste gedeelte der mijnwerkers nog niet in de mijn +afgedaald was, want anders ware meer dan de helft van de kampbewoners +bedolven geweest. + +De eerste gedachte van Cyprianus betrof zijn vennoot, Thomas Staal. Hij +had weldra het genoegen hem te ontdekken te midden van een groep +mannen, die zich rekenschap trachtten te geven van den omvang van +de ramp en daartoe op den rand der gevormde spleet stonden. Hij liep +naar hem toe en ondervroeg hem. + +"Ja, wij zijn het mooi ontsnapt!" zei de mijnwerker uit Lancashire, +terwijl hij den Franschman de hand drukte. + +"En Makatit?" vroeg Cyprianus. + +"De arme jongen ligt daaronder," antwoordde Thomas Staal, op de +puinhoopen wijzende, die zich op hun gemeenschappelijk eigendom +opgestapeld hadden. "Nauwelijks had ik hem bevel gegeven om in de +groeve af te dalen, en stond ik reeds te wachten op den eersten emmer, +om dien op te hijschen, toen de noodlottige gebeurtenis plaats vond." + +"Maar wij kunnen zoo niet met de armen over elkander geslagen staan +toekijken, zonder iets uit te richten!" riep Cyprianus uit. "Misschien +leeft hij nog." + +Thomas Staal schudde het hoofd. + +"Het is onwaarschijnlijk, dat hij onder een last van minstens twintig +ton aarde nog in leven zoude zijn," antwoordde hij. "Daarenboven tien +menschen zouden zeker twee of drie dagen moeten arbeiden om den boel +op te ruimen." + +"Dat kan me niet schelen," was de meening van den jongen ingenieur, +vastbesloten. "Ik wil niet dat gezegd zal worden, dat wij een +menschelijk wezen in dat graf bedolven hebben gelaten, zonder dat +wij alle pogingen aangewend hebben, om hem er uit te halen." + +En zich door tusschenkomst van Bardik tot eenige andere Kaffers +wendende, die daar in de nabijheid stonden, bood hij hen een hoog +loon, van vijf shillings per dag aan, voor ieder, die onder zijne +aanwijzing arbeiden wilde om zijn claim te ontruimen. + +Een dertig negers boden terstond hunne diensten aan, en de arbeid +werd zonder een oogenblik verloren te laten gaan, aanvaard. De +pikhouweelen, de schoppen en spaden ontbraken niet, de emmers en de +kabels waren geheel gereed, de karretjes ook. Een groot aantal blanke +mijnwerkers boden op de tijding, dat het gold een armen sukkel van +onder de aardstorting te voorschijn te halen, grootmoedig hunne +hulp aan. Thomas Staal, ontvonkt door den moed en den ijver van +Cyprianus, bestuurde met geestdrift den arbeid, die dienen moest, +om een menschenleven te redden. + +Tegen het middaguur waren reeds eenige tonnen zand en steenen verwerkt +en buiten den claim gebracht. + +Bardik liet zoowat tegen drie uur een rauwen kreet hooren. Hij +bespeurde onder zijne schop een zwarten voet, die boven den grond +uitstak. + +Men verdubbelde natuurlijk de inspanningen, en weinige minuten +later was het lichaam van Makatit geheel uitgegraven. De ongelukkige +Kaffer lag op den rug uitgestrekt, bewegingloos en was volgens alle +waarschijnlijkheid dood als een pier. Een der lederen emmers evenwel, +die hij bij zijn arbeid bezigde, was met de opening op zijn gelaat +gevallen en bedekte dat zooals een mombakkes dat zoude gedaan hebben. + +Die omstandigheid, die door Cyprianus niet onopgemerkt bleef, deed +de gedachte bij hem opkomen, dat hij den ongelukkige wellicht in het +leven kon terugroepen; maar die hoop was in werkelijkheid uiterst zwak; +want het hart klopte niet meer, de huid was koud, de ledematen waren +verstijfd, de handen waren door den doodstrijd gesloten en gebald, +en het gelaat, dat met die eigenaardige bleekheid der negers in +het stervensuur overtogen was, was schrikkelijk verwrongen door de +stuiptrekkingen bij dien verstikkingsdood. + +Toch verloor Cyprianus den moed niet. Hij deed Makatit naar de hut van +Thomas Staal, die het dichtste in de nabijheid lag, overbrengen. Men +strekte hem op een tafel uit, die gewoonlijk gebezigd werd om het +grind en het zand der mijn uit te zoeken, en hij werd toen onderworpen +aan stelselmatige wrijvingen en aan bewegingen van de wervelkolom +en van de borstkas, geschikt om eene kunstmatige ademhaling in het +leven te roepen. In één woord men wendde alle hulpmiddelen aan, die +bij drenkelingen gebezigd worden. Cyprianus wist, dat die middelen +bij alle soorten van verstikking dienstig kunnen zijn. Ook was er +in het gegeven geval niets anders te verrichten, want geene wond, +geene breuk, noch eenige ernstige beleediging waren te bespeuren. + +"Kijk toch, mijnheer Méré, hij houdt nog eene kluit aarde in de vuist +geknepen!" deed Thomas Staal, die het beste hielp, om dat groote +zwarte lichaam te wrijven, opmerken. + +En hij wreef goed, die brave mijnwerker van Lancashire. Wanneer +hij bezig ware geweest de groote krukas eener stoommachine van +twaalfhonderd paardenkracht met amaril en olie te polijsten, dan zou +hij aan dat werk zijne vuisten niet met meer kracht hebben kunnen +gebruiken! + +Die inspanningen droegen eindelijk goede vruchten. De lijkenstijfheid +van den jeugdigen Kaffer scheen langzamerhand te verdwijnen. De +temperatuur zijner huid wijzigde zich aanmerkelijk. Cyprianus, die met +het oor op de hartstreek het geringste teeken van leven bespiedde, +meende onder zijne hand eene lichte trilling te gevoelen, die hem +een goed voorteeken scheen. + +Die kenteekenen werden weldra duidelijker. De pols begon te kloppen, +eene zachte inademing van lucht tilde bijna onmerkbaar de borstkas +van Makatit op, terwijl een daarop volgende sterkere uitademing +kenteekende, dat het lichaam tot zijne levensverrichtingen terugkeerde. + +Plotseling traden twee heftige niesbuien in, die de groote zwarte +karkas, vroeger zoo bewegingloos, van het hoofd tot de voeten deden +schudden. Makatit opende de oogen, haalde diep adem en herkreeg +zijn bewustzijn. + +"Hoera! hoera! De kameraad is uit de klem!" riep Thomas Staal, wien +het zweet van het lichaam gutste en die thans met zijne wrijvingen +ophield. "Maar kijk dan toch, mijnheer Méré, hij laat zijne kluit +aarde, die hij steeds in de samengeknepen vuist houdt, maar niet los." + +Onze jonge ingenieur had wel wat anders te doen in die oogenblikken, +dan op die bijzonderheid te letten. Hij liet den lijder een kleinen +lepel vol rum inslikken en tilde hem op, om zijne ademhalingswerktuigen +in hunne werking behulpzaam te zijn. Toen hij hem eindelijk goed +en wel tot het leven teruggeroepen zag, wikkelde hij hem in eenige +dekens en deed hem door drie of vier gewillige kerels naar zijne hut, +die op het erf van Watkins gelegen was, overbrengen. + +Daar werd de arme Kaffer op zijn bed gelegd en deed Bardik hem een +kop heete thee drinken. Makatit sliep na een half uur rustig en kalm +in en kon nu als gered beschouwd worden. + +Cyprianus gevoelde in zijn binnenste die onvergelijkelijke +vreugdevolle gewaarwording, die ieder mensch ondervindt, wanneer +hij een menschenleven aan de klemmende vuist des doods ontrukt +heeft. Terwijl Thomas Staal en zijne makkers, dorstig geworden +door zooveel therapeutische handelingen, hun goeden uitslag bij den +naburigen kroeghouder gingen vieren, door een groote hoeveelheid bier +te verorberen, greep Cyprianus bij Makatit wenschende te blijven, +een boek en zette zich naast zijne sponde, en onderbrak slechts zijne +lectuur om den Kaffer te zien slapen zooals een vader den slaap van +een van ziekte herstellenden zoon zoude bewaakt hebben. + +Makatit was sedert zes weken in dienst bij Cyprianus getreden, +en deze had niet anders dan redenen gehad om tevreden, ja, zelfs +opgetogen over hem te zijn. Zijne schranderheid, zijne gewilligheid, +zijn ijver bij den arbeid waren uitmuntend en werkelijk bij die van +geen andere te vergelijken. Hij was moedig, goedhartig, dienstvaardig +en begaafd met een bijzonder zacht en vroolijk karakter. Geen werk +was hem te zwaar, geen moeilijkheid rees boven zijn ijver en moed. Er +kon met recht gezegd worden, dat er geen verheven maatschappelijk +standpunt bestond, hetwelk een Franschman, met zulke hoedanigheden +en eigenschappen begaafd, niet zou hebben kunnen bereiken. En het +noodlot wilde, dat al die kostbare gaven onder die zwarte huid en in +den gekroesden schedel van een eenvoudigen Kaffer gehuisvest waren! + +Toch had Makatit een gebrek--een ernstig gebrek--een gevolg +waarschijnlijk van de eerste opleiding, die hem deelachtig werd, +en van de al te Spartaansche gewoonten, die hij in zijne kraal +aangeleerd had. Zullen wij dat gebrek mededeelen? Makatit was een +weinig diefachtig; maar was dat geheel onbewust. Wanneer hij een +voorwerp ontwaarde, dat hem aanstond, vond hij het heel natuurlijk +zich dat voorwerp toe te eigenen. + +Te vergeefs hield hem zijn meester, die door de neiging zich +beangstigd gevoelde, hem de meest ernstige en de meest strenge +vertoogen. Te vergeefs dreigde hij hem te zullen heen zenden, wanneer +hij hem andermaal betrappen of schuldig bevinden mocht. Bij zulke +gelegenheid beloofde Makatit beterschap, hij huilde dan en smeekte +om vergeving! maar.... den volgenden morgen, wanneer de gelegenheid +zich aanbood, was hij weer de oude zondaar. + +Zijne ontvreemdingen betroffen gewoonlijk dingen, die niet belangrijk +waren. Al de zaken, die zijne hebzucht in het bijzonder opwekten, +hadden niet veel waarde, zooals een mes, een das, een potloodhouder, +of dergelijke nietigheid. Toch deed het Cyprianus pijnlijk aan, +dat een zoo edel karakter met zulk eene ondeugd behept was. + +"Laat mij wachten.... laat mij de hoop niet verliezen!" zei hij +tot zich zelven. "Wellicht gelukt het mij, hem het slechte van die +diefstallen te doen begrijpen!" + +En terwijl hij hem zoo gedurende zijn slaap aankeek, overdacht +Cyprianus die zoo scherpe afwijkingen in zijne hoedanigheden, die +haren oorsprong vonden in Makatit's verleden, te midden van zijn +stam doorgebracht. + +Toen de avond begon te vallen, ontwaakte de jeugdige Kaffer zoo frisch +en zoo welbehaaglijk mogelijk, net alsof hij geen twee uren lang in +een staat van verstikking doorgebracht had. Hij kon thans vertellen, +wat hem wedervaren was. + +De emmer, waarmede zijn aangezicht zeer bij toeval bedekt was geworden, +en een lange ladder, die als een korbeelstut boven hem dienst gedaan +had, hadden hem aanvankelijk tegen de onmiddellijke mechanische +gevolgen van de aardstorting beschermd en ook geruimen tijd voor +een volkomen verstikking behoed, daar zij hem in zijne onderaardsche +gevangenis een kleinen voorraad lucht verschaft hadden. Hij had zich +zeer goed rekenschap weten te geven van die gelukkige omstandigheid +en had alles aangewend om haar zoo veel mogelijk te benuttigen, door +slechts met groote tusschenpoozen adem te halen. Maar die geringe +voorraad lucht was langzamerhand bedorven geraakt. Toen had Makatit +zijne geestvermogens langzamerhand voelen benevelen. Eindelijk was hij +in een soort van zwaargeestigen slaap vol doodsangsten geraakt waaruit +hij bij wijlen ontwaakte en dan met een uiterste inspanning lucht +poogde in te ademen. Eindelijk was zijn denk- en herinneringsvermogen +als uitgewischt. Hij wist niet meer, wat met hem gebeurde en was nu +dood.... want het was werkelijk uit den dood, dat hij verrezen was. + +Cyprianus liet hem een poos voortpraten; hij liet hem daarna drinken +en eten en noodzaakte hem, in weerwil van zijne tegenstribbelingen, +om den geheelen nacht op het bed te blijven liggen, waarop hij hem +had doen uitstrekken. Toen hij eindelijk zag, dat alle gevaar geweken +was, liet hij hem alleen en begaf zich naar de hoeve van Watkins, +om daar zijn gewoon bezoek af te leggen. + +De jeugdige ingenieur gevoelde behoefte, om aan Alice zijne ondervonden +indrukken op dien dag mede te deelen, als ook den afkeer van het +mijnwerk, dien hij ondervond en die sedert het ongeval van dien morgen +nog vermeerderd was. Het denkbeeld hinderde hem, dat het leven van +Makatit in gevaar gesteld was alleen voor de twijfelachtige kans om +eenige kleine en onbeduidende diamanten te vinden. + +"Dat ik dien arbeid zelf verricht," mompelde hij in zich zelven, +"kan er nog door. Maar dat gevaarvolle werk op te dragen aan dien +ongelukkigen Kaffer, en dat voor een ellendig loon, is eenvoudig +verachtelijk te noemen!" + +Hij deelde dus het jonge meisje zijne gewetenswroeging en zijne +teleurstellingen mede. Hij vertelde haar van den brief, dien hij van +Pharamond Barthès ontvangen had, en vroeg haar raad of hij niet beter +zou handelen met de uitnoodiging van zijn vriend op te volgen. Wat zou +hij er bij verliezen, wanneer hij naar de boorden van de Limpopo-rivier +vertrok en het jachtveld betrad. Het zou in ieder geval edeler zijn +dan in de aarde te wroeten als een gierigaard of daarin arme drommels +voor zijne rekening te doen wroeten. + +"Wat denkt gij er van, miss Watkins," vroeg hij, "gij die zooveel +wijsheid aan zooveel practischen zin paart? Geef mij toch raad! Ik heb +goeden raad hard noodig! Ik ben waarachtig mijn weerstandsvermogen +kwijt. Er is waarlijk een vriendinnenhand noodig om mij weer op het +rechte pad te brengen." + +Zoo sprak hij in alle oprechtheid en vond er een onverklaarbaar +genoegen in, nu hij zijne terughoudendheid verbroken had, zoo te +praten en voor dat lieve en bekoorlijke kind de ellende zijner +besluiteloosheid bloot te leggen. + +Dat gekeuvel werd sedert eenige minuten in het Fransch voortgezet +en ontleende aan die eenvoudige omstandigheid een grooten graad van +vertrouwelijkheid, hoewel John Watkins, sedert eenige oogenblikken, +na zijn derde pijp gerookt te hebben, ingedommeld, nooit eenige +aandacht verleend had aan hetgeen de twee jongelieden met elkander +praatten in het Engelsch of in welke taal ook. + +Alice hoorde hem met belangstelling aan. + +"Alles wat gij mij thans zegt, mijnheer Méré," antwoordde zij, "heb +ik reeds lang gedacht. Ik kan moeilijk begrijpen, hoe een ingenieur, +een geleerde zoo als gij zijt, er goedsmoeds heeft toe kunnen overgaan +zoo een leven te leiden! Is dat geene misdaad jegens u zelven? Is dat +geene misdaad jegens de wetenschap? Uw kostbaren tijd te verknoeien +met een oppermanswerk, dat een eenvoudige Kaffer of een domme Hottentot +beter dan gij verricht. Vergeef mij, maar dat is niet goed gehandeld; +het is zelfs slecht gehandeld, geloof mij." + +Cyprianus zou slechts een enkel woord behoeven te zeggen, om dat +raadsel op te lossen, om voor het jonge meisje helder en duidelijk +te maken, hetgeen haar zoo verwonderde en zoo ergerde.... Wie weet +trouwens, of zij hare verontwaardiging niet een weinig overdreef +om hem tot eene verklaring te brengen!.... Maar.... hij had zich +voorgenomen die verklaring in zijn hart te bewaren, en hij zou +zich zelven geminacht hebben, wanneer hij haar liet ontsnappen. Hij +weerhield haar dus en zweeg. + +Miss Watkins ging evenwel voort: + +"Als gij er zoo op gesteld zijt om diamanten te vinden, mijnheer +Méré, waarom zoekt gij die niet daar, waar gij, volgens mij, wel kans +zoudt hebben om ze te vinden, namelijk in uw kroes? Hoe nu! gij zijt +scheikundige, gij beter dan iemand weet wat die ellendige steenen, +waaraan zooveel waarde gehecht wordt, eigenlijk zijn, en gij gaat ze +verwachten van een ondankbaren en werktuigelijken arbeid? Wat mij +betreft, ik herhaal mijn denkbeeld: als ik in uwe plaats was, dan +zou ik eerder trachten diamanten te vervaardigen dan dat ik moeite +zou doen ze geheel gereed te vinden!" + +Alice sprak met zulk eene opgewondenheid, met zulk eene hoop en geloof +in de kracht der wetenschap, en ook in de kunde van Cyprianus zelven, +dat het hart van den jongen man zich als met een verkwikkenden dauw +gedrenkt gevoelde. + +Jammer, doodjammer, in dit oogenblik ontwaakte John Watkins uit +zijn dut en vroeg berichten omtrent de Vandergaart-Kopjesmijn. De +jongelieden waren dus genoodzaakt hun afzonderlijk gesprek te staken +en de Engelsche taal weer te bezigen. De betoovering was verbroken. + +Maar het uitgestrooide zaad was in goede aarde te recht gekomen en +moest ontkiemen. De jeugdige ingenieur overdacht bij het naar huis +gaan die zoo juiste woorden, welke in zijn binnenste trilden en daar +een zoo grooten weerklank vonden, en die miss Watkins hem met haar +lieven mond toegevoegd had. Wat die woorden hersenschimmigs hadden, +verdween voor zijne oogen, om hem slechts te laten zien, wat zij aan +edelmoedigheid, aan vertrouwen en teederheid jegens hem inhielden. + +"En waarom niet.... alles wel beschouwd?" vroeg hij zich af. "De +kunstmatige bereiding van het diamant kon eene eeuw geleden +hersenschimmig heeten, thans is zij als het ware een voldongen +feit! De heeren Frémy en Peil te Parijs hebben robijnen, smaragden +en saffieren vervaardigd, die in werkelijkheid niets anders zijn dan +aluminiumkristallen, die verschillend gekleurd zijn. De heer Mac Tear +van Glasgow en de heer M.J. Ballantine Hannay uit dezelfde stad, hebben +in 1880 gekristalliseerde koolstof verkregen, die al de eigenschappen +van het diamant bezat, doch het eenige gebrek had schrikkelijk duur +te zijn--veel duurder dan de natuurlijke diamanten van Brazilië, +van Indië, van Borneo of van Grikwaland, en dus aan de behoefte van +den handel niet voldeed. Maar wanneer de wetenschappelijke oplossing +van een vraagstuk gevonden is, dan is de nijverheids-oplossing niet +verre meer af! Waarom haar niet op te sporen? Al die geleerden, +die er niet in slaagden haar te vinden, waren theoretici, mannen van +het studeervertrek, boekenwurmen, laboratorium-bewoners. Zij hebben +het diamant niet plaatselijk bestudeerd, in zijn oorspronkelijk +terrein, in zijne bakermat, in zijne wieg om zoo te zeggen. Ik +kan mijn voordeel met hunne studiën, met hunne ondervinding doen, +en ook mijne eigene gebruiken. Ik heb het diamant met eigen handen +opgedolven. Ik heb de terreinen, waarin het zich bevindt, onder +alle opzichten ontleed! Wanneer iemand slagen moet om de laatste +moeilijkheden te boven te komen, dan, met een weinig geluk, moet ik +dat zijn.... ja, ik!" + +Ziedaar wat Cyprianus gedurig in zich zelven herhaalde en waarmede +hij gedurende den ganschen nacht bijna zijn geest bezig hield. + +Zijn besluit was weldra genomen. Den volgenden ochtend reeds gaf hij +Thomas Staal kennis, dat hij niet meer, ten minste voorloopig niet +meer, in zijn claim zou werken of doen werken. Hij kwam er zelfs +voor uit, dat wanneer hij zijn gedeelte zou kunnen verkoopen, hij +hem daartoe machtigde. Daarna sloot hij zich in zijn laboratorium op, +om zijne nieuwe plannen te overpeinzen. + + + + + +ACHTSTE HOOFDSTUK. + +DE GROOTE PROEF. + + +Cyprianus had te midden van herhaalde nasporingen over de oplosbaarheid +der vaste lichamen in de luchtvormige--nasporingen die hem het geheele +vorige jaar beziggehouden hadden--zeer goed opgemerkt, dat sommige +zelfstandigheden, als het silicium en het aluminium bijvoorbeeld, +onoplosbaar in water, evenwel oplosbaar in waterdamp zijn, die onder +hooge drukking gebracht en uitermate verhit is. + +Vandaar de beweegreden van het besluit, hetwelk hij nam, om te +onderzoeken of er geen oplossingsmiddel van de koolstof te vinden was, +om zoo tot hare kristalvorming te geraken. + +Maar al zijne pogingen in die richting bleven vruchteloos, en na zoo +eenige weken in ijdele nasporingen doorgebracht te hebben, was hij +verplicht van batterij te veranderen. + +Batterij is hier het ware woord, zooals men zien zal, want bij de nu +volgende proef zou een kanon eene voorname rol spelen. + +Verschillende vergelijkings-theorieën brachten er den jeugdigen +ingenieur toe om als aanneembaar te beschouwen, dat het diamant zich +wel in de Kopjes zelven vormde, op dezelfde wijze als de zwavel zich +in de solfatara's of zwavelbronnen vormde. Men weet toch dat de zwavel +ontstaat uit eene halve oxydatie of verzuring van zwavelwaterstofgas, +nadat een gedeelte daarvan in zwaveligzuur omgezet is, waardoor het +andere zich in kristallen langs de wanden van de zwavelbron neerslaat. + +"Wie weet," sprak Cyprianus in zich zelven, "of de diamantlegeringen +geen ware carbonataren of koolstofbronnen zijn? Vermits een +mengsel van waterstof en koolstof er noodwendig met het water en +de aanslibbingsafzettingen onder den vorm van moerasgas aangevoerd +wordt, waarom zou dan eene oxydatie van het waterstofgas met eene +gedeeltelijke oxydatie van de koolstof niet de kristalvorming van de +in te groote hoeveelheid aanwezige koolstof teweegbrengen?" + +Om van dat denkbeeld tot de proef, om door eene gelijksoortige maar +geheel kunstmatige reactie tot de theoretische werking van de zuurstof +te besluiten en over te gaan, had voor een waren scheikundige niet +veel om het lijf. + +Tot de onmiddellijke uitvoering van dat program werd dan ook door +Cyprianus besloten. + +Het kwam er in de eerste plaats op aan, om eene proefondervindelijke +handeling uit te denken, die zooveel mogelijk de veronderstelde +gegevens omtrent de voortbrenging van den natuurlijken diamant +nabijkwam. Die handeling moest vooral zeer eenvoudig wezen. Alles wat +de natuur groot en verheven wrocht, geschiedt op die wijze. Hoe weinig +samengesteld toch zijn de schoonste ontdekkingen, door het menschdom +veroverd; de zwaartekracht, de magneetnaald, de boekdrukkunst, het +stoomwerktuig, de electrische telegraaf bij voorbeeld? + +Cyprianus ging zelf een voorraad aarde uit de diepte der mijn +te voorschijn halen, die volgens zijne meening de meest gunstige +hoedanigheid bezat tot het welslagen zijner proef. Toen bereidde hij +met die aardsoort een dikke brij, waarmede hij het binnenste eener +stalen buis bestreek, die een halven meter lang en vijf centimeter +dik was en een kaliber had van acht centimeter. + +Die buis was niets anders dan het langeveld van een buiten dienst +gesteld kanon, dat hij te Kimberley van een troep vrijwilligers, die na +een veldtocht tegen de Kafferstammen afgedankt was, had kunnen koopen. + +Dat kanon werd in de werkplaats van Jacobus Vandergaart op behoorlijke +lengte afgezaagd en verschafte het werktuig wat noodig was, dat wil +zeggen: een ontvanger, die weerstandskracht had om een buitengewoon +hooge drukking in zijn binnenholte te kunnen verdragen. + +Cyprianus plaatste in die buis, nadat hij een harer uiteinden degelijk +gesloten had, stukjes koper en ongeveer twee kannen water, en vulde +haar vervolgens met moerasgas. Daarna sloot hij haar zorgvuldig +met een soort verkitsel en deed de beide uiteinden met stevige en +beproefde metaalbouten verzekeren. + +Het werktuig was thans klaar. Er bleef niets anders over dan het aan +eene zeer groote hitte bloot te stellen. + +De buis werd dan ook in een grooten hoogoven geplaatst, welks vuur +nacht en dag door zoodanig gestookt moest worden, dat zij wit gloeiend +bleef en dat gedurende twee weken. + +Buis en oven waren daarenboven nog overdekt met een dikken mantel van +vuurvaste klei, die bestemd was om de grootst mogelijke hoeveelheid +warmte te bewaren, alsook om het geheel niet dan zeer langzaam te +laten afkoelen, wanneer het oogenblik daarvan zoude gekomen zijn. + +Het geheel geleek vrij wel op een overgrooten bijenkorf, of ook wel +op een Eskimo's hut. + +Thans was Makatit in staat zijn meester eenige diensten te +bewijzen. Hij had al de voorbereidende maatregelen van de proef met +de uiterste aandacht gevolgd, en toen hij begreep dat dat alles +diende om diamant te vervaardigen toen was hij wel de ijverigste +om de onderneming met den besten uitslag te doen bekronen. Hij had +weldra geleerd het vuur te stoken en te onderhouden, en wel zoo, +dat Cyprianus hem dat gedeelte der taak gerust kon toevertrouwen. + +Men kan zich bezwaarlijk een begrip vormen hoeveel moeilijkheden die +overigens zoo eenvoudige maatregelen ontmoetten en welk tijdverlies ze +vorderden, alvorens ze getroffen waren. In een groot laboratorium te +Parijs zou zulk eene proef binnen twee uren, nadat ze ontworpen was, +in vollen gang zijn; te midden van dat half wilde land had Cyprianus +niet minder dan drie weken noodig, om zijn ontwerp tot een begin van +uitvoering te brengen, en dat nog zoo gebrekkig mogelijk. En toch moest +hij erkennen, dat de omstandigheden hem meeliepen, namelijk dat hij op +het juiste oogenblik niet alleen een oud kanonstuk kon machtig worden, +maar ook dat hij de noodige houtskool kon aanschaffen. En inderdaad, +die voor zijn proef zoo onmisbare brandstof was te Kimberley +zoo zeldzaam, dat om er zich de hoeveelheid van eene ton van te +verschaffen, Cyprianus zich ter zelfder tijd tot drie handelaren in +die soort van dingen moest wenden. + +Eindelijk waren al de moeilijkheden en hinderpalen overwonnen, en +toen het vuur maar eenmaal ontstoken was, zorgde Makatit voorbeeldig +dat het niet meer uitging. + +Het moet gezegd worden, de jeugdige Kaffer was uitermate trotsch +op zijn emplooi. Zijne werkzaamheden moesten hem niet al te vreemd +van de hand gaan, want ongetwijfeld had hij bij zijn stam wel voor +heetere vuren gestaan en daar meer dan eens in de keuken van den +duivel dienst gedaan. + +En waarlijk, Cyprianus had, sedert Makatit in zijn dienst getreden was, +meer dan eens kunnen opmerken, dat deze bij de andere Kaffers als een +wezenlijke toovenaar bekend stond. Eenige onbeduidende grondbeginselen +van heelkunde, een zeker aantal behendige goochelkunstjes, die hij +van zijn vader geleerd had, vormden den geheelen inventaris van +zijne toovenaars-wetenschap. Maar men kwam hem over werkelijke en +ingebeelde kwalen raadplegen; men kwam de uitlegging van droomen +van hem verzoeken; men nam hem als scheidsrechter bij allerhande +geschillen. Nooit verraste men Makatit of schoot hij te kort, steeds +gaf hij een recept, steeds voorspelde hij de toekomst, steeds was hij +met zijn uitspraak gereed. Die recepten waren soms vreemdsoortig, +en de vonnissen allerdwaast, maar zijne landgenooten waren er mede +tevreden. Wat wil men meer? + +Er moet nog bijgevoegd worden, dat de kolven en de ontvangers, +waarmede hij tegenwoordig in het laboratorium van den jeugdigen +ingenieur omringd was, zonder nog te gewagen van de geheimzinnige +handelingen, die hij moest helpen volvoeren, het hunne krachtig er +toe bijbrachten, om zijne toovenaars-beruchtheid te vermeerderen. + +Cyprianus moest telkens glimlachen over het solemneele uiterlijk, +dat die brave kerel aannam om zijn nederig baantje van stoker en +voorbereider waar te nemen, wanneer hij den oven met houtskolen +opstookte, of wel eene reeks reageerbuizen of kroesjes reinigde +en waschte of afstofte. En toch was er iets verteederends in dien +ernst, in die deftigheid; want zij ontstonden uit den eerbied, dien +de wetenschap aan iedere onwetende maar schrandere ziel inboezemt, +die naar onderwijs hunkert. + +Makatit had buitendien ook zijne kwajongensbuien en zijne uren +van vroolijkheid, vooral wanneer hij zich in gezelschap van Li +bevond. Een diepgewortelde vriendschap was tusschen die twee wezens, +zoo verschillend van oorsprong, ontstaan gedurende de bezoeken, die de +Chinees thans aan de hoeve Watkins bracht. Beiden spraken genoegzaam +Fransch, beiden waren door Cyprianus van een dreigenden dood gered, +waarvoor zij hem zeer dankbaar waren. Het was dus natuurlijk, dat +eene onderlinge sympathie hen verbond; en die sympathie was weldra +in eene hartelijke toegenegenheid overgegaan. + +Wanneer zij onder elkander waren, dan gaven Li en Makatit den jongen +ingenieur een eenvoudigen en aandoenlijken naam, die den aard van +het gevoel, dat zij voor hem koesterden, volkomen aanduidde. + +Zij noemden hem "vadertje" en bezigden slechts uitdrukkingen van +bewondering en van de meest opgewonden toewijding, wanneer zij van +hem spraken. + +Die toewijding openbaarde zich van de zijde van Li door de zorg, +waarmede hij het linnengoed van Cyprianus waschte, steef en +streek,--van den kant van Makatit, door de schier godsdienstige +oplettendheid en nauwkeurigheid, waarmede hij al de aanwijzingen en +bevelen zijns meesters opvolgde. + +Maar de beide makkers gingen soms wel een beetje ver in hun ijver om +"vadertje" genoegen te doen. Het gebeurde bijvoorbeeld wel eens, +dat Cyprianus op zijne tafel--hij gebruikte thans zijne maaltijden +bij zich aan huis--vruchten of lekkernijen zag waaraan hij niet +gedacht en die hij dus ook niet bevolen had te koopen, en waarvan +de herkomst geheim bleef, want hij zag ze op geen der rekeningen +zijner leveranciers verschijnen. Of wel het waren hemden waaraan, +wanneer zij van den waschbaas kwamen, gouden knoopjes prijkten, +terwijl niemand wist vanwaar die kwamen. Een anderen keer was het +eene gemakkelijke en elegante zitting, of een geborduurd kussen, +of een pantervel, of de een of andere kostbare snuisterij, die het +ameublement van het huis kwam vermeerderen. + +En als Cyprianus hetzij Li, hetzij Makatit daarover ondervroeg, dan +kon hij er niets anders dan onduidelijke of ontwijkende antwoorden +uithalen, zooals: + +"Ik weet niet!.... Ik heb het niet gedaan!.... Dat zijn zaken die +mij niet aangaan!...." + +Cyprianus had wellicht vrede met die geschenken gehad, maar zij +hinderden hem thans, omdat hij niet zeker was of ze wel uit zuivere +bron verkregen waren. Intusschen bevestigde niets die meening, en de +meest zorgvuldige nasporingen dienaangaande verspreidden volstrekt +geen licht. + +En achter zijn rug wisselden Makatit en Li glimlachjes, steelsche +blikken en geheimzinnige teekens, die blijkbaar beteekenden: + +"Eh eh, "vadertje" begrijpt er toch niets van!" + +Daarenboven, andere zorgen, ernstige, gewichtige zorgen kwelden +het brein van Cyprianus. John Watkins scheen besloten Alice uit +te huwelijken, en te dien einde had hij sedert eenigen tijd zijn +huis tot een museum van mededingers naar hare hand gemaakt. Niet +alleen bracht James Hilton er bijna iederen avond door; maar al de +ongehuwde mijnwerkers die door het slagen hunner ontginning volgens de +opvatting van den pachter begiftigd schenen met de meest onontbeerlijke +hoedanigheden, die te bedenken waren om tot schoonzoon bevorderd +te worden, werden te zijnen huize gelokt, werden ten eten verzocht, +en eindelijk aan de keuze zijner dochter onderworpen. + +De Duitscher Friedel en de Napolitaan Pantalucci behoorden onder dat +getal. Beiden telden thans onder de meest gelukkige mijnwerkers van +het kamp. Het aanzien, dat overal het succes vergezelt, ontbrak hun +niet, zoowel in de Kopjesmijn als op de hoeve. Friedel was pedanter en +scherper dan ooit te voren, nu zijn onverdraaglijke trots gesteund werd +door eenige duizenden ponden sterling. Wat Hannibal Pantalucci betreft, +die was in een kolonialen modekwast veranderd, die schitterde van +gouden kettingen, ringen en diamanten spelden. Hij droeg kleeren van +wit linnen, die zijn huid nog geler en nog aardachtiger deden uitkomen. + +Maar dat belachelijk persoontje poogde te vergeefs Alice te verlokken +met zijne snakerijen, met zijne Napolitaansche liedjes en met zijne +valsche geestigheid. Neen, zij verwaardigde zich niet eens hem in +het bijzonder te kleinachten, ook niet om te bespeuren wat hij op +de hoeve verrichten kwam. Zij vergenoegde zich met ongaarne hem +aan te hooren, en lachte noch om zijne aardigheden, noch om zijne +gebaren. Hoewel zij nog te onbekend was met de zedelijke leelijkheden, +om het treurige doel van al dat gepraal te beseffen, zag zij in hem +niets anders dan een gewoon bezoeker van het huis haars vaders, die +niet minder vervelend was dan de anderen. Dit bleek duidelijk voor +Cyprianus uit hare handelingen, en hij zou vreeselijk geleden hebben, +wanneer hij haar, die hij eene zoo hooge plaats in zijn eerbied en +zijne teederheid ingeruimd had, in een geregeld gesprek zou gezien +hebben met dat verachtelijk wezen. + +En hij zou er te meer onder geleden hebben, omdat zijne natuurlijke +fierheid hem belet zoude hebben daarover iets te laten blijken, omdat +hij het te vernederend vond een poging te wagen en in de oogen van +miss Watkins zelfs een zoo onwaardigen mededinger te hekelen. Welk +recht had hij daartoe buitendien? Waarop zijn hekel te gronden? Hij +wist niets omtrent Hannibal Pantalucci, en werd slechts geleid door +een instinctmatigen afkeer bij de ongunstige oordeelvelling, die hij +over hem uitbracht. Een poging om Hannibal uit een ernstig oogpunt +te doen beschouwen, zou hemzelven slechts belachelijk maken. Ziedaar +wat Cyprianus duidelijk begreep, en hij zou wanhopig geweest zijn, +wanneer Alice zulk een man zelfs de minste aandacht schonk. + +Daarenboven, hij had zijne taak weer hervat met zulk een ijver, dat +zijn gedachtengang daardoor dag en nacht in beslag werd genomen. Het +was niet alleen de diamantfabricage, die hem bezig hield, maar +hij had tien, twintig verschillende proeven in bewerking, die hij +hoopte allen tot een goed einde te brengen, wanneer zijne hoofdproef +zou geslaagd zijn. Hij vergenoegde zich niet meer met theoretische +gegevens, met formules, waarmede hij uren lang zijne aanteekeningboeken +overdekte. Ieder oogenblik vloog hij naar de Kopjesmijn, om daar nieuwe +monsters van rotsblokken en van grondsoorten te halen. Dan hervatte +hij zijne scheikundige ontledingen wellicht voor den honderdsten keer, +maar dan met eene stiptheid en eene nauwkeurigheid, die geen enkele +dwaling toelieten. Hoe meer het gevaar dreigde, dat miss Watkins hem +zou ontsnappen, hoe meer hij vast besloten was niets na te laten om +zich van de overwinning te verzekeren. + +En toch zijn wantrouwen in zijn kracht was zoodanig, dat hij niets +aan het jonge meisje had willen mededeelen van de proef die hij +onder handen had. Miss Watkins wist alleen, dat hij op haren raad het +mijnwerkersvak had vaarwel gezegd en de scheikunde weer beoefende, +en gevoelde zich daardoor gelukkig. + + + + + +NEGENDE HOOFDSTUK. + +EENE VERRASSING. + + +De dag waarop de proef eindelijk ten einde zoude loopen, kon een +groote dag genoemd worden. + +Het vuur werd sedert twee weken niet meer opgestookt, hetgeen +ten gevolge had dat het geheele toestel langzamerhand was +afgekoeld. Cyprianus oordeelde dat de kristalvorming van de koolstof, +wanneer zij onder deze omstandigheden had kunnen plaats hebben, thans +moest geschied zijn en ging er dan ook toe over om de laag klei, +die om den oven een mantel vormde, weg te nemen. + +Die mantel moest met het pikhouweel afgebikt worden, want hij was als +de baksteen in den oven van een steenbakker zoo hard geworden. Maar +onder de ijverige krachtsinspanning van Makatit was hij weldra in +zoover weggeruimd, dat het bovenste gedeelte van den oven--wat men +het kapiteel noemt--zichtbaar was. Daarna kwam de geheele oven te +voorschijn. + +Het hart van den jeugdigen ingenieur bonsde hem in het lijf. Het +telde zeker honderd-twintig slagen in de minuut op het oogenblik dat +de jonge Kaffer en Li dat kapiteel afnamen. + +Hij geloofde zelf niet aan het welslagen zijner pogingen, want hij was +een dier menschen die steeds aan hunne eigen krachten twijfelen. Maar, +alles goed bekeken, was het toch mogelijk! En wat vreugde zoude het +zijn, wanneer dat zoo eens was! Was al zijne hoop op geluk, op roem, +op vermogen niet in dien dikken zwarten cylinder besloten, die daar +na weken wachtens weer voor zijn oog opdoemde? + +O! ellende!.... Het kanon was gesprongen. + +Ja, inderdaad, aan de vreeselijke drukking, door den waterdamp en door +het moerasgas, die uitermate verhit waren geworden, uitgeoefend, +had het staal zelfs geen weerstand kunnen bieden. De buiswand, +hoewel die eene dikte van vijf centimeter had, was gebarsten alsof +hij van glas geweest ware. Hij vertoonde ter zijde, zoowat op de +helft zijner lengte, een gapenden barst, die zich als een breede +zwarte muil voordeed, die door de vlammen aangezwart en verwrongen +was en die den ontstelden geleerde boosaardig scheen uit te lachen. + +Dat was wel ongelukkig! Zoo vele moeiten om dat ellendige resultaat +te bereiken! Waarlijk, Cyprianus zou zich minder vernederd gevoeld +hebben, wanneer zijn toestel, beter beschermd en beter verzekerd, +die vuurproef had kunnen doorstaan! Dat er in den cylinder geen +gekristalliseerde koolstof zou gevonden worden, zou hem minder +gedeerd hebben, op die teleurstelling had hij zich herhaaldelijk +voorbereid! Maar die oude rol staal, die thans slechts bij het oudroest +kon geworpen worden, gedurende een maand verhit, afgekoeld, ja, laten +wij gerust zeggen gekoesterd te hebben, zie, dat was spotternij van het +noodlot. Waarachtig, hij zou die buis met zijn hiel de heuvelhelling +hebben willen afschoppen, wanneer hare zwaarte zich niet tegen zulk +eene behandeling verzet had! + +Cyprianus wilde haar in den oven laten en maakte zich gansch bedroefd +gereed om aan Alice dien ellendigen uitslag te gaan mededeelen, toen +de weetgierigheid van den scheikundige weer boven kwam en hem er toe +bracht een aangestoken lucifer bij de opening der buis te brengen om +de binnenruimte te onderzoeken. + +"Ongetwijfeld is de laag aarde, waarmede ik den binnenwand bestreken +heb, in baksteen veranderd, evenals de buitenmantel van den oven." + +De veronderstelling was gegrond. Evenwel, door een uiterst zeldzaam +verschijnsel, dat Cyprianus zich aanvankelijk niet verklaren kon, +scheen een soort kleibal zich van die laag aarde afgescheiden te +hebben en was afzonderlijk in de buis verhard. + +Die bal had eene roode, zwartachtige kleur en omstreeks de doorsnede +van een oranjeappel. Hij kon best door den barst van den cylinder +heen. Cyprianus greep dien bal vrij onverschillig, om hem te +onderzoeken. Hij bemerkte dat het een stuk van de leembrei was, die +zich gedurende de verhitting van den cylinderwand kon afgescheiden +hebben, en dat daardoor afzonderlijk gebakken was. Hij wilde het +wegwerpen, toen hij bespeurde dat het hol klonk, evenals, een +aarden pot. + +Het geleek wel op eene kleine kruik zonder opening, waarin een soort +zware knikker rammelde. + +"Net een aarden kinderspaarpotje," zei Cyprianus. + +Indien hij evenwel op verbeurte van zijn leven den uitleg van dat +geheimzinnige ding had moeten geven, dan was hij er gek aan toe +geweest. + +Hij wilde toch weten, wat er in dien bal zat. Hij greep dus een hamer +en sloeg dien spaarpot stuk. + +Ja waarlijk, het was een spaarpot, en nog wel een, die een +onwaardeerbaren schat bevatte. Neen! waarachtig niet! men kon zich niet +vergissen met betrekking tot den zwaren keisteen, dien de jeugdige +ingenieur toen in de handen hield. Die keisteen was een diamant, in +zijne legering besloten evenals gewone diamanten; maar het was een +diamant van kolossale afmetingen, van afmetingen die onwaarschijnlijk, +en nimmer te voren gezien waren! + +Dat de lezer oordeele! Die diamant was dikker dan een hoender-ei en +had het uitzicht van een aardappel. Hij moest minstens driehonderd +gram wegen. "Een diamant!.... Een kunstmatige diamant!...." herhaalde +Cyprianus mompelend en met gedempte stem, want hij was letterlijk +verplet. "Ik heb dus de oplossing van het vraagstuk omtrent +deze fabriekmatige bereiding gevonden!.... En dat nog wel in +weerwil van het ongeval aan de buis overkomen!.... Ik ben dus +rijk.... Ik! rijk!!.... En Alice, mijn dierbare Alice, behoort +mij dus!" + +Maar dan begon hij zijne oogen weer te wantrouwen. Hij geloofde niet +wat hij zag. + +"Maar dat is onmogelijk!.... Dat is een droombeeld!.... eene +zinsbegoocheling!" herhaalde hij, terwijl de duivel des twijfels hem +aan het hart knaagde. + +En zonder zich den tijd te gunnen om zijn hoed op te zetten, +buiten zich zelven, waanzinnig van vreugde, zooals Archimedes moet +geweest zijn, toen hij bij het verlaten van zijn bad zijn beroemd +grondbeginsel vond en zijn "Eureka" uitgalmde, vloog Cyprianus, +eerder dan hij liep, met ongekende vaart, in één rek door naar de +woning van Jacobus Vandergaart en viel bij den oude als een bom binnen. + +Hij vond den ouden diamantslijper bezig met steenen te onderzoeken, +die de makelaar Nathan hem gebracht had om geslepen te worden. + +"O! mijnheer Nathan, gij komt juist van pas!" riep Cyprianus +uit. "Kijk!.... en gij ook, mijnheer Vandergaart, kijk wat ik u daar +breng en zeg mij wat dat is." + +Hij legde daarbij zijn keisteen op de tafel en kruiste zich de armen +over de borst. + +Nathan nam 't eerst den steen en verbleekte van verbazing, en gaf hem +daarna met opengesperde oogen en geopenden mond aan Jacobus Vandergaart +over. Deze bracht het voorwerp ter hoogte van zijne oogen onder het +daglicht, dat door zijne vensters binnenviel, en beschouwde het op +zijne beurt door zijn bril. Daarna legde hij het op de tafel neer en +zei tot Cyprianus met uiterst bedaarde stem: + +"Dat, dat is de grootste diamant, die ter wereld bestaat!" + +"Ja!.... de grootste," herhaalde Nathan. "Hij is twee of drie malen +grooter dan de _Kohinoor_, de Berg van Licht, de prachtigste van de +Engelsche kroonjuweelen, die honderd negen en zeventig karaten weegt!" + +"Hij is twee of driemaal grooter dan de _Groote Mogol_, de grootste +bekende diamant, die twee honderd en tachtig karaten weegt!" hernam +de oude diamantslijper. + +"Hij is vier of vijfmaal grooter dan de diamant van den Czaar, die +honderd drie en negentig karaten weegt," voegde Nathan er geheel +verbouwereerd aan toe. + +"Zeven of achtmaal grooter dan de _Regent_, die honderd zes en dertig +karaten weegt," ging Jacobus Vandergaart voort. + +"Twintig of dertigmaal grooter dan de diamant van Dresden, die er +slechts een en dertig weegt!" riep Nathan. + +En hij voegde er aan toe: + +"Ik reken dat deze, na geslepen te zijn, nog vier honderd karaten +zal wegen! Maar hoe kan men zich aan eene taxeering van zoo'n steen +als deze wagen? Die ontsnapt aan iedere berekening!" + +"Waarom zou men hem niet kunnen taxeeren?" vroeg Jacobus Vandergaart, +die het kalmste van alles gebleven was. "De waarde van den _Kohinoor_ +is op vijftien millioen gulden geschat; die van den _Grooten Mogol_ +op zes millioen; die van den diamant van den Czaar op vier millioen; +die van den _Regent_ op drie millioen!.... Welnu, deze moet voorzeker +op zijn minst gerekend vijftig millioen waard zijn!" + +"Ho, ho! dat hangt van zijn kleur en van zijn kwaliteit af!" hernam +Nathan, die zijne kalmte herkreeg en de voorbereidende maatregelen +reeds meende te moeten nemen met het vooruitzicht op een mogelijken +koop van dien steen. "Wanneer hij geheel kleurloos en zonder gebreken +is, ja, dan, ja, dan is de waarde onschatbaar! Maar is hij geelachtig +getint, zooals de meeste diamanten van Grikwaland, dan zal de waarde +minder zijn!.... Maar ik weet niet of ik voor een steen van dezen +omvang niet eene fraaie saffierblauwachtige schakeering zou verkiezen, +zooals de diamant van Hope, of rooskleurig zooals de _Groote Mogol_, +of zelfs smaragdgroen zooals de diamant van Dresden." + +"Waarachtig niet.... neen!...... neen!" riep de oude diamantslijper met +vuur uit. "Ik stel niets boven de kleurlooze steenen!.... Spreek mij +van den _Kohinoor_ of van den _Regent_! Dat is edelgesteente! Daarbij +vergeleken zijn de andere maar fantasie-steenen!" + +Cyprianus hoorde reeds niet meer. + +"Mijne heeren, gij zult mij verontschuldigen," sprak hij haastig, +"maar ik ben verplicht heen te gaan." + +En na zijn steen weer bij zich gestoken te hebben, sloeg hij met de +grootst mogelijke haast den weg naar de hoeve in. + +Zonder er zelfs aan te denken om aan te kloppen, deed hij de deur +der spreekkamer open en hij bevond zich terstond tegenover Alice, +die hij, zonder over de onbetamelijkheid van zijn gedrag na te denken, +in zijne armen sloot en op beide wangen zoende. + +"Welnu, wat heeft dat te beduiden?" riep John Watkins geërgerd over +dat onverwacht gedrag uit. + +Hij zat aan tafel tegenover Hannibal Pantalucci en was bezig met dien +akeligen grappemaker een partij piket te spelen. + +"Vergeef mij, miss Watkins!" stamelde Cyprianus, geheel uit +het veld geslagen door zijne onbetamelijke daad, hoewel hij van +vreugde straalde. "Ik voel mij gelukkig! Ik ben krankzinnig van +geluk! Kijk.... wat ik u breng!" + +En hij wierp zijn diamant, meer dan hij hem legde, op de tafel tusschen +de beide spelers. + +Evenals Nathan en Jacobus Vandergaart, begrepen deze beide mannen +dadelijk wat er gaande was. John Watkins, die nog maar zeer weinig +gin gebruikt had, was buitengewoon helder van geest. + +"Gij hebt dien gevonden.... gij zelf.... in uwen claim?" vroeg hij +met buitengewone levendigheid. + +"Gevonden?.... dezen?" antwoordde Cyprianus met zegevierende stem. "Ik +heb beter dan dat gedaan!.... Ik heb hem zooals hij daar ligt, +zelf vervaardigd!.... O! mijnheer Watkins, wat is de scheikunde, +goed beschouwd, toch eene prachtige wetenschap!" + +En hij lachte en hij drukte de fijne vingertjes van Alice in zijne +handen, die geheel bedremmeld was over die hartstochtelijke uitingen, +maar toch ook verrukt over het geluk van haren vriend. Een bekoorlijk +lieve glimlach zweefde om hare lippen. + +"O! u ben ik die ontdekking verschuldigd, juffrouw Alice!" hernam +de gelukkige Cyprianus. "Wie heeft mij geraden om de scheikunde +weer ter hand te nemen? Wie heeft gevorderd, dat ik mij zoude +toeleggen op het zoeken naar de vervaardiging van den kunstmatigen +diamant? Niemand anders dan uwe bekoorlijke, uwe aanbiddenswaardige +dochter, mijnheer Watkins!.... O! ik kan haar mijn eerbied betoonen, +zooals de dapperen van vroegere tijden aan hunne dame brachten, en +ik kan overal verkondigen dat haar, haar alleen de geheele verdienste +dezer ontdekking toekomt!.... Zou ik zonder haar aan zoo iets gedacht +hebben?" + +John Watkins en Hannibal Pantalucci bekeken den diamant, wierpen +elkander een blik toe en schudden het hoofd. Zij waren ten zeerste +ontsteld. + +"Gij zegt, dat gij dezen vervaardigd hebt.... gij zelf?" hernam +eindelijk John Watkins. "Het is dus een valsche steen?" + +"Een valsche steen!" riep Cyprianus uit. "Welnu ja!.... een valsche +steen!.... Maar Jacobus Vandergaart en de makelaar Nathan schatten +hem op een waarde van minstens vijftig millioen, misschien wel +meer. Indien het slechts een kunstmatige diamant is, dien ik door +eene wijze van bewerking, waarvan ik de uitvinder ben verkregen heb, +dan is hij toch behoorlijk authentiek en in niets van een natuurlijken +te onderscheiden!.... Ziet zelf, er ontbreekt niets aan.... zelfs de +steenlegering niet, waarin de natuurlijke besloten is!" + +"En neemt gij op u andere dergelijke diamanten te vervaardigen?" vroeg +John Watkins met aandrang. + +"Of ik dat op mij neem, mijnheer Watkins! Voorzeker. Ik zal u +diamanten leveren in zoo grooten getale dat gij ze met een schop zult +kunnen opscheppen!.... Ik zal er u een vervaardigen, die tienmaal, +honderdmaal zwaarder zijn dan deze, als gij dat verlangt!.... Ik zal +er in zoo groote menigte maken, dat gij uw terras daarmede bevloeren, +de wegen van Grikwaland bestraten kunt, als gij dat zult willen!.... De +eerste proef is bij zulke zaken de moeilijkste, en de eerste steen +eenmaal verkregen, kan het overige als bijzaak beschouwd worden, +niets anders dan het regelen van eenige technische bijzonderheden!" + +"Maar als dat zoo is," hernam de Engelschman, die bleek geworden was, +"dan zal dat de ondergang der mijnbezitters zijn, zoowel voor mij +als voor geheel Grikwaland!" + +"Klaarblijkelijk!" riep Cyprianus uit. "Welk belang zal iemand +nog hebben om in den grond te wroeten, om kleine bijna waardelooze +diamanten te vinden, van het oogenblik af dat het even gemakkelijk +zal zijn om door de nijverheid diamanten van alle afmetingen te +vervaardigen als een brood van vier pond te bakken!" + +"Maar dat is monsterachtig!...." hernam John Watkins. "Maar dat is +infaam!.... dat is afgrijselijk!.... Wanneer, wat gij zegt, waar is, +wanneer gij werkelijk dat geheim bezit...." + +Hij bleef half verstikt in zijne woorden steken. + +"Gij ziet," sprak Cyprianus kalm, "ik vertel geen bakersprookjes. Ik +heb hier mijn eerste fabrikaat medegebracht, en ik denk, dat het +fraai genoeg is om u te overtuigen!" + +"Welnu," hernam eindelijk John Watkins, nadat hij weer bij adem gekomen +was, "welnu, wanneer het waar is.... dan moest men u oogenblikkelijk +doodschieten op den grooten weg bij het kamp!.... Ziedaar mijn +gevoelen, mijnheer Méré!" + +"En het mijne ook!" meende Hannibal Pantalucci met een gebaar van +bedreiging er bij te moeten voegen. + +Miss Watkins was doodsbleek van haren stoel opgesprongen. + +"Mij doodschieten, omdat ik een vraagstuk opgelost heb, dat sedert +vijftig jaren ongeveer gesteld is?" vroeg de jeugdige ingenieur, +terwijl hij onverschillig de schouders optrok. "Drommels, dat zou +toch een beetje al te kras zijn!" + +"Er valt niet te lachen, of de schouders op te halen," hernam +de pachter woedend. "Hebt gij wel eens over de gevolgen van +uwe zoogenaamde ontdekking nagedacht?.... Aan den gestoorden +mijnarbeid.... aan Grikwaland, dat gij van zijne voornaamste nijverheid +berooft.... aan mij dien gij tot den bedelstaf brengt?" + +"Drommels, ik erken gaarne, dat ik daaraan niet gedacht heb," +antwoordde Cyprianus zeer openhartig, "maar dat zijn de onvermijdelijke +gevolgen van den vooruitgang in de nijverheidszaken, en daaromtrent +heeft de zuivere wetenschap zich niet te bekreunen!.... Daarenboven, +gij persoonlijk hebt u daaromtrent niet te bekommeren, mijnheer +Watkins. Weest gij zonder vrees! Wat mij toebehoort is het uwe, +en gij kent zeer goed de beweegreden van mijn arbeid in die richting!" + +John Watkins begreep eensklaps hoeveel partij hij trekken kon van de +ontdekking van den jeugdigen ingenieur. Wat dan ook de Napolitaan +er van denken mocht, hij aarzelde geen oogenblik om van meening +te veranderen. + +"Goed beschouwd," hernam hij, "is het mogelijk, dat gij gelijk hebt, +en gij spreekt als een degelijke, brave kerel, die gij ook zijt, +mijnheer Méré! Ja!.... als ik de zaak goed overdenk komt het mij voor, +dat wij ons wel verstaan zullen. Waarom zoudt gij eene buitensporige +menigte diamanten maken? Dat zou uwe uitvinding verkleinen, onder den +voet brengen! Ware het niet wijzer het geheim daarvan te bewaren en er +een matig gebruik van te maken, door bij voorbeeld slechts een of twee +dergelijke steenen te vervaardigen, of zelfs het bij dit welslagen +te laten, daar hij u op eens een aanmerkelijken schat verschaft en +u den rijksten man van het geheele land maakt!.... Zoodoende zal +iedereen tevreden zijn: de zaken kunnen haar gang gaan, zooals zij +tot heden deden, en gij zult de meest eerbiedwaardige belangen niet +gedwarsboomd hebben." + +Dat was waarlijk een nieuw gezichtspunt van de kwestie, waaraan +Cyprianus nog niet gedacht had; maar het dilemma stelde zich daar +plotseling voor zijne oogen, in zijne onvermurwbare gestrengheid: +òf het geheim der uitvinding voor zich behouden, de wereld er +onkundig van laten en er misbruik van maken, om zich te verrijken, +òf wel, zooals John Watkins met recht bemerkte, al de diamanten, de +natuurlijke zoowel als de kunstmatige, in waarde te doen verminderen +en bijgevolg de fortuin af te wijzen om wat te doen?.... om al de +mijnwerkers van Grikwaland, van Brazilië, van Indië en van Borneo +ten gronde te richten! + +Op dien tweesprong geplaatst, aarzelde Cyprianus een oogenblik, maar +ook slechts één enkel. En toch, hij begreep dat wanneer hij partij +koos voor de eer, voor de oprechtheid, voor de getrouwheid aan de +wetenschap, hij zich daarna onherroepelijk den weg afsloot tot de hoop, +die de voornaamste aanleiding was van zijne ontdekking! + +De smart was bitter, was knagend, vooral omdat zij hem onverwacht +overviel. Zoo'n fraaie droom, en.... zoo neer te storten! + +"Mijnheer Watkins," zei hij ernstig, "indien ik het geheim van mijne +ontdekking voor mij hield, dan zou ik slechts een falsaris zijn. Ik +zou gelijkstaan, met hem, die met vervalscht gewicht verkoopt; +ik zou het publiek omtrent de koopwaar bedriegen! De ontdekkingen +door een geleerde gedaan, zijn zijn eigendom niet! Zij maken deel +uit van het bezit van allen. Zich eene ontdekking toeëigenen uit +eene baatzuchtige beweegreden, zou zich schuldig maken zijn aan +de verachtelijkste daad, die een mensch bedrijven kan. Dat zal +ik nooit doen!.... Neen! waarachtig niet!.... Ik zal geen week, +geen dag wachten om de formule, welke het toeval mij, geholpen door +een weinig nadenken, mededeelde, tot publiek domein te maken. Mijne +eenige bedenking is hierbij, dat ik het billijk en betamelijk vind, +die formule het eerst aan mijn vaderland te doen kennen, aan Frankrijk, +dat mij in staat stelde het te kunnen dienen!.... Morgen reeds zal +ik het geheim mijner bewerking aan de Academie van Wetenschappen +aanbieden. Vaarwel, mijnheer, ik ben u dankbaar mij mijn plicht zoo +scherp begrensd onder het oog te hebben gebracht. Ik erken, dat ik +aan dien plicht niet gedacht heb!.... Miss Watkins, ik heb een fraaien +droom gedroomd!.... Helaas, ik moet er afstand van doen!" + +En nog vóór het jonge meisje eene beweging had kunnen doen, om hem in +de armen te vliegen, had Cyprianus zijn diamant gegrepen, een buiging +voor miss Watkins gemaakt, en was naar buiten geijld. + + + + + +TIENDE HOOFDSTUK. + +JOHN WATKINS PEINST. + + +Toen Cyprianus met gebroken hart heengegaan was, vastbesloten om +zooals hij dat noemde, zijnen ambtsplicht te vervullen, begaf hij zich +andermaal naar Jacobus Vandergaart. Hij vond hem thans alleen. De +makelaar Nathan had zich gehaast de eerste te zijn, om in het kamp +het nieuws te verbreiden, waarin alle mijnwerkers zoozeer belang +stellen moesten. + +En dat nieuws baarde veel opzien, hoewel men nog niet wist, dat de +overgroote diamant van den "monsieur", zooals men Cyprianus noemde +een kunstmatige was. Maar de "monsieur" stoorde zich hoegenaamd +niets aan de oudewijvenpraatjes van de Kopjes-mijn! Hij had haast +om met den ouden Vandergaart de kwaliteit en de kleur van den +steen te onderzoeken, ten einde zijn rapport nauwkeurig te kunnen +opmaken. Daarom maakte hij zooveel haast. + +"Mijn waarde Jacobus," zei hij, terwijl hij naast den juwelier plaats +nam, "wees zoo vriendelijk daar op dien bult een facet te slijpen, +om te kunnen oordeelen, wat onder die steenlegering verborgen zit." + +"Niets is gemakkelijker dan dat," antwoordde de oude diamantslijper, +terwijl hij den steen uit de hand van zijn jongen vriend aannam. "Gij +hebt waarachtig een goede plek gekozen," ging hij voort, terwijl +hij op eene kleine dikte aan een der zijden van den steen wees, +die bijna overigens volmaakt eirond was. "Wij wagen er niets bij, +om aan dien kant te slijpen." + +Jacobus Vandergaart ging zonder dralen aan het werk, en na uit zijne +verzameling een ruwen steen van vier of vijf karaten gezocht te hebben, +bevestigde hij dien aan het uiteinde eener spil en begon hij de beide +uitwendige schillen der twee steenen af te slijpen. + +"Ik zou eerder klaar zijn, wanneer ik den steen kon kloven," zei +hij. "Maar wie zou een hamerslag op een steen van dien prijs durven +toebrengen?" + +De arbeid was zeer lang en zeer eentonig en vorderde niet minder +dan twee uren. Toen de facet ruim genoeg was om over den aard van +den steen te kunnen oordeelen, moest hij op de draaischijf gepolijst +worden, hetgeen ook veel tijd vorderde. + +Het was evenwel nog volle dag, toen die werkzaamheden afgeloopen +waren. Cyprianus en Jacobus Vandergaart gaven toen aan hunne +nieuwsgierigheid toe en bekeken den steen om den uitslag van die +slijping en polijsting waar te nemen. + +Een fraaie facet, gitzwart van kleur, evenwel van eenen +onvergelijkelijk schitterenden glans, vertoonde zich aan hunne oogen. + +De diamant was zwart. Eene schier eenige of ten minste hoogst zeldzame +bijzonderheid, die de waarde van den steen zoo mogelijk nog verhoogde. + +De handen van Jacobus Vandergaart beefden van aandoening, terwijl +hij het prachtstuk in het zonlicht liet flikkeren. + +"Dat is de meest merkwaardige en schoonste diamant, die ooit te zien +is geweest," zei hij met een zweem van godsdienstigen eerbied. "Wat +zal het wel zijn, wanneer hij de lichtstralen zal kunnen weerkaatsen, +wanneer hij aan alle kanten geslepen zal zijn!" + +"Wilt gij dien arbeid ondernemen?" vroeg Cyprianus levendig. + +"Gaarne, mijn waarde vriend! Dat zou de eer en de bekroning van mijn +lange loopbaan zijn!.... Maar wellicht doet gij beter een jeugdiger +en vaster hand dan de mijne voor dat werk te kiezen." + +"Neen," antwoordde Cyprianus liefderijk; "niemand, daar ben ik +verzekerd van, zal dat werk met meer zorg en niet meer handigheid +verrichten dan gij. Houd dien diamant, mijn waarde Jacobus, en slijp +hem op uw gemak en naar uwen smaak. Gij zult er een kunststuk van +maken! Dat is eene afgedane zaak!" + +De grijsaard rolde en draaide den steen tusschen zijne vingers en +aarzelde om zijne gedachten mede te deelen. + +"Eéne zaak verontrust mij," zeide hij ten slotte. "Ik kan mij +zoo moeilijk over de gedachte heenzetten, dat ik onder mijn dak +een kleinood van zooveel waarde zal bergen! Dit is op zijn minst +vijf-en-twintig millioen, en misschien wel meer, die ik daar in +de palm mijner hand berg! Het is niet zeer voorzichtig, zulk eene +verantwoordelijkheid te aanvaarden!" + +"Niemand zal er iets van weten, mijnheer Vandergaart, als gij het +niet vertelt; en wat mij aangaat, ik verzeker u dat ik zwijgen zal!" + +"Hm! men zal gissen! Men kan u gevolgd hebben, toen gij hier heen +gingt.... Men zal veronderstellingen maken omtrent hetgeen men niet met +zekerheid weet! Het is zoo'n raar volk in dit mijndistrict!.... Neen, +ik zou niet gerust slapen!" + +"Misschien hebt ge gelijk," antwoordde Cyprianus, die de aarzeling +van den grijsaard wel begreep. "Maar wat dan te doen?" + +"Daar peins ik juist over," hernam Jacobus Vandergaart, die gedurende +eenige minuten stilzwijgend bleef zitten. + +"Luister," zei hij eindelijk. "Wat ik u voor te stellen heb, +is kiesch en gaat van de veronderstelling uit, dat gij in mij +een volkomen vertrouwen stelt. Maar gij kent mij genoegzaam, om +niet vreemd te vinden, dat de gedachte van mij uitgaat, om zooveel +voorzorgsmaatregelen te nemen!.... Ik moet dadelijk met dezen steen en +mijne gereedschappen vertrekken, om ergens eene toevlucht te zoeken +in het een of andere hoekje, waar niemand mij kent--te Bloemfontein +of te Hope-town bij voorbeeld. Ik zal een bescheiden vertrek huren, +ik zal mij daar opsluiten om in het grootste geheim te arbeiden, +en ik zal eerst terugkomen, wanneer ik mijne taak zal volbracht +hebben. Misschien gelukt het mij zoo, de boosdoeners van het spoor +te brengen!.... Maar ik herhaal het: ik ben bijna verlegen om een +zoodanig plan te berde te brengen!" + +"En toch vind ik het goed ontworpen," antwoordde Cyprianus; "en ik +kan u slechts aansporen om het te verwezenlijken!" + +"Reken er op dat het lang zal duren. Ik zal minstens een maand noodig +hebben, en onderweg kan mij eenig ongeval overkomen." + +"Om het even, als gij meent dat dit het beste is, wat wij doen kunnen, +mijnheer Vandergaart. En alles wel beschouwd, het ongeluk zou zoo +groot niet zijn, wanneer de diamant verloren ging." + +Vandergaart keek zijn jeugdigen vriend met schrik aan. + +"Zou hem dat onmetelijk vermogen naar het hoofd geslagen zijn?" vroeg +hij zich af. + +Cyprianus begreep zijn gedachtengang en glimlachte. Hij legde hem +de herkomst van dien diamant uit en hoedanig hij er later meerdere +kon vervaardigen zooveel als hij slechts verkoos. Maar hetzij dat +de oude diamantslijper slechts weinig geloof aan dat verhaal schonk, +hetzij hij eene persoonlijke reden had om niet alleen met een steen +van wellicht vijftig millioen in zijn hut te blijven, hij drong er +op aan om dadelijk te vertrekken. + +Daarom verzamelde dan ook Jacobus Vandergaart al zijne gereedschappen +en zijne schamele plunje in een ouden lederen zak, hing aan de deur +een lei: waarop geschreven stond: _afwezig voor zaken_, stak den +sleutel in zijn zak, den diamant in zijn vestzakje en vertrok. + +Cyprianus begeleidde hem gedurende twee of drie mijlen langs den +weg naar Bloemfontein en verliet den oude eerst toen deze daarom +herhaaldelijk verzocht had. + +De nacht was reeds gevallen, en het was pikdonker toen de jeugdige +ingenieur te huis kwam. Hij dacht toen meer aan miss Watkins dan aan +zijne grootsche ontdekking. + +Zonder zich den tijd te gunnen zijn maaltijd, door Makatit bereid, +te gebruiken, nam hij plaats aan zijn werktafel en begon met de +memorie-opstelling, die hij met de eerste postgelegenheid aan den +secretaris van de Academie van Wetenschappen hoopte te verzenden. Dit +was eene nauwkeurige en volledige beschrijving van zijne handeling +met betrekking tot den vervaardigden diamant, waarop hij een zeer +schrander uitgedrukt theoretisch stelsel liet volgen omtrent de +reactie, die tot de vorming van dat prachtige stuk gekristalliseerde +koolstof had aanleiding gegeven. + +"Het meest opmerkenswaardige karakter onder anderen van dat product +is," schreef hij, "zijne volledige overeenkomst met den natuurlijken +diamant, vooral door de aanwezigheid van de uitwendige steenlegering, +waarin diamant besloten is." + +Inderdaad, Cyprianus aarzelde geen oogenblik, om die zoo zonderlinge +uitwerking toe te schrijven aan de omstandigheid, dat hij zijne buis +van binnen met eene brei van aarde bestreken had, die hij met alle +zorg in de Vandergaart-Kopjesmijn uitgezocht had. De wijze, waarop een +gedeelte van die aarde van de omwanding losgelaten had, om rondom het +kristal een werkelijken notenbast te vormen, was niet gemakkelijk uit +te leggen, en dat was een punt, waaromtrent latere proeven ongetwijfeld +meer licht zouden verschaffen. Men kon wellicht veronderstellen, +dat men hier met eene soort van scheikundige aantrekkingskracht of +overeenkomst te doen had, waarvan onze jonge man vast besloot eene +gezette studie te maken. Hij was niet zoo verwaand om al dadelijk +bij een eerste optreden, de volledige en onherroepelijk vastgestelde +theorie van zijne ontdekking aan te geven. Wat hij thans wilde, +dat was haar zonder verwijl mededeelen aan de wereld der geleerden, +dat was haar Frankrijk aanbieden, dat was de hulp zijner collega's +inroepen om nog meer licht over menig onverklaarbaar feit te erlangen. + +Toen de memorie begonnen was en hij zoo aan zijn geweten als geleerde +voldoening had verschaft, dacht hij er aan om wat te eten en te gaan +slapen. Hij zou dat wetenschappelijk stuk later met menige nieuwe +opmerking verrijken en het daarna beëindigen om het te verzenden daar +waar het behoorde. + +Cyprianus verliet den volgenden morgen al heel vroeg zijne woning en +maakte geheel in gedachten verzonken eene wandeling op de verschillende +mijn-terreinen. Zekere blikken, die niets sympathieks hadden, werden +hem in het voorbijgaan toegeworpen. Hij merkte er niets van, want hij +had al de gevolgen van zijn groote ontdekking vergeten. Toch waren die +gevolgen hem door John Watkins genoegzaam aan het verstand gebracht, +en die bestonden in den ondergang, na korteren of langeren tijd, +van de mijnwerkers van geheel Grikwaland. + +Zoo iets was wel geschikt om de gemoederen te verontrusten in een +land van half-wilden, waar men geenszins aarzelt om zijn eigen rechter +te zijn en het beulsbaantje met eigen handen uit te oefenen; waar de +veiligheid van den arbeid, en bij gevolg ook van den handel, die er uit +voortspruit, de eenige, de hoogste wet is. Werd de vervaardiging van +den kunstmatigen diamant werkelijk als practische nijverheid mogelijk, +dan waren alle millioenen in de mijnen van Brazilië, zoowel als die +in Zuid-Afrika, ongerekend de vele menschenlevens daaraan verbonden, +onherroepelijk verloren. De jeugdige ingenieur zou ongetwijfeld +zijne ontdekking geheim kunnen houden, maar dienaangaande was zijne +verklaring zoo duidelijk mogelijk geweest. Dat zou hij niet doen! + +Van de andere zijde had de vader van Alice gedurende den langen +nacht, waarin hij nu eens droomde van onmogelijk groote diamanten, +vertegenwoordigende een waarde van verscheidene milliarden, dan +weer zich slapeloos op zijne legerstede heen en weer wentelende, +ernstig nagedacht en het volgende overwogen. Dat Hannibal Pantalucci +en de andere mijnwerkers met ongerustheid en ook met woede de +omwenteling beschouwden, die door de ontdekking van Cyprianus +zou worden te weeg gebracht met betrekking tot de diamanthoudende +gronden, was zeer natuurlijk, daar zij die gronden ontgonnen voor +eigen rekening. Maar de toestand van hem, eenvoudig eigenaar van de +hoeve Watkins, was niet dezelfde. Ongetwijfeld, wanneer de claims +ten gevolge van de waardevermindering der diamanten verlaten werden, +wanneer die mijnwerkersbevolking Grikwaland den rug toekeerde en +heentoog, dan zou de waarde van zijn hoeve aanmerkelijk verminderen, +zijne voortbrengselen zouden geen zoo gereeden aftrek meer hebben, +zijne huizen en zijne hutten zouden wegens gebrek aan huurders leeg +blijven staan, en wellicht zou hij zelf het land moeten verlaten, +omdat er geen zaken meer te doen waren. + +"Maar jawel," mompelde John Watkins bij zich zelven, "maar zoover +zijn wij nog niet. Om daartoe te geraken zullen nog wel ettelijke +jaren voorbijgaan. De vervaardiging van kunstmatige diamanten is +nog niet practisch mogelijk, zelfs niet met de wijze van werken +van mijnheer Méré! Misschien bestaat er heel veel toeval in zijn +zaak. Maar toeval of niet, hij heeft toch een steen van onmetelijke +waarde vervaardigd, die als natuurlijke diamant ongetwijfeld vijftig +millioen waard zou zijn, en nu hij kunstmatig verkregen is, toch +nog verscheidene millioenen waard is. Ja, ik moet dien jongen man +in het oog houden. Hij moet in mijne nabijheid blijven, het koste +wat het wil. Althans gedurende eenigen tijd. Ik moet hem beletten +zijne ontdekking uit te bazuinen. Die fraaie steen moet het bezit der +familie Watkins worden en mag die familie niet verlaten dan tegen een +eerbiedwaardig aantal millioenen. Wat betreft het hier houden van den +maker van dien steen, dat is gemakkelijk genoeg--zelfs zonder zich +onherroepelijk te verbinden. Ik heb Alice bij de hand, en door middel +van Alice zal ik hem wel beletten naar Europa te vertrekken!.... Ja, +al moest ik hem hare hand beloven!.... al moest ik hem mijn dochter +ten huwelijk schenken!...." + +Waarachtig, John Watkins, door zijne onverzadelijke hebzucht gedreven, +zou zelfs daartoe in staat zijn. In die geheele zaak zag hij slechts +zijn eigen ik, dacht hij slechts aan zijn eigen persoon. En dacht de +oude zelfzuchtige ook al een enkele maal aan zijne dochter, dan was +het slechts om in zichzelven te mompelen: + +"Welnu, al gebeurde dat ook, dan zou Alice zich niet te beklagen +hebben! Die jeugdige dwaze geleerde ziet er vrij goed uit! Hij +bemint haar, en heb ik het wel, dan is zij tegenover die liefde niet +gevoelloos gebleven." + +"Nu, wat valt er inderdaad beter te doen dan twee harten, die +voor elkander geschapen schijnen, te verbinden.... of ten minste +hun die vereeniging te laten hopen, tot het oogenblik gekomen zal +zijn, dat ik helder in die zaak zien kan.... Welnu, bij Sint John, +mijn schutspatroon, de duivel hale Hannibal Pantalucci en zijne +makkers. Hier in Grikwaland vooral geldt het: ieder voor zich!" + +Zoo redeneerde John Watkins, terwijl hij die denkbeeldige weegschaal +hanteerde, waarin hij tusschen de toekomst zijner dochter en +een eenvoudig stuk gekristalliseerde koolstof evenwicht trachtte +te verkrijgen, en hij zich uiterst gelukkig gevoelde, toen hij +vermeende, dat de beide schalen in hetzelfde vlak, of beter, op +dezelfde horizontale lijn bengelden. + +Zijn besluit was dan ook reeds den volgenden ochtend genomen: hij +zou niet overijld handelen, hij zou op zien komen spelen, de zaken +zachtjes hun gang laten gaan, zeker als hij was van den loop dien +zij zouden nemen. + +Maar vooreerst stelde hij er belang in om zijn huurder weer te +zien,--wat vrij gemakkelijk was, daar de jeugdige ingenieur dagelijks +op de hoeve kwam--; maar hij wilde ook den fraaien diamant weer zien, +die in zijne droomen kolossale afmetingen aangenomen had. + +John Watkins begaf zich dan ook naar de hut van Cyprianus, die, +daar het vroeg in den morgen was, nog thuis was. + +"Welnu, mijn jonge vriend," zei hij op een zekeren toon van +opgeruimdheid. "Hoe hebt gij dezen nacht doorgebracht.... dien eersten +nacht na uwe grootsche ontdekking?" + +"Wel, zeer goed, mijnheer Watkins, zeer goed!" antwoordde de jonkman +koeltjes. + +"Wat? Hebt gij kunnen slapen?" + +"Zoo als gewoonlijk! Waarom niet?" + +"Al die millioenen, die uit dat fornuis daar te voorschijn getreden +zijn," hernam Mr. Watkins, "hebben dus uwen slaap niet gestoord?" + +"Waarachtig niet," antwoordde Cyprianus, "in geenen deele. Begrijp +dan toch goed, mijnheer Watkins, die diamant zou slechts millioenen +waard zijn, wanneer hij door de natuur en niet door een scheikundige +voortgebracht ware." + +"Jawel.... jawel.... mijnheer Méré! Maar zijt gij overtuigd een +anderen of meer anderen te kunnen vervaardigen? Zoudt gij dat durven +verzekeren?" + +Cyprianus aarzelde. Hij begreep beter dan iemand hoeveel +teleurstellingen bij een arbeid als deze kunnen ondervonden worden. + +"Gij ziet het!" hernam John Watkins! "Gij durft het niet +bevestigen. Dus zal die diamant, totdat gij bij eene volgende proef +geslaagd zult zijn, zijne overgroote waarde behouden!".... En dat +aangenomen, waarom zoudt gij dan gaan vertellen, althans voorshands, +dat het een kunstmatige steen is?" + +"Ik herhaal, wat ik u vroeger reeds gezegd heb," antwoordde Cyprianus; +"dat ik de oplossing van zoo'n belangrijk vraagstuk wetenschappelijk +niet geheim kan houden." + +"Jawel!.... jawel!.... ik begrijp dat," hernam John Watkins +terwijl hij den jonkman met een gebaar tot zwijgen uitnoodigde, +alsof hij bevreesd ware, dat hun gesprek buiten gehoord kon +worden. "Jawel!.... jawel!.... wij zullen daarover later wel +praten!.... Maak u evenwel niet ongerust over Pantalucci en de +overigen!.... Zij zullen omtrent uwe ontdekking niets vertellen, +dewijl hun belang medebrengt dat zij daarover zwijgen!.... Geloof, +mij.... wacht!.... en denk er wel om dat mijne dochter en ik +zeer gelukkig zijn over uwe ontdekking!.... Ja, zeker, zeer +gelukkig!.... Maar, zou ik dien prachtigen diamant nog eens mogen +zien?.... Ik heb gisteren ternauwernood tijd gehad om hem aandachtig +te bekijken!.... Wilt gij mij dus andermaal veroorloven...." + +"Ik heb hem niet meer!" antwoordde Cyprianus. + +"Gij hebt hem naar Frankrijk gezonden?" riep John Watkins uit, die +alleen door de gedachte daaraan zich vernietigd gevoelde. + +"Neen.... nog niet!.... In zijn ruwen toestand kon niet over zijne +schoonheid geoordeeld worden. Dus gij kunt gerust zijn." + +"Aan wien hebt gij hem dan ter hand gesteld? Bij alle heiligen van +Engeland, aan wien?" + +"Aan Jacobus Vandergaart, om hem te slijpen. Ik weet niet of hij hem +heeft medegenomen." + +"Gij hebt zoo'n diamant aan dien ouden gek toevertrouwd?" riep +John Watkins woedend uit. "Maar dat is waanzin, mijnheer! Inderdaad +waanzin!" + +"Bah!" antwoordde Cyprianus. "Wat wilt gij dat Jacobus of wie ook +ter wereld met zoo'n diamant, wiens waarde voor hen, die met zijne +afkomst onbekend zijn, op minstens vijftig millioenen geschat moet +worden, zal uitvoeren? Zoudt ge denken dat het gemakkelijk zou zijn +hem heimelijk aan den man te brengen?" + +John Watkins scheen getroffen door dat argument. Neen! een diamant van +die waarde zou niet gemakkelijk van de hand te doen zijn. Toch was de +pachter niet gerust, en had veel willen geven, ja zeer veel, indien +Cyprianus hem niet aan den ouden diamantslijper had toevertrouwd.... of +tenminste dat de oude diamantslijper reeds in Grikwaland teruggekeerd +ware met dien kostbaren steen! + +Maar Jacobus Vandergaart had een maand tijd bedongen, en hoe ongeduldig +John Watkins ook was, hij was wel verplicht te wachten. + +Het was buiten kijf dat zijne gewone huisbezoekers, als Hannibal +Pantalucci, Herr Friedel, de jood Nathan niet nalieten den +doodeerlijken diamantslijper te belasteren. Bij afwezigheid van +Cyprianus spraken zij veel over hem en merkten dan steeds op, dat de +tijd voorbijvlood en dat Jacobus Vandergaart niet terugkwam. + +"En waarom zou hij in Grikwaland terugkeeren?" vroeg Friedel, +"daar het hem zoo gemakkelijk is dien diamant, die zoo'n overgroote +waarde heeft en welker fabriekmatige afkomst nog nergens bekend is, +voor zich te behouden?" + +"Omdat hij geen kooper er voor zal vinden!" antwoordde John Watkins, +die hetzelfde argument van den jeugdigen ingenieur te berde bracht, +dat hem evenwel volstrekt niet gerust stelde. + +"Een mooie reden!" grinnikte Nathan. + +"Ja, waarachtig! een mooie reden," vulde Hannibal Pantalucci +aan. "Geloof mij, die oude kaaiman is reeds ver op dit oogenblik! Wat +is er gemakkelijker, vooral voor hem, dan dien steen geheel +onherkenbaar te maken? Gij kent zijne kleur zelfs niet! Wie zal hem +beletten dien zwaren diamant in vier of zes deelen te verdeelen, +waardoor er door kloving verscheidene steenen bekomen worden, die +toch nog een eerbiedwaardige afmeting zullen hebben?" + +Die gesprekken verontrustten het gemoed van John Watkins zeer. Hij +begon ook te gelooven, dat Jacobus Vandergaart zich niet meer zou +laten zien. + +Cyprianus alleen was stellig overtuigd omtrent de eerlijkheid van +den oudere diamantslijper. Hij verkondigde openlijk, dat de oude op +den gestelden dag tegenwoordig zou zijn, en hij had gelijk. + +Jacobus Vandergaart kwam zelfs tweemaal vier en twintig uren +vroeger terug. Hij had zich zoodanig gehaast en zoo veel ijver bij +den arbeid betoond, dat hij den diamant in zeven en twintig dagen +geslepen had. Hij keerde tegen den avond terug om hem op de schijf +te polijsten, zoodat de grijsaard zich in den morgen van den negen +en twintigsten dag bij Cyprianus vervoegen kon: + +"Hier is de steen," zei hij op eenvoudigen toon, terwijl hij een +kleine houten doos op de tafel plaatste. + +Cyprianus opende de doos en werd verblind. + +Op een kussentje van witte katoenvlokken vertoonde zich een overgroote +zwarte kristal met ruitvormige twaalfvlakken, die zulke prismatische +lichtbundels uitstraalde, dat het geheele laboratorium verlicht scheen. + +Die combinatie van eene gitzwarte kleur met eene uiterst +volmaakte diamantachtige doorzichtigheid en met een weergaloos +straalbrekingsvermogen, bracht het meest wonderlijke en meest +verrassende effect te weeg. Men gevoelde zich tegenover dien diamant +als tegenover een waarlijk eenig verschijnsel, dat als een speling +der natuur kon beschouwd worden, dat zijne wederga niet had. Zelfs +als men ieder denkbeeld aan waarde ter zijde stelde, dan nog blonk +de heerlijkheid van dat kleinood ten volle uit. + +"Het is niet alleen de zwaarste diamant, die er op de wereld bestaat," +zei Jacobus Vandergaart hoogst ernstig en met een soort van vaderlijken +trots; "maar het is ook de fraaiste. Hij weegt vier honderd twee en +dertig karaten! Gij kunt u vleien, mijne jonge vriend een kunststuk +uitgevoerd te hebben. Uw proefstuk is een meesterstuk." + +Cyprianus had op die complimenten van den ouden diamantslijper niets +geantwoord. Wat hem betreft, hij beschouwde zich als de uitvinder van +eene zeldzame aardigheid, niets meer, niets minder. Vele anderen hadden +zich beijverd de oplossing van het vraagstuk te vinden, zonder te +slagen. Het was hem gelukt op dat terrein der anorganische scheikunde +de bestaande moeielijkheden te overwinnen. Maar welke nuttige gevolgen +zou de menschheid uit de vervaardiging van kunstmatigen diamant +trekken? Zij zou ontwijfelbaar al diegenen ten gronde richten, die +van den handel in edelgesteenten leefden, zonder iemand te verrijken +of ook maar te bevoordeelen. + +Die beschouwing verdreef wel ietwat de droombeelden, waaraan de +jonge ingenieur zich in de eerste dagen na zijn ontdekking had +overgegeven. Ja, nu verscheen hem die diamant, hoe bewonderenswaardig +hij ook genoemd moest worden, nadat hij uit de handen van Jacobus +Vandergaart gekomen was, slechts als een waardelooze keisteen, die +niet eens de zinsbegoocheling der zeldzaamheid bezat. + +Cyprianus greep het doosje, waarin de onvergelijkelijke steen bevat +was, drukte den grijzen diamantslijper de hand en begaf zich naar de +woning van John Watkins. + +De pachter bevond zich in zijn benedenvertrek. Hij was steeds +ongerust over de terugkomst van Jacobus Vandergaart. die hem als zeer +onwaarschijnlijk voorkwam. Zijne dochter was bij hem en trachtte hem +zooveel mogelijk gerust te stellen. + +Cyprianus opende de deur en bleef een oogenblik op den drempel staan. + +"Welnu?".... vroeg John Watkins met levendige stem, terwijl hij vlug +van zijn stoel opsprong. + +"Welnu, de trouwhartige Jacobus Vandergaart is heden ochtend +aangekomen," antwoordde Cyprianus. + +"Met den diamant?" + +"Ja, met den diamant, dien hij bewonderenswaardig geslepen heeft. Deze +weegt nog vier honderd twee en dertig karaten." + +"Vier honderd twee en dertig karaten!" riep John Watkins uit, +"En gij hebt hem bij u?" + +"Hier is hij." + +De pachter greep het doosje, deed het open en bekeek den diamant met +oogen, die bijna evenzeer fonkelden als het edelgesteente zelf. Hij +was als met stomheid geslagen en had het uiterlijk van een verrukte! + +Vervolgens, toen het hem vergund was, om de kolossale waarde, die +de diamant vertegenwoordigde, onder dien tegelijkertijd lichten, +draagbaren, kostbaren en schitterenden vorm tusschen de vingers te +mogen houden, toen verkreeg zijn verrukking een graad van overdrijving, +die hem uiterst bespottelijk maakte. + +John Watkins had tranen in de oogen en sprak den diamant aan alsof +het een bezield wezen ware geweest. + +"O! die schoone, die prachtige, die schitterende steen!...." riep +hij uit. "Gij zijt dus teruggekomen, mijn liefste!.... Wat zijt ge +schitterend!.... Wat zijt ge zwaar!.... Hoevele klinkende schijven +zult ge wel waard zijn?.... En wat zal men met u aanvangen, mijn +overschoone?.... O, eerst wordt ge naar de Kaapstad, later naar Londen +gezonden, om daar gezien en bewonderd te worden!.... Maar wie zal rijk +genoeg zijn om u te koopen? De Koningin zelve kan zich zulk eene weelde +niet veroorloven!.... Haar geheele inkomen van twee of drie jaren +zou daarmee heengaan!.... Er zal een votum van het Parlement noodig +zijn, of beter nog een nationale inschrijving!.... O! men zal die +in het leven roepen, wees daaromtrent gerust.... En gij zult rusten +in Londen's Toren naast den _Koh-i-noor_, die zich slechts als een +klein kind naast u zal vertoonen!.... Wat zoudt gij wel waard zijn, +mijn hartedief?" + +En na een oogenblik in stilte berekend te hebben, vervolgde hij: + +"De diamant van den Czaar is door Katharina II met een millioen +roebels comptant betaald geworden, terwijl daarenboven nog eene +jaarlijksche lijfrente van acht en veertig duizend gulden aan den +verkooper verleend werd. Er zal niets overdrevens in gevonden worden, +wanneer voor dezen steen een millioen pond sterling gevraagd wordt +en eene eeuwigdurende rente van twee honderd vijftig duizend gulden!" + +En plotseling door een invallende gedachte getroffen: + +"Mijnheer Méré," vroeg hij, "zoudt gij niet denken dat men den eigenaar +van een zoodanigen steen tot het pairschap zoude verheffen? Alle +soorten van verdiensten hebben recht om in de pairskamer zitting te +nemen, niet waar? En zoo'n diamant van zulken omvang te bezitten, +zou geen geringe verdienste zijn!.... Kijk dan toch, mijn dochter, +kijk!.... Men heeft aan zijne twee oogen niet genoeg, om zoo'n steen +te bewonderen!...." + +Miss Watkins bekeek voor de eerste maal van haar leven een diamant +met eenige belangstelling. + +"Hij is waarlijk zeer schoon! Hij glinstert als een stuk kool, wat +hij ook is, maar als een gloeiende kool!" zeide zij, terwijl zij den +diamant voorzichtig van zijn leger van watten nam. + +Vervolgens naderde zij met instinctmatige beweging, die ieder jong +meisje in hare plaats ondervonden zou hebben, den spiegel, die boven +den schoorsteen prijkte, en plaatste het bewonderenswaardige kleinood +op haar voorhoofd te midden van haren rijken blonden haardos. + +"Eene ster in goud gevat!" zei Cyprianus galant en liet zich daarbij +tegen zijne gewoonte tot het zeggen van eene geestigheid verleiden. + +"Dat 's waar!.... Waarlijk, men zou zeggen eene ster!" riep Alice uit, +terwijl zij vroolijk in de handen klapte. "Welnu, die diamant moet +dien naam behouden. Laten wij hem de _Zuidster_ doopen!.... Wilt ge, +mijnheer Cyprianus? Is onze ster niet zwart als de inlandsche schoonen +van dit land en is zij niet schitterend als het prachtig gesternte +van onzen Zuidelijken hemel?" + +"Goed! de _Zuidster_!" zei John Watkins, die aan den naam slechts +luttel hechtte. "Maar pas op, laat hem niet vallen!" hernam hij met +schrik, toen het jonge meisje een plotseling beweging maakte. "Hij +zou als glas breken!" + +"Waarlijk?.... Is zoo'n steen zoo bros?" antwoordde Alice, terwijl zij +den diamant met vrij wat geringschatting in zijn doosje legde. "Arme +ster, gij zijt dus eene valsche ster, niets anders dan de stop +eener karaf." + +"De stop eener karaf!" riep John Watkins woedend uit. "De kinderen +eerbiedigen niets meer!".... + +"Juffrouw Alice," hernam toen de jeugdige ingenieur, "gij zijt het, +die mij aangemoedigd hebt om de kunstmatige vervaardiging van het +diamant te zoeken! Aan u is deze steen zijn bestaan verschuldigd!" + +".... In mijn oogen evenwel is dat een kleinood, dat zoodra men +zijne herkomst zal kennen, geene handelswaarde hoegenaamd meer zal +bezitten!.... Uw vader zal mij dan ook ongetwijfeld veroorloven, +u dien steen aan te bieden als eene herinnering aan uwen gezegenden +invloed op mijne werkzaamheden!" + +"Hé! wat!" riep John Watkins uit, die onmogelijk in dit oogenblik +kon bemantelen, wat in zijn binnenste omging bij die.... onverwachte +aanbieding. + +"Juffrouw Alice," hernam Cyprianus, "die diamant behoort u!.... Ik +bied u hem aan, ik geef hem u!" + +Miss Watkins antwoordde niet, maar zij reikte den jonkman hare hand, +die deze teederlijk in de zijne drukte. + + + + + +ELFDE HOOFDSTUK. + +DE ZUIDSTER. + + +Het nieuwtje van den terugkeer van Jacobus Vandergaart had zich +bliksemsnel verspreid. Een menigte bezoekers stroomde dan ook naar +de hoeve, om het wonder van de Kopjes-mijn te bewonderen. Men vernam +weldra dat de diamant aan miss Watkins toebehoorde, maar dat haar +vader meer dan zij zelve daar de bezitter van was. Daardoor ontstond +eene algemeene nieuwsgierigheid ten opzichte van dien diamant, die +niet door de natuur, maar door een menschenhand gemaakt was. + +Wij moeten hier evenwel doen opmerken, dat nog niets uitgelekt was +omtrent den kunstmatigen oorsprong van den diamant in kwestie. Van +den eenen kant waren de mijnwerkers van Grikwaland, die met dien +oorsprong bekend waren, niet dwaas genoeg geweest, om een geheim rond +te kraaien, dat hun onmiddellijken ondergang kon bewerken. Van zijn +kant had Cyprianus, die van het toeval niet afhankelijk wilde zijn, +ook gezwegen en besloten zijne memorie betreffende de _Zuidster_ +niet te verzenden, alvorens zijn welslagen bevestigd te hebben gezien +door een tweede proef. Hij wilde zeker zijn datgene, wat hij eens +vervaardigd had, ook een tweede maal te kunnen voortbrengen. + +Aller nieuwsgierigheid was dan ook ten hoogste gespannen en John +Watkins had onmogelijk een gevoeglijke reden kunnen uitdenken, +om aan die nieuwsgierigheid niet te voldoen, te meer niet daar zij +zijne ijdelheid zeer streelde. Hij plaatste dus de _Zuidster_ op +een kussen van watten op eene kleine wit marmeren kolom, die midden +op den schoorsteen zijner spreekkamer prijkte en den geheelen dag +bleef hij daar op wacht, gezeten in zijn grooten armstoel, om het +onvergelijkelijk kleinood zorgvuldig in het oog te houden en het aan +het publiek te vertoonen. + +James Hilton was de eerste persoon, die hem op het gevaarlijke van +zulk eene handelwijze opmerkzaam maakte. Hield hij wel rekening met +de gevaren, die hij als het ware over zijn hoofd uitlokte, door de +overgroote waarde, welke hij in zijne woning huisvestte, zoo voor +aller blikken ten toon te stellen? Het was volgens Hilton volstrekt +noodzakelijk, om van Kimberley eene speciale wacht van politieagenten +te ontbieden; deed hij dat niet, dan zou de eerstvolgende nacht niet +zonder noodlottige gebeurtenissen voorbijgaan. + +John Watkins, uiterst verschrikt over dat vooruitzicht, haastte zich +dien welgemeenden raad van zijn gast op te volgen en was niet eerder +gerust dan toen hij tegen den avond een troep bereden politiedienaren +zag aankomen. Die vijf en twintig man werden in de bijgebouwen van +de hoeve gehuisvest. + +De toevloed van nieuwsgierigen bleef de volgende dagen steeds +aangroeien en de faam van de _Zuidster_ had weldra de grenzen van +het mijndistrict overschreden om zich tot de meest verwijderde +streken uit te strekken. De dagbladen in de kolonie wijdden artikel +op artikel aan de beschrijving van den omvang, van den vorm, van de +kleur en van den glans van den bewonderenswaardigen diamant. Langs +den telegraafkabel werden al die bijzonderheden over Zanzibar en Aden +eerst naar Azië en Europa, vervolgens naar Noord- en Zuid Amerika +en Australië overgeseind. Photografen smeekten om de eer, van den +prachtigen steen eene afbeelding te mogen nemen. Speciale teekenaars +kwamen uit naam der geïllustreerde tijdschriften er eene schets van +maken. In één woord, die diamant stelde een wereldgebeurtenis daar. + +De legende werd er zelfs mede gemoeid. Er werden in de vereenigingen +der mijnwerkers fantastische verhalen gefluisterd over de +geheimzinnige eigenschappen welke men dien steen toeschreef. Men zei +met gedempte stem, dat een zwarte diamant niet anders dan ongeluk kon +aanbrengen! Ervaringsvolle lieden schudden het hoofd en verklaarden +volmondig, dat zij dien duivelssteen liever bij Watkins aan huis dan +bij zich zagen. In het kort, het kwaadspreken en zelfs de laster, +die aan iedere beroemdheid als het ware kleven, ontbraken ook aan de +_Zuidster_ niet, die er zich natuurlijk niets van aantrok; maar: + + + Geheele bundels prachtvolle lichtstralen + Op die lasteraars liet nederdalen! + + +Anders was het evenwel met John Watkins gesteld, die over die +oude-wijven-praatjes verwoed was. Het was hem te moede, alsof al +dat geklets iets van de waarde van dien steen ontnam en hij werd er +door aangedaan als door persoonlijke beleedigingen. Sedert dat de +gouverneur der kolonie, de officieren der naburige garnizoensplaatsen, +al de magistraten, de beambten, de geconstitueerde lichamen en firma's +hunne hulde hadden komen bewijzen aan zijn kleinood, zag hij eene +heiligschennis schier in iedere vrije gedachtenwisseling die er over +gevoerd werd. + +Om dan ook een tegenwicht tegenover al dat gezwets te stellen, en ook +om aan zijne zucht tot lekkerbekken te voldoen, besloot hij een groot +diner ter eere van dien lieven diamant te geven, dien hij hoopte, in +weerwil van wat Cyprianus er van denken mocht, en wat ook de wensen +zijner dochter, om hem in den diamantvorm te behouden, mocht zijn, +weldra tegen klinkende munt verwisseld te zien. + +Helaas! zoodanig is in den regel de invloed van de maag op de meeningen +van het meerendeel der menschen, dat de aankondiging van het diner +voldoende was om de uitgesproken openbare meening in het kamp van de +Vandergaart-Kopjesmijn van den eenen dag tot den anderen geheel te +wijzigen. Men hoorde toen lieden, die de meest boosaardige taal ten +opzichte van de _Zuidster_ uitgeslagen hadden, plotseling een geheel +anderen toon aanslaan en beweren, dat die steen geheel onschuldig was +aan den boozen invloed, die hem toegeschreven werd, waardoor zij eene +uitnoodiging van John Watkins hoopten te verwerven. + +O, men zal nog lang van dat feestmaal in het bekken van de Vaalrivier +gewagen! Dien dag zaten tachtig gasten aan de tafel, die gedekt was +onder eene tent, welke opgeslagen was langs de lange zijde van de +spreekkamer, welker buitenmuur men voor die gelegenheid omver gehaald +had. Een "koninklijke _baron_", zoo werd een kolossaal braadstuk +genoemd, dat uit de geheele ruggestreng van een os bestond, besloeg +het midden der tafel. Dat braadstuk werd door heele gebraden schapen +en door allerhande soorten wild van die streek geflankeerd. Bergen van +groenten en vruchten, alsmede geheele tonnen bier en geheele vaten +wijn, die opengeslagen en op gelijke onderlinge afstanden geplaatst +waren, completeerden het samenstel van dit diner, hetwelk op kolossale +verhoudingen kon bogen. + +De _Zuidster_, op haar voetstuk geplaatst en door brandende waskaarsen +omgeven, prijkte achter John Watkins en presideerde eigenlijk dat +diner, hetwelk ter harer eere gegeven werd. + +De bediening aan tafel geschiedde door een twintigtal kaffers, die +voor deze gelegenheid ingehuurd waren. Zij stonden onder opzicht van +Makatit, die zich, na daartoe verlof van zijn baas bekomen te hebben, +aangeboden had om hen te leiden en aan te voeren. + +Er waren daar genoodigd, behalve de brigade politiedienaren, waaraan +John Watkins dank voor hunne waakzaamheid verschuldigd was, al de +voornaamste personen van het kamp en zijne omstreken. Zoo waren daar +Matthijs Pretorius, Nathan, James Hilton, Hannibal Pantalucci, Friedel, +Thomas Staal en vijftig anderen. + +Zelfs de dieren van de hoeve: de ossen, de honden, maar vooral de +struisvogels van miss Watkins trachtten hun deel van het feest te +krijgen en kwamen om de kliekjes en den afval bedelen. + +Alice had aan het uiteinde der tafel vlak tegenover haren vader plaats +genomen en hield de eer des huizes met hare gewone bevalligheid +op. Zij was evenwel heimelijk bedroefd, omdat noch Cyprianus Méré, +noch Jacobus Vandergaart dat diner bijwoonden; ook omdat zij de +redenen van die terughouding begreep. + +De jeugdige ingenieur had steeds, zooveel hem maar mogelijk was, het +gezelschap der Friedels, der Pantalucci's en soortgelijke vermeden. Hij +droeg bovendien kennis van hunne weinig welwillende stemming jegens +hem, sedert hij zijn grootste ontdekking gedaan had en had meermalen +hunne bedreigingen gehoord jegens den uitvinder van die kunstmatige +vervaardiging, die hen geheel en al ten gronde kon richten. Hij had +dus geen aanleiding gevonden, om dien maaltijd bij te wonen. Wat +Jakobus Vandergaart betreft, bij wien John Watkins ijverige pogingen +had laten aanwenden, om eene verzoening te bewerken, deze had iedere +toenadering met trots van de hand gewezen. + +Het maal liep op zijn einde. De grootste orde had daarbij geheerscht, +maar dat was te danken aan de tegenwoordigheid van miss Watkins, die +een voldoend dekorum aan de meest woeste mijnwerkers had opgelegd, +hoewel zij niet had kunnen verhoeden dat Matthijs Pretorius zooals +altijd, ten doelwit had gestaan aan de zoutelooze snakerijen van +Hannibal Pantalucci. Deze liet den ongelukkigen Boer de dolste uien +slikken. Zoo zou er een vuurwerk onder tafel afgestoken worden!.... Zoo +werd er slechts gewacht, dat miss Watkins zich zou verwijderd hebben, +om den diksten man van het gezelschap te noodzaken achter elkander +twaalf flesschen jenever uit te drinken!.... Zoo zou ook uitgemaakt +zijn, dat na het diner het feest zou bekroond worden met een algemeen +vuistgevecht, terwijl men eindelijk elkander met revolverpistolen +zou beschieten! + +Gelukkig werd aan al die akelige grappen een einde gemaakt door John +Watkins, die in zijne hoedanigheid van president van het feest, +met het hecht van zijn mes op de tafel sloeg, om de traditioneele +heildronken aan te kondigen. + +Toen er genoegzame stilte ingetreden was, verhief de gastheer zijn +lange gestalte, leunde met zijne beide duimen op het tafellaken en +begon zijne toespraak met eenigszins dubbelslaande tong, ten gevolge +van te veel in zijn glas gekeken te hebben. + +Hij verzekerde, dat die dag de grootste herinneringsdag van zijn leven +als mijnwerker en als landbouwer zou zijn. Na al de beproevingen, die +hij sedert zijne jeugd doorstaan had, zag hij zich thans in het rijke +Grikwaland gevestigd en was hij thans omringd door tachtig vrienden, +om met hem feest te vieren over het bezit van den grootsten diamant +der wereld. Zoo iets verschaft eene onvergetelijke vreugde!.... Het +is waar, dat een der eerzame mijnwerkers, die thans om hem gezeten +waren, morgen een nog grooteren steen kon vinden!.... Maar +dat was juist het pikante en de dichterlijke zijde van het +mijnwerkersleven!.... (_Levendige toejuiching_). Dat geluk wenschte hij +zijne gasten van harte toe!.... (_Gelach en handgeklap_). Hij meende +evenwel te kunnen verzekeren, dat hij slechts moeielijk te voldoen +was, die met zoo'n diamant niet tevreden was!.... Om kort te gaan, +hij noodigde zijne gasten om te drinken op Grikwalands welvaren, op +de bestendigheid der marktprijzen van de diamanten, welke mededinging +zij ook te duchten mogen hebben,--eindelijk op de goede reis, welke +de _Zuidster_ ging ondernemen, om eerst in de Kaapstad en vervolgens +in Engeland in alle hare heerlijkheid te gaan schitteren! + +"Maar," zei Thomas Staal, "is het niet gevaarlijk een steen van die +waarde naar de Kaapstad te verzenden?" + +"O! hij zal goed geëskorteerd worden!...." antwoordde John +Watkins. "Veel, zeer veel diamanten hebben onder die omstandigheden +de reis gemaakt en de veilige haven bereikt." + +"Zelfs de diamant van den heer Durieux de Sancey," zei Alice, +"en toch zonder de toewijding en opoffering van zijn knecht...." + +"Hé! wat is er dan toch buitengewoons gebeurd met dien diamant?" vroeg +James Wilton. + +"Ziehier het verhaal van het gebeurde" antwoordde Alice zonder zich +te laten bidden: + +"Mijnheer de Sancey was een Fransch-edelman, tot de hofhouding +van Hendrik III behoorende. Hij bezat een beroemden diamant, die +thans nog zijn naam draagt. Die diamant--het zij hier tusschen twee +haakjes gezegd,--had reeds talrijke avonturen beleefd. Zoo had hij bij +voorbeeld aan Karel den Stouten toebehoord, die hem bij zich droeg, +toen hij onder de wallen van Nancy gedood werd. Een Zwitsersch soldaat +vond den steen op het lijk van den hertog van Bourgondië en verkocht +hem voor een gulden aan een armen priester, die hem voor vijf of zes +gulden aan een jood overdeed. Ten tijde dat hij in het bezit was van +den heer de Sancey, verkeerde de Koninklijke Schatkist in groote +ongelegenheden. Toen stemde de heer de Sancey er in toe, om zijn +diamant in onderpand te geven om de waarde daarvan aan den Koning +voor te schieten. De geldschieter bevond zich te Metz. Men moest dus +het kleinood aan een dienaar toevertrouwen om het over te brengen. + +"Vreest gij niet dat die man met zijn schat naar Duitschland zal +ontvluchten?"" vroeg men den heer de Sancey. + +"Neen, ik stel ten volle vertrouwen in hem." + +"Toch kwam in weerwil van dat vertrouwen, noch de man, noch de diamant +ter gewenschte plaats aan. Het geheele hof lachte den heer de Sancey +hardop uit. + +""Toch blijft mijn vertrouwen in mijn bediende ongeschokt,"" antwoordde +deze. ""Hij moet ergens vermoord zijn."" + +"En inderdaad, toen men zocht en goed zocht, vond men het lijk in +een sloot langs den weg. + +""Snijd hem open,"" zei de heer de Sancey, ""de diamant moet zich in +zijn maag bevinden."" + +"Men voldeed aan zijn verlangen en zijn vermoeden werd volkomen +bevestigd. De nederige held, wiens naam hem zelfs niet overleefd had, +was zijnen plicht en der eer tot in den dood getrouw gebleven. "Hij +overvleugelde door zijne schitterende daad het kleinood, dat hij +droeg," verzekerde een oude kroniekschrijver uit die dagen. + +"Het zou mij zeer bevreemden," voegde Alice tot slot van haar verhaal +er bij, "wanneer _de Zuidster_ bij voorkomende gelegenheid gedurende +hare reis niet eene dergelijke toewijding zou opwekken." + +Een algemene kreet van instemming begroette die woorden van miss +Watkins. Tachtig handen hieven tachtig glazen omhoog en aller oogen +wendden zich instinctmatig naar den schoorsteen, om daadwerkelijk +hulde te brengen aan den onvergelijkelijken diamant. + +Maar.... _de Zuidster_ was niet meer op haar voetstuk, waarop zij +zoo even nog achter John Watkins prijkte. + +De verbazing, op tachtig aangezichten uitgedrukt, was zoo duidelijk, +dat de gastheer zich plotseling omkeerde, om er de oorzaak van te +ontdekken. + +Nauwelijks had hij die ontwaard, of hij viel verlamd op zijn +leuningstoel neer, als ware hij door den bliksem getroffen. + +Men vloog naar hem toe, men maakte zijn das los, men wierp hem water +op het hoofd.... Eindelijk ontwaakte hij uit zijne bezwijming. + +"De diamant!...." bulderde hij met donderende stem. "De +diamant!.... Wie heeft den diamant genomen?" + +"Heeren, dat niemand het vertrek verlate!" zei de chef der +politie-brigade, terwijl hij al de uitgangen deed bezetten. + +Al de gasten keken elkander met verlegenheid aan en wisselden hunne +meeningen al fluisterend. Het was nog geen vijf minuten geleden, +dat allen den diamant nog gezien of gemeend hadden hem te zien. Maar +men moest zijne oogen wel gelooven: de diamant was weg. + +"Ik verlang dat alle hier tegenwoordige personen aan den lijve worden +onderzocht, alvorens zij het vertrek verlaten!" stelde Thomas Staal +met zijne gewone rondborstigheid voor. + +"Ja!.... ja!".... antwoordde de vergadering, met eene zoo het scheen +eenparige stem. + +Dat voorstel liet een glimp van hoop voor John Watkins schemeren. + +De politie-beambte deed diensvolgens al de gasten langs een der zijden +van de zaal op eene rij plaats nemen en begon zich het eerst aan de +geëischte behandeling te onderwerpen. Hij keerde zijne zakken het +binnenste buiten, hij deed zijne schoenen uit en liet zijne kleederen +bevoelen en betasten door wien maar wilde. Vervolgens onderwierp +hij ieder zijner ondergeschikten aan hetzelfde onderzoek. Eindelijk +kwamen de gasten een voor een voor en ondergingen opvolgend het meest +nauwkeurige onderzoek. + +Helaas! dat alles gaf niets! + +Al de hoekjes en gaatjes van de feestzaal werden met de meeste zorg +doorgesnuffeld.... men vond zelfs geen spoor van den diamant! + +"Nu de Kaffers, die met het bedienen der tafel belast waren!" zei de +politiebeambte, die de zaak nog niet wilde opgeven. + +"Dat's juist!.... De Kaffers zijn de schuldigen!" kreeg hij tot +antwoord. "Zij zijn diefachtig van aard genoeg, om dat schelmstuk +uitgevoerd te hebben! + +De arme drommels hadden evenwel het vertrek reeds verlaten, vóór +dat John Watkins zijn toast uitbracht, daar hunne diensten niet +meer benoodigd waren. Zij zaten buiten neergehurkt rondom een groot +vuur, dat in de open lucht ontstoken was. Zij hadden lekkertjes +gesmuld van de kliekjes vleeschspijzen, die van het feestmaal waren +overgeschoten en waren juist op het punt een echt Kaffersch concert +te beginnen. Zij hadden reeds hunne guitaren gegrepen, die van een +kalabas vervaardigd waren, hunne fluiten, waarin zij met de neusgaten +bliezen, hunne schelklinkende tamtams, van verschillende grootte, +en waren reeds begonnen dat helsch rumoer te laten hooren, hetwelk +iedere muziekuitvoering der inboorlingen van Zuid-Afrika voorafgaat. + +Die Kaffers begrepen waarachtig niet volkomen, wat men van hen +verlangde, toen men hen naar binnen riep om hen te betasten en hunne +spaarzame kleedingstukken te onderzoeken. Zij kwamen eindelijk op de +hoogte, dat het den diefstal van een diamant van groote waarde gold. + +Evenals de voorgaande onderzoekingen waren deze ook nutteloos en +vruchteloos. + +"Wanneer de dief onder de Kaffers schuilt--wat voor mij aan geen +twijfel onderhevig is"--zei een der gasten "dan heeft hij tienmaal +meer tijd gehad dan noodig is, om het gestolene op eene veilige plaats +te bergen!" + +"Dat's buiten eenige twijfel," zei de politiebeambte, "en er is maar +één middel om hen te noodzaken zich zelven te verraden, en dat is om +zich tot een toovenaar of waarzegger van hun ras te wenden. Die lokt +soms verrassende uitkomsten uit." + +"Als gij het toestaat," zei Makatit, die zich nog bij zijne +reisgenooten bevond, "dan kan ik de proef leiden!" + +Dit aanbod werd terstond aangenomen. De gasten rangschikten zich +aaneengesloten rondom de Kaffers, waarop Makatit, die in de rol +van toovenaar geheel en al te huis was, zijne voorbereidselen trof, +om zijn onderzoek te beginnen. + +Vooraf nam hij twee of drie snuifjes fijne tabak uit een hoornen +snuifdoos, die hij steeds bij zich droeg, en snoof die krachtig op. + +"Ik zal thans de proef met de stokjes nemen!" zei hij toen dat snuiven +afgeloopen was. + +Hij ging bij een naburigen struik een twintigtal stokken afhakken, +die hij nauwkeurig afmat en op gelijke grootte, namelijk van twaalf +Engelsche duimen sneed. Toen deelde hij die aan de Kaffers uit, +die op een gelid gerangschikt stonden en behield er een voor zich. + +"Gij kunt u gedurende een kwartier uurs verwijderen, waarheen gij +wilt," zeide hij op plechtigen toon tegen zijne makkers, "maar gij +moet terugkomen, wanneer gij den tam-tam hoort weêrklinken! Wanneer +de dief onder u schuilt, dan zal zijn stokje drie vingers langer +geworden zijn." + +De Kaffers, zeer onthutst door die toespraak, verspreidden zich, +maar gevoelden zich niet op hun gemak, daar zij zeer goed wisten, +dat met de korte en afdoende rechtspleging in Grikwaland iemand al +heel spoedig als verdacht opgepakt, maar nog sneller gehangen werd. + +De gasten van John Watkins, die de bijzonderheden van dat comediespel +met alle aandacht gadegeslagen hadden, deelden elkander natuurlijk +hunne gevoelens mede. + +"De dief, wanneer hij zich onder die menschen bevindt, zal zich wel +wachten terug te keeren," zei de een. + +"Welnu, dat zou hem juist verraden!" antwoordde de ander. + +"Bah! Hij zal slimmer zijn dan Makatit en zal zich vergenoegen met +drie vingerlengten van zijn stokje af te snijden, om de gevreesde +verlenging te bezweren!" + +"Dat is het waarschijnlijk juist wat de toovenaar hoopt. Want die +onhandige verkorting zou genoegzaam den schuldige aanwijzen." + +Toen de vijftien minuten verloopen waren, sloeg Makatit plotseling +op den tam-tam om zijne rechtsonderhoorigen terug te roepen. + +Zij kwamen allen tot den laatste toe terug, rangschikten zich voor +hem en reikten hem hunne stokjes over. + +Makatit nam ze, vormde er een bundel van en bevond dat ze allen even +lang waren. Hij wilde ze reeds weggooien en verklaren dat de proef +afdoende de eerlijkheid zijner landgenooten had aangetoond, toen hij +van gedachte veranderende, de stokjes, die men hem aangereikt had +met dat hetwelk hij behield, vergeleek. + +Allen waren drie vingeren korter. + +De arme drommels hadden het voorzichtig geoordeeld, dien +voorzorgsmaatregel te nemen tegen eene verlenging, die volgens hun +bijgeloovig verstand, zeer goed plaats kon grijpen. Dat duidde nu wel +op geen volmaakt zuiver geweten, en waarschijnlijk had ieder hunner +in den loop van den dag den een of anderen diamant gestolen. + +Een schaterlach begroette die onverwachte uitkomst. Makatit sloeg +de oogen neer en scheen geheel ter neergeslagen en vernederd, dat +een middel, hetwelk hem in zijne kraal zoo dikwerf bijzonder goed +gediend had, nu in het beschaafde leven geheel waardeloos gebleken was. + +"Mijnheer, er blijft ons niets over dan onze onmacht te bekennen!" zei +toen de politiebeambte met een beleefden groet tot John Watkins, +die op zijn leuningstoel in zijn wanhoop verdiept, was blijven +zitten. Misschien zullen wij morgen gelukkiger zijn, wanneer wij +eene groote belooning zullen uitloven aan hem die ons op het spoor +van den dief zal brengen!" + +"De dief," riep Hannibal Pantalucci eensklaps uit. "Maar waarom zal hij +dat niet zijn, wien gij opgedragen hadt zijne gelijken te beoordeelen?" + +"Wat wilt gij daarmee zeggen?" vroeg de officier van politie. + +"Welnu.... die Makatit, die daar de rol van toovenaar op zich nam, +heeft kunnen hopen alle verdenking van zich af te wenden!" + +Wie in dat oogenblik aandachtig op Makatit gelet had, zou hem een +leelijk gezicht hebben zien trekken, en hem de zaal hebben zien +verlaten om op een drafje naar zijne hut te snellen. + +"Ja," hernam de Napolitaan, "hij was steeds bij diegenen zijner +makkers die den dienst binnenskamers verrichten!.... Hij liep heen +en weer!.... Dat is een schurk, een schoft, wien mijnheer Méré zeer +genegen is, men weet waarachtig niet waarom." + +"Makatit is eerlijk! Daar durf ik voor instaan!" riep miss Watkins uit, +die gereed was voor den bediende van Cyprianus in de bres te springen. + +"Wat weet jij er van?" grauwde John Watkins zijne dochter ruw +toe. "Ja....! hij is in staat om den diamant gestolen te hebben!" + +"Hij kan niet heel ver zijn," hernam de politiebeambte. "Binnen weinige +oogenblikken zullen wij hem doorzocht hebben. Als de _Zuidster_ +in zijn bezit gevonden wordt, dan zal hij net zooveel zweepslagen +ontvangen, als zij karaten zwaar is en als hij vóór dien tijd nog +niet bezweken is, zal hij na den vierhonderd twee en dertigsten slag +opgeknoopt worden!" + +Miss Watkins ijsde bij het vernemen van die wreede taal. Al die half +wilde mannen klapten in de handen bij het hooren van die afschuwelijke +uitspraak van den politiebeambte. Maar wat te doen tegenover die +woeste naturen, die geen wroeging noch medelijden kenden? + +John Watkins bevond zich met zijne gasten een oogenblik later voor +de hut van Makatit en zij braken de deur open. + +Makatit was er niet en te vergeefs wachtte men hem gedurende den +geheelen nacht op. + +Den volgenden morgen was hij nog niet terug. Men moest toen wel +erkennen dat hij de Vandergaart-Kopjesmijn verlaten had. + + + + + +TWAALFDE HOOFDSTUK. + +TOEBEREIDSELEN TOT VERTREK. + + +Toen Cyprianus den volgenden morgen al heel vroeg vernam, wat den +vorigen avond gedurende het diner plaats gegrepen had, was zijne +eerste daad om dadelijk te protesteeren tegen de zware beschuldiging, +die tegen zijn bediende ingebracht was. Hij kon onmogelijk aannemen +dat Makatit zulken diefstal zoude gepleegd hebben, en Alice deelde +dien twijfel volkomen met hem. Hij zou eerder Hannibal Pantalucci, +Herr Friedel, Nathan of ieder ander van die wezens, die voor hem +slechts menschen van twijfelachtig allooi waren, verdacht hebben! + +Het was evenwel zeer onwaarschijnlijk dat een Europeaan zich aan dien +diefstal had schuldig gemaakt. Voor allen, die met den oorsprong +van de _Zuidster_ onbekend waren, was zij een natuurlijke diamant, +en bezat bijgevolg eene waarde, die het zeer moeilijk moest maken, +hem van de hand te zetten. + +"En toch," herhaalde Cyprianus bij zich zelven, "is het niet mogelijk, +dat Makatit de dader is!" + +Maar dan kwam toch weer twijfel bij hem op; dan herinnerde hij zich +enkele kleine diefstallen, waaraan de Kaffer zich in zijn dienst +had schuldig gemaakt. In weerwil van de vermaningen zijns meesters, +had hij, zijner geaardheid getrouw--die omtrent het mijn en het dijn +zeer zonderlinge en zeer ruime opvattingen had--, zich nimmer van die +ergerlijke gewoonte kunnen ontdoen. Het gold destijds, wel is waar, +slechts kleinigheden, min kostbare zaken, maar dat was toch voldoende +om de eerlijkheid van Makatit niet geheel en al boven iedere verdenking +verheven te achten. + +Daarenboven kwam er nog bij, dat de tegenwoordigheid van den Kaffer in +de feestzaal overeenstemde met het verdwijnen van den diamant als bij +tooverslag; dan nog die zonderlinge omstandigheid, dat hij weinige +oogenblikken later in zijn hut niet meer te vinden was geweest; +eindelijke zijne vlucht--want weg was hij, dat was duidelijk, die +toch hare redenen meest hebben. + +Cyprianus wachtte inderdaad den geheelen morgen op Makatit, terwijl +hij nog steeds iedere gedachte aan de schuld van zijn bediende +verwierp. Maar deze kwam niet terug. Hij moest zelfs erkennen, +dat de zak, waarin deze zijne spaarpenningen, zijn gereedschappen, +zoo onmisbaar voor iemand, die de woeste streken van Zuid-Afrika wil +doorreizen, geborgen had, uit de hut verdwenen was. Ja, toen was geen +twijfel meer mogelijk. + +Zoo omstreeks tegen tien uur begaf de jeugdige ingenieur, die eigenlijk +meer bedroefd was over het gedrag van Makatit, dan over het verlies +van den diamant, zich naar de hoeve van John Watkins. + +Hij vond daar den bewoner der hoeve, Hannibal Pantalucci, James Hilton +en Friedel in een druk gesprek gewikkeld. Alice, die hem had zien +komen, trad met hem de zaal binnen, waarin haar vader en zijne drie +makkers met heftigheid zaten te redetwisten over de maatregelen, +die genomen moesten worden, om weer in het bezit van den diamant +te geraken. + +"Men moet dien Makatit nazetten, men moet hem achterhalen!" riep John +Watkins met hevige woestheid uit. "En wanneer men den diamant niet +bij hem vindt, dan moet men hem den buik opensnijden, om te zien of +hij hem niet ingeslikt heeft!.... O! mijn dochter, wat hebt ge goed +gedaan met ons gisteren die geschiedenis te verhalen!.... Men zal +dien diamant tot in de ingewanden van dien schoft zoeken!" + +"Maar,.... maar...." antwoordde Cyprianus op spottenden toon, die +den Engelschman volstrekt niet beviel, "om een steen van die dikte +te kunnen inslikken, zou Makatit een struisvogelmaag moeten bezitten!" + +"Is een Kaffermaag niet tot alles in staat.... mijnheer Méré?" vroeg +John Watkins. "En vindt gij het gepast in dit oogenblik en over dat +onderwerp te lachen en te spotten?" + +"Ik lach of spot niet, mijnheer Watkins," antwoordde Cyprianus op +hoog ernstigen toon. "Wanneer ik evenwel het verlies van dien diamant +betreur, dan is het alleen, omdat gij mij toegestaan hadt hem aan +juffrouw Alice aan te bieden...." + +"En ik ben er u dankbaar voor, mijnheer Cyprianus," zei miss Watkins, +"even dankbaar alsof ik hem nog in mijn bezit had." + +"Daar heb je nu een staaltje van het vrouwenverstand!" riep Watkins +uit. "Even dankbaar alsof zij hem nog in haar bezit had, een diamant, +die zijn weerga in deze wereld niet heeft!...." + +"Inderdaad, dat is niet geheel en al hetzelfde, miss Watkins!" merkte +James Hilton op. + +"Neen, waarachtig niet!" vulde Friedel aan. + +"Jawel, het is volkomen hetzelfde!" antwoordde Cyprianus, "daar ik, +nu ik dezen diamant vervaardigd heb, wel weer een andere zal kunnen +maken!" + +"O mijnheer de ingenieur," sprak Hannibal Pantalucci met eene +bedreigingsvolle stem, "ik geloof dat gij wèl zult doen wanneer gij +uwe proeven staakt.... wèl in het belang van Grikwaland.... voorzichtig +in uw eigen belang!" + +"Waarlijk, mijnheer!" antwoordde Cyprianus, "mijne meening is, dat +ik u dienaangaande geen verlof te vragen heb!" + +"Het oogenblik is bij mijne ziel goed gekozen om daarover te twisten," +riep John Watkins uit. "Is mijnheer Méré ook wel verzekerd van bij +eene tweede proefneming te zullen slagen? Zou de tweede diamant, +die in zijne werkplaats zou ontstaan, dezelfde kleur, hetzelfde +gewicht en derhalve dezelfde waarde als de eerste hebben? Kan hij +zelfs verzekeren geen anderen steen te kunnen vervaardigen, al ware +het ook een van mindere waarde? Zou hij durven beweren dat het niet +een groot toeval, louter toeval is geweest?" + +Wat John Watkins daar sprak, was te redelijk om niet de gedachten van +den jeugdigen ingenieur te treffen! Dat kwam daarenboven geheel en al +overeen met de tegenwerpingen, die hij zich zelven meermalen gemaakt +had. Zijne wijze van werken kwam voorzeker geheel en al overeen met de +gegevens, die hij uit de nieuwere scheikunde geput had; maar was het +toeval hem niet bovenal behulpzaam geweest bij dat eerste welslagen? En +was hij verzekerd, dat hij bij een tweede poging andermaal slagen zou? + +Onder die omstandigheden was het noodzakelijk, dat de dief, maar wat +nog beter zou zijn, het gestolene achterhaald werd. + +"Heeft men geen spoor van Makatit gevonden?" vroeg John Watkins. + +"Geen enkel," antwoordde Cyprianus. + +"Heeft men al de omstreken van het kamp doorzocht?" + +"Ja, en goed doorzocht ook," zei Friedel. "De schurk is waarschijnlijk +gedurende den nacht verdwenen en het zal moeilijk, zoo niet onmogelijk +zijn, te bepalen waarheen hij gevlucht is!" + +"Heeft de politiebeambte zijne hut doorzocht?" + +"Ja," antwoordde Cyprianus; "maar hij heeft niets ontdekt, wat hem +op het spoor van den vluchteling kon brengen." + +"O!" riep John Watkins uit, "ik zou vijfhonderd, ik zou duizend pond +sterling willen geven, wanneer men den schoft vatte." + +"Dat geloof ik wel, mijnheer Watkins," zei Hannibal Pantalucci. "Ik +vrees echter dat gij uwen diamant en ook den dief nimmer wederziet!" + +"Waarom dat?" + +"Omdat Makatit, eenmaal aan het loopen, zoo dom niet zal zijn +om onderweg op te houden! Hij zal de Limpopo-rivier oversteken, +hij zal de woestijn doortrekken, hij zal naar Zambessa of naar het +meer Tanganayki, of naar de Boschjesmannen gaan, als hij dat noodig +oordeelen zal." + +Deelde de spitsvondige Napolitaan, door zoo te spreken, openhartig +zijne gedachten mede? Of poogde hij aldus te beletten dat men de +vervolging van Makatit ondernam, om die zorg later zelf op zich te +nemen? Die vraag stelde Cyprianus zich, terwijl hij hem aandachtig +waarnam. + +Maar John Watkins was de man niet om eene onderneming op te geven +eenig en alleen omdat zij moeilijk in de uitvoering was. Hij zou +werkelijk zijn geheel vermogen opgeofferd hebben om weer in het bezit +van den onvergelijkelijken steen te geraken, en door het geopende +raam boorden zijne woedende blikken ongeduldig tot bij de groenende +zomen der Vaalrivier, alsof hij hoop had daar bij dien boschrand den +vluchteling te ontdekken. + +"Neen!" riep hij, "dat kan zoo niet toegaan!.... Ik moet mijn diamant +terug hebben!.... Die schoft moet achterhaald worden!.... O! als ik +maar niet aan het pootje leed, dan zou dat spoedig genoeg geschied +zijn, dat verzeker ik!" + +"Vaderlief!...." kwam Alice tusschenbeide, om hem tot kalmte te +stemmen. + +"Kom, wie belast er zich mede?" riep John Watkins uit, terwijl hij +den blik rondom zich liet waren. "Wie wil zich met de vervolging +van den Kaffer belasten? De belooning zal flink zijn, daarop geef ik +mijn woord!" + +En daar niemand antwoordde: + +"Kijk heeren," hernam hij, "gij zijt alle vier jonge mannen, die +naar de hand mijner dochter dingen! Welnu, brengt mij den dief met +mijn diamant terug"--hij zei thans reeds "mijn diamant"--"en op de +eer van een Watkins, hij die mij den steen terugbrengt, zal mijne +dochter krijgen!" + +"Aangenomen!" riep James Hilton. + +"Ik doe meê!" verklaarde Friedel. + +"Wie zou niet trachten een zoo kostbaren prijs te winnen!" mompelde +Hannibal Pantalucci met een akeligen grijnslach om de lippen. + +Alice's gelaat was hoogrood van schaamte; zij gevoelde zich uiterst +vernederd, zich zoo tot inzet van zulk eene partij gesteld te zien, +en dat nog wel in tegenwoordigheid van den jongen ingenieur. Zij +trachtte te vergeefs hare verlegenheid te verbergen. + +"Miss Watkins!" fluisterde haar Cyprianus toe, terwijl hij zich +eerbiedig voor haar boog, "ik zou mij wel als mededinger willen opdoen, +maar mag, kan ik dat zonder uwe toestemming?" + +"Die hebt gij, mijnheer Cyprianus," antwoordde zij levendig, "en ik +voeg er mijne beste wenschen bij." + +"Dan ben ik bereid om naar het uiteinde der wereld te reizen," zei +hij terwijl hij zich tot John Watkins wendde. + +"Bij mijne ziel, waarschijnlijk zult gij niet ver van de wijs zijn", +meende Hannibal Pantalucci, "en ik geloof dat die Makatit ons een +aardig eindje ver zal voeren. Als hij goed doorgeloopen heeft, kan +hij morgen te Potchefstroom zijn en zal hij de bovenlanden bereikt +hebben, alvorens wij onze woningen zullen hebben verlaten!" + +"Maar, wat belet ons om heden nog.... om dadelijk te vertrekken?" vroeg +Cyprianus. + +"O, ik waarachtig niet, als gij daarin trek hebt!" antwoordde de +Napolitaan. "Maar, wat mij betreft, ik scheep mij nooit in zonder +mondvoorraad. Een degelijke wagen met een dozijn ossen bespannen en +twee rijpaarden, dat is wel het allerminst wat noodig kan geacht worden +voor een tocht als deze. En dat alles is slechts te Potchefstroom +te verkrijgen." + +Nogmaals, sprak Hannibal Pantalucci ernstig? Of was het hem alleen te +doen om zijne mededingers te doen terugdeinzen? De bevestiging daarvan +kon aan twijfel onderhevig zijn. Wat evenwel niet twijfelachtig +kon genoemd worden, was dat hij volkomen gelijk had. Zonder zulke +vervoermiddelen, zonder dien mondvoorraad zou het volslagen dwaasheid +zijn in het noorden van Grikwaland te gaan reizen. + +Evenwel, een span ossen--dat wist Cyprianus wel--kostte vier of vijf +duizend gulden, en wat hem betrof, hij bezat er geen twee duizend. + +"Een goede inval!" zei plotseling James Hilton, die, in zijne +hoedanigheid van geboren Afrikaan van Schotschen oorsprong, zeer zuinig +van aard was, "waarom zouden wij met ons vieren geen vennootschap +aangaan? Iedere kans zou dezelfde blijven, en de onkosten zouden veel +minder wezen, daar zij door allen gedragen werden!" + +"Dat komt mij zeer juist voor," zei Friedel. + +"Top, dat neem ik aan," antwoordde Cyprianus zonder aarzeling. + +"In dat geval," meende Hannibal Pantalucci te moeten opmerken, "zullen +wij moeten overeenkomen, dat ieder onzer zijne onafhankelijkheid +blijft behouden, en dat hij vrij zal wezen zijne makkers te verlaten, +wanneer hij dit nuttig en doelmatig zal achten om den vluchteling +te achterhalen!" + +"Dat spreekt van zelf," antwoordde James Hilton. "Wij vormen eene +maatschap tot aankoop van een wagen, van ossen en levensvoorraad, +maar ieder onzer kan heengaan wanneer hij zulks oorbaar of passend +zal achten! En des te beter voor hem die het eerste het doel bereikt!" + +"Aangenomen!" zeiden Cyprianus, Hannibal, Pantalucci en Friedel. + +"En wanneer vertrekt gij?" vroeg John Watkins ongeduldig, daar die +overeenkomst zijne kansen, om weer in het bezit van den beroemden +diamant te geraken, vervierdubbelde. + +"Morgen met den postwagen van Potchefstroom," antwoordde Friedel. + +"Er valt niet aan te denken om vóór dat voertuig aan te komen." + +"Aangenomen!" + +Alice had middelerwijl Cyprianus ter zijde genomen en vroeg hem of hij +waarlijk geloofde dat Makatit zulk een diefstal zoude bedreven hebben? + +"Miss Watkins," antwoordde de jeugdige ingenieur, "ik ben verplicht +te erkennen, dat alle omstandigheden tegen hem pleiten, doordat +hij de vlucht genomen heeft. Maar wat mij zeker voorkomt, dat is +dat die Hannibal Pantalucci mij geheel den indruk heeft gegeven, +dat hij meer van de verdwijning van den diamant afweet, dan hij wel +zal willen bekennen. Wat een galgentronie heeft die man.... en welken +schitterenden vennoot zal ik in hem aantreffen!... Maar bah! men moet +roeien met de riemen die men heeft! Het is, alles goed beschouwd, toch +nog beter dien man in de nabijheid te hebben, om zijne bewegingen te +kunnen gadeslaan, dan dat hij alleen en volgens zijn eigen goedvinden +kon handelen." + +De drie mededingers namen weldra afscheid van John Watkins en van zijne +dochter. Wat in de gegeven omstandigheden zeer natuurlijk bevonden +moest worden, is dat het afscheidnemen uiterst kort geschiedde en +zich bepaalde tot het wisselen van een handdruk. Wat zouden die +ijverzuchtige mededingers, die te zamen vertrokken en elkander naar +den duivel wenschten, ook te vertellen hebben gehad, wat de anderen +niet mochten hooren? + +Toen Cyprianus te huis kwam, vond hij daar Li en Bardik. Die jonge +Kaffer had zich, sedert hij bij den Franschman in dienst getreden was, +zeer ijverig betoond. De Chinees stond met hem op den deurdrempel te +babbelen. De jonge ingenieur deelde hen mede, dat hij ging vertrekken +in gezelschap van Friedel, van James Hilton en van Hannibal Pantalucci, +om jacht op Makatit te maken. + +Beiden wisselden toen een blik, een enkelen slechts; naderden elkander, +en zonder in het minst hunne meening omtrent den vluchteling uit te +spreken, zeiden zij : + +"Vadertje, neem ons mede met u; wij smeeken er u dringend om!" + +"U meenemen?.... Om wat te doen, asjeblieft?" + +"Om uwe koffie te zetten en uwe maaltijden gereed te maken," +zei Bardik. + +"Om uw linnengoed te wasschen," vulde Li aan. + +"En om de kwaadwilligen te beletten u te schaden," hernamen beiden +te zamen, alsof zij zulks vooraf afgesproken hadden. + +Cyprianus gunde hun een dankbaren blik. + +"Goed!" antwoordde hij, "op uw verlangen neem ik u beiden mede!" + +Daarop ging hij afscheid nemen van den ouden Jacobus Vandergaart, die, +zonder goed- of af te keuren dat Cyprianus aan dien tocht deelnam +hem hartelijk de hand drukte en hem een goede en voorspoedige reis +toewenschte. + +Toen de jeugdige ingenieur zich den volgenden morgen bij het aanbreken +van den dag, gevolgd door zijne twee getrouwen, naar het kampement +Vandergaart begaf om den postwagen van Potchefstroom te bereiken, +wierp hij in het voorbijgaan een blik op de hoeve van John Watkins, +waar alles zoo het scheen nog in slaap gedompeld was. + +Was het verbeelding? Of een droombeeld? Hij meende achter het witte +mousseline van een der vensters een lichte gedaante te herkennen, +die op het oogenblik dat hij voorbijstapte hem een gebaar van vaarwel +toewenkte. + + + + + +DERTIENDE HOOFDSTUK. + +DWARS DOOR DE TRANSVAAL. + + +Toen de vier reizigers te Potchefstroom aankwamen, vernamen zij +dat een jonge Kaffer--wiens signalement geheel en al overeenkwam +met den persoon van Makatit--den vorigen dag door de stad getrokken +was. Dit werd als een gunstig voorteeken voor de kans van welslagen +der onderneming beschouwd. Maar het vooruitzicht werd tevens geopend, +dat de vervolging waarschijnlijk zeer langdurig zoude zijn, daar de +reizigers vernamen, dat de vluchteling zich daar een lichte karikel +had aangeschaft, met een struisvogel bespannen, zoodat het moeilijk +werd hem in te halen. + +En inderdaad, er bestaan geen betere loopers ter wereld dan die dieren, +die volharding aan snelheid paren. Wij moeten er hier bijvoegen, +dat trekstruisvogels zelfs in Grikwaland uiterst zeldzaam zijn, omdat +zij zoo moeilijk zijn af te richten. Daarom kon noch Cyprianus noch +zijne makkers zich te Potchefstroom die dieren aanschaffen. + +Nu moet betuigd worden, dat Makatit in die omstandigheden naar het +noorden trok met een zeer snel vervoermiddel, terwijl tien postpaarden, +al werden zij ook geregeld verwisseld, zich bek-af zouden geloopen +hebben. + +Er bleef dus niets anders over dan te trachten den vluchteling zoo +spoedig mogelijk te volgen. Het is waar, deze had, behalve een grooten +voorsprong, ook nog het voordeel van over eene grootere snelheid te +kunnen beschikken dan het vervoermiddel, dat zijne vervolgers bezigen +moesten. Maar.... maar de krachten van een struisvogel hebben ook +hare grenzen. Makatit zou wel genoodzaakt worden ergens op te houden, +en dat zou tijdverlies voor hem zijn. Op het ongunstigste gerekend, +zoude men hem op het einde zijner reis inhalen. + +Cyprianus kwam weldra in het geval, zich geluk te kunnen wenschen +dat hij Li en Bardik medegenomen had, vooral toen het er op aankwam +om zich voor den tocht uit te rusten. Dat was geen gering werk om +in zulke omstandigheden met juistheid en beleid die voorwerpen te +kiezen, die werkelijk nut zouden opleveren. Dienaangaande kon niets +tegen de ondervinding, in de woestijn opgedaan, opwegen. Al was +Cyprianus ook al een bovenste beste, een matador in de differentiaal- +en integraalrekeningen, zoo was hij toch onwetend als een zuigeling in +het abc-boek van woestijnbestaan, in het "trek"leven, waardoor daar +ginds de wetenschap aangeduid wordt om "het spoor van de raderen van +een wagen te kunnen volgen." Daar kwam nu nog bij dat zijne makkers +niet alleen geen zucht aan den dag legden om hem met raad en daad +te willen helpen, maar integendeel eene neiging vertoonden om hem in +dwaling te brengen. + +De zaken gingen vrij wel, wat den wagen, die met eene voor het +water ondoordringbare huif moest overdekt zijn, de spannen ossen +en de verschillende voorraadsmiddelen betrof. Het algemeene belang +noodzaakte gebiedend om die oordeelkundig uit te kiezen en aan te +schaffen. Die taak nam James Hilton op zich, en hij voerde ze naar +wensch uit. Maar zoo werd niet te werk gegaan met al hetgeen aan +ieders individueel initiatief werd overgelaten, bij voorbeeld bij +den aankoop van een paard. + +Cyprianus had op de markt reeds het oog geslagen op een zeer fraai, +vurig veulen van drie jaren oud, dat men hem voor een matigen prijs +aanbood. Hij had het bij wijze van proef bereden en zeer gedresseerd +bevonden en hij stond reeds gereed den koopman de gevraagde som uit +te betalen, toen Bardik hem ter zijde nam en vroeg: + +"Hoe is het, vadertje, gaat ge dat paard koopen?" + +"Voorzeker, Bardik, het is het schoonste dat ooit voor een dusdanigen +prijs te verkrijgen zal zijn." + +"Gij moet het niet nemen, al wou men het u te geef opdringen," +antwoordde de jeugdige Kaffer. "Dat paard zal geen acht dagen de +vermoeienissen van een reis in de Transvaal volhouden!" + +"Wat meent ge?" vroeg Cyprianus. "Wilt ge ook bij geval tegenover +mij de rol van waarzegger op u nemen!" + +"Geenszins, vadertje; maar Bardik kent de woestijn en waarschuwt u, +dat dit paard niet "van zouten" is." + +""Van zouten?" Wil je mij dan een gekuipt paard doen koopen?" + +"Neen, vadertje; maar die uitdrukking wil zeggen, dat dit paard de +landziekte nog niet gehad heeft, dat het die weldra ondergaan zal, +en dat, wanneer het er niet aan sterft, het voor u niettemin nutteloos +zal zijn." + +"Zoo!" zei Cyprianus, zeer opmerkzaam gemaakt door die waarschuwing +van zijn bediende. "En wat is dat voor eene ziekte?" + +"Dat's een hevige koorts, met hoesten gepaard," antwoordde Bardik. "Het +is onontbeerlijk bij zoo'n reis slechts paarden aan te schaffen, die +de ziekte reeds gehad hebben,--hetgeen aan hun uiterlijk gemakkelijk +te zien is--, omdat, wanneer zij aan den dood ontsnapt zijn, het zeer +zeldzaam is, dat zij een tweede maal aangetast worden." + +Tegenover zulk eene gebeurlijkheid mocht niet geaarzeld +worden. Cyprianus brak iedere verdere onderhandeling af en ging +op kondschap uit. Iedereen, dien hij sprak, bevestigde Bardik's +raadgeving. Die zaak was zoo bekend in het land, dat men er zelfs +niet over sprak. + +Zoo tegen zijne onervarenheid gewaarschuwd, ging de ingenieur met +meer voorzichtigheid te werk en riep den raad in van een veearts +te Potchefstroom. + +Dank zij de tusschenkomst van dien deskundige, werd het hem +mogelijk zich binnen weinige uren een zoodanig rijpaard aan te +schaffen, als voor die reis geschikt was. Het was een grijs paard, +dat slechts vel en beenderen scheen te hebben en slechts een stuk +staart in eigendom bezat. Maar het was hem bij onderzoek duidelijk +aan te zien, dat die "van zouten" was, dat al had hij ook al een +onaangenamen draf, hij beter was dan hij er uitzag. Templar--zoo heette +hij--genoot in het geheele land een zekere vermaardheid wegens zijne +onvermoeibaarheid. Bardik, die wel met recht mocht geraadpleegd worden, +verklaarde ook dat dit paard hem volkomen voldeed. + +Bardik zelf zou in het bijzonder met de leiding van den wagen en van de +ossenspannen belast, en daarin door zijn makker Li bijgestaan worden. + +Cyprianus behoefde zich dus niet om rijpaarden voor hen te +bekommeren. Het zou hem ook onmogelijk geweest zijn, die aan te +schaffen, wegens de kolossaal hooge prijzen, die hij er voor zou +hebben moeten besteden. + +De keuze der wapens was niet minder moeilijk. Cyprianus had wel +ettelijke vuurwapenen uitgekozen, b.v. een uitmuntend getrokken geweer +van het stelsel Martini-Henri en een Remmington-karabijn, die niet +door fraaie bewerking uitblonken, maar die juist schoten en spoedig +geladen konden worden. Maar, waaraan hij nimmer gedacht zou hebben, +wanneer Li de Chinees hem er het denkbeeld niet van had ingefluisterd, +was om zich te voorzien van een zeker getal patronen met ontplofbaren +kogel. Hij meende ook dat hij genoeg munitie zou hebben, wanneer hij +voor vijf of zes honderd schoten kruit en lood zou bezitten, en was +zeer verbaasd toen hij vernam, dat vierduizend schoten, per geweer +gerekend, een minimum-voorraad was, die door de voorzichtigheid in +dat land van wilde dieren en van inboorlingen, die niet minder zeer +te duchten waren, geboden werd. + +Cyprianus schafte zich ook twee revolvers aan, en patronen daarvoor, +ook met ontplofbaren kogel, en voltooide zijne bewapening met den +inkoop van een prachtig jachtmes, dat al sedert vijf jaren in de +uitstalling van den zwaardveger te Potchefstroom geprijkt had, zonder +dat ooit iemand een zucht om het te koopen getoond had. + +Het was ook weer Li, die op dien inkoop aangedrongen en daarbij +verzekerd had, dat dit mes zeer nuttig bevonden zoude worden. De +zorg daarenboven, die de Chinees wijdde aan het onderhoud en aan de +scherpte en den onbevlekten glans van dat korte en breede lemmer, +hetwelk veel op eene sabel-bajonet van de Fransche infanterie geleek, +toonde genoegzaam welk vertrouwen hij in de blanke wapens stelde, +vertrouwen dat door alle mannen van zijn ras gedeeld wordt. + +Er moet nog vermeld worden, dat de reeds vermelde roode koffer den +voorzichtigen Chinees steeds vergezelde. Hij stopte er, bij eene +menigte doozen en doosjes met geheimzinnigen inhoud, ongeveer zestig +meter dun en lenig touw in, stevig gevlochten, van dat soort hetwelk +de matrozen "kabelgaren" noemen. Toen men hem vroeg wat hij daarmede +wilde uitvoeren, antwoordde hij ontwijkend: + +"Moet ik de wasch in de woestijn niet even goed ophangen als elders?" + +Alle inkoopen waren binnen twaalf uren volbracht. Ondoordringbare +huiven, wollen dekens, keukengereedschap, overvloedige mondvoorraad +in dichtgesoldeerde blikken bussen, jukken voor de ossen, kettingen, +verwisseltuigen, ledergoed, dat alles vulde in het achtergedeelte van +den wagen het algemeene magazijn. Het voorste gedeelte, overvloedig +met stroo gevuld, zou tot slaapplaats dienen, zoowel voor Cyprianus +als voor zijne reismakkers. + +James Hilton had zich opperbest van zijne taak gekweten en scheen alles +zeer behendig en doelmatig gekozen en aangeschaft te hebben, wat voor +de vennootschap op reis noodig zou voorkomen. Hij was zeer ijdel, en +op zijne ervaring als volkplanter liet hij zich veel voorstaan. Zoo +zou hij waarachtig er toe overgegaan zijn om zijn makker volledig +omtrent de gebruiken in de Transvaal in te lichten, niet zoozeer uit +kameraadschappelijken aandrang als om zijne meerderheid te toonen en +zijne ijdelheid bot te vieren. + +Maar dan kwam Hannibal Pantalucci steeds tusschen beiden om hem in +de rede te vallen. + +"Waartoe dient het den Franschman uwe wetenschap en uwe ondervinding +op te dringen?" vroeg hij dan fluisterend. "Zijt gij er op gesteld, +dat hij den prijs van den wedren wint? Als ik in uwe plaats was, zou +ik al die bijzonderheden voor mij houden en er geen woord over kikken!" + +James Hilton keek dan den Napolitaan met bewondering aan en antwoordde: + +"Het is sterk en slim wat gij daar zegt. Zeer sterk en zeer +slim!.... Waarachtig, dat denkbeeld zou niet bij mij opgekomen zijn!" + +Cyprianus had evenwel geen oogenblik geaarzeld om Friedel ridderlijk +te waarschuwen en hem openhartig mede te deelen, wat hij omtrent de +paarden in dit land vernomen had; maar hij stootte zich gevoelig +tegen eene grenzelooze zelfgenoegzaamheid en stijfhoofdigheid. De +Duitscher wilde naar niets hooren en verlangde te handelen zooals hij +verkoos. Hij kocht dus het jongste en het vurigste paard, hetwelk hij +vinden kon--juist hetzelfde dier dat Cyprianus geweigerd had--en maakte +er bijzonder werk van om zich vischgereedschap aan te schaffen. Hij +beweerde dat hij al heel spoedig beu van het wildbraad zoude zijn. + +Toen al die voorbereidende maatregelen eindelijk getroffen waren, +kon men zich op weg begeven, waartoe de karavaan zich in de volgorde +rangschikte, zooals wij mededeelen zullen. + +De wagen werd getrokken door twaalf ossen, die rosachtig en zwart +gevlekt waren en die door Bardik gemend werden. Deze liep nu eens +met de zweep in de hand naast de stevige dieren, of wel sprong +om uit te rusten op den disselboom achter het laatste span. Dan, +dicht bij den bok gezeten, gaf hij zich aan het geschommel en gehots +van het voertuig over zonder zich verder om iets te bekommeren, en +scheen uitermate ingenomen met dat soort van vervoermiddel. De vier +ruiters reden in front en maakten de achterhoede uit. Zoodanig zou +de marschvorm gedurende de lange dagen geregeld blijven, en slechts +om eene patrijs te schieten, hetzij om eene verkenning uit te voeren, +mocht deze of gene het gelid verlaten. + +Na een vluchtige beraadslaging werd besloten, dat men zich regelrecht +naar de bronnen van de Limpopo zoude begeven. Alle inlichtingen, die +men ingewonnen had, toonden aan dat Makatit zich hoogstwaarschijnlijk +derwaarts begeven had. En inderdaad, hij kon geen anderen weg +ingeslagen hebben, wanneer het althans zijne meening was, om zich +spoedig buiten de grenspalen der Engelsche bezittingen te begeven. Het +voordeel, dat de Kaffer op zijne vervolgers vooruit had, was vooreerst +zijne uitmuntende kennis met de streek, en dan de lichtheid van zijn +voertuig. Van den eenen kant wist hij waarheen hij trok, en kon hij den +naasten weg inslaan; van den anderen kant was hij verzekerd, dank zij +zijne kennissen en betrekkingen in het noordergedeelte van het land, +dat hij overal hulp en bescherming, voeding en onderkomen--zelfs +bondgenooten, als die noodig zouden zijn, zoude vinden. Daarenboven +kon men verzekerd zijn dat hij van zijn invloed op de inboorlingen +zoude gebruik maken om hen te gemoet te treden, die hem vervolgden, +en dan desnoods gewapenderhand te doen aanvallen. Cyprianus en zijne +makkers beseften dus al meer en meer de noodzakelijkheid om gezamenlijk +te marcheeren, ten einde elkander te ondersteunen, wilden zij ten +minste dat een hunner de vruchten hunner pogingen plukte. + +De Transvaal, die van het zuiden naar het noorden doorreisd +zoude worden, is die uitgestrekte landstreek van Zuidelijk +Afrika--ongeveer dertigduizend hektaren groot--welker oppervlakte zich +uitstrekt tusschen de Vaalrivier en de Limpopo, ten westen van den +Drakenbergketen, van de Engelsche kolonie Natal, van het Zoeloeland +en van de Portugeesche bezittingen gelegen. + +Geheel en al door de Boeren, die oude Hollandsche kolonisten van +het Kaapland, ingenomen, die er in twintig of dertig jaren eene +arbeidzame bevolking van landbouwers van meer dan honderdduizend zielen +hebben heengetrokken, heeft de Transvaal natuurlijk de onverzadelijke +begeerlijkheid van Groot-Brittannië opgewekt. Die mogendheid heeft dan +ook dat land in 1877 bij hare bezittingen aan de Kaap ingelijfd. Maar +de gedurige opstanden van de Boeren, die hardnekkig en onafhankelijk +willen blijven, maken dien toestand van inlijving van dit zoo schoone +land nog zeer twijfelachtig. [7] + +Het is een van de meest schilderachtige, een van de vruchtbaarste +streken van Afrika, maar ook een van de gezondste, en dat verklaart, +zonder haar evenwel te rechtvaardigen, de aantrekkingskracht, +welke zij op hare geduchte buurvrouw uitoefent. De goudmijnen, die +er kort geleden ontdekt werden, zijn niet zonder invloed gebleven op +de politieke gedragslijn van Engeland ten opzichte van de Transvaal. + +Op geografisch gebied verdeelt men gewoonlijk dit land, en ook de +Boeren, die het bewonen, in drie hoofdstreken, te weten: het hooge +land of het Hooge Veld, het heuvelland of het Banken-Veld, en het +struikenland of het Bosch-Veld. + +Het hooge land is het meest zuidelijk gelegen. Het wordt door de +bergketen gevormd, die van den Drakenberg naar het westen en naar +het zuiden vertakken. Dat is het Transvaalsche mijndistrict, waar +de dampkring koud en droog is, evenals in het Berner Oberland. Het +Banken-Veld is het landbouwdistrict bij uitnemendheid. Het strekt zich +ten noorden van het Hooge Veld uit en herbergt in zijne diepe dalen, +die door flinke stroomen besproeid en door steeds groenende boomen +beschaduwd worden, het grootste gedeelte der Hollandsche bevolking. + +Het Bosch-Veld eindelijk of het struikenland is voornamelijk de +jachtstreek. Die strekt zich in onmetelijke vlakten noordwaarts tot +aan de oevers van de Limpopo, en westwaarts tot aan het land der +Betjuanen-Kaffers uit. + +Onze reizigers, die van den Potchefstroom, in het Banken-Veld +gelegen, vertrokken waren, moesten het grootste gedeelte van die +streek diagonaalsgewijs doortrekken, voor dat zij het Bosch-Veld +bereiken konden, om zich verder noordwaarts naar de boorden der +Limpopo te begeven. + +Dit eerste gedeelte der reis door de Transvaal was natuurlijk het +gemakkelijkste. Men bevond zich toen nog in een half beschaafd +land. De grootste ongevallen, die den reizigers overkomen konden, +bepaalden zich tot een rad, hetwelk in het modderige wagenspoor van +den weg wegzonk, of tot een zieken os. De wilde eenden, de patrijzen, +de reeën werden langs het pad overvloedig aangetroffen en vormden +iederen dag den grondslag van het ontbijt of van het middagmaal. De +nacht werd gewoonlijk in de een of andere hoeve doorgebracht, welker +bewoners, gedurende drie vierden van het jaar van het overige gedeelte +der schepping afgesloten, de gasten, die bij hen aanklopten, met eene +waarachtige vreugde welkom heetten. + +De Boeren werden overal van hetzelfde karakter aangetroffen, dat wil +zeggen: dat zij gastvrij, voorkomend en belangeloos waren. + +'s Lands gebruik eischt wel is waar, dat hun eene vergoeding wordt +aangeboden voor het onderkomen, dat zij aan menschen en dieren +verleenen; maar zij weigeren die vergoeding immer. Daarentegen dringen +zij bij de reizigers aan, wanneer het op vertrekken aankomt, om meel, +oranje-appelen en gedroogde perziken aan te nemen. En laat men hen in +ruil eenig uitrustingstuk, of jachtinstrument, eene zweep, kruithoorn +of iets dergelijks, dan zijn zij verrukt, al is de waarde van het +ontvangen voorwerp ook nog zoo gering. + +Die brave lieden leiden te midden van hunne uitgestrekte eenzame +streken, een vrij rustig bestaan; zij en hunne familie leven zonder +veel moeite van de opbrengst hunner kudden en bebouwen met behulp van +Hottentotten of Kaffers slechts zooveel grond, om jaarlijks voldoenden +voorraad granen en groenten te gewinnen. + +Hunne woningen zijn eenvoudig uit leem omgetrokken en met een dik +stroodak gedekt. Wanneer de regen hunne muren in bres legt--wat niet +zelden gebeurt,--dan hebben zij het geneesmiddel dicht bij de hand. De +geheele familie houdt zich dan onledig, leem met water te kneden, +en hebben zij daarvan een goeden voorraad vervaardigd, dan grijpen +jongens en meisjes geheele handvollen van die pap en bombardeeren +daarmede de opening totdat zij gedicht is. + +In het innerlijke dier woningen worden ter nauwernood eenige meubelen +aangetroffen; bij voorbeeld houten banken, ruwe tafels, bedden voor +de groote personen, terwijl de kinderen zich met schapenvachten +vergenoegen. + +En toch vindt de kunst eene gereede plaats te midden van dat +oorspronkelijk bestaan. Bijna alle Boeren beoefenen de muziek; +zij krassen op de viool of spelen op de fluit. Zij zijn dol op het +dansvermaak, en kennen noch hinderpalen noch vermoeienis, wanneer +het geldt om soms van twintig mijlen in de rondte te zamen te komen +ten einde aan hunnen hartstocht voor het dansen te voldoen. + +Hunne dochters zijn zedig en zien er vaak zeer schoon uit in den +eenvoudigen tooi der Hollandsche boerinnen. Zij huwen jong, brengen +haren aanstaande slechts een bruidschat van een dozijn ossen of geiten, +alsook een wagen of eenig ander weeldestuk van dien aard mede. De +echtgenoot beijvert zich om een huis te bouwen, om in den omtrek +eenige bunders land te ontginnen, en daarmede is het huisgezin op +gang geholpen. + +De boeren leven lang en worden zeer oud. Nergens ter wereld worden +zooveel honderdjarigen aangetroffen als in de Transvaal. + +Een zonderling verschijnsel, hetwelk evenwel nog niet voldoende +verklaard is, valt op te merken in de zwaarlijvigheid waarmede +bijna allen op rijperen leeftijd behept worden en die bij hen een +verbazenden omvang bereikt. Overigens zijn zij hoog van gestalte, +en die kenmerken worden zoowel bij de kolonisten van Franschen en +Duitschen als van zuiver Hollandschen oorsprong aangetroffen. + +Intusschen werd de reis, zonder bijzondere voorvallen te ontmoeten, +voortgezet. Het was zelden, dat de expeditie niet in hoeven, +waar zij iederen avond halt maakte, inlichtingen omtrent Makatit +kon inwinnen. Overal had men hem zien voorbijstuiven, met spoed +voortgetrokken door zijnen struisvogel, eerst met een voorsprong van +twee of drie dagen, later met een van vijf of zes, eindelijk met een +van zeven of acht. Men was hem klaarblijkelijk op het spoor, maar +tevens kwam daarbij helder uit, dat hij het in vlugheid won op hen, +die hem vervolgden. + +De vier menschenjagers schenen evenwel zeker van hun welslagen te +zijn. De vluchteling zou toch eindelijk genoodzaakt zijn om halt te +maken. Zijne vangst was dus slechts eene kwestie van tijd. + +Cyprianus en zijne makkers vatten hunne taak dan ook van de +gemakkelijkste zijde op. Langzamerhand begonnen zij zich aan hunne +lievelingsgenoegens over te geven. De jonge ingenieur verzamelde +rotssoorten; Friedel herbariseerde en beweerde de eigenschappen +der planten, die hij verzamelde, te herkennen aan hun uiterlijke +kenteekenen; Hannibal Pantalucci plaagde of mishandelde hetzij Bardik, +hetzij Li, en verwierf slechts genade van zijne reisgenooten voor zijne +ongure grappen, door op de pleisterplaatsen een schotel overheerlijke +macaroni te bereiden; James Hilton hield zich onledig met de karavaan +van wildbraad te voorzien. Er gingen weinige dagen voorbij, waarin +hij niet eenige dozijnen patrijzen, een overvloed van kwartels, +soms een wild zwijn of een antiloop schoot. + +Zoo den eenen dag vóór, den andere nà voorttrekkende, bereikte men +eindelijk het Bosch-Veld. De hoeven werden weldra al meer en meer +zeldzaam en werden later niet meer ontmoet. Men had de uiterste +grenzen der beschaafde wereld bereikt. + +Men moest van dat tijdstip af iederen avond kampeeren, groote vuren +ontsteken, waaromheen menschen en dieren zich onder de hoede van een +waakzame wacht konden ter ruste leggen. + +De landstreek had een uiterst woest uitzicht aangenomen. Vlakten van +geelachtig zand, boschjes van doornachtige struiken, hier en daar een +beek, die door eene moerassige strook kronkelde, hadden het lachende +groene landschap van het Banken-Veld afgewisseld. Soms moest er een +aanmerkelijke omweg gemaakt worden om een wezenlijk woud van _thorn +trees_ of doornboomen te ontwijken. Dat zijn boompjes van drie tot +vijf meters hoog, die eene groote menigte horizontaal uitgestrekte +takken dragen, gewapend met doornen van twee tot vier duim lang, +zeer hard en scherp als een dolkmes. + +Deze grensstrook van het Bosch-Veld wordt gewoonlijk Lion Veld of +Leeuwen Veld genoemd; maar zij schijnt die schrikwekkende benaming +niet te rechtvaardigen, want na drie dagen reizens had men nog geen +van die wilde dieren gezien. + +"Die naam zal slechts bij overlevering bestaan," mompelde Cyprianus +bij zich zelven. "De leeuwen zullen meer naar den kant der woestijn +getrokken zijn!" + +Toen hij evenwel die meening in tegenwoordigheid van James Hilton +uitte, begon deze luidkeels te lachen. + +"Gij gelooft dus dat er geen leeuwen zijn?" vroeg hij, toen zijne +lachbui over was. "Dat komt daar vandaan, dat gij er niet op geoefend +zijt om ze te zien." + +"Mooi zoo! Een leeuw te midden van die kale vlakte niet +zien!" antwoordde Cyprianus op spottenden toon. + +"Welnu, ik wed om tien pond," zei James Hilton, "dat vóór wij een +uur verder zijn, ik er u een zal wijzen, dien gij niet opgemerkt +zult hebben!" + +"Uit beginsel wed ik nooit," antwoordde Cyprianus; "toch vraag ik +niet beter dan door de ondervinding geleerd te worden." + +Men trok nog gedurende vijf en twintig of dertig minuten voort, +en niemand dacht meer aan leeuwen, toen James Hilton eensklaps uitriep: + +"Heeren, kijkt toch dat mierennest, hetwelk daar ter rechterzijde +wordt ontwaard!" + +"Wat is daaraan te zien?" vroeg Friedel. "Sedert twee of drie dagen +zien wij niets anders." + +Inderdaad, niets komt in het Bosch-Veld meer menigvuldig voor dan die +groote gele aardhoopen, die door ontelbare mieren opgeworpen zijn, +en die van tijd tot tijd alleen met eenige doornstruiken of boschjes +van magere mimosa's eenige afwisseling in de vreeselijke eentonigheid +van de zich rondom uitstrekkende vlakte aanbrengen. + +James Hilton lachte, maar stil en geheel voor zich. + +"Mijnheer Méré," hernam hij, "laat uw paard een harden galop aannemen, +tot in de nabijheid van die mierennesten.--Kijk dan in de richting +van mijn vinger.--Ik beloof u dat gij zien zult wat gij verlangt te +zien. Kom er evenwel niet te dicht bij, of het zou u kunnen berouwen." + +Cyprianus gaf zijn paard de sporen, en reed naar de plek, die door +James Hilton een mierennest genoemd werd. + +"Het is een leeuwenfamilie, die daar gelegerd is!" zei de Duitscher, +zoodra Cyprianus zich verwijderd had. "Ik durf tien tegen een wedden, +dat die gele hoopen, die gij daar ziet, en die gij voor mierennesten +aanziet, niets anders zijn!" + +"_Per Bacco_!" riep Hannibal Pantalucci uit. "Gij hadt wel noodig om +hem aan te bevelen er niet te dicht bij te komen!" + +Maar bemerkende dat Bardik en Li naar hem luisterden, hernam hij, +terwijl hij een draai aan zijne uitgedrukte gedachten gaf: + +"De Franschman zou aardig verschrikt geworden zijn en wij zouden eens +hartelijk gelachen hebben." + +De Napolitaan vergiste zich. Cyprianus was er de man niet naar om +zich te laten verschrikken, zooals hij zeide. + +Toen deze op tweehonderd passen gekomen was van het doel, dat hem +aangewezen was, herkende hij met welk schrikkelijk mierennest hij +te doen had. Er waren daar een kolossale leeuw met zijne leeuwin +en drie welpen, die in elkaar gerold op den grond lagen als katten, +en gerust in de zon sliepen. + +Toen het geluid van den hoefslag van Templar zijn oor bereikte, opende +de leeuw zijne oogen, hief zijn overgroot hoofd op en geeuwde terwijl +hij tusschen twee rijen vreeselijke tanden een afgrond liet ontwaren, +waarin een kind van tien jaren met huid en haar kon verdwijnen. Toen +keek hij den ruiter aan, die op twintig passen afstands zijn paard +tot staan had gebracht. + +Het wilde dier had gelukkig geen honger, anders had hij zich zoo +onverschillig niet gedragen. + +Cyprianus wachtte met de karabijn in de hand gedurende twee of drie +minuten wat de leeuw zou gelieven te doen. Maar toen hij bemerkte, +dat deze niet van zins was de vijandelijkheden te beginnen, had hij +den moed niet om het vreedzame geluk van dat belangwekkende gezin te +storen. Hij wendde zijn paard en kwam in een korten draf bij zijne +makkers terug. + +Dezen, verplicht om hem hulde te brengen wegens zijne koelbloedigheid +en dapperheid, ontvingen hem met juichkreten. + +"Ik zou de weddenschap verloren hebben, mijnheer Hilton," zei Cyprianus +in allen eenvoud. + +Dienzelfden avond kwam men bij den rechteroever der Limpopo aan, +alwaar halt gemaakt werd. Friedel wilde van de gelegenheid gebruik +maken om een vischzootje in die rivier te vangen. Hij zette dat plan, +in weerwil van de waarschuwingen van James Hilton, stijfhoofdig door. + +"Dat is zeer ongezond, kameraad," zeide deze. "Ik waarschuw u. In +het Bosch-Veld moet men na zonsondergang noch langs de rivieroevers +verwijlen, noch...." + +"Kom, kom! Ik heb in mijn leven wel want anders bijgewoond!" antwoordde +de Duitscher met de stijfhoofdigheid aan zijn natie eigen. + +"Juist," riep Hannibal Pantalucci uit; "wat zou er daarenboven +ongezonds in gelegen zijn, om gedurende een uur of twee op den oever +der rivier te verwijlen? Het is mij wel gebeurd, dat ik, terwijl +ik op de eendenjacht was, er halve en heele dagen doorbracht en ik +daarbij tot aan de schouders nat was!" + +"Maar dat is volstrekt niet hetzelfde," hernam James Hilton. "Pas +op, Friedel!" + +"Praatjes allemaal!" antwoordde de Napolitaan. "Mijn waarde Hilton, +gij zoudt beter doen de bus met geraspte kaas op te zoeken om mijne +macaroni klaar te kunnen maken, dan te pogen onze makkers te beletten +een schotel visch machtig te worden. Drommels, die zou eene aangename +afwisseling in onzen maaltijd brengen." + +Friedel stapte op, zonder naar goeden raad te willen luisteren. Hij +vermaakte zich zoodanig met hengelen, dat het stikdonkere nacht was, +toen hij in de legerplaats terugkeerde. + +Daar gebruikte de hartstochtelijke hengelaar zijn maaltijd met den +meesten eetlust en deed van allen wel de grootste eer aan de visschen +die hij zelf gevangen had. Toen hij evenwel zich in den wagen bij +zijne makkers te slapen legde, klaagde hij over hevige huiveringen, +die hem overvielen. + +Toen den volgenden morgen de dag aanbrak en men opstond om te +vertrekken, had Friedel eene hevige koorts en bevond hij zich in +de volslagen onmogelijkheid om te paard te stijgen. Hij verlangde +evenwel, dat men opbreken en de reis voortzetten zoude, verzekerende +dat hij zeer goed op het stroo in den wagen lag. Men deed, zooals +hij begeerde. Tegen het middaguur ijlde hij. + +Toen het drie uur was, was hij dood. + +Zijne ziekte was het gevolg van een bloedbederfkoorts van de ergste +soort. + +Bij dat plotselinge uiteinde kon Cyprianus de gedachte niet verbannen, +dat Hannibal Pantalucci, door zijne slechte raadgevingen, in die +gebeurtenis eene groote verantwoordelijkheid op zich geladen had. Maar +niemand anders dan de Franschman dacht er aan, die opmerking te maken. + +"Gij ziet nu, dat ik gelijk had toen ik gisteren beweerde, dat men +bij het vallen van den avond niet op den oever eener rivier moet +verwijlen," vergenoegde zich James Hilton op wijsgeerigen toon te +herhalen. + +Men stond gedurende eenigen tijd stil om het lijk te begraven, dat +men toch niet ten prooi aan de wilde dieren kon laten. + +Het was het lijk van een medeminnaar, van een vijand bijna, en toch +gevoelde zich Cyprianus bij die laatste plechtigheid innig bewogen. Het +gezicht van den dood, overal zoo treffend en zoo aangrijpend, scheen +in de woestijn nog des te meer indruk te maken. In het aangezicht +slechts van de natuur schijnt de mensch beter te begrijpen, dat de dood +de onvermijdelijke eindpaal is van alles wat leeft. Verre van zijne +verwanten, verre van allen, die hij liefhad, vlogen zijne gedachten in +dit sombere uur met weemoed naar hen heen. Hij zei tot zich zelven, +dat hij morgen wellicht op de onmetelijke vlakte zou neervallen om +niet meer op te staan, dat hij dan ook onder een voet zand zou gestopt +worden, dat ook boven zijn lijk een naakte steen zou gerold worden, +en dat noch de tranen eener zuster of moeder, noch de weeklachten van +een vriend hem tot bij zijne eenzame groeve zouden vergezellen. En een +weinig van het medelijden, dat hem het lot van zijn makker inboezemde, +op zijn eigen toestand overbrengende, was het hem, alsof een gedeelte +van zijn eigen ik in dat graf besloten werd. + +Daags na die treurige plechtigheid werd het paard van Friedel, dat +vastgemaakt aan den wagen volgde, door de Veld-ziekte aangetast. Men +moest het achterlaten en afmaken. + +Het arme dier had zijn baas slechts weinige uren overleefd. + + + + + +VEERTIENDE HOOFDSTUK. + +TEN NOORDEN VAN DE LIMPOPO-RIVIER. + + +Er waren drie dagen van onderzoekingen en loodingen noodig om eene +waadbare plaats dwars door de bedding van de Limpopo te vinden. En +het was nog maar zeer twijfelachtig, of men haar gevonden zou hebben, +wanneer niet eenige Macalaccasche Kaffers, die daar bij den oever +der rivier rondzwierven, waren aangetroffen en zich hadden bereid +verklaard om de karavaan tot gidsen te verstrekken. + +De Kaffers van dat ras zijn arme domme duivels, die door de meer +ontwikkelde Betjuanen in eene afzichtelijke dienstbaarheid gehouden +worden. Zij worden, zonder op eenige belooning uitzicht te hebben, +tot den meest zwaren arbeid gedwongen, en daarbij met hardheid en +ruwheid behandeld. Wat meer zeggen wil: het is hun op straffe des doods +verboden vleeschspijzen te eten. De rampzalige Macalaccassen kunnen +zooveel wild dooden, als zij op hun pad ontmoeten, op voorwaarde dat +zij het bij hunne heeren en meesters te huis brengen. En die laten +hun niets anders dan de ingewanden over, zooals de Europeesche jagers +ongeveer met hunne jachthonden handelen. + +Een Macalaccasche Kaffer bezit niets in eigendom, zelfs de ellendige +hut, niet, die hij bewoont, zelfs de kalabas niet, waaruit hij +drinkt. Hij loopt nagenoeg naakt rond, is mager en zonder vleesch, en +draagt buffeldarmen over den schouder, die men op eenigen afstand voor +ellenlange zwarte worsten zoude kunnen houden en die in werkelijkheid +niets anders zijn dan zeer oorspronkelijke ontvangers, waarin hij +zijn voorraad water met zich voert. + +De handelsgeest van Bardik openbaarde zich weldra in het volleerde +kunststukje, waardoor hij die ongelukkigen tot bekentenis wist te +brengen, dat zij in weerwil van hunne ellende eenige struisveeren +bezaten, die zij zorgvuldig in naburige struiken verborgen hadden. Hij +deed hen onmiddellijk den voorslag om ze te koopen, waartoe hij met +hen des avonds op eene bepaalde plaats zou samenkomen. + +"Gij hebt dus geld om hen in ruil daarvoor te geven?" vroeg Cyprianus +tamelijk verwonderd. + +Bardik haalde al lachende een handvol koperen knoopen te voorschijn, +die hij sedert een paar maanden opgezameld had en die hij in een +linnen zakje bij zich droeg. + +"Dat's gekheid!" zeide Cyprianus. "Dat is geen gangbare munt, en ik +mag niet toestaan, dat die arme drommels met eenige dozijnen knoopen +gefopt worden!" + +Hij had mooi praten; het was onmogelijk Bardik te doen begrijpen, +dan in zoo'n handel iets berispelijks gelegen was. + +"Wanneer de Macalaccassen mijne knoopen tegen hunne struisveeren +willen inruilen," antwoordde hij in allen ernst, "wie zal er dan wat +tegen te zeggen hebben? Gij weet zeer goed, dat de inzameling van +die veêren hen niets gekost heeft. Zij hebben zelfs het recht niet +om die te bezitten; zij durven ze slechts ter sluiks vertoonen! Een +knoop daarentegen is een nuttig voorwerp, veel nuttiger dan een veer +van een struisvogel! Waarom zou het mij dan verboden zijn hen een of +twee dozijn van die nuttige knoopen in ruil voor een gelijk aantal +veeren aan te bieden?" + +Die redeneering was wel spitsvondig, maar toch niet eerlijk. Wat +de Kaffer niet inzag was, dat de Macalaccassen zijne knoopen zouden +aannemen niet zoozeer voor het gebruik, dat zij er van zouden kunnen +maken, daar zij bijna geen kledingstukken aan het lijf droegen, maar +wel voor de veronderstelde waarde, die zij aan die metalen schijfjes, +welke zoozeer op muntstukken geleken, toekenden. Zoo beschouwd, +was die ruil werkelijk bedrog. + +Toch moest Cyprianus tot de erkenning komen, dat zijne redeneering +te hoog was voor het begrip van dien wilde, die op het gebied van +warenomzetting een ruim geweten had. Hij liet hem dus handelen zooals +hij wilde. + +De handelsoperatie van Bardik werd des avonds met fakkellicht +volvoerd. De Macalaccassen waren klaarblijkelijk zeer bevreesd door hun +opkooper bedrogen te worden. Zij vergenoegden zich dan ook niet met de +lichten, die de blanken ontstoken hadden, maar zij brachten elk een bos +maïs-stengels mede, die zij in den grond plantten en daarna aanstaken. + +Vervolgens haalden die inboorlingen hunne struisveeren voor den dag +en beijverden zich om de knoopen van Bardik te bezichtigen. + +Toen begonnen zij onder een oorverdoovend geschreeuw, gepaard met +buitensporige gebaren, een redetwist over den aard en de waarde van +die metalen schijfjes. + +Niemand verstond een woord van hetgeen zij in hunne snelsprakige taal +vertelden, maar het was voldoende om hunne met bloed beloopen oogen, +hunne welsprekende gebaren en hunnen toorn te zien, om te begrijpen, +dat de woordentwist over een hoogst belangrijk vraagstuk voor hen liep. + +Dit hartstochtelijke gekakel werd plotseling door eene onverwachte +verschijning afgebroken. + +Een neger van hooge gestalte, die zich waardiglijk in een leelijken +mantel van rood katoen gewikkeld had en wiens voorhoofd getooid was +met een soort van diadeem, die door de Kaffersche krijgslieden wordt +gedragen en van schapendarmen vervaardigd is, trad uit het struikgewas +te voorschijn, in welker nabijheid het loven en bieden geschiedde. Hij +sloeg woest met den steel zijner lans op de Macalaccassen, die op +heeter daad betrapt waren, zich met verboden handelszaken in te laten. + +"Lopepo!...... Lopepo!......" schreeuwden de ongelukkige wilden, +terwijl zij uit elkaar stoven als een troep overvallen ratten. + +Een kring van zwarte krijgslieden kwam evenwel uit al de omliggende +struiken te voorschijn en omgaf de schuldigen, die natuurlijk in +hunne vlucht weerhouden werden. + +Toen deed Lopepo zich al de knoopen overhandigen. Hij bekeek ze zeer +zorgvuldig bij het schijnsel der toortsen en borg ze met een lach +van vergenoegen in zijn leeren tasch. Daarna trad hij op Bardik toe, +nam hem de reeds geleverde struisveêren uit de handen en eigende zich +die ook toe, zooals hij met de knoopen gedaan had. + +De blanken waren lijdzame toeschouwers van dat geheele tooneel +gebleven. zij wisten niet, wat zij doen zouden, òf lijdzaam blijven +òf tusschenbeiden komen. Lopepo hakte den knoop door. Hij trad hen +te gemoet, en op eenige passen afstand van hen gekomen, maakte hij +halt en hield eene aanspraak op zeer bevelenden toon, die voor allen, +op een na, geheel onverstaanbaar was. + +James Hilton evenwel, die eenige woorden van de Betjuanen-taal +verstond, slaagde er in om den algemeenen zin van die redevoering +te vatten en vertaalde haar voor zijn makkers. De grondtoon van die +toespraak was, dat het Kaffer-opperhoofd er zich over beklaagde, dat +men Bardik veroorloofd had handel te drijven met de Macalaccassen, +die niets in eigendom mochten bezitten. De neger verklaarde bij het +slot van zijn gebabbel, dat hij de verboden koopwaren benaderde, +en vroeg of de blanken daartegen iets hadden in te brengen. + +De meening van dezen omtrent de te kiezen partij was verdeeld. Hannibal +Pantalucci was van oordeel, dat men dadelijk moest toegeven, om +niet in twist met het Betjuanen-opperhoofd te geraken. James Hilton +en Cyprianus erkenden wel, dat er iets goeds in die opvatting was, +maar vreesden, dat wanneer men zich te meegaande in die zaak toonde; +Lopepo daardoor overmoedig zoude worden en dan wellicht eischen zoude +stellen, die tot eene onherroepelijke vredebreuk konden leiden. + +Men hield spoedig raad met gedempte stem, waarin overeengekomen +werd, dat men de knoopen aan de Betjuanen zou laten, maar dat zij de +struisveeren moesten teruggeven. + +James Hilton had alle moeite om dat door middel van gebaren en van +eenige Kafferwoorden verstaanbaar te maken. Eerst vermeende Lopepo +eene staatkundige houding te moeten aannemen en van aarzeling te +doen blijken. Hij ontwaarde evenwel het glinsteren van de loopen der +geweren in handen van de Europeanen; dat gaf den doorslag, zoodat +hij de veeren teruggaf. + +Maar van stonde af aan bleek dat opperhoofd, dat inderdaad zeer slim +was, meer meegaande te zijn. Hij bood aan de drie blanken, aan Bardik +en Li een snuifje uit zijne groote snuifdoos, en nam vervolgens in het +bivouac plaats. De Napolitaan bood hem een glas brandewijn aan, hetgeen +hem goed gemutst maakte. Eindelijk stond hij op, na daar anderhalf +uur stom als een visch gezeten te hebben, en noodigde de karavaan +uit om hem den volgenden dag een bezoek in zijne kraal te brengen. + +Men deed hem de verlangde belofte, waarop hij vervolgens, na met +allen een handdruk gewisseld te hebben, met deftigen stap heen ging. + +Iedereen ging na zijn vertrek slapen, behalve Cyprianus, die, na zich +in zijne dekens gewikkeld te hebben, bij het beschouwen der sterren +wakend droomde. Het was nieuwe maan, maar de nacht was overheerlijk +helder door het groot aantal sterren, dat zichtbaar was. Het wachtvuur +was uitgegaan zonder dat de jeugdige ingenieur er op gelet had. + +Hij dacht aan zijne verwanten, die waarlijk niet konden gissen dat +hij in dit oogenblik door een zoodanig avontuur als hem voortjoeg, +in de volle woestijn van Zuid-Afrika getrokken was; hij dacht aan +de bekoorlijke Alice, die op hare beurt thans ook misschien naar +de sterren keek; hij dacht, in één woord, aan al de wezens, die hem +dierbaar waren. En zich door die zachte droomerijen latende vervoeren, +welke door de stilte van die onmetelijke vlakten in een dichterlijk +waas gehuld werden, was hij op het punt van in te dommelen, toen +een hoefgetrappel, een zonderling leven, komende van den kant, waar +de trekossen voor den nacht gestald waren, hem wakker maakte en hem +deed opspringen. + +Cyprianus meende toen in het duister eene gedaante te onderscheiden, +die minder hoog en meer ineengedrongen was dan die der ossen en die +al dat spektakel veroorzaakte. + +Zonder zich recht rekenschap te geven, wat die gedaante eigenlijk +was, greep Cyprianus eene zweep, die voor de hand lag, en schreed +voorzichtig naar de plek, waar de ossen gestald waren. + +Hij had zich niet vergist: er was daar in de nabijheid der trekdieren +een vreemd beest, dat hun slaap gestoord had. + +Nog niet geheel wakker, en zonder na te denken over hetgeen hij +uitvoerde, hief Cyprianus zijne zweep omhoog en striemde den muil +van den ongenoodigden gast met een fermen zweepslag. + +Een verschrikkelijk gebrul was het antwoord op dien aanval!.... Het +was waarachtig een leeuw, die door den jongen ingenieur als een +stouten poedel behandeld was! + +Onze Franschman had nauwelijks den tijd om een der revolvers ter hand +te nemen, die hij steeds aan zijn gordel droeg, en om een zijsprong +uit te voeren, toen het dier op hem toesprong zonder hem te bereiken, +zich omwendde en andermaal op hem toevloog en zijn arm greep. + +Cyprianus voelde de scherpe klauwen zijn vleesch verscheuren. Door +den schok viel hij omver en rolde in het stof met het schrikkelijke +wilde dier. Een schot knalde eensklaps! Het lichaam van den leeuw +trilde onder eene laatste stuiptrekking, rekte zich uit en bleef +bewegingloos liggen. + +Cyprianus, die niets van zijne koelbloedigheid verloren had, had met +de hand, die nog vrij gebleven was, den loop van de revolver in het +oor van het monster geplaatst, wiens schedel door een ontplofbaren +kogel verbrijzeld werd. + +De slapende makkers van den ingenieur, door het gebrul van den leeuw en +door den knal van het revolverschot gewekt, stonden naar het gevecht te +zien. Men bevrijdde Cyprianus, die half verpletterd onder het gewicht +van het overgroote dier lag; men onderzocht zijne wonden, die niets +te beduiden hadden. Li verbond ze met eenige zwachtels met brandewijn +bevochtigd; daarna werd de beste plaats in den wagen voor den dappere +ingeruimd, en weldra was de geheele karavaan weer ingeslapen onder +de hoede van Bardik, die tot het aanbreken van den dag wilde waken. + +De dageraad vertoonde zich nauwelijks aan den hemel, toen de stem +van James Hilton weerklonk, die zijne makkers smeekte hem te hulp +te komen, en aldus een nieuw onheil aankondigde. James Hilton had +zich geheel gekleed op het voorgedeelte van den wagen te slapen +gelegd. Thans verried zijne stem den vreeselijksten angst, terwijl +hij geene beweging durfde maken. + +"Eene slang heeft zich rondom mijn rechterknie onder mijn broek +gerold," zeide hij. "Beweegt u niet, of ik ben verloren! Wat moet er +toch gedaan worden?" + +Zijne oogen puilden uit hunne kassen van angst; zijn gelaat was +met eene lijkkleur overtogen. Men ontwaarde inderdaad ter hoogte +van zijn rechterknie, onder het blauwe linnen van zijn broek, de +tegenwoordigheid van een vreemd lichaam--een soort kabel, die rondom +het been gewikkeld was. + +De toestand was ernstig. Zooals James Hilton zelf zeer te recht +opmerkte, bij de eerste beweging, die hij deed, zou de slang niet +nalaten hem te bijten! + +Maar te midden van de algemeene verslagenheid nam Bardik op zich om +te handelen. + +Na het jachtmes van zijn meester, zonder gedruisch te maken, +uit de scheede getrokken te hebben, naderde hij James Hilton met +eene bijna onmerkbare beweging. Hij schoof vooruit als ware hij een +worm. Toen bracht hij zijne oogen ter hoogte van de slang en onderzocht +gedurende eenige seconden nauwkeurig de ligging van het gevaarlijke +dier. Ongetwijfeld zocht hij zich rekenschap te geven van de plaats, +waar de kop der slang zich bevond. + +Plotseling richtte hij zich met eene snelle beweging op; daarop bracht +hij zijn arm bliksemsnel omlaag, en het staal van het mes drong met +een droog en kort geluid ter hoogte van de knie van James Hilton door +het linnen zijner broek. + +"Gij kunt de slang afschudden!.... Zij is dood!" zei Bardik, terwijl +hij glimlachende al zijne tanden liet zien. + +James Hilton gehoorzaamde werktuiglijk en schudde het been.... De +slang viel voor zijne voeten. + +Het was een adder met zwarten kop van slechts een duim middellijn, maar +welks beet voldoende zoude geweest zijn om een schrikkelijken dood te +veroorzaken. De jeugdige Kaffer had haar met eene bewonderenswaardige +juistheid onthoofd. De broek van James Hilton vertoonde een snee +van nauwelijks zes centimeters, en de huid van den Amerikaan was +niet geraakt. + +Eene afschuwelijke omstandigheid, die Cyprianus diep verontwaardigde, +was dat James Hilton er zelfs niet aan scheen te denken om zijn redder +te bedanken. Nu hij uit den knel was, vond hij zijne tusschenkomst +heel natuurlijk. Het denkbeeld kon niet bij hem opkomen, om de zwarte +hand van den Kaffer in de zijne te nemen en hem toe te voegen: ik +ben u het leven verschuldigd. + +"Dat mes is waarachtig zeer scherp," merkte hij eenvoudig op, terwijl +Bardik het afwischte en in de scheede stak, zonder zelf groote +beteekenis te hechten aan hetgeen hij verricht had. + +Het ontbijt bracht verstrooiing aan en wischte weldra de indrukken van +dien bewogen nacht uit. Dat ontbijt bestond dien morgen uit slechts +één struisvogel-ei, dat met boter gekookt was en voldoende bleek om +den eetlust der vijf gasten te verzadigen. + +Cyprianus had een lichten aanval van koorts, ter gevolge van zijne +wonden die wel ietwat pijnlijk waren. Hij drong er evenwel op aan +om Hannibal Pantalucci en James Hilton naar de kraal van Lopepo te +vergezellen. Het kamp werd bijgevolg onder de hoede van Bardik en van +Li achtergelaten. Deze twee hadden op zich genomen den dooden leeuw +te villen. Het was inderdaad een monster van de soort die "hondenbek" +geheeten wordt. + +De drie ruiters togen alleen op weg. + +Het Betjuaansche opperhoofd wachtte hen bij den ingang van zijne +kraal op en was door al zijn krijgers omringd. Achter dezen hadden +zich de vrouwen en kinderen uit nieuwsgierigheid opgesteld, om de +vreemdelingen te zien. Toch speelden sommige van die huismoedertjes +de onverschilligen. Voor hunne halfronde hutten gezeten, hielden zij +zich ongedwongen met hun huiselijken arbeid bezig. + +Eenigen knoopten netten van lang vezelig gras, hetwelk zij als touw +draaiden. + +Het algemeene uiterlijk was ellendig, hoewel de hutten zeer goed +gebouwd waren. Die van Lopepo was veel ruimer dan de anderen, was +daarenboven van binnen met stroomatten bekleed en stond in het midden +van de kraal. + +Het opperhoofd geleidde zijne gasten naar binnen, wees hun drie +bankjes aan en zette zich op zijne beurt voor hen neder, terwijl +zijne eerewacht zich achter hem in een kring schaarde. + +Men begon met de gebruikelijke plichtplegingen te betrachten, die zich +gewoonlijk bepalen tot het drinken van een kom gegisten drank, die in +de keuken van den gastheer vervaardigd werd. Om evenwel te bewijzen, +dat deze geene trouwelooze voornemens koesterde, begon hij met de +kom aan zijne lippen te brengen, alvorens haar aan de vreemde gasten +aan te bieden. Het zou een doodelijke beleediging zijn, wanneer de +drank na die beleefde uitnoodiging geweigerd werd. De drie blanken +slikten dus dat Kafferbrouwsel, evenwel niet zonder dat Hannibal +Pantalucci afschuwelijk leelijke gezichten getrokken had, terwijl hij +ter zijde mompelde dat hij de voorkeur zoude gegeven hebben aan een +glas Lacryma-Christi boven dit walgelijk Betjuaansch apothekersdrankje. + +Daarna begon men over zaken te kouten. Lopepo verlangde een geweer te +koopen. Dat was evenwel een wensch, die niet ingewilligd kon worden, +hoewel hij in ruil aanbood een tamelijk bruikbaar paard en honderd +vijftig ponden ivoor. Op dit punt zijn de koloniale verordeningen zeer +streng. Zij verbieden de Europeanen wapentuig aan de grenskaffers +over te doen, behalve wanneer zij daartoe speciale vergunning van +den gouverneur hebben. Om het opperhoofd evenwel tevreden te stellen, +hadden de drie gasten van Lopepo voor hem medegebracht een flanellen +hemd, een stalen ketting en eene flesch rum, hetgeen een vorstelijk +geschenk mocht heeten en hem zichtbaar veel genoegen deed. + +Het gevolg daarvan was dan ook, dat het Betjuanen-opperhoofd zich +uiterst goed gestemd toonde om al de inlichtingen te verschaffen, +die van hem verlangd werden en die, om begrepen te worden, door +tusschenkomst van James Hilton verkregen moesten worden. + +Vooreerst kreeg men te weten dat een reiziger, die geheel en al +aan de beschrijving van Makatit voldeed, de kraal vijf dagen vroeger +voorbijgetrokken was. Dat was de eerste tijding, die men sedert weldra +twee weken van den vluchteling inwon. Zij was dan ook heel aangenaam +en werd dankbaar opgenomen. De jeugdige Kaffer had blijkbaar een +paar dagen zoek gebracht met naar de waadbare plaats in de Limpopo +te zoeken, en trok thans naar het bergland in het noorden. + +Of dat bergland nog ver was? En hoeveel marschdagen die afstand +nog bedroeg? + +O, slechts zeven of acht. + +Of Lopepo in vriendschappelijke verhouding stond met den souvereinen +gebieder van het land, waarin Cyprianus en zijne makkers trekken +wilden? + +Ja zeker, daar stelde Lopepo een eer in! Daarenboven, wie zou niet +vriendschappelijk gestemd jegens en den trouwen bondgenoot willen +zijn van Tonaïa den Grooten, den onoverwinnelijken overheerscher van +de Kafferlanden? + +Ontving Tonaïa de Groote de blanken voorkomend? + +Ja, omdat hij bij ervaring wist, dat de blanken steeds eene beleediging +aan een hunner aangedaan wreken. Waarom met de blanken in oneenigheid +te leven? Zijn zij niet de sterksten, dank zij hunne geweren, +die zichzelven laden? Neen, het was het beste in vrede met hen te +leven, hen goed te ontvangen en eerlijk handel met hunne kooplieden +te drijven. + +Dat waren de inlichtingen, die Lopepo verschafte. De voornaamste +daarvan was verreweg dat Makatit verscheidene marschdagen verloren +had, alvorens de rivier te kunnen oversteken, ook dat men nog steeds +op zijn spoor was. + +Toen Cyprianus, Hannibal Pantalucci en James Hilton in hunne +legerplaats terugkeerden, vonden zij Bardik en Li geheel en al +overstuur. + +Zij hadden, zooals zij verhaalden, een bezoek gekregen van een +bende Kaffersche krijgslieden van een anderen stam dan waartoe +Lopepo behoorde. Dezen hadden hen eerst omsingeld en daarna aan +eene nauwkeurige ondervraging onderworpen. Wat kwamen zij in dit +land uitvoeren? Was het niet om de Betjuanen te bespionneeren, om +berichten in te winnen, om hunne getalsterkte, hunne krijgsmacht en +hunne bewapening te leeren kennen? De vreemdelingen handelden niet +wel, wanneer zij zich met zoo'n bedrijf afgaven. Het is waar, hun +koning Tonaïa had niets in te brengen, zoolang zij zijne grenzen niet +overschreden hadden; maar de zaken veranderden geheel van gedaante, +wanneer zij zijn grondgebied zouden binnen dringen. + +Dat was de slotsom geweest van hunne gesprekken. De Chinees toonde +zich niet erg bewogen; maar Bardik, die gewoonlijk zoo kalm, steeds +zoo koelbloedig was, scheen thans uitermate beangst te zijn en wel +zoodanig dat Cyprianus zich dat moeilijk verklaren kon. + +"Zeer boosaardige krijgslieden!" zei hij, terwijl hij groote +verschrikte oogen rolde, "krijgslieden die de blanken haten en hen +"kouïk" doen zeggen. + +Die uitdrukking beteekende bij de half ontbolsterde Kaffers iemand +een gewelddadigen dood doen ondergaan. + +Wat nu te doen? Zou men groote waarde aan die mededeeling moeten +hechten? Ongetwijfeld neen. Want die krijgslieden hadden, hoewel zij, +volgens de medegedeelde berichten, ruim dertig man sterk waren, +Bardik en Li, die ongewapend waren, geen kwaad gedaan en hadden +geene neiging tot stelen of plunderen aan den dag gelegd. Hunne +bedreigingen waren slechts ijdele praatjes, zooals wilden gewoon zijn +tegenover vreemdelingen te bezigen. Het zou voldoende zijn het groote +opperhoofd Tonaïa eenige beleefdheden te bewijzen en eene openhartige +mededeeling te doen omtrent het doel, dat de blanken in zijn land +bracht. Dat zou wel allen achterdocht verdrijven en hen eene goede +ontvangst verzekeren. + +Het werd dan ook afgesproken, dat men de reis voortzetten zou. De hoop +van Makatit in te halen en hem den gestolen diamant afhandig te maken, +deed iedere andere beschouwing of hinderpaal vergeten. + + + + + +VIJFTIENDE HOOFDSTUK. + +EEN KOMPLOT. + + +Na eene week reizens was de karavaan in een streek aangekomen, die in +geenen deele geleek op eenig land dat onze spoorzoekers doorreisd +hadden, sedert zij Grikwaland verlieten. Men naderde thans het +bergland, hetwelk Makatit zich volgens alle ingewonnen berichten +waarschijnlijk tot einddoel zijner reis gesteld had. Het hooge +land, dat men nader kwam, werd genoegzaam aangekondigd door de vele +bergstroomen, die van de hellingen afdaalden, en door eene planten- +en dierenwereld, geheel verschillend van die der vlakte. + +Een der eerste valleien, die zich voor hunne oogen opdeed, leverde +hun bij zons-ondergang een buitengewoon frisch en lachend schouwspel. + +Eene rivier, welker water zoo helder was, dat men overal de bedding +zien kon, kronkelde tusschen twee smaragd-groene grasvelden. Talrijke +vruchtboomen met hun rijk geschakeerden bladerdos tooiden de +hellingen der heuvels, die dit bekken omsloten. Op dien bodem, +die gedeeltelijk door de zon nog beschenen, gedeeltelijk door de +kolossale broodboomen beschaduwd werd, graasden vreedzaam talrijke +kudden van roode antilopen, van zebra's of van buffels. Iets verder +schreed een rhinoceros met loggen tred door eene breede open plek en +begaf zich naar den rivieroever en knorde reeds van blijdschap bij de +gedachte, dat hij die heldere wateren troebel zou maken door er zijne +vleeschachtige massa in te plompen. Hier en daar vernam men het gegeeuw +van eenig wild dier, dat zich onder het struikgewas verveelde. Men +zag er een wilden ezel die balkte, terwijl boven hem geheele troepen +apen in de boomen dartelden en elkander nazaten als kwajongens. + +Cyprianus en zijne beide makkers hadden boven op een heuvel halt +gemaakt, om dat voor hen zoo nieuwe tooneel op hun gemak te kunnen +genieten. Zij waren eindelijk in een van de oerstreken aangekomen, +waar het wilde dier als onbetwiste heerscher van den grond, zoo +gelukkig en zoo vrij leefde, dat het zelfs het bestaan van eenig +gevaar niet giste. Wat vooral opmerkenswaardig genoemd kon worden, +was niet alleen de talrijkheid en de rustige aard van die dieren, +maar ook de bewonderenswaardige verscheidenheid van het dierenrijk, +hetwelk zij in dit gedeelte van Afrika vertegenwoordigden. Men zou +waarlijk geloofd hebben een van die vreemdsoortige schilderijen onder +de oogen te hebben, waarop de schilder zich tot taak schijnt gesteld +te hebben, binnen een engen kring al de voornaamste typen van het +dierenrijk te vereenigen. + +Weinig menschelijke bewoners werden evenwel aangetroffen. De Kaffers, +wel is waar, konden slechts te midden van de onmetelijke streken zeer +dun gezaaid zijn op deze oppervlakten. Het was nog niet de woestijn, +maar veel scheelde het niet. + +Cyprianus in zijne neigingen van geleerde en van kunstenaar geprikkeld, +was er niet verre van af te gelooven, dat hij in den voorhistorischen +tijd, waarin het megatherum en andere voorzondvloedlijke dieren +leefden, terug gebracht was. + +"Er ontbreken hier nog maar olifanten," sprak hij, "om het feest +volkomen te maken!" + +Hij werd evenwel als op zijn woord bediend. Li strekte den arm uit +en toonde hem te midden van eene uitgestrekte vlakte, verscheidene +grijsachtige massa's. Van uit de verte gezien, was het alsof het +zooveel rotsen waren en men zou in die meening gestijfd zijn zoowel +door hunne onbeweeglijkheid als door hunne kleur. Inderdaad, het +was eene kudde olifanten. Het grasveld was er mede gevlekt over eene +uitgestrektheid van verscheidene mijlen. + +"Je hebt dus ook verstand van olifanten?" vroeg Cyprianus aan den +Chinees, terwijl men aanstalten maakte om het nachtelijke verblijf +in gereedheid te brengen. + +Li knipte met zijne kleine scheefstaande oogen. + +"Ik heb twee jaar op Ceylon gewoond en daar als helper ijverig aan +de drijfjachten deelgenomen," antwoordde hij met die geheimzinnige +terughouding, die bij hem steeds waar te nemen was, wanneer het zijne +levensgeschiedenis gold. + +"Ik wilde wel, dat wij een paar van die monsters konden neerleggen," +sprak James Hilton. "O! dat is zoo'n prettige jacht!" + +"Ja," vulde Hannibal Pantalucci aan, "en eene jacht, waarbij het +wild waarachtig het schot kruit wel waard is. Bij voorbeeld twee +olifantstanden kunnen een' aanzienlijken buit genoemd worden en wij +zouden in het achtergedeelte van onzen wagen wel ruimte vinden om drie +of vier dozijn van die tanden te bergen!.... Beseft ge wel, makkers, +dat niet meer noodig ware om de kosten van onze reis te dekken?" + +"Maar, dat is een denkbeeld--en een uitmuntend zelfs," riep James +Hilton uit. "Waarom zouden wij morgen niet reeds die jacht beproeven, +voor dat wij de reis voortzetten?" + +Men besprak het voorstel en eindelijk werd besloten, dat men bij het +krieken van den dag het kamp zoude opbreken en dat men het geluk +zou gaan beproeven, naar den kant van de vallei, waar olifanten +bespeurd waren. + +Nadat die beslissing genomen en het middagmaal zoo haastig mogelijk +verorberd was, kroop ieder onder de huif van den wagen, behalve +James Hilton, die de wacht had, en derhalve dien nacht bij het vuur +moest waken. + +Hij had zoo omstreeks twee uren in de eenzaamheid doorgebracht, en hij +begon reeds in te dutten, toen hij zich zachtkens tegen den elleboog +voelde stooten. Hij opende de oogen en zag dat Hannibal Pantalucci +naast hem gezeten was. + +"Ik kan niet slapen," zei de Napolitaan, "en in dat geval denk ik, +dat ik even goed bij u kan komen zitten." + +"Dat is zeer vriendelijk van u," antwoordde James Hilton, terwijl hij +zich uitrekte, "mij zouden eenige uren slapens niet onwelkom zijn. Als +gij zoudt willen, zouden wij het met elkander kunnen vinden! Ik zou +onder de huif uwe plaats kunnen gaan innemen en gij de mijne hier?" + +"Neen!.... blijf! Ik heb met u te praten!" hernam Hannibal Pantalucci +met gedempte stem. + +Hij keek rond om zich te overtuigen, of zij wel alleen waren, en +hernam daarna: + +"Hebt gij ooit een olifantsjacht bijgewoond?" + +"Ja, twee malen," antwoordde James Hilton. + +"Welnu, dan weet gij, dat het eene gevaarlijke jacht is. De olifant is +zeer verstandig, zeer slim en zeer goed gewapend. Het is zelden, dat de +mensch bij een strijd tegen dat dier niet het onderspit moet delven." + +"Jawel, dat is zoo, als gij van de onhandigen spreekt!" antwoordde +James Hilton. "Met een goede karabijn evenwel, die met ontplofbare +kogels geladen is, is het gevaar nul en valt er niet veel te vreezen!" + +"Zoo dacht ik er ook over," hernam de Napolitaan. "Er kunnen evenwel +ongelukken gebeuren!.... Veronderstel eens, dat er morgen den +Franschman een overkomt, dan zou het een ramp voor de wetenschap zijn!" + +"Een ware ramp!" herhaalde James Hilton. + +Hij lachte evenwel daarbij met een boosaardigen lach. + +"Voor ons zou die ramp zoo heel groot niet zijn," hernam Hannibal +Pantalucci, aangemoedigd door den lach van zijn makker. "Wij zouden +dan slechts twee zijn om Makatit en zijn diamant na te zetten!.... Nu +kan men zich met zijn tweeën beter verstaan dan...." + +Beide mannen bleven het stilzwijgen bewaren, met de oogen op de +brandende takken gericht en de gedachten vervuld met hunne misdadige +ontwerpen. + +"Ja, zeker.... met zijn tweeën verstaat men elkander beter," herhaalde +de Napolitaan. "Met zijn drieën is dat moeielijker!" + +Weer trad een oogenblik van stilte in. + +Hannibal Pantalucci hief eensklaps het hoofd op en peilde den donkeren +nacht, die hem omgaf. + +"Hebt gij niets gehoord?" vroeg hij zacht fluisterend. "Ik meende +eene schaduw achter dien broodboom te zien." + +James Hilton keek op zijne beurt uit, maar al was zijn oog ook nog zoo +scherp, hij ontwaarde niets verdachts in den omtrek der legerplaats. + +"Ik zie niets!" zei hij. "Wellicht heeft het linnen, dat de Chinees +in den nachtdauw te bleeken heeft gelegd, uw oog getrokken." + +Het gesprek werd weldra tusschen de twee medeplichtigen hervat, +maar fluisterend ditmaal: + +"Ik zou de patronen van zijn geweer kunnen aftrekken, zonder dat +hij zulks merkte," zei Hannibal Pantalucci. "Ik zou vervolgens bij +het aanvallen van een olifant een schot achter hem kunnen lossen, +zoodat het dier hem dan moest bespeuren.... Nu, dan zou het niet lang +meer duren!...." + +"Jongens, dat is niet van gewicht ontbloot, wat ge daar zegt," +antwoordde James Hilton ontwijkend. + +"Kom, laat mij begaan, en gij zult zien dat de geheele zaak van een +leien dakje zal glijden," hernam de Napolitaan. + +Toen Hannibal Pantalucci zijne plaats onder de huif een uur later weer +innam, stak hij voorzichtig een lucifer aan om zich te overtuigen +dat niemand zich verroerd had. Deze voorzorg veroorloofde hem zich +te overtuigen dat Cyprianus, Bardik en de Chinees Li in diepen slaap +gedompeld waren. + +Zij hadden er ten minste al het uiterlijke van. Als de Napolitaan er +evenwel op verdacht was geweest, dan had hij wellicht opgemerkt dat +het luide gesnurk van Li eenigszins kunstmatig klonk. + +Bij het aanbreken van den dag was iedereen op de been. Hannibal +Pantalucci wist van een oogenblik gebruik te maken, toen Cyprianus +zich naar de bijgelegen beek begeven had om zijn morgenwasschingen te +verrichten, om de patronen van diens geweer af te trekken. Dat was +snel genoeg verricht en vereischte niet eens twintig seconden. Hij +bevond zich geheel alleen. Bardik zette koffie en Li was bezig met zijn +linnen te verzamelen, dat hij in den nachtdauw op zijn berucht touw, +dat hij tusschen twee takken gespannen had, uitgehangen had. Er viel +niet aan te twijfelen, niemand had iets gezien. + +Toen de koffie gedronken en het ontbijt genuttigd was, vertrokken +de jagers te paard, den wagen en de trekossen onder de hoede van +Bardik achterlatende. + +Li had verzocht de ruiters te mogen volgen en had als eenig wapen het +jachtmes zijns meesters medegenomen. De jagers kwamen binnen een half +uur op hetzelfde punt aan, waar zij den vorigen avond de olifanten +bespeurd hadden. Maar dien dag moest men een weinig verder trekken +om hen op te sporen en eene open vlakte bereiken, die zich tusschen +den voet van het gebergte en den rechter-oever der rivier uitstrekte. + +Een geheele kudde olifanten, twee of drie honderd op zijn minst, waren +bezig, terwijl zij in de heldere lucht, die door de opkomende zon +nog schitterender was, scherp uitkwamen, hun ontbijt te genieten op +het tapijt eener onmetelijke vlakte, die met fijn gras nog bepareld +met dauwdroppels, overdekt was. De kleinen sprongen en dartelden +allerdwaast rond om hunne moeders of zogen in stilte. De grooten +verorberden met voorovergebukten kop en met regelmatig slingerende +slurven, het dichte gras van het weiland. Bijna allen waaiden zich +versche lucht toe met hunne breede ooren, die, aan lederen mantels +gelijk, als indiaansche punka's bewogen werden. + +Er was in de kalmte van dat huiselijk geluk zoo iets heiligs te +ontwaren, dat Cyprianus zich diep bewogen gevoelde en aan zijne +makkers vroeg om de jacht op te geven. + +"Waarom die schuldelooze dieren te dooden?" zei hij. "Is het niet +beter hen in vrede in hunne eenzaamheid te laten?" + +Maar dit voorstel viel om meer dan ééne reden niet in den smaak van +Hannibal Pantalucci. + +"Waarom?" vroeg hij spottend. "Wel, om mijne beurs te vullen door +ons een goeden voorraad ivoor te verschaffen. Jagen die dikke dieren +u angst aan, mijnheer Méré?" + +Cyprianus trok de schouders op, zonder die ongepaste vraag +te beantwoorden. Toen hij den Napolitaan en zijn makkers zag +voortschrijden naar de bedoelde vlakte, deed hij als zij en ging mede. + +Alle drie waren thans tot op een afstand van ongeveer drie honderd +meters van de olifanten genaderd. De redenen, waarom die slimme dieren +met hun fijn gehoor, dat hen zoo spoedig waarschuwde, de nabijheid +der jagers nog niet ontwaard hadden, lag daarin dat deze onder den +wind naderden en bovendien beschermd waren door een dik boschgedeelte +van broodboomen. + +Toch begon een der olifanten teekenen van onrust te geven. Hij hief +zijn snuit als een vraagteeken in de hoogte. + +"Het oogenblik is gekomen," zei Hannibal Pantalucci met fluisterende +stem. "Als wij tot eenig resultaat willen geraken, moeten wij ons op +eenigen afstand van elkander plaatsen en ieder ons doelwit kiezen, dan +moeten wij te gelijker tijd op een afgesproken sein vuur geven. Dit +moeten wij te eerder in acht nemen, daar de geheele kudde op het +eerste schot de vlucht gaat nemen." + +Toen dat voorstel aangenomen was, week James Hilton ter rechterzijde +uit, terwijl Hannibal Pantalucci datzelfde te gelijkertijd ter +linkerzijde deed, en Cyprianus Méré in het centrum der positie bleef +voortgaan. Alle drie reden toen op het gemeenschappelijke doel, +de open vlakte toe. + +Cyprianus voelde op dit oogenblik tot zijne overgroote verwondering +twee armen, die hem met bovenmatige kracht om het middel omstrengelden, +terwijl Li's stem hem in het oor fluisterde: + +"Ik ben het!.... Ik ben op het achterstel van uw paard +gesprongen!... Spreek geen woord!.... Gij zult straks mijne +beweegredenen wel begrijpen!" + +Cyprianus kwam toen juist bij den rand van het broodboomenboschje aan +en was op niet meer dan dertig meters van de olifanten verwijderd. Hij +maakte zijn geweer reeds vaardig om op iedere gebeurlijkheid voorbereid +te zijn, toen de Chinees hem nog toefluisterde: + +"Uw geweer is ontladen!.... Maar laat u dat niet ongerust +maken!.... Alles gaat goed!.... Waarachtig alles gaat goed!" + +Op hetzelfde oogenblik weerklonk de toon van een scherp fluitje, +dat het teeken voor den algemeenen aanval moest zijn. Dadelijk daarop +knalde een geweerschot--een enkel slechts--vlak achter Cyprianus. + +Deze keerde zich onmiddellijk om en zag Hannibal Pantalucci, die zich +achter een boomstam trachtte te verschuilen. Maar hij had geen tijd om +daar lang zijne aandacht op te vestigen, want die werd elders geroepen. + +Een der olifanten, door dat schot waarschijnlijk gekwetst en ten +gevolge van zijne verwonding woedend gemaakt, stormde op hem los. De +andere dieren namen, zooals de Napolitaan voorzien had, dadelijk de +vlucht met een schrikkelijk getrappel, dat de grond over een omtrek +van twee duizend meters deed dreunen. + +"Nu zijn we er!" riep Li, die zich steeds aan Cyprianus vastgeklemd +hield. "Zoodra het dier op het punt zal zijn om u te bereiken, moet +gij Templar een zijsprong doen uitvoeren!.... Draai dan rondom dien +struik daar en laat u door den olifant vervolgen.... Het overige neem +ik op mij." + +Cyprianus had slechts den tijd om die aanwijzingen werktuigelijk uit +te voeren, want de dikhuid stormde met den snuit hoog verheven, met +bloed beloopen oogen, met open mond en met de voortanden vooruitstekend +en daarbij eene ongeloofelijke snelheid ontwikkelend, op hem los. + +Templar gedroeg zich in die omstandigheden als een oud krijger. Het +edele dier gehoorzaamde met de meest bewonderenswaardige stiptheid +aan de drukking der knieën en aan het aanleggen der beenen van +zijnen berijder, en volvoerde juist op het gewilde oogenblik een +hevigen zijsprong ter rechterzijde. De olifant, door de zwaartekracht +voortgedreven, vloog het paard zonder het te raken voorbij ter zelfder +plaats, die ruiter en paard ter nauwernood verlaten hadden. + +Intusschen had de Chinees zich op den grond laten glijden, na zijn +mes zonder een woord te spreken uit de scheede gehaald te hebben. Met +een vluggen sprong wierp hij zich achter den struik, dien hij zijn +baas getoond had. + +"Daar!.... daar!.... wend nu om den struik en laat u vervolgen!" riep +hij andermaal. + +De olifant was omgekeerd en kwam nu op hem terug, dubbel verwoed, +doordat hij bij zijn eersten aanslag niet geslaagd was. Cyprianus, +alhoewel hij de door Li aangeduide beweging niet begreep, volvoerde +haar toch stiptelijk. Hij draaide en wendde rondom den struik, door +het woest ademende dier op de hielen vervolgd. Twee malen ontweek hij +nog den schok door een plotselingen zijsprong van zijn paard. Maar +zou die taktiek langen tijd slagen? Hoopte Li het dier zoo af te maken? + +Die vragen stelde zich Cyprianus, zonder daarop een voldoend antwoord +te kunnen geven, toen hij plotseling den olifant tot zijn groote +verbazing op de knieën zag ineenzakken. + +Li, met eene onvergelijkelijke behendigheid van het gunstige oogenblik +gebruik makende, was door het gras voortgekropen tot onder de pooten +van het dier en had met één enkelen houw van zijn jachtmes de spier +van den hiel, die bij den mensch de Achillespees genoemd wordt, +doorgesneden. + +Zoo gaan de Hindoes bij hunne jachtondernemingen op den olifant te +werk en de Chinees moest die handeling meermalen op Ceylon beoefend +hebben, af te leiden uit de juistheid en de koelbloedigheid, waarmede +zij uitgevoerd was. Machteloos en op den grond uitgestrekt, bleef +de olifant liggen, terwijl zijn kop in het dichte gras verborgen +scheen. Een beek van bloed stroomde uit de wond en verzwakte hem +klaarblijkelijk. + +"Hoerah!.... Bravo...." riepen Hannibal Pantalucci en James Hilton, +terwijl zij toen eerst op het tooneel van den strijd verschenen. + +"Men moet hem met een kogelschot in het oog afmaken!" zei James Hilton, +die een onbedwingbare behoefte ondervond, om in beweging te blijven +en een rol in dit drama te spelen. + +Daarop bracht hij den kolf van zijn geweer aan den schouder en +gaf vuur. + +Bijna ter zelfder tijd hoorde men in het lichaam van het reusachtige +dier het springen van den ontplofbaren kogel. Het ondervond eene +laatste stuiptrekking en bleef daarna onbeweeglijk liggen evenals +eene grijsachtige rots langs de boorden van den weg. + +"Het is uit met hem!" riep James Hilton, terwijl hij zijn paard +vooruit dreef tot dicht bij het dier, om beter te kunnen zien. + +"Wacht!.... wacht nog!...." scheen de sluwe blik van den Chinees tot +zijn baas te zeggen. + +Er viel niet lang naar het schrikkelijk, maar niet te vermijden +uiteinde van dat tooneel te wachten. + +Inderdaad, nauwelijks was James Hilton dicht bij den olifant gekomen +en boog hij zich over zijn stijgbeugel om bij wijze van spotternij +een van zijn groote ooren op te heffen, toen het dier eensklaps zijn +snuit met eene onverwachte beweging op den onvoorzichtigen jager +deed neerkomen, hem de wervelkolom brak en het hoofd verbrijzelde, +voordat de toeschouwers van die schrikkelijke ontknooping den tijd +hadden om tusschenbeide te treden, ten einde haar te voorkomen. + +James Hilton kon slechts een laatsten gil doen hooren. In minder dan +vier seconden bleef van hem niets anders meer over dan een bloedige +vleeschklomp, waarop de olifant zich liet neervallen, om niet weer +op te staan. + +"Ik was er zeker van, dat hij zich slechts dood hield," zei de Chinees +met rustige stem, terwijl hij het hoofd schudde. "De olifanten handelen +nooit anders, wanneer de gelegenheid er zich toe aanbiedt." + +Dat was het eenige rouwbeklag van James Hilton. De jeugdige +ingenieur, nog onder den indruk van de verraderlijke streek, waarvan +hij bijna het slachtoffer was geworden, kon de gedachte aan eene +rechtvaardige wedervergelding niet onderdrukken ten opzichte van een +der ellendelingen, die hem weerloos aan de blinde woede van een zoo +schrikkelijk dier had willen overleveren. + +Wat de gedachten van den Napolitaan waren? Hij achtte het geraden ze +voor zich te houden. + +De Chinees was middelerwijl reeds met zijn jachtmes bezig om een kuil +onder de graszoden van de vlakte te maken, waarin hij door Cyprianus +geholpen, weldra de vormlooze overblijfselen van diens vijand ter +aarde bestelde. + +Dat alles deed eenigen tijd verloren gaan, en de zon stond reeds hoog +boven den horizon, toen de drie jagers naar het kamp terugkeerden. + +Toen zij daar evenwel aankwamen, was hunne verwondering groot!.... Want +Bardik was er niet meer. + + + + + +ZESTIENDE HOOFDSTUK. + +VERRAAD. + + +Wat was er gedurende de afwezigheid van Cyprianus en van zijne beide +makkers in het kamp voorgevallen? Het was moeielijk te gissen zoolang +de jeugdige Kaffer niet teruggekomen was. + +Men wachtte Bardik dus; men riep hem, men zocht hem langs alle +kanten. Geen spoor zelfs werd van hem ontdekt. Het ontbijt dat hij +bezig was geweest klaar te maken, stond naast het uitgedoofde vuur +en duidde er op, dat zijn verdwijnen eerst sedert twee of drie uren +geleden plaats had gehad. + +Cyprianus kon dus slechts gissen waardoor die verdwijning veroorzaakt +kon zijn; maar die gissingen werden door niets toegelicht. Het was +niet waarschijnlijk dat de jeugdige Kaffer door een wild dier kon zijn +aangevallen; er was geen spoor van een bloedigen strijd, zelfs niet de +minste wanorde in den omtrek te bespeuren. Dat hij gedrost zou zijn +om naar zijn land terug te keeren, zooals de Kaffers meermalen doen, +was noch minder aanneembaar van een kerel, zoo vol toewijding als hij +was, en de jeugdige ingenieur weigerde bepaald die veronderstelling +door Hannibal Pantalucci vooropgesteld, voor waar aan te nemen. + +Om kort te gaan, de jonge Kaffer bleef, nadat men hem gedurende een +halven dag gezocht had, afwezig en, wat meer zegt, zijne verdwijning +bleef geheel onverklaarbaar. + +Hannibal Pantalucci en Cyprianus hielden dus raad en kwamen na +eenige woordenwisseling overeen tot den volgenden morgen te wachten +alvorens het kamp op te breken. Wellicht kon Bardik nog terugkeeren +in die tijdsruimte, wanneer hij namelijk verdwaald was geraakt bij +de vervolging van eenig stuk wild, dat zijne jagersbegeerte kon +hebben opgewekt. + +Maar toen zij zich herinnerden het bezoek dat eene Kafferbende +hun op een hunner pleisterplaatsen gebracht had en zij rekening +hielden met de vragen, die toen aan Bardik en aan Li gedaan waren, +met de vrees, die toen aan den dag gelegd was dat de reizigers, die +wellicht verspieders waren, het land van Tonaïa zouden binnentrekken, +toen rees bij hen de vraag, en niet zonder reden, of Bardik niet +in handen van die inboorlingen gevallen en als gevangene naar hunne +hoofdplaats gevoerd was. + +De dag werd treurig ten einde gebracht en de avond was +nog droefgeestiger. Het ongeluk scheen op de onderneming te +rusten. Hannibal Pantalucci was nurks en zweeg als een pot. Zijne +twee medeplichtigen Friedel en James Hilton waren reeds dood, zoodat +hij alleen tegenover zijn jeugdigen medeminnaar overbleef. Hij was +intusschen meer dan ooit besloten zich van dezen te ontdoen. Hij +wilde alleen blijven, zoowel in de zaak van den diamant als in de +huwelijkskwestie. En beide gevallen waren voor hem slechts zaken. + +Wat Cyprianus aangaat, daar Li hem alles verteld had, wat hij aangaande +het aftrekken van de patronen van Méré's geweer vernomen had, moest +hij nacht en dag waakzaam zijn tegenover zijn reismakker. Het is waar, +dat de Chinees een gedeelte van die waakzaamheid voor zijne rekening +wilde nemen. + +Cyprianus en Hannibal Pantalucci brachten hun avond onder het rooken +eener pijp of sigaar bij het vuur stilzwijgend door en kropen onder +de huif van den wagen, zonder elkander zelfs goeden nacht toe te +wenschen. Het was toen de beurt van Li om bij het vuur te waken, +dat ontstoken was om de wilde dieren op een afstand te houden. + +De jonge Kaffer was den volgenden ochtend bij het krieken van den +dag niet in het kamp terug. + +Cyprianus had nog wel vier en twintig uren willen wachten, ten einde +aan zijn dienaar nog een laatste kans te verschaffen om terug te +kunnen keeren; maar de Napolitaan drong er ten sterkste op aan om +dadelijk te vertrekken. + +"Wij kunnen het zeer goed zonder Bardik doen", zei hij "en iedere +vertraging stelt ons aan de mogelijkheid bloot, Makatit niet meer te +kunnen inhalen!" + +Dat moest Cyprianus erkennen. De Chinees ging er dan ook toe over om +de trekossen bij elkander te drijven, ten einde te kunnen vertrekken. + +Nieuwe teleurstelling; maar dezen keer veel ernstiger dan den +eersten. Ook de ossen waren niet terug te vinden. Den avond te +voren lagen zij nog te rusten in het hooge gras, dat rondom het kamp +groeide.... Thans was er geen enkele te bespeuren. + +Toen eerst kon men den omvang van het verlies, dat de expeditie in +den persoon van Bardik geleden had gevoelen! Indien die intelligente +dienaar nog op zijn post aanwezig ware geweest, dan zou hij met zijn +kennis van de gewoonten van het rundergeslacht in Zuid-Afrika, niet in +gebreke zijn gebleven die dieren, die den geheelen dag rust genoten +hadden, aan boomstammen of aan piketpalen vast te maken. Gewoonlijk +was die voorzorg na een langen dagmarsch bij het aankomen van een +pleisterplaats overbodig. De ossen waren dan uitgeput van vermoeienis +en dachten aan niets anders dan aan het grazen in de onmiddellijke +nabijheid van den wagen, waarna zij zich neervlijden, om de nachtrust +te genieten; zij verwijderden zich dan des morgens hoogstens tot op +een afstand van honderd meter. Maar zoo was het niet na zulk een dag +van rust en van volop voeder doorgebracht te hebben. + +Klaarblijkelijk was de eerste zorg dier dieren geweest, toen zij +ontwaakten, om een malscher gras op te zoeken dan dat waaraan zij zich +den vorigen dag verzadigd hadden. Nog al van dolenden aard zijnde, +hadden zij zich langzamerhand verwijderd, en waren uit het gezicht +van het kampement geraakt. Toen door hun instinct voortgezweept, dat +hen dreef hunne stal op te zoeken, waren zij waarschijnlijk, de een +achter den ander voortschrijdende, op weg naar de Transvaal getogen. + +Dat was een ramp, die wel is waar niet zeldzaam bij dergelijke tochten +in beneden-Afrika voorkwam, maar daarom niet minder ernstig was; +want zonder bespanning werd de wagen nutteloos en de wagen is voor +de Afrikaansche reizigers tegelijkertijd eene woning, een magazijn +en een versterking. + +De teleurstelling van Cyprianus en van Hannibal Pantalucci was dan +ook groot, toen zij, na een ijverige verkenning van het spoor der +ossen gedurende twee of drie uren, tot de overtuiging kwamen, dat +alle hoop om ze terug te krijgen ijdel was. + +De toestand was buitengewoon verergerd en men was verplicht andermaal +raad te beleggen. + +Nu was er in de gegeven omstandigheden slechts ééne practische +oplossing mogelijk en die was: den wagen te verlaten, zich met zooveel +mondbehoeften en met zooveel munitie te beladen als zij slechts +dragen konden, en de reis te paard voort te zetten. Werd men dan +door de omstandigheden begunstigd, dan zou men wellicht weldra in de +gelegenheid komen om bij een Kafferhoofd een nieuw span ossen tegen +een geweer of tegen scherpe patronen in te ruilen. Wat Li betreft, +die zou het paard van James Hilton bestijgen, dat zoo als men weet, +sedert diens dood zonder meester was. + +Men toog toen ijverig aan het werk, om doornachtige takken te kappen, +om daar mede den wagen zoodanig te bedekken, dat hij onder kunstmatig +struikgewas verborgen was. Daarna belaadde een ieder zich met hetgeen +hij in zijne zakken en in zijn ransel bergen kon, zooals linnen, +laarzen, verduurzaamde levensmiddelen en munitie. Het speet den Chinees +zeer dat hij zijne roode kist niet kon medenemen van wege de zwaarte; +maar het was onmogelijk hem te doen besluiten zijn touw achter te +laten, dat hij onder zijn kiel als een buikband om het middel wond. + +Toen de voorbereidingen getroffen waren, wierp men nog een blik op +de vallei, waarin zooveel treurige gebeurtenissen voorgevallen waren, +waarna de drie ruiters den weg naar de hoogte insloegen. Die weg was, +als al de wegen in dit land, een door de wilde dieren platgetrapt +pad, die steeds, wanneer zij zich naar hunne drenkplaatsen begeven, +den kortsten weg kiezen. + +Het middaguur was voorbij en Cyprianus, Hannibal Pantalucci en Li +stapten, in weerwil van de brandende zonnestralen, met een goeden pas +voort totdat de avond viel. Toen zij eindelijk hun kamp in een diep +ravijn onder een groote overhellende rots opgeslagen hadden en zij +rondom een flink vuur van droog hout gelegerd waren, erkenden zij, +dat, alles wel beschouwd, het verlies van hun wagen geen onherstelbaar +verlies was. + +Zoo trokken zij nog gedurende twee dagen voort zonder eigenlijk +te weten, of zij wel op het spoor waren van den man, dien zij +zochten. Toch was het zoo. Want toen zij op het einde van den tweeden +dag bij het vallen van den avond met loome schreden naar een klein +boschje stapten, waaronder zij den nacht wilden doorbrengen, liet Li +eensklaps een doordringenden keelklank aan zijne lippen ontsnappen. + +"Hugh!" kreet hij, terwijl hij met de hand naar een klein zwart punt +wees, dat zich bij de laatste lichtstralen, die de avondschemering +schonk, dicht bij den gezichteinder bewoog. + +De blikken van Cyprianus en van Hannibal Pantalucci volgden natuurlijk +de richting door den vinger van den Chinees aangeduid. + +"Dat is Makatit zelf!" hernam Cyprianus, die zich gehaast had zijn +kijker voor het oog te brengen. "Ik herken zijn karretje en zijn +struisvogel zeer goed!.... Ja, hij is het!" + +Hij reikte zijn kijker aan Hannibal Pantalucci over, die zich van de +juistheid van het feit kon overtuigen. + +"Op welken afstand rekent gij dat die man zich thans van ons +bevindt?" vroeg Cyprianus. + +"Op zijn minst op zeven of acht mijlen," antwoordde de +Napolitaan. "Wellicht wel op tien." + +"Dan behoeven wij er niet aan te denken om hem heden nog, vóór dat +wij onze dagreis staken, in te halen." + +"Dat zeker niet," antwoordde Hannibal Pantalucci. "Binnen een uur +tijd zal de nacht ingevallen zijn, en dan valt er geen pas meer te +doen in welke richting ook!" + +"Nu goed! maar morgen zullen wij hem wel bereiken, wanneer wij vroeg +genoeg vertrekken!" + +"Dat is mijn gevoelen ook." + +De ruiters waren toen bij het boschje aangekomen, alwaar zij +afstegen. Als gevolg eener onveranderlijke gewoonte, begonnen zij eerst +hunne paarden te verzorgen. Zij wreven hen zorgvuldig af en borstelden +hen duchtig, alvorens hen aan de veldpiketten vast te binden, om hen +te laten grazen. De Chinees ontstak middelerwijl het vuur. + +De nacht viel intusschen in. Bij het diner gevoelden zich de reizigers +dien avond misschien een weinig vroolijker dan zij in de drie laatste +dagen geweest waren. Toch gingen zij, na het maal verorberd en na het +wachtvuur behoorlijk voorzien te hebben, zich in hunne dekens rollen +en legden hunne hoofden op de zadels, ten einde een verkwikkenden +slaap te genieten; want het was van veel belang, dat zij den volgenden +morgen vóór het aanbreken van den dageraad op de been waren ten einde +haastig op reis te kunnen gaan om Makatit in te halen. + +Cyprianus en de Chinees waren weldra in een diepen slaap gedompeld--wat +niet zeer voorzichtig van hun kant mocht heeten. + +De Napolitaan althans sliep niet. Hij woelde gedurende twee of drie +uren onder zijne dekens, als iemand die door een nare gedachte gekweld +wordt. Een misdadig plan begon zich van hem meester te maken. + +Hij kon het eindelijk niet meer uithouden. Hij stond op zonder +eenig gerucht te maken, naderde de paarden, en zadelde het zijne, +waarna hij Templar en het paard van den Chinees van de piketten +los maakte en hen bij het halstertouw wegvoerde. Het fijne gras dat +den bodem als met een dik mollig tapijt bedekte, belette volkomen +het getrappel der drie dieren te hooren, die zich met eene domme +lijdzaamheid lieten heenvoeren, versuft als zij waren, zoo ontijdig +gewekt te worden. Hannibal Pantalucci geleidde ze tot in het diepste +gedeelte van het ravijn, op welks helling het kamp opgeslagen was, +bond hen aan een boom vast en kwam in de kampementsplaats weer, +alwaar noch de een, noch de andere der beide slapers ontwaakt waren, +of zich ook maar bewogen hadden. + +Toen bracht de Napolitaan zijn reisdeken, zijn karabijn, zijn munitie +en eenige mondbehoefte bij elkander, waarna hij koelbloedig, wetens +en willens, zijne makkers te midden van die woestenij verliet. + +De gedachte, die hij sedert het ondergaan van de zon gekoesterd +had, was dat wanneer hij de paarden meevoerde, hij Cyprianus en Li +buiten staat stelde Makatit te kunnen inhalen. Dat was zich zelven +dus de overwinning voorbereiden. Het verachtelijke van dat verraad, +de lafhartigheid die er in gelegen was zijne makkers zoo te berooven, +makkers, waarvan hij slechts goede diensten ondervonden had, dat alles +begreep de ellendeling niet, of, begreep hij het toch, het kon hem niet +doen terugdeinzen. Hij sprong in den zadel en leidde de twee andere +dieren, die de plek niet verlaten hadden, waar hij ze gelaten had, +als handpaarden weg. Hij verwijderde zich bij helder maanlicht in +sterken draf. Cyprianus en Li sliepen steeds. Eerst tegen drie uren +ontwaakte de Chinees en keek met lodderige oogen naar de sterren, +die bij den oostelijken gezichteinder begonnen te verbleeken. + +"Het is waarachtig tijd om koffie te zetten!" mompelde hij. + +En zonder dralen wierp hij zijn deken, waarin hij gerold lag, van zich +af, sprong op en begon zijn morgentoilet te maken, eene bezigheid, +die hij in de woestijn evenmin veronachtzaamde als overal elders. + +"Waar hangt Pantalucci toch uit?" vroeg hij zich eensklaps af. + +De dageraad begon aan te breken en de voorwerpen werden minder +onduidelijk in het kampement. + +"En de paarden zijn er ook niet!" sprak Li in zich zelven. "Zou dat +puikje der kameraden wellicht...." + +En vermoedende wat plaats had gehad, liep hij naar de piketpalen, +waaraan hij de paarden den vorigen avond gebonden had, maakte de +ronde om het kampement en kreeg weldra de zekerheid dat de bagage +van den Napolitaan met hem verdwenen was. + +Dat was zoo helder als de dag. + +Een blanke zou waarschijnlijk de behoefte geen weerstand hebben +kunnen bieden om Cyprianus te wekken, ten einde hem dadelijk die zeer +belangrijke tijding mede te deelen, maar de Chinees was niet van het +blanke maar van het gele ras, en dacht dat er geen haast bij bestond, +wanneer het gold eene slechte tijding aan te kondigen. Hij bleef zich +dus bedaard onledig houden met zijn koffiezetten. + +"Het is inderdaad nog lief van dien schoft, dat hij ons onzen voorraad +levensmiddelen gelaten heeft," mompelde hij. + +Toen de koffie behoorlijk en wel door een linnen zak, dien hij +daartoe bepaald vervaardigd had, gefiltreerd was, schonk Li twee +kopjes, die uit de schaal van een struisvogelen-ei gesneden waren, +en die hij gewoonlijk aan zijn knoopsgat opgehangen droeg, vol met +het geurige mengsel. Daarna naderde hij Cyprianus, die steeds sliep. + +"Hier is uw koffie, lekker en wel, vadertje," zei hij beleefd, +terwijl hij hem den schouder met den vinger aanraakte. + +Cyprianus deed lui eerst een en daarna het andere oog open, rekte zich +de ledematen uit, schonk den Chinees een glimlach, rees overeind en +verorberde de heerlijke warme koffie. + +Toen eerst bemerkte hij de afwezigheid van den Napolitaan, wiens +slaapplaats natuurlijk leeg was. + +"Waar zit Pantalucci toch?" vroeg hij. + +"Weg, vadertje!" antwoordde Li op een zoo natuurlijken toon, alsof +de afwezigheid van den Napolitaan ten gevolge van eene afspraak +plaats had. + +"Hoe?.... Wat?.... Weg?" + +"Ja, vadertje, weg met de drie paarden!" + +Cyprianus smeet zijn deken van zich en overtuigde zich met één blik +dat Li waarheid sprak. Die blik zei hem alles. Hij had evenwel eene +te hooghartige ziel om ook maar in het minste iets van zijn onrust +of van zijne verontwaardiging te laten blijken. + +"Zoo," zei hij, "dat is aardig! Maar de ellendeling moet niet denken, +dat wij het daarbij laten zullen!" + +Cyprianus liep een wijl de kampementsplaats op en neer, in gedachten +verzonken, om te beslissen wat er nu gedaan moest worden. + +"Wij moeten dadelijk vertrekken," zei hij tot den Chinees. "Wij zullen +dat zadel, dien toom en alles wat ons te lastig is of te zwaar zal +zijn, hier laten. Wij zullen onze geweren en onze levensmiddelen +medenemen. Als wij goed doorstappen, kunnen wij bijna even snel +vooruitkomen, vooral wanneer wij te voet omwegen kunnen mijden of +afsnijden!" + +Li haastte zich om de ontvangen bevelen ten uitvoer te leggen. In +weinige minuten had hij de dekens opgerold en stonden de reizigers +gepakt en gezakt gereed. Toen werd alles wat men op deze plek +achterlaten moest, onder een dichten, grooten hoop struiken verborgen, +en stapte men voort. + +Cyprianus had gelijk gehad, dat het in sommige gevallen gemakkelijker +zou wezen te voet te reizen. Men kon zoo, door over steile hellingen te +trekken, die te paard onmogelijk te overschrijden waren, den kortsten +weg nemen. Maar dat kostte dan ook veel inspanning. + +Het was ongeveer één uur in den namiddag, toen beiden de noordelijke +helling van den bergketen, dien zij sedert drie dagen volgden, +bereikten. Volgens de inlichtingen, die zij te Lopepo ingewonnen +hadden, kon men niet ver meer van de hoofdstad van Tonaïa verwijderd +zijn. Ongelukkiglijk waren de aanwijzingen over den te volgen weg zoo +oppervlakkig, zoo verward, en waren de uitdrukkingen in het Betjuanen +spraakeigen zoo weinig te vertrouwen, dat het moeielijk was van te +voren te weten of men twee, of wel vijf dagen te marcheeren had om +aan te komen. + +Toen Cyprianus en Li de hellingen van het eerste dal, dat zich voor +hen opende, nadat zij den bergnok overschreden hadden, afdaalden, liet +de Chinees een keelachtig geluid hooren, dat wel iets van een lach had. + +"Giraffen!" riep hij eindelijk uit. + +Cyprianus keek uit en bespeurde inderdaad, daar, diep beneden zich een +twintigtal van die dieren, die bezig waren met grazen in het diepste +gedeelte van het dal. Niets was bevalliger te zien op dien afstand +dan hun lange halzen als masten overeind staande of uitgestrekt als +lange slangen in het gras op een afstand van drie of vier meters van +hun met gele vlekken bezaaid lichaam. + +"Men zou een van die giraffen kunnen vangen," merkte Li op, "om dienst +te doen in de plaats van Templar." + +"Wat, op een giraffe rijden? Wie heeft ooit zoo iets gezien?" riep +Cyprianus uit. + +"Ik weet niet of ooit zoo iets te zien geweest is, maar het hangt maar +van u af, om zoo iets te kunnen zien," antwoordde de Chinees. "Laat +mij maar begaan!" + +Nooit begon Cyprianus met een zaak voor onmogelijk te houden, wanneer +zij nog nieuw voor hem was. Hij gaf dus te kennen, dat hij gereed +was Li in zijne onderneming behulpzaam te zijn. + +"Wij bevinden ons beneden 's winds van de giraffen," zei de Chinees, +"dat is zeer gelukkig voor ons; want zij hebben een zeer fijnen neus +en zouden ons in het tegenovergestelde geval reeds geroken hebben; +dus als gij nu langs den rechterkant wilt omtrekken, om hen daarna +door een geweerschot te verschrikken, zoodanig dat zij naar mijn kant +gedreven worden, dan is er niet meer noodig, en ik neem het overige +voor mijne rekening." + +Cyprianus legde alles op den grond neer wat zijne bewegingen kon +hinderen en ging daarop, alleen met zijn geweer gewapend, in de +aangewezen richting voort, om de beweging te volvoeren, die hem door +zijn dienaar aangeduid was. + +Deze verloor intusschen zijn tijd niet. Hij daalde met vluggen +pas de steile helling van het dal af, totdat hij bij een gebaand +pad aangekomen was, dat in het benedengedeelte kronkelde. Dat was +klaarblijkelijk de gebruikelijke weg der giraffen, te oordeelen althans +naar de ontelbare afdruksels, welke hunne hoeven in den bodem gelaten +hadden. Daar nam de Chinees stelling achter een dikken boom, ontrolde +het lange touw, dat hem nimmer verliet, en sneed het in twee stukken +van gelijke lengte, die dus dertig meters lang waren. Daarna bond +hij aan een der uiteinden van elk stuk een dikken keisteen om er een +voortreffelijken lasso van te maken en maakte het andere uiteinde aan +een der benedentakken van den boom stevig vast, echter zoodanig dat nog +een eind touw overschoot dat hij zich om den linkerarm wond. Toen dat +alles gereed was, verborg hij zich achter den dikken stam en wachtte. + +Geen vijf minuten waren voorbijgegaan, toen een geweerschot op +eenigen afstand knalde. Dadelijk werd een driftig getrappel vernomen, +dat evenals dat van een eskadron kavallerie iedere seconde al meer +en meer naderde, en aanduidde dat de giraffen vluchtten, zooals Li +voorspeld had. Zij volgden hun gewoon pad en kwamen recht op hem +aan, zonder evenwel de tegenwoordigheid van een vijand te gissen, +daar deze zich onder den wind bevond. + +Het gezicht van die giraffen was inderdaad prachtig. Zij kwamen daar +aanstuiven met hunne wijd geopende neusgaten, die zij naar de windzijde +richtten om het gevaar te verkennen, met hunne kleine hoofden, die er +zeer verschrikt uitzagen, en met hunne hangende tongen. Wat Li betreft, +die verzuimde geen tijd met hen te bewonderen. Zijne stelling was +oordeelkundig gekozen, dicht bij eene vernauwing van het pad, waar +de dieren slechts twee aan twee voorbij konden komen. Hij behoefde +slechts te wachten. + +Hij liet er eerst drie of vier voorbijtrekken, toen er een opmerkende, +die van een buitengewone grootte was wierp hij zijn eerste lasso +uit. Het touw floot door de lucht en omsnoerde den hals van het fraaie +dier, dat nog eenige sprongen deed. Het touw liep evenwel strak en +belette de ademhaling van het arme slachtoffer, dat dan ook stil +moest blijven staan. + +De Chinees had alweer geen tijd verloren met er naar te staan +kijken. Nauwelijks had hij gezien, dat zijn lasso het doel bereikt +had, of hij greep de tweede ter hand en omstrikte daarmede een +andere giraffe. + +Dit lukte niet minder. Dat alles was zoo snel in zijn werk gegaan, dat +er niet meer dan een halve minuut voor gevorderd was. De geheele kudde +was reeds uitermate verschrikt uit elkander en naar alle windrichtingen +gestoven, de gevangen en half geworgde dieren evenwel achterlatende. + +"Kom dan toch, vadertje," riep de Chinees tot Cyprianus, die, hoewel +hij niet veel vertrouwen in de onderneming stelde, toch zoo spoedig +mogelijk kwam aanloopen. + +Hij moest evenwel zijne oogen wel gelooven. Er waren daar twee +prachtige dieren gevangen, die groot en sterk waren, goed in het +vleesch zaten, fijne en sterke pooten bezaten en welker huid glom van +gezondheid. Maar hoe Cyprianus hen ook bekeek en bewonderde, hij kon +er maar niet toe komen om het denkbeeld, dat die dieren berijdbaar +te maken zouden zijn, voor verwezenlijking vatbaar te houden. + +"Hoe zich inderdaad op zoo'n ruggestreng te houden, die naar het achter +stel onder een hoek van minstens vijf en veertig graden afdaalt?" vroeg +hij lachende. + +"Door zich op de voorschotten en niet op den rug van het dier te +zetten," antwoordde Li. "Zou het daarenboven zoo moeilijk zijn een +opgerolden deken onder het achterstuk van het zadel te plaatsen?" + +"Wij hebben geen zadel." + +"Ik zal het uwe straks gaan halen." + +"En welk gebit wilt ge in zoo'n mond aanleggen?" + +"Dat zult ge spoedig zien." + +De Chinees had antwoord op alles, een deksel op alle pannetjes, zooals +men zegt, en bij hem volgden de daden al heel spoedig op de woorden. + +Het tijdstip om het middagmaal te nuttigen, was nog niet aangebroken, +of de slimme bewoner van het Hemelsche rijk had reeds twee stevige +halsters van een gedeelte van zijn touw gemaakt, en deed die om de +hoofden en de halzen van de giraffen. De arme dieren waren zoo versuft +door het ongeval, hetwelk hen overkomen was, en waren daarenboven +zoo zacht van aard, dat zij volstrekt geen weerstand boden. Andere +stukken touw zouden tot teugels dienen. + +Toen die voorbereidende maatregelen getroffen en beëindigd waren, +was er ter wereld niets gemakkelijker dan de gevangen dieren bij +het halstertouw heen te voeren. Toen keerden Cyprianus en Li naar +hunne kampementsplaats van den vorigen dag terug, om het zadel en de +voorwerpen, die zij achter hadden moeten laten, te halen. + +De namiddag en de avond gingen voorbij onder het nemen dier +beschikkingen. De Chinees bewees werkelijk eene bewonderenswaardige +behendigheid te bezitten. Niet alleen had hij weldra het zadel van +Cyprianus zoodanig gewijzigd dat het horizontaal op den rug van een +der giraffen kon gelegd worden, maar hij vervaardigde er ook een voor +zich, en dat wel van takken van het geboomte. Vervolgens hield hij +zich uit overmaat van voorzorg gedurende het overige gedeelte van den +nacht onledig met den weerstand der twee giraffen te fnuiken, door +hen herhaaldelijk te bestijgen en door hen door afdoende en gevoelige +middelen aan het verstand te brengen dat zij hem gehoorzamen moesten. + + + + + +ZEVENTIENDE HOOFDSTUK. + +EEN AFRIKAANSCHE WEDREN. + + +Toen de twee ruiters den volgenden morgen vertrokken, was hun +aanblik inderdaad koddig en vreemdsoortig. Het is twijfelachtig of +Cyprianus zich zoo wel voor miss Watkins in de groote straat van het +kamp Vandergaart zou hebben willen vertoonen. Maar men moest zich +in de omstandigheden schikken. Men bevond zich in de woestijn, en, +alles wel beschouwd, waren de giraffen geen vreemdsoortiger rijdieren +dan de drommedarissen. Hun gang had zelfs eenige overeenkomst met die +"woestijn-schepen". Die gang was afgrijselijk hard en ging gepaard met +een daadwerkelijk stampen als een vaartuig in een moeielijke zee. Dit +bezorgde dan ook als onmiddellijk gevolg onzen beiden reizigers bij +den aanvang der reis een gevoel als van beginnende zeeziekte. + +Maar, na twee of drie uren boven op die dieren doorgebracht te hebben, +waren Cyprianus en de Chinees genoegzaam aan die beweging gewend. Nu +moet erkend worden dat de giraffen met een goeden pas doorstapten en +zich zeer onderdanig betoonden, na evenwel eenige pogingen tot opstand +aangewend te hebben, die echter dadelijk onderdrukt werden. Alles +liep dus ten beste uit. + +Het kwam er nu op aan, met kracht al den verloren tijd van de laatste +drie of vier dagen der reis zoo spoedig mogelijk in te halen. Makatit +moest hen thans een goed eind weegs vooruit zijn. Zou Hannibal +Pantalucci hem niet reeds bereikt hebben? Wat er ook van aan mocht +zijn, Cyprianus was vastbesloten niets te verwaarloozen wat hem tot +zijn doel kon voeren. + +Na drie dagen marsch waren de cavalleristen, of beter de girafferuiters +in het vlakke land aangekomen. Zij volgden thans den rechteroever +van een bochtigen waterstroom, welks hoofdrichting juist naar het +noorden was. + +Het was waarschijnlijk een cijnsplichtige nevenrivier van de +Zambesi. De giraffen waren nu behoorlijk getemd. Daarenboven verzwakt +door de lange dagreizen, die zij afgelegd hadden, maar niet minder +door de schrale voeding, waaraan Li hen met voordacht stelselmatig +onderwierp, lieten zij zich zeer gemakkelijk mennen. Cyprianus kon +nu de lange teugels van zijn rijdier laten glippen, om het alleen +door het aanleggen van de knieën te besturen. + +Toen hij dan ook van die zorg bevrijd was, ondervond hij een waar +genoegen, bij het verlaten van die woeste en verlaten streken, +die hij tot nu toe doorreisd had, thans al de sporen eener +reeds vrij ontwikkelde beschaving rondom zich te ontwaren. Hij +bemerkte van afstand tot afstand manioc- of taro-velden, die zeer +regelmatig aangelegd waren en besproeid werden door een stelsel van +bamboebuizen, die aan elkander bevestigd waren en het water uit de +rivier aanvoerden. Voorts zag hij breede en goed verharde wegen, +zoodat het algemeene uiterlijk van eenige welvaart getuigde. Op de +heuvelen, die den gezichteinder begrensden, verhieven zich witte +hutten, die een dungezaaide bevolking huisvesting verleenden. + +Toch gevoelde men dat men zich nog op de grenzen der woestijn bevond; +dit was ten minste af te leiden uit het verbazend groot aantal wilde +dieren, herkauwers en ook andere, die allerwege ontwaard werden en +die deze vlakte bevolkten. Hier en daar verduisterden groote zwermen +gevogelte als het ware de lucht. Men zag geheele kudden van gazellen +of antilopen, die voorbij trokken. Soms verhief een monsterachtig +nijlpaard zijn kop boven de oppervlakte der rivier, blies met kracht +het water uit zijne neusgaten en dook weer onder, waarbij hij het +gedruisch en het geklots van een waterval maakte. + +Cyprianus was zoo geheel in de beschouwing van die tooneelen verdiept, +dat hij onmogelijk bedacht kon zijn op een ander, dat het toeval +hem bij een der buigingen van den heuvel, welken hij met zijn makker +volgde, bereidde. + +Dat was niet meer of minder dan de aanblik van Hannibal Pantalucci, +die steeds te paard, met lossen teugel jacht maakte op Makatit in +eigen persoon. Hoogstens een mijl scheidde hen nog van elkander, maar +de afstand, die tusschen hen en Cyprianus en den Chinees bestond, +was wel op vier mijlen te schatten. + +De zon scheen helder en hare stralen schoten schier loodrecht neer +in de vlakte, die als met een schitterend licht overstroomd werd. De +dampkring was helder doorschijnend, gezuiverd als hij was door een +heviger, oostenwind, die toen heerschte. Neen, er viel geen twijfel +te koesteren; het oog kon zich niet vergissen. + +Beiden waren zoo opgewonden door die ontdekking, dat hun +eerste beweging was haar te vieren met eene wezenlijk arabische +fantasia. Cyprianus liet een vroolijk hoerah hooren, en Li een +keelklankachtig "hugh", wat hetzelfde moest beduiden. Daarna zetten +zij hunne giraffen in sterken draf. + +Klaarblijkelijk had Makatit den Napolitaan, die veld op hem begon te +winnen, bespeurd, maar hij kon zijn ouden baas en zijn makker van het +Vandergaarts-kopje niet zien, daar zij nog te ver verwijderd waren +en zich op den rand der vlakte bevonden. + +De jonge Kaffer bespoedigde dan ook zooveel mogelijk den gang van +zijn karretje. Hij wist dat Hannibal Pantalucci de man niet was om +hem genade te schenken. Integendeel, hij zou hem, zonder naar eenigen +uitleg te willen luisteren, als een hond dooden. De struisvogel, die +het karretje trok vloog over de vlakte en wel met zulk een snelheid +en zulk een kracht, dat toen hij plotseling tegen een zwaren steen +stuitte, er zoo'n hevige schok plaats had, dat de as van het voertuig, +dat toch al op zulk eene lange en moeielijke reis veel geleden had, +afknapte. Een der wielen ontsnapte aan de as, en Makatit en zijn +voertuig rolden over den weg. + +De arme Kaffer werd wel gehavend bij zijn val. Maar de schrik, die hem +beheerschte, hield de overhand zelfs bij dien schok, of beter gezegd: +hij werd daardoor verdubbeld. Hij was overtuigd dat het met hem gedaan +zou zijn, wanneer hij door den Napolitaan ingehaald werd. Hij vloog +dan ook zoo spoedig mogelijk op, spande dadelijk zijn struisvogel af +en, schrijlings op het dier springende, bracht hij het in galop. + +Nu begon een dolle wedren, een wedren, die iemand duizelingen kon +bezorgen, een wedren, die nimmer op aarde gezien was, sedert de +Romeinsche voorstellingen in het circus afgeschaft waren, alwaar +de wedrennen van struisvogels en giraffen soms op het programma +voorkwamen. + +En inderdaad, terwijl Hannibal Pantalucci Makatit vervolgde, zetten +Cyprianus en Li hem en ook den andere achterna. Hadden die beide +laatsten niet allen grond om beiden te willen vatten, zoowel den jongen +Kaffer om aan de kwestie van den gestolen diamant een einde te maken, +als den valschen Napolitaan om hem te tuchtigen, zooals hij verdiende? + +De giraffen, behoorlijk aangezet door hunne ruiters, die het ongeval +van Makatit gezien hadden, spoedden zoo snel voort, alsof het +raspaarden van zuiver bloed waren. Zij strekten hunne lange halzen +vooruit, openden den mond, draaiden de ooren achteruit en stoven zoo +voort, terwijl zij met alle kracht gespoord en gekarwatst werden, +om hen tot de grootst mogelijke snelheid die zij ontwikkelen konden, +te brengen. + +Wat den struisvogel van Makatit aangaat, diens snelheid grensde aan +het wonderbaarlijke. Er was geen enkel raspaard, al ware het ook +de overwinnaar te Derby geweest, al had het ook den eersten prijs +te Parijs gewonnen, dat in staat zoude geweest zijn om het tegen +dat pluimdier vol te houden. Zijne korte vleugels, die ongeschikt +waren om te vliegen, werden nu als roeispanen gebezigd om de lucht +te klieven en zoo den gang te versnellen. Dat alles ging zoo gauw in +zijn werk, dat in minder dan weinige minuten de jeugdige Kaffer een +aanmerkelijken voorsprong op zijn vervolger gewonnen had. + +Ja zeker, Makatit had zijn trek- nu rijdier goed gekozen, toen hij +daartoe het oog op een struisvogel sloeg! + +Als hij dien gang nog maar een kwartier uurs kon volhouden, dan was +hij voorzeker buiten het bereik van den Napolitaan gekomen. Dan was +hij gered! + +Hannibal Pantalucci begreep zeer goed, dat de minste draling hem +geheel en al zijn voordeel zou doen verliezen. Reeds groeide de +afstand tusschen hem en den vluchteling aan. Aan den anderen kant +van het maisveld, waarin die jacht plaats had, strekte zich een dicht +bosch van slingerplanten en Indische vijgeboomen, dat hevig door den +wind gezweept werd, tot op eene gezichtsverte uit. Wanneer Makatit die +wildernis bereikte, dan zou het onmogelijk zijn hem terug te vinden, +omdat men hem dan niet meer zien kon. Hij zou daarin even verscholen +zijn als eene naald in een hooischelf. + +Cyprianus en de Chinees volgden, terwijl zij voortgaloppeerden, dien +wedstrijd met de meeste belangstelling, hetgeen de lezer wel begrijpen +zal. Zij waren eindelijk aan den voet van den heuvel aangekomen en +renden nu door de vlakte, maar drie mijlen scheidden hen nog van den +jager en van den gejaagde. + +Zij bemerkten evenwel dat de Napolitaan door eene ongehoorde inspanning +eenigermate op den vluchteling gewonnen had. Hetzij dat de struisvogel +van Makatit vermoeid begon te worden, hetzij dat het arme dier zich +gewond had aan een boomstronk of aan een rotssteen, maar zijne snelheid +was verbazend verminderd. Hannibal Pantalucci bevond zich weldra niet +meer dan drie honderd meter van den Kaffer verwijderd. + +Maar Makatit had eindelijk den rand van de bovenbedoelde wildernis +bereikt. Hij verdween er plotseling in, terwijl in hetzelfde oogenblik +het paard van Hannibal Pantalucci struikelde, hij zandruiter werd en +over den weg rolde, en het dier over de vlakte ontsnapte. + +"Wij zijn Makatit kwijt!" riep Li uit. + +"Ja, maar die Pantalucci, die ellendeling is ons!" antwoordde +Cyprianus. + +En beiden zetten hun giraffen nog meer aan. + +Een half uur later hadden zij bijna geheel het maisveld in zijne volle +breedte overgestoken en bevonden zich op niet meer dan vijfhonderd +passen van de plek, waar de Napolitaan gevallen was. De vraag voor +hen was thans of Hannibal Pantalucci had kunnen opstaan en of hij de +wildernis van lianen had kunnen bereiken, of wel op den grond lag, +zwaar gekwetst door zijn val--wellicht gedood. + +Neen, de ellendeling lag daar. Honderd pas verder brachten Cyprianus +en Li hunne giraffen tot staan. Zie hier wat er was gebeurd. + +De Napolitaan, verblind door de opgewondenheid van de jacht, die +hij maakte, had een reusachtig net niet bespeurd, hetwelk door de +Kaffers gespannen was om de vogels te vangen, die hunnen oogst zoo +zeer plunderden en hun daardoor veel schade berokkenden. Welnu, in +zulk een net was Hannibal Pantalucci te recht gekomen en daarin had +hij zich verward. + +En het was waarlijk geen klein net ook! Het bedroeg langs de zijden +minstens vijftig meters en bevatte reeds vele duizendtallen vogels +van allerhande soort, van alle grootte, van allerhande bontgekleurde +gevederte, onder andere ook een half dozijn van die groote gypaëten, +die eene vlucht hebben van anderhalven meter en die zich in Zuid-Afrika +te huis gevoelden. + +De val van den Napolitaan te midden van die vogelen-wereld had deze +laatste natuurlijk ten hoogste verschrikt en deed hen wild door +elkander vliegen. + +Hannibal Pantalucci, eerst verdoofd en duizelig door zijn val, had +evenwel getracht dadelijk op te staan. Maar zijne handen en voeten +zaten zoo degelijk gevangen in de mazen van het net, dat het hem bij +de eerste poging niet gelukte, zich daaruit te ontwarren. + +Hij had echter geen tijd te verliezen. Hij deed dan ook schrikkelijke +rukken en trok uit alle macht aan het net, terwijl hij het optilde en +het los trok van de piketpalen, waarmede het aan den grond vastgemaakt +was; terwijl de vogels groot en klein, hem bij dat werk hielpen om +te kunnen ontvluchten. + +Maar hoe meer de Napolitaan zich afsloofde, hoe meer hij zich in de +stevige mazen van het onmetelijke net verwarde. + +Een groote vernedering werd hem bovendien niet gespaard. Een der +giraffen had hem eindelijk bereikt en wel die, welke door den Chinees +bereden werd. Li was van zijn rijdier afgesprongen en had zich met +zijne koelbloedige spotzucht gehaast den kant van het net, dat het +dichtst bij hem was, los te maken, om de hoekvleugels daarvan op +elkaar te leggen, daarbij van de gedachte uitgaande, dat het zekerste +middel om zich van den gevangene meester te maken, daarin bestond, +dat hij hem in dat net moest rollen. + +Maar in dat oogenblik gebeurde iets zeer onverwachts, dat inderdaad +naar tooverij zweemde. + +De wind kwam namelijk met een buitengewone kracht opzetten en boog +daarbij al de boomen in den omtrek, alsof een machtige hoos over den +bodem voortschreed. + +Nu had Pantalucci bij zijne wanhopige pogingen reeds een groot aantal +piketpalen, die het net bij den benedenkant weerhielden, uit den grond +gerukt. Toen hij zich op het punt zag gevangen genomen te worden, +deed hij nog heviger rukken. + +Plotseling werd het net door een nieuwen aanval van de bui +losgerukt. De laatste banden, die dat onmetelijke touwweefsel aan den +grond bevestigd hielden, werden stuk getrokken en de gevederde kolonie, +die daarin besloten was, nam hare vlucht. De kleine vogels slaagden +er in om te ontsnappen; maar de grootere hadden de klauwen in de mazen +verward, terzelfder tijd toen hunne vleugels vrij raakten en zich met +een eenparige beweging bewogen. Al die vereenigde lucht-roeiriemen, +al die borstspieren, welker bewegingen gelijkmatig geschiedden, +vormden met de bui, die inviel, eene zoo kolossale kracht, dat voor +haar honderd kilogrammen niet meer dan eene veer wogen. + +Het net, dat over elkander rolde en zoo meer vat aan den wind aanbood, +werd met Hannibal Pantalucci, die nog slechts met de handen in de mazen +verward was, plotseling opgenomen en opgevoerd tot vijf-en-twintig +of dertig meters van den grond. + +Cyprianus kwam in dit oogenblik op het terrein aan, om getuige te +zijn van de opstijging van zijn vijand naar de wolkenstreek. + +De gypaëten, door die krachtsinspanning uitgeput, neigden in +dat oogenblik zichtbaar ter aarde en beschreven een uitgestrekte +parabool. In minder dan drie seconden kwam het net bij den bovenrand +van de wildernis aan, waarvan het de boventakken scheerde op drie of +vier meters hoog van den grond. Toen steeg het evenwel weer voor de +laatste maal in de lucht. + +Cyprianus en Li zagen met schrik dien rampzalige aan dat net hangen, +dat dezen keer meer dan honderd vijftig voet door eene laatste +krachtsinspanning van die reusachtige vogels, door de bui geholpen, +werd opgevoerd. + +Plotseling bezweken eenige mazen onder de wanhopige stuiptrekkingen +van den Napolitaan. Men zag hem gedurende een ondeelbaar oogenblik +aan zijne handen hangen en pogingen aanwenden om de touwen van het +net andermaal te grijpen.... Maar zijne krachten schoten te kort, +zijne handen openden zich, hij liet los, viel als een blok naar +beneden en werd op den grond verbrijzeld. + +Het net, van dat gewicht ontlast, vloog hooger in de lucht en ontrolde +zich eenige mijlen verder, terwijl de gypaëten eindelijk losgeraakt, +zich in het hemelruim voor het oog verloren. + +Toen Cyprianus toeschoot om hulp te bieden, was het te laat. Zijn +vijand was een naren dood gestorven. + +Van de vier mededingers, die met hetzelfde doel voor oogen de vlakten +van de Transvaal ingetrokken waren, bleef hij nog maar alleen over. + + + + + +ACHTTIENDE HOOFDSTUK. + +DE PRATENDE STRUISVOGEL. + + +Cyprianus en Li hadden slechts één gedachte na die verschrikkelijke +ontknooping, namelijk: de plek zoo spoedig mogelijk te ontvlieden, +waar zij had plaats gehad. + +Zij besloten derhalve om langs den noorderkant der wildernis voort +te trekken en bereikten zoo na een marsch van meer dan een uur de +bedding van een bergstroom, die evenwel in dit jaargetijde bijna +droog was en die in die wildernis eene bres maakte, waarlangs men +dat moeielijke terreingedeelte kon omtrekken. + +Daar wachtte den reizigers een nieuwe verrassing. Die bergstroom +mondde in een vrij uitgestrekt meer uit, op welks oevers een +weelderige plantengroei zich vertoonde, die tot nu het gezicht van +die wateroppervlakte verborgen had gehouden. + +Cyprianus had willen terugkeeren, door langs de oevers van dat meer +voort te trekken; maar die oevers waren bij wijle zoo steil, dat hij +dat plan moest laten varen. Van een anderen kant, wanneer hij langs +den weg, dien hij gekomen was terugkeerde, ging de hoop verloren om +Makatit te ontmoeten. + +Intusschen verrezen op den tegenoverliggenden oever van het meer eenige +heuvelen, die door eene aaneenschakeling van terreingolvingen aan +elkander en aan hoogere, meer achterwaarts gelegen bergen verbonden +waren. Cyprianus opperde het denkbeeld, dat, wanneer zij den top +daarvan zouden bereikt hebben, men een beter overzicht van het terrein +zou hebben en het dan mogelijk was een verder plan te beramen. + +Li en hij gingen dus andermaal op weg, om het meer om te trekken. De +afwezigheid van ieder gebaand pad maakte dien tocht zeer moeielijk, +vooral daar zij meestal genoodzaakt waren de twee giraffen bij de +teugels voort te trekken. Zij hadden dan ook meer dan drie volle uren +noodig, om een afstand van zeven of acht kilometers in rechte lijn +af te leggen. + +Toen zij eindelijk het meer omgetrokken en nagenoeg aangekomen +waren, vlak tegenover het punt aan de overzijde gelegen, vanwaar +zij vertrokken waren, was de nacht nabij. Zij besloten dan ook, +doodvermoeid als zij waren, om op die plek te kampeeren. Maar met de +weinige middelen, die zij thans nog bezaten, kon die inrichting niet +veel gemakken aanbieden. Maar Li hield er zich met zijn gewonen ijver +mede bezig. Toen hij klaar was, voegde hij zich bij zijn meester. + +"Vadertje," zei hij met zijne fleemende maar toch opwekkende stem, "ik +zie dat ge zeer vermoeid zijt. Onze mondvoorraad is bijna uitgeput. Ik +zal een dorp gaan opzoeken, waar men mij niet weigeren zal ons te +hulp te komen." + +"Wilt ge mij verlaten, Li?" riep Cyprianus eerst uit. + +"Het moet, vadertje!" antwoordde de Chinees. "Ik zal een der +giraffen nemen en dan noordwaarts optrekken!.... De hoofdstad van +Tonaïa, waarvan Lopepo ons gesproken heeft, kan thans niet ver meer +verwijderd zijn en ik zal het wel zoo maken, dat gij daar een goede +ontvangst zult vinden. Daarna zullen wij naar Grikwaland terugkeeren, +waar gij niets meer te vreezen zult hebben van die ellendelingen, +die alle drie op deze expeditie bezweken zijn." + +De jeugdige ingenieur dacht over het voorstel na, dat hem door den +hem zoo toegewijden Chinees gedaan was. Hij begreep dat, wanneer +de Kaffer kon teruggevonden worden, het in die streek zou zijn, +waarin hij daags te voren een blik had kunnen werpen. Het was dus +zaak die niet te verlaten. Maar van den anderen kant moest er aan +gedacht worden om hunne hulpmiddelen aan te vullen, die nu geheel +onvoldoende geworden waren. Cyprianus besloot dan ook, hoewel hij +het zeer betreurde, van Li te scheiden en er werd overeengekomen +dat hij hem op deze plek gedurende acht-en-veertig uren wachten +zou. In die acht-en-veertig uren zou de Chinees, zijne snelvoetige +giraffe berijdende, in deze streek een eind weegs kunnen afleggen en +gemakkelijk op de kampementsplaats terug zijn. + +Toen men tot dat besluit gekomen was, wilde Li geen oogenblik +verliezen. Aan rusten dacht hij volstrekt niet. Hij zei het wel zonder +slapen te kunnen doen! Hij zei dus Cyprianus vaarwel door goedhartig +hem de hand te kussen, vatte zijn giraffe bij den teugel, sprong er +op en verdween in de nachtelijke duisternis. + +Cyprianus Méré bevond zich thans, voor de eerste maal sedert zijn +vertrek van de Vandergaart-Kopjes-mijn, alleen in de woestijn. Hij +gevoelde zich uitermate treurig gestemd en kon niet nalaten, nadat +hij zich in zijn reisdeken gewikkeld had, zich aan de naarste +voorgevoelens over te geven. Hij was daar alleen, bijna zonder +levensmiddelen en munitie! Wat moest er van hem worden in dit +onbekende land, op honderden mijlen afstands van ieder beschaafd +oord? Makatit bereiken? Ja, daartoe was thans de kans gering. Kon die +zich niet op een afstand van een halven kilometer van hem bevinden, +zonder dat hij, Cyprianus, zulks kon gissen? Inderdaad, die geheele +onderneming was een zeer rampspoedige geweest en was slechts door +tragische gebeurtenissen gekenmerkt geworden. Bijna iedere honderd +mijlen, die voorwaarts geschreden waren, had aan een der leden van +het gezelschap het leven gekost. Eén bleef nog over.... Eén.... en +dat was hijzelf.... Was hij wellicht ook voorbeschikt om even ellendig +aan den eindpaal van zijn leven te komen als de anderen? + +Dat waren de droeve nabetrachtingen, die het brein van Cyprianus +bestormden; toch slaagde hij er in om in te slapen. + +De morgenkoelte en de rust, die hij gesmaakt had, gaven bij zijn +ontwaken een meer vertrouwvolle richting aan zijne gedachten. Hij +besloot, in afwachting van den terugkeer van den Chinees, den hoogen +heuvel te beklimmen, aan wiens voet hij halt gemaakt had. Hij zou zoo +met den blik een meer uitgestrekt terrein kunnen overzien en wellicht +zou hij, met behulp van zijn verrekijker, er in slagen eenig spoor +van Makatit te ontdekken. Maar om die beklimming te kunnen uitvoeren, +moest hij zijne giraffe achterlaten; geen dierkundige had toch ooit +zoo'n viervoeter onder de klauteraars gerangschikt. + +Cyprianus begon haar te ontdoen van den halster, die door Li zoo +behendig en vlug vervaardigd was. + +Daarna bond hij haar met een poot aan een boom vast, die met +overvloedig malsch gras omringd was en liet het touw zoolang schieten, +dat het dier voldoende en gemakkelijk kon grazen. En waarlijk, wanneer +men de lengte van den hals van de giraffe bij die van het touw voegde, +dan was de kring, waarbinnen het bevallige dier grazen kon, vrij +uitgestrekt en meer dan voldoende te rekenen. + +Toen die voorbereiding getroffen was, nam Cyprianus zijn geweer over +den eenen schouder, zijn deken behoorlijk opgerold over den anderen +en na met een vriendschappelijken klap afscheid van zijn giraffe +genomen te hebben, begon hij de bestijging van den berg. + +Die bestijging was lang en moeitevol. Hij bracht den geheelen +dag door met uiterst steile hellingen op te klimmen, met rotsen +of onoverkomelijke spitsen om te trekken en met langs den oost- +of zuidkant te beproeven, wat hij te vergeefs langs den noord- of +westkant beproefd had. + +Toen de nacht begon te dalen, was Cyprianus nog maar ter halver hoogte +van den berg aangekomen en moest dus de verdere bestijging tot den +volgenden morgen uitstellen. + +Bij het aanbreken van den dag steeg hij verder, na eerst goed +uitgekeken te hebben, of Li nog niet in de kampementsplaats +teruggekeerd was, en kwam hij tegen elf uur des voormiddags op +den top van den berg aan. Eene groote teleurstelling wachtte hem +daar. De hemel was met wolken bedekt. Dichte nevelen zweefden langs de +benedenhellingen van den berg. Cyprianus trachtte te vergeefs met den +blik dat gordijn te doorboren, ten einde de dalen te doorzoeken. Maar +het geheele landschap verdween onder eene opeenhooping van vormlooze +dampen, die niet toelieten iets daaronder te onderscheiden. + +Cyprianus hield evenwel vol, en wachtte, steeds hopende dat die +nevels zouden optrekken en dat hij dien uitgestrekten gezichteinder +zou ontwaren, dien hij hoopte te zien. Het was te vergeefs. Naar mate +de dag vorderde, schenen de wolken in dikte toe te nemen, terwijl +het bij het invallen van den nacht bepaald begon te regenen. + +De jeugdige ingenieur werd dus door dat prozaïsche luchtverschijnsel +overvallen, juist toen hij op dien kalen top zich bevond, waarop geen +enkele boom, zelfs geen rots te vinden was, die eenige beschutting +kon aanbieden; niets dan de kale uitgedroogde bodem, terwijl de nacht +spoedig inviel, vergezeld van dien fijnen regen, die langzamerhand +alles, zoowel de deken als de kleeding, door en door nat maakte. + +De toestand werd kritiek en toch moest Cyprianus er vrede mede +hebben. Want in de gegeven omstandigheden de afklimming van den berg +te beproeven, zou inderdaad eene dwaasheid genoemd moeten worden. Hij +was dus verplicht zich tot op het lichaam nat te laten regenen; maar +hij rekende er op, zich den volgenden morgen in de zonnestralen te +kunnen laten drogen. + +Toen het eerste oogenblik van kwade luim voorbij was, beschouwde hij +dien regen als een verkwikkend stortbad, dat hem de droogte en de +warmte van de vorige dagen vergoedde. Hij maakte zich wijs, om zich +zelven over dat koopje te troosten, dat die regen niets onaangenaams in +zich had. Wat hem evenwel minder beviel, was dat hij zijn middagmaal +zoo niet geheel rauw, dan toch geheel koud moest gebruiken. Vuur toch +te doen ontbranden, of ook maar een lucifer te doen ontvlammen in zoo'n +weer, was totaal onmogelijk en daaraan kon niet gedacht worden. Hij +vergenoegde zich dus met een blik verduurzaamde levensmiddelen te +openen en den inhoud, zooals hij was, op te peuzelen. + +Een of twee uur later voelde de jeugdige ingenieur zich verkleumd +door den killen regen. Hij legde zijn hoofd op een zwaren steen, +wikkelde zich in zijne druipende deken en sliep in. Toen hij wakker +werd, was het reeds geheel dag en leed hij aan eene zware koorts. + +Cyprianus begreep dat hij verloren was, wanneer hij in dien stortregen +bleef, want het weer was al slechter en slechter geworden, zoodat nu +het water met stroomen uit de lucht viel. Hij poogde overeind te komen +en geleund op zijn geweer, hetwelk hij als een steunstok gebruikte, +begon hij den berg af te dalen. + +Hoe kwam hij beneden? Dat zou hij waarachtig niet hebben kunnen +zeggen. Nu eens rolde hij langs de kletsnatte hellingen, dan weer liet +hij zich langs kletsnatte rotsen afglijden en zoo zette hij gehavend, +hijgend, verblind, door de koorts verteerd, den weg voort en kwam +tegen het middaguur in de kampementsplaats aan, waar hij zijne giraffe +had achtergelaten. + +Maar het dier was weg. Het was waarschijnlijk ongeduldig geworden, +toen het zich zoo alleen zag; het was waarschijnlijk ook door den +honger gekweld geworden, want het gras was, tot zoover het touw het +dier toegelaten had te reiken, schoon afgegraasd. Het had dan ook dat +touw aangetast en was vrij geworden, toen het dit doorgeknabbeld had. + +Cyprianus zou dien nieuwen slag, dien het ongeluk hem toebracht, +gevoeld hebben, wanneer hij in zijn normalen toestand geweest +ware. Maar hij was uitermate moede en de loomheid daardoor veroorzaakt, +liet hem de kracht daar niet toe. Toen hij aangekomen was, kon hij +nog slechts zijn ransel grijpen, dien hij gelukkig terug vond, om +droge kleederen aan te trekken. Daar nu viel hij doodvermoeid onder +een broodvruchtenboom neer, die de kampementsplaats overschaduwde. + +Toen ondervond hij een zonderlingen toestand van slaperigheid, van +koortsachtigheid, van ijlhoofdigheid, waarin al zijne gewaarwordingen +zich oplosten, waarin de tijd, de ruimte, de afstanden geen +beteekenis voor hem hadden. Was het nacht of dag? Regende het, +of scheen de zon? Hoe lang lag hij daar? Sedert twaalf uren of +sedert zestig? Leefde hij nog, of was hij dood reeds? Hij was +onmachtig daarop te antwoorden. De meest behaaglijke droomen en de +verschrikkelijkste spookgezichten wisselden elkander voortdurend in +zijn ziek brein af. Parijs, de mijnschool, de ouderlijke haard, de +hoeve te Vandergaart-Kopje Kopje, Miss Watkins, Hannibal Pantalucci, +Hilton, Friedel en legioenen olifanten. Makatit en geheele vluchten +vogels die over een hemel zonder grenzen verspreid waren, al zijne +herinneringen, al zijne gewaarwordingen, al zijne antipathieën, +al zijne teedere gevoelens, woelden in zijne hersenen als in eene +onmetelijken maalstroom. Bij die scheppingen der koorts mengden zich +soms gewaarwordingen, die hare oorzaak buiten hem hadden. Wat vooral +vreeselijk was, dat was dat de zieke te midden van een ontzettend +gejank van jakhalzen, van een gemauw van tijgerkatten, van een +gegrinnik van hyena's den roman, door zijne ijlhoofdigheid opgewekt, +onbewust, onafgebroken voortzette en eindelijk een geweerschot meende +te hooren, dat door eene diepe stilte opgevolgd werd. Daarna viel +het helsche concert andermaal met vernieuwde kracht in, om tot het +aanbreken van den dag te duren. + +Ongetwijfeld zou Cyprianus in die ijlhoofdigheid en zonder er +eenig bewustzijn van te hebben, uit de koorts in de armen des doods +overgegaan zijn, wanneer niet de meest vreemde, de meest buitensporige +gebeurtenissen, ten minste oppervlakkig beschouwd, den natuurlijken +gang van zaken hadden komen storen. + +Toen de dageraad aangebroken was, had de regen opgehouden, en +toen Cyprianus ontwaakte, stond de zon reeds vrij hoog boven den +horizon. Hij deed flauw en mat de oogen open en ontwaarde, maar zonder +dat dit zijne nieuwsgierigheid opwekte, een grooten struisvogel, +die naar hem toe kwam en op een afstand van twee of drie passen +bleef staan. + +"Zou dat de struisvogel van Makatit zijn?" vroeg de ingenieur zich +af, steeds meenende te doen te hebben met de ijle beelden zijner +zieke hersenen. + +De steltlooper in persoon zou hem antwoorden en--wat meer wil +zeggen--zou hem in zuiver Fransch antwoorden. + +"Waarachtig, ik bedrieg mij niet!.... Cyprianus Méré!.... Wat drommel, +mijn arme makker, voer jij hier uit?" + +Een struisvogel, die Fransch sprak! Een struisvogel, die zijn naam +wist! Inderdaad daar was stof genoeg voorhanden, om een gewoon verstand +en om gezonde hersenen van streek te brengen. Welnu, Cyprianus was +volstrekt niet verwonderd over dat schier onmogelijk verschijnsel; +hij vond het integendeel geheel natuurlijk. Zijne droomen hadden hem +wel andere tafereelen gedurende den afgeloopen nacht doen zien! Het +scheen hem het eenvoudige gevolg toe van zijne ijlhoofdigheid, van +zijne zieke hersenen. + +"Gij zijt niet zeer beleefd, mijnheer de struisvogel!" antwoordde +hij. "Met welk recht spreekt gij mij zoo gemeenzaam met jij aan?" + +Die woorden werden op dien drogen, hortenden toon, zoo gewoon bij +koortslijders, die geen twijfel omtrent den aard hunner ziekte +overlaat, uitgestoten. De struisvogel scheen er bewogen door. + +"Cyprianus!.... mijn vriend!.... Je bent ziek en.... zoo geheel alleen +in de wildernis!" riep hij uit, terwijl hij zich bij den zieke op de +knieën wierp. + +Dat was een psychiologisch verschijnsel nog gekker bij dien steltlooper +dan het spraakvermogen; want het buigen der knieën is eene beweging, +welke aan die dieren door de natuur gewoonlijk verboden is. Maar +Cyprianus verwonderde zich in zijn koortsachtigen toestand ook daarover +niet. Hij vond het zelfs zeer natuurlijk, dat die struisvogel een +lederen flesch met frisch water gevuld, dat met cognac aangemengd was, +van onder zijn linkervlerk te voorschijn haalde en hem de halsopening +tusschen de lippen bracht. + +Het eenige wat hem begon te verwonderen, was toen het vreemdsoortige +dier opstond en daarbij eene soort opperhuid afwierp, die zijn +natuurlijk gevederte scheen te zijn, en daarna ook een langen +hals, waarop een vogelkop prijkte, aflegde; maar toen, toen eerst +vertoonde zich die struisvogel, nadat hij zijn geleende pak had ter +zijde geschopt, onder de gedaante van een grooten, stevigen kerel, +die niemand anders was dan Pharamond Barthès, groot jager voor Gods +aangezicht en voor de menschen! + +"Welnu ja!.... ik ben het," riep Pharamond uit. "Heb je dan mijne +stem bij de eerste woorden, die ik sprak, niet herkend?.... Je bent +over mijn opschik verwonderd? Dat is een krijgslist, die ik van de +Kaffers geleerd heb, om de echte struisvogels dicht genoeg te kunnen +naderen, om hen met de assagaai te kunnen dooden!.... Maar laat +ons over jou spreken, arme vriend!.... Hoe kom je hier, zoo ziek en +verlaten?.... Het is wel het grootste toeval van de wereld te noemen, +dat ik je ontdekt heb, terwijl ik hier ronddrentelde. Ik wist niet +eens, dat je in dit land waart!" + +Cyprianus was niet in staat veel te spreken. Hij kon zijn vriend +dan ook slechts zeer oppervlakkige inlichtingen geven omtrent zijn +persoon. Daarenboven, Pharamond begreep van zijn kant zeer goed, dat +in de gegeven omstandigheden het verleenen van hulp aan den zieke +wel de meeste haast vereischte. Die hulp had den armen drommel tot +nu toe ontbroken en daarin moest nu voorzien worden. + +Die koene jager had sedert zijn aankomst in dat land veel ervaring +der woestijn opgedaan. Hij had onder anderen eene bijzondere maar +afdoende geneeswijze voor de moeraskoorts, waaraan zijn arme makker +leed, van de Kaffers geleerd. + +Pharamond Barthès begon dan ook dadelijk in den grond een soort kuil +te graven, die hij met hout vulde, nadat hij eene opening uitgespaard +had, om de lucht toe te laten. Hij stak dat hout in brand en toen het +tot asch verteerd was, kon die kuil als een werkelijke oven beschouwd +worden. Daarna legde Pharamond Barthès zijn vriend Cyprianus er in, +dekte hem zorgvuldig toe en liet slechts zijn hoofd vrij. Geen tien +minuten waren nog verloopen, toen bij den zieke een geweldig zweet +uitbrak. De zweetkuur werd door den nieuwbakken dokter zoo overvloedig +mogelijk onderhouden, door de toediening van vijf of zes koppen van +een aftreksel, dat hij van eenige hem bekende kruiden vervaardigd +had. Cyprianus viel weldra in die stoof in een diepen en weldadigen +slaap. + +De zon neigde ten ondergang, toen hij de oogen weer opende. Hij +gevoelde zich toen zoo bepaald verlicht en beter, dat hij om eten +vroeg. Zijn vindingrijke vriend wist voor alles raad. Hij zette hem +dadelijk een overheerlijke soep voor, die hij van de opbrengst zijner +jacht en van verschillende soorten wortels gekookt had. Een vleugel van +een gebraden trapgans en een kommetje met water, waarin een scheutje +cognac, voltooiden dat maal, hetwelk aan Cyprianus eenigermate zijne +krachten terugschonk, en de nevelen, die zijn brein verduisterden, +verdreef. + +Een uur later was Pharamond Barthès, die op zijn beurt ook voor den +stoffelijken mensch gezorgd had, bij den jongen ingenieur neergezeten +en verhaalde hem, hoe hij hier kwam in dien zoo vreemden tooi, waarin +hij zich voor zijn vriend vertoond had. + +"Ge weet," zei hij, "waartoe ik in staat ben, wanneer het geldt +eenig nieuw wild na te jagen. Nu heb ik in de laatste zes maanden +zooveel olifanten neergelegd, zooveel zebra's, zooveel giraffen, +zooveel leeuwen en andere wildstukken van den meest uiteenloopenden +pels of van het meest verschillend gevederte--onder welke laatste +een menschenvretende arend, de trots van mijne verzameling,--dat het +denkbeeld eenige dagen geleden bij mij opkwam, om mijne jachtvermaken +eenigermate af te wisselen. Tot dusver reisde ik steeds rond, +omgeven door mijne Bassuto's--een dertigtal stevige vastbesloten +kerels, die ik maandelijks met een zakje glaskoralen betaal, en +die zoo veel toewijding voor mij gevoelen, dat zij zich voorzeker +voor hunnen heer en meester in het vuur zouden werpen. Maar onlangs +genoot ik gastvrijheid bij Tonaïa, het groote opperhoofd in deze +streken. Ik had hem bezocht om het jachtrecht op zijn grondgebied +te verkrijgen, een recht waaraan hij nog meer gehecht is dan een +Schotsche lord. Hij verzocht mij mijne Bassuto's en vier geweren te +leen om een krijgstocht te ondernemen, dien hij tegen een van zijne +naburen beraamde. De vermeerdering van macht en die bewapening hadden +hem eenvoudig onoverwinnelijk gemaakt, en hij heeft dan ook den meest +schitterenden triomf op den vijand behaald. Dat is de oorzaak van +eene onverbreekbare vriendschap, die ons verbindt, eene vriendschap, +welke wij met ons bloed bezegeld hebben, dat wil zeggen: dat wij ons +zelven eene kleine verwonding aan den voorarm toegebracht hebben en +dat wij dit wondje uitgezogen hebben, wel te verstaan hij het mijne +en ik het zijne! Voortaan zijn wij, Tonaïa en ik, vrienden tot in +den dood! Overtuigd dat ik voortaan in de geheele uitgestrektheid +zijner bezittingen niets meer te vreezen heb, ben ik eergisteren +op weg gegaan om jacht op tijgers en op struisvogels te maken. Wat +de eersten betreft, ik heb het genoegen gehad verleden nacht een +tijger neer te leggen, en het zou mij verwonderen, wanneer je het +spektakel niet gehoord hebt, hetwelk mijn schot voorafging. Verbeeld +je, ik had mijne veldtent opgeslagen bij het lichaam van een buffel, +dien ik in den loop van den dag gedood had, natuurlijk in de hoop om +zoo'n roofdier in het midden van den nacht te zien verschijnen. En +werkelijk mijne hoop werd verwezenlijkt: een dier snuiters werd door +den doordringenden reuk van het aas aangelokt; maar het ongeluk wilde, +dat twee- of driehonderd jakhalzen, hyena's en tijgerkatten dezelfde +werking ondervonden en ook genaderd waren. Die voerden een wanluidend +concert uit, dat voorzeker tot hier heeft moeten doordringen." + +"Ik geloof, dat ik zoo iets gehoord heb," antwoordde Cyprianus. "Ja, +zeker, ik meende zelfs, dat dit concert ter mijner eere gegeven werd." + +"Waarachtig niet, waarde vriend!" riep Pharamond Barthès uit. "Niet +ter uwer eer, maar ter eere van een buffelkreng, dat daar ginds lag in +dat dal, wat gij van hier aan uwe rechterzijde zien kunt. Toen de dag +aangebroken was, bleef niets anders over van den kolossalen herkauwer +dan zijn geraamte! Ik zal je dat vertoonen; het is een kunststuk op +het gebied der ontleedkunde!.... Je zult ook mijn tijger zien, het +fraaiste dier, dat ik neergelegd heb, sedert ik Afrika's jachtvelden +betreden heb. Ik heb hem afgestroopt en zijn pels hangt aan een boom +om te drogen!" + +"Maar die vreemdsoortige opschik, dien je heden morgen droegt?" vroeg +Cyprianus. + +"Dat was een struisvogel-costuum. Zooals ik je gezegd heb, gebruiken +de Kaffers vaak die list, om die steltloopers, die zeer wantrouwend en +daardoor moeielijk te schieten zijn, te kunnen naderen!.... Ge zult +zeggen, dat ik daarvoor mijne uitmuntende buks heb!.... Dat is wel +waar, maar wat zal ik u zeggen? De gril om op Kafferwijze te jagen, +heeft mij verleid en zie, die gril heeft mij het geluk verschaft, +u te ontmoeten en dat zeer van pas, nietwaar?" + +"Ja zeker, zeer van pas, Pharamond!.... Ik geloof zelfs, dat ik, +zonder u, reeds niet meer tot deze aarde zou behooren!" antwoordde +Cyprianus, terwijl hij zijn vriend hartelijk de hand schudde. + +Hij bevond zich nu buiten zijn stooftoestel en lag op een bed +uitgestrekt, dat zijn makker hem aan den voet van den broodboom +gespreid had. + +Maar de wakkere kerel liet het daar niet bij. Hij wilde zijne veldtent, +die hij steeds bij zijne omzwervingen bij zich droeg, in het naburige +dal gaan halen, en een kwartier was nog niet verloopen, toen hij reeds +bij zijn dierbaren zieke terug was en hij die tent opgeslagen had. + +"En nu, vriend Cyprianus," zei hij, "laat mij thans uwe geschiedenis +vernemen, wanneer ten minste het verhaal u niet vermoeien zal?" + +Cyprianus voelde zich krachtig genoeg, om aan de zeer natuurlijke +nieuwsgierigheid van Pharamond Barthès te kunnen voldoen. Zeer ter +loops vertelde hij wat hem in Grikwaland overkomen was, waarom hij dat +land verlaten had, waarom hij Makatit en zijn diamant achtervolgde. Hij +verhaalde de voornaamste gebeurtenissen van dien tocht, hoe Hannibal +Pantalucci, hoe Friedel en hoe James Hilton omgekomen waren. Hij +vertelde het verdwijnen van Bardik en eindelijk hoe hij op Li zat te +wachten, die naar het kampement moest terugkeeren. + +Pharamond Barthès luisterde met alle aandacht. Toen Cyprianus hem +vroeg of hij niet een jongen Kaffer, waarvan hij hem het signalement +gaf, en die niemand anders dan Bardik was, ontmoet had, antwoordde +hij ontkennend. + +"Maar," zei hij, "ik heb een ronddolend paard opgevangen, dat het +uwe wel kan zijn." + +Hij verhaalde daarop, hoe hem dat paard in handen was gevallen. + +"Het is juist twee dagen geleden," zei hij, "toen ik met drie mijner +Bassuto's in het zuidelijk gebergte jaagde. Eensklaps zag ik een +prachtig grijs paard uit een hollen weg komen aansnellen. Het had +niets anders dan een halster om, waaraan een lang touw sleepte. Het +dier scheen onbesloten wat te doen, en kwam dadelijk naar mij toe, +toen ik het een handvol suikerriet liet zien. Zie, zoo heb ik hem +gevangen.--Het is een prachtig dier vol vuur en vol moed en hard van +vleesch als een gerookte ham." + +"Dat is mijn paard.... Dat is Templar!" zei Cyprianus. + +"Welnu, waarde vriend, dan is Templar weer uw eigendom! Het is mij +een waar genoegen het u te kunnen teruggeven. Kom, ik wensch u goeden +nacht. Slaap thans weer in. Morgen ochtend bij het krieken van den +dag zullen wij deze heerlijke plek verlaten!" + +En zijn raad met het voorbeeld gepaard doende gaan, wikkelde Pharamond +Barthès zich in zijn deken en sliep in. + +Den volgenden ochtend kwam de Chinees juist met eenige provisieën in +het kampement terug. Pharamond had dan ook al den tijd om hem op de +hoogte te stellen, voor dat Cyprianus ontwaakt was. Hij droeg hem op +zijn baas te bewaken, terwijl hij het paard ging halen, welks verlies +voor den jeugdigen ingenieur zoo smartelijk was geweest. + + + + + +NEGENTIENDE HOOFDSTUK + +DE WONDERGROT. + + +Het was inderdaad Templar, dien Cyprianus bij zijn ontwaken voor zich +zag. Het wederzien was van beide kanten uitermate liefderijk. Men zou +gezegd hebben, dat het paard bijna evenveel genoegen smaakte als zijn +berijder over de ontmoeting. + +Cyprianus voelde zich sterk genoeg om na het ontbijt te paard te +stijgen, ten einde dadelijk te vertrekken. Pharamond laadde al de +bagage, die niet veel was, op het achterstel van Templar, greep het +dier bij den teugel en aanvaardde de reis naar de hoofdstad van Tonaïa. + +Onderweg verhaalde Cyprianus, thans evenwel in meerdere bijzonderheden, +de voornaamste voorvallen van zijn tocht sedert zijn vertrek uit +Grikwaland. Toen hij de laatste verdwijning van Makatit verteld had, +wiens signalement hij beschreef, begon Pharamond te lachen. + +"Kijk, kijk," zei deze, "dat is aardig! Ik geloof, dat ik u tijdingen +van den dief kan geven." + +"Hoe dat zoo?" vroeg Cyprianus verrast. + +"Luister. Mijne Bassuto's hebben nu zoo wat vier en twintig uren +geleden een jongen Kaffer gevangen genomen, die in deze streken +rondzwierf, en gebonden aan Tonaïa overgeleverd. Ik geloof wel, +dat die voornemens was, hem van een leelijke kermis te huis te laten +komen; want hij is erg bang voor verspieders, en de Kaffer, tot een +vijandigen stam behoorende, kon van niets anders verdacht worden. Men +heeft hem evenwel tot nu toe het leven gespaard. Tot zijn geluk kende +de arme drommel eenige goochelaarstoeren, waardoor hij zich voor een +toovenaar kon uitgeven...." + +"O! een toovenaar," riep Cyprianus uit. "Nu is er geen twijfel meer, +dat is Makatit." + +"Welnu, hij kan er op pochen, dat hij een fameusen dans ontsprongen +is. Tonaïa heeft voor zijne vijanden een groote verscheidenheid van +folteringen uitgevonden, die niets te wenschen overlaat. Maar, ik +herhaal het, ge kunt tamelijk gerust over zijn lot zijn. Hij wordt +door zijne hoedanigheid van toovenaar beschermd, en wij zullen hem +heden avond nog gezond en wel aantreffen." + +Het zal wel niet noodig zijn er op te wijzen, dat die tijding Cyprianus +aangenaam was. Zijn doel was dus bereikt; want hij twijfelde er niet +aan of Makatit zou, wanner hij nog in het bezit van den diamant was, +hem wel overgeven. + +Zoo koutten de twee vrienden gedurende den geheelen dag, terwijl zij +de vlakte overstaken, die Cyprianus eenige dagen te voren, op eene +giraffe gezeten, doorsneden had. + +Denzelfden avond kregen zij Tonaïa's hoofdplaats in het gezicht. Zij +was amphitheatersgewijs aangelegd op een terreinverhevenheid, die den +gezichteinder in het noorden begrensde. Het was eene wezenlijke stad +van tien tot vijftien duizend zielen, met goed aangelegde straten, +met ruime en bijna bevallige hutten, waarin welvaart en vooruitgang +te bespeuren waren. Het paleis des konings was omgeven door hooge +palissaden en werd bewaakt door zwarte krijgslieden, met lansen +gewapend. Dat gebouw besloeg alleen bijna het vierde gedeelte van de +oppervlakte dier stad. + +Toen Pharamond zich vertoonde, gingen alle poorten en barrièren voor +hem open. Hij en Cyprianus werden dadelijk langs eene opeenvolging +van uitgestrekte plaatsen en pleinen tot in de ceremoniezaal gevoerd, +alwaar zich de onoverwinnelijke overheerscher ophield te midden van +eene talrijke menigte, waaronder noch de wachters, noch de officieren +ontbraken. + +Tonaïa, kon zoo wat veertig jaren oud zijn. Hij was groot en krachtig +van gestalte. Zijn voorhoofd was met een soort diadeem getooid, die +van wilde-zwijnen-tanden vervaardigd was. Zijn kostuum bestond uit +een overkleed dat den vorm eener tunika zonder mouwen had, en van +roode stof vervaardigd was. Hij droeg een voorschoot van dezelfde +kleur, dat rijkelijk met glazen kralen geborduurd was. Zijne armen +en beenen waren met talrijke koperen braceletten getooid. Zijn gelaat +teekende veel bevatting, maar ook sluwheid, en was daarenboven listig +en niet innemend. + +Hij ontving Pharamond Barthès, dien hij sedert verscheidene dagen +niet gezien had, zeer goed, en ook Cyprianus, als den vriend van zijn +getrouwen bondgenoot. + +"De vrienden onzer vrienden zijn onze vrienden," drukte hij zich uit, +evenals een kruidenier uit de Marais, het meest burgerlijke kwartier +van Parijs, zou gedaan hebben. + +Toen hij evenwel vernam, dat zijn nieuwe gast lijdende was, deed hij +hem de beste kamers van zijn paleis geven, en daarenboven een heerlijk +avondmaal voordienen. + +Volgens Pharamond's meening was 't het oogenblik nog niet om van +Makatit te gewagen. Men zou dat tot den volgenden dag uitstellen. + +Cyprianus was toen geheel hersteld en in staat om voor den koning +te verschijnen. Het geheele hof was in de groote zaal van het paleis +bijeen; Tonaïa en zijn beide gasten waren gezeten in het midden van +den kring, door de hovelingen gevormd. Pharamond begon dadelijk in +de landstaal, die hij vloeiend sprak, de onderhandeling: + +"Mijne Bassuto's hebben u onlangs een jongen Kaffer, dien zij gevangen +genomen hadden, aangebracht. Nu is die Kaffer de dienaar van mijn +makker, van den grooten, wijzen Cyprianus Méré, die hem van uwe +edelmoedigheid terug verwacht. Ik, zijn vriend en tevens de uwe, +ondersteun dat billijk verzoek." + +Reeds bij de eerste woorden had Tonaïa een zeer diplomatisch gezicht +gezet. + +"De groote, wijze blanke is welkom bij mij!" zei hij. "Maar wat biedt +hij als losprijs voor mijne gevangene aan?" + +"Een uitmuntend geweer, tienmaal tien patronen en een zakje met glazen +kralen," antwoordde Pharamond. + +Een gemompel van goedkeuring liet de vergadering hooren. Zij was +blijkbaar zeer ingenomen door de pracht van dat aanbod. Alleen Tonaïa +bleef zijn strak staatkundig gezicht behouden, en gaf geen blijk +van ingenomenheid. + +"Tonaïa is een groot vorst," hernam hij, terwijl hij zich op zijn +zitbankje rechtop zette, "en hij wordt door de Goden beschermd! Zij +zonden hem een maand geleden Pharamond Barthès met zijne kloeke +krijgslieden en zijne nimmer missende geweren, om hem te helpen zijne +tegenstanders te overwinnen! Daarom zal ik op verlangen van Pharamond +Barthès dien dienaar heelhuids aan zijn meester teruggeven." + +"En waar bevindt hij zich thans?" vroeg de jager. + +"In de heilige grot, waar hij nacht en dag bewaakt wordt!" antwoordde +Tonaïa met eene gelegenheids-hoogdravendheid, die den meest machtigen +souverein van Kafferland zeer goed afging. + +Pharamond vertaalde die antwoorden in het kort voor Cyprianus en +vroeg aan den koning de gunst om met zijn makker den gevangene uit +de heilige grot te mogen gaan halen. + +Er werd op dat verzoek evenwel een afkeurend gemompel in de geheele +vergadering vernomen. De eisch van die Europeanen scheen te ver +gedreven. Nimmer was een vreemdeling in die geheimzinnige grot +toegelaten. Een tot nu toe geëerbiedigde overlevering hield in, dat +het rijk van Tonaïa in stof zoude ineenstorten, wanneer de blanken +het geheim van die grot zouden kennen. + +De koning hield er echter niet van, dat zijn hof zijne +besluiten vooruitliep. Dat gemompel prikkelde dan ook zijn grillig +alleen-heerschers-karakter, en bracht hem er toe, om toe te staan wat +hij ongetwijfeld, zonder die uitbarsting van het algemeen gevoelen, +geweigerd zoude hebben. + +"Tonaïa heeft een bloedruil met zijn bondgenoot Pharamond Barthès +aangegaan," antwoordde hij op afdoenden toon, "hij houdt niets +verborgen voor hem. Kunt gij en uw vriend een eed houden?" + +Pharamond knikte bevestigend. + +"Welnu," hernam de negerkoning, "zweert dat gij niets zult aanraken +van al hetgeen gij in die grot zien zult!.... Zweert, dat gij nimmer +zult laten bemerken, dat gij het bestaan dier grot kent!.... Zweert, +dat gij nimmer zult trachten om er andermaal in te dringen, of ook +maar den ingang er van op te sporen!.... Zweert eindelijk, dat gij +aan niemand mededeelen zult, wat gij gezien hebt!" + +Pharamond en Cyprianus staken de hand uit en herhaalden woord +voor woord het eedsformulier, dat hen voorgezegd werd. Tonaïa gaf +dadelijk daarop met fluisterende stem bevelen. Zijn hofhouding stond +op en zijn krijgslieden formeerden twee gelederen. Een paar dienaren +brachten twee lappen van fijn linnen, waarmede de twee vreemdelingen +geblinddoekt werden; daarna nam de koning tusschen hen beiden plaats +in een grooten strooien palankijn, die door een paar dozijn Kaffers +op hunne schouders genomen werd en die nu in optocht voortstapten. + +De reis duurde vrij lang, minstens twee uren. Wanneer rekening gehouden +werd met den aard der schokken, die de palankijn ondervond, moesten +Pharamond en Cyprianus erkennen, dat zij door eene bergachtige streek +vervoerd werden. + +Daarna merkten zij een afkoeling der lucht op, terwijl het +geluid der stappen van de lijfwacht en der dragers door de echo +weerkaatst werd, alsof tusschen dicht bij elkander staande wanden +gemarcheerd werd. Daaruit maakten zij op, dat men een onderaardsche +gang binnengetreden was. Eindelijk trof een harsachtige rook hunne +reukzenuwen, waaruit zij afleidden dat men fakkels ontstoken had om +den optocht te verlichten. + +De marsch duurde nog ongeveer een kwartier uurs, waarna de palankijn +op den bodem neergezet werd. Tonaïa liet zijne gasten uitstappen en +liet hun den blinddoek afnemen. + +Onder den invloed van de flikkeringen, welke het oog gewoonlijk +ondervindt, wanneer het, nadat zijn gezichtskracht voor een lange +poos opgeheven is geweest, plotseling aan de inwerking van het licht +blootgesteld wordt, verbeeldden Pharamond en Cyprianus zich eerst +dat zij aan eene soort van geestverrukking onderworpen waren, zulk +een prachtig en onverwacht schouwspel bood zich voor hunne oogen aan. + +Beiden bevonden zich te midden van eene onmetelijke grot. De bodem was +bezaaid met fijn zand, dat glinsterde van de gouden lovertjes, die er +zich in bevonden. Het gewelf, hetwelk zich als dat eener Gothische +kathedraal verhief, verloor zich in eene voor den blik onpeilbare +hoogte. De wanden van dat onderaardsche bouwgewrocht waren getooid +met stalactiten, die eene groote verscheidenheid van kleuren en een +ongehoorden rijkdom ten toon spreidden, en waarop de weerkaatsing +van het licht der toortsen, stralenbundels te voorschijn tooverde, +die met de kleuren van den regenboog prijkten, en met schitteringen +vermengd waren, die aan gloeiovens, maar ook aan de pracht van +noorderlicht deden denken. De meest verschillende kleuren flikkerden +en smolten ineen, de meest grillige vormen, de meest onvoorziene +hellingen kenmerkten die ontelbare kristalvormingen. Het waren niet, +zooals in de meeste grotten voorkomen, eenvoudige legeringen van +gedroppelde kwarts, welker vormen zich met eene wanhopige regelmaat en +eentonigheid herhaalden. Hier had de natuur hare grillige luim geheel +en al botgevierd. Zij scheen zich tot taak gesteld te hebben, al de +combinatiën en schakeeringen der tinten, waartoe zich de glazuren der +minerale rijkdommen zoo verwonderlijk leenen, effectvol te vertoonen. + +Rotsen van amethist, wanden van sardonix, legeringen van robijnen, +naalden van smaragd, die zuilenrijen als scheepsmasten van safier, +ijsbergen getooid met zeealgen, girandollen van turkooizen, +spiegels van opaal, aders van rooskleurige gips en van lapislazuli +met goudaderen gemarmerd,--in één woord, alles wat de kristalwereld +het meest schitterend kan aanbieden, was hier bijeengebracht om die +wonderbaarlijke spitsbogen op te trekken. Meer nog dan dat: alle +vormen, zelfs die uit de plantenwereld, schenen in beslag genomen te +zijn voor dien arbeid, welke geheel en al buiten het menschelijke +bevattingsvermogen viel. Tapijten van mineralische moskorsten, die +zoo wollig waren als de fijnste graszoden, boomvormige kristallen, +bloemen en vruchten in edelgesteenten, riepen bij wijlen die +tooverachtige lusthoven en tuinen in het geheugen terug, die door de +Japansche kunstenaars met zoo veel naïveteit weergegeven worden. Verder +vertoonde zich een kunstmatig meer, door een diamant van twintig meters +lang gevormd, die door het zand omlijst werd en eene geheel gereede +baan was voor luchtige schaatsenrijders. Luchtkasteelen van witten +agaatsteen, kiosken en torentjes van baryl of topazen, hoopten zich +in ontelbare verdiepingen op, totdat het oog, vermoeid door zooveel +pracht, eindelijk weigerde verder hen na te sporen. De straalbreking +eindelijk, de ontleding der lichtbundels te midden der prisma's, +die schitterende vuurwerkvonken, die overal als het ware opspatten +en in veelkleurige aren neervielen, riepen het meest verwonderlijke +akkoord van licht en kleuren te voorschijn, waardoor een menschenoog +ooit is verrast geworden. + +Cyprianus Méré koesterde geen twijfel meer. Hij bevond zich plotseling +vervoerd in een van die verwonderlijke vergaarplaatsen, waarvan hij +sedert lang het bestaan gegist had en waarin de gierige natuur die +legeringen heeft kunnen ophoopen en kristalliseeren, welke zij slechts +noode, en dan nog maar in zeldzame en kleine stukken, aan den mensch +in de meest begunstigde placers afstaat. Gedurende een kort oogenblik +bekroop hem de twijfel omtrent de werkelijkheid van hetgeen hij onder +de oogen had, maar het was voldoende geweest, terwijl hij langs een +onmetelijke kristalbank voorbijging, haar te wrijven met den ring, +dien hij aan den vinger droeg, om verzekerd te zijn dat zij het +inkrassen weerstond. Zij bestond dus wel degelijk uit diamant, uit +robijn en uit safier, en wel in zulke onmetelijke massa, dat hare +waarde, naar den maatstaf, welken de menschen aan die mineralogische +bestanddeelen hechten, aan iedere berekening moest ontsnappen. + +Alleen de sterrenkundige cijfergetallen zouden eene benadering, +weinig bevattelijk bovendien, hebben kunnen leveren. Inderdaad er +lagen daar onbekend en improductief, trillioenen en quadrillioenen +van milliarden aan waarde in den schoot der aarde verborgen. + +Giste Tonaïa iets omtrent de onmetelijke rijkdommen, die hij daar +ter zijner beschikking had? Dat was niet waarschijnlijk; want +Pharamond Barthès, weinig op de hoogte van die zaken, scheen zelfs +geen begrip hoegenaamd te hebben, dat die verwonderlijke kristallen, +fijne edelgesteenten waren. De negerkoning meende ongetwijfeld slechts +de bewaker van een hoogst bijzondere grot te zijn, waarvan hem eene +godsspraak of eenige andere bijgeloovigheid belette het geheim te +openbaren. + +Wat die opvatting bevestigde, was de opmerking, die Cyprianus weldra +maakte, dat een groot aantal menschenbeenderen op sommige plaatsen +in enkele hoeken van de grot opgehoopt lagen. Was zij dus eene +begraafplaats van den stam, of--wat eene nog vreeselijker, maar +toch meer waarschijnlijke vooronderstelling was--had zij gediend, +en diende zij nog, om eenige afschuwelijke godsdienstplechtigheid +te voltrekken, waarin menschenbloed vergoten werd, wellicht om aan +kannibalische neigingen te kunnen voldoen? + +Tot deze laatste meening helde Pharamond Barthès over, want hij zeide +fluisterend tot zijn vriend: + +"Tonaïa heeft mij toch verzekerd, dat sedert zijne troonsbestijging +geene dergelijke plechtigheid heeft plaats gehad. Maar ik erken, +dat het zien van die beenderen mijn vertrouwen zeer schokt!" + +Hij wees daarbij op een hoop, die eerst sedert kort scheen opgericht +en waarop de werking van het vuur, alsof die beenderen gekookt en +gebraden waren, niet te miskennen was. + +Die indruk werd eenige oogenblikken later geheel en al bevestigd. + +De koning en zijn beide gasten waren in het achterste gedeelte van de +grot voor eene opening aangekomen, die wel iets had van eene zijkapel, +die in de lagere zijwaartsche gangen onzer basilieken uitgespaard +zijn. Achter een hek van ijzerhout, dat er den toegang van afsloot, +werd een gevangene ontwaard, die in eene houten kooi opgesloten zat, +welke ternauwernood ruimte genoeg bezat om hem toe te staan, gehurkt +er in te verwijlen. Blijkbaar was hij bestemd om vetgemest te worden, +waarna hij het hoofdbestanddeel van een feestmaaltijd zou uitmaken. + +Dat was Makatit. + +"Gij!.... gij!.... vadertje!" riep de rampzalige Kaffer uit, toen +hij Cyprianus herkende. "O, neem mij mede!--Verlos mij!.... Ik wil +nog liever naar Grikwaland terugkeeren, al moest ik gehangen worden, +dan hier in die kippenkooi te blijven verwijlen, in afwachting van de +vreeselijke marteling, die de wreede Tonaïa mij zal laten ondergaan, +alvorens mij op te peuzelen!" + +Dat werd in het Fransch met eene zoo weemoedige stem geuit, dat +Cyprianus er zeer door bewogen werd. + +"Het zal geschieden, zooals gij wenscht Makatit," antwoordde hij. "Ik +kan uwe invrijheidsstelling bewerken, maar gij komt uit die kooi niet, +alvorens den diamant teruggegeven te hebben." + +"De diamant, vadertje!" riep Makatit uit. "De diamant.... maar dien +heb ik niet!.... Ik heb hem nooit gehad!.... Dat zweer ik.... ja, +dat zweer ik!" + +Hij zeide dat op zulk een toon van oprechtheid, dat Cyprianus zeer +goed begreep, dat hij zijne eerlijkheid niet meer kon in twijfel +trekken. Men weet het bovendien, het had hem steeds veel moeite gekost +om Makatit voor den schuldige aan den gepleegden diefstal te houden. + +"Maar," vroeg hij hem, "als gij dien diamant niet gestolen hebt, +waarom hebt ge dan de vlucht genomen?" + +"Waarom, vadertje? Wel omdat men, toen mijne makkers de stokjesproef +ondergingen, zeide dat niemand anders de dief kon zijn dan ik, dat ik +listig te werk was gegaan om achterdocht te verijdelen. Nu weet gij +zeer goed, dat in Grikwaland, wanneer het een Kaffer geldt, men veel +spoediger met veroordeelen en hangen gereed is dan met onderzoeken +en ondervragen!.... Toen ben ik beangst geworden en heb ik als een +schuldige de vlucht genomen." + +"Wat die arme duivel daar zegt, komt mij zeer waarschijnlijk voor," +meende Pharamond Barthès. + +"Ik twijfel er in het geheel niet meer aan," antwoordde Cyprianus, +"en waarlijk, ik kan hem geen ongelijk geven, dat hij gepoogd heeft +zich aan de rechtsbedeeling in Grikwaland te onttrekken!" En zich +tot Makatit wendende: + +"Welnu, neen," ging hij voort, "ik twijfel aan uwe onschuld niet meer +ten opzichte van den diamant-diefstal. Maar men zal ons waarschijnlijk +in de Vandergaart-Kopjes-mijn niet gelooven wanneer wij uwe onschuld +zullen betuigen. Wilt gij die kans loopen, en er terugkeeren?" + +"Ja!.... ik wil alles wagen, alles doorstaan, om niet langer hier +te blijven!" riep Makatit uit, die aan den hevigsten angst ten +prooi scheen. + +"Wij zullen die zaak in behandeling nemen," antwoordde Cyprianus, +"en mijn vriend Pharamond Barthès zal haar ongetwijfeld wel tot een +goed einde brengen!" + +En inderdaad, de jager, die geen tijd verloren liet gaan was reeds +met Tonaïa in onderhandeling. + +"Spreek vrij uit!...." vroeg hij aan den negerkoning, "wat moet gij +in ruil voor uwen gevangene hebben?" + +"Ik moet vier geweren tien maal tien patronen voor elk wapen en vier +zakjes met glazen kralen hebben.--Dat is niet te veel niet waar?" + +"Dat is twintigmaal te veel; maar Pharamond Barthès is uw vriend en +hij zal alles doen om u aangenaam te zijn. Luister, Tonaïa," ging +hij na een poos nadenkens voort, "gij zult de vier geweren, de vier +honderd patronen en de vier zakjes met glazen kralen hebben. Maar gij +van uwen kant zult ons een span ossen leveren, eene eerewacht met de +noodige levensmiddelen, om mijn geheele gezelschap door de Transvaal +te voeren." + +"Top!" antwoordde Tonaïa. Die zaak is beklonken!" + +Daarop boog hij zich vertrouwvol tot Pharamond en fluisterde hem in +het oor: + +"De ossen zijn dadelijk gevonden. Het zijn die, welke mijne lieden +ontmoet hebben, toen zij naar hunne stallen wilden terugkeeren en die +zij naar mijne kraal gedreven hebben. Dat was geheel en al volgens +het oorlogsgebruik, niet waar?" + +De gevangene werd toen terstond ontslagen, en na nog een laatsten +blik gewijd te hebben aan de pracht der grot, keerden Cyprianus, +Pharamond en Makatit, na zich geduldig te hebben laten blinddoeken, +naar het paleis van Tonaïa terug, waar een groot feestmaal gegeven +werd, om het sluiten van het verdrag te vieren. + +Eindelijk werd nog besloten dat Makatit niet dadelijk in de +Vandergaart-Kopjes-mijn zoude verschijnen; dat hij in de omstreken +zou verwijlen en dan eerst zijn dienst bij den jongen ingenieur +zou hervatten, wanneer deze laatste verzekerd er van zoude zijn, +dat zulks zonder gevaar kon geschieden. Zooals men wel zien zal, +was dat geen noodelooze voorzorg. + +Pharamond, Cyprianus en Makatit vertrokken dientengevolge den volgenden +morgen met een flinke eskorte naar Grikwaland. Maar men kon zich thans +geene illusiën meer scheppen! De _Zuidster_ was onherroepelijk verloren +en master Watkins zou haar niet kunnen laten schitteren in den Tower +van Londen, te midden van de schoonste kroonjuweelen van Engeland! + + + + + +TWINTIGSTE HOOFDSTUK. + +DE TERUGKEER. + + +Nooit had John Watkins in zulk een booze luim verkeerd, dan sedert +het vertrek der vier mededingers, die den vluchtenden Makatit zouden +vervolgen. Iedere dag, iedere week, die voorbij snelde, scheen hem +een karaktergebrek te meer te verleenen, terwijl de kansen, die +hij meende te hebben tot terugerlanging van den kostbaren diamant, +al minder en minder werden. Daar kwam nog bij, dat hem zijne gewone +tafelschuimers ontbraken, te weten: James Hilton, Friedel, Hannibal +Pantalucci en zelfs Cyprianus, dien hij gewoon was in zijn gezelschap +te zien. Hij zocht dus zijn troost in zijne jeneverkruik en, het moet +wel erkend worden, die alcoholische troost was niet geschikt om zijne +inborst te verzachten. + +Men had bovendien wel reden op de hoeve zich omtrent het lot der +overblijvenden van den tocht ongerust te maken. Want inderdaad, Bardik, +die door eene bende Kaffers opgelicht werd, was er in geslaagd, eenige +dagen later te ontsnappen. Bij zijn terugkeer in Grikwaland had hij +John Watkins den dood van James Hilton en van Friedel medegedeeld. Dat +was wel een slecht voorteeken voor de overlevenden, namelijk voor +Cyprianus Méré, voor Hannibal Pantalucci en voor den Chinees Li. + +Alice gevoelde zich dan ook zeer ongelukkig. Zij zong niet meer en +haar piano bleef volmaakt stom. Ter nauwernood konden hare struisvogels +haar nog eenige belangstelling inboezemen. Zelfs Dada had het voorrecht +niet meer hare meesteres door haar gulzigheid te doen glimlachen. Zij +slokte straffeloos de meest uiteenloopende zaken naar binnen, zonder +dat iemand dat belette. + +Miss Watkins zat nu tusschen twee vreezen benepen, die al grooter +en grooter in hare verbeelding werden. De eerste was: dat Cyprianus +nimmer van dien verwenschten tocht zoude wederkeeren; de tweede: +dat Hannibal Pantalucci, de meest verafschuwde der drie mededingers +om hare hand de _Zuidster_ kon terugbrengen en den prijs van zijn +welslagen kon vorderen. Het denkbeeld dat zij genoodzaakt zou kunnen +worden als de wederhelft op te treden van dien boosaardigen en sluwen +Napolitaan, die haar eene onoverwinnelijke walging inboezemde, vooral +sedert zij een meer bevallig mensch, als Cyprianus Méré van nabij +had leeren kennen en waardeeren, was haar onverdragelijk, maar die +gedachte was toch niet te verdrijven. Zij dacht er over dag en zij +droomde er des nachts van. Hare frissche kleur verbleekte en hare +blauwe oogen benevelden zich met een somber waas. + +Nu wachtte zij zoo reeds drie maanden in zak en asch. Dien avond +juist zat zij bij de lamp, terwijl haar vader bij zijne kruik jenever +ingedommeld was. Zij had het hoofd over eenig borduurwerk, dat zij ter +hand genomen had, om de verwaarloosde muziek te vervangen, voorover +gebogen, en mijmerde zoo droefgeestig mogelijk. + +Een bescheiden geklop brak plotseling hare droomerijen af. + +"Binnen!" riep zij, vrij verwonderd, dat iemand nog zoo laat kon komen. + +"Ik ben het slechts, miss Watkins," antwoordde eene stem, die haar +deed trillen. Het was de stem van Cyprianus. + +Hij was het waarlijk, maar bleek, vermagerd, door de zon gebruind, +met een langen baard, die hem schier onherkenbaar maakte, met kleêren +aan het lijf, die door de gebeurtenissen, welke zij beleefd hadden, +meer dan geleden hadden. Maar al zag hij er armzalig uit, hij was +steeds vlug ter been, steeds beschaafd en beleefd, met een helderen +blik en een glimlach op de lippen. + +Alice was met een kreet van verwondering en vreugde opgesprongen. Met +hare eene hand poogde zij het kloppen van haar hart te bedwingen, de +andere stak zij evenwel den jeugdigen ingenieur toe, die haar greep, +haar tusschen de zijne sloot, toen master Watkins, uit zijne dommeling +ontwakende, de oogen opende en vroeg wat er toch gaande was. + +De dronkaard had een paar minuten noodig, om zich omtrent de +werkelijkheid rekenschap te geven. Maar nauwelijks was een sprank +van bewustzijn in dat hoofd teruggekeerd, toen hem een kreet--ja, +waarlijk een kreet des harten ontsnapte: + +"En de diamant?" + +De diamant? Helaas! neen, die was niet mee teruggekomen. + +Cyprianus verhaalde vlug al de verschillende tafereelen der expeditie: +hoe Friedel, Hannibal Pantalucci en James Hilton den dood gevonden +hadden. Hij vertelde de vervolging van Makatit, diens gevangenschap +bij Tonaïa, maar hij verzweeg diens terugkeer in Grikwaland,--hoewel +hij openhartig zijn zekerheid mededeelde, omtrent de onschuld van +den jeugdigen Kaffer. Hij vergat niet zijn volle waardeering omtrent +de toewijding van Bardik en van Li te doen blijken; hij bracht +alle hulde aan de vriendschap van Pharamond Barthès en herinnerde +zich gaarne alles, wat hij aan den koenen jager verschuldigd was, +en hoe hij door zijne tusschenkomst het geluk had, om terug te komen +van eene reis, die zoo noodlottig voor zijne tochtgenooten geweest +was. Geheel onder den indruk van de aandoening, die hem zijn eigen +tragisch verhaal inboezemde, bedekte hij wetens en willens met den +mantel der liefde al de tekortkomingen en al de snoode en misdadige +plannen zijner mededingers, en verkoos hij in hen niets anders te zien +dan slachtoffers, omgekomen bij het najagen van een gemeenschappelijk +doel. Hij verhaalde alles, behalve datgene waarvan hij geheimhouding +gezworen had, te weten het bestaan van de wondergrot en van de +rijkdommen aan mineralen, welke zij bevatte en waarbij vergeleken, +al de diamanten van Grikwaland waardeloos grint waren. + +"Tonaïa," zoo eindigde hij zijn verhaal, "heeft stipt alle zijne +overeenkomsten vervuld. Twee dagen nadat wij in zijne hoofdstad +aangekomen waren, was alles tot ons vertrek gereed. Alles, alles: +zoowel mondvoorraad als de bespanningen en het eskorte. Ongeveer drie +honderd negers, die met meel en gerookt vleesch beladen waren en onder +de bevelen van den koning in persoon stonden, hebben ons tot bij het +kampement vergezeld, waar wij onzen wagen in zeer goeden staat en +onder struikgewas verborgen, terugvonden. Wij hebben toen afscheid +van onzen gastheer genomen, na hem vijf geweren te hebben gegeven +in plaats van vier, waarop hij rekende, waardoor hij de machtigste +potentaat geworden is, die tusschen de Limpopo en de Zambezi-rivier +aangetroffen kan worden!" + +"Maar hoe is de reis geweest van dat kampement af?".... vroeg miss +Watkins. + +"O, die terugreis ging zeer langzaam," antwoordde Cyprianus, "hoewel +wij daarbij geen moeielijkheden of wederwaardigheden ondervonden. Het +eskorte heeft ons eerst op de grenzen van de Transvaal verlaten, +waar ook Pharamond Barthès en zijne Bassuto's afscheid van ons +hebben genomen om naar Durban te reizen. Eindelijk na een marsch +van veertien dagen dwars door het Veld, zijn wij hier aangekomen, +evenwel niet rijker dan toen wij vertrokken." + +"Maar waarom is Makatit ontvlucht?" vroeg master Watkins, die dat +verhaal met eene levendige belangstelling aangehoord had, evenwel +zonder eene bijzondere aandoening te laten blijken omtrent de drie +mannen, die niet meer terugkomen zouden. + +"Makatit vluchtte, omdat hij ijlhoofdig van angst was," antwoordde +de jeugdige ingenieur. + +"Bestaat er dan geen gerechtigheid meer in Grikwaland?" vroeg de +pachter, terwijl hij de schouders optrok. + +"Hoe het ook zij, ik herhaal dat hij niet schuldig is, en ik hoop +dat men hem met rust zal laten." + +"Hm!" kuchte John Watkins, die de waarde van die betuiging niet +bijster hoog scheen te schatten. "Zoudt ge niet eerder gelooven, +dat die looze Makatit slechts de bangoor gespeeld heeft, om buiten +het bereik der politie te geraken?" + +"Neen!.... hij is onschuldig!.... Mijne overtuiging is dienaangaande +onherroepelijk gevestigd!" antwoordde Cyprianus wel wat kortaf, +"en ik heb die overtuiging duur genoeg gekocht, dunkt mij." + +"O, ik tast uwe overtuiging niet aan!" riep John Watkins uit, "maar +laat mij ook de mijne!" + +Alice zag in, dat die woordenwisseling in twist ontaarden zou. Zij +haastte zich dus er eene afleiding aan te geven: + +"A propos, mijnheer Cyprianus Méré," zeide zij, "weet gij wel dat +uwe claim gedurende uwe afwezigheid uitmuntend is geworden en dat +uw vennoot Thomas Staal op weg is een der rijkste mijnwerkers van de +Kopjes-mijn te worden?" + +"Neen," antwoordde Cyprianus openhartig, "dat wist ik niet. Mijn +eerste bezoek heeft u gegolden, miss Watkins, en ik weet niets van +hetgeen in mijne afwezigheid is voorgevallen." + +"Misschien hebt gij zelfs niet gegeten?" vroeg Alice met dat +vrouwelijke instinct, hetwelk eene goede huismoeder kenmerkt. + +"Dat beken ik gul uit," antwoordde Cyprianus met een blos, hoewel er +geen reden tot blozen bestond. + +"Maar gij kunt toch zoo niet heengaan, zonder iets gegeten te hebben, +mijnheer Méré!.... Een pas van ziekte herstellende.... na eene +zoo moeielijke reis!.... Denk er toch aan, het is reeds elf uur in +den avond!" + +En zonder naar zijne tegenkantingen te luisteren, liep zij naar +de huiskamer en kwam weldra met een blaadje terug, dat met een +helderwitten doek overdekt was en waarop een paar borden met koud +vleesch stonden, alsook een fraaie perziken-taart, die zij zelve +gemaakt had. + +De tafel was weldra gedekt voor Cyprianus, die geheel verlegen was. En +daar hij scheen te aarzelen, om het mes in eene prachtige "biltong", +een soort verduurzaamd struisvogelenvleesch, te zetten, vroeg miss +Watkins met haren frisschen glimlach: + +"Zal ik het u voorsnijden?" + +De vader van het meisje scheen bij dat gastronomisch vertoon eetlust te +krijgen. Hij vroeg althans ook een bord en eene snede biltong. Alice +haastte zich snel, om hem niet te laten wachten en, om de heeren +gezelschap te houden, begon zij eenige amandelen te knabbelen. + +Dat geïmproviseerde souper was verrukkelijk. Nimmer had de jeugdige +ingenieur zooveel eetlust ondervonden. Hij bediende zich drie malen van +de perziken-taart, dronk twee glazen Constantiawijn en bekroonde die +heldendaden luisterrijk door er in toe te stemmen de gin te proeven +van master Watkins, die evenwel weer spoedig insliep. + +"En wat hebt gij sedert drie maanden uitgevoerd?" vroeg Cyprianus aan +Alice. "Ik vrees, dat gij al wat gij van de scheikunde geleerd hebt, +vergeten zijt!" + +"Daarin vergist gij u, mijnheer Méré," antwoordde miss Watkins op +ietwat verwijtenden toon. "Ik heb integendeel hard gestudeerd en +ik heb mij zelfs veroorloofd eenige proeven in uw laboratorium te +nemen. O! wees gerust, ik heb niets gebroken en ik heb alles weer op +zijne plaats gezet. Ik houd veel van de scheikunde en ik heb nimmer +kunnen begrijpen, dat gij die prachtige wetenschap hebt kunnen vaarwel +zeggen, om mijnwerker in de Kopjes-mijn te worden!" + +"Gij zijt wreed, miss Watkins. Gij weet zeer goed, waarom ik de +scheikunde vaarwel gezegd had!" + +"Ik.... ik weet er niets van," antwoordde Alice hevig blozende. Ik +vind dat gij zeer verkeerd gedaan hebt. Als ik in uwe plaats was dan +zou ik andermaal beproeven diamanten te vervaardigen. Dat is veel +netter dan zoo in den grond te wroeten." + +"Is dat een bevel, hetwelk gij mij geeft?" vroeg Cyprianus met eene +ietwat bevende stem. + +"O! geen bevel waarlijk niet," antwoordde miss Watkins met een +bekoorlijken glimlach. "Het is hoogstens een verzoek!.... Och, mijnheer +Méré," hernam zij ernstig, als om den luchtigen toon harer woorden +te doen vergeten, "als gij wist hoe ongelukkig ik mij gevoelde bij +het bewustzijn van al de vermoeienissen, van al de gevaren, die gij +ondergaan, die gij geloopen hebt. Ik was natuurlijk onkundig van al +die bijzonderheden, maar toch meende ik er het algemeene overzicht +van geraden te hebben. Ik zei zoo in mij zelve: moet een man, die +zoo geleerd is, die zoo voorbestemd is om groote zaken tot stand te +brengen, groote ontdekkingen te doen, moet zoo iemand blootgesteld +zijn, om ellendig in de woestijn om te komen, om te sterven tengevolge +van den beet eener slang of onder den klauw van een tijger, zonder +eenig voordeel voor de wetenschap en voor de menschheid?.... Maar, +het is waarlijk eene misdaad, hem te hebben laten vertrekken!.... En, +ik had gelijk!.... want is het geen wonder bijna, dat gij teruggekomen +zijt? Zonder uw vriend Pharamond Barthès, dien de hemel zegene, +zoudt...." + +Zij kon niet voortgaan; hare stem hokte; maar twee dikke tranen +ontrolden aan hare schoone oogen en voltooiden haren gedachtengang, +dien zij niet vermocht uit te spreken. + +Cyprianus was op zijne beurt ook zeer ontroerd. + +"Zie daar twee tranen, die voor mij kostbaarder zijn dan alle +diamanten ter wereld en die mij alle de ondergane vermoeienissen, +al waren zij nog veel grooter geweest, zouden doen vergeten," sprak +hij op eenvoudigen toon. + +Er trad eene stilte in, die het meisje met haren gewonen takt verbrak, +door het gesprek weer op het terrein der scheikunde terug te voeren. + +Middernacht was reeds voorbij, toen Cyprianus naar zijne hut +terugkeerde, waar een pak brieven uit Frankrijk aangekomen, op hem +lagen te wachten. Die brieven waren zorgvuldig door miss Watkins op +zijne werktafel gerangschikt. + +Zooals het meermalen na eene lange afwezigheid gebeurt, hij was bang +om die brieven te openen. Als zij hem eens de tijding van eenig ongeluk +overbrachten!.... Zijn vader, zijn moeder, zijn zusje Johanna!.... Zoo +veel had toch gedurende die drie maanden kunnen gebeuren! + +Hem ontsnapte een zucht van verlichting, toen hij zich overtuigd +had, dat die brieven slechts stof tot tevredenheid bevatten. Al +de zijnen waren welvarend. Van het ministerie ontving hij slechts +warme lofuitingen ten opzichte van zijne fraaie stelling omtrent de +diamantvormingen. Hij kon zijn verblijf in Grikwaland nog een semester +rekken, wanneer hij dat dienstig voor de wetenschap achtte. Alles +was dus ten beste geschikt en Cyprianus sliep dien nacht in, met zulk +een verlicht gemoed als hij in lang niet ondervonden had. + +De voormiddag van den anderen dag werd besteed om zijne vrienden +te bezoeken, voornamelijk Thomas Staal, die werkelijk prachtige +vondsten op de gezamenlijke claim gedaan had. De brave kerel uit +Lancashire ontving zijn vennoot met de meeste hartelijkheid en +kwam met Cyprianus overeen, dat Bardik en Li evenals vroeger hunne +werkzaamheden hervatten zouden. Hij behield zich voor, om, wanneer +hunne nasporingen met goed gevolg bekroond werden, hun een deel van +de winst af te staan en zoodoende een klein kapitaal te verzekeren. + +Wat Cyprianus betrof, hij was vastbesloten de kansen van het mijnleven +die hem steeds ongunstig geweest waren, niet meer te beproeven. Hij +volgde daarbij den wensch op van Alice en besloot derhalve zijne +scheikundige nasporingen te hervatten. + +Zijn onderhoud met het jonge meisje had tot niets anders geleid, +dan om zijne eigene overwegingen te bekrachtigen. Hij had zich +zelven reeds sedert lang gezegd, dat zijn pad, het pad niet was van +handenarbeid, ook niet der avontuurlijke tochten. Hij was te loyaal +van karakter en te trouw aan het eenmaal gegeven woord, om er een +oogenblik aan te denken misbruik van het vertrouwen van Tonaïa te +maken, en de kennis der onmetelijke grot, met kristalformatiën gevuld, +te benuttigen; maar hij vond in die daadwerkelijke zekerheid eene te +kostbare bevestiging van zijne stelling over de diamantlegeringen, +om daaruit niet een nieuwen grond voor zijne onderzoekingen te putten. + +Cyprianus hervatte dus zijn laboratorium-bestaan, zooals hij dat +noemde. Hij wilde evenwel het pad niet verlaten, waarop hij reeds +eenmaal geslaagd was en was dan ook vast besloten op dien weg zijne +eerste nasporingen te vervolgen. + +Er was daarvoor een reden, een der meest geldende redenen, zooals +men zien zal. + +Sedert toch de kunstmatige diamant als onherroepelijk verloren moest +beschouwd worden, sprak master Watkins, die eerst met het huwelijk +van Cyprianus en Alice scheen in te stemmen, er in het geheel niet +meer over. + +Nu was het waarschijnlijk, dat wanneer de jeugdige ingenieur er in +slaagde, andermaal een diamant van overgroote waarde te vervaardigen, +die bijvoorbeeld op ettelijke millioenen zou geschat worden, de +Engelschman wel weer tot zijn vroegere opvattingen zou terug te +brengen zijn. + +Vandaar dan ook het besluit, om zich zonder dralen weer aan den +arbeid te zetten; en Cyprianus hield dat niet genoegzaam geheim voor +de arbeiders in de Vandergaart-Kopjes-mijn. + +Nadat hij zich andermaal eene buis, welker wanden een groot +weerstandsvermogen bezaten, aangeschaft had, begon hij andermaal +zijne werkzaamheid. + +"En toch, wat mij ontbreekt," zei hij tot Alice, "om gekristalliseerde +koolstof, d.w.z. diamant te bekomen, dat is een doelmatig +oplossingsmiddel, dat hetzij door verdamping, hetzij door afkoeling, +de koolstof laat kristalliseeren. Voor het aluminium heeft men dat +oplossingsmiddel in de zwavelzure koolstof gevonden. Het komt er nu +op aan om bij wijze van overeenkomst voor de koolstof, of voor de +daarmee vrijwel overeenkomende lichamen als het borium en silicium, +zulk een oplossingsmiddel te vinden." + +Intusschen zette Cyprianus, hoewel hij dat oplossingsmiddel niet +bezat, alle haast bij zijn werk. Bij afwezigheid van Makatit, die +zich voorzichtigheidshalve nog niet in het kamp vertoond had, was +Bardik thans belast om het vuur dag en nacht levendig te houden. Die +taak vervulde hij met denzelfden ijver als zijn voorganger. + +Inmiddels wilde Cyprianus, in het vooruitzicht van na afloop van zijn +verlenging van verblijf in Grikwaland, genoodzaakt te zijn naar Europa +terug te keeren, zich van een arbeid kwijten, die op het programma +zijner uit te voeren verrichtingen voorkwam, maar dien hij nog niet +had kunnen ondernemen. Dat was de nauwkeurige ligging aan te geven +eener terreinplooi, die noordwestwaarts van de vlakte aangetroffen +werd. De terreinplooi beschouwde hij, of beter verdacht hij te zijn de +trechter waardoor de wateren weggevloeid waren in het lang vervlogen +tijdperk, waarin de diamant-vormingen van het district door de natuur +tot stand gebracht waren. + +Vijf of zes dagen na zijn terugkeer in de Transvaal, hield +hij zich dus onledig met die plaatsbepaling en deed dat met de +hem eigene nauwgezetheid, die hij bij alles wat hij ondernam, +betrachtte. Nu was hij sedert een uur bezig om bakens te plaatsen +en die op eene topografische kaart op groote schaal, die hij zich +te Kimberley aangeschaft had, als vaste punten aan te teekenen. Maar +opmerkenswaardig was het daarbij, dat zich steeds bij zijne becijfering +eene groote vergissing of minstens eene minder goede overeenkomst +met die kaart voordeed. Eindelijk was het niet meer te ontkennen, +dat die kaart onnauwkeurig georiënteerd was; de breedten en de lengten +daarvan waren foutief. + +Cyprianus had nauwkeurig op het middaguur gebruik gemaakt van een +uitmuntenden chronometer, die volgens de Sterrenwacht van Parijs +geregeld was, om de lengte van de plaats te bepalen. Hij was daarbij +volkomen verzekerd van de onfeilbaarheid van zijne boussole en van zijn +deklinatie-kompas. Hij kon dus geen oogenblik aarzelen om te erkennen, +dat de kaart waarop hij zijne punten vastlegde, geheel dwaalde door +een groote fout in de oriëntatie. + +En inderdaad, het noorden van die kaart, hetwelk op Britsche wijze +door een opstaanden pijl aangegeven was, bevond zich in het werkelijke +noord-noord-westen. Een gevolg daarvan was, dat al de aanwijzingen +der kaart noodwendig in diezelfde evenredigheid dwaalden. + +"Ik zie wat er aan hapert!" riep eensklaps de jeugdige ingenieur +uit. "De ezels,--die deze streek in kaart brachten, hebben +eenvoudig geen rekening gehouden met de magnetische afwijking van de +kompasnaald. En die afwijking bedraagt hier niet minder dan negen en +twintig graden westerring. [8] Daaruit volgt dat al hunne aanwijzingen +van breedte en lengte, om nauwkeurig te zijn, langs een boogje van +negen en twintig graden van het westen naar het oosten rondom het +middelpunt van de kaart moeten verplaatst worden!.... Het is aan te +nemen dat Engeland zijne kundigste topografen niet uitgezonden heeft, +om die opmetingen te doen!" + +Hij lachte om den beganen bok. Hij had evenwel geen enkele reden om hem +te herstellen in de ligging ten opzichte der diamanthoudende terreinen +van het district, hetwelk noodzakelijk plaats moest hebben. Toen +hij dienzelfden avond naar de pachthoeve terugkeerde, ontmoette hij +Jakobus Vandergaart en deelde hij hem zijne bevinding mede. + +"Het is waarachtig opmerkenswaardig," zeide hij, "dat zulk eene groote +geodesische dwaling, die op al de terreinplannen van het district +invloed heeft moeten hebben, nog niet opgemerkt en aangewezen is. Zij +maakt eene aanmerkelijke verbetering van al de kaarten van het geheele +land noodzakelijk." + +De oude diamantslijper keek Cyprianus met een zonderlingen blik aan. + +"Is het waar, wat ge zegt?" vroeg hij. "En zoudt gij bereid zijn dat +feit voor de rechtbank te bevestigen?" + +"Wel voor tien rechtbanken, als het noodig ware!" + +"En dat feit is niet te weerspreken?" + +"Volstrekt niet, daar het voldoende zal zijn, de oorzaak van de dwaling +op te geven. Zij is bij mijne ziel tastbaar genoeg! Het veronachtzamen +van de afwijking van de magneetnaald bij topografische opnemingen! Het +is ongehoord!" + +Jakobus Vandergaart verwijderde zich zonder verder iets te zeggen, +en Cyprianus had weldra vergeten met welk zonderlinge oplettendheid +de diamantslijper het feit nagegaan had, welke invloed door die +geodesische dwaling op de terreinplannen van het distrikt veroorzaakt +was. + +Toen evenwel Cyprianus twee of drie dagen later den ouden +diamantslijper een bezoek wilde brengen, vond hij de deur gesloten. + +Op de lei, die aan den klopper vastgehecht was, las hij de woorden, die +kort geleden met krijt daarop geschreven waren: "_Afwezig voor zaken_." + + + + + +EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK. + +VENETIAANSCHE GERECHTIGHEID. + + +Gedurende de volgende dagen hield Cyprianus zich ijverig bezig met +de verschillende tijdperken aandachtig te volgen van zijne nieuwe +proef. Tengevolge van eenige verbeteringen in den weerkaatsing-oven +aangebracht, waardoor een betere luchtaanvoer mogelijk was, zou de +diamant-vervaardiging, zoo hoopte hij tenminste, in veel minder tijd +plaats vinden dan bij de eerste proef. + +Er zal niet behoeven verteld te worden, dat miss Watkins die tweede +poging, waar zij de bezieling van was, met alle belangstelling +volgde. Zij vergezelde den jeugdigen ingenieur dan ook herhaalde +malen bij zijn gang naar den oven, dien hij verscheidene malen per dag +bezocht, en daar vond zij er een genoegen in, om door de kijkgaten, +die in het metselwerk uitgespaard waren, de hevigheid van het vuur, +dat in het innerlijke van dien oven brulde, waar te nemen. + +John Watkins stelde niet minder belang dan zijne dochter in die +proef. Hij was ongeduldig om andermaal weer in het bezit van een +steen te komen, welks waarde bij millioenen berekend kon worden. Zijn +eenige vrees was, dat die tweede proef niet als de eerste gelukken zou, +waarbij het toeval een aanmerkelijke rol kon hebben gespeeld. + +Maar indien de Engelschman en zijne dochter den jongen scheikundige +aanmoedigden bij zijn werk, zoo kon dat niet van de andere mijnwerkers +van Grikwaland gezegd worden. Hoewel Hannibal Pantalucci, James +Hilton en Herr Friedel niet meer op deze wereld waren, zoo dachten +toch hunne makkers aangaande de diamant-vervaardiging evenals +zij. Geheime bijeenkomsten, die door den jood Nathan ontworpen waren, +brachten het hunne er toe bij, om de eigenaars van claims tegen den +jongen ingenieur op te hitsen. Want als die kunstmatige vervaardiging +gelukte, dan was dat de ondergang van de diamantdelvers aan de Kaap +en op andere plaatsen. + +Dat was reeds lang als uitgemaakt beschouwd, maar thans werd dat met +meer bitterheid, met meer woestheid dan voorheen besproken. Er werden +samenkomsten gehouden, die niet veel goeds voorspelden, maar Cyprianus +toch niet bevreesd maakten. Hij was vastbesloten zijn werk ten einde +te brengen, wat men er ook van zeggen of wat men ook doen wilde. + +Miss Watkins was evenwel bij dat alles niet gerust. Zij was op +de hoogte van al de gesprekken, en zij begon voor Cyprianus te +vreezen. Zij verweet zich, dat zij hem op dien weg gevoerd had. Zij +kon op de politie van Grikwaland niet rekenen, en een slechte daad +was ras bedreven. Zij deelde hem hare onrust mede. Hij dankte haar +voor die belangstelling, want hij zag daarin de uiting van een teeder +gevoel, dat trouwens geen geheim meer voor hem was. + +"Wat ik verricht, is voor ons beiden arbeiden," zei hij. + +Maar miss Watkins, die vernam wat in de claims besproken werd, +leefde thans in gestadige onrust. En dat was niet zonder reden. Er +begon een soort haat jegens Cyprianus te heerschen, die weldra niet +meer bij schelden en bij schimpscheuten bleef, maar zich zelfs door +bedreigingen uitte. + +Werkelijk op een avond, toen Cyprianus zijn oven wenschte te bezoeken, +vond hij hem geheel verwoest. Gedurende eene afwezigheid van Bardik was +een troep mannen gekomen, die van de duisternis gebruik hadden gemaakt, +om den arbeid van lange dagen in weinige minuten te vernielen. Het +gebouwtje was afgebroken, de oven was verbrijzeld, de vuren waren +uitgedoofd, de werktuigen verbroken en weggeworpen. Er bleef niets +meer van het materieel over, dat aan Cyprianus zoo veel zorgen en +moeite gekost had. Alles moest weer opnieuw begonnen worden, òf hij +moest de plaats ruimen. + +"Neen," riep hij uit. "Ik zal niet toegeven. Ik zal eene klacht tegen +de ellendelingen inbrengen, die mijn goed vernield hebben. Ik zal +zien of er in Grikwaland geene gerechtigheid meer is." + +Ja, er was eene gerechtigheid, maar niet eene zoodanige, als waarop +de ingenieur rekende. + +Zonder iets aan iemand te zeggen, zonder zelfs miss Watkins iets te +vertellen, omtrent hetgeen voorgevallen was, uit vrees haar nieuwen +angst aan te jagen, was Cyprianus naar zijne hut wedergekeerd en +weldra in slaap gevallen. + +Hij kon zoo omstreeks twee of drie uren geslapen hebben, toen het +openen van eene deur hem met schrik deed wakker worden. Vijf mannen met +zwarte maskers voor het gelaat en met revolvers en geweren gewapend, +drongen zijne kamer binnen. Zij droegen een soort dievenlantaarn en +plaatsten zich rondom het bed. + +Het kwam bij Cyprianus volstrekt niet op, dat geheele tooneel als +ernst te beschouwen. Hij geloofde aan eene grap en begon dan ook al +dadelijk te lachen, hoewel hij er niet veel lust toe had, daar hij +de klucht zouteloos vond. + +Maar een brutale hand daalde op zijn schouder neer, terwijl een der +gemaskerde mannen een papier ontvouwde, dat hij in de hand hield, +en begon voor te lezen met eene stem, die niets grappigs had: + +"Cyprianus Méré. Hierbij wordt u aangekondigd, dat de geheime rechtbank +van het Kamp in de Vandergaart-Kopjes-mijn, die ten getale van twee +en twintig leden zitting heeft genomen en uit naam van het algemeen +welzijn handelt, u heden, juist op het middernachtuur, met algemeene +stemmen ter dood veroordeeld heeft. + +"Gij zijt beschuldigd en overtuigd van door eene ontijdige en deloyale +uitvinding al de mannen van Grikwaland, die belang bij het vinden, +het kloven, het slijpen en het verkoopen van diamanten hebben, in +hun bestaan, in hun leven, in hunne gezinnen te hebben aangetast. + +"De rechtbank heeft in hare wijsheid uitspraak gedaan, dat eene +dergelijke uitvinding vernietigd moet worden en dat de dood van +een enkele niet opweegt tegen den dood en de ellende van duizenden +menschenlevens. + +"Zij heeft bevolen, dat u tien minuten gelaten zullen worden om +u tot den dood voor te bereiden; dat de keuze van de wijze waarop +gij sterven zult, aan u zal worden overgelaten; dat al uwe papieren +verbrand zullen worden, behalve eene zoodanige geopende mededeeling +die gij noodig zult achten voor uwe nabestaanden, en eindelijk dat +uwe woning met den grond gelijk zal gemaakt worden! + +"Zoo zal het iederen verrader gaan!" + +Toen hij zich zoo hoorde veroordeelen, begon Cyprianus in zijn geloof +aan eene grap wel te wankelen, en vroeg hij zich af of die vertooning, +in aanmerking genomen de ruwe zeden van de bewoners van dat land, +niet ernstiger was dan hij eerst gemeend had. + +De man, die hem bij den schouder gegrepen had, zou zijne laatste +twijfelingen verdrijven. + +"Sta dadelijk op!" zei hij ruwweg. "Wij hebben geen tijd te verliezen!" + +"Maar dat is sluipmoord," antwoordde Cyprianus, die van zijn bed +sprong om eenige kleederen aan te trekken. + +Hij was meer verontwaardigd dan ontroerd, en spande al de kracht zijner +zinnen op hetgeen met hem voorviel, evenwel met de koelbloedigheid van +iemand, die bezig was een zeker vraagstuk op te lossen. Wie waren die +mannen? Dat kon hij niet raden. Hij herkende zelfs den toon hunner +stem niet. Ongetwijfeld zwegen zij voorzichtig, die hem persoonlijk +bekend waren, wanneer die zich onder de aanvallers bevonden. + +"Hebt gij eene keus gedaan omtrent de wijze van sterven?...." vroeg +een der gemaskerden. + +"Ik heb geen keus te doen. Ik kan slechts protesteeren tegen de +afschuwelijke misdaad, die gij gaat bedrijven!" antwoordde Cyprianus +met vaste stem. + +"Protesteer! dat zal u niet baten. Gij zult toch gehangen worden. Hebt +gij eenige beschikking te maken?" + +"Niets, wat ik aan sluipmoordenaars zou wenschen toe te vertrouwen." + +"Vooruit dan maar," beval het opperhoofd van den troep. + +Twee mannen plaatsten zich ter weerszijden van den ingenieur en de +optocht stelde zich in beweging. + +Maar op dit oogenblik had een onverwacht voorval plaats. Te midden +van die scherprechters van de Vandergaart-Kopjes-mijn was een man +met één sprong gevlogen. Dat was Makatit, de jonge Kaffer, die des +nachts gewoonlijk rond het kamp omdoolde en die er uit instinct toe +overgegaan was die gemaskerde mannen te volgen, juist toen zij zich +naar de woning van den ingenieur begaven. Daar had hij alles gehoord +wat er gezegd was geworden, en had het gevaar begrepen, waaraan zijn +baas blootgesteld was. Dadelijk, zonder aarzeling, wat er ook met +hem gebeuren mocht, had hij de mijnwerkers op zij gedrongen en zich +aan de voeten van Cyprianus geworpen. + +"Vadertje, waarom willen die mannen je dooden?" vroeg hij, terwijl +hij zich aan zijn baas vastklemde. + +"Omdat ik een kunstmatigen diamant vervaardigd heb," antwoordde +Cyprianus die de handen van Makatit met ontroering drukte. + +"O! vadertje, wat voel ik mij ongelukkig, en wat ben ik beschaamd +over wat ik gedaan heb!" herhaalde de Kaffer al weenende. + +"Wat wilt ge daarmeê zeggen?" riep Cyprianus uit. + +"Ja, ik zal alles bekennen, daar men u ter dood wil brengen," kreet +Makatit. "Ja.... ik moet sterven! want ik ben het, die den grooten +diamant in den oven gedaan heb." + +"Smijt dien schreeuwer op zijde!" beval het hoofd van de bende. + +"Ik herhaal, dat ik den diamant in het toestel gelegd heb!" herhaalde +Makatit, zich verzettende. "Ja, ik heb vadertje bedrogen!.... Ik heb +hem willen doen gelooven, dat zijne bewerking geslaagd was!...." + +Hij sprak zoo overtuigend, dat men hem eindelijk gehoor verleende. + +"Spreekt ge waarheid?" vroeg Cyprianus, tegelijkertijd verbaasd en +teleurgesteld over hetgeen hij vernam. + +"Ja! honderdmaal ja!.... ik spreek de waarheid!" + +Hij zat thans neergehurkt op den grond en allen hoorden hem aan; +want wat hij zeide, zou den gang van zaken zeer veranderen. + +"Op den dag van de groote aardstorting, toen ik levend begraven werd +onder het puin, had ik juist een grooten diamant gevonden. Ik hield hem +in de hand en ik dacht er aan om hem te verbergen, toen de wand der +mijn instortte en mij bedolf, om mij te straffen voor die misdadige +gedachte. Toen ik tot het bewustzijn wederkeerde, vond ik dien steen +in het bed terug, waarin vadertje mij had doen uitstrekken. Ik heb +toen dien diamant willen teruggeven, maar ik was te beschaamd om +te bekennen, dat ik eigenlijk een dief was en heb ik eene gunstige +gelegenheid afgewacht!.... Juist wilde vadertje eenigen tijd later +beproeven om een diamant te vervaardigen en droeg hij mij op om op het +vuur te passen. Maar ziet op den tweeden dag, terwijl ik alleen in de +werkplaats was, is het toestel met een vreeselijken knal gebarsten, +en het heeft weinig gescheeld of ik was op de plaats gedood. Toen +dacht ik dat vadertje bedroefd zoude zijn, dat zijne proef mislukt +was. Ik heb den diamant toen in een laag klei gewikkeld en door den +barst in het kanon geplaatst. Ik heb daarop alles zoo goed mogelijk +hersteld, opdat vadertje niets zoude merken!.... Ik heb vervolgens +zonder iets te zeggen gewacht en toen vadertje den diamant gevonden +heeft, was hij zeer verheugd en ik ook!" + +Een uitbarsting van uitbundig gelach, dat die vijf mannen niet konden +weerhouden, volgde op de laatste woorden van Makatit. Cyprianus +lachte in het geheel niet, maar beet zich op de lippen van +kwaadaardigheid. Want het was onmogelijk de woorden van den +Kaffer verkeerd te verstaan. Die geschiedenis was klaarblijkelijk +waar. Cyprianus zocht tevergeefs naar redenen om aan hare werkelijkheid +te kunnen twijfelen. Hij poogde haar te weerspreken en zei tot +zich zelven: + +"Een natuurlijke diamant, die aan zulk een temperatuur ware +blootgesteld, zou voorzeker vergaan zijn." + +Maar het gezond verstand zei hem ook, dat de steen, door een korst van +leem of klei beschermd, aan de werking van de warmte ontsnapt was of +haar slechts gedeeltelijk ondergaan had. Misschien was de steen wel +zijn zwarte kleur aan die verhitting verschuldigd. Misschien was hij +ook vervluchtigd, maar in zijne schaal andermaal gekristalliseerd. + +Al die gedachten doorkruisten bliksemsnel het brein van den ingenieur. + +"Ik herinner mij nog zeer goed dien aardbrok, dien de Kaffer in de hand +geklemd hield op den dag der aardstorting," merkte een der mannen op, +toen de lachbui een weinig bedaard was. "Hij klemde hem zelfs zoo +stevig in zijne samengeknepen vingeren, dat men er van moest afzien +om hem los te laten." + +"Er is geen twijfel meer!" sprak een andere. "Is het mogelijk +diamant te vervaardigen? Waarlijk, wij waren wel gek, toen wij dat +geloofden! Men kan even goed pogen een ster te maken!" + +En allen begonnen weer te lachen. + +Cyprianus leed voorzeker meer door die vroolijkheid, dan hij geleden +had tengevolge van hunne ruwheid. + +Nadat die vijf mannen elkander met zachte stem geraadpleegd hadden, +hernam hun hoofd het woord. + +"Wij zijn van gevoelen," zei hij, "dat er redenen zijn om de uitvoering +van het vonnis te schorsen. Gij zult vrij zijn, Cyprianus Méré. Maar +bedenk dat dit vonnis steeds op u drukt. Een woord, een teeken slechts +om de politie te waarschuwen, kost u het leven. Een goed verstaander +heeft slechts één woord noodig." + +Daarop vertrokken hij en zijn makkers, terwijl het vertrek in het +donker gedompeld bleef. Cyprianus had kunnen gelooven, dat hij +slechts akelig gedroomd had, maar het snikken van Makatit, die op +den grond uitgestrekt lag en hardop huilde, liet niet toe dat hij aan +de wezenlijkheid van het afgespeelde tooneel twijfelde. Het was dus +waar! Hij was aan den dood ontsnapt, maar ten koste van een bloedige +vernedering! Hij, mijn-ingenieur! hij, leerling van de Polytechnische +school, uitstekend scheikundige, beroemd geoloog, hij was door de list +van een ellendigen Kaffer gefopt geworden! Of beter, hij was dat alles +verschuldigd aan zijn eigen ijdelheid, aan zijn zelfoverschatting. Ja, +daaraan had hij dien vreeselijken bok te wijten. + +Hij had zich door verblinding zoover laten vervoeren, dat hij zelfs +eene stelling voor die kristalvorming opgebouwd had!.... Het kon niet +bespottelijker!.... Was het dan de natuur alleen niet, die in staat is, +om met der eeuwen hulp zulke meesterstukken te vervaardigen?.... Maar +wie zou door den schijn niet bedrogen zijn? Hij had op een welslagen +gehoopt, hij had alles voorbereid om dat te bereiken en moest dus +logisch gelooven, dat hij geslaagd was. De buitengewone afmetingen +zelfs van den diamant leidden er toe om hem in die meening te +stijven!.... Een Despretz zou haar gedeeld hebben!.... Gebeuren +zulke vergissingen niet dagelijks?.... Ziet men niet de meest ervaren +muntkundigen vaak valsche medailles voor echte aannemen? + +Cyprianus beproefde zich zoo moed in te spreken. Maar plotseling deed +hem een gedachte verstijven. + +"En mijne memorie voor de Akademie! Als die fielten die maar niet +meegenomen hebben!" + +Hij stak eene kaars aan. Goddank, neen! dat stuk lag daar nog. Niemand +had het gezien. Hij ademde eerst gerust, toen hij het verbrand had. + +Het verdriet van Makatit was zoo hartverscheurend, dat zijn baas er wel +toe overgaan moest het te stillen. Dat was zoo moeielijk niet. Bij de +eerste welwillende woorden, die vadertje sprak, scheen de arme jongen +tot het leven weer te keeren. Maar al vergaf hem Cyprianus volgaarne +zijne misleiding, dan was dat toch op voorwaarde, dat hij het niet weer +zou doen. Makatit beloofde dat plechtig, waarna beiden gingen slapen. + +Zoo besloot dat tooneel, dat in den aanvang een meer tragisch einde +in het verschiet toonde. + +Voor Makatit zou het einde toch iets anders wezen. + +Toen men den volgenden dag in het kamp vernam, dat de _Zuidster_ niets +minder dan een natuurlijke diamant door den Kaffer gevonden was, +die er de volle waarde van kende, toen ontstond al de verdenking +jegens hem opnieuw en thans met nog meerder kracht. John Watkins +schreeuwde het hardst. Die Makatit kon niet anders dan de dief +zijn van dien onschatbaren steen. Hij had hem zich een eerste maal +willen toeëigenen--had hij dat zelf niet bekend?--dus luidde de +gevolgtrekking, was hij het, die hem ook uit de feestzaal gestolen had. + +Cyprianus had goed protesteeren en zich tot borg voor de eerlijkheid +van den Kaffer stellen. Men luisterde niet naar hem. Dit bewees ten +overvloede hoezeer Makatit, die zijne onschuld bezwoer, honderd +malen gelijk had gehad met te ontvluchten en hoezeer hij honderd +malen ongelijk had met in Grikwaland terug te keeren. + +Maar toen deed de ingenieur, die het niet opgaf, een argument hooren, +waarop men geenszins verdacht was en dat volgens zijne meening Makatit +redden moest. + +"Ik geloof aan de onschuld van den Kaffer," zei hij tot John Watkins, +"en daarenboven het geheele geval gaat mij slechts aan! Natuurlijk of +kunstmatig, de diamant behoorde mij toe, vóór dat ik hem mejuffrouw +Alice aanbood...." + +"O zoo, hij hoorde u toe?" vroeg master Watkins op spottenden toon. + +"Ongetwijfeld," hernam Cyprianus. "Is hij niet op mijn claim gevonden, +door Makatit, die in mijn dienst was?" + +"Voorzeker, dat is waar," antwoordde de Engelschman, "en dus behoort +hij mij toe, daar ons contract luidt dat de eerste drie diamanten, +die op uwen gepachten grond gevonden worden, mijn eigendom zijn." + +Daarop wist de onthutste Cyprianus niets te antwoorden. + +"Is mijne bewering juist?" vroeg master Watkins. + +"Zeer juist," antwoordde Cyprianus. + +"Gij zult mij dus zeer verplichten, wanneer gij mijn recht schriftelijk +zult erkennen, voor het geval dat wij er toe komen dien ellendeling +te noodzaken den diamant, dien hij zoo onbeschaamd gestolen heeft, +terug te geven." + +Cyprianus nam een vel wit papier en schreef: + + + "Ik erken dat de diamant, op mijn claim door een Kaffer in + mijnen dienst gevonden, volgens contract het eigendom is van + Master John Stapleton Watkins. + + Cyprianus Méré." + + +Helaas! dat was eene omstandigheid, die al de fraaie droomen van den +ingenieur verwoestte. Want inderdaad, als de diamant ooit teruggevonden +werd, dan zou hij niet als een ontvangen geschenk, maar volgens +contract toebehooren aan John Watkins, waardoor eene nieuwe klove, +die slechts door zoo en zooveel millioenen aan te vullen zoude zijn, +tusschen Alice en Cyprianus zou ontstaan. + +Maar was de eisch van den Engelschman nadeelig voor de belangen der +twee verliefden, hij was dat nog veel meer voor Makatit! Het was nu +aan John Watkins, dat hij nadeel had toegebracht. En John Watkins +was er de man niet naar, om werkeloos te blijven, wanneer hij meende +overtuigd te zijn, dat hij den dief te pakken had. + +De arme drommel werd dan ook gearresteerd, gevangen gezet en nauwelijks +waren twaalf uren verloopen of hij werd veroordeeld, en alles wat +men op de vertoogen van Cyprianus ten zijnen gunste doen wilde, +was dat hij gehangen zoude worden, wanneer hij er niet toe besloot +de _Zuidster_ terug te geven. + +Maar daar hij haar niet kon teruggeven, omdat hij haar nooit gestolen +had, zoo stond zijn zaak slecht, en Cyprianus wist niet meer wat te +doen om het leven van den ongelukkige te redden, dien hij in weerwil +van alles voor onschuldig hield. + + + + + +TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK. + +EEN NIEUWE SOORT MIJN. + + +Miss Watkins had intusschen alles vernomen, wat voorgevallen was, +zoowel het tooneel der gemaskerde mannen als de teleurstelling, +die den ingenieur overkomen was. + +"Och, mijnheer Cyprianus," zei zij, toen deze haar alles verteld had, +"is uw leven niet meer waard dan alle diamanten ter wereld?" + +"Waarde Alice...." + +"Laten wij dat alles maar trachten te vergeten en denk er voortaan +niet meer aan zulke proeven te nemen!" + +"Gij beveelt het?".... vroeg Cyprianus. + +"Ja zeker," antwoordde het jonge meisje. "Ik beveel u om op te houden, +zooals ik u bevolen had om te beginnen.... daar gij wel bevelen van +mij wilt ontvangen." + +"O, ik zal ze allen uitvoeren!" antwoordde Cyprianus, terwijl hij de +hand greep, die miss Watkins hem toestak. + +Maar toen de ingenieur haar het vonnis mededeelde, waartoe Makatit +veroordeeld was, voelde zij zich verpletterd, vooral door het aandeel +dat haar vader daaraan genomen had. + +Zij ook geloofde niet aan de schuld van den armen Kaffer. Zij ook +zou alles hebben willen aanwenden om hem te redden en was daarin +geheel eenstemmig met Cyprianus. Maar hoe dat aan te leggen? En +vooral hoe moest John Watkins tot hun gevoelen overgehaald worden, +hij de onhandelbare aanklager in die zaak? Hoe hem gunstig te stemmen +voor een ongelukkige, dien hij zelf zoo met onbillijke beschuldigingen +overladen had? + +Er moet bij gevoegd worden, dat de Engelschman nog geen enkele +bekentenis uit Makatit had kunnen verkrijgen, hoewel hij +hem levensbehoud en genade in het uitzicht stelde, wanneer hij +bekende. Hij was dus genoodzaakt de hoop op te geven de _Zuidster_ +ooit terug te vinden en was daardoor dan ook in een verschrikkelijk +booze luim. Intusschen wilde zijne dochter nog eene laatste poging +bij hem wagen. + +Daags na de veroordeeling had master Watkins een weinig minder last dan +gewoonlijk van het pootje en had hij van die verademing gebruik gemaakt +om zijne papieren in orde te brengen. Gezeten voor een schrijftafel +van zwart ebbenhout, die met gele versierselen ingelegd was,--een +antiek stuk uit den oud Hollandschen tijd, dat daar in Grikwaland +na tal van wederwaardigheden was komen aanlanden,--bezag hij een +voor een zijne verschillende eigendomsbewijzen, zijne contracten en +zijne correspondentiën. + +Alice zat achter hem over haar borduurraam gebogen en hield zich bezig +met haar werk, zonder veel op haren struisvogel Dada te letten. Dit +dier kwam en ging door de zaal met zijnen gewonen ernst, keek nu eens +door het venster en sloeg dan weer eens den blik op de bewegingen +van master Watkins en van zijne dochter. + +Plotseling uitte de Engelschman een kreet, die zijne dochter deed +schrikken. + +"Dat dier is onverdragelijk," zei hij. "Daar heeft het waarachtig een +mijner dokumenten gepakt.... Dada!.... hier!.... Geef dat dadelijk +terug!" + +Maar die woorden waren nauwelijks uitgesproken of daar volgde een +stroom verwenschingen op. + +"O, dat vreeselijke dier heeft het ingeslikt!.... Een zeer belangrijk +document!.... Het origineel van het besluit, waarbij mij de ontginning +der Kopjes-mijn is toegewezen....! Maar dat kan zoo niet!.... Ik zal +dat stuk terug hebben--al moest ik het dier verworgen!" + +John Watkins was rood van kwaadheid en geheel en al buiten zich +zelven. Hij sprong plotseling op en liep den struisvogel achterna, +die een paar malen rond het vertrek liep en toen het raam uitwipte, +dat met den grond gelijkvloers was. + +"Vader," zei Alice, die de nieuwe misdaad van haren gunsteling +betreurde, "vader, wees bedaard! Luister naar mij!.... Gij zult u +eene ziekte berokkenen!" + +Maar de woede van John Watkins was ten top gestegen. Die vlucht van +den vogel gaf er den doorslag aan. + +"Neen!" riep hij met bevende stem, "dat is me te sterk!.... Daar +moet een einde aan komen!.... Ik kan zoo niet mijn meest belangrijk +eigendomsbewijs prijs geven. Een flinke kogel in zijn kop zal dat +verwenschte dier dien streek wel betaald zetten. Ik zal mijn perkament +terug hebben! Dat beloof ik je!" + +Alice volgde hem met betraande oogen. + +"Ik smeek u vader," zei ze, "spaar dat arme dier. Is dat papier wel +zoo belangrijk? Kan men er geen duplikaat van bekomen?.... Zoudt +gij mij het verdriet willen aandoen mijn arme Dada voor zoo'n gering +vergrijp voor mijne oogen te willen dooden?" + +Maar John Watkins wilde naar niets hooren, hij keek overal naar zijn +slachtoffer om. Hij bespeurde den vogel eindelijk op het oogenblik, +toen hij zich in de nabijheid van de hut van Cyprianus trachtte +te verschuilen. De Engelschman bracht dadelijk zijn geweer in die +richting; maar alsof Dada dat noodlottige plan jegens haar gesmeed, +raadde, nauwelijks zag zij die beweging of zij kroop achter het huis. + +"Wacht, Wacht maar! Ik zal je toch vinden, verwenscht beest!" riep +John Watkins, terwijl hij zich naar de hut begaf. + +Alice, al meer en meer beangst, volgde hem om een laatste poging bij +hem aan te wenden. Beiden kwamen zoo voor het huis van den ingenieur +en gingen er achter kijken. Maar geen struisvogel meer! Dada was +onzichtbaar. Het was toch onmogelijk dat zij den heuvel afgerend +was, dan had men haar moeten zien. Zij had dus eene toevlucht in de +hut moeten zoeken langs een der deuren, die van achteren toegang +verleenden. Zoo dacht althans John Watkins. Hij schreed dan ook +dadelijk naar de voordeur en klopte aan. Het was Cyprianus zelf, +die hem open deed. + +"Mijnheer Watkins!.... Juffrouw Watkins!.... Verrukt om u in mijne +nederige stulp te zien!" zei hij beteuterd. + +De Engelschman was buiten adem en vol woede. Met horten en stooten +deelde hij den ingenieur mede, wat er gebeurd was. + +"Welnu, wij zullen den schuldige zoeken!" zei Cyprianus, John Watkins +en Alice uitnoodigende zijne woning binnen te treden. + +"Ik verzeker u, dat hare rekening gauw opgemaakt zal zijn!" antwoordde +John Watkins, terwijl hij zijn geweer als een strijdbijl zwaaide. + +In hetzelfde oogenblik openbaarde aan Cyprianus een smeekende blik +van het jonge meisje al den afschuw, dien zij voor dat wreede plan +koesterde. Zijn voornemen was dan ook spoedig opgevat. Het was +eenvoudig genoeg, hij besloot den struisvogel niet te vinden. + +"Li," riep hij den Chinees, die pas binnengetreden was, in het +Fransch toe. "Ik vermeen, dat de struisvogel in uw kamer is. Zoek +hem en tracht hem behendig te doen ontsnappen, terwijl ik mijnheer +Watkins langs den anderen kant rondleid." + +Ongelukkig moest dit plan falen; want de struisvogel had juist +eene toevlucht gezocht in het eerste vertrek, waar de nasporingen +begonnen. Dada had daar, zeer ineengedrongen om zich onzichtbaar te +maken, het hoofd onder een stoel verborgen, maar was overigens zoo +duidelijk te zien als de zon op vollen middag. + +"O, schurk! jou rekening is gemaakt!" riep master Watkins, terwijl +hij zijn geweer aan den schouder bracht. Toch, hoe verwoed hij ook +was, deinsde hij terug voor die daad van geweld: een geweerschot te +lossen in een huis, dat toch het zijne niet was. Alice had het hoofd +omgekeerd, om van den gruwel niets te zien. Toen bracht hare smart +een schitterend denkbeeld in het brein van den ingenieur te weeg. + +"Mijnheer Watkins," zei hij eensklaps, "het is u slechts te doen om uw +document terug te hebben, niet waar? Welnu, het is volstrekt noodeloos +Dada daarvoor te dooden. Het is voldoende haar den krop te openen, +dien het perkament nog niet voorbij kan zijn. Wilt gij mij toestaan de +bewerking uit te voeren? Ik heb het in Museum te Parijs een cursus in +de dierkunde bijgewoond en ik geloof dat ik die heelkundige bewerking +tot een goed einde zal brengen." + +Hetzij dat een vooruitzicht van zulk een proef op het levende dier +den wraakzuchtigen Engelschman streelde, hetzij dat zijne woede begon +te verminderen, hetzij eindelijk dat hij zijns ondanks getroffen was +door het verdriet zijner dochter, hij liet zich vermurven en stemde +in dien middenweg toe. + +"Maar ik wil mijn document niet kwijt zijn," zeide hij. "Bevindt +het zich niet in den krop, welnu, dan moet het maar in de maag of +in de andere ingewanden gezocht worden! Ik moet het terug hebben, +het koste wat het wil!" + +De bewerking was niet zoo gemakkelijk, als men wel gemeend had, +toen men de onderworpen houding van de arme Dada zag; want een +struisvogel, al is het er ook een van slechts kleine gestalte, bezit +een verbazende spierkracht. Nauwelijks zou de huid van den vogel door +het mes van den nieuwbakken heelkundige aangetast zijn, of, daarvan +was Cyprianus zeker, Dada zou weerstand bieden, in woede ontsteken, +en zich met razernij verdedigen. Li en Bardik werden dan ook geroepen +om als assistenten dienst te doen. + +Men kwam overeen dat de struisvogel vooraf gebonden zou worden. Daartoe +had Li steeds touw genoeg bij de hand. Weldra waren de pooten, de +vlerken en de bek van de ongelukkige Dada stevig omwoeld en was zij in +de onmogelijkheid gesteld om weerstand te bieden. Maar Cyprianus liet +het daar niet bij. Om de gevoeligheid van miss Watkins te ontzien, +wilde hij haren struisvogel ieder lijden sparen. Hij omwikkelde +het hoofd van den vogel dus ook met een doek, dien hij vooraf met +cloroform gedrenkt had. Daarna eerst ging hij over tot de bewerking, +hoewel hij er niet geheel zonder ongerustheid over was. Alice had +doodsbleek een toevlucht in het daarnaast gelegen vertrek gezocht. + +Cyprianus begon met den hals van het dier met de hand te betasten, +om de ligging van den krop goed te bepalen. Dat was niet moeielijk; +want die krop vormde bij het bovengedeelte van de kliermaag een +aanmerkelijke dikte, die hard was en door de vingers zeer duidelijk te +midden der weekere deelen, die hem omsloten, waargenomen kon worden. In +de huid van den hals, die wijd en week was als de huid van een kalkoen +en met een grijs dons bedekt, dat gemakkelijk verwijderd kon worden, +werd toen met een pennemes eene insnijding gemaakt. Er had daarbij +slechts weinig verbloeding plaats, die nog gemakkelijk met eene +natte spons verwijderd kon worden. Cyprianus verkende nu aandachtig +de ligging van twee of drie belangrijke aderen, die hij zorgvuldig met +behulp van haakjes van ijzerdraad, die hij door Bardik liet vasthouden, +ter zijde schoof. Daarna zette hij het mes in een wit paarlmoerachtig +weefsel, dat eene uitgestrekte holte boven de sleutelbeenderen afsloot, +en had weldra den krop van den struisvogel blootgelegd. + +Als men zich den krop van een hoen voorstelt, die honderdmaal in +omvang, in dikte en in gewicht toegenomen is, dan zal men een vrij +juist denkbeeld hebben van het bekken, wat thans zichtbaar was. + +Dada's krop vertoonde zich als een bruine zak, die door de vreemde +lichamen, welke het vraatzuchtige dier op dien dag en ook al vroeger +ingeslikt had, zeer uitgerekt was. Het gezicht van dat vleeschachtige +orgaan, dat zich krachtig en gezond voordeed, was alleen voldoende, om +te doen begrijpen, dat er geen gevaar bestond door er eene insnijding +in te maken. Cyprianus nam dan ook zonder aarzelen het jachtmes, +dat Li hem aanreikte na het eerst goed aangescherpt te hebben, en +maakte een diepe snede in die massa. Het was daarna zeer gemakkelijk +de hand door die spleet tot onder in den krop te brengen. Al dadelijk +werd het zoozeer verlangde document te voorschijn gebracht. Het was +als in een bal samengerold, zeer gekreukeld, maar overigens ongedeerd. + +"Er zit nog wat anders in," zei Cyprianus, die de hand andermaal +in de holte gebracht had en ditmaal een ivoren bal te voorschijn +bracht. "De maasbal van miss Watkins!" riep hij uit. "Men bedenke, +dat het vijf maanden geleden is, dat die vermist is. Bepaald heeft +die de beneden-opening van den krop niet voorbij kunnen komen!" + +Na dien maasbal aan Bardik overgereikt te hebben, vervolgde hij zijne +nasporingen in dien vreemdsoortigen zak, zooals een oudheidkundige +in een pas opgedolven Romeinsch kamp zoude gedaan hebben. + +"Een koperen blaker!" riep hij verrast uit, terwijl hij een van +die nederige huishoudelijke voorwerpen te voorschijn bracht, dat er +gedeukt, platgedrukt uitzag en vol kopergroen, maar toch nog volkomen +herkenbaar was. + +Het lachen van Bardik en Li daarover was zoo aanstekelijk, dat +Alice zelf, die intusschen het vertrek weer binnengetreden was, +moest meedoen. + +"Muntstukken!.... Een sleutel!.... Een hoornen kam!...." vervolgde +Cyprianus, terwijl hij voortging den inventaris van den inhoud van +dien krop op te maken. + +Hij verbleekte plotseling. Zijne vingers beroerden thans een voorwerp +van niet alledaagschen vorm!.... Neen, hij kon zich niet vergissen +omtrent den aard van hetgeen hij daar in dien zak betastte.... En +toch.... aan zoo'n toeval kon hij niet gelooven! + +Hij trok eindelijk zijne hand uit de holte terug en vertoonde het +voorwerp, hetwelk hij gegrepen had.... + +Maar welke kreet ontsnapte aan den mond van John Watkins! + +"De _Zuidster_!" gilde hij. + +Ja, de beroemde diamant was gaaf en wel teruggevonden. Hij had niets +van zijn glans verloren en hij schitterde onder het daglicht, dat +door het venster binnenviel, als eene ster van de eerste grootte! + +Maar zonderling en opmerkenswaardig was het feit, dat alle getuigen +van dat tooneel dadelijk opviel. De diamant was van kleur veranderd. De +_Zuidster_ was van zwart, zooals zij vroeger was, rooskleurig geworden, +van dat bevallige roséachtige, hetwelk, als het mogelijk ware, hare +helderheid en pracht nog vermeerderde. + +"Denkt ge niet dat dit hare waarde vermindert?" vroeg John Watkins, +zoodra hij weer spreken kon, met levendige stem. De verrassing en de +vreugde hadden hem waarachtig den adem benomen. + +"Volstrekt niet!" antwoordde Cyprianus. "Het is integendeel eene +merkwaardigheid te meer, die dezen steen tot de zoo zeldzamen groep +van de "cameleon-diamanten" doet behooren!.... Drommels!.... het +schijnt dat het niet koud in den krop van Dada is; want +die verandering van tint bij de gekleurde diamanten geschiedt +gewoonlijk niet dan tengevolge van eene plotselinge en aanmerkelijke +temperatuursafwisseling. Zoo is tenminste het oordeel der geleerden." + +"Oh!.... Goddank!.... dat ik u teruggevonden heb, mijne +schoone!" herhaalde master Watkins, terwijl hij den diamant met +angstvalligheid in zijne handen besloot, alsof hij zich verzekeren +wilde, dat hij niet droomde. "God, wat hebt ge mij zorg en verdriet +berokkend door uw uitstapje, o, ondankbare ster! Maar ik zal oppassen, +dat gij mij niet weer ontsnapt!" + +Hij bracht den steen daarbij ter hoogte zijner oogen, streelde hem met +den blik en zou waarlijk haast het voorbeeld van Dada gevolgd hebben +door hem op te slikken, zoo bang was hij hem andermaal kwijt te raken! + +Onderwijl liet Cyprianus zich door Bardik een naald, voorzien van +een dikken, stevigen draad, aanreiken, waarmede hij den krop van den +struisvogel zorgvuldig dichtnaaide. Daarna sloot hij de wondvlakken +aan den hals met hechtpleister en ontdeed het dier van zijne banden, +die het tot machteloosheid doemden. + +Dada scheen zeer afgemat en terneergeslagen; zij boog het hoofd en +legde geen neiging aan den dag om weg te loopen. + +"Zal zij er van opkomen, mijnheer Cyprianus?" vroeg Alice, die meer +begaan was met het lijden van hare gunstelinge dan dat zij ingenomen +was met het terugvinden van den diamant. + +"Of zij er van zal opkomen, miss Watkins?" antwoordde Cyprianus. "Zoudt +gij dan kunnen denken, dat ik de bewerking ondernomen had, wanneer ik +daarvan niet zeker was?.... Geloof mij, over drie dagen zal er van +die snede niets meer te bespeuren zijn, en over drie uren zal Dada +weer neiging aan den dag leggen, dien zonderlingen zak, dien ik daar +geledigd heb, andermaal te vullen!" + +Door die woorden gerustgesteld, schonk Alice den jeugdigen ingenieur +een dankbaren blik, die hem voor al zijne moeiten ruimschoots beloonde. + +Eindelijk was John Watkins er in geslaagd tot de overtuiging te +geraken, dat hij zijn gezond verstand had, en dat hij weer in het +bezit was van zijn bewonderenswaardige ster. Hij verliet het venster +en zich tot Cyprianus wendende: + +"Mijnheer Méré," sprak hij op statigen toon, "gij hebt mij daar een +grooten dienst bewezen en ik weet niet hoe ik dien ooit zal kunnen +vergelden." + +Vergelden!.... O! John Watkins had daartoe een zeer eenvoudig +middel! Zou het hem zoo moeilijk vallen zijn belofte te houden, +namelijk den jongen man de hand zijner dochter te schenken? Hij had +die hand toch beloofd aan hem, die de _Zuidster_ zou terugbrengen. En +waarlijk, was het niet alsof Cyprianus den diamant van uit het +binnenste der Transvaal had aangebracht? + +Ziedaar wat de verliefde in zich zelven prevelde; maar hij was te +fier om die gedachte met luider stem voor te dragen. Hij meende +daarenboven zeker te zijn, dat die gedachte van zelf in het brein +van den Engelschman zou opwellen. + +Maar John Watkins repte daarvan geen woord. Hij wenkte zijne dochter +om hem te volgen en verdween in zijne woning. + +Het is bijna onnoodig te vertellen, dat weinige oogenblikken later +Makatit zijne vrijheid herkreeg. Maar het had toch weinig gescheeld +of de arme drommel had de slokkerigheid van Dada met zijn leven +betaald. Hij moest zich zelf bekennen, dat hij den dans ter nauwernood +ontsprongen was. + + + + + +DRIE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK. + +EENE VERSCHIJNING. + + +De gelukkige John Watkins, die thans de rijkste inwoner van Grikwaland +was, kon niet anders, na vroeger een maaltijd aangericht te hebben +om de geboorte van de _Zuidster_ te herdenken, dan een tweede te +geven om hare wedergeboorte te vieren. Maar dezen keer zouden de +voorzorgsmaatregelen voldoende getroffen worden, om te voorkomen, +dat zij niet ten tweeden male verdween, terwijl thans Dada niet +uitgenoodigd werd. + +Het feestmaal was dan ook in den namiddag van den volgenden dag reeds +in vollen gang. + +John Watkins had reeds vroeg in den morgen zijne gewone genoodigden om +zich verzameld en had bij de slagers van het distrikt vleeschstukken +besteld, die voldoende zouden geweest zijn om eene geheele kompagnie +infanterie te voeden; hij had zijne keukens met levensmiddelen, +zoowel versche als verduurzaamde, en met zooveel wijnen en vreemde +likeuren gevuld als de leveranciers in den omtrek slechts hadden +kunnen bijbrengen. + +Tegen vier uur was de tafel in de groote zaal gedekt, stonden de +flesschen behoorlijk gerangschikt op het buffet en staken de stukken +ossen- en schapenvleesch aan het spit en waren flink aan het braden. + +De genoodigden verschenen te zes uur, natuurlijk in hunne +schoonste kleederen gedost. Tegen zeven uur had de toonladder van +de spraakzaamheid der gasten reeds zulk een hoogte bereikt, dat een +trompetter met moeite dat geschreeuw met zijn instrument zou hebben +kunnen overstemmen. Matthijs Pretorius, die sedert hij de akelige +grappen van Hannibal Pantalucci niet meer te verduren had, veel +geruster van inborst was geworden, zat daar aan met Thomas Staal, +die van gezondheid en kracht straalde, met den makelaar Nathan, +met andere pachters, mijnwerkers en kommissarissen van politie. + +Cyprianus, zich gedragende volgens een bevel van Alice, had niet +kunnen weigeren dat feest bij te wonen, daar het jonge meisje ook +genoodzaakt was tegenwoordig te zijn. Maar beiden waren wel droevig +gestemd, want--het viel niet te ontkennen--de bezitter van ruim +vijftig millioenen kon er niet aan denken de hand zijner dochter +te geven aan een eenvoudigen ingenieur, "die niet eens diamanten +kon vervaardigen". Ja, de zelfzuchtige behandelde zoo reeds den +jeugdigen geleerde, waaraan hij in werkelijkheid zijn nieuw vermogen +te danken had. + +Het diner had zijn voortgang te midden van de zeker niet gematigde +geestdrift van de gasten. + +Vóór den gelukkigen Engelschman--en volstrekt niet achter hem, zooals +vroeger--lag de _Zuidster_ op een klein kussen van blauw fluweel, +beschut door een traliewerk van metaaldraden en door eene glazen stolp, +en schitterde met vollen glans bij het licht der waskaarsen. + +Er heerschte toen eene drukkende hitte. + +Miss Watkins zat als in zich zelve gekeerd aan dien disch en scheen +niets te hooren. Zij had den blik op Cyprianus gericht, die even +mistroostig was als zij. De tranen stonden haar in de oogen. + +Drie slagen, die luidruchtig op de deur klonken, braken plotseling +de gesprekken en het gerinkinkel der glazen af. + +"Binnen!" riep John Watkins met schorre stem. "Wie gij ook zijn moogt, +gij komt ter rechter tijd, wanneer gij dorst hebt!" + +De deur ging open. De lange en magere gestalte van Jakobus Vandergaart +verscheen op de drempel. + +De gasten keken elkander verwonderd aan over die onverwachte +verschijning. Iedereen kende zoo goed de oorzaken van de vijandschap +tusschen John Watkins en Jakobus Vandergaart, dat een dof gemompel +vernomen werd. Iedereen verwachtte iets ernstigs. + +Een diepe stilte was daarna ingetreden. Aller oogen waren op den +ouden diamantslijper met zijne witte haren gevestigd. Deze stond recht +overeind, met gekruiste armen en met den hoed op het hoofd, in zijn +lange Zondagsjas gehuld. Hij scheen het spook der wraak te zijn. John +Watkins voelde eene onbestemde vrees opkomen. Hij rilde en verbleekte +onder het vermiljoenrood, dat het alcoholmisbruik onuitwischbaar op +zijne hoekige jukbeenderen geverfd had. Toch poogde hij zich tegen +dat onverklaarbare gevoel te verzetten. + +"He, he!" zei hij, terwijl hij het eerst het woord tot Jakobus richtte, +"het is langen tijd geleden, buurman Vandergaart, dat gij mij het +genoegen geschonken hebt u hier ten mijnent te vertoonen! Welk goed +gesternte voert u herwaarts?" + +"Het gesternte der gerechtigheid, buurman Watkins!" antwoordde de +grijsaard koel. "Ik kom u mededeelen dat het recht eindelijk gaat +zegepralen en, na zeven jaren lang verscholen te zijn geweest, +te voorschijn gaat treden. Ik kom u aankondigen, dat het uur der +vergelding geslagen heeft, dat ik in het bezit van mijn eigendom +zal geraken, en dat de Kopjes-mijn, die steeds mijn naam gedragen +heeft, voortaan mij wettig toebehoort, zooals zij mij volgens de +billijkheidswetten steeds toebehoord heeft! Heden zijt gij het, dien +de wet het bezitrecht ontneemt en veroordeelt om mij terug te geven, +wat mij ontnomen is!" + +Al had John Watkins zich ook, bij de plotselinge verschijning van +Jakobus Vandergaart en door het nevelachtige gevaar, dat zij scheen aan +te kondigen, aanvankelijk verstijfd gevoeld, zoo bracht zijn bloedrijk +gestel en ontembaar karakter hem er toe om een direct en afgebakend +gevaar stout onder de oogen te zien. Hij wierp zich dan ook tegen de +leuning van zijn stoel en lachte op de meest smadelijke wijze. + +"De oude vent is gek!" zeide hij, zich tot zijne gasten wendende. "Ik +heb altijd gedacht dat er een streep door liep; het schijnt in den +laatsten tijd erger te worden!" + +Iedereen lachte om die grofheid. Jakobus Vandergaart bleef kalm en +knipoogde zelfs niet. + +"Wie het laatst lacht, lacht het best!" zei hij ernstig, terwijl +hij een papier uit den zak haalde. "John Watkins, gij weet dat een +eindvonnis, dat in appèl bevestigd werd en dat zelfs de Koningin niet +meer zou kunnen vernietigen, u in dit district de terreinen toegewezen +heeft, die westwaarts van den vijf-en-twintigsten lengtegraad ten +oosten van den meridiaan liggen?" + +"Volmaakt juist, waardige wauwelaar!" riep John Watkins uit. "En +daarom zoudt ge beter doen met naar bed te gaan, wanneer ge ziek zijt, +dan eerlijke lieden te komen storen, die bezig zijn met dineeren en +niemand iets verschuldigd zijn." + +Jakobus Vandergaart had zijn papier ontvouwd. + +"Hier," zeide hij, "is eene verklaring van het Kadastrale Comité, +welke door den Gouverneur gewaarmerkt en eergisteren te Victoria +geregistreerd is. Dat stuk constateert eene feitelijke vergissing, +welke tot heden in al de terreinopnamen van Grikwaland geslopen is. Die +vergissing, welke tien jaren geleden door de landmeters begaan is, die +met de opmeting van het district belast waren, en die geen rekening +gehouden hebben met de magnetische afwijking van de kompasnaald met +het ware noorden, die vergissing vernietigt alle opnemingen, die +deze dwaling tot grondslag hebben. Ten gevolge van de verbetering, +die plaats gehad heeft, bevindt zich thans de vijf-en-twintigste +graad oosterlengte van Greenwich drie mijlen meer westelijk. Die +verbetering herstelt mij dus in het bezit van de Kopjes-mijn, die +u toegewezen was, want volgens het advies van al de rechtsgeleerden +en van den chief-justice in persoon, kan de letter en de geest van +het geslagen vonnis niets van deszelfs kracht verliezen. Ziedaar, +John Watkins, wat ik u kom vertellen." + +Het zij dat de Engelschman hem niet dan onvolkomen begrepen had, +hetzij hij voorbedachtelijk weigerde te begrijpen, wie zal dat +uitmaken? Hij beantwoordde den ouden diamantslijper nogmaals met +een hoonend gelach. Maar die lach klonk valsch en vond geen steun +bij de gasten. Deze hielden allen verwonderd den blik op Jakobus +Vandergaart gevestigd en schenen getroffen door diens ernst, door +de vrijmoedigheid zijner verklaring en door de onwrikbare zekerheid, +die uit zijne woorden, uit zijne geheele houding straalde. + +De makelaar Nathan maakte zich tot tolk van het algemeen gevoelen, +toen hij sprak: + +"Wat mijnheer Vandergaart daar zegt, bevat volgens mij niets, dat +voor dwaas kan uitgekreten worden. Die vergissing met dien lengtegraad +kan zeer goed geschied zijn. Mij dunkt dat nadere inlichtingen moeten +afgewacht worden, alvorens ons gevoelen uit te spreken." + +"Inlichtingen afwachten?" riep John Watkins uit, terwijl hij met +de vuist krachtig op de tafel sloeg. "Ik heb met uwe inlichtingen +niets te maken!.... Ik lach om uwe inlichtingen!.... Ben ik hier +op mijn eigendom, ja of neen?.... Is mij de Kopjes-mijn bij een +eindvonnis, welks kracht die oude kaaiman zelf erkent, toegewezen, ja +of neen?.... Welnu, wat kan mij de rest schelen?.... Wanneer men het +mij nog omtrent het rustige bezit van mijn eigendom lastig maakt, dan +zal ik doen wat ik reeds gedaan heb: ik zal mij tot de gerechtshoven +wenden en wij zullen zien wie gelijk heeft!" + +"De competentie van de gerechtshoven is ten einde," antwoordde Jakobus +Vandergaart met opzettelijke kalmte. "Alles bepaalt zich thans tot de +daadzaak, tot de vraag: ligt de Kopjes-mijn rechts of links van den +vijf-en-twintigsten lengtegraad? En daar het nu officiëel uitgemaakt +is, dat een vergissing heeft plaats gehad, zoo is de onvermijdelijke +gevolgtrekking daarvan, dat die mijn tot mijn bezit wederkeert." + +Terwijl hij dat zeide, toonde Jacobus Vandergaart het officiëele +dokument, dat van de vereischte handteekeningen en zegels voorzien was. + +John Watkins was niet op zijn gemak. Hij bewoog en draaide op zijn +stoel. Hij trachtte te spotten; maar dat ging hem slecht af. Zijn +blik viel in dat oogenblik op de _Zuidster_. Dat gezicht scheen hem +het zelfvertrouwen, dat hem begon te verlaten, te hergeven. + +"Als alles nu eens zoo was," riep hij uit, "als ik waarlijk tegen alle +recht en billijkheid in, dit eigendom, dat mij wettiglijk toegewezen +is en dat ik sedert zeven jaren bezeten heb, moest afstaan, wat zou +mij dat alles goed en wel beschouwd kunnen schelen? Bezit ik niet +meer dan genoeg om mij te troosten, al was het maar alleen met dat +juweel, dat ik in mijn vestzak kan meenemen en mij tegen alle ongeval +kan behoeden?" + +"Dat's ook een dwaling, John Watkins," hernam Jacobus Vandergaart +op kort afgemeten toon. "De _Zuidster_ is mijn eigendom evenals +alle voortbrengselen, die uit de Kopjes-mijn gewonnen zijn en bij u +teruggevonden worden, evenals het meubilair van dit huis, evenals +de wijn in die flesschen, evenals dat gebraden vleesch op dien +schotel. Alles, alles behoort mij; omdat alles voortspruit uit het +onrecht, dat mij aangedaan is!.... En vlei u niet," vervolgde hij, +"mijne maatregelen zijn goed genomen." + +Jacobus Vandergaart sloeg in zijn magere handen. Dadelijk verschenen +eenige konstabels op den drempel van de deur. Zij werden gevolgd +door een officier van den Sherif, die binnentrad en met de hand op +een stoel klopte, terwijl hij uitriep: + +"In naam der wet leg ik voorloopig beslag op al de voorwerpen, meubelen +en waarden van welken aard ook, die zich hier in dit huis bevinden!" + +Iedereen was opgestaan, behalve John Watkins. De Engelschman lag +vernietigd in zijn leuningstoel uitgestrekt en scheen door den +bliksem getroffen. Alice sloeg hare armen om zijn hals en zocht hem +met lieftallige toesprekingen op te beuren. + +Jakobus Vandergaart verloor hem evenwel niet uit het oog. Hij +beschouwde hem meer met mededoogen dan wel met haat; maar waakte +daarbij over de _Zuidster_, die te midden van die ramp even luisterrijk +glinsterde. + +"Verloren!.... Geruïneerd!...." + +Die woorden ontsnapten slechts aan de trillende lippen van John +Watkins. In dat oogenblik stond Cyprianus evenwel op en sprak op +ernstigen toon: + +"Mijnheer Watkins, daar uwe welvaart met een onherstelbaren ondergang +bedreigd wordt, zult gij mij vergunnen daarin slechts de mogelijkheid +te zien, mejuffrouw uwe dochter in stand meer nabij te komen!.... Ik +heb de eer u de hand van miss Alice Watkins te vragen." + + + + + + +VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK. + +EEN VALLENDE STER. + + +Dit aanzoek van den jeugdigen ingenieur veroorzaakte werkelijk eene +buitengewone verrassing. Hoe gretig de gevoeligheid van hunne half +wilde natuur ook was, zoo konden toch al de gasten van John Watkins +niet nalaten het luidruchtig toe te juichen. Zoo veel belangeloosheid +moest hen treffen. + +Alice zat daar met neergeslagen oogen en met kloppend hart, misschien +als de eenige, die niet verwonderd scheen over des jonkmans stap, +in alle stilte naast haren vader. + +De ongelukkige Engelschman was nog ter neergebogen onder den +vreeselijken slag, die hem getroffen had. Op die woorden verhief hij +het hoofd. En inderdaad, hij kende Cyprianus genoegzaam om te weten, +wanneer hij hem de hand zijner dochter schonk, dat hij de toekomst +en het geluk van Alice verzekerde; hij wilde evenwel nog niet, zelfs +niet met een teeken aanduiden, dat hij tegen dat huwelijk geene +tegenwerping meer te maken had. + +Cyprianus, thans verlegen over den stap, waartoe zijne liefde hem +verleid had, voelde er ook de vreemdheid van en begon zich reeds te +verwijten, dat hij zich zelven niet meester gebleven was. + +Te midden van de algemeene en zoo licht te begrijpen verlegenheid, +deed Jakobus Vandergaart een pas voorwaarts naar den Engelschman. + +"John Watkins," zei hij, "ik houd er niet van om van mijne overwinning +misbruik te maken; ook behoor ik niet tot dezulken, die een gevelden +vijand onder den voet halen! Wanneer ik op mijn recht sta, dan doe +ik dat, omdat ieder mannenhart zulks betaamt en moet doen. Maar ik +weet bij ondervinding, wat mijn advokaat steeds herhaalde, namelijk, +dat het stiptste recht soms de onbillijkheid zeer nabij is. Ik zou +niet willen dat onschuldigen den last van feilen moeten dragen, die +zij niet begingen!.... Daarenboven, ik ben alleen op de wereld en +het graf reeds nabij. Waartoe zou mij zooveel rijkdom dienen, wanneer +ik niemand had om hem mede te deelen?.... John Watkins, wanneer gij +uwe toestemming tot de vereeniging van die twee kinderen geeft, dan +verzoek ik hen die _Zuidster_, die mij tot niets dienstig zoude zijn, +als huwelijksgift aan te nemen.... Ik verbind mij daarenboven om hen +tot mijne erfgenamen te benoemen en herstel dus binnen de grenzen +der mogelijkheid de onwillekeurige nadeelen, die ik uwe bekoorlijke +dochter berokken!" + +Er ontstond bij die woorden onder de toeschouwers, wat men in de +verslagen van Kamerzittingen zoude noemen: "eene levendige beweging +van belangstelling en van sympathie." Aller blikken vestigden zich +op John Watkins. Zijne oogen waren plotseling vochtig geworden; +hij bedekte ze daarom met zijne bevende handen. + +"Jakobus Vandergaart!...." riep hij eindelijk uit, de +stormachtige gevoelens, die hem bewogen, niet meer kunnende +onderdrukken. "Ja!.... gij zijt een braaf man en gij neemt, door het +geluk van die twee kinderen te bewerken, een edele wraak over al het +kwaad en al het leed, dat ik u berokkend heb!" + +Noch Alice, noch Cyprianus waren in staat te antwoorden. Daartoe +weigerde hunne stem den dienst, maar hunne blikken spraken voor +hen. De grijsaard reikte zijnen tegenstander de hand, die John +Watkins met vuur greep. De oogen van alle omstanders waren vochtig, +zelfs die van den ouden konstabel met grijze haren, die er toch zoo +droog uitzag als eene scheepsbeschuit door de Engelsche admiraliteit +geleverd. Wat John Watkins aangaat, die was geheel veranderd. Zijn +gelaat vertoonde thans welwillendheid en zijne trekken zooveel +zachtheid als zij vroeger hardheid en boosheid te kennen gaven. Het +ernstige gelaat van Jakobus Vandergaart had zijne gewone plooi, +die van eene onverstoorbare zachtzinnigheid, hernomen. + +"Laat ons alles vergeten," riep hij uit, "en laten wij met den wijn, +waarop beslag gelegd is, op het welzijn en op het geluk van deze +kinderen drinken--wanneer, wel te verstaan, mijnheer de officier van +den Sherif zulks veroorloven zal." + +"Een officier van den Sherif heeft soms tot plicht om zich tegen den +verkoop van dranken te moeten verzetten, waarop beslag gelegd is," +antwoordde de magistraat met een glimlach, "maar nimmer zal hij zich +tegen hunne verorbering aankanten!" + +Op die woorden, die van welwillendheid getuigden, gingen de flesschen +rond en heerschte weldra weder de meest gulle hartelijkheid in +de eetzaal. + +Jakobus Vandergaart had plaats naast John Watkins genomen en beraamde +thans plannen voor de toekomst met hem. + +"Wij zullen hier alles verkoopen," zei hij, "en wij zullen de kinderen +naar Europa volgen! Wij zullen ons buiten in hunne nabijheid vestigen +en dan zullen ons nog fraaie dagen beschoren zijn." + +Alice en Cyprianus, die naast elkaar gezeten waren, hadden een +fluisterend gesprek in het Fransch begonnen, dat niet minder +belangwekkend was, wanneer men ten minste mocht afgaan op de +levendigheid van gebaren der beide partijen. + +De warmte was al meer en meer toegenomen. Eene zwaarwichtige en +drukkende hitte verdroogde de lippen bij den rand der glazen en +vervormde al de gasten in electrische werktuigen, die gereed waren +vonken van zich af te geven. Het was tevergeefs dat vensters en deuren +opengezet werden. Niet de minste zucht van frissche lucht deed de +vlam der waskaarsen heen of weer bewegen. + +Een ieder gevoelde dat slechts eene oplossing bij zoo'n luchtdruk +mogelijk was, namelijk door een van die onweders, welke, vergezeld +van donder, bliksem en stortregens, in Afrika op eene samenzwering +van al de elementen der natuur gelijken. Men verwachtte dat onweder, +men hoopte er op. + +Plotseling verlichtte een bliksemstraal alle gezichten met een +groenachtigen weerschijn, terwijl tegelijkertijd het geratel van den +donder, die over de vlakte rolde, aankondigde dat het concert ging +beginnen. Op dit oogenblik overviel eene plotselinge windvlaag de +zaal en doofde alle lichten uit. Daarop openden zich zonder overgang +alle sluizen des hemels en begon de zondvloed. + +"Hebt gij dadelijk na dien donderslag een klein droog geluid niet +gehoord, alsof er iets brak?" vroeg Thomas Staal, terwijl men zich +beijverde de ramen en deuren te sluiten en de waskaarsen aan te +steken. "Men zou gezegd hebben dat een glazen bol uit elkaar sprong." + +Alice's blikken richtten zich onwillekeurig naar de _Zuidster_.... + +De diamant was weg. Toch waren èn de kooi van ijzerdraad èn de +glazen stolp, die hem overdekt hadden onbeschadigd en niet van hun +plaats geweest. Het was klaarblijkelijk onmogelijk dat iemand er +aan geraakt had. Het was alsof er tooverij gebeurd was. Cyprianus, +die zich snel voorovergebogen had, bespeurde een soort grijs poeder, +dat op het kussen van blauw fluweel lag, op de plaats straks door den +diamant ingenomen. Hij kon een kreet van verrassing niet onderdrukken +en beduidde met een korten volzin, wat er voorgevallen was. + +"De _Zuidster_ is uit elkaar gesprongen!" zei hij. + +Iedereen in Grikwaland weet, dat dit eene bijzondere ziekte of beter +een gebrek is, aan de diamanten van het land eigen. Men spreekt er niet +over, omdat het hunne waarde zeer vermindert, maar het feit bestaat, +dat, tengevolge van eene tot nog toe onverklaarbare moleculaire +werking, die meest kostbare steenen uit elkander springen als waren +het eenvoudige voetzoekers. In dat geval blijft er niets anders van +over dan een weinig stof, dat hoogstens bij industrieële bewerkingen +gebezigd kan worden. De jeugdige ingenieur had veel meer het brein +vervuld met het beschouwen van den wetenschappelijken kant van het +ongeluk, dan wel dat hij acht gaf op het overgroot verlies dat hem +dit berokkende. + +"Wat zonderling is," zei hij te midden van de algemeene verbazing, +"dat is, niet dat de steen uit elkander gesprongen is, maar dat hij +tot heden daarmede gewacht heeft; dat is merkwaardig. Gewoonlijk +gebeurt dat met die diamanten veel vroeger, meestal binnen de tien +dagen nadat zij geslepen zijn. Is dat niet zoo, mijnheer Vandergaart?" + +"Volmaakt juist," antwoordde de oude diamantslijper met een zucht, +"en dit is de eerste maal in mijn leven, dat een diamant uit elkander +springt, nadat hij drie maanden geslepen is. Kom.... het was door +hooger macht besloten, dat de _Zuidster_ niemand zou toebehooren. En +als ik bedenk, dat een dun laagje vet dat ongeluk voorkomen zou +hebben, dan...." + +"Waarlijk," riep Cyprianus uit met de voldoening van iemand, die +eindelijk een moeilijk raadsel opgelost ziet. "In dat geval wordt +alles verklaard. De breekbare ster heeft voorzeker aan den krop van +Dada de beschermende laag vet ontleend en die heeft haar tot heden +bewaard. Waarlijk, zij had beter gedaan met vier maanden vroeger +uit elkander te springen, dat zou ons het reisje door de Transvaal +uitgespaard hebben!" + +Men lette thans op John Watkins, die zich ongeduldig in zijn +leuningstoel heen en weer bewoog. + +"Hoe kunt gij zoo'n ramp zoo licht opnemen?" zei hij eindelijk, +terwijl hij rood van verontwaardiging was. "Gij zit daar allen over +die vijftig millioenen, die in rook verdwenen zijn, te wauwelen, +alsof het eene eenvoudige cigarette gold." + +"Dat bewijst u, dat wij wijsgeeren zijn," antwoordde +Cyprianus. "Waarachtig, het is nu wel tijd om de wijsbegeerte te +beoefenen, nu wij niet anders kunnen." + +"Wijsgeer zooveel ge wilt!" pruttelde de Engelschman, "maar vijftig +millioenen zijn vijftig millioenen en die vindt men niet onder den +hoef van een paard!.... Kijk, Jacobus, gij hebt mij heden waarlijk +een grooten dienst bewezen, zonder het evenwel te weten. Ik geloof, +dat ook ik uit elkander zou gesprongen zijn als een kastanje in de +heete asch, wanneer de _Zuidster_ mijn eigendom ware gebleven!".... + +"Om het even," viel Cyprianus hem in de rede, terwijl hij daarbij +met een liefdevollen blik het frissche gelaat van miss Watkins, die +naast hem zat, aankeek, "ik heb heden avond een zoo kostbaren diamant +veroverd, dat het verlies van elken andere mij geheel onverschillig +laat en mij niet kan deren!" + +Zoo eindigde plotseling, als eene verwisseling van dekoratief op een +tooneel, het veel bewogen maar korte bestaan van den grootsten geslepen +diamant, die ooit op de wereld aanwezig was. Een zoodanig einde bracht, +zooals men wel begrijpen kan, niet weinig het zijne er toe bij, om +de bijgeloovige meeningen, die op zijne rekening in omloop waren, +te bevestigen en te bestendigen. Meer dan ooit waren èn de Kaffers, +èn de mijnwerkers van meening, dat zulke groote diamanten slechts +ongeluk aanbrengen. + +Jakobus Vandergaart, die hem geslepen had, en Cyprianus, die het plan +gevormd had om hem aan het museum van de Mijnschool aan te bieden, +ondervonden meer spijt over dat onverwachte verdwijnen van den steen, +als zij wel wilden bekennen. Maar in weerwil daarvan bleef de wereld +toch hare baan ongestoord vervolgen en niemand kan verklaren, dat +zij bij het verdwijnen van de _Zuidster_ veel verloren heeft. + +Alle die gebeurtenissen, die opeenvolging van pijnlijke aandoeningen, +het verlies van zijn vermogen, gevolgd door het verlies van de +_Zuidster_, misten hunne uitwerking op John Watkins niet. Zijne +gezondheid was zeer ondermijnd. Hij werd bedlegerig, kwijnde gedurende +eenige dagen en ging als eene kaars uit. Noch de zorgen vol toewijding +zijner dochter, noch die van Cyprianus, noch de mannelijke vermaningen +van Jakobus Vandergaart konden baten. De oude Engelschman voelde +zich getroffen in zijn hoogmoed, in zijne eigenaars-voorliefde, +in zijne zelfzucht, in alle zijne gewoonten. Neen, hij gevoelde dat +hij verloren was. Op een avond trok hij Alice en Cyprianus tot zich, +legde hunne handen in elkander en blies zonder een woord te spreken, +den laatsten adem uit. Hij had zijne geliefde _Zuidster_ geen veertien +dagen overleefd. + +Weinige weken later werd het huwelijk van Cyprianus Méré met Alice +Watkins op de meest eenvoudige wijze voltrokken. Alice was thans de +echtgenoote van Cyprianus!.... Wat kon zij, wat kon hij meer verlangen? + +Maar al was het vermogen van John Watkins verdwenen, toch was de +ingenieur rijker dan zijne jonge vrouw kon vooronderstellen, rijker +dan hij zelf wist. Tengevolge van de vondst van de _Zuidster_ was +zijn claim toch buitengewoon in waarde gestegen. Gedurende zijne +reis naar de Transvaal had Thomas Staal de ontginning voortgezet en +daarbij veel geluk gehad. De aanbiedingen stroomden Cyprianus dan ook +toe om zijn gedeelte te verkoopen. Hij verkocht dat dan ook vóór zijn +vertrek naar Europa voor vijftigduizend gulden. + +Nu draalden Alice en Cyprianus niet meer om Grikwaland te verlaten, +teneinde naar Frankrijk terug te keeren. Zij volvoerden dat plan +evenwel niet dan nadat zij de toekomst van Li, van Bardik en van +Makatit verzekerd hadden. Jacobus Vandergaart bracht daartoe het +zijne bij. + +De oude diamantslijper had toch de Kopjes-mijn verkocht aan eene +vennootschap, die door den ex-makelaar Nathan bestuurd werd. Toen die +likwidatie afgeloopen was, vertrok hij naar Frankrijk, om bij zijne +aangenomen kinderen te leven. + +Deze vonden het geluk in hun wederzijdsch bezit. Cyprianus verwierf +evenwel, dank zij zijne werkkracht, zijne algemeen erkende verdiensten +en de waardeering, die hij van wege de geleerde wereld ondervond, +een onafhankelijk vermogen. + +Thomas Staal keerde naar Lancashire terug met een kapitaaltje van +ongeveer twee en een halve ton. Hij is daar getrouwd, neemt als een +gentleman trouw aan de vossenjacht deel en drinkt alle avonden zijn +flesch Portwijn leeg. + +Dit laatste mag niet als het fraaiste van zijn geschiedenis beschouwd +worden. + +De Vandergaart-Kopjes-mijn is nog niet uitgeput. Zij levert nog steeds +ongeveer het vijfde gedeelte van de diamanten, die van de Kaapstad +uitgevoerd worden; maar niemand heeft meer het goede of kwade gesternte +gehad,--zooals men wil,--om andermaal eene _Zuidster_ te vinden. + + +Einde. + + + + + + +AANTEEKENINGEN + +[1] De Engelsche mijl bedraagt 1609 Meters. + +[2] Een groot getal Boeren of Hollandsche landlieden, die in +Zuid-Afrika wonen, stammen af van Franschen, die ten gevolge van de +intrekking van het édict van Nantes naar Holland uitgeweken en van +daar naar de Kaapkolonie vertrokken zijn. + +[3] 4800 gulden. + +[4] 1080 gulden. + +[5] Weegt zuiver, 0,2052 gram. + +[6] Die Boer heette Jacobs. Een zekere Niekerk, Hollandsch handelaar, +die daarin die streken in gezelschap van een struisvogelen-jager, +O'Reilly genaamd, reisde, herkende in de handen der kinderen +van dien Boer een steen, waarmede zij speelden, een echten +diamant, dien hij voor weinige stuivers kocht en dien hij voor +zes-duizend-twee-honderd-vijftig gulden van de hand zette aan sir +Philip Woodehouse, Gouverneur van de Kaapkolonie. Deze steen, die +onmiddellijk geslepen naar Parijs gezonden werd, verscheen op de +Parijsche tentoonstelling op het Marsveld in 1867 gehouden. Sedert +dat tijdstip is er gemiddeld voor een jaarlijksche bedrag van twintig +millioen aan diamanten uit den bodem van Grikwaland te voorschijn +gehaald. Een zeer wetenswaardige bijzonderheid is, dat het bestaan +der diamanthoudende legeringen in dat land vroeger bekend, maar +sedert in het vergeetboek geraakt was. Er bestaan oude kaarten van +de XVe eeuw, waarop deze vermelding te lezen staat: _Here diamonds_, +hetgeen beteekent: Hier zijn diamanten te vinden. + +[7] Dit werk werd geschreven in 18.... Sedert is, zooals men weet, +heel wat verandering in dien toestand gekomen. (_De Vertaler_). + +[8] Historisch. + + + + + +End of Project Gutenberg's De Zuidster, het land der diamanten, by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZUIDSTER, HET LAND DER *** + +***** This file should be named 17580-8.txt or 17580-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/7/5/8/17580/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
