summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:51:40 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:51:40 -0700
commit1ad9bab701add48a7b808cbb835c209f48878081 (patch)
treea853a56911a78aaa400c91c206ed9c2d3396f928
initial commit of ebook 17685HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--17685-8.txt4423
-rw-r--r--17685-8.zipbin0 -> 104875 bytes
-rw-r--r--17685-h.zipbin0 -> 4813300 bytes
-rw-r--r--17685-h/17685-h.htm3624
-rw-r--r--17685-h/images/m1886-105.jpgbin0 -> 134305 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/m1886-105h.jpgbin0 -> 852767 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-105.jpgbin0 -> 138816 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-108.jpgbin0 -> 116762 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-109.jpgbin0 -> 101771 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-112.jpgbin0 -> 137620 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-113.jpgbin0 -> 110056 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-116.jpgbin0 -> 110187 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-117.jpgbin0 -> 86975 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-120.jpgbin0 -> 79777 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-193.jpgbin0 -> 117764 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-196.jpgbin0 -> 86815 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-197.jpgbin0 -> 98619 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-200.jpgbin0 -> 100876 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-201.jpgbin0 -> 81640 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-204.jpgbin0 -> 100152 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-205.jpgbin0 -> 83949 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-208.jpgbin0 -> 112536 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-289.jpgbin0 -> 120013 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-292.jpgbin0 -> 134264 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-293.jpgbin0 -> 94289 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-296.jpgbin0 -> 114546 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-297.jpgbin0 -> 91102 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-300.jpgbin0 -> 101492 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-389.jpgbin0 -> 133805 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-392.jpgbin0 -> 95777 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-393.jpgbin0 -> 141966 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-396.jpgbin0 -> 129251 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-397.jpgbin0 -> 95680 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-400.jpgbin0 -> 130331 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-401.jpgbin0 -> 101480 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-403.jpgbin0 -> 127004 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-404.jpgbin0 -> 110707 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-405.jpgbin0 -> 99923 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-408.jpgbin0 -> 122234 bytes
-rw-r--r--17685-h/images/p1886-409.jpgbin0 -> 107902 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
43 files changed, 8063 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/17685-8.txt b/17685-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..b759d50
--- /dev/null
+++ b/17685-8.txt
@@ -0,0 +1,4423 @@
+Project Gutenberg's Wandelingen door Elzas-Lotharingen, by Anonymous
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Wandelingen door Elzas-Lotharingen
+ De Aarde en haar Volken, 1886
+
+Author: Anonymous
+
+Release Date: February 6, 2006 [EBook #17685]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR ELZAS-LOTHARINGEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ WANDELINGEN DOOR ELZAS-LOTHARINGEN. [1]
+
+
+
+
+X
+
+
+"Wij keeren naar de vallei van Orbey terug. Het kleine kanton, waarvan
+La Poutroye de hoofdstad is, droeg, volgens sommige geleerden, in de
+zestiende eeuw den naam van les Quatre-Baroches, hetgeen dan zooveel
+zou moeten beteekenen als de vier parochiën. In dien tijd was Le
+Bonhomme, de vijfde gemeente van het kanton, die thans eene bevolking
+telt van elfhonderd-tachtig zielen, niet meer dan een klein gehucht,
+bestaande uit enkele huizen, rondom een hermitage gegroept. Uit
+dienzelfden tijd, namelijk uit de zestiende eeuw, dagteekent ook
+de redactie der oude costumen van de vallei van Orbey, die door een
+voormalig raadsheer in het hof van appèl te Colmar, de heer Bonvalot,
+zijn in het licht gegeven. Zoowel in burgerlijke als in strafzaken
+werd in de vallei recht gesproken door den drost van den heer van
+Ribeaupierre, wien zestien gezworenen uit de vier parochiën waren
+toegevoegd. Kwam een dier bijzitters te sterven, dan moesten de
+overgeblevenen, ingevolge de keur, naar hun beste weten drie mannen
+uit het volk aanwijzen, om een ander te kiezen ter vervanging van
+den afgestorvene. Dit was dus eene verkiezing met twee trappen en met
+beperkt stemrecht, daar de gezworenen zelven de drie personen aanwezen,
+die hun nieuwen ambtgenoot moesten benoemen. Echter had de gemeente
+het recht, om wanneer de drie aldus aangewezen kiezers haar niet
+aanstonden, er drie anderen te kiezen, waaruit dan de drost den nieuwen
+gezworene benoemde. Hij hield vier rechtzittingen in het jaar, in elke
+parochie een; ingezetenen zoowel als vreemdelingen, die een aanklacht
+indienden, waren verplicht vooruit eene zekere som als borgstelling
+te storten. Dit geld diende om de gemaakte kosten te betalen, ook al
+kwamen partijen later met elkander tot overeenstemming. Art. 15 der
+keur van Orbey bepaalde, dat wanneer iemand, die zich wanordelijk had
+gedragen, een ander beleedigingen toegevoegd of andere verkeerdheden
+gedaan, zich wilde verontschuldigen met te zeggen, dat hij dronken
+was geweest, deze verontschuldiging niet zou worden aangenomen; de
+delinquent moest het naar het kasteel van Hohenack worden gevoerd, en
+daar gedurende drie dagen en drie nachten, op water en brood gevangen
+gezet. Bij de schrikbarende toeneming der dronkenschap in onzen tijd,
+zou de kerker van het kasteel al zeer spoedig te klein blijken om
+de veroordeelden te bevatten.--In tegenstelling met het bijna overal
+gehuldigde recht van eerstgeboorte, heerschte in de vallei het gebruik
+dat het jongste kind het kasteel of het huis der ouders erfde; het
+overige van de nalatenschap, met uitzondering van het woonhuis, werd
+onder de kinderen gelijkelijk verdeeld. De jongste, die het huis
+met het daarbij behoorende erf, schuren, stallen en tuin, erfde,
+moest evenwel zijne broeders en zusters op eene of andere wijze,
+hetzij door afkoop in eens, hetzij door jaarlijksche uitkeering,
+schadeloos stellen.
+
+De ruïnen van het kasteel van Hohenach kronen nog heden een
+bergtop boven La Baroche. In de tiende eeuw behoorde dit kasteel
+aan de graven van Egisheim, later aan de graven van Ferrette en aan
+de aartshertogen van Oostenrijk, die het in 1277, met de geheele
+vallei van Orbey, aan de heeren van Ribeaupierre schonken. Een zware
+vierkante toren, van groote steenen opgetrokken, verrijst nog te midden
+eener zandsteengroeve. Andere en belangrijker groeven, die eene zeer
+harde steensoort opleveren, bevinden zich in een naburigen berg, den
+Grooten-Hohnack genoemd, in tegenstelling van den Kleinen-Hohnack
+of Hohenach, waarop weleer de feodale burcht stond. De top van
+den Grooten-Hohnack bereikt eene hoogte van negenhonderd-tachtig
+el. Volgens de overlevering, zouden de holten in de rotsen van
+dezen berg door de tooverheksen als ketels worden gebruikt, om
+haar spijzen te bereiden, wanneer zij, in het middernachtelijk uur,
+op haar bezemstelen gezeten, naar den top des bergs varen, om haar
+sabbath te vieren.
+
+La Baroche ligt op het plateau, aan den voet van de beide
+Hohnacks. Onder plateau is hier evenwel geen vlak terrein te verstaan;
+veeleer is de grond hier zeer ongelijk. De driehonderd-veertien huizen
+van de gemeente of de parochie zijn over eene vrij groote oppervlakte
+verspreid. De omtrek bestaat uit bosschen, akkers en weilanden; de
+inwoners leggen zich op den landbouw toe en zijn tegelijk wevers en
+veefokkers. De mannen zijn niet afkeerig van het stroopersbedrijf;
+de vrouwen verhuren zich dikwijls als minnen. Ook hier treft u het
+verschijnsel, dat de gezinnen talrijker zijn, naarmate de inkomsten
+beperkter zijn.
+
+Dat de romaansche gezinnen rijkelijk met kinderen zijn gezegend,
+kunnen wij dadelijk opmerken, wanneer wij even de school bezoeken, waar
+jongens en meisjes thans verplicht zijn, duitsch te leeren. Overigens
+had Bernard, de huisknecht van den pastoor, wel gelijk toen hij de
+aardige gezichtjes van de kleine meisjes in de school roemde. Hij
+verhaalt ons ook, dat zijn meester, de waardige geestelijke, al de
+leden der parochie, met inbegrip van hem, Bernard, op eene photografie
+had gebracht. Waarom? Omdat de bron, die de school en ook de pastorie
+van drinkwater moet voorzien, niet meer aan die verplichting voldoet,
+en omdat de gemeenteraad wel wat talmt met het aanbrengen der noodige
+herstellingen. Om den onderprefect te overtuigen, hoe noodig die
+voorziening is en hem te bewegen, daartoe last te geven, is de pastoor
+op den vernuftigen inval gekomen om de jongens van het dorp te laten
+photografeeren bij de waterlooze pomp, hunne ledige emmers en gieters
+toonende, die zij niet kunnen vullen.
+
+Sedert de inlijving bij Duitschland, draagt La Baroche den officiëelen
+naam van Zell, waaraan geen germaansch oor zich kan ergeren, want
+Zell is een zuiver duitsch woord. Maar de waardige pastoor van La
+Baroche--ik vergis mij, van Zell--toont ons een gezangboek, een
+meesterstuk van kalligrafie, minstens twee eeuwen oud, dat in de
+sakristie zijner kerk wordt bewaard; en volgens dat gezangboek zou
+de ware naam van de parochie niet zijn Zell, maar Zeel. Dit laatste
+woord nu is ongetwijfeld van gallischen oorsprong en beteekent
+stoel, zetel. Nog heden, wanneer ge eene boerenwoning binnentreedt,
+kunt ge den huisheer tot zijne vrouw of zijn kind hooren zeggen:
+"_Va! guouarre ein Zeel!_" ga, haal een stoel.--Vraagt ge aan lieden
+uit den omtrek den weg naar Zell, dan zetten zij groote oogen op,
+en blijven het antwoord schuldig.
+
+Tusschen Baroche en Turckheim ligt, op een voorsprong van den berg,
+de oude kapel van Onze-Lieve-Vrouwe van de drie Korenaren, (Notre Dame
+des trois Epis), vroeger slechts eene eenvoudige bedevaartsplaats,
+thans een vrij druk bezocht zomerverblijf met drie hotels. Omtrent
+den oorsprong van de heilige stede zijn verschillende legenden in
+omloop. Volgens eene daarvan zou een Jood zich met list hebben meester
+gemaakt van eene gewijde hostie en die in den grond hebben begraven op
+eene woeste plek, waar nu de kapel van Onze-Lieve-Vrouwe staat. Maar
+nauwelijks was het gruwelstuk volbracht, of een hevig onweder barstte
+los: de donder ratelde en de hemel scheen in vuur te staan. Den
+geheelen nacht doolde de Jood, in doodsangst, door het bosch rond,
+zonder den weg naar zijn huis te kunnen vinden. Toen eindelijk het
+onweer bedaarde en de zon aan de kimmen verrees, zag hij, tot zijne
+uiterste verbazing, op de plek waar hij de hostie begraven had, drie
+gouden korenairen, waarop, stralende van licht, de heilige hostie
+lag, terwijl, onder begeleiding van hemelsche muziek, eene menigte
+van bijen bezig waren een omhulsel van doorschijnende witte was te
+bouwen. Getroffen door dit wonder, zwoer de Jood zijn geloof af,
+verkocht al zijne goederen en bouwde, als boete voor zijne euveldaad,
+de kapel van Onze-Lieve-Vrouwe der drie Korenairen.
+
+Eene andere, nog meer verspreide legende luidt aldus. Een boer, die
+in het bosch gras sneed, werd op deze zelfde plek door een adder
+gebeten, en overleed aan die wonde. Aan den eikeboom, waaronder
+men zijn lijk gevonden had, werd nu, naar het vroom gebruik dier
+tijden, een Moeder-Gods-beeld geplaatst: dit geschiedde namelijk
+in 1491. Korten tijd daarna ging een boer uit Orbey langs den boom
+met het Madonnabeeld, en knielde, volgens het gebruik, neder, om
+voor de ziel van den doode te bidden. Terwijl hij vurig biddende
+nederlag, ontwaarde hij eensklaps een bovenaardsch licht, dat het
+beeld omstraalde. Straks verscheen hem, in dien glans, de Moeder Gods
+zelve in al haar majesteit, omstuwd door een koor van engelen. In
+de eene hand hield zij drie lichtende korenairen, in de andere een
+stuk ijs: daarmede te kennen gevende, dat jaren van overvloed of van
+gebrek aanstaande waren, naarmate de bewoners des lands zich zouden
+bekeeren of hun zondig leven voortzetten. De dorpeling begreep
+dat hij dit gezicht aan de omwonende bevolking kond moest doen;
+maar hetzij onachtzaamheid, hetzij vrees, hij liet het na en kocht,
+zonder iets te zeggen, op de markt van Nieder-Morschweier een zak
+koren, waarvoor hij ook gekomen was. Maar toen hij den zak op zijn
+paard wilde laden, waren alle pogingen daartoe vergeefs: de vereende
+krachten van alle mannen op de markt schoten te kort om den zak ook
+maar even op te tillen. De boer verstond de waarschuwing, en verhaalde,
+diep geroerd, zijn gezicht van dien morgen. Aanstonds kon nu de zak op
+het paard worden gelegd. De lieden van Nieder-Morschweier togen nu in
+processie, voorafgegaan door den boer uit Orbey, naar den boom met het
+Moeder-Gods-beeld, en bouwden op de plek eene kapel, waarin het beeld
+van Onze-Lieve-Vrouwe werd geplaatst. Weldra werd het heiligdom door
+bedevaartgangers bezocht, wier aantal steeds wies, naarmate de roep
+zich verspreidde van de wonderen en teekenen, door de Madonna verricht.
+
+Op vier schilderijen, in het koor der tegenwoordige kapel opgehangen,
+zijn de voornaamste episoden van dit laatste verhaal afgebeeld. Deze
+kapel staat overigens niet in verhouding tot den roem van de
+bedevaartsplaats, die nog zeer druk bezocht wordt; zij is in
+spitsbogenstijl gebouwd, maar in een tijd, toen men dien stijl niet
+meer begreep. In 1633 door de Zweden verbrand, werd de kapel weder
+herbouwd na de inlijving van den Elzas bij Frankrijk. De inwendige
+versiering lijdt aan overlading en pleit niet voor den smaak der
+ontwerpers; maar al te veel heeft men toegegeven aan den zin voor
+boerschen opschik.
+
+De Trois-Epis zijn omstreeks een uur verwijderd van den Hohnack en
+van La Baroche. In anderhalf uur kan men, langs zeer goede wegen, met
+rijtuig van het station van Turckheim, van Nieder-Morschweier en van
+Ammerschweier daarheen gaan. Na de opening der nieuwe hotels is deze
+plek een geliefkoosd zomerverblijf geworden, zoowel om de schoonheid
+van het omringende landschap, als om de gezonde, zuivere berglucht,
+te midden der dennenbosschen. Op eene hoogte van tusschen de zes- en
+zevenhonderd meter gelegen, heeft men van hier een prachtig uitzicht
+over het dal van de Fecht en de vlakte van den Elzas. De profane
+bezoekers schrikken evenwel de vrome bedevaartgangers niet af. Onlangs
+nog ontmoetten wij op onzen weg eene schaar van boerinnen, barrevoets,
+met den rozekrans in de hand, onder het opzeggen van gebeden, in
+processie opgaande naar het heiligdom, zonder zich te laten storen door
+een troep jongelieden, die er een ruw vermaak in schenen te vinden,
+het godvruchtig gezang te overstemmen door het uitbrullen van allerlei
+dronkemansliederen. Gelukkig zijn dergelijke tooneelen hier zeldzaam:
+in den regel heersenen hier rust en stilte, kalmte en vrede.
+
+
+
+Het water van de hooge vlakte der Trois-Epis vloeit ten deele naar de
+Fecht, ten deele naar de Weiss; welke laatste rivier uit het Witte- en
+uit het Zwarte-meer te voorschijn komt. Als wij den weg van Orbey naar
+Kaysersberg volgen, langs het kristalheldere water van het rivierke,
+dat zingend, murmelend, huppelend en stoeiend voorwaarts spoedt, dan
+laten wij de vallei van Freland links liggen, en houden te Alspach
+stil. Alspach was vroeger een klooster van Clarissen, dat thans tot
+papierfabriek is ingericht, en dus geheel van voorkomen en karakter
+veranderd. Wat nog van de kerk over is, wordt als historisch monument,
+met eene bijdrage van den staat, in stand gehouden: dat is echter
+niet veel meer dan een romaansch portaal uit de twaalfde eeuw, en een
+stuk van het koor. Het is niet meer mogelijk, zich eene voorstelling
+te maken van het inwendige der kerk: de overgebleven ruimte is door
+beschotten in een aantal grootere en kleinere hokken afgedeeld; het
+noordelijke zijschip is verdwenen. Hier en daar ziet men nog enkele
+fragmenten van het oude beeldhouwwerk.
+
+Met de oude muren, die werden gesloopt om ruimte te maken voor de
+moderne fabriek, verdween ook de poëzie, of bleef zij althans enkel in
+de herinnering leven. Maar immers is de herinnering zoo vaak het beste
+deel in ons leven? Ik zal u dan ook maar niet vertellen, hoe de zware
+vrachten hout, die ge onderweg tegenkomt, in het voormalige klooster
+van Alspach tot papierdeeg worden gemaakt: ik houd mij overtuigd dat
+ge daarin niet het allergeringste belang stelt. Veel liever verhaal
+ik u, in korte trekken, eene van die treffende geschiedenissen,
+zooals er zoo velen gevonden worden in den rijken schat der legenden
+van den Elzas.--Er leefde dan, in vroeger tijd, in het klooster van
+Alspach eene non, die een ridder beminde. Beiden van edelen stam,
+beiden schoon en beminnelijk, hadden de jonkvrouw en de edelknaap
+elkander, in den opgang hunner bloeiende jeugd, bij een schitterend
+feest ontmoet; en die ontmoeting had in beider hart het vuur der reine
+minne ontstoken. Zij zwoeren elkander trouw en eeuwige liefde. Daar
+weerklonk de roepstem ter kruistocht; en de jonge ridder hechtte
+zich het kruis op den schouder en trok naar het Heilige Land. Op
+haar voorvaderlijken burcht achtergelaten, wachtte zijne geliefde,
+wachtte en wachtte langen tijd op zijn terugkeer. Eindelijk, daar
+kwam de tijding, dat hij in den krijg tegen de ongeloovigen gevallen
+was. De jonkvrouw, nu haar zoetste hoop vervlogen was, zeide der wereld
+vaarwel, en nam den sluier aan bij de Clarissen van Alspach.--Maar zie,
+kort nadat zij de onherroepelijke gelofte had afgelegd, daar keerde
+de ridder terug: zijne wonden hadden hem langen tijd aan het ziekbed
+gekluisterd: nu stond hij daar, een krijgsheld Christi, geëerd en met
+roem omstraald. Doch wat baatte hem dat alles, nu zij, aan wie zijn
+hart behoorde, voor altijd voor hem verloren was! In sprakelooze
+smart verzonken, trad hij de kloosterkerk binnen, en herkende de
+stem zijner zielsbeminde, die met de Clarissen in het koor de heilige
+liederen zong. Toen kon hij zich niet langer bedwingen: een snijdende
+wanhoopskreet weerklonk door de kerk en deed het gezang verstommen:
+ook de jonkvrouw had haar minnaar herkend.... Maar hij waggelde de
+kerk uit: hij legde zwaard en wapenrusting neder, hulde zich in de
+grove pij des kluizenaars, en bouwde zich eene kluize in de vallei van
+Sint-Jan, van waar hij het uitzicht had op het klooster. En wanneer het
+zilveren kloosterklokje opriep ten gebede, dan boog ook hij de knieën,
+en mengde zijne gebeden met die der zusteren, zich verheugende in
+de gedachte dat althans hun beider zielen elkander ontmoetten in het
+gebed, in afwachting dat zij eenmaal elkaar zouden wederzien in het
+zalig paradijs. Zoo leefden beiden voort, jaren en jaren achtereen,
+tot eindelijk, op den vijftigsten verjaardag van zijn terugkeer
+uit het Heilige-Land, voor beiden, den ridder en de jonkvrouw, ter
+eigener stonde de ure der verlossing sloeg. Zij stierven op hetzelfde
+oogenblik en werden naast elkander ter ruste gelegd.
+
+
+
+
+XI
+
+
+Het slaat tien uren als wij onzen intocht houden in Kaysersberg. De
+oude toren van Barbarossa verheft zich in de lucht boven de
+ouderwetsche puntgevels van de oude keizerlijke stad. De eene zijde
+van den toren is in schaduw; de andere wordt verlicht door het bleeke
+schijnsel der maan in haar laatste kwartier. Beneden ons hooren wij,
+te midden der plechtige stilte, het murmelend ruischen van de Weiss,
+die, even als wij, van Alspach komt. Er is niemand meer op straat te
+zien. Slechts nu en dan, met groote tusschenruimten, hangen enkele
+berookte lantarens aan dwars over de straat gespannen ijzerdraden,
+en zenden haar flauwe stralen in duistere hoeken. Waarom ook zou
+het gemeentebestuur geld uitgeven voor eene betere verlichting; gaan
+niet de meeste menschen hier met de kippen op stok, zonder zelfs de
+waarschuwing van den nachtwaker af te wachten? Daar komt hij ginds
+juist den hoek om, de eerwaardige nachtwaker, met zijn hellebaard
+in de rechter- en zijne doffe lantaren in de linkerhand. Daar heft
+hij, met min of meer schorre stem, zijn lied aan, in het eigenaardig
+lokaal dialekt:
+
+
+ Horihà wass ich eich well saïa:
+ D'glock het zeni g'schlaïa.
+ Hann sori zeu Fir un Liecht;
+ Dass i Gott un Maria b'hiet! [2]
+
+
+Daar er behalve ons niemand op straat was, kon ik aan de verzoeking
+geen weerstand bieden, om, op eenigen afstand achter hem, met luider
+stemme zijn lied te herhalen: al moet ik toegeven dat dit weinig
+strookte met mijne waardigheid als volksvertegenwoordiger. Verbaasd
+over die onverwachte echo, stond de man eensklaps stil. Zijne aarzeling
+duurt maar kort: wij zullen ondervinden dat de sergeant van de wacht
+hem met den sterken arm zal bijstaan. Het is niet voor het eerst dat
+zij met hun beiden nachtelijke zwervers hebben opgepakt, en hun geleerd
+dat het in een geordenden staat niet voegt, de vertegenwoordigers
+van de overheid in de uitoefening van hun ambt te bespotten.
+
+"Kom aan, nachtwacht, laten wij ons niet boos maken. Ga liever,
+met den sergeant van de wacht, met mij mede naar den bakker daar:
+wij zullen daar warme broodjes eten en er een glas wijn bij drinken!"
+
+De nachtwacht is een man die zijne wereld verstaat: glimlachend
+antwoordt hij dat een oud soldaat geen glas Gleisberger mag
+versmaden. Hij en de sergeant zullen gaarne van de partij zijn, zoodra
+zij hunne ronde zullen hebben gedaan, die voor dit bijzonder geval
+een weinig zal worden ingekort. Zoo gezegd, zoo gedaan. Tien minuten
+later kloppen wij aan de deur van den bakker, die zich haast voor
+de policie en haar beschermelingen den toegang tot zijne woning te
+ontsluiten. Met ons vijven bij den vroolijk brandenden oven gezeten,
+drinken wij ons glas blanken Geisberger, op de gezondheid van keizer
+Barbarossa, wiens steenen beeld de pomp versiert, en eten met smaak
+de geboterde broodjes, zoo heet uit den oven.
+
+De klapperman van Kaysersberg is iemand, die de wereld gezien
+heeft. Niemand is beter op de hoogte van de geschiedenis der goede
+stad, zoowel in het verleden als in het tegenwoordige. Eer hij zijn
+eersten rondgang begint, vertelt hij aan de kleine kinderen, die op
+zijne knieën klauteren, een sprookje van den ouden tijd, waarbij zij
+met open mond zitten te luisteren, al krijgen zij kippevel van de
+akeligheid.--En wat er zoo al 's avonds en 's nachts gebeurt:--nu,
+daar weet hij van mee te praten! Maar dat is het niet, wat ons belang
+inboezemt: wij willen de geschiedenis van Kaysersberg vernemen: en onze
+nachtwacht zal ons die geschiedenis vertellen, zoo goed als een boek.
+
+Mag hij er niet trotsch op zijn, dat zijne vaderstad al in oude
+dagen de zetel was van een rijksvoogd, legerhoofd en opperrechter
+tevens, aan wiens gezag de rijkssteden Munster en Turckheim waren
+onderworpen, zoowel als de onderdanen des keizers in de heerlijkheden
+van Hohenlandsburg en Rappolstein? De aanstelling van dien keizerlijken
+rijksvoogd was mede een gevolg van den brief, dien keizer Adolf van
+Nassau, in 1293 aan de goede burgers van Kaysersberg verleende, en
+waarbij hij hun al de rechten, vrijheden, privilegiën en keuren schonk
+van Colmar. Naar luid der overlevering, zou het kasteel, waaraan de
+stad haar eigenlijken ouden naam van Kaysersberg ontleent, gesticht
+zijn door keizer Frederik Barbarossa, tot wiens familiebezittingen
+ook de Elzas behoorde. Onze klapperman houdt natuurlijk aan de
+traditie vast, ofschoon geen enkel dokument de waarheid daarvan
+bevestigt. Het is gansch niet onwaarschijnlijk, dat reeds de Romeinen
+hier een versterkt kamp of een wachtpost hadden, want daar de oude
+romeinsche heerbaan van Mons Brisacus naar Tullum, van den Rijn dwars
+door de Vogesen, hier juist door een soort van bergpas heenliep, was
+dit punt van strategisch gewicht.--Van eene romeinsche nederzetting
+is echter niets met zekerheid bekend: daarentegen staat het vast,
+dat Kaysersberg, hetwelk toen gemeenschappelijk aan de graven van
+Horburg en de heeren van Rappolstein behoorde, in het jaar 1226,
+voor den schijnbaar zeer geringen prijs van tweehonderd-vijftig mark
+zilver, door Hendrik, roomsch-koning en zoon van keizer Frederik II,
+werd gekocht. Wölfelin, landvoogd van den Elzas, zou, naar men wil,
+het kasteel gebouwd hebben: en wel om, met het oog op de vijandige
+verhouding tusschen keizer Frederik II en den hertog van Lotharingen,
+meester te zijn van den voornaamsten weg over de Vogesen. Het nut
+van den maatregel bleek weldra: want in 1237 bood Kaysersberg een
+hardnekkigen tegenstand aan den bisschop van Straatsburg, Hendrik
+von Stahleck, die de zijde van den paus tegen den geëxcommuniceerden
+keizer gekozen had. Maar het volgende jaar maakte de hertog van
+Lotharingen zich, in naam van Innocentius III, van de stad meester,
+geholpen door een deel der bezetting, welker trouw aan den keizer
+door den pauselijken banvloek aan het wankelen was gebracht.
+
+Eenmaal tot vrije stad verheven, kon het niet uitblijven of Kaysersberg
+lokte een aantal vasallen en hoorigen uit de omliggende heerlijkheden
+binnen hare muren. Zij breidde zich gaandeweg uit, en nam in bloei en
+welvaart toe, maar toonde zich ook dankbaar jegens keizer en rijk,
+aan wier bescherming zij zoo veel verschuldigd was. Steeds zond zij
+getrouw hare gewapenden in het veld, naast die van Straatsburg en
+Colmar, wanneer het er op aankwam, den overmoed en de rooverijen van
+de landgraven te beteugelen, den rijksvrede te handhaven of den keizer
+tegen zijne vijanden te steunen. De leden van den voornaamsten adel,
+de Beyers, de Landsbergs, de Rathsamhausen, de Hattstadts, de Erbachs,
+de Rappolsteins, de Schwendi's, de Furstenbergs, vervulden het ambt
+van rijksvoogd van Kaysersberg, dat somwijlen vereenigd was met dat
+van landvoogd van den Elzas. Na zijn terugkeer uit Italië, vertoefde
+Karel IV de geheele Meimaand van het jaar 1351 in het kasteel, en
+riep daar de afgevaardigden bijeen der steden van den Elzas. In 1374
+schonk diezelfde keizer aan de stad het toen zoo begeerde recht, om
+den Joden te vergunnen, tegen betaling, binnen hare muren verblijf
+te houden. De keizers Sigismund, Frederik III en Karel V begiftigden
+de stad met nieuwe privilegiën. De laatste vergrooting greep plaats
+onder de regeering van Sigismund, die haar vergunde, haar muren en
+wallen naar den kant van Kientzheim uit te zetten, en tevens aan
+Kientzheim verbood, die uitbreiding op eenige wijze te belemmeren. De
+rijksvoogden, die meermalen elders resideerden, ontvingen steeds bij
+de aanvaarding van hun ambt, den eed van trouw en gehoorzaamheid van de
+burgers, waar tegenover zij zich verbonden, om de stad bij hare rechten
+en vrijheden te bewaren. Het contingent van Kaysersberg onderscheidde
+zich vooral in den oorlog, dien de steden van den Elzas tegen Karel
+den Stoute voerden, met name in Zwitserland en bij het beleg van Nancy.
+
+Mogen wij onzen klepperman gelooven, dan heeft geene enkele stad in
+den Elzas ooit soldaten geleverd, of zal ooit soldaten leveren, die in
+dapperheid en onversaagdheid met de wijngaardeniers van Kayserbergs
+heuvelen zijn te vergelijken. Nu, terwijl wij bezig zijn, ons aan
+dien wijn te goed te doen, zou het niet beleefd zijn, onzen braven
+nachtwaker tegen te spreken. Maar wat die buitengewone dapperheid
+zijner voorvaderen aangaat: hij kan toch niet loochenen dat de poorters
+van Kaysersberg de zwakheid of de dwaasheid hebben gehad, te zwichten
+voor de eischen der oproerige boeren en hun een contingent te leveren,
+dat in het bloedige gevecht bij Scherweiler, den tienden Mei 1525,
+voor het grootste gedeelte in de pan werd gehakt. Had Kaysersberg
+bij die gelegenheid de zaak van keizer en rijk, dat wil zeggen,
+hare eigene zaak, lafhartig verraden, het is niet meer dan billijk
+te erkennen, dat de burgers zich overigens, tijdens de hervorming,
+kenmerkten door hunne onwankelbare trouw aan de katholieke Kerk. Toen,
+in 1523, de pastoor de luthersche leer in de kerk begon te verkondigen,
+werd hij door zijne parochianen letterlijk dood geslagen. Korten tijd
+daarna verdreven een troep vrouwen, met zeissen gewapend, een aantal
+aanhangers van Luther, die van naburige plaatsen naar Kaysersberg
+wilden trekken, om hun geloofsgenooten te hulp te komen. Johan
+Geiler, de beroemde kanselredenaar, die tot aan zijn dood in 1510,
+in de kathedraal van Straatsburg predikte, en wiens leerredenen,
+vol vuur en oorspronkelijkheid, eene eerste plaats innemen onder de
+uitnemendste proeven der toenmalige kanselwelsprekendheid, ontving
+te Kaysersberg zijne opleiding.
+
+Gedurende den dertigjarigen oorlog, viel Kaysersberg, ondanks
+zijn sterk kasteel en zijne zware muren, in handen der Zweden,
+zoo als trouwens ook met Ammerschweier en Turckheim het geval
+was. Eenige jaren later werd de stad, bijna zonder slag of stoot,
+genomen door eene afdeeling van het fransche leger onder de bevelen
+van den maarschalk de La Force. Een deel van de fransche troepen
+nam zijn intrek in den toen reeds half verwoesten burcht, waaruit
+de keizerlijken, door de burgers geholpen, hen vergeefs trachtten
+te verjagen. Sedert heeft Kaysersberg geen rol in de geschiedenis
+meer gespeeld. Zij bleef aan het gezag van den koning van Frankrijk
+onderworpen, en een fransche gouverneur trad in de plaats van den
+keizerlijken rijksvoogd. Tegenwoordig is Kaysersberg gedaald tot den
+rang van eene eenvoudige districtshoofdplaats.
+
+Van welke zijde men de stad ook nadert, hetzij uit het dal, hetzij
+van den kant der vlakte, steeds trekt de oude burcht het eerst uwe
+aandacht, fier tronende op zijne rots, omgeven door de met wijngaarden
+beplante heuvelen, waarboven zijn gekanteelde toren uitsteekt. De oude
+poorten, waaronder de weg vroeger doorliep, zijn thans afgebroken;
+de muren verbrokkelen tot puin, en de grachten groeien dicht. De muur
+heeft nergens meer zijne oorspronkelijke hoogte behouden; maar nog
+verheffen zich vier of vijf, deels ronde, deels vierkante torens boven
+de wallen. Twee dezer torens bereiken eene aanzienlijke hoogte. Van
+den burcht, die door een gekanteelden muur met de stad verbonden is,
+heeft men een fraai uitzicht over den ingang der vallei en over de
+vlakte, die aan den verren gezichteinder door den Kayserstuhl en de
+bergen van het Schwarzwald wordt begrensd. Aan den uitgang der vallei
+bespeurt ge Kientzheim en Sigolsheim, in een krans van wijnbergen. De
+Weiss stroomt voor een gedeelte om de stad en voedt ook een zijkanaal,
+dat ten behoeve der molens en fabrieken is aangelegd; dit kanaal loop
+ten deele onder de huizen door. Over de rivier ligt eene steenen brug
+met twee bogen, die ter wederzijde door gekanteelde muren, bij wijze
+van leuningen, is omgeven en in het midden versierd met een kapelletje,
+waarin het beeld is geplaatst van Johannes Nepomucenus. Deze brug is
+minstens drie eeuwen oud.
+
+De toren van den ouden burcht is rond. Door de zorg van den Club
+der Vogesen heeft men van binnen een nieuwe wenteltrap aangebracht,
+die naar het door een muur omgeven plat voert. Hoewel de toren niet
+met gehouwen steenen is bekleed,--hetgeen vreemd genoeg schijnt,
+want de naburige steengroeven bieden voortreffelijk materiaal in
+overvloed,--maakt hij nog, in spijt van de verwoestingen door den
+tijd aangericht, eene fiere, krijgshaftige figuur. Hoe vast en stout
+en trotsch staat hij daar op zijn rotsheuvel, de kloeke toren van
+den ouden keizerlijken burcht. Zijne hoogte bedraagt zeventig voet;
+de hoofdingang, waarheen men langs een ladder of trap moet opklimmen,
+bevindt zich ter halver hoogte.
+
+Zoo men, ten behoeve van het verkeer, de oude poorten van Kaysersberg
+heeft moeten afbreken, zijn toch, aan de beide uiteinden van de
+hoofdstraat, de met kolommen versierde wachthuizen blijven staan. En
+niet alleen zijn er wachthuizen aan de ingangen der stad, maar er
+is nog een derde in het midden, dicht bij het stadhuis.--Hoewel de
+straten eigenlijk te nauw zijn, springen de bovenverdiepingen der
+huizen nog vooruit, waardoor het verkeer nog meer belemmerd wordt;
+gezwegen nog van de hoopen wingerdstaken en druivenmoer, die in de
+maand November de zijstraatjes geheel versperren. De oude huizen, met
+hun spitse gevels en hooge puntdaken, prijken doorgaans met allerlei
+snijwerk in hout, dat dikwijls niet van kunstwaarde ontbloot is,
+en in ieder geval aan die huizen een pittoresk voorkomen geeft. Even
+als elders in den Elzas, zoo heeft ook hier de overgangstijd uit de
+middeleeuwen naar de renaissance op Kaysersberg dien karakteristieken
+stempel gedrukt, die ons uit vele andere steden, voornamelijk in het
+midden en het zuiden van Duitschland, bekend is. De moderne witkwast,
+die alle beeldwerken en versieringen van den goeden ouden tijd op
+de gevels der huizen onder een laag kalk of pleister bedekt, draagt
+vooral niet tot verfraaiing bij en getuigt allerminst voor onzen
+smaak en kunstzin. Hij, die het pittoreske, het karakteristieke en
+eigenaardige dier oude gevelversieringen bemint, kan niet anders
+dan er zich hartelijk over verheugen, wanneer de afschuwelijke domme
+kalklaag bij geheele stukken afvalt, en alzoo op nieuw de verborgen,
+naïeve schoonheden voor den dag komen, die onverstand en eene redelooze
+mode aan het oog onttrokken hadden. Op de binnenplaats van het huis
+van den heer Bägert, burgemeester van Kaysersberg, wordt uwe aandacht
+getrokken door een put in den stijl der duitsche renaissance, met
+zeer veel smaak versierd, en voorzien van dit vierregelig versje,
+ten nutte der voorbijgangers:
+
+
+ Drinks tu Wasser in dein Kragen
+ Uber Disch, es kalt den Magen
+ Drink mässig alten, subtilen Wein,
+ Rath ich, und lass mich Wasser sein. [3]
+
+ MDCXVIII.
+
+
+Weleer was er te Kaysersberg eene kommanderije van de Duitsche orde
+en een klooster der Minderbroeders: welk laatste, tot het jaar 1433,
+in de vallei van Sint-Jan nabij Alspach stond. De parochiale kerk,
+die er van buiten vrij verwaarloosd uitziet, maakt geen gunstigen
+indruk, maar toch is zij de aandacht waard, omdat zij in haar bouw
+de sporen vertoont van de kunst uit verschillende tijdperken. Het
+romaansche portaal bestaat uit een drievoudigen rondboog, door
+kolommen gedragen: boven de deur ziet men de kroning van Maria door
+Christus. Het middelschip is in romaanschen, de beide zijschepen en
+het koor zijn in oud-gothischen stijl. Zien wij elders, naast nieuwe
+kerken, vaak oude torens, hier daarentegen is de toren nieuw. De
+bedoeling met den bouw van dien toren was alleszins loffelijk:
+men wilde het middeleeuwsche gebouw verfraaien; maar de uitkomst is
+allerbedroevendst. Die moderne toren, nu aan het eerwaardige monument
+vastgeplakt, maakt een jammerlijke figuur; het is een tusschending
+tusschen een koepel en een campanile, iets dat misschien, van suiker
+of gebak vervaardigd, op het dessert van eene bruiloftstafel geene
+onaardige vertooning zou maken.
+
+Achter het hoogaltaar ziet men een diptyk, voorstellende, aan de
+eene zijde de Kruisvinding, aan de andere Maria-Boodschap. Naar men
+zegt, zouden deze schilderijen van Holbein zijn, die eenigen tijd
+te Kientzheim heeft gewoond. Ook het moderne houtsnijwerk verdient
+de aandacht. In de zijschepen vindt men nog andere oude schilder-
+en beeldwerken, vermoedelijk uit de zestiende eeuw afkomstig, als ook
+eene voorstelling van het Heilige-Graf, in deze eeuw vervaardigd en
+zich onderscheidende door groote zuiverheid van bewerking.
+
+Bijna vlak naast de kerk staat het raadhuis of _Gemeindehaus_,
+een gebouw uit de zestiende eeuw, met een vooruitspringend balkon
+boven de deur, in den stijl der renaissance. Op de eerste verdieping
+vindt men twee zalen, waarvan de wanden en de zoldering met hout
+beschoten en met snijwerk versierd zijn; de gebeeldhouwde deuren
+zijn in gecanneleerde pilasters met dorische kapiteelen gevat. De
+paneelen tusschen de vensters zijn met hertenkoppen versierd. In een
+kast bewaart men kolossale met ijzer beslagen klompen, die, naar men
+beweert, aan een reus zouden hebben behoord. Deze legendarische reus
+was een vreemdeling, die op een winterdag van het jaar 1763 door de
+stad trok, en in de nabijheid van Alspach in de sneeuw omkwam. De
+klompen wegen twee-en-twintig pond; zij zijn groot genoeg om als wieg
+te worden gebruikt voor de laplandsche kinderen, die ik dezen zomer
+in Noorwegen heb gezien.
+
+Alvorens wij het stedeke verlieten, waren wij nog in den winkel van
+den apotheker, vlak bij het stadhuis, getuigen van een niet onaardig
+tooneeltje. De held van het drama was een kleine dreumes, die de
+bijenstallen, in den tuin onder de muren van het oude kasteel, had
+willen doorzoeken. Was het hem alleen om den honig te doen, of wilde
+hij met zijn stok tegen de nijvere insekten vechten? Wat hiervan zij:
+de bijen waren met zijne verschijning niet ingenomen. Verstoord over
+deze inmenging in haar huiselijk leven, vielen zij eendrachtig op
+den beklagenswaardigen knaap aan, en staken hem in zijn gezicht, in
+zijn ooren, zijn neus, op zijn handen. De arme jongen stond weerloos
+tegenover de menigte zijner aanvallers; hem bleef niet anders over dan,
+luid schreeuwende, zoo hard mogelijk naar huis te loopen. Nu brengt
+zijne moeder hem bij den apotheker, om een geneesmiddel te vragen
+voor zijn schrikkelijk opgezwollen gezicht. De apotheker troost den
+bedremmelden deugniet met het vooruitzicht op spoedige beterschap,
+en wij maken van de gelegenheid gebruik, om een schets van het
+schilderachtige tooneeltje te ontwerpen.
+
+Na ons bezoek te Kaysersberg, zijn Kientzheim en Ammerschweier aan de
+beurt. Ondanks kleine verschillen van plaatselijken aard, gelijken
+al deze stadjes van het elzasser wijnland zeer sterk op elkander,
+en vertoonen hetzelfde karakter. Overal ziet ge dezelfde oude muren,
+dezelfde oude grauwe, ronde of vierkante torens, dezelfde nauwe
+straten, dezelfde huizen met puntgevels, afgewisseld door enkele
+nieuwerwetsche woningen. Kientzheim ligt zoo dicht bij Kaysersberg,
+dat ge het, bij het verlaten van laatstgenoemde stad, aanstonds
+gewaar wordt. Eene wandeling van een kwartier brengt u van de eene
+plaats naar de andere. Het gemeentebestuur van Kientzheim heeft in den
+laatsten tijd eene der poorten en een stuk van den muur laten afbreken;
+maar de andere poort is blijven staan; en dat is zeer gelukkig, want
+zij past volkomen bij het kasteel van de familie Golberg, met zijn
+kanteelen en torentjes. Onwillekeurig waant ge u in de middeleeuwen
+verplaatst, en het zou u niet verbazen, onder de poort den soldenier
+te zien staan met zijn hellebaard in de vuist, om iederen vijand den
+toegang te betwisten.
+
+Op den heuvel links, boven Sigolsheim, ziet ge den witten voorgevel
+van een ander kasteel, thans bewoond door den gewezen bisschop van
+Straatsburg, Monseigneur Ræss, die zich zoo roemrijk onderscheiden en
+zoo groote aanspraak op aller dankbaarheid verworven heeft gedurende
+de treurige dagen van het beleg der stad in den nazomer van 1870. Van
+het terras van het kasteel van Sigolsheim heeft men een der schoonste
+uitzichten over de vlakte van den Elzas, waar de Fecht, wegduikende
+onder den lommer der boomen, door de groene velden slingert. De
+eerwaardige prelaat, dien wij met zijn gezegenden, krachtvollen
+ouderdom geluk wenschen, beklaagt zich alleen over de zwakheid zijner
+beenen. Nadat de bisschop, op zijn twee-en-negentigste jaar, een val
+heeft gedaan, zijn die beenen niet meer zoo vlug als vroeger.
+
+Terwijl wij een glaasje koppigen tokayer drinken, die in den tuin van
+het kasteel groeit, deelt de oude bisschop ons zijne meening mede,
+dat het welbekende Leugenveld, waar Lodewijk de Vrome door zijn leger
+verraden werd, in de nabijheid van Sigolsheim is te zoeken. Althans
+de kroniekschrijver Nithard zegt uitdrukkelijk dat het kamp van
+de zonen des Keizers in de buurt van die plaats was opgeslagen:
+_Juxtaque Sigwaldi montem castra ponunt_.--De tokayer, waarvan ik
+zoo even sprak, komt van den wijnstok, uit Hongarije overgeplant door
+Lazarus von Schwendi, den bekenden veldheer van Keizer Maximiliaan,
+die de Turken bij Tokay versloeg. In 1563 ontving Schwendi, tot
+belooning van zijne diensten, de heerlijkheid Hohenlandsberg, waartoe
+ook Kientzheim behoorde. Hij woonde in het tegenwoordige kasteel
+van Grolberg; in de kerk ziet men nog zijn grafsteen, met dien van
+zijn zoon. De ridders zijn in hoog-relief, in volle wapenrusting,
+blootshoofds, met het zwaard op zijde, de hand op hun helm en hun
+ijzeren handschoenen.--Boven de poort van Kientzheim ziet ge, in den
+steen uitgehouwen, een monsterachtigen kop, die tegen de voorbijgangers
+de tong uitsteekt. Wil hij ze uitlachen, omdat zij van den wijn des
+lands gedronken hebben?
+
+De familie van Golberg is beroemd in de magistratuur. Een harer leden,
+Philippe-Aimé, in 1786 te Colmar geboren, is een der schrijvers van
+de _Antiquités de l'Alsace_, die hij met Godfried Schweighäuser heeft
+uitgegeven. Schweighäuser was de zoon van den geleerden hellenist,
+den uitgever van Appianus, Athenæus en Polybius; hij was professor in
+de klassieke letterkunde aan de hoogeschool te Straatsburg. Philippe
+de Golberg, raadsheer in het hof van appel te Colmar, vervolgens
+procureur-generaal en lid van de Kamer van afgevaardigden, had
+Schlosser en Niebuhr vertaald, belangrijke philologische studiën
+geschreven over Tibullus, Cicero en Suetonius, en de beschrijving van
+Zwitserland geleverd voor het _Univers pittoresque_ van Didot. Het
+groote werk over de oudheden van den Elzas is eene aanvulling van
+de _Alsatia illustrata_ van Schoepflin, in 1772 uitgegeven, en een
+waardig monument van de archeologie des lands, eene bron, waaruit alle
+volgende geschiedschrijvers steeds zullen moeten putten. Schoepflin
+had vooral zijne aandacht gewijd aan de keltische en gallo-romeinsche
+oudheden; evenzoo Oberlin en Silbermann, die evenwel ook de monumenten
+uit de middeleeuwen binnen den kring hunner beschouwing begonnen
+op te nemen. Golberg en Schweighäuser verdeelden den arbeid onder
+elkander: de een bestudeerde de antiquiteiten en monumenten in het
+departement van den Boven-Rijn, de andere in het departement van den
+Beneden-Rijn. Hun gemeenschappelijken arbeid zag, in 1828, te Mulhausen
+het licht, in twee groote, prachtig geïllustreerde folio deelen.
+
+De oudheidkundige onderzoekingen en nasporingen worden in den Elzas
+nog steeds met grooten ijver voortgezet. Er heeft zich eene speciale
+commissie gevormd voor de instandhouding van de historische monumenten
+des lands; haar voorzitter, de kanunnik Straub, is belast met de
+uitgave van een tijdschrift, dat de belangstelling voor deze studie
+levendig houdt. Staats- en gemeentebesturen werken ijverig mede en
+verleenen met milde hand de noodige subsidiën, om de historische
+monumenten in stand te houden en ze, voor zooveel dat binnen
+menschelijk vermogen ligt, voor een ontijdigen ondergang te bewaren.
+
+
+
+
+XII
+
+
+De Weiss uit de vallei van Orbey ontmoet de Fecht bij de bosschen
+van het Niederwald, niet ver van het station Bennweier. Bij de
+groote brug van Ingersheim is de bedding van de Fecht in den zomer
+dikwijls droog; maar wat lager, te midden der bosschen en weiden,
+herleeft het rivierke weer. Als de bedding droog is, levert zij een
+treurigen aanblik op. Dorre kiezelbanken wijzen den loop des waters
+aan, en bereiken somwijlen eene lengte van ettelijke honderden
+ellen. Hoogstens baant zich een dunne waterstraal al kronkelend
+een moeizamen weg door de banken van kiezelsteen, die hier en daar
+bijna de hoogte der oevers bereiken. Het is alsof ge eene of andere
+wadi in de Sahara voor u zaagt, ver van bewoonde streken, aan zich
+zelve overgelaten. En inderdaad is de Fecht, na haar doorgang onder
+de fraaie steenen brug van Ingersheim, aan zich zelve overgelaten,
+want anders zou zij zoo niet, geheel naar willekeur, toomeloos en
+tuchteloos rondzwerven, groote uitgestrektheden gronds bedervende, die
+uitmuntend weiland konden opleveren, en wier verwaarloosde toestand nu
+een verwijt is voor eene zoo hoog ontwikkelde, nijvere bevolking. Wie
+deze landstreek voor de eerste maal ziet, moet aanstonds begrijpen,
+hoe dringend noodzakelijk het is, het werk der rivierverbetering in
+den Elzas ter hand te nemen en krachtig door te zetten.
+
+Toen wij eene beschrijving gaven van de reservoirs van het
+Zwarte- en van het Witte-meer, hebben wij ook gesproken van een
+plan tot regularisatie van de Ill en de tot haar gebied behoorende
+wateren. Dit plan is thans in uitvoering; dientengevolge zullen al onze
+bergstroomen, zoo onregelmatig in hun loop, nu eens droog, dan weer
+verwoestend buiten hun oevers tredende, moeten worden geregulariseerd
+en binnen eene vaste en regelmatige bedding besloten. De regularisatie
+heeft reeds plaats gehad voor een belangrijk gedeelte van de Ill,
+tusschen Horburg en Meyenheim, en zal nu nog voortgezet moeten worden
+voor al de wateren en beken, die in deze rivier uitloopen. Op de
+Fecht missen de tot dusver aangelegde werken te zeer verband en
+samenhang om elkander van dienst te kunnen zijn. Van daar dat men
+voortdurend gedwongen is, de dijken beneden Ingersheim te herstellen,
+die telkens bezwijken, als ten gevolge van hevige en aanhoudende
+regens, de sneeuw plotseling smelt. Het water wast dan met zoo
+verbazende snelheid, dat ik zelf meer dan eens heb gezien, hoe,
+in den loop van weinige uren, de zwakke, kalme waterstraal, die
+nauwelijks eenige liters kan opleveren, aanzwelt tot een geweldigen
+stroom, die eene massa water van honderd kubieke meters per sekonde
+aanvoert. Het is niet te zeggen, welke schromelijke verwoestingen zulk
+een plotselinge, overstelpende aanvoer van water veroorzaakt. Dikwijls
+genoeg werden de dorpen en vlekken langs den oever der rivieren met
+volslagen ondergang bedreigd. Te Turckheim worden nog ieder jaar,
+des zondags na Sint-Thomas, openbare godsdienstoefeningen gehouden,
+om de herinnering te bewaren aan vreeselijke overstroomingen, die het
+stadje bijna hadden vernield, en om de herhaling van dergelijke rampen
+af te bidden. Nog al te dikwijls verandert de opgezwollen rivier van
+bedding, tot groote schade voor de omliggende weilanden.
+
+Reeds in de eerste tijden na de inlijving van den Elzas bij Frankrijk,
+droeg de regeering aan hare ingenieurs de taak op, om de uitspattingen
+van de Fecht te beteugelen. Gaandeweg werden er nu langs de rivier
+dijken aangelegd; en om hetzij die dijken zelven, hetzij enkele
+bedreigde punten van den oever te verdedigen, werden in de rivier
+kribben gemaakt. Het gemeentebestuur van Colmar, vreezende voor het
+behoud van het kanaal van Logelbach, waarin de Fecht zich bij herhaling
+uitstortte, liet in 1760 een stevigen straatweg aanleggen, die tevens
+als waterkeering dienst deed, en die zich langs den rechteroever
+van de prise d'eau van het kanaal boven Turckheim, uitstrekte tot
+tegenover de steengroeven van den Letzenberg, boven Ingersheim. In
+1778 bestond er eene doorloopende bedijking, ter hoogte van drie el,
+en zich uitstrekkende van de prise d'eau van het kanaal van Logelbach
+tot de brug van Ingersheim. Maar men had, bij den aanleg dezer werken,
+aan de Fecht een te breed bed gelaten, met plotselinge versmallingen
+bij de bruggen. Het gevolg hiervan was, dat er nieuwe doorbraken
+vielen, en dat eindelijk de werken, die niet meer werden onderhouden,
+in verval geraakten. Gaan er eenige jaren zonder ongelukken voorbij,
+dan worden allicht de noodige voorzorgsmaatregelen vergeten. Komt er
+dan eindelijk weer eene groote overstrooming, die het bed der rivier
+verlegt, akkers en landerijen verwoest, en zelfs dorpen en vlekken met
+den ondergang bedreigt, dan gaat er weer een algemeene kreet op, en
+dringt men aan op het onverwijld nemen van alle mogelijke maatregelen
+om het kwaad te koeren. Het eenige afdoende middel is de normalisatie
+van de rivier en het vormen eener vaste en regelmatige bedding, in
+staat om in alle voorkomende gevallen het water af te voeren. Tot
+de verbetering behoort ook het afsnijden van bochten en krommingen,
+waardoor de loop der rivier wordt verkort; daar hierdoor echter tevens
+het verval wordt vermeerderd, moet het evenwicht worden hersteld en
+de al te snelle afstrooming getemperd door middel van stuwen. De heer
+Stoecklin, tegenwoordig inspecteur-generaal der bruggen en wegen,
+heeft voor de Fecht ook de vorming aanbevolen van een zomer- en van
+een winterbed, welk laatste voldoende ruimte moet aanbieden voor
+den afvoer bij hoog water. Dit stelsel, met den besten uitslag in
+Baden toegepast voor de riviertjes, die uit het Schwarzwald komen,
+is ook bij de verbetering van de Ill gevolgd.
+
+Het is natuurlijk hier niet de plaats om ten aanzien van deze
+aangelegenheid in nadere bijzonderheden te treden; maar ge moogt de
+schilderachtige vallei van de Fecht niet verlaten, zonder een bezoek
+te brengen aan het goed van de familie Herzog, op de helling van den
+Letzenberg. Een reuzentrap van meer dan vierhonderd treden voert
+u in eens boven op den berg. Deze trap loopt uit op een ringmuur,
+die blijkens het opschrift boven de poort, in 1850 gezet werd, om
+aan de arme werklieden werk te verschaffen. Binnen getreden, wordt
+uwe aandacht getrokken door eene witte kapel, in italiaanschen stijl,
+op een hoogte gebouwd, die door acacia's en dennen is omringd. Verder
+bespeurt ge een smaakvol chalet met sierlijke bloembedden; en overal
+langs de berghellingen wijnstokken. Op sommige plaatsen is de helling
+zoo steil, dat zelfs de wijnstok er niet wortelen kan; de naakte
+rotswanden rijzen daar loodrecht omhoog boven een uitgestrekt park
+met lommerrijk geboomte en fluweelige grasperken. Van het terras
+voor de kapel overziet de blik de geheele vlakte van den Rijn en de
+vallei van de Fecht. De kathedraal van Straatsburg, de rotsen van
+den Kaiserstuhl, de besneeuwde toppen der Alpen, rondom de Jungfrau
+geschaard, zijn bij helder weer duidelijk zichtbaar, even als het
+Munsterthal en de volkrijke dorpen in het bassin van de Ill. Dit
+verrukkelijk panorama aanschouwende, zou men geneigd zijn, de aarde
+voor een paradijs te houden en de namelooze ellende te vergeten, die
+als een looden last op haar weegt. Maar zoo ge u voor een oogenblik
+door uwe droomen laat medevoeren, de zwarte rook uit de tallooze
+schoorsteenen langs het kanaal van Logelbach, waar het wemelt van
+spinnerijen en weverijen, allen door stoom gedreven, roept u aldra
+tot de werkelijkheid terug. Deze streek is een der middelpunten van de
+elzassche katoenindustrie, die hier op groote schaal gedreven wordt,
+en aan honderden gezinnen arbeid en brood verschaft.
+
+
+
+Aan den voet van den Letzenberg, aan de oevers van de Fecht en van
+het kanaal van Logelbach, werd de slag bij Turckheim geleverd, die de
+definitieve inlijving van den Elzas bij Frankrijk ten gevolge had. In
+het jaar 1674 trok een duitsch leger, onder aanvoering van omstreeks
+twintig vorsten, het land binnen, dat bij den vrede van Munster aan
+Frankrijk was afgestaan. Den vierden October, bij Entzheim, door het
+minder talrijke leger van Turenne geslagen, betrokken de Duitschers
+de winterkwartieren, om nieuwe versterkingen af te wachten, alvorens
+den veldtocht te heropenen. Het keizerlijke leger bezette geheel den
+Boven-Elzas, van Huningen tot Obernai, van Belfort tot Landskron;
+men leefde vroolijk en lustig in de winterkwartieren, volkomen
+gerust gesteld door den geveinsden terugtocht der Franschen naar
+de andere zijde van de Vogesen. Een aantal dames maakten, in het
+gevolg van de generaals en hoofdofficieren, den veldtocht mede. De
+keurvorstin Dorothea van Brandenburg hield haar hof te Colmar,
+waar de stedelijke regeering, de aanzienlijke burgers en de gilden
+wedijverden in huldebetoon, in geestdrift en toewijding. De geheele
+adel van den Elzas hield de zijde van Duitschland, zoowel als de
+oude vrije steden. De keurvorst Frederik Willem van Brandenburg,
+die de keizerlijken te hulp was gesneld, zwoer dat hij den grond
+van den Elzas niet zou verlaten, zoo lang hij nog een enkel man
+over had, in staat om de wapenen te voeren.--Maar--zoo als het
+in het duitsche leger doorgaans ging en overal gaan moet, waar
+eenheid van gezag ontbreekt,--de verschillende legerhoofden lagen
+voortdurend met elkander overhoop, en het algemeen belang werd aan
+persoonlijke hartstochten en berekeningen opgeofferd. Wangunst,
+naijver, kinderachtige veeten deden telkens nieuwe moeielijkheden
+uitbarsten; men twistte onderling, en bekommerde zich niet om de
+bewegingen van Turenne, die, naar men zich voorstelde, in Lotharingen
+werd opgehouden door den buitengewoon strengen winter.
+
+Daar verspreidde zich eensklaps, in de laatste dagen van December,
+de tijding, dat het fransche leger, na een koenen marsch, om de bergen
+heen was getrokken en voor Belfort stond. Verrast, maar in het minst
+niet ongerust, trokken de keizerlijke veldheeren, Bournonville,
+Caprara en de keurvorst van Brandenburg, hun troepen samen bij
+Colmar. In der haast werden nu schansen en bolwerken opgeworpen langs
+het kanaal van Logelbach, tusschen Colmar en Turckheim, terwijl in de
+eerstgenoemde stad de gilden en de poorters zich wapenden om mede te
+helpen bij de verdediging. Iedereen verklaarde zich bereid, tot het
+uiterste weerstand te bieden: de magistraat, de geestelijkheid en
+het volk. Aan het hof van de keurvorstin Dorothea twijfelde niemand
+aan de overwinning; de vorstin zelve had de legerhoofden en de dames
+van het hof uitgenoodigd tot een schitterend feestmaal, dat den dag
+vóór Driekoningen zou worden gevierd.
+
+Inmiddels was Turenne reeds tot Colmar genaderd. Bij een
+voorpostengevecht had de fransche generaal, op den negen-en-twintigsten
+December, de keizerlijken genoodzaakt uit Mulhausen te wijken. Den
+derden Januari, na te Ensisheim krijgsraad te hebben gehouden, trok
+hij, langs den voet der bergen, naar Colmar. Twee dagen later, voor het
+aanbreken van den dageraad, brak het fransche leger van Pfaffenheim op,
+en trok, in drie evenwijdige kolonnes, voort, de infanterie voorop. Op
+den Letzenberg staande, ziet ge, ten zuiden, den heuvel van Egisheim,
+met de ruïnen van zijn drie torens: de troepen van Turenne trokken
+daar langs. Drie duitsche eskadrons, aan gene zijde van de beek,
+die den weg naar Belfort doorsnijdt, op den uitkijk gesteld, maakten
+rechtsom keert, toen zij de Franschen bespeurden. De twee kolonnes,
+die onder bevel van den graaf de Lorge door de vlakte marcheerden,
+hielden stil voorbij het kerkhof van Wettolsheim, en ontplooiden
+hun liniën tot tegenover Wintzenheim, de infanterie op den linker,
+de kavalerie op den rechter vleugel. Turenne zelf, die met de derde
+kolonne langs de bergen trok, had van de hoogten van Wettolsheim
+gezien, hoe de keizerlijken hunne stelling namen tusschen Colmar en
+Turckheim, achter het kanaal, waar langs hunne talrijke artillerie werd
+opgesteld. Eensklaps links afslaande, marcheerde Turenne, met veertien
+bataillons infanterie, eenige eskadrons gendarmes en lichte kavalerie,
+benevens vier kanonnen, over de steile, smalle paden der wijnbergen;
+trok vervolgens langs de hellingen van den boschrijken heuvel, waarop
+de ruïne troont van den Hohlandsburg, die reeds in den dertigjarigen
+oorlog verwoest was; en daalde, ondanks de sneeuw, die den weg
+versperde, achter den Plixburg, in het dal van de Fecht af. Tegenover
+Zimmerbach trok hij over de rivier; en weldra vertoonden de fransche
+soldaten zich op de beide oevers nabij Turckheim, tot groote verbazing
+der vijanden. In een oogwenk werd de stadspoort door de dragonders
+open gebroken. De luitenant van Turenne, Foucault, viel, doodelijk
+getroffen, op de brug neder; maar een ander officier, Tilladet,
+bezette de stad met eenige honderden musketiers en grenadiers. Drie
+regimenten infanterie bezetten de heuvels en wijnbergen boven de stad,
+onder bevel van den markies de Mouchy. De lichte kavalerie plaatste
+zich aan den ingang van den weg naar Turckheim; andere afdeelingen
+bezetten het kerkhof en den molen aan gene zijde van het kanaal van
+Logelbach. De met beleid en spoed uitgevoerde beweging was volkomen
+gelukt: Turenne tastte den vijand in de flank aan.
+
+Een verwoed gevecht volgde: het kerkhof en de molen werden driemaal
+genomen en hernomen. De markies de Mouchy sneuvelde, en het paard
+van Turenne werd onder hem doodgeschoten. De duitsche artillerie
+teisterde de Franschen, die, ten gevolge van den moeilijken
+tocht over de wijnbergen, hunne kanonnen nog niet hadden kunnen
+opstellen. Inmiddels spoedde de korte Januaridag naar den avond:
+er moest een einde aan komen. Zonder op de overmacht der vijanden
+te letten, liet Turenne nu zijne soldaten, in gesloten gelederen,
+onder het slaan der trommels en het schetteren der trompetten,
+ondanks het geweldig vuur der duitsche kanonnen, naar de bevrozen
+rivier oprukken. Men trok over de rivier en viel op den vijand aan,
+die wankelde, week en weldra in wanorde terugtrok.
+
+Nu stormden de fransche soldaten den vluchtenden vijand na; maar
+Turenne, die wist dat de keizerlijken nog de overmacht hadden en
+de mogelijkheid van een vernieuwden aanval vreesde, riep zijne
+troepen terug. De voorzorgsmaatregel bleek onnoodig: de verwarring
+bij de keizerlijken was zoo groot en de verstandhouding tusschen de
+legeraanvoerders zoo slecht, dat aan een hervatting van den strijd
+niet werd gedacht. De aftocht ging weldra in volslagen vlucht
+over. Bournonville, de keurvorst van Brandenburg, de keurvorstin
+Dorothea maakten zich met alle anderen zoo haastig mogelijk uit
+de voeten. Van het aangekondigde feest kwam niets: in plaats van
+feestzangen hoorde men het gekerm der gewonden en de doodskreten der
+stervenden, uitgestrekt op den hard bevroren grond der weilanden
+langs de Fecht. De straten van Colmar weergalmden van het rumoer
+der vluchtende soldaten, van het geratel der haastig aangespannen
+kanonnen en ammunitiewagens. Doodelijke schrik vervulde de harten
+der burgers, die gemeene zaak hadden gemaakt met de keizerlijken, en
+nu de wraak van den overwinnaar vreesden. Turenne kwam den volgenden
+morgen in de stad, en nam zijn intrek in de herberg _Zum Schwarzen
+Berg_; hij liet de inwoners met rust en strafte hen niet voor hunne
+vijandelijke houding. De keizerlijken trokken over den Rijn terug,
+en de Elzas was voor Duitschland verloren.
+
+Den veertienden Januari bracht de secretaris van den raad van
+Straatsburg aan Turenne brieven van de regeering dier stad, waarbij
+een beroep werd gedaan op de edelmoedigheid van den overwinnaar. De
+burgerij van Straatsburg was woedend tegen de keizerlijke generaals,
+die zich aan gene zijde van den Rijn hadden teruggetrokken en het
+land ten prooi lieten aan den vijand. De troepen, die door hunne stad
+trokken, werden door het gemeen uitgejouwd en beleedigd.
+
+De inlijving van de hoofdstad van den Elzas was nu nog slechts
+eene kwestie van tijd. Zij had, in vollen vrede, bij verdrag
+plaats: den dertigsten September 1681 hield Lodewijk XIV zijn
+intocht in Straatsburg, dat bij den vrede van Rijswijk, in 1697,
+aan Frankrijk werd afgestaan. Voor immer, zoo luidde de formule
+in het vredestraktaat. Evenzoo werd, bij den vrede van Frankfort,
+in 1871, de Elzas weder door Frankrijk aan Duitschland afgestaan,
+om voor immer met het nieuw herboren Duitsche rijk vereenigd te
+blijven.--De geschiedenis heeft overvloedig geleerd, dat de eeuwigheid
+der traktaten van zeer korten duur kan zijn; in onzen tijd vooral
+zijn zij ter nauwernood het papier waard, waarop zij geschreven
+zijn. Niemand acht zich door het bezworen verdrag, het plechtig
+gegeven woord, inderdaad verbonden; zoodra de partij, die bij het
+verdrag werd benadeeld, haar kans schoon ziet, verbreekt zij het,
+waartoe altijd een voorwendsel is te vinden, en doet op nieuw een
+beroep op de wapenen. Het besef van de onbetrouwbaarheid der traktaten,
+van de bijna volkomen vernietiging van het rechtsgevoel, is zeker niet
+de minste oorzaak van het vreeselijke feit, dat de staten van Europa,
+ook in vollen vrede, tot de tanden gewapend tegenover elkander staan,
+als roovers steeds loerende op elkanders bezit en geene veiligheid
+kennende dan die door vrees voor de overmacht wordt afgedwongen.
+
+
+
+Ik sprak zoo even van de katoenindustrie, die langs het kanaal van
+Logelbach een harer hoofdzetels in den Elzas heeft. Ik zal u niet
+uitnoodigen, een dier fabrieken, spinnerijen, weverijen, verwerijen
+of hoe ze meer heeten mogen, te bezoeken; maar ik mag niet verzwijgen
+wat den eigenaars dier groote industrieele inrichtingen--waaronder
+aan de familie Herzog eene eerste plaats toekomt--tot eer strekt:
+namelijk hetgeen zij in het belang hunner talrijke werklieden
+hebben gedaan. Allerlei inrichtingen zijn, op aansporing en met
+ijverige medewerking en ondersteuning van de patroons, in het
+leven geroepen. Vereenigingen tot ondersteuning van behoeftige
+kraamvrouwen, kinderbewaarplaatsen, speeltuinen, scholen voor kinderen
+en volwassenen, ambachtsscholen, volksbibliotheken, huizen voor jonge
+meisjes, weeshuizen, ziekenfondsen, coöperatieve winkelvereenigingen,
+spaarbanken, arbeiderswijken:--ziedaar de instellingen, die, onder
+verschillende namen, overal in den Elzas en ook hier, medewerken tot
+verbetering van het lot der fabriekarbeiders en tot hunne moreele en
+materieele verheffing.
+
+In de onmiddellijke nabijheid van Colmar vinden wij de arbeiderswijk,
+de _cité ouvrière_, behoorende tot de katoenspinnerij Bagatelle. De
+naar één model gebouwde woningen hebben eene beneden- en eene
+bovenverdieping, een kelder en een zolder, benevens twee deuren,
+waarvan de eene op straat en de andere op het binnenplein van de wijk
+uitkomt; tot het huis behoort ook een kleine plaats met schuur. De
+ramen van den voorgevel zijn breed, ten einde gelegenheid te geven voor
+het houden van winkeltjes of voor het maken van kleine werkplaatsen. De
+huizen van de middengroep ontvangen hun licht alleen aan de voorzijde;
+daarentegen hebben zij op de bovenverdieping een soort van houten
+veranda. De benedenverdieping bevat eene zit- en eene slaapkamer,
+benevens eene keuken; op de bovenverdieping vindt men twee vertrekken,
+waarvan het grootste door een beschot in tweeën kan worden verdeeld.
+
+De bedoeling met de stichting van deze wijk was niet alleen om den
+arbeiders voor matigen prijs eene goede woning te bezorgen, maar
+ook om hen aan te moedigen tot spaarzaamheid: tegen eene geringe
+vergoeding boven de gewone huur, konden zij na verloop van zekeren
+tijd, eigenaar hunner woning worden. Dit doel is echter te Colmar niet
+dan bij uitzondering bereikt. Over het algemeen weten de arbeiders
+niet voor zoo langen tijd te sparen en voor de toekomst te zorgen;
+daar komt nog bij dat de meeste werklieden in de fabrieken van
+Logelbach in de omliggende dorpen wonen, waar zij in den regel hetzij
+een huisje, hetzij een stukje grond, hetzij eene koe of eenige geiten
+bezitten. Bijna iedereen is eigenaar, daardoor gehecht aan den grond,
+en tevens van nature en krachtens zijn eigen belang, een verdediger
+der maatschappelijke orde.
+
+Is dit een niet te hoog te waardeeren voorrecht, niet minder uitmuntend
+is het dat in al de tot de fabrieken behoorende scholen zeer goed
+onderwijs gegeven wordt. Een dezer scholen, tot Bagatelle behoorende,
+grenst aan het kosthuis waar de ongehuwde werklieden hun intrek kunnen
+nemen. Mevrouw Herzog, die dit huis heeft gesticht, neemt daarin ook de
+kranken op, die in hunne woning geene goede verpleging kunnen vinden;
+de verzorging der zieken is aan zusters van liefdadigheid, alzoo aan de
+beste handen, toevertrouwd. Elken morgen komt mevrouw Herzog, met een
+harer kinderen aan de hand, zelve hare zieken bezoeken, om hun woorden
+van troost en bemoediging toe te spreken, of, in ernstige gevallen, den
+geneesheer te raadplegen. Hulde, eerbiedige hulde aan de edele vrouw,
+wier voorbeeld meer nut sticht dan vele predikatiën en vertoogen,
+en die door hare eenvoudige daad krachtiger medewerkt tot oplossing
+van wat men de sociale kwestie noemt, dan alle staathuishoudkundigen
+te zamen met al hun theorieën en stelsels.
+
+
+
+
+XIII
+
+
+Colmar is eene open stad, met eene schilderachtige, schoone ligging,
+halverwege tusschen Basel en Straatsburg, aan de oevers van de Ill,
+en met een mooi uitzicht op de Vogesen. Om haar oude monumenten,
+haar historische herinneringen, haar fraaie wandelingen, verdient
+zij wel dat de reiziger hier ophoude, waar ik hem durf verzekeren
+dat hij eenige aangename dagen slijten kan. In de vorige eeuw
+had het hoogste regeeringscollege van den Elzas hier zijn zetel,
+en ook na de inlijving bij het Duitsche rijk heeft Colmar het
+hooggerechtshof van het nieuwe rijksland behouden. Met haar bevolking
+van zes-en-twintigduizend-tweehonderd inwoners, waaronder een aantal
+magistraatspersonen en rechterlijke ambtenaren, is Colmar juist zulk
+een rustig, kalm, gezellig stedeke, als men zich ten verblijve zou
+kunnen wenschen. Een deel der bevolking leeft van den landbouw; de
+meer rumoerige fabriekarbeiders wonen bijna allen in de voorsteden en
+langs het kanaal van Logelbach: de stad zelve bleef tot dusver van de
+plaag der fabrieken verschoond. Haar ligging aan het spoorwegnet, die
+haar in rechtstreeksche verbinding brengt met Zwitserland en Frankrijk
+en ook met het Schwarzwald, aan de overzijde van den Rijn, heeft op
+de ontwikkeling van haar handel en nijverheid zeer gunstig gewerkt.
+
+Maar deze ontwikkeling heeft ook tengevolge gehad, dat Colmar zich
+beklemd begon te gevoelen in haar gordel van oude muren, en dat zij
+dien muur stuk voor stuk is gaan afbreken, om zich ruimte te maken
+en versche lucht te scheppen. Gaandeweg ondergaat de stad eene
+herschepping. In plaats van de drie oude poorten, waarop weleer
+de wegen naar Basel, Breisach en Rufach uitliepen, ziet ge overal
+nieuwe straten, die u naar buiten voeren. De huizen, waarvan de
+bovenverdiepingen soms zoo schilderachtig in de straat plachten uit
+te steken, trekken zich terug en zwichten voor de onverbiddelijke
+rooilijn. De sloopingskoorts dreigt ook de overgebleven gedeelte van de
+oude wallen, zonder eenige noodzaak, omver te halen; zelfs de boomen
+dier wallen loopen ernstig gevaar. De verfoeilijke speculatiewoede,
+voor wie niets heilig of eerbiedwaardig is, die zelfs met euvele hand
+in schandelijken overmoed Rome vernielt en schendt, is ook tot hier
+doorgedrongen. Men zegt, dat al deze veranderingen en verbouwingen
+in het belang der hygiëne zijn: de hygiëne speelt in deze onze dagen
+eene zeer gewichtige rol en in haren naam worden vele onzinnigheden,
+vele gruwelen zelfs gepleegd; ik weet niet, of zij ook inderdaad bij
+deze gedaanteverwisseling van Colmar is betrokken. Maar zooveel is
+ontwijfelbaar zeker, dat het pittoreske, dat de esthetica er zeer
+onder lijdt. Als de laatste gracht zal zijn gedempt met het puin van
+den laatsten muur; als alle toegangen naar de stad in breede, vlakke,
+rechte wegen zullen zijn herschapen; als alle huizen zooveel mogelijk
+naar hetzelfde model zullen zijn gebouwd en alle straten met de liniaal
+getrokken:--dan zal Colmar misschien, onder sommige opzichten, iets
+gewonnen hebben en beantwoorden aan de eischen eener moderne stad,
+maar dan zal het ook even eentonig, even karakterloos zijn, dan zal het
+alle oorspronkelijkheid, alle individualiteit hebben ingeboet, volmaakt
+onbeduidend zijn, plat, vulgair en vervelend in de hoogste mate.
+
+Maar--wat de toekomst moge brengen--thans is het, Goddank! nog zoover
+niet. Laat ons hopen, dat eene verstandige regeering een middel zal
+weten te vinden om aan de eischen en behoeften van den nieuwen tijd
+te voldoen, zonder te kort te komen in den eerbied, aan de monumenten
+van vroeger eeuw verschuldigd. Ondanks de pogingen van haar sloopers
+en verwoesters, biedt de goede stad Colmar nog genoeg merkwaardigs,
+om een belangstellend bezoeker te boeien. Wie met den spoorweg of langs
+den weg van Logelbach in de stad komt, wordt aanstonds getroffen door
+de prachtige boomgroepen, perken en standbeelden van het zoogenoemde
+Marsfeld, dat vroeger een deel uitmaakte van den stadswal en zijn
+krijgshaftigen naam ontleent aan de omstandigheid dat hier vroeger
+de militairen exerceerden. Op het midden van het plein prijkt het
+standbeeld van generaal Rapp. Een ander standbeeld, dat van admiraal
+Bruat, verrijst midden in de groote allée, die van het plein naar het
+Gouvernementshuis voert, een statig indrukwekkend gebouw, dat menig
+vorstelijk paleis in de schaduw stelt. In de Meimaand verspreiden de
+oude linden van het Marsfeld een verkwikkelijken lommer en vermengen
+den zoeten geur van hun bloesems met het doordringend parfum der
+bloeiende jasmijnen. Hoe vele uren heb ik, als gymnasiast, daar
+met mijne kameraden van buiten doorgebracht, aan den voet van het
+standbeeld van Bruat allerlei plannen besprekende van verre reizen,
+aan gene zijde van den oceaan. Wij kwamen daar samen op het etensuur,
+en gaven er ons middagmaal aan, tevreden met een stuk droog brood,
+waardoor wij vier stuivers uitspaarden: welke stuivers dan werden
+gebruikt voor het aankoopen van reisverhalen.
+
+Iederen morgen en iederen avond gingen wij te voet van Colmar naar
+Turckheim, met onzen tasch op den rug, onverschillig voor koude of
+warmte, regen of zonneschijn. Waar zijn die vroolijke gelukkige dagen,
+zoo vol zoete illusiën, gebleven!
+
+Aan het Marsfeld grenzen de met linden en kastanjes beplante wallen,
+die de stad omringen en door den muur worden omzoomd. Feitelijk vindt
+men die boomen nog slechts tusschen de Rufacher- en de Baselerpoort,
+of, om juister te spreken, tusschen de plaatsen waar die poorten
+hebben gestaan. Want alle oude poorten zijn verdwenen. Vroeger waren
+die poorten groote, zware, vierkante torens, gelijk aan die, welke
+nog te Turckheim in stand zijn gebleven. Bij de uitlegging van den
+muur werden die oude poorten afgebroken; in het begin van deze eeuw
+werden zij vervangen door ijzeren hekken, waarvan het laatste thans
+terecht is gekomen voor den ingang van het ziekenhuis. Aan alle
+kanten breidt de stad zich tegenwoordig buiten de oude wallen uit;
+het nieuwe aristokratische kwartier, met zijn door tuinen omgeven
+villa's, ligt achter, het Gouvernementsgebouw, langs den weg naar
+Rufach. De oude muur, die in 1682 werd gebouwd, ter vervanging van
+de in 1673 gesloopte vestingwerken, is nog hier en daar staande
+gebleven, met name langs de Lauch; en die oude vervallen brokken
+maken een zeer schilderachtig effekt. Aardig en karakteristiek bij
+uitnemendheid is het gezicht, waar de Lauch--eene beek, die in de Ill
+uitloopt--de stad binnentreedt en bij de Vischmarkt een der takken
+van het kanaal van Logelbach ontmoet. Gij zoudt u bijna in Venetië
+verplaatst kunnen wanen: de huizen met hunne hooge spitse daken
+rijzen rechtstreeks uit het water op, afgewisseld door kleine smalle
+tuintjes, waar de vruchtboomen buigen onder den overvloedigen oogst en
+de wingerd zijne ranken uitspreidt langs de grauwe muren. Hoog geladen
+groenteschuiten glijden langzaam door het water; onder het boomen
+wisselen de schuitevoerders een groet met de vrouwen en meisjes, die
+langs den kant haar goed spoelen. Het water ziet er uit als chocolade
+en schijnt, ondanks den snellen stroom, dik en drabbig.
+
+De voornaamste straten van Colmar, breed genoeg voor de behoeften
+van het verkeer, volgen evenwel niet de rechte lijn, althans niet
+voor langen tijd. Een van de aardigste stadgezichten biedt de
+Lange-Gasse, van de protestantsche kerk tot het Hof van appèl. Een
+aantal oude huizen prijken hier nog met hunne torentjes en erkers. Na
+de openbare gebouwen en monumenten, zooals de Sint-Maartenskerk,
+het voormalige klooster Unterlinden, de Korenhal, het Kaufhaus, het
+Gouvernementsgebouw, wijden de vreemdelingen, meer dan de inwoners
+zelven, hunne aandacht aan deze oude huizen. Daaronder verdient in
+de eerste plaats vermelding het zoogenoemde Kopfhaus (Huis met de
+hoofden), met zijn puntgevel en zijn hoektorentje van gehouwen steen,
+met grijnzende koppen versierd; voorts het huis Pfister, dat met
+zijn uitstekenden traptoren, zijn erker, zijn houten balkon, zijn
+onlangs gerestaureerde freskoos, met recht de parel der burgerhuizen
+van het oude Colmar mag worden genoemd. De Schädelgasse, waarin dit
+huis uitkomt, smal, ter wederzijde omzoomd door huizen, waarvan de
+bovenverdiepingen uitspringen, was, naar men zegt, in de middeleeuwen
+de hoofdstraat der stad. Aan het einde der straat, naar den kant van de
+Lange-Gasse, ziet men nog een ander oud huis met een zwaren hoektoren,
+en in het voorportaal een opschrift in oud-duitsch, vermeldende dat
+dit huis, tot straf voor een oproer, moest worden gesloopt.
+
+"In het jaar toen men schreef na Gods geboorte
+dertienhonderd-acht-en-vijftig, des maandags na Sinte-Agnietedag,
+was de doorluchtige vorst, hertog Rudolf van Oostenrijk, stadhouder
+des rijks in den geheelen Elzas, en sprak vonnis ter zake van het
+oproer tegen den landvoogd, den burgemeester en den raad van Colmar,
+en beval deswege dat dit huis zou worden gebroken en nimmermeer
+opgebouwd worden, tot eene eeuwige gedachtenis."
+
+In spijt van 's hertogs vonnis, werd het toch weder opgebouwd; en
+als ten spot van zulke beslissingen voor de eeuwigheid, heeft men
+de vorstelijke uitspraak in steen gebeiteld en in den muur geplaatst
+van het huis zelf, waarvan hij de oprichting verboden had! Een aantal
+andere huizen prijken, behalve met beeldwerken en versieringen boven de
+deur, met vrome spreuken en opschriften, getuigen van den degelijken,
+godsdienstigen zin der voorgeslachten. Meestal beveelt de eigenaar
+zijne woning aan de hoede van God: _Deus dedit incrementum_, zegt een
+dezer opschriften; _Deus quoque custodiet_. Elders geldt het zoowel
+het huis als het gezin: _Accrescat domui res simul et decus_! "Moge
+dit huis groeien in kracht en in eere!" Juist, zoo behoort het. Eer
+zonder kracht of welvaart is eene halve zegen; welvaart zonder eer is,
+en was toen eene schande. Daarom _res et decus_: voorspoed en eere. Een
+ander huis richt zich tot de voorbijgangers: "Gij bewondert, zoo luidt
+het opschrift, mij en degenen, die mij gemaakt hebben: doe meer voor
+mij dan zij hebben kunnen doen: bid God dat hij mij beware."--De bede
+is tot hiertoe verhoord. Hoe vele huizen, niet minder rijk aan beeld-
+en schilderwerken en opschriften, zijn sedert gevallen onder den hamer
+der sloopers! Het tegenwoordige geslacht, naar eigen smaak en op eigene
+wijze willende wonen, haalt de woningen van het voorgeslacht omver,
+om ze te vervangen door anderen, die gemakkelijker en doelmatiger
+zijn ingericht, die warmer en beter verlicht zijn. Die meerdere
+gemakken zijn niet te versmaden; maar in vele gevallen zouden zij
+ook in de bestaande oude huizen zijn aan te brengen, die althans
+dit ééne hebben wat de nieuwerwetsche woningen ten eenemale missen,
+namelijk karakter en stijl.
+
+Wie zich op een mooien avond, als de maan haar fantastisch schijnsel
+over de stad werpt en licht en schaduw zoo tooverachtig verdeelt, op
+den hoek plaatst van de oude Schädelgasse, tegenover de Groenmarkt,
+tusschen het Kaufhaus en het gebouw van het Hof van appèl, die kan zich
+gemakkelijk verbeelden eenige eeuwen terug te zijn gegaan. Voor zich
+ziet hij een huis met een puntgevel in renaissancestijl, versierd
+met gegroefde pilasters; en links daarnaast verrijst, met hare
+zware steenen leuning en haar koepelvormig dak, de buitentrap van
+het Kaufhaus, waarvan de smaakvolle balustrade zich tegen den hemel
+afteekent. Op de Groenmarkt zelve, ter rechterhand, beurt het Edelhof
+zijn hoogen trapgevel ten hemel, waarvan elke trede met een pinnakel
+is versierd. Links stuit de blik tegen den gelijksoortigen gevel van
+het huis met den zuilengang, waarvan de slanke achtkantige torentjes,
+met hun arabesken en spitse daken, door hun bevalligen vorm en schoone
+evenredigheden zoo te recht de bewondering opwekken.--Het Kaufhaus, dat
+vier eeuwen oud is, is meermalen in den loop der tijden van bestemming
+veranderd. In 1480 gebouwd, diende het aanvankelijk als entrepôt
+voor de wijnen, het graan en de verschillende koopwaren, waarvan de
+stad Colmar, krachtens octrooi van de Keizers Lodewijk van Beieren
+en Karel IV, belasting mocht heffen. Later vestigde de magistraat er
+zijn zetel; de tegenwoordige gymnastiekzaal in de benedenverdieping
+werd toen als folterkamer gebruikt; de bovenverdieping dient thans
+voor de vergaderingen van de Kamer van koophandel.
+
+De voormalige groentenmarkt, die weleer op het plein voor het Kaufhaus
+gehouden werd, is thans overgebracht naar eene overdekte markt, waar
+wij de fontein van den Wijnboer gaan bewonderen, die wel de aandacht
+verdient. Het voornaamste sieraad van die fontein is het beeld
+van een jongen wijnboer of arbeider, uitrustende van zijn werk. De
+warmte heeft hem zijne kleederen voor het grootste deel doen afwerpen;
+met zijne krachtige armen tilt hij een kleinen emmer omhoog, die bij
+de wijnboeren in den Elzas in gebruik is. Naast hem zit zijn trouwe
+metgezel, zijn hond. Dit fraai bewerkte bronzen beeld, een geschenk
+van de fransche regeering, is het werk van den heer Auguste Bartholdi,
+van Colmar geboortig, die ook de monumenten voor generaal Rapp en
+admiraal Bruat vervaardigd heeft. Dit laatste standbeeld, insgelijks
+van brons, versiert mede eene fontein; toen het in 1863 te Parijs
+werd tentoongesteld, droeg het de algemeene goedkeuring weg. In de
+lommerrijke lindenlaan, waarin het nu is geplaatst,--die laan waar
+ik mijne eerste lessen in de aardrijkskunde leerde;--staat het beeld
+van den admiraal in fiere rustige houding op een prachtig zandsteenen
+voetstuk, uitmuntende door zijne smaakvolle proportiën en door de
+vier groote allegorische figuren, vier werelddeelen voorstellende.
+
+Rapp en Bruat zijn beiden van Colmar geboortig, even als Pfeffel
+en Schöngauer, wier gedenkteekenen wij in het museum Unterlinden
+zullen zien. Rapp, tijdens het eerste keizerrijk opperbevelhebber
+van het Rijnleger, sedert pair van Frankrijk, bekend door zijne
+heldhaftige verdediging van Dantzig, aanschouwde op den 21sten April
+1771 het levenslicht in het Kaufhaus, waarvan zijn vader portier
+was. Op zestienjarigen leeftijd als vrijwilliger bij een regiment
+kavalerie in dienst getreden, nam hij een werkzaam aandeel aan de
+eerste veldtochten van Napoleon, die hem na den slag bij Marengo tot
+zijn adjudant benoemde. Geen andere generaal van het keizerrijk kan in
+persoonlijken moed en vooral in onafhankelijkheid van karakter met hem
+op eene lijn worden gesteld. Hij vervulde verschillende belangrijke
+zendingen en ontving op het slagveld twee-en-twintig wonden.--De
+admiraal Bruat, die jonger was dan generaal Kapp, trad in 1811 in
+dienst; hij stierf als opperbevelhebber van de fransche vloot in het
+Oosten, na de inneming van Sebastopol. Zijne onverschrokkenheid en
+vermetele moed verzekeren hem voor immer eene schitterende plaats in
+de geschiedboeken der fransche marine. Hij nam deel aan den slag van
+Navarino en vertoonde de fransche vlag zoowel in de Levant als in de
+Antilles en in de Stille-zee; aan hem dankt Frankrijk het protektoraat
+over, dat wil zeggen het bezit van de Taïti- of Sandwich eilanden; hij
+bestuurde de met zoo schitterenden uitslag bekroonde expedities in de
+zee van Azof, gedurende den Krim-oorlog. Even als Rapp onderscheidde
+ook admiraal Bruat zich als diplomaat en bekwaam administrateur.
+
+
+
+
+XIV
+
+
+Als alle steden langs den Rijn, was Colmar eens zeer rijk aan kerken
+en godsdienstige gestichten, die tegenwoordig voor het meerendeel aan
+hunne oorspronkelijke bestemming zijn onttrokken. Behalve de collegiale
+kerk van Sint-Maarten, vinden wij het klooster van Unterlinden, het
+Franciskanerklooster, de kerk der Dominikanen; de kloosters van de
+Catherinetten, van de Kapucijnen, van de Augustijnen, de kommanderij
+van Sint-Jan, de priorie van Sint-Pieter; de filiaalhuizen der abdijen
+van Munster, van Marbarch, van Arlesheim en Alspach.--De priorie van
+Sint-Pieter is een lyceum geworden, maar waarin sedert de inlijving
+bij Duitschland, geen leerlingen meer worden opgenomen; de kerk is
+nog voor de katholieke eeredienst bestemd. Het Franciskanerklooster,
+in het midden der dertiende eeuw gesticht en door de pest van 1541
+ontvolkt, dient tegenwoordig als stedelijk ziekenhuis; daar al de
+monniken, met uitzondering van den pater-gardiaan, aan de pest waren
+overleden, kocht de stad al de bezittingen van het klooster voor
+tweeduizend-zevenhonderd gulden, met de verplichting ten eeuwigen dage
+de monniken, op hun doortocht door Colmar, gastvrijheid te verleenen
+of anders twee zilveren batsen uit te keeren. Met het ziekenhuis is
+een weeshuis verbonden, benevens eene inrichting tot opleiding van
+vroedvrouwen, beiden door partikuliere liefdadigheid gesticht. Het oude
+Kapucijnerklooster is thans ook tot een ziekenhuis ingericht, onder
+leiding der zusters van Niederbronn; terwijl het klooster der dames
+Catherinetten sedert 1792 tot militair hospitaal, dient. Omstreeks den
+zelfden tijd werd het Dominikanerklooster tot gevangenis vernederd,
+terwijl de kerk als korenbeurs wordt gebruikt.
+
+De meeste kerken van de voormalige kloosters zijn echter nog steeds
+voor de eeredienst bestemd; zoo, bijvoorbeeld, de Franciskaner-kerk,
+waarvan het koor en het schip door een muur gescheiden zijn; het
+laatste is als protestantsche kerk ingericht, terwijl het koor
+bestemd is voor de Katholieken, die in het stedelijk gasthuis zijn
+opgenomen. Geene enkele van deze kloosterkerken verdient uit een
+architektonisch oogpunt bijzondere vermelding.
+
+De kollegiale kerk van Sint-Maarten zou een goed figuur maken
+als kathedraal, indien Colmar de zetel van een bisschop was. Zij
+verrijst midden in de stad, en vertoont, hoezeer uit verschillende
+tijdperken dagteekenend, niet die plotselinge overgangen in stijl en
+wijze van versiering, die elders zoo vaak den indruk van het geheel
+bederven. De oude uitgangen van het dwarsschip zijn toegemetseld. Onder
+de beelden, die den linkerboog van het portaal van Sint-Nikolaas, aan
+het zuidelijke dwarsschip, het oudste gedeelte van de kerk, versieren,
+ziet men ook het beeld van den architekt, kenbaar aan een winkelhaak,
+dien hij in de hand houdt. Bovendien staat daarnevens zijn naam in
+den steen gebeiteld, en wel in het fransch: _Maistres Humbret_. De
+bouwmeester van de Sint-Maartenskerk van Colmar was dus, even als de
+schepper van het groote portaal van de Sint-Theobaldskerk te Thann,
+een Franschman of misschien een Lotharinger. Het koor, een eeuw jonger
+dan het schip, werd, naar men zegt, gebouwd door Willem van Marburg,
+in 1366 overleden.
+
+In de middeleeuwen, toen onze goede Elzassers, als trouwens al
+hunne tijdgenooten, rijker waren aan geloof dan aan geld, vorderde
+de voltooiing van een zoo belangrijk werk als de bouw van de
+collegiale kerk van Colmar, in eene nog weinig bevolkte stad, uit
+den aard der zaak zeer veel tijd, daar met de beschikbare middelen
+rekening moest worden gehouden. Het is dus niet te verwonderen, dat
+dergelijke monumenten--waaraan op verschillende tijden, verschillende
+architekten, anders gevormd en met andere denkbeelden bezield, hebben
+gewerkt,--die eenheid van stijl missen, die een kenmerk behoort te
+zijn van in hun soort volmaakte kunstgewrochten.--De oorsprong van de
+Sint-Maartenskerk was eene eenvoudige kapel, in de negende eeuw door
+de Benediktijner-monniken van Munster gebouwd. Het schip dagteekent
+uit het midden van de dertiende eeuw; de bouw van dit deel der kerk,
+waarvoor van alle kanten giften werden ingezameld, duurde niet minder
+dan vijftig jaren. Oorspronkelijk vervingen twee groote kapellen de
+plaats van het koor. Om dit laatste tot stand te brengen, moesten op
+nieuw, ook in den vreemde, giften worden ingezameld. Reeds in 1284
+richtte de bisschop Hendrik van Basel eene oproeping tot de geloovigen,
+waarbij hij hen vermaande de kerk van Colmar niet onvoltooid te laten,
+maar haar tot een Gode waardig heiligdom te maken. Zijn vicaris
+Albrecht vroeg bijdragen van al de inwoners van Basel, omdat de
+inkomsten van de particuliere fondatie van Sint-Maarten ontoereikend
+waren. De tweede toren, die het groote portaal aan de noordzijde
+flankeeren moest, werd nooit voltooid en reikt niet hooger dan het dak
+van het schip. Het tegenwoordige bovenstuk van den bestaanden toren,
+aan de zuidzijde, werd na den brand van 23 Mei 1572 aangebracht.
+
+In 1798 door de revolutionaire horden geplunderd en gesloten, werd
+de kerk later aan de katholieke eerdienst teruggegeven; maar in dien
+tijd was zij bezoedeld door de dusgenoemde eeredienst van de Rede,
+hier, als elders in het republikeinsche Frankrijk, alleszins waardig
+vertegenwoordigd door eene veile deerne, die, zoo goed als naakt,
+op het altaar plaats nam. Pfeffel, de fabeldichter, wiens standbeeld
+wij straks voor Unterlinden zullen zien, zond aan een vriend, die hem
+het besluit tot instelling van de eeredienst der Rede had medegedeeld,
+dit puntdicht:
+
+
+ "Ein Tempel der Vernunft soll unsere Städte zieren;
+ Recht schön; doch macht' ich gern, in Unterthänigkeit,
+ Die kleine Motion: eh man ein Haus ihr weiht,
+ Erst die Vernunft zu decretiren."
+
+
+Toen de blinde dichter later, langs de kerk gaande, daar binnen
+hoorde kloppen en timmeren, vroeg hij, wat er nu weer gaande was. Men
+antwoordde hem, dat het stedelijk bestuur toebereidselen liet maken
+voor het feest van het Opperwezen, dat ook te Parijs, onder voorgang
+van Robespierre, was gevierd. Daarop antwoordde hij dadelijk met
+dit ex-tempore:
+
+
+ "Darfst, lieber Gott, nun wieder sein;
+ So will's der Schach der Franken.--
+ Lass flugs durch ein paar Engelein
+ Dich schön bij ihm bedanken."
+
+
+Van binnen is de kerk zeer eenvoudig. De steenen muren zijn kaal,
+uitgezonderd alleen in de kapel van Onze-Lieve-Vrouwe, rechts van
+het koor. Men heeft die kapel onlangs in den stijl der dertiende eeuw
+gerestaureerd, en haar met muurschilderingen versierd, die een zeer
+goed effekt maken. Ook het zeer fraaie en bevallige beeld der Madonna,
+op het altaar, is in denzelfden stijl beschilderd.--Het hoogaltaar van
+gesneden hout, zonder eenig schilderwerk hoegenaamd, is in volkomen
+overeenstemming met de eigenaardige verlichting der kerk, terwijl het
+beeldwerk zelf geheel past bij den architektonischen stijl van het
+gebouw. Dit altaar is het meesterstuk van een uit Colmar geboortigen
+kunstenaar, den heer Klem, wiens werk men in verschillende kerken
+in den Elzas terugvindt. Er is een oogenblik sprake van geweest,
+dit altaar te vergulden of te kleuren, maar men heeft zeer te recht
+van dat voornemen afgezien. Alle figuren zijn in relief en in rond
+beeldwerk. Zes zuiltjes met gebeeldhouwde kapiteelen dragen het
+altaarblad. In de twee bogen ter weerszijde van de middelste nis,
+waarin de relikwiënkast van Sint-Maarten moet worden geborgen, zijn
+de zinnebeelden van de vier Evangelisten geplaatst. De trapjes van
+de altaartafel prijken met eene uitmuntend gebeeldhouwde fries:
+een slinger van wingerdbladen met druiventrossen en korenschoven
+vermengd, de symbolen van de eucharistie. In het midden verrijst de
+tabernakel, die door eene kleine deur van verguld brons, met het Lam
+Gods versierd, gesloten wordt; ter wederzijde van den tabernakel
+ligt een engel in knielende houding. Pilasters, door eene open
+gewerkte galerij verbonden, vormen, ter hoogte van den tabernakel,
+vier paneelen en verdeelen in drie ongelijke vakken eene prachtig
+gewelfde en rijk gebeeldhouwde nis, die de geheele breedte van het
+altaar inneemt. In het midden ziet men het Avondmaal: de figuren, op
+de helft der natuurlijke grootte, vertoonen den traditioneelen type
+en teekenen zich uitmuntend af tegen den donkeren achtergrond. In
+het bovenste gedeelte van het altaar wordt de aandacht dadelijk
+getrokken door de hoofdgroep, Christus voorstellende, omringd door
+heiligen uit den Elzas. In de iets lager gelegen zijnissen--even als
+de middelste nis bekroond door kunstig gesneden bloemen en spitsen
+en naalden, door al den weelderigen rijkdom der gothiek,--ziet men
+tafreelen uit het leven van Sint-Maarten den patroon der kerk, en van
+Sint-Arbogast, den patroon van het bisdom. In de groep ter linkerhand
+is Sint-Arbogast voorgesteld, door zijn gebed het leven terug gevende
+aan Siegbert, den zoon van koning Dagobert. De rechter groep verbeeldt
+Sint-Maarten, met zijn zwaard zijn mantel doorsnijdende om daarmede
+een naakten bedelaar te kleeden.--De personen in de middelste
+nis rondom den Heiland gegroepeerd, verbeelden Sint-Fidelius van
+Sigmaringen, eerst advokaat te Colmar, vervolgens Kapucijner-monnik
+en martelaar; Sint-Firminus, bisschop, stichter van de abdij van
+Murbach, met het model zijner abdijkerk in de hand; Sinte-Odilia,
+de maagd van Hohenburg, in knielende houding, in het gewaad eener
+non, het geopende boek in de hand, waarin twee oogen zijn afgebeeld,
+ter herinnering aan het wonder, waardoor zij het gezicht herkreeg;
+Sinte-Richardis, echtgenoote van Keizer Karel den Dikke, met een
+hermelijnen mantel bekleed en haar kroon nederleggende voor de voeten
+van den Zaligmaker; Sint-Maternus, de eerste apostel van den Elzas,
+die eene kerk met drie torens in de hand houdt, ten teeken van de drie
+door hem gestichte bisdommen; Sint-Morand, de apostel van de Sundgau,
+met een wingerdrank in de hand, ter herinnering aan de legende, volgens
+welke hij den wijnstok in den Elzas zou hebben ingevoerd; Sinte-Huna,
+de godvruchtige edelvrouwe van Hunaweier, in aanbidding neergebogen;
+eindelijk Sint-Leo IX, de groote Paus; tegenover Sinte-Richardis
+neergeknield, biedt hij den Heiland het wapenschild van Colmar aan,
+als om 's Heeren zegen af te smeeken over de stad, in wier nabijheid
+de doorluchtige opperpriester geboren werd.--Geheel uit hout gesneden,
+in de stijl der veertiende eeuw, heeft het hoogaltaar van Sint-Maarten
+eene hoogte van zestien el, en mag met volle recht, om den rijkdom
+en de onberispelijke bewerking der ornementen, om het diepe, fijne
+gevoel dat uit alle beelden en groepen spreekt, onder de kunstwerken
+een hoogen rang innemen; zeer zeker is het het beste van dien aard,
+dat wij in het geheele land bezitten.
+
+Alvorens wij een blik werpen op het verleden van Colmar, willen
+wij den toren van de Sint-Maarten beklimmen om van daar de stad te
+overzien.--Een aardig gezicht, niet waar, waarvoor ge u wel de moeite
+wilt getroosten om de tweehonderd-drie-en-veertig treden te beklimmen
+van de wenteltrap, die naar den omgang van den toren leidt. Volgens
+eene plaatselijke traditie, zou die omgang een vereenigingspunt zijn
+geweest van de tooverheksen: vandaar de naam van Hexenplatz, waaronder
+dit plat nog heden bekend is. Ter wille van de gewone stervelingen,
+die aan duizeligheid onderhevig kunnen zijn, heeft men in het jaar 1766
+dit torenplat van een steenen balustrade voorzien. De hoogte van het
+plat bedraagt niet meer dan acht-en-veertig el boven het kerkplein:
+juist voldoende om in het rond, in het oude Colmar, de voornaamste
+gebouwen te herkennen, aangewezen op den plattegrond van Merian uit
+het jaar 1643. Het meer verwijderde uitzicht is ook wel de moeite
+waard. Aan de eene zijde overzien wij de geheele keten der Vogesen,
+aan de andere de berggroep van den Kayserstuhl, en tusschen die beiden
+de vlakte van de Ill en van den Rijn; de twee rivieren zelven zien
+wij niet: zij duiken weg in het groen; de bergen van het Scharzwald,
+doorgaans zeer duidelijk zichtbaar, zijn nu op het heete middaguur,
+in een trillenden nevel gehuld. Er is geen wolkje aan den hemel: de
+brandende Junizon straalt in volle kracht en stooft de bloeiende aarde,
+die in vollen zomerdos prijkt. Hoe vol en rijk zijn de boomgroepen
+van het Marsfeld, en de moestuinen van de Aue, in het vochtige dal
+van de Lauch! Achter de tuinen beginnen de bosschen, begrensd door
+steenachtige terreinen, die voor bebouwing ongeschikt zijn. De akkers,
+in de vlakte van de Ill, zoo bij uitnemendheid vruchtbaar, zijn thans
+bedekt met blonde halmen, afgewisseld door wijngaarden, overal waar
+de nachtvorsten in de lente zich niet al te streng doen gevoelen. Aan
+den voet der heuvelen beginnen de wijnstokken over de geheele lengte
+der vallei van de Fecht, achter de Logelbach, waarvan de uitgestrekte
+fabriekgebouwen als het ware eene voorstad van Colmar vormen. En welk
+een prachtige omlijsting vormen de Vogesen, zoo schoon en bevallig
+met hunne fraai geteekende, schilderachtig afgeronde hellingen, niet
+te steil en niet te flauw, geheel met bosch bekleed tot aan de groene
+weiden in de hoogte; met hunne stout gevormde toppen, hier en daar
+oprijzende en den blik tot zich trekkende. De Letzenberg met zijne
+witte kapel, de ruïnen van den Hohenlandsburg, de drie torens van
+Egisheim, de bedevaartskapel der Drei Aehren, het kasteel Hageneck
+met de scherp geteekende zigzags van den nieuwen weg:--ze zijn allen
+duidelijk zichtbaar. Voorts overal, waarheen wij den blik ook wenden,
+volkrijke dorpen en vlekken met hunne torens, ver en nabij, sommigen
+opdoemende aan den gezichteinder, tusschen den Rijn en de bergen, van
+Schlettstadt tot Rufach en nog verder. In waarheid, mijne vrienden,
+de Elzas is een mooi land.
+
+Het doet er dan ook weinig toe, dat op het bovenstuk van den toren
+van Colmar gegronde aanmerkingen te maken zijn. De torenwachter,
+die hier woont, en die de klok moet luiden, zoodra er in de stad of
+in den onmiddellijken omtrek brand uitbarst, is tevreden met zijne
+hooge positie. Niet zonder kennelijk welbehagen noemt hij ons de
+namen van alle dorpen en vlekken in het ronde, benevens die van de
+bergen en rivieren. Met de zekerheid van iemand die er alles van weet,
+zal hij u uitleggen dat de voorgevel van zijne kerk minder kaal en
+rijker versierd zou zijn, indien de bouwmeesters over meer geld hadden
+kunnen beschikken. De aan zijne zorg toevertrouwde klokken zijn meest
+allen uit het jaar na den brand, en voeren als wapenteeken den ouden
+tweehoofdigen adelaar van het heilige Roomsche rijk. Met een dezer
+klokken moest, van Allerheiligen tot Sint-Mathias, elken avond van
+zeven tot acht uren worden geluid: en dat wel krachtens eene keure van
+de magistraat, houdende bevel dat geen enkel herbergier of koekbakker
+zijne klanten na dat uur mocht houden, met bedreiging van ernstige
+straf en schande. Dat in den goeden ouden tijd aan deze keur van de
+zorgzame burgervaderen stipt de hand werd gehouden, zou ik niet durven
+verzekeren. De statuten van de Waagkeller-vereeniging, opgericht,
+"om te drinken, te eten en zich onderling te vermaken", geven wel
+grond voor het vermoeden, dat ook vroeger, evenals tegenwoordig,
+de policieverordeningen uitzonderingen toelieten.
+
+Elk gebouw van het oude Colmar, de burgerhuizen daaronder begrepen,
+is als het ware een levende getuige van het verleden der stad,
+eene leesbare bladzijde uit haar geschiedboek. Een aantal huizen
+dagteekenen uit de middeleeuwen, toen het poorterschap van de
+oude vrije stad verbonden was aan den eigendom van eene woning aan
+'s heeren straat. Daartoe behoort onder anderen het gothische huis
+op het plein, tegenover het Sint-Nikolaas portaal van de parochiale
+kerk, door den passementwerker Adolph met groote kennis en keurigen
+smaak gerestaureerd.--Daarnaast prijkt het commissariaat van policie
+met een fraai uitstekend balkon, een zoogenaamden erker, boven een
+portaal met het jaartal 1597. De duitsche renaissance heeft niets
+volmaakters in zijne soort geschapen dan dit balkon. Op dat balkon
+legden de heeren der stedelijke regeering en de groot-baljuw van
+den Elzas, tegenover de burgerij, den eed af, dat zij de stad bij
+hare vrijheden en privilegiën zouden handhaven. Vroeger stond op de
+plaats van dit gebouw eene aan Sint-Jacobus gewijde kapel, waarvan
+de krypt, die tot knekelhuis diende, nog bestaat. Rechts, onder den
+grooten boog die toegang geeft naar de Schädelgasse, werd door den
+provoost recht gesproken. De koetspoort, bij dien boog, vormde den
+ingang naar de herberg van de schoenmakers, waar de dichter George
+Wickram zijne zangerschool stichtte, van waar het handschrift der
+Minnesinger en Meistersinger, dat op de koninklijke bibliotheek te
+Munchen bewaard wordt, afkomstig is. Alle ambachtsgilden hadden zulk
+eene eigene herberg of plaats van bijeenkomst, die aan een bijzonder
+uithangteeken kenbaar was; even als de godsdienstige corporatiën, die
+van buiten daaronder begrepen, haar hof of huis in de stad hadden,
+waar de tienden en de opbrengsten der landerijen werden geborgen
+en waar haar rentmeester woonde. Die huizen onderscheidden zich
+doorgaans door bijzonder fraai beeldwerk: zoo als bij voorbeeld het
+Huis met de hoofden, weleer de herberg voor de gasten en bezoekers
+van het Dominikanerklooster.
+
+Colmar draagt er roem op, ten tijde van het heilige Roomsche rijk
+eene vrije stad te zijn geweest, met eene eigene zelfstandige
+regeering. Haar oorsprong hangt samen met eene hoeve, die tot het
+domein der eerste frankische koningen behoorde; maar de ontdekking van
+steenen, potten en andere voorwerpen uit den romeinschen tijd levert
+het bewijs, dat hier reeds vroeger een centrum van bevolking was. Voor
+zoo veel wij weten, komt de naam der plaats het eerst voor in 823,
+in een giftbrief van Lodewijk den Vrome aan de abdij van Munster,
+gedagteekend _ad fiscum nostrum nomine Columbarium_. Hadden wij over
+meer tijd en ruimte te beschikken, dan zouden wij ons verdiepen in de
+vraag, of deze naam Columbaria een latijnsche vorm is van het duitsche
+Kohlmarkt, dan wel of hij eenvoudig is afgeleid van de duiventil, die
+bij elke hoeve behoorde. De monnik van Sint-Gallen verhaalt in zijne
+kroniek van den tijd van Karel den Groote, dat de machtige Keizer,
+in een zijner oorlogen tegen de Saksers, de bijzondere dapperheid
+opmerkte van twee jonge soldaten, en bij navraag van hen vernam dat
+zij bastaarden waren, afkomstig uit het vrouwenhuis van Columbra. Men
+heeft daaruit afgeleid, dat tot de koninklijke hoeve van Columbarium
+ook een vrouwenhuis behoorde: dat wil zeggen, een lokaal waar de
+vrouwen arbeidden, die de wol en het linnen sponnen en weefden en de
+kleederen vervaardigden voor de lieden van het hofgezin. In 884 hield
+Keizer Karel de Dikke hier, omstreeks het feest van Maria-Zuivering,
+een algemeene vergadering van den adel en de geestelijkheid zijner
+staten, een soort van rijksdag, om te beraadslagen over de maatregelen
+tegen de invallen der Noormannen. Volgens onze geschiedschrijvers
+bevatte het koninklijk domein, de bakermat der toekomstige stad,
+twee hoeven, het Oberhof en het Niederhof. In 1160 werd de hoeve
+of de villa, zoo als zij in de jaarboeken van de abdij van Munster
+genoemd wordt, door brand vernield.
+
+Deze brand mocht veeleer eene weldaad dan een ramp heeten. Niet
+alleen herrees de villa uit haar puin, maar reeds eene eeuw later had
+zij zoodanige beteekenis verworven, dat zij tot den rang van stad
+werd verheven en met een muur omgord. De vrije boeren, eigenaars
+of pachters van de verstrooide hoeven, waaruit Colmar toen bestond,
+en de werklieden--vrijgelatenen of vluchtelingen--die zich bij hen
+gevoegd hadden, gevoelden weldra de behoefte om hunne personen, hunne
+bezittingen en hunne vrijheid te kunnen verdedigen tegen de aanvallen
+der adellijke heeren uit den omtrek. Daartoe was het noodig, de stad
+met stevige muren te omringen, die haar beveiligden tegen verrassing
+en overrompeling. De landvoogd Wölfelin gaf dus, in 1214, vergunning,
+de stad met muren en wallen te versterken. De ommuurde ruimte omvatte
+in de dertiende eeuw niet meer dan de zuidelijke en oostelijke wijken
+van de tegenwoordige stad, en toch was het er nog verre van af, dat
+deze ruimte geheel zou bebouwd zijn. De sedert gevolgde stichting
+van de kommanderij van Sint-Jan en van een paar kloosters bewijst,
+dat er nog genoeg onbezette terreinen binnen de muren te vinden waren.
+
+Bij een octrooi van 1226, door keizer Frederik II tot den rang eener
+vrije, keizerlijke rijksstad verheven, koos Colmar met warmte de
+partij van dien monarch in zijne geduchte worsteling met de Curie. De
+vrij verklaarde gemeente bleef met zoo trouwe gehechtheid aan haar
+weldoener verknocht, dat zij zelfs de partij koos van een avonturier,
+die zich, na 's keizers dood, voor Frederik II wilde doen doorgaan,
+hetgeen der poorterij op eene zware boete te staan kwam ten behoeve
+van den levenden keizer, Rudolf van Habsburg. In dien tusschentijd
+had de bisschop van Bazel een kapittel ingesteld, om met den pastoor
+de goederen der Sint-Maartenskerk te beheeren. Aan het hoofd van dit
+kapittel, dat door twee bullen van Paus Gregorius IX, in Juni 1234,
+bevestigd werd, stond de domproost, die door de kanunniken werd
+verkozen, maar de investituur van den abt van Munster ontving. Een
+deken, door den abt benoemd, nam de dienst van pastoor waar; terwijl
+een der andere kanunniken met de leiding van het koor was belast. De
+kanunniken, die door het kapittel verkozen werden, waren niet aan het
+gezag van de poorterij onderworpen. Zij ontvingen zekere uitdeelingen
+in natura, onder voorwaarde dat zij te Colmar wonen zouden, maar met
+de bevoegdheid om elders de lessen aan eene universiteit te volgen,
+zonder daardoor de inkomsten van hunne prebende te verliezen. Bij
+giftbrief van 15 December 1283 schonk een der kanunniken, meester
+Jacob, die jaren lang gratis het ambt van scholaster had vervuld,
+veertig pond, waarbij het kapittel nog tien pond voegde: van welk
+kapitaal de jaarlijksche rente, ten bedrage van vijf pond, moest dienen
+om den scholaster te bezoldigen. Ook hier, als schier overal elders,
+was de school eene stichting der kerk en wies onder hare hoede op. Het
+zegel van een der scholasters van Sint-Maarten stelt den eerwaarden
+leeraar voor, gezeten voor zijn lessenaar en een schrijver verklarende,
+terwijl de leerlingen rondom hem op den grond zitten en met ingespannen
+aandacht luisteren.--In dien zelfden tijd was een aanvang gemaakt met
+den bouw der collegiale kerk, maar de voortgang van dien arbeid werd
+belemmerd door innerlijke verdeeldheid en burgertwist. Er waren toen
+twee partijen in de stad: de eene hield de zijde van den bisschop van
+Straatsburg, de andere stond voor den keizer en het rijk. Deze laatste
+partij werd aangevoerd door den provoost Johan Rösselmann, den zoon
+van een gewoon werkman uit Turckheim, die, ten koste van zijn leven,
+Colmar in handen leverde van Rudolf van Habsburg, geruimen tijd voor
+deze den keizerlijken troon beklommen had. Na zijne verkiezing tot
+Roomsch koning schonk het hoofd der dynastie van Habsburg, te Weenen,
+den 29 December 1278, aan de burgers van Colmar eene stedelijke keur,
+die de grondslag werd van hun recht en later tot regel diende ook
+voor andere steden. De keizer verbond zich daarbij, niemand dan een
+poorter van Colmar tot provoost of schout te benoemen; deze schout
+zou de bevoegdheid hebben om het burgerrecht te verleenen aan wien
+hij wilde, zelfs aan hoorigen, die, wanneer hun heer hen niet binnen
+het jaar opvorderde, niet meer van hun recht konden worden ontzet. De
+burgers mochten leenen bezitten; de edelen werden vrijgesteld van
+gewone belastingen, op grond van hunne bijzondere persoonlijke
+verplichtingen jegens het rijk.
+
+Weldra vinden wij, naast den schout, die door den keizer werd
+benoemd en als diens vertegenwoordiger gold, melding gemaakt van den
+burgemeester en de vertegenwoordigers der gilden. Naar het schijnt,
+was de burgemeester aanvankelijk niet anders dan een afgevaardigde van
+de gilden, dat is van de burgerij, bij het stedelijk bestuur. Door de
+burgers als hun hoofd erkend, hoogst waarschijnlijk rechtstreeks door
+hen gekozen, en geroepen om een tegenwicht te vormen tegenover het
+gezag van den keizerlijken schout, kon het niet anders of het gezag
+en de invloed van dezen magistraatspersoon moest zich gaandeweg
+uitbreiden. Onder den invloed der gilden won de demokratische
+geest steeds in kracht; en langzamerhand, met en zonder schokken en
+botsingen, ging ook hier het gezag en de leiding der zaken uit de
+handen van den schout over in die van den stedelijken raad, waarvan
+de burgemeester voorzitter was. Zoo als wij zagen, was reeds bij het
+octrooi van 1278 bepaald, dat de waardigheid van schout uitsluitend
+aan een poorter van Colmar kon worden opgedragen. Dat was een eerste
+stap; later kocht de stad van den keizer het recht der benoeming, en
+nu werd het schoutambt eenvoudig eene stedelijke betrekking, en de
+schout, in plaats van een keizerlijk, een stedelijk ambtenaar. Van
+toen af was de burgerij in het volle bezit der macht; maar daarmede
+was in geenen deele aan de stad het genot van rust en vrede verzekerd:
+evenals in bijna alle andere stedelijke republieken der middeleeuwen,
+waren ook te Colmar twisten en partijschappen aan de orde van den dag.
+
+De gilden namen, door hare hoofdmannen, rechtsstreeks aandeel aan de
+regeering; het getal dier gilden, die de gansche burgerij omvatten,
+was aanvankelijk twintig, later tien; daarnevens vormden de adellijke
+familiën, wier aantal omstreeks dertig bedroeg, twee curiën. De eerste,
+die op de lijst der burgemeesters voorkomt, is Walther von Sleztat,
+die in 1296 _magister burgensium_ was.--Uit een vonnis, des vrijdags
+na Sint-Nicolaas van het jaar 1323 gewezen, in een proces van de
+nonnen van Unterlinden tegen de edelen van Nortgasse, leeren wij de
+inrichting der rechtspleging kennen. In eerste instantie werd recht
+gesproken door de schepenbank, onder voorzitting van een afgevaardigde
+van den keizerrijken schout; van de uitspraken van deze rechtbank
+was beroep op den stedelijken raad, die in hoogste ressort vonnis
+velde. Natuurlijk was de stedelijke raad, behalve met de hoogste
+rechterlijke macht, ook met wetgevende macht bekleed en berustte de
+regeering der stad in zijne handen.
+
+Na de inlijving bij Frankrijk, ging natuurlijk de zelfstandigheid en
+autonomie der oude vrije rijksstad verloren. De stedelijke regeering
+van Colmar werd ondergeschikt aan het gezag van den koninklijken raad,
+die binnen zijne muren zetelde. Een _préteur_, door den koning benoemd,
+verving de plaats van den ouden keizerlijken schout: de stedelijke
+regenten werden onafzetbaar verklaard en ontleenden dus hun mandaat
+niet langer aan de keuze der burgerij. Dit bleef zoo tot de omwenteling
+uitbrak, die de bestaande instellingen vernielde en der maatschappij
+een ander aanzien gaf.
+
+
+
+
+XV
+
+
+Onder de monumenten van de oude stad hebben wij ook het klooster
+Unterlinden genoemd: een eenvoudig, onaanzienlijk gebouw, in de
+nabijheid van de Korenbeurs, in de voormalige kerk der Dominikanen. Dit
+oude klooster is thans tot museum ingericht. Voor den hoofdingang
+staat het standbeeld van Pfeffel, door den beeldhouwer Friedrich
+vervaardigd. Een smal straatje of poortje, aan de beide einden met
+een ijzeren hek gesloten, geeft toegang tot het museum. Ondanks
+den frisschen, geurigen naam van Unterlinden, is nergens een linde
+te bespeuren. Boven de poort ziet gij het wapenschild van de orde
+van Sint-Dominicus: een hond, met een brandenden fakkel in den
+bek, waarmede hij de wereld verlicht. Behalve eene galerij van
+schilderijen uit de school van Schöngauer, die voor de geschiedenis
+der kunst in Duitschland van groot belang is, bevat het museum eene
+rijke verzameling van antiquiteiten en medailles, eene ethnografische
+collectie en eene van natuurlijke historie, benevens eene belangrijke
+bibliotheek. Het inwendige van het klooster is, op zich zelve, uit
+een architektonisch oogpunt bovendien wel de aandacht waard.
+
+Binnentredende, ziet ge een ruimen vierkanten hof, door eene
+sierlijke zuilengalerij omringd. In het midden van den hof verrijst
+het steenen standbeeld van den schilder-graveur Maarten Schöngauer;
+het voetstuk is tot fontein ingericht. Aan de eene zijde wordt de
+voormalige kloosterhof begrensd door het schip der kerk, aan de drie
+andere door gebouwen voor woning en andere doeleinden bestemd. Reeds
+vóór de revolutie heeft het schip zulke belangrijke veranderingen
+ondergaan, dat het niet meer mogelijk is, zich eene voorstelling te
+maken van zijne oorspronkelijke gedaante; daarentegen munt het koor
+uit door zuiverheid van stijl en edele soberheid. Maar ondanks de
+omgeving, is het toch de kloosterhof zelf, die bovenal uwe aandacht
+trekt. Met zijn sierlijke bogen, zijne zuiltjes, zijne opengewerkte
+rozetten, mag deze kloosterhof als een der schoonste gewrochten
+gelden uit den tijd der invoering van den franschen spitsbogenstijl
+in Duitschland. Misschien is dit het eenige zoo volledige exemplaar
+in den stijl der dertiende eeuw, dat wij bezitten. Drie dubbele
+rondbogen met gebloemde kapiteelen, in den westelijken kloostergang,
+zijn vermoedelijk van een vroegeren bouw afkomstig en behooren tot de
+eerste helft der dertiende eeuw. Het standbeeld van Schöngauer, een
+werk van Bartholdi, is in volkomen overeenstemming met het karakter
+van den hof. Het beeld stelt een middeleeuwschen kunstenaar voor, in
+de kleederdracht van zijn tijd, in een album bladerende. Het voetstuk
+is versierd met vier allerbevalligste figuurtjes: een schilder,
+kleuren mengende op zijn paneel; een graveur, met zijn stift op
+de plaat teekenende; een beeldhouwer, die zoo juist een prachtig
+wierookvat heeft voltooid; eindelijk een geleerde in de lezing van
+een boek verdiept. De wetenschap en de plastische kunst zijn dus
+vertegenwoordigd.--Deze stille hof, met zijn groen en bloemen,
+zijne speling van licht en schaduw, zijne rust en kalmte en die
+omlijsting van sierlijke booggangen, stemt u onwillekeurig tot
+peinzen en nadenken; en het kost inderdaad moeite een gevoel van
+wangunst te onderdrukken jegens de gelukkigen, wien het in minder
+koortsige en bewogen tijden vergund was in zulke kalme verblijven hun
+leven aan studie en kunst, aan wetenschap en gebed te mogen wijden,
+zonder onophoudelijk door het rumoer der buitenwereld aan hun idealen
+levenskring ontrukt te worden.
+
+De stichting van het klooster Unterlinden valt in de eerste jaren der
+dertiende eeuw. Twee edele vrouwen, Agnes van Mittelheim en Agnes
+van Herckenheim, vestigden zich op de plaats van het tegenwoordige
+klooster, waar eene van haar een huis bezat, in de nabijheid van een
+lindenboschje. Op raad van eenige andere vrome dames, die zich bij haar
+aangesloten hadden en eene godsdienstige vereeniging vormden, brachten
+zij hare woning over buiten de stad, op eene plaats _Uff Muhlin_
+genaamd, nevens eene aan Sint-Jan den Dooper gewijde kapel. Broeder
+Walther, lezer der Dominikanen te Straatsburg, nam zelf de godvruchtige
+vrouwen in de orde op, op Sint-Andriesdag van het jaar 1232. Maar de
+toenemende onveiligheid buiten de stad noopte de nonnen, twintig jaren
+later, om haar oud verblijf binnen de muren weder te betrekken. Voor
+zoo ver zij nog mochten aarzelen, moest, naar de legende verhaalt,
+elke twijfel wijken tengevolge van een visioen van haar heiligen
+patroon, die in den eigen nacht aan alle zusters verscheen en haar
+gelastte naar de stad terug te keeren. Toen zij gereed stonden _Uff
+Muhlin_ te verlaten, hoorden zij eene stem, die smeekend zeide:
+"Neemt mij mede." Verwonderd omziende, van waar dat verzoek komen
+mocht, bespeurden de nonnen een klein beeld van den Dooper. Zij
+verstonden den wenk en namen het beeld met zich: nog heden kunt gij
+het zien in de sakristij van de Sint-Maartenskerk, een der weinige
+monumenten van de kunst des houtsnijders uit de dertiende eeuw. Het
+oude klooster moest aanzienlijk worden vergroot, en eene nieuwe kerk
+gebouwd, die in 1269 door Albrecht den Groote, bisschop van Regensburg,
+werd ingewijd. Weldra verwierf het klooster der Dominikaner nonnen van
+Colmar eene groote vermaardheid; in de geschiedenis van de duitsche
+mystiek neemt dit Unterlinden eene zeer voorname plaats in. Binnen de
+muren van dit klooster leefden, in de veertiende en de vijftiende eeuw,
+uitmuntende vrouwen, de geur van wier innige godsvrucht, heiligen
+levenswandel en hooge geestesgaven zich wijd en zijd verspreidde en
+niet weinig bijdroeg tot de edele glorie van het gewijde gesticht,
+omzweefd door liefelijke legenden en dichterlijke wonderverhalen.
+
+Eeuwen lang was het uitgestrekte, rijke klooster de roem van Colmar,
+tot de revolutie ook dit monument vernielde. Op den tweeden Maart van
+het jaar 1792 werden, op bevel van het departementaal bestuur, ondanks
+de tranen en smeekbeden der nonnen, de klokken weggenomen: zestig
+nationale garden beschermden de kerkschenners tegen de verbitterde
+bevolking. Reeds in Mei van het vorige jaar, bij de uitdrijving der
+Kapucijners, had de kavalerie eene charge moeten maken op de burgers,
+die dom en bekrompen genoeg waren om de zegeningen der revolutionaire
+vrijheid niet te begrijpen!--Tot staatseigendom verklaard, werden
+de gebouwen van Unterlinden tot in 1842 als kazerne gebruikt; in dat
+jaar gingen zij aan de stad over, als vergoeding voor de geldelijke
+bijdrage voor den bouw eener nieuwe kavalerie-kazerne. Een deel der
+gebouwen werd sedert afgebroken: een ander deel tot verschillende
+doeleinden gebruikt, om niet te zeggen vernederd. Eindelijk kwam men
+op het denkbeeld, om de eerbiedwaardige, zoo gruwelijk mishandelde en
+geschonden zalen en vertrekken van Unterlinden uit hun diep verval
+op te heffen, door er eene bestemming aan te geven, althans niet te
+zeer in strijd met de edele traditiën aan dit eenmaal zoo beroemde
+klooster verbonden. Er werd dan besloten, de stedelijke bibliotheek
+en de wetenschappelijke en artistieke collectiën van den Opper-Elzas
+in de nog gespaard gebleven gebouwen van Unterlinden te plaatsen:
+een besluit, dat op de ontwikkeling en den wetenschappelijken zin
+van deze geheele streek een zeer gelukkigen invloed heeft uitgeoefend.
+
+In de eerste plaats wordt de belangstelling der kenners gewekt
+door de schilderij-verzameling, bepaaldelijk door de werken van
+oude duitsche meesters, de voorgangers van Dürer en Holbein. Deze
+schilderijen zijn in het schip van de oude kloosterkerk geplaatst,
+dat, hoewel wat bekrompen, toch eene geschikte gelegenheid aanbiedt
+en door de smalle spitsboogvensters voldoende licht ontvangt. Achter
+in het koor staat het beroemde, geheel uit hout gesneden en vergulde
+altaar uit eene kerk van Isenheim afkomstig. De twee beschilderde
+vleugeldeuren van dit altaar vormen nu, in de kerk van Unterlinden,
+de scheiding tusschen de schilderijen in het koor en die in het
+schip. In het koor hangen de werken van de oude duitsche school;
+het schip is bestemd voor de schilderijen uit later tijd. De twee
+diptyken stellen voor, de eene Christus aan het kruis; de andere,
+de Moedermaagd met het Kind; en aan de keerzijde Maria-Boodschap en
+de Opstanding, en de Verzoeking van Sint-Antonius en Sint-Paulus,
+en Sint-Antonius in de woestijn. Volgens eene oude overlevering
+zouden deze schilderijen het werk zijn van Albrecht Dürer; maar de
+tegenwoordige kunstcritici kennen ze toe hetzij aan Hans Baldung
+Grün, hetzij aan Matthias Grünewald van Aschaffenburg, zonder dat
+echter voor de eene of de andere hypothese afdoende argumenten kunnen
+worden aangevoerd. Aan den linkerwand van het koor ziet men eene reeks
+tafreelen uit het Lijden, met groote uitvoerigheid en nauwkeurigheid op
+gouden grond geschilderd: dit kunstwerk draagt het jaartal 1465. De
+tafreelen uit het leven van Jezus, uit de school van Schöngauer
+afkomstig, zijn van een anderen stijl: de teekening verraadt meer
+gevoel en de techniek staat hooger; getuige de zoo zeer bewonderde
+Pietà, de Maagd het Kind aanbiddende, de engel in Maria-Boodschap,
+de heilige Antonius, en de Heilige Maagd den engel ontvangende:
+al te gader uitmuntend geconserveerde schilderstukken. Men is het
+niet eens over de vraag, van wie deze stukken afkomstig zijn, en
+de vergelijking met de gravuren van Schöngauer schijnt eene andere
+hand te verraden. Wij zullen hierop nader terugkomen, na een blik op
+de galerij van moderne schilderijen, waarin sommige voortreffelijke
+stukken van nog levende meesters uit den Elzas de aandacht trekken
+en ten volle verdienen. Wij wijzen slechts op de genre-stukken en op
+de tafreelen uit het elzasser leven van Pabst, van Jundt, van Brion;
+op de landschappen van de twee Salzmann's en Bernier; het gezicht op
+Capri van Benner, den slapenden Bader en eene Magdalena van Henner;
+de zegekar des Doods van Schuller en vooral zijn Schlitters uit de
+Vogezen; eindelijk op de miniaturen van Michel Hertrich.
+
+In den vloer van het koor ziet men de fragmenten van een
+prachtig romeinsch mozaïek, te Bergheim, in den omtrek van Colmar,
+opgegraven. De vleugels van den kruisgang bevatten een aantal steenen
+monumenten en antiquiteiten, fragmenten van beeldhouwwerk uit alle
+tijdperken, beginnende met de gallo-romeinsche grafteekenen van Kempel,
+de eigenaardig bewerkte steenen van den ouden heidenschen muur van
+Frankenburg, de votief-altaren uit het Hattenerwoud, de stèles en
+grafzerken van Horburg, tot de romaansche basreliefs en de spuiers
+aan de gothische kerken der middeleeuwen. Deze fragmenten zijn uit
+verschillende deelen van den Elzas afkomstig. Het standbeeld van
+Schöngauer, dat daar zoo rustig en ernstig midden op den hof verrijst,
+die schepping van een onzer tijdgenooten, waardig eene plaats in
+te nemen onder de meesterstukken der kunst, schijnt te waken over
+deze overblijfselen van de beeldhouwkunst der vroegere eeuwen. Bij
+gebrek aan ruimte in den kruisgang rondom den kloosterhof, is men
+genoodzaakt geweest, eenige steenen monumenten buiten te plaatsen,
+op het square rondom het monument van Pfeffel. Eene afzonderlijke
+zaal bevat de afgietsels en pleisters van de meesterstukken der
+klassieke beeldhouwkunst. Overigens bevatten de gebouwen van het
+museum schier geene andere beeldwerken dan het blazoen van de orde der
+Dominikanen, boven den ouden ingang, waarvan wij reeds met een enkel
+woord gesproken hebben. Dit blazoen is ontleend aan de legende van
+Sint-Dominicus, waarin onder anderen verhaald wordt, dat zijne moeder,
+eenigen tijd voor zijne geboorte, een geheimzinnigen droom had: zij
+droomde namelijk, dat zij een hond ter wereld bracht, die de wereld
+verlichtte met een fakkel, welken hij in den bek hield. In het klooster
+van Santa-Maria del Fiore te Florence, dat aan de Dominikanen behoort,
+ziet men eene oude fresko, waarop de Paus is afgebeeld, omringd door
+kardinalen en prelaten, terwijl de geloovigen, onder de gedaante van
+eene kudde schapen, rondom hem op den grond liggen, terwijl honden,
+de Dominikanermonniken voorstellende, de kudde tegen de wolven der
+ketterij verdedigen. Deze voorstelling is, even als het blazoen,
+eene woordspeling: de jongeren van Sint-Dominicus noemden zich ook
+_domini canes_, honden des Heeren.
+
+Behalve de beide genoemde galerijen van beeldwerken en schilderijen,
+bevat het museum ook nog eene verzameling antiquiteiten en
+medailles. Geheel het leven der voorgeslachten op den alouden bodem van
+den Elzas treedt ons hier aanschouwelijk voor oogen; en daar het museum
+voor ieder gratis openstaat, wordt het ook druk bezocht en wekt het
+de algemeene belangstelling. Wordt ergens in de stad of op het land,
+iets gevonden dat uit een artistiek of archeologisch oogpunt waarde
+heeft, aanstonds wordt het naar Colmar, naar Unterlinden gezonden. Een
+reeks van vitrines, wier aantal van jaar tot jaar toeneemt, bevat een
+schat van voorwerpen van allerlei aard, sieraden, gereedschappen,
+wapens, zooveel mogelijk naar geografische orde gerangschikt,
+en met opgave van de plaats, waar ze gevonden zijn. Men vindt hier
+gedenkteekenen van alle rassen, die den Elzas bewoond hebben, van de
+voorhistorische tijden en de vestiging der Kelten af, overblijfselen
+van alle beschavings-perioden. Hier zijn oude kleedingstukken en
+tapijtwerken, fraaie geschilderde glazen, prachtige meubelen van
+gesneden eikenhout, die nog tot voorbeeld voor onze kunstenaars
+kunnen dienen. Zie eens die reusachtige koffers en die vorstelijke,
+zoo uitnemend schoon bewerkte kasten, waarin bijna plaats is voor
+een geheel huishouden. Op de beschilderde glazen de portretten van
+aanzienlijke burgers van Colmar in ouderwetsche kleederdracht, en de
+wapens der steden van den elzasser stedenbond, afkomstig van vensters
+der groote zaal van het Kaufhaus, waar zij eigenlijk hadden behooren
+te blijven; in den ijver om het museum van Unterlinden te verrijken,
+is men hier te ver gegaan. Een smaakvol en ijverig verzamelaar, de heer
+Fleischhauer, de tegenwoordige president van de Schöngauer-Vereeniging,
+wier schepping het museum is, heeft al deze voorwerpen met grooten takt
+gerangschikt, zoodat zij rondom den schoorsteen van den Waagkeller,
+eene soort van antiek gemeubeld vertrek vormen. De groote moderne
+vensters, die men in deze zaal heeft aangebracht, passen echter ten
+eenemale niet bij de omgeving, en maken in een gothisch monument een
+allerongelukkigst effekt.
+
+Wij moeten nog terugkomen op de schilderijen van de oude school, in
+het museum van Unterlinden bewaard, die vooral voor de geschiedenis der
+kunst van zoo groote waarde zijn. Trouwens, al hadden zij geene andere
+verdienste, dan haar wondervol, schitterend koloriet, dat ondanks
+den tijd nog al zijn frischheid en glans behouden heeft, dan nog
+zouden deze schilderijen ten volle de belangstelling verdienen. Het
+is voorwaar geen kleine lof voor den ouden kunstenaar, dat vier
+eeuwen niets hebben ontnomen aan den gloed en de pracht zijner
+verwen, wanneer wij zien, dat moderne schilderijen, in ditzelfde
+museum aanwezig, binnen de korte spanne tijds van een menschenleven,
+geheel van toon en kleur veranderen. De vorderingen der scheikunde,
+waarvan de industrie in zoo velerlei opzicht voordeel trekt, hebben
+onze hedendaagsche schilders nog niet in staat gesteld, het koloriet
+der meesters uit de vijftiende eeuw ook maar nabij te komen.
+
+Wanneer wij de oude schilderijen in het museum van Colmar aan
+Schöngauer toeschrijven, dan volgen wij daarin de traditie en de
+algemeen aangenomen meening. Wij kunnen ons hier niet verdiepen
+in de kritische beschouwingen en geleerde vertoogen, waartoe de
+veel besproken kwestie omtrent Schöngauer en zijn werk aanleiding
+heeft gegeven. Noch de meester zelf, noch zijne leerlingen hebben de
+moeite genomen de schilderijen te teekenen, waarvan de echtheid zoo
+hevig betwist of betwijfeld wordt. De verdienste van deze stukken
+is geheel afgescheiden van den naam des schilders: zij ligt in haar
+beteekenis voor de geschiedenis der kunst en in haar verwonderlijk
+koloriet. Sommigen getuigen van diep gevoel en verdienen ook om de
+uitdrukking waardeering: maar afgescheiden van de kleur, zijn de
+meesten, althans met onzen tegenwoordigen maatstaf gemeten, niet meer
+dan middelmatig, vooral door de gebrekkige teekening.
+
+Bij gebreke van authentieke bewijzen moeten ook de bekwaamste
+en scherpzinnigste critici zich bepalen tot gissingen omtrent de
+vervaardigers van de schilderijen uit de school van Colmar. Daar de
+meest bevoegde rechters elkander op bijna alle punten tegenspreken, is
+het zaak zich van elk gewaagd oordeel te onthouden. De heer Goetswiller
+noemt in zijn boek over het museum van Colmar een tiental schilderijen
+op, in deze verzameling en in de Sint-Maartenskerk aanwezig, die hij
+voor het werk van Schöngauer houdt. In de sakristij van St. Maarten
+hebben wij de _Madonna in de rozenhaag_, een stuk dat door sommigen
+uitbundig is geprezen en eene voorname plaats inneemt in de historie
+der kunst. De Moedermaagd zit met het kind Jezus in haar armen op eene
+bank, omringd door bloeiende rozenstruiken. Schitterend gekleurde
+vogels zingen in het gebladerte, terwijl twee in het blauw gekleede
+zwevende engelen eene kroon boven haar hoofd houden. De gouden grond
+doet den glans van het koloriet, dat hoofdzakelijk uit verschillende
+nuancen van rood bestaat, nog te meer uitkomen. De uitdrukking
+van reinheid en onschuld in het gelaat en de geheele houding der
+Madonna, de levendige beweging van het kind en de beide zwevende
+engelen overtreffen alles, wat in dit opzicht door de tijdgenooten van
+Schöngauer is geleverd. Maar met de Madonna's van Rafaël of van Murillo
+is deze Lieve Vrouwe niet op eene lijn te stellen, zij is en blijft een
+duitsch burgermeisje, met eene blozende kleur en een gezond voorkomen,
+maar zonder hoogere idealiteit: de Moeder des Heeren denkt men zich
+anders. De schilder moest zijne modellen kiezen in de omgeving waarin
+hij leefde. Schöngauer heeft een aantal Madonna's gegraveerd, zij
+onderscheiden zich van de geschilderde door meer bevalligheid en dieper
+gevoel. In het museum bevinden zich nog eenige andere schilderijen,
+die met meer of minder recht aan den meester worden toegeschreven,
+maar waarvan wij hier geene nadere omschrijving geven kunnen.
+
+Zeker niet van Schöngauer zijn de zestien tafereelen uit het
+Lijden, waarvan wij reeds vroeger spraken, en die uit de oude kerk
+der Dominikanen afkomstig zijn. De ruwe en onbeholpen wijze van
+teekenen zou alleen reeds voldoende zijn om ons te overtuigen, dat
+wij hier niet het werk van dien meester voor ons hebben, al stond
+de vervaardiger van deze stukken niet buiten zijn invloed. Daar is
+toch zekere overeenkomst, zekere verwijderde verwantschap tusschen
+deze schilderijen en de gravuren van Schöngauer, die allen van zijn
+naamteeken zijn voorzien. Het museum van Colmar bezit maar zeer
+weinig origineele gravuren van den beroemden kunstenaar, slechts
+enkele platen in deze verzameling dragen zijn monogram. De heer
+Amand-Durand heeft in 1881, te Parijs, eene volledige verzameling
+phototypiën van al de platen van Schöngauer uitgegeven. Het aantal
+dier platen bedraagt ruim honderd, voor het meerendeel godsdienstige
+voorstellingen behelzende, waaronder vele meesterstukken. Albrecht
+Dürer heeft meer dan eens Schöngauer gevolgd en hem onder anderen
+een zijner schoonste Madonna-typen ontleend. Wie de teekeningen en
+gravuren van den colmarschen meester naast de hem toegeschreven
+schilderijen legt, kan niet nalaten getroffen te worden door de
+meerdere voortreffelijkheid der eersten, zoo wat teekening als
+uitdrukking en levensvolle bezieling betreft.
+
+Wij kunnen ons bij de schilderijen niet langer ophouden, maar moeten
+nog een blik werpen op het altaar van gesneden hout, dat een der
+sieraden van het museum is en uit het klooster der Antoniten van
+Isenheim afkomstig is. Langen tijd gold dit altaar voor een der
+schoonste monumenten van dien aard in de geheele Christenheid; in
+de vorige eeuw kwamen reizigers en kunstenaars van heinde en verre
+naar Isenheim om dat kunstwerk te bewonderen. Wat wij nu in het koor
+der voormalige kerk van Unterlinden zien, is slechts een gedeelte
+der vroegere heerlijkheid, maar wat gespaard bleef, is voldoende om
+een denkbeeld te geven van het wonderschoon geheel. Vlak boven de
+altaartafel zien wij, in drie nissen, de borstbeelden van Christus en
+van de twaalf apostelen. Hooger prijkt, in het midden van het blad, het
+beeld van Sint-Antonius, den patroon der orde, met Sint-Augustinus
+aan zijne rechter, en Sint-Hieronymus aan zijne linkerhand,
+alle drie in natuurlijke grootte en hoog relief. Sint-Antonius is
+zittende afgebeeld, bekleed met eene tuniek en een wijden mantel,
+in de eene hand den zoogenoemden Sint-Antonieskruk, in de andere een
+gesloten boek houdende. De kleine knielende figuur aan de voeten van
+Sint-Augustinus verbeeldt zeer waarschijnlijk den schenker van het
+altaar. Al de beelden die gekleurd zijn, verkeeren in uitmuntenden
+toestand. Zij behooren ongetwijfeld tot de uitnemendste scheppingen
+der duitsche kunst in een tijd, toen het ideaal der middeleeuwen
+met zijne naïeviteit, en zijne hooge opvatting en diep gevoel nog
+de gemoederen beheerschte en vervulde, maar tegelijk de invloed van
+eene meer realistische opvatting zich begon te doen gevoelen en het
+streven naar individualiteit meer op den voorgrond trad. Let op de
+uitdrukking van majesteit en kalmte in de figuur van Sint-Antonius,
+dien eerwaardigen grijsaard, die als een vorst troont te midden van
+het altaar. Sint-Augustinus, in vol bisschoppelijk ornaat, met de
+mijter en den staf, is niet minder uitmuntend dan het beeld van den
+patroon der orde. Het hoofd van Sint Hieronymus verdient niet minder
+de aandacht; wat kracht en diepte van uitdrukking betreft, zoekt
+deze kop zijne wedergade in de kunstscheppingen van dien tijd. In
+het kleed van een romeinsch kardinaal gedost, met den hoed op het
+hoofd, slaat de beroemde kerkvader een smeekenden blik ten hemel;
+het vermagerde, edele gelaat getuigt van arbeid, zelfverloochening
+en zielestrijd. In de linkerhand houdt hij de Heilige Schrift, aan
+welker vertaling en verklaring hij het grootste deel van zijn leven
+heeft gewijd; de rechterhand is opgeheven, als om de toehoorders
+te vermanen en te waarschuwen. Aan zijne voeten slaapt de leeuw,
+de metgezel van den grooten kluizenaar.
+
+
+
+
+XVI
+
+
+Wij hebben lang in het museum van Colmar getoefd, misschien wel
+te lang naar de meening van sommigen onder onze lezers, die van
+niets zoozeer overtuigd zijn als van de waarheid, dat de mensch van
+kunstgenot alleen niet leven kan. Daarom, hoe gaarne wij ook verder
+de zeer ingewikkelde vraag zouden wenschen te bespreken, van welken
+meester de voornaamste schilderijen in de galerij van Unterlinden
+zijn, wij mogen hier niet langer toeven. Maar toch zou ik achten,
+aan mijn plicht te kort te hebben gedaan, indien ik mijn lezers
+niet op de hoogte bracht van het weinige, dat ons omtrent het leven
+van den beroemden schilder-graveur Martin Schöngauer, het hoofd der
+school van Colmar, bekend is. Tot dusver zijn de geleerden het ten
+eenemale oneens, zoowel omtrent den tijd waarin hij geleefd heeft,
+als omtrent den juisten vorm van zijn naam en omtrent de waarde
+van zijne kunstwerken.--Over zijne werken hebben wij reeds in alle
+bescheidenheid onze meening gezegd. Ten aanzien van zijn sterfdag
+houden wij ons aan eene geschreven aanteekening in het register
+der jaargetijden, die in de parochiale kerk van Sint-Maarten waren
+gesticht. Dit register, door den heer Hugot ontdekt, wordt in het
+stedelijk archief bewaard. Op bladz. 29 van dit register leest men de
+volgende aanteekening in het latijn: "Martin Schöngauer, de roem der
+schilders, vermaakte vijf stuivers voor zijn jaargetijde en voegde
+er negentien stuivers en zeven penningen bij voor het jaargetijde van
+zijn vader, waarvoor hij verkreeg een jaargetijde zonder vigiliën. Hij
+stierf op Maria-Zuivering, in het jaar 1488."--Een opschrift op het
+portret van Schöngauer in de Pinakotheek van Munchen, afkomstig van
+de hand van Hans Burgkmaier, noemt den tweeden Februari 1499 als den
+sterfdag van den ouden meester. "_Mayster Martin Schongawer, Maler,
+genent Hipsch Martin von wegen seiner Kunst, geboren zu Kolmar,
+aber von seinen Aeltern ein Augsburger Bu(rger) des Geschlechts vo
+Her Casparn, und is (gest)orben zu Kolmar anno 1499 auf den 2t(en
+tag) Hornings, dem Got Genad.--Ich sein Junger Hans Burgkmair im
+Jar 1488_".--Deze twee aanteekeningen, waaruit in ieder geval blijkt
+dat Martin Schöngauer of Schöngouwer te Colmar werd geboren en in de
+laatste jaren der vijftiende eeuw aldaar is gestorven, zijn eigenlijk
+alles wat wij omtrent den kunstenaar weten: de bijzonderheden van
+zijn leven zijn ons onbekend.
+
+De plaatselijke overleveringen maken melding van het huis _Zum
+Schwanen_, in de kleine Augustijnerstraat, achter de Sint-Maartenskerk,
+als zijnde het eigendom van Schöngauer. Door hetgeen nog van de
+voormalige versiering van deuren en vensters over is, geeft dit huis
+ons nog een staaltje van de burgerlijke bouwkunst der vijftiende eeuw
+te Colmar; ongelukkig is ook dit huis misvormd en geschonden, om aan
+de eischen van den modernen smaak te voldoen. Te oordeelen naar zijn
+portret in de Pinakotheek van Munchen, dat het jaartal 1453 draagt,
+was Schöngauer toen een man van ongeveer dertig jaar; hij zou dus
+omstreeks het jaar 1420 geboren zijn. Albrecht Dürer, die in 1492 te
+Colmar kwam om in het atelier van Schöngauer te studeeren, vond hem,
+volgens de verklaring van Christian Scheurl in zijn _Vita Antonie
+Kressen_, in 1515 gedrukt, niet meer in leven. Schöngauer zelf was een
+leerling van Rogier Van der Weyde. Met Albrecht Dürer een der scheppers
+van de duitsche kunst, heeft hij door zijne talrijke leerlingen
+en navolgers de beginselen en de techniek der vlaamsche school in
+Duitschland ingevoerd en bekend gemaakt. Geen enkel duitsch schilder
+voor hem heeft in dezelfde mate het talent bezeten om de schoonheid
+van het menschelijk gelaat weer te geven. Zijne schilderijen, vooral
+in de steden langs den Boven-Rijn verspreid, vonden grooten aftrek in
+Italië en Frankrijk, in Engeland en Spanje. Onder de werken, die aan
+hem worden toegeschreven, zag ik er een in het museum te Madrid: een
+altaarstuk, door gothische bogen in drie vakken of nissen verdeeld,
+voorstellende den Zaligmaker, de Madonna en Sint-Jan; in de galerij
+van het paleis Sciarra Colonna te Rome, de Dood van Onze-Lieve-Vrouwe;
+in de Pinakotheek te Munchen, de Intocht van David in Jerusalem met
+het hoofd van Goliath; in de National Gallery te Londen, nogmaals
+de Dood van Onze-Lieve-Vrouwe, van veel kleiner afmetingen dan onze
+schilderijen te Colmar, maar met eene fijnheid van uitdrukking, een
+diepte van gevoel en een meesterschap van bewerking, die Schöngauer
+anders slechts in zijne gravuren toont te bezitten.
+
+En nu, na dit kunstpraatje, begeven wij ons tot lager sfeer en dalen
+wij af naar de keuken, van welke het niet valt tegen te spreken,
+dat zij in ons leven nog meer plaats inneemt dan de schilder- of
+beeldhouwkunst. En door dit te erkennen, willen wij allerminst geacht
+worden, de materieele behoeften en begeerten te verheffen boven de
+geestelijke goederen en den smaak voor het schoone; noch ook op eenige
+wijze afbreuk te doen aan de rechten der gedachte en van het ideaal
+op de leiding en het bestuur des levens. Maar, wat ik u bidden mag,
+deftige heeren, ernstige lieden uit elken stand, gij die hoegenaamd
+geen prijs stelt op een goed diner, die uitsluitend leeft in hoogere,
+ideale sfeer en nimmer bezweken zijt voor do verlokkingen van een
+keurige tafel;--wat ik u bidden mag, weest niet te haastig met uw
+anathema! Vergunt mij, aan mijne vrienden, die belang stellen in
+alles wat ons mooi en goed vaderland, onzen Elzas, betreft, ook eens
+te vertellen, hoe en wat men er alzoo eet. Toen ik mij voorstelde
+als uw gids, om u al het merkwaardige en belangwekkende, al het
+schoone en loffelijke van ons land te toonen, heb ik mij zelven de
+dure verplichting opgelegd om niets dan de waarheid te zeggen. En nu
+is het eene onbetwistbare waarheid, dat de wijze van voeding altijd
+eene vrij belangrijke rol heeft gespeeld in de zeden en gewoonten,
+in de geheele manier van leven ook der Elzassers van vroeger en later
+tijd. Arbeidzaam, verstandig, moedig als het noodig is, trouw in
+zijne liefde, gehecht aan zijne voorvaderlijke godsdienst, bereid tot
+ieder offer ten behoeve van zijn geloof, zijn vaderland en zijne eer,
+is het goede volk van den Elzas ook gansch niet onverschillig voor
+de genietingen en voorrechten van hetgeen men een goed leven noemt.
+
+Bij een vrij zacht klimaat laat de grond van den Elzas de kultuur toe
+van alle planten der gematigde luchtstreek. Zijne rijke golvende
+korenakkers zijn sinds ouden tijd beroemd; zijn moestuinen en
+boomgaarden zijn de rijkste en schoonste van geheel Duitschland
+geweest; zijn bekende wijnbergen hebben het edele druivensap geleverd,
+dat tot in de best voorziene kelders van Engeland en Zweden wordt
+bewaard. Reeds de oude schrijvers prijzen om strijd de aangenaamheden
+en voorrechten van deze gezegende streek, die zij den wijnkelder,
+de korenschuur, de voorraadkamer der omliggende landen noemen,
+en waarvan zij de vruchtbaarheid met die van Touraine en Lombardije
+vergelijken. Weinig landen, zegt de _Géographie française_ van Duval,
+leveren zoo veel gemakken en aangenaamheden voor het leven op. Wild
+en visch van allerlei soort dragen rijkelijk bij tot de voeding der
+menschen.--Het is geen wonder, dat Duitschland nooit heeft opgehouden,
+naar de herovering van dit door de natuur zoo rijk gezegende land
+te trachten.
+
+De uitbreiding van den landbouw, de ontwikkeling der industrie, in
+het algemeen de voortgang der beschaving is van nadeeligen invloed
+geweest op den wildstand en op de vischrijkheid der wateren. Wij zullen
+nader gelegenheid hebben om van de uitgestorven soorten te spreken
+en de nog levende te bestudeeren. Daarentegen was het land nooit zoo
+rijk als tegenwoordig aan huisdieren, noch bezat het immer daarvan
+zoo voortreffelijke exemplaren.--De meeste groenten, die wij nog
+heden, naargelang der verschillende jaargetijden, op de spijskaarten
+vermeld vinden, worden reeds in de capitulariën van Karel den Groote
+genoemd. Als nu, bracht toen de lente spinazie, bieten, bernagie,
+ossetong, boerekool, zuring, chicorei, berenklauw, paardebloemen
+(molsla), waarvan de bladeren, evenals die van de papaver en de
+winterbonen, gegeten werden. Een in de middeleeuwen zeer geliefde
+spijs, die bij ons in onbruik is geraakt, leverden de bladeren van
+de maartsche viooltjes, vermengd met jonge brandnetels, wilde latuw
+en de eerste uitspruitsels van wilde hop, die echter minder hoog
+stonden aangeschreven dan rapousjes en sperges. Met den zomer kwamen
+pieterselie, worteltjes, suikerwortels, radijs, peulen, doperwten,
+snijbonen, rogge en spelt, waarvan men de onrijpe korrels als groente
+at. De herfst bracht op zijn beurt witte kool, bonen, komkommers,
+pompoenen, waarbij zich sedert het laatst der zeventiende eeuw de
+aardappel voegde, die het brood der armen geworden is; vervolgens
+bloemkool, artisjokken, tomaten en meloenen. De winter voorzag nog de
+tafel van ingemaakte groenten, zoo als erwten, snijbonen, linzen en
+andere, de onvermijdelijke zuurkool vooral niet te vergeten. Behoudens
+enkele uitzonderingen, maken al deze groenten ook tegenwoordig nog
+deel uit van de volksvoeding. Sommige grovere soorten zijn in onbruik
+geraakt, andere fijnere groenten vallen thans binnen ieders bereik.
+
+Vraag eens het oordeel van onze lekkerbekken in den Elzas en
+Lotharingen. De fijnste kenners, zij die door het gansche land
+aan de beste tafels hebben aangezeten, zullen u dan wel, in
+vertrouwen, enkele bevoorrechte plekjes noemen, beroemd hetzij
+door de voortreffelijkheid der keuken in het algemeen, hetzij
+door de ongeëvenaarde wijze, waarop men sommige schotels weet te
+bereiden. Ondanks het stelsel van verplicht onderwijs, ondanks de
+algemeene bekendheid der recepten van den _Bon Cuisinier français_,
+ondanks de sneltreinen, die ons de weelde vergunnen, gebakken schol
+uit de Noordzee of ingelegde groenten uit Amerika op onze tafel te
+zien verschijnen; ondanks dat alles, kennen wij toch, hier en daar
+verspreid, sommige huizen, waar zekere uitgezochte spijzen beter
+dan ergens elders worden toebereid en beter smaken ook. Niet zonder
+innige ontroering gewagen onze gastronomen van de wonderen van Vader
+Jundt, in zijn restaurant de _Poêle-des-Vignerons_ te Straatsburg,
+en van de weleer, ten tijde van Rieffenach, zoo beroemde _Deux-Clefs_
+te Colmar. In deze beide huizen, waar de moderne weelde geen toegang
+had en nieuwigheden niet spoedig werden ingevoerd, wijdde de meester
+in eigen persoon al zijne zorg en aandacht aan de keuken en wist men
+van de nieuwere ontdekkingen partij te trekken, zonder met de goede
+oude traditie te breken. Nergens at men zoo goed, nergens vond men
+eene zoo keurige tafel en zoo voortreffelijken wijn; nergens voelde
+men zich zoo volkomen op zijn gemak. Tijdens de restauratie, vóór
+het noodlottige jaar 1830, was het _Hotel des Deux-Clefs_ te Colmar,
+juist om zijne uitmuntende tafel, een van de vereenigingspunten der
+elzasser oppositie. De generaal Foy, Benjamin Constant, Marcel Barthe,
+Voyer d'Argenson, als gasten van den toekomstigen pair van Frankrijk
+Hartmann, hebben daar mede de vierschaar gespannen van het fransche
+liberalisme. Ach, waarom hebben zij niet liever al hunne aandacht
+gewijd aan de pasteitjes van ganzelever en aan de uitgelezen merken
+der elzasser wijnen, in plaats van Frankrijk te helpen storten in de
+roekelooze omwenteling van Juli 1830! Hoe geheel anders zou de loop
+der geschiedenis voor het ongelukkige land zijn geweest, hadde men
+deze onvergefelijke domheid niet begaan.... Maar wij zouden vergeten,
+dat wij nog aan tafel zitten.
+
+Wanneer ik u de spijskaart van de table d'hôte in de _Deux-Clefs_
+voorlegde, dan zoudt ge moeten toestemmen, dat men daar, voor den
+in het minst niet buitensporigen prijs van twee marken en tachtig
+pfenningen, een uitmuntend diner kan krijgen, met inbegrip van
+een halve flesch wijn. In de herberg van het Stubengeselschaft van
+Schlettstadt, overeenkomende met den Waagkeller te Colmar, betaalden
+de klanten, in 1520, zeven of acht penningen voor een goeden maaltijd,
+met inbegrip van wijn. Dit verhaalt ons de eerzame kroniekschrijver
+Hieronymus Gebweiler, die er bijvoegt dat de wijn voortreffelijk,
+en de spijzen overvloedig en heerlijk klaar gemaakt waren; hij
+deelt ons echter het menu niet mede. Ten gevalle van liefhebbers van
+oude menus, nemen wij er een over uit de _Edelsassische Chronick_,
+in het jaar 1592 door Herzog te Straatsburg gedrukt. Het geldt de
+beschrijving van een feestmaal, op dinsdag vóór Sint-Valentijn,
+in 1439 gegeven, ter gelegenheid van de blijde inkomste van den
+bisschop Robrecht van Beieren. Het feestmaal, waaraan meer dan
+driehonderd geestelijken deelnamen, bestond uit drie reeksen van
+gerechten, ieder van vijf schotels. _Eerste gerecht_: 1º kool; 2º
+gekookt ossevleesch; 3º ragout van kippen met zoete amandelen; 4º
+visch in zwarte gelei; 5º vlapastei. _Tweede gerecht_: 1º ragout van
+wilde zwijnevleesch; 2º hertepastei; 3º gruttepap met gerstsuiker;
+4º gebak; 5º blanc-manger. _Derde gerecht_: 1º rijst met suiker; 2º
+kapoenen, kippen en gebraden speenvarkentjes; 3º gelei van gevogelte
+en kalfsvleesch met saus; 4º gebak in den vorm van peren; 5º compote
+van pruimen. Onder de versierde schotels, die op de tafel van den
+bisschop werden geplaatst, wordt een kasteel genoemd van fijn gebak,
+waaruit een zwerm levende vogeltjes fladderde, met een vijvertje
+waarin kleine vischjes zwommen. Nog twee andere prachtschotels
+verdienen vermelding: een gebraden speenvarkentje, aan de eene
+zijde verguld en aan de andere verzilverd, en een gebraden pauw in
+zijn vollen vederdos.--Van een diner, den 19 November 1705, op het
+stadhuis van Mülhausen gegeven door een dertigtal burgers, aan wie
+pas het stedelijk burgerrecht was toegekend, is ons het volgende menu
+bewaard gebleven: 1º kippesoep, gekookt rundvleesch, kippenpastei, een
+kalkoen, niet genoemde groente, bloemkool; 2º gebraden kalfsschijf,
+gebraden haas, ragout van hertevleesch, kapoen, duiven, snippen,
+zwaluwen, ganzen, eenden, compote van peren en pruimen; 3º twee
+schotels met beignets, taarten, gebak, confituren, enz. Aan dezen
+maaltijd namen vijf-en-zestig gasten deel; de nieuw opgenomen burgers,
+die de kosten betaalden, hadden met den waard van den _Wildeman_
+eene overeenkomst gesloten tegen acht pfundstäbler--zegge, tien pond
+veertig stuivers--per hoofd, waaronder veertig pfundstäbler voor wijn.
+
+Vreemde gasten en bezoekers zoowel als inheemsche schrijvers en
+moralisten zijn eenstemmig in hunne getuigenis omtrent den sterk
+ontwikkelden zin voor gezelligheid en feesten, onder alle klassen der
+bevolking in den Elzas. In vroeger tijd, meer nog dan tegenwoordig,
+werd de aangeboren smaak voor tafelgenot voortdurend geprikkeld
+en onderhouden, vooral ook omdat men ruimschoots over de middelen
+kon beschikken om aan die begeerte te voldoen. Elke eenigszins
+merkwaardige omstandigheid in het huiselijk leven, elk feest, hetzij
+van kerkelijken, burgerlijken of militairen aard, dat de menschen met
+elkaar in aanraking brengt, werd en wordt nog steeds onveranderlijk
+gevierd met een overvloedigen maaltijd. Wordt een kind ten doop
+gedragen, dan mag het vroolijke doopmaal, de welkomstgroete van
+den jonggeborene in het leven, niet achterblijven. Ter gelegenheid
+van een huwelijk is een enkel feestmaal natuurlijk niet voldoende:
+de beide familiën, vrienden en bekenden geven een reeks van feesten
+ter eere van het jeugdige paar. Maar ook bij het overlijden van een
+bloedverwant of vriend wordt nog steeds de overoude gewoonte van
+het begrafenismaal in eere gehouden. Geen congres of vergadering van
+welken kring ook is denkbaar zonder een banket--dat niet zelden het
+beste is van al wat er gedaan wordt. Wanneer een hooggeplaatst persoon,
+een bisschop of een prefect, eene stad bezoekt, wordt hem een maaltijd
+aangeboden. Doet een nieuwe pastoor of een nieuwe dominé zijn intrede,
+dan moet de gemeente hem toch behoorlijk ontvangen; aanvaardt een
+nieuwe burgemeester het bestuur, dan vraagt hij de leden van den raad
+en andere notabelen ten eten, om op de aangenaamste wijze kennis met
+hen te maken. Vandaag is het de dag van den patroon der plaats, morgen
+is het schuttersfeest; nu moet er een nieuwe klok worden gedoopt of
+een nieuw orgel ingewijd; dan weer moet de gemeentelijke rekening
+worden opgenomen, of wordt eene publieke verkooping gehouden, of is
+er een gouden of een zilveren bruiloft, of wel worden de maaiers
+onthaald, of het einde van den wijnoogst gevierd. Dat alles kan
+niet naar eisch geschieden, zonder dat er bij gegeten en gedronken
+wordt. Maar wij zijn nog niet aan het einde: vergeet Sint-Maarten
+niet met zijn gans, en den heerlijken Kerstboom, en Sint-Sylvester,
+en Drie-Koningen met zijn taart, en Vastenavond, en den Meidag, en
+Sint-Jan met zijn vuur, en de maaltijden bij vischpartijtjes, en de
+drukke slacht in de sombere Novemberdagen: al die gelegenheden geven
+van zelf aanleiding tot partijtjes en maaltijden, waarvan boeren en
+burgers evenzeer houden, waarbij kapitaal gegeten en flink gedronken,
+luid gelachen en met volle borst gezongen wordt, en waarbij het ook
+aan vroolijke, hartige, soms wel wat gepeperde scherts niet ontbreekt.
+
+Een satiricus van de zestiende eeuw, Johann Fischart, de
+straatsburgsche Rabelais, die eene soort van duitschen of elzasser
+Gargantua geteekend heeft, geeft ons eene opsomming van de huiselijke
+en openbare feesten, die met maaltijden werden gevierd. Het in zijn
+boek geschetste tafereel vertoont ons een zeer sprekend beeld van
+de zeden en gebruiken des lands in zijn tijd. Hij telt niet minder
+dan drie-en-vijftig verschillende gelegenheden op, die voor onze
+feestlievende vaderen aanleiding gaven tot pret maken. Gérard neemt
+de lange lijst van Fischart over en voegt er zijne scherpe, bijtende
+aanmerkingen bij.--Was het om aan wezenlijke of voorgewende misbruiken
+een einde te maken, dan wel om het heilzaam onderscheid tusschen
+de standen te bewaren, gedachtig aan de wijze spreuk der oudheid:
+_Quod licet Jovi, non licet bovi_;--was het daarom dat wettelijke
+bepalingen tegen weelde en overdaad in het leven werden geroepen? De
+verzameling der politieverordeningen of keuren van de oude vrije
+rijkssteden in den Elzas geeft ons in ieder geval een aardig kijkje
+op de buitensporigheden van den vroegeren tijd en getuigt ook van
+den oprechten ijver om die misbruiken tegen te gaan. Te Straatsburg
+werd in 1628, onder de regeering van den stadtmeister Böckling
+von Böcklingshausen, bij keur verboden om ter gelegenheid van een
+bruiloft meer dan twintig personen, behalve de familieleden, uit te
+noodigen. "Om de misbruiken te weren van de verderfelijke weelde en
+overdaad, die overal is doorgedrongen en zelfs bij lieden van lagen
+stand," was het aan personen uit de burgerklasse verboden om meer
+dan acht schotels op tafel te doen brengen; ook mochten de feesten
+niet langer dan twee dagen duren.
+
+Het uitvaardigen van verbodsbepalingen tegen overmatige tafelweelde is
+op zichzelve nog geen bewijs, dat de geheele bevolking des lands in
+overvloed leeft of van alle goederen der aarde genieten kan. Tijdens
+den bouw der kerk van Sint-Legerius te Gebweiler, ontvingen de
+werklieden als voedsel gedurende de geheele week "knoflook en brood
+zoo veel zij verlangden; maar des zondags hadden zij vleesch en alle
+andere zaken in overvloed." Knoflook met roggebrood, gedurende de
+geheele week--dat mocht in waarheid geen overvloed heeten, vooral
+niet in een tijd, dien de kroniekschrijver van het jaar 1182,
+bij uitnemendheid een goeden tijd noemt. Nog in de achttiende eeuw
+aten de bergbewoners van Ban-de-la-Roche brood van boekweit, en was
+roggebrood voor hen eene lekkernij, waarvan de arbeiders slechts
+nu en dan konden genieten. Op het platteland eten de arbeiders
+thans voor het minst masteluinbrood, de werklieden in de stad,
+wit tarwebrood. Bij beider middagmaal ontbreekt maar zelden rund-
+of varkensvleesch. Een elzasser boer gebruikt geregeld per dag zijn
+vier maaltijden in den zomer en drie in den winter: ontbijt ten zeven
+uren 's morgens, middagmaal tusschen elf en twaalf uur, vesperbrood
+ten vier uren, en avondmaal na zeven uren. Het middagmaal ten elf
+of twaalf uur is meestal de voornaamste maaltijd van den dag. Op de
+tafel der burgers verschijnen elke week, in regelmatige volgorde,
+ongeveer dezelfde spijzen, verschillend naar gelang van de saizoenen,
+en natuurlijk behoudens afwijkingen naar smaak of goedvinden. Voor
+de invoering van de aardappelen, at men te Straatsburg, 's maandags,
+schnitze; dinsdags, koolrapen; woensdags, erwten of bonen; donderdags,
+rijst of gerst; vrijdags, spinazie of snijboonen; zaterdags, linzen;
+zondags zuurkool. Nog voor korten tijd was het te Colmar algemeen
+gebruik, 's maandags aardappelen te eten; dinsdags zuurkool; woendags,
+peen, rapen of kool; donderdags, ingemaakte groente, rijst of gerst;
+vrijdags, meelspijs; zaterdags koolrapen; zondags zuurkool, waarvan
+het overschot dinsdags weer op tafel verscheen.
+
+Nu zijt ge vrij wel op de hoogte, hoe men in den Elzas eet. Ter wille
+der volledigheid zou ik nu nog het een en ander moeten zeggen over
+sommige spijzen, die meer bepaald aan het land eigen zijn. Maar wie
+kent niet, bij ervaring of bij gerucht, de zuurkool, de noedels
+en meelspijzen, de schnitze van gedroogde appelen of peren, de
+verschillende soorten van pannekoeken, de rijstenbrij en gortepap, de
+brij van ingemaakte groenten, de ganzeleverpasteitjes, de leberknöpfle
+of balletjes van kalfslever, de karpfenkröplin of balletjes van
+karpers, de velerhande gebakjes, taarten en koeken? Reeds in de
+vijftiende eeuw heeft Anna Keller, huisvrouw van Wecker, geneesheer te
+Colmar, een boek over de kookkunst uitgegeven, dat aan de prinses van
+Oranje was opgedragen en waarin de beste wijze werd omschreven voor het
+toebereiden der meest gebruikelijke spijzen. Een ander gastronomisch
+handboek, in 1671 te Molsheim verschenen onder den titel van _Kochbuch
+so für geistliche als auch weltliche Haushaltungen_, heeft niemand
+minder tot schrijver dan Bernardijn Buchinger, bij zijn leven abt
+van Lützel, kerkelijk ridder in den souvereinen raad van den Elzas,
+een geleerd en ernstig man, die het toch niet beneden zich achtte,
+een kookboek te schrijven voor geestelijke en wereldlijke keukens.
+
+En nu genoeg van de keuken en hetgeen daarmede in verband staat. Wij
+eindigen met den hartelijken wensch, dat de aloude zin voor
+gezelligheid in deze verre van opwekkende, aangename tijden niet
+moge verkoelen; dat de lange reeks der voorvaderlijke feestdagen,
+dagen van maaltijden en van hartelijke verkwikkende vroolijkheid,
+niet worde ingekrompen, hetzij dan omdat de middelen het volgen der
+overgeleverde gewoonte niet meer toelaten, wat treurig is; hetzij,
+wat nog veel treuriger en bedenkelijker is, omdat de rechte stemming
+tot feestvieren meer en meer gaat ontbreken, omdat de naïeve gulle,
+kinderlijke vroolijkheid, desnoods overslaande tot uitgelatenheid, meer
+en meer eene vreemdelinge dreigt te worden in onze eeuw, waarin het
+leven, ook nog in anderen dan bloot materieelen zin, voor duizenden
+bij duizenden in toenemende mate zoo zwaar en moeilijk wordt, en
+de koortsige opwinding van alle krachten en vermogens den glimlach
+wegvaagt van de lippen en het harte doet verdorren reeds in den opgang
+der jeugd.
+
+
+
+
+XVII
+
+
+Als wij Colmar verlaten, strekt zich de vlakte voor ons uit, de vlakte
+van de Ill, effen en vlak en bij uitnemendheid vruchtbaar; de groote
+vlakte van den Elzas, die ten westen door de fraaie bergketen der
+Vogesen, ten oosten door de snelvlietende wateren van den Rijn wordt
+begrensd. Elzas beteekent eigenlijk het land van de Ill: door de
+aanspoelingen van de Ill en den Rijn werd het land zelf gevormd. De
+alluviaalgronden van den Rijn zijn echter veel minder vruchtbaar dan
+die van de Ill, langs wier boorden zich een vette kleigrond uitstrekt,
+waarop alle granen en andere produkten uitmuntend gedijen. Op de meer
+steenachtige gronden, door de aanspoelingen van den Rijn gevormd,
+ziet men bosschen en boomgroepen overal waar de noodige vochtigheid
+voor weilanden of korenakkers ontbreekt. De streken langs de Ill zijn
+dan ook tweemaal zoo sterk bevolkt als die langs den Rijn, hoewel
+in beiden de landbouw de hoofdbron van het bestaan is. Noch hier,
+noch daar heeft de industrie bijzonder veel te beteekenen. Mülhausen
+reikt met haar fabrieken niet verder dan de grenzen der vlakte en
+der heuvels van de Sundgau. Buiten de industriëele middelpunten,
+in en aan den uitgang van de valleien, neemt het aantal inwoners
+af naarmate de grond armer wordt. Toch biedt deze vlakte geen
+wijduitgestrekte vergezichten: overal, tusschen de dorpen en langs
+de beken en wateringen, verheffen zich boschjes en boomgroepen,
+die de eentonigheid van het landschap breken.
+
+Maar eer wij langs de stoffige wegen onzen wandeltocht voortzetten,
+willen wij een overzicht nemen van het land, dat zich voor ons
+uitbreidt. Wij zeiden reeds dat de vlakte vden Elzas begrensd wordt
+door de keten der Vogesen en door den Rijn, die beiden van het
+zuidwesten naar het noordoosten loopen. De vlakte zet zich voort aan
+de overzijde der rivier, waar zij door de bergen van het Schwarzwald
+wordt begrensd. De Ill, op de grenzen van Zwitserland, in de Jura
+ontsproten, vervolgt haar kronkelenden loop tusschen de heuvelen en
+de golvende vlakte der Sundgau, om van Mülhausen tot Straatsburg
+evenwijdig met den Rijn te vloeien. De geheele lengte der rivier
+bedraagt honderd-tachtig kilometer, waarvan honderd-twintig voor
+het gedeelte van Mülhausen tot de samenvloeiing met den Rijn. Haar
+verval, van haar oorsprong tot haar uitmonding, bedraagt omstreeks
+vierhonderd el. Mülhausen ligt tweehonderd-veertig el boven de zee,
+Straatsburg honderd-veertig, Colmar honderd-negentig, Altkirch
+driehonderd-drie-en-twintig. Te Altkirch neemt de Ill de Largue
+op, even als zij uit de Jura afkomstig; vervolgens ontvangt zij
+achtereenvolgens de Doller, de Thur, de Lauch, de Fecht, de Liepvrette,
+de Giesen, de Bruch en nog andere rivierkens, die allen uit de valleien
+van de Vogesen afstroomen. Terwijl de Vogesen hun hoogste punt bereiken
+in den Gebweiler Belchen (1426 el), ligt de bedding van den Rijn,
+die langs den geheelen Elzas eene totale lengte heeft van tweehonderd
+kilometers, nabij Basel op tweehonderd-veertig meters boven de zee en
+te Lauterburg op honderd-vier. De totale oppervlakte van den Elzas
+bedraagt achtduizend-tweehonderd-zes-en-tachtig vierkante mijlen of
+acht-en-twintig-duizend-zeshonderd-zeven-en-zestig hektaren. Tusschen
+Sennheim en Ottmarheim, waar zij het breedst is, beslaat de vlakte
+van den Elzas acht-en-twintig kilometers, tegen twintig op de hoogte
+van Colmar of Straatsburg.
+
+Hetzij men van Colmar over Ensisheim naar het Hartwald gaat,
+hetzij men over Horburg en Breisach den weg naar den Rijn volgt,
+steeds vertoont de vlakte hetzelfde eigenaardige karakter. Ons oog
+ontmoet geen grootsche, majestueuse landschappen, zoo als de bergen
+en valleien der Vogesen ze in zoo ruimen overvloed aanbieden, en
+evenmin belangrijke monumenten; maar ter rechter- en ter linkerhand
+breidt zich het vruchtbare land uit, waarop altijd menschen aan den
+arbeid zijn en dat ons verheugt door het beeld van den gezegenden
+overvloed. Het eerste dorp, dat wij op den weg naar het Hartwald
+ontmoeten, is Heiligkreuz, dat achthonderd inwoners telt en zich in
+de veilige en weldadige schaduw van een voormalig nonnenklooster
+heeft gevormd. Dan volgt, tien mijlen verder, Meienheim, waar de
+weg over eene fraaie steenen brug naar den anderen oever van de
+Ill overgaat. Niederhergheim, Oberhergheim, Biltzheim, Niederentzen
+en Oberentzen beuren ter linkerhand langs de murmelende rivier hun
+fijne kerkspitsen ten hoogen. Dan ziet men, aan den anderen oever
+van de Ill, Regisheim en Ensisheim. Voor den tijd der spoorwegen
+werden deze dorpen, waar de paarden moesten drinken of verwisselen,
+dagelijks bezocht door twaalf of vijftien diligences, ongerekend de
+talrijke voertuigen en wagens. Tegenwoordig is de vroeger zoo drukke
+en levendige weg eenzaam en verlaten en wordt alleen nog maar gebruikt
+door boerekarren. Gelukkig heeft de vermindering van het verkeer geen
+afbreuk gedaan aan de welvaart der bevolking, dank zij de buitengewone
+vruchtbaarheid van den vetten kleigrond. Men ziet weinig boomen,
+hetgeen aan het landschap iets eentonigs en plats geeft. Bij de
+jongste normalisering van den loop der Ill heeft men hier en daar
+jonge wilgen en acacia's geplant. Voor deze normalisering, waarmede
+nu omstreeks tien jaren geleden begonnen werd, veranderde de rivier
+dikwijls van bedding en wijzigde haar onregelmatigen loop na iederen
+was, tot groote schade van het bebouwde land.
+
+Horburg mag welhaast eene voorstad van Colmar worden genoemd, even als
+Logelbach. Even boven de prachtige steenen brug van Horburg neemt de
+Ill de Thur op, en even benedenwaarts de Lauch: twee rivierkens, uit
+de valleien van Thann en Gebweiler afkomstig, en wier vereeniging met
+de Ill deze laatste, beneden den Ladhof bevaarbaar maakt. Deze Ladhof
+diende gedurende de middeleeuwen der stad tot haven: de scheepvaart
+op de Ill was toen, bij gemis van andere gemeenschapswegen, veel
+drukker dan tegenwoordig. Het dorp Horburg met eene bevolking van
+achttienhonderd-vijf-en-tachtig inwoners, behoort tot het kanton
+Andelsheim, met achttien andere gemeenten, die uitsluitend van
+landbouw leven, en die tusschen den weg langs den Rijn en de Ill
+verspreid liggen. De bevolking van het geheele kanton bedroeg in 1880
+twaalfduizend-zes-honderd-twee-en-veertig zielen, omstreeks duizend
+minder dan twintig jaar vroeger. Die vermindering der bevolking van
+het platte land is een zeer ongunstig verschijnsel, maar dat zich
+overal voordoet waar geen industrie of fabrieken zijn. Toch bezitten
+alle gemeenten langs de Ill uitmuntende bouwgronden, waarvan de
+vruchtbaarheid door geen andere overtroffen wordt. Hoewel de opbrengst
+van den grond in kwantiteit toeneemt, vermindert het aantal personen,
+die van den landbouw leven: de reden hiervan ligt zoowel in de steeds
+klimmende eischen der arbeiders, als in het toenemend gebruik van
+werktuigen.
+
+Horburg, dat met zijn prachtige linden en zijne brug over de Ill
+geene onaardige vertooning maakt, is beroemd om zijn sperges, waarin
+hier een belangrijke handel gedreven wordt, en die onze boeren uit de
+vlakte van de Ill, naar het zeggen der kenners, uitnemend weten klaar
+te maken. Gedurende zeven of acht eeuwen was Horburg een graafschap,
+dat onder de vorsten van Wurtemberg stond. Zijn sterke burcht werd
+herhaalde malen verwoest en weder opgebouwd. Opgravingen hier ter
+plaatse hebben de overblijfselen aan het licht gebracht van een
+romeinsch castrum, benevens verschillende andere voorwerpen uit
+dien tijd. Beatus Rhenanus en andere geschiedschrijvers van den
+Elzas zoeken hier de plaats van het oude Argentovaria, waar de
+legioenen van keizer Gratianus de Allemannen versloegen, na de
+schitterende overwinning, waarvan Ammianus Marcellinus ons een
+zoo treffend verhaal heeft gegeven. De commissie van de op last
+van keizer Napoleon III vervaardigde historische kaart van Gallië
+plaatst daarentegen Argentovaria bij het tegenwoordige Grusenheim,
+terwijl d'Anville en Walckenaar het te Atzenheim zoeken. Er is een
+geruime tijd verloopen sedert het jaar 377 of 384, waarin de groote
+slachting plaats had, aan welke nauwelijks een tiende gedeelte van
+het leger der Allemannen ontkwam. Bij gebreke van afdoende bewijzen
+en bij mijne volkomen onbekwaamheid in het oplossen van etymologische
+raadseltjes, moet ik mij van een oordeel omtrent de verschillende
+aanwijzingen der archeologen onthouden. Trouwens, Artzenheim,
+Grusenheim en Horburg kunnen als de punten van een driehoek
+beschouwd worden, waarvan de oppervlakte niet grooter is dan die
+van het slagveld van Froschweiler-Wörth-Reichshofen, op 6 Augustus
+1870. De afstand tusschen Horburg en Artzenheim, zoowel als tusschen
+Horburg en Grusenheim bedraagt in rechte lijn niet meer dan tien
+kilometers. Daar het germaansche leger, dat door Gratianus verslagen
+werd, op zestigduizend man wordt begroot, en dat der Romeinen op een
+derde of de helft, kunnen de beide legers zeer wel een terrein hebben
+ingenomen van zoodanige uitgestrektheid, dat de naam van Argentovaria
+op elk der drie genoemde dorpen kan worden toegepast. De verschillende
+meeningen omtrent de juiste ligging der plaats kunnen inderdaad vrij
+wat gemakkelijker met elkander in overeenstemming worden gebracht,
+dan die omtrent de etymologie van den naam Argentovaria en omtrent
+de wijze waarop daaruit de duitsche naam Horburg zou zijn gevormd
+of afgeleid. Beatus Rhenanus schreef in de zestiende eeuw, dat de
+Duitschers de laatste lettergrepen van Argentovaria hadden geschrapt,
+en aan de overblijvende syllabe _ar_ hun _burg_ hadden toegevoegd;
+even als zij, op omgekeerde manier, van _Argentoractem_ eerst
+_Storatiburgum_ hadden gemaakt, en wel door weglating van de eerste
+lettergrepen; vervolgens hadden zij door het schrappen der klinkers _o_
+en _i_, _Stratburgum_ verkregen, waaruit dan ten slotte Straatsburg
+was gegroeid! Volgens Schöpflin is Argentovaria aan het keltisch
+ontleend en beteekent zooveel als _gesloten plaats des lands_; hij
+geeft echter dadelijk toe, dat het ook kan beteekenen, _stad op den
+doortocht door het land_. Pater Bach, een geleerde Jezuïet, vertaalt
+Argentovaria, Argontarat, als _doortocht_ of _verblijf der ganzen_;
+want in het keltisch wil _rat_ zeggen doortocht, _ari_ verblijf,
+en de Galliërs noemden de wilde ganzen _gantae_, _gantes_. Willen
+wij het bij deze aardigheden maar laten?
+
+Wat er ook zij van deze etymologische raadseltjes, zooveel is zeker
+dat nog heden ten dage, in iederen herfst de wilde ganzen in den
+Elzas verschijnen, vermoedelijk zonder zich het hoofd er mede te
+breken, of zij haar naam hebben gegeven aan eene keltisch-romeinsche
+nederzetting. In al de dorpen der vlakte van de Ill houden de bewoners
+ook tamme ganzen in groote menigte. De laatsten moeten haar lever
+offeren voor de beroemde pasteitjes; op de eersten wordt jacht
+gemaakt. Zij die de plaats bezoeken, waar de slag van Argentovaria
+geleverd werd, doen dit voor verreweg het meerendeel meer ter wille
+van de jacht, dan om archeologische studiën te maken.
+
+Het verdient wel opmerking, dat de Landesausschuss, die te Straatsburg
+zitting houdt, onlangs eene wet heeft uitgevaardigd, die den wildstand
+zeer ten goede komt en ten gevolge zal hebben dat het getal der hazen
+toeneemt, terwijl dat der plattelandsbewoners vermindert. De jagers en
+jachtliefhebbers zijn met deze wet zeer ingenomen; de boeren echter,
+meestal kleine grondbezitters, dwepen er minder mede. En niet geheel
+zonder reden. Veronderstel, gij bezit een kleinen tuin of akker, dien
+gij met kool hebt beplant, en nu komen de hazen de jonge groenten
+opeten. Staat u dit niet aan en slaat gij een dezer ongenoode gasten
+dood, dan maakt de jachtopziener proces-verbaal tegen u op en ge
+betaalt eene boete, behalve de beschadiging van uw eigendom. Slechts
+wanneer uw grond behoorlijk afgesloten is, of wel indien ge eigenaar
+zijt van een stuk land van minstens vijf-en-twintig hektaren, valt ge
+buiten de termen der wet. Het is den boeren niet gemakkelijk aan het
+verstand te brengen, dat zij eene onrechtmatige daad plegen, wanneer
+zij op hun eigen grond een stuk wild, dat aan niemand behoort en hun
+groenten vernielt, vangen of doodslaan.
+
+Inmiddels vermenigvuldigen zich, in de vlakte van de Ill tot den Rijn,
+hazen en fazanten, reeën en patrijzen en kwartels naar hartelust,
+zoo zelfs dat periodieke drijfjachten moeten gehouden worden om,
+in het belang van den landbouw, eene al te sterke vermenigvuldiging
+tegen te gaan. Na zulk een drijfjacht keeren de jagers soms met drie
+of vier vol geladen wagens terug, met een buit van vierhonderd hazen,
+dertig reeën en tachtig fazanten, naar de heer Engelhard in zijn
+_Souvenirs d'Alsace_ verhaalt.
+
+In onzen tijd van sentimenteele dierenbescherming ontbreekt het
+natuurlijk ook niet aan strafpredikatiën tegen het jachtvermaak. En
+toch, hoe heerlijk is zulk eene jachtpartij, hoe rijk aan afwisseling
+en genot! Met het krieken van den dag verlaat ge uwe dompige woning,
+en wandelt in de frissche, heerlijke morgenlucht, met drie of vier
+vrienden, naar de aangewezen loopplaats. Allengs komen daar, van
+verschillende zijden, kleine groepen opdagen; het getal liefhebbers
+groeit; weldra is het gezelschap kompleet. Nu schaart ge u, met
+twintig of dertig andere jagers, langs een sloot of een hollen weg;
+wegschuilende achter boomen of golvingen van den grond. Tegenover
+u, op betamelijken afstand, heeft zich eene andere lijn gevormd van
+mannen en jongens, die nu met luid geroep en geschreeuw, en het slaan
+met stokken tegen steenen en boomen, het verschrikte wild opjagen
+en heendrijven in de richting waar gij u bevindt. Daar komen ze
+aansnellen, in ijlende vlucht, de hazen en reeën, onwetend den dood te
+gemoet. Daar knallen de schoten; daar buitelen de hazen en springen de
+reeën omhoog, om dan neer te vallen onder het knetteren der geweren,
+onder de luide bravo's bij welgelukte schoten, onder het tergend
+gefluit bij mislukte. Voorzeker, ik kan het niet tegenspreken, daar is
+iets.... nu ja, iets onridderlijks in dat neerschieten van weerlooze
+dieren, waartoe niet de minste moed wordt vereischt, niets dan zekere
+bekwaamheid in het schieten. Maar toch, de rook, het schieten, de reuk
+van het kruit, het gezicht van het bloed, het gekerm der getroffen
+dieren, het tellen van den buit, de vroolijke gesprekken, het verhaal
+van werkelijke of half werkelijke jachtavonturen:--al die beweging,
+dat rumoer, die opwinding, ze doen u het bloed sneller vlieten door de
+aderen, ze ontrukken u aan het alledaagsche, ze doen u met dubbel genot
+gevoelen dat gij leeft. En dan, dat heerlijke gevoel van vrijheid;
+die beweging en oefening in de frissche vrije lucht; het genot der
+telkens afwisselende tooneelen en landschappen, naar gelang van den
+tijd des jaars, van het weer, van plaats en uur, bij zonneschijn of
+nevel, bij regen of felle vorst, in het dichte bosch of op een open,
+zonnige plek in het woud, of wel in de vlakte, op het open kale veld
+zich uitstrekkende tot den schemerenden gezichteinder. Kunt ge niet
+begrijpen, dat het jachtvermaak, eens in vollen omvang gesmaakt,
+welhaast een hartstocht wordt?
+
+Een drijfjacht op hazen wordt doorgaans gehouden in eene vlakte van
+eene halve vierkante mijl. De jagers omsingelen het terrein, dat door
+de drijvers onder geleide van eenige jachtopzieners is afgezet. Bij
+de eerste geweerschoten trachten de meest achterdochtige hazen,
+opgeschrikt door het rumoer van de drijvers, die naar de jagers
+toe gaan, door den doodelijken cirkel heen te breken, en vallen als
+slachtoffers van hunne onvoorzichtigheid. Anderen zijn minder roekeloos
+en maken minder haast; zij gaan kalm op hun achterpooten zitten om den
+toestand te overzien. Zoo opzittende, zijn hunne voor- en achterpooten
+onophoudelijk in beweging, als trachtten zij in zenuwachtige spanning,
+onder de hen omsingelende vijanden de slechtste schutters uit te
+zoeken. Somwijlen raden zij goed, en gelukt het hun tusschen de
+nieuwelingen door te ontsnappen. Blijkt het dat zij zich vergissen,
+dan keeren zij terug, niet wetende waarheen zich te wenden, loopen
+heen en weer, gaan weer zitten, tot zij eindelijk meenen een vrijen
+uitgang, eene onbewaakte plek gevonden te hebben. Daar stormen zij
+dan op los: helaas, meestal om te vallen onder de kogels van dezen
+of genen rustenden jager. De schrik en de verbijstering van de arme
+dieren bereiken hun toppunt, wanneer de drijvers, die met hunne stokken
+zwaaien en luid schreeuwen, tot op eenige honderden schreden van de
+schutters genaderd zijn. Dan is het oogenblik gekomen van de groote
+slachting, het laatste oogenblik voor een honderdtal hazen, op eene
+kleine ruimte saamgedrongen. Zij kunnen niet teruggaan, zonder zich
+aan het gevaar bloot te stellen, dood geslagen te worden. Razend van
+schrik, overschrijden zij den noodlottigen cirkel, waarin de jagers,
+die zich nu saamgetrokken hebben en zonder tusschenpoozen hunne geweren
+laden, afvuren en weder laden, hen opsluiten. De meesten vallen dood
+op de plek of sterven, gewond, op eenigen afstand. Zoodra de gevallenen
+bijeen zijn verzameld, wordt de drijfjacht elders voortgezet.
+
+Maar het gebeurt niet altijd, dat na afloop van zulk een jacht eenige
+honderden hazen als buit worden medegevoerd: somwijlen keeren de
+jagers platzak terug, zelfs in de vlakte van den Rijn. Dit is mij
+zelven overkomen bij de eerste drijfjacht, waaraan ik deel nam, te
+Widensohlen, waar het jachtveld toch als goed bekend is. Volgens het
+zeggen van mijne medejagers, hadden de hazen zich in het kreupelhout
+verscholen, en wij konden het bosch niet laten afloopen, omdat de
+bladeren nog aan de boomen zaten. Om mijn weitasch te vullen, moest
+ik op eene boeren hofstede een kalkoen doodschieten, natuurlijk tegen
+betaling van schadevergoeding aan den eigenaar.
+
+Nog meer dan de vlakte, lokken de eilanden in den Rijn zoowel
+de jachtliefhebbers als de natuurkenners tot een bezoek uit. De
+machtige rivier, die de groote zwitsersche meren met de Noordzee
+verbindt, is eene door de natuur aangewezen heerbaan voor de tochten
+en verhuizingen der watervogels van allerlei pluimage. Platvoetige
+zwemmers, langbeenige steltloopers, breedgewiekte zeilers, allerlei
+soorten van vogels, grooten en kleinen, die de strenge winter van
+de noordpoolstreken naar zachter klimaat drijft, strijken vaak in
+dichte drommen neder op onzen Rijn. Daar is dan ook geen beter en
+gemakkelijker weg te bedenken voor de tallooze zwermen van eenden,
+wilde ganzen, raafeenden en talingen, uit de golf van Finland en
+van de klippen der IJszee afkomstig. Die weg wordt echter ook, maar
+zeldzamer, bezocht door den prachtigen zwarten zwaan, den noordschen
+vischarend, den kormoran: zeldzame, afgedwaalde bezoekers, die door
+stormen of heftige beroeringen in den dampkring uit hun baan zijn
+gedreven en het spoor bijster geraakt, maar die nu hun reis vervolgen
+in de richting der groenachtige wateren van het dal. De stilstaande
+wateren van voormalige rivierarmen, door de normaliseringswerken
+afgesneden en langzamerhand in dicht begroeide moerassen veranderd,
+bieden een uitgezocht verblijf voor de steltloopers: watersnippen,
+roerdompen, reigers, waterhoenders, en hoe ze verder heeten mogen,
+wier lange teenen hen in staat stellen over de weeke modder te
+loopen. Welwillend en gastvrij, deelen de steltloopers hun rijk met
+de plassers en ploeteraars, de zwempootigen, die in het water plompen
+en duiken. Als des avonds het zilveren vesperklokje luidt, verlaten
+de eenden de groote vijvers en kommen in de diepere gedeelten en in
+de overstroomde weilanden, waar zij zich veiligheidshalve overdag
+ophouden, en strijken onder luid gekwaak neder in de modderige
+poelen. De kievitten, van hun kant, vliegen des morgens en des avonds
+bij honderden heen en weer over de naastbijgelegen bebouwde akkers,
+maar koesteren zich, gedurende de warme uren van den dag, op de
+zandbanken en de kiezelsteenen in de oude bedding der rivier. De
+pluvieren, die in het naakte zand nestelen, zijn niet minder talrijk
+dan de spreeuwen in het riet. Twee of drie soorten van zeezwaluwen,
+die hier slechts tijdelijk toeven om haar jongen op te kweeken,
+beschrijven in het schoone jaargetijde, langs de oevers der rivier,
+haar bevallige lijnen en wendingen.
+
+De Rijn was vroeger, ja eeuwen lang, zoo nukkig en grillig als
+een jong meisje, telkens van bedding veranderende, zich nu eens op
+dezen, dan op genen oever richtende, dan zich terugtrekkende van
+den Elzas om Baden te begunstigen, straks weer omgekeerd, zonder
+regel of naspeurlijke reden. Alt-Breisach, op zijn vulkanische rots
+tronende, lag nu eens op den rechter, dan weer op den linker oever
+van de veranderlijke, onstandvastige rivier, die haar luimen bot
+vierde. Om aan dien onhoudbaren toestand een einde te maken, zijn
+de regeeringen der oeverstaten in overleg getreden, en hebben den
+stroom eene kunstmatige bedding aangewezen, waarbuiten hij niet meer
+treden kan of mag. Vóór den aanvang der normaliseeringswerken, die nu
+langs den geheelen Elzas welhaast voltooid zijn, had de hoofdstroom,
+ter rechter en ter linker zijde, een groot aantal zijtakken of armen
+uitgezonden, die deels tot de rivier terugkeerden, deels zich in het
+land verloren. Deze nu afgesloten takken, die telkens meer aanslibben,
+deze onwettige kinderen van den Rijn, volgens de uitspraak van de
+moderne wetenschap, vormen nog een net van eilanden, de woon- en
+wijkplaats der bovengenoemde vogelen. Veroordeeld om te verdwijnen,
+naar gelang van de aanslibbing der afgedamde riviertakken, nemen deze
+eilanden van jaar tot jaar in omvang toe en naderen steeds meer tot
+elkander, tot groote ergernis van de toekomstige jagers. Sommige van
+deze eilanden zijn niet meer dan kiezelbanken, waarop niets groeit
+en die bij hoog water overstroomd worden. Anderen, van meer omvang,
+door breede en diepe wateren gescheiden, hebben hooge, zandige oevers,
+omzoomd met eeuwenoude wilgen, dichte bosschen van eikenopslag en hoog
+hout, weilanden, en op de hoogere gedeelten bebouwde akkers. Reeën
+zwerven bij troepjes om door het bosch en tusschen de hooge heesters
+en varens, waar de jonge boerinnetjes, uit het frissche bad gekomen,
+ze in den zomer beloeren. Het wilde zwijn kiest zich een leger
+in de lagere gedeelten, te midden van doornen en distelstruiken,
+waar de haas eene rust en veiligheid vindt, welke hij in de vlakte
+te vergeefs zou zoeken. In den herfst, wanneer elders, in de groote
+bosschen tusschen de Ill en den Rijn, vaak gebrek aan water is, wemelt
+het hier van fazanten, en zoekt de patrijs hier eene schuilplaats,
+waarin zij zich ongenaakbaar acht. Bij drijfjachten levert deze
+streek voor de jagers zeer groote moeilijkheden op, uithoofde van
+de zoo talrijke stroompjes en beken, die elkander in alle mogelijke
+richtingen kruisen. Wenscht gij u van het eene eiland naar het andere
+te laten overzetten, vertrouw u dan gerust aan een dier flinke deernen
+toe, die volkomen voor hare taak berekend zijn en met vaste hand het
+ranke bootje weten te besturen.
+
+
+
+
+XVIII
+
+
+Ondanks haar rang van vesting, is Neu-Breisach er erg aan toe:
+geene andere stad in den geheelen Elzas heeft misschien zooveel
+geleden door de inlijving bij Duitschland als zij. Hare bevolking,
+die in 1871 nog negentienhonderd-een-en-zeventig zielen bedroeg, was
+in 1885 tot op veertienhonderd-zeven gedaald; het garnizoen, vroeger
+zestienhonderd man sterk, telt thans niet meer dan ruim vierhonderd
+man. Van de tweehonderd-zeventig huizen van het stedeke staan er
+vijf-en-vijftig ledig, ten gevolge van het vertrek hunner eigenaars,
+zonder dat zich iemand opdoet om ze te koopen. Deze achteruitgang
+is het gevolg van geheel eigenaardige omstandigheden: Neu-Breisach
+is geene handeldrijvende, industrieele of landbouwende stad: zij is
+niets meer dan eene vesting, een groot fort. In de laatste jaren van de
+zeventiende eeuw werd deze vesting door Vauban gebouwd, tegenover de
+vesting Alt-Breisach, het oude Mons Brisacus, aan den anderen oever,
+dat krachtens den vrede van Rijswijk aan Duitschland gebleven was. De
+nieuwe stad moest dan ook bepaaldelijk dienen tot huisvesting van
+soldaten. Bij koninklijke brieven van September 1698 werden, ten einde
+inwoners te lokken, aan de gezinnen, die zich in Neu-Breisach vestigen
+zouden, zekere vrijdommen en voorrechten toegestaan. De burgerlijke
+bevolking leefde dan ook bijna uitsluitend van het garnizoen, en nu
+dit laatste zoo sterk verminderd is, zien de inwoners zich gedwongen,
+naar elders te vertrekken, willen zij niet van gebrek omkomen. Daar
+komt nog bij, dat de duitsche ambtenaren in den Elzas veelal de slechte
+gewoonte hebben, om hunne huishoudelijke benoodigdheden, voor zoo ver
+dit per post geschieden kan, uit hun geboorteland te laten komen. In de
+uitgestorven straten van Neu-Breisach tiert het gras dan ook zoo welig,
+dat men sommige buurten als weiland zou kunnen verpachten. Ja, men zou
+zich des noods midden op de straat kunnen verkleeden, zonder iemands
+aandacht te trekken of door de policie lastig te worden gevallen.
+
+Op het midden van het plein staande, ziet de bezoeker te gelijk de
+vier poorten der vesting, die vlak tegenover elkander zijn gebouwd. De
+stad heeft de gedaante van een regelmatigen achthoek. Alle straten
+loopen lijnrecht, en de huizen vormen regelmatige vierkante blokken;
+zij zijn bovendien genoegzaam allen naar hetzelfde model gebouwd en
+hebben niet meer dan eene verdieping. Tijdens het bombardement van 1870
+werd ongeveer een vierde gedeelte der bestaande woningen vernield. Na
+den oorlog werden de eigenaren schadeloos gesteld, onder voorwaarde dat
+zij hunne huizen zouden herbouwen, die nu voor een deel leeg staan. Het
+groote Paradeplein, in het midden der stad, is vierkant, en heeft eene
+oppervlakte van dertienduizend-vierhonderd-zes-en-vijftig vierkante
+ellen; het plein is omringd door eene driedubbele rij van lindeboomen,
+waarvan sommigen nog sporen van kogels vertoonen. Aan iederen hoek
+bevindt een diepe waterput; onder de boomen zijn van afstand tot
+afstand banken geplaatst. Op dit ruime plein kunnen tweeduizend man
+met gemak manoeuvreeren; tegenwoordig is het er doodstil; slechts des
+avonds ontmoet men er enkele eerzame oude-jongejuffrouwen, die met
+elkander een praatje komen houden. De vier kazernen van de vesting
+bevatten huisvesting voor meer dan tweeduizend man; in de partikuliere
+huizen kunnen nog vijfhonderd manschappen en honderd-twintig paarden
+worden geborgen, ongerekend de kasematten van de wallen, die nog
+vierduizend man konden bevatten, en de stallen van de kazernen,
+die ruimte hadden voor tweehonderd-veertig paarden. Behalve de
+tweehonderd-zeventig partikuliere huizen, vindt men te Neu-Breisach
+dertig woonhuizen, die aan den staat behooren en waarin de chefs van
+de militaire administratie waren gevestigd, benevens arsenalen. De
+kerk, hoewel netjes onderhouden, is een modern gebouw zonder eenig
+karakter. Het militaire hospitaal is thans gevestigd in de lokalen van
+een voormalig Kapucijnerklooster, dat tijdens de revolutie gesloten
+werd. De gemeente Neu-Breisach reikt niet verder dan de wallen der
+vesting; de grond, waarop de stad is gebouwd, werd door den staat
+van de gemeente Wolfganzen gekocht.
+
+Voor de stichting van Neu-Breisach stond, op het toenmalige
+Stroo-eiland, dat thans met den vasten wal verbonden is, gedurende
+het laatste vierde der zeventiende eeuw, de kleine stad Saint-Louis,
+waar van 1681 tot 1698 de souvereine Raad van den Elzas zijn zetel
+hield. Van dit stadje is tegenwoordig geen spoor meer te vinden;
+de landlieden uit den omtrek noemden het Strohstadt, uit hoofde van
+de strooien daken der huizen. Zoo als men weet, was bij den vrede
+van Rijswijk bepaald, dat de tegenover Alt-Breisach gebouwde nieuwe
+stad moest worden gesloopt. Deze stad, die vlak aan den Rijn lag,
+werd ook inderdaad gesloopt, on daarmede aan de letter van traktaat
+voldaan; maar vlak daarnaast bouwde Vauban de vesting, die thans nog
+op eenige kilometers afstands van den genormaliseerden stroom ligt. Op
+de plaats van een bolwerk, dat vroeger den toegang verdedigde tot eene
+vaste brug over den Rijn, werd het fort Mortier gebouwd, vlak aan den
+oever der rivier. Tengevolge van de normaliseeringswerken, waarop wij
+straks terugkomen, werd het bed van den Rijn kunstmatig versmald en
+verlegd. Eene schipbrug is in de plaats gekomen van de oude houten
+brug uit de dertiende eeuw, die over een eiland was gelegd. Sedert
+1875 is een weinig meer bovenwaarts een nieuwe ijzeren brug gebouwd
+ten behoeve van den spoorweg van Colmar naar Freiburg. Dicht bij
+de schipbrug, aan den kant van den Elzas, staat eene oude herberg,
+waar de liefhebbers altijd uitmuntenden visch kunnen vinden, benevens
+rivierkreeften uit de Giesen en smakelijk wildbraad, met witten wijn
+die niet te versmaden is.
+
+Voor de vensters dezer herberg gezeten, kunt ge, in afwachting
+van uw vischmaal, van het uitzicht genieten op Alt-Breisach. Hoe
+geheel anders ziet die stad er nu uit, dan wij haar op prenten uit de
+zeventiende eeuw vinden afgebeeld! Verdwenen zijn de bolwerken en de
+driedubbele muren; verdwenen de hooge toren aan het einde van de brug,
+de zware gekanteelde slottoren, en de vroolijk zingende klokken van
+het Franciskaner- en het Dominikanerklooster, en ook de oude toren
+bij den waterput in de bovenstad. Slechts de statige, indrukwekkende
+Sint-Stefanuskerk verrijst nog in al hare majesteit op het hoogste
+punt van den vulkanischen heuvel, omringd door brokken muurs en
+geraamten van huizen: eene herinnering aan het bombardement van 1793,
+toen de vestingwerken der oude stad door het fransche geschut geheel
+werden vernield.
+
+Tijdens de romeinsche heerschappij lag, volgens Beatus
+Rhenanus en Schöpflin, de Mons Brisacus of Alt-Breisach op den
+linker Rijnoever, hetgeen echter door Cluvier en Zeiler wordt
+tegengesproken. Onwaarschijnlijk is het evenwel niet. De jaarboeken
+der Dominikanen van Colmar berichten dat in 1295 de rivier, die sedert
+langen tijd de stad Breisach van den Elzas gescheiden had, hare bedding
+gedeeltelijk overbracht naar de andere zijde van den berg. Reeds in
+de tiende eeuw spreekt Luitprand van Breisach als van een eiland,
+terwijl de stad op de kaart van den Elzas, in 1576 door Daniel Speckle
+vervaardigd, door een tak van den Rijn wordt omringd. Voor den geoloog,
+die de gesteldheid van het terrein onderzoekt, is de aanwezigheid
+van voormalige bermen en geulen aan de oostzijde van den rotsheuvel
+waarop Alt-Breisach is gebouwd, een afdoend bewijs, dat de rivier
+vroeger daar haar loop had. Eene wet van Valentinianus, opgenomen in
+den codex van Theodosius, is gedagteekend van de romeinsche vesting
+Brisacus, den dertigsten Augustus 369. Tegenwoordig kunnen wij op
+het terrein zelf, veel duidelijker dan in charters en kronieken,
+het spoor volgen van de verschillende beddingen, die de rivier
+achtereenvolgens innam en weder verliet, naarmate de insnijdingen in
+den bodem der vallei dieper werden, terwijl de oevers trapsgewijze
+omhoog stegen. De wijde krommingen en bochten van de oude beddingen
+de gesteldheid van den bloot gekomen rivierbodem, nog kenbaar aan
+plassen en rietbosschen, waar de liefhebbers ter eendenjacht gaan;
+de ligging der kiezelbeddingen,--dit alles stelt ons in staat,
+het vermogen en de stroomsnelheid van den Rijn in verschillende
+tijdperken te berekenen en de langzamerhand toenemende versmalling
+van zijn bed na te gaan. In historische tijden lag, naar men bijna
+met zekerheid mag aannemen, het oude Mons Brisacus nu eens op den
+eenen, dan weder op den anderen oever der rivier, naar gelang deze,
+ten gevolge van sterken was, haar loop veranderde.
+
+Wanneer wij met opmerkzaamheid de gesteldheid van de Rijnoevers in
+den Elzas en in Baden gadeslaan, kunnen wij nog de sporen ontdekken
+van drie groote takken of hoofdbeddingen, die betrekkelijk nog van
+jongen datum zijn en beurtelings door een net van zijarmen met elkander
+verbonden waren. Beneden Kembs liep de groote linkerarm van de rivier
+door de tegenwoordige vallei van de Ill tot aan Straatsburg. Naar
+het schijnt, zou de verzanding aan den bovenmond en de scheiding van
+den tegenwoordigen Rijn het gevolg zijn geweest van de natuurlijke
+werking der stroomingen, waarvan de sporen nog zichtbaar zijn in de
+aanspoelingen van keien, die van de Alpen zijn medegevoerd. Boven
+den Kaiserstuhl scheidde zich de rechterarm van den hoofdstroom af,
+liep om dien vulkanischen berg heen, en volgde dan den zoom van
+het Schwarzwald, waar de oude loop nog te herkennen is tot voorbij
+Ettlingen. Verzandingen in het bovenste gedeelte van dezen rivierarm en
+de voortgaande aanslibbing langs de verschillende beken en rivierkens,
+die van het Schwarzwald afdalen, hebben eindelijk het water van dezen
+tak teruggedrongen naar de hoofdbedding. Dit is ook ten slotte het
+geval geweest met de andere zijtakken; maar de vereeniging met de
+hoofdrivier schonk het aanzijn aan eene groote menigte eilanden en
+een warnet van grootere en kleinere kanalen en killen. Ten tijde van
+de romeinsche heerschappij waren Schlettstadt en Colmar misschien nog
+rechtstreeks met den hoofdstroom van den Rijn verbonden, hoewel dit
+niet uit geschreven dokumenten blijkt. Zeker is het echter, dat men
+te Ettlingen en te Durlach onmiskenbare sporen heeft gevonden van
+oude aanlegplaatsen uit den romeinschen tijd. De groote afstanden
+tusschen de hooge gronden ter wederzijde van de rivier, de scherpe
+bochten midden door het land, de talrijke greppels en killen, ten
+deele nog met water gevuld, de moerassen en veenen leeren ons nog
+heden, welke groote veranderingen, zelfs nog in betrekkelijk jongeren
+tijd, de loop van den Rijn heeft ondergaan. De vlekken en dorpen,
+in het overstroomingsgebied gelegen, zijn dan ook bij herhaling
+het slachtoffer geweest van deze wisselingen. Op den linkeroever
+werden Rheinau en Wörth in de middeleeuwen geheel verwoest en sedert
+herbouwd; het klooster Arnulfsau, in den omtrek van Drusenheim,
+is spoorloos verdwenen. Gelijk lot trof op den duitschen oever de
+dorpen Tringheim en Hundfeld nabij Kehl, en de kloosters Höhnua,
+Thumhauser en Mufflenheim boven Seltz.
+
+Maar de Rijn is eene te belangrijke, te beroemde rivier ook, om
+hem niet meer van nabij te beschouwen en eene opzettelijke studie
+te wijden.
+
+
+
+
+XIX
+
+
+Er bestaat geene vertrouwbare kaart, waarop men de veranderingen
+in den loop van den Rijn, sedert de middeleeuwen tot op onzen tijd,
+zou kunnen nagaan. Eene kaart van den ridder Beaurain, in Frankrijk
+vervaardigd om daarop de veldtochten van Turenne langs den Rijn,
+in de jaren 1674 en 1675, aan te wijzen, toont ons de rivier bezaaid
+met een groot aantal boschrijke eilandjes, door meer of minder breede
+armen gescheiden; zoo zelfs, dat eene militaire brug tusschen het dorp
+Plobsheim en het fort Altenheim gelegd, over acht armen van de rivier
+moest gaan om Baden met den Elzas te verbinden. Schönau, Rheinau,
+Drusenheim, Schattmatten en Seltz, tegenwoordig een à twee kilometers
+van den Rijn verwijderd, lagen toen vlak aan den oever. Vrij breede
+riviertakken vloeiden langs Wanzenau en Gambsheim, terwijl Dalhunden
+op den rechter oever lag. Voor den aanleg van het kanaal van de Ill
+naar den Rijn, dat in 1838 voltooid werd, was Straatsburg door drie
+dwarskanalen met den hoofdstroom verbonden. De normaliseringswerken,
+in de jongste tijden door de regeeringen der oeverstaten naar een
+vast plan uitgevoerd, hebben der rivier eene regelmatige en minder
+wisselvallige bedding aangewezen.
+
+Dadelijk nadat de Rijn, bij Bazel, de breede kloof tusschen
+de uitloopers van den Jura en het Schwarzwald verlaten heeft,
+raakt hij de grens van den Elzas. Op de Alpengletschers geboren
+en gevoed door talrijke beken en stroomen, die aan alle zijden
+van den Sint-Gothard, het centraalpunt der zwitsersche Alpenketen,
+afdalen, richt de prachtige rivier haar loop naar het meer Constanz,
+waarin zij zich tijdelijk verliest en als het ware de eerste
+periode van haar leven afsluit. Het schilderachtige zwabische meer
+verlatende, stroomt de Rijn naar het groote keerpunt bij Bazel,
+na vooraf de Limmatt en de Reuss, onder den naam van Aar tot
+eene belangrijke rivier vereenigd, te hebben opgenomen. De lengte
+van den Rijn, van zijn oorsprong in Grauwbunderland tot aan zijn
+uitloop in de Noordzee, bedraagt dertienhonderd-zes-en-twintig
+kilometers, waarvan vierhonderd-veertig tot de kromming bij Bazel
+en tweehonderd langs do grenzen van den Elzas. Bij het Tomameer in
+Grauwbunderland, dartelt de pas geboren rivier op eene hoogte van
+tweeduizend-driehonderd-vier-en-veertig meter boven de zee; in het
+meer van Constanz bedraagt die hoogte driehonderd-vier-en-tachtig
+meter; bij de brug te Bazel, tweehonderd-zes-en-twintig meter;
+bij de brug te Kehl, honderd-vijf-en-dertig meter, en te Lauterburg
+honderd meter: alles berekend naar het nulpunt van het amsterdamsche
+peil.--Het vermogen der rivier bedraagt tegenwoordig ter hoogte van
+Bazel, gemiddeld achthonderd kubiek meter, maar wisselt tusschen de
+tweehonderd en twaalfhonderd kubiek meters en meer. Bij sterken was
+heeft men, in het einde van December 1882, te Kehl een afvoer gehad
+van vijf- tot zesduizend kubiek meter per sekonde.
+
+Men kan eigenlijk niet zeggen dat de Rijn eene natuurlijke grens
+is, want in de eeuwen der volksverhuizing zijn stam bij stam de
+rivier overgetrokken; maar toch is de Rijn, sedert den aanvang der
+historische tijden in Midden-Europa, eene grens geweest, welker bezit
+de machtigste rijken elkander bij herhaling hebben betwist. Welk
+eene reeks van groote en gewichtige gebeurtenissen hebben, sedert
+de verschijning der Romeinen, zijne oevers niet aanschouwd! Hoe veel
+bloed heeft er niet gestroomd om het bezit van het schoone, gezegende
+land, waardoor hij zijne blonde wateren stuwt, zijne blonde wateren,
+waarin wijd beroemde steden zich spiegelen! En ook, welk een bron van
+zegen en welvaart was hij, de eeuwen door, voor de bevolking langs
+zijn zoom! Geene andere rivier misschien werd zoo vaak bezongen;
+voor geene andere klopt het hart van den Duitscher zoo warm als voor
+_Vater Rhein_, geëerd en gevierd als ware hij de schepper des lands.
+
+Bazel is gebouwd op een kiezelbank, bestaande uit keien gelijk
+aan die welke de Rijn medevoert, en waarvan het hoogste punt op
+vijf-en-zestig meters boven den tegenwoordigen middelbaren waterstand
+ligt. Deze kiezelbank verdeelt zich in en bij de stad in terrassen,
+die amphitheatersgewijze, soms met vrij steile hellingen, naar de
+rivier afdalen, en zich op regelmatige afstanden langs de beide oevers
+uitstrekken, tot ongeveer op de hoogte van Alt-Breisach.
+
+Boven de oude kiezel van deze terrassen vindt men, over groote
+uitgestrektheden, maar in zeer ongelijke dikte, de slib of
+klei, waaruit de vruchtbaarste velden in de vlakte van den Elzas
+bestaan. Deze slib, geheel verschillende van de mergelhoudende slib
+welke de rivier thans achterlaat, is vermoedelijk aangevoerd door
+het water, dat uit den ouden Rijngletscher stroomde, toen deze
+zich nog tot in de omstreken van Bazel uitstrekte. De Rijn moet
+destijds een veel vermogender rivier zijn geweest dan tegenwoordig:
+anders had hij onmogelijk tot op zoo verren afstand die massa's slib
+kunnen medevoeren, waarvan de dikte op sommige punten vijftig meters
+bedraagt. Nog heden is de stroom ter hoogte van Bazel zoo sterk,
+dat de rivier keisteenen ter zwaarte van vijf-en-twintig pond en
+meer medevoert.
+
+Tusschen de beide natuurlijke terrassen of hooge gronden, die zich
+beneden Bazel langs de rivier uitstrekken, begrenzen de wederzijdsche
+bandijken eene vlakte van drie tot zes kilometers breed, die bij
+hoog water nog wordt overstroomd, en waardoor de Rijn vroeger zijn
+loop nam in eene telkens wisselende, door tallooze kanalen doorsneden
+bedding. Van afstand tot afstand ziet men nog, twee of drie mijlen van
+den tegenwoordigen thalweg verwijderd, kommen en killen, overblijfselen
+van oude riviertakken, voor het meerendeel thans van den hoofdstroom
+afgesloten: zij vormen de thans oneigenlijk zoo genoemde eilanden van
+den Rijn. Bosschen en kreupelhout, akkers en weilanden, onder den
+naam van _ried_ en _grün_ bekend, volgen hier in bonte afwisseling
+op elkander: een waar paradijs voor de jagers. Zonder de kunstmatige
+normalisering van het rivierbed en de daarmede in verband staande
+bedijking, zou men ook nu nog kunnen zien gebeuren, wat vroeger
+herhaaldelijk plaats greep, dat de rivier bij overstrooming hare
+bedding verlegde. Zoo werd in 1570 het dorp Neuburg, bij Germersheim,
+van den rechter- naar den linkeroever verplaatst; zoo werd nog in het
+begin dezer eeuw het riviertje de Moder, bij Hagenau, gedwongen om
+zijn loop met omstreeks twintig mijlen te verlengen, ten einde den
+Rijn, nabij Fort-Louis, te bereiken. Hieruit blijkt, hoe moeilijk
+in den romeinschen tijd en in de middeleeuwen vaak de toegang tot
+de rivier was, en hoeveel strategisch gewicht werd gehecht aan die
+punten, waar het water van den Rijn in eene scherp begrensde bedding
+vloeide en dus de overtocht gemakkelijk viel.
+
+Daar waar de dus genoemde thalweg--dat is, de lijn van de grootste
+diepte--den oever raakt, bedraagt de diepte thans, gedurende het
+geheele jaar, minstens zes el beneden het nulpunt der peilschaal,
+overeenkomende met middelbaren waterstand. Op de ondiepten tusschen de
+kiezelbanken staat niet meer dan een el water en vaak nog minder. De
+pontons van de schipbruggen te Kehl en te Breisach rusten des winters
+dikwijls op de kiezel, in plaats van te drijven. Telken jare worden
+door de ingenieurs, met de werken van den Rijn belast, die banken
+opgenomen en de ondiepten gepeild. Deze ondiepten zijn eene zeer
+wezenlijke belemmering voor de scheepvaart, die zich niet ontwikkelen
+kan, zoolang het bed der rivier niet zal zijn gezuiverd en de banken
+en ondiepten weggeruimd.
+
+In de maand Februari begint de rivier te wassen. Deze aanvankelijk
+zeer geringe was houdt weder op in Maart, welke maand in onze streken
+doorgaans zeer droog is; te beginnen met April gaat de was echter
+sneller, om haar toppunt te bereiken in Juni. In Juli begint het
+water weder te zakken; de sterkste daling heeft plaats in de maand
+September. Natuurlijk komen er in de verschillende jaren meer of minder
+sterke afwijkingen voor, naar gelang het jaar droger of regenachtiger
+is.--Zoo als ik reeds zeide, nemen de ingenieurs telken jare de
+ligging en de gesteldheid der kiezelbanken op, die het bed van den Rijn
+versperren. Bij hoog water worden die banken of platen overstroomd;
+als het water zakt, komen zij weer boven. Tusschen Lauterburg en
+Straatsburg telt men niet minder dan drie-en-zestig van zulke platen;
+boven Straatsburg tot Bazel is haar aantal vooral niet minder. Ten
+gevolge van de verplaatsing van de kiezel bij hoog opperwater en
+sterken stroom, ondergaan die platen gedurige verandering, waarmede
+de schippers op den Rijn rekening hebben te houden.
+
+Deze kiezelplaten in den Rijn, die ook voor de zalmvisscherij benuttigd
+worden, verschaffen mede bezigheid aan de goudzoekers. Een charter van
+het jaar 667, door een hertog van den Elzas, Etichon genoemd, verleend,
+geeft reeds aan een klooster het recht om goud te wasschen. Nog
+in de laatste tijden leverden de goudzoekers uit den Elzas en uit
+Baden jaarlijks aan de munt te Karlsruhe voor de waarde van veertig
+à vijftigduizend francs van het kostbare metaal. Men vindt dit goud
+vooral op de kiezelplaten, met zand vermengd. Maar de arme lieden,
+die het zoeken, verdienen zoo weinig met dien arbeid, dat zij daartoe
+alleen hunne toevlucht nemen als zij niets anders te doen hebben. Het
+goud komt niet voor in de gedaante van groote of kleine korrels, maar
+van zeer dunne loovertjes, die ter nauwernood een millimeter groot
+zijn. Doorgaans bevatten tienduizend pond kiezel niet meer dan zes
+grammen goud. Een hoop kiezel van tien kubiek meters levert bij de
+wassching niet meer op dan twee en een half gram goud. Gedurende de
+beste jaren ontving de munt te Karlsruhe van twaalf tot vijftien pond,
+vertegenwoordigende vier vijfden van de geheele produktie langs den
+loop der rivier van Bazel tot Philipsburg. Wanneer men nu in aanmerking
+neemt, dat een goudzoeker nog geen twee francs per dag verdient, dan
+zal men lichtelijk begrijpen dat een zoo weinig winstgevend bedrijf
+al meer en meer verwaarloosd wordt. Het is veel voordeeliger zich als
+dijkwerker te verhuren of in de fabrieken te arbeiden, dan langs den
+Rijn goud te zoeken.
+
+Voor de uitoefening van dat bedrijf heeft de goudzoeker overigens niet
+veel gereedschap noodig. Het goudwasschen geschiedt tegenwoordig op
+vrij wel dezelfde manier, die Heberer, in 1582, te Seltz in praktijk
+zag brengen. Met een ijzeren schop voorzien, schept de goudzoeker
+eenige ponden kiezel op en schudt die in het water heen en weer,
+ze tevens oppervlakkig onderzoekende. Na de groote keien verwijderd
+te hebben, maakt hij eene beweging met de schop, zoodat het lichte
+zand door het water wordt medegespoeld. Vervolgens worden ook de
+kleine steentjes verwijderd. Na nog eenige bewegingen met de schop,
+houdt hij niets over dan zwart zand, dat eene groote hoeveelheid met
+titanium verbonden ijzer bevat, en waarin een geoefend oog al spoedig
+de verborgen goudloovertjes ontdekt. Als hij met iedere schop meer
+dan een dozijn loovertjes verkrijgt, heeft hij kans meer dan een
+franc per dag te verdienen. Na aldus eene zekere hoeveelheid zand
+verzameld te hebben, begint de operatie van het wasschen. Daartoe
+gebruikt hij eene twee el lange en een el breede schuine plank, die met
+een stuk grove wollen stof is bekleed, en aan welker boveneinde een
+soort van teenen horde is aangebracht, waarvan de traliën twee duim
+tusschenruimte hebben. Het kiezel wordt nu tegen die horde gelegd en
+vervolgens met water begoten: het zand en de nog overgebleven kleine
+steentjes worden door het afstroomende water medegevoerd, terwijl de
+goudloovertjes en het fijne zand in de wol blijven vastzitten. Het
+wollen kleed wordt nu van tijd tot tijd in eene tobbe uitgespoeld;
+en het op den bodem achtergebleven zand naar huis medegenomen om daar
+eene laatste zuivering te ondergaan. Ge ziet, het kost moeite genoeg,
+een weinig goud machtig te worden.
+
+
+
+Twee malen ben ik, te beginnen van Bazel, den Rijn afgevaren: eens met
+de ingenieurs, aan wie de uitvoering der rivierwerken is opgedragen,
+en eens in gezelschap van de leden van onzen provincialen landdag,
+die zich door eigen aanschouwing van den stand der werken wenschten
+te vergewissen.
+
+Bij den laatsten tocht was het bij uitnemendheid mooi weer met
+prachtigen zonneschijn. En de tocht was inderdaad een soort van
+triomftocht: overal werden wij met gejuich, met kanon- en geweerschoten
+ontvangen; steden en dorpen waren met vlaggen en groen versierd;
+overal werd ons de eerewijn aangeboden, en de heeren zelven waren in
+de beste en vroolijkste stemming. De vergadering was bijna kompleet,
+evenzoo als de regeeringscommissarissen. Slechts enkelen ontbraken,
+die tegen zulk eene vaart, met het oog op hunne gezondheid of hun
+gestel, meenden bezwaar te moeten maken. Daar gaat op den Rijn, zoo
+als men weet, een zeer snelle en sterke, bij wijlen zelfs een zeer
+hevige stroom; en al is iemand volksvertegenwoordiger, kan het hem
+toch overkomen, dat hij zich op het water minder op zijn gemak gevoelt.
+
+Maar liever dan u een officieel proces-verbaal aan te bieden van de
+stroombevaring door de leden van den landdag, wil ik u eenvoudig het
+verhaal doen van mijn eerste tochtje op de rivier met de ingenieurs. Op
+dien dag--het was Vrijdag, 28 September 1882--was het weer veel
+minder mooi: de hemel was grauw en donker en het regende hard. De
+hoog gezwollen wateren kookten en bruisten onder de oude brug te
+Bazel. Vader Rijn was blijkbaar niet in zijn humeur en scheen ons
+toe te roepen: "Vandaag niet! Komt mij een anderen dag bezoeken:
+ik ben nu niet te spreken." Te spreken of niet, wij zijn in het
+schuitje en kunnen niet meer terug. Vader Rijn moet het nu maar voor
+lief nemen. In woeste snelle vaart voeren de voortgejaagde golven
+ons mede: eer wij het weten, varen wij onder de brug van Huningen
+door. Bazel verdwijnt welhaast uit het gezicht, met zijne torens en
+hooge oevers. Beneden de stad verheffen zich langs de rivier eenige
+fabrieken van chemische stoffen, met haar leelijke schoorsteenen,
+die ons hun rook en roet nazenden: even onaangenaam voor den reuk
+als het vuile water en de verwerkte stoffen dier fabrieken, die in
+den Rijn uitstroomen, verderfelijk zijn voor de zalmteelt.
+
+Dicht bij de schipbrug van Huningen verbindt een ijzeren brug de
+badensche spoorwegen met het spoorwegnet van Elzas-Lotharingen;
+deze verbinding heeft voornamelijk een strategisch doel: zij moet
+namelijk de beweging mogelijk maken van troepen, die uit Zwaben en
+Wurtemberg komen, zonder het neutrale grondgebied van Zwitserland te
+schenden. Dicht bij de brug ziet men ook den mond van het kanaal,
+dat den Rijn met de Rhône verbindt; vlotvoerders zijn bezig met
+houtvlotten, uit Zwitserland en het Schwarzwald afkomstig, binnen
+het kanaal te sturen. De pontons van de schipbrug zijn gedeeltelijk
+van hout, gedeeltelijk van zink; maar deze laatsten, die moeilijk
+te herstellen zijn, verdienen geene aanbeveling. Naast de brug staat
+een magazijn, waarin de noodige materialen voor herstellingen worden
+geborgen. Ten einde in geval van snellen was of hoog opperwater
+tijdig te kunnen waarschuwen, heeft men eene telegraaflijn aangelegd,
+waardoor de bureaux van de ingenieurs te Colmar en te Straatsburg
+in rechtstreeksche verbinding staan met de brug- en dijkwachters,
+die onderling telefonisch verbonden zijn. Minder goed geregeld is
+de dijkverdediging door de oeverbewoners, wanneer er gevaar is voor
+doorbraak; het ware zeer wenschelijk, dat de regeering zich die
+zaak aantrok en eene behoorlijke organisatie met een vast personeel
+invoerde.
+
+Een paalregel, uit houten en ijzeren palen samengesteld en die in
+schuine lijn, van het midden der schipbrug, in de richting van den
+linker oever loopt, beschermt de pontons tegen het geweld van den
+stroom, wanneer bij hoog water de brug moet worden weggenomen. Ook de
+houtvlotten zoeken vaak in deze soort van haven eene wijkplaats. Hier
+verlaten wij het bootje, waarmede wij van Bazel zijn gekomen, om over
+te gaan in de gouvernementsboot voor den dienst der rivierwerken. Deze
+boot, die met vier roeiers is bemand, heeft in het midden een overdekte
+kajuit, waar wij althans voor regen en zonneschijn veilig zijn. De
+regen heeft trouwens voor het oogenblik opgehouden, maar de lucht
+blijft betrokken. Veel liever hadden wij helder en warm weer gehad:
+doch daar is niets aan te doen, en pruttelen maakt de zaak niet beter.
+
+Terwijl de boot met groote snelheid door het water glijdt, hooren
+wij in onze onmiddellijke nabijheid een zonderling geluid, het best
+te vergelijken bij het kletteren van hagel tegen de ruiten. Een der
+ingenieurs deelde mij mede, dat dit geluid werd veroorzaakt door de
+beweging der steenen op de kiezelbanken. Voor het oogenblik is geen
+van deze platen zichtbaar: bij zulk een hoogen waterstand zijn zij
+allen overstroomd. Eerst later, als het water zakt, komen zij weer
+voor den dag, maar dan op andere plaatsen dan waar zij zich vóór
+den was bevonden. Die platen zijn dus in beweging, en die beweging
+is sneller, naarmate in den Rijn sterker stroom gaat. De wrijving en
+schuring van die kiezel veroorzaakt het slib, dat het water troebel
+maakt. Op sommige plaatsen worden de kiezelsteenen, door de kracht
+van den stroom, over de lage kribben en dammen heengeworpen, hoewel
+die minstens een el boven de kiezelplaten reiken. De normaallijnen,
+die een kunstmatig bed bij middelbaren rivierstand moeten vormen,
+zijn aangewezen door rijswerk en steenglooiingen; deze kunstmatige
+bedding doorsnijdt op verschillende punten den ouden thalweg. Langs
+de afgesneden rivierarmen zien wij bootslieden, die hunne schuiten
+voorttrekken; visschers maken daar, vooral bij regenachtig weer,
+hunne beste vangst, want dan zwemmen de visschen, door de openingen
+in de oeverwerken, de zijtakken in, waar zij in menigte gevangen
+worden. Het rijsbeslagwerk is bijna overal langs de normaallijnen
+aangebracht en met steen bestort; de oude zijtakken zijn op die
+wijze voor het meerendeel afgedamd; bij hooge waterstanden stroomt
+het water over die dammen heen en ontlast zich in de afgesneden killen.
+
+Wij varen onder de brug van Rheinau door en roeien voort, nu met de zon
+vlak in het gezicht. Gelukkig! want bij zulk eene vaart op den Rijn is
+mooi weer eigenlijk een vereischte. Zonder eenige inspanning bereiken
+wij omstreeks vier uren in den namiddag de uitmonding van de Kraft,
+eigenlijk een tak van de Ill, die zich bij Erstein van deze rivier
+afscheidt. Twee mijlen verder ligt de fraaie hoeve Altenheimer Hof
+schilderachtig tusschen het geboomte. Troepen soldaten oefenen zich
+in het zeilen en sturen, in de nabijheid van een fort, dat onlangs
+aan den oever der rivier is gemaakt en waarvan niets zichtbaar is dan
+de met gras begroeide taluds. Slechts de punthelmen der schildwachten
+op den wal verkondigen u, dat wat ge daar ziet, een fort is. Niet ver
+van daar, op den badenschen oever, ligt een tweede fort: beiden maken
+deel uit van de lijn van defensie der stelling Straatsburg. Rondom
+het fort Altenheim sluiten bosschen den horizon af, maar de Rijn zelf
+opent heerlijke gezichtspunten. De rivier heeft hier eene breedte
+van tweehonderd-vijftig el; de kalme watervlakte wordt door geen
+enkele bank of plaat gebroken. De stroom is hier veel minder snel;
+bij wijlen schijnt de koninklijke stroom een effen meer. Eene kleine
+boot, vol heeren en dames, steekt vlug en licht, vlak langs ons heen,
+de rivier over. In de verte beurt de kathedraal van Straatsburg haar
+fijne torenspits in de nu helder blauwe lucht. Welk eene afwisseling
+van gezichten en landschappen, bij iedere kromming van de rivier! Toch
+valt het niet tegen te spreken, dat de rivierverbetering, hoe nuttig
+ook onder andere opzichten, niet aan het schilderachtige bevorderlijk
+is geweest: trouwens de ingenieurs-wetenschap heeft niets te maken
+met schoonheid. Haar ideaal is eene zooveel mogelijk rechte rivier,
+tusschen regelmatige, rechtlijnige oevers ingesloten; en dit ideaal
+is gewis een geheel ander dan dat van dichters en kunstenaars, ja
+ook van hen, voor wie de schoonheid der levende natuur zeer, zeer
+veel meer waard is dan de mooiste mathematische figuur. Zoo was dan
+ook, vóór de normaliseering, de Rijn onbetwistbaar veel schooner
+en pittoresker. Toen vormden, bij hoog water, de verschillende
+vertakkingen van de rivier een majestueusen, uitgestrekten waterplas,
+die op sommige plaatsen eene breedte had van ettelijke mijlen. Ook
+nu nog biedt de rivier juist daar de schoonste gezichtspunten,
+waar de nog niet afgedamde zijtakken diep landwaarts indringen, te
+midden der statige, eeuwenheugende bosschen. Welke prachtexemplaren
+van eiken en ahornen vindt men nog op de voormalige eilanden, voor
+het meerendeel begroeid met schier ondoordringbaar kreupelhout,
+de geliefkoosde verblijfplaats van wilde zwijnen en fazanten. In de
+lagere gedeelten betwisten riet en biezen en gras de plaats aan het
+kreupelhout, tenzij een warnet van doornstruiken en wilde moerbeziën
+het geheele terrein inneme. Hier en daar vindt men, op de dichtst
+begroeide eilanden, nog enkele bevers, maar zij worden van jaar tot
+jaar zeldzamer. In het museum van natuurlijke historie te Mainz zag ik
+een grooten opgezetten bever, die aan den oever van Rijn gevangen was.
+
+Omstreeks vijf uren in den namiddag varen wij onder de brug van den
+spoorweg van Straatsburg naar Kehl, en komen even daarna aan den mond
+van den zoogenoemden Kleinen-Rijn, waar wij aan land gaan. Wij zijn
+te Straatsburg.
+
+
+
+
+XX
+
+
+Een ander maal zullen wij het gedeelte van den Rijn tusschen
+Straatsburg en Lauterburg bevaren. Wij moeten nu eerst den stroom
+weer opvaren en onze wandeling voortzetten door de Sundgau en
+het Hartwald. Maar alvorens daarheen te gaan, kan ik den lust niet
+bedwingen, nog weer eens om te dolen op de eilanden in de oude rivier:
+laat het zijn om te teekenen en, lukt het, ook te jagen. Wie op de
+manier van onze moderne toeristen door een land heenvliegt, leert het
+immers nooit kennen; en onze schoone Elzas is het inderdaad wel waard,
+goed bezien en gekend te worden.
+
+In den vroegen morgen van den 24sten September ging ik met den schilder
+Lix op weg naar Plobsheim, om daar onzen gemeenschappelijken vriend
+Louis Schutzenberger op te zoeken, die op zoo menige schilderij
+de natuur en het leven langs de boorden en op de eilanden van den
+Rijn met treffende waarheid en diep gevoel heeft weergegeven. De
+kunstenaar, die naar buiten was gegaan om te jagen, had voor het
+oogenblik zijn intrek genomen bij de villa Finck. De villa Finck, wel
+bekend bij alle jachtliefhebbers in Straatsburg, is eene eenvoudige
+visschershut, verbonden met eene tapperij. De huurders der omringende
+jachtterreinen hebben daarnaast een witgepleisterd huisje gebouwd,
+waarin ieder van de gasten, naar eigen lust en smaak, zijn nachtlogies
+inricht, hetzij in een hangmat, hetzij op eene eenvoudige matras. Als
+de regen lang aanhoudt, of als het te koud wordt, kan men zich bij
+het vuur warmen. Moeder Finck, de kookvrouw, heeft in haar kelder
+een zekeren witten wijn, waarvan de goede oude vrouw zelve wel wat
+druk proeft. Over het eten behoeft men zich niet bekommerd te maken:
+de stille wateren van de voormalige Rijntakken wemelen van visch,
+en het wild van allerlei soort is niet minder overvloedig. Zelfs de
+minst geoefende jagers kunnen zooveel wilde zwijnen en reeën, hazen,
+otters, dassen, eenden, kievitten, patrijzen en fazanten, snippen en
+pluvieren schieten, als zij maar verkiezen.
+
+Wellicht kunnen niet al mijne lezers zich eene duidelijke voorstelling
+maken van de villa Finck, ook al deel ik hun mede, dat zij op vijftien
+mijlen afstands van Straatsburg ligt, in de gemeente Plobsheim, op
+een eiland in den Rijn. Welnu, verbeeld u een open plek in het bosch,
+ter uitgestrektheid van een bunder, aan den eenen kant besproeid door
+een voormaligen arm der rivier, aan de andere zijde ingenomen door
+het jachthuis en de visschershut; rondom die woningen een moestuin met
+vruchtboomen en een op latwerk rustende wingerd, waaraan donkerblauwe
+druiven hangen. Tegen den muur van het huis hangen een aantal fuiken;
+terwijl aan den waterkant een groot, op palen uitgespannen kruisnet
+hangt te drogen. Eenige blondharige kinderen, flink en gezond van
+uitzicht, barrevoets, spelen met een troepje tamme eenden, die zich
+voor de deur hebben verzameld, maar zoo straks weder te water zullen
+gaan. Een gedeelte van dit terrein behoort aan den visscher Finck, die
+hier woont met zijne zonen en kleinkinderen; het overige wordt bebouwd
+door boeren uit het naburige dorp. Een koel en lommerrijk pad voert,
+midden door het eikenbosch, naar Plobsheim. Hier en daar worden de
+eiken afgewisseld door populieren, elzen en wilgen, als ook door de
+heesters en struiken, die gemeenlijk op lage vochtige plaatsen groeien.
+
+Toen wij aankwamen scheen het mooi weer. Bij ons vertrek van
+Straatsburg, omstreeks zes uren in den morgen, hing er een dikke
+nevel over de weilanden en over het water. Nu schijnt de zon helder
+en warm, en ondanks eenige min of meer verdachte wolken, zal de zon
+ook den geheelen dag blijven schijnen:--althans naar de verzekering
+van vader Finck, die ons zeer hartelijk ontvangen heeft en dien ik
+u nog moet voorstellen. Vader Finck is visscher van beroep, maar
+oefent daarnevens, als de gelegenheid gunstig is, ook het bedrijf
+van strooper uit. Hij is altijd op den uitkijk: geen schepsel kan
+zich boven, op, of in de wateren onder de aarde bewegen, of hij merkt
+het op met zijn scherpen, doordringenden, loerenden valkenblik, die
+altijd naar eene prooi schijnt te speuren. Naar men ons verhaalde,
+had die brave man eertijds een bijzonder zwak voor het wild op den
+badenschen oever. De hemel mag weten, hoeveel reeën en fazanten
+hij, zonder jachtakte of vergunning, aan den overkant van den Rijn
+gevangen heeft! Geen wonder dat hij nu en dan in botsing kwam met de
+jachtopzieners en veldwachters, die op hem loerden. Op zekeren dag of
+in zekeren nacht--de kroniek vermeldt niet of het feit bij zon- of bij
+maanlicht plaats greep,--keerde de visscher-strooper naar huis terug
+met een portie ganzenhagel in zeker lichaamsdeel. Zoo iets vergeet
+men niet licht, vooral omdat Finck wist welke jachtopziener hem die
+poets gebakken had. Eenigen tijd daarna lag onze vriend, wiens wonden
+waren geheeld, maar die even onbekeerlijk was gebleven, op de loer in
+de biezen. Hij zag den jachtopziener, die hem zoo goed geraakt had,
+zijn geweer op een zonnig plekje in het gras nederleggen, vervolgens
+zijne kleederen uittrekken en bij zijn geweer leggen, en eindelijk
+in het water afdalen. Nauwelijks was de jachtopziener in het bad,
+of de strooper sprong uit zijn schuilhoek te voorschijn, en maakte
+zich in een oogwenk meester van de kleederen en ook van het geladen
+geweer. Toen riep hij op spottenden toon den onthutsten jachtopziener
+toe, dat hij hem de keus liet, waar hij den kogel, dien hij, Finck, hem
+nog schuldig was, wilde ontvangen, in zijn hoofd of ergens anders. De
+badensche jachtopziener, die bij ondervinding wist dat de strooper
+nooit zijn doel miste, stond daar, ter dood verschrikt... "Kom aan,
+neen!" voer Finck voort, "ik zal u niet dooden. Maar vergeet niet dat
+ik uw leven in mijne hand heb gehad."--En zonder de dankbetuiging van
+den opziener af te wachten, verwijderde de strooper zich. Later zijn
+beiden goede vrienden geworden: volgens booze tongen zelfs zoo goed,
+dat zij voor gezamenlijke rekening stroopten.
+
+Al was ons bezoek bij Schutzenberger onverwacht, de ontvangst was
+er niet minder hartelijk om. De jagers lagen nog in bed; terwijl
+zij zich gereed maakten om op te staan, namen wij een kijkje voor
+het venster. O ramp! het is eensklaps gedaan met het mooie weer:
+de lucht is geheel betrokken. Terwijl onze vrienden zich aankleeden,
+regent het reeds vrij hard. En nog geen uur geleden, verzekerde vader
+Finck ons dat de zon den geheelen dag schijnen zou! Wij vertrouwden
+op zijn woord en rekenden op zijne weerkennis. Immers, een inboorling
+van de eilanden in den Rijn, die zijn leven lang in de buitenlucht
+heeft verkeerd, die vijftig jaren achtereen het beroep van visscher
+en strooper heeft uitgeoefend, zoo iemand dient toch de voorteekenen
+van goed of slecht weer te kunnen onderscheiden! Nu, als ware hij
+een almanak, antwoordt hij, dat het best mogelijk den geheelen dag
+kan regenen. Natuurlijk, als het geen mooi weer is, zal het wel
+regenen! Maar, als om den spot te drijven met den profeet, keert de
+wind en de regen houdt op. Na verloop van eenige oogenblikken schijnt
+de zon weer zoo helder als ooit. Na een landelijk ontbijt gebruikt te
+hebben, gaan Schutzenberger en de andere heeren op de patrijzenjacht,
+om voor het diner te zorgen. Lix en ik gaan met den zoon van Finck
+een watertochtje op den rivierarm maken, vooral met het doel om te
+teekenen en te schetsen.
+
+Hoe heerlijk is toch zulk een watertochtje, onder den lommer der
+overhangende takken. Op dezen grillig kronkelenden voormaligen arm
+van den Rijn behoeven wij niet eens de riemen te gebruiken; met een
+eenvoudigen boom kan onze schipper aan de boot de gewenschte richting
+en beweging geven. Bij de villa Finck verheft zich de oever ter
+hoogte van drie el boven het kristalheldere water, rustig kabbelend
+over eene bedding van fijn kiezelzand. Verscheidene bootjes liggen
+hier aan den oever, voorzien van teenen korven, waarin de visch
+geborgen wordt. Langs den oever staan oude knoestige wilgen naast
+kleine knotwilgen, beiden nog prijkende in den dos hunner grijsachtig
+zilveren bladeren. Op den achtergrond breiden krachtvolle eiken hunne
+zware takken over het kreupelhout uit. Het hooge geboomte en het lage
+hout, doornstruiken en heesters, het heldere water, de weilanden
+en akkers--wat bieden ze een rijkdom van telkens afwisselende
+gezichten. Voeg daarbij de volmaakte kalmte, de vredige stilte en
+rust, een zeker geheimzinnig iets, dat onwillekeurig tot ernst stemt
+en zoo weldadig aandoet.--De Rijn is voor het oogenblik laag. In
+den vroegeren arm der rivier, waarop wij zachtkens voortglijden
+tusschen beurtelings kale en boschrijke oevers, nu eens in den vollen
+zonneschijn, dan wegduikende in den half doorzichtigen lommer, is de
+stroom vrij zwak. Somwijlen nemen riet en biezen de plaats in der
+boomen: hun vezelige wortels bedekken de hellingen en zweven boven
+het gedaalde water.
+
+Na een half uur gevaren te hebben komen wij aan de uitmonding van
+dezen arm, die nog niet geheel van den genormaliseerden Rijn is
+afgesloten. Dit is op meer plaatsen het geval, maar die openingen
+verminderen van jaar tot jaar, en binnen een niet al te langen tijd zal
+de geheele Rijn ter wederzijde met eene bijna onafgebroken doorloopende
+kaai of oeverbekleeding zijn voorzien.--Terwijl mijn vriend Lix eene
+schets maakt van de dijk- en oeverwerken, ga ik bij de hoeve van
+Altenheim, tegenover het nieuwe fort, aan wal. Men is daar bezig eene
+nieuwe dijkwachterswoning te bouwen. Daar de stand van den Rijn op dit
+oogenblik vrij laag is, zijn hier en daar de kiezelplaten ook weder
+zichtbaar. Op een dezer platen is een geheele zwerm van kievitten,
+minstens vijftig in getal, neergestreken: zij verzamelen zich daar
+voor de verhuizing naar zuidelijker klimaat, warrelen door elkaar
+en zwieren nu en dan boven de rivier. Een andermaal hoop ik over de
+fauna van de Rijnoevers te spreken.
+
+De zon steekt vinnig, als broeide er een onweder; ik beklim den
+bandijk, die hier dicht langs den genormaliseerden oever loopt en
+dicht bij het fort Altenheim wordt afgebroken door een breed kanaal,
+dat door eene sluis met den Rijn in gemeenschap staat. Te midden
+van het groen teekenen zich hier en daar de witte muren van eenige
+verspreide boerenwoningen. Aan den oever teruggekeerd, vind ik Lix, die
+zijne schets voltooid heeft, waarna wij weder in de boot plaats nemen.
+
+De hemel, die eenige uren helder is geweest, is op nieuw met wolken
+overdekt: het dondert reeds in de verte, en weldra valt de regen bij
+stroomen neder. Doornat nemen wij afscheid van Schutzenberger, ten
+einde over Breisach naar den Rijn terug te keeren.--De volgende morgen
+vindt ons dan ook in een char-à-bancs op den grooten weg tusschen
+Neu-Breisach en Geiswasser. Overal langs den weg zijn nog de sporen
+zichtbaar van den geweldigen orkaan, die den 16den Juli van het vorige
+jaar hier heeft gewoed. Een aantal boomen liggen tegen den grond,
+hetzij ontworteld, hetzij halverwege den stam afgebroken. Zoo groot
+was de kracht van den wind, dat het te veld staande koren letterlijk
+werd gedorscht en het graan uit de halmen weggedreven. Daken werden
+weggeslagen, en eene geduchte hoos vernielde op haar weg alle gewassen
+en een goed deel van den oogst.
+
+Niet ver van Ober-Saasheim wordt onze aandacht getrokken
+door een afgebranden molen naast een uitgedroogd kanaal. De
+voortgaande verdieping van het bed van den Rijn, tengevolge van de
+verbeteringswerken, is oorzaak dat gaandeweg de toevoerkanalen naar
+de molens droog loopen, waardoor de molenaars hunne broodwinning
+verliezen. Dit is eene zeer ernstige schaduwzijde van een overigens
+zoo nuttig werk, waardoor het algemeen belang ongetwijfeld gebaat
+wordt. Achter den afgebranden en verlaten molen verrijst het
+prachtige bosch met zijn hoogstammig geboomte en rijk geschakeerden
+groenen dos. Midden door het bosch brengt een zijpad ons in weinige
+oogenblikken naar Geiswasser.--Daar bevinden wij ons weer binnen de
+grenzen van het gebied der eilanden.--Geiswasser is in het najaar
+een allerbevalligst dorp, wegschuilende tusschen het groen, zonder
+eigenlijke straten, dicht bij den Rijn, en toch door den bandijk
+tegen overstrooming beveiligd. De huisjes staan in schilderachtige
+wanorde overal verspreid: ieder bouwt zich zijne woning waar en zoo
+als hij verkiest, zonder zich in het minst om regelmaat of rooilijn
+te bekommeren. De meesten zijn omringd van een boomgaard met een
+schat van vruchtboomen, door groenende hagen omsloten. De dorpelingen
+bebouwen hun akkers, visschen in de oude rivierarmen of werken aan de
+dijken, wanneer die herstelling behoeven. In het voorbijgaan werpen
+wij door een openstaand venster een blik in een dier eenvoudige,
+echt landelijke woningen: de familie staat gereed aan tafel te gaan,
+en naar vroom gebruik spreekt de eerwaardige vader des gezins het
+_Benedicite_, het gebed voor het eten.
+
+Wij slaan al wandelend de onophoudelijke afwisselingen in het landschap
+gade. Straks dwaalden onze blikken over de ruime, wijde vlakte, aan
+den horizon begrensd door eene lijn van bosschen, waarboven zich in
+de verte de schemerende top van den Kayserstuhl verhief.--Merk nu op
+dit breede water, nog altijd eene vertakking van den vroegeren Rijn,
+op sommige plaatsen zeer diep, terwijl ge het op andere punten met
+baggerlaarzen aan kunt doorwaden. Hier en daar verdwijnt het water
+schier geheel onder riet en biezen; elders vloeit het met nauw hoorbaar
+murmelen over fijn kiezelzand, terwijl van achter de boomen op naburige
+eilandjes, het plechtstatig ruischen van den koninklijken stroom ons
+in de ooren klinkt. Het water is buitengewoon doorschijnend, helder
+als kristal: nu althans, nu de Rijn laag is. Witte kiezelplaten,
+hier en daar uit het water oprijzende, steken scherp af tegen het
+donkergroen der boomen, waarboven zich weder de schemerende omtrekken
+van den Kayserstuhl teekenen. De boomen op de aan overstrooming
+blootgestelde uiterwaarden zijn voornamelijk wilgen, olmen, elzen, die
+met doornstruiken en lage heesters vermengd een schier ondoordringbaar
+kreupelbosch vormen, waarin de wilde zwijnen hun leger hebben. Bij den
+oever ziet men sierlijke groepen van populieren, afgewisseld met eiken
+en ahornboomen. Om de hoogste stammen slingeren zich verschillende
+woekerplanten, zoo als de wilde hop en anderen, die met haar grillige
+slingers en bloemen de takken omranken. In het diepe gedeelte van de
+kil liggen twee schuiten aan den oever gemeerd: eene schilderachtige
+stoffage te midden van dit herfstlandschap, beschenen door het kalme,
+stemmige licht van de dalende najaarszon.
+
+Even als in de geheele eilandenstreek, vindt men ook hier enkele
+verstrooide boerenwoningen, die elk een eigen naam dragen.--Niet
+verre van Geiswasser ligt, midden in het lommer, een dorpje met
+den dichterlijken naam van Vogelgrün, waarvan de aardige huisjes
+wegkruipertje schijnen te spelen tusschen tuinen en boomgaarden. De
+minste huisjes veroorloven zich de weelde van eene bovenverdieping;
+maar allen hebben een eigen tuin, door eene bloeiende haag of soms ook
+door een muur van groote roode keien omringd. Te Biesheim, een grooter
+dorp voorbij Neu-Breisach, op den weg naar den Rijn, wonen een aantal
+Joden, die handel drijven in vee en in allerlei andere zaken, ook in
+huizen en land. Eene buurt van dit dorp ligt aan de Giessen, een ouden
+arm van den Rijn, die nog vrij diep is en beroemd om zijn smakelijke
+visch en zijne kreeften. Even voor dat ge te Biesheim komt, ziet ge
+op een kruispunt van den weg het monument ter eere van den generaal
+Beaupuy. Het is een cenotaphium, in antieken stijl, maar tamelijk
+plomp, evenals het monument van Desaix, bij de brug van Kehl. De
+generaal de Beauchartie de Beaupuy werd den 19den October 1796, nabij
+Emmendingen, op badensch grondgebied, gedood, bij de verdediging van
+den bergpas van het Höllenthal, tijdens den terugtocht van Moreau. Op
+dit gedeelte van den weg heeft men een allerschilderachtigst gezicht
+op Alt-Breisach, zoo schoon gelegen op zijn dubbelen vulkanischen
+heuvel, waarvan de eene zijde geheel met wijnbergen is bekleed,
+terwijl op den hoogsten top de oude eerwaardige kerk troont.
+
+Wij zouden nog lang kunnen ronddwalen op deze eilanden en uiterwaarden,
+die vooral in dezen tijd des jaars, nu de herfst het landschap met
+zijne rijke kleuren en tinten begint te tooien, eene zoo eigenaardige
+schoonheid en bekoorlijkheid bezitten; maar wij mogen hier niet langer
+toeven. Den wandelstaf ter hand genomen, naar elders heen.
+
+
+
+
+XXI
+
+
+De onvruchtbare streek tusschen den Rijn en de Ill, zich uitstrekkende
+van de heuvels van de Sundgau tot aan de Ried, anders gezegd van
+Blotzheim en Huningen tot aan de grensscheiding tusschen den Opper-
+en den Neder-Elzas, draagt den algemeenen naam van de Hart of het
+Hartwald. In het oud-duitsch beteekent Hart, ook Haardt of Harth
+gespeld, een bosch of eene boschrijke streek; het woord komt in de
+samenstelling van verschillende plaatsnamen voor. Op vele plaatsen
+echter heeft de naam het bosch zelf overleefd; de aanwas der bevolking
+en de behoefte aan beter verzekerd levensonderhoud dan de jacht kon
+opleveren, heeft gaandeweg geleid tot het uitroeien der bosschen
+en de ontginning van alle gronden, die maar eenigszins voor meer
+winstgevende bebouwing geschikt waren. Zonder op te klimmen tot
+den tijd, toen de romeinsche heirweg van Augusta Rauracorum naar
+Argentoratum, langs den Rijn en de Ill, midden door een dubbelen
+gordel van wouden liep, weten wij dat de Hart van de Sundgau nog in
+de elfde eeuw uit een onafgebroken bosch bestond, zich uitstrekkende
+van Bazel tot Blodelsheim en Ruocheim, over eene lengte van acht en
+eene breedte van twee mijlen. Op de kaart van Daniel Speckle, in 1576
+uitgegeven, beslaan de bosschen van de Sundgau, in de streek van de
+Hart, ook eene veel grootere oppervlakte dan tegenwoordig. Tegen eene
+geringe betaling verkregen de bewoners der omliggende dorpen van de
+landheeren de vergunning om den grond te ontginnen: nu slonk weldra
+het bosch aan alle kanten, en niet zelden wisten de bezitters der aldus
+ontgonnen gronden, die eigenlijk deel uitmaakten van het landsheerlijk
+domein, zich als eigenaars te doen erkennen, zij het ook maar krachtens
+langdurig bezit en overgang van het eene geslacht op het andere. Om een
+einde te maken aan deze schending van de domaniale bosschen, gelastte
+koning Lodewijk XV, in den jare 1768, de afbakening der grenzen van
+de Hart, beslaande ongeveer een-en-dertigduizend bunders, die over de
+geheele lengte niet meer dan een vierde mijl van den Rijn verwijderd
+is. De koninklijke ordonnantie spreekt van dit woud, als van "een van
+de kostbaarte domeinen der kroon, zoowel wat betreft de jaarlijksche
+opbrengst, als ten opzichte van de voordeelen, die het op kan leveren,
+hetzij voor de proviandeering van een aantal vestingen in de nabijheid,
+hetzij om te voorzien in de behoeften des legers in oorlogstijd".
+
+Tegenwoordig vormt het Hartwald nog een aaneengesloten geheel ter
+oppervlakte van omstreeks veertienduizend hektaren, bij eene lengte
+van twee-en-dertig kilometers en eene breedte afwisselende tusschen de
+twee en twaalf. Ongeveer halverwege de lengte wordt het woud doorsneden
+door het Rijn-Rhône-kanaal, in de richting van het noorden naar het
+zuiden, tusschen Munchhausen en het Napoleonseiland, van waar zich
+een zijtak naar Huningen richt. Het woud grenst aan het rechtsgebied
+van niet minder dan drie-en-twintig gemeenten, waarvan de bebouwbare
+gronden langs den zoom van het bosch den gemeenschappelijken naam
+van Hartfeld dragen. De plattelandsbevolking bestempelt met den naam
+van Hart de beide kantons Ensisheim en Habsheim in hun geheel, en
+een deel der kantons Landser en Huningen, waartoe de verschillende
+gemeenten behooren. Het Kastenwald, naar den kant van Breisach, en
+andere, minder uitgestrekte in die streek verspreide bosschen, zijn
+nog overblijfselen van het oude oorspronkelijke Hartwald, die voor
+ontginning en bebouwing niet geschikt schijnen.--De bosschen van de
+Hart doen in schoonheid verre onder voor het woud van Hageman en vooral
+voor de wouden der bergen; zij bestaan hoofdzakelijk uit hakhout van
+eiken en hagebeuken. In het begin van de vorige eeuw werd het hout
+om de twee-en-vijftig jaren geveld en verkocht; de hak geschiedde
+bij partijen van zeshonderd bunders. Tegenwoordig laat men de boomen
+niet langer dan vijf-en-dertig jaren staan: het gevolg daarvan is,
+dat het jonge hakhout meer en meer de overhand krijgt en het woud
+alle karakter verliest. Op verschillende plaatsen, waar het jonge
+plantsoen niet is opgekomen of het weder inplanten is verzuimd, worden
+de omgehakte boomen vervangen door welig kreupelhout en struikgewas,
+dat soms eene hoogte van acht tot tien el bereikt. En daar, waar de
+eiken zich ter hoogte van eenige ellen boven het hakhout verheffen,
+wekken die eiken, door hun ziekelijk voorkomen, het aantal doode takken
+en het schraal gebladerte, veelmeer medelijden dan bewondering. Als
+die ongelukkige boomen niet tijdig worden geveld, dan beginnen zij
+in het hart te rotten en verliest het hout voor een goed deel zijne
+waarde. Misschien ware het raadzaam, hier van het kweeken van eiken
+af te zien, om zich te bepalen tot het hakhout van hagebeuken; maar
+de streken, waar de wijnbouw gedreven wordt, vragen van de Hart den
+noodigen voorraad van eikenhouten staketsels, en om de exploitatie
+van het bosch zoo voordeelig mogelijk te maken, moet met deze eischen
+rekening worden gehouden.
+
+Waarom groeien de eiken in de Hart- en in het Kastenwald niet zoo goed
+als elders? Om de eenvoudige reden dat zij uit den schralen, mageren
+grond geen voldoend voedsel kunnen ontleenen om hun vollen wasdom te
+bereiken en lang te leven. Op een zekeren leeftijd gekomen, wordt de
+verdere ontwikkeling der wortels gestuit door de keisteenen, die tot
+eene vaste, samenhangende massa vereenigd zijn en waar de wortels niet
+kunnen doordringen. De teelaarde aan de oppervlakte is niet meer dan
+eene dunne laag, waarin ook de noodige vochtigheid ontbreekt, en die
+voor bebouwing ongeschikt is. Men heeft het denkbeeld geopperd om het
+grootste gedeelte van het woud in weiland te herscheppen; maar zoo
+dit plan eenmaal verwezenlijkt mocht worden, zouden daar toch geene
+goede uitkomsten van te wachten zijn. Veeleer zou men de ontginningen,
+die reeds te veel uitbreiding gekregen hebben, moeten staken, en een
+gedeelte van het thans voor den graanbouw gebruikte land weer met
+hout beplanten, of althans, met behulp van bevloeiing uit den Rijn,
+in weiland herscheppen. Een bezoek in eene boerderij van de Hart is
+voldoende om ieder deskundige hiervan te overtuigen.
+
+Ondanks zijne dorheid en zijn schralen plantengroei heeft het
+Hartwald, gedurende de laatste tien jaren van het fransche bestuur,
+aan de schatkist een jaarlijksch inkomen opgeleverd van een half
+millioen francs, ongerekend het doode hout, dat aan de arme gezinnen
+in de omliggende dorpen wordt gegeven. Voorts beschermt het woud de
+stad Mülhausen en de omliggende vlakte tegen de schrale en koude
+noord-oosten winden; terwijl eindelijk de truffels, die op open
+plekken rondom de eiken groeien, eene gezochte lekkernij zijn voor
+de liefhebbers.
+
+Gedurende de maanden September en October houden de bewoners der dorpen
+van de Hart zich ijverig bezig met het zoeken van truffels. Daar
+het verboden is met varkens in het bosch te komen, richten de
+truffelzoekers honden af, om hen bij hunne nasporingen behulpzaam te
+zijn. Om de scherpte en fijnheid van hun reukorgaan ongeschonden te
+bewaren, houdt men die honden opgesloten tot de tijd voor het inzamelen
+der truffels gekomen is. Bij voorkeur worden poedels en mopshonden
+voor dit werk gebruikt; zij toonen daarbij veel overleg en ijver,
+en hebben dit voor boven de varkens, dat zij de opgegraven truffels
+niet opeten.--De truffels van de Hart zijn minder geurig en bleeker
+van kleur dan die uit het zuiden van Frankrijk. De onderscheidene
+soorten verschillen aanmerkelijk in waarde en ook in prijs; naar
+het oordeel der gastronomen zijn die uit de eikenbosschen van den
+Opper-Elzas de besten.
+
+
+
+
+XXII
+
+
+Niet ver van de Hart, aan de oevers van de Ill, ligt Ensisheim, een
+klein landstadje, weleer de zetel van de oostenrijksche regeering en
+later van den souvereinen raad van den Elzas, tegenwoordig slechts de
+nederige hoofdplaats van een kanton. Daar ontmoeten elkander ook alle
+boosdoeners van het rijksland, in de centrale strafgevangenis. Op
+eene bevolking van drieduizend-tweehonderd-zes inwoners, volgens
+de volkstelling van 1 December 1880, waren er toen zeven-en-zeventig
+militairen en achthonderd veroordeelden, hetzij tot dwangarbeid, hetzij
+enkel tot hechtenis. In den loop van het vorige jaar (1885) werden in
+de centrale strafgevangenis tweehonderd-zeven-en-veertig veroordeelden
+opgenomen, en werden tweehonderd-acht-en-dertig ontslagen. Sedert
+November 1884 worden te Ensisheim alleen diegenen opgenomen, wier
+straftijd meer dan drie jaren bedraagt. Zij die tot een hechtenis
+van minder dan drie jaren zijn veroordeeld, zullen voortaan hunne
+straf moeten ondergaan in een der zes departementale gevangenissen te
+Straatsburg, Zabern, Colmar, Mulhausen, Metz of Saargemund, naar gelang
+zij door een der aldaar zetelende gerechtshoven zijn veroordeeld.
+
+Wie het oude stedeke nadert, ziet het eerst, half verborgen door
+wingerden en tuinen, de overblijfselen van eene dubbele versterkte
+omwalling, met breede grachten en torens. Langs den voet der muren,
+die gedeeltelijk zijn ingestort en nergens meer hunne oorspronkelijke
+hoogte bereiken, vloeit het kanaal van Quatelbach, dat door het
+water van de Ill gevoed wordt. Het bed zelf van de Ill ligt droog,
+althans op het oogenblik, even als het kanaal van de Twaalf-Molens,
+dat zijn water van de Thur ontvangt. Van de oude wallen, en nog beter
+van den toren der parochiekerk, heeft men een heerlijk uitzicht, zoowel
+op de keten der Vogesen als op de bergen van het Schwarzwald. In de
+voornaamste straat van het stadje, in de nabijheid van het raadhuis,
+wordt de aandacht getrokken door een aantal antieke huizen, zoowel
+in gothischen als in duitschen renaissance-stijl. Vele van die
+burgerwoningen zijn versierd met bevallige torentjes en erkers,
+zoo als de brouwerij Schmidt en het logement de Kroon. De erker van
+genoemd logement, waar Turenne daags vóór den veldslag bij Turckheim
+zijn intrek nam, rust op eene kegelvormige halve kolom, tegen den
+voorgevel aangebracht. De beide verdiepingen van den voorgevel
+hebben gothische vensters, en boven den hoofdingang staat het
+jaartal MDCIX gebeiteld. Onder den erker van de brouwerij Schmidt,
+vroeger de kommanderij van Sint-Jan, uit het begin der zestiende
+eeuw en in gothischen stijl gebouwd, ziet men twee medaillons met de
+beeltenissen van den Keizer en den Roomsch-Koning. Nog andere huizen
+prijken met erkers en torentjes met wenteltrappen en kruisramen met
+houtsnijwerk. Overal verrijzen hooge puntgevels in menigte. De ruime
+parochiekerk is modern en alles behalve soliede gebouwd.
+
+Een der oudste gebouwen is wel het tegenwoordige stadhuis, dat
+uit de eerste helft der zestiende eeuw dagteekent en vroeger de
+zetel was van de oostenrijksche regeering. Het gebouw heeft twee
+verdiepingen, door eene sterk uitspringende kroonlijst gescheiden. De
+benedenverdieping heeft eene open galerij, waarvan de wijde bogen
+op massieve pijlers rusten. De vertrekken der eerste verdieping
+ontvangen hun licht door breede vensters, in drie vakken verdeeld,
+waarvan het middelste hooger is dan de zijramen. Een dier vensters
+komt uit op een balkon van ijzeren traliewerk, dat in later tijd
+is aangebracht. Daar naast bevindt zich een bel voor de openbare
+bekendmakingen. De achtkantige traptoren heeft een portaal, versierd
+met gekanneleerde zuilen en medaillons met portretten van romeinsche
+keizers. Naar het schijnt, bestond de bovenverdieping oorspronkelijk
+uit twee groote zalen, beiden, met eenige zijvertrekken, bestemd voor
+de twee regeeringscolleges. Later heeft men een dezer zalen, ten
+einde in de behoeften van den dienst te voorzien, in verschillende
+kamers gesplitst. Op een der muren ziet men eene vergulde groep,
+voorstellende de gerechtigheid met een blinddoek voor de oogen. De
+andere, nog ongeschonden zaal maakt door haar grootsche afmetingen
+een majestueusen indruk; deze zaal werd in 1884, op last van generaal
+Mantouffel, stadhouder van Elzas-Lotharingen, gerestaureerd en met
+fraai houtwerk versierd. De muren en de zoldering werden op nieuw
+beschilderd en verguld, even als het gewelf van de benedengalerij. Op
+de snijpunten der balken ziet men cartouches met de wapens der steden
+van den Elzas; boven de deur prijkt het wapen van Ensisheim met den
+vroegeren oostenrijkschen arend naast den tweekoppigen adelaar van
+het nieuwe duitsche rijk. De ruiten der vensters zijn rond, naar het
+oud gothische model. Enkele gothische détails uitgezonderd, draagt
+het gebouw in zijn geheel den stempel van den stijl der duitsche
+renaissance, hetgeen ook volkomen past bij het jaartal 1535, dat op
+verschillende plaatsen in den steen is gebeiteld.
+
+In het stedelijk archief worden, nevens de registers van den
+burgerlijken stand, de overblijfselen bewaard van een meteoorsteen, die
+in de vijftiende eeuw te Ensisheim uit de lucht is gevallen. Volgens
+de registers van den burgerlijken stand, die sedert den negenden
+Juni 1582, dat is dus sedert ruim driehonderd jaren, geregeld
+zijn bijgehouden, was het getal geboorten, dat in gewone tijden
+tien of twaalf per maand bedroeg, in 1642, tegen het einde van den
+dertigjarigen oorlog, gedaald tot een of twee. Bij het doorsnuffelen
+van deze oude papieren vonden wij, onder andere curieuse stukken,
+een klacht van herbergiers, in het jaar 1787 ingebracht tegen de
+tappers of kroeghouders, omdat zij, in strijd met de stedelijke keur,
+aan hunne klanten meer dan enkel brood en kaas te eten gaven.--De
+meteoorsteen werd vroeger in de kerk bewaard, en van daar naar
+het stadhuis overgebracht. Het gewicht van dien steen bedraagt
+tegenwoordig niet meer dan vijf-en-vijftig pond, in plaats van drie
+tot vier quintalen, als op het oogenblik van zijn val. Een groot
+stuk van den steen werd aan het museum van Colmar afgestaan; voorts
+hebben een aantal aanzienlijke personages, die Ensisheim doortrokken,
+te beginnen met Keizer Karel V tot de generaals der geallieerde legers
+in 1815, er ook voor en na fragmenten van medegenomen.
+
+Volgens het in 1840 verschenen boek van pastoor Merklen, getiteld:
+_Ensisheim, jadis ville impériale et ancien siège de la Régence
+archiducale des pays antérieurs d'Autriche, ou Histoire de la ville
+d'Ensisheim, avec un précis des évènements les plus mémorables qui
+se sont passés en Alsace_,--volgens dat boek met dien wijdloopigen
+titel, zou de herinnering aan het nederkomen van dien meteoorsteen,
+waarvan wij de overblijfselen voor ons zien, zijn vereeuwigd door
+het volgende opschrift in de oudste kerk der stad:
+
+
+ Tausend vierhundert
+ Neunzig zwey,
+ Hört man allhier ein ney
+ Geschrey:
+ Dass zunächst drauss vor der stadt,
+ Den 7ten Wintermonat,
+ Ein grosser Stein, beym hellen Tag
+ Gefallen von einem Donnerschlag,
+ Aus dem Gewilk, drithalb zentner schwer,
+ Von Isen Farb; brach man in her
+ Mit statischer Procession. Sehr
+ Viel schlag man mit Gewalt
+ Davon 1492.
+
+
+Dat wil zeggen: Ten jare duizend-vierhonderd-twee-en-negentig vernam
+men hier een ongewone tijding: dat buiten, vlak voor de stad, op
+den zevenden van wintermaand, een groote steen, op klaarlichten
+dag, bij een donderslag uit de lucht was gevallen, ter zwaarte van
+derdehalf centenaar en van eene kleur als ijzer; hij werd met statige
+processie binnen de stad gehaald; met geweld werden er zeer veel
+stukken afgeslagen.
+
+In het koor van de thans afgebroken kerk vond men nog twee andere
+opschriften, het eene in het latijn, het andere in het fransch, waarin
+mede van dezen meteoorsteen melding werd gemaakt. Wij deelen alleen
+het fransche opschrift mede, dat eene eenigszins vrije vertaling van
+het latijnsche is:
+
+
+ En deux mois on a vu
+ Deux prodiges divers:
+ Dans l'un tomba du ciel cette
+ Pierre effroyable;
+ El l'on vit au suivant trois soleils
+ Dans les airs.
+ C'est ainsi que le ciel, aux mortels
+ Favorable,
+ Par un penchant secret, dans sa juste
+ Fureur,
+ Se plaît à nous montrer les traits
+ De sa douceur.
+
+
+Ik behoef wel niet op te merken, dat meteoorsteenen tegenwoordig niet
+meer zulk eene buitengewone zeldzaamheid zijn. In het museum van de
+Akademie van Wetenschappen te Stockholm heb ik er een gezien van het
+eiland Diskö, bij de westkust van Groenland, afkomstig, die de hoogte
+had van een volwassen mensch bij een meter dikte. Tweemaal in het jaar,
+in de maanden Augustus en November, snijdt onze aarde, in de oneindige
+ruimte, twee banen van meteoren. Dat zijn de zwermen van vallende
+sterren, die wij in heldere nachten kunnen waarnemen. Het volk heeft,
+in zijne dichtende fantazie, aan de meteoren van de maand Augustus den
+naam gegeven van Sint-Laurenstranen, ter eere van den heilige, wiens
+feest in die maand wordt gevierd. Op den zeven-en-twintigsten November
+van het vorige jaar (1885), tusschen zes en acht uren des avonds, was
+het aantal vallende sterren, in den Elzas zichtbaar, zoo groot dat men
+ze niet tellen kon: het verschijnsel maakte op sommige oogenblikken den
+indruk van een groot vuurwerk. Naar de sterrekundigen ons verzekeren,
+zouden deze meteoren afkomstig zijn van de komeet van Biela.
+
+Ensisheim wordt voor het eerst genoemd in een charter van het
+jaar 768; in een giftbrief van jaar 823 komt de stad voor onder
+den naam van Einsigesheim, dat in een ander stuk Ensiclesheim
+wordt geschreven. Onder het oostenrijksche bestuur was de stad de
+hoofdplaats van het landgraafschap van den Opper-Elzas en de zetel van
+de regeering, wier rechtsgebied de beide Breisgauen, het Schwarzwald
+en de vier zwitsersche woudsteden omvatte. De graven van Habsburg
+hebben hier het kasteel Königsburg gebouwd, waarvan nu geen spoor meer
+te vinden is. Behalve andere voorrechten en privilegiën, bezat de
+stad ook het muntrecht. In 1469 werd bepaald, dat van de uitspraken
+der schepenbank van Ensisheim in beroep kon worden gekomen bij het
+hooggerechtshof te Mechelen, de hoogste rechtbank voor de landen van
+de zoogenoemde Bourgondische kreits; later werd dit appel overgebracht
+naar Innsbrück in Tyrol en eindelijk bij het keizerlijk kamergericht
+te Spiers. Gedurende den dertigjarigen oorlog werd het ongelukkige
+stedeke driemaal genomen en geplunderd. Bij den vrede van Munster
+werd Ensisheim aan Frankrijk afgestaan; van 1657 tot 1674 zetelde
+hier het hoogste regeeringscollege, de souvereine raad van den Elzas.
+
+De geschiedenis van dien souvereinen raad van den Elzas werd door twee
+raadsheeren in het hof van appel te Colmar, de heeren de Neyremand en
+Pillot, in een zeer interessant boek beschreven. Toen de aartshertog
+Ferdinand van Oostenrijk, de broeder van Karel V, door den Keizer werd
+belast met het bestuur over de zoogenoemde vóór-oostenrijksche landen
+(_vorder-österreichischen Lande_), organiseerde hij de regeering op
+een geheel nieuwen voet, met twee afdeelingen of kamers, waarvan de
+eene meer bepaaldelijk met de rechtspleging, de andere met het beheer
+der financiën werd belast. Na den vrede van Munster vestigde de koning
+van Frankrijk in 1649 te Breisach, dat toen, hoewel aan den rechter
+Rijnoever gelegen, tot zijn rijk behoorde, "eene koninklijke souvereine
+Kamer, in de plaats en ter vervanging van de oostenrijksche regeering,
+vroeger te Ensisheim zetelende." Ondanks velerlei moeielijkheden en
+botsingen bleef die Kamer tot in 1657 in werking. De zeer stellig
+duitschgezinde adel van den Elzas, de voormalige rijkssteden en
+de massa der bevolking, die zeer tegen haar zin bij Frankrijk was
+ingelijfd, bleven nog jaren achtereen hunne onderlinge geschillen
+onderwerpen aan de uitspraak van het keizerlijk kamergericht te Spiers,
+in plaats van zich tot de fransche magistraten te wenden. De koning
+van Frankrijk, Lodewijk XIV, die vast besloten was, het kortelings
+veroverde land te behouden en door verdere veroveringen af te ronden,
+stelde er prijs op, de genegenheid zijner nieuwe onderdanen te
+winnen. In zijn tijd was het nog niemand in de gedachte gekomen, dat de
+staatkundige eenheid van een land in de eerste plaats afhangt van de
+administratieve eenvormigheid, of dat die eenheid noodwendig vordert
+dat voor alle deelen des lands, hoe verschillend ook door bevolking,
+door historie en traditie, door zeden en gewoonten, voor alle steden en
+dorpen precies dezelfde regelen moeten gelden. Integendeel: nog niet
+beheerscht door abstracte theoriën, hield men zich veeleer overtuigd
+dat bestaande plaatselijke gewoonten, rechten en inzettingen, in
+de historie geworteld, zooveel mogelijk moesten worden ontzien en
+geëerbiedigd, en dat, waar een nieuwe toestand veranderingen noodig
+maakte, die veranderingen zich zoo veel doenlijk aan het bestaande
+moesten aansluiten. Van die waarheid doordrongen, hief Lodewijk
+XIV de koninklijke Kamer van Breisach op en verving haar door een
+souvereinen Raad. Deze raad, die bij een edict van 1657 werd ingesteld
+en georganiseerd, moest, krachtens 's konings uitdrukkelijk bevel,
+het bestuur voeren: "op dezelfde wijze en in denzelfden vorm als door
+de oostenrijksche regeering geschiedde en overeenkomstig de wetten en
+ordonnanciën van de keizers en aartshertogen, alsmede de algemeene en
+plaatselijke keuren, brieven en privilegiën, zonder eenige verandering
+of nieuwigheid"--Bij een schrijven, gedagteekend uit Metz, den 22sten
+September, waarvan het origineel in de archieven van de prefectuur
+te Colmar berust, noodigde de groote koning den bisschop van Bazel
+uit, om bij de opening van den souvereinen raad tegenwoordig te zijn
+op den dag bepaald "door den heer Colbert, intendant van justitie en
+financiën in het genoemde land". Ten gevolge van kleine moeielijkheden
+en tegenkantingen, liep het nog tot den vierden November, eer de
+souvereine Raad in zijne nieuwe residentie kon worden geïnstalleerd.
+
+Op weinige schreden afstands van het raadhuis, waar de souvereine Raad
+vroeger zijne zittingen hield, verrijst de centrale gevangenis, weleer
+het college der Jezuïeten. In 1614 door den aartshertog Maximiliaan
+gesticht, zijn deze gebouwen meermalen van bestemming veranderd. Bij
+de verdrijving der Jezuïten in 1764 werd hun college aanvankelijk
+een werkhuis voor landloopers en vagebonden. Tijdens de oorlogen der
+revolutie diende het tot militair hospitaal en tevens tot gevangenis
+voor politieke misdadigers. In 1801 werd het op nieuw een werkhuis;
+deze inrichting werd in 1814 opgeheven, en nu werd het gebouw ingericht
+tot strafgevangenis voor mannelijke en vrouwelijke misdadigers, die
+tot langer dan een jaar kerkerstraf waren veroordeeld. Sedert 1823
+worden de vrouwen te Hagenau, in een afzonderlijk gebouw opgesloten.
+
+De gevangenis maakt--het kan en behoort ook niet anders--geen
+aangenamen indruk. Verbeeld u eene groep gebouwen, die van drie zijden
+eene binnenplaats omringen, welke aan de vierde zijde door hooge
+muren is afgesloten. Onder langs dien muur loopt eene galerij, waar
+een schildwacht met geladen geweer op en neder wandelt. Eene afdeeling
+soldaten is steeds op post in het wachthuis naast den hoofdingang. Alle
+vensters zijn van ijzeren traliën voorzien; een klein luik in de
+zware deur geeft den cipier de gelegenheid om, eer hij de deur opent,
+te zien wie zich aanmeldt. Binnentredende bevindt ge u in een donker,
+somber portaal, dat toegang geeft naar het bureau van den kommandant,
+en dat aan de zijde van de binnenplaats door eene tweede deur is
+afgesloten. Daar heeft een moedige bewaarder de opgestane gevangenen
+tegengehouden, toen, in den oorlog van 1870, de fransche troepen het
+land ontruimden en de militaire wacht in de gevangenis was ingetrokken.
+
+De kommandant der gevangenis, die de welwillendheid heeft ons de
+geheele inrichting in alle bijzonderheden te laten zien en alle
+inlichtingen te verschaffen, brengt ons ook naar de binnenplaats, waar
+wij verschillende groepen van gevangenen aan den arbeid zien, bezig met
+het leggen der fondamenten voor eene nieuwe cellulaire gevangenis. Dit
+gebouw moet tweehonderd cellen voor eenzame opsluiting bevatten. Men
+heeft aanvankelijk geaarzeld, dit werk aan de gevangenen zelven op
+te dragen: maar eindelijk werd toch besloten de proef te nemen, die
+tot dusver naar wensch is geslaagd. Terwijl wij langs hen heen gaan,
+groeten de ongelukkigen ons en nemen eerbiedig hun muts af. Sommigen
+houwen steenen; anderen metselen of vervoeren materialen; nog anderen
+zijn bezig met afbreken.
+
+In de werkplaatsen binnen het gebouw, die over de verschillende
+verdiepingen zijn verdeeld, houden de veroordeelden zich onledig
+met het vervaardigen van brillen, meubelen, lijsten voor spiegels
+en schilderijen, kleederen, schoenen, vlechtwerk. In elke werkzaal
+geschiedt de arbeid voor rekening van een aannemer, die de noodige
+gereedschappen en de grondstof levert. Een gedeelte van het werkloon,
+dat aan het bestuur over de gevangenis wordt uitgekeerd, komt ten goede
+van de veroordeelden. Volgens de daarvoor vastgestelde bepalingen
+kunnen zij, met dit verdiende geld, hunne kost verbeteren. Al deze
+werkzalen zijn steeds gesloten. Wenscht ge binnen gelaten te worden,
+dan klopt ge even aan de deur; de zaalopzichter, met een sabel op zij,
+draait het slot open en laat u in. Die zaalopzichters zijn bijna zonder
+uitzondering gewezen onderofficieren. Zij moeten nauwkeurig toezien,
+dat er van de onder hun opzicht geplaatste gevangenen geen enkel in
+de zaal ontbreekt, en zorgen voor de stipte handhaving der orde.
+
+Het trof mij, dat de meeste gevangenen een, men zou bijna kunnen
+zeggen, gunstig uiterlijk hadden. De werkelijk gemeene, terugstootende
+fysionomiën, waarop de ondeugd haar stempel heeft gedrukt, zijn
+betrekkelijk zeldzaam. Hunne kleeding herinnert aan het werkpak der
+duitsche soldaten, en bestaat uit eene muts, een mouwvest en pantalon
+van grijze kleur. Dank zij de strenge tucht en het nauwlettend
+toezicht, is alles in volmaakte orde en heerscht er overal in de
+werkzalen eene ongestoorde kalmte en rust. Slechts enkele veroordeelden
+dragen boeien aan de handen en voeten. Zij, die weigeren te arbeiden,
+worden naar eene afzonderlijke zaal gevoerd, waar zij den ganschen
+dag, onder streng toezicht, op eene rij, onbewegelijk moeten blijven
+staan. Daar zijn sommige onhandelbare naturen, op wie die straf telkens
+moet worden toegepast. Maar voor de meesten blijkt de geregelde arbeid
+een werkzaam middel tot verbetering en zedelijke opheffing.
+
+In de centrale gevangenis te Ensisheim heeft bepaaldelijk de
+vervaardiging van allerlei soort van lijstwerk en vlechtwerk een
+buitengewonen graad van volkomenheid bereikt. Nergens elders, zelfs
+niet in de gevangenissen te Berlijn, betalen de aannemers zulke
+hooge prijzen voor vloermatten of voor lijsten en ander houtwerk. De
+smaakvolle en sierlijke bewerking der produkten uit de gevangenis
+van Ensisheim is ook in het buitenland wel bekend; tot zelfs in de
+groote hoofdsteden, zoo als Parijs, Londen en Constantinopel, vinden
+die artikelen aftrek; zij worden, op bestelling, rechtstreeks door
+de aannemers derwaarts verzonden.
+
+Schenk mij nu, ten slotte, een weinig statistiek kwijt.--In het
+vorige jaar werden, in het rijksland Elzas-Lotharingen, van 1 April
+1884 tot 31 Maart 1885, vierduizend-tweehonderd-twee-en-negentig
+personen tot eenvoudige gevangenisstraf veroordeeld;
+daaronder waren drieduizend-zeshonderd-twee-en-dertig mannen
+en zeshonderd-zestig vrouwen. Het getal aanwezige gevangenen
+bedroeg gemiddeld negenhonderd-vier-en-tachtig personen, waaronder
+achthonderd-negen-en-dertig vrouwen en honderd-vijf-en-veertig
+mannen. Voor de preventieve gevangenen geeft de statistiek een
+gemiddeld getal van honderd-drie-en-negentig gedetineerden:
+er werden achtduizend-driehonderd-acht-en-twintig ontslagen en
+achtduizend-tweehonderd-zes-en-zestig opgenomen.--Vergeleken
+bij den dienst van het vorige jaar, valt er eene aanmerkelijke
+verbetering waar te nemen, want het getal vonnissen is
+van twintigduizend-zeshonderd-drie-en-tachtig gedaald tot
+achttienduizend-honderd-twee-en-dertig; het getal dagen van opsluiting
+van een-millioen-honderd-een-duizend-zeshonderd-zeven-en-zestig
+tot een-millioen-vijftigduizend-achthonderd-zes-en-dertig;
+het gemiddelde getal gevangenen van drieduizend-achttien op
+tweeduizend-achthonderd-een-en-zeventig.
+
+
+ (Wordt vervolgd.)
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Zie _De Aarde_, jaargang 1885, bladz. 208.
+
+[2] Luistert, wat ik u wil zeggen:--De klok heeft tien geslagen.--Zorgt
+voor uw vuur en licht:--Dat God en Maria u behoeden!
+
+[3] Drinkt gij water uit uw beker over tafel, dat maakt uw maag
+koud. Drink met mate ouden fijnen wijn, zoo raad ik u, en laat mij
+water blijven.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Wandelingen door Elzas-Lotharingen, by Anonymous
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR ELZAS-LOTHARINGEN ***
+
+***** This file should be named 17685-8.txt or 17685-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/7/6/8/17685/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/17685-8.zip b/17685-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..fc086c4
--- /dev/null
+++ b/17685-8.zip
Binary files differ
diff --git a/17685-h.zip b/17685-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..a044642
--- /dev/null
+++ b/17685-h.zip
Binary files differ
diff --git a/17685-h/17685-h.htm b/17685-h/17685-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..4cbef55
--- /dev/null
+++ b/17685-h/17685-h.htm
@@ -0,0 +1,3624 @@
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Wandelingen door Elzas-Lotharingen</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Anoniem">
+<meta name="DC.Creator" content="Anoniem">
+<meta name="DC.Title" content="Wandelingen door Elzas-Lotharingen">
+<meta name="DC.Date" content="#### February 2006">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+/****** Title Page ******/
+
+h1.docTitle
+{
+font-size: 1.6em;
+line-height: 2em;
+}
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle
+{
+text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size: 1.1em;
+line-height: 1.44em;
+font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: normal;
+}
+
+/******* Headers ******/
+
+.div0 { padding-bottom: 1.6em; }
+.div1 { padding-bottom: 1.44em; }
+.div2 { padding-bottom: 1.2em; }
+.div3, .div4, .div5 { padding-bottom: 1.0em; }
+
+h1, h2, h3, h4, h5
+{
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h1
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h1.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h2
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h2.label
+{
+font-size: 1.0em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h3
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h3.lghead
+{
+margin-left: 10%;
+margin-right: 10%;
+}
+
+h4
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+}
+
+h5
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+
+/****** Paragraphs ******/
+
+p
+{
+text-indent: 0;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align: left;
+}
+
+.aligncenter
+{
+text-align: center;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align: right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align: justify;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.line
+{
+margin: 0 10% 0 10%;
+}
+
+p.beforeline, p.afterline
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+p.initial
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument
+{
+margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+
+/****** Figures ******/
+
+div.divFigure
+{
+text-align: center;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+
+
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+font-size: 80%;
+color: #666666;
+}
+
+/* Special cases for Filipino Riddles */
+
+p.question
+{
+text-align: left;
+margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.answer
+{
+text-align: right;
+margin-top: 0em;
+}
+
+p.explanation
+{
+margin-left: 0.9em;
+margin-right: 0.9em;
+font-size: smaller;
+}
+
+
+/****** Sidenotes ******/
+
+.leftnote
+{
+position:absolute;
+left:1%;
+height:0em;
+width:14%;
+font-size: 0.8em;
+text-indent: 0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+/****** Page Numbers ******/
+
+.pagenum
+{
+display: inline;
+font-size: 70%;
+text-align: right;
+position: absolute; right: 1%;
+padding: 0 0 0 0;
+margin: 0 0 0 0;
+}
+
+.pagenum a
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+
+/****** Footnotes ******/
+
+a.noteref:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+vertical-align: 0.25em;
+text-decoration: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+padding: 0 0 0 0;
+margin-top: 1em;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+width: 25%;
+text-align: left;
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0.5em;
+margin-bottom: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align: left;
+width: 2em;
+}
+
+/****** Poetry ******/
+
+div.poem
+{
+text-align: left;
+margin-left: 5%;
+width: 90%;
+position: relative;
+}
+
+.poem h4
+{
+margin-left: 5em;
+font-weight: normal;
+text-decoration: underline;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+position: absolute;
+top: auto;
+left: -2.5em;
+margin: 0;
+text-indent: 0;
+font-size: 90%;
+text-align: center;
+width: 1.75em;
+color: #777;
+}
+
+.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; }
+.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; }
+.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; }
+.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; }
+.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; }
+.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; }
+.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; }
+.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; }
+.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; }
+.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; }
+
+
+
+/****** Annotations ******/
+
+span.corr
+{
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+
+
+/****** Anchors ******/
+
+a.hidden:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.hidden
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+width: 45%;
+margin-top: 1em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+clear: both;
+text-align: center;
+height: 1px;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Wandelingen door Elzas-Lotharingen, by Anonymous
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Wandelingen door Elzas-Lotharingen
+ De Aarde en haar Volken, 1886
+
+Author: Anonymous
+
+Release Date: February 6, 2006 [EBook #17685]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR ELZAS-LOTHARINGEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="bodytext"><a id="d0e65"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e65">105</a>]</span><p class="div1"></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><a href="images/m1886-105h.jpg"><img border="0" src="images/m1886-105.jpg" alt="Elzas en Lotharingen."></a></p>
+<p class="figureHead">Elzas en Lotharingen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p class="div1"></p>
+<h1>Wandelingen door Elzas-Lotharingen.<a id="d0e77src" href="#d0e77" class="noteref">1</a></h1>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-105.jpg" alt="Feest der herders op den Hohnack."></p>
+<p class="figureHead">Feest der herders op den Hohnack.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label">X</h2>
+<p>&#8220;Wij keeren naar de vallei van Orbey terug. Het kleine kanton, waarvan La Poutroye de hoofdstad is, droeg, volgens sommige
+geleerden, in de zestiende eeuw den naam van les Quatre-Baroches, hetgeen dan zooveel zou moeten beteekenen als de vier parochi&euml;n.
+In dien tijd was Le Bonhomme, de vijfde gemeente van het kanton, die thans eene bevolking telt van elfhonderd-tachtig zielen,
+niet meer dan een klein gehucht, bestaande uit enkele huizen, rondom een hermitage gegroept. Uit dienzelfden tijd, namelijk
+uit de zestiende eeuw, dagteekent ook de redactie der oude costumen van de vallei van Orbey, die door een voormalig raadsheer
+in het hof van app&egrave;l te Colmar, de heer Bonvalot, zijn in het licht gegeven. Zoowel in burgerlijke als in strafzaken werd
+in de vallei recht gesproken door den drost van den heer van Ribeaupierre, wien zestien gezworenen uit de vier parochi&euml;n waren
+toegevoegd. Kwam een dier bijzitters te sterven, dan moesten de overgeblevenen, ingevolge de keur, naar hun beste weten drie
+mannen uit het volk aanwijzen, om een ander te kiezen ter vervanging van den afgestorvene. Dit was dus eene verkiezing met
+twee trappen en met beperkt stemrecht, daar de gezworenen zelven de drie personen aanwezen, die hun nieuwen ambtgenoot moesten
+benoemen. Echter had de gemeente het recht, om wanneer de drie aldus aangewezen kiezers haar niet aanstonden, er drie anderen
+te kiezen, waaruit dan de drost den nieuwen gezworene benoemde. Hij hield vier rechtzittingen in het jaar, in elke parochie
+een; ingezetenen zoowel als vreemdelingen, die een aanklacht indienden, waren verplicht vooruit eene zekere som als borgstelling
+te storten. Dit geld diende om de gemaakte kosten te betalen, ook al kwamen partijen later met elkander tot overeenstemming.
+<span class="abbr" title="Artikel"><abbr title="Artikel">Art.</abbr></span> 15 der keur van Orbey bepaalde, dat wanneer iemand, die zich wanordelijk had gedragen, een ander beleedigingen toegevoegd
+of andere verkeerdheden gedaan, zich wilde verontschuldigen <a id="d0e98"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e98">106</a>]</span>met te zeggen, dat hij dronken was geweest, deze verontschuldiging niet zou worden aangenomen; de delinquent moest het naar
+het kasteel van Hohenack worden gevoerd, en daar gedurende drie dagen en drie nachten, op water en brood gevangen gezet. Bij
+de schrikbarende toeneming der dronkenschap in onzen tijd, zou de kerker van het kasteel al zeer spoedig te klein blijken
+om de veroordeelden te bevatten.&#8212;In tegenstelling met het bijna overal gehuldigde recht van eerstgeboorte, heerschte in de
+vallei het gebruik dat het jongste kind het kasteel of het huis der ouders erfde; het overige van de nalatenschap, met uitzondering
+van het woonhuis, werd onder de kinderen gelijkelijk verdeeld. De jongste, die het huis met het daarbij behoorende erf, schuren,
+stallen en tuin, erfde, moest evenwel zijne broeders en zusters op eene of andere wijze, hetzij door afkoop in eens, hetzij
+door jaarlijksche uitkeering, schadeloos stellen.
+
+</p>
+<p>De ru&iuml;nen van het kasteel van Hohenach kronen nog heden een bergtop boven La Baroche. In de tiende eeuw behoorde dit kasteel
+aan de graven van Egisheim, later aan de graven van Ferrette en aan de aartshertogen van Oostenrijk, die het in 1277, met
+de geheele vallei van Orbey, aan de heeren van Ribeaupierre schonken. Een zware vierkante toren, van groote steenen opgetrokken,
+verrijst nog te midden eener zandsteengroeve. Andere en belangrijker groeven, die eene zeer harde steensoort opleveren, bevinden
+zich in een naburigen berg, den Grooten-Hohnack genoemd, in tegenstelling van den Kleinen-Hohnack of Hohenach, waarop weleer
+de feodale burcht stond. De top van den Grooten-Hohnack bereikt eene hoogte van negenhonderd-tachtig el. Volgens de overlevering,
+zouden de holten in de rotsen van dezen berg door de tooverheksen als ketels worden gebruikt, om haar spijzen te bereiden,
+wanneer zij, in het middernachtelijk uur, op haar bezemstelen gezeten, naar den top des bergs varen, om haar sabbath te vieren.
+
+</p>
+<p>La Baroche ligt op het plateau, aan den voet van de beide Hohnacks. Onder plateau is hier evenwel geen vlak terrein te verstaan;
+veeleer is de grond hier zeer ongelijk. De driehonderd-veertien huizen van de gemeente of de parochie zijn over eene vrij
+groote oppervlakte verspreid. De omtrek bestaat uit bosschen, akkers en weilanden; de inwoners leggen zich op den landbouw
+toe en zijn tegelijk wevers en veefokkers. De mannen zijn niet afkeerig van het stroopersbedrijf; de vrouwen verhuren zich
+dikwijls als minnen. Ook hier treft u het verschijnsel, dat de gezinnen talrijker zijn, naarmate de inkomsten beperkter zijn.
+
+</p>
+<p>Dat de romaansche gezinnen rijkelijk met kinderen zijn gezegend, kunnen wij dadelijk opmerken, wanneer wij even de school
+bezoeken, waar jongens en meisjes thans verplicht zijn, duitsch te leeren. Overigens had Bernard, de huisknecht van den pastoor,
+wel gelijk toen hij de aardige gezichtjes van de kleine meisjes in de school roemde. Hij verhaalt ons ook, dat zijn meester,
+de waardige geestelijke, al de leden der parochie, met inbegrip van hem, Bernard, op eene photografie had gebracht. Waarom?
+Omdat de bron, die de school en ook de pastorie van drinkwater moet voorzien, niet meer aan die verplichting voldoet, en omdat
+de gemeenteraad wel wat talmt met het aanbrengen der noodige herstellingen. Om den onderprefect te overtuigen, hoe noodig
+die voorziening is en hem te bewegen, daartoe last te geven, is de pastoor op den vernuftigen inval gekomen om de jongens
+van het dorp te laten photografeeren bij de waterlooze pomp, hunne ledige emmers en gieters toonende, die zij niet kunnen
+vullen.
+
+</p>
+<p>Sedert de inlijving bij Duitschland, draagt La Baroche den offici&euml;elen naam van Zell, waaraan geen germaansch oor zich kan
+ergeren, want Zell is een zuiver duitsch woord. Maar de waardige pastoor van La Baroche&#8212;ik vergis mij, van Zell&#8212;toont ons
+een gezangboek, een meesterstuk van kalligrafie, minstens twee eeuwen oud, dat in de sakristie zijner kerk wordt bewaard;
+en volgens dat gezangboek zou de ware naam van de parochie niet zijn Zell, maar Zeel. Dit laatste woord nu is ongetwijfeld
+van gallischen oorsprong en beteekent stoel, zetel. Nog heden, wanneer ge eene boerenwoning binnentreedt, kunt ge den huisheer
+tot zijne vrouw of zijn kind hooren zeggen: &#8220;<i>Va! guouarre ein Zeel!</i>&#8221; ga, haal een stoel.&#8212;Vraagt ge aan lieden uit den omtrek den weg naar Zell, dan zetten zij groote oogen op, en blijven het
+antwoord schuldig.
+
+</p>
+<p>Tusschen Baroche en Turckheim ligt, op een voorsprong van den berg, de oude kapel van Onze-Lieve-Vrouwe van de drie Korenaren,
+(Notre Dame des trois Epis), vroeger slechts eene eenvoudige bedevaartsplaats, thans een vrij druk bezocht zomerverblijf met drie hotels. Omtrent den
+oorsprong van de heilige stede zijn verschillende legenden in omloop. Volgens eene daarvan zou een Jood zich met list hebben
+meester gemaakt van eene gewijde hostie en die in den grond hebben begraven op eene woeste plek, waar nu de kapel van Onze-Lieve-Vrouwe
+staat. Maar nauwelijks was het gruwelstuk volbracht, of een hevig onweder barstte los: de donder ratelde en de hemel scheen
+in vuur te staan. Den geheelen nacht doolde de Jood, in doodsangst, door het bosch rond, zonder den weg naar zijn huis te
+kunnen vinden. Toen eindelijk het onweer bedaarde en de zon aan de kimmen verrees, zag hij, tot zijne uiterste verbazing,
+op de plek waar hij de hostie begraven had, drie gouden korenairen, waarop, stralende van licht, de heilige hostie lag, terwijl,
+onder begeleiding van hemelsche muziek, eene menigte van bijen bezig waren een omhulsel van doorschijnende witte was te bouwen.
+Getroffen door dit wonder, zwoer de Jood zijn geloof af, verkocht al zijne goederen en bouwde, als boete voor zijne euveldaad,
+de kapel van Onze-Lieve-Vrouwe der drie Korenairen.
+
+</p>
+<p>Eene andere, nog meer verspreide legende luidt aldus. Een boer, die in het bosch gras sneed, werd op deze zelfde plek door
+een adder gebeten, en overleed aan die wonde. Aan den eikeboom, waaronder men zijn lijk gevonden had, werd nu, <a id="d0e118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e118">107</a>]</span>naar het vroom gebruik dier tijden, een Moeder-Gods-beeld geplaatst: dit geschiedde namelijk in 1491. Korten tijd daarna ging
+een boer uit Orbey langs den boom met het Madonnabeeld, en knielde, volgens het gebruik, neder, om voor de ziel van den doode
+te bidden. Terwijl hij vurig biddende nederlag, ontwaarde hij eensklaps een bovenaardsch licht, dat het beeld omstraalde.
+Straks verscheen hem, in dien glans, de Moeder Gods zelve in al haar majesteit, omstuwd door een koor van engelen. In de eene
+hand hield zij drie lichtende korenairen, in de andere een stuk ijs: daarmede te kennen gevende, dat jaren van overvloed of
+van gebrek aanstaande waren, naarmate de bewoners des lands zich zouden bekeeren of hun zondig leven voortzetten. De dorpeling
+begreep dat hij dit gezicht aan de omwonende bevolking kond moest doen; maar hetzij onachtzaamheid, hetzij vrees, hij liet
+het na en kocht, zonder iets te zeggen, op de markt van Nieder-Morschweier een zak koren, waarvoor hij ook gekomen was. Maar
+toen hij den zak op zijn paard wilde laden, waren alle pogingen daartoe vergeefs: de vereende krachten van alle mannen op
+de markt schoten te kort om den zak ook maar even op te tillen. De boer verstond de waarschuwing, en verhaalde, diep geroerd,
+zijn gezicht van dien morgen. Aanstonds kon nu de zak op het paard worden gelegd. De lieden van Nieder-Morschweier togen nu
+in processie, voorafgegaan door den boer uit Orbey, naar den boom met het Moeder-Gods-beeld, en bouwden op de plek eene kapel,
+waarin het beeld van Onze-Lieve-Vrouwe werd geplaatst. Weldra werd het heiligdom door bedevaartgangers bezocht, wier aantal
+steeds wies, naarmate de roep zich verspreidde van de wonderen en teekenen, door de Madonna verricht.
+
+</p>
+<p>Op vier schilderijen, in het koor der <span class="corr" title="Bron: tegenwordige">tegenwoordige</span> kapel opgehangen, zijn de voornaamste episoden van dit laatste verhaal afgebeeld. Deze kapel staat overigens niet in verhouding
+tot den roem van de bedevaartsplaats, die nog zeer druk bezocht wordt; zij is in spitsbogenstijl gebouwd, maar in een tijd,
+toen men dien stijl niet meer begreep. In 1633 door de Zweden verbrand, werd de kapel weder herbouwd na de inlijving van den
+Elzas bij Frankrijk. De inwendige versiering lijdt aan overlading en pleit niet voor den smaak der ontwerpers; maar al te
+veel heeft men toegegeven aan den zin voor boerschen opschik.
+
+</p>
+<p>De Trois-Epis zijn omstreeks een uur verwijderd van den Hohnack en van La Baroche. In anderhalf uur kan men, langs zeer goede
+wegen, met rijtuig van het station van Turckheim, van Nieder-Morschweier en van Ammerschweier daarheen gaan. Na de opening
+der nieuwe hotels is deze plek een geliefkoosd zomerverblijf geworden, zoowel om de schoonheid van het omringende landschap,
+als om de gezonde, zuivere berglucht, te midden der dennenbosschen. Op eene hoogte van tusschen de zes- en zevenhonderd meter
+gelegen, heeft men van hier een prachtig uitzicht over het dal van de Fecht en de vlakte van den Elzas. De profane bezoekers
+schrikken evenwel de vrome bedevaartgangers niet af. Onlangs nog ontmoetten wij op onzen weg eene schaar van boerinnen, barrevoets,
+met den rozekrans in de hand, onder het opzeggen van gebeden, in processie opgaande naar het heiligdom, zonder zich te laten
+storen door een troep jongelieden, die er een ruw vermaak in schenen te vinden, het godvruchtig gezang te overstemmen door
+het uitbrullen van allerlei dronkemansliederen. Gelukkig zijn dergelijke tooneelen hier zeldzaam: in den regel heersenen hier
+rust en stilte, kalmte en vrede.
+</p>
+<hr><p>
+
+</p>
+<p>Het water van de hooge vlakte der Trois-Epis vloeit ten deele naar de Fecht, ten deele naar de Weiss; welke laatste rivier
+uit het Witte- en uit het Zwarte-meer te voorschijn komt. Als wij den weg van Orbey naar Kaysersberg volgen, langs het kristalheldere
+water van het rivierke, dat zingend, murmelend, huppelend en stoeiend voorwaarts spoedt, dan laten wij de vallei van Freland
+links liggen, en houden te Alspach stil. Alspach was vroeger een klooster van Clarissen, dat thans tot papierfabriek is ingericht,
+en dus geheel van voorkomen en karakter veranderd. Wat nog van de kerk over is, wordt als historisch monument, met eene bijdrage
+van den staat, in stand gehouden: dat is echter niet veel meer dan een romaansch portaal uit de twaalfde eeuw, en een stuk
+van het koor. Het is niet meer mogelijk, zich eene voorstelling te maken van het inwendige der kerk: de overgebleven ruimte
+is door beschotten in een aantal grootere en kleinere hokken afgedeeld; het noordelijke zijschip is verdwenen. Hier en daar
+ziet men nog enkele fragmenten van het oude beeldhouwwerk.
+
+</p>
+<p>Met de oude muren, die werden gesloopt om ruimte te maken voor de moderne fabriek, verdween ook de po&euml;zie, of bleef zij althans
+enkel in de herinnering leven. Maar immers is de herinnering zoo vaak het beste deel in ons leven? Ik zal u dan ook maar niet
+vertellen, hoe de zware vrachten hout, die ge onderweg tegenkomt, in het voormalige klooster van Alspach tot papierdeeg worden
+gemaakt: ik houd mij overtuigd dat ge daarin niet het allergeringste belang stelt. Veel liever verhaal ik u, in korte trekken,
+eene van die treffende geschiedenissen, zooals er zoo velen gevonden worden in den rijken schat der legenden van den Elzas.&#8212;Er
+leefde dan, in vroeger tijd, in het klooster van Alspach eene non, die een ridder beminde. Beiden van edelen stam, beiden
+schoon en beminnelijk, hadden de jonkvrouw en de edelknaap elkander, in den opgang hunner bloeiende jeugd, bij een schitterend
+feest ontmoet; en die ontmoeting had in beider hart het vuur der reine minne ontstoken. Zij zwoeren elkander trouw en eeuwige
+liefde. Daar weerklonk de roepstem ter kruistocht; en de jonge ridder hechtte zich het kruis op den schouder en trok naar
+het Heilige Land. Op haar voorvaderlijken burcht achtergelaten, wachtte zijne geliefde, wachtte en wachtte langen tijd op
+zijn terugkeer. Eindelijk, daar kwam de tijding, dat hij in den krijg tegen de ongeloovigen <a id="d0e133"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e133">108</a>]</span>gevallen was. De jonkvrouw, nu haar zoetste hoop vervlogen was, zeide der wereld vaarwel, en nam den sluier aan bij de Clarissen
+van Alspach.&#8212;Maar zie, kort nadat zij de onherroepelijke gelofte had afgelegd, daar keerde de ridder terug: zijne wonden hadden
+hem langen tijd aan het ziekbed gekluisterd: nu stond hij daar, een krijgsheld Christi, ge&euml;erd en met roem omstraald. Doch
+wat baatte hem dat alles, nu zij, aan wie zijn hart behoorde, voor altijd voor hem verloren was! In sprakelooze smart verzonken,
+trad hij de kloosterkerk binnen, en herkende de stem zijner zielsbeminde, die met de Clarissen in het koor de heilige liederen
+zong. Toen kon hij zich niet langer bedwingen: een snijdende wanhoopskreet weerklonk door de kerk en deed het gezang verstommen:
+ook de jonkvrouw had haar minnaar herkend.... Maar hij waggelde de kerk uit: hij legde zwaard en wapenrusting neder, hulde
+zich in de grove pij des kluizenaars, en bouwde zich eene kluize in de vallei van Sint-Jan, van waar hij het uitzicht had
+op het klooster. En wanneer het zilveren kloosterklokje opriep ten gebede, dan boog ook hij de knie&euml;n, en mengde zijne gebeden
+met die der zusteren, zich verheugende in de gedachte dat althans hun beider zielen elkander ontmoetten in het gebed, in afwachting
+dat zij eenmaal elkaar zouden wederzien in het zalig paradijs. Zoo leefden beiden voort, jaren en jaren achtereen, tot eindelijk,
+op den vijftigsten verjaardag van zijn terugkeer uit het Heilige-Land, voor beiden, den ridder en de jonkvrouw, ter eigener
+stonde de ure der verlossing sloeg. Zij stierven op hetzelfde oogenblik en werden naast elkander ter ruste gelegd.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-108.jpg" alt="Meisje uit La Baroche en de knecht van den pastoor."></p>
+<p class="figureHead">Meisje uit La Baroche en de knecht van den pastoor.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label">XI</h2>
+<p>Het slaat tien uren als wij onzen intocht houden in Kaysersberg. De oude toren van Barbarossa verheft zich in de lucht boven
+de ouderwetsche puntgevels van de oude keizerlijke stad. De eene zijde van den toren is in schaduw; de andere wordt verlicht
+door het bleeke schijnsel der maan in haar laatste kwartier. Beneden ons hooren wij, te midden der plechtige stilte, het murmelend
+ruischen van de Weiss, die, even als wij, van Alspach komt. Er is niemand meer op straat te zien. Slechts nu en dan, met groote
+tusschenruimten, hangen enkele berookte lantarens aan dwars over de straat gespannen ijzerdraden, en zenden haar flauwe stralen
+in duistere hoeken. Waarom ook zou het gemeentebestuur geld uitgeven voor eene betere verlichting; gaan niet de meeste menschen
+hier met de kippen op stok, zonder zelfs de waarschuwing van den nachtwaker af te wachten? Daar komt hij ginds juist den hoek
+om, de eerwaardige nachtwaker, met zijn hellebaard in de rechter- en zijne doffe lantaren in de linkerhand. Daar heft hij,
+met min of meer schorre stem, zijn lied aan, in het eigenaardig lokaal dialekt:
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Horih&agrave; wass ich eich well sa&iuml;a:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">D&#8217;glock het zeni g&#8217;schla&iuml;a.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Hann sori zeu Fir un Liecht;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dass i Gott un Maria b&#8217;hiet!<a id="d0e154src" href="#d0e154" class="noteref">2</a></span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Daar er behalve ons niemand op straat was, kon ik aan de verzoeking geen weerstand bieden, om, op eenigen afstand achter hem,
+met luider stemme zijn lied te herhalen: al moet ik toegeven dat dit weinig strookte met mijne waardigheid als volksvertegenwoordiger.
+Verbaasd over die onverwachte echo, stond de man eensklaps stil. Zijne <a id="d0e158"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e158">110</a>]</span>aarzeling duurt maar kort: wij zullen ondervinden dat de sergeant van de wacht hem met den sterken arm zal bijstaan. Het is
+niet voor het eerst dat zij met hun beiden nachtelijke zwervers hebben opgepakt, en hun geleerd dat het in een geordenden
+staat niet voegt, de vertegenwoordigers van de overheid in de uitoefening van hun ambt te bespotten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom aan, nachtwacht, laten wij ons niet boos maken. Ga liever, met den sergeant van de wacht, met mij mede naar den bakker
+daar: wij zullen daar warme broodjes eten en er een glas wijn bij drinken!&#8221;
+
+</p>
+<p>De nachtwacht is een man die zijne wereld verstaat: glimlachend antwoordt hij dat een oud soldaat geen glas Gleisberger mag
+versmaden. Hij en de sergeant zullen gaarne van de partij zijn, zoodra zij hunne ronde zullen hebben gedaan, die voor dit
+bijzonder geval een weinig zal worden ingekort. Zoo gezegd, zoo gedaan. Tien minuten later kloppen wij aan de deur van den
+bakker, die zich haast voor de policie en haar beschermelingen den toegang tot zijne woning te ontsluiten. Met ons vijven
+bij den vroolijk brandenden oven gezeten, drinken wij ons glas blanken Geisberger, op de gezondheid van keizer Barbarossa,
+wiens steenen beeld de pomp versiert, en eten met smaak de geboterde broodjes, zoo heet uit den oven.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-109.jpg" alt="La Bonhomme."></p>
+<p class="figureHead">La Bonhomme.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De klapperman van Kaysersberg is iemand, die de wereld gezien heeft. Niemand is beter op de hoogte van de geschiedenis der
+goede stad, zoowel in het verleden als in het tegenwoordige. Eer hij zijn eersten rondgang begint, vertelt hij aan de kleine
+kinderen, die op zijne knie&euml;n klauteren, een sprookje van den ouden tijd, waarbij zij met open mond zitten te luisteren, al
+krijgen zij kippevel van de akeligheid.&#8212;En wat er zoo al &#8217;s avonds en &#8217;s nachts gebeurt:&#8212;nu, daar weet hij van mee te praten!
+Maar dat is het niet, wat ons belang inboezemt: wij willen de geschiedenis van Kaysersberg vernemen: en onze nachtwacht zal
+ons die geschiedenis vertellen, zoo goed als een boek.
+
+</p>
+<p>Mag hij er niet trotsch op zijn, dat zijne vaderstad al in oude dagen de zetel was van een rijksvoogd, legerhoofd en opperrechter
+tevens, aan wiens gezag de rijkssteden Munster en Turckheim waren onderworpen, zoowel als de onderdanen des keizers in de
+heerlijkheden van Hohenlandsburg en Rappolstein? De aanstelling van dien keizerlijken rijksvoogd was mede een gevolg van den
+brief, dien keizer Adolf van Nassau, in 1293 aan de goede burgers van Kaysersberg verleende, en waarbij hij hun al de rechten,
+vrijheden, privilegi&euml;n en keuren schonk van Colmar. Naar luid der overlevering, zou het kasteel, waaraan de stad haar eigenlijken
+ouden naam van Kaysersberg ontleent, gesticht zijn door keizer Frederik Barbarossa, tot wiens familiebezittingen ook de Elzas
+behoorde. Onze klapperman houdt natuurlijk aan de traditie vast, ofschoon geen enkel dokument de waarheid daarvan bevestigt.
+Het is gansch niet onwaarschijnlijk, dat reeds de Romeinen hier een versterkt kamp of een wachtpost hadden, want daar de oude
+romeinsche heerbaan van Mons Brisacus naar Tullum, van den Rijn dwars door de Vogesen, hier juist door een soort van bergpas
+heenliep, was dit punt van strategisch gewicht.&#8212;Van eene romeinsche nederzetting is echter niets met zekerheid bekend: daarentegen
+staat het vast, dat Kaysersberg, hetwelk toen gemeenschappelijk aan de graven van Horburg en de heeren van Rappolstein behoorde,
+in het jaar 1226, voor den schijnbaar zeer geringen prijs van tweehonderd-vijftig mark zilver, door Hendrik, roomsch-koning
+en zoon van keizer Frederik <span class="abbr" title="de Tweede"><abbr title="de Tweede">II</abbr></span>, werd gekocht. W&ouml;lfelin, landvoogd van den Elzas, zou, naar men wil, het kasteel gebouwd hebben: en wel om, met het oog op
+de vijandige verhouding tusschen keizer Frederik <span class="abbr" title="de Tweede"><abbr title="de Tweede">II</abbr></span> en den hertog van Lotharingen, meester te zijn van den voornaamsten weg over de Vogesen. Het nut van den maatregel bleek
+weldra: want in 1237 bood Kaysersberg een hardnekkigen tegenstand aan den bisschop van Straatsburg, Hendrik von Stahleck,
+die de zijde van den paus tegen den ge&euml;xcommuniceerden keizer gekozen had. Maar het volgende jaar maakte de hertog van Lotharingen
+zich, in naam van Innocentius <span class="abbr" title="de Derde"><abbr title="de Derde">III</abbr></span>, van de stad meester, geholpen door een deel der bezetting, welker trouw aan den keizer door den pauselijken banvloek aan
+het wankelen was gebracht.
+
+</p>
+<p>Eenmaal tot vrije stad verheven, kon het niet uitblijven of Kaysersberg lokte een aantal vasallen en hoorigen uit de omliggende
+heerlijkheden binnen hare muren. Zij breidde zich gaandeweg uit, en nam in bloei en welvaart toe, maar toonde zich ook dankbaar
+jegens keizer en rijk, aan wier bescherming zij zoo veel verschuldigd was. Steeds zond zij getrouw hare gewapenden in het
+veld, naast die van Straatsburg en Colmar, wanneer het er op aankwam, den overmoed en de rooverijen van de landgraven te beteugelen,
+den rijksvrede te handhaven of den keizer tegen zijne vijanden te steunen. De leden van den voornaamsten adel, de Beyers,
+de Landsbergs, de Rathsamhausen, de Hattstadts, de Erbachs, de Rappolsteins, de Schwendi&#8217;s, de Furstenbergs, vervulden het
+ambt van rijksvoogd van Kaysersberg, dat somwijlen vereenigd was met dat van landvoogd van den Elzas. Na zijn terugkeer uit
+Itali&euml;, vertoefde Karel IV de geheele Meimaand van het jaar 1351 in het kasteel, en riep daar de afgevaardigden bijeen der
+steden van den Elzas. In 1374 schonk diezelfde keizer aan de stad het toen zoo begeerde recht, om den Joden te vergunnen,
+tegen betaling, binnen hare muren verblijf te houden. De keizers Sigismund, Frederik III en Karel V begiftigden de stad met
+nieuwe privilegi&euml;n. De laatste vergrooting greep plaats onder de regeering van Sigismund, die haar vergunde, haar muren en
+wallen naar den kant van Kientzheim uit te zetten, en tevens aan Kientzheim verbood, die uitbreiding op eenige wijze te belemmeren.
+De rijksvoogden, die meermalen elders resideerden, ontvingen steeds bij de aanvaarding van hun ambt, den eed van trouw en
+gehoorzaamheid van de burgers, waar tegenover zij zich verbonden, om de stad bij hare rechten en vrijheden te bewaren. Het
+contingent van Kaysersberg onderscheidde zich vooral in den oorlog, <a id="d0e184"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e184">111</a>]</span>dien de steden van den Elzas tegen Karel den Stoute voerden, met name in Zwitserland en bij het beleg van Nancy.
+
+</p>
+<p>Mogen wij onzen klepperman gelooven, dan heeft geene enkele stad in den Elzas ooit soldaten geleverd, of zal ooit soldaten
+leveren, die in dapperheid en onversaagdheid met de wijngaardeniers van Kayserbergs heuvelen zijn te vergelijken. Nu, terwijl
+wij bezig zijn, ons aan dien wijn te goed te doen, zou het niet beleefd zijn, onzen braven nachtwaker tegen te spreken. Maar
+wat die buitengewone dapperheid zijner voorvaderen aangaat: hij kan toch niet loochenen dat de poorters van Kaysersberg de
+zwakheid of de dwaasheid hebben gehad, te zwichten voor de eischen der oproerige boeren en hun een contingent te leveren,
+dat in het bloedige gevecht bij Scherweiler, den tienden Mei 1525, voor het grootste gedeelte in de pan werd gehakt. Had Kaysersberg
+bij die gelegenheid de zaak van keizer en rijk, dat wil zeggen, hare eigene zaak, lafhartig verraden, het is niet meer dan
+billijk te erkennen, dat de burgers zich overigens, tijdens de hervorming, kenmerkten door hunne onwankelbare trouw aan de
+katholieke Kerk. Toen, in 1523, de pastoor de luthersche leer in de kerk begon te verkondigen, werd hij door zijne parochianen
+letterlijk dood geslagen. Korten tijd daarna verdreven een troep vrouwen, met zeissen gewapend, een aantal aanhangers van
+Luther, die van naburige plaatsen naar Kaysersberg wilden trekken, om hun geloofsgenooten te hulp te komen. Johan Geiler,
+de beroemde kanselredenaar, die tot aan zijn dood in 1510, in de kathedraal van Straatsburg predikte, en wiens leerredenen,
+vol vuur en oorspronkelijkheid, eene eerste plaats innemen onder de uitnemendste proeven der toenmalige kanselwelsprekendheid,
+ontving te Kaysersberg zijne opleiding.
+
+</p>
+<p>Gedurende den dertigjarigen oorlog, viel Kaysersberg, ondanks zijn sterk kasteel en zijne zware muren, in handen der Zweden,
+zoo als trouwens ook met Ammerschweier en Turckheim het geval was. Eenige jaren later werd de stad, bijna zonder slag of stoot,
+genomen door eene afdeeling van het fransche leger onder de bevelen van den maarschalk de La Force. Een deel van de fransche
+troepen nam zijn intrek in den toen reeds half verwoesten burcht, waaruit de keizerlijken, door de burgers geholpen, hen vergeefs
+trachtten te verjagen. Sedert heeft Kaysersberg geen rol in de geschiedenis meer gespeeld. Zij bleef aan het gezag van den
+koning van Frankrijk onderworpen, en een fransche gouverneur trad in de plaats van den keizerlijken rijksvoogd. Tegenwoordig
+is Kaysersberg gedaald tot den rang van eene eenvoudige districtshoofdplaats.
+
+</p>
+<p>Van welke zijde men de stad ook nadert, hetzij uit het dal, hetzij van den kant der vlakte, steeds trekt de oude burcht het
+eerst uwe aandacht, fier tronende op zijne rots, omgeven door de met wijngaarden beplante heuvelen, waarboven zijn gekanteelde
+toren uitsteekt. De oude poorten, waaronder de weg vroeger doorliep, zijn thans afgebroken; de muren verbrokkelen tot puin,
+en de grachten groeien dicht. De muur heeft nergens meer zijne oorspronkelijke hoogte behouden; maar nog verheffen zich vier
+of vijf, deels ronde, deels vierkante torens boven de wallen. Twee dezer torens bereiken eene aanzienlijke hoogte. Van den
+burcht, die door een gekanteelden muur met de stad verbonden is, heeft men een fraai uitzicht over den ingang der vallei en
+over de vlakte, die aan den verren gezichteinder door den Kayserstuhl en de bergen van het Schwarzwald wordt begrensd. Aan
+den uitgang der vallei bespeurt ge Kientzheim en Sigolsheim, in een krans van wijnbergen. De Weiss stroomt voor een gedeelte
+om de stad en voedt ook een zijkanaal, dat ten behoeve der molens en fabrieken is aangelegd; dit kanaal loop ten deele onder
+de huizen door. Over de rivier ligt eene steenen brug met twee bogen, die ter wederzijde door gekanteelde muren, bij wijze
+van leuningen, is omgeven en in het midden versierd met een kapelletje, waarin het beeld is geplaatst van Johannes Nepomucenus.
+Deze brug is minstens drie eeuwen oud.
+
+</p>
+<p>De toren van den ouden burcht is rond. Door de zorg van den Club der Vogesen heeft men van binnen een nieuwe wenteltrap aangebracht,
+die naar het door een muur omgeven plat voert. Hoewel de toren niet met gehouwen steenen is bekleed,&#8212;hetgeen vreemd genoeg
+schijnt, want de naburige steengroeven bieden voortreffelijk materiaal in overvloed,&#8212;maakt hij nog, in spijt van de verwoestingen
+door den tijd aangericht, eene fiere, krijgshaftige figuur. Hoe vast en stout en trotsch staat hij daar op zijn rotsheuvel,
+de kloeke toren van den ouden keizerlijken burcht. Zijne hoogte bedraagt zeventig voet; de hoofdingang, waarheen men langs
+een ladder of trap moet opklimmen, bevindt zich ter halver hoogte.
+
+</p>
+<p>Zoo men, ten behoeve van het verkeer, de oude poorten van Kaysersberg heeft moeten afbreken, zijn toch, aan de beide uiteinden
+van de hoofdstraat, de met kolommen versierde wachthuizen blijven staan. En niet alleen zijn er wachthuizen aan de ingangen
+der stad, maar er is nog een derde in het midden, dicht bij het stadhuis.&#8212;Hoewel de straten eigenlijk te nauw zijn, springen
+de bovenverdiepingen der huizen nog vooruit, waardoor het verkeer nog meer belemmerd wordt; gezwegen nog van de hoopen wingerdstaken
+en druivenmoer, die in de maand November de zijstraatjes geheel versperren. De oude huizen, met hun spitse gevels en hooge
+puntdaken, prijken doorgaans met allerlei snijwerk in hout, dat dikwijls niet van kunstwaarde ontbloot is, en in ieder geval
+aan die huizen een pittoresk voorkomen geeft. Even als elders in den Elzas, zoo heeft ook hier de overgangstijd uit de middeleeuwen
+naar de renaissance op Kaysersberg dien karakteristieken stempel gedrukt, die ons uit vele andere steden, voornamelijk in
+het midden en het zuiden van Duitschland, bekend is. De moderne witkwast, die alle beeldwerken en versieringen van den goeden
+ouden tijd op de gevels der huizen onder een laag kalk of pleister bedekt, draagt vooral niet tot verfraaiing bij en getuigt
+allerminst voor onzen smaak en kunstzin. Hij, die het pittoreske, het karakteristieke <a id="d0e196"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e196">112</a>]</span>en eigenaardige dier oude gevelversieringen bemint, kan niet anders dan er zich hartelijk over verheugen, wanneer de afschuwelijke
+domme kalklaag bij geheele stukken afvalt, en alzoo op nieuw de verborgen, na&iuml;eve schoonheden voor den dag komen, die onverstand
+en eene redelooze mode aan het oog onttrokken hadden. Op de binnenplaats van het huis van den heer B&auml;gert, burgemeester van
+Kaysersberg, wordt uwe aandacht getrokken door een put in den stijl der duitsche renaissance, met zeer veel smaak versierd,
+en voorzien van dit vierregelig versje, ten nutte der voorbijgangers:
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Drinks tu Wasser in dein Kragen
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Uber Disch, es kalt den Magen
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Drink m&auml;ssig alten, subtilen Wein,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Rath ich, und lass mich Wasser sein.<a id="d0e207src" href="#d0e207" class="noteref">3</a></span></p>
+</div>
+</div>
+<p><span class="abbr" title="1618"><abbr title="1618">MDCXVIII</abbr></span>.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-112.jpg" alt="De oude burcht te Kaysersberg."></p>
+<p class="figureHead">De oude burcht te Kaysersberg.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Weleer was er te Kaysersberg eene kommanderije van de Duitsche orde en een klooster der Minderbroeders: welk laatste, tot
+het jaar 1433, in de <a id="d0e220"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e220">113</a>]</span>vallei van Sint-Jan nabij Alspach stond. De parochiale kerk, die er van buiten vrij verwaarloosd uitziet, maakt geen gunstigen
+indruk, maar toch is zij de aandacht waard, omdat zij in haar bouw de sporen vertoont van de kunst uit verschillende tijdperken.
+Het romaansche portaal bestaat uit een drievoudigen rondboog, door kolommen gedragen: boven de deur ziet men de kroning van
+Maria door Christus. Het middelschip is in romaanschen, de beide zijschepen en het koor zijn in oud-gothischen stijl. Zien
+wij elders, naast nieuwe kerken, vaak oude torens, hier daarentegen is de toren nieuw. De bedoeling met den bouw van dien
+toren was alleszins loffelijk: men wilde het middeleeuwsche gebouw verfraaien; maar de uitkomst is allerbedroevendst. Die
+moderne toren, nu aan het eerwaardige monument vastgeplakt, maakt een jammerlijke figuur; het is een tusschending tusschen
+een koepel en een campanile, iets dat misschien, van suiker of gebak vervaardigd, op het dessert van eene bruiloftstafel geene
+onaardige vertooning zou maken.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-113.jpg" alt="De nachtwacht te Kaysersberg. (Blz. 108.)"></p>
+<p class="figureHead">De nachtwacht te Kaysersberg. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Blz.</abbr></span> <a href="#d0e133">108</a>.)
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Achter het hoogaltaar ziet men een diptyk, voorstellende, aan de eene zijde de Kruisvinding, aan de andere Maria-Boodschap.
+Naar men zegt, zouden deze schilderijen van Holbein zijn, die eenigen tijd te Kientzheim heeft gewoond. Ook het moderne houtsnijwerk
+verdient de aandacht. In de zijschepen vindt men nog andere oude schilder- en beeldwerken, vermoedelijk uit de zestiende eeuw
+afkomstig, als ook eene voorstelling van het Heilige-Graf, in deze eeuw vervaardigd en zich onderscheidende door groote zuiverheid
+van bewerking.
+
+</p>
+<p>Bijna vlak naast de kerk staat het raadhuis of <a id="d0e237"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e237">114</a>]</span><i>Gemeindehaus</i>, een gebouw uit de zestiende eeuw, met een vooruitspringend balkon boven de deur, in den stijl der renaissance. Op de eerste
+verdieping vindt men twee zalen, waarvan de wanden en de zoldering met hout beschoten en met snijwerk versierd zijn; de gebeeldhouwde
+deuren zijn in gecanneleerde pilasters met dorische kapiteelen gevat. De paneelen tusschen de vensters zijn met hertenkoppen
+versierd. In een kast bewaart men kolossale met ijzer beslagen klompen, die, naar men beweert, aan een reus zouden hebben
+behoord. Deze legendarische reus was een vreemdeling, die op een winterdag van het jaar 1763 door de stad trok, en in de nabijheid
+van Alspach in de sneeuw omkwam. De klompen wegen twee-en-twintig pond; zij zijn groot genoeg om als wieg te worden gebruikt
+voor de laplandsche kinderen, die ik dezen zomer in Noorwegen heb gezien.
+
+</p>
+<p>Alvorens wij het stedeke verlieten, waren wij nog in den winkel van den apotheker, vlak bij het stadhuis, getuigen van een
+niet onaardig tooneeltje. De held van het drama was een kleine dreumes, die de bijenstallen, in den tuin onder de muren van
+het oude kasteel, had willen doorzoeken. Was het hem alleen om den honig te doen, of wilde hij met zijn stok tegen de nijvere
+insekten vechten? Wat hiervan zij: de bijen waren met zijne verschijning niet ingenomen. Verstoord over deze inmenging in
+haar huiselijk leven, vielen zij eendrachtig op den beklagenswaardigen knaap aan, en staken hem in zijn gezicht, in zijn ooren,
+zijn neus, op zijn handen. De arme jongen stond weerloos tegenover de menigte zijner aanvallers; hem bleef niet anders over
+dan, luid schreeuwende, zoo hard mogelijk naar huis te loopen. Nu brengt zijne moeder hem bij den apotheker, om een geneesmiddel
+te vragen voor zijn schrikkelijk opgezwollen gezicht. De apotheker troost den bedremmelden deugniet met het vooruitzicht op
+spoedige beterschap, en wij maken van de gelegenheid gebruik, om een schets van het schilderachtige tooneeltje te ontwerpen.
+
+</p>
+<p>Na ons bezoek te Kaysersberg, zijn Kientzheim en Ammerschweier aan de beurt. Ondanks kleine verschillen van plaatselijken
+aard, gelijken al deze stadjes van het elzasser wijnland zeer sterk op elkander, en vertoonen hetzelfde karakter. Overal ziet
+ge dezelfde oude muren, <span class="corr" title="Bron: dezefde">dezelfde</span> oude grauwe, ronde of vierkante torens, dezelfde nauwe straten, dezelfde huizen met puntgevels, afgewisseld door enkele nieuwerwetsche
+woningen. Kientzheim ligt zoo dicht bij Kaysersberg, dat ge het, bij het verlaten van laatstgenoemde stad, aanstonds gewaar
+wordt. Eene wandeling van een kwartier brengt u van de eene plaats naar de andere. Het gemeentebestuur van Kientzheim heeft
+in den laatsten tijd eene der poorten en een stuk van den muur laten afbreken; maar de andere poort is blijven staan; en dat
+is zeer gelukkig, want zij past volkomen bij het kasteel van de familie Golberg, met zijn kanteelen en torentjes. Onwillekeurig
+waant ge u in de middeleeuwen verplaatst, en het zou u niet verbazen, onder de poort den soldenier te zien staan met zijn
+hellebaard in de vuist, om iederen vijand den toegang te betwisten.
+
+</p>
+<p>Op den heuvel links, boven Sigolsheim, ziet ge den witten voorgevel van een ander kasteel, thans bewoond door den gewezen
+bisschop van Straatsburg, Monseigneur R&aelig;ss, die zich zoo roemrijk onderscheiden en zoo groote aanspraak op aller dankbaarheid
+verworven heeft gedurende de treurige dagen van het beleg der stad in den nazomer van 1870. Van het terras van het kasteel
+van Sigolsheim heeft men een der schoonste uitzichten over de vlakte van den Elzas, waar de Fecht, wegduikende onder den lommer
+der boomen, door de groene velden slingert. De eerwaardige prelaat, dien wij met zijn gezegenden, krachtvollen ouderdom geluk
+wenschen, beklaagt zich alleen over de zwakheid zijner beenen. Nadat de bisschop, op zijn twee-en-negentigste jaar, een val
+heeft gedaan, zijn die beenen niet meer zoo vlug als vroeger.
+
+</p>
+<p>Terwijl wij een glaasje koppigen tokayer drinken, die in den tuin van het kasteel groeit, deelt de oude bisschop ons zijne
+meening mede, dat het welbekende Leugenveld, waar Lodewijk de Vrome door zijn leger verraden werd, in de nabijheid van Sigolsheim
+is te zoeken. Althans de kroniekschrijver Nithard zegt uitdrukkelijk dat het kamp van de zonen des Keizers in de buurt van
+die plaats was opgeslagen: <i>Juxtaque Sigwaldi montem castra ponunt</i>.&#8212;De tokayer, waarvan ik zoo even sprak, komt van den wijnstok, uit Hongarije overgeplant door Lazarus von Schwendi, den bekenden
+veldheer van Keizer Maximiliaan, die de Turken bij Tokay versloeg. In 1563 ontving Schwendi, tot belooning van zijne diensten,
+de heerlijkheid Hohenlandsberg, waartoe ook Kientzheim behoorde. Hij woonde in het tegenwoordige kasteel van Grolberg; in
+de kerk ziet men nog zijn grafsteen, met dien van zijn zoon. De ridders zijn in hoog-relief, in volle wapenrusting, blootshoofds,
+met het zwaard op zijde, de hand op hun helm en hun ijzeren handschoenen.&#8212;Boven de poort van Kientzheim ziet ge, in den steen
+uitgehouwen, een monsterachtigen kop, die tegen de voorbijgangers de tong uitsteekt. Wil hij ze uitlachen, omdat zij van den
+wijn des lands gedronken hebben?
+
+</p>
+<p>De familie van Golberg is beroemd in de magistratuur. Een harer leden, Philippe-Aim&eacute;, in 1786 te Colmar geboren, is een der
+schrijvers van de <i>Antiquit&eacute;s de l&#8217;Alsace</i>, die hij met Godfried Schweigh&auml;user heeft uitgegeven. Schweigh&auml;user was de zoon van den geleerden hellenist, den uitgever
+van Appianus, Athen&aelig;us en Polybius; hij was professor in de klassieke letterkunde aan de hoogeschool te Straatsburg. Philippe
+de Golberg, raadsheer in het hof van appel te Colmar, vervolgens procureur-generaal en lid van de Kamer van afgevaardigden,
+had Schlosser en Niebuhr vertaald, belangrijke philologische studi&euml;n geschreven over Tibullus, Cicero en Suetonius, en de
+beschrijving van Zwitserland geleverd voor het <i>Univers pittoresque</i> van Didot. Het groote werk over de oudheden van den Elzas is eene aanvulling van de <i>Alsatia illustrata</i> van Schoepflin, in 1772 uitgegeven, en een waardig monument van de archeologie des lands, eene bron, waaruit alle volgende
+geschiedschrijvers steeds zullen moeten putten. Schoepflin had vooral zijne <a id="d0e266"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e266">115</a>]</span>aandacht gewijd aan de keltische en gallo-romeinsche oudheden; evenzoo Oberlin en Silbermann, die evenwel ook de monumenten
+uit de middeleeuwen binnen den kring hunner beschouwing begonnen op te nemen. Golberg en Schweigh&auml;user verdeelden den arbeid
+onder elkander: de een bestudeerde de antiquiteiten en monumenten in het departement van den Boven-Rijn, de andere in het
+departement van den Beneden-Rijn. Hun <span class="corr" title="Bron: gemeeschappelijken">gemeenschappelijken</span> arbeid zag, in 1828, te Mulhausen het licht, in twee groote, prachtig ge&iuml;llustreerde folio deelen.
+
+</p>
+<p>De oudheidkundige onderzoekingen en nasporingen worden in den Elzas nog steeds met grooten ijver voortgezet. Er heeft zich
+eene speciale commissie gevormd voor de instandhouding van de historische monumenten des lands; haar voorzitter, de kanunnik
+Straub, is belast met de uitgave van een tijdschrift, dat de belangstelling voor deze studie levendig houdt. Staats- en gemeentebesturen
+werken ijverig mede en verleenen met milde hand de noodige subsidi&euml;n, om de historische monumenten in stand te houden en ze,
+voor zooveel dat binnen menschelijk vermogen ligt, voor een ontijdigen ondergang te bewaren.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: X">XII</span></h2>
+<p>De Weiss uit de vallei van Orbey ontmoet de Fecht bij de bosschen van het Niederwald, niet ver van het station Bennweier.
+Bij de groote brug van Ingersheim is de bedding van de Fecht in den zomer dikwijls droog; maar wat lager, te midden der bosschen
+en weiden, herleeft het rivierke weer. Als de bedding droog is, levert zij een treurigen aanblik op. Dorre kiezelbanken wijzen
+den loop des waters aan, en bereiken somwijlen eene lengte van ettelijke honderden ellen. Hoogstens baant zich een dunne waterstraal
+al kronkelend een moeizamen weg door de banken van kiezelsteen, die hier en daar bijna de hoogte der oevers bereiken. Het
+is alsof ge eene of andere wadi in de Sahara voor u zaagt, ver van bewoonde streken, aan zich zelve overgelaten. En inderdaad
+is de Fecht, na haar doorgang onder de fraaie steenen brug van Ingersheim, aan zich zelve overgelaten, want anders zou zij
+zoo niet, geheel naar willekeur, toomeloos en tuchteloos rondzwerven, groote uitgestrektheden gronds bedervende, die uitmuntend
+weiland konden opleveren, en wier verwaarloosde toestand nu een verwijt is voor eene zoo hoog ontwikkelde, nijvere bevolking.
+Wie deze landstreek voor de eerste maal ziet, moet aanstonds begrijpen, hoe dringend noodzakelijk het is, het werk der rivierverbetering
+in den Elzas ter hand te nemen en krachtig door te zetten.
+
+</p>
+<p>Toen wij eene beschrijving gaven van de reservoirs van het Zwarte- en van het Witte-meer, hebben wij ook gesproken van een
+plan tot regularisatie van de Ill en de tot haar gebied behoorende wateren. Dit plan is thans in uitvoering; dientengevolge
+zullen al onze bergstroomen, zoo onregelmatig in hun loop, nu eens droog, dan weer verwoestend buiten hun oevers tredende,
+moeten worden geregulariseerd en binnen eene vaste en regelmatige bedding besloten. De regularisatie heeft reeds plaats gehad
+voor een belangrijk gedeelte van de Ill, tusschen Horburg en Meyenheim, en zal nu nog voortgezet moeten worden voor al de
+wateren en beken, die in deze rivier uitloopen. Op de Fecht missen de tot dusver aangelegde werken te zeer verband en samenhang
+om elkander van dienst te kunnen zijn. Van daar dat men voortdurend gedwongen is, de dijken beneden Ingersheim te herstellen,
+die telkens bezwijken, als ten gevolge van hevige en aanhoudende regens, de sneeuw plotseling smelt. Het water wast dan met
+zoo verbazende snelheid, dat ik zelf meer dan eens heb gezien, hoe, in den loop van weinige uren, de zwakke, kalme waterstraal,
+die nauwelijks eenige liters kan opleveren, aanzwelt tot een geweldigen stroom, die eene massa water van honderd kubieke meters
+per sekonde aanvoert. Het is niet te zeggen, welke schromelijke verwoestingen zulk een plotselinge, overstelpende aanvoer
+van water veroorzaakt. Dikwijls genoeg werden de dorpen en vlekken langs den oever der rivieren met volslagen ondergang bedreigd.
+Te Turckheim worden nog ieder jaar, des zondags na Sint-Thomas, openbare godsdienstoefeningen gehouden, om de herinnering
+te bewaren aan vreeselijke overstroomingen, die het stadje bijna hadden vernield, en om de herhaling van dergelijke rampen
+af te bidden. Nog al te dikwijls verandert de opgezwollen rivier van bedding, tot groote schade voor de omliggende weilanden.
+
+</p>
+<p>Reeds in de eerste tijden na de inlijving van den Elzas bij Frankrijk, droeg de regeering aan hare ingenieurs de taak op,
+om de uitspattingen van de Fecht te beteugelen. Gaandeweg werden er nu langs de rivier dijken aangelegd; en om hetzij die
+dijken zelven, hetzij enkele bedreigde punten van den oever te verdedigen, werden in de rivier kribben gemaakt. Het gemeentebestuur
+van Colmar, vreezende voor het behoud van het kanaal van Logelbach, waarin de Fecht zich bij herhaling uitstortte, liet in
+1760 een stevigen straatweg aanleggen, die tevens als waterkeering dienst deed, en die zich langs den rechteroever van de
+prise d&#8217;eau van het kanaal boven Turckheim, uitstrekte tot tegenover de steengroeven van den Letzenberg, boven Ingersheim.
+In 1778 bestond er eene doorloopende bedijking, ter hoogte van drie el, en zich uitstrekkende van de prise d&#8217;eau van het kanaal
+van Logelbach tot de brug van Ingersheim. Maar men had, bij den aanleg dezer werken, aan de Fecht een te breed bed gelaten,
+met plotselinge versmallingen bij de bruggen. Het gevolg hiervan was, dat er nieuwe doorbraken vielen, en dat eindelijk de
+werken, die niet meer werden onderhouden, in verval geraakten. Gaan er eenige jaren zonder ongelukken voorbij, dan worden
+allicht de noodige voorzorgsmaatregelen vergeten. Komt er dan eindelijk weer eene groote overstrooming, die het bed der rivier
+verlegt, akkers en landerijen verwoest, en zelfs dorpen en vlekken met den ondergang bedreigt, dan gaat er weer een algemeene
+kreet op, en dringt men aan op het onverwijld nemen van alle mogelijke maatregelen om het kwaad te koeren. Het eenige afdoende
+middel is de normalisatie van <a id="d0e283"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e283">116</a>]</span>de rivier en het vormen eener vaste en regelmatige bedding, in staat om in alle voorkomende gevallen het water af te voeren.
+Tot de verbetering behoort ook het afsnijden van bochten en krommingen, waardoor de loop der rivier wordt verkort; daar hierdoor
+echter tevens het verval wordt vermeerderd, moet het evenwicht worden hersteld en de al te snelle afstrooming getemperd door
+middel van stuwen. De heer Stoecklin, tegenwoordig inspecteur-generaal der bruggen en wegen, heeft voor de Fecht ook de vorming
+aanbevolen van een zomer- en van een winterbed, welk laatste voldoende ruimte moet aanbieden voor den afvoer bij hoog water.
+Dit stelsel, met den besten uitslag in Baden toegepast voor de riviertjes, die uit het Schwarzwald komen, is ook bij de verbetering
+van de Ill gevolgd.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-116.jpg" alt="Landmeisje uit de vallei van de Fecht."></p>
+<p class="figureHead">Landmeisje uit de vallei van de Fecht.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Het is natuurlijk hier niet de plaats om ten aanzien van deze aangelegenheid in nadere bijzonderheden te treden; maar ge moogt
+de schilderachtige vallei van de Fecht niet verlaten, zonder een bezoek te brengen aan het goed van de familie Herzog, op
+de helling van den Letzenberg. Een reuzentrap van meer dan vierhonderd treden voert u in eens boven op den berg. Deze trap
+loopt uit op een ringmuur, die blijkens het opschrift boven de poort, in 1850 gezet werd, om aan de arme werklieden werk te
+verschaffen. Binnen getreden, wordt uwe aandacht getrokken door eene witte kapel, in italiaanschen stijl, op een hoogte gebouwd,
+die door acacia&#8217;s en dennen is omringd. Verder bespeurt ge een smaakvol chalet met sierlijke bloembedden; en overal langs
+de berghellingen wijnstokken. Op sommige plaatsen is de <a id="d0e292"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e292">118</a>]</span>helling zoo steil, dat zelfs de wijnstok er niet wortelen kan; de naakte rotswanden rijzen daar loodrecht omhoog boven een
+uitgestrekt park met lommerrijk geboomte en fluweelige grasperken. Van het terras voor de kapel overziet de blik de geheele
+vlakte van den Rijn en de vallei van de Fecht. De kathedraal van Straatsburg, de rotsen van den Kaiserstuhl, de besneeuwde
+toppen der Alpen, rondom de Jungfrau geschaard, zijn bij helder weer duidelijk zichtbaar, even als het Munsterthal en de volkrijke
+dorpen in het bassin van de Ill. Dit verrukkelijk panorama aanschouwende, zou men geneigd zijn, de aarde voor een paradijs
+te houden en de namelooze ellende te vergeten, die als een looden last op haar weegt. Maar zoo ge u voor een oogenblik door
+uwe droomen laat medevoeren, de zwarte rook uit de tallooze schoorsteenen langs het kanaal van Logelbach, waar het wemelt
+van spinnerijen en weverijen, allen door stoom gedreven, roept u aldra tot de werkelijkheid terug. Deze streek is een der
+middelpunten van de elzassche katoenindustrie, die hier op groote schaal gedreven wordt, en aan honderden gezinnen arbeid
+en brood verschaft.
+</p>
+<hr><p>
+
+</p>
+<p>Aan den voet van den Letzenberg, aan de oevers van de Fecht en van het kanaal van Logelbach, werd de slag bij Turckheim geleverd,
+die de definitieve inlijving van den Elzas bij Frankrijk ten gevolge had. In het jaar 1674 trok een duitsch leger, onder aanvoering
+van omstreeks twintig vorsten, het land binnen, dat bij den vrede van Munster aan Frankrijk was afgestaan. Den vierden October,
+bij Entzheim, door het minder talrijke leger van Turenne geslagen, betrokken de Duitschers de winterkwartieren, om nieuwe
+versterkingen af te wachten, alvorens den veldtocht te heropenen. Het keizerlijke leger bezette geheel den Boven-Elzas, van
+Huningen tot Obernai, van Belfort tot Landskron; men leefde vroolijk en lustig in de winterkwartieren, volkomen gerust gesteld
+door den geveinsden terugtocht der Franschen naar de andere zijde van de Vogesen. Een aantal dames maakten, in het gevolg
+van de generaals en hoofdofficieren, den veldtocht mede. De keurvorstin Dorothea van Brandenburg hield haar hof te Colmar,
+waar de stedelijke regeering, de aanzienlijke burgers en de gilden wedijverden in huldebetoon, in geestdrift en toewijding.
+De geheele adel van den Elzas hield de zijde van Duitschland, zoowel als de oude vrije steden. De keurvorst Frederik Willem
+van Brandenburg, die de keizerlijken te hulp was gesneld, zwoer dat hij den grond van den Elzas niet zou verlaten, zoo lang
+hij nog een enkel man over had, in staat om de wapenen te voeren.&#8212;Maar&#8212;zoo als het in het duitsche leger doorgaans ging en
+overal gaan moet, waar eenheid van gezag ontbreekt,&#8212;de verschillende legerhoofden lagen voortdurend met elkander overhoop,
+en het algemeen belang werd aan persoonlijke hartstochten en berekeningen opgeofferd. Wangunst, naijver, kinderachtige veeten
+deden telkens nieuwe moeielijkheden uitbarsten; men twistte onderling, en bekommerde zich niet om de bewegingen van Turenne,
+die, naar men zich voorstelde, in Lotharingen werd opgehouden door den buitengewoon strengen winter.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-117.jpg" alt="In de apotheek te Kaysersberg. (Blz. 114)."></p>
+<p class="figureHead">In de apotheek te Kaysersberg. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Blz.</abbr></span> <a href="#d0e237">114</a>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Daar verspreidde zich eensklaps, in de laatste dagen van December, de tijding, dat het fransche leger, na een koenen marsch,
+om de bergen heen was getrokken en voor Belfort stond. Verrast, maar in het minst niet ongerust, trokken de keizerlijke veldheeren,
+Bournonville, Caprara en de keurvorst van Brandenburg, hun troepen samen bij Colmar. In der haast werden nu schansen en bolwerken
+opgeworpen langs het kanaal van Logelbach, tusschen Colmar en Turckheim, terwijl in de eerstgenoemde stad de gilden en de
+poorters zich wapenden om mede te helpen bij de verdediging. Iedereen verklaarde zich bereid, tot het uiterste weerstand te
+bieden: de magistraat, de geestelijkheid en het volk. Aan het hof van de keurvorstin Dorothea twijfelde niemand aan de overwinning;
+de vorstin zelve had de legerhoofden en de dames van het hof uitgenoodigd tot een schitterend feestmaal, dat den dag v&oacute;&oacute;r
+Driekoningen zou worden gevierd.
+
+</p>
+<p>Inmiddels was Turenne reeds tot Colmar genaderd. Bij een voorpostengevecht had de fransche generaal, op den negen-en-twintigsten
+December, de keizerlijken genoodzaakt uit Mulhausen te wijken. Den derden Januari, na te Ensisheim krijgsraad te hebben gehouden,
+trok hij, langs den voet der bergen, naar Colmar. Twee dagen later, voor het aanbreken van den dageraad, brak het fransche
+leger van Pfaffenheim op, en trok, in drie evenwijdige kolonnes, voort, de infanterie voorop. Op den Letzenberg staande, ziet
+ge, ten zuiden, den heuvel van Egisheim, met de ru&iuml;nen van zijn drie torens: de troepen van Turenne trokken daar langs. Drie
+duitsche eskadrons, aan gene zijde van de beek, die den weg naar Belfort doorsnijdt, op den uitkijk gesteld, maakten rechtsom
+keert, toen zij de Franschen bespeurden. De twee kolonnes, die onder bevel van den graaf de Lorge door de vlakte marcheerden,
+hielden stil voorbij het kerkhof van Wettolsheim, en ontplooiden hun lini&euml;n tot tegenover Wintzenheim, de infanterie op den
+linker, de kavalerie op den rechter vleugel. Turenne zelf, die met de derde kolonne langs de bergen trok, had van de hoogten
+van Wettolsheim gezien, hoe de keizerlijken hunne stelling namen tusschen Colmar en Turckheim, achter het kanaal, waar langs
+hunne talrijke artillerie werd opgesteld. Eensklaps links afslaande, marcheerde Turenne, met veertien bataillons infanterie,
+eenige eskadrons gendarmes en lichte kavalerie, benevens vier kanonnen, over de steile, smalle paden der wijnbergen; trok
+vervolgens langs de hellingen van den boschrijken heuvel, waarop de ru&iuml;ne troont van den Hohlandsburg, die reeds in den dertigjarigen
+oorlog verwoest was; en daalde, ondanks de sneeuw, die den weg versperde, achter den Plixburg, in het dal van de Fecht af.
+Tegenover Zimmerbach trok hij over de rivier; en weldra vertoonden de fransche soldaten zich op de beide oevers nabij Turckheim,
+tot groote verbazing der vijanden. In een oogwenk werd de stadspoort door de dragonders <a id="d0e313"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e313">119</a>]</span>open gebroken. De luitenant van Turenne, Foucault, viel, doodelijk getroffen, op de brug neder; maar een ander officier, Tilladet,
+bezette de stad met eenige honderden musketiers en grenadiers. Drie regimenten infanterie bezetten de heuvels en wijnbergen
+boven de stad, onder bevel van den markies de Mouchy. De lichte kavalerie plaatste zich aan den ingang van den weg naar Turckheim;
+andere afdeelingen bezetten het kerkhof en den molen aan gene zijde van het kanaal van Logelbach. De met beleid en spoed uitgevoerde
+beweging was volkomen gelukt: Turenne tastte den vijand in de flank aan.
+
+</p>
+<p>Een verwoed gevecht volgde: het kerkhof en de molen werden driemaal genomen en hernomen. De markies de Mouchy sneuvelde, en
+het paard van Turenne werd onder hem doodgeschoten. De duitsche artillerie teisterde de Franschen, die, ten gevolge van den
+moeilijken tocht over de wijnbergen, hunne kanonnen nog niet hadden kunnen opstellen. Inmiddels spoedde de korte Januaridag
+naar den avond: er moest een einde aan komen. Zonder op de overmacht der vijanden te letten, liet Turenne nu zijne soldaten,
+in gesloten gelederen, onder het slaan der trommels en het schetteren der trompetten, ondanks het geweldig vuur der duitsche
+kanonnen, naar de bevrozen rivier oprukken. Men trok over de rivier en viel op den vijand aan, die wankelde, week en weldra
+in wanorde terugtrok.
+
+</p>
+<p>Nu stormden de fransche soldaten den vluchtenden vijand na; maar Turenne, die wist dat de keizerlijken nog de overmacht hadden
+en de mogelijkheid van een vernieuwden aanval vreesde, riep zijne troepen terug. De voorzorgsmaatregel bleek onnoodig: de
+verwarring bij de keizerlijken was zoo groot en de verstandhouding tusschen de legeraanvoerders zoo slecht, dat aan een hervatting
+van den strijd niet werd gedacht. De aftocht ging weldra in volslagen vlucht over. Bournonville, de keurvorst van Brandenburg,
+de keurvorstin Dorothea maakten zich met alle anderen zoo haastig mogelijk uit de voeten. Van het aangekondigde feest kwam
+niets: in plaats van feestzangen hoorde men het gekerm der gewonden en de doodskreten der stervenden, uitgestrekt op den hard
+bevroren grond der weilanden langs de Fecht. De straten van Colmar weergalmden van het rumoer der vluchtende soldaten, van
+het geratel der haastig aangespannen kanonnen en ammunitiewagens. Doodelijke schrik vervulde de harten der burgers, die gemeene
+zaak hadden gemaakt met de keizerlijken, en nu de wraak van den overwinnaar vreesden. Turenne kwam den volgenden morgen in
+de stad, en nam zijn intrek in de herberg <i>Zum Schwarzen Berg</i>; hij liet de inwoners met rust en strafte hen niet voor hunne vijandelijke houding. De keizerlijken trokken over den Rijn
+terug, en de Elzas was voor Duitschland verloren.
+
+</p>
+<p>Den veertienden Januari bracht de secretaris van den raad van Straatsburg aan Turenne brieven van de regeering dier stad,
+waarbij een beroep werd gedaan op de edelmoedigheid van den overwinnaar. De burgerij van Straatsburg was woedend tegen de
+keizerlijke generaals, die zich aan gene zijde van den Rijn hadden teruggetrokken en het land ten prooi lieten aan den vijand.
+De troepen, die door hunne stad trokken, werden door het gemeen uitgejouwd en beleedigd.
+
+</p>
+<p>De inlijving van de hoofdstad van den Elzas was nu nog slechts eene kwestie van tijd. Zij had, in vollen vrede, bij verdrag
+plaats: den dertigsten September 1681 hield Lodewijk XIV zijn intocht in Straatsburg, dat bij den vrede van Rijswijk, in 1697,
+aan Frankrijk werd afgestaan. Voor immer, zoo luidde de formule in het vredestraktaat. Evenzoo werd, bij den vrede van Frankfort,
+in 1871, de Elzas weder door Frankrijk aan Duitschland afgestaan, om voor immer met het nieuw herboren Duitsche rijk vereenigd
+te blijven.&#8212;De geschiedenis heeft overvloedig geleerd, dat de eeuwigheid der traktaten van zeer korten duur kan zijn; in onzen
+tijd vooral zijn zij ter nauwernood het papier waard, waarop zij geschreven zijn. Niemand acht zich door het bezworen verdrag,
+het plechtig gegeven woord, inderdaad verbonden; zoodra de partij, die bij het verdrag werd benadeeld, haar kans schoon ziet,
+verbreekt zij het, waartoe altijd een voorwendsel is te vinden, en doet op nieuw een beroep op de wapenen. Het besef van de
+onbetrouwbaarheid der traktaten, van de bijna volkomen vernietiging van het rechtsgevoel, is zeker niet de minste oorzaak
+van het vreeselijke feit, dat de staten van Europa, ook in vollen vrede, tot de tanden gewapend tegenover elkander staan,
+als roovers steeds loerende op elkanders bezit en geene veiligheid kennende dan die door vrees voor de overmacht wordt afgedwongen.
+</p>
+<hr><p>
+
+</p>
+<p>Ik sprak zoo even van de katoenindustrie, die langs het kanaal van Logelbach een harer hoofdzetels in den Elzas heeft. Ik
+zal u niet uitnoodigen, een dier fabrieken, spinnerijen, weverijen, verwerijen of hoe ze meer heeten mogen, te bezoeken; maar
+ik mag niet verzwijgen wat den eigenaars dier groote industrieele inrichtingen&#8212;waaronder aan de familie Herzog eene eerste
+plaats toekomt&#8212;tot eer strekt: namelijk hetgeen zij in het belang hunner talrijke werklieden hebben gedaan. Allerlei inrichtingen
+zijn, op aansporing en met ijverige medewerking en ondersteuning van de patroons, in het leven geroepen. Vereenigingen tot
+ondersteuning van behoeftige kraamvrouwen, kinderbewaarplaatsen, speeltuinen, scholen voor kinderen en volwassenen, ambachtsscholen,
+volksbibliotheken, huizen voor jonge meisjes, weeshuizen, ziekenfondsen, co&ouml;peratieve winkelvereenigingen, spaarbanken, arbeiderswijken:&#8212;ziedaar
+de instellingen, die, onder verschillende namen, overal in den Elzas en ook hier, medewerken tot verbetering van het lot der
+fabriekarbeiders en tot hunne moreele en materieele verheffing.
+
+</p>
+<p>In de onmiddellijke nabijheid van Colmar vinden wij de arbeiderswijk, de <i>cit&eacute; ouvri&egrave;re</i>, behoorende tot de katoenspinnerij Bagatelle. De naar &eacute;&eacute;n model gebouwde woningen hebben eene beneden- en eene bovenverdieping,
+een kelder en een zolder, benevens twee deuren, waarvan de eene op straat en de andere <a id="d0e335"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e335">120</a>]</span>op het binnenplein van de wijk uitkomt; tot het huis behoort ook een kleine plaats met schuur. De ramen van den voorgevel
+zijn breed, ten einde gelegenheid te geven voor het houden van winkeltjes of voor het maken van kleine werkplaatsen. De huizen
+van de middengroep ontvangen hun licht alleen aan de voorzijde; daarentegen hebben zij op de bovenverdieping een soort van
+houten veranda. De benedenverdieping bevat eene zit- en eene slaapkamer, benevens eene keuken; op de bovenverdieping vindt
+men twee vertrekken, waarvan het grootste door een beschot in twee&euml;n kan worden verdeeld.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-120.jpg" alt="Eene katoenspinnerij aan de Logelbach."></p>
+<p class="figureHead">Eene katoenspinnerij aan de Logelbach.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De bedoeling met de stichting van deze wijk was niet alleen om den arbeiders voor matigen prijs eene goede woning te bezorgen,
+maar ook om hen aan te moedigen tot spaarzaamheid: tegen eene geringe vergoeding boven de gewone huur, konden zij na verloop
+van zekeren tijd, eigenaar hunner woning worden. Dit doel is echter te Colmar niet dan bij uitzondering bereikt. Over het
+algemeen weten de arbeiders niet voor zoo langen tijd te sparen en voor de toekomst te zorgen; daar komt nog bij dat de meeste
+werklieden in de fabrieken van Logelbach in de omliggende dorpen wonen, waar zij in den regel hetzij een huisje, hetzij een
+stukje grond, hetzij eene koe of eenige geiten bezitten. Bijna iedereen is eigenaar, daardoor gehecht aan den grond, en tevens
+van nature en krachtens zijn eigen belang, een verdediger der maatschappelijke orde.
+
+</p>
+<p>Is dit een niet te hoog te waardeeren voorrecht, niet minder uitmuntend is het dat in al de tot de fabrieken behoorende scholen
+zeer goed onderwijs gegeven wordt. Een dezer scholen, tot Bagatelle behoorende, grenst aan het kosthuis waar de ongehuwde
+werklieden hun intrek kunnen nemen. Mevrouw Herzog, die dit huis heeft gesticht, neemt daarin ook de kranken op, die in hunne
+woning geene goede verpleging kunnen vinden; de verzorging der zieken is aan zusters van liefdadigheid, alzoo aan de beste
+handen, toevertrouwd. Elken morgen komt mevrouw Herzog, met een harer kinderen aan de hand, zelve hare zieken bezoeken, om
+hun woorden van troost en bemoediging toe te spreken, of, in ernstige gevallen, den geneesheer te raadplegen. Hulde, eerbiedige
+hulde aan de edele vrouw, wier voorbeeld meer nut sticht dan vele predikati&euml;n en vertoogen, en die door hare eenvoudige daad
+krachtiger medewerkt tot oplossing van wat men de sociale kwestie noemt, dan alle staathuishoudkundigen te zamen met al hun
+theorie&euml;n en stelsels.
+
+
+
+<a id="d0e346"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e346">193</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-193.jpg" alt="Gezicht in Colmar."></p>
+<p class="figureHead">Gezicht in Colmar.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XI">XIII</span></h2>
+<p>Colmar is eene open stad, met eene schilderachtige, schoone ligging, halverwege tusschen Basel en Straatsburg, aan de oevers
+van de Ill, en met een mooi uitzicht op de Vogesen. Om haar oude monumenten, haar historische herinneringen, haar fraaie wandelingen,
+verdient zij wel dat de reiziger hier ophoude, waar ik hem durf verzekeren dat hij eenige aangename dagen slijten kan. In
+de vorige eeuw had het hoogste regeeringscollege van den Elzas hier zijn zetel, en ook na de inlijving bij het Duitsche rijk
+heeft Colmar het hooggerechtshof van het nieuwe rijksland behouden. Met haar bevolking van zes-en-twintigduizend-tweehonderd
+inwoners, waaronder een aantal magistraatspersonen en rechterlijke ambtenaren, is Colmar juist zulk een rustig, kalm, gezellig
+stedeke, als men zich ten verblijve zou kunnen wenschen. Een deel der bevolking leeft van den landbouw; de meer rumoerige
+fabriekarbeiders wonen bijna allen in de voorsteden en langs het kanaal van Logelbach: de stad zelve bleef tot dusver van
+de plaag der fabrieken verschoond. Haar ligging aan het spoorwegnet, die haar in rechtstreeksche verbinding brengt met Zwitserland
+en Frankrijk en ook met het Schwarzwald, aan de overzijde van den Rijn, heeft op de ontwikkeling van haar handel en nijverheid
+zeer gunstig gewerkt.
+
+</p>
+<p>Maar deze ontwikkeling heeft ook tengevolge gehad, dat Colmar zich beklemd begon te gevoelen in haar gordel van oude muren,
+en dat zij dien muur stuk voor stuk is gaan afbreken, om zich ruimte te maken en versche lucht te scheppen. Gaandeweg ondergaat
+de stad eene herschepping. In plaats van de drie oude poorten, waarop weleer de wegen naar Basel, Breisach en Rufach uitliepen,
+ziet ge overal nieuwe straten, die u naar buiten voeren. De huizen, waarvan de bovenverdiepingen soms zoo schilderachtig in
+de straat plachten uit te steken, trekken zich terug en zwichten voor de onverbiddelijke rooilijn. De sloopingskoorts dreigt
+<a id="d0e360"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e360">194</a>]</span>ook de overgebleven gedeelte van de oude wallen, zonder eenige noodzaak, omver te halen; zelfs de boomen dier wallen loopen
+ernstig gevaar. De verfoeilijke speculatiewoede, voor wie niets heilig of eerbiedwaardig is, die zelfs met euvele hand in
+schandelijken overmoed Rome vernielt en schendt, is ook tot hier doorgedrongen. Men zegt, dat al deze veranderingen en verbouwingen
+in het belang der hygi&euml;ne zijn: de hygi&euml;ne speelt in deze onze dagen eene zeer gewichtige rol en in haren naam worden vele
+onzinnigheden, vele gruwelen zelfs gepleegd; ik weet niet, of zij ook inderdaad bij deze gedaanteverwisseling van Colmar is
+betrokken. Maar zooveel is ontwijfelbaar zeker, dat het pittoreske, dat de esthetica er zeer onder lijdt. Als de laatste gracht
+zal zijn gedempt met het puin van den laatsten muur; als alle toegangen naar de stad in breede, vlakke, rechte wegen zullen
+zijn herschapen; als alle huizen zooveel mogelijk naar hetzelfde model zullen zijn gebouwd en alle straten met de liniaal
+getrokken:&#8212;dan zal Colmar misschien, onder sommige opzichten, iets gewonnen hebben en beantwoorden aan de eischen eener moderne
+stad, maar dan zal het ook even eentonig, even karakterloos zijn, dan zal het alle oorspronkelijkheid, alle individualiteit
+hebben ingeboet, volmaakt onbeduidend zijn, plat, vulgair en vervelend in de hoogste mate.
+
+</p>
+<p>Maar&#8212;wat de toekomst moge brengen&#8212;thans is het, Goddank! nog zoover niet. Laat ons hopen, dat eene verstandige regeering een
+middel zal weten te vinden om aan de eischen en behoeften van den nieuwen tijd te voldoen, zonder te kort te komen in den
+eerbied, aan de monumenten van vroeger eeuw verschuldigd. Ondanks de pogingen van haar sloopers en verwoesters, biedt de goede
+stad Colmar nog genoeg merkwaardigs, om een belangstellend bezoeker te boeien. Wie met den spoorweg of langs den weg van Logelbach
+in de stad komt, wordt aanstonds getroffen door de prachtige boomgroepen, perken en standbeelden van het zoogenoemde Marsfeld,
+dat vroeger een deel uitmaakte van den stadswal en zijn krijgshaftigen naam ontleent aan de omstandigheid dat hier vroeger
+de militairen exerceerden. Op het midden van het plein prijkt het standbeeld van generaal Rapp. Een ander standbeeld, dat
+van admiraal Bruat, verrijst midden in de groote all&eacute;e, die van het plein naar het Gouvernementshuis voert, een statig indrukwekkend
+gebouw, dat menig vorstelijk paleis in de schaduw stelt. In de Meimaand verspreiden de oude linden van het Marsfeld een verkwikkelijken
+lommer en vermengen den zoeten geur van hun bloesems met het doordringend parfum der bloeiende jasmijnen. Hoe vele uren heb
+ik, als gymnasiast, daar met mijne kameraden van buiten doorgebracht, aan den voet van het standbeeld van Bruat allerlei plannen
+besprekende van verre reizen, aan gene zijde van den oceaan. Wij kwamen daar samen op het etensuur, en gaven er ons middagmaal
+aan, tevreden met een stuk droog brood, waardoor wij vier stuivers uitspaarden: welke stuivers dan werden gebruikt voor het
+aankoopen van reisverhalen.
+
+</p>
+<p>Iederen morgen en iederen avond gingen wij te voet van Colmar naar Turckheim, met onzen tasch op den rug, onverschillig voor
+koude of warmte, regen of zonneschijn. Waar zijn die vroolijke gelukkige dagen, zoo vol zoete illusi&euml;n, gebleven!
+
+</p>
+<p>Aan het Marsfeld grenzen de met linden en kastanjes beplante wallen, die de stad omringen en door den muur worden omzoomd.
+Feitelijk vindt men die boomen nog slechts tusschen de Rufacher- en de Baselerpoort, of, om juister te spreken, tusschen de
+plaatsen waar die poorten hebben gestaan. Want alle oude poorten zijn verdwenen. Vroeger waren die poorten groote, zware,
+vierkante torens, gelijk aan die, welke nog te Turckheim in stand zijn gebleven. Bij de uitlegging van den muur werden die
+oude poorten afgebroken; in het begin van deze eeuw werden zij vervangen door ijzeren hekken, waarvan het laatste thans terecht
+is gekomen voor den ingang van het ziekenhuis. Aan alle kanten breidt de stad zich tegenwoordig buiten de oude wallen uit;
+het nieuwe aristokratische kwartier, met zijn door tuinen omgeven villa&#8217;s, ligt achter, het Gouvernementsgebouw, langs den
+weg naar Rufach. De oude muur, die in 1682 werd gebouwd, ter vervanging van de in 1673 gesloopte vestingwerken, is nog hier
+en daar staande gebleven, met name langs de Lauch; en die oude vervallen brokken maken een zeer schilderachtig effekt. Aardig
+en karakteristiek bij uitnemendheid is het gezicht, waar de Lauch&#8212;eene beek, die in de Ill uitloopt&#8212;de stad binnentreedt en
+bij de Vischmarkt een der takken van het kanaal van Logelbach ontmoet. Gij zoudt u bijna in Veneti&euml; verplaatst kunnen wanen:
+de huizen met hunne hooge spitse daken rijzen rechtstreeks uit het water op, afgewisseld door kleine smalle tuintjes, waar
+de vruchtboomen buigen onder den overvloedigen oogst en de wingerd zijne ranken uitspreidt langs de grauwe muren. Hoog geladen
+groenteschuiten glijden langzaam door het water; onder het boomen wisselen de schuitevoerders een groet met de vrouwen en
+meisjes, die langs den kant haar goed spoelen. Het water ziet er uit als chocolade en schijnt, ondanks den snellen stroom,
+dik en drabbig.
+
+</p>
+<p>De voornaamste straten van Colmar, breed genoeg voor de behoeften van het verkeer, volgen evenwel niet de rechte lijn, althans
+niet voor langen tijd. Een van de aardigste stadgezichten biedt de Lange-Gasse, van de protestantsche kerk tot het Hof van
+app&egrave;l. Een aantal oude huizen prijken hier nog met hunne torentjes en erkers. Na de openbare gebouwen en monumenten, zooals
+de Sint-Maartenskerk, het voormalige klooster Unterlinden, de Korenhal, het Kaufhaus, het Gouvernementsgebouw, wijden de vreemdelingen,
+meer dan de inwoners zelven, hunne aandacht aan deze oude huizen. Daaronder verdient in de eerste plaats vermelding het zoogenoemde
+Kopfhaus (Huis met de hoofden), met zijn puntgevel en zijn hoektorentje van gehouwen steen, met grijnzende koppen versierd;
+voorts het huis Pfister, dat met zijn uitstekenden traptoren, zijn erker, zijn houten balkon, zijn onlangs gerestaureerde
+freskoos, met recht de parel der burgerhuizen van het oude Colmar mag worden genoemd. <a id="d0e370"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e370">195</a>]</span>De Sch&auml;delgasse, waarin dit huis uitkomt, smal, ter wederzijde omzoomd door huizen, waarvan de bovenverdiepingen uitspringen,
+was, naar men zegt, in de middeleeuwen de hoofdstraat der stad. Aan het einde der straat, naar den kant van de Lange-Gasse,
+ziet men nog een ander oud huis met een zwaren hoektoren, en in het voorportaal een opschrift in oud-duitsch, vermeldende
+dat dit huis, tot straf voor een oproer, moest worden gesloopt.
+
+</p>
+<p>&#8220;In het jaar toen men schreef na Gods geboorte dertienhonderd-acht-en-vijftig, des maandags na Sinte-Agnietedag, was de doorluchtige
+vorst, hertog Rudolf van Oostenrijk, stadhouder des rijks in den geheelen Elzas, en sprak vonnis ter zake van het oproer tegen
+den landvoogd, den burgemeester en den raad van Colmar, en beval deswege dat dit huis zou worden gebroken en nimmermeer opgebouwd
+worden, tot eene eeuwige gedachtenis.&#8221;
+
+</p>
+<p>In spijt van &#8217;s hertogs vonnis, werd het toch weder opgebouwd; en als ten spot van zulke beslissingen voor de eeuwigheid,
+heeft men de vorstelijke uitspraak in steen gebeiteld en in den muur geplaatst van het huis zelf, waarvan hij de oprichting
+verboden had! Een aantal andere huizen prijken, behalve met beeldwerken en versieringen boven de deur, met vrome spreuken
+en opschriften, getuigen van den degelijken, godsdienstigen zin der voorgeslachten. Meestal beveelt de eigenaar zijne woning
+aan de hoede van God: <i>Deus dedit incrementum</i>, zegt een dezer opschriften; <i>Deus quoque custodiet</i>. Elders geldt het zoowel het huis als het gezin: <i>Accrescat domui res simul et decus</i>! &#8220;Moge dit huis groeien in kracht en in eere!&#8221; Juist, zoo behoort het. Eer zonder kracht of welvaart is eene halve zegen;
+welvaart zonder eer is, en was toen eene schande. Daarom <i>res et decus</i>: voorspoed en eere. Een ander huis richt zich tot de voorbijgangers: &#8220;Gij bewondert, zoo luidt het opschrift, mij en degenen,
+die mij gemaakt hebben: doe meer voor mij dan zij hebben kunnen doen: bid God dat hij mij beware.&#8221;&#8212;De bede is tot hiertoe
+verhoord. Hoe vele huizen, niet minder rijk aan beeld- en schilderwerken en opschriften, zijn sedert gevallen onder den hamer
+der sloopers! Het tegenwoordige geslacht, naar eigen smaak en op eigene wijze willende wonen, haalt de woningen van het voorgeslacht
+omver, om ze te vervangen door anderen, die gemakkelijker en doelmatiger zijn ingericht, die warmer en beter verlicht zijn.
+Die meerdere gemakken zijn niet te versmaden; maar in vele gevallen zouden zij ook in de bestaande oude huizen zijn aan te
+brengen, die althans dit &eacute;&eacute;ne hebben wat de nieuwerwetsche woningen ten eenemale missen, namelijk karakter en stijl.
+
+</p>
+<p>Wie zich op een mooien avond, als de maan haar fantastisch schijnsel over de stad werpt en licht en schaduw zoo tooverachtig
+verdeelt, op den hoek plaatst van de oude Sch&auml;delgasse, tegenover de Groenmarkt, tusschen het Kaufhaus en het gebouw van het
+Hof van app&egrave;l, die kan zich gemakkelijk verbeelden eenige eeuwen terug te zijn gegaan. Voor zich ziet hij een huis met een
+puntgevel in renaissancestijl, versierd met gegroefde pilasters; en links daarnaast verrijst, met hare zware steenen leuning
+en haar koepelvormig dak, de buitentrap van het Kaufhaus, waarvan de smaakvolle balustrade zich tegen den hemel afteekent.
+Op de Groenmarkt zelve, ter rechterhand, beurt het Edelhof zijn hoogen trapgevel ten hemel, waarvan elke trede met een pinnakel
+is versierd. Links stuit de blik tegen den gelijksoortigen gevel van het huis met den zuilengang, waarvan de slanke achtkantige
+torentjes, met hun arabesken en spitse daken, door hun bevalligen vorm en schoone evenredigheden zoo te recht de bewondering
+opwekken.&#8212;Het Kaufhaus, dat vier eeuwen oud is, is meermalen in den loop der tijden van bestemming veranderd. In 1480 gebouwd,
+diende het aanvankelijk als entrep&ocirc;t voor de wijnen, het graan en de verschillende koopwaren, waarvan de stad Colmar, krachtens
+octrooi van de Keizers Lodewijk van Beieren en Karel IV, belasting mocht heffen. Later vestigde de magistraat er zijn zetel;
+de tegenwoordige <span class="corr" title="Bron: gymnastiezaal">gymnastiekzaal</span> in de benedenverdieping werd toen als folterkamer gebruikt; de bovenverdieping dient thans voor de vergaderingen van de Kamer
+van koophandel.
+
+</p>
+<p>De voormalige groentenmarkt, die weleer op het plein voor het Kaufhaus gehouden werd, is thans overgebracht naar eene overdekte
+markt, waar wij de fontein van den Wijnboer gaan bewonderen, die wel de aandacht verdient. Het voornaamste sieraad van die
+fontein is het beeld van een jongen wijnboer of arbeider, uitrustende van zijn werk. De warmte heeft hem zijne kleederen voor
+het grootste deel doen afwerpen; met zijne krachtige armen tilt hij een kleinen emmer omhoog, die bij de wijnboeren in den
+Elzas in gebruik is. Naast hem zit zijn trouwe metgezel, zijn hond. Dit fraai bewerkte bronzen beeld, een geschenk van de
+fransche regeering, is het werk van den heer Auguste Bartholdi, van Colmar geboortig, die ook de monumenten voor generaal
+Rapp en admiraal Bruat vervaardigd heeft. Dit laatste standbeeld, insgelijks van brons, versiert mede eene fontein; toen het
+in 1863 te Parijs werd tentoongesteld, droeg het de algemeene goedkeuring weg. In de lommerrijke lindenlaan, waarin het nu
+is geplaatst,&#8212;die laan waar ik mijne eerste lessen in de aardrijkskunde leerde;&#8212;staat het beeld van den admiraal in fiere
+rustige houding op een prachtig zandsteenen voetstuk, uitmuntende door zijne smaakvolle proporti&euml;n en door de vier groote
+allegorische figuren, vier werelddeelen voorstellende.
+
+</p>
+<p>Rapp en Bruat zijn beiden van Colmar geboortig, even als Pfeffel en Sch&ouml;ngauer, wier gedenkteekenen wij in het museum Unterlinden
+zullen zien. Rapp, tijdens het eerste keizerrijk opperbevelhebber van het Rijnleger, sedert pair van Frankrijk, bekend door
+zijne heldhaftige verdediging van Dantzig, aanschouwde op den 21<sup>sten</sup> April 1771 het levenslicht in het Kaufhaus, waarvan zijn vader portier was. Op zestienjarigen leeftijd als vrijwilliger bij
+een regiment kavalerie in dienst getreden, nam hij een werkzaam aandeel aan de <a id="d0e400"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e400">196</a>]</span>eerste veldtochten van Napoleon, die hem na den slag bij Marengo tot zijn adjudant benoemde. Geen andere generaal van het
+keizerrijk kan in persoonlijken moed en vooral in onafhankelijkheid van karakter met hem op eene lijn worden gesteld. Hij
+vervulde verschillende belangrijke zendingen en ontving op het slagveld twee-en-twintig wonden.&#8212;De admiraal Bruat, die jonger
+was dan generaal Kapp, trad in 1811 in dienst; hij stierf als opperbevelhebber van de fransche vloot in het Oosten, na de
+inneming van Sebastopol. Zijne onverschrokkenheid en vermetele moed verzekeren hem voor immer eene schitterende plaats in
+de geschiedboeken der fransche marine. Hij nam deel aan den slag van Navarino en vertoonde de fransche vlag zoowel in de Levant
+als in de Antilles en in de Stille-zee; aan hem dankt Frankrijk het protektoraat over, dat wil zeggen het bezit van de Ta&iuml;ti-
+of Sandwich eilanden; hij bestuurde de met zoo schitterenden uitslag bekroonde expedities in de zee van Azof, gedurende den
+Krim-oorlog. Even als Rapp onderscheidde ook admiraal Bruat zich als diplomaat en bekwaam administrateur.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-196.jpg" alt="De Wijngaardenier (Blz. 195.)"></p>
+<p class="figureHead">De Wijngaardenier (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Blz.</abbr></span> <a href="#d0e370">195</a>.)
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XII">XIV</span></h2>
+<p>Als alle steden langs den Rijn, was Colmar eens zeer rijk aan kerken en godsdienstige gestichten, die tegenwoordig voor het
+meerendeel aan hunne oorspronkelijke bestemming zijn onttrokken. Behalve de collegiale kerk van Sint-Maarten, vinden wij het
+klooster van Unterlinden, het Franciskanerklooster, de kerk der Dominikanen; de kloosters van de Catherinetten, van de Kapucijnen,
+van de Augustijnen, de kommanderij van Sint-Jan, de priorie van Sint-Pieter; de filiaalhuizen der abdijen van Munster, van
+Marbarch, van Arlesheim en Alspach.&#8212;De priorie van Sint-Pieter is een lyceum geworden, maar waarin sedert de inlijving bij
+Duitschland, geen leerlingen meer worden opgenomen; de kerk is nog voor de katholieke eeredienst bestemd. Het Franciskanerklooster,
+in het midden der dertiende eeuw gesticht en door de pest van 1541 ontvolkt, dient tegenwoordig als stedelijk ziekenhuis;
+daar al de monniken, met uitzondering van den pater-gardiaan, aan de pest waren overleden, kocht de stad al de bezittingen
+van het klooster voor tweeduizend-zevenhonderd gulden, met de verplichting ten eeuwigen dage de monniken, op hun doortocht
+door Colmar, gastvrijheid te verleenen of anders twee zilveren batsen uit te keeren. Met het ziekenhuis is een weeshuis verbonden,
+benevens eene inrichting tot opleiding van vroedvrouwen, beiden door partikuliere liefdadigheid gesticht. Het oude Kapucijnerklooster
+is thans ook tot een ziekenhuis ingericht, onder leiding der zusters van Niederbronn; terwijl het klooster der dames Catherinetten
+sedert 1792 tot militair hospitaal, dient. Omstreeks den zelfden tijd werd het Dominikanerklooster tot gevangenis vernederd,
+terwijl de kerk als korenbeurs wordt gebruikt.
+
+</p>
+<p>De meeste kerken van de voormalige kloosters zijn echter nog steeds voor de eeredienst bestemd; zoo, bijvoorbeeld, de Franciskaner-kerk,
+waarvan het koor en het schip door een muur gescheiden zijn; het laatste is als protestantsche kerk ingericht, terwijl het
+koor bestemd is voor de Katholieken, die in het stedelijk gasthuis zijn opgenomen. Geene enkele van deze kloosterkerken verdient
+uit een architektonisch oogpunt bijzondere vermelding.
+
+</p>
+<p>De kollegiale kerk van Sint-Maarten zou een goed figuur maken als kathedraal, indien Colmar de zetel van een bisschop was.
+Zij verrijst midden in de stad, en vertoont, hoezeer uit verschillende tijdperken dagteekenend, niet die plotselinge overgangen
+in stijl en wijze van versiering, die elders zoo vaak den indruk van het geheel bederven. De oude uitgangen van het dwarsschip
+zijn toegemetseld. Onder de beelden, die den linkerboog van het portaal van Sint-Nikolaas, aan het zuidelijke dwarsschip,
+het oudste gedeelte van de kerk, versieren, ziet men ook het beeld van den architekt, kenbaar aan een winkelhaak, dien hij
+in de hand houdt. Bovendien staat daarnevens zijn naam in den steen gebeiteld, en wel in het fransch: <i>Maistres Humbret</i>. De bouwmeester van de Sint-Maartenskerk van Colmar was dus, even als de schepper van het groote portaal van de Sint-Theobaldskerk
+te Thann, een Franschman of misschien een Lotharinger. Het koor, een eeuw jonger dan het schip, werd, naar men zegt, gebouwd
+door Willem van Marburg, in 1366 overleden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-197.jpg" alt="Hoogaltaar in de Sint-Maartenskerk te Colmar. (Blz. 198)."></p>
+<p class="figureHead">Hoogaltaar in de Sint-Maartenskerk te Colmar. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Blz.</abbr></span> <a href="#d0e439">198</a>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In de middeleeuwen, toen onze goede Elzassers, <a id="d0e439"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e439">198</a>]</span>als trouwens al hunne tijdgenooten, rijker waren aan geloof dan aan geld, vorderde de voltooiing van een zoo belangrijk werk
+als de bouw van de collegiale kerk van Colmar, in eene nog weinig bevolkte stad, uit den aard der zaak zeer veel tijd, daar
+met de beschikbare middelen rekening moest worden gehouden. Het is dus niet te verwonderen, dat dergelijke monumenten&#8212;waaraan
+op verschillende tijden, verschillende architekten, anders gevormd en met andere denkbeelden bezield, hebben gewerkt,&#8212;die
+eenheid van stijl missen, die een kenmerk behoort te zijn van in hun soort volmaakte kunstgewrochten.&#8212;De oorsprong van de
+Sint-Maartenskerk was eene eenvoudige kapel, in de negende eeuw door de Benediktijner-monniken van Munster gebouwd. Het schip
+dagteekent uit het midden van de dertiende eeuw; de bouw van dit deel der kerk, waarvoor van alle kanten giften werden ingezameld,
+duurde niet minder dan vijftig jaren. Oorspronkelijk vervingen twee groote kapellen de plaats van het koor. Om dit laatste
+tot stand te brengen, moesten op nieuw, ook in den vreemde, giften worden ingezameld. Reeds in 1284 richtte de bisschop Hendrik
+van Basel eene oproeping tot de geloovigen, waarbij hij hen vermaande de kerk van Colmar niet onvoltooid te laten, maar haar
+tot een Gode waardig heiligdom te maken. Zijn vicaris Albrecht vroeg bijdragen van al de inwoners van Basel, omdat de inkomsten
+van de particuliere fondatie van Sint-Maarten ontoereikend waren. De tweede toren, die het groote portaal aan de noordzijde
+flankeeren moest, werd nooit voltooid en reikt niet hooger dan het dak van het schip. Het tegenwoordige bovenstuk van den
+bestaanden toren, aan de zuidzijde, werd na den brand van 23 Mei 1572 aangebracht.
+
+</p>
+<p>In 1798 door de revolutionaire horden geplunderd en gesloten, werd de kerk later aan de katholieke eerdienst teruggegeven;
+maar in dien tijd was zij bezoedeld door de dusgenoemde eeredienst van de Rede, hier, als elders in het republikeinsche Frankrijk,
+alleszins waardig vertegenwoordigd door eene veile deerne, die, zoo goed als naakt, op het altaar plaats nam. Pfeffel, de
+fabeldichter, wiens standbeeld wij straks voor Unterlinden zullen zien, zond aan een vriend, die hem het besluit tot instelling
+van de eeredienst der Rede had medegedeeld, dit puntdicht:
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8220;<span class="corr" title="Bron: Een">Ein</span> Tempel der Vernunft soll unsere St&auml;dte zieren;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Recht sch&ouml;n; doch macht&#8217; ich gern, in Unterth&auml;nigkeit,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Die kleine Motion: eh man ein Haus ihr weiht,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Erst die Vernunft zu decretiren.&#8221;</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Toen de blinde dichter later, langs de kerk gaande, daar binnen hoorde kloppen en timmeren, vroeg hij, wat er nu weer gaande
+was. Men antwoordde hem, dat het stedelijk bestuur toebereidselen liet maken voor het feest van het Opperwezen, dat ook te
+Parijs, onder voorgang van Robespierre, was gevierd. Daarop antwoordde hij dadelijk met dit ex-tempore:
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8220;Darfst, lieber Gott, nun wieder sein;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">So will&#8217;s der Schach der Franken.&#8212;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Lass flugs durch ein paar Engelein
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dich sch&ouml;n bij ihm bedanken.&#8221;</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Van binnen is de kerk zeer eenvoudig. De steenen muren zijn kaal, uitgezonderd alleen in de kapel van Onze-Lieve-Vrouwe, rechts
+van het koor. Men heeft die kapel onlangs in den stijl der dertiende eeuw gerestaureerd, en haar met muurschilderingen versierd,
+die een zeer goed effekt maken. Ook het zeer fraaie en bevallige beeld der Madonna, op het altaar, is in denzelfden stijl
+beschilderd.&#8212;Het hoogaltaar van gesneden hout, zonder eenig schilderwerk hoegenaamd, is in volkomen overeenstemming met de
+eigenaardige verlichting der kerk, terwijl het beeldwerk zelf geheel past bij den architektonischen stijl van het gebouw.
+Dit altaar is het meesterstuk van een uit Colmar geboortigen kunstenaar, den heer Klem, wiens werk men in verschillende kerken
+in den Elzas terugvindt. Er is een oogenblik sprake van geweest, dit altaar te vergulden of te kleuren, maar men heeft zeer
+te recht van dat voornemen afgezien. Alle figuren zijn in relief en in rond beeldwerk. Zes zuiltjes met gebeeldhouwde kapiteelen
+dragen het altaarblad. In de twee bogen ter weerszijde van de middelste nis, waarin de relikwi&euml;nkast van Sint-Maarten moet
+worden geborgen, zijn de zinnebeelden van de vier Evangelisten geplaatst. De trapjes van de altaartafel prijken met eene uitmuntend
+gebeeldhouwde fries: een slinger van wingerdbladen met druiventrossen en korenschoven vermengd, de symbolen van de eucharistie.
+In het midden verrijst de tabernakel, die door eene kleine deur van verguld brons, met het Lam Gods versierd, gesloten wordt;
+ter wederzijde van den tabernakel ligt een engel in knielende houding. Pilasters, door eene open gewerkte galerij verbonden,
+vormen, ter hoogte van den tabernakel, vier paneelen en verdeelen in drie ongelijke vakken eene prachtig gewelfde en rijk
+gebeeldhouwde nis, die de geheele breedte van het altaar inneemt. In het midden ziet men het Avondmaal: de figuren, op de
+helft der natuurlijke grootte, vertoonen den traditioneelen type en teekenen zich uitmuntend af tegen den donkeren achtergrond.
+In het bovenste gedeelte van het altaar wordt de aandacht dadelijk getrokken door de hoofdgroep, Christus voorstellende, omringd
+door heiligen uit den Elzas. In de iets lager gelegen zijnissen&#8212;even als de middelste nis bekroond door kunstig gesneden bloemen
+en spitsen en naalden, door al den weelderigen rijkdom der gothiek,&#8212;ziet men tafreelen uit het leven van Sint-Maarten den
+patroon der kerk, en van Sint-Arbogast, den patroon van het bisdom. In de groep ter linkerhand is Sint-Arbogast voorgesteld,
+door zijn gebed het leven terug gevende aan Siegbert, den zoon van koning Dagobert. De rechter groep verbeeldt Sint-Maarten,
+met zijn zwaard zijn mantel doorsnijdende om daarmede een naakten bedelaar te kleeden.&#8212;De personen in de middelste nis rondom
+den Heiland gegroepeerd, verbeelden Sint-Fidelius van Sigmaringen, eerst advokaat te Colmar, vervolgens Kapucijner-monnik
+en martelaar; Sint-Firminus, bisschop, stichter van de <span class="corr" title="Bron: adbij">abdij</span> van Murbach, met het model zijner abdijkerk in de hand; Sinte-Odilia, de maagd van Hohenburg, in knielende houding, in <a id="d0e471"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e471">199</a>]</span>het gewaad eener non, het geopende boek in de hand, waarin twee oogen zijn afgebeeld, ter herinnering aan het wonder, waardoor
+zij het gezicht herkreeg; Sinte-Richardis, echtgenoote van Keizer Karel den Dikke, met een hermelijnen mantel bekleed en haar
+kroon nederleggende voor de voeten van den Zaligmaker; Sint-Maternus, de eerste apostel van den Elzas, die eene kerk met drie
+torens in de hand houdt, ten teeken van de drie door hem gestichte bisdommen; Sint-Morand, de apostel van de Sundgau, met
+een wingerdrank in de hand, ter herinnering aan de legende, volgens welke hij den wijnstok in den Elzas zou hebben ingevoerd;
+Sinte-Huna, de godvruchtige edelvrouwe van Hunaweier, in aanbidding neergebogen; eindelijk Sint-Leo IX, de groote Paus; tegenover
+Sinte-Richardis neergeknield, biedt hij den Heiland het wapenschild van Colmar aan, als om &#8217;s Heeren zegen af te smeeken over
+de stad, in wier nabijheid de doorluchtige opperpriester geboren werd.&#8212;Geheel uit hout gesneden, in de stijl der veertiende
+eeuw, heeft het hoogaltaar van Sint-Maarten eene hoogte van zestien el, en mag met volle recht, om den rijkdom en de onberispelijke
+bewerking der ornementen, om het diepe, fijne gevoel dat uit alle beelden en groepen spreekt, onder de kunstwerken een hoogen
+rang innemen; zeer zeker is het het beste van dien aard, dat wij in het geheele land bezitten.
+
+</p>
+<p>Alvorens wij een blik werpen op het verleden van Colmar, willen wij den toren van de Sint-Maarten beklimmen om van daar de
+stad te overzien.&#8212;Een aardig gezicht, niet waar, waarvoor ge u wel de moeite wilt getroosten om de tweehonderd-drie-en-veertig
+treden te beklimmen van de wenteltrap, die naar den omgang van den toren leidt. Volgens eene plaatselijke traditie, zou die
+omgang een vereenigingspunt zijn geweest van de tooverheksen: vandaar de naam van Hexenplatz, waaronder dit plat nog heden
+bekend is. Ter wille van de gewone stervelingen, die aan duizeligheid onderhevig kunnen zijn, heeft men in het jaar 1766 dit
+torenplat van een steenen balustrade voorzien. De hoogte van het plat bedraagt niet meer dan acht-en-veertig el boven het
+kerkplein: juist voldoende om in het rond, in het oude Colmar, de voornaamste gebouwen te herkennen, aangewezen op den plattegrond
+van Merian uit het jaar 1643. Het meer verwijderde uitzicht is ook wel de moeite waard. Aan de eene zijde overzien wij de
+geheele keten der Vogesen, aan de andere de berggroep van den Kayserstuhl, en tusschen die beiden de vlakte van de Ill en
+van den Rijn; de twee rivieren zelven zien wij niet: zij duiken weg in het groen; de bergen van het Scharzwald, doorgaans
+zeer duidelijk zichtbaar, zijn nu op het heete middaguur, in een trillenden nevel gehuld. Er is geen wolkje aan den hemel:
+de brandende Junizon straalt in volle kracht en stooft de bloeiende aarde, die in vollen zomerdos prijkt. Hoe vol en rijk
+zijn de boomgroepen van het Marsfeld, en de moestuinen van de Aue, in het vochtige dal van de Lauch! Achter de tuinen beginnen
+de bosschen, begrensd door steenachtige terreinen, die voor bebouwing ongeschikt zijn. De akkers, in de vlakte van de Ill,
+zoo bij uitnemendheid vruchtbaar, zijn thans bedekt met blonde halmen, afgewisseld door wijngaarden, overal waar de nachtvorsten
+in de lente zich niet al te streng doen gevoelen. Aan den voet der heuvelen beginnen de wijnstokken over de geheele lengte
+der vallei van de Fecht, achter de Logelbach, waarvan de uitgestrekte fabriekgebouwen als het ware eene voorstad van Colmar
+vormen. En welk een prachtige omlijsting vormen de Vogesen, zoo schoon en bevallig met hunne fraai geteekende, schilderachtig
+afgeronde hellingen, niet te steil en niet te flauw, geheel met bosch bekleed tot aan de groene weiden in de hoogte; met hunne
+stout gevormde toppen, hier en daar oprijzende en den blik tot zich trekkende. De Letzenberg met zijne witte kapel, de ru&iuml;nen
+van den Hohenlandsburg, de drie torens van Egisheim, de bedevaartskapel der Drei Aehren, het kasteel Hageneck met de scherp geteekende zigzags van den nieuwen weg:&#8212;ze zijn allen duidelijk zichtbaar. Voorts overal,
+waarheen wij den blik ook wenden, volkrijke dorpen en vlekken met hunne torens, ver en nabij, sommigen opdoemende aan den
+gezichteinder, tusschen den Rijn en de bergen, van Schlettstadt tot Rufach en nog verder. In waarheid, mijne vrienden, de
+Elzas is een mooi land.
+
+</p>
+<p>Het doet er dan ook weinig toe, dat op het bovenstuk van den toren van Colmar gegronde aanmerkingen te maken zijn. De torenwachter,
+die hier woont, en die de klok moet luiden, zoodra er in de stad of in den onmiddellijken omtrek brand uitbarst, is tevreden
+met zijne hooge positie. Niet zonder kennelijk welbehagen noemt hij ons de namen van alle dorpen en vlekken in het ronde,
+benevens die van de bergen en rivieren. Met de zekerheid van iemand die er alles van weet, zal hij u uitleggen dat de voorgevel
+van zijne kerk minder kaal en rijker versierd zou zijn, indien de bouwmeesters over meer geld hadden kunnen beschikken. De
+aan zijne zorg toevertrouwde klokken zijn meest allen uit het jaar na den brand, en voeren als wapenteeken den ouden tweehoofdigen
+adelaar van het heilige Roomsche rijk. Met een dezer klokken moest, van Allerheiligen tot Sint-Mathias, elken avond van zeven
+tot acht uren worden geluid: en dat wel krachtens eene keure van de magistraat, houdende bevel dat geen enkel herbergier of
+koekbakker zijne klanten na dat uur mocht houden, met bedreiging van ernstige straf en schande. Dat in den goeden ouden tijd
+aan deze keur van de zorgzame burgervaderen stipt de hand werd gehouden, zou ik niet durven verzekeren. De statuten van de
+Waagkeller-vereeniging, opgericht, &#8220;om te drinken, te eten en zich onderling te vermaken&#8221;, geven wel grond voor het vermoeden,
+dat ook vroeger, evenals tegenwoordig, de <span class="corr" title="Bron: policieveordeningen">policieverordeningen</span> uitzonderingen toelieten.
+
+</p>
+<p>Elk gebouw van het oude Colmar, de burgerhuizen daaronder begrepen, is als het ware een levende getuige van het verleden der
+stad, eene leesbare bladzijde uit haar geschiedboek. Een aantal huizen dagteekenen uit de middeleeuwen, toen <a id="d0e485"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e485">200</a>]</span>het poorterschap van de oude vrije stad verbonden was aan den eigendom van eene woning aan &#8217;s heeren straat. Daartoe behoort
+onder anderen het gothische huis op het plein, tegenover het Sint-Nikolaas portaal van de parochiale kerk, door den passementwerker
+Adolph met groote kennis en keurigen smaak gerestaureerd.&#8212;Daarnaast prijkt het commissariaat van policie met een fraai uitstekend
+balkon, een zoogenaamden erker, boven een portaal met het jaartal 1597. De duitsche renaissance heeft niets volmaakters in
+zijne soort geschapen dan dit balkon. Op dat balkon legden de heeren der stedelijke regeering en de groot-baljuw van den Elzas,
+tegenover de burgerij, den eed af, dat zij de stad bij hare vrijheden en privilegi&euml;n zouden handhaven. Vroeger stond op de
+plaats van dit gebouw eene aan Sint-Jacobus gewijde kapel, waarvan de krypt, die tot knekelhuis diende, nog bestaat. Rechts,
+onder den grooten boog die toegang geeft naar de Sch&auml;delgasse, werd door den provoost recht gesproken. De koetspoort, bij
+dien boog, vormde den ingang naar de herberg van de schoenmakers, waar de dichter George Wickram zijne zangerschool stichtte,
+van waar het handschrift der Minnesinger en Meistersinger, dat op de koninklijke bibliotheek te Munchen bewaard wordt, afkomstig
+is. Alle ambachtsgilden hadden zulk eene eigene herberg of plaats van bijeenkomst, die aan een bijzonder uithangteeken kenbaar
+was; even als de godsdienstige corporati&euml;n, die van buiten daaronder begrepen, haar hof of huis in de stad hadden, waar de
+tienden en de opbrengsten der landerijen werden geborgen en waar haar rentmeester woonde. Die huizen onderscheidden zich doorgaans
+door bijzonder fraai beeldwerk: zoo als bij voorbeeld het Huis met de hoofden, weleer de herberg voor de gasten en bezoekers
+van het Dominikanerklooster.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-200.jpg" alt="Balkon van het commissariaat van policie."></p>
+<p class="figureHead">Balkon van het commissariaat van policie.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Colmar draagt er roem op, ten tijde van het heilige Roomsche rijk eene vrije stad te zijn geweest, met eene eigene zelfstandige
+regeering. Haar oorsprong hangt samen met eene hoeve, die tot het domein der eerste frankische koningen behoorde; maar de
+ontdekking van steenen, potten en andere voorwerpen uit den romeinschen tijd levert het bewijs, dat hier reeds vroeger een
+centrum van bevolking was. Voor zoo veel wij weten, komt de naam der plaats het eerst voor in 823, in een giftbrief van Lodewijk
+den Vrome aan de abdij van Munster, gedagteekend <i>ad fiscum nostrum nomine Columbarium</i>. Hadden wij over meer tijd en ruimte te beschikken, dan zouden wij ons verdiepen in de vraag, of deze naam Columbaria een
+latijnsche vorm is van het duitsche Kohlmarkt, dan wel of hij eenvoudig is afgeleid van de duiventil, die bij elke hoeve behoorde.
+De monnik van Sint-Gallen verhaalt in zijne kroniek van den tijd van Karel den Groote, dat de machtige Keizer, in een zijner
+oorlogen tegen de Saksers, de bijzondere dapperheid opmerkte van twee jonge soldaten, en bij navraag van hen vernam dat zij
+bastaarden waren, afkomstig uit het vrouwenhuis van Columbra. Men heeft daaruit afgeleid, dat tot de koninklijke hoeve van
+Columbarium ook een vrouwenhuis behoorde: dat wil zeggen, een lokaal waar de vrouwen arbeidden, die de wol en het linnen sponnen
+en weefden en de kleederen vervaardigden voor de lieden van het hofgezin. In 884 hield Keizer Karel de Dikke hier, omstreeks
+het feest van Maria-Zuivering, een algemeene vergadering van den adel en de geestelijkheid zijner staten, een soort van rijksdag,
+om te beraadslagen over de maatregelen tegen de invallen der Noormannen. Volgens onze geschiedschrijvers bevatte het koninklijk
+domein, de bakermat der toekomstige stad, twee hoeven, het Oberhof en het Niederhof. In 1160 werd de hoeve of de villa, zoo
+als zij in de jaarboeken van de abdij van Munster genoemd wordt, door brand vernield.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-201.jpg" alt="De Madonna in de rozenhaag. (Blz. 207)."></p>
+<p class="figureHead">De Madonna in de rozenhaag. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Blz.</abbr></span> <a href="#d0e586">207</a>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Deze brand mocht veeleer eene weldaad dan een ramp heeten. Niet alleen herrees de villa uit haar puin, maar reeds eene eeuw
+later had zij zoodanige beteekenis verworven, dat zij tot den rang van stad werd verheven en met een muur omgord. De vrije
+boeren, eigenaars of pachters van de verstrooide hoeven, waaruit Colmar toen bestond, en de werklieden&#8212;vrijgelatenen of vluchtelingen&#8212;die
+zich bij hen gevoegd hadden, gevoelden weldra de behoefte om hunne personen, hunne bezittingen en hunne vrijheid te kunnen
+verdedigen <a id="d0e510"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e510">202</a>]</span>tegen de aanvallen der adellijke heeren uit den omtrek. Daartoe was het noodig, de stad met stevige muren te omringen, die
+haar beveiligden tegen verrassing en overrompeling. De landvoogd W&ouml;lfelin gaf dus, in 1214, vergunning, de stad met muren
+en wallen te versterken. De ommuurde ruimte omvatte in de dertiende eeuw niet meer dan de zuidelijke en oostelijke wijken
+van de tegenwoordige stad, en toch was het er nog verre van af, dat deze ruimte geheel zou bebouwd zijn. De sedert gevolgde
+stichting van de kommanderij van Sint-Jan en van een paar kloosters bewijst, dat er nog genoeg onbezette terreinen binnen
+de muren te vinden waren.
+
+</p>
+<p>Bij een octrooi van 1226, door keizer Frederik II tot den rang eener vrije, keizerlijke rijksstad verheven, koos Colmar met
+warmte de partij van dien monarch in zijne geduchte worsteling met de Curie. De vrij verklaarde gemeente bleef met zoo trouwe
+gehechtheid aan haar weldoener verknocht, dat zij zelfs de partij koos van een avonturier, die zich, na &#8217;s keizers dood, voor
+Frederik II wilde doen doorgaan, hetgeen der poorterij op eene zware boete te staan kwam ten behoeve van den levenden keizer,
+Rudolf van Habsburg. In dien tusschentijd had de bisschop van Bazel een kapittel ingesteld, om met den pastoor de goederen
+der Sint-Maartenskerk te beheeren. Aan het hoofd van dit kapittel, dat door twee bullen van Paus Gregorius IX, in Juni 1234,
+bevestigd werd, stond de domproost, die door de kanunniken werd verkozen, maar de investituur van den abt van Munster ontving.
+Een deken, door den abt benoemd, nam de dienst van pastoor waar; terwijl een der andere kanunniken met de leiding van het
+koor was belast. De kanunniken, die door het kapittel verkozen werden, waren niet aan het gezag van de poorterij onderworpen.
+Zij ontvingen zekere uitdeelingen in natura, onder voorwaarde dat zij te Colmar wonen zouden, maar met de bevoegdheid om elders
+de lessen aan eene universiteit te volgen, zonder daardoor de inkomsten van hunne prebende te verliezen. Bij giftbrief van
+15 December 1283 schonk een der kanunniken, meester Jacob, die jaren lang gratis het ambt van <span class="corr" title="Bron: schoolaster">scholaster</span> had vervuld, veertig pond, waarbij het kapittel nog tien pond voegde: van welk kapitaal de jaarlijksche rente, ten bedrage
+van vijf pond, moest dienen om den scholaster te bezoldigen. Ook hier, als schier overal elders, was de school eene stichting
+der kerk en wies onder hare hoede op. Het zegel van een der scholasters van Sint-Maarten stelt den eerwaarden leeraar voor,
+gezeten voor zijn lessenaar en een schrijver verklarende, terwijl de leerlingen rondom hem op den grond zitten en met ingespannen
+aandacht luisteren.&#8212;In dien zelfden tijd was een aanvang gemaakt met den bouw der collegiale kerk, maar de voortgang van dien
+arbeid werd belemmerd door innerlijke verdeeldheid en burgertwist. Er waren toen twee partijen in de stad: de eene hield de
+zijde van den bisschop van Straatsburg, de andere stond voor den keizer en het rijk. Deze laatste partij werd aangevoerd door
+den provoost Johan R&ouml;sselmann, den zoon van een gewoon werkman uit Turckheim, die, ten koste van zijn leven, Colmar in handen
+leverde van Rudolf van Habsburg, geruimen tijd voor deze den keizerlijken troon beklommen had. Na zijne verkiezing tot Roomsch
+koning schonk het hoofd der dynastie van Habsburg, te Weenen, den 29 December 1278, aan de burgers van Colmar eene stedelijke
+keur, die de grondslag werd van hun recht en later tot regel diende ook voor andere steden. De keizer verbond zich daarbij,
+niemand dan een poorter van Colmar tot provoost of schout te benoemen; deze schout zou de bevoegdheid hebben om het burgerrecht
+te verleenen aan wien hij wilde, zelfs aan hoorigen, die, wanneer hun heer hen niet binnen het jaar opvorderde, niet meer
+van hun recht konden worden ontzet. De burgers mochten leenen bezitten; de edelen werden vrijgesteld van gewone belastingen,
+op grond van hunne bijzondere persoonlijke verplichtingen jegens het rijk.
+
+</p>
+<p>Weldra vinden wij, naast den schout, die door den keizer werd benoemd en als diens vertegenwoordiger gold, melding gemaakt
+van den burgemeester en de vertegenwoordigers der gilden. Naar het schijnt, was de burgemeester aanvankelijk niet anders dan
+een afgevaardigde van de gilden, dat is van de burgerij, bij het stedelijk bestuur. Door de burgers als hun hoofd erkend,
+hoogst waarschijnlijk rechtstreeks door hen gekozen, en geroepen om een tegenwicht te vormen tegenover het gezag van den keizerlijken
+schout, kon het niet anders of het gezag en de invloed van dezen magistraatspersoon moest zich gaandeweg uitbreiden. Onder
+den invloed der gilden won de demokratische geest steeds in kracht; en langzamerhand, met en zonder schokken en botsingen,
+ging ook hier het gezag en de leiding der zaken uit de handen van den schout over in die van den stedelijken raad, waarvan
+de burgemeester voorzitter was. Zoo als wij zagen, was reeds bij het octrooi van 1278 bepaald, dat de waardigheid van schout
+uitsluitend aan een poorter van Colmar kon worden opgedragen. Dat was een eerste stap; later kocht de stad van den keizer
+het recht der benoeming, en nu werd het schoutambt eenvoudig eene stedelijke betrekking, en de schout, in plaats van een keizerlijk,
+een stedelijk ambtenaar. Van toen af was de burgerij in het volle bezit der macht; maar daarmede was in geenen deele aan de
+stad het genot van rust en vrede verzekerd: evenals in bijna alle andere stedelijke republieken der middeleeuwen, waren ook
+te Colmar twisten en partijschappen aan de orde van den dag.
+
+</p>
+<p>De gilden namen, door hare hoofdmannen, rechtsstreeks aandeel aan de regeering; het getal dier gilden, die de gansche burgerij
+omvatten, was aanvankelijk twintig, later tien; daarnevens vormden de adellijke famili&euml;n, wier aantal <span class="corr" title="Bron: omtreeks">omstreeks</span> dertig bedroeg, twee curi&euml;n. De eerste, die op de lijst der burgemeesters voorkomt, is Walther von Sleztat, die in 1296 <i>magister burgensium</i> was.&#8212;Uit een vonnis, des vrijdags na Sint-Nicolaas van het jaar 1323 gewezen, in een proces van de nonnen van Unterlinden
+tegen de edelen van Nortgasse, leeren wij de inrichting der rechtspleging <a id="d0e527"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e527">203</a>]</span>kennen. In eerste instantie werd recht gesproken door de schepenbank, onder voorzitting van een afgevaardigde van den keizerrijken
+schout; van de uitspraken van deze rechtbank was beroep op den stedelijken raad, die in hoogste ressort vonnis velde. Natuurlijk
+was de stedelijke raad, behalve met de hoogste rechterlijke macht, ook met wetgevende macht bekleed en berustte de regeering
+der stad in zijne handen.
+
+</p>
+<p>Na de inlijving bij Frankrijk, ging natuurlijk de zelfstandigheid en autonomie der oude vrije rijksstad verloren. De stedelijke
+regeering van Colmar werd ondergeschikt aan het gezag van den koninklijken raad, die binnen zijne muren zetelde. Een <i>pr&eacute;teur</i>, door den koning benoemd, verving de plaats van den ouden keizerlijken schout: de stedelijke regenten werden onafzetbaar
+verklaard en ontleenden dus hun mandaat niet langer aan de keuze der burgerij. Dit bleef zoo tot de omwenteling uitbrak, die
+de bestaande instellingen vernielde en der maatschappij een ander aanzien gaf.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XIII">XV</span></h2>
+<p>Onder de monumenten van de oude stad hebben wij ook het klooster Unterlinden genoemd: een eenvoudig, onaanzienlijk gebouw,
+in de nabijheid van de Korenbeurs, in de voormalige kerk der Dominikanen. Dit oude klooster is thans tot museum ingericht.
+Voor den hoofdingang staat het standbeeld van Pfeffel, door den beeldhouwer Friedrich vervaardigd. Een smal straatje of poortje,
+aan de beide einden met een ijzeren hek gesloten, geeft toegang tot het museum. Ondanks den frisschen, geurigen naam van Unterlinden,
+is nergens een linde te bespeuren. Boven de poort ziet gij het wapenschild van de orde van Sint-Dominicus: een hond, met een
+brandenden fakkel in den bek, waarmede hij de wereld verlicht. Behalve eene galerij van schilderijen uit de school van Sch&ouml;ngauer,
+die voor de geschiedenis der kunst in Duitschland van groot belang is, bevat het museum eene rijke verzameling van antiquiteiten
+en medailles, eene ethnografische collectie en eene van natuurlijke historie, benevens eene belangrijke bibliotheek. Het inwendige
+van het klooster is, op zich zelve, uit een architektonisch oogpunt bovendien wel de aandacht waard.
+
+</p>
+<p>Binnentredende, ziet ge een ruimen vierkanten hof, door eene sierlijke zuilengalerij omringd. In het midden van den hof verrijst
+het steenen standbeeld van den schilder-graveur Maarten Sch&ouml;ngauer; het voetstuk is tot fontein ingericht. Aan de eene zijde
+wordt de voormalige kloosterhof begrensd door het schip der kerk, aan de drie andere door gebouwen voor woning en andere doeleinden
+bestemd. Reeds v&oacute;&oacute;r de revolutie heeft het schip zulke belangrijke veranderingen ondergaan, dat het niet meer mogelijk is,
+zich eene voorstelling te maken van zijne oorspronkelijke gedaante; daarentegen munt het koor uit door zuiverheid van stijl
+en edele soberheid. Maar ondanks de omgeving, is het toch de kloosterhof zelf, die bovenal uwe aandacht trekt. Met zijn sierlijke
+bogen, zijne zuiltjes, zijne opengewerkte rozetten, mag deze kloosterhof als een der schoonste gewrochten gelden uit den tijd
+der invoering van den franschen spitsbogenstijl in Duitschland. Misschien is dit het eenige zoo volledige exemplaar in den
+stijl der dertiende eeuw, dat wij bezitten. Drie dubbele rondbogen met gebloemde kapiteelen, in den westelijken kloostergang,
+zijn vermoedelijk van een vroegeren bouw afkomstig en behooren tot de eerste helft der dertiende eeuw. Het standbeeld van
+Sch&ouml;ngauer, een werk van Bartholdi, is in volkomen overeenstemming met het karakter van den hof. Het beeld stelt een middeleeuwschen
+kunstenaar voor, in de kleederdracht van zijn tijd, in een album bladerende. Het voetstuk is versierd met vier allerbevalligste
+figuurtjes: een schilder, kleuren mengende op zijn paneel; een graveur, met zijn stift op de plaat teekenende; een beeldhouwer,
+die zoo juist een prachtig wierookvat heeft voltooid; eindelijk een geleerde in de lezing van een boek verdiept. De wetenschap
+en de plastische kunst zijn dus vertegenwoordigd.&#8212;Deze stille hof, met zijn groen en bloemen, zijne speling van licht en schaduw,
+zijne rust en kalmte en die omlijsting van sierlijke booggangen, stemt u onwillekeurig tot peinzen en nadenken; en het kost
+inderdaad moeite een gevoel van wangunst te onderdrukken jegens de gelukkigen, wien het in minder koortsige en bewogen tijden
+vergund was in zulke kalme verblijven hun leven aan studie en kunst, aan wetenschap en gebed te mogen wijden, zonder onophoudelijk
+door het rumoer der buitenwereld aan hun idealen levenskring ontrukt te worden.
+
+</p>
+<p>De stichting van het klooster Unterlinden valt in de eerste jaren der dertiende eeuw. Twee edele vrouwen, Agnes van Mittelheim
+en Agnes van Herckenheim, vestigden zich op de plaats van het tegenwoordige klooster, waar eene van haar een huis bezat, in
+de nabijheid van een lindenboschje. Op raad van eenige andere vrome dames, die zich bij haar aangesloten hadden en eene godsdienstige
+vereeniging vormden, brachten zij hare woning over buiten de stad, op eene plaats <i>Uff Muhlin</i> genaamd, nevens eene aan Sint-Jan den Dooper gewijde kapel. Broeder Walther, lezer der Dominikanen te Straatsburg, nam zelf
+de godvruchtige vrouwen in de orde op, op Sint-Andriesdag van het jaar 1232. Maar de toenemende onveiligheid buiten de stad
+noopte de nonnen, twintig jaren later, om haar oud verblijf binnen de muren weder te betrekken. Voor zoo ver zij nog mochten
+aarzelen, moest, naar de legende verhaalt, elke twijfel wijken tengevolge van een visioen van haar heiligen patroon, die in
+den eigen nacht aan alle zusters verscheen en haar gelastte naar de stad terug te keeren. Toen zij gereed stonden <i>Uff Muhlin</i> te verlaten, hoorden zij eene stem, die smeekend zeide: &#8220;Neemt mij mede.&#8221; Verwonderd omziende, van waar dat verzoek komen
+mocht, bespeurden de nonnen een klein beeld van den Dooper. Zij verstonden den wenk en namen het beeld met zich: nog heden
+kunt gij het zien in de sakristij van de Sint-Maartenskerk, een der weinige monumenten van de kunst des houtsnijders <a id="d0e553"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e553">204</a>]</span>uit de dertiende eeuw. Het oude klooster moest aanzienlijk worden vergroot, en eene nieuwe kerk gebouwd, die in 1269 door
+Albrecht den Groote, bisschop van Regensburg, werd ingewijd. Weldra verwierf het klooster der Dominikaner nonnen van Colmar
+eene groote vermaardheid; in de geschiedenis van de duitsche mystiek neemt dit Unterlinden eene zeer voorname plaats in. Binnen
+de muren van dit klooster leefden, in de veertiende en de vijftiende eeuw, uitmuntende vrouwen, de geur van wier innige godsvrucht,
+heiligen levenswandel en hooge geestesgaven zich wijd en zijd verspreidde en niet weinig bijdroeg tot de edele glorie van
+het gewijde gesticht, omzweefd door liefelijke legenden en dichterlijke wonderverhalen.
+
+</p>
+<p>Eeuwen lang was het uitgestrekte, rijke klooster de roem van Colmar, tot de revolutie ook dit monument vernielde. Op den tweeden
+Maart van het jaar 1792 werden, op bevel van het departementaal bestuur, ondanks de tranen en smeekbeden der nonnen, de klokken
+weggenomen: zestig nationale garden beschermden de kerkschenners tegen de verbitterde bevolking. Reeds in Mei van het vorige
+jaar, bij de uitdrijving der Kapucijners, had de kavalerie eene charge moeten maken op de burgers, die dom en bekrompen genoeg
+waren om de zegeningen der revolutionaire vrijheid niet te begrijpen!&#8212;Tot staatseigendom verklaard, werden de gebouwen van
+Unterlinden tot in 1842 als kazerne gebruikt; in dat jaar gingen zij aan de stad over, als vergoeding voor de geldelijke bijdrage
+voor den bouw eener nieuwe kavalerie-kazerne. Een deel der gebouwen werd sedert afgebroken: een ander deel tot verschillende
+doeleinden gebruikt, om niet te zeggen vernederd. Eindelijk kwam men op het denkbeeld, om de eerbiedwaardige, zoo gruwelijk
+mishandelde en geschonden zalen en vertrekken van Unterlinden uit hun diep verval op te heffen, door er eene bestemming aan
+te geven, althans niet te zeer in strijd met de edele traditi&euml;n aan dit eenmaal zoo beroemde klooster verbonden. Er werd dan
+besloten, de stedelijke bibliotheek en de wetenschappelijke en artistieke collecti&euml;n van den Opper-Elzas in de nog gespaard
+gebleven gebouwen van Unterlinden te plaatsen: een besluit, dat op de ontwikkeling en den wetenschappelijken zin van deze
+geheele streek een zeer gelukkigen invloed heeft uitgeoefend.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-204.jpg" alt="Sint-Hieronymus. (Altaar der Antoniten.)"></p>
+<p class="figureHead">Sint-Hieronymus. (Altaar der Antoniten.)</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>In de eerste plaats wordt de belangstelling der kenners gewekt door de schilderij-verzameling, bepaaldelijk door de werken
+van oude duitsche meesters, de voorgangers van D&uuml;rer en Holbein. Deze schilderijen zijn in het schip van de oude kloosterkerk
+geplaatst, dat, hoewel wat bekrompen, toch eene geschikte gelegenheid aanbiedt en door de smalle spitsboogvensters voldoende
+licht ontvangt. Achter in het koor staat het beroemde, geheel uit hout gesneden en vergulde altaar uit eene kerk van Isenheim
+afkomstig. De twee beschilderde vleugeldeuren van dit altaar vormen nu, in de kerk van Unterlinden, de scheiding tusschen
+de schilderijen in het koor en die in het schip. In het koor hangen de werken van de oude duitsche school; het schip is bestemd
+voor de schilderijen uit later tijd. De twee diptyken stellen voor, de eene Christus aan het kruis; de andere, de Moedermaagd
+met het Kind; en aan de keerzijde Maria-Boodschap en de Opstanding, en de Verzoeking van Sint-Antonius en Sint-Paulus, en
+Sint-Antonius in de woestijn. Volgens eene oude overlevering zouden deze schilderijen het werk zijn van Albrecht D&uuml;rer; maar
+de tegenwoordige kunstcritici kennen ze toe hetzij aan Hans Baldung Gr&uuml;n, hetzij aan Matthias Gr&uuml;newald van Aschaffenburg,
+zonder dat echter voor de eene of de andere hypothese afdoende argumenten kunnen worden aangevoerd. Aan den linkerwand van
+het koor <a id="d0e564"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e564">206</a>]</span>ziet men eene reeks tafreelen uit het Lijden, met groote uitvoerigheid en nauwkeurigheid op gouden grond geschilderd: dit
+kunstwerk draagt het jaartal 1465. De tafreelen uit het leven van Jezus, uit de school van Sch&ouml;ngauer afkomstig, zijn van
+een anderen stijl: de teekening verraadt meer gevoel en de techniek staat hooger; getuige de zoo zeer bewonderde Piet&agrave;, de
+Maagd het Kind aanbiddende, de engel in Maria-Boodschap, de heilige Antonius, en de Heilige Maagd den engel ontvangende: al
+te gader uitmuntend geconserveerde schilderstukken. Men is het niet eens over de vraag, van wie deze stukken afkomstig zijn,
+en de vergelijking met de gravuren van Sch&ouml;ngauer schijnt eene andere hand te verraden. Wij zullen hierop nader terugkomen,
+na een blik op de galerij van moderne schilderijen, waarin sommige voortreffelijke stukken van nog levende meesters uit den
+Elzas de aandacht trekken en ten volle verdienen. Wij wijzen slechts op de <span class="corr" title="Bron: geure-stukken">genre-stukken</span> en op de tafreelen uit het elzasser leven van Pabst, van Jundt, van Brion; op de landschappen van de twee Salzmann&#8217;s en Bernier;
+het gezicht op Capri van Benner, den slapenden Bader en eene Magdalena van Henner; de zegekar des Doods van Schuller en vooral
+zijn Schlitters uit de Vogezen; eindelijk op de miniaturen van Michel Hertrich.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-205.jpg" alt="Het Kaufhaus te Colmar."></p>
+<p class="figureHead">Het Kaufhaus te Colmar.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In den vloer van het koor ziet men de fragmenten van een prachtig romeinsch moza&iuml;ek, te Bergheim, in den omtrek van Colmar,
+opgegraven. De vleugels van den kruisgang bevatten een aantal steenen monumenten en antiquiteiten, fragmenten van beeldhouwwerk
+uit alle tijdperken, beginnende met de gallo-romeinsche grafteekenen van Kempel, de eigenaardig bewerkte steenen van den ouden
+heidenschen muur van Frankenburg, de votief-altaren uit het Hattenerwoud, de st&egrave;les en grafzerken van Horburg, tot de romaansche
+basreliefs en de spuiers aan de gothische kerken der middeleeuwen. Deze fragmenten zijn uit verschillende deelen van den Elzas
+afkomstig. Het standbeeld van Sch&ouml;ngauer, dat daar zoo rustig en ernstig midden op den hof verrijst, die schepping van een
+onzer tijdgenooten, waardig eene plaats in te nemen onder de meesterstukken der kunst, schijnt te waken over deze overblijfselen
+van de beeldhouwkunst der vroegere eeuwen. Bij gebrek aan ruimte in den kruisgang rondom den kloosterhof, is men genoodzaakt
+geweest, eenige steenen monumenten buiten te plaatsen, op het square rondom het monument van Pfeffel. Eene afzonderlijke zaal
+bevat de afgietsels en pleisters van de meesterstukken der klassieke beeldhouwkunst. Overigens bevatten de gebouwen van het
+museum schier geene andere beeldwerken dan het blazoen van de orde der Dominikanen, boven den ouden ingang, waarvan wij reeds
+met een enkel woord gesproken hebben. Dit blazoen is ontleend aan de legende van Sint-Dominicus, waarin onder anderen verhaald
+wordt, dat zijne moeder, eenigen tijd voor zijne geboorte, een geheimzinnigen droom had: zij droomde namelijk, dat zij een
+hond ter wereld bracht, die de wereld verlichtte met een fakkel, welken hij in den bek hield. In het klooster van Santa-Maria
+del Fiore te Florence, dat aan de Dominikanen behoort, ziet men eene oude fresko, waarop de Paus is afgebeeld, omringd door
+kardinalen en prelaten, terwijl de geloovigen, onder de gedaante van eene kudde schapen, rondom hem op den grond liggen, terwijl
+honden, de Dominikanermonniken voorstellende, de kudde tegen de wolven der ketterij verdedigen. Deze voorstelling is, even
+als het blazoen, eene woordspeling: de jongeren van Sint-Dominicus noemden zich ook <i>domini canes</i>, honden des Heeren.
+
+</p>
+<p>Behalve de beide genoemde galerijen van beeldwerken en schilderijen, bevat het museum ook nog eene verzameling antiquiteiten
+en medailles. Geheel het leven der voorgeslachten op den alouden bodem van den Elzas treedt ons hier aanschouwelijk voor oogen;
+en daar het museum voor ieder gratis openstaat, wordt het ook druk bezocht en wekt het de algemeene belangstelling. Wordt
+ergens in de stad of op het land, iets gevonden dat uit een artistiek of archeologisch oogpunt waarde heeft, aanstonds wordt
+het naar Colmar, naar Unterlinden gezonden. Een reeks van vitrines, wier aantal van jaar tot jaar toeneemt, bevat een schat
+van voorwerpen van allerlei aard, sieraden, gereedschappen, wapens, zooveel mogelijk naar geografische orde gerangschikt,
+en met opgave van de plaats, waar ze gevonden zijn. Men vindt hier gedenkteekenen van alle rassen, die den Elzas bewoond hebben,
+van de voorhistorische tijden en de vestiging der Kelten af, overblijfselen van alle beschavings-perioden. Hier zijn oude
+kleedingstukken en tapijtwerken, fraaie geschilderde glazen, prachtige meubelen van gesneden eikenhout, die nog tot voorbeeld
+voor onze kunstenaars kunnen dienen. Zie eens die reusachtige koffers en die vorstelijke, zoo uitnemend schoon bewerkte kasten,
+waarin bijna plaats is voor een geheel huishouden. Op de beschilderde glazen de portretten van aanzienlijke burgers van Colmar
+in ouderwetsche kleederdracht, en de wapens der steden van den elzasser stedenbond, afkomstig van vensters der groote zaal
+van het Kaufhaus, waar zij eigenlijk hadden behooren te blijven; in den ijver om het museum van Unterlinden te verrijken,
+is men hier te ver gegaan. Een smaakvol en ijverig verzamelaar, de heer Fleischhauer, de tegenwoordige president van de Sch&ouml;ngauer-Vereeniging,
+wier schepping het museum is, heeft al deze voorwerpen met grooten takt gerangschikt, zoodat zij rondom den <span class="corr" title="Bron: schoorteen">schoorsteen</span> van den Waagkeller, eene soort van antiek gemeubeld vertrek vormen. De groote moderne vensters, die men in deze zaal heeft
+aangebracht, passen echter ten eenemale niet bij de omgeving, en maken in een gothisch monument een allerongelukkigst effekt.
+
+</p>
+<p>Wij moeten nog terugkomen op de schilderijen van de oude school, in het museum van Unterlinden bewaard, die vooral voor de
+geschiedenis der kunst van zoo groote waarde zijn. Trouwens, al hadden zij geene andere verdienste, dan haar wondervol, schitterend
+koloriet, dat ondanks den tijd nog al zijn frischheid en glans behouden heeft, dan nog zouden deze schilderijen ten volle
+de belangstelling <a id="d0e586"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e586">207</a>]</span>verdienen. Het is voorwaar geen kleine lof voor den ouden kunstenaar, dat vier eeuwen niets hebben ontnomen aan den gloed
+en de pracht zijner verwen, wanneer wij zien, dat moderne schilderijen, in ditzelfde museum aanwezig, binnen de korte spanne
+tijds van een menschenleven, geheel van toon en kleur veranderen. De vorderingen der scheikunde, waarvan de industrie in zoo
+velerlei opzicht voordeel trekt, hebben onze hedendaagsche schilders nog niet in staat gesteld, het koloriet der meesters
+uit de vijftiende eeuw ook maar nabij te komen.
+
+</p>
+<p>Wanneer wij de oude schilderijen in het museum van Colmar aan Sch&ouml;ngauer toeschrijven, dan volgen wij daarin de traditie en
+de algemeen aangenomen meening. Wij kunnen ons hier niet verdiepen in de kritische beschouwingen en geleerde vertoogen, waartoe
+de veel besproken kwestie omtrent Sch&ouml;ngauer en zijn werk aanleiding heeft gegeven. Noch de meester zelf, noch zijne leerlingen
+hebben de moeite genomen de schilderijen te teekenen, waarvan de echtheid zoo hevig betwist of betwijfeld wordt. De verdienste
+van deze stukken is geheel afgescheiden van den naam des schilders: zij ligt in haar beteekenis voor de geschiedenis der kunst
+en in haar verwonderlijk koloriet. Sommigen getuigen van diep gevoel en verdienen ook om de uitdrukking waardeering: maar
+afgescheiden van de kleur, zijn de meesten, althans met onzen tegenwoordigen maatstaf gemeten, niet meer dan middelmatig,
+vooral door de gebrekkige teekening.
+
+</p>
+<p>Bij gebreke van authentieke bewijzen moeten ook de bekwaamste en scherpzinnigste critici zich bepalen tot gissingen omtrent
+de vervaardigers van de schilderijen uit de school van Colmar. Daar de meest bevoegde rechters elkander op bijna alle punten
+tegenspreken, is het zaak zich van elk gewaagd oordeel te onthouden. De heer Goetswiller noemt in zijn boek over het museum
+van Colmar een tiental schilderijen op, in deze verzameling en in de Sint-Maartenskerk aanwezig, die hij voor het werk van
+Sch&ouml;ngauer houdt. In de sakristij van St. Maarten hebben wij de <i>Madonna in de rozenhaag</i>, een stuk dat door sommigen uitbundig is geprezen en eene voorname plaats inneemt in de historie der kunst. De Moedermaagd
+zit met het kind Jezus in haar armen op eene bank, omringd door bloeiende rozenstruiken. Schitterend gekleurde vogels zingen
+in het gebladerte, terwijl twee in het blauw gekleede zwevende engelen eene kroon boven haar hoofd houden. De gouden grond
+doet den glans van het koloriet, dat hoofdzakelijk uit verschillende nuancen van rood bestaat, nog te meer uitkomen. De uitdrukking
+van reinheid en onschuld in het gelaat en de geheele houding der Madonna, de levendige beweging van het kind en de beide zwevende
+engelen overtreffen alles, <span class="corr" title="Bron: was">wat</span> in dit opzicht door de tijdgenooten van Sch&ouml;ngauer is geleverd. Maar met de Madonna&#8217;s van Rafa&euml;l of van Murillo is deze Lieve
+Vrouwe niet op eene lijn te stellen, zij is en blijft een duitsch burgermeisje, met eene blozende kleur en een gezond voorkomen,
+maar zonder hoogere idealiteit: de Moeder des Heeren denkt men zich anders. De schilder moest zijne modellen kiezen in de
+omgeving waarin hij leefde. Sch&ouml;ngauer heeft een aantal Madonna&#8217;s gegraveerd, zij onderscheiden zich van de geschilderde door
+meer bevalligheid en dieper gevoel. In het museum bevinden zich nog eenige andere schilderijen, die met meer of minder recht
+aan den meester worden toegeschreven, maar waarvan wij hier geene nadere omschrijving geven kunnen.
+
+</p>
+<p>Zeker niet van Sch&ouml;ngauer zijn de zestien tafereelen uit het Lijden, waarvan wij reeds vroeger spraken, en die uit de oude
+kerk der Dominikanen afkomstig zijn. De ruwe en onbeholpen wijze van teekenen zou alleen reeds voldoende zijn om ons te overtuigen,
+dat wij hier niet het werk van dien meester voor ons hebben, al stond de vervaardiger van deze stukken niet buiten zijn invloed.
+Daar is toch zekere overeenkomst, zekere verwijderde verwantschap tusschen deze schilderijen en de gravuren van Sch&ouml;ngauer,
+die allen van zijn naamteeken zijn voorzien. Het museum van Colmar bezit maar zeer weinig origineele gravuren van den beroemden
+kunstenaar, slechts enkele platen in deze verzameling dragen zijn monogram. De heer Amand-Durand heeft in 1881, te Parijs,
+eene volledige verzameling phototypi&euml;n van al de platen van Sch&ouml;ngauer uitgegeven. Het aantal dier platen bedraagt ruim honderd,
+voor het meerendeel godsdienstige voorstellingen behelzende, waaronder vele meesterstukken. Albrecht D&uuml;rer heeft meer dan
+eens Sch&ouml;ngauer gevolgd en hem onder anderen een zijner schoonste Madonna-typen ontleend. Wie de teekeningen en gravuren van
+den colmarschen meester naast de hem toegeschreven schilderijen legt, kan niet nalaten getroffen te worden door de meerdere
+voortreffelijkheid der eersten, zoo wat teekening als uitdrukking en levensvolle bezieling betreft.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-208.jpg" alt="Altaar der Antoniten. (Museum te Colmar.)"></p>
+<p class="figureHead">Altaar der Antoniten. (Museum te Colmar.)</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Wij kunnen ons bij de schilderijen niet langer ophouden, maar moeten nog een blik werpen op het altaar van gesneden hout,
+dat een der sieraden van het museum is en uit het klooster der Antoniten van Isenheim afkomstig is. Langen tijd gold dit altaar
+voor een der schoonste monumenten van dien aard in de geheele Christenheid; in de vorige eeuw kwamen reizigers en kunstenaars
+van heinde en verre naar Isenheim om dat kunstwerk te bewonderen. Wat wij nu in het koor der voormalige kerk van Unterlinden
+zien, is slechts een gedeelte der vroegere heerlijkheid, maar wat gespaard bleef, is voldoende om een denkbeeld te geven van
+het wonderschoon geheel. Vlak boven de altaartafel zien wij, in drie nissen, de borstbeelden van Christus en van de twaalf
+apostelen. Hooger prijkt, in het midden van het blad, het beeld van Sint-Antonius, den patroon der orde, met Sint-Augustinus
+aan zijne rechter, en Sint-Hieronymus aan zijne linkerhand, alle drie in natuurlijke grootte en hoog relief. Sint-Antonius
+is zittende afgebeeld, bekleed met eene tuniek en een wijden mantel, in de eene hand den zoogenoemden Sint-Antonieskruk, in
+de andere een gesloten boek houdende. De kleine knielende figuur aan de voeten <a id="d0e607"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e607">208</a>]</span>van Sint-Augustinus verbeeldt zeer waarschijnlijk den schenker van het altaar. Al de beelden die gekleurd zijn, verkeeren
+in uitmuntenden toestand. Zij behooren ongetwijfeld tot de uitnemendste scheppingen der duitsche kunst in een tijd, toen het
+ideaal der middeleeuwen met zijne na&iuml;eviteit, en zijne hooge opvatting en diep gevoel nog de gemoederen beheerschte en vervulde,
+maar tegelijk de invloed van eene meer realistische opvatting zich begon te doen gevoelen en het streven naar individualiteit
+meer op den voorgrond trad. Let op de uitdrukking van majesteit en kalmte in de figuur van Sint-Antonius, dien eerwaardigen
+grijsaard, die als een vorst troont te midden van het altaar. Sint-Augustinus, in vol bisschoppelijk ornaat, met de mijter
+en den staf, is niet minder uitmuntend dan het beeld van den patroon der orde. Het hoofd van Sint Hieronymus verdient niet
+minder de aandacht; wat kracht en diepte van uitdrukking betreft, zoekt deze kop zijne wedergade in de kunstscheppingen van
+dien tijd. In het kleed van een romeinsch kardinaal gedost, met den hoed op het hoofd, slaat de beroemde kerkvader een smeekenden
+blik ten hemel; het vermagerde, edele gelaat getuigt van arbeid, zelfverloochening en zielestrijd. In de linkerhand houdt
+hij de Heilige Schrift, aan welker vertaling en verklaring hij het grootste deel van zijn leven heeft gewijd; de rechterhand
+is opgeheven, als om de toehoorders te vermanen en te waarschuwen. Aan zijne voeten slaapt de leeuw, de metgezel van den grooten
+kluizenaar.
+
+<a id="d0e609"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e609">289</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-289.jpg" alt="Korenbeurs te Colmar."></p>
+<p class="figureHead">Korenbeurs te Colmar.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XIV">XVI</span></h2>
+<p>Wij hebben lang in het museum van Colmar getoefd, misschien wel te lang naar de meening van sommigen onder onze lezers, die
+van niets zoozeer overtuigd zijn als van de waarheid, dat de mensch van kunstgenot alleen niet leven kan. Daarom, hoe gaarne
+wij ook verder de zeer ingewikkelde vraag zouden wenschen te bespreken, van welken meester de voornaamste schilderijen in
+de galerij van Unterlinden zijn, wij mogen hier niet langer toeven. Maar toch zou ik achten, aan mijn plicht te kort te hebben
+gedaan, indien ik mijn lezers niet op de hoogte bracht van het weinige, dat ons omtrent het leven van den beroemden schilder-graveur
+Martin Sch&ouml;ngauer, het hoofd der school van Colmar, bekend is. Tot dusver zijn de geleerden het ten eenemale oneens, zoowel
+omtrent den tijd waarin hij geleefd heeft, als omtrent den juisten vorm van zijn naam en omtrent de waarde van zijne kunstwerken.&#8212;Over
+zijne werken hebben wij reeds in alle bescheidenheid onze meening gezegd. Ten aanzien van zijn sterfdag houden wij ons aan
+eene geschreven aanteekening in het register der jaargetijden, die in de parochiale kerk van Sint-Maarten waren gesticht.
+Dit register, door den heer Hugot ontdekt, wordt in het stedelijk archief bewaard. Op <span class="abbr" title="bladzijde"><abbr title="bladzijde">bladz.</abbr></span> 29 van dit register leest men de volgende aanteekening in het latijn: &#8220;Martin Sch&ouml;ngauer, de roem der schilders, vermaakte
+vijf stuivers voor zijn jaargetijde en voegde er negentien stuivers en zeven penningen bij voor het jaargetijde van zijn vader,
+waarvoor hij verkreeg een jaargetijde zonder vigili&euml;n. Hij stierf op Maria-Zuivering, in het jaar 1488.&#8221;&#8212;Een opschrift op
+het portret van Sch&ouml;ngauer in de Pinakotheek van Munchen, afkomstig van de hand van Hans Burgkmaier, noemt den tweeden Februari
+1499 als den sterfdag van den ouden meester. &#8220;<i>Mayster Martin Schongawer, Maler, genent Hipsch Martin von wegen seiner Kunst, geboren zu Kolmar, aber von seinen <a id="d0e626"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e626">290</a>]</span>Aeltern ein Augsburger Bu(rger) des Geschlechts vo Her Casparn, und is (gest)orben zu Kolmar anno 1499 auf den 2t(en tag)
+Hornings, dem Got Genad.&#8212;Ich sein Junger Hans Burgkmair im Jar 1488</i>&#8221;.&#8212;Deze twee aanteekeningen, waaruit in ieder geval blijkt dat Martin Sch&ouml;ngauer of Sch&ouml;ngouwer te Colmar werd geboren en
+in de laatste jaren der vijftiende eeuw aldaar is gestorven, zijn eigenlijk alles wat wij omtrent den kunstenaar weten: de
+bijzonderheden van zijn leven zijn ons onbekend.
+
+</p>
+<p>De plaatselijke overleveringen maken melding van het huis <i>Zum Schwanen</i>, in de kleine Augustijnerstraat, achter de Sint-Maartenskerk, als zijnde het eigendom van Sch&ouml;ngauer. Door hetgeen nog van
+de voormalige versiering van deuren en vensters over is, geeft dit huis ons nog een staaltje van de burgerlijke bouwkunst
+der vijftiende eeuw te Colmar; ongelukkig is ook dit huis misvormd en geschonden, om aan de eischen van den modernen smaak
+te voldoen. Te oordeelen naar zijn portret in de Pinakotheek van Munchen, dat het jaartal 1453 draagt, was Sch&ouml;ngauer toen
+een man van ongeveer dertig jaar; hij zou dus omstreeks het jaar 1420 geboren zijn. Albrecht D&uuml;rer, die in 1492 te Colmar
+kwam om in het atelier van Sch&ouml;ngauer te studeeren, vond hem, volgens de verklaring van Christian Scheurl in zijn <i>Vita Antonie Kressen</i>, in 1515 gedrukt, niet meer in leven. Sch&ouml;ngauer zelf was een leerling van Rogier Van der Weyde. Met Albrecht D&uuml;rer een der
+scheppers van de duitsche kunst, heeft hij door zijne talrijke leerlingen en navolgers de beginselen en de techniek der vlaamsche
+school in Duitschland ingevoerd en bekend gemaakt. Geen enkel duitsch schilder voor hem heeft in dezelfde mate het talent
+bezeten om de schoonheid van het menschelijk gelaat weer te geven. Zijne schilderijen, vooral in de steden langs den Boven-Rijn
+verspreid, vonden grooten aftrek in Itali&euml; en Frankrijk, in Engeland en Spanje. Onder de werken, die aan hem worden toegeschreven,
+zag ik er een in het museum te Madrid: een altaarstuk, door gothische bogen in drie vakken of nissen verdeeld, voorstellende
+den Zaligmaker, de Madonna en Sint-Jan; in de galerij van het paleis Sciarra Colonna te Rome, de Dood van Onze-Lieve-Vrouwe;
+in de Pinakotheek te Munchen, de Intocht van David in Jerusalem met het hoofd van Goliath; in de National Gallery te Londen, nogmaals de Dood van Onze-Lieve-Vrouwe, van veel kleiner afmetingen dan onze schilderijen te Colmar, maar met
+eene fijnheid van uitdrukking, een diepte van gevoel en een meesterschap van bewerking, die Sch&ouml;ngauer anders slechts in zijne
+gravuren toont te bezitten.
+
+</p>
+<p>En nu, na dit kunstpraatje, begeven wij ons tot lager sfeer en dalen wij af naar de keuken, van welke het niet valt tegen
+te spreken, dat zij in ons leven nog meer plaats inneemt dan de schilder- of beeldhouwkunst. En door dit te erkennen, willen
+wij allerminst geacht worden, de materieele behoeften en begeerten te verheffen boven de geestelijke goederen en den smaak
+voor het schoone; noch ook op eenige wijze afbreuk te doen aan de rechten der gedachte en van het ideaal op de leiding en
+het bestuur des levens. Maar, wat ik u bidden mag, deftige heeren, ernstige lieden uit elken stand, gij die hoegenaamd geen
+prijs stelt op een goed diner, die uitsluitend leeft in hoogere, ideale sfeer en nimmer bezweken zijt voor do verlokkingen
+van een keurige tafel;&#8212;wat ik u bidden mag, weest niet te haastig met uw anathema! Vergunt mij, aan mijne vrienden, die belang
+stellen in alles wat ons mooi en goed vaderland, onzen Elzas, betreft, ook eens te vertellen, hoe en wat men er alzoo eet.
+Toen ik mij voorstelde als uw gids, om u al het merkwaardige en belangwekkende, al het schoone en loffelijke van ons land
+te toonen, heb ik mij zelven de dure verplichting opgelegd om niets dan de waarheid te zeggen. En nu is het eene onbetwistbare
+waarheid, dat de wijze van voeding altijd eene vrij belangrijke rol heeft gespeeld in de zeden en gewoonten, in de geheele
+manier van leven ook der Elzassers van vroeger en later tijd. Arbeidzaam, verstandig, moedig als het noodig is, trouw in zijne
+liefde, gehecht aan zijne voorvaderlijke godsdienst, bereid tot ieder offer ten behoeve van zijn geloof, zijn vaderland en
+zijne eer, is het goede volk van den Elzas ook gansch niet onverschillig voor de genietingen en voorrechten van hetgeen men
+een goed leven noemt.
+
+</p>
+<p>Bij een vrij zacht klimaat laat de grond van den Elzas de kultuur toe van alle planten der gematigde luchtstreek. Zijne rijke
+golvende korenakkers zijn sinds ouden tijd beroemd; zijn moestuinen en boomgaarden zijn de rijkste en schoonste van geheel
+Duitschland geweest; zijn bekende wijnbergen hebben het edele druivensap geleverd, dat tot in de best voorziene kelders van
+Engeland en Zweden wordt bewaard. Reeds de oude schrijvers prijzen om strijd de aangenaamheden en voorrechten van deze gezegende
+streek, die zij den wijnkelder, de korenschuur, de voorraadkamer der omliggende landen noemen, en waarvan zij de vruchtbaarheid
+met die van Touraine en Lombardije vergelijken. Weinig landen, zegt de <i>G&eacute;ographie fran&ccedil;aise</i> van Duval, leveren zoo veel gemakken en aangenaamheden voor het leven op. Wild en visch van allerlei soort dragen rijkelijk
+bij tot de voeding der menschen.&#8212;Het is geen wonder, dat Duitschland nooit heeft opgehouden, naar de herovering van dit door
+de natuur zoo rijk gezegende land te trachten.
+
+</p>
+<p>De uitbreiding van den landbouw, de ontwikkeling der industrie, in het algemeen de voortgang der beschaving is van nadeeligen
+invloed geweest op den wildstand en op de vischrijkheid der wateren. Wij zullen nader gelegenheid hebben om van de uitgestorven
+soorten te spreken en de nog levende te bestudeeren. Daarentegen was het land nooit zoo rijk als tegenwoordig aan huisdieren,
+noch bezat het immer daarvan zoo voortreffelijke exemplaren.&#8212;De meeste groenten, die wij nog heden, naargelang der verschillende
+jaargetijden, op de spijskaarten vermeld vinden, worden reeds in de capitulari&euml;n van Karel den Groote genoemd. Als nu, bracht
+toen de lente spinazie, bieten, bernagie, <a id="d0e649"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e649">291</a>]</span>ossetong, boerekool, zuring, chicorei, berenklauw, paardebloemen (molsla), waarvan de bladeren, evenals die van de papaver
+en de winterbonen, gegeten werden. Een in de middeleeuwen zeer geliefde spijs, die bij ons in onbruik is geraakt, leverden
+de bladeren van de maartsche viooltjes, vermengd met jonge brandnetels, wilde latuw en de eerste uitspruitsels van wilde hop,
+die echter minder hoog stonden aangeschreven dan rapousjes en sperges. Met den zomer kwamen pieterselie, worteltjes, suikerwortels,
+radijs, peulen, doperwten, snijbonen, rogge en spelt, waarvan men de onrijpe korrels als groente at. De herfst bracht op zijn
+beurt witte kool, bonen, komkommers, pompoenen, waarbij zich sedert het laatst der zeventiende eeuw de aardappel voegde, die
+het brood der armen geworden is; vervolgens bloemkool, artisjokken, tomaten en meloenen. De winter voorzag nog de tafel van
+ingemaakte groenten, zoo als erwten, snijbonen, linzen en andere, de onvermijdelijke zuurkool vooral niet te vergeten. Behoudens
+enkele uitzonderingen, maken al deze groenten ook tegenwoordig nog deel uit van de volksvoeding. Sommige grovere soorten zijn
+in onbruik geraakt, andere fijnere groenten vallen thans binnen ieders bereik.
+
+</p>
+<p>Vraag eens het oordeel van onze lekkerbekken in den Elzas en Lotharingen. De fijnste kenners, zij die door het gansche land
+aan de beste tafels hebben aangezeten, zullen u dan wel, in vertrouwen, enkele bevoorrechte plekjes noemen, beroemd hetzij
+door de voortreffelijkheid der keuken in het algemeen, hetzij door de onge&euml;venaarde wijze, waarop men sommige schotels weet
+te bereiden. Ondanks het stelsel van verplicht onderwijs, ondanks de algemeene bekendheid der recepten van den <i>Bon Cuisinier fran&ccedil;ais</i>, ondanks de sneltreinen, die ons de weelde vergunnen, gebakken schol uit de Noordzee of ingelegde groenten uit Amerika op
+onze tafel te zien verschijnen; ondanks dat alles, kennen wij toch, hier en daar verspreid, sommige huizen, waar zekere uitgezochte
+spijzen beter dan ergens elders worden toebereid en beter smaken ook. Niet zonder innige ontroering gewagen onze gastronomen
+van de wonderen van Vader Jundt, in zijn restaurant de <i>Po&ecirc;le-des-Vignerons</i> te Straatsburg, en van de weleer, ten tijde van Rieffenach, zoo beroemde <i>Deux-Clefs</i> te Colmar. In deze beide huizen, waar de moderne weelde geen toegang had en nieuwigheden niet spoedig werden ingevoerd, wijdde
+de meester in eigen persoon al zijne zorg en aandacht aan de keuken en wist men van de nieuwere ontdekkingen partij te trekken,
+zonder met de goede oude traditie te breken. Nergens at men zoo goed, nergens vond men eene zoo keurige tafel en zoo voortreffelijken
+wijn; nergens voelde men zich zoo volkomen op zijn gemak. Tijdens de restauratie, v&oacute;&oacute;r het noodlottige jaar 1830, was het
+<i>Hotel des Deux-Clefs</i> te Colmar, juist om zijne uitmuntende tafel, een van de vereenigingspunten der elzasser oppositie. De generaal Foy, Benjamin
+Constant, Marcel Barthe, Voyer d&#8217;Argenson, als gasten van den toekomstigen pair van Frankrijk Hartmann, hebben daar mede de
+vierschaar gespannen van het fransche liberalisme. Ach, waarom hebben zij niet liever al hunne aandacht gewijd aan de pasteitjes
+van ganzelever en aan de uitgelezen merken der elzasser wijnen, in plaats van Frankrijk te helpen storten in de roekelooze
+omwenteling van Juli 1830! Hoe geheel anders zou de loop der geschiedenis voor het ongelukkige land zijn geweest, hadde men
+deze onvergefelijke domheid niet begaan.... Maar wij zouden vergeten, dat wij nog aan tafel zitten.
+
+</p>
+<p>Wanneer ik u de spijskaart van de table d&#8217;h&ocirc;te in de <i>Deux-Clefs</i> voorlegde, dan zoudt ge moeten toestemmen, dat men daar, voor den in het minst niet buitensporigen prijs van twee marken
+en tachtig pfenningen, een uitmuntend diner kan krijgen, met inbegrip van een halve flesch wijn. In de herberg van het Stubengeselschaft
+van <span class="corr" title="Bron: Schletstadt">Schlettstadt</span>, overeenkomende met den Waagkeller te Colmar, betaalden de klanten, in 1520, zeven of acht penningen voor een goeden maaltijd,
+met inbegrip van wijn. Dit verhaalt ons de eerzame kroniekschrijver Hieronymus Gebweiler, die er bijvoegt dat de wijn voortreffelijk,
+en de spijzen overvloedig en heerlijk klaar gemaakt waren; hij deelt ons echter het menu niet mede. Ten gevalle van liefhebbers
+van oude menus, nemen wij er een over uit de <i>Edelsassische Chronick</i>, in het jaar 1592 door Herzog te Straatsburg gedrukt. Het geldt de beschrijving van een feestmaal, op dinsdag v&oacute;&oacute;r Sint-Valentijn,
+in 1439 gegeven, ter gelegenheid van de blijde inkomste van den bisschop Robrecht van Beieren. Het feestmaal, waaraan meer
+dan driehonderd geestelijken deelnamen, bestond uit drie reeksen van gerechten, ieder van vijf schotels. <i>Eerste gerecht</i>: 1&ordm; kool; 2&ordm; gekookt ossevleesch; 3&ordm; ragout van kippen met zoete amandelen; 4&ordm; visch in zwarte gelei; 5&ordm; vlapastei. <i>Tweede gerecht</i>: 1&ordm; ragout van wilde zwijnevleesch; 2&ordm; hertepastei; 3&ordm; gruttepap met gerstsuiker; 4&ordm; gebak; 5&ordm; blanc-manger. <i>Derde gerecht</i>: 1&ordm; rijst met suiker; 2&ordm; kapoenen, kippen en gebraden speenvarkentjes; 3&ordm; gelei van gevogelte en kalfsvleesch met saus; 4&ordm;
+gebak in den vorm van peren; 5&ordm; compote van pruimen. Onder de versierde schotels, die op de tafel van den bisschop werden
+geplaatst, wordt een kasteel genoemd van fijn gebak, waaruit een zwerm levende vogeltjes fladderde, met een vijvertje waarin
+kleine vischjes zwommen. Nog twee andere prachtschotels verdienen vermelding: een gebraden speenvarkentje, aan de eene zijde
+verguld en aan de andere verzilverd, en een gebraden pauw in zijn vollen vederdos.&#8212;Van een diner, den 19 November 1705, op
+het stadhuis van M&uuml;lhausen gegeven door een dertigtal burgers, aan wie pas het stedelijk burgerrecht was toegekend, is ons
+het volgende menu bewaard gebleven: 1&ordm; kippesoep, gekookt rundvleesch, kippenpastei, een kalkoen, niet genoemde groente, bloemkool;
+2&ordm; gebraden kalfsschijf, gebraden haas, ragout van hertevleesch, kapoen, duiven, snippen, zwaluwen, ganzen, eenden, compote
+van peren en pruimen; 3&ordm; twee schotels met beignets, taarten, gebak, confituren, <span class="abbr" title="enzovoort"><abbr title="enzovoort">enz</abbr></span>. Aan dezen maaltijd namen vijf-en-zestig <a id="d0e688"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e688">292</a>]</span>gasten deel; de nieuw opgenomen burgers, die de kosten betaalden, hadden met den waard van den <i>Wildeman</i> eene overeenkomst gesloten tegen acht pfundst&auml;bler&#8212;zegge, tien pond veertig stuivers&#8212;per hoofd, waaronder veertig pfundst&auml;bler
+voor wijn.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-292.jpg" alt="Vertrek naar het jachtveld."></p>
+<p class="figureHead">Vertrek naar het jachtveld.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Vreemde gasten en bezoekers zoowel als inheemsche schrijvers en moralisten zijn eenstemmig in hunne getuigenis omtrent den
+sterk ontwikkelden zin voor gezelligheid en feesten, onder alle klassen der bevolking in den Elzas. In vroeger tijd, meer
+nog dan tegenwoordig, werd de aangeboren smaak voor tafelgenot voortdurend geprikkeld en onderhouden, vooral ook omdat men
+ruimschoots over de middelen kon beschikken om aan die begeerte te voldoen. Elke eenigszins merkwaardige omstandigheid in
+het huiselijk leven, elk feest, hetzij van kerkelijken, burgerlijken of militairen aard, dat de menschen met elkaar in aanraking
+brengt, werd en wordt nog steeds onveranderlijk gevierd met een overvloedigen maaltijd. Wordt een kind ten doop gedragen,
+dan mag het vroolijke doopmaal, de welkomstgroete van den jonggeborene in het leven, niet achterblijven. Ter gelegenheid van
+een huwelijk is een enkel feestmaal natuurlijk niet voldoende: de beide famili&euml;n, vrienden en bekenden geven een reeks van
+feesten ter eere van het jeugdige paar. Maar ook bij het overlijden van een bloedverwant of vriend wordt nog steeds de overoude
+gewoonte van het begrafenismaal in eere gehouden. Geen congres of vergadering van welken kring ook is denkbaar zonder een
+banket&#8212;dat niet zelden het beste is van al wat er gedaan wordt. Wanneer een hooggeplaatst persoon, een bisschop of een prefect,
+eene stad bezoekt, wordt hem een maaltijd aangeboden. Doet een nieuwe pastoor of een nieuwe domin&eacute; zijn intrede, dan moet
+de gemeente hem toch behoorlijk ontvangen; aanvaardt een nieuwe burgemeester het bestuur, dan vraagt hij de leden van den
+raad en andere notabelen ten eten, om op de aangenaamste wijze kennis met hen te maken. Vandaag is het de dag van den patroon
+der plaats, morgen is het schuttersfeest; nu moet er een nieuwe klok worden gedoopt of een nieuw orgel ingewijd; dan weer
+moet de gemeentelijke rekening worden opgenomen, of wordt eene publieke verkooping gehouden, of is er een gouden of een zilveren
+bruiloft, of wel worden de maaiers onthaald, of het einde van den wijnoogst gevierd. Dat alles kan niet naar eisch geschieden,
+zonder dat er bij gegeten en gedronken wordt. Maar wij zijn nog niet aan het einde: vergeet Sint-Maarten niet met zijn gans,
+en den heerlijken Kerstboom, en Sint-Sylvester, en Drie-Koningen met zijn taart, en Vastenavond, en den Meidag, en Sint-Jan
+met zijn vuur, en de maaltijden <a id="d0e700"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e700">294</a>]</span>bij <span class="corr" title="Bron: visschpartijtjes">vischpartijtjes</span>, en de drukke slacht in de sombere Novemberdagen: al die gelegenheden geven van zelf aanleiding tot partijtjes en maaltijden,
+waarvan boeren en burgers evenzeer houden, waarbij kapitaal gegeten en flink gedronken, luid gelachen en met volle borst gezongen
+wordt, en waarbij het ook aan vroolijke, hartige, soms wel wat gepeperde scherts niet ontbreekt.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-293.jpg" alt="Op eilanden in den Rijn."></p>
+<p class="figureHead">Op eilanden in den Rijn.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Een satiricus van de zestiende eeuw, Johann Fischart, de straatsburgsche Rabelais, die eene soort van duitschen of elzasser
+Gargantua geteekend heeft, geeft ons eene opsomming van de huiselijke en openbare feesten, die met maaltijden werden gevierd.
+Het in zijn boek geschetste tafereel vertoont ons een zeer sprekend beeld van de zeden en gebruiken des lands in zijn tijd.
+Hij telt niet minder dan drie-en-vijftig verschillende gelegenheden op, die voor onze feestlievende vaderen aanleiding gaven
+tot pret maken. G&eacute;rard neemt de lange lijst van Fischart over en voegt er zijne scherpe, bijtende aanmerkingen bij.&#8212;Was het
+om aan wezenlijke of voorgewende misbruiken een einde te maken, dan wel om het heilzaam onderscheid tusschen de standen te
+bewaren, gedachtig aan de wijze spreuk der oudheid: <i>Quod licet Jovi, non licet bovi</i>;&#8212;was het daarom dat wettelijke bepalingen tegen weelde en overdaad in het leven werden geroepen? De verzameling der politieverordeningen
+of keuren van de oude vrije rijkssteden in den Elzas geeft ons in ieder geval een aardig kijkje op de buitensporigheden van
+den vroegeren tijd en getuigt ook van den oprechten ijver om die misbruiken tegen te gaan. Te Straatsburg werd in 1628, onder
+<span class="corr" title="Bron: ds">de</span> regeering van den stadtmeister B&ouml;ckling von B&ouml;cklingshausen, bij keur verboden om ter gelegenheid van een bruiloft meer dan
+twintig personen, behalve de familieleden, uit te noodigen. &#8220;Om de misbruiken te weren van de verderfelijke weelde en overdaad,
+die overal is doorgedrongen en zelfs bij lieden van lagen stand,&#8221; was het aan personen uit de burgerklasse verboden om meer
+dan acht schotels op tafel te doen brengen; ook mochten de feesten niet langer dan twee dagen duren.
+
+</p>
+<p>Het uitvaardigen van verbodsbepalingen tegen overmatige tafelweelde is op zichzelve nog geen bewijs, dat de geheele bevolking
+des lands in overvloed leeft of van alle goederen der aarde genieten kan. Tijdens den bouw der kerk van Sint-Legerius te Gebweiler,
+ontvingen de werklieden als voedsel gedurende de geheele week &#8220;knoflook en brood zoo veel zij verlangden; maar des zondags
+hadden zij vleesch en alle andere zaken in overvloed.&#8221; Knoflook met roggebrood, gedurende de geheele week&#8212;dat mocht in waarheid
+geen overvloed heeten, vooral niet in een tijd, dien de kroniekschrijver van het jaar 1182, bij uitnemendheid een goeden tijd
+noemt. Nog in de achttiende eeuw aten de bergbewoners van Ban-de-la-Roche brood van boekweit, en was roggebrood voor hen eene
+lekkernij, waarvan de arbeiders slechts nu en dan konden genieten. Op het platteland eten de arbeiders thans voor het minst
+masteluinbrood, de werklieden in de stad, wit tarwebrood. Bij beider middagmaal ontbreekt maar zelden rund- of varkensvleesch.
+Een elzasser boer gebruikt geregeld per dag zijn vier maaltijden in den zomer en drie in den winter: ontbijt ten zeven uren
+&#8217;s morgens, middagmaal tusschen elf en twaalf uur, vesperbrood ten vier uren, en avondmaal na zeven uren. Het middagmaal ten
+elf of twaalf uur is meestal de voornaamste maaltijd van den dag. Op de tafel der burgers verschijnen elke week, in regelmatige
+volgorde, ongeveer dezelfde spijzen, verschillend naar gelang van de saizoenen, en natuurlijk behoudens afwijkingen naar smaak
+of goedvinden. Voor de invoering van de aardappelen, at men te Straatsburg, &#8217;s maandags, schnitze; dinsdags, koolrapen; woensdags,
+erwten of bonen; donderdags, rijst of gerst; vrijdags, spinazie of snijboonen; zaterdags, linzen; zondags zuurkool. Nog voor
+korten tijd was het te Colmar algemeen gebruik, &#8217;s maandags aardappelen te eten; dinsdags zuurkool; woendags, peen, rapen
+of kool; donderdags, ingemaakte groente, rijst of gerst; vrijdags, meelspijs; zaterdags koolrapen; zondags zuurkool, waarvan
+het overschot dinsdags weer op tafel verscheen.
+
+</p>
+<p>Nu zijt ge vrij wel op de hoogte, hoe men in den Elzas eet. Ter wille der volledigheid zou ik nu nog het een en ander moeten
+zeggen over sommige spijzen, die meer bepaald aan het land eigen zijn. Maar wie kent niet, bij ervaring of bij gerucht, de
+zuurkool, de noedels en meelspijzen, de schnitze van gedroogde appelen of peren, de verschillende soorten van pannekoeken,
+de rijstenbrij en gortepap, de brij van ingemaakte groenten, de ganzeleverpasteitjes, de leberkn&ouml;pfle of balletjes van kalfslever,
+de karpfenkr&ouml;plin of balletjes van karpers, de velerhande gebakjes, taarten en koeken? Reeds in de vijftiende eeuw heeft Anna
+Keller, huisvrouw van Wecker, geneesheer te Colmar, een boek over de kookkunst uitgegeven, dat aan de prinses van Oranje was
+opgedragen en waarin de beste wijze werd omschreven voor het toebereiden der meest gebruikelijke spijzen. Een ander gastronomisch
+handboek, in 1671 te Molsheim verschenen onder den titel van <i>Kochbuch so f&uuml;r geistliche als auch weltliche Haushaltungen</i>, heeft niemand minder tot schrijver dan Bernardijn Buchinger, bij zijn leven abt van L&uuml;tzel, kerkelijk ridder in den souvereinen
+raad van den Elzas, een geleerd en ernstig man, die het toch niet beneden zich achtte, een kookboek te schrijven voor geestelijke
+en wereldlijke keukens.
+
+</p>
+<p>En nu genoeg van de keuken en hetgeen daarmede in verband staat. Wij eindigen met den hartelijken wensch, dat de aloude zin
+voor gezelligheid in deze verre van opwekkende, aangename tijden niet moge verkoelen; dat de lange reeks der voorvaderlijke
+feestdagen, dagen van maaltijden en van hartelijke verkwikkende vroolijkheid, niet worde ingekrompen, hetzij dan omdat de
+middelen het volgen der overgeleverde gewoonte niet meer toelaten, wat treurig is; hetzij, wat nog veel treuriger en bedenkelijker
+is, omdat de rechte stemming tot feestvieren meer en meer gaat ontbreken, omdat de na&iuml;eve gulle, <a id="d0e727"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e727">295</a>]</span>kinderlijke vroolijkheid, desnoods overslaande tot uitgelatenheid, meer en meer eene vreemdelinge dreigt te worden in onze
+eeuw, waarin het leven, ook nog in anderen dan bloot materieelen zin, voor duizenden bij duizenden in toenemende mate zoo
+zwaar en moeilijk wordt, en de koortsige opwinding van alle krachten en vermogens den glimlach wegvaagt van de lippen en het
+harte doet verdorren reeds in den opgang der jeugd.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XV">XVII</span></h2>
+<p>Als wij Colmar verlaten, strekt zich de vlakte voor ons uit, de vlakte van de Ill, effen en vlak en bij uitnemendheid vruchtbaar;
+de groote vlakte van den Elzas, die ten westen door de fraaie bergketen der Vogesen, ten oosten door de snelvlietende wateren
+van den Rijn wordt begrensd. Elzas beteekent eigenlijk het land van de Ill: door de aanspoelingen van de Ill en den Rijn werd
+het land zelf gevormd. De alluviaalgronden van den Rijn zijn echter veel minder vruchtbaar dan die van de Ill, langs wier
+boorden zich een vette kleigrond uitstrekt, waarop alle granen en andere produkten uitmuntend gedijen. Op de meer steenachtige
+gronden, door de aanspoelingen van den Rijn gevormd, ziet men bosschen en boomgroepen overal waar de noodige vochtigheid voor
+weilanden of korenakkers ontbreekt. De streken langs de Ill zijn dan ook tweemaal zoo sterk bevolkt als die langs den Rijn,
+hoewel in beiden de landbouw de hoofdbron van het bestaan is. Noch hier, noch daar heeft de industrie bijzonder veel te beteekenen.
+M&uuml;lhausen reikt met haar fabrieken niet verder dan de grenzen der vlakte en der heuvels van de Sundgau. Buiten de industri&euml;ele
+middelpunten, in en aan den uitgang van de valleien, neemt het aantal inwoners af naarmate de grond armer wordt. Toch biedt
+deze vlakte geen wijduitgestrekte vergezichten: overal, tusschen de dorpen en langs de beken en wateringen, verheffen zich
+boschjes en boomgroepen, die de eentonigheid van het landschap breken.
+
+</p>
+<p>Maar eer wij langs de stoffige wegen onzen wandeltocht voortzetten, willen wij een overzicht nemen van het land, dat zich
+voor ons uitbreidt. Wij zeiden reeds dat de vlakte vden Elzas begrensd wordt door de keten der Vogesen en door den Rijn, die
+beiden van het zuidwesten naar het noordoosten loopen. De vlakte zet zich voort aan de overzijde der rivier, waar zij door
+de bergen van het Schwarzwald wordt begrensd. De Ill, op de grenzen van Zwitserland, in de Jura ontsproten, vervolgt haar
+kronkelenden loop tusschen de heuvelen en de golvende vlakte der Sundgau, om van M&uuml;lhausen tot Straatsburg evenwijdig met
+den Rijn te vloeien. De geheele lengte der rivier bedraagt honderd-tachtig kilometer, waarvan honderd-twintig voor het gedeelte
+van M&uuml;lhausen tot de samenvloeiing met den Rijn. Haar verval, van haar oorsprong tot haar uitmonding, bedraagt omstreeks vierhonderd
+el. M&uuml;lhausen ligt tweehonderd-veertig el boven de zee, Straatsburg honderd-veertig, Colmar honderd-negentig, Altkirch driehonderd-drie-en-twintig.
+Te Altkirch neemt de Ill de Largue op, even als zij uit de Jura afkomstig; vervolgens ontvangt zij achtereenvolgens de Doller,
+de Thur, de Lauch, de Fecht, de Liepvrette, de Giesen, de Bruch en nog andere rivierkens, die allen uit de valleien van de
+Vogesen afstroomen. Terwijl de Vogesen hun hoogste punt bereiken in den Gebweiler Belchen (1426 el), ligt de bedding van den
+Rijn, die langs den geheelen Elzas eene totale lengte heeft van tweehonderd kilometers, nabij Basel op tweehonderd-veertig
+meters boven de zee en te Lauterburg op honderd-vier. De totale oppervlakte van den Elzas bedraagt achtduizend-tweehonderd-zes-en-tachtig
+vierkante mijlen of acht-en-twintig-duizend-zeshonderd-zeven-en-zestig hektaren. Tusschen Sennheim en Ottmarheim, waar zij
+het breedst is, beslaat de vlakte van den Elzas acht-en-twintig kilometers, tegen twintig op de hoogte van Colmar of Straatsburg.
+
+</p>
+<p>Hetzij men van Colmar over Ensisheim naar het Hartwald gaat, hetzij men over Horburg en Breisach den weg naar den Rijn volgt,
+steeds vertoont de vlakte hetzelfde eigenaardige karakter. Ons oog ontmoet geen grootsche, majestueuse landschappen, zoo als
+de bergen en valleien der Vogesen ze in zoo ruimen overvloed aanbieden, en evenmin belangrijke monumenten; maar ter rechter-
+en ter linkerhand breidt zich het vruchtbare land uit, waarop altijd menschen aan den arbeid zijn en dat ons verheugt door
+het beeld van den gezegenden overvloed. Het eerste dorp, dat wij op den weg naar het Hartwald ontmoeten, is Heiligkreuz, dat
+achthonderd inwoners telt en zich in de veilige en weldadige schaduw van een voormalig nonnenklooster heeft gevormd. Dan volgt,
+tien mijlen verder, Meienheim, waar de weg over eene fraaie steenen brug naar den anderen oever van de Ill overgaat. Niederhergheim,
+Oberhergheim, Biltzheim, Niederentzen en Oberentzen beuren ter linkerhand langs de murmelende rivier hun fijne kerkspitsen
+ten hoogen. Dan ziet men, aan den anderen oever van de Ill, Regisheim en Ensisheim. Voor den tijd der spoorwegen werden deze
+dorpen, waar de paarden moesten drinken of verwisselen, dagelijks bezocht door twaalf of vijftien diligences, ongerekend de
+talrijke voertuigen en wagens. Tegenwoordig is de vroeger zoo drukke en levendige weg eenzaam en verlaten en wordt alleen
+nog maar gebruikt door boerekarren. Gelukkig heeft de vermindering van het verkeer geen afbreuk gedaan aan de welvaart der
+bevolking, dank zij de buitengewone vruchtbaarheid van den vetten kleigrond. Men ziet weinig boomen, hetgeen aan het landschap
+iets eentonigs en plats geeft. Bij de jongste normalisering van den loop der Ill heeft men hier en daar jonge wilgen en acacia&#8217;s
+geplant. Voor deze normalisering, waarmede nu omstreeks tien jaren geleden begonnen werd, veranderde de rivier dikwijls van
+bedding en wijzigde haar onregelmatigen loop na iederen was, tot groote schade van het bebouwde land.
+
+</p>
+<p>Horburg mag welhaast eene voorstad van Colmar worden genoemd, even als Logelbach. Even <a id="d0e741"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e741">296</a>]</span>boven de prachtige steenen brug van Horburg neemt de Ill de Thur op, en even benedenwaarts de Lauch: twee rivierkens, uit
+de valleien van Thann en Gebweiler afkomstig, en wier vereeniging met de Ill deze laatste, beneden den Ladhof bevaarbaar maakt.
+Deze Ladhof diende gedurende de middeleeuwen der stad tot haven: de scheepvaart op de Ill was toen, bij gemis van andere gemeenschapswegen,
+veel drukker dan tegenwoordig. Het dorp Horburg met eene bevolking van achttienhonderd-vijf-en-tachtig inwoners, behoort tot
+het kanton Andelsheim, met achttien andere gemeenten, die uitsluitend van landbouw leven, en die tusschen den weg langs den
+Rijn en de Ill verspreid liggen. De bevolking van het geheele kanton bedroeg in 1880 twaalfduizend-zes-honderd-twee-en-veertig
+zielen, omstreeks duizend minder dan twintig jaar vroeger. Die vermindering der bevolking van het platte land is een zeer
+ongunstig verschijnsel, maar dat zich overal voordoet waar geen industrie of fabrieken zijn. Toch bezitten alle gemeenten
+langs de Ill uitmuntende bouwgronden, waarvan de vruchtbaarheid door geen andere overtroffen wordt. Hoewel de opbrengst van
+den grond in kwantiteit toeneemt, vermindert het aantal personen, die van den landbouw leven: de reden hiervan ligt zoowel
+in de steeds klimmende eischen der arbeiders, als in het toenemend gebruik van werktuigen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-296.jpg" alt="Drijfjacht op hazen."></p>
+<p class="figureHead">Drijfjacht op hazen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Horburg, dat met zijn prachtige linden en zijne brug over de Ill geene onaardige vertooning maakt, is beroemd om zijn sperges,
+waarin hier een belangrijke handel gedreven wordt, en die onze boeren uit de vlakte van de Ill, naar het zeggen der kenners,
+uitnemend weten klaar te maken. Gedurende zeven of acht eeuwen was Horburg een graafschap, dat onder de vorsten van Wurtemberg
+stond. Zijn sterke burcht werd herhaalde malen verwoest en weder opgebouwd. Opgravingen hier ter plaatse hebben de overblijfselen
+aan het licht gebracht van een romeinsch castrum, benevens verschillende andere voorwerpen uit dien tijd. Beatus Rhenanus
+en andere geschiedschrijvers van den Elzas zoeken hier de plaats van het oude Argentovaria, waar de legioenen van keizer Gratianus
+de Allemannen versloegen, na de schitterende overwinning, waarvan Ammianus Marcellinus ons een zoo treffend verhaal heeft
+gegeven. De commissie van de op last van keizer Napoleon III vervaardigde historische kaart van Galli&euml; plaatst daarentegen
+Argentovaria bij het tegenwoordige Grusenheim, terwijl d&#8217;Anville en Walckenaar het te Atzenheim zoeken. Er is een geruime
+tijd verloopen sedert het jaar 377 of 384, waarin de groote slachting plaats had, aan welke nauwelijks een tiende gedeelte
+van het leger der Allemannen ontkwam. Bij gebreke van afdoende <a id="d0e750"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e750">298</a>]</span>bewijzen en bij mijne volkomen onbekwaamheid in het oplossen van etymologische raadseltjes, moet ik mij van een oordeel omtrent
+de verschillende aanwijzingen der archeologen onthouden. Trouwens, Artzenheim, Grusenheim en Horburg kunnen als de punten
+van een driehoek beschouwd worden, waarvan de oppervlakte niet grooter is dan die van het slagveld van Froschweiler-W&ouml;rth-Reichshofen,
+op 6 Augustus 1870. De afstand tusschen Horburg en Artzenheim, zoowel als tusschen Horburg en Grusenheim bedraagt in rechte
+lijn niet meer dan tien kilometers. Daar het germaansche leger, dat door Gratianus verslagen werd, op zestigduizend man wordt
+begroot, en dat der Romeinen op een derde of de helft, kunnen de beide legers zeer wel een terrein hebben ingenomen van zoodanige
+uitgestrektheid, dat de naam van Argentovaria op elk der drie genoemde dorpen kan worden toegepast. De verschillende meeningen
+omtrent de juiste ligging der plaats kunnen inderdaad vrij wat gemakkelijker met elkander in overeenstemming worden gebracht,
+dan die omtrent de etymologie van den naam Argentovaria en omtrent de wijze waarop daaruit de duitsche naam Horburg <span class="corr" title="Bron: zon">zou</span> zijn gevormd of afgeleid. Beatus Rhenanus schreef in de zestiende eeuw, dat de Duitschers de laatste lettergrepen van Argentovaria
+hadden geschrapt, en aan de overblijvende syllabe <i>ar</i> hun <i>burg</i> hadden toegevoegd; even als zij, op omgekeerde manier, van <i>Argentoractem</i> eerst <i>Storatiburgum</i> hadden gemaakt, en wel door weglating van de eerste lettergrepen; vervolgens hadden zij door het schrappen der klinkers <i>o</i> en <i>i</i>, <i>Stratburgum</i> verkregen, waaruit dan ten slotte Straatsburg was gegroeid! Volgens Sch&ouml;pflin is Argentovaria aan het keltisch ontleend en
+beteekent zooveel als <i>gesloten plaats des lands</i>; hij geeft echter dadelijk toe, dat het ook kan beteekenen, <i>stad op den doortocht door het land</i>. Pater Bach, een geleerde Jezu&iuml;et, vertaalt Argentovaria, Argontarat, als <i>doortocht</i> of <i>verblijf der ganzen</i>; want in het keltisch wil <i>rat</i> zeggen doortocht, <i>ari</i> verblijf, en de Galli&euml;rs noemden de wilde ganzen <i>gantae</i>, <i>gantes</i>. Willen wij het bij deze aardigheden maar laten?
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-297.jpg" alt="Zalmvisscherij in den Rijn."></p>
+<p class="figureHead">Zalmvisscherij in den Rijn.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wat er ook zij van deze etymologische raadseltjes, zooveel is zeker dat nog heden ten dage, in iederen herfst de wilde ganzen
+in den Elzas verschijnen, vermoedelijk zonder zich het hoofd er mede te breken, of zij haar naam hebben gegeven aan eene keltisch-romeinsche
+nederzetting. In al de dorpen der vlakte van de Ill houden de bewoners ook tamme ganzen in groote menigte. De laatsten moeten
+haar lever offeren voor de beroemde pasteitjes; op de eersten wordt jacht gemaakt. Zij die de plaats bezoeken, waar de slag
+van Argentovaria geleverd werd, doen dit voor verreweg het meerendeel meer ter wille van de jacht, dan om archeologische studi&euml;n
+te maken.
+
+</p>
+<p>Het verdient wel opmerking, dat de Landesausschuss, die te Straatsburg zitting houdt, onlangs eene wet heeft uitgevaardigd,
+die den wildstand zeer ten goede komt en ten gevolge zal hebben dat het getal der hazen toeneemt, terwijl dat der plattelandsbewoners
+vermindert. De jagers en jachtliefhebbers zijn met deze wet zeer ingenomen; de boeren echter, meestal kleine grondbezitters,
+dwepen er minder mede. En niet geheel zonder reden. Veronderstel, gij bezit een kleinen tuin of akker, dien gij met kool hebt
+beplant, en nu komen de hazen de jonge groenten opeten. Staat u dit niet aan en slaat gij een dezer ongenoode gasten dood,
+dan maakt de jachtopziener proces-verbaal tegen u op en ge betaalt eene boete, behalve de beschadiging van uw eigendom. Slechts
+wanneer uw grond behoorlijk afgesloten is, of wel indien ge eigenaar zijt van een stuk land van minstens vijf-en-twintig hektaren,
+valt ge buiten de termen der wet. Het is den boeren niet gemakkelijk aan het verstand te brengen, dat zij eene onrechtmatige
+daad plegen, wanneer zij op hun eigen grond een stuk wild, dat aan niemand behoort en hun groenten vernielt, vangen of doodslaan.
+
+</p>
+<p>Inmiddels vermenigvuldigen zich, in de vlakte van de Ill tot den Rijn, hazen en fazanten, ree&euml;n en patrijzen en kwartels naar
+hartelust, zoo zelfs dat periodieke drijfjachten moeten gehouden worden om, in het belang van den landbouw, eene al te sterke
+vermenigvuldiging tegen te gaan. Na zulk een drijfjacht keeren de jagers soms met drie of vier vol geladen wagens terug, met
+een buit van vierhonderd hazen, dertig ree&euml;n en tachtig fazanten, naar de heer Engelhard in zijn <i>Souvenirs d&#8217;Alsace</i> verhaalt.
+
+</p>
+<p>In onzen tijd van sentimenteele dierenbescherming ontbreekt het natuurlijk ook niet aan strafpredikati&euml;n tegen het jachtvermaak.
+En toch, hoe heerlijk is zulk eene jachtpartij, hoe rijk aan afwisseling en genot! Met het krieken van den dag verlaat ge
+uwe dompige woning, en wandelt in de frissche, heerlijke morgenlucht, met drie of vier vrienden, naar de aangewezen loopplaats.
+Allengs komen daar, van verschillende zijden, kleine groepen opdagen; het getal liefhebbers groeit; weldra is het gezelschap
+kompleet. Nu schaart ge u, met twintig of dertig andere jagers, langs een sloot of een hollen weg; wegschuilende achter boomen
+of golvingen van den grond. Tegenover u, op betamelijken afstand, heeft zich eene andere lijn gevormd van mannen en jongens,
+die nu met luid geroep en geschreeuw, en het slaan met stokken tegen steenen en boomen, het verschrikte wild opjagen en heendrijven
+in de richting waar gij u bevindt. Daar komen ze aansnellen, in ijlende vlucht, de hazen en ree&euml;n, onwetend den dood te gemoet.
+Daar knallen de schoten; daar buitelen de hazen en springen de ree&euml;n omhoog, om dan neer te vallen onder het knetteren der
+geweren, onder de luide bravo&#8217;s bij welgelukte schoten, onder het tergend gefluit bij mislukte. Voorzeker, ik kan het niet
+tegenspreken, daar is iets.... nu ja, iets onridderlijks in dat neerschieten van weerlooze dieren, waartoe niet de minste
+moed wordt vereischt, niets dan zekere bekwaamheid in het schieten. Maar toch, de rook, het schieten, de reuk van het kruit,
+het gezicht van het bloed, het gekerm der getroffen dieren, het tellen van den buit, de vroolijke gesprekken, <a id="d0e816"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e816">299</a>]</span>het verhaal van werkelijke of half werkelijke jachtavonturen:&#8212;al die beweging, dat rumoer, die opwinding, ze doen u het bloed
+sneller vlieten door de aderen, ze ontrukken u aan het alledaagsche, ze doen u met dubbel genot gevoelen dat gij leeft. En
+dan, dat heerlijke gevoel van vrijheid; die beweging en oefening in de frissche vrije lucht; het genot der telkens afwisselende
+tooneelen en landschappen, naar gelang van den tijd des jaars, van het weer, van plaats en uur, bij zonneschijn of nevel,
+bij regen of felle vorst, in het dichte bosch of op een open, zonnige plek in het woud, of wel in de vlakte, op het open kale
+veld zich uitstrekkende tot den schemerenden gezichteinder. Kunt ge niet begrijpen, dat het jachtvermaak, eens in vollen omvang
+gesmaakt, welhaast een hartstocht wordt?
+
+</p>
+<p>Een drijfjacht op hazen wordt doorgaans gehouden in eene vlakte van eene halve vierkante mijl. De jagers omsingelen het terrein,
+dat door de drijvers onder geleide van eenige jachtopzieners is afgezet. Bij de eerste geweerschoten trachten de meest achterdochtige
+hazen, opgeschrikt door het rumoer van de drijvers, die naar de jagers toe gaan, door den doodelijken cirkel heen te breken,
+en vallen als slachtoffers van hunne onvoorzichtigheid. Anderen zijn minder roekeloos en maken minder haast; zij gaan kalm
+op hun achterpooten zitten om den toestand te overzien. Zoo opzittende, zijn hunne voor- en achterpooten onophoudelijk in
+beweging, als trachtten zij in zenuwachtige spanning, onder de hen omsingelende vijanden de slechtste schutters uit te zoeken.
+Somwijlen raden zij goed, en gelukt het hun tusschen de nieuwelingen door te ontsnappen. Blijkt het dat zij zich vergissen,
+dan keeren zij terug, niet wetende waarheen zich te wenden, loopen heen en weer, gaan weer zitten, tot zij eindelijk meenen
+een vrijen uitgang, eene onbewaakte plek gevonden te hebben. Daar stormen zij dan op los: helaas, meestal om te vallen onder
+de kogels van dezen of genen rustenden jager. De schrik en de verbijstering van de arme dieren bereiken hun toppunt, wanneer
+de drijvers, die met hunne stokken zwaaien en luid schreeuwen, tot op eenige honderden schreden van de schutters genaderd
+zijn. Dan is het oogenblik gekomen van de groote slachting, het laatste oogenblik voor een honderdtal hazen, op eene kleine
+ruimte saamgedrongen. Zij kunnen niet teruggaan, zonder zich aan het gevaar bloot te stellen, dood geslagen te worden. Razend
+van schrik, overschrijden zij den noodlottigen cirkel, waarin de jagers, die zich nu saamgetrokken hebben en zonder tusschenpoozen
+hunne geweren laden, afvuren en weder laden, hen opsluiten. De meesten vallen dood op de plek of sterven, gewond, op eenigen
+afstand. Zoodra de gevallenen bijeen zijn verzameld, wordt de drijfjacht elders voortgezet.
+
+</p>
+<p>Maar het gebeurt niet altijd, dat na afloop van zulk een jacht eenige honderden hazen als buit worden medegevoerd: somwijlen
+keeren de jagers platzak terug, zelfs in de vlakte van den Rijn. Dit is mij zelven overkomen bij de eerste drijfjacht, waaraan
+ik deel nam, te Widensohlen, waar het jachtveld toch als goed bekend is. Volgens het zeggen van mijne medejagers, hadden de
+hazen zich in het kreupelhout verscholen, en wij konden het bosch niet laten afloopen, omdat de bladeren nog aan de boomen
+zaten. Om mijn weitasch te vullen, moest ik op eene boeren hofstede een kalkoen doodschieten, natuurlijk tegen betaling van
+schadevergoeding aan den eigenaar.
+
+</p>
+<p>Nog meer dan de vlakte, lokken de eilanden in den Rijn zoowel de jachtliefhebbers als de natuurkenners tot een bezoek uit.
+De machtige rivier, die de groote zwitsersche meren met de Noordzee verbindt, is eene door de natuur aangewezen heerbaan voor
+de tochten en verhuizingen der watervogels van allerlei pluimage. Platvoetige zwemmers, langbeenige steltloopers, breedgewiekte
+zeilers, allerlei soorten van vogels, grooten en kleinen, die de strenge winter van de noordpoolstreken naar zachter klimaat
+drijft, strijken vaak in dichte drommen neder op onzen Rijn. Daar is dan ook geen beter en gemakkelijker weg te bedenken voor
+de tallooze zwermen van eenden, wilde ganzen, raafeenden en talingen, uit de golf van Finland en van de klippen der IJszee
+afkomstig. Die weg wordt echter ook, maar zeldzamer, bezocht door den prachtigen zwarten zwaan, den noordschen vischarend,
+den kormoran: zeldzame, afgedwaalde bezoekers, die door stormen of heftige beroeringen in den dampkring uit hun baan zijn
+gedreven en het spoor bijster geraakt, maar die nu hun reis vervolgen in de richting der groenachtige wateren van het dal.
+De stilstaande wateren van voormalige rivierarmen, door de normaliseringswerken afgesneden en langzamerhand in dicht begroeide
+moerassen veranderd, bieden een uitgezocht verblijf voor de steltloopers: watersnippen, roerdompen, reigers, waterhoenders,
+en hoe ze verder heeten mogen, wier lange teenen hen in staat stellen over de weeke modder te loopen. Welwillend en gastvrij,
+deelen de steltloopers hun rijk met de plassers en ploeteraars, de zwempootigen, die in het water plompen en duiken. Als des
+avonds het zilveren vesperklokje luidt, verlaten de eenden de groote vijvers en kommen in de diepere gedeelten en in de overstroomde
+weilanden, waar zij zich veiligheidshalve overdag ophouden, en strijken onder luid gekwaak neder in de modderige poelen. De
+kievitten, van hun kant, vliegen des morgens en des avonds bij honderden heen en weer over de naastbijgelegen bebouwde akkers,
+maar koesteren zich, gedurende de warme uren van den dag, op de zandbanken en de kiezelsteenen in de oude bedding der rivier.
+De pluvieren, die in het naakte zand nestelen, zijn niet minder talrijk dan de spreeuwen in het riet. Twee of drie soorten
+van zeezwaluwen, die hier slechts tijdelijk toeven om haar jongen op te kweeken, beschrijven in het schoone jaargetijde, langs
+de oevers der rivier, haar bevallige lijnen en wendingen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-300.jpg" alt="Schippersdeerne op den Rijn."></p>
+<p class="figureHead">Schippersdeerne op den Rijn.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De Rijn was vroeger, ja eeuwen lang, zoo nukkig en grillig als een jong meisje, telkens van bedding veranderende, zich nu
+eens op dezen, dan op genen oever richtende, dan zich terugtrekkende van den Elzas om Baden te begunstigen, straks <a id="d0e831"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e831">300</a>]</span>weer omgekeerd, zonder regel of naspeurlijke reden. Alt-Breisach, op zijn vulkanische rots tronende, lag nu eens op den rechter,
+dan weer op den linker oever van de veranderlijke, onstandvastige rivier, die haar luimen bot vierde. Om aan dien onhoudbaren
+toestand een einde te maken, zijn de regeeringen der oeverstaten in overleg getreden, en hebben den stroom eene kunstmatige
+bedding aangewezen, waarbuiten hij niet meer treden kan of mag. V&oacute;&oacute;r den aanvang der normaliseeringswerken, die nu langs den
+geheelen Elzas welhaast voltooid zijn, had de hoofdstroom, ter rechter en ter linker zijde, een groot aantal zijtakken of
+armen uitgezonden, die deels tot de rivier terugkeerden, deels zich in het land verloren. Deze nu afgesloten takken, die telkens
+meer aanslibben, deze onwettige kinderen van den Rijn, volgens de uitspraak van de moderne wetenschap, vormen nog een net
+van eilanden, de woon- en wijkplaats der bovengenoemde vogelen. Veroordeeld om te verdwijnen, naar gelang van de aanslibbing
+der afgedamde riviertakken, nemen deze eilanden van jaar tot jaar in omvang toe en naderen steeds meer tot elkander, tot groote
+ergernis van de toekomstige jagers. Sommige van deze eilanden zijn niet meer dan kiezelbanken, waarop niets groeit en die
+bij hoog water overstroomd worden. Anderen, van meer omvang, door breede en diepe wateren gescheiden, hebben hooge, zandige
+oevers, omzoomd met eeuwenoude wilgen, dichte bosschen van eikenopslag en hoog hout, weilanden, en op de hoogere gedeelten
+bebouwde akkers. Ree&euml;n zwerven bij troepjes om door het bosch en tusschen de hooge heesters en varens, waar de jonge boerinnetjes,
+uit het frissche bad gekomen, ze in den zomer beloeren. Het wilde zwijn kiest zich een leger in de lagere gedeelten, te midden
+van doornen en distelstruiken, waar de haas eene rust en veiligheid vindt, welke hij in de vlakte te vergeefs zou zoeken.
+In den herfst, wanneer elders, in de groote bosschen tusschen de Ill en den Rijn, vaak gebrek aan water is, wemelt het hier
+van fazanten, en zoekt de patrijs hier eene schuilplaats, waarin zij zich ongenaakbaar acht. Bij drijfjachten levert deze
+streek voor de jagers zeer groote moeilijkheden op, uithoofde van de zoo talrijke stroompjes en beken, die elkander in alle
+mogelijke richtingen kruisen. Wenscht gij u van het eene eiland naar het andere te laten overzetten, vertrouw u dan gerust
+aan een dier flinke deernen toe, die volkomen voor hare taak berekend zijn en met vaste hand het ranke bootje weten te besturen.
+
+<a id="d0e833"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e833">389</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-389.jpg" alt="Straat te Neu-Breisach."></p>
+<p class="figureHead">Straat te Neu-Breisach.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XVI">XVIII</span></h2>
+<p>Ondanks haar rang van vesting, is Neu-Breisach er erg aan toe: geene andere stad in den geheelen Elzas heeft misschien zooveel
+geleden door de inlijving bij Duitschland als zij. Hare bevolking, die in 1871 nog negentienhonderd-een-en-zeventig zielen
+bedroeg, was in 1885 tot op veertienhonderd-zeven gedaald; het garnizoen, vroeger zestienhonderd man sterk, telt thans niet
+meer dan ruim vierhonderd man. Van de tweehonderd-zeventig huizen van het stedeke staan er vijf-en-vijftig ledig, ten gevolge
+van het vertrek hunner eigenaars, zonder dat zich iemand opdoet om ze te koopen. Deze achteruitgang is het gevolg van geheel
+eigenaardige omstandigheden: Neu-Breisach is geene handeldrijvende, industrieele of landbouwende stad: zij is niets meer dan
+eene vesting, een groot fort. In de laatste jaren van de zeventiende eeuw werd deze vesting door Vauban gebouwd, tegenover
+de vesting Alt-Breisach, het oude Mons Brisacus, aan den anderen oever, dat krachtens den vrede van Rijswijk aan Duitschland
+gebleven was. De nieuwe stad moest dan ook bepaaldelijk dienen tot huisvesting van soldaten. Bij koninklijke brieven van September
+1698 werden, ten einde inwoners te lokken, aan de gezinnen, die zich in Neu-Breisach vestigen zouden, zekere vrijdommen en
+voorrechten toegestaan. De burgerlijke bevolking leefde dan ook bijna uitsluitend van het garnizoen, en nu dit laatste zoo
+sterk verminderd is, zien de inwoners zich gedwongen, naar elders te vertrekken, willen zij niet van gebrek omkomen. Daar
+komt nog bij, dat de duitsche ambtenaren in den Elzas veelal de slechte gewoonte hebben, om hunne huishoudelijke benoodigdheden,
+voor zoo ver dit per post geschieden kan, uit hun geboorteland te laten komen. In de uitgestorven straten van Neu-Breisach
+tiert het gras dan ook zoo welig, dat men sommige buurten als weiland <a id="d0e845"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e845">390</a>]</span>zou kunnen verpachten. Ja, men zou zich des noods midden op de straat kunnen verkleeden, zonder iemands aandacht te trekken
+of door de policie lastig te worden gevallen.
+
+</p>
+<p>Op het midden van het plein staande, ziet de bezoeker te gelijk de vier poorten der vesting, die vlak tegenover elkander zijn
+gebouwd. De stad heeft de gedaante van een regelmatigen achthoek. Alle straten loopen lijnrecht, en de huizen vormen regelmatige
+vierkante blokken; zij zijn bovendien genoegzaam allen naar hetzelfde model gebouwd en hebben niet meer dan eene verdieping.
+Tijdens het bombardement van 1870 werd ongeveer een vierde gedeelte der bestaande woningen vernield. Na den oorlog werden
+de eigenaren schadeloos gesteld, onder voorwaarde dat zij hunne huizen zouden herbouwen, die nu voor een deel leeg staan.
+Het groote Paradeplein, in het midden der stad, is vierkant, en heeft eene oppervlakte van dertienduizend-vierhonderd-zes-en-vijftig
+vierkante ellen; het plein is omringd door eene driedubbele rij van lindeboomen, waarvan sommigen nog sporen van kogels vertoonen.
+Aan iederen hoek bevindt een diepe waterput; onder de boomen zijn van afstand tot afstand banken geplaatst. Op dit ruime plein
+kunnen tweeduizend man met gemak manoeuvreeren; tegenwoordig is het er doodstil; slechts des avonds ontmoet men er enkele
+eerzame oude-jongejuffrouwen, die met elkander een praatje komen houden. De vier kazernen van de vesting bevatten huisvesting
+voor meer dan tweeduizend man; in de partikuliere huizen kunnen nog vijfhonderd manschappen en honderd-twintig paarden worden
+geborgen, ongerekend de kasematten van de wallen, die nog vierduizend man konden bevatten, en de stallen van de kazernen,
+die ruimte hadden voor tweehonderd-veertig paarden. Behalve de tweehonderd-zeventig partikuliere huizen, vindt men te Neu-Breisach
+dertig woonhuizen, die aan den staat behooren en waarin de chefs van de militaire administratie waren gevestigd, benevens
+arsenalen. De kerk, hoewel netjes onderhouden, is een modern gebouw zonder eenig karakter. Het militaire hospitaal is thans
+gevestigd in de lokalen van een voormalig Kapucijnerklooster, dat tijdens de revolutie gesloten werd. De gemeente Neu-Breisach
+reikt niet verder dan de wallen der vesting; de grond, waarop de stad is gebouwd, werd door den staat van de gemeente Wolfganzen
+gekocht.
+
+</p>
+<p>Voor de stichting van Neu-Breisach stond, op het toenmalige Stroo-eiland, dat thans met den vasten wal verbonden is, gedurende
+het laatste vierde der zeventiende eeuw, de kleine stad Saint-Louis, waar van 1681 tot 1698 de souvereine Raad van den Elzas
+zijn zetel hield. Van dit stadje is tegenwoordig geen spoor meer te vinden; de landlieden uit den omtrek noemden het Strohstadt,
+uit hoofde van de strooien daken der huizen. Zoo als men weet, was bij den vrede van Rijswijk bepaald, dat de tegenover Alt-Breisach
+gebouwde nieuwe stad moest worden gesloopt. Deze stad, die vlak aan den Rijn lag, werd ook inderdaad gesloopt, on daarmede
+aan de letter van traktaat voldaan; maar vlak daarnaast bouwde Vauban de vesting, die thans nog op eenige kilometers afstands
+van den genormaliseerden stroom ligt. Op de plaats van een bolwerk, dat vroeger den toegang verdedigde tot eene vaste brug
+over den Rijn, werd het fort Mortier gebouwd, vlak aan den oever der rivier. Tengevolge van de normaliseeringswerken, waarop
+wij straks terugkomen, werd het bed van den Rijn kunstmatig versmald en verlegd. Eene schipbrug is in de plaats gekomen van
+de oude houten brug uit de dertiende eeuw, die over een eiland was gelegd. Sedert 1875 is een weinig meer bovenwaarts een
+nieuwe ijzeren brug gebouwd ten behoeve van den spoorweg van Colmar naar Freiburg. Dicht bij de schipbrug, aan den kant van
+den Elzas, staat eene oude herberg, waar de liefhebbers altijd uitmuntenden visch kunnen vinden, benevens rivierkreeften uit
+de Giesen en smakelijk wildbraad, met witten wijn die niet te versmaden is.
+
+</p>
+<p>Voor de vensters dezer herberg gezeten, kunt ge, in afwachting van uw vischmaal, van het uitzicht genieten op Alt-Breisach.
+Hoe geheel anders ziet die stad er nu uit, dan wij haar op prenten uit de zeventiende eeuw vinden afgebeeld! Verdwenen zijn
+de bolwerken en de driedubbele muren; verdwenen de hooge toren aan het einde van de brug, de zware gekanteelde slottoren,
+en de vroolijk zingende klokken van het Franciskaner- en het Dominikanerklooster, en ook de oude toren bij den waterput in
+de bovenstad. Slechts de statige, indrukwekkende Sint-Stefanuskerk verrijst nog in al hare majesteit op het hoogste punt van
+den vulkanischen heuvel, omringd door brokken muurs en geraamten van huizen: eene herinnering aan het bombardement van 1793,
+toen de vestingwerken der oude stad door het fransche geschut geheel werden vernield.
+
+</p>
+<p>Tijdens de romeinsche heerschappij lag, volgens Beatus Rhenanus en Sch&ouml;pflin, de Mons Brisacus of Alt-Breisach op den linker
+Rijnoever, hetgeen echter door Cluvier en Zeiler wordt tegengesproken. Onwaarschijnlijk is het evenwel niet. De jaarboeken
+der Dominikanen van Colmar berichten dat in 1295 de rivier, die sedert langen tijd de stad Breisach van den Elzas gescheiden
+had, hare bedding gedeeltelijk overbracht naar de andere zijde van den berg. Reeds in de tiende eeuw spreekt Luitprand van
+Breisach als van een eiland, terwijl de stad op de kaart van den Elzas, in 1576 door Daniel Speckle vervaardigd, door een
+tak van den Rijn wordt omringd. Voor den geoloog, die de gesteldheid van het terrein onderzoekt, is de aanwezigheid van voormalige
+bermen en geulen aan de oostzijde van den rotsheuvel waarop Alt-Breisach is gebouwd, een afdoend bewijs, dat de rivier vroeger
+daar haar loop had. Eene wet van Valentinianus, opgenomen in den codex van Theodosius, is gedagteekend van de romeinsche vesting
+Brisacus, den dertigsten Augustus 369. Tegenwoordig kunnen wij op het terrein zelf, veel duidelijker dan in charters en kronieken,
+het spoor volgen van de verschillende beddingen, die de rivier achtereenvolgens innam en weder verliet, naarmate de insnijdingen
+in den bodem der vallei dieper werden, terwijl de oevers trapsgewijze omhoog stegen. De <a id="d0e855"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e855">391</a>]</span>wijde krommingen en bochten van de oude beddingen de gesteldheid van den bloot gekomen rivierbodem, nog kenbaar aan plassen
+en rietbosschen, waar de liefhebbers ter eendenjacht gaan; de ligging der kiezelbeddingen,&#8212;dit alles stelt ons in staat, het
+vermogen en de stroomsnelheid van den Rijn in verschillende tijdperken te berekenen en de langzamerhand toenemende versmalling
+van zijn bed na te gaan. In historische tijden lag, naar men bijna met zekerheid mag aannemen, het oude Mons Brisacus nu eens
+op den eenen, dan weder op den anderen oever der rivier, naar gelang deze, ten gevolge van sterken was, haar loop veranderde.
+
+</p>
+<p>Wanneer wij met opmerkzaamheid de gesteldheid van de Rijnoevers in den Elzas en in Baden gadeslaan, kunnen wij nog de sporen
+ontdekken van drie groote takken of hoofdbeddingen, die betrekkelijk nog van jongen datum zijn en beurtelings door een net
+van zijarmen met elkander verbonden waren. Beneden Kembs liep de groote linkerarm van de rivier door de tegenwoordige vallei
+van de Ill tot aan Straatsburg. Naar het schijnt, zou de verzanding aan den bovenmond en de scheiding van den tegenwoordigen
+Rijn het gevolg zijn geweest van de natuurlijke werking der stroomingen, waarvan de sporen nog zichtbaar zijn in de aanspoelingen
+van keien, die van de Alpen zijn medegevoerd. Boven den Kaiserstuhl scheidde zich de rechterarm van den hoofdstroom af, liep
+om dien vulkanischen berg heen, en volgde dan den zoom van het Schwarzwald, waar de oude loop nog te herkennen is tot voorbij
+Ettlingen. Verzandingen in het bovenste gedeelte van dezen rivierarm en de voortgaande aanslibbing langs de verschillende
+beken en rivierkens, die van het Schwarzwald afdalen, hebben eindelijk het water van dezen tak teruggedrongen naar de hoofdbedding.
+Dit is ook ten slotte het geval geweest met de andere zijtakken; maar de vereeniging met de hoofdrivier schonk het aanzijn
+aan eene groote menigte eilanden en een warnet van grootere en kleinere kanalen en killen. Ten tijde van de romeinsche heerschappij
+waren Schlettstadt en Colmar misschien nog rechtstreeks met den hoofdstroom van den Rijn verbonden, hoewel dit niet uit geschreven
+dokumenten blijkt. Zeker is het echter, dat men te Ettlingen en te Durlach onmiskenbare sporen heeft gevonden van oude aanlegplaatsen
+uit den romeinschen tijd. De groote afstanden tusschen de hooge gronden ter wederzijde van de rivier, de scherpe bochten midden
+door het land, de talrijke greppels en killen, ten deele nog met water gevuld, de moerassen en veenen leeren ons nog heden,
+welke groote veranderingen, zelfs nog in betrekkelijk jongeren tijd, de loop van den Rijn heeft ondergaan. De vlekken en dorpen,
+in het overstroomingsgebied gelegen, zijn dan ook bij herhaling het slachtoffer geweest van deze wisselingen. Op den linkeroever
+werden Rheinau en W&ouml;rth in de middeleeuwen geheel verwoest en sedert herbouwd; het klooster Arnulfsau, in den omtrek van Drusenheim,
+is spoorloos verdwenen. Gelijk lot trof op den duitschen oever de dorpen Tringheim en Hundfeld nabij Kehl, en de kloosters
+H&ouml;hnua, Thumhauser en Mufflenheim boven Seltz.
+
+</p>
+<p>Maar de Rijn is eene te belangrijke, te beroemde rivier ook, om hem niet meer van nabij te beschouwen en eene opzettelijke
+studie te wijden.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XVII">XIX</span></h2>
+<p>Er bestaat geene vertrouwbare kaart, waarop men de veranderingen in den loop van den Rijn, sedert de middeleeuwen tot op onzen
+tijd, zou kunnen nagaan. Eene kaart van den ridder Beaurain, in Frankrijk vervaardigd om daarop de veldtochten van Turenne
+langs den Rijn, in de jaren 1674 en 1675, aan te wijzen, toont ons de rivier bezaaid met een groot aantal boschrijke eilandjes,
+door meer of minder breede armen gescheiden; zoo zelfs, dat eene militaire brug tusschen het dorp Plobsheim en het fort Altenheim
+gelegd, over acht armen van de rivier moest gaan om Baden met den Elzas te verbinden. Sch&ouml;nau, Rheinau, Drusenheim, Schattmatten
+en Seltz, tegenwoordig een &agrave; twee kilometers van den Rijn verwijderd, lagen toen vlak aan den oever. Vrij breede riviertakken
+vloeiden langs Wanzenau en Gambsheim, terwijl Dalhunden op den rechter oever lag. Voor den aanleg van het kanaal van de Ill
+naar den Rijn, dat in 1838 voltooid werd, was Straatsburg door drie dwarskanalen met den hoofdstroom verbonden. De normaliseringswerken,
+in de jongste tijden door de regeeringen der oeverstaten naar een vast plan uitgevoerd, hebben der rivier eene regelmatige
+en minder wisselvallige bedding aangewezen.
+
+</p>
+<p>Dadelijk nadat de Rijn, bij Bazel, de breede kloof tusschen de uitloopers van den Jura en het Schwarzwald verlaten heeft,
+raakt hij de grens van den Elzas. Op de Alpengletschers geboren en gevoed door talrijke beken en stroomen, die aan alle zijden
+van den Sint-Gothard, het centraalpunt der zwitsersche Alpenketen, afdalen, richt de prachtige rivier haar loop naar het meer
+Constanz, waarin zij zich tijdelijk verliest en als het ware de eerste periode van haar leven afsluit. Het schilderachtige
+zwabische meer verlatende, stroomt de Rijn naar het groote keerpunt bij Bazel, na vooraf de Limmatt en de Reuss, onder den
+naam van Aar tot eene belangrijke rivier vereenigd, te hebben opgenomen. De lengte van den Rijn, van zijn oorsprong in Grauwbunderland
+tot aan zijn uitloop in de Noordzee, bedraagt dertienhonderd-zes-en-twintig kilometers, waarvan vierhonderd-veertig tot de
+kromming bij Bazel en tweehonderd langs do grenzen van den Elzas. Bij het Tomameer in Grauwbunderland, dartelt de pas geboren
+rivier op eene hoogte van tweeduizend-driehonderd-vier-en-veertig meter boven de zee; in het meer van Constanz bedraagt die
+hoogte driehonderd-vier-en-tachtig meter; bij de brug te Bazel, tweehonderd-zes-en-twintig meter; bij de brug te Kehl, honderd-vijf-en-dertig
+meter, en te Lauterburg honderd meter: alles berekend naar het nulpunt van het amsterdamsche peil.&#8212;Het vermogen der rivier
+bedraagt tegenwoordig ter hoogte van Bazel, gemiddeld achthonderd kubiek meter, maar wisselt tusschen de tweehonderd en <a id="d0e869"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e869">392</a>]</span>twaalfhonderd kubiek meters en meer. Bij sterken was heeft men, in het einde van December 1882, te Kehl een afvoer gehad van
+vijf- tot zesduizend kubiek meter per sekonde.
+
+</p>
+<p>Men kan eigenlijk niet zeggen dat de Rijn eene natuurlijke grens is, want in de eeuwen der volksverhuizing zijn stam bij stam
+de rivier overgetrokken; maar toch is de Rijn, sedert den aanvang der historische tijden in Midden-Europa, eene grens geweest,
+welker bezit de machtigste rijken elkander bij herhaling hebben betwist. Welk eene reeks van groote en gewichtige gebeurtenissen
+hebben, sedert de verschijning der Romeinen, zijne oevers niet aanschouwd! Hoe veel bloed heeft er niet gestroomd om het bezit
+van het schoone, gezegende land, waardoor hij zijne blonde wateren stuwt, zijne blonde wateren, waarin wijd beroemde steden
+zich spiegelen! En ook, welk een bron van zegen en welvaart was hij, de eeuwen door, voor de bevolking langs zijn zoom! Geene
+andere rivier misschien werd zoo vaak bezongen; voor geene andere klopt het hart van den Duitscher zoo warm als voor <i>Vater Rhein</i>, ge&euml;erd en gevierd als ware hij de schepper des lands.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-392.jpg" alt="Een kreeftenvisscher."></p>
+<p class="figureHead">Een kreeftenvisscher.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Bazel is gebouwd op een kiezelbank, bestaande uit keien gelijk aan die welke de Rijn medevoert, en waarvan het hoogste punt
+op vijf-en-zestig meters boven den tegenwoordigen middelbaren waterstand ligt. Deze kiezelbank verdeelt zich in en bij de
+stad in terrassen, die amphitheatersgewijze, soms met vrij steile hellingen, naar de rivier afdalen, en zich op regelmatige
+afstanden langs de beide oevers uitstrekken, tot ongeveer op de hoogte van Alt-Breisach.
+
+</p>
+<p>Boven de oude kiezel van deze terrassen vindt men, over groote uitgestrektheden, maar in zeer ongelijke dikte, de slib of
+klei, waaruit de vruchtbaarste velden in de vlakte van den Elzas bestaan. Deze slib, geheel verschillende van de mergelhoudende
+slib welke de rivier thans achterlaat, is vermoedelijk aangevoerd door het water, dat uit den ouden Rijngletscher stroomde,
+toen deze zich nog tot in de omstreken van Bazel uitstrekte. De Rijn moet destijds een veel vermogender rivier zijn geweest
+dan tegenwoordig: anders had hij onmogelijk tot op zoo verren afstand die massa&#8217;s slib kunnen medevoeren, waarvan de dikte
+op sommige punten vijftig meters bedraagt. Nog heden is de stroom ter hoogte van Bazel zoo sterk, dat de rivier keisteenen
+ter zwaarte van vijf-en-twintig pond en meer medevoert.
+
+</p>
+<p>Tusschen de beide natuurlijke terrassen of hooge gronden, die zich beneden Bazel langs de rivier uitstrekken, begrenzen de
+wederzijdsche bandijken eene vlakte van drie tot zes kilometers breed, die bij hoog water nog wordt overstroomd, en waardoor
+<a id="d0e887"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e887">393</a>]</span>de Rijn vroeger zijn loop nam in eene telkens wisselende, door tallooze kanalen doorsneden bedding. Van afstand tot afstand
+ziet men nog, twee of drie mijlen van den tegenwoordigen thalweg verwijderd, kommen en killen, overblijfselen van oude riviertakken,
+voor het meerendeel thans van den hoofdstroom afgesloten: zij vormen de thans oneigenlijk zoo genoemde eilanden van den Rijn.
+Bosschen en kreupelhout, akkers en weilanden, onder den naam van <i>ried</i> en <i>gr&uuml;n</i> bekend, volgen hier in bonte afwisseling op elkander: een waar paradijs voor de jagers. Zonder de kunstmatige normalisering
+van het rivierbed en de daarmede in verband staande bedijking, zou men ook nu nog kunnen zien gebeuren, wat vroeger herhaaldelijk
+plaats greep, dat de rivier bij overstrooming hare bedding verlegde. Zoo werd in 1570 het dorp Neuburg, bij Germersheim, van
+den rechter- naar den linkeroever verplaatst; zoo werd nog in het begin dezer eeuw het riviertje de Moder, bij Hagenau, gedwongen
+om zijn loop met omstreeks twintig mijlen te verlengen, ten einde den Rijn, nabij Fort-Louis, te bereiken. Hieruit blijkt,
+hoe moeilijk in den romeinschen tijd en in de middeleeuwen vaak de toegang tot de rivier was, en hoeveel strategisch gewicht
+werd gehecht aan die punten, waar het water van den Rijn in eene scherp begrensde bedding vloeide en dus de overtocht gemakkelijk
+viel.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-393.jpg" alt="Op de killen."></p>
+<p class="figureHead">Op de killen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Daar waar de dus genoemde thalweg&#8212;dat is, de lijn van de grootste diepte&#8212;den oever raakt, bedraagt de diepte thans, gedurende
+het geheele jaar, minstens zes el beneden het nulpunt der peilschaal, overeenkomende met middelbaren waterstand. Op de ondiepten
+tusschen de kiezelbanken staat niet meer dan een el water en vaak nog minder. De pontons van de schipbruggen te Kehl en te
+Breisach rusten des winters dikwijls op de kiezel, in plaats van te drijven. Telken jare worden door de ingenieurs, met de
+werken van den Rijn belast, die banken opgenomen en de ondiepten gepeild. Deze ondiepten zijn eene zeer wezenlijke belemmering
+voor de scheepvaart, die zich niet ontwikkelen kan, zoolang het bed der rivier niet zal zijn gezuiverd en de banken en ondiepten
+weggeruimd.
+
+</p>
+<p>In de maand Februari begint de rivier te wassen. Deze aanvankelijk zeer geringe was houdt weder op in Maart, welke maand in
+onze streken doorgaans zeer droog is; te beginnen met April gaat de was echter sneller, om haar toppunt te bereiken in Juni.
+In Juli begint het water weder te zakken; de sterkste daling heeft plaats in de maand September. Natuurlijk komen er in de
+verschillende jaren meer of minder sterke afwijkingen voor, naar gelang het jaar droger of regenachtiger is.&#8212;Zoo als ik reeds
+zeide, nemen de ingenieurs telken <a id="d0e904"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e904">394</a>]</span>jare de ligging en de gesteldheid der kiezelbanken op, die het bed van den Rijn versperren. Bij hoog water worden die banken
+of platen overstroomd; als het water zakt, komen zij weer boven. Tusschen Lauterburg en Straatsburg telt men niet minder dan
+drie-en-zestig van zulke platen; boven Straatsburg tot Bazel is haar aantal vooral niet minder. Ten gevolge van de verplaatsing
+van de kiezel bij hoog opperwater en sterken stroom, ondergaan die platen gedurige verandering, waarmede de schippers op den
+Rijn rekening hebben te houden.
+
+</p>
+<p>Deze kiezelplaten in den Rijn, die ook voor de zalmvisscherij benuttigd worden, verschaffen mede bezigheid aan de goudzoekers.
+Een charter van het jaar 667, door een hertog van den Elzas, Etichon genoemd, verleend, geeft reeds aan een klooster het recht
+om goud te wasschen. Nog in de laatste tijden leverden de goudzoekers uit den Elzas en uit Baden jaarlijks aan de munt te
+Karlsruhe voor de waarde van veertig &agrave; vijftigduizend francs van het kostbare metaal. Men vindt dit goud vooral op de kiezelplaten,
+met zand vermengd. Maar de arme lieden, die het zoeken, verdienen zoo weinig met dien arbeid, dat zij daartoe alleen hunne
+toevlucht nemen als zij niets anders te doen hebben. Het goud komt niet voor in de gedaante van groote of kleine korrels,
+maar van zeer dunne loovertjes, die ter nauwernood een millimeter groot zijn. Doorgaans bevatten tienduizend pond kiezel niet
+meer dan zes grammen goud. Een hoop kiezel van tien kubiek meters levert bij de wassching niet meer op dan twee en een half
+gram goud. Gedurende de beste jaren ontving de munt te Karlsruhe van twaalf tot vijftien pond, vertegenwoordigende vier vijfden
+van de geheele produktie langs den loop der rivier van Bazel tot Philipsburg. Wanneer men nu in aanmerking neemt, dat een
+goudzoeker nog geen twee francs per dag verdient, dan zal men lichtelijk begrijpen dat een zoo weinig winstgevend bedrijf
+al meer en meer verwaarloosd wordt. Het is veel voordeeliger zich als dijkwerker te verhuren of in de fabrieken te arbeiden,
+dan langs den Rijn goud te zoeken.
+
+</p>
+<p>Voor de uitoefening van dat bedrijf heeft de goudzoeker overigens niet veel gereedschap noodig. Het goudwasschen geschiedt
+tegenwoordig op vrij wel dezelfde manier, die Heberer, in 1582, te Seltz in praktijk zag brengen. Met een ijzeren schop voorzien,
+schept de goudzoeker eenige ponden kiezel op en schudt die in het water heen en weer, ze tevens oppervlakkig onderzoekende.
+Na de groote keien verwijderd te hebben, maakt hij eene beweging met de schop, zoodat het lichte zand door het water wordt
+medegespoeld. Vervolgens worden ook de kleine steentjes verwijderd. Na nog eenige bewegingen met de schop, houdt hij niets
+over dan zwart zand, dat eene groote hoeveelheid met titanium verbonden ijzer bevat, en waarin een geoefend oog al spoedig
+de verborgen goudloovertjes ontdekt. Als hij met iedere schop meer dan een dozijn loovertjes verkrijgt, heeft hij kans meer
+dan een franc per dag te verdienen. Na aldus eene zekere hoeveelheid zand verzameld te hebben, begint de operatie van het
+wasschen. Daartoe gebruikt hij eene twee el lange en een el breede schuine plank, die met een stuk grove wollen stof is bekleed,
+en aan welker boveneinde een soort van teenen horde is aangebracht, waarvan de trali&euml;n twee duim tusschenruimte hebben. Het
+kiezel wordt nu tegen die horde gelegd en vervolgens met water begoten: het zand en de nog overgebleven kleine steentjes worden
+door het afstroomende water medegevoerd, terwijl de goudloovertjes en het fijne zand in de wol blijven vastzitten. Het wollen
+kleed wordt nu van tijd tot tijd in eene tobbe uitgespoeld; en het op den bodem achtergebleven zand naar huis medegenomen
+om daar eene laatste zuivering te ondergaan. Ge ziet, het kost moeite genoeg, een weinig goud machtig te worden.
+</p>
+<hr><p>
+
+</p>
+<p>Twee malen ben ik, te beginnen van Bazel, den Rijn afgevaren: eens met de ingenieurs, aan wie de uitvoering der rivierwerken
+is <span class="corr" title="Bron: opgedradragen">opgedragen</span>, en eens in gezelschap van de leden van onzen provincialen landdag, die zich door eigen aanschouwing van den stand der werken
+wenschten te vergewissen.
+
+</p>
+<p>Bij den laatsten tocht was het bij uitnemendheid mooi weer met prachtigen zonneschijn. En de tocht was inderdaad een soort
+van triomftocht: overal werden wij met gejuich, met kanon- en geweerschoten ontvangen; steden en dorpen waren met vlaggen
+en groen versierd; overal werd ons de eerewijn aangeboden, en de heeren zelven waren in de beste en vroolijkste stemming.
+De vergadering was bijna kompleet, evenzoo als de regeeringscommissarissen. Slechts enkelen ontbraken, die tegen zulk eene
+vaart, met het oog op hunne gezondheid of hun gestel, meenden bezwaar te moeten maken. Daar gaat op den Rijn, zoo als men
+weet, een zeer snelle en sterke, bij wijlen zelfs een zeer hevige stroom; en al is iemand volksvertegenwoordiger, kan het
+hem toch overkomen, dat hij zich op het water minder op zijn gemak gevoelt.
+
+</p>
+<p>Maar liever dan u een officieel proces-verbaal aan te bieden van de stroombevaring door de leden van den landdag, wil ik u
+eenvoudig het verhaal doen van mijn eerste tochtje op de rivier met de ingenieurs. Op dien dag&#8212;het was Vrijdag, 28 September
+1882&#8212;was het weer veel minder mooi: de hemel was grauw en donker en het regende hard. De hoog gezwollen wateren kookten en
+bruisten onder de oude brug te Bazel. Vader Rijn was blijkbaar niet in zijn humeur en scheen ons toe te roepen: &#8220;Vandaag niet!
+Komt mij een anderen dag bezoeken: ik ben nu niet te spreken.&#8221; Te spreken of niet, wij zijn in het schuitje en kunnen niet
+meer terug. Vader Rijn moet het nu maar voor lief nemen. In woeste snelle vaart voeren de voortgejaagde golven ons mede: eer
+wij het weten, varen wij onder de brug van Huningen door. Bazel verdwijnt welhaast uit het gezicht, met zijne torens en hooge
+oevers. Beneden de stad verheffen zich langs de rivier eenige fabrieken van chemische <a id="d0e921"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e921">395</a>]</span>stoffen, met haar leelijke schoorsteenen, die ons hun rook en roet nazenden: even onaangenaam voor den reuk als het vuile
+water en de verwerkte stoffen dier fabrieken, die in den Rijn uitstroomen, verderfelijk zijn voor de zalmteelt.
+
+</p>
+<p>Dicht bij de schipbrug van Huningen verbindt een ijzeren brug de badensche spoorwegen met het spoorwegnet van Elzas-Lotharingen;
+deze verbinding heeft voornamelijk een strategisch doel: zij moet namelijk de beweging mogelijk maken van troepen, die uit
+Zwaben en Wurtemberg komen, zonder het neutrale grondgebied van Zwitserland te schenden. Dicht bij de brug ziet men ook den
+mond van het kanaal, dat den Rijn met de Rh&ocirc;ne verbindt; vlotvoerders zijn bezig met houtvlotten, uit Zwitserland en het Schwarzwald
+afkomstig, binnen het kanaal te sturen. De pontons van de schipbrug zijn gedeeltelijk van hout, gedeeltelijk van zink; maar
+deze laatsten, die moeilijk te herstellen zijn, verdienen geene aanbeveling. Naast de brug staat een magazijn, waarin de noodige
+materialen voor herstellingen worden geborgen. Ten einde in geval van snellen was of hoog opperwater tijdig te kunnen waarschuwen,
+heeft men eene telegraaflijn aangelegd, waardoor de bureaux van de ingenieurs te Colmar en te Straatsburg in rechtstreeksche
+verbinding staan met de brug- en dijkwachters, die onderling telefonisch verbonden zijn. Minder goed geregeld is de dijkverdediging
+door de oeverbewoners, wanneer er gevaar is voor doorbraak; het ware zeer wenschelijk, dat de regeering zich die zaak aantrok
+en eene behoorlijke organisatie met een vast personeel invoerde.
+
+</p>
+<p>Een paalregel, uit houten en ijzeren palen samengesteld en die in schuine lijn, van het midden der schipbrug, in de richting
+van den linker oever loopt, beschermt de pontons tegen het geweld van den stroom, wanneer bij hoog water de brug moet worden
+weggenomen. Ook de houtvlotten zoeken vaak in deze soort van haven eene wijkplaats. Hier verlaten wij het bootje, waarmede
+wij van Bazel zijn gekomen, om over te gaan in de gouvernementsboot voor den dienst der rivierwerken. Deze boot, die met vier
+roeiers is bemand, heeft in het midden een overdekte kajuit, waar wij althans voor regen en zonneschijn veilig zijn. De regen
+heeft trouwens voor het oogenblik opgehouden, maar de lucht blijft betrokken. Veel liever hadden wij helder en warm weer gehad:
+doch daar is niets aan te doen, en pruttelen maakt de zaak niet beter.
+
+</p>
+<p>Terwijl de boot met groote snelheid door het water glijdt, hooren wij in onze onmiddellijke nabijheid een zonderling geluid,
+het best te <span class="corr" title="Bron: vergeken">vergelijken</span> bij het kletteren van hagel tegen de ruiten. Een der ingenieurs deelde mij mede, dat dit geluid werd veroorzaakt door de
+beweging der steenen op de kiezelbanken. Voor het oogenblik is geen van deze platen zichtbaar: bij zulk een hoogen waterstand
+zijn zij allen overstroomd. Eerst later, als het water zakt, komen zij weer voor den dag, maar dan op andere plaatsen dan
+waar zij zich v&oacute;&oacute;r den was bevonden. Die platen zijn dus in beweging, en die beweging is sneller, naarmate in den Rijn sterker
+stroom gaat. De wrijving en schuring van die kiezel veroorzaakt het slib, dat het water troebel maakt. Op sommige plaatsen
+worden de kiezelsteenen, door de kracht van den stroom, over de lage kribben en dammen heengeworpen, hoewel die minstens een
+el boven de kiezelplaten reiken. De normaallijnen, die een kunstmatig bed bij middelbaren rivierstand moeten vormen, zijn
+aangewezen door rijswerk en steenglooiingen; deze kunstmatige bedding doorsnijdt op verschillende punten den ouden thalweg.
+Langs de afgesneden rivierarmen zien wij bootslieden, die hunne schuiten voorttrekken; visschers maken daar, vooral bij regenachtig
+weer, hunne beste vangst, want dan zwemmen de visschen, door de openingen in de oeverwerken, de zijtakken in, waar zij in
+menigte gevangen worden. Het rijsbeslagwerk is bijna overal langs de normaallijnen aangebracht en met steen bestort; de oude
+zijtakken zijn op die wijze voor het meerendeel afgedamd; bij hooge waterstanden stroomt het water over die dammen heen en
+ontlast zich in de afgesneden killen.
+
+</p>
+<p>Wij varen onder de brug van Rheinau door en roeien voort, nu met de zon vlak in het gezicht. Gelukkig! want bij zulk eene
+vaart op den Rijn is mooi weer eigenlijk een vereischte. Zonder eenige inspanning bereiken wij omstreeks vier uren in den
+namiddag de uitmonding van de Kraft, eigenlijk een tak van de Ill, die zich bij Erstein van deze rivier afscheidt. Twee mijlen
+verder ligt de fraaie hoeve Altenheimer Hof schilderachtig tusschen het geboomte. Troepen soldaten oefenen zich in het zeilen
+en sturen, in de nabijheid van een fort, dat onlangs aan den oever der rivier is gemaakt en waarvan niets zichtbaar is dan
+de met gras begroeide taluds. Slechts de punthelmen der schildwachten op den wal verkondigen u, dat wat ge daar ziet, een
+fort is. Niet ver van daar, op den badenschen oever, ligt een tweede fort: beiden maken deel uit van de lijn van defensie
+der stelling Straatsburg. Rondom het fort Altenheim sluiten bosschen den horizon af, maar de Rijn zelf opent heerlijke gezichtspunten.
+De rivier heeft hier eene breedte van tweehonderd-vijftig el; de kalme watervlakte wordt door geen enkele bank of plaat gebroken.
+De stroom is hier veel minder snel; bij wijlen schijnt de koninklijke stroom een effen meer. Eene kleine boot, vol heeren
+en dames, steekt vlug en licht, vlak langs ons heen, de rivier over. In de verte beurt de kathedraal van Straatsburg haar
+fijne torenspits in de nu helder blauwe lucht. Welk eene afwisseling van gezichten en landschappen, bij iedere kromming van
+de rivier! Toch valt het niet tegen te spreken, dat de rivierverbetering, hoe nuttig ook onder andere opzichten, niet aan
+het schilderachtige bevorderlijk is geweest: trouwens de ingenieurs-wetenschap heeft niets te maken met schoonheid. Haar ideaal
+is eene zooveel mogelijk rechte rivier, tusschen regelmatige, rechtlijnige oevers ingesloten; en dit ideaal is gewis een geheel
+ander dan dat van dichters en kunstenaars, ja ook van hen, voor wie de schoonheid der levende natuur zeer, zeer veel meer
+waard is dan de mooiste mathematische <a id="d0e934"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e934">396</a>]</span>figuur. Zoo was dan ook, v&oacute;&oacute;r de normaliseering, de Rijn onbetwistbaar veel schooner en pittoresker. Toen vormden, bij hoog
+water, de verschillende vertakkingen van de rivier een majestueusen, uitgestrekten waterplas, die op sommige plaatsen eene
+breedte had van ettelijke mijlen. Ook nu nog biedt de rivier juist daar de schoonste gezichtspunten, waar de nog niet afgedamde
+zijtakken diep landwaarts indringen, te midden der statige, eeuwenheugende bosschen. Welke prachtexemplaren van eiken en ahornen
+vindt men nog op de voormalige eilanden, voor het meerendeel begroeid met schier ondoordringbaar kreupelhout, de geliefkoosde
+verblijfplaats van wilde zwijnen en fazanten. In de lagere gedeelten betwisten riet en biezen en gras de plaats aan het kreupelhout,
+tenzij een warnet van doornstruiken en wilde moerbezi&euml;n het geheele terrein inneme. Hier en daar vindt men, op de dichtst
+begroeide eilanden, nog enkele bevers, maar zij worden van jaar tot jaar zeldzamer. In het museum van natuurlijke historie
+te Mainz zag ik een grooten opgezetten bever, die aan den oever van Rijn gevangen was.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-396.jpg" alt="Een regenachtige dag."></p>
+<p class="figureHead">Een regenachtige dag.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Omstreeks vijf uren in den namiddag varen wij onder de brug van den spoorweg van Straatsburg naar Kehl, en komen even daarna
+aan den mond van den zoogenoemden Kleinen-Rijn, waar wij aan land gaan. Wij zijn te Straatsburg.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XVIII">XX</span></h2>
+<p>Een ander maal zullen wij het gedeelte van den Rijn tusschen Straatsburg en Lauterburg bevaren. Wij moeten nu eerst den stroom
+weer opvaren en <a id="d0e949"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e949">398</a>]</span>onze wandeling voortzetten door de Sundgau en het Hartwald. Maar alvorens daarheen te gaan, kan ik den lust niet bedwingen,
+nog weer eens om te dolen op de eilanden in de oude rivier: laat het zijn om te teekenen en, lukt het, ook te jagen. Wie op
+de manier van onze moderne toeristen door een land heenvliegt, leert het immers nooit kennen; en onze schoone Elzas is het
+inderdaad wel waard, goed bezien en gekend te worden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-397.jpg" alt="Goudzoekers aan den Rijn. (Blz. 394)."></p>
+<p class="figureHead">Goudzoekers aan den Rijn. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Blz.</abbr></span> <a href="#d0e904">394</a>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In den vroegen morgen van den 24<sup>sten</sup> September ging ik met den schilder Lix op weg naar Plobsheim, om daar onzen gemeenschappelijken vriend Louis Schutzenberger
+op te zoeken, die op zoo menige schilderij de natuur en het leven langs de boorden en op de eilanden van den Rijn met treffende
+waarheid en diep gevoel heeft weergegeven. De kunstenaar, die naar buiten was gegaan om te jagen, had voor het oogenblik zijn
+intrek genomen bij de villa Finck. De villa Finck, wel bekend bij alle jachtliefhebbers in Straatsburg, is eene eenvoudige
+visschershut, verbonden met eene tapperij. De huurders der omringende jachtterreinen hebben daarnaast een witgepleisterd huisje
+gebouwd, waarin ieder van de gasten, naar eigen lust en smaak, zijn nachtlogies inricht, hetzij in een hangmat, hetzij op
+eene eenvoudige matras. Als de regen lang aanhoudt, of als het te koud wordt, kan men zich bij het vuur warmen. Moeder Finck,
+de kookvrouw, heeft in haar kelder een zekeren witten wijn, waarvan de goede oude vrouw zelve wel wat druk proeft. Over het
+eten behoeft men zich niet bekommerd te maken: de stille wateren van de voormalige Rijntakken wemelen van visch, en het wild
+van allerlei soort is niet minder overvloedig. Zelfs de minst geoefende jagers kunnen zooveel wilde zwijnen en ree&euml;n, hazen,
+otters, dassen, eenden, kievitten, patrijzen en fazanten, snippen en pluvieren schieten, als zij maar verkiezen.
+
+</p>
+<p>Wellicht kunnen niet al mijne lezers zich eene duidelijke voorstelling maken van de villa Finck, ook al deel ik hun mede,
+dat zij op vijftien mijlen afstands van Straatsburg ligt, in de gemeente Plobsheim, op een eiland in den Rijn. Welnu, verbeeld
+u een open plek in het bosch, ter uitgestrektheid van een bunder, aan den eenen kant besproeid door een voormaligen arm der
+rivier, aan de andere zijde ingenomen door het jachthuis en de visschershut; rondom die woningen een moestuin met vruchtboomen
+en een op latwerk rustende wingerd, waaraan donkerblauwe druiven hangen. Tegen den muur van het huis hangen een aantal fuiken;
+terwijl aan den waterkant een groot, op palen uitgespannen kruisnet hangt te drogen. Eenige blondharige kinderen, flink en
+gezond van uitzicht, barrevoets, spelen met een troepje tamme eenden, die zich voor de deur hebben verzameld, maar zoo straks
+weder te water zullen gaan. Een gedeelte van dit terrein behoort aan den visscher Finck, die hier woont met zijne zonen en
+kleinkinderen; het overige wordt bebouwd door boeren uit het naburige dorp. Een koel en lommerrijk pad voert, midden door
+het eikenbosch, naar Plobsheim. Hier en daar worden de eiken afgewisseld door populieren, elzen en wilgen, als ook door de
+heesters en struiken, die gemeenlijk op lage vochtige plaatsen groeien.
+
+</p>
+<p>Toen wij aankwamen scheen het mooi weer. Bij ons vertrek van Straatsburg, omstreeks zes uren in den morgen, hing er een dikke
+nevel over de weilanden en over het water. Nu schijnt de zon helder en warm, en ondanks eenige min of meer verdachte wolken,
+zal de zon ook den geheelen dag blijven schijnen:&#8212;althans naar de verzekering van vader Finck, die ons zeer hartelijk ontvangen
+heeft en dien ik u nog moet voorstellen. Vader Finck is visscher van beroep, maar oefent daarnevens, als de gelegenheid gunstig
+is, ook het bedrijf van strooper uit. Hij is altijd op den uitkijk: geen schepsel kan zich boven, op, of in de wateren onder
+de aarde bewegen, of hij merkt het op met zijn scherpen, doordringenden, loerenden valkenblik, die altijd naar eene prooi
+schijnt te speuren. Naar men ons verhaalde, had die brave man eertijds een bijzonder zwak voor het wild op den badenschen
+oever. De hemel mag weten, hoeveel ree&euml;n en fazanten hij, zonder jachtakte of vergunning, aan den overkant van den Rijn gevangen
+heeft! Geen wonder dat hij nu en dan in botsing kwam met de jachtopzieners en veldwachters, die op hem loerden. Op zekeren
+dag of in zekeren nacht&#8212;de kroniek vermeldt niet of het feit bij zon- of bij maanlicht plaats greep,&#8212;keerde de visscher-strooper
+naar huis terug met een portie ganzenhagel in zeker lichaamsdeel. Zoo iets vergeet men niet licht, vooral omdat Finck wist
+welke jachtopziener hem die poets gebakken had. Eenigen tijd daarna lag onze vriend, wiens wonden waren geheeld, maar die
+even onbekeerlijk was gebleven, op de loer in de biezen. Hij zag den jachtopziener, die hem zoo goed geraakt had, zijn geweer
+op een zonnig plekje in het gras nederleggen, vervolgens zijne kleederen uittrekken en bij zijn geweer leggen, en eindelijk
+in het water afdalen. Nauwelijks was de jachtopziener in het bad, of de strooper sprong uit zijn schuilhoek te voorschijn,
+en maakte zich in een oogwenk meester van de kleederen en ook van het geladen geweer. Toen riep hij op spottenden toon den
+onthutsten jachtopziener toe, dat hij hem de keus liet, waar hij den kogel, dien hij, Finck, hem nog schuldig was, wilde ontvangen,
+in zijn hoofd of ergens anders. De badensche jachtopziener, die bij ondervinding wist dat de strooper nooit zijn doel miste,
+stond daar, ter dood verschrikt... &#8220;Kom aan, neen!&#8221; voer Finck voort, &#8220;ik zal u niet dooden. Maar vergeet niet dat ik uw leven
+in mijne hand heb gehad.&#8221;&#8212;En zonder de dankbetuiging van den opziener af te wachten, verwijderde de strooper zich. Later zijn
+beiden goede vrienden geworden: volgens booze tongen zelfs zoo goed, dat zij voor gezamenlijke rekening stroopten.
+
+</p>
+<p>Al was ons bezoek bij Schutzenberger onverwacht, de ontvangst was er niet minder hartelijk om. De jagers lagen nog in bed;
+terwijl zij zich gereed maakten om op te staan, namen wij een kijkje voor het venster. O ramp! het is eensklaps gedaan met
+het mooie weer: de lucht is geheel betrokken. <a id="d0e973"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e973">399</a>]</span>Terwijl onze vrienden zich aankleeden, regent het reeds vrij hard. En nog geen uur geleden, verzekerde vader Finck ons dat
+de zon den geheelen dag schijnen zou! Wij vertrouwden op zijn woord en rekenden op zijne weerkennis. Immers, een inboorling
+van de eilanden in den Rijn, die zijn leven lang in de buitenlucht heeft verkeerd, die vijftig jaren achtereen het beroep
+van visscher en strooper heeft uitgeoefend, zoo iemand dient toch de voorteekenen van goed of slecht weer te kunnen onderscheiden!
+Nu, als ware hij een almanak, antwoordt hij, dat het best mogelijk den geheelen dag kan regenen. Natuurlijk, als het geen
+mooi weer is, zal het wel regenen! Maar, als om den spot te drijven met den profeet, keert de wind en de regen houdt op. Na
+verloop van eenige oogenblikken schijnt de zon weer zoo helder als ooit. Na een landelijk ontbijt gebruikt te hebben, gaan
+Schutzenberger en de andere heeren op de patrijzenjacht, om voor het diner te zorgen. Lix en ik gaan met den zoon van Finck
+een watertochtje op den rivierarm maken, vooral met het doel om te teekenen en te schetsen.
+
+</p>
+<p>Hoe heerlijk is toch zulk een watertochtje, onder den lommer der overhangende takken. Op dezen grillig kronkelenden voormaligen
+arm van den Rijn behoeven wij niet eens de riemen te gebruiken; met een eenvoudigen boom kan onze schipper aan de boot de
+gewenschte richting en beweging geven. Bij de villa Finck verheft zich de oever ter hoogte van drie el boven het kristalheldere
+water, rustig kabbelend over eene bedding van fijn kiezelzand. Verscheidene bootjes liggen hier aan den oever, voorzien van
+teenen korven, waarin de visch geborgen wordt. Langs den oever staan oude knoestige wilgen naast kleine knotwilgen, beiden
+nog prijkende in den dos hunner grijsachtig zilveren bladeren. Op den achtergrond breiden krachtvolle eiken hunne zware takken
+over het kreupelhout uit. Het hooge geboomte en het lage hout, doornstruiken en heesters, het heldere water, de weilanden
+en akkers&#8212;wat bieden ze een rijkdom van telkens afwisselende gezichten. Voeg daarbij de volmaakte kalmte, de vredige stilte
+en rust, een zeker geheimzinnig iets, dat onwillekeurig tot ernst stemt en zoo weldadig aandoet.&#8212;De Rijn is voor het oogenblik
+laag. In den vroegeren arm der rivier, waarop wij zachtkens voortglijden tusschen beurtelings kale en boschrijke oevers, nu
+eens in den vollen zonneschijn, dan wegduikende in den half doorzichtigen lommer, is de stroom vrij zwak. Somwijlen nemen
+riet en biezen de plaats in der boomen: hun vezelige wortels bedekken de hellingen en zweven boven het gedaalde water.
+
+</p>
+<p>Na een half uur gevaren te hebben komen wij aan de uitmonding van dezen arm, die nog niet geheel van den genormaliseerden
+Rijn is afgesloten. Dit is op meer plaatsen het geval, maar die openingen verminderen van jaar tot jaar, en binnen een niet
+al te langen tijd zal de geheele Rijn ter wederzijde met eene bijna onafgebroken doorloopende kaai of oeverbekleeding zijn
+voorzien.&#8212;Terwijl mijn vriend Lix eene schets maakt van de dijk- en oeverwerken, ga ik bij de hoeve van Altenheim, tegenover
+het nieuwe fort, aan wal. Men is daar bezig eene nieuwe dijkwachterswoning te bouwen. Daar de stand van den Rijn op dit oogenblik
+vrij laag is, zijn hier en daar de kiezelplaten ook weder zichtbaar. Op een dezer platen is een geheele zwerm van kievitten,
+minstens vijftig in getal, neergestreken: zij verzamelen zich daar voor de verhuizing naar zuidelijker klimaat, warrelen door
+elkaar en zwieren nu en dan boven de rivier. Een andermaal hoop ik over de fauna van de Rijnoevers te spreken.
+
+</p>
+<p>De zon steekt vinnig, als broeide er een onweder; ik beklim den bandijk, die hier dicht langs den genormaliseerden oever loopt
+en dicht bij het fort Altenheim wordt afgebroken door een breed kanaal, dat door eene sluis met den Rijn in gemeenschap staat.
+Te midden van het groen teekenen zich hier en daar de witte muren van eenige verspreide boerenwoningen. Aan den oever teruggekeerd,
+vind ik Lix, die zijne schets voltooid heeft, waarna wij weder in de boot plaats nemen.
+
+</p>
+<p>De hemel, die eenige uren helder is geweest, is op nieuw met wolken overdekt: het dondert reeds in de verte, en weldra valt
+de regen bij stroomen neder. Doornat nemen wij afscheid van Schutzenberger, ten einde over Breisach naar den Rijn terug te
+keeren.&#8212;De volgende morgen vindt ons dan ook in een char-&agrave;-bancs op den grooten weg tusschen Neu-Breisach en Geiswasser. Overal
+langs den weg zijn nog de sporen zichtbaar van den geweldigen orkaan, die den 16<sup>den</sup> Juli van het vorige jaar hier heeft gewoed. Een aantal boomen liggen tegen den grond, hetzij ontworteld, hetzij halverwege
+den stam afgebroken. Zoo groot was de kracht van den wind, dat het te veld staande koren letterlijk werd gedorscht en het
+graan uit de halmen weggedreven. Daken werden weggeslagen, en eene geduchte hoos vernielde op haar weg alle gewassen en een
+goed deel van den oogst.
+
+</p>
+<p>Niet ver van Ober-Saasheim wordt onze aandacht getrokken door een afgebranden molen naast een uitgedroogd kanaal. De voortgaande
+verdieping van het bed van den Rijn, tengevolge van de verbeteringswerken, is oorzaak dat gaandeweg de toevoerkanalen naar
+de molens droog loopen, waardoor de molenaars hunne broodwinning verliezen. Dit is eene zeer ernstige schaduwzijde van een
+overigens zoo nuttig werk, waardoor het algemeen belang ongetwijfeld gebaat wordt. Achter den afgebranden en verlaten molen
+verrijst het prachtige bosch met zijn hoogstammig geboomte en rijk geschakeerden groenen dos. Midden door het bosch brengt
+een zijpad ons in weinige oogenblikken naar Geiswasser.&#8212;Daar bevinden wij ons weer binnen de grenzen van het gebied der eilanden.&#8212;Geiswasser
+is in het najaar een allerbevalligst dorp, wegschuilende tusschen het groen, zonder eigenlijke straten, dicht bij den Rijn,
+en toch door den bandijk tegen overstrooming beveiligd. De huisjes staan in schilderachtige wanorde overal verspreid: ieder
+bouwt zich zijne woning waar en zoo als hij verkiest, zonder zich in het minst om regelmaat <a id="d0e988"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e988">400</a>]</span>of rooilijn te bekommeren. De meesten zijn omringd van een boomgaard met een schat van vruchtboomen, door groenende hagen
+omsloten. De dorpelingen bebouwen hun akkers, visschen in de oude rivierarmen of werken aan de dijken, wanneer die herstelling
+behoeven. In het voorbijgaan werpen wij door een openstaand venster een blik in een dier eenvoudige, echt landelijke woningen:
+de familie staat gereed aan tafel te gaan, en naar vroom gebruik spreekt de eerwaardige vader des gezins het <i>Benedicite</i>, het gebed voor het eten.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-400.jpg" alt="Stadhuis te Eusisheim."></p>
+<p class="figureHead">Stadhuis te Eusisheim.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Wij slaan al wandelend de onophoudelijke afwisselingen in het landschap gade. Straks dwaalden onze blikken over de ruime,
+wijde vlakte, aan den horizon begrensd door eene lijn van bosschen, waarboven zich in de verte de schemerende top van den
+Kayserstuhl verhief.&#8212;Merk nu op dit breede water, nog altijd eene vertakking van den vroegeren Rijn, op sommige plaatsen zeer
+diep, terwijl ge het op andere punten met baggerlaarzen aan kunt doorwaden. Hier en daar verdwijnt het water schier geheel
+onder riet en biezen; elders vloeit het met nauw hoorbaar murmelen over fijn kiezelzand, terwijl van achter de boomen op naburige
+eilandjes, het plechtstatig ruischen van den koninklijken stroom ons in de ooren klinkt. <a id="d0e1000"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1000">402</a>]</span>Het water is buitengewoon doorschijnend, helder als kristal: nu althans, nu de Rijn laag is. Witte kiezelplaten, hier en daar
+uit het water oprijzende, steken scherp af tegen het donkergroen der boomen, waarboven zich weder de schemerende omtrekken
+van den Kayserstuhl teekenen. De boomen op de aan overstrooming blootgestelde uiterwaarden zijn voornamelijk wilgen, olmen,
+elzen, die met doornstruiken en lage heesters vermengd een schier ondoordringbaar kreupelbosch vormen, waarin de wilde zwijnen
+hun leger hebben. Bij den oever ziet men sierlijke groepen van populieren, afgewisseld met eiken en ahornboomen. Om de hoogste
+stammen slingeren zich verschillende woekerplanten, zoo als de wilde hop en anderen, die met haar grillige slingers en bloemen
+de takken omranken. In het diepe gedeelte van de kil liggen twee schuiten aan den oever gemeerd: eene schilderachtige stoffage
+te midden van dit herfstlandschap, beschenen door het kalme, stemmige licht van de dalende najaarszon.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-401.jpg" alt="Landlieden van de Rijnoevers."></p>
+<p class="figureHead">Landlieden van de Rijnoevers.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Even als in de geheele eilandenstreek, vindt men ook hier enkele verstrooide boerenwoningen, die elk een eigen naam dragen.&#8212;Niet
+verre van Geiswasser ligt, midden in het lommer, een dorpje met den dichterlijken naam van Vogelgr&uuml;n, waarvan de aardige huisjes
+wegkruipertje schijnen te spelen tusschen tuinen en boomgaarden. De minste huisjes veroorloven zich de weelde van eene bovenverdieping;
+maar allen hebben een eigen tuin, door eene bloeiende haag of soms ook door een muur van groote roode keien omringd. Te Biesheim,
+een grooter dorp voorbij Neu-Breisach, op den weg naar den Rijn, wonen een aantal Joden, die handel drijven in vee en in allerlei
+andere zaken, ook in huizen en land. Eene buurt van dit dorp ligt aan de Giessen, een ouden arm van den Rijn, die nog vrij
+diep is en beroemd om zijn smakelijke visch en zijne kreeften. Even voor dat ge te Biesheim komt, ziet ge op een kruispunt
+van den weg het monument ter eere van den generaal Beaupuy. Het is een cenotaphium, in antieken stijl, maar tamelijk plomp,
+evenals het monument van Desaix, bij de brug van Kehl. De generaal de Beauchartie de Beaupuy werd den 19<sup>den</sup> October 1796, nabij Emmendingen, op badensch grondgebied, gedood, bij de verdediging van den bergpas van het H&ouml;llenthal,
+tijdens den terugtocht van Moreau. Op dit gedeelte van den weg heeft men een allerschilderachtigst gezicht op Alt-Breisach,
+zoo schoon gelegen op zijn dubbelen vulkanischen heuvel, waarvan de eene zijde geheel met wijnbergen is bekleed, terwijl op
+den hoogsten top de oude eerwaardige kerk troont.
+
+</p>
+<p>Wij zouden nog lang kunnen ronddwalen op deze eilanden en uiterwaarden, die vooral in dezen tijd des jaars, nu de herfst het
+landschap met zijne rijke kleuren en tinten begint te tooien, eene zoo eigenaardige schoonheid en bekoorlijkheid bezitten;
+maar wij mogen hier niet langer toeven. Den wandelstaf ter hand genomen, naar elders heen.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XIX">XXI</span></h2>
+<p>De onvruchtbare streek tusschen den Rijn en de Ill, zich uitstrekkende van de heuvels van de Sundgau tot aan de Ried, anders
+gezegd van Blotzheim en Huningen tot aan de grensscheiding tusschen den Opper- en den Neder-Elzas, draagt den algemeenen naam
+van de Hart of het Hartwald. In het oud-duitsch beteekent Hart, ook Haardt of Harth gespeld, een bosch of eene boschrijke
+streek; het woord komt in de samenstelling van verschillende plaatsnamen voor. Op vele plaatsen echter heeft de naam het bosch
+zelf overleefd; de aanwas der bevolking en de behoefte aan beter verzekerd levensonderhoud dan de jacht kon opleveren, heeft
+gaandeweg geleid tot het uitroeien der bosschen en de ontginning van alle gronden, die maar eenigszins voor meer winstgevende
+bebouwing geschikt waren. Zonder op te klimmen tot den tijd, toen de romeinsche heirweg van Augusta Rauracorum naar Argentoratum,
+langs den Rijn en de Ill, midden door een dubbelen gordel van wouden liep, weten wij dat de Hart van de Sundgau nog in de
+elfde eeuw uit een onafgebroken bosch bestond, zich uitstrekkende van Bazel tot Blodelsheim en Ruocheim, over eene lengte
+van acht en eene breedte van twee mijlen. Op de kaart van Daniel Speckle, in 1576 uitgegeven, beslaan de bosschen van de Sundgau,
+in de streek van de Hart, ook eene veel grootere oppervlakte dan tegenwoordig. Tegen eene geringe betaling verkregen de bewoners
+der omliggende dorpen van de landheeren de vergunning om den grond te ontginnen: nu slonk weldra het bosch aan alle kanten,
+en niet zelden wisten de bezitters der aldus ontgonnen gronden, die eigenlijk deel uitmaakten van het landsheerlijk domein,
+zich als eigenaars te doen erkennen, zij het ook maar krachtens langdurig bezit en overgang van het eene geslacht op het andere.
+Om een einde te maken aan deze schending van de domaniale bosschen, gelastte koning Lodewijk XV, in den jare 1768, de afbakening
+der grenzen van de Hart, beslaande ongeveer een-en-dertigduizend bunders, die over de geheele lengte niet meer dan een vierde
+mijl van den Rijn verwijderd is. De koninklijke ordonnantie spreekt van dit woud, als van &#8220;een van de kostbaarte domeinen
+der kroon, zoowel wat betreft de jaarlijksche opbrengst, als ten opzichte van de voordeelen, die het op kan leveren, hetzij
+voor de proviandeering van een aantal vestingen in de nabijheid, hetzij om te voorzien in de behoeften des legers in oorlogstijd&#8221;.
+
+</p>
+<p>Tegenwoordig vormt het Hartwald nog een aaneengesloten geheel ter oppervlakte van omstreeks veertienduizend hektaren, bij
+eene lengte van twee-en-dertig kilometers en eene breedte afwisselende tusschen de twee en twaalf. Ongeveer halverwege de
+lengte wordt het woud doorsneden door het Rijn-Rh&ocirc;ne-kanaal, in de richting van het noorden naar het zuiden, tusschen Munchhausen
+en het Napoleonseiland, van waar zich een zijtak naar Huningen richt. Het woud grenst aan het rechtsgebied van niet minder
+dan drie-en-twintig gemeenten, waarvan de bebouwbare gronden langs den <a id="d0e1022"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1022">403</a>]</span>zoom van het bosch den gemeenschappelijken naam van Hartfeld dragen. De plattelandsbevolking bestempelt met den naam van Hart
+de beide kantons Ensisheim en Habsheim in hun geheel, en een deel der kantons Landser en Huningen, waartoe de verschillende
+gemeenten behooren. Het Kastenwald, naar den kant van Breisach, en andere, minder uitgestrekte in die streek verspreide bosschen,
+zijn nog overblijfselen van het oude oorspronkelijke Hartwald, die voor ontginning en bebouwing niet geschikt schijnen.&#8212;De
+bosschen van de Hart doen in schoonheid verre onder voor het woud van Hageman en vooral voor de wouden der bergen; zij bestaan
+hoofdzakelijk uit hakhout van eiken en hagebeuken. In het begin van de vorige eeuw werd het hout om de twee-en-vijftig jaren
+geveld en verkocht; de hak geschiedde bij partijen van zeshonderd bunders. Tegenwoordig laat men de boomen niet langer dan
+vijf-en-dertig jaren staan: het gevolg daarvan is, dat het jonge hakhout meer en meer de overhand krijgt en het woud alle
+karakter verliest. Op verschillende plaatsen, waar het jonge plantsoen niet is opgekomen of het weder inplanten is verzuimd,
+worden de omgehakte boomen vervangen door welig kreupelhout en struikgewas, dat soms eene hoogte van acht tot tien el bereikt.
+En daar, waar de eiken zich ter hoogte van eenige ellen boven het hakhout verheffen, wekken die eiken, door hun ziekelijk
+voorkomen, het aantal doode takken en het schraal gebladerte, veelmeer medelijden dan bewondering. Als die ongelukkige boomen
+niet tijdig worden geveld, dan beginnen zij in het hart te rotten en verliest het hout voor een goed deel zijne waarde. Misschien
+ware het raadzaam, hier van het kweeken van eiken af te zien, om zich te bepalen tot het hakhout van hagebeuken; maar de streken,
+waar de wijnbouw gedreven wordt, vragen van de Hart den noodigen voorraad van eikenhouten staketsels, en om de exploitatie
+van het bosch zoo voordeelig mogelijk te maken, moet met deze eischen rekening worden gehouden.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-403.jpg" alt="Een truffelzoeker."></p>
+<p class="figureHead">Een truffelzoeker.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Waarom groeien de eiken in de Hart- en in het Kastenwald niet zoo goed als elders? Om de eenvoudige reden dat zij uit den
+schralen, mageren grond geen voldoend voedsel kunnen ontleenen om hun vollen wasdom te bereiken en lang te leven. Op een zekeren
+leeftijd gekomen, wordt de verdere ontwikkeling der wortels gestuit door de keisteenen, die tot eene vaste, samenhangende
+massa vereenigd zijn en waar de wortels niet kunnen doordringen. De teelaarde aan de oppervlakte is niet meer dan eene dunne
+laag, waarin ook de noodige vochtigheid ontbreekt, en die voor bebouwing ongeschikt is. Men heeft het denkbeeld geopperd om
+het grootste gedeelte van het woud in weiland te herscheppen; maar zoo dit plan eenmaal verwezenlijkt mocht worden, zouden
+daar toch geene goede uitkomsten van te wachten zijn. Veeleer zou men de ontginningen, die reeds te veel uitbreiding gekregen
+hebben, moeten staken, en een gedeelte van het thans voor den graanbouw gebruikte land weer met hout beplanten, of althans,
+met behulp van bevloeiing uit den Rijn, in weiland herscheppen. Een bezoek in eene boerderij van de Hart is voldoende om ieder
+deskundige hiervan te overtuigen.
+
+</p>
+<p>Ondanks zijne dorheid en zijn schralen plantengroei heeft het Hartwald, gedurende de laatste tien jaren van het fransche bestuur,
+aan de schatkist een jaarlijksch inkomen opgeleverd van een half millioen francs, ongerekend het doode hout, dat aan de arme
+gezinnen in de omliggende dorpen wordt gegeven. Voorts beschermt het woud de stad M&uuml;lhausen en de omliggende vlakte tegen
+de schrale en koude noord-oosten winden; terwijl eindelijk de truffels, die op open plekken rondom de eiken groeien, eene
+gezochte lekkernij zijn voor de liefhebbers.
+
+</p>
+<p>Gedurende de maanden September en October houden de bewoners der dorpen van de Hart zich ijverig bezig met het zoeken van
+truffels. Daar het verboden is met varkens in het bosch te komen, richten de truffelzoekers honden af, om hen bij hunne nasporingen
+behulpzaam te zijn. Om de scherpte en fijnheid van hun reukorgaan ongeschonden te bewaren, houdt men die honden opgesloten
+tot de tijd voor het inzamelen der truffels gekomen is. Bij voorkeur worden poedels en mopshonden voor dit werk gebruikt;
+zij toonen daarbij veel <a id="d0e1035"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1035">404</a>]</span>overleg en ijver, en hebben dit voor boven de varkens, dat zij de opgegraven truffels niet opeten.&#8212;De truffels van de Hart
+zijn minder geurig en bleeker van kleur dan die uit het zuiden van Frankrijk. De onderscheidene soorten verschillen aanmerkelijk
+in waarde en ook in prijs; naar het oordeel der gastronomen zijn die uit de eikenbosschen van den Opper-Elzas de besten.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-404.jpg" alt="Raadzaal in het stadhuis te Ensisheim."></p>
+<p class="figureHead">Raadzaal in het stadhuis te Ensisheim.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label"><span class="corr" title="Bron: XX">XXII</span></h2>
+<p>Niet ver van de Hart, aan de oevers van de Ill, ligt Ensisheim, een klein landstadje, weleer de zetel van de oostenrijksche
+regeering en later van den souvereinen raad van den Elzas, tegenwoordig slechts de nederige hoofdplaats van een kanton. Daar
+ontmoeten elkander ook alle boosdoeners van het rijksland, in de centrale strafgevangenis. Op eene bevolking van drieduizend-tweehonderd-zes
+inwoners, volgens de volkstelling van 1 December 1880, waren er toen zeven-en-zeventig militairen en achthonderd veroordeelden,
+hetzij tot dwangarbeid, hetzij enkel tot hechtenis. In den loop van het vorige jaar (1885) werden in de centrale strafgevangenis
+tweehonderd-zeven-en-veertig veroordeelden opgenomen, en werden tweehonderd-acht-en-dertig ontslagen. Sedert November 1884
+worden te Ensisheim alleen diegenen opgenomen, wier straftijd meer dan drie jaren bedraagt. Zij die tot een hechtenis van
+minder dan drie jaren zijn veroordeeld, zullen voortaan hunne straf moeten ondergaan in een der zes departementale gevangenissen
+te Straatsburg, Zabern, Colmar, Mulhausen, Metz of Saargemund, naar gelang zij door een der aldaar zetelende gerechtshoven
+zijn veroordeeld.
+
+</p>
+<p>Wie het oude stedeke nadert, ziet het eerst, half verborgen door wingerden en tuinen, de overblijfselen van eene dubbele versterkte
+omwalling, met breede grachten en torens. Langs den voet der muren, die gedeeltelijk zijn ingestort en nergens meer hunne
+oorspronkelijke hoogte bereiken, vloeit het kanaal van Quatelbach, dat door het water van de Ill gevoed wordt. Het bed zelf
+van de Ill ligt droog, althans op het oogenblik, even als het kanaal van de Twaalf-Molens, dat zijn water van de Thur ontvangt.
+Van de oude wallen, en nog beter van den toren der parochiekerk, heeft men een heerlijk uitzicht, zoowel op de keten der Vogesen
+als op de bergen van het Schwarzwald. In de voornaamste straat van het stadje, in de nabijheid van het raadhuis, wordt de
+aandacht getrokken door een aantal antieke huizen, zoowel in gothischen als in duitschen renaissance-stijl. Vele van die burgerwoningen
+zijn versierd met bevallige torentjes en erkers, zoo als de brouwerij Schmidt en het logement de Kroon. De erker van genoemd
+logement, waar Turenne daags v&oacute;&oacute;r den veldslag bij Turckheim zijn intrek nam, rust op eene kegelvormige halve kolom, tegen
+den voorgevel aangebracht. De beide verdiepingen van den voorgevel <a id="d0e1050"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1050">406</a>]</span>hebben gothische vensters, en boven den hoofdingang staat het jaartal <span class="abbr" title="1609"><abbr title="1609">MDCIX</abbr></span> gebeiteld. Onder den erker van de brouwerij Schmidt, vroeger de kommanderij van Sint-Jan, uit het begin der zestiende eeuw
+en in gothischen stijl gebouwd, ziet men twee medaillons met de beeltenissen van den Keizer en den Roomsch-Koning. Nog andere
+huizen prijken met erkers en torentjes met wenteltrappen en kruisramen met houtsnijwerk. Overal verrijzen hooge puntgevels
+in menigte. De ruime parochiekerk is modern en alles behalve soliede gebouwd.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-405.jpg" alt="Ru&iuml;ne van het kasteel Landskron."></p>
+<p class="figureHead">Ru&iuml;ne van het kasteel Landskron.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Een der oudste gebouwen is wel het tegenwoordige stadhuis, dat uit de eerste helft der zestiende eeuw dagteekent en vroeger
+de zetel was van de oostenrijksche regeering. Het gebouw heeft twee verdiepingen, door eene sterk uitspringende kroonlijst
+gescheiden. De benedenverdieping heeft eene open galerij, waarvan de wijde bogen op massieve pijlers rusten. De vertrekken
+der eerste verdieping ontvangen hun licht door breede vensters, in drie vakken verdeeld, waarvan het middelste hooger is dan
+de zijramen. Een dier vensters komt uit op een balkon van ijzeren traliewerk, dat in later tijd is aangebracht. Daar naast
+bevindt zich een bel voor de openbare bekendmakingen. De achtkantige traptoren heeft een portaal, versierd met gekanneleerde
+zuilen en medaillons met portretten van romeinsche keizers. Naar het schijnt, bestond de bovenverdieping oorspronkelijk uit
+twee groote zalen, beiden, met eenige zijvertrekken, bestemd voor de twee regeeringscolleges. Later heeft men een dezer zalen,
+ten einde in de behoeften van den dienst te voorzien, in verschillende kamers gesplitst. Op een der muren ziet men eene vergulde
+groep, voorstellende de gerechtigheid met een blinddoek voor de oogen. De andere, nog ongeschonden zaal maakt door haar grootsche
+afmetingen een majestueusen indruk; deze zaal werd in 1884, op last van generaal Mantouffel, stadhouder van Elzas-Lotharingen,
+gerestaureerd en met fraai houtwerk versierd. De muren en de zoldering werden op nieuw beschilderd en verguld, even als het
+gewelf van de benedengalerij. Op de snijpunten der balken ziet men cartouches met de wapens der steden van den Elzas; boven
+de deur prijkt het wapen van Ensisheim met den vroegeren oostenrijkschen arend naast den tweekoppigen adelaar van het nieuwe
+duitsche rijk. De ruiten der vensters zijn rond, naar het oud gothische model. Enkele gothische d&eacute;tails uitgezonderd, draagt
+het gebouw in zijn geheel den stempel van den stijl der duitsche renaissance, hetgeen ook volkomen past bij het jaartal 1535,
+dat op verschillende plaatsen in den steen is gebeiteld.
+
+</p>
+<p>In het stedelijk archief worden, nevens de registers van den burgerlijken stand, de overblijfselen bewaard van een meteoorsteen,
+die in de vijftiende eeuw te Ensisheim uit de lucht is gevallen. Volgens de registers van den burgerlijken stand, die sedert
+den negenden Juni 1582, dat is dus sedert ruim driehonderd jaren, geregeld zijn bijgehouden, was het getal geboorten, dat
+in gewone tijden tien of twaalf per maand bedroeg, in 1642, tegen het einde van den dertigjarigen oorlog, gedaald tot een
+of twee. Bij het doorsnuffelen van deze oude papieren vonden wij, onder andere curieuse stukken, een klacht van herbergiers,
+in het jaar 1787 ingebracht tegen de tappers of kroeghouders, omdat zij, in strijd met de stedelijke keur, aan hunne klanten
+meer dan enkel brood en kaas te eten gaven.&#8212;De meteoorsteen werd vroeger in de kerk bewaard, en van daar naar het stadhuis
+overgebracht. Het gewicht van dien steen bedraagt tegenwoordig niet meer dan vijf-en-vijftig pond, in plaats van drie tot
+vier quintalen, als op het oogenblik van zijn val. Een groot stuk van den steen werd aan het museum van Colmar afgestaan;
+voorts hebben een aantal aanzienlijke personages, die Ensisheim doortrokken, te beginnen met Keizer Karel V tot de generaals
+der geallieerde legers in 1815, er ook voor en na fragmenten van medegenomen.
+
+</p>
+<p>Volgens het in 1840 verschenen boek van pastoor Merklen, getiteld: <i>Ensisheim, jadis ville imp&eacute;riale et ancien si&egrave;ge de la R&eacute;gence archiducale des pays ant&eacute;rieurs d&#8217;Autriche, ou Histoire de
+la ville d&#8217;Ensisheim, avec un pr&eacute;cis des &eacute;v&egrave;nements les plus m&eacute;morables qui se sont pass&eacute;s en Alsace</i>,&#8212;volgens dat boek met dien wijdloopigen titel, zou de herinnering aan het nederkomen van dien meteoorsteen, waarvan wij de
+overblijfselen voor ons zien, zijn vereeuwigd door het volgende opschrift in de oudste kerk der stad:
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Tausend vierhundert
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Neunzig zwey,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">H&ouml;rt man allhier ein ney
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Geschrey:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dass zun&auml;chst drauss vor der stadt,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Den 7<sup>ten</sup> Wintermonat,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ein grosser Stein, beym hellen Tag
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Gefallen von einem Donnerschlag,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Aus dem Gewilk, drithalb zentner schwer,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Von Isen Farb; brach man in her
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Mit statischer Procession. Sehr
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Viel schlag man mit Gewalt
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Davon 1492.</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Dat wil zeggen: Ten jare duizend-vierhonderd-twee-en-negentig vernam men hier een ongewone tijding: dat buiten, vlak voor
+de stad, op den zevenden van wintermaand, een groote steen, op klaarlichten dag, bij een donderslag uit de lucht was gevallen,
+ter zwaarte van derdehalf centenaar en van eene kleur als ijzer; hij werd met statige processie binnen de stad gehaald; met
+geweld werden er zeer veel stukken afgeslagen.
+
+</p>
+<p>In het koor van de thans afgebroken kerk vond men nog twee andere opschriften, het eene in het latijn, het andere in het fransch,
+waarin mede van dezen meteoorsteen melding werd gemaakt. Wij deelen alleen het fransche opschrift mede, dat eene eenigszins
+vrije vertaling van het latijnsche is:
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">En deux mois on a vu
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Deux prodiges divers:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dans l&#8217;un tomba du ciel cette
+<a id="d0e1110"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1110">407</a>]</span></span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Pierre effroyable;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">El l&#8217;on vit au suivant trois soleils
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dans les airs.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">C&#8217;est ainsi que le ciel, aux mortels
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Favorable,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Par un penchant secret, dans sa juste
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Fureur,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Se pla&icirc;t &agrave; nous montrer les traits
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">De sa douceur.</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Ik behoef wel niet op te merken, dat meteoorsteenen tegenwoordig niet meer zulk eene buitengewone zeldzaamheid zijn. In het
+museum van de Akademie van Wetenschappen te Stockholm heb ik er een gezien van het eiland Disk&ouml;, bij de westkust van Groenland,
+afkomstig, die de hoogte had van een volwassen mensch bij een meter dikte. Tweemaal in het jaar, in de maanden Augustus en
+November, snijdt onze aarde, in de oneindige ruimte, twee banen van meteoren. Dat zijn de zwermen van vallende sterren, die
+wij in heldere nachten kunnen waarnemen. Het volk heeft, in zijne dichtende fantazie, aan de meteoren van de maand Augustus
+den naam gegeven van Sint-Laurenstranen, ter eere van den heilige, wiens feest in die maand wordt gevierd. Op den zeven-en-twintigsten
+November van het vorige jaar (1885), tusschen zes en acht uren des avonds, was het aantal vallende sterren, in den Elzas zichtbaar,
+zoo groot dat men ze niet tellen kon: het verschijnsel maakte op sommige oogenblikken den indruk van een groot vuurwerk. Naar
+de sterrekundigen ons verzekeren, zouden deze meteoren afkomstig zijn van de komeet van Biela.
+
+</p>
+<p>Ensisheim wordt voor het eerst genoemd in een charter van het jaar 768; in een giftbrief van jaar 823 komt de stad voor onder
+den naam van Einsigesheim, dat in een ander stuk Ensiclesheim wordt geschreven. Onder het oostenrijksche bestuur was de stad
+de hoofdplaats van het landgraafschap van den Opper-Elzas en de zetel van de regeering, wier <span class="corr" title="Bron: rechtsgebiad">rechtsgebied</span> de beide Breisgauen, het Schwarzwald en de vier zwitsersche woudsteden omvatte. De graven van Habsburg hebben hier het kasteel
+K&ouml;nigsburg gebouwd, waarvan nu geen spoor meer te vinden is. Behalve andere voorrechten en privilegi&euml;n, bezat de stad ook
+het muntrecht. In 1469 werd bepaald, dat van de uitspraken der schepenbank van Ensisheim in beroep kon worden gekomen bij
+het hooggerechtshof te Mechelen, de hoogste rechtbank voor de landen van de zoogenoemde Bourgondische kreits; later werd dit
+appel overgebracht naar Innsbr&uuml;ck in Tyrol en eindelijk bij het keizerlijk kamergericht te Spiers. Gedurende den dertigjarigen
+oorlog werd het ongelukkige stedeke driemaal genomen en geplunderd. Bij den vrede van Munster werd Ensisheim aan Frankrijk
+afgestaan; van 1657 tot 1674 zetelde hier het hoogste regeeringscollege, de souvereine raad van den Elzas.
+
+</p>
+<p>De geschiedenis van dien souvereinen raad van den Elzas werd door twee raadsheeren in het hof van appel te Colmar, de heeren
+de Neyremand en Pillot, in een zeer interessant boek beschreven. Toen de aartshertog Ferdinand van Oostenrijk, de broeder
+van Karel V, door den Keizer werd belast met het bestuur over de zoogenoemde v&oacute;&oacute;r-oostenrijksche landen (<i>vorder-&ouml;sterreichischen Lande</i>), organiseerde hij de regeering op een geheel nieuwen voet, met twee afdeelingen of kamers, waarvan de eene meer bepaaldelijk
+met de rechtspleging, de andere met het beheer der financi&euml;n werd belast. Na den vrede van Munster vestigde de koning van
+Frankrijk in 1649 te Breisach, dat toen, hoewel aan den rechter Rijnoever gelegen, tot zijn rijk behoorde, &#8220;eene koninklijke
+souvereine Kamer, in de plaats en ter vervanging van de oostenrijksche regeering, vroeger te Ensisheim zetelende.&#8221; Ondanks
+velerlei moeielijkheden en botsingen bleef die Kamer tot in 1657 in werking. De zeer stellig duitschgezinde adel van den Elzas,
+de voormalige rijkssteden en de massa der bevolking, die zeer tegen haar zin bij Frankrijk was ingelijfd, bleven nog jaren
+achtereen hunne onderlinge geschillen onderwerpen aan de uitspraak van het keizerlijk kamergericht te Spiers, in plaats van
+zich tot de fransche magistraten te wenden. De koning van Frankrijk, Lodewijk XIV, die vast besloten was, het kortelings veroverde
+land te behouden en door verdere veroveringen af te ronden, stelde er prijs op, de genegenheid zijner nieuwe onderdanen te
+winnen. In zijn tijd was het nog niemand in de gedachte gekomen, dat de staatkundige eenheid van een land in de eerste plaats
+afhangt van de administratieve eenvormigheid, of dat die eenheid noodwendig vordert dat voor alle deelen des lands, hoe verschillend
+ook door bevolking, door historie en traditie, door zeden en gewoonten, voor alle steden en dorpen precies dezelfde regelen
+moeten gelden. Integendeel: nog niet beheerscht door abstracte theori&euml;n, hield men zich veeleer overtuigd dat bestaande plaatselijke
+gewoonten, rechten en inzettingen, in de historie geworteld, zooveel mogelijk moesten worden ontzien en ge&euml;erbiedigd, en dat,
+waar een nieuwe toestand veranderingen noodig maakte, die veranderingen zich zoo veel doenlijk aan het bestaande moesten aansluiten.
+Van die waarheid doordrongen, hief Lodewijk XIV de koninklijke Kamer van Breisach op en verving haar door een souvereinen
+Raad. Deze raad, die bij een edict van 1657 werd ingesteld en georganiseerd, moest, krachtens &#8217;s konings uitdrukkelijk bevel,
+het bestuur voeren: &#8220;op dezelfde wijze en in denzelfden vorm als door de oostenrijksche regeering geschiedde en overeenkomstig
+de wetten en ordonnanci&euml;n van de keizers en aartshertogen, alsmede de algemeene en plaatselijke keuren, brieven en privilegi&euml;n,
+zonder eenige verandering of nieuwigheid&#8221;&#8212;Bij een schrijven, gedagteekend uit Metz, den 22<sup>sten</sup> September, waarvan het origineel in de archieven van de prefectuur te Colmar berust, noodigde de groote koning den bisschop
+van Bazel uit, om bij de opening van den souvereinen raad tegenwoordig te zijn op den dag bepaald &#8220;door den heer Colbert,
+intendant van justitie en financi&euml;n in het genoemde land&#8221;. Ten gevolge van kleine moeielijkheden en tegenkantingen, liep het
+nog tot den vierden November, <a id="d0e1144"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1144">408</a>]</span>eer de souvereine Raad in zijne nieuwe residentie kon worden ge&iuml;nstalleerd.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-408.jpg" alt="Antiek huis te Ensisheim."></p>
+<p class="figureHead">Antiek huis te Ensisheim.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Op weinige schreden afstands van het raadhuis, waar de souvereine Raad vroeger zijne zittingen hield, verrijst de centrale
+gevangenis, weleer het college der Jezu&iuml;eten. In 1614 door den aartshertog Maximiliaan gesticht, zijn deze gebouwen meermalen
+van bestemming veranderd. Bij de verdrijving der Jezu&iuml;ten in 1764 werd hun college aanvankelijk een werkhuis voor landloopers
+en vagebonden. Tijdens de oorlogen der revolutie diende het tot militair hospitaal en tevens tot gevangenis voor politieke
+misdadigers. In 1801 werd het op nieuw een werkhuis; deze inrichting werd in 1814 opgeheven, en nu werd het gebouw ingericht
+tot strafgevangenis voor mannelijke en vrouwelijke misdadigers, die tot langer dan een jaar kerkerstraf waren veroordeeld.
+Sedert 1823 worden de vrouwen te Hagenau, in een afzonderlijk gebouw opgesloten.
+
+</p>
+<p>De gevangenis maakt&#8212;het kan en behoort ook niet anders&#8212;geen aangenamen indruk. Verbeeld u eene groep gebouwen, die van drie
+zijden eene binnenplaats omringen, welke aan de vierde zijde door hooge muren is afgesloten. Onder langs dien muur loopt eene
+galerij, waar een schildwacht met geladen geweer op en neder wandelt. Eene afdeeling soldaten is steeds op post in het wachthuis
+naast den hoofdingang. Alle vensters zijn van ijzeren trali&euml;n voorzien; een klein luik in de zware deur geeft den cipier de
+gelegenheid om, eer hij de deur opent, te zien wie zich aanmeldt. Binnentredende bevindt ge u in een donker, somber portaal,
+dat toegang geeft naar het bureau <a id="d0e1155"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1155">410</a>]</span>van den kommandant, en dat aan de zijde van de binnenplaats door eene tweede deur is afgesloten. Daar heeft een moedige bewaarder
+de opgestane gevangenen tegengehouden, toen, in den oorlog van 1870, de fransche troepen het land ontruimden en de militaire
+wacht in de gevangenis was ingetrokken.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1886-409.jpg" alt="Gevangenen bezig met het leggen der fondamenten voor de cellulaire gevangenis te Ensisheim."></p>
+<p class="figureHead">Gevangenen bezig met het leggen der fondamenten voor de cellulaire gevangenis te Ensisheim.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De kommandant der gevangenis, die de welwillendheid heeft ons de geheele inrichting in alle bijzonderheden te laten zien en
+alle inlichtingen te verschaffen, brengt ons ook naar de binnenplaats, waar wij verschillende groepen van gevangenen aan den
+arbeid zien, bezig met het leggen der fondamenten voor eene nieuwe cellulaire gevangenis. Dit gebouw moet tweehonderd cellen
+voor eenzame opsluiting bevatten. Men heeft aanvankelijk geaarzeld, dit werk aan de gevangenen zelven op te dragen: maar eindelijk
+werd toch besloten de proef te nemen, die tot dusver naar wensch is geslaagd. Terwijl wij langs hen heen gaan, groeten de
+ongelukkigen ons en nemen eerbiedig hun muts af. Sommigen houwen steenen; anderen metselen of vervoeren materialen; nog anderen
+zijn bezig met afbreken.
+
+</p>
+<p>In de werkplaatsen binnen het gebouw, die over de verschillende verdiepingen zijn verdeeld, houden de veroordeelden zich onledig
+met het vervaardigen van brillen, meubelen, lijsten voor spiegels en schilderijen, kleederen, schoenen, vlechtwerk. In elke
+werkzaal geschiedt de arbeid voor rekening van een aannemer, die de noodige gereedschappen en de grondstof levert. Een gedeelte
+van het werkloon, dat aan het bestuur over de gevangenis wordt uitgekeerd, komt ten goede van de veroordeelden. Volgens de
+daarvoor vastgestelde bepalingen kunnen zij, met dit verdiende geld, hunne kost verbeteren. Al deze werkzalen zijn steeds
+gesloten. Wenscht ge binnen gelaten te worden, dan klopt ge even aan de deur; de zaalopzichter, met een sabel op zij, draait
+het slot open en laat u in. Die zaalopzichters zijn bijna zonder uitzondering gewezen onderofficieren. Zij moeten nauwkeurig
+toezien, dat er van de onder hun opzicht geplaatste gevangenen geen enkel in de zaal ontbreekt, en zorgen voor de stipte handhaving
+der orde.
+
+</p>
+<p>Het trof mij, dat de meeste gevangenen een, men zou bijna kunnen zeggen, gunstig uiterlijk hadden. De werkelijk gemeene, terugstootende
+fysionomi&euml;n, waarop de ondeugd haar stempel heeft gedrukt, zijn betrekkelijk zeldzaam. Hunne kleeding herinnert aan het werkpak
+der duitsche soldaten, en bestaat uit eene muts, een mouwvest en pantalon van grijze kleur. Dank zij de strenge tucht en het
+nauwlettend toezicht, is alles in volmaakte orde en heerscht er overal in de werkzalen eene ongestoorde kalmte en rust. Slechts
+enkele veroordeelden dragen boeien aan de handen en voeten. Zij, die weigeren te arbeiden, worden naar eene afzonderlijke
+zaal gevoerd, waar zij den ganschen dag, onder streng toezicht, op eene rij, onbewegelijk moeten blijven staan. Daar zijn
+sommige onhandelbare naturen, op wie die straf telkens moet worden toegepast. Maar voor de meesten blijkt de geregelde arbeid
+een werkzaam middel tot verbetering en zedelijke opheffing.
+
+</p>
+<p>In de centrale gevangenis te Ensisheim heeft bepaaldelijk de vervaardiging van allerlei soort van lijstwerk en vlechtwerk
+een buitengewonen graad van volkomenheid bereikt. Nergens elders, zelfs niet in de gevangenissen te Berlijn, betalen de aannemers
+zulke hooge prijzen voor vloermatten of voor lijsten en ander houtwerk. De smaakvolle en sierlijke bewerking der produkten
+uit de gevangenis van Ensisheim is ook in het buitenland wel bekend; tot zelfs in de groote hoofdsteden, zoo als Parijs, Londen
+en Constantinopel, vinden die artikelen aftrek; zij worden, op bestelling, rechtstreeks door de aannemers derwaarts verzonden.
+
+</p>
+<p>Schenk mij nu, ten slotte, een weinig statistiek kwijt.&#8212;In het vorige jaar werden, in het rijksland Elzas-Lotharingen, van
+1 April 1884 tot 31 Maart 1885, vierduizend-tweehonderd-twee-en-negentig personen tot eenvoudige gevangenisstraf veroordeeld;
+daaronder waren drieduizend-zeshonderd-twee-en-dertig mannen en zeshonderd-zestig vrouwen. Het getal aanwezige gevangenen
+bedroeg gemiddeld negenhonderd-vier-en-tachtig personen, waaronder achthonderd-negen-en-dertig vrouwen en honderd-vijf-en-veertig
+mannen. Voor de preventieve gevangenen geeft de statistiek een gemiddeld getal van honderd-drie-en-negentig gedetineerden:
+er werden achtduizend-driehonderd-acht-en-twintig ontslagen en achtduizend-tweehonderd-zes-en-zestig opgenomen.&#8212;Vergeleken
+bij den dienst van het vorige jaar, valt er eene aanmerkelijke verbetering waar te nemen, want het getal vonnissen is van
+twintigduizend-zeshonderd-drie-en-tachtig gedaald tot achttienduizend-honderd-twee-en-dertig; het getal dagen van opsluiting
+van een-millioen-honderd-een-duizend-zeshonderd-zeven-en-zestig tot een-millioen-vijftigduizend-achthonderd-zes-en-dertig;
+het gemiddelde getal gevangenen van drieduizend-achttien op tweeduizend-achthonderd-een-en-zeventig.
+
+</p>
+<p class="alignright">(<i>Wordt vervolgd.</i>)
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e77" href="#d0e77src" class="noteref">1</a></span> Zie <i>De Aarde</i>, jaargang 1885, <span class="abbr" title="bladzijde"><abbr title="bladzijde">bladz.</abbr></span> 208.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e154" href="#d0e154src" class="noteref">2</a></span> Luistert, wat ik u wil zeggen:&#8212;De klok heeft tien geslagen.&#8212;Zorgt voor uw vuur en licht:&#8212;Dat God en Maria u behoeden!
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e207" href="#d0e207src" class="noteref">3</a></span> Drinkt gij water uit uw beker over tafel, dat maakt uw maag koud. Drink met mate ouden fijnen wijn, zoo raad ik u, en laat
+mij water blijven.
+</p>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Wandelingen door Elzas-Lotharingen, by Anonymous
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR ELZAS-LOTHARINGEN ***
+
+***** This file should be named 17685-h.htm or 17685-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/7/6/8/17685/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/17685-h/images/m1886-105.jpg b/17685-h/images/m1886-105.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7eb1c78
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/m1886-105.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/m1886-105h.jpg b/17685-h/images/m1886-105h.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f7c9fb7
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/m1886-105h.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-105.jpg b/17685-h/images/p1886-105.jpg
new file mode 100644
index 0000000..720bfd4
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-105.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-108.jpg b/17685-h/images/p1886-108.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ff58b80
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-108.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-109.jpg b/17685-h/images/p1886-109.jpg
new file mode 100644
index 0000000..af731d1
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-109.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-112.jpg b/17685-h/images/p1886-112.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5e81595
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-112.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-113.jpg b/17685-h/images/p1886-113.jpg
new file mode 100644
index 0000000..35d7d8d
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-113.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-116.jpg b/17685-h/images/p1886-116.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b227049
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-116.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-117.jpg b/17685-h/images/p1886-117.jpg
new file mode 100644
index 0000000..163abe9
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-117.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-120.jpg b/17685-h/images/p1886-120.jpg
new file mode 100644
index 0000000..30584e6
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-120.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-193.jpg b/17685-h/images/p1886-193.jpg
new file mode 100644
index 0000000..556453e
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-193.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-196.jpg b/17685-h/images/p1886-196.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8968802
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-196.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-197.jpg b/17685-h/images/p1886-197.jpg
new file mode 100644
index 0000000..257076a
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-197.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-200.jpg b/17685-h/images/p1886-200.jpg
new file mode 100644
index 0000000..31a2444
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-200.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-201.jpg b/17685-h/images/p1886-201.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5cc95bb
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-201.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-204.jpg b/17685-h/images/p1886-204.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2646ad7
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-204.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-205.jpg b/17685-h/images/p1886-205.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b85933c
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-205.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-208.jpg b/17685-h/images/p1886-208.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7152074
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-208.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-289.jpg b/17685-h/images/p1886-289.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4c55900
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-289.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-292.jpg b/17685-h/images/p1886-292.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0c0c51a
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-292.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-293.jpg b/17685-h/images/p1886-293.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2d07f10
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-293.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-296.jpg b/17685-h/images/p1886-296.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5ee4217
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-296.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-297.jpg b/17685-h/images/p1886-297.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3ea3f74
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-297.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-300.jpg b/17685-h/images/p1886-300.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d4b893a
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-300.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-389.jpg b/17685-h/images/p1886-389.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3027636
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-389.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-392.jpg b/17685-h/images/p1886-392.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bd5d534
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-392.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-393.jpg b/17685-h/images/p1886-393.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f463102
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-393.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-396.jpg b/17685-h/images/p1886-396.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9ceb358
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-396.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-397.jpg b/17685-h/images/p1886-397.jpg
new file mode 100644
index 0000000..47a8e24
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-397.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-400.jpg b/17685-h/images/p1886-400.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e63cb5d
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-400.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-401.jpg b/17685-h/images/p1886-401.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1336768
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-401.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-403.jpg b/17685-h/images/p1886-403.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e4386d5
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-403.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-404.jpg b/17685-h/images/p1886-404.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b7be80f
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-404.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-405.jpg b/17685-h/images/p1886-405.jpg
new file mode 100644
index 0000000..baa919c
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-405.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-408.jpg b/17685-h/images/p1886-408.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b585fc6
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-408.jpg
Binary files differ
diff --git a/17685-h/images/p1886-409.jpg b/17685-h/images/p1886-409.jpg
new file mode 100644
index 0000000..936ffc5
--- /dev/null
+++ b/17685-h/images/p1886-409.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..0e49648
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #17685 (https://www.gutenberg.org/ebooks/17685)