diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:13:13 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:13:13 -0700 |
| commit | d9910cb071e94baf6f17a0a4a441d382bbc17a2f (patch) | |
| tree | 7d222a3f6bf541ef53888e655844b9177a58e385 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 24386-8.txt | 3198 | ||||
| -rw-r--r-- | 24386-8.zip | bin | 0 -> 51330 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24386-h.zip | bin | 0 -> 229845 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24386-h/24386-h.htm | 5517 | ||||
| -rw-r--r-- | 24386-h/images/back.jpg | bin | 0 -> 37778 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24386-h/images/front.jpg | bin | 0 -> 113852 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24386-h/images/spine.jpg | bin | 0 -> 14612 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
10 files changed, 8731 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/24386-8.txt b/24386-8.txt new file mode 100644 index 0000000..c9ad0cf --- /dev/null +++ b/24386-8.txt @@ -0,0 +1,3198 @@ +Project Gutenberg's Het vroolijke leven, by Jeanne Reyneke van Stuwe + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Het vroolijke leven + +Author: Jeanne Reyneke van Stuwe + +Release Date: January 21, 2008 [EBook #24386] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VROOLIJKE LEVEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + HET VROOLIJKE LEVEN + + DOOR + + JEANNE REYNEKE VAN STUWE + + + L. J. Veen--Amsterdam + + + + + + +I. + + +Met groote stappen liep Max van den Heuvel zijn kleine kamer op +en neer. Er lag een diepe frons tusschen zijn oogen, en soms beet +hij ongeduldig zijn sterke witte tanden in zijn onderlip. Door het +open raam kwam de koele avondlucht naar binnen, maar hij had het +warm,--benauwd, broeiend warm in de bedompte ruimte, en toch stond +het hem tegen, nu nog naar buiten te gaan. + +Waar moest hij heen? Een eenzame wandeling maken? Naar het een of +ander café, waar hij wel kennissen zou ontmoeten, om zich door hen +vrij te laten houden? Bah! hij had er genoeg van! hij had er meer +dan genoeg van! + +Driftig keek hij om zich heen. Alles irriteerde hem hier....of liever +het _niets_ irriteerde hem hier. Want wat bezat hij? wat kon hij in de +wereld het zijne noemen? Die armzalige meubileering van deze armzalige +kamer, was nog niet eens zijn eigendom. De matten stoel bij het raam, +de onoogelijk-kleine tafel, dat geverfde kastje, 't was meer dan min, +en toch, dát zelfs, niet eens van hem. + +Thans werd het te erg. Hij hield het gewoon niet uit. Nog langer te +leven op dat hongerloon van zes gulden in de week, hij bedankte er +eenvoudig voor. Was hij, Max, nu daartoe geboren?.... + +Moest hij misschien nog blij wezen, dat hij dit werk mocht +doen? Klerkje spelen, den heelen dag gebogen zitten over idiote +papieren, bebromd als een kleine jongen, wanneer hij zich eens +vergiste.... Dat moest uit zijn! uit zijn! + +Hij stampte met den voet op den grond. Wat een scharrelleven had hij +geleid, sinds hij zijn juridische studiën vaarwel zei. Maar je moet +maar pech hebben in het leven. Als zijn vader slechts een paar jaar +later gestorven was, dan zou hij advocaat zijn geweest. De menschen +hadden goed praten: dat hij tóch voort had moeten gaan; er waren er +zóóveel, die een betrekking waarnamen, en toch voort studeerden.... En +als hij dan geen kleeren had, en geen woning had? en moest hij soms +van zijn zes gulden in de week het college-geld oversparen? + +Hij had wel eens wat meer verdiend met journalistiek werk; maar dat +was toch maar voor korten tijd geweest. Neen, daar was hij óók al niet +voor geschikt. Neen! Waarom het niet eerlijk te constateeren: hij wás +geen mensch, om moeizaam droog brood te verdienen. Hij deed het wel, +natuurlijk, omdat het moest, maar het was geen leven. Hij voelde veel +te goed, dat er iets in hem zat; zonder ijdel te wezen kon hij zichzelf +dit gerust bekennen. Hij kon schrijver wezen, dichter, dramaticus, +als de omstandigheden hem daartoe maar in de gelegenheid stelden. Hij +was er niet iemand naar, om de prachtigste romans en verzen neer +te kunnen pennen op de flardige randjes van couranten-papier of de +achterzijde van aan de deur afgegeven drukwerkjes, gezeten op een +stoel met anderhalven poot, en bij het licht van een kaarsje op een +oude flesch.... Bah! bah! hij moest ruimte, licht, weelde, om zich +heen hebben, of er kwam niets van hem terecht. Niets! + +Hij moest iets bedenken, om uit deze onmogelijke positie te +geraken. Hij dacht al dagen lang, zonder verder te komen. En toch had +hij een eed bij zichzelven gedaan, dat hij zich redden zou. Kom! hij +had toch capaciteiten genoeg, om iets hoogers in de wereld te zijn, dan +wat hij nu was,--hij had recht op een betere positie in het leven, ja, +recht! recht! Hij, met zijn uiterlijk, met zijn ontwikkeling, met zijn +beschaafde manieren, met zijn aanleg.... behoefde toch niet eeuwig een +walgelijk stumperdje te blijven op een kantoor, met een loon van zes +gulden per week voor zesenvijftig uren werk?.... Nog geen twaalf centen +per uur, de helft van wat de eerste de beste timmerman of metselaar +verdiende.... nauwelijks opperman's-loon was het, en daar moest hij, +_hij_ zich mee tevreden stellen. En dan klaagden die lui nog, god +beter 't, ze werden socialist, omdat ze werden "uitgebuit",--en wat +werd _hij_ dan?!.... En wat waren zij dan nog bij hém vergeleken? + +Hij had gedacht, gedacht, hoe hij toch aan dit armoe-lot kon +ontkomen. Hij was bijvoorbeeld uitstekend op de hoogte van vormen +en goede manieren. Maar wat kon hij daarmee verdienen? Hij kon toch +niet zoo maar het een of ander parvenus-huis binnen-stappen, met de +boodschap, dat hij hier "manieren wou komen onderwijzen"? Wie hielp +hem aan een familie, die behoefte had aan dat onderwijs? Hij kon +toch óok niet adverteeren: "_Gedistingeerd jongmensch biedt zich aan, +om parvenu's te beschaven_"? + +Ook kon hij zich wel "verhuren," om als voorname gast diners en soirées +met zijn tegenwoordigheid op te luisteren. Maar _daarvoor_ was zijn +naam nu weer niet goed genoeg. Van den Heuvel kon iedereen heeten, +en dat hij nu toevallig was van den aristocratischen tak, dat stond +niet op zijn aangezicht te lezen. Of liever, dat stond _wel_ op zijn +aangezicht geschreven, maar dat was niet voldoende. Was hij maar van +adel, dan, ja, dan zou hij altijd nog wel steun kunnen vinden. Dan +was er wel iemand te vinden, die niet graag zou zien, dat zijn naam +"door het slijk gesleurd" werd, en den jongen bloedverwant daarom +voorthielp, desnoods in de diplomatie.... + +Hij moest toch even lachen om die gedachte: _desnoods_ in de +diplomatie.... En wat was hij nu? Mon dieu! + +Maar toch.... had hij geen familie, bestond er niemand, aan wien +hij zich presenteeren kon, zeggende, dat hij tot een wanhoopsdaad in +staat zou zijn, als men hem liet zonder hulp? Want dan zou hij gaan +zwendelen of stelen of pornografische boeken schrijven.... Neen! dat +kon hij toch niet gaan zeggen, omdat hij dat immers nooit zou doen! + +Teekenen voor koloniaal? Daar had hij feitelijk geen physiek +voor. Bakker worden? brandweerman? Heel goed. Maar, zouden ze hem +aannemen? Ach, neen, in dergelijke beroepen werd hij niet toegelaten. + +Maar het was toch te gek, zie je, te gek, dat Max zoo maar kalm hier +zat te verhongeren. _Iets_ móest er gebeuren. + +Goed gezegd, maar wat? + +Zijn vrienden konden hem niet helpen. Die waren voor het meerendeel +even arme slokkers als hij. Of ze leefden in verhoudingen, die het +hun onmogelijk maakten een broeder in den nood bij te staan. + +Hij moest in deze zaak vertrouwen op zichzelf. Op zijn eigen vlugge +hersenen, op zijn eigen minder-vlugge handen.... + +Zijn handen, ja, gespierd waren ze wel.... voor roeien, tennissen, +en schermen geschikt genoeg.... wacht! kon hij geen les in tennissen +geven? + +En waar moest hij dat dan doen? Hier op zijn kamer? Neen, maar dat +was toch wel iets, om over te denken. Hij werd dan gewoon meegenomen +naar het veld, en geïntroduceerd door den jongeheer of de jonge dame, +die(n) hij les gaf, als kennis. Een wit-flanellen pak zou zooveel +niet kosten. Ja, waarachtig, dat was een idee. + +Maar een oogenblik later dacht hij alweer: Nou, ja, het is een goede +gedachte, en ik zal het misschien ook wel doen, maar fortuin zal ik +met dat baantje toch zeker niet maken. En daarom is 't me toch te doen. + +Rusteloos stapte hij zijn kamer op en neer, op en neer. Hoe langer +het duurde, eer hij iets vond, hoe ongeduriger en ongehumeurder hij +werd. Hij moest maar naar bed gaan. 't Gaf hem allemaal toch niets. En +wat had hij er aan, om morgen met een dof hoofd op dat ellendige, +broeiwarme kantoor te zitten, zoodat elk woord hem inspanning +kostte, en de pennehouder zich bijna niet door zijn loome vingers +liet voort-bewegen.... + +Maar hij zou immers toch niet kunnen slapen? O, neen. Daarvoor werkte +zijn hoofd veel te snel en te helder. Hij moest nog maar eens verder +denken.... + +Als hij eens een speelbank oprichtte? Houders van speelbanken maakten +altijd fortuin. Als ze tenminste voorzichtig waren, en zorgden buiten +de handen der politie te blijven.... Maar.... + +Hè, vervloekt! er was toch ook altijd een "maar"! En toch had hij +met dat "maar" rekening te houden. Want om een speelbank te kunnen +beginnen, daarvoor was kapitaal noodig. En wie zou hem dat willen +voorschieten? Wie zou zich aan een dergelijke risico wagen?.... + +Maar, lieve hemel, was er dan niets, niets voor +hem te vinden? Dat kón toch niet. Dat was toch +godsonmogelijk.... gods-terwereld-onmogelijk.... + +Was er geen geld te slaan uit zijn literaire talenten, die hij toch +werkelijk, sans blague, bezat.... Letterkundige begaafdheid hád hij, +dat was hem meermalen door bevoegde kunstrechters verzekerd. Maar +als hij niet het geluk had in den populairen smaak te vallen, dan +was het immers toch niets gedaan?.... + +Hij stond voor den kleinen spiegel, die boven den schoorsteenmantel +hing, en bekeek zich, zonder dat hij het zich bewust was, +aandachtig. Een aangenamen indruk maakte hij.... flinke oogen, +hoog voorhoofd.... Toen ging hij kijken met meer besef, en terwijl +hij zichzelf zoo bezag, dwaalden er gedachten door zijn hoofd, die +allengs een vaster vorm aannamen.... literaire gaven.... succes bij +vrouwen.... Zijn hersenen werkten al sneller en sneller.... in een +oogenblik verzon hij combinaties.... zette hij schema's in elkaar, +en spon ze uit.... Zoo zou het gaan.... Zóo kon het.... moest het.... + +Zijn gezicht begon al vroolijker te staan, terwijl hij dacht en +dacht. En eensklaps sprong er een zware vloek hem van de lippen, +en hardop riep hij: + +--Ik ben er! ik heb 't gevonden! + +Hij zette zich neer in zijn stoel, legde het eene been over het andere, +en omgreep den enkel met beide handen. Zijn wenkbrauwen fronsden zich +van het ingespannen denken, maar nu hij eenmaal "het" gevonden had, +was de nadere uitwerking van zijn plan niet zoo moeilijk meer. Zijn +oogen begonnen te stralen van ondeugend pleizier.... en tot laat in +den nacht bleef hij zitten fantaseeren, en bekeek zijn prachtig plan +vergenoegd van alle kanten. + + + + + + + +II. + + +Den volgenden morgen werd hij wakker, doordat de deur van zijn kamer +openging, en hij zijn vriend Robert Roodhaar verschijnen zag. Roodhaar +was Robert's bijnaam, ter oorzaak van zijn wit-blond, bijna kleurloos +haar,--zooals den roodharigen Frits Verhaeren de naam van "Sneeuw" +was gegeven,--hij heette eigenlijk Lam, maar hij had zoozeer het land +daaraan, dat hij zich getroost Roodhaar had hooren doopen. + +Robert Roodhaar trad toe op het bed, waarin, tot zijn verbazing, +Max hem vriendelijk lag toe te lachen. + +--Ben je dan niet ziek? + +--Nee, zoon van Walter Scott. Wat doe jij zoo vroeg op de vlakte? + +--Vroeg? wat scheelt je toch? 't Is tien uur. Waarom ben je niet +op kantoor? + +--Ik had geen zin. + +--Geen zin?! + +--Nee. + +--En dat vertel je zoo kalm? Ben je plotseling gek geworden, of.... + +--Nee, gek ben 'k niet en kachel ben 'k óok niet, en ziek ben 'k +ook niet. + +--Ik kwam even de Mercure de France bij je aanreiken. Ik dacht +natuurlijk, dat je op kantoor was. Toen zegt me je huisjuffrouw: +Ga u maar 's na binnen, meneer doet zoo raar, hij het gerust de koorts. + +Max barstte in lachen uit. + +--Zei ze dat? + +--Ja, ze had je om acht uur geklopt. Meneer, sta u op! Nee, had +je gezegd. Is u ziek, meneer? Dat niet, juffrouw, maar ik heb nog +slaap. Dag, juffrouw. Ze had je nog 's geroepen, en nog 's geroepen, +maar je had alleen maar gesnorkt. + +--Dat wil 'k waarachtig wel gelooven, ik ben pas om vier uur gaan +maffen. + +--Wat heb je dan uitgevoerd? + +Max richtte zich wat op, en wijzend met zijn vinger naar Robert, +zei hij met nadruk: + +--Ik heb vannacht m'n fortuin gemaakt. + +--Hij is verdomd gek, zuchtte Robert, en viel verslagen neer op een +stoel. Max lag hem met ondeugend-schitterende, "echt-krankzinnige" +oogen aan te kijken. + +--Nee, 'k word griezelig van je, hoor. Zooeven was d'r 'n jongetje van +je kantoor geweest, toen heeft de juffrouw de boodschap mee-gegeven, +dat je de "koorts in 't hoofd" had. Maar dat geloof ik nou werkelijk +ook. + +--Ha! ha! lachte Max. Met een energieke beweging sprong hij uit +het bed, en plaste een stortenden stroom in de waschkom. Blijf je +ontbijten? + +--Ik héb natuurlijk al ontbeten. + +--Ja, maar, hè, als ik je inviteer op pâté de foie gras.... en sardines +in tomatensaus.... hè? + +--Zit 't er zoo aan? + +--Nog niet, maar jij leent me wel 'n rijkspop. + +--Ik?! + +--Ja, jij, knipoogde Max. Toe, boy, terwijl ik me aankleed, ga jij +nou even naar Botter, je weet wel, en haal de dingen, en vergeet niet +'n paar broodjes, geraspte broodjes.... + +--Ben je goed wijs? + +--Ga nou, als je terug-komt zal 'k je alles vertellen. Ga nou, ik +ontbijt anders alleen maar met 'n kop chocola, ik wil 't d'r nou +'s van nemen. Je zal ophooren, zeg. 't Is voor jou óok voordeelig, +daarom bewijs me voor 't laatst 'n liefdedienst, en haal de pâté. + +--Je hebt toch geen erfenis gekregen, die je met mij wil deelen? + +--Mieux que ça. + +Robert stond nog besluiteloos bij de deur. Uiterst nieuwsgierig was +hij, want hij geloofde nu toch niet meer, dat Max ziek of krankzinnig +moest zijn. Hij zag veel te helder en te vergenoegd uit zijn oogen, +zijn bewegingen waren veel te energiek en te krachtig. Wat was dat +gezicht veranderd; hoe stond het pijnlijk en somber en lusteloos +gisteren nog,--en nu straalde het, stráálde het letterlijk. + +--Zeg 't me nou eerst. + +--O, god, nee man, 't is 'n heel verhaal. Ga nou, ik ben dadelijk +klaar. + +Toen Robert terug-kwam, en naar Max' tevredenheid de boodschappen +punctueel had verricht, beval Max, dat er eerst zou ontbeten worden, +voor hij begon te vertellen. + +--Ik heb zoo'n allemachtige honger, zeg, ik zou nu toch niet kunnen +praten. + +Zij aten. Max smeerde de pâté dik op het open-gesneden broodje, +en keek Robert van tijd tot tijd aan met veelzeggend-ondeugenden +blik. Ja, jong, als je 't hoort! als je 't hoort! Zeg, jij kan je +journalisten-baantje d'r dan óok wel bij neerleggen, hoor. Jij ben ook +'n knappe kerel. + +--Ja, god, ja, ik heb goed genoeg m'n verstand, maar.... + +--Dat bedoel ik niet, ik bedoel je uiterlijk. + +--M'n uiterlijk? + +Max barstte bij het zien van zijn vriend's onthutst gezicht in zoo'n +dollen schaterlach uit, dat hij niet tot bedaren kon komen, totdat +hij zich bijna verslikte; toen kalmeerde hij. + +--Ja, nou begrijp ik d'r niks meer van. + +--Hoeft ook niet. Wacht maar, je zal 't nou gauw hooren. Hij liet +het laatste restje tomatensaus op zijn broodje druppelen, at het op, +en zei: + +--Ziezoo. Nou nog 'n sigaret, en ik ben je man. Merci, zei hij, en +nam een sigaret uit Robert's aangeboden koker. Nou nog 'n vlammetje.... + +Hij plofte in zijn matten stoel, leunde gemakkelijk daarin, en sloeg +de beenen over elkaar. + +--Nou moet je goed luisteren, zeg, en al je aandacht.... + +--Ja, schiet maar af. + +--Nou, ik moet je dan zeggen, dat 'k al 'n heele poos beu ben van dat +beroerde, verdoemde leven, dat 'k dag aan dag moet leiden. Ik heb me +kop te barsten gedacht, om iets te vinden.... + +--Nou ja. + +--Dat interesseert je niet, hè? Maar dat is anders juist 't +interessantste. Enfin. Nou, ik héb wat bedacht. + +--Zoo? + +--Ja. Ik ga 'n tijdschrift oprichten. + +--Jij? 'n Tijdschrift? Nou, dat is 'n héél nieuw idee. 'n Tijdschrift! + +--Maar wat voor een! 'n Heel nieuw idee is 't, daar heb je gelijk in, +absoluut nieuw, gloednieuw, oorspronkelijk, origineel.... + +--Ga voort. + +--'n Tijdschrift voor dames. + +--Phh! dàt is werkelijk iets nieuws. + +--Doe niet zoo minachtend. 'n Tijdschrift voor dames, ja. Onder +_mijn_ redactie. Omdat ik zoo'n "bekoorlijk" uiterlijk heb. Vat je +'t nu? Ik zweer je, ik heb succes. Ik laat prospectussen drukken +met mijn portret, en 't loopt storm. Daar ben ik van overtuigd. Als +medewerkers neem 'k ook alleen "knappe" jongens aan. Wat zeg je? + +--'n Verdomd goed idee! riep Robert, enthousiast, en sloeg zich op +zijn knie. + +--Zie je nou wel? + +--En _ik_ val óok in de termen? Zeer geflatteerd. + +--Ja, je haar is wel wat wit, maar je bent toch 'n "aardige" jongen. En +je teekent je stukken: Robert Roodhaar. Dat staat pikant. + +Robert moest lachen. + +--'t Is 'n kranige inval. + +--Nietwaar? _Alle_ bladen voor vrouwen staan onder redactie van +'n vrouw. Kan je je voorstellen, hoe pikant 't is voor de abonnées +nu altijd met 'n man te doen te hebben? Zeg? Nou moet 'k nog meer +medewerkers gaan opsnorren. Of ze talent hebben, komt er zooveel niet +op aan, dat begrijp je, als ze d'r maar goed uitzien, en aardig in +de omgang zijn. + +--Valt Sneeuw d'r dan buiten? + +--Sneeuw .... 't is zoo'n geestige vent.... die kan ik niet +missen. Nee, die moet meedoen. Dan dient hij maar als repoussoir voor +de anderen. + +--En de uitgever? + +--Ik heb gedacht over Wouters. Dat is 'n eerlijke, soliede, joviale +kerel. + +--Maar heeft geen geld. + +--Ik help 'm d'r boven op. Hij verdient 't. We gaan zoometeen dadelijk +met 'm spreken. En zeg, dan huren we 'n nette verdieping af voor +bureau; ik heb m'n privé kantoor.... En we zullen allerlei wedstrijden +verzinnen: 'n schoonheidswedstrijd, 'n wedstrijd in 't liefdesbrieven +schrijven.... en houden dan plechtig prijzenuitdeeling.... + +--En je kan picnics organiseeren, en bals.... + +--O, jé, 't maakt éclat! We gaan nu dadelijk 't bekend maken, en +adverteeren, dat er nú al ingeschreven kan worden, dan weten we, +met hoeveel abonnementen we beginnen, begrijp je? + +--En de titel? + +--De titel weet ik óok al. 'n Prachtige. Ik zal je zeggen, hoe ik +d'r aan gekomen ben. Door die ellendige geschiedenis van Marceline +Kam en die Spaansche schilder. + +--O, die weg-geloopen is met die schilder? + +--Ze is niet weg-geloopen. Ze is gescheiden van Kam, en getrouwd met +die schilder. Nou, ze woonde in Parijs, en daar is plotseling die +schilder aan typhus gestorven, en zij heeft ook de typhus gehad, en +'t kind is dood, tenminste, 't ging mis daardoor. Verschrikkelijk, hè? + +--Och, ja. + +--Jij kende d'r niet? + +--Nee, wel veel over hooren spreken, natuurlijk. + +--Nou, ik ben d'r wel 's geweest, maar ik moet je zeggen, 't heeft me +beroerd getroffen, toen ik 't hoorde. Ze schijnen bar gelukkig samen te +zijn geweest. En hij schilderde haar. 't Schilderij was nog niet af.... + +--Is zij weer beter? + +--Beter, nee, ze sukkelt nog altijd. Ze heeft, geloof ik, niet veel +besef. Misschien wordt ze wel krankzinnig. + +--En is ze nog in Parijs? + +--Nee, d'r eerste man, Kam, de bankier, heeft d'r +terug-genomen. Verdomd mooi, hè? + +--Ja. + +--Nou, die Marceline werd door haar man geschilderd als "Eva,"--Eva +hier genomen als het type, het oerbeeld van de vrouw,--en daardoor +ben ik op 't denkbeeld gekomen, ons blad: _Eva_ te noemen. Wat denk +je daarvan? + +--Uitstekend! + +--Ik dacht óok, dat d'r geen betere naam voor gevonden kon worden. En +dan heeft die tragische historie van Marceline zoo'n indruk op me +gemaakt, dat ik denk 'n roman daarover te gaan schrijven in ons blad. + +--Kan je dat doen? + +--Natuurlijk als ik de namen verander, en de situaties verander. + +--Nu dat's óok 'n goed idee. Pakkend, spannend. + +--Ja, 'n roman van _mijn_ hand.... zooiets moet wel, dat zal een +voorwaarde van Wouters zijn, en daarom ben 'k blij, dat 'k zoo'n mooi +onderwerp heb, nu kan 'k 'm die beloven. + +--Moet mijn portret óok niet in de circulaire? + +--Nee, walgelijke ijdeltuit. Maar zoo gauw je 'n langer stuk hebt, +zetten we je d'r bij hoor, in 't blad. + +--Mooi zoo. + +--'t Zal 'n sensatie geven! 'n Sensatie! Binnen 't jaar voorspel ik +je duizend abonnées. + +--Toe maar. + +--O, ik ben volstrekt niet te optimist. + +--En wat wordt 't? 'n "Weekblad? 'n maandblad? + +--'n Weekblad natuurlijk. Ze moeten dikwijls wat van ons hooren. + +--Als 't goed gaat, kan je ook nog 'n huwelijksbureau bij de affaire +oprichten.... + +--Niet schuin worden. Heb je nog 'n sigaret? Merci. Nou, laten we nou +'s recapituleeren, want we moeten goed weten wat we Wouters zullen +zeggen. Je hebt immers tijd? + +--Ja, ik moest de soesoehoenan van Betsjoeanaland, of hoe heet dat +heer, aan 't station gaan opvangen, maar hij komt pas om twee uur, +hoorde ik daar. + +--Prachtig; schrijf jij op. + +Robert haalde zijn reportersboekje voor den dag, en legde het open +op zijn knie. + +--Weekblad oprichten. Naam: Eva. Redactie: Max van den +Heuvel. Medewerkers: Robert Roodhaar, Sneeuw.... + +--Sneeuw kan je niet zetten; als je al onze aliassen neemt, lijkt +'t blad wel 'n Humoristisch Album. + +--Frits Verhaeren, schreef Robert gehoorzaam. + +--Nou, en dan Jan, en Karel.... en.... ja, d'r zijn d'r eigenlijk +niet zoo bar veel.... + +--Nee, als 't tenminste allemaal beaux garçons moeten zijn.... Maar +_ik_ zeg je, dat 'n leelijke baas, als hij maar brutaal en geestig is, +minstens evenveel succes heeft bij de vrouwen, als 'n "mooie" jongen. + +--Als 'n domme, idiote, onnoozele "mooie" jongen, maar als die mooie +jongen nou óok nog geestig is, en brutaal?.... + +--O, maar waar vind je die exemplaren? + +--Een heb ik er gevonden, dat is al ruim genoeg, zei Max, en streek +met zoo'n welbewust air van tevredenheid zijn kleinen zwarten knevel +op, dat Robert lachend een vloek uitstiet. + +--Pedant être! + +--Zelfkennis, is dat pedanterie? vroeg Max onschuldig. Maar de vreugde +schitterde hem uit de oogen, en lachte van zijn bewegelijke lippen. + +Hij voelde zich zóo luchtig, zóo blij, na den zwaren tijd, dien +hij had doorgemaakt, dat hij geheel veranderd was, verruimd, haast +opgetogen. Zijn eigenlijk-opgewekt temperament herstelde zich weer, +hij werd opnieuw de oude dolle Max, die wagen durfde, en zeker was +te winnen. + +--Rubrieken? + +--Hoofdartikel. Ik weet wel niet, wie dat geregeld schrijven +moet.... maar 't hoort in zoo'n blad. De vrouwtjes houden er van +bepreekt te worden. + +--Nou, dan kan jij 't niet doen: als de vos de passie preekt.... Maar +Karel is daar zoo uitstekend geschikt voor, zeg, die lijmt alles aan +elkaar. En laat 'm dan onderteekenen: Kaatje! + +--Ben je gek?.... Schetsen, novellen, romans, verzen.... daar +zullen _wij_ wel allemaal voor zorgen, desnoods onder verschillende +pseudoniemen. Correspondentie.... dat doe _ik_. Ik lach me 'n ongeluk, +als ik daaraan denk. Nou, dan: ingezonden stukken.... die zullen we +genoeg krijgen. Wedstrijden.... + +--En moet je niet wat over de vrouwenbeweging hebben? Daar kan je +haast niet buiten in 'n modern damesblad. + +--Dat is waar. Maar ik zie waarachtig geen kans.... Laten we daar +dan nog maar wat mee wachten. Daar zal dan wel 'n medewerker of +medewerkster voor opduikelen. + +--Nee, 't is beter, er dadelijk mee te beginnen. Dat geeft fidutie. Als +ze merken, dat wij mannen zoo degelijk zijn, en dat _wij_ er voor +willen zorgen, dat de vrouwen meer rechten en meer vrijheid krijgen.... + +--Nou, goed, dan zal ik wel 's 'n paar artikelen schrijven, om 't +vrije huwelijk aan te bevelen, en te zeggen, dat 't onderzoek naar +'t moederschap verboden moest zijn.... + +--Nou zonder gekheid. Ken je Eleonore van Aalst? + +--Die blauwkous? + +--Wees nou niet zoo ouderwetsch. 't Is geen blauwkous, zelfs niet in +jouw beteekenis. 't Is 'n verstandige, door en door degelijke vrouw.... + +--Ik kén die verstandige, degelijke vrouwen. Ze zijn niet te genieten. + +--Met verstandig en degelijk bedoel ik hier, dat ze niet overdrijft; +niet met politie-agenten vecht, niet met 'n bel staat te luiden, +tijdens 'n rede van haar tegenpartij, geen invallen doet in de +Kamer.... + +--Ach, is 't zoo'n wonder? + +--Ja, ze is kalm, bezadigd; feministe uit overtuiging, maar niet +doordrijverig, niet lastig.... verstándig is ze, in één woord. + +--Nou, goed, vraag jij d'r dan?.... Als ze tenminste niet te oud +is.... We mogen de "Eva'tjes" niet afschrikken. Ons motto zal zijn: +Alles wat liefelijk is, en wèl luidt. + +--Dus nu zijn de voorloopige besprekingen afgeloopen? + +--Ja, we hebben genoeg om Wouters lekker te maken. Wat zal hij +opkijken!! + +--Ik heb niet veel tijd meer, zie je, ik moet nog lunchen ook. + +--Best, dan stappen we op. We treffen Wouters nog net; hij is altijd +voor twaalf op zijn kantoor. Zeg, je moet niet te hooge eischen +stellen, wat honorarium betreft, hoor? we mogen 'm niet afschrikken. + +--Wat vraag jij dan? + +--Ik ben redacteur. + +--Maar wat vraag je? + +--Drieduizend pop. + +--Drieduizend!! + +--Nou, tweeduizend dan. Maar minder geen cent. + + + + + + + +III. + + +Vol trots, vol zelf-bewondering keek Max rond in zijn keurig +kantoor. Dat was toch maar _zijn_ werk, zijn eigen werk, dat hij hier +nu zoo prachtig zat. Ruim, luchtig, comfortabel.... + +Voor hem op zijn groot bureau ministre lagen een paar exemplaren van +het weekblad "Eva". Liefkoozend, bijna streelend, legde hij zijn +hand er op. Werkelijkheid.... zijn droom werd nu toch waarachtige +werkelijkheid.... + +Hij leunde welvoldaan in zijn bureaustoel. Hij bezat dan toch +wel kracht en doorzettingsvermogen, om, ondanks alle bezwaren en +moeilijkheden, vol te houden, vól te houden, totdat het doel was +bereikt. De zaken waren bij Wouters niet zoo glad van stapel geloopen, +als hij had gemeend. Nee, die wou kapitaal hebben, notabene, een +zekerheidsstelling, een waarborgsom,--en daar was hij niet af te +brengen. Ja! als hij dát had.... dan kon hij, Max, tweeduizend +gulden krijgen, dan zou hij goede honoraria betalen.... prijzen +uitloven.... dan zou het weekblad er ook prachtig-verzorgd uitzien, +zwaar papier.... nu en dan een illustratie op kunstdruk-papier... een +opzettelijk-gesneden letter.... + +Maar waar dat kapitaal te vinden? En toch, zóó in het gezicht der +veilige kust vergaan.... dat wilde Max niet. Nooit, onmogelijk, zou +hij zich weer in zijn hondsch leven, dat hij in gedachten al voor goed +vaarwel had gezegd, kunnen schikken, nu hij zóó'n ander bestaan had +geënvisageerd. Op sommige oogenblikken was hij radeloos; moest zijn +plan, waar toch een fortuin inzat, dan afstuiten op een oogenblikkelijk +gebrek aan dat stomme, dat brute geld?.... Maar de andere jongelui, die +allen gewonnen waren, en waarvan de een zich al enthousiaster betoonde +dan de ander, konden het plan ook maar niet zoo plotseling weer zien +opgegeven. En een hunner wist een nicht van hem zóolang te bewerken, +totdat zij toegaf, en zich aansprakelijk wilde stellen als borg. + +Nu waren zij gered, en met spoed werden de toebereidselen gemaakt. Max +drong de omstandigheden met een koortsachtigen ijver voort, totdat +hij wás, waar hij wezen wou. + +Een "nette" verdieping, zooals hij dat had gewenscht, was ingericht +als kantoor voor het weekblad "Eva". Hij had de voorkamer, +die uitzag in de Heemskerckstraat, als particulier kantoor; +eenvoudig was de kamer gemeubeld, maar juist volgens zijn genoegen; +met een breede schrijftafel bij het eene raam, een tafel in het +midden, overdekt met boeken en papieren, een paar fauteuils voor de +bezoekers,--bezoeksters,--en een groote boekenkast aan den wand. Verder +had hij gezorgd voor wat mooie groene planten, en voor een paar kleine +aquarellen en eenvoudig-omlijste etsen aan de met effen donkerrood +behangen wanden. Een paar stoelen, een boekendrager, een rek met een +encyclopedie en dictionnaires, en naast zich een klein, tweebladig +vierkant tafeltje. + +Eenvoudig genoeg,--maar het had hem nog heel wat hoofdbreken gekost, +om het zoover te krijgen. Want daar hij geen cent fortuin bezat, +moest alles hem op afrekening worden gegeven, en het duurde lang, +en kostte veel moeite, eer hij een leverancier daartoe bereid had +gevonden. Ze hadden meestal zóoveel noten op hun zang, betrachtten +zóoveel voorzichtigheid, dat hij wel eens woedend had uitgeroepen: +waarvoor ze hem dan wel aanzagen? En ja waar zagen ze hem voor +aan? Wel, voor wat hij toen nog was: een klerkje, werkzaam in een +kleine zaak.... + +Enfin, eindelijk was hij dan toch geslaagd. En hoe! Tevreden was hij, +over- en over- en over-tevreden. Het gaf wel een air van degelijkheid, +deze sobere eenvoud, dat kon niet anders dan een goeden indruk maken. + +In het kabinet vóor zat Robert, als zijn particuliere secretaris. Dat +wil zeggen, hij zat er nooit, want zijn journalistieke baantje had hij, +ondanks al zijn, Max', overhalingen, er niet aan willen geven. Later +misschien.... nu vond hij de zaak nog te precair. Precair! verbeeld je, +nu alles zóó prachtig liep: vierhonderd drie en tachtig abonnées, nog +vóor het verschijnen van het eerste nummer! Enfin, hij zat dus voor den +vorm in dat kabinet, maar eigenlijk stond er alleen een schrijfmachine. + +Veine! veine! Het geluk dient den stoutmoedige. Het prospectus +was inderdaad practisch en pakkend gesteld. En zijn portret.... nu +hij mocht dan ijdel wezen, goed! maar zijn portret had het hem dan +toch maar gedaan. Hoeveel briefjes had hij niet ontvangen aan zijn +persoonlijk adres: dat die en die zich zoo graag zou abonneeren.... in +de hoop natuurlijk een antwoordje van Hem (met een hoofdletter) terug +te ontvangen. In het begin had hij dat dan ook trouw gedaan,--maar +toen de toeloop te groot werd, moest zijn particuliere secretaris +er voor opdraaien, alias de schrijfmachine. Leuk, leuk, typisch, +pyramidaal, had hij zich er boven-op gewerkt! + +Vanavond zou er een vergadering zijn van de redactie en +medewerkers. Gezellig, wat? zoo'n staf om je heen te hebben, +die je drillen en bemeesteren kon. En ze luisterden naar hem; +natuurlijk! sinds hij bewezen had, zoo uitstekend de zaken in te zien! + + + + + + + +IV. + + +Wouters, de uitgever, wilde nu en dan een woordje in het midden +brengen, maar hij werd dadelijk door de rumoerige jongelui +overschreeuwd. Wat! wou _hij_ nu nog spreken van risico! van +voorzichtigheid! van niet te veel wagen! Dankbaar moest hij wezen, +in zoo'n prachtige zaak te zijn gehaald! Over een paar jaar een +goudmijn! Tonnen waard! Prachtigste tijdschrift van Nederland! + +Wouters, die eigenlijk zeer tevreden was over den loop der dingen, +en in de toekomst nóg betere tijden voorzag, vond het tóch +wel zaak de opgewondenheid der jongelui een beetje te remmen, +die er van spraken een rivière van diamanten, als prijs in den +liefdesbrieven-wedstrijd,--waarmee het eerste nummer verrijkt en +de abonnées verrukt zouden worden,--uit te loven, of het zoo niets +was. Hij zou daarom de vergadering tot het laatste toe blijven +bijwonen,--hoewel hij ongenoodigd verschenen was,--om al te groote +roekeloosheid te voorkomen. Rustig zat hij op zijn stoel, en luisterde, +en rookte de eene sigaar na de andere. + +Max, wiens gezicht van geanimeerdheid blonk, zat in zijn bureaustoel +de vergadering te presideeren. Hij had getracht alles naar orde en +regel te doen gaan, maar met zoo'n wilde bende als zijn medewerkers +waren, lukte dat niet. Enfin, ook al goed. Hij had een gevoel, of +hij wel óp kon vliegen in de lucht, of hij moest dansen, schreeuwen, +tieren, kabaal maken.... of dat hij anders uit elkaar zou spatten van +te zwaar geladen levenslust. Enfin, die drang naar licht en muziek en +dol rumoer zou hij straks wel uitvieren,--straks, als zijn medewerkers +en hij nog eens gingen na-fuiven in de stad,--nu moest hij zijn kop +bij elkaar houden, want de zaken dienden toch eerst te worden afgedaan. + +De kleine bediende, netjes in een groompakje gestoken, bracht een +pakje brieven binnen; het resultaat van de advertentie, die geregeld +in de groote bladen stond. + +--Hoera! gilde Kaatje, als een kind, en sloeg met zijn handen op de +tafel. 't Lijkt wel of de advertentie 'n huwelijksadvertentie was! + +--Een, twee, drie.... tien, twaalf, dertien.... dertien abonnementen, +waarachtig! riep Max. + +Wouters verzamelde de brieven, en stak ze zorgvuldig bij elkaar in +zijn zak. Hij knikte tevreden met het hoofd. + +Sneeuw zat eindeloos tegen Robert Roodhaar te betoogen, dat hij, +bij het beoordeelen van de wedstrijd-brieven, dit principe zou +voorstaan: de brief moest direct-aansprekend wezen, kort, _niet_ +literair, en _niet_ geïnspireerd op de prachtige voorbeelden van +Madame de Staël, Lady Montague, Madame de Sévigné. De korte, dikke Jan +dischte eenige gepeperde anecdotes op over vrouwen, die in het eerste +nummer moesten,--dat zou trekken, dat was nog iets anders, dan de +water-en-meel-kost der andere damesblaadjes, en hij ging almaar voort: + +--Nou, zeg, en toen komt die man met z'n vrouw de kamers van die +vriend bekijken, en die vrouw houdt zich heel goed, en ze doet ook, +of ze alles voor de eerste maal ziet, en ze bewondert de schilderijen +en zoo, maar opeens zegt ze argeloos: Hé, heb je die lamp nou op de +guéridon gezet? + +Karel, het drukke Kaatje, kronkelde zich op zijn stoel van pret, +en Jan begon alweer: + +--D'r was 'n meneer, en die zegt tegen 'n mevrouw van zijn kennis: +Mevrouw, wanneer komt u nu m'n nieuwe woning 's bezien? En wat zegt +zij? Zij zegt: dat zal niet gaan, want ik kan.... + +--Is 't nou uit! donderde Max. Kunnen jullie nou voor den bliksem +niet 's 'n oogenblik je fatsoen houden! Straks, straks doen we wat +we willen, maar nou bij de zaken zijn! + +--Present, president! zei Ka, en zat netjes met zijn handen op +de tafel. + +--Ajasses, wat 'n kinderen. Jasses! had ik jullie maar +thuis-gelaten!.... + +--Nou, begin jij nou niet zelf, kalmeerde Sneeuw. Laten we de zaken +vlug afdoen. Noem op, Max, wat we nu voor 't eerste nummer hebben. + +--Stuk van mijn roman.... + +--Hoe heet die? + +--Eva, natuurlijk. + +--Vind je dat aan te raden? 't Blad heet Eva, je roman heet Eva.... ze +zullen 't door elkaar halen. + +--Dat's niks, hoe meer d'r gekletst wordt over Eva, hoe beter. En ik +wil de roman zoo noemen, dus ik doe 't. + +--Ja, jij doet alles maar, wat je wil. + +--Zoo, is dat soms niet m'n recht. Ben ik niet.... + +--Je zou niks zonder onze hulp.... + +--Beginnen jullie nóu al herrie te schoppen? vroeg Robert. + +--Laat ze maar, zei Sneeuw gelaten. D'r komt altijd herrie in +redacties, dat's 'n gewoon natuurverschijnsel. + +--Nou, ik schrijf op, vertelde de secretaris. Brok roman. Hoeveel +kolom? + +--Ik denk.... vijf of zes. Maar eerst 't motto. Ik heb 'n prachtig +motto: 'n vers van Plasschaert: Eva. + + + Wie brak de vrucht? + De nacht was vol-omloofd van weeningen. + + En veile vlammen sprongen op, + En gele sterren dansten ijl, + Adam's lijf schemerde anders rood, + Ik hoorde woorden warrig-- + En englen vloden. + Englen vloden met roode vlerken, + Vleugels stoven als rose blaeren, + De nacht zwol open tot een groot, rood hart, + --Hij was mijn god, mijn heer. + + +Daarna: + + + Ik ben nu heerlijkst, meesteres, + Ik draag gezang en tranen, + Een hemel en een vlam, + En een schroei en water, + Ik draag een, die gekruist des daags + Aan Juda's groenend hout-- + Ziet, ziet, ik dans.... + + +--Prachtig! riep Sneeuw. Dat vóorgezicht van haar, dat plotseling +afgebroken wordt door de uiting van haar overstortende vreugde: Ziet, +ziet, ik dans!.... + +--Ik protesteer tegen dat: Ik ben nu heerlijkst, meesteres! riep +Ka. De vrouw is nooit meesteres over de man geweest! + +--Wacht maar, tot je verliefd wordt, dreigde Robert, die zuchtte +onder de luimen van een capricieuse jonge dame. + +--Word _niet_ verliefd, nooit, raadde Max. Laten ze op jóu verliefd +worden. + +--Je kan niet buiten verliefd zijn, wist Jan. En d'r is geen gevaar +bij, zoolang je 't op 'n heeleboel tegelijk ben. + +--Blijft de voorraad copie hierbij? dat gaat goed zoo! + +--Nou ik heb immers nog m'n essay over de vrouw.... zei Sneeuw, +en dan moeten de ingekomen antwoorden op de prijsvraag worden vermeld. + +--En Robert heeft 'n novelle? + +--Ja: Winternacht. + +--En jij, Ka? + +--Moet ik óok wat doen? + +--Ja. + +--Ka en ik, zei Jan, geven humoristische dialogen. + +--Zoo? zei Karel. + +--Ja, zei Jan. + +--Nou, mij goed! + +--Dan hebben we dat lange artikel van Eleonore van Aalst, zei Max. 'n +Prachtig stuk. + +--Heb je 't gelezen? + +--Nee, maar dat begrijp ik wel, dat 't mooi moet zijn. + +--Voor de berichten over vrouwen in 't binnen- en buitenland kan jij +'t beste zorgen, Roodhaar, jij knipt maar uit je courant. + +--Jawel, daar zal ik wel voor zorgen. + +--Hebben we dan genoeg? + +--Nee, hoor 's, zei Sneeuw, we moeten d'r nog wat +bij hebben, wat aparts.... iets, dat niet iedereen +heeft.... Bijvoorbeeld.... bijvoorbeeld.... vrouwen-portretten.... + +--Portretten van mooie dames en demi-dames? + +--Ach, klets niet, beschrijvingen van vrouwen, bekende vrouwen, +heel kort, 'n karakteristiek in enkele woorden. + +--Heel goed, heel goed, riep Jan. Dat doen we. + +--Zou je mij, als redacteur óok in die zaak willen kennen? vroeg +Max hautain. + +--Heb je d'r dan wat op tegen? + +--Op tegen, nee. + +--Nou dan? + +--Alles moet behoorlijk aan _mij_ worden voorgelegd. + +--Hoor die! + +--Och, geef 'm z'n zin maar, zei Ka goedaardig. Je weet: kinderen en +gekken moeten worden toegegeven. + +--Portretten van mejuffrouw Kruis, de eenige Nederlandsche +sulkey-rijdster of van Carmen Bereira, de eenige Spaansche stieren +vechtster?.... + +--Is 't gedaan met die flauwiteit, met die verdomde lafheid! schreeuwde +Max. Als jullie niet anders kunnen doen, dan rukken jullie maar +uit, hoor! + +--Zeg, zoo moet je maar beginnen! + +--Ja, zoo zal je wel hulp krijgen! + +--Net, of je 't alleen af kan! + +Jan leunde zich nog eens wat beter in zijn stoel, en sloeg de armen +over elkaar. + +--Gooi je eigen glazen niet in, vermaande hij bedaard. Hier zit ik, +ik kan niet anders, God helpe mij, amen. + +Max bedaarde. Zijn woede was veel meer innerlijke opwinding, dan +werkelijke boosheid. Zijn overbruisende vreugde móest zich in geweld +uiten, op welke wijze dan ook. Hij was als een veer, die lang met +zwaren druk naar beneden gehouden is, en plotseling met volle kracht +omhoog schiet. De sombere, eentonige, duldelooze tijd, die achter +hem lag, en die nu zoo plotseling was overgegaan in een toekomst vol +prachtige vooruitzichten, deed zijn nawerking op hem nog dikwijls +gevoelen, hij had uit die periode van geestelijke lusteloosheid, +van lichamelijke gedruktheid een prikkelbaarheid overgehouden, een +nervositeit, die hem soms deed uitbarsten in vlagen van onredelijken +toorn, waarvan hij toch niets meende; buien, waarin hij dingen zeide, +waarover hij zich dikwijls verbaasde. + +--Vooruit, bende idioten! zei hij, vooruit maar weer. + +--O, zoo, zei Jan. + +--Nou, die portretten, wie zal dat op zich nemen.... + +--Mannen, nee, ik heb er genoeg van, viel Max opeens uit. M'n kop +staat d'r niet naar. Ik ben niet rustig genoeg. Leg al jullie plannen +maar bij mij neer, ik zal ze wel uitzoeken, en verwerken. Ik zal +ook 't nummer wel samenstellen. Ik kan nou niet meer denken.... M'n +hersens branden.... + +--Dan fùiven we de avond maar verder uit! + +--Ja! riep Max. + +Een heete lust naar licht, naar dolle muziek, naar razend rumoer drong +gloeiend door zijn bloed. Hij hongerde naar feestelijk genot, zijn +hoofd hongerde, zijn heele lichaam hongerde, na zóo lang te hebben +ontbeerd. Ziedend, schuimend, wou zijn blijdschap zich een uitweg +banen.... zwelgen wou hij in een wilden, driftigen roes.... hij móest +zijn vreugde uitvieren, hij móest!.... + +--Ja, maar, heeren, protesteerde Wouters, de uitgever. Daarvoor zijn +we niet hier gekomen.... + +--Nee, nee, u hoeft ook niet mee te fuiven, stelde Jan hem gerust. + +--Eerst zaken, eerst zaken.... Zaken zijn zaken.... + +--Les affaires sont les affaires! + +--Toe, heeren, laten we hier nu niet als kwajongens tegenover elkander +staan, 't Eerste nummer dient nu vanavond in elkaar.... + +--Maak je niet bezorgd, oude heer, komt terecht, komt terecht, +beloofde Max. Ik stel me d'r aansprakelijk voor. Ik heb d'r toch ook +wel 'n beetje belang bij? + +--Ja, maar, ik ben zoo bang.... + +--Waarvoor? + +--Dat 't op gekheid maken uitloopt. Ik zeg u, heeren, 't moet ernst +blijven, geen Witzblatt worden, of ik laat me d'r niet mee in. + +--Maar, man, hoe kom je dáár nou bij! 't Is ons allemaal immers even +phenomenale ernst! + +--Jawel, jawel, maar.... + +Max klopte den uitgever vriendelijk op den schouder. + +--Toe, vertrouw nou maar 's op _mij_, he? Laad al uw zorgen op de +hoofdredacteur. + +Robert reciteerde uit zijn pas aangevangen epos: _Hercules_; Sneeuw +schreef in zijn notitieboek eenige namen van vrouwen, die voor de +"portretten" in aanmerking konden komen: Ka en Jan hielpen hem, +en noemden namen van "vermaarde" vrouwen: + +--Zeg, moet je die niet hebben: Politie-Jet? iedereen kent de naam, +of Emma Elberfeld, van die hypnose-historie.... + +De uitgever zag wel, dat er vanavond niets meer van belang te +verhandelen zou vallen. De "heeren" waren eigenlijk ook allen veel +te jong, om aan het hoofd van zoo'n onderneming te staan; als het +maar goed ging, als het maar goed ging.... Ze waren waarachtig nog +zoo speelsch als schooljongens.... Hij kon daar niets verder aan +doen. Gelukkig had hij zijn zekerheidsstelling. Als ze den boel in +het honderd wilden laten loopen, moesten ze het zelf maar weten. + +--Goeienavond dan, heeren, zei hij opstaande, alleen terug-gegroet +door Max, die hem beleefd tot de deur uitgeleide deed. + +--Ziezoo! riep Max. Nou zijn we onder ons en vrij. Gauw opgeruimd, +en dan d'r van door. + +Hij greep bij handenvol de papieren van de tafel, en wierp ze +ongeordend in een la van zijn bureau. + +--Waar gaan we nou naar toe? + +--Naar Maxim? + +--Naar de Deli-club op de Harstenhoekweg? + +--Daar is 't nog te vroeg voor. + +--Nou, dan gaan we eerst naar Central, en zitten daar, hè, tot 'n +uur of elf. Hoe laat is 't nou? Half tien. + +De jongelui namen hun stokken en hoeden, terwijl Max de hand aan de +gaskraan hield. + +--Is je kantoor gesloten, Roodhaar. + +--Ja! + +--Ja, goed, vooruit dan maar, lui. + +Achter elkander stommelden ze de trappen af, en het kinderachtig +Kaatje zong: + + + Dat gaat naar Leiden toe, + Naar de studenten toe, + Daar maak je pret, en hoe....! + + + + + + + +V. + + +--Dus u is tevreden? juffrouw van Velsen? + +--O, já, meneer van den Heuvel! + +Blozend zat het meisje bij Max op zijn kantoor. Zij was het, die den +prijs van den liefdesbrieven-wedstrijd: een gouden ketting met een +hanger in den vorm van een hart er aan, had gewonnen. + +--Nu u er toch is, kon ik natuurlijk niet laten, 't u te vertellen, +maar u zegt er niets van, juffrouw van Velsen, 't wordt, officiëel +pas overmorgen bekend. + +Wat had dat kind 'n typische oogen, en hoe naïef toonde ze hem, +dat zij tot over de ooren.... Goed zoo! goed zoo! Allemaal dol +op hem, niemand ontkwam daaraan,--en hij, rustig blijvende, zeker +van zichzelf en van zijn bende aanbidsters, elk hetzelfde gevende, +niemand jaloersch makende,--allen doende gelooven, dat hij óók.... en +toch vrij blijvende, vrij! vrij! + +Maar dit meiske had wel iets heel charmeerends over zich: zóo lief +was zij, dat hij het volstrekt niet van zichzelven begreep, hoe hij +voor haar bekoorlijkheden zoo ongevoelig kon blijven. Maar neen, een, +die zóo duidelijk bemerken liet, hoe zij voor hem voelde, zoo een was +niets voor hem. Hij moest er een hebben, die weerstand bood, die hij +veroveren kon, die zijn wil en zijn kracht op de proef stelde,--die +begon met te trachten zijn meesteresse te wezen, en van wie _hij_ +toch ten slotte de meester zou zijn.... + +--Ik kan 't me nog niet begrijpen, zei 't meisje, en bekeek de ketting +en het hart, die in haar hand lagen. + +--En ziet u, op 't hart wordt dan 't een of ander gegraveerd, zei Max +en legde zijn eene hand onder de hare, terwijl hij met de andere het +hart opnam. + +Het meisje bloosde diep, maar trok haar hand niet terug. + +--Wat? vroeg zij, verward. + +--O, wat u wilt, uw initialen, of.... Mag 'k u de ketting 's omdoen? + +--U? vroeg zij verlegen, zoo innig naar hem opkijkende, dat hij lust +kreeg haar te zoenen. Maar zóo ver was hij nog niet.... + +--Ja. Mag ik? + +Zij boog het hoofd, en hij trachtte de ketting in het slot te knippen, +maar het ging natuurlijk niet gauw. Haar hals was veel te zacht en +te blank.... En opeens, terwijl het slot vast-schoot, bukte hij zich, +en drukte haar een kus op den hals. + +Zij richtte zich snel op; hoog-rood, met neergeslagen oogen, bleef +zij zwijgend staan. En hij, op haar neer-ziende, dacht: Wat is ze +nu gelukkig, o, wat is dat kind nu gelukkig.... Hij zag haar snelle +ademhalen, haar zenuwachtig zich vasthouden met de hand aan haar stoel, +en hij genoot. Maar toen zij niets zeide, lichtte hij even haar kin op: + +--Ben je boos? + +Zij antwoordde niet, en hij, ofschoon hij het onverstandig vond, +nam haar hoofd in zijn handen, en zoende haar op den mond. + +Zij bleef zwijgen.... aldoor zwijgen.... en zij keek hem niet +aan.... totdat hij opeens begreep, dat zij iets van hem verwachtte: +een liefdesverklaring.... een huwelijksaanzoek.... en hij zich +pijnlijk beklemd ging voelen. Wat drommel! dat meisje had zich voor +hem "hingestellt": "greif zu!" En hij hàd toe-gegrepen natuurlijk! + +Hij was werkelijk een oogenblik zijn contenance kwijt. Hij vond haar +nu opeens niet zoo aardig meer, neen, zij was eigenlijk onbeduidend, +een echt kind.... + +Een klop op de deur schrikte hen beiden op. + +--Ja! riep hij dadelijk. + +--Meneer, zei de groom, daar is juffrouw de Bruin.... + +Goddank, dacht Max. + +--Laat juffrouw de Bruin in 't achterkantoor, en verzoek haar even +te wachten. + +_Even te wachten_, had hij gezegd. Hij stuurde die juffrouw niet weg, +hij zei niet, dat hij op 't oogenblik niet kon ontvangen.... Ja! dan +kon zij nu óok wel weg-gaan.... dacht het meisje, met een vreemd +gevoel van berusting en droefheid over zich, en wendde zich af. + +--Gáat u nu? Nu ziet u 's, hoe druk ik 't heb. Nooit rust, nooit kan ik +'s van aangenaam gezelschap.... + +Maar zij trok haar hand, die hij genomen had, weg uit de zijne, +wijl hij die aldoor vast bleef houden. + +--O, ja, zei ze. De ketting, die mag 'k nu nog niet hebben.... + +Snel maakte zij de ketting los, en legde haar in het étui. Toen keek +zij om naar haar parasol. + +--Uw parasol? die is hier, zei Max, haar volgende tot de deur. Weer +nam hij haar hand, en trachtte haar diep in de oogen te kijken, +maar zij ging heen, met een koelen groet: + +--Meneer van den Heuvel.... + +Max sloot de deur achter haar, en bleef even staan in +gedachten. Spirit, temperament zat er toch wel in dat kind, wat hield +ze zich goed.... Flink zoo, zóo mocht hij het! Enfin, hij zag haar +nog wel eens terug.... + +Hij sloot het étui met de ketting weg in zijn bureau, en ging, nog +wat verstrooid, naar de porte-brisée, die hij open schoof. + +--Juffrouw de Bruin! + +--Meneer Max van den Heuvel.... + +Juffrouw de Bruin was, helaas, een oude jongejuffrouw, en, helaas, óok +al op hem verliefd. Eerst uit de grap had hij haar wat aangemoedigd, +maar nu viel zij hem voortdurend lastig, en was zij hem niet zoo zeer +meer tot amusement als wel tot verveling geworden.... + +--U had.... dames-bezoek.... meneer Max? + +--Ja, ja, juffrouw de Bruin! dacht u, dat ù alleen me 't voorrecht +van uw gezelschap gunde? + +--Niet plagen, meneer Max! zuchtte de oude juffrouw coquet. + +--Kunt u daar niet tegen? U weet anders wel:.... + +Was sich liebt, neckt sich, had hij willen zeggen, en op een anderen +keer hád hij dat ook zeker gedaan. Maar hij durfde nu niet goed. Er +moest nu eens een scène op volgen, tegenovergesteld aan die, welke +hij zoo juist had beleefd.... + +.... dat ik 't zoo kwaad niet bedoel, maakte hij zijn zin tammetjes af. + +--Meent u 't goed met me? Heusch? nu dan moest u toch 's die cyclus +verzen plaatsen, die er al zoo lang van me ligt.... + +--Ja, uw verzen! Max wist, dat hij nog een bijdrage van haar had, +maar hij was, over het aannemen daarvan, zóo door de andere jongelui +gekapitteld, dat hij die in een la had gesmeten, met de bedoeling +haar heel laat, en nog beter nooit dan laat, te plaatsen. + +--Kijk u 's, juffrouw de Bruin, we hebben zóoveel copie.... + +--Ook zooveel, die al van de oprichting af heeft gewacht? + +--O, ja! en langer! Ik had al 'n voorraad, eer we begonnen! + +--Kom, meneer Max, zei de oude jonge dame, en greep zijn hand, +doet u 't nu 's om _mij_ pleizier te doen, ja? Plaatst u ze nu in +'t volgend nummer.... + +--Dat van overmorgen is al klaar, schrikte Max. + +--Ja, jawel, dat begrijp ik, maar 't daarop volgende, bedoel ik. Toe, +meneer Max, en zij drukte zijn hand, weet u, de volgende week ben +ik.... jarig! + +--Zoo, zoo! + +--Ja.... en.... een _Eva_ met _mijn_ verzen d'r in, zou m'n liefste +cadeau zijn op die dag. + +--Zullen we u dat pleizier dan maar doen? + +--Alstublieft, hè, ja. Ik dank u wel, hoor? + +En juffrouw de Bruin drukte dankbaar haar lippen op de hand, die zij +nog altijd in de hare hield. + +Jong of oud, dacht Max, allemaal koekoek-eenzang. Allemaal zijn ze +Eva'tjes, de een meer, de ander minder, maar _allemaal_ trachten ze +er voor te spelen. Soms is 't komisch, soms aardig, soms pijnlijk, +soms embêtant.... Maar kom! wat hoefde hij zijn stemming te laten +bederven door het voorgevallene met dat kind? Zij zou wel wijzer zijn, +en zich niets verbeelden, en nog wel eens terug-komen, en zij zouden +goede vrienden zijn.... Kom, hij was vandaag in zoo'n goed humeur: +zou hij deze dame óok eens een zoen geven? en haar daardoor brengen +tot in de hoogste hemelen? Nú dweepte zij met hem, dán zou zij hem +aanbidden met al den gloed eener.... laatste liefde.... + +Zijn overmoed vermeesterde hem; hij boog naar haar toe: + +--Is u nu tevreden? + +Der juffrouw hoofd zonk wat neer, haar lippen openden zich, haar +oogen sloten zich.... Zou hij 't meenen?.... Zou hij 't.... werkelijk +meenen?.... + +Hij strekte zijn hand uit naar de hare, die hem al tegemoet kwam.... En +in een oogenblik, hij wist werkelijk zelf niet, hoe het gebeurde, +lag zij aan zijn borst, en klemde haar armen om zijn hals, en zuchtte +in verrukking: + +--O, Maxie.... o, Maxie.... + +Hij kreeg een aandrang haar terug te zetten op haar stoel, en haar +te bedaren met een: + +--Maar, juffrouw de Bruin! maar zij zou hem niet los-gelaten hebben, +zij was zóo blijkbaar geheel weg in weelde, dat zij niet wist, wat +zij deed. Wie had ooit gedacht, dat die magere armen zoo'n kracht +konden hebben.... dat er zoo'n hartstocht zat in dat bleeke, spichtige +meisjeslijf.... Enfin, toch wèl een satisfactie, een mede-schepsel +zóo te kunnen bezaligen.... Wat een mooi, literair woord bedenk ik +daar, dacht hij, in mijn wel wat moeilijke positie.... Want juffrouw +de Bruin hing letterlijk aan zijn hals, en maakte het hem benauwd +genoeg. Wat drommel, nu is het voldoende, vond hij, en richtte zich +krachtig op.... met moeite bedwong hij een hartelijk: oef! + +Juffrouw de Bruin lag nu voor hem geknield; zij keek naar hem op, met +zwemmende oogen, en hij kreeg lust, haar beschermend toe te knikken, +en te vragen als aan een kind: + +--Ben je nu blij, ja? + +Maar juffrouw de Bruin was niet alleen hartstochtelijk, zij was ook +practisch. Zelfs in deze verheven oogenblikken verloor zij niet haar +tegenwoordigheid van geest. + +--En wanneer kom je nou bij m'n Pa? + +--Hè? + +--Om aanzoek te doen? + +Die windt er geen doekjes om, dacht Max, maar ik heb wel voor heetere +vuren gestaan.... + +--O, kindlief, daar heb ik geen tijd voor.... + +--Nou, ja, vandaag... maar dan morgen? + +--Ik heb in de eerste weken zeker geen tijd. Maar wat bedoel je +eigenlijk? Wou je... + +Dat mooie en lieve, dat tusschen ons is, wou hij zeggen, maar zóo +ver kon hij de comedie toch niet drijven. Wat zou hij in godsnaam +verzinnen.... + +--.... wou je dat intieme, gezellige nù al banaliseeren.... + +--O! begrijp je dan niet! riep zij, en sloeg even haar armen in +de lucht. + +Hij kreeg spijt maar niet dadelijk het zuivere standpunt te hebben +ingenomen, inplaats van de uitvlucht te bezigen: ik heb geen +tijd.... Zou hij het nóg niet kunnen doen? + +--Hoor 's, zei hij, sta nu op... juffrouw... + +--Ik heet.... Eva, glimlachte zij lief. + +--Eva?! + +--Nou ja, Everdina, maar _jij_ moet me Eva noemen. + +O, god, ach, god, dacht hij, waar heb ik me in begeven! + +--Kom, sta nou op! + +--O, Maxie! verweet zij. + +--Ja, maar, d'r kan elk oogenblik iemand binnen komen.... En, ik vind, +je moest nu maar gaan. + +--Gaan? vroeg zij teleurgesteld. Maar begrijpende, dat zij door +aandringen niets zou winnen, integendeel hem ongeduldig maken, stond +zij gewillig op. + +--Lieve, lieve Max, zei ze, en stak hem beide handen toe. Je hebt me +zóó gelukkig gemaakt.... + +--Dat doet me pleizier. + +--En jij, Maxie.... vleide zij. Ben jij nu óok gelukkig?.... + +--Ik? Ik ben altijd gelukkig! + +--Hè, wat is dat prettig om te hooren. Nu dan, moet ik gaan? Dag +Max.... dag Max.... Max.... + +Zij zoende hem hevig, onbedwongen, en hij liet het toe, blij, dat +zij zoo gemakkelijk was weg te krijgen. Hij was er geen oogenblik +bang voor, dat dit avontuur ernstige gevolgen zou hebben: daar zou +hij wel voor zorgen. + +--Adieu, Eva. + +--Wat zeg je dat lief: Eva.... maar je moet niet "adieu" zeggen.... zeg +'s: tot héél gauw weerziens! + +Schertsend stoof hij op haar af, om haar bij een arm de deur uit te +zetten, maar zij verdween al, met nog een kinderlijk lachend: Dag! + +Max wist niet, of hij dit voorval nu amusant vond of niet. Als hij +het een ander hoorde vertellen, zou hij er zich een stuip om gelachen +hebben, maar om zélf in het geval te verkeeren?.... + +Enfin. Enfin. Maar niet meer aan denken. + +Hij had de gelukkige gewoonte zich nooit noodelooze zorgen te maken. En +als iets op het oogenblik niet te veranderen viel, dan berustte hij +maar: alles zou toch wel weer terecht komen, gaf hem zijn kracht-gevend +optimisme in. + +Daar was de post. Zou die hem weer een brief brengen van.... + +Waarachtig, waarachtig. Hij herkende al van ver het groote, langwerpig +vierkante couvert in de handen van den groom. + +--Geef hier! + +Haastig sneed hij de enveloppe open, en las: + +Wie is dat toch! dacht hij. Zij kent me goed.... Zij was gisteren óok +bij de van Baerle's.... Mientje? nee. Clara, nee, natuurlijk. Bonnie, +ach, wel nee, hoe kwam hij er bij.... + +Het was nu al een poosje, dat hij geregeld brieven kreeg van dezelfde +hand: innige brieven, geestige brieven, dikwijls vermanende, maar ook +soms gepassioneerde, die hem dol maakten van ongeduld, omdat hij de +schrijfster niet kende. + +_Eva_ teekende zij zich. En hoewel hij wist, dat alle auteurs wel +eens dergelijke brieven kregen: mijn hemel, hoeveel romans waren er al +op dat thema gebouwd!--irriteerde het hem toch, dat hij er maar niet +achter kon komen, _wie_ de onbekende was, terwijl zij hem wél kende.... + +Veel meer dan over de vriendinnetjes, die hem opzochten op zijn +kantoor, zijn wekelijksche tea's bijwoonden, met hem flirtten op de +meest gewaagde wijze,--dacht hij over _Eva_. Mooi was zij niet, had +zij hem geschreven, maar dat hoefde de waarheid toch niet te wezen; +dat zei ze mogelijk maar, om hem bij een eventueele ontmoeting niet +tegen te vallen. Enfin. Typisch was ze in elk geval: wat durfde ze +hem veel te zeggen....: + + + +Als 'k niet zooveel van je hield, lieve jongen, dan, heusch, zou 'k +me niet zoo om je bekommeren. Maar zooals jij doet, is 't niet goed, +Max. Je bent ál te flirtziek, al te oppervlakkig in die dingen, die +toch au fond zoo ernstig zijn. Denk niet, dat 'k je bekeeren wil tot +'n asceet, want ik vind asceten ónnatuurlijke, tégennatuurlijke wezens, +niet waard in de warme pracht van de schepping te leven. Neen! maar +ik vraag je: is het mannelijk, is het goed, om te trachten zoo +alle vrouwen aan je te binden, die je toch in je binnenste niet +acht,--zelfs uitlacht, misschien? Al geef je er nog niet eens om, +dat je die meisjes ongelukkig maakt, door haar illusies op te dringen, +die nooit verwerkelijkt worden, dan moest je tóch zoo niet doen voor +jezelf. Word jij er grooter, hooger, beter, waardiger door, als je +wéér een meisje verliefd op je hebt gemaakt.... + +--Ben jij soms jaloersch, Eva? + +Ik heb eens een jongen gekend.... + +--Zoo, wil je nu _mij_ jaloersch maken? + +.... die wel iets op jou leek in je omgang met vrouwen. Maar dat +hij altijd vol attenties voor haar was, en belang stelde in alles +wat haar betrof, kwam uit een aangeboren hoffelijkheid, een nobele +ridderlijkheid.... terwijl jij, Max, alleen zoo doet, om je kleine +ijdelheid te bevredigen. + +--Ze durft, hoor. Ze durft. + +Wat zijn die gemakkelijke veroveringen nu voor een plezier, wat +voor een satisfactie geven zij je. Als je nu zooveel moeite deed, +voor een vrouw, die je liefhadt, die je winnen wou.... + +--Daar heeft ze gelijk in; ik heb dat zelf immers òok zoo juist +zitten bedenken?.... + +.... maar zooveel van je goede gaven te verspillen, zonder dat je +er zelf éénig voordeel van hebt, dat kan 'k van iemand zooals jij +niet begrijpen. (Dit is hálf een compliment: ik vind het zonde voor +je,--en hálf het tegenovergestelde: iemand, die zoo zelfzuchtig is, +als jij....) + +--Leg maar neer, dank je. + +.... Max, lieve jongen, ik ben zoo blij, dat je niet weet, wie ik +ben. Oog in oog zou ik nooit zoo tegen je durven spreken, als ik nu +aan je schrijf. + +--Nee, dat is te begrijpen, voor den drommel. + +Maar ik werk aan je verbetering, ik heb 't me zelf tot een plicht +gesteld, van je terecht te brengen, wat er nog terecht van je te +brengen valt. + +--Ha, ha, hij is goed! hij is goed! + +.... Ach, jongen, als ik je zoo zie, met je vroolijkheid, en ik +hoor je lachen, dan.... word ik zóo verteederd, dat ik je alles +vergeef. Maar je hebt zoo'n onuitstaanbaar over-overmoedig gezicht, +dat de uitdrukking daarvan noodzakelijk wat veranderen moet. + +Ja, nu begin je me te vervelen. Dat gepreek, dat gezanik. Dat sla ik +over. Komt er nu niets meer, niets liefs? niets verliefds? + +Hij keek haastig bij de onderteekening, en ja, daar las hij toch nog +de woorden, die zijn "kleine ijdelheid" verlangde: + +Ik houd van je, ik heb je lief. + +Max, ja, ik heb je lief.... O, 't is een heerlijkheid voor me, dat zoo +ronduit te zeggen, en aldoor te herhalen; ik heb je lief.... ik heb je +lief.... Maar 't is niet blind en kinderachtig, dat ik van je houd, +en niet egoïst. Ik vraag niets voor mezelf, ik zou je zelfs gelukkig +kunnen zien met 'n andere.... + +--Ja, maar dan houd je ook niet van me, jonge dame. + +Ik wil alleen, Max, dat ik een goeden invloed op je uitoefen. Je moet +nu naar me luisteren, en mijn woorden zullen wel langzamerhand tot je +doordringen, en de uitwerking hebben, die ik wensch, want heelemaal +bedorven ben je nog niet. + +--Zoo, gelukkig. + +En de vrouwen, de meisjes hebben óok schuld. Ze moesten geen notitie +van je nemen,--óf alleen op de manier, zooals _ik_ het doe. Dag Max, +dag mijn jongen. + +_Eva_. + +Neen, als de correspondentie voortdurend dien kant uit moest gaan, +dan maakte hij die brieven niet eens meer open. Wat verbeeldde dat +schepsel zich wel? Wie was zij? wat was zij? Om "invloed" op hem te +kunnen uitoefenen, was het heusch niet het beste achter de schermen +te blijven, en wijs op een afstand te blijven redeneeren. Dan moest +zij vóor hem komen staan, hem flink in de oogen zien, en zijn handen +drukken, en zeggen: + +--Max, ik wil je vriendin zijn. Vertrouw op mij. Ik wil je in alles +helpen. + +Maar nu, dat geleuter over "houden van" en "liefde", en nog eens +"liefde,"--daar mocht zij hem van verschoonen. Wat had hij aan liefde; +die eeuwige liefde verveelde hem allang. Vriendschap, ja, die zou hij +nog wel kunnen gebruiken. Maar daar was dat wezen nu weer te egoïst +voor,--wel dégelijk was ze egoïst, wát ze ook beweerde. + +Enfin. Ze moest het zelf maar weten. Toch.... was hij wel een beetje +nieuwsgierig, wie de mysterieuse Eva kon zijn. Hij ontmoette, hij +sprak haar dikwijls, dat schreef zij hem.... vreemd, vreemd, dat hij +haar nooit herkende. Maar dat hoefde geen verwondering te wekken in +een vrouw. Een vrouw kan huichelen en veinzen als de beste.... is +nooit zoo naïef als een man. + +Als hij haar eens kortaf, bruusk in de brievenbus van zijn blad +schreef: "Verzoeke van verder anoniem geschrijf verschoond te +blijven"? Wat zou ze dan doen? Hij kreeg werkelijk lust dat eens te +probeeren. Of zou hij dat wicht haar pleizier maar gunnen, en haar +voort laten gaan met haar brieven? Of was het zijn "kleine ijdelheid" +weer, die gestreeld werd door haar belangstelling en die de bewijzen +daarvan niet wou missen? + +Was er geen enkele gelegenheid, om er achter te komen, wie zij was? Hij +had al eens aan de jongelui een couvert laten zien, en gevraagd; +ken je dat schrift? Zonder resultaat. Zou hij datzelfde ook eens +bij de meisjes gaan doen, en zoomaar, onverwacht, op een "tea"? Of +zou hij naar den winkel gaan, waar dit papier was gekocht,--de naam +stond ingedrukt op de enveloppe,--en vragen om "dit soort papier, +dat ook altijd genomen wordt, door juffrouw...." + +Vanzelf vulde de bediende den naam dan in. + +Maar, neen, hij deed het niet. Wat kon het hem schelen, wie dat +bemoeizuchtige wezen was. Misschien hoopte zij er er wel op, dat hij +haar door allerlei list zou "ontdekken." Maar dat zou haar dan toch +leelijk tegenvallen: hij deed volstrekt geen moeite voor haar. Is +daar al weer wat....? + +--Juffrouw van Aalst, diende het groompje aan. + +--Laat binnen-komen. + +Met uitgestoken hand trad hij toe op Eleonore van Aalst. Dat was, +zooals hij haar had leeren kennen, een vrouw, voor wie hij respect +had; een vrouw, die deed naar haar woorden, die niet zich in de wereld +waagde, om toch maar, hoe dan ook, in aanraking te komen met mannen, +maar omdat haar nobele geest, haar goede hart haar dreef, zooveel +zij kon het leed te lenigen, de slechte toestanden te verbeteren, +in haar naaste omgeving. Maar zij zag er nu al héél ernstig uit. + +--Kan ik iets voor u doen, juffrouw van Aalst? Zooals u weet altijd met +genoegen. Moet er 'n oproep in m'n blad om steun, 'n ingezonden stuk? + +Eleonore's zacht, maar streng gezicht veranderde niet, zooals anders +vaak, in de nabijheid van dezen aardigen, zonnigen jongen. + +--Nee, nee, dat is 't niet, zei ze koel. Ik kom me bij u, over u +beklagen, meneer van den Heuvel. + +--Wat zal dat zijn? + +--U weet wel, hoe ik 't afgekeurd heb, toen 'k merkte, dat u in uw +roman "Eva", de geschiedenis behandelde van die ongelukkige vrouw, +Marceline de la Mandara. + +--Zeker, zeker, weet ik dat nog. En ook, dat ik u toen overtuigd heb +van 't goed recht van 'n schrijver.... + +--O, overtuigd hebt u me niet. + +--Nou, ja, maar u moest me toch toegeven.... + +--Er was niets meer aan te doen; dát was de zaak. U had al 'n gedeelte +gepubliceerd, en iedereen had Marceline herkend. Nee, goedkeuren kon ik +'t niet, en zal ik ook nooit, dat 'n nog levende haar eigen historie +verteld moet zien, door iemand, die haar nauwelijks heeft gekend, +die alles in hoofdzaak weet van "hooren zeggen", zoodat ze telkens +'n stukje waarheid leest, en dan weer 'n stukje pure fantasie.... + +--Maar ik heb toch niets slechts van haar gezegd, integendeel! + +--Dat hoeft ook niet, om 't voor haar toch heel, heel pijnlijk te +maken. Begrijpt u dat niet? Maar nóg zou 't zoo erg niet zijn, want tot +dusverre had Marceline er niets van gemerkt. Ze leeft zoo afgezonderd, +zoo stil.... och, 't is eigenlijk 'n levende doode.... En als 't niet +was om de eindelooze goedheid van Kam, dan had ze allang, allang haar +poging herhaald, om.... Maar waarom vertel 'k u dit: zoodra ik weg ben, +gaat u er misschien weer gebruik, of liever misbruik van maken.... + +--Wees niet bitter, juffrouw van Aalst. Ik ben 't niet van u gewoon, +dat u zoo hard is. Ik heb immers 't diepste medelijden met Marceline. + +--O, dát hebt u niet, u zou haar anders hebben gespaard,--u zou dan +wel gewacht hebben, tot ze.... gestorven was. + +--Is er zóo iets verschrikkelijks gebeurd, juffrouw van Aalst, dat +u nu opeens zóo tegen me moet worden? + +--Ja, zóo iets verschrikkelijks is er gebeurd. Iemand heeft haar +verteld, dat ze in uw blad werd "beschreven". Toen heeft ze 't willen +lezen.... en toen ze uw tooneelen las van Micaëlo's ziekte en Micaëlo's +dood, toen heeft ze 'n zenuw-acces gekregen, zoo vreeselijk, dat ze +nú nog niet tot bewustzijn gekomen is. + +--Goeie god! + +--U weet, ze is aldoor lijdende geweest, aldoor; de goeie Kam had +beter gedaan, haar rustig te laten sterven.... maar hij houdt zóoveel +van haar.... ach, de liefde is soms wél verschrikkelijk wreed.... Ze +kan niet loopen, haar haar is dun en grijs geworden.... God, waarom +mocht dat arme mensch niet sterven.... + +--U moet niet denken, juffrouw van Aalst, dat ik zóó'n monster van +ongevoeligheid ben. Als 'k alles geweten had.... Maar zegt u nu zelf: +'t onderwerp is als aangegeven voor 'n roman.... + +Eleonore glimlachte. + +--Wat 'n kind is die groote jongen nog, zei ze. U hebt nog niet +veel geleefd.... + +Max gaf geen ondeugend antwoord, zooals hij bij een andere gelegenheid +zou hebben gedaan; hij zat stil voor zich uit te staren. + +--En wat moet 'k nu doen? vroeg hij. + +--Ja, wat kunt u doen? Niets. 't Is heel treurig, maar alles van +Marceline is tegenwoordig zóó treurig.... Je kan haar leven in drie +phasen zien: schijn-geluk, echt-geluk, en nu de ellende. Vreemd, +dat blijvend geluk niet schijnt te mógen bestaan op de wereld. + +--Als ze gestorven was, tegelijk met hem, dán zou haar geluk blijvend +zijn geweest.... + +--Ja, zei Eleonore. En dat is juist 't wreede, dat ze _niet_ +gestorven is.... + +De zeer vele, en verschillende indrukken dien middag ontvangen, +maakten, dat Max rustiger, peinzender was, dan anders. Hij voelde zeer +goed, dat, wat hij gedaan had, niet mooi, niet nobel genoemd worden +kon. Hij had, zonder te bedenken, hoe dat moest worden opgenomen, de +levensgeschiedenis van een nog levende ten eigen bate geëxploiteerd; +hij had immers stof noodig, hij moest een roman schrijven.... + +--Waarom ik eigenlijk hier gekomen ben.... zei Eleonore. Ik kan toch +niets meer uitrichten. Maar, ja, ik weet 't al, waarvoor ik kwam: +ik wou u waarschuwen: wees voortaan meevoelender, voorzichtiger. Ik +ken er meer voorbeelden van, dat een voorval uitgewerkt wordt tot een +roman, terwijl de personen nog leven. Ik kan dat nooit goedkeuren, +alleen als de personen allen gestorven zijn.... En dan nog.... + +--U kan er zeker van wezen, zei Max ernstig, dat ik zoo iets nooit, +nooit meer zal doen. Maar nu.... 't was ál te verleidelijk, juffrouw +van Aalst. Denk eens, ons blad heet Eva: en dan de Eva-geschiedenis +van Marceline, 't kón niet mooier. + +--Ja, 't trof nu wel heel toevallig zoo samen.... + +--En dan, ik dacht, dat Marceline zoo'n beetje buiten kennis +was.... dat ze misschien wel krankzinnig zou worden.... + +--Nee, dat geluk is haar niet gegund. Ik ga nu, meneer van den Heuvel, +ik hoop werkelijk, dat u m'n raad ter harte zal nemen. + +--Dat zal ik, dat zal ik, juffrouw van Aalst, zei Max, en drukte haar +de hand. Ik dank u, dat u gekomen is.... + +Hij keek haar eerlijk in het ernstige gezicht, en toen zij de kamer +verlaten had, bleef hij heen en weer loopen, in diepe gedachten +verzonken. Een goede vrouw.... een lieve, werkelijke vrouw, ondanks +haar feministe-zijn. Hij had veel sympathie voor haar, o ja, veel, +veel.... + +Wat een verkwikking een dergelijke vrouw te ontmoeten. Eerst had hij +haar zoo'n beetje belachelijk gevonden, zooals alle vrouwen, die geen +zin hebben om te trouwen, en zich zoo rustig en vrij als een man in +het openbare leven bewegen. Maar nu hij haar nader leerde kennen, nu +bewonderde hij haar koelen, degelijken ernst, haar kloek verstand, +haar goedheid, die nooit zwakheid werd. Wat een verschil met de +meisjes, die hem vervolgden, en om hem heenzwermden, als vliegen om de +suiker.... Geen gekkelijkheid bij haar, geen malle verliefdheid, geen +broeiende zinnelijkheid achter een strak gezicht.... Zooals men haar +zág, zoo wás zij. En wat een frissche trekken nog voor zoo een oude.... + +Maar oud? Dat was zij niet. Hoe kwam hij er bij. Zij kon hoogstens +even over de dertig wezen,--misschien een jaar of vijf, zes ouder +dan hij.... + +Maar waar wil je toch heen, Max? vroeg hij zichzelf. Vind je soms +Eleonore van Aalst een geschikte partij voor jóu? + +Ik.... ik weet niet.... + +Denk 's goed na? + +Ze is ferm, ze is verstandig. Ze loopt me niet achterna. Ze is knap +van uiterlijk. Ze is onafhankelijk. + +Maar, Max, dan moet jij die hebben! + +Als ik ooit trouwde.... + +Jij hebt je zoo dikwijls door je gevoel laten leiden, laat je verstand +je nù 's zeggen, wat je moet doen. + +Nou, wat moet ik dan doen? Is zij 'n geschikte vrouw voor mij? + +Ja. Zij zal je niet bederven, waar de onbekende zoo bang voor is. Zij +zal je terecht helpen, en raad geven.... + +Zou 't niet vervelend zijn? + +Integendeel! Zoo'n aanhalige poes, dát zou je gaan vervelen. + +Ja, dat is waar. Ik moet eerlijk zeggen: ik houd van Eleonore, +(grappig-romantische naam voor een zoo weinig romantische vrouw.) Ze is +wel wat ouder, en dat is heelemaal niet prettig, maar er moet _iets_ +aan mankeeren. En bovendien, 't is niet kwaad, dat ik, juist ik, wat +opzie tegen m'n vrouw. Ik zou trotsch op haar zijn. Wat geef ik au +fond om die schepseltjes, die voor me staan te blozen, en m'n handen +zoenen.... nee, die soort van liefde verveelt me. Ik wil 't nu met +verstandelijke liefde probeeren. En 't pikante is, dat Eleonore nog +niet eens dadelijk ja zeggen zal. Daar vind ik nu op eens de vrouw, +die veroverd moet worden. En ik zal haar veroveren. Ik zál. + +En je onbekende dan? En Gerrie van Velsen? En.... Eva? + +Eva? + +Ja, je aanstaande, juffrouw de Bruin? + +Opeens barstte Max uit in zoo'n schaterenden lach, dat de klerken in +het achterkantoor ervan opkeken, en dachten: Zeker weer een verliefde +brief gekregen, die! + + + + + + + +VI. + + +Max was in een dolle, uitgelaten bui. Hij had een blauwtje +geloopen. Voor de eerste maal van zijn leven,--en voor de laatste!--had +hij een blauwtje geloopen. Natuurlijk bij Eleonore. + +Toen zij verbaasd keek, zonder te glimlachen (daar was hij dankbaar +voor) was hij haar nog hooger gaan achten, om de kalme wijze, waarop +zij vriendelijk zei, dat zij zich niet geschikt voor hem achtte, en +hém niet voor háar, en dat zij er bovendien niet aan dacht, ooit te +trouwen.--Maar dat zij hem in eerste instantie afwijzen zou, had hij +immers wel eenigszins verwacht?.... + +Daarom praatte hij voort, en bepleitte zijn zaak bij haar (hij had +niet voor niets in de rechten gestudeerd!) en zij hoorde hem aan, +met aldoor dezelfde zachte vriendelijkheid, maar haar antwoord was +aldoor: Neen, heusch niet, heusch niet, Max. + +--Vind je me soms te jong? Maar.... + +--Ja, ik vind je te jong, en niet alleen in jaren,--ofschoon ik dat +ook eigenlijk al 'n onoverkomelijk bezwaar vind,--maar je ben te jong +in levensinzicht, te jong van begrip, begrijp je me? + +--Maar juist dáárom moet 'k zoo'n vrouw hebben als jij, +Eleonore. Begrijp jij dat niet? + +--Best mogelijk, jongen.... maar al heb je misschien zoo iemand +noodig, als ik ben,--ik voel daarom toch nog geen roeping me voor je +op te offeren. + +Dat antwoord was toch wel wat al te koel. Een vrouw, die het een +"opoffering" vond, met hem te trouwen! Kon die mogelijkheid bestaan? + +Maar het was waar; hij had tot dusverre alleen over zichzelf +gesproken. En de zaak wel een beetje alleen van den practischen kant +bezien. Hij had weliswaar gedacht, dat een verstandige vrouw als +zij, het apprecieeren zou, als een huwelijksvoorstel op uitsluitend +verstandelijk-practische wijze behandeld werd,--maar zelfs zoo eene +bleek te willen hooren van "liefde".... + +Hij had haar hand gevat. + +--Maar ik houd zoo veel van je, Eleonore.... Nee, kijk niet zoo +ongeloovig. Je weet niet, hoe beu ik ben van al dat aangehaal en +die verliefderigheidjes, ik blijf er zoo koud bij, zoo koud als 'n +steen. Maar van jou houd 'k, Eleonore. 't Gevoel, dat ik voor jou +heb, is de grondslag van de echte liefde. En je ben zoo mooi.... zoo +mooi met je glanzende haar.... en je prachtige teint, en je lieve, +_lieve_ oogen.... + +Hij was dichter bij haar gekomen, en had zijn eenen arm om haar hals +geslagen, en zijn andere om haar middel gelegd. Toen had hij haar +aangekeken, vleiend en dringend.... zou zij dáár zelfs ongevoelig +voor blijven? en had haar snel de lippen gekust. + +Maar zij weerde hem af, zacht maar beslist, totdat hij haar loslaten +moest. + +--Max, doe dat niet.... + +--Waarom niet? waarom niet? Als ik toch van je houd.... + +--Omdat ik niet houd van jou. En jij, Max, heusch, je mag me graag +lijden,--maar liefhebben doe je me niet. + +--Wél! wél! riep hij onstuimig. Waarom geloof je me niet? + +--Hoe kan ik, die je ken, je nu gelooven! Luister, zei ze, om haar +woorden te verzachten. Ik weet wel, je meent 't heel goed, Max, +maar je hebt me volstrekt niet lief. Je acht me, je respecteert me.... + +--Dat doe ik! dat doe ik! Omdat jij verstandig ben en onafhankelijk, +omdat jij niet hengelt naar 'n man, jij vernedert je niet, jij verlaagt +je niet: jij ben 'n vrouw, 'n mooie, echte vrouw.... + +--O, nee, Max, juist niet.... 'n mooie, echte vrouw heeft niet +zoo'n koud temperament als ik; die heeft wel degelijk verlangen naar +liefde,--al "hengelt ze dan ook niet naar 'n man", en ik.... + +--Leo.... zei Max, en zei niets verder, maar keek haar alleen maar aan. + +Zij nam zijn hand. + +--Je ben 'n lieve, allerliefste jongen, Max, zei ze, en haar +moederlijke toon van spreken, en de wijze, waarop zij zijn vingers +streelde, deed hem begrijpen, dat zij nooit toestemmen zou. En als +jij minder.... kinderlijk was, en als 't verschil tusschen ons in +jaren niet aan de "wrong side" bestond, en als ik wat minder koud +voelde,--dan zou 'k misschien wel van je kunnen gaan houden. Want +al ben je nu nog wat wild en wat oppervlakkig,--slecht ben je, dunkt +me, niet. + +--Nee, slecht ben ik niet. + +--Kom, troost je maar. Zij boog zich naar hem toe, en gaf hem een +zoen op zijn voorhoofd. + +Max zweeg. Zijn gewone overmoedigheid had hem begeven. Hij voelde +zich klein in haar nabijheid. + +--Je zal er wel gauw overheen zijn, hoor, verzekerde zij hem. Je ziet +in je omgeving alleen vrouwen, die je vleien en om je gunst bedelen, +ik doe dat niet, ik neem zelfs weinig notitie van je.... nu, vanzelf +trekt je dat aan, je zou 't pikant vinden, mij, juist mij.... + +--Ja, m'n "kleine ijdelheid" zou gevleid zijn, zei hij bitter. + +--Wees niet boos, wees niet bedroefd, Maxlief. Je vriendin wil ik +zijn, zal ik zijn. Dát is de verhouding, waarin _wij_ tot elkaar +moeten staan. Kom altijd bij me, als je hulp of raad noodig hebt, +altijd, beloof me dat. + +Maar Max gaf, koppig, geen antwoord. + +--Beloof je me dat? + +--Je kon 't toch in elk geval 's met me probeeren.... + +--O, nee, Max, laten we dat alsjeblieft niet doen! Nu kunnen we nog +scheiden als goede vrienden,--en goede vrienden blijven. + +--Zeg 't maar, Eleonore, je vindt me kinderachtig, hè? misschien wel +belachelijk, dat ik, zoo'n iemand als ik, bij jou ben durven komen. Zeg +'t maar? + +--Nee, je vergist je. Wijt 't niet aan jezelf, dat ik niet van +je houden kan. Ik.... ja, ik wil 't je zeggen; ik bén niet voor +liefde. Ik weet geen liefde. 't Eenige, wat ik heb, misschien, is 't +moederinstinct.... En daarom, jongen, kom altijd bij me, altijd, als je +raad noodig hebt.... of steun.... maar spreek me nooit meer van liefde. + +Toen Max heenging, was hij werkelijk wat ontroerd geweest.... Maar nu +was zijn stemming weer omgeslagen in drieste vroolijkheid. Zij had +gelijk: lief had hij haar niet: kon hij dan nu anders zoo lachen en +pleizier maken, hè? Neen, lief had hij haar zeker niet: Hij was er +trotsch op geweest, háár veroverd te hebben, háar, de zelfstandige, +fiere, door en door degelijke.... dat had hij "pikant" gevonden. Ook +dáárin had zij gelijk. Ja, hij zóu het pikant gevonden hebben, háar +als zijn aanstaande te presenteeren aan zijn woelige, soms lastige +"bende aanbidsters".... En ook hierin had zij al weer gelijk: dat +zij te oud was voor hem. Gedecideerd, zij was te oud. Dat had hij +nu degelijk gemerkt uit haar bezadigden toon, haar moederlijke wijze +van optreden.... + +Neen, alles bij elkaar genomen, was het goed, zooals de zaken waren +geloopen. Hij was nu nog vrij zich te vermaken, zooals hij zou +wenschen. Want, ja, gebonden, erg gebonden, zou hij toch wel in een +engagement met haar zijn geweest. Hij had niet meer zoo spontaan kunnen +zijn; had aldoor moeten bedenken: ben ik ook soms te kinderachtig, +stel ik haar door mijn gedrag teleur?.... + +Enfin. Er zou misschien nog wel eens een tijd komen, dat hij haar +dankbaar was voor haar weigering. Wie weet, als hij eens dol en door +en door verliefd werd,--bijvoorbeeld op de onbekende schrijfster van +de minnebrieven.... Hij dacht even ernstig na. Had hij zich misschien +zoo tot Eleonore aangetrokken gevoeld, omdat haar geest zooveel +overeenkomst had, met den geest, die uit de brieven sprak?.... En +was hij dus, zonder het te weten, onder de bekoring geraakt, van de +schrijfster der brieven?.... Hemel! dan was het toch zaak haar te +vinden.... om door haar te worden getroost.... + +Het zou zoo eenvoudig geweest zijn, als Eleonore zelf de schrijfster +was geweest. Maar toen hij het haar, zonder omwegen vroeg, hadden +haar oogen zoo gelachen, dat hij _zag_, hoe haar lippen slechts met +moeite de woorden weerhielden: "Nee, _ijdele_ jongen!" + +Goed, goed, hij was nog jong, hij kon wel wachten. En overhaast te +werk gaan bij zoo'n ernstige zaak als een huwelijk?.... + +Je reinste gekkenwerk zou het wezen! D'rum prüfe wer sich ewig +bindet.... + +--Wat ben je stil opeens, Max? + +Het was vanmiddag de "thee" der redactie van "Eva". Het meerendeel +der vaste medewerkers was opgekomen, en veel bezoeksters vermaakten +zich met de vroolijke jongelui. Max was een der druksten geweest, +zittende tusschen Gerrie van Velsen, wier triest gezichtje hij door +allerlei grappen wat trachtte te verhelderen, (hij apprecieerde het +in het kind, dat zij haar bezoeken niet opeens had gestaakt, en dat +zij zoo braaf den schijn wist op te houden) en tusschen "zijn Eva", +juffrouw de Bruin, die hij openlijk "zijn Eva" noemde, en voor den gek +hield, totdat het arme schepsel, opgewonden, verdwaasd, soms geheel +haar begrip der convenances verloor, hem in den arm kneep, hardop, +"Maxie!" gilde, en zich tot de risée van het heele gezelschap maakte, +zonder dat het haar iets scheen te kunnen schelen. Al haar pogingen, +haar dreigende, zoowel als haar vleiende, al haar woorden, zoenen, +omhelzingen, knievallen zelfs, hadden niet gebaat, om Max naar haar +Pa te bewegen, en nu trachtte zij zichzelve voldoening te geven, door +luid aan iedereen te vertellen, dat Max haar een aanzoek had gedaan, +en zich zoo'n beetje, als zijn verloofde voor te doen. + +Maar opeens verveelde Max het al te schelle gelach en het al te luide +gepraat zóo verschrikkelijk, dat hij de wijk nam naar Clara, een meisje +met een zacht, intelligent, maar toch ook opgewekt gezicht. Hij vond +haar volstrekt niet "amusant", zooals hij het uitgelaten Mientje vond, +of de quasi-naïeve Bonnie, maar zij gunde hem rust, en dat was al veel. + +--Wat ben je stil opeens, Max? + +--Stil? vroeg hij, wat gepikeerd, dat zij nu ook al begon van hem te +vergen, dat hij "aardig" en "onderhoudend" zou wezen. Ik ben nog wel +zoo gek geweest, als ik maar kon, zooeven. + +--Ja, zooeven! Maar nu werd je ineens zoo strak, zoo stil. + +Hij keek haar aan, alsof hij zeggen wou: waar bemoei jij je mee? maar +zijn gewone hoffelijkheid liet niet toe, dat hij die woorden +uitte. Ach, ja, waarom zou hij ook niet vroolijk zijn? Vreugd is het +leven, o, zalig, die 't weten.... + +--Waarom kom je nooit meer tennissen? vroeg hij. + +--Ik heb 't te druk. + +--Druk? waarmee dan? + +--Ik studeer immers voor m'n middelbaar Engelsch. + +Immers!.... Ja, hij werd gecenseerd, zoowat alles te weten, zoowat +alles te onthouden.... + +--Nou, ja, maar 'n ontspanning is goed voor je, hoor? Je komt maar weer +'s op 't veld. + +Sneeuw, Kaatje, Robert Roodhaar en de dikke Jan maakten zich +verdienstelijk bij de dames. Zij boden haar ververschingen aan, +terwijl Max zich óok door hen liet bedienen. + +--Wat heb je daar voor sandwiches? + +--Alstjeblieft, meneer, getruffeerde kalfsborst, meneer, zwezerik, +meneer, en deze zijn met zalm, meneer, kwam Karel kellnerachtig voor +hem staan. Wil ik u 'n bordje brengen, meneer? + +--Ja, breng jij mij 'n bordje, en ook een voor Donna Clara. + +--Mooi klinkt dat: Donna Clara. + +--Ja, en ook toepasselijk; weet je niet? Donna Clara, Donna Clara, +heisz-geliebte langer Jahre.... + +Zij keek hem zóo ironisch aan, dat hij haar óok onwillekeurig langer +aan bleef kijken. Wel had ze zúlke oogen? en durfden die hem zóo aan +te zien? Wel, allemachtig, hij moest toch eens wat meer notitie van +haar nemen, dan hij tot dusver had gedaan.... Wie weet, misschien +was zij het waard. Eens onderzoeken. + +--Er zijn dagen, die voor jaren tellen.... + +--Wat bedoel je daarmee? + +--Ik ken jou nog geen jaren, nietwaar? En toch zeg ik: heisz-geliebte +langer Jahre.... + +--Scheid uit, Max, wees in 's hemelsnaam tegen mij niet zoo flauw. Met +zulke dingen kan je mogelijk succes hebben bij je Eva.... + +--O, was zij jaloersch? Mooi zoo! mooi zoo! + +--Ach, zei hij, quasi-verdrietig. Critiseer me niet zoo. Neem me, +zooals ik ben, 'n laffe jongen, zonder geest of gevoeligheid, maar laat +me niet zoo merken, hoe je over me denkt, hè? daar kan ik niet tegen. + +--Malle jongen, zei ze, maar haar oogen waren nu zoo +zacht-belangstellend op hem gericht, dat hij bijna in een lach was +uitgebarsten, een lach van jongensachtigen triomf. + +Zijn toon werd weer schertsend, zijn wat lustelooze houding veranderde +in zijn gewone veerkrachtige, en hij sprong op, alsof de rust hem +verveelde. + +Kaatje en Jan kakelden met Mientje, wier oogen glommen van pret, +en met Bonnie, wier kindergezichtje nooit uit de plooi kwam, zelfs +niet bij tamelijk-gewaagde anecdoten, waarom juffrouw de Bruin het +gierend uitschreeuwde. Robert beweerde tegen Gerrie, die vriendelijk +zat te luisteren, terwijl Sneeuw zich verdienstelijk maakte, en Emilie +bezig-hield, het veeleischende meisje van Robert. + +--Waar heb je 't over? interrompeerde Max Robert. + +--O, we hebben 't over de plaats van de vrouw, en de beteekenis van +de vrouw. + +--Ja, zei de onschuldige Bonnie.... Ik vind, dat de vrouw zich niet +zoo op de voorgrond moet plaatsen.... + +--Laat ze maar, hoor, zei Max beschermend. Ze wint 't toch niet, hoor? + +--Nou, dat moet je niet zeggen, Max, viel vinnig Emilie in. Zeker +zal de positie van de vrouw veel verbeterd worden, als ze volhoudt; +zeker zal ze dan veel meer rechten krijgen.... + +--Ja, rechten! rechten! riep Eva de Bruin, 'n Meisje moet niet altijd +hoeven te wachten, tot er 'n man om d'r komt, ze moet zelf kunnen.... + +--Hoor me m'n clowntje 's aan, zei Max, en streek Eva spottend onder +de kin. Wat jij, Gerrie, vind jij ook, dat de positie van de vrouw +verbeterd moet worden? + +--Ik ben heel tevreden, hoor! + +--Ik ook! riep Mientje. Ik vind de mannen nog zoo kwaad niet. Ze +zijn heel goed, om je allerlei dienstjes te bewijzen, en dat doen ze +graag, want.... + +--.... de slavernij zit de _man_ in 't bloed! riep Clara. + +--Hè, wat zijn jullie oppervlakkig, gispte Emilie, haar stem +verheffende, temidden van het gelach. De _vrouw_ heeft zich juist +altijd tot slavin verlaagd.... + +--Hè, hoe kan je je eigen sexe zoo smaden! Nee, zeg, ik vind: de man +kan tevreden wezen over de vrouw, en de vrouw óok over de man. Ze +hebben elkaar niets te verwijten.... + +--Nu, maar ik ben 't met juffrouw Emilie eens, riep Eva de Bruin, +dat de mannen wel 's 'n toontje lager mochten zingen.... + +--Nóg lager dan bas? + +--Ze "bassen" al genoeg, laat 't nog maar niet erger worden, riep +Emilie, die boos werd. + +--Nee, ik weet wat, zei Sneeuw. We moeten allemaal om beurten onze +meening zeggen over de vrouw, wij, mannen, dan mogen de meisjes +'t straks doen over de man. + +--Heel goed, heel goed! + +--Bedoel je 'n qualificatie, of een opinie? + +--Nee, ik bedoel, dat jullie zeggen: de vrouw moet zijn: zoo of zoo. + +--Mooi en dom! riep Kaatje, mooi en dom! + +--Dat is voor jóu misschien voldoende, zei Emilie streng. Maar ik +wil hopen niet voor iedere man. Robert, jij? + +Robert, onder den sterken blik van zijn meisje, durfde niet anders +meenen, dan: + +--Ze moet ontwikkeld zijn, zoodat ze zich niet klein hoeft te voelen +naast de man, maar zijns gelijke kan wezen. + +--Lief! lief! moet ze zijn! riep Max. Aanhankelijk, teeder.... van +wijze vrouwen moet ik niets meer hebben! nee! Daarmee kom je niet +verder. Lief! en liefhebbend! + +--Ah! zuchtte Eva de Bruin verlicht. + +Maar Max lette niet op haar; zijn wenkbrauwen waren samengetrokken; +hij schertste niet, hij sprak in ernst. + +--'n Vrouw, die je liefheeft.... Liefde, liefde.... is de eenige +noodige eigenschap van de vrouw. + +--En zachtheid.... en schoonheid.... en trouw en vroolijkheid.... Nee, +ik zal je zeggen, hoe ze moet zijn, volgens 't alphabet: aanhalig, +beminnelijk 'n charmeuse, dodderig, eerlijk, fier.... zei Jan. + +--Goed, hartelijk, innig, jolig, knap, kwam Karel hem helpen. + +Zij gingen nu allen zoeken, volgens de letters van het alphabet naar +kwaliteiten van de vrouw, totdat zij stuitten op de q, die Jan voor +niet-qualificeerbaar uitmaakte en Sneeuw riep: + +--Nu heb _ik_ nog niets gezegd! + +--Nee, Sneeuw, dat is waar, Sneeuw, kom laat de koele sneeuw van je +woorden over ons heen-sneeuwen, Sneeuw! + +--Ik zal alleen maar herhalen, wat Sarah Bernhardt 's eens van Fédora +zei, jullie weten? dat stuk van Sardou? Nou, _ik_ zeg dat nu van _de +vrouw_: Elle doit être á la fois coquette comme une Slave, violente +comme une Espagnole, amoureuse comme une Italienne, raffinée comme +une Française, et _racée_ comme une Anglaise. + +--En wat als een Hollandsche? + +--Ja, wat? + +--Esclave, zei Emilie scherp. + +--Dolente, tendre, verzachtte Mientje. + +--Calme, intelligente,--sensible et sensitive, zei Clara. + +--Dat vind ik nog 't beste, zei Sneeuw. + +--Douce, douce comme un agneau, zuchtte Eva de Bruin. + +--En wat vindt Bonnie ervan? + +--Innocente, zei Bonnie. + +--Dat antwoord is jouwer waardig, bravo! bravo! riep Jan, sloeg zijn +arm om haar middel, en dwong haar een paar walspassen met hem door +de kamer te doen. + +--Hè, ja! 'n dansje! 'n dansje! riep de dartele Mientje, en sprong +op van haar stoel. In een oogenblik was de tafel zoo ver mogelijk in +een hoek geschoven, waren de stoelen uit den weg gezet, en walsten +de paren door de kamer, terwijl Sneeuw, die niet dansen kon, met +veel geweld, maar gelukkig maatvast, de vals uit den Mikado te +schreeuw-zingen stond: + + + De bloemen, die bloeien in Mei, ja, ja, + De bloemen, die bloeien in Mei! + + +Max had met de zich zenuwachtig aan hem vast-klemmende Eva de Bruin +rondgetold, totdat hij zijn geduld en zijn adem verloor. Hijgend +stond hij stil, en riep: + +--Hei! wie neemt dat presentje 's van me over! + +Niemand ontfermde zich, zoodat Max haar zonder complimenten in +zijn bureau-stoel neerdrukte, waar zij uitgeput, gichelend, bleef +zitten. Zonder omwegen trok Max Bonnie uit de armen van Jan, en walste +wild met haar voort. + +Juist fluisterde hij het onschuldige meisje een erge ondeugendheid in, +toen hij den blik van Clara ontmoette, die zich met een blad papier +koelte stond toe te wuiven. Het was een blik, dien Max onmogelijk +opvatten kon als "jaloezie", daarvoor lag er te weinig boosheid in. + +Hij zag afkeuring in haar oogen en tegelijk een gevoelig medelijden, +dat hem veel meer trof, dan een stekende blik vol toorn en afgunst +zou hebben gedaan. Wat wou zij toch? Waarom bemoeide zij zich zoo +met hem? Was dát nu zoo erg, wat hij had gedaan? Onder de jongelui +was het een wedstrijd, wie Bonnie aan het blozen kon brengen, en +hij zou het typisch vinden, als het hem gelukte. Toch, hij moest het +bekennen, hij zou de aardigheid, die hij Bonnie had toe-gefluisterd, +niet openlijk hebben durven herhalen, noch alleen aan een ander meisje +debiteeren.... maar wat zóu dat? Je zag toch je menschen aan?.... + +Toch hinderde Clara's belangstelling hem, omdat die hem zoo opeens en +onverwacht het futiele en leege van zijn leven toonde. Hij verloor +zich graag in vroolijke genoegens, en vond het niet aangenaam, daar +plotseling aan te worden onttrokken. En toen veranderde zijn stemming +weer: eensklaps dacht hij er aan, hoe Clara's houding jegens hem, veel +had van die van Eleonore.... en het betere in hem overheerschte voor +een oogenblik zijn frivool gevoel. Anders was Clara dan Eleonore, +zeker.... jonger, niet zoo beslist in haar optreden, en minder +moederlijk, wat hem in Eleonore zoo had gehinderd,--maar het goede +fond was bij beiden hetzelfde. Het was waar, dat Clara hem nooit +"het hof had gemaakt", zij hield zich bescheiden op den achtergrond, +en daaraan was het te wijten, dat hij nooit zooveel notitie van +haar had genomen, als van Mientje, of Gerrie, of zelfs van Eva de +Bruin. Maar nu voelde hij toch wel, dat hij Clara méer achtte, dan +een van de anderen, zij was degelijker, dieper, en had niet slechts +éen enkele gemoedsstemming: verliefd zijn. + +Neen, zij was een.... heel aardig meisje.... zelfs niet onknap van +gezicht.... wie weet.... wie weet....later....later misschien.... + +Al deze gedachten had hij, al walsende met Bonnie, afgedacht, en toen +hij haar met een sierlijken zwaai en een hoffelijke buiging op haar +plaats had terug-gezet, ging hij Clara ten dans vragen. + +--Zeg, Max.... + +--Nee, ik zeg 't je toch niet. + +--Hoe weet je dan, wat ik wou vragen? + +--Dat is gemakkelijk genoeg te raden. Je wou precies weten, wat ik +tegen Bonnie heb gezegd. + +--Ja, maar niet uit pure nieuwsgierigheid.... + +--Wat doet 't er toe, waaróm je 't weten wou? Ik zeg 't je toch +niet. Niet alle dingen zijn voor alle meisjes geschikt. + +--Zoo, maak jij dan nog onderscheid tusschen meisjes en meisjes? + +--Ja zeker maak ik onderscheid. + +Hij zag haar even aan, en de plotselinge overgang van scherts naar +ernst in zijn toon en in zijn oogen ontroerde haar, meer dan zij wou, +dat hij zag. + +Maar hij had haar aandoening natuurlijk dadelijk bemerkt, en was +tevreden. Wie weet.... wie weet.... later, later misschien.... + +--Ik ben moe! ik ben moe! kondigde Mientje luidruchtig aan. Ik kan +niet meer! ik ben dood! + +Gerrie lag ook al lang uitgeput in een stoel, en de andere meisjes en +de jongelui wuifden hun gloedroode gezichten vergeefs koelte toe met +zakdoeken en bladen papier. Alleen Sneeuw, de koele, onaandoenlijke +Sneeuw, stond maar onverstoorbaar te galmen: + + + Pourquoi ne pas m'aimer.... + Tu veux donc que je meure.... + + +--'n Kopje thee! smeekte Eva de Bruin. + +--O, 't is ook veel te warm om zoo te dansen, hekelde Emilie. Kijk +hij er nou 's uitzien, wees zij op haar verloofde, Robert, wiens +heele gezicht, tot in den hals en onder het wit-bloode haar, met een +vlammend tomaat-rood was bedekt. + +--Nou, ik heb 't óok warm! pff! zuchtte Karel: 'n Sandwich en 'n +sigaret en 'n glas port, of ik verga! + +De uitgeputten en dorstenden werden gelaafd, de verhitte gezichten +verfrischt door eau de cologne, en het duurde niet lang, of de +gesprekken waren weer in vollen gang. Bij de thee's van de Eva-redactie +deed zich altijd dit eigenaardige verschijnsel voor, dat de bezoekers +en bezoeksters maar een vluchtig moment op het bureau vertoefden, +terwijl daarentegen de "stamgasten" tot in het oneindige bij elkander +bleven zitten, en praatten, totdat zij opeens allen tegelijk opstonden +en vertrokken, omdat zij merkten, dat het al zoo "vreeselijk" laat was. + +--Zeg, wist Sneeuw. Er is een nieuw boek uitgekomen. Of boek, of +brochure, hoe wil je 't noemen. Nou, dat heet: Die Aristokratie +der Schönheit. En in 't tweede deel daarvan hebben ze 't over de +"Frauenherrschaft". + +--Ha! riep Emilie geïnteresseerd. + +--Wacht, hier heb ik 't programma. + +--De vrouw heeft drie rijken: namelijk van het geweld, van de +schoonheid, en van den geest. + +--Hè, van 't geweld! keurde Eva de Bruin af. De vrouw is immers steeds +'t zinnebeeld geweest van de zachtheid! "Zachtheid zal den dwingland +leiden...." "Schoonste deugd van schoone zielen...." + +Maar Sneeuw onderbrak onbarmhartig Eva's ontboezemingen door verder +te lezen. + +--Möglichkeit der Frauenherrschaft. + +--Weib kann warten. + +--Kan wachten, o! protesteerde Eva de Bruin. + +--Wie weit geht die Opferwilligkeit des Mannes? + +--Tot in 't grenzenlooze! riep Robert. + +--Ja, die heeft geen grenzen, omdat die in 't geheel niet bestaat, +beet Emilie hem vinnig toe. + +--Das Weib fängt an zu denken.... + +--Ja, _dat doet 't wijf_, zei Emilie, met zooveel overtuiging, +dat zij niet eens bemerkte "wijf" te hebben gezegd, vóor Bonnie +misprijzend riep: + +--De vrouw alsjeblieft! + +--Der Weg zur Herrschaft. + +--Waar is dat boek te krijgen?? vroeg Eva de Bruin gretig. + +--Frauen aller Lander vereinigt euch! + +--Ja! tot een "Frauenstaat", riep Emilie geestdriftig. + +--Stellung des Mannes im Frauenstaat.... + +--Zie je wel! triomfeerde Emilie. 'n _Frauenstaat_ wórdt bedoeld! + +--Ach, lieve, lieve vrouwen! riep Max, en sloeg de handen in de +lucht. Blijf, o, blijf, die je ben! Heusch, de vrouwen kunnen de +mannen al ongelukkig genoeg maken.... + +--Erken dan, erken, dat 't wel en wee van de man van de vrouw +afhankelijk is! + +--Ik erken, dat Adam's wel en wee van Eva afhankelijk is. + +--Eva is de opperheerscheres! + +--Eva is de opperheerscheres, ja! zei Max. En ik geloof, dat er géen +man ter wereld is, die z'n hoofd niet zou willen buigen voor de vrouw, +die hij liefheeft. + +--Max! zei Clara naast hem, zacht, nam zijn hand, en drukte die +spontaan. En die daad van het anders zoo terug-getrokken meisje trof +hem zeer; hij wist zelf niet waarom, zoodat hij blij was, toen het +kind Karel in helsche kreten verviel: + +--Hoera, Eva! leve, leve Eva! Eva, hoch! + +Jan nam met overdreven hoffelijkheid een roos uit de vaas, die altijd +op Max' schrijfbureau stond, naderde Eva de Bruin, en bood haar, +potsierlijk-gebarend, de bloem. + +--O! o! riep Eva, gelukzalig. + +--Ja, goed! riep Sneeuw, Eva is nu de heerscheres in het rijk der +schoonheid, maar wie is de heerscheres in 't rijk des geestes? (Niemand +die zich ooit voor Eva de Bruin geneerde.) + +--Eleonore! riep Max onmiddellijk. Hij zag niet de kleur, die bij +het hooren van dien naam Clara's heele gelaat overtrok. + +--Ha, ja! Eleonore! riep Sneeuw. + +--Ha, ja! Eleonore! bauwde Karel na. De groote geest! + +--De chroote cheest! maakte Mientje het nog mooier. + +--Mientje! riep Max streng. + +--Ik spot niet! zei Mientje, zich verschrikt verdedigend. + +--Ik vind juffrouw van Aalst, 'n merkwaardig mensch, zei Emilie met +waardeering. Veel te goed, om door kinderen belachen te worden. + +--Ik acht haar hoog, zei Gerrie, ze is zoo verstandig, en toch ook +zoo zacht. + +--En ik vind 't zoo flink van haar, dat ze ongetrouwd wil +blijven! bewonderde Eva de Bruin. Ze zegt ronduit, dat 't huwelijk +voor háar 't ideaal niet is! Verbeeld je ongetrouwd willen blijven! + +--Willen! willen! wacht maar even! riep Jan. Hij krabbelde wat op +een stukje papier, en kondigde aan: + +--Lied op Eleonore. + +Luisteren jullie allemaal? En hij declameerde: + + + Omdat haar niemand heeft verkoren, + Heeft zij de mannen afgezworen. + O! Eleonore! + Maar komt er een met lonk en lach, + Dan trouwt zij morgen aan den dag, + Eleonore! + Leonore! + Lenore! + Nore,-- + Ach! + + +Allen lachten, en deden uitroepen van bewondering om Jan's vernuft +en vlugheid van rijmen, maar Max, met flikkerende oogen, stond opeens +voor Jan, en rukte hem het stukje papier uit de handen. + +--Bah! lafaard! stiet hij uit. + +Er was een oogenblikkelijke ontsteltenis. Jan keek verbouwereerd, +Sneeuw suste: Nou, nou! Eva de Bruin bleef nerveus doorgichelen, +Emilie gaf Max gelijk, Mientje en Gerrie praatten samen: Was dat nou +zoo erg? 'n grap! Ja, wèl erg, ze moesten zoo iets op Eleonore niet +zeggen. Nou, juist, omdat d'r geen schijntje van waarheid in is.... + +Max' lippen beefden nog van plotselinge ontroering; hij hoorde het +gekakel wel om zich heen, maar hij nam er geen notitie van. Met +bitsen blik bezag hij nog Jan, terwijl hij het papier in elkaar +frommelde, en het met een nijdigen ruk in de prullenmand wierp. Toen +keerde hij zich om, en kreeg een schok, die hem van het hoofd tot +de voeten doorliep. Want daar stond Clara, met een donkeren blos +op het gezicht, en de treurige oogen vol tranen. Zij had zijn +geheim geraden.... maar _hij_ ook het háre.... _zij_ was de Eva, +de schrijfster der brieven.... en zij had hem lief.... + +Hij kon niets zeggen, niets doen; de aandoening klopte hem door +het bloed, en hij vreesde door een enkel woord zijn gevoelens te +verraden. Eerst moest die troep hier weg zijn, dan.... + +Hij ging staan voor het raam, en tuurde in de straat, zóo weg in zijn +gedachten, dat hij geen acht gaf op de schouderkloppen van Karel: + +--Kom, Max, boy, ben je nou gek? of op de troostredenen van Sneeuw, +dat Jan zoo'n vreeselijk berouw had, of op het gekerm van Jan zelf, +die zijn stem had teruggekregen, en schreeuwde, dat hij het nooooit +weer zou doen.... + +Hij lette op niets, totdat de vreemde nevel uit zijn hersens was +weg-gedreven, en hij weer denken kon. + +Het was hem, of hij was ondergedoken geweest in een donkerte van +raadsel en twijfel, en nu plotseling weer boven-kwam, verhelderd, +verruimd, in het besef, dat hij zich had vergist.... maar dat zijn +vergissing schitterend hersteld worden kon.... + +Wat vond hij het nu zonderling te bedenken, dat hij gewaand had, +deze oudere, moederlijke, al te onafhankelijke vrouw lief te +hebben.... terwijl naast hem het bloeiende jonge meisje stond, dat +hem helpen en leiden wou, en het zeker beter zou kunnen, omdat zij +met hem gelijk in jaren was, en hem dus beter begreep.... + +Hoe dwaas, hoe dwaas, dat een menschelijke geest zoo gemakkelijk op +dwaalwegen komt.... En wat een groot geluk dan, te merken, dat alles +toch terecht komen zal.... + +Goed kind, sterk kind.... dat haar liefde verborgen hield, zoolang +als het noodig was.... die niets vroeg voor zichzelve, en alleen +maar wilde, dat _hij_ een beter, een mooier, een grooter mensch +worden zou.... + +Ziezoo nu was hij weer kalm, heel kalm en tevreden. Hij wendde zich +naar het gezelschap, dat zich nog steeds uitputte, om hem tot bedaren +te brengen. + +--Soedah! zei hij. Zanik toch niet door. Ik ben 't al lang weer +vergeten. + +--O, zoo! nou, zég dat dan! + +--Waarom sta je dan zoo van lotje getikt uit 't raam te kijken? + +--Gaat 't jóu wat aan? + +--Nou, soedah! riep ook Sneeuw. Niet meer over spreken! Mientje, mag +'k jou nog 's 'n sandwich presenteeren? + +--Hemel, ik dank je wel, ik heb er geloof ik, al vijfentwintig +gegeten.... + +--Excusez du peu! + +--Ik moet ook trouwens naar huis. Hemel, 't is al half zes. + +--Hemel! 't is al half zes! riepen Gerrie en Emilie. En in een +oogenblik verdrongen de meisjes elkaar voor den spiegel, om de hoeden +op te zetten, zij trokken de handschoenen aan, en accepteerden het +geleide van een cavalier, of sloegen het beleefdelijk af. + +--Clara, ik breng jou thuis, zei Max, zonder te vragen, of zij het goed +vond, en Clara antwoordde niet. Zij voelde zich zoo vreemd bewogen; +zij wist, dat zij aan Max haar liefde verraden had, zij had begrepen, +dat hij van een andere hield.... en toch was zij aangedaan met een +lichte vreugde, terwijl zij diep bedroefd was tegelijk.... + +Zij kon zijn geleide niet weigeren; zij vertrouwde zich nu niet +genoeg om een luchtigen, schertsenden toon aan te slaan. Zij was wel +veel liever rustig alleen naar huis gegaan, maar zij voelde zich zóo +verlegen nú tegenover hem, dat zij zonder eenig protest zijn gezelschap +aanvaardde. Wat zou hij zeggen?.... Hij zóu iets zeggen, dat begreep +zij. Maar zij zou het niet toe-laten o, nooit! dat hij haar troostte +met de banale, ijdele, ongemeende woorden, die hij, zij wist het, +voor alle voorkomende gelegenheden in voorraad had. Liever.... liever, +dan dat hij zóo tot haar sprak, zou zij breken met hem, zag zij hem +nooit meer terug. Zij was geen Eva de Bruin, zelfs geen Gerrie, die +zich deemoedig tevreden stelde, met de kruimpjes, die er afvielen +en overbleven van zijn genegenheid. O, als hij durfde! als hij zóo +tegen haar durfde spreken, als tegen de anderen!.... + +Zij trilde van opgewondenheid en nervositeit, en toch beheerschte +zij zich uit alle macht. Gelukkig, dat niemand iets van het incident +tusschen Max en haar had gemerkt; zij hadden het allen veel te druk +met Max gehad, Max was altijd het middelpunt.... + +Onder rumoerig gelach en gescherts waren de meisjes en jongelui uiteen +gegaan. Luide groeten riepen zij nog elkander na, met grapjes op Eva +de Bruin, die telkens nog omkeek naar Max, maar te veel haast had, +om thuis te komen, daar haar Pa met eten niet wachten wou, en zij +Max dus niet na-loopen kon.... en op Emilie, die Robert stevig onder +den arm had genomen, en hem weg-voerde in haar veilige hoede.... Maar +Clara kon niet mee-lachen en pret-maken, zooals anders; zij was niet +vroolijk; het tintelde tot in haar vingertoppen van een vreemden +angst.... zij was zóo bevangen door het besef, dat hij haar liefde +voor hem nu wist, dat zij met neergeslagen oogen voort-liep, in een +sterken aandrang tot schreien. + +--Clara, zei Max, toen de anderen uit het gezicht verdwenen waren. Ik +heb iets in je houding gezien, iets, dat me moed geeft, om zoo tegen +je te spreken, als ik nu ga doen, Clara. Ik heb je.... + +Een snelle, sterke blos bekleurde haar heele gezicht. Zou hij toch, +o, zou hij toch.... + +--Stil, Max, zeg niets verder, vroeg ze zacht. Je mág niet zoo tegen +me spreken. + +--Claartje, wat bedoel je? + +--Ik ben niet als die anderen allemaal, barstte zij uit. En als je 'n +gentleman was, dan zou je er niet op letten, dat ik in 'n onbewaakt +oogenblik me heb verraden. Nee, daar zou je niet op letten. 't Is +leelijk van je, leelijk, te zeggen, dat je daardoor "moed" hebt +gekregen, ik vind 't geen moed, ik vind 't lafheid, laagheid! + +--Clara, je vergist je. Zie me 's aan, kind? + +De toon van zijn stem was zoó dringend-ernstig, dat zij onwillekeurig +de oogen naar hem opsloeg. En tot haar verbazing, maar ook tot haar +vreugde zag zij, dat er niets van overmoed was in zijn gezicht. De +uitdrukking in zijn oogen verwarde haar: zij had die er nog nooit in +gezien: zijn blik was zoo vriendelijk, zoo teeder bijna.... Maar zij +begreep het nog niet.... er was toch immers een andere?.... + +--Ik had niet moeten spreken van moed, ik had moeten zeggen, dat ik zoo +dankbaar ben, zoo dankbaar, voor wat 'k opeens heb begrepen. Clara, +laten we geen preutsche praatjes houden; jij hebt me lief.... mag ik +dat zoo maar zeggen? En ik heb jóu lief, Clara. + +--O, Max, Max, hoe kan je dat nu zeggen, terwijl je zooeven mij +openlijk hebt getoond.... + +--Wat? + +--Hoe je dacht over.... + +--Over Eleonore? + +Zij wendde haar gezicht van hem af. + +--En toch heb 'k haar niet lief, Claartje, maar jou. Kan je me +begrijpen? of wil ik later alles eens duidelijker zeggen? + +--Nee, nu, nu. + +--Ik.... ik dacht.... ik verbeeldde me, dat ik van Eleonore hield. En +toch wás 't niet zoo. Dat is zoo iets vreemds, zoo iets wonderlijks +in me geweest, dat ik 't mezelf nog niet goed kan verklaren. Hoe +zou 't mogelijk zijn, dat ik haar liefhad, zij zoo wijs, zoo koel, +en.... zooveel ouder dan ik. En toch, ik begrijp m'n vergissing ook +weer wèl. Wat ik in haar zocht, was, wat ik bij geen enkele vrouw +nog had gevonden: ernst, toewijding, onzelfzuchtige liefde, en vooral +hoopte ik van haar: steun, leiding, hulp. Maar _liefde_ van mijn kant, +was 't niet. En nu moet 'k je wat zeggen, Clara. Maar je moet goed +luisteren. Dat verlangen van mij naar ernst in een liefdesverhouding, +die behoefte aan hulp, die wil om op te zien, naar de vrouw, van wie +ik houd, dat alles, wat beter in me is, dan 't lage, alledaagsche +van m'n natuur, dat alles heb _jij_ in me opgewekt, Clara. + +--Ik? + +--Ja.... Ben jij dan de "Eva",--de schrijfster van de brieven niet? + +Zij boog het hoofd zoo diep, dat hij niets van haar gezicht kon zien, +dan een streep van haar hoog-blozende wang. + +--En toen je me zoo aankeek, straks, je weet wel, toen had er opeens +'n omkeer in me plaats. Al m'n gedachten en gevoelens wervelden dol +door elkaar. Een oogenblik was ik totaal de kluts kwijt. En toen +opeens werd 't me zoo helder: dat ik de schrijfster van die brieven +had liefgehad.... al lang.... al zoo lang.... + +--O, is dat waar?.... + +--Ja! dat ik haar, haar-alleen, en al lang had +liefgehad.... Lieveling.... lieveling.... geloof je me? + +--Ja.... ja.... ik kan niet anders, dan je gelooven.... Max. + +--En dat ik zocht naar de geest, die die brieven schreef, dat weet +'k nu. Ik zocht, ik zocht.... en toen, ja! toen vergiste ik me, +en dacht, dat Eleonore.... + +--'t Is geen wonder.... Eleonore is zoo veel.... + +--Juist, juist, omdat ze zoo veel meer dit en dat is, dan +jij.... daarom, dáárom is ze voor mij niet geschikt. Begrijp je dat? + +--Ik heb de goede maat? vroeg zij, en keek schalks lachend tot hem op. + +Het trof hem, hoe mooi en lief zij eensklaps werd, nu zij zoo +blij lachte.... Zij had dus ook nog een anderen kant, dan ernst +alleen.... En dat was goed voor hem, héel goed,--veel beter dan +"degelijkheid", zonder meer, die hem toch noodzakelijk op den duur +moest vervelen.... + +--Schat!.... fluisterde hij. + +Zij bloosde, en boog het hoofd, maar keek hem toch weer aan, en hij +vond, dat zij al mooier en mooier werd. + +--Had je dan gedacht, dat Eleonore de brieven schreef? + +--Ja.... nee.... dat heb ik nooit in ernst gedacht. Misschien, als +'k me precies rekenschap had gegeven van alles, zou 'k zelf wel +hebben ingezien, dat zij toch niet was, zooals ik verlangde. Zij kan +niet jong en vroolijk meer zijn.... En dat heb 'k toch óok noodig; +daar zou 'k m'n heele leven toch niet buiten kunnen. Gelukkig, dat +Eleonore wijzer was dan ik.... + +--Hoe dan?.... + +--Wel, omdat ze me, goddank, heeft afgewezen.... + +--O! heb je haar.... + +--Ja.... Stelt je dat teleur, lieveling? + +--Nee.... ik.... + +--Ik geloof wel 'n beetje? Maar wees er niet bedroefd om, hoor? Je +moet er dankbaar voor zijn, dat je overmoedige Max, met zijn "kleine +ijdelheid", je weet wel, hè?.... zoo'n vernederende ondervinding +heeft opgedaan.... + +--'t Is toch niet zoo heel prettig, te weten, dat je alleen faute +de mieux.... + +--O, maar, kind! kind! wat vertel je nu? + +--Ja: als zij je maar had aangenomen, dan.... + +--Dan zouden we 'n tijdje geëngageerd zijn geweest, ja! Maar lang +had ik 't niet uitgehouden. Dat weet ik nu wel. Liefje, kan jij óok +al zoo echt-meisjesachtig jaloersch zijn? Vermakelijk! + +--Lach jij maar.... jij begrijpt niet, dat ik me eigenlijk vernederd +door je aanzoek moet voelen. + +--Jij? jij? vernederd door 'n aanzoek van mij? van mij, Max? Grappig +kind! + +En hij barstte uit in zoo'n schaterenden lach, dat zij onmogelijk +haar gezicht ernstig kon houden onder zijn joligen blik, en ten slotte +maar mee-lachte. + +--Hoor, zei hij, nu weer ernstiger. Als er ook maar iets in was, +dat onaangenaam voor jou kon zijn, dacht je dan, dat ik er zoo maar +luchtig met jou over spreken zou? Dan zweeg ik er in dit oogenblik toch +over, kind? Nee, kom, laten we nou blij zijn, laten we nou vroolijk +zijn.... D'r ontbreekt niets aan m'n geluk, dan één enkel ding.... + +--En wat? + +--'n Zoen. + +--Die krijg je straks, hoor? + +--Lieveling.... + +--O, Max, wat kijk je sentimenteel.... + +--Ja, dat kan 'k óok wel. Maar pas nu maar op. Ben je niet bang, +dat ik je al je vinnige reprimandes en boozigheden betaald zetten zal? + +--Nee, daar ben 'k heelemaal niet bang voor. + +--Waarom niet? + +--Omdat ze je veel te veel goed hebben gedaan. + +--Heusch, kan je dat merken? vroeg hij, jongensachtig. + +--Goeie, lieve jongen, zei ze, en stak spontaan even haar arm door +den zijne. Wat is 't goed, o, wat is 't goed, dat ik me over jou +heb ontfermd. + +--O, dat is edel! + +--Spot nou niet, hoor, dat wil ik niet. + +--O, nee, Eva. + +--Ja, dat is wel goed, noem me maar Eva. Dat herinnert je er aan, +wat ik eigenlijk voor je ben.... + +--Wat dan? + +--'n Meesteres. + +--Uitstekend! uitstekend! + +--Nee, zeg, Max.... we zijn nu haast thuis.... zeg, ben je nooit boos +geweest om die brieven? + +--Woedend, dikwijls! Verontwaardigd! + +--Ja, ik kon 't niet helpen.... + +--Nee, maar m'n woede bewijst immers, hoe zeer ik je woorden noodig +had? Troost je maar.... heb maar geen spijt. + +--O, spijt? Nooit. Ik heb alleen misschien spijt.... + +--Waarover dan? + +--Dat 'k zoo onweerhouden blijk heb gegeven, hoeveel ik van je +hield.... + +--Houd, hoop ik? + +--Maar 'k dacht ook niet, dat je óoit zou weten.... + +--Ja, daar heb je 't nou! Je blijft toch vrouw, 'n echte vrouw, en je +verraadt je natuurlijk toch in zoo'n geval. Daar ben je vrouw voor.... + +--Nee, hoor hem! + +--Maar 't spijt je toch niet, dat 'k nu weet, wie je bent, en gelukkig +gemaakt word door jou? + +--Nee, nee, dat niet! + +--Nou, dan geen muizenissen meer.... Of is er werkelijk nóg wat? + +--Ja, ik heb medelijden met.... + +--Met Eva de Bruin zeker? Ja, dat is 'n moeilijk geval; ik ben nu +eigenlijk met twee meisjes geëngageerd,--en met twee Eva's nog wel! + +--Spot maar. Nee, met die heb ik geen medelijden, maar met Gerrie. + +--Gerrie is 'n goed en aardig kind, maar toch niets voor mij? + +--Maar heb je dan geen medelijden met haar? Ze houdt toch van je?.... + +--En wie weet, hoeveel er houden van jou, die jij ongelukkig maakt, +door met _mij_ te trouwen? + +--Hándige jongen.... + +--Ik ben niet handig.... Ik wil alleen maar niet meer over allerlei +kwesties praten.... Ik wil gelukkig zijn! Genieten van m'n geluk!.... + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Het vroolijke leven, by Jeanne Reyneke van Stuwe + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VROOLIJKE LEVEN *** + +***** This file should be named 24386-8.txt or 24386-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/4/3/8/24386/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/24386-8.zip b/24386-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..45303c9 --- /dev/null +++ b/24386-8.zip diff --git a/24386-h.zip b/24386-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e3aa7b2 --- /dev/null +++ b/24386-h.zip diff --git a/24386-h/24386-h.htm b/24386-h/24386-h.htm new file mode 100644 index 0000000..338a7a1 --- /dev/null +++ b/24386-h/24386-h.htm @@ -0,0 +1,5517 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Het Vroolijke Leven</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Jeanne Reyneke van Stuwe"> +<meta name="DC.Creator" content="Jeanne Reyneke van Stuwe"> +<meta name="DC.Title" content="Het Vroolijke Leven"> +<meta name="DC.Date" content="#####"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> +/* Standard CSS stylesheet */ + + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; + +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} + +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} + + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} + +.epigraph .bibl +{ +text-align: right; +} + +.epigraph .poem +{ +margin-left: 0; +} + +.epigraph .line +{ +margin-left: 0; +text-indent: 0; +} + +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + + +.red +{ +color: red; +} + +.displayfootnote +{ +display: none; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + + +.caps +{ +text-transform:uppercase; +} + +.fraktur +{ +font-family: 'Walbaum-Fraktur'; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} + +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} + +.poem +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + +ul { list-style-type: disc; } +ol { list-style-type: decimal; } +ol.AL { list-style-type: lower-alpha; } +ol.AU { list-style-type: upper-alpha; } +ol.RU { list-style-type: upper-roman; } +ol.RL { list-style-type: lower-roman; } +.lsoff { list-style-type: none; } + +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } + + + + + +/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml +" */ + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} + + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's Het vroolijke leven, by Jeanne Reyneke van Stuwe + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Het vroolijke leven + +Author: Jeanne Reyneke van Stuwe + +Release Date: January 21, 2008 [EBook #24386] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VROOLIJKE LEVEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="front"> +<div class="div1"> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="503" height="720"></div><p> + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/spine.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="720" height="98"></div><p> + +</p> +</div> +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">Het Vroolijke Leven</h1> +<h2 class="byline">Door +<br> +<span class="docAuthor">Jeanne Reyneke van Stuwe</span></h2> +<h2 class="docImprint">L. J. Veen—Amsterdam</h2> +</div><div class="div1"> +<p class="aligncenter">Typ. Zuid-Holl. Boek- en Handelsdrukkerij. + + + + +</p> +</div> +</div><a id="d0e111"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e111">5</a>]</span><div class="body"> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">I.</h2> +<p>Met groote stappen liep Max van den Heuvel zijn kleine kamer op en neer. Er lag een diepe frons tusschen zijn oogen, en soms +beet hij <span id="d0e118" class="corr" title="Bron: ongeduldlg">ongeduldig</span> zijn sterke witte tanden in zijn onderlip. Door het open raam kwam de koele avondlucht naar binnen, maar hij had het warm,—benauwd, +broeiend warm in de bedompte ruimte, en toch stond het hem tegen, nu nog naar buiten te gaan. + +</p> +<p>Waar moest hij heen? Een eenzame wandeling maken? Naar het een of ander café, waar hij wel kennissen zou ontmoeten, om zich +door hen vrij te laten <a id="d0e123"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e123">6</a>]</span>houden? Bah! hij had er genoeg van! hij had er meer dan genoeg van! + +</p> +<p>Driftig keek hij om zich heen. Alles irriteerde hem hier....of liever het <i>niets</i> irriteerde hem hier. Want wat bezat hij? wat kon hij in de wereld het zijne noemen? Die armzalige meubileering van deze armzalige +kamer, was nog niet eens zijn eigendom. De matten stoel bij het raam, de onoogelijk-kleine tafel, dat geverfde kastje, ’t +was meer dan min, en toch, dát zelfs, niet eens van hem. + +</p> +<p>Thans werd het te erg. Hij hield het gewoon niet uit. Nog langer te leven op dat hongerloon van zes gulden in de week, hij +bedankte er eenvoudig voor. Was hij, Max, nu daartoe geboren?.... + +</p> +<p>Moest hij misschien nog blij wezen, dat hij dit werk mocht doen? Klerkje spelen, <a id="d0e134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e134">7</a>]</span>den heelen dag gebogen zitten over idiote papieren, bebromd als een kleine jongen, wanneer hij zich eens vergiste.... Dat +moest uit zijn! uit zijn! + +</p> +<p>Hij stampte met den voet op den grond. Wat een scharrelleven had hij geleid, sinds hij zijn juridische studiën vaarwel zei. +Maar je moet maar pech hebben in het leven. Als zijn vader slechts een paar jaar later gestorven was, dan zou hij advocaat +zijn geweest. De menschen hadden goed praten: dat hij tóch voort had moeten gaan; er waren er zóóveel, die een betrekking +waarnamen, en toch voort studeerden.... En als hij dan geen kleeren had, en geen woning had? en moest hij soms van zijn zes +gulden in de week het college-geld oversparen? + +</p> +<p>Hij had wel eens wat meer verdiend met <a id="d0e140"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e140">8</a>]</span>journalistiek werk; maar dat was toch maar voor korten tijd geweest. Neen, daar was hij óók al niet voor geschikt. Neen! Waarom +het niet eerlijk te constateeren: hij wás geen mensch, om moeizaam droog brood te verdienen. Hij deed het wel, natuurlijk, +omdat het moest, maar het was geen leven. Hij voelde veel te goed, dat er iets in hem zat; zonder ijdel te wezen kon hij zichzelf +dit gerust bekennen. Hij kon schrijver wezen, dichter, dramaticus, als de omstandigheden hem daartoe maar in de gelegenheid +stelden. Hij was er niet iemand naar, om de prachtigste romans en verzen neer te kunnen pennen op de flardige randjes van +couranten-papier of de achterzijde van aan de deur afgegeven drukwerkjes, gezeten op een stoel met anderhalven poot, en bij +het licht van een <a id="d0e142"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e142">9</a>]</span>kaarsje op een oude flesch.... Bah! bah! hij moest ruimte, licht, weelde, om zich heen hebben, of er kwam niets van hem terecht. +Niets! + +</p> +<p>Hij moest iets bedenken, om uit deze onmogelijke positie te geraken. Hij dacht al dagen lang, zonder verder te komen. En toch +had hij een eed bij zichzelven gedaan, dat hij zich redden zou. Kom! hij had toch capaciteiten genoeg, om iets hoogers in +de wereld te zijn, dan wat hij nu was,—hij had recht op een betere positie in het leven, ja, recht! recht! Hij, met zijn uiterlijk, +met zijn ontwikkeling, met zijn beschaafde manieren, met zijn aanleg.... behoefde toch niet eeuwig een walgelijk stumperdje +te blijven op een kantoor, met een loon van zes gulden per week voor zesenvijftig uren werk?.... <a id="d0e146"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e146">10</a>]</span>Nog geen twaalf centen per uur, de helft van wat de eerste de beste timmerman of metselaar verdiende.... nauwelijks opperman’s-loon +was het, en daar moest hij, <i>hij</i> zich mee tevreden stellen. En dan klaagden die lui nog, god beter ’t, ze werden socialist, omdat ze werden “uitgebuit”,—en +wat werd <i>hij</i> dan?!.... En wat waren zij dan nog bij hém vergeleken? + +</p> +<p>Hij had gedacht, gedacht, hoe hij toch aan dit armoe-lot kon ontkomen. Hij was bijvoorbeeld uitstekend op de hoogte van vormen +en goede manieren. Maar wat kon hij daarmee verdienen? Hij kon toch niet zoo maar het een of ander parvenus-huis binnen-stappen, +met de boodschap, dat hij hier “manieren wou komen onderwijzen”? Wie hielp hem aan een familie, die behoefte had aan dat onderwijs? +Hij kon toch óok <a id="d0e156"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e156">11</a>]</span>niet adverteeren: “<i>Gedistingeerd jongmensch biedt zich aan, om parvenu’s te beschaven</i>”? + +</p> +<p>Ook kon hij zich wel “verhuren,” om als voorname gast diners en soirées met zijn tegenwoordigheid op te luisteren. Maar <i>daarvoor</i> was zijn naam nu weer niet goed genoeg. Van den Heuvel kon iedereen heeten, en dat hij nu toevallig was van den aristocratischen +tak, dat stond niet op zijn aangezicht te lezen. Of liever, dat stond <i>wel</i> op zijn aangezicht geschreven, maar dat was niet voldoende. Was hij maar van adel, dan, ja, dan zou hij altijd nog wel steun +kunnen vinden. Dan was er wel iemand te vinden, die niet graag zou zien, dat zijn naam “door het slijk gesleurd” werd, en +den jongen bloedverwant daarom voorthielp, desnoods in de diplomatie.... + +</p> +<p>Hij moest toch even lachen om die gedachte: <a id="d0e171"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e171">12</a>]</span><i>desnoods</i> in de diplomatie.... En wat was hij nu? <span lang="fr">Mon dieu!</span> + +</p> +<p>Maar toch.... had hij geen familie, bestond er niemand, aan wien hij zich presenteeren kon, zeggende, dat hij tot een wanhoopsdaad +in staat zou zijn, als men hem liet zonder hulp? Want dan zou hij gaan zwendelen of stelen of pornografische boeken schrijven.... +Neen! dat kon hij toch niet gaan zeggen, omdat hij dat immers nooit zou doen! + +</p> +<p>Teekenen voor koloniaal? Daar had hij feitelijk geen physiek voor. Bakker worden? brandweerman? Heel goed. Maar, zouden ze +hem aannemen? Ach, neen, in dergelijke beroepen werd hij niet toegelaten. + +</p> +<p>Maar het was toch te gek, zie je, te gek, dat Max zoo maar kalm hier zat te verhongeren. <i>Iets</i> móest er gebeuren. +<a id="d0e187"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e187">13</a>]</span></p> +<p>Goed gezegd, maar wat? + +</p> +<p>Zijn vrienden konden hem niet helpen. Die waren voor het meerendeel even arme slokkers als hij. Of ze leefden in verhoudingen, +die het hun onmogelijk maakten een broeder in den nood bij te staan. + +</p> +<p>Hij moest in deze zaak vertrouwen op zichzelf. Op zijn eigen vlugge hersenen, op zijn eigen minder-vlugge handen.... + +</p> +<p>Zijn handen, ja, gespierd waren ze wel.... voor roeien, tennissen, en schermen geschikt genoeg.... wacht! kon hij geen les +in tennissen geven? + +</p> +<p>En waar moest hij dat dan doen? Hier op zijn kamer? Neen, maar dat was toch wel iets, om over te denken. Hij werd dan gewoon +meegenomen naar het veld, en geïntroduceerd door den jongeheer of de jonge dame, die(n) hij les gaf, als <a id="d0e198"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e198">14</a>]</span>kennis. Een wit-flanellen pak zou zooveel niet kosten. Ja, waarachtig, dat was een idee. + +</p> +<p>Maar een oogenblik later dacht hij alweer: Nou, ja, het is een goede gedachte, en ik zal het misschien ook wel doen, maar +fortuin zal ik met dat baantje toch zeker niet maken. En daarom is ’t me toch te doen. + +</p> +<p>Rusteloos stapte hij zijn kamer op en neer, op en neer. Hoe langer het duurde, eer hij iets vond, hoe ongeduriger en ongehumeurder +hij werd. Hij moest maar naar bed gaan. ’t Gaf hem allemaal toch niets. En wat had hij er aan, om morgen met een dof hoofd +op dat ellendige, broeiwarme kantoor te zitten, zoodat elk woord hem inspanning kostte, en de pennehouder zich bijna niet +door zijn loome vingers liet voort-bewegen.... + +</p> +<p>Maar hij zou immers toch niet kunnen <a id="d0e206"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e206">15</a>]</span>slapen? O, neen. Daarvoor werkte zijn hoofd veel te snel en te helder. Hij moest nog maar eens verder denken.... + +</p> +<p>Als hij eens een speelbank oprichtte? Houders van speelbanken maakten altijd fortuin. Als ze tenminste voorzichtig waren, +en zorgden buiten de handen der politie te blijven.... Maar.... + +</p> +<p>Hè, vervloekt! er was toch ook altijd een “maar”! En toch had hij met dat “maar” rekening te houden. Want om een speelbank +te kunnen beginnen, daarvoor was kapitaal noodig. En wie zou hem dat willen voorschieten? Wie zou zich aan een dergelijke +risico wagen?.... + +</p> +<p>Maar, lieve hemel, was er dan niets, niets voor hem te vinden? Dat kón toch niet. Dat was toch godsonmogelijk.... gods-terwereld-onmogelijk.... +<a id="d0e214"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e214">16</a>]</span></p> +<p>Was er geen geld te slaan uit zijn literaire talenten, die hij toch werkelijk, sans blague, bezat.... Letterkundige begaafdheid +hád hij, dat was hem meermalen door bevoegde kunstrechters verzekerd. Maar als hij niet het geluk had in den populairen smaak +te vallen, dan was het immers toch niets gedaan?.... + +</p> +<p>Hij stond voor den kleinen spiegel, die boven den schoorsteenmantel hing, en bekeek zich, zonder dat hij het zich bewust was, +aandachtig. Een aangenamen indruk maakte hij.... flinke oogen, hoog voorhoofd.... Toen ging hij kijken met meer besef, en +terwijl hij zichzelf zoo bezag, dwaalden er gedachten door zijn hoofd, die allengs een vaster vorm aannamen.... literaire +gaven.... succes bij vrouwen.... Zijn hersenen werkten al sneller en sneller.... <a id="d0e219"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e219">17</a>]</span>in een oogenblik verzon hij combinaties.... zette hij schema’s in elkaar, en spon ze uit.... Zoo zou het gaan.... Zóo kon +het.... moest het.... + +</p> +<p>Zijn gezicht begon al vroolijker te staan, terwijl hij dacht en dacht. En eensklaps sprong er een zware vloek hem van de lippen, +en hardop riep hij: + +</p> +<p>—Ik ben er! ik heb ’t gevonden! + +</p> +<p>Hij zette zich neer in zijn stoel, legde het eene been over het andere, en omgreep den enkel met beide handen. Zijn wenkbrauwen +fronsden zich van het ingespannen denken, maar nu hij <span id="d0e227" class="corr" title="Bron: eemaal">eenmaal</span> “het” gevonden had, was de nadere uitwerking van zijn plan niet zoo moeilijk meer. Zijn oogen begonnen te stralen van ondeugend +pleizier.... en tot laat in den nacht bleef hij zitten fantaseeren, en bekeek <a id="d0e230"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e230">18</a>]</span>zijn prachtig plan vergenoegd van alle kanten. + + + + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">II.</h2> +<p>Den volgenden morgen werd hij wakker, doordat de deur van zijn kamer openging, en hij zijn vriend Robert Roodhaar verschijnen +zag. Roodhaar was Robert’s bijnaam, ter oorzaak van zijn wit-blond, bijna kleurloos haar,—zooals den roodharigen Frits Verhaeren +de naam van “Sneeuw” was gegeven,—hij heette eigenlijk Lam, maar hij had zoozeer het land daaraan, dat hij zich getroost Roodhaar +had hooren doopen. + +</p> +<p>Robert Roodhaar trad toe op het bed, waarin, tot zijn verbazing, Max hem vriendelijk lag toe te lachen. + +</p> +<p>—Ben je dan niet ziek? +<a id="d0e241"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e241">19</a>]</span></p> +<p>—Nee, zoon van Walter Scott. Wat doe jij zoo vroeg op de vlakte? + +</p> +<p>—Vroeg? wat scheelt je toch? ’t Is tien uur. Waarom ben je niet op kantoor? + +</p> +<p>—Ik had geen zin. + +</p> +<p>—Geen zin?! + +</p> +<p>—Nee. + +</p> +<p>—En dat vertel je zoo kalm? Ben je plotseling gek geworden, of.... + +</p> +<p>—Nee, gek ben ’k niet en kachel ben ’k óok niet, en ziek ben ’k ook niet. + +</p> +<p>—Ik kwam even de Mercure de France bij je aanreiken. Ik dacht natuurlijk, dat je op kantoor was. Toen zegt me je huisjuffrouw: +Ga u maar ’s na binnen, meneer doet zoo raar, hij het gerust de <span id="d0e258" class="corr" title="Bron: koors">koorts</span>. + +</p> +<p>Max barstte in lachen uit. + +</p> +<p>—Zei ze dat? + +</p> +<p>—Ja, ze had je om acht uur geklopt. <a id="d0e267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e267">20</a>]</span>Meneer, sta u op! Nee, had je gezegd. Is u ziek, meneer? Dat niet, juffrouw, maar ik heb nog slaap. Dag, juffrouw. Ze had +je nog ’s geroepen, en nog ’s geroepen, maar je had alleen maar gesnorkt. + +</p> +<p>—Dat wil ’k waarachtig wel gelooven, ik ben pas om vier uur gaan maffen. + +</p> +<p>—Wat heb je dan uitgevoerd? + +</p> +<p>Max richtte zich wat op, en wijzend met zijn vinger naar Robert, zei hij met nadruk: + +</p> +<p>—Ik heb vannacht m’n fortuin gemaakt. + +</p> +<p>—Hij is verdomd gek, zuchtte Robert, en viel verslagen neer op een stoel. Max lag hem met ondeugend-schitterende, “echt-krankzinnige” +oogen aan te kijken. + +</p> +<p>—Nee, ’k word griezelig van je, hoor. Zooeven was d’r ’n jongetje van je kantoor geweest, toen heeft de juffrouw de boodschap +mee-gegeven, dat je de “koorts <a id="d0e281"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e281">21</a>]</span>in ’t hoofd” had. Maar dat geloof ik nou werkelijk ook. + +</p> +<p>—Ha! ha! lachte Max. Met een energieke beweging sprong hij uit het bed, en plaste een stortenden stroom in de waschkom. Blijf +je ontbijten? + +</p> +<p>—Ik héb natuurlijk al ontbeten. + +</p> +<p>—Ja, maar, hè, als ik je inviteer op pâté de foie gras.... en sardines in tomatensaus.... hè? + +</p> +<p>—Zit ’t er zoo aan? + +</p> +<p>—Nog niet, maar jij leent me wel ’n rijkspop. + +</p> +<p>—Ik?! + +</p> +<p>—Ja, jij, knipoogde Max. Toe, boy, terwijl ik me aankleed, ga jij nou even naar Botter, je weet wel, en haal de dingen, en +vergeet niet ’n paar broodjes, geraspte broodjes.... +<a id="d0e297"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e297">22</a>]</span></p> +<p>—Ben je goed wijs? + +</p> +<p>—Ga nou, als je terug-komt zal ’k je alles vertellen. Ga nou, ik ontbijt anders alleen maar met ’n kop chocola, ik wil ’t +d’r nou ’s van nemen. Je zal ophooren, zeg. ’t Is voor jou óok voordeelig, daarom bewijs me voor ’t laatst ’n liefdedienst, +en haal de pâté. + +</p> +<p>—Je hebt toch geen erfenis gekregen, die je met mij wil deelen? + +</p> +<p>—Mieux que ça. + +</p> +<p>Robert stond nog besluiteloos bij de deur. Uiterst nieuwsgierig was hij, want hij geloofde nu toch niet meer, dat Max ziek +of krankzinnig moest zijn. Hij zag veel te helder en te vergenoegd uit zijn oogen, zijn bewegingen waren veel te energiek +en te krachtig. Wat was dat gezicht veranderd; hoe stond het pijnlijk en somber <a id="d0e308"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e308">23</a>]</span>en lusteloos gisteren nog,—en nu straalde het, stráálde het letterlijk. + +</p> +<p>—Zeg ’t me nou eerst. + +</p> +<p>—O, god, nee man, ’t is ’n heel verhaal. Ga nou, ik ben dadelijk klaar. + +</p> +<p>Toen Robert terug-kwam, en naar Max’ tevredenheid de boodschappen punctueel had verricht, beval Max, dat er eerst zou ontbeten +worden, voor hij begon te vertellen. + +</p> +<p>—Ik heb zoo’n allemachtige honger, zeg, ik zou nu toch niet kunnen praten. + +</p> +<p>Zij aten. Max smeerde de pâté dik op het open-gesneden broodje, en keek Robert van tijd tot tijd aan met veelzeggend-ondeugenden +blik. Ja, jong, als je ’t hoort! als je ’t hoort! Zeg, jij kan je journalisten-baantje d’r dan óok wel bij neerleggen, hoor. +Jij ben ook ’n knappe kerel. +<a id="d0e320"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e320">24</a>]</span></p> +<p>—Ja, god, ja, ik heb goed genoeg m’n verstand, maar.... + +</p> +<p>—Dat bedoel ik niet, ik bedoel je uiterlijk. + +</p> +<p>—M’n uiterlijk? + +</p> +<p>Max barstte bij het zien van zijn vriend’s onthutst gezicht in zoo’n dollen schaterlach uit, dat hij niet tot bedaren kon +komen, totdat hij zich bijna verslikte; toen kalmeerde hij. + +</p> +<p>—Ja, nou begrijp ik d’r niks meer van. + +</p> +<p>—Hoeft ook niet. Wacht maar, je zal ’t nou gauw hooren. Hij liet het laatste restje tomatensaus op zijn broodje druppelen, +at het op, en zei: + +</p> +<p>—Ziezoo. Nou nog ’n sigaret, en ik ben je man. Merci, zei hij, en nam een sigaret uit Robert’s aangeboden koker. Nou nog ’n +vlammetje.... + +</p> +<p>Hij plofte in zijn matten stoel, leunde <a id="d0e337"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e337">25</a>]</span>gemakkelijk daarin, en sloeg de beenen over elkaar. + +</p> +<p>—Nou moet je goed luisteren, zeg, en al je aandacht.... + +</p> +<p>—Ja, schiet maar af. + +</p> +<p>—Nou, ik moet je dan zeggen, dat ’k al ’n heele poos beu ben van dat beroerde, verdoemde leven, dat ’k dag aan dag moet leiden. +Ik heb me kop te barsten gedacht, om iets te vinden.... + +</p> +<p>—Nou ja. + +</p> +<p>—Dat interesseert je niet, hè? Maar dat is anders juist ’t interessantste. Enfin. Nou, ik héb wat bedacht. + +</p> +<p>—Zoo? + +</p> +<p>—Ja. Ik ga ’n tijdschrift oprichten. + +</p> +<p>—Jij? ’n Tijdschrift? Nou, dat is ’n héél nieuw idee. ’n Tijdschrift! + +</p> +<p>—Maar wat voor een! ’n Heel nieuw idee <a id="d0e357"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e357">26</a>]</span>is ’t, daar heb je gelijk in, absoluut nieuw, gloednieuw, oorspronkelijk, origineel.... + +</p> +<p>—Ga voort. + +</p> +<p>—’n Tijdschrift voor dames. + +</p> +<p>—Phh! dàt is werkelijk iets nieuws. + +</p> +<p>—Doe niet zoo minachtend. ’n Tijdschrift voor dames, ja. Onder <i>mijn</i> redactie. Omdat ik zoo’n “bekoorlijk” uiterlijk heb. Vat je ’t nu? Ik zweer je, ik heb succes. Ik laat prospectussen drukken +met mijn portret, en ’t loopt storm. Daar ben ik van overtuigd. Als medewerkers neem ’k ook alleen “knappe” jongens aan. Wat +zeg je? + +</p> +<p>—’n Verdomd goed idee! riep Robert, enthousiast, en sloeg zich op zijn knie. + +</p> +<p>—Zie je nou wel? + +</p> +<p>—En <i>ik</i> val óok in de termen? Zeer geflatteerd. + +</p> +<p>—Ja, je haar is wel wat wit, maar je <a id="d0e381"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e381">27</a>]</span>bent toch ’n “aardige” jongen. En je teekent je stukken: Robert Roodhaar. Dat staat pikant. + +</p> +<p>Robert moest lachen. + +</p> +<p>—’t Is ’n kranige inval. + +</p> +<p>—Nietwaar? <i>Alle</i> bladen voor vrouwen staan onder redactie van ’n vrouw. Kan je je voorstellen, hoe pikant ’t is voor de abonnées nu altijd +met ’n man te doen te hebben? Zeg? Nou moet ’k nog meer medewerkers gaan opsnorren. Of ze talent hebben, komt er zooveel niet +op aan, dat begrijp je, als ze d’r maar goed uitzien, en aardig in de omgang zijn. + +</p> +<p>—Valt Sneeuw d’r dan buiten? + +</p> +<p>—Sneeuw .... ’t is zoo’n geestige vent.... die kan ik niet missen. Nee, die moet meedoen. Dan dient hij maar als repoussoir +voor de anderen. + +</p> +<p>—En de uitgever? +<a id="d0e398"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e398">28</a>]</span></p> +<p>—Ik heb gedacht over Wouters. Dat is ’n eerlijke, soliede, joviale kerel. + +</p> +<p>—Maar heeft geen geld. + +</p> +<p>—Ik help ’m d’r boven op. Hij verdient ’t. We gaan zoometeen dadelijk met ’m spreken. En zeg, dan huren we ’n nette verdieping +af voor bureau; ik heb m’n privé kantoor.... En we zullen allerlei wedstrijden verzinnen: ’n schoonheidswedstrijd, ’n wedstrijd +in ’t liefdesbrieven schrijven.... en houden dan plechtig prijzenuitdeeling.... + +</p> +<p>—En je kan picnics organiseeren, en bals.... + +</p> +<p>—O, jé, ’t maakt éclat! We gaan nu dadelijk ’t bekend maken, en adverteeren, dat er nú al ingeschreven kan worden, dan weten +we, met hoeveel abonnementen we beginnen, begrijp je? +<a id="d0e409"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e409">29</a>]</span></p> +<p>—En de titel? + +</p> +<p>—De titel weet ik óok al. ’n Prachtige. Ik zal je zeggen, hoe ik d’r aan gekomen ben. Door die ellendige geschiedenis van +Marceline Kam en die Spaansche schilder. + +</p> +<p>—O, die weg-geloopen is met die schilder? + +</p> +<p>—Ze is niet weg-geloopen. Ze is gescheiden van Kam, en getrouwd met die schilder. Nou, ze woonde in Parijs, en daar is plotseling +die schilder aan typhus gestorven, en zij heeft ook de typhus gehad, en ’t kind is dood, tenminste, ’t ging mis daardoor. +Verschrikkelijk, hè? + +</p> +<p>—Och, ja. + +</p> +<p>—Jij kende d’r niet? + +</p> +<p>—Nee, wel veel over hooren spreken, natuurlijk. + +</p> +<p>—Nou, ik ben d’r wel ’s geweest, maar ik moet je zeggen, ’t heeft me beroerd <a id="d0e426"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e426">30</a>]</span>getroffen, toen ik ’t hoorde. Ze schijnen bar gelukkig samen te zijn geweest. En hij schilderde haar. ’t Schilderij was nog +niet af.... + +</p> +<p>—Is zij weer beter? + +</p> +<p>—Beter, nee, ze sukkelt nog altijd. Ze heeft, geloof ik, niet veel besef. Misschien wordt ze wel krankzinnig. + +</p> +<p>—En is ze nog in Parijs? + +</p> +<p>—Nee, d’r eerste man, Kam, de bankier, heeft d’r terug-genomen. Verdomd mooi, hè? + +</p> +<p>—Ja. + +</p> +<p>—Nou, die Marceline werd door haar man geschilderd als “Eva,”—Eva hier genomen als het type, het oerbeeld van de vrouw,—en +daardoor ben ik op ’t denkbeeld gekomen, ons blad: <i>Eva</i> te noemen. Wat denk je daarvan? +<a id="d0e443"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e443">31</a>]</span></p> +<p>—Uitstekend! + +</p> +<p>—Ik dacht óok, dat d’r geen betere naam voor gevonden kon worden. En dan heeft die tragische historie van Marceline zoo’n +indruk op me gemaakt, dat ik denk ’n roman daarover te gaan schrijven in ons blad. + +</p> +<p>—Kan je dat doen? + +</p> +<p>—Natuurlijk als ik de namen verander, en de situaties verander. + +</p> +<p>—Nu dat’s óok ’n goed idee. Pakkend, spannend. + +</p> +<p>—Ja, ’n roman van <i>mijn</i> hand.... zooiets moet wel, dat zal een voorwaarde van Wouters zijn, en daarom ben ’k blij, dat ’k zoo’n mooi onderwerp heb, +nu kan ’k ’m die beloven. + +</p> +<p>—Moet mijn portret óok niet in de circulaire? + +</p> +<p>—Nee, walgelijke ijdeltuit. Maar zoo <a id="d0e463"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e463">32</a>]</span>gauw je ’n langer stuk hebt, zetten we je d’r bij hoor, in ’t blad. + +</p> +<p>—Mooi zoo. + +</p> +<p>—’t Zal ’n sensatie geven! ’n Sensatie! Binnen ’t jaar voorspel ik je duizend abonnées. + +</p> +<p>—Toe maar. + +</p> +<p>—O, ik ben volstrekt niet te optimist. + +</p> +<p>—En wat wordt ’t? ’n “Weekblad? ’n maandblad? + +</p> +<p>—’n Weekblad natuurlijk. Ze moeten dikwijls wat van ons hooren. + +</p> +<p>—Als ’t goed gaat, kan je ook nog ’n huwelijksbureau bij de affaire oprichten.... + +</p> +<p>—Niet schuin worden. Heb je nog ’n sigaret? Merci. Nou, laten we nou ’s recapituleeren, want we moeten goed weten wat we Wouters +zullen zeggen. Je hebt immers tijd? +<a id="d0e481"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e481">33</a>]</span></p> +<p>—Ja, ik moest de soesoehoenan van Betsjoeanaland, of hoe heet dat heer, aan ’t station gaan opvangen, maar hij komt pas om +twee uur, hoorde ik daar. + +</p> +<p>—Prachtig; schrijf jij op. + +</p> +<p>Robert haalde zijn reportersboekje voor den dag, en legde het open op zijn knie. + +</p> +<p>—Weekblad oprichten. Naam: Eva. Redactie: Max van den Heuvel. Medewerkers: Robert Roodhaar, Sneeuw.... + +</p> +<p>—Sneeuw kan je niet zetten; als je al onze aliassen neemt, lijkt ’t blad wel ’n Humoristisch Album. + +</p> +<p>—Frits Verhaeren, schreef Robert gehoorzaam. + +</p> +<p>—Nou, en dan Jan, en Karel.... en.... ja, d’r zijn d’r eigenlijk niet zoo bar veel.... + +</p> +<p>—Nee, als ’t tenminste allemaal <span lang="fr">beaux garçons</span> moeten zijn.... Maar <i>ik</i> zeg je, <a id="d0e504"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e504">34</a>]</span>dat ’n leelijke baas, als hij maar brutaal en geestig is, minstens evenveel succes heeft bij de vrouwen, als ’n “mooie” jongen. + +</p> +<p>—Als ’n domme, idiote, onnoozele “mooie” jongen, maar als die mooie jongen nou óok nog geestig is, en brutaal?.... + +</p> +<p>—O, maar waar vind je die exemplaren? + +</p> +<p>—Een heb ik er gevonden, dat is al ruim genoeg, zei Max, en streek met zoo’n welbewust air van tevredenheid zijn kleinen zwarten +knevel op, dat Robert lachend een vloek uitstiet. + +</p> +<p>—Pedant être! + +</p> +<p>—Zelfkennis, is dat pedanterie? vroeg Max onschuldig. Maar de vreugde schitterde hem uit de oogen, en lachte van zijn bewegelijke +lippen. + +</p> +<p>Hij voelde zich zóo luchtig, zóo blij, na <a id="d0e518"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e518">35</a>]</span>den zwaren tijd, dien hij had doorgemaakt, dat hij geheel veranderd was, verruimd, haast opgetogen. Zijn eigenlijk-opgewekt +temperament herstelde zich weer, hij werd opnieuw de oude dolle Max, die wagen durfde, en zeker was te winnen. + +</p> +<p>—Rubrieken? + +</p> +<p>—Hoofdartikel. Ik weet wel niet, wie dat geregeld schrijven moet.... maar ’t hoort in zoo’n blad. De vrouwtjes houden er van +bepreekt te worden. + +</p> +<p>—Nou, dan kan jij ’t niet doen: als de vos de passie preekt.... Maar Karel is daar zoo uitstekend geschikt voor, zeg, die +lijmt alles aan elkaar. En laat ’m dan onderteekenen: Kaatje! + +</p> +<p>—Ben je gek?.... Schetsen, novellen, romans, verzen.... daar zullen <i>wij</i> wel allemaal voor zorgen, desnoods onder verschillende <a id="d0e531"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e531">36</a>]</span>pseudoniemen. Correspondentie.... dat doe <i>ik</i>. Ik lach me ’n ongeluk, als ik daaraan denk. Nou, dan: ingezonden stukken.... die zullen we genoeg krijgen. Wedstrijden.... + +</p> +<p>—En moet je niet wat over de vrouwenbeweging hebben? Daar kan je haast niet buiten in ’n modern damesblad. + +</p> +<p>—Dat is waar. Maar ik zie waarachtig geen kans.... Laten we daar dan nog maar wat mee wachten. Daar zal dan wel ’n medewerker +of medewerkster voor opduikelen. + +</p> +<p>—Nee, ’t is beter, er dadelijk mee te beginnen. Dat geeft fidutie. Als ze merken, dat wij mannen zoo degelijk zijn, en dat +<i>wij</i> er voor willen zorgen, dat de vrouwen meer rechten en meer vrijheid krijgen.... + +</p> +<p>—Nou, goed, dan zal ik wel ’s ’n paar artikelen schrijven, om ’t vrije huwelijk aan te bevelen, en te zeggen, dat ’t onderzoek +<a id="d0e547"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e547">37</a>]</span>naar ’t moederschap verboden moest zijn.... + +</p> +<p>—Nou zonder gekheid. Ken je Eleonore van Aalst? + +</p> +<p>—Die blauwkous? + +</p> +<p>—Wees nou niet zoo ouderwetsch. ’t Is geen blauwkous, zelfs niet in jouw beteekenis. ’t Is ’n verstandige, door en door degelijke +vrouw.... + +</p> +<p>—Ik kén die verstandige, degelijke vrouwen. Ze zijn niet te genieten. + +</p> +<p>—Met verstandig en degelijk bedoel ik hier, dat ze niet <span id="d0e559" class="corr" title="Bron: overdijft">overdrijft</span>; niet met politie-agenten vecht, niet met ’n bel staat te luiden, tijdens ’n rede van haar tegenpartij, geen invallen doet +in de Kamer.... + +</p> +<p>—Ach, is ’t zoo’n wonder? + +</p> +<p>—Ja, ze is kalm, bezadigd; feministe uit overtuiging, maar niet doordrijverig, niet lastig.... verstándig is ze, in één woord. +<a id="d0e566"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e566">38</a>]</span></p> +<p>—Nou, goed, vraag jij d’r dan?.... Als ze tenminste niet te oud is.... We mogen de “Eva’tjes” niet afschrikken. Ons motto +zal zijn: Alles wat liefelijk is, en wèl luidt. + +</p> +<p>—Dus nu zijn de voorloopige besprekingen afgeloopen? + +</p> +<p>—Ja, we hebben genoeg om Wouters lekker te maken. Wat zal hij opkijken!! + +</p> +<p>—Ik heb niet veel tijd meer, zie je, ik moet nog lunchen ook. + +</p> +<p>—Best, dan stappen we op. We treffen Wouters nog net; hij is altijd voor twaalf op zijn kantoor. Zeg, je moet niet te hooge +eischen stellen, wat honorarium betreft, hoor? we mogen ’m niet afschrikken. + +</p> +<p>—Wat vraag jij dan? + +</p> +<p>—Ik ben redacteur. + +</p> +<p>—Maar wat vraag je? +<a id="d0e583"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e583">39</a>]</span></p> +<p>—Drieduizend pop. + +</p> +<p>—Drieduizend!! + +</p> +<p>—Nou, tweeduizend dan. Maar minder geen cent. + + + + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">III.</h2> +<p>Vol trots, vol zelf-bewondering keek Max rond in zijn keurig kantoor. Dat was toch maar <i>zijn</i> werk, zijn eigen werk, dat hij hier nu zoo prachtig zat. Ruim, luchtig, comfortabel.... + +</p> +<p>Voor hem op zijn groot bureau ministre lagen een paar exemplaren van het weekblad “Eva”. Liefkoozend, bijna streelend, legde +hij zijn hand er op. Werkelijkheid.... zijn droom werd nu toch waarachtige werkelijkheid.... + +</p> +<p>Hij leunde welvoldaan in zijn bureaustoel. Hij bezat dan toch wel kracht en <a id="d0e602"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e602">40</a>]</span>doorzettingsvermogen, om, ondanks alle bezwaren en moeilijkheden, vol te houden, vól te houden, totdat het doel was bereikt. +De zaken waren bij Wouters niet zoo glad van stapel geloopen, als hij had gemeend. Nee, die wou kapitaal hebben, notabene, +een zekerheidsstelling, een waarborgsom,—en daar was hij niet af te brengen. Ja! als hij dát had.... dan kon hij, Max, tweeduizend +gulden krijgen, dan zou hij goede honoraria betalen.... prijzen uitloven.... dan zou het weekblad er ook prachtig-verzorgd +uitzien, zwaar papier.... nu en dan een illustratie op kunstdruk-papier... een opzettelijk-gesneden letter.... + +</p> +<p>Maar waar dat kapitaal te vinden? En toch, zóó in het gezicht der veilige kust vergaan.... dat wilde Max niet. Nooit, onmogelijk, +zou hij zich weer in zijn <a id="d0e606"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e606">41</a>]</span>hondsch leven, dat hij in gedachten al voor goed vaarwel had gezegd, kunnen schikken, nu hij zóó’n ander bestaan had geënvisageerd. +Op sommige oogenblikken was hij radeloos; moest zijn plan, waar toch een fortuin inzat, dan afstuiten op een oogenblikkelijk +gebrek aan dat stomme, dat brute geld?.... Maar de andere jongelui, die allen gewonnen waren, en waarvan de een zich al enthousiaster +betoonde dan de ander, konden het plan ook maar niet zoo plotseling weer zien opgegeven. En een hunner wist een nicht van +hem zóolang te bewerken, totdat zij toegaf, en zich aansprakelijk wilde stellen als borg. + +</p> +<p>Nu waren zij gered, en met spoed werden de toebereidselen gemaakt. Max drong de omstandigheden met een koortsachtigen ijver +voort, totdat hij wás, waar hij wezen wou. +<a id="d0e610"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e610">42</a>]</span></p> +<p>Een “nette” verdieping, zooals hij dat had gewenscht, was ingericht als kantoor voor het weekblad “Eva”. Hij had de voorkamer, +die uitzag in de Heemskerckstraat, als particulier kantoor; eenvoudig was de kamer gemeubeld, maar juist volgens zijn genoegen; +met een breede schrijftafel bij het eene raam, een tafel in het midden, overdekt met boeken en papieren, een paar fauteuils +voor de bezoekers,—bezoeksters,—en een groote boekenkast aan den wand. Verder had hij gezorgd voor wat mooie groene planten, +en voor een paar kleine aquarellen en eenvoudig-omlijste etsen aan de met effen donkerrood behangen wanden. Een paar stoelen, +een boekendrager, een rek met een encyclopedie en dictionnaires, en naast zich een klein, tweebladig vierkant tafeltje. +<a id="d0e613"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e613">43</a>]</span></p> +<p>Eenvoudig genoeg,—maar het had hem nog heel wat hoofdbreken gekost, om het zoover te krijgen. Want daar hij geen cent fortuin +bezat, moest alles hem op afrekening worden gegeven, en het duurde lang, en kostte veel moeite, eer hij een leverancier daartoe +bereid had gevonden. Ze hadden meestal zóoveel noten op hun zang, betrachtten zóoveel voorzichtigheid, dat hij wel eens woedend +had uitgeroepen: waarvoor ze hem dan wel aanzagen? En ja waar zagen ze hem voor aan? Wel, voor wat hij toen nog was: een klerkje, +werkzaam in een kleine zaak.... + +</p> +<p>Enfin, eindelijk was hij dan toch geslaagd. En hoe! Tevreden was hij, over- en over- en over-tevreden. Het gaf wel een air +van degelijkheid, deze sobere eenvoud, dat kon niet anders dan een goeden indruk maken. +<a id="d0e618"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e618">44</a>]</span></p> +<p>In het kabinet vóor zat Robert, als zijn particuliere secretaris. Dat wil zeggen, hij zat er nooit, want zijn journalistieke +baantje had hij, ondanks al zijn, Max’, overhalingen, er niet aan willen geven. Later misschien.... nu vond hij de zaak nog +te precair. Precair! verbeeld je, nu alles zóó prachtig liep: vierhonderd drie en tachtig <span id="d0e621" class="corr" title="Bron: abonnés">abonnées</span>, nog vóor het verschijnen van het eerste nummer! Enfin, hij zat dus voor den vorm in dat kabinet, maar eigenlijk stond er +alleen een schrijfmachine. + +</p> +<p>Veine! veine! Het geluk dient den stoutmoedige. Het prospectus was inderdaad practisch en pakkend gesteld. En zijn portret.... +nu hij mocht dan ijdel wezen, goed! maar zijn portret had het hem dan toch maar gedaan. Hoeveel briefjes had hij niet ontvangen +aan zijn persoonlijk <a id="d0e626"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e626">45</a>]</span>adres: dat die en die zich zoo graag zou abonneeren.... in de hoop natuurlijk een antwoordje van Hem (met een hoofdletter) +terug te ontvangen. In het begin had hij dat dan ook trouw gedaan,—maar toen de toeloop te groot werd, moest zijn particuliere +secretaris er voor opdraaien, alias de schrijfmachine. Leuk, leuk, typisch, pyramidaal, had hij zich er boven-op gewerkt! + +</p> +<p>Vanavond zou er een vergadering zijn van de redactie en medewerkers. Gezellig, wat? zoo’n staf om je heen te hebben, die je +drillen en bemeesteren kon. En ze luisterden naar hem; natuurlijk! sinds hij bewezen had, zoo uitstekend de zaken in te zien! + + + + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">IV.</h2> +<p>Wouters, de uitgever, wilde nu en dan een woordje in het midden brengen, maar <a id="d0e635"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e635">46</a>]</span>hij werd dadelijk door de rumoerige jongelui overschreeuwd. Wat! wou <i>hij</i> nu nog spreken van risico! van voorzichtigheid! van niet te veel wagen! Dankbaar moest hij wezen, in zoo’n prachtige zaak +te zijn gehaald! Over een paar jaar een goudmijn! Tonnen waard! Prachtigste tijdschrift van Nederland! + +</p> +<p>Wouters, die eigenlijk zeer tevreden was over den loop der dingen, en in de toekomst nóg betere tijden voorzag, vond het tóch +wel zaak de opgewondenheid der jongelui een beetje te remmen, die er van spraken een rivière van diamanten, als prijs in den +liefdesbrieven-wedstrijd,—waarmee het eerste nummer verrijkt en de abonnées verrukt zouden worden,—uit te loven, of het zoo +niets was. Hij zou daarom de vergadering tot het laatste toe blijven <a id="d0e642"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e642">47</a>]</span>bijwonen,—hoewel hij ongenoodigd verschenen was,—om al te groote roekeloosheid te voorkomen. Rustig zat hij op zijn stoel, +en luisterde, en rookte de eene sigaar na de andere. + +</p> +<p>Max, wiens gezicht van geanimeerdheid blonk, zat in zijn bureaustoel de vergadering te presideeren. Hij had getracht alles +naar orde en regel te doen gaan, maar met zoo’n wilde bende als zijn medewerkers waren, lukte dat niet. Enfin, ook al goed. +Hij had een gevoel, of hij wel óp kon vliegen in de lucht, of hij moest dansen, schreeuwen, tieren, kabaal maken.... of dat +hij anders uit elkaar zou spatten van te zwaar geladen levenslust. Enfin, die drang naar licht en muziek en dol rumoer zou +hij straks wel uitvieren,—straks, als zijn medewerkers en hij nog eens gingen na-fuiven in de stad,<a id="d0e646"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e646">48</a>]</span>—nu moest hij zijn kop bij elkaar houden, want de zaken dienden toch eerst te worden afgedaan. + +</p> +<p>De kleine bediende, netjes in een groompakje gestoken, bracht een pakje brieven binnen; het resultaat van de advertentie, +die geregeld in de groote bladen stond. + +</p> +<p>—Hoera! gilde Kaatje, als een kind, en sloeg met zijn handen op de tafel. ’t Lijkt wel of de advertentie ’n huwelijksadvertentie +was! + +</p> +<p>—Een, twee, drie.... tien, twaalf, dertien.... dertien abonnementen, waarachtig! riep Max. + +</p> +<p>Wouters verzamelde de brieven, en stak ze zorgvuldig bij elkaar in zijn zak. Hij knikte tevreden met het hoofd. + +</p> +<p>Sneeuw zat eindeloos tegen Robert Roodhaar te betoogen, dat hij, bij het beoordeelen <a id="d0e658"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e658">49</a>]</span>van de wedstrijd-brieven, dit principe zou voorstaan: de brief moest direct-aansprekend wezen, kort, <i>niet</i> literair, en <i>niet</i> geïnspireerd op de prachtige voorbeelden van Madame de Staël, Lady Montague, Madame de Sévigné. De korte, dikke Jan dischte +eenige gepeperde anecdotes op over vrouwen, die in het eerste nummer moesten,—dat zou trekken, dat was nog iets anders, dan +de water-en-meel-kost der andere damesblaadjes, en hij ging almaar voort: + +</p> +<p>—Nou, zeg, en toen komt die man met z’n vrouw de kamers van die vriend bekijken, en die vrouw houdt zich heel goed, en ze +doet ook, of ze alles voor de eerste maal ziet, en ze bewondert de schilderijen en zoo, maar opeens zegt ze argeloos: Hé, +heb je die lamp nou op de guéridon gezet? + +</p> +<p>Karel, het drukke Kaatje, kronkelde zich <a id="d0e670"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e670">50</a>]</span>op zijn stoel van pret, en Jan begon alweer: + +</p> +<p>—D’r was ’n meneer, en die zegt tegen ’n mevrouw van zijn kennis: Mevrouw, wanneer komt u nu m’n nieuwe woning ’s bezien? +En wat zegt zij? Zij zegt: dat zal niet gaan, want ik kan.... + +</p> +<p>—Is ’t nou uit! donderde Max. Kunnen jullie nou voor den bliksem niet ’s ’n oogenblik je fatsoen houden! Straks, straks doen +we wat we willen, maar nou bij de zaken zijn! + +</p> +<p>—Present, president! zei Ka, en zat netjes met zijn handen op de tafel. + +</p> +<p>—Ajasses, wat ’n kinderen. Jasses! had ik jullie maar thuis-gelaten!.... + +</p> +<p>—Nou, begin jij nou niet zelf, kalmeerde Sneeuw. Laten we de zaken vlug afdoen. Noem op, Max, wat we nu voor ’t eerste nummer +hebben. + +</p> +<p>—Stuk van mijn roman.... +<a id="d0e684"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e684">51</a>]</span></p> +<p>—Hoe heet die? + +</p> +<p>—Eva, natuurlijk. + +</p> +<p>—Vind je dat aan te raden? ’t Blad heet Eva, je roman heet Eva.... ze zullen ’t door elkaar halen. + +</p> +<p>—Dat’s niks, hoe meer d’r gekletst wordt over Eva, hoe beter. En ik wil de roman zoo noemen, dus ik doe ’t. + +</p> +<p>—Ja, jij doet alles maar, wat je wil. + +</p> +<p>—Zoo, is dat soms niet m’n recht. Ben ik niet.... + +</p> +<p>—Je zou niks zonder onze hulp.... + +</p> +<p>—Beginnen jullie nóu al herrie te schoppen? vroeg Robert. + +</p> +<p>—Laat ze maar, zei Sneeuw gelaten. D’r komt altijd herrie in redacties, dat’s ’n gewoon natuurverschijnsel. + +</p> +<p>—Nou, ik schrijf op, vertelde de secretaris. Brok roman. Hoeveel kolom? +<a id="d0e705"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e705">52</a>]</span></p> +<p>—Ik denk.... vijf of zes. Maar eerst ’t motto. Ik heb ’n prachtig motto: ’n vers van Plasschaert: Eva. + + +</p> +<div class="
 poem
 "> +<p class="line" style=""><span>Wie brak de vrucht? +</span></p> +<p class="line" style=""><span>De nacht was vol-omloofd van weeningen.</span></p> +</div> +<div class="
 poem
 "> +<p class="line" style=""><span>En veile vlammen sprongen op, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>En gele sterren dansten ijl, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Adam’s lijf schemerde anders rood, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ik hoorde woorden warrig— +</span></p> +<p class="line" style=""><span>En englen vloden. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Englen vloden met roode vlerken, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Vleugels stoven als rose blaeren, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>De nacht zwol open tot een groot, rood hart, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>—Hij was mijn god, mijn heer.</span></p> +</div> +<p>Daarna: + + +</p> +<div class="
 poem
 "> +<p class="line" style=""><span>Ik ben nu heerlijkst, meesteres, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ik draag gezang en tranen, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Een hemel en een vlam, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>En een schroei en water, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ik draag een, die gekruist des daags +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Aan Juda’s groenend hout— +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ziet, ziet, ik dans....</span></p> +</div><a id="d0e749"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e749">53</a>]</span><p>—Prachtig! riep Sneeuw. Dat vóorgezicht van haar, dat plotseling afgebroken wordt door de uiting van haar overstortende vreugde: +Ziet, ziet, ik dans!.... + +</p> +<p>—Ik protesteer tegen dat: Ik ben nu heerlijkst, meesteres! riep Ka. De vrouw is nooit meesteres over de man geweest! + +</p> +<p>—Wacht maar, tot je verliefd wordt, dreigde Robert, die zuchtte onder de luimen van een capricieuse jonge dame. + +</p> +<p>—Word <i>niet</i> verliefd, nooit, raadde Max. Laten ze op jóu verliefd worden. + +</p> +<p>—Je kan niet buiten verliefd zijn, wist Jan. En d’r is geen gevaar bij, zoolang je ’t op ’n heeleboel tegelijk ben. + +</p> +<p>—Blijft de voorraad copie hierbij? dat gaat goed zoo! + +</p> +<p>—Nou ik heb immers nog m’n essay over de vrouw.... zei Sneeuw, en dan <a id="d0e767"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e767">54</a>]</span>moeten de ingekomen antwoorden op de prijsvraag worden vermeld. + +</p> +<p>—En Robert heeft ’n novelle? + +</p> +<p>—Ja: Winternacht. + +</p> +<p>—En jij, Ka? + +</p> +<p>—Moet ik óok wat doen? + +</p> +<p>—Ja. + +</p> +<p>—Ka en ik, zei Jan, geven humoristische dialogen. + +</p> +<p>—Zoo? zei Karel. + +</p> +<p>—Ja, zei Jan. + +</p> +<p>—Nou, mij goed! + +</p> +<p>—Dan hebben we dat lange artikel van Eleonore van Aalst, zei Max. ’n Prachtig stuk. + +</p> +<p>—Heb je ’t gelezen? + +</p> +<p>—Nee, maar dat begrijp ik wel, dat ’t mooi moet zijn. + +</p> +<p>—Voor de berichten over vrouwen in ’t <a id="d0e795"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e795">55</a>]</span>binnen- en buitenland kan jij ’t beste zorgen, Roodhaar, jij knipt maar uit je courant. + +</p> +<p>—Jawel, daar zal ik wel voor zorgen. + +</p> +<p>—Hebben we dan genoeg? + +</p> +<p>—Nee, hoor ’s, zei Sneeuw, we moeten d’r nog wat bij hebben, wat aparts.... iets, dat niet iedereen heeft.... Bijvoorbeeld.... +bijvoorbeeld.... vrouwen-portretten.... + +</p> +<p>—Portretten van mooie dames en demi-dames? + +</p> +<p>—Ach, klets niet, beschrijvingen van vrouwen, bekende vrouwen, heel kort, ’n karakteristiek in enkele woorden. + +</p> +<p>—Heel goed, heel goed, riep Jan. Dat doen we. + +</p> +<p>—Zou je mij, als redacteur óok in die zaak willen kennen? vroeg Max hautain. +<a id="d0e811"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e811">56</a>]</span></p> +<p>—Heb je d’r dan wat op tegen? + +</p> +<p>—Op tegen, nee. + +</p> +<p>—Nou dan? + +</p> +<p>—Alles moet behoorlijk aan <i>mij</i> worden voorgelegd. + +</p> +<p>—Hoor die! + +</p> +<p>—Och, geef ’m z’n zin maar, zei Ka goedaardig. Je weet: kinderen en gekken moeten worden toegegeven. + +</p> +<p>—Portretten van mejuffrouw Kruis, de eenige Nederlandsche sulkey-rijdster of van Carmen Bereira, de eenige Spaansche stieren +vechtster?.... + +</p> +<p>—Is ’t gedaan met die flauwiteit, met die verdomde lafheid! schreeuwde Max. Als jullie niet anders kunnen doen, dan rukken +jullie maar uit, hoor! + +</p> +<p>—Zeg, zoo moet je maar beginnen! + +</p> +<p>—Ja, zoo zal je wel hulp krijgen! +<a id="d0e835"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e835">57</a>]</span></p> +<p>—Net, of je ’t alleen af kan! + +</p> +<p>Jan leunde zich nog eens wat beter in zijn stoel, en sloeg de armen over elkaar. + +</p> +<p>—Gooi je eigen glazen niet in, vermaande hij bedaard. Hier zit ik, ik kan niet anders, God helpe mij, amen. + +</p> +<p>Max bedaarde. Zijn woede was veel meer innerlijke opwinding, dan werkelijke boosheid. Zijn overbruisende vreugde móest zich +in geweld uiten, op welke wijze dan ook. Hij was als een veer, die lang met zwaren druk naar beneden gehouden is, en plotseling +met volle kracht omhoog schiet. De sombere, eentonige, duldelooze tijd, die achter hem lag, en die nu zoo plotseling was overgegaan +in een toekomst vol prachtige vooruitzichten, deed zijn nawerking op hem nog dikwijls gevoelen, hij had uit die periode van +geestelijke lusteloosheid, van lichamelijke <a id="d0e844"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e844">58</a>]</span>gedruktheid een prikkelbaarheid overgehouden, een nervositeit, die hem soms deed uitbarsten in vlagen van onredelijken toorn, +waarvan hij toch niets meende; buien, waarin hij dingen zeide, waarover hij zich dikwijls verbaasde. + +</p> +<p>—Vooruit, bende idioten! zei hij, vooruit maar weer. + +</p> +<p>—O, zoo, zei Jan. + +</p> +<p>—Nou, die portretten, wie zal dat op zich nemen.... + +</p> +<p>—Mannen, nee, ik heb er genoeg van, viel Max opeens uit. M’n kop staat d’r niet naar. Ik ben niet rustig genoeg. Leg al jullie +plannen maar bij mij neer, ik zal ze wel uitzoeken, en verwerken. Ik zal ook ’t nummer wel samenstellen. Ik kan nou niet meer +denken.... M’n hersens branden.... + +</p> +<p>—Dan fùiven we de avond maar verder uit! +<a id="d0e856"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e856">59</a>]</span></p> +<p>—Ja! riep Max. + +</p> +<p>Een heete lust naar licht, naar dolle muziek, naar razend rumoer drong gloeiend door zijn bloed. Hij hongerde naar feestelijk +genot, zijn hoofd hongerde, zijn heele lichaam hongerde, na zóo lang te hebben ontbeerd. Ziedend, schuimend, wou zijn blijdschap +zich een uitweg banen.... zwelgen wou hij in een wilden, driftigen roes.... hij móest zijn vreugde uitvieren, hij móest!.... + +</p> +<p>—Ja, maar, heeren, protesteerde Wouters, de uitgever. Daarvoor zijn we niet hier gekomen.... + +</p> +<p>—Nee, nee, u hoeft ook niet mee te fuiven, stelde Jan hem gerust. + +</p> +<p>—Eerst zaken, eerst zaken.... Zaken zijn zaken.... + +</p> +<p lang="fr">—Les affaires sont les affaires! + +</p> +<p>—Toe, heeren, laten we hier nu niet <a id="d0e871"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e871">60</a>]</span>als kwajongens tegenover elkander staan, ’t Eerste nummer dient nu vanavond in elkaar.... + +</p> +<p>—Maak je niet bezorgd, oude heer, komt terecht, komt terecht, beloofde Max. Ik stel me d’r aansprakelijk voor. Ik heb d’r +toch ook wel ’n beetje belang bij? + +</p> +<p>—Ja, maar, ik ben zoo bang.... + +</p> +<p>—Waarvoor? + +</p> +<p>—Dat ’t op gekheid maken uitloopt. Ik zeg u, heeren, ’t moet ernst blijven, geen Witzblatt worden, of ik laat me d’r niet +mee in. + +</p> +<p>—Maar, man, hoe kom je dáár nou bij! ’t Is ons allemaal immers even phenomenale ernst! + +</p> +<p>—Jawel, jawel, maar.... + +</p> +<p>Max klopte den uitgever vriendelijk op den schouder. +<a id="d0e887"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e887">61</a>]</span></p> +<p>—Toe, vertrouw nou maar ’s op <i>mij</i>, he? Laad al uw zorgen op de hoofdredacteur. + +</p> +<p>Robert reciteerde uit zijn pas aangevangen epos: <i>Hercules</i>; Sneeuw schreef in zijn notitieboek eenige namen van vrouwen, die voor de “portretten” in aanmerking konden komen: Ka en +Jan hielpen hem, en noemden namen van “vermaarde” vrouwen: + +</p> +<p>—Zeg, moet je die niet hebben: Politie-Jet? iedereen kent de naam, of Emma Elberfeld, van die hypnose-historie.... + +</p> +<p>De uitgever zag wel, dat er vanavond niets meer van belang te verhandelen zou vallen. De “heeren” waren eigenlijk ook allen +veel te jong, om aan het hoofd van zoo’n onderneming te staan; als het maar goed ging, als het maar goed ging.... Ze waren +waarachtig nog zoo speelsch als schooljongens.... Hij kon daar niets verder aan <a id="d0e902"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e902">62</a>]</span>doen. Gelukkig had hij zijn zekerheidsstelling. Als ze den boel in het honderd wilden laten loopen, moesten ze het zelf maar +weten. + +</p> +<p>—Goeienavond dan, heeren, zei hij opstaande, alleen terug-gegroet door Max, die hem beleefd tot de deur uitgeleide deed. + +</p> +<p>—Ziezoo! riep Max. Nou zijn we onder ons en vrij. Gauw opgeruimd, en dan d’r van door. + +</p> +<p>Hij greep bij handenvol de papieren van de tafel, en wierp ze ongeordend in een la van zijn bureau. + +</p> +<p>—Waar gaan we nou naar toe? + +</p> +<p>—Naar Maxim? + +</p> +<p>—Naar de Deli-club op de Harstenhoekweg? + +</p> +<p>—Daar is ’t nog te vroeg voor. + +</p> +<p>—Nou, dan gaan we eerst naar Central, <a id="d0e920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e920">63</a>]</span>en zitten daar, hè, tot ’n uur of elf. Hoe laat is ’t nou? Half tien. + +</p> +<p>De jongelui namen hun stokken en hoeden, terwijl Max de hand aan de gaskraan hield. + +</p> +<p>—Is je kantoor gesloten, Roodhaar. + +</p> +<p>—Ja! + +</p> +<p>—Ja, goed, vooruit dan maar, lui. + +</p> +<p>Achter elkander stommelden ze de trappen af, en het kinderachtig Kaatje zong: + + +</p> +<div class="
 poem
 "> +<p class="line" style=""><span>Dat gaat naar Leiden toe, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Naar de studenten toe, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Daar maak je pret, en hoe....!</span></p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">V.</h2> +<p>—Dus u is tevreden? juffrouw van Velsen? + +</p> +<p>—O, já, meneer van den Heuvel! + +</p> +<p>Blozend zat het meisje bij Max op zijn kantoor. Zij was het, die den prijs van <a id="d0e948"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e948">64</a>]</span>den liefdesbrieven-wedstrijd: een gouden ketting met een hanger in den vorm van een hart er aan, had gewonnen. + +</p> +<p>—Nu u er toch is, kon ik natuurlijk niet laten, ’t u te vertellen, maar u zegt er niets van, juffrouw van Velsen, ’t wordt, +officiëel pas overmorgen bekend. + +</p> +<p>Wat had dat kind ’n typische oogen, en hoe naïef toonde ze hem, dat zij tot over de ooren.... Goed zoo! goed zoo! Allemaal +dol op hem, niemand ontkwam daaraan,—en hij, rustig blijvende, zeker van zichzelf en van zijn bende aanbidsters, elk hetzelfde +gevende, niemand jaloersch makende,—allen doende gelooven, dat hij óók.... en toch vrij blijvende, vrij! vrij! + +</p> +<p>Maar dit meiske had wel iets heel charmeerends over zich: zóo lief was zij, dat hij het volstrekt niet van zichzelven begreep, +<a id="d0e956"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e956">65</a>]</span>hoe hij voor haar bekoorlijkheden zoo ongevoelig kon blijven. Maar neen, een, die zóo duidelijk bemerken liet, hoe zij voor +hem voelde, zoo een was niets voor hem. Hij moest er een hebben, die weerstand bood, die hij veroveren kon, die zijn wil en +zijn kracht op de proef stelde,—die begon met te trachten zijn meesteresse te wezen, en van wie <i>hij</i> toch ten slotte de meester zou zijn.... + +</p> +<p>—Ik kan ’t me nog niet begrijpen, zei ’t meisje, en bekeek de ketting en het hart, die in haar hand lagen. + +</p> +<p>—En ziet u, op ’t hart wordt dan ’t een of ander gegraveerd, zei Max en legde zijn eene hand onder de hare, terwijl hij met +de andere het hart opnam. + +</p> +<p>Het meisje bloosde diep, maar trok haar hand niet terug. +<a id="d0e967"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e967">66</a>]</span></p> +<p>—Wat? vroeg zij, verward. + +</p> +<p>—O, wat u wilt, uw initialen, of.... Mag ’k u de ketting ’s omdoen? + +</p> +<p>—U? vroeg zij verlegen, zoo innig naar hem opkijkende, dat hij lust kreeg haar te zoenen. Maar zóo ver was hij nog niet.... + +</p> +<p>—Ja. Mag ik? + +</p> +<p>Zij boog het hoofd, en hij trachtte de ketting in het slot te knippen, maar het ging natuurlijk niet gauw. Haar hals was veel +te zacht en te blank.... En opeens, terwijl het slot vast-schoot, bukte hij zich, en drukte haar een kus op den hals. + +</p> +<p>Zij richtte zich snel op; hoog-rood, met neergeslagen oogen, bleef zij zwijgend staan. En hij, op haar neer-ziende, dacht: +Wat is ze nu gelukkig, o, wat is dat kind nu gelukkig.... Hij zag haar snelle ademhalen, haar zenuwachtig zich vasthouden +met de <a id="d0e980"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e980">67</a>]</span>hand aan haar stoel, en hij genoot. Maar toen zij niets zeide, lichtte hij even haar kin op: + +</p> +<p>—Ben je boos? + +</p> +<p>Zij antwoordde niet, en hij, ofschoon hij het onverstandig vond, nam haar hoofd in zijn handen, en zoende haar op den mond. + +</p> +<p>Zij bleef zwijgen.... aldoor zwijgen.... en zij keek hem niet aan.... totdat hij opeens begreep, dat zij iets van hem verwachtte: +een liefdesverklaring.... een huwelijksaanzoek.... en hij zich pijnlijk beklemd ging voelen. Wat drommel! dat meisje had zich +voor hem “hingestellt”: “greif zu!” En hij hàd toe-gegrepen natuurlijk! + +</p> +<p>Hij was werkelijk een oogenblik zijn contenance kwijt. Hij vond haar nu opeens niet zoo aardig meer, neen, zij was eigenlijk +onbeduidend, een echt kind.... + +</p> +<p>Een klop op de deur schrikte hen beiden op. +<a id="d0e992"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e992">68</a>]</span></p> +<p>—Ja! riep hij dadelijk. + +</p> +<p>—Meneer, zei de groom, daar is juffrouw de Bruin.... + +</p> +<p>Goddank, dacht Max. + +</p> +<p>—Laat juffrouw de Bruin in ’t achterkantoor, en verzoek haar even te wachten. + +</p> +<p><i>Even te wachten</i>, had hij gezegd. Hij stuurde die juffrouw niet weg, hij zei niet, dat hij op ’t oogenblik niet kon ontvangen.... Ja! dan +kon zij nu óok wel weg-gaan.... dacht het meisje, met een vreemd gevoel van berusting en droefheid over zich, en wendde zich +af. + +</p> +<p>—Gáat u nu? Nu ziet u ’s, hoe druk ik ’t heb. Nooit rust, nooit kan ik ’s van aangenaam gezelschap.... + +</p> +<p>Maar zij trok haar hand, die hij genomen had, weg uit de zijne, wijl hij die aldoor vast bleef houden. +<a id="d0e1009"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1009">69</a>]</span></p> +<p>—O, ja, zei ze. De ketting, die mag ’k nu nog niet hebben.... + +</p> +<p>Snel maakte zij de ketting los, en legde haar in het étui. Toen keek zij om naar haar parasol. + +</p> +<p>—Uw parasol? die is hier, zei Max, haar volgende tot de deur. Weer nam hij haar hand, en trachtte haar diep in de oogen te +kijken, maar zij ging heen, met een koelen groet: + +</p> +<p>—Meneer van den Heuvel.... + +</p> +<p>Max sloot de deur achter haar, en bleef even staan in gedachten. Spirit, temperament zat er toch wel in dat kind, wat hield +ze zich goed.... Flink zoo, zóo mocht hij het! Enfin, hij zag haar nog wel eens terug.... + +</p> +<p>Hij sloot het étui met de ketting weg in zijn bureau, en ging, nog wat verstrooid, naar de porte-brisée, die hij open schoof. +<a id="d0e1022"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1022">70</a>]</span></p> +<p>—Juffrouw de Bruin! + +</p> +<p>—Meneer Max van den Heuvel.... + +</p> +<p>Juffrouw de Bruin was, helaas, een oude jongejuffrouw, en, helaas, óok al op hem verliefd. Eerst uit de grap had hij haar +wat aangemoedigd, maar nu viel zij hem voortdurend lastig, en was zij hem niet zoo zeer meer tot amusement als wel tot verveling +geworden.... + +</p> +<p>—U had.... dames-bezoek.... meneer Max? + +</p> +<p>—Ja, ja, juffrouw de Bruin! dacht u, dat ù alleen me ’t voorrecht van uw gezelschap gunde? + +</p> +<p>—Niet plagen, meneer Max! zuchtte de oude juffrouw coquet. + +</p> +<p>—Kunt u daar niet tegen? U weet anders wel:.... + +</p> +<p>Was sich liebt, neckt sich, had hij willen <a id="d0e1039"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1039">71</a>]</span>zeggen, en op een anderen keer hád hij dat ook zeker gedaan. Maar hij durfde nu niet goed. Er moest nu eens een scène op volgen, +tegenovergesteld aan die, welke hij zoo juist had beleefd.... + +</p> +<p>.... dat ik ’t zoo kwaad niet bedoel, maakte hij zijn zin tammetjes af. + +</p> +<p>—Meent u ’t goed met me? Heusch? nu dan moest u toch ’s die cyclus verzen plaatsen, die er al zoo lang van me ligt.... + +</p> +<p>—Ja, uw verzen! Max wist, dat hij nog een bijdrage van haar had, maar hij was, over het aannemen daarvan, zóo door de andere +jongelui gekapitteld, dat hij die in een la had gesmeten, met de bedoeling haar heel laat, en nog beter nooit dan laat, te +plaatsen. + +</p> +<p>—Kijk u ’s, juffrouw de Bruin, we hebben zóoveel copie.... +<a id="d0e1049"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1049">72</a>]</span></p> +<p>—Ook zooveel, die al van de oprichting af heeft gewacht? + +</p> +<p>—O, ja! en langer! Ik had al ’n voorraad, eer we begonnen! + +</p> +<p>—Kom, meneer Max, zei de oude jonge dame, en greep zijn hand, doet u ’t nu ’s om <i>mij</i> pleizier te doen, ja? Plaatst u ze nu in ’t volgend nummer.... + +</p> +<p>—Dat van overmorgen is al klaar, schrikte Max. + +</p> +<p>—Ja, jawel, dat begrijp ik, maar ’t daarop volgende, bedoel ik. Toe, meneer Max, en zij drukte zijn hand, weet u, de volgende +week ben ik.... jarig! + +</p> +<p>—Zoo, zoo! + +</p> +<p>—Ja.... en.... een <i>Eva</i> met <i>mijn</i> verzen d’r in, zou m’n liefste cadeau zijn op die dag. + +</p> +<p>—Zullen we u dat pleizier dan maar doen? +<a id="d0e1075"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1075">73</a>]</span></p> +<p>—Alstublieft, hè, ja. Ik dank u wel, hoor? + +</p> +<p>En juffrouw de Bruin drukte dankbaar haar lippen op de hand, die zij nog altijd in de hare hield. + +</p> +<p>Jong of oud, dacht Max, allemaal koekoek-eenzang. Allemaal zijn ze Eva’tjes, de een meer, de ander minder, maar <i>allemaal</i> trachten ze er voor te spelen. Soms is ’t komisch, soms aardig, soms pijnlijk, soms embêtant.... Maar kom! wat hoefde hij +zijn stemming te laten bederven door het voorgevallene met dat kind? Zij zou wel wijzer zijn, en zich niets verbeelden, en +nog wel eens terug-komen, en zij zouden goede vrienden zijn.... Kom, hij was vandaag in zoo’n goed humeur: zou hij deze dame +óok eens een zoen geven? en haar daardoor brengen tot in de hoogste hemelen? Nú dweepte zij met hem, dán zou zij hem <a id="d0e1085"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1085">74</a>]</span>aanbidden met al den gloed eener.... laatste liefde.... + +</p> +<p>Zijn overmoed vermeesterde hem; hij boog naar haar toe: + +</p> +<p>—Is u nu tevreden? + +</p> +<p>Der juffrouw hoofd zonk wat neer, haar lippen openden zich, haar oogen sloten zich.... Zou hij ’t meenen?.... Zou hij ’t.... +werkelijk meenen?.... + +</p> +<p>Hij strekte zijn hand uit naar de hare, die hem al tegemoet kwam.... En in een oogenblik, hij wist werkelijk zelf niet, hoe +het gebeurde, lag zij aan zijn borst, en klemde haar armen om zijn hals, en zuchtte in verrukking: + +</p> +<p>—O, Maxie.... o, Maxie.... + +</p> +<p>Hij kreeg een aandrang haar terug te zetten op haar stoel, en haar te bedaren met een: +<a id="d0e1099"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1099">75</a>]</span></p> +<p>—Maar, juffrouw de Bruin! maar zij zou hem niet los-gelaten hebben, zij was zóo blijkbaar geheel weg in weelde, dat zij niet +wist, wat zij deed. Wie had ooit gedacht, dat die magere armen zoo’n kracht konden hebben.... dat er zoo’n hartstocht zat +in dat bleeke, spichtige meisjeslijf.... Enfin, toch wèl een satisfactie, een mede-schepsel zóo te kunnen bezaligen.... Wat +een mooi, literair woord bedenk ik daar, dacht hij, in mijn wel wat moeilijke positie.... Want juffrouw de Bruin hing letterlijk +aan zijn hals, en maakte het hem benauwd genoeg. Wat drommel, nu is het voldoende, vond hij, en richtte zich krachtig op.... +met moeite bedwong hij een hartelijk: oef! + +</p> +<p>Juffrouw de Bruin lag nu voor hem geknield; zij keek naar hem op, met zwemmende oogen, en hij kreeg lust, haar beschermend +<a id="d0e1104"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1104">76</a>]</span>toe te knikken, en te vragen als aan een kind: + +</p> +<p>—Ben je nu blij, ja? + +</p> +<p>Maar juffrouw de Bruin was niet alleen hartstochtelijk, zij was ook practisch. Zelfs in deze verheven oogenblikken verloor +zij niet haar tegenwoordigheid van geest. + +</p> +<p>—En wanneer kom je nou bij m’n Pa? + +</p> +<p>—Hè? + +</p> +<p>—Om aanzoek te doen? + +</p> +<p>Die windt er geen doekjes om, dacht Max, maar ik heb wel voor heetere vuren gestaan.... + +</p> +<p>—O, kindlief, daar heb ik geen tijd voor.... + +</p> +<p>—Nou, ja, vandaag... maar dan morgen? + +</p> +<p>—Ik heb in de eerste weken zeker geen tijd. Maar wat bedoel je eigenlijk? Wou je... + +</p> +<p>Dat mooie en lieve, dat tusschen ons is, <a id="d0e1126"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1126">77</a>]</span>wou hij zeggen, maar zóo ver kon hij de comedie toch niet drijven. Wat zou hij in godsnaam verzinnen.... + +</p> +<p>—.... wou je dat intieme, gezellige nù al banaliseeren.... + +</p> +<p>—O! begrijp je dan niet! riep zij, en sloeg even haar armen in de lucht. + +</p> +<p>Hij kreeg spijt maar niet dadelijk het zuivere standpunt te hebben ingenomen, inplaats van de uitvlucht te bezigen: ik heb +geen tijd.... Zou hij het nóg niet kunnen doen? + +</p> +<p>—Hoor ’s, zei hij, sta nu op... juffrouw... + +</p> +<p>—Ik heet.... Eva, glimlachte zij lief. + +</p> +<p>—Eva?! + +</p> +<p>—Nou ja, Everdina, maar <i>jij</i> moet me Eva noemen. + +</p> +<p>O, god, ach, god, dacht hij, waar heb ik me in begeven! +<a id="d0e1147"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1147">78</a>]</span></p> +<p>—Kom, sta nou op! + +</p> +<p>—O, Maxie! verweet zij. + +</p> +<p>—Ja, maar, d’r kan elk oogenblik iemand binnen komen.... En, ik vind, je moest nu maar gaan. + +</p> +<p>—Gaan? vroeg zij teleurgesteld. Maar begrijpende, dat zij door aandringen niets zou winnen, integendeel hem ongeduldig maken, +stond zij gewillig op. + +</p> +<p>—Lieve, lieve Max, zei ze, en stak hem beide handen toe. Je hebt me zóó gelukkig gemaakt.... + +</p> +<p>—Dat doet me pleizier. + +</p> +<p>—En jij, Maxie.... vleide zij. Ben jij nu óok gelukkig?.... + +</p> +<p>—Ik? Ik ben altijd gelukkig! + +</p> +<p>—Hè, wat is dat prettig om te hooren. Nu dan, moet ik gaan? Dag Max.... dag Max.... Max.... +<a id="d0e1166"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1166">79</a>]</span></p> +<p>Zij zoende hem hevig, onbedwongen, en hij liet het toe, blij, dat zij zoo gemakkelijk was weg te krijgen. Hij was er geen +oogenblik bang voor, dat dit avontuur ernstige gevolgen zou hebben: daar zou hij wel voor zorgen. + +</p> +<p>—Adieu, Eva. + +</p> +<p>—Wat zeg je dat lief: Eva.... maar je moet niet “adieu” zeggen.... zeg ’s: tot héél gauw weerziens! + +</p> +<p>Schertsend stoof hij op haar af, om haar bij een arm de deur uit te zetten, maar zij verdween al, met nog een kinderlijk lachend: +Dag! + +</p> +<p>Max wist niet, of hij dit voorval nu amusant vond of niet. Als hij het een ander hoorde vertellen, zou hij er zich een stuip +om gelachen hebben, maar om zélf in het geval te verkeeren?.... + +</p> +<p>Enfin. Enfin. Maar niet meer aan denken. +<a id="d0e1179"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1179">80</a>]</span></p> +<p>Hij had de gelukkige gewoonte zich nooit noodelooze zorgen te maken. En als iets op het oogenblik niet te veranderen viel, +dan berustte hij maar: alles zou toch wel weer terecht komen, gaf hem zijn kracht-gevend optimisme in. + +</p> +<p>Daar was de post. Zou die hem weer een brief brengen van.... + +</p> +<p>Waarachtig, waarachtig. Hij herkende al van ver het groote, langwerpig vierkante couvert in de handen van den groom. + +</p> +<p>—Geef hier! + +</p> +<p>Haastig sneed hij de enveloppe open, en las: + +</p> +<p>Wie is dat toch! dacht hij. Zij kent me goed.... Zij was gisteren óok bij de van Baerle’s.... Mientje? nee. Clara, nee, natuurlijk. +Bonnie, ach, wel nee, hoe kwam hij er bij.... + +</p> +<p>Het was nu al een poosje, dat hij geregeld <a id="d0e1194"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1194">81</a>]</span>brieven kreeg van dezelfde hand: innige brieven, geestige brieven, dikwijls vermanende, maar ook soms gepassioneerde, die +hem dol maakten van ongeduld, omdat hij de schrijfster niet kende. + +</p> +<p><i>Eva</i> teekende zij zich. En hoewel hij wist, dat alle auteurs wel eens dergelijke brieven kregen: mijn hemel, hoeveel romans waren +er al op dat thema gebouwd!—irriteerde het hem toch, dat hij er maar niet achter kon komen, <i>wie</i> de onbekende was, terwijl zij hem wél kende.... + +</p> +<p>Veel meer dan over de vriendinnetjes, die hem opzochten op zijn kantoor, zijn wekelijksche tea’s bijwoonden, met hem flirtten +op de meest gewaagde wijze,—dacht hij over <i>Eva</i>. Mooi was zij niet, had zij hem geschreven, maar dat hoefde de waarheid toch niet te wezen; dat zei ze <a id="d0e1208"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1208">82</a>]</span>mogelijk maar, om hem bij een eventueele ontmoeting niet tegen te vallen. Enfin. Typisch was ze in elk geval: wat durfde ze +hem veel te zeggen....: +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Als ’k niet zooveel van je hield, lieve jongen, dan, heusch, zou ’k me niet zoo om je bekommeren. Maar zooals jij doet, is +’t niet goed, Max. Je bent ál te flirtziek, al te oppervlakkig in die dingen, die toch au fond zoo ernstig zijn. Denk niet, +dat ’k je bekeeren wil tot ’n asceet, want ik vind asceten ónnatuurlijke, tégennatuurlijke wezens, niet waard in de warme +pracht van de schepping te leven. Neen! maar ik vraag je: is het mannelijk, is het goed, om te trachten zoo alle vrouwen aan +je te binden, die je toch in je binnenste niet acht,—zelfs uitlacht, misschien? Al geef <a id="d0e1214"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1214">83</a>]</span>je er nog niet eens om, dat je die meisjes ongelukkig maakt, door haar illusies op te dringen, die nooit verwerkelijkt worden, +dan moest je tóch zoo niet doen voor jezelf. Word jij er grooter, hooger, beter, waardiger door, als je wéér een meisje verliefd +op je hebt gemaakt.... + +</p> +<p>—Ben jij soms jaloersch, Eva? + +</p> +<p>Ik heb eens een jongen gekend.... + +</p> +<p>—Zoo, wil je nu <i>mij</i> jaloersch maken? + +</p> +<p>.... die wel iets op jou leek in je omgang met vrouwen. Maar dat hij altijd vol attenties voor haar was, en belang stelde +in alles wat haar betrof, kwam uit een aangeboren hoffelijkheid, een nobele ridderlijkheid.... terwijl jij, Max, alleen zoo +doet, om je kleine ijdelheid te bevredigen. +<a id="d0e1227"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1227">84</a>]</span></p> +<p>—Ze durft, hoor. Ze durft. + +</p> +<p>Wat zijn die gemakkelijke veroveringen nu voor een plezier, wat voor een satisfactie geven zij je. Als je nu zooveel moeite +deed, voor een vrouw, die je liefhadt, die je winnen wou.... + +</p> +<p>—Daar heeft ze gelijk in; ik heb dat zelf immers òok zoo juist zitten bedenken?.... + +</p> +<p>.... maar zooveel van je goede gaven te verspillen, zonder dat je er zelf éénig voordeel van hebt, dat kan ’k van iemand zooals +jij niet begrijpen. (Dit is hálf een compliment: ik vind het zonde voor je,—en hálf het tegenovergestelde: iemand, die zoo +zelfzuchtig is, als jij....) + +</p> +<p>—Leg maar neer, dank je. + +</p> +<p>.... Max, lieve jongen, ik ben zoo blij, <a id="d0e1240"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1240">85</a>]</span>dat je niet weet, wie ik ben. Oog in oog zou ik nooit zoo tegen je durven spreken, als ik nu aan je schrijf. + +</p> +<p>—Nee, dat is te begrijpen, voor den drommel. + +</p> +<p>Maar ik werk aan je verbetering, ik heb ’t me zelf tot een plicht gesteld, van je terecht te brengen, wat er nog terecht van +je te brengen valt. + +</p> +<p>—Ha, ha, hij is goed! hij is goed! + +</p> +<p>.... Ach, jongen, als ik je zoo zie, met je vroolijkheid, en ik hoor je lachen, dan.... word ik zóo verteederd, dat ik je +alles vergeef. Maar je hebt zoo’n onuitstaanbaar over-overmoedig gezicht, dat de uitdrukking daarvan noodzakelijk wat veranderen +moet. + +</p> +<p>Ja, nu begin je me te vervelen. Dat <a id="d0e1252"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1252">86</a>]</span>gepreek, dat gezanik. Dat sla ik over. Komt er nu niets meer, niets liefs? niets verliefds? + +</p> +<p>Hij keek haastig bij de onderteekening, en ja, daar las hij toch nog de woorden, die zijn “kleine ijdelheid” verlangde: + +</p> +<p>Ik houd van je, ik heb je lief. + +</p> +<p>Max, ja, ik heb je lief.... O, ’t is een heerlijkheid voor me, dat zoo ronduit te zeggen, en aldoor te herhalen; ik heb je +lief.... ik heb je lief.... Maar ’t is niet blind en kinderachtig, dat ik van je houd, en niet egoïst. Ik vraag niets voor +mezelf, ik zou je zelfs gelukkig kunnen zien met ’n andere.... + +</p> +<p>—Ja, maar dan houd je ook niet van me, jonge dame. + +</p> +<p>Ik wil alleen, Max, dat ik een goeden <a id="d0e1264"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1264">87</a>]</span>invloed op je uitoefen. Je moet nu naar me luisteren, en mijn woorden zullen wel langzamerhand tot je doordringen, en de uitwerking +hebben, die ik wensch, want heelemaal bedorven ben je nog niet. + +</p> +<p>—Zoo, gelukkig. + +</p> +<p>En de vrouwen, de meisjes hebben óok schuld. Ze moesten geen notitie van je nemen,—óf alleen op de manier, zooals <i>ik</i> het doe. Dag Max, dag mijn jongen. + +</p> +<p><i>Eva</i>. + +</p> +<p>Neen, als de correspondentie voortdurend dien kant uit moest gaan, dan maakte hij die brieven niet eens meer open. Wat verbeeldde +dat schepsel zich wel? Wie was zij? wat was zij? Om “invloed” op hem te kunnen uitoefenen, was het heusch niet <a id="d0e1279"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1279">88</a>]</span>het beste achter de schermen te blijven, en wijs op een afstand te blijven redeneeren. Dan moest zij vóor hem komen staan, +hem flink in de oogen zien, en zijn handen drukken, en zeggen: + +</p> +<p>—Max, ik wil je vriendin zijn. Vertrouw op mij. Ik wil je in alles helpen. + +</p> +<p>Maar nu, dat geleuter over “houden van” en “liefde”, en nog eens “liefde,”—daar mocht zij hem van verschoonen. Wat had hij +aan liefde; die eeuwige liefde verveelde hem allang. Vriendschap, ja, die zou hij nog wel kunnen gebruiken. Maar daar was +dat wezen nu weer te egoïst voor,—wel dégelijk was ze egoïst, wát ze ook beweerde. + +</p> +<p>Enfin. Ze moest het zelf maar weten. Toch.... was hij wel een beetje nieuwsgierig, wie de mysterieuse Eva kon zijn. <a id="d0e1287"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1287">89</a>]</span>Hij ontmoette, hij sprak haar dikwijls, dat schreef zij hem.... vreemd, vreemd, dat hij haar nooit herkende. Maar dat hoefde +geen verwondering te wekken in een vrouw. Een vrouw kan huichelen en veinzen als de beste.... is nooit zoo naïef als een man. + +</p> +<p>Als hij haar eens kortaf, bruusk in de brievenbus van zijn blad schreef: “Verzoeke van verder anoniem geschrijf verschoond +te blijven”? Wat zou ze dan doen? Hij kreeg werkelijk lust dat eens te probeeren. Of zou hij dat wicht haar pleizier maar +gunnen, en haar voort laten gaan met haar brieven? Of was het zijn “kleine ijdelheid” weer, die gestreeld werd door haar belangstelling +en die de bewijzen daarvan niet wou missen? + +</p> +<p>Was er geen enkele gelegenheid, om er achter te komen, wie zij was? Hij had al <a id="d0e1293"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1293">90</a>]</span>eens aan de jongelui een couvert laten zien, en gevraagd; ken je dat schrift? Zonder resultaat. Zou hij datzelfde ook eens +bij de meisjes gaan doen, en zoomaar, onverwacht, op een “tea”? Of zou hij naar den winkel gaan, waar dit papier was gekocht,—de +naam stond ingedrukt op de enveloppe,—en vragen om “dit soort papier, dat ook altijd genomen wordt, door juffrouw....” + +</p> +<p>Vanzelf vulde de bediende den naam dan in. + +</p> +<p>Maar, neen, hij deed het niet. Wat kon het hem schelen, wie dat bemoeizuchtige wezen was. Misschien hoopte zij er er wel op, +dat hij haar door allerlei list zou “ontdekken.” Maar dat zou haar dan toch leelijk tegenvallen: hij deed volstrekt geen moeite +voor haar. Is daar al weer wat....? +<a id="d0e1299"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1299">91</a>]</span></p> +<p>—Juffrouw van Aalst, diende het groompje aan. + +</p> +<p>—Laat binnen-komen. + +</p> +<p>Met uitgestoken hand trad hij toe op Eleonore van Aalst. Dat was, zooals hij haar had leeren kennen, een vrouw, voor wie hij +respect had; een vrouw, die deed naar haar woorden, die niet zich in de wereld waagde, om toch maar, hoe dan ook, in aanraking +te komen met mannen, maar omdat haar nobele geest, haar goede hart haar dreef, zooveel zij kon het leed te lenigen, de slechte +toestanden te verbeteren, in haar naaste omgeving. Maar zij zag er nu al héél ernstig uit. + +</p> +<p>—Kan ik iets voor u doen, juffrouw van Aalst? Zooals u weet altijd met genoegen. Moet er ’n oproep in m’n blad om steun, ’n +ingezonden stuk? +<a id="d0e1308"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1308">92</a>]</span></p> +<p>Eleonore’s zacht, maar streng gezicht veranderde niet, zooals anders vaak, in de nabijheid van dezen aardigen, zonnigen jongen. + +</p> +<p>—Nee, nee, dat is ’t niet, zei ze koel. Ik kom me bij u, over u beklagen, meneer van den Heuvel. + +</p> +<p>—Wat zal dat zijn? + +</p> +<p>—U weet wel, hoe ik ’t afgekeurd heb, toen ’k merkte, dat u in uw roman “Eva”, de geschiedenis behandelde van die ongelukkige +vrouw, Marceline de la Mandara. + +</p> +<p>—Zeker, zeker, weet ik dat nog. En ook, dat ik u toen overtuigd heb van ’t goed recht van ’n schrijver.... + +</p> +<p>—O, overtuigd hebt u me niet. + +</p> +<p>—Nou, ja, maar u moest me toch toegeven.... + +</p> +<p>—Er was niets meer aan te doen; dát <a id="d0e1325"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1325">93</a>]</span>was de zaak. U had al ’n gedeelte gepubliceerd, en iedereen had Marceline herkend. Nee, goedkeuren kon ik ’t niet, en zal +ik ook nooit, dat ’n nog levende haar eigen historie verteld moet zien, door iemand, die haar nauwelijks heeft gekend, die +alles in hoofdzaak weet van “hooren zeggen”, zoodat ze telkens ’n stukje waarheid leest, en dan weer ’n stukje pure fantasie.... + +</p> +<p>—Maar ik heb toch niets slechts van haar gezegd, integendeel! + +</p> +<p>—Dat hoeft ook niet, om ’t voor haar toch heel, heel pijnlijk te maken. Begrijpt u dat niet? Maar nóg zou ’t zoo erg niet +zijn, want tot dusverre had Marceline er niets van gemerkt. Ze leeft zoo afgezonderd, zoo stil.... och, ’t is eigenlijk ’n +levende doode.... En als ’t niet was om de eindelooze goedheid van Kam, dan had <a id="d0e1331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1331">94</a>]</span>ze allang, allang haar poging herhaald, om.... Maar waarom vertel ’k u dit: zoodra ik weg ben, gaat u er misschien weer gebruik, +of liever misbruik van maken.... + +</p> +<p>—Wees niet bitter, juffrouw van Aalst. Ik ben ’t niet van u gewoon, dat u zoo hard is. Ik heb immers ’t diepste medelijden +met Marceline. + +</p> +<p>—O, dát hebt u niet, u zou haar anders hebben gespaard,—u zou dan wel gewacht hebben, tot ze.... gestorven was. + +</p> +<p>—Is er zóo iets verschrikkelijks gebeurd, juffrouw van Aalst, dat u nu opeens zóo tegen me moet worden? + +</p> +<p>—Ja, zóo iets verschrikkelijks is er gebeurd. Iemand heeft haar verteld, dat ze in uw blad werd “beschreven”. Toen heeft ze +’t willen lezen.... en toen ze uw tooneelen las van Micaëlo’s ziekte en Micaëlo’s <a id="d0e1341"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1341">95</a>]</span>dood, toen heeft ze ’n zenuw-acces gekregen, zoo vreeselijk, dat ze nú nog niet tot bewustzijn gekomen is. + +</p> +<p>—Goeie god! + +</p> +<p>—U weet, ze is aldoor lijdende geweest, aldoor; de goeie Kam had beter gedaan, haar rustig te laten sterven.... maar hij houdt +zóoveel van haar.... ach, de liefde is soms wél verschrikkelijk wreed.... Ze kan niet loopen, haar haar is dun en grijs geworden.... +God, waarom mocht dat arme mensch niet sterven.... + +</p> +<p>—U moet niet denken, juffrouw van Aalst, dat ik zóó’n monster van ongevoeligheid ben. Als ’k alles geweten had.... Maar zegt +u nu zelf: ’t onderwerp is als aangegeven voor ’n roman.... + +</p> +<p>Eleonore glimlachte. + +</p> +<p>—Wat ’n kind is die groote jongen nog, <a id="d0e1353"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1353">96</a>]</span>zei ze. U hebt nog niet veel geleefd.... + +</p> +<p>Max gaf geen ondeugend antwoord, zooals hij bij een andere gelegenheid zou hebben gedaan; hij zat stil voor zich uit te staren. + +</p> +<p>—En wat moet ’k nu doen? vroeg hij. + +</p> +<p>—Ja, wat kunt u doen? Niets. ’t Is heel treurig, maar alles van Marceline is tegenwoordig zóó treurig.... Je kan haar leven +in drie phasen zien: schijn-geluk, echt-geluk, en nu de ellende. Vreemd, dat blijvend geluk niet schijnt te mógen bestaan +op de wereld. + +</p> +<p>—Als ze gestorven was, tegelijk met hem, dán zou haar geluk blijvend zijn geweest.... + +</p> +<p>—Ja, zei Eleonore. En dat is juist ’t wreede, dat ze <i>niet</i> gestorven is.... + +</p> +<p>De zeer vele, en verschillende indrukken dien middag ontvangen, maakten, dat Max <a id="d0e1370"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1370">97</a>]</span>rustiger, <span id="d0e1372" class="corr" title="Bron: peizender">peinzender</span> was, dan anders. Hij voelde zeer goed, dat, wat hij gedaan had, niet mooi, niet nobel genoemd worden kon. Hij had, zonder +te bedenken, hoe dat moest worden opgenomen, de levensgeschiedenis van een nog levende ten eigen bate geëxploiteerd; hij had +immers stof noodig, hij moest een roman schrijven.... + +</p> +<p>—Waarom ik eigenlijk hier gekomen ben.... zei Eleonore. Ik kan toch niets meer uitrichten. Maar, ja, ik weet ’t al, waarvoor +ik kwam: ik wou u waarschuwen: wees voortaan meevoelender, voorzichtiger. Ik ken er meer voorbeelden van, dat een voorval +uitgewerkt wordt tot een roman, terwijl de personen nog leven. Ik kan dat nooit goedkeuren, alleen als de personen allen gestorven +zijn.... En dan nog.... + +</p> +<p>—U kan er zeker van wezen, zei Max <a id="d0e1379"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1379">98</a>]</span>ernstig, dat ik zoo iets nooit, nooit meer zal doen. Maar nu.... ’t was ál te verleidelijk, juffrouw van Aalst. Denk eens, +ons blad heet Eva: en dan de Eva-geschiedenis van Marceline, ’t kón niet mooier. + +</p> +<p>—Ja, ’t trof nu wel heel toevallig zoo samen.... + +</p> +<p>—En dan, ik dacht, dat Marceline zoo’n beetje buiten kennis was.... dat ze misschien wel krankzinnig zou worden.... + +</p> +<p>—Nee, dat geluk is haar niet gegund. Ik ga nu, meneer van den Heuvel, ik hoop werkelijk, dat u m’n raad ter harte zal nemen. + +</p> +<p>—Dat zal ik, dat zal ik, juffrouw van Aalst, zei Max, en drukte haar de hand. Ik dank u, dat u gekomen is.... + +</p> +<p>Hij keek haar eerlijk in het ernstige gezicht, en toen zij de kamer verlaten had, bleef hij heen en weer loopen, in diepe +gedachten <a id="d0e1391"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1391">99</a>]</span>verzonken. Een goede vrouw.... een lieve, werkelijke vrouw, ondanks haar feministe-zijn. Hij had veel sympathie voor haar, +o ja, veel, veel.... + +</p> +<p>Wat een verkwikking een dergelijke vrouw te ontmoeten. Eerst had hij haar zoo’n beetje belachelijk gevonden, zooals alle vrouwen, +die geen zin hebben om te trouwen, en zich zoo rustig en vrij als een man in het openbare leven bewegen. Maar nu hij haar +nader leerde kennen, nu bewonderde hij haar koelen, degelijken ernst, haar kloek verstand, haar goedheid, die nooit zwakheid +werd. Wat een verschil met de meisjes, die hem vervolgden, en om hem heenzwermden, als vliegen om de suiker.... Geen gekkelijkheid +bij haar, geen malle verliefdheid, geen broeiende zinnelijkheid achter een strak gezicht.... Zooals men haar zág, <a id="d0e1395"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1395">100</a>]</span>zoo wás zij. En wat een frissche trekken nog voor zoo een oude.... + +</p> +<p>Maar oud? Dat was zij niet. Hoe kwam hij er bij. Zij kon hoogstens even over de dertig wezen,—misschien een jaar of vijf, +zes ouder dan hij.... + +</p> +<p>Maar waar wil je toch heen, Max? vroeg hij zichzelf. Vind je soms Eleonore van Aalst een geschikte partij voor jóu? + +</p> +<p>Ik.... ik weet niet.... + +</p> +<p>Denk ’s goed na? + +</p> +<p>Ze is ferm, ze is verstandig. Ze loopt me niet achterna. Ze is knap van uiterlijk. Ze is onafhankelijk. + +</p> +<p>Maar, Max, dan moet jij die hebben! + +</p> +<p>Als ik ooit trouwde.... + +</p> +<p>Jij hebt je zoo dikwijls door je gevoel laten leiden, laat je verstand je nù ’s zeggen, wat je moet doen. +<a id="d0e1413"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1413">101</a>]</span></p> +<p>Nou, wat moet ik dan doen? Is zij ’n geschikte vrouw voor mij? + +</p> +<p>Ja. Zij zal je niet bederven, waar de onbekende zoo bang voor is. Zij zal je terecht helpen, en raad geven.... + +</p> +<p>Zou ’t niet vervelend zijn? + +</p> +<p>Integendeel! Zoo’n aanhalige poes, dát zou je gaan vervelen. + +</p> +<p>Ja, dat is waar. Ik moet eerlijk zeggen: ik houd van Eleonore, (grappig-romantische naam voor een zoo weinig romantische vrouw.) +Ze is wel wat ouder, en dat is heelemaal niet prettig, maar er moet <i>iets</i> aan mankeeren. En bovendien, ’t is niet kwaad, dat ik, juist ik, wat opzie tegen m’n vrouw. Ik zou trotsch op haar zijn. +Wat geef ik au fond om die schepseltjes, die voor me staan te blozen, en m’n handen zoenen.... nee, die soort van liefde verveelt +me. Ik <a id="d0e1427"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1427">102</a>]</span>wil ’t nu met verstandelijke liefde probeeren. En ’t pikante is, dat Eleonore nog niet eens dadelijk ja zeggen zal. Daar vind +ik nu op eens de vrouw, die veroverd moet worden. En ik zal haar veroveren. Ik zál. + +</p> +<p>En je onbekende dan? En Gerrie van Velsen? En.... Eva? + +</p> +<p>Eva? + +</p> +<p>Ja, je aanstaande, juffrouw de Bruin? + +</p> +<p>Opeens barstte Max uit in zoo’n schaterenden lach, dat de klerken in het achterkantoor ervan opkeken, en dachten: Zeker weer +een verliefde brief gekregen, die! + + + + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">VI.</h2> +<p>Max was in een dolle, uitgelaten bui. Hij had een blauwtje geloopen. Voor de eerste maal van zijn leven,—en voor de laatste!—<a id="d0e1442"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1442">103</a>]</span>had hij een blauwtje geloopen. Natuurlijk bij Eleonore. + +</p> +<p>Toen zij verbaasd keek, zonder te glimlachen (daar was hij dankbaar voor) was hij haar nog hooger gaan achten, om de kalme +wijze, waarop zij vriendelijk zei, dat zij zich niet geschikt voor hem achtte, en hém niet voor háar, en dat zij er bovendien +niet aan dacht, ooit te trouwen.—Maar dat zij hem in eerste instantie afwijzen zou, had hij immers wel eenigszins verwacht?.... + +</p> +<p>Daarom praatte hij voort, en bepleitte zijn zaak bij haar (hij had niet voor niets in de rechten gestudeerd!) en zij hoorde +hem aan, met aldoor dezelfde zachte vriendelijkheid, maar haar antwoord was aldoor: Neen, heusch niet, heusch niet, Max. + +</p> +<p>—Vind je me soms te jong? Maar.... + +</p> +<p>—Ja, ik vind je te jong, en niet alleen <a id="d0e1452"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1452">104</a>]</span>in jaren,—ofschoon ik dat ook eigenlijk al ’n onoverkomelijk bezwaar vind,—maar je ben te jong in levensinzicht, te jong van +begrip, begrijp je me? + +</p> +<p>—Maar juist dáárom moet ’k zoo’n vrouw hebben als jij, Eleonore. Begrijp jij dat niet? + +</p> +<p>—Best mogelijk, jongen.... maar al heb je misschien zoo iemand noodig, als ik ben,—ik voel daarom toch nog geen roeping me +voor je op te offeren. + +</p> +<p>Dat antwoord was toch wel wat al te koel. Een vrouw, die het een “opoffering” vond, met hem te trouwen! Kon die mogelijkheid +bestaan? + +</p> +<p>Maar het was waar; hij had tot dusverre alleen over zichzelf gesproken. En de zaak wel een beetje alleen van den practischen +kant bezien. Hij had weliswaar <a id="d0e1462"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1462">105</a>]</span>gedacht, dat een verstandige vrouw als zij, het apprecieeren zou, als een huwelijksvoorstel op uitsluitend verstandelijk-practische +wijze behandeld werd,—maar zelfs zoo eene bleek te willen hooren van “liefde”.... + +</p> +<p>Hij had haar hand gevat. + +</p> +<p>—Maar ik houd zoo veel van je, Eleonore.... Nee, kijk niet zoo ongeloovig. Je weet niet, hoe beu ik ben van al dat aangehaal +en die verliefderigheidjes, ik blijf er zoo koud bij, zoo koud als ’n steen. Maar van jou houd ’k, Eleonore. ’t Gevoel, dat +ik voor jou heb, is de grondslag van de echte liefde. En je ben zoo mooi.... zoo mooi met je glanzende haar.... en je prachtige +teint, en je lieve, <i>lieve</i> oogen.... + +</p> +<p>Hij was dichter bij haar gekomen, en had zijn eenen arm om haar hals geslagen, <a id="d0e1473"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1473">106</a>]</span>en zijn andere om haar middel gelegd. Toen had hij haar aangekeken, vleiend en dringend.... zou zij dáár zelfs ongevoelig +voor blijven? en had haar snel de lippen gekust. + +</p> +<p>Maar zij weerde hem af, zacht maar beslist, totdat hij haar loslaten moest. + +</p> +<p>—Max, doe dat niet.... + +</p> +<p>—Waarom niet? waarom niet? Als ik toch van je houd.... + +</p> +<p>—Omdat ik niet houd van jou. En jij, Max, heusch, je mag me graag lijden,—maar liefhebben doe je me niet. + +</p> +<p>—Wél! wél! riep hij onstuimig. Waarom geloof je me niet? + +</p> +<p>—Hoe kan ik, die je ken, je nu gelooven! Luister, zei ze, om haar woorden te verzachten. Ik weet wel, je meent ’t heel goed, +Max, maar je hebt me volstrekt niet lief. Je acht me, je respecteert me.... +<a id="d0e1487"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1487">107</a>]</span></p> +<p>—Dat doe ik! dat doe ik! Omdat jij verstandig ben en onafhankelijk, omdat jij niet hengelt naar ’n man, jij vernedert je niet, +jij verlaagt je niet: jij ben ’n vrouw, ’n mooie, echte vrouw.... + +</p> +<p>—O, nee, Max, juist niet.... ’n mooie, echte vrouw heeft niet zoo’n koud temperament als ik; die heeft wel degelijk verlangen +naar liefde,—al “hengelt ze dan ook niet naar ’n man”, en ik.... + +</p> +<p>—Leo.... zei Max, en zei niets verder, maar keek haar alleen maar aan. + +</p> +<p>Zij nam zijn hand. + +</p> +<p>—Je ben ’n lieve, allerliefste jongen, Max, zei ze, en haar moederlijke toon van spreken, en de wijze, waarop zij zijn vingers +streelde, deed hem begrijpen, dat zij nooit toestemmen zou. En als jij minder.... kinderlijk was, en als ’t verschil tusschen +<a id="d0e1498"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1498">108</a>]</span>ons in jaren niet aan de “wrong side” bestond, en als ik wat minder koud voelde,—dan zou ’k misschien wel van je kunnen gaan +houden. Want al ben je nu nog wat wild en wat oppervlakkig,—slecht ben je, dunkt me, niet. + +</p> +<p>—Nee, slecht ben ik niet. + +</p> +<p>—Kom, troost je maar. Zij boog zich naar hem toe, en gaf hem een zoen op zijn voorhoofd. + +</p> +<p>Max zweeg. Zijn gewone overmoedigheid had hem begeven. Hij voelde zich klein in haar nabijheid. + +</p> +<p>—Je zal er wel gauw overheen zijn, hoor, verzekerde zij hem. Je ziet in je omgeving alleen vrouwen, die je vleien en om je +gunst bedelen, ik doe dat niet, ik neem zelfs weinig notitie van je.... nu, vanzelf trekt je dat aan, je zou ’t pikant vinden, +mij, juist mij.... +<a id="d0e1508"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1508">109</a>]</span></p> +<p>—Ja, m’n “kleine ijdelheid” zou gevleid zijn, zei hij bitter. + +</p> +<p>—Wees niet boos, wees niet bedroefd, Maxlief. Je vriendin wil ik zijn, zal ik zijn. Dát is de verhouding, waarin <i>wij</i> tot elkaar moeten staan. Kom altijd bij me, als je hulp of raad noodig hebt, altijd, beloof me dat. + +</p> +<p>Maar Max gaf, koppig, geen antwoord. + +</p> +<p>—Beloof je me dat? + +</p> +<p>—Je kon ’t toch in elk geval ’s met me probeeren.... + +</p> +<p>—O, nee, Max, laten we dat alsjeblieft niet doen! Nu kunnen we nog scheiden als goede vrienden,—en goede vrienden blijven. + +</p> +<p>—Zeg ’t maar, Eleonore, je vindt me kinderachtig, hè? misschien wel belachelijk, dat ik, zoo’n iemand als ik, bij jou ben +durven komen. Zeg ’t maar? +<a id="d0e1526"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1526">110</a>]</span></p> +<p>—Nee, je vergist je. Wijt ’t niet aan jezelf, dat ik niet van je houden kan. Ik.... ja, ik wil ’t je zeggen; ik bén niet voor +liefde. Ik weet geen liefde. ’t Eenige, wat ik heb, misschien, is ’t moederinstinct.... En daarom, jongen, kom altijd bij +me, altijd, als je raad noodig hebt.... of steun.... maar spreek me nooit meer van liefde. + +</p> +<p>Toen Max heenging, was hij werkelijk wat ontroerd geweest.... Maar nu was zijn stemming weer omgeslagen in drieste vroolijkheid. +Zij had gelijk: lief had hij haar niet: kon hij dan nu anders zoo lachen en pleizier maken, hè? Neen, lief had hij haar zeker +niet: Hij was er trotsch op geweest, háár veroverd te hebben, háar, de zelfstandige, fiere, door en door degelijke.... dat +had hij “pikant” gevonden. Ook dáárin <a id="d0e1531"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1531">111</a>]</span>had zij gelijk. Ja, hij zóu het pikant gevonden hebben, háar als zijn aanstaande te presenteeren aan zijn woelige, soms lastige +“bende aanbidsters”.... En ook hierin had zij al weer gelijk: dat zij te oud was voor hem. Gedecideerd, zij was te oud. Dat +had hij nu degelijk gemerkt uit haar bezadigden toon, haar moederlijke wijze van optreden.... + +</p> +<p>Neen, alles bij elkaar genomen, was het goed, zooals de zaken waren geloopen. Hij was nu nog vrij zich te vermaken, zooals +hij zou wenschen. Want, ja, gebonden, erg gebonden, zou hij toch wel in een engagement met haar zijn geweest. Hij had niet +meer zoo spontaan kunnen zijn; had aldoor moeten bedenken: ben ik ook soms te kinderachtig, stel ik haar door mijn gedrag +teleur?.... + +</p> +<p>Enfin. Er zou misschien nog wel eens een tijd komen, dat hij haar dankbaar was voor <a id="d0e1537"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1537">112</a>]</span>haar weigering. Wie weet, als hij eens dol en door en door verliefd werd,—bijvoorbeeld op de onbekende schrijfster van de +minnebrieven.... Hij dacht even ernstig na. Had hij zich misschien zoo tot Eleonore aangetrokken gevoeld, omdat haar geest +zooveel overeenkomst had, met den geest, die uit de brieven sprak?.... En was hij dus, zonder het te weten, onder de bekoring +geraakt, van de schrijfster der brieven?.... Hemel! dan was het toch zaak haar te vinden.... om door haar te worden getroost.... + +</p> +<p>Het zou zoo eenvoudig geweest zijn, als Eleonore zelf de schrijfster was geweest. Maar toen hij het haar, zonder omwegen vroeg, +hadden haar oogen zoo gelachen, dat hij <i>zag</i>, hoe haar lippen slechts met moeite de woorden weerhielden: “Nee, <i>ijdele</i> jongen!” +<a id="d0e1547"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1547">113</a>]</span></p> +<p>Goed, goed, hij was nog jong, hij kon wel wachten. En overhaast te werk gaan bij zoo’n ernstige zaak als een huwelijk?.... + +</p> +<p>Je reinste gekkenwerk zou het wezen! D’rum prüfe wer sich ewig bindet.... + +</p> +<p>—Wat ben je stil opeens, Max? + +</p> +<p>Het was vanmiddag de “thee” der redactie van “Eva”. Het meerendeel der vaste medewerkers was opgekomen, en veel bezoeksters +vermaakten zich met de vroolijke jongelui. Max was een der druksten geweest, zittende tusschen Gerrie van Velsen, wier triest +gezichtje hij door allerlei grappen wat trachtte te verhelderen, (hij apprecieerde het in het kind, dat zij haar bezoeken +niet opeens had gestaakt, en dat zij zoo braaf den schijn wist op te houden) en tusschen “zijn Eva”, juffrouw de Bruin, die +hij openlijk “zijn Eva” noemde, en voor den gek hield, <a id="d0e1556"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1556">114</a>]</span>totdat het arme schepsel, opgewonden, verdwaasd, soms geheel haar begrip der convenances verloor, hem in den arm kneep, hardop, +“Maxie!” gilde, en zich tot de risée van het heele gezelschap maakte, zonder dat het haar iets scheen te kunnen schelen. Al +haar pogingen, haar dreigende, zoowel als haar vleiende, al haar woorden, zoenen, omhelzingen, knievallen zelfs, hadden niet +gebaat, om Max naar haar Pa te bewegen, en nu trachtte zij zichzelve voldoening te geven, door luid aan iedereen te vertellen, +dat Max haar een aanzoek had gedaan, en zich zoo’n beetje, als zijn verloofde voor te doen. + +</p> +<p>Maar opeens verveelde Max het al te schelle gelach en het al te luide gepraat zóo verschrikkelijk, dat hij de wijk nam naar +Clara, een meisje met een zacht, <a id="d0e1560"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1560">115</a>]</span>intelligent, maar toch ook opgewekt gezicht. Hij vond haar volstrekt niet “amusant”, zooals hij het uitgelaten Mientje vond, +of de quasi-naïeve Bonnie, maar zij gunde hem rust, en dat was al veel. + +</p> +<p>—Wat ben je stil opeens, Max? + +</p> +<p>—Stil? vroeg hij, wat gepikeerd, dat zij nu ook al begon van hem te vergen, dat hij “aardig” en “onderhoudend” zou wezen. +Ik ben nog wel zoo gek geweest, als ik maar kon, zooeven. + +</p> +<p>—Ja, zooeven! Maar nu werd je ineens zoo strak, zoo stil. + +</p> +<p>Hij keek haar aan, alsof hij zeggen wou: waar bemoei jij je mee? maar zijn gewone hoffelijkheid liet niet toe, dat hij die +woorden uitte. Ach, ja, waarom zou hij ook niet vroolijk zijn? Vreugd is het leven, o, zalig, die ’t weten.... +<a id="d0e1570"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1570">116</a>]</span></p> +<p>—Waarom kom je nooit meer tennissen? vroeg hij. + +</p> +<p>—Ik heb ’t te druk. + +</p> +<p>—Druk? waarmee dan? + +</p> +<p>—Ik studeer immers voor m’n middelbaar Engelsch. + +</p> +<p>Immers!.... Ja, hij werd gecenseerd, zoowat alles te weten, zoowat alles te onthouden.... + +</p> +<p>—Nou, ja, maar ’n ontspanning is goed voor je, hoor? Je komt maar weer ’s op ’t veld. + +</p> +<p>Sneeuw, Kaatje, Robert Roodhaar en de dikke Jan maakten zich verdienstelijk bij de dames. Zij boden haar ververschingen aan, +terwijl Max zich óok door hen liet bedienen. + +</p> +<p>—Wat heb je daar voor sandwiches? + +</p> +<p>—Alstjeblieft, meneer, getruffeerde kalfsborst, <a id="d0e1589"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1589">117</a>]</span>meneer, zwezerik, meneer, en deze zijn met zalm, meneer, kwam Karel kellnerachtig voor hem staan. Wil ik u ’n bordje brengen, +meneer? + +</p> +<p>—Ja, breng jij mij ’n bordje, en ook een voor Donna Clara. + +</p> +<p>—Mooi klinkt dat: Donna Clara. + +</p> +<p>—Ja, en ook toepasselijk; weet je niet? Donna Clara, Donna Clara, heisz-geliebte langer Jahre.... + +</p> +<p>Zij keek hem zóo ironisch aan, dat hij haar óok onwillekeurig langer aan bleef kijken. Wel had ze zúlke oogen? en durfden +die hem zóo aan te zien? Wel, allemachtig, hij moest toch eens wat meer notitie van haar nemen, dan hij tot dusver had gedaan.... +Wie weet, misschien was zij het waard. Eens onderzoeken. + +</p> +<p>—Er zijn dagen, die voor jaren tellen.... +<a id="d0e1601"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1601">118</a>]</span></p> +<p>—Wat bedoel je daarmee? + +</p> +<p>—Ik ken jou nog geen jaren, nietwaar? En toch zeg ik: heisz-geliebte langer Jahre.... + +</p> +<p>—Scheid uit, Max, wees in ’s hemelsnaam tegen mij niet zoo flauw. Met zulke dingen kan je mogelijk succes hebben bij je Eva.... + +</p> +<p><span id="d0e1609" class="corr" title="Niet in bron">—</span>O, was zij jaloersch? Mooi zoo! mooi zoo! + +</p> +<p>—Ach, zei hij, quasi-verdrietig. Critiseer me niet zoo. Neem me, zooals ik ben, ’n laffe jongen, zonder geest of gevoeligheid, +maar laat me niet zoo merken, hoe je over me denkt, hè? daar kan ik niet tegen. + +</p> +<p>—Malle jongen, zei ze, maar haar oogen waren nu zoo zacht-belangstellend op hem gericht, dat hij bijna in een lach was uitgebarsten, +een lach van jongensachtigen triomf. + +</p> +<p>Zijn toon werd weer schertsend, zijn wat <a id="d0e1618"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1618">119</a>]</span>lustelooze houding veranderde in zijn gewone veerkrachtige, en hij sprong op, alsof de rust hem verveelde. + +</p> +<p>Kaatje en Jan kakelden met Mientje, wier oogen glommen van pret, en met Bonnie, wier kindergezichtje nooit uit de plooi kwam, +zelfs niet bij tamelijk-gewaagde anecdoten, waarom juffrouw de Bruin het gierend uitschreeuwde. Robert beweerde tegen Gerrie, +die vriendelijk zat te luisteren, terwijl Sneeuw zich verdienstelijk maakte, en Emilie bezig-hield, het veeleischende meisje +van Robert. + +</p> +<p>—Waar heb je ’t over? interrompeerde Max Robert. + +</p> +<p>—O, we hebben ’t over de plaats van de vrouw, en de beteekenis van de vrouw. + +</p> +<p>—Ja, zei de onschuldige Bonnie.... Ik <a id="d0e1628"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1628">120</a>]</span>vind, dat de vrouw zich niet zoo op de voorgrond moet plaatsen.... + +</p> +<p>—Laat ze maar, hoor, zei Max beschermend. Ze wint ’t toch niet, hoor? + +</p> +<p>—Nou, dat moet je niet zeggen, Max, viel vinnig Emilie in. Zeker zal de positie van de vrouw veel verbeterd worden, als ze +volhoudt; zeker zal ze dan veel meer rechten krijgen.... + +</p> +<p>—Ja, rechten! rechten! riep Eva de Bruin, ’n Meisje moet niet altijd hoeven te wachten, tot er ’n man om d’r komt, ze moet +zelf kunnen.... + +</p> +<p>—Hoor me m’n clowntje ’s aan, zei Max, en streek Eva spottend onder de kin. Wat jij, Gerrie, vind jij ook, dat de positie +van de vrouw verbeterd moet worden? + +</p> +<p>—Ik ben heel tevreden, hoor! + +</p> +<p>—Ik ook! riep Mientje. Ik vind de mannen <a id="d0e1642"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1642">121</a>]</span>nog zoo kwaad niet. Ze zijn heel goed, om je allerlei dienstjes te bewijzen, en dat doen ze graag, want.... + +</p> +<p>—.... de slavernij zit de <i>man</i> in ’t bloed! riep Clara. + +</p> +<p>—Hè, wat zijn jullie oppervlakkig, gispte Emilie, haar stem verheffende, temidden van het gelach. De <i>vrouw</i> heeft zich juist altijd tot slavin verlaagd.... + +</p> +<p>—Hè, hoe kan je je eigen sexe zoo smaden! Nee, zeg, ik vind: de man kan tevreden wezen over de vrouw, en de vrouw óok over +de man. Ze hebben elkaar niets te verwijten.... + +</p> +<p>—Nu, maar ik ben ’t met juffrouw Emilie eens, riep Eva de Bruin, dat de mannen wel ’s ’n toontje lager mochten zingen.... + +</p> +<p>—Nóg lager dan bas? + +</p> +<p>—Ze “bassen” al genoeg, laat ’t nog <a id="d0e1662"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1662">122</a>]</span>maar niet erger worden, riep Emilie, die boos werd. + +</p> +<p>—Nee, ik weet wat, zei Sneeuw. We moeten allemaal om beurten onze meening zeggen over de vrouw, wij, mannen, dan mogen de +meisjes ’t straks doen over de man. + +</p> +<p>—Heel goed, heel goed! + +</p> +<p>—Bedoel je ’n qualificatie, of een opinie? + +</p> +<p>—Nee, ik bedoel, dat jullie zeggen: de vrouw moet zijn: zoo of zoo. + +</p> +<p>—Mooi en dom! riep Kaatje, mooi en dom! + +</p> +<p>—Dat is voor jóu misschien voldoende, zei Emilie streng. Maar ik wil hopen niet voor iedere man. Robert, jij? + +</p> +<p>Robert, onder den sterken blik van zijn meisje, durfde niet anders meenen, dan: + +</p> +<p>—Ze moet ontwikkeld zijn, zoodat ze <a id="d0e1680"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1680">123</a>]</span>zich niet klein hoeft te voelen naast de man, maar zijns gelijke kan wezen. + +</p> +<p>—Lief! lief! moet ze zijn! riep Max. Aanhankelijk, teeder.... van wijze vrouwen moet ik niets meer hebben! nee! Daarmee kom +je niet verder. Lief! en liefhebbend! + +</p> +<p>—Ah! zuchtte Eva de Bruin verlicht. + +</p> +<p>Maar Max lette niet op haar; zijn wenkbrauwen waren samengetrokken; hij schertste niet, hij sprak in ernst. + +</p> +<p>—’n Vrouw, die je liefheeft.... Liefde, liefde.... is de eenige noodige eigenschap van de vrouw. + +</p> +<p>—En zachtheid.... en schoonheid.... en trouw en vroolijkheid.... Nee, ik zal je zeggen, hoe ze moet zijn, volgens ’t alphabet: +aanhalig, beminnelijk ’n charmeuse, dodderig, eerlijk, fier.... zei Jan. +<a id="d0e1692"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1692">124</a>]</span></p> +<p>—Goed, hartelijk, innig, jolig, knap, kwam Karel hem helpen. + +</p> +<p>Zij gingen nu allen zoeken, volgens de letters van het alphabet naar kwaliteiten van de vrouw, totdat zij stuitten op de q, +die Jan voor niet-qualificeerbaar uitmaakte en Sneeuw riep: + +</p> +<p>—Nu heb <i>ik</i> nog niets gezegd! + +</p> +<p>—Nee, Sneeuw, dat is waar, Sneeuw, kom laat de koele sneeuw van je woorden over ons heen-sneeuwen, Sneeuw! + +</p> +<p>—Ik zal alleen maar herhalen, wat Sarah Bernhardt ’s eens van Fédora zei, jullie weten? dat stuk van Sardou? Nou, <i>ik</i> zeg dat nu van <i>de vrouw</i>: <span lang="fr">Elle doit être á la fois coquette comme une Slave, violente comme une Espagnole, amoureuse comme une Italienne, raffinée comme +une Française, et <i>racée</i> comme une Anglaise.</span> +<a id="d0e1718"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1718">125</a>]</span></p> +<p>—En wat als een Hollandsche? + +</p> +<p>—Ja, wat? + +</p> +<p>—<span lang="fr">Esclave</span>, zei Emilie scherp. + +</p> +<p>—<span lang="fr">Dolente, tendre</span>, verzachtte Mientje. + +</p> +<p>—<span lang="fr">Calme, intelligente,—sensible et sensitive</span>, zei Clara. + +</p> +<p>—Dat vind ik nog ’t beste, zei Sneeuw. + +</p> +<p>—<span lang="fr">Douce, douce comme un agneau</span>, zuchtte Eva de Bruin. + +</p> +<p>—En wat vindt Bonnie ervan? + +</p> +<p>—<span lang="fr">Innocente</span>, zei Bonnie. + +</p> +<p>—Dat antwoord is jouwer waardig, bravo! bravo! riep Jan, sloeg zijn arm om haar middel, en dwong haar een paar walspassen +met hem door de kamer te doen. + +</p> +<p>—Hè, ja! ’n dansje! ’n dansje! riep de dartele Mientje, en sprong op van haar stoel. In een oogenblik was de tafel zoo ver +mogelijk in een hoek geschoven, waren <a id="d0e1756"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1756">126</a>]</span>de stoelen uit den weg gezet, en walsten de paren door de kamer, terwijl Sneeuw, die niet dansen kon, met veel geweld, maar +gelukkig maatvast, de vals uit den Mikado te schreeuw-zingen stond: + + +</p> +<div class="
 poem
 "> +<p class="line" style=""><span>De bloemen, die bloeien in Mei, ja, ja, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>De bloemen, die bloeien in Mei!</span></p> +</div> +<p>Max had met de zich zenuwachtig aan hem vast-klemmende Eva de Bruin rondgetold, totdat hij zijn geduld en zijn adem verloor. +Hijgend stond hij stil, en riep: + +</p> +<p>—Hei! wie neemt dat presentje ’s van me over! + +</p> +<p>Niemand ontfermde zich, zoodat Max haar zonder complimenten in zijn bureau-stoel neerdrukte, waar zij uitgeput, gichelend, +bleef zitten. Zonder omwegen trok Max Bonnie uit de armen van Jan, en walste wild met haar voort. +<a id="d0e1769"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1769">127</a>]</span></p> +<p>Juist fluisterde hij het onschuldige meisje een erge ondeugendheid in, toen hij den blik van Clara ontmoette, die zich met +een blad papier koelte stond toe te wuiven. Het was een blik, dien Max onmogelijk opvatten kon als “jaloezie”, daarvoor lag +er te weinig boosheid in. + +</p> +<p>Hij zag afkeuring in haar oogen en tegelijk een gevoelig medelijden, dat hem veel meer trof, dan een stekende blik vol toorn +en afgunst zou hebben gedaan. Wat wou zij toch? Waarom bemoeide zij zich zoo met hem? Was dát nu zoo erg, wat hij had gedaan? +Onder de jongelui was het een wedstrijd, wie Bonnie aan het blozen kon brengen, en hij zou het typisch vinden, als het hem +gelukte. Toch, hij moest het bekennen, hij zou de aardigheid, die hij Bonnie had toe-gefluisterd, niet openlijk <a id="d0e1774"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1774">128</a>]</span>hebben durven herhalen, noch alleen aan een ander meisje debiteeren.... maar wat zóu dat? Je zag toch je menschen aan?.... + +</p> +<p>Toch hinderde Clara’s belangstelling hem, omdat die hem zoo opeens en onverwacht het futiele en leege van zijn leven toonde. +Hij verloor zich graag in vroolijke genoegens, en vond het niet aangenaam, daar plotseling aan te worden onttrokken. En toen +veranderde zijn stemming weer: eensklaps dacht hij er aan, hoe Clara’s houding jegens hem, veel had van die van Eleonore.... +en het betere in hem overheerschte voor een oogenblik zijn frivool gevoel. Anders was Clara dan Eleonore, zeker.... jonger, +niet zoo beslist in haar optreden, en minder moederlijk, wat hem in Eleonore zoo had gehinderd,—maar het goede fond was bij +beiden hetzelfde. Het was waar, dat <a id="d0e1778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1778">129</a>]</span>Clara hem nooit “het hof had gemaakt”, zij hield zich bescheiden op den achtergrond, en daaraan was het te wijten, dat hij +nooit zooveel notitie van haar had genomen, als van Mientje, of Gerrie, of zelfs van Eva de Bruin. Maar nu voelde hij toch +wel, dat hij Clara méer achtte, dan een van de anderen, zij was degelijker, dieper, en had niet slechts éen enkele gemoedsstemming: +verliefd zijn. + +</p> +<p>Neen, zij was een.... heel aardig meisje.... zelfs niet onknap van gezicht.... wie weet.... wie weet....later....later misschien.... + +</p> +<p>Al deze gedachten had hij, al walsende met Bonnie, afgedacht, en toen hij haar met een sierlijken zwaai en een hoffelijke +buiging op haar plaats had terug-gezet, ging hij Clara ten dans vragen. + +</p> +<p>—Zeg, Max.... +<a id="d0e1786"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1786">130</a>]</span></p> +<p>—Nee, ik zeg ’t je toch niet. + +</p> +<p>—Hoe weet je dan, wat ik wou vragen? + +</p> +<p>—Dat is gemakkelijk genoeg te raden. Je wou precies weten, wat ik tegen Bonnie heb gezegd. + +</p> +<p>—Ja, maar niet uit pure nieuwsgierigheid.... + +</p> +<p>—Wat doet ’t er toe, waaróm je ’t weten wou? Ik zeg ’t je toch niet. Niet alle dingen zijn voor alle meisjes geschikt. + +</p> +<p>—Zoo, maak jij dan nog onderscheid tusschen meisjes en meisjes? + +</p> +<p>—Ja zeker maak ik onderscheid. + +</p> +<p>Hij zag haar even aan, en de plotselinge overgang van scherts naar ernst in zijn toon en in zijn oogen ontroerde haar, meer +dan zij wou, dat hij zag. + +</p> +<p>Maar hij had haar aandoening natuurlijk dadelijk bemerkt, en was tevreden. Wie <a id="d0e1805"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1805">131</a>]</span>weet.... wie weet.... later, later misschien.... + +</p> +<p>—Ik ben moe! ik ben moe! kondigde Mientje luidruchtig aan. Ik kan niet meer! ik ben dood! + +</p> +<p>Gerrie lag ook al lang uitgeput in een stoel, en de andere meisjes en de jongelui wuifden hun gloedroode gezichten vergeefs +koelte toe met zakdoeken en bladen papier. Alleen Sneeuw, de koele, onaandoenlijke Sneeuw, stond maar onverstoorbaar te galmen: + + +</p> +<div class="
 poem
 " lang="fr"> +<p class="line" style=""><span>Pourquoi ne pas m’aimer.... +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Tu veux donc que je meure....</span></p> +</div> +<p>—’n Kopje thee! smeekte Eva de Bruin. + +</p> +<p>—O, ’t is ook veel te warm om zoo te dansen, hekelde Emilie. Kijk hij er nou ’s uitzien, wees zij op haar verloofde, Robert, +wiens heele gezicht, tot in den hals en <a id="d0e1820"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1820">132</a>]</span>onder het wit-bloode haar, met een vlammend tomaat-rood was bedekt. + +</p> +<p>—Nou, ik heb ’t óok warm! pff! zuchtte Karel: ’n Sandwich en ’n sigaret en ’n glas port, of ik verga! + +</p> +<p>De uitgeputten en dorstenden werden gelaafd, de verhitte gezichten verfrischt door eau de cologne, en het duurde niet lang, +of de gesprekken waren weer in vollen gang. Bij de thee’s van de Eva-redactie deed zich altijd dit eigenaardige verschijnsel +voor, dat de bezoekers en bezoeksters maar een vluchtig moment op het bureau vertoefden, terwijl daarentegen de “stamgasten” +tot in het oneindige bij elkander bleven zitten, en praatten, totdat zij opeens allen tegelijk opstonden en vertrokken, omdat +zij merkten, dat het al zoo “vreeselijk” laat was. + +</p> +<p>—Zeg, wist Sneeuw. Er is een nieuw <a id="d0e1828"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1828">133</a>]</span>boek uitgekomen. Of boek, of brochure, hoe wil je ’t noemen. Nou, dat heet: <span lang="de">Die Aristokratie der Schönheit</span>. En in ’t tweede deel daarvan hebben ze ’t over de “<span lang="de">Frauenherrschaft</span>”. + +</p> +<p>—Ha! riep Emilie geïnteresseerd. + +</p> +<p>—Wacht, hier heb ik ’t programma. + +</p> +<p>—De vrouw heeft drie rijken: namelijk van het geweld, van de schoonheid, en van den geest. + +</p> +<p>—Hè, van ’t geweld! keurde Eva de Bruin af. De vrouw is immers steeds ’t zinnebeeld geweest van de zachtheid! “Zachtheid zal +den dwingland leiden....” “Schoonste deugd van schoone zielen....” + +</p> +<p>Maar Sneeuw onderbrak onbarmhartig Eva’s ontboezemingen door verder te lezen. + +</p> +<p lang="de">—Möglichkeit der Frauenherrschaft. + +</p> +<p lang="de"><span id="d0e1849" class="corr" title="Niet in bron">—</span>Weib kann warten. +<a id="d0e1852"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1852">134</a>]</span></p> +<p>—Kan wachten, o! protesteerde Eva de Bruin. + +</p> +<p lang="de">—Wie weit geht die Opferwilligkeit des Mannes? + +</p> +<p>—Tot in ’t grenzenlooze! riep Robert. + +</p> +<p>—Ja, die heeft geen grenzen, omdat die in ’t geheel niet bestaat, beet Emilie hem vinnig toe. + +</p> +<p lang="de">—Das Weib fängt an zu denken.... + +</p> +<p>—Ja, <i>dat doet ’t wijf</i>, zei Emilie, met zooveel overtuiging, dat zij niet eens bemerkte “wijf” te hebben gezegd, vóor Bonnie misprijzend riep: + +</p> +<p>—De vrouw alsjeblieft! + +</p> +<p lang="de">—Der Weg zur Herrschaft. + +</p> +<p>—Waar is dat boek te krijgen?? vroeg Eva de Bruin gretig. + +</p> +<p lang="de">—Frauen aller Lander vereinigt euch! +<a id="d0e1876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1876">135</a>]</span></p> +<p>—Ja! tot een “<span lang="de">Frauenstaat</span>”, riep Emilie geestdriftig. + +</p> +<p lang="de">—Stellung des Mannes im Frauenstaat.... + +</p> +<p>—Zie je wel! triomfeerde Emilie. ’n <i lang="de">Frauenstaat</i> wórdt bedoeld! + +</p> +<p>—Ach, lieve, lieve vrouwen! riep Max, en sloeg de handen in de lucht. Blijf, o, blijf, die je ben! Heusch, de vrouwen kunnen +de mannen al ongelukkig genoeg maken.... + +</p> +<p>—Erken dan, erken, dat ’t wel en wee van de man van de vrouw afhankelijk is! + +</p> +<p>—Ik erken, dat Adam’s wel en wee van Eva afhankelijk is. + +</p> +<p>—Eva is de opperheerscheres! + +</p> +<p>—Eva is de opperheerscheres, ja! zei Max. En ik geloof, dat er géen man ter wereld is, die z’n hoofd <span id="d0e1899" class="corr" title="Bron: neit">niet</span> zou willen buigen voor de vrouw, die hij liefheeft. + +</p> +<p>—Max! zei Clara naast hem, zacht, nam <a id="d0e1904"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1904">136</a>]</span>zijn hand, en drukte die spontaan. En die daad van het anders zoo terug-getrokken meisje trof hem zeer; hij wist zelf niet +waarom, zoodat hij blij was, toen het kind Karel in helsche kreten verviel: + +</p> +<p>—Hoera, Eva! leve, leve Eva! Eva, hoch! + +</p> +<p>Jan nam met overdreven hoffelijkheid een roos uit de vaas, die altijd op Max’ schrijfbureau stond, naderde Eva de Bruin, en +bood haar, potsierlijk-gebarend, de bloem. + +</p> +<p>—O! o! riep Eva, gelukzalig. + +</p> +<p>—Ja, goed! riep Sneeuw, Eva is nu de heerscheres in het rijk der schoonheid, maar wie is de heerscheres in ’t rijk des geestes? +(Niemand die zich ooit voor Eva de Bruin geneerde.) + +</p> +<p>—Eleonore! riep Max onmiddellijk. Hij zag niet de kleur, die bij het hooren van <a id="d0e1916"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1916">137</a>]</span>dien naam Clara’s heele gelaat overtrok. + +</p> +<p>—Ha, ja! Eleonore! riep Sneeuw. + +</p> +<p>—Ha, ja! Eleonore! bauwde Karel na. De groote geest! + +</p> +<p>—De chroote cheest! maakte Mientje het nog mooier. + +</p> +<p>—Mientje! riep Max streng. + +</p> +<p>—Ik spot niet! zei Mientje, zich verschrikt verdedigend. + +</p> +<p>—Ik vind juffrouw van Aalst, ’n merkwaardig mensch, zei Emilie met waardeering. Veel te goed, om door kinderen belachen te +worden. + +</p> +<p>—Ik acht haar hoog, zei Gerrie, ze is zoo verstandig, en toch ook zoo zacht. + +</p> +<p>—En ik vind ’t zoo flink van haar, dat ze ongetrouwd wil blijven! bewonderde Eva de Bruin. Ze zegt ronduit, dat ’t huwelijk +voor háar ’t ideaal niet is! <a id="d0e1934"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1934">138</a>]</span>Verbeeld je ongetrouwd willen blijven! + +</p> +<p>—Willen! willen! wacht maar even! riep Jan. Hij krabbelde wat op een stukje papier, en kondigde aan: + +</p> +<p>—Lied op Eleonore. + +</p> +<p>Luisteren jullie allemaal? En hij declameerde: + + +</p> +<div class="
 poem
 "> +<p class="line" style=""><span>Omdat haar niemand heeft verkoren, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Heeft zij de mannen afgezworen. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>O! Eleonore! +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Maar komt er een met lonk en lach, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Dan trouwt zij morgen aan den dag, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Eleonore! +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Leonore! +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Lenore! +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Nore,— +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ach!</span></p> +</div> +<p>Allen lachten, en deden uitroepen van bewondering om Jan’s vernuft en vlugheid van rijmen, maar Max, met flikkerende oogen, +stond opeens voor Jan, en rukte hem het stukje papier uit de handen. +<a id="d0e1965"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1965">139</a>]</span></p> +<p>—Bah! lafaard! stiet hij uit. + +</p> +<p>Er was een oogenblikkelijke ontsteltenis. Jan keek verbouwereerd, Sneeuw suste: Nou, nou! Eva de Bruin bleef nerveus doorgichelen, +Emilie gaf Max gelijk, Mientje en Gerrie praatten samen: Was dat nou zoo erg? ’n grap! Ja, wèl erg, ze moesten zoo iets op +Eleonore niet zeggen. Nou, juist, omdat d’r geen schijntje van waarheid in is.... + +</p> +<p>Max’ lippen beefden nog van plotselinge ontroering; hij hoorde het gekakel wel om zich heen, maar hij nam er geen notitie +van. Met bitsen blik bezag hij nog Jan, terwijl hij het papier in elkaar frommelde, en het met een nijdigen ruk in de prullenmand +wierp. Toen keerde hij zich om, en kreeg een schok, die hem van het hoofd tot de voeten doorliep. Want daar stond <a id="d0e1972"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1972">140</a>]</span>Clara, met een donkeren blos op het gezicht, en de treurige oogen vol tranen. Zij had zijn geheim geraden.... maar <i>hij</i> ook het háre.... <i>zij</i> was de Eva, de schrijfster der brieven.... en zij had hem lief.... + +</p> +<p>Hij kon niets zeggen, niets doen; de aandoening klopte hem door het bloed, en hij vreesde door een enkel woord zijn gevoelens +te verraden. Eerst moest die troep hier weg zijn, dan.... + +</p> +<p>Hij ging staan voor het raam, en tuurde in de straat, zóo weg in zijn gedachten, dat hij geen acht gaf op de schouderkloppen +van Karel: + +</p> +<p>—Kom, Max, boy, ben je nou gek? of op de troostredenen van Sneeuw, dat Jan zoo’n vreeselijk berouw had, of op het gekerm van +Jan zelf, die zijn stem had teruggekregen, en schreeuwde, dat hij het nooooit weer zou doen.... +<a id="d0e1986"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1986">141</a>]</span></p> +<p>Hij lette op niets, totdat de vreemde nevel uit zijn hersens was weg-gedreven, en hij weer denken kon. + +</p> +<p>Het was hem, of hij was ondergedoken geweest in een donkerte van raadsel en twijfel, en nu plotseling weer boven-kwam, verhelderd, +verruimd, in het besef, dat hij zich had vergist.... maar dat zijn vergissing schitterend hersteld worden kon.... + +</p> +<p>Wat vond hij het nu zonderling te bedenken, dat hij gewaand had, deze oudere, moederlijke, al te onafhankelijke vrouw lief +te hebben.... terwijl naast hem het bloeiende jonge meisje stond, dat hem helpen en leiden wou, en het zeker beter zou kunnen, +omdat zij met hem gelijk in jaren was, en hem dus beter begreep.... + +</p> +<p>Hoe dwaas, hoe dwaas, dat een menschelijke geest zoo gemakkelijk op dwaalwegen <a id="d0e1995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1995">142</a>]</span>komt.... En wat een groot geluk dan, te merken, dat alles toch terecht komen zal.... + +</p> +<p>Goed kind, sterk kind.... dat haar liefde verborgen hield, zoolang als het noodig was.... die niets vroeg voor zichzelve, +en alleen maar wilde, dat <i>hij</i> een beter, een mooier, een grooter mensch worden zou.... + +</p> +<p>Ziezoo nu was hij weer kalm, heel kalm en tevreden. Hij wendde zich naar het gezelschap, dat zich nog steeds uitputte, om +hem tot bedaren te brengen. + +</p> +<p>—Soedah! zei hij. Zanik toch niet door. Ik ben ’t al lang weer vergeten. + +</p> +<p>—O, zoo! nou, zég dat dan! + +</p> +<p>—Waarom sta je dan zoo van lotje getikt uit ’t raam te kijken? + +</p> +<p>—Gaat ’t jóu wat aan? + +</p> +<p>—Nou, soedah! riep ook Sneeuw. Niet <a id="d0e2014"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2014">143</a>]</span>meer over spreken! Mientje, mag ’k jou nog ’s ’n sandwich presenteeren? + +</p> +<p>—Hemel, ik dank je wel, ik heb er geloof ik, al vijfentwintig gegeten.... + +</p> +<p>—Excusez du peu! + +</p> +<p>—Ik moet ook trouwens naar huis. Hemel, ’t is al half zes. + +</p> +<p>—Hemel! ’t is al half zes! riepen Gerrie en Emilie. En in een oogenblik verdrongen de meisjes elkaar voor den spiegel, om +de hoeden op te zetten, zij trokken de handschoenen aan, en accepteerden het geleide van een cavalier, of sloegen het beleefdelijk +af. + +</p> +<p>—Clara, ik breng jou thuis, zei Max, zonder te vragen, of zij het goed vond, en Clara antwoordde niet. Zij voelde zich zoo +vreemd bewogen; zij wist, dat zij aan Max haar liefde verraden had, zij had begrepen, <a id="d0e2026"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2026">144</a>]</span>dat hij van een andere hield.... en toch was zij aangedaan met een lichte vreugde, terwijl zij diep bedroefd was tegelijk.... + +</p> +<p>Zij kon zijn geleide niet weigeren; zij vertrouwde zich nu niet genoeg om een luchtigen, schertsenden toon aan te slaan. Zij +was wel veel liever rustig alleen naar huis gegaan, maar zij voelde zich zóo verlegen nú tegenover hem, dat zij zonder eenig +protest zijn gezelschap aanvaardde. Wat zou hij zeggen?.... Hij zóu iets zeggen, dat begreep zij. Maar zij zou het niet toe-laten +o, nooit! dat hij haar troostte met de banale, ijdele, ongemeende woorden, die hij, zij wist het, voor alle voorkomende gelegenheden +in voorraad had. Liever.... liever, dan dat hij zóo tot haar sprak, zou zij breken met hem, zag zij hem nooit <a id="d0e2030"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2030">145</a>]</span>meer terug. Zij was geen Eva de Bruin, zelfs geen Gerrie, die zich deemoedig tevreden stelde, met de kruimpjes, die er afvielen +en overbleven van zijn genegenheid. O, als hij durfde! als hij zóo tegen haar durfde spreken, als tegen de anderen!.... + +</p> +<p>Zij trilde van opgewondenheid en nervositeit, en toch beheerschte zij zich uit alle macht. Gelukkig, dat niemand iets van +het incident tusschen Max en haar had gemerkt; zij hadden het allen veel te druk met Max gehad, Max was altijd het middelpunt.... + +</p> +<p>Onder rumoerig gelach en gescherts waren de meisjes en jongelui uiteen gegaan. Luide groeten riepen zij nog elkander na, met +grapjes op Eva de Bruin, die telkens nog omkeek naar Max, maar te veel haast had, om thuis te komen, daar haar Pa met <a id="d0e2036"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2036">146</a>]</span>eten niet wachten wou, en zij Max dus niet na-loopen kon.... en op Emilie, die Robert stevig onder den arm had genomen, en +hem weg-voerde in haar veilige hoede.... Maar Clara kon niet mee-lachen en pret-maken, zooals anders; zij was niet vroolijk; +het tintelde tot in haar vingertoppen van een vreemden angst.... zij was zóo bevangen door het besef, dat hij haar liefde +voor hem nu wist, dat zij met neergeslagen oogen voort-liep, in een sterken aandrang tot schreien. + +</p> +<p>—Clara, zei Max, toen de anderen uit het gezicht verdwenen waren. Ik heb iets in je houding gezien, iets, dat me moed geeft, +om zoo tegen je te spreken, als ik nu ga doen, Clara. Ik heb je.... + +</p> +<p>Een snelle, sterke blos bekleurde haar heele gezicht. Zou hij toch, o, zou hij toch.... +<a id="d0e2042"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2042">147</a>]</span></p> +<p>—Stil, Max, zeg niets verder, vroeg ze zacht. Je mág niet zoo tegen me spreken. + +</p> +<p>—Claartje, wat bedoel je? + +</p> +<p>—Ik ben niet als die anderen allemaal, barstte zij uit. En als je ’n gentleman was, dan zou je er niet op letten, dat ik in +’n onbewaakt oogenblik me heb verraden. Nee, daar zou je niet op letten. ’t Is leelijk van je, leelijk, te zeggen, dat je +daardoor “moed” hebt gekregen, ik vind ’t geen moed, ik vind ’t lafheid, laagheid! + +</p> +<p>—Clara, je vergist je. Zie me ’s aan, kind? + +</p> +<p>De toon van zijn stem was zoó dringend-ernstig, dat zij onwillekeurig de oogen naar hem opsloeg. En tot haar verbazing, maar +ook tot haar vreugde zag zij, dat er niets van overmoed was in zijn gezicht. De uitdrukking in zijn oogen verwarde haar: <a id="d0e2053"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2053">148</a>]</span>zij had die er nog nooit in gezien: zijn blik was zoo vriendelijk, zoo teeder bijna.... Maar zij begreep het nog niet.... +er was toch immers een andere?.... + +</p> +<p>—Ik had niet moeten spreken van moed, ik had moeten zeggen, dat ik zoo dankbaar ben, zoo dankbaar, voor wat ’k opeens heb +begrepen. Clara, laten we geen preutsche praatjes houden; jij hebt me lief.... mag ik dat zoo maar zeggen? En ik heb jóu lief, +Clara. + +</p> +<p>—O, Max, Max, hoe kan je dat nu zeggen, terwijl je zooeven mij openlijk hebt getoond.... + +</p> +<p>—Wat? + +</p> +<p>—Hoe je dacht over.... + +</p> +<p>—Over Eleonore? + +</p> +<p>Zij wendde haar gezicht van hem af. + +</p> +<p>—En toch heb ’k haar niet lief, Claartje, <a id="d0e2069"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2069">149</a>]</span>maar jou. Kan je me begrijpen? of wil ik later alles eens duidelijker zeggen? + +</p> +<p>—Nee, nu, nu. + +</p> +<p>—Ik.... ik dacht.... ik verbeeldde me, dat ik van Eleonore hield. En toch wás ’t niet zoo. Dat is zoo iets vreemds, zoo iets +wonderlijks in me geweest, dat ik ’t mezelf nog niet goed kan verklaren. Hoe zou ’t mogelijk zijn, dat ik haar liefhad, zij +zoo wijs, zoo koel, en.... zooveel ouder dan ik. En toch, ik begrijp m’n vergissing ook weer wèl. Wat ik in haar zocht, was, +wat ik bij geen enkele vrouw nog had gevonden: ernst, toewijding, onzelfzuchtige liefde, en vooral hoopte ik van haar: steun, +leiding, hulp. Maar <i>liefde</i> van mijn kant, was ’t niet. En nu moet ’k je wat zeggen, Clara. Maar je moet goed luisteren. Dat verlangen van mij naar ernst +in een liefdesverhouding, <a id="d0e2078"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2078">150</a>]</span>die behoefte aan hulp, die wil om op te zien, naar de vrouw, van wie ik houd, dat alles, wat beter in me is, dan ’t lage, +alledaagsche van m’n natuur, dat alles heb <i>jij</i> in me opgewekt, Clara. + +</p> +<p>—Ik? + +</p> +<p>—Ja.... Ben jij dan de “Eva”,—de schrijfster van de brieven niet? + +</p> +<p>Zij boog het hoofd zoo diep, dat hij niets van haar gezicht kon zien, dan een streep van haar hoog-blozende wang. + +</p> +<p>—En toen je me zoo aankeek, straks, je weet wel, toen had er opeens ’n omkeer in me plaats. Al m’n gedachten en gevoelens +wervelden dol door elkaar. Een oogenblik was ik totaal de kluts kwijt. En toen opeens werd ’t me zoo helder: dat ik de schrijfster +van die brieven had liefgehad.... al lang.... al zoo lang.... +<a id="d0e2091"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2091">151</a>]</span></p> +<p>—O, is dat waar?.... + +</p> +<p>—Ja! dat ik haar, haar-alleen, en al lang had liefgehad.... Lieveling.... lieveling.... geloof je me? + +</p> +<p>—Ja.... ja.... ik kan niet anders, dan je gelooven.... Max. + +</p> +<p>—En dat ik zocht naar de geest, die die brieven schreef, dat weet ’k nu. Ik zocht, ik zocht.... en toen, ja! toen vergiste +ik me, en dacht, dat Eleonore.... + +</p> +<p>—’t Is geen wonder.... Eleonore is zoo veel.... + +</p> +<p>—Juist, juist, omdat ze zoo veel meer dit en dat is, dan jij.... daarom, dáárom is ze voor mij niet geschikt. Begrijp je dat? + +</p> +<p>—Ik heb de goede maat? vroeg zij, en keek schalks lachend tot hem op. + +</p> +<p>Het trof hem, hoe mooi en lief zij eensklaps <a id="d0e2108"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2108">152</a>]</span>werd, nu zij zoo blij lachte.... Zij had dus ook nog een anderen kant, dan ernst alleen.... En dat was goed voor hem, héel +goed,—veel beter dan “degelijkheid”, zonder meer, die hem toch noodzakelijk op den duur moest vervelen.... + +</p> +<p>—Schat!.... fluisterde hij. + +</p> +<p>Zij bloosde, en boog het hoofd, maar keek hem toch weer aan, en hij vond, dat zij al mooier en mooier werd. + +</p> +<p>—Had je dan gedacht, dat Eleonore de brieven schreef? + +</p> +<p>—Ja.... nee.... dat heb ik nooit in ernst gedacht. Misschien, als ’k me precies rekenschap had gegeven van alles, zou ’k zelf +wel hebben ingezien, dat zij toch niet was, zooals ik verlangde. Zij kan niet jong en vroolijk meer zijn.... En dat heb ’k +toch óok noodig; daar zou ’k m’n heele <a id="d0e2118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2118">153</a>]</span>leven toch niet buiten kunnen. Gelukkig, dat Eleonore wijzer was dan ik.... + +</p> +<p>—Hoe dan?.... + +</p> +<p>—Wel, omdat ze me, goddank, heeft afgewezen.... + +</p> +<p>—O! heb je haar.... + +</p> +<p>—Ja.... Stelt je dat teleur, lieveling? + +</p> +<p>—Nee.... ik.... + +</p> +<p>—Ik geloof wel ’n beetje? Maar wees er niet bedroefd om, hoor? Je moet er dankbaar voor zijn, dat je overmoedige Max, met +zijn “kleine ijdelheid”, je weet wel, hè?.... zoo’n vernederende ondervinding heeft opgedaan.... + +</p> +<p>—’t Is toch niet zoo heel prettig, te weten, dat je alleen faute de mieux.... + +</p> +<p>—O, maar, kind! kind! wat vertel je nu? + +</p> +<p>—Ja: als zij je maar had aangenomen, dan.... +<a id="d0e2138"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2138">154</a>]</span></p> +<p>—Dan zouden we ’n tijdje geëngageerd zijn geweest, ja! Maar lang had ik ’t niet uitgehouden. Dat weet ik nu wel. Liefje, kan +jij óok al zoo echt-meisjesachtig jaloersch zijn? Vermakelijk! + +</p> +<p>—Lach jij maar.... jij begrijpt niet, dat ik me eigenlijk vernederd door je aanzoek moet voelen. + +</p> +<p>—Jij? jij? vernederd door ’n aanzoek van mij? van mij, Max? Grappig kind! + +</p> +<p>En hij barstte uit in zoo’n schaterenden lach, dat zij onmogelijk haar gezicht ernstig kon houden onder zijn joligen blik, +en ten slotte maar mee-lachte. + +</p> +<p>—Hoor, zei hij, nu weer ernstiger. Als er ook maar iets in was, dat onaangenaam voor jou kon zijn, dacht je dan, dat ik er +zoo maar luchtig met jou over spreken zou? Dan zweeg ik er in dit oogenblik toch over, kind? <a id="d0e2149"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2149">155</a>]</span>Nee, kom, laten we nou blij zijn, laten we nou vroolijk zijn.... D’r ontbreekt niets aan m’n geluk, dan één enkel ding.... + +</p> +<p>—En wat? + +</p> +<p>—’n Zoen. + +</p> +<p>—Die krijg je straks, hoor? + +</p> +<p>—Lieveling.... + +</p> +<p>—O, Max, wat kijk je sentimenteel.... + +</p> +<p>—Ja, dat kan ’k óok wel. Maar pas nu maar op. Ben je niet bang, dat ik je al je vinnige reprimandes en boozigheden betaald +zetten zal? + +</p> +<p>—Nee, daar ben ’k heelemaal niet bang voor. + +</p> +<p>—Waarom niet? + +</p> +<p>—Omdat ze je veel te veel goed hebben gedaan. + +</p> +<p>—Heusch, kan je dat merken? vroeg hij, jongensachtig. +<a id="d0e2171"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2171">156</a>]</span></p> +<p>—Goeie, lieve jongen, zei ze, en stak spontaan even haar arm door den zijne. Wat is ’t goed, o, wat is ’t goed, dat ik me +over jou heb ontfermd. + +</p> +<p>—O, dat is edel! + +</p> +<p>—Spot nou niet, hoor, dat wil ik niet. + +</p> +<p>—O, nee, Eva. + +</p> +<p>—Ja, dat is wel goed, noem me maar Eva. Dat herinnert je er aan, wat ik eigenlijk voor je ben.... + +</p> +<p>—Wat dan? + +</p> +<p>—’n Meesteres. + +</p> +<p>—Uitstekend! uitstekend! + +</p> +<p>—Nee, zeg, Max.... we zijn nu haast thuis.... zeg, ben je nooit boos geweest om die brieven? + +</p> +<p>—Woedend, dikwijls! Verontwaardigd! + +</p> +<p>—Ja, ik kon ’t niet helpen.... + +</p> +<p>—Nee, maar m’n woede bewijst immers, <a id="d0e2196"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2196">157</a>]</span>hoe zeer ik je woorden noodig had? Troost je maar.... heb maar geen spijt. + +</p> +<p>—O, spijt? Nooit. Ik heb alleen misschien spijt.... + +</p> +<p>—Waarover dan? + +</p> +<p>—Dat ’k zoo onweerhouden blijk heb gegeven, hoeveel ik van je hield.... + +</p> +<p>—Houd, hoop ik? + +</p> +<p>—Maar ’k dacht ook niet, dat je óoit zou weten.... + +</p> +<p>—Ja, daar heb je ’t nou! Je blijft toch vrouw, ’n echte vrouw, en je verraadt je natuurlijk toch in zoo’n geval. Daar ben +je vrouw voor.... + +</p> +<p>—Nee, hoor hem! + +</p> +<p>—Maar ’t spijt je toch niet, dat ’k nu weet, wie je <span id="d0e2214" class="corr" title="Bron: ben">bent</span>, en gelukkig gemaakt word door jou? + +</p> +<p>—Nee, nee, dat niet! + +</p> +<p>—Nou, dan geen muizenissen meer.... Of is er werkelijk nóg wat? +<a id="d0e2221"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2221">158</a>]</span></p> +<p>—Ja, ik heb medelijden met.... + +</p> +<p>—Met Eva de Bruin zeker? Ja, dat is ’n moeilijk geval; ik ben nu eigenlijk met twee meisjes geëngageerd,—en met twee Eva’s +nog wel! + +</p> +<p>—Spot maar. Nee, met die heb ik geen medelijden, maar met Gerrie. + +</p> +<p>—Gerrie is ’n goed en aardig kind, maar toch niets voor mij? + +</p> +<p>—Maar heb je dan geen medelijden met haar? Ze houdt toch van je?.... + +</p> +<p>—En wie weet, hoeveel er houden van jou, die jij ongelukkig maakt, door met <i>mij</i> te trouwen? + +</p> +<p>—Hándige jongen.... + +</p> +<p>—Ik ben niet handig.... Ik wil alleen maar niet meer over allerlei kwesties praten.... Ik wil gelukkig zijn! Genieten van +m’n geluk!.... + + + + + +</p> +</div> +</div><a id="d0e2241"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2241">159</a>]</span><div class="back"> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">In VEEN’s GELE BIBLIOTHEEK verschijnt:</h2> +<ol class="lsoff"> +<li>ANNA DE SAVORNIN LOHMAN <b>Mara-Liefde.</b> + +</li> +<li>STIJN STREUVELS <b>De Oogst.</b> + +</li> +<li>MELATI VAN JAVA <b>In Extremis.</b> + +</li> +<li>Louis COUPERUS <b>Fidessa.</b> + +</li> +<li>STIJN STREUVELS <b>De Werkman.</b> + +</li> +<li>ELISE SOER <b>Tot Hoogen Prijs.</b></li> +</ol> +<p><b>Prijs fl. 0.50 gebonden.</b> + + +<a id="d0e2280"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2280">160</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">GUIDO GEZELLE, Dichtwerken,</h2> +<p>10 deelen. + +</p> +<p>inh. ƒ 3.75, geb. ƒ 5.50, geb. in leer ƒ 7.50. + +</p> +<p>De uitgave bevat: Dichtoefeningen—Kerkhofblommen—Gedichten, Gezangen en Gebeden, Kleengedichten—Liederen, Eerdichten en Reliqua—Tijdkrans +(2 deelen)—Reimsnoer (2 deelen)—Hiawadha’s Lied—Laatste Verzen. + +</p> +<p>Afzonderlijke deelen worden uit deze uitgave niet geleverd. + +</p> +<p>Deze uitgave is nu zoo goedkoop gesteld, dat het voor niemand meer een bezwaar kan zijn, ze aan te schaffen. Vroeger ƒ 17.20 +ing. ƒ 22.—geb., <b>thans</b> voor ƒ 3.75 ing., ƒ 5.50 geb. linnen, ƒ 7.50 gebonden leer. + +</p> +<p>In de Belgische Editie zijn nog verkrijgbaar: Dichtoefeningen—Kerkhofblommen—Gedichten, Gezangen en Gebeden, Kleengedichtjes—Liederen, +Eerdichten et Reliqua à ƒ 1.50 per deel ing., ƒ 1.90 gebonden. + +</p> +<p>Tijdkrans—Rijmsnoer à ƒ 2.50 per deel ing.; ƒ 2.90 gebonden. + +</p> +<p><b>Verzen</b>, 2<sup>e</sup> druk ing. ƒ 3.90 geb. ƒ 4.50. + +</p> +<p><b>Gedichten</b>, samengest. door Dr. J. Aleida Nijland, ing. ƒ 1.90, geb. ƒ 2.50, in leer geb. ƒ 3.50 + + +<a id="d0e2312"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2312">161</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">Van Louis Couperus verscheen:</h2> +<p></p> +<div class="table"> +<table width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Antieke Verhalen, van Goden en Keizers, van Dichters en Hetaeren.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Van en over mijzelf en anderen.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Aan den Weg der Vreugde.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Van Oude Menschen, de dingen die voorbijgaan</b>, 2 dln. +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De Berg van Licht</b>, 3 deelen à +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Dyonyzos</b>, Bandteekening van B. W. Wierink. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>God en Goden</b>, Bandteekening van J. Toorop. +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Over Lichtende drempels</b>, Bandteekening van Jules de Praetere +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 ing.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Majesteit</b>, 5<sup>e</sup> uitgave. Bandteekening van B<span id="d0e2398" class="corr" title="Niet in bron">.</span> W. Wierink. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Wereldvrede</b>, 2<sup>e</sup> uitg. +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Hooge Troeven</b>, Tweede druk. Bandteekening van H. P. Berlage Nzn. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb. +<a id="d0e2426"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2426">162</a>]</span> + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De Boeken der kleine Zielen.</b> Boek I. De kleine Zielen. +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Boek II. Het late Leven. </td> +<td valign="top">ƒ 4.25 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 4.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Boek III. Zieleschemering. </td> +<td valign="top">ƒ 4.25 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 4.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Boek IV. Het Heilige Weten. </td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">In pergament gebonden, per deel ƒ 10.–</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Bandteekening van Theo Neuhuijs.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De Stille Kracht</b>, 2e druk. Bandteekening van B. W. Wierink. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Langs Lijnen van Geleidelijkheid</b>, 2 deelen. Bandteekening van J. G. van Caspel. +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Eene Illuzie</b>, Tweede druk. Bandteekening van K. Sluijterman. +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Babel</b>, Bandteekening van Jan Toorop. +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Fidessa</b>, Tweede druk, Pracht-Editie. Met teekening van Jan Toorop. +</td> +<td valign="top">ƒ 2.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 3.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Psyche</b>, Tweede druk, Pracht-Editie. Met teekening van Jan Toorop +</td> +<td valign="top">ƒ 3.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 4.50 geb. +<a id="d0e2525"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2525">163</a>]</span> + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Psyche</b>, 4<sup>e</sup> uitgave (in het gewone formaat) geïllustreerd. Bandteekening van H. P. Berlage Nzn. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Metamorfoze</b>, Met portret van H. J. Haverman. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb. </td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Bandteekening van H. P. Berlage Nzn.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Extaze</b>, Derde druk +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Bandteekening van H. P. Berlage Nzn.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Noodlot</b>, Derde druk +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Bandteekening van H. P. Berlage Nzn.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Reis-Impressies</b>, Tweede druk. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Orchideeën</b>, Tweede druk. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Bandteekening van L. W. R. Wenckebach.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De Verzoeking van den H<span id="d0e2601" class="corr" title="Bron: ,">.</span> Antonius</b>, +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Een Lent van Vaerzen</b>, Tweede druk. (Gedichten) +</td> +<td valign="top">ƒ 1.40 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Bandteekening van K. Sluijterman.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Williswinde</b> (Gedichten). +</td> +<td valign="top">ƒ 1.40 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Bandteekening van L. W. R. Wenckebach.</td> +</tr> +</table> +</div><p> + +<a id="d0e2634"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2634">164</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">Van Stijn Streuvels verscheen:</h2> +<p></p> +<div class="table"> +<table width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De Mourlons</b>, naar het Fransch van Bouché. +</td> +<td valign="top">ƒ 3.25 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 3.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Kleine Verhalen</b>, naar het Noorsch van Björnson +</td> +<td valign="top" class="
 alignright
 "> </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Reinaert de Vos</b>, +</td> +<td valign="top">Velijn papier ƒ 32.–; </td> +<td valign="top">Holl. ƒ 60.–; </td> +<td valign="top">Japansch ƒ 100.–</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Najaar</b>, 2 bundels à +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Open Lucht</b>. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.25 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Stille Avonden</b>, Tweede druk, +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.25 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De Vlaschaard</b>, Vierde Druk, +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb. </td> +<td valign="top">Pracht-Editie ƒ 10.–</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Het Uitzicht der Dingen.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Bloemlezing</b>, (door Mej. Dr. J. Aleida Nijland) +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Dorpsgeheimen</b>, 2 bundels à +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Minnehandel</b>, Twee deelen +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Doodendans</b>. +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb. +<a id="d0e2752"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2752">165</a>]</span> + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Dagen,</b> Tweede druk +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.25 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Lenteleven,</b> Vijfde druk +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.25 geb. </td> +<td valign="top">Luxe-Editie ƒ 25.–</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Langs de Wegen</b>, Tweede druk +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.25 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Zonnetij</b>, Derde druk +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.25 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Zomerland</b>, Derde druk +</td> +<td valign="top">ƒ 1.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.25 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Gokkel en Hinkel</b>, met platen +</td> +<td valign="top">ƒ 0.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.25 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De witte Zandweg</b>. +</td> +<td valign="top">ƒ 0.25 ing.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Het Kerstekind</b>. +</td> +<td valign="top">ƒ 0.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.25 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Reinaert de Vos</b>, voor kinderen +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>André de Ridder</b>, Stijn Streuvels, met tal van platen. +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.90 geb.</td> +</tr> +</table> +</div><p> + +<a id="d0e2846"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2846">166</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">Van Jeanne Reyneke van Stuwe verscheen:</h2> +<p></p> +<div class="table"> +<table width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Mater Triumphatrix.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 3.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 4.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De “Arme” Vrouw.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 3.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 4.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Eva.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 3.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 4.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Huize ter Aar.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Het Leege Leven.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Arl.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Achter de Wereld.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Vrije Kracht.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De Illusie der doode Menschen.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Naar het Levend Model. De Kinderen van Huize ter Aar.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 4.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 5.50 geb. + +<a id="d0e2942"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2942">167</a>]</span> + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Zestien.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Zeventien.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Ik.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Geëngageerd.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Liefde. </b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Een Verloving.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Judith.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 0.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De loop der Dingen</b> +</td> +<td valign="top" class="
 alignright
 "> </td> +<td valign="top">ƒ 4.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De Heer van de State.</b> Tweede druk. +</td> +<td valign="top">ƒ 3.25 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 3.75 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Een Liefdesgeschiedenis.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.25 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.75 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Het Kind.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 3.90 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 4.50 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Hartstocht,</b> Oorspr. Haagsche Roman, tweede druk +</td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Tragische Levens.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Schetsen.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Impressies. Sonnetten en Verzen.</b> +</td> +<td valign="top">ƒ 1.25 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 1.60 geb.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Verzen.</b> Met portret +</td> +<td valign="top">ƒ 2.50 ing. </td> +<td valign="top">ƒ 3.– geb.</td> +</tr> +</table> +</div><p> + +<a id="d0e3088"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3088">168</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">GUIDO GEZELLE, Dichtwerken,</h2> +<p>10 deelen. + +</p> +<p>Prijs ing. ƒ 3.75, geb. ƒ 5.50, geb. in leer ƒ 7.50. + +</p> +<p>De uitgave bevat: Dichtoefeningen—Kerkhofblommen—Gedichten, Gezangen en Gebeden, Kleengedichten—Liederen, Eerdichten en Reliqua—Tijdkrans +(2 deelen)—Rijmsnoer (2 deelen)—Hiawadha’s Lied—Laatste Verzen. + +</p> +<p>Afzonderlijke deelen worden uit deze uitgave niet geleverd. + +</p> +<p>Deze uitgave is nu zoo goedkoop gesteld, dat het voor niemand meer een bezwaar kan zijn, ze aan te schaffen. Vroeger ƒ 17.20 +ing. ƒ 22.– geb., thans voor ƒ 3.75 ing., ƒ 5.50 geb. linnen, ƒ 7.50 gebonden leer. + +</p> +<p>In de Belgische Editie zijn nog verkrijgbaar: Dichtoefeningen—Kerkhofblommen—Gedichten, Gezangen en Gebeden, Kleengedichtjes—Liederen, +Eerdichten et Reliqua à ƒ 1.50 per deel ing., ƒ 1.90 gebonden. + +</p> +<p>Tijdkrans—Rijmsnoer à ƒ 2.50 per deel ing., ƒ 2.90 gebonden. + +</p> +<p><b>Verzen</b>, 2<sup>e</sup> druk ing. ƒ 3.90, geb. ƒ 4.50. + +</p> +<p><b>Gedichten</b>, samengest. door Dr. J. Aleida Nijland, ing. ƒ 1.90, geb. ƒ 2.50, in leer geb. ƒ 3.50 + +<a id="d0e3117"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3117">169</a>]</span> + +</p> +<p></p> +<div class="table"> +<table width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Bloemlezing</b>, samengesteld door Dr. J. Aleida Nijland, 5<sup>e</sup> verbeterde druk +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 0.90, </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.25</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Motto-Album</b>, met versieringen van Jules de Praetere. Prijs gebonden in linnen of gebatikt +</td> +<td valign="top">ƒ 1.50, </td> +<td valign="top">geb. in lêer ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Kleengedichtjes</b>, Eerste en Tweede bundel. Prijs per bundel +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 0.25, </td> +<td valign="top">geb. ƒ 0.50 </td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2">In één band linnen of stof </td> +<td valign="top">geb. ƒ 0.90 </td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2">in één band leer gewatteerd </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Laatste Verzen</b>, 3<sup>e</sup> druk +</td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Prozawerken</b>, +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">dl. I. Uitstap in de Warande. </td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">II. De Doolaards in Egypte. </td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">III. Van den Kleenen Hertog. </td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="
 alignright
 "></td> +<td valign="top" colspan="2">3 deelen ingenaaid ƒ 3.– </td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="
 alignright
 "></td> +<td valign="top" colspan="2">3 deelen gebonden ƒ 4.50</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>De Ring van het Kerkelijk Jaar</b>, +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50, </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Loquela, tot Woordenboek omgewerkt</b>, +</td> +<td valign="top">geb. ƒ 20.–</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Kerkhofblommen</b>, School-Editie +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.–</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Rijmsnoer—Tijdkrans</b>, 4<sup>e</sup> druk, per deel +</td> +<td valign="top">gebonden ƒ 2.50</td> +</tr> +</table> +</div><p> +<a id="d0e3228"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3228">170</a>]</span> + + +</p> +<p>GUIDO GEZELLE, Zijn Leven en Zijne Werken. + +</p> +<p>TWEEDE DRUK, met 16 Platen. + +</p> +<p>Prijs ƒ 1.50 ingenaaid, ƒ 1.90 gebonden. + +</p> +<p>Inhoud: + +</p> +<p><b>Guido Gezelle</b>, door S. Dequidt, + +</p> +<p><b>Dichter Guido Gezelle</b>, door S. Dequidt. + +</p> +<p><b>Guido Gezelle en de Friezen</b>, door J. Winkler. + +</p> +<p><b>Guido Gezelle zijne Kunst</b>, door Hugo Verriest. + +</p> +<p><b>Guido Gezelle en de jonge Limburgers</b>, door Aug. Cuppens. + +</p> +<p><b>Guido Gezelle</b> door Gustaaf Segers. + +</p> +<p><b>Beeld, Woord en Dicht bij Guido Gezelle</b>, door Dr. G. Verriest. + +</p> +<p><b>Guido Gezelle, de mensch en priester, de leider en dichter</b>, door H. Claeys. + +</p> +<p><b>Dietsche Warande en Belfort aan Guido Gezelle</b>, door Kan. Eug. de Lepelleer. + +</p> +<p><b>Koninklijke begraving</b>, door Hendrik Persijn. + +</p> +<p><b>Guido Gezelle</b>, door H. J. M. Donders. + +</p> +<p><b>Lijkrede uitgesproken op het graf</b>, door Dr. H. Claeys. + +</p> +<p><b>Guido Gezelle en de drukpers.</b> + +<a id="d0e3296"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3296">171</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">Nederlandsche Schrijvers.</h2> +<p><b>Anna de Savornin Lohman</b>, + +</p> +<p></p> +<div class="table"> +<table width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Wat nooit sterft </td> +<td valign="top">ing. ƒ 3.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Uit Christelijke Kringen </td> +<td valign="top">ing. ƒ 3.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Uit de sfeer gerukt </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Om de Eere Gods </td> +<td valign="top">ing. ƒ 3.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jonge Roeping </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Liefde, 2<sup>e</sup> druk +</td> +<td valign="top" class="
 alignright
 "></td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Kleine levensdingen </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Henri Borel</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Levenshonger </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Het daghet in den Oosten </td> +<td valign="top">ing. ƒ 4.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 4.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Van de Engelen </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Chineezen in N.-Indië </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.60</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Opstellen </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Studiën </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Stille Stad </td> +<td valign="top" class="
 alignright
 "></td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Chineesche kunst </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.75 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Anna van Gogh-Kaulbach</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Otto van Lansveld </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.40 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Voor twee levens </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.30 +<a id="d0e3484"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3484">172</a>]</span> + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Johanna van Woude</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Van hart tot hart, 2<sup>e</sup> uitgave +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 0.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.25</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Van de muziek des levens, 2<sup>e</sup> druk +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 0.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.25</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Een verlaten Post, 4<sup>e</sup> druk +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 0.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.25 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Henri van Wermeskerken</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Leo Smeder, 3<sup>e</sup> druk. +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 0.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.25</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Vervolg op “Hollandsch Binnenhuisje”.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Is. Quérido, Levensgang, 2<sup>e</sup> druk. +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Frans Coenen Jr.,</b> + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Vluchtige Verschijningen </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Zondagsrust </td> +<td valign="top" class="
 alignright
 "></td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">In Duisternis </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Mr. M. G. L. van Loghem</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Fokel, 2<sup>e</sup> druk +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.– </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.50 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>P. A. M. Boele van Hensbroek</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Liefde en Leed </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Max van Ravestein</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Bij ons </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.50</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Aan d’Overkant </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.50 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Jan Wz. Andenne</b>, Frans Remaer, Van kussen en tranen, dl. I. +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 3.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Pieter Goeree, Van Kussen en tranen, dl. II. </td> +<td valign="top">ing. ƒ 3.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.90 +<a id="d0e3651"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3651">173</a>]</span> + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Overduyn-Heiligers</b>, Als de Sennah’s bloeien +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.50 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Zondigen </td> +<td valign="top">ing. ƒ 3.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 4.50</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Warm bloed </td> +<td valign="top" class="
 alignright
 "></td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.50</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Om zijn eer </td> +<td valign="top">ing. ƒ 4.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 5.50</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Vrouw </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.40 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Prof. J. V. de Groot</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Denkers van onzen tijd. </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.50 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Georg Grünewald Kz.</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Spaanders </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Van het Wondere Ambt </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>H. J. Schuurmans</b>, Van de oude garde en een jong Predikant, +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Boeka</b>, Pàhkasinum, Indische Roman, +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Melati van Java</b>, Haar Held, +</td> +<td valign="top" class="
 alignright
 "> </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Freule, </td> +<td valign="top" class="
 alignright
 "> </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Jeanne Haaxman</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Het Leven is als een Damp </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Virginie Loveling</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Het Lot der Kinderen </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Vondels Lyriek</b>, Bloemlezing. +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 </td> +<td valign="top">leer ƒ 4.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Joh. A. Wolters</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">In den Storm </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.40 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Van Oosten & Zoon </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.40 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Elise Soer, Gerda </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.40 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +</table> +</div><p> + + +<a id="d0e3853"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3853">174</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">In de VLAAMSCHE BIBLIOTHEEK verscheen:</h2> +<p></p> +<div class="table"> +<table width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Albrecht Rodenbach</b>, Complete Gedichten, +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.25 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="
 alignright
 "></td> +<td valign="top" colspan="2">Pracht-Exempl. ƒ 4.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Leo van Puyvelde</b>, Albrecht Rodenbach, 2<sup>e</sup> dr. +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Hugo Verriest</b>, Op Wandel +</td> +<td valign="top">ƒ 2.25 ing.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Regenboog, 5<sup>e</sup> druk +</td> +<td valign="top">ƒ 0.90 ing.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Dry Geestelijke Voordrachten </td> +<td valign="top">ƒ 0.90 ing.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Twintig Vlaamsche Koppen, 2<sup>e</sup> dr. 2 dln. +</td> +<td valign="top">ƒ 2.90 ing.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Voordrachten </td> +<td valign="top">ƒ 2.90 ing. + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>André de Ridder</b>, Hugo Verriest, +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Dr. Maurits Sabbe</b>, Aan ’t Minnewater, +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"><b>Caesar Gezelle</b>, Leliën van Dalen. +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Uit het Leven der Dieren, </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90</td> +</tr> +</table> +</div><p> + + +<a id="d0e3959"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3959">175</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="normal">Buitenlandsche Schrijvers.</h2> +<p></p> +<div class="table"> +<table width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Marie Corelli</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Het Eeuwige Leven </td> +<td valign="top">ing. ƒ 3.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 4.50</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Strijder, 7½ duizend </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Schat des Hemels, 14<sup>e</sup> duizend +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 0.60 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.–</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Ware Christen, 26<sup>e</sup> duizend +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Wereldlijke Macht, 13<sup>e</sup> duizend +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Alsem, 6<sup>e</sup> duizend +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Een Visioen van den Millionair, 3<sup>e</sup> duizend +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.– </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.50</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Delicia, 2<sup>e</sup> duizend +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Hall Caine</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Dweper. 2<sup>e</sup> druk +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Verloren Zoon, 4<sup>e</sup> dr +</td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Witte Profeet </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Vrederechter </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Gijzelaar </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Edward Stilgebauer</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Götz Krafft, 4dln </td> +<td valign="top">ing. à ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Beurskoning </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 +<a id="d0e4157"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4157">176</a>]</span> + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Mark Twain</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jeanne d’Arc </td> +<td valign="top">ing. ƒ 3.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 4.50 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Oscar Wilde</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Het portret van Dorian Gray, </td> +<td valign="top">ing. ƒ 0.60 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.– + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Gustav Freytag</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Soll und Haben </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 </td> +<td valign="top">in leer ƒ 4.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Felix Dahn</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Sigwalt en Sigridh </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.75 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.25 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Julius Stinde</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Hotel Buchholz </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.50</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Tante Constanz </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.50 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Alfred Fried</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Dagboek van een ter dood veroordeelde. </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Hélène Böhlau</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Het Rangeerterrein </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.50</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Vrijheid </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.50 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Rosa Mulholland</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Om Godswil </td> +<td valign="top">ing. ƒ 1.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.50 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Walter Besant</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Het Vierde Geslacht </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.50 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Jerome K. Jerome</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Schetsen </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.50 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 2.90 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>F. Reginald Statham</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Paul Kruger </td> +<td valign="top">ing. ƒ 2.90 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 3.50 + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2"><b>Williamson</b>, + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De opvoeding van Lord Loveland, </td> +<td valign="top">ing. ƒ 0.60 </td> +<td valign="top">geb. ƒ 1.10</td> +</tr> +</table> +</div><p> + + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/back.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="492" height="720"></div><p> + + +</p> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde +van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn +gemarkeerd met het corr-element. + +</p> +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens. + +</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ol class="lsoff"> +<li>05-JAN-2008 begonnen. + +</li> +</ol> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Plaats</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e118">Bladzijde </a></td> +<td width="40%">ongeduldlg</td> +<td width="40%">ongeduldig</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e227">Bladzijde 17</a></td> +<td width="40%">eemaal</td> +<td width="40%">eenmaal</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e258">Bladzijde 19</a></td> +<td width="40%">koors</td> +<td width="40%">koorts</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e559">Bladzijde 37</a></td> +<td width="40%">overdijft</td> +<td width="40%">overdrijft</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e621">Bladzijde 44</a></td> +<td width="40%">abonnés</td> +<td width="40%">abonnées</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1372">Bladzijde 97</a></td> +<td width="40%">peizender</td> +<td width="40%">peinzender</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1609">Bladzijde 118</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">—</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1849">Bladzijde 133</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">—</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1899">Bladzijde 135</a></td> +<td width="40%">neit</td> +<td width="40%">niet</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2214">Bladzijde 157</a></td> +<td width="40%">ben</td> +<td width="40%">bent</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2398">Bladzijde 161</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2601">Bladzijde 163</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Het vroolijke leven, by Jeanne Reyneke van Stuwe + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VROOLIJKE LEVEN *** + +***** This file should be named 24386-h.htm or 24386-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/4/3/8/24386/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/24386-h/images/back.jpg b/24386-h/images/back.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..187046e --- /dev/null +++ b/24386-h/images/back.jpg diff --git a/24386-h/images/front.jpg b/24386-h/images/front.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7617482 --- /dev/null +++ b/24386-h/images/front.jpg diff --git a/24386-h/images/spine.jpg b/24386-h/images/spine.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..88dd2ba --- /dev/null +++ b/24386-h/images/spine.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..77c155d --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #24386 (https://www.gutenberg.org/ebooks/24386) |
