summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--26102-0.txt4691
-rw-r--r--26102-0.zipbin0 -> 84773 bytes
-rw-r--r--26102-h.zipbin0 -> 522701 bytes
-rw-r--r--26102-h/26102-h.htm5705
-rw-r--r--26102-h/images/image01.jpgbin0 -> 67039 bytes
-rw-r--r--26102-h/images/image02.jpgbin0 -> 83388 bytes
-rw-r--r--26102-h/images/image03.jpgbin0 -> 84129 bytes
-rw-r--r--26102-h/images/image04.jpgbin0 -> 195260 bytes
-rw-r--r--26102.txt4693
-rw-r--r--26102.zipbin0 -> 84323 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
13 files changed, 15105 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/26102-0.txt b/26102-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..5eba657
--- /dev/null
+++ b/26102-0.txt
@@ -0,0 +1,4691 @@
+The Project Gutenberg EBook of Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reisjes in Zuid-Vlaanderen
+
+Author: Theodoor Sevens
+
+Release Date: July 21, 2008 [EBook #26102]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN ***
+
+
+
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+
+
+
+
+
+REISJES
+
+IN
+
+ZUID-VLAANDEREN
+
+DOOR
+
+THEODOOR SEVENS.
+
+
+MET PLATEN.
+
+
+KORTRIJK,
+BOEKDRUKKERIJ VAN EUGÈNE BEYAERT, UITGEVER,
+18, JAN PALFYNSTRAAT, 18.
+1901.
+
+
+
+
+I.
+
+Reizen.
+
+
+Onder de menigvuldige boeken en handschriften, door wijlen
+GOETHALS-VERCRUYSSE aan de stad Kortrijk geschonken, vindt men den
+«_Grooten Gentschen comptoir-almanach voor 1767_.»
+
+De bezitter van dit boek teekende, op de witte deelen der bladzijden,
+allerhande gebeurtenissen aan, welke gedurende het genoemde jaar
+voorvielen.
+
+Zoo schreef hij in de maand Juni:
+
+«Men heeft tot Ghendt ghevierd met de uyterste pracht het zeven
+honderdjarig jubile van de verheffing der reliquiën. Ick ook trok, den
+30 's morgens vroeg, het quart na vier ure, in compagnie van vier andere
+personen in eene koetse naer die stad. Wy waren 's voornoens ten tien
+ure en half tot Ghendt, en hoorden de elvemisse by de Recolletten.»
+
+Wat zou de brave man verbaasd staan kijken, indien hij weer in ons
+midden kon verschijnen! Ontelbare ijzeren wegen doorkruisen hedendaags
+gansch de beschaafde wereld. In ons kleine vaderland heeft het net eene
+lengte van meer dan vijf duizend kilometers...
+
+Zoodra men den stoomwagen kende, kwam de afstand niet meer in
+aanmerking. In ruim vijf uren vliegt men van Brussel naar Parijs; in
+vier en twintig uren stoomt men langs Namen, Luxemburg, Mets,
+Straatsburg, Stuttgart en Munich naar Weenen, in Oostenrijk.
+
+Dit gemak, gevoegd bij de geringheid der vervoerprijzen en de algemeene
+verspreiding van het onderwijs, heeft de menschen den lust tot reizen
+ingedreven.
+
+Voor 23 fr. mag men, gedurende vijftien dagen, op al de ijzeren wegen
+van den Belgischen Staat, naar hartelust weg- en wederreizen.
+
+Zelfs de mindere man is niet meer tevreden met de tuinen en velden, met
+de weiden en bosschen, die zijn geboortedorp omringen; hij wil de wijde
+wereld in, om met eigen oogen de werken der nijverheid, de
+voortbrengselen der kunst en de schoonheden der natuur te bewonderen.
+
+Hij droomt van het groote Londen en het prachtige Parijs; van
+Zwitserland, met zijne Alpen en sneeuwvelden, met zijne dalen en meren;
+van Rome, met zijne prachtige gebouwen; van het zonnige Oosten en het
+bedrijvige Amerika.
+
+Dan, velen haken naar vreemde landen en verre gezichten, en kennen de
+wonderen niet, welke de Voorzienigheid in ons klein land zoo kwistig ten
+toon spreidde.
+
+Hebben wij geen verrukkelijk zeestrand? Geene vruchtbare velden en
+malsche beemden? Geene zindelijke steden en vriendelijke dorpen? Hebben
+wij in het Zuid-Oosten, in Luik, Luxemburg en Namen, geene heerlijke
+bergen en dalen? Geene watervallen en majestatische grotten? Geene rijke
+mijnen en steengroeven?
+
+Wij stellen ons voor het zuidelijk gedeelte van Oost- en West-Vlaanderen
+-- de Vlaamsche Ardennen -- te doen kennen. Niet zelden zullen wij, om
+den weetgierigen lezer te bevredigen, onze beschrijvende schetsen met
+historische en andere bijzonderheden afwisselen.
+
+Want het woord van den dichter blijft altoos waar: Ken uw land, en gij
+zult het beminnen!
+
+
+
+
+II.
+
+De Vlaamsche Ardennen.
+
+
+Als men op eene landkaart eene rechte lijn trekt van Kortrijk naar
+Oudenaarde, eene andere van Oudenaarde naar Geeraardsbergen, eene derde
+van Geeraardsbergen naar Ronse en eene laatste van Ronse naar Kortrijk,
+zoo vormt men eene bijna regelmatige ruit, die ongeveer negen mijlen
+lang en nagenoeg drie mijlen breed is.
+
+Daar zijn «de Vlaamsche Ardennen.»
+
+Zuid-Vlaanderen is eene landbouwstreek. De grond is door den band
+kleiachtig, en brengt goede oogsten voort: tarwe en rogge, gerst en
+haver, aardappelen, wortelen en rapen, vlas en klaver.
+
+Twee heuvelreeksen loopen langs de oevers der Schelde: de eene aan den
+noordwestkant, de andere aan den zuidoostkant des strooms.
+
+De eerste scheidt den Scheldekom van den Leikom. Zij begint over
+Bellegem, loopende langs Sint-Denijs en Moen naar het Banhout, naar
+Ootegem, Ingooigem, Tiegem, Kaster, Ansegem, Gijzelbrechtegem en
+Wortegem.
+
+De zuidelijke keten begint aan den Kluisberg, bij Ronse, en richt zich
+langs Quaremont, Nukerke, Edelare en Eename naar Gaver. Eene vertakking
+gaat oostwaarts, tusschen Quaremont en Ronse, naar het woud van
+Vloesbergen, op de scheiding van Oost-Vlaanderen en Henegouw, naar
+Geeraardsbergen en het Brabantsche. Te Geeraardsbergen onderscheidt men
+nochtans het dal van den Dender.
+
+Tot de aanzienlijkste verhevenheden behooren: de Perreberg, te
+Sint-Denijs; de Keiberg, op het grondgebied van Moen, en de hoogvlakte
+van Tiegem, in West-Vlaanderen; -- de Edelareberg, bij Oudenaarde; de
+Koppenberg, bij Melden; de Kluisberg, tusschen Avelgem en Ronse; de
+Hootond, benoorden Ronse; de Muziekberg, ten Oosten van dezelfde stad,
+en de Oudeberg, bij Geeraardsbergen, in Oost-Vlaanderen; -- de
+Pottelsberg en de berg van Rhodes, in Henegouw.
+
+Verscheidene beken vloeien naar de Schelde.
+
+De Braambeek, komende van Sint-Denijs, kronkelt door Moen, en scheidt
+verder Heestert van Autrijve en Autrijve van Avelgem. In de XVIIe eeuw
+bracht zij nog eenen watermolen in beweging.
+
+De Arnoldusbeek ontstaat te Tiegem en vloeit naar Avelgem.
+
+De Ronne komt uit Henegouw, scheidt deze provincie van Oost-Vlaanderen,
+loopt langs Amengijs (Amougies) en Orroir, en valt tegen Avelgem in de
+Schelde. Dit riviertje gaf zijnen naam aan de stad Ronse.
+
+De Markebeek neemt haren oorsprong aan den voet van den Pottelsberg. Zij
+bespoelt de gemeenten Schoorisse, Marke en Etikhove en mengt, bij
+Leupegem, hare wateren met die der Schelde. Zeven watermolens werken op
+de Markebeek.
+
+De Zwalme ontspringt tusschen Vloesbergen en Nederbrakel. Zij besproeit
+deze gemeente en verder Michelbeke, Roosbeke, Rooborst, Munkzwalm en
+Nederzwalm, vallende in de Schelde tusschen Welden en Hermelgem. Het dal
+der Zwalme is overal zeer schilderachtig.
+
+In het dal der Lei vinden wij de Klakkaardsbeek, op het grondgebied van
+Kortrijk, en de Kastelnijbeek, te Vichte. Dit laatste riviertje
+scheidde vroeger de kastelnij van Kortrijk van die van Oudenaarde.
+
+Aan de kanten van Geeraardsbergen kronkelt de Molenbeek naar den Dender.
+
+De vaart van Kortrijk naar Bosuit, gedolven in 1858-1859, verbindt de
+Lei met de Schelde, langs Zwevegem en Moen. Tusschen deze twee
+gemeenten, op het gehucht Knokke, heeft men eenen tunnel gedolven, die
+665 meters lang en, met den trekweg, 6 meters breed is.
+
+Zuid-Vlaanderen bezit nog verscheidene bosschen: het bosch van Bellegem,
+tusschen Kortrijk en Doornik; het Banhout, bij Heestert; het
+Bouveloobosch, tusschen Ansegem en Wortegem; het Kapelbosch, te Tiegem;
+de bosschen van den Kluisberg en den Muziekberg; het bosch van
+Vloesberge en het bosch te Rijst, niet verre van Opbrakel.
+
+In vroegere eeuwen waren die wouden natuurlijk veel grooter dan thans.
+Vossen en wolven hadden daar hunne schuilplaats. Tusschen Volkegem en
+Eename wijst men den reiziger nog den Wolvenberg aan. Meer dan éene
+gemeente heeft eene Wolvenstraat of eenen Wolvenhoek.
+
+Nu en dan gebood men klopjachten, ten einde de wolven onschadelijk te
+maken. Zoo lezen wij in _de kleine Keurboeken_ der stad Kortrijk (1586):
+«Also myn heeren de hoochbailliu deser stede, metgaders de hoochpointers
+ende vryscepenen van de cassellerie van diere, gheinformeert zyn van de
+groote ende onsprekelicke schade, die de wolven in alle de prochiën de
+aerme landlieden zyn doende... zo eyst, dat zy goed ende expedient
+ghevonden hebben woensdaghe naest, metgaders noch de drie woensdaghen
+naervolgende, te doen eene generale jacht in elke prochie van de
+voorseyde cassellerie, opdat door zulk middel de voorseyde wolven
+zouden moghen aehterhaelt ende betrapt worden, immers ten minste
+verjaecht uit deze contreye.»
+
+In het Ambacht van Veurne breide men het volgende jaar «wulvenetten.»
+Verder betaalde men verscheidene «weynaers,» die, zegt de
+kastelnijrekening, «wulven ghevanghen hadden.»
+
+Talrijke spoorwegen doorsnijden de Vlaamsche Ardennen, en zullen onze
+uitstapjes vergemakkelijken. Het zijn: de baan van Kortrijk naar
+Oudenaarde, langs Stassegem, Deerlijk, Vichte, Ansegem, Elzegem en
+Petegem; -- de baan van Kortrijk naar Ronse, langs Zwevegem, Moen,
+Avelgem, Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies; -- de baan van
+Oudenaarde naar Gent, langs Eine, Heurne en Asper; -- de baan van
+Oudenaarde naar Zottegem, langs Eename, Munkzwalm en Rooborst; -- de
+baan van Oudenaarde naar Ronse, langs Etikhove; -- de baan van
+Oudenaarde naar Avelgem, langs Melden, Berchem en Ruien; -- de baan van
+Ronse naar Zottegem, langs Opbrakel, Nederbrakel en Michelbeke; -- de
+baan van Zottegem naar Geeraardsbergen, langs Erwetegem, Maria-Lierde en
+Hemelveerdegem; -- de baan van Ronse naar Lessen, langs Ellezele en
+Vloesbergen; -- de baan van Lessen naar Geeraardsbergen.
+
+Van Oudenaarde naar Ronse stoomende, komt men door eenen onderaardschen
+gang, die 420 meters lang is.
+
+
+
+
+III.
+
+Kortrijk.
+
+
+Kortrijk, gelegen op de twee oevers der Lei, heeft eene uitgestrektheid
+van ruim 2115 hectaren, deels in bebouwden, deels in onbebouwden grond.
+
+De eerste keure, aan de gemeente verleend, is van 1190.
+
+Nochtans was de eigenlijke stad, vóór 1386, niet groot. Zij was 600
+meters lang, van het Noord-Westen naar het Zuid-Oosten, tusschen de Lei
+en de Doorniksche poort; en 400 meters breed, van het Noord-Oosten naar
+het Zuid-Westen, tusschen de Kanunnikpoort en de Rijselsche poort.
+
+Het grafelijk kasteel stond destijds in den Noord-Oostelijken hoek, bij
+den oudsten Broeltoren, tusschen de Lei, den wal der stad en de kerk van
+O.-L.-Vrouw.
+
+De vergrootingen van Kortrijk gebeurden na 1386, door het delven der
+kleine Lei; -- na 1453, door de inlijving van Overbeke, buiten de
+Steenpoort; -- na 1577, door de versterking van Overlei.
+
+Toen Philip de Stoute de wethouders machtigde om de kleine Lei te
+graven, liet hij ook, bij de huidige Vischmarkt, een nieuw kasteel
+bouwen. Dit slot had zes torens en een grootsch voorkomen.
+
+Omtrent het midden der XVIIe eeuw maakten de Franschen zich meester van
+de stad. Waar nu de Esplanade is, braken zij twee kloosters en ruim 300
+huizen af. Tusschen de Esplanade en de Lei bouwden zij in 1647 eene
+vesting, voorzien van bolwerken en verschansingen.
+
+In de laatste zestig jaren heeft Kortrijk een nieuw uitzicht gekregen.
+Men vindt er verscheidene nieuwe wijken, met sierlijke lanen en breede,
+goed verluchte straten. De breedste straten kregen twee reeksen schoone
+boompjes.
+
+Kortrijk was meer dan eens het tooneel van gewichtige gebeurtenissen.
+
+Iedereen weet te spreken van den slag der Gulden Sporen, geleverd den 11
+Juli 1302. Gedurende de worsteling schoten de Franschen uit het kasteel
+het Begijnhof en eenige huizen aan de Markt in brand.
+
+Tachtig jaren nadien legden de overwinnaars van Roosbeke de stad in
+asch. Eene belasting op het bier en den wijn moest dienen om de gemeente
+uit hare puinen te doen oprijzen.
+
+In 1539 spanden Gent en Kortrijk samen tegen Karel V. Deze kwam uit
+Spanje en strafte beide steden.
+
+De XVIe eeuw was een tijd van jammerlijke woelingen, van rooverijen en
+bloedstortingen. Van den 12 Februari 1578 tot den 27 Februari 1580
+zetelden de Geuzen op het stadhuis, al de kloosters verwoestende, al de
+kerken plunderende.
+
+De grootste helft der XVIIe eeuw was almede een droevig tijdperk. De
+Franschen overrompelden de stad in 1667 en in 1683. De gemeente kwam van
+lieverlede tot zulke armoede, dat een groot deel van de inwoners de
+vlucht namen.
+
+Nog rampzaliger waren de laatste jaren der XVIIIe eeuw, wanneer men,
+zooals CONSCIENCE aanmerkt, niets meer eerbiedigde: noch godsdienst,
+noch zeden, noch eigendom, noch wetten der menschelijkheid.
+
+[Illustration: KORTRIJK. -- DE BROELTORENS.]
+
+Eene bulle van Eugenius IV, van 1434, zegt, dat Kortrijk alsdan 23000
+ingezetenen telde. Vóor de Fransche omwenteling bedroeg de bevolking
+11134 zielen; in 1820 ruim 15800; in 1867 ongeveer 23650; op het einde
+van December 1898 meer dan 33380. Ziedaar wel een bewijs, dat de
+nijverheid en de handel er bloeien en weelde verspreiden.
+
+Ten jare 1382 verslond het vuur eene menigte gebouwen, waaronder het
+stadhuis en Sint-Martenskerk.
+
+SIMON VAN ASSCHE, een Gentenaar, herbouwde het stadhuis in 1417 en
+volgende jaren. GILLIS PAUWELS, van Brussel, vervaardigde «eene
+wandelinghe of borstweere» boven den gevel; JAN RUEELE en WILLEM EUBINS,
+beiden van Kortrijk, kapten andere versieringen. In de nissen stelde men
+beelden van heiligen.
+
+Een Gentsche kunstenaar, te Kortrijk gevestigd, MARCUS VAN GHISTEL,
+«stoffeerde de balken,» leverde «glasen veysteren,» en schilderde met
+zijnen broeder «de beteekenisse van den jugemente ten uutersten daghe.»
+De XVe eeuw was een lijd van stoffelijke welvaart voor Vlaanderen. Ook
+maakten de schepenen een praalgebouw van den tempel der wet.
+
+Het stadhuis werd vergroot en gedeeltelijk herbouwd in 1526-1530. In
+1872 heeft men den voorgevel nogmaals hersteld.
+
+Twee groote, schoone schouwen wekken de bewondering der bezoekers. Zeker
+bestonden zij in 1527, aangezien de wethouders van Oudenaarde dit jaar
+eenen kunstenaar verzochten om er eene schets van te maken. In 1417-1418
+kapte de reeds genoemde Willem Eubins twee lijsten «om de caven,» die
+men in het stadhuis maken zoude, «eene boven ende eene beneden.»
+
+De schouw der bovenzaal is 2m,98 breed en 1m,32 hoog. Zij beslaat uit
+verscheidene vakken. Het hoogste vak telt acht beelden: het Geloof, de
+Nederigheid, de Milddadigheid, de Zuiverheid, de Naastenliefde, de
+Matigheid, het Geduld en de Waakzaamheid. In het tweede vak vindt men de
+Gerechtigheid en den Vrede, benevens acht ondeugden, passende onder de
+genoemde deugden: de Afgoderij, de Hoovaardigheid, de Gierigheid, de
+Onkuischheid, den Nijd, de Gulzigheid, de Gramschap en de Traagheid. In
+het midden van dit vak prijkt het beeld van Karel V, waaruit volgt, dat
+het kunstwerk zich niet meer in zijne oorspronkelijke gedaante voordoet.
+
+Het derde vak behelst raadselachtige onderwerpen. Evenwel ziet men
+dadelijk, dat de beeldhouwer gedacht heeft aan de kastijding der
+ondeugden en driften, welke hij in het middelste vak voorstelde.
+
+De schouw der benedenzaal is niet zoo fijn gebeiteld als de andere. Zij
+heeft insgelijks veranderingen ondergaan en vertoont: Mozes en den
+Zaligmaker; Albert en Izabella; O. L. Vrouw, met haar kindeken op den
+arm; Sint Marten, met het wapen van Kortrijk in de hand; Sint Salvator,
+met het wapen van Harelbeke; Sint Pieter, met het wapen van Tielt; Sint
+Egidius, met het wapen van Deinze; Sint Vedastus, met het wapen van
+Meenen, en Sint Elooi, met het wapen der dertien parochiën.
+
+GUFFENS en SWERTS hebben over eenige jaren de onderste schouw en de
+muren der zaal met goud en kleuren belegd, gelijk zij oorspronkelijk
+geweest zijn. Dit werk kostte 30000 fr.
+
+Buiten eene menigte kostbare handvesten bewaart men ten stadhuize den
+kleinen, ruitvormigen steen, dien de abdis van Groeninge op het graf van
+Sygis, den koning van Majorka, liet leggen.
+
+De eerste Halle van Kortrijk stond op de Groote Markt. Hedendaags prijkt
+daar nog een deel van het Belfort, voorzien van eene kleine spits en
+vier torentjes. Dit bijvoegsel is van 1519-1520. «Twee meesters
+werelieden van Ghendt,» en «twee meesters werelieden van Ryssele,» hier
+ontboden «by proosten en scepenen,» oordeelden immers, «dat de torre
+niet helpelic en was.» Vroeger was het Belfort zeer hoog. Een ijzeren
+man, Manten geheeten, sloeg de uren met zijne vuisten.
+
+De nieuwe Halle, in de Doorniksche straat, dagteekent van het midden der
+XVIe eeuw. In 1549 ontboden de schepenen verscheidene personen uit
+Doornik en Maubeuge «omme te overziene het werc van der nieuwer halle en
+te adviseeren het vulbringen van diere,» dit met den minsten kost
+mogelijk.
+
+De twee Broeltorens zijn merkwaardige gedenkstukken van vroegere
+krijgsbouwkunde. Even oud zijn ze niet. De toren, op den linkeroever der
+Lei, werd gebouwd uit kracht van een octrooi, onderteekend te Atrecht
+den 18 April 1411; de andere -- de Speitoren -- bestond vóor de
+uitvinding van het buskruit. Dit blijkt uit de bouwstoffen der
+grondvesten, uit de breedte der schietgaten, alsook uit den afstand
+tusschen die gaten en de vloeren.
+
+In den Speitoren vindt men thans het museüm oudheden.
+
+Sint-Martenskerk bestaat uit deelen van verschillende tijdstippen.
+Eenige pijlers, tusschen de vont en het koor, zijn uit het midden der
+XIIIe eeuw; de voorkerk, gebouwd door WILLEM ALUSSEN, is van 1413-1450.
+De kruisbeuk dagteekent van 1458-1468; de vont van 1473-1474; het koor
+van 1870. Vóor den brand van 1862 was het koor uit de XIVe eeuw, de
+Sinte-Annakapel van 1514-1522. Het metselwerk van den toren was
+voltooid in 1439; de houten naald in 1602. Toen FRANS HEYLINCK, van
+Antwerpen, in 1601 den «eersten naghel had geslagen,» kreeg hij een
+geschenk van wijn.
+
+Sint-Martenskerk bezit eenige goede kunstwerken: een H.-Sacramentshuis,
+gebeiteld door HENDRIK MAURIS in 1586; eene degelijke schilderij van
+BERNAARD DE RYCKERE, van Kortrijk, _de Nederdaling van den H. Geest over
+de Apostelen_ voorstellende; een tafereel van KAREL VAN MANDER,
+verbeeldende de onthoofding van Sinte Katharina; een koperen altaar,
+over weinige jaren geleverd door M. FIERLEFYN. Het snijwerk der vont, de
+zeven H. Sacramenten voorstellende, is eveneens zeer merkwaardig.
+
+Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen, die gaarne te Kortrijk verbleef,
+bouwde in 1200 de kerk van O.-L.-Vrouw, en vestigde er een kapittel van
+twaalf kanunniken met eenen deken.
+
+De kerk behoort tot den overgangsstijl, evenals de kerk van Pamele, die
+slechts dertig jaren jonger is. Eigenaardig is zij opgevat, in ongewonen
+vorm en ongewone lijnen, maar toch schoon in stand en samenstelling.
+
+Het koor schijnt hersteld te zijn geworden na de ramp van 1382. De kapel
+der Onbevlekte Ontvangenis is van 1420.
+
+Lodewijk van Male stichtte de heerlijke kapel der graven van Vlaanderen,
+een vorstelijk gebouw, waaraan de beste meesters uit de tweede helft der
+XIVe eeuw arbeidden. Dit deel was voltooid in het voorjaar van 1374. In
+de jaren 1866-1870 heeft men de grafelijke kapel prachtig hersteld, dank
+aan de kennis of de begaafdheden van kanunnik F. VAN DE PUTTE, JAN VAN
+DER PLAETSEN, baron BETHUNE en anderen.
+
+De kerk van O.-L.-Vrouw bezit eene prachtige schilderij van ANTOON VAN
+DYCK: _de Oprichting van het kruis_; een kostbaar marmeren altaar,
+geplaatst door HUBERT BOREUX, van Dinant; alsmede eene reliquie van
+onschatbare waarde: een haarlokje des Zaligmakers, medegebracht uit het
+H. Land door Philip van Elzas.
+
+Het was in de kapel van O.-L.-Vrouw, achter het hoofdaltaar, dat de
+Vlamingen in 1302 dankbaar de gulden sporen ophingen, welke zij op het
+zegeveld van Groeninge gevonden hadden. Toen men over eenige jaren het
+witsel van het gewelf krabde, ontdekte men aldaar de schildering van 116
+zwarte leeuwen op gelen grond.
+
+In de eerste helft der XVIIIe eeuw bekleedde men het geheele koor, tot
+aan de gewelfbogen, met marmer en gemarmerd hout. Dit bijvoegsel wordt
+thans geweerd, zoodat de gansche kerk weldra weer zal pralen in hare
+oorspronkelijke strenge schoonheid.
+
+De kerk van Sint-Michiel, plechtig gewijd den 18 Mei 1611 en vóor korte
+jaren kunstig hersteld door BETHUNE, is een bezoek overwaard. Hier rust
+het wonderdadig beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge, herkomstig uit de
+abdij van dien naam.
+
+Op het einde der XVIIIe eeuw brandden de Jacobijnen in deze kerk
+wierook voor de godin der Rede. Uit dien hoofde prijkt, bij het altaar
+van O.-L.-Vrouw, het gedenkteeken van den Boerenkrijg, onthuld den 9
+October 1898. Het draagt de namen van een en dertig gekende martelaars
+der vaderlandsche zaak: Jan Bouderez, Jan Verschaeve, Willem Vasure, Jan
+Maelfait, Willem Bourgois, Michiel Bonekaert, Jan van de Putte, Pieter
+Willein, Jan de Smedt, Pieter de Wulf, Jacob Verscheure, Fideel Kinds,
+Jan Braems, Pieter Berlamont, Jacob Verschaete, Jan Folens, Jan de
+Waele, Jacob Wallays, Pieter Albrecht, Jan Noppe, Willem Buyse, Lodewijk
+Missiaen, Pieter Baeckelandt, Lodewijk de Waele, Jozef de Vos, Frans
+Messeine, Jan Carlier, Augustijn Vroman, Jan Vroman, Frans van den
+Bulcke en Maria-Magdalena Schaede.
+
+De parochiale kerken, aan Sint-Rochus en Sint-Elooi toegewijd, zijn
+nieuw, de eerste van 1863, de tweede van 1882.
+
+Een der schilderachtigste hoekjes van Kortrijk is het Begijnhof, bij
+Sint-Martenskerk. Door den band zijn al de begijnhoven stille,
+gemoedelijke plaatsen te midden der woelige steden. Het Kortrijksch hof
+boeit ongemeen den bezoeker door zijne netheid, door zijnen
+vriendelijken eenvoud, door zijne ligging.
+
+De kapel, fraai hersteld en versierd, is van 1464. Het huis der
+Grootjufvrouw heeft een lief geveltje.
+
+Kortrijk schonk het leven aan vele beroemde mannen: aan JAN DAVID
+(1545-1613), den geleerden kamper tegen de Geuzen; -- aan JAN PALFYN
+(1650-1730), den grooten ontleedkundige, uit onbemiddelde ouders
+gesproten; -- aan JAN-BAPTIST HOFMAN (1758-1835), door VAN DUYSE
+Vlaanderens «meistersinger» geheeten; -- aan JACOB GOETHALS (1759-1838),
+eenen werkzamen kroniekschrijver, die heel zijne bibliotheek aan de stad
+schonk; -- aan FERDINAND SNELLAERT (1809-1872), eenen geleerden
+taalvorscher en verstandigen werker voor de volkszaak.
+
+Als schilders noemen wij PIETER VLERICK (1539-1581); -- BERNAARD DE
+RYCKERE, overleden te Antwerpen den 1 Januari 1590; -- ROELAND SAVERY
+(1576-1639); -- JAN DE JONGHE (1785-1844) en LODEWIJK ROBBE
+(1807-1887).
+
+JACOB VAN DE WALLE, geboren in 1599 en overleden in 1690, was een van de
+vermaardste Latijnsche dichters van zijnen tijd. HENDRIK BEYAERT,
+geboren den 29 Juli 1823, bouwde het hotel der nationale Bank, te
+Brussel; de Spoorhalle, te Doornik; het nieuw Krijgshospitaal, te
+Brugge.
+
+Kortrijk bezit eene menigte inrichtingen van onderwijs: verscheidene
+lagere scholen, zoo voor jongens als voor meisjes; een beschermd
+college, dat zich alle jaren in de wedstrijden onderscheidt; eene
+middelbare school van den Staat; eene school voor weesjongens,
+dagteekenende van 1562; een dergelijk gesticht voor weesmeisjes; eene
+academie van teeken- en bouwkunde; eene nijverheidschool; eene
+beroepschool; eene muziekschool; verscheidene openbare bibliotheken; een
+museüm van oudheden en een museüm van schilder- en beeldhouwwerken.
+
+Meer dan eene maatschappij beoefent den zang, het tooneel of de
+letterkunde. De oudste vereeniging is zeker de oude broederschap «van
+den heleghen Cruce ons Heeren,» erkend door de wethouders in 1514 «als
+een gulde van rethorijcke.»
+
+Het aloude Sint-Jorisgilde en de nering der arbeiders of pijnders hebben
+eveneens den storm der Fransche omwenteling overleefd. In het huidig
+lokaal der voetboogschutters, bij de Doornikpoort, bewaart men het
+_Edelbouck der guldebroeders_, op perkament, alsmede bogen, «paruren» of
+kleederen en eenen halsband met 59 schakels.
+
+Onder de openbare plaatsen zullen wij noemen: de Gulden-Sporenplaats,
+vóor de spoorhalle, versierd met een hofje; -- de Groote Markt, met het
+oude Belfort en het marmeren standbeeld van Mgr de Haerne; -- de
+Esplanade, beplant met struiken, heesters en boomen; -- de Wapenplaats,
+in de nabijheid van het Gerechtshof; -- de Casinoplaats, vóor het
+gevang, ook beplant met weelderige platanen; -- de Groeningelaan, eene
+lieve wandelplaals met olmen, grasen bloemperken. Breede lanen omringen
+gansch de stad. In de Palfynstraat, in de Doornikstraat, in de
+Hallestraat, in de Sint-Jorisstraat, op de Havermarkt, in de
+IJzeren-Wegstraat, rond de Markt en de Gulden-Sporenplaats groeien en
+bloeien kleine acacia's. Wij overdrijven niet, als wij zeggen, dat
+Kortrijk in de laalste jaren eene der vriendelijkste sleden van België
+is geworden.
+
+
+
+
+IV.
+
+Naar Groeninge.
+
+
+Geen Vlaming, of hij weet van Groeninge te spreken, waar de Klauwaards
+op den 11 Juli 1302 hunne erfvijanden verpletterden.
+
+Groeninge was alsdan een eiland, tusschen den wal der stad, de Lei, de
+Groeningebeek en de Sint-Jansbeek. Het had eene oppervlakte van nagenoeg
+60 hectaren.
+
+Van de Groote Markt vertrekkende en de Doornikstraat volgende, komen wij
+aan den ijzeren weg.
+
+De IJzeren-Weglaan, links, loopt over den ouden Neveldriesch. Rechts
+wuift het hoog geboomte van het Sint-Jorispark. Dit gedeelte van den
+Neveldriesch noemde men, na 1302, den Bloedmeersch. Nog vloeit de
+Bloedbeek door het park naar den ouden stadswal.
+
+Op het einde der Sint-Janslaan blijven wij staan. Over de huizen zoeken
+wij de spits en het kruis van den toren der hoofdkerk. Vóor ons hebben
+wij dus de westelijke grens van het slagveld.
+
+Nu kijken wij over de Veemarkt naar het torentje van Sint-Antoniuskerk.
+Zoo bepalen wij nagenoeg de zuidelijke grens of den loop der
+Sint-Jansbeek, gedempt in 1444. De Sint-Jansbeek, komende uit de
+Groeningebeek, diende om den wal der stad te spijzen. Op hare oevers
+hadden de drie stormloopen plaats, waarvan de kroniekschrijvers gewag
+maken.
+
+De Veemarkt is ongeveer twee hectaren groot. Wij slaan de Veldstraat in
+en merken weldra, rechts, eene hofstede en eenen lusttuin. Daar vloeit
+de Groeningebeek; daar is de oostelijke grens van het slagveld.
+
+De tegenwoordige Groeningelaan, ter linkerhand, ligt derhalve in den
+zuid-ooslelijken hock.
+
+Tusschen de Lei, de Groeningebeek en den Gentschen weg rees de abdij van
+Groeninge, gebouwd vóor 1268.
+
+Eén groote weg doorsneed de aangeduide vlakte: de Harelbeeksche straat,
+nu de Voorstraat en de Gentsche baan uitmakende. Hij had éene
+vertakking: de Lange-Merestraat, lhans de Molenstraat geheeten. De
+Oudenaardsche baan, verlegd in 1571, was de voortzetting der Merestraat.
+
+Hedendaags is het grootste gedeelte van Groeninge bebouwd. Buiten de
+reeds genoemde straten, vindt men er de volgende wegen en pleinen: de
+Groeningestraat, de Houtmarkt, de Lambrechtstraat, den Kring, de
+Sint-Jansstraat, den Stompaardshoek, de Potterijstraat, de Esplanade, de
+Kanaalstraat.
+
+De meergenoende Groeningelaan is eene schoone wandelplaats. Zij is 375
+meters lang en 40 meters breed. Hooge boomen, bloeiende heesters,
+golvende graspleinen en lieve bloemperken volgen op elkander, Maar
+fluisteren de olmen geene sagen uit den voortijd, geene lessen voor de
+toekomst?
+
+ De zonne rijst... Ik wandel den ouden Kouter rond.
+ Waar, leunend op zijn wapens, het Vlaamsche leger stond,
+
+ De vogel neurt zijn liedje, het loover knikt en trilt...
+ Ik hoor gebriesch van paarden en kreten, woest en wild.
+
+ Zij komen trotsch en tergend, vol waan en overmoed;
+ Zij gaan hun lansen ploffen in slecht en hondsch gebroed!
+
+ Zij komen trotsch en talrijk; maar de onzen springen recht,
+ En beuken met hun knodsen op edelman en knecht.
+
+ Wat kerven, kneuzen, moorden met bijl en goedendag!
+ En boven barmen lijken ontrolt men Vlaandrens vlag...
+
+ De zonne straalt... Ik wandel den ouden Kouter rond,
+ Waar, steunend op zijne armen, liet Vlaamsche leger stond.
+
+ Daar schudt een boom zijn takken: «Hier vocht men Vlaandren vrij;
+ Doch moet het eeuwen duren, eer Vlaandren dankbaar zij?»
+
+Bij het nieuw gedeelte van het oude-mannenhuis vormt de Groeningelaan
+eenen kleinen elleboog.
+
+Eene nieuwe laan, van verscheidene meters breedte, vertrekt naar de
+Esplanade, en bakent de plaats af, waar het gedenkteeken zal oprijzen,
+dat het Dietsche volk in 1902 ter eere van zijne voorvaderen wil
+onthullen.
+
+Eenige schreden verder, tegen den Gentschen weg, staat, half verscholen
+in den gevel der huizen, het oude kapelleken van Groeninge, over weinige
+jaren versierd en voorzien van een toepasselijk opschrift:
+
+ IN : T : JAER : ONS : HEREN : 1302 :
+ OP : SENTE : BENEDICTUS : DACH : IN :
+ HOYMAENT : WAS : DE : STRYT : TE : CURTRYCKE :
+ ER : ZYN : DOOD : GEBLEVEN : OMTRENT :
+ 21000 : MN : WAERONDER : 63 :
+ HERTOGEN : GRAVEN : EN : 1800 :
+ BAENDERHEREN : EN : EDELEN :
+ R : I : P :
+
+ * * * * *
+
+Het veld kennende, moeten wij ook den slag en zijne gevolgen herdenken.
+
+Uit de staten van Karel den Groote ontstonden twee machtige rijken:
+Frankrijk en Duitschland. Tusschen beide streken lag Nederland, met eene
+eigen beschaving en eene eigen bestemming. En het duurde niet lang, of
+Vlaanderen stond aan het hoofd der Nederlandsche gewesten.
+
+In den beginne was de Duitsche invloed ten onzent groot, ja overwegend.
+Maar de keizer bezweek in de velden van Bouvines, in 1214, en nu
+ontwaakte de Fransche invloed, krachtig en altoos dreigend.
+
+Ten laatste besloot Philip de Schoone het rijke graafschap te veroveren.
+De klauwen van Vlaanderens Leeuw verstoorden zijn plan.
+
+Vlaanderen redde zijn bestaan. Met zijne zelfstandigheid bewaarde ons
+volk zijne moedertaal, alsmede het natuurlijk recht, die taal in alle
+omstandigheden des levens te spreken. Met zijne taal redde ons volk
+zijne voorouderlijke zeden en zijne godsdienstigheid, al de deugden van
+den edelen Germaanschen stam.
+
+Er zijn, in den loop der volgende eeuwen, heldere en donkere dagen
+aangebroken. Het Huis van Burgondië is opgekomen; Oostenrijk, Spanje en
+Frankrijk hebben ons overheerscht.
+
+Het kon niet baten. Vlaanderen had zijne bestemming; en België is
+eindelijk ontstaan, vrij en onafhankelijk.
+
+Daarom zij ons aller kreet:
+
+Heil Groeninge!
+
+Heil België!
+
+
+
+
+V.
+
+De omstreken van Kortrijk.
+
+
+Kortrijk ligt op de scheiding van de zandachtige en de kleiachtige
+streek, van België. Van daar een merkbaar verschil in de omgeving der
+stad. In het Noord-Oosten zijn de velden licht en vlak; in het
+Zuid-Westen zijn ze integendeel zwaar en golvend, schilderachtig.
+
+De vlasnijverheid is buiten kijf de grootste bron van rijkdom voor
+Kortrijk en zijne omstreken.
+
+Welke beweging, welk leven langs de zacht vloeiende Lei gedurende de
+heete zomermaanden! Op het grondgebied der stad alleen gebruikt men 375
+hekken of houten bakken om het vlas te roten. De bevolking van ruim
+vijftig gemeenten, tusschen Neder-Waasten en Deinze gelegen, houdt zich
+schier uitsluitend met de verschillende bewerkingen van het vlas bezig.
+En al die gemeenten groeien aan, bloeien. In 1820 had Bissegem 568,
+Marke 1289, Lauwe 1727, Kuurne 2192 en Moorsele 3896 inwoners. Zeventig
+jaren nadien telden dezelfde gemeenten 1117, 2006, 3159, 3818 en 4813
+zielen. Niet te onrecht noemen de Engelschen onze Lei de «golden river.»
+
+De oudste oorkonde, waarin men van het Kortrijksch linnen gewag maakt,
+is van 1290. Twee poorters beweerden recht te hebben op den tol, geheven
+op de «nappes, tueles en keuverkins,» welke men in de stad verkocht.
+
+Nochtans schijnt deze nijverheid hier niet gebloeid te hebben zoolang de
+lakenweverij eene zekere hoogte behield. Het was bepaaldelijk in 1573,
+dat men middelen beraamde om den lijnwaadhandel op te beuren. Dit zelfde
+jaar kwamen er reeds kooplieden van Gent, Oudenaarde, Tielt, Roeselare,
+Meenen, Izegem «ende andere omliggende plaetsen.» De schepenen betaalden
+deswege eene som van 167 pond parisis, «ter cause van cost van
+maeltyden.»
+
+Het Kortrijksch tafellinnen verwierf spoedig eene groote vermaardheid.
+Men weefde, verhaalt SANDERUS, in het doek de afbeelding van bloemen en
+dieren, van jachten en gevechten, van landschappen met weiden, bosschen,
+hoven, heuvelen en kasteelen, alles zoo nauwkeurig, als het een schilder
+zou hebben gedaan; met zooveel verscheidenheid, als de weelderige natuur
+er aanbiedt, en zoo fijn, dat het oog zich vermoeide, als het al die
+beelden in een meer van glinsterende witheid bezichtigde.
+
+De overheden der gemeente verzuimden geene gelegenheden om de groote
+nijverheid vooruit te helpen. Op het einde van 1576 was «de nering
+sober.» De schepenen beslisten voor 10,000 gulden «ammelaken ende andere
+goederen af te coopen,» en dan «dezelve voort te vercoopen tot winning
+van de stede.»
+
+Toen Albert en Izabella in 1600 hunne plechtige intrede deden, werden
+zij begiftigd met gedamaste tafellakens, die 2,497 pond parisis kostten.
+
+Bezocht een vorst de stad, zoo liet men in het stadhuis weefgetouwen
+oprechten, ten einde «de fabrique der gemeente te doen zien.»
+
+In 1761 opende men de Teekenschool. «Dit was,» schreven de wethouders,
+«om nieuwe desseinen voor de fabrique van het serveetwerk» te krijgen.
+
+In den loop der XIXe eeuw waren de rijkste vlasoogsten die van 1803,
+1805, 1808, 1813, 1820, 1824, 1834, 1839, 1840, 1851, 1855, 1860, 1864,
+1866, 1872, 1874, 1877, 1881, 1883 en 1895. Niet zelden gold de hectare
+1000, ja 1400 fr.
+
+Buiten het Doorniksch voorgeborchte is de grond zeer vruchtbaar en heel
+schilderachtig. Daar vindt men den Pottelberg, den Marionettenberg, het
+Hooge, den Spoelberg. Het zijn verhevenheden van dertig, veertig meters.
+
+Op den Pottelberg legerden de Franschen in 1302, eer zij de Vlamingen
+aantastten. Aan den voet des heuvels lag de heerlijkheid van
+Hoog-Mosscher, reeds genoemd in oorkonden uit de XIIe eeuw. In 1293 had
+Gwijde van Dampierre den heer van Mosscher en zijne familie veroordeeld
+tot het betalen van eene boete en eene jaarlijksche rente aan de abdis
+van Groeninge. Was het misschien om zich te wreken, dat de snoodaard den
+11 Juli 1302 als gids der overweldigers optrad?
+
+Hedendaags is het kasteel van Hoog-Mosscher een lief zomerverblijf. In
+de nabijheid rijst de Kapel ten Bloede. Men wil, dat Dirk van Elzas in
+het adellijke slot vernachtte, toen hij met het H. Bloed van Christus
+uit Palestina terugkeerde, en dat men, ter gedachtenis van dit bezoek,
+het genoemde kapelleken oprichtte. In alle geval bestond het reeds in
+1441.
+
+Op het Hooge vindt men het kasteel der familie Goethals, met bosschen,
+vijvers en lusttuinen.
+
+Een binnenweg loopt naar den Spoelberg, het hoogste punt op het
+grondgebied van Kortrijk.
+
+Aan den voet staat een groot kruisbeeld, op de kruin eene landelijke
+herberg. Als de wandelaar zich naar het Zuiden keert, zoo gaat zijn oog
+over eene groote vallei, in de verte begrensd door de heuvelen van
+Sint-Denijs en Knokke. Aan den anderen kant vindt hij het Hooge met zijn
+kasteel, Kortrijk met zijne torens en schouwen. Rechts, in de richting
+van Zwevegem, beperkt eene andere hoogte het gezicht.
+
+In de vallei schuilen hier en daar eenvoudige huisjes, te midden van
+vruchtbare akkers, gescheiden door hagen en grachten.
+
+Weinige geluiden treffen het oor: het tierelieren van eenen opstijgenden
+leeuwerik; het juichen van een spelend kind, blootsvoets weg en weer
+loopend; het tiktakken van een weefgetouw, of het schokken van eenen
+naderenden boerenwagen.
+
+Het dal, dat zich rondom den Spoelberg, tusschen Kortrijk, Deerlijk,
+Zwevegem en Knokke, uitstrekt, was in 1814 het tooneel van eene bloedige
+schermutseling.
+
+De veldheer Thielmann had te Oudenaarde vernomen, dat de Franschen den
+31 Maart uit Gent naar Kortrijk afzakten. Hij snelde met zijne mannen
+naar Zwevegem, ten einde den vijand van ter zijde te bestoken.
+
+In den beginne kozen de Franschen het hazenpad. Doch zij kregen
+versterking, en rukten nu dapper voort in de richting van den Spoelberg.
+Na eenen hardnekkigen wederstand deed Thielmann den aftocht blazen.
+
+Men rekent, dat deze botsing het leven kostte aan 300 wapenknechten.
+
+Hedendaags vindt men te Zwevegem nog ettelijke huizen met eenen kanonbal
+in den gevel. Daaronder kapte men het jaartal 1814.
+
+
+
+
+VI.
+
+De hofsteden “ten Akker.”
+
+
+De reiziger, die Zuid-Vlaanderen bezoekt, ontmoet links en rechts vele
+omwalde hofsteden. Daar hadden de middeleeuwsche heerlijkheden hunne
+zetels.
+
+Op het grondgebied van Kortrijk alleen telde men vier en twintig
+heerlijkheden: ten Akker, ten Berge, van Bovekerke, van Busschaard, van
+Clessenare, van Diestveld, van Hoog- en Neder-Mosscher, van Hembijze,
+van Lerberge, van Monjoie, van Ronseval, van Steenbrugge, van Walle,
+enz.
+
+De heerlijkheid ten Akker was zeer oud en groot. Nog in 1701 bedroeg
+hare uitgestrektheid «veertien bunderen lands, luttel min ofte meer,
+houdende aen elkander.»
+
+De huidige hofstede vindt men achter Sint-Rochus-kerk, tusschen de
+Sint-Denijsstraat en den weg naar Zwevegem.
+
+Op de brug blijven wij staan.
+
+Het eerste voorwerp, dat ons treft, is een beeldje van O. L. Vrouw,
+schuilende in eene kleine nis, aangebracht in het gemetselde deel der
+poort. De Vlaamsche landbouwer stelt immers nog altijd zijne have onder
+de bescherming der Moeder Gods.
+
+De eenden drijven op het donkere water van den wal; de hennen drentelen
+langs den oever, nu eens toekijkende, dan weer elkander aanblikkende.
+Men zou haast zeggen, dat zij hunne verwondering uitdrukken over het
+doen der zwemmers.
+
+Drie groote gebouwen omringen een vierkantig plein: het woonhuis, dat
+laag is en zonder verdieping; de stallen, voorzien van roode deuren en
+talrijke luchtgaten; de schuur met hare wijde poort en haar hoog dak.
+
+Het ovenhuis heeft men afgezonderd, evenals het afdak, waaronder men de
+wagens, de karren, de ploegen en de eggen bergt.
+
+Al de buitenmuren zijn versch gewit.
+
+Van den vroegen morgen tot den laten avond is iedereen hier vlijtig aan
+den arbeid. Hoort gij de meid niet zingen, die op dit oogenblik het vee
+verzorgt? Hoort gij den knecht niet fluiten, die met den grooten wagen
+om hooi rijdt?
+
+Wij treden binnen, en worden door den blozenden pachter en zijne jonge
+vrouw hartelijk ontvangen.
+
+Het koperen kruisbeeld op het bord der groote schouw; het keukengerief
+boven den waschsteen; de blinkende banden der boterkern; de geplooide en
+sneeuwwitte gordijntjes aan het venster; de bloeiende geraniums in hunne
+roode potten; -- alles spreekt van reinheid, van orde, van welstand.
+
+«Edele menschen!» fluisteren wij bij het heengaan; «God zegene hun huis
+en hunnen arbeid!»
+
+Door den band nochtans zijn de pachthoven, in dit gedeelte des lands,
+minder verzorgd dan in het land van Waas, in het Houtland en de Polders.
+Dit verschil is vooral gevoelig aan de kanten van Geeraardsbergen, waar
+men nog vele boerenwoningen aantreft, gebouwd van hout en klei.
+
+
+
+
+VII.
+
+Naar den Lauweberg.
+
+
+In zes minuten tijds snelt een trein van Kortrijk naar Marke.
+
+Rechts ontwaart de reiziger het Magdalenakerkhof, het kasteel der edele
+familie Bethune en Bissegem; links den Pottelberg, eene groote, omwalde
+hofstede en de Markebeek, kronkelend door velden en weilanden.
+
+Het kerkhof is Kortrijks oude Lazarij. Deze bestond reeds in 1233.
+
+Bij het genoemde kasteel is het gehucht «de Markebeek.» Hier vond men,
+op het einde der XVIIIe eeuw, eene stokerij. Tijdens den Boerenkrijg,
+bepaaldelijk in den morgen van 29 October 1798, brachten eenige
+hartelooze republikeinen daar drie personen om hals: Jan Carlier,
+Augustijn Vroman en Jan-Baptist Vroman. Een steen, in den voorgevel van
+het huis gemetseld, herinnert deze treurige gebeurtenis.
+
+Een lief boschje, toebehoorende aan M. Vandenpeereboom, bezet de helling
+des Pottelbergs.
+
+De omwalde hofstede, langs den Bruyninkweg, is een overblijfsel van het
+oude landgoed Roodenburg, bestaande uit een kasteel met boomgaarden,
+hof, molen en loopende landen.
+
+Op het einde der XIIe eeuw was Roodenburg een eigendom van Wouter,
+protonotaris van Boudewijn IX.
+
+Wouter had drie kinderen: Joanna, Agnes en Gillis. Toen hun vader
+stierf, wenschten beide dochters zich van de wereld af te zonderen,
+weshalve zij de hun toebehoorende goederen opdroegen aan Joanna van
+Constantinopel, opdat zij daarmede een klooster zoude stichten. De
+oorkonde voegt er bij, dat het recht van Gillis werd voorbehouden.
+
+Ziedaar in korte woorden den oorsprong der abdij van Marke (1237). Deze
+werd verplaatst, vóor 1284, en nadien de abdij van Groeninge geheeten.
+
+Bissegem en Marke zijn zeer nijverige gemeenten, wier bevolking in de
+laatste jaren ten minste verdubbelde.
+
+In de nabijheid van Marke's spoorhalle rijst eene groote en prachtige
+pannenfabriek. Langs dit gesticht voortwandelende, beklimt men den
+Lauweberg, die wel vijftig meters hoogte heeft.
+
+De Lauweberg vertoont steile verhevenheden en diepe zonken. Een groot
+gedeelte is begroeid met boomen en kreupelhout: populieren,
+elzestruiken, brem, dorens, heide.
+
+Westwaarts kronkelt de Lei door een schoon landschap, rijk gestoffeerd
+met boomen, huizen en molens. De torens van Lauwe, Wevelgem, Rekkem,
+Meenen en Moorsele verheffen hunne spitsen boven het geboomte.
+
+Lauwe telde, in de XVIe eeuw, nog al eenige ingezetenen, die wegens
+ketterij veroordeeld werden. Willem de Duutsche moest, «om zyne
+demeriten,» de wijk nemen (1555); Jan van Raes werd in 1566 met vijf
+andere personen «gejusticieert.»
+
+Tussen Lauwe en Wevelgem, langs de Lei, ligt het Kloosterhof, eene der
+aanzienlijkste hoeven van heel Vlaanderen. De landen en meerschen hebben
+eene uitgestrektheid van 75 hectaren.
+
+Het Kloosterhof is een overblijfsel van de abdij van Wevelgem, aldaar
+gesticht omtrent het midden der XIIIe eeuw. De kapel en eenige andere
+gebouwen zijn verdwenen; de Westpoort, de smis, de huizing, de stallen
+en de schuren staan nog recht. Het oudste overblijfsel is een steenen
+duivenhok, gebouwd in 1690. Bij de Westpoort vindt men nog de bank,
+waarop de arme lieden mochten rusten, als zij hunne aalmoezen kwamen
+ontvangen.
+
+De voormalige abdij van Wevelgem bezat, sedert 1561, een gedeelte van de
+kroon des Heilands. Dit heiligdom is nu in de kerk der gemeente. Het is
+een takje, dat ongeveer negen centimeters lengte heeft en drie
+ongeschonden doornen draagt.
+
+Wevelgem is eene schoone, zindelijke gemeente, met nette huizen, vier
+breede straten en een kasteel.
+
+De kerk dagteekent van 1880-1882, en behoort tot den Romaanschen stijl.
+
+Wevelgem is de geboorteplaats van MGR DE NECKERE, gewezen bisschop van
+Nieuw-Orleans, in Amerika. L.-F. NUTTIN, de bevallige dichter der
+_Nieuwe Vlaamsche fabels_, is ook een zoon van Wevelgem.
+
+Bijna op het hoogste van den Lauweberg schuilt eene hofstede achter het
+geboomte.
+
+Eenige meters verder gaat het oog over een tweede landschap, met de
+bergen van Bellegem aan den horizont.
+
+Bellegem is eene oude plaats. Eer het kapittel van O.-L.-Vrouw te
+Kortrijk bestond, en wel in 1195, aanvaardde Boudewijn IX, voor zijnen
+kapelaan, eene gift van haver, gedaan door Gommar van Bellegem. In 1302
+stonden twee heeren van Bellegem, Daniël en Olivier, met hun gevolg
+onder het vaandel der Klauwaarts. Beiden verloren hun paard in den
+strijd.
+
+De kerk van Bellegem heeft eenen merkbaar hellenden toren. Het koor is
+blijkbaar zeer oud.
+
+De grond der gemeente is zwaar en kiezelachtig. Bij droog weder komen
+hier en daar eene menigte keitjes te voorschijn. Onder den invloed der
+warmte breken zij echter gemakkelijk.
+
+Tusschen de Lei en den Lauweberg loopt de ijzeren weg.
+
+Noordwaarts daagt, hoog en statig, de toren der Sint-Martenskerk.
+
+
+
+
+VIII.
+
+Naar Harelbeke.
+
+
+Een wandeltocht naar Harelbeke, langs den schoonen rijksweg van Gent, is
+zeker een aangenaam uitstapje. De afstand bedraagt ongeveer vijf
+kilometers. Vrees echter niet, lezer, dat de zon te heet schijne; hooge
+linden werpen schier overal hunne koele schaduwe op den weg.
+
+Aan de Gentsche poort is in de laatste jaren eene groote wijk ontstaan,
+met fraaie huizen, breede straten en belangrijke nijverheidsgestichten.
+
+Links, over de Lei, ligt een afgegraven meersch. Daar heeft men, over
+een tiental jaren, oude munten, Romeinsche dakpannen en eenen put
+blootgelegd.
+
+Bij de vaart bemerken wij, tusschen slanke populieren, het lustgoed van
+Mevrouw Reyntjens. Daar bouwde de gravin Beatrix, weduwe van Willem van
+Dampierre, de vermaarde abdij van Groeninge. In 1578, na de
+overrompeling van Kortrijk door de Geuzen, werd het klooster met al
+zijne afhankelijkheden verwoest en afgebroken.
+
+Weinige boogscheuten verder vinden wij eene ouderwetsche herberg: _de
+Blaasbalg_. Vóor het huis loopt de Groeningebeek onder den steenweg.
+
+Verder komen wij langs het groene dal der Lei, waar honderden
+werklieden arbeiden. De toren van Kuurne steekt slank in de lucht.
+
+Kuurne is hedendaags eene bloeiende gemeente met meer dan 3,800
+inwoners. Over het dorp loopt de Brugsche steenweg naar Ingelmunster. Op
+Zondag 28 October 1798 tastten daar de Fransche wapenlieden eene bende
+Boeren aan, er verscheidenen om het leven brengende.
+
+Kuurne is de geboorteplaats van den kunstschilder E. CARPENTIER.
+
+Bij Harelbeke heeft de Lei twee armen, die een eiland vormen. Daar
+werken een paar aloude watermolens. In 1538 had een Kortrijksche
+poorter, Willem Bevele, dezelve in huur. Op zekeren dag nam de heer van
+Heule den molenaar gevangen. Den 25 October veroordeelde men den
+plichtige om vóor het magistraat zijner heerlijkheid te verschijnen, aan
+God vergiffenis te vragen, en in de kerk een geschilderd venster te doen
+plaatsen.
+
+Harelbeke is zeer oud. Eene oorkonde van 836, herkomstig uit de
+Sint-Pietersabdij, te Gent, maakt inderdaad gewag van «Arlebeca.»
+
+Men wil, dat Harelbeke het gewoon verblijf was van Vlaanderens eerste
+landvoogden of forestiers. Een hunner, Liederik de Buck, zou er de
+eerste kapel hebben gesticht, om aldaar met zijne opvolgers begraven te
+worden.
+
+De oude legende van Liederik en de forestiers is sedert jaren te niet
+gedaan. 't Was eene fabel.
+
+Na de strooptochten der Noormannen herbouwde Arnold de Oude het
+verwoeste bedehuis. Omtrent denzelfden tijd schonk de vrome graaf aan de
+nieuwe kerk de stoffelijke overblijfselen van den H. Bertulphus, een der
+meest geliefde patronen van Vlaanderen.
+
+Ten jare 1769 bouwde DEWEZ, van Brussel, den tegenwoordigen tempel.
+Nochtans behield men het metselwerk van den toren met den kruisbeuk der
+oude, Romaansche kerk. Het gemeentebestuur van Kortrijk kocht 9,091
+groote en 23,525 kleine steenen van de «gedemoliseerde kercke.»
+
+Onder het koor der voormalige kerk was «de sinte Pieters crypte, zynde
+achttien voeten vierkante.» Op onze dagen is die krocht onder den
+kruisbeuk.
+
+De predikstoel is een eigenaardig gewrocht van LECREUX, uit Doornik.
+
+Boudewijn met den IJzeren Arm en zijne echtgenoote stichtten te
+Harelbeke een kapittel, aanvaard door den bisschop van Doornik in 1087.
+Achter het hoogaltaar, in de parochiale kerk, staan nog altijd de zetels
+der kanunniken, als stomme getuigen van vroegere gebeden en lofzangen.
+
+Een tak der vroegere nijverheid was het lakenweven. In 1432 schonken de
+wethouders van Kortrijk «den goeden lieden van Haerlebeke, die ter marct
+quamen met huerlieder lakenen, twee cannen wijns. » Hedendaags heeft de
+gemeente steenbakkerijen, brouwerijen en graanmolens. De tabakshandel in
+het groot bestaat er niet meer.
+
+Harelbeke telt ruim 7,200 zielen. Vóor het wethuis, op de Markt, staat
+eene hooge, arduinen pomp. Daarop prijkt een klein standbeeld van
+Liederik de Buck. In den kerktoren hangt een welluidend klokkenspel.
+Alle vijftien minuten werpt het zijne lichte tonen over de gemeente. Te
+Harelbeke, in een klein huisje, stond de wieg van PETER BENOIT, geboren
+in 1834 en overleden in 1901.
+
+Benoit, een der grootste toondichters van onze eeuw, is de schepper van
+_Lucifer, de Schelde, de Oorlog_ en eenige andere oratorio's. Hij
+schreef prachtige liederen en leverde eene menigte opstellen om het
+nationalismus in de toonkunde te verdedigen.
+
+Het kunstlievende Antwerpen richt den beroemden man een standbeeld op.
+
+Drie eeuwen vroeger leefde een andere zoon van Harelbeke, ANDREAS
+PEVERNAGE, die insgelijks de toonkunde beoefende en merkwaardige stukken
+naliet. Geboren in 1545, overleed Pevernage ook te Antwerpen in 1591.
+
+
+
+
+IX.
+
+Naar Zwevegem, Moen en Heestert.
+
+
+Het was een heete Julidag. De zon glinsterde aan den helderen hemel en
+wierp heure stralen over de rijpende graanvelden.
+
+In eenige minuten stoomden wij naar Zwevegem, eene gemeente van 4,900
+inwoners.
+
+Tijdens de godsdienstige beroerten verscheen de heer van Zwevegem, Frans
+van Halewijn, nog al dikwijls op het staatkundig tooneel van Nederland.
+Als diplomaat ondernam hij verscheidene reizen; als gouverneur van
+Mechelen en Oudenaarde schreef hij brieven aan Margareta van Parma, aan
+Granvelle, aan Alva, aan den hertog van Aarschot. De notabelen van
+Zwevegem noemden hem in 1573 hunnen «seer beminden en specialen vriend.»
+
+Als men, Zwevegem verlatende, de vaart van Bosuit volgt, komt men door
+eene lieve vallei. Links daagt het Banhout; zuidwaarts rijzen de
+heuvelen van Knokke met hun donkergroen geboomte.
+
+Het Banhout maakte in vroegere eeuwen deel van het Ronsevalsche of de
+heerlijkheid van Nevele. Het was «eene vrije foreest,» zeventig bunder
+groot. Niemand kon door het bosch gaan, want het was «besloten met
+diversche barrieren en rontom met eenen gracht van tien, twaelf voeten
+breet.» Gansch het woud was «verdeeld in negen hauwen, waervan ieder
+jaer eenen hauw werd vercocht.»
+
+Het stuk, dat wij hier volgen, spreekt van «vyf, zes duysent opgaende
+eekeboomen, waervan den meerderen deel omtrent de veertig jaren oud
+conden zyn.» In het midden van het bosch « wasser eene redelieke fraije
+woonste» voor den «prater of boschwagter.» Er was almede «eene
+vangenisse,» en de wachter mocht «alle personen vangen,» die hij in het
+bosch zoude vinden.
+
+Knokke is een eenvoudig gehucht, deels aan Zwevegem, deels aan Heestert
+en deels aan Moen toebehoorende.
+
+Wij bezichtigden den tunnel en wandelden vervolgens naar den Keiberg,
+die 66 meters hoog is.
+
+Eene bejaarde vrouw, ons den weg wijzende, vertelde ons vertrouwelijk
+haar lief en leed: hoe gelukkig zij was, toen haar man nog leefde; hoe
+deze op zekeren dag buitenshuis bezweek, en hoe zij met vier kleine
+schapen van kindertjes bleef zitten; hoe zij toen moest zorgen en zoeken
+om door de wereld te tobben; hoe de meisjes, opgroeiende, bij vreemden
+gingen wonen om een stuivertje te verdienen; hoe de eene dochter nu in
+Frankrijk woonde en de andere in het land -- bij eenen herbergier; hoe
+de laatste over weinige jaren onbezonnen een voordeelig huwelijk
+afsloeg; hoe zij, moeder, op haren ouden dag nu weer alleen was, en
+stillekens haren weg naar het kerkhof vervorderde...
+
+Wij troostten de arme weduwe en wandelden voort.
+
+Een lief panorama omringt den Keiberg: hier eene vlakte in de richting
+van Tiegem; daar het dal van Heestert en Avelgem; ginds de blauwe bergen
+van Sint-Denijs, met den Perremolen op de hoogste kruin. Moen schuilt
+tusschen Heestert en Sint-Denijs.
+
+De oppervlakte van Moen beslaat 1,042 hectaren. De grootste lengte
+bedraagt zes, de grootste breedte drie kilometers. In 1694 telde de
+gemeente 264 zielen; in 1874 waren er 2,150; in 1890 nog 2,098.
+
+De oude heerlijkheid was vrij belangrijk. Het kasteel, omgeven van
+hoven, dreven en wallen, stond tegen de dorpplaats. Volgens een
+denombrement van 1612 had de heer het recht «den costere, de
+kerckmeesters en de armmeesters te stellene.» Op zijn leen hield men
+jaarlijks twee markten, «telcken S. Eloysdaghe,» van laken, garen en
+andere goederen.
+
+Sint Elooi is inderdaad de patroon van Moen. Den 25 Juni kwamen vroeger
+de landbouwers, te voet en te paard, den heilige vereeren. De herder der
+parochie, in feestgewaad, zegende de lastdieren een voor een aan de deur
+der kerk, en gaf hun een klopje met eenen zilveren hamer.
+
+Er slopen misbruiken in deze plechtigheid. Een brief van 10 Juni 1778
+spreekt van «drie tot vierhonderd boeren met peerden, komende van vijf,
+zes uren in het ronde. Zij waren gewapend met schietgeweren, die zij
+losbrandden gedurende de processie. Maar zij bleven niet allen even
+nuchter, en veroorzaakten dan wanorde, zelfs ongelukken.»
+
+Karel van Lorreinen beval den 17 Mei 1778 «geene geweerschoten meer af
+te lossen, op boete van 50 gulden voor iedere overtreding.» Het oude
+gebruik bleef nochtans in voege tot in 1806, wanneer de bisschop van
+Gent het andermaal verbood.
+
+De parochiale kerk van Moen is van 1875 en kostte ongeveer 80,000 fr.
+
+Achter de kerk vindt men den Olieberg. Dezen naam ontmoeten wij in een
+heksenproces uit de XVIIe eeuw. Moen is inderdaad de geboorteplaats van
+verscheidene tooveressen. Wij noemen er drie: Antonia de Scheemaecker,
+Gellijne de Pratere en Jozijne Labins. Men beweerde, dat de arme
+sukkelaarsters op den Olieberg met den booze omgingen. De bewaarde
+vonnissen zijn belangrijk voor de kennis van het oude strafrecht in
+Vlaanderen. Zij spreken van den halsband, van het «scerp examen,» van
+het «duyvelsteeken,» van het «duyvelspoeder.»
+
+De straat, die van Moen naar Heestert leidt, heet nog altijd de
+Tooveresstraat.
+
+Heestert, in oude stukken Hestrud genaamd, heeft eene fraaie kerk.
+Achter eenen marmeren steen rust het hert van Jan-Jozef Raepsaet,
+overleden te Oudenaarde den 19 Februari 1832. Vroeger kwamen de Moensche
+schutters alle jaren met trommel en fluit naar Heestert, om aldaar op
+den 15 Augustus de processie ter eere van O.-L.-Vrouw te vereeren. De
+wethouders betaalden «het bospoer, dat de schotters» noodig hadden,
+alsmede «de teercosten van den tambour en den fluyter.»
+
+Dit wil niet zeggen, dat de twee dorpen nooit vijandelijk opstonden. Den
+11 April 1790, tijdens de Brabantsche omwenteling, trokken «de
+landwagten» van Moen naar Heestert, waar zij twee boeren dood schoten.
+'s Anderendaags wilden «die van Heestert het naburige dorp in brand
+steken.» De tusschenkomst der Kortrijksche vrijwilligers en soldaten
+verhinderde echter deze ramp.
+
+Sint-Denijs is eene bloeiende gemeente met ongeveer 3,500 inwoners.
+Tusschen dit dorp en Kooigem ligt eene ruime delling, door het volk «de
+caveie» of «la cavée» geheeten. Nagenoeg in het midden der caveie staat
+het hof «de la Broye.» Zou die naam geene verbastering zijn van
+«brouille,» broel of bruul, dat _gemeene weide_ kan beteekenen?
+
+
+
+
+X.
+
+Naar Tiegem.
+
+
+Vacantie!
+
+Dat woord klinkt aangenaam in de ooren der schooljeugd, die een jaar
+lang, van half negen 's morgens tot half vijf 's avonds, moest stil
+zitten, en luisteren en leeren; aangenaam ook in de ooren der
+onderwijzers, die dag aan dag hun hoofd moeten breken om het jonge
+volkje, aan hunne zorgen toevertrouwd, de eerste beginselen van
+allerhande wetenschappen in te planten.
+
+Vacantie, tijd van ontspanning en verzet voor velen, tijd van nieuwe
+bezigheden voor anderen, wees gegroet!
+
+Wij hadden Lier bezocht, waar wij over dertig jaren studeerden, en daar
+eenen geliefden oud-leeraar -- M. Troch -- de hand gedrukt; wij hadden
+den hooggeleerden patroon van het Davids-Fonds op zijn arduinen voetstuk
+zien staan; wij hadden een paar dagen overgebracht in de tentoonstelling
+van Brussel, en besloten nu onze uitstapjes in de Vlaamsche Ardennen te
+hernemen.
+
+Den 9 September 1897, in den voormiddag, stoomden wij naar Ansegem, om
+van daar naar Tiegem te wandelen.
+
+Ansegem heeft drie spoorhallen: aan den Sterhoek, bij het dorp en langs
+den ouden Heirweg, in de richting van Waregem.
+
+Het koor, de kruisbeuk en de toren der kerk zijn zeer oud; de beuken
+dagteekenen van 1828. Benoorden de kerk rijst het aloude kasteel van
+Hemsrode.
+
+Een klimmende weg loopt naar Kaster. De spits van den toren steekt boven
+eenen heuvel uit.
+
+Bij de kerk van Kaster -- een werk van L. Vuylsteke, uit Geluwe -- blikt
+men op Kerkhove in de diepte, op den Kluisberg over de Schelde.
+
+Aan het gemeentehuis van Kaster loopt een zijweg naar Tiegem, een dorp
+van nagenoeg 2,000 zielen.
+
+Tiegem is maar 769 hectaren groot. Het ligt op twee heuvels, waarvan de
+voornaamste eene hoogte van 70 meters bereikt.
+
+Hedendaags is Tiegem een lief, eigenaardig dorp, met schoone steenwegen,
+met fraaie kasteelen en lusthuizen. De meeste oude woningen zijn
+hersteld geworden en prijken met bevallige puntgeveltjes.
+
+De kerk is een klein juweel, over weinige jaren hersteld en herbouwd
+door AUG. VAN ASSCHE, uit Gent. GOETHALS schilderde den tempel; BOURDON
+verrijkte hem met een merkwaardig altaar.
+
+De voormalige burcht stond tusschen Tiegem, Avelgem en Waarmaarde. Op
+dezelfde plaats vindt men thans de «S. Aernoutscapelle,» herbouwd in
+1854, en den «S. Aernoutswal.»
+
+In de tweede helft der XVIe eeuw plunderden «de Waelen de prochie ende
+heerlichede.» In 1581 kon men niet meer dan «het zesde of het zevende
+deel der landen» bezaaien.
+
+Tiegem is de geboorteplaats van S. Arnold, den beschermheilige der
+gemeente. Zijn vader behoorde tot het adellijk geslacht der heeren van
+Pamele en Oudenaarde; zijne moeder sproot uit het huis der graven van
+Leuven.
+
+Als ridder en krijgsman verwierf de jonge Arnold eenen grooten roem.
+Later begaf hij zich naar de abdij van den H. Medardus, te Soissons, en
+trok daar het kloosterkleed aan.
+
+Het duurde niet lang, of men benoemde den nederigen man tot bisschop in
+dezelfde stad. Hij vroeg echter zijn ontslag, en kwam naar Vlaanderen
+terug. Hij predikte te Torhout, te Gistel en te Veurne, bouwde een
+klooster te Oudenburg, in het Brugsche, en stierf aldaar in 1087, in den
+ouderdom van 47 jaren.
+
+De kerk van Tiegem bezit een bovenarmbeen van Vlaanderens grooten
+apostel.
+
+
+
+
+XI.
+
+Naar het Kapelbosch.
+
+
+De heer VITAL MOREELS-VERHAEGHE, de groote en verlichte weldoener van
+Tiegem, vergezelde ons in den namiddag naar het Kapelbosch, op de
+zuidelijke helling der hoogvlakte.
+
+Het Kapelbosch is hedendaags zeven hectaren groot en heeft eene waarde
+van 150,000 fr.
+
+Alwat de oogen kan streelen, alwat den bezoeker tot vrome gedachten kan
+stemmen, vindt men daar vereenigd. De natuur en de kunst wrochten
+zusterlijk samen om een der prachtigste panorama's van heel ons land
+vóor het oog der reizigers te ontvouwen.
+
+Op den Pottelsberg, op den Muziekberg staat men veel hooger, te midden
+van eene wilde natuur; te Tiegem is het rondzicht groot, het tafereel
+vol kleur en beweging, vol leven.
+
+In het bosch vindt men lommerrijke wandeldreven, rotsen en onderaardsche
+gangen, vijvers en brugjes, glooiingen met weelderig gras en bloemen,
+aquariums met kleine, blinkende vischjes. Twee villa's verheffen hunne
+torens boven het geboomte.
+
+Midden in het bosch staat eene nieuwe kapel, toegewijd aan den H.
+Arnoldus (1865). Zij is achthoekig en lief geschilderd. Door zeven
+venstertjes speelt het daglicht in het heiligdom.
+
+Uit de kapel komende, heeft men rechts de grot van S. Arnold. Hooger, te
+midden van struiken en boomen, schuilt een groot kruisbeeld; lager
+spruit dag en nacht de Arnoldusbron, eenen vijver spijzende, waarop
+eenige zwanen gaggelend rondzwemmen.
+
+Uit dien vijver vloeit de Arnoldusbeek, die naar Avelgem loopt en
+vroeger den wal van het kasteel vulde.
+
+Alles wekt den wandelaar tot ingetogenheid op: het tintelen der zon door
+de bladeren, het kweelen der vogelen in de heesters, het ruischen van
+het loover, het murmelen der bron, het fluisteren der bedevaarders. O
+ja, dus zong de dichter TOLLENS, ik reik hem broederlijk de hand,
+
+ Die mijmren kan in de eenzaamheid van 't woud,
+ En droomend doolt, en de aarde kan vergeten,
+ En, peinzende op een tronk gezeten,
+ Somtijds de handen vouwt.
+
+Wie liever eene verversching heeft, ga naar de «Laiterie,» niet verre
+van de kapel. Onder een verheven afdak is het waarlijk schoon en frisch.
+Men zou zeggen, dat de zon het bedehuisje met welgevallen beschijnt; dat
+de wind eerbiedig liederen neurt in de kruinen der boomen.
+
+Op het hoogste van den berg, buiten het bosch, staat een houten
+kijktoren of «belvedere.» Voor vijftien centiemen mag men er op klimmen.
+
+Daar is het schoon bij helder weder; daar kan men, met eenen goeden
+verrekijker, zijne oogen naar hartelust verzadigen.
+
+In het Zuiden beperken de heuvelen van Oost-Vlaanderen met den Kluisberg
+en de hoogte van Gijzelbrechtegem wel een weinig het gezicht; doch langs
+de drie andere zijden ziet men uren en uren verre.
+
+De Schelde, tintelend in den gloed der namiddagzon, vloeit van het
+Zuid-Westen naar het Noord-Oosten, kronkelend door zonken en meerschen.
+
+In het Noorden dagen: Kanegem, Aarsele, Dentergem, Sint-Eloois-Vijve,
+Tielt, Oost-Roosbeke, Wakken, Sint-Baafs-Vijve, Waregem, Grammene,
+Ansegem, Kruishoutem en Nokere;
+
+In het Oosten: Huise, Heurne, Wannegem, Eine, Ooike, Mooregem, Wortegem,
+Gijzelbrechtegem, Kaster, Welden, Eename, Mater, Bevere, Edelare,
+Oudenaarde, Petegem, Etikhove, Melden, Leupegem, Elzegem, Kerkhove,
+Schoorisse, Nukerke, Zulzike, Berchem, Quaremont en Waarmaarde;
+
+In het Westen: Evregnies, Dottignies, Kooigem, Sint-Denijs, Bellegem,
+Moen, Heestert, Luingne, Lauwe, Aalbeke, Rollegem, Wevelgem, Bissegem,
+Kortrijk, Zwevegem, Ingooigem, Ootegem, Roeselare, Rumbeke, Kachtem,
+Izegem, Ingelmunster, Sint-Eloois-Winkel, Lendelede, Hulste, Ooigem,
+Kuurne, Harelbeke, Beveren, Deerlijk en Vichte.
+
+Zelfs in het Zuiden ontdekt men eenige torens, uitstekende boven de
+heuvelen: die van Ruien, Schalafie, Orroir, Celles, Herne en St-Léger.
+
+Avelgem, Autrijve, Bosuit, Pottes, Helkijn, Spiere en Warcoing schuilen
+in de vallei der Schelde.
+
+In het geheel een goed tachtigtal steden en dorpen! Tusschen Roeselare,
+in het Noord-Westen, en Schoorisse, in het Oosten, is er een afstand van
+ongeveer zeven mijlen. Kanegem, in het Noorden, en Herne, in het
+Zuid-Westen, zijn vijf mijlen van elkander verwijderd.
+
+En schoon, betooverend schoon ligt dat groote landschap voor den
+aanschouwer. Overal gewitte huizen met roode daken; overal rookende
+schouwen en draaiende molens; overal weiden en velden; overal hagen en
+boomen; overal zwoegende werklieden; overal licht en schaduwe...
+
+Och neen, wij moeten Spanje en Zwitserland niet bezoeken om schoone
+natuurtafereelen te vinden; de Vlaamsche Ardennen zijn rijk aan
+schilderachtige hoekjes, aan heerlijke vergezichten.
+
+Den berg afdalende, toefden wij nog eenige oogenblikken aan de kapel.
+
+Eene plechtige stilte, eene kalme avondrust zweefde over het woud. De
+bron murmelde rusteloos voort, maar de vogelen hadden reeds hun
+slaapliedje gezongen en scholen nu onder de bladeren der boomen.
+
+Ongaarne verlieten wij het dichterlijk oord.
+
+Onderwege vertelde ons de vriendelijke heer Moreels, dat de berg in 1852
+nog onbebouwd was; dat de kapel haar ontstaan te danken heeft aan MGR
+MALOU, bisschop van Brugge; dat de jaarlijksche novene, ter eere van den
+H. Arnoldus, den 16 Augustus begint; dat er 's Zondags eene schoone
+processie uit de parochiale kerk vertrekt, en dat het gemiddeld getal
+der bezoekers ieder jaar tot 40,000 stijgt.
+
+
+
+
+XII.
+
+Naar Quaremont en den Kluisberg.
+
+
+Een uitstapje naar Quaremont en den Kluisberg is, bij zomerweder, een
+genot voor kinderen en bejaarden, voor alwie behagen schept in het
+betrachten van Gods heerlijke natuur.
+
+In een uurtje stoomt men van Kortrijk, door een allerschoonste
+landschap, langs Zwevegem, Heestert, Avelgem en Ruien naar Berchem.
+
+Avelgem en de omliggende dorpen hadden in de XVIe eeuw veel te lijden
+van de Malcontenten en van de legers der Staten. Het kasteel van Avelgem
+werd driemaal veroverd; de kerk, vier windmolens en meer dan tweehonderd
+huizen werden afgebrand; van de duizend ingezetenen bleven er nauwelijks
+honderd «te lijve.» Het dorp Autrijve lag gansch «vaghe,» evenals «de
+splete» van Bosuit en Moen.
+
+Avelgem is de geboorteplaats van C.-F.-A. DUVILLERS (1803-1885), wiens
+volksliedjes zeer geprezen worden. STIJN STREUVELS schrijft er
+hedendaags zijne boeiende verhalen.
+
+Ruien gelijkt aan een dorpje uit een bergland. Boven de roode daken der
+huizen wuiven de boomen van den Kluisberg met hunne donkergroene toppen.
+
+Van Berchem leidt een klimmende weg naar Quaremont, eene gemeente van
+1,550 zielen.
+
+Quaremont ligt misschien in het schilderachtigste deel van heel
+Zuid-Vlaanderen. De kerk staat op eene hoogte. Zij heeft eenen witten
+gevel en eenen zwaren toren met eene kleine spits.
+
+Een groot gedeelte van Quaremont is overdekt met bosschen. Diepe
+ravijnen loopen in alle richtingen. Hier en daar borrelt ijzerachtig
+water op.
+
+De Romeinen hebben deze plaats gekend. Over eenige jaren heeft men er
+een kerkhof ontdekt, met penningen en andere voorwerpen, welke men in
+die verwijderde tijden bij de lijken placht te leggen.
+
+Te Quaremont stond de wieg van JAN VAN HECK (1625-1669), die vele kleine
+landschappen schilderde, welke hij met bloemen en vruchten versierde.
+Hij verbleef eenige jaren te Rome en overleed te Antwerpen.
+
+Den steenweg naar Ronse volgende, komt men aan _de Klok_, eene voorname,
+landelijke herberg. Vóor het huis heeft men een schoon zicht op Zulzike,
+Nukerke, Oudenaarde en het omliggende.
+
+Een weinig verder, aan de herberg _de Martiko_, ontrolt zich een dubbel
+panorama. Noordwaarts, door eene heerlijke vallei, blikt men op
+Vlaanderen, met de torens van Gent en Oudenaarde aan den gezichteinder;
+zuidwaarts, langs den Kluisberg, ontwaart men Henegouw, met den
+Drievuldigheidsberg en de blauwe hoogte van Bon-Secours in het nevelig
+verschiet.
+
+Toen wij den laatsten keer de plaats bezochten -- in den zomer van 1898
+-- dreef een onweder over de streek. Aan den eenen kant glinsterde het
+zonnelicht; aan den anderen kant viel een dichte regen. Nu en dan vlogen
+rosse bliksemflitsen door het wolkgevaarte. Nooit zullen wij dien dag
+vergeten.
+
+Aan den «Martiko» rechts gaande, kan men, langs het schoone kasteel van
+Mevrouw de Crombrugghe, naar den Kluisberg wandelen.
+
+In het bosch ademt men eene reine, smakelijke lucht in. De wind suist
+in de boomen; de vogelen zingen in de struiken; de bijen gonzen op de
+kleine heidebloempjes. Sierlijke varens en groene kraakbeziestruiken
+groeien in de schaduwe.
+
+ * * * * *
+
+De Kluisberg is 141 meters hoog, en grootendeels begroeid met
+mastbosschen. De aanblik op Henegouw en West-Vlaanderen is nochtans niet
+belemmerd. Bovendien vindt men daar een witgekalkt torentje, dat men
+voor eenige centiemen mag beklimmen.
+
+Honderden namen van groote mannen en gewone stervelingen staan op den
+muur, waarmakende dat het plekje veel bezocht wordt.
+
+Aan den voet des bergs ligt het lieve Ruien. Verder rijzen Orroir,
+Amougies, Rozenaken, Schalafie en Anseroeul; nog verder onderscheidt men
+Pottes, Celles, Herne en Molenbaix.
+
+Westwaarts kronkelt de Schelde door weiden en meerschen. Over den stroom
+beginnen de West-Vlaamsche valleien en verhevenheden, met Avelgem,
+Autrijve, Helkijn, Sint-Denijs en Moen.
+
+Aan den gezichteinder steekt de toren van Mont-St-Aubert, op den
+Drievuldigheidsberg, in de lucht. Daarachter ontwaart men de reusachtige
+torens van Doorniks hoofdkerk. En tusschen al die gemeenten staart men
+op golvende graanvelden, op eenzame huisjes, op draaiende molens, op
+wiegelende boomen, op slingerende straten en voetpaden, op spelende
+kinderen, op rondslenterende mannen en vrouwen. En de zonne, langzaam
+ten Westen neigende, werpt haar fijnste goud over heel het landschap.
+
+Achter het torentje, in de toppen der sparren, zingen de vogelen
+genoeglijk en tevreden... Ook de wandelaar is tevreden, en neurt den
+dichter na:
+
+ o God, wat is uw schepping schoon,
+ Wat zijn uw werken wonder!
+ Wat is die hooge hemel blauw,
+ Hoe groen het veld er onder!
+
+De grond van den Kluisberg is ijzerachtig. Niet verre van het
+meergenoemde torentje, westwaarts, vindt men twee rechtstaande
+rotsblokken van ongelijke grootte: Peetje en Meetje geheeten. De
+geleerden vermoeden, dat het dolmens zijn, welke vroeger op den top des
+bergs stonden en later, bij de opkomst van het christendom, als
+duivelssteenen omvergestooten werden.
+
+ * * * * *
+
+Eenige bijzonderheden, rakende de genoemde gemeenten, zullen hier te
+stade komen.
+
+Benoorden Ruien liggen Berchem en Kerkhove, met eene brug over de
+Schelde. Berchem is eene levendige plaats; Kerkhove heeft eene Gothische
+kerk, met smaak versierd naar de eischen der middeleeuwsche kunst.
+
+Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies behooren tot het
+arrondissement Oudenaarde, doch zij hebben eene Waalschsprekende
+bevolking. Ons taalgebied is trouwens in het Zuiden van Oost-Vlaanderen
+door eene reeks verhevenheden, als door eenen natuurlijken dijk,
+afgesloten.
+
+Rozenaken is de geboorteplaats van HENDRIK DEPELCHIN (1822). Deze
+onverschrokken geloofszendeling wrocht in Afrika en in Oost-Indië. Hij
+stichtte een college in het Himalaya-gebergte.
+
+Zuidwestwaarts, in de richting van Robaais, schuilt Dottignies, eene
+groote gemeente, met ongeveer 4,300 inwoners. Te Dottignies stond de
+wieg van L.-P.-J. DUBUS DE GISIGNIES (1780-1849), eenen ervaren
+staatsman. Dubus vertrok in 1825, als commissaris-generaal, naar
+Oost-Indië. Hij bouwde de katholieke kerk van Batavia, zorgde voor het
+algemeen welzijn zijner onderdanen, en poogde tevens den Belgischen
+koophandel uit te breiden.
+
+Ondanks de vruchtbaarheid des gronds, heerscht er door den band meer
+welstand in het dal der Lei, dan in de vallei der Schelde. Terwijl de
+bevolking van Harelbeke, Kuurne, Bissegem, Lauwe verdubbelde sedert
+1820, is die van Avelgem, Waarmaarde, Heestert, Ansegem en Tiegem
+merkelijk verminderd.
+
+
+
+
+XIII.
+
+Oudenaarde.
+
+
+ Daar zit en droomt gij aan de Schelde,
+ En spiegelt u in 't klare nat.
+ Uw roem en welvaart zijn verzwonden;
+ Toch zal mijn lied uw lof verkonden,
+ o Moedergrond, o vaderstad!
+ Toch blijft gij steeds mijn liefste schat,
+ Mijn dierbaar Oudenaarde!
+
+Dus zingt G. ANTHEUNIS, een zoon van Oudenaarde.
+
+Men weet, dat de keuren, welke 's lands vorsten aan de opkomende
+gemeenten schonken, de openbare veiligheid waarborgden, de rechten en
+plichten tusschen de poorters en den landheer bepaalden.
+
+Oudenaarde dankte zijne keure aan Philip van Elzas. De eerste
+versterkingen der stad waren van 1188.
+
+In den loop der eeuwen werd Oudenaarde dikwijls belegerd: door de
+Gentenaars in 1382 en in 1452; door de Franschen in 1658, 1667, 1684,
+1708 en 1745.
+
+Ten jare 1382 stond Frans Ackerman, een der hardnekkigste voorstanders
+van Philip van Artevelde, aan het hoofd der belegeraars.
+
+FROISSART wil, dat deze alsdan gebruik maakten van hun groot kanon: _de
+dulle Griet_. Zeker is het, dat dit moordtuig in 1476 bestond. Dit jaar
+betaalde men eene «zekere leveringhe van hout,» en eenen grooten olm,
+«daer eene busse, gheheeten de groote Griete» en andere «engienen» in
+gelegd werden.
+
+Toen de Gentenaars in 1452 de stad innamen, werden vier personen wegens
+verraderij onthoofd: Jan en Lieven Willems, Lieven Boene en Everaard van
+Botelaer.
+
+Bij deze belegering verloren de Gentsche bakkers «eenen rebaude ende
+twee taergen.»
+
+In het begin der XVIe eeuw was de stad nog niet groot, maar zeer rijk.
+Zij telde honderden tapijtwerkers, wier voortbrengselen heinde en verre
+gezocht werden. De grootste schilders van Antwerpen, Teniers en anderen,
+leverden teekeningen voor den kunstigen arbeid. In het gasthuis
+bewondert de reiziger nog twee groote muurtapijten, jachten met valken
+voorstellende.
+
+Frans I, koning van Frankrijk, stichtte in zijn land de eerste
+tapijtweverijen. Hendrik IV riep uit Vlaanderen bekwame wevers, aan wie
+hij bijzondere voorrechten verleende. Mark de Cooman en Frans van der
+Plancke stonden aan het hoofd der werkzaamheden. Omtrent het jaar 1650
+toog Jan Janssens, van Oudenaarde, ook naar Parijs. Vier jaren nadien
+werd deze op zijne beurt «maître tapissier du Roy.»
+
+Hedendaags telt Oudenaarde ternauwernood 6,000 inwoners. Den Donderdag van
+elke week houdt men er eene belangrijke markt van landbouwvoortbrengselen.
+De brouwerij is mede een voorname tak der plaatselijke nijverheid.
+
+Dat Oudenaarde eens rijk was, blijkt uit de pracht zijner openbare
+gebouwen.
+
+[Illustration: STADHUIS VAN OUDENAARDE.]
+
+Een zeer merkwaardig gebouw is de kerk van Pamele, tegen de Schelde. Zij
+is een werk van den bouwmeester ARNOLD VAN BINCHE en dagteekent van
+1235-1239. Zij behoort tot den overgangsstijl en is bijna onveranderd
+bewaard gebleven. Over eenige jaren waren de muren nog beplakt en gewit,
+maar AUG. VAN ASSCHE herstelde den tempel op meesterlijke wijze, en
+thans prijkt hij weer in zijne eerste, strenge schoonheid.
+
+De Sinte-Walburgakerk werd begonnen in 1414, voltrokken in 1515. Het
+koor, over weinige jaren hersteld, is ouder dan het schip. Den toren,
+die 88 meters hoog is, bouwde Jan van der Eecke in 1478 en volgende
+jaren. Getroffen door den bliksem, in den zomer van 1803, verloor hij
+zijne sierlijke naald. Deze had eene hoogte van 78 meters, en was
+vervaardigd geworden door Thomas Goossens, van Gent, in 1619.
+
+De beeldstormers der XVIe eeuw richtten te Oudenaarde groote
+verwoestingen aan. Op St-Bartholomeüsdag 1566 plunderden zij de kerken,
+alles verwoestende, wat men niet in veiligheid had kunnen brengen.
+
+Den 4 October 1572 wierpen eenige schurken, aangevoerd door den kapitein
+Blommaert, zes priesters in de Schelde: Paulus van Coye, Pieter van den
+Hende, Jan van Bracle, Jacob de Deckere, Jan van Opstalle en Jacob van
+Anvaing. In den avond leidde men hen uit het kasteel van Pamele, waar
+zij sedert den 7 September gevangen zaten, naar het nieuw kasteel. Hier
+werden zij «ontcleet tot op huerlieder hemde;» en nadat men hun de
+handen en de beenen gebonden had, schoot men hen «met den hoofde voren,
+door de veijnsters» in den stroom. Jacob van Anvaing werd nochtans
+«wonderlijck verlost.» Dit verrichtten de verdedigers van de
+«gewetensvrijheid,» de «verdraagzame» geuzen!
+
+Het stadhuis, een toonbeeld van den praalzuchtigen stijl der derde
+Gothiek, en bovendien een echt juweel, is van 1525-1580. HENDRIK VAN
+PEDE, van Brussel, werd gelast met het vervaardigen van de teekeningen,
+alsook met het besturen en bewaken van de werken. WILLEM DE RONDE zorgde
+voor de bouwstoffen en het beeldhouwen der steenen.
+
+De eventijdige rekeningen der stad noemen nog andere kunstenaars:
+ADRIAAN VAN HOORICK, PAUL VAN DER SCHELDE, JORIS DE LA POTELLERIE,
+MICHIEL PIETERS, GILLIS SPIERINCK, JOZEF DE CLERCQ.
+
+P. VAN DER SCHELDE sneed het merkwaardig portaal in eikenhout, dat de
+raadzaal verrijkt. Dit gewrocht behoort tot den Renaissancestijl.
+
+Te Kortrijk liet men «den patroen maecken van de caven, staende binnen
+den scepenhuuse.» Deze werden nochtans niet nagebootst.
+
+De volkszaal, in den laatsten tijd hersteld en versierd door VERHAEGEN,
+BLANCHARD, BRESSERS en HENDRICKX, is schoon te noemen. Op de schouw
+leest men het jaartal 1545. De beeltenissen van Karel den Groote,
+Liederik de Buck, Robrecht van Bethune en Karel V versieren de muren.
+
+Het museüm van oudheden en de bibliotheek zijn niet van belang ontbloot.
+In het museüm bewaart men oude wapens, zegels, bogen en sporen,
+wijnkannen uit de XVe eeuw. Daar is ook de boekerij van wijlen Karel
+Liedts.
+
+De toren van het stadhuis of het Belfort is almede een meesterstuk van
+smaak en zwierigheid. Het Belfort is 40 meters hoog, en draagt op zijn
+toppunt een verguld koperen beeld van twee meters: _Jantje van
+Oostenrijk_, zegt eene oorkonde. Jantje staat daar te prijken sedert
+1580.
+
+Oudenaarde bezit nog andere gebouwen, die een bezoek verdienen: het oude
+huis van Burgondië, langs de Schelde, nu tot vredegerecht ingericht, en
+het voormalige klooster van Maagdendale, niet verre van de kerk van
+Pamele, nu ene kazerne.
+
+Een paar gekende rederijkkamers: _Pax vobis_ en _de Kersowieren_ hielden
+tooneelwedstrijden en woonden vreemde landjuweelen bij. In hunne stad
+stelden zij prijzen op in 1462 en in 1564. _Pax vobis_ ging naar
+Kortrijk in 1512. Men wil ten andere, dat de gezellen dier twee steden
+altijd «in vrinscepe» leefden. Zelfs schonk het magistraat van
+Oudenaarde, in 1559, «aen die van Curtrijcke in dancbaerheden een
+vriendelic banket,» dat ruim 567 pond parisis kostte.
+
+Op het landjuweel van Gent, in 1440, verschenen de Oudenaardsche
+genootschappen met 88 gezellen zonder boog, 365 met boog, eenen
+speelwagen, 339 ruiters en eenen koning, omringd door 79 poorters.
+
+Het landjuweel van 1497 overtrof al de voorgaande kunstfeesten in pracht
+en luister. Nu zond Oudenaarde 132 wagens, overdekt met wit laken, 88
+paren ruiters en meer dan 200 gezellen te voet.
+
+Te Oudenaarde stond de wieg van Margareta van Parma, geboren «binnen
+Pamele, op het Spei,» van Joanna van de Gheenst; -- van MATTHIJS DE
+CASTELEYN (1488-1550), Vlaamschen dichter, behoorende tot de
+rederijkkamer _Pax vobis_; -- van JAN VAN DEN DRIESSCHE, meer gekend
+onder den naam van DRUSIUS (1550-1616); -- van den schilder ADRIAAN
+BROUWER (1608-1640); -- van JAN RAEPSAET (1750-1832), rechtsgeleerde,
+oudheidkundige en geschiedschrijver; -- van B. DE RANTERE (1775-1831),
+kroniekschrijver; -- van den reeds genoemden staatsman LIEDTS; -- van
+den geschiedvorscher A. VAN DER MEERSCH; -- van den geleerden pater VAN
+TRICHT, S. J. (1842-1897); -- van den dichter en toonkundige G.
+ANTHEUNIS (1840).
+
+De Casteleyn, «priester en excellent poëet,» had eenen grooten dunk van
+«de conste van rhetorijcke.» Ik schreef, zegt hij ergens, 36
+esbatementen, 38 tafelspelen, 12 staande spelen «van sinne» en 30
+wagenspelen. Het boek, waarin hij zijne voorschriften uiteenzette,
+verscheen na zijnen dood, en wel in 1555. Het bleef gedurende eene eeuw
+het wetboek voor allen, die aanspraak wilden maken op den naam van
+dichter.
+
+Drusius werd leeraar der Oostersche talen te Oxford, te Leiden en te
+Franeker. Verscheidene gewrochten over het Oude Testament en de heilige
+Schrift vloeiden uit zijne pen.
+
+Brouwer heeft men «den Rubens van het genre» genoemd. Met voorliefde
+maalde hij tooneelen uit het woeste leven in de kroegen. Vechtende,
+rookende, slapende, bedwelmde en onpasselijke boeren en slempers,
+ziedaar de onderwerpen van zijne tafereeltjes. Maar deze zijn
+wonderkeurig bewerkt, en tintelen van humor en argelooze waarheid.
+
+B. de Rantere hield zich langen tijd en met onvermoeide volharding bezig
+met het opsporen van de belangrijke archieven, die ten stadhuize bewaard
+worden. Ook genoot hij onder zijne medeburgers de eervolle
+onderscheiding, die alleen den braven en rechtzinnigen man ten deele
+valt.
+
+Liedts schonk zijne gansche boekerij aan de stad.
+
+Mevrouw Verwee, geboren Maria d'Huygelaere, is ook een kind van
+Oudenaarde. Zij dichtte de gekende _Meerschbloemen_.
+
+
+
+
+XIV.
+
+Naar Leupegem en Edelare.
+
+
+Leupegem en Edelare zijn twee kleine, maar vriendelijke gemeenten in de
+nabijheid van Oudenaarde.
+
+Leupegem heeft 1050, Edelare ongeveer 400 inwoners. Te Leupegem
+aanschouwde de rederijker J.-B. DE BACKER het levenslicht (1783).
+
+Den steenweg naar Geeraardsbergen volgende, beklimt men den
+Edelare-berg, die ruim 80 meters hoog is. De helling is nog al steil.
+Ook zal de wandelaar wel eens poozen, en dan eenen blik werpen op de
+stad en de vallei der Schelde.
+
+Oudenaarde, met zijne torens, daken en schouwen, ligt daar vóor hem, in
+de diepte, te midden van uitgestrekte, zachtgroene beemden, waar koeien
+grazen en kinderen spelen. Tusschen Melden en Elzegem kronkelt de
+Schelde, tintelend in den glans der zomerzon. Aan den anderen kant
+onderscheidt men het oude Eename, het nijverige Eine, Heurne met zijnen
+witten kerktoren, en verder de hoogten van Gaver en het Belfort van
+Gent.
+
+Tusschen Edelare en Oudenaarde zijn de bronnen, die de stad voorzien van
+goed drinkbaar water.
+
+Edelare heeft een Gothisch kerkje, dat goed hersteld is. Het staat op
+het hoogste des bergs. Eenige minuten verder rijst de vermaarde kapel
+van O.-L.-Vrouw van Kerselaar, te midden van eenige eenvoudige huisjes.
+Langs den weg ontmoet men de veertien tafereelen van het lijden des
+Zaligmakers. Men waant, dat de koornaren daar weemoediger ruischen dan
+elders; dat de leeuwerik daar stiller zingt, dan hij pleegt. O die
+godsdienstige poëzij in Vlaanderens heerlijke velden!...
+
+Edelare was voorheen eene wijk van Volkegem. Een pastoor dier plaats,
+Rogier van Brakel, bezat een houten beeldje van de Moeder Gods. Toen de
+brave man zijn einde voelde naderen, schonk hij het beeld aan zijne
+bloedverwante Katharina van Brakel. Deze bracht het, in de maand October
+1452, naar Edelare, en hechtte het aan eenen kerseboom.
+
+Korten tijd nadien bouwde men eene kleine kapel. Den 5 Juli 1459
+verslonden de vlammen dit heiligdom.
+
+Dank aan de milddadigheid van den toenmaligen heer van Oudenaarde,
+Odoward Blondeel de Joigny, legde men reeds den 21 Juli daaropvolgende
+den eersten steen van eene grootere en schoonere bedeplaats. De bisschop
+van Kamerijk wijdde ze den 3 Mei 1460, op den feestdag der Kruisvinding.
+
+Na de beeldstormerij deed Jacob de Joigny de kapel herstellen en
+vergrooten. De Jacobijnen verkochten ze, in 1798, aan zekeren Thomas
+Lepape. Drie jaren nadien nam M. Martroye, van Oudenaarde, het gebouw in
+bezit. Hij verkocht het op zijne beurt, in 1831, en den 30 April 1833
+stelde de bisschop van Gent de hedendaagsche bestuurwijze vast.
+
+Vóor de Fransche omwenteling bezat de kapel van Kerselaar eenige vaste
+goederen, alsook kostbare juweelen en altaargewaden.
+
+Aan het gewelf hangt, sedert 1860, een houten krokodil, gesneden door
+VAN BIESBROUCK. Men verhaalt, dat Joost de Joigny, heer van Pamele, in
+1555 op zijnen tocht langs den Nijl door eenen krokodil werd bedreigd.
+De ridder beloofde, bij zijne terugkomst in het vaderland, het monster
+in de kapel van Kerselaar dankbaar op te hangen, indien hij het gevaar
+mocht ontkomen. Hij ontsnapte inderdaad aan den dood, en bracht zijne
+belofte onverwijld ten uitvoer.
+
+De Franschen zonden het geraamte naar de natuurkundige verzameling eener
+Gentsche school.
+
+Meer dan eens kwamen 's lands vorsten vóor het altaar der Moeder Goris
+nederknielen: Maria van Burgondië in 1480, Maximiliaan van Oostenrijk in
+1513, Karel V in 1521, Philip II in 1557, Izabella in 1625.
+
+De wijding der kapel wordt jaarlijks gevierd op den eersten Zondag na
+Kruisvinding, in de bloeiende Meimaand.
+
+De bedevaarders van het Westen, die met het krieken van den dag te
+Oudenaarde toekomen, bidden onderwege luidop den Rozenkrans, en keeren
+later met kransen en vaantjes terug. De kinderen koopen «lekkie.»
+
+Den 2 Mei 1711 keurde het vicariaat van Doornik de plaatsing goed van
+een beeldje van O.-L.-Vrouw van Kerselaar, op het altaar der H.
+Drievuldigheid, in de kapittelkerk van Kortrijk. Tevens stichtte men
+eene broederschap, wier leden alle jaren, op den Zaterdag der novene, te
+Edelare plechtig werden ingehaald.
+
+De huidige kapel van Kerselaar is tamelijk groot, en heeft een slank
+torentje. Zij bezit twee altaren. Maria heeft haar Kindeken op den
+rechterarm. Verder leest men dit jaarschrift:
+
+ UW GEKROOND WONDERBEELD BLIJVE ALLER
+ TOEVLUCHT.
+
+Wij kennen eene oude plaat van DU TIELT, voorstellende den heuvel van
+Kerselaar, met den boom, de kapel en het lachende landschap rond
+Oudenaarde. Op eene wapperende banier prijkt een vers uit het Hooglied:
+«Hare vrucht is zoet; dus Maria groet!»
+
+ * * * * *
+
+Niet verre van Kerselaar, tusschen Oudenaarde en Volkegem, op de helling
+van den berg, ligt eene wijd gekende herberg: _Tivoli_. Onder de linden,
+vóor het huis, kan men een half uurtje rusten en... genieten. In den
+zomer wordt de Tivoli door de bevolking van Oudenaarde druk bezocht.
+
+Achter de heuvelen van Volkegem schuilen Mater en Ste-Maria-Hoorebeke.
+Het schijnt, dat deze dorpen in de XVIe eeuw bewoond werden «door
+scaemele lieden, legghewerckers en tapijtwevers.» De meesters bewoonden
+Oudenaarde.
+
+Al die handwerkers, «dagelijcx ommegaende met Fransche en Duitsche
+kooplieden in wolle, wierden door hen allengskens besmet met de leering
+van Luther en Calvin.» De dorpen, gelegen op den anderen oever der
+Schelde, «bleven van de nieuwe leering bevrijd, als weinig uitstaans
+hebbende met vreemdelingen.»
+
+De menschen «der voornoemde parochiën, meest de leer van Calvin
+toegenegen,» waren de eerste, «die ten jare 1566 de beelden braken, zoo
+binnen als buiten de stede.»
+
+Gedurende het daaropvolgende bestuur van den hertog van Alva moesten
+velen het land verlaten. Zij vertrokken «met vrouwen en kinderen naar
+Duitschland, Engeland en Frankrijk.» Doch na de Bevrediging van Gent, in
+1577, keerden zij naar hunne haardsteden terug.
+
+Later vestigden zich de meesten te Maria-Hoorebeke. De tempel, «waer zij
+hunnen godsdienst uitoefenden, lag op het gehucht Grysbeke.»
+
+Ste-Maria-Hoorebeke is inderdaad, te midden van het katholieke
+Vlaanderen, eene protestantsche gemeente gebleven. Het handschrift,
+waaraan wij deze bijzonderheden ontleenen, voegt er bij, dat «die
+gereformeerden zich zeer gerustelijck houden.»
+
+Elzegem, tusschen de Schelde en de grens van West-Vlaanderen gelegen,
+heeft een fraai kasteel.
+
+Te Elzegem stichtte Bernaard van Bracle, in 1416, eene priorij. Langen
+tijd hielden de kloosterlingen zich bezig met het schrijven en binden
+van boeken. Wij weten althans, dat het bestuur van Sint-Martenskerk, te
+Kortrijk, in 1462 aldaar «twee vulle zouters met vigeliën» bestelde,
+alsmede «eenen hantifenere.» Ten jare 1466 maakte men van dit laatste
+boek een nieuw afschrift.
+
+Etikhove, met 2,500 inwoners, ligt oostwaarts, op de Markebeek. Daar
+vond men in 1869 eene zekere hoeveelheid gouden geldstukken,
+dagteekenende van 1469 tot 1598, met de beeltenissen van Ferdinand V,
+Karel V, Frans I, Sebastiaan I en Philip II. De schat, eene waarde
+hebbende van ongeveer 500 fr., werd opgedolven in eene weide van L.
+Blommaert, op het gehucht Grootendriesch.
+
+
+
+
+XV.
+
+Naar Gaver.
+
+
+Benoorden Oudenaarde kronkelt de Schelde voorbij Eename, Eine en Heurne;
+dan richt zij zich oostwaarts naar Welden, Hermelgem, Meilegem en
+Dikkelvenne, en vloeit vervolgens weer het Noorden in, wijkende voor den
+heuvel van Gaver.
+
+Eine is eene schoone, nijverige gemeente, met ongeveer 3,000 inwoners.
+Men vindt er sedert eenige jaren eene spinnerij en eene weverij, die
+ieder tweehonderd werklieden bezig houden.
+
+Boven de deur eener herberg leest men deze eigenaardige rijmen:
+
+ Komt in den Belg
+ En neemt een zwelg,
+ Want 't beste nat
+ Is nog in 't vat.
+
+De dorpskerk bestaat uit oude en nieuwere deelen. Groote herstellingen
+werden gedaan in 1601 en 1623.
+
+Als eene plaatselijke eigenaardigheid noemen wij «den koddigen fittel,»
+op den laatsten dag der jaarlijksche kermis. Alle gebeurtenissen, die
+gedurende de verloopen maanden de aandacht des volks boeiden, worden
+door de jonge lieden zinnebeeldig voorgesteld. Met het vallen van den
+avond trekt de stoet zingend en spelend door de voornaamste straten der
+gemeente, hier en daar stilhoudende om de toegestroomde menigte door
+allerlei bokkesprongen te verlustigen.
+
+ Vrienden, wij zijn al verblijd,
+ Nu met den kermistijd;
+ Wij hebben ons best gedaan,
+ En de fittel blijft bestaan.
+
+Eine vormde in vroegere eeuwen, met het omliggende, de onafhankelijke
+heerlijkheid van de graven de Landas. Hunne burcht stond tusschen de
+kerk en de Schelde, op «de Motte.»
+
+Het kapittel van Sint-Elooi, te Eine, bezat onder andere «eene seer oude
+fondatie, wesende van het jaer 1185, ghemaect by Gerardus de Landas.»
+
+Arnold de Landas vergezelde den graaf van Vlaanderen ter eerste
+kruisvaart. Toen hij wederkeerde, haalden de ruiters van Eine en de
+naburige dorpen hem zegevierend in. De held had een stuk van het
+waarachtig Kruis des Zaligmakers mede. Van dit stuk maakte men nadien
+een kruisje, dat men nog in de dorpskerk bewaart.
+
+Alle jaren, op Sint-Pietersdag, herdenkt men dezen tocht door eene
+ruitersprocessie. Na den ommegang zegent men de ruiters en de paarden,
+vóor de kerkdeur, met het gebeente van Sint Elooi.
+
+Eene dergelijke plechtigheid bestaat ook te Asper, ten Noorden van Eine,
+maar op den feestdag van Sint-Marten in het begin van Juli. De weg, dien
+men hier volgt, loopt naar al de uiteinden der gemeente, langs straten
+en wegels.
+
+De voetgangers komen vóor het krieken van den dag, om drie ure 's
+morgens, aan de kerk bijeen. Nu eens biddende, dan weer zingende, gaan
+zij voort. Aan ieder kapelleken, dat zij ontmoeten, toeven zij eenige
+stonden. Rond zes ure is de menigte weer aan de kerk.
+
+De ruiters vertrekken om vijf ure en volgen denzelfden weg, doch houden
+nergens stil, tenzij aan de kapel van Sint-Marten.
+
+Den volgenden Zondag wordt de ommegang vernieuwd, doch alleen rondom het
+kerkhof. Al de inwoners van Asper, die kunnen, en honderden
+vreemdelingen, zijn in de hoogmis tegenwoordig. De processie met het
+Allerheiligste is schoon, treffend. Eene zee van volk overdekt het
+kerkhof, eerbiedig biddende; honderden ruiters volgen op stap, doch
+blijven buiten den muur, die den doodenakker omringt.
+
+Zoodra dan de processie binnen is, verschijnen de ruiters der gemeente
+met hun vaandel op het kerkhof. Driemaal doen zij den ommegang, eerst op
+stap, daarna op den draf en eindelijk in de vlucht.
+
+Het teeken is gegeven en beurtelings rijden de boeren van Nazareth,
+Eeke, Heurne, Mulhem, Zingem, Eine en andere plaatsen den ommegang. De
+klok luidt, de beiaard speelt, het volk juicht en -- Sint-Martenskermis
+is volop aan den gang.
+
+Asper heeft 1,860 inwoners.
+
+Tusschen Heurne en Asper beschrijft de Schelde eene bocht. Daar ligt
+Zingem, in eene vruchtbare vlakte. Het dorp telt 2,400 zielen.
+
+Na de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw was de kerk van Zingem heel
+bouwvallig. De toren stortte neder in 1580. «Dit was de ruine van den
+tempel, want het koor viel ook in.»
+
+De herstelling begon in 1593. Het metselwerk van den toren was in 1613
+geheel opgemaakt. In 1635 zette men op den toren «eene spits van 100
+voeten, met vier kleyne torentjes, elk 20 voeten hoog.» HENDRIK VAN
+HAEREN, pastoor der parochie van 1696 tot 1712, stelde een verslag over
+al die werken op. Zijn handschrift is in het archief der kerk.
+
+Onlangs teisterde een brand het sierlijke bedehuis.
+
+Bewesten Zingem daagt Huise, de geboorteplaats van den toondichter
+GEVAERT.
+
+Gaver, de geboorteplaats van den geleerden AMAND BAUWENS, is eene
+gemeente van nagenoeg 1,700 zielen.
+
+Daar beginnen de eerste heuvelen, die langs Balegem naar het land van
+Aalst loopen.
+
+Gaver is het meest gekend door den veldslag, dien Philip de Goede in
+1453 op de Gentenaren won. Men weet, wat er gebeurde.
+
+Gent en Brugge -- merkt David aan -- even bloeiend door nijverheid en
+koophandel, maar ook even brooddronken in den voorspoed, hadden, sedert
+ruim eene eeuw, aan den landheer zelden of nooit meer volkomen
+gehoorzaamd. Beide steden hadden, nu eens met reden, dan weer uit
+enkelen wrevel, de graven gedwarsboomd, en ja de wapens tegen hen
+opgevat, om wettiglijk verworven of aangematigde rechten en vrijheden
+voor te staan.
+
+Zoo ging het weer omtrent het midden der XVe eeuw.
+
+Door de langdurige oorlogen, welke Philip de Goede had moeten voeren,
+stak deze in groote schulden. Daarom vroeg hij eene tijdelijke belasting
+van twee stuivers grooten «up elc hoet zouts.»
+
+De Gentenaars weigerden, en de hertog verliet de stad met het vast
+besluit van er geenen voet meer in te zetten, vooraleer zij zich zou
+hebben onderworpen aan dien eisch.
+
+Nu volgde de eene moeilijkheid op de andere. In den zomer van 1453 riep
+de Burgondiër uit al zijne landen nieuwe manschap op. Hij trok van
+Rijsel naar Kortrijk, toog Oost-Vlaanderen in, veroverde het kasteel van
+Schendelbeke, benoorden Geeraardsbergen, maakte zich meester van het
+slot van Poeke, nabij Nevele, en kwam den 15 Juli voor Gaver.
+
+Het stormde in Gent. Roeland zond zijne zware stem over de stad; jong en
+oud vloog in de wapens. Volgens LA MARCHE -- een gelijktijdige schrijver
+-- trokken twee heiren de poorten uit; het eene, 25,000 man sterk, ging
+langs Merelbeke en Vurste; het andere, dat ongeveer 20,000 man telde,
+toog oostwaarts over Lembeke.
+
+Den standaard der gemeente rechtte men op het veld van Semmerzake,
+benoorden Gavere. De opstandelingen gehoorzaamden aan Jacob Meeussone en
+Diederik van Scaubrouck.
+
+Men vocht den 23 Juli. De Gentenaars verweerden zich als ware helden.
+Zij wondden den jongen Karel en meenden zelfs zijnen vader, den hertog,
+in het gras te doen bijten, toen de krijgskans keerde. Nagenoeg 20,000
+Vlamingen bleven dood, versmoord in de Schelde, vertrappeld onder de
+paarden, of neergeveld door de wapenen.
+
+Nu nog draagt een deel van het bloedige slagveld den naam van «Roode
+Zee.»
+
+ * * * * *
+
+Voor de liefhebbers onzer folklore zij hier aangestipt, dat zij langs de
+Schelde eenen rijken oogst kunnen opdoen.
+
+Te Asper vertelt men van Sneeuwwitje, het beminnelijk kind, en den
+koning van Oosterbant; te Zingem zingt men nog altoos het oude _liedje
+van de week_:
+
+ De Zondag, de Zondag,
+ Dat is de dag des Heeren;
+ Dan doen wij onze schoenen aan,
+ En onze beste kleeren.
+
+Ziehier een raadseltje, dat wij in dezelfde gemeenten hoorden stellen:
+
+ Asper en Zingem,
+ En het kerksken van Mullem,
+ In hoeveel staven spelt gij -- dat?
+
+
+
+
+XVI.
+
+Binders of Branders.
+
+EENE BLADZIJDE UIT DE GESCHIEDENIS VAN DEN BOERENKRIJG
+
+
+Onze lezers weten, dat de Franschen, op het einde der XVIIIe eeuw,
+millioenen en millioenen uit ons vaderland haalden. Die ontzaglijke
+sommen noemden zij belastingen, bevoorradingen voor het leger, gedwongen
+leeningen. Wij voegen er bij: plunderingen van allerlei aard,
+aftroggelarijen, diefstallen.
+
+In het jaar 1794 mislukte de oogst. De daaropvolgende winter was
+buitengewoon streng. De prijzen der levensmiddelen stegen overal, eene
+algemeene ellende stond vóor de deur.
+
+Er was meer. De goddeloosheid vermeerderde van dag tot dag; de mindere
+man dompelde zich in allerhande ondeugden.
+
+De eerlijke lieden weigerden openbare ambten te aanvaarden; de
+misdrijven werden weinig of niet beteugeld.
+
+Moet het ons dan verwonderen, dat de aanslagen tegen personen en
+eigendommen gedurig toenamen; dat vele ongelukkigen in de bosschen
+samenscholen, levende van roof en plundering.
+
+In Oost-Vlaanderen noemde men die booswichten Binders of Branders.
+
+DE RANTERE teekende aan, dat de omstreken van Oudenaarde op het einde
+van 1795 zeer onveilig gemaakt werden door eene bende «roovers en
+vagabonden.» Zulke benden, zegt hij, waren in het land zeer
+vermenigvuldigd, dank aan «de slappe politie.»
+
+De roovers gebruikten eenen langen boom, waarmede zij de deuren der
+hoeven inliepen. De menschen, die zij te bedde vonden, namen zij vast,
+hen bindende aan armen en beenen. Dan legden zij hen vóor een blakend
+vuur, stekende eene brandende kaars aan hunne voeten, ten einde te
+vernemen waar hunne gespaarde penningen verborgen waren.
+
+Van zulke misdaden hoorde men schier dagelijks spreken, doch het was
+voornamelijk in den omtrek van Beveren, dat de roovers den boer schrik
+aanjoegen. Zoodanig, spot de schrijver, waren «de goede zeden reeds
+verbasterd door de goede regeering der Franschen.»
+
+De kapitein der Binders was N. de Witte, van Beveren. Geholpen door
+eenige gezellen, vermoordde hij den 2 Mei 1796, bij de herberg _la Belle
+Hôtesse_, eenen landbouwer van Mater: J.-B. de Gezelle.
+
+Twee maanden nadien werd de schurk gevangen genomen door Frans Goeminne
+en eenige andere boeren. Hij was de tweede van heel het departement, die
+te Gent onthalsd werd.
+
+In de eerste dagen van Maart 1797 bracht men te Oudenaarde nogmaals vijf
+Branders in. Deze waren van Ronse. De Rantere noemt er twee: J.-B. de
+Miel, kapitein, en N. Lefebure. Als bewijsstuk had men eenen boom mede,
+die twaalf voet lang was.
+
+Al die schavuiten legden naderhand, voor hunne gepleegde gruweldaden,
+het hoofd onder het mes van den beul.
+
+ * * * * *
+
+Een goed jaar nadien borst de Boerenkrijg in onze gewesten uit.
+
+In dien tijd leefde de reeds genoemde B. de Rantere. Deze verhaalt, dat
+de gendarmen van Ronse den 25 October 1798 naar Oudenaarde kwamen. Uit
+hunnen mond vernam men, dat de opstand aldaar werkelijk uitgeborsten
+was.
+
+'s Namiddags hoorde men inderdaad op verscheidene dorpen de klok kleppen
+om het volk bijeen te roepen.
+
+Tegen den avond kreeg men de tijding, dat de Boeren reeds te Leupegem
+waren. De bezetting der stad vluchtte naar Gent. En de Jongens kwamen
+binnen, onder het geleide van Masculier, bakker te Ronse, en van de
+Walle, hoedenmaker.
+
+In den avond van den volgenden dag traden nogmaals eenige opstandelingen
+de stad in.
+
+Middelerwijl naderde een republikeinsch legertje, afgezonden uit Gent.
+
+Het kostte de Franschen maar weinig moeite om in Oudenaarde te geraken.
+
+De eerste burger, op wien zij hunne wraak koelden, was J. Ryckbos, een
+arme werkman, die boter was gaan halen voor zijne vrouw en kinderen.
+Ryckbos was van Beveren en viel aan de Gentsche poort.
+
+Voortstormende, doodden de woestaards Karel Martens recht tegenover de
+deur van zijn huis. Bij den trap van het stadhuis vermoordden zij Jan de
+Block en Frans de Contreras.
+
+Eenige soldaten drongen in het huis _de Appel_, op de Markt, en brachten
+daar zeven personen om, onder anderen Michiel Gevel en twee vreemde
+kooplieden. De beulen ontkleedden de lijken, en wierpen ze naakt door
+de bovenvensters op de straat.
+
+Van daar liepen zij over den Burg door de Broodstraat naar Pamel, alwaar
+zij een jong meisje nedervelden: Sophia van den Hende, die haren broeder
+was gaan zoeken.
+
+Een boer, die hen in de Broodstraat ontmoette, stortte almede levenloos
+ten gronde.
+
+In de Kasteelstraat troffen de republikeinen H. Gyselinck, oud 21 jaren.
+
+Komende in de abdij van Maagdendale, doodden zij al de Ronsenaren, die
+daar eene schuilplaats hadden gezocht. Verder, in de Hoogstraat,
+kwetsten zij J. de Langhe, van Ooike. De martelaar sukkelde voort tot in
+de Kattestraat, waar men hem den genadeslag toebracht.
+
+Bij de Baarpoort trof een kogel G. de Vos, herbergier in _de Kroon_, te
+Leupegem. De Vos was zeer oud en hoorde bijna niet meer.
+
+De registers van den burgerlijken stand der stad Oudenaarde bewaarheden
+het grootste gedeelte van de Rantere's verhaal.
+
+
+
+
+XVII.
+
+Naar Zottegem.
+
+
+Achttien kilometers scheiden Oudenaarde van Zottegem. Tusschen beide
+plaatsen liggen Eename, Welden, Munkzwalm en Rooborst.
+
+Eename was zeer vroeg eene villa, met een versterkt kasteel.
+
+Boudewijn van Rijsel stichtte er, in 1063, eene abdij, toegewijd aan
+Sint-Salvator. De bisschop van Kamerijk bevestigde de stichting in den
+loop van het volgende jaar. De kerkvoogd noemde Eename eene bloeiende
+plaats met drij bedehuizen.
+
+CH. PIOT heeft het cartularium der abdij uitgegeven. Zoo weten wij, dat
+het jonge klooster spoedig mild begiftigd werd. Het bekwam de altaren
+van Kortemark en Handzame, in 1085; -- het altaar van Opbrakel, in 1096;
+-- dat van Welden, in 1110; -- de altaren van Semmerzake en Melsen, in
+1117; -- die van Moorsele en Lemberge, in 1126. Voorts bezat het
+gesticht tienden en goederen te Mater, te Welden, te Leupegem, te
+Schoorisse, te Eine, te Avelgem, te Bosuit, te Moen, te Werken, te
+Handzame, te Oost-Roosbeke, te Deurne, te Kluizen, te Marke, te
+Oosterzele, te Everbeke en te Hoorebeke. Eene oorkonde van 1187 noemt
+gronden, ingenomen door het kanaal de Yser.
+
+Tijdens de Fransche omwenteling, op het einde der XVIIIe eeuw, zochten
+de Kortrijksche nonnen van Groeninge eene schuilplaats in de abdij van
+Eename, waar zij twee maanden verbleven. Zuster Carolina de Witte heeft
+dit alles in haar dagboek aangeteekend.
+
+Den 26 April 1794 -- zegt zij -- zijn wij vertrokken met het beeld van
+O.-L.-Vrouw, en hebben vernacht te Waregem.
+
+Den 27 's avonds zijn wij te Oudenaarde aangekomen, en hebben verbleven
+in de abdij van Maagdendale tot den 29 's morgens, wanneer wij gegaan
+zijn tot de abdij van Eename, alwaar wij bleven tot den 23 Juni.
+
+Den 18 Mei, dag van het gevecht tusschen Kortrijk en Doornik, werd het
+beeld op het altaar gesteld gedurende de hoogmis.
+
+Den 23 Juni zijn wij vertrokken naar Velzeke, met nog vijftien andere
+kloosterzusters.
+
+Den 2 Juli heeft men het heilig beeld op het altaar gesteld in het
+klooster van Velzeke.
+
+Wij zijn daar gebleven tot den 6 Juli, wanneer wij naar Kortrijk zijn
+teruggekeerd, slapende te Oudenaarde in de abdij van Maagdendale.
+
+Den 8 zijn wij in ons klooster toegekomen, aldaar alles «in groote
+troubels vindende.»
+
+Eename telt hedendaags 890 inwoners.
+
+Op het dorpsplein staat eene steenen kolom: de kaak of de schandpaal,
+waartegen men vroeger zekere booswichten ten toon stelde.
+
+Bij het aanleggen van de spoorbaan naar Zottegem, in 1867, vond men, op
+het grondgebied van Erwetegem, vele Romeinsche muntstukken, bewaard in
+een bruinachtig kruikje.
+
+ * * * * *
+
+Zottegem, met ruim 3,000 inwoners, ligt eigenlijk benoorden de Vlaamsche
+Ardennen. Doch het is een schoon, nijverig vlek, en verdient om meer
+dan éene reden een bezoek.
+
+Zottegem is de hoofdplaats van een kanton. Vijf ijzeren wegen loopen
+hier samen.
+
+In de XIVe eeuw bloeide er het lakenweven. Op zekeren dag, in 1314,
+kwam Ketele, de toenmalige onderbaljuw van Gent, met eenige naijverige
+mannen herwaarts. De rekening vermeldt, dat zij twee dagen «ute waren,»
+en dat zij met twee wagens de gebroken getouwen wegvoerden. Dergelijke
+baldadigheden gebeurden ook te Assenede.
+
+Wij kennen eene rederijkkamer, welke te Zottegem de tooneelkunst
+beoefende: _Die bloeit door liefde en eendracht, groeit_. In 1784
+vertoonde zij te Kortrijk het treurspel _Mahomet_; in 1788 schreef zij
+eenen prijskamp uit.
+
+De parochiale kerk is goed hersteld en geschilderd. In den zijmuur langs
+de Markt wijst eene ijzeren deur den grafkelder van Egmond en zijne
+vrouw aan.
+
+Twintig schreden verder rijst een klein standbeeld van den held van
+St-Quintijn en Grevelingen. Het werd vervaardigd door CALLOIGNE, van
+Brugge, en plechtig onthuld in den zomer van 1872.
+
+Lamoraal, graaf van Egmond, bleef den godsdienst zijner vaderen getrouw;
+hij beminde zijnen koning, en droeg zijne vrouw en kinderen eene
+onbegrensde liefde toe. Op het slagveld was hij manhaftig; doch in het
+gewone verkeer des levens scheen hij buigzaam en zonder de noodige
+wilskracht.
+
+Zoomin als Willem van Oranje en den graaf van Hoorn, kon Egmond het over
+zijn hart krijgen, dat Granvelle in den Staatsraad eenen zekeren
+voorrang had en naast de Landvoogdes de eerste plaats innam.
+
+Zoo raakte hij in onmin met Granvelle, om meer en meer den Zwijger aan
+te hangen, die koud, listig en vooral heerschzuchtig was. Ook schertst
+VAN VAERNEWYCK, in zijne _Beroerlicke tijden_, niet weinig met den
+gewestvoogd, als hij zegt: «Het was goed te merken, wat faveur de graef
+de consistorianten droeg, daer hy hun niet en wilde verbieden hunne
+manier van doen, verstaende nochtans, dat zy hem geobedieert zouden
+hebben; waerom by sommigen een gemeen spreekwoord van hem ging, dat hij
+op twee peerden reed: op een geusch en een katholiek peerd, maer dat hij
+het meest het geusche peerd beschreed.»
+
+Toen de hertog van Alva in de Nederlanden kwam, vertrok de Zwijger naar
+Duitschland, om vreemde krijgsknechten aan te werven. De graven van
+Egmond en Hoorn werden gevangen en den 10 September 1567 gekerkerd. Hun
+proces duurde lang. Er bleek uit het gerechtelijk onderzoek en uit de
+afgelegde getuigenissen, dat beide edellieden het eens waren met de
+oproerige Geuzen. DE BAVAY, die de gansche rechtspleging liet
+verschijnen, drukt zich uit als volgt: «Le comte d'Egmont était coupable
+de rébellion et de lèse-majesté, à cause des mauvais offices qu'il avait
+faits avec les sectaires séditieux et rebelles à la sainte église; et
+pour avoir en outre favorisé la ligue et abominable conjuration du
+prince d'Orange et d'autres seigneurs.»
+
+Den 5 Juni 1568, op Sinksenavond, legden beide graven het hoofd onder
+het mes van den beul.
+
+Als men te Zottegem de breede Neerstraat volgt, ontwaart men, aan 't
+einde links, de overblijfselen van Egmonds kasteel. Het biedt niets
+merkwaardigs aan.
+
+Zottegem is de geboorteplaats van den geneesheer LAURENS DE METS. In
+1639 liet hij eene _Zalige remedie tegen de besmetting der pest_
+verschijnen.
+
+
+
+
+XVIII.
+
+De omstreken van Zottegem.
+
+
+In de nabijheid van Zottegem liggen verscheidene dorpen, die zeker vroeg
+bewoond werden. Te Velzeke heeft men eene menigte voorwerpen opgedolven,
+welke tot het Romeinsch tijdvak behooren. Te Erwetegem ontdekte men in
+eenen meersch ongeveer 1,600 muntstukken uit het midden der XIe eeuw.
+
+Gedurende de middeleeuwen was het land van Zottegem rijk aan burchten.
+De heeren van Leeuwergem, Herzele en Steenhuize, zoowel als die van
+Hofstade en Massemen, Kalken, Zomergem en Landegem, vochten in 1302 op
+de vlakte van Groeninge tegen de verdrukkers van Vlaanderen. De twee
+laatsten verloren hun paard in den strijd.
+
+Reeds in de XIVe eeuw had het meer genoemde Velzeke een klooster. In
+den nacht van den 20 Juli 1728 verslond het vuur niet alleen dit
+gesticht, maar ook het hospitaal, de kapel, de school, de dorpskerk en
+negen en twintig woonhuizen. Om voortaan van dergelijke rampen bevrijd
+te blijven, deed men eene jaarlijksche bedevaart naar Landskouter, bij
+Gent, alwaar de heilige Agatha als patrones tegen den brand vereerd
+wordt.
+
+Elene heeft verscheidene bronnen en vijf vijvertjes. De kerk, herbouwd
+in 1858-1863, prijkt op de helling eens heuvels.
+
+Elene stond vroegertijds onder het gezag der heeren van Leeuwergem. Op
+de wijk _Nieuwwege_ hield men alle jaren, op den 9, 10 en 11 September,
+eene vrije jaarmarkt, evenals in de groote steden. In 1457 verbood de
+heer van Leeuwergem het «dobbelspel,» het «caetspel» en andere
+baldadigheden.
+
+Hillegem ligt meer oostwaarts. Wilt gij weten, lezer, wat men in den
+omtrek dier gemeente vertelt?
+
+Welige eiloofranken waren, in lang vervlogen tijden, tegen de muren der
+kerk opgewassen. Zelfs bedekten zij een gedeelte van den toren.
+
+De dorpelingen zagen zulks met leede oogen.
+
+Een hunner stelde voor, met eene katrol en sterke koorden, eene koe op
+te hijschen. Deze zou de ondeugende planten wel binnenspelen.
+
+Zoo gezegd, zoo gedaan. De koe werd opgetrokken, maar de koord verworgde
+haar; en eer zij heel dood was, stak zij hare groote tong uit.
+
+Al de bewoners van het dorp, mannen, vrouwen en kinderen, waren
+toegesneld en riepen:
+
+Kijk, ze lekt al, ze lekt al!
+
+En sedertdien spreekt iedereen in de streek van... de Hillegemsche
+lekkers.
+
+ * * * * *
+
+Bij de spoorhalle van Zottegem bemerkt de reiziger, op eenen kleinen
+afstand, eene zacht rijzende verhevenheid, waarop eenige huizen. Daar is
+Grootenberge, eene gemeente, die 1,050 zielen kan tellen.
+
+Verder schuilt St-Lievens-Essche; aan den anderen kant liggen
+Godveerdegem en Erwetegem.
+
+St-Lievens-Essche is zeker eene der eerste plaatsen van Vlaanderen, waar
+een kerkje oprees.
+
+De heilige Livinus was een Ierlander.
+
+Weinige jaren na St-Bavo's dood kwam hij te Gent toe, dikwijls
+predikend in het land van Aalst. Zoo verbleef hij eenen zekeren tijd in
+het toenmalige Holthem. Den 12 November 657 vond de groote apostel den
+marteldood te Essche. Zijne leerlingen droegen zijn lijk naar Holthem,
+waar zij het ter aarde bestelden. Het plaatsje werd naderhand
+St-Lievens-Houtem geheeten.
+
+Essche kreeg den naam van St-Lievens-Essche. Hier bouwde men een
+bedehuisje op de plek, waar de zendeling zijn bloed had vergoten.
+
+Door het instellen van eene jaarlijksche bedevaart uit Gent naar Houtem,
+nam de vereering des heiligen op buitengewone wijze toe.
+
+St-Lievens-Essche ligt in een heuvelachtig gewest. Men vindt er schoone
+huizen en, op het groote dorpsplein, eene drenkplaats voor koeien en
+paarden.
+
+Godveerdegem is slechts anderhalven kilometer van Zottegem verwijderd.
+Het heeft eene bevolking van 900 zielen en eene oppervlakte van ruim 326
+hectaren.
+
+Het dorpje bezit eene fraaie kruiskerk uit de XVe eeuw, met eene
+achthoekigen toren.
+
+Eenige jaren vóor de Fransche omwenteling vond men in het kleine
+Godveerdegem eene rederijkkamer: _De kunstminnende liefhebbers_. In den
+zomer van 1784 vertoonden zij het historisch stuk: _Keizer Karel VI_.
+
+Erwetegem is een schilderachtig dorp met meer dan 2,000 zielen. Aan het
+Kapelbosch borrelt eene bron, die een beekje vormt. Zes andere vlieten
+besproeien het grondgebied der gemeente.
+
+De hedendaagsche kerk van Erwetegem is uit de tweede helft der XVIIIe
+eeuw. JANSSENS, van Nevele, schilderde de muren van het koor. Verder
+bezit de tempel eenen ijzeren kroonluchter, die zeer merkwaardig is.
+
+De rederijkkamer: _Opgewekt door ijver_, speelde in 1787 te Tielt, in
+1788 te Zottegem.
+
+
+
+
+XIX.
+
+Geeraardsbergen.
+
+
+Geraardsbergen -- _Grammont_ -- is een lief steedje, gelegen op de
+helling van den Ouden-berg. De Dender verdeelt de plaats in eene boven-
+en eene benedenstad. Het zicht op de bovenstad is waarlijk schoon,
+prachtig.
+
+Geeraardsbergen ontstond in het jaar 1068, onder de regeering van
+Boudewijn van Bergen, graaf van Vlaanderen en Henegouw. De stad werd
+gesticht op eenen vrijen grond, toebehoorende in Hunnegem aan zekeren
+Geeraard, en mag beschouwd worden als eene eerste allodiale bezitting
+der Vlaamsche vorsten.
+
+Misschien wilde Boudewijn, op de grenzen zijner twee staten, een bolwerk
+opwerpen tegen den moedwil zijner Waalsche onderdanen. Hoe het zij,
+Geeraardsbergen was de eerste Vlaamsche gemeente, die eene keure kreeg.
+Ziehier enkele bepalingen uit dit oude wetboek:
+
+«Alwie in Geeraardsbergen erf koopt en zich aan de stedelijke wet,
+volgens het oordeel der schepenen, onderwerpt, wordt vrij, al was hij
+dat vroeger ook niet.
+
+»Elke burger van Geeraardsbergen heeft het recht de stad te verlaten en
+zijne woonstede elders te kiezen, mits hij geene schulden nalate.
+
+»Geen burger mag gedwongen worden tot het tweegevecht, noch tot het
+ondergaan van vuur- of waterproef.
+
+»Wie geene erfgenamen heeft, mag zijne goederen, zoo roerende als
+onroerende, vermaken aan de kerk of aan den arme.
+
+»Een burger, die weigert zijne schulden te betalen, zal, na uitspraak
+der schepenen, door 's graven hulp en macht, daartoe gedwongen worden.
+
+»Wie een ander doodt of verminkt, zal, buiten het geval van eigen
+verwering, hoofd voor hoofd, lid voor lid geven.»
+
+Dank aan die keure, zegt Dr MOROY, bezat het ontluikend Geeraardsbergen
+op korten tijd de drie dingen, die eigenlijk de stedelijke gemeente
+uitmaakten: eene parochiekerk en een plaatselijk schependom, met muren
+en vestingen.
+
+Deze waren bijzonder sterk aan den kant van Henegouw, alwaar twee
+stevige torens, die nog gedeeltelijk bestaan, de Pussemijpoort
+beheerschten en beschermden. Men noemt ze den _Pijntoren_ en den
+_Dierenkost_. In de Pussemijstraat, derwaarts leidende, stond de eerste
+_pusseme_ of woekerbank, de eerste Lombard.
+
+Na de nederlaag der Vlamingen te Kassel, op den 20 Augustus 1328, werden
+onze vaderen streng gestraft. Te Brugge en te Ieperen alleen koos men
+1400 gijzelaars. WILLEM DE DEKEN, oudburgemeester van Brugge, stierf als
+martelaar den 15 December 1328. Een andere Bruggeling duidde twee mannen
+van Geeraardsbergen als medeplichtigen aan: HENDRIK VAN KERREGHEM en JAN
+BLONDEEL. De genaamde JAN LE CLERC, die in vroegere jaren te
+Geeraardsbergen een openbaar ambt bekleedde, onderteekende zijne
+onderwerping daags vóor St-Michielsdag in 1329. Hij beleed misdaan te
+hebben «en ces derraines esmeutes.»
+
+Tijdens de regeering van Lodewijk van Male heerschten er nogmaals
+groote onlusten in Vlaanderen: een krijg tusschen de burgerij en den
+adel. De Witte Kaproenen bezetteden in 1380 de vier Ambachten, haalden
+Ieperen voor hunne zaak over en wonnen bovendien Dendermonde, Aalst,
+Ninove en Geeraardsbergen.
+
+In de maand Maart van het volgende jaar werd de worsteling met nieuwen
+drift hernomen. Vijf krijgsbenden trokken uit Gent, zich richtende naar
+verschillende gewesten, als wilden zij toonen, dat hunne stad machtig
+genoeg was om over heel het graafschap te heerschen. Die stoutmoedigheid
+had nochtans jammerlijke gevolgen; want terwijl de eenen voordeel
+haalden, werden de anderen deerlijk geslagen.
+
+Het was in die omstandigheden, dat de heer van Edingen -- _Enghien_ --
+een neef van Vlaanderens graaf, op Zondag 7 Juli 1381 heel
+Geeraardsbergen verwoestte. De ingezetenen werden om hals gebracht, de
+huizen en de openbare gebouwen door het vuur verslonden.
+
+Philip de Stoute teekende den 18 December 1385 een vredeverdrag, waarbij
+alle oude voorrechten en vrijheden niet alleen aan Gent, maar ook aan
+Kortrijk, Deinze, Rupelmonde, Hulst, Axel, Biervliet, Dendermonde,
+Oudenaarde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen werden weergegeven en
+bevestigd.
+
+Ook in 1485 en 1491 werd een groot gedeelte van de stad verwoest.
+
+Na de plunderingen der Geuzen stonden er nog honderd drie en zestig
+bewoonbare huizen recht.
+
+Geen wonder dan, dat Geeraardsbergen niet rijk is, aan oude gebouwen.
+
+Zeer merkwaardig nochtans is de kerk van Hunnegem, deels in Romaanschen,
+deels in Gothischen stijl opgebouwd. Zij wordt gebruikt door
+Benedictijner nonnen, en werd gansch geschilderd door L. BERT-DE
+L'ARBRE, den geachten voorzitter van het Davids-Fonds aldaar. Boven het
+altaar bewondert men de vereering der H. Maagd; elders het leven van den
+insteller der Benedictijnen of, zinnebeeldig, de alledaagsche bezigheden
+der nonnen: het gebed, het onderwijs en de arbeid.
+
+Op de Markt staat de kerk van Sint-Bartholomeüs, een Gothisch gedenkstuk
+uit de laatste jaren der XVe eeuw. De predikstoel is een schoon
+gewrocht, gesneden door DEVILLE. Onlangs heeft M. BERT den tempel
+prachtig versierd. De edelmoedige kunstenaar schilderde eigenhandig, ter
+eere Gods, het koor en de beuken in 1896.
+
+Den 16 Juli 1515 bracht men, uit «de prochie van sente Martenslierde,
+zekere reliquiën van den heylighen Bertolomeux, om die in de
+prochiekercke» van Geeraardsbergen te stellen, te verheffen en te eeren.
+De kas, waarin men die kostbare overblijfselen bewaart, is een zilveren
+juweel van groote waarde.
+
+Vóor de Fransche omwenteling bezat Geeraardsbergen eene vermaarde abdij,
+toegewijd aan St-Adriaan. Zij dagteekende van het jaar 1081 en stond
+tusschen de Bergpoort en de poort van Boelare. De monniken besteedden
+hunnen tijd aan het gebed, aan den arbeid en aan de studie. De kerk was
+groot en schoon, versierd met prachtige sieraden. In 1519 bezat zij «een
+stic van den heleghen Cruce, een doren van de dorne croone, een sandael
+van die heleghe moeder Anna en eenen brief van sent Joannes den
+Evangelist,» benevens eene menigte overblijfselen van heilige mannen en
+vrouwen. J. VAN COPPENOLLE, prelaat en abt van het klooster, teekende
+deze bijzonderheden in eene korte «verclaeringhe» aan.
+
+Een pand der abdij is gespaard gebleven.
+
+Het gasthuis is almede zeer oud. Een steen, in den gevel gemetseld,
+draagt althans het volgende opschrift: «Aen siecken ende weesen hebben
+zy hunne erve uytgedeeld. Johanna, gravinne van Vlaenderen (1243); --
+Meester Sechere, pbr., en Claus Cheylinc (1244); -- Symoen de Ruwe
+(1304); -- Jan van Culsbrouc ende Geert syn broedere (1406)...»
+
+Meer dan ééne nijverheid heeft Geeraardsbergen verlaten. Nog in de XVIe
+eeuw telde de stad tapijtwevers, lakenwevers, volders, droogscheerders
+en linnenwevers. Hun gildehuis stond op den hoek, gevormd door de
+Begijnhofstraat en de huidige Wijngaardstraat.
+
+Later bloeide de nijverheid der zwarte kanten.
+
+Hedendaags heeft Geeraardsbergen groote werkhuizen, waar men sigaren en
+zwavelstokjes vervaardigt.
+
+Geeraardsbergen schonk het leven aan GABRIËL DE GRUPELLO, beeldhouwer,
+van wien men verdienstelijke werken aantreft in België en in
+Duitschland; -- aan JAN HAUCHIN, aartsbisschop van Mechelen in de tweede
+helft der XVIe eeuw; -- aan J. SCHOLLAERT, dichter, begraven in de
+St-Bartholomeüskerk, vóor het altaar van St-Elooi; -- aan FRANS RENS en
+Dr R. MOROY.
+
+Rens (1805-1874) beoefende met voorliefde de ballade, en leverde in dit
+vak eenige merkwaardige stukken. Wie de herleving der Vlaamsche letteren
+na 1830 wil nagaan, doorbladere 's mans letterkundig _Jaarboekje_; wie
+de geschiedenis der Vlaamsche beweging wil kennen, raadplege zijne
+_Eendracht_.
+
+Dr Moroy, overleden te Moorsel, schreef _J. David's leven_ en
+belangrijke bijdragen in het _Belfort_. Voor dit werk leverde hij ons
+bereidwillig eene menigte aanteekeningen. De begaafde man stierf in
+1898.
+
+De stad Geeraardsbergen bezit verscheidene volksscholen voor jongens en
+meisjes; eene muziekschool; eene nijverheidschool; eene kostschool,
+gehouden door Josephieten in het voormalige klooster der Karmelieten;
+een bisschoppelijk college, in het oude klooster der Miniemen.
+
+Twee genootschappen beoefenen de tooneelkunde. Het St-Pietersgilde
+bloeide reeds in de XVe eeuw. Ten jare 1424 reden «de ghesellen,
+ghewapent en te peerde, by goeden adviese vóor het heleghe Sacrament in
+den ommeganc van der processie.» Na den middag «speelden sy up de maerct
+een spel van batailgen.»
+
+Het grondgebied der stad meet 191 hectaren. Hare bevolking is tot
+ongeveer 10,400 zielen gestegen.
+
+De Groote Markt ligt 33 meters boven den spiegel der zee. Weinige
+minuten verder rijst, breed en majestatisch, de Oude Berg, wiens hoogste
+punt, achter de kapel, 113 meters bereikt.
+
+
+
+
+XX.
+
+Op den Ouden berg.
+
+
+Het is omtrent drie ure namiddag en warm, helder weer.
+
+Wij verlaten de Markt en beklimmen den Ouden Berg langs eenen smallen,
+steilen weg, beleid met scherpe steenen.
+
+Bijna op de kruin vinden wij eene groote, fraaie herberg, niet te
+onrecht _het Hemelrijk_ geheeten. Hier zullen wij toeven en nog eens
+onze oogen verzadigen.
+
+Vóor ons blikken wij over heel de stad, over daken en schouwen, over
+meerschen en velden, verscheidene mijlen ver.
+
+Stroom op, ten Zuiden van Geeraardsbergen, ligt de kleine Gaver, palende
+aan de korte Lake. In den winter, als de Dender overstroomt en de
+aanhoudende vorst het water tot ijs verstijft, ziet men daar honderden
+schaatsenrijders weg- en wedersnellen. Nu grazen er menigvuldige bonte
+koeien.
+
+Stroom af, beneden de stad, vindt men de groote Gaver op het grondgebied
+van Onkerzele. Daar speelde men den 29 Mei 1815 als een voorspel van den
+bloedigen slag van Waterloo.
+
+[Illustration: ZICHT OP GEERAARDSBERGEN.]
+
+De lucht was helder, zooals nu, en de zon wierp heure gouden stralen
+over het groene grastapijt. Twintig duizend ruiters daagden op, en
+ontwikkelden hunne gelederen voor het oog van zes en dertig
+veldoversten. Daar waren immers Wellington, Blucher, von Bulow, lord
+Howard, de hertog van Berry, de prins van Oranje en andere helden.
+
+De legende heeft er bijgevoegd, dat Napoleon-Bonaparte, in koopman
+verkleed, op den dorpel van de afspanning _de Warmoesput_, het grootsche
+schouwspel met zijne blikken volgde.
+
+Ten Oosten van de stad daagt een overschot van het oude Raspaillenwoud.
+Daar gaan de kinderen in den zomer «kozijnen» of blauwe kraakbeziën en
+«rambanzen» of braambessen plukken; -- daar bezong de Gentenaar DANIËL
+HEINSIUS (1580-1655) de mild spruitende bron; -- daar verschansten zich,
+in de tweede helft der XIVe eeuw, de laatste Witte Kaproenen, «les
+pourcelets de la Raspaille,» zooals FROISSART ze noemt; -- daar verborg
+later de beruchte Jan de Lichte zijnen buit.
+
+Het woord _raspaille_ zal wel hetzelfde zijn als _respeel_, door KILIAAN
+opgegeven in den zin van deugniet, fielt, boef, guit, schelm, schurk.
+NICOLAAS DESPARS, van Brugge, gewaagt in zijne kroniek van «eeneghe
+quade ende rouckelooze raspaylgiën.» Zoodat het Raspaillenwoud eene
+schuilplaats zal geweest zijn voor al het janhagel uit Brabant, Henegouw
+en Vlaanderen.
+
+Maar... het is tijd, dat wij eens rondkijken!
+
+Wij onderscheiden Deftinge, Parike en Goeferdinge in de nabijheid;
+Neder- en Opbrakel in het dal der Zwalm; Lessen in het Henegouwsche. Aan
+den gezichteinder, boven Goeferdinge, blauwen de wouden van Vloesberge
+en Brakel, met het bosch te Rijst. De Molenbeek kronkelt door de
+delling, vloeiende langs Smeerebbe naar den Dender.
+
+Achter «het Hemelrijk» stijgt de berg nog eenige meters.
+
+Hier treffen wij een groot kruisbeeld aan, beschaduwd door drie
+donkergroene mastboomen. Men zou haast zeggen, dat zij treuren...
+
+Verder staat een groot beeld van de Moeder der smarten -- een gewrocht
+van G. DE GRUPELLO. Wij lezen op het voetstuk: «Ick groete u, herte van
+Maria, Moeder van Jesus, doorsteken met het sweert der droefheden; wees
+my, ermen zondaer genaedich, nu ende in de ure van myne dood!»
+
+Op het hoogste van den berg rijst eene lieve kapel, toegewijd aan de
+Troosteres der bedrukten. Oorkonden uit de XIIIe eeuw maken er reeds
+gewag van.
+
+Deze kapel bestaat uit twee deelen, gescheiden door eene traliedeur: een
+portaal, waar de bedevaarders knielen, en een achthoekig koor, lief
+geschilderd en versierd. Het licht dringt door een koepeltje binnen.
+
+Bezijden de kapel, doch veel lager, is een vijvertje, altijd goed
+voorzien van water, en eene arduinen zuil van eenige meters hoogte: het
+tafeltje van den berg.
+
+Aan deze zijde is het landschap even schoon. Wij zoeken Hemelveerdegem,
+ten Oosten van Nederbrakel; Schendelbeke en Idegem, twee dorpen op den
+Dender; Grimmingen, Onkerzele, Moerbeke en Viane, aan den kant van
+Brabant. Verder steken de torenspitsen van eenige Henegouwsche en
+Brabantsche gemeenten slank in de wasemige lucht. In het geheel
+onderscheiden wij de witte gevels van drie steden en de torentjes van
+een twintigtal dorpskerken.
+
+In het _Jaarboekje_ van Rens, voor 1851, lazen wij eens een dichtstukje
+van FRANS DE BECK, dat ons gedeeltelijk te binnen schiet...
+
+ Hoe lustig zien wij ginds de wijde Dendermeerschen
+ Bezet met welig horenvee!
+ Hoe lieflijk de rivier langs wei en velden kronkelen,
+ Hoe pronkt in 't veld de rijpende oogst!
+
+ Het oog reikt uren ver. Daar rijzen vriendensteden
+ Aan noord- en oost- en zuiderkim;
+ Hier, van den Vlaamschen grond, blikt men in Henegouwe,
+ En ziet men Lessen aan zijn voet.
+
+ Ik staar, geniet, gevoel... Wat is die berg toch heerlijk!
+ Hoe spreidt de stad zich vóor mij uit!
+ Daar rijzen, boven haar, de torens van haar kerken;
+ En 't lang bekende klokgelui
+
+ Bromt in mijn oor. De markt, waar 'k in mijn kindsheid speelde,
+ Praalt daar, vooraan, met keurgen bouw;
+ De school, waar mijne jeugd aan wetenschap zich voedde,
+ Rijst ginder in 't verschiet... En hier,
+
+ Ten top des Ouden bergs, het heilig kruis, het teeken
+ Van 's menschen redding, in welks schaûw,
+ Na stillen bedegang, de menigt neer komt knielen
+ In tijd, der godsvrucht toegedacht.
+
+ Hier de kapel, waar ik mijn vreugde, leed en kommer
+ Tot Godes Moeder spreken kwam;
+ Waar rijke gift getuigt van dankbaarheid der rijken,
+ En de arme zijne krukken liet.
+
+ Kapel, in uw beluik wil ik nog telkens bidden:
+ «o Moeder Gods, zij steeds mijn troost!
+ 'k Vergeet u nooit! Zoo volge uw machtige bescherming
+ Mij op mijn gansche levensbaan!»
+
+
+
+
+XXI.
+
+Eene Geeraardsbergsche sage.
+
+
+Met zekeren hoogmoed spreekt de bevolking van Geeraardsbergen over de
+historische sagen en jaarlijksche feesten, welke aan de stad eigen zijn.
+
+Zoo is het feest, dat op den eersten Zondag van den Vasten gevierd
+wordt, zeker der melding waard.
+
+Geheele hoopen volk komen na den middag de stad binnen en wachten op de
+Groote Markt de burgerlijke en de geestelijke overheden af.
+
+Daar slaat het twee ure. De beiaard speelt, de klokken luiden, de hoorn
+schalt, de trommel roffelt.
+
+De gemeenteraad, de geestelijkheid en andere voorname ingezetenen
+verlaten het stadhuis, met speellieden voorop, die hunne blijde tonen in
+de huiverige lucht werpen.
+
+Langzaam volgt de stoet de steile Abdijstraat.
+
+Bakkers en winkeliers dragen manden vol krakelingen, koeken en haringen
+mede.
+
+De menigte groeit gedurig aan; en zij, die het eerst op den berg
+geraken, hebben zorg eene plaats te kiezen in de kapel, waar de Eerw.
+Heer Deken de litanie van O.-L.-Vrouw zal lezen, zoodra de overheden het
+toppunt bereiken.
+
+Dit gedaan zijnde, scharen zich de bijzonderen rondom de arduinen zuil
+achter de kapel.
+
+Nu biedt men, in eenen historischen, zilveren beker, den eerewijn aan,
+waarin een klein levend vischje zwemt.
+
+De deken, de burgemeester, de wethouders -- ieder drinkt, naar
+aartsvaderlijk gebruik, een klein teugje. Wie het vischje binnenslokt,
+weet men zelden of nooit.
+
+Eindelijk gaat men over tot het werpen van koeken, krakelingen en
+haringen onder de wachtende menigte.
+
+Welk een gewoel en gekrioel!
+
+De eene loopt rechts, de andere links; deze roept in het Vlaamsch, gene
+juicht in het Waalsch. De mannen vechten, de vrouwen kijven, de knapen
+vliegen elkander in het haar. Sommigen rollen den berg af, anderen komen
+in den kouden vijver te recht; en de bedaarde aanschouwer lacht
+schokkend om al die zonderlinge tooneelen.
+
+'s Avonds om zeven ure, als iedereen vertrokken is, ontsteekt men op het
+toppunt des bergs, bij het beeld van O.-L.-Vrouw, een tonneken, gevuld
+met pek. Om deze reden noemt men te Geeraardsbergen den vastenavond «het
+feest van Tonnekenbrand.»
+
+In de omliggende dorpen voert men dien avond brandende bundels stroo
+rond, gewis om het vuur van Geraardsbergen op zijn middeleeuwsch te
+beantwoorden.
+
+ * * * * *
+
+Men beweert, dat dit feest gevierd wordt ter herinnering aan een ontzet
+der stad.
+
+De belegeraars -- Walter van Edingen en zijne wapenlieden -- beletteden
+reeds eenen geruimen tijd allen invoer van levensmiddelen, ten einde den
+hongersnood binnen de muren te brengen.
+
+Dagen kwamen en verstreken.
+
+De voorraad verminderde, de ellende naderde...
+
+Toch gaven de belegerden den moed niet op.
+
+Zij hoopten op hoogeren bijstand, en wendden zich vol betrouwen tot
+O.-L.-Vrouw van den Ouden berg, vereerd als Hulp der christenen.
+
+Hun gebed was niet vruchteloos.
+
+De hopman riep zijne strijdmakkers samen.
+
+«Mannen,» zegde hij hun, «onze toestand vraagt een kloek besluit. Indien
+wij slag leveren, moeten wij voor de overmacht onzer vijanden bukken;
+indien wij werkeloos blijven, zal de honger ons allen, met onze vrouwen
+en kinderen, wegmaaien...
+
+»Laat ons dan den vijand verschalken! En valt ons pogen kwalijk uit, zoo
+nemen wij kloekmoedig de wapens op, en verdedigen onze vaderstad tot den
+laatsten ademtocht!
+
+»Bakt broodjes van het meel, dat gij nog bezit, en vangt in den Dender
+zooveel visschen, als gij kunt. Morgen vroeg zult gij alles op de
+verschansingen brengen; en op een gegeven teeken werpen wij heel den
+voorraad naar het hoofd der belegeraars...»
+
+Zoo gezegd, zoo gedaan.
+
+Des anderendaags, bij het kiemen van den morgen, snelde jong en oud naar
+de vestingen.
+
+In den beginne keken de vreemden verbaasd op; maar toen zij, als bij
+tooverslag, met broodjes en visschen begroet werden, verloren zij den
+kop.
+
+«Wat baat het,» riep de lichtzinnige Walter uit, «dat wij
+Geeraardsbergen belegeren? God weet, voor hoeveel weken die mannen nog
+mondkost hebben!» -- «Wij zijn het wachten moede,» zegden de anderen,
+«laat ons den aftocht blazen!»
+
+Dit gebeurde.
+
+Die van Geeraardsbergen lachten niet weinig in hunne vuist, toen zij den
+vijand zagen wegdruipen.
+
+Zij vierden heel den dag het onverhoopt ontzet hunner stad en
+ontstaken, bij het vallen van den avond, een groot vreugdevuur op de
+kruin des bergs.
+
+Het ontsteken van vreugdevuren was in vroegere eeuwen een algemeen
+gebruik in Vlaanderen. Te Brugge «maecte men een scoon vier,» toen «onse
+princesse» in 1481 «te Bruessele gheleghen was.» Te Kortrijk «maecten de
+pinders een vier voort scepenhuus, toen mevrouwe de princesse van
+Castille inne quam.»
+
+Wij kennen geene enkele oorkonde, pleitende voor de echtheid der
+Geeraardsbergsche sage; doch wij weten ten stelligste, dat de oorsprong
+van het feest zeer hoog opklimt.
+
+De stadsrekeningen over 1398 en volgende jaren spreken reeds van «het
+barnen van een wynvat naer ouder coustume.»
+
+Na de plechtigheid zetten zich «de edele heeren borgemeester ende
+schepenen» vroeger aan de feesttafel. Den 23 Februari 1744 aten en
+dronken zij voor meer dan 119 gulden. De rekening, in het archief
+bewaard, spreekt van «witten wyn en Bourgogne-wyn, van snoeken, carpels,
+aberdaen en salm, van craeckamandels, castaignen, sitroenen, salaey,
+porseleyn, rosynen, prignolen en craekelingen.»
+
+
+
+
+XXII.
+
+De omstreken van Geeraardsbergen.
+
+
+Vijf en veertig gemeenten, in den omtrek van Geeraardsbergen gelegen,
+maakten oudtijds deel van Vlaanderen onder het Rijk.
+
+Boelare -- thans gescheiden in Neder- en Over-Boelare -- was eeuwen lang
+de zetel van eene aanzienlijke baronij. Deze telde twaalf dorpen.
+
+De burcht stond te Neder-Boelare, langs den Dender.
+
+Als eigenaars noemt men: Steven van Boelare, die Robrecht van Jeruzalem
+naar Palestina vergezelde; -- Nicolaas van Boelare, gehuwd met Ida van
+Roeulx, eene nicht van Boudewijn den Moedige; -- de heeren van Liedekerke
+en van Reingaardsvliet; -- Philip-Willem van Nassau, prins van Oranje;
+-- Frans de Cassina, echtgenoot van Robertina de Nouailles.
+
+De heeren van Boelare, evenals die van Pamele, van Eine en van Cisoing,
+voerden den titel van «Beer,» de hoogste onderscheiding, welke de graaf
+van Vlaanderen kon toekennen.
+
+Op het grondgebied van Over-Boelare heeft men verschillende voorwerpen
+opgedolven, voortkomende van eene Frankische begraafplaats.
+
+Boelare bezat reeds eene kerk in 1070. Het koor van den hedendaagschen
+tempel schijnt zeer oud te zijn. Men vindt er eene kleine schilderij,
+die het penseel van eenen meester verraadt: twee lieve kinderkens, een
+lam, de heilige moeder Anna en O. L. Vrouw. Een meesterstukje, zegt men,
+van den Antwerpschen kunstenaar G. DE CRAEYER.
+
+In 1525 trokken de rederijkers «van den lande van Boelaer» te paard naar
+Geeraardsbergen, «om den paeyse te vieren.» Dat zij talrijk waren, is
+meer dan waarschijnlijk. De stad begiftigde hen trouwens «met twee
+tonnen bier.»
+
+Sarlardinge, op de zuidelijke grens van Oost-Vlaanderen, heet
+_Zaarlinge_ in den mond des volks.
+
+Vele ingezetenen van Sarlardinge arbeiden in de steengroeven van Lessen.
+
+Op den 31 December loopen de behoeftige lieden naar de huizen der
+welstellende menschen, roepende:
+
+ Koekebak, koekebak,
+ Steekt een brood in mijnen zak!
+
+Dit duurt den ganschen dag, want er zijn twee, drie dorpen te bezoeken.
+Tegen den avond wacht hen de koffietafel.
+
+Niet verre van Sarlardinge, doch in Henegouw, ligt Everbeke -- Everbecq
+-- dat voorheen eene Vlaamsch-sprekende bevolking had. Wie zulks
+betwijfelt, vrage maar eens in het dorp naar het _Hoogbosch_ of het
+_Hemelrijk_.
+
+Goeferdinge, met zijne heuvelen en valleien, is een schilderachtig
+plaatsje. De kerk, staande op de helling eener hoogte, dagteekent uit de
+tweede helft der XVIIIe eeuw. Boven de deur kapte men het jaartal 1776.
+
+Goeferdinge heeft geene groote hofsteden; doch men verzekerde ons, dat
+schier al de ingezetenen een eigen huis bezitten. Zulks bewijst, dat zij
+de orde en de spaarzaamheid liefhebben.
+
+Benoorden Geeraardsbergen ligt Schendelbeke, met eene uitgestrektheid
+van ongeveer 590 hectaren. De bodem, die zeer vruchtbaar en heuvelachtig
+is, bestaat hoofdzakelijk uit klei.
+
+Schendelbeke mag op eene hooge oudheid bogen. In 1850 heeft men er eene
+geslepen steenen bijl opgedolven.
+
+Het volk van Schendelbeke spreekt van den Godsberg, van den Rooden
+Driesch, van den Langen meersch en het Jonkheerenveld. Op den Rooden
+Driesch bouwde men in 1328 een klooster voor Karthuizers, dank aan de
+milddadigheid van Jan Geylinc, heer des dorps. De Godsberg, die nu een
+veld is, schijnt behuisd te zijn geweest.
+
+Het slot van Schendelbeke stond weleer niet verre van het kasteel van
+Boelare. Het werd geslecht in 1458; doch overblijfselen van
+middeleeuwsche muren, in eene moerassige weide verborgen, spreken tot
+den reiziger van vroeger wel en wee.
+
+De parochiale kerk, toegewijd aan St. Amand, werd onlangs hersteld. Het
+hoogaltaar is herkomstig uit de voormalige abdij van Geeraardsbergen.
+
+Bij Idegem kronkelt de Dender het Oosten in, naar Grimmingen.
+Noordwaarts, over Zandbergen, ligt Pollare, eene zeer oude gemeente,
+waar men Romeinsche steenen en pannen, stukken van vaatwerk en bronzen
+lanspunten heeft opgedolven.
+
+Pollare heeft eenen «Nekkersput» en eenen «Steenberg.» Eene oorkonde van
+1596 noemt ook een «Hazelaarbosch,» waar de tooveressen der streek met
+den duivel omgingen.
+
+Tusschen Grimmingen en Geeraardsbergen praalt Onkerzele, een
+allerliefste plaatsje, met eene bevolking van ongeveer 1,700 zielen.
+
+De kerk prijkt op eenen heuvel. De huizen staan in de diepte, en vormen
+eenen halven cirkel rondom den tempel.
+
+Deze werd in 1845 herbouwd. Hij bezit eenen lessenaar, die zeker in de
+eerste helft der XIVe eeuw werd vervaardigd. Het ijzeren blad vertoont
+een lammeken, klaverbladeren en druiven, benevens een Gothisch
+opschrift.
+
+Achter de kerk aanschouwt de wandelaar een heerlijk panorama: de
+uitgestrekte Dendermeerschen; de torens van Schendelbeke, Op-Hasselt,
+Idegem, Grimmingen, Pollare, Appelterre, Zandbergen en Ninove; het
+kasteel van Neder-Boelare; eene menigte hofsteden en molens. Elders
+daagt het donkere Raspaillenbosch. Naderbij, tusschen twee heuvelen, die
+met boomen en struiken bewassen zijn, daalt de weg naar den Dender. Voor
+schilders en dichters is Onkerzele een Eden.
+
+Een gehucht der gemeente heet Atenbeke. Daar vindt de wandelaar eenen
+reusachtigen eik: de _Jonkvrouw_. Door zijnen weligen groei, door zijne
+ongewone hoogte en dikte, door zijne regelmatige kruin en zijne
+krachtige takken wekt deze boom de bewondering van landzaten en
+vreemden. De stam is van onder tot boven gaaf en gezond. Op eene hoogte
+van twee meters boven den grond heeft hij nog eenen omtrek van nagenoeg
+vijf meters.
+
+Men wil, dat de «Jonkvrouw» ten minste vijf eeuwen oud zij. Hoort gij
+niet, dat het loover, door den avondwind bewogen, oude sagen fluistert?
+Dat het spreekt van vreugde en lijden, van vele beproevingen en
+oploopen, van vervlogen roem en grootheid?
+
+ * * * * *
+
+Wij kennen reeds den oorlog, dien Philip de Goede te voeren had tegen de
+overmoedige Gentenaars. De Groententers bemachtigden het slot van
+Schendelbeke. Van daar trokken zij naar Geeraardsbergen, dat zij
+plunderden; naar Akeren en Lessen, stekende het vuur aan menige hoeven
+en kasteelen.
+
+Zoodra nu de hertog een leger verzameld had, besloot hij zich meester te
+maken van al de burchten, door zijne vijanden bezet. In de maand Juni
+1453 beschoot hij het kasteeel van Schendelbeke, dat hij na weinige
+dagen veroverde. Al de belhamers werden aan boomen opgehangen.
+
+Omtrent denzelfden tijd brandde Parike grootendeels af. Het slot van
+Poeke ging op zijne beurt na negen dagen wederstands over.
+
+In den zomer van 1765 machtigde de regeering een vennootschap om
+«houillie-aeders» te zoeken binnen de rechtsgebieden van Ninove,
+Leeuwergem, Gaver, Oudenaarde, Brakel, Over-Boelare, Viane, Windeke en
+andere omliggende plaatsen. De vergunning meldt, dat men tot dan toe
+geene diergelijke werken in Vlaanderen ondernomen had.
+
+Den 25 October 1798 vielen de boeren van Moerbeke, Viane en eenige
+andere dorpen, gewapend met zeisens, vorken en vlegels, in
+Geeraardsbergen. Zij weken terug, zonder groote schade aan te richten;
+doch kwamen 's anderendaags weer, kapten nu den vrijheidsboom af en
+plunderden den tempel der wet.
+
+De aanleider was uit het Kortrijksche. Hij droeg eenen hoed met zwarte
+pluimen.
+
+Geeraardsbergen was eene der weinige steden geweest, die in 1794 de
+Franschen welwillend ontvingen. Zelfs hadden de wethouders, als goede
+sullen, een deel van hunne bezoldiging afgestaan, om dansfeesten en
+dranken te bekostigen ter eere van hunne vreemde meesters. Ondanks dit
+alles beschuldigde men thans de bevolking van dubbelhartigheid, van
+medeplichtigheid. «De stad,» dus schreef de beruchte Beguinot, «is
+aangewezen geworden om de eerste gelegenheid tot opstand waar te nemen.
+De openbare overheden zijn niet meer in veiligheid; zij worden zelfs
+langs de straat beleedigd...»
+
+Het magistraat wendde voor, dat geen enkele ingezetene aan den opstand
+der Boeren had deelgenomen. Dit belette niet, dat men de stad
+veroordeelde tot het betalen van eene schadeloosstelling van 2,057.41
+fr.
+
+O die lieve, broederlijke Franschen!
+
+ * * * * *
+
+Bewesten Geeraardsbergen liggen Neder-Brakel, Op-Brakel en Schoorisse.
+
+Neder-Brakel, met meer dan 4,200 inwoners, wordt besproeid door de
+Zwalme, en gelijkt door zijne netheid aan een steedje. Het is de
+geboorteplaats van den novellenschrijver E. MEGANCK.
+
+Te Op-Brakel stond de wieg van den wijd en zijd gekenden liedjeszanger
+JOZEF SADONES. De man was geboren den 6 December 1755 en stierf te
+Geeraardsbergen den 19 October 1816.
+
+Het schijnt, dat de Geuzen aan deze kanten nog al talrijk waren in de
+XVIe eeuw. De gebroeders VAN CAMPENE teekenden althans aan, «dat die
+van Bracle, Neerbracle en daer omtrent» naar Geeraardsbergen togen, om
+verder «het klooster van Beauprees» te plunderen, en dat zij overal den
+landman «veel molest deden.»
+
+Op zekeren dag, in de maand Augustus 1566, ontmoette de heer van
+Bakerzele, niet heel verre van Geeraardsbergen, eene bende van die
+roovers. Twaalf hunner werden neergeveld, vijftig anderen gevangen
+genomen en naderhand gekastijd.
+
+Wij komen te Schoorisse -- Escornaiz -- eene gemeente, die nagenoeg
+2,500 zielen telt.
+
+Schoorisse ligt, evenals Marke, in eene bekoorlijke vallei, in de verte
+begrensd door de wouden van Op-Brakel, Vloesbergen en den Muziekberg.
+Westwaarts steekt de toren van Nukerke in de lucht.
+
+De vroegere baronij van Schoorisse bestond uit zeven gemeenten. Zij
+behoorde in den loop der tijden aan de edele geslachten van Schoorisse,
+van Gaver, van Lalaing, van Berlaimont en van Egmont toe.
+
+In de parochiale kerk vindt de reiziger eenen grafsteen met de namen van
+Arnold van Gaver, heer van Schoorisse, en zijne echtgenoote Izabella van
+Gistel. Jan van Luxemburg, een andere heer des dorps, stichtte er een
+jaargetijde.
+
+Het slot verhief zijne torens bezuiden de kerk, langs den steenweg.
+
+
+
+
+XXIII.
+
+Ronse.
+
+
+Ronse -- Renaix -- ligt in de Zuid-Westelijken hoek van Oost-Vlaanderen,
+in het schilderachtigste deel van gansch de provincie. De stad heeft
+eene uitgestrektheid van 3,173 hectaren, deels bebouwd, deels onbebouwd.
+
+In de laagten is de grond kleiachtig en zeer vruchtbaar; op de heuvelen
+is hij overal steen- en ijzerachtig.
+
+De landbouwers winnen dan ook alle soorten van graangewassen, van
+oliegevende en weefbare planten. Verder teelt men er tabak, moeskruiden
+en uitmuntend fruit. Allerhande boomen vertoonen eenen weelderigen
+groei.
+
+Er is geen gebrek aan bewijzen, die voor eene hooge oudheid van Ronse,
+als bewoonde plaats, pleiten.
+
+De heer JOLY vond er bijlen, hamers, messen en andere voorwerpen,
+behoorende tot het Keltisch tijdperk, vóor den inval der Romeinen. Den 8
+Juli 1868 ontdekte men in den kelder van het huis der familie van
+Butsele-Deneufbourg, op den Bergplas, eene Romeinsche lijkbus, hebbende
+eenen omtrek van 35 centimeters. Elders legde men Romeinsche
+schrijfstiften, wapens en bouwstoffen bloot.
+
+In de eerste helft der VIIe eeuw kwam Sint Amand, de Frankische
+geloofszendeling, naar het Zuiden van Vlaanderen, naar Kortrijk en
+Ronse. In deze stad stichtte de vrome man eene kerk en een klooster, in
+het jaar 638.
+
+De dichter van _Heer Daneelken_, eene zeer oude romance, kende Ronse:
+
+ Hi tooch te Ronsen upt hooghe huys
+ Om drie synder suster kinder...
+
+Daneelken leefde zeven jaren in het gebergte -- op den Muziekberg? -- en
+ging vervolgens naar de hoofdstad der christenheid.
+
+ Hi nam een staf al in syn hant,
+ Ende hi treec te Romen binnen:
+ «Nu biddic Maria, die moeder Gods,
+ Dat ic den paus mach vinden.»
+
+ Doen quam hi voor den paus ghegaen,
+ Voor onsen eertschen vader:
+ «Here, ic soude mi biechten geern,
+ Ende roepen up Gods ghenade.
+
+ «Ic soude mi biechten seer bevreest
+ Met alle minen sinne;
+ Ic heb seven jaer in den berch gheweest...»
+
+Ronse verkreeg zijne eerste keure in 1240, vijftig jaren na Kortrijk. Nu
+kon de bevolking zich ongestoord aan den arbeid overgeven, op den handel
+toeleggen.
+
+Gedurende de middeleeuwen bloeide de lakenweverij zoowel te Ronse als te
+Gent, te Brugge, te Ieperen en te Kortrijk. Nog in de eerste helft der
+XVIe eeuw kwamen «de goede lieden van Ronse ter Curtricmarct met haren
+lakenen,» weshalve zij van het magistraat een geschenk van «twee cannen
+wyns» ontvingen. In de halle van Leuven mochten de kooplieden van Ronse
+hunne waren uitstallen, zonder rechten te betalen.
+
+Op onze dagen is Ronse nog eene zeer nijverige stad, vooral befaamd om
+de katoenen weefsels, die men er vervaardigt. Ook de spinnerijen
+erlangen eene groote uitbreiding.
+
+Geen wonder dan, dat de bevolking spoedig aangroeit. In 1856 telde Ronse
+12,000 inwoners; in 1878 waren er meer dan 14,600; in 1897 ongeveer
+19,000.
+
+Groote rampen teisterden de gemeente, vooral in de XVIe eeuw.
+
+Toen Maximiliaan van Oostenrijk in den echt trad met Maria van
+Burgondië, poogde Lodewijk XI al de Fransche leenen, die op Maria
+verstorven waren, aan te slaan. In 1477 kwam hij langs Kamerijk,
+Bouchain en Avesnes naar het Henegouwsche, waar hij Doornik bemachtigde.
+
+Het volgende jaar begon de krijg opnieuw. De koning rukte met zijn leger
+naar West-Vlaanderen, denkende daar weinig tegenstand te zullen
+ontmoeten. Middelerwijl zou zijn hoofdman te Doornik, Maurits van
+Neufchatel, sprongreizen doen in het Gentsche, ten einde de
+Oost-Vlamingen bezig te houden.
+
+De Gentenaars, aangevoerd door den heer van Dadizele, togen de Franschen
+te gemoet, en vochten hardnekkig tusschen Ansegem en Berchem. Nochtans
+konden zij niet beletten, dat de vreemden Ronse in asch legden.
+
+Ten jare 1519, omtrent den feestdag der H. Drievuldigheid, vernielde een
+brand, bij toeval ontstaan, ongeveer 700 huizen. Destijds en later ook,
+tot diep in de XVIIIe eeuw, bouwde men vele houten woningen.
+
+Veertig jaren nadien, in het hart van den zomer, verslond het vuur bijna
+gansch de stad. Zelfs smolten de klokken in de kerktorens.
+
+Een andere brand, den 31 Maart 1719 ontstaan, legde 330 huizen in asch.
+
+Ter oorzake van de menigvuldigheid dier rampen, stelde men twee
+«brandprocessies» in: éene op de Vrijdag vóor Passiezondag en éene op
+Paaschdag. Beide plechtigheden werden later afgeschaft.
+
+De Beeldstormers spaarden de stad evenmin.
+
+Den 19 Augustus 1566 drongen zij in de kerk van St-Hermes, schendende en
+brekende wat zij konden. Dank aan de krachtdadige tusschenkomst der
+wethouders, moesten de roovers deze reis de wijk nemen; doch na de
+plundering der Oudenaardsche bedehuizen keerden zij terug om hun
+goddeloos werk voort te zetten. Dit blijkt uit een gedicht van J.-D.
+WAELKENS, pastoor van Edelare:
+
+ Als de pillage t'Audenaerde was gedaen,
+ Soo syn sy naer Ronse gegaen...
+ Kerken, kloosters en priesters hebben ze al aengegaen,
+ En keerden naer de stad met IX of X wagens, gelaên
+ Met allerhande goed, geestelick en weerlick...
+
+Wellicht hebben al die rampen de merkwaardige gebouwen doen verdwijnen,
+die Ronse, net als andere steden, moet bezeten hebben.
+
+In de huidige Kasteelstraat, bij de Middelbare school, bouwde Jan van
+Nassau, in 1630, het schoonste slot, dat men in die jaren ten onzent kon
+bewonderen. Men verkocht het in 1823 voor 30,000 fr., waarna de hamer en
+het breekijzer het gebouw sloopten.
+
+Het eerste bedehuis van Ronse was de St-Pieterskerk, gewijd door den H.
+Amandus in de VIIe eeuw. Daar zij heel bouwvallig was, verkocht men ze
+den 2 November 1843 voor de geringe som van 3,300 fr.
+
+In de nabijheid dezer bidplaats bouwde men de St-Hermeskerk, gewijd in
+1129. De krocht, in zuiver Romaanschen stijl, heeft den vorm van een
+Sint-Antoniuskruis. Zij bestaat uit breede gangen, gescheiden door
+dertig zuilen met ongelijke versieringen. Het gewelf draagt sporen van
+oude muurschilderingen.
+
+De eigenlijke kerk, die groot en hoog is, werd herbouwd. Zij behoort tot
+de Gothische kunst, en was voltooid in het begin van 1525. De toren is
+zwaar en vierkantig.
+
+Den 16 Maart 1878 besloot men de kerk van Sint-Hermes te herstellen. Het
+gewelf en een deel van het koor werden reeds met kleuren belegd.
+
+In het koor prijkt een koperen arend van 1685. Het tafereel van
+DELFOSSE, Sint Amand voorstellende, is een opmerkenswaardig doek.
+
+De tweede parochiale kerk van Ronse, aangelegd in 1892, is toegewijd aan
+St. Marten, bisschop van Tours. Zij is bijna 72 meters lang, ruim 28
+meters breed, en behoort tot den stijl der XIIIe eeuw. Deze kerk is het
+middelpunt van eene nieuwe wijk der bloeiende, aangroeiende stad.
+
+De oude St-Martenskerk, met eenen heel eigenaardigen toren, stond in de
+nabijheid der hoofdkerk.
+
+Ronse heeft weinige openbare plaatsen. Wij noemen: de Groote Markt, met
+eene arduinen pomp, die elf meters hoog is en 36,000 fr. kostte; -- den
+Plas; -- de Veemarkt; -- den Bruul of Broel, bewassen met hoogstammige
+kastanjeboomen; -- de nieuwe de Malanderplaats; -- de Paardenmarkt, door
+het volk schertsend het «Martelaarsplein» geheeten, omdat men er... de
+zwijnen slacht. De Broel wordt in den zomer veel bezocht.
+
+Hier en daar ontmoet de wandelaar een huis in Vlaamschen stijl. De
+woning van M. de Malander, met een bevallig torentje boven de poort,
+draagt zeker een eigen kunstmerk. Weinigen weten misschien, dat M. de
+Malander een allerschoonste museum bezit. Het bevat, om maar enkele
+stukken te noemen: drie doeken van Quinten Massijs, den edelen,
+idealistischen vertegenwoordiger der oud-Vlaamsche school in de XVe
+eeuw; -- vier van Rembrandt van Rijn, den beroemden meester der
+Hollandsche school, bij wien «licht en bruin» de hoofdzaak is; -- twee
+van Rubens, eene der glansrijkste verschijningen in de schilderkunst; --
+vier van Teniers, den voorlooper van de groote Vlaamsche meesters der
+XVIIe eeuw. Als bijzondere verzameling is die van M. de Malander zeker
+eene der rijkste van gansch het land.
+
+De katholieke Kring, die 85 meters lang is, gaat almede voor een
+merkwaardig gebouw door.
+
+Het oudste gilde van Ronse is wellicht het Sint-Sebastiaansgenootschap,
+dat vóor 1568 bloeide. Men bewaart nog den halsband, dien de koning
+droeg, alsmede een paar zilveren schilden, geschonken aan de vereeniging
+door Frans van Nassau in 1639.
+
+De Busschieters hadden Sint Hermes tot patroon gekozen. Vóor de
+beeldstormerij, in 1562, brachten zij de overblijfselen van hunnen
+beschermheilige naar Bergen over. Dit genootschap werd in 1892
+heringericht. De trommelslager, de fluiter en de standaarddrager komen
+steeds in hun ouderwetsch gewaad voor den dag.
+
+Ook de St-Martensvereeniging, heringericht omtrent het midden der
+XVIIIe eeuw, is nog niet in kwijning gevallen.
+
+De _Harmonij_, die den 29 Juni 1794 tot stand kwam, vierde in 1894 haar
+eerste eeuwfeest. Op onze dagen is zulke zeldzaamheid het aanstippen
+waard.
+
+Ronse wordt besproeid door de Molenbeek, komende van den Muziekberg. De
+Molenbeek valt te Watripont in de Ronne. Over eenige jaren bracht zij
+acht molens in beweging: den IJsmolen, den Braamboschmolen, den molen
+ter Beke, den molen te Queere, den Broelmolen, den Kapittelmolen, den
+Blokmolen en den Kapelmolen.
+
+Ronse bezit een bisschoppelijk College, eene Middelbare school van den
+Staat, eene aangenomen Normaalschool voor onderwijzeressen, twee lagere
+Gemeentescholen, eene Weezenschool, eene Teekenschool, eene Muziekschool
+en eene Weefschool.
+
+Het letterkundig leven schijnt er nochtans weinig ontwikkeld te zijn.
+
+Over eenige jaren heeft een bevoegd man de oorkonden der gemeente
+onderzocht en gerangschikt. De oudste stadsrekening loopt over 1648.
+Verder telt de verzameling «wettelicke chyrographiën, wettelicke
+passeeringhen, staten van goederen, rechterlijke acten, kerkrekeningen
+en wijkboeken.»
+
+Ronse is de geboorteplaats van HERMES VAN WYNGHENE en van PIETER-JAN VAN
+DER HAGHEN.
+
+H. van Wynghene werd hoogleeraar te Leuven, en vervolgens lid van den
+geheimen Raad onder Karel V. Hij stierf in 1573.
+
+Van der Haghen kampte met de pen en met het woord tegen de ketters van
+zijnen tijd. De Jonghe getuigt van hem: «Een predikheer, P. Joannes van
+der Haghen of Dumœus, een ieverige religieus, welke tegen de ketters een
+jaar lang dagelijks, en dan nog een jaar over ander dag heeft gepredikt,
+was zeer hatelijk aan de sectarissen. Dikwijls hebben zij getracht, zoo
+door vergift als met openbaar geweld, maar te vergeefs, hem ter dood te
+brengen.»
+
+De geleerde kloosterling bezweek in zijne geboortestad den 14 April
+1573.
+
+
+
+
+XXIV.
+
+Naar het bosch-Joly.
+
+
+Ja, Ronse heeft eene heerlijke omgeving.
+
+In de stad slenterend, kan men ze hier en daar, door eene zacht
+klimmende straat, reeds bewonderen.
+
+Den Broel voorbij gaande, bereikt men het bosch-Joly, een half uurtje
+buiten de stad, op het hoogste van Hoogerlucht, tusschen de Kruisen en
+den Muziekberg.
+
+Eene statige eikenlaan loopt naar den ingang.
+
+De boomen ruischen in den zoelen wind en toonen, door de openingen
+tusschen hunne stammen, een prachtig landschap in de verte, beheerscht
+door den zwaren toren der St-Hermeskerk.
+
+De heer Joly heeft het bosch als warande ingericht. Het meet ten minste
+twintig hectaren.
+
+Overal kreupelhout en varens; overal schoone, krachtige boomen: eiken en
+esschen, olmen en beuken, berken en dennen, overal dalende en klimmende
+wegen.
+
+Rechts is de geliefkoosde verblijfplaats der konijnen. Nu en dan wipt er
+een van die bevallige knagertjes in of uit zijne pijp.
+
+Verder ontmoet de wandelaar eenen vijver, tintelend in den glans der
+zonne.
+
+Rondom dien vijver vindt men ruwe rustbanken, verscheidene rotsen en
+bronnen. Groen mos bedekt de rotswanden.
+
+Midden in den vijver staat de Menhir, eenzaam, maar fier en pal. Zijne
+voeten steken in het slijk, maar zijn kop glanst in het zonnelicht. Een
+beeld van den denkenden, maar ondeugenden mensch...
+
+Twee bronnen versierde men met bouwstoffen van het voormalige slot der
+stad, weshalve zij eenen historischen naam kregen: de bron van Nassau en
+de Kasteelbron.
+
+Zuidwaarts springt de bron der Reuzen tusschen verscheidene groote
+rotsblokken.
+
+Een murmelend beekje leidt het overtollige water weg.
+
+Niet verre van de bron der Reuzen kan men, in een allerliefst prieeltje,
+eenige oogenblikken uitrusten.
+
+Onder het rooken van eene lekkere pijp en het beschouwen van den
+weelderigen plantengroei hoort men den koekoek roepen: «Koekoek! hier is
+het goed!»
+
+Opklimmende, komt men vóor het eigenlijke park. Daar vindt men een fraai
+paviljoen, eene schilderachtige grot, eenige kleinere bronnen en een
+donkergroen mastbosch. O die smakelijke lucht!
+
+Een zeer merkwaardig voorwerp is een «dolmen,» door den heer Joly op de
+kruin van den Muziekberg ontdekt. Twintig paarden trokken dien
+reusachtigen steen naar de plaats, die hij thans bekleedt. Hij is
+inderdaad omtrent 0m,70 dik, en 1m,80 lang en breed. Kon hij maar
+vertellen uit den voortijd, toen onze vaderen nog omdoolden in de
+duisternissen van het heidendom!
+
+Men heeft het Joly-bosch weleens met het woud van Fontainebleau
+vergeleken. In alle geval kan men er eenen halven dag heel genoeglijk
+overbrengen. Een onzer vrienden, die ons derwaarts vergezelde, zong
+gedurig met zijne helderklinkende stem het Duitsche lied:
+
+ In het woud daar wou ik leven
+ Bij heeten zonneschijn.
+
+En vraagt de maag eenige verversching of versterking -- want de mensch
+leeft toch ook niet van poëzie alleen! -- zoo kan men in de eene of
+andere herberg het verlangde bekomen.
+
+Een blik op de stad en het omliggende landschap zal tevens de oogen
+verzadigen.
+
+Bij de poort leest men in groote letters en in onze twee landtalen:
+
+ Verboden ingang!
+ Entrée interdite!
+
+Maar de heer Joly is een vriendelijk man, en verschaft den
+nieuwsgierigen wandelaar gaarne eene toegangskaart.
+
+ * * * * *
+
+Terugkeerende naar de stad, maakten wij de bemerking, dat wij in
+Zuid-Vlaanderen, voor weinig geld en in korten tijd, toch zoo schoone
+uitstapjes kunnen doen met onze familie. En wij voegden er bij, dat de
+mensch, die goed ziet en goed hoort, een bevoorrechte sterveling is.
+
+Toen wij bij onzen vriend te huis kwamen, wachtte ons een smakelijk
+avondmaal.
+
+En de lieve huisvrouw speelde eene prachtige sonate van Beethoven; en de
+vriend vergastte ons op het prachtige lied van KAREL MESTDAGH:
+
+ Door de Nederlanden,
+ Naar de wijde, diepe zee,
+ Stroomt de schoone Schelde...
+
+[Illustration: Panorama op den HOOTOND
+
+108 steden en dorpen]
+
+
+
+
+XXV.
+
+Naar den Hootond en de Kruisen.
+
+
+Wij verlaten Ronse door de Zonnestraat en volgen klimmende voetwegen.
+
+Een trouwe vriend, een bewonderaar der schoone natuur en tevens een
+liefhebber van eigen taal en kunst, vergezelt ons als gids.
+
+Sprekende over het wel en wee, dat vroegere jaren ons aanbrachten,
+naderen wij de nieuwe kapel «ten witten Tak,» een sierlijk, Gothisch
+gebouwtje met tien kleine vensters.
+
+Waar het oude kapelleken stond, vinden wij nu eene landelijke herberg.
+
+SANDERUS verhaalt, dat hier in lang vervlogen tijden een groote, breede
+eik groeide. Onder de looverrijke takken school een beeldje van
+O.-L.-Vrouw.
+
+De tak, die het beeldje droeg, was witter dan de andere. Dit maakte de
+aandacht der landzaten gaande, weshalve de geloovigen in het begin der
+lente naar den heuvel stroomden, om de Moedermaagd te vereeren en te
+aanroepen.
+
+Ten jare 1636 heerschte eene besmettelijke ziekte in vele gemeenten van
+Vlaanderen, onder andere te Kortrijk en te Ronse. In de eerste stad
+vroegen de wethouders eene plechtige processie met het wonderdadig
+beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge; in de tweede beloofde men eene
+kapel te bouwen ter eere van de machtige Troosteres der bedrukten.
+
+De kwaal verminderde, en in de eerste maanden van 1639 voltooide men de
+eenvoudige bidplaats. Sedertdien beginnen de «kapellekensdagen» ieder
+jaar den 2 Juli.
+
+Wij zetten onze wandeling voort, gaan het schoone kasteel van M. Cambier
+voorbij, en bewonderen de omliggende hoven en parken met hunne
+weelderige en veelkleurige gewassen. Weldra bereiken wij den Hootond,
+die 150 meters hoog is.
+
+Bij den molen, op de kruin, blijven wij staan.
+
+Westwaarts, boven den Kluisberg, glinstert de zon, haren glans
+verspreidende over een landschap, dat ongemeen groot en schoon is.
+
+De molenaar -- een vriendelijk man -- komt bij en wijst ons aan den
+blauwen gezichteinder de torens van Maria-Horebeke, Merelbeke, Gent,
+Evergem, Drongen, Vosselare en Deinze; -- die van Ruiselede, Brugge,
+Tielt, Pittem, Ardooie, Ingelmunster, Hooglede, Roeselare, Passchendale
+en Kortrijk; -- benevens die van Toerkonje, Robaais, Rijsel, Templeuve,
+Doornik, Antoing en Peruwelz. In het geheel kan men de kerken van 108
+steden en dorpen onderscheiden. Tusschen Brugge en Peruwelz is er een
+rechte afstand van 80 kilometers of 16 mijlen. Evergem en Rijsel zijn 70
+kilometers of 14 mijlen van elkander verwijderd.
+
+Welk eene verscheidenheid in dat overgroote panorama! Ginds, tusschen
+Ansegem en Mooregem, is het Bouveloobosch; bij Tiegem daagt het
+Kapelbosch. Naderbij poost het oog op de wouden van Quaremont en den
+Kluisberg. Links blauwt de Drievuldigheidsberg, in het Doorniksche.
+Heinde en verre steekt de roode kleur der daken aangenaam af bij het
+donkere groen der gewassen.
+
+Terugkeerende naar den steenweg, blikken wij op de stad, in de diepte,
+en verderop de reeks heuvelen, die langs Ellezele en Vloesberge naar
+Lessen loopen. Aan den gezichteinder onderscheiden wij den «Kattemolen»
+en van den Daele's bosch.
+
+Op de hoogte der Kruisen groeien weelderige boomen, onder wier toppen
+eenige lusthuizen schuilen. Daar kan men in den zomer, bij het op- en
+ondergaan der zon, de ontwakende of insluimerende natuur bespieden en...
+frisch ademhalen.
+
+Van de Kruisen trekt de stad heur water. Langs den steenweg, in eenen
+grooten kelder, hoort men het klare vocht onverpoosd ruischen.
+
+Onze vriend wijst ons eenen grooten treuresch, die nu en dan schijnt te
+trillen onder den adem des winds. Denkt hij misschien aan de rijke en de
+arme lieden, die hij ziet voorbijslenteren? Aan den snellen loop der
+jaargetijden? Aan de vluchtigheid der aardsche genoegens?
+
+
+
+
+XXVI.
+
+Naar den Muziekberg.
+
+
+Ten Noord-Oosten van Ronse rijst de Muziekberg. Daar gaan wij heden
+omdolen en eene frissche lucht inademen.
+
+Wij verlaten de Groote Markt en volgen de Gasthuisstraat, de
+Biezenstraat en de Beekstraat. Verder loopt een kronkelende binnenweg
+naar de hoogte.
+
+De Muziekberg is, evenals de Hootond, 150 meters hoog. Een woud bedekt
+het grootste gedeelte zijner kruin.
+
+Hoor eens, hoe het windje door de bladeren ritselt, hoe de kerfdiertjes
+gonzen, hoe de vogelen kweelen! Zie eens, hoe de warme stralen der zon
+door het looverdak der boomen dringen en gouden strepen op den grond
+tooveren!
+
+ o Woud, vol vrede en lommer,
+ Met diepe eerbiedenis
+ Betreden wij uw boorden,
+ Zoo rustig, groen en frisch.
+
+ Wij dwalen rond en luisteren...
+ En alles spreekt tot ons:
+ Het lied van vink en lijster,
+ Der bijen stil gegons;
+
+ Het wuiven van de twijgen,
+ Der bloemen heerlijkheid...
+ o Woud, wat zijt gij statig,
+ Vol ernst en majesteit!
+
+Talrijke gangen en lanen doorkruisen het bosch. Jammer maar, dat men
+alle oogenblikken een ondeugend plankje ziet hangen met de vermaning:
+«Het is streng verboden hier door te gaan.»
+
+Van tijd tot tijd vinden wij eene open plaats, waar wij een prachtig
+uitzicht hebben.
+
+Op zulk eene plaats, in het midden van het bosch, staat een torentje,
+uit etssteen opgebouwd en met eiloof begroeid.
+
+Hier is het hoogste punt van den berg.
+
+Het torentje is nagenoeg tien meters hoog. Het heeft tien ronde
+kijkgaten en laat ons, over het struikgewas en geboomte heen, naar alle
+zijden blikken.
+
+Het panorama, dat wij aanschouwen, is wel zoo schoon als dat van den
+Hootond. Maar wij beweren, dat het grootscher is, omdat de wilde natuur
+in hare maagdelijke schoonheid hier een ruimer aandeel heeft.
+
+In het Zuid-Westen ligt Ronse, met zijne torens, schouwen en daken,
+langs alle kanten met hoogten en bosschen omringd. In het Oosten rijzen
+de heuvelen, die naar Geeraardsbergen voortloopen. Elders gaat het oog
+over bergen en dalen, over gehuchten en dorpen, over huizen en molens.
+
+Daar treft het gefluit van eenen naderenden stoomwagen onze ooren. In de
+diepte snelt hij kuchend voort, weldra verdwijnend in den onderaardschen
+gang van het nieuwe dorpje Louisa-Maria.
+
+Een gedeelte van den Muziekberg is hedendaags eene warande met bronnen,
+waterleidingen en vijvers.
+
+Niet verre van het reeds genoemde torentje staat een hooge boom, die
+een klein kruisbeeld draagt. De christen wandelaar ontdekt eerbiedig het
+hoofd, en dankt inwendig ons Vlaamsche volk om zijne godsdienstige
+overtuiging.
+
+Eenige stappen verder vinden wij eene hofstede. Vóor het woonhuis ligt
+eene groote weide.
+
+Ten jare 1821 poogde M. van Hoobrouck, van Mooregem, den wijnbouw te
+drijven op de zuidelijke helling des bergs.
+
+De oogst van 1827 was nog al bevredigend. Den 10 October kwam M. van
+Doorn, destijds gouverneur van Oost-Vlaanderen, de teelt in oogenschouw
+nemen en aanmoedigen. Nadat hij den eersten tros had afgesneden, vielen
+de werklieden aan den arbeid. De eigenaar oogstte twintig stukken wijn.
+Nochtans was hij naderhand gedwongen van de onderneming af te zien.
+
+Maar het wordt stillekens avond. Moede geklommen en moede gekeken,
+rusten wij eenige oogenblikken op het gras, en dalen dan den berg af.
+
+De ondergaande zon werpt heure leste stralen over het landschap; lichte
+wolkjes zweven in de lucht.
+
+De wind schijnt ook moede te zijn van het spelen en dartelen, en houdt
+zijnen adem in; de vogelen zingen hun slaapliedje onder de bladeren der
+boomen.
+
+Daar verdwijnt de zon...
+
+Een dunne nevel drijft boven de velden.
+
+Ginds zingt een klokje: _Ave, Maria!_
+
+Eene geheimnisvolle kalmte heerscht omhoog en omlaag.
+
+ Wat is de kalmte streelend zoet,
+ Dat suizen en in sluimer zijgen,
+ Dat plechtig stil en stiller zwijgen,
+ Die rozenkleurige avondgloed!
+ 't Is of de rust rondom ons henen
+ Een zachter inborst in ons stort;
+ 't Is of ons harte ruimer wordt,
+ En wat er boos was, is verdwenen.
+ Een onbestemd en diep gevoel
+ Ontwaakt en trilt er in onze âren...
+ Wie mocht dien indruk nooit ontwaren?
+ Wien laat dat purprend Westen koel?
+ Nu zweven als op donzen schachten
+ Geliefde beelden om ons heen;
+ Nu wemelt droom aan droom dooreen,
+ En zielsgepeinzen en gedachten.
+ De ontroering grijpt ons in 't gemoed;
+ Haars ondanks wordt de ziel bewogen;
+ Er klopt een heimwee in ons bloed;
+ Soms wisschen wij een traan uit de oogen,
+ Onwetend wat hem drupplen doet.
+
+
+
+
+XXVII.
+
+Nog in het land van Ronse.
+
+
+In het land van Ronse kan men nog eenige wandeltochten ondernemen, die
+tevens schoon en leerrijk zijn: naar de Hooge heide en van den Daele's
+bosch, langs den steenweg van Ellezele; -- naar St-Sauveur, langs de
+baan van Leuze; -- naar Watripont, langs het kerkhof en het lusthuis van
+M. Snoeck.
+
+Ellezele -- _Ellezelles_ -- ligt in eene vallei.
+
+Halfweg loopt eene straat naar van den Daele's bosch, met diepe
+ravijnen, kreupelhout en eeuwenoude boomen. De groei is hier bij uitstek
+krachtig.
+
+In eene ouderwetsche herberg kan men allerhande versterkingen en
+ververschingen bekomen. De waard en zijne vrouw zijn ongemeen beleefd en
+voorkomend, misschien wel omdat de nieuwere beschaving er de
+voorvaderlijke gewoonten nog niet gansch kon uitroeien. Wij zagen het
+vuur flakkeren in den breeden haard op eenige steenen.
+
+St-Sauveur is een vriendelijk dorp met ruim 2,000 zielen. Watripont, op
+de Ronne, telt er slechts 400.
+
+Watripont, oudtijds Waudripont geheeten, was de zetel van eene groote
+heerlijkheid. De burcht was versterkt. In de gedempte grachten heeft
+men kanonballen en wapens gevonden, getuigen van vroegere belegeringen.
+Het huidige kasteel dagteekent van de XVIIIe eeuw.
+
+Tot de heerlijkheid van Waudripont behoorde langen tijd eene vierschaar,
+die te Ronse het recht van hooge, middelbare en lage justitie
+uitoefende. In 1240 schonk Geeraard van Waudripont aan de ingezetenen
+van Ronse eene keure, hen vrij verklarende van lasten en leendiensten.
+
+Veertig jaren nadien werd Ronse eene baronij. Deze hoorde in den loop
+der tijden aan vijf verschillende geslachten toe: aan het grafelijk huis
+van Vlaanderen (1280-1402); aan het huis van Hamaide-Roggendorf
+(1402-1549); aan het huis van Granvelle (1549-1630); aan het huis van
+Nassau-Siegen (1630-1745); aan het huis de Merode-Westerloo (1745-1830).
+
+Watripont is hedendaags een lachend dorpje, omgeven van uitgestrekte
+weiden.
+
+In het kerkje vindt men verscheidene oude grafzerken.
+
+
+
+
+XXVIII.
+
+De Fiertere van Ronse.
+
+
+Het Vlaamsche volk heeft altijd zijne heiligen geliefd en in het
+openbaar vereerd.
+
+Gent viert den H. Livinus, Mater de H. Amelberga, Tiegem den H.
+Arnoldus, Ronse den H. Hermes.
+
+Uit dien eerbied sproten de bedevaarten en de ommegangen. Op zekere
+dagen droeg men de reliquiekas of de fiertere der heiligen plechtig van
+de eene plaats naar de andere, onder den toeloop van eene groote en
+biddende menigte.
+
+Zulke ommegangen zijn door den band heel eigenaardig en bij uitstek
+dichterlijk. Zij spreken in alle geval hoog en luid van den
+onverschrokken godsdienstzin der vorige geslachten, van het levendig
+geloof der vervlogen eeuwen.
+
+Sint Hermes -- de patroon van Ronse -- leefde in de tweede eeuw der
+christelijke jaartelling. Hij stierf den marteldood en werd door zijne
+zuster Theodora begraven.
+
+In het jaar 829 deed Gregorius IV de stoffelijke overblijfselen van den
+heilige naar de St-Marcuskerk brengen. Talrijke wonderen lokten gedurig
+nieuwe bedevaarders uit.
+
+Lotharius, een kleinzoon van Karel de Groote, vroeg het lichaam van
+Sint Hermes voor zijne staten, en bekwam het in 851.
+
+Voorloopig bewaarde men den schat in de abdij van St-Cornelius, bij
+Aken. De keizer stierf in 856. Zijn zoon en opvolger deed de reliquie
+naar Ronse overdragen, waar zij den 6 Juli 860 toekwam.
+
+Men stelde ze in de St-Pieterskerk. Later bouwde men, zooals wij reeds
+weten, de St-Hermeskerk.
+
+De fiertere van Ronse valt alle jaren op den feestdag van de H.
+Drievuldigheid, anders gezeid op den eersten kermisdag der gemeente.
+
+Vóor de Fransche omwenteling was de ommegang bijzonder eigenaardig.
+
+Uit al de omliggende dorpen uit Vlaanderen en Henegouw kwamen, vroeg in
+den morgen, de beste ruiters naar de stad. De ruitersmis begon om zeven
+ure.
+
+Na de mis begaf men zich op weg door de Wijnstraat, zich richtende naar
+Louisa-Maria, den Muziekberg, St-Sauveur, Watripont, Rozenaken, den
+Hootond en de Kruisen.
+
+Voorop gingen de gildebroeders van St-Sebastiaan, in het rood -- die van
+St-Marten, in het zwart -- van St-Hermes, in het groen gekleed.
+
+De nering der kleermakers volgde met haren standaard. Dan kwamen de
+Zwarte Zusters met hunne leerlingen en de Zusters van het gasthuis.
+
+De schoenmakers droegen de fiertere.
+
+Vóor hen stapte, traag en statig, een man, die twee groote bellen op
+maat deed klinken.
+
+Het magistraat en de ruiters sloten den stoet.
+
+De mannen van Rooborst, in Vlaanderen, en van St-Sauveur, in Henegouw,
+reden altijd voorop, omdat hunne voorzaten in 1724 zich manmoedig
+verzetteden tegen eene bende struikroovers, die, in de nabijheid van
+den Muziekberg, de overblijfselen van Sint Hermes wilden onteeren.
+
+Aan de Begijnhofstraat gekomen zijnde, keerde de geestelijkheid naar de
+kerk terug, terwijl de bedevaarders de Kruisstraat insloegen.
+
+Niet verre van den Muziekberg draafden de ruiters van Rooborst en
+St-Sauveur, met het pistool in de vuist, driemaal rond de reliquiekas.
+Men toefde op Schoonboeke, bij Ellezele en bij St-Sauveur.
+
+Op de grenzen van Watripont gebeurde er iets anders. Een van de
+voornaamste ingezetenen dier gemeente kwam de wethouders van Ronse den
+eerewijn aanbieden. Die van Ronse schonken den «notabele» eenen grooten
+koek, ten bewijze van vriendschap. Dezen koek zond men onmiddellijk naar
+Doornik, en van daar naar Parijs, waar hij, twee dagen nadien, op de
+tafel van M. den graaf van Bethune moest prijken.
+
+Van waar dit zonderling gebruik?
+
+De legende wil, dat de heeren van Ronse en van Watripont eens eenen
+grooten twist hadden; dat zij dezen twist inderminne beslechtten, en dat
+zij het genoemde beschenken tot teeken van hunne verzoening in zwang
+brachten. Op den koek ziet men althans twee samengeslagen handen.
+
+Wij gissen, met Dr DELGHUST, dat dit gebruik zijn ontstaan te danken
+hebbe aan de keure van 1240, waardoor de heer van Watripont de
+Ronsenaren ontsloeg van tollen en leendiensten.
+
+Te Rozenaken, op de hofstede van St-Hermes, toebehoorende aan het
+kapittel van Ronse, wachtten twee kanunniken de bedevaarders af. Aan
+allen schonken zij eene gewijde taart en bier of wijn volgens de
+tijdsomstandigheden.
+
+In den namiddag, tusschen vier en vijf ure, bereikte men weder de stad.
+De geestelijkheid kwam de fiertere te gemoet tot aan de steenen brug en
+bracht ze, psalmen zingend, weer naar de kerk.
+
+Hedendaags volgt de processie nog altijd denzelfden langen weg rond het
+grondgebied der stad.
+
+Te Louisa-Maria en te Rozenaken laat men de reliquiekas eenen zekeren
+tijd in de kerk rusten. Middelerwijl mogen de bedevaarders hunnen dorst
+lesschen en hunnen honger stillen.
+
+Op den Hootond en de Kruisen versieren de tochtgenooten hunne paarden en
+rijtuigen met meien, takken en bloemen, vooral met bloeienden brem.
+
+Ten jare 1898 telden wij meer dan tweehonderd ruiters, die de
+overblijfselen van Sint Hermes vergezeld hadden.
+
+Bij gebrek aan oorkonden kennen wij den oorsprong van Ronse's ommegang
+niet. Het is nochtans zeker, dat hij zeer oud is, nademaal men hem in
+1453, ter oorzake van de toenmalige onlusten en oorlogen tusschen Philip
+den Goede en de Gentenaars, niet toeliet.
+
+ * * * * *
+
+In de sacristij van St-Hermeskerk bewaart men het zoogenaamde
+_Zottenboek_. Buiten eenige standregelen en de namen van de leden der
+broederschap, behelst het namen van krankzinnigen, opklimmende tot het
+jaar 1670.
+
+Velerhande aanteekeningen zetten dit gedeelte eene zekere belangrijkheid
+bij. Nu eens bestatigde men, dat de zieke genezen, dan weer, dat hij
+overleden was gedurende de negendaagsche plechtigheid.
+
+Vóor 1597 gebruikten de krankzinnigen alle dagen een koud of een lauw
+bad. Mgr Hovius, aartsbisschop van Mechelen, schreef alsdan voor, dat
+men ze enkel besproeien zoude met gewijd water.
+
+
+
+
+XXIX.
+
+Naar den Pottelsberg.
+
+
+Tusschen Ellezele en Lessen ligt Vloesberge -- _Flobecq_ -- eene groote
+gemeente van ongeveer 4,500 inwoners.
+
+Onze lezers zullen zich wel herinneren dat JULIUS PLANCQUAERT, de
+schrijver van _de Franschen in Vlaanderen_, vrederechter was te
+Vloesberge, en daar in 1888 overleed in den ouderdom van 35 jaren. De
+begaafde man was van Wortegem.
+
+Benoorden het vlek is het uitgestrekte woud van Vloesberge met twee
+bergpunten, die 150 meters hoog zijn. De eene verhevenheid is de
+Pottelsberg, de andere de berg van Rhodes.
+
+De afstand van Ronse bedraagt 8 kilometers. Nochtans zal de weg ons niet
+lang schijnen, omdat de streek overal zoo schoon, zoo schilderachtig is.
+
+Nauwelijks zijn wij buiten Ronse aan _de Linde_ -- eene gekende herberg
+-- of de Muziekberg rijst weer vóor onze oogen. Aan dezen kant is zijne
+helling zeer steil.
+
+Daar neemt de Molenbeek haren oorsprong.
+
+Verder bereiken wij het kapelleken van Lorette, gebouwd in 1674 door de
+zorgen van M. Deletenre, pastoor te Ronse. De vrome herder had
+ondervonden, dat vele geloovigen, aldaar gehuisvest, hunne
+godsdienstige plichten maar moeilijk konden vervullen, omdat zij ofwel
+te verre van de stad woonden, ofwel slechte, onbruikbare wegen moesten
+volgen. Om die reden richtte hij twee kapellen op: de kapel ter Heide,
+tusschen Ronse en Ellezele, en de reeds genoemde kapel van Lorette,
+langs de baan naar Brakel, welke wij volgen.
+
+In de kapel ter Heide las men mis op alle Zon- en heiligdagen des jaars,
+behalve op Paschen, Sinksen, Allerheiligen en Kerstmis. Ten jare 1819
+brak men deze bidplaats af.
+
+De kapel van Lorette bestaat nog, en wordt ieder jaar met den 25 Maart
+druk bezocht. De landzaten spreken dichterlijk van den «Tijloozen
+ommegang,» omdat de tijloozen of de sneeuwklokjes in die dagen volop
+bloeien.
+
+Wij komen in Henegouw en bereiken eene wijd gekende herberg _Les quatre
+Vents_. Hier staan wij 130 meters boven den spiegel der zee. In de
+nabijheid heeft de heer Joly overblijfselen uit het steenen en het
+bronzen tijdperk ontdekt. Ronse mag fier zijn op dien verstandigen en
+onbaatzuchtigen zoeker!
+
+Tien minuten verder loopt een zijweg links, een andere rechts. De eerste
+leidt naar eene vallei, waar de Markebeek ontstaat. Deze vloeit door het
+bosch te Rijst, in de richting van Schoorisse.
+
+Den anderen zijweg inslaande, beklimmen wij den Pottelsberg, die 157
+meters hoog is. Het volk in den omtrek noemt hem den Potseberg. De Walen
+spreken van _la Houppe_. De bosschen noemen zij «les bois de la
+Cocambre.»
+
+Heinde en verre ontmoeten wij diepe wegen, steile verhevenheden,
+ravijnen en onbeplante plaatsjes. Groene kraakbeziestruiken, bruine
+heideplanten en sierlijke varens bedekken alom den grond.
+
+In den heeten zomer, als de wind suist en de bijen gonzend op de
+bloempjes azen, is het hier, in de schaduwe der boomen, schoon en
+dichterlijk. Maar als een storm de toppen der dennen weg en weder
+slingert, dat de takken kraken; als de donder in het luchtruim klatert
+en de bliksem zijne rosse flikkeringen op den grond werpt, moet ook eene
+koude huivering den wandelaar bekruipen.
+
+Wie dit oord voor den eersten keer bezoekt, denkt onwillekeurig aan
+Conscience's «verloren loopen.» Van alles afgescheiden, zich overleveren
+aan het onvoorziene; in donkere wouden ronddwalen, zonder te weten waar
+men is of waar men komen zal; geen spoor der menschelijke maatschappij
+meer ontwaren; alles vergeten, tot de vriendschap zelve, om zich der
+vijandschap ook niet meer te herinneren; alleen, gansch alleen daar
+staan tusschen den Schepper en zijn werk, tusschen God en de natuur --
+ha! verloren loopen, het is eene milde bron van poëzie...
+
+Midden in het bosch, dicht bij eene diepte, komen, zeven wegen bijeen.
+Daar vinden wij twee eenvoudige gebouwen: eene herberg, _la Capelette_,
+en een kapelleken, waarin een eenvoudig kruisbeeld hangt.
+
+De waard en de waardin zijn struische menschen; men zou zeggen dat de
+berglucht, bezwangerd met den geur der sparren, weldadig op hen werkt.
+Men spreekt tegenwoordig, in boeken en tijdschriften, nog al veel over
+sanatorium's voor lieden, die de schrikkelijke longtering krijgen.
+Zouden de omstreken van Ronse niet uitstekend geschikt zijn voor het
+inrichten van zulk eene schuilplaats?
+
+Het kapelleken is een verkwikkend rustpunt voor den christen reiziger.
+In de eenzaamheid, verre van het gewoel der menschen, kan men toch zoo
+hartelijk bidden: «Onze Vader, die in de hemelen zijt!»
+
+
+
+
+XXX.
+
+Naar Ellezelle.
+
+
+In _la Capelette_ hebben wij den weg gevraagd naar Ellezele, eene
+voorzorg, die niet overbodig mag genoemd worden. Want wij zijn hier in
+eene stille, eenzame streek.
+
+De naaste gemeenten zijn: Ronse, Kerkhem, Schoorisse, Op-Brakel en
+Parike, in Oost-Vlaanderen; -- Everbeke, Vloesberge en Ellezele, in
+Henegouw.
+
+Het oord is vele honderden hectaren groot. Acht kilometers scheiden
+Ellezele van Schoorisse; vijftien kilometers Ronse van Everbeke.
+
+Vloesberge alleen bezit hier nagenoeg 260 hectaren gronds, begroeid met
+dennen.
+
+Voortwandelend, dachten wij aan de Luxemburgsche Ardennen, met hunne
+uitgestrekte hoogvlakten, met hunne grijskleurige woningen, met hunnen
+mageren plantengroei. Geen Vlaming zal het ons dan ten kwade duiden, dat
+wij de voorkeur geven aan Zuid-Vlaanderen. Hier hebben wij eene gedurige
+en schielijke afwisseling van hoogten en laagten, van heuvelen en
+valleien. Voeg daarbij het heldere blauw des hemels, het donkere groen
+der weelderige gewassen, het vriendelijke rood der pannen daken en het
+blinkende wit der gevels. Overal verscheidenheid, overal kleur, overal
+poëzie, overal leven...
+
+«Maar wij zien bijna overal hetzelfde landschap,» zullen oppervlakkige
+lieden opwerpen.
+
+Toch niet!
+
+Let maar eens op de voor- en achterplannen, die alle oogenblikken
+veranderen, op de stoffeeringen, die nergens dezelfde zijn.
+
+Laat ons echter veronderstellen, dat uwe opwerping gegrond zij. Dan nog
+krijgt ge geen gelijk.
+
+Sedert duizenden jaren versiert de roos elken zomer met dezelfde kleuren
+onze aarde. Gij zelven hebt ze reeds dertig, veertig, misschien zestig,
+zeventig keeren in uwen tuin zien ontluiken, bloeien en verflensen. En
+toch beschouwt iedereen het roosje als de koningin onzer bloemen.
+
+ * * * * *
+
+Ellezele schuilt, zooals wij hooger aanstipten, in eene vallei. Dit zegt
+genoeg, dat de gemeente eene heerlijke omgeving heeft. Hare
+uitgestrektheid bedraagt 2,400 hectaren; hare bevolking is tot ongeveer
+5,500 zielen gestegen.
+
+Een goed gedeelte van Ellezele's grondgebied is bedekt met bosschen. Wij
+hadden reeds de gelegenheid aan te stippen, dat zich daar dikwijls
+gansche benden booswichten schuil hielden. Niet zelden bestonden die
+benden uit vreemde landloopers, Bohemers, heidens of Egyptenaars. Die
+boeven verontrustten heel de streek. In 1509 betaalde het magistraat van
+Oudenaarde 12 pond parisis aan «het opperhoofd van eene bende
+Egyptenaren,» opdat «hij met zijn volk niet min dan twee uren afstand
+van de stad zou blijven.»
+
+Na 1724 stoorden zulke booswichten weer de bewoners van Ronse, van
+Ellezele, van Vloesberge, van al de «betwiste gronden.»
+
+Ten langen laatste, en wel in 1733, zond de Regeering 150 huzaren naar
+Ellezele, om de schurken te vangen. Zeven vrouwspersonen werden
+opgehangen; een en twintig andere fielten van beide geslachten werden
+gegeeseld en gebrandmerkt. Een klein meisje -- eene weeze -- werd
+edelmoedig door de bewoners opgenomen en verpleegd. Uit dien hoofde
+betaalde Ellezele gedurende eenigen tijd eene jaarlijksche som van
+ongeveer 11 pond.
+
+Op het dorpsplein van Ellezele vindt men, sedert onheuglijke tijden,
+eenen diepen bornput. Ten jare 1883 heeft men er eene fraaie pomp op
+geplaatst.
+
+De parochiale kerk staat onder de bescherming van Sint-Pieter, den
+apostel. De toren, die zwaar is, draagt het jaartal 1643. Het koor werd
+herbouwd in 1723; de zijbeuken zijn van 1781. De predikstoel, gesneden
+in 1751, is een merkwaardig stuk.
+
+Het was in de kerk, dat men vroeger te Ellezele, zooals overigens in
+vele gemeenten van Vlaanderen, de voorname oorkonden bewaarde. Heden nog
+toont men den reiziger den koffer, die met ijzer beslagen is. Hij heeft
+drie sterke, verschillende sloten.
+
+Men wil, dat Ellezele de zedelijkste en de rijkste gemeente zij uit den
+Noord-Westelijken hoek van Henegouw. «Cette terre n'appartient qu'à Dieu
+et à moi!» zegde ons een landbouwer; «die grond hoort aan God en aan mij
+toe!» willende doen verstaan, dat zijne eigendommen onbelast waren.
+
+Aardbevingen, die sommige streken zoo dikwijls teisteren, zijn
+gelukkiglijk in ons vaderland een zeldzaam verschijnsel. In de oude
+registers van den burgerlijken stand der gemeente is er nochtans van
+eene schudding spraak. Wij schrijven letterlijk over: «Le 18 février
+1756, la carcasse entière de l'église d'Ellezelles a subi une secousse.
+L'air était bien tranquille; et en moins d'une minute de temps les
+prêtres et le monde qui étaient à l'église pour la messe, se sont
+sauvés.» Wat in onze taal beteekent: «Den 18 Februari 1756 begon de
+gansche kerk van Ellezele schielijk te beven. De lucht was stil; doch in
+een omzien vluchtten de priesters en de geloovigen, die in de kerk waren
+om mis te hooren.»
+
+Lezers, als gij oude oorkonden in handen krijgt, overziet ze toch
+aandachtig. Zij behelzen zoo dikwijls kleine, maar wetenswaardige
+bijzonderheden!
+
+ * * * * *
+
+Wij hebben reeds de «betwiste gronden» genoemd.
+
+In vroegere eeuwen behoorde de stad Lessen met zeven dorpen, alsook het
+kasteel van Vloesberge en de heerlijkheid van Ronse, tot Vlaanderen
+onder het Rijk, afhangende van den Duitschen keizer.
+
+Vlaanderen onder de Kroon was integendeel een leen van den Franschen
+koning; en allodiaal Vlaanderen was een eigendom der graven, waarvoor
+zij noch aan den koning, noch aan den keizer iets verschuldigd waren.
+
+Welnu, de hooger genoemde deelen van Vlaanderen onder het Rijk werden
+van lieverlede een twistappel tusschen de Vlaamsche en de Henegouwsche
+graven, weshalve de geschiedschrijvers hun den naam van «betwiste
+gronden» hebben gegeven.
+
+Het geschil duurde tot in 1333, wanneer de vorsten een verdrag troffen,
+dat nooit meer werd gestoord.
+
+De graaf van Henegouw behield de steden en dorpen van Lessen en
+Vloesberge, zonder daar nochtans nieuwe versterkingen te mogen
+oprichten, tenzij met voorkennis en toestemming van Vlaanderens vorst.
+Deze behield de heerlijkheid van Ronse.
+
+
+
+
+XXXI.
+
+De schilder van Ellezele.
+
+
+De kerk van Ellezele bezit een fraai altaarstuk uit de XVIe eeuw: eene
+kruisiging van den Zaligmaker. Op den donkeren grond van het tafereel
+komt de witte kleur van een paard goed uit.
+
+De schilder heeft zijn gewrocht niet onderteekend. Vandaar gissingen en
+volksoverleveringen.
+
+ * * * * *
+
+In de XVIe eeuw telde Ellezele twee voorname familiën. De eene droeg
+den naam van Lelatteur, de andere dien van Dutransnoit.
+
+Uit beide huizen sproten magistraten en geestelijken. Colard Lelatteur
+was burgemeester in 1462; Jan Lelatteur werd schepen in 1510; Arnold
+Lelatteur ontving de priesterlijke wijding in 1551.
+
+Lodewijk Dutransnoit werd burgemeester in 1503; Jan en Joris Dutransnoit
+beklommen het altaar, de eerste in 1504, de tweede in 1545; Jacob
+Dutransnoit teekende als griffier in 1600.
+
+Men vertelt in het dorp, dat een Lelatteur de genoemde kruisiging
+schilderde. De man was zeer rijk, en beoefende de kunst om de kunst. Op
+het tafereel maalde hij niet alleen de wezenstrekken zijner onderdanen,
+maar ook de gedaante van zijnen schimmel.
+
+Zijn broeder, die almede het penseel hanteerde, was naar Italië getogen,
+waar omtrent dien tijd «eene geheele reeks meesters van den eersten rang
+naast elkander optraden, die in even zoovele oorspronkelijke richtingen
+dezelfde laatste schrede tot het toppunt van ideale schoonheid en
+klassieke volkomenheid aflegden.» Wij bedoelen LIONARDO DA VINCI,
+overleden in 1519; -- MICHEL-ANGELO, den hoofdmeester der Florentijnsche
+school; -- RAPHAEL, die zijn innigste gevoel in zijne Madonna's ten
+beste gaf; -- ANTONIO CORREGGIO, die in zijne werken het licht bewogen
+gevoel zoo heerlijk deed gelden; -- TIZIANO VECELLIO, den hoogsten
+meester in de edele verheerlijking der lichamelijke schoonheid.
+
+Bij zijne terugkomst in het lieve vaderland sloop de Ellezeelsche
+schilder in de werkplaats zijns broeders.
+
+Daar stond eene pas geschetste schilderij. De aangekomene tooverde vlug
+eene vlieg op het doek, en verwijderde zich. En toen de andere
+terugkeerde, greep hij eenen borstel, om het ondeugende diertje weg te
+jagen. Zoo fijn, zoo natuurlijk, zoo meesterlijk had zijn broeder het
+kleine vliegje voorgesteld.
+
+Men voegt er bij, dat de Lelatteur's op die wijze den toenaam van
+_Mouche_ gekregen hebben.
+
+Van dit alles zal wel geen woordje waar zijn. Wij hebben inderdaad geene
+enkele oorkonde kunnen vinden, waarin een Lelatteur als schilder
+aangeduid wordt. Daarentegen kennen wij een tiental stukken uit de jaren
+1535-1569, welke «Jean Dutransnoit, peintre,» noemen. Deze woonde op het
+gehucht _Gauquier_.
+
+In 1543 trouwde Jan Hamaide, ridder en heer van Nieuwburg, met Barbara
+Hauport, van Ellezele.
+
+Jan Dutransnoit zal dan, op vereerend verzoek van de jonge gehuwden,
+het altaarstuk geschilderd hebben, op hetzelve noch de lakeien, noch het
+paard der edele familie vergetende.
+
+ * * * * *
+
+In negen minuten brengt ons de trein van Ellezele naar Ronse. De afstand
+is bijgevolg niet groot. Nochtans onderscheiden wij, in de richting van
+Vlaanderen, ten minste drie valleien en twee reeksen van heuvelen.
+
+De stoomwagen fluit, kucht, stopt.
+
+En nu nemen wij afscheid van onze vriendelijke lezers en lezeressen,
+allen hartelijk dankende voor hunne welwillende aandacht.
+
+EINDE.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+I. -- REIZEN. -- Vroeger en nu. Schoonheid van België
+
+II. -- DE VLAAMSCHE ARDENNEN. -- Ligging. Heuvelen en aanzienlijke
+verhevenheden. Beken. De vaart van Bosuit. Bosschen in vroegeren tijd en
+nu. Klopjachten. Spoorwegen
+
+III. -- KORTRIJK. -- Ligging en uitgestrektheid der stad. Kortrijk vóor
+1386. Het kasteel. Gewichtige gebeurtenissen en vergrootingen.
+Bevolking. Het stadhuis en zijne schouwen. De oude en de nieuwe halle.
+De Broeltorens. Sint-Martenskerk. De kerk van O.-L.-Vrouw.
+Sint-Michielskerk. Het Begijnhof. Beroemde mannen. Scholen en
+maatschappijen. Openbare plaatsen en straten
+
+IV. -- NAAR GROENINGE. -- Ligging. Grenzen, beken en wegen. Sagen. De
+kapel van Groeninge. De slag der Gulden Sporen en zijne gevolgen
+
+V. -- DE OMSTREKEN VAN KORTRIJK. -- De bodem. De vlasnijverheid.
+Ondersteuning en aanmoediging door de wethouders. De Pottelberg, het
+kasteel van Hoog-Mosscher en de Bloedkapel. Het Hooge. De Spoelberg.
+Eene schermutseling in 1814
+
+VI. -- DE HOFSTEDE «TEN AKKER.» -- Oude heerlijkheden. Ligging. Wal en
+gebouwen. Het huisraad. De pachter en zijn gezin. Netheid
+
+VII. -- NAAR DEN LAUWEBERG. -- De weg. Het oude kerkhof. Eene episode
+uit den Boerenkrijg. De abdij van Marke, later van Groeninge. De
+Lauweberg. Landschappen. De abdij van Wevelgem, nu het Kloosterhof.
+Wevelgem. Vermaarde mannen. Bellegem
+
+VIII. -- NAAR HARELBEKE. -- Weg. De abdij van Groeninge.
+Brigands-Zondag. De watermolens. Harelbeke. De kerk. Het kapittel. De
+vroegere en latere nijverheid. Peter Benoit. Andreas Pevernage
+
+IX. -- NAAR ZWEVEGEM, MOEN EN HEESTERT. -- De heer van Zwevegem in 1573.
+De weg naar Knokke. De vaart. Het Banhout. Knokke. Eene ontmoeting. De
+Keiberg. Moen. De heerlijkheid van Moen. Het feest van Sint-Elooi. De
+kerk. Heksenprocessen. Heestert. Ommegangen. Sint-Denijs
+
+X. -- NAAR TIEGEM. -- Vacantie. Herinneringen. Ansegem. Kaster. Tiegem.
+Bevolking en oppervlakte. Uitzicht. De kerk. De patroon der parochie
+
+XI. -- NAAR HET KAPELBOSCH. -- M. Moreels-Verhaeghe. Uitgestrektheid en
+waarde van het bosch. De kapel en hare omgeving. De kijktoren. Panorama.
+Schoonheid van het landschap. Jaarlijksche novene
+
+XII. -- NAAR QUAREMONT EN DEN KLUISBERG. -- Afstand. Avelgem, Ruien en
+Berchem. Quaremont. De kerk. De bodem. Oudheden. Aan _de Klok_. Aan _de
+Martiko_. Panorama's. Naar den Kluisberg. Een heerlijk landschap. Peetje
+en Meetje. Orroir, Amougies en Rozenaken. Dottignies. De vallei der
+Schelde
+
+XIII. -- OUDENAARDE. -- De keure der gemeente. Merkwaardige
+gebeurtenissen. Vroegere weelde der stad. Tapijtwevers. De hedendaagsche
+nijverheid. De kerk van Pamele. Sint-Walburgiskerk. Misdaden in 1566 en
+1572. Het stadhuis. Het museüm van oudheden. Het Belfort. Het huis van
+Burgondië. De abdij van Maagdendale. Rederijkkamers en landjuweelen.
+Beroemde mannen
+
+XIV. -- NAAR LEUPEGEM EN EDELARE. -- Leupegem. De berg van Edelare.
+Panorama. De kerk van Edelare. De kapel van Kerselaar, haar oorsprong en
+hare geschiedenis. De krokodil. De novene. De _Tivoli_. Mater en
+Maria-Hoorebeke. Protestanten in Vlaanderen. Elzegem en zijne priorij.
+Oudheden, gevonden te Etikhove
+
+XV. -- NAAR GAVER. -- Eine. De kerk. De _fittel_. De heerlijkheid van
+Eine. De ruitersprocessie. De processie van Asper. Syngem en zijne kerk.
+Huise en Gaver. De opstand der Gentenaars in 1453. De slag van Gaver.
+Folklore
+
+XVI. -- BINDERS OF BRANDERS EENE BLADZIJDE UIT DE GESCHIEDENIS VAN DEN
+BOERENKRIJG. -- Het einde der XVIIIe eeuw. Rooversbenden in Vlaanderen.
+De Boerenkrijg. Botsing te Oudenaarde. Namen van slachtoffers
+
+XVII. -- NAAR ZOTTEGEM. -- Eename en zijne abdij. Vlucht der nonnen van
+Groeninge in 1794. Oudheden, gevonden te Erwetegem. Zottegem. Het
+lakenweven. Oploop der Gentenaars in 1314. De rederijkkamer. De kerk.
+Het standbeeld van den graaf van Egmond. Eene bladzijde uit de
+geschiedenis der XVIe eeuw. Laurens de Mets
+
+XVIII. -- DE OMSTREKEN VAN ZOTTEGEM. -- Gevonden oudheden.
+Middeleeuwsche burchten. Het klooster van Velzeke. Elene. De jaarmarkt
+van Nieuwwege. Hillegem. Grootenberge, Sint-Lievens-Essche, Godveerdegem
+en Erwetegem
+
+XIX. -- GEERAARDSBERGEN. -- Het ontstaan der stad en hare keure. De
+eerste vestingen. Onlusten in 1328, 1380, 1485 en 1491. De kerk van
+Hunnegem. De kerk van Sint-Bartholomeus. De abdij. Het gasthuis. De
+vroegere en de hedendaagsche nijverheid. Vermaarde mannen. Scholen en
+genootschappen. Uitgestrektheid en bevolking. Hoogte van den bodem
+
+XX. -- OP DEN OUDEN BERG. -- Het _Hemelrijk_. Panorama. Eene legende.
+Het Raspaillenwoud. Op het hoogste van den berg. Godsdienstige beelden.
+De kapel. De vijver en het tafeltje. Gezicht op Brabant en Henegouw. Een
+gedicht van F. de Beck
+
+XXI. -- EENE GEERAARDSBERGSCHE SAGE. -- Een eigenaardig feest. Het beleg
+der stad. De belegerden verschaken den vijand. Het ontsteken van
+vreugdevuren. Hooge oudheid van het feest
+
+XXII. -- DE OMSTREKEN VAN GEERAARDSBERGEN. -- Boelare en zijne burcht.
+Koekebak te Sarlardinge. Goeferdinge en zijne kerk. Welstand in de
+gemeente. Schendelbeke. Pollare. Onkerzele. Een eigenaardig dorp.
+Panorama. De _Jonkvrouw_. Onlusten in 1453. Het zoeken van steenkolen in
+1765. De Boerenkrijg te Geeraardsbergen. Nederbrakel, Opbrakel en
+Schoorisse
+
+XXIII. -- RONSE. -- Ligging der stad. Hare oudheid. De plaatselijke
+nijverheid. Rampen in 1477, 1519, 1559 en 1719. De beeldstormerij. Het
+kasteel. De Sint-Pieterskerk. De Sint-Hermeskerk. De Sint-Martenskerk.
+Openbare plaatsen. Voorname huizen. Gilden en maatschappijen. De
+Molenbeek. Scholen. Het archief der stad. Vermaarde mannen
+
+XXIV. -- NAAR HET BOSCH-JOLY. -- Weg. Rotsen. Bronnen en vijvers. De
+grot. Een dolmen. Uitzicht
+
+XXV. -- NAAR DEN HOOTOND EN DE KRUISEN. -- De kapel ten witten Tak.
+Besmettelijke ziekten. Op den Hootond. Een heerlijk vergezicht. De
+Kruisen. Ontmoetingen
+
+XXVI. -- NAAR DEN MUZIEKBERG. -- Weg. In het woud. Het kijktorentje. Nog
+een panorama. Wijnbouw in 1827. Avond. Gedicht van H. Tollens
+
+XXVII. -- NOG IN HET LAND VAN RONSE. -- De Hooge heide. Van den Daele's
+bosch. Ellezele. St-Sauveur. Watripont en zijne heerlijkheid. De baronij
+van Ronse
+
+XXVIII. -- DE FIERTERE VAN RONSE. -- Onze heiligen. Bedevaarten en
+ommegangen. De overblijfselen van St-Hermes. De Fiertere in vroegere
+eeuwen. Eigenaardige gebruiken. De Fiertere op heden. Oudheid der
+plechtigheid. Het _Zottenboek_
+
+XXIX. -- NAAR DEN POTTELSBERG. -- Vloesberge en zijn woud. Voorname
+verhevenheden. De weg. De kapel van Lorette en de kapel ter Heide. De
+Tijloozen-ommegang. _Les quatre Vents_. Op den Pottelsberg. Verloren
+loopen
+
+XXX. -- NAAR ELLEZELE. -- Uitgestrektheid der streek. De Luxemburgsche
+Ardennen en Zuid-Vlaanderen. Ellezele. Grondgebied en bevolking. Heidens
+in de streek. Maatregelen tegen die booswichten. De parochiale kerk.
+Hoedanigheden der bevolking. Eene aardbeving. De betwiste gronden
+
+XXXI. -- DE SCHILDER VAN ELLEZELE. -- Een weinig gekend altaarstuk. De
+familie Lelatteur en de familie Dutransnoit. De volksoverlevering. Jan
+Dutransnoit, schilder in 1535-1569. Wie het altaarstuk waarschijnlijk
+bestelde. Terugreis en afscheid
+
+INHOUD
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN ***
+
+***** This file should be named 26102-0.txt or 26102-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/6/1/0/26102/
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/26102-0.zip b/26102-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..e5f1c53
--- /dev/null
+++ b/26102-0.zip
Binary files differ
diff --git a/26102-h.zip b/26102-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..5f1e466
--- /dev/null
+++ b/26102-h.zip
Binary files differ
diff --git a/26102-h/26102-h.htm b/26102-h/26102-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..1632b94
--- /dev/null
+++ b/26102-h/26102-h.htm
@@ -0,0 +1,5705 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=utf-8" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Reisjes, by AUTHOR.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+/*<![CDATA[ XML blockout */
+<!--
+ p { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ table {margin-left: auto; margin-right: auto;}
+
+ body{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+
+ .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ visibility: hidden;
+ position: absolute;
+ left: 92%;
+ font-size: smaller;
+ text-align: right;
+ } /* page numbers */
+
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;}
+ .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em;
+ float: right; clear: right; margin-top: 1em;
+ font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;}
+
+ .bb {border-bottom: solid 2px;}
+ .bl {border-left: solid 2px;}
+ .bt {border-top: solid 2px;}
+ .br {border-right: solid 2px;}
+ .bbox {border: solid 2px;}
+
+ .center {text-align: center;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+ .u {text-decoration: underline;}
+
+ .caption {font-weight: bold;}
+
+ .figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+ .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top:
+ 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em;
+ margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .footnotes {border: dashed 1px;}
+ .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i6 {display: block; margin-left: 6em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ // -->
+ /* XML end ]]>*/
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reisjes in Zuid-Vlaanderen
+
+Author: Theodoor Sevens
+
+Release Date: July 21, 2008 [EBook #26102]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN ***
+
+
+
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+
+<p></p><p></p><p></p>
+<p></p><p></p>
+<h1>REISJES</h1>
+
+<h1>IN</h1>
+
+<h1>ZUID-VLAANDEREN</h1>
+
+<h1>DOOR</h1>
+
+<h1>THEODOOR SEVENS.</h1>
+
+
+<p class="center">MET PLATEN.</p>
+
+
+<p class="center">
+KORTRIJK,<br />
+<span class="smcap">Boekdrukkerij van Eug&egrave;ne Beyaert, Uitgever,</span><br />
+18, JAN PALFYNSTRAAT, 18.<br />
+1901.<br />
+</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="I" id="I"></a>I.</h2>
+
+<h2><a name="Reizen" id="Reizen"></a>Reizen.</h2>
+
+
+<p>Onder de menigvuldige boeken en handschriften,
+door wijlen <span class="smcap">Goethals-Vercruysse</span> aan de stad
+Kortrijk geschonken, vindt men den &laquo;<i>Grooten Gentschen
+comptoir-almanach voor 1767</i>.&raquo;</p>
+
+<p>De bezitter van dit boek teekende, op de witte
+deelen der bladzijden, allerhande gebeurtenissen aan,
+welke gedurende het genoemde jaar voorvielen.</p>
+
+<p>Zoo schreef hij in de maand Juni:</p>
+
+<p>&laquo;Men heeft tot Ghendt ghevierd met de uyterste
+pracht het zeven honderdjarig jubile van de verheffing
+der reliqui&euml;n. Ick ook trok, den 30 's morgens vroeg,
+het quart na vier ure, in compagnie van vier andere
+personen in eene koetse naer die stad. Wy waren
+'s voornoens ten tien ure en half tot Ghendt, en
+hoorden de elvemisse by de Recolletten.&raquo;</p>
+
+<p>Wat zou de brave man verbaasd staan kijken, indien
+hij weer in ons midden kon verschijnen! Ontelbare
+ijzeren wegen doorkruisen hedendaags gansch de beschaafde
+wereld. In ons kleine vaderland heeft het net
+eene lengte van meer dan vijf duizend kilometers...</p>
+
+<p>Zoodra men den stoomwagen kende, kwam de afstand
+niet meer in aanmerking. In ruim vijf uren
+vliegt men van Brussel naar Parijs; in vier en twintig
+uren stoomt men langs Namen, Luxemburg, Mets,
+Straatsburg, Stuttgart en Munich naar Weenen, in
+<!-- Page 6 --><span class='pagenum'><a name="Page_6" id="Page_6">[Pg 6]</a></span>Oostenrijk.</p>
+
+<p>Dit gemak, gevoegd bij de geringheid der vervoerprijzen
+en de algemeene verspreiding van het onderwijs,
+heeft de menschen den lust tot reizen ingedreven.</p>
+
+<p>Voor 23 fr. mag men, gedurende vijftien dagen, op
+al de ijzeren wegen van den Belgischen Staat, naar
+hartelust weg- en wederreizen.</p>
+
+<p>Zelfs de mindere man is niet meer tevreden met de
+tuinen en velden, met de weiden en bosschen, die zijn
+geboortedorp omringen; hij wil de wijde wereld in,
+om met eigen oogen de werken der nijverheid, de
+voortbrengselen der kunst en de schoonheden der
+natuur te bewonderen.</p>
+
+<p>Hij droomt van het groote Londen en het prachtige
+Parijs; van Zwitserland, met zijne Alpen en sneeuwvelden,
+met zijne dalen en meren; van Rome, met
+zijne prachtige gebouwen; van het zonnige Oosten en
+het bedrijvige Amerika.</p>
+
+<p>Dan, velen haken naar vreemde landen en verre
+gezichten, en kennen de wonderen niet, welke de
+Voorzienigheid in ons klein land zoo kwistig ten toon
+spreidde.</p>
+
+<p>Hebben wij geen verrukkelijk zeestrand? Geene
+vruchtbare velden en malsche beemden? Geene zindelijke
+steden en vriendelijke dorpen? Hebben wij in het
+Zuid-Oosten, in Luik, Luxemburg en Namen, geene
+heerlijke bergen en dalen? Geene watervallen en majestatische
+grotten? Geene rijke mijnen en steengroeven?</p>
+
+<p>Wij stellen ons voor het zuidelijk gedeelte van Oost- en
+West-Vlaanderen &mdash; de Vlaamsche Ardennen &mdash; te
+doen kennen. Niet zelden zullen wij, om den weetgierigen
+lezer te bevredigen, onze beschrijvende schetsen
+met historische en andere bijzonderheden afwisselen.</p>
+
+<p>Want het woord van den dichter blijft altoos waar:
+Ken uw land, en gij zult het beminnen!<!-- Page 7 --><span class='pagenum'><a name="Page_7" id="Page_7">[Pg 7]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="II" id="II"></a>II.</h2>
+
+<h2><a name="De_Vlaamsche_Ardennen" id="De_Vlaamsche_Ardennen"></a>De Vlaamsche Ardennen.</h2>
+
+
+<p>Als men op eene landkaart eene rechte lijn trekt
+van Kortrijk naar Oudenaarde, eene andere van
+Oudenaarde naar Geeraardsbergen, eene derde van
+Geeraardsbergen naar Ronse en eene laatste van Ronse
+naar Kortrijk, zoo vormt men eene bijna regelmatige
+ruit, die ongeveer negen mijlen lang en nagenoeg
+drie mijlen breed is.</p>
+
+<p>Daar zijn &laquo;de Vlaamsche Ardennen.&raquo;</p>
+
+<p>Zuid-Vlaanderen is eene landbouwstreek. De grond
+is door den band kleiachtig, en brengt goede oogsten
+voort: tarwe en rogge, gerst en haver, aardappelen,
+wortelen en rapen, vlas en klaver.</p>
+
+<p>Twee heuvelreeksen loopen langs de oevers der
+Schelde: de eene aan den noordwestkant, de andere
+aan den zuidoostkant des strooms.</p>
+
+<p>De eerste scheidt den Scheldekom van den Leikom.
+Zij begint over Bellegem, loopende langs Sint-Denijs
+en Moen naar het Banhout, naar Ootegem, Ingooigem,
+Tiegem, Kaster, Ansegem, Gijzelbrechtegem en
+Wortegem.</p>
+
+<p>De zuidelijke keten begint aan den Kluisberg, bij
+Ronse, en richt zich langs Quaremont, Nukerke,
+Edelare en Eename naar Gaver. Eene vertakking gaat
+oostwaarts, tusschen Quaremont en Ronse, naar het
+woud van Vloesbergen, op de scheiding van Oost-Vlaanderen
+en Henegouw, naar Geeraardsbergen en<!-- Page 8 --><span class='pagenum'><a name="Page_8" id="Page_8">[Pg 8]</a></span>
+het Brabantsche. Te Geeraardsbergen onderscheidt
+men nochtans het dal van den Dender.</p>
+
+<p>Tot de aanzienlijkste verhevenheden behooren: de
+Perreberg, te Sint-Denijs; de Keiberg, op het grondgebied
+van Moen, en de hoogvlakte van Tiegem, in
+West-Vlaanderen; &mdash; de Edelareberg, bij Oudenaarde;
+de Koppenberg, bij Melden; de Kluisberg, tusschen
+Avelgem en Ronse; de Hootond, benoorden Ronse;
+de Muziekberg, ten Oosten van dezelfde stad, en de
+Oudeberg, bij Geeraardsbergen, in Oost-Vlaanderen; &mdash; de
+Pottelsberg en de berg van Rhodes, in Henegouw.</p>
+
+<p>Verscheidene beken vloeien naar de Schelde.</p>
+
+<p>De Braambeek, komende van Sint-Denijs, kronkelt
+door Moen, en scheidt verder Heestert van Autrijve
+en Autrijve van Avelgem. In de XVII<sup>e</sup> eeuw bracht
+zij nog eenen watermolen in beweging.</p>
+
+<p>De Arnoldusbeek ontstaat te Tiegem en vloeit naar
+Avelgem.</p>
+
+<p>De Ronne komt uit Henegouw, scheidt deze provincie
+van Oost-Vlaanderen, loopt langs Amengijs (Amougies)
+en Orroir, en valt tegen Avelgem in de Schelde. Dit
+riviertje gaf zijnen naam aan de stad Ronse.</p>
+
+<p>De Markebeek neemt haren oorsprong aan den voet
+van den Pottelsberg. Zij bespoelt de gemeenten Schoorisse,
+Marke en Etikhove en mengt, bij Leupegem,
+hare wateren met die der Schelde. Zeven watermolens
+werken op de Markebeek.</p>
+
+<p>De Zwalme ontspringt tusschen Vloesbergen en
+Nederbrakel. Zij besproeit deze gemeente en verder
+Michelbeke, Roosbeke, Rooborst, Munkzwalm en
+Nederzwalm, vallende in de Schelde tusschen Welden
+en Hermelgem. Het dal der Zwalme is overal zeer
+schilderachtig.</p>
+
+<p>In het dal der Lei vinden wij de Klakkaardsbeek,
+op het grondgebied van Kortrijk, en de Kastelnijbeek,<!-- Page 9 --><span class='pagenum'><a name="Page_9" id="Page_9">[Pg 9]</a></span>
+te Vichte. Dit laatste riviertje scheidde vroeger de
+kastelnij van Kortrijk van die van Oudenaarde.</p>
+
+<p>Aan de kanten van Geeraardsbergen kronkelt de
+Molenbeek naar den Dender.</p>
+
+<p>De vaart van Kortrijk naar Bosuit, gedolven in
+1858-1859, verbindt de Lei met de Schelde, langs
+Zwevegem en Moen. Tusschen deze twee gemeenten,
+op het gehucht Knokke, heeft men eenen tunnel gedolven,
+die 665 meters lang en, met den trekweg,
+6 meters breed is.</p>
+
+<p>Zuid-Vlaanderen bezit nog verscheidene bosschen:
+het bosch van Bellegem, tusschen Kortrijk en Doornik;
+het Banhout, bij Heestert; het Bouveloobosch, tusschen
+Ansegem en Wortegem; het Kapelbosch, te Tiegem;
+de bosschen van den Kluisberg en den Muziekberg;
+het bosch van Vloesberge en het bosch te Rijst, niet
+verre van Opbrakel.</p>
+
+<p>In vroegere eeuwen waren die wouden natuurlijk
+veel grooter dan thans. Vossen en wolven hadden daar
+hunne schuilplaats. Tusschen Volkegem en Eename
+wijst men den reiziger nog den Wolvenberg aan.
+Meer dan &eacute;ene gemeente heeft eene Wolvenstraat of
+eenen Wolvenhoek.</p>
+
+<p>Nu en dan gebood men klopjachten, ten einde de
+wolven onschadelijk te maken. Zoo lezen wij in <i>de
+kleine Keurboeken</i> der stad Kortrijk (1586): &laquo;Also
+myn heeren de hoochbailliu deser stede, metgaders
+de hoochpointers ende vryscepenen van de cassellerie
+van diere, gheinformeert zyn van de groote ende onsprekelicke
+schade, die de wolven in alle de prochi&euml;n
+de aerme landlieden zyn doende... zo eyst, dat zy goed
+ende expedient ghevonden hebben woensdaghe naest,
+metgaders noch de drie woensdaghen naervolgende, te
+doen eene generale jacht in elke prochie van de voor<!-- Page 10 --><span class='pagenum'><a name="Page_10" id="Page_10">[Pg 10]</a></span>seyde
+cassellerie, opdat door zulk middel de voorseyde
+wolven zouden moghen aehterhaelt ende betrapt worden,
+immers ten minste verjaecht uit deze contreye.&raquo;</p>
+
+<p>In het Ambacht van Veurne breide men het volgende
+jaar &laquo;wulvenetten.&raquo; Verder betaalde men verscheidene
+&laquo;weynaers,&raquo; die, zegt de kastelnijrekening,
+&laquo;wulven ghevanghen hadden.&raquo;</p>
+
+<p>Talrijke spoorwegen doorsnijden de Vlaamsche Ardennen,
+en zullen onze uitstapjes vergemakkelijken.
+Het zijn: de baan van Kortrijk naar Oudenaarde,
+langs Stassegem, Deerlijk, Vichte, Ansegem, Elzegem
+en Petegem; &mdash; de baan van Kortrijk naar Ronse,
+langs Zwevegem, Moen, Avelgem, Orroir, Amougies
+en Rozenaken of Russignies; &mdash; de baan van Oudenaarde
+naar Gent, langs Eine, Heurne en Asper; &mdash; de
+baan van Oudenaarde naar Zottegem, langs Eename,
+Munkzwalm en Rooborst; &mdash; de baan van Oudenaarde
+naar Ronse, langs Etikhove; &mdash; de baan van Oudenaarde
+naar Avelgem, langs Melden, Berchem en
+Ruien; &mdash; de baan van Ronse naar Zottegem, langs
+Opbrakel, Nederbrakel en Michelbeke; &mdash; de baan
+van Zottegem naar Geeraardsbergen, langs Erwetegem,
+Maria-Lierde en Hemelveerdegem; &mdash; de baan van
+Ronse naar Lessen, langs Ellezele en Vloesbergen; &mdash; de
+baan van Lessen naar Geeraardsbergen.</p>
+
+<p>Van Oudenaarde naar Ronse stoomende, komt men
+door eenen onderaardschen gang, die 420 meters lang is.<!-- Page 11 --><span class='pagenum'><a name="Page_11" id="Page_11">[Pg 11]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="III" id="III"></a>III.</h2>
+
+<h2><a name="Kortrijk" id="Kortrijk"></a>Kortrijk.</h2>
+
+
+<p>Kortrijk, gelegen op de twee oevers der Lei, heeft
+eene uitgestrektheid van ruim 2115 hectaren,
+deels in bebouwden, deels in onbebouwden grond.</p>
+
+<p>De eerste keure, aan de gemeente verleend, is
+van 1190.</p>
+
+<p>Nochtans was de eigenlijke stad, v&oacute;&oacute;r 1386, niet
+groot. Zij was 600 meters lang, van het Noord-Westen
+naar het Zuid-Oosten, tusschen de Lei en de Doorniksche
+poort; en 400 meters breed, van het Noord-Oosten
+naar het Zuid-Westen, tusschen de Kanunnikpoort
+en de Rijselsche poort.</p>
+
+<p>Het grafelijk kasteel stond destijds in den Noord-Oostelijken
+hoek, bij den oudsten Broeltoren, tusschen
+de Lei, den wal der stad en de kerk van O.-L.-Vrouw.</p>
+
+<p>De vergrootingen van Kortrijk gebeurden na 1386,
+door het delven der kleine Lei; &mdash; na 1453, door de
+inlijving van Overbeke, buiten de Steenpoort; &mdash; na
+1577, door de versterking van Overlei.</p>
+
+<p>Toen Philip de Stoute de wethouders machtigde om
+de kleine Lei te graven, liet hij ook, bij de huidige
+Vischmarkt, een nieuw kasteel bouwen. Dit slot had
+zes torens en een grootsch voorkomen.</p>
+
+<p>Omtrent het midden der XVII<sup>e</sup> eeuw maakten de
+Franschen zich meester van de stad. Waar nu de
+Esplanade is, braken zij twee kloosters en ruim 300
+huizen af. Tusschen de Esplanade en de Lei bouwden<!-- Page 12 --><span class='pagenum'><a name="Page_12" id="Page_12">[Pg 12]</a></span>
+zij in 1647 eene vesting, voorzien van bolwerken en
+verschansingen.</p>
+
+<p>In de laatste zestig jaren heeft Kortrijk een nieuw
+uitzicht gekregen. Men vindt er verscheidene nieuwe
+wijken, met sierlijke lanen en breede, goed verluchte
+straten. De breedste straten kregen twee reeksen
+schoone boompjes.</p>
+
+<p>Kortrijk was meer dan eens het tooneel van gewichtige
+gebeurtenissen.</p>
+
+<p>Iedereen weet te spreken van den slag der Gulden
+Sporen, geleverd den 11 Juli 1302. Gedurende de
+worsteling schoten de Franschen uit het kasteel het
+Begijnhof en eenige huizen aan de Markt in brand.</p>
+
+<p>Tachtig jaren nadien legden de overwinnaars van
+Roosbeke de stad in asch. Eene belasting op het bier
+en den wijn moest dienen om de gemeente uit hare
+puinen te doen oprijzen.</p>
+
+<p>In 1539 spanden Gent en Kortrijk samen tegen
+Karel V. Deze kwam uit Spanje en strafte beide steden.</p>
+
+<p>De XVI<sup>e</sup> eeuw was een tijd van jammerlijke woelingen,
+van rooverijen en bloedstortingen. Van den
+12 Februari 1578 tot den 27 Februari 1580 zetelden
+de Geuzen op het stadhuis, al de kloosters verwoestende,
+al de kerken plunderende.</p>
+
+<p>De grootste helft der XVII<sup>e</sup> eeuw was almede een
+droevig tijdperk. De Franschen overrompelden de stad
+in 1667 en in 1683. De gemeente kwam van lieverlede
+tot zulke armoede, dat een groot deel van de
+inwoners de vlucht namen.</p>
+
+<p>Nog rampzaliger waren de laatste jaren der XVIII<sup>e</sup>
+eeuw, wanneer men, zooals <span class="smcap">Conscience</span> aanmerkt,
+niets meer eerbiedigde: noch godsdienst, noch zeden,
+noch eigendom, noch wetten der menschelijkheid.</p>
+
+<div class="figcenter">
+<img src="images/image01.jpg" alt="Kortrijk. &mdash; De Broeltorens." title="" />
+<span class="caption">Kortrijk. &mdash; De Broeltorens.</span>
+</div>
+
+<p>Eene bulle van Eugenius IV, van 1434, zegt, dat<!-- Page 13 --><span class='pagenum'><a name="Page_13" id="Page_13">[Pg 13]</a></span><!-- Page 12p -->
+Kortrijk alsdan 23000 ingezetenen telde. V&oacute;or de
+Fransche omwenteling bedroeg de bevolking 11134
+zielen; in 1820 ruim 15800; in 1867 ongeveer 23650;
+op het einde van December 1898 meer dan 33380.
+Ziedaar wel een bewijs, dat de nijverheid en de handel
+er bloeien en weelde verspreiden.</p>
+
+<p>Ten jare 1382 verslond het vuur eene menigte gebouwen,
+waaronder het stadhuis en Sint-Martenskerk.</p>
+
+<p><span class="smcap">Simon van Assche</span>, een Gentenaar, herbouwde het
+stadhuis in 1417 en volgende jaren. <span class="smcap">Gillis Pauwels</span>,
+van Brussel, vervaardigde &laquo;eene wandelinghe of borstweere&raquo;
+boven den gevel; <span class="smcap">Jan Rueele</span> en <span class="smcap">Willem
+Eubins</span>, beiden van Kortrijk, kapten andere versieringen.
+In de nissen stelde men beelden van heiligen.</p>
+
+<p>Een Gentsche kunstenaar, te Kortrijk gevestigd,
+<span class="smcap">Marcus van Ghistel</span>, &laquo;stoffeerde de balken,&raquo; leverde
+&laquo;glasen veysteren,&raquo; en schilderde met zijnen broeder
+&laquo;de beteekenisse van den jugemente ten uutersten
+daghe.&raquo; De XV<sup>e</sup> eeuw was een lijd van stoffelijke
+welvaart voor Vlaanderen. Ook maakten de schepenen
+een praalgebouw van den tempel der wet.</p>
+
+<p>Het stadhuis werd vergroot en gedeeltelijk herbouwd
+in 1526-1530. In 1872 heeft men den voorgevel
+nogmaals hersteld.</p>
+
+<p>Twee groote, schoone schouwen wekken de bewondering
+der bezoekers. Zeker bestonden zij in 1527,
+aangezien de wethouders van Oudenaarde dit jaar eenen
+kunstenaar verzochten om er eene schets van te maken.
+In 1417-1418 kapte de reeds genoemde Willem Eubins
+twee lijsten &laquo;om de caven,&raquo; die men in het stadhuis
+maken zoude, &laquo;eene boven ende eene beneden.&raquo;</p>
+
+<p>De schouw der bovenzaal is 2<sup>m</sup>,98 breed en 1<sup>m</sup>,32
+hoog. Zij beslaat uit verscheidene vakken. Het hoogste
+vak telt acht beelden: het Geloof, de Nederigheid, de<!-- Page 14 --><span class='pagenum'><a name="Page_14" id="Page_14">[Pg 14]</a></span>
+Milddadigheid, de Zuiverheid, de Naastenliefde, de
+Matigheid, het Geduld en de Waakzaamheid. In het
+tweede vak vindt men de Gerechtigheid en den Vrede,
+benevens acht ondeugden, passende onder de genoemde
+deugden: de Afgoderij, de Hoovaardigheid, de Gierigheid,
+de Onkuischheid, den Nijd, de Gulzigheid, de
+Gramschap en de Traagheid. In het midden van dit
+vak prijkt het beeld van Karel V, waaruit volgt, dat
+het kunstwerk zich niet meer in zijne oorspronkelijke
+gedaante voordoet.</p>
+
+<p>Het derde vak behelst raadselachtige onderwerpen.
+Evenwel ziet men dadelijk, dat de beeldhouwer gedacht
+heeft aan de kastijding der ondeugden en driften,
+welke hij in het middelste vak voorstelde.</p>
+
+<p>De schouw der benedenzaal is niet zoo fijn gebeiteld
+als de andere. Zij heeft insgelijks veranderingen ondergaan
+en vertoont: Mozes en den Zaligmaker; Albert
+en Izabella; O. L. Vrouw, met haar kindeken op den
+arm; Sint Marten, met het wapen van Kortrijk in de
+hand; Sint Salvator, met het wapen van Harelbeke;
+Sint Pieter, met het wapen van Tielt; Sint Egidius,
+met het wapen van Deinze; Sint Vedastus, met het
+wapen van Meenen, en Sint Elooi, met het wapen
+der dertien parochi&euml;n.</p>
+
+<p><span class="smcap">Guffens</span> en <span class="smcap">Swerts</span> hebben over eenige jaren de
+onderste schouw en de muren der zaal met goud en
+kleuren belegd, gelijk zij oorspronkelijk geweest zijn.
+Dit werk kostte 30000 fr.</p>
+
+<p>Buiten eene menigte kostbare handvesten bewaart
+men ten stadhuize den kleinen, ruitvormigen steen,
+dien de abdis van Groeninge op het graf van Sygis,
+den koning van Majorka, liet leggen.</p>
+
+<p>De eerste Halle van Kortrijk stond op de Groote
+Markt. Hedendaags prijkt daar nog een deel van het<!-- Page 15 --><span class='pagenum'><a name="Page_15" id="Page_15">[Pg 15]</a></span>
+Belfort, voorzien van eene kleine spits en vier torentjes.
+Dit bijvoegsel is van 1519-1520. &laquo;Twee meesters
+werelieden van Ghendt,&raquo; en &laquo;twee meesters werelieden
+van Ryssele,&raquo; hier ontboden &laquo;by proosten en
+scepenen,&raquo; oordeelden immers, &laquo;dat de torre niet
+helpelic en was.&raquo; Vroeger was het Belfort zeer hoog.
+Een ijzeren man, Manten geheeten, sloeg de uren
+met zijne vuisten.</p>
+
+<p>De nieuwe Halle, in de Doorniksche straat, dagteekent
+van het midden der XVI<sup>e</sup> eeuw. In 1549 ontboden
+de schepenen verscheidene personen uit Doornik
+en Maubeuge &laquo;omme te overziene het werc van der
+nieuwer halle en te adviseeren het vulbringen van
+diere,&raquo; dit met den minsten kost mogelijk.</p>
+
+<p>De twee Broeltorens zijn merkwaardige gedenkstukken
+van vroegere krijgsbouwkunde. Even oud zijn
+ze niet. De toren, op den linkeroever der Lei, werd
+gebouwd uit kracht van een octrooi, onderteekend te
+Atrecht den 18 April 1411; de andere &mdash; de Speitoren &mdash; bestond
+v&oacute;or de uitvinding van het buskruit. Dit
+blijkt uit de bouwstoffen der grondvesten, uit de
+breedte der schietgaten, alsook uit den afstand tusschen
+die gaten en de vloeren.</p>
+
+<p>In den Speitoren vindt men thans het muse&uuml;m
+oudheden.</p>
+
+<p>Sint-Martenskerk bestaat uit deelen van verschillende
+tijdstippen. Eenige pijlers, tusschen de vont en het
+koor, zijn uit het midden der XIII<sup>e</sup> eeuw; de voorkerk,
+gebouwd door <span class="smcap">Willem Alussen</span>, is van 1413-1450.
+De kruisbeuk dagteekent van 1458-1468; de vont
+van 1473-1474; het koor van 1870. V&oacute;or den brand
+van 1862 was het koor uit de XIV<sup>e</sup> eeuw, de Sinte-Annakapel
+van 1514-1522. Het metselwerk van den<!-- Page 16 --><span class='pagenum'><a name="Page_16" id="Page_16">[Pg 16]</a></span>
+toren was voltooid in 1439; de houten naald in 1602.
+Toen <span class="smcap">Frans Heylinck</span>, van Antwerpen, in 1601 den
+&laquo;eersten naghel had geslagen,&raquo; kreeg hij een geschenk
+van wijn.</p>
+
+<p>Sint-Martenskerk bezit eenige goede kunstwerken:
+een H.-Sacramentshuis, gebeiteld door <span class="smcap">Hendrik Mauris</span>
+in 1586; eene degelijke schilderij van <span class="smcap">Bernaard de
+Ryckere</span>, van Kortrijk, <i>de Nederdaling van den H. Geest
+over de Apostelen</i> voorstellende; een tafereel van <span class="smcap">Karel
+van Mander</span>, verbeeldende de onthoofding van Sinte
+Katharina; een koperen altaar, over weinige jaren
+geleverd door <span class="smcap">M. Fierlefyn</span>. Het snijwerk der vont,
+de zeven H. Sacramenten voorstellende, is eveneens
+zeer merkwaardig.</p>
+
+<p>Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen, die gaarne te
+Kortrijk verbleef, bouwde in 1200 de kerk van O.-L.-Vrouw,
+en vestigde er een kapittel van twaalf kanunniken
+met eenen deken.</p>
+
+<p>De kerk behoort tot den overgangsstijl, evenals de
+kerk van Pamele, die slechts dertig jaren jonger is.
+Eigenaardig is zij opgevat, in ongewonen vorm en
+ongewone lijnen, maar toch schoon in stand en
+samenstelling.</p>
+
+<p>Het koor schijnt hersteld te zijn geworden na de
+ramp van 1382. De kapel der Onbevlekte Ontvangenis
+is van 1420.</p>
+
+<p>Lodewijk van Male stichtte de heerlijke kapel der
+graven van Vlaanderen, een vorstelijk gebouw, waaraan
+de beste meesters uit de tweede helft der XIV<sup>e</sup>
+eeuw arbeidden. Dit deel was voltooid in het voorjaar
+van 1374. In de jaren 1866-1870 heeft men de grafelijke
+kapel prachtig hersteld, dank aan de kennis of
+de begaafdheden van kanunnik <span class="smcap">F. van de Putte, Jan
+van der Plaetsen</span>, baron <span class="smcap">Bethune</span> en anderen.<!-- Page 17 --><span class='pagenum'><a name="Page_17" id="Page_17">[Pg 17]</a></span></p>
+
+<p>De kerk van O.-L.-Vrouw bezit eene prachtige schilderij
+van <span class="smcap">Antoon van Dyck</span>: <i>de Oprichting van het
+kruis</i>; een kostbaar marmeren altaar, geplaatst door
+<span class="smcap">Hubert Boreux</span>, van Dinant; alsmede eene reliquie
+van onschatbare waarde: een haarlokje des Zaligmakers,
+medegebracht uit het H. Land door Philip van Elzas.</p>
+
+<p>Het was in de kapel van O.-L.-Vrouw, achter het
+hoofdaltaar, dat de Vlamingen in 1302 dankbaar de
+gulden sporen ophingen, welke zij op het zegeveld
+van Groeninge gevonden hadden. Toen men over eenige
+jaren het witsel van het gewelf krabde, ontdekte men
+aldaar de schildering van 116 zwarte leeuwen op
+gelen grond.</p>
+
+<p>In de eerste helft der XVIII<sup>e</sup> eeuw bekleedde men
+het geheele koor, tot aan de gewelfbogen, met marmer
+en gemarmerd hout. Dit bijvoegsel wordt thans geweerd,
+zoodat de gansche kerk weldra weer zal pralen
+in hare oorspronkelijke strenge schoonheid.</p>
+
+<p>De kerk van Sint-Michiel, plechtig gewijd den 18
+Mei 1611 en v&oacute;or korte jaren kunstig hersteld door
+<span class="smcap">Bethune</span>, is een bezoek overwaard. Hier rust het
+wonderdadig beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge,
+herkomstig uit de abdij van dien naam.</p>
+
+<p>Op het einde der XVIII<sup>e</sup> eeuw brandden de Jacobijnen
+in deze kerk wierook voor de godin der Rede.
+Uit dien hoofde prijkt, bij het altaar van O.-L.-Vrouw,
+het gedenkteeken van den Boerenkrijg, onthuld den
+9 October 1898. Het draagt de namen van een en
+dertig gekende martelaars der vaderlandsche zaak:
+Jan Bouderez, Jan Verschaeve, Willem Vasure, Jan
+Maelfait, Willem Bourgois, Michiel Bonekaert, Jan
+van de Putte, Pieter Willein, Jan de Smedt, Pieter
+de Wulf, Jacob Verscheure, Fideel Kinds, Jan Braems,
+Pieter Berlamont, Jacob Verschaete, Jan Folens, Jan<!-- Page 18 --><span class='pagenum'><a name="Page_18" id="Page_18">[Pg 18]</a></span>
+de Waele, Jacob Wallays, Pieter Albrecht, Jan Noppe,
+Willem Buyse, Lodewijk Missiaen, Pieter Baeckelandt,
+Lodewijk de Waele, Jozef de Vos, Frans Messeine,
+Jan Carlier, Augustijn Vroman, Jan Vroman, Frans
+van den Bulcke en Maria-Magdalena Schaede.</p>
+
+<p>De parochiale kerken, aan Sint-Rochus en Sint-Elooi
+toegewijd, zijn nieuw, de eerste van 1863, de
+tweede van 1882.</p>
+
+<p>Een der schilderachtigste hoekjes van Kortrijk is
+het Begijnhof, bij Sint-Martenskerk. Door den band
+zijn al de begijnhoven stille, gemoedelijke plaatsen te
+midden der woelige steden. Het Kortrijksch hof boeit
+ongemeen den bezoeker door zijne netheid, door zijnen
+vriendelijken eenvoud, door zijne ligging.</p>
+
+<p>De kapel, fraai hersteld en versierd, is van 1464.
+Het huis der Grootjufvrouw heeft een lief geveltje.</p>
+
+<p>Kortrijk schonk het leven aan vele beroemde mannen:
+aan <span class="smcap">Jan David</span> (1545-1613), den geleerden
+kamper tegen de Geuzen; &mdash; aan <span class="smcap">Jan Palfyn</span> (1650-1730),
+den grooten ontleedkundige, uit onbemiddelde
+ouders gesproten; &mdash; aan <span class="smcap">Jan-Baptist Hofman</span>
+(1758-1835), door <span class="smcap">van Duyse</span> Vlaanderens &laquo;meistersinger&raquo;
+geheeten; &mdash; aan <span class="smcap">Jacob Goethals</span> (1759-1838),
+eenen werkzamen kroniekschrijver, die heel
+zijne bibliotheek aan de stad schonk; &mdash; aan <span class="smcap">Ferdinand
+Snellaert</span> (1809-1872), eenen geleerden taalvorscher
+en verstandigen werker voor de volkszaak.</p>
+
+<p>Als schilders noemen wij <span class="smcap">Pieter Vlerick</span> (1539-1581); &mdash; <span class="smcap">Bernaard
+de Ryckere</span>, overleden te Antwerpen
+den 1 Januari 1590; &mdash; <span class="smcap">Roeland Savery</span>
+(1576-1639); &mdash; <span class="smcap">Jan de Jonghe</span> (1785-1844) en
+<span class="smcap">Lodewijk Robbe</span> (1807-1887).<!-- Page 19 --><span class='pagenum'><a name="Page_19" id="Page_19">[Pg 19]</a></span></p>
+
+<p><span class="smcap">Jacob van de Walle</span>, geboren in 1599 en overleden
+in 1690, was een van de vermaardste Latijnsche
+dichters van zijnen tijd. <span class="smcap">Hendrik Beyaert</span>, geboren
+den 29 Juli 1823, bouwde het hotel der nationale
+Bank, te Brussel; de Spoorhalle, te Doornik; het nieuw
+Krijgshospitaal, te Brugge.</p>
+
+<p>Kortrijk bezit eene menigte inrichtingen van onderwijs:
+verscheidene lagere scholen, zoo voor jongens
+als voor meisjes; een beschermd college, dat zich alle
+jaren in de wedstrijden onderscheidt; eene middelbare
+school van den Staat; eene school voor weesjongens,
+dagteekenende van 1562; een dergelijk gesticht voor
+weesmeisjes; eene academie van teeken- en bouwkunde;
+eene nijverheidschool; eene beroepschool; eene
+muziekschool; verscheidene openbare bibliotheken;
+een muse&uuml;m van oudheden en een muse&uuml;m van
+schilder- en beeldhouwwerken.</p>
+
+<p>Meer dan eene maatschappij beoefent den zang,
+het tooneel of de letterkunde. De oudste vereeniging
+is zeker de oude broederschap &laquo;van den heleghen
+Cruce ons Heeren,&raquo; erkend door de wethouders in
+1514 &laquo;als een gulde van rethorijcke.&raquo;</p>
+
+<p>Het aloude Sint-Jorisgilde en de nering der arbeiders
+of pijnders hebben eveneens den storm der Fransche
+omwenteling overleefd. In het huidig lokaal der voetboogschutters,
+bij de Doornikpoort, bewaart men het
+<i>Edelbouck der guldebroeders</i>, op perkament, alsmede
+bogen, &laquo;paruren&raquo; of kleederen en eenen halsband
+met 59 schakels.</p>
+
+<p>Onder de openbare plaatsen zullen wij noemen:
+de Gulden-Sporenplaats, v&oacute;or de spoorhalle, versierd
+met een hofje; &mdash; de Groote Markt, met het oude Belfort
+en het marmeren standbeeld van Mgr de Haerne; &mdash; de
+Esplanade, beplant met struiken, heesters en<!-- Page 20 --><span class='pagenum'><a name="Page_20" id="Page_20">[Pg 20]</a></span>
+boomen; &mdash; de Wapenplaats, in de nabijheid van het
+Gerechtshof; &mdash; de Casinoplaats, v&oacute;or het gevang,
+ook beplant met weelderige platanen; &mdash; de Groeningelaan,
+eene lieve wandelplaals met olmen, grasen
+bloemperken. Breede lanen omringen gansch de
+stad. In de Palfynstraat, in de Doornikstraat, in de
+Hallestraat, in de Sint-Jorisstraat, op de Havermarkt,
+in de IJzeren-Wegstraat, rond de Markt en de Gulden-Sporenplaats
+groeien en bloeien kleine acacia's. Wij
+overdrijven niet, als wij zeggen, dat Kortrijk in de
+laalste jaren eene der vriendelijkste sleden van Belgi&euml;
+is geworden.<!-- Page 21 --><span class='pagenum'><a name="Page_21" id="Page_21">[Pg 21]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="IV" id="IV"></a>IV.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_Groeninge" id="Naar_Groeninge"></a>Naar Groeninge.</h2>
+
+
+<p>Geen Vlaming, of hij weet van Groeninge te spreken,
+waar de Klauwaards op den 11 Juli 1302 hunne
+erfvijanden verpletterden.</p>
+
+<p>Groeninge was alsdan een eiland, tusschen den wal
+der stad, de Lei, de Groeningebeek en de Sint-Jansbeek.
+Het had eene oppervlakte van nagenoeg 60 hectaren.</p>
+
+<p>Van de Groote Markt vertrekkende en de Doornikstraat
+volgende, komen wij aan den ijzeren weg.</p>
+
+<p>De IJzeren-Weglaan, links, loopt over den ouden
+Neveldriesch. Rechts wuift het hoog geboomte van
+het Sint-Jorispark. Dit gedeelte van den Neveldriesch
+noemde men, na 1302, den Bloedmeersch. Nog vloeit
+de Bloedbeek door het park naar den ouden stadswal.</p>
+
+<p>Op het einde der Sint-Janslaan blijven wij staan.
+Over de huizen zoeken wij de spits en het kruis van
+den toren der hoofdkerk. V&oacute;or ons hebben wij dus de
+westelijke grens van het slagveld.</p>
+
+<p>Nu kijken wij over de Veemarkt naar het torentje
+van Sint-Antoniuskerk. Zoo bepalen wij nagenoeg de
+zuidelijke grens of den loop der Sint-Jansbeek, gedempt
+in 1444. De Sint-Jansbeek, komende uit de Groeningebeek,
+diende om den wal der stad te spijzen. Op hare
+oevers hadden de drie stormloopen plaats, waarvan
+de kroniekschrijvers gewag maken.</p>
+
+<p>De Veemarkt is ongeveer twee hectaren groot. Wij<!-- Page 22 --><span class='pagenum'><a name="Page_22" id="Page_22">[Pg 22]</a></span>
+slaan de Veldstraat in en merken weldra, rechts, eene
+hofstede en eenen lusttuin. Daar vloeit de Groeningebeek;
+daar is de oostelijke grens van het slagveld.</p>
+
+<p>De tegenwoordige Groeningelaan, ter linkerhand,
+ligt derhalve in den zuid-ooslelijken hock.</p>
+
+<p>Tusschen de Lei, de Groeningebeek en den Gentschen
+weg rees de abdij van Groeninge, gebouwd
+v&oacute;or 1268.</p>
+
+<p>E&eacute;n groote weg doorsneed de aangeduide vlakte:
+de Harelbeeksche straat, nu de Voorstraat en de Gentsche
+baan uitmakende. Hij had &eacute;ene vertakking: de
+Lange-Merestraat, lhans de Molenstraat geheeten.
+De Oudenaardsche baan, verlegd in 1571, was de
+voortzetting der Merestraat.</p>
+
+<p>Hedendaags is het grootste gedeelte van Groeninge
+bebouwd. Buiten de reeds genoemde straten, vindt
+men er de volgende wegen en pleinen: de Groeningestraat,
+de Houtmarkt, de Lambrechtstraat, den Kring,
+de Sint-Jansstraat, den Stompaardshoek, de Potterijstraat,
+de Esplanade, de Kanaalstraat.</p>
+
+<p>De meergenoende Groeningelaan is eene schoone
+wandelplaats. Zij is 375 meters lang en 40 meters
+breed. Hooge boomen, bloeiende heesters, golvende
+graspleinen en lieve bloemperken volgen op elkander,
+Maar fluisteren de olmen geene sagen uit den voortijd,
+geene lessen voor de toekomst?</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">De zonne rijst... Ik wandel den ouden Kouter rond.<br /></span>
+<span class="i0">Waar, leunend op zijn wapens, het Vlaamsche leger stond,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De vogel neurt zijn liedje, het loover knikt en trilt...<br /></span>
+<span class="i0">Ik hoor gebriesch van paarden en kreten, woest en wild.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zij komen trotsch en tergend, vol waan en overmoed;<br /></span>
+<span class="i0">Zij gaan hun lansen ploffen in slecht en hondsch gebroed!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zij komen trotsch en talrijk; maar de onzen springen recht,<br /></span>
+<span class="i0">En beuken met hun knodsen op edelman en knecht.<!-- Page 23 --><span class='pagenum'><a name="Page_23" id="Page_23">[Pg 23]</a></span><br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wat kerven, kneuzen, moorden met bijl en goedendag!<br /></span>
+<span class="i0">En boven barmen lijken ontrolt men Vlaandrens vlag...<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De zonne straalt... Ik wandel den ouden Kouter rond,<br /></span>
+<span class="i0">Waar, steunend op zijne armen, liet Vlaamsche leger stond.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Daar schudt een boom zijn takken: &laquo;Hier vocht men Vlaandren vrij;<br /></span>
+<span class="i0">Doch moet het eeuwen duren, eer Vlaandren dankbaar zij?&raquo;<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Bij het nieuw gedeelte van het oude-mannenhuis
+vormt de Groeningelaan eenen kleinen elleboog.</p>
+
+<p>Eene nieuwe laan, van verscheidene meters breedte,
+vertrekt naar de Esplanade, en bakent de plaats af,
+waar het gedenkteeken zal oprijzen, dat het Dietsche volk
+in 1902 ter eere van zijne voorvaderen wil onthullen.</p>
+
+<p>Eenige schreden verder, tegen den Gentschen weg,
+staat, half verscholen in den gevel der huizen, het oude
+kapelleken van Groeninge, over weinige jaren versierd
+en voorzien van een toepasselijk opschrift:</p>
+
+<p>
+<span class="smcap">In : t : jaer : ons : Heren : 1302 :<br />
+op : sente : Benedictus : dach : in :<br />
+hoymaent : was : de : stryt : te : Curtrycke :<br />
+Er : zyn : dood : gebleven : omtrent :<br />
+21000 : M^n : waeronder : 63 :<br />
+hertogen : graven : en : 1800 :<br />
+baenderheren : en : edelen :<br />
+<span style="margin-left: 8em;">R : I : P :</span></span><br />
+</p>
+
+<hr />
+
+<p>Het veld kennende, moeten wij ook den slag en
+zijne gevolgen herdenken.</p>
+
+<p>Uit de staten van Karel den Groote ontstonden twee
+machtige rijken: Frankrijk en Duitschland. Tusschen
+beide streken lag Nederland, met eene eigen beschaving
+en eene eigen bestemming. En het duurde niet<!-- Page 24 --><span class='pagenum'><a name="Page_24" id="Page_24">[Pg 24]</a></span>
+lang, of Vlaanderen stond aan het hoofd der Nederlandsche
+gewesten.</p>
+
+<p>In den beginne was de Duitsche invloed ten onzent
+groot, ja overwegend. Maar de keizer bezweek in de
+velden van Bouvines, in 1214, en nu ontwaakte de
+Fransche invloed, krachtig en altoos dreigend.</p>
+
+<p>Ten laatste besloot Philip de Schoone het rijke
+graafschap te veroveren. De klauwen van Vlaanderens
+Leeuw verstoorden zijn plan.</p>
+
+<p>Vlaanderen redde zijn bestaan. Met zijne zelfstandigheid
+bewaarde ons volk zijne moedertaal, alsmede
+het natuurlijk recht, die taal in alle omstandigheden
+des levens te spreken. Met zijne taal redde ons volk
+zijne voorouderlijke zeden en zijne godsdienstigheid,
+al de deugden van den edelen Germaanschen stam.</p>
+
+<p>Er zijn, in den loop der volgende eeuwen, heldere
+en donkere dagen aangebroken. Het Huis van Burgondi&euml;
+is opgekomen; Oostenrijk, Spanje en Frankrijk
+hebben ons overheerscht.</p>
+
+<p>Het kon niet baten. Vlaanderen had zijne bestemming;
+en Belgi&euml; is eindelijk ontstaan, vrij en onafhankelijk.</p>
+
+<p>Daarom zij ons aller kreet:</p>
+
+<p>Heil Groeninge!</p>
+
+<p>Heil Belgi&euml;!<!-- Page 25 --><span class='pagenum'><a name="Page_25" id="Page_25">[Pg 25]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="V" id="V"></a>V.</h2>
+
+<h2><a name="De_omstreken_van_Kortrijk" id="De_omstreken_van_Kortrijk"></a>De omstreken van Kortrijk.</h2>
+
+
+<p>Kortrijk ligt op de scheiding van de zandachtige
+en de kleiachtige streek, van Belgi&euml;. Van daar
+een merkbaar verschil in de omgeving der stad. In het
+Noord-Oosten zijn de velden licht en vlak; in het
+Zuid-Westen zijn ze integendeel zwaar en golvend,
+schilderachtig.</p>
+
+<p>De vlasnijverheid is buiten kijf de grootste bron van
+rijkdom voor Kortrijk en zijne omstreken.</p>
+
+<p>Welke beweging, welk leven langs de zacht vloeiende
+Lei gedurende de heete zomermaanden! Op het grondgebied
+der stad alleen gebruikt men 375 hekken of
+houten bakken om het vlas te roten. De bevolking van
+ruim vijftig gemeenten, tusschen Neder-Waasten en
+Deinze gelegen, houdt zich schier uitsluitend met de
+verschillende bewerkingen van het vlas bezig. En al
+die gemeenten groeien aan, bloeien. In 1820 had
+Bissegem 568, Marke 1289, Lauwe 1727, Kuurne 2192
+en Moorsele 3896 inwoners. Zeventig jaren nadien
+telden dezelfde gemeenten 1117, 2006, 3159, 3818
+en 4813 zielen. Niet te onrecht noemen de Engelschen
+onze Lei de &laquo;golden river.&raquo;</p>
+
+<p>De oudste oorkonde, waarin men van het Kortrijksch
+linnen gewag maakt, is van 1290. Twee poorters beweerden
+recht te hebben op den tol, geheven op de<!-- Page 26 --><span class='pagenum'><a name="Page_26" id="Page_26">[Pg 26]</a></span>
+&laquo;nappes, tueles en keuverkins,&raquo; welke men in de
+stad verkocht.</p>
+
+<p>Nochtans schijnt deze nijverheid hier niet gebloeid
+te hebben zoolang de lakenweverij eene zekere hoogte
+behield. Het was bepaaldelijk in 1573, dat men middelen
+beraamde om den lijnwaadhandel op te beuren.
+Dit zelfde jaar kwamen er reeds kooplieden van Gent,
+Oudenaarde, Tielt, Roeselare, Meenen, Izegem &laquo;ende
+andere omliggende plaetsen.&raquo; De schepenen betaalden
+deswege eene som van 167 pond parisis, &laquo;ter cause
+van cost van maeltyden.&raquo;</p>
+
+<p>Het Kortrijksch tafellinnen verwierf spoedig eene
+groote vermaardheid. Men weefde, verhaalt <span class="smcap">Sanderus</span>,
+in het doek de afbeelding van bloemen en dieren, van
+jachten en gevechten, van landschappen met weiden,
+bosschen, hoven, heuvelen en kasteelen, alles zoo
+nauwkeurig, als het een schilder zou hebben gedaan;
+met zooveel verscheidenheid, als de weelderige natuur
+er aanbiedt, en zoo fijn, dat het oog zich vermoeide,
+als het al die beelden in een meer van glinsterende
+witheid bezichtigde.</p>
+
+<p>De overheden der gemeente verzuimden geene gelegenheden
+om de groote nijverheid vooruit te helpen.
+Op het einde van 1576 was &laquo;de nering sober.&raquo; De
+schepenen beslisten voor 10,000 gulden &laquo;ammelaken
+ende andere goederen af te coopen,&raquo; en dan &laquo;dezelve
+voort te vercoopen tot winning van de stede.&raquo;</p>
+
+<p>Toen Albert en Izabella in 1600 hunne plechtige
+intrede deden, werden zij begiftigd met gedamaste
+tafellakens, die 2,497 pond parisis kostten.</p>
+
+<p>Bezocht een vorst de stad, zoo liet men in het stadhuis
+weefgetouwen oprechten, ten einde &laquo;de fabrique
+der gemeente te doen zien.&raquo;</p>
+
+<p>In 1761 opende men de Teekenschool. &laquo;Dit was,<!-- Page 27 -->&raquo;
+schreven de wethouders, &laquo;om nieuwe desseinen voor
+de fabrique van het serveetwerk&raquo; te krijgen.</p>
+
+<p>In den loop der XIX<sup>e</sup> eeuw waren de rijkste vlasoogsten
+die van 1803, 1805, 1808, 1813, 1820, 1824,
+1834, 1839, 1840, 1851, 1855, 1860, 1864, 1866,
+1872, 1874, 1877, 1881, 1883 en 1895. Niet zelden
+gold de hectare 1000, ja 1400 fr.</p>
+
+<p>Buiten het Doorniksch voorgeborchte is de grond
+zeer vruchtbaar en heel schilderachtig. Daar vindt men
+den Pottelberg, den Marionettenberg, het Hooge, den
+Spoelberg. Het zijn verhevenheden van dertig, veertig
+meters.</p>
+
+<p>Op den Pottelberg legerden de Franschen in 1302,
+eer zij de Vlamingen aantastten. Aan den voet des
+heuvels lag de heerlijkheid van Hoog-Mosscher, reeds
+genoemd in oorkonden uit de XII<sup>e</sup> eeuw. In 1293
+had Gwijde van Dampierre den heer van Mosscher en
+zijne familie veroordeeld tot het betalen van eene
+boete en eene jaarlijksche rente aan de abdis van
+Groeninge. Was het misschien om zich te wreken,
+dat de snoodaard den 11 Juli 1302 als gids der overweldigers
+optrad?</p>
+
+<p>Hedendaags is het kasteel van Hoog-Mosscher een
+lief zomerverblijf. In de nabijheid rijst de Kapel ten
+Bloede. Men wil, dat Dirk van Elzas in het adellijke
+slot vernachtte, toen hij met het H. Bloed van Christus
+uit Palestina terugkeerde, en dat men, ter gedachtenis
+van dit bezoek, het genoemde kapelleken oprichtte.
+In alle geval bestond het reeds in 1441.</p>
+
+<p>Op het Hooge vindt men het kasteel der familie
+Goethals, met bosschen, vijvers en lusttuinen.<!-- Page 28 --><span class='pagenum'><a name="Page_28" id="Page_28">[Pg 28]</a></span></p>
+
+<p>Een binnenweg loopt naar den Spoelberg, het
+hoogste punt op het grondgebied van Kortrijk.</p>
+
+<p>Aan den voet staat een groot kruisbeeld, op de kruin
+eene landelijke herberg. Als de wandelaar zich naar
+het Zuiden keert, zoo gaat zijn oog over eene groote
+vallei, in de verte begrensd door de heuvelen van
+Sint-Denijs en Knokke. Aan den anderen kant vindt hij
+het Hooge met zijn kasteel, Kortrijk met zijne torens
+en schouwen. Rechts, in de richting van Zwevegem,
+beperkt eene andere hoogte het gezicht.</p>
+
+<p>In de vallei schuilen hier en daar eenvoudige huisjes,
+te midden van vruchtbare akkers, gescheiden door
+hagen en grachten.</p>
+
+<p>Weinige geluiden treffen het oor: het tierelieren
+van eenen opstijgenden leeuwerik; het juichen van een
+spelend kind, blootsvoets weg en weer loopend; het
+tiktakken van een weefgetouw, of het schokken van
+eenen naderenden boerenwagen.</p>
+
+<p>Het dal, dat zich rondom den Spoelberg, tusschen
+Kortrijk, Deerlijk, Zwevegem en Knokke, uitstrekt, was
+in 1814 het tooneel van eene bloedige schermutseling.</p>
+
+<p>De veldheer Thielmann had te Oudenaarde vernomen,
+dat de Franschen den 31 Maart uit Gent naar Kortrijk
+afzakten. Hij snelde met zijne mannen naar Zwevegem,
+ten einde den vijand van ter zijde te bestoken.</p>
+
+<p>In den beginne kozen de Franschen het hazenpad.
+Doch zij kregen versterking, en rukten nu dapper voort
+in de richting van den Spoelberg. Na eenen hardnekkigen
+wederstand deed Thielmann den aftocht blazen.</p>
+
+<p>Men rekent, dat deze botsing het leven kostte aan
+300 wapenknechten.</p>
+
+<p>Hedendaags vindt men te Zwevegem nog ettelijke
+huizen met eenen kanonbal in den gevel. Daaronder
+kapte men het jaartal 1814.<!-- Page 29 --><span class='pagenum'><a name="Page_29" id="Page_29">[Pg 29]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="VI" id="VI"></a>VI.</h2>
+
+<h2><a name="De_hofsteden_8220ten_Akker8221" id="De_hofsteden_8220ten_Akker8221"></a>De hofsteden &#8220;ten Akker.&#8221;</h2>
+
+
+<p>De reiziger, die Zuid-Vlaanderen bezoekt, ontmoet
+links en rechts vele omwalde hofsteden. Daar
+hadden de middeleeuwsche heerlijkheden hunne zetels.</p>
+
+<p>Op het grondgebied van Kortrijk alleen telde men
+vier en twintig heerlijkheden: ten Akker, ten Berge,
+van Bovekerke, van Busschaard, van Clessenare, van
+Diestveld, van Hoog- en Neder-Mosscher, van Hembijze,
+van Lerberge, van Monjoie, van Ronseval, van
+Steenbrugge, van Walle, enz.</p>
+
+<p>De heerlijkheid ten Akker was zeer oud en groot.
+Nog in 1701 bedroeg hare uitgestrektheid &laquo;veertien
+bunderen lands, luttel min ofte meer, houdende aen
+elkander.&raquo;</p>
+
+<p>De huidige hofstede vindt men achter Sint-Rochus-kerk,
+tusschen de Sint-Denijsstraat en den weg naar
+Zwevegem.</p>
+
+<p>Op de brug blijven wij staan.</p>
+
+<p>Het eerste voorwerp, dat ons treft, is een beeldje
+van O. L. Vrouw, schuilende in eene kleine nis, aangebracht
+in het gemetselde deel der poort. De Vlaamsche
+landbouwer stelt immers nog altijd zijne have
+onder de bescherming der Moeder Gods.</p>
+
+<p>De eenden drijven op het donkere water van den
+wal; de hennen drentelen langs den oever, nu eens
+toekijkende, dan weer elkander aanblikkende. Men zou<!-- Page 30 --><span class='pagenum'><a name="Page_30" id="Page_30">[Pg 30]</a></span>
+haast zeggen, dat zij hunne verwondering uitdrukken
+over het doen der zwemmers.</p>
+
+<p>Drie groote gebouwen omringen een vierkantig plein:
+het woonhuis, dat laag is en zonder verdieping; de
+stallen, voorzien van roode deuren en talrijke luchtgaten;
+de schuur met hare wijde poort en haar hoog dak.</p>
+
+<p>Het ovenhuis heeft men afgezonderd, evenals het
+afdak, waaronder men de wagens, de karren, de
+ploegen en de eggen bergt.</p>
+
+<p>Al de buitenmuren zijn versch gewit.</p>
+
+<p>Van den vroegen morgen tot den laten avond is
+iedereen hier vlijtig aan den arbeid. Hoort gij de meid
+niet zingen, die op dit oogenblik het vee verzorgt?
+Hoort gij den knecht niet fluiten, die met den grooten
+wagen om hooi rijdt?</p>
+
+<p>Wij treden binnen, en worden door den blozenden
+pachter en zijne jonge vrouw hartelijk ontvangen.</p>
+
+<p>Het koperen kruisbeeld op het bord der groote
+schouw; het keukengerief boven den waschsteen; de
+blinkende banden der boterkern; de geplooide en
+sneeuwwitte gordijntjes aan het venster; de bloeiende
+geraniums in hunne roode potten; &mdash; alles spreekt
+van reinheid, van orde, van welstand.</p>
+
+<p>&laquo;Edele menschen!&raquo; fluisteren wij bij het heengaan;
+&laquo;God zegene hun huis en hunnen arbeid!&raquo;</p>
+
+<p>Door den band nochtans zijn de pachthoven, in dit
+gedeelte des lands, minder verzorgd dan in het land
+van Waas, in het Houtland en de Polders. Dit verschil
+is vooral gevoelig aan de kanten van Geeraardsbergen,
+waar men nog vele boerenwoningen aantreft, gebouwd
+van hout en klei.<!-- Page 31 --><span class='pagenum'><a name="Page_31" id="Page_31">[Pg 31]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="VII" id="VII"></a>VII.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_den_Lauweberg" id="Naar_den_Lauweberg"></a>Naar den Lauweberg.</h2>
+
+
+<p>In zes minuten tijds snelt een trein van Kortrijk
+naar Marke.</p>
+
+<p>Rechts ontwaart de reiziger het Magdalenakerkhof,
+het kasteel der edele familie Bethune en Bissegem;
+links den Pottelberg, eene groote, omwalde hofstede
+en de Markebeek, kronkelend door velden en weilanden.</p>
+
+<p>Het kerkhof is Kortrijks oude Lazarij. Deze bestond
+reeds in 1233.</p>
+
+<p>Bij het genoemde kasteel is het gehucht &laquo;de Markebeek.&raquo;
+Hier vond men, op het einde der XVIII<sup>e</sup> eeuw,
+eene stokerij. Tijdens den Boerenkrijg, bepaaldelijk in
+den morgen van 29 October 1798, brachten eenige
+hartelooze republikeinen daar drie personen om hals:
+Jan Carlier, Augustijn Vroman en Jan-Baptist Vroman.
+Een steen, in den voorgevel van het huis gemetseld,
+herinnert deze treurige gebeurtenis.</p>
+
+<p>Een lief boschje, toebehoorende aan M. Vandenpeereboom,
+bezet de helling des Pottelbergs.</p>
+
+<p>De omwalde hofstede, langs den Bruyninkweg, is
+een overblijfsel van het oude landgoed Roodenburg,
+bestaande uit een kasteel met boomgaarden, hof,
+molen en loopende landen.</p>
+
+<p>Op het einde der XII<sup>e</sup> eeuw was Roodenburg een
+eigendom van Wouter, protonotaris van Boudewijn IX.</p>
+
+<p>Wouter had drie kinderen: Joanna, Agnes en Gillis.
+Toen hun vader stierf, wenschten beide dochters zich<!-- Page 32 --><span class='pagenum'><a name="Page_32" id="Page_32">[Pg 32]</a></span>
+van de wereld af te zonderen, weshalve zij de hun
+toebehoorende goederen opdroegen aan Joanna van
+Constantinopel, opdat zij daarmede een klooster zoude
+stichten. De oorkonde voegt er bij, dat het recht van
+Gillis werd voorbehouden.</p>
+
+<p>Ziedaar in korte woorden den oorsprong der abdij
+van Marke (1237). Deze werd verplaatst, v&oacute;or 1284,
+en nadien de abdij van Groeninge geheeten.</p>
+
+<p>Bissegem en Marke zijn zeer nijverige gemeenten,
+wier bevolking in de laatste jaren ten minste verdubbelde.</p>
+
+<p>In de nabijheid van Marke's spoorhalle rijst eene
+groote en prachtige pannenfabriek. Langs dit gesticht
+voortwandelende, beklimt men den Lauweberg, die
+wel vijftig meters hoogte heeft.</p>
+
+<p>De Lauweberg vertoont steile verhevenheden en
+diepe zonken. Een groot gedeelte is begroeid met
+boomen en kreupelhout: populieren, elzestruiken,
+brem, dorens, heide.</p>
+
+<p>Westwaarts kronkelt de Lei door een schoon landschap,
+rijk gestoffeerd met boomen, huizen en molens.
+De torens van Lauwe, Wevelgem, Rekkem, Meenen en
+Moorsele verheffen hunne spitsen boven het geboomte.</p>
+
+<p>Lauwe telde, in de XVI<sup>e</sup> eeuw, nog al eenige ingezetenen,
+die wegens ketterij veroordeeld werden.
+Willem de Duutsche moest, &laquo;om zyne demeriten,&raquo;
+de wijk nemen (1555); Jan van Raes werd in 1566
+met vijf andere personen &laquo;gejusticieert.&raquo;</p>
+
+<p>Tussen Lauwe en Wevelgem, langs de Lei, ligt
+het Kloosterhof, eene der aanzienlijkste hoeven van
+heel Vlaanderen. De landen en meerschen hebben eene
+uitgestrektheid van 75 hectaren.</p>
+
+<p>Het Kloosterhof is een overblijfsel van de abdij van
+Wevelgem, aldaar gesticht omtrent het midden der
+XIII<sup>e</sup> eeuw. De kapel en eenige andere gebouwen zijn<!-- Page 33 --><span class='pagenum'><a name="Page_33" id="Page_33">[Pg 33]</a></span>
+verdwenen; de Westpoort, de smis, de huizing, de
+stallen en de schuren staan nog recht. Het oudste
+overblijfsel is een steenen duivenhok, gebouwd in
+1690. Bij de Westpoort vindt men nog de bank,
+waarop de arme lieden mochten rusten, als zij hunne
+aalmoezen kwamen ontvangen.</p>
+
+<p>De voormalige abdij van Wevelgem bezat, sedert
+1561, een gedeelte van de kroon des Heilands. Dit
+heiligdom is nu in de kerk der gemeente. Het is een
+takje, dat ongeveer negen centimeters lengte heeft en
+drie ongeschonden doornen draagt.</p>
+
+<p>Wevelgem is eene schoone, zindelijke gemeente,
+met nette huizen, vier breede straten en een kasteel.</p>
+
+<p>De kerk dagteekent van 1880-1882, en behoort
+tot den Romaanschen stijl.</p>
+
+<p>Wevelgem is de geboorteplaats van <span class="smcap">Mgr de Neckere</span>,
+gewezen bisschop van Nieuw-Orleans, in Amerika.
+<span class="smcap">L.-F. Nuttin</span>, de bevallige dichter der <i>Nieuwe Vlaamsche
+fabels</i>, is ook een zoon van Wevelgem.</p>
+
+<p>Bijna op het hoogste van den Lauweberg schuilt
+eene hofstede achter het geboomte.</p>
+
+<p>Eenige meters verder gaat het oog over een tweede
+landschap, met de bergen van Bellegem aan den
+horizont.</p>
+
+<p>Bellegem is eene oude plaats. Eer het kapittel van
+O.-L.-Vrouw te Kortrijk bestond, en wel in 1195,
+aanvaardde Boudewijn IX, voor zijnen kapelaan, eene
+gift van haver, gedaan door Gommar van Bellegem.
+In 1302 stonden twee heeren van Bellegem, Dani&euml;l
+en Olivier, met hun gevolg onder het vaandel der
+Klauwaarts. Beiden verloren hun paard in den strijd.</p>
+
+<p>De kerk van Bellegem heeft eenen merkbaar hellenden
+toren. Het koor is blijkbaar zeer oud.</p>
+
+<p>De grond der gemeente is zwaar en kiezelachtig.<!-- Page 34 --><span class='pagenum'><a name="Page_34" id="Page_34">[Pg 34]</a></span>
+Bij droog weder komen hier en daar eene menigte
+keitjes te voorschijn. Onder den invloed der warmte
+breken zij echter gemakkelijk.</p>
+
+<p>Tusschen de Lei en den Lauweberg loopt de
+ijzeren weg.</p>
+
+<p>Noordwaarts daagt, hoog en statig, de toren der
+Sint-Martenskerk.<!-- Page 35 --><span class='pagenum'><a name="Page_35" id="Page_35">[Pg 35]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="VIII" id="VIII"></a>VIII.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_Harelbeke" id="Naar_Harelbeke"></a>Naar Harelbeke.</h2>
+
+
+<p>Een wandeltocht naar Harelbeke, langs den schoonen
+rijksweg van Gent, is zeker een aangenaam
+uitstapje. De afstand bedraagt ongeveer vijf kilometers.
+Vrees echter niet, lezer, dat de zon te heet schijne;
+hooge linden werpen schier overal hunne koele schaduwe
+op den weg.</p>
+
+<p>Aan de Gentsche poort is in de laatste jaren eene
+groote wijk ontstaan, met fraaie huizen, breede straten
+en belangrijke nijverheidsgestichten.</p>
+
+<p>Links, over de Lei, ligt een afgegraven meersch.
+Daar heeft men, over een tiental jaren, oude munten,
+Romeinsche dakpannen en eenen put blootgelegd.</p>
+
+<p>Bij de vaart bemerken wij, tusschen slanke populieren,
+het lustgoed van Mevrouw Reyntjens. Daar
+bouwde de gravin Beatrix, weduwe van Willem van
+Dampierre, de vermaarde abdij van Groeninge. In 1578,
+na de overrompeling van Kortrijk door de Geuzen,
+werd het klooster met al zijne afhankelijkheden verwoest
+en afgebroken.</p>
+
+<p>Weinige boogscheuten verder vinden wij eene ouderwetsche
+herberg: <i>de Blaasbalg</i>. V&oacute;or het huis loopt
+de Groeningebeek onder den steenweg.</p>
+
+<p>Verder komen wij langs het groene dal der Lei,<!-- Page 36 --><span class='pagenum'><a name="Page_36" id="Page_36">[Pg 36]</a></span>
+waar honderden werklieden arbeiden. De toren van
+Kuurne steekt slank in de lucht.</p>
+
+<p>Kuurne is hedendaags eene bloeiende gemeente met
+meer dan 3,800 inwoners. Over het dorp loopt de
+Brugsche steenweg naar Ingelmunster. Op Zondag
+28 October 1798 tastten daar de Fransche wapenlieden
+eene bende Boeren aan, er verscheidenen om
+het leven brengende.</p>
+
+<p>Kuurne is de geboorteplaats van den kunstschilder
+<span class="smcap">E. Carpentier</span>.</p>
+
+<p>Bij Harelbeke heeft de Lei twee armen, die een
+eiland vormen. Daar werken een paar aloude watermolens.
+In 1538 had een Kortrijksche poorter, Willem
+Bevele, dezelve in huur. Op zekeren dag nam de heer
+van Heule den molenaar gevangen. Den 25 October
+veroordeelde men den plichtige om v&oacute;or het magistraat
+zijner heerlijkheid te verschijnen, aan God vergiffenis
+te vragen, en in de kerk een geschilderd venster te
+doen plaatsen.</p>
+
+<p>Harelbeke is zeer oud. Eene oorkonde van 836,
+herkomstig uit de Sint-Pietersabdij, te Gent, maakt
+inderdaad gewag van &laquo;Arlebeca.&raquo;</p>
+
+<p>Men wil, dat Harelbeke het gewoon verblijf was
+van Vlaanderens eerste landvoogden of forestiers. Een
+hunner, Liederik de Buck, zou er de eerste kapel
+hebben gesticht, om aldaar met zijne opvolgers begraven
+te worden.</p>
+
+<p>De oude legende van Liederik en de forestiers is
+sedert jaren te niet gedaan. 't Was eene fabel.</p>
+
+<p>Na de strooptochten der Noormannen herbouwde
+Arnold de Oude het verwoeste bedehuis. Omtrent denzelfden
+tijd schonk de vrome graaf aan de nieuwe kerk
+de stoffelijke overblijfselen van den H. Bertulphus,
+een der meest geliefde patronen van Vlaanderen.<!-- Page 37 --><span class='pagenum'><a name="Page_37" id="Page_37">[Pg 37]</a></span></p>
+
+<p>Ten jare 1769 bouwde <span class="smcap">Dewez</span>, van Brussel, den
+tegenwoordigen tempel. Nochtans behield men het
+metselwerk van den toren met den kruisbeuk der
+oude, Romaansche kerk. Het gemeentebestuur van
+Kortrijk kocht 9,091 groote en 23,525 kleine steenen
+van de &laquo;gedemoliseerde kercke.&raquo;</p>
+
+<p>Onder het koor der voormalige kerk was &laquo;de sinte
+Pieters crypte, zynde achttien voeten vierkante.&raquo; Op
+onze dagen is die krocht onder den kruisbeuk.</p>
+
+<p>De predikstoel is een eigenaardig gewrocht van
+<span class="smcap">Lecreux</span>, uit Doornik.</p>
+
+<p>Boudewijn met den IJzeren Arm en zijne echtgenoote
+stichtten te Harelbeke een kapittel, aanvaard door den
+bisschop van Doornik in 1087. Achter het hoogaltaar,
+in de parochiale kerk, staan nog altijd de zetels der
+kanunniken, als stomme getuigen van vroegere gebeden
+en lofzangen.</p>
+
+<p>Een tak der vroegere nijverheid was het lakenweven.
+In 1432 schonken de wethouders van Kortrijk &laquo;den
+goeden lieden van Haerlebeke, die ter marct quamen
+met huerlieder lakenen, twee cannen wijns. &raquo; Hedendaags
+heeft de gemeente steenbakkerijen, brouwerijen
+en graanmolens. De tabakshandel in het groot bestaat
+er niet meer.</p>
+
+<p>Harelbeke telt ruim 7,200 zielen. V&oacute;or het wethuis,
+op de Markt, staat eene hooge, arduinen pomp. Daarop
+prijkt een klein standbeeld van Liederik de Buck. In
+den kerktoren hangt een welluidend klokkenspel. Alle
+vijftien minuten werpt het zijne lichte tonen over de
+gemeente. Te Harelbeke, in een klein huisje, stond
+de wieg van <span class="smcap">Peter Benoit</span>, geboren in 1834 en overleden
+in 1901.</p>
+
+<p>Benoit, een der grootste toondichters van onze eeuw,
+is de schepper van <i>Lucifer, de Schelde, de Oorlog</i> en<!-- Page 38 --><span class='pagenum'><a name="Page_38" id="Page_38">[Pg 38]</a></span>
+eenige andere oratorio's. Hij schreef prachtige liederen
+en leverde eene menigte opstellen om het nationalismus
+in de toonkunde te verdedigen.</p>
+
+<p>Het kunstlievende Antwerpen richt den beroemden
+man een standbeeld op.</p>
+
+<p>Drie eeuwen vroeger leefde een andere zoon van
+Harelbeke, <span class="smcap">Andreas Pevernage</span>, die insgelijks de
+toonkunde beoefende en merkwaardige stukken naliet.
+Geboren in 1545, overleed Pevernage ook te Antwerpen
+in 1591.<!-- Page 39 --><span class='pagenum'><a name="Page_39" id="Page_39">[Pg 39]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="IX" id="IX"></a>IX.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_Zwevegem_Moen_en_Heestert" id="Naar_Zwevegem_Moen_en_Heestert"></a>Naar Zwevegem, Moen en
+Heestert.</h2>
+
+
+<p>Het was een heete Julidag. De zon glinsterde aan
+den helderen hemel en wierp heure stralen over
+de rijpende graanvelden.</p>
+
+<p>In eenige minuten stoomden wij naar Zwevegem,
+eene gemeente van 4,900 inwoners.</p>
+
+<p>Tijdens de godsdienstige beroerten verscheen de
+heer van Zwevegem, Frans van Halewijn, nog al dikwijls
+op het staatkundig tooneel van Nederland. Als
+diplomaat ondernam hij verscheidene reizen;als gouverneur
+van Mechelen en Oudenaarde schreef hij brieven
+aan Margareta van Parma, aan Granvelle, aan Alva,
+aan den hertog van Aarschot. De notabelen van Zwevegem
+noemden hem in 1573 hunnen &laquo;seer beminden
+en specialen vriend.&raquo;</p>
+
+<p>Als men, Zwevegem verlatende, de vaart van Bosuit
+volgt, komt men door eene lieve vallei. Links daagt
+het Banhout; zuidwaarts rijzen de heuvelen van Knokke
+met hun donkergroen geboomte.</p>
+
+<p>Het Banhout maakte in vroegere eeuwen deel van
+het Ronsevalsche of de heerlijkheid van Nevele. Het
+was &laquo;eene vrije foreest,&raquo; zeventig bunder groot.
+Niemand kon door het bosch gaan, want het was
+&laquo;besloten met diversche barrieren en rontom met
+eenen gracht van tien, twaelf voeten breet.&raquo; Gansch<!-- Page 40 --><span class='pagenum'><a name="Page_40" id="Page_40">[Pg 40]</a></span>
+het woud was &laquo;verdeeld in negen hauwen, waervan
+ieder jaer eenen hauw werd vercocht.&raquo;</p>
+
+<p>Het stuk, dat wij hier volgen, spreekt van &laquo;vyf,
+zes duysent opgaende eekeboomen, waervan den meerderen
+deel omtrent de veertig jaren oud conden zyn.&raquo;
+In het midden van het bosch &laquo; wasser eene redelieke
+fraije woonste&raquo; voor den &laquo;prater of boschwagter.&raquo;
+Er was almede &laquo;eene vangenisse,&raquo; en de wachter
+mocht &laquo;alle personen vangen,&raquo; die hij in het bosch
+zoude vinden.</p>
+
+<p>Knokke is een eenvoudig gehucht, deels aan Zwevegem,
+deels aan Heestert en deels aan Moen toebehoorende.</p>
+
+<p>Wij bezichtigden den tunnel en wandelden vervolgens
+naar den Keiberg, die 66 meters hoog is.</p>
+
+<p>Eene bejaarde vrouw, ons den weg wijzende, vertelde
+ons vertrouwelijk haar lief en leed: hoe gelukkig
+zij was, toen haar man nog leefde; hoe deze op zekeren
+dag buitenshuis bezweek, en hoe zij met vier kleine
+schapen van kindertjes bleef zitten; hoe zij toen moest
+zorgen en zoeken om door de wereld te tobben; hoe
+de meisjes, opgroeiende, bij vreemden gingen wonen
+om een stuivertje te verdienen; hoe de eene dochter
+nu in Frankrijk woonde en de andere in het land &mdash; bij
+eenen herbergier; hoe de laatste over weinige
+jaren onbezonnen een voordeelig huwelijk afsloeg; hoe
+zij, moeder, op haren ouden dag nu weer alleen was,
+en stillekens haren weg naar het kerkhof vervorderde...</p>
+
+<p>Wij troostten de arme weduwe en wandelden voort.</p>
+
+<p>Een lief panorama omringt den Keiberg: hier eene
+vlakte in de richting van Tiegem; daar het dal van
+Heestert en Avelgem; ginds de blauwe bergen van
+Sint-Denijs, met den Perremolen op de hoogste kruin.
+Moen schuilt tusschen Heestert en Sint-Denijs.</p>
+
+<p>De oppervlakte van Moen beslaat 1,042 hectaren.<!-- Page 41 --><span class='pagenum'><a name="Page_41" id="Page_41">[Pg 41]</a></span>
+De grootste lengte bedraagt zes, de grootste breedte
+drie kilometers. In 1694 telde de gemeente 264 zielen;
+in 1874 waren er 2,150; in 1890 nog 2,098,</p>
+
+<p>De oude heerlijkheid was vrij belangrijk. Het kasteel,
+omgeven van hoven, dreven en wallen, stond tegen
+de dorpplaats. Volgens een denombrement van 1612
+had de heer het recht &laquo;den costere, de kerckmeesters
+en de armmeesters te stellene.&raquo; Op zijn leen hield
+men jaarlijks twee markten, &laquo;telcken S. Eloysdaghe,&raquo;
+van laken, garen en andere goederen.</p>
+
+<p>Sint Elooi is inderdaad de patroon van Moen. Den
+25 Juni kwamen vroeger de landbouwers, te voet en
+te paard, den heilige vereeren. De herder der parochie,
+in feestgewaad, zegende de lastdieren een voor een
+aan de deur der kerk, en gaf hun een klopje met
+eenen zilveren hamer.</p>
+
+<p>Er slopen misbruiken in deze plechtigheid. Een brief
+van 10 Juni 1778 spreekt van &laquo;drie tot vierhonderd
+boeren met peerden, komende van vijf, zes uren in
+het ronde. Zij waren gewapend met schietgeweren,
+die zij losbrandden gedurende de processie. Maar zij
+bleven niet allen even nuchter, en veroorzaakten dan
+wanorde, zelfs ongelukken.&raquo;</p>
+
+<p>Karel van Lorreinen beval den 17 Mei 1778 &laquo;geene
+geweerschoten meer af te lossen, op boete van 50
+gulden voor iedere overtreding.&raquo; Het oude gebruik
+bleef nochtans in voege tot in 1806, wanneer de
+bisschop van Gent het andermaal verbood.</p>
+
+<p>De parochiale kerk van Moen is van 1875 en kostte
+ongeveer 80,000 fr.</p>
+
+<p>Achter de kerk vindt men den Olieberg. Dezen naam
+ontmoeten wij in een heksenproces uit de XVII<sup>e</sup> eeuw.
+Moen is inderdaad de geboorteplaats van verscheidene
+tooveressen. Wij noemen er drie: Antonia de Schee<!-- Page 42 --><span class='pagenum'><a name="Page_42" id="Page_42">[Pg 42]</a></span>maecker,
+Gellijne de Pratere en Jozijne Labins. Men
+beweerde, dat de arme sukkelaarsters op den Olieberg
+met den booze omgingen. De bewaarde vonnissen zijn
+belangrijk voor de kennis van het oude strafrecht in
+Vlaanderen. Zij spreken van den halsband, van het
+&laquo;scerp examen,&raquo; van het &laquo;duyvelsteeken,&raquo; van het
+&laquo;duyvelspoeder.&raquo;</p>
+
+<p>De straat, die van Moen naar Heestert leidt, heet
+nog altijd de Tooveresstraat.</p>
+
+<p>Heestert, in oude stukken Hestrud genaamd, heeft
+eene fraaie kerk. Achter eenen marmeren steen rust
+het hert van Jan-Jozef Raepsaet, overleden te Oudenaarde
+den 19 Februari 1832. Vroeger kwamen de
+Moensche schutters alle jaren met trommel en fluit
+naar Heestert, om aldaar op den 15 Augustus de
+processie ter eere van O.-L.-Vrouw te vereeren. De
+wethouders betaalden &laquo;het bospoer, dat de schotters&raquo;
+noodig hadden, alsmede &laquo;de teercosten van den tambour
+en den fluyter.&raquo;</p>
+
+<p>Dit wil niet zeggen, dat de twee dorpen nooit vijandelijk
+opstonden. Den 11 April 1790, tijdens de Brabantsche
+omwenteling, trokken &laquo;de landwagten&raquo; van
+Moen naar Heestert, waar zij twee boeren dood schoten.
+'s Anderendaags wilden &laquo;die van Heestert het naburige
+dorp in brand steken.&raquo; De tusschenkomst der Kortrijksche
+vrijwilligers en soldaten verhinderde echter
+deze ramp.</p>
+
+<p>Sint-Denijs is eene bloeiende gemeente met ongeveer
+3,500 inwoners. Tusschen dit dorp en Kooigem ligt
+eene ruime delling, door het volk &laquo;de caveie&raquo; of
+&laquo;la cav&eacute;e&raquo; geheeten. Nagenoeg in het midden der
+caveie staat het hof &laquo;de la Broye.&raquo; Zou die naam
+geene verbastering zijn van &laquo;brouille,&raquo; broel of bruul,
+dat <i>gemeene weide</i> kan beteekenen?<!-- Page 43 --><span class='pagenum'><a name="Page_43" id="Page_43">[Pg 43]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="X" id="X"></a>X.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_Tiegem" id="Naar_Tiegem"></a>Naar Tiegem.</h2>
+
+
+<p>Vacantie!</p>
+
+<p>Dat woord klinkt aangenaam in de ooren der
+schooljeugd, die een jaar lang, van half negen 's morgens
+tot half vijf 's avonds, moest stil zitten, en luisteren
+en leeren; aangenaam ook in de ooren der onderwijzers,
+die dag aan dag hun hoofd moeten breken
+om het jonge volkje, aan hunne zorgen toevertrouwd,
+de eerste beginselen van allerhande wetenschappen
+in te planten.</p>
+
+<p>Vacantie, tijd van ontspanning en verzet voor velen,
+tijd van nieuwe bezigheden voor anderen, wees gegroet!</p>
+
+<p>Wij hadden Lier bezocht, waar wij over dertig jaren
+studeerden, en daar eenen geliefden oud-leeraar &mdash; M.
+Troch &mdash; de hand gedrukt; wij hadden den hooggeleerden
+patroon van het Davids-Fonds op zijn
+arduinen voetstuk zien staan; wij hadden een paar
+dagen overgebracht in de tentoonstelling van Brussel,
+en besloten nu onze uitstapjes in de Vlaamsche Ardennen
+te hernemen.</p>
+
+<p>Den 9 September 1897, in den voormiddag, stoomden
+wij naar Ansegem, om van daar naar Tiegem
+te wandelen.</p>
+
+<p>Ansegem heeft drie spoorhallen: aan den Sterhoek,
+bij het dorp en langs den ouden Heirweg, in de richting
+van Waregem.<!-- Page 44 --><span class='pagenum'><a name="Page_44" id="Page_44">[Pg 44]</a></span></p>
+
+<p>Het koor, de kruisbeuk en de toren der kerk zijn
+zeer oud; de beuken dagteekenen van 1828. Benoorden
+de kerk rijst het aloude kasteel van Hemsrode.</p>
+
+<p>Een klimmende weg loopt naar Kaster. De spits van
+den toren steekt boven eenen heuvel uit.</p>
+
+<p>Bij de kerk van Kaster &mdash; een werk van L. Vuylsteke,
+uit Geluwe &mdash; blikt men op Kerkhove in de diepte,
+op den Kluisberg over de Schelde.</p>
+
+<p>Aan het gemeentehuis van Kaster loopt een zijweg
+naar Tiegem, een dorp van nagenoeg 2,000 zielen.</p>
+
+<p>Tiegem is maar 769 hectaren groot. Het ligt op
+twee heuvels, waarvan de voornaamste eene hoogte
+van 70 meters bereikt.</p>
+
+<p>Hedendaags is Tiegem een lief, eigenaardig dorp,
+met schoone steenwegen, met fraaie kasteelen en lusthuizen.
+De meeste oude woningen zijn hersteld geworden
+en prijken met bevallige puntgeveltjes.</p>
+
+<p>De kerk is een klein juweel, over weinige jaren
+hersteld en herbouwd door <span class="smcap">Aug. van Assche</span>, uit Gent.
+<span class="smcap">Goethals</span> schilderde den tempel; <span class="smcap">Bourdon</span> verrijkte
+hem met een merkwaardig altaar.</p>
+
+<p>De voormalige burcht stond tusschen Tiegem, Avelgem
+en Waarmaarde. Op dezelfde plaats vindt men
+thans de &laquo;S. Aernoutscapelle,&raquo; herbouwd in 1854,
+en den &laquo;S. Aernoutswal.&raquo;</p>
+
+<p>In de tweede helft der XVI<sup>e</sup> eeuw plunderden &laquo;de
+Waelen de prochie ende heerlichede.&raquo; In 1581 kon
+men niet meer dan &laquo;het zesde of het zevende deel
+der landen&raquo; bezaaien.</p>
+
+<p>Tiegem is de geboorteplaats van S. Arnold, den
+beschermheilige der gemeente. Zijn vader behoorde
+tot het adellijk geslacht der heeren van Pamele en
+Oudenaarde; zijne moeder sproot uit het huis der
+graven van Leuven.</p>
+
+<p>Als ridder en krijgsman verwierf de jonge Arnold<!-- Page 45 --><span class='pagenum'><a name="Page_45" id="Page_45">[Pg 45]</a></span>
+eenen grooten roem. Later begaf hij zich naar de abdij
+van den H. Medardus, te Soissons, en trok daar het
+kloosterkleed aan.</p>
+
+<p>Het duurde niet lang, of men benoemde den nederigen
+man tot bisschop in dezelfde stad. Hij vroeg
+echter zijn ontslag, en kwam naar Vlaanderen terug.
+Hij predikte te Torhout, te Gistel en te Veurne,
+bouwde een klooster te Oudenburg, in het Brugsche,
+en stierf aldaar in 1087, in den ouderdom van 47 jaren.</p>
+
+<p>De kerk van Tiegem bezit een bovenarmbeen van
+Vlaanderens grooten apostel.<!-- Page 46 --><span class='pagenum'><a name="Page_46" id="Page_46">[Pg 46]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XI" id="XI"></a>XI.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_het_Kapelbosch" id="Naar_het_Kapelbosch"></a>Naar het Kapelbosch.</h2>
+
+
+<p>De heer <span class="smcap">Vital Moreels-Verhaeghe</span>, de groote en
+verlichte weldoener van Tiegem, vergezelde ons
+in den namiddag naar het Kapelbosch, op de zuidelijke
+helling der hoogvlakte.</p>
+
+<p>Het Kapelbosch is hedendaags zeven hectaren groot
+en heeft eene waarde van 150,000 fr.</p>
+
+<p>Alwat de oogen kan streelen, alwat den bezoeker
+tot vrome gedachten kan stemmen, vindt men daar
+vereenigd. De natuur en de kunst wrochten zusterlijk
+samen om een der prachtigste panorama's van heel
+ons land v&oacute;or het oog der reizigers te ontvouwen.</p>
+
+<p>Op den Pottelsberg, op den Muziekberg staat men
+veel hooger, te midden van eene wilde natuur; te
+Tiegem is het rondzicht groot, het tafereel vol kleur
+en beweging, vol leven.</p>
+
+<p>In het bosch vindt men lommerrijke wandeldreven,
+rotsen en onderaardsche gangen, vijvers en brugjes,
+glooiingen met weelderig gras en bloemen, aquariums
+met kleine, blinkende vischjes. Twee villa's verheffen
+hunne torens boven het geboomte.</p>
+
+<p>Midden in het bosch staat eene nieuwe kapel, toegewijd
+aan den H. Arnoldus (1865). Zij is achthoekig
+en lief geschilderd. Door zeven venstertjes speelt het
+daglicht in het heiligdom.<!-- Page 47 --><span class='pagenum'><a name="Page_47" id="Page_47">[Pg 47]</a></span></p>
+
+<p>Uit de kapel komende, heeft men rechts de grot van
+S. Arnold. Hooger, te midden van struiken en boomen,
+schuilt een groot kruisbeeld; lager spruit dag en nacht
+de Arnoldusbron, eenen vijver spijzende, waarop eenige
+zwanen gaggelend rondzwemmen.</p>
+
+<p>Uit dien vijver vloeit de Arnoldusbeek, die naar Avelgem
+loopt en vroeger den wal van het kasteel vulde.</p>
+
+<p>Alles wekt den wandelaar tot ingetogenheid op:
+het tintelen der zon door de bladeren, het kweelen
+der vogelen in de heesters, het ruischen van het loover,
+het murmelen der bron, het fluisteren der bedevaarders.
+O ja, dus zong de dichter <span class="smcap">Tollens</span>, ik reik
+hem broederlijk de hand,</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Die mijmren kan in de eenzaamheid van 't woud,<br /></span>
+<span class="i0">En droomend doolt, en de aarde kan vergeten,<br /></span>
+<span class="i0">En, peinzende op een tronk gezeten,<br /></span>
+<span class="i6">Somtijds de handen vouwt.<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Wie liever eene verversching heeft, ga naar de
+&laquo;Laiterie,&raquo; niet verre van de kapel. Onder een verheven
+afdak is het waarlijk schoon en frisch. Men zou
+zeggen, dat de zon het bedehuisje met welgevallen
+beschijnt; dat de wind eerbiedig liederen neurt in de
+kruinen der boomen.</p>
+
+<p>Op het hoogste van den berg, buiten het bosch,
+staat een houten kijktoren of &laquo;belvedere.&raquo; Voor vijftien
+centiemen mag men er op klimmen.</p>
+
+<p>Daar is het schoon bij helder weder; daar kan men,
+met eenen goeden verrekijker, zijne oogen naar hartelust
+verzadigen.</p>
+
+<p>In het Zuiden beperken de heuvelen van Oost-Vlaanderen
+met den Kluisberg en de hoogte van Gijzelbrechtegem
+wel een weinig het gezicht; doch langs
+de drie andere zijden ziet men uren en uren verre.<!-- Page 48 --><span class='pagenum'><a name="Page_48" id="Page_48">[Pg 48]</a></span></p>
+
+<p>De Schelde, tintelend in den gloed der namiddagzon,
+vloeit van het Zuid-Westen naar het Noord-Oosten,
+kronkelend door zonken en meerschen.</p>
+
+<p>In het Noorden dagen: Kanegem, Aarsele, Dentergem,
+Sint-Eloois-Vijve, Tielt, Oost-Roosbeke, Wakken,
+Sint-Baafs-Vijve, Waregem, Grammene, Ansegem,
+Kruishoutem en Nokere;</p>
+
+<p>In het Oosten: Huise, Heurne, Wannegem, Eine,
+Ooike, Mooregem, Wortegem, Gijzelbrechtegem, Kaster,
+Welden, Eename, Mater, Bevere, Edelare, Oudenaarde,
+Petegem, Etikhove, Melden, Leupegem, Elzegem,
+Kerkhove, Schoorisse, Nukerke, Zulzike, Berchem,
+Quaremont en Waarmaarde;</p>
+
+<p>In het Westen: Evregnies, Dottignies, Kooigem,
+Sint-Denijs, Bellegem, Moen, Heestert, Luingne, Lauwe,
+Aalbeke, Rollegem, Wevelgem, Bissegem, Kortrijk,
+Zwevegem, Ingooigem, Ootegem, Roeselare, Rumbeke,
+Kachtem, Izegem, Ingelmunster, Sint-Eloois-Winkel,
+Lendelede, Hulste, Ooigem, Kuurne, Harelbeke, Beveren,
+Deerlijk en Vichte.</p>
+
+<p>Zelfs in het Zuiden ontdekt men eenige torens, uitstekende
+boven de heuvelen: die van Ruien, Schalafie,
+Orroir, Celles, Herne en St-L&eacute;ger.</p>
+
+<p>Avelgem, Autrijve, Bosuit, Pottes, Helkijn, Spiere
+en Warcoing schuilen in de vallei der Schelde.</p>
+
+<p>In het geheel een goed tachtigtal steden en dorpen!
+Tusschen Roeselare, in het Noord-Westen, en Schoorisse,
+in het Oosten, is er een afstand van ongeveer
+zeven mijlen. Kanegem, in het Noorden, en Herne,
+in het Zuid-Westen, zijn vijf mijlen van elkander
+verwijderd.</p>
+
+<p>En schoon, betooverend schoon ligt dat groote
+landschap voor den aanschouwer. Overal gewitte huizen
+met roode daken; overal rookende schouwen en
+draaiende molens; overal weiden en velden; overal<!-- Page 49 --><span class='pagenum'><a name="Page_49" id="Page_49">[Pg 49]</a></span>
+hagen en boomen; overal zwoegende werklieden; overal
+licht en schaduwe...</p>
+
+<p>Och neen, wij moeten Spanje en Zwitserland niet
+bezoeken om schoone natuurtafereelen te vinden; de
+Vlaamsche Ardennen zijn rijk aan schilderachtige
+hoekjes, aan heerlijke vergezichten.</p>
+
+<p>Den berg afdalende, toefden wij nog eenige oogenblikken
+aan de kapel.</p>
+
+<p>Eene plechtige stilte, eene kalme avondrust zweefde
+over het woud. De bron murmelde rusteloos voort,
+maar de vogelen hadden reeds hun slaapliedje gezongen
+en scholen nu onder de bladeren der boomen.</p>
+
+<p>Ongaarne verlieten wij het dichterlijk oord.</p>
+
+<p>Onderwege vertelde ons de vriendelijke heer Moreels,
+dat de berg in 1852 nog onbebouwd was; dat de kapel
+haar ontstaan te danken heeft aan <span class="smcap">Mgr Malou</span>, bisschop
+van Brugge; dat de jaarlijksche novene, ter eere van
+den H. Arnoldus, den 16 Augustus begint; dat er
+'s Zondags eene schoone processie uit de parochiale
+kerk vertrekt, en dat het gemiddeld getal der bezoekers
+ieder jaar tot 40,000 stijgt.<!-- Page 50 --><span class='pagenum'><a name="Page_50" id="Page_50">[Pg 50]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XII" id="XII"></a>XII.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_Quaremont_en_den_Kluisberg" id="Naar_Quaremont_en_den_Kluisberg"></a>Naar Quaremont en den Kluisberg.</h2>
+
+
+<p>Een uitstapje naar Quaremont en den Kluisberg is,
+bij zomerweder, een genot voor kinderen en bejaarden,
+voor alwie behagen schept in het betrachten
+van Gods heerlijke natuur.</p>
+
+<p>In een uurtje stoomt men van Kortrijk, door een
+allerschoonste landschap, langs Zwevegem, Heestert,
+Avelgem en Ruien naar Berchem.</p>
+
+<p>Avelgem en de omliggende dorpen hadden in de
+XVI<sup>e</sup> eeuw veel te lijden van de Malcontenten en van
+de legers der Staten. Het kasteel van Avelgem werd
+driemaal veroverd; de kerk, vier windmolens en meer
+dan tweehonderd huizen werden afgebrand; van de
+duizend ingezetenen bleven er nauwelijks honderd &laquo;te
+lijve.&raquo; Het dorp Autrijve lag gansch &laquo;vaghe,&raquo; evenals
+&laquo;de splete&raquo; van Bosuit en Moen.</p>
+
+<p>Avelgem is de geboorteplaats van <span class="smcap">C.-F.-A. Duvillers</span>
+(1803-1885), wiens volksliedjes zeer geprezen worden.
+<span class="smcap">Stijn Streuvels</span> schrijft er hedendaags zijne boeiende
+verhalen.</p>
+
+<p>Ruien gelijkt aan een dorpje uit een bergland. Boven
+de roode daken der huizen wuiven de boomen van den
+Kluisberg met hunne donkergroene toppen.</p>
+
+<p>Van Berchem leidt een klimmende weg naar Quaremont,
+eene gemeente van 1,550 zielen.</p>
+
+<p>Quaremont ligt misschien in het schilderachtigste<!-- Page 51 --><span class='pagenum'><a name="Page_51" id="Page_51">[Pg 51]</a></span>
+deel van heel Zuid-Vlaanderen. De kerk staat op eene
+hoogte. Zij heeft eenen witten gevel en eenen zwaren
+toren met eene kleine spits.</p>
+
+<p>Een groot gedeelte van Quaremont is overdekt met
+bosschen. Diepe ravijnen loopen in alle richtingen.
+Hier en daar borrelt ijzerachtig water op.</p>
+
+<p>De Romeinen hebben deze plaats gekend. Over eenige
+jaren heeft men er een kerkhof ontdekt, met penningen
+en andere voorwerpen, welke men in die verwijderde
+tijden bij de lijken placht te leggen.</p>
+
+<p>Te Quaremont stond de wieg van <span class="smcap">Jan van Heck</span>
+(1625-1669), die vele kleine landschappen schilderde,
+welke hij met bloemen en vruchten versierde. Hij verbleef
+eenige jaren te Rome en overleed te Antwerpen.</p>
+
+<p>Den steenweg naar Ronse volgende, komt men aan
+<i>de Klok</i>, eene voorname, landelijke herberg. V&oacute;or het
+huis heeft men een schoon zicht op Zulzike, Nukerke,
+Oudenaarde en het omliggende.</p>
+
+<p>Een weinig verder, aan de herberg <i>de Martiko</i>, ontrolt
+zich een dubbel panorama. Noordwaarts, door
+eene heerlijke vallei, blikt men op Vlaanderen, met
+de torens van Gent en Oudenaarde aan den gezichteinder;
+zuidwaarts, langs den Kluisberg, ontwaart men
+Henegouw, met den Drievuldigheidsberg en de blauwe
+hoogte van Bon-Secours in het nevelig verschiet.</p>
+
+<p>Toen wij den laatsten keer de plaats bezochten &mdash; in
+den zomer van 1898 &mdash; dreef een onweder over de
+streek. Aan den eenen kant glinsterde het zonnelicht;
+aan den anderen kant viel een dichte regen. Nu en dan
+vlogen rosse bliksemflitsen door het wolkgevaarte.
+Nooit zullen wij dien dag vergeten.</p>
+
+<p>Aan den &laquo;Martiko&raquo; rechts gaande, kan men, langs
+het schoone kasteel van Mevrouw de Crombrugghe,
+naar den Kluisberg wandelen.</p>
+
+<p>In het bosch ademt men eene reine, smakelijke<!-- Page 52 --><span class='pagenum'><a name="Page_52" id="Page_52">[Pg 52]</a></span>
+lucht in. De wind suist in de boomen; de vogelen
+zingen in de struiken; de bijen gonzen op de kleine
+heidebloempjes. Sierlijke varens en groene kraakbeziestruiken
+groeien in de schaduwe.</p>
+
+<hr />
+
+<p>De Kluisberg is 141 meters hoog, en grootendeels
+begroeid met mastbosschen. De aanblik op Henegouw
+en West-Vlaanderen is nochtans niet belemmerd.
+Bovendien vindt men daar een witgekalkt torentje, dat
+men voor eenige centiemen mag beklimmen.</p>
+
+<p>Honderden namen van groote mannen en gewone
+stervelingen staan op den muur, waarmakende dat
+het plekje veel bezocht wordt.</p>
+
+<p>Aan den voet des bergs ligt het lieve Ruien. Verder
+rijzen Orroir, Amougies, Rozenaken, Schalafie en
+Anser&#339;ul; nog verder onderscheidt men Pottes, Celles,
+Herne en Molenbaix.</p>
+
+<p>Westwaarts kronkelt de Schelde door weiden en
+meerschen. Over den stroom beginnen de West-Vlaamsche
+valleien en verhevenheden, met Avelgem,
+Autrijve, Helkijn, Sint-Denijs en Moen.</p>
+
+<p>Aan den gezichteinder steekt de toren van Mont-St-Aubert,
+op den Drievuldigheidsberg, in de lucht.
+Daarachter ontwaart men de reusachtige torens van
+Doorniks hoofdkerk. En tusschen al die gemeenten
+staart men op golvende graanvelden, op eenzame
+huisjes, op draaiende molens, op wiegelende boomen,
+op slingerende straten en voetpaden, op spelende
+kinderen, op rondslenterende mannen en vrouwen.
+En de zonne, langzaam ten Westen neigende, werpt
+haar fijnste goud over heel het landschap.</p>
+
+<p>Achter het torentje, in de toppen der sparren,
+zingen de vogelen genoeglijk en tevreden... Ook de
+wandelaar is tevreden, en neurt den dichter na:<!-- Page 53 --><span class='pagenum'><a name="Page_53" id="Page_53">[Pg 53]</a></span></p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">o God, wat is uw schepping schoon,<br /></span>
+<span class="i0">Wat zijn uw werken wonder!<br /></span>
+<span class="i0">Wat is die hooge hemel blauw,<br /></span>
+<span class="i0">Hoe groen het veld er onder!<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>De grond van den Kluisberg is ijzerachtig. Niet verre
+van het meergenoemde torentje, westwaarts, vindt men
+twee rechtstaande rotsblokken van ongelijke grootte:
+Peetje en Meetje geheeten. De geleerden vermoeden,
+dat het dolmens zijn, welke vroeger op den top des
+bergs stonden en later, bij de opkomst van het christendom,
+als duivelssteenen omvergestooten werden.</p>
+
+<hr />
+
+<p>Eenige bijzonderheden, rakende de genoemde gemeenten,
+zullen hier te stade komen.</p>
+
+<p>Benoorden Ruien liggen Berchem en Kerkhove,
+met eene brug over de Schelde. Berchem is eene levendige
+plaats; Kerkhove heeft eene Gothische kerk, met
+smaak versierd naar de eischen der middeleeuwsche
+kunst.</p>
+
+<p>Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies behooren
+tot het arrondissement Oudenaarde, doch zij
+hebben eene Waalschsprekende bevolking. Ons taalgebied
+is trouwens in het Zuiden van Oost-Vlaanderen
+door eene reeks verhevenheden, als door eenen natuurlijken
+dijk, afgesloten.</p>
+
+<p>Rozenaken is de geboorteplaats van <span class="smcap">Hendrik Depelchin</span>
+(1822). Deze onverschrokken geloofszendeling
+wrocht in Afrika en in Oost-Indi&euml;. Hij stichtte een
+college in het Himalaya-gebergte.</p>
+
+<p>Zuidwestwaarts, in de richting van Robaais, schuilt
+Dottignies, eene groote gemeente, met ongeveer 4,300
+inwoners. Te Dottignies stond de wieg van <span class="smcap">L.-P.-J.
+Dubus de Gisignies</span> (1780-1849), eenen ervaren<!-- Page 54 --><span class='pagenum'><a name="Page_54" id="Page_54">[Pg 54]</a></span>
+staatsman. Dubus vertrok in 1825, als commissaris-generaal,
+naar Oost-Indi&euml;. Hij bouwde de katholieke
+kerk van Batavia, zorgde voor het algemeen welzijn
+zijner onderdanen, en poogde tevens den Belgischen
+koophandel uit te breiden.</p>
+
+<p>Ondanks de vruchtbaarheid des gronds, heerscht er
+door den band meer welstand in het dal der Lei, dan
+in de vallei der Schelde. Terwijl de bevolking van
+Harelbeke, Kuurne, Bissegem, Lauwe verdubbelde
+sedert 1820, is die van Avelgem, Waarmaarde, Heestert,
+Ansegem en Tiegem merkelijk verminderd.<!-- Page 55 --><span class='pagenum'><a name="Page_55" id="Page_55">[Pg 55]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XIII" id="XIII"></a>XIII.</h2>
+
+<h2><a name="Oudenaarde" id="Oudenaarde"></a>Oudenaarde.</h2>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Daar zit en droomt gij aan de Schelde,<br /></span>
+<span class="i0">En spiegelt u in 't klare nat.<br /></span>
+<span class="i0">Uw roem en welvaart zijn verzwonden;<br /></span>
+<span class="i0">Toch zal mijn lied uw lof verkonden,<br /></span>
+<span class="i0">o Moedergrond, o vaderstad!<br /></span>
+<span class="i0">Toch blijft gij steeds mijn liefste schat,<br /></span>
+<span class="i0">Mijn dierbaar Oudenaarde!<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Dus zingt <span class="smcap">G. Antheunis</span>, een zoon van Oudenaarde.</p>
+
+<p>Men weet, dat de keuren, welke 's lands vorsten
+aan de opkomende gemeenten schonken, de openbare
+veiligheid waarborgden, de rechten en plichten tusschen
+de poorters en den landheer bepaalden.</p>
+
+<p>Oudenaarde dankte zijne keure aan Philip van Elzas.
+De eerste versterkingen der stad waren van 1188.</p>
+
+<p>In den loop der eeuwen werd Oudenaarde dikwijls
+belegerd: door de Gentenaars in 1382 en in 1452;
+door de Franschen in 1658, 1667, 1684, 1708 en 1745.</p>
+
+<p>Ten jare 1382 stond Frans Ackerman, een der
+hardnekkigste voorstanders van Philip van Artevelde,
+aan het hoofd der belegeraars.</p>
+
+<p><span class="smcap">Froissart</span> wil, dat deze alsdan gebruik maakten
+van hun groot kanon: <i>de dulle Griet</i>. Zeker is het,
+dat dit moordtuig in 1476 bestond. Dit jaar betaalde
+men eene &laquo;zekere leveringhe van hout,&raquo; en eenen<!-- Page 56 --><span class='pagenum'><a name="Page_56" id="Page_56">[Pg 56]</a></span>
+grooten olm, &laquo;daer eene busse, gheheeten de groote
+Griete&raquo; en andere &laquo;engienen&raquo; in gelegd werden.</p>
+
+<p>Toen de Gentenaars in 1452 de stad innamen,
+werden vier personen wegens verraderij onthoofd:
+Jan en Lieven Willems, Lieven Boene en Everaard
+van Botelaer.</p>
+
+<p>Bij deze belegering verloren de Gentsche bakkers
+&laquo;eenen rebaude ende twee taergen.&raquo;</p>
+
+<p>In het begin der XVI<sup>e</sup> eeuw was de stad nog niet
+groot, maar zeer rijk. Zij telde honderden tapijtwerkers,
+wier voortbrengselen heinde en verre gezocht werden.
+De grootste schilders van Antwerpen, Teniers en
+anderen, leverden teekeningen voor den kunstigen
+arbeid. In het gasthuis bewondert de reiziger nog twee
+groote muurtapijten, jachten met valken voorstellende.</p>
+
+<p>Frans I, koning van Frankrijk, stichtte in zijn land
+de eerste tapijtweverijen. Hendrik IV riep uit Vlaanderen
+bekwame wevers, aan wie hij bijzondere voorrechten
+verleende. Mark de Cooman en Frans van
+der Plancke stonden aan het hoofd der werkzaamheden.
+Omtrent het jaar 1650 toog Jan Janssens, van Oudenaarde,
+ook naar Parijs. Vier jaren nadien werd deze
+op zijne beurt &laquo;ma&icirc;tre tapissier du Roy.&raquo;</p>
+
+<p>Hedendaags telt Oudenaarde ternauwernood 6,000
+inwoners. Den Donderdag van elke week houdt men er
+eene belangrijke markt van landbouwvoortbrengselen.
+De brouwerij is mede een voorname tak der plaatselijke
+nijverheid.</p>
+
+<p>Dat Oudenaarde eens rijk was, blijkt uit de pracht
+zijner openbare gebouwen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 367px;">
+<img src="images/image02.jpg" width="367" height="501" alt="Stadhuis Van Oudenaarde." title="" />
+<span class="caption">Stadhuis Van Oudenaarde.</span>
+</div>
+
+<p>Een zeer merkwaardig gebouw is de kerk van Pamele,
+tegen de Schelde. Zij is een werk van den bouwmeester
+<span class="smcap">Arnold van Binche</span> en dagteekent van 1235-1239.
+Zij behoort tot den overgangsstijl en is bijna onveran<!-- Page 57 --><!-- Page 56p -->derd
+bewaard gebleven. Over eenige jaren waren de
+muren nog beplakt en gewit, maar <span class="smcap">Aug. van Assche</span>
+herstelde den tempel op meesterlijke wijze, en thans
+prijkt hij weer in zijne eerste, strenge schoonheid.</p>
+
+<p>De Sinte-Walburgakerk werd begonnen in 1414,
+voltrokken in 1515. Het koor, over weinige jaren hersteld,
+is ouder dan het schip. Den toren, die 88 meters
+hoog is, bouwde Jan van der Eecke in 1478 en volgende
+jaren. Getroffen door den bliksem, in den zomer
+van 1803, verloor hij zijne sierlijke naald. Deze had
+eene hoogte van 78 meters, en was vervaardigd geworden
+door Thomas Goossens, van Gent, in 1619.</p>
+
+<p>De beeldstormers der XVI<sup>e</sup> eeuw richtten te Oudenaarde
+groote verwoestingen aan. Op St-Bartholome&uuml;sdag
+1566 plunderden zij de kerken, alles verwoestende,
+wat men niet in veiligheid had kunnen brengen.</p>
+
+<p>Den 4 October 1572 wierpen eenige schurken, aangevoerd
+door den kapitein Blommaert, zes priesters
+in de Schelde: Paulus van Coye, Pieter van den Hende,
+Jan van Bracle, Jacob de Deckere, Jan van Opstalle
+en Jacob van Anvaing. In den avond leidde men hen
+uit het kasteel van Pamele, waar zij sedert den 7 September
+gevangen zaten, naar het nieuw kasteel. Hier
+werden zij &laquo;ontcleet tot op huerlieder hemde;&raquo; en
+nadat men hun de handen en de beenen gebonden had,
+schoot men hen &laquo;met den hoofde voren, door de
+veijnsters&raquo; in den stroom. Jacob van Anvaing werd
+nochtans &laquo;wonderlijck verlost.&raquo; Dit verrichtten de
+verdedigers van de &laquo;gewetensvrijheid,&raquo; de &laquo;verdraagzame&raquo;
+geuzen!</p>
+
+<p>Het stadhuis, een toonbeeld van den praalzuchtigen
+stijl der derde Gothiek, en bovendien een echt juweel,
+is van 1525-1580. <span class="smcap">Hendrik van Pede</span>, van Brussel,
+werd gelast met het vervaardigen van de teekeningen,<!-- Page 58 --><span class='pagenum'><a name="Page_58" id="Page_58">[Pg 58]</a></span>
+alsook met het besturen en bewaken van de werken.
+<span class="smcap">Willem de Ronde</span> zorgde voor de bouwstoffen en het
+beeldhouwen der steenen.</p>
+
+<p>De eventijdige rekeningen der stad noemen nog
+andere kunstenaars: <span class="smcap">Adriaan van Hoorick, Paul van
+der Schelde, Joris de la Potellerie, Michiel Pieters,
+Gillis Spierinck, Jozef de Clercq</span>.</p>
+
+<p><span class="smcap">P. van der Schelde</span> sneed het merkwaardig portaal
+in eikenhout, dat de raadzaal verrijkt. Dit gewrocht
+behoort tot den Renaissancestijl.</p>
+
+<p>Te Kortrijk liet men &laquo;den patroen maecken van de
+caven, staende binnen den scepenhuuse.&raquo; Deze werden
+nochtans niet nagebootst.</p>
+
+<p>De volkszaal, in den laatsten tijd hersteld en versierd
+door <span class="smcap">Verhaegen, Blanchard, Bressers</span> en
+<span class="smcap">Hendrickx</span>, is schoon te noemen. Op de schouw
+leest men het jaartal 1545. De beeltenissen van Karel
+den Groote, Liederik de Buck, Robrecht van Bethune
+en Karel V versieren de muren.</p>
+
+<p>Het muse&uuml;m van oudheden en de bibliotheek zijn
+niet van belang ontbloot. In het muse&uuml;m bewaart men
+oude wapens, zegels, bogen en sporen, wijnkannen
+uit de XV<sup>e</sup> eeuw. Daar is ook de boekerij van wijlen
+Karel Liedts.</p>
+
+<p>De toren van het stadhuis of het Belfort is almede
+een meesterstuk van smaak en zwierigheid. Het Belfort
+is 40 meters hoog, en draagt op zijn toppunt een
+verguld koperen beeld van twee meters: <i>Jantje van
+Oostenrijk</i>, zegt eene oorkonde. Jantje staat daar te
+prijken sedert 1580.</p>
+
+<p>Oudenaarde bezit nog andere gebouwen, die een
+bezoek verdienen: het oude huis van Burgondi&euml;, langs
+de Schelde, nu tot vredegerecht ingericht, en het
+voormalige klooster van Maagdendale, niet verre van
+de kerk van Pamele, nu ene kazerne.<!-- Page 59 --><span class='pagenum'><a name="Page_59" id="Page_59">[Pg 59]</a></span></p>
+
+<p>Een paar gekende rederijkkamers: <i>Pax vobis</i> en <i>de
+Kersowieren</i> hielden tooneelwedstrijden en woonden
+vreemde landjuweelen bij. In hunne stad stelden zij
+prijzen op in 1462 en in 1564. <i>Pax vobis</i> ging naar
+Kortrijk in 1512. Men wil ten andere, dat de gezellen
+dier twee steden altijd &laquo;in vrinscepe&raquo; leefden. Zelfs
+schonk het magistraat van Oudenaarde, in 1559, &laquo;aen
+die van Curtrijcke in dancbaerheden een vriendelic
+banket,&raquo; dat ruim 567 pond parisis kostte.</p>
+
+<p>Op het landjuweel van Gent, in 1440, verschenen
+de Oudenaardsche genootschappen met 88 gezellen
+zonder boog, 365 met boog, eenen speelwagen, 339
+ruiters en eenen koning, omringd door 79 poorters.</p>
+
+<p>Het landjuweel van 1497 overtrof al de voorgaande
+kunstfeesten in pracht en luister. Nu zond Oudenaarde
+132 wagens, overdekt met wit laken, 88 paren ruiters
+en meer dan 200 gezellen te voet.</p>
+
+<p>Te Oudenaarde stond de wieg van Margareta van
+Parma, geboren &laquo;binnen Pamele, op het Spei,&raquo; van
+Joanna van de Gheenst; &mdash; van <span class="smcap">Matthijs de Casteleyn</span>
+(1488-1550), Vlaamschen dichter, behoorende tot de
+rederijkkamer <i>Pax vobis</i>; &mdash; van <span class="smcap">Jan van den Driessche</span>,
+meer gekend onder den naam van <span class="smcap">Drusius</span>
+(1550-1616); &mdash; van den schilder <span class="smcap">Adriaan Brouwer</span>
+(1608-1640); &mdash; van <span class="smcap">Jan Raepsaet</span> (1750-1832),
+rechtsgeleerde, oudheidkundige en geschiedschrijver; &mdash; van
+<span class="smcap">B. de Rantere</span> (1775-1831), kroniekschrijver; &mdash; van
+den reeds genoemden staatsman <span class="smcap">Liedts</span>; &mdash; van
+den geschiedvorscher <span class="smcap">A. van der Meersch</span>; &mdash; van
+den geleerden pater <span class="smcap">van Tricht, S. J.</span> (1842-1897); &mdash; van
+den dichter en toonkundige <span class="smcap">G. Antheunis</span> (1840).</p>
+
+<p>De Casteleyn, &laquo;priester en excellent po&euml;et,&raquo; had
+eenen grooten dunk van &laquo;de conste van rhetorijcke.&raquo;
+Ik schreef, zegt hij ergens, 36 esbatementen, 38 tafel<!-- Page 60 --><span class='pagenum'><a name="Page_60" id="Page_60">[Pg 60]</a></span>spelen,
+12 staande spelen &laquo;van sinne&raquo; en 30 wagenspelen.
+Het boek, waarin hij zijne voorschriften uiteenzette,
+verscheen na zijnen dood, en wel in 1555.
+Het bleef gedurende eene eeuw het wetboek voor allen,
+die aanspraak wilden maken op den naam van dichter.</p>
+
+<p>Drusius werd leeraar der Oostersche talen te Oxford,
+te Leiden en te Franeker. Verscheidene gewrochten
+over het Oude Testament en de heilige Schrift vloeiden
+uit zijne pen.</p>
+
+<p>Brouwer heeft men &laquo;den Rubens van het genre&raquo;
+genoemd. Met voorliefde maalde hij tooneelen uit het
+woeste leven in de kroegen. Vechtende, rookende,
+slapende, bedwelmde en onpasselijke boeren en slempers,
+ziedaar de onderwerpen van zijne tafereeltjes.
+Maar deze zijn wonderkeurig bewerkt, en tintelen van
+humor en argelooze waarheid.</p>
+
+<p>B. de Rantere hield zich langen tijd en met onvermoeide
+volharding bezig met het opsporen van de
+belangrijke archieven, die ten stadhuize bewaard worden.
+Ook genoot hij onder zijne medeburgers de eervolle
+onderscheiding, die alleen den braven en rechtzinnigen
+man ten deele valt.</p>
+
+<p>Liedts schonk zijne gansche boekerij aan de stad.</p>
+
+<p>Mevrouw Verwee, geboren Maria d'Huygelaere, is
+ook een kind van Oudenaarde. Zij dichtte de gekende
+<i>Meerschbloemen</i>.<!-- Page 61 --><span class='pagenum'><a name="Page_61" id="Page_61">[Pg 61]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XIV" id="XIV"></a>XIV.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_Leupegem_en_Edelare" id="Naar_Leupegem_en_Edelare"></a>Naar Leupegem en Edelare.</h2>
+
+
+<p>Leupegem en Edelare zijn twee kleine, maar vriendelijke
+gemeenten in de nabijheid van Oudenaarde.</p>
+
+<p>Leupegem heeft 1050, Edelare ongeveer 400 inwoners.
+Te Leupegem aanschouwde de rederijker <span class="smcap">J.-B.
+de Backer</span> het levenslicht (1783).</p>
+
+<p>Den steenweg naar Geeraardsbergen volgende, beklimt
+men den Edelare-berg, die ruim 80 meters hoog
+is. De helling is nog al steil. Ook zal de wandelaar
+wel eens poozen, en dan eenen blik werpen op de stad
+en de vallei der Schelde.</p>
+
+<p>Oudenaarde, met zijne torens, daken en schouwen,
+ligt daar v&oacute;or hem, in de diepte, te midden van uitgestrekte,
+zachtgroene beemden, waar koeien grazen
+en kinderen spelen. Tusschen Melden en Elzegem
+kronkelt de Schelde, tintelend in den glans der zomerzon.
+Aan den anderen kant onderscheidt men het oude
+Eename, het nijverige Eine, Heurne met zijnen witten
+kerktoren, en verder de hoogten van Gaver en het
+Belfort van Gent.</p>
+
+<p>Tusschen Edelare en Oudenaarde zijn de bronnen,
+die de stad voorzien van goed drinkbaar water.</p>
+
+<p>Edelare heeft een Gothisch kerkje, dat goed hersteld
+is. Het staat op het hoogste des bergs. Eenige minuten
+verder rijst de vermaarde kapel van O.-L.-Vrouw van<!-- Page 62 --><span class='pagenum'><a name="Page_62" id="Page_62">[Pg 62]</a></span>
+Kerselaar, te midden van eenige eenvoudige huisjes.
+Langs den weg ontmoet men de veertien tafereelen
+van het lijden des Zaligmakers. Men waant, dat de
+koornaren daar weemoediger ruischen dan elders; dat
+de leeuwerik daar stiller zingt, dan hij pleegt. O die
+godsdienstige po&euml;zij in Vlaanderens heerlijke velden!...</p>
+
+<p>Edelare was voorheen eene wijk van Volkegem. Een
+pastoor dier plaats, Rogier van Brakel, bezat een
+houten beeldje van de Moeder Gods. Toen de brave
+man zijn einde voelde naderen, schonk hij het beeld
+aan zijne bloedverwante Katharina van Brakel. Deze
+bracht het, in de maand October 1452, naar Edelare,
+en hechtte het aan eenen kerseboom.</p>
+
+<p>Korten tijd nadien bouwde men eene kleine kapel.
+Den 5 Juli 1459 verslonden de vlammen dit heiligdom.</p>
+
+<p>Dank aan de milddadigheid van den toenmaligen
+heer van Oudenaarde, Odoward Blondeel de Joigny,
+legde men reeds den 21 Juli daaropvolgende den
+eersten steen van eene grootere en schoonere bedeplaats.
+De bisschop van Kamerijk wijdde ze den 3 Mei
+1460, op den feestdag der Kruisvinding.</p>
+
+<p>Na de beeldstormerij deed Jacob de Joigny de kapel
+herstellen en vergrooten. De Jacobijnen verkochten ze,
+in 1798, aan zekeren Thomas Lepape. Drie jaren nadien
+nam M. Martroye, van Oudenaarde, het gebouw
+in bezit. Hij verkocht het op zijne beurt, in 1831, en
+den 30 April 1833 stelde de bisschop van Gent de
+hedendaagsche bestuurwijze vast.</p>
+
+<p>V&oacute;or de Fransche omwenteling bezat de kapel van
+Kerselaar eenige vaste goederen, alsook kostbare
+juweelen en altaargewaden.</p>
+
+<p>Aan het gewelf hangt, sedert 1860, een houten
+krokodil, gesneden door <span class="smcap">van Biesbrouck</span>. Men verhaalt,
+dat Joost de Joigny, heer van Pamele, in 1555 op zijnen
+tocht langs den Nijl door eenen krokodil werd bedreigd.<!-- Page 63 --><span class='pagenum'><a name="Page_63" id="Page_63">[Pg 63]</a></span>
+De ridder beloofde, bij zijne terugkomst in het vaderland,
+het monster in de kapel van Kerselaar dankbaar
+op te hangen, indien hij het gevaar mocht ontkomen.
+Hij ontsnapte inderdaad aan den dood, en bracht zijne
+belofte onverwijld ten uitvoer.</p>
+
+<p>De Franschen zonden het geraamte naar de natuurkundige
+verzameling eener Gentsche school.</p>
+
+<p>Meer dan eens kwamen 's lands vorsten v&oacute;or het
+altaar der Moeder Goris nederknielen: Maria van Burgondi&euml;
+in 1480, Maximiliaan van Oostenrijk in 1513,
+Karel V in 1521, Philip II in 1557, Izabella in 1625.</p>
+
+<p>De wijding der kapel wordt jaarlijks gevierd op den
+eersten Zondag na Kruisvinding, in de bloeiende
+Meimaand.</p>
+
+<p>De bedevaarders van het Westen, die met het krieken
+van den dag te Oudenaarde toekomen, bidden onderwege
+luidop den Rozenkrans, en keeren later met kransen
+en vaantjes terug. De kinderen koopen &laquo;lekkie.&raquo;</p>
+
+<p>Den 2 Mei 1711 keurde het vicariaat van Doornik
+de plaatsing goed van een beeldje van O.-L.-Vrouw
+van Kerselaar, op het altaar der H. Drievuldigheid, in
+de kapittelkerk van Kortrijk. Tevens stichtte men eene
+broederschap, wier leden alle jaren, op den Zaterdag
+der novene, te Edelare plechtig werden ingehaald.</p>
+
+<p>De huidige kapel van Kerselaar is tamelijk groot,
+en heeft een slank torentje. Zij bezit twee altaren.
+Maria heeft haar Kindeken op den rechterarm. Verder
+leest men dit jaarschrift:</p>
+
+<p><span class="smcap">UW gekroonD WonDerbeeLD bLIJVe aLLer
+toeVLUCht</span>.</p>
+
+<p>Wij kennen eene oude plaat van <span class="smcap">du Tielt</span>, voorstellende
+den heuvel van Kerselaar, met den boom,
+de kapel en het lachende landschap rond Oudenaarde.<!-- Page 64 --><span class='pagenum'><a name="Page_64" id="Page_64">[Pg 64]</a></span>
+Op eene wapperende banier prijkt een vers uit het Hooglied:
+&laquo;Hare vrucht is zoet; dus Maria groet!&raquo;</p>
+
+<hr />
+
+<p>Niet verre van Kerselaar, tusschen Oudenaarde en
+Volkegem, op de helling van den berg, ligt eene wijd
+gekende herberg: <i>Tivoli</i>. Onder de linden, v&oacute;or het
+huis, kan men een half uurtje rusten en... genieten.
+In den zomer wordt de Tivoli door de bevolking van
+Oudenaarde druk bezocht.</p>
+
+<p>Achter de heuvelen van Volkegem schuilen Mater en
+S<sup>te</sup>-Maria-Hoorebeke. Het schijnt, dat deze dorpen in
+de XVI<sup>e</sup> eeuw bewoond werden &laquo;door scaemele lieden,
+legghewerckers en tapijtwevers.&raquo; De meesters bewoonden
+Oudenaarde.</p>
+
+<p>Al die handwerkers, &laquo;dagelijcx ommegaende met
+Fransche en Duitsche kooplieden in wolle, wierden
+door hen allengskens besmet met de leering van Luther
+en Calvin.&raquo; De dorpen, gelegen op den anderen oever
+der Schelde, &laquo;bleven van de nieuwe leering bevrijd,
+als weinig uitstaans hebbende met vreemdelingen.&raquo;</p>
+
+<p>De menschen &laquo;der voornoemde parochi&euml;n, meest
+de leer van Calvin toegenegen,&raquo; waren de eerste,
+&laquo;die ten jare 1566 de beelden braken, zoo binnen
+als buiten de stede.&raquo;</p>
+
+<p>Gedurende het daaropvolgende bestuur van den
+hertog van Alva moesten velen het land verlaten. Zij
+vertrokken &laquo;met vrouwen en kinderen naar Duitschland,
+Engeland en Frankrijk.&raquo; Doch na de Bevrediging
+van Gent, in 1577, keerden zij naar hunne haardsteden
+terug.</p>
+
+<p>Later vestigden zich de meesten te Maria-Hoorebeke.
+De tempel, &laquo;waer zij hunnen godsdienst uitoefenden,
+lag op het gehucht Grysbeke.&raquo;</p>
+
+<p>S<sup>te</sup>-Maria-Hoorebeke is inderdaad, te midden van het<!-- Page 65 --><span class='pagenum'><a name="Page_65" id="Page_65">[Pg 65]</a></span>
+katholieke Vlaanderen, eene protestantsche gemeente
+gebleven. Het handschrift, waaraan wij deze bijzonderheden
+ontleenen, voegt er bij, dat &laquo;die gereformeerden
+zich zeer gerustelijck houden.&raquo;</p>
+
+<p>Elzegem, tusschen de Schelde en de grens van West-Vlaanderen
+gelegen, heeft een fraai kasteel.</p>
+
+<p>Te Elzegem stichtte Bernaard van Bracle, in 1416,
+eene priorij. Langen tijd hielden de kloosterlingen zich
+bezig met het schrijven en binden van boeken. Wij
+weten althans, dat het bestuur van Sint-Martenskerk,
+te Kortrijk, in 1462 aldaar &laquo;twee vulle zouters met
+vigeli&euml;n&raquo; bestelde, alsmede &laquo;eenen hantifenere.&raquo;
+Ten jare 1466 maakte men van dit laatste boek een
+nieuw afschrift.</p>
+
+<p>Etikhove, met 2,500 inwoners, ligt oostwaarts, op
+de Markebeek. Daar vond men in 1869 eene zekere
+hoeveelheid gouden geldstukken, dagteekenende van
+1469 tot 1598, met de beeltenissen van Ferdinand V,
+Karel V, Frans I, Sebastiaan I en Philip II. De schat,
+eene waarde hebbende van ongeveer 500 fr., werd opgedolven
+in eene weide van L. Blommaert, op het
+gehucht Grootendriesch.<!-- Page 66 --><span class='pagenum'><a name="Page_66" id="Page_66">[Pg 66]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XV" id="XV"></a>XV.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_Gaver" id="Naar_Gaver"></a>Naar Gaver.</h2>
+
+
+<p>Benoorden Oudenaarde kronkelt de Schelde voorbij
+Eename, Eine en Heurne; dan richt zij zich oostwaarts
+naar Welden, Hermelgem, Meilegem en Dikkelvenne,
+en vloeit vervolgens weer het Noorden in,
+wijkende voor den heuvel van Gaver.</p>
+
+<p>Eine is eene schoone, nijverige gemeente, met ongeveer
+3,000 inwoners. Men vindt er sedert eenige
+jaren eene spinnerij en eene weverij, die ieder tweehonderd
+werklieden bezig houden.</p>
+
+<p>Boven de deur eener herberg leest men deze eigenaardige
+rijmen:</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Komt in den Belg<br /></span>
+<span class="i0">En neemt een zwelg,<br /></span>
+<span class="i0">Want 't beste nat<br /></span>
+<span class="i0">Is nog in 't vat.<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>De dorpskerk bestaat uit oude en nieuwere deelen.
+Groote herstellingen werden gedaan in 1601 en 1623.</p>
+
+<p>Als eene plaatselijke eigenaardigheid noemen wij
+&laquo;den koddigen fittel,&raquo; op den laatsten dag der jaarlijksche
+kermis. Alle gebeurtenissen, die gedurende de
+verloopen maanden de aandacht des volks boeiden,
+worden door de jonge lieden zinnebeeldig voorgesteld.
+Met het vallen van den avond trekt de stoet zingend
+en spelend door de voornaamste straten der gemeente,
+hier en daar stilhoudende om de toegestroomde menigte
+door allerlei bokkesprongen te verlustigen.<!-- Page 67 --><span class='pagenum'><a name="Page_67" id="Page_67">[Pg 67]</a></span></p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Vrienden, wij zijn al verblijd,<br /></span>
+<span class="i0">Nu met den kermistijd;<br /></span>
+<span class="i0">Wij hebben ons best gedaan,<br /></span>
+<span class="i0">En de fittel blijft bestaan.<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Eine vormde in vroegere eeuwen, met het omliggende,
+de onafhankelijke heerlijkheid van de graven
+de Landas. Hunne burcht stond tusschen de kerk en
+de Schelde, op &laquo;de Motte.&raquo;</p>
+
+<p>Het kapittel van Sint-Elooi, te Eine, bezat onder
+andere &laquo;eene seer oude fondatie, wesende van het jaer
+1185, ghemaect by Gerardus de Landas.&raquo;</p>
+
+<p>Arnold de Landas vergezelde den graaf van Vlaanderen
+ter eerste kruisvaart. Toen hij wederkeerde,
+haalden de ruiters van Eine en de naburige dorpen
+hem zegevierend in. De held had een stuk van het
+waarachtig Kruis des Zaligmakers mede. Van dit stuk
+maakte men nadien een kruisje, dat men nog in de
+dorpskerk bewaart.</p>
+
+<p>Alle jaren, op Sint-Pietersdag, herdenkt men dezen
+tocht door eene ruitersprocessie. Na den ommegang
+zegent men de ruiters en de paarden, v&oacute;or de kerkdeur,
+met het gebeente van Sint Elooi.</p>
+
+<p>Eene dergelijke plechtigheid bestaat ook te Asper,
+ten Noorden van Eine, maar op den feestdag van
+Sint-Marten in het begin van Juli. De weg, dien men
+hier volgt, loopt naar al de uiteinden der gemeente,
+langs straten en wegels.</p>
+
+<p>De voetgangers komen v&oacute;or het krieken van den
+dag, om drie ure 's morgens, aan de kerk bijeen. Nu
+eens biddende, dan weer zingende, gaan zij voort. Aan
+ieder kapelleken, dat zij ontmoeten, toeven zij eenige
+stonden. Rond zes ure is de menigte weer aan de kerk.</p>
+
+<p>De ruiters vertrekken om vijf ure en volgen denzelfden
+weg, doch houden nergens stil, tenzij aan de
+kapel van Sint-Marten.<!-- Page 68 --><span class='pagenum'><a name="Page_68" id="Page_68">[Pg 68]</a></span></p>
+
+<p>Den volgenden Zondag wordt de ommegang vernieuwd,
+doch alleen rondom het kerkhof. Al de inwoners
+van Asper, die kunnen, en honderden vreemdelingen,
+zijn in de hoogmis tegenwoordig. De processie
+met het Allerheiligste is schoon, treffend. Eene zee van
+volk overdekt het kerkhof, eerbiedig biddende; honderden
+ruiters volgen op stap, doch blijven buiten den
+muur, die den doodenakker omringt.</p>
+
+<p>Zoodra dan de processie binnen is, verschijnen de
+ruiters der gemeente met hun vaandel op het kerkhof.
+Driemaal doen zij den ommegang, eerst op stap, daarna
+op den draf en eindelijk in de vlucht.</p>
+
+<p>Het teeken is gegeven en beurtelings rijden de
+boeren van Nazareth, Eeke, Heurne, Mulhem, Zingem,
+Eine en andere plaatsen den ommegang. De klok luidt,
+de beiaard speelt, het volk juicht en &mdash; Sint-Martenskermis
+is volop aan den gang.</p>
+
+<p>Asper heeft 1,860 inwoners.</p>
+
+<p>Tusschen Heurne en Asper beschrijft de Schelde
+eene bocht. Daar ligt Zingem, in eene vruchtbare
+vlakte. Het dorp telt 2,400 zielen.</p>
+
+<p>Na de godsdienstige woelingen der XVI<sup>e</sup> eeuw was
+de kerk van Zingem heel bouwvallig. De toren stortte
+neder in 1580. &laquo;Dit was de ruine van den tempel,
+want het koor viel ook in.&raquo;</p>
+
+<p>De herstelling begon in 1593. Het metselwerk van
+den toren was in 1613 geheel opgemaakt. In 1635
+zette men op den toren &laquo;eene spits van 100 voeten,
+met vier kleyne torentjes, elk 20 voeten hoog.&raquo;
+<span class="smcap">Hendrik van Haeren</span>, pastoor der parochie van 1696
+tot 1712, stelde een verslag over al die werken op.
+Zijn handschrift is in het archief der kerk.</p>
+
+<p>Onlangs teisterde een brand het sierlijke bedehuis.</p>
+
+<p>Bewesten Zingem daagt Huise, de geboorteplaats
+van den toondichter <span class="smcap">Gevaert</span>.<!-- Page 69 --><span class='pagenum'><a name="Page_69" id="Page_69">[Pg 69]</a></span></p>
+
+<p>Gaver, de geboorteplaats van den geleerden <span class="smcap">Amand
+Bauwens</span>, is eene gemeente van nagenoeg 1,700 zielen.</p>
+
+<p>Daar beginnen de eerste heuvelen, die langs Balegem
+naar het land van Aalst loopen.</p>
+
+<p>Gaver is het meest gekend door den veldslag, dien
+Philip de Goede in 1453 op de Gentenaren won. Men
+weet, wat er gebeurde.</p>
+
+<p>Gent en Brugge &mdash; merkt David aan &mdash; even bloeiend
+door nijverheid en koophandel, maar ook even brooddronken
+in den voorspoed, hadden, sedert ruim eene
+eeuw, aan den landheer zelden of nooit meer volkomen
+gehoorzaamd. Beide steden hadden, nu eens met reden,
+dan weer uit enkelen wrevel, de graven gedwarsboomd,
+en ja de wapens tegen hen opgevat, om wettiglijk
+verworven of aangematigde rechten en vrijheden
+voor te staan.</p>
+
+<p>Zoo ging het weer omtrent het midden der XV<sup>e</sup> eeuw.</p>
+
+<p>Door de langdurige oorlogen, welke Philip de Goede
+had moeten voeren, stak deze in groote schulden.
+Daarom vroeg hij eene tijdelijke belasting van twee
+stuivers grooten &laquo;up elc hoet zouts.&raquo;</p>
+
+<p>De Gentenaars weigerden, en de hertog verliet de
+stad met het vast besluit van er geenen voet meer in
+te zetten, vooraleer zij zich zou hebben onderworpen
+aan dien eisch.</p>
+
+<p>Nu volgde de eene moeilijkheid op de andere. In
+den zomer van 1453 riep de Burgondi&euml;r uit al zijne
+landen nieuwe manschap op. Hij trok van Rijsel naar
+Kortrijk, toog Oost-Vlaanderen in, veroverde het kasteel
+van Schendelbeke, benoorden Geeraardsbergen,
+maakte zich meester van het slot van Poeke, nabij
+Nevele, en kwam den 15 Juli voor Gaver.</p>
+
+<p>Het stormde in Gent. Roeland zond zijne zware stem
+over de stad; jong en oud vloog in de wapens. Volgens
+<span class="smcap">la Marche</span> &mdash; een gelijktijdige schrijver &mdash; trokken<!-- Page 70 --><span class='pagenum'><a name="Page_70" id="Page_70">[Pg 70]</a></span>
+twee heiren de poorten uit; het eene, 25,000 man
+sterk, ging langs Merelbeke en Vurste; het andere,
+dat ongeveer 20,000 man telde, toog oostwaarts
+over Lembeke.</p>
+
+<p>Den standaard der gemeente rechtte men op het
+veld van Semmerzake, benoorden Gavere. De opstandelingen
+gehoorzaamden aan Jacob Meeussone en
+Diederik van Scaubrouck.</p>
+
+<p>Men vocht den 23 Juli. De Gentenaars verweerden
+zich als ware helden. Zij wondden den jongen Karel
+en meenden zelfs zijnen vader, den hertog, in het gras
+te doen bijten, toen de krijgskans keerde. Nagenoeg
+20,000 Vlamingen bleven dood, versmoord in de
+Schelde, vertrappeld onder de paarden, of neergeveld
+door de wapenen.</p>
+
+<p>Nu nog draagt een deel van het bloedige slagveld
+den naam van &laquo;Roode Zee.&raquo;</p>
+
+<hr />
+
+<p>Voor de liefhebbers onzer folklore zij hier aangestipt,
+dat zij langs de Schelde eenen rijken oogst
+kunnen opdoen.</p>
+
+<p>Te Asper vertelt men van Sneeuwwitje, het beminnelijk
+kind, en den koning van Oosterbant; te Zingem
+zingt men nog altoos het oude <i>liedje van de week</i>:</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">De Zondag, de Zondag,<br /></span>
+<span class="i0">Dat is de dag des Heeren;<br /></span>
+<span class="i0">Dan doen wij onze schoenen aan,<br /></span>
+<span class="i0">En onze beste kleeren.<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Ziehier een raadseltje, dat wij in dezelfde gemeenten
+hoorden stellen:</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Asper en Zingem,<br /></span>
+<span class="i0">En het kerksken van Mullem,<br /></span>
+<span class="i0">In hoeveel staven spelt gij &mdash; dat?<br /></span>
+<!-- Page 71 --><span class='pagenum'><a name="Page_71" id="Page_71">[Pg 71]</a></span></div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XVI" id="XVI"></a>XVI.</h2>
+
+<h2><a name="Binders_of_Branders" id="Binders_of_Branders"></a>Binders of Branders.</h2>
+
+<h2><span class="smcap">Eene bladzijde uit de geschiedenis van den
+Boerenkrijg</span></h2>
+
+
+<p>Onze lezers weten, dat de Franschen, op het einde
+der XVIII<sup>e</sup> eeuw, millioenen en millioenen uit
+ons vaderland haalden. Die ontzaglijke sommen noemden
+zij belastingen, bevoorradingen voor het leger,
+gedwongen leeningen. Wij voegen er bij: plunderingen
+van allerlei aard, aftroggelarijen, diefstallen.</p>
+
+<p>In het jaar 1794 mislukte de oogst. De daaropvolgende
+winter was buitengewoon streng. De prijzen
+der levensmiddelen stegen overal, eene algemeene
+ellende stond v&oacute;or de deur.</p>
+
+<p>Er was meer. De goddeloosheid vermeerderde van
+dag tot dag; de mindere man dompelde zich in allerhande
+ondeugden.</p>
+
+<p>De eerlijke lieden weigerden openbare ambten te
+aanvaarden; de misdrijven werden weinig of niet
+beteugeld.</p>
+
+<p>Moet het ons dan verwonderen, dat de aanslagen
+tegen personen en eigendommen gedurig toenamen;
+dat vele ongelukkigen in de bosschen samenscholen,
+levende van roof en plundering.</p>
+
+<p>In Oost-Vlaanderen noemde men die booswichten
+Binders of Branders.<!-- Page 72 --><span class='pagenum'><a name="Page_72" id="Page_72">[Pg 72]</a></span></p>
+
+<p><span class="smcap">De Rantere</span> teekende aan, dat de omstreken van
+Oudenaarde op het einde van 1795 zeer onveilig gemaakt
+werden door eene bende &laquo;roovers en vagabonden.&raquo;
+Zulke benden, zegt hij, waren in het land zeer
+vermenigvuldigd, dank aan &laquo;de slappe politie.&raquo;</p>
+
+<p>De roovers gebruikten eenen langen boom, waarmede
+zij de deuren der hoeven inliepen. De menschen,
+die zij te bedde vonden, namen zij vast, hen bindende
+aan armen en beenen. Dan legden zij hen v&oacute;or
+een blakend vuur, stekende eene brandende kaars aan
+hunne voeten, ten einde te vernemen waar hunne
+gespaarde penningen verborgen waren.</p>
+
+<p>Van zulke misdaden hoorde men schier dagelijks
+spreken, doch het was voornamelijk in den omtrek van
+Beveren, dat de roovers den boer schrik aanjoegen. Zoodanig,
+spot de schrijver, waren &laquo;de goede zeden reeds
+verbasterd door de goede regeering der Franschen.&raquo;</p>
+
+<p>De kapitein der Binders was N. de Witte, van Beveren.
+Geholpen door eenige gezellen, vermoordde hij den
+2 Mei 1796, bij de herberg <i>la Belle H&ocirc;tesse</i>, eenen
+landbouwer van Mater: J.-B. de Gezelle.</p>
+
+<p>Twee maanden nadien werd de schurk gevangen
+genomen door Frans Goeminne en eenige andere
+boeren. Hij was de tweede van heel het departement,
+die te Gent onthalsd werd.</p>
+
+<p>In de eerste dagen van Maart 1797 bracht men te
+Oudenaarde nogmaals vijf Branders in. Deze waren
+van Ronse. De Rantere noemt er twee: J.-B. de Miel,
+kapitein, en N. Lefebure. Als bewijsstuk had men
+eenen boom mede, die twaalf voet lang was.</p>
+
+<p>Al die schavuiten legden naderhand, voor hunne
+gepleegde gruweldaden, het hoofd onder het mes van
+den beul.<!-- Page 73 --><span class='pagenum'><a name="Page_73" id="Page_73">[Pg 73]</a></span></p>
+
+<hr />
+
+<p>Een goed jaar nadien borst de Boerenkrijg in onze
+gewesten uit.</p>
+
+<p>In dien tijd leefde de reeds genoemde B. de Rantere.
+Deze verhaalt, dat de gendarmen van Ronse den
+25 October 1798 naar Oudenaarde kwamen. Uit hunnen
+mond vernam men, dat de opstand aldaar werkelijk
+uitgeborsten was.</p>
+
+<p>'s Namiddags hoorde men inderdaad op verscheidene
+dorpen de klok kleppen om het volk bijeen
+te roepen.</p>
+
+<p>Tegen den avond kreeg men de tijding, dat de Boeren
+reeds te Leupegem waren. De bezetting der stad vluchtte
+naar Gent. En de Jongens kwamen binnen, onder het
+geleide van Masculier, bakker te Ronse, en van de
+Walle, hoedenmaker.</p>
+
+<p>In den avond van den volgenden dag traden nogmaals
+eenige opstandelingen de stad in.</p>
+
+<p>Middelerwijl naderde een republikeinsch legertje,
+afgezonden uit Gent.</p>
+
+<p>Het kostte de Franschen maar weinig moeite om
+in Oudenaarde te geraken.</p>
+
+<p>De eerste burger, op wien zij hunne wraak koelden,
+was J. Ryckbos, een arme werkman, die boter was
+gaan halen voor zijne vrouw en kinderen. Ryckbos was
+van Beveren en viel aan de Gentsche poort.</p>
+
+<p>Voortstormende, doodden de woestaards Karel Martens
+recht tegenover de deur van zijn huis. Bij den
+trap van het stadhuis vermoordden zij Jan de Block
+en Frans de Contreras.</p>
+
+<p>Eenige soldaten drongen in het huis <i>de Appel</i>, op
+de Markt, en brachten daar zeven personen om, onder
+anderen Michiel Gevel en twee vreemde kooplieden.<!-- Page 74 --><span class='pagenum'><a name="Page_74" id="Page_74">[Pg 74]</a></span>
+De beulen ontkleedden de lijken, en wierpen ze naakt
+door de bovenvensters op de straat.</p>
+
+<p>Van daar liepen zij over den Burg door de Broodstraat
+naar Pamel, alwaar zij een jong meisje nedervelden:
+Sophia van den Hende, die haren broeder
+was gaan zoeken.</p>
+
+<p>Een boer, die hen in de Broodstraat ontmoette,
+stortte almede levenloos ten gronde.</p>
+
+<p>In de Kasteelstraat troffen de republikeinen H. Gyselinck,
+oud 21 jaren.</p>
+
+<p>Komende in de abdij van Maagdendale, doodden zij
+al de Ronsenaren, die daar eene schuilplaats hadden
+gezocht. Verder, in de Hoogstraat, kwetsten zij J. de
+Langhe, van Ooike. De martelaar sukkelde voort tot in
+de Kattestraat, waar men hem den genadeslag toebracht.</p>
+
+<p>Bij de Baarpoort trof een kogel G. de Vos, herbergier
+in <i>de Kroon</i>, te Leupegem. De Vos was zeer oud
+en hoorde bijna niet meer.</p>
+
+<p>De registers van den burgerlijken stand der stad
+Oudenaarde bewaarheden het grootste gedeelte van de
+Rantere's verhaal.<!-- Page 75 --><span class='pagenum'><a name="Page_75" id="Page_75">[Pg 75]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XVII" id="XVII"></a>XVII.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_Zottegem" id="Naar_Zottegem"></a>Naar Zottegem.</h2>
+
+
+<p>Achttien kilometers scheiden Oudenaarde van Zottegem.
+Tusschen beide plaatsen liggen Eename,
+Welden, Munkzwalm en Rooborst.</p>
+
+<p>Eename was zeer vroeg eene villa, met een versterkt
+kasteel.</p>
+
+<p>Boudewijn van Rijsel stichtte er, in 1063, eene abdij,
+toegewijd aan Sint-Salvator. De bisschop van Kamerijk
+bevestigde de stichting in den loop van het volgende
+jaar. De kerkvoogd noemde Eename eene bloeiende
+plaats met drij bedehuizen.</p>
+
+<p><span class="smcap">Ch. Piot</span> heeft het cartularium der abdij uitgegeven.
+Zoo weten wij, dat het jonge klooster spoedig mild
+begiftigd werd. Het bekwam de altaren van Kortemark
+en Handzame, in 1085; &mdash; het altaar van Opbrakel,
+in 1096; &mdash; dat van Welden, in 1110; &mdash; de altaren
+van Semmerzake en Melsen, in 1117; &mdash; die van
+Moorsele en Lemberge, in 1126. Voorts bezat het
+gesticht tienden en goederen te Mater, te Welden, te
+Leupegem, te Schoorisse, te Eine, te Avelgem, te
+Bosuit, te Moen, te Werken, te Handzame, te Oost-Roosbeke,
+te Deurne, te Kluizen, te Marke, te Oosterzele,
+te Everbeke en te Hoorebeke. Eene oorkonde
+van 1187 noemt gronden, ingenomen door het kanaal
+de Yser.</p>
+
+<p>Tijdens de Fransche omwenteling, op het einde der<!-- Page 76 --><span class='pagenum'><a name="Page_76" id="Page_76">[Pg 76]</a></span>
+XVIII<sup>e</sup> eeuw, zochten de Kortrijksche nonnen van
+Groeninge eene schuilplaats in de abdij van Eename,
+waar zij twee maanden verbleven. Zuster Carolina de
+Witte heeft dit alles in haar dagboek aangeteekend.</p>
+
+<p>Den 26 April 1794 &mdash; zegt zij &mdash; zijn wij vertrokken
+met het beeld van O.-L.-Vrouw, en hebben vernacht
+te Waregem.</p>
+
+<p>Den 27 's avonds zijn wij te Oudenaarde aangekomen,
+en hebben verbleven in de abdij van Maagdendale tot
+den 29 's morgens, wanneer wij gegaan zijn tot de
+abdij van Eename, alwaar wij bleven tot den 23 Juni.</p>
+
+<p>Den 18 Mei, dag van het gevecht tusschen Kortrijk
+en Doornik, werd het beeld op het altaar gesteld
+gedurende de hoogmis.</p>
+
+<p>Den 23 Juni zijn wij vertrokken naar Velzeke, met
+nog vijftien andere kloosterzusters.</p>
+
+<p>Den 2 Juli heeft men het heilig beeld op het altaar
+gesteld in het klooster van Velzeke.</p>
+
+<p>Wij zijn daar gebleven tot den 6 Juli, wanneer wij
+naar Kortrijk zijn teruggekeerd, slapende te Oudenaarde
+in de abdij van Maagdendale.</p>
+
+<p>Den 8 zijn wij in ons klooster toegekomen, aldaar
+alles &laquo;in groote troubels vindende.&raquo;</p>
+
+<p>Eename telt hedendaags 890 inwoners.</p>
+
+<p>Op het dorpsplein staat eene steenen kolom: de
+kaak of de schandpaal, waartegen men vroeger zekere
+booswichten ten toon stelde.</p>
+
+<p>Bij het aanleggen van de spoorbaan naar Zottegem,
+in 1867, vond men, op het grondgebied van Erwetegem,
+vele Romeinsche muntstukken, bewaard in een
+bruinachtig kruikje.</p>
+
+<hr />
+
+<p>Zottegem, met ruim 3,000 inwoners, ligt eigenlijk
+benoorden de Vlaamsche Ardennen. Doch het is een<!-- Page 77 --><span class='pagenum'><a name="Page_77" id="Page_77">[Pg 77]</a></span>
+schoon, nijverig vlek, en verdient om meer dan &eacute;ene
+reden een bezoek.</p>
+
+<p>Zottegem is de hoofdplaats van een kanton. Vijf
+ijzeren wegen loopen hier samen.</p>
+
+<p>In de XIV<sup>e</sup> eeuw bloeide er het lakenweven. Op
+zekeren dag, in 1314, kwam Ketele, de toenmalige
+onderbaljuw van Gent, met eenige naijverige mannen
+herwaarts. De rekening vermeldt, dat zij twee dagen
+&laquo;ute waren,&raquo; en dat zij met twee wagens de gebroken
+getouwen wegvoerden. Dergelijke baldadigheden gebeurden
+ook te Assenede.</p>
+
+<p>Wij kennen eene rederijkkamer, welke te Zottegem
+de tooneelkunst beoefende: <i>Die bloeit door liefde en
+eendracht, groeit</i>. In 1784 vertoonde zij te Kortrijk
+het treurspel <i>Mahomet</i>; in 1788 schreef zij eenen
+prijskamp uit.</p>
+
+<p>De parochiale kerk is goed hersteld en geschilderd.
+In den zijmuur langs de Markt wijst eene ijzeren deur
+den grafkelder van Egmond en zijne vrouw aan.</p>
+
+<p>Twintig schreden verder rijst een klein standbeeld
+van den held van St-Quintijn en Grevelingen. Het werd
+vervaardigd door <span class="smcap">Calloigne</span>, van Brugge, en plechtig
+onthuld in den zomer van 1872.</p>
+
+<p>Lamoraal, graaf van Egmond, bleef den godsdienst
+zijner vaderen getrouw; hij beminde zijnen koning, en
+droeg zijne vrouw en kinderen eene onbegrensde liefde
+toe. Op het slagveld was hij manhaftig; doch in het
+gewone verkeer des levens scheen hij buigzaam en
+zonder de noodige wilskracht.</p>
+
+<p>Zoomin als Willem van Oranje en den graaf van
+Hoorn, kon Egmond het over zijn hart krijgen, dat
+Granvelle in den Staatsraad eenen zekeren voorrang had
+en naast de Landvoogdes de eerste plaats innam.</p>
+
+<p>Zoo raakte hij in onmin met Granvelle, om meer en
+meer den Zwijger aan te hangen, die koud, listig en<!-- Page 78 --><span class='pagenum'><a name="Page_78" id="Page_78">[Pg 78]</a></span>
+vooral heerschzuchtig was. Ook schertst <span class="smcap">van Vaernewyck</span>,
+in zijne <i>Beroerlicke tijden</i>, niet weinig met den
+gewestvoogd, als hij zegt: &laquo;Het was goed te merken,
+wat faveur de graef de consistorianten droeg, daer hy
+hun niet en wilde verbieden hunne manier van doen,
+verstaende nochtans, dat zy hem geobedieert zouden
+hebben; waerom by sommigen een gemeen spreekwoord
+van hem ging, dat hij op twee peerden reed: op een
+geusch en een katholiek peerd, maer dat hij het meest
+het geusche peerd beschreed.&raquo;</p>
+
+<p>Toen de hertog van Alva in de Nederlanden kwam,
+vertrok de Zwijger naar Duitschland, om vreemde
+krijgsknechten aan te werven. De graven van Egmond
+en Hoorn werden gevangen en den 10 September 1567
+gekerkerd. Hun proces duurde lang. Er bleek uit het
+gerechtelijk onderzoek en uit de afgelegde getuigenissen,
+dat beide edellieden het eens waren met de oproerige
+Geuzen. <span class="smcap">De Bavay</span>, die de gansche rechtspleging liet
+verschijnen, drukt zich uit als volgt: &laquo;Le comte
+d'Egmont &eacute;tait coupable de r&eacute;bellion et de l&egrave;se-majest&eacute;,
+&agrave; cause des mauvais offices qu'il avait faits avec les
+sectaires s&eacute;ditieux et rebelles &agrave; la sainte &eacute;glise; et pour
+avoir en outre favoris&eacute; la ligue et abominable conjuration
+du prince d'Orange et d'autres seigneurs.&raquo;</p>
+
+<p>Den 5 Juni 1568, op Sinksenavond, legden beide
+graven het hoofd onder het mes van den beul.</p>
+
+<p>Als men te Zottegem de breede Neerstraat volgt,
+ontwaart men, aan 't einde links, de overblijfselen van
+Egmonds kasteel. Het biedt niets merkwaardigs aan.</p>
+
+<p>Zottegem is de geboorteplaats van den geneesheer
+<span class="smcap">Laurens de Mets</span>. In 1639 liet hij eene <i>Zalige remedie
+tegen de besmetting der pest</i> verschijnen.<!-- Page 79 --><span class='pagenum'><a name="Page_79" id="Page_79">[Pg 79]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XVIII" id="XVIII"></a>XVIII.</h2>
+
+<h2><a name="De_omstreken_van_Zottegem" id="De_omstreken_van_Zottegem"></a>De omstreken van Zottegem.</h2>
+
+
+<p>In de nabijheid van Zottegem liggen verscheidene
+dorpen, die zeker vroeg bewoond werden. Te Velzeke
+heeft men eene menigte voorwerpen opgedolven,
+welke tot het Romeinsch tijdvak behooren. Te Erwetegem
+ontdekte men in eenen meersch ongeveer 1,600
+muntstukken uit het midden der XI<sup>e</sup> eeuw.</p>
+
+<p>Gedurende de middeleeuwen was het land van Zottegem
+rijk aan burchten. De heeren van Leeuwergem,
+Herzele en Steenhuize, zoowel als die van Hofstade en
+Massemen, Kalken, Zomergem en Landegem, vochten
+in 1302 op de vlakte van Groeninge tegen de verdrukkers
+van Vlaanderen. De twee laatsten verloren
+hun paard in den strijd.</p>
+
+<p>Reeds in de XIV<sup>e</sup> eeuw had het meer genoemde
+Velzeke een klooster. In den nacht van den 20 Juli
+1728 verslond het vuur niet alleen dit gesticht, maar
+ook het hospitaal, de kapel, de school, de dorpskerk
+en negen en twintig woonhuizen. Om voortaan van
+dergelijke rampen bevrijd te blijven, deed men eene
+jaarlijksche bedevaart naar Landskouter, bij Gent,
+alwaar de heilige Agatha als patrones tegen den brand
+vereerd wordt.</p>
+
+<p>Elene heeft verscheidene bronnen en vijf vijvertjes.
+De kerk, herbouwd in 1858-1863, prijkt op de helling
+eens heuvels.<!-- Page 80 --><span class='pagenum'><a name="Page_80" id="Page_80">[Pg 80]</a></span></p>
+
+<p>Elene stond vroegertijds onder het gezag der heeren
+van Leeuwergem. Op de wijk <i>Nieuwwege</i> hield men
+alle jaren, op den 9, 10 en 11 September, eene vrije
+jaarmarkt, evenals in de groote steden. In 1457 verbood
+de heer van Leeuwergem het &laquo;dobbelspel,&raquo;
+het &laquo;caetspel&raquo; en andere baldadigheden.</p>
+
+<p>Hillegem ligt meer oostwaarts. Wilt gij weten, lezer,
+wat men in den omtrek dier gemeente vertelt?</p>
+
+<p>Welige eiloofranken waren, in lang vervlogen tijden,
+tegen de muren der kerk opgewassen. Zelfs bedekten
+zij een gedeelte van den toren.</p>
+
+<p>De dorpelingen zagen zulks met leede oogen.</p>
+
+<p>Een hunner stelde voor, met eene katrol en sterke
+koorden, eene koe op te hijschen. Deze zou de ondeugende
+planten wel binnenspelen.</p>
+
+<p>Zoo gezegd, zoo gedaan. De koe werd opgetrokken,
+maar de koord verworgde haar; en eer zij heel dood
+was, stak zij hare groote tong uit.</p>
+
+<p>Al de bewoners van het dorp, mannen, vrouwen
+en kinderen, waren toegesneld en riepen:</p>
+
+<p>Kijk, ze lekt al, ze lekt al!</p>
+
+<p>En sedertdien spreekt iedereen in de streek van...
+de Hillegemsche lekkers.</p>
+
+<hr />
+
+<p>Bij de spoorhalle van Zottegem bemerkt de reiziger,
+op eenen kleinen afstand, eene zacht rijzende verhevenheid,
+waarop eenige huizen. Daar is Grootenberge,
+eene gemeente, die 1,050 zielen kan tellen.</p>
+
+<p>Verder schuilt St-Lievens-Essche; aan den anderen
+kant liggen Godveerdegem en Erwetegem.</p>
+
+<p>St-Lievens-Essche is zeker eene der eerste plaatsen
+van Vlaanderen, waar een kerkje oprees.</p>
+
+<p>De heilige Livinus was een Ierlander.</p>
+
+<p>Weinige jaren na St-Bavo's dood kwam hij te Gent<!-- Page 81 --><span class='pagenum'><a name="Page_81" id="Page_81">[Pg 81]</a></span>
+toe, dikwijls predikend in het land van Aalst. Zoo verbleef
+hij eenen zekeren tijd in het toenmalige Holthem.
+Den 12 November 657 vond de groote apostel den
+marteldood te Essche. Zijne leerlingen droegen zijn lijk
+naar Holthem, waar zij het ter aarde bestelden. Het
+plaatsje werd naderhand St-Lievens-Houtem geheeten.</p>
+
+<p>Essche kreeg den naam van St-Lievens-Essche. Hier
+bouwde men een bedehuisje op de plek, waar de zendeling
+zijn bloed had vergoten.</p>
+
+<p>Door het instellen van eene jaarlijksche bedevaart
+uit Gent naar Houtem, nam de vereering des heiligen
+op buitengewone wijze toe.</p>
+
+<p>St-Lievens-Essche ligt in een heuvelachtig gewest.
+Men vindt er schoone huizen en, op het groote dorpsplein,
+eene drenkplaats voor koeien en paarden.</p>
+
+<p>Godveerdegem is slechts anderhalven kilometer van
+Zottegem verwijderd. Het heeft eene bevolking van 900
+zielen en eene oppervlakte van ruim 326 hectaren.</p>
+
+<p>Het dorpje bezit eene fraaie kruiskerk uit de XV<sup>e</sup>
+eeuw, met eene achthoekigen toren.</p>
+
+<p>Eenige jaren v&oacute;or de Fransche omwenteling vond
+men in het kleine Godveerdegem eene rederijkkamer:
+<i>De kunstminnende liefhebbers</i>. In den zomer van 1784
+vertoonden zij het historisch stuk: <i>Keizer Karel VI</i>.</p>
+
+<p>Erwetegem is een schilderachtig dorp met meer dan
+2,000 zielen. Aan het Kapelbosch borrelt eene bron,
+die een beekje vormt. Zes andere vlieten besproeien
+het grondgebied der gemeente.</p>
+
+<p>De hedendaagsche kerk van Erwetegem is uit de
+tweede helft der XVIII<sup>e</sup> eeuw. <span class="smcap">Janssens</span>, van Nevele,
+schilderde de muren van het koor. Verder bezit de
+tempel eenen ijzeren kroonluchter, die zeer merkwaardig
+is.</p>
+
+<p>De rederijkkamer: <i>Opgewekt door ijver</i>, speelde in
+1787 te Tielt, in 1788 te Zottegem.<!-- Page 82 --><span class='pagenum'><a name="Page_82" id="Page_82">[Pg 82]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XIX" id="XIX"></a>XIX.</h2>
+
+<h2><a name="Geeraardsbergen" id="Geeraardsbergen"></a>Geeraardsbergen.</h2>
+
+
+<p>Geraardsbergen &mdash; <i>Grammont</i> &mdash; is een lief steedje,
+gelegen op de helling van den Ouden-berg. De
+Dender verdeelt de plaats in eene boven- en eene
+benedenstad. Het zicht op de bovenstad is waarlijk
+schoon, prachtig.</p>
+
+<p>Geeraardsbergen ontstond in het jaar 1068, onder
+de regeering van Boudewijn van Bergen, graaf van
+Vlaanderen en Henegouw. De stad werd gesticht op
+eenen vrijen grond, toebehoorende in Hunnegem aan
+zekeren Geeraard, en mag beschouwd worden als eene
+eerste allodiale bezitting der Vlaamsche vorsten.</p>
+
+<p>Misschien wilde Boudewijn, op de grenzen zijner
+twee staten, een bolwerk opwerpen tegen den moedwil
+zijner Waalsche onderdanen. Hoe het zij, Geeraardsbergen
+was de eerste Vlaamsche gemeente, die eene
+keure kreeg. Ziehier enkele bepalingen uit dit oude
+wetboek:</p>
+
+<p>&laquo;Alwie in Geeraardsbergen erf koopt en zich aan
+de stedelijke wet, volgens het oordeel der schepenen,
+onderwerpt, wordt vrij, al was hij dat vroeger ook niet.</p>
+
+<p>&raquo;Elke burger van Geeraardsbergen heeft het recht
+de stad te verlaten en zijne woonstede elders te kiezen,
+mits hij geene schulden nalate.</p>
+
+<p>&raquo;Geen burger mag gedwongen worden tot het<!-- Page 83 --><span class='pagenum'><a name="Page_83" id="Page_83">[Pg 83]</a></span>
+tweegevecht, noch tot het ondergaan van vuur- of
+waterproef.</p>
+
+<p>&raquo;Wie geene erfgenamen heeft, mag zijne goederen,
+zoo roerende als onroerende, vermaken aan de kerk
+of aan den arme.</p>
+
+<p>&raquo;Een burger, die weigert zijne schulden te betalen,
+zal, na uitspraak der schepenen, door 's graven hulp
+en macht, daartoe gedwongen worden.</p>
+
+<p>&raquo;Wie een ander doodt of verminkt, zal, buiten
+het geval van eigen verwering, hoofd voor hoofd, lid
+voor lid geven.&raquo;</p>
+
+<p>Dank aan die keure, zegt D^r <span class="smcap">Moroy</span>, bezat het ontluikend
+Geeraardsbergen op korten tijd de drie dingen,
+die eigenlijk de stedelijke gemeente uitmaakten: eene
+parochiekerk en een plaatselijk schependom, met
+muren en vestingen.</p>
+
+<p>Deze waren bijzonder sterk aan den kant van Henegouw,
+alwaar twee stevige torens, die nog gedeeltelijk
+bestaan, de Pussemijpoort beheerschten en beschermden.
+Men noemt ze den <i>Pijntoren</i> en den <i>Dierenkost</i>.
+In de Pussemijstraat, derwaarts leidende, stond de
+eerste <i>pusseme</i> of woekerbank, de eerste Lombard.</p>
+
+<p>Na de nederlaag der Vlamingen te Kassel, op den
+20 Augustus 1328, werden onze vaderen streng gestraft.
+Te Brugge en te Ieperen alleen koos men 1400
+gijzelaars. <span class="smcap">Willem de Deken</span>, oudburgemeester van
+Brugge, stierf als martelaar den 15 December 1328.
+Een andere Bruggeling duidde twee mannen van
+Geeraardsbergen als medeplichtigen aan: <span class="smcap">Hendrik van
+Kerreghem</span> en <span class="smcap">Jan Blondeel</span>. De genaamde <span class="smcap">Jan le
+Clerc</span>, die in vroegere jaren te Geeraardsbergen een
+openbaar ambt bekleedde, onderteekende zijne onderwerping
+daags v&oacute;or St-Michielsdag in 1329. Hij beleed
+misdaan te hebben &laquo;en ces derraines esmeutes.&raquo;</p>
+
+<p>Tijdens de regeering van Lodewijk van Male heersch<!-- Page 84 --><span class='pagenum'><a name="Page_84" id="Page_84">[Pg 84]</a></span>ten
+er nogmaals groote onlusten in Vlaanderen: een
+krijg tusschen de burgerij en den adel. De Witte
+Kaproenen bezetteden in 1380 de vier Ambachten,
+haalden Ieperen voor hunne zaak over en wonnen
+bovendien Dendermonde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen.</p>
+
+<p>In de maand Maart van het volgende jaar werd de
+worsteling met nieuwen drift hernomen. Vijf krijgsbenden
+trokken uit Gent, zich richtende naar verschillende
+gewesten, als wilden zij toonen, dat hunne
+stad machtig genoeg was om over heel het graafschap
+te heerschen. Die stoutmoedigheid had nochtans jammerlijke
+gevolgen; want terwijl de eenen voordeel
+haalden, werden de anderen deerlijk geslagen.</p>
+
+<p>Het was in die omstandigheden, dat de heer van
+Edingen &mdash; <i>Enghien</i> &mdash; een neef van Vlaanderens
+graaf, op Zondag 7 Juli 1381 heel Geeraardsbergen
+verwoestte. De ingezetenen werden om hals gebracht,
+de huizen en de openbare gebouwen door het vuur
+verslonden.</p>
+
+<p>Philip de Stoute teekende den 18 December 1385
+een vredeverdrag, waarbij alle oude voorrechten en
+vrijheden niet alleen aan Gent, maar ook aan Kortrijk,
+Deinze, Rupelmonde, Hulst, Axel, Biervliet, Dendermonde,
+Oudenaarde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen
+werden weergegeven en bevestigd.</p>
+
+<p>Ook in 1485 en 1491 werd een groot gedeelte van
+de stad verwoest.</p>
+
+<p>Na de plunderingen der Geuzen stonden er nog
+honderd drie en zestig bewoonbare huizen recht.</p>
+
+<p>Geen wonder dan, dat Geeraardsbergen niet rijk is,
+aan oude gebouwen.</p>
+
+<p>Zeer merkwaardig nochtans is de kerk van Hunnegem,
+deels in Romaanschen, deels in Gothischen stijl
+opgebouwd. Zij wordt gebruikt door Benedictijner<!-- Page 85 --><span class='pagenum'><a name="Page_85" id="Page_85">[Pg 85]</a></span>
+nonnen, en werd gansch geschilderd door <span class="smcap">L. Bert-de
+l'Arbre</span>, den geachten voorzitter van het Davids-Fonds
+aldaar. Boven het altaar bewondert men de
+vereering der H. Maagd; elders het leven van den
+insteller der Benedictijnen of, zinnebeeldig, de alledaagsche
+bezigheden der nonnen: het gebed, het
+onderwijs en de arbeid.</p>
+
+<p>Op de Markt staat de kerk van Sint-Bartholome&uuml;s,
+een Gothisch gedenkstuk uit de laatste jaren der XVe
+eeuw. De predikstoel is een schoon gewrocht, gesneden
+door <span class="smcap">Deville</span>. Onlangs heeft <span class="smcap">M. Bert</span> den tempel
+prachtig versierd. De edelmoedige kunstenaar schilderde
+eigenhandig, ter eere Gods, het koor en de
+beuken in 1896.</p>
+
+<p>Den 16 Juli 1515 bracht men, uit &laquo;de prochie van
+sente Martenslierde, zekere reliqui&euml;n van den heylighen
+Bertolomeux, om die in de prochiekercke&raquo; van Geeraardsbergen
+te stellen, te verheffen en te eeren. De
+kas, waarin men die kostbare overblijfselen bewaart,
+is een zilveren juweel van groote waarde.</p>
+
+<p>V&oacute;or de Fransche omwenteling bezat Geeraardsbergen
+eene vermaarde abdij, toegewijd aan St-Adriaan.
+Zij dagteekende van het jaar 1081 en stond tusschen
+de Bergpoort en de poort van Boelare. De monniken
+besteedden hunnen tijd aan het gebed, aan den arbeid
+en aan de studie. De kerk was groot en schoon, versierd
+met prachtige sieraden. In 1519 bezat zij &laquo;een
+stic van den heleghen Cruce, een doren van de dorne
+croone, een sandael van die heleghe moeder Anna en
+eenen brief van sent Joannes den Evangelist,&raquo; benevens
+eene menigte overblijfselen van heilige mannen
+en vrouwen. <span class="smcap">J. van Coppenolle</span>, prelaat en abt van
+het klooster, teekende deze bijzonderheden in eene
+korte &laquo;verclaeringhe&raquo; aan.</p>
+
+<p>Een pand der abdij is gespaard gebleven.<!-- Page 86 --><span class='pagenum'><a name="Page_86" id="Page_86">[Pg 86]</a></span></p>
+
+<p>Het gasthuis is almede zeer oud. Een steen, in den
+gevel gemetseld, draagt althans het volgende opschrift:
+&laquo;Aen siecken ende weesen hebben zy hunne erve uytgedeeld.
+Johanna, gravinne van Vlaenderen (1243); &mdash; Meester
+Sechere, pbr., en Claus Cheylinc (1244); &mdash; Symoen
+de Ruwe (1304); &mdash; Jan van Culsbrouc
+ende Geert syn broedere (1406)...&raquo;</p>
+
+<p>Meer dan &eacute;&eacute;ne nijverheid heeft Geeraardsbergen
+verlaten. Nog in de XVI<sup>e</sup> eeuw telde de stad tapijtwevers,
+lakenwevers, volders, droogscheerders en
+linnenwevers. Hun gildehuis stond op den hoek, gevormd
+door de Begijnhofstraat en de huidige Wijngaardstraat.</p>
+
+<p>Later bloeide de nijverheid der zwarte kanten.</p>
+
+<p>Hedendaags heeft Geeraardsbergen groote werkhuizen,
+waar men sigaren en zwavelstokjes vervaardigt.</p>
+
+<p>Geeraardsbergen schonk het leven aan <span class="smcap">Gabri&euml;l de
+Grupello</span>, beeldhouwer, van wien men verdienstelijke
+werken aantreft in Belgi&euml; en in Duitschland; &mdash; aan
+<span class="smcap">Jan Hauchin</span>, aartsbisschop van Mechelen in de tweede
+helft der XVI<sup>e</sup> eeuw; &mdash; aan <span class="smcap">J. Schollaert</span>, dichter,
+begraven in de St-Bartholome&uuml;skerk, v&oacute;or het altaar
+van St-Elooi; &mdash; aan <span class="smcap">Frans Rens</span> en D^r <span class="smcap">R. Moroy</span>.</p>
+
+<p>Rens (1805-1874) beoefende met voorliefde de
+ballade, en leverde in dit vak eenige merkwaardige
+stukken. Wie de herleving der Vlaamsche letteren na
+1830 wil nagaan, doorbladere 's mans letterkundig
+<i>Jaarboekje</i>; wie de geschiedenis der Vlaamsche beweging
+wil kennen, raadplege zijne <i>Eendracht</i>.</p>
+
+<p>D^r Moroy, overleden te Moorsel, schreef <i>J. David's
+leven</i> en belangrijke bijdragen in het <i>Belfort</i>. Voor dit
+werk leverde hij ons bereidwillig eene menigte aanteekeningen.
+De begaafde man stierf in 1898.<!-- Page 87 --><span class='pagenum'><a name="Page_87" id="Page_87">[Pg 87]</a></span></p>
+
+<p>De stad Geeraardsbergen bezit verscheidene volksscholen
+voor jongens en meisjes; eene muziekschool;
+eene nijverheidschool; eene kostschool, gehouden door
+Josephieten in het voormalige klooster der Karmelieten;
+een bisschoppelijk college, in het oude klooster
+der Miniemen.</p>
+
+<p>Twee genootschappen beoefenen de tooneelkunde.
+Het St-Pietersgilde bloeide reeds in de XV<sup>e</sup> eeuw. Ten
+jare 1424 reden &laquo;de ghesellen, ghewapent en te peerde,
+by goeden adviese v&oacute;or het heleghe Sacrament in den
+ommeganc van der processie.&raquo; Na den middag &laquo;speelden
+sy up de maerct een spel van batailgen.&raquo;</p>
+
+<p>Het grondgebied der stad meet 191 hectaren. Hare
+bevolking is tot ongeveer 10,400 zielen gestegen.</p>
+
+<p>De Groote Markt ligt 33 meters boven den spiegel
+der zee. Weinige minuten verder rijst, breed en majestatisch,
+de Oude Berg, wiens hoogste punt, achter de
+kapel, 113 meters bereikt.<!-- Page 88 --><span class='pagenum'><a name="Page_88" id="Page_88">[Pg 88]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XX" id="XX"></a>XX.</h2>
+
+<h2><a name="Op_den_Ouden_berg" id="Op_den_Ouden_berg"></a>Op den Ouden berg.</h2>
+
+
+<p>Het is omtrent drie ure namiddag en warm, helder
+weer.</p>
+
+<p>Wij verlaten de Markt en beklimmen den Ouden
+Berg langs eenen smallen, steilen weg, beleid met
+scherpe steenen.</p>
+
+<p>Bijna op de kruin vinden wij eene groote, fraaie
+herberg, niet te onrecht <i>het Hemelrijk</i> geheeten. Hier
+zullen wij toeven en nog eens onze oogen verzadigen.</p>
+
+<p>V&oacute;or ons blikken wij over heel de stad, over daken
+en schouwen, over meerschen en velden, verscheidene
+mijlen ver.</p>
+
+<p>Stroom op, ten Zuiden van Geeraardsbergen, ligt
+de kleine Gaver, palende aan de korte Lake. In den
+winter, als de Dender overstroomt en de aanhoudende
+vorst het water tot ijs verstijft, ziet men daar honderden
+schaatsenrijders weg- en wedersnellen. Nu
+grazen er menigvuldige bonte koeien.</p>
+
+<p>Stroom af, beneden de stad, vindt men de groote
+Gaver op het grondgebied van Onkerzele. Daar speelde
+men den 29 Mei 1815 als een voorspel van den bloedigen
+slag van Waterloo.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 525px;">
+<img src="images/image03.jpg" width="525" height="353" alt="Zicht op Geeraardsbergen." title="" />
+<span class="caption">Zicht op Geeraardsbergen.</span>
+</div>
+
+<p>De lucht was helder, zooals nu, en de zon wierp
+heure gouden stralen over het groene grastapijt. Twintig
+duizend ruiters daagden op, en ontwikkelden hunne
+gelederen voor het oog van zes en dertig veldoversten.<!-- Page 89 --><!-- Page 88p --><span class='pagenum'><a name="Page_88p" id="Page_88p">[Pg 88p]</a></span>
+Daar waren immers Wellington, Blucher, von Bulow,
+lord Howard, de hertog van Berry, de prins van Oranje
+en andere helden.</p>
+
+<p>De legende heeft er bijgevoegd, dat Napoleon-Bonaparte,
+in koopman verkleed, op den dorpel van de
+afspanning <i>de Warmoesput</i>, het grootsche schouwspel
+met zijne blikken volgde.</p>
+
+<p>Ten Oosten van de stad daagt een overschot van
+het oude Raspaillenwoud. Daar gaan de kinderen in
+den zomer &laquo;kozijnen&raquo; of blauwe kraakbezi&euml;n en
+&laquo;rambanzen&raquo; of braambessen plukken; &mdash; daar bezong
+de Gentenaar <span class="smcap">Dani&euml;l Heinsius</span> (1580-1655) de
+mild spruitende bron; &mdash; daar verschansten zich, in
+de tweede helft der XIV<sup>e</sup> eeuw, de laatste Witte
+Kaproenen, &laquo;les pourcelets de la Raspaille,&raquo; zooals
+<span class="smcap">Froissart</span> ze noemt; &mdash; daar verborg later de beruchte
+Jan de Lichte zijnen buit.</p>
+
+<p>Het woord <i>raspaille</i> zal wel hetzelfde zijn als <i>respeel</i>,
+door <span class="smcap">Kiliaan</span> opgegeven in den zin van deugniet, fielt,
+boef, guit, schelm, schurk. <span class="smcap">Nicolaas Despars</span>, van
+Brugge, gewaagt in zijne kroniek van &laquo;eeneghe quade
+ende rouckelooze raspaylgi&euml;n.&raquo; Zoodat het Raspaillenwoud
+eene schuilplaats zal geweest zijn voor al het
+janhagel uit Brabant, Henegouw en Vlaanderen.</p>
+
+<p>Maar... het is tijd, dat wij eens rondkijken!</p>
+
+<p>Wij onderscheiden Deftinge, Parike en Goeferdinge
+in de nabijheid; Neder- en Opbrakel in het dal der
+Zwalm; Lessen in het Henegouwsche. Aan den gezichteinder,
+boven Goeferdinge, blauwen de wouden van
+Vloesberge en Brakel, met het bosch te Rijst. De
+Molenbeek kronkelt door de delling, vloeiende langs
+Smeerebbe naar den Dender.</p>
+
+<p>Achter &laquo;het Hemelrijk&raquo; stijgt de berg nog eenige
+meters.<!-- Page 90 --><span class='pagenum'><a name="Page_90" id="Page_90">[Pg 90]</a></span></p>
+
+<p>Hier treffen wij een groot kruisbeeld aan, beschaduwd
+door drie donkergroene mastboomen. Men zou
+haast zeggen, dat zij treuren...</p>
+
+<p>Verder staat een groot beeld van de Moeder der
+smarten &mdash; een gewrocht van <span class="smcap">G. de Grupello</span>. Wij
+lezen op het voetstuk: &laquo;Ick groete u, herte van Maria,
+Moeder van Jesus, doorsteken met het sweert der
+droefheden; wees my, ermen zondaer genaedich, nu
+ende in de ure van myne dood!&raquo;</p>
+
+<p>Op het hoogste van den berg rijst eene lieve kapel,
+toegewijd aan de Troosteres der bedrukten. Oorkonden
+uit de XIII<sup>e</sup> eeuw maken er reeds gewag van.</p>
+
+<p>Deze kapel bestaat uit twee deelen, gescheiden door
+eene traliedeur: een portaal, waar de bedevaarders
+knielen, en een achthoekig koor, lief geschilderd en
+versierd. Het licht dringt door een koepeltje binnen.</p>
+
+<p>Bezijden de kapel, doch veel lager, is een vijvertje,
+altijd goed voorzien van water, en eene arduinen zuil
+van eenige meters hoogte: het tafeltje van den berg.</p>
+
+<p>Aan deze zijde is het landschap even schoon. Wij
+zoeken Hemelveerdegem, ten Oosten van Nederbrakel;
+Schendelbeke en Idegem, twee dorpen op den Dender;
+Grimmingen, Onkerzele, Moerbeke en Viane, aan den
+kant van Brabant. Verder steken de torenspitsen van
+eenige Henegouwsche en Brabantsche gemeenten slank
+in de wasemige lucht. In het geheel onderscheiden wij
+de witte gevels van drie steden en de torentjes van
+een twintigtal dorpskerken.</p>
+
+<p>In het <i>Jaarboekje</i> van Rens, voor 1851, lazen wij
+eens een dichtstukje van <span class="smcap">Frans de Beck</span>, dat ons
+gedeeltelijk te binnen schiet...</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Hoe lustig zien wij ginds de wijde Dendermeerschen<br /></span>
+<span class="i0">Bezet met welig horenvee!<br /></span>
+<span class="i0">Hoe lieflijk de rivier langs wei en velden kronkelen,<br /></span>
+<span class="i0">Hoe pronkt in 't veld de rijpende oogst!<!-- Page 91 --><span class='pagenum'><a name="Page_91" id="Page_91">[Pg 91]</a></span><br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het oog reikt uren ver. Daar rijzen vriendensteden<br /></span>
+<span class="i0">Aan noord- en oost- en zuiderkim;<br /></span>
+<span class="i0">Hier, van den Vlaamschen grond, blikt men in Henegouwe,<br /></span>
+<span class="i0">En ziet men Lessen aan zijn voet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik staar, geniet, gevoel... Wat is die berg toch heerlijk!<br /></span>
+<span class="i0">Hoe spreidt de stad zich v&oacute;or mij uit!<br /></span>
+<span class="i0">Daar rijzen, boven haar, de torens van haar kerken;<br /></span>
+<span class="i0">En 't lang bekende klokgelui<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Bromt in mijn oor. De markt, waar 'k in mijn kindsheid speelde,<br /></span>
+<span class="i0">Praalt daar, vooraan, met keurgen bouw;<br /></span>
+<span class="i0">De school, waar mijne jeugd aan wetenschap zich voedde,<br /></span>
+<span class="i0">Rijst ginder in 't verschiet... En hier,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ten top des Ouden bergs, het heilig kruis, het teeken<br /></span>
+<span class="i0">Van 's menschen redding, in welks scha&ucirc;w,<br /></span>
+<span class="i0">Na stillen bedegang, de menigt neer komt knielen<br /></span>
+<span class="i0">In tijd, der godsvrucht toegedacht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hier de kapel, waar ik mijn vreugde, leed en kommer<br /></span>
+<span class="i0">Tot Godes Moeder spreken kwam;<br /></span>
+<span class="i0">Waar rijke gift getuigt van dankbaarheid der rijken,<br /></span>
+<span class="i0">En de arme zijne krukken liet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Kapel, in uw beluik wil ik nog telkens bidden:<br /></span>
+<span class="i0">&laquo;o Moeder Gods, zij steeds mijn troost!<br /></span>
+<span class="i0">'k Vergeet u nooit! Zoo volge uw machtige bescherming<br /></span>
+<span class="i0">Mij op mijn gansche levensbaan!&raquo;<br /></span>
+<!-- Page 92 --><span class='pagenum'><a name="Page_92" id="Page_92">[Pg 92]</a></span></div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXI" id="XXI"></a>XXI.</h2>
+
+<h2><a name="Eene_Geeraardsbergsche_sage" id="Eene_Geeraardsbergsche_sage"></a>Eene Geeraardsbergsche sage.</h2>
+
+
+<p>Met zekeren hoogmoed spreekt de bevolking van
+Geeraardsbergen over de historische sagen en
+jaarlijksche feesten, welke aan de stad eigen zijn.</p>
+
+<p>Zoo is het feest, dat op den eersten Zondag van den
+Vasten gevierd wordt, zeker der melding waard.</p>
+
+<p>Geheele hoopen volk komen na den middag de stad
+binnen en wachten op de Groote Markt de burgerlijke
+en de geestelijke overheden af.</p>
+
+<p>Daar slaat het twee ure. De beiaard speelt, de klokken
+luiden, de hoorn schalt, de trommel roffelt.</p>
+
+<p>De gemeenteraad, de geestelijkheid en andere voorname
+ingezetenen verlaten het stadhuis, met speellieden
+voorop, die hunne blijde tonen in de huiverige
+lucht werpen.</p>
+
+<p>Langzaam volgt de stoet de steile Abdijstraat.</p>
+
+<p>Bakkers en winkeliers dragen manden vol krakelingen,
+koeken en haringen mede.</p>
+
+<p>De menigte groeit gedurig aan; en zij, die het eerst
+op den berg geraken, hebben zorg eene plaats te kiezen
+in de kapel, waar de Eerw. Heer Deken de litanie van
+O.-L.-Vrouw zal lezen, zoodra de overheden het toppunt
+bereiken.</p>
+
+<p>Dit gedaan zijnde, scharen zich de bijzonderen rondom
+de arduinen zuil achter de kapel.<!-- Page 93 --><span class='pagenum'><a name="Page_93" id="Page_93">[Pg 93]</a></span></p>
+
+<p>Nu biedt men, in eenen historischen, zilveren
+beker, den eerewijn aan, waarin een klein levend
+vischje zwemt.</p>
+
+<p>De deken, de burgemeester, de wethouders &mdash; ieder
+drinkt, naar aartsvaderlijk gebruik, een klein teugje.
+Wie het vischje binnenslokt, weet men zelden of nooit.</p>
+
+<p>Eindelijk gaat men over tot het werpen van koeken,
+krakelingen en haringen onder de wachtende menigte.</p>
+
+<p>Welk een gewoel en gekrioel!</p>
+
+<p>De eene loopt rechts, de andere links; deze roept
+in het Vlaamsch, gene juicht in het Waalsch. De
+mannen vechten, de vrouwen kijven, de knapen vliegen
+elkander in het haar. Sommigen rollen den berg af,
+anderen komen in den kouden vijver te recht; en de
+bedaarde aanschouwer lacht schokkend om al die
+zonderlinge tooneelen.</p>
+
+<p>'s Avonds om zeven ure, als iedereen vertrokken is,
+ontsteekt men op het toppunt des bergs, bij het beeld
+van O.-L.-Vrouw, een tonneken, gevuld met pek. Om
+deze reden noemt men te Geeraardsbergen den vastenavond
+&laquo;het feest van Tonnekenbrand.&raquo;</p>
+
+<p>In de omliggende dorpen voert men dien avond
+brandende bundels stroo rond, gewis om het vuur van
+Geraardsbergen op zijn middeleeuwsch te beantwoorden.</p>
+
+<hr />
+
+<p>Men beweert, dat dit feest gevierd wordt ter herinnering
+aan een ontzet der stad.</p>
+
+<p>De belegeraars &mdash; Walter van Edingen en zijne
+wapenlieden &mdash; beletteden reeds eenen geruimen tijd
+allen invoer van levensmiddelen, ten einde den hongersnood
+binnen de muren te brengen.</p>
+
+<p>Dagen kwamen en verstreken.</p>
+
+<p>De voorraad verminderde, de ellende naderde...<!-- Page 94 --><span class='pagenum'><a name="Page_94" id="Page_94">[Pg 94]</a></span></p>
+
+<p>Toch gaven de belegerden den moed niet op.</p>
+
+<p>Zij hoopten op hoogeren bijstand, en wendden zich
+vol betrouwen tot O.-L.-Vrouw van den Ouden berg,
+vereerd als Hulp der christenen.</p>
+
+<p>Hun gebed was niet vruchteloos.</p>
+
+<p>De hopman riep zijne strijdmakkers samen.</p>
+
+<p>&laquo;Mannen,&raquo; zegde hij hun, &laquo;onze toestand vraagt
+een kloek besluit. Indien wij slag leveren, moeten wij
+voor de overmacht onzer vijanden bukken; indien wij
+werkeloos blijven, zal de honger ons allen, met onze
+vrouwen en kinderen, wegmaaien...</p>
+
+<p>&raquo;Laat ons dan den vijand verschalken! En valt ons
+pogen kwalijk uit, zoo nemen wij kloekmoedig de
+wapens op, en verdedigen onze vaderstad tot den
+laatsten ademtocht!</p>
+
+<p>&raquo;Bakt broodjes van het meel, dat gij nog bezit, en
+vangt in den Dender zooveel visschen, als gij kunt.
+Morgen vroeg zult gij alles op de verschansingen
+brengen; en op een gegeven teeken werpen wij heel
+den voorraad naar het hoofd der belegeraars...&raquo;</p>
+
+<p>Zoo gezegd, zoo gedaan.</p>
+
+<p>Des anderendaags, bij het kiemen van den morgen,
+snelde jong en oud naar de vestingen.</p>
+
+<p>In den beginne keken de vreemden verbaasd op;
+maar toen zij, als bij tooverslag, met broodjes en
+visschen begroet werden, verloren zij den kop.</p>
+
+<p>&laquo;Wat baat het,&raquo; riep de lichtzinnige Walter uit,
+&laquo;dat wij Geeraardsbergen belegeren? God weet, voor
+hoeveel weken die mannen nog mondkost hebben!&raquo; &mdash; &laquo;Wij
+zijn het wachten moede,&raquo; zegden de anderen,
+&laquo;laat ons den aftocht blazen!&raquo;</p>
+
+<p>Dit gebeurde.</p>
+
+<p>Die van Geeraardsbergen lachten niet weinig in
+hunne vuist, toen zij den vijand zagen wegdruipen.</p>
+
+<p>Zij vierden heel den dag het onverhoopt ontzet<!-- Page 95 --><span class='pagenum'><a name="Page_95" id="Page_95">[Pg 95]</a></span>
+hunner stad en ontstaken, bij het vallen van den avond,
+een groot vreugdevuur op de kruin des bergs.</p>
+
+<p>Het ontsteken van vreugdevuren was in vroegere
+eeuwen een algemeen gebruik in Vlaanderen. Te Brugge
+&laquo;maecte men een scoon vier,&raquo; toen &laquo;onse princesse&raquo;
+in 1481 &laquo;te Bruessele gheleghen was.&raquo; Te Kortrijk
+&laquo;maecten de pinders een vier voort scepenhuus, toen
+mevrouwe de princesse van Castille inne quam.&raquo;</p>
+
+<p>Wij kennen geene enkele oorkonde, pleitende voor
+de echtheid der Geeraardsbergsche sage; doch wij
+weten ten stelligste, dat de oorsprong van het feest
+zeer hoog opklimt.</p>
+
+<p>De stadsrekeningen over 1398 en volgende jaren
+spreken reeds van &laquo;het barnen van een wynvat naer
+ouder coustume.&raquo;</p>
+
+<p>Na de plechtigheid zetten zich &laquo;de edele heeren
+borgemeester ende schepenen&raquo; vroeger aan de feesttafel.
+Den 23 Februari 1744 aten en dronken zij voor
+meer dan 119 gulden. De rekening, in het archief
+bewaard, spreekt van &laquo;witten wyn en Bourgogne-wyn,
+van snoeken, carpels, aberdaen en salm, van craeckamandels,
+castaignen, sitroenen, salaey, porseleyn,
+rosynen, prignolen en craekelingen.<!-- Page 96 -->&raquo;</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXII" id="XXII"></a>XXII.</h2>
+
+<h2><a name="De_omstreken_van_Geeraardsbergen" id="De_omstreken_van_Geeraardsbergen"></a>De omstreken van Geeraardsbergen.</h2>
+
+
+<p>Vijf en veertig gemeenten, in den omtrek van
+Geeraardsbergen gelegen, maakten oudtijds deel
+van Vlaanderen onder het Rijk.</p>
+
+<p>Boelare &mdash; thans gescheiden in Neder- en Over-Boelare &mdash; was
+eeuwen lang de zetel van eene aanzienlijke
+baronij. Deze telde twaalf dorpen.</p>
+
+<p>De burcht stond te Neder-Boelare, langs den Dender.</p>
+
+<p>Als eigenaars noemt men: Steven van Boelare, die
+Robrecht van Jeruzalem naar Palestina vergezelde; &mdash; Nicolaas
+van Boelare, gehuwd met Ida van R&#339;ulx,
+eene nicht van Boudewijn den Moedige; &mdash; de heeren
+van Liedekerke en van Reingaardsvliet; &mdash; Philip-Willem
+van Nassau, prins van Oranje; &mdash; Frans de
+Cassina, echtgenoot van Robertina de Nouailles.</p>
+
+<p>De heeren van Boelare, evenals die van Pamele,
+van Eine en van Cisoing, voerden den titel van &laquo;Beer,&raquo;
+de hoogste onderscheiding, welke de graaf van Vlaanderen
+kon toekennen.</p>
+
+<p>Op het grondgebied van Over-Boelare heeft men
+verschillende voorwerpen opgedolven, voortkomende
+van eene Frankische begraafplaats.</p>
+
+<p>Boelare bezat reeds eene kerk in 1070. Het koor
+van den hedendaagschen tempel schijnt zeer oud te
+zijn. Men vindt er eene kleine schilderij, die het pen<!-- Page 97 --><span class='pagenum'><a name="Page_97" id="Page_97">[Pg 97]</a></span>seel
+van eenen meester verraadt: twee lieve kinderkens,
+een lam, de heilige moeder Anna en O. L. Vrouw.
+Een meesterstukje, zegt men, van den Antwerpschen
+kunstenaar <span class="smcap">G. de Craeyer</span>.</p>
+
+<p>In 1525 trokken de rederijkers &laquo;van den lande van
+Boelaer&raquo; te paard naar Geeraardsbergen, &laquo;om den
+paeyse te vieren.&raquo; Dat zij talrijk waren, is meer dan
+waarschijnlijk. De stad begiftigde hen trouwens &laquo;met
+twee tonnen bier.&raquo;</p>
+
+<p>Sarlardinge, op de zuidelijke grens van Oost-Vlaanderen,
+heet <i>Zaarlinge</i> in den mond des volks.</p>
+
+<p>Vele ingezetenen van Sarlardinge arbeiden in de
+steengroeven van Lessen.</p>
+
+<p>Op den 31 December loopen de behoeftige lieden
+naar de huizen der welstellende menschen, roepende:</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Koekebak, koekebak,<br /></span>
+<span class="i0">Steekt een brood in mijnen zak!<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Dit duurt den ganschen dag, want er zijn twee,
+drie dorpen te bezoeken. Tegen den avond wacht hen
+de koffietafel.</p>
+
+<p>Niet verre van Sarlardinge, doch in Henegouw, ligt
+Everbeke &mdash; Everbecq &mdash; dat voorheen eene Vlaamsch-sprekende
+bevolking had. Wie zulks betwijfelt, vrage
+maar eens in het dorp naar het <i>Hoogbosch</i> of het
+<i>Hemelrijk</i>.</p>
+
+<p>Goeferdinge, met zijne heuvelen en valleien, is een
+schilderachtig plaatsje. De kerk, staande op de helling
+eener hoogte, dagteekent uit de tweede helft der XVIII<sup>e</sup>
+eeuw. Boven de deur kapte men het jaartal 1776.</p>
+
+<p>Goeferdinge heeft geene groote hofsteden; doch men
+verzekerde ons, dat schier al de ingezetenen een eigen
+huis bezitten. Zulks bewijst, dat zij de orde en de
+spaarzaamheid liefhebben.<!-- Page 98 --><span class='pagenum'><a name="Page_98" id="Page_98">[Pg 98]</a></span></p>
+
+<p>Benoorden Geeraardsbergen ligt Schendelbeke, met
+eene uitgestrektheid van ongeveer 590 hectaren. De
+bodem, die zeer vruchtbaar en heuvelachtig is, bestaat
+hoofdzakelijk uit klei.</p>
+
+<p>Schendelbeke mag op eene hooge oudheid bogen.
+In 1850 heeft men er eene geslepen steenen bijl opgedolven.</p>
+
+<p>Het volk van Schendelbeke spreekt van den Godsberg,
+van den Rooden Driesch, van den Langen
+meersch en het Jonkheerenveld. Op den Rooden Driesch
+bouwde men in 1328 een klooster voor Karthuizers,
+dank aan de milddadigheid van Jan Geylinc, heer des
+dorps. De Godsberg, die nu een veld is, schijnt behuisd
+te zijn geweest.</p>
+
+<p>Het slot van Schendelbeke stond weleer niet verre
+van het kasteel van Boelare. Het werd geslecht in 1458;
+doch overblijfselen van middeleeuwsche muren, in
+eene moerassige weide verborgen, spreken tot den
+reiziger van vroeger wel en wee.</p>
+
+<p>De parochiale kerk, toegewijd aan St. Amand, werd
+onlangs hersteld. Het hoogaltaar is herkomstig uit de
+voormalige abdij van Geeraardsbergen.</p>
+
+<p>Bij Idegem kronkelt de Dender het Oosten in, naar
+Grimmingen. Noordwaarts, over Zandbergen, ligt Pollare,
+eene zeer oude gemeente, waar men Romeinsche
+steenen en pannen, stukken van vaatwerk en bronzen
+lanspunten heeft opgedolven.</p>
+
+<p>Pollare heeft eenen &laquo;Nekkersput&raquo; en eenen &laquo;Steenberg.&raquo;
+Eene oorkonde van 1596 noemt ook een
+&laquo;Hazelaarbosch,&raquo; waar de tooveressen der streek
+met den duivel omgingen.</p>
+
+<p>Tusschen Grimmingen en Geeraardsbergen praalt
+Onkerzele, een allerliefste plaatsje, met eene bevolking
+van ongeveer 1,700 zielen.</p>
+
+<p>De kerk prijkt op eenen heuvel. De huizen staan in<!-- Page 99 --><span class='pagenum'><a name="Page_99" id="Page_99">[Pg 99]</a></span>
+de diepte, en vormen eenen halven cirkel rondom
+den tempel.</p>
+
+<p>Deze werd in 1845 herbouwd. Hij bezit eenen lessenaar,
+die zeker in de eerste helft der XIV<sup>e</sup> eeuw werd
+vervaardigd. Het ijzeren blad vertoont een lammeken,
+klaverbladeren en druiven, benevens een Gothisch
+opschrift.</p>
+
+<p>Achter de kerk aanschouwt de wandelaar een heerlijk
+panorama: de uitgestrekte Dendermeerschen; de
+torens van Schendelbeke, Op-Hasselt, Idegem, Grimmingen,
+Pollare, Appelterre, Zandbergen en Ninove;
+het kasteel van Neder-Boelare; eene menigte hofsteden
+en molens. Elders daagt het donkere Raspaillenbosch.
+Naderbij, tusschen twee heuvelen, die met boomen en
+struiken bewassen zijn, daalt de weg naar den Dender.
+Voor schilders en dichters is Onkerzele een Eden.</p>
+
+<p>Een gehucht der gemeente heet Atenbeke. Daar
+vindt de wandelaar eenen reusachtigen eik: de <i>Jonkvrouw</i>.
+Door zijnen weligen groei, door zijne ongewone
+hoogte en dikte, door zijne regelmatige kruin en zijne
+krachtige takken wekt deze boom de bewondering van
+landzaten en vreemden. De stam is van onder tot boven
+gaaf en gezond. Op eene hoogte van twee meters boven
+den grond heeft hij nog eenen omtrek van nagenoeg
+vijf meters.</p>
+
+<p>Men wil, dat de &laquo;Jonkvrouw&raquo; ten minste vijf
+eeuwen oud zij. Hoort gij niet, dat het loover, door
+den avondwind bewogen, oude sagen fluistert? Dat het
+spreekt van vreugde en lijden, van vele beproevingen
+en oploopen, van vervlogen roem en grootheid?</p>
+
+<hr />
+
+<p>Wij kennen reeds den oorlog, dien Philip de Goede
+te voeren had tegen de overmoedige Gentenaars. De
+Groententers bemachtigden het slot van Schendelbeke.<!-- Page 100 --><span class='pagenum'><a name="Page_100" id="Page_100">[Pg 100]</a></span>
+Van daar trokken zij naar Geeraardsbergen, dat zij
+plunderden; naar Akeren en Lessen, stekende het vuur
+aan menige hoeven en kasteelen.</p>
+
+<p>Zoodra nu de hertog een leger verzameld had, besloot
+hij zich meester te maken van al de burchten,
+door zijne vijanden bezet. In de maand Juni 1453
+beschoot hij het kasteeel van Schendelbeke, dat hij na
+weinige dagen veroverde. Al de belhamers werden aan
+boomen opgehangen.</p>
+
+<p>Omtrent denzelfden tijd brandde Parike grootendeels
+af. Het slot van Poeke ging op zijne beurt na negen
+dagen wederstands over.</p>
+
+<p>In den zomer van 1765 machtigde de regeering een
+vennootschap om &laquo;houillie-aeders&raquo; te zoeken binnen
+de rechtsgebieden van Ninove, Leeuwergem, Gaver,
+Oudenaarde, Brakel, Over-Boelare, Viane, Windeke
+en andere omliggende plaatsen. De vergunning meldt,
+dat men tot dan toe geene diergelijke werken in Vlaanderen
+ondernomen had.</p>
+
+<p>Den 25 October 1798 vielen de boeren van Moerbeke,
+Viane en eenige andere dorpen, gewapend met
+zeisens, vorken en vlegels, in Geeraardsbergen. Zij
+weken terug, zonder groote schade aan te richten;
+doch kwamen 's anderendaags weer, kapten nu den
+vrijheidsboom af en plunderden den tempel der wet.</p>
+
+<p>De aanleider was uit het Kortrijksche. Hij droeg
+eenen hoed met zwarte pluimen.</p>
+
+<p>Geeraardsbergen was eene der weinige steden geweest,
+die in 1794 de Franschen welwillend ontvingen.
+Zelfs hadden de wethouders, als goede sullen, een
+deel van hunne bezoldiging afgestaan, om dansfeesten
+en dranken te bekostigen ter eere van hunne vreemde
+meesters. Ondanks dit alles beschuldigde men thans<!-- Page 101 --><span class='pagenum'><a name="Page_101" id="Page_101">[Pg 101]</a></span>
+de bevolking van dubbelhartigheid, van medeplichtigheid.
+&laquo;De stad,&raquo; dus schreef de beruchte Beguinot,
+&laquo;is aangewezen geworden om de eerste gelegenheid
+tot opstand waar te nemen. De openbare overheden
+zijn niet meer in veiligheid; zij worden zelfs langs de
+straat beleedigd...&raquo;</p>
+
+<p>Het magistraat wendde voor, dat geen enkele ingezetene
+aan den opstand der Boeren had deelgenomen.
+Dit belette niet, dat men de stad veroordeelde tot het
+betalen van eene schadeloosstelling van 2,057.41 fr.</p>
+
+<p>O die lieve, broederlijke Franschen!</p>
+
+<hr />
+
+<p>Bewesten Geeraardsbergen liggen Neder-Brakel, Op-Brakel
+en Schoorisse.</p>
+
+<p>Neder-Brakel, met meer dan 4,200 inwoners, wordt
+besproeid door de Zwalme, en gelijkt door zijne netheid
+aan een steedje. Het is de geboorteplaats van den
+novellenschrijver <span class="smcap">E. Meganck</span>.</p>
+
+<p>Te Op-Brakel stond de wieg van den wijd en zijd
+gekenden liedjeszanger <span class="smcap">Jozef Sadones</span>. De man was
+geboren den 6 December 1755 en stierf te Geeraardsbergen
+den 19 October 1816.</p>
+
+<p>Het schijnt, dat de Geuzen aan deze kanten nog al
+talrijk waren in de XVI<sup>e</sup> eeuw. De gebroeders <span class="smcap">van
+Campene</span> teekenden althans aan, &laquo;dat die van Bracle,
+Neerbracle en daer omtrent&raquo; naar Geeraardsbergen
+togen, om verder &laquo;het klooster van Beauprees&raquo; te
+plunderen, en dat zij overal den landman &laquo;veel
+molest deden.&raquo;</p>
+
+<p>Op zekeren dag, in de maand Augustus 1566, ontmoette
+de heer van Bakerzele, niet heel verre van
+Geeraardsbergen, eene bende van die roovers. Twaalf
+hunner werden neergeveld, vijftig anderen gevangen
+genomen en naderhand gekastijd.<!-- Page 102 --><span class='pagenum'><a name="Page_102" id="Page_102">[Pg 102]</a></span></p>
+
+<p>Wij komen te Schoorisse &mdash; Escornaiz &mdash; eene gemeente,
+die nagenoeg 2,500 zielen telt.</p>
+
+<p>Schoorisse ligt, evenals Marke, in eene bekoorlijke
+vallei, in de verte begrensd door de wouden van Op-Brakel,
+Vloesbergen en den Muziekberg. Westwaarts
+steekt de toren van Nukerke in de lucht.</p>
+
+<p>De vroegere baronij van Schoorisse bestond uit
+zeven gemeenten. Zij behoorde in den loop der tijden
+aan de edele geslachten van Schoorisse, van Gaver,
+van Lalaing, van Berlaimont en van Egmont toe.</p>
+
+<p>In de parochiale kerk vindt de reiziger eenen grafsteen
+met de namen van Arnold van Gaver, heer van
+Schoorisse, en zijne echtgenoote Izabella van Gistel.
+Jan van Luxemburg, een andere heer des dorps,
+stichtte er een jaargetijde.</p>
+
+<p>Het slot verhief zijne torens bezuiden de kerk, langs
+den steenweg.<!-- Page 103 --><span class='pagenum'><a name="Page_103" id="Page_103">[Pg 103]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXIII" id="XXIII"></a>XXIII.</h2>
+
+<h2><a name="Ronse" id="Ronse"></a>Ronse.</h2>
+
+
+<p>Ronse &mdash; Renaix &mdash; ligt in de Zuid-Westelijken
+hoek van Oost-Vlaanderen, in het schilderachtigste
+deel van gansch de provincie. De stad heeft eene
+uitgestrektheid van 3,173 hectaren, deels bebouwd,
+deels onbebouwd.</p>
+
+<p>In de laagten is de grond kleiachtig en zeer vruchtbaar;
+op de heuvelen is hij overal steen- en ijzerachtig.</p>
+
+<p>De landbouwers winnen dan ook alle soorten van
+graangewassen, van oliegevende en weefbare planten.
+Verder teelt men er tabak, moeskruiden en uitmuntend
+fruit. Allerhande boomen vertoonen eenen weelderigen
+groei.</p>
+
+<p>Er is geen gebrek aan bewijzen, die voor eene hooge
+oudheid van Ronse, als bewoonde plaats, pleiten.</p>
+
+<p>De heer <span class="smcap">Joly</span> vond er bijlen, hamers, messen en
+andere voorwerpen, behoorende tot het Keltisch tijdperk,
+v&oacute;or den inval der Romeinen. Den 8 Juli 1868
+ontdekte men in den kelder van het huis der familie van
+Butsele-Deneufbourg, op den Bergplas, eene Romeinsche
+lijkbus, hebbende eenen omtrek van 35 centimeters.
+Elders legde men Romeinsche schrijfstiften,
+wapens en bouwstoffen bloot.</p>
+
+<p>In de eerste helft der VII<sup>e</sup> eeuw kwam Sint Amand,<!-- Page 104 --><span class='pagenum'><a name="Page_104" id="Page_104">[Pg 104]</a></span>
+de Frankische geloofszendeling, naar het Zuiden van
+Vlaanderen, naar Kortrijk en Ronse. In deze stad
+stichtte de vrome man eene kerk en een klooster,
+in het jaar 638.</p>
+
+<p>De dichter van <i>Heer Daneelken</i>, eene zeer oude
+romance, kende Ronse:</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Hi tooch te Ronsen upt hooghe huys<br /></span>
+<span class="i0">Om drie synder suster kinder...<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Daneelken leefde zeven jaren in het gebergte &mdash; op
+den Muziekberg? &mdash; en ging vervolgens naar de hoofdstad
+der christenheid.</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Hi nam een staf al in syn hant,<br /></span>
+<span class="i0">Ende hi treec te Romen binnen:<br /></span>
+<span class="i0">&laquo;Nu biddic Maria, die moeder Gods,<br /></span>
+<span class="i0">Dat ic den paus mach vinden.&raquo;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Doen quam hi voor den paus ghegaen,<br /></span>
+<span class="i0">Voor onsen eertschen vader:<br /></span>
+<span class="i0">&laquo;Here, ic soude mi biechten geern,<br /></span>
+<span class="i0">Ende roepen up Gods ghenade.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">&laquo;Ic soude mi biechten seer bevreest<br /></span>
+<span class="i0">Met alle minen sinne;<br /></span>
+<span class="i0">Ic heb seven jaer in den berch gheweest...&raquo;<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Ronse verkreeg zijne eerste keure in 1240, vijftig
+jaren na Kortrijk. Nu kon de bevolking zich ongestoord
+aan den arbeid overgeven, op den handel toeleggen.</p>
+
+<p>Gedurende de middeleeuwen bloeide de lakenweverij
+zoowel te Ronse als te Gent, te Brugge, te Ieperen
+en te Kortrijk. Nog in de eerste helft der XVI<sup>e</sup> eeuw
+kwamen &laquo;de goede lieden van Ronse ter Curtricmarct
+met haren lakenen,&raquo; weshalve zij van het magistraat
+een geschenk van &laquo;twee cannen wyns&raquo; ontvingen. In
+de halle van Leuven mochten de kooplieden van Ronse
+hunne waren uitstallen, zonder rechten te betalen.</p>
+
+<p>Op onze dagen is Ronse nog eene zeer nijverige<!-- Page 105 --><span class='pagenum'><a name="Page_105" id="Page_105">[Pg 105]</a></span>
+stad, vooral befaamd om de katoenen weefsels, die
+men er vervaardigt. Ook de spinnerijen erlangen eene
+groote uitbreiding.</p>
+
+<p>Geen wonder dan, dat de bevolking spoedig aangroeit.
+In 1856 telde Ronse 12,000 inwoners; in 1878 waren
+er meer dan 14,600; in 1897 ongeveer 19,000.</p>
+
+<p>Groote rampen teisterden de gemeente, vooral in
+de XVI<sup>e</sup> eeuw.</p>
+
+<p>Toen Maximiliaan van Oostenrijk in den echt trad
+met Maria van Burgondi&euml;, poogde Lodewijk XI al de
+Fransche leenen, die op Maria verstorven waren, aan
+te slaan. In 1477 kwam hij langs Kamerijk, Bouchain
+en Avesnes naar het Henegouwsche, waar hij Doornik
+bemachtigde.</p>
+
+<p>Het volgende jaar begon de krijg opnieuw. De koning
+rukte met zijn leger naar West-Vlaanderen, denkende
+daar weinig tegenstand te zullen ontmoeten. Middelerwijl
+zou zijn hoofdman te Doornik, Maurits van Neufchatel,
+sprongreizen doen in het Gentsche, ten einde
+de Oost-Vlamingen bezig te houden.</p>
+
+<p>De Gentenaars, aangevoerd door den heer van Dadizele,
+togen de Franschen te gemoet, en vochten hardnekkig
+tusschen Ansegem en Berchem. Nochtans
+konden zij niet beletten, dat de vreemden Ronse in
+asch legden.</p>
+
+<p>Ten jare 1519, omtrent den feestdag der H. Drievuldigheid,
+vernielde een brand, bij toeval ontstaan,
+ongeveer 700 huizen. Destijds en later ook, tot diep
+in de XVIII<sup>e</sup> eeuw, bouwde men vele houten woningen.</p>
+
+<p>Veertig jaren nadien, in het hart van den zomer,
+verslond het vuur bijna gansch de stad. Zelfs smolten
+de klokken in de kerktorens.</p>
+
+<p>Een andere brand, den 31 Maart 1719 ontstaan,
+legde 330 huizen in asch.<!-- Page 106 --><span class='pagenum'><a name="Page_106" id="Page_106">[Pg 106]</a></span></p>
+
+<p>Ter oorzake van de menigvuldigheid dier rampen,
+stelde men twee &laquo;brandprocessies&raquo; in: &eacute;ene op de
+Vrijdag v&oacute;or Passiezondag en &eacute;ene op Paaschdag. Beide
+plechtigheden werden later afgeschaft.</p>
+
+<p>De Beeldstormers spaarden de stad evenmin.</p>
+
+<p>Den 19 Augustus 1566 drongen zij in de kerk van
+St-Hermes, schendende en brekende wat zij konden.
+Dank aan de krachtdadige tusschenkomst der wethouders,
+moesten de roovers deze reis de wijk nemen;
+doch na de plundering der Oudenaardsche bedehuizen
+keerden zij terug om hun goddeloos werk voort te
+zetten. Dit blijkt uit een gedicht van <span class="smcap">J.-D. Waelkens</span>,
+pastoor van Edelare:</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Als de pillage t'Audenaerde was gedaen,<br /></span>
+<span class="i0">Soo syn sy naer Ronse gegaen...<br /></span>
+<span class="i0">Kerken, kloosters en priesters hebben ze al aengegaen,<br /></span>
+<span class="i0">En keerden naer de stad met IX of X wagens, gela&ecirc;n<br /></span>
+<span class="i0">Met allerhande goed, geestelick en weerlick...<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Wellicht hebben al die rampen de merkwaardige
+gebouwen doen verdwijnen, die Ronse, net als andere
+steden, moet bezeten hebben.</p>
+
+<p>In de huidige Kasteelstraat, bij de Middelbare school,
+bouwde Jan van Nassau, in 1630, het schoonste slot,
+dat men in die jaren ten onzent kon bewonderen. Men
+verkocht het in 1823 voor 30,000 fr., waarna de hamer
+en het breekijzer het gebouw sloopten.</p>
+
+<p>Het eerste bedehuis van Ronse was de St-Pieterskerk,
+gewijd door den H. Amandus in de VII<sup>e</sup> eeuw.
+Daar zij heel bouwvallig was, verkocht men ze den
+2 November 1843 voor de geringe som van 3,300 fr.</p>
+
+<p>In de nabijheid dezer bidplaats bouwde men de
+St-Hermeskerk, gewijd in 1129. De krocht, in zuiver
+Romaanschen stijl, heeft den vorm van een Sint-Antoniuskruis.
+Zij bestaat uit breede gangen, gescheiden<!-- Page 107 --><span class='pagenum'><a name="Page_107" id="Page_107">[Pg 107]</a></span>
+door dertig zuilen met ongelijke versieringen. Het gewelf
+draagt sporen van oude muurschilderingen.</p>
+
+<p>De eigenlijke kerk, die groot en hoog is, werd herbouwd.
+Zij behoort tot de Gothische kunst, en was
+voltooid in het begin van 1525. De toren is zwaar
+en vierkantig.</p>
+
+<p>Den 16 Maart 1878 besloot men de kerk van Sint-Hermes
+te herstellen. Het gewelf en een deel van het
+koor werden reeds met kleuren belegd.</p>
+
+<p>In het koor prijkt een koperen arend van 1685.
+Het tafereel van <span class="smcap">Delfosse</span>, Sint Amand voorstellende,
+is een opmerkenswaardig doek.</p>
+
+<p>De tweede parochiale kerk van Ronse, aangelegd in
+1892, is toegewijd aan St. Marten, bisschop van Tours.
+Zij is bijna 72 meters lang, ruim 28 meters breed,
+en behoort tot den stijl der XIII<sup>e</sup> eeuw. Deze kerk is
+het middelpunt van eene nieuwe wijk der bloeiende,
+aangroeiende stad.</p>
+
+<p>De oude St-Martenskerk, met eenen heel eigenaardigen
+toren, stond in de nabijheid der hoofdkerk.</p>
+
+<p>Ronse heeft weinige openbare plaatsen. Wij noemen:
+de Groote Markt, met eene arduinen pomp, die elf
+meters hoog is en 36,000 fr. kostte; &mdash; den Plas; &mdash; de
+Veemarkt; &mdash; den Bruul of Broel, bewassen met
+hoogstammige kastanjeboomen; &mdash; de nieuwe de Malanderplaats; &mdash; de
+Paardenmarkt, door het volk
+schertsend het &laquo;Martelaarsplein&raquo; geheeten, omdat
+men er... de zwijnen slacht. De Broel wordt in den
+zomer veel bezocht.</p>
+
+<p>Hier en daar ontmoet de wandelaar een huis in
+Vlaamschen stijl. De woning van M. de Malander, met
+een bevallig torentje boven de poort, draagt zeker een
+eigen kunstmerk. Weinigen weten misschien, dat
+M. de Malander een allerschoonste museum bezit. Het<!-- Page 108 --><span class='pagenum'><a name="Page_108" id="Page_108">[Pg 108]</a></span>
+bevat, om maar enkele stukken te noemen: drie doeken
+van Quinten Massijs, den edelen, idealistischen vertegenwoordiger
+der oud-Vlaamsche school in de XV<sup>e</sup>
+eeuw; &mdash; vier van Rembrandt van Rijn, den beroemden
+meester der Hollandsche school, bij wien &laquo;licht en
+bruin&raquo; de hoofdzaak is; &mdash; twee van Rubens, eene
+der glansrijkste verschijningen in de schilderkunst; &mdash; vier
+van Teniers, den voorlooper van de groote Vlaamsche
+meesters der XVII<sup>e</sup> eeuw. Als bijzondere verzameling
+is die van M. de Malander zeker eene der rijkste
+van gansch het land.</p>
+
+<p>De katholieke Kring, die 85 meters lang is, gaat
+almede voor een merkwaardig gebouw door.</p>
+
+<p>Het oudste gilde van Ronse is wellicht het Sint-Sebastiaansgenootschap,
+dat v&oacute;or 1568 bloeide. Men
+bewaart nog den halsband, dien de koning droeg,
+alsmede een paar zilveren schilden, geschonken aan
+de vereeniging door Frans van Nassau in 1639.</p>
+
+<p>De Busschieters hadden Sint Hermes tot patroon
+gekozen. V&oacute;or de beeldstormerij, in 1562, brachten
+zij de overblijfselen van hunnen beschermheilige naar
+Bergen over. Dit genootschap werd in 1892 heringericht.
+De trommelslager, de fluiter en de standaarddrager
+komen steeds in hun ouderwetsch gewaad
+voor den dag.</p>
+
+<p>Ook de St-Martensvereeniging, heringericht omtrent
+het midden der XVIII<sup>e</sup> eeuw, is nog niet in kwijning
+gevallen.</p>
+
+<p>De <i>Harmonij</i>, die den 29 Juni 1794 tot stand kwam,
+vierde in 1894 haar eerste eeuwfeest. Op onze dagen
+is zulke zeldzaamheid het aanstippen waard.</p>
+
+<p>Ronse wordt besproeid door de Molenbeek, komende
+van den Muziekberg. De Molenbeek valt te Watripont
+in de Ronne. Over eenige jaren bracht zij acht molens<!-- Page 109 --><span class='pagenum'><a name="Page_109" id="Page_109">[Pg 109]</a></span>
+in beweging: den IJsmolen, den Braamboschmolen,
+den molen ter Beke, den molen te Queere, den Broelmolen,
+den Kapittelmolen, den Blokmolen en den
+Kapelmolen.</p>
+
+<p>Ronse bezit een bisschoppelijk College, eene Middelbare
+school van den Staat, eene aangenomen Normaalschool
+voor onderwijzeressen, twee lagere Gemeentescholen,
+eene Weezenschool, eene Teekenschool, eene
+Muziekschool en eene Weefschool.</p>
+
+<p>Het letterkundig leven schijnt er nochtans weinig
+ontwikkeld te zijn.</p>
+
+<p>Over eenige jaren heeft een bevoegd man de oorkonden
+der gemeente onderzocht en gerangschikt. De
+oudste stadsrekening loopt over 1648. Verder telt de
+verzameling &laquo;wettelicke chyrographi&euml;n, wettelicke
+passeeringhen, staten van goederen, rechterlijke acten,
+kerkrekeningen en wijkboeken.&raquo;</p>
+
+<p>Ronse is de geboorteplaats van <span class="smcap">Hermes van Wynghene</span>
+en van <span class="smcap">Pieter-Jan van der Haghen</span>.</p>
+
+<p>H. van Wynghene werd hoogleeraar te Leuven, en
+vervolgens lid van den geheimen Raad onder Karel V.
+Hij stierf in 1573.</p>
+
+<p>Van der Haghen kampte met de pen en met het
+woord tegen de ketters van zijnen tijd. De Jonghe getuigt
+van hem: &laquo;Een predikheer, P. Joannes van der
+Haghen of Dum&#339;us, een ieverige religieus, welke tegen
+de ketters een jaar lang dagelijks, en dan nog een jaar
+over ander dag heeft gepredikt, was zeer hatelijk aan
+de sectarissen. Dikwijls hebben zij getracht, zoo door
+vergift als met openbaar geweld, maar te vergeefs,
+hem ter dood te brengen.&raquo;</p>
+
+<p>De geleerde kloosterling bezweek in zijne geboortestad
+den 14 April 1573.<!-- Page 110 --><span class='pagenum'><a name="Page_110" id="Page_110">[Pg 110]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXIV" id="XXIV"></a>XXIV.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_het_bosch-Joly" id="Naar_het_bosch-Joly"></a>Naar het bosch-Joly.</h2>
+
+
+<p>Ja, Ronse heeft eene heerlijke omgeving.</p>
+
+<p>In de stad slenterend, kan men ze hier en daar,
+door eene zacht klimmende straat, reeds bewonderen.</p>
+
+<p>Den Broel voorbij gaande, bereikt men het bosch-Joly,
+een half uurtje buiten de stad, op het hoogste van
+Hoogerlucht, tusschen de Kruisen en den Muziekberg.</p>
+
+<p>Eene statige eikenlaan loopt naar den ingang.</p>
+
+<p>De boomen ruischen in den zoelen wind en toonen,
+door de openingen tusschen hunne stammen, een
+prachtig landschap in de verte, beheerscht door den
+zwaren toren der St-Hermeskerk.</p>
+
+<p>De heer Joly heeft het bosch als warande ingericht.
+Het meet ten minste twintig hectaren.</p>
+
+<p>Overal kreupelhout en varens; overal schoone, krachtige
+boomen: eiken en esschen, olmen en beuken,
+berken en dennen, overal dalende en klimmende wegen.</p>
+
+<p>Rechts is de geliefkoosde verblijfplaats der konijnen.
+Nu en dan wipt er een van die bevallige knagertjes
+in of uit zijne pijp.</p>
+
+<p>Verder ontmoet de wandelaar eenen vijver, tintelend
+in den glans der zonne.</p>
+
+<p>Rondom dien vijver vindt men ruwe rustbanken,
+verscheidene rotsen en bronnen. Groen mos bedekt
+de rotswanden.</p>
+
+<p>Midden in den vijver staat de Menhir, eenzaam,<!-- Page 111 --><span class='pagenum'><a name="Page_111" id="Page_111">[Pg 111]</a></span>
+maar fier en pal. Zijne voeten steken in het slijk, maar
+zijn kop glanst in het zonnelicht. Een beeld van den
+denkenden, maar ondeugenden mensch...</p>
+
+<p>Twee bronnen versierde men met bouwstoffen van
+het voormalige slot der stad, weshalve zij eenen historischen
+naam kregen: de bron van Nassau en de
+Kasteelbron.</p>
+
+<p>Zuidwaarts springt de bron der Reuzen tusschen
+verscheidene groote rotsblokken.</p>
+
+<p>Een murmelend beekje leidt het overtollige water weg.</p>
+
+<p>Niet verre van de bron der Reuzen kan men, in een
+allerliefst prieeltje, eenige oogenblikken uitrusten.</p>
+
+<p>Onder het rooken van eene lekkere pijp en het beschouwen
+van den weelderigen plantengroei hoort men
+den koekoek roepen: &laquo;Koekoek! hier is het goed!&raquo;</p>
+
+<p>Opklimmende, komt men v&oacute;or het eigenlijke park.
+Daar vindt men een fraai paviljoen, eene schilderachtige
+grot, eenige kleinere bronnen en een donkergroen
+mastbosch. O die smakelijke lucht!</p>
+
+<p>Een zeer merkwaardig voorwerp is een &laquo;dolmen,&raquo;
+door den heer Joly op de kruin van den Muziekberg ontdekt.
+Twintig paarden trokken dien reusachtigen steen
+naar de plaats, die hij thans bekleedt. Hij is inderdaad
+omtrent 0<sup>m</sup>,70 dik, en 1<sup>m</sup>,80 lang en breed. Kon hij
+maar vertellen uit den voortijd, toen onze vaderen nog
+omdoolden in de duisternissen van het heidendom!</p>
+
+<p>Men heeft het Joly-bosch weleens met het woud van
+Fontainebleau vergeleken. In alle geval kan men er
+eenen halven dag heel genoeglijk overbrengen. Een onzer
+vrienden, die ons derwaarts vergezelde, zong gedurig
+met zijne helderklinkende stem het Duitsche lied:</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">In het woud daar wou ik leven<br /></span>
+<span class="i0">Bij heeten zonneschijn.<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>En vraagt de maag eenige verversching of verster<!-- Page 112 --><span class='pagenum'><a name="Page_112" id="Page_112">[Pg 112]</a></span>king &mdash; want
+de mensch leeft toch ook niet van po&euml;zie
+alleen! &mdash; zoo kan men in de eene of andere herberg
+het verlangde bekomen.</p>
+
+<p>Een blik op de stad en het omliggende landschap
+zal tevens de oogen verzadigen.</p>
+
+<p>Bij de poort leest men in groote letters en in onze
+twee landtalen:</p>
+
+<p>
+Verboden ingang!<br />
+Entr&eacute;e interdite!<br />
+</p>
+
+<p>Maar de heer Joly is een vriendelijk man, en verschaft
+den nieuwsgierigen wandelaar gaarne eene toegangskaart.</p>
+
+<hr />
+
+<p>Terugkeerende naar de stad, maakten wij de bemerking,
+dat wij in Zuid-Vlaanderen, voor weinig geld
+en in korten tijd, toch zoo schoone uitstapjes kunnen
+doen met onze familie. En wij voegden er bij, dat de
+mensch, die goed ziet en goed hoort, een bevoorrechte
+sterveling is.</p>
+
+<p>Toen wij bij onzen vriend te huis kwamen, wachtte
+ons een smakelijk avondmaal.</p>
+
+<p>En de lieve huisvrouw speelde eene prachtige sonate
+van Beethoven; en de vriend vergastte ons op het
+prachtige lied van <span class="smcap">Karel Mestdagh</span>:</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Door de Nederlanden,<br /></span>
+<span class="i0">Naar de wijde, diepe zee,<br /></span>
+<span class="i0">Stroomt de schoone Schelde...<br /></span>
+<!-- Page 112p --><span class='pagenum'><a name="Page_112p" id="Page_112p">[Pg 112p]</a></span></div></div>
+
+<!-- Page 113 --><div class="figcenter" style="width: 657px;">
+<img src="images/image04.jpg" alt="Panorama op den HOOTOND" title="" />
+<span class="caption">Panorama op den HOOTOND</span>
+</div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXV" id="XXV"></a>XXV.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_den_Hootond_en_de_Kruisen" id="Naar_den_Hootond_en_de_Kruisen"></a>Naar den Hootond en de Kruisen.</h2>
+
+
+<p>Wij verlaten Ronse door de Zonnestraat en volgen
+klimmende voetwegen.</p>
+
+<p>Een trouwe vriend, een bewonderaar der schoone
+natuur en tevens een liefhebber van eigen taal en
+kunst, vergezelt ons als gids.</p>
+
+<p>Sprekende over het wel en wee, dat vroegere jaren
+ons aanbrachten, naderen wij de nieuwe kapel &laquo;ten
+witten Tak,&raquo; een sierlijk, Gothisch gebouwtje met
+tien kleine vensters.</p>
+
+<p>Waar het oude kapelleken stond, vinden wij nu
+eene landelijke herberg.</p>
+
+<p><span class="smcap">Sanderus</span> verhaalt, dat hier in lang vervlogen tijden
+een groote, breede eik groeide. Onder de looverrijke
+takken school een beeldje van O.-L.-Vrouw.</p>
+
+<p>De tak, die het beeldje droeg, was witter dan de
+andere. Dit maakte de aandacht der landzaten gaande,
+weshalve de geloovigen in het begin der lente naar
+den heuvel stroomden, om de Moedermaagd te vereeren
+en te aanroepen.</p>
+
+<p>Ten jare 1636 heerschte eene besmettelijke ziekte
+in vele gemeenten van Vlaanderen, onder andere te
+Kortrijk en te Ronse. In de eerste stad vroegen de
+wethouders eene plechtige processie met het wonder<!-- Page 114 --><span class='pagenum'><a name="Page_114" id="Page_114">[Pg 114]</a></span>dadig
+beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge; in de
+tweede beloofde men eene kapel te bouwen ter eere
+van de machtige Troosteres der bedrukten.</p>
+
+<p>De kwaal verminderde, en in de eerste maanden
+van 1639 voltooide men de eenvoudige bidplaats.
+Sedertdien beginnen de &laquo;kapellekensdagen&raquo; ieder
+jaar den 2 Juli.</p>
+
+<p>Wij zetten onze wandeling voort, gaan het schoone
+kasteel van M. Cambier voorbij, en bewonderen de
+omliggende hoven en parken met hunne weelderige
+en veelkleurige gewassen. Weldra bereiken wij den
+Hootond, die 150 meters hoog is.</p>
+
+<p>Bij den molen, op de kruin, blijven wij staan.</p>
+
+<p>Westwaarts, boven den Kluisberg, glinstert de zon,
+haren glans verspreidende over een landschap, dat
+ongemeen groot en schoon is.</p>
+
+<p>De molenaar &mdash; een vriendelijk man &mdash; komt bij en
+wijst ons aan den blauwen gezichteinder de torens van
+Maria-Horebeke, Merelbeke, Gent, Evergem, Drongen,
+Vosselare en Deinze; &mdash; die van Ruiselede, Brugge,
+Tielt, Pittem, Ardooie, Ingelmunster, Hooglede, Roeselare,
+Passchendale en Kortrijk; &mdash; benevens die van
+Toerkonje, Robaais, Rijsel, Templeuve, Doornik,
+Antoing en Peruwelz. In het geheel kan men de kerken
+van 108 steden en dorpen onderscheiden. Tusschen
+Brugge en Peruwelz is er een rechte afstand van
+80 kilometers of 16 mijlen. Evergem en Rijsel zijn
+70 kilometers of 14 mijlen van elkander verwijderd.</p>
+
+<p>Welk eene verscheidenheid in dat overgroote panorama!
+Ginds, tusschen Ansegem en Mooregem, is het
+Bouveloobosch; bij Tiegem daagt het Kapelbosch.
+Naderbij poost het oog op de wouden van Quaremont
+en den Kluisberg. Links blauwt de Drievuldigheidsberg,
+in het Doorniksche. Heinde en verre steekt de<!-- Page 115 --><span class='pagenum'><a name="Page_115" id="Page_115">[Pg 115]</a></span>
+roode kleur der daken aangenaam af bij het donkere
+groen der gewassen.</p>
+
+<p>Terugkeerende naar den steenweg, blikken wij op
+de stad, in de diepte, en verderop de reeks heuvelen,
+die langs Ellezele en Vloesberge naar Lessen loopen.
+Aan den gezichteinder onderscheiden wij den &laquo;Kattemolen&raquo;
+en van den Daele's bosch.</p>
+
+<p>Op de hoogte der Kruisen groeien weelderige boomen,
+onder wier toppen eenige lusthuizen schuilen.
+Daar kan men in den zomer, bij het op- en ondergaan
+der zon, de ontwakende of insluimerende natuur bespieden
+en... frisch ademhalen.</p>
+
+<p>Van de Kruisen trekt de stad heur water. Langs den
+steenweg, in eenen grooten kelder, hoort men het
+klare vocht onverpoosd ruischen.</p>
+
+<p>Onze vriend wijst ons eenen grooten treuresch, die
+nu en dan schijnt te trillen onder den adem des winds.
+Denkt hij misschien aan de rijke en de arme lieden,
+die hij ziet voorbijslenteren? Aan den snellen loop
+der jaargetijden? Aan de vluchtigheid der aardsche
+genoegens?<!-- Page 116 --><span class='pagenum'><a name="Page_116" id="Page_116">[Pg 116]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXVI" id="XXVI"></a>XXVI.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_den_Muziekberg" id="Naar_den_Muziekberg"></a>Naar den Muziekberg.</h2>
+
+
+<p>Ten Noord-Oosten van Ronse rijst de Muziekberg.
+Daar gaan wij heden omdolen en eene frissche
+lucht inademen.</p>
+
+<p>Wij verlaten de Groote Markt en volgen de Gasthuisstraat,
+de Biezenstraat en de Beekstraat. Verder
+loopt een kronkelende binnenweg naar de hoogte.</p>
+
+<p>De Muziekberg is, evenals de Hootond, 150 meters
+hoog. Een woud bedekt het grootste gedeelte zijner
+kruin.</p>
+
+<p>Hoor eens, hoe het windje door de bladeren ritselt,
+hoe de kerfdiertjes gonzen, hoe de vogelen kweelen!
+Zie eens, hoe de warme stralen der zon door het
+looverdak der boomen dringen en gouden strepen op
+den grond tooveren!</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">o Woud, vol vrede en lommer,<br /></span>
+<span class="i0">Met diepe eerbiedenis<br /></span>
+<span class="i0">Betreden wij uw boorden,<br /></span>
+<span class="i0">Zoo rustig, groen en frisch.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wij dwalen rond en luisteren...<br /></span>
+<span class="i0">En alles spreekt tot ons:<br /></span>
+<span class="i0">Het lied van vink en lijster,<br /></span>
+<span class="i0">Der bijen stil gegons;<!-- Page 117 --><span class='pagenum'><a name="Page_117" id="Page_117">[Pg 117]</a></span><br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het wuiven van de twijgen,<br /></span>
+<span class="i0">Der bloemen heerlijkheid...<br /></span>
+<span class="i0">o Woud, wat zijt gij statig,<br /></span>
+<span class="i0">Vol ernst en majesteit!<br /></span>
+</div></div>
+
+<p>Talrijke gangen en lanen doorkruisen het bosch.
+Jammer maar, dat men alle oogenblikken een ondeugend
+plankje ziet hangen met de vermaning: &laquo;Het is
+streng verboden hier door te gaan.&raquo;</p>
+
+<p>Van tijd tot tijd vinden wij eene open plaats, waar
+wij een prachtig uitzicht hebben.</p>
+
+<p>Op zulk eene plaats, in het midden van het bosch,
+staat een torentje, uit etssteen opgebouwd en met
+eiloof begroeid.</p>
+
+<p>Hier is het hoogste punt van den berg.</p>
+
+<p>Het torentje is nagenoeg tien meters hoog. Het heeft
+tien ronde kijkgaten en laat ons, over het struikgewas
+en geboomte heen, naar alle zijden blikken.</p>
+
+<p>Het panorama, dat wij aanschouwen, is wel zoo
+schoon als dat van den Hootond. Maar wij beweren,
+dat het grootscher is, omdat de wilde natuur in hare
+maagdelijke schoonheid hier een ruimer aandeel heeft.</p>
+
+<p>In het Zuid-Westen ligt Ronse, met zijne torens,
+schouwen en daken, langs alle kanten met hoogten en
+bosschen omringd. In het Oosten rijzen de heuvelen,
+die naar Geeraardsbergen voortloopen. Elders gaat het
+oog over bergen en dalen, over gehuchten en dorpen,
+over huizen en molens.</p>
+
+<p>Daar treft het gefluit van eenen naderenden stoomwagen
+onze ooren. In de diepte snelt hij kuchend
+voort, weldra verdwijnend in den onderaardschen gang
+van het nieuwe dorpje Louisa-Maria.</p>
+
+<p>Een gedeelte van den Muziekberg is hedendaags eene
+warande met bronnen, waterleidingen en vijvers.</p>
+
+<p>Niet verre van het reeds genoemde torentje staat<!-- Page 118 --><span class='pagenum'><a name="Page_118" id="Page_118">[Pg 118]</a></span>
+een hooge boom, die een klein kruisbeeld draagt. De
+christen wandelaar ontdekt eerbiedig het hoofd, en
+dankt inwendig ons Vlaamsche volk om zijne godsdienstige
+overtuiging.</p>
+
+<p>Eenige stappen verder vinden wij eene hofstede.
+V&oacute;or het woonhuis ligt eene groote weide.</p>
+
+<p>Ten jare 1821 poogde M. van Hoobrouck, van
+Mooregem, den wijnbouw te drijven op de zuidelijke
+helling des bergs.</p>
+
+<p>De oogst van 1827 was nog al bevredigend. Den
+10 October kwam M. van Doorn, destijds gouverneur
+van Oost-Vlaanderen, de teelt in oogenschouw nemen
+en aanmoedigen. Nadat hij den eersten tros had afgesneden,
+vielen de werklieden aan den arbeid. De eigenaar
+oogstte twintig stukken wijn. Nochtans was hij
+naderhand gedwongen van de onderneming af te zien.</p>
+
+<p>Maar het wordt stillekens avond. Moede geklommen
+en moede gekeken, rusten wij eenige oogenblikken op
+het gras, en dalen dan den berg af.</p>
+
+<p>De ondergaande zon werpt heure leste stralen over
+het landschap; lichte wolkjes zweven in de lucht.</p>
+
+<p>De wind schijnt ook moede te zijn van het spelen
+en dartelen, en houdt zijnen adem in; de vogelen
+zingen hun slaapliedje onder de bladeren der boomen.</p>
+
+<p>Daar verdwijnt de zon...</p>
+
+<p>Een dunne nevel drijft boven de velden.</p>
+
+<p>Ginds zingt een klokje: <i>Ave, Maria!</i></p>
+
+<p>Eene geheimnisvolle kalmte heerscht omhoog en
+omlaag.</p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Wat is de kalmte streelend zoet,<br /></span>
+<span class="i0">Dat suizen en in sluimer zijgen,<br /></span>
+<span class="i0">Dat plechtig stil en stiller zwijgen,<br /></span>
+<span class="i0">Die rozenkleurige avondgloed!<br /></span>
+<span class="i0">'t Is of de rust rondom ons henen<br /></span>
+<span class="i0">Een zachter inborst in ons stort;<!-- Page 119 --><span class='pagenum'><a name="Page_119" id="Page_119">[Pg 119]</a></span><br /></span>
+<span class="i0">'t Is of ons harte ruimer wordt,<br /></span>
+<span class="i0">En wat er boos was, is verdwenen.<br /></span>
+<span class="i0">Een onbestemd en diep gevoel<br /></span>
+<span class="i0">Ontwaakt en trilt er in onze &acirc;ren...<br /></span>
+<span class="i0">Wie mocht dien indruk nooit ontwaren?<br /></span>
+<span class="i0">Wien laat dat purprend Westen koel?<br /></span>
+<span class="i0">Nu zweven als op donzen schachten<br /></span>
+<span class="i0">Geliefde beelden om ons heen;<br /></span>
+<span class="i0">Nu wemelt droom aan droom dooreen,<br /></span>
+<span class="i0">En zielsgepeinzen en gedachten.<br /></span>
+<span class="i0">De ontroering grijpt ons in 't gemoed;<br /></span>
+<span class="i0">Haars ondanks wordt de ziel bewogen;<br /></span>
+<span class="i0">Er klopt een heimwee in ons bloed;<br /></span>
+<span class="i0">Soms wisschen wij een traan uit de oogen,<br /></span>
+<span class="i0">Onwetend wat hem drupplen doet.<br /></span>
+<!-- Page 120 --><span class='pagenum'><a name="Page_120" id="Page_120">[Pg 120]</a></span></div></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXVII" id="XXVII"></a>XXVII.</h2>
+
+<h2><a name="Nog_in_het_land_van_Ronse" id="Nog_in_het_land_van_Ronse"></a>Nog in het land van Ronse.</h2>
+
+
+<p>In het land van Ronse kan men nog eenige wandeltochten
+ondernemen, die tevens schoon en leerrijk
+zijn: naar de Hooge heide en van den Daele's bosch,
+langs den steenweg van Ellezele; &mdash; naar St-Sauveur,
+langs de baan van Leuze; &mdash; naar Watripont, langs
+het kerkhof en het lusthuis van M. Snoeck.</p>
+
+<p>Ellezele &mdash; <i>Ellezelles</i> &mdash; ligt in eene vallei.</p>
+
+<p>Halfweg loopt eene straat naar van den Daele's bosch,
+met diepe ravijnen, kreupelhout en eeuwenoude boomen.
+De groei is hier bij uitstek krachtig.</p>
+
+<p>In eene ouderwetsche herberg kan men allerhande
+versterkingen en ververschingen bekomen. De waard
+en zijne vrouw zijn ongemeen beleefd en voorkomend,
+misschien wel omdat de nieuwere beschaving er de
+voorvaderlijke gewoonten nog niet gansch kon uitroeien.
+Wij zagen het vuur flakkeren in den breeden
+haard op eenige steenen.</p>
+
+<p>St-Sauveur is een vriendelijk dorp met ruim 2,000
+zielen. Watripont, op de Ronne, telt er slechts 400.</p>
+
+<p>Watripont, oudtijds Waudripont geheeten, was de
+zetel van eene groote heerlijkheid. De burcht was ver<!-- Page 121 --><span class='pagenum'><a name="Page_121" id="Page_121">[Pg 121]</a></span>sterkt.
+In de gedempte grachten heeft men kanonballen
+en wapens gevonden, getuigen van vroegere
+belegeringen. Het huidige kasteel dagteekent van de
+XVIIIe eeuw.</p>
+
+<p>Tot de heerlijkheid van Waudripont behoorde langen
+tijd eene vierschaar, die te Ronse het recht van hooge,
+middelbare en lage justitie uitoefende. In 1240 schonk
+Geeraard van Waudripont aan de ingezetenen van
+Ronse eene keure, hen vrij verklarende van lasten
+en leendiensten.</p>
+
+<p>Veertig jaren nadien werd Ronse eene baronij. Deze
+hoorde in den loop der tijden aan vijf verschillende
+geslachten toe: aan het grafelijk huis van Vlaanderen
+(1280-1402); aan het huis van Hamaide-Roggendorf
+(1402-1549); aan het huis van Granvelle (1549-1630);
+aan het huis van Nassau-Siegen (1630-1745); aan
+het huis de Merode-Westerloo (1745-1830).</p>
+
+<p>Watripont is hedendaags een lachend dorpje, omgeven
+van uitgestrekte weiden.</p>
+
+<p>In het kerkje vindt men verscheidene oude grafzerken.<!-- Page 122 --><span class='pagenum'><a name="Page_122" id="Page_122">[Pg 122]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXVIII" id="XXVIII"></a>XXVIII.</h2>
+
+<h2><a name="De_Fiertere_van_Ronse" id="De_Fiertere_van_Ronse"></a>De Fiertere van Ronse.</h2>
+
+
+<p>Het Vlaamsche volk heeft altijd zijne heiligen geliefd
+en in het openbaar vereerd.</p>
+
+<p>Gent viert den H. Livinus, Mater de H. Amelberga,
+Tiegem den H. Arnoldus, Ronse den H. Hermes.</p>
+
+<p>Uit dien eerbied sproten de bedevaarten en de
+ommegangen. Op zekere dagen droeg men de reliquiekas
+of de fiertere der heiligen plechtig van de eene
+plaats naar de andere, onder den toeloop van eene
+groote en biddende menigte.</p>
+
+<p>Zulke ommegangen zijn door den band heel eigenaardig
+en bij uitstek dichterlijk. Zij spreken in alle
+geval hoog en luid van den onverschrokken godsdienstzin
+der vorige geslachten, van het levendig geloof der
+vervlogen eeuwen.</p>
+
+<p>Sint Hermes &mdash; de patroon van Ronse &mdash; leefde in
+de tweede eeuw der christelijke jaartelling. Hij stierf
+den marteldood en werd door zijne zuster Theodora
+begraven.</p>
+
+<p>In het jaar 829 deed Gregorius IV de stoffelijke
+overblijfselen van den heilige naar de St-Marcuskerk
+brengen. Talrijke wonderen lokten gedurig nieuwe
+bedevaarders uit.</p>
+
+<p>Lotharius, een kleinzoon van Karel de Groote,<!-- Page 123 --><span class='pagenum'><a name="Page_123" id="Page_123">[Pg 123]</a></span>
+vroeg het lichaam van Sint Hermes voor zijne staten,
+en bekwam het in 851.</p>
+
+<p>Voorloopig bewaarde men den schat in de abdij van
+St-Cornelius, bij Aken. De keizer stierf in 856. Zijn
+zoon en opvolger deed de reliquie naar Ronse overdragen,
+waar zij den 6 Juli 860 toekwam.</p>
+
+<p>Men stelde ze in de St-Pieterskerk. Later bouwde
+men, zooals wij reeds weten, de St-Hermeskerk.</p>
+
+<p>De fiertere van Ronse valt alle jaren op den feestdag
+van de H. Drievuldigheid, anders gezeid op den
+eersten kermisdag der gemeente.</p>
+
+<p>V&oacute;or de Fransche omwenteling was de ommegang
+bijzonder eigenaardig.</p>
+
+<p>Uit al de omliggende dorpen uit Vlaanderen en
+Henegouw kwamen, vroeg in den morgen, de beste
+ruiters naar de stad. De ruitersmis begon om zeven ure.</p>
+
+<p>Na de mis begaf men zich op weg door de Wijnstraat,
+zich richtende naar Louisa-Maria, den Muziekberg,
+St-Sauveur, Watripont, Rozenaken, den Hootond
+en de Kruisen.</p>
+
+<p>Voorop gingen de gildebroeders van St-Sebastiaan,
+in het rood &mdash; die van St-Marten, in het zwart &mdash;
+van St-Hermes, in het groen gekleed.</p>
+
+<p>De nering der kleermakers volgde met haren
+standaard. Dan kwamen de Zwarte Zusters met hunne
+leerlingen en de Zusters van het gasthuis.</p>
+
+<p>De schoenmakers droegen de fiertere.</p>
+
+<p>V&oacute;or hen stapte, traag en statig, een man, die twee
+groote bellen op maat deed klinken.</p>
+
+<p>Het magistraat en de ruiters sloten den stoet.</p>
+
+<p>De mannen van Rooborst, in Vlaanderen, en van
+St-Sauveur, in Henegouw, reden altijd voorop, omdat
+hunne voorzaten in 1724 zich manmoedig verzetteden
+tegen eene bende struikroovers, die, in de nabijheid<!-- Page 124 --><span class='pagenum'><a name="Page_124" id="Page_124">[Pg 124]</a></span>
+van den Muziekberg, de overblijfselen van Sint Hermes
+wilden onteeren.</p>
+
+<p>Aan de Begijnhofstraat gekomen zijnde, keerde de
+geestelijkheid naar de kerk terug, terwijl de bedevaarders
+de Kruisstraat insloegen.</p>
+
+<p>Niet verre van den Muziekberg draafden de ruiters
+van Rooborst en St-Sauveur, met het pistool in de
+vuist, driemaal rond de reliquiekas. Men toefde op
+Schoonboeke, bij Ellezele en bij St-Sauveur.</p>
+
+<p>Op de grenzen van Watripont gebeurde er iets
+anders. Een van de voornaamste ingezetenen dier
+gemeente kwam de wethouders van Ronse den eerewijn
+aanbieden. Die van Ronse schonken den &laquo;notabele&raquo;
+eenen grooten koek, ten bewijze van vriendschap.
+Dezen koek zond men onmiddellijk naar Doornik, en
+van daar naar Parijs, waar hij, twee dagen nadien, op
+de tafel van M. den graaf van Bethune moest prijken.</p>
+
+<p>Van waar dit zonderling gebruik?</p>
+
+<p>De legende wil, dat de heeren van Ronse en van
+Watripont eens eenen grooten twist hadden; dat zij
+dezen twist inderminne beslechtten, en dat zij het
+genoemde beschenken tot teeken van hunne verzoening
+in zwang brachten. Op den koek ziet men althans
+twee samengeslagen handen.</p>
+
+<p>Wij gissen, met D^r <span class="smcap">Delghust</span>, dat dit gebruik zijn
+ontstaan te danken hebbe aan de keure van 1240,
+waardoor de heer van Watripont de Ronsenaren ontsloeg
+van tollen en leendiensten.</p>
+
+<p>Te Rozenaken, op de hofstede van St-Hermes, toebehoorende
+aan het kapittel van Ronse, wachtten twee
+kanunniken de bedevaarders af. Aan allen schonken
+zij eene gewijde taart en bier of wijn volgens de tijdsomstandigheden.</p>
+
+<p>In den namiddag, tusschen vier en vijf ure, bereikte
+men weder de stad. De geestelijkheid kwam de fiertere<!-- Page 125 --><span class='pagenum'><a name="Page_125" id="Page_125">[Pg 125]</a></span>
+te gemoet tot aan de steenen brug en bracht ze,
+psalmen zingend, weer naar de kerk.</p>
+
+<p>Hedendaags volgt de processie nog altijd denzelfden
+langen weg rond het grondgebied der stad.</p>
+
+<p>Te Louisa-Maria en te Rozenaken laat men de
+reliquiekas eenen zekeren tijd in de kerk rusten. Middelerwijl
+mogen de bedevaarders hunnen dorst lesschen
+en hunnen honger stillen.</p>
+
+<p>Op den Hootond en de Kruisen versieren de tochtgenooten
+hunne paarden en rijtuigen met meien,
+takken en bloemen, vooral met bloeienden brem.</p>
+
+<p>Ten jare 1898 telden wij meer dan tweehonderd
+ruiters, die de overblijfselen van Sint Hermes vergezeld
+hadden.</p>
+
+<p>Bij gebrek aan oorkonden kennen wij den oorsprong
+van Ronse's ommegang niet. Het is nochtans zeker,
+dat hij zeer oud is, nademaal men hem in 1453, ter
+oorzake van de toenmalige onlusten en oorlogen tusschen
+Philip den Goede en de Gentenaars, niet toeliet.</p>
+
+<hr />
+
+<p>In de sacristij van St-Hermeskerk bewaart men het
+zoogenaamde <i>Zottenboek</i>. Buiten eenige standregelen
+en de namen van de leden der broederschap, behelst
+het namen van krankzinnigen, opklimmende tot het
+jaar 1670.</p>
+
+<p>Velerhande aanteekeningen zetten dit gedeelte eene
+zekere belangrijkheid bij. Nu eens bestatigde men, dat
+de zieke genezen, dan weer, dat hij overleden was gedurende
+de negendaagsche plechtigheid.</p>
+
+<p>V&oacute;or 1597 gebruikten de krankzinnigen alle dagen
+een koud of een lauw bad. Mgr Hovius, aartsbisschop
+van Mechelen, schreef alsdan voor, dat men ze enkel
+besproeien zoude met gewijd water.<!-- Page 126 --><span class='pagenum'><a name="Page_126" id="Page_126">[Pg 126]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXIX" id="XXIX"></a>XXIX.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_den_Pottelsberg" id="Naar_den_Pottelsberg"></a>Naar den Pottelsberg.</h2>
+
+
+<p>Tusschen Ellezele en Lessen ligt Vloesberge &mdash; <i>Flobecq</i> &mdash; eene
+groote gemeente van ongeveer 4,500
+inwoners.</p>
+
+<p>Onze lezers zullen zich wel herinneren dat <span class="smcap">Julius
+Plancquaert</span>, de schrijver van <i>de Franschen in Vlaanderen</i>,
+vrederechter was te Vloesberge, en daar in 1888
+overleed in den ouderdom van 35 jaren. De begaafde
+man was van Wortegem.</p>
+
+<p>Benoorden het vlek is het uitgestrekte woud van
+Vloesberge met twee bergpunten, die 150 meters hoog
+zijn. De eene verhevenheid is de Pottelsberg, de andere
+de berg van Rhodes.</p>
+
+<p>De afstand van Ronse bedraagt 8 kilometers. Nochtans
+zal de weg ons niet lang schijnen, omdat de
+streek overal zoo schoon, zoo schilderachtig is.</p>
+
+<p>Nauwelijks zijn wij buiten Ronse aan <i>de Linde</i> &mdash; eene
+gekende herberg &mdash; of de Muziekberg rijst weer
+v&oacute;or onze oogen. Aan dezen kant is zijne helling
+zeer steil.</p>
+
+<p>Daar neemt de Molenbeek haren oorsprong.</p>
+
+<p>Verder bereiken wij het kapelleken van Lorette,
+gebouwd in 1674 door de zorgen van M. Deletenre,
+pastoor te Ronse. De vrome herder had ondervonden,
+dat vele geloovigen, aldaar gehuisvest, hunne gods<!-- Page 127 --><span class='pagenum'><a name="Page_127" id="Page_127">[Pg 127]</a></span>dienstige
+plichten maar moeilijk konden vervullen,
+omdat zij ofwel te verre van de stad woonden, ofwel
+slechte, onbruikbare wegen moesten volgen. Om die
+reden richtte hij twee kapellen op: de kapel ter Heide,
+tusschen Ronse en Ellezele, en de reeds genoemde
+kapel van Lorette, langs de baan naar Brakel, welke
+wij volgen.</p>
+
+<p>In de kapel ter Heide las men mis op alle Zon- en
+heiligdagen des jaars, behalve op Paschen, Sinksen,
+Allerheiligen en Kerstmis. Ten jare 1819 brak men
+deze bidplaats af.</p>
+
+<p>De kapel van Lorette bestaat nog, en wordt ieder
+jaar met den 25 Maart druk bezocht. De landzaten
+spreken dichterlijk van den &laquo;Tijloozen ommegang,&raquo;
+omdat de tijloozen of de sneeuwklokjes in die dagen
+volop bloeien.</p>
+
+<p>Wij komen in Henegouw en bereiken eene wijd gekende
+herberg <i>Les quatre Vents</i>. Hier staan wij 130
+meters boven den spiegel der zee. In de nabijheid heeft
+de heer Joly overblijfselen uit het steenen en het
+bronzen tijdperk ontdekt. Ronse mag fier zijn op dien
+verstandigen en onbaatzuchtigen zoeker!</p>
+
+<p>Tien minuten verder loopt een zijweg links, een
+andere rechts. De eerste leidt naar eene vallei, waar
+de Markebeek ontstaat. Deze vloeit door het bosch te
+Rijst, in de richting van Schoorisse.</p>
+
+<p>Den anderen zijweg inslaande, beklimmen wij den
+Pottelsberg, die 157 meters hoog is. Het volk in den
+omtrek noemt hem den Potseberg. De Walen spreken
+van <i>la Houppe</i>. De bosschen noemen zij &laquo;les bois de
+la Cocambre.&raquo;</p>
+
+<p>Heinde en verre ontmoeten wij diepe wegen, steile
+verhevenheden, ravijnen en onbeplante plaatsjes.
+Groene kraakbeziestruiken, bruine heideplanten en
+sierlijke varens bedekken alom den grond.<!-- Page 128 --><span class='pagenum'><a name="Page_128" id="Page_128">[Pg 128]</a></span></p>
+
+<p>In den heeten zomer, als de wind suist en de bijen
+gonzend op de bloempjes azen, is het hier, in de
+schaduwe der boomen, schoon en dichterlijk. Maar
+als een storm de toppen der dennen weg en weder
+slingert, dat de takken kraken; als de donder in het
+luchtruim klatert en de bliksem zijne rosse flikkeringen
+op den grond werpt, moet ook eene koude huivering
+den wandelaar bekruipen.</p>
+
+<p>Wie dit oord voor den eersten keer bezoekt, denkt
+onwillekeurig aan Conscience's &laquo;verloren loopen.&raquo;
+Van alles afgescheiden, zich overleveren aan het onvoorziene;
+in donkere wouden ronddwalen, zonder te
+weten waar men is of waar men komen zal; geen
+spoor der menschelijke maatschappij meer ontwaren;
+alles vergeten, tot de vriendschap zelve, om zich der
+vijandschap ook niet meer te herinneren; alleen,
+gansch alleen daar staan tusschen den Schepper en
+zijn werk, tusschen God en de natuur &mdash; ha! verloren
+loopen, het is eene milde bron van po&euml;zie...</p>
+
+<p>Midden in het bosch, dicht bij eene diepte, komen,
+zeven wegen bijeen. Daar vinden wij twee eenvoudige
+gebouwen: eene herberg, <i>la Capelette</i>, en een kapelleken,
+waarin een eenvoudig kruisbeeld hangt.</p>
+
+<p>De waard en de waardin zijn struische menschen;
+men zou zeggen dat de berglucht, bezwangerd met
+den geur der sparren, weldadig op hen werkt. Men
+spreekt tegenwoordig, in boeken en tijdschriften, nog
+al veel over sanatorium's voor lieden, die de schrikkelijke
+longtering krijgen. Zouden de omstreken van
+Ronse niet uitstekend geschikt zijn voor het inrichten
+van zulk eene schuilplaats?</p>
+
+<p>Het kapelleken is een verkwikkend rustpunt voor
+den christen reiziger. In de eenzaamheid, verre van
+het gewoel der menschen, kan men toch zoo hartelijk
+bidden: &laquo;Onze Vader, die in de hemelen zijt!<!-- Page 129 -->&raquo;</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXX" id="XXX"></a>XXX.</h2>
+
+<h2><a name="Naar_Ellezelle" id="Naar_Ellezelle"></a>Naar Ellezelle.</h2>
+
+
+<p>In <i>la Capelette</i> hebben wij den weg gevraagd naar
+Ellezele, eene voorzorg, die niet overbodig mag
+genoemd worden. Want wij zijn hier in eene stille,
+eenzame streek.</p>
+
+<p>De naaste gemeenten zijn: Ronse, Kerkhem, Schoorisse,
+Op-Brakel en Parike, in Oost-Vlaanderen; &mdash; Everbeke,
+Vloesberge en Ellezele, in Henegouw.</p>
+
+<p>Het oord is vele honderden hectaren groot. Acht
+kilometers scheiden Ellezele van Schoorisse; vijftien
+kilometers Ronse van Everbeke.</p>
+
+<p>Vloesberge alleen bezit hier nagenoeg 260 hectaren
+gronds, begroeid met dennen.</p>
+
+<p>Voortwandelend, dachten wij aan de Luxemburgsche
+Ardennen, met hunne uitgestrekte hoogvlakten, met
+hunne grijskleurige woningen, met hunnen mageren
+plantengroei. Geen Vlaming zal het ons dan ten kwade
+duiden, dat wij de voorkeur geven aan Zuid-Vlaanderen.
+Hier hebben wij eene gedurige en schielijke afwisseling
+van hoogten en laagten, van heuvelen en valleien.
+Voeg daarbij het heldere blauw des hemels, het donkere
+groen der weelderige gewassen, het vriendelijke rood
+der pannen daken en het blinkende wit der gevels.
+Overal verscheidenheid, overal kleur, overal po&euml;zie,
+overal leven...<!-- Page 130 --><span class='pagenum'><a name="Page_130" id="Page_130">[Pg 130]</a></span></p>
+
+<p>&laquo;Maar wij zien bijna overal hetzelfde landschap,&raquo;
+zullen oppervlakkige lieden opwerpen.</p>
+
+<p>Toch niet!</p>
+
+<p>Let maar eens op de voor- en achterplannen, die
+alle oogenblikken veranderen, op de stoffeeringen, die
+nergens dezelfde zijn.</p>
+
+<p>Laat ons echter veronderstellen, dat uwe opwerping
+gegrond zij. Dan nog krijgt ge geen gelijk.</p>
+
+<p>Sedert duizenden jaren versiert de roos elken zomer
+met dezelfde kleuren onze aarde. Gij zelven hebt ze
+reeds dertig, veertig, misschien zestig, zeventig keeren
+in uwen tuin zien ontluiken, bloeien en verflensen.
+En toch beschouwt iedereen het roosje als de koningin
+onzer bloemen.</p>
+
+<hr />
+
+<p>Ellezele schuilt, zooals wij hooger aanstipten, in
+eene vallei. Dit zegt genoeg, dat de gemeente eene
+heerlijke omgeving heeft. Hare uitgestrektheid bedraagt
+2,400 hectaren; hare bevolking is tot ongeveer 5,500
+zielen gestegen.</p>
+
+<p>Een goed gedeelte van Ellezele's grondgebied is bedekt
+met bosschen. Wij hadden reeds de gelegenheid
+aan te stippen, dat zich daar dikwijls gansche benden
+booswichten schuil hielden. Niet zelden bestonden die
+benden uit vreemde landloopers, Bohemers, heidens
+of Egyptenaars. Die boeven verontrustten heel de
+streek. In 1509 betaalde het magistraat van Oudenaarde
+12 pond parisis aan &laquo;het opperhoofd van eene
+bende Egyptenaren,&raquo; opdat &laquo;hij met zijn volk niet
+min dan twee uren afstand van de stad zou blijven.&raquo;</p>
+
+<p>Na 1724 stoorden zulke booswichten weer de bewoners
+van Ronse, van Ellezele, van Vloesberge, van
+al de &laquo;betwiste gronden.<!-- Page 131 -->&raquo;</p>
+
+<p>Ten langen laatste, en wel in 1733, zond de Regeering
+150 huzaren naar Ellezele, om de schurken te
+vangen. Zeven vrouwspersonen werden opgehangen;
+een en twintig andere fielten van beide geslachten
+werden gegeeseld en gebrandmerkt. Een klein meisje<br />
+<span style="margin-left: 0.5em;">&mdash; eene weeze &mdash; werd edelmoedig door de bewoners</span><br />
+opgenomen en verpleegd. Uit dien hoofde betaalde
+Ellezele gedurende eenigen tijd eene jaarlijksche som
+van ongeveer 11 pond.</p>
+
+<p>Op het dorpsplein van Ellezele vindt men, sedert
+onheuglijke tijden, eenen diepen bornput. Ten jare
+1883 heeft men er eene fraaie pomp op geplaatst.</p>
+
+<p>De parochiale kerk staat onder de bescherming van
+Sint-Pieter, den apostel. De toren, die zwaar is, draagt
+het jaartal 1643. Het koor werd herbouwd in 1723;
+de zijbeuken zijn van 1781. De predikstoel, gesneden
+in 1751, is een merkwaardig stuk.</p>
+
+<p>Het was in de kerk, dat men vroeger te Ellezele,
+zooals overigens in vele gemeenten van Vlaanderen,
+de voorname oorkonden bewaarde. Heden nog toont
+men den reiziger den koffer, die met ijzer beslagen is.
+Hij heeft drie sterke, verschillende sloten.</p>
+
+<p>Men wil, dat Ellezele de zedelijkste en de rijkste
+gemeente zij uit den Noord-Westelijken hoek van
+Henegouw. &laquo;Cette terre n'appartient qu'&agrave; Dieu et &agrave;
+moi!&raquo; zegde ons een landbouwer; &laquo;die grond hoort
+aan God en aan mij toe!&raquo; willende doen verstaan,
+dat zijne eigendommen onbelast waren.</p>
+
+<p>Aardbevingen, die sommige streken zoo dikwijls
+teisteren, zijn gelukkiglijk in ons vaderland een zeldzaam
+verschijnsel. In de oude registers van den burgerlijken
+stand der gemeente is er nochtans van eene
+schudding spraak. Wij schrijven letterlijk over: &laquo;Le
+18 f&eacute;vrier 1756, la carcasse enti&egrave;re de l'&eacute;glise d'Ellezelles
+a subi une secousse. L'air &eacute;tait bien tranquille;<!-- Page 132 --><span class='pagenum'><a name="Page_132" id="Page_132">[Pg 132]</a></span>
+et en moins d'une minute de temps les pr&ecirc;tres et le
+monde qui &eacute;taient &agrave; l'&eacute;glise pour la messe, se sont
+sauv&eacute;s.&raquo; Wat in onze taal beteekent: &laquo;Den 18 Februari
+1756 begon de gansche kerk van Ellezele schielijk
+te beven. De lucht was stil; doch in een omzien
+vluchtten de priesters en de geloovigen, die in de kerk
+waren om mis te hooren.&raquo;</p>
+
+<p>Lezers, als gij oude oorkonden in handen krijgt,
+overziet ze toch aandachtig. Zij behelzen zoo dikwijls
+kleine, maar wetenswaardige bijzonderheden!</p>
+
+<hr />
+
+<p>Wij hebben reeds de &laquo;betwiste gronden&raquo; genoemd.</p>
+
+<p>In vroegere eeuwen behoorde de stad Lessen met
+zeven dorpen, alsook het kasteel van Vloesberge en de
+heerlijkheid van Ronse, tot Vlaanderen onder het Rijk,
+afhangende van den Duitschen keizer.</p>
+
+<p>Vlaanderen onder de Kroon was integendeel een
+leen van den Franschen koning; en allodiaal Vlaanderen
+was een eigendom der graven, waarvoor zij
+noch aan den koning, noch aan den keizer iets verschuldigd
+waren.</p>
+
+<p>Welnu, de hooger genoemde deelen van Vlaanderen
+onder het Rijk werden van lieverlede een twistappel
+tusschen de Vlaamsche en de Henegouwsche graven,
+weshalve de geschiedschrijvers hun den naam van
+&laquo;betwiste gronden&raquo; hebben gegeven.</p>
+
+<p>Het geschil duurde tot in 1333, wanneer de vorsten
+een verdrag troffen, dat nooit meer werd gestoord.</p>
+
+<p>De graaf van Henegouw behield de steden en dorpen
+van Lessen en Vloesberge, zonder daar nochtans nieuwe
+versterkingen te mogen oprichten, tenzij met voorkennis
+en toestemming van Vlaanderens vorst. Deze
+behield de heerlijkheid van Ronse.<!-- Page 133 --><span class='pagenum'><a name="Page_133" id="Page_133">[Pg 133]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="XXXI" id="XXXI"></a>XXXI.</h2>
+
+<h2><a name="De_schilder_van_Ellezele" id="De_schilder_van_Ellezele"></a>De schilder van Ellezele.</h2>
+
+
+<p>De kerk van Ellezele bezit een fraai altaarstuk uit
+de XVI<sup>e</sup> eeuw: eene kruisiging van den Zaligmaker.
+Op den donkeren grond van het tafereel komt
+de witte kleur van een paard goed uit.</p>
+
+<p>De schilder heeft zijn gewrocht niet onderteekend.
+Vandaar gissingen en volksoverleveringen.</p>
+
+<hr />
+
+<p>In de XVI<sup>e</sup> eeuw telde Ellezele twee voorname
+famili&euml;n. De eene droeg den naam van Lelatteur, de
+andere dien van Dutransnoit.</p>
+
+<p>Uit beide huizen sproten magistraten en geestelijken.
+Colard Lelatteur was burgemeester in 1462; Jan Lelatteur
+werd schepen in 1510; Arnold Lelatteur ontving
+de priesterlijke wijding in 1551.</p>
+
+<p>Lodewijk Dutransnoit werd burgemeester in 1503;
+Jan en Joris Dutransnoit beklommen het altaar, de
+eerste in 1504, de tweede in 1545; Jacob Dutransnoit
+teekende als griffier in 1600.</p>
+
+<p>Men vertelt in het dorp, dat een Lelatteur de genoemde
+kruisiging schilderde. De man was zeer rijk,
+en beoefende de kunst om de kunst. Op het tafereel
+maalde hij niet alleen de wezenstrekken zijner onderdanen,
+maar ook de gedaante van zijnen schimmel.<!-- Page 134 --><span class='pagenum'><a name="Page_134" id="Page_134">[Pg 134]</a></span></p>
+
+<p>Zijn broeder, die almede het penseel hanteerde, was
+naar Itali&euml; getogen, waar omtrent dien tijd &laquo;eene
+geheele reeks meesters van den eersten rang naast
+elkander optraden, die in even zoovele oorspronkelijke
+richtingen dezelfde laatste schrede tot het toppunt van
+ideale schoonheid en klassieke volkomenheid aflegden.&raquo;
+Wij bedoelen <span class="smcap">Lionardo da Vinci</span>, overleden in
+1519; &mdash; <span class="smcap">Michel-Angelo</span>, den hoofdmeester der
+Florentijnsche school; &mdash; <span class="smcap">Raphael</span>, die zijn innigste
+gevoel in zijne Madonna's ten beste gaf; &mdash; <span class="smcap">Antonio
+Correggio</span>, die in zijne werken het licht bewogen
+gevoel zoo heerlijk deed gelden; &mdash; <span class="smcap">Tiziano Vecellio</span>,
+den hoogsten meester in de edele verheerlijking der
+lichamelijke schoonheid.</p>
+
+<p>Bij zijne terugkomst in het lieve vaderland sloop de
+Ellezeelsche schilder in de werkplaats zijns broeders.</p>
+
+<p>Daar stond eene pas geschetste schilderij. De aangekomene
+tooverde vlug eene vlieg op het doek, en
+verwijderde zich. En toen de andere terugkeerde, greep
+hij eenen borstel, om het ondeugende diertje weg te
+jagen. Zoo fijn, zoo natuurlijk, zoo meesterlijk had
+zijn broeder het kleine vliegje voorgesteld.</p>
+
+<p>Men voegt er bij, dat de Lelatteur's op die wijze
+den toenaam van <i>Mouche</i> gekregen hebben.</p>
+
+<p>Van dit alles zal wel geen woordje waar zijn. Wij
+hebben inderdaad geene enkele oorkonde kunnen
+vinden, waarin een Lelatteur als schilder aangeduid
+wordt. Daarentegen kennen wij een tiental stukken
+uit de jaren 1535-1569, welke &laquo;Jean Dutransnoit,
+peintre,&raquo; noemen. Deze woonde op het gehucht
+<i>Gauquier</i>.</p>
+
+<p>In 1543 trouwde Jan Hamaide, ridder en heer van
+Nieuwburg, met Barbara Hauport, van Ellezele.</p>
+
+<p>Jan Dutransnoit zal dan, op vereerend verzoek van<!-- Page 135 --><span class='pagenum'><a name="Page_135" id="Page_135">[Pg 135]</a></span>
+de jonge gehuwden, het altaarstuk geschilderd hebben,
+op hetzelve noch de lakeien, noch het paard der edele
+familie vergetende.</p>
+
+<hr />
+
+<p>In negen minuten brengt ons de trein van Ellezele
+naar Ronse. De afstand is bijgevolg niet groot. Nochtans
+onderscheiden wij, in de richting van Vlaanderen,
+ten minste drie valleien en twee reeksen van heuvelen.</p>
+
+<p>De stoomwagen fluit, kucht, stopt.</p>
+
+<p>En nu nemen wij afscheid van onze vriendelijke
+lezers en lezeressen, allen hartelijk dankende voor
+hunne welwillende aandacht.</p>
+
+<p><span class="smcap">Einde</span>.<!-- Page 137 --><!-- Page 136 --><span class='pagenum'><a name="Page_137" id="Page_137">[Pg 137]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="INHOUD" id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2>
+
+
+<p>I. &mdash; <span class="smcap"><a href="#I">Reizen</a></span>. &mdash; Vroeger en nu. Schoonheid van Belgi&euml;</p>
+
+<p>II. &mdash; <span class="smcap"><a href="#II">De Vlaamsche Ardennen</a></span>. &mdash; Ligging. Heuvelen en aanzienlijke verhevenheden.
+Beken. De vaart van Bosuit. Bosschen in vroegeren tijd en nu.
+Klopjachten. Spoorwegen</p>
+
+<p>III. &mdash; <span class="smcap"><a href="#III">Kortrijk</a></span>. &mdash; Ligging en uitgestrektheid der stad. Kortrijk v&oacute;or 1386.
+Het kasteel. Gewichtige gebeurtenissen en vergrootingen. Bevolking. Het
+stadhuis en zijne schouwen. De oude en de nieuwe halle. De Broeltorens.
+Sint-Martenskerk. De kerk van O.-L.-Vrouw. Sint-Michielskerk. Het Begijnhof.
+Beroemde mannen. Scholen en maatschappijen. Openbare plaatsen en
+straten</p>
+
+<p>IV. &mdash; <span class="smcap"><a href="#IV">Naar Groeninge</a></span>. &mdash; Ligging. Grenzen, beken en wegen. Sagen. De
+kapel van Groeninge. De slag der Gulden Sporen en zijne gevolgen</p>
+
+<p>V. &mdash; <span class="smcap"><a href="#V">De omstreken van Kortrijk</a></span>. &mdash; De bodem. De vlasnijverheid. Ondersteuning
+en aanmoediging door de wethouders. De Pottelberg, het kasteel
+van Hoog-Mosscher en de Bloedkapel. Het Hooge. De Spoelberg. Eene
+schermutseling in 1814</p>
+
+<p>VI. &mdash; <span class="smcap"><a href="#VI">De hofstede &laquo;ten Akker.&raquo;</a></span> &mdash; Oude heerlijkheden. Ligging. Wal en
+gebouwen. Het huisraad. De pachter en zijn gezin. Netheid</p>
+
+<p>VII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#VII">Naar den Lauweberg</a></span>. &mdash; De weg. Het oude kerkhof. Eene episode
+uit den Boerenkrijg. De abdij van Marke, later van Groeninge. De Lauweberg.
+Landschappen. De abdij van Wevelgem, nu het Kloosterhof. Wevelgem.
+Vermaarde mannen. Bellegem</p>
+
+<p>VIII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#VIII">Naar Harelbeke</a></span>. &mdash; Weg. De abdij van Groeninge. Brigands-Zondag.
+De watermolens. Harelbeke. De kerk. Het kapittel. De vroegere en
+latere nijverheid. Peter Benoit. Andreas Pevernage</p>
+<p><!-- Page 138 --></p><p></p>
+<p>IX. &mdash; <span class="smcap"><a href="#IX">Naar Zwevegem, Moen en Heestert</a></span>. &mdash; De heer van Zwevegem in
+1573. De weg naar Knokke. De vaart. Het Banhout. Knokke. Eene ontmoeting.
+De Keiberg. Moen. De heerlijkheid van Moen. Het feest van Sint-Elooi.
+De kerk. Heksenprocessen. Heestert. Ommegangen. Sint-Denijs</p>
+
+<p>X. &mdash; <span class="smcap"><a href="#X">Naar Tiegem</a></span>. &mdash; Vacantie. Herinneringen. Ansegem. Kaster. Tiegem.
+Bevolking en oppervlakte. Uitzicht. De kerk. De patroon der parochie</p>
+
+<p>XI. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XI">Naar het Kapelbosch</a></span>. &mdash; M. Moreels-Verhaeghe. Uitgestrektheid en
+waarde van het bosch. De kapel en hare omgeving. De kijktoren. Panorama.
+Schoonheid van het landschap. Jaarlijksche novene</p>
+
+<p>XII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XII">Naar Quaremont en den Kluisberg</a></span>. &mdash; Afstand. Avelgem, Ruien
+en Berchem. Quaremont. De kerk. De bodem. Oudheden. Aan <i>de Klok</i>. Aan
+<i>de Martiko</i>. Panorama's. Naar den Kluisberg. Een heerlijk landschap.
+Peetje en Meetje. Orroir, Amougies en Rozenaken. Dottignies. De vallei der
+Schelde</p>
+
+<p>XIII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XIII">Oudenaarde</a></span>. &mdash; De keure der gemeente. Merkwaardige gebeurtenissen.
+Vroegere weelde der stad. Tapijtwevers. De hedendaagsche nijverheid. De
+kerk van Pamele. Sint-Walburgiskerk. Misdaden in 1566 en 1572. Het stadhuis.
+Het muse&uuml;m van oudheden. Het Belfort. Het huis van Burgondi&euml;. De
+abdij van Maagdendale. Rederijkkamers en landjuweelen. Beroemde mannen</p>
+
+<p>XIV. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XIV">Naar Leupegem en Edelare</a></span>. &mdash; Leupegem. De berg van Edelare.
+Panorama. De kerk van Edelare. De kapel van Kerselaar, haar oorsprong en
+hare geschiedenis. De krokodil. De novene. De <i>Tivoli</i>. Mater en Maria-Hoorebeke.
+Protestanten in Vlaanderen. Elzegem en zijne priorij. Oudheden,
+gevonden te Etikhove</p>
+
+<p>XV. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XV">Naar Gaver</a></span>. &mdash; Eine. De kerk. De <i>fittel</i>. De heerlijkheid van Eine.
+De ruitersprocessie. De processie van Asper. Syngem en zijne kerk. Huise
+en Gaver. De opstand der Gentenaars in 1453. De slag van Gaver. Folklore</p>
+
+<p>XVI. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XVI">Binders of Branders</a> Eene bladzijde uit de geschiedenis van
+den Boerenkrijg</span>. &mdash; Het einde der XVIII<sup>e</sup> eeuw. Rooversbenden in Vlaanderen.
+De Boerenkrijg. Botsing te Oudenaarde. Namen van slachtoffers</p>
+
+<p>XVII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XVII">Naar Zottegem</a></span>. &mdash; Eename en zijne abdij. Vlucht der nonnen van
+Groeninge in 1794. Oudheden, gevonden te Erwetegem. Zottegem. Het
+lakenweven. Oploop der Gentenaars in 1314. De rederijkkamer. De kerk.
+Het standbeeld van den graaf van Egmond. Eene bladzijde uit de geschiedenis
+der XVI<sup>e</sup> eeuw. Laurens de Mets<!-- Page 139 --><span class='pagenum'><a name="Page_139" id="Page_139">[Pg 139]</a></span></p>
+
+<p>XVIII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XVIII">De omstreken van Zottegem</a></span>. &mdash; Gevonden oudheden. Middeleeuwsche
+burchten. Het klooster van Velzeke. Elene. De jaarmarkt van Nieuwwege.
+Hillegem. Grootenberge, Sint-Lievens-Essche, Godveerdegem en
+Erwetegem</p>
+
+<p>XIX. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XIX">Geeraardsbergen</a></span>. &mdash; Het ontstaan der stad en hare keure. De
+eerste vestingen. Onlusten in 1328, 1380, 1485 en 1491. De kerk van
+Hunnegem. De kerk van Sint-Bartholomeus. De abdij. Het gasthuis. De
+vroegere en de hedendaagsche nijverheid. Vermaarde mannen. Scholen en
+genootschappen. Uitgestrektheid en bevolking. Hoogte van den bodem</p>
+
+<p>XX. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XX">Op den Ouden berg</a></span>. &mdash; Het <i>Hemelrijk</i>. Panorama. Eene legende.
+Het Raspaillenwoud. Op het hoogste van den berg. Godsdienstige beelden.
+De kapel. De vijver en het tafeltje. Gezicht op Brabant en Henegouw. Een
+gedicht van F. de Beck</p>
+
+<p>XXI.<span class="smcap"> &mdash; <a href="#XXI">Eene Geeraardsbergsche sage</a></span>. &mdash; Een eigenaardig feest. Het beleg
+der stad. De belegerden verschaken den vijand. Het ontsteken van vreugdevuren.
+Hooge oudheid van het feest</p>
+
+<p>XXII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXII">De omstreken van Geeraardsbergen</a></span>. &mdash; Boelare en zijne burcht.
+Koekebak te Sarlardinge. Goeferdinge en zijne kerk. Welstand in de gemeente.
+Schendelbeke. Pollare. Onkerzele. Een eigenaardig dorp. Panorama.
+De <i>Jonkvrouw</i>. Onlusten in 1453. Het zoeken van steenkolen in 1765. De
+Boerenkrijg te Geeraardsbergen. Nederbrakel, Opbrakel en Schoorisse</p>
+
+<p>XXIII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXIII">Ronse</a></span>. &mdash; Ligging der stad. Hare oudheid. De plaatselijke nijverheid.
+Rampen in 1477, 1519, 1559 en 1719. De beeldstormerij. Het kasteel.
+De Sint-Pieterskerk. De Sint-Hermeskerk. De Sint-Martenskerk. Openbare
+plaatsen. Voorname huizen. Gilden en maatschappijen. De Molenbeek.
+Scholen. Het archief der stad. Vermaarde mannen </p>
+
+<p>XXIV. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXIV">Naar het bosch-Joly</a></span>. &mdash; Weg. Rotsen. Bronnen en vijvers. De
+grot. Een dolmen. Uitzicht</p>
+
+<p>XXV. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXV">Naar den Hootond en de Kruisen</a></span>. &mdash; De kapel ten witten Tak.
+Besmettelijke ziekten. Op den Hootond. Een heerlijk vergezicht. De Kruisen.
+Ontmoetingen</p>
+
+<p>XXVI. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXVI">Naar den Muziekberg</a></span>. &mdash; Weg. In het woud. Het kijktorentje. Nog
+een panorama. Wijnbouw in 1827. Avond. Gedicht van H. Tollens</p>
+
+<p>XXVII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXVII">Nog in het land van Ronse</a></span>. &mdash; De Hooge heide. Van den Daele's
+bosch. Ellezele. St-Sauveur. Watripont en zijne heerlijkheid. De baronij
+van Ronse<!-- Page 140 --><span class='pagenum'><a name="Page_140" id="Page_140">[Pg 140]</a></span></p>
+
+<p>XXVIII. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXVIII">De Fiertere van Ronse</a></span>. &mdash; Onze heiligen. Bedevaarten en ommegangen.
+De overblijfselen van St-Hermes. De Fiertere in vroegere eeuwen.
+Eigenaardige gebruiken. De Fiertere op heden. Oudheid der plechtigheid.
+Het <i>Zottenboek</i></p>
+
+<p>XXIX. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXIX">Naar den Pottelsberg</a></span>. &mdash; Vloesberge en zijn woud. Voorname
+verhevenheden. De weg. De kapel van Lorette en de kapel ter Heide. De
+Tijloozen-ommegang. <i>Les quatre Vents</i>. Op den Pottelsberg. Verloren
+loopen</p>
+
+<p>XXX. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXX">Naar Ellezele</a></span>. &mdash; Uitgestrektheid der streek. De Luxemburgsche
+Ardennen en Zuid-Vlaanderen. Ellezele. Grondgebied en bevolking. Heidens
+in de streek. Maatregelen tegen die booswichten. De parochiale kerk. Hoedanigheden
+der bevolking. Eene aardbeving. De betwiste gronden</p>
+
+<p>XXXI. &mdash; <span class="smcap"><a href="#XXXI">De schilder van Ellezele</a></span>. &mdash; Een weinig gekend altaarstuk. De
+familie Lelatteur en de familie Dutransnoit. De volksoverlevering. Jan Dutransnoit,
+schilder in 1535-1569. Wie het altaarstuk waarschijnlijk bestelde.
+Terugreis en afscheid</p>
+
+<p><a href="#INHOUD">INHOUD</a><!-- Page 141 --><span class='pagenum'><a name="Page_141" id="Page_141">[Pg 141]</a></span></p>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN ***
+
+***** This file should be named 26102-h.htm or 26102-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/6/1/0/26102/
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/26102-h/images/image01.jpg b/26102-h/images/image01.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6c623ff
--- /dev/null
+++ b/26102-h/images/image01.jpg
Binary files differ
diff --git a/26102-h/images/image02.jpg b/26102-h/images/image02.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cd532d3
--- /dev/null
+++ b/26102-h/images/image02.jpg
Binary files differ
diff --git a/26102-h/images/image03.jpg b/26102-h/images/image03.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2889d63
--- /dev/null
+++ b/26102-h/images/image03.jpg
Binary files differ
diff --git a/26102-h/images/image04.jpg b/26102-h/images/image04.jpg
new file mode 100644
index 0000000..49b1775
--- /dev/null
+++ b/26102-h/images/image04.jpg
Binary files differ
diff --git a/26102.txt b/26102.txt
new file mode 100644
index 0000000..f118b49
--- /dev/null
+++ b/26102.txt
@@ -0,0 +1,4693 @@
+The Project Gutenberg EBook of Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reisjes in Zuid-Vlaanderen
+
+Author: Theodoor Sevens
+
+Release Date: July 21, 2008 [EBook #26102]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN ***
+
+
+
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+
+
+
+
+
+REISJES
+
+IN
+
+ZUID-VLAANDEREN
+
+DOOR
+
+THEODOOR SEVENS.
+
+
+MET PLATEN.
+
+
+KORTRIJK,
+BOEKDRUKKERIJ VAN EUGENE BEYAERT, UITGEVER,
+18, JAN PALFYNSTRAAT, 18.
+1901.
+
+
+
+
+I.
+
+Reizen.
+
+
+Onder de menigvuldige boeken en handschriften, door wijlen
+GOETHALS-VERCRUYSSE aan de stad Kortrijk geschonken, vindt men den
+"_Grooten Gentschen comptoir-almanach voor 1767_."
+
+De bezitter van dit boek teekende, op de witte deelen der bladzijden,
+allerhande gebeurtenissen aan, welke gedurende het genoemde jaar
+voorvielen.
+
+Zoo schreef hij in de maand Juni:
+
+"Men heeft tot Ghendt ghevierd met de uyterste pracht het zeven
+honderdjarig jubile van de verheffing der reliquien. Ick ook trok, den
+30 's morgens vroeg, het quart na vier ure, in compagnie van vier andere
+personen in eene koetse naer die stad. Wy waren 's voornoens ten tien
+ure en half tot Ghendt, en hoorden de elvemisse by de Recolletten."
+
+Wat zou de brave man verbaasd staan kijken, indien hij weer in ons
+midden kon verschijnen! Ontelbare ijzeren wegen doorkruisen hedendaags
+gansch de beschaafde wereld. In ons kleine vaderland heeft het net eene
+lengte van meer dan vijf duizend kilometers...
+
+Zoodra men den stoomwagen kende, kwam de afstand niet meer in
+aanmerking. In ruim vijf uren vliegt men van Brussel naar Parijs; in
+vier en twintig uren stoomt men langs Namen, Luxemburg, Mets,
+Straatsburg, Stuttgart en Munich naar Weenen, in Oostenrijk.
+
+Dit gemak, gevoegd bij de geringheid der vervoerprijzen en de algemeene
+verspreiding van het onderwijs, heeft de menschen den lust tot reizen
+ingedreven.
+
+Voor 23 fr. mag men, gedurende vijftien dagen, op al de ijzeren wegen
+van den Belgischen Staat, naar hartelust weg- en wederreizen.
+
+Zelfs de mindere man is niet meer tevreden met de tuinen en velden, met
+de weiden en bosschen, die zijn geboortedorp omringen; hij wil de wijde
+wereld in, om met eigen oogen de werken der nijverheid, de
+voortbrengselen der kunst en de schoonheden der natuur te bewonderen.
+
+Hij droomt van het groote Londen en het prachtige Parijs; van
+Zwitserland, met zijne Alpen en sneeuwvelden, met zijne dalen en meren;
+van Rome, met zijne prachtige gebouwen; van het zonnige Oosten en het
+bedrijvige Amerika.
+
+Dan, velen haken naar vreemde landen en verre gezichten, en kennen de
+wonderen niet, welke de Voorzienigheid in ons klein land zoo kwistig ten
+toon spreidde.
+
+Hebben wij geen verrukkelijk zeestrand? Geene vruchtbare velden en
+malsche beemden? Geene zindelijke steden en vriendelijke dorpen? Hebben
+wij in het Zuid-Oosten, in Luik, Luxemburg en Namen, geene heerlijke
+bergen en dalen? Geene watervallen en majestatische grotten? Geene rijke
+mijnen en steengroeven?
+
+Wij stellen ons voor het zuidelijk gedeelte van Oost- en West-Vlaanderen
+-- de Vlaamsche Ardennen -- te doen kennen. Niet zelden zullen wij, om
+den weetgierigen lezer te bevredigen, onze beschrijvende schetsen met
+historische en andere bijzonderheden afwisselen.
+
+Want het woord van den dichter blijft altoos waar: Ken uw land, en gij
+zult het beminnen!
+
+
+
+
+II.
+
+De Vlaamsche Ardennen.
+
+
+Als men op eene landkaart eene rechte lijn trekt van Kortrijk naar
+Oudenaarde, eene andere van Oudenaarde naar Geeraardsbergen, eene derde
+van Geeraardsbergen naar Ronse en eene laatste van Ronse naar Kortrijk,
+zoo vormt men eene bijna regelmatige ruit, die ongeveer negen mijlen
+lang en nagenoeg drie mijlen breed is.
+
+Daar zijn "de Vlaamsche Ardennen."
+
+Zuid-Vlaanderen is eene landbouwstreek. De grond is door den band
+kleiachtig, en brengt goede oogsten voort: tarwe en rogge, gerst en
+haver, aardappelen, wortelen en rapen, vlas en klaver.
+
+Twee heuvelreeksen loopen langs de oevers der Schelde: de eene aan den
+noordwestkant, de andere aan den zuidoostkant des strooms.
+
+De eerste scheidt den Scheldekom van den Leikom. Zij begint over
+Bellegem, loopende langs Sint-Denijs en Moen naar het Banhout, naar
+Ootegem, Ingooigem, Tiegem, Kaster, Ansegem, Gijzelbrechtegem en
+Wortegem.
+
+De zuidelijke keten begint aan den Kluisberg, bij Ronse, en richt zich
+langs Quaremont, Nukerke, Edelare en Eename naar Gaver. Eene vertakking
+gaat oostwaarts, tusschen Quaremont en Ronse, naar het woud van
+Vloesbergen, op de scheiding van Oost-Vlaanderen en Henegouw, naar
+Geeraardsbergen en het Brabantsche. Te Geeraardsbergen onderscheidt men
+nochtans het dal van den Dender.
+
+Tot de aanzienlijkste verhevenheden behooren: de Perreberg, te
+Sint-Denijs; de Keiberg, op het grondgebied van Moen, en de hoogvlakte
+van Tiegem, in West-Vlaanderen; -- de Edelareberg, bij Oudenaarde; de
+Koppenberg, bij Melden; de Kluisberg, tusschen Avelgem en Ronse; de
+Hootond, benoorden Ronse; de Muziekberg, ten Oosten van dezelfde stad,
+en de Oudeberg, bij Geeraardsbergen, in Oost-Vlaanderen; -- de
+Pottelsberg en de berg van Rhodes, in Henegouw.
+
+Verscheidene beken vloeien naar de Schelde.
+
+De Braambeek, komende van Sint-Denijs, kronkelt door Moen, en scheidt
+verder Heestert van Autrijve en Autrijve van Avelgem. In de XVIIe eeuw
+bracht zij nog eenen watermolen in beweging.
+
+De Arnoldusbeek ontstaat te Tiegem en vloeit naar Avelgem.
+
+De Ronne komt uit Henegouw, scheidt deze provincie van Oost-Vlaanderen,
+loopt langs Amengijs (Amougies) en Orroir, en valt tegen Avelgem in de
+Schelde. Dit riviertje gaf zijnen naam aan de stad Ronse.
+
+De Markebeek neemt haren oorsprong aan den voet van den Pottelsberg. Zij
+bespoelt de gemeenten Schoorisse, Marke en Etikhove en mengt, bij
+Leupegem, hare wateren met die der Schelde. Zeven watermolens werken op
+de Markebeek.
+
+De Zwalme ontspringt tusschen Vloesbergen en Nederbrakel. Zij besproeit
+deze gemeente en verder Michelbeke, Roosbeke, Rooborst, Munkzwalm en
+Nederzwalm, vallende in de Schelde tusschen Welden en Hermelgem. Het dal
+der Zwalme is overal zeer schilderachtig.
+
+In het dal der Lei vinden wij de Klakkaardsbeek, op het grondgebied van
+Kortrijk, en de Kastelnijbeek, te Vichte. Dit laatste riviertje
+scheidde vroeger de kastelnij van Kortrijk van die van Oudenaarde.
+
+Aan de kanten van Geeraardsbergen kronkelt de Molenbeek naar den Dender.
+
+De vaart van Kortrijk naar Bosuit, gedolven in 1858-1859, verbindt de
+Lei met de Schelde, langs Zwevegem en Moen. Tusschen deze twee
+gemeenten, op het gehucht Knokke, heeft men eenen tunnel gedolven, die
+665 meters lang en, met den trekweg, 6 meters breed is.
+
+Zuid-Vlaanderen bezit nog verscheidene bosschen: het bosch van Bellegem,
+tusschen Kortrijk en Doornik; het Banhout, bij Heestert; het
+Bouveloobosch, tusschen Ansegem en Wortegem; het Kapelbosch, te Tiegem;
+de bosschen van den Kluisberg en den Muziekberg; het bosch van
+Vloesberge en het bosch te Rijst, niet verre van Opbrakel.
+
+In vroegere eeuwen waren die wouden natuurlijk veel grooter dan thans.
+Vossen en wolven hadden daar hunne schuilplaats. Tusschen Volkegem en
+Eename wijst men den reiziger nog den Wolvenberg aan. Meer dan eene
+gemeente heeft eene Wolvenstraat of eenen Wolvenhoek.
+
+Nu en dan gebood men klopjachten, ten einde de wolven onschadelijk te
+maken. Zoo lezen wij in _de kleine Keurboeken_ der stad Kortrijk (1586):
+"Also myn heeren de hoochbailliu deser stede, metgaders de hoochpointers
+ende vryscepenen van de cassellerie van diere, gheinformeert zyn van de
+groote ende onsprekelicke schade, die de wolven in alle de prochien de
+aerme landlieden zyn doende... zo eyst, dat zy goed ende expedient
+ghevonden hebben woensdaghe naest, metgaders noch de drie woensdaghen
+naervolgende, te doen eene generale jacht in elke prochie van de
+voorseyde cassellerie, opdat door zulk middel de voorseyde wolven
+zouden moghen aehterhaelt ende betrapt worden, immers ten minste
+verjaecht uit deze contreye."
+
+In het Ambacht van Veurne breide men het volgende jaar "wulvenetten."
+Verder betaalde men verscheidene "weynaers," die, zegt de
+kastelnijrekening, "wulven ghevanghen hadden."
+
+Talrijke spoorwegen doorsnijden de Vlaamsche Ardennen, en zullen onze
+uitstapjes vergemakkelijken. Het zijn: de baan van Kortrijk naar
+Oudenaarde, langs Stassegem, Deerlijk, Vichte, Ansegem, Elzegem en
+Petegem; -- de baan van Kortrijk naar Ronse, langs Zwevegem, Moen,
+Avelgem, Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies; -- de baan van
+Oudenaarde naar Gent, langs Eine, Heurne en Asper; -- de baan van
+Oudenaarde naar Zottegem, langs Eename, Munkzwalm en Rooborst; -- de
+baan van Oudenaarde naar Ronse, langs Etikhove; -- de baan van
+Oudenaarde naar Avelgem, langs Melden, Berchem en Ruien; -- de baan van
+Ronse naar Zottegem, langs Opbrakel, Nederbrakel en Michelbeke; -- de
+baan van Zottegem naar Geeraardsbergen, langs Erwetegem, Maria-Lierde en
+Hemelveerdegem; -- de baan van Ronse naar Lessen, langs Ellezele en
+Vloesbergen; -- de baan van Lessen naar Geeraardsbergen.
+
+Van Oudenaarde naar Ronse stoomende, komt men door eenen onderaardschen
+gang, die 420 meters lang is.
+
+
+
+
+III.
+
+Kortrijk.
+
+
+Kortrijk, gelegen op de twee oevers der Lei, heeft eene uitgestrektheid
+van ruim 2115 hectaren, deels in bebouwden, deels in onbebouwden grond.
+
+De eerste keure, aan de gemeente verleend, is van 1190.
+
+Nochtans was de eigenlijke stad, voor 1386, niet groot. Zij was 600
+meters lang, van het Noord-Westen naar het Zuid-Oosten, tusschen de Lei
+en de Doorniksche poort; en 400 meters breed, van het Noord-Oosten naar
+het Zuid-Westen, tusschen de Kanunnikpoort en de Rijselsche poort.
+
+Het grafelijk kasteel stond destijds in den Noord-Oostelijken hoek, bij
+den oudsten Broeltoren, tusschen de Lei, den wal der stad en de kerk van
+O.-L.-Vrouw.
+
+De vergrootingen van Kortrijk gebeurden na 1386, door het delven der
+kleine Lei; -- na 1453, door de inlijving van Overbeke, buiten de
+Steenpoort; -- na 1577, door de versterking van Overlei.
+
+Toen Philip de Stoute de wethouders machtigde om de kleine Lei te
+graven, liet hij ook, bij de huidige Vischmarkt, een nieuw kasteel
+bouwen. Dit slot had zes torens en een grootsch voorkomen.
+
+Omtrent het midden der XVIIe eeuw maakten de Franschen zich meester van
+de stad. Waar nu de Esplanade is, braken zij twee kloosters en ruim 300
+huizen af. Tusschen de Esplanade en de Lei bouwden zij in 1647 eene
+vesting, voorzien van bolwerken en verschansingen.
+
+In de laatste zestig jaren heeft Kortrijk een nieuw uitzicht gekregen.
+Men vindt er verscheidene nieuwe wijken, met sierlijke lanen en breede,
+goed verluchte straten. De breedste straten kregen twee reeksen schoone
+boompjes.
+
+Kortrijk was meer dan eens het tooneel van gewichtige gebeurtenissen.
+
+Iedereen weet te spreken van den slag der Gulden Sporen, geleverd den 11
+Juli 1302. Gedurende de worsteling schoten de Franschen uit het kasteel
+het Begijnhof en eenige huizen aan de Markt in brand.
+
+Tachtig jaren nadien legden de overwinnaars van Roosbeke de stad in
+asch. Eene belasting op het bier en den wijn moest dienen om de gemeente
+uit hare puinen te doen oprijzen.
+
+In 1539 spanden Gent en Kortrijk samen tegen Karel V. Deze kwam uit
+Spanje en strafte beide steden.
+
+De XVIe eeuw was een tijd van jammerlijke woelingen, van rooverijen en
+bloedstortingen. Van den 12 Februari 1578 tot den 27 Februari 1580
+zetelden de Geuzen op het stadhuis, al de kloosters verwoestende, al de
+kerken plunderende.
+
+De grootste helft der XVIIe eeuw was almede een droevig tijdperk. De
+Franschen overrompelden de stad in 1667 en in 1683. De gemeente kwam van
+lieverlede tot zulke armoede, dat een groot deel van de inwoners de
+vlucht namen.
+
+Nog rampzaliger waren de laatste jaren der XVIIIe eeuw, wanneer men,
+zooals CONSCIENCE aanmerkt, niets meer eerbiedigde: noch godsdienst,
+noch zeden, noch eigendom, noch wetten der menschelijkheid.
+
+[Illustration: KORTRIJK. -- DE BROELTORENS.]
+
+Eene bulle van Eugenius IV, van 1434, zegt, dat Kortrijk alsdan 23000
+ingezetenen telde. Voor de Fransche omwenteling bedroeg de bevolking
+11134 zielen; in 1820 ruim 15800; in 1867 ongeveer 23650; op het einde
+van December 1898 meer dan 33380. Ziedaar wel een bewijs, dat de
+nijverheid en de handel er bloeien en weelde verspreiden.
+
+Ten jare 1382 verslond het vuur eene menigte gebouwen, waaronder het
+stadhuis en Sint-Martenskerk.
+
+SIMON VAN ASSCHE, een Gentenaar, herbouwde het stadhuis in 1417 en
+volgende jaren. GILLIS PAUWELS, van Brussel, vervaardigde "eene
+wandelinghe of borstweere" boven den gevel; JAN RUEELE en WILLEM EUBINS,
+beiden van Kortrijk, kapten andere versieringen. In de nissen stelde men
+beelden van heiligen.
+
+Een Gentsche kunstenaar, te Kortrijk gevestigd, MARCUS VAN GHISTEL,
+"stoffeerde de balken," leverde "glasen veysteren," en schilderde met
+zijnen broeder "de beteekenisse van den jugemente ten uutersten daghe."
+De XVe eeuw was een tijd van stoffelijke welvaart voor Vlaanderen. Ook
+maakten de schepenen een praalgebouw van den tempel der wet.
+
+Het stadhuis werd vergroot en gedeeltelijk herbouwd in 1526-1530. In
+1872 heeft men den voorgevel nogmaals hersteld.
+
+Twee groote, schoone schouwen wekken de bewondering der bezoekers. Zeker
+bestonden zij in 1527, aangezien de wethouders van Oudenaarde dit jaar
+eenen kunstenaar verzochten om er eene schets van te maken. In 1417-1418
+kapte de reeds genoemde Willem Eubins twee lijsten "om de caven," die
+men in het stadhuis maken zoude, "eene boven ende eene beneden."
+
+De schouw der bovenzaal is 2m,98 breed en 1m,32 hoog. Zij bestaat uit
+verscheidene vakken. Het hoogste vak telt acht beelden: het Geloof, de
+Nederigheid, de Milddadigheid, de Zuiverheid, de Naastenliefde, de
+Matigheid, het Geduld en de Waakzaamheid. In het tweede vak vindt men de
+Gerechtigheid en den Vrede, benevens acht ondeugden, passende onder de
+genoemde deugden: de Afgoderij, de Hoovaardigheid, de Gierigheid, de
+Onkuischheid, den Nijd, de Gulzigheid, de Gramschap en de Traagheid. In
+het midden van dit vak prijkt het beeld van Karel V, waaruit volgt, dat
+het kunstwerk zich niet meer in zijne oorspronkelijke gedaante voordoet.
+
+Het derde vak behelst raadselachtige onderwerpen. Evenwel ziet men
+dadelijk, dat de beeldhouwer gedacht heeft aan de kastijding der
+ondeugden en driften, welke hij in het middelste vak voorstelde.
+
+De schouw der benedenzaal is niet zoo fijn gebeiteld als de andere. Zij
+heeft insgelijks veranderingen ondergaan en vertoont: Mozes en den
+Zaligmaker; Albert en Izabella; O. L. Vrouw, met haar kindeken op den
+arm; Sint Marten, met het wapen van Kortrijk in de hand; Sint Salvator,
+met het wapen van Harelbeke; Sint Pieter, met het wapen van Tielt; Sint
+Egidius, met het wapen van Deinze; Sint Vedastus, met het wapen van
+Meenen, en Sint Elooi, met het wapen der dertien parochien.
+
+GUFFENS en SWERTS hebben over eenige jaren de onderste schouw en de
+muren der zaal met goud en kleuren belegd, gelijk zij oorspronkelijk
+geweest zijn. Dit werk kostte 30000 fr.
+
+Buiten eene menigte kostbare handvesten bewaart men ten stadhuize den
+kleinen, ruitvormigen steen, dien de abdis van Groeninge op het graf van
+Sygis, den koning van Majorka, liet leggen.
+
+De eerste Halle van Kortrijk stond op de Groote Markt. Hedendaags prijkt
+daar nog een deel van het Belfort, voorzien van eene kleine spits en
+vier torentjes. Dit bijvoegsel is van 1519-1520. "Twee meesters
+werelieden van Ghendt," en "twee meesters werelieden van Ryssele," hier
+ontboden "by proosten en scepenen," oordeelden immers, "dat de torre
+niet helpelic en was." Vroeger was het Belfort zeer hoog. Een ijzeren
+man, Manten geheeten, sloeg de uren met zijne vuisten.
+
+De nieuwe Halle, in de Doorniksche straat, dagteekent van het midden der
+XVIe eeuw. In 1549 ontboden de schepenen verscheidene personen uit
+Doornik en Maubeuge "omme te overziene het werc van der nieuwer halle en
+te adviseeren het vulbringen van diere," dit met den minsten kost
+mogelijk.
+
+De twee Broeltorens zijn merkwaardige gedenkstukken van vroegere
+krijgsbouwkunde. Even oud zijn ze niet. De toren, op den linkeroever der
+Lei, werd gebouwd uit kracht van een octrooi, onderteekend te Atrecht
+den 18 April 1411; de andere -- de Speitoren -- bestond voor de
+uitvinding van het buskruit. Dit blijkt uit de bouwstoffen der
+grondvesten, uit de breedte der schietgaten, alsook uit den afstand
+tusschen die gaten en de vloeren.
+
+In den Speitoren vindt men thans het museum oudheden.
+
+Sint-Martenskerk bestaat uit deelen van verschillende tijdstippen.
+Eenige pijlers, tusschen de vont en het koor, zijn uit het midden der
+XIIIe eeuw; de voorkerk, gebouwd door WILLEM ALUSSEN, is van 1413-1450.
+De kruisbeuk dagteekent van 1458-1468; de vont van 1473-1474; het koor
+van 1870. Voor den brand van 1862 was het koor uit de XIVe eeuw, de
+Sinte-Annakapel van 1514-1522. Het metselwerk van den toren was
+voltooid in 1439; de houten naald in 1602. Toen FRANS HEYLINCK, van
+Antwerpen, in 1601 den "eersten naghel had geslagen," kreeg hij een
+geschenk van wijn.
+
+Sint-Martenskerk bezit eenige goede kunstwerken: een H.-Sacramentshuis,
+gebeiteld door HENDRIK MAURIS in 1586; eene degelijke schilderij van
+BERNAARD DE RYCKERE, van Kortrijk, _de Nederdaling van den H. Geest over
+de Apostelen_ voorstellende; een tafereel van KAREL VAN MANDER,
+verbeeldende de onthoofding van Sinte Katharina; een koperen altaar,
+over weinige jaren geleverd door M. FIERLEFYN. Het snijwerk der vont, de
+zeven H. Sacramenten voorstellende, is eveneens zeer merkwaardig.
+
+Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen, die gaarne te Kortrijk verbleef,
+bouwde in 1200 de kerk van O.-L.-Vrouw, en vestigde er een kapittel van
+twaalf kanunniken met eenen deken.
+
+De kerk behoort tot den overgangsstijl, evenals de kerk van Pamele, die
+slechts dertig jaren jonger is. Eigenaardig is zij opgevat, in ongewonen
+vorm en ongewone lijnen, maar toch schoon in stand en samenstelling.
+
+Het koor schijnt hersteld te zijn geworden na de ramp van 1382. De kapel
+der Onbevlekte Ontvangenis is van 1420.
+
+Lodewijk van Male stichtte de heerlijke kapel der graven van Vlaanderen,
+een vorstelijk gebouw, waaraan de beste meesters uit de tweede helft der
+XIVe eeuw arbeidden. Dit deel was voltooid in het voorjaar van 1374. In
+de jaren 1866-1870 heeft men de grafelijke kapel prachtig hersteld, dank
+aan de kennis of de begaafdheden van kanunnik F. VAN DE PUTTE, JAN VAN
+DER PLAETSEN, baron BETHUNE en anderen.
+
+De kerk van O.-L.-Vrouw bezit eene prachtige schilderij van ANTOON VAN
+DYCK: _de Oprichting van het kruis_; een kostbaar marmeren altaar,
+geplaatst door HUBERT BOREUX, van Dinant; alsmede eene reliquie van
+onschatbare waarde: een haarlokje des Zaligmakers, medegebracht uit het
+H. Land door Philip van Elzas.
+
+Het was in de kapel van O.-L.-Vrouw, achter het hoofdaltaar, dat de
+Vlamingen in 1302 dankbaar de gulden sporen ophingen, welke zij op het
+zegeveld van Groeninge gevonden hadden. Toen men over eenige jaren het
+witsel van het gewelf krabde, ontdekte men aldaar de schildering van 116
+zwarte leeuwen op gelen grond.
+
+In de eerste helft der XVIIIe eeuw bekleedde men het geheele koor, tot
+aan de gewelfbogen, met marmer en gemarmerd hout. Dit bijvoegsel wordt
+thans geweerd, zoodat de gansche kerk weldra weer zal pralen in hare
+oorspronkelijke strenge schoonheid.
+
+De kerk van Sint-Michiel, plechtig gewijd den 18 Mei 1611 en voor korte
+jaren kunstig hersteld door BETHUNE, is een bezoek overwaard. Hier rust
+het wonderdadig beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge, herkomstig uit de
+abdij van dien naam.
+
+Op het einde der XVIIIe eeuw brandden de Jacobijnen in deze kerk
+wierook voor de godin der Rede. Uit dien hoofde prijkt, bij het altaar
+van O.-L.-Vrouw, het gedenkteeken van den Boerenkrijg, onthuld den 9
+October 1898. Het draagt de namen van een en dertig gekende martelaars
+der vaderlandsche zaak: Jan Bouderez, Jan Verschaeve, Willem Vasure, Jan
+Maelfait, Willem Bourgois, Michiel Bonekaert, Jan van de Putte, Pieter
+Willein, Jan de Smedt, Pieter de Wulf, Jacob Verscheure, Fideel Kinds,
+Jan Braems, Pieter Berlamont, Jacob Verschaete, Jan Folens, Jan de
+Waele, Jacob Wallays, Pieter Albrecht, Jan Noppe, Willem Buyse, Lodewijk
+Missiaen, Pieter Baeckelandt, Lodewijk de Waele, Jozef de Vos, Frans
+Messeine, Jan Carlier, Augustijn Vroman, Jan Vroman, Frans van den
+Bulcke en Maria-Magdalena Schaede.
+
+De parochiale kerken, aan Sint-Rochus en Sint-Elooi toegewijd, zijn
+nieuw, de eerste van 1863, de tweede van 1882.
+
+Een der schilderachtigste hoekjes van Kortrijk is het Begijnhof, bij
+Sint-Martenskerk. Door den band zijn al de begijnhoven stille,
+gemoedelijke plaatsen te midden der woelige steden. Het Kortrijksch hof
+boeit ongemeen den bezoeker door zijne netheid, door zijnen
+vriendelijken eenvoud, door zijne ligging.
+
+De kapel, fraai hersteld en versierd, is van 1464. Het huis der
+Grootjufvrouw heeft een lief geveltje.
+
+Kortrijk schonk het leven aan vele beroemde mannen: aan JAN DAVID
+(1545-1613), den geleerden kamper tegen de Geuzen; -- aan JAN PALFYN
+(1650-1730), den grooten ontleedkundige, uit onbemiddelde ouders
+gesproten; -- aan JAN-BAPTIST HOFMAN (1758-1835), door VAN DUYSE
+Vlaanderens "meistersinger" geheeten; -- aan JACOB GOETHALS (1759-1838),
+eenen werkzamen kroniekschrijver, die heel zijne bibliotheek aan de stad
+schonk; -- aan FERDINAND SNELLAERT (1809-1872), eenen geleerden
+taalvorscher en verstandigen werker voor de volkszaak.
+
+Als schilders noemen wij PIETER VLERICK (1539-1581); -- BERNAARD DE
+RYCKERE, overleden te Antwerpen den 1 Januari 1590; -- ROELAND SAVERY
+(1576-1639); -- JAN DE JONGHE (1785-1844) en LODEWIJK ROBBE
+(1807-1887).
+
+JACOB VAN DE WALLE, geboren in 1599 en overleden in 1690, was een van de
+vermaardste Latijnsche dichters van zijnen tijd. HENDRIK BEYAERT,
+geboren den 29 Juli 1823, bouwde het hotel der nationale Bank, te
+Brussel; de Spoorhalle, te Doornik; het nieuw Krijgshospitaal, te
+Brugge.
+
+Kortrijk bezit eene menigte inrichtingen van onderwijs: verscheidene
+lagere scholen, zoo voor jongens als voor meisjes; een beschermd
+college, dat zich alle jaren in de wedstrijden onderscheidt; eene
+middelbare school van den Staat; eene school voor weesjongens,
+dagteekenende van 1562; een dergelijk gesticht voor weesmeisjes; eene
+academie van teeken- en bouwkunde; eene nijverheidschool; eene
+beroepschool; eene muziekschool; verscheidene openbare bibliotheken; een
+museum van oudheden en een museum van schilder- en beeldhouwwerken.
+
+Meer dan eene maatschappij beoefent den zang, het tooneel of de
+letterkunde. De oudste vereeniging is zeker de oude broederschap "van
+den heleghen Cruce ons Heeren," erkend door de wethouders in 1514 "als
+een gulde van rethorijcke."
+
+Het aloude Sint-Jorisgilde en de nering der arbeiders of pijnders hebben
+eveneens den storm der Fransche omwenteling overleefd. In het huidig
+lokaal der voetboogschutters, bij de Doornikpoort, bewaart men het
+_Edelbouck der guldebroeders_, op perkament, alsmede bogen, "paruren" of
+kleederen en eenen halsband met 59 schakels.
+
+Onder de openbare plaatsen zullen wij noemen: de Gulden-Sporenplaats,
+voor de spoorhalle, versierd met een hofje; -- de Groote Markt, met het
+oude Belfort en het marmeren standbeeld van Mgr de Haerne; -- de
+Esplanade, beplant met struiken, heesters en boomen; -- de Wapenplaats,
+in de nabijheid van het Gerechtshof; -- de Casinoplaats, voor het
+gevang, ook beplant met weelderige platanen; -- de Groeningelaan, eene
+lieve wandelplaats met olmen, gras- en bloemperken. Breede lanen omringen
+gansch de stad. In de Palfynstraat, in de Doornikstraat, in de
+Hallestraat, in de Sint-Jorisstraat, op de Havermarkt, in de
+IJzeren-Wegstraat, rond de Markt en de Gulden-Sporenplaats groeien en
+bloeien kleine acacia's. Wij overdrijven niet, als wij zeggen, dat
+Kortrijk in de laatste jaren eene der vriendelijkste steden van Belgie
+is geworden.
+
+
+
+
+IV.
+
+Naar Groeninge.
+
+
+Geen Vlaming, of hij weet van Groeninge te spreken, waar de Klauwaards
+op den 11 Juli 1302 hunne erfvijanden verpletterden.
+
+Groeninge was alsdan een eiland, tusschen den wal der stad, de Lei, de
+Groeningebeek en de Sint-Jansbeek. Het had eene oppervlakte van nagenoeg
+60 hectaren.
+
+Van de Groote Markt vertrekkende en de Doornikstraat volgende, komen wij
+aan den ijzeren weg.
+
+De IJzeren-Weglaan, links, loopt over den ouden Neveldriesch. Rechts
+wuift het hoog geboomte van het Sint-Jorispark. Dit gedeelte van den
+Neveldriesch noemde men, na 1302, den Bloedmeersch. Nog vloeit de
+Bloedbeek door het park naar den ouden stadswal.
+
+Op het einde der Sint-Janslaan blijven wij staan. Over de huizen zoeken
+wij de spits en het kruis van den toren der hoofdkerk. Voor ons hebben
+wij dus de westelijke grens van het slagveld.
+
+Nu kijken wij over de Veemarkt naar het torentje van Sint-Antoniuskerk.
+Zoo bepalen wij nagenoeg de zuidelijke grens of den loop der
+Sint-Jansbeek, gedempt in 1444. De Sint-Jansbeek, komende uit de
+Groeningebeek, diende om den wal der stad te spijzen. Op hare oevers
+hadden de drie stormloopen plaats, waarvan de kroniekschrijvers gewag
+maken.
+
+De Veemarkt is ongeveer twee hectaren groot. Wij slaan de Veldstraat in
+en merken weldra, rechts, eene hofstede en eenen lusttuin. Daar vloeit
+de Groeningebeek; daar is de oostelijke grens van het slagveld.
+
+De tegenwoordige Groeningelaan, ter linkerhand, ligt derhalve in den
+zuid-oostelijken hoek.
+
+Tusschen de Lei, de Groeningebeek en den Gentschen weg rees de abdij van
+Groeninge, gebouwd voor 1268.
+
+Een groote weg doorsneed de aangeduide vlakte: de Harelbeeksche straat,
+nu de Voorstraat en de Gentsche baan uitmakende. Hij had eene
+vertakking: de Lange-Merestraat, thans de Molenstraat geheeten. De
+Oudenaardsche baan, verlegd in 1571, was de voortzetting der Merestraat.
+
+Hedendaags is het grootste gedeelte van Groeninge bebouwd. Buiten de
+reeds genoemde straten, vindt men er de volgende wegen en pleinen: de
+Groeningestraat, de Houtmarkt, de Lambrechtstraat, den Kring, de
+Sint-Jansstraat, den Stompaardshoek, de Potterijstraat, de Esplanade, de
+Kanaalstraat.
+
+De meergenoemde Groeningelaan is eene schoone wandelplaats. Zij is 375
+meters lang en 40 meters breed. Hooge boomen, bloeiende heesters,
+golvende graspleinen en lieve bloemperken volgen op elkander. Maar
+fluisteren de olmen geene sagen uit den voortijd, geene lessen voor de
+toekomst?
+
+ De zonne rijst... Ik wandel den ouden Kouter rond.
+ Waar, leunend op zijn wapens, het Vlaamsche leger stond,
+
+ De vogel neurt zijn liedje, het loover knikt en trilt...
+ Ik hoor gebriesch van paarden en kreten, woest en wild.
+
+ Zij komen trotsch en tergend, vol waan en overmoed;
+ Zij gaan hun lansen ploffen in slecht en hondsch gebroed!
+
+ Zij komen trotsch en talrijk; maar de onzen springen recht,
+ En beuken met hun knodsen op edelman en knecht.
+
+ Wat kerven, kneuzen, moorden met bijl en goedendag!
+ En boven barmen lijken ontrolt men Vlaandrens vlag...
+
+ De zonne straalt... Ik wandel den ouden Kouter rond,
+ Waar, steunend op zijne armen, het Vlaamsche leger stond.
+
+ Daar schudt een boom zijn takken: "Hier vocht men Vlaandren vrij;
+ Doch moet het eeuwen duren, eer Vlaandren dankbaar zij?"
+
+Bij het nieuw gedeelte van het oude-mannenhuis vormt de Groeningelaan
+eenen kleinen elleboog.
+
+Eene nieuwe laan, van verscheidene meters breedte, vertrekt naar de
+Esplanade, en bakent de plaats af, waar het gedenkteeken zal oprijzen,
+dat het Dietsche volk in 1902 ter eere van zijne voorvaderen wil
+onthullen.
+
+Eenige schreden verder, tegen den Gentschen weg, staat, half verscholen
+in den gevel der huizen, het oude kapelleken van Groeninge, over weinige
+jaren versierd en voorzien van een toepasselijk opschrift:
+
+ IN : T : JAER : ONS : HEREN : 1302 :
+ OP : SENTE : BENEDICTUS : DACH : IN :
+ HOYMAENT : WAS : DE : STRYT : TE : CURTRYCKE :
+ ER : ZYN : DOOD : GEBLEVEN : OMTRENT :
+ 21000 : MN : WAERONDER : 63 :
+ HERTOGEN : GRAVEN : EN : 1800 :
+ BAENDERHEREN : EN : EDELEN :
+ R : I : P :
+
+ * * * * *
+
+Het veld kennende, moeten wij ook den slag en zijne gevolgen herdenken.
+
+Uit de staten van Karel den Groote ontstonden twee machtige rijken:
+Frankrijk en Duitschland. Tusschen beide streken lag Nederland, met eene
+eigen beschaving en eene eigen bestemming. En het duurde niet lang, of
+Vlaanderen stond aan het hoofd der Nederlandsche gewesten.
+
+In den beginne was de Duitsche invloed ten onzent groot, ja overwegend.
+Maar de keizer bezweek in de velden van Bouvines, in 1214, en nu
+ontwaakte de Fransche invloed, krachtig en altoos dreigend.
+
+Ten laatste besloot Philip de Schoone het rijke graafschap te veroveren.
+De klauwen van Vlaanderens Leeuw verstoorden zijn plan.
+
+Vlaanderen redde zijn bestaan. Met zijne zelfstandigheid bewaarde ons
+volk zijne moedertaal, alsmede het natuurlijk recht, die taal in alle
+omstandigheden des levens te spreken. Met zijne taal redde ons volk
+zijne voorouderlijke zeden en zijne godsdienstigheid, al de deugden van
+den edelen Germaanschen stam.
+
+Er zijn, in den loop der volgende eeuwen, heldere en donkere dagen
+aangebroken. Het Huis van Burgondie is opgekomen; Oostenrijk, Spanje en
+Frankrijk hebben ons overheerscht.
+
+Het kon niet baten. Vlaanderen had zijne bestemming; en Belgie is
+eindelijk ontstaan, vrij en onafhankelijk.
+
+Daarom zij ons aller kreet:
+
+Heil Groeninge!
+
+Heil Belgie!
+
+
+
+
+V.
+
+De omstreken van Kortrijk.
+
+
+Kortrijk ligt op de scheiding van de zandachtige en de kleiachtige
+streek van Belgie. Van daar een merkbaar verschil in de omgeving der
+stad. In het Noord-Oosten zijn de velden licht en vlak; in het
+Zuid-Westen zijn ze integendeel zwaar en golvend, schilderachtig.
+
+De vlasnijverheid is buiten kijf de grootste bron van rijkdom voor
+Kortrijk en zijne omstreken.
+
+Welke beweging, welk leven langs de zacht vloeiende Lei gedurende de
+heete zomermaanden! Op het grondgebied der stad alleen gebruikt men 375
+hekken of houten bakken om het vlas te roten. De bevolking van ruim
+vijftig gemeenten, tusschen Neder-Waasten en Deinze gelegen, houdt zich
+schier uitsluitend met de verschillende bewerkingen van het vlas bezig.
+En al die gemeenten groeien aan, bloeien. In 1820 had Bissegem 568,
+Marke 1289, Lauwe 1727, Kuurne 2192 en Moorsele 3896 inwoners. Zeventig
+jaren nadien telden dezelfde gemeenten 1117, 2006, 3159, 3818 en 4813
+zielen. Niet te onrecht noemen de Engelschen onze Lei de "golden river."
+
+De oudste oorkonde, waarin men van het Kortrijksch linnen gewag maakt,
+is van 1290. Twee poorters beweerden recht te hebben op den tol, geheven
+op de "nappes, tueles en keuverkins," welke men in de stad verkocht.
+
+Nochtans schijnt deze nijverheid hier niet gebloeid te hebben zoolang de
+lakenweverij eene zekere hoogte behield. Het was bepaaldelijk in 1573,
+dat men middelen beraamde om den lijnwaadhandel op te beuren. Dit zelfde
+jaar kwamen er reeds kooplieden van Gent, Oudenaarde, Tielt, Roeselare,
+Meenen, Izegem "ende andere omliggende plaetsen." De schepenen betaalden
+deswege eene som van 167 pond parisis, "ter cause van cost van
+maeltyden."
+
+Het Kortrijksch tafellinnen verwierf spoedig eene groote vermaardheid.
+Men weefde, verhaalt SANDERUS, in het doek de afbeelding van bloemen en
+dieren, van jachten en gevechten, van landschappen met weiden, bosschen,
+hoven, heuvelen en kasteelen, alles zoo nauwkeurig, als het een schilder
+zou hebben gedaan; met zooveel verscheidenheid, als de weelderige natuur
+er aanbiedt, en zoo fijn, dat het oog zich vermoeide, als het al die
+beelden in een meer van glinsterende witheid bezichtigde.
+
+De overheden der gemeente verzuimden geene gelegenheden om de groote
+nijverheid vooruit te helpen. Op het einde van 1576 was "de nering
+sober." De schepenen beslisten voor 10,000 gulden "ammelaken ende andere
+goederen af te coopen," en dan "dezelve voort te vercoopen tot winning
+van de stede."
+
+Toen Albert en Izabella in 1600 hunne plechtige intrede deden, werden
+zij begiftigd met gedamaste tafellakens, die 2,497 pond parisis kostten.
+
+Bezocht een vorst de stad, zoo liet men in het stadhuis weefgetouwen
+oprechten, ten einde "de fabrique der gemeente te doen zien."
+
+In 1761 opende men de Teekenschool. "Dit was," schreven de wethouders,
+"om nieuwe desseinen voor de fabrique van het serveetwerk" te krijgen.
+
+In den loop der XIXe eeuw waren de rijkste vlasoogsten die van 1803,
+1805, 1808, 1813, 1820, 1824, 1834, 1839, 1840, 1851, 1855, 1860, 1864,
+1866, 1872, 1874, 1877, 1881, 1883 en 1895. Niet zelden gold de hectare
+1000, ja 1400 fr.
+
+ * * * * *
+
+Buiten het Doorniksch voorgeborchte is de grond zeer vruchtbaar en heel
+schilderachtig. Daar vindt men den Pottelberg, den Marionettenberg, het
+Hooge, den Spoelberg. Het zijn verhevenheden van dertig, veertig meters.
+
+Op den Pottelberg legerden de Franschen in 1302, eer zij de Vlamingen
+aantastten. Aan den voet des heuvels lag de heerlijkheid van
+Hoog-Mosscher, reeds genoemd in oorkonden uit de XIIe eeuw. In 1293 had
+Gwijde van Dampierre den heer van Mosscher en zijne familie veroordeeld
+tot het betalen van eene boete en eene jaarlijksche rente aan de abdis
+van Groeninge. Was het misschien om zich te wreken, dat de snoodaard den
+11 Juli 1302 als gids der overweldigers optrad?
+
+Hedendaags is het kasteel van Hoog-Mosscher een lief zomerverblijf. In
+de nabijheid rijst de Kapel ten Bloede. Men wil, dat Dirk van Elzas in
+het adellijke slot vernachtte, toen hij met het H. Bloed van Christus
+uit Palestina terugkeerde, en dat men, ter gedachtenis van dit bezoek,
+het genoemde kapelleken oprichtte. In alle geval bestond het reeds in
+1441.
+
+Op het Hooge vindt men het kasteel der familie Goethals, met bosschen,
+vijvers en lusttuinen.
+
+Een binnenweg loopt naar den Spoelberg, het hoogste punt op het
+grondgebied van Kortrijk.
+
+Aan den voet staat een groot kruisbeeld, op de kruin eene landelijke
+herberg. Als de wandelaar zich naar het Zuiden keert, zoo gaat zijn oog
+over eene groote vallei, in de verte begrensd door de heuvelen van
+Sint-Denijs en Knokke. Aan den anderen kant vindt hij het Hooge met zijn
+kasteel, Kortrijk met zijne torens en schouwen. Rechts, in de richting
+van Zwevegem, beperkt eene andere hoogte het gezicht.
+
+In de vallei schuilen hier en daar eenvoudige huisjes, te midden van
+vruchtbare akkers, gescheiden door hagen en grachten.
+
+Weinige geluiden treffen het oor: het tierelieren van eenen opstijgenden
+leeuwerik; het juichen van een spelend kind, blootsvoets weg en weer
+loopend; het tiktakken van een weefgetouw, of het schokken van eenen
+naderenden boerenwagen.
+
+Het dal, dat zich rondom den Spoelberg, tusschen Kortrijk, Deerlijk,
+Zwevegem en Knokke, uitstrekt, was in 1814 het tooneel van eene bloedige
+schermutseling.
+
+De veldheer Thielmann had te Oudenaarde vernomen, dat de Franschen den
+31 Maart uit Gent naar Kortrijk afzakten. Hij snelde met zijne mannen
+naar Zwevegem, ten einde den vijand van ter zijde te bestoken.
+
+In den beginne kozen de Franschen het hazenpad. Doch zij kregen
+versterking, en rukten nu dapper voort in de richting van den Spoelberg.
+Na eenen hardnekkigen wederstand deed Thielmann den aftocht blazen.
+
+Men rekent, dat deze botsing het leven kostte aan 300 wapenknechten.
+
+Hedendaags vindt men te Zwevegem nog ettelijke huizen met eenen kanonbal
+in den gevel. Daaronder kapte men het jaartal 1814.
+
+
+
+
+VI.
+
+De hofsteden "ten Akker."
+
+
+De reiziger, die Zuid-Vlaanderen bezoekt, ontmoet links en rechts vele
+omwalde hofsteden. Daar hadden de middeleeuwsche heerlijkheden hunne
+zetels.
+
+Op het grondgebied van Kortrijk alleen telde men vier en twintig
+heerlijkheden: ten Akker, ten Berge, van Bovekerke, van Busschaard, van
+Clessenare, van Diestveld, van Hoog- en Neder-Mosscher, van Hembijze,
+van Lerberge, van Monjoie, van Ronseval, van Steenbrugge, van Walle,
+enz.
+
+De heerlijkheid ten Akker was zeer oud en groot. Nog in 1701 bedroeg
+hare uitgestrektheid "veertien bunderen lands, luttel min ofte meer,
+houdende aen elkander."
+
+De huidige hofstede vindt men achter Sint-Rochus-kerk, tusschen de
+Sint-Denijsstraat en den weg naar Zwevegem.
+
+Op de brug blijven wij staan.
+
+Het eerste voorwerp, dat ons treft, is een beeldje van O. L. Vrouw,
+schuilende in eene kleine nis, aangebracht in het gemetselde deel der
+poort. De Vlaamsche landbouwer stelt immers nog altijd zijne have onder
+de bescherming der Moeder Gods.
+
+De eenden drijven op het donkere water van den wal; de hennen drentelen
+langs den oever, nu eens toekijkende, dan weer elkander aanblikkende.
+Men zou haast zeggen, dat zij hunne verwondering uitdrukken over het
+doen der zwemmers.
+
+Drie groote gebouwen omringen een vierkantig plein: het woonhuis, dat
+laag is en zonder verdieping; de stallen, voorzien van roode deuren en
+talrijke luchtgaten; de schuur met hare wijde poort en haar hoog dak.
+
+Het ovenhuis heeft men afgezonderd, evenals het afdak, waaronder men de
+wagens, de karren, de ploegen en de eggen bergt.
+
+Al de buitenmuren zijn versch gewit.
+
+Van den vroegen morgen tot den laten avond is iedereen hier vlijtig aan
+den arbeid. Hoort gij de meid niet zingen, die op dit oogenblik het vee
+verzorgt? Hoort gij den knecht niet fluiten, die met den grooten wagen
+om hooi rijdt?
+
+Wij treden binnen, en worden door den blozenden pachter en zijne jonge
+vrouw hartelijk ontvangen.
+
+Het koperen kruisbeeld op het bord der groote schouw; het keukengerief
+boven den waschsteen; de blinkende banden der boterkern; de geplooide en
+sneeuwwitte gordijntjes aan het venster; de bloeiende geraniums in hunne
+roode potten; -- alles spreekt van reinheid, van orde, van welstand.
+
+"Edele menschen!" fluisteren wij bij het heengaan; "God zegene hun huis
+en hunnen arbeid!"
+
+Door den band nochtans zijn de pachthoven, in dit gedeelte des lands,
+minder verzorgd dan in het land van Waas, in het Houtland en de Polders.
+Dit verschil is vooral gevoelig aan de kanten van Geeraardsbergen, waar
+men nog vele boerenwoningen aantreft, gebouwd van hout en klei.
+
+
+
+
+VII.
+
+Naar den Lauweberg.
+
+
+In zes minuten tijds snelt een trein van Kortrijk naar Marke.
+
+Rechts ontwaart de reiziger het Magdalenakerkhof, het kasteel der edele
+familie Bethune en Bissegem; links den Pottelberg, eene groote, omwalde
+hofstede en de Markebeek, kronkelend door velden en weilanden.
+
+Het kerkhof is Kortrijks oude Lazarij. Deze bestond reeds in 1233.
+
+Bij het genoemde kasteel is het gehucht "de Markebeek." Hier vond men,
+op het einde der XVIIIe eeuw, eene stokerij. Tijdens den Boerenkrijg,
+bepaaldelijk in den morgen van 29 October 1798, brachten eenige
+hartelooze republikeinen daar drie personen om hals: Jan Carlier,
+Augustijn Vroman en Jan-Baptist Vroman. Een steen, in den voorgevel van
+het huis gemetseld, herinnert deze treurige gebeurtenis.
+
+Een lief boschje, toebehoorende aan M. Vandenpeereboom, bezet de helling
+des Pottelbergs.
+
+De omwalde hofstede, langs den Bruyninkweg, is een overblijfsel van het
+oude landgoed Roodenburg, bestaande uit een kasteel met boomgaarden,
+hof, molen en loopende landen.
+
+Op het einde der XIIe eeuw was Roodenburg een eigendom van Wouter,
+protonotaris van Boudewijn IX.
+
+Wouter had drie kinderen: Joanna, Agnes en Gillis. Toen hun vader
+stierf, wenschten beide dochters zich van de wereld af te zonderen,
+weshalve zij de hun toebehoorende goederen opdroegen aan Joanna van
+Constantinopel, opdat zij daarmede een klooster zoude stichten. De
+oorkonde voegt er bij, dat het recht van Gillis werd voorbehouden.
+
+Ziedaar in korte woorden den oorsprong der abdij van Marke (1237). Deze
+werd verplaatst, voor 1284, en nadien de abdij van Groeninge geheeten.
+
+Bissegem en Marke zijn zeer nijverige gemeenten, wier bevolking in de
+laatste jaren ten minste verdubbelde.
+
+In de nabijheid van Marke's spoorhalle rijst eene groote en prachtige
+pannenfabriek. Langs dit gesticht voortwandelende, beklimt men den
+Lauweberg, die wel vijftig meters hoogte heeft.
+
+De Lauweberg vertoont steile verhevenheden en diepe zonken. Een groot
+gedeelte is begroeid met boomen en kreupelhout: populieren,
+elzestruiken, brem, dorens, heide.
+
+Westwaarts kronkelt de Lei door een schoon landschap, rijk gestoffeerd
+met boomen, huizen en molens. De torens van Lauwe, Wevelgem, Rekkem,
+Meenen en Moorsele verheffen hunne spitsen boven het geboomte.
+
+Lauwe telde, in de XVIe eeuw, nog al eenige ingezetenen, die wegens
+ketterij veroordeeld werden. Willem de Duutsche moest, "om zyne
+demeriten," de wijk nemen (1555); Jan van Raes werd in 1566 met vijf
+andere personen "gejusticieert."
+
+Tussen Lauwe en Wevelgem, langs de Lei, ligt het Kloosterhof, eene der
+aanzienlijkste hoeven van heel Vlaanderen. De landen en meerschen hebben
+eene uitgestrektheid van 75 hectaren.
+
+Het Kloosterhof is een overblijfsel van de abdij van Wevelgem, aldaar
+gesticht omtrent het midden der XIIIe eeuw. De kapel en eenige andere
+gebouwen zijn verdwenen; de Westpoort, de smis, de huizing, de stallen
+en de schuren staan nog recht. Het oudste overblijfsel is een steenen
+duivenhok, gebouwd in 1690. Bij de Westpoort vindt men nog de bank,
+waarop de arme lieden mochten rusten, als zij hunne aalmoezen kwamen
+ontvangen.
+
+De voormalige abdij van Wevelgem bezat, sedert 1561, een gedeelte van de
+kroon des Heilands. Dit heiligdom is nu in de kerk der gemeente. Het is
+een takje, dat ongeveer negen centimeters lengte heeft en drie
+ongeschonden doornen draagt.
+
+Wevelgem is eene schoone, zindelijke gemeente, met nette huizen, vier
+breede straten en een kasteel.
+
+De kerk dagteekent van 1880-1882, en behoort tot den Romaanschen stijl.
+
+Wevelgem is de geboorteplaats van MGR DE NECKERE, gewezen bisschop van
+Nieuw-Orleans, in Amerika. L.-F. NUTTIN, de bevallige dichter der
+_Nieuwe Vlaamsche fabels_, is ook een zoon van Wevelgem.
+
+Bijna op het hoogste van den Lauweberg schuilt eene hofstede achter het
+geboomte.
+
+Eenige meters verder gaat het oog over een tweede landschap, met de
+bergen van Bellegem aan den horizont.
+
+Bellegem is eene oude plaats. Eer het kapittel van O.-L.-Vrouw te
+Kortrijk bestond, en wel in 1195, aanvaardde Boudewijn IX, voor zijnen
+kapelaan, eene gift van haver, gedaan door Gommar van Bellegem. In 1302
+stonden twee heeren van Bellegem, Daniel en Olivier, met hun gevolg
+onder het vaandel der Klauwaarts. Beiden verloren hun paard in den
+strijd.
+
+De kerk van Bellegem heeft eenen merkbaar hellenden toren. Het koor is
+blijkbaar zeer oud.
+
+De grond der gemeente is zwaar en kiezelachtig. Bij droog weder komen
+hier en daar eene menigte keitjes te voorschijn. Onder den invloed der
+warmte breken zij echter gemakkelijk.
+
+Tusschen de Lei en den Lauweberg loopt de ijzeren weg.
+
+Noordwaarts daagt, hoog en statig, de toren der Sint-Martenskerk.
+
+
+
+
+VIII.
+
+Naar Harelbeke.
+
+
+Een wandeltocht naar Harelbeke, langs den schoonen rijksweg van Gent, is
+zeker een aangenaam uitstapje. De afstand bedraagt ongeveer vijf
+kilometers. Vrees echter niet, lezer, dat de zon te heet schijne; hooge
+linden werpen schier overal hunne koele schaduwe op den weg.
+
+Aan de Gentsche poort is in de laatste jaren eene groote wijk ontstaan,
+met fraaie huizen, breede straten en belangrijke nijverheidsgestichten.
+
+Links, over de Lei, ligt een afgegraven meersch. Daar heeft men, over
+een tiental jaren, oude munten, Romeinsche dakpannen en eenen put
+blootgelegd.
+
+Bij de vaart bemerken wij, tusschen slanke populieren, het lustgoed van
+Mevrouw Reyntjens. Daar bouwde de gravin Beatrix, weduwe van Willem van
+Dampierre, de vermaarde abdij van Groeninge. In 1578, na de
+overrompeling van Kortrijk door de Geuzen, werd het klooster met al
+zijne afhankelijkheden verwoest en afgebroken.
+
+Weinige boogscheuten verder vinden wij eene ouderwetsche herberg: _de
+Blaasbalg_. Voor het huis loopt de Groeningebeek onder den steenweg.
+
+Verder komen wij langs het groene dal der Lei, waar honderden
+werklieden arbeiden. De toren van Kuurne steekt slank in de lucht.
+
+Kuurne is hedendaags eene bloeiende gemeente met meer dan 3,800
+inwoners. Over het dorp loopt de Brugsche steenweg naar Ingelmunster. Op
+Zondag 28 October 1798 tastten daar de Fransche wapenlieden eene bende
+Boeren aan, er verscheidenen om het leven brengende.
+
+Kuurne is de geboorteplaats van den kunstschilder E. CARPENTIER.
+
+Bij Harelbeke heeft de Lei twee armen, die een eiland vormen. Daar
+werken een paar aloude watermolens. In 1538 had een Kortrijksche
+poorter, Willem Bevele, dezelve in huur. Op zekeren dag nam de heer van
+Heule den molenaar gevangen. Den 25 October veroordeelde men den
+plichtige om voor het magistraat zijner heerlijkheid te verschijnen, aan
+God vergiffenis te vragen, en in de kerk een geschilderd venster te doen
+plaatsen.
+
+Harelbeke is zeer oud. Eene oorkonde van 836, herkomstig uit de
+Sint-Pietersabdij, te Gent, maakt inderdaad gewag van "Arlebeca."
+
+Men wil, dat Harelbeke het gewoon verblijf was van Vlaanderens eerste
+landvoogden of forestiers. Een hunner, Liederik de Buck, zou er de
+eerste kapel hebben gesticht, om aldaar met zijne opvolgers begraven te
+worden.
+
+De oude legende van Liederik en de forestiers is sedert jaren te niet
+gedaan. 't Was eene fabel.
+
+Na de strooptochten der Noormannen herbouwde Arnold de Oude het
+verwoeste bedehuis. Omtrent denzelfden tijd schonk de vrome graaf aan de
+nieuwe kerk de stoffelijke overblijfselen van den H. Bertulphus, een der
+meest geliefde patronen van Vlaanderen.
+
+Ten jare 1769 bouwde DEWEZ, van Brussel, den tegenwoordigen tempel.
+Nochtans behield men het metselwerk van den toren met den kruisbeuk der
+oude, Romaansche kerk. Het gemeentebestuur van Kortrijk kocht 9,091
+groote en 23,525 kleine steenen van de "gedemoliseerde kercke."
+
+Onder het koor der voormalige kerk was "de sinte Pieters crypte, zynde
+achttien voeten vierkante." Op onze dagen is die krocht onder den
+kruisbeuk.
+
+De predikstoel is een eigenaardig gewrocht van LECREUX, uit Doornik.
+
+Boudewijn met den IJzeren Arm en zijne echtgenoote stichtten te
+Harelbeke een kapittel, aanvaard door den bisschop van Doornik in 1087.
+Achter het hoogaltaar, in de parochiale kerk, staan nog altijd de zetels
+der kanunniken, als stomme getuigen van vroegere gebeden en lofzangen.
+
+Een tak der vroegere nijverheid was het lakenweven. In 1432 schonken de
+wethouders van Kortrijk "den goeden lieden van Haerlebeke, die ter marct
+quamen met huerlieder lakenen, twee cannen wijns. " Hedendaags heeft de
+gemeente steenbakkerijen, brouwerijen en graanmolens. De tabakshandel in
+het groot bestaat er niet meer.
+
+Harelbeke telt ruim 7,200 zielen. Voor het wethuis, op de Markt, staat
+eene hooge, arduinen pomp. Daarop prijkt een klein standbeeld van
+Liederik de Buck. In den kerktoren hangt een welluidend klokkenspel.
+Alle vijftien minuten werpt het zijne lichte tonen over de gemeente. Te
+Harelbeke, in een klein huisje, stond de wieg van PETER BENOIT, geboren
+in 1834 en overleden in 1901.
+
+Benoit, een der grootste toondichters van onze eeuw, is de schepper van
+_Lucifer, de Schelde, de Oorlog_ en eenige andere oratorio's. Hij
+schreef prachtige liederen en leverde eene menigte opstellen om het
+nationalismus in de toonkunde te verdedigen.
+
+Het kunstlievende Antwerpen richt den beroemden man een standbeeld op.
+
+Drie eeuwen vroeger leefde een andere zoon van Harelbeke, ANDREAS
+PEVERNAGE, die insgelijks de toonkunde beoefende en merkwaardige stukken
+naliet. Geboren in 1545, overleed Pevernage ook te Antwerpen in 1591.
+
+
+
+
+IX.
+
+Naar Zwevegem, Moen en Heestert.
+
+
+Het was een heete Julidag. De zon glinsterde aan den helderen hemel en
+wierp heure stralen over de rijpende graanvelden.
+
+In eenige minuten stoomden wij naar Zwevegem, eene gemeente van 4,900
+inwoners.
+
+Tijdens de godsdienstige beroerten verscheen de heer van Zwevegem, Frans
+van Halewijn, nog al dikwijls op het staatkundig tooneel van Nederland.
+Als diplomaat ondernam hij verscheidene reizen; als gouverneur van
+Mechelen en Oudenaarde schreef hij brieven aan Margareta van Parma, aan
+Granvelle, aan Alva, aan den hertog van Aarschot. De notabelen van
+Zwevegem noemden hem in 1573 hunnen "seer beminden en specialen vriend."
+
+Als men, Zwevegem verlatende, de vaart van Bosuit volgt, komt men door
+eene lieve vallei. Links daagt het Banhout; zuidwaarts rijzen de
+heuvelen van Knokke met hun donkergroen geboomte.
+
+Het Banhout maakte in vroegere eeuwen deel van het Ronsevalsche of de
+heerlijkheid van Nevele. Het was "eene vrije foreest," zeventig bunder
+groot. Niemand kon door het bosch gaan, want het was "besloten met
+diversche barrieren en rontom met eenen gracht van tien, twaelf voeten
+breet." Gansch het woud was "verdeeld in negen hauwen, waervan ieder
+jaer eenen hauw werd vercocht."
+
+Het stuk, dat wij hier volgen, spreekt van "vyf, zes duysent opgaende
+eekeboomen, waervan den meerderen deel omtrent de veertig jaren oud
+conden zyn." In het midden van het bosch " wasser eene redelieke fraije
+woonste" voor den "prater of boschwagter." Er was almede "eene
+vangenisse," en de wachter mocht "alle personen vangen," die hij in het
+bosch zoude vinden.
+
+Knokke is een eenvoudig gehucht, deels aan Zwevegem, deels aan Heestert
+en deels aan Moen toebehoorende.
+
+Wij bezichtigden den tunnel en wandelden vervolgens naar den Keiberg,
+die 66 meters hoog is.
+
+Eene bejaarde vrouw, ons den weg wijzende, vertelde ons vertrouwelijk
+haar lief en leed: hoe gelukkig zij was, toen haar man nog leefde; hoe
+deze op zekeren dag buitenshuis bezweek, en hoe zij met vier kleine
+schapen van kindertjes bleef zitten; hoe zij toen moest zorgen en zoeken
+om door de wereld te tobben; hoe de meisjes, opgroeiende, bij vreemden
+gingen wonen om een stuivertje te verdienen; hoe de eene dochter nu in
+Frankrijk woonde en de andere in het land -- bij eenen herbergier; hoe
+de laatste over weinige jaren onbezonnen een voordeelig huwelijk
+afsloeg; hoe zij, moeder, op haren ouden dag nu weer alleen was, en
+stillekens haren weg naar het kerkhof vervorderde...
+
+Wij troostten de arme weduwe en wandelden voort.
+
+Een lief panorama omringt den Keiberg: hier eene vlakte in de richting
+van Tiegem; daar het dal van Heestert en Avelgem; ginds de blauwe bergen
+van Sint-Denijs, met den Perremolen op de hoogste kruin. Moen schuilt
+tusschen Heestert en Sint-Denijs.
+
+De oppervlakte van Moen beslaat 1,042 hectaren. De grootste lengte
+bedraagt zes, de grootste breedte drie kilometers. In 1694 telde de
+gemeente 264 zielen; in 1874 waren er 2,150; in 1890 nog 2,098.
+
+De oude heerlijkheid was vrij belangrijk. Het kasteel, omgeven van
+hoven, dreven en wallen, stond tegen de dorpplaats. Volgens een
+denombrement van 1612 had de heer het recht "den costere, de
+kerckmeesters en de armmeesters te stellene." Op zijn leen hield men
+jaarlijks twee markten, "telcken S. Eloysdaghe," van laken, garen en
+andere goederen.
+
+Sint Elooi is inderdaad de patroon van Moen. Den 25 Juni kwamen vroeger
+de landbouwers, te voet en te paard, den heilige vereeren. De herder der
+parochie, in feestgewaad, zegende de lastdieren een voor een aan de deur
+der kerk, en gaf hun een klopje met eenen zilveren hamer.
+
+Er slopen misbruiken in deze plechtigheid. Een brief van 10 Juni 1778
+spreekt van "drie tot vierhonderd boeren met peerden, komende van vijf,
+zes uren in het ronde. Zij waren gewapend met schietgeweren, die zij
+losbrandden gedurende de processie. Maar zij bleven niet allen even
+nuchter, en veroorzaakten dan wanorde, zelfs ongelukken."
+
+Karel van Lorreinen beval den 17 Mei 1778 "geene geweerschoten meer af
+te lossen, op boete van 50 gulden voor iedere overtreding." Het oude
+gebruik bleef nochtans in voege tot in 1806, wanneer de bisschop van
+Gent het andermaal verbood.
+
+De parochiale kerk van Moen is van 1875 en kostte ongeveer 80,000 fr.
+
+Achter de kerk vindt men den Olieberg. Dezen naam ontmoeten wij in een
+heksenproces uit de XVIIe eeuw. Moen is inderdaad de geboorteplaats van
+verscheidene tooveressen. Wij noemen er drie: Antonia de Scheemaecker,
+Gellijne de Pratere en Jozijne Labins. Men beweerde, dat de arme
+sukkelaarsters op den Olieberg met den booze omgingen. De bewaarde
+vonnissen zijn belangrijk voor de kennis van het oude strafrecht in
+Vlaanderen. Zij spreken van den halsband, van het "scerp examen," van
+het "duyvelsteeken," van het "duyvelspoeder."
+
+De straat, die van Moen naar Heestert leidt, heet nog altijd de
+Tooveresstraat.
+
+Heestert, in oude stukken Hestrud genaamd, heeft eene fraaie kerk.
+Achter eenen marmeren steen rust het hert van Jan-Jozef Raepsaet,
+overleden te Oudenaarde den 19 Februari 1832. Vroeger kwamen de Moensche
+schutters alle jaren met trommel en fluit naar Heestert, om aldaar op
+den 15 Augustus de processie ter eere van O.-L.-Vrouw te vereeren. De
+wethouders betaalden "het bospoer, dat de schotters" noodig hadden,
+alsmede "de teercosten van den tambour en den fluyter."
+
+Dit wil niet zeggen, dat de twee dorpen nooit vijandelijk opstonden. Den
+11 April 1790, tijdens de Brabantsche omwenteling, trokken "de
+landwagten" van Moen naar Heestert, waar zij twee boeren dood schoten.
+'s Anderendaags wilden "die van Heestert het naburige dorp in brand
+steken." De tusschenkomst der Kortrijksche vrijwilligers en soldaten
+verhinderde echter deze ramp.
+
+Sint-Denijs is eene bloeiende gemeente met ongeveer 3,500 inwoners.
+Tusschen dit dorp en Kooigem ligt eene ruime delling, door het volk "de
+caveie" of "la cavee" geheeten. Nagenoeg in het midden der caveie staat
+het hof "de la Broye." Zou die naam geene verbastering zijn van
+"brouille," broel of bruul, dat _gemeene weide_ kan beteekenen?
+
+
+
+
+X.
+
+Naar Tiegem.
+
+
+Vacantie!
+
+Dat woord klinkt aangenaam in de ooren der schooljeugd, die een jaar
+lang, van half negen 's morgens tot half vijf 's avonds, moest stil
+zitten, en luisteren en leeren; aangenaam ook in de ooren der
+onderwijzers, die dag aan dag hun hoofd moeten breken om het jonge
+volkje, aan hunne zorgen toevertrouwd, de eerste beginselen van
+allerhande wetenschappen in te planten.
+
+Vacantie, tijd van ontspanning en verzet voor velen, tijd van nieuwe
+bezigheden voor anderen, wees gegroet!
+
+Wij hadden Lier bezocht, waar wij over dertig jaren studeerden, en daar
+eenen geliefden oud-leeraar -- M. Troch -- de hand gedrukt; wij hadden
+den hooggeleerden patroon van het Davids-Fonds op zijn arduinen voetstuk
+zien staan; wij hadden een paar dagen overgebracht in de tentoonstelling
+van Brussel, en besloten nu onze uitstapjes in de Vlaamsche Ardennen te
+hernemen.
+
+Den 9 September 1897, in den voormiddag, stoomden wij naar Ansegem, om
+van daar naar Tiegem te wandelen.
+
+Ansegem heeft drie spoorhallen: aan den Sterhoek, bij het dorp en langs
+den ouden Heirweg, in de richting van Waregem.
+
+Het koor, de kruisbeuk en de toren der kerk zijn zeer oud; de beuken
+dagteekenen van 1828. Benoorden de kerk rijst het aloude kasteel van
+Hemsrode.
+
+Een klimmende weg loopt naar Kaster. De spits van den toren steekt boven
+eenen heuvel uit.
+
+Bij de kerk van Kaster -- een werk van L. Vuylsteke, uit Geluwe -- blikt
+men op Kerkhove in de diepte, op den Kluisberg over de Schelde.
+
+Aan het gemeentehuis van Kaster loopt een zijweg naar Tiegem, een dorp
+van nagenoeg 2,000 zielen.
+
+Tiegem is maar 769 hectaren groot. Het ligt op twee heuvels, waarvan de
+voornaamste eene hoogte van 70 meters bereikt.
+
+Hedendaags is Tiegem een lief, eigenaardig dorp, met schoone steenwegen,
+met fraaie kasteelen en lusthuizen. De meeste oude woningen zijn
+hersteld geworden en prijken met bevallige puntgeveltjes.
+
+De kerk is een klein juweel, over weinige jaren hersteld en herbouwd
+door AUG. VAN ASSCHE, uit Gent. GOETHALS schilderde den tempel; BOURDON
+verrijkte hem met een merkwaardig altaar.
+
+De voormalige burcht stond tusschen Tiegem, Avelgem en Waarmaarde. Op
+dezelfde plaats vindt men thans de "S. Aernoutscapelle," herbouwd in
+1854, en den "S. Aernoutswal."
+
+In de tweede helft der XVIe eeuw plunderden "de Waelen de prochie ende
+heerlichede." In 1581 kon men niet meer dan "het zesde of het zevende
+deel der landen" bezaaien.
+
+Tiegem is de geboorteplaats van S. Arnold, den beschermheilige der
+gemeente. Zijn vader behoorde tot het adellijk geslacht der heeren van
+Pamele en Oudenaarde; zijne moeder sproot uit het huis der graven van
+Leuven.
+
+Als ridder en krijgsman verwierf de jonge Arnold eenen grooten roem.
+Later begaf hij zich naar de abdij van den H. Medardus, te Soissons, en
+trok daar het kloosterkleed aan.
+
+Het duurde niet lang, of men benoemde den nederigen man tot bisschop in
+dezelfde stad. Hij vroeg echter zijn ontslag, en kwam naar Vlaanderen
+terug. Hij predikte te Torhout, te Gistel en te Veurne, bouwde een
+klooster te Oudenburg, in het Brugsche, en stierf aldaar in 1087, in den
+ouderdom van 47 jaren.
+
+De kerk van Tiegem bezit een bovenarmbeen van Vlaanderens grooten
+apostel.
+
+
+
+
+XI.
+
+Naar het Kapelbosch.
+
+
+De heer VITAL MOREELS-VERHAEGHE, de groote en verlichte weldoener van
+Tiegem, vergezelde ons in den namiddag naar het Kapelbosch, op de
+zuidelijke helling der hoogvlakte.
+
+Het Kapelbosch is hedendaags zeven hectaren groot en heeft eene waarde
+van 150,000 fr.
+
+Alwat de oogen kan streelen, alwat den bezoeker tot vrome gedachten kan
+stemmen, vindt men daar vereenigd. De natuur en de kunst wrochten
+zusterlijk samen om een der prachtigste panorama's van heel ons land
+voor het oog der reizigers te ontvouwen.
+
+Op den Pottelsberg, op den Muziekberg staat men veel hooger, te midden
+van eene wilde natuur; te Tiegem is het rondzicht groot, het tafereel
+vol kleur en beweging, vol leven.
+
+In het bosch vindt men lommerrijke wandeldreven, rotsen en onderaardsche
+gangen, vijvers en brugjes, glooiingen met weelderig gras en bloemen,
+aquariums met kleine, blinkende vischjes. Twee villa's verheffen hunne
+torens boven het geboomte.
+
+Midden in het bosch staat eene nieuwe kapel, toegewijd aan den H.
+Arnoldus (1865). Zij is achthoekig en lief geschilderd. Door zeven
+venstertjes speelt het daglicht in het heiligdom.
+
+Uit de kapel komende, heeft men rechts de grot van S. Arnold. Hooger, te
+midden van struiken en boomen, schuilt een groot kruisbeeld; lager
+spruit dag en nacht de Arnoldusbron, eenen vijver spijzende, waarop
+eenige zwanen gaggelend rondzwemmen.
+
+Uit dien vijver vloeit de Arnoldusbeek, die naar Avelgem loopt en
+vroeger den wal van het kasteel vulde.
+
+Alles wekt den wandelaar tot ingetogenheid op: het tintelen der zon door
+de bladeren, het kweelen der vogelen in de heesters, het ruischen van
+het loover, het murmelen der bron, het fluisteren der bedevaarders. O
+ja, dus zong de dichter TOLLENS, ik reik hem broederlijk de hand,
+
+ Die mijmren kan in de eenzaamheid van 't woud,
+ En droomend doolt, en de aarde kan vergeten,
+ En, peinzende op een tronk gezeten,
+ Somtijds de handen vouwt.
+
+Wie liever eene verversching heeft, ga naar de "Laiterie," niet verre
+van de kapel. Onder een verheven afdak is het waarlijk schoon en frisch.
+Men zou zeggen, dat de zon het bedehuisje met welgevallen beschijnt; dat
+de wind eerbiedig liederen neurt in de kruinen der boomen.
+
+Op het hoogste van den berg, buiten het bosch, staat een houten
+kijktoren of "belvedere." Voor vijftien centiemen mag men er op klimmen.
+
+Daar is het schoon bij helder weder; daar kan men, met eenen goeden
+verrekijker, zijne oogen naar hartelust verzadigen.
+
+In het Zuiden beperken de heuvelen van Oost-Vlaanderen met den Kluisberg
+en de hoogte van Gijzelbrechtegem wel een weinig het gezicht; doch langs
+de drie andere zijden ziet men uren en uren verre.
+
+De Schelde, tintelend in den gloed der namiddagzon, vloeit van het
+Zuid-Westen naar het Noord-Oosten, kronkelend door zonken en meerschen.
+
+In het Noorden dagen: Kanegem, Aarsele, Dentergem, Sint-Eloois-Vijve,
+Tielt, Oost-Roosbeke, Wakken, Sint-Baafs-Vijve, Waregem, Grammene,
+Ansegem, Kruishoutem en Nokere;
+
+In het Oosten: Huise, Heurne, Wannegem, Eine, Ooike, Mooregem, Wortegem,
+Gijzelbrechtegem, Kaster, Welden, Eename, Mater, Bevere, Edelare,
+Oudenaarde, Petegem, Etikhove, Melden, Leupegem, Elzegem, Kerkhove,
+Schoorisse, Nukerke, Zulzike, Berchem, Quaremont en Waarmaarde;
+
+In het Westen: Evregnies, Dottignies, Kooigem, Sint-Denijs, Bellegem,
+Moen, Heestert, Luingne, Lauwe, Aalbeke, Rollegem, Wevelgem, Bissegem,
+Kortrijk, Zwevegem, Ingooigem, Ootegem, Roeselare, Rumbeke, Kachtem,
+Izegem, Ingelmunster, Sint-Eloois-Winkel, Lendelede, Hulste, Ooigem,
+Kuurne, Harelbeke, Beveren, Deerlijk en Vichte.
+
+Zelfs in het Zuiden ontdekt men eenige torens, uitstekende boven de
+heuvelen: die van Ruien, Schalafie, Orroir, Celles, Herne en St-Leger.
+
+Avelgem, Autrijve, Bosuit, Pottes, Helkijn, Spiere en Warcoing schuilen
+in de vallei der Schelde.
+
+In het geheel een goed tachtigtal steden en dorpen! Tusschen Roeselare,
+in het Noord-Westen, en Schoorisse, in het Oosten, is er een afstand van
+ongeveer zeven mijlen. Kanegem, in het Noorden, en Herne, in het
+Zuid-Westen, zijn vijf mijlen van elkander verwijderd.
+
+En schoon, betooverend schoon ligt dat groote landschap voor den
+aanschouwer. Overal gewitte huizen met roode daken; overal rookende
+schouwen en draaiende molens; overal weiden en velden; overal hagen en
+boomen; overal zwoegende werklieden; overal licht en schaduwe...
+
+Och neen, wij moeten Spanje en Zwitserland niet bezoeken om schoone
+natuurtafereelen te vinden; de Vlaamsche Ardennen zijn rijk aan
+schilderachtige hoekjes, aan heerlijke vergezichten.
+
+Den berg afdalende, toefden wij nog eenige oogenblikken aan de kapel.
+
+Eene plechtige stilte, eene kalme avondrust zweefde over het woud. De
+bron murmelde rusteloos voort, maar de vogelen hadden reeds hun
+slaapliedje gezongen en scholen nu onder de bladeren der boomen.
+
+Ongaarne verlieten wij het dichterlijk oord.
+
+Onderwege vertelde ons de vriendelijke heer Moreels, dat de berg in 1852
+nog onbebouwd was; dat de kapel haar ontstaan te danken heeft aan MGR
+MALOU, bisschop van Brugge; dat de jaarlijksche novene, ter eere van den
+H. Arnoldus, den 16 Augustus begint; dat er 's Zondags eene schoone
+processie uit de parochiale kerk vertrekt, en dat het gemiddeld getal
+der bezoekers ieder jaar tot 40,000 stijgt.
+
+
+
+
+XII.
+
+Naar Quaremont en den Kluisberg.
+
+
+Een uitstapje naar Quaremont en den Kluisberg is, bij zomerweder, een
+genot voor kinderen en bejaarden, voor alwie behagen schept in het
+betrachten van Gods heerlijke natuur.
+
+In een uurtje stoomt men van Kortrijk, door een allerschoonste
+landschap, langs Zwevegem, Heestert, Avelgem en Ruien naar Berchem.
+
+Avelgem en de omliggende dorpen hadden in de XVIe eeuw veel te lijden
+van de Malcontenten en van de legers der Staten. Het kasteel van Avelgem
+werd driemaal veroverd; de kerk, vier windmolens en meer dan tweehonderd
+huizen werden afgebrand; van de duizend ingezetenen bleven er nauwelijks
+honderd "te lijve." Het dorp Autrijve lag gansch "vaghe," evenals "de
+splete" van Bosuit en Moen.
+
+Avelgem is de geboorteplaats van C.-F.-A. DUVILLERS (1803-1885), wiens
+volksliedjes zeer geprezen worden. STIJN STREUVELS schrijft er
+hedendaags zijne boeiende verhalen.
+
+Ruien gelijkt aan een dorpje uit een bergland. Boven de roode daken der
+huizen wuiven de boomen van den Kluisberg met hunne donkergroene toppen.
+
+Van Berchem leidt een klimmende weg naar Quaremont, eene gemeente van
+1,550 zielen.
+
+Quaremont ligt misschien in het schilderachtigste deel van heel
+Zuid-Vlaanderen. De kerk staat op eene hoogte. Zij heeft eenen witten
+gevel en eenen zwaren toren met eene kleine spits.
+
+Een groot gedeelte van Quaremont is overdekt met bosschen. Diepe
+ravijnen loopen in alle richtingen. Hier en daar borrelt ijzerachtig
+water op.
+
+De Romeinen hebben deze plaats gekend. Over eenige jaren heeft men er
+een kerkhof ontdekt, met penningen en andere voorwerpen, welke men in
+die verwijderde tijden bij de lijken placht te leggen.
+
+Te Quaremont stond de wieg van JAN VAN HECK (1625-1669), die vele kleine
+landschappen schilderde, welke hij met bloemen en vruchten versierde.
+Hij verbleef eenige jaren te Rome en overleed te Antwerpen.
+
+Den steenweg naar Ronse volgende, komt men aan _de Klok_, eene voorname,
+landelijke herberg. Voor het huis heeft men een schoon zicht op Zulzike,
+Nukerke, Oudenaarde en het omliggende.
+
+Een weinig verder, aan de herberg _de Martiko_, ontrolt zich een dubbel
+panorama. Noordwaarts, door eene heerlijke vallei, blikt men op
+Vlaanderen, met de torens van Gent en Oudenaarde aan den gezichteinder;
+zuidwaarts, langs den Kluisberg, ontwaart men Henegouw, met den
+Drievuldigheidsberg en de blauwe hoogte van Bon-Secours in het nevelig
+verschiet.
+
+Toen wij den laatsten keer de plaats bezochten -- in den zomer van 1898
+-- dreef een onweder over de streek. Aan den eenen kant glinsterde het
+zonnelicht; aan den anderen kant viel een dichte regen. Nu en dan vlogen
+rosse bliksemflitsen door het wolkgevaarte. Nooit zullen wij dien dag
+vergeten.
+
+Aan den "Martiko" rechts gaande, kan men, langs het schoone kasteel van
+Mevrouw de Crombrugghe, naar den Kluisberg wandelen.
+
+In het bosch ademt men eene reine, smakelijke lucht in. De wind suist
+in de boomen; de vogelen zingen in de struiken; de bijen gonzen op de
+kleine heidebloempjes. Sierlijke varens en groene kraakbeziestruiken
+groeien in de schaduwe.
+
+ * * * * *
+
+De Kluisberg is 141 meters hoog, en grootendeels begroeid met
+mastbosschen. De aanblik op Henegouw en West-Vlaanderen is nochtans niet
+belemmerd. Bovendien vindt men daar een witgekalkt torentje, dat men
+voor eenige centiemen mag beklimmen.
+
+Honderden namen van groote mannen en gewone stervelingen staan op den
+muur, waarmakende dat het plekje veel bezocht wordt.
+
+Aan den voet des bergs ligt het lieve Ruien. Verder rijzen Orroir,
+Amougies, Rozenaken, Schalafie en Anseroeul; nog verder onderscheidt men
+Pottes, Celles, Herne en Molenbaix.
+
+Westwaarts kronkelt de Schelde door weiden en meerschen. Over den stroom
+beginnen de West-Vlaamsche valleien en verhevenheden, met Avelgem,
+Autrijve, Helkijn, Sint-Denijs en Moen.
+
+Aan den gezichteinder steekt de toren van Mont-St-Aubert, op den
+Drievuldigheidsberg, in de lucht. Daarachter ontwaart men de reusachtige
+torens van Doorniks hoofdkerk. En tusschen al die gemeenten staart men
+op golvende graanvelden, op eenzame huisjes, op draaiende molens, op
+wiegelende boomen, op slingerende straten en voetpaden, op spelende
+kinderen, op rondslenterende mannen en vrouwen. En de zonne, langzaam
+ten Westen neigende, werpt haar fijnste goud over heel het landschap.
+
+Achter het torentje, in de toppen der sparren, zingen de vogelen
+genoeglijk en tevreden... Ook de wandelaar is tevreden, en neurt den
+dichter na:
+
+ o God, wat is uw schepping schoon,
+ Wat zijn uw werken wonder!
+ Wat is die hooge hemel blauw,
+ Hoe groen het veld er onder!
+
+De grond van den Kluisberg is ijzerachtig. Niet verre van het
+meergenoemde torentje, westwaarts, vindt men twee rechtstaande
+rotsblokken van ongelijke grootte: Peetje en Meetje geheeten. De
+geleerden vermoeden, dat het dolmens zijn, welke vroeger op den top des
+bergs stonden en later, bij de opkomst van het christendom, als
+duivelssteenen omvergestooten werden.
+
+ * * * * *
+
+Eenige bijzonderheden, rakende de genoemde gemeenten, zullen hier te
+stade komen.
+
+Benoorden Ruien liggen Berchem en Kerkhove, met eene brug over de
+Schelde. Berchem is eene levendige plaats; Kerkhove heeft eene Gothische
+kerk, met smaak versierd naar de eischen der middeleeuwsche kunst.
+
+Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies behooren tot het
+arrondissement Oudenaarde, doch zij hebben eene Waalschsprekende
+bevolking. Ons taalgebied is trouwens in het Zuiden van Oost-Vlaanderen
+door eene reeks verhevenheden, als door eenen natuurlijken dijk,
+afgesloten.
+
+Rozenaken is de geboorteplaats van HENDRIK DEPELCHIN (1822). Deze
+onverschrokken geloofszendeling wrocht in Afrika en in Oost-Indie. Hij
+stichtte een college in het Himalaya-gebergte.
+
+Zuidwestwaarts, in de richting van Robaais, schuilt Dottignies, eene
+groote gemeente, met ongeveer 4,300 inwoners. Te Dottignies stond de
+wieg van L.-P.-J. DUBUS DE GISIGNIES (1780-1849), eenen ervaren
+staatsman. Dubus vertrok in 1825, als commissaris-generaal, naar
+Oost-Indie. Hij bouwde de katholieke kerk van Batavia, zorgde voor het
+algemeen welzijn zijner onderdanen, en poogde tevens den Belgischen
+koophandel uit te breiden.
+
+Ondanks de vruchtbaarheid des gronds, heerscht er door den band meer
+welstand in het dal der Lei, dan in de vallei der Schelde. Terwijl de
+bevolking van Harelbeke, Kuurne, Bissegem, Lauwe verdubbelde sedert
+1820, is die van Avelgem, Waarmaarde, Heestert, Ansegem en Tiegem
+merkelijk verminderd.
+
+
+
+
+XIII.
+
+Oudenaarde.
+
+
+ Daar zit en droomt gij aan de Schelde,
+ En spiegelt u in 't klare nat.
+ Uw roem en welvaart zijn verzwonden;
+ Toch zal mijn lied uw lof verkonden,
+ o Moedergrond, o vaderstad!
+ Toch blijft gij steeds mijn liefste schat,
+ Mijn dierbaar Oudenaarde!
+
+Dus zingt G. ANTHEUNIS, een zoon van Oudenaarde.
+
+Men weet, dat de keuren, welke 's lands vorsten aan de opkomende
+gemeenten schonken, de openbare veiligheid waarborgden, de rechten en
+plichten tusschen de poorters en den landheer bepaalden.
+
+Oudenaarde dankte zijne keure aan Philip van Elzas. De eerste
+versterkingen der stad waren van 1188.
+
+In den loop der eeuwen werd Oudenaarde dikwijls belegerd: door de
+Gentenaars in 1382 en in 1452; door de Franschen in 1658, 1667, 1684,
+1708 en 1745.
+
+Ten jare 1382 stond Frans Ackerman, een der hardnekkigste voorstanders
+van Philip van Artevelde, aan het hoofd der belegeraars.
+
+FROISSART wil, dat deze alsdan gebruik maakten van hun groot kanon: _de
+dulle Griet_. Zeker is het, dat dit moordtuig in 1476 bestond. Dit jaar
+betaalde men eene "zekere leveringhe van hout," en eenen grooten olm,
+"daer eene busse, gheheeten de groote Griete" en andere "engienen" in
+gelegd werden.
+
+Toen de Gentenaars in 1452 de stad innamen, werden vier personen wegens
+verraderij onthoofd: Jan en Lieven Willems, Lieven Boene en Everaard van
+Botelaer.
+
+Bij deze belegering verloren de Gentsche bakkers "eenen rebaude ende
+twee taergen."
+
+In het begin der XVIe eeuw was de stad nog niet groot, maar zeer rijk.
+Zij telde honderden tapijtwerkers, wier voortbrengselen heinde en verre
+gezocht werden. De grootste schilders van Antwerpen, Teniers en anderen,
+leverden teekeningen voor den kunstigen arbeid. In het gasthuis
+bewondert de reiziger nog twee groote muurtapijten, jachten met valken
+voorstellende.
+
+Frans I, koning van Frankrijk, stichtte in zijn land de eerste
+tapijtweverijen. Hendrik IV riep uit Vlaanderen bekwame wevers, aan wie
+hij bijzondere voorrechten verleende. Mark de Cooman en Frans van der
+Plancke stonden aan het hoofd der werkzaamheden. Omtrent het jaar 1650
+toog Jan Janssens, van Oudenaarde, ook naar Parijs. Vier jaren nadien
+werd deze op zijne beurt "maitre tapissier du Roy."
+
+Hedendaags telt Oudenaarde ternauwernood 6,000 inwoners. Den Donderdag van
+elke week houdt men er eene belangrijke markt van landbouwvoortbrengselen.
+De brouwerij is mede een voorname tak der plaatselijke nijverheid.
+
+Dat Oudenaarde eens rijk was, blijkt uit de pracht zijner openbare
+gebouwen.
+
+[Illustration: STADHUIS VAN OUDENAARDE.]
+
+Een zeer merkwaardig gebouw is de kerk van Pamele, tegen de Schelde. Zij
+is een werk van den bouwmeester ARNOLD VAN BINCHE en dagteekent van
+1235-1239. Zij behoort tot den overgangsstijl en is bijna onveranderd
+bewaard gebleven. Over eenige jaren waren de muren nog beplakt en gewit,
+maar AUG. VAN ASSCHE herstelde den tempel op meesterlijke wijze, en
+thans prijkt hij weer in zijne eerste, strenge schoonheid.
+
+De Sinte-Walburgakerk werd begonnen in 1414, voltrokken in 1515. Het
+koor, over weinige jaren hersteld, is ouder dan het schip. Den toren,
+die 88 meters hoog is, bouwde Jan van der Eecke in 1478 en volgende
+jaren. Getroffen door den bliksem, in den zomer van 1803, verloor hij
+zijne sierlijke naald. Deze had eene hoogte van 78 meters, en was
+vervaardigd geworden door Thomas Goossens, van Gent, in 1619.
+
+De beeldstormers der XVIe eeuw richtten te Oudenaarde groote
+verwoestingen aan. Op St-Bartholomeusdag 1566 plunderden zij de kerken,
+alles verwoestende, wat men niet in veiligheid had kunnen brengen.
+
+Den 4 October 1572 wierpen eenige schurken, aangevoerd door den kapitein
+Blommaert, zes priesters in de Schelde: Paulus van Coye, Pieter van den
+Hende, Jan van Bracle, Jacob de Deckere, Jan van Opstalle en Jacob van
+Anvaing. In den avond leidde men hen uit het kasteel van Pamele, waar
+zij sedert den 7 September gevangen zaten, naar het nieuw kasteel. Hier
+werden zij "ontcleet tot op huerlieder hemde;" en nadat men hun de
+handen en de beenen gebonden had, schoot men hen "met den hoofde voren,
+door de veijnsters" in den stroom. Jacob van Anvaing werd nochtans
+"wonderlijck verlost." Dit verrichtten de verdedigers van de
+"gewetensvrijheid," de "verdraagzame" geuzen!
+
+Het stadhuis, een toonbeeld van den praalzuchtigen stijl der derde
+Gothiek, en bovendien een echt juweel, is van 1525-1580. HENDRIK VAN
+PEDE, van Brussel, werd gelast met het vervaardigen van de teekeningen,
+alsook met het besturen en bewaken van de werken. WILLEM DE RONDE zorgde
+voor de bouwstoffen en het beeldhouwen der steenen.
+
+De eventijdige rekeningen der stad noemen nog andere kunstenaars:
+ADRIAAN VAN HOORICK, PAUL VAN DER SCHELDE, JORIS DE LA POTELLERIE,
+MICHIEL PIETERS, GILLIS SPIERINCK, JOZEF DE CLERCQ.
+
+P. VAN DER SCHELDE sneed het merkwaardig portaal in eikenhout, dat de
+raadzaal verrijkt. Dit gewrocht behoort tot den Renaissancestijl.
+
+Te Kortrijk liet men "den patroen maecken van de caven, staende binnen
+den scepenhuuse." Deze werden nochtans niet nagebootst.
+
+De volkszaal, in den laatsten tijd hersteld en versierd door VERHAEGEN,
+BLANCHARD, BRESSERS en HENDRICKX, is schoon te noemen. Op de schouw
+leest men het jaartal 1545. De beeltenissen van Karel den Groote,
+Liederik de Buck, Robrecht van Bethune en Karel V versieren de muren.
+
+Het museum van oudheden en de bibliotheek zijn niet van belang ontbloot.
+In het museum bewaart men oude wapens, zegels, bogen en sporen,
+wijnkannen uit de XVe eeuw. Daar is ook de boekerij van wijlen Karel
+Liedts.
+
+De toren van het stadhuis of het Belfort is almede een meesterstuk van
+smaak en zwierigheid. Het Belfort is 40 meters hoog, en draagt op zijn
+toppunt een verguld koperen beeld van twee meters: _Jantje van
+Oostenrijk_, zegt eene oorkonde. Jantje staat daar te prijken sedert
+1580.
+
+Oudenaarde bezit nog andere gebouwen, die een bezoek verdienen: het oude
+huis van Burgondie, langs de Schelde, nu tot vredegerecht ingericht, en
+het voormalige klooster van Maagdendale, niet verre van de kerk van
+Pamele, nu ene kazerne.
+
+Een paar gekende rederijkkamers: _Pax vobis_ en _de Kersowieren_ hielden
+tooneelwedstrijden en woonden vreemde landjuweelen bij. In hunne stad
+stelden zij prijzen op in 1462 en in 1564. _Pax vobis_ ging naar
+Kortrijk in 1512. Men wil ten andere, dat de gezellen dier twee steden
+altijd "in vrinscepe" leefden. Zelfs schonk het magistraat van
+Oudenaarde, in 1559, "aen die van Curtrijcke in dancbaerheden een
+vriendelic banket," dat ruim 567 pond parisis kostte.
+
+Op het landjuweel van Gent, in 1440, verschenen de Oudenaardsche
+genootschappen met 88 gezellen zonder boog, 365 met boog, eenen
+speelwagen, 339 ruiters en eenen koning, omringd door 79 poorters.
+
+Het landjuweel van 1497 overtrof al de voorgaande kunstfeesten in pracht
+en luister. Nu zond Oudenaarde 132 wagens, overdekt met wit laken, 88
+paren ruiters en meer dan 200 gezellen te voet.
+
+Te Oudenaarde stond de wieg van Margareta van Parma, geboren "binnen
+Pamele, op het Spei," van Joanna van de Gheenst; -- van MATTHIJS DE
+CASTELEYN (1488-1550), Vlaamschen dichter, behoorende tot de
+rederijkkamer _Pax vobis_; -- van JAN VAN DEN DRIESSCHE, meer gekend
+onder den naam van DRUSIUS (1550-1616); -- van den schilder ADRIAAN
+BROUWER (1608-1640); -- van JAN RAEPSAET (1750-1832), rechtsgeleerde,
+oudheidkundige en geschiedschrijver; -- van B. DE RANTERE (1775-1831),
+kroniekschrijver; -- van den reeds genoemden staatsman LIEDTS; -- van
+den geschiedvorscher A. VAN DER MEERSCH; -- van den geleerden pater VAN
+TRICHT, S. J. (1842-1897); -- van den dichter en toonkundige G.
+ANTHEUNIS (1840).
+
+De Casteleyn, "priester en excellent poeet," had eenen grooten dunk van
+"de conste van rhetorijcke." Ik schreef, zegt hij ergens, 36
+esbatementen, 38 tafelspelen, 12 staande spelen "van sinne" en 30
+wagenspelen. Het boek, waarin hij zijne voorschriften uiteenzette,
+verscheen na zijnen dood, en wel in 1555. Het bleef gedurende eene eeuw
+het wetboek voor allen, die aanspraak wilden maken op den naam van
+dichter.
+
+Drusius werd leeraar der Oostersche talen te Oxford, te Leiden en te
+Franeker. Verscheidene gewrochten over het Oude Testament en de heilige
+Schrift vloeiden uit zijne pen.
+
+Brouwer heeft men "den Rubens van het genre" genoemd. Met voorliefde
+maalde hij tooneelen uit het woeste leven in de kroegen. Vechtende,
+rookende, slapende, bedwelmde en onpasselijke boeren en slempers,
+ziedaar de onderwerpen van zijne tafereeltjes. Maar deze zijn
+wonderkeurig bewerkt, en tintelen van humor en argelooze waarheid.
+
+B. de Rantere hield zich langen tijd en met onvermoeide volharding bezig
+met het opsporen van de belangrijke archieven, die ten stadhuize bewaard
+worden. Ook genoot hij onder zijne medeburgers de eervolle
+onderscheiding, die alleen den braven en rechtzinnigen man ten deele
+valt.
+
+Liedts schonk zijne gansche boekerij aan de stad.
+
+Mevrouw Verwee, geboren Maria d'Huygelaere, is ook een kind van
+Oudenaarde. Zij dichtte de gekende _Meerschbloemen_.
+
+
+
+
+XIV.
+
+Naar Leupegem en Edelare.
+
+
+Leupegem en Edelare zijn twee kleine, maar vriendelijke gemeenten in de
+nabijheid van Oudenaarde.
+
+Leupegem heeft 1050, Edelare ongeveer 400 inwoners. Te Leupegem
+aanschouwde de rederijker J.-B. DE BACKER het levenslicht (1783).
+
+Den steenweg naar Geeraardsbergen volgende, beklimt men den
+Edelare-berg, die ruim 80 meters hoog is. De helling is nog al steil.
+Ook zal de wandelaar wel eens poozen, en dan eenen blik werpen op de
+stad en de vallei der Schelde.
+
+Oudenaarde, met zijne torens, daken en schouwen, ligt daar voor hem, in
+de diepte, te midden van uitgestrekte, zachtgroene beemden, waar koeien
+grazen en kinderen spelen. Tusschen Melden en Elzegem kronkelt de
+Schelde, tintelend in den glans der zomerzon. Aan den anderen kant
+onderscheidt men het oude Eename, het nijverige Eine, Heurne met zijnen
+witten kerktoren, en verder de hoogten van Gaver en het Belfort van
+Gent.
+
+Tusschen Edelare en Oudenaarde zijn de bronnen, die de stad voorzien van
+goed drinkbaar water.
+
+Edelare heeft een Gothisch kerkje, dat goed hersteld is. Het staat op
+het hoogste des bergs. Eenige minuten verder rijst de vermaarde kapel
+van O.-L.-Vrouw van Kerselaar, te midden van eenige eenvoudige huisjes.
+Langs den weg ontmoet men de veertien tafereelen van het lijden des
+Zaligmakers. Men waant, dat de koornaren daar weemoediger ruischen dan
+elders; dat de leeuwerik daar stiller zingt, dan hij pleegt. O die
+godsdienstige poezij in Vlaanderens heerlijke velden!...
+
+Edelare was voorheen eene wijk van Volkegem. Een pastoor dier plaats,
+Rogier van Brakel, bezat een houten beeldje van de Moeder Gods. Toen de
+brave man zijn einde voelde naderen, schonk hij het beeld aan zijne
+bloedverwante Katharina van Brakel. Deze bracht het, in de maand October
+1452, naar Edelare, en hechtte het aan eenen kerseboom.
+
+Korten tijd nadien bouwde men eene kleine kapel. Den 5 Juli 1459
+verslonden de vlammen dit heiligdom.
+
+Dank aan de milddadigheid van den toenmaligen heer van Oudenaarde,
+Odoward Blondeel de Joigny, legde men reeds den 21 Juli daaropvolgende
+den eersten steen van eene grootere en schoonere bedeplaats. De bisschop
+van Kamerijk wijdde ze den 3 Mei 1460, op den feestdag der Kruisvinding.
+
+Na de beeldstormerij deed Jacob de Joigny de kapel herstellen en
+vergrooten. De Jacobijnen verkochten ze, in 1798, aan zekeren Thomas
+Lepape. Drie jaren nadien nam M. Martroye, van Oudenaarde, het gebouw in
+bezit. Hij verkocht het op zijne beurt, in 1831, en den 30 April 1833
+stelde de bisschop van Gent de hedendaagsche bestuurwijze vast.
+
+Voor de Fransche omwenteling bezat de kapel van Kerselaar eenige vaste
+goederen, alsook kostbare juweelen en altaargewaden.
+
+Aan het gewelf hangt, sedert 1860, een houten krokodil, gesneden door
+VAN BIESBROUCK. Men verhaalt, dat Joost de Joigny, heer van Pamele, in
+1555 op zijnen tocht langs den Nijl door eenen krokodil werd bedreigd.
+De ridder beloofde, bij zijne terugkomst in het vaderland, het monster
+in de kapel van Kerselaar dankbaar op te hangen, indien hij het gevaar
+mocht ontkomen. Hij ontsnapte inderdaad aan den dood, en bracht zijne
+belofte onverwijld ten uitvoer.
+
+De Franschen zonden het geraamte naar de natuurkundige verzameling eener
+Gentsche school.
+
+Meer dan eens kwamen 's lands vorsten voor het altaar der Moeder Goris
+nederknielen: Maria van Burgondie in 1480, Maximiliaan van Oostenrijk in
+1513, Karel V in 1521, Philip II in 1557, Izabella in 1625.
+
+De wijding der kapel wordt jaarlijks gevierd op den eersten Zondag na
+Kruisvinding, in de bloeiende Meimaand.
+
+De bedevaarders van het Westen, die met het krieken van den dag te
+Oudenaarde toekomen, bidden onderwege luidop den Rozenkrans, en keeren
+later met kransen en vaantjes terug. De kinderen koopen "lekkie."
+
+Den 2 Mei 1711 keurde het vicariaat van Doornik de plaatsing goed van
+een beeldje van O.-L.-Vrouw van Kerselaar, op het altaar der H.
+Drievuldigheid, in de kapittelkerk van Kortrijk. Tevens stichtte men
+eene broederschap, wier leden alle jaren, op den Zaterdag der novene, te
+Edelare plechtig werden ingehaald.
+
+De huidige kapel van Kerselaar is tamelijk groot, en heeft een slank
+torentje. Zij bezit twee altaren. Maria heeft haar Kindeken op den
+rechterarm. Verder leest men dit jaarschrift:
+
+ UW GEKROOND WONDERBEELD BLIJVE ALLER
+ TOEVLUCHT.
+
+Wij kennen eene oude plaat van DU TIELT, voorstellende den heuvel van
+Kerselaar, met den boom, de kapel en het lachende landschap rond
+Oudenaarde. Op eene wapperende banier prijkt een vers uit het Hooglied:
+"Hare vrucht is zoet; dus Maria groet!"
+
+ * * * * *
+
+Niet verre van Kerselaar, tusschen Oudenaarde en Volkegem, op de helling
+van den berg, ligt eene wijd gekende herberg: _Tivoli_. Onder de linden,
+voor het huis, kan men een half uurtje rusten en... genieten. In den
+zomer wordt de Tivoli door de bevolking van Oudenaarde druk bezocht.
+
+Achter de heuvelen van Volkegem schuilen Mater en Ste-Maria-Hoorebeke.
+Het schijnt, dat deze dorpen in de XVIe eeuw bewoond werden "door
+scaemele lieden, legghewerckers en tapijtwevers." De meesters bewoonden
+Oudenaarde.
+
+Al die handwerkers, "dagelijcx ommegaende met Fransche en Duitsche
+kooplieden in wolle, wierden door hen allengskens besmet met de leering
+van Luther en Calvin." De dorpen, gelegen op den anderen oever der
+Schelde, "bleven van de nieuwe leering bevrijd, als weinig uitstaans
+hebbende met vreemdelingen."
+
+De menschen "der voornoemde parochien, meest de leer van Calvin
+toegenegen," waren de eerste, "die ten jare 1566 de beelden braken, zoo
+binnen als buiten de stede."
+
+Gedurende het daaropvolgende bestuur van den hertog van Alva moesten
+velen het land verlaten. Zij vertrokken "met vrouwen en kinderen naar
+Duitschland, Engeland en Frankrijk." Doch na de Bevrediging van Gent, in
+1577, keerden zij naar hunne haardsteden terug.
+
+Later vestigden zich de meesten te Maria-Hoorebeke. De tempel, "waer zij
+hunnen godsdienst uitoefenden, lag op het gehucht Grysbeke."
+
+Ste-Maria-Hoorebeke is inderdaad, te midden van het katholieke
+Vlaanderen, eene protestantsche gemeente gebleven. Het handschrift,
+waaraan wij deze bijzonderheden ontleenen, voegt er bij, dat "die
+gereformeerden zich zeer gerustelijck houden."
+
+Elzegem, tusschen de Schelde en de grens van West-Vlaanderen gelegen,
+heeft een fraai kasteel.
+
+Te Elzegem stichtte Bernaard van Bracle, in 1416, eene priorij. Langen
+tijd hielden de kloosterlingen zich bezig met het schrijven en binden
+van boeken. Wij weten althans, dat het bestuur van Sint-Martenskerk, te
+Kortrijk, in 1462 aldaar "twee vulle zouters met vigelien" bestelde,
+alsmede "eenen hantifenere." Ten jare 1466 maakte men van dit laatste
+boek een nieuw afschrift.
+
+Etikhove, met 2,500 inwoners, ligt oostwaarts, op de Markebeek. Daar
+vond men in 1869 eene zekere hoeveelheid gouden geldstukken,
+dagteekenende van 1469 tot 1598, met de beeltenissen van Ferdinand V,
+Karel V, Frans I, Sebastiaan I en Philip II. De schat, eene waarde
+hebbende van ongeveer 500 fr., werd opgedolven in eene weide van L.
+Blommaert, op het gehucht Grootendriesch.
+
+
+
+
+XV.
+
+Naar Gaver.
+
+
+Benoorden Oudenaarde kronkelt de Schelde voorbij Eename, Eine en Heurne;
+dan richt zij zich oostwaarts naar Welden, Hermelgem, Meilegem en
+Dikkelvenne, en vloeit vervolgens weer het Noorden in, wijkende voor den
+heuvel van Gaver.
+
+Eine is eene schoone, nijverige gemeente, met ongeveer 3,000 inwoners.
+Men vindt er sedert eenige jaren eene spinnerij en eene weverij, die
+ieder tweehonderd werklieden bezig houden.
+
+Boven de deur eener herberg leest men deze eigenaardige rijmen:
+
+ Komt in den Belg
+ En neemt een zwelg,
+ Want 't beste nat
+ Is nog in 't vat.
+
+De dorpskerk bestaat uit oude en nieuwere deelen. Groote herstellingen
+werden gedaan in 1601 en 1623.
+
+Als eene plaatselijke eigenaardigheid noemen wij "den koddigen fittel,"
+op den laatsten dag der jaarlijksche kermis. Alle gebeurtenissen, die
+gedurende de verloopen maanden de aandacht des volks boeiden, worden
+door de jonge lieden zinnebeeldig voorgesteld. Met het vallen van den
+avond trekt de stoet zingend en spelend door de voornaamste straten der
+gemeente, hier en daar stilhoudende om de toegestroomde menigte door
+allerlei bokkesprongen te verlustigen.
+
+ Vrienden, wij zijn al verblijd,
+ Nu met den kermistijd;
+ Wij hebben ons best gedaan,
+ En de fittel blijft bestaan.
+
+Eine vormde in vroegere eeuwen, met het omliggende, de onafhankelijke
+heerlijkheid van de graven de Landas. Hunne burcht stond tusschen de
+kerk en de Schelde, op "de Motte."
+
+Het kapittel van Sint-Elooi, te Eine, bezat onder andere "eene seer oude
+fondatie, wesende van het jaer 1185, ghemaect by Gerardus de Landas."
+
+Arnold de Landas vergezelde den graaf van Vlaanderen ter eerste
+kruisvaart. Toen hij wederkeerde, haalden de ruiters van Eine en de
+naburige dorpen hem zegevierend in. De held had een stuk van het
+waarachtig Kruis des Zaligmakers mede. Van dit stuk maakte men nadien
+een kruisje, dat men nog in de dorpskerk bewaart.
+
+Alle jaren, op Sint-Pietersdag, herdenkt men dezen tocht door eene
+ruitersprocessie. Na den ommegang zegent men de ruiters en de paarden,
+voor de kerkdeur, met het gebeente van Sint Elooi.
+
+Eene dergelijke plechtigheid bestaat ook te Asper, ten Noorden van Eine,
+maar op den feestdag van Sint-Marten in het begin van Juli. De weg, dien
+men hier volgt, loopt naar al de uiteinden der gemeente, langs straten
+en wegels.
+
+De voetgangers komen voor het krieken van den dag, om drie ure 's
+morgens, aan de kerk bijeen. Nu eens biddende, dan weer zingende, gaan
+zij voort. Aan ieder kapelleken, dat zij ontmoeten, toeven zij eenige
+stonden. Rond zes ure is de menigte weer aan de kerk.
+
+De ruiters vertrekken om vijf ure en volgen denzelfden weg, doch houden
+nergens stil, tenzij aan de kapel van Sint-Marten.
+
+Den volgenden Zondag wordt de ommegang vernieuwd, doch alleen rondom het
+kerkhof. Al de inwoners van Asper, die kunnen, en honderden
+vreemdelingen, zijn in de hoogmis tegenwoordig. De processie met het
+Allerheiligste is schoon, treffend. Eene zee van volk overdekt het
+kerkhof, eerbiedig biddende; honderden ruiters volgen op stap, doch
+blijven buiten den muur, die den doodenakker omringt.
+
+Zoodra dan de processie binnen is, verschijnen de ruiters der gemeente
+met hun vaandel op het kerkhof. Driemaal doen zij den ommegang, eerst op
+stap, daarna op den draf en eindelijk in de vlucht.
+
+Het teeken is gegeven en beurtelings rijden de boeren van Nazareth,
+Eeke, Heurne, Mulhem, Zingem, Eine en andere plaatsen den ommegang. De
+klok luidt, de beiaard speelt, het volk juicht en -- Sint-Martenskermis
+is volop aan den gang.
+
+Asper heeft 1,860 inwoners.
+
+Tusschen Heurne en Asper beschrijft de Schelde eene bocht. Daar ligt
+Zingem, in eene vruchtbare vlakte. Het dorp telt 2,400 zielen.
+
+Na de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw was de kerk van Zingem heel
+bouwvallig. De toren stortte neder in 1580. "Dit was de ruine van den
+tempel, want het koor viel ook in."
+
+De herstelling begon in 1593. Het metselwerk van den toren was in 1613
+geheel opgemaakt. In 1635 zette men op den toren "eene spits van 100
+voeten, met vier kleyne torentjes, elk 20 voeten hoog." HENDRIK VAN
+HAEREN, pastoor der parochie van 1696 tot 1712, stelde een verslag over
+al die werken op. Zijn handschrift is in het archief der kerk.
+
+Onlangs teisterde een brand het sierlijke bedehuis.
+
+Bewesten Zingem daagt Huise, de geboorteplaats van den toondichter
+GEVAERT.
+
+Gaver, de geboorteplaats van den geleerden AMAND BAUWENS, is eene
+gemeente van nagenoeg 1,700 zielen.
+
+Daar beginnen de eerste heuvelen, die langs Balegem naar het land van
+Aalst loopen.
+
+Gaver is het meest gekend door den veldslag, dien Philip de Goede in
+1453 op de Gentenaren won. Men weet, wat er gebeurde.
+
+Gent en Brugge -- merkt David aan -- even bloeiend door nijverheid en
+koophandel, maar ook even brooddronken in den voorspoed, hadden, sedert
+ruim eene eeuw, aan den landheer zelden of nooit meer volkomen
+gehoorzaamd. Beide steden hadden, nu eens met reden, dan weer uit
+enkelen wrevel, de graven gedwarsboomd, en ja de wapens tegen hen
+opgevat, om wettiglijk verworven of aangematigde rechten en vrijheden
+voor te staan.
+
+Zoo ging het weer omtrent het midden der XVe eeuw.
+
+Door de langdurige oorlogen, welke Philip de Goede had moeten voeren,
+stak deze in groote schulden. Daarom vroeg hij eene tijdelijke belasting
+van twee stuivers grooten "up elc hoet zouts."
+
+De Gentenaars weigerden, en de hertog verliet de stad met het vast
+besluit van er geenen voet meer in te zetten, vooraleer zij zich zou
+hebben onderworpen aan dien eisch.
+
+Nu volgde de eene moeilijkheid op de andere. In den zomer van 1453 riep
+de Burgondier uit al zijne landen nieuwe manschap op. Hij trok van
+Rijsel naar Kortrijk, toog Oost-Vlaanderen in, veroverde het kasteel van
+Schendelbeke, benoorden Geeraardsbergen, maakte zich meester van het
+slot van Poeke, nabij Nevele, en kwam den 15 Juli voor Gaver.
+
+Het stormde in Gent. Roeland zond zijne zware stem over de stad; jong en
+oud vloog in de wapens. Volgens LA MARCHE -- een gelijktijdige schrijver
+-- trokken twee heiren de poorten uit; het eene, 25,000 man sterk, ging
+langs Merelbeke en Vurste; het andere, dat ongeveer 20,000 man telde,
+toog oostwaarts over Lembeke.
+
+Den standaard der gemeente rechtte men op het veld van Semmerzake,
+benoorden Gavere. De opstandelingen gehoorzaamden aan Jacob Meeussone en
+Diederik van Scaubrouck.
+
+Men vocht den 23 Juli. De Gentenaars verweerden zich als ware helden.
+Zij wondden den jongen Karel en meenden zelfs zijnen vader, den hertog,
+in het gras te doen bijten, toen de krijgskans keerde. Nagenoeg 20,000
+Vlamingen bleven dood, versmoord in de Schelde, vertrappeld onder de
+paarden, of neergeveld door de wapenen.
+
+Nu nog draagt een deel van het bloedige slagveld den naam van "Roode
+Zee."
+
+ * * * * *
+
+Voor de liefhebbers onzer folklore zij hier aangestipt, dat zij langs de
+Schelde eenen rijken oogst kunnen opdoen.
+
+Te Asper vertelt men van Sneeuwwitje, het beminnelijk kind, en den
+koning van Oosterbant; te Zingem zingt men nog altoos het oude _liedje
+van de week_:
+
+ De Zondag, de Zondag,
+ Dat is de dag des Heeren;
+ Dan doen wij onze schoenen aan,
+ En onze beste kleeren.
+
+Ziehier een raadseltje, dat wij in dezelfde gemeenten hoorden stellen:
+
+ Asper en Zingem,
+ En het kerksken van Mullem,
+ In hoeveel staven spelt gij -- dat?
+
+
+
+
+XVI.
+
+Binders of Branders.
+
+EENE BLADZIJDE UIT DE GESCHIEDENIS VAN DEN BOERENKRIJG
+
+
+Onze lezers weten, dat de Franschen, op het einde der XVIIIe eeuw,
+millioenen en millioenen uit ons vaderland haalden. Die ontzaglijke
+sommen noemden zij belastingen, bevoorradingen voor het leger, gedwongen
+leeningen. Wij voegen er bij: plunderingen van allerlei aard,
+aftroggelarijen, diefstallen.
+
+In het jaar 1794 mislukte de oogst. De daaropvolgende winter was
+buitengewoon streng. De prijzen der levensmiddelen stegen overal, eene
+algemeene ellende stond voor de deur.
+
+Er was meer. De goddeloosheid vermeerderde van dag tot dag; de mindere
+man dompelde zich in allerhande ondeugden.
+
+De eerlijke lieden weigerden openbare ambten te aanvaarden; de
+misdrijven werden weinig of niet beteugeld.
+
+Moet het ons dan verwonderen, dat de aanslagen tegen personen en
+eigendommen gedurig toenamen; dat vele ongelukkigen in de bosschen
+samenscholen, levende van roof en plundering.
+
+In Oost-Vlaanderen noemde men die booswichten Binders of Branders.
+
+DE RANTERE teekende aan, dat de omstreken van Oudenaarde op het einde
+van 1795 zeer onveilig gemaakt werden door eene bende "roovers en
+vagabonden." Zulke benden, zegt hij, waren in het land zeer
+vermenigvuldigd, dank aan "de slappe politie."
+
+De roovers gebruikten eenen langen boom, waarmede zij de deuren der
+hoeven inliepen. De menschen, die zij te bedde vonden, namen zij vast,
+hen bindende aan armen en beenen. Dan legden zij hen voor een blakend
+vuur, stekende eene brandende kaars aan hunne voeten, ten einde te
+vernemen waar hunne gespaarde penningen verborgen waren.
+
+Van zulke misdaden hoorde men schier dagelijks spreken, doch het was
+voornamelijk in den omtrek van Beveren, dat de roovers den boer schrik
+aanjoegen. Zoodanig, spot de schrijver, waren "de goede zeden reeds
+verbasterd door de goede regeering der Franschen."
+
+De kapitein der Binders was N. de Witte, van Beveren. Geholpen door
+eenige gezellen, vermoordde hij den 2 Mei 1796, bij de herberg _la Belle
+Hotesse_, eenen landbouwer van Mater: J.-B. de Gezelle.
+
+Twee maanden nadien werd de schurk gevangen genomen door Frans Goeminne
+en eenige andere boeren. Hij was de tweede van heel het departement, die
+te Gent onthalsd werd.
+
+In de eerste dagen van Maart 1797 bracht men te Oudenaarde nogmaals vijf
+Branders in. Deze waren van Ronse. De Rantere noemt er twee: J.-B. de
+Miel, kapitein, en N. Lefebure. Als bewijsstuk had men eenen boom mede,
+die twaalf voet lang was.
+
+Al die schavuiten legden naderhand, voor hunne gepleegde gruweldaden,
+het hoofd onder het mes van den beul.
+
+ * * * * *
+
+Een goed jaar nadien borst de Boerenkrijg in onze gewesten uit.
+
+In dien tijd leefde de reeds genoemde B. de Rantere. Deze verhaalt, dat
+de gendarmen van Ronse den 25 October 1798 naar Oudenaarde kwamen. Uit
+hunnen mond vernam men, dat de opstand aldaar werkelijk uitgeborsten
+was.
+
+'s Namiddags hoorde men inderdaad op verscheidene dorpen de klok kleppen
+om het volk bijeen te roepen.
+
+Tegen den avond kreeg men de tijding, dat de Boeren reeds te Leupegem
+waren. De bezetting der stad vluchtte naar Gent. En de Jongens kwamen
+binnen, onder het geleide van Masculier, bakker te Ronse, en van de
+Walle, hoedenmaker.
+
+In den avond van den volgenden dag traden nogmaals eenige opstandelingen
+de stad in.
+
+Middelerwijl naderde een republikeinsch legertje, afgezonden uit Gent.
+
+Het kostte de Franschen maar weinig moeite om in Oudenaarde te geraken.
+
+De eerste burger, op wien zij hunne wraak koelden, was J. Ryckbos, een
+arme werkman, die boter was gaan halen voor zijne vrouw en kinderen.
+Ryckbos was van Beveren en viel aan de Gentsche poort.
+
+Voortstormende, doodden de woestaards Karel Martens recht tegenover de
+deur van zijn huis. Bij den trap van het stadhuis vermoordden zij Jan de
+Block en Frans de Contreras.
+
+Eenige soldaten drongen in het huis _de Appel_, op de Markt, en brachten
+daar zeven personen om, onder anderen Michiel Gevel en twee vreemde
+kooplieden. De beulen ontkleedden de lijken, en wierpen ze naakt door
+de bovenvensters op de straat.
+
+Van daar liepen zij over den Burg door de Broodstraat naar Pamel, alwaar
+zij een jong meisje nedervelden: Sophia van den Hende, die haren broeder
+was gaan zoeken.
+
+Een boer, die hen in de Broodstraat ontmoette, stortte almede levenloos
+ten gronde.
+
+In de Kasteelstraat troffen de republikeinen H. Gyselinck, oud 21 jaren.
+
+Komende in de abdij van Maagdendale, doodden zij al de Ronsenaren, die
+daar eene schuilplaats hadden gezocht. Verder, in de Hoogstraat,
+kwetsten zij J. de Langhe, van Ooike. De martelaar sukkelde voort tot in
+de Kattestraat, waar men hem den genadeslag toebracht.
+
+Bij de Baarpoort trof een kogel G. de Vos, herbergier in _de Kroon_, te
+Leupegem. De Vos was zeer oud en hoorde bijna niet meer.
+
+De registers van den burgerlijken stand der stad Oudenaarde bewaarheden
+het grootste gedeelte van de Rantere's verhaal.
+
+
+
+
+XVII.
+
+Naar Zottegem.
+
+
+Achttien kilometers scheiden Oudenaarde van Zottegem. Tusschen beide
+plaatsen liggen Eename, Welden, Munkzwalm en Rooborst.
+
+Eename was zeer vroeg eene villa, met een versterkt kasteel.
+
+Boudewijn van Rijsel stichtte er, in 1063, eene abdij, toegewijd aan
+Sint-Salvator. De bisschop van Kamerijk bevestigde de stichting in den
+loop van het volgende jaar. De kerkvoogd noemde Eename eene bloeiende
+plaats met drij bedehuizen.
+
+CH. PIOT heeft het cartularium der abdij uitgegeven. Zoo weten wij, dat
+het jonge klooster spoedig mild begiftigd werd. Het bekwam de altaren
+van Kortemark en Handzame, in 1085; -- het altaar van Opbrakel, in 1096;
+-- dat van Welden, in 1110; -- de altaren van Semmerzake en Melsen, in
+1117; -- die van Moorsele en Lemberge, in 1126. Voorts bezat het
+gesticht tienden en goederen te Mater, te Welden, te Leupegem, te
+Schoorisse, te Eine, te Avelgem, te Bosuit, te Moen, te Werken, te
+Handzame, te Oost-Roosbeke, te Deurne, te Kluizen, te Marke, te
+Oosterzele, te Everbeke en te Hoorebeke. Eene oorkonde van 1187 noemt
+gronden, ingenomen door het kanaal de Yser.
+
+Tijdens de Fransche omwenteling, op het einde der XVIIIe eeuw, zochten
+de Kortrijksche nonnen van Groeninge eene schuilplaats in de abdij van
+Eename, waar zij twee maanden verbleven. Zuster Carolina de Witte heeft
+dit alles in haar dagboek aangeteekend.
+
+Den 26 April 1794 -- zegt zij -- zijn wij vertrokken met het beeld van
+O.-L.-Vrouw, en hebben vernacht te Waregem.
+
+Den 27 's avonds zijn wij te Oudenaarde aangekomen, en hebben verbleven
+in de abdij van Maagdendale tot den 29 's morgens, wanneer wij gegaan
+zijn tot de abdij van Eename, alwaar wij bleven tot den 23 Juni.
+
+Den 18 Mei, dag van het gevecht tusschen Kortrijk en Doornik, werd het
+beeld op het altaar gesteld gedurende de hoogmis.
+
+Den 23 Juni zijn wij vertrokken naar Velzeke, met nog vijftien andere
+kloosterzusters.
+
+Den 2 Juli heeft men het heilig beeld op het altaar gesteld in het
+klooster van Velzeke.
+
+Wij zijn daar gebleven tot den 6 Juli, wanneer wij naar Kortrijk zijn
+teruggekeerd, slapende te Oudenaarde in de abdij van Maagdendale.
+
+Den 8 zijn wij in ons klooster toegekomen, aldaar alles "in groote
+troubels vindende."
+
+Eename telt hedendaags 890 inwoners.
+
+Op het dorpsplein staat eene steenen kolom: de kaak of de schandpaal,
+waartegen men vroeger zekere booswichten ten toon stelde.
+
+Bij het aanleggen van de spoorbaan naar Zottegem, in 1867, vond men, op
+het grondgebied van Erwetegem, vele Romeinsche muntstukken, bewaard in
+een bruinachtig kruikje.
+
+ * * * * *
+
+Zottegem, met ruim 3,000 inwoners, ligt eigenlijk benoorden de Vlaamsche
+Ardennen. Doch het is een schoon, nijverig vlek, en verdient om meer
+dan eene reden een bezoek.
+
+Zottegem is de hoofdplaats van een kanton. Vijf ijzeren wegen loopen
+hier samen.
+
+In de XIVe eeuw bloeide er het lakenweven. Op zekeren dag, in 1314,
+kwam Ketele, de toenmalige onderbaljuw van Gent, met eenige naijverige
+mannen herwaarts. De rekening vermeldt, dat zij twee dagen "ute waren,"
+en dat zij met twee wagens de gebroken getouwen wegvoerden. Dergelijke
+baldadigheden gebeurden ook te Assenede.
+
+Wij kennen eene rederijkkamer, welke te Zottegem de tooneelkunst
+beoefende: _Die bloeit door liefde en eendracht, groeit_. In 1784
+vertoonde zij te Kortrijk het treurspel _Mahomet_; in 1788 schreef zij
+eenen prijskamp uit.
+
+De parochiale kerk is goed hersteld en geschilderd. In den zijmuur langs
+de Markt wijst eene ijzeren deur den grafkelder van Egmond en zijne
+vrouw aan.
+
+Twintig schreden verder rijst een klein standbeeld van den held van
+St-Quintijn en Grevelingen. Het werd vervaardigd door CALLOIGNE, van
+Brugge, en plechtig onthuld in den zomer van 1872.
+
+Lamoraal, graaf van Egmond, bleef den godsdienst zijner vaderen getrouw;
+hij beminde zijnen koning, en droeg zijne vrouw en kinderen eene
+onbegrensde liefde toe. Op het slagveld was hij manhaftig; doch in het
+gewone verkeer des levens scheen hij buigzaam en zonder de noodige
+wilskracht.
+
+Zoomin als Willem van Oranje en den graaf van Hoorn, kon Egmond het over
+zijn hart krijgen, dat Granvelle in den Staatsraad eenen zekeren
+voorrang had en naast de Landvoogdes de eerste plaats innam.
+
+Zoo raakte hij in onmin met Granvelle, om meer en meer den Zwijger aan
+te hangen, die koud, listig en vooral heerschzuchtig was. Ook schertst
+VAN VAERNEWYCK, in zijne _Beroerlicke tijden_, niet weinig met den
+gewestvoogd, als hij zegt: "Het was goed te merken, wat faveur de graef
+de consistorianten droeg, daer hy hun niet en wilde verbieden hunne
+manier van doen, verstaende nochtans, dat zy hem geobedieert zouden
+hebben; waerom by sommigen een gemeen spreekwoord van hem ging, dat hij
+op twee peerden reed: op een geusch en een katholiek peerd, maer dat hij
+het meest het geusche peerd beschreed."
+
+Toen de hertog van Alva in de Nederlanden kwam, vertrok de Zwijger naar
+Duitschland, om vreemde krijgsknechten aan te werven. De graven van
+Egmond en Hoorn werden gevangen en den 10 September 1567 gekerkerd. Hun
+proces duurde lang. Er bleek uit het gerechtelijk onderzoek en uit de
+afgelegde getuigenissen, dat beide edellieden het eens waren met de
+oproerige Geuzen. DE BAVAY, die de gansche rechtspleging liet
+verschijnen, drukt zich uit als volgt: "Le comte d'Egmont etait coupable
+de rebellion et de lese-majeste, a cause des mauvais offices qu'il avait
+faits avec les sectaires seditieux et rebelles a la sainte eglise; et
+pour avoir en outre favorise la ligue et abominable conjuration du
+prince d'Orange et d'autres seigneurs."
+
+Den 5 Juni 1568, op Sinksenavond, legden beide graven het hoofd onder
+het mes van den beul.
+
+Als men te Zottegem de breede Neerstraat volgt, ontwaart men, aan 't
+einde links, de overblijfselen van Egmonds kasteel. Het biedt niets
+merkwaardigs aan.
+
+Zottegem is de geboorteplaats van den geneesheer LAURENS DE METS. In
+1639 liet hij eene _Zalige remedie tegen de besmetting der pest_
+verschijnen.
+
+
+
+
+XVIII.
+
+De omstreken van Zottegem.
+
+
+In de nabijheid van Zottegem liggen verscheidene dorpen, die zeker vroeg
+bewoond werden. Te Velzeke heeft men eene menigte voorwerpen opgedolven,
+welke tot het Romeinsch tijdvak behooren. Te Erwetegem ontdekte men in
+eenen meersch ongeveer 1,600 muntstukken uit het midden der XIe eeuw.
+
+Gedurende de middeleeuwen was het land van Zottegem rijk aan burchten.
+De heeren van Leeuwergem, Herzele en Steenhuize, zoowel als die van
+Hofstade en Massemen, Kalken, Zomergem en Landegem, vochten in 1302 op
+de vlakte van Groeninge tegen de verdrukkers van Vlaanderen. De twee
+laatsten verloren hun paard in den strijd.
+
+Reeds in de XIVe eeuw had het meer genoemde Velzeke een klooster. In
+den nacht van den 20 Juli 1728 verslond het vuur niet alleen dit
+gesticht, maar ook het hospitaal, de kapel, de school, de dorpskerk en
+negen en twintig woonhuizen. Om voortaan van dergelijke rampen bevrijd
+te blijven, deed men eene jaarlijksche bedevaart naar Landskouter, bij
+Gent, alwaar de heilige Agatha als patrones tegen den brand vereerd
+wordt.
+
+Elene heeft verscheidene bronnen en vijf vijvertjes. De kerk, herbouwd
+in 1858-1863, prijkt op de helling eens heuvels.
+
+Elene stond vroegertijds onder het gezag der heeren van Leeuwergem. Op
+de wijk _Nieuwwege_ hield men alle jaren, op den 9, 10 en 11 September,
+eene vrije jaarmarkt, evenals in de groote steden. In 1457 verbood de
+heer van Leeuwergem het "dobbelspel," het "caetspel" en andere
+baldadigheden.
+
+Hillegem ligt meer oostwaarts. Wilt gij weten, lezer, wat men in den
+omtrek dier gemeente vertelt?
+
+Welige eiloofranken waren, in lang vervlogen tijden, tegen de muren der
+kerk opgewassen. Zelfs bedekten zij een gedeelte van den toren.
+
+De dorpelingen zagen zulks met leede oogen.
+
+Een hunner stelde voor, met eene katrol en sterke koorden, eene koe op
+te hijschen. Deze zou de ondeugende planten wel binnenspelen.
+
+Zoo gezegd, zoo gedaan. De koe werd opgetrokken, maar de koord verworgde
+haar; en eer zij heel dood was, stak zij hare groote tong uit.
+
+Al de bewoners van het dorp, mannen, vrouwen en kinderen, waren
+toegesneld en riepen:
+
+Kijk, ze lekt al, ze lekt al!
+
+En sedertdien spreekt iedereen in de streek van... de Hillegemsche
+lekkers.
+
+ * * * * *
+
+Bij de spoorhalle van Zottegem bemerkt de reiziger, op eenen kleinen
+afstand, eene zacht rijzende verhevenheid, waarop eenige huizen. Daar is
+Grootenberge, eene gemeente, die 1,050 zielen kan tellen.
+
+Verder schuilt St-Lievens-Essche; aan den anderen kant liggen
+Godveerdegem en Erwetegem.
+
+St-Lievens-Essche is zeker eene der eerste plaatsen van Vlaanderen, waar
+een kerkje oprees.
+
+De heilige Livinus was een Ierlander.
+
+Weinige jaren na St-Bavo's dood kwam hij te Gent toe, dikwijls
+predikend in het land van Aalst. Zoo verbleef hij eenen zekeren tijd in
+het toenmalige Holthem. Den 12 November 657 vond de groote apostel den
+marteldood te Essche. Zijne leerlingen droegen zijn lijk naar Holthem,
+waar zij het ter aarde bestelden. Het plaatsje werd naderhand
+St-Lievens-Houtem geheeten.
+
+Essche kreeg den naam van St-Lievens-Essche. Hier bouwde men een
+bedehuisje op de plek, waar de zendeling zijn bloed had vergoten.
+
+Door het instellen van eene jaarlijksche bedevaart uit Gent naar Houtem,
+nam de vereering des heiligen op buitengewone wijze toe.
+
+St-Lievens-Essche ligt in een heuvelachtig gewest. Men vindt er schoone
+huizen en, op het groote dorpsplein, eene drenkplaats voor koeien en
+paarden.
+
+Godveerdegem is slechts anderhalven kilometer van Zottegem verwijderd.
+Het heeft eene bevolking van 900 zielen en eene oppervlakte van ruim 326
+hectaren.
+
+Het dorpje bezit eene fraaie kruiskerk uit de XVe eeuw, met eene
+achthoekigen toren.
+
+Eenige jaren voor de Fransche omwenteling vond men in het kleine
+Godveerdegem eene rederijkkamer: _De kunstminnende liefhebbers_. In den
+zomer van 1784 vertoonden zij het historisch stuk: _Keizer Karel VI_.
+
+Erwetegem is een schilderachtig dorp met meer dan 2,000 zielen. Aan het
+Kapelbosch borrelt eene bron, die een beekje vormt. Zes andere vlieten
+besproeien het grondgebied der gemeente.
+
+De hedendaagsche kerk van Erwetegem is uit de tweede helft der XVIIIe
+eeuw. JANSSENS, van Nevele, schilderde de muren van het koor. Verder
+bezit de tempel eenen ijzeren kroonluchter, die zeer merkwaardig is.
+
+De rederijkkamer: _Opgewekt door ijver_, speelde in 1787 te Tielt, in
+1788 te Zottegem.
+
+
+
+
+XIX.
+
+Geeraardsbergen.
+
+
+Geeraardsbergen -- _Grammont_ -- is een lief steedje, gelegen op de
+helling van den Ouden-berg. De Dender verdeelt de plaats in eene boven-
+en eene benedenstad. Het zicht op de bovenstad is waarlijk schoon,
+prachtig.
+
+Geeraardsbergen ontstond in het jaar 1068, onder de regeering van
+Boudewijn van Bergen, graaf van Vlaanderen en Henegouw. De stad werd
+gesticht op eenen vrijen grond, toebehoorende in Hunnegem aan zekeren
+Geeraard, en mag beschouwd worden als eene eerste allodiale bezitting
+der Vlaamsche vorsten.
+
+Misschien wilde Boudewijn, op de grenzen zijner twee staten, een bolwerk
+opwerpen tegen den moedwil zijner Waalsche onderdanen. Hoe het zij,
+Geeraardsbergen was de eerste Vlaamsche gemeente, die eene keure kreeg.
+Ziehier enkele bepalingen uit dit oude wetboek:
+
+"Alwie in Geeraardsbergen erf koopt en zich aan de stedelijke wet,
+volgens het oordeel der schepenen, onderwerpt, wordt vrij, al was hij
+dat vroeger ook niet.
+
+"Elke burger van Geeraardsbergen heeft het recht de stad te verlaten en
+zijne woonstede elders te kiezen, mits hij geene schulden nalate.
+
+"Geen burger mag gedwongen worden tot het tweegevecht, noch tot het
+ondergaan van vuur- of waterproef.
+
+"Wie geene erfgenamen heeft, mag zijne goederen, zoo roerende als
+onroerende, vermaken aan de kerk of aan den arme.
+
+"Een burger, die weigert zijne schulden te betalen, zal, na uitspraak
+der schepenen, door 's graven hulp en macht, daartoe gedwongen worden.
+
+"Wie een ander doodt of verminkt, zal, buiten het geval van eigen
+verwering, hoofd voor hoofd, lid voor lid geven."
+
+Dank aan die keure, zegt Dr MOROY, bezat het ontluikend Geeraardsbergen
+op korten tijd de drie dingen, die eigenlijk de stedelijke gemeente
+uitmaakten: eene parochiekerk en een plaatselijk schependom, met muren
+en vestingen.
+
+Deze waren bijzonder sterk aan den kant van Henegouw, alwaar twee
+stevige torens, die nog gedeeltelijk bestaan, de Pussemijpoort
+beheerschten en beschermden. Men noemt ze den _Pijntoren_ en den
+_Dierenkost_. In de Pussemijstraat, derwaarts leidende, stond de eerste
+_pusseme_ of woekerbank, de eerste Lombard.
+
+Na de nederlaag der Vlamingen te Kassel, op den 20 Augustus 1328, werden
+onze vaderen streng gestraft. Te Brugge en te Ieperen alleen koos men
+1400 gijzelaars. WILLEM DE DEKEN, oudburgemeester van Brugge, stierf als
+martelaar den 15 December 1328. Een andere Bruggeling duidde twee mannen
+van Geeraardsbergen als medeplichtigen aan: HENDRIK VAN KERREGHEM en JAN
+BLONDEEL. De genaamde JAN LE CLERC, die in vroegere jaren te
+Geeraardsbergen een openbaar ambt bekleedde, onderteekende zijne
+onderwerping daags voor St-Michielsdag in 1329. Hij beleed misdaan te
+hebben "en ces derraines esmeutes."
+
+Tijdens de regeering van Lodewijk van Male heerschten er nogmaals
+groote onlusten in Vlaanderen: een krijg tusschen de burgerij en den
+adel. De Witte Kaproenen bezetteden in 1380 de vier Ambachten, haalden
+Ieperen voor hunne zaak over en wonnen bovendien Dendermonde, Aalst,
+Ninove en Geeraardsbergen.
+
+In de maand Maart van het volgende jaar werd de worsteling met nieuwen
+drift hernomen. Vijf krijgsbenden trokken uit Gent, zich richtende naar
+verschillende gewesten, als wilden zij toonen, dat hunne stad machtig
+genoeg was om over heel het graafschap te heerschen. Die stoutmoedigheid
+had nochtans jammerlijke gevolgen; want terwijl de eenen voordeel
+haalden, werden de anderen deerlijk geslagen.
+
+Het was in die omstandigheden, dat de heer van Edingen -- _Enghien_ --
+een neef van Vlaanderens graaf, op Zondag 7 Juli 1381 heel
+Geeraardsbergen verwoestte. De ingezetenen werden om hals gebracht, de
+huizen en de openbare gebouwen door het vuur verslonden.
+
+Philip de Stoute teekende den 18 December 1385 een vredeverdrag, waarbij
+alle oude voorrechten en vrijheden niet alleen aan Gent, maar ook aan
+Kortrijk, Deinze, Rupelmonde, Hulst, Axel, Biervliet, Dendermonde,
+Oudenaarde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen werden weergegeven en
+bevestigd.
+
+Ook in 1485 en 1491 werd een groot gedeelte van de stad verwoest.
+
+Na de plunderingen der Geuzen stonden er nog honderd drie en zestig
+bewoonbare huizen recht.
+
+Geen wonder dan, dat Geeraardsbergen niet rijk is, aan oude gebouwen.
+
+Zeer merkwaardig nochtans is de kerk van Hunnegem, deels in Romaanschen,
+deels in Gothischen stijl opgebouwd. Zij wordt gebruikt door
+Benedictijner nonnen, en werd gansch geschilderd door L. BERT-DE
+L'ARBRE, den geachten voorzitter van het Davids-Fonds aldaar. Boven het
+altaar bewondert men de vereering der H. Maagd; elders het leven van den
+insteller der Benedictijnen of, zinnebeeldig, de alledaagsche bezigheden
+der nonnen: het gebed, het onderwijs en de arbeid.
+
+Op de Markt staat de kerk van Sint-Bartholomeus, een Gothisch gedenkstuk
+uit de laatste jaren der XVe eeuw. De predikstoel is een schoon
+gewrocht, gesneden door DEVILLE. Onlangs heeft M. BERT den tempel
+prachtig versierd. De edelmoedige kunstenaar schilderde eigenhandig, ter
+eere Gods, het koor en de beuken in 1896.
+
+Den 16 Juli 1515 bracht men, uit "de prochie van sente Martenslierde,
+zekere reliquien van den heylighen Bertolomeux, om die in de
+prochiekercke" van Geeraardsbergen te stellen, te verheffen en te eeren.
+De kas, waarin men die kostbare overblijfselen bewaart, is een zilveren
+juweel van groote waarde.
+
+Voor de Fransche omwenteling bezat Geeraardsbergen eene vermaarde abdij,
+toegewijd aan St-Adriaan. Zij dagteekende van het jaar 1081 en stond
+tusschen de Bergpoort en de poort van Boelare. De monniken besteedden
+hunnen tijd aan het gebed, aan den arbeid en aan de studie. De kerk was
+groot en schoon, versierd met prachtige sieraden. In 1519 bezat zij "een
+stic van den heleghen Cruce, een doren van de dorne croone, een sandael
+van die heleghe moeder Anna en eenen brief van sent Joannes den
+Evangelist," benevens eene menigte overblijfselen van heilige mannen en
+vrouwen. J. VAN COPPENOLLE, prelaat en abt van het klooster, teekende
+deze bijzonderheden in eene korte "verclaeringhe" aan.
+
+Een pand der abdij is gespaard gebleven.
+
+Het gasthuis is almede zeer oud. Een steen, in den gevel gemetseld,
+draagt althans het volgende opschrift: "Aen siecken ende weesen hebben
+zy hunne erve uytgedeeld. Johanna, gravinne van Vlaenderen (1243); --
+Meester Sechere, pbr., en Claus Cheylinc (1244); -- Symoen de Ruwe
+(1304); -- Jan van Culsbrouc ende Geert syn broedere (1406)..."
+
+Meer dan eene nijverheid heeft Geeraardsbergen verlaten. Nog in de XVIe
+eeuw telde de stad tapijtwevers, lakenwevers, volders, droogscheerders
+en linnenwevers. Hun gildehuis stond op den hoek, gevormd door de
+Begijnhofstraat en de huidige Wijngaardstraat.
+
+Later bloeide de nijverheid der zwarte kanten.
+
+Hedendaags heeft Geeraardsbergen groote werkhuizen, waar men sigaren en
+zwavelstokjes vervaardigt.
+
+Geeraardsbergen schonk het leven aan GABRIEL DE GRUPELLO, beeldhouwer,
+van wien men verdienstelijke werken aantreft in Belgie en in
+Duitschland; -- aan JAN HAUCHIN, aartsbisschop van Mechelen in de tweede
+helft der XVIe eeuw; -- aan J. SCHOLLAERT, dichter, begraven in de
+St-Bartholomeueskerk, voor het altaar van St-Elooi; -- aan FRANS RENS en
+Dr R. MOROY.
+
+Rens (1805-1874) beoefende met voorliefde de ballade, en leverde in dit
+vak eenige merkwaardige stukken. Wie de herleving der Vlaamsche letteren
+na 1830 wil nagaan, doorbladere 's mans letterkundig _Jaarboekje_; wie
+de geschiedenis der Vlaamsche beweging wil kennen, raadplege zijne
+_Eendracht_.
+
+Dr Moroy, overleden te Moorsel, schreef _J. David's leven_ en
+belangrijke bijdragen in het _Belfort_. Voor dit werk leverde hij ons
+bereidwillig eene menigte aanteekeningen. De begaafde man stierf in
+1898.
+
+De stad Geeraardsbergen bezit verscheidene volksscholen voor jongens en
+meisjes; eene muziekschool; eene nijverheidschool; eene kostschool,
+gehouden door Josephieten in het voormalige klooster der Karmelieten;
+een bisschoppelijk college, in het oude klooster der Miniemen.
+
+Twee genootschappen beoefenen de tooneelkunde. Het St-Pietersgilde
+bloeide reeds in de XVe eeuw. Ten jare 1424 reden "de ghesellen,
+ghewapent en te peerde, by goeden adviese voor het heleghe Sacrament in
+den ommeganc van der processie." Na den middag "speelden sy up de maerct
+een spel van batailgen."
+
+Het grondgebied der stad meet 191 hectaren. Hare bevolking is tot
+ongeveer 10,400 zielen gestegen.
+
+De Groote Markt ligt 33 meters boven den spiegel der zee. Weinige
+minuten verder rijst, breed en majestatisch, de Oude Berg, wiens hoogste
+punt, achter de kapel, 113 meters bereikt.
+
+
+
+
+XX.
+
+Op den Ouden berg.
+
+
+Het is omtrent drie ure namiddag en warm, helder weer.
+
+Wij verlaten de Markt en beklimmen den Ouden Berg langs eenen smallen,
+steilen weg, beleid met scherpe steenen.
+
+Bijna op de kruin vinden wij eene groote, fraaie herberg, niet te
+onrecht _het Hemelrijk_ geheeten. Hier zullen wij toeven en nog eens
+onze oogen verzadigen.
+
+Voor ons blikken wij over heel de stad, over daken en schouwen, over
+meerschen en velden, verscheidene mijlen ver.
+
+Stroom op, ten Zuiden van Geeraardsbergen, ligt de kleine Gaver, palende
+aan de korte Lake. In den winter, als de Dender overstroomt en de
+aanhoudende vorst het water tot ijs verstijft, ziet men daar honderden
+schaatsenrijders weg- en wedersnellen. Nu grazen er menigvuldige bonte
+koeien.
+
+Stroom af, beneden de stad, vindt men de groote Gaver op het grondgebied
+van Onkerzele. Daar speelde men den 29 Mei 1815 als een voorspel van den
+bloedigen slag van Waterloo.
+
+[Illustration: ZICHT OP GEERAARDSBERGEN.]
+
+De lucht was helder, zooals nu, en de zon wierp heure gouden stralen
+over het groene grastapijt. Twintig duizend ruiters daagden op, en
+ontwikkelden hunne gelederen voor het oog van zes en dertig
+veldoversten. Daar waren immers Wellington, Blucher, von Bulow, lord
+Howard, de hertog van Berry, de prins van Oranje en andere helden.
+
+De legende heeft er bijgevoegd, dat Napoleon-Bonaparte, in koopman
+verkleed, op den dorpel van de afspanning _de Warmoesput_, het grootsche
+schouwspel met zijne blikken volgde.
+
+Ten Oosten van de stad daagt een overschot van het oude Raspaillenwoud.
+Daar gaan de kinderen in den zomer "kozijnen" of blauwe kraakbezien en
+"rambanzen" of braambessen plukken; -- daar bezong de Gentenaar DANIEL
+HEINSIUS (1580-1655) de mild spruitende bron; -- daar verschansten zich,
+in de tweede helft der XIVe eeuw, de laatste Witte Kaproenen, "les
+pourcelets de la Raspaille," zooals FROISSART ze noemt; -- daar verborg
+later de beruchte Jan de Lichte zijnen buit.
+
+Het woord _raspaille_ zal wel hetzelfde zijn als _respeel_, door KILIAAN
+opgegeven in den zin van deugniet, fielt, boef, guit, schelm, schurk.
+NICOLAAS DESPARS, van Brugge, gewaagt in zijne kroniek van "eeneghe
+quade ende rouckelooze raspaylgien." Zoodat het Raspaillenwoud eene
+schuilplaats zal geweest zijn voor al het janhagel uit Brabant, Henegouw
+en Vlaanderen.
+
+Maar... het is tijd, dat wij eens rondkijken!
+
+Wij onderscheiden Deftinge, Parike en Goeferdinge in de nabijheid;
+Neder- en Opbrakel in het dal der Zwalm; Lessen in het Henegouwsche. Aan
+den gezichteinder, boven Goeferdinge, blauwen de wouden van Vloesberge
+en Brakel, met het bosch te Rijst. De Molenbeek kronkelt door de
+delling, vloeiende langs Smeerebbe naar den Dender.
+
+Achter "het Hemelrijk" stijgt de berg nog eenige meters.
+
+Hier treffen wij een groot kruisbeeld aan, beschaduwd door drie
+donkergroene mastboomen. Men zou haast zeggen, dat zij treuren...
+
+Verder staat een groot beeld van de Moeder der smarten -- een gewrocht
+van G. DE GRUPELLO. Wij lezen op het voetstuk: "Ick groete u, herte van
+Maria, Moeder van Jesus, doorsteken met het sweert der droefheden; wees
+my, ermen zondaer genaedich, nu ende in de ure van myne dood!"
+
+Op het hoogste van den berg rijst eene lieve kapel, toegewijd aan de
+Troosteres der bedrukten. Oorkonden uit de XIIIe eeuw maken er reeds
+gewag van.
+
+Deze kapel bestaat uit twee deelen, gescheiden door eene traliedeur: een
+portaal, waar de bedevaarders knielen, en een achthoekig koor, lief
+geschilderd en versierd. Het licht dringt door een koepeltje binnen.
+
+Bezijden de kapel, doch veel lager, is een vijvertje, altijd goed
+voorzien van water, en eene arduinen zuil van eenige meters hoogte: het
+tafeltje van den berg.
+
+Aan deze zijde is het landschap even schoon. Wij zoeken Hemelveerdegem,
+ten Oosten van Nederbrakel; Schendelbeke en Idegem, twee dorpen op den
+Dender; Grimmingen, Onkerzele, Moerbeke en Viane, aan den kant van
+Brabant. Verder steken de torenspitsen van eenige Henegouwsche en
+Brabantsche gemeenten slank in de wasemige lucht. In het geheel
+onderscheiden wij de witte gevels van drie steden en de torentjes van
+een twintigtal dorpskerken.
+
+In het _Jaarboekje_ van Rens, voor 1851, lazen wij eens een dichtstukje
+van FRANS DE BECK, dat ons gedeeltelijk te binnen schiet...
+
+ Hoe lustig zien wij ginds de wijde Dendermeerschen
+ Bezet met welig horenvee!
+ Hoe lieflijk de rivier langs wei en velden kronkelen,
+ Hoe pronkt in 't veld de rijpende oogst!
+
+ Het oog reikt uren ver. Daar rijzen vriendensteden
+ Aan noord- en oost- en zuiderkim;
+ Hier, van den Vlaamschen grond, blikt men in Henegouwe,
+ En ziet men Lessen aan zijn voet.
+
+ Ik staar, geniet, gevoel... Wat is die berg toch heerlijk!
+ Hoe spreidt de stad zich voor mij uit!
+ Daar rijzen, boven haar, de torens van haar kerken;
+ En 't lang bekende klokgelui
+
+ Bromt in mijn oor. De markt, waar 'k in mijn kindsheid speelde,
+ Praalt daar, vooraan, met keurgen bouw;
+ De school, waar mijne jeugd aan wetenschap zich voedde,
+ Rijst ginder in 't verschiet... En hier,
+
+ Ten top des Ouden bergs, het heilig kruis, het teeken
+ Van 's menschen redding, in welks schauw,
+ Na stillen bedegang, de menigt neer komt knielen
+ In tijd, der godsvrucht toegedacht.
+
+ Hier de kapel, waar ik mijn vreugde, leed en kommer
+ Tot Godes Moeder spreken kwam;
+ Waar rijke gift getuigt van dankbaarheid der rijken,
+ En de arme zijne krukken liet.
+
+ Kapel, in uw beluik wil ik nog telkens bidden:
+ "o Moeder Gods, zij steeds mijn troost!
+ 'k Vergeet u nooit! Zoo volge uw machtige bescherming
+ Mij op mijn gansche levensbaan!"
+
+
+
+
+XXI.
+
+Eene Geeraardsbergsche sage.
+
+
+Met zekeren hoogmoed spreekt de bevolking van Geeraardsbergen over de
+historische sagen en jaarlijksche feesten, welke aan de stad eigen zijn.
+
+Zoo is het feest, dat op den eersten Zondag van den Vasten gevierd
+wordt, zeker der melding waard.
+
+Geheele hoopen volk komen na den middag de stad binnen en wachten op de
+Groote Markt de burgerlijke en de geestelijke overheden af.
+
+Daar slaat het twee ure. De beiaard speelt, de klokken luiden, de hoorn
+schalt, de trommel roffelt.
+
+De gemeenteraad, de geestelijkheid en andere voorname ingezetenen
+verlaten het stadhuis, met speellieden voorop, die hunne blijde tonen in
+de huiverige lucht werpen.
+
+Langzaam volgt de stoet de steile Abdijstraat.
+
+Bakkers en winkeliers dragen manden vol krakelingen, koeken en haringen
+mede.
+
+De menigte groeit gedurig aan; en zij, die het eerst op den berg
+geraken, hebben zorg eene plaats te kiezen in de kapel, waar de Eerw.
+Heer Deken de litanie van O.-L.-Vrouw zal lezen, zoodra de overheden het
+toppunt bereiken.
+
+Dit gedaan zijnde, scharen zich de bijzonderen rondom de arduinen zuil
+achter de kapel.
+
+Nu biedt men, in eenen historischen, zilveren beker, den eerewijn aan,
+waarin een klein levend vischje zwemt.
+
+De deken, de burgemeester, de wethouders -- ieder drinkt, naar
+aartsvaderlijk gebruik, een klein teugje. Wie het vischje binnenslokt,
+weet men zelden of nooit.
+
+Eindelijk gaat men over tot het werpen van koeken, krakelingen en
+haringen onder de wachtende menigte.
+
+Welk een gewoel en gekrioel!
+
+De eene loopt rechts, de andere links; deze roept in het Vlaamsch, gene
+juicht in het Waalsch. De mannen vechten, de vrouwen kijven, de knapen
+vliegen elkander in het haar. Sommigen rollen den berg af, anderen komen
+in den kouden vijver te recht; en de bedaarde aanschouwer lacht
+schokkend om al die zonderlinge tooneelen.
+
+'s Avonds om zeven ure, als iedereen vertrokken is, ontsteekt men op het
+toppunt des bergs, bij het beeld van O.-L.-Vrouw, een tonneken, gevuld
+met pek. Om deze reden noemt men te Geeraardsbergen den vastenavond "het
+feest van Tonnekenbrand."
+
+In de omliggende dorpen voert men dien avond brandende bundels stroo
+rond, gewis om het vuur van Geraardsbergen op zijn middeleeuwsch te
+beantwoorden.
+
+ * * * * *
+
+Men beweert, dat dit feest gevierd wordt ter herinnering aan een ontzet
+der stad.
+
+De belegeraars -- Walter van Edingen en zijne wapenlieden -- beletteden
+reeds eenen geruimen tijd allen invoer van levensmiddelen, ten einde den
+hongersnood binnen de muren te brengen.
+
+Dagen kwamen en verstreken.
+
+De voorraad verminderde, de ellende naderde...
+
+Toch gaven de belegerden den moed niet op.
+
+Zij hoopten op hoogeren bijstand, en wendden zich vol betrouwen tot
+O.-L.-Vrouw van den Ouden berg, vereerd als Hulp der christenen.
+
+Hun gebed was niet vruchteloos.
+
+De hopman riep zijne strijdmakkers samen.
+
+"Mannen," zegde hij hun, "onze toestand vraagt een kloek besluit. Indien
+wij slag leveren, moeten wij voor de overmacht onzer vijanden bukken;
+indien wij werkeloos blijven, zal de honger ons allen, met onze vrouwen
+en kinderen, wegmaaien...
+
+"Laat ons dan den vijand verschalken! En valt ons pogen kwalijk uit, zoo
+nemen wij kloekmoedig de wapens op, en verdedigen onze vaderstad tot den
+laatsten ademtocht!
+
+"Bakt broodjes van het meel, dat gij nog bezit, en vangt in den Dender
+zooveel visschen, als gij kunt. Morgen vroeg zult gij alles op de
+verschansingen brengen; en op een gegeven teeken werpen wij heel den
+voorraad naar het hoofd der belegeraars..."
+
+Zoo gezegd, zoo gedaan.
+
+Des anderendaags, bij het kiemen van den morgen, snelde jong en oud naar
+de vestingen.
+
+In den beginne keken de vreemden verbaasd op; maar toen zij, als bij
+tooverslag, met broodjes en visschen begroet werden, verloren zij den
+kop.
+
+"Wat baat het," riep de lichtzinnige Walter uit, "dat wij
+Geeraardsbergen belegeren? God weet, voor hoeveel weken die mannen nog
+mondkost hebben!" -- "Wij zijn het wachten moede," zegden de anderen,
+"laat ons den aftocht blazen!"
+
+Dit gebeurde.
+
+Die van Geeraardsbergen lachten niet weinig in hunne vuist, toen zij den
+vijand zagen wegdruipen.
+
+Zij vierden heel den dag het onverhoopt ontzet hunner stad en
+ontstaken, bij het vallen van den avond, een groot vreugdevuur op de
+kruin des bergs.
+
+Het ontsteken van vreugdevuren was in vroegere eeuwen een algemeen
+gebruik in Vlaanderen. Te Brugge "maecte men een scoon vier," toen "onse
+princesse" in 1481 "te Bruessele gheleghen was." Te Kortrijk "maecten de
+pinders een vier voort scepenhuus, toen mevrouwe de princesse van
+Castille inne quam."
+
+Wij kennen geene enkele oorkonde, pleitende voor de echtheid der
+Geeraardsbergsche sage; doch wij weten ten stelligste, dat de oorsprong
+van het feest zeer hoog opklimt.
+
+De stadsrekeningen over 1398 en volgende jaren spreken reeds van "het
+barnen van een wynvat naer ouder coustume."
+
+Na de plechtigheid zetten zich "de edele heeren borgemeester ende
+schepenen" vroeger aan de feesttafel. Den 23 Februari 1744 aten en
+dronken zij voor meer dan 119 gulden. De rekening, in het archief
+bewaard, spreekt van "witten wyn en Bourgogne-wyn, van snoeken, carpels,
+aberdaen en salm, van craeckamandels, castaignen, sitroenen, salaey,
+porseleyn, rosynen, prignolen en craekelingen."
+
+
+
+
+XXII.
+
+De omstreken van Geeraardsbergen.
+
+
+Vijf en veertig gemeenten, in den omtrek van Geeraardsbergen gelegen,
+maakten oudtijds deel van Vlaanderen onder het Rijk.
+
+Boelare -- thans gescheiden in Neder- en Over-Boelare -- was eeuwen lang
+de zetel van eene aanzienlijke baronij. Deze telde twaalf dorpen.
+
+De burcht stond te Neder-Boelare, langs den Dender.
+
+Als eigenaars noemt men: Steven van Boelare, die Robrecht van Jeruzalem
+naar Palestina vergezelde; -- Nicolaas van Boelare, gehuwd met Ida van
+Roeulx, eene nicht van Boudewijn den Moedige; -- de heeren van Liedekerke
+en van Reingaardsvliet; -- Philip-Willem van Nassau, prins van Oranje;
+-- Frans de Cassina, echtgenoot van Robertina de Nouailles.
+
+De heeren van Boelare, evenals die van Pamele, van Eine en van Cisoing,
+voerden den titel van "Beer," de hoogste onderscheiding, welke de graaf
+van Vlaanderen kon toekennen.
+
+Op het grondgebied van Over-Boelare heeft men verschillende voorwerpen
+opgedolven, voortkomende van eene Frankische begraafplaats.
+
+Boelare bezat reeds eene kerk in 1070. Het koor van den hedendaagschen
+tempel schijnt zeer oud te zijn. Men vindt er eene kleine schilderij,
+die het penseel van eenen meester verraadt: twee lieve kinderkens, een
+lam, de heilige moeder Anna en O. L. Vrouw. Een meesterstukje, zegt men,
+van den Antwerpschen kunstenaar G. DE CRAEYER.
+
+In 1525 trokken de rederijkers "van den lande van Boelaer" te paard naar
+Geeraardsbergen, "om den paeyse te vieren." Dat zij talrijk waren, is
+meer dan waarschijnlijk. De stad begiftigde hen trouwens "met twee
+tonnen bier."
+
+Sarlardinge, op de zuidelijke grens van Oost-Vlaanderen, heet
+_Zaarlinge_ in den mond des volks.
+
+Vele ingezetenen van Sarlardinge arbeiden in de steengroeven van Lessen.
+
+Op den 31 December loopen de behoeftige lieden naar de huizen der
+welstellende menschen, roepende:
+
+ Koekebak, koekebak,
+ Steekt een brood in mijnen zak!
+
+Dit duurt den ganschen dag, want er zijn twee, drie dorpen te bezoeken.
+Tegen den avond wacht hen de koffietafel.
+
+Niet verre van Sarlardinge, doch in Henegouw, ligt Everbeke -- Everbecq
+-- dat voorheen eene Vlaamsch-sprekende bevolking had. Wie zulks
+betwijfelt, vrage maar eens in het dorp naar het _Hoogbosch_ of het
+_Hemelrijk_.
+
+Goeferdinge, met zijne heuvelen en valleien, is een schilderachtig
+plaatsje. De kerk, staande op de helling eener hoogte, dagteekent uit de
+tweede helft der XVIIIe eeuw. Boven de deur kapte men het jaartal 1776.
+
+Goeferdinge heeft geene groote hofsteden; doch men verzekerde ons, dat
+schier al de ingezetenen een eigen huis bezitten. Zulks bewijst, dat zij
+de orde en de spaarzaamheid liefhebben.
+
+Benoorden Geeraardsbergen ligt Schendelbeke, met eene uitgestrektheid
+van ongeveer 590 hectaren. De bodem, die zeer vruchtbaar en heuvelachtig
+is, bestaat hoofdzakelijk uit klei.
+
+Schendelbeke mag op eene hooge oudheid bogen. In 1850 heeft men er eene
+geslepen steenen bijl opgedolven.
+
+Het volk van Schendelbeke spreekt van den Godsberg, van den Rooden
+Driesch, van den Langen meersch en het Jonkheerenveld. Op den Rooden
+Driesch bouwde men in 1328 een klooster voor Karthuizers, dank aan de
+milddadigheid van Jan Geylinc, heer des dorps. De Godsberg, die nu een
+veld is, schijnt behuisd te zijn geweest.
+
+Het slot van Schendelbeke stond weleer niet verre van het kasteel van
+Boelare. Het werd geslecht in 1458; doch overblijfselen van
+middeleeuwsche muren, in eene moerassige weide verborgen, spreken tot
+den reiziger van vroeger wel en wee.
+
+De parochiale kerk, toegewijd aan St. Amand, werd onlangs hersteld. Het
+hoogaltaar is herkomstig uit de voormalige abdij van Geeraardsbergen.
+
+Bij Idegem kronkelt de Dender het Oosten in, naar Grimmingen.
+Noordwaarts, over Zandbergen, ligt Pollare, eene zeer oude gemeente,
+waar men Romeinsche steenen en pannen, stukken van vaatwerk en bronzen
+lanspunten heeft opgedolven.
+
+Pollare heeft eenen "Nekkersput" en eenen "Steenberg." Eene oorkonde van
+1596 noemt ook een "Hazelaarbosch," waar de tooveressen der streek met
+den duivel omgingen.
+
+Tusschen Grimmingen en Geeraardsbergen praalt Onkerzele, een
+allerliefste plaatsje, met eene bevolking van ongeveer 1,700 zielen.
+
+De kerk prijkt op eenen heuvel. De huizen staan in de diepte, en vormen
+eenen halven cirkel rondom den tempel.
+
+Deze werd in 1845 herbouwd. Hij bezit eenen lessenaar, die zeker in de
+eerste helft der XIVe eeuw werd vervaardigd. Het ijzeren blad vertoont
+een lammeken, klaverbladeren en druiven, benevens een Gothisch
+opschrift.
+
+Achter de kerk aanschouwt de wandelaar een heerlijk panorama: de
+uitgestrekte Dendermeerschen; de torens van Schendelbeke, Op-Hasselt,
+Idegem, Grimmingen, Pollare, Appelterre, Zandbergen en Ninove; het
+kasteel van Neder-Boelare; eene menigte hofsteden en molens. Elders
+daagt het donkere Raspaillenbosch. Naderbij, tusschen twee heuvelen, die
+met boomen en struiken bewassen zijn, daalt de weg naar den Dender. Voor
+schilders en dichters is Onkerzele een Eden.
+
+Een gehucht der gemeente heet Atenbeke. Daar vindt de wandelaar eenen
+reusachtigen eik: de _Jonkvrouw_. Door zijnen weligen groei, door zijne
+ongewone hoogte en dikte, door zijne regelmatige kruin en zijne
+krachtige takken wekt deze boom de bewondering van landzaten en
+vreemden. De stam is van onder tot boven gaaf en gezond. Op eene hoogte
+van twee meters boven den grond heeft hij nog eenen omtrek van nagenoeg
+vijf meters.
+
+Men wil, dat de "Jonkvrouw" ten minste vijf eeuwen oud zij. Hoort gij
+niet, dat het loover, door den avondwind bewogen, oude sagen fluistert?
+Dat het spreekt van vreugde en lijden, van vele beproevingen en
+oploopen, van vervlogen roem en grootheid?
+
+ * * * * *
+
+Wij kennen reeds den oorlog, dien Philip de Goede te voeren had tegen de
+overmoedige Gentenaars. De Groententers bemachtigden het slot van
+Schendelbeke. Van daar trokken zij naar Geeraardsbergen, dat zij
+plunderden; naar Akeren en Lessen, stekende het vuur aan menige hoeven
+en kasteelen.
+
+Zoodra nu de hertog een leger verzameld had, besloot hij zich meester te
+maken van al de burchten, door zijne vijanden bezet. In de maand Juni
+1453 beschoot hij het kasteeel van Schendelbeke, dat hij na weinige
+dagen veroverde. Al de belhamers werden aan boomen opgehangen.
+
+Omtrent denzelfden tijd brandde Parike grootendeels af. Het slot van
+Poeke ging op zijne beurt na negen dagen wederstands over.
+
+In den zomer van 1765 machtigde de regeering een vennootschap om
+"houillie-aeders" te zoeken binnen de rechtsgebieden van Ninove,
+Leeuwergem, Gaver, Oudenaarde, Brakel, Over-Boelare, Viane, Windeke en
+andere omliggende plaatsen. De vergunning meldt, dat men tot dan toe
+geene diergelijke werken in Vlaanderen ondernomen had.
+
+Den 25 October 1798 vielen de boeren van Moerbeke, Viane en eenige
+andere dorpen, gewapend met zeisens, vorken en vlegels, in
+Geeraardsbergen. Zij weken terug, zonder groote schade aan te richten;
+doch kwamen 's anderendaags weer, kapten nu den vrijheidsboom af en
+plunderden den tempel der wet.
+
+De aanleider was uit het Kortrijksche. Hij droeg eenen hoed met zwarte
+pluimen.
+
+Geeraardsbergen was eene der weinige steden geweest, die in 1794 de
+Franschen welwillend ontvingen. Zelfs hadden de wethouders, als goede
+sullen, een deel van hunne bezoldiging afgestaan, om dansfeesten en
+dranken te bekostigen ter eere van hunne vreemde meesters. Ondanks dit
+alles beschuldigde men thans de bevolking van dubbelhartigheid, van
+medeplichtigheid. "De stad," dus schreef de beruchte Beguinot, "is
+aangewezen geworden om de eerste gelegenheid tot opstand waar te nemen.
+De openbare overheden zijn niet meer in veiligheid; zij worden zelfs
+langs de straat beleedigd..."
+
+Het magistraat wendde voor, dat geen enkele ingezetene aan den opstand
+der Boeren had deelgenomen. Dit belette niet, dat men de stad
+veroordeelde tot het betalen van eene schadeloosstelling van 2,057.41
+fr.
+
+O die lieve, broederlijke Franschen!
+
+ * * * * *
+
+Bewesten Geeraardsbergen liggen Neder-Brakel, Op-Brakel en Schoorisse.
+
+Neder-Brakel, met meer dan 4,200 inwoners, wordt besproeid door de
+Zwalme, en gelijkt door zijne netheid aan een steedje. Het is de
+geboorteplaats van den novellenschrijver E. MEGANCK.
+
+Te Op-Brakel stond de wieg van den wijd en zijd gekenden liedjeszanger
+JOZEF SADONES. De man was geboren den 6 December 1755 en stierf te
+Geeraardsbergen den 19 October 1816.
+
+Het schijnt, dat de Geuzen aan deze kanten nog al talrijk waren in de
+XVIe eeuw. De gebroeders VAN CAMPENE teekenden althans aan, "dat die
+van Bracle, Neerbracle en daer omtrent" naar Geeraardsbergen togen, om
+verder "het klooster van Beauprees" te plunderen, en dat zij overal den
+landman "veel molest deden."
+
+Op zekeren dag, in de maand Augustus 1566, ontmoette de heer van
+Bakerzele, niet heel verre van Geeraardsbergen, eene bende van die
+roovers. Twaalf hunner werden neergeveld, vijftig anderen gevangen
+genomen en naderhand gekastijd.
+
+Wij komen te Schoorisse -- Escornaiz -- eene gemeente, die nagenoeg
+2,500 zielen telt.
+
+Schoorisse ligt, evenals Marke, in eene bekoorlijke vallei, in de verte
+begrensd door de wouden van Op-Brakel, Vloesbergen en den Muziekberg.
+Westwaarts steekt de toren van Nukerke in de lucht.
+
+De vroegere baronij van Schoorisse bestond uit zeven gemeenten. Zij
+behoorde in den loop der tijden aan de edele geslachten van Schoorisse,
+van Gaver, van Lalaing, van Berlaimont en van Egmont toe.
+
+In de parochiale kerk vindt de reiziger eenen grafsteen met de namen van
+Arnold van Gaver, heer van Schoorisse, en zijne echtgenoote Izabella van
+Gistel. Jan van Luxemburg, een andere heer des dorps, stichtte er een
+jaargetijde.
+
+Het slot verhief zijne torens bezuiden de kerk, langs den steenweg.
+
+
+
+
+XXIII.
+
+Ronse.
+
+
+Ronse -- Renaix -- ligt in de Zuid-Westelijken hoek van Oost-Vlaanderen,
+in het schilderachtigste deel van gansch de provincie. De stad heeft
+eene uitgestrektheid van 3,173 hectaren, deels bebouwd, deels onbebouwd.
+
+In de laagten is de grond kleiachtig en zeer vruchtbaar; op de heuvelen
+is hij overal steen- en ijzerachtig.
+
+De landbouwers winnen dan ook alle soorten van graangewassen, van
+oliegevende en weefbare planten. Verder teelt men er tabak, moeskruiden
+en uitmuntend fruit. Allerhande boomen vertoonen eenen weelderigen
+groei.
+
+Er is geen gebrek aan bewijzen, die voor eene hooge oudheid van Ronse,
+als bewoonde plaats, pleiten.
+
+De heer JOLY vond er bijlen, hamers, messen en andere voorwerpen,
+behoorende tot het Keltisch tijdperk, voor den inval der Romeinen. Den 8
+Juli 1868 ontdekte men in den kelder van het huis der familie van
+Butsele-Deneufbourg, op den Bergplas, eene Romeinsche lijkbus, hebbende
+eenen omtrek van 35 centimeters. Elders legde men Romeinsche
+schrijfstiften, wapens en bouwstoffen bloot.
+
+In de eerste helft der VIIe eeuw kwam Sint Amand, de Frankische
+geloofszendeling, naar het Zuiden van Vlaanderen, naar Kortrijk en
+Ronse. In deze stad stichtte de vrome man eene kerk en een klooster, in
+het jaar 638.
+
+De dichter van _Heer Daneelken_, eene zeer oude romance, kende Ronse:
+
+ Hi tooch te Ronsen upt hooghe huys
+ Om drie synder suster kinder...
+
+Daneelken leefde zeven jaren in het gebergte -- op den Muziekberg? -- en
+ging vervolgens naar de hoofdstad der christenheid.
+
+ Hi nam een staf al in syn hant,
+ Ende hi treec te Romen binnen:
+ "Nu biddic Maria, die moeder Gods,
+ Dat ic den paus mach vinden."
+
+ Doen quam hi voor den paus ghegaen,
+ Voor onsen eertschen vader:
+ "Here, ic soude mi biechten geern,
+ Ende roepen up Gods ghenade.
+
+ "Ic soude mi biechten seer bevreest
+ Met alle minen sinne;
+ Ic heb seven jaer in den berch gheweest..."
+
+Ronse verkreeg zijne eerste keure in 1240, vijftig jaren na Kortrijk. Nu
+kon de bevolking zich ongestoord aan den arbeid overgeven, op den handel
+toeleggen.
+
+Gedurende de middeleeuwen bloeide de lakenweverij zoowel te Ronse als te
+Gent, te Brugge, te Ieperen en te Kortrijk. Nog in de eerste helft der
+XVIe eeuw kwamen "de goede lieden van Ronse ter Curtricmarct met haren
+lakenen," weshalve zij van het magistraat een geschenk van "twee cannen
+wyns" ontvingen. In de halle van Leuven mochten de kooplieden van Ronse
+hunne waren uitstallen, zonder rechten te betalen.
+
+Op onze dagen is Ronse nog eene zeer nijverige stad, vooral befaamd om
+de katoenen weefsels, die men er vervaardigt. Ook de spinnerijen
+erlangen eene groote uitbreiding.
+
+Geen wonder dan, dat de bevolking spoedig aangroeit. In 1856 telde Ronse
+12,000 inwoners; in 1878 waren er meer dan 14,600; in 1897 ongeveer
+19,000.
+
+Groote rampen teisterden de gemeente, vooral in de XVIe eeuw.
+
+Toen Maximiliaan van Oostenrijk in den echt trad met Maria van
+Burgondie, poogde Lodewijk XI al de Fransche leenen, die op Maria
+verstorven waren, aan te slaan. In 1477 kwam hij langs Kamerijk,
+Bouchain en Avesnes naar het Henegouwsche, waar hij Doornik bemachtigde.
+
+Het volgende jaar begon de krijg opnieuw. De koning rukte met zijn leger
+naar West-Vlaanderen, denkende daar weinig tegenstand te zullen
+ontmoeten. Middelerwijl zou zijn hoofdman te Doornik, Maurits van
+Neufchatel, sprongreizen doen in het Gentsche, ten einde de
+Oost-Vlamingen bezig te houden.
+
+De Gentenaars, aangevoerd door den heer van Dadizele, togen de Franschen
+te gemoet, en vochten hardnekkig tusschen Ansegem en Berchem. Nochtans
+konden zij niet beletten, dat de vreemden Ronse in asch legden.
+
+Ten jare 1519, omtrent den feestdag der H. Drievuldigheid, vernielde een
+brand, bij toeval ontstaan, ongeveer 700 huizen. Destijds en later ook,
+tot diep in de XVIIIe eeuw, bouwde men vele houten woningen.
+
+Veertig jaren nadien, in het hart van den zomer, verslond het vuur bijna
+gansch de stad. Zelfs smolten de klokken in de kerktorens.
+
+Een andere brand, den 31 Maart 1719 ontstaan, legde 330 huizen in asch.
+
+Ter oorzake van de menigvuldigheid dier rampen, stelde men twee
+"brandprocessies" in: eene op de Vrijdag voor Passiezondag en eene op
+Paaschdag. Beide plechtigheden werden later afgeschaft.
+
+De Beeldstormers spaarden de stad evenmin.
+
+Den 19 Augustus 1566 drongen zij in de kerk van St-Hermes, schendende en
+brekende wat zij konden. Dank aan de krachtdadige tusschenkomst der
+wethouders, moesten de roovers deze reis de wijk nemen; doch na de
+plundering der Oudenaardsche bedehuizen keerden zij terug om hun
+goddeloos werk voort te zetten. Dit blijkt uit een gedicht van J.-D.
+WAELKENS, pastoor van Edelare:
+
+ Als de pillage t'Audenaerde was gedaen,
+ Soo syn sy naer Ronse gegaen...
+ Kerken, kloosters en priesters hebben ze al aengegaen,
+ En keerden naer de stad met IX of X wagens, gelaen
+ Met allerhande goed, geestelick en weerlick...
+
+Wellicht hebben al die rampen de merkwaardige gebouwen doen verdwijnen,
+die Ronse, net als andere steden, moet bezeten hebben.
+
+In de huidige Kasteelstraat, bij de Middelbare school, bouwde Jan van
+Nassau, in 1630, het schoonste slot, dat men in die jaren ten onzent kon
+bewonderen. Men verkocht het in 1823 voor 30,000 fr., waarna de hamer en
+het breekijzer het gebouw sloopten.
+
+Het eerste bedehuis van Ronse was de St-Pieterskerk, gewijd door den H.
+Amandus in de VIIe eeuw. Daar zij heel bouwvallig was, verkocht men ze
+den 2 November 1843 voor de geringe som van 3,300 fr.
+
+In de nabijheid dezer bidplaats bouwde men de St-Hermeskerk, gewijd in
+1129. De krocht, in zuiver Romaanschen stijl, heeft den vorm van een
+Sint-Antoniuskruis. Zij bestaat uit breede gangen, gescheiden door
+dertig zuilen met ongelijke versieringen. Het gewelf draagt sporen van
+oude muurschilderingen.
+
+De eigenlijke kerk, die groot en hoog is, werd herbouwd. Zij behoort tot
+de Gothische kunst, en was voltooid in het begin van 1525. De toren is
+zwaar en vierkantig.
+
+Den 16 Maart 1878 besloot men de kerk van Sint-Hermes te herstellen. Het
+gewelf en een deel van het koor werden reeds met kleuren belegd.
+
+In het koor prijkt een koperen arend van 1685. Het tafereel van
+DELFOSSE, Sint Amand voorstellende, is een opmerkenswaardig doek.
+
+De tweede parochiale kerk van Ronse, aangelegd in 1892, is toegewijd aan
+St. Marten, bisschop van Tours. Zij is bijna 72 meters lang, ruim 28
+meters breed, en behoort tot den stijl der XIIIe eeuw. Deze kerk is het
+middelpunt van eene nieuwe wijk der bloeiende, aangroeiende stad.
+
+De oude St-Martenskerk, met eenen heel eigenaardigen toren, stond in de
+nabijheid der hoofdkerk.
+
+Ronse heeft weinige openbare plaatsen. Wij noemen: de Groote Markt, met
+eene arduinen pomp, die elf meters hoog is en 36,000 fr. kostte; -- den
+Plas; -- de Veemarkt; -- den Bruul of Broel, bewassen met hoogstammige
+kastanjeboomen; -- de nieuwe de Malanderplaats; -- de Paardenmarkt, door
+het volk schertsend het "Martelaarsplein" geheeten, omdat men er... de
+zwijnen slacht. De Broel wordt in den zomer veel bezocht.
+
+Hier en daar ontmoet de wandelaar een huis in Vlaamschen stijl. De
+woning van M. de Malander, met een bevallig torentje boven de poort,
+draagt zeker een eigen kunstmerk. Weinigen weten misschien, dat M. de
+Malander een allerschoonste museum bezit. Het bevat, om maar enkele
+stukken te noemen: drie doeken van Quinten Massijs, den edelen,
+idealistischen vertegenwoordiger der oud-Vlaamsche school in de XVe
+eeuw; -- vier van Rembrandt van Rijn, den beroemden meester der
+Hollandsche school, bij wien "licht en bruin" de hoofdzaak is; -- twee
+van Rubens, eene der glansrijkste verschijningen in de schilderkunst; --
+vier van Teniers, den voorlooper van de groote Vlaamsche meesters der
+XVIIe eeuw. Als bijzondere verzameling is die van M. de Malander zeker
+eene der rijkste van gansch het land.
+
+De katholieke Kring, die 85 meters lang is, gaat almede voor een
+merkwaardig gebouw door.
+
+Het oudste gilde van Ronse is wellicht het Sint-Sebastiaansgenootschap,
+dat voor 1568 bloeide. Men bewaart nog den halsband, dien de koning
+droeg, alsmede een paar zilveren schilden, geschonken aan de vereeniging
+door Frans van Nassau in 1639.
+
+De Busschieters hadden Sint Hermes tot patroon gekozen. Voor de
+beeldstormerij, in 1562, brachten zij de overblijfselen van hunnen
+beschermheilige naar Bergen over. Dit genootschap werd in 1892
+heringericht. De trommelslager, de fluiter en de standaarddrager komen
+steeds in hun ouderwetsch gewaad voor den dag.
+
+Ook de St-Martensvereeniging, heringericht omtrent het midden der
+XVIIIe eeuw, is nog niet in kwijning gevallen.
+
+De _Harmonij_, die den 29 Juni 1794 tot stand kwam, vierde in 1894 haar
+eerste eeuwfeest. Op onze dagen is zulke zeldzaamheid het aanstippen
+waard.
+
+Ronse wordt besproeid door de Molenbeek, komende van den Muziekberg. De
+Molenbeek valt te Watripont in de Ronne. Over eenige jaren bracht zij
+acht molens in beweging: den IJsmolen, den Braamboschmolen, den molen
+ter Beke, den molen te Queere, den Broelmolen, den Kapittelmolen, den
+Blokmolen en den Kapelmolen.
+
+Ronse bezit een bisschoppelijk College, eene Middelbare school van den
+Staat, eene aangenomen Normaalschool voor onderwijzeressen, twee lagere
+Gemeentescholen, eene Weezenschool, eene Teekenschool, eene Muziekschool
+en eene Weefschool.
+
+Het letterkundig leven schijnt er nochtans weinig ontwikkeld te zijn.
+
+Over eenige jaren heeft een bevoegd man de oorkonden der gemeente
+onderzocht en gerangschikt. De oudste stadsrekening loopt over 1648.
+Verder telt de verzameling "wettelicke chyrographien, wettelicke
+passeeringhen, staten van goederen, rechterlijke acten, kerkrekeningen
+en wijkboeken."
+
+Ronse is de geboorteplaats van HERMES VAN WYNGHENE en van PIETER-JAN VAN
+DER HAGHEN.
+
+H. van Wynghene werd hoogleeraar te Leuven, en vervolgens lid van den
+geheimen Raad onder Karel V. Hij stierf in 1573.
+
+Van der Haghen kampte met de pen en met het woord tegen de ketters van
+zijnen tijd. De Jonghe getuigt van hem: "Een predikheer, P. Joannes van
+der Haghen of Dumoeus, een ieverige religieus, welke tegen de ketters een
+jaar lang dagelijks, en dan nog een jaar over ander dag heeft gepredikt,
+was zeer hatelijk aan de sectarissen. Dikwijls hebben zij getracht, zoo
+door vergift als met openbaar geweld, maar te vergeefs, hem ter dood te
+brengen."
+
+De geleerde kloosterling bezweek in zijne geboortestad den 14 April
+1573.
+
+
+
+
+XXIV.
+
+Naar het bosch-Joly.
+
+
+Ja, Ronse heeft eene heerlijke omgeving.
+
+In de stad slenterend, kan men ze hier en daar, door eene zacht
+klimmende straat, reeds bewonderen.
+
+Den Broel voorbij gaande, bereikt men het bosch-Joly, een half uurtje
+buiten de stad, op het hoogste van Hoogerlucht, tusschen de Kruisen en
+den Muziekberg.
+
+Eene statige eikenlaan loopt naar den ingang.
+
+De boomen ruischen in den zoelen wind en toonen, door de openingen
+tusschen hunne stammen, een prachtig landschap in de verte, beheerscht
+door den zwaren toren der St-Hermeskerk.
+
+De heer Joly heeft het bosch als warande ingericht. Het meet ten minste
+twintig hectaren.
+
+Overal kreupelhout en varens; overal schoone, krachtige boomen: eiken en
+esschen, olmen en beuken, berken en dennen, overal dalende en klimmende
+wegen.
+
+Rechts is de geliefkoosde verblijfplaats der konijnen. Nu en dan wipt er
+een van die bevallige knagertjes in of uit zijne pijp.
+
+Verder ontmoet de wandelaar eenen vijver, tintelend in den glans der
+zonne.
+
+Rondom dien vijver vindt men ruwe rustbanken, verscheidene rotsen en
+bronnen. Groen mos bedekt de rotswanden.
+
+Midden in den vijver staat de Menhir, eenzaam, maar fier en pal. Zijne
+voeten steken in het slijk, maar zijn kop glanst in het zonnelicht. Een
+beeld van den denkenden, maar ondeugenden mensch...
+
+Twee bronnen versierde men met bouwstoffen van het voormalige slot der
+stad, weshalve zij eenen historischen naam kregen: de bron van Nassau en
+de Kasteelbron.
+
+Zuidwaarts springt de bron der Reuzen tusschen verscheidene groote
+rotsblokken.
+
+Een murmelend beekje leidt het overtollige water weg.
+
+Niet verre van de bron der Reuzen kan men, in een allerliefst prieeltje,
+eenige oogenblikken uitrusten.
+
+Onder het rooken van eene lekkere pijp en het beschouwen van den
+weelderigen plantengroei hoort men den koekoek roepen: "Koekoek! hier is
+het goed!"
+
+Opklimmende, komt men voor het eigenlijke park. Daar vindt men een fraai
+paviljoen, eene schilderachtige grot, eenige kleinere bronnen en een
+donkergroen mastbosch. O die smakelijke lucht!
+
+Een zeer merkwaardig voorwerp is een "dolmen," door den heer Joly op de
+kruin van den Muziekberg ontdekt. Twintig paarden trokken dien
+reusachtigen steen naar de plaats, die hij thans bekleedt. Hij is
+inderdaad omtrent 0m,70 dik, en 1m,80 lang en breed. Kon hij maar
+vertellen uit den voortijd, toen onze vaderen nog omdoolden in de
+duisternissen van het heidendom!
+
+Men heeft het Joly-bosch weleens met het woud van Fontainebleau
+vergeleken. In alle geval kan men er eenen halven dag heel genoeglijk
+overbrengen. Een onzer vrienden, die ons derwaarts vergezelde, zong
+gedurig met zijne helderklinkende stem het Duitsche lied:
+
+ In het woud daar wou ik leven
+ Bij heeten zonneschijn.
+
+En vraagt de maag eenige verversching of versterking -- want de mensch
+leeft toch ook niet van poezie alleen! -- zoo kan men in de eene of
+andere herberg het verlangde bekomen.
+
+Een blik op de stad en het omliggende landschap zal tevens de oogen
+verzadigen.
+
+Bij de poort leest men in groote letters en in onze twee landtalen:
+
+ Verboden ingang!
+ Entree interdite!
+
+Maar de heer Joly is een vriendelijk man, en verschaft den
+nieuwsgierigen wandelaar gaarne eene toegangskaart.
+
+ * * * * *
+
+Terugkeerende naar de stad, maakten wij de bemerking, dat wij in
+Zuid-Vlaanderen, voor weinig geld en in korten tijd, toch zoo schoone
+uitstapjes kunnen doen met onze familie. En wij voegden er bij, dat de
+mensch, die goed ziet en goed hoort, een bevoorrechte sterveling is.
+
+Toen wij bij onzen vriend te huis kwamen, wachtte ons een smakelijk
+avondmaal.
+
+En de lieve huisvrouw speelde eene prachtige sonate van Beethoven; en de
+vriend vergastte ons op het prachtige lied van KAREL MESTDAGH:
+
+ Door de Nederlanden,
+ Naar de wijde, diepe zee,
+ Stroomt de schoone Schelde...
+
+[Illustration: Panorama op den HOOTOND
+
+108 steden en dorpen]
+
+
+
+
+XXV.
+
+Naar den Hootond en de Kruisen.
+
+
+Wij verlaten Ronse door de Zonnestraat en volgen klimmende voetwegen.
+
+Een trouwe vriend, een bewonderaar der schoone natuur en tevens een
+liefhebber van eigen taal en kunst, vergezelt ons als gids.
+
+Sprekende over het wel en wee, dat vroegere jaren ons aanbrachten,
+naderen wij de nieuwe kapel "ten witten Tak," een sierlijk, Gothisch
+gebouwtje met tien kleine vensters.
+
+Waar het oude kapelleken stond, vinden wij nu eene landelijke herberg.
+
+SANDERUS verhaalt, dat hier in lang vervlogen tijden een groote, breede
+eik groeide. Onder de looverrijke takken school een beeldje van
+O.-L.-Vrouw.
+
+De tak, die het beeldje droeg, was witter dan de andere. Dit maakte de
+aandacht der landzaten gaande, weshalve de geloovigen in het begin der
+lente naar den heuvel stroomden, om de Moedermaagd te vereeren en te
+aanroepen.
+
+Ten jare 1636 heerschte eene besmettelijke ziekte in vele gemeenten van
+Vlaanderen, onder andere te Kortrijk en te Ronse. In de eerste stad
+vroegen de wethouders eene plechtige processie met het wonderdadig
+beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge; in de tweede beloofde men eene
+kapel te bouwen ter eere van de machtige Troosteres der bedrukten.
+
+De kwaal verminderde, en in de eerste maanden van 1639 voltooide men de
+eenvoudige bidplaats. Sedertdien beginnen de "kapellekensdagen" ieder
+jaar den 2 Juli.
+
+Wij zetten onze wandeling voort, gaan het schoone kasteel van M. Cambier
+voorbij, en bewonderen de omliggende hoven en parken met hunne
+weelderige en veelkleurige gewassen. Weldra bereiken wij den Hootond,
+die 150 meters hoog is.
+
+Bij den molen, op de kruin, blijven wij staan.
+
+Westwaarts, boven den Kluisberg, glinstert de zon, haren glans
+verspreidende over een landschap, dat ongemeen groot en schoon is.
+
+De molenaar -- een vriendelijk man -- komt bij en wijst ons aan den
+blauwen gezichteinder de torens van Maria-Horebeke, Merelbeke, Gent,
+Evergem, Drongen, Vosselare en Deinze; -- die van Ruiselede, Brugge,
+Tielt, Pittem, Ardooie, Ingelmunster, Hooglede, Roeselare, Passchendale
+en Kortrijk; -- benevens die van Toerkonje, Robaais, Rijsel, Templeuve,
+Doornik, Antoing en Peruwelz. In het geheel kan men de kerken van 108
+steden en dorpen onderscheiden. Tusschen Brugge en Peruwelz is er een
+rechte afstand van 80 kilometers of 16 mijlen. Evergem en Rijsel zijn 70
+kilometers of 14 mijlen van elkander verwijderd.
+
+Welk eene verscheidenheid in dat overgroote panorama! Ginds, tusschen
+Ansegem en Mooregem, is het Bouveloobosch; bij Tiegem daagt het
+Kapelbosch. Naderbij poost het oog op de wouden van Quaremont en den
+Kluisberg. Links blauwt de Drievuldigheidsberg, in het Doorniksche.
+Heinde en verre steekt de roode kleur der daken aangenaam af bij het
+donkere groen der gewassen.
+
+Terugkeerende naar den steenweg, blikken wij op de stad, in de diepte,
+en verderop de reeks heuvelen, die langs Ellezele en Vloesberge naar
+Lessen loopen. Aan den gezichteinder onderscheiden wij den "Kattemolen"
+en van den Daele's bosch.
+
+Op de hoogte der Kruisen groeien weelderige boomen, onder wier toppen
+eenige lusthuizen schuilen. Daar kan men in den zomer, bij het op- en
+ondergaan der zon, de ontwakende of insluimerende natuur bespieden en...
+frisch ademhalen.
+
+Van de Kruisen trekt de stad heur water. Langs den steenweg, in eenen
+grooten kelder, hoort men het klare vocht onverpoosd ruischen.
+
+Onze vriend wijst ons eenen grooten treuresch, die nu en dan schijnt te
+trillen onder den adem des winds. Denkt hij misschien aan de rijke en de
+arme lieden, die hij ziet voorbijslenteren? Aan den snellen loop der
+jaargetijden? Aan de vluchtigheid der aardsche genoegens?
+
+
+
+
+XXVI.
+
+Naar den Muziekberg.
+
+
+Ten Noord-Oosten van Ronse rijst de Muziekberg. Daar gaan wij heden
+omdolen en eene frissche lucht inademen.
+
+Wij verlaten de Groote Markt en volgen de Gasthuisstraat, de
+Biezenstraat en de Beekstraat. Verder loopt een kronkelende binnenweg
+naar de hoogte.
+
+De Muziekberg is, evenals de Hootond, 150 meters hoog. Een woud bedekt
+het grootste gedeelte zijner kruin.
+
+Hoor eens, hoe het windje door de bladeren ritselt, hoe de kerfdiertjes
+gonzen, hoe de vogelen kweelen! Zie eens, hoe de warme stralen der zon
+door het looverdak der boomen dringen en gouden strepen op den grond
+tooveren!
+
+ o Woud, vol vrede en lommer,
+ Met diepe eerbiedenis
+ Betreden wij uw boorden,
+ Zoo rustig, groen en frisch.
+
+ Wij dwalen rond en luisteren...
+ En alles spreekt tot ons:
+ Het lied van vink en lijster,
+ Der bijen stil gegons;
+
+ Het wuiven van de twijgen,
+ Der bloemen heerlijkheid...
+ o Woud, wat zijt gij statig,
+ Vol ernst en majesteit!
+
+Talrijke gangen en lanen doorkruisen het bosch. Jammer maar, dat men
+alle oogenblikken een ondeugend plankje ziet hangen met de vermaning:
+"Het is streng verboden hier door te gaan."
+
+Van tijd tot tijd vinden wij eene open plaats, waar wij een prachtig
+uitzicht hebben.
+
+Op zulk eene plaats, in het midden van het bosch, staat een torentje,
+uit etssteen opgebouwd en met eiloof begroeid.
+
+Hier is het hoogste punt van den berg.
+
+Het torentje is nagenoeg tien meters hoog. Het heeft tien ronde
+kijkgaten en laat ons, over het struikgewas en geboomte heen, naar alle
+zijden blikken.
+
+Het panorama, dat wij aanschouwen, is wel zoo schoon als dat van den
+Hootond. Maar wij beweren, dat het grootscher is, omdat de wilde natuur
+in hare maagdelijke schoonheid hier een ruimer aandeel heeft.
+
+In het Zuid-Westen ligt Ronse, met zijne torens, schouwen en daken,
+langs alle kanten met hoogten en bosschen omringd. In het Oosten rijzen
+de heuvelen, die naar Geeraardsbergen voortloopen. Elders gaat het oog
+over bergen en dalen, over gehuchten en dorpen, over huizen en molens.
+
+Daar treft het gefluit van eenen naderenden stoomwagen onze ooren. In de
+diepte snelt hij kuchend voort, weldra verdwijnend in den onderaardschen
+gang van het nieuwe dorpje Louisa-Maria.
+
+Een gedeelte van den Muziekberg is hedendaags eene warande met bronnen,
+waterleidingen en vijvers.
+
+Niet verre van het reeds genoemde torentje staat een hooge boom, die
+een klein kruisbeeld draagt. De christen wandelaar ontdekt eerbiedig het
+hoofd, en dankt inwendig ons Vlaamsche volk om zijne godsdienstige
+overtuiging.
+
+Eenige stappen verder vinden wij eene hofstede. Voor het woonhuis ligt
+eene groote weide.
+
+Ten jare 1821 poogde M. van Hoobrouck, van Mooregem, den wijnbouw te
+drijven op de zuidelijke helling des bergs.
+
+De oogst van 1827 was nog al bevredigend. Den 10 October kwam M. van
+Doorn, destijds gouverneur van Oost-Vlaanderen, de teelt in oogenschouw
+nemen en aanmoedigen. Nadat hij den eersten tros had afgesneden, vielen
+de werklieden aan den arbeid. De eigenaar oogstte twintig stukken wijn.
+Nochtans was hij naderhand gedwongen van de onderneming af te zien.
+
+Maar het wordt stillekens avond. Moede geklommen en moede gekeken,
+rusten wij eenige oogenblikken op het gras, en dalen dan den berg af.
+
+De ondergaande zon werpt heure leste stralen over het landschap; lichte
+wolkjes zweven in de lucht.
+
+De wind schijnt ook moede te zijn van het spelen en dartelen, en houdt
+zijnen adem in; de vogelen zingen hun slaapliedje onder de bladeren der
+boomen.
+
+Daar verdwijnt de zon...
+
+Een dunne nevel drijft boven de velden.
+
+Ginds zingt een klokje: _Ave, Maria!_
+
+Eene geheimnisvolle kalmte heerscht omhoog en omlaag.
+
+ Wat is de kalmte streelend zoet,
+ Dat suizen en in sluimer zijgen,
+ Dat plechtig stil en stiller zwijgen,
+ Die rozenkleurige avondgloed!
+ 't Is of de rust rondom ons henen
+ Een zachter inborst in ons stort;
+ 't Is of ons harte ruimer wordt,
+ En wat er boos was, is verdwenen.
+ Een onbestemd en diep gevoel
+ Ontwaakt en trilt er in onze aren...
+ Wie mocht dien indruk nooit ontwaren?
+ Wien laat dat purprend Westen koel?
+ Nu zweven als op donzen schachten
+ Geliefde beelden om ons heen;
+ Nu wemelt droom aan droom dooreen,
+ En zielsgepeinzen en gedachten.
+ De ontroering grijpt ons in 't gemoed;
+ Haars ondanks wordt de ziel bewogen;
+ Er klopt een heimwee in ons bloed;
+ Soms wisschen wij een traan uit de oogen,
+ Onwetend wat hem drupplen doet.
+
+
+
+
+XXVII.
+
+Nog in het land van Ronse.
+
+
+In het land van Ronse kan men nog eenige wandeltochten ondernemen, die
+tevens schoon en leerrijk zijn: naar de Hooge heide en van den Daele's
+bosch, langs den steenweg van Ellezele; -- naar St-Sauveur, langs de
+baan van Leuze; -- naar Watripont, langs het kerkhof en het lusthuis van
+M. Snoeck.
+
+Ellezele -- _Ellezelles_ -- ligt in eene vallei.
+
+Halfweg loopt eene straat naar van den Daele's bosch, met diepe
+ravijnen, kreupelhout en eeuwenoude boomen. De groei is hier bij uitstek
+krachtig.
+
+In eene ouderwetsche herberg kan men allerhande versterkingen en
+ververschingen bekomen. De waard en zijne vrouw zijn ongemeen beleefd en
+voorkomend, misschien wel omdat de nieuwere beschaving er de
+voorvaderlijke gewoonten nog niet gansch kon uitroeien. Wij zagen het
+vuur flakkeren in den breeden haard op eenige steenen.
+
+St-Sauveur is een vriendelijk dorp met ruim 2,000 zielen. Watripont, op
+de Ronne, telt er slechts 400.
+
+Watripont, oudtijds Waudripont geheeten, was de zetel van eene groote
+heerlijkheid. De burcht was versterkt. In de gedempte grachten heeft
+men kanonballen en wapens gevonden, getuigen van vroegere belegeringen.
+Het huidige kasteel dagteekent van de XVIIIe eeuw.
+
+Tot de heerlijkheid van Waudripont behoorde langen tijd eene vierschaar,
+die te Ronse het recht van hooge, middelbare en lage justitie
+uitoefende. In 1240 schonk Geeraard van Waudripont aan de ingezetenen
+van Ronse eene keure, hen vrij verklarende van lasten en leendiensten.
+
+Veertig jaren nadien werd Ronse eene baronij. Deze hoorde in den loop
+der tijden aan vijf verschillende geslachten toe: aan het grafelijk huis
+van Vlaanderen (1280-1402); aan het huis van Hamaide-Roggendorf
+(1402-1549); aan het huis van Granvelle (1549-1630); aan het huis van
+Nassau-Siegen (1630-1745); aan het huis de Merode-Westerloo (1745-1830).
+
+Watripont is hedendaags een lachend dorpje, omgeven van uitgestrekte
+weiden.
+
+In het kerkje vindt men verscheidene oude grafzerken.
+
+
+
+
+XXVIII.
+
+De Fiertere van Ronse.
+
+
+Het Vlaamsche volk heeft altijd zijne heiligen geliefd en in het
+openbaar vereerd.
+
+Gent viert den H. Livinus, Mater de H. Amelberga, Tiegem den H.
+Arnoldus, Ronse den H. Hermes.
+
+Uit dien eerbied sproten de bedevaarten en de ommegangen. Op zekere
+dagen droeg men de reliquiekas of de fiertere der heiligen plechtig van
+de eene plaats naar de andere, onder den toeloop van eene groote en
+biddende menigte.
+
+Zulke ommegangen zijn door den band heel eigenaardig en bij uitstek
+dichterlijk. Zij spreken in alle geval hoog en luid van den
+onverschrokken godsdienstzin der vorige geslachten, van het levendig
+geloof der vervlogen eeuwen.
+
+Sint Hermes -- de patroon van Ronse -- leefde in de tweede eeuw der
+christelijke jaartelling. Hij stierf den marteldood en werd door zijne
+zuster Theodora begraven.
+
+In het jaar 829 deed Gregorius IV de stoffelijke overblijfselen van den
+heilige naar de St-Marcuskerk brengen. Talrijke wonderen lokten gedurig
+nieuwe bedevaarders uit.
+
+Lotharius, een kleinzoon van Karel de Groote, vroeg het lichaam van
+Sint Hermes voor zijne staten, en bekwam het in 851.
+
+Voorloopig bewaarde men den schat in de abdij van St-Cornelius, bij
+Aken. De keizer stierf in 856. Zijn zoon en opvolger deed de reliquie
+naar Ronse overdragen, waar zij den 6 Juli 860 toekwam.
+
+Men stelde ze in de St-Pieterskerk. Later bouwde men, zooals wij reeds
+weten, de St-Hermeskerk.
+
+De fiertere van Ronse valt alle jaren op den feestdag van de H.
+Drievuldigheid, anders gezeid op den eersten kermisdag der gemeente.
+
+Voor de Fransche omwenteling was de ommegang bijzonder eigenaardig.
+
+Uit al de omliggende dorpen uit Vlaanderen en Henegouw kwamen, vroeg in
+den morgen, de beste ruiters naar de stad. De ruitersmis begon om zeven
+ure.
+
+Na de mis begaf men zich op weg door de Wijnstraat, zich richtende naar
+Louisa-Maria, den Muziekberg, St-Sauveur, Watripont, Rozenaken, den
+Hootond en de Kruisen.
+
+Voorop gingen de gildebroeders van St-Sebastiaan, in het rood -- die van
+St-Marten, in het zwart -- van St-Hermes, in het groen gekleed.
+
+De nering der kleermakers volgde met haren standaard. Dan kwamen de
+Zwarte Zusters met hunne leerlingen en de Zusters van het gasthuis.
+
+De schoenmakers droegen de fiertere.
+
+Voor hen stapte, traag en statig, een man, die twee groote bellen op
+maat deed klinken.
+
+Het magistraat en de ruiters sloten den stoet.
+
+De mannen van Rooborst, in Vlaanderen, en van St-Sauveur, in Henegouw,
+reden altijd voorop, omdat hunne voorzaten in 1724 zich manmoedig
+verzetteden tegen eene bende struikroovers, die, in de nabijheid van
+den Muziekberg, de overblijfselen van Sint Hermes wilden onteeren.
+
+Aan de Begijnhofstraat gekomen zijnde, keerde de geestelijkheid naar de
+kerk terug, terwijl de bedevaarders de Kruisstraat insloegen.
+
+Niet verre van den Muziekberg draafden de ruiters van Rooborst en
+St-Sauveur, met het pistool in de vuist, driemaal rond de reliquiekas.
+Men toefde op Schoonboeke, bij Ellezele en bij St-Sauveur.
+
+Op de grenzen van Watripont gebeurde er iets anders. Een van de
+voornaamste ingezetenen dier gemeente kwam de wethouders van Ronse den
+eerewijn aanbieden. Die van Ronse schonken den "notabele" eenen grooten
+koek, ten bewijze van vriendschap. Dezen koek zond men onmiddellijk naar
+Doornik, en van daar naar Parijs, waar hij, twee dagen nadien, op de
+tafel van M. den graaf van Bethune moest prijken.
+
+Van waar dit zonderling gebruik?
+
+De legende wil, dat de heeren van Ronse en van Watripont eens eenen
+grooten twist hadden; dat zij dezen twist inderminne beslechtten, en dat
+zij het genoemde beschenken tot teeken van hunne verzoening in zwang
+brachten. Op den koek ziet men althans twee samengeslagen handen.
+
+Wij gissen, met Dr DELGHUST, dat dit gebruik zijn ontstaan te danken
+hebbe aan de keure van 1240, waardoor de heer van Watripont de
+Ronsenaren ontsloeg van tollen en leendiensten.
+
+Te Rozenaken, op de hofstede van St-Hermes, toebehoorende aan het
+kapittel van Ronse, wachtten twee kanunniken de bedevaarders af. Aan
+allen schonken zij eene gewijde taart en bier of wijn volgens de
+tijdsomstandigheden.
+
+In den namiddag, tusschen vier en vijf ure, bereikte men weder de stad.
+De geestelijkheid kwam de fiertere te gemoet tot aan de steenen brug en
+bracht ze, psalmen zingend, weer naar de kerk.
+
+Hedendaags volgt de processie nog altijd denzelfden langen weg rond het
+grondgebied der stad.
+
+Te Louisa-Maria en te Rozenaken laat men de reliquiekas eenen zekeren
+tijd in de kerk rusten. Middelerwijl mogen de bedevaarders hunnen dorst
+lesschen en hunnen honger stillen.
+
+Op den Hootond en de Kruisen versieren de tochtgenooten hunne paarden en
+rijtuigen met meien, takken en bloemen, vooral met bloeienden brem.
+
+Ten jare 1898 telden wij meer dan tweehonderd ruiters, die de
+overblijfselen van Sint Hermes vergezeld hadden.
+
+Bij gebrek aan oorkonden kennen wij den oorsprong van Ronse's ommegang
+niet. Het is nochtans zeker, dat hij zeer oud is, nademaal men hem in
+1453, ter oorzake van de toenmalige onlusten en oorlogen tusschen Philip
+den Goede en de Gentenaars, niet toeliet.
+
+ * * * * *
+
+In de sacristij van St-Hermeskerk bewaart men het zoogenaamde
+_Zottenboek_. Buiten eenige standregelen en de namen van de leden der
+broederschap, behelst het namen van krankzinnigen, opklimmende tot het
+jaar 1670.
+
+Velerhande aanteekeningen zetten dit gedeelte eene zekere belangrijkheid
+bij. Nu eens bestatigde men, dat de zieke genezen, dan weer, dat hij
+overleden was gedurende de negendaagsche plechtigheid.
+
+Voor 1597 gebruikten de krankzinnigen alle dagen een koud of een lauw
+bad. Mgr Hovius, aartsbisschop van Mechelen, schreef alsdan voor, dat
+men ze enkel besproeien zoude met gewijd water.
+
+
+
+
+XXIX.
+
+Naar den Pottelsberg.
+
+
+Tusschen Ellezele en Lessen ligt Vloesberge -- _Flobecq_ -- eene groote
+gemeente van ongeveer 4,500 inwoners.
+
+Onze lezers zullen zich wel herinneren dat JULIUS PLANCQUAERT, de
+schrijver van _de Franschen in Vlaanderen_, vrederechter was te
+Vloesberge, en daar in 1888 overleed in den ouderdom van 35 jaren. De
+begaafde man was van Wortegem.
+
+Benoorden het vlek is het uitgestrekte woud van Vloesberge met twee
+bergpunten, die 150 meters hoog zijn. De eene verhevenheid is de
+Pottelsberg, de andere de berg van Rhodes.
+
+De afstand van Ronse bedraagt 8 kilometers. Nochtans zal de weg ons niet
+lang schijnen, omdat de streek overal zoo schoon, zoo schilderachtig is.
+
+Nauwelijks zijn wij buiten Ronse aan _de Linde_ -- eene gekende herberg
+-- of de Muziekberg rijst weer voor onze oogen. Aan dezen kant is zijne
+helling zeer steil.
+
+Daar neemt de Molenbeek haren oorsprong.
+
+Verder bereiken wij het kapelleken van Lorette, gebouwd in 1674 door de
+zorgen van M. Deletenre, pastoor te Ronse. De vrome herder had
+ondervonden, dat vele geloovigen, aldaar gehuisvest, hunne
+godsdienstige plichten maar moeilijk konden vervullen, omdat zij ofwel
+te verre van de stad woonden, ofwel slechte, onbruikbare wegen moesten
+volgen. Om die reden richtte hij twee kapellen op: de kapel ter Heide,
+tusschen Ronse en Ellezele, en de reeds genoemde kapel van Lorette,
+langs de baan naar Brakel, welke wij volgen.
+
+In de kapel ter Heide las men mis op alle Zon- en heiligdagen des jaars,
+behalve op Paschen, Sinksen, Allerheiligen en Kerstmis. Ten jare 1819
+brak men deze bidplaats af.
+
+De kapel van Lorette bestaat nog, en wordt ieder jaar met den 25 Maart
+druk bezocht. De landzaten spreken dichterlijk van den "Tijloozen
+ommegang," omdat de tijloozen of de sneeuwklokjes in die dagen volop
+bloeien.
+
+Wij komen in Henegouw en bereiken eene wijd gekende herberg _Les quatre
+Vents_. Hier staan wij 130 meters boven den spiegel der zee. In de
+nabijheid heeft de heer Joly overblijfselen uit het steenen en het
+bronzen tijdperk ontdekt. Ronse mag fier zijn op dien verstandigen en
+onbaatzuchtigen zoeker!
+
+Tien minuten verder loopt een zijweg links, een andere rechts. De eerste
+leidt naar eene vallei, waar de Markebeek ontstaat. Deze vloeit door het
+bosch te Rijst, in de richting van Schoorisse.
+
+Den anderen zijweg inslaande, beklimmen wij den Pottelsberg, die 157
+meters hoog is. Het volk in den omtrek noemt hem den Potseberg. De Walen
+spreken van _la Houppe_. De bosschen noemen zij "les bois de la
+Cocambre."
+
+Heinde en verre ontmoeten wij diepe wegen, steile verhevenheden,
+ravijnen en onbeplante plaatsjes. Groene kraakbeziestruiken, bruine
+heideplanten en sierlijke varens bedekken alom den grond.
+
+In den heeten zomer, als de wind suist en de bijen gonzend op de
+bloempjes azen, is het hier, in de schaduwe der boomen, schoon en
+dichterlijk. Maar als een storm de toppen der dennen weg en weder
+slingert, dat de takken kraken; als de donder in het luchtruim klatert
+en de bliksem zijne rosse flikkeringen op den grond werpt, moet ook eene
+koude huivering den wandelaar bekruipen.
+
+Wie dit oord voor den eersten keer bezoekt, denkt onwillekeurig aan
+Conscience's "verloren loopen." Van alles afgescheiden, zich overleveren
+aan het onvoorziene; in donkere wouden ronddwalen, zonder te weten waar
+men is of waar men komen zal; geen spoor der menschelijke maatschappij
+meer ontwaren; alles vergeten, tot de vriendschap zelve, om zich der
+vijandschap ook niet meer te herinneren; alleen, gansch alleen daar
+staan tusschen den Schepper en zijn werk, tusschen God en de natuur --
+ha! verloren loopen, het is eene milde bron van poezie...
+
+Midden in het bosch, dicht bij eene diepte, komen, zeven wegen bijeen.
+Daar vinden wij twee eenvoudige gebouwen: eene herberg, _la Capelette_,
+en een kapelleken, waarin een eenvoudig kruisbeeld hangt.
+
+De waard en de waardin zijn struische menschen; men zou zeggen dat de
+berglucht, bezwangerd met den geur der sparren, weldadig op hen werkt.
+Men spreekt tegenwoordig, in boeken en tijdschriften, nog al veel over
+sanatorium's voor lieden, die de schrikkelijke longtering krijgen.
+Zouden de omstreken van Ronse niet uitstekend geschikt zijn voor het
+inrichten van zulk eene schuilplaats?
+
+Het kapelleken is een verkwikkend rustpunt voor den christen reiziger.
+In de eenzaamheid, verre van het gewoel der menschen, kan men toch zoo
+hartelijk bidden: "Onze Vader, die in de hemelen zijt!"
+
+
+
+
+XXX.
+
+Naar Ellezelle.
+
+
+In _la Capelette_ hebben wij den weg gevraagd naar Ellezele, eene
+voorzorg, die niet overbodig mag genoemd worden. Want wij zijn hier in
+eene stille, eenzame streek.
+
+De naaste gemeenten zijn: Ronse, Kerkhem, Schoorisse, Op-Brakel en
+Parike, in Oost-Vlaanderen; -- Everbeke, Vloesberge en Ellezele, in
+Henegouw.
+
+Het oord is vele honderden hectaren groot. Acht kilometers scheiden
+Ellezele van Schoorisse; vijftien kilometers Ronse van Everbeke.
+
+Vloesberge alleen bezit hier nagenoeg 260 hectaren gronds, begroeid met
+dennen.
+
+Voortwandelend, dachten wij aan de Luxemburgsche Ardennen, met hunne
+uitgestrekte hoogvlakten, met hunne grijskleurige woningen, met hunnen
+mageren plantengroei. Geen Vlaming zal het ons dan ten kwade duiden, dat
+wij de voorkeur geven aan Zuid-Vlaanderen. Hier hebben wij eene gedurige
+en schielijke afwisseling van hoogten en laagten, van heuvelen en
+valleien. Voeg daarbij het heldere blauw des hemels, het donkere groen
+der weelderige gewassen, het vriendelijke rood der pannen daken en het
+blinkende wit der gevels. Overal verscheidenheid, overal kleur, overal
+poezie, overal leven...
+
+"Maar wij zien bijna overal hetzelfde landschap," zullen oppervlakkige
+lieden opwerpen.
+
+Toch niet!
+
+Let maar eens op de voor- en achterplannen, die alle oogenblikken
+veranderen, op de stoffeeringen, die nergens dezelfde zijn.
+
+Laat ons echter veronderstellen, dat uwe opwerping gegrond zij. Dan nog
+krijgt ge geen gelijk.
+
+Sedert duizenden jaren versiert de roos elken zomer met dezelfde kleuren
+onze aarde. Gij zelven hebt ze reeds dertig, veertig, misschien zestig,
+zeventig keeren in uwen tuin zien ontluiken, bloeien en verflensen. En
+toch beschouwt iedereen het roosje als de koningin onzer bloemen.
+
+ * * * * *
+
+Ellezele schuilt, zooals wij hooger aanstipten, in eene vallei. Dit zegt
+genoeg, dat de gemeente eene heerlijke omgeving heeft. Hare
+uitgestrektheid bedraagt 2,400 hectaren; hare bevolking is tot ongeveer
+5,500 zielen gestegen.
+
+Een goed gedeelte van Ellezele's grondgebied is bedekt met bosschen. Wij
+hadden reeds de gelegenheid aan te stippen, dat zich daar dikwijls
+gansche benden booswichten schuil hielden. Niet zelden bestonden die
+benden uit vreemde landloopers, Bohemers, heidens of Egyptenaars. Die
+boeven verontrustten heel de streek. In 1509 betaalde het magistraat van
+Oudenaarde 12 pond parisis aan "het opperhoofd van eene bende
+Egyptenaren," opdat "hij met zijn volk niet min dan twee uren afstand
+van de stad zou blijven."
+
+Na 1724 stoorden zulke booswichten weer de bewoners van Ronse, van
+Ellezele, van Vloesberge, van al de "betwiste gronden."
+
+Ten langen laatste, en wel in 1733, zond de Regeering 150 huzaren naar
+Ellezele, om de schurken te vangen. Zeven vrouwspersonen werden
+opgehangen; een en twintig andere fielten van beide geslachten werden
+gegeeseld en gebrandmerkt. Een klein meisje -- eene weeze -- werd
+edelmoedig door de bewoners opgenomen en verpleegd. Uit dien hoofde
+betaalde Ellezele gedurende eenigen tijd eene jaarlijksche som van
+ongeveer 11 pond.
+
+Op het dorpsplein van Ellezele vindt men, sedert onheuglijke tijden,
+eenen diepen bornput. Ten jare 1883 heeft men er eene fraaie pomp op
+geplaatst.
+
+De parochiale kerk staat onder de bescherming van Sint-Pieter, den
+apostel. De toren, die zwaar is, draagt het jaartal 1643. Het koor werd
+herbouwd in 1723; de zijbeuken zijn van 1781. De predikstoel, gesneden
+in 1751, is een merkwaardig stuk.
+
+Het was in de kerk, dat men vroeger te Ellezele, zooals overigens in
+vele gemeenten van Vlaanderen, de voorname oorkonden bewaarde. Heden nog
+toont men den reiziger den koffer, die met ijzer beslagen is. Hij heeft
+drie sterke, verschillende sloten.
+
+Men wil, dat Ellezele de zedelijkste en de rijkste gemeente zij uit den
+Noord-Westelijken hoek van Henegouw. "Cette terre n'appartient qu'a Dieu
+et a moi!" zegde ons een landbouwer; "die grond hoort aan God en aan mij
+toe!" willende doen verstaan, dat zijne eigendommen onbelast waren.
+
+Aardbevingen, die sommige streken zoo dikwijls teisteren, zijn
+gelukkiglijk in ons vaderland een zeldzaam verschijnsel. In de oude
+registers van den burgerlijken stand der gemeente is er nochtans van
+eene schudding spraak. Wij schrijven letterlijk over: "Le 18 fevrier
+1756, la carcasse entiere de l'eglise d'Ellezelles a subi une secousse.
+L'air etait bien tranquille; et en moins d'une minute de temps les
+pretres et le monde qui etaient a l'eglise pour la messe, se sont
+sauves." Wat in onze taal beteekent: "Den 18 Februari 1756 begon de
+gansche kerk van Ellezele schielijk te beven. De lucht was stil; doch in
+een omzien vluchtten de priesters en de geloovigen, die in de kerk waren
+om mis te hooren."
+
+Lezers, als gij oude oorkonden in handen krijgt, overziet ze toch
+aandachtig. Zij behelzen zoo dikwijls kleine, maar wetenswaardige
+bijzonderheden!
+
+ * * * * *
+
+Wij hebben reeds de "betwiste gronden" genoemd.
+
+In vroegere eeuwen behoorde de stad Lessen met zeven dorpen, alsook het
+kasteel van Vloesberge en de heerlijkheid van Ronse, tot Vlaanderen
+onder het Rijk, afhangende van den Duitschen keizer.
+
+Vlaanderen onder de Kroon was integendeel een leen van den Franschen
+koning; en allodiaal Vlaanderen was een eigendom der graven, waarvoor
+zij noch aan den koning, noch aan den keizer iets verschuldigd waren.
+
+Welnu, de hooger genoemde deelen van Vlaanderen onder het Rijk werden
+van lieverlede een twistappel tusschen de Vlaamsche en de Henegouwsche
+graven, weshalve de geschiedschrijvers hun den naam van "betwiste
+gronden" hebben gegeven.
+
+Het geschil duurde tot in 1333, wanneer de vorsten een verdrag troffen,
+dat nooit meer werd gestoord.
+
+De graaf van Henegouw behield de steden en dorpen van Lessen en
+Vloesberge, zonder daar nochtans nieuwe versterkingen te mogen
+oprichten, tenzij met voorkennis en toestemming van Vlaanderens vorst.
+Deze behield de heerlijkheid van Ronse.
+
+
+
+
+XXXI.
+
+De schilder van Ellezele.
+
+
+De kerk van Ellezele bezit een fraai altaarstuk uit de XVIe eeuw: eene
+kruisiging van den Zaligmaker. Op den donkeren grond van het tafereel
+komt de witte kleur van een paard goed uit.
+
+De schilder heeft zijn gewrocht niet onderteekend. Vandaar gissingen en
+volksoverleveringen.
+
+ * * * * *
+
+In de XVIe eeuw telde Ellezele twee voorname familien. De eene droeg
+den naam van Lelatteur, de andere dien van Dutransnoit.
+
+Uit beide huizen sproten magistraten en geestelijken. Colard Lelatteur
+was burgemeester in 1462; Jan Lelatteur werd schepen in 1510; Arnold
+Lelatteur ontving de priesterlijke wijding in 1551.
+
+Lodewijk Dutransnoit werd burgemeester in 1503; Jan en Joris Dutransnoit
+beklommen het altaar, de eerste in 1504, de tweede in 1545; Jacob
+Dutransnoit teekende als griffier in 1600.
+
+Men vertelt in het dorp, dat een Lelatteur de genoemde kruisiging
+schilderde. De man was zeer rijk, en beoefende de kunst om de kunst. Op
+het tafereel maalde hij niet alleen de wezenstrekken zijner onderdanen,
+maar ook de gedaante van zijnen schimmel.
+
+Zijn broeder, die almede het penseel hanteerde, was naar Italie getogen,
+waar omtrent dien tijd "eene geheele reeks meesters van den eersten rang
+naast elkander optraden, die in even zoovele oorspronkelijke richtingen
+dezelfde laatste schrede tot het toppunt van ideale schoonheid en
+klassieke volkomenheid aflegden." Wij bedoelen LIONARDO DA VINCI,
+overleden in 1519; -- MICHEL-ANGELO, den hoofdmeester der Florentijnsche
+school; -- RAPHAEL, die zijn innigste gevoel in zijne Madonna's ten
+beste gaf; -- ANTONIO CORREGGIO, die in zijne werken het licht bewogen
+gevoel zoo heerlijk deed gelden; -- TIZIANO VECELLIO, den hoogsten
+meester in de edele verheerlijking der lichamelijke schoonheid.
+
+Bij zijne terugkomst in het lieve vaderland sloop de Ellezeelsche
+schilder in de werkplaats zijns broeders.
+
+Daar stond eene pas geschetste schilderij. De aangekomene tooverde vlug
+eene vlieg op het doek, en verwijderde zich. En toen de andere
+terugkeerde, greep hij eenen borstel, om het ondeugende diertje weg te
+jagen. Zoo fijn, zoo natuurlijk, zoo meesterlijk had zijn broeder het
+kleine vliegje voorgesteld.
+
+Men voegt er bij, dat de Lelatteur's op die wijze den toenaam van
+_Mouche_ gekregen hebben.
+
+Van dit alles zal wel geen woordje waar zijn. Wij hebben inderdaad geene
+enkele oorkonde kunnen vinden, waarin een Lelatteur als schilder
+aangeduid wordt. Daarentegen kennen wij een tiental stukken uit de jaren
+1535-1569, welke "Jean Dutransnoit, peintre," noemen. Deze woonde op het
+gehucht _Gauquier_.
+
+In 1543 trouwde Jan Hamaide, ridder en heer van Nieuwburg, met Barbara
+Hauport, van Ellezele.
+
+Jan Dutransnoit zal dan, op vereerend verzoek van de jonge gehuwden,
+het altaarstuk geschilderd hebben, op hetzelve noch de lakeien, noch het
+paard der edele familie vergetende.
+
+ * * * * *
+
+In negen minuten brengt ons de trein van Ellezele naar Ronse. De afstand
+is bijgevolg niet groot. Nochtans onderscheiden wij, in de richting van
+Vlaanderen, ten minste drie valleien en twee reeksen van heuvelen.
+
+De stoomwagen fluit, kucht, stopt.
+
+En nu nemen wij afscheid van onze vriendelijke lezers en lezeressen,
+allen hartelijk dankende voor hunne welwillende aandacht.
+
+EINDE.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+I. -- REIZEN. -- Vroeger en nu. Schoonheid van Belgie
+
+II. -- DE VLAAMSCHE ARDENNEN. -- Ligging. Heuvelen en aanzienlijke
+verhevenheden. Beken. De vaart van Bosuit. Bosschen in vroegeren tijd en
+nu. Klopjachten. Spoorwegen
+
+III. -- KORTRIJK. -- Ligging en uitgestrektheid der stad. Kortrijk voor
+1386. Het kasteel. Gewichtige gebeurtenissen en vergrootingen.
+Bevolking. Het stadhuis en zijne schouwen. De oude en de nieuwe halle.
+De Broeltorens. Sint-Martenskerk. De kerk van O.-L.-Vrouw.
+Sint-Michielskerk. Het Begijnhof. Beroemde mannen. Scholen en
+maatschappijen. Openbare plaatsen en straten
+
+IV. -- NAAR GROENINGE. -- Ligging. Grenzen, beken en wegen. Sagen. De
+kapel van Groeninge. De slag der Gulden Sporen en zijne gevolgen
+
+V. -- DE OMSTREKEN VAN KORTRIJK. -- De bodem. De vlasnijverheid.
+Ondersteuning en aanmoediging door de wethouders. De Pottelberg, het
+kasteel van Hoog-Mosscher en de Bloedkapel. Het Hooge. De Spoelberg.
+Eene schermutseling in 1814
+
+VI. -- DE HOFSTEDE "TEN AKKER." -- Oude heerlijkheden. Ligging. Wal en
+gebouwen. Het huisraad. De pachter en zijn gezin. Netheid
+
+VII. -- NAAR DEN LAUWEBERG. -- De weg. Het oude kerkhof. Eene episode
+uit den Boerenkrijg. De abdij van Marke, later van Groeninge. De
+Lauweberg. Landschappen. De abdij van Wevelgem, nu het Kloosterhof.
+Wevelgem. Vermaarde mannen. Bellegem
+
+VIII. -- NAAR HARELBEKE. -- Weg. De abdij van Groeninge.
+Brigands-Zondag. De watermolens. Harelbeke. De kerk. Het kapittel. De
+vroegere en latere nijverheid. Peter Benoit. Andreas Pevernage
+
+IX. -- NAAR ZWEVEGEM, MOEN EN HEESTERT. -- De heer van Zwevegem in 1573.
+De weg naar Knokke. De vaart. Het Banhout. Knokke. Eene ontmoeting. De
+Keiberg. Moen. De heerlijkheid van Moen. Het feest van Sint-Elooi. De
+kerk. Heksenprocessen. Heestert. Ommegangen. Sint-Denijs
+
+X. -- NAAR TIEGEM. -- Vacantie. Herinneringen. Ansegem. Kaster. Tiegem.
+Bevolking en oppervlakte. Uitzicht. De kerk. De patroon der parochie
+
+XI. -- NAAR HET KAPELBOSCH. -- M. Moreels-Verhaeghe. Uitgestrektheid en
+waarde van het bosch. De kapel en hare omgeving. De kijktoren. Panorama.
+Schoonheid van het landschap. Jaarlijksche novene
+
+XII. -- NAAR QUAREMONT EN DEN KLUISBERG. -- Afstand. Avelgem, Ruien en
+Berchem. Quaremont. De kerk. De bodem. Oudheden. Aan _de Klok_. Aan _de
+Martiko_. Panorama's. Naar den Kluisberg. Een heerlijk landschap. Peetje
+en Meetje. Orroir, Amougies en Rozenaken. Dottignies. De vallei der
+Schelde
+
+XIII. -- OUDENAARDE. -- De keure der gemeente. Merkwaardige
+gebeurtenissen. Vroegere weelde der stad. Tapijtwevers. De hedendaagsche
+nijverheid. De kerk van Pamele. Sint-Walburgiskerk. Misdaden in 1566 en
+1572. Het stadhuis. Het museum van oudheden. Het Belfort. Het huis van
+Burgondie. De abdij van Maagdendale. Rederijkkamers en landjuweelen.
+Beroemde mannen
+
+XIV. -- NAAR LEUPEGEM EN EDELARE. -- Leupegem. De berg van Edelare.
+Panorama. De kerk van Edelare. De kapel van Kerselaar, haar oorsprong en
+hare geschiedenis. De krokodil. De novene. De _Tivoli_. Mater en
+Maria-Hoorebeke. Protestanten in Vlaanderen. Elzegem en zijne priorij.
+Oudheden, gevonden te Etikhove
+
+XV. -- NAAR GAVER. -- Eine. De kerk. De _fittel_. De heerlijkheid van
+Eine. De ruitersprocessie. De processie van Asper. Syngem en zijne kerk.
+Huise en Gaver. De opstand der Gentenaars in 1453. De slag van Gaver.
+Folklore
+
+XVI. -- BINDERS OF BRANDERS EENE BLADZIJDE UIT DE GESCHIEDENIS VAN DEN
+BOERENKRIJG. -- Het einde der XVIIIe eeuw. Rooversbenden in Vlaanderen.
+De Boerenkrijg. Botsing te Oudenaarde. Namen van slachtoffers
+
+XVII. -- NAAR ZOTTEGEM. -- Eename en zijne abdij. Vlucht der nonnen van
+Groeninge in 1794. Oudheden, gevonden te Erwetegem. Zottegem. Het
+lakenweven. Oploop der Gentenaars in 1314. De rederijkkamer. De kerk.
+Het standbeeld van den graaf van Egmond. Eene bladzijde uit de
+geschiedenis der XVIe eeuw. Laurens de Mets
+
+XVIII. -- DE OMSTREKEN VAN ZOTTEGEM. -- Gevonden oudheden.
+Middeleeuwsche burchten. Het klooster van Velzeke. Elene. De jaarmarkt
+van Nieuwwege. Hillegem. Grootenberge, Sint-Lievens-Essche, Godveerdegem
+en Erwetegem
+
+XIX. -- GEERAARDSBERGEN. -- Het ontstaan der stad en hare keure. De
+eerste vestingen. Onlusten in 1328, 1380, 1485 en 1491. De kerk van
+Hunnegem. De kerk van Sint-Bartholomeus. De abdij. Het gasthuis. De
+vroegere en de hedendaagsche nijverheid. Vermaarde mannen. Scholen en
+genootschappen. Uitgestrektheid en bevolking. Hoogte van den bodem
+
+XX. -- OP DEN OUDEN BERG. -- Het _Hemelrijk_. Panorama. Eene legende.
+Het Raspaillenwoud. Op het hoogste van den berg. Godsdienstige beelden.
+De kapel. De vijver en het tafeltje. Gezicht op Brabant en Henegouw. Een
+gedicht van F. de Beck
+
+XXI. -- EENE GEERAARDSBERGSCHE SAGE. -- Een eigenaardig feest. Het beleg
+der stad. De belegerden verschaken den vijand. Het ontsteken van
+vreugdevuren. Hooge oudheid van het feest
+
+XXII. -- DE OMSTREKEN VAN GEERAARDSBERGEN. -- Boelare en zijne burcht.
+Koekebak te Sarlardinge. Goeferdinge en zijne kerk. Welstand in de
+gemeente. Schendelbeke. Pollare. Onkerzele. Een eigenaardig dorp.
+Panorama. De _Jonkvrouw_. Onlusten in 1453. Het zoeken van steenkolen in
+1765. De Boerenkrijg te Geeraardsbergen. Nederbrakel, Opbrakel en
+Schoorisse
+
+XXIII. -- RONSE. -- Ligging der stad. Hare oudheid. De plaatselijke
+nijverheid. Rampen in 1477, 1519, 1559 en 1719. De beeldstormerij. Het
+kasteel. De Sint-Pieterskerk. De Sint-Hermeskerk. De Sint-Martenskerk.
+Openbare plaatsen. Voorname huizen. Gilden en maatschappijen. De
+Molenbeek. Scholen. Het archief der stad. Vermaarde mannen
+
+XXIV. -- NAAR HET BOSCH-JOLY. -- Weg. Rotsen. Bronnen en vijvers. De
+grot. Een dolmen. Uitzicht
+
+XXV. -- NAAR DEN HOOTOND EN DE KRUISEN. -- De kapel ten witten Tak.
+Besmettelijke ziekten. Op den Hootond. Een heerlijk vergezicht. De
+Kruisen. Ontmoetingen
+
+XXVI. -- NAAR DEN MUZIEKBERG. -- Weg. In het woud. Het kijktorentje. Nog
+een panorama. Wijnbouw in 1827. Avond. Gedicht van H. Tollens
+
+XXVII. -- NOG IN HET LAND VAN RONSE. -- De Hooge heide. Van den Daele's
+bosch. Ellezele. St-Sauveur. Watripont en zijne heerlijkheid. De baronij
+van Ronse
+
+XXVIII. -- DE FIERTERE VAN RONSE. -- Onze heiligen. Bedevaarten en
+ommegangen. De overblijfselen van St-Hermes. De Fiertere in vroegere
+eeuwen. Eigenaardige gebruiken. De Fiertere op heden. Oudheid der
+plechtigheid. Het _Zottenboek_
+
+XXIX. -- NAAR DEN POTTELSBERG. -- Vloesberge en zijn woud. Voorname
+verhevenheden. De weg. De kapel van Lorette en de kapel ter Heide. De
+Tijloozen-ommegang. _Les quatre Vents_. Op den Pottelsberg. Verloren
+loopen
+
+XXX. -- NAAR ELLEZELE. -- Uitgestrektheid der streek. De Luxemburgsche
+Ardennen en Zuid-Vlaanderen. Ellezele. Grondgebied en bevolking. Heidens
+in de streek. Maatregelen tegen die booswichten. De parochiale kerk.
+Hoedanigheden der bevolking. Eene aardbeving. De betwiste gronden
+
+XXXI. -- DE SCHILDER VAN ELLEZELE. -- Een weinig gekend altaarstuk. De
+familie Lelatteur en de familie Dutransnoit. De volksoverlevering. Jan
+Dutransnoit, schilder in 1535-1569. Wie het altaarstuk waarschijnlijk
+bestelde. Terugreis en afscheid
+
+INHOUD
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN ***
+
+***** This file should be named 26102.txt or 26102.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/6/1/0/26102/
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/26102.zip b/26102.zip
new file mode 100644
index 0000000..e84f224
--- /dev/null
+++ b/26102.zip
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..a8109b0
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #26102 (https://www.gutenberg.org/ebooks/26102)