diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 26102-0.txt | 4691 | ||||
| -rw-r--r-- | 26102-0.zip | bin | 0 -> 84773 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 26102-h.zip | bin | 0 -> 522701 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 26102-h/26102-h.htm | 5705 | ||||
| -rw-r--r-- | 26102-h/images/image01.jpg | bin | 0 -> 67039 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 26102-h/images/image02.jpg | bin | 0 -> 83388 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 26102-h/images/image03.jpg | bin | 0 -> 84129 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 26102-h/images/image04.jpg | bin | 0 -> 195260 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 26102.txt | 4693 | ||||
| -rw-r--r-- | 26102.zip | bin | 0 -> 84323 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
13 files changed, 15105 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/26102-0.txt b/26102-0.txt new file mode 100644 index 0000000..5eba657 --- /dev/null +++ b/26102-0.txt @@ -0,0 +1,4691 @@ +The Project Gutenberg EBook of Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Reisjes in Zuid-Vlaanderen + +Author: Theodoor Sevens + +Release Date: July 21, 2008 [EBook #26102] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN *** + + + + +Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe + + + + + + +REISJES + +IN + +ZUID-VLAANDEREN + +DOOR + +THEODOOR SEVENS. + + +MET PLATEN. + + +KORTRIJK, +BOEKDRUKKERIJ VAN EUGÈNE BEYAERT, UITGEVER, +18, JAN PALFYNSTRAAT, 18. +1901. + + + + +I. + +Reizen. + + +Onder de menigvuldige boeken en handschriften, door wijlen +GOETHALS-VERCRUYSSE aan de stad Kortrijk geschonken, vindt men den +«_Grooten Gentschen comptoir-almanach voor 1767_.» + +De bezitter van dit boek teekende, op de witte deelen der bladzijden, +allerhande gebeurtenissen aan, welke gedurende het genoemde jaar +voorvielen. + +Zoo schreef hij in de maand Juni: + +«Men heeft tot Ghendt ghevierd met de uyterste pracht het zeven +honderdjarig jubile van de verheffing der reliquiën. Ick ook trok, den +30 's morgens vroeg, het quart na vier ure, in compagnie van vier andere +personen in eene koetse naer die stad. Wy waren 's voornoens ten tien +ure en half tot Ghendt, en hoorden de elvemisse by de Recolletten.» + +Wat zou de brave man verbaasd staan kijken, indien hij weer in ons +midden kon verschijnen! Ontelbare ijzeren wegen doorkruisen hedendaags +gansch de beschaafde wereld. In ons kleine vaderland heeft het net eene +lengte van meer dan vijf duizend kilometers... + +Zoodra men den stoomwagen kende, kwam de afstand niet meer in +aanmerking. In ruim vijf uren vliegt men van Brussel naar Parijs; in +vier en twintig uren stoomt men langs Namen, Luxemburg, Mets, +Straatsburg, Stuttgart en Munich naar Weenen, in Oostenrijk. + +Dit gemak, gevoegd bij de geringheid der vervoerprijzen en de algemeene +verspreiding van het onderwijs, heeft de menschen den lust tot reizen +ingedreven. + +Voor 23 fr. mag men, gedurende vijftien dagen, op al de ijzeren wegen +van den Belgischen Staat, naar hartelust weg- en wederreizen. + +Zelfs de mindere man is niet meer tevreden met de tuinen en velden, met +de weiden en bosschen, die zijn geboortedorp omringen; hij wil de wijde +wereld in, om met eigen oogen de werken der nijverheid, de +voortbrengselen der kunst en de schoonheden der natuur te bewonderen. + +Hij droomt van het groote Londen en het prachtige Parijs; van +Zwitserland, met zijne Alpen en sneeuwvelden, met zijne dalen en meren; +van Rome, met zijne prachtige gebouwen; van het zonnige Oosten en het +bedrijvige Amerika. + +Dan, velen haken naar vreemde landen en verre gezichten, en kennen de +wonderen niet, welke de Voorzienigheid in ons klein land zoo kwistig ten +toon spreidde. + +Hebben wij geen verrukkelijk zeestrand? Geene vruchtbare velden en +malsche beemden? Geene zindelijke steden en vriendelijke dorpen? Hebben +wij in het Zuid-Oosten, in Luik, Luxemburg en Namen, geene heerlijke +bergen en dalen? Geene watervallen en majestatische grotten? Geene rijke +mijnen en steengroeven? + +Wij stellen ons voor het zuidelijk gedeelte van Oost- en West-Vlaanderen +-- de Vlaamsche Ardennen -- te doen kennen. Niet zelden zullen wij, om +den weetgierigen lezer te bevredigen, onze beschrijvende schetsen met +historische en andere bijzonderheden afwisselen. + +Want het woord van den dichter blijft altoos waar: Ken uw land, en gij +zult het beminnen! + + + + +II. + +De Vlaamsche Ardennen. + + +Als men op eene landkaart eene rechte lijn trekt van Kortrijk naar +Oudenaarde, eene andere van Oudenaarde naar Geeraardsbergen, eene derde +van Geeraardsbergen naar Ronse en eene laatste van Ronse naar Kortrijk, +zoo vormt men eene bijna regelmatige ruit, die ongeveer negen mijlen +lang en nagenoeg drie mijlen breed is. + +Daar zijn «de Vlaamsche Ardennen.» + +Zuid-Vlaanderen is eene landbouwstreek. De grond is door den band +kleiachtig, en brengt goede oogsten voort: tarwe en rogge, gerst en +haver, aardappelen, wortelen en rapen, vlas en klaver. + +Twee heuvelreeksen loopen langs de oevers der Schelde: de eene aan den +noordwestkant, de andere aan den zuidoostkant des strooms. + +De eerste scheidt den Scheldekom van den Leikom. Zij begint over +Bellegem, loopende langs Sint-Denijs en Moen naar het Banhout, naar +Ootegem, Ingooigem, Tiegem, Kaster, Ansegem, Gijzelbrechtegem en +Wortegem. + +De zuidelijke keten begint aan den Kluisberg, bij Ronse, en richt zich +langs Quaremont, Nukerke, Edelare en Eename naar Gaver. Eene vertakking +gaat oostwaarts, tusschen Quaremont en Ronse, naar het woud van +Vloesbergen, op de scheiding van Oost-Vlaanderen en Henegouw, naar +Geeraardsbergen en het Brabantsche. Te Geeraardsbergen onderscheidt men +nochtans het dal van den Dender. + +Tot de aanzienlijkste verhevenheden behooren: de Perreberg, te +Sint-Denijs; de Keiberg, op het grondgebied van Moen, en de hoogvlakte +van Tiegem, in West-Vlaanderen; -- de Edelareberg, bij Oudenaarde; de +Koppenberg, bij Melden; de Kluisberg, tusschen Avelgem en Ronse; de +Hootond, benoorden Ronse; de Muziekberg, ten Oosten van dezelfde stad, +en de Oudeberg, bij Geeraardsbergen, in Oost-Vlaanderen; -- de +Pottelsberg en de berg van Rhodes, in Henegouw. + +Verscheidene beken vloeien naar de Schelde. + +De Braambeek, komende van Sint-Denijs, kronkelt door Moen, en scheidt +verder Heestert van Autrijve en Autrijve van Avelgem. In de XVIIe eeuw +bracht zij nog eenen watermolen in beweging. + +De Arnoldusbeek ontstaat te Tiegem en vloeit naar Avelgem. + +De Ronne komt uit Henegouw, scheidt deze provincie van Oost-Vlaanderen, +loopt langs Amengijs (Amougies) en Orroir, en valt tegen Avelgem in de +Schelde. Dit riviertje gaf zijnen naam aan de stad Ronse. + +De Markebeek neemt haren oorsprong aan den voet van den Pottelsberg. Zij +bespoelt de gemeenten Schoorisse, Marke en Etikhove en mengt, bij +Leupegem, hare wateren met die der Schelde. Zeven watermolens werken op +de Markebeek. + +De Zwalme ontspringt tusschen Vloesbergen en Nederbrakel. Zij besproeit +deze gemeente en verder Michelbeke, Roosbeke, Rooborst, Munkzwalm en +Nederzwalm, vallende in de Schelde tusschen Welden en Hermelgem. Het dal +der Zwalme is overal zeer schilderachtig. + +In het dal der Lei vinden wij de Klakkaardsbeek, op het grondgebied van +Kortrijk, en de Kastelnijbeek, te Vichte. Dit laatste riviertje +scheidde vroeger de kastelnij van Kortrijk van die van Oudenaarde. + +Aan de kanten van Geeraardsbergen kronkelt de Molenbeek naar den Dender. + +De vaart van Kortrijk naar Bosuit, gedolven in 1858-1859, verbindt de +Lei met de Schelde, langs Zwevegem en Moen. Tusschen deze twee +gemeenten, op het gehucht Knokke, heeft men eenen tunnel gedolven, die +665 meters lang en, met den trekweg, 6 meters breed is. + +Zuid-Vlaanderen bezit nog verscheidene bosschen: het bosch van Bellegem, +tusschen Kortrijk en Doornik; het Banhout, bij Heestert; het +Bouveloobosch, tusschen Ansegem en Wortegem; het Kapelbosch, te Tiegem; +de bosschen van den Kluisberg en den Muziekberg; het bosch van +Vloesberge en het bosch te Rijst, niet verre van Opbrakel. + +In vroegere eeuwen waren die wouden natuurlijk veel grooter dan thans. +Vossen en wolven hadden daar hunne schuilplaats. Tusschen Volkegem en +Eename wijst men den reiziger nog den Wolvenberg aan. Meer dan éene +gemeente heeft eene Wolvenstraat of eenen Wolvenhoek. + +Nu en dan gebood men klopjachten, ten einde de wolven onschadelijk te +maken. Zoo lezen wij in _de kleine Keurboeken_ der stad Kortrijk (1586): +«Also myn heeren de hoochbailliu deser stede, metgaders de hoochpointers +ende vryscepenen van de cassellerie van diere, gheinformeert zyn van de +groote ende onsprekelicke schade, die de wolven in alle de prochiën de +aerme landlieden zyn doende... zo eyst, dat zy goed ende expedient +ghevonden hebben woensdaghe naest, metgaders noch de drie woensdaghen +naervolgende, te doen eene generale jacht in elke prochie van de +voorseyde cassellerie, opdat door zulk middel de voorseyde wolven +zouden moghen aehterhaelt ende betrapt worden, immers ten minste +verjaecht uit deze contreye.» + +In het Ambacht van Veurne breide men het volgende jaar «wulvenetten.» +Verder betaalde men verscheidene «weynaers,» die, zegt de +kastelnijrekening, «wulven ghevanghen hadden.» + +Talrijke spoorwegen doorsnijden de Vlaamsche Ardennen, en zullen onze +uitstapjes vergemakkelijken. Het zijn: de baan van Kortrijk naar +Oudenaarde, langs Stassegem, Deerlijk, Vichte, Ansegem, Elzegem en +Petegem; -- de baan van Kortrijk naar Ronse, langs Zwevegem, Moen, +Avelgem, Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies; -- de baan van +Oudenaarde naar Gent, langs Eine, Heurne en Asper; -- de baan van +Oudenaarde naar Zottegem, langs Eename, Munkzwalm en Rooborst; -- de +baan van Oudenaarde naar Ronse, langs Etikhove; -- de baan van +Oudenaarde naar Avelgem, langs Melden, Berchem en Ruien; -- de baan van +Ronse naar Zottegem, langs Opbrakel, Nederbrakel en Michelbeke; -- de +baan van Zottegem naar Geeraardsbergen, langs Erwetegem, Maria-Lierde en +Hemelveerdegem; -- de baan van Ronse naar Lessen, langs Ellezele en +Vloesbergen; -- de baan van Lessen naar Geeraardsbergen. + +Van Oudenaarde naar Ronse stoomende, komt men door eenen onderaardschen +gang, die 420 meters lang is. + + + + +III. + +Kortrijk. + + +Kortrijk, gelegen op de twee oevers der Lei, heeft eene uitgestrektheid +van ruim 2115 hectaren, deels in bebouwden, deels in onbebouwden grond. + +De eerste keure, aan de gemeente verleend, is van 1190. + +Nochtans was de eigenlijke stad, vóór 1386, niet groot. Zij was 600 +meters lang, van het Noord-Westen naar het Zuid-Oosten, tusschen de Lei +en de Doorniksche poort; en 400 meters breed, van het Noord-Oosten naar +het Zuid-Westen, tusschen de Kanunnikpoort en de Rijselsche poort. + +Het grafelijk kasteel stond destijds in den Noord-Oostelijken hoek, bij +den oudsten Broeltoren, tusschen de Lei, den wal der stad en de kerk van +O.-L.-Vrouw. + +De vergrootingen van Kortrijk gebeurden na 1386, door het delven der +kleine Lei; -- na 1453, door de inlijving van Overbeke, buiten de +Steenpoort; -- na 1577, door de versterking van Overlei. + +Toen Philip de Stoute de wethouders machtigde om de kleine Lei te +graven, liet hij ook, bij de huidige Vischmarkt, een nieuw kasteel +bouwen. Dit slot had zes torens en een grootsch voorkomen. + +Omtrent het midden der XVIIe eeuw maakten de Franschen zich meester van +de stad. Waar nu de Esplanade is, braken zij twee kloosters en ruim 300 +huizen af. Tusschen de Esplanade en de Lei bouwden zij in 1647 eene +vesting, voorzien van bolwerken en verschansingen. + +In de laatste zestig jaren heeft Kortrijk een nieuw uitzicht gekregen. +Men vindt er verscheidene nieuwe wijken, met sierlijke lanen en breede, +goed verluchte straten. De breedste straten kregen twee reeksen schoone +boompjes. + +Kortrijk was meer dan eens het tooneel van gewichtige gebeurtenissen. + +Iedereen weet te spreken van den slag der Gulden Sporen, geleverd den 11 +Juli 1302. Gedurende de worsteling schoten de Franschen uit het kasteel +het Begijnhof en eenige huizen aan de Markt in brand. + +Tachtig jaren nadien legden de overwinnaars van Roosbeke de stad in +asch. Eene belasting op het bier en den wijn moest dienen om de gemeente +uit hare puinen te doen oprijzen. + +In 1539 spanden Gent en Kortrijk samen tegen Karel V. Deze kwam uit +Spanje en strafte beide steden. + +De XVIe eeuw was een tijd van jammerlijke woelingen, van rooverijen en +bloedstortingen. Van den 12 Februari 1578 tot den 27 Februari 1580 +zetelden de Geuzen op het stadhuis, al de kloosters verwoestende, al de +kerken plunderende. + +De grootste helft der XVIIe eeuw was almede een droevig tijdperk. De +Franschen overrompelden de stad in 1667 en in 1683. De gemeente kwam van +lieverlede tot zulke armoede, dat een groot deel van de inwoners de +vlucht namen. + +Nog rampzaliger waren de laatste jaren der XVIIIe eeuw, wanneer men, +zooals CONSCIENCE aanmerkt, niets meer eerbiedigde: noch godsdienst, +noch zeden, noch eigendom, noch wetten der menschelijkheid. + +[Illustration: KORTRIJK. -- DE BROELTORENS.] + +Eene bulle van Eugenius IV, van 1434, zegt, dat Kortrijk alsdan 23000 +ingezetenen telde. Vóor de Fransche omwenteling bedroeg de bevolking +11134 zielen; in 1820 ruim 15800; in 1867 ongeveer 23650; op het einde +van December 1898 meer dan 33380. Ziedaar wel een bewijs, dat de +nijverheid en de handel er bloeien en weelde verspreiden. + +Ten jare 1382 verslond het vuur eene menigte gebouwen, waaronder het +stadhuis en Sint-Martenskerk. + +SIMON VAN ASSCHE, een Gentenaar, herbouwde het stadhuis in 1417 en +volgende jaren. GILLIS PAUWELS, van Brussel, vervaardigde «eene +wandelinghe of borstweere» boven den gevel; JAN RUEELE en WILLEM EUBINS, +beiden van Kortrijk, kapten andere versieringen. In de nissen stelde men +beelden van heiligen. + +Een Gentsche kunstenaar, te Kortrijk gevestigd, MARCUS VAN GHISTEL, +«stoffeerde de balken,» leverde «glasen veysteren,» en schilderde met +zijnen broeder «de beteekenisse van den jugemente ten uutersten daghe.» +De XVe eeuw was een lijd van stoffelijke welvaart voor Vlaanderen. Ook +maakten de schepenen een praalgebouw van den tempel der wet. + +Het stadhuis werd vergroot en gedeeltelijk herbouwd in 1526-1530. In +1872 heeft men den voorgevel nogmaals hersteld. + +Twee groote, schoone schouwen wekken de bewondering der bezoekers. Zeker +bestonden zij in 1527, aangezien de wethouders van Oudenaarde dit jaar +eenen kunstenaar verzochten om er eene schets van te maken. In 1417-1418 +kapte de reeds genoemde Willem Eubins twee lijsten «om de caven,» die +men in het stadhuis maken zoude, «eene boven ende eene beneden.» + +De schouw der bovenzaal is 2m,98 breed en 1m,32 hoog. Zij beslaat uit +verscheidene vakken. Het hoogste vak telt acht beelden: het Geloof, de +Nederigheid, de Milddadigheid, de Zuiverheid, de Naastenliefde, de +Matigheid, het Geduld en de Waakzaamheid. In het tweede vak vindt men de +Gerechtigheid en den Vrede, benevens acht ondeugden, passende onder de +genoemde deugden: de Afgoderij, de Hoovaardigheid, de Gierigheid, de +Onkuischheid, den Nijd, de Gulzigheid, de Gramschap en de Traagheid. In +het midden van dit vak prijkt het beeld van Karel V, waaruit volgt, dat +het kunstwerk zich niet meer in zijne oorspronkelijke gedaante voordoet. + +Het derde vak behelst raadselachtige onderwerpen. Evenwel ziet men +dadelijk, dat de beeldhouwer gedacht heeft aan de kastijding der +ondeugden en driften, welke hij in het middelste vak voorstelde. + +De schouw der benedenzaal is niet zoo fijn gebeiteld als de andere. Zij +heeft insgelijks veranderingen ondergaan en vertoont: Mozes en den +Zaligmaker; Albert en Izabella; O. L. Vrouw, met haar kindeken op den +arm; Sint Marten, met het wapen van Kortrijk in de hand; Sint Salvator, +met het wapen van Harelbeke; Sint Pieter, met het wapen van Tielt; Sint +Egidius, met het wapen van Deinze; Sint Vedastus, met het wapen van +Meenen, en Sint Elooi, met het wapen der dertien parochiën. + +GUFFENS en SWERTS hebben over eenige jaren de onderste schouw en de +muren der zaal met goud en kleuren belegd, gelijk zij oorspronkelijk +geweest zijn. Dit werk kostte 30000 fr. + +Buiten eene menigte kostbare handvesten bewaart men ten stadhuize den +kleinen, ruitvormigen steen, dien de abdis van Groeninge op het graf van +Sygis, den koning van Majorka, liet leggen. + +De eerste Halle van Kortrijk stond op de Groote Markt. Hedendaags prijkt +daar nog een deel van het Belfort, voorzien van eene kleine spits en +vier torentjes. Dit bijvoegsel is van 1519-1520. «Twee meesters +werelieden van Ghendt,» en «twee meesters werelieden van Ryssele,» hier +ontboden «by proosten en scepenen,» oordeelden immers, «dat de torre +niet helpelic en was.» Vroeger was het Belfort zeer hoog. Een ijzeren +man, Manten geheeten, sloeg de uren met zijne vuisten. + +De nieuwe Halle, in de Doorniksche straat, dagteekent van het midden der +XVIe eeuw. In 1549 ontboden de schepenen verscheidene personen uit +Doornik en Maubeuge «omme te overziene het werc van der nieuwer halle en +te adviseeren het vulbringen van diere,» dit met den minsten kost +mogelijk. + +De twee Broeltorens zijn merkwaardige gedenkstukken van vroegere +krijgsbouwkunde. Even oud zijn ze niet. De toren, op den linkeroever der +Lei, werd gebouwd uit kracht van een octrooi, onderteekend te Atrecht +den 18 April 1411; de andere -- de Speitoren -- bestond vóor de +uitvinding van het buskruit. Dit blijkt uit de bouwstoffen der +grondvesten, uit de breedte der schietgaten, alsook uit den afstand +tusschen die gaten en de vloeren. + +In den Speitoren vindt men thans het museüm oudheden. + +Sint-Martenskerk bestaat uit deelen van verschillende tijdstippen. +Eenige pijlers, tusschen de vont en het koor, zijn uit het midden der +XIIIe eeuw; de voorkerk, gebouwd door WILLEM ALUSSEN, is van 1413-1450. +De kruisbeuk dagteekent van 1458-1468; de vont van 1473-1474; het koor +van 1870. Vóor den brand van 1862 was het koor uit de XIVe eeuw, de +Sinte-Annakapel van 1514-1522. Het metselwerk van den toren was +voltooid in 1439; de houten naald in 1602. Toen FRANS HEYLINCK, van +Antwerpen, in 1601 den «eersten naghel had geslagen,» kreeg hij een +geschenk van wijn. + +Sint-Martenskerk bezit eenige goede kunstwerken: een H.-Sacramentshuis, +gebeiteld door HENDRIK MAURIS in 1586; eene degelijke schilderij van +BERNAARD DE RYCKERE, van Kortrijk, _de Nederdaling van den H. Geest over +de Apostelen_ voorstellende; een tafereel van KAREL VAN MANDER, +verbeeldende de onthoofding van Sinte Katharina; een koperen altaar, +over weinige jaren geleverd door M. FIERLEFYN. Het snijwerk der vont, de +zeven H. Sacramenten voorstellende, is eveneens zeer merkwaardig. + +Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen, die gaarne te Kortrijk verbleef, +bouwde in 1200 de kerk van O.-L.-Vrouw, en vestigde er een kapittel van +twaalf kanunniken met eenen deken. + +De kerk behoort tot den overgangsstijl, evenals de kerk van Pamele, die +slechts dertig jaren jonger is. Eigenaardig is zij opgevat, in ongewonen +vorm en ongewone lijnen, maar toch schoon in stand en samenstelling. + +Het koor schijnt hersteld te zijn geworden na de ramp van 1382. De kapel +der Onbevlekte Ontvangenis is van 1420. + +Lodewijk van Male stichtte de heerlijke kapel der graven van Vlaanderen, +een vorstelijk gebouw, waaraan de beste meesters uit de tweede helft der +XIVe eeuw arbeidden. Dit deel was voltooid in het voorjaar van 1374. In +de jaren 1866-1870 heeft men de grafelijke kapel prachtig hersteld, dank +aan de kennis of de begaafdheden van kanunnik F. VAN DE PUTTE, JAN VAN +DER PLAETSEN, baron BETHUNE en anderen. + +De kerk van O.-L.-Vrouw bezit eene prachtige schilderij van ANTOON VAN +DYCK: _de Oprichting van het kruis_; een kostbaar marmeren altaar, +geplaatst door HUBERT BOREUX, van Dinant; alsmede eene reliquie van +onschatbare waarde: een haarlokje des Zaligmakers, medegebracht uit het +H. Land door Philip van Elzas. + +Het was in de kapel van O.-L.-Vrouw, achter het hoofdaltaar, dat de +Vlamingen in 1302 dankbaar de gulden sporen ophingen, welke zij op het +zegeveld van Groeninge gevonden hadden. Toen men over eenige jaren het +witsel van het gewelf krabde, ontdekte men aldaar de schildering van 116 +zwarte leeuwen op gelen grond. + +In de eerste helft der XVIIIe eeuw bekleedde men het geheele koor, tot +aan de gewelfbogen, met marmer en gemarmerd hout. Dit bijvoegsel wordt +thans geweerd, zoodat de gansche kerk weldra weer zal pralen in hare +oorspronkelijke strenge schoonheid. + +De kerk van Sint-Michiel, plechtig gewijd den 18 Mei 1611 en vóor korte +jaren kunstig hersteld door BETHUNE, is een bezoek overwaard. Hier rust +het wonderdadig beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge, herkomstig uit de +abdij van dien naam. + +Op het einde der XVIIIe eeuw brandden de Jacobijnen in deze kerk +wierook voor de godin der Rede. Uit dien hoofde prijkt, bij het altaar +van O.-L.-Vrouw, het gedenkteeken van den Boerenkrijg, onthuld den 9 +October 1898. Het draagt de namen van een en dertig gekende martelaars +der vaderlandsche zaak: Jan Bouderez, Jan Verschaeve, Willem Vasure, Jan +Maelfait, Willem Bourgois, Michiel Bonekaert, Jan van de Putte, Pieter +Willein, Jan de Smedt, Pieter de Wulf, Jacob Verscheure, Fideel Kinds, +Jan Braems, Pieter Berlamont, Jacob Verschaete, Jan Folens, Jan de +Waele, Jacob Wallays, Pieter Albrecht, Jan Noppe, Willem Buyse, Lodewijk +Missiaen, Pieter Baeckelandt, Lodewijk de Waele, Jozef de Vos, Frans +Messeine, Jan Carlier, Augustijn Vroman, Jan Vroman, Frans van den +Bulcke en Maria-Magdalena Schaede. + +De parochiale kerken, aan Sint-Rochus en Sint-Elooi toegewijd, zijn +nieuw, de eerste van 1863, de tweede van 1882. + +Een der schilderachtigste hoekjes van Kortrijk is het Begijnhof, bij +Sint-Martenskerk. Door den band zijn al de begijnhoven stille, +gemoedelijke plaatsen te midden der woelige steden. Het Kortrijksch hof +boeit ongemeen den bezoeker door zijne netheid, door zijnen +vriendelijken eenvoud, door zijne ligging. + +De kapel, fraai hersteld en versierd, is van 1464. Het huis der +Grootjufvrouw heeft een lief geveltje. + +Kortrijk schonk het leven aan vele beroemde mannen: aan JAN DAVID +(1545-1613), den geleerden kamper tegen de Geuzen; -- aan JAN PALFYN +(1650-1730), den grooten ontleedkundige, uit onbemiddelde ouders +gesproten; -- aan JAN-BAPTIST HOFMAN (1758-1835), door VAN DUYSE +Vlaanderens «meistersinger» geheeten; -- aan JACOB GOETHALS (1759-1838), +eenen werkzamen kroniekschrijver, die heel zijne bibliotheek aan de stad +schonk; -- aan FERDINAND SNELLAERT (1809-1872), eenen geleerden +taalvorscher en verstandigen werker voor de volkszaak. + +Als schilders noemen wij PIETER VLERICK (1539-1581); -- BERNAARD DE +RYCKERE, overleden te Antwerpen den 1 Januari 1590; -- ROELAND SAVERY +(1576-1639); -- JAN DE JONGHE (1785-1844) en LODEWIJK ROBBE +(1807-1887). + +JACOB VAN DE WALLE, geboren in 1599 en overleden in 1690, was een van de +vermaardste Latijnsche dichters van zijnen tijd. HENDRIK BEYAERT, +geboren den 29 Juli 1823, bouwde het hotel der nationale Bank, te +Brussel; de Spoorhalle, te Doornik; het nieuw Krijgshospitaal, te +Brugge. + +Kortrijk bezit eene menigte inrichtingen van onderwijs: verscheidene +lagere scholen, zoo voor jongens als voor meisjes; een beschermd +college, dat zich alle jaren in de wedstrijden onderscheidt; eene +middelbare school van den Staat; eene school voor weesjongens, +dagteekenende van 1562; een dergelijk gesticht voor weesmeisjes; eene +academie van teeken- en bouwkunde; eene nijverheidschool; eene +beroepschool; eene muziekschool; verscheidene openbare bibliotheken; een +museüm van oudheden en een museüm van schilder- en beeldhouwwerken. + +Meer dan eene maatschappij beoefent den zang, het tooneel of de +letterkunde. De oudste vereeniging is zeker de oude broederschap «van +den heleghen Cruce ons Heeren,» erkend door de wethouders in 1514 «als +een gulde van rethorijcke.» + +Het aloude Sint-Jorisgilde en de nering der arbeiders of pijnders hebben +eveneens den storm der Fransche omwenteling overleefd. In het huidig +lokaal der voetboogschutters, bij de Doornikpoort, bewaart men het +_Edelbouck der guldebroeders_, op perkament, alsmede bogen, «paruren» of +kleederen en eenen halsband met 59 schakels. + +Onder de openbare plaatsen zullen wij noemen: de Gulden-Sporenplaats, +vóor de spoorhalle, versierd met een hofje; -- de Groote Markt, met het +oude Belfort en het marmeren standbeeld van Mgr de Haerne; -- de +Esplanade, beplant met struiken, heesters en boomen; -- de Wapenplaats, +in de nabijheid van het Gerechtshof; -- de Casinoplaats, vóor het +gevang, ook beplant met weelderige platanen; -- de Groeningelaan, eene +lieve wandelplaals met olmen, grasen bloemperken. Breede lanen omringen +gansch de stad. In de Palfynstraat, in de Doornikstraat, in de +Hallestraat, in de Sint-Jorisstraat, op de Havermarkt, in de +IJzeren-Wegstraat, rond de Markt en de Gulden-Sporenplaats groeien en +bloeien kleine acacia's. Wij overdrijven niet, als wij zeggen, dat +Kortrijk in de laalste jaren eene der vriendelijkste sleden van België +is geworden. + + + + +IV. + +Naar Groeninge. + + +Geen Vlaming, of hij weet van Groeninge te spreken, waar de Klauwaards +op den 11 Juli 1302 hunne erfvijanden verpletterden. + +Groeninge was alsdan een eiland, tusschen den wal der stad, de Lei, de +Groeningebeek en de Sint-Jansbeek. Het had eene oppervlakte van nagenoeg +60 hectaren. + +Van de Groote Markt vertrekkende en de Doornikstraat volgende, komen wij +aan den ijzeren weg. + +De IJzeren-Weglaan, links, loopt over den ouden Neveldriesch. Rechts +wuift het hoog geboomte van het Sint-Jorispark. Dit gedeelte van den +Neveldriesch noemde men, na 1302, den Bloedmeersch. Nog vloeit de +Bloedbeek door het park naar den ouden stadswal. + +Op het einde der Sint-Janslaan blijven wij staan. Over de huizen zoeken +wij de spits en het kruis van den toren der hoofdkerk. Vóor ons hebben +wij dus de westelijke grens van het slagveld. + +Nu kijken wij over de Veemarkt naar het torentje van Sint-Antoniuskerk. +Zoo bepalen wij nagenoeg de zuidelijke grens of den loop der +Sint-Jansbeek, gedempt in 1444. De Sint-Jansbeek, komende uit de +Groeningebeek, diende om den wal der stad te spijzen. Op hare oevers +hadden de drie stormloopen plaats, waarvan de kroniekschrijvers gewag +maken. + +De Veemarkt is ongeveer twee hectaren groot. Wij slaan de Veldstraat in +en merken weldra, rechts, eene hofstede en eenen lusttuin. Daar vloeit +de Groeningebeek; daar is de oostelijke grens van het slagveld. + +De tegenwoordige Groeningelaan, ter linkerhand, ligt derhalve in den +zuid-ooslelijken hock. + +Tusschen de Lei, de Groeningebeek en den Gentschen weg rees de abdij van +Groeninge, gebouwd vóor 1268. + +Eén groote weg doorsneed de aangeduide vlakte: de Harelbeeksche straat, +nu de Voorstraat en de Gentsche baan uitmakende. Hij had éene +vertakking: de Lange-Merestraat, lhans de Molenstraat geheeten. De +Oudenaardsche baan, verlegd in 1571, was de voortzetting der Merestraat. + +Hedendaags is het grootste gedeelte van Groeninge bebouwd. Buiten de +reeds genoemde straten, vindt men er de volgende wegen en pleinen: de +Groeningestraat, de Houtmarkt, de Lambrechtstraat, den Kring, de +Sint-Jansstraat, den Stompaardshoek, de Potterijstraat, de Esplanade, de +Kanaalstraat. + +De meergenoende Groeningelaan is eene schoone wandelplaats. Zij is 375 +meters lang en 40 meters breed. Hooge boomen, bloeiende heesters, +golvende graspleinen en lieve bloemperken volgen op elkander, Maar +fluisteren de olmen geene sagen uit den voortijd, geene lessen voor de +toekomst? + + De zonne rijst... Ik wandel den ouden Kouter rond. + Waar, leunend op zijn wapens, het Vlaamsche leger stond, + + De vogel neurt zijn liedje, het loover knikt en trilt... + Ik hoor gebriesch van paarden en kreten, woest en wild. + + Zij komen trotsch en tergend, vol waan en overmoed; + Zij gaan hun lansen ploffen in slecht en hondsch gebroed! + + Zij komen trotsch en talrijk; maar de onzen springen recht, + En beuken met hun knodsen op edelman en knecht. + + Wat kerven, kneuzen, moorden met bijl en goedendag! + En boven barmen lijken ontrolt men Vlaandrens vlag... + + De zonne straalt... Ik wandel den ouden Kouter rond, + Waar, steunend op zijne armen, liet Vlaamsche leger stond. + + Daar schudt een boom zijn takken: «Hier vocht men Vlaandren vrij; + Doch moet het eeuwen duren, eer Vlaandren dankbaar zij?» + +Bij het nieuw gedeelte van het oude-mannenhuis vormt de Groeningelaan +eenen kleinen elleboog. + +Eene nieuwe laan, van verscheidene meters breedte, vertrekt naar de +Esplanade, en bakent de plaats af, waar het gedenkteeken zal oprijzen, +dat het Dietsche volk in 1902 ter eere van zijne voorvaderen wil +onthullen. + +Eenige schreden verder, tegen den Gentschen weg, staat, half verscholen +in den gevel der huizen, het oude kapelleken van Groeninge, over weinige +jaren versierd en voorzien van een toepasselijk opschrift: + + IN : T : JAER : ONS : HEREN : 1302 : + OP : SENTE : BENEDICTUS : DACH : IN : + HOYMAENT : WAS : DE : STRYT : TE : CURTRYCKE : + ER : ZYN : DOOD : GEBLEVEN : OMTRENT : + 21000 : MN : WAERONDER : 63 : + HERTOGEN : GRAVEN : EN : 1800 : + BAENDERHEREN : EN : EDELEN : + R : I : P : + + * * * * * + +Het veld kennende, moeten wij ook den slag en zijne gevolgen herdenken. + +Uit de staten van Karel den Groote ontstonden twee machtige rijken: +Frankrijk en Duitschland. Tusschen beide streken lag Nederland, met eene +eigen beschaving en eene eigen bestemming. En het duurde niet lang, of +Vlaanderen stond aan het hoofd der Nederlandsche gewesten. + +In den beginne was de Duitsche invloed ten onzent groot, ja overwegend. +Maar de keizer bezweek in de velden van Bouvines, in 1214, en nu +ontwaakte de Fransche invloed, krachtig en altoos dreigend. + +Ten laatste besloot Philip de Schoone het rijke graafschap te veroveren. +De klauwen van Vlaanderens Leeuw verstoorden zijn plan. + +Vlaanderen redde zijn bestaan. Met zijne zelfstandigheid bewaarde ons +volk zijne moedertaal, alsmede het natuurlijk recht, die taal in alle +omstandigheden des levens te spreken. Met zijne taal redde ons volk +zijne voorouderlijke zeden en zijne godsdienstigheid, al de deugden van +den edelen Germaanschen stam. + +Er zijn, in den loop der volgende eeuwen, heldere en donkere dagen +aangebroken. Het Huis van Burgondië is opgekomen; Oostenrijk, Spanje en +Frankrijk hebben ons overheerscht. + +Het kon niet baten. Vlaanderen had zijne bestemming; en België is +eindelijk ontstaan, vrij en onafhankelijk. + +Daarom zij ons aller kreet: + +Heil Groeninge! + +Heil België! + + + + +V. + +De omstreken van Kortrijk. + + +Kortrijk ligt op de scheiding van de zandachtige en de kleiachtige +streek, van België. Van daar een merkbaar verschil in de omgeving der +stad. In het Noord-Oosten zijn de velden licht en vlak; in het +Zuid-Westen zijn ze integendeel zwaar en golvend, schilderachtig. + +De vlasnijverheid is buiten kijf de grootste bron van rijkdom voor +Kortrijk en zijne omstreken. + +Welke beweging, welk leven langs de zacht vloeiende Lei gedurende de +heete zomermaanden! Op het grondgebied der stad alleen gebruikt men 375 +hekken of houten bakken om het vlas te roten. De bevolking van ruim +vijftig gemeenten, tusschen Neder-Waasten en Deinze gelegen, houdt zich +schier uitsluitend met de verschillende bewerkingen van het vlas bezig. +En al die gemeenten groeien aan, bloeien. In 1820 had Bissegem 568, +Marke 1289, Lauwe 1727, Kuurne 2192 en Moorsele 3896 inwoners. Zeventig +jaren nadien telden dezelfde gemeenten 1117, 2006, 3159, 3818 en 4813 +zielen. Niet te onrecht noemen de Engelschen onze Lei de «golden river.» + +De oudste oorkonde, waarin men van het Kortrijksch linnen gewag maakt, +is van 1290. Twee poorters beweerden recht te hebben op den tol, geheven +op de «nappes, tueles en keuverkins,» welke men in de stad verkocht. + +Nochtans schijnt deze nijverheid hier niet gebloeid te hebben zoolang de +lakenweverij eene zekere hoogte behield. Het was bepaaldelijk in 1573, +dat men middelen beraamde om den lijnwaadhandel op te beuren. Dit zelfde +jaar kwamen er reeds kooplieden van Gent, Oudenaarde, Tielt, Roeselare, +Meenen, Izegem «ende andere omliggende plaetsen.» De schepenen betaalden +deswege eene som van 167 pond parisis, «ter cause van cost van +maeltyden.» + +Het Kortrijksch tafellinnen verwierf spoedig eene groote vermaardheid. +Men weefde, verhaalt SANDERUS, in het doek de afbeelding van bloemen en +dieren, van jachten en gevechten, van landschappen met weiden, bosschen, +hoven, heuvelen en kasteelen, alles zoo nauwkeurig, als het een schilder +zou hebben gedaan; met zooveel verscheidenheid, als de weelderige natuur +er aanbiedt, en zoo fijn, dat het oog zich vermoeide, als het al die +beelden in een meer van glinsterende witheid bezichtigde. + +De overheden der gemeente verzuimden geene gelegenheden om de groote +nijverheid vooruit te helpen. Op het einde van 1576 was «de nering +sober.» De schepenen beslisten voor 10,000 gulden «ammelaken ende andere +goederen af te coopen,» en dan «dezelve voort te vercoopen tot winning +van de stede.» + +Toen Albert en Izabella in 1600 hunne plechtige intrede deden, werden +zij begiftigd met gedamaste tafellakens, die 2,497 pond parisis kostten. + +Bezocht een vorst de stad, zoo liet men in het stadhuis weefgetouwen +oprechten, ten einde «de fabrique der gemeente te doen zien.» + +In 1761 opende men de Teekenschool. «Dit was,» schreven de wethouders, +«om nieuwe desseinen voor de fabrique van het serveetwerk» te krijgen. + +In den loop der XIXe eeuw waren de rijkste vlasoogsten die van 1803, +1805, 1808, 1813, 1820, 1824, 1834, 1839, 1840, 1851, 1855, 1860, 1864, +1866, 1872, 1874, 1877, 1881, 1883 en 1895. Niet zelden gold de hectare +1000, ja 1400 fr. + +Buiten het Doorniksch voorgeborchte is de grond zeer vruchtbaar en heel +schilderachtig. Daar vindt men den Pottelberg, den Marionettenberg, het +Hooge, den Spoelberg. Het zijn verhevenheden van dertig, veertig meters. + +Op den Pottelberg legerden de Franschen in 1302, eer zij de Vlamingen +aantastten. Aan den voet des heuvels lag de heerlijkheid van +Hoog-Mosscher, reeds genoemd in oorkonden uit de XIIe eeuw. In 1293 had +Gwijde van Dampierre den heer van Mosscher en zijne familie veroordeeld +tot het betalen van eene boete en eene jaarlijksche rente aan de abdis +van Groeninge. Was het misschien om zich te wreken, dat de snoodaard den +11 Juli 1302 als gids der overweldigers optrad? + +Hedendaags is het kasteel van Hoog-Mosscher een lief zomerverblijf. In +de nabijheid rijst de Kapel ten Bloede. Men wil, dat Dirk van Elzas in +het adellijke slot vernachtte, toen hij met het H. Bloed van Christus +uit Palestina terugkeerde, en dat men, ter gedachtenis van dit bezoek, +het genoemde kapelleken oprichtte. In alle geval bestond het reeds in +1441. + +Op het Hooge vindt men het kasteel der familie Goethals, met bosschen, +vijvers en lusttuinen. + +Een binnenweg loopt naar den Spoelberg, het hoogste punt op het +grondgebied van Kortrijk. + +Aan den voet staat een groot kruisbeeld, op de kruin eene landelijke +herberg. Als de wandelaar zich naar het Zuiden keert, zoo gaat zijn oog +over eene groote vallei, in de verte begrensd door de heuvelen van +Sint-Denijs en Knokke. Aan den anderen kant vindt hij het Hooge met zijn +kasteel, Kortrijk met zijne torens en schouwen. Rechts, in de richting +van Zwevegem, beperkt eene andere hoogte het gezicht. + +In de vallei schuilen hier en daar eenvoudige huisjes, te midden van +vruchtbare akkers, gescheiden door hagen en grachten. + +Weinige geluiden treffen het oor: het tierelieren van eenen opstijgenden +leeuwerik; het juichen van een spelend kind, blootsvoets weg en weer +loopend; het tiktakken van een weefgetouw, of het schokken van eenen +naderenden boerenwagen. + +Het dal, dat zich rondom den Spoelberg, tusschen Kortrijk, Deerlijk, +Zwevegem en Knokke, uitstrekt, was in 1814 het tooneel van eene bloedige +schermutseling. + +De veldheer Thielmann had te Oudenaarde vernomen, dat de Franschen den +31 Maart uit Gent naar Kortrijk afzakten. Hij snelde met zijne mannen +naar Zwevegem, ten einde den vijand van ter zijde te bestoken. + +In den beginne kozen de Franschen het hazenpad. Doch zij kregen +versterking, en rukten nu dapper voort in de richting van den Spoelberg. +Na eenen hardnekkigen wederstand deed Thielmann den aftocht blazen. + +Men rekent, dat deze botsing het leven kostte aan 300 wapenknechten. + +Hedendaags vindt men te Zwevegem nog ettelijke huizen met eenen kanonbal +in den gevel. Daaronder kapte men het jaartal 1814. + + + + +VI. + +De hofsteden “ten Akker.” + + +De reiziger, die Zuid-Vlaanderen bezoekt, ontmoet links en rechts vele +omwalde hofsteden. Daar hadden de middeleeuwsche heerlijkheden hunne +zetels. + +Op het grondgebied van Kortrijk alleen telde men vier en twintig +heerlijkheden: ten Akker, ten Berge, van Bovekerke, van Busschaard, van +Clessenare, van Diestveld, van Hoog- en Neder-Mosscher, van Hembijze, +van Lerberge, van Monjoie, van Ronseval, van Steenbrugge, van Walle, +enz. + +De heerlijkheid ten Akker was zeer oud en groot. Nog in 1701 bedroeg +hare uitgestrektheid «veertien bunderen lands, luttel min ofte meer, +houdende aen elkander.» + +De huidige hofstede vindt men achter Sint-Rochus-kerk, tusschen de +Sint-Denijsstraat en den weg naar Zwevegem. + +Op de brug blijven wij staan. + +Het eerste voorwerp, dat ons treft, is een beeldje van O. L. Vrouw, +schuilende in eene kleine nis, aangebracht in het gemetselde deel der +poort. De Vlaamsche landbouwer stelt immers nog altijd zijne have onder +de bescherming der Moeder Gods. + +De eenden drijven op het donkere water van den wal; de hennen drentelen +langs den oever, nu eens toekijkende, dan weer elkander aanblikkende. +Men zou haast zeggen, dat zij hunne verwondering uitdrukken over het +doen der zwemmers. + +Drie groote gebouwen omringen een vierkantig plein: het woonhuis, dat +laag is en zonder verdieping; de stallen, voorzien van roode deuren en +talrijke luchtgaten; de schuur met hare wijde poort en haar hoog dak. + +Het ovenhuis heeft men afgezonderd, evenals het afdak, waaronder men de +wagens, de karren, de ploegen en de eggen bergt. + +Al de buitenmuren zijn versch gewit. + +Van den vroegen morgen tot den laten avond is iedereen hier vlijtig aan +den arbeid. Hoort gij de meid niet zingen, die op dit oogenblik het vee +verzorgt? Hoort gij den knecht niet fluiten, die met den grooten wagen +om hooi rijdt? + +Wij treden binnen, en worden door den blozenden pachter en zijne jonge +vrouw hartelijk ontvangen. + +Het koperen kruisbeeld op het bord der groote schouw; het keukengerief +boven den waschsteen; de blinkende banden der boterkern; de geplooide en +sneeuwwitte gordijntjes aan het venster; de bloeiende geraniums in hunne +roode potten; -- alles spreekt van reinheid, van orde, van welstand. + +«Edele menschen!» fluisteren wij bij het heengaan; «God zegene hun huis +en hunnen arbeid!» + +Door den band nochtans zijn de pachthoven, in dit gedeelte des lands, +minder verzorgd dan in het land van Waas, in het Houtland en de Polders. +Dit verschil is vooral gevoelig aan de kanten van Geeraardsbergen, waar +men nog vele boerenwoningen aantreft, gebouwd van hout en klei. + + + + +VII. + +Naar den Lauweberg. + + +In zes minuten tijds snelt een trein van Kortrijk naar Marke. + +Rechts ontwaart de reiziger het Magdalenakerkhof, het kasteel der edele +familie Bethune en Bissegem; links den Pottelberg, eene groote, omwalde +hofstede en de Markebeek, kronkelend door velden en weilanden. + +Het kerkhof is Kortrijks oude Lazarij. Deze bestond reeds in 1233. + +Bij het genoemde kasteel is het gehucht «de Markebeek.» Hier vond men, +op het einde der XVIIIe eeuw, eene stokerij. Tijdens den Boerenkrijg, +bepaaldelijk in den morgen van 29 October 1798, brachten eenige +hartelooze republikeinen daar drie personen om hals: Jan Carlier, +Augustijn Vroman en Jan-Baptist Vroman. Een steen, in den voorgevel van +het huis gemetseld, herinnert deze treurige gebeurtenis. + +Een lief boschje, toebehoorende aan M. Vandenpeereboom, bezet de helling +des Pottelbergs. + +De omwalde hofstede, langs den Bruyninkweg, is een overblijfsel van het +oude landgoed Roodenburg, bestaande uit een kasteel met boomgaarden, +hof, molen en loopende landen. + +Op het einde der XIIe eeuw was Roodenburg een eigendom van Wouter, +protonotaris van Boudewijn IX. + +Wouter had drie kinderen: Joanna, Agnes en Gillis. Toen hun vader +stierf, wenschten beide dochters zich van de wereld af te zonderen, +weshalve zij de hun toebehoorende goederen opdroegen aan Joanna van +Constantinopel, opdat zij daarmede een klooster zoude stichten. De +oorkonde voegt er bij, dat het recht van Gillis werd voorbehouden. + +Ziedaar in korte woorden den oorsprong der abdij van Marke (1237). Deze +werd verplaatst, vóor 1284, en nadien de abdij van Groeninge geheeten. + +Bissegem en Marke zijn zeer nijverige gemeenten, wier bevolking in de +laatste jaren ten minste verdubbelde. + +In de nabijheid van Marke's spoorhalle rijst eene groote en prachtige +pannenfabriek. Langs dit gesticht voortwandelende, beklimt men den +Lauweberg, die wel vijftig meters hoogte heeft. + +De Lauweberg vertoont steile verhevenheden en diepe zonken. Een groot +gedeelte is begroeid met boomen en kreupelhout: populieren, +elzestruiken, brem, dorens, heide. + +Westwaarts kronkelt de Lei door een schoon landschap, rijk gestoffeerd +met boomen, huizen en molens. De torens van Lauwe, Wevelgem, Rekkem, +Meenen en Moorsele verheffen hunne spitsen boven het geboomte. + +Lauwe telde, in de XVIe eeuw, nog al eenige ingezetenen, die wegens +ketterij veroordeeld werden. Willem de Duutsche moest, «om zyne +demeriten,» de wijk nemen (1555); Jan van Raes werd in 1566 met vijf +andere personen «gejusticieert.» + +Tussen Lauwe en Wevelgem, langs de Lei, ligt het Kloosterhof, eene der +aanzienlijkste hoeven van heel Vlaanderen. De landen en meerschen hebben +eene uitgestrektheid van 75 hectaren. + +Het Kloosterhof is een overblijfsel van de abdij van Wevelgem, aldaar +gesticht omtrent het midden der XIIIe eeuw. De kapel en eenige andere +gebouwen zijn verdwenen; de Westpoort, de smis, de huizing, de stallen +en de schuren staan nog recht. Het oudste overblijfsel is een steenen +duivenhok, gebouwd in 1690. Bij de Westpoort vindt men nog de bank, +waarop de arme lieden mochten rusten, als zij hunne aalmoezen kwamen +ontvangen. + +De voormalige abdij van Wevelgem bezat, sedert 1561, een gedeelte van de +kroon des Heilands. Dit heiligdom is nu in de kerk der gemeente. Het is +een takje, dat ongeveer negen centimeters lengte heeft en drie +ongeschonden doornen draagt. + +Wevelgem is eene schoone, zindelijke gemeente, met nette huizen, vier +breede straten en een kasteel. + +De kerk dagteekent van 1880-1882, en behoort tot den Romaanschen stijl. + +Wevelgem is de geboorteplaats van MGR DE NECKERE, gewezen bisschop van +Nieuw-Orleans, in Amerika. L.-F. NUTTIN, de bevallige dichter der +_Nieuwe Vlaamsche fabels_, is ook een zoon van Wevelgem. + +Bijna op het hoogste van den Lauweberg schuilt eene hofstede achter het +geboomte. + +Eenige meters verder gaat het oog over een tweede landschap, met de +bergen van Bellegem aan den horizont. + +Bellegem is eene oude plaats. Eer het kapittel van O.-L.-Vrouw te +Kortrijk bestond, en wel in 1195, aanvaardde Boudewijn IX, voor zijnen +kapelaan, eene gift van haver, gedaan door Gommar van Bellegem. In 1302 +stonden twee heeren van Bellegem, Daniël en Olivier, met hun gevolg +onder het vaandel der Klauwaarts. Beiden verloren hun paard in den +strijd. + +De kerk van Bellegem heeft eenen merkbaar hellenden toren. Het koor is +blijkbaar zeer oud. + +De grond der gemeente is zwaar en kiezelachtig. Bij droog weder komen +hier en daar eene menigte keitjes te voorschijn. Onder den invloed der +warmte breken zij echter gemakkelijk. + +Tusschen de Lei en den Lauweberg loopt de ijzeren weg. + +Noordwaarts daagt, hoog en statig, de toren der Sint-Martenskerk. + + + + +VIII. + +Naar Harelbeke. + + +Een wandeltocht naar Harelbeke, langs den schoonen rijksweg van Gent, is +zeker een aangenaam uitstapje. De afstand bedraagt ongeveer vijf +kilometers. Vrees echter niet, lezer, dat de zon te heet schijne; hooge +linden werpen schier overal hunne koele schaduwe op den weg. + +Aan de Gentsche poort is in de laatste jaren eene groote wijk ontstaan, +met fraaie huizen, breede straten en belangrijke nijverheidsgestichten. + +Links, over de Lei, ligt een afgegraven meersch. Daar heeft men, over +een tiental jaren, oude munten, Romeinsche dakpannen en eenen put +blootgelegd. + +Bij de vaart bemerken wij, tusschen slanke populieren, het lustgoed van +Mevrouw Reyntjens. Daar bouwde de gravin Beatrix, weduwe van Willem van +Dampierre, de vermaarde abdij van Groeninge. In 1578, na de +overrompeling van Kortrijk door de Geuzen, werd het klooster met al +zijne afhankelijkheden verwoest en afgebroken. + +Weinige boogscheuten verder vinden wij eene ouderwetsche herberg: _de +Blaasbalg_. Vóor het huis loopt de Groeningebeek onder den steenweg. + +Verder komen wij langs het groene dal der Lei, waar honderden +werklieden arbeiden. De toren van Kuurne steekt slank in de lucht. + +Kuurne is hedendaags eene bloeiende gemeente met meer dan 3,800 +inwoners. Over het dorp loopt de Brugsche steenweg naar Ingelmunster. Op +Zondag 28 October 1798 tastten daar de Fransche wapenlieden eene bende +Boeren aan, er verscheidenen om het leven brengende. + +Kuurne is de geboorteplaats van den kunstschilder E. CARPENTIER. + +Bij Harelbeke heeft de Lei twee armen, die een eiland vormen. Daar +werken een paar aloude watermolens. In 1538 had een Kortrijksche +poorter, Willem Bevele, dezelve in huur. Op zekeren dag nam de heer van +Heule den molenaar gevangen. Den 25 October veroordeelde men den +plichtige om vóor het magistraat zijner heerlijkheid te verschijnen, aan +God vergiffenis te vragen, en in de kerk een geschilderd venster te doen +plaatsen. + +Harelbeke is zeer oud. Eene oorkonde van 836, herkomstig uit de +Sint-Pietersabdij, te Gent, maakt inderdaad gewag van «Arlebeca.» + +Men wil, dat Harelbeke het gewoon verblijf was van Vlaanderens eerste +landvoogden of forestiers. Een hunner, Liederik de Buck, zou er de +eerste kapel hebben gesticht, om aldaar met zijne opvolgers begraven te +worden. + +De oude legende van Liederik en de forestiers is sedert jaren te niet +gedaan. 't Was eene fabel. + +Na de strooptochten der Noormannen herbouwde Arnold de Oude het +verwoeste bedehuis. Omtrent denzelfden tijd schonk de vrome graaf aan de +nieuwe kerk de stoffelijke overblijfselen van den H. Bertulphus, een der +meest geliefde patronen van Vlaanderen. + +Ten jare 1769 bouwde DEWEZ, van Brussel, den tegenwoordigen tempel. +Nochtans behield men het metselwerk van den toren met den kruisbeuk der +oude, Romaansche kerk. Het gemeentebestuur van Kortrijk kocht 9,091 +groote en 23,525 kleine steenen van de «gedemoliseerde kercke.» + +Onder het koor der voormalige kerk was «de sinte Pieters crypte, zynde +achttien voeten vierkante.» Op onze dagen is die krocht onder den +kruisbeuk. + +De predikstoel is een eigenaardig gewrocht van LECREUX, uit Doornik. + +Boudewijn met den IJzeren Arm en zijne echtgenoote stichtten te +Harelbeke een kapittel, aanvaard door den bisschop van Doornik in 1087. +Achter het hoogaltaar, in de parochiale kerk, staan nog altijd de zetels +der kanunniken, als stomme getuigen van vroegere gebeden en lofzangen. + +Een tak der vroegere nijverheid was het lakenweven. In 1432 schonken de +wethouders van Kortrijk «den goeden lieden van Haerlebeke, die ter marct +quamen met huerlieder lakenen, twee cannen wijns. » Hedendaags heeft de +gemeente steenbakkerijen, brouwerijen en graanmolens. De tabakshandel in +het groot bestaat er niet meer. + +Harelbeke telt ruim 7,200 zielen. Vóor het wethuis, op de Markt, staat +eene hooge, arduinen pomp. Daarop prijkt een klein standbeeld van +Liederik de Buck. In den kerktoren hangt een welluidend klokkenspel. +Alle vijftien minuten werpt het zijne lichte tonen over de gemeente. Te +Harelbeke, in een klein huisje, stond de wieg van PETER BENOIT, geboren +in 1834 en overleden in 1901. + +Benoit, een der grootste toondichters van onze eeuw, is de schepper van +_Lucifer, de Schelde, de Oorlog_ en eenige andere oratorio's. Hij +schreef prachtige liederen en leverde eene menigte opstellen om het +nationalismus in de toonkunde te verdedigen. + +Het kunstlievende Antwerpen richt den beroemden man een standbeeld op. + +Drie eeuwen vroeger leefde een andere zoon van Harelbeke, ANDREAS +PEVERNAGE, die insgelijks de toonkunde beoefende en merkwaardige stukken +naliet. Geboren in 1545, overleed Pevernage ook te Antwerpen in 1591. + + + + +IX. + +Naar Zwevegem, Moen en Heestert. + + +Het was een heete Julidag. De zon glinsterde aan den helderen hemel en +wierp heure stralen over de rijpende graanvelden. + +In eenige minuten stoomden wij naar Zwevegem, eene gemeente van 4,900 +inwoners. + +Tijdens de godsdienstige beroerten verscheen de heer van Zwevegem, Frans +van Halewijn, nog al dikwijls op het staatkundig tooneel van Nederland. +Als diplomaat ondernam hij verscheidene reizen; als gouverneur van +Mechelen en Oudenaarde schreef hij brieven aan Margareta van Parma, aan +Granvelle, aan Alva, aan den hertog van Aarschot. De notabelen van +Zwevegem noemden hem in 1573 hunnen «seer beminden en specialen vriend.» + +Als men, Zwevegem verlatende, de vaart van Bosuit volgt, komt men door +eene lieve vallei. Links daagt het Banhout; zuidwaarts rijzen de +heuvelen van Knokke met hun donkergroen geboomte. + +Het Banhout maakte in vroegere eeuwen deel van het Ronsevalsche of de +heerlijkheid van Nevele. Het was «eene vrije foreest,» zeventig bunder +groot. Niemand kon door het bosch gaan, want het was «besloten met +diversche barrieren en rontom met eenen gracht van tien, twaelf voeten +breet.» Gansch het woud was «verdeeld in negen hauwen, waervan ieder +jaer eenen hauw werd vercocht.» + +Het stuk, dat wij hier volgen, spreekt van «vyf, zes duysent opgaende +eekeboomen, waervan den meerderen deel omtrent de veertig jaren oud +conden zyn.» In het midden van het bosch « wasser eene redelieke fraije +woonste» voor den «prater of boschwagter.» Er was almede «eene +vangenisse,» en de wachter mocht «alle personen vangen,» die hij in het +bosch zoude vinden. + +Knokke is een eenvoudig gehucht, deels aan Zwevegem, deels aan Heestert +en deels aan Moen toebehoorende. + +Wij bezichtigden den tunnel en wandelden vervolgens naar den Keiberg, +die 66 meters hoog is. + +Eene bejaarde vrouw, ons den weg wijzende, vertelde ons vertrouwelijk +haar lief en leed: hoe gelukkig zij was, toen haar man nog leefde; hoe +deze op zekeren dag buitenshuis bezweek, en hoe zij met vier kleine +schapen van kindertjes bleef zitten; hoe zij toen moest zorgen en zoeken +om door de wereld te tobben; hoe de meisjes, opgroeiende, bij vreemden +gingen wonen om een stuivertje te verdienen; hoe de eene dochter nu in +Frankrijk woonde en de andere in het land -- bij eenen herbergier; hoe +de laatste over weinige jaren onbezonnen een voordeelig huwelijk +afsloeg; hoe zij, moeder, op haren ouden dag nu weer alleen was, en +stillekens haren weg naar het kerkhof vervorderde... + +Wij troostten de arme weduwe en wandelden voort. + +Een lief panorama omringt den Keiberg: hier eene vlakte in de richting +van Tiegem; daar het dal van Heestert en Avelgem; ginds de blauwe bergen +van Sint-Denijs, met den Perremolen op de hoogste kruin. Moen schuilt +tusschen Heestert en Sint-Denijs. + +De oppervlakte van Moen beslaat 1,042 hectaren. De grootste lengte +bedraagt zes, de grootste breedte drie kilometers. In 1694 telde de +gemeente 264 zielen; in 1874 waren er 2,150; in 1890 nog 2,098. + +De oude heerlijkheid was vrij belangrijk. Het kasteel, omgeven van +hoven, dreven en wallen, stond tegen de dorpplaats. Volgens een +denombrement van 1612 had de heer het recht «den costere, de +kerckmeesters en de armmeesters te stellene.» Op zijn leen hield men +jaarlijks twee markten, «telcken S. Eloysdaghe,» van laken, garen en +andere goederen. + +Sint Elooi is inderdaad de patroon van Moen. Den 25 Juni kwamen vroeger +de landbouwers, te voet en te paard, den heilige vereeren. De herder der +parochie, in feestgewaad, zegende de lastdieren een voor een aan de deur +der kerk, en gaf hun een klopje met eenen zilveren hamer. + +Er slopen misbruiken in deze plechtigheid. Een brief van 10 Juni 1778 +spreekt van «drie tot vierhonderd boeren met peerden, komende van vijf, +zes uren in het ronde. Zij waren gewapend met schietgeweren, die zij +losbrandden gedurende de processie. Maar zij bleven niet allen even +nuchter, en veroorzaakten dan wanorde, zelfs ongelukken.» + +Karel van Lorreinen beval den 17 Mei 1778 «geene geweerschoten meer af +te lossen, op boete van 50 gulden voor iedere overtreding.» Het oude +gebruik bleef nochtans in voege tot in 1806, wanneer de bisschop van +Gent het andermaal verbood. + +De parochiale kerk van Moen is van 1875 en kostte ongeveer 80,000 fr. + +Achter de kerk vindt men den Olieberg. Dezen naam ontmoeten wij in een +heksenproces uit de XVIIe eeuw. Moen is inderdaad de geboorteplaats van +verscheidene tooveressen. Wij noemen er drie: Antonia de Scheemaecker, +Gellijne de Pratere en Jozijne Labins. Men beweerde, dat de arme +sukkelaarsters op den Olieberg met den booze omgingen. De bewaarde +vonnissen zijn belangrijk voor de kennis van het oude strafrecht in +Vlaanderen. Zij spreken van den halsband, van het «scerp examen,» van +het «duyvelsteeken,» van het «duyvelspoeder.» + +De straat, die van Moen naar Heestert leidt, heet nog altijd de +Tooveresstraat. + +Heestert, in oude stukken Hestrud genaamd, heeft eene fraaie kerk. +Achter eenen marmeren steen rust het hert van Jan-Jozef Raepsaet, +overleden te Oudenaarde den 19 Februari 1832. Vroeger kwamen de Moensche +schutters alle jaren met trommel en fluit naar Heestert, om aldaar op +den 15 Augustus de processie ter eere van O.-L.-Vrouw te vereeren. De +wethouders betaalden «het bospoer, dat de schotters» noodig hadden, +alsmede «de teercosten van den tambour en den fluyter.» + +Dit wil niet zeggen, dat de twee dorpen nooit vijandelijk opstonden. Den +11 April 1790, tijdens de Brabantsche omwenteling, trokken «de +landwagten» van Moen naar Heestert, waar zij twee boeren dood schoten. +'s Anderendaags wilden «die van Heestert het naburige dorp in brand +steken.» De tusschenkomst der Kortrijksche vrijwilligers en soldaten +verhinderde echter deze ramp. + +Sint-Denijs is eene bloeiende gemeente met ongeveer 3,500 inwoners. +Tusschen dit dorp en Kooigem ligt eene ruime delling, door het volk «de +caveie» of «la cavée» geheeten. Nagenoeg in het midden der caveie staat +het hof «de la Broye.» Zou die naam geene verbastering zijn van +«brouille,» broel of bruul, dat _gemeene weide_ kan beteekenen? + + + + +X. + +Naar Tiegem. + + +Vacantie! + +Dat woord klinkt aangenaam in de ooren der schooljeugd, die een jaar +lang, van half negen 's morgens tot half vijf 's avonds, moest stil +zitten, en luisteren en leeren; aangenaam ook in de ooren der +onderwijzers, die dag aan dag hun hoofd moeten breken om het jonge +volkje, aan hunne zorgen toevertrouwd, de eerste beginselen van +allerhande wetenschappen in te planten. + +Vacantie, tijd van ontspanning en verzet voor velen, tijd van nieuwe +bezigheden voor anderen, wees gegroet! + +Wij hadden Lier bezocht, waar wij over dertig jaren studeerden, en daar +eenen geliefden oud-leeraar -- M. Troch -- de hand gedrukt; wij hadden +den hooggeleerden patroon van het Davids-Fonds op zijn arduinen voetstuk +zien staan; wij hadden een paar dagen overgebracht in de tentoonstelling +van Brussel, en besloten nu onze uitstapjes in de Vlaamsche Ardennen te +hernemen. + +Den 9 September 1897, in den voormiddag, stoomden wij naar Ansegem, om +van daar naar Tiegem te wandelen. + +Ansegem heeft drie spoorhallen: aan den Sterhoek, bij het dorp en langs +den ouden Heirweg, in de richting van Waregem. + +Het koor, de kruisbeuk en de toren der kerk zijn zeer oud; de beuken +dagteekenen van 1828. Benoorden de kerk rijst het aloude kasteel van +Hemsrode. + +Een klimmende weg loopt naar Kaster. De spits van den toren steekt boven +eenen heuvel uit. + +Bij de kerk van Kaster -- een werk van L. Vuylsteke, uit Geluwe -- blikt +men op Kerkhove in de diepte, op den Kluisberg over de Schelde. + +Aan het gemeentehuis van Kaster loopt een zijweg naar Tiegem, een dorp +van nagenoeg 2,000 zielen. + +Tiegem is maar 769 hectaren groot. Het ligt op twee heuvels, waarvan de +voornaamste eene hoogte van 70 meters bereikt. + +Hedendaags is Tiegem een lief, eigenaardig dorp, met schoone steenwegen, +met fraaie kasteelen en lusthuizen. De meeste oude woningen zijn +hersteld geworden en prijken met bevallige puntgeveltjes. + +De kerk is een klein juweel, over weinige jaren hersteld en herbouwd +door AUG. VAN ASSCHE, uit Gent. GOETHALS schilderde den tempel; BOURDON +verrijkte hem met een merkwaardig altaar. + +De voormalige burcht stond tusschen Tiegem, Avelgem en Waarmaarde. Op +dezelfde plaats vindt men thans de «S. Aernoutscapelle,» herbouwd in +1854, en den «S. Aernoutswal.» + +In de tweede helft der XVIe eeuw plunderden «de Waelen de prochie ende +heerlichede.» In 1581 kon men niet meer dan «het zesde of het zevende +deel der landen» bezaaien. + +Tiegem is de geboorteplaats van S. Arnold, den beschermheilige der +gemeente. Zijn vader behoorde tot het adellijk geslacht der heeren van +Pamele en Oudenaarde; zijne moeder sproot uit het huis der graven van +Leuven. + +Als ridder en krijgsman verwierf de jonge Arnold eenen grooten roem. +Later begaf hij zich naar de abdij van den H. Medardus, te Soissons, en +trok daar het kloosterkleed aan. + +Het duurde niet lang, of men benoemde den nederigen man tot bisschop in +dezelfde stad. Hij vroeg echter zijn ontslag, en kwam naar Vlaanderen +terug. Hij predikte te Torhout, te Gistel en te Veurne, bouwde een +klooster te Oudenburg, in het Brugsche, en stierf aldaar in 1087, in den +ouderdom van 47 jaren. + +De kerk van Tiegem bezit een bovenarmbeen van Vlaanderens grooten +apostel. + + + + +XI. + +Naar het Kapelbosch. + + +De heer VITAL MOREELS-VERHAEGHE, de groote en verlichte weldoener van +Tiegem, vergezelde ons in den namiddag naar het Kapelbosch, op de +zuidelijke helling der hoogvlakte. + +Het Kapelbosch is hedendaags zeven hectaren groot en heeft eene waarde +van 150,000 fr. + +Alwat de oogen kan streelen, alwat den bezoeker tot vrome gedachten kan +stemmen, vindt men daar vereenigd. De natuur en de kunst wrochten +zusterlijk samen om een der prachtigste panorama's van heel ons land +vóor het oog der reizigers te ontvouwen. + +Op den Pottelsberg, op den Muziekberg staat men veel hooger, te midden +van eene wilde natuur; te Tiegem is het rondzicht groot, het tafereel +vol kleur en beweging, vol leven. + +In het bosch vindt men lommerrijke wandeldreven, rotsen en onderaardsche +gangen, vijvers en brugjes, glooiingen met weelderig gras en bloemen, +aquariums met kleine, blinkende vischjes. Twee villa's verheffen hunne +torens boven het geboomte. + +Midden in het bosch staat eene nieuwe kapel, toegewijd aan den H. +Arnoldus (1865). Zij is achthoekig en lief geschilderd. Door zeven +venstertjes speelt het daglicht in het heiligdom. + +Uit de kapel komende, heeft men rechts de grot van S. Arnold. Hooger, te +midden van struiken en boomen, schuilt een groot kruisbeeld; lager +spruit dag en nacht de Arnoldusbron, eenen vijver spijzende, waarop +eenige zwanen gaggelend rondzwemmen. + +Uit dien vijver vloeit de Arnoldusbeek, die naar Avelgem loopt en +vroeger den wal van het kasteel vulde. + +Alles wekt den wandelaar tot ingetogenheid op: het tintelen der zon door +de bladeren, het kweelen der vogelen in de heesters, het ruischen van +het loover, het murmelen der bron, het fluisteren der bedevaarders. O +ja, dus zong de dichter TOLLENS, ik reik hem broederlijk de hand, + + Die mijmren kan in de eenzaamheid van 't woud, + En droomend doolt, en de aarde kan vergeten, + En, peinzende op een tronk gezeten, + Somtijds de handen vouwt. + +Wie liever eene verversching heeft, ga naar de «Laiterie,» niet verre +van de kapel. Onder een verheven afdak is het waarlijk schoon en frisch. +Men zou zeggen, dat de zon het bedehuisje met welgevallen beschijnt; dat +de wind eerbiedig liederen neurt in de kruinen der boomen. + +Op het hoogste van den berg, buiten het bosch, staat een houten +kijktoren of «belvedere.» Voor vijftien centiemen mag men er op klimmen. + +Daar is het schoon bij helder weder; daar kan men, met eenen goeden +verrekijker, zijne oogen naar hartelust verzadigen. + +In het Zuiden beperken de heuvelen van Oost-Vlaanderen met den Kluisberg +en de hoogte van Gijzelbrechtegem wel een weinig het gezicht; doch langs +de drie andere zijden ziet men uren en uren verre. + +De Schelde, tintelend in den gloed der namiddagzon, vloeit van het +Zuid-Westen naar het Noord-Oosten, kronkelend door zonken en meerschen. + +In het Noorden dagen: Kanegem, Aarsele, Dentergem, Sint-Eloois-Vijve, +Tielt, Oost-Roosbeke, Wakken, Sint-Baafs-Vijve, Waregem, Grammene, +Ansegem, Kruishoutem en Nokere; + +In het Oosten: Huise, Heurne, Wannegem, Eine, Ooike, Mooregem, Wortegem, +Gijzelbrechtegem, Kaster, Welden, Eename, Mater, Bevere, Edelare, +Oudenaarde, Petegem, Etikhove, Melden, Leupegem, Elzegem, Kerkhove, +Schoorisse, Nukerke, Zulzike, Berchem, Quaremont en Waarmaarde; + +In het Westen: Evregnies, Dottignies, Kooigem, Sint-Denijs, Bellegem, +Moen, Heestert, Luingne, Lauwe, Aalbeke, Rollegem, Wevelgem, Bissegem, +Kortrijk, Zwevegem, Ingooigem, Ootegem, Roeselare, Rumbeke, Kachtem, +Izegem, Ingelmunster, Sint-Eloois-Winkel, Lendelede, Hulste, Ooigem, +Kuurne, Harelbeke, Beveren, Deerlijk en Vichte. + +Zelfs in het Zuiden ontdekt men eenige torens, uitstekende boven de +heuvelen: die van Ruien, Schalafie, Orroir, Celles, Herne en St-Léger. + +Avelgem, Autrijve, Bosuit, Pottes, Helkijn, Spiere en Warcoing schuilen +in de vallei der Schelde. + +In het geheel een goed tachtigtal steden en dorpen! Tusschen Roeselare, +in het Noord-Westen, en Schoorisse, in het Oosten, is er een afstand van +ongeveer zeven mijlen. Kanegem, in het Noorden, en Herne, in het +Zuid-Westen, zijn vijf mijlen van elkander verwijderd. + +En schoon, betooverend schoon ligt dat groote landschap voor den +aanschouwer. Overal gewitte huizen met roode daken; overal rookende +schouwen en draaiende molens; overal weiden en velden; overal hagen en +boomen; overal zwoegende werklieden; overal licht en schaduwe... + +Och neen, wij moeten Spanje en Zwitserland niet bezoeken om schoone +natuurtafereelen te vinden; de Vlaamsche Ardennen zijn rijk aan +schilderachtige hoekjes, aan heerlijke vergezichten. + +Den berg afdalende, toefden wij nog eenige oogenblikken aan de kapel. + +Eene plechtige stilte, eene kalme avondrust zweefde over het woud. De +bron murmelde rusteloos voort, maar de vogelen hadden reeds hun +slaapliedje gezongen en scholen nu onder de bladeren der boomen. + +Ongaarne verlieten wij het dichterlijk oord. + +Onderwege vertelde ons de vriendelijke heer Moreels, dat de berg in 1852 +nog onbebouwd was; dat de kapel haar ontstaan te danken heeft aan MGR +MALOU, bisschop van Brugge; dat de jaarlijksche novene, ter eere van den +H. Arnoldus, den 16 Augustus begint; dat er 's Zondags eene schoone +processie uit de parochiale kerk vertrekt, en dat het gemiddeld getal +der bezoekers ieder jaar tot 40,000 stijgt. + + + + +XII. + +Naar Quaremont en den Kluisberg. + + +Een uitstapje naar Quaremont en den Kluisberg is, bij zomerweder, een +genot voor kinderen en bejaarden, voor alwie behagen schept in het +betrachten van Gods heerlijke natuur. + +In een uurtje stoomt men van Kortrijk, door een allerschoonste +landschap, langs Zwevegem, Heestert, Avelgem en Ruien naar Berchem. + +Avelgem en de omliggende dorpen hadden in de XVIe eeuw veel te lijden +van de Malcontenten en van de legers der Staten. Het kasteel van Avelgem +werd driemaal veroverd; de kerk, vier windmolens en meer dan tweehonderd +huizen werden afgebrand; van de duizend ingezetenen bleven er nauwelijks +honderd «te lijve.» Het dorp Autrijve lag gansch «vaghe,» evenals «de +splete» van Bosuit en Moen. + +Avelgem is de geboorteplaats van C.-F.-A. DUVILLERS (1803-1885), wiens +volksliedjes zeer geprezen worden. STIJN STREUVELS schrijft er +hedendaags zijne boeiende verhalen. + +Ruien gelijkt aan een dorpje uit een bergland. Boven de roode daken der +huizen wuiven de boomen van den Kluisberg met hunne donkergroene toppen. + +Van Berchem leidt een klimmende weg naar Quaremont, eene gemeente van +1,550 zielen. + +Quaremont ligt misschien in het schilderachtigste deel van heel +Zuid-Vlaanderen. De kerk staat op eene hoogte. Zij heeft eenen witten +gevel en eenen zwaren toren met eene kleine spits. + +Een groot gedeelte van Quaremont is overdekt met bosschen. Diepe +ravijnen loopen in alle richtingen. Hier en daar borrelt ijzerachtig +water op. + +De Romeinen hebben deze plaats gekend. Over eenige jaren heeft men er +een kerkhof ontdekt, met penningen en andere voorwerpen, welke men in +die verwijderde tijden bij de lijken placht te leggen. + +Te Quaremont stond de wieg van JAN VAN HECK (1625-1669), die vele kleine +landschappen schilderde, welke hij met bloemen en vruchten versierde. +Hij verbleef eenige jaren te Rome en overleed te Antwerpen. + +Den steenweg naar Ronse volgende, komt men aan _de Klok_, eene voorname, +landelijke herberg. Vóor het huis heeft men een schoon zicht op Zulzike, +Nukerke, Oudenaarde en het omliggende. + +Een weinig verder, aan de herberg _de Martiko_, ontrolt zich een dubbel +panorama. Noordwaarts, door eene heerlijke vallei, blikt men op +Vlaanderen, met de torens van Gent en Oudenaarde aan den gezichteinder; +zuidwaarts, langs den Kluisberg, ontwaart men Henegouw, met den +Drievuldigheidsberg en de blauwe hoogte van Bon-Secours in het nevelig +verschiet. + +Toen wij den laatsten keer de plaats bezochten -- in den zomer van 1898 +-- dreef een onweder over de streek. Aan den eenen kant glinsterde het +zonnelicht; aan den anderen kant viel een dichte regen. Nu en dan vlogen +rosse bliksemflitsen door het wolkgevaarte. Nooit zullen wij dien dag +vergeten. + +Aan den «Martiko» rechts gaande, kan men, langs het schoone kasteel van +Mevrouw de Crombrugghe, naar den Kluisberg wandelen. + +In het bosch ademt men eene reine, smakelijke lucht in. De wind suist +in de boomen; de vogelen zingen in de struiken; de bijen gonzen op de +kleine heidebloempjes. Sierlijke varens en groene kraakbeziestruiken +groeien in de schaduwe. + + * * * * * + +De Kluisberg is 141 meters hoog, en grootendeels begroeid met +mastbosschen. De aanblik op Henegouw en West-Vlaanderen is nochtans niet +belemmerd. Bovendien vindt men daar een witgekalkt torentje, dat men +voor eenige centiemen mag beklimmen. + +Honderden namen van groote mannen en gewone stervelingen staan op den +muur, waarmakende dat het plekje veel bezocht wordt. + +Aan den voet des bergs ligt het lieve Ruien. Verder rijzen Orroir, +Amougies, Rozenaken, Schalafie en Anseroeul; nog verder onderscheidt men +Pottes, Celles, Herne en Molenbaix. + +Westwaarts kronkelt de Schelde door weiden en meerschen. Over den stroom +beginnen de West-Vlaamsche valleien en verhevenheden, met Avelgem, +Autrijve, Helkijn, Sint-Denijs en Moen. + +Aan den gezichteinder steekt de toren van Mont-St-Aubert, op den +Drievuldigheidsberg, in de lucht. Daarachter ontwaart men de reusachtige +torens van Doorniks hoofdkerk. En tusschen al die gemeenten staart men +op golvende graanvelden, op eenzame huisjes, op draaiende molens, op +wiegelende boomen, op slingerende straten en voetpaden, op spelende +kinderen, op rondslenterende mannen en vrouwen. En de zonne, langzaam +ten Westen neigende, werpt haar fijnste goud over heel het landschap. + +Achter het torentje, in de toppen der sparren, zingen de vogelen +genoeglijk en tevreden... Ook de wandelaar is tevreden, en neurt den +dichter na: + + o God, wat is uw schepping schoon, + Wat zijn uw werken wonder! + Wat is die hooge hemel blauw, + Hoe groen het veld er onder! + +De grond van den Kluisberg is ijzerachtig. Niet verre van het +meergenoemde torentje, westwaarts, vindt men twee rechtstaande +rotsblokken van ongelijke grootte: Peetje en Meetje geheeten. De +geleerden vermoeden, dat het dolmens zijn, welke vroeger op den top des +bergs stonden en later, bij de opkomst van het christendom, als +duivelssteenen omvergestooten werden. + + * * * * * + +Eenige bijzonderheden, rakende de genoemde gemeenten, zullen hier te +stade komen. + +Benoorden Ruien liggen Berchem en Kerkhove, met eene brug over de +Schelde. Berchem is eene levendige plaats; Kerkhove heeft eene Gothische +kerk, met smaak versierd naar de eischen der middeleeuwsche kunst. + +Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies behooren tot het +arrondissement Oudenaarde, doch zij hebben eene Waalschsprekende +bevolking. Ons taalgebied is trouwens in het Zuiden van Oost-Vlaanderen +door eene reeks verhevenheden, als door eenen natuurlijken dijk, +afgesloten. + +Rozenaken is de geboorteplaats van HENDRIK DEPELCHIN (1822). Deze +onverschrokken geloofszendeling wrocht in Afrika en in Oost-Indië. Hij +stichtte een college in het Himalaya-gebergte. + +Zuidwestwaarts, in de richting van Robaais, schuilt Dottignies, eene +groote gemeente, met ongeveer 4,300 inwoners. Te Dottignies stond de +wieg van L.-P.-J. DUBUS DE GISIGNIES (1780-1849), eenen ervaren +staatsman. Dubus vertrok in 1825, als commissaris-generaal, naar +Oost-Indië. Hij bouwde de katholieke kerk van Batavia, zorgde voor het +algemeen welzijn zijner onderdanen, en poogde tevens den Belgischen +koophandel uit te breiden. + +Ondanks de vruchtbaarheid des gronds, heerscht er door den band meer +welstand in het dal der Lei, dan in de vallei der Schelde. Terwijl de +bevolking van Harelbeke, Kuurne, Bissegem, Lauwe verdubbelde sedert +1820, is die van Avelgem, Waarmaarde, Heestert, Ansegem en Tiegem +merkelijk verminderd. + + + + +XIII. + +Oudenaarde. + + + Daar zit en droomt gij aan de Schelde, + En spiegelt u in 't klare nat. + Uw roem en welvaart zijn verzwonden; + Toch zal mijn lied uw lof verkonden, + o Moedergrond, o vaderstad! + Toch blijft gij steeds mijn liefste schat, + Mijn dierbaar Oudenaarde! + +Dus zingt G. ANTHEUNIS, een zoon van Oudenaarde. + +Men weet, dat de keuren, welke 's lands vorsten aan de opkomende +gemeenten schonken, de openbare veiligheid waarborgden, de rechten en +plichten tusschen de poorters en den landheer bepaalden. + +Oudenaarde dankte zijne keure aan Philip van Elzas. De eerste +versterkingen der stad waren van 1188. + +In den loop der eeuwen werd Oudenaarde dikwijls belegerd: door de +Gentenaars in 1382 en in 1452; door de Franschen in 1658, 1667, 1684, +1708 en 1745. + +Ten jare 1382 stond Frans Ackerman, een der hardnekkigste voorstanders +van Philip van Artevelde, aan het hoofd der belegeraars. + +FROISSART wil, dat deze alsdan gebruik maakten van hun groot kanon: _de +dulle Griet_. Zeker is het, dat dit moordtuig in 1476 bestond. Dit jaar +betaalde men eene «zekere leveringhe van hout,» en eenen grooten olm, +«daer eene busse, gheheeten de groote Griete» en andere «engienen» in +gelegd werden. + +Toen de Gentenaars in 1452 de stad innamen, werden vier personen wegens +verraderij onthoofd: Jan en Lieven Willems, Lieven Boene en Everaard van +Botelaer. + +Bij deze belegering verloren de Gentsche bakkers «eenen rebaude ende +twee taergen.» + +In het begin der XVIe eeuw was de stad nog niet groot, maar zeer rijk. +Zij telde honderden tapijtwerkers, wier voortbrengselen heinde en verre +gezocht werden. De grootste schilders van Antwerpen, Teniers en anderen, +leverden teekeningen voor den kunstigen arbeid. In het gasthuis +bewondert de reiziger nog twee groote muurtapijten, jachten met valken +voorstellende. + +Frans I, koning van Frankrijk, stichtte in zijn land de eerste +tapijtweverijen. Hendrik IV riep uit Vlaanderen bekwame wevers, aan wie +hij bijzondere voorrechten verleende. Mark de Cooman en Frans van der +Plancke stonden aan het hoofd der werkzaamheden. Omtrent het jaar 1650 +toog Jan Janssens, van Oudenaarde, ook naar Parijs. Vier jaren nadien +werd deze op zijne beurt «maître tapissier du Roy.» + +Hedendaags telt Oudenaarde ternauwernood 6,000 inwoners. Den Donderdag van +elke week houdt men er eene belangrijke markt van landbouwvoortbrengselen. +De brouwerij is mede een voorname tak der plaatselijke nijverheid. + +Dat Oudenaarde eens rijk was, blijkt uit de pracht zijner openbare +gebouwen. + +[Illustration: STADHUIS VAN OUDENAARDE.] + +Een zeer merkwaardig gebouw is de kerk van Pamele, tegen de Schelde. Zij +is een werk van den bouwmeester ARNOLD VAN BINCHE en dagteekent van +1235-1239. Zij behoort tot den overgangsstijl en is bijna onveranderd +bewaard gebleven. Over eenige jaren waren de muren nog beplakt en gewit, +maar AUG. VAN ASSCHE herstelde den tempel op meesterlijke wijze, en +thans prijkt hij weer in zijne eerste, strenge schoonheid. + +De Sinte-Walburgakerk werd begonnen in 1414, voltrokken in 1515. Het +koor, over weinige jaren hersteld, is ouder dan het schip. Den toren, +die 88 meters hoog is, bouwde Jan van der Eecke in 1478 en volgende +jaren. Getroffen door den bliksem, in den zomer van 1803, verloor hij +zijne sierlijke naald. Deze had eene hoogte van 78 meters, en was +vervaardigd geworden door Thomas Goossens, van Gent, in 1619. + +De beeldstormers der XVIe eeuw richtten te Oudenaarde groote +verwoestingen aan. Op St-Bartholomeüsdag 1566 plunderden zij de kerken, +alles verwoestende, wat men niet in veiligheid had kunnen brengen. + +Den 4 October 1572 wierpen eenige schurken, aangevoerd door den kapitein +Blommaert, zes priesters in de Schelde: Paulus van Coye, Pieter van den +Hende, Jan van Bracle, Jacob de Deckere, Jan van Opstalle en Jacob van +Anvaing. In den avond leidde men hen uit het kasteel van Pamele, waar +zij sedert den 7 September gevangen zaten, naar het nieuw kasteel. Hier +werden zij «ontcleet tot op huerlieder hemde;» en nadat men hun de +handen en de beenen gebonden had, schoot men hen «met den hoofde voren, +door de veijnsters» in den stroom. Jacob van Anvaing werd nochtans +«wonderlijck verlost.» Dit verrichtten de verdedigers van de +«gewetensvrijheid,» de «verdraagzame» geuzen! + +Het stadhuis, een toonbeeld van den praalzuchtigen stijl der derde +Gothiek, en bovendien een echt juweel, is van 1525-1580. HENDRIK VAN +PEDE, van Brussel, werd gelast met het vervaardigen van de teekeningen, +alsook met het besturen en bewaken van de werken. WILLEM DE RONDE zorgde +voor de bouwstoffen en het beeldhouwen der steenen. + +De eventijdige rekeningen der stad noemen nog andere kunstenaars: +ADRIAAN VAN HOORICK, PAUL VAN DER SCHELDE, JORIS DE LA POTELLERIE, +MICHIEL PIETERS, GILLIS SPIERINCK, JOZEF DE CLERCQ. + +P. VAN DER SCHELDE sneed het merkwaardig portaal in eikenhout, dat de +raadzaal verrijkt. Dit gewrocht behoort tot den Renaissancestijl. + +Te Kortrijk liet men «den patroen maecken van de caven, staende binnen +den scepenhuuse.» Deze werden nochtans niet nagebootst. + +De volkszaal, in den laatsten tijd hersteld en versierd door VERHAEGEN, +BLANCHARD, BRESSERS en HENDRICKX, is schoon te noemen. Op de schouw +leest men het jaartal 1545. De beeltenissen van Karel den Groote, +Liederik de Buck, Robrecht van Bethune en Karel V versieren de muren. + +Het museüm van oudheden en de bibliotheek zijn niet van belang ontbloot. +In het museüm bewaart men oude wapens, zegels, bogen en sporen, +wijnkannen uit de XVe eeuw. Daar is ook de boekerij van wijlen Karel +Liedts. + +De toren van het stadhuis of het Belfort is almede een meesterstuk van +smaak en zwierigheid. Het Belfort is 40 meters hoog, en draagt op zijn +toppunt een verguld koperen beeld van twee meters: _Jantje van +Oostenrijk_, zegt eene oorkonde. Jantje staat daar te prijken sedert +1580. + +Oudenaarde bezit nog andere gebouwen, die een bezoek verdienen: het oude +huis van Burgondië, langs de Schelde, nu tot vredegerecht ingericht, en +het voormalige klooster van Maagdendale, niet verre van de kerk van +Pamele, nu ene kazerne. + +Een paar gekende rederijkkamers: _Pax vobis_ en _de Kersowieren_ hielden +tooneelwedstrijden en woonden vreemde landjuweelen bij. In hunne stad +stelden zij prijzen op in 1462 en in 1564. _Pax vobis_ ging naar +Kortrijk in 1512. Men wil ten andere, dat de gezellen dier twee steden +altijd «in vrinscepe» leefden. Zelfs schonk het magistraat van +Oudenaarde, in 1559, «aen die van Curtrijcke in dancbaerheden een +vriendelic banket,» dat ruim 567 pond parisis kostte. + +Op het landjuweel van Gent, in 1440, verschenen de Oudenaardsche +genootschappen met 88 gezellen zonder boog, 365 met boog, eenen +speelwagen, 339 ruiters en eenen koning, omringd door 79 poorters. + +Het landjuweel van 1497 overtrof al de voorgaande kunstfeesten in pracht +en luister. Nu zond Oudenaarde 132 wagens, overdekt met wit laken, 88 +paren ruiters en meer dan 200 gezellen te voet. + +Te Oudenaarde stond de wieg van Margareta van Parma, geboren «binnen +Pamele, op het Spei,» van Joanna van de Gheenst; -- van MATTHIJS DE +CASTELEYN (1488-1550), Vlaamschen dichter, behoorende tot de +rederijkkamer _Pax vobis_; -- van JAN VAN DEN DRIESSCHE, meer gekend +onder den naam van DRUSIUS (1550-1616); -- van den schilder ADRIAAN +BROUWER (1608-1640); -- van JAN RAEPSAET (1750-1832), rechtsgeleerde, +oudheidkundige en geschiedschrijver; -- van B. DE RANTERE (1775-1831), +kroniekschrijver; -- van den reeds genoemden staatsman LIEDTS; -- van +den geschiedvorscher A. VAN DER MEERSCH; -- van den geleerden pater VAN +TRICHT, S. J. (1842-1897); -- van den dichter en toonkundige G. +ANTHEUNIS (1840). + +De Casteleyn, «priester en excellent poëet,» had eenen grooten dunk van +«de conste van rhetorijcke.» Ik schreef, zegt hij ergens, 36 +esbatementen, 38 tafelspelen, 12 staande spelen «van sinne» en 30 +wagenspelen. Het boek, waarin hij zijne voorschriften uiteenzette, +verscheen na zijnen dood, en wel in 1555. Het bleef gedurende eene eeuw +het wetboek voor allen, die aanspraak wilden maken op den naam van +dichter. + +Drusius werd leeraar der Oostersche talen te Oxford, te Leiden en te +Franeker. Verscheidene gewrochten over het Oude Testament en de heilige +Schrift vloeiden uit zijne pen. + +Brouwer heeft men «den Rubens van het genre» genoemd. Met voorliefde +maalde hij tooneelen uit het woeste leven in de kroegen. Vechtende, +rookende, slapende, bedwelmde en onpasselijke boeren en slempers, +ziedaar de onderwerpen van zijne tafereeltjes. Maar deze zijn +wonderkeurig bewerkt, en tintelen van humor en argelooze waarheid. + +B. de Rantere hield zich langen tijd en met onvermoeide volharding bezig +met het opsporen van de belangrijke archieven, die ten stadhuize bewaard +worden. Ook genoot hij onder zijne medeburgers de eervolle +onderscheiding, die alleen den braven en rechtzinnigen man ten deele +valt. + +Liedts schonk zijne gansche boekerij aan de stad. + +Mevrouw Verwee, geboren Maria d'Huygelaere, is ook een kind van +Oudenaarde. Zij dichtte de gekende _Meerschbloemen_. + + + + +XIV. + +Naar Leupegem en Edelare. + + +Leupegem en Edelare zijn twee kleine, maar vriendelijke gemeenten in de +nabijheid van Oudenaarde. + +Leupegem heeft 1050, Edelare ongeveer 400 inwoners. Te Leupegem +aanschouwde de rederijker J.-B. DE BACKER het levenslicht (1783). + +Den steenweg naar Geeraardsbergen volgende, beklimt men den +Edelare-berg, die ruim 80 meters hoog is. De helling is nog al steil. +Ook zal de wandelaar wel eens poozen, en dan eenen blik werpen op de +stad en de vallei der Schelde. + +Oudenaarde, met zijne torens, daken en schouwen, ligt daar vóor hem, in +de diepte, te midden van uitgestrekte, zachtgroene beemden, waar koeien +grazen en kinderen spelen. Tusschen Melden en Elzegem kronkelt de +Schelde, tintelend in den glans der zomerzon. Aan den anderen kant +onderscheidt men het oude Eename, het nijverige Eine, Heurne met zijnen +witten kerktoren, en verder de hoogten van Gaver en het Belfort van +Gent. + +Tusschen Edelare en Oudenaarde zijn de bronnen, die de stad voorzien van +goed drinkbaar water. + +Edelare heeft een Gothisch kerkje, dat goed hersteld is. Het staat op +het hoogste des bergs. Eenige minuten verder rijst de vermaarde kapel +van O.-L.-Vrouw van Kerselaar, te midden van eenige eenvoudige huisjes. +Langs den weg ontmoet men de veertien tafereelen van het lijden des +Zaligmakers. Men waant, dat de koornaren daar weemoediger ruischen dan +elders; dat de leeuwerik daar stiller zingt, dan hij pleegt. O die +godsdienstige poëzij in Vlaanderens heerlijke velden!... + +Edelare was voorheen eene wijk van Volkegem. Een pastoor dier plaats, +Rogier van Brakel, bezat een houten beeldje van de Moeder Gods. Toen de +brave man zijn einde voelde naderen, schonk hij het beeld aan zijne +bloedverwante Katharina van Brakel. Deze bracht het, in de maand October +1452, naar Edelare, en hechtte het aan eenen kerseboom. + +Korten tijd nadien bouwde men eene kleine kapel. Den 5 Juli 1459 +verslonden de vlammen dit heiligdom. + +Dank aan de milddadigheid van den toenmaligen heer van Oudenaarde, +Odoward Blondeel de Joigny, legde men reeds den 21 Juli daaropvolgende +den eersten steen van eene grootere en schoonere bedeplaats. De bisschop +van Kamerijk wijdde ze den 3 Mei 1460, op den feestdag der Kruisvinding. + +Na de beeldstormerij deed Jacob de Joigny de kapel herstellen en +vergrooten. De Jacobijnen verkochten ze, in 1798, aan zekeren Thomas +Lepape. Drie jaren nadien nam M. Martroye, van Oudenaarde, het gebouw in +bezit. Hij verkocht het op zijne beurt, in 1831, en den 30 April 1833 +stelde de bisschop van Gent de hedendaagsche bestuurwijze vast. + +Vóor de Fransche omwenteling bezat de kapel van Kerselaar eenige vaste +goederen, alsook kostbare juweelen en altaargewaden. + +Aan het gewelf hangt, sedert 1860, een houten krokodil, gesneden door +VAN BIESBROUCK. Men verhaalt, dat Joost de Joigny, heer van Pamele, in +1555 op zijnen tocht langs den Nijl door eenen krokodil werd bedreigd. +De ridder beloofde, bij zijne terugkomst in het vaderland, het monster +in de kapel van Kerselaar dankbaar op te hangen, indien hij het gevaar +mocht ontkomen. Hij ontsnapte inderdaad aan den dood, en bracht zijne +belofte onverwijld ten uitvoer. + +De Franschen zonden het geraamte naar de natuurkundige verzameling eener +Gentsche school. + +Meer dan eens kwamen 's lands vorsten vóor het altaar der Moeder Goris +nederknielen: Maria van Burgondië in 1480, Maximiliaan van Oostenrijk in +1513, Karel V in 1521, Philip II in 1557, Izabella in 1625. + +De wijding der kapel wordt jaarlijks gevierd op den eersten Zondag na +Kruisvinding, in de bloeiende Meimaand. + +De bedevaarders van het Westen, die met het krieken van den dag te +Oudenaarde toekomen, bidden onderwege luidop den Rozenkrans, en keeren +later met kransen en vaantjes terug. De kinderen koopen «lekkie.» + +Den 2 Mei 1711 keurde het vicariaat van Doornik de plaatsing goed van +een beeldje van O.-L.-Vrouw van Kerselaar, op het altaar der H. +Drievuldigheid, in de kapittelkerk van Kortrijk. Tevens stichtte men +eene broederschap, wier leden alle jaren, op den Zaterdag der novene, te +Edelare plechtig werden ingehaald. + +De huidige kapel van Kerselaar is tamelijk groot, en heeft een slank +torentje. Zij bezit twee altaren. Maria heeft haar Kindeken op den +rechterarm. Verder leest men dit jaarschrift: + + UW GEKROOND WONDERBEELD BLIJVE ALLER + TOEVLUCHT. + +Wij kennen eene oude plaat van DU TIELT, voorstellende den heuvel van +Kerselaar, met den boom, de kapel en het lachende landschap rond +Oudenaarde. Op eene wapperende banier prijkt een vers uit het Hooglied: +«Hare vrucht is zoet; dus Maria groet!» + + * * * * * + +Niet verre van Kerselaar, tusschen Oudenaarde en Volkegem, op de helling +van den berg, ligt eene wijd gekende herberg: _Tivoli_. Onder de linden, +vóor het huis, kan men een half uurtje rusten en... genieten. In den +zomer wordt de Tivoli door de bevolking van Oudenaarde druk bezocht. + +Achter de heuvelen van Volkegem schuilen Mater en Ste-Maria-Hoorebeke. +Het schijnt, dat deze dorpen in de XVIe eeuw bewoond werden «door +scaemele lieden, legghewerckers en tapijtwevers.» De meesters bewoonden +Oudenaarde. + +Al die handwerkers, «dagelijcx ommegaende met Fransche en Duitsche +kooplieden in wolle, wierden door hen allengskens besmet met de leering +van Luther en Calvin.» De dorpen, gelegen op den anderen oever der +Schelde, «bleven van de nieuwe leering bevrijd, als weinig uitstaans +hebbende met vreemdelingen.» + +De menschen «der voornoemde parochiën, meest de leer van Calvin +toegenegen,» waren de eerste, «die ten jare 1566 de beelden braken, zoo +binnen als buiten de stede.» + +Gedurende het daaropvolgende bestuur van den hertog van Alva moesten +velen het land verlaten. Zij vertrokken «met vrouwen en kinderen naar +Duitschland, Engeland en Frankrijk.» Doch na de Bevrediging van Gent, in +1577, keerden zij naar hunne haardsteden terug. + +Later vestigden zich de meesten te Maria-Hoorebeke. De tempel, «waer zij +hunnen godsdienst uitoefenden, lag op het gehucht Grysbeke.» + +Ste-Maria-Hoorebeke is inderdaad, te midden van het katholieke +Vlaanderen, eene protestantsche gemeente gebleven. Het handschrift, +waaraan wij deze bijzonderheden ontleenen, voegt er bij, dat «die +gereformeerden zich zeer gerustelijck houden.» + +Elzegem, tusschen de Schelde en de grens van West-Vlaanderen gelegen, +heeft een fraai kasteel. + +Te Elzegem stichtte Bernaard van Bracle, in 1416, eene priorij. Langen +tijd hielden de kloosterlingen zich bezig met het schrijven en binden +van boeken. Wij weten althans, dat het bestuur van Sint-Martenskerk, te +Kortrijk, in 1462 aldaar «twee vulle zouters met vigeliën» bestelde, +alsmede «eenen hantifenere.» Ten jare 1466 maakte men van dit laatste +boek een nieuw afschrift. + +Etikhove, met 2,500 inwoners, ligt oostwaarts, op de Markebeek. Daar +vond men in 1869 eene zekere hoeveelheid gouden geldstukken, +dagteekenende van 1469 tot 1598, met de beeltenissen van Ferdinand V, +Karel V, Frans I, Sebastiaan I en Philip II. De schat, eene waarde +hebbende van ongeveer 500 fr., werd opgedolven in eene weide van L. +Blommaert, op het gehucht Grootendriesch. + + + + +XV. + +Naar Gaver. + + +Benoorden Oudenaarde kronkelt de Schelde voorbij Eename, Eine en Heurne; +dan richt zij zich oostwaarts naar Welden, Hermelgem, Meilegem en +Dikkelvenne, en vloeit vervolgens weer het Noorden in, wijkende voor den +heuvel van Gaver. + +Eine is eene schoone, nijverige gemeente, met ongeveer 3,000 inwoners. +Men vindt er sedert eenige jaren eene spinnerij en eene weverij, die +ieder tweehonderd werklieden bezig houden. + +Boven de deur eener herberg leest men deze eigenaardige rijmen: + + Komt in den Belg + En neemt een zwelg, + Want 't beste nat + Is nog in 't vat. + +De dorpskerk bestaat uit oude en nieuwere deelen. Groote herstellingen +werden gedaan in 1601 en 1623. + +Als eene plaatselijke eigenaardigheid noemen wij «den koddigen fittel,» +op den laatsten dag der jaarlijksche kermis. Alle gebeurtenissen, die +gedurende de verloopen maanden de aandacht des volks boeiden, worden +door de jonge lieden zinnebeeldig voorgesteld. Met het vallen van den +avond trekt de stoet zingend en spelend door de voornaamste straten der +gemeente, hier en daar stilhoudende om de toegestroomde menigte door +allerlei bokkesprongen te verlustigen. + + Vrienden, wij zijn al verblijd, + Nu met den kermistijd; + Wij hebben ons best gedaan, + En de fittel blijft bestaan. + +Eine vormde in vroegere eeuwen, met het omliggende, de onafhankelijke +heerlijkheid van de graven de Landas. Hunne burcht stond tusschen de +kerk en de Schelde, op «de Motte.» + +Het kapittel van Sint-Elooi, te Eine, bezat onder andere «eene seer oude +fondatie, wesende van het jaer 1185, ghemaect by Gerardus de Landas.» + +Arnold de Landas vergezelde den graaf van Vlaanderen ter eerste +kruisvaart. Toen hij wederkeerde, haalden de ruiters van Eine en de +naburige dorpen hem zegevierend in. De held had een stuk van het +waarachtig Kruis des Zaligmakers mede. Van dit stuk maakte men nadien +een kruisje, dat men nog in de dorpskerk bewaart. + +Alle jaren, op Sint-Pietersdag, herdenkt men dezen tocht door eene +ruitersprocessie. Na den ommegang zegent men de ruiters en de paarden, +vóor de kerkdeur, met het gebeente van Sint Elooi. + +Eene dergelijke plechtigheid bestaat ook te Asper, ten Noorden van Eine, +maar op den feestdag van Sint-Marten in het begin van Juli. De weg, dien +men hier volgt, loopt naar al de uiteinden der gemeente, langs straten +en wegels. + +De voetgangers komen vóor het krieken van den dag, om drie ure 's +morgens, aan de kerk bijeen. Nu eens biddende, dan weer zingende, gaan +zij voort. Aan ieder kapelleken, dat zij ontmoeten, toeven zij eenige +stonden. Rond zes ure is de menigte weer aan de kerk. + +De ruiters vertrekken om vijf ure en volgen denzelfden weg, doch houden +nergens stil, tenzij aan de kapel van Sint-Marten. + +Den volgenden Zondag wordt de ommegang vernieuwd, doch alleen rondom het +kerkhof. Al de inwoners van Asper, die kunnen, en honderden +vreemdelingen, zijn in de hoogmis tegenwoordig. De processie met het +Allerheiligste is schoon, treffend. Eene zee van volk overdekt het +kerkhof, eerbiedig biddende; honderden ruiters volgen op stap, doch +blijven buiten den muur, die den doodenakker omringt. + +Zoodra dan de processie binnen is, verschijnen de ruiters der gemeente +met hun vaandel op het kerkhof. Driemaal doen zij den ommegang, eerst op +stap, daarna op den draf en eindelijk in de vlucht. + +Het teeken is gegeven en beurtelings rijden de boeren van Nazareth, +Eeke, Heurne, Mulhem, Zingem, Eine en andere plaatsen den ommegang. De +klok luidt, de beiaard speelt, het volk juicht en -- Sint-Martenskermis +is volop aan den gang. + +Asper heeft 1,860 inwoners. + +Tusschen Heurne en Asper beschrijft de Schelde eene bocht. Daar ligt +Zingem, in eene vruchtbare vlakte. Het dorp telt 2,400 zielen. + +Na de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw was de kerk van Zingem heel +bouwvallig. De toren stortte neder in 1580. «Dit was de ruine van den +tempel, want het koor viel ook in.» + +De herstelling begon in 1593. Het metselwerk van den toren was in 1613 +geheel opgemaakt. In 1635 zette men op den toren «eene spits van 100 +voeten, met vier kleyne torentjes, elk 20 voeten hoog.» HENDRIK VAN +HAEREN, pastoor der parochie van 1696 tot 1712, stelde een verslag over +al die werken op. Zijn handschrift is in het archief der kerk. + +Onlangs teisterde een brand het sierlijke bedehuis. + +Bewesten Zingem daagt Huise, de geboorteplaats van den toondichter +GEVAERT. + +Gaver, de geboorteplaats van den geleerden AMAND BAUWENS, is eene +gemeente van nagenoeg 1,700 zielen. + +Daar beginnen de eerste heuvelen, die langs Balegem naar het land van +Aalst loopen. + +Gaver is het meest gekend door den veldslag, dien Philip de Goede in +1453 op de Gentenaren won. Men weet, wat er gebeurde. + +Gent en Brugge -- merkt David aan -- even bloeiend door nijverheid en +koophandel, maar ook even brooddronken in den voorspoed, hadden, sedert +ruim eene eeuw, aan den landheer zelden of nooit meer volkomen +gehoorzaamd. Beide steden hadden, nu eens met reden, dan weer uit +enkelen wrevel, de graven gedwarsboomd, en ja de wapens tegen hen +opgevat, om wettiglijk verworven of aangematigde rechten en vrijheden +voor te staan. + +Zoo ging het weer omtrent het midden der XVe eeuw. + +Door de langdurige oorlogen, welke Philip de Goede had moeten voeren, +stak deze in groote schulden. Daarom vroeg hij eene tijdelijke belasting +van twee stuivers grooten «up elc hoet zouts.» + +De Gentenaars weigerden, en de hertog verliet de stad met het vast +besluit van er geenen voet meer in te zetten, vooraleer zij zich zou +hebben onderworpen aan dien eisch. + +Nu volgde de eene moeilijkheid op de andere. In den zomer van 1453 riep +de Burgondiër uit al zijne landen nieuwe manschap op. Hij trok van +Rijsel naar Kortrijk, toog Oost-Vlaanderen in, veroverde het kasteel van +Schendelbeke, benoorden Geeraardsbergen, maakte zich meester van het +slot van Poeke, nabij Nevele, en kwam den 15 Juli voor Gaver. + +Het stormde in Gent. Roeland zond zijne zware stem over de stad; jong en +oud vloog in de wapens. Volgens LA MARCHE -- een gelijktijdige schrijver +-- trokken twee heiren de poorten uit; het eene, 25,000 man sterk, ging +langs Merelbeke en Vurste; het andere, dat ongeveer 20,000 man telde, +toog oostwaarts over Lembeke. + +Den standaard der gemeente rechtte men op het veld van Semmerzake, +benoorden Gavere. De opstandelingen gehoorzaamden aan Jacob Meeussone en +Diederik van Scaubrouck. + +Men vocht den 23 Juli. De Gentenaars verweerden zich als ware helden. +Zij wondden den jongen Karel en meenden zelfs zijnen vader, den hertog, +in het gras te doen bijten, toen de krijgskans keerde. Nagenoeg 20,000 +Vlamingen bleven dood, versmoord in de Schelde, vertrappeld onder de +paarden, of neergeveld door de wapenen. + +Nu nog draagt een deel van het bloedige slagveld den naam van «Roode +Zee.» + + * * * * * + +Voor de liefhebbers onzer folklore zij hier aangestipt, dat zij langs de +Schelde eenen rijken oogst kunnen opdoen. + +Te Asper vertelt men van Sneeuwwitje, het beminnelijk kind, en den +koning van Oosterbant; te Zingem zingt men nog altoos het oude _liedje +van de week_: + + De Zondag, de Zondag, + Dat is de dag des Heeren; + Dan doen wij onze schoenen aan, + En onze beste kleeren. + +Ziehier een raadseltje, dat wij in dezelfde gemeenten hoorden stellen: + + Asper en Zingem, + En het kerksken van Mullem, + In hoeveel staven spelt gij -- dat? + + + + +XVI. + +Binders of Branders. + +EENE BLADZIJDE UIT DE GESCHIEDENIS VAN DEN BOERENKRIJG + + +Onze lezers weten, dat de Franschen, op het einde der XVIIIe eeuw, +millioenen en millioenen uit ons vaderland haalden. Die ontzaglijke +sommen noemden zij belastingen, bevoorradingen voor het leger, gedwongen +leeningen. Wij voegen er bij: plunderingen van allerlei aard, +aftroggelarijen, diefstallen. + +In het jaar 1794 mislukte de oogst. De daaropvolgende winter was +buitengewoon streng. De prijzen der levensmiddelen stegen overal, eene +algemeene ellende stond vóor de deur. + +Er was meer. De goddeloosheid vermeerderde van dag tot dag; de mindere +man dompelde zich in allerhande ondeugden. + +De eerlijke lieden weigerden openbare ambten te aanvaarden; de +misdrijven werden weinig of niet beteugeld. + +Moet het ons dan verwonderen, dat de aanslagen tegen personen en +eigendommen gedurig toenamen; dat vele ongelukkigen in de bosschen +samenscholen, levende van roof en plundering. + +In Oost-Vlaanderen noemde men die booswichten Binders of Branders. + +DE RANTERE teekende aan, dat de omstreken van Oudenaarde op het einde +van 1795 zeer onveilig gemaakt werden door eene bende «roovers en +vagabonden.» Zulke benden, zegt hij, waren in het land zeer +vermenigvuldigd, dank aan «de slappe politie.» + +De roovers gebruikten eenen langen boom, waarmede zij de deuren der +hoeven inliepen. De menschen, die zij te bedde vonden, namen zij vast, +hen bindende aan armen en beenen. Dan legden zij hen vóor een blakend +vuur, stekende eene brandende kaars aan hunne voeten, ten einde te +vernemen waar hunne gespaarde penningen verborgen waren. + +Van zulke misdaden hoorde men schier dagelijks spreken, doch het was +voornamelijk in den omtrek van Beveren, dat de roovers den boer schrik +aanjoegen. Zoodanig, spot de schrijver, waren «de goede zeden reeds +verbasterd door de goede regeering der Franschen.» + +De kapitein der Binders was N. de Witte, van Beveren. Geholpen door +eenige gezellen, vermoordde hij den 2 Mei 1796, bij de herberg _la Belle +Hôtesse_, eenen landbouwer van Mater: J.-B. de Gezelle. + +Twee maanden nadien werd de schurk gevangen genomen door Frans Goeminne +en eenige andere boeren. Hij was de tweede van heel het departement, die +te Gent onthalsd werd. + +In de eerste dagen van Maart 1797 bracht men te Oudenaarde nogmaals vijf +Branders in. Deze waren van Ronse. De Rantere noemt er twee: J.-B. de +Miel, kapitein, en N. Lefebure. Als bewijsstuk had men eenen boom mede, +die twaalf voet lang was. + +Al die schavuiten legden naderhand, voor hunne gepleegde gruweldaden, +het hoofd onder het mes van den beul. + + * * * * * + +Een goed jaar nadien borst de Boerenkrijg in onze gewesten uit. + +In dien tijd leefde de reeds genoemde B. de Rantere. Deze verhaalt, dat +de gendarmen van Ronse den 25 October 1798 naar Oudenaarde kwamen. Uit +hunnen mond vernam men, dat de opstand aldaar werkelijk uitgeborsten +was. + +'s Namiddags hoorde men inderdaad op verscheidene dorpen de klok kleppen +om het volk bijeen te roepen. + +Tegen den avond kreeg men de tijding, dat de Boeren reeds te Leupegem +waren. De bezetting der stad vluchtte naar Gent. En de Jongens kwamen +binnen, onder het geleide van Masculier, bakker te Ronse, en van de +Walle, hoedenmaker. + +In den avond van den volgenden dag traden nogmaals eenige opstandelingen +de stad in. + +Middelerwijl naderde een republikeinsch legertje, afgezonden uit Gent. + +Het kostte de Franschen maar weinig moeite om in Oudenaarde te geraken. + +De eerste burger, op wien zij hunne wraak koelden, was J. Ryckbos, een +arme werkman, die boter was gaan halen voor zijne vrouw en kinderen. +Ryckbos was van Beveren en viel aan de Gentsche poort. + +Voortstormende, doodden de woestaards Karel Martens recht tegenover de +deur van zijn huis. Bij den trap van het stadhuis vermoordden zij Jan de +Block en Frans de Contreras. + +Eenige soldaten drongen in het huis _de Appel_, op de Markt, en brachten +daar zeven personen om, onder anderen Michiel Gevel en twee vreemde +kooplieden. De beulen ontkleedden de lijken, en wierpen ze naakt door +de bovenvensters op de straat. + +Van daar liepen zij over den Burg door de Broodstraat naar Pamel, alwaar +zij een jong meisje nedervelden: Sophia van den Hende, die haren broeder +was gaan zoeken. + +Een boer, die hen in de Broodstraat ontmoette, stortte almede levenloos +ten gronde. + +In de Kasteelstraat troffen de republikeinen H. Gyselinck, oud 21 jaren. + +Komende in de abdij van Maagdendale, doodden zij al de Ronsenaren, die +daar eene schuilplaats hadden gezocht. Verder, in de Hoogstraat, +kwetsten zij J. de Langhe, van Ooike. De martelaar sukkelde voort tot in +de Kattestraat, waar men hem den genadeslag toebracht. + +Bij de Baarpoort trof een kogel G. de Vos, herbergier in _de Kroon_, te +Leupegem. De Vos was zeer oud en hoorde bijna niet meer. + +De registers van den burgerlijken stand der stad Oudenaarde bewaarheden +het grootste gedeelte van de Rantere's verhaal. + + + + +XVII. + +Naar Zottegem. + + +Achttien kilometers scheiden Oudenaarde van Zottegem. Tusschen beide +plaatsen liggen Eename, Welden, Munkzwalm en Rooborst. + +Eename was zeer vroeg eene villa, met een versterkt kasteel. + +Boudewijn van Rijsel stichtte er, in 1063, eene abdij, toegewijd aan +Sint-Salvator. De bisschop van Kamerijk bevestigde de stichting in den +loop van het volgende jaar. De kerkvoogd noemde Eename eene bloeiende +plaats met drij bedehuizen. + +CH. PIOT heeft het cartularium der abdij uitgegeven. Zoo weten wij, dat +het jonge klooster spoedig mild begiftigd werd. Het bekwam de altaren +van Kortemark en Handzame, in 1085; -- het altaar van Opbrakel, in 1096; +-- dat van Welden, in 1110; -- de altaren van Semmerzake en Melsen, in +1117; -- die van Moorsele en Lemberge, in 1126. Voorts bezat het +gesticht tienden en goederen te Mater, te Welden, te Leupegem, te +Schoorisse, te Eine, te Avelgem, te Bosuit, te Moen, te Werken, te +Handzame, te Oost-Roosbeke, te Deurne, te Kluizen, te Marke, te +Oosterzele, te Everbeke en te Hoorebeke. Eene oorkonde van 1187 noemt +gronden, ingenomen door het kanaal de Yser. + +Tijdens de Fransche omwenteling, op het einde der XVIIIe eeuw, zochten +de Kortrijksche nonnen van Groeninge eene schuilplaats in de abdij van +Eename, waar zij twee maanden verbleven. Zuster Carolina de Witte heeft +dit alles in haar dagboek aangeteekend. + +Den 26 April 1794 -- zegt zij -- zijn wij vertrokken met het beeld van +O.-L.-Vrouw, en hebben vernacht te Waregem. + +Den 27 's avonds zijn wij te Oudenaarde aangekomen, en hebben verbleven +in de abdij van Maagdendale tot den 29 's morgens, wanneer wij gegaan +zijn tot de abdij van Eename, alwaar wij bleven tot den 23 Juni. + +Den 18 Mei, dag van het gevecht tusschen Kortrijk en Doornik, werd het +beeld op het altaar gesteld gedurende de hoogmis. + +Den 23 Juni zijn wij vertrokken naar Velzeke, met nog vijftien andere +kloosterzusters. + +Den 2 Juli heeft men het heilig beeld op het altaar gesteld in het +klooster van Velzeke. + +Wij zijn daar gebleven tot den 6 Juli, wanneer wij naar Kortrijk zijn +teruggekeerd, slapende te Oudenaarde in de abdij van Maagdendale. + +Den 8 zijn wij in ons klooster toegekomen, aldaar alles «in groote +troubels vindende.» + +Eename telt hedendaags 890 inwoners. + +Op het dorpsplein staat eene steenen kolom: de kaak of de schandpaal, +waartegen men vroeger zekere booswichten ten toon stelde. + +Bij het aanleggen van de spoorbaan naar Zottegem, in 1867, vond men, op +het grondgebied van Erwetegem, vele Romeinsche muntstukken, bewaard in +een bruinachtig kruikje. + + * * * * * + +Zottegem, met ruim 3,000 inwoners, ligt eigenlijk benoorden de Vlaamsche +Ardennen. Doch het is een schoon, nijverig vlek, en verdient om meer +dan éene reden een bezoek. + +Zottegem is de hoofdplaats van een kanton. Vijf ijzeren wegen loopen +hier samen. + +In de XIVe eeuw bloeide er het lakenweven. Op zekeren dag, in 1314, +kwam Ketele, de toenmalige onderbaljuw van Gent, met eenige naijverige +mannen herwaarts. De rekening vermeldt, dat zij twee dagen «ute waren,» +en dat zij met twee wagens de gebroken getouwen wegvoerden. Dergelijke +baldadigheden gebeurden ook te Assenede. + +Wij kennen eene rederijkkamer, welke te Zottegem de tooneelkunst +beoefende: _Die bloeit door liefde en eendracht, groeit_. In 1784 +vertoonde zij te Kortrijk het treurspel _Mahomet_; in 1788 schreef zij +eenen prijskamp uit. + +De parochiale kerk is goed hersteld en geschilderd. In den zijmuur langs +de Markt wijst eene ijzeren deur den grafkelder van Egmond en zijne +vrouw aan. + +Twintig schreden verder rijst een klein standbeeld van den held van +St-Quintijn en Grevelingen. Het werd vervaardigd door CALLOIGNE, van +Brugge, en plechtig onthuld in den zomer van 1872. + +Lamoraal, graaf van Egmond, bleef den godsdienst zijner vaderen getrouw; +hij beminde zijnen koning, en droeg zijne vrouw en kinderen eene +onbegrensde liefde toe. Op het slagveld was hij manhaftig; doch in het +gewone verkeer des levens scheen hij buigzaam en zonder de noodige +wilskracht. + +Zoomin als Willem van Oranje en den graaf van Hoorn, kon Egmond het over +zijn hart krijgen, dat Granvelle in den Staatsraad eenen zekeren +voorrang had en naast de Landvoogdes de eerste plaats innam. + +Zoo raakte hij in onmin met Granvelle, om meer en meer den Zwijger aan +te hangen, die koud, listig en vooral heerschzuchtig was. Ook schertst +VAN VAERNEWYCK, in zijne _Beroerlicke tijden_, niet weinig met den +gewestvoogd, als hij zegt: «Het was goed te merken, wat faveur de graef +de consistorianten droeg, daer hy hun niet en wilde verbieden hunne +manier van doen, verstaende nochtans, dat zy hem geobedieert zouden +hebben; waerom by sommigen een gemeen spreekwoord van hem ging, dat hij +op twee peerden reed: op een geusch en een katholiek peerd, maer dat hij +het meest het geusche peerd beschreed.» + +Toen de hertog van Alva in de Nederlanden kwam, vertrok de Zwijger naar +Duitschland, om vreemde krijgsknechten aan te werven. De graven van +Egmond en Hoorn werden gevangen en den 10 September 1567 gekerkerd. Hun +proces duurde lang. Er bleek uit het gerechtelijk onderzoek en uit de +afgelegde getuigenissen, dat beide edellieden het eens waren met de +oproerige Geuzen. DE BAVAY, die de gansche rechtspleging liet +verschijnen, drukt zich uit als volgt: «Le comte d'Egmont était coupable +de rébellion et de lèse-majesté, à cause des mauvais offices qu'il avait +faits avec les sectaires séditieux et rebelles à la sainte église; et +pour avoir en outre favorisé la ligue et abominable conjuration du +prince d'Orange et d'autres seigneurs.» + +Den 5 Juni 1568, op Sinksenavond, legden beide graven het hoofd onder +het mes van den beul. + +Als men te Zottegem de breede Neerstraat volgt, ontwaart men, aan 't +einde links, de overblijfselen van Egmonds kasteel. Het biedt niets +merkwaardigs aan. + +Zottegem is de geboorteplaats van den geneesheer LAURENS DE METS. In +1639 liet hij eene _Zalige remedie tegen de besmetting der pest_ +verschijnen. + + + + +XVIII. + +De omstreken van Zottegem. + + +In de nabijheid van Zottegem liggen verscheidene dorpen, die zeker vroeg +bewoond werden. Te Velzeke heeft men eene menigte voorwerpen opgedolven, +welke tot het Romeinsch tijdvak behooren. Te Erwetegem ontdekte men in +eenen meersch ongeveer 1,600 muntstukken uit het midden der XIe eeuw. + +Gedurende de middeleeuwen was het land van Zottegem rijk aan burchten. +De heeren van Leeuwergem, Herzele en Steenhuize, zoowel als die van +Hofstade en Massemen, Kalken, Zomergem en Landegem, vochten in 1302 op +de vlakte van Groeninge tegen de verdrukkers van Vlaanderen. De twee +laatsten verloren hun paard in den strijd. + +Reeds in de XIVe eeuw had het meer genoemde Velzeke een klooster. In +den nacht van den 20 Juli 1728 verslond het vuur niet alleen dit +gesticht, maar ook het hospitaal, de kapel, de school, de dorpskerk en +negen en twintig woonhuizen. Om voortaan van dergelijke rampen bevrijd +te blijven, deed men eene jaarlijksche bedevaart naar Landskouter, bij +Gent, alwaar de heilige Agatha als patrones tegen den brand vereerd +wordt. + +Elene heeft verscheidene bronnen en vijf vijvertjes. De kerk, herbouwd +in 1858-1863, prijkt op de helling eens heuvels. + +Elene stond vroegertijds onder het gezag der heeren van Leeuwergem. Op +de wijk _Nieuwwege_ hield men alle jaren, op den 9, 10 en 11 September, +eene vrije jaarmarkt, evenals in de groote steden. In 1457 verbood de +heer van Leeuwergem het «dobbelspel,» het «caetspel» en andere +baldadigheden. + +Hillegem ligt meer oostwaarts. Wilt gij weten, lezer, wat men in den +omtrek dier gemeente vertelt? + +Welige eiloofranken waren, in lang vervlogen tijden, tegen de muren der +kerk opgewassen. Zelfs bedekten zij een gedeelte van den toren. + +De dorpelingen zagen zulks met leede oogen. + +Een hunner stelde voor, met eene katrol en sterke koorden, eene koe op +te hijschen. Deze zou de ondeugende planten wel binnenspelen. + +Zoo gezegd, zoo gedaan. De koe werd opgetrokken, maar de koord verworgde +haar; en eer zij heel dood was, stak zij hare groote tong uit. + +Al de bewoners van het dorp, mannen, vrouwen en kinderen, waren +toegesneld en riepen: + +Kijk, ze lekt al, ze lekt al! + +En sedertdien spreekt iedereen in de streek van... de Hillegemsche +lekkers. + + * * * * * + +Bij de spoorhalle van Zottegem bemerkt de reiziger, op eenen kleinen +afstand, eene zacht rijzende verhevenheid, waarop eenige huizen. Daar is +Grootenberge, eene gemeente, die 1,050 zielen kan tellen. + +Verder schuilt St-Lievens-Essche; aan den anderen kant liggen +Godveerdegem en Erwetegem. + +St-Lievens-Essche is zeker eene der eerste plaatsen van Vlaanderen, waar +een kerkje oprees. + +De heilige Livinus was een Ierlander. + +Weinige jaren na St-Bavo's dood kwam hij te Gent toe, dikwijls +predikend in het land van Aalst. Zoo verbleef hij eenen zekeren tijd in +het toenmalige Holthem. Den 12 November 657 vond de groote apostel den +marteldood te Essche. Zijne leerlingen droegen zijn lijk naar Holthem, +waar zij het ter aarde bestelden. Het plaatsje werd naderhand +St-Lievens-Houtem geheeten. + +Essche kreeg den naam van St-Lievens-Essche. Hier bouwde men een +bedehuisje op de plek, waar de zendeling zijn bloed had vergoten. + +Door het instellen van eene jaarlijksche bedevaart uit Gent naar Houtem, +nam de vereering des heiligen op buitengewone wijze toe. + +St-Lievens-Essche ligt in een heuvelachtig gewest. Men vindt er schoone +huizen en, op het groote dorpsplein, eene drenkplaats voor koeien en +paarden. + +Godveerdegem is slechts anderhalven kilometer van Zottegem verwijderd. +Het heeft eene bevolking van 900 zielen en eene oppervlakte van ruim 326 +hectaren. + +Het dorpje bezit eene fraaie kruiskerk uit de XVe eeuw, met eene +achthoekigen toren. + +Eenige jaren vóor de Fransche omwenteling vond men in het kleine +Godveerdegem eene rederijkkamer: _De kunstminnende liefhebbers_. In den +zomer van 1784 vertoonden zij het historisch stuk: _Keizer Karel VI_. + +Erwetegem is een schilderachtig dorp met meer dan 2,000 zielen. Aan het +Kapelbosch borrelt eene bron, die een beekje vormt. Zes andere vlieten +besproeien het grondgebied der gemeente. + +De hedendaagsche kerk van Erwetegem is uit de tweede helft der XVIIIe +eeuw. JANSSENS, van Nevele, schilderde de muren van het koor. Verder +bezit de tempel eenen ijzeren kroonluchter, die zeer merkwaardig is. + +De rederijkkamer: _Opgewekt door ijver_, speelde in 1787 te Tielt, in +1788 te Zottegem. + + + + +XIX. + +Geeraardsbergen. + + +Geraardsbergen -- _Grammont_ -- is een lief steedje, gelegen op de +helling van den Ouden-berg. De Dender verdeelt de plaats in eene boven- +en eene benedenstad. Het zicht op de bovenstad is waarlijk schoon, +prachtig. + +Geeraardsbergen ontstond in het jaar 1068, onder de regeering van +Boudewijn van Bergen, graaf van Vlaanderen en Henegouw. De stad werd +gesticht op eenen vrijen grond, toebehoorende in Hunnegem aan zekeren +Geeraard, en mag beschouwd worden als eene eerste allodiale bezitting +der Vlaamsche vorsten. + +Misschien wilde Boudewijn, op de grenzen zijner twee staten, een bolwerk +opwerpen tegen den moedwil zijner Waalsche onderdanen. Hoe het zij, +Geeraardsbergen was de eerste Vlaamsche gemeente, die eene keure kreeg. +Ziehier enkele bepalingen uit dit oude wetboek: + +«Alwie in Geeraardsbergen erf koopt en zich aan de stedelijke wet, +volgens het oordeel der schepenen, onderwerpt, wordt vrij, al was hij +dat vroeger ook niet. + +»Elke burger van Geeraardsbergen heeft het recht de stad te verlaten en +zijne woonstede elders te kiezen, mits hij geene schulden nalate. + +»Geen burger mag gedwongen worden tot het tweegevecht, noch tot het +ondergaan van vuur- of waterproef. + +»Wie geene erfgenamen heeft, mag zijne goederen, zoo roerende als +onroerende, vermaken aan de kerk of aan den arme. + +»Een burger, die weigert zijne schulden te betalen, zal, na uitspraak +der schepenen, door 's graven hulp en macht, daartoe gedwongen worden. + +»Wie een ander doodt of verminkt, zal, buiten het geval van eigen +verwering, hoofd voor hoofd, lid voor lid geven.» + +Dank aan die keure, zegt Dr MOROY, bezat het ontluikend Geeraardsbergen +op korten tijd de drie dingen, die eigenlijk de stedelijke gemeente +uitmaakten: eene parochiekerk en een plaatselijk schependom, met muren +en vestingen. + +Deze waren bijzonder sterk aan den kant van Henegouw, alwaar twee +stevige torens, die nog gedeeltelijk bestaan, de Pussemijpoort +beheerschten en beschermden. Men noemt ze den _Pijntoren_ en den +_Dierenkost_. In de Pussemijstraat, derwaarts leidende, stond de eerste +_pusseme_ of woekerbank, de eerste Lombard. + +Na de nederlaag der Vlamingen te Kassel, op den 20 Augustus 1328, werden +onze vaderen streng gestraft. Te Brugge en te Ieperen alleen koos men +1400 gijzelaars. WILLEM DE DEKEN, oudburgemeester van Brugge, stierf als +martelaar den 15 December 1328. Een andere Bruggeling duidde twee mannen +van Geeraardsbergen als medeplichtigen aan: HENDRIK VAN KERREGHEM en JAN +BLONDEEL. De genaamde JAN LE CLERC, die in vroegere jaren te +Geeraardsbergen een openbaar ambt bekleedde, onderteekende zijne +onderwerping daags vóor St-Michielsdag in 1329. Hij beleed misdaan te +hebben «en ces derraines esmeutes.» + +Tijdens de regeering van Lodewijk van Male heerschten er nogmaals +groote onlusten in Vlaanderen: een krijg tusschen de burgerij en den +adel. De Witte Kaproenen bezetteden in 1380 de vier Ambachten, haalden +Ieperen voor hunne zaak over en wonnen bovendien Dendermonde, Aalst, +Ninove en Geeraardsbergen. + +In de maand Maart van het volgende jaar werd de worsteling met nieuwen +drift hernomen. Vijf krijgsbenden trokken uit Gent, zich richtende naar +verschillende gewesten, als wilden zij toonen, dat hunne stad machtig +genoeg was om over heel het graafschap te heerschen. Die stoutmoedigheid +had nochtans jammerlijke gevolgen; want terwijl de eenen voordeel +haalden, werden de anderen deerlijk geslagen. + +Het was in die omstandigheden, dat de heer van Edingen -- _Enghien_ -- +een neef van Vlaanderens graaf, op Zondag 7 Juli 1381 heel +Geeraardsbergen verwoestte. De ingezetenen werden om hals gebracht, de +huizen en de openbare gebouwen door het vuur verslonden. + +Philip de Stoute teekende den 18 December 1385 een vredeverdrag, waarbij +alle oude voorrechten en vrijheden niet alleen aan Gent, maar ook aan +Kortrijk, Deinze, Rupelmonde, Hulst, Axel, Biervliet, Dendermonde, +Oudenaarde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen werden weergegeven en +bevestigd. + +Ook in 1485 en 1491 werd een groot gedeelte van de stad verwoest. + +Na de plunderingen der Geuzen stonden er nog honderd drie en zestig +bewoonbare huizen recht. + +Geen wonder dan, dat Geeraardsbergen niet rijk is, aan oude gebouwen. + +Zeer merkwaardig nochtans is de kerk van Hunnegem, deels in Romaanschen, +deels in Gothischen stijl opgebouwd. Zij wordt gebruikt door +Benedictijner nonnen, en werd gansch geschilderd door L. BERT-DE +L'ARBRE, den geachten voorzitter van het Davids-Fonds aldaar. Boven het +altaar bewondert men de vereering der H. Maagd; elders het leven van den +insteller der Benedictijnen of, zinnebeeldig, de alledaagsche bezigheden +der nonnen: het gebed, het onderwijs en de arbeid. + +Op de Markt staat de kerk van Sint-Bartholomeüs, een Gothisch gedenkstuk +uit de laatste jaren der XVe eeuw. De predikstoel is een schoon +gewrocht, gesneden door DEVILLE. Onlangs heeft M. BERT den tempel +prachtig versierd. De edelmoedige kunstenaar schilderde eigenhandig, ter +eere Gods, het koor en de beuken in 1896. + +Den 16 Juli 1515 bracht men, uit «de prochie van sente Martenslierde, +zekere reliquiën van den heylighen Bertolomeux, om die in de +prochiekercke» van Geeraardsbergen te stellen, te verheffen en te eeren. +De kas, waarin men die kostbare overblijfselen bewaart, is een zilveren +juweel van groote waarde. + +Vóor de Fransche omwenteling bezat Geeraardsbergen eene vermaarde abdij, +toegewijd aan St-Adriaan. Zij dagteekende van het jaar 1081 en stond +tusschen de Bergpoort en de poort van Boelare. De monniken besteedden +hunnen tijd aan het gebed, aan den arbeid en aan de studie. De kerk was +groot en schoon, versierd met prachtige sieraden. In 1519 bezat zij «een +stic van den heleghen Cruce, een doren van de dorne croone, een sandael +van die heleghe moeder Anna en eenen brief van sent Joannes den +Evangelist,» benevens eene menigte overblijfselen van heilige mannen en +vrouwen. J. VAN COPPENOLLE, prelaat en abt van het klooster, teekende +deze bijzonderheden in eene korte «verclaeringhe» aan. + +Een pand der abdij is gespaard gebleven. + +Het gasthuis is almede zeer oud. Een steen, in den gevel gemetseld, +draagt althans het volgende opschrift: «Aen siecken ende weesen hebben +zy hunne erve uytgedeeld. Johanna, gravinne van Vlaenderen (1243); -- +Meester Sechere, pbr., en Claus Cheylinc (1244); -- Symoen de Ruwe +(1304); -- Jan van Culsbrouc ende Geert syn broedere (1406)...» + +Meer dan ééne nijverheid heeft Geeraardsbergen verlaten. Nog in de XVIe +eeuw telde de stad tapijtwevers, lakenwevers, volders, droogscheerders +en linnenwevers. Hun gildehuis stond op den hoek, gevormd door de +Begijnhofstraat en de huidige Wijngaardstraat. + +Later bloeide de nijverheid der zwarte kanten. + +Hedendaags heeft Geeraardsbergen groote werkhuizen, waar men sigaren en +zwavelstokjes vervaardigt. + +Geeraardsbergen schonk het leven aan GABRIËL DE GRUPELLO, beeldhouwer, +van wien men verdienstelijke werken aantreft in België en in +Duitschland; -- aan JAN HAUCHIN, aartsbisschop van Mechelen in de tweede +helft der XVIe eeuw; -- aan J. SCHOLLAERT, dichter, begraven in de +St-Bartholomeüskerk, vóor het altaar van St-Elooi; -- aan FRANS RENS en +Dr R. MOROY. + +Rens (1805-1874) beoefende met voorliefde de ballade, en leverde in dit +vak eenige merkwaardige stukken. Wie de herleving der Vlaamsche letteren +na 1830 wil nagaan, doorbladere 's mans letterkundig _Jaarboekje_; wie +de geschiedenis der Vlaamsche beweging wil kennen, raadplege zijne +_Eendracht_. + +Dr Moroy, overleden te Moorsel, schreef _J. David's leven_ en +belangrijke bijdragen in het _Belfort_. Voor dit werk leverde hij ons +bereidwillig eene menigte aanteekeningen. De begaafde man stierf in +1898. + +De stad Geeraardsbergen bezit verscheidene volksscholen voor jongens en +meisjes; eene muziekschool; eene nijverheidschool; eene kostschool, +gehouden door Josephieten in het voormalige klooster der Karmelieten; +een bisschoppelijk college, in het oude klooster der Miniemen. + +Twee genootschappen beoefenen de tooneelkunde. Het St-Pietersgilde +bloeide reeds in de XVe eeuw. Ten jare 1424 reden «de ghesellen, +ghewapent en te peerde, by goeden adviese vóor het heleghe Sacrament in +den ommeganc van der processie.» Na den middag «speelden sy up de maerct +een spel van batailgen.» + +Het grondgebied der stad meet 191 hectaren. Hare bevolking is tot +ongeveer 10,400 zielen gestegen. + +De Groote Markt ligt 33 meters boven den spiegel der zee. Weinige +minuten verder rijst, breed en majestatisch, de Oude Berg, wiens hoogste +punt, achter de kapel, 113 meters bereikt. + + + + +XX. + +Op den Ouden berg. + + +Het is omtrent drie ure namiddag en warm, helder weer. + +Wij verlaten de Markt en beklimmen den Ouden Berg langs eenen smallen, +steilen weg, beleid met scherpe steenen. + +Bijna op de kruin vinden wij eene groote, fraaie herberg, niet te +onrecht _het Hemelrijk_ geheeten. Hier zullen wij toeven en nog eens +onze oogen verzadigen. + +Vóor ons blikken wij over heel de stad, over daken en schouwen, over +meerschen en velden, verscheidene mijlen ver. + +Stroom op, ten Zuiden van Geeraardsbergen, ligt de kleine Gaver, palende +aan de korte Lake. In den winter, als de Dender overstroomt en de +aanhoudende vorst het water tot ijs verstijft, ziet men daar honderden +schaatsenrijders weg- en wedersnellen. Nu grazen er menigvuldige bonte +koeien. + +Stroom af, beneden de stad, vindt men de groote Gaver op het grondgebied +van Onkerzele. Daar speelde men den 29 Mei 1815 als een voorspel van den +bloedigen slag van Waterloo. + +[Illustration: ZICHT OP GEERAARDSBERGEN.] + +De lucht was helder, zooals nu, en de zon wierp heure gouden stralen +over het groene grastapijt. Twintig duizend ruiters daagden op, en +ontwikkelden hunne gelederen voor het oog van zes en dertig +veldoversten. Daar waren immers Wellington, Blucher, von Bulow, lord +Howard, de hertog van Berry, de prins van Oranje en andere helden. + +De legende heeft er bijgevoegd, dat Napoleon-Bonaparte, in koopman +verkleed, op den dorpel van de afspanning _de Warmoesput_, het grootsche +schouwspel met zijne blikken volgde. + +Ten Oosten van de stad daagt een overschot van het oude Raspaillenwoud. +Daar gaan de kinderen in den zomer «kozijnen» of blauwe kraakbeziën en +«rambanzen» of braambessen plukken; -- daar bezong de Gentenaar DANIËL +HEINSIUS (1580-1655) de mild spruitende bron; -- daar verschansten zich, +in de tweede helft der XIVe eeuw, de laatste Witte Kaproenen, «les +pourcelets de la Raspaille,» zooals FROISSART ze noemt; -- daar verborg +later de beruchte Jan de Lichte zijnen buit. + +Het woord _raspaille_ zal wel hetzelfde zijn als _respeel_, door KILIAAN +opgegeven in den zin van deugniet, fielt, boef, guit, schelm, schurk. +NICOLAAS DESPARS, van Brugge, gewaagt in zijne kroniek van «eeneghe +quade ende rouckelooze raspaylgiën.» Zoodat het Raspaillenwoud eene +schuilplaats zal geweest zijn voor al het janhagel uit Brabant, Henegouw +en Vlaanderen. + +Maar... het is tijd, dat wij eens rondkijken! + +Wij onderscheiden Deftinge, Parike en Goeferdinge in de nabijheid; +Neder- en Opbrakel in het dal der Zwalm; Lessen in het Henegouwsche. Aan +den gezichteinder, boven Goeferdinge, blauwen de wouden van Vloesberge +en Brakel, met het bosch te Rijst. De Molenbeek kronkelt door de +delling, vloeiende langs Smeerebbe naar den Dender. + +Achter «het Hemelrijk» stijgt de berg nog eenige meters. + +Hier treffen wij een groot kruisbeeld aan, beschaduwd door drie +donkergroene mastboomen. Men zou haast zeggen, dat zij treuren... + +Verder staat een groot beeld van de Moeder der smarten -- een gewrocht +van G. DE GRUPELLO. Wij lezen op het voetstuk: «Ick groete u, herte van +Maria, Moeder van Jesus, doorsteken met het sweert der droefheden; wees +my, ermen zondaer genaedich, nu ende in de ure van myne dood!» + +Op het hoogste van den berg rijst eene lieve kapel, toegewijd aan de +Troosteres der bedrukten. Oorkonden uit de XIIIe eeuw maken er reeds +gewag van. + +Deze kapel bestaat uit twee deelen, gescheiden door eene traliedeur: een +portaal, waar de bedevaarders knielen, en een achthoekig koor, lief +geschilderd en versierd. Het licht dringt door een koepeltje binnen. + +Bezijden de kapel, doch veel lager, is een vijvertje, altijd goed +voorzien van water, en eene arduinen zuil van eenige meters hoogte: het +tafeltje van den berg. + +Aan deze zijde is het landschap even schoon. Wij zoeken Hemelveerdegem, +ten Oosten van Nederbrakel; Schendelbeke en Idegem, twee dorpen op den +Dender; Grimmingen, Onkerzele, Moerbeke en Viane, aan den kant van +Brabant. Verder steken de torenspitsen van eenige Henegouwsche en +Brabantsche gemeenten slank in de wasemige lucht. In het geheel +onderscheiden wij de witte gevels van drie steden en de torentjes van +een twintigtal dorpskerken. + +In het _Jaarboekje_ van Rens, voor 1851, lazen wij eens een dichtstukje +van FRANS DE BECK, dat ons gedeeltelijk te binnen schiet... + + Hoe lustig zien wij ginds de wijde Dendermeerschen + Bezet met welig horenvee! + Hoe lieflijk de rivier langs wei en velden kronkelen, + Hoe pronkt in 't veld de rijpende oogst! + + Het oog reikt uren ver. Daar rijzen vriendensteden + Aan noord- en oost- en zuiderkim; + Hier, van den Vlaamschen grond, blikt men in Henegouwe, + En ziet men Lessen aan zijn voet. + + Ik staar, geniet, gevoel... Wat is die berg toch heerlijk! + Hoe spreidt de stad zich vóor mij uit! + Daar rijzen, boven haar, de torens van haar kerken; + En 't lang bekende klokgelui + + Bromt in mijn oor. De markt, waar 'k in mijn kindsheid speelde, + Praalt daar, vooraan, met keurgen bouw; + De school, waar mijne jeugd aan wetenschap zich voedde, + Rijst ginder in 't verschiet... En hier, + + Ten top des Ouden bergs, het heilig kruis, het teeken + Van 's menschen redding, in welks schaûw, + Na stillen bedegang, de menigt neer komt knielen + In tijd, der godsvrucht toegedacht. + + Hier de kapel, waar ik mijn vreugde, leed en kommer + Tot Godes Moeder spreken kwam; + Waar rijke gift getuigt van dankbaarheid der rijken, + En de arme zijne krukken liet. + + Kapel, in uw beluik wil ik nog telkens bidden: + «o Moeder Gods, zij steeds mijn troost! + 'k Vergeet u nooit! Zoo volge uw machtige bescherming + Mij op mijn gansche levensbaan!» + + + + +XXI. + +Eene Geeraardsbergsche sage. + + +Met zekeren hoogmoed spreekt de bevolking van Geeraardsbergen over de +historische sagen en jaarlijksche feesten, welke aan de stad eigen zijn. + +Zoo is het feest, dat op den eersten Zondag van den Vasten gevierd +wordt, zeker der melding waard. + +Geheele hoopen volk komen na den middag de stad binnen en wachten op de +Groote Markt de burgerlijke en de geestelijke overheden af. + +Daar slaat het twee ure. De beiaard speelt, de klokken luiden, de hoorn +schalt, de trommel roffelt. + +De gemeenteraad, de geestelijkheid en andere voorname ingezetenen +verlaten het stadhuis, met speellieden voorop, die hunne blijde tonen in +de huiverige lucht werpen. + +Langzaam volgt de stoet de steile Abdijstraat. + +Bakkers en winkeliers dragen manden vol krakelingen, koeken en haringen +mede. + +De menigte groeit gedurig aan; en zij, die het eerst op den berg +geraken, hebben zorg eene plaats te kiezen in de kapel, waar de Eerw. +Heer Deken de litanie van O.-L.-Vrouw zal lezen, zoodra de overheden het +toppunt bereiken. + +Dit gedaan zijnde, scharen zich de bijzonderen rondom de arduinen zuil +achter de kapel. + +Nu biedt men, in eenen historischen, zilveren beker, den eerewijn aan, +waarin een klein levend vischje zwemt. + +De deken, de burgemeester, de wethouders -- ieder drinkt, naar +aartsvaderlijk gebruik, een klein teugje. Wie het vischje binnenslokt, +weet men zelden of nooit. + +Eindelijk gaat men over tot het werpen van koeken, krakelingen en +haringen onder de wachtende menigte. + +Welk een gewoel en gekrioel! + +De eene loopt rechts, de andere links; deze roept in het Vlaamsch, gene +juicht in het Waalsch. De mannen vechten, de vrouwen kijven, de knapen +vliegen elkander in het haar. Sommigen rollen den berg af, anderen komen +in den kouden vijver te recht; en de bedaarde aanschouwer lacht +schokkend om al die zonderlinge tooneelen. + +'s Avonds om zeven ure, als iedereen vertrokken is, ontsteekt men op het +toppunt des bergs, bij het beeld van O.-L.-Vrouw, een tonneken, gevuld +met pek. Om deze reden noemt men te Geeraardsbergen den vastenavond «het +feest van Tonnekenbrand.» + +In de omliggende dorpen voert men dien avond brandende bundels stroo +rond, gewis om het vuur van Geraardsbergen op zijn middeleeuwsch te +beantwoorden. + + * * * * * + +Men beweert, dat dit feest gevierd wordt ter herinnering aan een ontzet +der stad. + +De belegeraars -- Walter van Edingen en zijne wapenlieden -- beletteden +reeds eenen geruimen tijd allen invoer van levensmiddelen, ten einde den +hongersnood binnen de muren te brengen. + +Dagen kwamen en verstreken. + +De voorraad verminderde, de ellende naderde... + +Toch gaven de belegerden den moed niet op. + +Zij hoopten op hoogeren bijstand, en wendden zich vol betrouwen tot +O.-L.-Vrouw van den Ouden berg, vereerd als Hulp der christenen. + +Hun gebed was niet vruchteloos. + +De hopman riep zijne strijdmakkers samen. + +«Mannen,» zegde hij hun, «onze toestand vraagt een kloek besluit. Indien +wij slag leveren, moeten wij voor de overmacht onzer vijanden bukken; +indien wij werkeloos blijven, zal de honger ons allen, met onze vrouwen +en kinderen, wegmaaien... + +»Laat ons dan den vijand verschalken! En valt ons pogen kwalijk uit, zoo +nemen wij kloekmoedig de wapens op, en verdedigen onze vaderstad tot den +laatsten ademtocht! + +»Bakt broodjes van het meel, dat gij nog bezit, en vangt in den Dender +zooveel visschen, als gij kunt. Morgen vroeg zult gij alles op de +verschansingen brengen; en op een gegeven teeken werpen wij heel den +voorraad naar het hoofd der belegeraars...» + +Zoo gezegd, zoo gedaan. + +Des anderendaags, bij het kiemen van den morgen, snelde jong en oud naar +de vestingen. + +In den beginne keken de vreemden verbaasd op; maar toen zij, als bij +tooverslag, met broodjes en visschen begroet werden, verloren zij den +kop. + +«Wat baat het,» riep de lichtzinnige Walter uit, «dat wij +Geeraardsbergen belegeren? God weet, voor hoeveel weken die mannen nog +mondkost hebben!» -- «Wij zijn het wachten moede,» zegden de anderen, +«laat ons den aftocht blazen!» + +Dit gebeurde. + +Die van Geeraardsbergen lachten niet weinig in hunne vuist, toen zij den +vijand zagen wegdruipen. + +Zij vierden heel den dag het onverhoopt ontzet hunner stad en +ontstaken, bij het vallen van den avond, een groot vreugdevuur op de +kruin des bergs. + +Het ontsteken van vreugdevuren was in vroegere eeuwen een algemeen +gebruik in Vlaanderen. Te Brugge «maecte men een scoon vier,» toen «onse +princesse» in 1481 «te Bruessele gheleghen was.» Te Kortrijk «maecten de +pinders een vier voort scepenhuus, toen mevrouwe de princesse van +Castille inne quam.» + +Wij kennen geene enkele oorkonde, pleitende voor de echtheid der +Geeraardsbergsche sage; doch wij weten ten stelligste, dat de oorsprong +van het feest zeer hoog opklimt. + +De stadsrekeningen over 1398 en volgende jaren spreken reeds van «het +barnen van een wynvat naer ouder coustume.» + +Na de plechtigheid zetten zich «de edele heeren borgemeester ende +schepenen» vroeger aan de feesttafel. Den 23 Februari 1744 aten en +dronken zij voor meer dan 119 gulden. De rekening, in het archief +bewaard, spreekt van «witten wyn en Bourgogne-wyn, van snoeken, carpels, +aberdaen en salm, van craeckamandels, castaignen, sitroenen, salaey, +porseleyn, rosynen, prignolen en craekelingen.» + + + + +XXII. + +De omstreken van Geeraardsbergen. + + +Vijf en veertig gemeenten, in den omtrek van Geeraardsbergen gelegen, +maakten oudtijds deel van Vlaanderen onder het Rijk. + +Boelare -- thans gescheiden in Neder- en Over-Boelare -- was eeuwen lang +de zetel van eene aanzienlijke baronij. Deze telde twaalf dorpen. + +De burcht stond te Neder-Boelare, langs den Dender. + +Als eigenaars noemt men: Steven van Boelare, die Robrecht van Jeruzalem +naar Palestina vergezelde; -- Nicolaas van Boelare, gehuwd met Ida van +Roeulx, eene nicht van Boudewijn den Moedige; -- de heeren van Liedekerke +en van Reingaardsvliet; -- Philip-Willem van Nassau, prins van Oranje; +-- Frans de Cassina, echtgenoot van Robertina de Nouailles. + +De heeren van Boelare, evenals die van Pamele, van Eine en van Cisoing, +voerden den titel van «Beer,» de hoogste onderscheiding, welke de graaf +van Vlaanderen kon toekennen. + +Op het grondgebied van Over-Boelare heeft men verschillende voorwerpen +opgedolven, voortkomende van eene Frankische begraafplaats. + +Boelare bezat reeds eene kerk in 1070. Het koor van den hedendaagschen +tempel schijnt zeer oud te zijn. Men vindt er eene kleine schilderij, +die het penseel van eenen meester verraadt: twee lieve kinderkens, een +lam, de heilige moeder Anna en O. L. Vrouw. Een meesterstukje, zegt men, +van den Antwerpschen kunstenaar G. DE CRAEYER. + +In 1525 trokken de rederijkers «van den lande van Boelaer» te paard naar +Geeraardsbergen, «om den paeyse te vieren.» Dat zij talrijk waren, is +meer dan waarschijnlijk. De stad begiftigde hen trouwens «met twee +tonnen bier.» + +Sarlardinge, op de zuidelijke grens van Oost-Vlaanderen, heet +_Zaarlinge_ in den mond des volks. + +Vele ingezetenen van Sarlardinge arbeiden in de steengroeven van Lessen. + +Op den 31 December loopen de behoeftige lieden naar de huizen der +welstellende menschen, roepende: + + Koekebak, koekebak, + Steekt een brood in mijnen zak! + +Dit duurt den ganschen dag, want er zijn twee, drie dorpen te bezoeken. +Tegen den avond wacht hen de koffietafel. + +Niet verre van Sarlardinge, doch in Henegouw, ligt Everbeke -- Everbecq +-- dat voorheen eene Vlaamsch-sprekende bevolking had. Wie zulks +betwijfelt, vrage maar eens in het dorp naar het _Hoogbosch_ of het +_Hemelrijk_. + +Goeferdinge, met zijne heuvelen en valleien, is een schilderachtig +plaatsje. De kerk, staande op de helling eener hoogte, dagteekent uit de +tweede helft der XVIIIe eeuw. Boven de deur kapte men het jaartal 1776. + +Goeferdinge heeft geene groote hofsteden; doch men verzekerde ons, dat +schier al de ingezetenen een eigen huis bezitten. Zulks bewijst, dat zij +de orde en de spaarzaamheid liefhebben. + +Benoorden Geeraardsbergen ligt Schendelbeke, met eene uitgestrektheid +van ongeveer 590 hectaren. De bodem, die zeer vruchtbaar en heuvelachtig +is, bestaat hoofdzakelijk uit klei. + +Schendelbeke mag op eene hooge oudheid bogen. In 1850 heeft men er eene +geslepen steenen bijl opgedolven. + +Het volk van Schendelbeke spreekt van den Godsberg, van den Rooden +Driesch, van den Langen meersch en het Jonkheerenveld. Op den Rooden +Driesch bouwde men in 1328 een klooster voor Karthuizers, dank aan de +milddadigheid van Jan Geylinc, heer des dorps. De Godsberg, die nu een +veld is, schijnt behuisd te zijn geweest. + +Het slot van Schendelbeke stond weleer niet verre van het kasteel van +Boelare. Het werd geslecht in 1458; doch overblijfselen van +middeleeuwsche muren, in eene moerassige weide verborgen, spreken tot +den reiziger van vroeger wel en wee. + +De parochiale kerk, toegewijd aan St. Amand, werd onlangs hersteld. Het +hoogaltaar is herkomstig uit de voormalige abdij van Geeraardsbergen. + +Bij Idegem kronkelt de Dender het Oosten in, naar Grimmingen. +Noordwaarts, over Zandbergen, ligt Pollare, eene zeer oude gemeente, +waar men Romeinsche steenen en pannen, stukken van vaatwerk en bronzen +lanspunten heeft opgedolven. + +Pollare heeft eenen «Nekkersput» en eenen «Steenberg.» Eene oorkonde van +1596 noemt ook een «Hazelaarbosch,» waar de tooveressen der streek met +den duivel omgingen. + +Tusschen Grimmingen en Geeraardsbergen praalt Onkerzele, een +allerliefste plaatsje, met eene bevolking van ongeveer 1,700 zielen. + +De kerk prijkt op eenen heuvel. De huizen staan in de diepte, en vormen +eenen halven cirkel rondom den tempel. + +Deze werd in 1845 herbouwd. Hij bezit eenen lessenaar, die zeker in de +eerste helft der XIVe eeuw werd vervaardigd. Het ijzeren blad vertoont +een lammeken, klaverbladeren en druiven, benevens een Gothisch +opschrift. + +Achter de kerk aanschouwt de wandelaar een heerlijk panorama: de +uitgestrekte Dendermeerschen; de torens van Schendelbeke, Op-Hasselt, +Idegem, Grimmingen, Pollare, Appelterre, Zandbergen en Ninove; het +kasteel van Neder-Boelare; eene menigte hofsteden en molens. Elders +daagt het donkere Raspaillenbosch. Naderbij, tusschen twee heuvelen, die +met boomen en struiken bewassen zijn, daalt de weg naar den Dender. Voor +schilders en dichters is Onkerzele een Eden. + +Een gehucht der gemeente heet Atenbeke. Daar vindt de wandelaar eenen +reusachtigen eik: de _Jonkvrouw_. Door zijnen weligen groei, door zijne +ongewone hoogte en dikte, door zijne regelmatige kruin en zijne +krachtige takken wekt deze boom de bewondering van landzaten en +vreemden. De stam is van onder tot boven gaaf en gezond. Op eene hoogte +van twee meters boven den grond heeft hij nog eenen omtrek van nagenoeg +vijf meters. + +Men wil, dat de «Jonkvrouw» ten minste vijf eeuwen oud zij. Hoort gij +niet, dat het loover, door den avondwind bewogen, oude sagen fluistert? +Dat het spreekt van vreugde en lijden, van vele beproevingen en +oploopen, van vervlogen roem en grootheid? + + * * * * * + +Wij kennen reeds den oorlog, dien Philip de Goede te voeren had tegen de +overmoedige Gentenaars. De Groententers bemachtigden het slot van +Schendelbeke. Van daar trokken zij naar Geeraardsbergen, dat zij +plunderden; naar Akeren en Lessen, stekende het vuur aan menige hoeven +en kasteelen. + +Zoodra nu de hertog een leger verzameld had, besloot hij zich meester te +maken van al de burchten, door zijne vijanden bezet. In de maand Juni +1453 beschoot hij het kasteeel van Schendelbeke, dat hij na weinige +dagen veroverde. Al de belhamers werden aan boomen opgehangen. + +Omtrent denzelfden tijd brandde Parike grootendeels af. Het slot van +Poeke ging op zijne beurt na negen dagen wederstands over. + +In den zomer van 1765 machtigde de regeering een vennootschap om +«houillie-aeders» te zoeken binnen de rechtsgebieden van Ninove, +Leeuwergem, Gaver, Oudenaarde, Brakel, Over-Boelare, Viane, Windeke en +andere omliggende plaatsen. De vergunning meldt, dat men tot dan toe +geene diergelijke werken in Vlaanderen ondernomen had. + +Den 25 October 1798 vielen de boeren van Moerbeke, Viane en eenige +andere dorpen, gewapend met zeisens, vorken en vlegels, in +Geeraardsbergen. Zij weken terug, zonder groote schade aan te richten; +doch kwamen 's anderendaags weer, kapten nu den vrijheidsboom af en +plunderden den tempel der wet. + +De aanleider was uit het Kortrijksche. Hij droeg eenen hoed met zwarte +pluimen. + +Geeraardsbergen was eene der weinige steden geweest, die in 1794 de +Franschen welwillend ontvingen. Zelfs hadden de wethouders, als goede +sullen, een deel van hunne bezoldiging afgestaan, om dansfeesten en +dranken te bekostigen ter eere van hunne vreemde meesters. Ondanks dit +alles beschuldigde men thans de bevolking van dubbelhartigheid, van +medeplichtigheid. «De stad,» dus schreef de beruchte Beguinot, «is +aangewezen geworden om de eerste gelegenheid tot opstand waar te nemen. +De openbare overheden zijn niet meer in veiligheid; zij worden zelfs +langs de straat beleedigd...» + +Het magistraat wendde voor, dat geen enkele ingezetene aan den opstand +der Boeren had deelgenomen. Dit belette niet, dat men de stad +veroordeelde tot het betalen van eene schadeloosstelling van 2,057.41 +fr. + +O die lieve, broederlijke Franschen! + + * * * * * + +Bewesten Geeraardsbergen liggen Neder-Brakel, Op-Brakel en Schoorisse. + +Neder-Brakel, met meer dan 4,200 inwoners, wordt besproeid door de +Zwalme, en gelijkt door zijne netheid aan een steedje. Het is de +geboorteplaats van den novellenschrijver E. MEGANCK. + +Te Op-Brakel stond de wieg van den wijd en zijd gekenden liedjeszanger +JOZEF SADONES. De man was geboren den 6 December 1755 en stierf te +Geeraardsbergen den 19 October 1816. + +Het schijnt, dat de Geuzen aan deze kanten nog al talrijk waren in de +XVIe eeuw. De gebroeders VAN CAMPENE teekenden althans aan, «dat die +van Bracle, Neerbracle en daer omtrent» naar Geeraardsbergen togen, om +verder «het klooster van Beauprees» te plunderen, en dat zij overal den +landman «veel molest deden.» + +Op zekeren dag, in de maand Augustus 1566, ontmoette de heer van +Bakerzele, niet heel verre van Geeraardsbergen, eene bende van die +roovers. Twaalf hunner werden neergeveld, vijftig anderen gevangen +genomen en naderhand gekastijd. + +Wij komen te Schoorisse -- Escornaiz -- eene gemeente, die nagenoeg +2,500 zielen telt. + +Schoorisse ligt, evenals Marke, in eene bekoorlijke vallei, in de verte +begrensd door de wouden van Op-Brakel, Vloesbergen en den Muziekberg. +Westwaarts steekt de toren van Nukerke in de lucht. + +De vroegere baronij van Schoorisse bestond uit zeven gemeenten. Zij +behoorde in den loop der tijden aan de edele geslachten van Schoorisse, +van Gaver, van Lalaing, van Berlaimont en van Egmont toe. + +In de parochiale kerk vindt de reiziger eenen grafsteen met de namen van +Arnold van Gaver, heer van Schoorisse, en zijne echtgenoote Izabella van +Gistel. Jan van Luxemburg, een andere heer des dorps, stichtte er een +jaargetijde. + +Het slot verhief zijne torens bezuiden de kerk, langs den steenweg. + + + + +XXIII. + +Ronse. + + +Ronse -- Renaix -- ligt in de Zuid-Westelijken hoek van Oost-Vlaanderen, +in het schilderachtigste deel van gansch de provincie. De stad heeft +eene uitgestrektheid van 3,173 hectaren, deels bebouwd, deels onbebouwd. + +In de laagten is de grond kleiachtig en zeer vruchtbaar; op de heuvelen +is hij overal steen- en ijzerachtig. + +De landbouwers winnen dan ook alle soorten van graangewassen, van +oliegevende en weefbare planten. Verder teelt men er tabak, moeskruiden +en uitmuntend fruit. Allerhande boomen vertoonen eenen weelderigen +groei. + +Er is geen gebrek aan bewijzen, die voor eene hooge oudheid van Ronse, +als bewoonde plaats, pleiten. + +De heer JOLY vond er bijlen, hamers, messen en andere voorwerpen, +behoorende tot het Keltisch tijdperk, vóor den inval der Romeinen. Den 8 +Juli 1868 ontdekte men in den kelder van het huis der familie van +Butsele-Deneufbourg, op den Bergplas, eene Romeinsche lijkbus, hebbende +eenen omtrek van 35 centimeters. Elders legde men Romeinsche +schrijfstiften, wapens en bouwstoffen bloot. + +In de eerste helft der VIIe eeuw kwam Sint Amand, de Frankische +geloofszendeling, naar het Zuiden van Vlaanderen, naar Kortrijk en +Ronse. In deze stad stichtte de vrome man eene kerk en een klooster, in +het jaar 638. + +De dichter van _Heer Daneelken_, eene zeer oude romance, kende Ronse: + + Hi tooch te Ronsen upt hooghe huys + Om drie synder suster kinder... + +Daneelken leefde zeven jaren in het gebergte -- op den Muziekberg? -- en +ging vervolgens naar de hoofdstad der christenheid. + + Hi nam een staf al in syn hant, + Ende hi treec te Romen binnen: + «Nu biddic Maria, die moeder Gods, + Dat ic den paus mach vinden.» + + Doen quam hi voor den paus ghegaen, + Voor onsen eertschen vader: + «Here, ic soude mi biechten geern, + Ende roepen up Gods ghenade. + + «Ic soude mi biechten seer bevreest + Met alle minen sinne; + Ic heb seven jaer in den berch gheweest...» + +Ronse verkreeg zijne eerste keure in 1240, vijftig jaren na Kortrijk. Nu +kon de bevolking zich ongestoord aan den arbeid overgeven, op den handel +toeleggen. + +Gedurende de middeleeuwen bloeide de lakenweverij zoowel te Ronse als te +Gent, te Brugge, te Ieperen en te Kortrijk. Nog in de eerste helft der +XVIe eeuw kwamen «de goede lieden van Ronse ter Curtricmarct met haren +lakenen,» weshalve zij van het magistraat een geschenk van «twee cannen +wyns» ontvingen. In de halle van Leuven mochten de kooplieden van Ronse +hunne waren uitstallen, zonder rechten te betalen. + +Op onze dagen is Ronse nog eene zeer nijverige stad, vooral befaamd om +de katoenen weefsels, die men er vervaardigt. Ook de spinnerijen +erlangen eene groote uitbreiding. + +Geen wonder dan, dat de bevolking spoedig aangroeit. In 1856 telde Ronse +12,000 inwoners; in 1878 waren er meer dan 14,600; in 1897 ongeveer +19,000. + +Groote rampen teisterden de gemeente, vooral in de XVIe eeuw. + +Toen Maximiliaan van Oostenrijk in den echt trad met Maria van +Burgondië, poogde Lodewijk XI al de Fransche leenen, die op Maria +verstorven waren, aan te slaan. In 1477 kwam hij langs Kamerijk, +Bouchain en Avesnes naar het Henegouwsche, waar hij Doornik bemachtigde. + +Het volgende jaar begon de krijg opnieuw. De koning rukte met zijn leger +naar West-Vlaanderen, denkende daar weinig tegenstand te zullen +ontmoeten. Middelerwijl zou zijn hoofdman te Doornik, Maurits van +Neufchatel, sprongreizen doen in het Gentsche, ten einde de +Oost-Vlamingen bezig te houden. + +De Gentenaars, aangevoerd door den heer van Dadizele, togen de Franschen +te gemoet, en vochten hardnekkig tusschen Ansegem en Berchem. Nochtans +konden zij niet beletten, dat de vreemden Ronse in asch legden. + +Ten jare 1519, omtrent den feestdag der H. Drievuldigheid, vernielde een +brand, bij toeval ontstaan, ongeveer 700 huizen. Destijds en later ook, +tot diep in de XVIIIe eeuw, bouwde men vele houten woningen. + +Veertig jaren nadien, in het hart van den zomer, verslond het vuur bijna +gansch de stad. Zelfs smolten de klokken in de kerktorens. + +Een andere brand, den 31 Maart 1719 ontstaan, legde 330 huizen in asch. + +Ter oorzake van de menigvuldigheid dier rampen, stelde men twee +«brandprocessies» in: éene op de Vrijdag vóor Passiezondag en éene op +Paaschdag. Beide plechtigheden werden later afgeschaft. + +De Beeldstormers spaarden de stad evenmin. + +Den 19 Augustus 1566 drongen zij in de kerk van St-Hermes, schendende en +brekende wat zij konden. Dank aan de krachtdadige tusschenkomst der +wethouders, moesten de roovers deze reis de wijk nemen; doch na de +plundering der Oudenaardsche bedehuizen keerden zij terug om hun +goddeloos werk voort te zetten. Dit blijkt uit een gedicht van J.-D. +WAELKENS, pastoor van Edelare: + + Als de pillage t'Audenaerde was gedaen, + Soo syn sy naer Ronse gegaen... + Kerken, kloosters en priesters hebben ze al aengegaen, + En keerden naer de stad met IX of X wagens, gelaên + Met allerhande goed, geestelick en weerlick... + +Wellicht hebben al die rampen de merkwaardige gebouwen doen verdwijnen, +die Ronse, net als andere steden, moet bezeten hebben. + +In de huidige Kasteelstraat, bij de Middelbare school, bouwde Jan van +Nassau, in 1630, het schoonste slot, dat men in die jaren ten onzent kon +bewonderen. Men verkocht het in 1823 voor 30,000 fr., waarna de hamer en +het breekijzer het gebouw sloopten. + +Het eerste bedehuis van Ronse was de St-Pieterskerk, gewijd door den H. +Amandus in de VIIe eeuw. Daar zij heel bouwvallig was, verkocht men ze +den 2 November 1843 voor de geringe som van 3,300 fr. + +In de nabijheid dezer bidplaats bouwde men de St-Hermeskerk, gewijd in +1129. De krocht, in zuiver Romaanschen stijl, heeft den vorm van een +Sint-Antoniuskruis. Zij bestaat uit breede gangen, gescheiden door +dertig zuilen met ongelijke versieringen. Het gewelf draagt sporen van +oude muurschilderingen. + +De eigenlijke kerk, die groot en hoog is, werd herbouwd. Zij behoort tot +de Gothische kunst, en was voltooid in het begin van 1525. De toren is +zwaar en vierkantig. + +Den 16 Maart 1878 besloot men de kerk van Sint-Hermes te herstellen. Het +gewelf en een deel van het koor werden reeds met kleuren belegd. + +In het koor prijkt een koperen arend van 1685. Het tafereel van +DELFOSSE, Sint Amand voorstellende, is een opmerkenswaardig doek. + +De tweede parochiale kerk van Ronse, aangelegd in 1892, is toegewijd aan +St. Marten, bisschop van Tours. Zij is bijna 72 meters lang, ruim 28 +meters breed, en behoort tot den stijl der XIIIe eeuw. Deze kerk is het +middelpunt van eene nieuwe wijk der bloeiende, aangroeiende stad. + +De oude St-Martenskerk, met eenen heel eigenaardigen toren, stond in de +nabijheid der hoofdkerk. + +Ronse heeft weinige openbare plaatsen. Wij noemen: de Groote Markt, met +eene arduinen pomp, die elf meters hoog is en 36,000 fr. kostte; -- den +Plas; -- de Veemarkt; -- den Bruul of Broel, bewassen met hoogstammige +kastanjeboomen; -- de nieuwe de Malanderplaats; -- de Paardenmarkt, door +het volk schertsend het «Martelaarsplein» geheeten, omdat men er... de +zwijnen slacht. De Broel wordt in den zomer veel bezocht. + +Hier en daar ontmoet de wandelaar een huis in Vlaamschen stijl. De +woning van M. de Malander, met een bevallig torentje boven de poort, +draagt zeker een eigen kunstmerk. Weinigen weten misschien, dat M. de +Malander een allerschoonste museum bezit. Het bevat, om maar enkele +stukken te noemen: drie doeken van Quinten Massijs, den edelen, +idealistischen vertegenwoordiger der oud-Vlaamsche school in de XVe +eeuw; -- vier van Rembrandt van Rijn, den beroemden meester der +Hollandsche school, bij wien «licht en bruin» de hoofdzaak is; -- twee +van Rubens, eene der glansrijkste verschijningen in de schilderkunst; -- +vier van Teniers, den voorlooper van de groote Vlaamsche meesters der +XVIIe eeuw. Als bijzondere verzameling is die van M. de Malander zeker +eene der rijkste van gansch het land. + +De katholieke Kring, die 85 meters lang is, gaat almede voor een +merkwaardig gebouw door. + +Het oudste gilde van Ronse is wellicht het Sint-Sebastiaansgenootschap, +dat vóor 1568 bloeide. Men bewaart nog den halsband, dien de koning +droeg, alsmede een paar zilveren schilden, geschonken aan de vereeniging +door Frans van Nassau in 1639. + +De Busschieters hadden Sint Hermes tot patroon gekozen. Vóor de +beeldstormerij, in 1562, brachten zij de overblijfselen van hunnen +beschermheilige naar Bergen over. Dit genootschap werd in 1892 +heringericht. De trommelslager, de fluiter en de standaarddrager komen +steeds in hun ouderwetsch gewaad voor den dag. + +Ook de St-Martensvereeniging, heringericht omtrent het midden der +XVIIIe eeuw, is nog niet in kwijning gevallen. + +De _Harmonij_, die den 29 Juni 1794 tot stand kwam, vierde in 1894 haar +eerste eeuwfeest. Op onze dagen is zulke zeldzaamheid het aanstippen +waard. + +Ronse wordt besproeid door de Molenbeek, komende van den Muziekberg. De +Molenbeek valt te Watripont in de Ronne. Over eenige jaren bracht zij +acht molens in beweging: den IJsmolen, den Braamboschmolen, den molen +ter Beke, den molen te Queere, den Broelmolen, den Kapittelmolen, den +Blokmolen en den Kapelmolen. + +Ronse bezit een bisschoppelijk College, eene Middelbare school van den +Staat, eene aangenomen Normaalschool voor onderwijzeressen, twee lagere +Gemeentescholen, eene Weezenschool, eene Teekenschool, eene Muziekschool +en eene Weefschool. + +Het letterkundig leven schijnt er nochtans weinig ontwikkeld te zijn. + +Over eenige jaren heeft een bevoegd man de oorkonden der gemeente +onderzocht en gerangschikt. De oudste stadsrekening loopt over 1648. +Verder telt de verzameling «wettelicke chyrographiën, wettelicke +passeeringhen, staten van goederen, rechterlijke acten, kerkrekeningen +en wijkboeken.» + +Ronse is de geboorteplaats van HERMES VAN WYNGHENE en van PIETER-JAN VAN +DER HAGHEN. + +H. van Wynghene werd hoogleeraar te Leuven, en vervolgens lid van den +geheimen Raad onder Karel V. Hij stierf in 1573. + +Van der Haghen kampte met de pen en met het woord tegen de ketters van +zijnen tijd. De Jonghe getuigt van hem: «Een predikheer, P. Joannes van +der Haghen of Dumœus, een ieverige religieus, welke tegen de ketters een +jaar lang dagelijks, en dan nog een jaar over ander dag heeft gepredikt, +was zeer hatelijk aan de sectarissen. Dikwijls hebben zij getracht, zoo +door vergift als met openbaar geweld, maar te vergeefs, hem ter dood te +brengen.» + +De geleerde kloosterling bezweek in zijne geboortestad den 14 April +1573. + + + + +XXIV. + +Naar het bosch-Joly. + + +Ja, Ronse heeft eene heerlijke omgeving. + +In de stad slenterend, kan men ze hier en daar, door eene zacht +klimmende straat, reeds bewonderen. + +Den Broel voorbij gaande, bereikt men het bosch-Joly, een half uurtje +buiten de stad, op het hoogste van Hoogerlucht, tusschen de Kruisen en +den Muziekberg. + +Eene statige eikenlaan loopt naar den ingang. + +De boomen ruischen in den zoelen wind en toonen, door de openingen +tusschen hunne stammen, een prachtig landschap in de verte, beheerscht +door den zwaren toren der St-Hermeskerk. + +De heer Joly heeft het bosch als warande ingericht. Het meet ten minste +twintig hectaren. + +Overal kreupelhout en varens; overal schoone, krachtige boomen: eiken en +esschen, olmen en beuken, berken en dennen, overal dalende en klimmende +wegen. + +Rechts is de geliefkoosde verblijfplaats der konijnen. Nu en dan wipt er +een van die bevallige knagertjes in of uit zijne pijp. + +Verder ontmoet de wandelaar eenen vijver, tintelend in den glans der +zonne. + +Rondom dien vijver vindt men ruwe rustbanken, verscheidene rotsen en +bronnen. Groen mos bedekt de rotswanden. + +Midden in den vijver staat de Menhir, eenzaam, maar fier en pal. Zijne +voeten steken in het slijk, maar zijn kop glanst in het zonnelicht. Een +beeld van den denkenden, maar ondeugenden mensch... + +Twee bronnen versierde men met bouwstoffen van het voormalige slot der +stad, weshalve zij eenen historischen naam kregen: de bron van Nassau en +de Kasteelbron. + +Zuidwaarts springt de bron der Reuzen tusschen verscheidene groote +rotsblokken. + +Een murmelend beekje leidt het overtollige water weg. + +Niet verre van de bron der Reuzen kan men, in een allerliefst prieeltje, +eenige oogenblikken uitrusten. + +Onder het rooken van eene lekkere pijp en het beschouwen van den +weelderigen plantengroei hoort men den koekoek roepen: «Koekoek! hier is +het goed!» + +Opklimmende, komt men vóor het eigenlijke park. Daar vindt men een fraai +paviljoen, eene schilderachtige grot, eenige kleinere bronnen en een +donkergroen mastbosch. O die smakelijke lucht! + +Een zeer merkwaardig voorwerp is een «dolmen,» door den heer Joly op de +kruin van den Muziekberg ontdekt. Twintig paarden trokken dien +reusachtigen steen naar de plaats, die hij thans bekleedt. Hij is +inderdaad omtrent 0m,70 dik, en 1m,80 lang en breed. Kon hij maar +vertellen uit den voortijd, toen onze vaderen nog omdoolden in de +duisternissen van het heidendom! + +Men heeft het Joly-bosch weleens met het woud van Fontainebleau +vergeleken. In alle geval kan men er eenen halven dag heel genoeglijk +overbrengen. Een onzer vrienden, die ons derwaarts vergezelde, zong +gedurig met zijne helderklinkende stem het Duitsche lied: + + In het woud daar wou ik leven + Bij heeten zonneschijn. + +En vraagt de maag eenige verversching of versterking -- want de mensch +leeft toch ook niet van poëzie alleen! -- zoo kan men in de eene of +andere herberg het verlangde bekomen. + +Een blik op de stad en het omliggende landschap zal tevens de oogen +verzadigen. + +Bij de poort leest men in groote letters en in onze twee landtalen: + + Verboden ingang! + Entrée interdite! + +Maar de heer Joly is een vriendelijk man, en verschaft den +nieuwsgierigen wandelaar gaarne eene toegangskaart. + + * * * * * + +Terugkeerende naar de stad, maakten wij de bemerking, dat wij in +Zuid-Vlaanderen, voor weinig geld en in korten tijd, toch zoo schoone +uitstapjes kunnen doen met onze familie. En wij voegden er bij, dat de +mensch, die goed ziet en goed hoort, een bevoorrechte sterveling is. + +Toen wij bij onzen vriend te huis kwamen, wachtte ons een smakelijk +avondmaal. + +En de lieve huisvrouw speelde eene prachtige sonate van Beethoven; en de +vriend vergastte ons op het prachtige lied van KAREL MESTDAGH: + + Door de Nederlanden, + Naar de wijde, diepe zee, + Stroomt de schoone Schelde... + +[Illustration: Panorama op den HOOTOND + +108 steden en dorpen] + + + + +XXV. + +Naar den Hootond en de Kruisen. + + +Wij verlaten Ronse door de Zonnestraat en volgen klimmende voetwegen. + +Een trouwe vriend, een bewonderaar der schoone natuur en tevens een +liefhebber van eigen taal en kunst, vergezelt ons als gids. + +Sprekende over het wel en wee, dat vroegere jaren ons aanbrachten, +naderen wij de nieuwe kapel «ten witten Tak,» een sierlijk, Gothisch +gebouwtje met tien kleine vensters. + +Waar het oude kapelleken stond, vinden wij nu eene landelijke herberg. + +SANDERUS verhaalt, dat hier in lang vervlogen tijden een groote, breede +eik groeide. Onder de looverrijke takken school een beeldje van +O.-L.-Vrouw. + +De tak, die het beeldje droeg, was witter dan de andere. Dit maakte de +aandacht der landzaten gaande, weshalve de geloovigen in het begin der +lente naar den heuvel stroomden, om de Moedermaagd te vereeren en te +aanroepen. + +Ten jare 1636 heerschte eene besmettelijke ziekte in vele gemeenten van +Vlaanderen, onder andere te Kortrijk en te Ronse. In de eerste stad +vroegen de wethouders eene plechtige processie met het wonderdadig +beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge; in de tweede beloofde men eene +kapel te bouwen ter eere van de machtige Troosteres der bedrukten. + +De kwaal verminderde, en in de eerste maanden van 1639 voltooide men de +eenvoudige bidplaats. Sedertdien beginnen de «kapellekensdagen» ieder +jaar den 2 Juli. + +Wij zetten onze wandeling voort, gaan het schoone kasteel van M. Cambier +voorbij, en bewonderen de omliggende hoven en parken met hunne +weelderige en veelkleurige gewassen. Weldra bereiken wij den Hootond, +die 150 meters hoog is. + +Bij den molen, op de kruin, blijven wij staan. + +Westwaarts, boven den Kluisberg, glinstert de zon, haren glans +verspreidende over een landschap, dat ongemeen groot en schoon is. + +De molenaar -- een vriendelijk man -- komt bij en wijst ons aan den +blauwen gezichteinder de torens van Maria-Horebeke, Merelbeke, Gent, +Evergem, Drongen, Vosselare en Deinze; -- die van Ruiselede, Brugge, +Tielt, Pittem, Ardooie, Ingelmunster, Hooglede, Roeselare, Passchendale +en Kortrijk; -- benevens die van Toerkonje, Robaais, Rijsel, Templeuve, +Doornik, Antoing en Peruwelz. In het geheel kan men de kerken van 108 +steden en dorpen onderscheiden. Tusschen Brugge en Peruwelz is er een +rechte afstand van 80 kilometers of 16 mijlen. Evergem en Rijsel zijn 70 +kilometers of 14 mijlen van elkander verwijderd. + +Welk eene verscheidenheid in dat overgroote panorama! Ginds, tusschen +Ansegem en Mooregem, is het Bouveloobosch; bij Tiegem daagt het +Kapelbosch. Naderbij poost het oog op de wouden van Quaremont en den +Kluisberg. Links blauwt de Drievuldigheidsberg, in het Doorniksche. +Heinde en verre steekt de roode kleur der daken aangenaam af bij het +donkere groen der gewassen. + +Terugkeerende naar den steenweg, blikken wij op de stad, in de diepte, +en verderop de reeks heuvelen, die langs Ellezele en Vloesberge naar +Lessen loopen. Aan den gezichteinder onderscheiden wij den «Kattemolen» +en van den Daele's bosch. + +Op de hoogte der Kruisen groeien weelderige boomen, onder wier toppen +eenige lusthuizen schuilen. Daar kan men in den zomer, bij het op- en +ondergaan der zon, de ontwakende of insluimerende natuur bespieden en... +frisch ademhalen. + +Van de Kruisen trekt de stad heur water. Langs den steenweg, in eenen +grooten kelder, hoort men het klare vocht onverpoosd ruischen. + +Onze vriend wijst ons eenen grooten treuresch, die nu en dan schijnt te +trillen onder den adem des winds. Denkt hij misschien aan de rijke en de +arme lieden, die hij ziet voorbijslenteren? Aan den snellen loop der +jaargetijden? Aan de vluchtigheid der aardsche genoegens? + + + + +XXVI. + +Naar den Muziekberg. + + +Ten Noord-Oosten van Ronse rijst de Muziekberg. Daar gaan wij heden +omdolen en eene frissche lucht inademen. + +Wij verlaten de Groote Markt en volgen de Gasthuisstraat, de +Biezenstraat en de Beekstraat. Verder loopt een kronkelende binnenweg +naar de hoogte. + +De Muziekberg is, evenals de Hootond, 150 meters hoog. Een woud bedekt +het grootste gedeelte zijner kruin. + +Hoor eens, hoe het windje door de bladeren ritselt, hoe de kerfdiertjes +gonzen, hoe de vogelen kweelen! Zie eens, hoe de warme stralen der zon +door het looverdak der boomen dringen en gouden strepen op den grond +tooveren! + + o Woud, vol vrede en lommer, + Met diepe eerbiedenis + Betreden wij uw boorden, + Zoo rustig, groen en frisch. + + Wij dwalen rond en luisteren... + En alles spreekt tot ons: + Het lied van vink en lijster, + Der bijen stil gegons; + + Het wuiven van de twijgen, + Der bloemen heerlijkheid... + o Woud, wat zijt gij statig, + Vol ernst en majesteit! + +Talrijke gangen en lanen doorkruisen het bosch. Jammer maar, dat men +alle oogenblikken een ondeugend plankje ziet hangen met de vermaning: +«Het is streng verboden hier door te gaan.» + +Van tijd tot tijd vinden wij eene open plaats, waar wij een prachtig +uitzicht hebben. + +Op zulk eene plaats, in het midden van het bosch, staat een torentje, +uit etssteen opgebouwd en met eiloof begroeid. + +Hier is het hoogste punt van den berg. + +Het torentje is nagenoeg tien meters hoog. Het heeft tien ronde +kijkgaten en laat ons, over het struikgewas en geboomte heen, naar alle +zijden blikken. + +Het panorama, dat wij aanschouwen, is wel zoo schoon als dat van den +Hootond. Maar wij beweren, dat het grootscher is, omdat de wilde natuur +in hare maagdelijke schoonheid hier een ruimer aandeel heeft. + +In het Zuid-Westen ligt Ronse, met zijne torens, schouwen en daken, +langs alle kanten met hoogten en bosschen omringd. In het Oosten rijzen +de heuvelen, die naar Geeraardsbergen voortloopen. Elders gaat het oog +over bergen en dalen, over gehuchten en dorpen, over huizen en molens. + +Daar treft het gefluit van eenen naderenden stoomwagen onze ooren. In de +diepte snelt hij kuchend voort, weldra verdwijnend in den onderaardschen +gang van het nieuwe dorpje Louisa-Maria. + +Een gedeelte van den Muziekberg is hedendaags eene warande met bronnen, +waterleidingen en vijvers. + +Niet verre van het reeds genoemde torentje staat een hooge boom, die +een klein kruisbeeld draagt. De christen wandelaar ontdekt eerbiedig het +hoofd, en dankt inwendig ons Vlaamsche volk om zijne godsdienstige +overtuiging. + +Eenige stappen verder vinden wij eene hofstede. Vóor het woonhuis ligt +eene groote weide. + +Ten jare 1821 poogde M. van Hoobrouck, van Mooregem, den wijnbouw te +drijven op de zuidelijke helling des bergs. + +De oogst van 1827 was nog al bevredigend. Den 10 October kwam M. van +Doorn, destijds gouverneur van Oost-Vlaanderen, de teelt in oogenschouw +nemen en aanmoedigen. Nadat hij den eersten tros had afgesneden, vielen +de werklieden aan den arbeid. De eigenaar oogstte twintig stukken wijn. +Nochtans was hij naderhand gedwongen van de onderneming af te zien. + +Maar het wordt stillekens avond. Moede geklommen en moede gekeken, +rusten wij eenige oogenblikken op het gras, en dalen dan den berg af. + +De ondergaande zon werpt heure leste stralen over het landschap; lichte +wolkjes zweven in de lucht. + +De wind schijnt ook moede te zijn van het spelen en dartelen, en houdt +zijnen adem in; de vogelen zingen hun slaapliedje onder de bladeren der +boomen. + +Daar verdwijnt de zon... + +Een dunne nevel drijft boven de velden. + +Ginds zingt een klokje: _Ave, Maria!_ + +Eene geheimnisvolle kalmte heerscht omhoog en omlaag. + + Wat is de kalmte streelend zoet, + Dat suizen en in sluimer zijgen, + Dat plechtig stil en stiller zwijgen, + Die rozenkleurige avondgloed! + 't Is of de rust rondom ons henen + Een zachter inborst in ons stort; + 't Is of ons harte ruimer wordt, + En wat er boos was, is verdwenen. + Een onbestemd en diep gevoel + Ontwaakt en trilt er in onze âren... + Wie mocht dien indruk nooit ontwaren? + Wien laat dat purprend Westen koel? + Nu zweven als op donzen schachten + Geliefde beelden om ons heen; + Nu wemelt droom aan droom dooreen, + En zielsgepeinzen en gedachten. + De ontroering grijpt ons in 't gemoed; + Haars ondanks wordt de ziel bewogen; + Er klopt een heimwee in ons bloed; + Soms wisschen wij een traan uit de oogen, + Onwetend wat hem drupplen doet. + + + + +XXVII. + +Nog in het land van Ronse. + + +In het land van Ronse kan men nog eenige wandeltochten ondernemen, die +tevens schoon en leerrijk zijn: naar de Hooge heide en van den Daele's +bosch, langs den steenweg van Ellezele; -- naar St-Sauveur, langs de +baan van Leuze; -- naar Watripont, langs het kerkhof en het lusthuis van +M. Snoeck. + +Ellezele -- _Ellezelles_ -- ligt in eene vallei. + +Halfweg loopt eene straat naar van den Daele's bosch, met diepe +ravijnen, kreupelhout en eeuwenoude boomen. De groei is hier bij uitstek +krachtig. + +In eene ouderwetsche herberg kan men allerhande versterkingen en +ververschingen bekomen. De waard en zijne vrouw zijn ongemeen beleefd en +voorkomend, misschien wel omdat de nieuwere beschaving er de +voorvaderlijke gewoonten nog niet gansch kon uitroeien. Wij zagen het +vuur flakkeren in den breeden haard op eenige steenen. + +St-Sauveur is een vriendelijk dorp met ruim 2,000 zielen. Watripont, op +de Ronne, telt er slechts 400. + +Watripont, oudtijds Waudripont geheeten, was de zetel van eene groote +heerlijkheid. De burcht was versterkt. In de gedempte grachten heeft +men kanonballen en wapens gevonden, getuigen van vroegere belegeringen. +Het huidige kasteel dagteekent van de XVIIIe eeuw. + +Tot de heerlijkheid van Waudripont behoorde langen tijd eene vierschaar, +die te Ronse het recht van hooge, middelbare en lage justitie +uitoefende. In 1240 schonk Geeraard van Waudripont aan de ingezetenen +van Ronse eene keure, hen vrij verklarende van lasten en leendiensten. + +Veertig jaren nadien werd Ronse eene baronij. Deze hoorde in den loop +der tijden aan vijf verschillende geslachten toe: aan het grafelijk huis +van Vlaanderen (1280-1402); aan het huis van Hamaide-Roggendorf +(1402-1549); aan het huis van Granvelle (1549-1630); aan het huis van +Nassau-Siegen (1630-1745); aan het huis de Merode-Westerloo (1745-1830). + +Watripont is hedendaags een lachend dorpje, omgeven van uitgestrekte +weiden. + +In het kerkje vindt men verscheidene oude grafzerken. + + + + +XXVIII. + +De Fiertere van Ronse. + + +Het Vlaamsche volk heeft altijd zijne heiligen geliefd en in het +openbaar vereerd. + +Gent viert den H. Livinus, Mater de H. Amelberga, Tiegem den H. +Arnoldus, Ronse den H. Hermes. + +Uit dien eerbied sproten de bedevaarten en de ommegangen. Op zekere +dagen droeg men de reliquiekas of de fiertere der heiligen plechtig van +de eene plaats naar de andere, onder den toeloop van eene groote en +biddende menigte. + +Zulke ommegangen zijn door den band heel eigenaardig en bij uitstek +dichterlijk. Zij spreken in alle geval hoog en luid van den +onverschrokken godsdienstzin der vorige geslachten, van het levendig +geloof der vervlogen eeuwen. + +Sint Hermes -- de patroon van Ronse -- leefde in de tweede eeuw der +christelijke jaartelling. Hij stierf den marteldood en werd door zijne +zuster Theodora begraven. + +In het jaar 829 deed Gregorius IV de stoffelijke overblijfselen van den +heilige naar de St-Marcuskerk brengen. Talrijke wonderen lokten gedurig +nieuwe bedevaarders uit. + +Lotharius, een kleinzoon van Karel de Groote, vroeg het lichaam van +Sint Hermes voor zijne staten, en bekwam het in 851. + +Voorloopig bewaarde men den schat in de abdij van St-Cornelius, bij +Aken. De keizer stierf in 856. Zijn zoon en opvolger deed de reliquie +naar Ronse overdragen, waar zij den 6 Juli 860 toekwam. + +Men stelde ze in de St-Pieterskerk. Later bouwde men, zooals wij reeds +weten, de St-Hermeskerk. + +De fiertere van Ronse valt alle jaren op den feestdag van de H. +Drievuldigheid, anders gezeid op den eersten kermisdag der gemeente. + +Vóor de Fransche omwenteling was de ommegang bijzonder eigenaardig. + +Uit al de omliggende dorpen uit Vlaanderen en Henegouw kwamen, vroeg in +den morgen, de beste ruiters naar de stad. De ruitersmis begon om zeven +ure. + +Na de mis begaf men zich op weg door de Wijnstraat, zich richtende naar +Louisa-Maria, den Muziekberg, St-Sauveur, Watripont, Rozenaken, den +Hootond en de Kruisen. + +Voorop gingen de gildebroeders van St-Sebastiaan, in het rood -- die van +St-Marten, in het zwart -- van St-Hermes, in het groen gekleed. + +De nering der kleermakers volgde met haren standaard. Dan kwamen de +Zwarte Zusters met hunne leerlingen en de Zusters van het gasthuis. + +De schoenmakers droegen de fiertere. + +Vóor hen stapte, traag en statig, een man, die twee groote bellen op +maat deed klinken. + +Het magistraat en de ruiters sloten den stoet. + +De mannen van Rooborst, in Vlaanderen, en van St-Sauveur, in Henegouw, +reden altijd voorop, omdat hunne voorzaten in 1724 zich manmoedig +verzetteden tegen eene bende struikroovers, die, in de nabijheid van +den Muziekberg, de overblijfselen van Sint Hermes wilden onteeren. + +Aan de Begijnhofstraat gekomen zijnde, keerde de geestelijkheid naar de +kerk terug, terwijl de bedevaarders de Kruisstraat insloegen. + +Niet verre van den Muziekberg draafden de ruiters van Rooborst en +St-Sauveur, met het pistool in de vuist, driemaal rond de reliquiekas. +Men toefde op Schoonboeke, bij Ellezele en bij St-Sauveur. + +Op de grenzen van Watripont gebeurde er iets anders. Een van de +voornaamste ingezetenen dier gemeente kwam de wethouders van Ronse den +eerewijn aanbieden. Die van Ronse schonken den «notabele» eenen grooten +koek, ten bewijze van vriendschap. Dezen koek zond men onmiddellijk naar +Doornik, en van daar naar Parijs, waar hij, twee dagen nadien, op de +tafel van M. den graaf van Bethune moest prijken. + +Van waar dit zonderling gebruik? + +De legende wil, dat de heeren van Ronse en van Watripont eens eenen +grooten twist hadden; dat zij dezen twist inderminne beslechtten, en dat +zij het genoemde beschenken tot teeken van hunne verzoening in zwang +brachten. Op den koek ziet men althans twee samengeslagen handen. + +Wij gissen, met Dr DELGHUST, dat dit gebruik zijn ontstaan te danken +hebbe aan de keure van 1240, waardoor de heer van Watripont de +Ronsenaren ontsloeg van tollen en leendiensten. + +Te Rozenaken, op de hofstede van St-Hermes, toebehoorende aan het +kapittel van Ronse, wachtten twee kanunniken de bedevaarders af. Aan +allen schonken zij eene gewijde taart en bier of wijn volgens de +tijdsomstandigheden. + +In den namiddag, tusschen vier en vijf ure, bereikte men weder de stad. +De geestelijkheid kwam de fiertere te gemoet tot aan de steenen brug en +bracht ze, psalmen zingend, weer naar de kerk. + +Hedendaags volgt de processie nog altijd denzelfden langen weg rond het +grondgebied der stad. + +Te Louisa-Maria en te Rozenaken laat men de reliquiekas eenen zekeren +tijd in de kerk rusten. Middelerwijl mogen de bedevaarders hunnen dorst +lesschen en hunnen honger stillen. + +Op den Hootond en de Kruisen versieren de tochtgenooten hunne paarden en +rijtuigen met meien, takken en bloemen, vooral met bloeienden brem. + +Ten jare 1898 telden wij meer dan tweehonderd ruiters, die de +overblijfselen van Sint Hermes vergezeld hadden. + +Bij gebrek aan oorkonden kennen wij den oorsprong van Ronse's ommegang +niet. Het is nochtans zeker, dat hij zeer oud is, nademaal men hem in +1453, ter oorzake van de toenmalige onlusten en oorlogen tusschen Philip +den Goede en de Gentenaars, niet toeliet. + + * * * * * + +In de sacristij van St-Hermeskerk bewaart men het zoogenaamde +_Zottenboek_. Buiten eenige standregelen en de namen van de leden der +broederschap, behelst het namen van krankzinnigen, opklimmende tot het +jaar 1670. + +Velerhande aanteekeningen zetten dit gedeelte eene zekere belangrijkheid +bij. Nu eens bestatigde men, dat de zieke genezen, dan weer, dat hij +overleden was gedurende de negendaagsche plechtigheid. + +Vóor 1597 gebruikten de krankzinnigen alle dagen een koud of een lauw +bad. Mgr Hovius, aartsbisschop van Mechelen, schreef alsdan voor, dat +men ze enkel besproeien zoude met gewijd water. + + + + +XXIX. + +Naar den Pottelsberg. + + +Tusschen Ellezele en Lessen ligt Vloesberge -- _Flobecq_ -- eene groote +gemeente van ongeveer 4,500 inwoners. + +Onze lezers zullen zich wel herinneren dat JULIUS PLANCQUAERT, de +schrijver van _de Franschen in Vlaanderen_, vrederechter was te +Vloesberge, en daar in 1888 overleed in den ouderdom van 35 jaren. De +begaafde man was van Wortegem. + +Benoorden het vlek is het uitgestrekte woud van Vloesberge met twee +bergpunten, die 150 meters hoog zijn. De eene verhevenheid is de +Pottelsberg, de andere de berg van Rhodes. + +De afstand van Ronse bedraagt 8 kilometers. Nochtans zal de weg ons niet +lang schijnen, omdat de streek overal zoo schoon, zoo schilderachtig is. + +Nauwelijks zijn wij buiten Ronse aan _de Linde_ -- eene gekende herberg +-- of de Muziekberg rijst weer vóor onze oogen. Aan dezen kant is zijne +helling zeer steil. + +Daar neemt de Molenbeek haren oorsprong. + +Verder bereiken wij het kapelleken van Lorette, gebouwd in 1674 door de +zorgen van M. Deletenre, pastoor te Ronse. De vrome herder had +ondervonden, dat vele geloovigen, aldaar gehuisvest, hunne +godsdienstige plichten maar moeilijk konden vervullen, omdat zij ofwel +te verre van de stad woonden, ofwel slechte, onbruikbare wegen moesten +volgen. Om die reden richtte hij twee kapellen op: de kapel ter Heide, +tusschen Ronse en Ellezele, en de reeds genoemde kapel van Lorette, +langs de baan naar Brakel, welke wij volgen. + +In de kapel ter Heide las men mis op alle Zon- en heiligdagen des jaars, +behalve op Paschen, Sinksen, Allerheiligen en Kerstmis. Ten jare 1819 +brak men deze bidplaats af. + +De kapel van Lorette bestaat nog, en wordt ieder jaar met den 25 Maart +druk bezocht. De landzaten spreken dichterlijk van den «Tijloozen +ommegang,» omdat de tijloozen of de sneeuwklokjes in die dagen volop +bloeien. + +Wij komen in Henegouw en bereiken eene wijd gekende herberg _Les quatre +Vents_. Hier staan wij 130 meters boven den spiegel der zee. In de +nabijheid heeft de heer Joly overblijfselen uit het steenen en het +bronzen tijdperk ontdekt. Ronse mag fier zijn op dien verstandigen en +onbaatzuchtigen zoeker! + +Tien minuten verder loopt een zijweg links, een andere rechts. De eerste +leidt naar eene vallei, waar de Markebeek ontstaat. Deze vloeit door het +bosch te Rijst, in de richting van Schoorisse. + +Den anderen zijweg inslaande, beklimmen wij den Pottelsberg, die 157 +meters hoog is. Het volk in den omtrek noemt hem den Potseberg. De Walen +spreken van _la Houppe_. De bosschen noemen zij «les bois de la +Cocambre.» + +Heinde en verre ontmoeten wij diepe wegen, steile verhevenheden, +ravijnen en onbeplante plaatsjes. Groene kraakbeziestruiken, bruine +heideplanten en sierlijke varens bedekken alom den grond. + +In den heeten zomer, als de wind suist en de bijen gonzend op de +bloempjes azen, is het hier, in de schaduwe der boomen, schoon en +dichterlijk. Maar als een storm de toppen der dennen weg en weder +slingert, dat de takken kraken; als de donder in het luchtruim klatert +en de bliksem zijne rosse flikkeringen op den grond werpt, moet ook eene +koude huivering den wandelaar bekruipen. + +Wie dit oord voor den eersten keer bezoekt, denkt onwillekeurig aan +Conscience's «verloren loopen.» Van alles afgescheiden, zich overleveren +aan het onvoorziene; in donkere wouden ronddwalen, zonder te weten waar +men is of waar men komen zal; geen spoor der menschelijke maatschappij +meer ontwaren; alles vergeten, tot de vriendschap zelve, om zich der +vijandschap ook niet meer te herinneren; alleen, gansch alleen daar +staan tusschen den Schepper en zijn werk, tusschen God en de natuur -- +ha! verloren loopen, het is eene milde bron van poëzie... + +Midden in het bosch, dicht bij eene diepte, komen, zeven wegen bijeen. +Daar vinden wij twee eenvoudige gebouwen: eene herberg, _la Capelette_, +en een kapelleken, waarin een eenvoudig kruisbeeld hangt. + +De waard en de waardin zijn struische menschen; men zou zeggen dat de +berglucht, bezwangerd met den geur der sparren, weldadig op hen werkt. +Men spreekt tegenwoordig, in boeken en tijdschriften, nog al veel over +sanatorium's voor lieden, die de schrikkelijke longtering krijgen. +Zouden de omstreken van Ronse niet uitstekend geschikt zijn voor het +inrichten van zulk eene schuilplaats? + +Het kapelleken is een verkwikkend rustpunt voor den christen reiziger. +In de eenzaamheid, verre van het gewoel der menschen, kan men toch zoo +hartelijk bidden: «Onze Vader, die in de hemelen zijt!» + + + + +XXX. + +Naar Ellezelle. + + +In _la Capelette_ hebben wij den weg gevraagd naar Ellezele, eene +voorzorg, die niet overbodig mag genoemd worden. Want wij zijn hier in +eene stille, eenzame streek. + +De naaste gemeenten zijn: Ronse, Kerkhem, Schoorisse, Op-Brakel en +Parike, in Oost-Vlaanderen; -- Everbeke, Vloesberge en Ellezele, in +Henegouw. + +Het oord is vele honderden hectaren groot. Acht kilometers scheiden +Ellezele van Schoorisse; vijftien kilometers Ronse van Everbeke. + +Vloesberge alleen bezit hier nagenoeg 260 hectaren gronds, begroeid met +dennen. + +Voortwandelend, dachten wij aan de Luxemburgsche Ardennen, met hunne +uitgestrekte hoogvlakten, met hunne grijskleurige woningen, met hunnen +mageren plantengroei. Geen Vlaming zal het ons dan ten kwade duiden, dat +wij de voorkeur geven aan Zuid-Vlaanderen. Hier hebben wij eene gedurige +en schielijke afwisseling van hoogten en laagten, van heuvelen en +valleien. Voeg daarbij het heldere blauw des hemels, het donkere groen +der weelderige gewassen, het vriendelijke rood der pannen daken en het +blinkende wit der gevels. Overal verscheidenheid, overal kleur, overal +poëzie, overal leven... + +«Maar wij zien bijna overal hetzelfde landschap,» zullen oppervlakkige +lieden opwerpen. + +Toch niet! + +Let maar eens op de voor- en achterplannen, die alle oogenblikken +veranderen, op de stoffeeringen, die nergens dezelfde zijn. + +Laat ons echter veronderstellen, dat uwe opwerping gegrond zij. Dan nog +krijgt ge geen gelijk. + +Sedert duizenden jaren versiert de roos elken zomer met dezelfde kleuren +onze aarde. Gij zelven hebt ze reeds dertig, veertig, misschien zestig, +zeventig keeren in uwen tuin zien ontluiken, bloeien en verflensen. En +toch beschouwt iedereen het roosje als de koningin onzer bloemen. + + * * * * * + +Ellezele schuilt, zooals wij hooger aanstipten, in eene vallei. Dit zegt +genoeg, dat de gemeente eene heerlijke omgeving heeft. Hare +uitgestrektheid bedraagt 2,400 hectaren; hare bevolking is tot ongeveer +5,500 zielen gestegen. + +Een goed gedeelte van Ellezele's grondgebied is bedekt met bosschen. Wij +hadden reeds de gelegenheid aan te stippen, dat zich daar dikwijls +gansche benden booswichten schuil hielden. Niet zelden bestonden die +benden uit vreemde landloopers, Bohemers, heidens of Egyptenaars. Die +boeven verontrustten heel de streek. In 1509 betaalde het magistraat van +Oudenaarde 12 pond parisis aan «het opperhoofd van eene bende +Egyptenaren,» opdat «hij met zijn volk niet min dan twee uren afstand +van de stad zou blijven.» + +Na 1724 stoorden zulke booswichten weer de bewoners van Ronse, van +Ellezele, van Vloesberge, van al de «betwiste gronden.» + +Ten langen laatste, en wel in 1733, zond de Regeering 150 huzaren naar +Ellezele, om de schurken te vangen. Zeven vrouwspersonen werden +opgehangen; een en twintig andere fielten van beide geslachten werden +gegeeseld en gebrandmerkt. Een klein meisje -- eene weeze -- werd +edelmoedig door de bewoners opgenomen en verpleegd. Uit dien hoofde +betaalde Ellezele gedurende eenigen tijd eene jaarlijksche som van +ongeveer 11 pond. + +Op het dorpsplein van Ellezele vindt men, sedert onheuglijke tijden, +eenen diepen bornput. Ten jare 1883 heeft men er eene fraaie pomp op +geplaatst. + +De parochiale kerk staat onder de bescherming van Sint-Pieter, den +apostel. De toren, die zwaar is, draagt het jaartal 1643. Het koor werd +herbouwd in 1723; de zijbeuken zijn van 1781. De predikstoel, gesneden +in 1751, is een merkwaardig stuk. + +Het was in de kerk, dat men vroeger te Ellezele, zooals overigens in +vele gemeenten van Vlaanderen, de voorname oorkonden bewaarde. Heden nog +toont men den reiziger den koffer, die met ijzer beslagen is. Hij heeft +drie sterke, verschillende sloten. + +Men wil, dat Ellezele de zedelijkste en de rijkste gemeente zij uit den +Noord-Westelijken hoek van Henegouw. «Cette terre n'appartient qu'à Dieu +et à moi!» zegde ons een landbouwer; «die grond hoort aan God en aan mij +toe!» willende doen verstaan, dat zijne eigendommen onbelast waren. + +Aardbevingen, die sommige streken zoo dikwijls teisteren, zijn +gelukkiglijk in ons vaderland een zeldzaam verschijnsel. In de oude +registers van den burgerlijken stand der gemeente is er nochtans van +eene schudding spraak. Wij schrijven letterlijk over: «Le 18 février +1756, la carcasse entière de l'église d'Ellezelles a subi une secousse. +L'air était bien tranquille; et en moins d'une minute de temps les +prêtres et le monde qui étaient à l'église pour la messe, se sont +sauvés.» Wat in onze taal beteekent: «Den 18 Februari 1756 begon de +gansche kerk van Ellezele schielijk te beven. De lucht was stil; doch in +een omzien vluchtten de priesters en de geloovigen, die in de kerk waren +om mis te hooren.» + +Lezers, als gij oude oorkonden in handen krijgt, overziet ze toch +aandachtig. Zij behelzen zoo dikwijls kleine, maar wetenswaardige +bijzonderheden! + + * * * * * + +Wij hebben reeds de «betwiste gronden» genoemd. + +In vroegere eeuwen behoorde de stad Lessen met zeven dorpen, alsook het +kasteel van Vloesberge en de heerlijkheid van Ronse, tot Vlaanderen +onder het Rijk, afhangende van den Duitschen keizer. + +Vlaanderen onder de Kroon was integendeel een leen van den Franschen +koning; en allodiaal Vlaanderen was een eigendom der graven, waarvoor +zij noch aan den koning, noch aan den keizer iets verschuldigd waren. + +Welnu, de hooger genoemde deelen van Vlaanderen onder het Rijk werden +van lieverlede een twistappel tusschen de Vlaamsche en de Henegouwsche +graven, weshalve de geschiedschrijvers hun den naam van «betwiste +gronden» hebben gegeven. + +Het geschil duurde tot in 1333, wanneer de vorsten een verdrag troffen, +dat nooit meer werd gestoord. + +De graaf van Henegouw behield de steden en dorpen van Lessen en +Vloesberge, zonder daar nochtans nieuwe versterkingen te mogen +oprichten, tenzij met voorkennis en toestemming van Vlaanderens vorst. +Deze behield de heerlijkheid van Ronse. + + + + +XXXI. + +De schilder van Ellezele. + + +De kerk van Ellezele bezit een fraai altaarstuk uit de XVIe eeuw: eene +kruisiging van den Zaligmaker. Op den donkeren grond van het tafereel +komt de witte kleur van een paard goed uit. + +De schilder heeft zijn gewrocht niet onderteekend. Vandaar gissingen en +volksoverleveringen. + + * * * * * + +In de XVIe eeuw telde Ellezele twee voorname familiën. De eene droeg +den naam van Lelatteur, de andere dien van Dutransnoit. + +Uit beide huizen sproten magistraten en geestelijken. Colard Lelatteur +was burgemeester in 1462; Jan Lelatteur werd schepen in 1510; Arnold +Lelatteur ontving de priesterlijke wijding in 1551. + +Lodewijk Dutransnoit werd burgemeester in 1503; Jan en Joris Dutransnoit +beklommen het altaar, de eerste in 1504, de tweede in 1545; Jacob +Dutransnoit teekende als griffier in 1600. + +Men vertelt in het dorp, dat een Lelatteur de genoemde kruisiging +schilderde. De man was zeer rijk, en beoefende de kunst om de kunst. Op +het tafereel maalde hij niet alleen de wezenstrekken zijner onderdanen, +maar ook de gedaante van zijnen schimmel. + +Zijn broeder, die almede het penseel hanteerde, was naar Italië getogen, +waar omtrent dien tijd «eene geheele reeks meesters van den eersten rang +naast elkander optraden, die in even zoovele oorspronkelijke richtingen +dezelfde laatste schrede tot het toppunt van ideale schoonheid en +klassieke volkomenheid aflegden.» Wij bedoelen LIONARDO DA VINCI, +overleden in 1519; -- MICHEL-ANGELO, den hoofdmeester der Florentijnsche +school; -- RAPHAEL, die zijn innigste gevoel in zijne Madonna's ten +beste gaf; -- ANTONIO CORREGGIO, die in zijne werken het licht bewogen +gevoel zoo heerlijk deed gelden; -- TIZIANO VECELLIO, den hoogsten +meester in de edele verheerlijking der lichamelijke schoonheid. + +Bij zijne terugkomst in het lieve vaderland sloop de Ellezeelsche +schilder in de werkplaats zijns broeders. + +Daar stond eene pas geschetste schilderij. De aangekomene tooverde vlug +eene vlieg op het doek, en verwijderde zich. En toen de andere +terugkeerde, greep hij eenen borstel, om het ondeugende diertje weg te +jagen. Zoo fijn, zoo natuurlijk, zoo meesterlijk had zijn broeder het +kleine vliegje voorgesteld. + +Men voegt er bij, dat de Lelatteur's op die wijze den toenaam van +_Mouche_ gekregen hebben. + +Van dit alles zal wel geen woordje waar zijn. Wij hebben inderdaad geene +enkele oorkonde kunnen vinden, waarin een Lelatteur als schilder +aangeduid wordt. Daarentegen kennen wij een tiental stukken uit de jaren +1535-1569, welke «Jean Dutransnoit, peintre,» noemen. Deze woonde op het +gehucht _Gauquier_. + +In 1543 trouwde Jan Hamaide, ridder en heer van Nieuwburg, met Barbara +Hauport, van Ellezele. + +Jan Dutransnoit zal dan, op vereerend verzoek van de jonge gehuwden, +het altaarstuk geschilderd hebben, op hetzelve noch de lakeien, noch het +paard der edele familie vergetende. + + * * * * * + +In negen minuten brengt ons de trein van Ellezele naar Ronse. De afstand +is bijgevolg niet groot. Nochtans onderscheiden wij, in de richting van +Vlaanderen, ten minste drie valleien en twee reeksen van heuvelen. + +De stoomwagen fluit, kucht, stopt. + +En nu nemen wij afscheid van onze vriendelijke lezers en lezeressen, +allen hartelijk dankende voor hunne welwillende aandacht. + +EINDE. + + + + +INHOUD. + + +I. -- REIZEN. -- Vroeger en nu. Schoonheid van België + +II. -- DE VLAAMSCHE ARDENNEN. -- Ligging. Heuvelen en aanzienlijke +verhevenheden. Beken. De vaart van Bosuit. Bosschen in vroegeren tijd en +nu. Klopjachten. Spoorwegen + +III. -- KORTRIJK. -- Ligging en uitgestrektheid der stad. Kortrijk vóor +1386. Het kasteel. Gewichtige gebeurtenissen en vergrootingen. +Bevolking. Het stadhuis en zijne schouwen. De oude en de nieuwe halle. +De Broeltorens. Sint-Martenskerk. De kerk van O.-L.-Vrouw. +Sint-Michielskerk. Het Begijnhof. Beroemde mannen. Scholen en +maatschappijen. Openbare plaatsen en straten + +IV. -- NAAR GROENINGE. -- Ligging. Grenzen, beken en wegen. Sagen. De +kapel van Groeninge. De slag der Gulden Sporen en zijne gevolgen + +V. -- DE OMSTREKEN VAN KORTRIJK. -- De bodem. De vlasnijverheid. +Ondersteuning en aanmoediging door de wethouders. De Pottelberg, het +kasteel van Hoog-Mosscher en de Bloedkapel. Het Hooge. De Spoelberg. +Eene schermutseling in 1814 + +VI. -- DE HOFSTEDE «TEN AKKER.» -- Oude heerlijkheden. Ligging. Wal en +gebouwen. Het huisraad. De pachter en zijn gezin. Netheid + +VII. -- NAAR DEN LAUWEBERG. -- De weg. Het oude kerkhof. Eene episode +uit den Boerenkrijg. De abdij van Marke, later van Groeninge. De +Lauweberg. Landschappen. De abdij van Wevelgem, nu het Kloosterhof. +Wevelgem. Vermaarde mannen. Bellegem + +VIII. -- NAAR HARELBEKE. -- Weg. De abdij van Groeninge. +Brigands-Zondag. De watermolens. Harelbeke. De kerk. Het kapittel. De +vroegere en latere nijverheid. Peter Benoit. Andreas Pevernage + +IX. -- NAAR ZWEVEGEM, MOEN EN HEESTERT. -- De heer van Zwevegem in 1573. +De weg naar Knokke. De vaart. Het Banhout. Knokke. Eene ontmoeting. De +Keiberg. Moen. De heerlijkheid van Moen. Het feest van Sint-Elooi. De +kerk. Heksenprocessen. Heestert. Ommegangen. Sint-Denijs + +X. -- NAAR TIEGEM. -- Vacantie. Herinneringen. Ansegem. Kaster. Tiegem. +Bevolking en oppervlakte. Uitzicht. De kerk. De patroon der parochie + +XI. -- NAAR HET KAPELBOSCH. -- M. Moreels-Verhaeghe. Uitgestrektheid en +waarde van het bosch. De kapel en hare omgeving. De kijktoren. Panorama. +Schoonheid van het landschap. Jaarlijksche novene + +XII. -- NAAR QUAREMONT EN DEN KLUISBERG. -- Afstand. Avelgem, Ruien en +Berchem. Quaremont. De kerk. De bodem. Oudheden. Aan _de Klok_. Aan _de +Martiko_. Panorama's. Naar den Kluisberg. Een heerlijk landschap. Peetje +en Meetje. Orroir, Amougies en Rozenaken. Dottignies. De vallei der +Schelde + +XIII. -- OUDENAARDE. -- De keure der gemeente. Merkwaardige +gebeurtenissen. Vroegere weelde der stad. Tapijtwevers. De hedendaagsche +nijverheid. De kerk van Pamele. Sint-Walburgiskerk. Misdaden in 1566 en +1572. Het stadhuis. Het museüm van oudheden. Het Belfort. Het huis van +Burgondië. De abdij van Maagdendale. Rederijkkamers en landjuweelen. +Beroemde mannen + +XIV. -- NAAR LEUPEGEM EN EDELARE. -- Leupegem. De berg van Edelare. +Panorama. De kerk van Edelare. De kapel van Kerselaar, haar oorsprong en +hare geschiedenis. De krokodil. De novene. De _Tivoli_. Mater en +Maria-Hoorebeke. Protestanten in Vlaanderen. Elzegem en zijne priorij. +Oudheden, gevonden te Etikhove + +XV. -- NAAR GAVER. -- Eine. De kerk. De _fittel_. De heerlijkheid van +Eine. De ruitersprocessie. De processie van Asper. Syngem en zijne kerk. +Huise en Gaver. De opstand der Gentenaars in 1453. De slag van Gaver. +Folklore + +XVI. -- BINDERS OF BRANDERS EENE BLADZIJDE UIT DE GESCHIEDENIS VAN DEN +BOERENKRIJG. -- Het einde der XVIIIe eeuw. Rooversbenden in Vlaanderen. +De Boerenkrijg. Botsing te Oudenaarde. Namen van slachtoffers + +XVII. -- NAAR ZOTTEGEM. -- Eename en zijne abdij. Vlucht der nonnen van +Groeninge in 1794. Oudheden, gevonden te Erwetegem. Zottegem. Het +lakenweven. Oploop der Gentenaars in 1314. De rederijkkamer. De kerk. +Het standbeeld van den graaf van Egmond. Eene bladzijde uit de +geschiedenis der XVIe eeuw. Laurens de Mets + +XVIII. -- DE OMSTREKEN VAN ZOTTEGEM. -- Gevonden oudheden. +Middeleeuwsche burchten. Het klooster van Velzeke. Elene. De jaarmarkt +van Nieuwwege. Hillegem. Grootenberge, Sint-Lievens-Essche, Godveerdegem +en Erwetegem + +XIX. -- GEERAARDSBERGEN. -- Het ontstaan der stad en hare keure. De +eerste vestingen. Onlusten in 1328, 1380, 1485 en 1491. De kerk van +Hunnegem. De kerk van Sint-Bartholomeus. De abdij. Het gasthuis. De +vroegere en de hedendaagsche nijverheid. Vermaarde mannen. Scholen en +genootschappen. Uitgestrektheid en bevolking. Hoogte van den bodem + +XX. -- OP DEN OUDEN BERG. -- Het _Hemelrijk_. Panorama. Eene legende. +Het Raspaillenwoud. Op het hoogste van den berg. Godsdienstige beelden. +De kapel. De vijver en het tafeltje. Gezicht op Brabant en Henegouw. Een +gedicht van F. de Beck + +XXI. -- EENE GEERAARDSBERGSCHE SAGE. -- Een eigenaardig feest. Het beleg +der stad. De belegerden verschaken den vijand. Het ontsteken van +vreugdevuren. Hooge oudheid van het feest + +XXII. -- DE OMSTREKEN VAN GEERAARDSBERGEN. -- Boelare en zijne burcht. +Koekebak te Sarlardinge. Goeferdinge en zijne kerk. Welstand in de +gemeente. Schendelbeke. Pollare. Onkerzele. Een eigenaardig dorp. +Panorama. De _Jonkvrouw_. Onlusten in 1453. Het zoeken van steenkolen in +1765. De Boerenkrijg te Geeraardsbergen. Nederbrakel, Opbrakel en +Schoorisse + +XXIII. -- RONSE. -- Ligging der stad. Hare oudheid. De plaatselijke +nijverheid. Rampen in 1477, 1519, 1559 en 1719. De beeldstormerij. Het +kasteel. De Sint-Pieterskerk. De Sint-Hermeskerk. De Sint-Martenskerk. +Openbare plaatsen. Voorname huizen. Gilden en maatschappijen. De +Molenbeek. Scholen. Het archief der stad. Vermaarde mannen + +XXIV. -- NAAR HET BOSCH-JOLY. -- Weg. Rotsen. Bronnen en vijvers. De +grot. Een dolmen. Uitzicht + +XXV. -- NAAR DEN HOOTOND EN DE KRUISEN. -- De kapel ten witten Tak. +Besmettelijke ziekten. Op den Hootond. Een heerlijk vergezicht. De +Kruisen. Ontmoetingen + +XXVI. -- NAAR DEN MUZIEKBERG. -- Weg. In het woud. Het kijktorentje. Nog +een panorama. Wijnbouw in 1827. Avond. Gedicht van H. Tollens + +XXVII. -- NOG IN HET LAND VAN RONSE. -- De Hooge heide. Van den Daele's +bosch. Ellezele. St-Sauveur. Watripont en zijne heerlijkheid. De baronij +van Ronse + +XXVIII. -- DE FIERTERE VAN RONSE. -- Onze heiligen. Bedevaarten en +ommegangen. De overblijfselen van St-Hermes. De Fiertere in vroegere +eeuwen. Eigenaardige gebruiken. De Fiertere op heden. Oudheid der +plechtigheid. Het _Zottenboek_ + +XXIX. -- NAAR DEN POTTELSBERG. -- Vloesberge en zijn woud. Voorname +verhevenheden. De weg. De kapel van Lorette en de kapel ter Heide. De +Tijloozen-ommegang. _Les quatre Vents_. Op den Pottelsberg. Verloren +loopen + +XXX. -- NAAR ELLEZELE. -- Uitgestrektheid der streek. De Luxemburgsche +Ardennen en Zuid-Vlaanderen. Ellezele. Grondgebied en bevolking. Heidens +in de streek. Maatregelen tegen die booswichten. De parochiale kerk. +Hoedanigheden der bevolking. Eene aardbeving. De betwiste gronden + +XXXI. -- DE SCHILDER VAN ELLEZELE. -- Een weinig gekend altaarstuk. De +familie Lelatteur en de familie Dutransnoit. De volksoverlevering. Jan +Dutransnoit, schilder in 1535-1569. Wie het altaarstuk waarschijnlijk +bestelde. Terugreis en afscheid + +INHOUD + + + + + +End of Project Gutenberg's Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN *** + +***** This file should be named 26102-0.txt or 26102-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/6/1/0/26102/ + +Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/26102-0.zip b/26102-0.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e5f1c53 --- /dev/null +++ b/26102-0.zip diff --git a/26102-h.zip b/26102-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5f1e466 --- /dev/null +++ b/26102-h.zip diff --git a/26102-h/26102-h.htm b/26102-h/26102-h.htm new file mode 100644 index 0000000..1632b94 --- /dev/null +++ b/26102-h/26102-h.htm @@ -0,0 +1,5705 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=utf-8" /> + <title> + The Project Gutenberg eBook of Reisjes, by AUTHOR. + </title> + <style type="text/css"> +/*<![CDATA[ XML blockout */ +<!-- + p { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + h1,h2,h3,h4,h5,h6 { + text-align: center; /* all headings centered */ + clear: both; + } + hr { width: 33%; + margin-top: 2em; + margin-bottom: 2em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + clear: both; + } + + table {margin-left: auto; margin-right: auto;} + + body{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + } + + .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */ + visibility: hidden; + position: absolute; + left: 92%; + font-size: smaller; + text-align: right; + } /* page numbers */ + + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;} + .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em; + padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em; + float: right; clear: right; margin-top: 1em; + font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;} + + .bb {border-bottom: solid 2px;} + .bl {border-left: solid 2px;} + .bt {border-top: solid 2px;} + .br {border-right: solid 2px;} + .bbox {border: solid 2px;} + + .center {text-align: center;} + .smcap {font-variant: small-caps;} + .u {text-decoration: underline;} + + .caption {font-weight: bold;} + + .figcenter {margin: auto; text-align: center;} + + .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top: + 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;} + + .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em; + margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;} + + .footnotes {border: dashed 1px;} + .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} + .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;} + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;} + .poem br {display: none;} + .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i6 {display: block; margin-left: 6em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + // --> + /* XML end ]]>*/ + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Reisjes in Zuid-Vlaanderen + +Author: Theodoor Sevens + +Release Date: July 21, 2008 [EBook #26102] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN *** + + + + +Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe + + + + + +</pre> + + + +<p></p><p></p><p></p> +<p></p><p></p> +<h1>REISJES</h1> + +<h1>IN</h1> + +<h1>ZUID-VLAANDEREN</h1> + +<h1>DOOR</h1> + +<h1>THEODOOR SEVENS.</h1> + + +<p class="center">MET PLATEN.</p> + + +<p class="center"> +KORTRIJK,<br /> +<span class="smcap">Boekdrukkerij van Eugène Beyaert, Uitgever,</span><br /> +18, JAN PALFYNSTRAAT, 18.<br /> +1901.<br /> +</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="I" id="I"></a>I.</h2> + +<h2><a name="Reizen" id="Reizen"></a>Reizen.</h2> + + +<p>Onder de menigvuldige boeken en handschriften, +door wijlen <span class="smcap">Goethals-Vercruysse</span> aan de stad +Kortrijk geschonken, vindt men den «<i>Grooten Gentschen +comptoir-almanach voor 1767</i>.»</p> + +<p>De bezitter van dit boek teekende, op de witte +deelen der bladzijden, allerhande gebeurtenissen aan, +welke gedurende het genoemde jaar voorvielen.</p> + +<p>Zoo schreef hij in de maand Juni:</p> + +<p>«Men heeft tot Ghendt ghevierd met de uyterste +pracht het zeven honderdjarig jubile van de verheffing +der reliquiën. Ick ook trok, den 30 's morgens vroeg, +het quart na vier ure, in compagnie van vier andere +personen in eene koetse naer die stad. Wy waren +'s voornoens ten tien ure en half tot Ghendt, en +hoorden de elvemisse by de Recolletten.»</p> + +<p>Wat zou de brave man verbaasd staan kijken, indien +hij weer in ons midden kon verschijnen! Ontelbare +ijzeren wegen doorkruisen hedendaags gansch de beschaafde +wereld. In ons kleine vaderland heeft het net +eene lengte van meer dan vijf duizend kilometers...</p> + +<p>Zoodra men den stoomwagen kende, kwam de afstand +niet meer in aanmerking. In ruim vijf uren +vliegt men van Brussel naar Parijs; in vier en twintig +uren stoomt men langs Namen, Luxemburg, Mets, +Straatsburg, Stuttgart en Munich naar Weenen, in +<!-- Page 6 --><span class='pagenum'><a name="Page_6" id="Page_6">[Pg 6]</a></span>Oostenrijk.</p> + +<p>Dit gemak, gevoegd bij de geringheid der vervoerprijzen +en de algemeene verspreiding van het onderwijs, +heeft de menschen den lust tot reizen ingedreven.</p> + +<p>Voor 23 fr. mag men, gedurende vijftien dagen, op +al de ijzeren wegen van den Belgischen Staat, naar +hartelust weg- en wederreizen.</p> + +<p>Zelfs de mindere man is niet meer tevreden met de +tuinen en velden, met de weiden en bosschen, die zijn +geboortedorp omringen; hij wil de wijde wereld in, +om met eigen oogen de werken der nijverheid, de +voortbrengselen der kunst en de schoonheden der +natuur te bewonderen.</p> + +<p>Hij droomt van het groote Londen en het prachtige +Parijs; van Zwitserland, met zijne Alpen en sneeuwvelden, +met zijne dalen en meren; van Rome, met +zijne prachtige gebouwen; van het zonnige Oosten en +het bedrijvige Amerika.</p> + +<p>Dan, velen haken naar vreemde landen en verre +gezichten, en kennen de wonderen niet, welke de +Voorzienigheid in ons klein land zoo kwistig ten toon +spreidde.</p> + +<p>Hebben wij geen verrukkelijk zeestrand? Geene +vruchtbare velden en malsche beemden? Geene zindelijke +steden en vriendelijke dorpen? Hebben wij in het +Zuid-Oosten, in Luik, Luxemburg en Namen, geene +heerlijke bergen en dalen? Geene watervallen en majestatische +grotten? Geene rijke mijnen en steengroeven?</p> + +<p>Wij stellen ons voor het zuidelijk gedeelte van Oost- en +West-Vlaanderen — de Vlaamsche Ardennen — te +doen kennen. Niet zelden zullen wij, om den weetgierigen +lezer te bevredigen, onze beschrijvende schetsen +met historische en andere bijzonderheden afwisselen.</p> + +<p>Want het woord van den dichter blijft altoos waar: +Ken uw land, en gij zult het beminnen!<!-- Page 7 --><span class='pagenum'><a name="Page_7" id="Page_7">[Pg 7]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="II" id="II"></a>II.</h2> + +<h2><a name="De_Vlaamsche_Ardennen" id="De_Vlaamsche_Ardennen"></a>De Vlaamsche Ardennen.</h2> + + +<p>Als men op eene landkaart eene rechte lijn trekt +van Kortrijk naar Oudenaarde, eene andere van +Oudenaarde naar Geeraardsbergen, eene derde van +Geeraardsbergen naar Ronse en eene laatste van Ronse +naar Kortrijk, zoo vormt men eene bijna regelmatige +ruit, die ongeveer negen mijlen lang en nagenoeg +drie mijlen breed is.</p> + +<p>Daar zijn «de Vlaamsche Ardennen.»</p> + +<p>Zuid-Vlaanderen is eene landbouwstreek. De grond +is door den band kleiachtig, en brengt goede oogsten +voort: tarwe en rogge, gerst en haver, aardappelen, +wortelen en rapen, vlas en klaver.</p> + +<p>Twee heuvelreeksen loopen langs de oevers der +Schelde: de eene aan den noordwestkant, de andere +aan den zuidoostkant des strooms.</p> + +<p>De eerste scheidt den Scheldekom van den Leikom. +Zij begint over Bellegem, loopende langs Sint-Denijs +en Moen naar het Banhout, naar Ootegem, Ingooigem, +Tiegem, Kaster, Ansegem, Gijzelbrechtegem en +Wortegem.</p> + +<p>De zuidelijke keten begint aan den Kluisberg, bij +Ronse, en richt zich langs Quaremont, Nukerke, +Edelare en Eename naar Gaver. Eene vertakking gaat +oostwaarts, tusschen Quaremont en Ronse, naar het +woud van Vloesbergen, op de scheiding van Oost-Vlaanderen +en Henegouw, naar Geeraardsbergen en<!-- Page 8 --><span class='pagenum'><a name="Page_8" id="Page_8">[Pg 8]</a></span> +het Brabantsche. Te Geeraardsbergen onderscheidt +men nochtans het dal van den Dender.</p> + +<p>Tot de aanzienlijkste verhevenheden behooren: de +Perreberg, te Sint-Denijs; de Keiberg, op het grondgebied +van Moen, en de hoogvlakte van Tiegem, in +West-Vlaanderen; — de Edelareberg, bij Oudenaarde; +de Koppenberg, bij Melden; de Kluisberg, tusschen +Avelgem en Ronse; de Hootond, benoorden Ronse; +de Muziekberg, ten Oosten van dezelfde stad, en de +Oudeberg, bij Geeraardsbergen, in Oost-Vlaanderen; — de +Pottelsberg en de berg van Rhodes, in Henegouw.</p> + +<p>Verscheidene beken vloeien naar de Schelde.</p> + +<p>De Braambeek, komende van Sint-Denijs, kronkelt +door Moen, en scheidt verder Heestert van Autrijve +en Autrijve van Avelgem. In de XVII<sup>e</sup> eeuw bracht +zij nog eenen watermolen in beweging.</p> + +<p>De Arnoldusbeek ontstaat te Tiegem en vloeit naar +Avelgem.</p> + +<p>De Ronne komt uit Henegouw, scheidt deze provincie +van Oost-Vlaanderen, loopt langs Amengijs (Amougies) +en Orroir, en valt tegen Avelgem in de Schelde. Dit +riviertje gaf zijnen naam aan de stad Ronse.</p> + +<p>De Markebeek neemt haren oorsprong aan den voet +van den Pottelsberg. Zij bespoelt de gemeenten Schoorisse, +Marke en Etikhove en mengt, bij Leupegem, +hare wateren met die der Schelde. Zeven watermolens +werken op de Markebeek.</p> + +<p>De Zwalme ontspringt tusschen Vloesbergen en +Nederbrakel. Zij besproeit deze gemeente en verder +Michelbeke, Roosbeke, Rooborst, Munkzwalm en +Nederzwalm, vallende in de Schelde tusschen Welden +en Hermelgem. Het dal der Zwalme is overal zeer +schilderachtig.</p> + +<p>In het dal der Lei vinden wij de Klakkaardsbeek, +op het grondgebied van Kortrijk, en de Kastelnijbeek,<!-- Page 9 --><span class='pagenum'><a name="Page_9" id="Page_9">[Pg 9]</a></span> +te Vichte. Dit laatste riviertje scheidde vroeger de +kastelnij van Kortrijk van die van Oudenaarde.</p> + +<p>Aan de kanten van Geeraardsbergen kronkelt de +Molenbeek naar den Dender.</p> + +<p>De vaart van Kortrijk naar Bosuit, gedolven in +1858-1859, verbindt de Lei met de Schelde, langs +Zwevegem en Moen. Tusschen deze twee gemeenten, +op het gehucht Knokke, heeft men eenen tunnel gedolven, +die 665 meters lang en, met den trekweg, +6 meters breed is.</p> + +<p>Zuid-Vlaanderen bezit nog verscheidene bosschen: +het bosch van Bellegem, tusschen Kortrijk en Doornik; +het Banhout, bij Heestert; het Bouveloobosch, tusschen +Ansegem en Wortegem; het Kapelbosch, te Tiegem; +de bosschen van den Kluisberg en den Muziekberg; +het bosch van Vloesberge en het bosch te Rijst, niet +verre van Opbrakel.</p> + +<p>In vroegere eeuwen waren die wouden natuurlijk +veel grooter dan thans. Vossen en wolven hadden daar +hunne schuilplaats. Tusschen Volkegem en Eename +wijst men den reiziger nog den Wolvenberg aan. +Meer dan éene gemeente heeft eene Wolvenstraat of +eenen Wolvenhoek.</p> + +<p>Nu en dan gebood men klopjachten, ten einde de +wolven onschadelijk te maken. Zoo lezen wij in <i>de +kleine Keurboeken</i> der stad Kortrijk (1586): «Also +myn heeren de hoochbailliu deser stede, metgaders +de hoochpointers ende vryscepenen van de cassellerie +van diere, gheinformeert zyn van de groote ende onsprekelicke +schade, die de wolven in alle de prochiën +de aerme landlieden zyn doende... zo eyst, dat zy goed +ende expedient ghevonden hebben woensdaghe naest, +metgaders noch de drie woensdaghen naervolgende, te +doen eene generale jacht in elke prochie van de voor<!-- Page 10 --><span class='pagenum'><a name="Page_10" id="Page_10">[Pg 10]</a></span>seyde +cassellerie, opdat door zulk middel de voorseyde +wolven zouden moghen aehterhaelt ende betrapt worden, +immers ten minste verjaecht uit deze contreye.»</p> + +<p>In het Ambacht van Veurne breide men het volgende +jaar «wulvenetten.» Verder betaalde men verscheidene +«weynaers,» die, zegt de kastelnijrekening, +«wulven ghevanghen hadden.»</p> + +<p>Talrijke spoorwegen doorsnijden de Vlaamsche Ardennen, +en zullen onze uitstapjes vergemakkelijken. +Het zijn: de baan van Kortrijk naar Oudenaarde, +langs Stassegem, Deerlijk, Vichte, Ansegem, Elzegem +en Petegem; — de baan van Kortrijk naar Ronse, +langs Zwevegem, Moen, Avelgem, Orroir, Amougies +en Rozenaken of Russignies; — de baan van Oudenaarde +naar Gent, langs Eine, Heurne en Asper; — de +baan van Oudenaarde naar Zottegem, langs Eename, +Munkzwalm en Rooborst; — de baan van Oudenaarde +naar Ronse, langs Etikhove; — de baan van Oudenaarde +naar Avelgem, langs Melden, Berchem en +Ruien; — de baan van Ronse naar Zottegem, langs +Opbrakel, Nederbrakel en Michelbeke; — de baan +van Zottegem naar Geeraardsbergen, langs Erwetegem, +Maria-Lierde en Hemelveerdegem; — de baan van +Ronse naar Lessen, langs Ellezele en Vloesbergen; — de +baan van Lessen naar Geeraardsbergen.</p> + +<p>Van Oudenaarde naar Ronse stoomende, komt men +door eenen onderaardschen gang, die 420 meters lang is.<!-- Page 11 --><span class='pagenum'><a name="Page_11" id="Page_11">[Pg 11]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="III" id="III"></a>III.</h2> + +<h2><a name="Kortrijk" id="Kortrijk"></a>Kortrijk.</h2> + + +<p>Kortrijk, gelegen op de twee oevers der Lei, heeft +eene uitgestrektheid van ruim 2115 hectaren, +deels in bebouwden, deels in onbebouwden grond.</p> + +<p>De eerste keure, aan de gemeente verleend, is +van 1190.</p> + +<p>Nochtans was de eigenlijke stad, vóór 1386, niet +groot. Zij was 600 meters lang, van het Noord-Westen +naar het Zuid-Oosten, tusschen de Lei en de Doorniksche +poort; en 400 meters breed, van het Noord-Oosten +naar het Zuid-Westen, tusschen de Kanunnikpoort +en de Rijselsche poort.</p> + +<p>Het grafelijk kasteel stond destijds in den Noord-Oostelijken +hoek, bij den oudsten Broeltoren, tusschen +de Lei, den wal der stad en de kerk van O.-L.-Vrouw.</p> + +<p>De vergrootingen van Kortrijk gebeurden na 1386, +door het delven der kleine Lei; — na 1453, door de +inlijving van Overbeke, buiten de Steenpoort; — na +1577, door de versterking van Overlei.</p> + +<p>Toen Philip de Stoute de wethouders machtigde om +de kleine Lei te graven, liet hij ook, bij de huidige +Vischmarkt, een nieuw kasteel bouwen. Dit slot had +zes torens en een grootsch voorkomen.</p> + +<p>Omtrent het midden der XVII<sup>e</sup> eeuw maakten de +Franschen zich meester van de stad. Waar nu de +Esplanade is, braken zij twee kloosters en ruim 300 +huizen af. Tusschen de Esplanade en de Lei bouwden<!-- Page 12 --><span class='pagenum'><a name="Page_12" id="Page_12">[Pg 12]</a></span> +zij in 1647 eene vesting, voorzien van bolwerken en +verschansingen.</p> + +<p>In de laatste zestig jaren heeft Kortrijk een nieuw +uitzicht gekregen. Men vindt er verscheidene nieuwe +wijken, met sierlijke lanen en breede, goed verluchte +straten. De breedste straten kregen twee reeksen +schoone boompjes.</p> + +<p>Kortrijk was meer dan eens het tooneel van gewichtige +gebeurtenissen.</p> + +<p>Iedereen weet te spreken van den slag der Gulden +Sporen, geleverd den 11 Juli 1302. Gedurende de +worsteling schoten de Franschen uit het kasteel het +Begijnhof en eenige huizen aan de Markt in brand.</p> + +<p>Tachtig jaren nadien legden de overwinnaars van +Roosbeke de stad in asch. Eene belasting op het bier +en den wijn moest dienen om de gemeente uit hare +puinen te doen oprijzen.</p> + +<p>In 1539 spanden Gent en Kortrijk samen tegen +Karel V. Deze kwam uit Spanje en strafte beide steden.</p> + +<p>De XVI<sup>e</sup> eeuw was een tijd van jammerlijke woelingen, +van rooverijen en bloedstortingen. Van den +12 Februari 1578 tot den 27 Februari 1580 zetelden +de Geuzen op het stadhuis, al de kloosters verwoestende, +al de kerken plunderende.</p> + +<p>De grootste helft der XVII<sup>e</sup> eeuw was almede een +droevig tijdperk. De Franschen overrompelden de stad +in 1667 en in 1683. De gemeente kwam van lieverlede +tot zulke armoede, dat een groot deel van de +inwoners de vlucht namen.</p> + +<p>Nog rampzaliger waren de laatste jaren der XVIII<sup>e</sup> +eeuw, wanneer men, zooals <span class="smcap">Conscience</span> aanmerkt, +niets meer eerbiedigde: noch godsdienst, noch zeden, +noch eigendom, noch wetten der menschelijkheid.</p> + +<div class="figcenter"> +<img src="images/image01.jpg" alt="Kortrijk. — De Broeltorens." title="" /> +<span class="caption">Kortrijk. — De Broeltorens.</span> +</div> + +<p>Eene bulle van Eugenius IV, van 1434, zegt, dat<!-- Page 13 --><span class='pagenum'><a name="Page_13" id="Page_13">[Pg 13]</a></span><!-- Page 12p --> +Kortrijk alsdan 23000 ingezetenen telde. Vóor de +Fransche omwenteling bedroeg de bevolking 11134 +zielen; in 1820 ruim 15800; in 1867 ongeveer 23650; +op het einde van December 1898 meer dan 33380. +Ziedaar wel een bewijs, dat de nijverheid en de handel +er bloeien en weelde verspreiden.</p> + +<p>Ten jare 1382 verslond het vuur eene menigte gebouwen, +waaronder het stadhuis en Sint-Martenskerk.</p> + +<p><span class="smcap">Simon van Assche</span>, een Gentenaar, herbouwde het +stadhuis in 1417 en volgende jaren. <span class="smcap">Gillis Pauwels</span>, +van Brussel, vervaardigde «eene wandelinghe of borstweere» +boven den gevel; <span class="smcap">Jan Rueele</span> en <span class="smcap">Willem +Eubins</span>, beiden van Kortrijk, kapten andere versieringen. +In de nissen stelde men beelden van heiligen.</p> + +<p>Een Gentsche kunstenaar, te Kortrijk gevestigd, +<span class="smcap">Marcus van Ghistel</span>, «stoffeerde de balken,» leverde +«glasen veysteren,» en schilderde met zijnen broeder +«de beteekenisse van den jugemente ten uutersten +daghe.» De XV<sup>e</sup> eeuw was een lijd van stoffelijke +welvaart voor Vlaanderen. Ook maakten de schepenen +een praalgebouw van den tempel der wet.</p> + +<p>Het stadhuis werd vergroot en gedeeltelijk herbouwd +in 1526-1530. In 1872 heeft men den voorgevel +nogmaals hersteld.</p> + +<p>Twee groote, schoone schouwen wekken de bewondering +der bezoekers. Zeker bestonden zij in 1527, +aangezien de wethouders van Oudenaarde dit jaar eenen +kunstenaar verzochten om er eene schets van te maken. +In 1417-1418 kapte de reeds genoemde Willem Eubins +twee lijsten «om de caven,» die men in het stadhuis +maken zoude, «eene boven ende eene beneden.»</p> + +<p>De schouw der bovenzaal is 2<sup>m</sup>,98 breed en 1<sup>m</sup>,32 +hoog. Zij beslaat uit verscheidene vakken. Het hoogste +vak telt acht beelden: het Geloof, de Nederigheid, de<!-- Page 14 --><span class='pagenum'><a name="Page_14" id="Page_14">[Pg 14]</a></span> +Milddadigheid, de Zuiverheid, de Naastenliefde, de +Matigheid, het Geduld en de Waakzaamheid. In het +tweede vak vindt men de Gerechtigheid en den Vrede, +benevens acht ondeugden, passende onder de genoemde +deugden: de Afgoderij, de Hoovaardigheid, de Gierigheid, +de Onkuischheid, den Nijd, de Gulzigheid, de +Gramschap en de Traagheid. In het midden van dit +vak prijkt het beeld van Karel V, waaruit volgt, dat +het kunstwerk zich niet meer in zijne oorspronkelijke +gedaante voordoet.</p> + +<p>Het derde vak behelst raadselachtige onderwerpen. +Evenwel ziet men dadelijk, dat de beeldhouwer gedacht +heeft aan de kastijding der ondeugden en driften, +welke hij in het middelste vak voorstelde.</p> + +<p>De schouw der benedenzaal is niet zoo fijn gebeiteld +als de andere. Zij heeft insgelijks veranderingen ondergaan +en vertoont: Mozes en den Zaligmaker; Albert +en Izabella; O. L. Vrouw, met haar kindeken op den +arm; Sint Marten, met het wapen van Kortrijk in de +hand; Sint Salvator, met het wapen van Harelbeke; +Sint Pieter, met het wapen van Tielt; Sint Egidius, +met het wapen van Deinze; Sint Vedastus, met het +wapen van Meenen, en Sint Elooi, met het wapen +der dertien parochiën.</p> + +<p><span class="smcap">Guffens</span> en <span class="smcap">Swerts</span> hebben over eenige jaren de +onderste schouw en de muren der zaal met goud en +kleuren belegd, gelijk zij oorspronkelijk geweest zijn. +Dit werk kostte 30000 fr.</p> + +<p>Buiten eene menigte kostbare handvesten bewaart +men ten stadhuize den kleinen, ruitvormigen steen, +dien de abdis van Groeninge op het graf van Sygis, +den koning van Majorka, liet leggen.</p> + +<p>De eerste Halle van Kortrijk stond op de Groote +Markt. Hedendaags prijkt daar nog een deel van het<!-- Page 15 --><span class='pagenum'><a name="Page_15" id="Page_15">[Pg 15]</a></span> +Belfort, voorzien van eene kleine spits en vier torentjes. +Dit bijvoegsel is van 1519-1520. «Twee meesters +werelieden van Ghendt,» en «twee meesters werelieden +van Ryssele,» hier ontboden «by proosten en +scepenen,» oordeelden immers, «dat de torre niet +helpelic en was.» Vroeger was het Belfort zeer hoog. +Een ijzeren man, Manten geheeten, sloeg de uren +met zijne vuisten.</p> + +<p>De nieuwe Halle, in de Doorniksche straat, dagteekent +van het midden der XVI<sup>e</sup> eeuw. In 1549 ontboden +de schepenen verscheidene personen uit Doornik +en Maubeuge «omme te overziene het werc van der +nieuwer halle en te adviseeren het vulbringen van +diere,» dit met den minsten kost mogelijk.</p> + +<p>De twee Broeltorens zijn merkwaardige gedenkstukken +van vroegere krijgsbouwkunde. Even oud zijn +ze niet. De toren, op den linkeroever der Lei, werd +gebouwd uit kracht van een octrooi, onderteekend te +Atrecht den 18 April 1411; de andere — de Speitoren — bestond +vóor de uitvinding van het buskruit. Dit +blijkt uit de bouwstoffen der grondvesten, uit de +breedte der schietgaten, alsook uit den afstand tusschen +die gaten en de vloeren.</p> + +<p>In den Speitoren vindt men thans het museüm +oudheden.</p> + +<p>Sint-Martenskerk bestaat uit deelen van verschillende +tijdstippen. Eenige pijlers, tusschen de vont en het +koor, zijn uit het midden der XIII<sup>e</sup> eeuw; de voorkerk, +gebouwd door <span class="smcap">Willem Alussen</span>, is van 1413-1450. +De kruisbeuk dagteekent van 1458-1468; de vont +van 1473-1474; het koor van 1870. Vóor den brand +van 1862 was het koor uit de XIV<sup>e</sup> eeuw, de Sinte-Annakapel +van 1514-1522. Het metselwerk van den<!-- Page 16 --><span class='pagenum'><a name="Page_16" id="Page_16">[Pg 16]</a></span> +toren was voltooid in 1439; de houten naald in 1602. +Toen <span class="smcap">Frans Heylinck</span>, van Antwerpen, in 1601 den +«eersten naghel had geslagen,» kreeg hij een geschenk +van wijn.</p> + +<p>Sint-Martenskerk bezit eenige goede kunstwerken: +een H.-Sacramentshuis, gebeiteld door <span class="smcap">Hendrik Mauris</span> +in 1586; eene degelijke schilderij van <span class="smcap">Bernaard de +Ryckere</span>, van Kortrijk, <i>de Nederdaling van den H. Geest +over de Apostelen</i> voorstellende; een tafereel van <span class="smcap">Karel +van Mander</span>, verbeeldende de onthoofding van Sinte +Katharina; een koperen altaar, over weinige jaren +geleverd door <span class="smcap">M. Fierlefyn</span>. Het snijwerk der vont, +de zeven H. Sacramenten voorstellende, is eveneens +zeer merkwaardig.</p> + +<p>Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen, die gaarne te +Kortrijk verbleef, bouwde in 1200 de kerk van O.-L.-Vrouw, +en vestigde er een kapittel van twaalf kanunniken +met eenen deken.</p> + +<p>De kerk behoort tot den overgangsstijl, evenals de +kerk van Pamele, die slechts dertig jaren jonger is. +Eigenaardig is zij opgevat, in ongewonen vorm en +ongewone lijnen, maar toch schoon in stand en +samenstelling.</p> + +<p>Het koor schijnt hersteld te zijn geworden na de +ramp van 1382. De kapel der Onbevlekte Ontvangenis +is van 1420.</p> + +<p>Lodewijk van Male stichtte de heerlijke kapel der +graven van Vlaanderen, een vorstelijk gebouw, waaraan +de beste meesters uit de tweede helft der XIV<sup>e</sup> +eeuw arbeidden. Dit deel was voltooid in het voorjaar +van 1374. In de jaren 1866-1870 heeft men de grafelijke +kapel prachtig hersteld, dank aan de kennis of +de begaafdheden van kanunnik <span class="smcap">F. van de Putte, Jan +van der Plaetsen</span>, baron <span class="smcap">Bethune</span> en anderen.<!-- Page 17 --><span class='pagenum'><a name="Page_17" id="Page_17">[Pg 17]</a></span></p> + +<p>De kerk van O.-L.-Vrouw bezit eene prachtige schilderij +van <span class="smcap">Antoon van Dyck</span>: <i>de Oprichting van het +kruis</i>; een kostbaar marmeren altaar, geplaatst door +<span class="smcap">Hubert Boreux</span>, van Dinant; alsmede eene reliquie +van onschatbare waarde: een haarlokje des Zaligmakers, +medegebracht uit het H. Land door Philip van Elzas.</p> + +<p>Het was in de kapel van O.-L.-Vrouw, achter het +hoofdaltaar, dat de Vlamingen in 1302 dankbaar de +gulden sporen ophingen, welke zij op het zegeveld +van Groeninge gevonden hadden. Toen men over eenige +jaren het witsel van het gewelf krabde, ontdekte men +aldaar de schildering van 116 zwarte leeuwen op +gelen grond.</p> + +<p>In de eerste helft der XVIII<sup>e</sup> eeuw bekleedde men +het geheele koor, tot aan de gewelfbogen, met marmer +en gemarmerd hout. Dit bijvoegsel wordt thans geweerd, +zoodat de gansche kerk weldra weer zal pralen +in hare oorspronkelijke strenge schoonheid.</p> + +<p>De kerk van Sint-Michiel, plechtig gewijd den 18 +Mei 1611 en vóor korte jaren kunstig hersteld door +<span class="smcap">Bethune</span>, is een bezoek overwaard. Hier rust het +wonderdadig beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge, +herkomstig uit de abdij van dien naam.</p> + +<p>Op het einde der XVIII<sup>e</sup> eeuw brandden de Jacobijnen +in deze kerk wierook voor de godin der Rede. +Uit dien hoofde prijkt, bij het altaar van O.-L.-Vrouw, +het gedenkteeken van den Boerenkrijg, onthuld den +9 October 1898. Het draagt de namen van een en +dertig gekende martelaars der vaderlandsche zaak: +Jan Bouderez, Jan Verschaeve, Willem Vasure, Jan +Maelfait, Willem Bourgois, Michiel Bonekaert, Jan +van de Putte, Pieter Willein, Jan de Smedt, Pieter +de Wulf, Jacob Verscheure, Fideel Kinds, Jan Braems, +Pieter Berlamont, Jacob Verschaete, Jan Folens, Jan<!-- Page 18 --><span class='pagenum'><a name="Page_18" id="Page_18">[Pg 18]</a></span> +de Waele, Jacob Wallays, Pieter Albrecht, Jan Noppe, +Willem Buyse, Lodewijk Missiaen, Pieter Baeckelandt, +Lodewijk de Waele, Jozef de Vos, Frans Messeine, +Jan Carlier, Augustijn Vroman, Jan Vroman, Frans +van den Bulcke en Maria-Magdalena Schaede.</p> + +<p>De parochiale kerken, aan Sint-Rochus en Sint-Elooi +toegewijd, zijn nieuw, de eerste van 1863, de +tweede van 1882.</p> + +<p>Een der schilderachtigste hoekjes van Kortrijk is +het Begijnhof, bij Sint-Martenskerk. Door den band +zijn al de begijnhoven stille, gemoedelijke plaatsen te +midden der woelige steden. Het Kortrijksch hof boeit +ongemeen den bezoeker door zijne netheid, door zijnen +vriendelijken eenvoud, door zijne ligging.</p> + +<p>De kapel, fraai hersteld en versierd, is van 1464. +Het huis der Grootjufvrouw heeft een lief geveltje.</p> + +<p>Kortrijk schonk het leven aan vele beroemde mannen: +aan <span class="smcap">Jan David</span> (1545-1613), den geleerden +kamper tegen de Geuzen; — aan <span class="smcap">Jan Palfyn</span> (1650-1730), +den grooten ontleedkundige, uit onbemiddelde +ouders gesproten; — aan <span class="smcap">Jan-Baptist Hofman</span> +(1758-1835), door <span class="smcap">van Duyse</span> Vlaanderens «meistersinger» +geheeten; — aan <span class="smcap">Jacob Goethals</span> (1759-1838), +eenen werkzamen kroniekschrijver, die heel +zijne bibliotheek aan de stad schonk; — aan <span class="smcap">Ferdinand +Snellaert</span> (1809-1872), eenen geleerden taalvorscher +en verstandigen werker voor de volkszaak.</p> + +<p>Als schilders noemen wij <span class="smcap">Pieter Vlerick</span> (1539-1581); — <span class="smcap">Bernaard +de Ryckere</span>, overleden te Antwerpen +den 1 Januari 1590; — <span class="smcap">Roeland Savery</span> +(1576-1639); — <span class="smcap">Jan de Jonghe</span> (1785-1844) en +<span class="smcap">Lodewijk Robbe</span> (1807-1887).<!-- Page 19 --><span class='pagenum'><a name="Page_19" id="Page_19">[Pg 19]</a></span></p> + +<p><span class="smcap">Jacob van de Walle</span>, geboren in 1599 en overleden +in 1690, was een van de vermaardste Latijnsche +dichters van zijnen tijd. <span class="smcap">Hendrik Beyaert</span>, geboren +den 29 Juli 1823, bouwde het hotel der nationale +Bank, te Brussel; de Spoorhalle, te Doornik; het nieuw +Krijgshospitaal, te Brugge.</p> + +<p>Kortrijk bezit eene menigte inrichtingen van onderwijs: +verscheidene lagere scholen, zoo voor jongens +als voor meisjes; een beschermd college, dat zich alle +jaren in de wedstrijden onderscheidt; eene middelbare +school van den Staat; eene school voor weesjongens, +dagteekenende van 1562; een dergelijk gesticht voor +weesmeisjes; eene academie van teeken- en bouwkunde; +eene nijverheidschool; eene beroepschool; eene +muziekschool; verscheidene openbare bibliotheken; +een museüm van oudheden en een museüm van +schilder- en beeldhouwwerken.</p> + +<p>Meer dan eene maatschappij beoefent den zang, +het tooneel of de letterkunde. De oudste vereeniging +is zeker de oude broederschap «van den heleghen +Cruce ons Heeren,» erkend door de wethouders in +1514 «als een gulde van rethorijcke.»</p> + +<p>Het aloude Sint-Jorisgilde en de nering der arbeiders +of pijnders hebben eveneens den storm der Fransche +omwenteling overleefd. In het huidig lokaal der voetboogschutters, +bij de Doornikpoort, bewaart men het +<i>Edelbouck der guldebroeders</i>, op perkament, alsmede +bogen, «paruren» of kleederen en eenen halsband +met 59 schakels.</p> + +<p>Onder de openbare plaatsen zullen wij noemen: +de Gulden-Sporenplaats, vóor de spoorhalle, versierd +met een hofje; — de Groote Markt, met het oude Belfort +en het marmeren standbeeld van Mgr de Haerne; — de +Esplanade, beplant met struiken, heesters en<!-- Page 20 --><span class='pagenum'><a name="Page_20" id="Page_20">[Pg 20]</a></span> +boomen; — de Wapenplaats, in de nabijheid van het +Gerechtshof; — de Casinoplaats, vóor het gevang, +ook beplant met weelderige platanen; — de Groeningelaan, +eene lieve wandelplaals met olmen, grasen +bloemperken. Breede lanen omringen gansch de +stad. In de Palfynstraat, in de Doornikstraat, in de +Hallestraat, in de Sint-Jorisstraat, op de Havermarkt, +in de IJzeren-Wegstraat, rond de Markt en de Gulden-Sporenplaats +groeien en bloeien kleine acacia's. Wij +overdrijven niet, als wij zeggen, dat Kortrijk in de +laalste jaren eene der vriendelijkste sleden van België +is geworden.<!-- Page 21 --><span class='pagenum'><a name="Page_21" id="Page_21">[Pg 21]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="IV" id="IV"></a>IV.</h2> + +<h2><a name="Naar_Groeninge" id="Naar_Groeninge"></a>Naar Groeninge.</h2> + + +<p>Geen Vlaming, of hij weet van Groeninge te spreken, +waar de Klauwaards op den 11 Juli 1302 hunne +erfvijanden verpletterden.</p> + +<p>Groeninge was alsdan een eiland, tusschen den wal +der stad, de Lei, de Groeningebeek en de Sint-Jansbeek. +Het had eene oppervlakte van nagenoeg 60 hectaren.</p> + +<p>Van de Groote Markt vertrekkende en de Doornikstraat +volgende, komen wij aan den ijzeren weg.</p> + +<p>De IJzeren-Weglaan, links, loopt over den ouden +Neveldriesch. Rechts wuift het hoog geboomte van +het Sint-Jorispark. Dit gedeelte van den Neveldriesch +noemde men, na 1302, den Bloedmeersch. Nog vloeit +de Bloedbeek door het park naar den ouden stadswal.</p> + +<p>Op het einde der Sint-Janslaan blijven wij staan. +Over de huizen zoeken wij de spits en het kruis van +den toren der hoofdkerk. Vóor ons hebben wij dus de +westelijke grens van het slagveld.</p> + +<p>Nu kijken wij over de Veemarkt naar het torentje +van Sint-Antoniuskerk. Zoo bepalen wij nagenoeg de +zuidelijke grens of den loop der Sint-Jansbeek, gedempt +in 1444. De Sint-Jansbeek, komende uit de Groeningebeek, +diende om den wal der stad te spijzen. Op hare +oevers hadden de drie stormloopen plaats, waarvan +de kroniekschrijvers gewag maken.</p> + +<p>De Veemarkt is ongeveer twee hectaren groot. Wij<!-- Page 22 --><span class='pagenum'><a name="Page_22" id="Page_22">[Pg 22]</a></span> +slaan de Veldstraat in en merken weldra, rechts, eene +hofstede en eenen lusttuin. Daar vloeit de Groeningebeek; +daar is de oostelijke grens van het slagveld.</p> + +<p>De tegenwoordige Groeningelaan, ter linkerhand, +ligt derhalve in den zuid-ooslelijken hock.</p> + +<p>Tusschen de Lei, de Groeningebeek en den Gentschen +weg rees de abdij van Groeninge, gebouwd +vóor 1268.</p> + +<p>Eén groote weg doorsneed de aangeduide vlakte: +de Harelbeeksche straat, nu de Voorstraat en de Gentsche +baan uitmakende. Hij had éene vertakking: de +Lange-Merestraat, lhans de Molenstraat geheeten. +De Oudenaardsche baan, verlegd in 1571, was de +voortzetting der Merestraat.</p> + +<p>Hedendaags is het grootste gedeelte van Groeninge +bebouwd. Buiten de reeds genoemde straten, vindt +men er de volgende wegen en pleinen: de Groeningestraat, +de Houtmarkt, de Lambrechtstraat, den Kring, +de Sint-Jansstraat, den Stompaardshoek, de Potterijstraat, +de Esplanade, de Kanaalstraat.</p> + +<p>De meergenoende Groeningelaan is eene schoone +wandelplaats. Zij is 375 meters lang en 40 meters +breed. Hooge boomen, bloeiende heesters, golvende +graspleinen en lieve bloemperken volgen op elkander, +Maar fluisteren de olmen geene sagen uit den voortijd, +geene lessen voor de toekomst?</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">De zonne rijst... Ik wandel den ouden Kouter rond.<br /></span> +<span class="i0">Waar, leunend op zijn wapens, het Vlaamsche leger stond,<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">De vogel neurt zijn liedje, het loover knikt en trilt...<br /></span> +<span class="i0">Ik hoor gebriesch van paarden en kreten, woest en wild.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Zij komen trotsch en tergend, vol waan en overmoed;<br /></span> +<span class="i0">Zij gaan hun lansen ploffen in slecht en hondsch gebroed!<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Zij komen trotsch en talrijk; maar de onzen springen recht,<br /></span> +<span class="i0">En beuken met hun knodsen op edelman en knecht.<!-- Page 23 --><span class='pagenum'><a name="Page_23" id="Page_23">[Pg 23]</a></span><br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Wat kerven, kneuzen, moorden met bijl en goedendag!<br /></span> +<span class="i0">En boven barmen lijken ontrolt men Vlaandrens vlag...<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">De zonne straalt... Ik wandel den ouden Kouter rond,<br /></span> +<span class="i0">Waar, steunend op zijne armen, liet Vlaamsche leger stond.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Daar schudt een boom zijn takken: «Hier vocht men Vlaandren vrij;<br /></span> +<span class="i0">Doch moet het eeuwen duren, eer Vlaandren dankbaar zij?»<br /></span> +</div></div> + +<p>Bij het nieuw gedeelte van het oude-mannenhuis +vormt de Groeningelaan eenen kleinen elleboog.</p> + +<p>Eene nieuwe laan, van verscheidene meters breedte, +vertrekt naar de Esplanade, en bakent de plaats af, +waar het gedenkteeken zal oprijzen, dat het Dietsche volk +in 1902 ter eere van zijne voorvaderen wil onthullen.</p> + +<p>Eenige schreden verder, tegen den Gentschen weg, +staat, half verscholen in den gevel der huizen, het oude +kapelleken van Groeninge, over weinige jaren versierd +en voorzien van een toepasselijk opschrift:</p> + +<p> +<span class="smcap">In : t : jaer : ons : Heren : 1302 :<br /> +op : sente : Benedictus : dach : in :<br /> +hoymaent : was : de : stryt : te : Curtrycke :<br /> +Er : zyn : dood : gebleven : omtrent :<br /> +21000 : M^n : waeronder : 63 :<br /> +hertogen : graven : en : 1800 :<br /> +baenderheren : en : edelen :<br /> +<span style="margin-left: 8em;">R : I : P :</span></span><br /> +</p> + +<hr /> + +<p>Het veld kennende, moeten wij ook den slag en +zijne gevolgen herdenken.</p> + +<p>Uit de staten van Karel den Groote ontstonden twee +machtige rijken: Frankrijk en Duitschland. Tusschen +beide streken lag Nederland, met eene eigen beschaving +en eene eigen bestemming. En het duurde niet<!-- Page 24 --><span class='pagenum'><a name="Page_24" id="Page_24">[Pg 24]</a></span> +lang, of Vlaanderen stond aan het hoofd der Nederlandsche +gewesten.</p> + +<p>In den beginne was de Duitsche invloed ten onzent +groot, ja overwegend. Maar de keizer bezweek in de +velden van Bouvines, in 1214, en nu ontwaakte de +Fransche invloed, krachtig en altoos dreigend.</p> + +<p>Ten laatste besloot Philip de Schoone het rijke +graafschap te veroveren. De klauwen van Vlaanderens +Leeuw verstoorden zijn plan.</p> + +<p>Vlaanderen redde zijn bestaan. Met zijne zelfstandigheid +bewaarde ons volk zijne moedertaal, alsmede +het natuurlijk recht, die taal in alle omstandigheden +des levens te spreken. Met zijne taal redde ons volk +zijne voorouderlijke zeden en zijne godsdienstigheid, +al de deugden van den edelen Germaanschen stam.</p> + +<p>Er zijn, in den loop der volgende eeuwen, heldere +en donkere dagen aangebroken. Het Huis van Burgondië +is opgekomen; Oostenrijk, Spanje en Frankrijk +hebben ons overheerscht.</p> + +<p>Het kon niet baten. Vlaanderen had zijne bestemming; +en België is eindelijk ontstaan, vrij en onafhankelijk.</p> + +<p>Daarom zij ons aller kreet:</p> + +<p>Heil Groeninge!</p> + +<p>Heil België!<!-- Page 25 --><span class='pagenum'><a name="Page_25" id="Page_25">[Pg 25]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="V" id="V"></a>V.</h2> + +<h2><a name="De_omstreken_van_Kortrijk" id="De_omstreken_van_Kortrijk"></a>De omstreken van Kortrijk.</h2> + + +<p>Kortrijk ligt op de scheiding van de zandachtige +en de kleiachtige streek, van België. Van daar +een merkbaar verschil in de omgeving der stad. In het +Noord-Oosten zijn de velden licht en vlak; in het +Zuid-Westen zijn ze integendeel zwaar en golvend, +schilderachtig.</p> + +<p>De vlasnijverheid is buiten kijf de grootste bron van +rijkdom voor Kortrijk en zijne omstreken.</p> + +<p>Welke beweging, welk leven langs de zacht vloeiende +Lei gedurende de heete zomermaanden! Op het grondgebied +der stad alleen gebruikt men 375 hekken of +houten bakken om het vlas te roten. De bevolking van +ruim vijftig gemeenten, tusschen Neder-Waasten en +Deinze gelegen, houdt zich schier uitsluitend met de +verschillende bewerkingen van het vlas bezig. En al +die gemeenten groeien aan, bloeien. In 1820 had +Bissegem 568, Marke 1289, Lauwe 1727, Kuurne 2192 +en Moorsele 3896 inwoners. Zeventig jaren nadien +telden dezelfde gemeenten 1117, 2006, 3159, 3818 +en 4813 zielen. Niet te onrecht noemen de Engelschen +onze Lei de «golden river.»</p> + +<p>De oudste oorkonde, waarin men van het Kortrijksch +linnen gewag maakt, is van 1290. Twee poorters beweerden +recht te hebben op den tol, geheven op de<!-- Page 26 --><span class='pagenum'><a name="Page_26" id="Page_26">[Pg 26]</a></span> +«nappes, tueles en keuverkins,» welke men in de +stad verkocht.</p> + +<p>Nochtans schijnt deze nijverheid hier niet gebloeid +te hebben zoolang de lakenweverij eene zekere hoogte +behield. Het was bepaaldelijk in 1573, dat men middelen +beraamde om den lijnwaadhandel op te beuren. +Dit zelfde jaar kwamen er reeds kooplieden van Gent, +Oudenaarde, Tielt, Roeselare, Meenen, Izegem «ende +andere omliggende plaetsen.» De schepenen betaalden +deswege eene som van 167 pond parisis, «ter cause +van cost van maeltyden.»</p> + +<p>Het Kortrijksch tafellinnen verwierf spoedig eene +groote vermaardheid. Men weefde, verhaalt <span class="smcap">Sanderus</span>, +in het doek de afbeelding van bloemen en dieren, van +jachten en gevechten, van landschappen met weiden, +bosschen, hoven, heuvelen en kasteelen, alles zoo +nauwkeurig, als het een schilder zou hebben gedaan; +met zooveel verscheidenheid, als de weelderige natuur +er aanbiedt, en zoo fijn, dat het oog zich vermoeide, +als het al die beelden in een meer van glinsterende +witheid bezichtigde.</p> + +<p>De overheden der gemeente verzuimden geene gelegenheden +om de groote nijverheid vooruit te helpen. +Op het einde van 1576 was «de nering sober.» De +schepenen beslisten voor 10,000 gulden «ammelaken +ende andere goederen af te coopen,» en dan «dezelve +voort te vercoopen tot winning van de stede.»</p> + +<p>Toen Albert en Izabella in 1600 hunne plechtige +intrede deden, werden zij begiftigd met gedamaste +tafellakens, die 2,497 pond parisis kostten.</p> + +<p>Bezocht een vorst de stad, zoo liet men in het stadhuis +weefgetouwen oprechten, ten einde «de fabrique +der gemeente te doen zien.»</p> + +<p>In 1761 opende men de Teekenschool. «Dit was,<!-- Page 27 -->» +schreven de wethouders, «om nieuwe desseinen voor +de fabrique van het serveetwerk» te krijgen.</p> + +<p>In den loop der XIX<sup>e</sup> eeuw waren de rijkste vlasoogsten +die van 1803, 1805, 1808, 1813, 1820, 1824, +1834, 1839, 1840, 1851, 1855, 1860, 1864, 1866, +1872, 1874, 1877, 1881, 1883 en 1895. Niet zelden +gold de hectare 1000, ja 1400 fr.</p> + +<p>Buiten het Doorniksch voorgeborchte is de grond +zeer vruchtbaar en heel schilderachtig. Daar vindt men +den Pottelberg, den Marionettenberg, het Hooge, den +Spoelberg. Het zijn verhevenheden van dertig, veertig +meters.</p> + +<p>Op den Pottelberg legerden de Franschen in 1302, +eer zij de Vlamingen aantastten. Aan den voet des +heuvels lag de heerlijkheid van Hoog-Mosscher, reeds +genoemd in oorkonden uit de XII<sup>e</sup> eeuw. In 1293 +had Gwijde van Dampierre den heer van Mosscher en +zijne familie veroordeeld tot het betalen van eene +boete en eene jaarlijksche rente aan de abdis van +Groeninge. Was het misschien om zich te wreken, +dat de snoodaard den 11 Juli 1302 als gids der overweldigers +optrad?</p> + +<p>Hedendaags is het kasteel van Hoog-Mosscher een +lief zomerverblijf. In de nabijheid rijst de Kapel ten +Bloede. Men wil, dat Dirk van Elzas in het adellijke +slot vernachtte, toen hij met het H. Bloed van Christus +uit Palestina terugkeerde, en dat men, ter gedachtenis +van dit bezoek, het genoemde kapelleken oprichtte. +In alle geval bestond het reeds in 1441.</p> + +<p>Op het Hooge vindt men het kasteel der familie +Goethals, met bosschen, vijvers en lusttuinen.<!-- Page 28 --><span class='pagenum'><a name="Page_28" id="Page_28">[Pg 28]</a></span></p> + +<p>Een binnenweg loopt naar den Spoelberg, het +hoogste punt op het grondgebied van Kortrijk.</p> + +<p>Aan den voet staat een groot kruisbeeld, op de kruin +eene landelijke herberg. Als de wandelaar zich naar +het Zuiden keert, zoo gaat zijn oog over eene groote +vallei, in de verte begrensd door de heuvelen van +Sint-Denijs en Knokke. Aan den anderen kant vindt hij +het Hooge met zijn kasteel, Kortrijk met zijne torens +en schouwen. Rechts, in de richting van Zwevegem, +beperkt eene andere hoogte het gezicht.</p> + +<p>In de vallei schuilen hier en daar eenvoudige huisjes, +te midden van vruchtbare akkers, gescheiden door +hagen en grachten.</p> + +<p>Weinige geluiden treffen het oor: het tierelieren +van eenen opstijgenden leeuwerik; het juichen van een +spelend kind, blootsvoets weg en weer loopend; het +tiktakken van een weefgetouw, of het schokken van +eenen naderenden boerenwagen.</p> + +<p>Het dal, dat zich rondom den Spoelberg, tusschen +Kortrijk, Deerlijk, Zwevegem en Knokke, uitstrekt, was +in 1814 het tooneel van eene bloedige schermutseling.</p> + +<p>De veldheer Thielmann had te Oudenaarde vernomen, +dat de Franschen den 31 Maart uit Gent naar Kortrijk +afzakten. Hij snelde met zijne mannen naar Zwevegem, +ten einde den vijand van ter zijde te bestoken.</p> + +<p>In den beginne kozen de Franschen het hazenpad. +Doch zij kregen versterking, en rukten nu dapper voort +in de richting van den Spoelberg. Na eenen hardnekkigen +wederstand deed Thielmann den aftocht blazen.</p> + +<p>Men rekent, dat deze botsing het leven kostte aan +300 wapenknechten.</p> + +<p>Hedendaags vindt men te Zwevegem nog ettelijke +huizen met eenen kanonbal in den gevel. Daaronder +kapte men het jaartal 1814.<!-- Page 29 --><span class='pagenum'><a name="Page_29" id="Page_29">[Pg 29]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="VI" id="VI"></a>VI.</h2> + +<h2><a name="De_hofsteden_8220ten_Akker8221" id="De_hofsteden_8220ten_Akker8221"></a>De hofsteden “ten Akker.”</h2> + + +<p>De reiziger, die Zuid-Vlaanderen bezoekt, ontmoet +links en rechts vele omwalde hofsteden. Daar +hadden de middeleeuwsche heerlijkheden hunne zetels.</p> + +<p>Op het grondgebied van Kortrijk alleen telde men +vier en twintig heerlijkheden: ten Akker, ten Berge, +van Bovekerke, van Busschaard, van Clessenare, van +Diestveld, van Hoog- en Neder-Mosscher, van Hembijze, +van Lerberge, van Monjoie, van Ronseval, van +Steenbrugge, van Walle, enz.</p> + +<p>De heerlijkheid ten Akker was zeer oud en groot. +Nog in 1701 bedroeg hare uitgestrektheid «veertien +bunderen lands, luttel min ofte meer, houdende aen +elkander.»</p> + +<p>De huidige hofstede vindt men achter Sint-Rochus-kerk, +tusschen de Sint-Denijsstraat en den weg naar +Zwevegem.</p> + +<p>Op de brug blijven wij staan.</p> + +<p>Het eerste voorwerp, dat ons treft, is een beeldje +van O. L. Vrouw, schuilende in eene kleine nis, aangebracht +in het gemetselde deel der poort. De Vlaamsche +landbouwer stelt immers nog altijd zijne have +onder de bescherming der Moeder Gods.</p> + +<p>De eenden drijven op het donkere water van den +wal; de hennen drentelen langs den oever, nu eens +toekijkende, dan weer elkander aanblikkende. Men zou<!-- Page 30 --><span class='pagenum'><a name="Page_30" id="Page_30">[Pg 30]</a></span> +haast zeggen, dat zij hunne verwondering uitdrukken +over het doen der zwemmers.</p> + +<p>Drie groote gebouwen omringen een vierkantig plein: +het woonhuis, dat laag is en zonder verdieping; de +stallen, voorzien van roode deuren en talrijke luchtgaten; +de schuur met hare wijde poort en haar hoog dak.</p> + +<p>Het ovenhuis heeft men afgezonderd, evenals het +afdak, waaronder men de wagens, de karren, de +ploegen en de eggen bergt.</p> + +<p>Al de buitenmuren zijn versch gewit.</p> + +<p>Van den vroegen morgen tot den laten avond is +iedereen hier vlijtig aan den arbeid. Hoort gij de meid +niet zingen, die op dit oogenblik het vee verzorgt? +Hoort gij den knecht niet fluiten, die met den grooten +wagen om hooi rijdt?</p> + +<p>Wij treden binnen, en worden door den blozenden +pachter en zijne jonge vrouw hartelijk ontvangen.</p> + +<p>Het koperen kruisbeeld op het bord der groote +schouw; het keukengerief boven den waschsteen; de +blinkende banden der boterkern; de geplooide en +sneeuwwitte gordijntjes aan het venster; de bloeiende +geraniums in hunne roode potten; — alles spreekt +van reinheid, van orde, van welstand.</p> + +<p>«Edele menschen!» fluisteren wij bij het heengaan; +«God zegene hun huis en hunnen arbeid!»</p> + +<p>Door den band nochtans zijn de pachthoven, in dit +gedeelte des lands, minder verzorgd dan in het land +van Waas, in het Houtland en de Polders. Dit verschil +is vooral gevoelig aan de kanten van Geeraardsbergen, +waar men nog vele boerenwoningen aantreft, gebouwd +van hout en klei.<!-- Page 31 --><span class='pagenum'><a name="Page_31" id="Page_31">[Pg 31]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="VII" id="VII"></a>VII.</h2> + +<h2><a name="Naar_den_Lauweberg" id="Naar_den_Lauweberg"></a>Naar den Lauweberg.</h2> + + +<p>In zes minuten tijds snelt een trein van Kortrijk +naar Marke.</p> + +<p>Rechts ontwaart de reiziger het Magdalenakerkhof, +het kasteel der edele familie Bethune en Bissegem; +links den Pottelberg, eene groote, omwalde hofstede +en de Markebeek, kronkelend door velden en weilanden.</p> + +<p>Het kerkhof is Kortrijks oude Lazarij. Deze bestond +reeds in 1233.</p> + +<p>Bij het genoemde kasteel is het gehucht «de Markebeek.» +Hier vond men, op het einde der XVIII<sup>e</sup> eeuw, +eene stokerij. Tijdens den Boerenkrijg, bepaaldelijk in +den morgen van 29 October 1798, brachten eenige +hartelooze republikeinen daar drie personen om hals: +Jan Carlier, Augustijn Vroman en Jan-Baptist Vroman. +Een steen, in den voorgevel van het huis gemetseld, +herinnert deze treurige gebeurtenis.</p> + +<p>Een lief boschje, toebehoorende aan M. Vandenpeereboom, +bezet de helling des Pottelbergs.</p> + +<p>De omwalde hofstede, langs den Bruyninkweg, is +een overblijfsel van het oude landgoed Roodenburg, +bestaande uit een kasteel met boomgaarden, hof, +molen en loopende landen.</p> + +<p>Op het einde der XII<sup>e</sup> eeuw was Roodenburg een +eigendom van Wouter, protonotaris van Boudewijn IX.</p> + +<p>Wouter had drie kinderen: Joanna, Agnes en Gillis. +Toen hun vader stierf, wenschten beide dochters zich<!-- Page 32 --><span class='pagenum'><a name="Page_32" id="Page_32">[Pg 32]</a></span> +van de wereld af te zonderen, weshalve zij de hun +toebehoorende goederen opdroegen aan Joanna van +Constantinopel, opdat zij daarmede een klooster zoude +stichten. De oorkonde voegt er bij, dat het recht van +Gillis werd voorbehouden.</p> + +<p>Ziedaar in korte woorden den oorsprong der abdij +van Marke (1237). Deze werd verplaatst, vóor 1284, +en nadien de abdij van Groeninge geheeten.</p> + +<p>Bissegem en Marke zijn zeer nijverige gemeenten, +wier bevolking in de laatste jaren ten minste verdubbelde.</p> + +<p>In de nabijheid van Marke's spoorhalle rijst eene +groote en prachtige pannenfabriek. Langs dit gesticht +voortwandelende, beklimt men den Lauweberg, die +wel vijftig meters hoogte heeft.</p> + +<p>De Lauweberg vertoont steile verhevenheden en +diepe zonken. Een groot gedeelte is begroeid met +boomen en kreupelhout: populieren, elzestruiken, +brem, dorens, heide.</p> + +<p>Westwaarts kronkelt de Lei door een schoon landschap, +rijk gestoffeerd met boomen, huizen en molens. +De torens van Lauwe, Wevelgem, Rekkem, Meenen en +Moorsele verheffen hunne spitsen boven het geboomte.</p> + +<p>Lauwe telde, in de XVI<sup>e</sup> eeuw, nog al eenige ingezetenen, +die wegens ketterij veroordeeld werden. +Willem de Duutsche moest, «om zyne demeriten,» +de wijk nemen (1555); Jan van Raes werd in 1566 +met vijf andere personen «gejusticieert.»</p> + +<p>Tussen Lauwe en Wevelgem, langs de Lei, ligt +het Kloosterhof, eene der aanzienlijkste hoeven van +heel Vlaanderen. De landen en meerschen hebben eene +uitgestrektheid van 75 hectaren.</p> + +<p>Het Kloosterhof is een overblijfsel van de abdij van +Wevelgem, aldaar gesticht omtrent het midden der +XIII<sup>e</sup> eeuw. De kapel en eenige andere gebouwen zijn<!-- Page 33 --><span class='pagenum'><a name="Page_33" id="Page_33">[Pg 33]</a></span> +verdwenen; de Westpoort, de smis, de huizing, de +stallen en de schuren staan nog recht. Het oudste +overblijfsel is een steenen duivenhok, gebouwd in +1690. Bij de Westpoort vindt men nog de bank, +waarop de arme lieden mochten rusten, als zij hunne +aalmoezen kwamen ontvangen.</p> + +<p>De voormalige abdij van Wevelgem bezat, sedert +1561, een gedeelte van de kroon des Heilands. Dit +heiligdom is nu in de kerk der gemeente. Het is een +takje, dat ongeveer negen centimeters lengte heeft en +drie ongeschonden doornen draagt.</p> + +<p>Wevelgem is eene schoone, zindelijke gemeente, +met nette huizen, vier breede straten en een kasteel.</p> + +<p>De kerk dagteekent van 1880-1882, en behoort +tot den Romaanschen stijl.</p> + +<p>Wevelgem is de geboorteplaats van <span class="smcap">Mgr de Neckere</span>, +gewezen bisschop van Nieuw-Orleans, in Amerika. +<span class="smcap">L.-F. Nuttin</span>, de bevallige dichter der <i>Nieuwe Vlaamsche +fabels</i>, is ook een zoon van Wevelgem.</p> + +<p>Bijna op het hoogste van den Lauweberg schuilt +eene hofstede achter het geboomte.</p> + +<p>Eenige meters verder gaat het oog over een tweede +landschap, met de bergen van Bellegem aan den +horizont.</p> + +<p>Bellegem is eene oude plaats. Eer het kapittel van +O.-L.-Vrouw te Kortrijk bestond, en wel in 1195, +aanvaardde Boudewijn IX, voor zijnen kapelaan, eene +gift van haver, gedaan door Gommar van Bellegem. +In 1302 stonden twee heeren van Bellegem, Daniël +en Olivier, met hun gevolg onder het vaandel der +Klauwaarts. Beiden verloren hun paard in den strijd.</p> + +<p>De kerk van Bellegem heeft eenen merkbaar hellenden +toren. Het koor is blijkbaar zeer oud.</p> + +<p>De grond der gemeente is zwaar en kiezelachtig.<!-- Page 34 --><span class='pagenum'><a name="Page_34" id="Page_34">[Pg 34]</a></span> +Bij droog weder komen hier en daar eene menigte +keitjes te voorschijn. Onder den invloed der warmte +breken zij echter gemakkelijk.</p> + +<p>Tusschen de Lei en den Lauweberg loopt de +ijzeren weg.</p> + +<p>Noordwaarts daagt, hoog en statig, de toren der +Sint-Martenskerk.<!-- Page 35 --><span class='pagenum'><a name="Page_35" id="Page_35">[Pg 35]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="VIII" id="VIII"></a>VIII.</h2> + +<h2><a name="Naar_Harelbeke" id="Naar_Harelbeke"></a>Naar Harelbeke.</h2> + + +<p>Een wandeltocht naar Harelbeke, langs den schoonen +rijksweg van Gent, is zeker een aangenaam +uitstapje. De afstand bedraagt ongeveer vijf kilometers. +Vrees echter niet, lezer, dat de zon te heet schijne; +hooge linden werpen schier overal hunne koele schaduwe +op den weg.</p> + +<p>Aan de Gentsche poort is in de laatste jaren eene +groote wijk ontstaan, met fraaie huizen, breede straten +en belangrijke nijverheidsgestichten.</p> + +<p>Links, over de Lei, ligt een afgegraven meersch. +Daar heeft men, over een tiental jaren, oude munten, +Romeinsche dakpannen en eenen put blootgelegd.</p> + +<p>Bij de vaart bemerken wij, tusschen slanke populieren, +het lustgoed van Mevrouw Reyntjens. Daar +bouwde de gravin Beatrix, weduwe van Willem van +Dampierre, de vermaarde abdij van Groeninge. In 1578, +na de overrompeling van Kortrijk door de Geuzen, +werd het klooster met al zijne afhankelijkheden verwoest +en afgebroken.</p> + +<p>Weinige boogscheuten verder vinden wij eene ouderwetsche +herberg: <i>de Blaasbalg</i>. Vóor het huis loopt +de Groeningebeek onder den steenweg.</p> + +<p>Verder komen wij langs het groene dal der Lei,<!-- Page 36 --><span class='pagenum'><a name="Page_36" id="Page_36">[Pg 36]</a></span> +waar honderden werklieden arbeiden. De toren van +Kuurne steekt slank in de lucht.</p> + +<p>Kuurne is hedendaags eene bloeiende gemeente met +meer dan 3,800 inwoners. Over het dorp loopt de +Brugsche steenweg naar Ingelmunster. Op Zondag +28 October 1798 tastten daar de Fransche wapenlieden +eene bende Boeren aan, er verscheidenen om +het leven brengende.</p> + +<p>Kuurne is de geboorteplaats van den kunstschilder +<span class="smcap">E. Carpentier</span>.</p> + +<p>Bij Harelbeke heeft de Lei twee armen, die een +eiland vormen. Daar werken een paar aloude watermolens. +In 1538 had een Kortrijksche poorter, Willem +Bevele, dezelve in huur. Op zekeren dag nam de heer +van Heule den molenaar gevangen. Den 25 October +veroordeelde men den plichtige om vóor het magistraat +zijner heerlijkheid te verschijnen, aan God vergiffenis +te vragen, en in de kerk een geschilderd venster te +doen plaatsen.</p> + +<p>Harelbeke is zeer oud. Eene oorkonde van 836, +herkomstig uit de Sint-Pietersabdij, te Gent, maakt +inderdaad gewag van «Arlebeca.»</p> + +<p>Men wil, dat Harelbeke het gewoon verblijf was +van Vlaanderens eerste landvoogden of forestiers. Een +hunner, Liederik de Buck, zou er de eerste kapel +hebben gesticht, om aldaar met zijne opvolgers begraven +te worden.</p> + +<p>De oude legende van Liederik en de forestiers is +sedert jaren te niet gedaan. 't Was eene fabel.</p> + +<p>Na de strooptochten der Noormannen herbouwde +Arnold de Oude het verwoeste bedehuis. Omtrent denzelfden +tijd schonk de vrome graaf aan de nieuwe kerk +de stoffelijke overblijfselen van den H. Bertulphus, +een der meest geliefde patronen van Vlaanderen.<!-- Page 37 --><span class='pagenum'><a name="Page_37" id="Page_37">[Pg 37]</a></span></p> + +<p>Ten jare 1769 bouwde <span class="smcap">Dewez</span>, van Brussel, den +tegenwoordigen tempel. Nochtans behield men het +metselwerk van den toren met den kruisbeuk der +oude, Romaansche kerk. Het gemeentebestuur van +Kortrijk kocht 9,091 groote en 23,525 kleine steenen +van de «gedemoliseerde kercke.»</p> + +<p>Onder het koor der voormalige kerk was «de sinte +Pieters crypte, zynde achttien voeten vierkante.» Op +onze dagen is die krocht onder den kruisbeuk.</p> + +<p>De predikstoel is een eigenaardig gewrocht van +<span class="smcap">Lecreux</span>, uit Doornik.</p> + +<p>Boudewijn met den IJzeren Arm en zijne echtgenoote +stichtten te Harelbeke een kapittel, aanvaard door den +bisschop van Doornik in 1087. Achter het hoogaltaar, +in de parochiale kerk, staan nog altijd de zetels der +kanunniken, als stomme getuigen van vroegere gebeden +en lofzangen.</p> + +<p>Een tak der vroegere nijverheid was het lakenweven. +In 1432 schonken de wethouders van Kortrijk «den +goeden lieden van Haerlebeke, die ter marct quamen +met huerlieder lakenen, twee cannen wijns. » Hedendaags +heeft de gemeente steenbakkerijen, brouwerijen +en graanmolens. De tabakshandel in het groot bestaat +er niet meer.</p> + +<p>Harelbeke telt ruim 7,200 zielen. Vóor het wethuis, +op de Markt, staat eene hooge, arduinen pomp. Daarop +prijkt een klein standbeeld van Liederik de Buck. In +den kerktoren hangt een welluidend klokkenspel. Alle +vijftien minuten werpt het zijne lichte tonen over de +gemeente. Te Harelbeke, in een klein huisje, stond +de wieg van <span class="smcap">Peter Benoit</span>, geboren in 1834 en overleden +in 1901.</p> + +<p>Benoit, een der grootste toondichters van onze eeuw, +is de schepper van <i>Lucifer, de Schelde, de Oorlog</i> en<!-- Page 38 --><span class='pagenum'><a name="Page_38" id="Page_38">[Pg 38]</a></span> +eenige andere oratorio's. Hij schreef prachtige liederen +en leverde eene menigte opstellen om het nationalismus +in de toonkunde te verdedigen.</p> + +<p>Het kunstlievende Antwerpen richt den beroemden +man een standbeeld op.</p> + +<p>Drie eeuwen vroeger leefde een andere zoon van +Harelbeke, <span class="smcap">Andreas Pevernage</span>, die insgelijks de +toonkunde beoefende en merkwaardige stukken naliet. +Geboren in 1545, overleed Pevernage ook te Antwerpen +in 1591.<!-- Page 39 --><span class='pagenum'><a name="Page_39" id="Page_39">[Pg 39]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="IX" id="IX"></a>IX.</h2> + +<h2><a name="Naar_Zwevegem_Moen_en_Heestert" id="Naar_Zwevegem_Moen_en_Heestert"></a>Naar Zwevegem, Moen en +Heestert.</h2> + + +<p>Het was een heete Julidag. De zon glinsterde aan +den helderen hemel en wierp heure stralen over +de rijpende graanvelden.</p> + +<p>In eenige minuten stoomden wij naar Zwevegem, +eene gemeente van 4,900 inwoners.</p> + +<p>Tijdens de godsdienstige beroerten verscheen de +heer van Zwevegem, Frans van Halewijn, nog al dikwijls +op het staatkundig tooneel van Nederland. Als +diplomaat ondernam hij verscheidene reizen;als gouverneur +van Mechelen en Oudenaarde schreef hij brieven +aan Margareta van Parma, aan Granvelle, aan Alva, +aan den hertog van Aarschot. De notabelen van Zwevegem +noemden hem in 1573 hunnen «seer beminden +en specialen vriend.»</p> + +<p>Als men, Zwevegem verlatende, de vaart van Bosuit +volgt, komt men door eene lieve vallei. Links daagt +het Banhout; zuidwaarts rijzen de heuvelen van Knokke +met hun donkergroen geboomte.</p> + +<p>Het Banhout maakte in vroegere eeuwen deel van +het Ronsevalsche of de heerlijkheid van Nevele. Het +was «eene vrije foreest,» zeventig bunder groot. +Niemand kon door het bosch gaan, want het was +«besloten met diversche barrieren en rontom met +eenen gracht van tien, twaelf voeten breet.» Gansch<!-- Page 40 --><span class='pagenum'><a name="Page_40" id="Page_40">[Pg 40]</a></span> +het woud was «verdeeld in negen hauwen, waervan +ieder jaer eenen hauw werd vercocht.»</p> + +<p>Het stuk, dat wij hier volgen, spreekt van «vyf, +zes duysent opgaende eekeboomen, waervan den meerderen +deel omtrent de veertig jaren oud conden zyn.» +In het midden van het bosch « wasser eene redelieke +fraije woonste» voor den «prater of boschwagter.» +Er was almede «eene vangenisse,» en de wachter +mocht «alle personen vangen,» die hij in het bosch +zoude vinden.</p> + +<p>Knokke is een eenvoudig gehucht, deels aan Zwevegem, +deels aan Heestert en deels aan Moen toebehoorende.</p> + +<p>Wij bezichtigden den tunnel en wandelden vervolgens +naar den Keiberg, die 66 meters hoog is.</p> + +<p>Eene bejaarde vrouw, ons den weg wijzende, vertelde +ons vertrouwelijk haar lief en leed: hoe gelukkig +zij was, toen haar man nog leefde; hoe deze op zekeren +dag buitenshuis bezweek, en hoe zij met vier kleine +schapen van kindertjes bleef zitten; hoe zij toen moest +zorgen en zoeken om door de wereld te tobben; hoe +de meisjes, opgroeiende, bij vreemden gingen wonen +om een stuivertje te verdienen; hoe de eene dochter +nu in Frankrijk woonde en de andere in het land — bij +eenen herbergier; hoe de laatste over weinige +jaren onbezonnen een voordeelig huwelijk afsloeg; hoe +zij, moeder, op haren ouden dag nu weer alleen was, +en stillekens haren weg naar het kerkhof vervorderde...</p> + +<p>Wij troostten de arme weduwe en wandelden voort.</p> + +<p>Een lief panorama omringt den Keiberg: hier eene +vlakte in de richting van Tiegem; daar het dal van +Heestert en Avelgem; ginds de blauwe bergen van +Sint-Denijs, met den Perremolen op de hoogste kruin. +Moen schuilt tusschen Heestert en Sint-Denijs.</p> + +<p>De oppervlakte van Moen beslaat 1,042 hectaren.<!-- Page 41 --><span class='pagenum'><a name="Page_41" id="Page_41">[Pg 41]</a></span> +De grootste lengte bedraagt zes, de grootste breedte +drie kilometers. In 1694 telde de gemeente 264 zielen; +in 1874 waren er 2,150; in 1890 nog 2,098,</p> + +<p>De oude heerlijkheid was vrij belangrijk. Het kasteel, +omgeven van hoven, dreven en wallen, stond tegen +de dorpplaats. Volgens een denombrement van 1612 +had de heer het recht «den costere, de kerckmeesters +en de armmeesters te stellene.» Op zijn leen hield +men jaarlijks twee markten, «telcken S. Eloysdaghe,» +van laken, garen en andere goederen.</p> + +<p>Sint Elooi is inderdaad de patroon van Moen. Den +25 Juni kwamen vroeger de landbouwers, te voet en +te paard, den heilige vereeren. De herder der parochie, +in feestgewaad, zegende de lastdieren een voor een +aan de deur der kerk, en gaf hun een klopje met +eenen zilveren hamer.</p> + +<p>Er slopen misbruiken in deze plechtigheid. Een brief +van 10 Juni 1778 spreekt van «drie tot vierhonderd +boeren met peerden, komende van vijf, zes uren in +het ronde. Zij waren gewapend met schietgeweren, +die zij losbrandden gedurende de processie. Maar zij +bleven niet allen even nuchter, en veroorzaakten dan +wanorde, zelfs ongelukken.»</p> + +<p>Karel van Lorreinen beval den 17 Mei 1778 «geene +geweerschoten meer af te lossen, op boete van 50 +gulden voor iedere overtreding.» Het oude gebruik +bleef nochtans in voege tot in 1806, wanneer de +bisschop van Gent het andermaal verbood.</p> + +<p>De parochiale kerk van Moen is van 1875 en kostte +ongeveer 80,000 fr.</p> + +<p>Achter de kerk vindt men den Olieberg. Dezen naam +ontmoeten wij in een heksenproces uit de XVII<sup>e</sup> eeuw. +Moen is inderdaad de geboorteplaats van verscheidene +tooveressen. Wij noemen er drie: Antonia de Schee<!-- Page 42 --><span class='pagenum'><a name="Page_42" id="Page_42">[Pg 42]</a></span>maecker, +Gellijne de Pratere en Jozijne Labins. Men +beweerde, dat de arme sukkelaarsters op den Olieberg +met den booze omgingen. De bewaarde vonnissen zijn +belangrijk voor de kennis van het oude strafrecht in +Vlaanderen. Zij spreken van den halsband, van het +«scerp examen,» van het «duyvelsteeken,» van het +«duyvelspoeder.»</p> + +<p>De straat, die van Moen naar Heestert leidt, heet +nog altijd de Tooveresstraat.</p> + +<p>Heestert, in oude stukken Hestrud genaamd, heeft +eene fraaie kerk. Achter eenen marmeren steen rust +het hert van Jan-Jozef Raepsaet, overleden te Oudenaarde +den 19 Februari 1832. Vroeger kwamen de +Moensche schutters alle jaren met trommel en fluit +naar Heestert, om aldaar op den 15 Augustus de +processie ter eere van O.-L.-Vrouw te vereeren. De +wethouders betaalden «het bospoer, dat de schotters» +noodig hadden, alsmede «de teercosten van den tambour +en den fluyter.»</p> + +<p>Dit wil niet zeggen, dat de twee dorpen nooit vijandelijk +opstonden. Den 11 April 1790, tijdens de Brabantsche +omwenteling, trokken «de landwagten» van +Moen naar Heestert, waar zij twee boeren dood schoten. +'s Anderendaags wilden «die van Heestert het naburige +dorp in brand steken.» De tusschenkomst der Kortrijksche +vrijwilligers en soldaten verhinderde echter +deze ramp.</p> + +<p>Sint-Denijs is eene bloeiende gemeente met ongeveer +3,500 inwoners. Tusschen dit dorp en Kooigem ligt +eene ruime delling, door het volk «de caveie» of +«la cavée» geheeten. Nagenoeg in het midden der +caveie staat het hof «de la Broye.» Zou die naam +geene verbastering zijn van «brouille,» broel of bruul, +dat <i>gemeene weide</i> kan beteekenen?<!-- Page 43 --><span class='pagenum'><a name="Page_43" id="Page_43">[Pg 43]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="X" id="X"></a>X.</h2> + +<h2><a name="Naar_Tiegem" id="Naar_Tiegem"></a>Naar Tiegem.</h2> + + +<p>Vacantie!</p> + +<p>Dat woord klinkt aangenaam in de ooren der +schooljeugd, die een jaar lang, van half negen 's morgens +tot half vijf 's avonds, moest stil zitten, en luisteren +en leeren; aangenaam ook in de ooren der onderwijzers, +die dag aan dag hun hoofd moeten breken +om het jonge volkje, aan hunne zorgen toevertrouwd, +de eerste beginselen van allerhande wetenschappen +in te planten.</p> + +<p>Vacantie, tijd van ontspanning en verzet voor velen, +tijd van nieuwe bezigheden voor anderen, wees gegroet!</p> + +<p>Wij hadden Lier bezocht, waar wij over dertig jaren +studeerden, en daar eenen geliefden oud-leeraar — M. +Troch — de hand gedrukt; wij hadden den hooggeleerden +patroon van het Davids-Fonds op zijn +arduinen voetstuk zien staan; wij hadden een paar +dagen overgebracht in de tentoonstelling van Brussel, +en besloten nu onze uitstapjes in de Vlaamsche Ardennen +te hernemen.</p> + +<p>Den 9 September 1897, in den voormiddag, stoomden +wij naar Ansegem, om van daar naar Tiegem +te wandelen.</p> + +<p>Ansegem heeft drie spoorhallen: aan den Sterhoek, +bij het dorp en langs den ouden Heirweg, in de richting +van Waregem.<!-- Page 44 --><span class='pagenum'><a name="Page_44" id="Page_44">[Pg 44]</a></span></p> + +<p>Het koor, de kruisbeuk en de toren der kerk zijn +zeer oud; de beuken dagteekenen van 1828. Benoorden +de kerk rijst het aloude kasteel van Hemsrode.</p> + +<p>Een klimmende weg loopt naar Kaster. De spits van +den toren steekt boven eenen heuvel uit.</p> + +<p>Bij de kerk van Kaster — een werk van L. Vuylsteke, +uit Geluwe — blikt men op Kerkhove in de diepte, +op den Kluisberg over de Schelde.</p> + +<p>Aan het gemeentehuis van Kaster loopt een zijweg +naar Tiegem, een dorp van nagenoeg 2,000 zielen.</p> + +<p>Tiegem is maar 769 hectaren groot. Het ligt op +twee heuvels, waarvan de voornaamste eene hoogte +van 70 meters bereikt.</p> + +<p>Hedendaags is Tiegem een lief, eigenaardig dorp, +met schoone steenwegen, met fraaie kasteelen en lusthuizen. +De meeste oude woningen zijn hersteld geworden +en prijken met bevallige puntgeveltjes.</p> + +<p>De kerk is een klein juweel, over weinige jaren +hersteld en herbouwd door <span class="smcap">Aug. van Assche</span>, uit Gent. +<span class="smcap">Goethals</span> schilderde den tempel; <span class="smcap">Bourdon</span> verrijkte +hem met een merkwaardig altaar.</p> + +<p>De voormalige burcht stond tusschen Tiegem, Avelgem +en Waarmaarde. Op dezelfde plaats vindt men +thans de «S. Aernoutscapelle,» herbouwd in 1854, +en den «S. Aernoutswal.»</p> + +<p>In de tweede helft der XVI<sup>e</sup> eeuw plunderden «de +Waelen de prochie ende heerlichede.» In 1581 kon +men niet meer dan «het zesde of het zevende deel +der landen» bezaaien.</p> + +<p>Tiegem is de geboorteplaats van S. Arnold, den +beschermheilige der gemeente. Zijn vader behoorde +tot het adellijk geslacht der heeren van Pamele en +Oudenaarde; zijne moeder sproot uit het huis der +graven van Leuven.</p> + +<p>Als ridder en krijgsman verwierf de jonge Arnold<!-- Page 45 --><span class='pagenum'><a name="Page_45" id="Page_45">[Pg 45]</a></span> +eenen grooten roem. Later begaf hij zich naar de abdij +van den H. Medardus, te Soissons, en trok daar het +kloosterkleed aan.</p> + +<p>Het duurde niet lang, of men benoemde den nederigen +man tot bisschop in dezelfde stad. Hij vroeg +echter zijn ontslag, en kwam naar Vlaanderen terug. +Hij predikte te Torhout, te Gistel en te Veurne, +bouwde een klooster te Oudenburg, in het Brugsche, +en stierf aldaar in 1087, in den ouderdom van 47 jaren.</p> + +<p>De kerk van Tiegem bezit een bovenarmbeen van +Vlaanderens grooten apostel.<!-- Page 46 --><span class='pagenum'><a name="Page_46" id="Page_46">[Pg 46]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XI" id="XI"></a>XI.</h2> + +<h2><a name="Naar_het_Kapelbosch" id="Naar_het_Kapelbosch"></a>Naar het Kapelbosch.</h2> + + +<p>De heer <span class="smcap">Vital Moreels-Verhaeghe</span>, de groote en +verlichte weldoener van Tiegem, vergezelde ons +in den namiddag naar het Kapelbosch, op de zuidelijke +helling der hoogvlakte.</p> + +<p>Het Kapelbosch is hedendaags zeven hectaren groot +en heeft eene waarde van 150,000 fr.</p> + +<p>Alwat de oogen kan streelen, alwat den bezoeker +tot vrome gedachten kan stemmen, vindt men daar +vereenigd. De natuur en de kunst wrochten zusterlijk +samen om een der prachtigste panorama's van heel +ons land vóor het oog der reizigers te ontvouwen.</p> + +<p>Op den Pottelsberg, op den Muziekberg staat men +veel hooger, te midden van eene wilde natuur; te +Tiegem is het rondzicht groot, het tafereel vol kleur +en beweging, vol leven.</p> + +<p>In het bosch vindt men lommerrijke wandeldreven, +rotsen en onderaardsche gangen, vijvers en brugjes, +glooiingen met weelderig gras en bloemen, aquariums +met kleine, blinkende vischjes. Twee villa's verheffen +hunne torens boven het geboomte.</p> + +<p>Midden in het bosch staat eene nieuwe kapel, toegewijd +aan den H. Arnoldus (1865). Zij is achthoekig +en lief geschilderd. Door zeven venstertjes speelt het +daglicht in het heiligdom.<!-- Page 47 --><span class='pagenum'><a name="Page_47" id="Page_47">[Pg 47]</a></span></p> + +<p>Uit de kapel komende, heeft men rechts de grot van +S. Arnold. Hooger, te midden van struiken en boomen, +schuilt een groot kruisbeeld; lager spruit dag en nacht +de Arnoldusbron, eenen vijver spijzende, waarop eenige +zwanen gaggelend rondzwemmen.</p> + +<p>Uit dien vijver vloeit de Arnoldusbeek, die naar Avelgem +loopt en vroeger den wal van het kasteel vulde.</p> + +<p>Alles wekt den wandelaar tot ingetogenheid op: +het tintelen der zon door de bladeren, het kweelen +der vogelen in de heesters, het ruischen van het loover, +het murmelen der bron, het fluisteren der bedevaarders. +O ja, dus zong de dichter <span class="smcap">Tollens</span>, ik reik +hem broederlijk de hand,</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Die mijmren kan in de eenzaamheid van 't woud,<br /></span> +<span class="i0">En droomend doolt, en de aarde kan vergeten,<br /></span> +<span class="i0">En, peinzende op een tronk gezeten,<br /></span> +<span class="i6">Somtijds de handen vouwt.<br /></span> +</div></div> + +<p>Wie liever eene verversching heeft, ga naar de +«Laiterie,» niet verre van de kapel. Onder een verheven +afdak is het waarlijk schoon en frisch. Men zou +zeggen, dat de zon het bedehuisje met welgevallen +beschijnt; dat de wind eerbiedig liederen neurt in de +kruinen der boomen.</p> + +<p>Op het hoogste van den berg, buiten het bosch, +staat een houten kijktoren of «belvedere.» Voor vijftien +centiemen mag men er op klimmen.</p> + +<p>Daar is het schoon bij helder weder; daar kan men, +met eenen goeden verrekijker, zijne oogen naar hartelust +verzadigen.</p> + +<p>In het Zuiden beperken de heuvelen van Oost-Vlaanderen +met den Kluisberg en de hoogte van Gijzelbrechtegem +wel een weinig het gezicht; doch langs +de drie andere zijden ziet men uren en uren verre.<!-- Page 48 --><span class='pagenum'><a name="Page_48" id="Page_48">[Pg 48]</a></span></p> + +<p>De Schelde, tintelend in den gloed der namiddagzon, +vloeit van het Zuid-Westen naar het Noord-Oosten, +kronkelend door zonken en meerschen.</p> + +<p>In het Noorden dagen: Kanegem, Aarsele, Dentergem, +Sint-Eloois-Vijve, Tielt, Oost-Roosbeke, Wakken, +Sint-Baafs-Vijve, Waregem, Grammene, Ansegem, +Kruishoutem en Nokere;</p> + +<p>In het Oosten: Huise, Heurne, Wannegem, Eine, +Ooike, Mooregem, Wortegem, Gijzelbrechtegem, Kaster, +Welden, Eename, Mater, Bevere, Edelare, Oudenaarde, +Petegem, Etikhove, Melden, Leupegem, Elzegem, +Kerkhove, Schoorisse, Nukerke, Zulzike, Berchem, +Quaremont en Waarmaarde;</p> + +<p>In het Westen: Evregnies, Dottignies, Kooigem, +Sint-Denijs, Bellegem, Moen, Heestert, Luingne, Lauwe, +Aalbeke, Rollegem, Wevelgem, Bissegem, Kortrijk, +Zwevegem, Ingooigem, Ootegem, Roeselare, Rumbeke, +Kachtem, Izegem, Ingelmunster, Sint-Eloois-Winkel, +Lendelede, Hulste, Ooigem, Kuurne, Harelbeke, Beveren, +Deerlijk en Vichte.</p> + +<p>Zelfs in het Zuiden ontdekt men eenige torens, uitstekende +boven de heuvelen: die van Ruien, Schalafie, +Orroir, Celles, Herne en St-Léger.</p> + +<p>Avelgem, Autrijve, Bosuit, Pottes, Helkijn, Spiere +en Warcoing schuilen in de vallei der Schelde.</p> + +<p>In het geheel een goed tachtigtal steden en dorpen! +Tusschen Roeselare, in het Noord-Westen, en Schoorisse, +in het Oosten, is er een afstand van ongeveer +zeven mijlen. Kanegem, in het Noorden, en Herne, +in het Zuid-Westen, zijn vijf mijlen van elkander +verwijderd.</p> + +<p>En schoon, betooverend schoon ligt dat groote +landschap voor den aanschouwer. Overal gewitte huizen +met roode daken; overal rookende schouwen en +draaiende molens; overal weiden en velden; overal<!-- Page 49 --><span class='pagenum'><a name="Page_49" id="Page_49">[Pg 49]</a></span> +hagen en boomen; overal zwoegende werklieden; overal +licht en schaduwe...</p> + +<p>Och neen, wij moeten Spanje en Zwitserland niet +bezoeken om schoone natuurtafereelen te vinden; de +Vlaamsche Ardennen zijn rijk aan schilderachtige +hoekjes, aan heerlijke vergezichten.</p> + +<p>Den berg afdalende, toefden wij nog eenige oogenblikken +aan de kapel.</p> + +<p>Eene plechtige stilte, eene kalme avondrust zweefde +over het woud. De bron murmelde rusteloos voort, +maar de vogelen hadden reeds hun slaapliedje gezongen +en scholen nu onder de bladeren der boomen.</p> + +<p>Ongaarne verlieten wij het dichterlijk oord.</p> + +<p>Onderwege vertelde ons de vriendelijke heer Moreels, +dat de berg in 1852 nog onbebouwd was; dat de kapel +haar ontstaan te danken heeft aan <span class="smcap">Mgr Malou</span>, bisschop +van Brugge; dat de jaarlijksche novene, ter eere van +den H. Arnoldus, den 16 Augustus begint; dat er +'s Zondags eene schoone processie uit de parochiale +kerk vertrekt, en dat het gemiddeld getal der bezoekers +ieder jaar tot 40,000 stijgt.<!-- Page 50 --><span class='pagenum'><a name="Page_50" id="Page_50">[Pg 50]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XII" id="XII"></a>XII.</h2> + +<h2><a name="Naar_Quaremont_en_den_Kluisberg" id="Naar_Quaremont_en_den_Kluisberg"></a>Naar Quaremont en den Kluisberg.</h2> + + +<p>Een uitstapje naar Quaremont en den Kluisberg is, +bij zomerweder, een genot voor kinderen en bejaarden, +voor alwie behagen schept in het betrachten +van Gods heerlijke natuur.</p> + +<p>In een uurtje stoomt men van Kortrijk, door een +allerschoonste landschap, langs Zwevegem, Heestert, +Avelgem en Ruien naar Berchem.</p> + +<p>Avelgem en de omliggende dorpen hadden in de +XVI<sup>e</sup> eeuw veel te lijden van de Malcontenten en van +de legers der Staten. Het kasteel van Avelgem werd +driemaal veroverd; de kerk, vier windmolens en meer +dan tweehonderd huizen werden afgebrand; van de +duizend ingezetenen bleven er nauwelijks honderd «te +lijve.» Het dorp Autrijve lag gansch «vaghe,» evenals +«de splete» van Bosuit en Moen.</p> + +<p>Avelgem is de geboorteplaats van <span class="smcap">C.-F.-A. Duvillers</span> +(1803-1885), wiens volksliedjes zeer geprezen worden. +<span class="smcap">Stijn Streuvels</span> schrijft er hedendaags zijne boeiende +verhalen.</p> + +<p>Ruien gelijkt aan een dorpje uit een bergland. Boven +de roode daken der huizen wuiven de boomen van den +Kluisberg met hunne donkergroene toppen.</p> + +<p>Van Berchem leidt een klimmende weg naar Quaremont, +eene gemeente van 1,550 zielen.</p> + +<p>Quaremont ligt misschien in het schilderachtigste<!-- Page 51 --><span class='pagenum'><a name="Page_51" id="Page_51">[Pg 51]</a></span> +deel van heel Zuid-Vlaanderen. De kerk staat op eene +hoogte. Zij heeft eenen witten gevel en eenen zwaren +toren met eene kleine spits.</p> + +<p>Een groot gedeelte van Quaremont is overdekt met +bosschen. Diepe ravijnen loopen in alle richtingen. +Hier en daar borrelt ijzerachtig water op.</p> + +<p>De Romeinen hebben deze plaats gekend. Over eenige +jaren heeft men er een kerkhof ontdekt, met penningen +en andere voorwerpen, welke men in die verwijderde +tijden bij de lijken placht te leggen.</p> + +<p>Te Quaremont stond de wieg van <span class="smcap">Jan van Heck</span> +(1625-1669), die vele kleine landschappen schilderde, +welke hij met bloemen en vruchten versierde. Hij verbleef +eenige jaren te Rome en overleed te Antwerpen.</p> + +<p>Den steenweg naar Ronse volgende, komt men aan +<i>de Klok</i>, eene voorname, landelijke herberg. Vóor het +huis heeft men een schoon zicht op Zulzike, Nukerke, +Oudenaarde en het omliggende.</p> + +<p>Een weinig verder, aan de herberg <i>de Martiko</i>, ontrolt +zich een dubbel panorama. Noordwaarts, door +eene heerlijke vallei, blikt men op Vlaanderen, met +de torens van Gent en Oudenaarde aan den gezichteinder; +zuidwaarts, langs den Kluisberg, ontwaart men +Henegouw, met den Drievuldigheidsberg en de blauwe +hoogte van Bon-Secours in het nevelig verschiet.</p> + +<p>Toen wij den laatsten keer de plaats bezochten — in +den zomer van 1898 — dreef een onweder over de +streek. Aan den eenen kant glinsterde het zonnelicht; +aan den anderen kant viel een dichte regen. Nu en dan +vlogen rosse bliksemflitsen door het wolkgevaarte. +Nooit zullen wij dien dag vergeten.</p> + +<p>Aan den «Martiko» rechts gaande, kan men, langs +het schoone kasteel van Mevrouw de Crombrugghe, +naar den Kluisberg wandelen.</p> + +<p>In het bosch ademt men eene reine, smakelijke<!-- Page 52 --><span class='pagenum'><a name="Page_52" id="Page_52">[Pg 52]</a></span> +lucht in. De wind suist in de boomen; de vogelen +zingen in de struiken; de bijen gonzen op de kleine +heidebloempjes. Sierlijke varens en groene kraakbeziestruiken +groeien in de schaduwe.</p> + +<hr /> + +<p>De Kluisberg is 141 meters hoog, en grootendeels +begroeid met mastbosschen. De aanblik op Henegouw +en West-Vlaanderen is nochtans niet belemmerd. +Bovendien vindt men daar een witgekalkt torentje, dat +men voor eenige centiemen mag beklimmen.</p> + +<p>Honderden namen van groote mannen en gewone +stervelingen staan op den muur, waarmakende dat +het plekje veel bezocht wordt.</p> + +<p>Aan den voet des bergs ligt het lieve Ruien. Verder +rijzen Orroir, Amougies, Rozenaken, Schalafie en +Anserœul; nog verder onderscheidt men Pottes, Celles, +Herne en Molenbaix.</p> + +<p>Westwaarts kronkelt de Schelde door weiden en +meerschen. Over den stroom beginnen de West-Vlaamsche +valleien en verhevenheden, met Avelgem, +Autrijve, Helkijn, Sint-Denijs en Moen.</p> + +<p>Aan den gezichteinder steekt de toren van Mont-St-Aubert, +op den Drievuldigheidsberg, in de lucht. +Daarachter ontwaart men de reusachtige torens van +Doorniks hoofdkerk. En tusschen al die gemeenten +staart men op golvende graanvelden, op eenzame +huisjes, op draaiende molens, op wiegelende boomen, +op slingerende straten en voetpaden, op spelende +kinderen, op rondslenterende mannen en vrouwen. +En de zonne, langzaam ten Westen neigende, werpt +haar fijnste goud over heel het landschap.</p> + +<p>Achter het torentje, in de toppen der sparren, +zingen de vogelen genoeglijk en tevreden... Ook de +wandelaar is tevreden, en neurt den dichter na:<!-- Page 53 --><span class='pagenum'><a name="Page_53" id="Page_53">[Pg 53]</a></span></p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">o God, wat is uw schepping schoon,<br /></span> +<span class="i0">Wat zijn uw werken wonder!<br /></span> +<span class="i0">Wat is die hooge hemel blauw,<br /></span> +<span class="i0">Hoe groen het veld er onder!<br /></span> +</div></div> + +<p>De grond van den Kluisberg is ijzerachtig. Niet verre +van het meergenoemde torentje, westwaarts, vindt men +twee rechtstaande rotsblokken van ongelijke grootte: +Peetje en Meetje geheeten. De geleerden vermoeden, +dat het dolmens zijn, welke vroeger op den top des +bergs stonden en later, bij de opkomst van het christendom, +als duivelssteenen omvergestooten werden.</p> + +<hr /> + +<p>Eenige bijzonderheden, rakende de genoemde gemeenten, +zullen hier te stade komen.</p> + +<p>Benoorden Ruien liggen Berchem en Kerkhove, +met eene brug over de Schelde. Berchem is eene levendige +plaats; Kerkhove heeft eene Gothische kerk, met +smaak versierd naar de eischen der middeleeuwsche +kunst.</p> + +<p>Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies behooren +tot het arrondissement Oudenaarde, doch zij +hebben eene Waalschsprekende bevolking. Ons taalgebied +is trouwens in het Zuiden van Oost-Vlaanderen +door eene reeks verhevenheden, als door eenen natuurlijken +dijk, afgesloten.</p> + +<p>Rozenaken is de geboorteplaats van <span class="smcap">Hendrik Depelchin</span> +(1822). Deze onverschrokken geloofszendeling +wrocht in Afrika en in Oost-Indië. Hij stichtte een +college in het Himalaya-gebergte.</p> + +<p>Zuidwestwaarts, in de richting van Robaais, schuilt +Dottignies, eene groote gemeente, met ongeveer 4,300 +inwoners. Te Dottignies stond de wieg van <span class="smcap">L.-P.-J. +Dubus de Gisignies</span> (1780-1849), eenen ervaren<!-- Page 54 --><span class='pagenum'><a name="Page_54" id="Page_54">[Pg 54]</a></span> +staatsman. Dubus vertrok in 1825, als commissaris-generaal, +naar Oost-Indië. Hij bouwde de katholieke +kerk van Batavia, zorgde voor het algemeen welzijn +zijner onderdanen, en poogde tevens den Belgischen +koophandel uit te breiden.</p> + +<p>Ondanks de vruchtbaarheid des gronds, heerscht er +door den band meer welstand in het dal der Lei, dan +in de vallei der Schelde. Terwijl de bevolking van +Harelbeke, Kuurne, Bissegem, Lauwe verdubbelde +sedert 1820, is die van Avelgem, Waarmaarde, Heestert, +Ansegem en Tiegem merkelijk verminderd.<!-- Page 55 --><span class='pagenum'><a name="Page_55" id="Page_55">[Pg 55]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XIII" id="XIII"></a>XIII.</h2> + +<h2><a name="Oudenaarde" id="Oudenaarde"></a>Oudenaarde.</h2> + + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Daar zit en droomt gij aan de Schelde,<br /></span> +<span class="i0">En spiegelt u in 't klare nat.<br /></span> +<span class="i0">Uw roem en welvaart zijn verzwonden;<br /></span> +<span class="i0">Toch zal mijn lied uw lof verkonden,<br /></span> +<span class="i0">o Moedergrond, o vaderstad!<br /></span> +<span class="i0">Toch blijft gij steeds mijn liefste schat,<br /></span> +<span class="i0">Mijn dierbaar Oudenaarde!<br /></span> +</div></div> + +<p>Dus zingt <span class="smcap">G. Antheunis</span>, een zoon van Oudenaarde.</p> + +<p>Men weet, dat de keuren, welke 's lands vorsten +aan de opkomende gemeenten schonken, de openbare +veiligheid waarborgden, de rechten en plichten tusschen +de poorters en den landheer bepaalden.</p> + +<p>Oudenaarde dankte zijne keure aan Philip van Elzas. +De eerste versterkingen der stad waren van 1188.</p> + +<p>In den loop der eeuwen werd Oudenaarde dikwijls +belegerd: door de Gentenaars in 1382 en in 1452; +door de Franschen in 1658, 1667, 1684, 1708 en 1745.</p> + +<p>Ten jare 1382 stond Frans Ackerman, een der +hardnekkigste voorstanders van Philip van Artevelde, +aan het hoofd der belegeraars.</p> + +<p><span class="smcap">Froissart</span> wil, dat deze alsdan gebruik maakten +van hun groot kanon: <i>de dulle Griet</i>. Zeker is het, +dat dit moordtuig in 1476 bestond. Dit jaar betaalde +men eene «zekere leveringhe van hout,» en eenen<!-- Page 56 --><span class='pagenum'><a name="Page_56" id="Page_56">[Pg 56]</a></span> +grooten olm, «daer eene busse, gheheeten de groote +Griete» en andere «engienen» in gelegd werden.</p> + +<p>Toen de Gentenaars in 1452 de stad innamen, +werden vier personen wegens verraderij onthoofd: +Jan en Lieven Willems, Lieven Boene en Everaard +van Botelaer.</p> + +<p>Bij deze belegering verloren de Gentsche bakkers +«eenen rebaude ende twee taergen.»</p> + +<p>In het begin der XVI<sup>e</sup> eeuw was de stad nog niet +groot, maar zeer rijk. Zij telde honderden tapijtwerkers, +wier voortbrengselen heinde en verre gezocht werden. +De grootste schilders van Antwerpen, Teniers en +anderen, leverden teekeningen voor den kunstigen +arbeid. In het gasthuis bewondert de reiziger nog twee +groote muurtapijten, jachten met valken voorstellende.</p> + +<p>Frans I, koning van Frankrijk, stichtte in zijn land +de eerste tapijtweverijen. Hendrik IV riep uit Vlaanderen +bekwame wevers, aan wie hij bijzondere voorrechten +verleende. Mark de Cooman en Frans van +der Plancke stonden aan het hoofd der werkzaamheden. +Omtrent het jaar 1650 toog Jan Janssens, van Oudenaarde, +ook naar Parijs. Vier jaren nadien werd deze +op zijne beurt «maître tapissier du Roy.»</p> + +<p>Hedendaags telt Oudenaarde ternauwernood 6,000 +inwoners. Den Donderdag van elke week houdt men er +eene belangrijke markt van landbouwvoortbrengselen. +De brouwerij is mede een voorname tak der plaatselijke +nijverheid.</p> + +<p>Dat Oudenaarde eens rijk was, blijkt uit de pracht +zijner openbare gebouwen.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 367px;"> +<img src="images/image02.jpg" width="367" height="501" alt="Stadhuis Van Oudenaarde." title="" /> +<span class="caption">Stadhuis Van Oudenaarde.</span> +</div> + +<p>Een zeer merkwaardig gebouw is de kerk van Pamele, +tegen de Schelde. Zij is een werk van den bouwmeester +<span class="smcap">Arnold van Binche</span> en dagteekent van 1235-1239. +Zij behoort tot den overgangsstijl en is bijna onveran<!-- Page 57 --><!-- Page 56p -->derd +bewaard gebleven. Over eenige jaren waren de +muren nog beplakt en gewit, maar <span class="smcap">Aug. van Assche</span> +herstelde den tempel op meesterlijke wijze, en thans +prijkt hij weer in zijne eerste, strenge schoonheid.</p> + +<p>De Sinte-Walburgakerk werd begonnen in 1414, +voltrokken in 1515. Het koor, over weinige jaren hersteld, +is ouder dan het schip. Den toren, die 88 meters +hoog is, bouwde Jan van der Eecke in 1478 en volgende +jaren. Getroffen door den bliksem, in den zomer +van 1803, verloor hij zijne sierlijke naald. Deze had +eene hoogte van 78 meters, en was vervaardigd geworden +door Thomas Goossens, van Gent, in 1619.</p> + +<p>De beeldstormers der XVI<sup>e</sup> eeuw richtten te Oudenaarde +groote verwoestingen aan. Op St-Bartholomeüsdag +1566 plunderden zij de kerken, alles verwoestende, +wat men niet in veiligheid had kunnen brengen.</p> + +<p>Den 4 October 1572 wierpen eenige schurken, aangevoerd +door den kapitein Blommaert, zes priesters +in de Schelde: Paulus van Coye, Pieter van den Hende, +Jan van Bracle, Jacob de Deckere, Jan van Opstalle +en Jacob van Anvaing. In den avond leidde men hen +uit het kasteel van Pamele, waar zij sedert den 7 September +gevangen zaten, naar het nieuw kasteel. Hier +werden zij «ontcleet tot op huerlieder hemde;» en +nadat men hun de handen en de beenen gebonden had, +schoot men hen «met den hoofde voren, door de +veijnsters» in den stroom. Jacob van Anvaing werd +nochtans «wonderlijck verlost.» Dit verrichtten de +verdedigers van de «gewetensvrijheid,» de «verdraagzame» +geuzen!</p> + +<p>Het stadhuis, een toonbeeld van den praalzuchtigen +stijl der derde Gothiek, en bovendien een echt juweel, +is van 1525-1580. <span class="smcap">Hendrik van Pede</span>, van Brussel, +werd gelast met het vervaardigen van de teekeningen,<!-- Page 58 --><span class='pagenum'><a name="Page_58" id="Page_58">[Pg 58]</a></span> +alsook met het besturen en bewaken van de werken. +<span class="smcap">Willem de Ronde</span> zorgde voor de bouwstoffen en het +beeldhouwen der steenen.</p> + +<p>De eventijdige rekeningen der stad noemen nog +andere kunstenaars: <span class="smcap">Adriaan van Hoorick, Paul van +der Schelde, Joris de la Potellerie, Michiel Pieters, +Gillis Spierinck, Jozef de Clercq</span>.</p> + +<p><span class="smcap">P. van der Schelde</span> sneed het merkwaardig portaal +in eikenhout, dat de raadzaal verrijkt. Dit gewrocht +behoort tot den Renaissancestijl.</p> + +<p>Te Kortrijk liet men «den patroen maecken van de +caven, staende binnen den scepenhuuse.» Deze werden +nochtans niet nagebootst.</p> + +<p>De volkszaal, in den laatsten tijd hersteld en versierd +door <span class="smcap">Verhaegen, Blanchard, Bressers</span> en +<span class="smcap">Hendrickx</span>, is schoon te noemen. Op de schouw +leest men het jaartal 1545. De beeltenissen van Karel +den Groote, Liederik de Buck, Robrecht van Bethune +en Karel V versieren de muren.</p> + +<p>Het museüm van oudheden en de bibliotheek zijn +niet van belang ontbloot. In het museüm bewaart men +oude wapens, zegels, bogen en sporen, wijnkannen +uit de XV<sup>e</sup> eeuw. Daar is ook de boekerij van wijlen +Karel Liedts.</p> + +<p>De toren van het stadhuis of het Belfort is almede +een meesterstuk van smaak en zwierigheid. Het Belfort +is 40 meters hoog, en draagt op zijn toppunt een +verguld koperen beeld van twee meters: <i>Jantje van +Oostenrijk</i>, zegt eene oorkonde. Jantje staat daar te +prijken sedert 1580.</p> + +<p>Oudenaarde bezit nog andere gebouwen, die een +bezoek verdienen: het oude huis van Burgondië, langs +de Schelde, nu tot vredegerecht ingericht, en het +voormalige klooster van Maagdendale, niet verre van +de kerk van Pamele, nu ene kazerne.<!-- Page 59 --><span class='pagenum'><a name="Page_59" id="Page_59">[Pg 59]</a></span></p> + +<p>Een paar gekende rederijkkamers: <i>Pax vobis</i> en <i>de +Kersowieren</i> hielden tooneelwedstrijden en woonden +vreemde landjuweelen bij. In hunne stad stelden zij +prijzen op in 1462 en in 1564. <i>Pax vobis</i> ging naar +Kortrijk in 1512. Men wil ten andere, dat de gezellen +dier twee steden altijd «in vrinscepe» leefden. Zelfs +schonk het magistraat van Oudenaarde, in 1559, «aen +die van Curtrijcke in dancbaerheden een vriendelic +banket,» dat ruim 567 pond parisis kostte.</p> + +<p>Op het landjuweel van Gent, in 1440, verschenen +de Oudenaardsche genootschappen met 88 gezellen +zonder boog, 365 met boog, eenen speelwagen, 339 +ruiters en eenen koning, omringd door 79 poorters.</p> + +<p>Het landjuweel van 1497 overtrof al de voorgaande +kunstfeesten in pracht en luister. Nu zond Oudenaarde +132 wagens, overdekt met wit laken, 88 paren ruiters +en meer dan 200 gezellen te voet.</p> + +<p>Te Oudenaarde stond de wieg van Margareta van +Parma, geboren «binnen Pamele, op het Spei,» van +Joanna van de Gheenst; — van <span class="smcap">Matthijs de Casteleyn</span> +(1488-1550), Vlaamschen dichter, behoorende tot de +rederijkkamer <i>Pax vobis</i>; — van <span class="smcap">Jan van den Driessche</span>, +meer gekend onder den naam van <span class="smcap">Drusius</span> +(1550-1616); — van den schilder <span class="smcap">Adriaan Brouwer</span> +(1608-1640); — van <span class="smcap">Jan Raepsaet</span> (1750-1832), +rechtsgeleerde, oudheidkundige en geschiedschrijver; — van +<span class="smcap">B. de Rantere</span> (1775-1831), kroniekschrijver; — van +den reeds genoemden staatsman <span class="smcap">Liedts</span>; — van +den geschiedvorscher <span class="smcap">A. van der Meersch</span>; — van +den geleerden pater <span class="smcap">van Tricht, S. J.</span> (1842-1897); — van +den dichter en toonkundige <span class="smcap">G. Antheunis</span> (1840).</p> + +<p>De Casteleyn, «priester en excellent poëet,» had +eenen grooten dunk van «de conste van rhetorijcke.» +Ik schreef, zegt hij ergens, 36 esbatementen, 38 tafel<!-- Page 60 --><span class='pagenum'><a name="Page_60" id="Page_60">[Pg 60]</a></span>spelen, +12 staande spelen «van sinne» en 30 wagenspelen. +Het boek, waarin hij zijne voorschriften uiteenzette, +verscheen na zijnen dood, en wel in 1555. +Het bleef gedurende eene eeuw het wetboek voor allen, +die aanspraak wilden maken op den naam van dichter.</p> + +<p>Drusius werd leeraar der Oostersche talen te Oxford, +te Leiden en te Franeker. Verscheidene gewrochten +over het Oude Testament en de heilige Schrift vloeiden +uit zijne pen.</p> + +<p>Brouwer heeft men «den Rubens van het genre» +genoemd. Met voorliefde maalde hij tooneelen uit het +woeste leven in de kroegen. Vechtende, rookende, +slapende, bedwelmde en onpasselijke boeren en slempers, +ziedaar de onderwerpen van zijne tafereeltjes. +Maar deze zijn wonderkeurig bewerkt, en tintelen van +humor en argelooze waarheid.</p> + +<p>B. de Rantere hield zich langen tijd en met onvermoeide +volharding bezig met het opsporen van de +belangrijke archieven, die ten stadhuize bewaard worden. +Ook genoot hij onder zijne medeburgers de eervolle +onderscheiding, die alleen den braven en rechtzinnigen +man ten deele valt.</p> + +<p>Liedts schonk zijne gansche boekerij aan de stad.</p> + +<p>Mevrouw Verwee, geboren Maria d'Huygelaere, is +ook een kind van Oudenaarde. Zij dichtte de gekende +<i>Meerschbloemen</i>.<!-- Page 61 --><span class='pagenum'><a name="Page_61" id="Page_61">[Pg 61]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XIV" id="XIV"></a>XIV.</h2> + +<h2><a name="Naar_Leupegem_en_Edelare" id="Naar_Leupegem_en_Edelare"></a>Naar Leupegem en Edelare.</h2> + + +<p>Leupegem en Edelare zijn twee kleine, maar vriendelijke +gemeenten in de nabijheid van Oudenaarde.</p> + +<p>Leupegem heeft 1050, Edelare ongeveer 400 inwoners. +Te Leupegem aanschouwde de rederijker <span class="smcap">J.-B. +de Backer</span> het levenslicht (1783).</p> + +<p>Den steenweg naar Geeraardsbergen volgende, beklimt +men den Edelare-berg, die ruim 80 meters hoog +is. De helling is nog al steil. Ook zal de wandelaar +wel eens poozen, en dan eenen blik werpen op de stad +en de vallei der Schelde.</p> + +<p>Oudenaarde, met zijne torens, daken en schouwen, +ligt daar vóor hem, in de diepte, te midden van uitgestrekte, +zachtgroene beemden, waar koeien grazen +en kinderen spelen. Tusschen Melden en Elzegem +kronkelt de Schelde, tintelend in den glans der zomerzon. +Aan den anderen kant onderscheidt men het oude +Eename, het nijverige Eine, Heurne met zijnen witten +kerktoren, en verder de hoogten van Gaver en het +Belfort van Gent.</p> + +<p>Tusschen Edelare en Oudenaarde zijn de bronnen, +die de stad voorzien van goed drinkbaar water.</p> + +<p>Edelare heeft een Gothisch kerkje, dat goed hersteld +is. Het staat op het hoogste des bergs. Eenige minuten +verder rijst de vermaarde kapel van O.-L.-Vrouw van<!-- Page 62 --><span class='pagenum'><a name="Page_62" id="Page_62">[Pg 62]</a></span> +Kerselaar, te midden van eenige eenvoudige huisjes. +Langs den weg ontmoet men de veertien tafereelen +van het lijden des Zaligmakers. Men waant, dat de +koornaren daar weemoediger ruischen dan elders; dat +de leeuwerik daar stiller zingt, dan hij pleegt. O die +godsdienstige poëzij in Vlaanderens heerlijke velden!...</p> + +<p>Edelare was voorheen eene wijk van Volkegem. Een +pastoor dier plaats, Rogier van Brakel, bezat een +houten beeldje van de Moeder Gods. Toen de brave +man zijn einde voelde naderen, schonk hij het beeld +aan zijne bloedverwante Katharina van Brakel. Deze +bracht het, in de maand October 1452, naar Edelare, +en hechtte het aan eenen kerseboom.</p> + +<p>Korten tijd nadien bouwde men eene kleine kapel. +Den 5 Juli 1459 verslonden de vlammen dit heiligdom.</p> + +<p>Dank aan de milddadigheid van den toenmaligen +heer van Oudenaarde, Odoward Blondeel de Joigny, +legde men reeds den 21 Juli daaropvolgende den +eersten steen van eene grootere en schoonere bedeplaats. +De bisschop van Kamerijk wijdde ze den 3 Mei +1460, op den feestdag der Kruisvinding.</p> + +<p>Na de beeldstormerij deed Jacob de Joigny de kapel +herstellen en vergrooten. De Jacobijnen verkochten ze, +in 1798, aan zekeren Thomas Lepape. Drie jaren nadien +nam M. Martroye, van Oudenaarde, het gebouw +in bezit. Hij verkocht het op zijne beurt, in 1831, en +den 30 April 1833 stelde de bisschop van Gent de +hedendaagsche bestuurwijze vast.</p> + +<p>Vóor de Fransche omwenteling bezat de kapel van +Kerselaar eenige vaste goederen, alsook kostbare +juweelen en altaargewaden.</p> + +<p>Aan het gewelf hangt, sedert 1860, een houten +krokodil, gesneden door <span class="smcap">van Biesbrouck</span>. Men verhaalt, +dat Joost de Joigny, heer van Pamele, in 1555 op zijnen +tocht langs den Nijl door eenen krokodil werd bedreigd.<!-- Page 63 --><span class='pagenum'><a name="Page_63" id="Page_63">[Pg 63]</a></span> +De ridder beloofde, bij zijne terugkomst in het vaderland, +het monster in de kapel van Kerselaar dankbaar +op te hangen, indien hij het gevaar mocht ontkomen. +Hij ontsnapte inderdaad aan den dood, en bracht zijne +belofte onverwijld ten uitvoer.</p> + +<p>De Franschen zonden het geraamte naar de natuurkundige +verzameling eener Gentsche school.</p> + +<p>Meer dan eens kwamen 's lands vorsten vóor het +altaar der Moeder Goris nederknielen: Maria van Burgondië +in 1480, Maximiliaan van Oostenrijk in 1513, +Karel V in 1521, Philip II in 1557, Izabella in 1625.</p> + +<p>De wijding der kapel wordt jaarlijks gevierd op den +eersten Zondag na Kruisvinding, in de bloeiende +Meimaand.</p> + +<p>De bedevaarders van het Westen, die met het krieken +van den dag te Oudenaarde toekomen, bidden onderwege +luidop den Rozenkrans, en keeren later met kransen +en vaantjes terug. De kinderen koopen «lekkie.»</p> + +<p>Den 2 Mei 1711 keurde het vicariaat van Doornik +de plaatsing goed van een beeldje van O.-L.-Vrouw +van Kerselaar, op het altaar der H. Drievuldigheid, in +de kapittelkerk van Kortrijk. Tevens stichtte men eene +broederschap, wier leden alle jaren, op den Zaterdag +der novene, te Edelare plechtig werden ingehaald.</p> + +<p>De huidige kapel van Kerselaar is tamelijk groot, +en heeft een slank torentje. Zij bezit twee altaren. +Maria heeft haar Kindeken op den rechterarm. Verder +leest men dit jaarschrift:</p> + +<p><span class="smcap">UW gekroonD WonDerbeeLD bLIJVe aLLer +toeVLUCht</span>.</p> + +<p>Wij kennen eene oude plaat van <span class="smcap">du Tielt</span>, voorstellende +den heuvel van Kerselaar, met den boom, +de kapel en het lachende landschap rond Oudenaarde.<!-- Page 64 --><span class='pagenum'><a name="Page_64" id="Page_64">[Pg 64]</a></span> +Op eene wapperende banier prijkt een vers uit het Hooglied: +«Hare vrucht is zoet; dus Maria groet!»</p> + +<hr /> + +<p>Niet verre van Kerselaar, tusschen Oudenaarde en +Volkegem, op de helling van den berg, ligt eene wijd +gekende herberg: <i>Tivoli</i>. Onder de linden, vóor het +huis, kan men een half uurtje rusten en... genieten. +In den zomer wordt de Tivoli door de bevolking van +Oudenaarde druk bezocht.</p> + +<p>Achter de heuvelen van Volkegem schuilen Mater en +S<sup>te</sup>-Maria-Hoorebeke. Het schijnt, dat deze dorpen in +de XVI<sup>e</sup> eeuw bewoond werden «door scaemele lieden, +legghewerckers en tapijtwevers.» De meesters bewoonden +Oudenaarde.</p> + +<p>Al die handwerkers, «dagelijcx ommegaende met +Fransche en Duitsche kooplieden in wolle, wierden +door hen allengskens besmet met de leering van Luther +en Calvin.» De dorpen, gelegen op den anderen oever +der Schelde, «bleven van de nieuwe leering bevrijd, +als weinig uitstaans hebbende met vreemdelingen.»</p> + +<p>De menschen «der voornoemde parochiën, meest +de leer van Calvin toegenegen,» waren de eerste, +«die ten jare 1566 de beelden braken, zoo binnen +als buiten de stede.»</p> + +<p>Gedurende het daaropvolgende bestuur van den +hertog van Alva moesten velen het land verlaten. Zij +vertrokken «met vrouwen en kinderen naar Duitschland, +Engeland en Frankrijk.» Doch na de Bevrediging +van Gent, in 1577, keerden zij naar hunne haardsteden +terug.</p> + +<p>Later vestigden zich de meesten te Maria-Hoorebeke. +De tempel, «waer zij hunnen godsdienst uitoefenden, +lag op het gehucht Grysbeke.»</p> + +<p>S<sup>te</sup>-Maria-Hoorebeke is inderdaad, te midden van het<!-- Page 65 --><span class='pagenum'><a name="Page_65" id="Page_65">[Pg 65]</a></span> +katholieke Vlaanderen, eene protestantsche gemeente +gebleven. Het handschrift, waaraan wij deze bijzonderheden +ontleenen, voegt er bij, dat «die gereformeerden +zich zeer gerustelijck houden.»</p> + +<p>Elzegem, tusschen de Schelde en de grens van West-Vlaanderen +gelegen, heeft een fraai kasteel.</p> + +<p>Te Elzegem stichtte Bernaard van Bracle, in 1416, +eene priorij. Langen tijd hielden de kloosterlingen zich +bezig met het schrijven en binden van boeken. Wij +weten althans, dat het bestuur van Sint-Martenskerk, +te Kortrijk, in 1462 aldaar «twee vulle zouters met +vigeliën» bestelde, alsmede «eenen hantifenere.» +Ten jare 1466 maakte men van dit laatste boek een +nieuw afschrift.</p> + +<p>Etikhove, met 2,500 inwoners, ligt oostwaarts, op +de Markebeek. Daar vond men in 1869 eene zekere +hoeveelheid gouden geldstukken, dagteekenende van +1469 tot 1598, met de beeltenissen van Ferdinand V, +Karel V, Frans I, Sebastiaan I en Philip II. De schat, +eene waarde hebbende van ongeveer 500 fr., werd opgedolven +in eene weide van L. Blommaert, op het +gehucht Grootendriesch.<!-- Page 66 --><span class='pagenum'><a name="Page_66" id="Page_66">[Pg 66]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XV" id="XV"></a>XV.</h2> + +<h2><a name="Naar_Gaver" id="Naar_Gaver"></a>Naar Gaver.</h2> + + +<p>Benoorden Oudenaarde kronkelt de Schelde voorbij +Eename, Eine en Heurne; dan richt zij zich oostwaarts +naar Welden, Hermelgem, Meilegem en Dikkelvenne, +en vloeit vervolgens weer het Noorden in, +wijkende voor den heuvel van Gaver.</p> + +<p>Eine is eene schoone, nijverige gemeente, met ongeveer +3,000 inwoners. Men vindt er sedert eenige +jaren eene spinnerij en eene weverij, die ieder tweehonderd +werklieden bezig houden.</p> + +<p>Boven de deur eener herberg leest men deze eigenaardige +rijmen:</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Komt in den Belg<br /></span> +<span class="i0">En neemt een zwelg,<br /></span> +<span class="i0">Want 't beste nat<br /></span> +<span class="i0">Is nog in 't vat.<br /></span> +</div></div> + +<p>De dorpskerk bestaat uit oude en nieuwere deelen. +Groote herstellingen werden gedaan in 1601 en 1623.</p> + +<p>Als eene plaatselijke eigenaardigheid noemen wij +«den koddigen fittel,» op den laatsten dag der jaarlijksche +kermis. Alle gebeurtenissen, die gedurende de +verloopen maanden de aandacht des volks boeiden, +worden door de jonge lieden zinnebeeldig voorgesteld. +Met het vallen van den avond trekt de stoet zingend +en spelend door de voornaamste straten der gemeente, +hier en daar stilhoudende om de toegestroomde menigte +door allerlei bokkesprongen te verlustigen.<!-- Page 67 --><span class='pagenum'><a name="Page_67" id="Page_67">[Pg 67]</a></span></p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Vrienden, wij zijn al verblijd,<br /></span> +<span class="i0">Nu met den kermistijd;<br /></span> +<span class="i0">Wij hebben ons best gedaan,<br /></span> +<span class="i0">En de fittel blijft bestaan.<br /></span> +</div></div> + +<p>Eine vormde in vroegere eeuwen, met het omliggende, +de onafhankelijke heerlijkheid van de graven +de Landas. Hunne burcht stond tusschen de kerk en +de Schelde, op «de Motte.»</p> + +<p>Het kapittel van Sint-Elooi, te Eine, bezat onder +andere «eene seer oude fondatie, wesende van het jaer +1185, ghemaect by Gerardus de Landas.»</p> + +<p>Arnold de Landas vergezelde den graaf van Vlaanderen +ter eerste kruisvaart. Toen hij wederkeerde, +haalden de ruiters van Eine en de naburige dorpen +hem zegevierend in. De held had een stuk van het +waarachtig Kruis des Zaligmakers mede. Van dit stuk +maakte men nadien een kruisje, dat men nog in de +dorpskerk bewaart.</p> + +<p>Alle jaren, op Sint-Pietersdag, herdenkt men dezen +tocht door eene ruitersprocessie. Na den ommegang +zegent men de ruiters en de paarden, vóor de kerkdeur, +met het gebeente van Sint Elooi.</p> + +<p>Eene dergelijke plechtigheid bestaat ook te Asper, +ten Noorden van Eine, maar op den feestdag van +Sint-Marten in het begin van Juli. De weg, dien men +hier volgt, loopt naar al de uiteinden der gemeente, +langs straten en wegels.</p> + +<p>De voetgangers komen vóor het krieken van den +dag, om drie ure 's morgens, aan de kerk bijeen. Nu +eens biddende, dan weer zingende, gaan zij voort. Aan +ieder kapelleken, dat zij ontmoeten, toeven zij eenige +stonden. Rond zes ure is de menigte weer aan de kerk.</p> + +<p>De ruiters vertrekken om vijf ure en volgen denzelfden +weg, doch houden nergens stil, tenzij aan de +kapel van Sint-Marten.<!-- Page 68 --><span class='pagenum'><a name="Page_68" id="Page_68">[Pg 68]</a></span></p> + +<p>Den volgenden Zondag wordt de ommegang vernieuwd, +doch alleen rondom het kerkhof. Al de inwoners +van Asper, die kunnen, en honderden vreemdelingen, +zijn in de hoogmis tegenwoordig. De processie +met het Allerheiligste is schoon, treffend. Eene zee van +volk overdekt het kerkhof, eerbiedig biddende; honderden +ruiters volgen op stap, doch blijven buiten den +muur, die den doodenakker omringt.</p> + +<p>Zoodra dan de processie binnen is, verschijnen de +ruiters der gemeente met hun vaandel op het kerkhof. +Driemaal doen zij den ommegang, eerst op stap, daarna +op den draf en eindelijk in de vlucht.</p> + +<p>Het teeken is gegeven en beurtelings rijden de +boeren van Nazareth, Eeke, Heurne, Mulhem, Zingem, +Eine en andere plaatsen den ommegang. De klok luidt, +de beiaard speelt, het volk juicht en — Sint-Martenskermis +is volop aan den gang.</p> + +<p>Asper heeft 1,860 inwoners.</p> + +<p>Tusschen Heurne en Asper beschrijft de Schelde +eene bocht. Daar ligt Zingem, in eene vruchtbare +vlakte. Het dorp telt 2,400 zielen.</p> + +<p>Na de godsdienstige woelingen der XVI<sup>e</sup> eeuw was +de kerk van Zingem heel bouwvallig. De toren stortte +neder in 1580. «Dit was de ruine van den tempel, +want het koor viel ook in.»</p> + +<p>De herstelling begon in 1593. Het metselwerk van +den toren was in 1613 geheel opgemaakt. In 1635 +zette men op den toren «eene spits van 100 voeten, +met vier kleyne torentjes, elk 20 voeten hoog.» +<span class="smcap">Hendrik van Haeren</span>, pastoor der parochie van 1696 +tot 1712, stelde een verslag over al die werken op. +Zijn handschrift is in het archief der kerk.</p> + +<p>Onlangs teisterde een brand het sierlijke bedehuis.</p> + +<p>Bewesten Zingem daagt Huise, de geboorteplaats +van den toondichter <span class="smcap">Gevaert</span>.<!-- Page 69 --><span class='pagenum'><a name="Page_69" id="Page_69">[Pg 69]</a></span></p> + +<p>Gaver, de geboorteplaats van den geleerden <span class="smcap">Amand +Bauwens</span>, is eene gemeente van nagenoeg 1,700 zielen.</p> + +<p>Daar beginnen de eerste heuvelen, die langs Balegem +naar het land van Aalst loopen.</p> + +<p>Gaver is het meest gekend door den veldslag, dien +Philip de Goede in 1453 op de Gentenaren won. Men +weet, wat er gebeurde.</p> + +<p>Gent en Brugge — merkt David aan — even bloeiend +door nijverheid en koophandel, maar ook even brooddronken +in den voorspoed, hadden, sedert ruim eene +eeuw, aan den landheer zelden of nooit meer volkomen +gehoorzaamd. Beide steden hadden, nu eens met reden, +dan weer uit enkelen wrevel, de graven gedwarsboomd, +en ja de wapens tegen hen opgevat, om wettiglijk +verworven of aangematigde rechten en vrijheden +voor te staan.</p> + +<p>Zoo ging het weer omtrent het midden der XV<sup>e</sup> eeuw.</p> + +<p>Door de langdurige oorlogen, welke Philip de Goede +had moeten voeren, stak deze in groote schulden. +Daarom vroeg hij eene tijdelijke belasting van twee +stuivers grooten «up elc hoet zouts.»</p> + +<p>De Gentenaars weigerden, en de hertog verliet de +stad met het vast besluit van er geenen voet meer in +te zetten, vooraleer zij zich zou hebben onderworpen +aan dien eisch.</p> + +<p>Nu volgde de eene moeilijkheid op de andere. In +den zomer van 1453 riep de Burgondiër uit al zijne +landen nieuwe manschap op. Hij trok van Rijsel naar +Kortrijk, toog Oost-Vlaanderen in, veroverde het kasteel +van Schendelbeke, benoorden Geeraardsbergen, +maakte zich meester van het slot van Poeke, nabij +Nevele, en kwam den 15 Juli voor Gaver.</p> + +<p>Het stormde in Gent. Roeland zond zijne zware stem +over de stad; jong en oud vloog in de wapens. Volgens +<span class="smcap">la Marche</span> — een gelijktijdige schrijver — trokken<!-- Page 70 --><span class='pagenum'><a name="Page_70" id="Page_70">[Pg 70]</a></span> +twee heiren de poorten uit; het eene, 25,000 man +sterk, ging langs Merelbeke en Vurste; het andere, +dat ongeveer 20,000 man telde, toog oostwaarts +over Lembeke.</p> + +<p>Den standaard der gemeente rechtte men op het +veld van Semmerzake, benoorden Gavere. De opstandelingen +gehoorzaamden aan Jacob Meeussone en +Diederik van Scaubrouck.</p> + +<p>Men vocht den 23 Juli. De Gentenaars verweerden +zich als ware helden. Zij wondden den jongen Karel +en meenden zelfs zijnen vader, den hertog, in het gras +te doen bijten, toen de krijgskans keerde. Nagenoeg +20,000 Vlamingen bleven dood, versmoord in de +Schelde, vertrappeld onder de paarden, of neergeveld +door de wapenen.</p> + +<p>Nu nog draagt een deel van het bloedige slagveld +den naam van «Roode Zee.»</p> + +<hr /> + +<p>Voor de liefhebbers onzer folklore zij hier aangestipt, +dat zij langs de Schelde eenen rijken oogst +kunnen opdoen.</p> + +<p>Te Asper vertelt men van Sneeuwwitje, het beminnelijk +kind, en den koning van Oosterbant; te Zingem +zingt men nog altoos het oude <i>liedje van de week</i>:</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">De Zondag, de Zondag,<br /></span> +<span class="i0">Dat is de dag des Heeren;<br /></span> +<span class="i0">Dan doen wij onze schoenen aan,<br /></span> +<span class="i0">En onze beste kleeren.<br /></span> +</div></div> + +<p>Ziehier een raadseltje, dat wij in dezelfde gemeenten +hoorden stellen:</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Asper en Zingem,<br /></span> +<span class="i0">En het kerksken van Mullem,<br /></span> +<span class="i0">In hoeveel staven spelt gij — dat?<br /></span> +<!-- Page 71 --><span class='pagenum'><a name="Page_71" id="Page_71">[Pg 71]</a></span></div></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XVI" id="XVI"></a>XVI.</h2> + +<h2><a name="Binders_of_Branders" id="Binders_of_Branders"></a>Binders of Branders.</h2> + +<h2><span class="smcap">Eene bladzijde uit de geschiedenis van den +Boerenkrijg</span></h2> + + +<p>Onze lezers weten, dat de Franschen, op het einde +der XVIII<sup>e</sup> eeuw, millioenen en millioenen uit +ons vaderland haalden. Die ontzaglijke sommen noemden +zij belastingen, bevoorradingen voor het leger, +gedwongen leeningen. Wij voegen er bij: plunderingen +van allerlei aard, aftroggelarijen, diefstallen.</p> + +<p>In het jaar 1794 mislukte de oogst. De daaropvolgende +winter was buitengewoon streng. De prijzen +der levensmiddelen stegen overal, eene algemeene +ellende stond vóor de deur.</p> + +<p>Er was meer. De goddeloosheid vermeerderde van +dag tot dag; de mindere man dompelde zich in allerhande +ondeugden.</p> + +<p>De eerlijke lieden weigerden openbare ambten te +aanvaarden; de misdrijven werden weinig of niet +beteugeld.</p> + +<p>Moet het ons dan verwonderen, dat de aanslagen +tegen personen en eigendommen gedurig toenamen; +dat vele ongelukkigen in de bosschen samenscholen, +levende van roof en plundering.</p> + +<p>In Oost-Vlaanderen noemde men die booswichten +Binders of Branders.<!-- Page 72 --><span class='pagenum'><a name="Page_72" id="Page_72">[Pg 72]</a></span></p> + +<p><span class="smcap">De Rantere</span> teekende aan, dat de omstreken van +Oudenaarde op het einde van 1795 zeer onveilig gemaakt +werden door eene bende «roovers en vagabonden.» +Zulke benden, zegt hij, waren in het land zeer +vermenigvuldigd, dank aan «de slappe politie.»</p> + +<p>De roovers gebruikten eenen langen boom, waarmede +zij de deuren der hoeven inliepen. De menschen, +die zij te bedde vonden, namen zij vast, hen bindende +aan armen en beenen. Dan legden zij hen vóor +een blakend vuur, stekende eene brandende kaars aan +hunne voeten, ten einde te vernemen waar hunne +gespaarde penningen verborgen waren.</p> + +<p>Van zulke misdaden hoorde men schier dagelijks +spreken, doch het was voornamelijk in den omtrek van +Beveren, dat de roovers den boer schrik aanjoegen. Zoodanig, +spot de schrijver, waren «de goede zeden reeds +verbasterd door de goede regeering der Franschen.»</p> + +<p>De kapitein der Binders was N. de Witte, van Beveren. +Geholpen door eenige gezellen, vermoordde hij den +2 Mei 1796, bij de herberg <i>la Belle Hôtesse</i>, eenen +landbouwer van Mater: J.-B. de Gezelle.</p> + +<p>Twee maanden nadien werd de schurk gevangen +genomen door Frans Goeminne en eenige andere +boeren. Hij was de tweede van heel het departement, +die te Gent onthalsd werd.</p> + +<p>In de eerste dagen van Maart 1797 bracht men te +Oudenaarde nogmaals vijf Branders in. Deze waren +van Ronse. De Rantere noemt er twee: J.-B. de Miel, +kapitein, en N. Lefebure. Als bewijsstuk had men +eenen boom mede, die twaalf voet lang was.</p> + +<p>Al die schavuiten legden naderhand, voor hunne +gepleegde gruweldaden, het hoofd onder het mes van +den beul.<!-- Page 73 --><span class='pagenum'><a name="Page_73" id="Page_73">[Pg 73]</a></span></p> + +<hr /> + +<p>Een goed jaar nadien borst de Boerenkrijg in onze +gewesten uit.</p> + +<p>In dien tijd leefde de reeds genoemde B. de Rantere. +Deze verhaalt, dat de gendarmen van Ronse den +25 October 1798 naar Oudenaarde kwamen. Uit hunnen +mond vernam men, dat de opstand aldaar werkelijk +uitgeborsten was.</p> + +<p>'s Namiddags hoorde men inderdaad op verscheidene +dorpen de klok kleppen om het volk bijeen +te roepen.</p> + +<p>Tegen den avond kreeg men de tijding, dat de Boeren +reeds te Leupegem waren. De bezetting der stad vluchtte +naar Gent. En de Jongens kwamen binnen, onder het +geleide van Masculier, bakker te Ronse, en van de +Walle, hoedenmaker.</p> + +<p>In den avond van den volgenden dag traden nogmaals +eenige opstandelingen de stad in.</p> + +<p>Middelerwijl naderde een republikeinsch legertje, +afgezonden uit Gent.</p> + +<p>Het kostte de Franschen maar weinig moeite om +in Oudenaarde te geraken.</p> + +<p>De eerste burger, op wien zij hunne wraak koelden, +was J. Ryckbos, een arme werkman, die boter was +gaan halen voor zijne vrouw en kinderen. Ryckbos was +van Beveren en viel aan de Gentsche poort.</p> + +<p>Voortstormende, doodden de woestaards Karel Martens +recht tegenover de deur van zijn huis. Bij den +trap van het stadhuis vermoordden zij Jan de Block +en Frans de Contreras.</p> + +<p>Eenige soldaten drongen in het huis <i>de Appel</i>, op +de Markt, en brachten daar zeven personen om, onder +anderen Michiel Gevel en twee vreemde kooplieden.<!-- Page 74 --><span class='pagenum'><a name="Page_74" id="Page_74">[Pg 74]</a></span> +De beulen ontkleedden de lijken, en wierpen ze naakt +door de bovenvensters op de straat.</p> + +<p>Van daar liepen zij over den Burg door de Broodstraat +naar Pamel, alwaar zij een jong meisje nedervelden: +Sophia van den Hende, die haren broeder +was gaan zoeken.</p> + +<p>Een boer, die hen in de Broodstraat ontmoette, +stortte almede levenloos ten gronde.</p> + +<p>In de Kasteelstraat troffen de republikeinen H. Gyselinck, +oud 21 jaren.</p> + +<p>Komende in de abdij van Maagdendale, doodden zij +al de Ronsenaren, die daar eene schuilplaats hadden +gezocht. Verder, in de Hoogstraat, kwetsten zij J. de +Langhe, van Ooike. De martelaar sukkelde voort tot in +de Kattestraat, waar men hem den genadeslag toebracht.</p> + +<p>Bij de Baarpoort trof een kogel G. de Vos, herbergier +in <i>de Kroon</i>, te Leupegem. De Vos was zeer oud +en hoorde bijna niet meer.</p> + +<p>De registers van den burgerlijken stand der stad +Oudenaarde bewaarheden het grootste gedeelte van de +Rantere's verhaal.<!-- Page 75 --><span class='pagenum'><a name="Page_75" id="Page_75">[Pg 75]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XVII" id="XVII"></a>XVII.</h2> + +<h2><a name="Naar_Zottegem" id="Naar_Zottegem"></a>Naar Zottegem.</h2> + + +<p>Achttien kilometers scheiden Oudenaarde van Zottegem. +Tusschen beide plaatsen liggen Eename, +Welden, Munkzwalm en Rooborst.</p> + +<p>Eename was zeer vroeg eene villa, met een versterkt +kasteel.</p> + +<p>Boudewijn van Rijsel stichtte er, in 1063, eene abdij, +toegewijd aan Sint-Salvator. De bisschop van Kamerijk +bevestigde de stichting in den loop van het volgende +jaar. De kerkvoogd noemde Eename eene bloeiende +plaats met drij bedehuizen.</p> + +<p><span class="smcap">Ch. Piot</span> heeft het cartularium der abdij uitgegeven. +Zoo weten wij, dat het jonge klooster spoedig mild +begiftigd werd. Het bekwam de altaren van Kortemark +en Handzame, in 1085; — het altaar van Opbrakel, +in 1096; — dat van Welden, in 1110; — de altaren +van Semmerzake en Melsen, in 1117; — die van +Moorsele en Lemberge, in 1126. Voorts bezat het +gesticht tienden en goederen te Mater, te Welden, te +Leupegem, te Schoorisse, te Eine, te Avelgem, te +Bosuit, te Moen, te Werken, te Handzame, te Oost-Roosbeke, +te Deurne, te Kluizen, te Marke, te Oosterzele, +te Everbeke en te Hoorebeke. Eene oorkonde +van 1187 noemt gronden, ingenomen door het kanaal +de Yser.</p> + +<p>Tijdens de Fransche omwenteling, op het einde der<!-- Page 76 --><span class='pagenum'><a name="Page_76" id="Page_76">[Pg 76]</a></span> +XVIII<sup>e</sup> eeuw, zochten de Kortrijksche nonnen van +Groeninge eene schuilplaats in de abdij van Eename, +waar zij twee maanden verbleven. Zuster Carolina de +Witte heeft dit alles in haar dagboek aangeteekend.</p> + +<p>Den 26 April 1794 — zegt zij — zijn wij vertrokken +met het beeld van O.-L.-Vrouw, en hebben vernacht +te Waregem.</p> + +<p>Den 27 's avonds zijn wij te Oudenaarde aangekomen, +en hebben verbleven in de abdij van Maagdendale tot +den 29 's morgens, wanneer wij gegaan zijn tot de +abdij van Eename, alwaar wij bleven tot den 23 Juni.</p> + +<p>Den 18 Mei, dag van het gevecht tusschen Kortrijk +en Doornik, werd het beeld op het altaar gesteld +gedurende de hoogmis.</p> + +<p>Den 23 Juni zijn wij vertrokken naar Velzeke, met +nog vijftien andere kloosterzusters.</p> + +<p>Den 2 Juli heeft men het heilig beeld op het altaar +gesteld in het klooster van Velzeke.</p> + +<p>Wij zijn daar gebleven tot den 6 Juli, wanneer wij +naar Kortrijk zijn teruggekeerd, slapende te Oudenaarde +in de abdij van Maagdendale.</p> + +<p>Den 8 zijn wij in ons klooster toegekomen, aldaar +alles «in groote troubels vindende.»</p> + +<p>Eename telt hedendaags 890 inwoners.</p> + +<p>Op het dorpsplein staat eene steenen kolom: de +kaak of de schandpaal, waartegen men vroeger zekere +booswichten ten toon stelde.</p> + +<p>Bij het aanleggen van de spoorbaan naar Zottegem, +in 1867, vond men, op het grondgebied van Erwetegem, +vele Romeinsche muntstukken, bewaard in een +bruinachtig kruikje.</p> + +<hr /> + +<p>Zottegem, met ruim 3,000 inwoners, ligt eigenlijk +benoorden de Vlaamsche Ardennen. Doch het is een<!-- Page 77 --><span class='pagenum'><a name="Page_77" id="Page_77">[Pg 77]</a></span> +schoon, nijverig vlek, en verdient om meer dan éene +reden een bezoek.</p> + +<p>Zottegem is de hoofdplaats van een kanton. Vijf +ijzeren wegen loopen hier samen.</p> + +<p>In de XIV<sup>e</sup> eeuw bloeide er het lakenweven. Op +zekeren dag, in 1314, kwam Ketele, de toenmalige +onderbaljuw van Gent, met eenige naijverige mannen +herwaarts. De rekening vermeldt, dat zij twee dagen +«ute waren,» en dat zij met twee wagens de gebroken +getouwen wegvoerden. Dergelijke baldadigheden gebeurden +ook te Assenede.</p> + +<p>Wij kennen eene rederijkkamer, welke te Zottegem +de tooneelkunst beoefende: <i>Die bloeit door liefde en +eendracht, groeit</i>. In 1784 vertoonde zij te Kortrijk +het treurspel <i>Mahomet</i>; in 1788 schreef zij eenen +prijskamp uit.</p> + +<p>De parochiale kerk is goed hersteld en geschilderd. +In den zijmuur langs de Markt wijst eene ijzeren deur +den grafkelder van Egmond en zijne vrouw aan.</p> + +<p>Twintig schreden verder rijst een klein standbeeld +van den held van St-Quintijn en Grevelingen. Het werd +vervaardigd door <span class="smcap">Calloigne</span>, van Brugge, en plechtig +onthuld in den zomer van 1872.</p> + +<p>Lamoraal, graaf van Egmond, bleef den godsdienst +zijner vaderen getrouw; hij beminde zijnen koning, en +droeg zijne vrouw en kinderen eene onbegrensde liefde +toe. Op het slagveld was hij manhaftig; doch in het +gewone verkeer des levens scheen hij buigzaam en +zonder de noodige wilskracht.</p> + +<p>Zoomin als Willem van Oranje en den graaf van +Hoorn, kon Egmond het over zijn hart krijgen, dat +Granvelle in den Staatsraad eenen zekeren voorrang had +en naast de Landvoogdes de eerste plaats innam.</p> + +<p>Zoo raakte hij in onmin met Granvelle, om meer en +meer den Zwijger aan te hangen, die koud, listig en<!-- Page 78 --><span class='pagenum'><a name="Page_78" id="Page_78">[Pg 78]</a></span> +vooral heerschzuchtig was. Ook schertst <span class="smcap">van Vaernewyck</span>, +in zijne <i>Beroerlicke tijden</i>, niet weinig met den +gewestvoogd, als hij zegt: «Het was goed te merken, +wat faveur de graef de consistorianten droeg, daer hy +hun niet en wilde verbieden hunne manier van doen, +verstaende nochtans, dat zy hem geobedieert zouden +hebben; waerom by sommigen een gemeen spreekwoord +van hem ging, dat hij op twee peerden reed: op een +geusch en een katholiek peerd, maer dat hij het meest +het geusche peerd beschreed.»</p> + +<p>Toen de hertog van Alva in de Nederlanden kwam, +vertrok de Zwijger naar Duitschland, om vreemde +krijgsknechten aan te werven. De graven van Egmond +en Hoorn werden gevangen en den 10 September 1567 +gekerkerd. Hun proces duurde lang. Er bleek uit het +gerechtelijk onderzoek en uit de afgelegde getuigenissen, +dat beide edellieden het eens waren met de oproerige +Geuzen. <span class="smcap">De Bavay</span>, die de gansche rechtspleging liet +verschijnen, drukt zich uit als volgt: «Le comte +d'Egmont était coupable de rébellion et de lèse-majesté, +à cause des mauvais offices qu'il avait faits avec les +sectaires séditieux et rebelles à la sainte église; et pour +avoir en outre favorisé la ligue et abominable conjuration +du prince d'Orange et d'autres seigneurs.»</p> + +<p>Den 5 Juni 1568, op Sinksenavond, legden beide +graven het hoofd onder het mes van den beul.</p> + +<p>Als men te Zottegem de breede Neerstraat volgt, +ontwaart men, aan 't einde links, de overblijfselen van +Egmonds kasteel. Het biedt niets merkwaardigs aan.</p> + +<p>Zottegem is de geboorteplaats van den geneesheer +<span class="smcap">Laurens de Mets</span>. In 1639 liet hij eene <i>Zalige remedie +tegen de besmetting der pest</i> verschijnen.<!-- Page 79 --><span class='pagenum'><a name="Page_79" id="Page_79">[Pg 79]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XVIII" id="XVIII"></a>XVIII.</h2> + +<h2><a name="De_omstreken_van_Zottegem" id="De_omstreken_van_Zottegem"></a>De omstreken van Zottegem.</h2> + + +<p>In de nabijheid van Zottegem liggen verscheidene +dorpen, die zeker vroeg bewoond werden. Te Velzeke +heeft men eene menigte voorwerpen opgedolven, +welke tot het Romeinsch tijdvak behooren. Te Erwetegem +ontdekte men in eenen meersch ongeveer 1,600 +muntstukken uit het midden der XI<sup>e</sup> eeuw.</p> + +<p>Gedurende de middeleeuwen was het land van Zottegem +rijk aan burchten. De heeren van Leeuwergem, +Herzele en Steenhuize, zoowel als die van Hofstade en +Massemen, Kalken, Zomergem en Landegem, vochten +in 1302 op de vlakte van Groeninge tegen de verdrukkers +van Vlaanderen. De twee laatsten verloren +hun paard in den strijd.</p> + +<p>Reeds in de XIV<sup>e</sup> eeuw had het meer genoemde +Velzeke een klooster. In den nacht van den 20 Juli +1728 verslond het vuur niet alleen dit gesticht, maar +ook het hospitaal, de kapel, de school, de dorpskerk +en negen en twintig woonhuizen. Om voortaan van +dergelijke rampen bevrijd te blijven, deed men eene +jaarlijksche bedevaart naar Landskouter, bij Gent, +alwaar de heilige Agatha als patrones tegen den brand +vereerd wordt.</p> + +<p>Elene heeft verscheidene bronnen en vijf vijvertjes. +De kerk, herbouwd in 1858-1863, prijkt op de helling +eens heuvels.<!-- Page 80 --><span class='pagenum'><a name="Page_80" id="Page_80">[Pg 80]</a></span></p> + +<p>Elene stond vroegertijds onder het gezag der heeren +van Leeuwergem. Op de wijk <i>Nieuwwege</i> hield men +alle jaren, op den 9, 10 en 11 September, eene vrije +jaarmarkt, evenals in de groote steden. In 1457 verbood +de heer van Leeuwergem het «dobbelspel,» +het «caetspel» en andere baldadigheden.</p> + +<p>Hillegem ligt meer oostwaarts. Wilt gij weten, lezer, +wat men in den omtrek dier gemeente vertelt?</p> + +<p>Welige eiloofranken waren, in lang vervlogen tijden, +tegen de muren der kerk opgewassen. Zelfs bedekten +zij een gedeelte van den toren.</p> + +<p>De dorpelingen zagen zulks met leede oogen.</p> + +<p>Een hunner stelde voor, met eene katrol en sterke +koorden, eene koe op te hijschen. Deze zou de ondeugende +planten wel binnenspelen.</p> + +<p>Zoo gezegd, zoo gedaan. De koe werd opgetrokken, +maar de koord verworgde haar; en eer zij heel dood +was, stak zij hare groote tong uit.</p> + +<p>Al de bewoners van het dorp, mannen, vrouwen +en kinderen, waren toegesneld en riepen:</p> + +<p>Kijk, ze lekt al, ze lekt al!</p> + +<p>En sedertdien spreekt iedereen in de streek van... +de Hillegemsche lekkers.</p> + +<hr /> + +<p>Bij de spoorhalle van Zottegem bemerkt de reiziger, +op eenen kleinen afstand, eene zacht rijzende verhevenheid, +waarop eenige huizen. Daar is Grootenberge, +eene gemeente, die 1,050 zielen kan tellen.</p> + +<p>Verder schuilt St-Lievens-Essche; aan den anderen +kant liggen Godveerdegem en Erwetegem.</p> + +<p>St-Lievens-Essche is zeker eene der eerste plaatsen +van Vlaanderen, waar een kerkje oprees.</p> + +<p>De heilige Livinus was een Ierlander.</p> + +<p>Weinige jaren na St-Bavo's dood kwam hij te Gent<!-- Page 81 --><span class='pagenum'><a name="Page_81" id="Page_81">[Pg 81]</a></span> +toe, dikwijls predikend in het land van Aalst. Zoo verbleef +hij eenen zekeren tijd in het toenmalige Holthem. +Den 12 November 657 vond de groote apostel den +marteldood te Essche. Zijne leerlingen droegen zijn lijk +naar Holthem, waar zij het ter aarde bestelden. Het +plaatsje werd naderhand St-Lievens-Houtem geheeten.</p> + +<p>Essche kreeg den naam van St-Lievens-Essche. Hier +bouwde men een bedehuisje op de plek, waar de zendeling +zijn bloed had vergoten.</p> + +<p>Door het instellen van eene jaarlijksche bedevaart +uit Gent naar Houtem, nam de vereering des heiligen +op buitengewone wijze toe.</p> + +<p>St-Lievens-Essche ligt in een heuvelachtig gewest. +Men vindt er schoone huizen en, op het groote dorpsplein, +eene drenkplaats voor koeien en paarden.</p> + +<p>Godveerdegem is slechts anderhalven kilometer van +Zottegem verwijderd. Het heeft eene bevolking van 900 +zielen en eene oppervlakte van ruim 326 hectaren.</p> + +<p>Het dorpje bezit eene fraaie kruiskerk uit de XV<sup>e</sup> +eeuw, met eene achthoekigen toren.</p> + +<p>Eenige jaren vóor de Fransche omwenteling vond +men in het kleine Godveerdegem eene rederijkkamer: +<i>De kunstminnende liefhebbers</i>. In den zomer van 1784 +vertoonden zij het historisch stuk: <i>Keizer Karel VI</i>.</p> + +<p>Erwetegem is een schilderachtig dorp met meer dan +2,000 zielen. Aan het Kapelbosch borrelt eene bron, +die een beekje vormt. Zes andere vlieten besproeien +het grondgebied der gemeente.</p> + +<p>De hedendaagsche kerk van Erwetegem is uit de +tweede helft der XVIII<sup>e</sup> eeuw. <span class="smcap">Janssens</span>, van Nevele, +schilderde de muren van het koor. Verder bezit de +tempel eenen ijzeren kroonluchter, die zeer merkwaardig +is.</p> + +<p>De rederijkkamer: <i>Opgewekt door ijver</i>, speelde in +1787 te Tielt, in 1788 te Zottegem.<!-- Page 82 --><span class='pagenum'><a name="Page_82" id="Page_82">[Pg 82]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XIX" id="XIX"></a>XIX.</h2> + +<h2><a name="Geeraardsbergen" id="Geeraardsbergen"></a>Geeraardsbergen.</h2> + + +<p>Geraardsbergen — <i>Grammont</i> — is een lief steedje, +gelegen op de helling van den Ouden-berg. De +Dender verdeelt de plaats in eene boven- en eene +benedenstad. Het zicht op de bovenstad is waarlijk +schoon, prachtig.</p> + +<p>Geeraardsbergen ontstond in het jaar 1068, onder +de regeering van Boudewijn van Bergen, graaf van +Vlaanderen en Henegouw. De stad werd gesticht op +eenen vrijen grond, toebehoorende in Hunnegem aan +zekeren Geeraard, en mag beschouwd worden als eene +eerste allodiale bezitting der Vlaamsche vorsten.</p> + +<p>Misschien wilde Boudewijn, op de grenzen zijner +twee staten, een bolwerk opwerpen tegen den moedwil +zijner Waalsche onderdanen. Hoe het zij, Geeraardsbergen +was de eerste Vlaamsche gemeente, die eene +keure kreeg. Ziehier enkele bepalingen uit dit oude +wetboek:</p> + +<p>«Alwie in Geeraardsbergen erf koopt en zich aan +de stedelijke wet, volgens het oordeel der schepenen, +onderwerpt, wordt vrij, al was hij dat vroeger ook niet.</p> + +<p>»Elke burger van Geeraardsbergen heeft het recht +de stad te verlaten en zijne woonstede elders te kiezen, +mits hij geene schulden nalate.</p> + +<p>»Geen burger mag gedwongen worden tot het<!-- Page 83 --><span class='pagenum'><a name="Page_83" id="Page_83">[Pg 83]</a></span> +tweegevecht, noch tot het ondergaan van vuur- of +waterproef.</p> + +<p>»Wie geene erfgenamen heeft, mag zijne goederen, +zoo roerende als onroerende, vermaken aan de kerk +of aan den arme.</p> + +<p>»Een burger, die weigert zijne schulden te betalen, +zal, na uitspraak der schepenen, door 's graven hulp +en macht, daartoe gedwongen worden.</p> + +<p>»Wie een ander doodt of verminkt, zal, buiten +het geval van eigen verwering, hoofd voor hoofd, lid +voor lid geven.»</p> + +<p>Dank aan die keure, zegt D^r <span class="smcap">Moroy</span>, bezat het ontluikend +Geeraardsbergen op korten tijd de drie dingen, +die eigenlijk de stedelijke gemeente uitmaakten: eene +parochiekerk en een plaatselijk schependom, met +muren en vestingen.</p> + +<p>Deze waren bijzonder sterk aan den kant van Henegouw, +alwaar twee stevige torens, die nog gedeeltelijk +bestaan, de Pussemijpoort beheerschten en beschermden. +Men noemt ze den <i>Pijntoren</i> en den <i>Dierenkost</i>. +In de Pussemijstraat, derwaarts leidende, stond de +eerste <i>pusseme</i> of woekerbank, de eerste Lombard.</p> + +<p>Na de nederlaag der Vlamingen te Kassel, op den +20 Augustus 1328, werden onze vaderen streng gestraft. +Te Brugge en te Ieperen alleen koos men 1400 +gijzelaars. <span class="smcap">Willem de Deken</span>, oudburgemeester van +Brugge, stierf als martelaar den 15 December 1328. +Een andere Bruggeling duidde twee mannen van +Geeraardsbergen als medeplichtigen aan: <span class="smcap">Hendrik van +Kerreghem</span> en <span class="smcap">Jan Blondeel</span>. De genaamde <span class="smcap">Jan le +Clerc</span>, die in vroegere jaren te Geeraardsbergen een +openbaar ambt bekleedde, onderteekende zijne onderwerping +daags vóor St-Michielsdag in 1329. Hij beleed +misdaan te hebben «en ces derraines esmeutes.»</p> + +<p>Tijdens de regeering van Lodewijk van Male heersch<!-- Page 84 --><span class='pagenum'><a name="Page_84" id="Page_84">[Pg 84]</a></span>ten +er nogmaals groote onlusten in Vlaanderen: een +krijg tusschen de burgerij en den adel. De Witte +Kaproenen bezetteden in 1380 de vier Ambachten, +haalden Ieperen voor hunne zaak over en wonnen +bovendien Dendermonde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen.</p> + +<p>In de maand Maart van het volgende jaar werd de +worsteling met nieuwen drift hernomen. Vijf krijgsbenden +trokken uit Gent, zich richtende naar verschillende +gewesten, als wilden zij toonen, dat hunne +stad machtig genoeg was om over heel het graafschap +te heerschen. Die stoutmoedigheid had nochtans jammerlijke +gevolgen; want terwijl de eenen voordeel +haalden, werden de anderen deerlijk geslagen.</p> + +<p>Het was in die omstandigheden, dat de heer van +Edingen — <i>Enghien</i> — een neef van Vlaanderens +graaf, op Zondag 7 Juli 1381 heel Geeraardsbergen +verwoestte. De ingezetenen werden om hals gebracht, +de huizen en de openbare gebouwen door het vuur +verslonden.</p> + +<p>Philip de Stoute teekende den 18 December 1385 +een vredeverdrag, waarbij alle oude voorrechten en +vrijheden niet alleen aan Gent, maar ook aan Kortrijk, +Deinze, Rupelmonde, Hulst, Axel, Biervliet, Dendermonde, +Oudenaarde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen +werden weergegeven en bevestigd.</p> + +<p>Ook in 1485 en 1491 werd een groot gedeelte van +de stad verwoest.</p> + +<p>Na de plunderingen der Geuzen stonden er nog +honderd drie en zestig bewoonbare huizen recht.</p> + +<p>Geen wonder dan, dat Geeraardsbergen niet rijk is, +aan oude gebouwen.</p> + +<p>Zeer merkwaardig nochtans is de kerk van Hunnegem, +deels in Romaanschen, deels in Gothischen stijl +opgebouwd. Zij wordt gebruikt door Benedictijner<!-- Page 85 --><span class='pagenum'><a name="Page_85" id="Page_85">[Pg 85]</a></span> +nonnen, en werd gansch geschilderd door <span class="smcap">L. Bert-de +l'Arbre</span>, den geachten voorzitter van het Davids-Fonds +aldaar. Boven het altaar bewondert men de +vereering der H. Maagd; elders het leven van den +insteller der Benedictijnen of, zinnebeeldig, de alledaagsche +bezigheden der nonnen: het gebed, het +onderwijs en de arbeid.</p> + +<p>Op de Markt staat de kerk van Sint-Bartholomeüs, +een Gothisch gedenkstuk uit de laatste jaren der XVe +eeuw. De predikstoel is een schoon gewrocht, gesneden +door <span class="smcap">Deville</span>. Onlangs heeft <span class="smcap">M. Bert</span> den tempel +prachtig versierd. De edelmoedige kunstenaar schilderde +eigenhandig, ter eere Gods, het koor en de +beuken in 1896.</p> + +<p>Den 16 Juli 1515 bracht men, uit «de prochie van +sente Martenslierde, zekere reliquiën van den heylighen +Bertolomeux, om die in de prochiekercke» van Geeraardsbergen +te stellen, te verheffen en te eeren. De +kas, waarin men die kostbare overblijfselen bewaart, +is een zilveren juweel van groote waarde.</p> + +<p>Vóor de Fransche omwenteling bezat Geeraardsbergen +eene vermaarde abdij, toegewijd aan St-Adriaan. +Zij dagteekende van het jaar 1081 en stond tusschen +de Bergpoort en de poort van Boelare. De monniken +besteedden hunnen tijd aan het gebed, aan den arbeid +en aan de studie. De kerk was groot en schoon, versierd +met prachtige sieraden. In 1519 bezat zij «een +stic van den heleghen Cruce, een doren van de dorne +croone, een sandael van die heleghe moeder Anna en +eenen brief van sent Joannes den Evangelist,» benevens +eene menigte overblijfselen van heilige mannen +en vrouwen. <span class="smcap">J. van Coppenolle</span>, prelaat en abt van +het klooster, teekende deze bijzonderheden in eene +korte «verclaeringhe» aan.</p> + +<p>Een pand der abdij is gespaard gebleven.<!-- Page 86 --><span class='pagenum'><a name="Page_86" id="Page_86">[Pg 86]</a></span></p> + +<p>Het gasthuis is almede zeer oud. Een steen, in den +gevel gemetseld, draagt althans het volgende opschrift: +«Aen siecken ende weesen hebben zy hunne erve uytgedeeld. +Johanna, gravinne van Vlaenderen (1243); — Meester +Sechere, pbr., en Claus Cheylinc (1244); — Symoen +de Ruwe (1304); — Jan van Culsbrouc +ende Geert syn broedere (1406)...»</p> + +<p>Meer dan ééne nijverheid heeft Geeraardsbergen +verlaten. Nog in de XVI<sup>e</sup> eeuw telde de stad tapijtwevers, +lakenwevers, volders, droogscheerders en +linnenwevers. Hun gildehuis stond op den hoek, gevormd +door de Begijnhofstraat en de huidige Wijngaardstraat.</p> + +<p>Later bloeide de nijverheid der zwarte kanten.</p> + +<p>Hedendaags heeft Geeraardsbergen groote werkhuizen, +waar men sigaren en zwavelstokjes vervaardigt.</p> + +<p>Geeraardsbergen schonk het leven aan <span class="smcap">Gabriël de +Grupello</span>, beeldhouwer, van wien men verdienstelijke +werken aantreft in België en in Duitschland; — aan +<span class="smcap">Jan Hauchin</span>, aartsbisschop van Mechelen in de tweede +helft der XVI<sup>e</sup> eeuw; — aan <span class="smcap">J. Schollaert</span>, dichter, +begraven in de St-Bartholomeüskerk, vóor het altaar +van St-Elooi; — aan <span class="smcap">Frans Rens</span> en D^r <span class="smcap">R. Moroy</span>.</p> + +<p>Rens (1805-1874) beoefende met voorliefde de +ballade, en leverde in dit vak eenige merkwaardige +stukken. Wie de herleving der Vlaamsche letteren na +1830 wil nagaan, doorbladere 's mans letterkundig +<i>Jaarboekje</i>; wie de geschiedenis der Vlaamsche beweging +wil kennen, raadplege zijne <i>Eendracht</i>.</p> + +<p>D^r Moroy, overleden te Moorsel, schreef <i>J. David's +leven</i> en belangrijke bijdragen in het <i>Belfort</i>. Voor dit +werk leverde hij ons bereidwillig eene menigte aanteekeningen. +De begaafde man stierf in 1898.<!-- Page 87 --><span class='pagenum'><a name="Page_87" id="Page_87">[Pg 87]</a></span></p> + +<p>De stad Geeraardsbergen bezit verscheidene volksscholen +voor jongens en meisjes; eene muziekschool; +eene nijverheidschool; eene kostschool, gehouden door +Josephieten in het voormalige klooster der Karmelieten; +een bisschoppelijk college, in het oude klooster +der Miniemen.</p> + +<p>Twee genootschappen beoefenen de tooneelkunde. +Het St-Pietersgilde bloeide reeds in de XV<sup>e</sup> eeuw. Ten +jare 1424 reden «de ghesellen, ghewapent en te peerde, +by goeden adviese vóor het heleghe Sacrament in den +ommeganc van der processie.» Na den middag «speelden +sy up de maerct een spel van batailgen.»</p> + +<p>Het grondgebied der stad meet 191 hectaren. Hare +bevolking is tot ongeveer 10,400 zielen gestegen.</p> + +<p>De Groote Markt ligt 33 meters boven den spiegel +der zee. Weinige minuten verder rijst, breed en majestatisch, +de Oude Berg, wiens hoogste punt, achter de +kapel, 113 meters bereikt.<!-- Page 88 --><span class='pagenum'><a name="Page_88" id="Page_88">[Pg 88]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XX" id="XX"></a>XX.</h2> + +<h2><a name="Op_den_Ouden_berg" id="Op_den_Ouden_berg"></a>Op den Ouden berg.</h2> + + +<p>Het is omtrent drie ure namiddag en warm, helder +weer.</p> + +<p>Wij verlaten de Markt en beklimmen den Ouden +Berg langs eenen smallen, steilen weg, beleid met +scherpe steenen.</p> + +<p>Bijna op de kruin vinden wij eene groote, fraaie +herberg, niet te onrecht <i>het Hemelrijk</i> geheeten. Hier +zullen wij toeven en nog eens onze oogen verzadigen.</p> + +<p>Vóor ons blikken wij over heel de stad, over daken +en schouwen, over meerschen en velden, verscheidene +mijlen ver.</p> + +<p>Stroom op, ten Zuiden van Geeraardsbergen, ligt +de kleine Gaver, palende aan de korte Lake. In den +winter, als de Dender overstroomt en de aanhoudende +vorst het water tot ijs verstijft, ziet men daar honderden +schaatsenrijders weg- en wedersnellen. Nu +grazen er menigvuldige bonte koeien.</p> + +<p>Stroom af, beneden de stad, vindt men de groote +Gaver op het grondgebied van Onkerzele. Daar speelde +men den 29 Mei 1815 als een voorspel van den bloedigen +slag van Waterloo.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 525px;"> +<img src="images/image03.jpg" width="525" height="353" alt="Zicht op Geeraardsbergen." title="" /> +<span class="caption">Zicht op Geeraardsbergen.</span> +</div> + +<p>De lucht was helder, zooals nu, en de zon wierp +heure gouden stralen over het groene grastapijt. Twintig +duizend ruiters daagden op, en ontwikkelden hunne +gelederen voor het oog van zes en dertig veldoversten.<!-- Page 89 --><!-- Page 88p --><span class='pagenum'><a name="Page_88p" id="Page_88p">[Pg 88p]</a></span> +Daar waren immers Wellington, Blucher, von Bulow, +lord Howard, de hertog van Berry, de prins van Oranje +en andere helden.</p> + +<p>De legende heeft er bijgevoegd, dat Napoleon-Bonaparte, +in koopman verkleed, op den dorpel van de +afspanning <i>de Warmoesput</i>, het grootsche schouwspel +met zijne blikken volgde.</p> + +<p>Ten Oosten van de stad daagt een overschot van +het oude Raspaillenwoud. Daar gaan de kinderen in +den zomer «kozijnen» of blauwe kraakbeziën en +«rambanzen» of braambessen plukken; — daar bezong +de Gentenaar <span class="smcap">Daniël Heinsius</span> (1580-1655) de +mild spruitende bron; — daar verschansten zich, in +de tweede helft der XIV<sup>e</sup> eeuw, de laatste Witte +Kaproenen, «les pourcelets de la Raspaille,» zooals +<span class="smcap">Froissart</span> ze noemt; — daar verborg later de beruchte +Jan de Lichte zijnen buit.</p> + +<p>Het woord <i>raspaille</i> zal wel hetzelfde zijn als <i>respeel</i>, +door <span class="smcap">Kiliaan</span> opgegeven in den zin van deugniet, fielt, +boef, guit, schelm, schurk. <span class="smcap">Nicolaas Despars</span>, van +Brugge, gewaagt in zijne kroniek van «eeneghe quade +ende rouckelooze raspaylgiën.» Zoodat het Raspaillenwoud +eene schuilplaats zal geweest zijn voor al het +janhagel uit Brabant, Henegouw en Vlaanderen.</p> + +<p>Maar... het is tijd, dat wij eens rondkijken!</p> + +<p>Wij onderscheiden Deftinge, Parike en Goeferdinge +in de nabijheid; Neder- en Opbrakel in het dal der +Zwalm; Lessen in het Henegouwsche. Aan den gezichteinder, +boven Goeferdinge, blauwen de wouden van +Vloesberge en Brakel, met het bosch te Rijst. De +Molenbeek kronkelt door de delling, vloeiende langs +Smeerebbe naar den Dender.</p> + +<p>Achter «het Hemelrijk» stijgt de berg nog eenige +meters.<!-- Page 90 --><span class='pagenum'><a name="Page_90" id="Page_90">[Pg 90]</a></span></p> + +<p>Hier treffen wij een groot kruisbeeld aan, beschaduwd +door drie donkergroene mastboomen. Men zou +haast zeggen, dat zij treuren...</p> + +<p>Verder staat een groot beeld van de Moeder der +smarten — een gewrocht van <span class="smcap">G. de Grupello</span>. Wij +lezen op het voetstuk: «Ick groete u, herte van Maria, +Moeder van Jesus, doorsteken met het sweert der +droefheden; wees my, ermen zondaer genaedich, nu +ende in de ure van myne dood!»</p> + +<p>Op het hoogste van den berg rijst eene lieve kapel, +toegewijd aan de Troosteres der bedrukten. Oorkonden +uit de XIII<sup>e</sup> eeuw maken er reeds gewag van.</p> + +<p>Deze kapel bestaat uit twee deelen, gescheiden door +eene traliedeur: een portaal, waar de bedevaarders +knielen, en een achthoekig koor, lief geschilderd en +versierd. Het licht dringt door een koepeltje binnen.</p> + +<p>Bezijden de kapel, doch veel lager, is een vijvertje, +altijd goed voorzien van water, en eene arduinen zuil +van eenige meters hoogte: het tafeltje van den berg.</p> + +<p>Aan deze zijde is het landschap even schoon. Wij +zoeken Hemelveerdegem, ten Oosten van Nederbrakel; +Schendelbeke en Idegem, twee dorpen op den Dender; +Grimmingen, Onkerzele, Moerbeke en Viane, aan den +kant van Brabant. Verder steken de torenspitsen van +eenige Henegouwsche en Brabantsche gemeenten slank +in de wasemige lucht. In het geheel onderscheiden wij +de witte gevels van drie steden en de torentjes van +een twintigtal dorpskerken.</p> + +<p>In het <i>Jaarboekje</i> van Rens, voor 1851, lazen wij +eens een dichtstukje van <span class="smcap">Frans de Beck</span>, dat ons +gedeeltelijk te binnen schiet...</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Hoe lustig zien wij ginds de wijde Dendermeerschen<br /></span> +<span class="i0">Bezet met welig horenvee!<br /></span> +<span class="i0">Hoe lieflijk de rivier langs wei en velden kronkelen,<br /></span> +<span class="i0">Hoe pronkt in 't veld de rijpende oogst!<!-- Page 91 --><span class='pagenum'><a name="Page_91" id="Page_91">[Pg 91]</a></span><br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Het oog reikt uren ver. Daar rijzen vriendensteden<br /></span> +<span class="i0">Aan noord- en oost- en zuiderkim;<br /></span> +<span class="i0">Hier, van den Vlaamschen grond, blikt men in Henegouwe,<br /></span> +<span class="i0">En ziet men Lessen aan zijn voet.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Ik staar, geniet, gevoel... Wat is die berg toch heerlijk!<br /></span> +<span class="i0">Hoe spreidt de stad zich vóor mij uit!<br /></span> +<span class="i0">Daar rijzen, boven haar, de torens van haar kerken;<br /></span> +<span class="i0">En 't lang bekende klokgelui<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Bromt in mijn oor. De markt, waar 'k in mijn kindsheid speelde,<br /></span> +<span class="i0">Praalt daar, vooraan, met keurgen bouw;<br /></span> +<span class="i0">De school, waar mijne jeugd aan wetenschap zich voedde,<br /></span> +<span class="i0">Rijst ginder in 't verschiet... En hier,<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Ten top des Ouden bergs, het heilig kruis, het teeken<br /></span> +<span class="i0">Van 's menschen redding, in welks schaûw,<br /></span> +<span class="i0">Na stillen bedegang, de menigt neer komt knielen<br /></span> +<span class="i0">In tijd, der godsvrucht toegedacht.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Hier de kapel, waar ik mijn vreugde, leed en kommer<br /></span> +<span class="i0">Tot Godes Moeder spreken kwam;<br /></span> +<span class="i0">Waar rijke gift getuigt van dankbaarheid der rijken,<br /></span> +<span class="i0">En de arme zijne krukken liet.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Kapel, in uw beluik wil ik nog telkens bidden:<br /></span> +<span class="i0">«o Moeder Gods, zij steeds mijn troost!<br /></span> +<span class="i0">'k Vergeet u nooit! Zoo volge uw machtige bescherming<br /></span> +<span class="i0">Mij op mijn gansche levensbaan!»<br /></span> +<!-- Page 92 --><span class='pagenum'><a name="Page_92" id="Page_92">[Pg 92]</a></span></div></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXI" id="XXI"></a>XXI.</h2> + +<h2><a name="Eene_Geeraardsbergsche_sage" id="Eene_Geeraardsbergsche_sage"></a>Eene Geeraardsbergsche sage.</h2> + + +<p>Met zekeren hoogmoed spreekt de bevolking van +Geeraardsbergen over de historische sagen en +jaarlijksche feesten, welke aan de stad eigen zijn.</p> + +<p>Zoo is het feest, dat op den eersten Zondag van den +Vasten gevierd wordt, zeker der melding waard.</p> + +<p>Geheele hoopen volk komen na den middag de stad +binnen en wachten op de Groote Markt de burgerlijke +en de geestelijke overheden af.</p> + +<p>Daar slaat het twee ure. De beiaard speelt, de klokken +luiden, de hoorn schalt, de trommel roffelt.</p> + +<p>De gemeenteraad, de geestelijkheid en andere voorname +ingezetenen verlaten het stadhuis, met speellieden +voorop, die hunne blijde tonen in de huiverige +lucht werpen.</p> + +<p>Langzaam volgt de stoet de steile Abdijstraat.</p> + +<p>Bakkers en winkeliers dragen manden vol krakelingen, +koeken en haringen mede.</p> + +<p>De menigte groeit gedurig aan; en zij, die het eerst +op den berg geraken, hebben zorg eene plaats te kiezen +in de kapel, waar de Eerw. Heer Deken de litanie van +O.-L.-Vrouw zal lezen, zoodra de overheden het toppunt +bereiken.</p> + +<p>Dit gedaan zijnde, scharen zich de bijzonderen rondom +de arduinen zuil achter de kapel.<!-- Page 93 --><span class='pagenum'><a name="Page_93" id="Page_93">[Pg 93]</a></span></p> + +<p>Nu biedt men, in eenen historischen, zilveren +beker, den eerewijn aan, waarin een klein levend +vischje zwemt.</p> + +<p>De deken, de burgemeester, de wethouders — ieder +drinkt, naar aartsvaderlijk gebruik, een klein teugje. +Wie het vischje binnenslokt, weet men zelden of nooit.</p> + +<p>Eindelijk gaat men over tot het werpen van koeken, +krakelingen en haringen onder de wachtende menigte.</p> + +<p>Welk een gewoel en gekrioel!</p> + +<p>De eene loopt rechts, de andere links; deze roept +in het Vlaamsch, gene juicht in het Waalsch. De +mannen vechten, de vrouwen kijven, de knapen vliegen +elkander in het haar. Sommigen rollen den berg af, +anderen komen in den kouden vijver te recht; en de +bedaarde aanschouwer lacht schokkend om al die +zonderlinge tooneelen.</p> + +<p>'s Avonds om zeven ure, als iedereen vertrokken is, +ontsteekt men op het toppunt des bergs, bij het beeld +van O.-L.-Vrouw, een tonneken, gevuld met pek. Om +deze reden noemt men te Geeraardsbergen den vastenavond +«het feest van Tonnekenbrand.»</p> + +<p>In de omliggende dorpen voert men dien avond +brandende bundels stroo rond, gewis om het vuur van +Geraardsbergen op zijn middeleeuwsch te beantwoorden.</p> + +<hr /> + +<p>Men beweert, dat dit feest gevierd wordt ter herinnering +aan een ontzet der stad.</p> + +<p>De belegeraars — Walter van Edingen en zijne +wapenlieden — beletteden reeds eenen geruimen tijd +allen invoer van levensmiddelen, ten einde den hongersnood +binnen de muren te brengen.</p> + +<p>Dagen kwamen en verstreken.</p> + +<p>De voorraad verminderde, de ellende naderde...<!-- Page 94 --><span class='pagenum'><a name="Page_94" id="Page_94">[Pg 94]</a></span></p> + +<p>Toch gaven de belegerden den moed niet op.</p> + +<p>Zij hoopten op hoogeren bijstand, en wendden zich +vol betrouwen tot O.-L.-Vrouw van den Ouden berg, +vereerd als Hulp der christenen.</p> + +<p>Hun gebed was niet vruchteloos.</p> + +<p>De hopman riep zijne strijdmakkers samen.</p> + +<p>«Mannen,» zegde hij hun, «onze toestand vraagt +een kloek besluit. Indien wij slag leveren, moeten wij +voor de overmacht onzer vijanden bukken; indien wij +werkeloos blijven, zal de honger ons allen, met onze +vrouwen en kinderen, wegmaaien...</p> + +<p>»Laat ons dan den vijand verschalken! En valt ons +pogen kwalijk uit, zoo nemen wij kloekmoedig de +wapens op, en verdedigen onze vaderstad tot den +laatsten ademtocht!</p> + +<p>»Bakt broodjes van het meel, dat gij nog bezit, en +vangt in den Dender zooveel visschen, als gij kunt. +Morgen vroeg zult gij alles op de verschansingen +brengen; en op een gegeven teeken werpen wij heel +den voorraad naar het hoofd der belegeraars...»</p> + +<p>Zoo gezegd, zoo gedaan.</p> + +<p>Des anderendaags, bij het kiemen van den morgen, +snelde jong en oud naar de vestingen.</p> + +<p>In den beginne keken de vreemden verbaasd op; +maar toen zij, als bij tooverslag, met broodjes en +visschen begroet werden, verloren zij den kop.</p> + +<p>«Wat baat het,» riep de lichtzinnige Walter uit, +«dat wij Geeraardsbergen belegeren? God weet, voor +hoeveel weken die mannen nog mondkost hebben!» — «Wij +zijn het wachten moede,» zegden de anderen, +«laat ons den aftocht blazen!»</p> + +<p>Dit gebeurde.</p> + +<p>Die van Geeraardsbergen lachten niet weinig in +hunne vuist, toen zij den vijand zagen wegdruipen.</p> + +<p>Zij vierden heel den dag het onverhoopt ontzet<!-- Page 95 --><span class='pagenum'><a name="Page_95" id="Page_95">[Pg 95]</a></span> +hunner stad en ontstaken, bij het vallen van den avond, +een groot vreugdevuur op de kruin des bergs.</p> + +<p>Het ontsteken van vreugdevuren was in vroegere +eeuwen een algemeen gebruik in Vlaanderen. Te Brugge +«maecte men een scoon vier,» toen «onse princesse» +in 1481 «te Bruessele gheleghen was.» Te Kortrijk +«maecten de pinders een vier voort scepenhuus, toen +mevrouwe de princesse van Castille inne quam.»</p> + +<p>Wij kennen geene enkele oorkonde, pleitende voor +de echtheid der Geeraardsbergsche sage; doch wij +weten ten stelligste, dat de oorsprong van het feest +zeer hoog opklimt.</p> + +<p>De stadsrekeningen over 1398 en volgende jaren +spreken reeds van «het barnen van een wynvat naer +ouder coustume.»</p> + +<p>Na de plechtigheid zetten zich «de edele heeren +borgemeester ende schepenen» vroeger aan de feesttafel. +Den 23 Februari 1744 aten en dronken zij voor +meer dan 119 gulden. De rekening, in het archief +bewaard, spreekt van «witten wyn en Bourgogne-wyn, +van snoeken, carpels, aberdaen en salm, van craeckamandels, +castaignen, sitroenen, salaey, porseleyn, +rosynen, prignolen en craekelingen.<!-- Page 96 -->»</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXII" id="XXII"></a>XXII.</h2> + +<h2><a name="De_omstreken_van_Geeraardsbergen" id="De_omstreken_van_Geeraardsbergen"></a>De omstreken van Geeraardsbergen.</h2> + + +<p>Vijf en veertig gemeenten, in den omtrek van +Geeraardsbergen gelegen, maakten oudtijds deel +van Vlaanderen onder het Rijk.</p> + +<p>Boelare — thans gescheiden in Neder- en Over-Boelare — was +eeuwen lang de zetel van eene aanzienlijke +baronij. Deze telde twaalf dorpen.</p> + +<p>De burcht stond te Neder-Boelare, langs den Dender.</p> + +<p>Als eigenaars noemt men: Steven van Boelare, die +Robrecht van Jeruzalem naar Palestina vergezelde; — Nicolaas +van Boelare, gehuwd met Ida van Rœulx, +eene nicht van Boudewijn den Moedige; — de heeren +van Liedekerke en van Reingaardsvliet; — Philip-Willem +van Nassau, prins van Oranje; — Frans de +Cassina, echtgenoot van Robertina de Nouailles.</p> + +<p>De heeren van Boelare, evenals die van Pamele, +van Eine en van Cisoing, voerden den titel van «Beer,» +de hoogste onderscheiding, welke de graaf van Vlaanderen +kon toekennen.</p> + +<p>Op het grondgebied van Over-Boelare heeft men +verschillende voorwerpen opgedolven, voortkomende +van eene Frankische begraafplaats.</p> + +<p>Boelare bezat reeds eene kerk in 1070. Het koor +van den hedendaagschen tempel schijnt zeer oud te +zijn. Men vindt er eene kleine schilderij, die het pen<!-- Page 97 --><span class='pagenum'><a name="Page_97" id="Page_97">[Pg 97]</a></span>seel +van eenen meester verraadt: twee lieve kinderkens, +een lam, de heilige moeder Anna en O. L. Vrouw. +Een meesterstukje, zegt men, van den Antwerpschen +kunstenaar <span class="smcap">G. de Craeyer</span>.</p> + +<p>In 1525 trokken de rederijkers «van den lande van +Boelaer» te paard naar Geeraardsbergen, «om den +paeyse te vieren.» Dat zij talrijk waren, is meer dan +waarschijnlijk. De stad begiftigde hen trouwens «met +twee tonnen bier.»</p> + +<p>Sarlardinge, op de zuidelijke grens van Oost-Vlaanderen, +heet <i>Zaarlinge</i> in den mond des volks.</p> + +<p>Vele ingezetenen van Sarlardinge arbeiden in de +steengroeven van Lessen.</p> + +<p>Op den 31 December loopen de behoeftige lieden +naar de huizen der welstellende menschen, roepende:</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Koekebak, koekebak,<br /></span> +<span class="i0">Steekt een brood in mijnen zak!<br /></span> +</div></div> + +<p>Dit duurt den ganschen dag, want er zijn twee, +drie dorpen te bezoeken. Tegen den avond wacht hen +de koffietafel.</p> + +<p>Niet verre van Sarlardinge, doch in Henegouw, ligt +Everbeke — Everbecq — dat voorheen eene Vlaamsch-sprekende +bevolking had. Wie zulks betwijfelt, vrage +maar eens in het dorp naar het <i>Hoogbosch</i> of het +<i>Hemelrijk</i>.</p> + +<p>Goeferdinge, met zijne heuvelen en valleien, is een +schilderachtig plaatsje. De kerk, staande op de helling +eener hoogte, dagteekent uit de tweede helft der XVIII<sup>e</sup> +eeuw. Boven de deur kapte men het jaartal 1776.</p> + +<p>Goeferdinge heeft geene groote hofsteden; doch men +verzekerde ons, dat schier al de ingezetenen een eigen +huis bezitten. Zulks bewijst, dat zij de orde en de +spaarzaamheid liefhebben.<!-- Page 98 --><span class='pagenum'><a name="Page_98" id="Page_98">[Pg 98]</a></span></p> + +<p>Benoorden Geeraardsbergen ligt Schendelbeke, met +eene uitgestrektheid van ongeveer 590 hectaren. De +bodem, die zeer vruchtbaar en heuvelachtig is, bestaat +hoofdzakelijk uit klei.</p> + +<p>Schendelbeke mag op eene hooge oudheid bogen. +In 1850 heeft men er eene geslepen steenen bijl opgedolven.</p> + +<p>Het volk van Schendelbeke spreekt van den Godsberg, +van den Rooden Driesch, van den Langen +meersch en het Jonkheerenveld. Op den Rooden Driesch +bouwde men in 1328 een klooster voor Karthuizers, +dank aan de milddadigheid van Jan Geylinc, heer des +dorps. De Godsberg, die nu een veld is, schijnt behuisd +te zijn geweest.</p> + +<p>Het slot van Schendelbeke stond weleer niet verre +van het kasteel van Boelare. Het werd geslecht in 1458; +doch overblijfselen van middeleeuwsche muren, in +eene moerassige weide verborgen, spreken tot den +reiziger van vroeger wel en wee.</p> + +<p>De parochiale kerk, toegewijd aan St. Amand, werd +onlangs hersteld. Het hoogaltaar is herkomstig uit de +voormalige abdij van Geeraardsbergen.</p> + +<p>Bij Idegem kronkelt de Dender het Oosten in, naar +Grimmingen. Noordwaarts, over Zandbergen, ligt Pollare, +eene zeer oude gemeente, waar men Romeinsche +steenen en pannen, stukken van vaatwerk en bronzen +lanspunten heeft opgedolven.</p> + +<p>Pollare heeft eenen «Nekkersput» en eenen «Steenberg.» +Eene oorkonde van 1596 noemt ook een +«Hazelaarbosch,» waar de tooveressen der streek +met den duivel omgingen.</p> + +<p>Tusschen Grimmingen en Geeraardsbergen praalt +Onkerzele, een allerliefste plaatsje, met eene bevolking +van ongeveer 1,700 zielen.</p> + +<p>De kerk prijkt op eenen heuvel. De huizen staan in<!-- Page 99 --><span class='pagenum'><a name="Page_99" id="Page_99">[Pg 99]</a></span> +de diepte, en vormen eenen halven cirkel rondom +den tempel.</p> + +<p>Deze werd in 1845 herbouwd. Hij bezit eenen lessenaar, +die zeker in de eerste helft der XIV<sup>e</sup> eeuw werd +vervaardigd. Het ijzeren blad vertoont een lammeken, +klaverbladeren en druiven, benevens een Gothisch +opschrift.</p> + +<p>Achter de kerk aanschouwt de wandelaar een heerlijk +panorama: de uitgestrekte Dendermeerschen; de +torens van Schendelbeke, Op-Hasselt, Idegem, Grimmingen, +Pollare, Appelterre, Zandbergen en Ninove; +het kasteel van Neder-Boelare; eene menigte hofsteden +en molens. Elders daagt het donkere Raspaillenbosch. +Naderbij, tusschen twee heuvelen, die met boomen en +struiken bewassen zijn, daalt de weg naar den Dender. +Voor schilders en dichters is Onkerzele een Eden.</p> + +<p>Een gehucht der gemeente heet Atenbeke. Daar +vindt de wandelaar eenen reusachtigen eik: de <i>Jonkvrouw</i>. +Door zijnen weligen groei, door zijne ongewone +hoogte en dikte, door zijne regelmatige kruin en zijne +krachtige takken wekt deze boom de bewondering van +landzaten en vreemden. De stam is van onder tot boven +gaaf en gezond. Op eene hoogte van twee meters boven +den grond heeft hij nog eenen omtrek van nagenoeg +vijf meters.</p> + +<p>Men wil, dat de «Jonkvrouw» ten minste vijf +eeuwen oud zij. Hoort gij niet, dat het loover, door +den avondwind bewogen, oude sagen fluistert? Dat het +spreekt van vreugde en lijden, van vele beproevingen +en oploopen, van vervlogen roem en grootheid?</p> + +<hr /> + +<p>Wij kennen reeds den oorlog, dien Philip de Goede +te voeren had tegen de overmoedige Gentenaars. De +Groententers bemachtigden het slot van Schendelbeke.<!-- Page 100 --><span class='pagenum'><a name="Page_100" id="Page_100">[Pg 100]</a></span> +Van daar trokken zij naar Geeraardsbergen, dat zij +plunderden; naar Akeren en Lessen, stekende het vuur +aan menige hoeven en kasteelen.</p> + +<p>Zoodra nu de hertog een leger verzameld had, besloot +hij zich meester te maken van al de burchten, +door zijne vijanden bezet. In de maand Juni 1453 +beschoot hij het kasteeel van Schendelbeke, dat hij na +weinige dagen veroverde. Al de belhamers werden aan +boomen opgehangen.</p> + +<p>Omtrent denzelfden tijd brandde Parike grootendeels +af. Het slot van Poeke ging op zijne beurt na negen +dagen wederstands over.</p> + +<p>In den zomer van 1765 machtigde de regeering een +vennootschap om «houillie-aeders» te zoeken binnen +de rechtsgebieden van Ninove, Leeuwergem, Gaver, +Oudenaarde, Brakel, Over-Boelare, Viane, Windeke +en andere omliggende plaatsen. De vergunning meldt, +dat men tot dan toe geene diergelijke werken in Vlaanderen +ondernomen had.</p> + +<p>Den 25 October 1798 vielen de boeren van Moerbeke, +Viane en eenige andere dorpen, gewapend met +zeisens, vorken en vlegels, in Geeraardsbergen. Zij +weken terug, zonder groote schade aan te richten; +doch kwamen 's anderendaags weer, kapten nu den +vrijheidsboom af en plunderden den tempel der wet.</p> + +<p>De aanleider was uit het Kortrijksche. Hij droeg +eenen hoed met zwarte pluimen.</p> + +<p>Geeraardsbergen was eene der weinige steden geweest, +die in 1794 de Franschen welwillend ontvingen. +Zelfs hadden de wethouders, als goede sullen, een +deel van hunne bezoldiging afgestaan, om dansfeesten +en dranken te bekostigen ter eere van hunne vreemde +meesters. Ondanks dit alles beschuldigde men thans<!-- Page 101 --><span class='pagenum'><a name="Page_101" id="Page_101">[Pg 101]</a></span> +de bevolking van dubbelhartigheid, van medeplichtigheid. +«De stad,» dus schreef de beruchte Beguinot, +«is aangewezen geworden om de eerste gelegenheid +tot opstand waar te nemen. De openbare overheden +zijn niet meer in veiligheid; zij worden zelfs langs de +straat beleedigd...»</p> + +<p>Het magistraat wendde voor, dat geen enkele ingezetene +aan den opstand der Boeren had deelgenomen. +Dit belette niet, dat men de stad veroordeelde tot het +betalen van eene schadeloosstelling van 2,057.41 fr.</p> + +<p>O die lieve, broederlijke Franschen!</p> + +<hr /> + +<p>Bewesten Geeraardsbergen liggen Neder-Brakel, Op-Brakel +en Schoorisse.</p> + +<p>Neder-Brakel, met meer dan 4,200 inwoners, wordt +besproeid door de Zwalme, en gelijkt door zijne netheid +aan een steedje. Het is de geboorteplaats van den +novellenschrijver <span class="smcap">E. Meganck</span>.</p> + +<p>Te Op-Brakel stond de wieg van den wijd en zijd +gekenden liedjeszanger <span class="smcap">Jozef Sadones</span>. De man was +geboren den 6 December 1755 en stierf te Geeraardsbergen +den 19 October 1816.</p> + +<p>Het schijnt, dat de Geuzen aan deze kanten nog al +talrijk waren in de XVI<sup>e</sup> eeuw. De gebroeders <span class="smcap">van +Campene</span> teekenden althans aan, «dat die van Bracle, +Neerbracle en daer omtrent» naar Geeraardsbergen +togen, om verder «het klooster van Beauprees» te +plunderen, en dat zij overal den landman «veel +molest deden.»</p> + +<p>Op zekeren dag, in de maand Augustus 1566, ontmoette +de heer van Bakerzele, niet heel verre van +Geeraardsbergen, eene bende van die roovers. Twaalf +hunner werden neergeveld, vijftig anderen gevangen +genomen en naderhand gekastijd.<!-- Page 102 --><span class='pagenum'><a name="Page_102" id="Page_102">[Pg 102]</a></span></p> + +<p>Wij komen te Schoorisse — Escornaiz — eene gemeente, +die nagenoeg 2,500 zielen telt.</p> + +<p>Schoorisse ligt, evenals Marke, in eene bekoorlijke +vallei, in de verte begrensd door de wouden van Op-Brakel, +Vloesbergen en den Muziekberg. Westwaarts +steekt de toren van Nukerke in de lucht.</p> + +<p>De vroegere baronij van Schoorisse bestond uit +zeven gemeenten. Zij behoorde in den loop der tijden +aan de edele geslachten van Schoorisse, van Gaver, +van Lalaing, van Berlaimont en van Egmont toe.</p> + +<p>In de parochiale kerk vindt de reiziger eenen grafsteen +met de namen van Arnold van Gaver, heer van +Schoorisse, en zijne echtgenoote Izabella van Gistel. +Jan van Luxemburg, een andere heer des dorps, +stichtte er een jaargetijde.</p> + +<p>Het slot verhief zijne torens bezuiden de kerk, langs +den steenweg.<!-- Page 103 --><span class='pagenum'><a name="Page_103" id="Page_103">[Pg 103]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXIII" id="XXIII"></a>XXIII.</h2> + +<h2><a name="Ronse" id="Ronse"></a>Ronse.</h2> + + +<p>Ronse — Renaix — ligt in de Zuid-Westelijken +hoek van Oost-Vlaanderen, in het schilderachtigste +deel van gansch de provincie. De stad heeft eene +uitgestrektheid van 3,173 hectaren, deels bebouwd, +deels onbebouwd.</p> + +<p>In de laagten is de grond kleiachtig en zeer vruchtbaar; +op de heuvelen is hij overal steen- en ijzerachtig.</p> + +<p>De landbouwers winnen dan ook alle soorten van +graangewassen, van oliegevende en weefbare planten. +Verder teelt men er tabak, moeskruiden en uitmuntend +fruit. Allerhande boomen vertoonen eenen weelderigen +groei.</p> + +<p>Er is geen gebrek aan bewijzen, die voor eene hooge +oudheid van Ronse, als bewoonde plaats, pleiten.</p> + +<p>De heer <span class="smcap">Joly</span> vond er bijlen, hamers, messen en +andere voorwerpen, behoorende tot het Keltisch tijdperk, +vóor den inval der Romeinen. Den 8 Juli 1868 +ontdekte men in den kelder van het huis der familie van +Butsele-Deneufbourg, op den Bergplas, eene Romeinsche +lijkbus, hebbende eenen omtrek van 35 centimeters. +Elders legde men Romeinsche schrijfstiften, +wapens en bouwstoffen bloot.</p> + +<p>In de eerste helft der VII<sup>e</sup> eeuw kwam Sint Amand,<!-- Page 104 --><span class='pagenum'><a name="Page_104" id="Page_104">[Pg 104]</a></span> +de Frankische geloofszendeling, naar het Zuiden van +Vlaanderen, naar Kortrijk en Ronse. In deze stad +stichtte de vrome man eene kerk en een klooster, +in het jaar 638.</p> + +<p>De dichter van <i>Heer Daneelken</i>, eene zeer oude +romance, kende Ronse:</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Hi tooch te Ronsen upt hooghe huys<br /></span> +<span class="i0">Om drie synder suster kinder...<br /></span> +</div></div> + +<p>Daneelken leefde zeven jaren in het gebergte — op +den Muziekberg? — en ging vervolgens naar de hoofdstad +der christenheid.</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Hi nam een staf al in syn hant,<br /></span> +<span class="i0">Ende hi treec te Romen binnen:<br /></span> +<span class="i0">«Nu biddic Maria, die moeder Gods,<br /></span> +<span class="i0">Dat ic den paus mach vinden.»<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Doen quam hi voor den paus ghegaen,<br /></span> +<span class="i0">Voor onsen eertschen vader:<br /></span> +<span class="i0">«Here, ic soude mi biechten geern,<br /></span> +<span class="i0">Ende roepen up Gods ghenade.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">«Ic soude mi biechten seer bevreest<br /></span> +<span class="i0">Met alle minen sinne;<br /></span> +<span class="i0">Ic heb seven jaer in den berch gheweest...»<br /></span> +</div></div> + +<p>Ronse verkreeg zijne eerste keure in 1240, vijftig +jaren na Kortrijk. Nu kon de bevolking zich ongestoord +aan den arbeid overgeven, op den handel toeleggen.</p> + +<p>Gedurende de middeleeuwen bloeide de lakenweverij +zoowel te Ronse als te Gent, te Brugge, te Ieperen +en te Kortrijk. Nog in de eerste helft der XVI<sup>e</sup> eeuw +kwamen «de goede lieden van Ronse ter Curtricmarct +met haren lakenen,» weshalve zij van het magistraat +een geschenk van «twee cannen wyns» ontvingen. In +de halle van Leuven mochten de kooplieden van Ronse +hunne waren uitstallen, zonder rechten te betalen.</p> + +<p>Op onze dagen is Ronse nog eene zeer nijverige<!-- Page 105 --><span class='pagenum'><a name="Page_105" id="Page_105">[Pg 105]</a></span> +stad, vooral befaamd om de katoenen weefsels, die +men er vervaardigt. Ook de spinnerijen erlangen eene +groote uitbreiding.</p> + +<p>Geen wonder dan, dat de bevolking spoedig aangroeit. +In 1856 telde Ronse 12,000 inwoners; in 1878 waren +er meer dan 14,600; in 1897 ongeveer 19,000.</p> + +<p>Groote rampen teisterden de gemeente, vooral in +de XVI<sup>e</sup> eeuw.</p> + +<p>Toen Maximiliaan van Oostenrijk in den echt trad +met Maria van Burgondië, poogde Lodewijk XI al de +Fransche leenen, die op Maria verstorven waren, aan +te slaan. In 1477 kwam hij langs Kamerijk, Bouchain +en Avesnes naar het Henegouwsche, waar hij Doornik +bemachtigde.</p> + +<p>Het volgende jaar begon de krijg opnieuw. De koning +rukte met zijn leger naar West-Vlaanderen, denkende +daar weinig tegenstand te zullen ontmoeten. Middelerwijl +zou zijn hoofdman te Doornik, Maurits van Neufchatel, +sprongreizen doen in het Gentsche, ten einde +de Oost-Vlamingen bezig te houden.</p> + +<p>De Gentenaars, aangevoerd door den heer van Dadizele, +togen de Franschen te gemoet, en vochten hardnekkig +tusschen Ansegem en Berchem. Nochtans +konden zij niet beletten, dat de vreemden Ronse in +asch legden.</p> + +<p>Ten jare 1519, omtrent den feestdag der H. Drievuldigheid, +vernielde een brand, bij toeval ontstaan, +ongeveer 700 huizen. Destijds en later ook, tot diep +in de XVIII<sup>e</sup> eeuw, bouwde men vele houten woningen.</p> + +<p>Veertig jaren nadien, in het hart van den zomer, +verslond het vuur bijna gansch de stad. Zelfs smolten +de klokken in de kerktorens.</p> + +<p>Een andere brand, den 31 Maart 1719 ontstaan, +legde 330 huizen in asch.<!-- Page 106 --><span class='pagenum'><a name="Page_106" id="Page_106">[Pg 106]</a></span></p> + +<p>Ter oorzake van de menigvuldigheid dier rampen, +stelde men twee «brandprocessies» in: éene op de +Vrijdag vóor Passiezondag en éene op Paaschdag. Beide +plechtigheden werden later afgeschaft.</p> + +<p>De Beeldstormers spaarden de stad evenmin.</p> + +<p>Den 19 Augustus 1566 drongen zij in de kerk van +St-Hermes, schendende en brekende wat zij konden. +Dank aan de krachtdadige tusschenkomst der wethouders, +moesten de roovers deze reis de wijk nemen; +doch na de plundering der Oudenaardsche bedehuizen +keerden zij terug om hun goddeloos werk voort te +zetten. Dit blijkt uit een gedicht van <span class="smcap">J.-D. Waelkens</span>, +pastoor van Edelare:</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Als de pillage t'Audenaerde was gedaen,<br /></span> +<span class="i0">Soo syn sy naer Ronse gegaen...<br /></span> +<span class="i0">Kerken, kloosters en priesters hebben ze al aengegaen,<br /></span> +<span class="i0">En keerden naer de stad met IX of X wagens, gelaên<br /></span> +<span class="i0">Met allerhande goed, geestelick en weerlick...<br /></span> +</div></div> + +<p>Wellicht hebben al die rampen de merkwaardige +gebouwen doen verdwijnen, die Ronse, net als andere +steden, moet bezeten hebben.</p> + +<p>In de huidige Kasteelstraat, bij de Middelbare school, +bouwde Jan van Nassau, in 1630, het schoonste slot, +dat men in die jaren ten onzent kon bewonderen. Men +verkocht het in 1823 voor 30,000 fr., waarna de hamer +en het breekijzer het gebouw sloopten.</p> + +<p>Het eerste bedehuis van Ronse was de St-Pieterskerk, +gewijd door den H. Amandus in de VII<sup>e</sup> eeuw. +Daar zij heel bouwvallig was, verkocht men ze den +2 November 1843 voor de geringe som van 3,300 fr.</p> + +<p>In de nabijheid dezer bidplaats bouwde men de +St-Hermeskerk, gewijd in 1129. De krocht, in zuiver +Romaanschen stijl, heeft den vorm van een Sint-Antoniuskruis. +Zij bestaat uit breede gangen, gescheiden<!-- Page 107 --><span class='pagenum'><a name="Page_107" id="Page_107">[Pg 107]</a></span> +door dertig zuilen met ongelijke versieringen. Het gewelf +draagt sporen van oude muurschilderingen.</p> + +<p>De eigenlijke kerk, die groot en hoog is, werd herbouwd. +Zij behoort tot de Gothische kunst, en was +voltooid in het begin van 1525. De toren is zwaar +en vierkantig.</p> + +<p>Den 16 Maart 1878 besloot men de kerk van Sint-Hermes +te herstellen. Het gewelf en een deel van het +koor werden reeds met kleuren belegd.</p> + +<p>In het koor prijkt een koperen arend van 1685. +Het tafereel van <span class="smcap">Delfosse</span>, Sint Amand voorstellende, +is een opmerkenswaardig doek.</p> + +<p>De tweede parochiale kerk van Ronse, aangelegd in +1892, is toegewijd aan St. Marten, bisschop van Tours. +Zij is bijna 72 meters lang, ruim 28 meters breed, +en behoort tot den stijl der XIII<sup>e</sup> eeuw. Deze kerk is +het middelpunt van eene nieuwe wijk der bloeiende, +aangroeiende stad.</p> + +<p>De oude St-Martenskerk, met eenen heel eigenaardigen +toren, stond in de nabijheid der hoofdkerk.</p> + +<p>Ronse heeft weinige openbare plaatsen. Wij noemen: +de Groote Markt, met eene arduinen pomp, die elf +meters hoog is en 36,000 fr. kostte; — den Plas; — de +Veemarkt; — den Bruul of Broel, bewassen met +hoogstammige kastanjeboomen; — de nieuwe de Malanderplaats; — de +Paardenmarkt, door het volk +schertsend het «Martelaarsplein» geheeten, omdat +men er... de zwijnen slacht. De Broel wordt in den +zomer veel bezocht.</p> + +<p>Hier en daar ontmoet de wandelaar een huis in +Vlaamschen stijl. De woning van M. de Malander, met +een bevallig torentje boven de poort, draagt zeker een +eigen kunstmerk. Weinigen weten misschien, dat +M. de Malander een allerschoonste museum bezit. Het<!-- Page 108 --><span class='pagenum'><a name="Page_108" id="Page_108">[Pg 108]</a></span> +bevat, om maar enkele stukken te noemen: drie doeken +van Quinten Massijs, den edelen, idealistischen vertegenwoordiger +der oud-Vlaamsche school in de XV<sup>e</sup> +eeuw; — vier van Rembrandt van Rijn, den beroemden +meester der Hollandsche school, bij wien «licht en +bruin» de hoofdzaak is; — twee van Rubens, eene +der glansrijkste verschijningen in de schilderkunst; — vier +van Teniers, den voorlooper van de groote Vlaamsche +meesters der XVII<sup>e</sup> eeuw. Als bijzondere verzameling +is die van M. de Malander zeker eene der rijkste +van gansch het land.</p> + +<p>De katholieke Kring, die 85 meters lang is, gaat +almede voor een merkwaardig gebouw door.</p> + +<p>Het oudste gilde van Ronse is wellicht het Sint-Sebastiaansgenootschap, +dat vóor 1568 bloeide. Men +bewaart nog den halsband, dien de koning droeg, +alsmede een paar zilveren schilden, geschonken aan +de vereeniging door Frans van Nassau in 1639.</p> + +<p>De Busschieters hadden Sint Hermes tot patroon +gekozen. Vóor de beeldstormerij, in 1562, brachten +zij de overblijfselen van hunnen beschermheilige naar +Bergen over. Dit genootschap werd in 1892 heringericht. +De trommelslager, de fluiter en de standaarddrager +komen steeds in hun ouderwetsch gewaad +voor den dag.</p> + +<p>Ook de St-Martensvereeniging, heringericht omtrent +het midden der XVIII<sup>e</sup> eeuw, is nog niet in kwijning +gevallen.</p> + +<p>De <i>Harmonij</i>, die den 29 Juni 1794 tot stand kwam, +vierde in 1894 haar eerste eeuwfeest. Op onze dagen +is zulke zeldzaamheid het aanstippen waard.</p> + +<p>Ronse wordt besproeid door de Molenbeek, komende +van den Muziekberg. De Molenbeek valt te Watripont +in de Ronne. Over eenige jaren bracht zij acht molens<!-- Page 109 --><span class='pagenum'><a name="Page_109" id="Page_109">[Pg 109]</a></span> +in beweging: den IJsmolen, den Braamboschmolen, +den molen ter Beke, den molen te Queere, den Broelmolen, +den Kapittelmolen, den Blokmolen en den +Kapelmolen.</p> + +<p>Ronse bezit een bisschoppelijk College, eene Middelbare +school van den Staat, eene aangenomen Normaalschool +voor onderwijzeressen, twee lagere Gemeentescholen, +eene Weezenschool, eene Teekenschool, eene +Muziekschool en eene Weefschool.</p> + +<p>Het letterkundig leven schijnt er nochtans weinig +ontwikkeld te zijn.</p> + +<p>Over eenige jaren heeft een bevoegd man de oorkonden +der gemeente onderzocht en gerangschikt. De +oudste stadsrekening loopt over 1648. Verder telt de +verzameling «wettelicke chyrographiën, wettelicke +passeeringhen, staten van goederen, rechterlijke acten, +kerkrekeningen en wijkboeken.»</p> + +<p>Ronse is de geboorteplaats van <span class="smcap">Hermes van Wynghene</span> +en van <span class="smcap">Pieter-Jan van der Haghen</span>.</p> + +<p>H. van Wynghene werd hoogleeraar te Leuven, en +vervolgens lid van den geheimen Raad onder Karel V. +Hij stierf in 1573.</p> + +<p>Van der Haghen kampte met de pen en met het +woord tegen de ketters van zijnen tijd. De Jonghe getuigt +van hem: «Een predikheer, P. Joannes van der +Haghen of Dumœus, een ieverige religieus, welke tegen +de ketters een jaar lang dagelijks, en dan nog een jaar +over ander dag heeft gepredikt, was zeer hatelijk aan +de sectarissen. Dikwijls hebben zij getracht, zoo door +vergift als met openbaar geweld, maar te vergeefs, +hem ter dood te brengen.»</p> + +<p>De geleerde kloosterling bezweek in zijne geboortestad +den 14 April 1573.<!-- Page 110 --><span class='pagenum'><a name="Page_110" id="Page_110">[Pg 110]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXIV" id="XXIV"></a>XXIV.</h2> + +<h2><a name="Naar_het_bosch-Joly" id="Naar_het_bosch-Joly"></a>Naar het bosch-Joly.</h2> + + +<p>Ja, Ronse heeft eene heerlijke omgeving.</p> + +<p>In de stad slenterend, kan men ze hier en daar, +door eene zacht klimmende straat, reeds bewonderen.</p> + +<p>Den Broel voorbij gaande, bereikt men het bosch-Joly, +een half uurtje buiten de stad, op het hoogste van +Hoogerlucht, tusschen de Kruisen en den Muziekberg.</p> + +<p>Eene statige eikenlaan loopt naar den ingang.</p> + +<p>De boomen ruischen in den zoelen wind en toonen, +door de openingen tusschen hunne stammen, een +prachtig landschap in de verte, beheerscht door den +zwaren toren der St-Hermeskerk.</p> + +<p>De heer Joly heeft het bosch als warande ingericht. +Het meet ten minste twintig hectaren.</p> + +<p>Overal kreupelhout en varens; overal schoone, krachtige +boomen: eiken en esschen, olmen en beuken, +berken en dennen, overal dalende en klimmende wegen.</p> + +<p>Rechts is de geliefkoosde verblijfplaats der konijnen. +Nu en dan wipt er een van die bevallige knagertjes +in of uit zijne pijp.</p> + +<p>Verder ontmoet de wandelaar eenen vijver, tintelend +in den glans der zonne.</p> + +<p>Rondom dien vijver vindt men ruwe rustbanken, +verscheidene rotsen en bronnen. Groen mos bedekt +de rotswanden.</p> + +<p>Midden in den vijver staat de Menhir, eenzaam,<!-- Page 111 --><span class='pagenum'><a name="Page_111" id="Page_111">[Pg 111]</a></span> +maar fier en pal. Zijne voeten steken in het slijk, maar +zijn kop glanst in het zonnelicht. Een beeld van den +denkenden, maar ondeugenden mensch...</p> + +<p>Twee bronnen versierde men met bouwstoffen van +het voormalige slot der stad, weshalve zij eenen historischen +naam kregen: de bron van Nassau en de +Kasteelbron.</p> + +<p>Zuidwaarts springt de bron der Reuzen tusschen +verscheidene groote rotsblokken.</p> + +<p>Een murmelend beekje leidt het overtollige water weg.</p> + +<p>Niet verre van de bron der Reuzen kan men, in een +allerliefst prieeltje, eenige oogenblikken uitrusten.</p> + +<p>Onder het rooken van eene lekkere pijp en het beschouwen +van den weelderigen plantengroei hoort men +den koekoek roepen: «Koekoek! hier is het goed!»</p> + +<p>Opklimmende, komt men vóor het eigenlijke park. +Daar vindt men een fraai paviljoen, eene schilderachtige +grot, eenige kleinere bronnen en een donkergroen +mastbosch. O die smakelijke lucht!</p> + +<p>Een zeer merkwaardig voorwerp is een «dolmen,» +door den heer Joly op de kruin van den Muziekberg ontdekt. +Twintig paarden trokken dien reusachtigen steen +naar de plaats, die hij thans bekleedt. Hij is inderdaad +omtrent 0<sup>m</sup>,70 dik, en 1<sup>m</sup>,80 lang en breed. Kon hij +maar vertellen uit den voortijd, toen onze vaderen nog +omdoolden in de duisternissen van het heidendom!</p> + +<p>Men heeft het Joly-bosch weleens met het woud van +Fontainebleau vergeleken. In alle geval kan men er +eenen halven dag heel genoeglijk overbrengen. Een onzer +vrienden, die ons derwaarts vergezelde, zong gedurig +met zijne helderklinkende stem het Duitsche lied:</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">In het woud daar wou ik leven<br /></span> +<span class="i0">Bij heeten zonneschijn.<br /></span> +</div></div> + +<p>En vraagt de maag eenige verversching of verster<!-- Page 112 --><span class='pagenum'><a name="Page_112" id="Page_112">[Pg 112]</a></span>king — want +de mensch leeft toch ook niet van poëzie +alleen! — zoo kan men in de eene of andere herberg +het verlangde bekomen.</p> + +<p>Een blik op de stad en het omliggende landschap +zal tevens de oogen verzadigen.</p> + +<p>Bij de poort leest men in groote letters en in onze +twee landtalen:</p> + +<p> +Verboden ingang!<br /> +Entrée interdite!<br /> +</p> + +<p>Maar de heer Joly is een vriendelijk man, en verschaft +den nieuwsgierigen wandelaar gaarne eene toegangskaart.</p> + +<hr /> + +<p>Terugkeerende naar de stad, maakten wij de bemerking, +dat wij in Zuid-Vlaanderen, voor weinig geld +en in korten tijd, toch zoo schoone uitstapjes kunnen +doen met onze familie. En wij voegden er bij, dat de +mensch, die goed ziet en goed hoort, een bevoorrechte +sterveling is.</p> + +<p>Toen wij bij onzen vriend te huis kwamen, wachtte +ons een smakelijk avondmaal.</p> + +<p>En de lieve huisvrouw speelde eene prachtige sonate +van Beethoven; en de vriend vergastte ons op het +prachtige lied van <span class="smcap">Karel Mestdagh</span>:</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Door de Nederlanden,<br /></span> +<span class="i0">Naar de wijde, diepe zee,<br /></span> +<span class="i0">Stroomt de schoone Schelde...<br /></span> +<!-- Page 112p --><span class='pagenum'><a name="Page_112p" id="Page_112p">[Pg 112p]</a></span></div></div> + +<!-- Page 113 --><div class="figcenter" style="width: 657px;"> +<img src="images/image04.jpg" alt="Panorama op den HOOTOND" title="" /> +<span class="caption">Panorama op den HOOTOND</span> +</div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXV" id="XXV"></a>XXV.</h2> + +<h2><a name="Naar_den_Hootond_en_de_Kruisen" id="Naar_den_Hootond_en_de_Kruisen"></a>Naar den Hootond en de Kruisen.</h2> + + +<p>Wij verlaten Ronse door de Zonnestraat en volgen +klimmende voetwegen.</p> + +<p>Een trouwe vriend, een bewonderaar der schoone +natuur en tevens een liefhebber van eigen taal en +kunst, vergezelt ons als gids.</p> + +<p>Sprekende over het wel en wee, dat vroegere jaren +ons aanbrachten, naderen wij de nieuwe kapel «ten +witten Tak,» een sierlijk, Gothisch gebouwtje met +tien kleine vensters.</p> + +<p>Waar het oude kapelleken stond, vinden wij nu +eene landelijke herberg.</p> + +<p><span class="smcap">Sanderus</span> verhaalt, dat hier in lang vervlogen tijden +een groote, breede eik groeide. Onder de looverrijke +takken school een beeldje van O.-L.-Vrouw.</p> + +<p>De tak, die het beeldje droeg, was witter dan de +andere. Dit maakte de aandacht der landzaten gaande, +weshalve de geloovigen in het begin der lente naar +den heuvel stroomden, om de Moedermaagd te vereeren +en te aanroepen.</p> + +<p>Ten jare 1636 heerschte eene besmettelijke ziekte +in vele gemeenten van Vlaanderen, onder andere te +Kortrijk en te Ronse. In de eerste stad vroegen de +wethouders eene plechtige processie met het wonder<!-- Page 114 --><span class='pagenum'><a name="Page_114" id="Page_114">[Pg 114]</a></span>dadig +beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge; in de +tweede beloofde men eene kapel te bouwen ter eere +van de machtige Troosteres der bedrukten.</p> + +<p>De kwaal verminderde, en in de eerste maanden +van 1639 voltooide men de eenvoudige bidplaats. +Sedertdien beginnen de «kapellekensdagen» ieder +jaar den 2 Juli.</p> + +<p>Wij zetten onze wandeling voort, gaan het schoone +kasteel van M. Cambier voorbij, en bewonderen de +omliggende hoven en parken met hunne weelderige +en veelkleurige gewassen. Weldra bereiken wij den +Hootond, die 150 meters hoog is.</p> + +<p>Bij den molen, op de kruin, blijven wij staan.</p> + +<p>Westwaarts, boven den Kluisberg, glinstert de zon, +haren glans verspreidende over een landschap, dat +ongemeen groot en schoon is.</p> + +<p>De molenaar — een vriendelijk man — komt bij en +wijst ons aan den blauwen gezichteinder de torens van +Maria-Horebeke, Merelbeke, Gent, Evergem, Drongen, +Vosselare en Deinze; — die van Ruiselede, Brugge, +Tielt, Pittem, Ardooie, Ingelmunster, Hooglede, Roeselare, +Passchendale en Kortrijk; — benevens die van +Toerkonje, Robaais, Rijsel, Templeuve, Doornik, +Antoing en Peruwelz. In het geheel kan men de kerken +van 108 steden en dorpen onderscheiden. Tusschen +Brugge en Peruwelz is er een rechte afstand van +80 kilometers of 16 mijlen. Evergem en Rijsel zijn +70 kilometers of 14 mijlen van elkander verwijderd.</p> + +<p>Welk eene verscheidenheid in dat overgroote panorama! +Ginds, tusschen Ansegem en Mooregem, is het +Bouveloobosch; bij Tiegem daagt het Kapelbosch. +Naderbij poost het oog op de wouden van Quaremont +en den Kluisberg. Links blauwt de Drievuldigheidsberg, +in het Doorniksche. Heinde en verre steekt de<!-- Page 115 --><span class='pagenum'><a name="Page_115" id="Page_115">[Pg 115]</a></span> +roode kleur der daken aangenaam af bij het donkere +groen der gewassen.</p> + +<p>Terugkeerende naar den steenweg, blikken wij op +de stad, in de diepte, en verderop de reeks heuvelen, +die langs Ellezele en Vloesberge naar Lessen loopen. +Aan den gezichteinder onderscheiden wij den «Kattemolen» +en van den Daele's bosch.</p> + +<p>Op de hoogte der Kruisen groeien weelderige boomen, +onder wier toppen eenige lusthuizen schuilen. +Daar kan men in den zomer, bij het op- en ondergaan +der zon, de ontwakende of insluimerende natuur bespieden +en... frisch ademhalen.</p> + +<p>Van de Kruisen trekt de stad heur water. Langs den +steenweg, in eenen grooten kelder, hoort men het +klare vocht onverpoosd ruischen.</p> + +<p>Onze vriend wijst ons eenen grooten treuresch, die +nu en dan schijnt te trillen onder den adem des winds. +Denkt hij misschien aan de rijke en de arme lieden, +die hij ziet voorbijslenteren? Aan den snellen loop +der jaargetijden? Aan de vluchtigheid der aardsche +genoegens?<!-- Page 116 --><span class='pagenum'><a name="Page_116" id="Page_116">[Pg 116]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXVI" id="XXVI"></a>XXVI.</h2> + +<h2><a name="Naar_den_Muziekberg" id="Naar_den_Muziekberg"></a>Naar den Muziekberg.</h2> + + +<p>Ten Noord-Oosten van Ronse rijst de Muziekberg. +Daar gaan wij heden omdolen en eene frissche +lucht inademen.</p> + +<p>Wij verlaten de Groote Markt en volgen de Gasthuisstraat, +de Biezenstraat en de Beekstraat. Verder +loopt een kronkelende binnenweg naar de hoogte.</p> + +<p>De Muziekberg is, evenals de Hootond, 150 meters +hoog. Een woud bedekt het grootste gedeelte zijner +kruin.</p> + +<p>Hoor eens, hoe het windje door de bladeren ritselt, +hoe de kerfdiertjes gonzen, hoe de vogelen kweelen! +Zie eens, hoe de warme stralen der zon door het +looverdak der boomen dringen en gouden strepen op +den grond tooveren!</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">o Woud, vol vrede en lommer,<br /></span> +<span class="i0">Met diepe eerbiedenis<br /></span> +<span class="i0">Betreden wij uw boorden,<br /></span> +<span class="i0">Zoo rustig, groen en frisch.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Wij dwalen rond en luisteren...<br /></span> +<span class="i0">En alles spreekt tot ons:<br /></span> +<span class="i0">Het lied van vink en lijster,<br /></span> +<span class="i0">Der bijen stil gegons;<!-- Page 117 --><span class='pagenum'><a name="Page_117" id="Page_117">[Pg 117]</a></span><br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span class="i0">Het wuiven van de twijgen,<br /></span> +<span class="i0">Der bloemen heerlijkheid...<br /></span> +<span class="i0">o Woud, wat zijt gij statig,<br /></span> +<span class="i0">Vol ernst en majesteit!<br /></span> +</div></div> + +<p>Talrijke gangen en lanen doorkruisen het bosch. +Jammer maar, dat men alle oogenblikken een ondeugend +plankje ziet hangen met de vermaning: «Het is +streng verboden hier door te gaan.»</p> + +<p>Van tijd tot tijd vinden wij eene open plaats, waar +wij een prachtig uitzicht hebben.</p> + +<p>Op zulk eene plaats, in het midden van het bosch, +staat een torentje, uit etssteen opgebouwd en met +eiloof begroeid.</p> + +<p>Hier is het hoogste punt van den berg.</p> + +<p>Het torentje is nagenoeg tien meters hoog. Het heeft +tien ronde kijkgaten en laat ons, over het struikgewas +en geboomte heen, naar alle zijden blikken.</p> + +<p>Het panorama, dat wij aanschouwen, is wel zoo +schoon als dat van den Hootond. Maar wij beweren, +dat het grootscher is, omdat de wilde natuur in hare +maagdelijke schoonheid hier een ruimer aandeel heeft.</p> + +<p>In het Zuid-Westen ligt Ronse, met zijne torens, +schouwen en daken, langs alle kanten met hoogten en +bosschen omringd. In het Oosten rijzen de heuvelen, +die naar Geeraardsbergen voortloopen. Elders gaat het +oog over bergen en dalen, over gehuchten en dorpen, +over huizen en molens.</p> + +<p>Daar treft het gefluit van eenen naderenden stoomwagen +onze ooren. In de diepte snelt hij kuchend +voort, weldra verdwijnend in den onderaardschen gang +van het nieuwe dorpje Louisa-Maria.</p> + +<p>Een gedeelte van den Muziekberg is hedendaags eene +warande met bronnen, waterleidingen en vijvers.</p> + +<p>Niet verre van het reeds genoemde torentje staat<!-- Page 118 --><span class='pagenum'><a name="Page_118" id="Page_118">[Pg 118]</a></span> +een hooge boom, die een klein kruisbeeld draagt. De +christen wandelaar ontdekt eerbiedig het hoofd, en +dankt inwendig ons Vlaamsche volk om zijne godsdienstige +overtuiging.</p> + +<p>Eenige stappen verder vinden wij eene hofstede. +Vóor het woonhuis ligt eene groote weide.</p> + +<p>Ten jare 1821 poogde M. van Hoobrouck, van +Mooregem, den wijnbouw te drijven op de zuidelijke +helling des bergs.</p> + +<p>De oogst van 1827 was nog al bevredigend. Den +10 October kwam M. van Doorn, destijds gouverneur +van Oost-Vlaanderen, de teelt in oogenschouw nemen +en aanmoedigen. Nadat hij den eersten tros had afgesneden, +vielen de werklieden aan den arbeid. De eigenaar +oogstte twintig stukken wijn. Nochtans was hij +naderhand gedwongen van de onderneming af te zien.</p> + +<p>Maar het wordt stillekens avond. Moede geklommen +en moede gekeken, rusten wij eenige oogenblikken op +het gras, en dalen dan den berg af.</p> + +<p>De ondergaande zon werpt heure leste stralen over +het landschap; lichte wolkjes zweven in de lucht.</p> + +<p>De wind schijnt ook moede te zijn van het spelen +en dartelen, en houdt zijnen adem in; de vogelen +zingen hun slaapliedje onder de bladeren der boomen.</p> + +<p>Daar verdwijnt de zon...</p> + +<p>Een dunne nevel drijft boven de velden.</p> + +<p>Ginds zingt een klokje: <i>Ave, Maria!</i></p> + +<p>Eene geheimnisvolle kalmte heerscht omhoog en +omlaag.</p> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span class="i0">Wat is de kalmte streelend zoet,<br /></span> +<span class="i0">Dat suizen en in sluimer zijgen,<br /></span> +<span class="i0">Dat plechtig stil en stiller zwijgen,<br /></span> +<span class="i0">Die rozenkleurige avondgloed!<br /></span> +<span class="i0">'t Is of de rust rondom ons henen<br /></span> +<span class="i0">Een zachter inborst in ons stort;<!-- Page 119 --><span class='pagenum'><a name="Page_119" id="Page_119">[Pg 119]</a></span><br /></span> +<span class="i0">'t Is of ons harte ruimer wordt,<br /></span> +<span class="i0">En wat er boos was, is verdwenen.<br /></span> +<span class="i0">Een onbestemd en diep gevoel<br /></span> +<span class="i0">Ontwaakt en trilt er in onze âren...<br /></span> +<span class="i0">Wie mocht dien indruk nooit ontwaren?<br /></span> +<span class="i0">Wien laat dat purprend Westen koel?<br /></span> +<span class="i0">Nu zweven als op donzen schachten<br /></span> +<span class="i0">Geliefde beelden om ons heen;<br /></span> +<span class="i0">Nu wemelt droom aan droom dooreen,<br /></span> +<span class="i0">En zielsgepeinzen en gedachten.<br /></span> +<span class="i0">De ontroering grijpt ons in 't gemoed;<br /></span> +<span class="i0">Haars ondanks wordt de ziel bewogen;<br /></span> +<span class="i0">Er klopt een heimwee in ons bloed;<br /></span> +<span class="i0">Soms wisschen wij een traan uit de oogen,<br /></span> +<span class="i0">Onwetend wat hem drupplen doet.<br /></span> +<!-- Page 120 --><span class='pagenum'><a name="Page_120" id="Page_120">[Pg 120]</a></span></div></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXVII" id="XXVII"></a>XXVII.</h2> + +<h2><a name="Nog_in_het_land_van_Ronse" id="Nog_in_het_land_van_Ronse"></a>Nog in het land van Ronse.</h2> + + +<p>In het land van Ronse kan men nog eenige wandeltochten +ondernemen, die tevens schoon en leerrijk +zijn: naar de Hooge heide en van den Daele's bosch, +langs den steenweg van Ellezele; — naar St-Sauveur, +langs de baan van Leuze; — naar Watripont, langs +het kerkhof en het lusthuis van M. Snoeck.</p> + +<p>Ellezele — <i>Ellezelles</i> — ligt in eene vallei.</p> + +<p>Halfweg loopt eene straat naar van den Daele's bosch, +met diepe ravijnen, kreupelhout en eeuwenoude boomen. +De groei is hier bij uitstek krachtig.</p> + +<p>In eene ouderwetsche herberg kan men allerhande +versterkingen en ververschingen bekomen. De waard +en zijne vrouw zijn ongemeen beleefd en voorkomend, +misschien wel omdat de nieuwere beschaving er de +voorvaderlijke gewoonten nog niet gansch kon uitroeien. +Wij zagen het vuur flakkeren in den breeden +haard op eenige steenen.</p> + +<p>St-Sauveur is een vriendelijk dorp met ruim 2,000 +zielen. Watripont, op de Ronne, telt er slechts 400.</p> + +<p>Watripont, oudtijds Waudripont geheeten, was de +zetel van eene groote heerlijkheid. De burcht was ver<!-- Page 121 --><span class='pagenum'><a name="Page_121" id="Page_121">[Pg 121]</a></span>sterkt. +In de gedempte grachten heeft men kanonballen +en wapens gevonden, getuigen van vroegere +belegeringen. Het huidige kasteel dagteekent van de +XVIIIe eeuw.</p> + +<p>Tot de heerlijkheid van Waudripont behoorde langen +tijd eene vierschaar, die te Ronse het recht van hooge, +middelbare en lage justitie uitoefende. In 1240 schonk +Geeraard van Waudripont aan de ingezetenen van +Ronse eene keure, hen vrij verklarende van lasten +en leendiensten.</p> + +<p>Veertig jaren nadien werd Ronse eene baronij. Deze +hoorde in den loop der tijden aan vijf verschillende +geslachten toe: aan het grafelijk huis van Vlaanderen +(1280-1402); aan het huis van Hamaide-Roggendorf +(1402-1549); aan het huis van Granvelle (1549-1630); +aan het huis van Nassau-Siegen (1630-1745); aan +het huis de Merode-Westerloo (1745-1830).</p> + +<p>Watripont is hedendaags een lachend dorpje, omgeven +van uitgestrekte weiden.</p> + +<p>In het kerkje vindt men verscheidene oude grafzerken.<!-- Page 122 --><span class='pagenum'><a name="Page_122" id="Page_122">[Pg 122]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXVIII" id="XXVIII"></a>XXVIII.</h2> + +<h2><a name="De_Fiertere_van_Ronse" id="De_Fiertere_van_Ronse"></a>De Fiertere van Ronse.</h2> + + +<p>Het Vlaamsche volk heeft altijd zijne heiligen geliefd +en in het openbaar vereerd.</p> + +<p>Gent viert den H. Livinus, Mater de H. Amelberga, +Tiegem den H. Arnoldus, Ronse den H. Hermes.</p> + +<p>Uit dien eerbied sproten de bedevaarten en de +ommegangen. Op zekere dagen droeg men de reliquiekas +of de fiertere der heiligen plechtig van de eene +plaats naar de andere, onder den toeloop van eene +groote en biddende menigte.</p> + +<p>Zulke ommegangen zijn door den band heel eigenaardig +en bij uitstek dichterlijk. Zij spreken in alle +geval hoog en luid van den onverschrokken godsdienstzin +der vorige geslachten, van het levendig geloof der +vervlogen eeuwen.</p> + +<p>Sint Hermes — de patroon van Ronse — leefde in +de tweede eeuw der christelijke jaartelling. Hij stierf +den marteldood en werd door zijne zuster Theodora +begraven.</p> + +<p>In het jaar 829 deed Gregorius IV de stoffelijke +overblijfselen van den heilige naar de St-Marcuskerk +brengen. Talrijke wonderen lokten gedurig nieuwe +bedevaarders uit.</p> + +<p>Lotharius, een kleinzoon van Karel de Groote,<!-- Page 123 --><span class='pagenum'><a name="Page_123" id="Page_123">[Pg 123]</a></span> +vroeg het lichaam van Sint Hermes voor zijne staten, +en bekwam het in 851.</p> + +<p>Voorloopig bewaarde men den schat in de abdij van +St-Cornelius, bij Aken. De keizer stierf in 856. Zijn +zoon en opvolger deed de reliquie naar Ronse overdragen, +waar zij den 6 Juli 860 toekwam.</p> + +<p>Men stelde ze in de St-Pieterskerk. Later bouwde +men, zooals wij reeds weten, de St-Hermeskerk.</p> + +<p>De fiertere van Ronse valt alle jaren op den feestdag +van de H. Drievuldigheid, anders gezeid op den +eersten kermisdag der gemeente.</p> + +<p>Vóor de Fransche omwenteling was de ommegang +bijzonder eigenaardig.</p> + +<p>Uit al de omliggende dorpen uit Vlaanderen en +Henegouw kwamen, vroeg in den morgen, de beste +ruiters naar de stad. De ruitersmis begon om zeven ure.</p> + +<p>Na de mis begaf men zich op weg door de Wijnstraat, +zich richtende naar Louisa-Maria, den Muziekberg, +St-Sauveur, Watripont, Rozenaken, den Hootond +en de Kruisen.</p> + +<p>Voorop gingen de gildebroeders van St-Sebastiaan, +in het rood — die van St-Marten, in het zwart — +van St-Hermes, in het groen gekleed.</p> + +<p>De nering der kleermakers volgde met haren +standaard. Dan kwamen de Zwarte Zusters met hunne +leerlingen en de Zusters van het gasthuis.</p> + +<p>De schoenmakers droegen de fiertere.</p> + +<p>Vóor hen stapte, traag en statig, een man, die twee +groote bellen op maat deed klinken.</p> + +<p>Het magistraat en de ruiters sloten den stoet.</p> + +<p>De mannen van Rooborst, in Vlaanderen, en van +St-Sauveur, in Henegouw, reden altijd voorop, omdat +hunne voorzaten in 1724 zich manmoedig verzetteden +tegen eene bende struikroovers, die, in de nabijheid<!-- Page 124 --><span class='pagenum'><a name="Page_124" id="Page_124">[Pg 124]</a></span> +van den Muziekberg, de overblijfselen van Sint Hermes +wilden onteeren.</p> + +<p>Aan de Begijnhofstraat gekomen zijnde, keerde de +geestelijkheid naar de kerk terug, terwijl de bedevaarders +de Kruisstraat insloegen.</p> + +<p>Niet verre van den Muziekberg draafden de ruiters +van Rooborst en St-Sauveur, met het pistool in de +vuist, driemaal rond de reliquiekas. Men toefde op +Schoonboeke, bij Ellezele en bij St-Sauveur.</p> + +<p>Op de grenzen van Watripont gebeurde er iets +anders. Een van de voornaamste ingezetenen dier +gemeente kwam de wethouders van Ronse den eerewijn +aanbieden. Die van Ronse schonken den «notabele» +eenen grooten koek, ten bewijze van vriendschap. +Dezen koek zond men onmiddellijk naar Doornik, en +van daar naar Parijs, waar hij, twee dagen nadien, op +de tafel van M. den graaf van Bethune moest prijken.</p> + +<p>Van waar dit zonderling gebruik?</p> + +<p>De legende wil, dat de heeren van Ronse en van +Watripont eens eenen grooten twist hadden; dat zij +dezen twist inderminne beslechtten, en dat zij het +genoemde beschenken tot teeken van hunne verzoening +in zwang brachten. Op den koek ziet men althans +twee samengeslagen handen.</p> + +<p>Wij gissen, met D^r <span class="smcap">Delghust</span>, dat dit gebruik zijn +ontstaan te danken hebbe aan de keure van 1240, +waardoor de heer van Watripont de Ronsenaren ontsloeg +van tollen en leendiensten.</p> + +<p>Te Rozenaken, op de hofstede van St-Hermes, toebehoorende +aan het kapittel van Ronse, wachtten twee +kanunniken de bedevaarders af. Aan allen schonken +zij eene gewijde taart en bier of wijn volgens de tijdsomstandigheden.</p> + +<p>In den namiddag, tusschen vier en vijf ure, bereikte +men weder de stad. De geestelijkheid kwam de fiertere<!-- Page 125 --><span class='pagenum'><a name="Page_125" id="Page_125">[Pg 125]</a></span> +te gemoet tot aan de steenen brug en bracht ze, +psalmen zingend, weer naar de kerk.</p> + +<p>Hedendaags volgt de processie nog altijd denzelfden +langen weg rond het grondgebied der stad.</p> + +<p>Te Louisa-Maria en te Rozenaken laat men de +reliquiekas eenen zekeren tijd in de kerk rusten. Middelerwijl +mogen de bedevaarders hunnen dorst lesschen +en hunnen honger stillen.</p> + +<p>Op den Hootond en de Kruisen versieren de tochtgenooten +hunne paarden en rijtuigen met meien, +takken en bloemen, vooral met bloeienden brem.</p> + +<p>Ten jare 1898 telden wij meer dan tweehonderd +ruiters, die de overblijfselen van Sint Hermes vergezeld +hadden.</p> + +<p>Bij gebrek aan oorkonden kennen wij den oorsprong +van Ronse's ommegang niet. Het is nochtans zeker, +dat hij zeer oud is, nademaal men hem in 1453, ter +oorzake van de toenmalige onlusten en oorlogen tusschen +Philip den Goede en de Gentenaars, niet toeliet.</p> + +<hr /> + +<p>In de sacristij van St-Hermeskerk bewaart men het +zoogenaamde <i>Zottenboek</i>. Buiten eenige standregelen +en de namen van de leden der broederschap, behelst +het namen van krankzinnigen, opklimmende tot het +jaar 1670.</p> + +<p>Velerhande aanteekeningen zetten dit gedeelte eene +zekere belangrijkheid bij. Nu eens bestatigde men, dat +de zieke genezen, dan weer, dat hij overleden was gedurende +de negendaagsche plechtigheid.</p> + +<p>Vóor 1597 gebruikten de krankzinnigen alle dagen +een koud of een lauw bad. Mgr Hovius, aartsbisschop +van Mechelen, schreef alsdan voor, dat men ze enkel +besproeien zoude met gewijd water.<!-- Page 126 --><span class='pagenum'><a name="Page_126" id="Page_126">[Pg 126]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXIX" id="XXIX"></a>XXIX.</h2> + +<h2><a name="Naar_den_Pottelsberg" id="Naar_den_Pottelsberg"></a>Naar den Pottelsberg.</h2> + + +<p>Tusschen Ellezele en Lessen ligt Vloesberge — <i>Flobecq</i> — eene +groote gemeente van ongeveer 4,500 +inwoners.</p> + +<p>Onze lezers zullen zich wel herinneren dat <span class="smcap">Julius +Plancquaert</span>, de schrijver van <i>de Franschen in Vlaanderen</i>, +vrederechter was te Vloesberge, en daar in 1888 +overleed in den ouderdom van 35 jaren. De begaafde +man was van Wortegem.</p> + +<p>Benoorden het vlek is het uitgestrekte woud van +Vloesberge met twee bergpunten, die 150 meters hoog +zijn. De eene verhevenheid is de Pottelsberg, de andere +de berg van Rhodes.</p> + +<p>De afstand van Ronse bedraagt 8 kilometers. Nochtans +zal de weg ons niet lang schijnen, omdat de +streek overal zoo schoon, zoo schilderachtig is.</p> + +<p>Nauwelijks zijn wij buiten Ronse aan <i>de Linde</i> — eene +gekende herberg — of de Muziekberg rijst weer +vóor onze oogen. Aan dezen kant is zijne helling +zeer steil.</p> + +<p>Daar neemt de Molenbeek haren oorsprong.</p> + +<p>Verder bereiken wij het kapelleken van Lorette, +gebouwd in 1674 door de zorgen van M. Deletenre, +pastoor te Ronse. De vrome herder had ondervonden, +dat vele geloovigen, aldaar gehuisvest, hunne gods<!-- Page 127 --><span class='pagenum'><a name="Page_127" id="Page_127">[Pg 127]</a></span>dienstige +plichten maar moeilijk konden vervullen, +omdat zij ofwel te verre van de stad woonden, ofwel +slechte, onbruikbare wegen moesten volgen. Om die +reden richtte hij twee kapellen op: de kapel ter Heide, +tusschen Ronse en Ellezele, en de reeds genoemde +kapel van Lorette, langs de baan naar Brakel, welke +wij volgen.</p> + +<p>In de kapel ter Heide las men mis op alle Zon- en +heiligdagen des jaars, behalve op Paschen, Sinksen, +Allerheiligen en Kerstmis. Ten jare 1819 brak men +deze bidplaats af.</p> + +<p>De kapel van Lorette bestaat nog, en wordt ieder +jaar met den 25 Maart druk bezocht. De landzaten +spreken dichterlijk van den «Tijloozen ommegang,» +omdat de tijloozen of de sneeuwklokjes in die dagen +volop bloeien.</p> + +<p>Wij komen in Henegouw en bereiken eene wijd gekende +herberg <i>Les quatre Vents</i>. Hier staan wij 130 +meters boven den spiegel der zee. In de nabijheid heeft +de heer Joly overblijfselen uit het steenen en het +bronzen tijdperk ontdekt. Ronse mag fier zijn op dien +verstandigen en onbaatzuchtigen zoeker!</p> + +<p>Tien minuten verder loopt een zijweg links, een +andere rechts. De eerste leidt naar eene vallei, waar +de Markebeek ontstaat. Deze vloeit door het bosch te +Rijst, in de richting van Schoorisse.</p> + +<p>Den anderen zijweg inslaande, beklimmen wij den +Pottelsberg, die 157 meters hoog is. Het volk in den +omtrek noemt hem den Potseberg. De Walen spreken +van <i>la Houppe</i>. De bosschen noemen zij «les bois de +la Cocambre.»</p> + +<p>Heinde en verre ontmoeten wij diepe wegen, steile +verhevenheden, ravijnen en onbeplante plaatsjes. +Groene kraakbeziestruiken, bruine heideplanten en +sierlijke varens bedekken alom den grond.<!-- Page 128 --><span class='pagenum'><a name="Page_128" id="Page_128">[Pg 128]</a></span></p> + +<p>In den heeten zomer, als de wind suist en de bijen +gonzend op de bloempjes azen, is het hier, in de +schaduwe der boomen, schoon en dichterlijk. Maar +als een storm de toppen der dennen weg en weder +slingert, dat de takken kraken; als de donder in het +luchtruim klatert en de bliksem zijne rosse flikkeringen +op den grond werpt, moet ook eene koude huivering +den wandelaar bekruipen.</p> + +<p>Wie dit oord voor den eersten keer bezoekt, denkt +onwillekeurig aan Conscience's «verloren loopen.» +Van alles afgescheiden, zich overleveren aan het onvoorziene; +in donkere wouden ronddwalen, zonder te +weten waar men is of waar men komen zal; geen +spoor der menschelijke maatschappij meer ontwaren; +alles vergeten, tot de vriendschap zelve, om zich der +vijandschap ook niet meer te herinneren; alleen, +gansch alleen daar staan tusschen den Schepper en +zijn werk, tusschen God en de natuur — ha! verloren +loopen, het is eene milde bron van poëzie...</p> + +<p>Midden in het bosch, dicht bij eene diepte, komen, +zeven wegen bijeen. Daar vinden wij twee eenvoudige +gebouwen: eene herberg, <i>la Capelette</i>, en een kapelleken, +waarin een eenvoudig kruisbeeld hangt.</p> + +<p>De waard en de waardin zijn struische menschen; +men zou zeggen dat de berglucht, bezwangerd met +den geur der sparren, weldadig op hen werkt. Men +spreekt tegenwoordig, in boeken en tijdschriften, nog +al veel over sanatorium's voor lieden, die de schrikkelijke +longtering krijgen. Zouden de omstreken van +Ronse niet uitstekend geschikt zijn voor het inrichten +van zulk eene schuilplaats?</p> + +<p>Het kapelleken is een verkwikkend rustpunt voor +den christen reiziger. In de eenzaamheid, verre van +het gewoel der menschen, kan men toch zoo hartelijk +bidden: «Onze Vader, die in de hemelen zijt!<!-- Page 129 -->»</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXX" id="XXX"></a>XXX.</h2> + +<h2><a name="Naar_Ellezelle" id="Naar_Ellezelle"></a>Naar Ellezelle.</h2> + + +<p>In <i>la Capelette</i> hebben wij den weg gevraagd naar +Ellezele, eene voorzorg, die niet overbodig mag +genoemd worden. Want wij zijn hier in eene stille, +eenzame streek.</p> + +<p>De naaste gemeenten zijn: Ronse, Kerkhem, Schoorisse, +Op-Brakel en Parike, in Oost-Vlaanderen; — Everbeke, +Vloesberge en Ellezele, in Henegouw.</p> + +<p>Het oord is vele honderden hectaren groot. Acht +kilometers scheiden Ellezele van Schoorisse; vijftien +kilometers Ronse van Everbeke.</p> + +<p>Vloesberge alleen bezit hier nagenoeg 260 hectaren +gronds, begroeid met dennen.</p> + +<p>Voortwandelend, dachten wij aan de Luxemburgsche +Ardennen, met hunne uitgestrekte hoogvlakten, met +hunne grijskleurige woningen, met hunnen mageren +plantengroei. Geen Vlaming zal het ons dan ten kwade +duiden, dat wij de voorkeur geven aan Zuid-Vlaanderen. +Hier hebben wij eene gedurige en schielijke afwisseling +van hoogten en laagten, van heuvelen en valleien. +Voeg daarbij het heldere blauw des hemels, het donkere +groen der weelderige gewassen, het vriendelijke rood +der pannen daken en het blinkende wit der gevels. +Overal verscheidenheid, overal kleur, overal poëzie, +overal leven...<!-- Page 130 --><span class='pagenum'><a name="Page_130" id="Page_130">[Pg 130]</a></span></p> + +<p>«Maar wij zien bijna overal hetzelfde landschap,» +zullen oppervlakkige lieden opwerpen.</p> + +<p>Toch niet!</p> + +<p>Let maar eens op de voor- en achterplannen, die +alle oogenblikken veranderen, op de stoffeeringen, die +nergens dezelfde zijn.</p> + +<p>Laat ons echter veronderstellen, dat uwe opwerping +gegrond zij. Dan nog krijgt ge geen gelijk.</p> + +<p>Sedert duizenden jaren versiert de roos elken zomer +met dezelfde kleuren onze aarde. Gij zelven hebt ze +reeds dertig, veertig, misschien zestig, zeventig keeren +in uwen tuin zien ontluiken, bloeien en verflensen. +En toch beschouwt iedereen het roosje als de koningin +onzer bloemen.</p> + +<hr /> + +<p>Ellezele schuilt, zooals wij hooger aanstipten, in +eene vallei. Dit zegt genoeg, dat de gemeente eene +heerlijke omgeving heeft. Hare uitgestrektheid bedraagt +2,400 hectaren; hare bevolking is tot ongeveer 5,500 +zielen gestegen.</p> + +<p>Een goed gedeelte van Ellezele's grondgebied is bedekt +met bosschen. Wij hadden reeds de gelegenheid +aan te stippen, dat zich daar dikwijls gansche benden +booswichten schuil hielden. Niet zelden bestonden die +benden uit vreemde landloopers, Bohemers, heidens +of Egyptenaars. Die boeven verontrustten heel de +streek. In 1509 betaalde het magistraat van Oudenaarde +12 pond parisis aan «het opperhoofd van eene +bende Egyptenaren,» opdat «hij met zijn volk niet +min dan twee uren afstand van de stad zou blijven.»</p> + +<p>Na 1724 stoorden zulke booswichten weer de bewoners +van Ronse, van Ellezele, van Vloesberge, van +al de «betwiste gronden.<!-- Page 131 -->»</p> + +<p>Ten langen laatste, en wel in 1733, zond de Regeering +150 huzaren naar Ellezele, om de schurken te +vangen. Zeven vrouwspersonen werden opgehangen; +een en twintig andere fielten van beide geslachten +werden gegeeseld en gebrandmerkt. Een klein meisje<br /> +<span style="margin-left: 0.5em;">— eene weeze — werd edelmoedig door de bewoners</span><br /> +opgenomen en verpleegd. Uit dien hoofde betaalde +Ellezele gedurende eenigen tijd eene jaarlijksche som +van ongeveer 11 pond.</p> + +<p>Op het dorpsplein van Ellezele vindt men, sedert +onheuglijke tijden, eenen diepen bornput. Ten jare +1883 heeft men er eene fraaie pomp op geplaatst.</p> + +<p>De parochiale kerk staat onder de bescherming van +Sint-Pieter, den apostel. De toren, die zwaar is, draagt +het jaartal 1643. Het koor werd herbouwd in 1723; +de zijbeuken zijn van 1781. De predikstoel, gesneden +in 1751, is een merkwaardig stuk.</p> + +<p>Het was in de kerk, dat men vroeger te Ellezele, +zooals overigens in vele gemeenten van Vlaanderen, +de voorname oorkonden bewaarde. Heden nog toont +men den reiziger den koffer, die met ijzer beslagen is. +Hij heeft drie sterke, verschillende sloten.</p> + +<p>Men wil, dat Ellezele de zedelijkste en de rijkste +gemeente zij uit den Noord-Westelijken hoek van +Henegouw. «Cette terre n'appartient qu'à Dieu et à +moi!» zegde ons een landbouwer; «die grond hoort +aan God en aan mij toe!» willende doen verstaan, +dat zijne eigendommen onbelast waren.</p> + +<p>Aardbevingen, die sommige streken zoo dikwijls +teisteren, zijn gelukkiglijk in ons vaderland een zeldzaam +verschijnsel. In de oude registers van den burgerlijken +stand der gemeente is er nochtans van eene +schudding spraak. Wij schrijven letterlijk over: «Le +18 février 1756, la carcasse entière de l'église d'Ellezelles +a subi une secousse. L'air était bien tranquille;<!-- Page 132 --><span class='pagenum'><a name="Page_132" id="Page_132">[Pg 132]</a></span> +et en moins d'une minute de temps les prêtres et le +monde qui étaient à l'église pour la messe, se sont +sauvés.» Wat in onze taal beteekent: «Den 18 Februari +1756 begon de gansche kerk van Ellezele schielijk +te beven. De lucht was stil; doch in een omzien +vluchtten de priesters en de geloovigen, die in de kerk +waren om mis te hooren.»</p> + +<p>Lezers, als gij oude oorkonden in handen krijgt, +overziet ze toch aandachtig. Zij behelzen zoo dikwijls +kleine, maar wetenswaardige bijzonderheden!</p> + +<hr /> + +<p>Wij hebben reeds de «betwiste gronden» genoemd.</p> + +<p>In vroegere eeuwen behoorde de stad Lessen met +zeven dorpen, alsook het kasteel van Vloesberge en de +heerlijkheid van Ronse, tot Vlaanderen onder het Rijk, +afhangende van den Duitschen keizer.</p> + +<p>Vlaanderen onder de Kroon was integendeel een +leen van den Franschen koning; en allodiaal Vlaanderen +was een eigendom der graven, waarvoor zij +noch aan den koning, noch aan den keizer iets verschuldigd +waren.</p> + +<p>Welnu, de hooger genoemde deelen van Vlaanderen +onder het Rijk werden van lieverlede een twistappel +tusschen de Vlaamsche en de Henegouwsche graven, +weshalve de geschiedschrijvers hun den naam van +«betwiste gronden» hebben gegeven.</p> + +<p>Het geschil duurde tot in 1333, wanneer de vorsten +een verdrag troffen, dat nooit meer werd gestoord.</p> + +<p>De graaf van Henegouw behield de steden en dorpen +van Lessen en Vloesberge, zonder daar nochtans nieuwe +versterkingen te mogen oprichten, tenzij met voorkennis +en toestemming van Vlaanderens vorst. Deze +behield de heerlijkheid van Ronse.<!-- Page 133 --><span class='pagenum'><a name="Page_133" id="Page_133">[Pg 133]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="XXXI" id="XXXI"></a>XXXI.</h2> + +<h2><a name="De_schilder_van_Ellezele" id="De_schilder_van_Ellezele"></a>De schilder van Ellezele.</h2> + + +<p>De kerk van Ellezele bezit een fraai altaarstuk uit +de XVI<sup>e</sup> eeuw: eene kruisiging van den Zaligmaker. +Op den donkeren grond van het tafereel komt +de witte kleur van een paard goed uit.</p> + +<p>De schilder heeft zijn gewrocht niet onderteekend. +Vandaar gissingen en volksoverleveringen.</p> + +<hr /> + +<p>In de XVI<sup>e</sup> eeuw telde Ellezele twee voorname +familiën. De eene droeg den naam van Lelatteur, de +andere dien van Dutransnoit.</p> + +<p>Uit beide huizen sproten magistraten en geestelijken. +Colard Lelatteur was burgemeester in 1462; Jan Lelatteur +werd schepen in 1510; Arnold Lelatteur ontving +de priesterlijke wijding in 1551.</p> + +<p>Lodewijk Dutransnoit werd burgemeester in 1503; +Jan en Joris Dutransnoit beklommen het altaar, de +eerste in 1504, de tweede in 1545; Jacob Dutransnoit +teekende als griffier in 1600.</p> + +<p>Men vertelt in het dorp, dat een Lelatteur de genoemde +kruisiging schilderde. De man was zeer rijk, +en beoefende de kunst om de kunst. Op het tafereel +maalde hij niet alleen de wezenstrekken zijner onderdanen, +maar ook de gedaante van zijnen schimmel.<!-- Page 134 --><span class='pagenum'><a name="Page_134" id="Page_134">[Pg 134]</a></span></p> + +<p>Zijn broeder, die almede het penseel hanteerde, was +naar Italië getogen, waar omtrent dien tijd «eene +geheele reeks meesters van den eersten rang naast +elkander optraden, die in even zoovele oorspronkelijke +richtingen dezelfde laatste schrede tot het toppunt van +ideale schoonheid en klassieke volkomenheid aflegden.» +Wij bedoelen <span class="smcap">Lionardo da Vinci</span>, overleden in +1519; — <span class="smcap">Michel-Angelo</span>, den hoofdmeester der +Florentijnsche school; — <span class="smcap">Raphael</span>, die zijn innigste +gevoel in zijne Madonna's ten beste gaf; — <span class="smcap">Antonio +Correggio</span>, die in zijne werken het licht bewogen +gevoel zoo heerlijk deed gelden; — <span class="smcap">Tiziano Vecellio</span>, +den hoogsten meester in de edele verheerlijking der +lichamelijke schoonheid.</p> + +<p>Bij zijne terugkomst in het lieve vaderland sloop de +Ellezeelsche schilder in de werkplaats zijns broeders.</p> + +<p>Daar stond eene pas geschetste schilderij. De aangekomene +tooverde vlug eene vlieg op het doek, en +verwijderde zich. En toen de andere terugkeerde, greep +hij eenen borstel, om het ondeugende diertje weg te +jagen. Zoo fijn, zoo natuurlijk, zoo meesterlijk had +zijn broeder het kleine vliegje voorgesteld.</p> + +<p>Men voegt er bij, dat de Lelatteur's op die wijze +den toenaam van <i>Mouche</i> gekregen hebben.</p> + +<p>Van dit alles zal wel geen woordje waar zijn. Wij +hebben inderdaad geene enkele oorkonde kunnen +vinden, waarin een Lelatteur als schilder aangeduid +wordt. Daarentegen kennen wij een tiental stukken +uit de jaren 1535-1569, welke «Jean Dutransnoit, +peintre,» noemen. Deze woonde op het gehucht +<i>Gauquier</i>.</p> + +<p>In 1543 trouwde Jan Hamaide, ridder en heer van +Nieuwburg, met Barbara Hauport, van Ellezele.</p> + +<p>Jan Dutransnoit zal dan, op vereerend verzoek van<!-- Page 135 --><span class='pagenum'><a name="Page_135" id="Page_135">[Pg 135]</a></span> +de jonge gehuwden, het altaarstuk geschilderd hebben, +op hetzelve noch de lakeien, noch het paard der edele +familie vergetende.</p> + +<hr /> + +<p>In negen minuten brengt ons de trein van Ellezele +naar Ronse. De afstand is bijgevolg niet groot. Nochtans +onderscheiden wij, in de richting van Vlaanderen, +ten minste drie valleien en twee reeksen van heuvelen.</p> + +<p>De stoomwagen fluit, kucht, stopt.</p> + +<p>En nu nemen wij afscheid van onze vriendelijke +lezers en lezeressen, allen hartelijk dankende voor +hunne welwillende aandacht.</p> + +<p><span class="smcap">Einde</span>.<!-- Page 137 --><!-- Page 136 --><span class='pagenum'><a name="Page_137" id="Page_137">[Pg 137]</a></span></p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="INHOUD" id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2> + + +<p>I. — <span class="smcap"><a href="#I">Reizen</a></span>. — Vroeger en nu. Schoonheid van België</p> + +<p>II. — <span class="smcap"><a href="#II">De Vlaamsche Ardennen</a></span>. — Ligging. Heuvelen en aanzienlijke verhevenheden. +Beken. De vaart van Bosuit. Bosschen in vroegeren tijd en nu. +Klopjachten. Spoorwegen</p> + +<p>III. — <span class="smcap"><a href="#III">Kortrijk</a></span>. — Ligging en uitgestrektheid der stad. Kortrijk vóor 1386. +Het kasteel. Gewichtige gebeurtenissen en vergrootingen. Bevolking. Het +stadhuis en zijne schouwen. De oude en de nieuwe halle. De Broeltorens. +Sint-Martenskerk. De kerk van O.-L.-Vrouw. Sint-Michielskerk. Het Begijnhof. +Beroemde mannen. Scholen en maatschappijen. Openbare plaatsen en +straten</p> + +<p>IV. — <span class="smcap"><a href="#IV">Naar Groeninge</a></span>. — Ligging. Grenzen, beken en wegen. Sagen. De +kapel van Groeninge. De slag der Gulden Sporen en zijne gevolgen</p> + +<p>V. — <span class="smcap"><a href="#V">De omstreken van Kortrijk</a></span>. — De bodem. De vlasnijverheid. Ondersteuning +en aanmoediging door de wethouders. De Pottelberg, het kasteel +van Hoog-Mosscher en de Bloedkapel. Het Hooge. De Spoelberg. Eene +schermutseling in 1814</p> + +<p>VI. — <span class="smcap"><a href="#VI">De hofstede «ten Akker.»</a></span> — Oude heerlijkheden. Ligging. Wal en +gebouwen. Het huisraad. De pachter en zijn gezin. Netheid</p> + +<p>VII. — <span class="smcap"><a href="#VII">Naar den Lauweberg</a></span>. — De weg. Het oude kerkhof. Eene episode +uit den Boerenkrijg. De abdij van Marke, later van Groeninge. De Lauweberg. +Landschappen. De abdij van Wevelgem, nu het Kloosterhof. Wevelgem. +Vermaarde mannen. Bellegem</p> + +<p>VIII. — <span class="smcap"><a href="#VIII">Naar Harelbeke</a></span>. — Weg. De abdij van Groeninge. Brigands-Zondag. +De watermolens. Harelbeke. De kerk. Het kapittel. De vroegere en +latere nijverheid. Peter Benoit. Andreas Pevernage</p> +<p><!-- Page 138 --></p><p></p> +<p>IX. — <span class="smcap"><a href="#IX">Naar Zwevegem, Moen en Heestert</a></span>. — De heer van Zwevegem in +1573. De weg naar Knokke. De vaart. Het Banhout. Knokke. Eene ontmoeting. +De Keiberg. Moen. De heerlijkheid van Moen. Het feest van Sint-Elooi. +De kerk. Heksenprocessen. Heestert. Ommegangen. Sint-Denijs</p> + +<p>X. — <span class="smcap"><a href="#X">Naar Tiegem</a></span>. — Vacantie. Herinneringen. Ansegem. Kaster. Tiegem. +Bevolking en oppervlakte. Uitzicht. De kerk. De patroon der parochie</p> + +<p>XI. — <span class="smcap"><a href="#XI">Naar het Kapelbosch</a></span>. — M. Moreels-Verhaeghe. Uitgestrektheid en +waarde van het bosch. De kapel en hare omgeving. De kijktoren. Panorama. +Schoonheid van het landschap. Jaarlijksche novene</p> + +<p>XII. — <span class="smcap"><a href="#XII">Naar Quaremont en den Kluisberg</a></span>. — Afstand. Avelgem, Ruien +en Berchem. Quaremont. De kerk. De bodem. Oudheden. Aan <i>de Klok</i>. Aan +<i>de Martiko</i>. Panorama's. Naar den Kluisberg. Een heerlijk landschap. +Peetje en Meetje. Orroir, Amougies en Rozenaken. Dottignies. De vallei der +Schelde</p> + +<p>XIII. — <span class="smcap"><a href="#XIII">Oudenaarde</a></span>. — De keure der gemeente. Merkwaardige gebeurtenissen. +Vroegere weelde der stad. Tapijtwevers. De hedendaagsche nijverheid. De +kerk van Pamele. Sint-Walburgiskerk. Misdaden in 1566 en 1572. Het stadhuis. +Het museüm van oudheden. Het Belfort. Het huis van Burgondië. De +abdij van Maagdendale. Rederijkkamers en landjuweelen. Beroemde mannen</p> + +<p>XIV. — <span class="smcap"><a href="#XIV">Naar Leupegem en Edelare</a></span>. — Leupegem. De berg van Edelare. +Panorama. De kerk van Edelare. De kapel van Kerselaar, haar oorsprong en +hare geschiedenis. De krokodil. De novene. De <i>Tivoli</i>. Mater en Maria-Hoorebeke. +Protestanten in Vlaanderen. Elzegem en zijne priorij. Oudheden, +gevonden te Etikhove</p> + +<p>XV. — <span class="smcap"><a href="#XV">Naar Gaver</a></span>. — Eine. De kerk. De <i>fittel</i>. De heerlijkheid van Eine. +De ruitersprocessie. De processie van Asper. Syngem en zijne kerk. Huise +en Gaver. De opstand der Gentenaars in 1453. De slag van Gaver. Folklore</p> + +<p>XVI. — <span class="smcap"><a href="#XVI">Binders of Branders</a> Eene bladzijde uit de geschiedenis van +den Boerenkrijg</span>. — Het einde der XVIII<sup>e</sup> eeuw. Rooversbenden in Vlaanderen. +De Boerenkrijg. Botsing te Oudenaarde. Namen van slachtoffers</p> + +<p>XVII. — <span class="smcap"><a href="#XVII">Naar Zottegem</a></span>. — Eename en zijne abdij. Vlucht der nonnen van +Groeninge in 1794. Oudheden, gevonden te Erwetegem. Zottegem. Het +lakenweven. Oploop der Gentenaars in 1314. De rederijkkamer. De kerk. +Het standbeeld van den graaf van Egmond. Eene bladzijde uit de geschiedenis +der XVI<sup>e</sup> eeuw. Laurens de Mets<!-- Page 139 --><span class='pagenum'><a name="Page_139" id="Page_139">[Pg 139]</a></span></p> + +<p>XVIII. — <span class="smcap"><a href="#XVIII">De omstreken van Zottegem</a></span>. — Gevonden oudheden. Middeleeuwsche +burchten. Het klooster van Velzeke. Elene. De jaarmarkt van Nieuwwege. +Hillegem. Grootenberge, Sint-Lievens-Essche, Godveerdegem en +Erwetegem</p> + +<p>XIX. — <span class="smcap"><a href="#XIX">Geeraardsbergen</a></span>. — Het ontstaan der stad en hare keure. De +eerste vestingen. Onlusten in 1328, 1380, 1485 en 1491. De kerk van +Hunnegem. De kerk van Sint-Bartholomeus. De abdij. Het gasthuis. De +vroegere en de hedendaagsche nijverheid. Vermaarde mannen. Scholen en +genootschappen. Uitgestrektheid en bevolking. Hoogte van den bodem</p> + +<p>XX. — <span class="smcap"><a href="#XX">Op den Ouden berg</a></span>. — Het <i>Hemelrijk</i>. Panorama. Eene legende. +Het Raspaillenwoud. Op het hoogste van den berg. Godsdienstige beelden. +De kapel. De vijver en het tafeltje. Gezicht op Brabant en Henegouw. Een +gedicht van F. de Beck</p> + +<p>XXI.<span class="smcap"> — <a href="#XXI">Eene Geeraardsbergsche sage</a></span>. — Een eigenaardig feest. Het beleg +der stad. De belegerden verschaken den vijand. Het ontsteken van vreugdevuren. +Hooge oudheid van het feest</p> + +<p>XXII. — <span class="smcap"><a href="#XXII">De omstreken van Geeraardsbergen</a></span>. — Boelare en zijne burcht. +Koekebak te Sarlardinge. Goeferdinge en zijne kerk. Welstand in de gemeente. +Schendelbeke. Pollare. Onkerzele. Een eigenaardig dorp. Panorama. +De <i>Jonkvrouw</i>. Onlusten in 1453. Het zoeken van steenkolen in 1765. De +Boerenkrijg te Geeraardsbergen. Nederbrakel, Opbrakel en Schoorisse</p> + +<p>XXIII. — <span class="smcap"><a href="#XXIII">Ronse</a></span>. — Ligging der stad. Hare oudheid. De plaatselijke nijverheid. +Rampen in 1477, 1519, 1559 en 1719. De beeldstormerij. Het kasteel. +De Sint-Pieterskerk. De Sint-Hermeskerk. De Sint-Martenskerk. Openbare +plaatsen. Voorname huizen. Gilden en maatschappijen. De Molenbeek. +Scholen. Het archief der stad. Vermaarde mannen </p> + +<p>XXIV. — <span class="smcap"><a href="#XXIV">Naar het bosch-Joly</a></span>. — Weg. Rotsen. Bronnen en vijvers. De +grot. Een dolmen. Uitzicht</p> + +<p>XXV. — <span class="smcap"><a href="#XXV">Naar den Hootond en de Kruisen</a></span>. — De kapel ten witten Tak. +Besmettelijke ziekten. Op den Hootond. Een heerlijk vergezicht. De Kruisen. +Ontmoetingen</p> + +<p>XXVI. — <span class="smcap"><a href="#XXVI">Naar den Muziekberg</a></span>. — Weg. In het woud. Het kijktorentje. Nog +een panorama. Wijnbouw in 1827. Avond. Gedicht van H. Tollens</p> + +<p>XXVII. — <span class="smcap"><a href="#XXVII">Nog in het land van Ronse</a></span>. — De Hooge heide. Van den Daele's +bosch. Ellezele. St-Sauveur. Watripont en zijne heerlijkheid. De baronij +van Ronse<!-- Page 140 --><span class='pagenum'><a name="Page_140" id="Page_140">[Pg 140]</a></span></p> + +<p>XXVIII. — <span class="smcap"><a href="#XXVIII">De Fiertere van Ronse</a></span>. — Onze heiligen. Bedevaarten en ommegangen. +De overblijfselen van St-Hermes. De Fiertere in vroegere eeuwen. +Eigenaardige gebruiken. De Fiertere op heden. Oudheid der plechtigheid. +Het <i>Zottenboek</i></p> + +<p>XXIX. — <span class="smcap"><a href="#XXIX">Naar den Pottelsberg</a></span>. — Vloesberge en zijn woud. Voorname +verhevenheden. De weg. De kapel van Lorette en de kapel ter Heide. De +Tijloozen-ommegang. <i>Les quatre Vents</i>. Op den Pottelsberg. Verloren +loopen</p> + +<p>XXX. — <span class="smcap"><a href="#XXX">Naar Ellezele</a></span>. — Uitgestrektheid der streek. De Luxemburgsche +Ardennen en Zuid-Vlaanderen. Ellezele. Grondgebied en bevolking. Heidens +in de streek. Maatregelen tegen die booswichten. De parochiale kerk. Hoedanigheden +der bevolking. Eene aardbeving. De betwiste gronden</p> + +<p>XXXI. — <span class="smcap"><a href="#XXXI">De schilder van Ellezele</a></span>. — Een weinig gekend altaarstuk. De +familie Lelatteur en de familie Dutransnoit. De volksoverlevering. Jan Dutransnoit, +schilder in 1535-1569. Wie het altaarstuk waarschijnlijk bestelde. +Terugreis en afscheid</p> + +<p><a href="#INHOUD">INHOUD</a><!-- Page 141 --><span class='pagenum'><a name="Page_141" id="Page_141">[Pg 141]</a></span></p> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN *** + +***** This file should be named 26102-h.htm or 26102-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/6/1/0/26102/ + +Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/26102-h/images/image01.jpg b/26102-h/images/image01.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6c623ff --- /dev/null +++ b/26102-h/images/image01.jpg diff --git a/26102-h/images/image02.jpg b/26102-h/images/image02.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cd532d3 --- /dev/null +++ b/26102-h/images/image02.jpg diff --git a/26102-h/images/image03.jpg b/26102-h/images/image03.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2889d63 --- /dev/null +++ b/26102-h/images/image03.jpg diff --git a/26102-h/images/image04.jpg b/26102-h/images/image04.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..49b1775 --- /dev/null +++ b/26102-h/images/image04.jpg diff --git a/26102.txt b/26102.txt new file mode 100644 index 0000000..f118b49 --- /dev/null +++ b/26102.txt @@ -0,0 +1,4693 @@ +The Project Gutenberg EBook of Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Reisjes in Zuid-Vlaanderen + +Author: Theodoor Sevens + +Release Date: July 21, 2008 [EBook #26102] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN *** + + + + +Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe + + + + + + +REISJES + +IN + +ZUID-VLAANDEREN + +DOOR + +THEODOOR SEVENS. + + +MET PLATEN. + + +KORTRIJK, +BOEKDRUKKERIJ VAN EUGENE BEYAERT, UITGEVER, +18, JAN PALFYNSTRAAT, 18. +1901. + + + + +I. + +Reizen. + + +Onder de menigvuldige boeken en handschriften, door wijlen +GOETHALS-VERCRUYSSE aan de stad Kortrijk geschonken, vindt men den +"_Grooten Gentschen comptoir-almanach voor 1767_." + +De bezitter van dit boek teekende, op de witte deelen der bladzijden, +allerhande gebeurtenissen aan, welke gedurende het genoemde jaar +voorvielen. + +Zoo schreef hij in de maand Juni: + +"Men heeft tot Ghendt ghevierd met de uyterste pracht het zeven +honderdjarig jubile van de verheffing der reliquien. Ick ook trok, den +30 's morgens vroeg, het quart na vier ure, in compagnie van vier andere +personen in eene koetse naer die stad. Wy waren 's voornoens ten tien +ure en half tot Ghendt, en hoorden de elvemisse by de Recolletten." + +Wat zou de brave man verbaasd staan kijken, indien hij weer in ons +midden kon verschijnen! Ontelbare ijzeren wegen doorkruisen hedendaags +gansch de beschaafde wereld. In ons kleine vaderland heeft het net eene +lengte van meer dan vijf duizend kilometers... + +Zoodra men den stoomwagen kende, kwam de afstand niet meer in +aanmerking. In ruim vijf uren vliegt men van Brussel naar Parijs; in +vier en twintig uren stoomt men langs Namen, Luxemburg, Mets, +Straatsburg, Stuttgart en Munich naar Weenen, in Oostenrijk. + +Dit gemak, gevoegd bij de geringheid der vervoerprijzen en de algemeene +verspreiding van het onderwijs, heeft de menschen den lust tot reizen +ingedreven. + +Voor 23 fr. mag men, gedurende vijftien dagen, op al de ijzeren wegen +van den Belgischen Staat, naar hartelust weg- en wederreizen. + +Zelfs de mindere man is niet meer tevreden met de tuinen en velden, met +de weiden en bosschen, die zijn geboortedorp omringen; hij wil de wijde +wereld in, om met eigen oogen de werken der nijverheid, de +voortbrengselen der kunst en de schoonheden der natuur te bewonderen. + +Hij droomt van het groote Londen en het prachtige Parijs; van +Zwitserland, met zijne Alpen en sneeuwvelden, met zijne dalen en meren; +van Rome, met zijne prachtige gebouwen; van het zonnige Oosten en het +bedrijvige Amerika. + +Dan, velen haken naar vreemde landen en verre gezichten, en kennen de +wonderen niet, welke de Voorzienigheid in ons klein land zoo kwistig ten +toon spreidde. + +Hebben wij geen verrukkelijk zeestrand? Geene vruchtbare velden en +malsche beemden? Geene zindelijke steden en vriendelijke dorpen? Hebben +wij in het Zuid-Oosten, in Luik, Luxemburg en Namen, geene heerlijke +bergen en dalen? Geene watervallen en majestatische grotten? Geene rijke +mijnen en steengroeven? + +Wij stellen ons voor het zuidelijk gedeelte van Oost- en West-Vlaanderen +-- de Vlaamsche Ardennen -- te doen kennen. Niet zelden zullen wij, om +den weetgierigen lezer te bevredigen, onze beschrijvende schetsen met +historische en andere bijzonderheden afwisselen. + +Want het woord van den dichter blijft altoos waar: Ken uw land, en gij +zult het beminnen! + + + + +II. + +De Vlaamsche Ardennen. + + +Als men op eene landkaart eene rechte lijn trekt van Kortrijk naar +Oudenaarde, eene andere van Oudenaarde naar Geeraardsbergen, eene derde +van Geeraardsbergen naar Ronse en eene laatste van Ronse naar Kortrijk, +zoo vormt men eene bijna regelmatige ruit, die ongeveer negen mijlen +lang en nagenoeg drie mijlen breed is. + +Daar zijn "de Vlaamsche Ardennen." + +Zuid-Vlaanderen is eene landbouwstreek. De grond is door den band +kleiachtig, en brengt goede oogsten voort: tarwe en rogge, gerst en +haver, aardappelen, wortelen en rapen, vlas en klaver. + +Twee heuvelreeksen loopen langs de oevers der Schelde: de eene aan den +noordwestkant, de andere aan den zuidoostkant des strooms. + +De eerste scheidt den Scheldekom van den Leikom. Zij begint over +Bellegem, loopende langs Sint-Denijs en Moen naar het Banhout, naar +Ootegem, Ingooigem, Tiegem, Kaster, Ansegem, Gijzelbrechtegem en +Wortegem. + +De zuidelijke keten begint aan den Kluisberg, bij Ronse, en richt zich +langs Quaremont, Nukerke, Edelare en Eename naar Gaver. Eene vertakking +gaat oostwaarts, tusschen Quaremont en Ronse, naar het woud van +Vloesbergen, op de scheiding van Oost-Vlaanderen en Henegouw, naar +Geeraardsbergen en het Brabantsche. Te Geeraardsbergen onderscheidt men +nochtans het dal van den Dender. + +Tot de aanzienlijkste verhevenheden behooren: de Perreberg, te +Sint-Denijs; de Keiberg, op het grondgebied van Moen, en de hoogvlakte +van Tiegem, in West-Vlaanderen; -- de Edelareberg, bij Oudenaarde; de +Koppenberg, bij Melden; de Kluisberg, tusschen Avelgem en Ronse; de +Hootond, benoorden Ronse; de Muziekberg, ten Oosten van dezelfde stad, +en de Oudeberg, bij Geeraardsbergen, in Oost-Vlaanderen; -- de +Pottelsberg en de berg van Rhodes, in Henegouw. + +Verscheidene beken vloeien naar de Schelde. + +De Braambeek, komende van Sint-Denijs, kronkelt door Moen, en scheidt +verder Heestert van Autrijve en Autrijve van Avelgem. In de XVIIe eeuw +bracht zij nog eenen watermolen in beweging. + +De Arnoldusbeek ontstaat te Tiegem en vloeit naar Avelgem. + +De Ronne komt uit Henegouw, scheidt deze provincie van Oost-Vlaanderen, +loopt langs Amengijs (Amougies) en Orroir, en valt tegen Avelgem in de +Schelde. Dit riviertje gaf zijnen naam aan de stad Ronse. + +De Markebeek neemt haren oorsprong aan den voet van den Pottelsberg. Zij +bespoelt de gemeenten Schoorisse, Marke en Etikhove en mengt, bij +Leupegem, hare wateren met die der Schelde. Zeven watermolens werken op +de Markebeek. + +De Zwalme ontspringt tusschen Vloesbergen en Nederbrakel. Zij besproeit +deze gemeente en verder Michelbeke, Roosbeke, Rooborst, Munkzwalm en +Nederzwalm, vallende in de Schelde tusschen Welden en Hermelgem. Het dal +der Zwalme is overal zeer schilderachtig. + +In het dal der Lei vinden wij de Klakkaardsbeek, op het grondgebied van +Kortrijk, en de Kastelnijbeek, te Vichte. Dit laatste riviertje +scheidde vroeger de kastelnij van Kortrijk van die van Oudenaarde. + +Aan de kanten van Geeraardsbergen kronkelt de Molenbeek naar den Dender. + +De vaart van Kortrijk naar Bosuit, gedolven in 1858-1859, verbindt de +Lei met de Schelde, langs Zwevegem en Moen. Tusschen deze twee +gemeenten, op het gehucht Knokke, heeft men eenen tunnel gedolven, die +665 meters lang en, met den trekweg, 6 meters breed is. + +Zuid-Vlaanderen bezit nog verscheidene bosschen: het bosch van Bellegem, +tusschen Kortrijk en Doornik; het Banhout, bij Heestert; het +Bouveloobosch, tusschen Ansegem en Wortegem; het Kapelbosch, te Tiegem; +de bosschen van den Kluisberg en den Muziekberg; het bosch van +Vloesberge en het bosch te Rijst, niet verre van Opbrakel. + +In vroegere eeuwen waren die wouden natuurlijk veel grooter dan thans. +Vossen en wolven hadden daar hunne schuilplaats. Tusschen Volkegem en +Eename wijst men den reiziger nog den Wolvenberg aan. Meer dan eene +gemeente heeft eene Wolvenstraat of eenen Wolvenhoek. + +Nu en dan gebood men klopjachten, ten einde de wolven onschadelijk te +maken. Zoo lezen wij in _de kleine Keurboeken_ der stad Kortrijk (1586): +"Also myn heeren de hoochbailliu deser stede, metgaders de hoochpointers +ende vryscepenen van de cassellerie van diere, gheinformeert zyn van de +groote ende onsprekelicke schade, die de wolven in alle de prochien de +aerme landlieden zyn doende... zo eyst, dat zy goed ende expedient +ghevonden hebben woensdaghe naest, metgaders noch de drie woensdaghen +naervolgende, te doen eene generale jacht in elke prochie van de +voorseyde cassellerie, opdat door zulk middel de voorseyde wolven +zouden moghen aehterhaelt ende betrapt worden, immers ten minste +verjaecht uit deze contreye." + +In het Ambacht van Veurne breide men het volgende jaar "wulvenetten." +Verder betaalde men verscheidene "weynaers," die, zegt de +kastelnijrekening, "wulven ghevanghen hadden." + +Talrijke spoorwegen doorsnijden de Vlaamsche Ardennen, en zullen onze +uitstapjes vergemakkelijken. Het zijn: de baan van Kortrijk naar +Oudenaarde, langs Stassegem, Deerlijk, Vichte, Ansegem, Elzegem en +Petegem; -- de baan van Kortrijk naar Ronse, langs Zwevegem, Moen, +Avelgem, Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies; -- de baan van +Oudenaarde naar Gent, langs Eine, Heurne en Asper; -- de baan van +Oudenaarde naar Zottegem, langs Eename, Munkzwalm en Rooborst; -- de +baan van Oudenaarde naar Ronse, langs Etikhove; -- de baan van +Oudenaarde naar Avelgem, langs Melden, Berchem en Ruien; -- de baan van +Ronse naar Zottegem, langs Opbrakel, Nederbrakel en Michelbeke; -- de +baan van Zottegem naar Geeraardsbergen, langs Erwetegem, Maria-Lierde en +Hemelveerdegem; -- de baan van Ronse naar Lessen, langs Ellezele en +Vloesbergen; -- de baan van Lessen naar Geeraardsbergen. + +Van Oudenaarde naar Ronse stoomende, komt men door eenen onderaardschen +gang, die 420 meters lang is. + + + + +III. + +Kortrijk. + + +Kortrijk, gelegen op de twee oevers der Lei, heeft eene uitgestrektheid +van ruim 2115 hectaren, deels in bebouwden, deels in onbebouwden grond. + +De eerste keure, aan de gemeente verleend, is van 1190. + +Nochtans was de eigenlijke stad, voor 1386, niet groot. Zij was 600 +meters lang, van het Noord-Westen naar het Zuid-Oosten, tusschen de Lei +en de Doorniksche poort; en 400 meters breed, van het Noord-Oosten naar +het Zuid-Westen, tusschen de Kanunnikpoort en de Rijselsche poort. + +Het grafelijk kasteel stond destijds in den Noord-Oostelijken hoek, bij +den oudsten Broeltoren, tusschen de Lei, den wal der stad en de kerk van +O.-L.-Vrouw. + +De vergrootingen van Kortrijk gebeurden na 1386, door het delven der +kleine Lei; -- na 1453, door de inlijving van Overbeke, buiten de +Steenpoort; -- na 1577, door de versterking van Overlei. + +Toen Philip de Stoute de wethouders machtigde om de kleine Lei te +graven, liet hij ook, bij de huidige Vischmarkt, een nieuw kasteel +bouwen. Dit slot had zes torens en een grootsch voorkomen. + +Omtrent het midden der XVIIe eeuw maakten de Franschen zich meester van +de stad. Waar nu de Esplanade is, braken zij twee kloosters en ruim 300 +huizen af. Tusschen de Esplanade en de Lei bouwden zij in 1647 eene +vesting, voorzien van bolwerken en verschansingen. + +In de laatste zestig jaren heeft Kortrijk een nieuw uitzicht gekregen. +Men vindt er verscheidene nieuwe wijken, met sierlijke lanen en breede, +goed verluchte straten. De breedste straten kregen twee reeksen schoone +boompjes. + +Kortrijk was meer dan eens het tooneel van gewichtige gebeurtenissen. + +Iedereen weet te spreken van den slag der Gulden Sporen, geleverd den 11 +Juli 1302. Gedurende de worsteling schoten de Franschen uit het kasteel +het Begijnhof en eenige huizen aan de Markt in brand. + +Tachtig jaren nadien legden de overwinnaars van Roosbeke de stad in +asch. Eene belasting op het bier en den wijn moest dienen om de gemeente +uit hare puinen te doen oprijzen. + +In 1539 spanden Gent en Kortrijk samen tegen Karel V. Deze kwam uit +Spanje en strafte beide steden. + +De XVIe eeuw was een tijd van jammerlijke woelingen, van rooverijen en +bloedstortingen. Van den 12 Februari 1578 tot den 27 Februari 1580 +zetelden de Geuzen op het stadhuis, al de kloosters verwoestende, al de +kerken plunderende. + +De grootste helft der XVIIe eeuw was almede een droevig tijdperk. De +Franschen overrompelden de stad in 1667 en in 1683. De gemeente kwam van +lieverlede tot zulke armoede, dat een groot deel van de inwoners de +vlucht namen. + +Nog rampzaliger waren de laatste jaren der XVIIIe eeuw, wanneer men, +zooals CONSCIENCE aanmerkt, niets meer eerbiedigde: noch godsdienst, +noch zeden, noch eigendom, noch wetten der menschelijkheid. + +[Illustration: KORTRIJK. -- DE BROELTORENS.] + +Eene bulle van Eugenius IV, van 1434, zegt, dat Kortrijk alsdan 23000 +ingezetenen telde. Voor de Fransche omwenteling bedroeg de bevolking +11134 zielen; in 1820 ruim 15800; in 1867 ongeveer 23650; op het einde +van December 1898 meer dan 33380. Ziedaar wel een bewijs, dat de +nijverheid en de handel er bloeien en weelde verspreiden. + +Ten jare 1382 verslond het vuur eene menigte gebouwen, waaronder het +stadhuis en Sint-Martenskerk. + +SIMON VAN ASSCHE, een Gentenaar, herbouwde het stadhuis in 1417 en +volgende jaren. GILLIS PAUWELS, van Brussel, vervaardigde "eene +wandelinghe of borstweere" boven den gevel; JAN RUEELE en WILLEM EUBINS, +beiden van Kortrijk, kapten andere versieringen. In de nissen stelde men +beelden van heiligen. + +Een Gentsche kunstenaar, te Kortrijk gevestigd, MARCUS VAN GHISTEL, +"stoffeerde de balken," leverde "glasen veysteren," en schilderde met +zijnen broeder "de beteekenisse van den jugemente ten uutersten daghe." +De XVe eeuw was een tijd van stoffelijke welvaart voor Vlaanderen. Ook +maakten de schepenen een praalgebouw van den tempel der wet. + +Het stadhuis werd vergroot en gedeeltelijk herbouwd in 1526-1530. In +1872 heeft men den voorgevel nogmaals hersteld. + +Twee groote, schoone schouwen wekken de bewondering der bezoekers. Zeker +bestonden zij in 1527, aangezien de wethouders van Oudenaarde dit jaar +eenen kunstenaar verzochten om er eene schets van te maken. In 1417-1418 +kapte de reeds genoemde Willem Eubins twee lijsten "om de caven," die +men in het stadhuis maken zoude, "eene boven ende eene beneden." + +De schouw der bovenzaal is 2m,98 breed en 1m,32 hoog. Zij bestaat uit +verscheidene vakken. Het hoogste vak telt acht beelden: het Geloof, de +Nederigheid, de Milddadigheid, de Zuiverheid, de Naastenliefde, de +Matigheid, het Geduld en de Waakzaamheid. In het tweede vak vindt men de +Gerechtigheid en den Vrede, benevens acht ondeugden, passende onder de +genoemde deugden: de Afgoderij, de Hoovaardigheid, de Gierigheid, de +Onkuischheid, den Nijd, de Gulzigheid, de Gramschap en de Traagheid. In +het midden van dit vak prijkt het beeld van Karel V, waaruit volgt, dat +het kunstwerk zich niet meer in zijne oorspronkelijke gedaante voordoet. + +Het derde vak behelst raadselachtige onderwerpen. Evenwel ziet men +dadelijk, dat de beeldhouwer gedacht heeft aan de kastijding der +ondeugden en driften, welke hij in het middelste vak voorstelde. + +De schouw der benedenzaal is niet zoo fijn gebeiteld als de andere. Zij +heeft insgelijks veranderingen ondergaan en vertoont: Mozes en den +Zaligmaker; Albert en Izabella; O. L. Vrouw, met haar kindeken op den +arm; Sint Marten, met het wapen van Kortrijk in de hand; Sint Salvator, +met het wapen van Harelbeke; Sint Pieter, met het wapen van Tielt; Sint +Egidius, met het wapen van Deinze; Sint Vedastus, met het wapen van +Meenen, en Sint Elooi, met het wapen der dertien parochien. + +GUFFENS en SWERTS hebben over eenige jaren de onderste schouw en de +muren der zaal met goud en kleuren belegd, gelijk zij oorspronkelijk +geweest zijn. Dit werk kostte 30000 fr. + +Buiten eene menigte kostbare handvesten bewaart men ten stadhuize den +kleinen, ruitvormigen steen, dien de abdis van Groeninge op het graf van +Sygis, den koning van Majorka, liet leggen. + +De eerste Halle van Kortrijk stond op de Groote Markt. Hedendaags prijkt +daar nog een deel van het Belfort, voorzien van eene kleine spits en +vier torentjes. Dit bijvoegsel is van 1519-1520. "Twee meesters +werelieden van Ghendt," en "twee meesters werelieden van Ryssele," hier +ontboden "by proosten en scepenen," oordeelden immers, "dat de torre +niet helpelic en was." Vroeger was het Belfort zeer hoog. Een ijzeren +man, Manten geheeten, sloeg de uren met zijne vuisten. + +De nieuwe Halle, in de Doorniksche straat, dagteekent van het midden der +XVIe eeuw. In 1549 ontboden de schepenen verscheidene personen uit +Doornik en Maubeuge "omme te overziene het werc van der nieuwer halle en +te adviseeren het vulbringen van diere," dit met den minsten kost +mogelijk. + +De twee Broeltorens zijn merkwaardige gedenkstukken van vroegere +krijgsbouwkunde. Even oud zijn ze niet. De toren, op den linkeroever der +Lei, werd gebouwd uit kracht van een octrooi, onderteekend te Atrecht +den 18 April 1411; de andere -- de Speitoren -- bestond voor de +uitvinding van het buskruit. Dit blijkt uit de bouwstoffen der +grondvesten, uit de breedte der schietgaten, alsook uit den afstand +tusschen die gaten en de vloeren. + +In den Speitoren vindt men thans het museum oudheden. + +Sint-Martenskerk bestaat uit deelen van verschillende tijdstippen. +Eenige pijlers, tusschen de vont en het koor, zijn uit het midden der +XIIIe eeuw; de voorkerk, gebouwd door WILLEM ALUSSEN, is van 1413-1450. +De kruisbeuk dagteekent van 1458-1468; de vont van 1473-1474; het koor +van 1870. Voor den brand van 1862 was het koor uit de XIVe eeuw, de +Sinte-Annakapel van 1514-1522. Het metselwerk van den toren was +voltooid in 1439; de houten naald in 1602. Toen FRANS HEYLINCK, van +Antwerpen, in 1601 den "eersten naghel had geslagen," kreeg hij een +geschenk van wijn. + +Sint-Martenskerk bezit eenige goede kunstwerken: een H.-Sacramentshuis, +gebeiteld door HENDRIK MAURIS in 1586; eene degelijke schilderij van +BERNAARD DE RYCKERE, van Kortrijk, _de Nederdaling van den H. Geest over +de Apostelen_ voorstellende; een tafereel van KAREL VAN MANDER, +verbeeldende de onthoofding van Sinte Katharina; een koperen altaar, +over weinige jaren geleverd door M. FIERLEFYN. Het snijwerk der vont, de +zeven H. Sacramenten voorstellende, is eveneens zeer merkwaardig. + +Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen, die gaarne te Kortrijk verbleef, +bouwde in 1200 de kerk van O.-L.-Vrouw, en vestigde er een kapittel van +twaalf kanunniken met eenen deken. + +De kerk behoort tot den overgangsstijl, evenals de kerk van Pamele, die +slechts dertig jaren jonger is. Eigenaardig is zij opgevat, in ongewonen +vorm en ongewone lijnen, maar toch schoon in stand en samenstelling. + +Het koor schijnt hersteld te zijn geworden na de ramp van 1382. De kapel +der Onbevlekte Ontvangenis is van 1420. + +Lodewijk van Male stichtte de heerlijke kapel der graven van Vlaanderen, +een vorstelijk gebouw, waaraan de beste meesters uit de tweede helft der +XIVe eeuw arbeidden. Dit deel was voltooid in het voorjaar van 1374. In +de jaren 1866-1870 heeft men de grafelijke kapel prachtig hersteld, dank +aan de kennis of de begaafdheden van kanunnik F. VAN DE PUTTE, JAN VAN +DER PLAETSEN, baron BETHUNE en anderen. + +De kerk van O.-L.-Vrouw bezit eene prachtige schilderij van ANTOON VAN +DYCK: _de Oprichting van het kruis_; een kostbaar marmeren altaar, +geplaatst door HUBERT BOREUX, van Dinant; alsmede eene reliquie van +onschatbare waarde: een haarlokje des Zaligmakers, medegebracht uit het +H. Land door Philip van Elzas. + +Het was in de kapel van O.-L.-Vrouw, achter het hoofdaltaar, dat de +Vlamingen in 1302 dankbaar de gulden sporen ophingen, welke zij op het +zegeveld van Groeninge gevonden hadden. Toen men over eenige jaren het +witsel van het gewelf krabde, ontdekte men aldaar de schildering van 116 +zwarte leeuwen op gelen grond. + +In de eerste helft der XVIIIe eeuw bekleedde men het geheele koor, tot +aan de gewelfbogen, met marmer en gemarmerd hout. Dit bijvoegsel wordt +thans geweerd, zoodat de gansche kerk weldra weer zal pralen in hare +oorspronkelijke strenge schoonheid. + +De kerk van Sint-Michiel, plechtig gewijd den 18 Mei 1611 en voor korte +jaren kunstig hersteld door BETHUNE, is een bezoek overwaard. Hier rust +het wonderdadig beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge, herkomstig uit de +abdij van dien naam. + +Op het einde der XVIIIe eeuw brandden de Jacobijnen in deze kerk +wierook voor de godin der Rede. Uit dien hoofde prijkt, bij het altaar +van O.-L.-Vrouw, het gedenkteeken van den Boerenkrijg, onthuld den 9 +October 1898. Het draagt de namen van een en dertig gekende martelaars +der vaderlandsche zaak: Jan Bouderez, Jan Verschaeve, Willem Vasure, Jan +Maelfait, Willem Bourgois, Michiel Bonekaert, Jan van de Putte, Pieter +Willein, Jan de Smedt, Pieter de Wulf, Jacob Verscheure, Fideel Kinds, +Jan Braems, Pieter Berlamont, Jacob Verschaete, Jan Folens, Jan de +Waele, Jacob Wallays, Pieter Albrecht, Jan Noppe, Willem Buyse, Lodewijk +Missiaen, Pieter Baeckelandt, Lodewijk de Waele, Jozef de Vos, Frans +Messeine, Jan Carlier, Augustijn Vroman, Jan Vroman, Frans van den +Bulcke en Maria-Magdalena Schaede. + +De parochiale kerken, aan Sint-Rochus en Sint-Elooi toegewijd, zijn +nieuw, de eerste van 1863, de tweede van 1882. + +Een der schilderachtigste hoekjes van Kortrijk is het Begijnhof, bij +Sint-Martenskerk. Door den band zijn al de begijnhoven stille, +gemoedelijke plaatsen te midden der woelige steden. Het Kortrijksch hof +boeit ongemeen den bezoeker door zijne netheid, door zijnen +vriendelijken eenvoud, door zijne ligging. + +De kapel, fraai hersteld en versierd, is van 1464. Het huis der +Grootjufvrouw heeft een lief geveltje. + +Kortrijk schonk het leven aan vele beroemde mannen: aan JAN DAVID +(1545-1613), den geleerden kamper tegen de Geuzen; -- aan JAN PALFYN +(1650-1730), den grooten ontleedkundige, uit onbemiddelde ouders +gesproten; -- aan JAN-BAPTIST HOFMAN (1758-1835), door VAN DUYSE +Vlaanderens "meistersinger" geheeten; -- aan JACOB GOETHALS (1759-1838), +eenen werkzamen kroniekschrijver, die heel zijne bibliotheek aan de stad +schonk; -- aan FERDINAND SNELLAERT (1809-1872), eenen geleerden +taalvorscher en verstandigen werker voor de volkszaak. + +Als schilders noemen wij PIETER VLERICK (1539-1581); -- BERNAARD DE +RYCKERE, overleden te Antwerpen den 1 Januari 1590; -- ROELAND SAVERY +(1576-1639); -- JAN DE JONGHE (1785-1844) en LODEWIJK ROBBE +(1807-1887). + +JACOB VAN DE WALLE, geboren in 1599 en overleden in 1690, was een van de +vermaardste Latijnsche dichters van zijnen tijd. HENDRIK BEYAERT, +geboren den 29 Juli 1823, bouwde het hotel der nationale Bank, te +Brussel; de Spoorhalle, te Doornik; het nieuw Krijgshospitaal, te +Brugge. + +Kortrijk bezit eene menigte inrichtingen van onderwijs: verscheidene +lagere scholen, zoo voor jongens als voor meisjes; een beschermd +college, dat zich alle jaren in de wedstrijden onderscheidt; eene +middelbare school van den Staat; eene school voor weesjongens, +dagteekenende van 1562; een dergelijk gesticht voor weesmeisjes; eene +academie van teeken- en bouwkunde; eene nijverheidschool; eene +beroepschool; eene muziekschool; verscheidene openbare bibliotheken; een +museum van oudheden en een museum van schilder- en beeldhouwwerken. + +Meer dan eene maatschappij beoefent den zang, het tooneel of de +letterkunde. De oudste vereeniging is zeker de oude broederschap "van +den heleghen Cruce ons Heeren," erkend door de wethouders in 1514 "als +een gulde van rethorijcke." + +Het aloude Sint-Jorisgilde en de nering der arbeiders of pijnders hebben +eveneens den storm der Fransche omwenteling overleefd. In het huidig +lokaal der voetboogschutters, bij de Doornikpoort, bewaart men het +_Edelbouck der guldebroeders_, op perkament, alsmede bogen, "paruren" of +kleederen en eenen halsband met 59 schakels. + +Onder de openbare plaatsen zullen wij noemen: de Gulden-Sporenplaats, +voor de spoorhalle, versierd met een hofje; -- de Groote Markt, met het +oude Belfort en het marmeren standbeeld van Mgr de Haerne; -- de +Esplanade, beplant met struiken, heesters en boomen; -- de Wapenplaats, +in de nabijheid van het Gerechtshof; -- de Casinoplaats, voor het +gevang, ook beplant met weelderige platanen; -- de Groeningelaan, eene +lieve wandelplaats met olmen, gras- en bloemperken. Breede lanen omringen +gansch de stad. In de Palfynstraat, in de Doornikstraat, in de +Hallestraat, in de Sint-Jorisstraat, op de Havermarkt, in de +IJzeren-Wegstraat, rond de Markt en de Gulden-Sporenplaats groeien en +bloeien kleine acacia's. Wij overdrijven niet, als wij zeggen, dat +Kortrijk in de laatste jaren eene der vriendelijkste steden van Belgie +is geworden. + + + + +IV. + +Naar Groeninge. + + +Geen Vlaming, of hij weet van Groeninge te spreken, waar de Klauwaards +op den 11 Juli 1302 hunne erfvijanden verpletterden. + +Groeninge was alsdan een eiland, tusschen den wal der stad, de Lei, de +Groeningebeek en de Sint-Jansbeek. Het had eene oppervlakte van nagenoeg +60 hectaren. + +Van de Groote Markt vertrekkende en de Doornikstraat volgende, komen wij +aan den ijzeren weg. + +De IJzeren-Weglaan, links, loopt over den ouden Neveldriesch. Rechts +wuift het hoog geboomte van het Sint-Jorispark. Dit gedeelte van den +Neveldriesch noemde men, na 1302, den Bloedmeersch. Nog vloeit de +Bloedbeek door het park naar den ouden stadswal. + +Op het einde der Sint-Janslaan blijven wij staan. Over de huizen zoeken +wij de spits en het kruis van den toren der hoofdkerk. Voor ons hebben +wij dus de westelijke grens van het slagveld. + +Nu kijken wij over de Veemarkt naar het torentje van Sint-Antoniuskerk. +Zoo bepalen wij nagenoeg de zuidelijke grens of den loop der +Sint-Jansbeek, gedempt in 1444. De Sint-Jansbeek, komende uit de +Groeningebeek, diende om den wal der stad te spijzen. Op hare oevers +hadden de drie stormloopen plaats, waarvan de kroniekschrijvers gewag +maken. + +De Veemarkt is ongeveer twee hectaren groot. Wij slaan de Veldstraat in +en merken weldra, rechts, eene hofstede en eenen lusttuin. Daar vloeit +de Groeningebeek; daar is de oostelijke grens van het slagveld. + +De tegenwoordige Groeningelaan, ter linkerhand, ligt derhalve in den +zuid-oostelijken hoek. + +Tusschen de Lei, de Groeningebeek en den Gentschen weg rees de abdij van +Groeninge, gebouwd voor 1268. + +Een groote weg doorsneed de aangeduide vlakte: de Harelbeeksche straat, +nu de Voorstraat en de Gentsche baan uitmakende. Hij had eene +vertakking: de Lange-Merestraat, thans de Molenstraat geheeten. De +Oudenaardsche baan, verlegd in 1571, was de voortzetting der Merestraat. + +Hedendaags is het grootste gedeelte van Groeninge bebouwd. Buiten de +reeds genoemde straten, vindt men er de volgende wegen en pleinen: de +Groeningestraat, de Houtmarkt, de Lambrechtstraat, den Kring, de +Sint-Jansstraat, den Stompaardshoek, de Potterijstraat, de Esplanade, de +Kanaalstraat. + +De meergenoemde Groeningelaan is eene schoone wandelplaats. Zij is 375 +meters lang en 40 meters breed. Hooge boomen, bloeiende heesters, +golvende graspleinen en lieve bloemperken volgen op elkander. Maar +fluisteren de olmen geene sagen uit den voortijd, geene lessen voor de +toekomst? + + De zonne rijst... Ik wandel den ouden Kouter rond. + Waar, leunend op zijn wapens, het Vlaamsche leger stond, + + De vogel neurt zijn liedje, het loover knikt en trilt... + Ik hoor gebriesch van paarden en kreten, woest en wild. + + Zij komen trotsch en tergend, vol waan en overmoed; + Zij gaan hun lansen ploffen in slecht en hondsch gebroed! + + Zij komen trotsch en talrijk; maar de onzen springen recht, + En beuken met hun knodsen op edelman en knecht. + + Wat kerven, kneuzen, moorden met bijl en goedendag! + En boven barmen lijken ontrolt men Vlaandrens vlag... + + De zonne straalt... Ik wandel den ouden Kouter rond, + Waar, steunend op zijne armen, het Vlaamsche leger stond. + + Daar schudt een boom zijn takken: "Hier vocht men Vlaandren vrij; + Doch moet het eeuwen duren, eer Vlaandren dankbaar zij?" + +Bij het nieuw gedeelte van het oude-mannenhuis vormt de Groeningelaan +eenen kleinen elleboog. + +Eene nieuwe laan, van verscheidene meters breedte, vertrekt naar de +Esplanade, en bakent de plaats af, waar het gedenkteeken zal oprijzen, +dat het Dietsche volk in 1902 ter eere van zijne voorvaderen wil +onthullen. + +Eenige schreden verder, tegen den Gentschen weg, staat, half verscholen +in den gevel der huizen, het oude kapelleken van Groeninge, over weinige +jaren versierd en voorzien van een toepasselijk opschrift: + + IN : T : JAER : ONS : HEREN : 1302 : + OP : SENTE : BENEDICTUS : DACH : IN : + HOYMAENT : WAS : DE : STRYT : TE : CURTRYCKE : + ER : ZYN : DOOD : GEBLEVEN : OMTRENT : + 21000 : MN : WAERONDER : 63 : + HERTOGEN : GRAVEN : EN : 1800 : + BAENDERHEREN : EN : EDELEN : + R : I : P : + + * * * * * + +Het veld kennende, moeten wij ook den slag en zijne gevolgen herdenken. + +Uit de staten van Karel den Groote ontstonden twee machtige rijken: +Frankrijk en Duitschland. Tusschen beide streken lag Nederland, met eene +eigen beschaving en eene eigen bestemming. En het duurde niet lang, of +Vlaanderen stond aan het hoofd der Nederlandsche gewesten. + +In den beginne was de Duitsche invloed ten onzent groot, ja overwegend. +Maar de keizer bezweek in de velden van Bouvines, in 1214, en nu +ontwaakte de Fransche invloed, krachtig en altoos dreigend. + +Ten laatste besloot Philip de Schoone het rijke graafschap te veroveren. +De klauwen van Vlaanderens Leeuw verstoorden zijn plan. + +Vlaanderen redde zijn bestaan. Met zijne zelfstandigheid bewaarde ons +volk zijne moedertaal, alsmede het natuurlijk recht, die taal in alle +omstandigheden des levens te spreken. Met zijne taal redde ons volk +zijne voorouderlijke zeden en zijne godsdienstigheid, al de deugden van +den edelen Germaanschen stam. + +Er zijn, in den loop der volgende eeuwen, heldere en donkere dagen +aangebroken. Het Huis van Burgondie is opgekomen; Oostenrijk, Spanje en +Frankrijk hebben ons overheerscht. + +Het kon niet baten. Vlaanderen had zijne bestemming; en Belgie is +eindelijk ontstaan, vrij en onafhankelijk. + +Daarom zij ons aller kreet: + +Heil Groeninge! + +Heil Belgie! + + + + +V. + +De omstreken van Kortrijk. + + +Kortrijk ligt op de scheiding van de zandachtige en de kleiachtige +streek van Belgie. Van daar een merkbaar verschil in de omgeving der +stad. In het Noord-Oosten zijn de velden licht en vlak; in het +Zuid-Westen zijn ze integendeel zwaar en golvend, schilderachtig. + +De vlasnijverheid is buiten kijf de grootste bron van rijkdom voor +Kortrijk en zijne omstreken. + +Welke beweging, welk leven langs de zacht vloeiende Lei gedurende de +heete zomermaanden! Op het grondgebied der stad alleen gebruikt men 375 +hekken of houten bakken om het vlas te roten. De bevolking van ruim +vijftig gemeenten, tusschen Neder-Waasten en Deinze gelegen, houdt zich +schier uitsluitend met de verschillende bewerkingen van het vlas bezig. +En al die gemeenten groeien aan, bloeien. In 1820 had Bissegem 568, +Marke 1289, Lauwe 1727, Kuurne 2192 en Moorsele 3896 inwoners. Zeventig +jaren nadien telden dezelfde gemeenten 1117, 2006, 3159, 3818 en 4813 +zielen. Niet te onrecht noemen de Engelschen onze Lei de "golden river." + +De oudste oorkonde, waarin men van het Kortrijksch linnen gewag maakt, +is van 1290. Twee poorters beweerden recht te hebben op den tol, geheven +op de "nappes, tueles en keuverkins," welke men in de stad verkocht. + +Nochtans schijnt deze nijverheid hier niet gebloeid te hebben zoolang de +lakenweverij eene zekere hoogte behield. Het was bepaaldelijk in 1573, +dat men middelen beraamde om den lijnwaadhandel op te beuren. Dit zelfde +jaar kwamen er reeds kooplieden van Gent, Oudenaarde, Tielt, Roeselare, +Meenen, Izegem "ende andere omliggende plaetsen." De schepenen betaalden +deswege eene som van 167 pond parisis, "ter cause van cost van +maeltyden." + +Het Kortrijksch tafellinnen verwierf spoedig eene groote vermaardheid. +Men weefde, verhaalt SANDERUS, in het doek de afbeelding van bloemen en +dieren, van jachten en gevechten, van landschappen met weiden, bosschen, +hoven, heuvelen en kasteelen, alles zoo nauwkeurig, als het een schilder +zou hebben gedaan; met zooveel verscheidenheid, als de weelderige natuur +er aanbiedt, en zoo fijn, dat het oog zich vermoeide, als het al die +beelden in een meer van glinsterende witheid bezichtigde. + +De overheden der gemeente verzuimden geene gelegenheden om de groote +nijverheid vooruit te helpen. Op het einde van 1576 was "de nering +sober." De schepenen beslisten voor 10,000 gulden "ammelaken ende andere +goederen af te coopen," en dan "dezelve voort te vercoopen tot winning +van de stede." + +Toen Albert en Izabella in 1600 hunne plechtige intrede deden, werden +zij begiftigd met gedamaste tafellakens, die 2,497 pond parisis kostten. + +Bezocht een vorst de stad, zoo liet men in het stadhuis weefgetouwen +oprechten, ten einde "de fabrique der gemeente te doen zien." + +In 1761 opende men de Teekenschool. "Dit was," schreven de wethouders, +"om nieuwe desseinen voor de fabrique van het serveetwerk" te krijgen. + +In den loop der XIXe eeuw waren de rijkste vlasoogsten die van 1803, +1805, 1808, 1813, 1820, 1824, 1834, 1839, 1840, 1851, 1855, 1860, 1864, +1866, 1872, 1874, 1877, 1881, 1883 en 1895. Niet zelden gold de hectare +1000, ja 1400 fr. + + * * * * * + +Buiten het Doorniksch voorgeborchte is de grond zeer vruchtbaar en heel +schilderachtig. Daar vindt men den Pottelberg, den Marionettenberg, het +Hooge, den Spoelberg. Het zijn verhevenheden van dertig, veertig meters. + +Op den Pottelberg legerden de Franschen in 1302, eer zij de Vlamingen +aantastten. Aan den voet des heuvels lag de heerlijkheid van +Hoog-Mosscher, reeds genoemd in oorkonden uit de XIIe eeuw. In 1293 had +Gwijde van Dampierre den heer van Mosscher en zijne familie veroordeeld +tot het betalen van eene boete en eene jaarlijksche rente aan de abdis +van Groeninge. Was het misschien om zich te wreken, dat de snoodaard den +11 Juli 1302 als gids der overweldigers optrad? + +Hedendaags is het kasteel van Hoog-Mosscher een lief zomerverblijf. In +de nabijheid rijst de Kapel ten Bloede. Men wil, dat Dirk van Elzas in +het adellijke slot vernachtte, toen hij met het H. Bloed van Christus +uit Palestina terugkeerde, en dat men, ter gedachtenis van dit bezoek, +het genoemde kapelleken oprichtte. In alle geval bestond het reeds in +1441. + +Op het Hooge vindt men het kasteel der familie Goethals, met bosschen, +vijvers en lusttuinen. + +Een binnenweg loopt naar den Spoelberg, het hoogste punt op het +grondgebied van Kortrijk. + +Aan den voet staat een groot kruisbeeld, op de kruin eene landelijke +herberg. Als de wandelaar zich naar het Zuiden keert, zoo gaat zijn oog +over eene groote vallei, in de verte begrensd door de heuvelen van +Sint-Denijs en Knokke. Aan den anderen kant vindt hij het Hooge met zijn +kasteel, Kortrijk met zijne torens en schouwen. Rechts, in de richting +van Zwevegem, beperkt eene andere hoogte het gezicht. + +In de vallei schuilen hier en daar eenvoudige huisjes, te midden van +vruchtbare akkers, gescheiden door hagen en grachten. + +Weinige geluiden treffen het oor: het tierelieren van eenen opstijgenden +leeuwerik; het juichen van een spelend kind, blootsvoets weg en weer +loopend; het tiktakken van een weefgetouw, of het schokken van eenen +naderenden boerenwagen. + +Het dal, dat zich rondom den Spoelberg, tusschen Kortrijk, Deerlijk, +Zwevegem en Knokke, uitstrekt, was in 1814 het tooneel van eene bloedige +schermutseling. + +De veldheer Thielmann had te Oudenaarde vernomen, dat de Franschen den +31 Maart uit Gent naar Kortrijk afzakten. Hij snelde met zijne mannen +naar Zwevegem, ten einde den vijand van ter zijde te bestoken. + +In den beginne kozen de Franschen het hazenpad. Doch zij kregen +versterking, en rukten nu dapper voort in de richting van den Spoelberg. +Na eenen hardnekkigen wederstand deed Thielmann den aftocht blazen. + +Men rekent, dat deze botsing het leven kostte aan 300 wapenknechten. + +Hedendaags vindt men te Zwevegem nog ettelijke huizen met eenen kanonbal +in den gevel. Daaronder kapte men het jaartal 1814. + + + + +VI. + +De hofsteden "ten Akker." + + +De reiziger, die Zuid-Vlaanderen bezoekt, ontmoet links en rechts vele +omwalde hofsteden. Daar hadden de middeleeuwsche heerlijkheden hunne +zetels. + +Op het grondgebied van Kortrijk alleen telde men vier en twintig +heerlijkheden: ten Akker, ten Berge, van Bovekerke, van Busschaard, van +Clessenare, van Diestveld, van Hoog- en Neder-Mosscher, van Hembijze, +van Lerberge, van Monjoie, van Ronseval, van Steenbrugge, van Walle, +enz. + +De heerlijkheid ten Akker was zeer oud en groot. Nog in 1701 bedroeg +hare uitgestrektheid "veertien bunderen lands, luttel min ofte meer, +houdende aen elkander." + +De huidige hofstede vindt men achter Sint-Rochus-kerk, tusschen de +Sint-Denijsstraat en den weg naar Zwevegem. + +Op de brug blijven wij staan. + +Het eerste voorwerp, dat ons treft, is een beeldje van O. L. Vrouw, +schuilende in eene kleine nis, aangebracht in het gemetselde deel der +poort. De Vlaamsche landbouwer stelt immers nog altijd zijne have onder +de bescherming der Moeder Gods. + +De eenden drijven op het donkere water van den wal; de hennen drentelen +langs den oever, nu eens toekijkende, dan weer elkander aanblikkende. +Men zou haast zeggen, dat zij hunne verwondering uitdrukken over het +doen der zwemmers. + +Drie groote gebouwen omringen een vierkantig plein: het woonhuis, dat +laag is en zonder verdieping; de stallen, voorzien van roode deuren en +talrijke luchtgaten; de schuur met hare wijde poort en haar hoog dak. + +Het ovenhuis heeft men afgezonderd, evenals het afdak, waaronder men de +wagens, de karren, de ploegen en de eggen bergt. + +Al de buitenmuren zijn versch gewit. + +Van den vroegen morgen tot den laten avond is iedereen hier vlijtig aan +den arbeid. Hoort gij de meid niet zingen, die op dit oogenblik het vee +verzorgt? Hoort gij den knecht niet fluiten, die met den grooten wagen +om hooi rijdt? + +Wij treden binnen, en worden door den blozenden pachter en zijne jonge +vrouw hartelijk ontvangen. + +Het koperen kruisbeeld op het bord der groote schouw; het keukengerief +boven den waschsteen; de blinkende banden der boterkern; de geplooide en +sneeuwwitte gordijntjes aan het venster; de bloeiende geraniums in hunne +roode potten; -- alles spreekt van reinheid, van orde, van welstand. + +"Edele menschen!" fluisteren wij bij het heengaan; "God zegene hun huis +en hunnen arbeid!" + +Door den band nochtans zijn de pachthoven, in dit gedeelte des lands, +minder verzorgd dan in het land van Waas, in het Houtland en de Polders. +Dit verschil is vooral gevoelig aan de kanten van Geeraardsbergen, waar +men nog vele boerenwoningen aantreft, gebouwd van hout en klei. + + + + +VII. + +Naar den Lauweberg. + + +In zes minuten tijds snelt een trein van Kortrijk naar Marke. + +Rechts ontwaart de reiziger het Magdalenakerkhof, het kasteel der edele +familie Bethune en Bissegem; links den Pottelberg, eene groote, omwalde +hofstede en de Markebeek, kronkelend door velden en weilanden. + +Het kerkhof is Kortrijks oude Lazarij. Deze bestond reeds in 1233. + +Bij het genoemde kasteel is het gehucht "de Markebeek." Hier vond men, +op het einde der XVIIIe eeuw, eene stokerij. Tijdens den Boerenkrijg, +bepaaldelijk in den morgen van 29 October 1798, brachten eenige +hartelooze republikeinen daar drie personen om hals: Jan Carlier, +Augustijn Vroman en Jan-Baptist Vroman. Een steen, in den voorgevel van +het huis gemetseld, herinnert deze treurige gebeurtenis. + +Een lief boschje, toebehoorende aan M. Vandenpeereboom, bezet de helling +des Pottelbergs. + +De omwalde hofstede, langs den Bruyninkweg, is een overblijfsel van het +oude landgoed Roodenburg, bestaande uit een kasteel met boomgaarden, +hof, molen en loopende landen. + +Op het einde der XIIe eeuw was Roodenburg een eigendom van Wouter, +protonotaris van Boudewijn IX. + +Wouter had drie kinderen: Joanna, Agnes en Gillis. Toen hun vader +stierf, wenschten beide dochters zich van de wereld af te zonderen, +weshalve zij de hun toebehoorende goederen opdroegen aan Joanna van +Constantinopel, opdat zij daarmede een klooster zoude stichten. De +oorkonde voegt er bij, dat het recht van Gillis werd voorbehouden. + +Ziedaar in korte woorden den oorsprong der abdij van Marke (1237). Deze +werd verplaatst, voor 1284, en nadien de abdij van Groeninge geheeten. + +Bissegem en Marke zijn zeer nijverige gemeenten, wier bevolking in de +laatste jaren ten minste verdubbelde. + +In de nabijheid van Marke's spoorhalle rijst eene groote en prachtige +pannenfabriek. Langs dit gesticht voortwandelende, beklimt men den +Lauweberg, die wel vijftig meters hoogte heeft. + +De Lauweberg vertoont steile verhevenheden en diepe zonken. Een groot +gedeelte is begroeid met boomen en kreupelhout: populieren, +elzestruiken, brem, dorens, heide. + +Westwaarts kronkelt de Lei door een schoon landschap, rijk gestoffeerd +met boomen, huizen en molens. De torens van Lauwe, Wevelgem, Rekkem, +Meenen en Moorsele verheffen hunne spitsen boven het geboomte. + +Lauwe telde, in de XVIe eeuw, nog al eenige ingezetenen, die wegens +ketterij veroordeeld werden. Willem de Duutsche moest, "om zyne +demeriten," de wijk nemen (1555); Jan van Raes werd in 1566 met vijf +andere personen "gejusticieert." + +Tussen Lauwe en Wevelgem, langs de Lei, ligt het Kloosterhof, eene der +aanzienlijkste hoeven van heel Vlaanderen. De landen en meerschen hebben +eene uitgestrektheid van 75 hectaren. + +Het Kloosterhof is een overblijfsel van de abdij van Wevelgem, aldaar +gesticht omtrent het midden der XIIIe eeuw. De kapel en eenige andere +gebouwen zijn verdwenen; de Westpoort, de smis, de huizing, de stallen +en de schuren staan nog recht. Het oudste overblijfsel is een steenen +duivenhok, gebouwd in 1690. Bij de Westpoort vindt men nog de bank, +waarop de arme lieden mochten rusten, als zij hunne aalmoezen kwamen +ontvangen. + +De voormalige abdij van Wevelgem bezat, sedert 1561, een gedeelte van de +kroon des Heilands. Dit heiligdom is nu in de kerk der gemeente. Het is +een takje, dat ongeveer negen centimeters lengte heeft en drie +ongeschonden doornen draagt. + +Wevelgem is eene schoone, zindelijke gemeente, met nette huizen, vier +breede straten en een kasteel. + +De kerk dagteekent van 1880-1882, en behoort tot den Romaanschen stijl. + +Wevelgem is de geboorteplaats van MGR DE NECKERE, gewezen bisschop van +Nieuw-Orleans, in Amerika. L.-F. NUTTIN, de bevallige dichter der +_Nieuwe Vlaamsche fabels_, is ook een zoon van Wevelgem. + +Bijna op het hoogste van den Lauweberg schuilt eene hofstede achter het +geboomte. + +Eenige meters verder gaat het oog over een tweede landschap, met de +bergen van Bellegem aan den horizont. + +Bellegem is eene oude plaats. Eer het kapittel van O.-L.-Vrouw te +Kortrijk bestond, en wel in 1195, aanvaardde Boudewijn IX, voor zijnen +kapelaan, eene gift van haver, gedaan door Gommar van Bellegem. In 1302 +stonden twee heeren van Bellegem, Daniel en Olivier, met hun gevolg +onder het vaandel der Klauwaarts. Beiden verloren hun paard in den +strijd. + +De kerk van Bellegem heeft eenen merkbaar hellenden toren. Het koor is +blijkbaar zeer oud. + +De grond der gemeente is zwaar en kiezelachtig. Bij droog weder komen +hier en daar eene menigte keitjes te voorschijn. Onder den invloed der +warmte breken zij echter gemakkelijk. + +Tusschen de Lei en den Lauweberg loopt de ijzeren weg. + +Noordwaarts daagt, hoog en statig, de toren der Sint-Martenskerk. + + + + +VIII. + +Naar Harelbeke. + + +Een wandeltocht naar Harelbeke, langs den schoonen rijksweg van Gent, is +zeker een aangenaam uitstapje. De afstand bedraagt ongeveer vijf +kilometers. Vrees echter niet, lezer, dat de zon te heet schijne; hooge +linden werpen schier overal hunne koele schaduwe op den weg. + +Aan de Gentsche poort is in de laatste jaren eene groote wijk ontstaan, +met fraaie huizen, breede straten en belangrijke nijverheidsgestichten. + +Links, over de Lei, ligt een afgegraven meersch. Daar heeft men, over +een tiental jaren, oude munten, Romeinsche dakpannen en eenen put +blootgelegd. + +Bij de vaart bemerken wij, tusschen slanke populieren, het lustgoed van +Mevrouw Reyntjens. Daar bouwde de gravin Beatrix, weduwe van Willem van +Dampierre, de vermaarde abdij van Groeninge. In 1578, na de +overrompeling van Kortrijk door de Geuzen, werd het klooster met al +zijne afhankelijkheden verwoest en afgebroken. + +Weinige boogscheuten verder vinden wij eene ouderwetsche herberg: _de +Blaasbalg_. Voor het huis loopt de Groeningebeek onder den steenweg. + +Verder komen wij langs het groene dal der Lei, waar honderden +werklieden arbeiden. De toren van Kuurne steekt slank in de lucht. + +Kuurne is hedendaags eene bloeiende gemeente met meer dan 3,800 +inwoners. Over het dorp loopt de Brugsche steenweg naar Ingelmunster. Op +Zondag 28 October 1798 tastten daar de Fransche wapenlieden eene bende +Boeren aan, er verscheidenen om het leven brengende. + +Kuurne is de geboorteplaats van den kunstschilder E. CARPENTIER. + +Bij Harelbeke heeft de Lei twee armen, die een eiland vormen. Daar +werken een paar aloude watermolens. In 1538 had een Kortrijksche +poorter, Willem Bevele, dezelve in huur. Op zekeren dag nam de heer van +Heule den molenaar gevangen. Den 25 October veroordeelde men den +plichtige om voor het magistraat zijner heerlijkheid te verschijnen, aan +God vergiffenis te vragen, en in de kerk een geschilderd venster te doen +plaatsen. + +Harelbeke is zeer oud. Eene oorkonde van 836, herkomstig uit de +Sint-Pietersabdij, te Gent, maakt inderdaad gewag van "Arlebeca." + +Men wil, dat Harelbeke het gewoon verblijf was van Vlaanderens eerste +landvoogden of forestiers. Een hunner, Liederik de Buck, zou er de +eerste kapel hebben gesticht, om aldaar met zijne opvolgers begraven te +worden. + +De oude legende van Liederik en de forestiers is sedert jaren te niet +gedaan. 't Was eene fabel. + +Na de strooptochten der Noormannen herbouwde Arnold de Oude het +verwoeste bedehuis. Omtrent denzelfden tijd schonk de vrome graaf aan de +nieuwe kerk de stoffelijke overblijfselen van den H. Bertulphus, een der +meest geliefde patronen van Vlaanderen. + +Ten jare 1769 bouwde DEWEZ, van Brussel, den tegenwoordigen tempel. +Nochtans behield men het metselwerk van den toren met den kruisbeuk der +oude, Romaansche kerk. Het gemeentebestuur van Kortrijk kocht 9,091 +groote en 23,525 kleine steenen van de "gedemoliseerde kercke." + +Onder het koor der voormalige kerk was "de sinte Pieters crypte, zynde +achttien voeten vierkante." Op onze dagen is die krocht onder den +kruisbeuk. + +De predikstoel is een eigenaardig gewrocht van LECREUX, uit Doornik. + +Boudewijn met den IJzeren Arm en zijne echtgenoote stichtten te +Harelbeke een kapittel, aanvaard door den bisschop van Doornik in 1087. +Achter het hoogaltaar, in de parochiale kerk, staan nog altijd de zetels +der kanunniken, als stomme getuigen van vroegere gebeden en lofzangen. + +Een tak der vroegere nijverheid was het lakenweven. In 1432 schonken de +wethouders van Kortrijk "den goeden lieden van Haerlebeke, die ter marct +quamen met huerlieder lakenen, twee cannen wijns. " Hedendaags heeft de +gemeente steenbakkerijen, brouwerijen en graanmolens. De tabakshandel in +het groot bestaat er niet meer. + +Harelbeke telt ruim 7,200 zielen. Voor het wethuis, op de Markt, staat +eene hooge, arduinen pomp. Daarop prijkt een klein standbeeld van +Liederik de Buck. In den kerktoren hangt een welluidend klokkenspel. +Alle vijftien minuten werpt het zijne lichte tonen over de gemeente. Te +Harelbeke, in een klein huisje, stond de wieg van PETER BENOIT, geboren +in 1834 en overleden in 1901. + +Benoit, een der grootste toondichters van onze eeuw, is de schepper van +_Lucifer, de Schelde, de Oorlog_ en eenige andere oratorio's. Hij +schreef prachtige liederen en leverde eene menigte opstellen om het +nationalismus in de toonkunde te verdedigen. + +Het kunstlievende Antwerpen richt den beroemden man een standbeeld op. + +Drie eeuwen vroeger leefde een andere zoon van Harelbeke, ANDREAS +PEVERNAGE, die insgelijks de toonkunde beoefende en merkwaardige stukken +naliet. Geboren in 1545, overleed Pevernage ook te Antwerpen in 1591. + + + + +IX. + +Naar Zwevegem, Moen en Heestert. + + +Het was een heete Julidag. De zon glinsterde aan den helderen hemel en +wierp heure stralen over de rijpende graanvelden. + +In eenige minuten stoomden wij naar Zwevegem, eene gemeente van 4,900 +inwoners. + +Tijdens de godsdienstige beroerten verscheen de heer van Zwevegem, Frans +van Halewijn, nog al dikwijls op het staatkundig tooneel van Nederland. +Als diplomaat ondernam hij verscheidene reizen; als gouverneur van +Mechelen en Oudenaarde schreef hij brieven aan Margareta van Parma, aan +Granvelle, aan Alva, aan den hertog van Aarschot. De notabelen van +Zwevegem noemden hem in 1573 hunnen "seer beminden en specialen vriend." + +Als men, Zwevegem verlatende, de vaart van Bosuit volgt, komt men door +eene lieve vallei. Links daagt het Banhout; zuidwaarts rijzen de +heuvelen van Knokke met hun donkergroen geboomte. + +Het Banhout maakte in vroegere eeuwen deel van het Ronsevalsche of de +heerlijkheid van Nevele. Het was "eene vrije foreest," zeventig bunder +groot. Niemand kon door het bosch gaan, want het was "besloten met +diversche barrieren en rontom met eenen gracht van tien, twaelf voeten +breet." Gansch het woud was "verdeeld in negen hauwen, waervan ieder +jaer eenen hauw werd vercocht." + +Het stuk, dat wij hier volgen, spreekt van "vyf, zes duysent opgaende +eekeboomen, waervan den meerderen deel omtrent de veertig jaren oud +conden zyn." In het midden van het bosch " wasser eene redelieke fraije +woonste" voor den "prater of boschwagter." Er was almede "eene +vangenisse," en de wachter mocht "alle personen vangen," die hij in het +bosch zoude vinden. + +Knokke is een eenvoudig gehucht, deels aan Zwevegem, deels aan Heestert +en deels aan Moen toebehoorende. + +Wij bezichtigden den tunnel en wandelden vervolgens naar den Keiberg, +die 66 meters hoog is. + +Eene bejaarde vrouw, ons den weg wijzende, vertelde ons vertrouwelijk +haar lief en leed: hoe gelukkig zij was, toen haar man nog leefde; hoe +deze op zekeren dag buitenshuis bezweek, en hoe zij met vier kleine +schapen van kindertjes bleef zitten; hoe zij toen moest zorgen en zoeken +om door de wereld te tobben; hoe de meisjes, opgroeiende, bij vreemden +gingen wonen om een stuivertje te verdienen; hoe de eene dochter nu in +Frankrijk woonde en de andere in het land -- bij eenen herbergier; hoe +de laatste over weinige jaren onbezonnen een voordeelig huwelijk +afsloeg; hoe zij, moeder, op haren ouden dag nu weer alleen was, en +stillekens haren weg naar het kerkhof vervorderde... + +Wij troostten de arme weduwe en wandelden voort. + +Een lief panorama omringt den Keiberg: hier eene vlakte in de richting +van Tiegem; daar het dal van Heestert en Avelgem; ginds de blauwe bergen +van Sint-Denijs, met den Perremolen op de hoogste kruin. Moen schuilt +tusschen Heestert en Sint-Denijs. + +De oppervlakte van Moen beslaat 1,042 hectaren. De grootste lengte +bedraagt zes, de grootste breedte drie kilometers. In 1694 telde de +gemeente 264 zielen; in 1874 waren er 2,150; in 1890 nog 2,098. + +De oude heerlijkheid was vrij belangrijk. Het kasteel, omgeven van +hoven, dreven en wallen, stond tegen de dorpplaats. Volgens een +denombrement van 1612 had de heer het recht "den costere, de +kerckmeesters en de armmeesters te stellene." Op zijn leen hield men +jaarlijks twee markten, "telcken S. Eloysdaghe," van laken, garen en +andere goederen. + +Sint Elooi is inderdaad de patroon van Moen. Den 25 Juni kwamen vroeger +de landbouwers, te voet en te paard, den heilige vereeren. De herder der +parochie, in feestgewaad, zegende de lastdieren een voor een aan de deur +der kerk, en gaf hun een klopje met eenen zilveren hamer. + +Er slopen misbruiken in deze plechtigheid. Een brief van 10 Juni 1778 +spreekt van "drie tot vierhonderd boeren met peerden, komende van vijf, +zes uren in het ronde. Zij waren gewapend met schietgeweren, die zij +losbrandden gedurende de processie. Maar zij bleven niet allen even +nuchter, en veroorzaakten dan wanorde, zelfs ongelukken." + +Karel van Lorreinen beval den 17 Mei 1778 "geene geweerschoten meer af +te lossen, op boete van 50 gulden voor iedere overtreding." Het oude +gebruik bleef nochtans in voege tot in 1806, wanneer de bisschop van +Gent het andermaal verbood. + +De parochiale kerk van Moen is van 1875 en kostte ongeveer 80,000 fr. + +Achter de kerk vindt men den Olieberg. Dezen naam ontmoeten wij in een +heksenproces uit de XVIIe eeuw. Moen is inderdaad de geboorteplaats van +verscheidene tooveressen. Wij noemen er drie: Antonia de Scheemaecker, +Gellijne de Pratere en Jozijne Labins. Men beweerde, dat de arme +sukkelaarsters op den Olieberg met den booze omgingen. De bewaarde +vonnissen zijn belangrijk voor de kennis van het oude strafrecht in +Vlaanderen. Zij spreken van den halsband, van het "scerp examen," van +het "duyvelsteeken," van het "duyvelspoeder." + +De straat, die van Moen naar Heestert leidt, heet nog altijd de +Tooveresstraat. + +Heestert, in oude stukken Hestrud genaamd, heeft eene fraaie kerk. +Achter eenen marmeren steen rust het hert van Jan-Jozef Raepsaet, +overleden te Oudenaarde den 19 Februari 1832. Vroeger kwamen de Moensche +schutters alle jaren met trommel en fluit naar Heestert, om aldaar op +den 15 Augustus de processie ter eere van O.-L.-Vrouw te vereeren. De +wethouders betaalden "het bospoer, dat de schotters" noodig hadden, +alsmede "de teercosten van den tambour en den fluyter." + +Dit wil niet zeggen, dat de twee dorpen nooit vijandelijk opstonden. Den +11 April 1790, tijdens de Brabantsche omwenteling, trokken "de +landwagten" van Moen naar Heestert, waar zij twee boeren dood schoten. +'s Anderendaags wilden "die van Heestert het naburige dorp in brand +steken." De tusschenkomst der Kortrijksche vrijwilligers en soldaten +verhinderde echter deze ramp. + +Sint-Denijs is eene bloeiende gemeente met ongeveer 3,500 inwoners. +Tusschen dit dorp en Kooigem ligt eene ruime delling, door het volk "de +caveie" of "la cavee" geheeten. Nagenoeg in het midden der caveie staat +het hof "de la Broye." Zou die naam geene verbastering zijn van +"brouille," broel of bruul, dat _gemeene weide_ kan beteekenen? + + + + +X. + +Naar Tiegem. + + +Vacantie! + +Dat woord klinkt aangenaam in de ooren der schooljeugd, die een jaar +lang, van half negen 's morgens tot half vijf 's avonds, moest stil +zitten, en luisteren en leeren; aangenaam ook in de ooren der +onderwijzers, die dag aan dag hun hoofd moeten breken om het jonge +volkje, aan hunne zorgen toevertrouwd, de eerste beginselen van +allerhande wetenschappen in te planten. + +Vacantie, tijd van ontspanning en verzet voor velen, tijd van nieuwe +bezigheden voor anderen, wees gegroet! + +Wij hadden Lier bezocht, waar wij over dertig jaren studeerden, en daar +eenen geliefden oud-leeraar -- M. Troch -- de hand gedrukt; wij hadden +den hooggeleerden patroon van het Davids-Fonds op zijn arduinen voetstuk +zien staan; wij hadden een paar dagen overgebracht in de tentoonstelling +van Brussel, en besloten nu onze uitstapjes in de Vlaamsche Ardennen te +hernemen. + +Den 9 September 1897, in den voormiddag, stoomden wij naar Ansegem, om +van daar naar Tiegem te wandelen. + +Ansegem heeft drie spoorhallen: aan den Sterhoek, bij het dorp en langs +den ouden Heirweg, in de richting van Waregem. + +Het koor, de kruisbeuk en de toren der kerk zijn zeer oud; de beuken +dagteekenen van 1828. Benoorden de kerk rijst het aloude kasteel van +Hemsrode. + +Een klimmende weg loopt naar Kaster. De spits van den toren steekt boven +eenen heuvel uit. + +Bij de kerk van Kaster -- een werk van L. Vuylsteke, uit Geluwe -- blikt +men op Kerkhove in de diepte, op den Kluisberg over de Schelde. + +Aan het gemeentehuis van Kaster loopt een zijweg naar Tiegem, een dorp +van nagenoeg 2,000 zielen. + +Tiegem is maar 769 hectaren groot. Het ligt op twee heuvels, waarvan de +voornaamste eene hoogte van 70 meters bereikt. + +Hedendaags is Tiegem een lief, eigenaardig dorp, met schoone steenwegen, +met fraaie kasteelen en lusthuizen. De meeste oude woningen zijn +hersteld geworden en prijken met bevallige puntgeveltjes. + +De kerk is een klein juweel, over weinige jaren hersteld en herbouwd +door AUG. VAN ASSCHE, uit Gent. GOETHALS schilderde den tempel; BOURDON +verrijkte hem met een merkwaardig altaar. + +De voormalige burcht stond tusschen Tiegem, Avelgem en Waarmaarde. Op +dezelfde plaats vindt men thans de "S. Aernoutscapelle," herbouwd in +1854, en den "S. Aernoutswal." + +In de tweede helft der XVIe eeuw plunderden "de Waelen de prochie ende +heerlichede." In 1581 kon men niet meer dan "het zesde of het zevende +deel der landen" bezaaien. + +Tiegem is de geboorteplaats van S. Arnold, den beschermheilige der +gemeente. Zijn vader behoorde tot het adellijk geslacht der heeren van +Pamele en Oudenaarde; zijne moeder sproot uit het huis der graven van +Leuven. + +Als ridder en krijgsman verwierf de jonge Arnold eenen grooten roem. +Later begaf hij zich naar de abdij van den H. Medardus, te Soissons, en +trok daar het kloosterkleed aan. + +Het duurde niet lang, of men benoemde den nederigen man tot bisschop in +dezelfde stad. Hij vroeg echter zijn ontslag, en kwam naar Vlaanderen +terug. Hij predikte te Torhout, te Gistel en te Veurne, bouwde een +klooster te Oudenburg, in het Brugsche, en stierf aldaar in 1087, in den +ouderdom van 47 jaren. + +De kerk van Tiegem bezit een bovenarmbeen van Vlaanderens grooten +apostel. + + + + +XI. + +Naar het Kapelbosch. + + +De heer VITAL MOREELS-VERHAEGHE, de groote en verlichte weldoener van +Tiegem, vergezelde ons in den namiddag naar het Kapelbosch, op de +zuidelijke helling der hoogvlakte. + +Het Kapelbosch is hedendaags zeven hectaren groot en heeft eene waarde +van 150,000 fr. + +Alwat de oogen kan streelen, alwat den bezoeker tot vrome gedachten kan +stemmen, vindt men daar vereenigd. De natuur en de kunst wrochten +zusterlijk samen om een der prachtigste panorama's van heel ons land +voor het oog der reizigers te ontvouwen. + +Op den Pottelsberg, op den Muziekberg staat men veel hooger, te midden +van eene wilde natuur; te Tiegem is het rondzicht groot, het tafereel +vol kleur en beweging, vol leven. + +In het bosch vindt men lommerrijke wandeldreven, rotsen en onderaardsche +gangen, vijvers en brugjes, glooiingen met weelderig gras en bloemen, +aquariums met kleine, blinkende vischjes. Twee villa's verheffen hunne +torens boven het geboomte. + +Midden in het bosch staat eene nieuwe kapel, toegewijd aan den H. +Arnoldus (1865). Zij is achthoekig en lief geschilderd. Door zeven +venstertjes speelt het daglicht in het heiligdom. + +Uit de kapel komende, heeft men rechts de grot van S. Arnold. Hooger, te +midden van struiken en boomen, schuilt een groot kruisbeeld; lager +spruit dag en nacht de Arnoldusbron, eenen vijver spijzende, waarop +eenige zwanen gaggelend rondzwemmen. + +Uit dien vijver vloeit de Arnoldusbeek, die naar Avelgem loopt en +vroeger den wal van het kasteel vulde. + +Alles wekt den wandelaar tot ingetogenheid op: het tintelen der zon door +de bladeren, het kweelen der vogelen in de heesters, het ruischen van +het loover, het murmelen der bron, het fluisteren der bedevaarders. O +ja, dus zong de dichter TOLLENS, ik reik hem broederlijk de hand, + + Die mijmren kan in de eenzaamheid van 't woud, + En droomend doolt, en de aarde kan vergeten, + En, peinzende op een tronk gezeten, + Somtijds de handen vouwt. + +Wie liever eene verversching heeft, ga naar de "Laiterie," niet verre +van de kapel. Onder een verheven afdak is het waarlijk schoon en frisch. +Men zou zeggen, dat de zon het bedehuisje met welgevallen beschijnt; dat +de wind eerbiedig liederen neurt in de kruinen der boomen. + +Op het hoogste van den berg, buiten het bosch, staat een houten +kijktoren of "belvedere." Voor vijftien centiemen mag men er op klimmen. + +Daar is het schoon bij helder weder; daar kan men, met eenen goeden +verrekijker, zijne oogen naar hartelust verzadigen. + +In het Zuiden beperken de heuvelen van Oost-Vlaanderen met den Kluisberg +en de hoogte van Gijzelbrechtegem wel een weinig het gezicht; doch langs +de drie andere zijden ziet men uren en uren verre. + +De Schelde, tintelend in den gloed der namiddagzon, vloeit van het +Zuid-Westen naar het Noord-Oosten, kronkelend door zonken en meerschen. + +In het Noorden dagen: Kanegem, Aarsele, Dentergem, Sint-Eloois-Vijve, +Tielt, Oost-Roosbeke, Wakken, Sint-Baafs-Vijve, Waregem, Grammene, +Ansegem, Kruishoutem en Nokere; + +In het Oosten: Huise, Heurne, Wannegem, Eine, Ooike, Mooregem, Wortegem, +Gijzelbrechtegem, Kaster, Welden, Eename, Mater, Bevere, Edelare, +Oudenaarde, Petegem, Etikhove, Melden, Leupegem, Elzegem, Kerkhove, +Schoorisse, Nukerke, Zulzike, Berchem, Quaremont en Waarmaarde; + +In het Westen: Evregnies, Dottignies, Kooigem, Sint-Denijs, Bellegem, +Moen, Heestert, Luingne, Lauwe, Aalbeke, Rollegem, Wevelgem, Bissegem, +Kortrijk, Zwevegem, Ingooigem, Ootegem, Roeselare, Rumbeke, Kachtem, +Izegem, Ingelmunster, Sint-Eloois-Winkel, Lendelede, Hulste, Ooigem, +Kuurne, Harelbeke, Beveren, Deerlijk en Vichte. + +Zelfs in het Zuiden ontdekt men eenige torens, uitstekende boven de +heuvelen: die van Ruien, Schalafie, Orroir, Celles, Herne en St-Leger. + +Avelgem, Autrijve, Bosuit, Pottes, Helkijn, Spiere en Warcoing schuilen +in de vallei der Schelde. + +In het geheel een goed tachtigtal steden en dorpen! Tusschen Roeselare, +in het Noord-Westen, en Schoorisse, in het Oosten, is er een afstand van +ongeveer zeven mijlen. Kanegem, in het Noorden, en Herne, in het +Zuid-Westen, zijn vijf mijlen van elkander verwijderd. + +En schoon, betooverend schoon ligt dat groote landschap voor den +aanschouwer. Overal gewitte huizen met roode daken; overal rookende +schouwen en draaiende molens; overal weiden en velden; overal hagen en +boomen; overal zwoegende werklieden; overal licht en schaduwe... + +Och neen, wij moeten Spanje en Zwitserland niet bezoeken om schoone +natuurtafereelen te vinden; de Vlaamsche Ardennen zijn rijk aan +schilderachtige hoekjes, aan heerlijke vergezichten. + +Den berg afdalende, toefden wij nog eenige oogenblikken aan de kapel. + +Eene plechtige stilte, eene kalme avondrust zweefde over het woud. De +bron murmelde rusteloos voort, maar de vogelen hadden reeds hun +slaapliedje gezongen en scholen nu onder de bladeren der boomen. + +Ongaarne verlieten wij het dichterlijk oord. + +Onderwege vertelde ons de vriendelijke heer Moreels, dat de berg in 1852 +nog onbebouwd was; dat de kapel haar ontstaan te danken heeft aan MGR +MALOU, bisschop van Brugge; dat de jaarlijksche novene, ter eere van den +H. Arnoldus, den 16 Augustus begint; dat er 's Zondags eene schoone +processie uit de parochiale kerk vertrekt, en dat het gemiddeld getal +der bezoekers ieder jaar tot 40,000 stijgt. + + + + +XII. + +Naar Quaremont en den Kluisberg. + + +Een uitstapje naar Quaremont en den Kluisberg is, bij zomerweder, een +genot voor kinderen en bejaarden, voor alwie behagen schept in het +betrachten van Gods heerlijke natuur. + +In een uurtje stoomt men van Kortrijk, door een allerschoonste +landschap, langs Zwevegem, Heestert, Avelgem en Ruien naar Berchem. + +Avelgem en de omliggende dorpen hadden in de XVIe eeuw veel te lijden +van de Malcontenten en van de legers der Staten. Het kasteel van Avelgem +werd driemaal veroverd; de kerk, vier windmolens en meer dan tweehonderd +huizen werden afgebrand; van de duizend ingezetenen bleven er nauwelijks +honderd "te lijve." Het dorp Autrijve lag gansch "vaghe," evenals "de +splete" van Bosuit en Moen. + +Avelgem is de geboorteplaats van C.-F.-A. DUVILLERS (1803-1885), wiens +volksliedjes zeer geprezen worden. STIJN STREUVELS schrijft er +hedendaags zijne boeiende verhalen. + +Ruien gelijkt aan een dorpje uit een bergland. Boven de roode daken der +huizen wuiven de boomen van den Kluisberg met hunne donkergroene toppen. + +Van Berchem leidt een klimmende weg naar Quaremont, eene gemeente van +1,550 zielen. + +Quaremont ligt misschien in het schilderachtigste deel van heel +Zuid-Vlaanderen. De kerk staat op eene hoogte. Zij heeft eenen witten +gevel en eenen zwaren toren met eene kleine spits. + +Een groot gedeelte van Quaremont is overdekt met bosschen. Diepe +ravijnen loopen in alle richtingen. Hier en daar borrelt ijzerachtig +water op. + +De Romeinen hebben deze plaats gekend. Over eenige jaren heeft men er +een kerkhof ontdekt, met penningen en andere voorwerpen, welke men in +die verwijderde tijden bij de lijken placht te leggen. + +Te Quaremont stond de wieg van JAN VAN HECK (1625-1669), die vele kleine +landschappen schilderde, welke hij met bloemen en vruchten versierde. +Hij verbleef eenige jaren te Rome en overleed te Antwerpen. + +Den steenweg naar Ronse volgende, komt men aan _de Klok_, eene voorname, +landelijke herberg. Voor het huis heeft men een schoon zicht op Zulzike, +Nukerke, Oudenaarde en het omliggende. + +Een weinig verder, aan de herberg _de Martiko_, ontrolt zich een dubbel +panorama. Noordwaarts, door eene heerlijke vallei, blikt men op +Vlaanderen, met de torens van Gent en Oudenaarde aan den gezichteinder; +zuidwaarts, langs den Kluisberg, ontwaart men Henegouw, met den +Drievuldigheidsberg en de blauwe hoogte van Bon-Secours in het nevelig +verschiet. + +Toen wij den laatsten keer de plaats bezochten -- in den zomer van 1898 +-- dreef een onweder over de streek. Aan den eenen kant glinsterde het +zonnelicht; aan den anderen kant viel een dichte regen. Nu en dan vlogen +rosse bliksemflitsen door het wolkgevaarte. Nooit zullen wij dien dag +vergeten. + +Aan den "Martiko" rechts gaande, kan men, langs het schoone kasteel van +Mevrouw de Crombrugghe, naar den Kluisberg wandelen. + +In het bosch ademt men eene reine, smakelijke lucht in. De wind suist +in de boomen; de vogelen zingen in de struiken; de bijen gonzen op de +kleine heidebloempjes. Sierlijke varens en groene kraakbeziestruiken +groeien in de schaduwe. + + * * * * * + +De Kluisberg is 141 meters hoog, en grootendeels begroeid met +mastbosschen. De aanblik op Henegouw en West-Vlaanderen is nochtans niet +belemmerd. Bovendien vindt men daar een witgekalkt torentje, dat men +voor eenige centiemen mag beklimmen. + +Honderden namen van groote mannen en gewone stervelingen staan op den +muur, waarmakende dat het plekje veel bezocht wordt. + +Aan den voet des bergs ligt het lieve Ruien. Verder rijzen Orroir, +Amougies, Rozenaken, Schalafie en Anseroeul; nog verder onderscheidt men +Pottes, Celles, Herne en Molenbaix. + +Westwaarts kronkelt de Schelde door weiden en meerschen. Over den stroom +beginnen de West-Vlaamsche valleien en verhevenheden, met Avelgem, +Autrijve, Helkijn, Sint-Denijs en Moen. + +Aan den gezichteinder steekt de toren van Mont-St-Aubert, op den +Drievuldigheidsberg, in de lucht. Daarachter ontwaart men de reusachtige +torens van Doorniks hoofdkerk. En tusschen al die gemeenten staart men +op golvende graanvelden, op eenzame huisjes, op draaiende molens, op +wiegelende boomen, op slingerende straten en voetpaden, op spelende +kinderen, op rondslenterende mannen en vrouwen. En de zonne, langzaam +ten Westen neigende, werpt haar fijnste goud over heel het landschap. + +Achter het torentje, in de toppen der sparren, zingen de vogelen +genoeglijk en tevreden... Ook de wandelaar is tevreden, en neurt den +dichter na: + + o God, wat is uw schepping schoon, + Wat zijn uw werken wonder! + Wat is die hooge hemel blauw, + Hoe groen het veld er onder! + +De grond van den Kluisberg is ijzerachtig. Niet verre van het +meergenoemde torentje, westwaarts, vindt men twee rechtstaande +rotsblokken van ongelijke grootte: Peetje en Meetje geheeten. De +geleerden vermoeden, dat het dolmens zijn, welke vroeger op den top des +bergs stonden en later, bij de opkomst van het christendom, als +duivelssteenen omvergestooten werden. + + * * * * * + +Eenige bijzonderheden, rakende de genoemde gemeenten, zullen hier te +stade komen. + +Benoorden Ruien liggen Berchem en Kerkhove, met eene brug over de +Schelde. Berchem is eene levendige plaats; Kerkhove heeft eene Gothische +kerk, met smaak versierd naar de eischen der middeleeuwsche kunst. + +Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies behooren tot het +arrondissement Oudenaarde, doch zij hebben eene Waalschsprekende +bevolking. Ons taalgebied is trouwens in het Zuiden van Oost-Vlaanderen +door eene reeks verhevenheden, als door eenen natuurlijken dijk, +afgesloten. + +Rozenaken is de geboorteplaats van HENDRIK DEPELCHIN (1822). Deze +onverschrokken geloofszendeling wrocht in Afrika en in Oost-Indie. Hij +stichtte een college in het Himalaya-gebergte. + +Zuidwestwaarts, in de richting van Robaais, schuilt Dottignies, eene +groote gemeente, met ongeveer 4,300 inwoners. Te Dottignies stond de +wieg van L.-P.-J. DUBUS DE GISIGNIES (1780-1849), eenen ervaren +staatsman. Dubus vertrok in 1825, als commissaris-generaal, naar +Oost-Indie. Hij bouwde de katholieke kerk van Batavia, zorgde voor het +algemeen welzijn zijner onderdanen, en poogde tevens den Belgischen +koophandel uit te breiden. + +Ondanks de vruchtbaarheid des gronds, heerscht er door den band meer +welstand in het dal der Lei, dan in de vallei der Schelde. Terwijl de +bevolking van Harelbeke, Kuurne, Bissegem, Lauwe verdubbelde sedert +1820, is die van Avelgem, Waarmaarde, Heestert, Ansegem en Tiegem +merkelijk verminderd. + + + + +XIII. + +Oudenaarde. + + + Daar zit en droomt gij aan de Schelde, + En spiegelt u in 't klare nat. + Uw roem en welvaart zijn verzwonden; + Toch zal mijn lied uw lof verkonden, + o Moedergrond, o vaderstad! + Toch blijft gij steeds mijn liefste schat, + Mijn dierbaar Oudenaarde! + +Dus zingt G. ANTHEUNIS, een zoon van Oudenaarde. + +Men weet, dat de keuren, welke 's lands vorsten aan de opkomende +gemeenten schonken, de openbare veiligheid waarborgden, de rechten en +plichten tusschen de poorters en den landheer bepaalden. + +Oudenaarde dankte zijne keure aan Philip van Elzas. De eerste +versterkingen der stad waren van 1188. + +In den loop der eeuwen werd Oudenaarde dikwijls belegerd: door de +Gentenaars in 1382 en in 1452; door de Franschen in 1658, 1667, 1684, +1708 en 1745. + +Ten jare 1382 stond Frans Ackerman, een der hardnekkigste voorstanders +van Philip van Artevelde, aan het hoofd der belegeraars. + +FROISSART wil, dat deze alsdan gebruik maakten van hun groot kanon: _de +dulle Griet_. Zeker is het, dat dit moordtuig in 1476 bestond. Dit jaar +betaalde men eene "zekere leveringhe van hout," en eenen grooten olm, +"daer eene busse, gheheeten de groote Griete" en andere "engienen" in +gelegd werden. + +Toen de Gentenaars in 1452 de stad innamen, werden vier personen wegens +verraderij onthoofd: Jan en Lieven Willems, Lieven Boene en Everaard van +Botelaer. + +Bij deze belegering verloren de Gentsche bakkers "eenen rebaude ende +twee taergen." + +In het begin der XVIe eeuw was de stad nog niet groot, maar zeer rijk. +Zij telde honderden tapijtwerkers, wier voortbrengselen heinde en verre +gezocht werden. De grootste schilders van Antwerpen, Teniers en anderen, +leverden teekeningen voor den kunstigen arbeid. In het gasthuis +bewondert de reiziger nog twee groote muurtapijten, jachten met valken +voorstellende. + +Frans I, koning van Frankrijk, stichtte in zijn land de eerste +tapijtweverijen. Hendrik IV riep uit Vlaanderen bekwame wevers, aan wie +hij bijzondere voorrechten verleende. Mark de Cooman en Frans van der +Plancke stonden aan het hoofd der werkzaamheden. Omtrent het jaar 1650 +toog Jan Janssens, van Oudenaarde, ook naar Parijs. Vier jaren nadien +werd deze op zijne beurt "maitre tapissier du Roy." + +Hedendaags telt Oudenaarde ternauwernood 6,000 inwoners. Den Donderdag van +elke week houdt men er eene belangrijke markt van landbouwvoortbrengselen. +De brouwerij is mede een voorname tak der plaatselijke nijverheid. + +Dat Oudenaarde eens rijk was, blijkt uit de pracht zijner openbare +gebouwen. + +[Illustration: STADHUIS VAN OUDENAARDE.] + +Een zeer merkwaardig gebouw is de kerk van Pamele, tegen de Schelde. Zij +is een werk van den bouwmeester ARNOLD VAN BINCHE en dagteekent van +1235-1239. Zij behoort tot den overgangsstijl en is bijna onveranderd +bewaard gebleven. Over eenige jaren waren de muren nog beplakt en gewit, +maar AUG. VAN ASSCHE herstelde den tempel op meesterlijke wijze, en +thans prijkt hij weer in zijne eerste, strenge schoonheid. + +De Sinte-Walburgakerk werd begonnen in 1414, voltrokken in 1515. Het +koor, over weinige jaren hersteld, is ouder dan het schip. Den toren, +die 88 meters hoog is, bouwde Jan van der Eecke in 1478 en volgende +jaren. Getroffen door den bliksem, in den zomer van 1803, verloor hij +zijne sierlijke naald. Deze had eene hoogte van 78 meters, en was +vervaardigd geworden door Thomas Goossens, van Gent, in 1619. + +De beeldstormers der XVIe eeuw richtten te Oudenaarde groote +verwoestingen aan. Op St-Bartholomeusdag 1566 plunderden zij de kerken, +alles verwoestende, wat men niet in veiligheid had kunnen brengen. + +Den 4 October 1572 wierpen eenige schurken, aangevoerd door den kapitein +Blommaert, zes priesters in de Schelde: Paulus van Coye, Pieter van den +Hende, Jan van Bracle, Jacob de Deckere, Jan van Opstalle en Jacob van +Anvaing. In den avond leidde men hen uit het kasteel van Pamele, waar +zij sedert den 7 September gevangen zaten, naar het nieuw kasteel. Hier +werden zij "ontcleet tot op huerlieder hemde;" en nadat men hun de +handen en de beenen gebonden had, schoot men hen "met den hoofde voren, +door de veijnsters" in den stroom. Jacob van Anvaing werd nochtans +"wonderlijck verlost." Dit verrichtten de verdedigers van de +"gewetensvrijheid," de "verdraagzame" geuzen! + +Het stadhuis, een toonbeeld van den praalzuchtigen stijl der derde +Gothiek, en bovendien een echt juweel, is van 1525-1580. HENDRIK VAN +PEDE, van Brussel, werd gelast met het vervaardigen van de teekeningen, +alsook met het besturen en bewaken van de werken. WILLEM DE RONDE zorgde +voor de bouwstoffen en het beeldhouwen der steenen. + +De eventijdige rekeningen der stad noemen nog andere kunstenaars: +ADRIAAN VAN HOORICK, PAUL VAN DER SCHELDE, JORIS DE LA POTELLERIE, +MICHIEL PIETERS, GILLIS SPIERINCK, JOZEF DE CLERCQ. + +P. VAN DER SCHELDE sneed het merkwaardig portaal in eikenhout, dat de +raadzaal verrijkt. Dit gewrocht behoort tot den Renaissancestijl. + +Te Kortrijk liet men "den patroen maecken van de caven, staende binnen +den scepenhuuse." Deze werden nochtans niet nagebootst. + +De volkszaal, in den laatsten tijd hersteld en versierd door VERHAEGEN, +BLANCHARD, BRESSERS en HENDRICKX, is schoon te noemen. Op de schouw +leest men het jaartal 1545. De beeltenissen van Karel den Groote, +Liederik de Buck, Robrecht van Bethune en Karel V versieren de muren. + +Het museum van oudheden en de bibliotheek zijn niet van belang ontbloot. +In het museum bewaart men oude wapens, zegels, bogen en sporen, +wijnkannen uit de XVe eeuw. Daar is ook de boekerij van wijlen Karel +Liedts. + +De toren van het stadhuis of het Belfort is almede een meesterstuk van +smaak en zwierigheid. Het Belfort is 40 meters hoog, en draagt op zijn +toppunt een verguld koperen beeld van twee meters: _Jantje van +Oostenrijk_, zegt eene oorkonde. Jantje staat daar te prijken sedert +1580. + +Oudenaarde bezit nog andere gebouwen, die een bezoek verdienen: het oude +huis van Burgondie, langs de Schelde, nu tot vredegerecht ingericht, en +het voormalige klooster van Maagdendale, niet verre van de kerk van +Pamele, nu ene kazerne. + +Een paar gekende rederijkkamers: _Pax vobis_ en _de Kersowieren_ hielden +tooneelwedstrijden en woonden vreemde landjuweelen bij. In hunne stad +stelden zij prijzen op in 1462 en in 1564. _Pax vobis_ ging naar +Kortrijk in 1512. Men wil ten andere, dat de gezellen dier twee steden +altijd "in vrinscepe" leefden. Zelfs schonk het magistraat van +Oudenaarde, in 1559, "aen die van Curtrijcke in dancbaerheden een +vriendelic banket," dat ruim 567 pond parisis kostte. + +Op het landjuweel van Gent, in 1440, verschenen de Oudenaardsche +genootschappen met 88 gezellen zonder boog, 365 met boog, eenen +speelwagen, 339 ruiters en eenen koning, omringd door 79 poorters. + +Het landjuweel van 1497 overtrof al de voorgaande kunstfeesten in pracht +en luister. Nu zond Oudenaarde 132 wagens, overdekt met wit laken, 88 +paren ruiters en meer dan 200 gezellen te voet. + +Te Oudenaarde stond de wieg van Margareta van Parma, geboren "binnen +Pamele, op het Spei," van Joanna van de Gheenst; -- van MATTHIJS DE +CASTELEYN (1488-1550), Vlaamschen dichter, behoorende tot de +rederijkkamer _Pax vobis_; -- van JAN VAN DEN DRIESSCHE, meer gekend +onder den naam van DRUSIUS (1550-1616); -- van den schilder ADRIAAN +BROUWER (1608-1640); -- van JAN RAEPSAET (1750-1832), rechtsgeleerde, +oudheidkundige en geschiedschrijver; -- van B. DE RANTERE (1775-1831), +kroniekschrijver; -- van den reeds genoemden staatsman LIEDTS; -- van +den geschiedvorscher A. VAN DER MEERSCH; -- van den geleerden pater VAN +TRICHT, S. J. (1842-1897); -- van den dichter en toonkundige G. +ANTHEUNIS (1840). + +De Casteleyn, "priester en excellent poeet," had eenen grooten dunk van +"de conste van rhetorijcke." Ik schreef, zegt hij ergens, 36 +esbatementen, 38 tafelspelen, 12 staande spelen "van sinne" en 30 +wagenspelen. Het boek, waarin hij zijne voorschriften uiteenzette, +verscheen na zijnen dood, en wel in 1555. Het bleef gedurende eene eeuw +het wetboek voor allen, die aanspraak wilden maken op den naam van +dichter. + +Drusius werd leeraar der Oostersche talen te Oxford, te Leiden en te +Franeker. Verscheidene gewrochten over het Oude Testament en de heilige +Schrift vloeiden uit zijne pen. + +Brouwer heeft men "den Rubens van het genre" genoemd. Met voorliefde +maalde hij tooneelen uit het woeste leven in de kroegen. Vechtende, +rookende, slapende, bedwelmde en onpasselijke boeren en slempers, +ziedaar de onderwerpen van zijne tafereeltjes. Maar deze zijn +wonderkeurig bewerkt, en tintelen van humor en argelooze waarheid. + +B. de Rantere hield zich langen tijd en met onvermoeide volharding bezig +met het opsporen van de belangrijke archieven, die ten stadhuize bewaard +worden. Ook genoot hij onder zijne medeburgers de eervolle +onderscheiding, die alleen den braven en rechtzinnigen man ten deele +valt. + +Liedts schonk zijne gansche boekerij aan de stad. + +Mevrouw Verwee, geboren Maria d'Huygelaere, is ook een kind van +Oudenaarde. Zij dichtte de gekende _Meerschbloemen_. + + + + +XIV. + +Naar Leupegem en Edelare. + + +Leupegem en Edelare zijn twee kleine, maar vriendelijke gemeenten in de +nabijheid van Oudenaarde. + +Leupegem heeft 1050, Edelare ongeveer 400 inwoners. Te Leupegem +aanschouwde de rederijker J.-B. DE BACKER het levenslicht (1783). + +Den steenweg naar Geeraardsbergen volgende, beklimt men den +Edelare-berg, die ruim 80 meters hoog is. De helling is nog al steil. +Ook zal de wandelaar wel eens poozen, en dan eenen blik werpen op de +stad en de vallei der Schelde. + +Oudenaarde, met zijne torens, daken en schouwen, ligt daar voor hem, in +de diepte, te midden van uitgestrekte, zachtgroene beemden, waar koeien +grazen en kinderen spelen. Tusschen Melden en Elzegem kronkelt de +Schelde, tintelend in den glans der zomerzon. Aan den anderen kant +onderscheidt men het oude Eename, het nijverige Eine, Heurne met zijnen +witten kerktoren, en verder de hoogten van Gaver en het Belfort van +Gent. + +Tusschen Edelare en Oudenaarde zijn de bronnen, die de stad voorzien van +goed drinkbaar water. + +Edelare heeft een Gothisch kerkje, dat goed hersteld is. Het staat op +het hoogste des bergs. Eenige minuten verder rijst de vermaarde kapel +van O.-L.-Vrouw van Kerselaar, te midden van eenige eenvoudige huisjes. +Langs den weg ontmoet men de veertien tafereelen van het lijden des +Zaligmakers. Men waant, dat de koornaren daar weemoediger ruischen dan +elders; dat de leeuwerik daar stiller zingt, dan hij pleegt. O die +godsdienstige poezij in Vlaanderens heerlijke velden!... + +Edelare was voorheen eene wijk van Volkegem. Een pastoor dier plaats, +Rogier van Brakel, bezat een houten beeldje van de Moeder Gods. Toen de +brave man zijn einde voelde naderen, schonk hij het beeld aan zijne +bloedverwante Katharina van Brakel. Deze bracht het, in de maand October +1452, naar Edelare, en hechtte het aan eenen kerseboom. + +Korten tijd nadien bouwde men eene kleine kapel. Den 5 Juli 1459 +verslonden de vlammen dit heiligdom. + +Dank aan de milddadigheid van den toenmaligen heer van Oudenaarde, +Odoward Blondeel de Joigny, legde men reeds den 21 Juli daaropvolgende +den eersten steen van eene grootere en schoonere bedeplaats. De bisschop +van Kamerijk wijdde ze den 3 Mei 1460, op den feestdag der Kruisvinding. + +Na de beeldstormerij deed Jacob de Joigny de kapel herstellen en +vergrooten. De Jacobijnen verkochten ze, in 1798, aan zekeren Thomas +Lepape. Drie jaren nadien nam M. Martroye, van Oudenaarde, het gebouw in +bezit. Hij verkocht het op zijne beurt, in 1831, en den 30 April 1833 +stelde de bisschop van Gent de hedendaagsche bestuurwijze vast. + +Voor de Fransche omwenteling bezat de kapel van Kerselaar eenige vaste +goederen, alsook kostbare juweelen en altaargewaden. + +Aan het gewelf hangt, sedert 1860, een houten krokodil, gesneden door +VAN BIESBROUCK. Men verhaalt, dat Joost de Joigny, heer van Pamele, in +1555 op zijnen tocht langs den Nijl door eenen krokodil werd bedreigd. +De ridder beloofde, bij zijne terugkomst in het vaderland, het monster +in de kapel van Kerselaar dankbaar op te hangen, indien hij het gevaar +mocht ontkomen. Hij ontsnapte inderdaad aan den dood, en bracht zijne +belofte onverwijld ten uitvoer. + +De Franschen zonden het geraamte naar de natuurkundige verzameling eener +Gentsche school. + +Meer dan eens kwamen 's lands vorsten voor het altaar der Moeder Goris +nederknielen: Maria van Burgondie in 1480, Maximiliaan van Oostenrijk in +1513, Karel V in 1521, Philip II in 1557, Izabella in 1625. + +De wijding der kapel wordt jaarlijks gevierd op den eersten Zondag na +Kruisvinding, in de bloeiende Meimaand. + +De bedevaarders van het Westen, die met het krieken van den dag te +Oudenaarde toekomen, bidden onderwege luidop den Rozenkrans, en keeren +later met kransen en vaantjes terug. De kinderen koopen "lekkie." + +Den 2 Mei 1711 keurde het vicariaat van Doornik de plaatsing goed van +een beeldje van O.-L.-Vrouw van Kerselaar, op het altaar der H. +Drievuldigheid, in de kapittelkerk van Kortrijk. Tevens stichtte men +eene broederschap, wier leden alle jaren, op den Zaterdag der novene, te +Edelare plechtig werden ingehaald. + +De huidige kapel van Kerselaar is tamelijk groot, en heeft een slank +torentje. Zij bezit twee altaren. Maria heeft haar Kindeken op den +rechterarm. Verder leest men dit jaarschrift: + + UW GEKROOND WONDERBEELD BLIJVE ALLER + TOEVLUCHT. + +Wij kennen eene oude plaat van DU TIELT, voorstellende den heuvel van +Kerselaar, met den boom, de kapel en het lachende landschap rond +Oudenaarde. Op eene wapperende banier prijkt een vers uit het Hooglied: +"Hare vrucht is zoet; dus Maria groet!" + + * * * * * + +Niet verre van Kerselaar, tusschen Oudenaarde en Volkegem, op de helling +van den berg, ligt eene wijd gekende herberg: _Tivoli_. Onder de linden, +voor het huis, kan men een half uurtje rusten en... genieten. In den +zomer wordt de Tivoli door de bevolking van Oudenaarde druk bezocht. + +Achter de heuvelen van Volkegem schuilen Mater en Ste-Maria-Hoorebeke. +Het schijnt, dat deze dorpen in de XVIe eeuw bewoond werden "door +scaemele lieden, legghewerckers en tapijtwevers." De meesters bewoonden +Oudenaarde. + +Al die handwerkers, "dagelijcx ommegaende met Fransche en Duitsche +kooplieden in wolle, wierden door hen allengskens besmet met de leering +van Luther en Calvin." De dorpen, gelegen op den anderen oever der +Schelde, "bleven van de nieuwe leering bevrijd, als weinig uitstaans +hebbende met vreemdelingen." + +De menschen "der voornoemde parochien, meest de leer van Calvin +toegenegen," waren de eerste, "die ten jare 1566 de beelden braken, zoo +binnen als buiten de stede." + +Gedurende het daaropvolgende bestuur van den hertog van Alva moesten +velen het land verlaten. Zij vertrokken "met vrouwen en kinderen naar +Duitschland, Engeland en Frankrijk." Doch na de Bevrediging van Gent, in +1577, keerden zij naar hunne haardsteden terug. + +Later vestigden zich de meesten te Maria-Hoorebeke. De tempel, "waer zij +hunnen godsdienst uitoefenden, lag op het gehucht Grysbeke." + +Ste-Maria-Hoorebeke is inderdaad, te midden van het katholieke +Vlaanderen, eene protestantsche gemeente gebleven. Het handschrift, +waaraan wij deze bijzonderheden ontleenen, voegt er bij, dat "die +gereformeerden zich zeer gerustelijck houden." + +Elzegem, tusschen de Schelde en de grens van West-Vlaanderen gelegen, +heeft een fraai kasteel. + +Te Elzegem stichtte Bernaard van Bracle, in 1416, eene priorij. Langen +tijd hielden de kloosterlingen zich bezig met het schrijven en binden +van boeken. Wij weten althans, dat het bestuur van Sint-Martenskerk, te +Kortrijk, in 1462 aldaar "twee vulle zouters met vigelien" bestelde, +alsmede "eenen hantifenere." Ten jare 1466 maakte men van dit laatste +boek een nieuw afschrift. + +Etikhove, met 2,500 inwoners, ligt oostwaarts, op de Markebeek. Daar +vond men in 1869 eene zekere hoeveelheid gouden geldstukken, +dagteekenende van 1469 tot 1598, met de beeltenissen van Ferdinand V, +Karel V, Frans I, Sebastiaan I en Philip II. De schat, eene waarde +hebbende van ongeveer 500 fr., werd opgedolven in eene weide van L. +Blommaert, op het gehucht Grootendriesch. + + + + +XV. + +Naar Gaver. + + +Benoorden Oudenaarde kronkelt de Schelde voorbij Eename, Eine en Heurne; +dan richt zij zich oostwaarts naar Welden, Hermelgem, Meilegem en +Dikkelvenne, en vloeit vervolgens weer het Noorden in, wijkende voor den +heuvel van Gaver. + +Eine is eene schoone, nijverige gemeente, met ongeveer 3,000 inwoners. +Men vindt er sedert eenige jaren eene spinnerij en eene weverij, die +ieder tweehonderd werklieden bezig houden. + +Boven de deur eener herberg leest men deze eigenaardige rijmen: + + Komt in den Belg + En neemt een zwelg, + Want 't beste nat + Is nog in 't vat. + +De dorpskerk bestaat uit oude en nieuwere deelen. Groote herstellingen +werden gedaan in 1601 en 1623. + +Als eene plaatselijke eigenaardigheid noemen wij "den koddigen fittel," +op den laatsten dag der jaarlijksche kermis. Alle gebeurtenissen, die +gedurende de verloopen maanden de aandacht des volks boeiden, worden +door de jonge lieden zinnebeeldig voorgesteld. Met het vallen van den +avond trekt de stoet zingend en spelend door de voornaamste straten der +gemeente, hier en daar stilhoudende om de toegestroomde menigte door +allerlei bokkesprongen te verlustigen. + + Vrienden, wij zijn al verblijd, + Nu met den kermistijd; + Wij hebben ons best gedaan, + En de fittel blijft bestaan. + +Eine vormde in vroegere eeuwen, met het omliggende, de onafhankelijke +heerlijkheid van de graven de Landas. Hunne burcht stond tusschen de +kerk en de Schelde, op "de Motte." + +Het kapittel van Sint-Elooi, te Eine, bezat onder andere "eene seer oude +fondatie, wesende van het jaer 1185, ghemaect by Gerardus de Landas." + +Arnold de Landas vergezelde den graaf van Vlaanderen ter eerste +kruisvaart. Toen hij wederkeerde, haalden de ruiters van Eine en de +naburige dorpen hem zegevierend in. De held had een stuk van het +waarachtig Kruis des Zaligmakers mede. Van dit stuk maakte men nadien +een kruisje, dat men nog in de dorpskerk bewaart. + +Alle jaren, op Sint-Pietersdag, herdenkt men dezen tocht door eene +ruitersprocessie. Na den ommegang zegent men de ruiters en de paarden, +voor de kerkdeur, met het gebeente van Sint Elooi. + +Eene dergelijke plechtigheid bestaat ook te Asper, ten Noorden van Eine, +maar op den feestdag van Sint-Marten in het begin van Juli. De weg, dien +men hier volgt, loopt naar al de uiteinden der gemeente, langs straten +en wegels. + +De voetgangers komen voor het krieken van den dag, om drie ure 's +morgens, aan de kerk bijeen. Nu eens biddende, dan weer zingende, gaan +zij voort. Aan ieder kapelleken, dat zij ontmoeten, toeven zij eenige +stonden. Rond zes ure is de menigte weer aan de kerk. + +De ruiters vertrekken om vijf ure en volgen denzelfden weg, doch houden +nergens stil, tenzij aan de kapel van Sint-Marten. + +Den volgenden Zondag wordt de ommegang vernieuwd, doch alleen rondom het +kerkhof. Al de inwoners van Asper, die kunnen, en honderden +vreemdelingen, zijn in de hoogmis tegenwoordig. De processie met het +Allerheiligste is schoon, treffend. Eene zee van volk overdekt het +kerkhof, eerbiedig biddende; honderden ruiters volgen op stap, doch +blijven buiten den muur, die den doodenakker omringt. + +Zoodra dan de processie binnen is, verschijnen de ruiters der gemeente +met hun vaandel op het kerkhof. Driemaal doen zij den ommegang, eerst op +stap, daarna op den draf en eindelijk in de vlucht. + +Het teeken is gegeven en beurtelings rijden de boeren van Nazareth, +Eeke, Heurne, Mulhem, Zingem, Eine en andere plaatsen den ommegang. De +klok luidt, de beiaard speelt, het volk juicht en -- Sint-Martenskermis +is volop aan den gang. + +Asper heeft 1,860 inwoners. + +Tusschen Heurne en Asper beschrijft de Schelde eene bocht. Daar ligt +Zingem, in eene vruchtbare vlakte. Het dorp telt 2,400 zielen. + +Na de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw was de kerk van Zingem heel +bouwvallig. De toren stortte neder in 1580. "Dit was de ruine van den +tempel, want het koor viel ook in." + +De herstelling begon in 1593. Het metselwerk van den toren was in 1613 +geheel opgemaakt. In 1635 zette men op den toren "eene spits van 100 +voeten, met vier kleyne torentjes, elk 20 voeten hoog." HENDRIK VAN +HAEREN, pastoor der parochie van 1696 tot 1712, stelde een verslag over +al die werken op. Zijn handschrift is in het archief der kerk. + +Onlangs teisterde een brand het sierlijke bedehuis. + +Bewesten Zingem daagt Huise, de geboorteplaats van den toondichter +GEVAERT. + +Gaver, de geboorteplaats van den geleerden AMAND BAUWENS, is eene +gemeente van nagenoeg 1,700 zielen. + +Daar beginnen de eerste heuvelen, die langs Balegem naar het land van +Aalst loopen. + +Gaver is het meest gekend door den veldslag, dien Philip de Goede in +1453 op de Gentenaren won. Men weet, wat er gebeurde. + +Gent en Brugge -- merkt David aan -- even bloeiend door nijverheid en +koophandel, maar ook even brooddronken in den voorspoed, hadden, sedert +ruim eene eeuw, aan den landheer zelden of nooit meer volkomen +gehoorzaamd. Beide steden hadden, nu eens met reden, dan weer uit +enkelen wrevel, de graven gedwarsboomd, en ja de wapens tegen hen +opgevat, om wettiglijk verworven of aangematigde rechten en vrijheden +voor te staan. + +Zoo ging het weer omtrent het midden der XVe eeuw. + +Door de langdurige oorlogen, welke Philip de Goede had moeten voeren, +stak deze in groote schulden. Daarom vroeg hij eene tijdelijke belasting +van twee stuivers grooten "up elc hoet zouts." + +De Gentenaars weigerden, en de hertog verliet de stad met het vast +besluit van er geenen voet meer in te zetten, vooraleer zij zich zou +hebben onderworpen aan dien eisch. + +Nu volgde de eene moeilijkheid op de andere. In den zomer van 1453 riep +de Burgondier uit al zijne landen nieuwe manschap op. Hij trok van +Rijsel naar Kortrijk, toog Oost-Vlaanderen in, veroverde het kasteel van +Schendelbeke, benoorden Geeraardsbergen, maakte zich meester van het +slot van Poeke, nabij Nevele, en kwam den 15 Juli voor Gaver. + +Het stormde in Gent. Roeland zond zijne zware stem over de stad; jong en +oud vloog in de wapens. Volgens LA MARCHE -- een gelijktijdige schrijver +-- trokken twee heiren de poorten uit; het eene, 25,000 man sterk, ging +langs Merelbeke en Vurste; het andere, dat ongeveer 20,000 man telde, +toog oostwaarts over Lembeke. + +Den standaard der gemeente rechtte men op het veld van Semmerzake, +benoorden Gavere. De opstandelingen gehoorzaamden aan Jacob Meeussone en +Diederik van Scaubrouck. + +Men vocht den 23 Juli. De Gentenaars verweerden zich als ware helden. +Zij wondden den jongen Karel en meenden zelfs zijnen vader, den hertog, +in het gras te doen bijten, toen de krijgskans keerde. Nagenoeg 20,000 +Vlamingen bleven dood, versmoord in de Schelde, vertrappeld onder de +paarden, of neergeveld door de wapenen. + +Nu nog draagt een deel van het bloedige slagveld den naam van "Roode +Zee." + + * * * * * + +Voor de liefhebbers onzer folklore zij hier aangestipt, dat zij langs de +Schelde eenen rijken oogst kunnen opdoen. + +Te Asper vertelt men van Sneeuwwitje, het beminnelijk kind, en den +koning van Oosterbant; te Zingem zingt men nog altoos het oude _liedje +van de week_: + + De Zondag, de Zondag, + Dat is de dag des Heeren; + Dan doen wij onze schoenen aan, + En onze beste kleeren. + +Ziehier een raadseltje, dat wij in dezelfde gemeenten hoorden stellen: + + Asper en Zingem, + En het kerksken van Mullem, + In hoeveel staven spelt gij -- dat? + + + + +XVI. + +Binders of Branders. + +EENE BLADZIJDE UIT DE GESCHIEDENIS VAN DEN BOERENKRIJG + + +Onze lezers weten, dat de Franschen, op het einde der XVIIIe eeuw, +millioenen en millioenen uit ons vaderland haalden. Die ontzaglijke +sommen noemden zij belastingen, bevoorradingen voor het leger, gedwongen +leeningen. Wij voegen er bij: plunderingen van allerlei aard, +aftroggelarijen, diefstallen. + +In het jaar 1794 mislukte de oogst. De daaropvolgende winter was +buitengewoon streng. De prijzen der levensmiddelen stegen overal, eene +algemeene ellende stond voor de deur. + +Er was meer. De goddeloosheid vermeerderde van dag tot dag; de mindere +man dompelde zich in allerhande ondeugden. + +De eerlijke lieden weigerden openbare ambten te aanvaarden; de +misdrijven werden weinig of niet beteugeld. + +Moet het ons dan verwonderen, dat de aanslagen tegen personen en +eigendommen gedurig toenamen; dat vele ongelukkigen in de bosschen +samenscholen, levende van roof en plundering. + +In Oost-Vlaanderen noemde men die booswichten Binders of Branders. + +DE RANTERE teekende aan, dat de omstreken van Oudenaarde op het einde +van 1795 zeer onveilig gemaakt werden door eene bende "roovers en +vagabonden." Zulke benden, zegt hij, waren in het land zeer +vermenigvuldigd, dank aan "de slappe politie." + +De roovers gebruikten eenen langen boom, waarmede zij de deuren der +hoeven inliepen. De menschen, die zij te bedde vonden, namen zij vast, +hen bindende aan armen en beenen. Dan legden zij hen voor een blakend +vuur, stekende eene brandende kaars aan hunne voeten, ten einde te +vernemen waar hunne gespaarde penningen verborgen waren. + +Van zulke misdaden hoorde men schier dagelijks spreken, doch het was +voornamelijk in den omtrek van Beveren, dat de roovers den boer schrik +aanjoegen. Zoodanig, spot de schrijver, waren "de goede zeden reeds +verbasterd door de goede regeering der Franschen." + +De kapitein der Binders was N. de Witte, van Beveren. Geholpen door +eenige gezellen, vermoordde hij den 2 Mei 1796, bij de herberg _la Belle +Hotesse_, eenen landbouwer van Mater: J.-B. de Gezelle. + +Twee maanden nadien werd de schurk gevangen genomen door Frans Goeminne +en eenige andere boeren. Hij was de tweede van heel het departement, die +te Gent onthalsd werd. + +In de eerste dagen van Maart 1797 bracht men te Oudenaarde nogmaals vijf +Branders in. Deze waren van Ronse. De Rantere noemt er twee: J.-B. de +Miel, kapitein, en N. Lefebure. Als bewijsstuk had men eenen boom mede, +die twaalf voet lang was. + +Al die schavuiten legden naderhand, voor hunne gepleegde gruweldaden, +het hoofd onder het mes van den beul. + + * * * * * + +Een goed jaar nadien borst de Boerenkrijg in onze gewesten uit. + +In dien tijd leefde de reeds genoemde B. de Rantere. Deze verhaalt, dat +de gendarmen van Ronse den 25 October 1798 naar Oudenaarde kwamen. Uit +hunnen mond vernam men, dat de opstand aldaar werkelijk uitgeborsten +was. + +'s Namiddags hoorde men inderdaad op verscheidene dorpen de klok kleppen +om het volk bijeen te roepen. + +Tegen den avond kreeg men de tijding, dat de Boeren reeds te Leupegem +waren. De bezetting der stad vluchtte naar Gent. En de Jongens kwamen +binnen, onder het geleide van Masculier, bakker te Ronse, en van de +Walle, hoedenmaker. + +In den avond van den volgenden dag traden nogmaals eenige opstandelingen +de stad in. + +Middelerwijl naderde een republikeinsch legertje, afgezonden uit Gent. + +Het kostte de Franschen maar weinig moeite om in Oudenaarde te geraken. + +De eerste burger, op wien zij hunne wraak koelden, was J. Ryckbos, een +arme werkman, die boter was gaan halen voor zijne vrouw en kinderen. +Ryckbos was van Beveren en viel aan de Gentsche poort. + +Voortstormende, doodden de woestaards Karel Martens recht tegenover de +deur van zijn huis. Bij den trap van het stadhuis vermoordden zij Jan de +Block en Frans de Contreras. + +Eenige soldaten drongen in het huis _de Appel_, op de Markt, en brachten +daar zeven personen om, onder anderen Michiel Gevel en twee vreemde +kooplieden. De beulen ontkleedden de lijken, en wierpen ze naakt door +de bovenvensters op de straat. + +Van daar liepen zij over den Burg door de Broodstraat naar Pamel, alwaar +zij een jong meisje nedervelden: Sophia van den Hende, die haren broeder +was gaan zoeken. + +Een boer, die hen in de Broodstraat ontmoette, stortte almede levenloos +ten gronde. + +In de Kasteelstraat troffen de republikeinen H. Gyselinck, oud 21 jaren. + +Komende in de abdij van Maagdendale, doodden zij al de Ronsenaren, die +daar eene schuilplaats hadden gezocht. Verder, in de Hoogstraat, +kwetsten zij J. de Langhe, van Ooike. De martelaar sukkelde voort tot in +de Kattestraat, waar men hem den genadeslag toebracht. + +Bij de Baarpoort trof een kogel G. de Vos, herbergier in _de Kroon_, te +Leupegem. De Vos was zeer oud en hoorde bijna niet meer. + +De registers van den burgerlijken stand der stad Oudenaarde bewaarheden +het grootste gedeelte van de Rantere's verhaal. + + + + +XVII. + +Naar Zottegem. + + +Achttien kilometers scheiden Oudenaarde van Zottegem. Tusschen beide +plaatsen liggen Eename, Welden, Munkzwalm en Rooborst. + +Eename was zeer vroeg eene villa, met een versterkt kasteel. + +Boudewijn van Rijsel stichtte er, in 1063, eene abdij, toegewijd aan +Sint-Salvator. De bisschop van Kamerijk bevestigde de stichting in den +loop van het volgende jaar. De kerkvoogd noemde Eename eene bloeiende +plaats met drij bedehuizen. + +CH. PIOT heeft het cartularium der abdij uitgegeven. Zoo weten wij, dat +het jonge klooster spoedig mild begiftigd werd. Het bekwam de altaren +van Kortemark en Handzame, in 1085; -- het altaar van Opbrakel, in 1096; +-- dat van Welden, in 1110; -- de altaren van Semmerzake en Melsen, in +1117; -- die van Moorsele en Lemberge, in 1126. Voorts bezat het +gesticht tienden en goederen te Mater, te Welden, te Leupegem, te +Schoorisse, te Eine, te Avelgem, te Bosuit, te Moen, te Werken, te +Handzame, te Oost-Roosbeke, te Deurne, te Kluizen, te Marke, te +Oosterzele, te Everbeke en te Hoorebeke. Eene oorkonde van 1187 noemt +gronden, ingenomen door het kanaal de Yser. + +Tijdens de Fransche omwenteling, op het einde der XVIIIe eeuw, zochten +de Kortrijksche nonnen van Groeninge eene schuilplaats in de abdij van +Eename, waar zij twee maanden verbleven. Zuster Carolina de Witte heeft +dit alles in haar dagboek aangeteekend. + +Den 26 April 1794 -- zegt zij -- zijn wij vertrokken met het beeld van +O.-L.-Vrouw, en hebben vernacht te Waregem. + +Den 27 's avonds zijn wij te Oudenaarde aangekomen, en hebben verbleven +in de abdij van Maagdendale tot den 29 's morgens, wanneer wij gegaan +zijn tot de abdij van Eename, alwaar wij bleven tot den 23 Juni. + +Den 18 Mei, dag van het gevecht tusschen Kortrijk en Doornik, werd het +beeld op het altaar gesteld gedurende de hoogmis. + +Den 23 Juni zijn wij vertrokken naar Velzeke, met nog vijftien andere +kloosterzusters. + +Den 2 Juli heeft men het heilig beeld op het altaar gesteld in het +klooster van Velzeke. + +Wij zijn daar gebleven tot den 6 Juli, wanneer wij naar Kortrijk zijn +teruggekeerd, slapende te Oudenaarde in de abdij van Maagdendale. + +Den 8 zijn wij in ons klooster toegekomen, aldaar alles "in groote +troubels vindende." + +Eename telt hedendaags 890 inwoners. + +Op het dorpsplein staat eene steenen kolom: de kaak of de schandpaal, +waartegen men vroeger zekere booswichten ten toon stelde. + +Bij het aanleggen van de spoorbaan naar Zottegem, in 1867, vond men, op +het grondgebied van Erwetegem, vele Romeinsche muntstukken, bewaard in +een bruinachtig kruikje. + + * * * * * + +Zottegem, met ruim 3,000 inwoners, ligt eigenlijk benoorden de Vlaamsche +Ardennen. Doch het is een schoon, nijverig vlek, en verdient om meer +dan eene reden een bezoek. + +Zottegem is de hoofdplaats van een kanton. Vijf ijzeren wegen loopen +hier samen. + +In de XIVe eeuw bloeide er het lakenweven. Op zekeren dag, in 1314, +kwam Ketele, de toenmalige onderbaljuw van Gent, met eenige naijverige +mannen herwaarts. De rekening vermeldt, dat zij twee dagen "ute waren," +en dat zij met twee wagens de gebroken getouwen wegvoerden. Dergelijke +baldadigheden gebeurden ook te Assenede. + +Wij kennen eene rederijkkamer, welke te Zottegem de tooneelkunst +beoefende: _Die bloeit door liefde en eendracht, groeit_. In 1784 +vertoonde zij te Kortrijk het treurspel _Mahomet_; in 1788 schreef zij +eenen prijskamp uit. + +De parochiale kerk is goed hersteld en geschilderd. In den zijmuur langs +de Markt wijst eene ijzeren deur den grafkelder van Egmond en zijne +vrouw aan. + +Twintig schreden verder rijst een klein standbeeld van den held van +St-Quintijn en Grevelingen. Het werd vervaardigd door CALLOIGNE, van +Brugge, en plechtig onthuld in den zomer van 1872. + +Lamoraal, graaf van Egmond, bleef den godsdienst zijner vaderen getrouw; +hij beminde zijnen koning, en droeg zijne vrouw en kinderen eene +onbegrensde liefde toe. Op het slagveld was hij manhaftig; doch in het +gewone verkeer des levens scheen hij buigzaam en zonder de noodige +wilskracht. + +Zoomin als Willem van Oranje en den graaf van Hoorn, kon Egmond het over +zijn hart krijgen, dat Granvelle in den Staatsraad eenen zekeren +voorrang had en naast de Landvoogdes de eerste plaats innam. + +Zoo raakte hij in onmin met Granvelle, om meer en meer den Zwijger aan +te hangen, die koud, listig en vooral heerschzuchtig was. Ook schertst +VAN VAERNEWYCK, in zijne _Beroerlicke tijden_, niet weinig met den +gewestvoogd, als hij zegt: "Het was goed te merken, wat faveur de graef +de consistorianten droeg, daer hy hun niet en wilde verbieden hunne +manier van doen, verstaende nochtans, dat zy hem geobedieert zouden +hebben; waerom by sommigen een gemeen spreekwoord van hem ging, dat hij +op twee peerden reed: op een geusch en een katholiek peerd, maer dat hij +het meest het geusche peerd beschreed." + +Toen de hertog van Alva in de Nederlanden kwam, vertrok de Zwijger naar +Duitschland, om vreemde krijgsknechten aan te werven. De graven van +Egmond en Hoorn werden gevangen en den 10 September 1567 gekerkerd. Hun +proces duurde lang. Er bleek uit het gerechtelijk onderzoek en uit de +afgelegde getuigenissen, dat beide edellieden het eens waren met de +oproerige Geuzen. DE BAVAY, die de gansche rechtspleging liet +verschijnen, drukt zich uit als volgt: "Le comte d'Egmont etait coupable +de rebellion et de lese-majeste, a cause des mauvais offices qu'il avait +faits avec les sectaires seditieux et rebelles a la sainte eglise; et +pour avoir en outre favorise la ligue et abominable conjuration du +prince d'Orange et d'autres seigneurs." + +Den 5 Juni 1568, op Sinksenavond, legden beide graven het hoofd onder +het mes van den beul. + +Als men te Zottegem de breede Neerstraat volgt, ontwaart men, aan 't +einde links, de overblijfselen van Egmonds kasteel. Het biedt niets +merkwaardigs aan. + +Zottegem is de geboorteplaats van den geneesheer LAURENS DE METS. In +1639 liet hij eene _Zalige remedie tegen de besmetting der pest_ +verschijnen. + + + + +XVIII. + +De omstreken van Zottegem. + + +In de nabijheid van Zottegem liggen verscheidene dorpen, die zeker vroeg +bewoond werden. Te Velzeke heeft men eene menigte voorwerpen opgedolven, +welke tot het Romeinsch tijdvak behooren. Te Erwetegem ontdekte men in +eenen meersch ongeveer 1,600 muntstukken uit het midden der XIe eeuw. + +Gedurende de middeleeuwen was het land van Zottegem rijk aan burchten. +De heeren van Leeuwergem, Herzele en Steenhuize, zoowel als die van +Hofstade en Massemen, Kalken, Zomergem en Landegem, vochten in 1302 op +de vlakte van Groeninge tegen de verdrukkers van Vlaanderen. De twee +laatsten verloren hun paard in den strijd. + +Reeds in de XIVe eeuw had het meer genoemde Velzeke een klooster. In +den nacht van den 20 Juli 1728 verslond het vuur niet alleen dit +gesticht, maar ook het hospitaal, de kapel, de school, de dorpskerk en +negen en twintig woonhuizen. Om voortaan van dergelijke rampen bevrijd +te blijven, deed men eene jaarlijksche bedevaart naar Landskouter, bij +Gent, alwaar de heilige Agatha als patrones tegen den brand vereerd +wordt. + +Elene heeft verscheidene bronnen en vijf vijvertjes. De kerk, herbouwd +in 1858-1863, prijkt op de helling eens heuvels. + +Elene stond vroegertijds onder het gezag der heeren van Leeuwergem. Op +de wijk _Nieuwwege_ hield men alle jaren, op den 9, 10 en 11 September, +eene vrije jaarmarkt, evenals in de groote steden. In 1457 verbood de +heer van Leeuwergem het "dobbelspel," het "caetspel" en andere +baldadigheden. + +Hillegem ligt meer oostwaarts. Wilt gij weten, lezer, wat men in den +omtrek dier gemeente vertelt? + +Welige eiloofranken waren, in lang vervlogen tijden, tegen de muren der +kerk opgewassen. Zelfs bedekten zij een gedeelte van den toren. + +De dorpelingen zagen zulks met leede oogen. + +Een hunner stelde voor, met eene katrol en sterke koorden, eene koe op +te hijschen. Deze zou de ondeugende planten wel binnenspelen. + +Zoo gezegd, zoo gedaan. De koe werd opgetrokken, maar de koord verworgde +haar; en eer zij heel dood was, stak zij hare groote tong uit. + +Al de bewoners van het dorp, mannen, vrouwen en kinderen, waren +toegesneld en riepen: + +Kijk, ze lekt al, ze lekt al! + +En sedertdien spreekt iedereen in de streek van... de Hillegemsche +lekkers. + + * * * * * + +Bij de spoorhalle van Zottegem bemerkt de reiziger, op eenen kleinen +afstand, eene zacht rijzende verhevenheid, waarop eenige huizen. Daar is +Grootenberge, eene gemeente, die 1,050 zielen kan tellen. + +Verder schuilt St-Lievens-Essche; aan den anderen kant liggen +Godveerdegem en Erwetegem. + +St-Lievens-Essche is zeker eene der eerste plaatsen van Vlaanderen, waar +een kerkje oprees. + +De heilige Livinus was een Ierlander. + +Weinige jaren na St-Bavo's dood kwam hij te Gent toe, dikwijls +predikend in het land van Aalst. Zoo verbleef hij eenen zekeren tijd in +het toenmalige Holthem. Den 12 November 657 vond de groote apostel den +marteldood te Essche. Zijne leerlingen droegen zijn lijk naar Holthem, +waar zij het ter aarde bestelden. Het plaatsje werd naderhand +St-Lievens-Houtem geheeten. + +Essche kreeg den naam van St-Lievens-Essche. Hier bouwde men een +bedehuisje op de plek, waar de zendeling zijn bloed had vergoten. + +Door het instellen van eene jaarlijksche bedevaart uit Gent naar Houtem, +nam de vereering des heiligen op buitengewone wijze toe. + +St-Lievens-Essche ligt in een heuvelachtig gewest. Men vindt er schoone +huizen en, op het groote dorpsplein, eene drenkplaats voor koeien en +paarden. + +Godveerdegem is slechts anderhalven kilometer van Zottegem verwijderd. +Het heeft eene bevolking van 900 zielen en eene oppervlakte van ruim 326 +hectaren. + +Het dorpje bezit eene fraaie kruiskerk uit de XVe eeuw, met eene +achthoekigen toren. + +Eenige jaren voor de Fransche omwenteling vond men in het kleine +Godveerdegem eene rederijkkamer: _De kunstminnende liefhebbers_. In den +zomer van 1784 vertoonden zij het historisch stuk: _Keizer Karel VI_. + +Erwetegem is een schilderachtig dorp met meer dan 2,000 zielen. Aan het +Kapelbosch borrelt eene bron, die een beekje vormt. Zes andere vlieten +besproeien het grondgebied der gemeente. + +De hedendaagsche kerk van Erwetegem is uit de tweede helft der XVIIIe +eeuw. JANSSENS, van Nevele, schilderde de muren van het koor. Verder +bezit de tempel eenen ijzeren kroonluchter, die zeer merkwaardig is. + +De rederijkkamer: _Opgewekt door ijver_, speelde in 1787 te Tielt, in +1788 te Zottegem. + + + + +XIX. + +Geeraardsbergen. + + +Geeraardsbergen -- _Grammont_ -- is een lief steedje, gelegen op de +helling van den Ouden-berg. De Dender verdeelt de plaats in eene boven- +en eene benedenstad. Het zicht op de bovenstad is waarlijk schoon, +prachtig. + +Geeraardsbergen ontstond in het jaar 1068, onder de regeering van +Boudewijn van Bergen, graaf van Vlaanderen en Henegouw. De stad werd +gesticht op eenen vrijen grond, toebehoorende in Hunnegem aan zekeren +Geeraard, en mag beschouwd worden als eene eerste allodiale bezitting +der Vlaamsche vorsten. + +Misschien wilde Boudewijn, op de grenzen zijner twee staten, een bolwerk +opwerpen tegen den moedwil zijner Waalsche onderdanen. Hoe het zij, +Geeraardsbergen was de eerste Vlaamsche gemeente, die eene keure kreeg. +Ziehier enkele bepalingen uit dit oude wetboek: + +"Alwie in Geeraardsbergen erf koopt en zich aan de stedelijke wet, +volgens het oordeel der schepenen, onderwerpt, wordt vrij, al was hij +dat vroeger ook niet. + +"Elke burger van Geeraardsbergen heeft het recht de stad te verlaten en +zijne woonstede elders te kiezen, mits hij geene schulden nalate. + +"Geen burger mag gedwongen worden tot het tweegevecht, noch tot het +ondergaan van vuur- of waterproef. + +"Wie geene erfgenamen heeft, mag zijne goederen, zoo roerende als +onroerende, vermaken aan de kerk of aan den arme. + +"Een burger, die weigert zijne schulden te betalen, zal, na uitspraak +der schepenen, door 's graven hulp en macht, daartoe gedwongen worden. + +"Wie een ander doodt of verminkt, zal, buiten het geval van eigen +verwering, hoofd voor hoofd, lid voor lid geven." + +Dank aan die keure, zegt Dr MOROY, bezat het ontluikend Geeraardsbergen +op korten tijd de drie dingen, die eigenlijk de stedelijke gemeente +uitmaakten: eene parochiekerk en een plaatselijk schependom, met muren +en vestingen. + +Deze waren bijzonder sterk aan den kant van Henegouw, alwaar twee +stevige torens, die nog gedeeltelijk bestaan, de Pussemijpoort +beheerschten en beschermden. Men noemt ze den _Pijntoren_ en den +_Dierenkost_. In de Pussemijstraat, derwaarts leidende, stond de eerste +_pusseme_ of woekerbank, de eerste Lombard. + +Na de nederlaag der Vlamingen te Kassel, op den 20 Augustus 1328, werden +onze vaderen streng gestraft. Te Brugge en te Ieperen alleen koos men +1400 gijzelaars. WILLEM DE DEKEN, oudburgemeester van Brugge, stierf als +martelaar den 15 December 1328. Een andere Bruggeling duidde twee mannen +van Geeraardsbergen als medeplichtigen aan: HENDRIK VAN KERREGHEM en JAN +BLONDEEL. De genaamde JAN LE CLERC, die in vroegere jaren te +Geeraardsbergen een openbaar ambt bekleedde, onderteekende zijne +onderwerping daags voor St-Michielsdag in 1329. Hij beleed misdaan te +hebben "en ces derraines esmeutes." + +Tijdens de regeering van Lodewijk van Male heerschten er nogmaals +groote onlusten in Vlaanderen: een krijg tusschen de burgerij en den +adel. De Witte Kaproenen bezetteden in 1380 de vier Ambachten, haalden +Ieperen voor hunne zaak over en wonnen bovendien Dendermonde, Aalst, +Ninove en Geeraardsbergen. + +In de maand Maart van het volgende jaar werd de worsteling met nieuwen +drift hernomen. Vijf krijgsbenden trokken uit Gent, zich richtende naar +verschillende gewesten, als wilden zij toonen, dat hunne stad machtig +genoeg was om over heel het graafschap te heerschen. Die stoutmoedigheid +had nochtans jammerlijke gevolgen; want terwijl de eenen voordeel +haalden, werden de anderen deerlijk geslagen. + +Het was in die omstandigheden, dat de heer van Edingen -- _Enghien_ -- +een neef van Vlaanderens graaf, op Zondag 7 Juli 1381 heel +Geeraardsbergen verwoestte. De ingezetenen werden om hals gebracht, de +huizen en de openbare gebouwen door het vuur verslonden. + +Philip de Stoute teekende den 18 December 1385 een vredeverdrag, waarbij +alle oude voorrechten en vrijheden niet alleen aan Gent, maar ook aan +Kortrijk, Deinze, Rupelmonde, Hulst, Axel, Biervliet, Dendermonde, +Oudenaarde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen werden weergegeven en +bevestigd. + +Ook in 1485 en 1491 werd een groot gedeelte van de stad verwoest. + +Na de plunderingen der Geuzen stonden er nog honderd drie en zestig +bewoonbare huizen recht. + +Geen wonder dan, dat Geeraardsbergen niet rijk is, aan oude gebouwen. + +Zeer merkwaardig nochtans is de kerk van Hunnegem, deels in Romaanschen, +deels in Gothischen stijl opgebouwd. Zij wordt gebruikt door +Benedictijner nonnen, en werd gansch geschilderd door L. BERT-DE +L'ARBRE, den geachten voorzitter van het Davids-Fonds aldaar. Boven het +altaar bewondert men de vereering der H. Maagd; elders het leven van den +insteller der Benedictijnen of, zinnebeeldig, de alledaagsche bezigheden +der nonnen: het gebed, het onderwijs en de arbeid. + +Op de Markt staat de kerk van Sint-Bartholomeus, een Gothisch gedenkstuk +uit de laatste jaren der XVe eeuw. De predikstoel is een schoon +gewrocht, gesneden door DEVILLE. Onlangs heeft M. BERT den tempel +prachtig versierd. De edelmoedige kunstenaar schilderde eigenhandig, ter +eere Gods, het koor en de beuken in 1896. + +Den 16 Juli 1515 bracht men, uit "de prochie van sente Martenslierde, +zekere reliquien van den heylighen Bertolomeux, om die in de +prochiekercke" van Geeraardsbergen te stellen, te verheffen en te eeren. +De kas, waarin men die kostbare overblijfselen bewaart, is een zilveren +juweel van groote waarde. + +Voor de Fransche omwenteling bezat Geeraardsbergen eene vermaarde abdij, +toegewijd aan St-Adriaan. Zij dagteekende van het jaar 1081 en stond +tusschen de Bergpoort en de poort van Boelare. De monniken besteedden +hunnen tijd aan het gebed, aan den arbeid en aan de studie. De kerk was +groot en schoon, versierd met prachtige sieraden. In 1519 bezat zij "een +stic van den heleghen Cruce, een doren van de dorne croone, een sandael +van die heleghe moeder Anna en eenen brief van sent Joannes den +Evangelist," benevens eene menigte overblijfselen van heilige mannen en +vrouwen. J. VAN COPPENOLLE, prelaat en abt van het klooster, teekende +deze bijzonderheden in eene korte "verclaeringhe" aan. + +Een pand der abdij is gespaard gebleven. + +Het gasthuis is almede zeer oud. Een steen, in den gevel gemetseld, +draagt althans het volgende opschrift: "Aen siecken ende weesen hebben +zy hunne erve uytgedeeld. Johanna, gravinne van Vlaenderen (1243); -- +Meester Sechere, pbr., en Claus Cheylinc (1244); -- Symoen de Ruwe +(1304); -- Jan van Culsbrouc ende Geert syn broedere (1406)..." + +Meer dan eene nijverheid heeft Geeraardsbergen verlaten. Nog in de XVIe +eeuw telde de stad tapijtwevers, lakenwevers, volders, droogscheerders +en linnenwevers. Hun gildehuis stond op den hoek, gevormd door de +Begijnhofstraat en de huidige Wijngaardstraat. + +Later bloeide de nijverheid der zwarte kanten. + +Hedendaags heeft Geeraardsbergen groote werkhuizen, waar men sigaren en +zwavelstokjes vervaardigt. + +Geeraardsbergen schonk het leven aan GABRIEL DE GRUPELLO, beeldhouwer, +van wien men verdienstelijke werken aantreft in Belgie en in +Duitschland; -- aan JAN HAUCHIN, aartsbisschop van Mechelen in de tweede +helft der XVIe eeuw; -- aan J. SCHOLLAERT, dichter, begraven in de +St-Bartholomeueskerk, voor het altaar van St-Elooi; -- aan FRANS RENS en +Dr R. MOROY. + +Rens (1805-1874) beoefende met voorliefde de ballade, en leverde in dit +vak eenige merkwaardige stukken. Wie de herleving der Vlaamsche letteren +na 1830 wil nagaan, doorbladere 's mans letterkundig _Jaarboekje_; wie +de geschiedenis der Vlaamsche beweging wil kennen, raadplege zijne +_Eendracht_. + +Dr Moroy, overleden te Moorsel, schreef _J. David's leven_ en +belangrijke bijdragen in het _Belfort_. Voor dit werk leverde hij ons +bereidwillig eene menigte aanteekeningen. De begaafde man stierf in +1898. + +De stad Geeraardsbergen bezit verscheidene volksscholen voor jongens en +meisjes; eene muziekschool; eene nijverheidschool; eene kostschool, +gehouden door Josephieten in het voormalige klooster der Karmelieten; +een bisschoppelijk college, in het oude klooster der Miniemen. + +Twee genootschappen beoefenen de tooneelkunde. Het St-Pietersgilde +bloeide reeds in de XVe eeuw. Ten jare 1424 reden "de ghesellen, +ghewapent en te peerde, by goeden adviese voor het heleghe Sacrament in +den ommeganc van der processie." Na den middag "speelden sy up de maerct +een spel van batailgen." + +Het grondgebied der stad meet 191 hectaren. Hare bevolking is tot +ongeveer 10,400 zielen gestegen. + +De Groote Markt ligt 33 meters boven den spiegel der zee. Weinige +minuten verder rijst, breed en majestatisch, de Oude Berg, wiens hoogste +punt, achter de kapel, 113 meters bereikt. + + + + +XX. + +Op den Ouden berg. + + +Het is omtrent drie ure namiddag en warm, helder weer. + +Wij verlaten de Markt en beklimmen den Ouden Berg langs eenen smallen, +steilen weg, beleid met scherpe steenen. + +Bijna op de kruin vinden wij eene groote, fraaie herberg, niet te +onrecht _het Hemelrijk_ geheeten. Hier zullen wij toeven en nog eens +onze oogen verzadigen. + +Voor ons blikken wij over heel de stad, over daken en schouwen, over +meerschen en velden, verscheidene mijlen ver. + +Stroom op, ten Zuiden van Geeraardsbergen, ligt de kleine Gaver, palende +aan de korte Lake. In den winter, als de Dender overstroomt en de +aanhoudende vorst het water tot ijs verstijft, ziet men daar honderden +schaatsenrijders weg- en wedersnellen. Nu grazen er menigvuldige bonte +koeien. + +Stroom af, beneden de stad, vindt men de groote Gaver op het grondgebied +van Onkerzele. Daar speelde men den 29 Mei 1815 als een voorspel van den +bloedigen slag van Waterloo. + +[Illustration: ZICHT OP GEERAARDSBERGEN.] + +De lucht was helder, zooals nu, en de zon wierp heure gouden stralen +over het groene grastapijt. Twintig duizend ruiters daagden op, en +ontwikkelden hunne gelederen voor het oog van zes en dertig +veldoversten. Daar waren immers Wellington, Blucher, von Bulow, lord +Howard, de hertog van Berry, de prins van Oranje en andere helden. + +De legende heeft er bijgevoegd, dat Napoleon-Bonaparte, in koopman +verkleed, op den dorpel van de afspanning _de Warmoesput_, het grootsche +schouwspel met zijne blikken volgde. + +Ten Oosten van de stad daagt een overschot van het oude Raspaillenwoud. +Daar gaan de kinderen in den zomer "kozijnen" of blauwe kraakbezien en +"rambanzen" of braambessen plukken; -- daar bezong de Gentenaar DANIEL +HEINSIUS (1580-1655) de mild spruitende bron; -- daar verschansten zich, +in de tweede helft der XIVe eeuw, de laatste Witte Kaproenen, "les +pourcelets de la Raspaille," zooals FROISSART ze noemt; -- daar verborg +later de beruchte Jan de Lichte zijnen buit. + +Het woord _raspaille_ zal wel hetzelfde zijn als _respeel_, door KILIAAN +opgegeven in den zin van deugniet, fielt, boef, guit, schelm, schurk. +NICOLAAS DESPARS, van Brugge, gewaagt in zijne kroniek van "eeneghe +quade ende rouckelooze raspaylgien." Zoodat het Raspaillenwoud eene +schuilplaats zal geweest zijn voor al het janhagel uit Brabant, Henegouw +en Vlaanderen. + +Maar... het is tijd, dat wij eens rondkijken! + +Wij onderscheiden Deftinge, Parike en Goeferdinge in de nabijheid; +Neder- en Opbrakel in het dal der Zwalm; Lessen in het Henegouwsche. Aan +den gezichteinder, boven Goeferdinge, blauwen de wouden van Vloesberge +en Brakel, met het bosch te Rijst. De Molenbeek kronkelt door de +delling, vloeiende langs Smeerebbe naar den Dender. + +Achter "het Hemelrijk" stijgt de berg nog eenige meters. + +Hier treffen wij een groot kruisbeeld aan, beschaduwd door drie +donkergroene mastboomen. Men zou haast zeggen, dat zij treuren... + +Verder staat een groot beeld van de Moeder der smarten -- een gewrocht +van G. DE GRUPELLO. Wij lezen op het voetstuk: "Ick groete u, herte van +Maria, Moeder van Jesus, doorsteken met het sweert der droefheden; wees +my, ermen zondaer genaedich, nu ende in de ure van myne dood!" + +Op het hoogste van den berg rijst eene lieve kapel, toegewijd aan de +Troosteres der bedrukten. Oorkonden uit de XIIIe eeuw maken er reeds +gewag van. + +Deze kapel bestaat uit twee deelen, gescheiden door eene traliedeur: een +portaal, waar de bedevaarders knielen, en een achthoekig koor, lief +geschilderd en versierd. Het licht dringt door een koepeltje binnen. + +Bezijden de kapel, doch veel lager, is een vijvertje, altijd goed +voorzien van water, en eene arduinen zuil van eenige meters hoogte: het +tafeltje van den berg. + +Aan deze zijde is het landschap even schoon. Wij zoeken Hemelveerdegem, +ten Oosten van Nederbrakel; Schendelbeke en Idegem, twee dorpen op den +Dender; Grimmingen, Onkerzele, Moerbeke en Viane, aan den kant van +Brabant. Verder steken de torenspitsen van eenige Henegouwsche en +Brabantsche gemeenten slank in de wasemige lucht. In het geheel +onderscheiden wij de witte gevels van drie steden en de torentjes van +een twintigtal dorpskerken. + +In het _Jaarboekje_ van Rens, voor 1851, lazen wij eens een dichtstukje +van FRANS DE BECK, dat ons gedeeltelijk te binnen schiet... + + Hoe lustig zien wij ginds de wijde Dendermeerschen + Bezet met welig horenvee! + Hoe lieflijk de rivier langs wei en velden kronkelen, + Hoe pronkt in 't veld de rijpende oogst! + + Het oog reikt uren ver. Daar rijzen vriendensteden + Aan noord- en oost- en zuiderkim; + Hier, van den Vlaamschen grond, blikt men in Henegouwe, + En ziet men Lessen aan zijn voet. + + Ik staar, geniet, gevoel... Wat is die berg toch heerlijk! + Hoe spreidt de stad zich voor mij uit! + Daar rijzen, boven haar, de torens van haar kerken; + En 't lang bekende klokgelui + + Bromt in mijn oor. De markt, waar 'k in mijn kindsheid speelde, + Praalt daar, vooraan, met keurgen bouw; + De school, waar mijne jeugd aan wetenschap zich voedde, + Rijst ginder in 't verschiet... En hier, + + Ten top des Ouden bergs, het heilig kruis, het teeken + Van 's menschen redding, in welks schauw, + Na stillen bedegang, de menigt neer komt knielen + In tijd, der godsvrucht toegedacht. + + Hier de kapel, waar ik mijn vreugde, leed en kommer + Tot Godes Moeder spreken kwam; + Waar rijke gift getuigt van dankbaarheid der rijken, + En de arme zijne krukken liet. + + Kapel, in uw beluik wil ik nog telkens bidden: + "o Moeder Gods, zij steeds mijn troost! + 'k Vergeet u nooit! Zoo volge uw machtige bescherming + Mij op mijn gansche levensbaan!" + + + + +XXI. + +Eene Geeraardsbergsche sage. + + +Met zekeren hoogmoed spreekt de bevolking van Geeraardsbergen over de +historische sagen en jaarlijksche feesten, welke aan de stad eigen zijn. + +Zoo is het feest, dat op den eersten Zondag van den Vasten gevierd +wordt, zeker der melding waard. + +Geheele hoopen volk komen na den middag de stad binnen en wachten op de +Groote Markt de burgerlijke en de geestelijke overheden af. + +Daar slaat het twee ure. De beiaard speelt, de klokken luiden, de hoorn +schalt, de trommel roffelt. + +De gemeenteraad, de geestelijkheid en andere voorname ingezetenen +verlaten het stadhuis, met speellieden voorop, die hunne blijde tonen in +de huiverige lucht werpen. + +Langzaam volgt de stoet de steile Abdijstraat. + +Bakkers en winkeliers dragen manden vol krakelingen, koeken en haringen +mede. + +De menigte groeit gedurig aan; en zij, die het eerst op den berg +geraken, hebben zorg eene plaats te kiezen in de kapel, waar de Eerw. +Heer Deken de litanie van O.-L.-Vrouw zal lezen, zoodra de overheden het +toppunt bereiken. + +Dit gedaan zijnde, scharen zich de bijzonderen rondom de arduinen zuil +achter de kapel. + +Nu biedt men, in eenen historischen, zilveren beker, den eerewijn aan, +waarin een klein levend vischje zwemt. + +De deken, de burgemeester, de wethouders -- ieder drinkt, naar +aartsvaderlijk gebruik, een klein teugje. Wie het vischje binnenslokt, +weet men zelden of nooit. + +Eindelijk gaat men over tot het werpen van koeken, krakelingen en +haringen onder de wachtende menigte. + +Welk een gewoel en gekrioel! + +De eene loopt rechts, de andere links; deze roept in het Vlaamsch, gene +juicht in het Waalsch. De mannen vechten, de vrouwen kijven, de knapen +vliegen elkander in het haar. Sommigen rollen den berg af, anderen komen +in den kouden vijver te recht; en de bedaarde aanschouwer lacht +schokkend om al die zonderlinge tooneelen. + +'s Avonds om zeven ure, als iedereen vertrokken is, ontsteekt men op het +toppunt des bergs, bij het beeld van O.-L.-Vrouw, een tonneken, gevuld +met pek. Om deze reden noemt men te Geeraardsbergen den vastenavond "het +feest van Tonnekenbrand." + +In de omliggende dorpen voert men dien avond brandende bundels stroo +rond, gewis om het vuur van Geraardsbergen op zijn middeleeuwsch te +beantwoorden. + + * * * * * + +Men beweert, dat dit feest gevierd wordt ter herinnering aan een ontzet +der stad. + +De belegeraars -- Walter van Edingen en zijne wapenlieden -- beletteden +reeds eenen geruimen tijd allen invoer van levensmiddelen, ten einde den +hongersnood binnen de muren te brengen. + +Dagen kwamen en verstreken. + +De voorraad verminderde, de ellende naderde... + +Toch gaven de belegerden den moed niet op. + +Zij hoopten op hoogeren bijstand, en wendden zich vol betrouwen tot +O.-L.-Vrouw van den Ouden berg, vereerd als Hulp der christenen. + +Hun gebed was niet vruchteloos. + +De hopman riep zijne strijdmakkers samen. + +"Mannen," zegde hij hun, "onze toestand vraagt een kloek besluit. Indien +wij slag leveren, moeten wij voor de overmacht onzer vijanden bukken; +indien wij werkeloos blijven, zal de honger ons allen, met onze vrouwen +en kinderen, wegmaaien... + +"Laat ons dan den vijand verschalken! En valt ons pogen kwalijk uit, zoo +nemen wij kloekmoedig de wapens op, en verdedigen onze vaderstad tot den +laatsten ademtocht! + +"Bakt broodjes van het meel, dat gij nog bezit, en vangt in den Dender +zooveel visschen, als gij kunt. Morgen vroeg zult gij alles op de +verschansingen brengen; en op een gegeven teeken werpen wij heel den +voorraad naar het hoofd der belegeraars..." + +Zoo gezegd, zoo gedaan. + +Des anderendaags, bij het kiemen van den morgen, snelde jong en oud naar +de vestingen. + +In den beginne keken de vreemden verbaasd op; maar toen zij, als bij +tooverslag, met broodjes en visschen begroet werden, verloren zij den +kop. + +"Wat baat het," riep de lichtzinnige Walter uit, "dat wij +Geeraardsbergen belegeren? God weet, voor hoeveel weken die mannen nog +mondkost hebben!" -- "Wij zijn het wachten moede," zegden de anderen, +"laat ons den aftocht blazen!" + +Dit gebeurde. + +Die van Geeraardsbergen lachten niet weinig in hunne vuist, toen zij den +vijand zagen wegdruipen. + +Zij vierden heel den dag het onverhoopt ontzet hunner stad en +ontstaken, bij het vallen van den avond, een groot vreugdevuur op de +kruin des bergs. + +Het ontsteken van vreugdevuren was in vroegere eeuwen een algemeen +gebruik in Vlaanderen. Te Brugge "maecte men een scoon vier," toen "onse +princesse" in 1481 "te Bruessele gheleghen was." Te Kortrijk "maecten de +pinders een vier voort scepenhuus, toen mevrouwe de princesse van +Castille inne quam." + +Wij kennen geene enkele oorkonde, pleitende voor de echtheid der +Geeraardsbergsche sage; doch wij weten ten stelligste, dat de oorsprong +van het feest zeer hoog opklimt. + +De stadsrekeningen over 1398 en volgende jaren spreken reeds van "het +barnen van een wynvat naer ouder coustume." + +Na de plechtigheid zetten zich "de edele heeren borgemeester ende +schepenen" vroeger aan de feesttafel. Den 23 Februari 1744 aten en +dronken zij voor meer dan 119 gulden. De rekening, in het archief +bewaard, spreekt van "witten wyn en Bourgogne-wyn, van snoeken, carpels, +aberdaen en salm, van craeckamandels, castaignen, sitroenen, salaey, +porseleyn, rosynen, prignolen en craekelingen." + + + + +XXII. + +De omstreken van Geeraardsbergen. + + +Vijf en veertig gemeenten, in den omtrek van Geeraardsbergen gelegen, +maakten oudtijds deel van Vlaanderen onder het Rijk. + +Boelare -- thans gescheiden in Neder- en Over-Boelare -- was eeuwen lang +de zetel van eene aanzienlijke baronij. Deze telde twaalf dorpen. + +De burcht stond te Neder-Boelare, langs den Dender. + +Als eigenaars noemt men: Steven van Boelare, die Robrecht van Jeruzalem +naar Palestina vergezelde; -- Nicolaas van Boelare, gehuwd met Ida van +Roeulx, eene nicht van Boudewijn den Moedige; -- de heeren van Liedekerke +en van Reingaardsvliet; -- Philip-Willem van Nassau, prins van Oranje; +-- Frans de Cassina, echtgenoot van Robertina de Nouailles. + +De heeren van Boelare, evenals die van Pamele, van Eine en van Cisoing, +voerden den titel van "Beer," de hoogste onderscheiding, welke de graaf +van Vlaanderen kon toekennen. + +Op het grondgebied van Over-Boelare heeft men verschillende voorwerpen +opgedolven, voortkomende van eene Frankische begraafplaats. + +Boelare bezat reeds eene kerk in 1070. Het koor van den hedendaagschen +tempel schijnt zeer oud te zijn. Men vindt er eene kleine schilderij, +die het penseel van eenen meester verraadt: twee lieve kinderkens, een +lam, de heilige moeder Anna en O. L. Vrouw. Een meesterstukje, zegt men, +van den Antwerpschen kunstenaar G. DE CRAEYER. + +In 1525 trokken de rederijkers "van den lande van Boelaer" te paard naar +Geeraardsbergen, "om den paeyse te vieren." Dat zij talrijk waren, is +meer dan waarschijnlijk. De stad begiftigde hen trouwens "met twee +tonnen bier." + +Sarlardinge, op de zuidelijke grens van Oost-Vlaanderen, heet +_Zaarlinge_ in den mond des volks. + +Vele ingezetenen van Sarlardinge arbeiden in de steengroeven van Lessen. + +Op den 31 December loopen de behoeftige lieden naar de huizen der +welstellende menschen, roepende: + + Koekebak, koekebak, + Steekt een brood in mijnen zak! + +Dit duurt den ganschen dag, want er zijn twee, drie dorpen te bezoeken. +Tegen den avond wacht hen de koffietafel. + +Niet verre van Sarlardinge, doch in Henegouw, ligt Everbeke -- Everbecq +-- dat voorheen eene Vlaamsch-sprekende bevolking had. Wie zulks +betwijfelt, vrage maar eens in het dorp naar het _Hoogbosch_ of het +_Hemelrijk_. + +Goeferdinge, met zijne heuvelen en valleien, is een schilderachtig +plaatsje. De kerk, staande op de helling eener hoogte, dagteekent uit de +tweede helft der XVIIIe eeuw. Boven de deur kapte men het jaartal 1776. + +Goeferdinge heeft geene groote hofsteden; doch men verzekerde ons, dat +schier al de ingezetenen een eigen huis bezitten. Zulks bewijst, dat zij +de orde en de spaarzaamheid liefhebben. + +Benoorden Geeraardsbergen ligt Schendelbeke, met eene uitgestrektheid +van ongeveer 590 hectaren. De bodem, die zeer vruchtbaar en heuvelachtig +is, bestaat hoofdzakelijk uit klei. + +Schendelbeke mag op eene hooge oudheid bogen. In 1850 heeft men er eene +geslepen steenen bijl opgedolven. + +Het volk van Schendelbeke spreekt van den Godsberg, van den Rooden +Driesch, van den Langen meersch en het Jonkheerenveld. Op den Rooden +Driesch bouwde men in 1328 een klooster voor Karthuizers, dank aan de +milddadigheid van Jan Geylinc, heer des dorps. De Godsberg, die nu een +veld is, schijnt behuisd te zijn geweest. + +Het slot van Schendelbeke stond weleer niet verre van het kasteel van +Boelare. Het werd geslecht in 1458; doch overblijfselen van +middeleeuwsche muren, in eene moerassige weide verborgen, spreken tot +den reiziger van vroeger wel en wee. + +De parochiale kerk, toegewijd aan St. Amand, werd onlangs hersteld. Het +hoogaltaar is herkomstig uit de voormalige abdij van Geeraardsbergen. + +Bij Idegem kronkelt de Dender het Oosten in, naar Grimmingen. +Noordwaarts, over Zandbergen, ligt Pollare, eene zeer oude gemeente, +waar men Romeinsche steenen en pannen, stukken van vaatwerk en bronzen +lanspunten heeft opgedolven. + +Pollare heeft eenen "Nekkersput" en eenen "Steenberg." Eene oorkonde van +1596 noemt ook een "Hazelaarbosch," waar de tooveressen der streek met +den duivel omgingen. + +Tusschen Grimmingen en Geeraardsbergen praalt Onkerzele, een +allerliefste plaatsje, met eene bevolking van ongeveer 1,700 zielen. + +De kerk prijkt op eenen heuvel. De huizen staan in de diepte, en vormen +eenen halven cirkel rondom den tempel. + +Deze werd in 1845 herbouwd. Hij bezit eenen lessenaar, die zeker in de +eerste helft der XIVe eeuw werd vervaardigd. Het ijzeren blad vertoont +een lammeken, klaverbladeren en druiven, benevens een Gothisch +opschrift. + +Achter de kerk aanschouwt de wandelaar een heerlijk panorama: de +uitgestrekte Dendermeerschen; de torens van Schendelbeke, Op-Hasselt, +Idegem, Grimmingen, Pollare, Appelterre, Zandbergen en Ninove; het +kasteel van Neder-Boelare; eene menigte hofsteden en molens. Elders +daagt het donkere Raspaillenbosch. Naderbij, tusschen twee heuvelen, die +met boomen en struiken bewassen zijn, daalt de weg naar den Dender. Voor +schilders en dichters is Onkerzele een Eden. + +Een gehucht der gemeente heet Atenbeke. Daar vindt de wandelaar eenen +reusachtigen eik: de _Jonkvrouw_. Door zijnen weligen groei, door zijne +ongewone hoogte en dikte, door zijne regelmatige kruin en zijne +krachtige takken wekt deze boom de bewondering van landzaten en +vreemden. De stam is van onder tot boven gaaf en gezond. Op eene hoogte +van twee meters boven den grond heeft hij nog eenen omtrek van nagenoeg +vijf meters. + +Men wil, dat de "Jonkvrouw" ten minste vijf eeuwen oud zij. Hoort gij +niet, dat het loover, door den avondwind bewogen, oude sagen fluistert? +Dat het spreekt van vreugde en lijden, van vele beproevingen en +oploopen, van vervlogen roem en grootheid? + + * * * * * + +Wij kennen reeds den oorlog, dien Philip de Goede te voeren had tegen de +overmoedige Gentenaars. De Groententers bemachtigden het slot van +Schendelbeke. Van daar trokken zij naar Geeraardsbergen, dat zij +plunderden; naar Akeren en Lessen, stekende het vuur aan menige hoeven +en kasteelen. + +Zoodra nu de hertog een leger verzameld had, besloot hij zich meester te +maken van al de burchten, door zijne vijanden bezet. In de maand Juni +1453 beschoot hij het kasteeel van Schendelbeke, dat hij na weinige +dagen veroverde. Al de belhamers werden aan boomen opgehangen. + +Omtrent denzelfden tijd brandde Parike grootendeels af. Het slot van +Poeke ging op zijne beurt na negen dagen wederstands over. + +In den zomer van 1765 machtigde de regeering een vennootschap om +"houillie-aeders" te zoeken binnen de rechtsgebieden van Ninove, +Leeuwergem, Gaver, Oudenaarde, Brakel, Over-Boelare, Viane, Windeke en +andere omliggende plaatsen. De vergunning meldt, dat men tot dan toe +geene diergelijke werken in Vlaanderen ondernomen had. + +Den 25 October 1798 vielen de boeren van Moerbeke, Viane en eenige +andere dorpen, gewapend met zeisens, vorken en vlegels, in +Geeraardsbergen. Zij weken terug, zonder groote schade aan te richten; +doch kwamen 's anderendaags weer, kapten nu den vrijheidsboom af en +plunderden den tempel der wet. + +De aanleider was uit het Kortrijksche. Hij droeg eenen hoed met zwarte +pluimen. + +Geeraardsbergen was eene der weinige steden geweest, die in 1794 de +Franschen welwillend ontvingen. Zelfs hadden de wethouders, als goede +sullen, een deel van hunne bezoldiging afgestaan, om dansfeesten en +dranken te bekostigen ter eere van hunne vreemde meesters. Ondanks dit +alles beschuldigde men thans de bevolking van dubbelhartigheid, van +medeplichtigheid. "De stad," dus schreef de beruchte Beguinot, "is +aangewezen geworden om de eerste gelegenheid tot opstand waar te nemen. +De openbare overheden zijn niet meer in veiligheid; zij worden zelfs +langs de straat beleedigd..." + +Het magistraat wendde voor, dat geen enkele ingezetene aan den opstand +der Boeren had deelgenomen. Dit belette niet, dat men de stad +veroordeelde tot het betalen van eene schadeloosstelling van 2,057.41 +fr. + +O die lieve, broederlijke Franschen! + + * * * * * + +Bewesten Geeraardsbergen liggen Neder-Brakel, Op-Brakel en Schoorisse. + +Neder-Brakel, met meer dan 4,200 inwoners, wordt besproeid door de +Zwalme, en gelijkt door zijne netheid aan een steedje. Het is de +geboorteplaats van den novellenschrijver E. MEGANCK. + +Te Op-Brakel stond de wieg van den wijd en zijd gekenden liedjeszanger +JOZEF SADONES. De man was geboren den 6 December 1755 en stierf te +Geeraardsbergen den 19 October 1816. + +Het schijnt, dat de Geuzen aan deze kanten nog al talrijk waren in de +XVIe eeuw. De gebroeders VAN CAMPENE teekenden althans aan, "dat die +van Bracle, Neerbracle en daer omtrent" naar Geeraardsbergen togen, om +verder "het klooster van Beauprees" te plunderen, en dat zij overal den +landman "veel molest deden." + +Op zekeren dag, in de maand Augustus 1566, ontmoette de heer van +Bakerzele, niet heel verre van Geeraardsbergen, eene bende van die +roovers. Twaalf hunner werden neergeveld, vijftig anderen gevangen +genomen en naderhand gekastijd. + +Wij komen te Schoorisse -- Escornaiz -- eene gemeente, die nagenoeg +2,500 zielen telt. + +Schoorisse ligt, evenals Marke, in eene bekoorlijke vallei, in de verte +begrensd door de wouden van Op-Brakel, Vloesbergen en den Muziekberg. +Westwaarts steekt de toren van Nukerke in de lucht. + +De vroegere baronij van Schoorisse bestond uit zeven gemeenten. Zij +behoorde in den loop der tijden aan de edele geslachten van Schoorisse, +van Gaver, van Lalaing, van Berlaimont en van Egmont toe. + +In de parochiale kerk vindt de reiziger eenen grafsteen met de namen van +Arnold van Gaver, heer van Schoorisse, en zijne echtgenoote Izabella van +Gistel. Jan van Luxemburg, een andere heer des dorps, stichtte er een +jaargetijde. + +Het slot verhief zijne torens bezuiden de kerk, langs den steenweg. + + + + +XXIII. + +Ronse. + + +Ronse -- Renaix -- ligt in de Zuid-Westelijken hoek van Oost-Vlaanderen, +in het schilderachtigste deel van gansch de provincie. De stad heeft +eene uitgestrektheid van 3,173 hectaren, deels bebouwd, deels onbebouwd. + +In de laagten is de grond kleiachtig en zeer vruchtbaar; op de heuvelen +is hij overal steen- en ijzerachtig. + +De landbouwers winnen dan ook alle soorten van graangewassen, van +oliegevende en weefbare planten. Verder teelt men er tabak, moeskruiden +en uitmuntend fruit. Allerhande boomen vertoonen eenen weelderigen +groei. + +Er is geen gebrek aan bewijzen, die voor eene hooge oudheid van Ronse, +als bewoonde plaats, pleiten. + +De heer JOLY vond er bijlen, hamers, messen en andere voorwerpen, +behoorende tot het Keltisch tijdperk, voor den inval der Romeinen. Den 8 +Juli 1868 ontdekte men in den kelder van het huis der familie van +Butsele-Deneufbourg, op den Bergplas, eene Romeinsche lijkbus, hebbende +eenen omtrek van 35 centimeters. Elders legde men Romeinsche +schrijfstiften, wapens en bouwstoffen bloot. + +In de eerste helft der VIIe eeuw kwam Sint Amand, de Frankische +geloofszendeling, naar het Zuiden van Vlaanderen, naar Kortrijk en +Ronse. In deze stad stichtte de vrome man eene kerk en een klooster, in +het jaar 638. + +De dichter van _Heer Daneelken_, eene zeer oude romance, kende Ronse: + + Hi tooch te Ronsen upt hooghe huys + Om drie synder suster kinder... + +Daneelken leefde zeven jaren in het gebergte -- op den Muziekberg? -- en +ging vervolgens naar de hoofdstad der christenheid. + + Hi nam een staf al in syn hant, + Ende hi treec te Romen binnen: + "Nu biddic Maria, die moeder Gods, + Dat ic den paus mach vinden." + + Doen quam hi voor den paus ghegaen, + Voor onsen eertschen vader: + "Here, ic soude mi biechten geern, + Ende roepen up Gods ghenade. + + "Ic soude mi biechten seer bevreest + Met alle minen sinne; + Ic heb seven jaer in den berch gheweest..." + +Ronse verkreeg zijne eerste keure in 1240, vijftig jaren na Kortrijk. Nu +kon de bevolking zich ongestoord aan den arbeid overgeven, op den handel +toeleggen. + +Gedurende de middeleeuwen bloeide de lakenweverij zoowel te Ronse als te +Gent, te Brugge, te Ieperen en te Kortrijk. Nog in de eerste helft der +XVIe eeuw kwamen "de goede lieden van Ronse ter Curtricmarct met haren +lakenen," weshalve zij van het magistraat een geschenk van "twee cannen +wyns" ontvingen. In de halle van Leuven mochten de kooplieden van Ronse +hunne waren uitstallen, zonder rechten te betalen. + +Op onze dagen is Ronse nog eene zeer nijverige stad, vooral befaamd om +de katoenen weefsels, die men er vervaardigt. Ook de spinnerijen +erlangen eene groote uitbreiding. + +Geen wonder dan, dat de bevolking spoedig aangroeit. In 1856 telde Ronse +12,000 inwoners; in 1878 waren er meer dan 14,600; in 1897 ongeveer +19,000. + +Groote rampen teisterden de gemeente, vooral in de XVIe eeuw. + +Toen Maximiliaan van Oostenrijk in den echt trad met Maria van +Burgondie, poogde Lodewijk XI al de Fransche leenen, die op Maria +verstorven waren, aan te slaan. In 1477 kwam hij langs Kamerijk, +Bouchain en Avesnes naar het Henegouwsche, waar hij Doornik bemachtigde. + +Het volgende jaar begon de krijg opnieuw. De koning rukte met zijn leger +naar West-Vlaanderen, denkende daar weinig tegenstand te zullen +ontmoeten. Middelerwijl zou zijn hoofdman te Doornik, Maurits van +Neufchatel, sprongreizen doen in het Gentsche, ten einde de +Oost-Vlamingen bezig te houden. + +De Gentenaars, aangevoerd door den heer van Dadizele, togen de Franschen +te gemoet, en vochten hardnekkig tusschen Ansegem en Berchem. Nochtans +konden zij niet beletten, dat de vreemden Ronse in asch legden. + +Ten jare 1519, omtrent den feestdag der H. Drievuldigheid, vernielde een +brand, bij toeval ontstaan, ongeveer 700 huizen. Destijds en later ook, +tot diep in de XVIIIe eeuw, bouwde men vele houten woningen. + +Veertig jaren nadien, in het hart van den zomer, verslond het vuur bijna +gansch de stad. Zelfs smolten de klokken in de kerktorens. + +Een andere brand, den 31 Maart 1719 ontstaan, legde 330 huizen in asch. + +Ter oorzake van de menigvuldigheid dier rampen, stelde men twee +"brandprocessies" in: eene op de Vrijdag voor Passiezondag en eene op +Paaschdag. Beide plechtigheden werden later afgeschaft. + +De Beeldstormers spaarden de stad evenmin. + +Den 19 Augustus 1566 drongen zij in de kerk van St-Hermes, schendende en +brekende wat zij konden. Dank aan de krachtdadige tusschenkomst der +wethouders, moesten de roovers deze reis de wijk nemen; doch na de +plundering der Oudenaardsche bedehuizen keerden zij terug om hun +goddeloos werk voort te zetten. Dit blijkt uit een gedicht van J.-D. +WAELKENS, pastoor van Edelare: + + Als de pillage t'Audenaerde was gedaen, + Soo syn sy naer Ronse gegaen... + Kerken, kloosters en priesters hebben ze al aengegaen, + En keerden naer de stad met IX of X wagens, gelaen + Met allerhande goed, geestelick en weerlick... + +Wellicht hebben al die rampen de merkwaardige gebouwen doen verdwijnen, +die Ronse, net als andere steden, moet bezeten hebben. + +In de huidige Kasteelstraat, bij de Middelbare school, bouwde Jan van +Nassau, in 1630, het schoonste slot, dat men in die jaren ten onzent kon +bewonderen. Men verkocht het in 1823 voor 30,000 fr., waarna de hamer en +het breekijzer het gebouw sloopten. + +Het eerste bedehuis van Ronse was de St-Pieterskerk, gewijd door den H. +Amandus in de VIIe eeuw. Daar zij heel bouwvallig was, verkocht men ze +den 2 November 1843 voor de geringe som van 3,300 fr. + +In de nabijheid dezer bidplaats bouwde men de St-Hermeskerk, gewijd in +1129. De krocht, in zuiver Romaanschen stijl, heeft den vorm van een +Sint-Antoniuskruis. Zij bestaat uit breede gangen, gescheiden door +dertig zuilen met ongelijke versieringen. Het gewelf draagt sporen van +oude muurschilderingen. + +De eigenlijke kerk, die groot en hoog is, werd herbouwd. Zij behoort tot +de Gothische kunst, en was voltooid in het begin van 1525. De toren is +zwaar en vierkantig. + +Den 16 Maart 1878 besloot men de kerk van Sint-Hermes te herstellen. Het +gewelf en een deel van het koor werden reeds met kleuren belegd. + +In het koor prijkt een koperen arend van 1685. Het tafereel van +DELFOSSE, Sint Amand voorstellende, is een opmerkenswaardig doek. + +De tweede parochiale kerk van Ronse, aangelegd in 1892, is toegewijd aan +St. Marten, bisschop van Tours. Zij is bijna 72 meters lang, ruim 28 +meters breed, en behoort tot den stijl der XIIIe eeuw. Deze kerk is het +middelpunt van eene nieuwe wijk der bloeiende, aangroeiende stad. + +De oude St-Martenskerk, met eenen heel eigenaardigen toren, stond in de +nabijheid der hoofdkerk. + +Ronse heeft weinige openbare plaatsen. Wij noemen: de Groote Markt, met +eene arduinen pomp, die elf meters hoog is en 36,000 fr. kostte; -- den +Plas; -- de Veemarkt; -- den Bruul of Broel, bewassen met hoogstammige +kastanjeboomen; -- de nieuwe de Malanderplaats; -- de Paardenmarkt, door +het volk schertsend het "Martelaarsplein" geheeten, omdat men er... de +zwijnen slacht. De Broel wordt in den zomer veel bezocht. + +Hier en daar ontmoet de wandelaar een huis in Vlaamschen stijl. De +woning van M. de Malander, met een bevallig torentje boven de poort, +draagt zeker een eigen kunstmerk. Weinigen weten misschien, dat M. de +Malander een allerschoonste museum bezit. Het bevat, om maar enkele +stukken te noemen: drie doeken van Quinten Massijs, den edelen, +idealistischen vertegenwoordiger der oud-Vlaamsche school in de XVe +eeuw; -- vier van Rembrandt van Rijn, den beroemden meester der +Hollandsche school, bij wien "licht en bruin" de hoofdzaak is; -- twee +van Rubens, eene der glansrijkste verschijningen in de schilderkunst; -- +vier van Teniers, den voorlooper van de groote Vlaamsche meesters der +XVIIe eeuw. Als bijzondere verzameling is die van M. de Malander zeker +eene der rijkste van gansch het land. + +De katholieke Kring, die 85 meters lang is, gaat almede voor een +merkwaardig gebouw door. + +Het oudste gilde van Ronse is wellicht het Sint-Sebastiaansgenootschap, +dat voor 1568 bloeide. Men bewaart nog den halsband, dien de koning +droeg, alsmede een paar zilveren schilden, geschonken aan de vereeniging +door Frans van Nassau in 1639. + +De Busschieters hadden Sint Hermes tot patroon gekozen. Voor de +beeldstormerij, in 1562, brachten zij de overblijfselen van hunnen +beschermheilige naar Bergen over. Dit genootschap werd in 1892 +heringericht. De trommelslager, de fluiter en de standaarddrager komen +steeds in hun ouderwetsch gewaad voor den dag. + +Ook de St-Martensvereeniging, heringericht omtrent het midden der +XVIIIe eeuw, is nog niet in kwijning gevallen. + +De _Harmonij_, die den 29 Juni 1794 tot stand kwam, vierde in 1894 haar +eerste eeuwfeest. Op onze dagen is zulke zeldzaamheid het aanstippen +waard. + +Ronse wordt besproeid door de Molenbeek, komende van den Muziekberg. De +Molenbeek valt te Watripont in de Ronne. Over eenige jaren bracht zij +acht molens in beweging: den IJsmolen, den Braamboschmolen, den molen +ter Beke, den molen te Queere, den Broelmolen, den Kapittelmolen, den +Blokmolen en den Kapelmolen. + +Ronse bezit een bisschoppelijk College, eene Middelbare school van den +Staat, eene aangenomen Normaalschool voor onderwijzeressen, twee lagere +Gemeentescholen, eene Weezenschool, eene Teekenschool, eene Muziekschool +en eene Weefschool. + +Het letterkundig leven schijnt er nochtans weinig ontwikkeld te zijn. + +Over eenige jaren heeft een bevoegd man de oorkonden der gemeente +onderzocht en gerangschikt. De oudste stadsrekening loopt over 1648. +Verder telt de verzameling "wettelicke chyrographien, wettelicke +passeeringhen, staten van goederen, rechterlijke acten, kerkrekeningen +en wijkboeken." + +Ronse is de geboorteplaats van HERMES VAN WYNGHENE en van PIETER-JAN VAN +DER HAGHEN. + +H. van Wynghene werd hoogleeraar te Leuven, en vervolgens lid van den +geheimen Raad onder Karel V. Hij stierf in 1573. + +Van der Haghen kampte met de pen en met het woord tegen de ketters van +zijnen tijd. De Jonghe getuigt van hem: "Een predikheer, P. Joannes van +der Haghen of Dumoeus, een ieverige religieus, welke tegen de ketters een +jaar lang dagelijks, en dan nog een jaar over ander dag heeft gepredikt, +was zeer hatelijk aan de sectarissen. Dikwijls hebben zij getracht, zoo +door vergift als met openbaar geweld, maar te vergeefs, hem ter dood te +brengen." + +De geleerde kloosterling bezweek in zijne geboortestad den 14 April +1573. + + + + +XXIV. + +Naar het bosch-Joly. + + +Ja, Ronse heeft eene heerlijke omgeving. + +In de stad slenterend, kan men ze hier en daar, door eene zacht +klimmende straat, reeds bewonderen. + +Den Broel voorbij gaande, bereikt men het bosch-Joly, een half uurtje +buiten de stad, op het hoogste van Hoogerlucht, tusschen de Kruisen en +den Muziekberg. + +Eene statige eikenlaan loopt naar den ingang. + +De boomen ruischen in den zoelen wind en toonen, door de openingen +tusschen hunne stammen, een prachtig landschap in de verte, beheerscht +door den zwaren toren der St-Hermeskerk. + +De heer Joly heeft het bosch als warande ingericht. Het meet ten minste +twintig hectaren. + +Overal kreupelhout en varens; overal schoone, krachtige boomen: eiken en +esschen, olmen en beuken, berken en dennen, overal dalende en klimmende +wegen. + +Rechts is de geliefkoosde verblijfplaats der konijnen. Nu en dan wipt er +een van die bevallige knagertjes in of uit zijne pijp. + +Verder ontmoet de wandelaar eenen vijver, tintelend in den glans der +zonne. + +Rondom dien vijver vindt men ruwe rustbanken, verscheidene rotsen en +bronnen. Groen mos bedekt de rotswanden. + +Midden in den vijver staat de Menhir, eenzaam, maar fier en pal. Zijne +voeten steken in het slijk, maar zijn kop glanst in het zonnelicht. Een +beeld van den denkenden, maar ondeugenden mensch... + +Twee bronnen versierde men met bouwstoffen van het voormalige slot der +stad, weshalve zij eenen historischen naam kregen: de bron van Nassau en +de Kasteelbron. + +Zuidwaarts springt de bron der Reuzen tusschen verscheidene groote +rotsblokken. + +Een murmelend beekje leidt het overtollige water weg. + +Niet verre van de bron der Reuzen kan men, in een allerliefst prieeltje, +eenige oogenblikken uitrusten. + +Onder het rooken van eene lekkere pijp en het beschouwen van den +weelderigen plantengroei hoort men den koekoek roepen: "Koekoek! hier is +het goed!" + +Opklimmende, komt men voor het eigenlijke park. Daar vindt men een fraai +paviljoen, eene schilderachtige grot, eenige kleinere bronnen en een +donkergroen mastbosch. O die smakelijke lucht! + +Een zeer merkwaardig voorwerp is een "dolmen," door den heer Joly op de +kruin van den Muziekberg ontdekt. Twintig paarden trokken dien +reusachtigen steen naar de plaats, die hij thans bekleedt. Hij is +inderdaad omtrent 0m,70 dik, en 1m,80 lang en breed. Kon hij maar +vertellen uit den voortijd, toen onze vaderen nog omdoolden in de +duisternissen van het heidendom! + +Men heeft het Joly-bosch weleens met het woud van Fontainebleau +vergeleken. In alle geval kan men er eenen halven dag heel genoeglijk +overbrengen. Een onzer vrienden, die ons derwaarts vergezelde, zong +gedurig met zijne helderklinkende stem het Duitsche lied: + + In het woud daar wou ik leven + Bij heeten zonneschijn. + +En vraagt de maag eenige verversching of versterking -- want de mensch +leeft toch ook niet van poezie alleen! -- zoo kan men in de eene of +andere herberg het verlangde bekomen. + +Een blik op de stad en het omliggende landschap zal tevens de oogen +verzadigen. + +Bij de poort leest men in groote letters en in onze twee landtalen: + + Verboden ingang! + Entree interdite! + +Maar de heer Joly is een vriendelijk man, en verschaft den +nieuwsgierigen wandelaar gaarne eene toegangskaart. + + * * * * * + +Terugkeerende naar de stad, maakten wij de bemerking, dat wij in +Zuid-Vlaanderen, voor weinig geld en in korten tijd, toch zoo schoone +uitstapjes kunnen doen met onze familie. En wij voegden er bij, dat de +mensch, die goed ziet en goed hoort, een bevoorrechte sterveling is. + +Toen wij bij onzen vriend te huis kwamen, wachtte ons een smakelijk +avondmaal. + +En de lieve huisvrouw speelde eene prachtige sonate van Beethoven; en de +vriend vergastte ons op het prachtige lied van KAREL MESTDAGH: + + Door de Nederlanden, + Naar de wijde, diepe zee, + Stroomt de schoone Schelde... + +[Illustration: Panorama op den HOOTOND + +108 steden en dorpen] + + + + +XXV. + +Naar den Hootond en de Kruisen. + + +Wij verlaten Ronse door de Zonnestraat en volgen klimmende voetwegen. + +Een trouwe vriend, een bewonderaar der schoone natuur en tevens een +liefhebber van eigen taal en kunst, vergezelt ons als gids. + +Sprekende over het wel en wee, dat vroegere jaren ons aanbrachten, +naderen wij de nieuwe kapel "ten witten Tak," een sierlijk, Gothisch +gebouwtje met tien kleine vensters. + +Waar het oude kapelleken stond, vinden wij nu eene landelijke herberg. + +SANDERUS verhaalt, dat hier in lang vervlogen tijden een groote, breede +eik groeide. Onder de looverrijke takken school een beeldje van +O.-L.-Vrouw. + +De tak, die het beeldje droeg, was witter dan de andere. Dit maakte de +aandacht der landzaten gaande, weshalve de geloovigen in het begin der +lente naar den heuvel stroomden, om de Moedermaagd te vereeren en te +aanroepen. + +Ten jare 1636 heerschte eene besmettelijke ziekte in vele gemeenten van +Vlaanderen, onder andere te Kortrijk en te Ronse. In de eerste stad +vroegen de wethouders eene plechtige processie met het wonderdadig +beeld van O.-L.-Vrouw van Groeninge; in de tweede beloofde men eene +kapel te bouwen ter eere van de machtige Troosteres der bedrukten. + +De kwaal verminderde, en in de eerste maanden van 1639 voltooide men de +eenvoudige bidplaats. Sedertdien beginnen de "kapellekensdagen" ieder +jaar den 2 Juli. + +Wij zetten onze wandeling voort, gaan het schoone kasteel van M. Cambier +voorbij, en bewonderen de omliggende hoven en parken met hunne +weelderige en veelkleurige gewassen. Weldra bereiken wij den Hootond, +die 150 meters hoog is. + +Bij den molen, op de kruin, blijven wij staan. + +Westwaarts, boven den Kluisberg, glinstert de zon, haren glans +verspreidende over een landschap, dat ongemeen groot en schoon is. + +De molenaar -- een vriendelijk man -- komt bij en wijst ons aan den +blauwen gezichteinder de torens van Maria-Horebeke, Merelbeke, Gent, +Evergem, Drongen, Vosselare en Deinze; -- die van Ruiselede, Brugge, +Tielt, Pittem, Ardooie, Ingelmunster, Hooglede, Roeselare, Passchendale +en Kortrijk; -- benevens die van Toerkonje, Robaais, Rijsel, Templeuve, +Doornik, Antoing en Peruwelz. In het geheel kan men de kerken van 108 +steden en dorpen onderscheiden. Tusschen Brugge en Peruwelz is er een +rechte afstand van 80 kilometers of 16 mijlen. Evergem en Rijsel zijn 70 +kilometers of 14 mijlen van elkander verwijderd. + +Welk eene verscheidenheid in dat overgroote panorama! Ginds, tusschen +Ansegem en Mooregem, is het Bouveloobosch; bij Tiegem daagt het +Kapelbosch. Naderbij poost het oog op de wouden van Quaremont en den +Kluisberg. Links blauwt de Drievuldigheidsberg, in het Doorniksche. +Heinde en verre steekt de roode kleur der daken aangenaam af bij het +donkere groen der gewassen. + +Terugkeerende naar den steenweg, blikken wij op de stad, in de diepte, +en verderop de reeks heuvelen, die langs Ellezele en Vloesberge naar +Lessen loopen. Aan den gezichteinder onderscheiden wij den "Kattemolen" +en van den Daele's bosch. + +Op de hoogte der Kruisen groeien weelderige boomen, onder wier toppen +eenige lusthuizen schuilen. Daar kan men in den zomer, bij het op- en +ondergaan der zon, de ontwakende of insluimerende natuur bespieden en... +frisch ademhalen. + +Van de Kruisen trekt de stad heur water. Langs den steenweg, in eenen +grooten kelder, hoort men het klare vocht onverpoosd ruischen. + +Onze vriend wijst ons eenen grooten treuresch, die nu en dan schijnt te +trillen onder den adem des winds. Denkt hij misschien aan de rijke en de +arme lieden, die hij ziet voorbijslenteren? Aan den snellen loop der +jaargetijden? Aan de vluchtigheid der aardsche genoegens? + + + + +XXVI. + +Naar den Muziekberg. + + +Ten Noord-Oosten van Ronse rijst de Muziekberg. Daar gaan wij heden +omdolen en eene frissche lucht inademen. + +Wij verlaten de Groote Markt en volgen de Gasthuisstraat, de +Biezenstraat en de Beekstraat. Verder loopt een kronkelende binnenweg +naar de hoogte. + +De Muziekberg is, evenals de Hootond, 150 meters hoog. Een woud bedekt +het grootste gedeelte zijner kruin. + +Hoor eens, hoe het windje door de bladeren ritselt, hoe de kerfdiertjes +gonzen, hoe de vogelen kweelen! Zie eens, hoe de warme stralen der zon +door het looverdak der boomen dringen en gouden strepen op den grond +tooveren! + + o Woud, vol vrede en lommer, + Met diepe eerbiedenis + Betreden wij uw boorden, + Zoo rustig, groen en frisch. + + Wij dwalen rond en luisteren... + En alles spreekt tot ons: + Het lied van vink en lijster, + Der bijen stil gegons; + + Het wuiven van de twijgen, + Der bloemen heerlijkheid... + o Woud, wat zijt gij statig, + Vol ernst en majesteit! + +Talrijke gangen en lanen doorkruisen het bosch. Jammer maar, dat men +alle oogenblikken een ondeugend plankje ziet hangen met de vermaning: +"Het is streng verboden hier door te gaan." + +Van tijd tot tijd vinden wij eene open plaats, waar wij een prachtig +uitzicht hebben. + +Op zulk eene plaats, in het midden van het bosch, staat een torentje, +uit etssteen opgebouwd en met eiloof begroeid. + +Hier is het hoogste punt van den berg. + +Het torentje is nagenoeg tien meters hoog. Het heeft tien ronde +kijkgaten en laat ons, over het struikgewas en geboomte heen, naar alle +zijden blikken. + +Het panorama, dat wij aanschouwen, is wel zoo schoon als dat van den +Hootond. Maar wij beweren, dat het grootscher is, omdat de wilde natuur +in hare maagdelijke schoonheid hier een ruimer aandeel heeft. + +In het Zuid-Westen ligt Ronse, met zijne torens, schouwen en daken, +langs alle kanten met hoogten en bosschen omringd. In het Oosten rijzen +de heuvelen, die naar Geeraardsbergen voortloopen. Elders gaat het oog +over bergen en dalen, over gehuchten en dorpen, over huizen en molens. + +Daar treft het gefluit van eenen naderenden stoomwagen onze ooren. In de +diepte snelt hij kuchend voort, weldra verdwijnend in den onderaardschen +gang van het nieuwe dorpje Louisa-Maria. + +Een gedeelte van den Muziekberg is hedendaags eene warande met bronnen, +waterleidingen en vijvers. + +Niet verre van het reeds genoemde torentje staat een hooge boom, die +een klein kruisbeeld draagt. De christen wandelaar ontdekt eerbiedig het +hoofd, en dankt inwendig ons Vlaamsche volk om zijne godsdienstige +overtuiging. + +Eenige stappen verder vinden wij eene hofstede. Voor het woonhuis ligt +eene groote weide. + +Ten jare 1821 poogde M. van Hoobrouck, van Mooregem, den wijnbouw te +drijven op de zuidelijke helling des bergs. + +De oogst van 1827 was nog al bevredigend. Den 10 October kwam M. van +Doorn, destijds gouverneur van Oost-Vlaanderen, de teelt in oogenschouw +nemen en aanmoedigen. Nadat hij den eersten tros had afgesneden, vielen +de werklieden aan den arbeid. De eigenaar oogstte twintig stukken wijn. +Nochtans was hij naderhand gedwongen van de onderneming af te zien. + +Maar het wordt stillekens avond. Moede geklommen en moede gekeken, +rusten wij eenige oogenblikken op het gras, en dalen dan den berg af. + +De ondergaande zon werpt heure leste stralen over het landschap; lichte +wolkjes zweven in de lucht. + +De wind schijnt ook moede te zijn van het spelen en dartelen, en houdt +zijnen adem in; de vogelen zingen hun slaapliedje onder de bladeren der +boomen. + +Daar verdwijnt de zon... + +Een dunne nevel drijft boven de velden. + +Ginds zingt een klokje: _Ave, Maria!_ + +Eene geheimnisvolle kalmte heerscht omhoog en omlaag. + + Wat is de kalmte streelend zoet, + Dat suizen en in sluimer zijgen, + Dat plechtig stil en stiller zwijgen, + Die rozenkleurige avondgloed! + 't Is of de rust rondom ons henen + Een zachter inborst in ons stort; + 't Is of ons harte ruimer wordt, + En wat er boos was, is verdwenen. + Een onbestemd en diep gevoel + Ontwaakt en trilt er in onze aren... + Wie mocht dien indruk nooit ontwaren? + Wien laat dat purprend Westen koel? + Nu zweven als op donzen schachten + Geliefde beelden om ons heen; + Nu wemelt droom aan droom dooreen, + En zielsgepeinzen en gedachten. + De ontroering grijpt ons in 't gemoed; + Haars ondanks wordt de ziel bewogen; + Er klopt een heimwee in ons bloed; + Soms wisschen wij een traan uit de oogen, + Onwetend wat hem drupplen doet. + + + + +XXVII. + +Nog in het land van Ronse. + + +In het land van Ronse kan men nog eenige wandeltochten ondernemen, die +tevens schoon en leerrijk zijn: naar de Hooge heide en van den Daele's +bosch, langs den steenweg van Ellezele; -- naar St-Sauveur, langs de +baan van Leuze; -- naar Watripont, langs het kerkhof en het lusthuis van +M. Snoeck. + +Ellezele -- _Ellezelles_ -- ligt in eene vallei. + +Halfweg loopt eene straat naar van den Daele's bosch, met diepe +ravijnen, kreupelhout en eeuwenoude boomen. De groei is hier bij uitstek +krachtig. + +In eene ouderwetsche herberg kan men allerhande versterkingen en +ververschingen bekomen. De waard en zijne vrouw zijn ongemeen beleefd en +voorkomend, misschien wel omdat de nieuwere beschaving er de +voorvaderlijke gewoonten nog niet gansch kon uitroeien. Wij zagen het +vuur flakkeren in den breeden haard op eenige steenen. + +St-Sauveur is een vriendelijk dorp met ruim 2,000 zielen. Watripont, op +de Ronne, telt er slechts 400. + +Watripont, oudtijds Waudripont geheeten, was de zetel van eene groote +heerlijkheid. De burcht was versterkt. In de gedempte grachten heeft +men kanonballen en wapens gevonden, getuigen van vroegere belegeringen. +Het huidige kasteel dagteekent van de XVIIIe eeuw. + +Tot de heerlijkheid van Waudripont behoorde langen tijd eene vierschaar, +die te Ronse het recht van hooge, middelbare en lage justitie +uitoefende. In 1240 schonk Geeraard van Waudripont aan de ingezetenen +van Ronse eene keure, hen vrij verklarende van lasten en leendiensten. + +Veertig jaren nadien werd Ronse eene baronij. Deze hoorde in den loop +der tijden aan vijf verschillende geslachten toe: aan het grafelijk huis +van Vlaanderen (1280-1402); aan het huis van Hamaide-Roggendorf +(1402-1549); aan het huis van Granvelle (1549-1630); aan het huis van +Nassau-Siegen (1630-1745); aan het huis de Merode-Westerloo (1745-1830). + +Watripont is hedendaags een lachend dorpje, omgeven van uitgestrekte +weiden. + +In het kerkje vindt men verscheidene oude grafzerken. + + + + +XXVIII. + +De Fiertere van Ronse. + + +Het Vlaamsche volk heeft altijd zijne heiligen geliefd en in het +openbaar vereerd. + +Gent viert den H. Livinus, Mater de H. Amelberga, Tiegem den H. +Arnoldus, Ronse den H. Hermes. + +Uit dien eerbied sproten de bedevaarten en de ommegangen. Op zekere +dagen droeg men de reliquiekas of de fiertere der heiligen plechtig van +de eene plaats naar de andere, onder den toeloop van eene groote en +biddende menigte. + +Zulke ommegangen zijn door den band heel eigenaardig en bij uitstek +dichterlijk. Zij spreken in alle geval hoog en luid van den +onverschrokken godsdienstzin der vorige geslachten, van het levendig +geloof der vervlogen eeuwen. + +Sint Hermes -- de patroon van Ronse -- leefde in de tweede eeuw der +christelijke jaartelling. Hij stierf den marteldood en werd door zijne +zuster Theodora begraven. + +In het jaar 829 deed Gregorius IV de stoffelijke overblijfselen van den +heilige naar de St-Marcuskerk brengen. Talrijke wonderen lokten gedurig +nieuwe bedevaarders uit. + +Lotharius, een kleinzoon van Karel de Groote, vroeg het lichaam van +Sint Hermes voor zijne staten, en bekwam het in 851. + +Voorloopig bewaarde men den schat in de abdij van St-Cornelius, bij +Aken. De keizer stierf in 856. Zijn zoon en opvolger deed de reliquie +naar Ronse overdragen, waar zij den 6 Juli 860 toekwam. + +Men stelde ze in de St-Pieterskerk. Later bouwde men, zooals wij reeds +weten, de St-Hermeskerk. + +De fiertere van Ronse valt alle jaren op den feestdag van de H. +Drievuldigheid, anders gezeid op den eersten kermisdag der gemeente. + +Voor de Fransche omwenteling was de ommegang bijzonder eigenaardig. + +Uit al de omliggende dorpen uit Vlaanderen en Henegouw kwamen, vroeg in +den morgen, de beste ruiters naar de stad. De ruitersmis begon om zeven +ure. + +Na de mis begaf men zich op weg door de Wijnstraat, zich richtende naar +Louisa-Maria, den Muziekberg, St-Sauveur, Watripont, Rozenaken, den +Hootond en de Kruisen. + +Voorop gingen de gildebroeders van St-Sebastiaan, in het rood -- die van +St-Marten, in het zwart -- van St-Hermes, in het groen gekleed. + +De nering der kleermakers volgde met haren standaard. Dan kwamen de +Zwarte Zusters met hunne leerlingen en de Zusters van het gasthuis. + +De schoenmakers droegen de fiertere. + +Voor hen stapte, traag en statig, een man, die twee groote bellen op +maat deed klinken. + +Het magistraat en de ruiters sloten den stoet. + +De mannen van Rooborst, in Vlaanderen, en van St-Sauveur, in Henegouw, +reden altijd voorop, omdat hunne voorzaten in 1724 zich manmoedig +verzetteden tegen eene bende struikroovers, die, in de nabijheid van +den Muziekberg, de overblijfselen van Sint Hermes wilden onteeren. + +Aan de Begijnhofstraat gekomen zijnde, keerde de geestelijkheid naar de +kerk terug, terwijl de bedevaarders de Kruisstraat insloegen. + +Niet verre van den Muziekberg draafden de ruiters van Rooborst en +St-Sauveur, met het pistool in de vuist, driemaal rond de reliquiekas. +Men toefde op Schoonboeke, bij Ellezele en bij St-Sauveur. + +Op de grenzen van Watripont gebeurde er iets anders. Een van de +voornaamste ingezetenen dier gemeente kwam de wethouders van Ronse den +eerewijn aanbieden. Die van Ronse schonken den "notabele" eenen grooten +koek, ten bewijze van vriendschap. Dezen koek zond men onmiddellijk naar +Doornik, en van daar naar Parijs, waar hij, twee dagen nadien, op de +tafel van M. den graaf van Bethune moest prijken. + +Van waar dit zonderling gebruik? + +De legende wil, dat de heeren van Ronse en van Watripont eens eenen +grooten twist hadden; dat zij dezen twist inderminne beslechtten, en dat +zij het genoemde beschenken tot teeken van hunne verzoening in zwang +brachten. Op den koek ziet men althans twee samengeslagen handen. + +Wij gissen, met Dr DELGHUST, dat dit gebruik zijn ontstaan te danken +hebbe aan de keure van 1240, waardoor de heer van Watripont de +Ronsenaren ontsloeg van tollen en leendiensten. + +Te Rozenaken, op de hofstede van St-Hermes, toebehoorende aan het +kapittel van Ronse, wachtten twee kanunniken de bedevaarders af. Aan +allen schonken zij eene gewijde taart en bier of wijn volgens de +tijdsomstandigheden. + +In den namiddag, tusschen vier en vijf ure, bereikte men weder de stad. +De geestelijkheid kwam de fiertere te gemoet tot aan de steenen brug en +bracht ze, psalmen zingend, weer naar de kerk. + +Hedendaags volgt de processie nog altijd denzelfden langen weg rond het +grondgebied der stad. + +Te Louisa-Maria en te Rozenaken laat men de reliquiekas eenen zekeren +tijd in de kerk rusten. Middelerwijl mogen de bedevaarders hunnen dorst +lesschen en hunnen honger stillen. + +Op den Hootond en de Kruisen versieren de tochtgenooten hunne paarden en +rijtuigen met meien, takken en bloemen, vooral met bloeienden brem. + +Ten jare 1898 telden wij meer dan tweehonderd ruiters, die de +overblijfselen van Sint Hermes vergezeld hadden. + +Bij gebrek aan oorkonden kennen wij den oorsprong van Ronse's ommegang +niet. Het is nochtans zeker, dat hij zeer oud is, nademaal men hem in +1453, ter oorzake van de toenmalige onlusten en oorlogen tusschen Philip +den Goede en de Gentenaars, niet toeliet. + + * * * * * + +In de sacristij van St-Hermeskerk bewaart men het zoogenaamde +_Zottenboek_. Buiten eenige standregelen en de namen van de leden der +broederschap, behelst het namen van krankzinnigen, opklimmende tot het +jaar 1670. + +Velerhande aanteekeningen zetten dit gedeelte eene zekere belangrijkheid +bij. Nu eens bestatigde men, dat de zieke genezen, dan weer, dat hij +overleden was gedurende de negendaagsche plechtigheid. + +Voor 1597 gebruikten de krankzinnigen alle dagen een koud of een lauw +bad. Mgr Hovius, aartsbisschop van Mechelen, schreef alsdan voor, dat +men ze enkel besproeien zoude met gewijd water. + + + + +XXIX. + +Naar den Pottelsberg. + + +Tusschen Ellezele en Lessen ligt Vloesberge -- _Flobecq_ -- eene groote +gemeente van ongeveer 4,500 inwoners. + +Onze lezers zullen zich wel herinneren dat JULIUS PLANCQUAERT, de +schrijver van _de Franschen in Vlaanderen_, vrederechter was te +Vloesberge, en daar in 1888 overleed in den ouderdom van 35 jaren. De +begaafde man was van Wortegem. + +Benoorden het vlek is het uitgestrekte woud van Vloesberge met twee +bergpunten, die 150 meters hoog zijn. De eene verhevenheid is de +Pottelsberg, de andere de berg van Rhodes. + +De afstand van Ronse bedraagt 8 kilometers. Nochtans zal de weg ons niet +lang schijnen, omdat de streek overal zoo schoon, zoo schilderachtig is. + +Nauwelijks zijn wij buiten Ronse aan _de Linde_ -- eene gekende herberg +-- of de Muziekberg rijst weer voor onze oogen. Aan dezen kant is zijne +helling zeer steil. + +Daar neemt de Molenbeek haren oorsprong. + +Verder bereiken wij het kapelleken van Lorette, gebouwd in 1674 door de +zorgen van M. Deletenre, pastoor te Ronse. De vrome herder had +ondervonden, dat vele geloovigen, aldaar gehuisvest, hunne +godsdienstige plichten maar moeilijk konden vervullen, omdat zij ofwel +te verre van de stad woonden, ofwel slechte, onbruikbare wegen moesten +volgen. Om die reden richtte hij twee kapellen op: de kapel ter Heide, +tusschen Ronse en Ellezele, en de reeds genoemde kapel van Lorette, +langs de baan naar Brakel, welke wij volgen. + +In de kapel ter Heide las men mis op alle Zon- en heiligdagen des jaars, +behalve op Paschen, Sinksen, Allerheiligen en Kerstmis. Ten jare 1819 +brak men deze bidplaats af. + +De kapel van Lorette bestaat nog, en wordt ieder jaar met den 25 Maart +druk bezocht. De landzaten spreken dichterlijk van den "Tijloozen +ommegang," omdat de tijloozen of de sneeuwklokjes in die dagen volop +bloeien. + +Wij komen in Henegouw en bereiken eene wijd gekende herberg _Les quatre +Vents_. Hier staan wij 130 meters boven den spiegel der zee. In de +nabijheid heeft de heer Joly overblijfselen uit het steenen en het +bronzen tijdperk ontdekt. Ronse mag fier zijn op dien verstandigen en +onbaatzuchtigen zoeker! + +Tien minuten verder loopt een zijweg links, een andere rechts. De eerste +leidt naar eene vallei, waar de Markebeek ontstaat. Deze vloeit door het +bosch te Rijst, in de richting van Schoorisse. + +Den anderen zijweg inslaande, beklimmen wij den Pottelsberg, die 157 +meters hoog is. Het volk in den omtrek noemt hem den Potseberg. De Walen +spreken van _la Houppe_. De bosschen noemen zij "les bois de la +Cocambre." + +Heinde en verre ontmoeten wij diepe wegen, steile verhevenheden, +ravijnen en onbeplante plaatsjes. Groene kraakbeziestruiken, bruine +heideplanten en sierlijke varens bedekken alom den grond. + +In den heeten zomer, als de wind suist en de bijen gonzend op de +bloempjes azen, is het hier, in de schaduwe der boomen, schoon en +dichterlijk. Maar als een storm de toppen der dennen weg en weder +slingert, dat de takken kraken; als de donder in het luchtruim klatert +en de bliksem zijne rosse flikkeringen op den grond werpt, moet ook eene +koude huivering den wandelaar bekruipen. + +Wie dit oord voor den eersten keer bezoekt, denkt onwillekeurig aan +Conscience's "verloren loopen." Van alles afgescheiden, zich overleveren +aan het onvoorziene; in donkere wouden ronddwalen, zonder te weten waar +men is of waar men komen zal; geen spoor der menschelijke maatschappij +meer ontwaren; alles vergeten, tot de vriendschap zelve, om zich der +vijandschap ook niet meer te herinneren; alleen, gansch alleen daar +staan tusschen den Schepper en zijn werk, tusschen God en de natuur -- +ha! verloren loopen, het is eene milde bron van poezie... + +Midden in het bosch, dicht bij eene diepte, komen, zeven wegen bijeen. +Daar vinden wij twee eenvoudige gebouwen: eene herberg, _la Capelette_, +en een kapelleken, waarin een eenvoudig kruisbeeld hangt. + +De waard en de waardin zijn struische menschen; men zou zeggen dat de +berglucht, bezwangerd met den geur der sparren, weldadig op hen werkt. +Men spreekt tegenwoordig, in boeken en tijdschriften, nog al veel over +sanatorium's voor lieden, die de schrikkelijke longtering krijgen. +Zouden de omstreken van Ronse niet uitstekend geschikt zijn voor het +inrichten van zulk eene schuilplaats? + +Het kapelleken is een verkwikkend rustpunt voor den christen reiziger. +In de eenzaamheid, verre van het gewoel der menschen, kan men toch zoo +hartelijk bidden: "Onze Vader, die in de hemelen zijt!" + + + + +XXX. + +Naar Ellezelle. + + +In _la Capelette_ hebben wij den weg gevraagd naar Ellezele, eene +voorzorg, die niet overbodig mag genoemd worden. Want wij zijn hier in +eene stille, eenzame streek. + +De naaste gemeenten zijn: Ronse, Kerkhem, Schoorisse, Op-Brakel en +Parike, in Oost-Vlaanderen; -- Everbeke, Vloesberge en Ellezele, in +Henegouw. + +Het oord is vele honderden hectaren groot. Acht kilometers scheiden +Ellezele van Schoorisse; vijftien kilometers Ronse van Everbeke. + +Vloesberge alleen bezit hier nagenoeg 260 hectaren gronds, begroeid met +dennen. + +Voortwandelend, dachten wij aan de Luxemburgsche Ardennen, met hunne +uitgestrekte hoogvlakten, met hunne grijskleurige woningen, met hunnen +mageren plantengroei. Geen Vlaming zal het ons dan ten kwade duiden, dat +wij de voorkeur geven aan Zuid-Vlaanderen. Hier hebben wij eene gedurige +en schielijke afwisseling van hoogten en laagten, van heuvelen en +valleien. Voeg daarbij het heldere blauw des hemels, het donkere groen +der weelderige gewassen, het vriendelijke rood der pannen daken en het +blinkende wit der gevels. Overal verscheidenheid, overal kleur, overal +poezie, overal leven... + +"Maar wij zien bijna overal hetzelfde landschap," zullen oppervlakkige +lieden opwerpen. + +Toch niet! + +Let maar eens op de voor- en achterplannen, die alle oogenblikken +veranderen, op de stoffeeringen, die nergens dezelfde zijn. + +Laat ons echter veronderstellen, dat uwe opwerping gegrond zij. Dan nog +krijgt ge geen gelijk. + +Sedert duizenden jaren versiert de roos elken zomer met dezelfde kleuren +onze aarde. Gij zelven hebt ze reeds dertig, veertig, misschien zestig, +zeventig keeren in uwen tuin zien ontluiken, bloeien en verflensen. En +toch beschouwt iedereen het roosje als de koningin onzer bloemen. + + * * * * * + +Ellezele schuilt, zooals wij hooger aanstipten, in eene vallei. Dit zegt +genoeg, dat de gemeente eene heerlijke omgeving heeft. Hare +uitgestrektheid bedraagt 2,400 hectaren; hare bevolking is tot ongeveer +5,500 zielen gestegen. + +Een goed gedeelte van Ellezele's grondgebied is bedekt met bosschen. Wij +hadden reeds de gelegenheid aan te stippen, dat zich daar dikwijls +gansche benden booswichten schuil hielden. Niet zelden bestonden die +benden uit vreemde landloopers, Bohemers, heidens of Egyptenaars. Die +boeven verontrustten heel de streek. In 1509 betaalde het magistraat van +Oudenaarde 12 pond parisis aan "het opperhoofd van eene bende +Egyptenaren," opdat "hij met zijn volk niet min dan twee uren afstand +van de stad zou blijven." + +Na 1724 stoorden zulke booswichten weer de bewoners van Ronse, van +Ellezele, van Vloesberge, van al de "betwiste gronden." + +Ten langen laatste, en wel in 1733, zond de Regeering 150 huzaren naar +Ellezele, om de schurken te vangen. Zeven vrouwspersonen werden +opgehangen; een en twintig andere fielten van beide geslachten werden +gegeeseld en gebrandmerkt. Een klein meisje -- eene weeze -- werd +edelmoedig door de bewoners opgenomen en verpleegd. Uit dien hoofde +betaalde Ellezele gedurende eenigen tijd eene jaarlijksche som van +ongeveer 11 pond. + +Op het dorpsplein van Ellezele vindt men, sedert onheuglijke tijden, +eenen diepen bornput. Ten jare 1883 heeft men er eene fraaie pomp op +geplaatst. + +De parochiale kerk staat onder de bescherming van Sint-Pieter, den +apostel. De toren, die zwaar is, draagt het jaartal 1643. Het koor werd +herbouwd in 1723; de zijbeuken zijn van 1781. De predikstoel, gesneden +in 1751, is een merkwaardig stuk. + +Het was in de kerk, dat men vroeger te Ellezele, zooals overigens in +vele gemeenten van Vlaanderen, de voorname oorkonden bewaarde. Heden nog +toont men den reiziger den koffer, die met ijzer beslagen is. Hij heeft +drie sterke, verschillende sloten. + +Men wil, dat Ellezele de zedelijkste en de rijkste gemeente zij uit den +Noord-Westelijken hoek van Henegouw. "Cette terre n'appartient qu'a Dieu +et a moi!" zegde ons een landbouwer; "die grond hoort aan God en aan mij +toe!" willende doen verstaan, dat zijne eigendommen onbelast waren. + +Aardbevingen, die sommige streken zoo dikwijls teisteren, zijn +gelukkiglijk in ons vaderland een zeldzaam verschijnsel. In de oude +registers van den burgerlijken stand der gemeente is er nochtans van +eene schudding spraak. Wij schrijven letterlijk over: "Le 18 fevrier +1756, la carcasse entiere de l'eglise d'Ellezelles a subi une secousse. +L'air etait bien tranquille; et en moins d'une minute de temps les +pretres et le monde qui etaient a l'eglise pour la messe, se sont +sauves." Wat in onze taal beteekent: "Den 18 Februari 1756 begon de +gansche kerk van Ellezele schielijk te beven. De lucht was stil; doch in +een omzien vluchtten de priesters en de geloovigen, die in de kerk waren +om mis te hooren." + +Lezers, als gij oude oorkonden in handen krijgt, overziet ze toch +aandachtig. Zij behelzen zoo dikwijls kleine, maar wetenswaardige +bijzonderheden! + + * * * * * + +Wij hebben reeds de "betwiste gronden" genoemd. + +In vroegere eeuwen behoorde de stad Lessen met zeven dorpen, alsook het +kasteel van Vloesberge en de heerlijkheid van Ronse, tot Vlaanderen +onder het Rijk, afhangende van den Duitschen keizer. + +Vlaanderen onder de Kroon was integendeel een leen van den Franschen +koning; en allodiaal Vlaanderen was een eigendom der graven, waarvoor +zij noch aan den koning, noch aan den keizer iets verschuldigd waren. + +Welnu, de hooger genoemde deelen van Vlaanderen onder het Rijk werden +van lieverlede een twistappel tusschen de Vlaamsche en de Henegouwsche +graven, weshalve de geschiedschrijvers hun den naam van "betwiste +gronden" hebben gegeven. + +Het geschil duurde tot in 1333, wanneer de vorsten een verdrag troffen, +dat nooit meer werd gestoord. + +De graaf van Henegouw behield de steden en dorpen van Lessen en +Vloesberge, zonder daar nochtans nieuwe versterkingen te mogen +oprichten, tenzij met voorkennis en toestemming van Vlaanderens vorst. +Deze behield de heerlijkheid van Ronse. + + + + +XXXI. + +De schilder van Ellezele. + + +De kerk van Ellezele bezit een fraai altaarstuk uit de XVIe eeuw: eene +kruisiging van den Zaligmaker. Op den donkeren grond van het tafereel +komt de witte kleur van een paard goed uit. + +De schilder heeft zijn gewrocht niet onderteekend. Vandaar gissingen en +volksoverleveringen. + + * * * * * + +In de XVIe eeuw telde Ellezele twee voorname familien. De eene droeg +den naam van Lelatteur, de andere dien van Dutransnoit. + +Uit beide huizen sproten magistraten en geestelijken. Colard Lelatteur +was burgemeester in 1462; Jan Lelatteur werd schepen in 1510; Arnold +Lelatteur ontving de priesterlijke wijding in 1551. + +Lodewijk Dutransnoit werd burgemeester in 1503; Jan en Joris Dutransnoit +beklommen het altaar, de eerste in 1504, de tweede in 1545; Jacob +Dutransnoit teekende als griffier in 1600. + +Men vertelt in het dorp, dat een Lelatteur de genoemde kruisiging +schilderde. De man was zeer rijk, en beoefende de kunst om de kunst. Op +het tafereel maalde hij niet alleen de wezenstrekken zijner onderdanen, +maar ook de gedaante van zijnen schimmel. + +Zijn broeder, die almede het penseel hanteerde, was naar Italie getogen, +waar omtrent dien tijd "eene geheele reeks meesters van den eersten rang +naast elkander optraden, die in even zoovele oorspronkelijke richtingen +dezelfde laatste schrede tot het toppunt van ideale schoonheid en +klassieke volkomenheid aflegden." Wij bedoelen LIONARDO DA VINCI, +overleden in 1519; -- MICHEL-ANGELO, den hoofdmeester der Florentijnsche +school; -- RAPHAEL, die zijn innigste gevoel in zijne Madonna's ten +beste gaf; -- ANTONIO CORREGGIO, die in zijne werken het licht bewogen +gevoel zoo heerlijk deed gelden; -- TIZIANO VECELLIO, den hoogsten +meester in de edele verheerlijking der lichamelijke schoonheid. + +Bij zijne terugkomst in het lieve vaderland sloop de Ellezeelsche +schilder in de werkplaats zijns broeders. + +Daar stond eene pas geschetste schilderij. De aangekomene tooverde vlug +eene vlieg op het doek, en verwijderde zich. En toen de andere +terugkeerde, greep hij eenen borstel, om het ondeugende diertje weg te +jagen. Zoo fijn, zoo natuurlijk, zoo meesterlijk had zijn broeder het +kleine vliegje voorgesteld. + +Men voegt er bij, dat de Lelatteur's op die wijze den toenaam van +_Mouche_ gekregen hebben. + +Van dit alles zal wel geen woordje waar zijn. Wij hebben inderdaad geene +enkele oorkonde kunnen vinden, waarin een Lelatteur als schilder +aangeduid wordt. Daarentegen kennen wij een tiental stukken uit de jaren +1535-1569, welke "Jean Dutransnoit, peintre," noemen. Deze woonde op het +gehucht _Gauquier_. + +In 1543 trouwde Jan Hamaide, ridder en heer van Nieuwburg, met Barbara +Hauport, van Ellezele. + +Jan Dutransnoit zal dan, op vereerend verzoek van de jonge gehuwden, +het altaarstuk geschilderd hebben, op hetzelve noch de lakeien, noch het +paard der edele familie vergetende. + + * * * * * + +In negen minuten brengt ons de trein van Ellezele naar Ronse. De afstand +is bijgevolg niet groot. Nochtans onderscheiden wij, in de richting van +Vlaanderen, ten minste drie valleien en twee reeksen van heuvelen. + +De stoomwagen fluit, kucht, stopt. + +En nu nemen wij afscheid van onze vriendelijke lezers en lezeressen, +allen hartelijk dankende voor hunne welwillende aandacht. + +EINDE. + + + + +INHOUD. + + +I. -- REIZEN. -- Vroeger en nu. Schoonheid van Belgie + +II. -- DE VLAAMSCHE ARDENNEN. -- Ligging. Heuvelen en aanzienlijke +verhevenheden. Beken. De vaart van Bosuit. Bosschen in vroegeren tijd en +nu. Klopjachten. Spoorwegen + +III. -- KORTRIJK. -- Ligging en uitgestrektheid der stad. Kortrijk voor +1386. Het kasteel. Gewichtige gebeurtenissen en vergrootingen. +Bevolking. Het stadhuis en zijne schouwen. De oude en de nieuwe halle. +De Broeltorens. Sint-Martenskerk. De kerk van O.-L.-Vrouw. +Sint-Michielskerk. Het Begijnhof. Beroemde mannen. Scholen en +maatschappijen. Openbare plaatsen en straten + +IV. -- NAAR GROENINGE. -- Ligging. Grenzen, beken en wegen. Sagen. De +kapel van Groeninge. De slag der Gulden Sporen en zijne gevolgen + +V. -- DE OMSTREKEN VAN KORTRIJK. -- De bodem. De vlasnijverheid. +Ondersteuning en aanmoediging door de wethouders. De Pottelberg, het +kasteel van Hoog-Mosscher en de Bloedkapel. Het Hooge. De Spoelberg. +Eene schermutseling in 1814 + +VI. -- DE HOFSTEDE "TEN AKKER." -- Oude heerlijkheden. Ligging. Wal en +gebouwen. Het huisraad. De pachter en zijn gezin. Netheid + +VII. -- NAAR DEN LAUWEBERG. -- De weg. Het oude kerkhof. Eene episode +uit den Boerenkrijg. De abdij van Marke, later van Groeninge. De +Lauweberg. Landschappen. De abdij van Wevelgem, nu het Kloosterhof. +Wevelgem. Vermaarde mannen. Bellegem + +VIII. -- NAAR HARELBEKE. -- Weg. De abdij van Groeninge. +Brigands-Zondag. De watermolens. Harelbeke. De kerk. Het kapittel. De +vroegere en latere nijverheid. Peter Benoit. Andreas Pevernage + +IX. -- NAAR ZWEVEGEM, MOEN EN HEESTERT. -- De heer van Zwevegem in 1573. +De weg naar Knokke. De vaart. Het Banhout. Knokke. Eene ontmoeting. De +Keiberg. Moen. De heerlijkheid van Moen. Het feest van Sint-Elooi. De +kerk. Heksenprocessen. Heestert. Ommegangen. Sint-Denijs + +X. -- NAAR TIEGEM. -- Vacantie. Herinneringen. Ansegem. Kaster. Tiegem. +Bevolking en oppervlakte. Uitzicht. De kerk. De patroon der parochie + +XI. -- NAAR HET KAPELBOSCH. -- M. Moreels-Verhaeghe. Uitgestrektheid en +waarde van het bosch. De kapel en hare omgeving. De kijktoren. Panorama. +Schoonheid van het landschap. Jaarlijksche novene + +XII. -- NAAR QUAREMONT EN DEN KLUISBERG. -- Afstand. Avelgem, Ruien en +Berchem. Quaremont. De kerk. De bodem. Oudheden. Aan _de Klok_. Aan _de +Martiko_. Panorama's. Naar den Kluisberg. Een heerlijk landschap. Peetje +en Meetje. Orroir, Amougies en Rozenaken. Dottignies. De vallei der +Schelde + +XIII. -- OUDENAARDE. -- De keure der gemeente. Merkwaardige +gebeurtenissen. Vroegere weelde der stad. Tapijtwevers. De hedendaagsche +nijverheid. De kerk van Pamele. Sint-Walburgiskerk. Misdaden in 1566 en +1572. Het stadhuis. Het museum van oudheden. Het Belfort. Het huis van +Burgondie. De abdij van Maagdendale. Rederijkkamers en landjuweelen. +Beroemde mannen + +XIV. -- NAAR LEUPEGEM EN EDELARE. -- Leupegem. De berg van Edelare. +Panorama. De kerk van Edelare. De kapel van Kerselaar, haar oorsprong en +hare geschiedenis. De krokodil. De novene. De _Tivoli_. Mater en +Maria-Hoorebeke. Protestanten in Vlaanderen. Elzegem en zijne priorij. +Oudheden, gevonden te Etikhove + +XV. -- NAAR GAVER. -- Eine. De kerk. De _fittel_. De heerlijkheid van +Eine. De ruitersprocessie. De processie van Asper. Syngem en zijne kerk. +Huise en Gaver. De opstand der Gentenaars in 1453. De slag van Gaver. +Folklore + +XVI. -- BINDERS OF BRANDERS EENE BLADZIJDE UIT DE GESCHIEDENIS VAN DEN +BOERENKRIJG. -- Het einde der XVIIIe eeuw. Rooversbenden in Vlaanderen. +De Boerenkrijg. Botsing te Oudenaarde. Namen van slachtoffers + +XVII. -- NAAR ZOTTEGEM. -- Eename en zijne abdij. Vlucht der nonnen van +Groeninge in 1794. Oudheden, gevonden te Erwetegem. Zottegem. Het +lakenweven. Oploop der Gentenaars in 1314. De rederijkkamer. De kerk. +Het standbeeld van den graaf van Egmond. Eene bladzijde uit de +geschiedenis der XVIe eeuw. Laurens de Mets + +XVIII. -- DE OMSTREKEN VAN ZOTTEGEM. -- Gevonden oudheden. +Middeleeuwsche burchten. Het klooster van Velzeke. Elene. De jaarmarkt +van Nieuwwege. Hillegem. Grootenberge, Sint-Lievens-Essche, Godveerdegem +en Erwetegem + +XIX. -- GEERAARDSBERGEN. -- Het ontstaan der stad en hare keure. De +eerste vestingen. Onlusten in 1328, 1380, 1485 en 1491. De kerk van +Hunnegem. De kerk van Sint-Bartholomeus. De abdij. Het gasthuis. De +vroegere en de hedendaagsche nijverheid. Vermaarde mannen. Scholen en +genootschappen. Uitgestrektheid en bevolking. Hoogte van den bodem + +XX. -- OP DEN OUDEN BERG. -- Het _Hemelrijk_. Panorama. Eene legende. +Het Raspaillenwoud. Op het hoogste van den berg. Godsdienstige beelden. +De kapel. De vijver en het tafeltje. Gezicht op Brabant en Henegouw. Een +gedicht van F. de Beck + +XXI. -- EENE GEERAARDSBERGSCHE SAGE. -- Een eigenaardig feest. Het beleg +der stad. De belegerden verschaken den vijand. Het ontsteken van +vreugdevuren. Hooge oudheid van het feest + +XXII. -- DE OMSTREKEN VAN GEERAARDSBERGEN. -- Boelare en zijne burcht. +Koekebak te Sarlardinge. Goeferdinge en zijne kerk. Welstand in de +gemeente. Schendelbeke. Pollare. Onkerzele. Een eigenaardig dorp. +Panorama. De _Jonkvrouw_. Onlusten in 1453. Het zoeken van steenkolen in +1765. De Boerenkrijg te Geeraardsbergen. Nederbrakel, Opbrakel en +Schoorisse + +XXIII. -- RONSE. -- Ligging der stad. Hare oudheid. De plaatselijke +nijverheid. Rampen in 1477, 1519, 1559 en 1719. De beeldstormerij. Het +kasteel. De Sint-Pieterskerk. De Sint-Hermeskerk. De Sint-Martenskerk. +Openbare plaatsen. Voorname huizen. Gilden en maatschappijen. De +Molenbeek. Scholen. Het archief der stad. Vermaarde mannen + +XXIV. -- NAAR HET BOSCH-JOLY. -- Weg. Rotsen. Bronnen en vijvers. De +grot. Een dolmen. Uitzicht + +XXV. -- NAAR DEN HOOTOND EN DE KRUISEN. -- De kapel ten witten Tak. +Besmettelijke ziekten. Op den Hootond. Een heerlijk vergezicht. De +Kruisen. Ontmoetingen + +XXVI. -- NAAR DEN MUZIEKBERG. -- Weg. In het woud. Het kijktorentje. Nog +een panorama. Wijnbouw in 1827. Avond. Gedicht van H. Tollens + +XXVII. -- NOG IN HET LAND VAN RONSE. -- De Hooge heide. Van den Daele's +bosch. Ellezele. St-Sauveur. Watripont en zijne heerlijkheid. De baronij +van Ronse + +XXVIII. -- DE FIERTERE VAN RONSE. -- Onze heiligen. Bedevaarten en +ommegangen. De overblijfselen van St-Hermes. De Fiertere in vroegere +eeuwen. Eigenaardige gebruiken. De Fiertere op heden. Oudheid der +plechtigheid. Het _Zottenboek_ + +XXIX. -- NAAR DEN POTTELSBERG. -- Vloesberge en zijn woud. Voorname +verhevenheden. De weg. De kapel van Lorette en de kapel ter Heide. De +Tijloozen-ommegang. _Les quatre Vents_. Op den Pottelsberg. Verloren +loopen + +XXX. -- NAAR ELLEZELE. -- Uitgestrektheid der streek. De Luxemburgsche +Ardennen en Zuid-Vlaanderen. Ellezele. Grondgebied en bevolking. Heidens +in de streek. Maatregelen tegen die booswichten. De parochiale kerk. +Hoedanigheden der bevolking. Eene aardbeving. De betwiste gronden + +XXXI. -- DE SCHILDER VAN ELLEZELE. -- Een weinig gekend altaarstuk. De +familie Lelatteur en de familie Dutransnoit. De volksoverlevering. Jan +Dutransnoit, schilder in 1535-1569. Wie het altaarstuk waarschijnlijk +bestelde. Terugreis en afscheid + +INHOUD + + + + + +End of Project Gutenberg's Reisjes in Zuid-Vlaanderen, by Theodoor Sevens + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISJES IN ZUID-VLAANDEREN *** + +***** This file should be named 26102.txt or 26102.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/6/1/0/26102/ + +Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/26102.zip b/26102.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e84f224 --- /dev/null +++ b/26102.zip diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..a8109b0 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #26102 (https://www.gutenberg.org/ebooks/26102) |
