diff options
Diffstat (limited to '28581-8.txt')
| -rw-r--r-- | 28581-8.txt | 7787 |
1 files changed, 7787 insertions, 0 deletions
diff --git a/28581-8.txt b/28581-8.txt new file mode 100644 index 0000000..3731186 --- /dev/null +++ b/28581-8.txt @@ -0,0 +1,7787 @@ +Project Gutenberg's De Geschiedenis van het Grieksche Volk, by E.M. Tappan + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Geschiedenis van het Grieksche Volk + +Author: E.M. Tappan + +Translator: B.C. Goudsmit + +Release Date: April 20, 2009 [EBook #28581] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GRIEKSCHE VOLK *** + + + + +Produced by the Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + E. M. Tappan Ph. D. + + De geschiedenis van het Grieksche volk + + Bewerkt door Dr B. C. Goudsmit + + + + Zutphen, W. J. Thieme & Cie. + + + + + + +VOORREDE. + + +De bedoeling van dit boek is niet alleen om een eenvoudige schets te +geven van de voornaamste gebeurtenissen in de geschiedenis van het oude +Griekenland, maar evenzeer om de zeden van het volk te schilderen en +een inzicht te geven in hun wijze van leven, denken en gevoelen. Voor +zoover de opzet en de grootte van dit boekwerk het toelaten, worden +de namen van hen, die meesters waren op het gebied van kunst en +letteren, niet ingevoerd in afzonderlijke hoofdstukken, louter als +toevoegsels bij de politieke geschiedenis, maar in hun natuurlijke +betrekking tot de annalen van hun tijd, en steeds in overeenstemming +met het gezegde van Plutarchus: "Dikwijls zal een onbeduidende daad, +een kort gezegde of een kwinkslag iemands waren aard meer doen kennen +dan de beroemdste belegeringen en de belangrijkste veldslagen." + +Bij de behandeling van de oorlogen der Grieken heb ik die zoo +kort mogelijk geschetst, maar de ruimte, die dikwijls beschikbaar +wordt gesteld voor bijzonderheden van gevechten, besteed aan het +mededeelen van karakteristieke verhalen omtrent enkelen der beroemdste +aanvoerders, of aan een beschrijving van de ééne of andere militaire +onderneming, die het verschil duidelijk maakt tusschen de oude en de +moderne wijze, waarop dergelijke zaken worden volbracht. Om kort te +gaan, ik heb de oorlogen alleen gebruikt, om het volk te doen kennen, +en niet het volk, om de bijzonderheden der oorlogen te beschrijven. + +De teekeningen in den tekst hebben ten doel, den lezer een blik te +doen slaan in den geest van de Grieksche wereld, en om de verbeelding +te hulp te komen bij de verklaring van den tekst. Zij zijn ontleend +aan een groote verscheidenheid van bronnen, die voor het meerendeel de +Grieksche kunst in den vorm van bouwkunst, beeldhouwkunst, bas-reliefs, +beschilderde vazen en munten leeren kennen, waardoor iets geopenbaard +wordt van het kunstgenie en de bewonderenswaardige veelzijdigheid +van dat volk. + +De nooit falende bekoring en betoovering, die uitgaan van het +bestudeeren van het Grieksche volk, van hun schitterenden geest, +hun vaderlandsliefde, hun ontzaglijke veelzijdigheid, ja zelfs ook +van hun fouten, moeten ieder aangrijpen, die, al is het in nog zoo +geringe mate, daarmede kennis maakt. + +Indien dit boekwerk den lezer evenveel genot verschaft als de +vervaardiging de schrijfster heeft geschonken, dan is de uitgave van +dit werk volkomen gerechtvaardigd. + + +De Schrijfster. + + + + + + +INHOUD. + + + Bladz. + I. In de dagen der mythen 1 + II. In de dagen der mythen (vervolg) 13 + III. Hoe de oude Grieken leefden 26 + IV. Hoe de Spartanen macht verkregen 39 + V. De eerste dagen van Athene: de wetten van Solon 55 + VI. De regeering van Pisistratus en de Alcmaeoniden 67 + VII. De Olympische spelen 77 + VIII. De Grieksche koloniën: De tyrannen 83 + IX. De eerste en de tweede Perzische tocht 91 + X. De groote Perzische inval 103 + XI. De groote Perzische inval (vervolg) 115 + XII. Na den Perzischen oorlog 127 + XIII. De eeuw van Pericles 144 + XIV. De strijd tusschen Athene en Sparta, of de + Peloponnesische oorlog 161 + XV. De krijgstocht tegen Sicilië 178 + XVI. De val van Athene 191 + XVII. De hegemonie van Sparta 202 +XVIII. De hegemonie van Thebe 218 + XIX. Philippus van Macedonië 223 + XX. Alexander de Groote 236 + Belangrijke jaartallen in de Grieksche geschiedenis 254 + Register van eigennamen 257 + + + +Kaarten. + + + Griekenland en aangrenzende eilanden 1 + Marschroute der tienduizend Grieken 208 + + + + + + +HOOFDSTUK I. + +IN DE DAGEN DER MYTHEN. + + +Het moet voor de knapen en meisjes, die voor drieduizend jaar in +Griekenland leefden, een bijzonder genot geweest zijn, dat zoovele +van de vragen, door hen gedaan omtrent natuurverschijnselen of omtrent +aardrijkskundige benamingen, met een boeiend verhaal of een pakkende +mededeeling konden worden beantwoord. Indien bij voorbeeld een jongen +vroeg naar den naam van een berg, welks top ver in het noorden werd +gezien, zou zijn moeder kunnen antwoorden: "Dit is de berg Olympus. Op +zijn top is het schoonste paleis, dat men zich kan voorstellen. Het +is gebouwd van witte, rooskleurige en gouden wolken, en het is de +woonplaats van Zeus, den Koning der Goden. Dikwijls ontbiedt hij de +andere goden naar zijn paleis; en dan gaan zij op reis van de aarde, +het water en de onderwereld, en komen samen in de groote zaal van het +paleis. Daar worden zij gespijzigd met ambrosia en drinken zij nectar, +de Muzen zingen en Apollo tokkelt de lier. Als de zon ondergaat, +verlaten zij weder het paleis door de uit wolken bestaande poorten +en keeren zij naar hun woningen terug. De zon is een schitterende +gouden wagen. Apollo ment dien wagen iederen morgen hoog in de lucht +naar boven, en iederen avond weer naar beneden. Hij schittert in het +schelste licht door de fonkelende diamanten, waarmede hij bezet is, +en het is daardoor, dat de zon uw oogen verblindt, wanneer gij er in +wilt zien." + +"Ik zou den wagen wel willen mennen" zou misschien de jeugdige +Grieksche knaap hebben geantwoord; en dan zou zijn moeder hem kunnen +vertellen van den tijd, toen eens een jeugdige knaap den zonnewagen +wilde mennen, en van het lot, dat hij toen onderging. + +"Hij werd geacht de zoon van Apollo te zijn," zoo luidde het verhaal, +"en hij heette Phaëthon. Op zekeren dag werd een speelmakker boos +op hem en riep uit "Gij zijt van lage afkomst! Het is niet waar, +dat gij de zoon van Apollo zijt!" Phaëthon antwoordde met geen enkel +woord, maar vertrok onmiddellijk naar het uiteinde van Indië, en liep +stoutmoedig naar het paleis van Apollo. De zoldering was van ivoor en +de deuren waren van zilver. Aan het andere uiteinde der lange zaal +stond een troon, die schitterde en glinsterde en licht verspreidde +als de zonnestralen, die fonkelden in het water. Op dien troon zat +de Zonnegod zelf. Deze droeg een karmozijnkleurig kleed, en op zijn +hoofd droeg hij een kroon, gemaakt van lange stralen van gouden licht, +die nog veel schitterender flikkerde en lichtte dan de zon op het +midden van den dag. Phaëthon doorschreed de geheele lengte der zaal en +stond voor den troon. Apollo zag vriendelijk op hem neder en zeide: +"Zeg mij wie gij zijt, en waarom gij mij hebt opgezocht." Daarop +vertelde hem de knaap, hoe zijn speelmakker hem had gehoond, door +te zeggen, dat hij geen kind van Apollo was. "En ik ben gekomen" +zeide hij "om u te smeeken, dat gij, als ik werkelijk uw zoon ben, +mij eenig bewijs daarvan zult willen geven." + +Apollo had schik in den moed van den knaap. Hij sloeg zijn armen om den +nek van Phaëthon en sprak: "Gij zijt werkelijk mijn zoon, en om u dit +te bewijzen, zal ik u alles schenken, wat gij maar vraagt." De jonge +knaap vroeg nu in zijn onverstand, dat het hem zou worden toegestaan, +één enkelen dag den vurigen wagen te mogen mennen. Apollo keek zeer +ernstig. "Zelfs de andere goden kunnen dat niet doen," zoo sprak +hij. "Zeus zelf zou het niet durven beproeven. Ik bid u, vraag een +ander geschenk." Maar Phaëthon had nu eenmaal zijn zinnen gezet op +de vervulling van dien éénen wensch; en daar Apollo zijn woord had +gegeven, moest hij toegeven. De stijfhoofdige knaap sprong in den +wagen en greep de teugels. Aurora wierp de oostelijke poort open, +die glinsterde van purper, karmozijnrood en goud, en de paarden +galoppeerden het pad op door de lucht. Iedereen kon gissen, wat moest +gebeuren. De vermetele knaap zou even gemakkelijk een storm hebben +kunnen in bedwang houden als die vurige paarden. Hij kon ze niet langs +den voortgeschreven weg leiden, en daardoor renden zij wild door de +lucht, nu eens in de ééne, dan weer in de andere richting. De lichte +vracht van den wagenmenner beteekende voor hen niets, en de wagen +werd heen en weer geslingerd als een schip in den storm. Phaëthon +durfde niet naar beneden te zien, want hij vreesde duizelig te worden, +daar de aarde zoo diep onder hem lag. Hij durfde niet naar boven te +zien, daar de hemel zoo vol monsters was, zooals de Groote Beer, de +Kleine Beer, de Slang en de Schorpioen. Hij liet de teugels glippen, +en de paarden vlogen nog woester vooruit dan te voren. De vurige +wagen bewoog zich slingerend hoe langer hoe dichter naar de aarde +toe. De bergen begonnen te rooken, de rivieren trachtten zich in het +zand te verbergen, de Oceaan slonk tot een meer, steden verbrandden +tot asch. "Help mij, help mij, vader Zeus!" riep de Aarde. Daarna +slingerde Zeus zijn bliksemflitsen naar Phaëthon, en hij viel van +den wagen neer in den Eridanus-Vloed. Zijn zusters stonden aan den +oever en weenden om hem, en langzamerhand werden zij veranderd in +populieren; en zelfs nog heden ten dage, kunt gij, als gij naar de +populieren luistert, ze zacht en droevig samen hooren fluisteren over +het lot van haar verongelukten broeder Phaëthon." + +Zoo ontwikkelde zich het ééne verhaal uit het andere, zoodat men +zich er over moet verbazen, dat de vertellers ooit tot een einde +kwamen. Als de Grieksche jongens en meisjes vroegen, wie de dikke +muren gemaakt hadden, die reeds in die tijden eeuwen oud waren en +uit reusachtige steenen waren samengesteld, luidde het antwoord: +"de Cyclopen"; en dan volgde er een onafgebroken reeks van verhalen +over die wonderlijke éénoogige reuzen. "Maar waar komen wij zelf +van daan?" vroeg een kind wel eens, en dan werd ook daarover een +merkwaardig verhaal medegedeeld. "In vroegere dagen was het volk op +aarde zeer misdadig," zoo luidde het verhaal, "en daarom zond Zeus een +ontzaglijken vloed, om hen te verdelgen. Alleen Deucalion en zijn vrouw +Pyrrha waren deugdzaam, en daarom beloofde Zeus, dat zij gered zouden +worden. Nadat de vloed verdwenen was en alle andere stervelingen waren +verdronken, waren Deucalion en Pyrrha eenzaam achtergebleven. "Laat +ons de goden bidden, om menschen op aarde te zenden," zoo spraken +zij; en zij gingen op weg naar een tempel, die nog was blijven +staan. Er was geen priester meer, geen vuur brandde meer op het +altaar, en de grond was bedekt met modder en steenen en met afval, +dat door den vloed was binnengespoeld. Door die hindernissen heen +drongen Deucalion en Pyrrha voort naar het altaar en baden, dat de +aarde weder mocht worden bevolkt. Zij kregen het volgende antwoord: +"Vertrekt van den tempel en werpt de beenderen uwer moeder achter u +weg." "De overblijfselen van onze ouders ontheiligen!" riep Pyrrha +vol ontzetting uit: "laten wij liever eeuwig alleen blijven dan dat te +doen." Deucalion bewaarde het stilzwijgen, maar ten slotte zeide hij, +in nadenken verzonken: "De aarde is ons aller moeder, en de steenen +zouden de beenderen der aarde kunnen worden genoemd. Ik geloof, dat +het bevel beteekent, dat wij steenen moeten oprapen en achter onze +hoofden moeten werpen. In ieder geval kunnen wij het beproeven en +zien wat er zal gebeuren." Zoo deden zij, en spoedig waren zij niet +langer alleen, immers uit iederen steen, die door Deucalion geworpen +werd, ontstond een man, en uit iederen steen, door Pyrrha geworpen, +ontstond een vrouw. Een der zonen van het echtpaar heette Hellen, +en wij, Hellenen, stammen allen van hem af. Hellen had twee zonen en +twee kleinzonen. De namen der zonen waren Aeolus en Dorus, die der +kleinzonen waren Ion en Achaeus. Dit is de reden, dat wij Hellenen +uit vier verschillende volksstammen bestaan--de Aeoliërs, Doriërs, +Joniërs en Achaeërs. De andere volkeren zijn barbaren; hun geheele +taal is "baba", en niemand kan hen verstaan." + +Er waren bijna evenveel verhalen omtrent helden als omtrent goden. De +helden waren mannen, die de ééne of andere daad van groote dapperheid +hadden verricht. Gewoonlijk waren zij de zonen van een god of godin +en van een sterfelijk wezen. Bijna iedere stad van Griekenland, hoe +klein ook, had haar held. De lievelingsheld van Athene bij voorbeeld +was Theseus; en ieder Athener, hoe jong ook, kende de geschiedenis +van zijn bewonderenswaardige heldendaden en kon verhalen van de oude +tijden, toen Athene jaarlijks zeven dappere jongelingen en zeven +schoone maagden naar het eiland Creta moest zenden om verslonden te +worden door den Minotaurus, een afschuwlijk monster met het lichaam van +een man en den kop van een stier. Ten slotte drong Theseus, de zoon van +Koning Aegeus, er op aan, dat hij zou gekozen worden als één der zeven +jongelingen; en hij verliet Athene in het schip met zwarte zeilen, +dat de met schrik vervulde jongelingen en meisjes hun afschuwlijk +noodlot zou tegemoet voeren. Theseus had niet het minste plan zich +door den Minotaurus of eenig ander monster te laten verslinden, +als hij dat door hardnekkig vechten kon verhinderen. Hij was vast +besloten het monster te dooden en zijn vrienden te redden of zelf te +bezwijken; zoodra dus het schip Creta bereikte en de jongelingen en +meisjes voor den koning werden gebracht, ging hij aan het hoofd van de +slachtoffers staan en zeide: "Koning Minos, ik verzoek het voorrecht +te mogen hebben, het eerst den Minotaurus tegemoet te gaan. Ik ben +een vorst, en het is mijn recht de leidsman en aanvoerder van mijn +volk te zijn." Koning Minos lachte onaangenaam en op smadelijke wijze, +en zeide: "Ga, als gij wilt, gerust het eerst, en ik zal er op letten, +dat de deelgenooten van uw lot u volgen; gij kunt daarop rekenen." + +Theseus was een dapper strijder, en zou ongetwijfeld nooit het monster +uit den weg zijn gegaan; maar het is een andere vraag, of hij ooit in +staat zou geweest zijn, het monster te dooden, als hij niet onverwachts +hulp had gekregen. Op ééne of andere wijze was hij in kennis gekomen +met Ariadne, de schoone dochter van den koning, en zij waren in +liefde voor elkander ontstoken. Gelukkig voor hem wist Ariadne, waar +zij een zwaard kon vinden, dat in de handen van een dapper man den +monsterachtigen kop van den Minotaurus kon afslaan; maar er was nog +een tweede gevaar te overwinnen, dat zelfs nog verschrikkelijker en +verontrustender was dan een ontmoeting met het monster, en dat was +de doolhof, waarin de Minotaurus huisde. Die doolhof was vervaardigd +door een hoogst bekwaam bouwmeester, Daedalus genaamd, en was zóó +vernuftig aangelegd met zijn dwaalwegen en krommingen en wendingen +en kronkelingen, dat niemand, die er eenmaal was binnengedrongen, +den weg naar buiten kon terugvinden. Zelfs geen tooverwapen kon daar +van eenigen dienst zijn; maar het heldere vernuft van Ariadne zelf +was heel wat beter dan eenig zwaard. "Pak het ééne uiteinde van dit +zijden touw stevig vast," zoo sprak zij tot Theseus, "en ik zal het +kluwen vasthouden, terwijl het wordt afgewikkeld. Wanneer gij daarna +den terugtocht aanvaardt, moet gij het koord weer opwinden, en het +zal u recht naar mij terugvoeren." Het geschiedde volkomen, zooals zij +hadden afgesproken. Theseus doodde het monster, daarna volgde hij het +zijden kluwen, totdat het hem naar Ariadne terugleidde. Daarna zeilde +hij met de prinses en de Atheensche jongelingen en meisjes snel naar +Athene terug; en nooit meer behoefden de Atheners de vreeselijke +schatting te betalen. + +Minos zelf was één van de helden der Grieken, hoewel hij een zoo +ijselijk monster hield als den Minotaurus, dat zich voedde met de +lichamen van ongelukkige jongelingen en maagden; en er zijn een aantal +legenden, die getuigenis aflegden van de verstandige wetten, die hij +uitvaardigde. Ook vertelden de Grieken veel van de groote gevaren, +waaraan zeelieden blootstonden van de zijde van zeeroovers, en van de +wijze, hoe koning Minos die zeeroovers volkomen had uitgeroeid. "Hij +was een machtig koning," zoo zeiden zij, "en daarbij was hij zóó +rechtvaardig, dat het niet te verwonderen is, dat hij na zijn dood +werd aangesteld tot één der rechters van de onderwereld." + +Koning Minos was de zoon van Zeus en Europa. Er is een verhaal, dat +Europa, toen zij nog een klein meisje was, eens aan het spelen was +op een weide, die rijk voorzien was van bloemen. Een prachtige witte +stier verscheen, en het eerste oogenblik was zij daardoor verschrikt; +maar de stier was zóó vriendelijk speelsch, dat zij al haar angst +vergat. Zij hing bloemkransen om zijn nek en sprong eindelijk op +zijn rug. Plotseling draaide de stier om, holde in vliegende vaart +naar het strand en sprong in het water. Hij zwom ver weg tot aan het +eiland Creta. Daarna hernam hij zijn vroegeren vorm, en de jeugdige +Europa ontdekte toen, dat zij gespeeld had met den Koning der Goden, +en dat hij haar had geschaakt en haar naar dat eiland had gevoerd, +dat ver over de zee gelegen was, omdat hij haar zoo innig lief had. + +Een andere held, die volstrekt niet minder beroemd was dan Theseus, +heette Oedipus. Hij woonde in Thebe, en juist buiten Thebe was een +monster, dat niet minder ontzagwekkend en afgrijselijk was dan de +Minotaurus. Het heette de Sphinx. Het had het hoofd van een vrouw +en het lichaam van een leeuw. Het lag op een hoogte ter zijde van +den weg, en zoodra het een reiziger in het gezicht kreeg, kwam het +niet voor den dag om een eerlijken strijd te leveren, maar gaf het +den reiziger een raadsel op, en als deze het antwoord niet kon raden, +sprong het monster op hem af en verslond het hem. Het raadsel luidde: +"Welk dier loopt des morgens op vier voeten, des middags op twee, +en des avonds op drie"? Niemand had het ooit opgelost; maar toen +Oedipus het hoorde, zeide hij kalm: "Het is de mensch, die in zijn +kindertijd op handen en voeten kruipt, op den mannelijken leeftijd +rechtop loopt, en in den ouderdom met behulp van een stok loopt." De +Sphinx was zóó vertoornd dat het raadsel was opgelost, dat hij zich +van de rots neerwierp en op die wijze omkwam. + +Misschien de allerberoemdste van alle Grieksche helden was Heracles, +die reeds een held begon te zijn, toen hij nog een zuigeling was van +acht maanden. Twee vurige slangen waren door één der godinnen op hem +afgezonden om hem te dooden; maar het kind stak zijn kleine armpjes +uit over den rand van zijn wieg, greep in iedere hand een slang en +drukte ze dood. Dit was voldoende, om zijn roem te vestigen, maar het +was slechts de geringste van de heldendaden van Heracles. Op zekeren +dag kwam een bevel van Zeus tot hem: "Ga naar koning Eurystheus +en gehoorzaam gedurende twaalf jaar aan ieder bevel, dat hij u +geeft." Eurystheus nu was een vijand van Heracles, en zelfs een zoo +stoutmoedige held als Heracles mocht wel angstig zijn, nu hij twaalf +lange jaren in zijn macht moest staan. Heracles echter trok moedig +naar het rijk van Eurystheus. Hij was goed gewapend, immers hij +was een gunsteling der goden, en verscheidenen van hen hadden hem +geschenken gegeven. Apollo had hem een boog en Hermes een zwaard +gegeven. Hephaestus, de manke god, die alle mogelijke voorwerpen +van metaal kon vervaardigen, had een gouden borstharnas voor hem +vervaardigd. Poseidon, de beheerscher van het gebied van den oceaan, +had hem een span paarden geschonken; en Athene, de godin der wijsheid +en de meest bekwame weefster op de geheele wereld, had een kleed voor +hem geweven. Spoedig bereikte hij Mycene, en vertelde hij aan koning +Eurystheus, dat hij bereid was zijn wil te gehoorzamen. Eurystheus +wist, dat zijn rijk van rechtswege aan Heracles toekwam, en daarom zond +hij hem telkens weg, om hem aan de meest gevaarlijke avonturen bloot +te stellen, waarvan hij kennis kon krijgen, in de hoop dat Heracles +bij één van die avonturen gedood zou worden. Het allereerst zeide hij: +"Ga naar het Nemeïsche woud, en dood den monsterachtigen leeuw, die +mijn rijk verwoest." Heracles begaf zich naar het bosch, en keerde +spoedig terug met de huid van den leeuw over zijn schouders. De +koning was zóó verbaasd, toen hij ontdekte, hoe sterk Heracles was, +en zóó bevreesd, dat deze zijn kracht tegen hem zou gebruiken, dat +hij een klein vertrek onder den grond als schuilplaats liet graven +en de muren bedekte met zware koperen platen. + +Hij zond Heracles op andere avonturen uit, en dacht iederen keer, dat +het nu wel de laatste maal zou zijn, dat hij hem te zien kreeg, en zoo +dikwijls dan ook het volk begon te schreeuwen: "De held komt daar aan, +Koning Eurystheus! Heracles is bijna hier!" sloop de teleurgestelde +koning weg, om zich in zijn onderaardsche kamer te verbergen. Hij +eischte twaalf heldendaden of werken van Heracles; maar ten slotte +waren zij alle volbracht. De held had een hert met gouden horens, +een woest wild zwijn en een woedenden wilden stier gevangen, en +die medegesleept naar de poorten van Mycene. Hij had alle mogelijke +soorten van monsters gedood, één met zes pooten en een ander met negen +koppen, zóó geschapen, dat indien één der koppen was afgesneden, +er twee voor in de plaats groeiden; en hij had uit de onderwereld +een driekoppigen hond gehaald met den staart van een draak, om niet +te spreken van andere ondernemingen, als het dooden van een zwerm +wilde vogels, die mannen en dieren verslonden, en het dragen van de +zuilen des hemels in den tijd dat Atlas, wiens taak dit was, eenige +gouden appels voor hem haalde uit den tuin der Hesperiden. Waarlijk, +hij verdiende wel de belooning, hem door Zeus gegeven, om naar den +hemel te worden overgebracht en onder de goden te worden geplaatst. + +Eurystheus vervolgde de kinderen van Heracles en verjoeg ze uit het +rijk. Hij voerde zelfs oorlog tegen Athene, omdat die stad ze had +opgenomen. In dien oorlog werd hij gedood; en toen viel het koninkrijk +ten deel aan Hyllus, den oudsten zoon van Heracles; dat wil zeggen, +het zou hem toebehooren, als hij er bezit van kon nemen. Het scheen, +alsof er heel wat bloedig moest worden gestreden, voordat de zaak +geregeld kon worden; maar ten slotte kwamen beide partijen overeen, +dat Hyllus en de kampioen onder zijn vijanden in een tweegevecht +elkander zouden ontmoeten. + +Indien Hyllus de overwinning behaalde, moest hij het koninkrijk +verkrijgen; maar indien de kampioen den strijd won, moesten Hyllus +en zijn vrienden honderd jaar lang wachten, voordat zij weer zouden +mogen trachten zich meester te maken van de kroon. Al de manschappen +van beide partijen wachtten verlangend den uitslag af; maar spoedig +waren de zonen van Hyllus van groote droefheid vervuld, daar Hyllus +gedood werd. Zij hielden getrouw hun belofte, immers noch zij, +noch hun kinderen of kleinkinderen, deden een enkele poging om het +koninkrijk te bemachtigen. Eindelijk echter was er aan het tijdperk +van honderd jaar een einde gekomen, en de drie achterkleinzoons van +Hyllus, of, zooals zij genoemd werden, de Heracliden, trokken er met +hun vrienden op uit, om de landen te herwinnen, die oorspronkelijk +aan hun geslacht hadden toebehoord. Toen was de fortuin hun gunstig, +en hun tocht wordt genoemd de terugkeer der Heracliden. + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +IN DE DAGEN DER MYTHEN, (VERVOLG). + + +Met honderden dergelijke verhalen hadden de jeugdige Grieken +geen boeken met sproken noodig, zelfs al waren dergelijke boeken +in die dagen voorhanden geweest. Maar, indien wij letten op onze +tegenwoordige jongens, dan komt het ons voor, dat de verhalen, die +zij het liefst lazen, die waren van de wonderlijke reizen, die waren +afgelegd vóór de tijden, die hun grootouders of overgrootouders zich +konden herinneren. Eén van die reisverhalen was bekend als de tocht +om de Gouden Vacht. Die gouden vacht had gehangen in een boschje in +Colchis, een landstreek, die heel ver van Griekenland was verwijderd; +en meer dan één jonge held had bij zich zelf gedacht: "Hoe gaarne zou +ik die vacht bemachtigen!" De moeilijkheid was hierin gelegen, dat +zij bewaakt werd door een vuurspuwenden draak, die nooit een enkel +oogenblik in slaap viel; en menig dapper man, die ieder oogenblik +gereed stond, om den strijd te aanvaarden tegen twee of drie, ja zelfs +tegen vier of vijf dappere krijgslieden, deinsde terug voor het gevaar, +in sintels te veranderen. + +Er was echter een jonge held, Jason genaamd, die de erfgenaam was +van een koning in Thessalië. Zijn oom Pelias was tot regent van het +koninkrijk aangesteld gedurende de jeugd van den vorst, en toen Jason, +die nu was opgegroeid tot een dapper, forsch en gespierd jongmensch, +aan het hof verscheen en zeide, dat hij gekomen was om bezit te nemen +van zijn troon, verzon zijn oom alle mogelijke listen, om een middel +te vinden, waardoor hij de regeering zou kunnen behouden. Hij deed +het voorkomen, alsof hij gaarne bereid was, van het gezag afstand te +doen. "Maar" zoo sprak hij, "gij zijt nog jong, en zoudt gij dus niet, +voordat gij de zorgen der regeering op u neemt, eerst nog eenigen +roem willen verwerven? Hoe zoudt gij het vinden, als gij u eerst +wikkeldet in de ééne of andere schitterende onderneming, zoodat uw +onderdanen nog honderden jaren na uw dood over uw grootsche daden +zouden kunnen spreken?" + +Pelias zag, hoe de oogen van Jason schitterden, en de sluwe koning +sprak toen van den tocht om de Gouden Vacht te halen, als van het +roemrijkste avontuur, waaraan een held zich kon wijden. Jason verheugde +zich in die gedachte, en begon onmiddellijk de voorbereidselen te +treffen, en een schip uit te rusten, dat vijftig man kon bevatten. Dit +was op zich zelf reeds een bewonderenswaardige onderneming, immers de +schepen uit dien tijd waren niets dan kleine kano's, die vervaardigd +werden, door boomstammen uit te hollen. Het schip werd de Argo genaamd, +naar den bouwmeester Argus, en de vijftig jongelieden, die daarin +wegzeilden, werden de Argonauten genoemd. Aan de sneb van het schip +was een stuk van een sprekenden eik bevestigd, dat Jason antwoord +zou geven, als hij in tijden van moeilijkheden om raad vroeg. + +Toen zij gereed waren, was het strand overal bezet met menschen, +die het schip wilden zien wegvaren. Natuurlijk was onder dezen ook +koning Pelias. Hij deed het voorkomen, alsof hij zeer ongerust was, +omdat zijn neef een zoo gevaarlijken tocht ging ondernemen; maar +voortdurend dacht hij bij zich zelf: "Nooit, nooit keert hij terug +en het koninkrijk zal mij toebehooren." + +De vijftig jonge mannen waren spoedig uit het gezicht, en groot +was het aantal van hun avonturen, voordat zij het Colchische rijk +hadden bereikt. Toen zij eenmaal daar waren aangekomen, ging Jason +onmiddellijk naar koning Aeëtes en vertelde hem, dat hij daar was +gekomen, om de Gouden Vacht te halen. Men moet echter weten, dat +Aeëtes, ten einde in het bezit van dien schat te komen, den vroegeren +eigenaar daarvan had doen dooden; hij was dan ook absoluut niet van +plan, de vacht af te staan. Hij was echter een even sluw heerscher +als koning Pelias; van daar dan ook, dat hij niet kortaf weigerde, +haar af te staan. "Het is billijk," zoo sprak hij tot Jason, "dat +gij mij eerst twee kleine gunsten bewijst. Indien gij daartoe bereid +zijt, hebt gij mijn toestemming, om tegen den draak te strijden en +de vacht weg te voeren." De twee kleine diensten waren, ten eerste +om twee vuurademende stieren voor het juk te spannen, en ten tweede +om de tanden te zaaien van een draak, die door Cadmus, een held, +die lang vóór dien tijd had geleefd, was verslagen. + +Evenals het geval geweest was met den Minotaurus, was hier wederom een +prinses in het spel, en wel Medea, die in liefde ontstoken was voor +den held van het avontuur; zij gaf daarom Jason een toovermiddel, +waardoor de stieren zoo zacht als lammeren werden. Zij waren dan +ook spoedig voor het juk gespannen, zoodat Jason gereed was voor de +tweede proef, het zaaien van de drakentanden. Hij wist zeer goed, +wat geschieden zou, maar toch ging hij even rustig voort, als wanneer +hij graankorrels moest zaaien. In minder tijd dan noodig was om deze +geschiedenis te verhalen, was uit iederen tand niet koren, maar een +gewapende man te voorschijn gekomen, die een oogenblik woest bleef +staan brommen en rondzag, of hij iemand kon vinden, dien hij kon +dooden. Zoodra de mannen Jason in het gezicht kregen, trokken zij +hun zwaarden en stormden woest op hem los. De prinses had hem echter +daarop voorbereid, en hem gezegd, hoe hij zich zou kunnen redden; +hij raapte dus volgens haar raad een steen op en wierp dien onder de +woedende strijders. Ieder van hen meende, dat zijn buurman hem door +den steen had geraakt, en in een ondeelbaar tijdsoogenblik waren zij +op elkander losgestormd. Binnen een minuut tijds waren allen gedood. + +Nadat Jason de vuursnuivende stieren had weten te bedwingen, zou +hij wel in staat geweest zijn, ook den draak te overwinnen, die de +Gouden Vacht bewaakte, maar hij dacht, dat het beter was dien te +besprenkelen met den tooverdrank, dien Medea had gereed gemaakt. In +een oogenblik tijds was de draak in een diepen slaap gevallen, zoodat +niets gemakkelijker was dan de vacht van den boom te halen, waaraan zij +gehangen was. Hij was te verstandig, om naar koning Aeëtes te gaan, +om afscheid te nemen; daarom haastte hij zich naar zijn eigen rijk, +zoo snel zijn roeiriemen en zeilen hem konden wegvoeren. + +Een ander oud verhaal, het meest bekende van alle, is dat van den +Trojaanschen oorlog. Die oorlog had zijn ontstaan te danken aan +Helena, de schoonste vrouw uit Griekenland. Deze had een groot aantal +aanbidders; haar vader liet deze allen een duren eed zweren, dat +alle overige aanbidders hem, dien zij zou kiezen, zouden beschermen +en in alle moeilijkheden des levens zouden bijstaan. Zij vestigde +haar keuze op Menelaüs, den koning van Sparta, en verscheidene jaren +ging alles voortreffelijk. Maar eindelijk kwam Paris, de zoon van den +koning van Troje, op Sparta, doch toen hij vertrok, nam hij Helena met +zich mede. Nu was het oogenblik voor de andere vorsten aangebroken, +om Menelaüs te helpen, maar er waren er enkelen onder, die liever +hadden willen thuisblijven. Odysseus bij voorbeeld wenschte niet +mede te gaan, en meende, dat hij zich aan den tocht kon onttrekken, +door zich als krankzinnig voor te doen. Hij spande een os en een ezel +samen voor den ploeg en begon zout te zaaien. Spoedig echter kwam zijn +bedrog aan het licht; immers toen zijn jeugdig zoontje op den grond +gelegd werd vóór den ploeg, ging hij veel te voorzichtig op zijde, +om nog langer zijn geveinsde krankzinnigheid te kunnen volhouden. + +Het duurde twee jaar, eer de schepen gebouwd en uitgerust waren; maar +eindelijk waren de schepen de zee overgestoken en hadden zij hun kamp +vóór de wallen van Troje opgeslagen. Hun aanvoerder was Agamemnon, +de broeder van Menelaüs. Negen jaren duurde de oorlog, en nog steeds +konden de Grieken Troje niet veroveren, en de Trojanen konden evenmin +de Grieken verdrijven. Aan beide zijden streden de dappersten van +alle helden, en ook de goden namen deel aan den strijd. Aphrodite +begunstigde de Trojanen, en dat wel op goede gronden, daar haar +zoon Aeneas één der dapperste verdedigers van Troje was. Bovendien +overreedde zij Ares den oorlogsgod, hen te helpen. Apollo was eerst op +de hand der ééne partij en daarna op die der andere. Athene, de godin +der wijsheid, en Hera, de echtgenoote van Zeus, haatten de Trojanen, +en in de eerste plaats Paris; immers deze had indertijd den prijs +der schoonheid toegekend aan Aphrodite, in plaats van aan één van +haar beiden. De arme Zeus had een ellendigen tijd in zijn schitterend +paleis op den Olympus, immers Aphrodite kwam telkens weenend bij hem +en smeekte hem, haar geliefden Aeneas te beschermen; doch nauwelijks +had hij haar met vriendelijke beloften getroost, of zijn vrouw Hera +wist op de ééne of andere slinksche wijze zijn oogen af te leiden van +Troje; en dan wonnen de Grieken telkens een overwinning of doodden +zij den een of anderen beroemden Trojaanschen strijder. + +Gedurende al die jaren van strijd hadden de Trojanen er nooit een +oogenblik aan gedacht, dat het mogelijk zou kunnen zijn, dat Troje +werd ingenomen, immers de stad werd beschermd door een beeld van +Athene, waarvan verhaald werd, dat het uit den hemel was gevallen. De +Grieken waren niet onkundig van het bestaan van dat beeld. Zij waren +overtuigd, dat, indien zij dat konden bemachtigen, Troje zou vallen; +en eindelijk gelukte het den listigen Odysseus en zijn vriend Diomedes, +het te stelen. Maar toch bezweek Troje nog niet en nog steeds duurde +de strijd voort. + +Na eenigen tijd begonnen de Grieken een ontzaglijk groot houten paard +te bouwen op de vlakte, die juist buiten de wallen der stad gelegen +was. Zij slaagden er in, het bericht uit te strooien, dat zij het beleg +hadden opgegeven en op het punt stonden naar huis terug te keeren; +daarna zeilden zij weg, doch lieten het groote houten paard achter. + +De Trojanen konden niet ontdekken, met welk doel de Grieken dat +reusachtige gedierte hadden gebouwd; terwijl zij daarover druk aan het +redeneeren waren, en het stonden aan te gapen, brachten eenige herders +een jongen Griek, Sinon genaamd, dien zij hadden gevangen genomen, +in de stad. Hij vertelde een droevig verhaal. Hij zeide namelijk, dat +Odysseus hem haatte, en den Griekschen waarzegger had overgehaald te +verkondigen, dat hij moest worden ter dood gebracht als een offer voor +hun veiligen terugkeer naar Griekenland. Hij was ontsnapt en had zich +in een moeras verborgen gehouden totdat de Grieken vertrokken waren. + +De Trojanen waren van nature vriendelijk voor iedereen, die door +Odysseus werd gehaat. Koning Priamus beval, dat hij onmiddellijk +van zijn boeien zou worden bevrijd, en overreedde hem de Grieken +te vergeten en een Trojaan te worden. "Maar vertel ons, waarom dat +reusachtige paard gebouwd is," zoo sprak hij; en Sinon deelde mede, dat +het een offer aan Athene was, omdat zij vertoornd was op de Grieken, +daar zij met bloedige handen haar beeld hadden aangeraakt. "Het is +zóó groot gemaakt, dat het onmogelijk door de poorten uwer stad kan +worden getrokken," legde hij den koning uit, "immers de Grieken weten, +dat het, indien het eenmaal binnen de muren der stad zou zijn gekomen, +u zou beschermen, en dat de overwinning door de Trojanen zou worden +behaald, in plaats van door de Grieken. + +De Trojanen geloofden ieder woord, dat door Sinon werd gesproken. Zij +bonden touwen vast aan het reusachtige gevaarte en begonnen het naar +de stad te trekken. Zelfs haalden zij een deel der stadsmuren neer, +om het paard een doorgang te verschaffen. In dien nacht opende de +verraderlijke Sinon een deur in het lichaam van het paard, en een +aantal gewapende Grieken, die daar binnen verborgen waren, lieten +een touw neer en lieten zich onder doodsche stilte op den grond +afzakken. De Trojanen waren in slaap, en het was een zeer gemakkelijk +werk, de wachten te dooden en de poorten voor de overige Grieken +open te werpen; immers zij waren niet naar Griekenland weggezeild, +maar hadden zich alleen verborgen gehouden achter een klein eiland, +dat op enkele mijlen van Troje verwijderd was. + +Dit is het beroemde verhaal van den val van Troje of Ilium. Het +is ons overgeleverd in een groot episch gedicht, de Ilias, en wij +kunnen het lezen in dezelfde bewoordingen, waarin het bij de Grieken +bekend was. De Ilias verhaalt ons die geschiedenis tot aan den dood +van Hector, een dapper Trojaansch krijgsman, die door Achilles werd +gedood; maar het verhaal van het reusachtige houten paard is tot +ons gekomen uit een ander heldendicht, de Aeneïs, dat vervaardigd +is door den Latijnschen dichter Virgilius. De Grieken meenden, dat +de Ilias vervaardigd was door een blinden dichter, Homerus genaamd, +die geboren was op het eiland Chios, en die het land doortrok, zijn +gedichten voordragend of zingend. Hij was een bedelaar, maar toch was +hij een welkome gast in het huis van iederen aanzienlijken Griek, +immers op de feesten kon hij spelen op zijn harp met vier snaren +en zingen van de bewonderenswaardige daden uit den ouden tijd. Hij +vervaardigde ook een tweede heldendicht, de Odyssee, dat verhaalt van +de zwerftochten van Odysseus; immers het jonge kind, dat vóór den ploeg +was gelegd, was opgegroeid tot een stevigen en rijzigen jongeling, +voordat de goden den held hadden toegestaan, naar zijn huis terug +te keeren. Odysseus had de meest wonderlijke avonturen. Hij bezocht +het land der Lotos-eters of Lotophagen. Zij die van de Lotosplant +aten, vergaten alles van hun huis en hun vrienden, en Odysseus moest +enkelen van zijn manschappen, die er van gegeten hadden, met geweld +wegsleepen. Hij werd in een hol opgesloten door één der Cyclopen; +hij vertoefde een tijdlang op het eiland der toovenares Circe, +die menschen in dieren veranderde; met de grootste voorzichtigheid +zeilde hij door tusschen de twee monsters, Scylla en Charybdis. Eén +der zeenimfen beloofde hem de onsterfelijkheid, als hij slechts zijn +woonplaats wilde vergeten en op haar eiland wilde achterblijven, maar +hij verlangde vurig naar zijn vrouw en zijn zoon op het eiland Ithaca, +en eindelijk gelukte het hem, zijn weg daarheen te vinden. Hij maakte +zich aan zijn zoon bekend, en samen straften zij de vrijers, die zijn +bezittingen hadden verkwist en zijn echtgenoote waren lastig gevallen. + +Die oude verhalen zijn de moeite wel waard, gekend te worden, omdat +het zeer schoone en dichterlijke verhalen zijn; maar bovendien ligt +aan ieder dier verhalen een spoor van waarheid ten grondslag. De +geest der Grieken was rijk aan een dichterlijke fantaisie; het +was, bij voorbeeld, gemakkelijk, de herinnering aan een warmen, +drogen zomer, die in een donderbui eindigde, om te werken tot het +verhaal van Phaëthon; of het verhaal van den een of anderen tocht van +zeeroovers om te werken tot het poëtische verhaal van den tocht der +Argonauten. De geschiedenis van Theseus beteekent waarschijnlijk, +dat op zekeren tijd door de Atheners aan Creta een schatting moest +worden betaald. De terugkeer der Heracliden moet slaan op de tijden, +toen de Doriërs tot in den Peloponnesus doordrongen en een groot +gedeelte van dat schiereiland in hun bezit kregen. + +Zelfs met behulp van deze verhalen, weten wij op verre na niet zooveel +van de oude geschiedenis van Griekenland als wij wel zouden willen. Wij +kunnen echter bijna zeker zijn van enkele feiten en wel: + +Dat de Grieken behoorden tot het Arische ras, dat toen leefde +in Centraal-Azië; dat zij in kleine troepen van landverhuizers +in Griekenland kwamen; dat zij in vier stammen verdeeld waren, +de Aeoliërs, Doriërs, Joniërs en Achaeërs; dat de Doriërs in den +Peloponnesus binnendrongen en een groot aantal Achaeërs verjoegen; +dat die Achaeërs hun weg richtten naar het noorden en de Aeoliërs +verdreven, die daarna de Aegeïsche Zee overstaken en koloniën stichtten +op de kusten van Klein-Azië; dat zij gevolgd werden door de Joniërs, +en eindelijk door enkele Doriërs, die geen voldoende plaats vonden +in den Peloponnesus; dat er gedurende honderden jaren voortdurend +met enkele tusschenpoozen gestreden werd tusschen Griekenland en +Klein-Azië, totdat Griekenland ten slotte veroverd werd door Philippus, +den koning van Macedonië. De verovering geschiedde echter eerst drie +eeuwen vóór Christus. + + + + + + +HOOFDSTUK III. + +HOE DE OUDSTE GRIEKEN LEEFDEN. + + +Zooals wij hebben opgemerkt, weten wij niet veel van hetgeen in +Griekenland in de oudste tijden gebeurde, welke oorlogen de Grieken +voerden of welke volksstammen zij overwonnen. Wij weten wel echter, +hoe zij leefden, hoe zij zich vermaakten, en wat zij over verschillende +onderwerpen dachten; en dit is toch veel merkwaardiger en belangrijker +dan het overige. + +Indien gij het huis van één der Grieksche vorsten uit de oudste +tijden waart binnengetreden, dan zoudt gij eerst gekomen zijn aan een +hoogen, dikken steenen muur met een stevige, openslaande deur. Als +de deur was opengeslagen, en gij in den hof waart binnengestapt, zou +een groote hond uit zijn hok zijn gesprongen, om te zien, of hij, +even goed als zijn meester, van oordeel was, dat gij mocht worden +toegelaten. Als de meester een vermogende vorst was, kon het zijn, +dat hij geen werkelijken hond had, maar het beeld van een hond, +van goud of zilver vervaardigd. + +Dicht bij de poort stonden steenen banken, gebeeldhouwd en gepolijst, +waarop men kon gaan zitten praten. Verder op in den hof waren stallen +voor de paarden en de ossen, en voor de wagens, en evenzoo plaatsen +voor zwijnen, ganzen en schapen. De hof was groot genoeg voor +een tuin en zelfs voor een boomgaard met peren- appel- vijgen- en +olijfboomen. In werkelijkheid was het huis met zijn hof en stevigen +muur als het ware een versterkt dorp. Er was natuurlijk ook een +fontein; en door den overvloed aan water, de kudden kleinvee en +runderen, en het graan, dat in voorraadschuren was opgehoopt, kon +zulk een plaats een langdurig beleg uithouden, zonder dat er sprake +was van uithongeren. + +De woning zelf bevatte gaanderijen en pilaren en een aantal +vertrekken. Er was nog een tweede verdieping, en daar was een +voorraadkamer, waar de schatten van den vorst werden bewaard. Daar +was geen geld in; immers de oude Grieken hadden geen gemunt geld; +zij telden de waarde hunner bezittingen in ossen. Een slaaf was bij +voorbeeld van vier tot twintig ossen waard. Er was echter overvloed +aan edele metalen in andere vormen dan geld; immers er waren vazen, +kommen, bekers en schotels van stevig goud en zilver. Zij hadden +sierlijke en schoone vormen, immers de Grieken schepten er zóózeer +behagen in, om alles om zich heen liefelijk voor het oog te hebben, +dat zelfs het meest gewone aarden vat dikwijls een rand had, die schoon +genoeg was voor een zilveren vaas; somtijds was er een dans van faunen +op geschilderd of een wedloop, of Jason met zijn vijftig metgezellen, +op het punt de Gouden Vacht te gaan halen. In die voorraadkamer waren +eveneens groote houten kisten, versierd met goud, zilver en ivoor, en +in die kisten werden kostbare kleederen en mantels en vloerkleeden en +fijn linnen en geweven dekkleeden voor de banken en bedden bewaard. Er +waren verschillende soorten van armbanden en halskettingen; en, +wat nog meer waard was dan al die kostbaarheden, er werden daarin de +zwaarden en speren en messen en bogen en pijlen bewaard, waarmede de +vorst en zijn manschappen hun schatten beschermden, indien de woning +door vijanden werd aangevallen. Het metaal, waarvan de wapenen gemaakt +waren, was somtijds brons en somtijds koper; maar het koper was op +de ééne of andere wijze, die wij niet kennen, hard gemaakt. + +De vorsten, die in zoodanige huizen woonden, hadden slaven, van wie +sommige in den oorlog waren gevangen genomen en andere uit hun huizen +waren geroofd; maar de meesters ontzagen zich evenmin met eigen handen +te werken als de arme lieden, die in hun hutten leefden. Homerus +verhaalt ons, dat de koninklijke Odysseus zijn eigen legerstede +vervaardigde; en één van de aardigste verhalen van den dichter is +dat van de schoone jonge prinses Nausicaä, die uittrekt met hare +vriendinnen en een mand met voedsel naar den oever der rivier, om +hare kleederen te wasschen, en om daarna met hare vriendinnen met den +bal te spelen, even vroolijk en uitgelaten als ieder ander meisje, +dat niet van vorstelijken bloede was, dat zoude doen. Het is jammer, +dat wij onmogelijk kunnen nagaan, wat was medegenomen in die mand, +die, zooals Homerus het uitdrukte, "alle soorten van voedsel bevatte, +die het hart begeert." Er moeten lekkernijen in zijn geweest, die +uitsluitend bereid waren, om de jonge meisjes te bekoren, immers zelfs +op de groote feesten schenen er niets dan de eenvoudigste spijzen te +worden opgedischt, nauwelijks iets anders dan brood en vleesch. De +Grieken begeerden evenmin als eenig ander volk honger te lijden; maar +als zij naar een feest gingen, dachten zij minder aan de spijzen, +die hun zouden worden voorgelegd, dan aan de medegasten, met wie zij +onderhoudende gesprekken konden voeren. + +Indien het ons mogelijk was, een blik te slaan op één van hun +feestmalen, zouden wij een vertrek zien, vol met gasten, en met +bedienden, die daar kleine tafeltjes zouden plaatsen, die niet meer +ruimte aanboden dan voor één persoon. Voor ieder dier tafeltjes werd +een stoel geplaatst, en de gasten namen hun zitplaatsen in. Daarna +werden groote stukken vleesch binnengebracht, en vóór den voorsnijder +geplaatst, die het vleesch in heel kleine hapjes sneed, wat inderdaad +een hoogst noodzakelijk iets was, immers in die dagen had men nog +geen vorken, zoodat men de spijzen in de handen moest nemen en zoo +aan den mond moest brengen. Voor ieder der gasten werd een schotel met +vleesch geplaatst, en daarna werden manden met brood rondgegeven. De +dranken bestonden uit wijn, maar dikwijls werd in den beker driemaal +zooveel water als wijn geschonken. De wijn werd eerst geboden aan +de oudsten der gasten, zelfs al was hij slechts een gewoon burger, +en al waren er jonge prinsen onder de gasten. Het werd als iets +onbehoorlijks beschouwd te veel te drinken; immers de Grieken +hadden een grooten afschuw van een dronken man, en niets werd als +een grooter beleediging beschouwd dan iemand te verwijten, dat hij +te veel wijn had gedronken. Natuurlijk was ook de zanger aanwezig, +en hij was steeds een hoogst welkome gast. Homerus beschrijft zijn +ontvangst in de volgende bewoordingen: + +"De dienaar kwam nader en leidde den gevierden zanger binnen. De +muze had hem zeer lief gehad en had hem goed en kwaad geschonken: +zij had hem het gezicht benomen, maar had hem den heerlijken zang +geschonken. Pontonöus plaatste voor hem onder de feestgenooten +een zetel met zilveren knoppen beslagen, die steunde tegen een +hoogen pilaar, en hing de schoon gestemde lier aan een pen boven +zijn hoofd, en de dienaar wees hem, hoe hij er met zijn handen bij +kon komen. Naast hem plaatste hij een mandje en een schoone tafel, +en daarop zette hij een beker wijn om te drinken, zoo dikwijls zijn +gemoed hem daartoe aandreef." + +Indien een vreemdeling verscheen en om voedsel vroeg, werd hij als een +vriend behandeld, en niemand vroeg er naar, wie hij was of waarheen +hij ging, voordat hij gegeten had van alles wat hij begeerde. Zelfs +als iemands ergste vijand aan zijn deur kwam met een olijftak in +zijn hand, of het huis binnentrad en aan den haard nederknielde, +moest hem voedsel en een beschutting worden verleend, en niemand +mocht hem eenig nadeel berokkenen. + +De kinderen uit den ouden Griekschen tijd gingen niet naar +school. Waarom zouden zij naar school gaan, als de voornaamste plicht +van een meisje was, te leeren de huishouding te besturen zooals haar +moeder dat deed; en van een jongen, te leeren, hoe hij later het werk +zou kunnen doen, dat nu zijn vader deed? Daarom ging het meisje met de +moeder het huis rond, en leerde zij, hoe dit moest worden bestuurd en +hoe zij de slaven en slavinnen kon leeren, op welke wijze zij hun werk +moesten verrichten. Zij moest natuurlijk leeren spinnen en weven, en +ook zingen en dansen. Ook de jongens moesten leeren zingen en dansen; +maar zij moesten ook leeren zorgen voor de kudden groot en klein vee, +zij moesten het land leeren bebouwen en de wapenen hanteeren. Het +was volstrekt niet noodig, lezen of schrijven te leeren, want er +was weinig of niets te studeeren. De geheele rekenkunde bestond +uit het tellen van het aantal dieren, die men te verzorgen had. De +geschiedenis bestond alleen uit mythen en legenden, die niet moeilijker +te onthouden waren dan de meeste sprookjes. Ook de aardrijkskunde +moet op de Grieksche jeugd uit die dagen den indruk hebben gemaakt van +een sprookje; immers de oude Grieken waren van meening, dat de aarde +een vlakte was, waar omheen de Oceaan, een breede rivier, voortdurend +stroomde. Aan gene zijde van dien stroomenden oceaan was duisternis, +en ook een ongehoord aantal vreeselijke monsters. De hemel boven +hen bestond uit twee reusachtige koepels; de ééne, die helder was, +was over dag boven het hoofd; de donkere sloot des nachts het licht +uit. De Grieksche kinderen kenden natuurlijk ook verschillende spelen, +en sommige kwamen overeen met die, welke tegenwoordig nog gespeeld +worden. Eén dier spelen heette het "vijfsteentjesspel". Daarbij wierp +het kind vijf steentjes in de hoogte en trachtte zooveel mogelijk +daarvan op de buitenzijde van zijn hand op te vangen. De steentjes, +die op den grond vielen, mocht hij oprapen, maar dan mocht hij de +andere niet weer laten vallen. + +De Grieken genoten van het leven, en beschouwden den dood als het +einde van al hun genoegens. Zij geloofden in de onsterfelijkheid van +den mensch, maar zij verwachtten niet, in het leven hier namaals +gelukkig te zijn. Groote helden werden wel is waar overgebracht +naar een prachtige plaats, de Elyseesche velden genaamd, die ver in +het westen gelegen waren, dicht bij den stroomenden oceaan. Homerus +zeide er van: "Daar is geen sneeuw, geen lange winter, geen regen; +maar de stroomende oceaan zendt den luidklinkenden en hardblazenden +westenwind, om de menschen koelte te brengen." Daar bleven de helden +zich bezighouden met alles, waarmede zij op aarde zich het liefst +hadden beziggehouden, en daar genoten zij alle mogelijke genoegens; +maar een zoodanig geluk was de gewone menschen niet beschoren. Zij +verwachtten, dat zij gezonden werden naar een droevige en sombere +plaats, de Hades genaamd. Daar zouden zij zich het licht der zon +blijven herinneren, en er naar verlangen, dat licht terug te zien; +zij zouden zich hun vrienden en woonplaatsen voor den geest halen, +maar als het ware slechts in een droom. Niets zou wezenlijk schijnen, +en alles zou zich somber en vreugdeloos voordoen. Zij zouden daar +eeuwig ronddwalen als schimmen in de sombere schemering, en daar +niets te hopen, niets te genieten hebben. + +Daar dus de Grieken geen geluk na den dood verwachtten, verlangden +zij er des te meer naar, zooveel mogelijk te genieten tijdens +hun leven. Zij meenden, dat de goden de macht hadden, hun alles te +schenken wat zij wenschten, als ten minste de schikgodinnen het niet +verboden; daarom aanbaden zij haar, ten einde gunsten voor zich zelf +te verwerven. Niet dikwijls dachten zij zich de goden als wezens beter +dan de menschen, maar alleen als wezens, die machtiger waren dan de +stervelingen. Ouders zeiden niet tot hun kinderen: "Zeus is goed, en +daarom moet gij uw best doen hem te evenaren"; maar wel zeiden zij: +"Zeus kan u alles schenken wat gij wenscht, en daarom moet gij hem +offers brengen." Zij waren overtuigd, dat de ééne godheid de macht +had, te zorgen, dat men veilig van een lange reis terugkeerde; dat +een andere godheid herstel van een ernstige ziekte kon schenken; een +andere de overwinning over vijanden; en daarom baden zij tot dien god, +van wien zij het 't waarschijnlijkst achtten, dat hij juist die gunst +zou verleenen, die zij begeerden. + +Het was een hoogst gewichtige vraag, hoe zij de goden konden behagen +en aldus hun wenschen vervuld konden zien. De Grieken, die leefden +in de dagen, waarin Homerus geacht werd zijn heldendichten te hebben +gezongen, plachten samen te spreken van de gouden tijden, toen de goden +onder hen wandelden, en hun wel is waar somtijds leed berokkenden, +maar hen dikwijls van goeden raad dienden en hen hielpen. Zij wisten, +dat zij niet meer konden verwachten goden en godinnen te ontmoeten, +als zij in de bosschen rondwandelden, en dus waren zij verplicht, +om de bevelen en gedachten der goden te leeren kennen, te letten op +teekenen en wenken der goden. Als een offer aan Zeus gebracht werd, +dan beteekende het neerdalen van een bliksemflits, dat hij zich +in het offer verheugde en het gebed zou verhooren. Een plotselinge +storm was een teeken, dat Zeus vertoornd was. Vogels, die hoog in de +lucht opvlogen, zouden naar hun meening de geheimen der goden hebben +geleerd; van daar dan ook, dat de vlucht der vogels met groote zorg +werd nagegaan. + +Er was echter een zekerder middel om den wil der goden te leeren +kennen, en dat was, door een orakel te gaan raadplegen, of een plaats +door de goden uitgekozen om hun wil bekend te maken. Er waren in +Griekenland een aantal orakels, die meestal gelegen waren in woeste, +onherbergzame en sombere streken, in de diepten van een bosch +of te midden der moeilijkst te beklimmen rotsen of in de diepste +afgronden. Het oudste orakel was dat van Zeus, in de nauwe vallei +van Dodona in Epirus. Ieder die dat orakel wenschte te raadplegen, +begon met giften te schenken aan de priesters. Zij droegen offers +op, en luisterden dan toe, om te hooren, welk antwoord zou gegeven +worden. De eenige geluiden, die werden gehoord, waren het gekir der +duiven, het ruischen van den wind tusschen de takken der heilige eiken, +of het gemurmel der beken aan hun voet; maar de priesters beweerden, +dat zij die geluiden konden verstaan en verklaren. Er was geen vraag +zóó gewichtig, of zij kon in Dodona worden beantwoord, en evenmin was +eenige vraag daartoe te onbeduidend. Men verhaalt zelfs, dat Heracles +naar Dodona is gegaan, om te vragen, wanneer zijn moeilijkheden tot een +einde zouden komen; maar aan den anderen kant is het verhaal bekend +van dien bezorgden huisvader, die ging vragen, of zijn verdwenen +dekens en kussens verloren waren gegaan of gestolen waren. + +Het beroemdste orakel was dat van Apollo, te Delphi in Phocis. Hier was +een diepe kloof in de rotsen van den Parnassus, en uit een spleet kwam +een bedwelmende damp naar boven. De priesteres was op een drievoet +gezeten, die over die spleet was geplaatst, en spoedig maakte het +ontwijkende gas haar half bewusteloos. Zoodra dit het geval was, +letten de priesters op al haar geprevel, en verklaarden dit aan hem, +die gekomen was, om het orakel te raadplegen. + +Die priesters moesten heel wat geleerd hebben van alles wat er in de +wereld omging; hun antwoorden toch waren buitengewoon spitsvondig en +geslepen. Zij waren bijzonder bekwaam in het geven van hun antwoorden +in zóódanige bewoordingen, dat die antwoorden zeer verschillend +konden worden opgevat; en als de uitkomst niet overeenkwam met de +verwachting van hem, die het orakel had geraadpleegd, konden zij +altijd zeggen, dat het zijn eigen schuld was, daar hij het antwoord +niet goed had opgevat. Zoo, bij voorbeeld, vroeg Croesus, de koning +van Lydië: "Als ik een inval doe in Perzië, zal ik dan slagen in mijn +onderneming?" Het antwoord luidde : "Als gij een inval doet in Perzië, +zult gij een machtig rijk te gronde richten"; en dit was inderdaad het +geval, maar het was zijn eigen rijk, en niet, zooals hij verwacht had, +het Perzische rijk. Zoo was ook eens de vraag aan het orakel gesteld: +"Is er iemand in de wereld, wijzer dan Socrates?" en het antwoord +luidde: "Neen." Toen de wijsgeer daarover een tijd lang had nagedacht, +zeide hij: "Het orakel heeft gelijk. Niemand onzer weet, wat werkelijk +goed en fatsoenlijk is, maar ik zie mijn onkunde in, terwijl dit bij +anderen niet het geval is; daarom ben ik verstandiger dan deze." + +Overal waar een orakel was, was ook een tempel gebouwd. Smeekelingen +waren gewoon rijke geschenken aan die tempels te brengen, en daardoor +waren deze zeer rijk; dit was vooral het geval te Delphi. Alle Grieken +beschouwden die orakels als heilig, en ten einde te vermijden, dat +die tempels, met hun grooten rijkdom aan schatten, schade zouden +lijden, begonnen groepen van steden zich te vereenigen, om in +staat te zijn, die tempels te beschermen, als de noodzakelijkheid +daartoe zich voordeed. Die genootschappen werden "Amphictyonen" of +"groepen naburen" genoemd. De Delphische amphictyone was, zooals +ook te verwachten was, de sterkste van alle. Deze was samengesteld +uit twaalf stammen, die alle woonden ten noorden van de landengte +van Corinthe. Zij waren overeengekomen den tempel van Apollo te +Delphi te beschermen, en iedereen te bestraffen, die zou trachten de +schatten uit dien tempel te stelen. Zij droegen eveneens zorg voor +de wegen, die naar den tempel leidden; en als iemand het waagde de +smeekelingen te hinderen, die op weg daarheen waren, had hij met de +geheele Delphische amphictyone rekening te houden. In weerwil van die +verbintenis behielden de stammen toch het recht, elkander, zoo zij +dit verkozen, te beoorlogen, maar zij verbonden zich onderling, om, +als zij met elkander in oorlog waren, elkanders steden niet te zullen +verwoesten, of niet te zullen trachten, die steden van stroomend +water af te snijden; dit was trouwens een belangrijke vooruitgang +in vergelijking met de gewone wijze van oorlog voeren in die dagen, +toen men meende, dat ieder middel, om een vijand te overwinnen, +gewettigd en gewenscht was. + +De Amphictyonen droegen er veel toe bij, dat de Grieken het gevoel +hadden, van één en hetzelfde ras te zijn, en dat zij, zelfs wanneer +zij twistten, toch tot dezelfde familie behoorden. Dit gevoel werd +nog hierdoor versterkt, dat zij dezelfde taal spraken. Een andere +band, die hen veel steviger onderling verbond dan met de "barbaren", +waren de "spelen", waarin alleen Grieken mochten mededingen. Zelfs +in de dagen van Homerus, en niemand weet hoeveel vroeger reeds, +geloofden de Grieken, dat de goden met genoegen toeschouwers waren bij +athletische spelen; en daarom waren bij alle eenigszins uitgebreide +feesten ter eere van een godheid, de kampspelen even belangrijk als +de offers. Vier van die feestelijke spelen werden beroemd, en de +spelen, te Olympia gehouden ter eere van Zeus, waren het beroemdst +van alle. In latere tijden werden, zooals wij in een volgend hoofdstuk +zullen uiteenzetten, verschillende soorten van wedstrijden gehouden, +maar de wedloopen waren altijd de gewichtigste gebeurtenis; in de +vroegste tijden waren zij zelfs de eenige wedstrijden. In het jaar +776 vóór Christus begonnen de Grieken de namen der overwinnaars op +te teekenen. Met dien datum eindigen de mythische tijden, en van die +periode af dagteekent de werkelijke geschiedenis van Griekenland. + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +HOE DE SPARTANEN MACHT VERKREGEN. + + +Indien de aardrijkskundige toestand van Griekenland anders geweest +was, zou ook de geschiedenis der Grieken zich geheel anders +hebben ontwikkeld dan inderdaad het geval is geweest. Het land was +samengesteld uit rijen bergen en onzichtbare valleien. Het was niet +gemakkelijk, die bergen over te trekken, en daarom waren er bijna +evenveel nietige rijkjes als er valleien waren. De bevolking van ieder +dier valleien had haar eigen landje en haar eigen zeden en gewoonten +lief, en de Grieken zouden tevreden geweest zijn te huis te blijven, +als de zee er niet was geweest; maar deze omspoelde Griekenland aan +drie kanten, haar weg zoekend naar het binnenland in scherpe nauwe +inhammen. In welke richting zij zich ook bewogen, zij waren nooit +meer dan ongeveer zeventig kilometers van den oceaan verwijderd. De +valleien riepen hun "halt" toe, maar de oceaan lokte hen steeds aan, +verder te gaan. + +Er waren niet veel goede havens op de westkust van Griekenland, maar +er waren er verscheidene op de oostkust. Bovendien, als de Grieken op +de oostkust stonden en over het water heenzagen, konden zij dichtbij +en in de verte eilanden zien, die ieder afzonderlijk haar tot een +bezoek uitlokten. Als zij het ééne eiland bereikt hadden, waren er +altijd weer andere, die iets verder verwijderd waren; het was dus +voor hen uiterst gemakkelijk, hun weg te vinden over de Aegeïsche +Zee naar Klein-Azië. Er was dus aan den éénen kant reden, waarom de +Grieken niet hun geheele land, maar iedere stam zijn eigen hoekje +moet hebben lief gehad; en aan den anderen kant, waarom zij er lust +in gehad moesten hebben, reizen te maken en koloniën in andere landen +te vestigen, en voornamelijk in oostelijke richting. + +Griekenland was een bijzonder mooi land. De zee was blauw en fonkelend; +de bergen waren niet altijd bedekt met groene wouden, maar de harde +gesteenten der bergtoppen teekenden zich scherp en duidelijk in rood +en grijs tegen de lucht af. De rivieren stroomden snel, en verdwenen +dikwijls in de diepte uit het gezicht in een kloof of onderaardschen +doorgang, en kwamen weer in de ééne of andere min of meer verwijderde +plaats borrelend te voorschijn. Het is dus niet te verwonderen, dat de +Grieken die rivieren als levende wezens voorstelden, en gewoon waren +offers te plengen bij het bouwen van een brug, opdat de stroomgod +niet vertoornd mocht worden. In sommige gedeelten van het land vond +men prachtige oude bosschen met eiken-, beuken- en kastanjeboomen; +er waren olijf- en vijgeboomen; er waren verschillende soorten +van bloemen, rozen, violen, krokussen, geraniums, narcissen, +heliotropen en anemonen. Langs de rivieren groeiden oleanders; +niet kleine heestertjes, maar echte boomen, met hun rooskleurige +bloesems weerspiegelden zich in het water. Dat alles was zóó schoon, +dat het in de Grieken den zin voor schoonheid op natuurlijke wijze +ontwikkelde. In Attica hield een rij bergen de koude der noordenwinden +tegen, terwijl de zeewind uit het zuiden en het oosten het land in +den zomer koeler en in den winter warmer maakte. Een groot gedeelte +van Griekenland had evenals Attica een helderen, schitterenden hemel, +en was warm genoeg, om de bevolking in staat te stellen, het grootste +gedeelte van hun tijd buitenshuis door te brengen. + +Het is dus niet te verwonderen, dat de Doriërs, die ver in het noorden +woonden, van dat prachtige land hoorden, en vurig begeerden daar +te wonen; zij trokken dan ook naar het zuiden, om het te ontrukken +aan de bevolking, die het in bezit had, namelijk de Achaeërs en de +Joniërs. Dit is de beteekenis van het verhaal omtrent den terugkeer +der Heracliden. De Achaeërs en de Joniërs waren niet sterk genoeg, om +de Doriërs te verdrijven; van daar, dat velen van hen hun vaderland +verlieten en kolonies stichtten op de kusten van Klein-Azië en de +in de nabijheid daarvan gelegen eilanden. Dit geschiedde niet in +eens; het proces duurde een reeks van jaren voort. Ten slotte kwamen +berichten uit Griekenland terug, dat de landen, waar de kolonisten +heengegaan waren, zelfs nog vruchtbaarder waren dan de Peloponnesus; +en van dien tijd af begonnen zelfs sommige Doriërs koloniën te stichten +op de kust van Klein-Azië en in Creta. + +Toen de Doriërs in den Peloponnesus kwamen, bevonden zij zich in +een vrij moeilijken toestand. Zij waren krachtig, onverschrokken en +oorlogszuchtig, en zij slaagden er in, een groot aantal koloniën te +stichten; maar het aantal oorspronkelijke kolonisten was tienmaal zoo +groot als hun eigen getal. De voornaamste stad der Doriërs was Sparta +in Laconië, maar zelfs nadat zij het land hadden veroverd, waren +zij in voortdurend gevaar voor de oude bewoners. Er waren van deze +twee soorten: de Perioeki, wien wel werd toegestaan hun bezittingen +te houden, maar die niets hadden in te brengen op het gebied van +wetgeving; en de Heloten, of slaven. Men zegt, dat de Heloten behoord +hadden tot de stad, die het langst den strijd tegen de Spartanen had +volgehouden, en dat de veroveraars in hun toorn verklaard hadden, +dat de Heloten ten eeuwigen dage slaven zouden zijn. Die Heloten +haatten hun meesters zóózeer, dat de bevolking van Sparta placht te +zeggen: "Een Heloot zou met alle genoegen een Spartaan rauw willen +opeten." De Spartanen waren van hun kant blijde, dat zij slaven +voor hun werk hadden; maar zij waren altijd eenigszins bevreesd, +dat de Heloten zich tegen hen zouden vereenigen, en zij aarzelden +geen oogenblik, iedereen ter dood te brengen, van wien zij meenden, +dat hij een leider van het volk zou kunnen worden. + +Laconië was een land, dat gemakkelijk kon worden verdedigd, immers +er waren bergen aan de oost- noord- en zuidzijde. Aan de oost- en de +noordzijde waren er slechts twee of drie passen, waardoor een leger +zonder groote moeilijkheid kon worden gevoerd, en aan de westzijde +lag het veroverde land Messenië. Sparta was dus een natuurlijke +vesting. Toch waren de Spartanen slechts een kleine volksstam te midden +van vijanden, en de vraag was, hoe zij er voor konden zorgen, dat zij +zeker waren, nooit door hun naburen te kunnen worden overvallen. Zij +kwamen tot de overtuiging, dat daartoe slechts één weg openstond, en +wel als zij den geheelen volksstam tot één leger maakten. Natuurlijk +hadden de Grieken, wier verbeeldingskracht zoozeer ontwikkeld was, +een verhaal, hoe dit in zijn werk was gegaan. Zij zeiden, dat in den +eersten tijd hunner geschiedenis een zekere Lycurgus benoemd was tot +voogd over hun koning, die toen nog in de kinderjaren verkeerde. Het +volk bewees hem zóó hooge eer, dat zijn vijanden ijverzuchtig werden +en het gerucht verspreidden, dat hij voornemens was de kroon te +bemachtigen. Hij was daarover verontwaardigd en zeide tot het volk: +"Ik zal het land verlaten en wegblijven totdat de koning volwassen +is." Hij had zijn vaderland echter lief, en gedurende al de jaren, +die zijn ballingschap duurde, bezocht hij verschillende rijken, +om na te gaan hoe zij hun macht hadden verkregen of waardoor zij +verzwakt waren. Telkens weder, en wel met korte tusschenpoozen, zonden +de Spartanen boden naar hem toe, die er op aandrongen, dat hij zou +terugkeeren; ten slotte gaf hij aan dien aandrang gehoor, zijn geest +vol plannen, hoe hij zijn land machtig zou kunnen maken. Onderweg +was hij ook in Delphi geweest en had hij Apollo gevraagd, of hij wel +bekwaam genoeg was om voor zijn volk verstandige wetten te maken. Het +antwoord luidde: "De wetten, die gij van plan zijt te maken, zullen de +beste zijn in de geheele wereld." Natuurlijk hield hij dit niet geheim, +en toen hij Sparta bereikte, vond hij daar een groot aantal menschen, +die bereid waren alles wat hij voorstelde goed te keuren. De koning, +die bij zijn vertrek nog een kind was, was volwassen geworden en had +den troon in bezit genomen, of liever de helft van den troon; immers +het was bij de Spartanen de gewoonte, twee koningen te hebben. Deze +instelling schijnt niet veel practisch nut te hebben gehad; de ééne +koning toch was veel te zachtzinnig en te toegevend, en kon er niet +toe komen, misdadigers te straffen; het gevolg was, dat beide koningen +het nooit met elkander eens waren, en zoo werd hun macht met den +dag geringer. Zij hoopten, dat Lycurgus die macht zou versterken, +en daarom heetten zij hem hartelijk welkom. Het geheele stadje was +daarna in gespannen verwachting, wat de wijze man zou doen. + +Ten eerste liet hij een senaat, uit dertig leden bestaande, +kiezen. Zij werden genomen uit de oudere mannen en werden voor hun +leven gekozen. Vijf ephoren of opzichters (dwarskijkers) werden +eveneens gekozen, doch vervulden hun betrekking slechts gedurende +één jaar. In hun hand was in werkelijkheid het bestuur van den staat +gelegen, want zij konden zelfs de koningen tot verantwoording roepen, +zoo dikwijls zij dit noodig achtten; in belangrijke gevallen traden +zij als rechters op; en zij beslisten, of er oorlog of vrede zoude +zijn. De koningen waren leden van den senaat, en in oorlogstijden +stonden zij aan het hoofd van het leger. Zij hadden slechts weinig +minder macht dan de overige senatoren, maar zij moeten een veel +rustiger leven gehad hebben dan vóór den terugkeer van Lycurgus, +immers nu wisten zij volkomen, wat zij konden doen, en begrepen, +dat zij steun zouden krijgen, als zij dat deden. + +Daarna hield Lycurgus zich bezig met een verdeeling van het land in +gelijke deelen onder de burgers. Na veel onderhandelingen stemden zij +daarin toe; maar toen hij voorstelde, het goud en zilver op dezelfde +wijze te verdeelen, verzetten de rijkere burgers zich daartegen. Zij +hadden echter een heerscher, die wist hoe hij op de ééne wijze kon +verkrijgen wat hij wilde, als hij het niet op een andere wijze +kon gedaan krijgen; en hij vaardigde eenvoudig een besluit uit, +dat goud en zilver niet langer als geld zouden gerekend worden, +maar dat daarvoor in de plaats ijzer zou worden gebruikt. Voor dat +ijzer kon slechts weinig worden gekocht, immers de heerscher met zijn +verzienden blik had er de hardheid aan ontnomen, zoodat het voor het +dagelijksch gebruik ongeschikt was; en het was evenmin een bijzonder +practische soort van schat om op te sparen, daar het zóó goedkoop was, +dat men een bijzonder ruim vertrek niet volkomen kon vullen met een +waarde van slechts enkele duizend guldens aan ijzer. + +Daarna nam Lycurgus maatregelen, om te zorgen, dat de Spartanen +aan tafel geen lekkernijen gebruikten, en daarom liet hij ze allen, +zoowel koningen als gewone burgers, in het publiek eten, en werden +hun dezelfde gerechten voorgezet. Zelfs de meest hongerigen konden +nauwelijks gesmuld hebben van hun maaltijden, als zij daaraan niet +gewoon waren geraakt; immers het hoofdvoedsel was een zekere zwarte +soep, die alleen de Spartanen eetbaar achtten. Een Athener, die +eens die soep had geproefd, verklaarde, dat hij nu begreep, waarom +de Spartanen zoo onbevreesd waren in den oorlog. "Zij wilden liever +sterven," zoo zeide hij, "dan te moeten leven van zulk een ellendig +voedsel." + +Ten einde te zorgen, dat de Spartanen hun huizen niet weelderig +zouden inrichten met gouden bekers, helder gekleurde dekkleeden, of +ledikanten met zilveren pooten, werd een wet uitgevaardigd, dat de +zoldering gemaakt moest worden met geen ander gereedschap dan de bijl, +en de deuren met geen ander werktuig dan de zaag. Lycurgus wist, dat +de goede smaak van zijn landgenooten hen niet zou toestaan, kostbare +meubels te brengen in een woning, waarvan de deuren niet goed zouden +passen, en de zolderingen uit niets anders dan uit ruwe houtblokken +zouden bestaan. Men verhaalt van een Spartaan, die in latere jaren +gastvriendschap genoot in een schoone woning te Corinthe, en die +naar de zoldering opkeek, welke uit zuiver glad gemaakte en schoon +gesneden planken bestond, en die met een zekere minachting vroeg: +"Groeien de boomen in uw land allemaal recht en vierkant?" + +Zoo kreeg Lycurgus zijn landgenooten er toe, eenvoudig en zonder +eenige weelde te leven. Dit was nu voldoende, zoo dacht hij, voor +het tegenwoordige, maar de geheele bevolking was vroeger aan een +zekere weelde gewend geweest, en daarom was hij overtuigd, dat zij, +zoodra hij gestorven was, langzamerhand weer zouden terugvallen in hun +oude weelderige gewoonten. Hij wenschte een natie te doen opgroeien, +die het niet alleen zou kunnen stellen zonder weelde, maar die er een +heiligen afschuw van zou hebben; de eenige weg om dit te bereiken was, +om aan te vangen met de kinderen. + +Dan zoude, als de jongens en meisjes volwassen geworden waren, Sparta +bevolkt zijn met mannen en vrouwen, die altijd eenvoudig hadden geleefd +en een minachting zouden hebben van een andere wijze van leven. Er +was niet de minste twijfel aan, of zelfs een paar duizend van die +mannen, voor den soldatenstand opgeleid, zouden in staat zijn, het +in den strijd uit te houden tegen een heel wat grooter aantal van een +vijandelijk leger. Om die reden vestigde hij veel meer zijn aandacht op +de kinderen dan op de volwassenen. "Kinderen behooren aan den staat," +zoo zeide hij, "en de staat heeft behoefte aan mannen en vrouwen, +die gezond en krachtig zijn." Als dus een kind geboren was, deed een +commissie van verstandige mannen een onderzoek, of het kind gezond +was. Als het zwak of ziekelijk leek, werd het eenvoudig in een grot +in de bergen geworpen, om daar te sterven. Als de commissie besliste, +dat het kind naar alle waarschijnlijkheid tot een krachtig man zou +opgroeien, werd het aan zijn vader en moeder teruggegeven. De knaap +mocht slechts zeven jaar lang bij zijn ouders verblijf houden; na dien +tijd moest iedere jonge knaap worden opgenomen in een groep jongens, +die onder militaire tucht stond. De jongen, die het dapperst leek, +werd tot aanvoerder aangesteld, en de anderen hadden te gehoorzamen +aan al zijn bevelen. Totdat de knapen twaalf jaar oud waren, liepen +zij bijna naakt rond, opdat zij zouden gehard worden tegen elke +weersverandering. Zelfs mochten zij na dien tijd niet meer dan één +kleedingstuk dragen. Zij werden naar den oever der rivier gezonden +om riet af te breken voor hun bedden. Als de winter aanbrak, werd +het hun, als een groote weelde, toegestaan om wat dons over het riet +te spreiden. + +Op den leeftijd van twaalf jaar werden de jongens gesteld onder +toezicht van een jong man van twintig jaar, aan wiens bevelen zij +moesten gehoorzamen. Dikwijls zond hij ze uit om voedsel of brandhout +te halen; de bedoeling was, dat zij dit even listig zouden stelen, +alsof zij waren in het land van den vijand. Als het hun gelukte, +werden zij geprezen; maar als zij op heeterdaad werden betrapt, +werden zij flink afgeranseld om hun onhandigheid. Na hun avondmaal +riep hun leidsman hen dikwijls bijeen en legde hun verschillende +proeven voor. Den éénen jongen beval hij dan "Zing een lied". Tot +een anderen jongen zeide hij: "Vertel mij, wie de beste staatsburger +in de stad is"; of "hoe denkt gij over die daad?" De jongens moesten +niet alleen op die vragen een antwoord geven, maar zij moesten ook +voor hun antwoorden goede redenen opgeven; en indien zij dit niet +naar behooren deden, hadden zij elke straf te ondergaan, die hun +leidsman meenen mocht, dat zij verdiend hadden. Natuurlijk hielden +de ouderen en magistraten streng toezicht op den jongen leidsman, en +indien hij niet rechtvaardig en verstandig was opgetreden, werd hij, +nadat de jongere knapen weggezonden waren, flink afgerost. + +De meisjes waren verplicht te rennen en te worstelen en schijven +te werpen, maar werden niet half zoo streng behandeld als de +knapen. Immers wat ook de knapen deden en waarheen zij gingen, steeds +stond er iemand op wacht, om ze te straffen, als zij niet zoo goed +oppasten, als men van hen mocht verwachten. Eén der redenen, waarom +zij zoo dikwijls werden afgeranseld, was, dat zij zouden leeren, +pijn licht te tellen. Minstens eenmaal werden de oudere knapen voor +één der altaren gebracht en gegeeseld, en die knaap, die de pijn het +langst uithield zonder te schreeuwen, ontving een prijs. Zij werden +er zóó trotsch op, pijn te kunnen verdragen, dat somtijds een jongen +dood viel onder die geeseling, zonder eens te hebben geschreeuwd of +zelfs maar gekreund. + +Wat de studie betreft, de jongens werden onderwezen in muziek en poëzie +en een weinig lezen, schrijven en rekenen; maar veel tijd werd besteed +aan het onderwijs in het spreken. Men verwachtte van hen, dat zij +zouden zwijgen, als zij niets te zeggen hadden; en als zij spraken, +werd van hen geëischt, dat zij zoo weinig mogelijk woorden gebruikten +en dat zij hun antwoorden scherp en puntig zouden formuleeren. Lycurgus +zelf handelde in volkomen overeenstemming met zijn voorschriften. Toen +een Athener bij een zekere gelegenheid schertste over de korte zwaarden +der Spartanen, antwoordde hij: "En toch kunnen wij daarmede de harten +onzer vijanden bereiken." Toen men hem vroeg, of hij voornemens was een +muur om Sparta te bouwen, antwoordde hij: "Die stad is goed versterkt, +die een muur van mannen in plaats van een van steenen bezit." Iemand +vroeg een Spartaan, om naar iemand te komen hooren, die den slag van +een nachtegaal kon nabootsen. "Ik heb den nachtegaal zelf gehoord," +was het antwoord. Die korte, puntige wijze van spreken ontleende +daarom zijn naam aan dien van het land, en is van die dagen af tot +op onzen tijd "lakoniek" genoemd. + +Na twintig jaren op die wijze te zijn geoefend, was de Spartaan gereed +voor de taak van krijgsman; en hij meende, dat ieder ander beroep of +iedere andere bezigheid beneden zijn waardigheid was. Zelfs op de +taak van het bebouwen van zijn eigen akker zag hij met de grootste +minachting neer. "Dat was het werk van Heloten," beweerde hij. + +Op zekeren dag, nadat Lycurgus een oud man was geworden, riep hij het +volk te zamen en zeide: "Er is nog één zaak, die noodig is voor het +geluk van den staat. Die zaak is nog van veel meer gewicht dan alles +wat geschied is; maar wat het is, kan ik niet vertellen, voordat ik +uit Delphi ben teruggekeerd. Wilt gij plechtig zweren, dat gij aan +de wetten zult gehoorzamen tot na mijn terugkomst?" Allen legden een +plechtigen eed af, dat zij gehoorzaam zouden zijn, en daarna vertrok +hij met zijn zoon en enkelen van zijn dierbaarste vrienden. Daar +offerde hij aan Apollo en vroeg: "Zijn de wetten, die ik heb gemaakt +en uitgevaardigd, voldoende om de deugd te bevorderen en het geluk +van den staat te verzekeren?" "Zij zijn uitstekend, en de staat, +die zich aan die wetten houdt, zal de meest roemrijke staat van de +wereld zijn," zoo luidde het antwoord. Lycurgus schreef dit orakel op +en zond het naar Sparta; maar zelf keerde hij niet terug, daar hij +het plan beraamd had te zorgen, dat de Spartanen zijn wetten eeuwig +zouden in acht nemen. Hij bracht Apollo nog een laatste offer en nam +afscheid van zijn zoon en zijn vrienden. Daarna weigerde hij alle +voedsel en wachtte rustig en kalm den dood af. Nog één laatste verzoek +deed hij. Het was dit, dat, nadat zijn lichaam zou zijn verbrand, +de asch niet naar Sparta zou worden gebracht, maar in zee zou worden +geworpen. "Dan" zoo sprak hij, "kan zeker niemand verklaren, dat ik +ben teruggekeerd, en de Spartanen kunnen dan nooit beweren, dat zij +van hun eed, om mijn wetten in stand te houden, zijn ontslagen." + +Het lijkt veel waarschijnlijker, dat deze vreemde gewoonten eerst +geleidelijk zich ontwikkelden, dan dat één enkel man de macht +had, zijn landgenooten te dwingen, hun geheele manier van leven te +veranderen. Hoe dat ook moge zijn, en hetzij een man als Lycurgus ooit +heeft geleefd, hetzij niet, dit waren toch de zeden en gewoonten der +Spartanen, en zij werden werkelijk een natie van krijgslieden. In +Boeotië, een land, dat iets ten noorden van Sparta gelegen was, +schreef een dichter, Hesiodus, zijn "Werken en Dagen", een gedicht, +waarin het kalme buitenleven werd beschreven, en de wijze, waarop op +den juisten tijd het werk verricht werd, dat door het jaargetijde +werd vereischt; maar de Spartanen zouden op dergelijke lessen met +de grootste minachting hebben neergezien. Zij waren krijgslieden, en +krijgsbedrijven waren voor hen een uitspanning. Als de vijand nabij +was, offerde de koning een geit, de mannen deden bloemkransen om hun +hoofd, de muzikanten speelden een marsch en het leger trok opgewekt +en vroolijk op. Zij wisten, hoever zij de andere stammen als soldaten +overtroffen, en liepen weinig gevaar verslagen te worden. + +Zij beschouwden oorlogen als een genot, maar het wil ons voorkomen, dat +zij daarvan wel zooveel genoten hebben als zij konden verlangen. Hun +eerste bezigheid was, zich in Laconië zóózeer te versterken, dat zij +zich konden vrijmaken, om andere landen te veroveren. Dit gelukte +hun, en daarna begonnen zij te denken aan de verovering van Messenië, +het land, dat ten westen van Laconië lag. Het is niet te verwonderen, +dat zij dat land begeerden, want het was het vruchtbaarste gedeelte +in den Peloponnesus met heuvelen en grasland, overvloed van water en +uitstekende weiden voor het vee. Na een langdurigen tijd van strijden +namen de Spartanen Messenië in bezit. Dit staat ongetwijfeld vast, +hoewel slechts weinig omtrent den oorlog zelf bekend is. Er is ons een +verhaal overgeleverd, waarvan de waarheid niet meer is na te gaan,dat +de zaken ten slotte zóó slecht stonden voor de Messeniërs, dat zij zich +in Ithome opsloten en het orakel van Delphi raadpleegden, om te vragen, +wat zij moesten doen. "Die stam, die het eerst honderd drievoeten +plaatst op het altaar van Zeus te Ithome, zal de overwinning behalen," +zoo sprak het orakel. De Messeniërs juichten daarom uitgelaten van +vreugde, en gingen aan het werk, ten einde honderd houten drievoeten +te vervaardigen. Ongelukkig voor hen, hadden ook de Spartanen bericht +gekregen van het antwoord. "Wij zullen niet wachten met het maken van +drievoeten van hout," zoo spraken zij, "maar wij zullen ze van klei +vervaardigen." Het gevolg hiervan was, dat, terwijl de Messeniërs +nog druk bezig waren met de vervaardiging van houten drievoeten, het +een Spartaan gelukte op zekeren achtermiddag met een grooten zak op +zijn rug in Ithome binnen te sluipen. Den volgenden morgen verloren +de Messeniërs alle hoop, toen zij de Spartaansche drievoeten rondom +het altaar geschaard zagen. Het duurde niet lang, of Ithome viel; de +Spartanen hadden overwonnen. De Messeniërs mochten hun land behouden, +maar moesten de helft van de opbrengst aan de veroveraars afstaan. Zij +waren de slaven der Spartanen geworden. + +Het verhaal luidt verder, dat de kleinzonen van de verdedigers +van Ithome heel wat jaren later besloten, zich niet langer de +overheersching der Spartanen te laten welgevallen. Zij streden zóó +dapper en woest, dat het spoedig de beurt van hun vijanden was, +Apollo om raad te vragen. "Gij moet Athene vragen, om een aanvoerder +te zenden," zoo luidde het antwoord. Dit beviel de Spartanen wel niet, +maar toch deden zij het verzoek. De Atheners, van hun kant, vonden het +niet bijzonder aangenaam, Sparta te helpen, machtiger te worden, maar +zij durfden Apollo niet ongehoorzaam te zijn. Eindelijk beraamden zij +een plan, dat zij bijzonder listig uitgedacht vonden. Als aanvoerder +zonden zij een man, Tyrtaeus genaamd, een schoolmeester van beroep, +die totaal niets van krijgszaken afwist. Zij vergaten echter, dat +Tyrtaeus tevens een dichter was; en terwijl zij zich verhieven op hun +slimheid, maakte hij zóó uitstekende en luidklinkende oorlogszangen +voor de Spartanen, dat zij hun mismoedigheid totaal vergaten, maar +opgewekt ten strijde trokken, onder het zingen van het volgende lied: + + + "Komt, voeren wij den strijd voor kroost en vaderland, + En sparen 't leven niet, en vreezen niet den dood. + Schept jongelingen moed, en houdt in 't strijdperk stand, + En treff' u nooit de blaam, dat gij uit lafheid vloodt." + + +Ten slotte behaalden de Spartanen de overwinning; en zoo heerschten +zij nu over het geheele zuidelijke gedeelte van den Peloponnesus van +zee tot zee. + +De Spartanen haastten zich in het minst niet, het oorlogvoeren +te staken, en voordat vele jaren voorbij waren, vonden zij een +voorwendsel, Arcadië binnen te vallen, de landstreek, die ten noorden +van Laconië gelegen is. Er is een verhaal, dat de Messeniërs tijdens +den oorlog eenige afdeelingen Arcadische soldaten hadden gehuurd, +en dat de Arcadiërs, nadat de oorlog geëindigd was, enkelen der +Messeniërs hadden toegestaan, zich in Arcadië te vestigen. Dit was voor +de Spartanen een voldoende voorwendsel; daarom trokken zij uit met +hun wapenen, kransen en oorlogszangen, en tevens met enkele ketenen, +om daarmede de gevangenen te boeien, die zij zeker verwachtten te +zullen maken. + +Arcadië was een rustige, liefelijke landstreek, met ruwe bergen en +snel stroomende beken in het noorden, en frissche groene weilanden +in het zuiden. De bevolking, die daar huisde, hield kudden groot en +klein vee. Zij hielden van het fluitspel en leefden naar de oude, +eenvoudige gebruiken. Zij hadden tevens de vrijheid lief, en zij waren +krachtige bergbewoners; en zoo gebeurde het tot groote verbazing +van de Spartanen, dat enkelen van hen met hun eigen ketenen werden +geboeid. Wel wonnen de invallende troepen verschillende overwinningen, +maar nooit konden zij het kleine bergachtige land werkelijk ten onder +brengen. Beide legers ondervonden, dat ook aan de andere zijde dappere +mannen streden, en daarom sloten ten slotte beide volken een verdrag, +waarbij zij afspraken, elkander in den oorlog bij te staan. Sparta +zou de leiding nemen op het slagveld, maar de Arcadiërs zouden steeds +den linkervleugel, de eereplaats, bezetten. + +De grootste eer echter, die eenigen Griekschen volksstam kon te beurt +vallen, was voor te zitten bij de Olympische spelen. Olympia lag in +Pisatis, en in de eerste tijden waren de Pisatiërs de machtigsten. Doch +na verloop van tijd overwonnen de bewoners van Elis de Pisatiërs in den +oorlog, en met trots namen toen de bewoners van Elis den eersten rang +in. Herhaaldelijk stonden de bewoners van Pisatis op, en zij vonden +ten slotte een machtigen vriend in Pheidon, den heerscher van Argos; +deze toch wenschte gaarne zijn macht in het westen uit te breiden. De +Spartanen hadden er evenmin bezwaar in, hun macht uit te breiden; +zij verdedigden de belangen van de bewoners van Elis, en behaalden +de overwinning. + +Zoo werd Sparta een machtige staat. Tegen het midden der zesde eeuw +vóór Christus, beheerschten de Spartanen het zuidelijke gedeelte van +den Peloponnesus; zij hadden een verbond gesloten met Arcadië en waren +zeer bevriend met de bewoners van Elis. Tevens hadden zij de macht +van Argos gefnuikt, den staat, die eertijds de machtigste van het +schiereiland was geweest. De laatste slag werd geleverd bij Thyrea, +welke stad door de Spartanen werd ingenomen; maar de bewoners van Argos +leden eenige jaren later een nog veel ernstiger verlies. Zij waren voor +de Spartanen gevlucht naar een gewijd boschje, en daar werden zij door +hun vijanden omsingeld, die het boschje in brand staken. Twee derde +gedeelten van hun geheele leger kwam om. Nog altijd beweerden zij, dat +Argos een vrije stad was; maar de Spartanen trokken zich dit volstrekt +niet aan, daar Argos te zwak was geworden, om zich met hen te bemoeien. + +Dit is de geschiedenis van Sparta van de vroegste tijden af tot +aan het midden van de zesde eeuw vóór Christus--de geschiedenis van +een kleinen, zwervenden stam, die zijn weg vond in het gebied van +zijn vijanden en wien het gelukte, het machtigste volk van het land +te worden. + + + + + + +HOOFDSTUK V. + +DE EERSTE DAGEN VAN ATHENE: DE WETTEN VAN SOLON. + + +Sparta was de voornaamste staat van den Peloponnesus, en zelfs ten +noorden van den Peloponnesus werd die beschouwd als de voornaamste +van geheel Griekenland, die dan ook de leiding gaf. Hun voornaamste +mededinger was Attica. Attica was een schiereiland, dat een lengte had +van ongeveer 140 kilometers, en dat aan de noordzijde en de westzijde +door bergen werd begrensd. Er waren enkele rivieren in dat land, maar +zelfs de grootste van deze liep in den zomer bij warm weder droog. De +grond was schraal en onvruchtbaar. De Grieken konden zich volkomen +tevreden stellen met een maaltijd, bestaande uit een stuk brood, een +beker wijn en een handvol olijven; maar zelfs deze konden in Attica +lang zoo gemakkelijk niet verkregen worden als in den naburigen staat +Boeotië; immers de bodem moest, om deze voort te brengen, met groote +zorg worden bebouwd. Daar tegenover stond echter een groot voordeel, +dat tegen die nadeelen ruimschoots opwoog, en dat was het heerlijke +klimaat. Attica was in den winter warmer, en in den zomer koeler dan +Boeotië. De lucht was zóó zuiver, dat verwijderde voorwerpen op veel +grooteren afstand konden worden onderscheiden dan ergens anders. De +hemel was zóó helder en schitterend, dat het een genot was daarin +te staren, en zelfs al waren de bergen eenigszins kaal, de lucht +gloeide zóó prachtig bij zonsondergang, dat de fijne vormen der toppen +daartegen schitterend mooi uitkwamen. De bevolking was van Jonischen +stam. Met zelfverheffing zeiden zij: "Nooit hebben vreemde veroveraars +ons overwonnen. Wij zijn uit den grond zelf ontsproten." Daarom +droegen de Atheensche vrouwen zoo gaarne sieraden in den vorm van een +krekel,--omdat men meende, dat ook de krekel uit den grond was geboren. + +Van Attica was in de vroegste tijden weinig bekend; maar daar er in +dien staat geen slaven gevonden werden, was de meening waarschijnlijk +juist, dat het land nooit door vreemdelingen was veroverd, maar dat +de staat was gevormd uit een vereeniging van mannen van hetzelfde +ras. De Grieken leefden in de overtuiging, dat die vereeniging was +tot stand gebracht door den held Theseus, die eertijds hun koning +was; en er loopen omtrent diens heldendaden ontelbare verhalen. Men +verhaalde, dat hij niet alleen den Minotaurus had gedood, maar +dat hij ook op een oorlogsexpeditie was uitgetrokken met Heracles, +en dat hij met het schip Argo was uitgezeild om de Gouden Vacht te +halen. Ook verhaalt men, dat hij zich als jongmensch zóó opgesmukt +kleedde, met zijn sierlijke kleeren, zijn juweelen en zijn reukwerken +dat eenige werklieden, die hij eens voorbij liep, eerst verbaasd +bleven staan, en daarna lachten en zeiden; "Dat jonge meisje is +oud genoeg om te trouwen; hoe komt het, dat zij zoo alleen langs de +straten loopt?" Theseus hoorde dit gesprek, en om te toonen, dat hij +werkelijk iets meer was dan een modegek, hield hij een kar tegen, +die juist voorbij kwam, spande de ossen uit het juk en slingerde +die over een tempel. Toen hij koning geworden was, noodigde hij, +zoo luidt het verhaal, niet alleen menschen die in Attica woonden, +maar zelfs vreemdelingen uit, huizen voor zich te doen bouwen in +Athene. De stad was toen niets anders dan een troep kleine woningen op +een groote rots met een breeden, vlakken top; maar het was een uiterst +veilige plaats, daar het voor vijanden niet gemakkelijk zou zijn, +om de rots te beklimmen en zoo de stad binnen te trekken. Theseus +was volstrekt niet begeerig naar macht; immers toen de bewoners van +de overige gedeelten van Attica aarzelden er in toe te stemmen, te +worden geregeerd door een Atheensch vorst, zeide hij tot hen: "Als +gij dit wilt doen, zal ik van mijn rechten afstand doen. Gij zult even +goed koning zijn als ik, behalve dat ik waken zal over de handhaving +der wetten, en als er oorlog komt, zal ik het leger aanvoeren." Het +is niet te verwonderen, dat zij toegaven aan een zoo edelmoedigen +vorst. Theseus richtte een zuil op, om de plaats te bepalen, waar de +grenzen van Attica begonnen. Daarna stelde hij schitterende feesten +in ter eere van de vereeniging der Attische dorpen. + +De volgende beroemde koning was volgens de legenden koning Codrus. Hij +had een tijd lang rustig geregeerd, toen hij in moeilijkheden +geraakte. De Spartanen en enkele andere Doriërs verbonden zich met +elkander, ten einde Athene aan te vallen, en sloegen hun kamp op +vóór de muren der stad. Zij waren vol vertrouwen op den uitslag, +daar het orakel gezegd had: "Indien gij het leven van Codrus spaart, +zult gij ongetwijfeld de overwinning behalen." Natuurlijk waren zij nu +van plan het leven van Codrus te sparen--dit was een geringe prijs, +dien zij voor de overwinning moesten betalen--en spoedig zou Athene +in hun macht zijn. Als zij geweten hadden, wat voor man Codrus was, +zouden zij niet zoo gerust en vol zelfvertrouwen geweest zijn. Een +vriend van den koning, die te Delphi woonde, vertelde hem, wat het +orakel gezegd had; en oogenblikkelijk had de dappere en opofferende +koning een besluit genomen, hoe hij moest handelen. Hij vermomde +zich als een houthakker, sloop de poorten der stad uit, en begaf zich +daarheen, waar hij zeker was eenige Doriërs te zullen ontmoeten. Het +duurde niet lang, of hij kwam er twee tegen. Eén van dezen sloeg hij +met zijn bijl en doodde hem. Daarop doodde de andere Codrus. Korten +tijd daarna vernamen de Atheners, dat de koning voor hen het leven had +gelaten, en zij zonden een bode, om te vragen of de Doriërs zijn lijk +wilden afstaan. De Doriërs schrikten, toen zij hoorden, wat zij gedaan +hadden. "Het helpt niet, of wij Athene aanvallen," zeiden zij, "immers +de goden zullen tegen ons zijn," en daarom gingen zij weg en trokken +over de landengte van Corinthe terug naar den Peloponnesus, zoodat +Athene gered was. De Atheners waren zóó dankbaar, dat zij besloten, +dat er nooit meer een andere koning over Athene zou heerschen, opdat +de titel ten eeuwigen dage aan den edelen vaderlander Codrus gewijd +zou zijn. + +Er waren later echter wel koningen, doch deze moesten het gezag +deelen met acht andere magistraten, archonten of heerschers genaamd, +totdat op het laatst de koning-archont weinig meer te doen had dan de +openbare offers aan de goden te brengen. De negen archonten te zamen +hadden in de verste verte niet zooveel te zeggen als een beroemde +raad, de Areopagus genoemd, welke naam samenhing met het feit, dat hij +vergaderde op den Heuvel van Mars, of Ares; die Areopagus vervaardigde +alle wetten en velde vonnis over alle personen, die van een misdaad +werden beschuldigd. + +Oppervlakkig zou men meenen, dat dit een goede inrichting van het +staatsbestuur was, maar er kwam één factor bij, die een zoodanige +instelling hoogst onrechtvaardig maakte; al die archonten en leden +van den Areopagus waren Eupatriden, dat wil zeggen: mannen van hooge +geboorte. Meestal waren zij zeer vermogend, en zij maakten wetten, +die zeer voordeelig en gemakkelijk waren voor de rijken, maar die +zwaar drukten op de armen. De regeeringsvorm was dus een oligarchie, of +"regeering van weinigen"; en een oligarchie is slechts zelden billijk +tegenover het gewone volk. Sommigen van de behoeftige burgers leefden +op de goederen der Eupatriden, en als zij de verschuldigde pacht +niet betaalden, hadden de eigenaars dier goederen het recht, hen en +hun gezin als slaven te verkoopen. Zelfs zij, die kleine boerderijen +in eigendom hadden, waren er niet veel beter aan toe, want een groot +aantal van hen waren genoodzaakt geweest, geld van de aanzienlijken +te leenen, terwijl zij slechts weinig hoop hadden, hun schuld af te +lossen. Daarom was op een aantal boerderijen een pilaar geplaatst, +waarin het bedrag gegrift was, dat de boer verschuldigd was, en de naam +van den man, aan wien de boerderij verpand was. Somtijds werden de arme +boeren zóó ontmoedigd, dat zij hun kinderen als slaven verkochten, +om nog slechts de rente van de schuld, die op hun goederen rustte, +te kunnen betalen. De Eupatriden hadden een genoegelijk leven, maar +het behoeft niet te verwonderen, dat de arme lieden hoe langer hoe +ellendiger werden. Enkelen gingen als kolonisten naar andere streken, +en zij, die achterbleven, werden met den dag meer ontevreden. + +Ten slotte zagen zelfs de Eupatriden, die het leven luchthartig +opnamen, dat iets moest gedaan worden, om de moeilijkheden te +verminderen. Er was één feit, dat het volk ontzettend onbillijk vond, +en wel: dat de wetten nooit openlijk waren afgekondigd; indien dus +een Eupatride het eigendom van iemand uit het volk wegnam, was er +voor dezen geen middel, om te ontdekken, of in overeenstemming dan +wel in strijd met de wetten was gehandeld. "Indien wij de wetten +openlijk afkondigen, zullen zij tevreden zijn," meenden de edelen; +en zij kozen een Eupatride, Draco genaamd, om alles te verzamelen +en te herzien, wat tot nu toe naar de algemeene overtuiging wetten +genoemd werd. Langen tijd na Draco was de wetgeving zóóveel zachter +en menschelijker geworden, dat men zeide, dat de wetten van Draco +"in bloed waren geschreven," maar dat zij toch veel redelijker en +rechtvaardiger waren dan de ongeschreven wetten, die vóór dien tijd van +kracht waren geweest. Bovendien gaf zijn wetboek veel grooter macht +aan het volk, dat niet tot de aanzienlijken behoorde "de menigte," +zooals de Eupatriden hen noemde; immers het bevatte de bepaling, dat +de overheidspersonen niet tot de Eupatriden behoefden te behooren, +maar konden gekozen worden uit de leden der Ecclesia, of de algemeene +vergadering, dat waren die lieden, die een zeker inkomen uit het land +trokken. Het wetboek stond zelfs de Ecclesia toe, de overheidspersonen +te kiezen. Dit was voor "de Menigte" een groote vooruitgang, want +iedereen die in staat was zich zelf wapenen aan te schaffen voor den +strijd, had het recht tot de Ecclesia te behooren. + +Draco vormde bovendien uit het geheel der burgers een Raad, die onder +andere tot taak had, aan de Ecclesia wetten voor te stellen. + +Die wetgeving van Draco was in sommige opzichten voortreffelijk; maar +hij vergat één belangrijk feit, en wel, dat die lagen der bevolking, +die arm en hongerig waren, en in voortdurend gevaar verkeerden om +als slaven te worden verkocht, zich niet veel tevredener zouden +gevoelen, omdat zij wisten, dat enkele anderen, die het iets beter +hadden dan zij, nu het recht hadden deel te nemen aan de stemming +voor overheidspersonen. + +Één der Eupatriden, Cylon genaamd, meende, dat het een gunstig +oogenblik was, zich zelf tot tyran uit te roepen. Hij zelf en zijn +volgelingen bezetten den grooten burcht, de Acropolis, in de +verwachting, dat het lagere volk zich bij hen zou voegen. Dit +gebeurde echter niet, en spoedig waren zij omsingeld door den archont +Megacles en het staatsleger. Cylon ontsnapte, terwijl zijn volgelingen +zich terugtrokken in den tempel van Athene, die op de Acropolis stond. +Megacles was daardoor in een moeilijken tweestrijd. Het zou een +misdaad zijn jegens de godheid, als hij zelfs opstandelingen aanviel, +als zij in den tempel der godin gevlucht waren onder haar bescherming; +en het zou den tempel bezoedelen en onrein maken, als manschappen +daarin aan den hongerdood werden prijs gegeven. Eindelijk zond hij +een boodschap aan de opstandelingen in deze bewoordingen: "Indien gij +u overgeeft, zal ik uw leven sparen." De opstandelingen stemden daarin +toe, maar zij waren er niet volkomen zeker van, dat de archont zijn +woord zou houden; daarom bonden zij, toen zij den tempel verlieten, +een touw aan het altaar van Athene, en daalden van de Acropolis af, +met het touw in de hand. Waarschijnlijk hielden zij het touw iets te +stevig vast, immers het brak plotseling. "De godin weigert u te +beschermen," riep Megacles uit, en viel de ongelukkige slachtoffers +aan. Enkelen werden op slag gedood, anderen gesteenigd. Daarna was het +de beurt der Atheners, om beangst te worden. "De godin Athene zal +zeker de stad straffen," zoo kermden zij, en zij eischten, dat Megacles +zou worden verbannen. Sommigen der edelen waren van dezelfde meening, +doch anderen waren niet geneigd, een bondgenoot op te offeren. Ten +slotte werd, door den invloed van een wijzen Eupatride, Solon genaamd, +Megacles in staat van beschuldiging gesteld. Het eindigde er mede, dat +hij met zijn geheele geslacht, de Alcmaeoniden, verbannen werd. + +Solon was volstrekt geen vreemdeling voor zijn landgenooten. Het +was door zijn toedoen, dat het eiland Salamis toen aan Attica +toebehoorde. Zoowel Athene als de stad Megara hadden er aanspraak op +gemaakt, en toen uit dien twist een oorlog ontstond, werden de Atheners +zóó vreeselijk verslagen, en waren zij zóó wanhopig, dat zij een wet +uitvaardigden, die luidde, dat iedereen, die voorstelde, den oorlog +met Megara te hernieuwen, ter dood zou worden gebracht. Solon was er +van doordrongen, dat het een schande voor zijn vaderland zou zijn, +Salamis op te geven, maar hij had er volstrekt geen lust in, ter dood +gebracht te worden. Ten slotte maakte hij een plan, zijn landgenooten +wakker te schudden. Hij sloot zich op in zijn eigen huis en liet het +gerucht verspreiden, dat hij krankzinnig was. In werkelijkheid hield +hij zich bezig met de vervaardiging van een gedicht over Salamis, +dat de gemoederen in opstand moest brengen. Op zekeren dag ijlde hij +plotseling naar de marktplaats, waar altijd een menigte gereed stond, +verlangend wat nieuws te hooren, en zeide hij zijn gedicht op. Dit +begon aldus: + + + "Hoor en let op: ik kwam van Salamis, + Om van uw dwaling u te overtuigen." + + +Een krankzinnige kon niet gestraft worden wegens de overtreding van +een wet, en de Atheners waren door dit gedicht zóózeer wakker geschud, +dat zij besloten, den oorlog te hernieuwen. Zij schijnen overtuigd +geweest te zijn, dat Solon zóó krankzinnig was, dat hij niet kon +worden gestraft, maar tevens toch genoeg bij zijn verstand, om een +goed legeraanvoerder te zijn; daarom droegen zij hem het opperbevel +over hun troepen op. Eindelijk viel Salamis in de handen der Atheners. + +Om die redenen stelden zoowel de Eupatriden als de groote menigte +een groot vertrouwen in Solon, en gaven zij hem het recht alles te +doen, wat naar zijn oordeel zou kunnen bijdragen tot verbetering van +den toestand. Er was ongetwijfeld behoefte aan iemand met een groot +verstand, want geheel Attica was in beroering. Behalve de moeilijkheden +tusschen de armen en de rijken, waren er voortdurend drie partijen, +die aanhoudend met elkander twistten: de bevolking der vlakten, +die woonde in de meest vruchtbare landstreek; de menschen, die aan +de kust woonden, die dus dicht bij de zee leefden, en visschers en +handelslieden waren; en de bergbewoners of schaapherders, die woonden +aan de ruwe hellingen der heuvels, waar zij hun kudden weidden. + +Die verschillende soorten van menschen hadden ook verschillende +doeleinden en begeerten; en niemand, hoe verstandig hij ook mocht +zijn, kon allen tevreden hebben gesteld. Solon schonk slechts zeer +weinig aandacht aan wat een bepaalde klasse van menschen verlangde, +maar deed, wat hij dacht, dat het meest in het belang was van den +geheelen staat. De grootste en meest dringende moeilijkheid was, +dat zoovele menschen in schulden staken. De kleine boeren, die een +eigen boerderij bezaten, verloren snel hun boerderijen en werden +daglooners, terwijl daglooners als slaven verkocht werden. Een zóó +groot aantal was als slaven verkocht, dat hun afwezigheid een groot +verlies was voor het land. De eerste besluiten van Solon waren nu +deze, dat men zijn schulden kon afdoen in een nieuwe munt, die een +vierde minder woog dan de oude, maar die toch gerekend zou worden de +vroegere waarde te hebben gehouden; dat de schulden der landbouwers, +die geld van den staat hadden geleend, zouden worden vrijgeschonken; +dat hij, die er in had toegestemd, de slaaf te worden van een ander, +als hij geleend geld niet op tijd teruggaf, niet aan zijn verplichting +gehouden zou zijn; en dat zij, die naar vreemde landen zouden zijn +verkocht, teruggebracht zouden worden op kosten van den staat of van +hen, die hen had verkocht. + +Op het eerste gezicht schijnen die wetten tamelijk onbillijk geweest te +zijn tegenover de schuldeischers; maar in het algemeen was het zeker, +dat, als een rijk man geld leende aan een arme, hij zeer goed wist, +dat hij nooit zijn geld kon terugkrijgen; zijn doel was, den man zelf +in zijn macht te krijgen, dat is, vrije burgers tot slaven te maken, +en het was niet goed, dat dit door de wetten werd bekrachtigd. + +Solon was zelf een Eupatride, maar hij kon niet goedkeuren, dat de +wetten uitsluitend door de Eupatriden werden gemaakt. Hij verdeelde +het volk in vier klassen, in verband met het inkomen, dat zij uit hun +landerijen trokken. De rijken bezetten meer ambten, maar moesten ook +hoogere belastingen betalen. Zij, die tot de laagste klasse behoorden, +dat waren zij, die te arm waren om wapenen en een wapenrusting voor +zich zelf te koopen, waren tot geen ambt verkiesbaar, maar zij +betaalden geen belasting; en iedereen, zoowel armen als rijken, +behoorde tot de Ecclesia en had stemrecht. Zoo maakte Solon de +instellingen in overeenstemming met zijn geliefde lijfspreuk: +"Gelijkheid veroorzaakt geen oorlogen." Met die nieuwe wetten stond +voor iedereen de gelegenheid open, om van de ééne klasse tot een +andere op te klimmen, en ten slotte de hoogste ambten in den staat +te bekleeden. Iedereen kon zelfs lid van den Areopagus worden, en +in de oogen van den Athener was dit het hoogste der staatsambten. De +meeste wetten van Draco werden afgeschaft, en Solon vervaardigde een +nieuw wetboek. Ten slotte schonk hij amnestie aan de Alcmaeoniden en +stond hen toe, naar Athene terug te keeren. Hij bepaalde niet naar +vaste regelen, hoe kinderen moesten worden opgevoed, maar blijkbaar +wenschte hij niet, dat zij hun tijd in lediggang doorbrachten, immers +hij bepaalde, dat niemand verplicht was zijn vader in diens ouderdom +te ondersteunen, tenzij de vader hem als knaap geleerd had zich zelf +door het ééne of andere bedrijf te onderhouden. Solon wijdde al zijn +gedachten aan het heil van den staat. Hij was niet, evenals Lycurgus, +van meening, dat men het geld moest minachten, maar veeleer, dat men +het zóó zorgzaam en verstandig moest gebruiken, dat er geen gebrek +aan was, als men het noodig had. Op dien grond maakte hij enkele +bepalingen, waarbij het bedrag werd beperkt, dat bij begrafenissen +mocht worden besteed, waar meestal heel wat geld voor werd uitgegeven, +en zoo maakte hij ook enkele bepalingen omtrent de kleeding der +vrouwen; indien bij voorbeeld een vrouw op reis ging, mocht zij niet +meer dan drie gewaden medenemen. De wetten werden op houten tafels +geschreven, en die werden daar geplaatst, waar iedereen ze kon lezen. + +Er waren zóóveel verschillende partijen in Athene, dat niemand van +deze volkomen voldaan was. Gedurig zochten zij Solon dan ook op. "Wat +beteekent die wet?" vroegen zij dan, of "Waarom wordt die wet niet +veranderd?" Ten slotte besloot Solon weg te gaan, en het volk en de +wetten een tijd lang met rust te laten. Toen hij echter naar Athene +terugkeerde, bleek het hem, dat de burgers evenmin tevreden waren als +toen hij ze had verlaten. De aanzienlijken hadden gedacht, dat alles +rustig en kalm zou zijn, nadat de schulden waren kwijtgescholden, +terwijl het hun bleek, dat dit niets had geholpen. Een aantal +arme lieden waren van hun kant vreeselijk teleurgesteld, daar zij +verwacht hadden, dat hun vriend Solon hen allen op de ééne of andere +geheimzinnige wijze rijk zou maken. De aanzienlijken waren het ook +onderling oneens, en de drie gedeelten, de mannen uit de vlakten, +die der kusten en die der bergen, waren nog steeds oneenig. + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + +DE REGEERING VAN PISISTRATUS EN DE ALCMAEONIDEN. + + +De Atheners waren, zooals in het vorige hoofdstuk is gezegd, +onrustig en ontevreden, zoodat zij met ongeduld naar eenige +verandering uitzagen. Het was dus juist de geschikte tijd voor een +listig man, plannen te smeden, om de volksgunst te winnen en tyran +te worden. Er was toen juist iemand, geschikt om dit te doen. Hij +heette Pisistratus. Hij was bij het volk in groot aanzien wegens zijn +vrijgevigheid en omdat hij overwinningen behaald had bij de Olympische +wagenrennen. Hij deed het voorkomen, alsof hij volkomen tevreden +was met de wetten van Solon, en dat hem niets anders ter harte ging +dan het heil van zijn vaderland. Het volk geloofde hem volkomen, en +toen hij eens op het marktplein kwam aanrijden, met bloed besmeerd, +namen zij in volle vertrouwen de waarheid aan van zijn verhaal, dat +zijn vijanden hem haast hadden vermoord, omdat hij zich zoozeer wijdde +aan het heil van het volk. Het marktplein was vol van het armste volk, +welks bijzondere vriend Pisistratus beweerde te zijn. Solon was daar +eveneens en riep uit: "Pisistratus, gij hebt dit zelf gedaan, om uw +landgenooten te bedriegen." Toch schonk het volk den bedrieger geloof +en nam onmiddellijk een voorstel aan,--dat gedaan werd door iemand, +dien hij vooruit daarvoor had aangenomen--dat hun miskende vriend een +lijfwacht zou hebben van vijftig man, met stokken gewapend. Geleidelijk +nam dit aantal toe. "Het volk" wilde dit, en de aanzienlijken durfden +zich niet te krachtig tegen hen te verzetten. Na korten tijd bestond +de lijfwacht reeds uit vierhonderd krachtige mannen. Daarna bezette +Pisistratus de Acropolis. Hij werd tyran van Athene en Athene was +niet langer vrij. Herhaaldelijk had Solon de Atheners gewaarschuwd, +maar zij hadden zijne waarschuwingen in den wind geslagen. Ten laatste +legde hij zijn schild en zijn zwaard buiten zijn deur op den grond en +sloot de deur, terwijl hij zeide: "Ik heb alles gedaan wat ik vermocht, +om mijn vaderland en de wetten des lands te verdedigen." + +Pisistratus gevoelde zich nu meester van Athene. "Hoe zal hij +Solon behandelen?" vroeg het volk zich af. Spoedig werd het hun +duidelijk, dat hij er niet aan dacht, Solon eenig leed aan te +doen. Integendeel, dikwijls won hij zijn raad in, waar het openbare +aangelegenheden betrof; en Solon was edelmoedig genoeg en bezat genoeg +vaderlandsliefde, om nooit zijn raad te weigeren, als hij dacht, +dat het den staat ten goede zou komen. + +Pisistratus verbande de Alcmaeoniden, maar na korten tijd werd hij +zelf uit de stad verjaagd. Het gelukte hem terug te keeren, en het +was een eigenaardige terugkeer. Deze had plaats op een feestdag, +toen de straten vol volk waren, dat de optochten gadesloeg, die ter +eere van de goden werden gehouden. De ééne optocht na den anderen +was voorbij gekomen, toen plotseling de luide stemmen van herauten +gehoord werden, die riepen: "Mannen van Athene, ontvangt en verwelkomt +Pisistratus! Athene eert hem boven alle andere mannen, en brengt hem +nu terug naar haar eigen Acropolis!" Een prachtig militair geleide +volgde, en toen kwam een prachtige wagen aanrollen, waarin een +lange, schoone vrouw zat, gekleed in volle wapenrusting met schild +en speer, en zooveel mogelijk gelijkend op Athene, zooals de Grieken +haar zich voorstelden. Naast den wagen reed de tyran. Het volk keek +met de grootste verbazing toe. "Het is de godin zelf," fluisterden +enkelen met ontzag; anderen zagen, dat het niets dan een list was; +maar het einde was, dat de poort van de Acropolis werd opengeworpen +en dat Pisistratus ten tweeden male tyran van Athene was. Ten tweeden +male werd hij uit de stad verdreven, doch daarna keerde hij door +wapengeweld terug. Eindelijk was hij meester van den toestand, en +wist hij zich achttien jaren lang tot aan zijn dood te handhaven. + +Natuurlijk kwam de regeering niet van rechtswege aan Pisistratus toe, +maar niemand kon ontkennen, dat hij er een goed gebruik van maakte. Wel +is waar hield hij de hoogste ambten voor leden van zijn eigen geslacht +beschikbaar, maar hij was welwillend voor de arme landbouwers en +gaf hun vee en zaden en landbouwgereedschappen. Hij verfraaide de +stad met prachtige tempels; hij bouwde een stevige waterleiding +om het water van de bergen naar beneden te voeren, en hij deed een +prachtigen tuin aanleggen aan den oever eener rivier in de nabijheid +der stad. Hierin waren statige gebouwen, fonteinen en heerlijke +wandelingen in schaduwrijke boschjes. Hier plachten de Atheensche +jongelingen samen te komen voor militaire oefeningen. Hij legde wegen +aan naar verschillende gedeelten van het land. Deze gingen alle uit +van een altaar in Athene, en daar waren tafels geplaatst, waarop de +afstanden naar de verschillende plaatsen waren aangeteekend. De wegen +zelf werden veel geriefelijker en aangenamer voor reizigers gemaakt, +immers daarop werden mijlpalen geplaatst, niet maar gewone steenen, +maar houten palen, waarvan de top eindigde in een Hermeskop, den god, +tot wien zij, die op het punt waren op reis te gaan, om bescherming +baden. Dikwijls werd het ééne of andere grappige gezegde in den +paal gesneden. + +Natuurlijk vergat Pisistratus de godin Athene niet. Er is een oud +verhaal, dat zij en Poseidon eens met elkander wedijverden, om te +zien, wie de nuttigste gave aan de stad kon schenken. Poseidon gaf een +fontein van zout water, en Athene een olijfboom. Het werd uitgemaakt, +dat het geschenk der godin het meest waard was. Haar naam werd aan de +stad gegeven, en steeds werd zij bijzonder vereerd. Pisistratus bouwde +voor haar dienst een tempel, en jaarlijks vierde hij een prachtig feest +ter harer eer. De oudste Grieken meenden, dat het beeld eener godin +in zeker opzicht de godin zelf was, en zij waren er van overtuigd, +dat Athene zich ten zeerste verblijdde, als zij een indrukwekkenden +optocht hielden op dit feest, en naar den tempel een schitterend nieuw +gewaad brachten om daarmede het beeld der godin te bekleeden. Al die +dingen zijn reeds lang voorbijgegaan, en hoezeer deze de Atheners +hebben mogen behaagd, voor ons maken zij weinig verschil meer. Doch +men verhaalt van Pisistratus één daad, waarvoor ook wij nog, zelfs +na vier en twintig eeuwen, hem dankbaar mogen zijn; men zegt toch, +dat hij alle menschen, die de werken van Homerus en Hesiodus kenden, +naar Athene heeft samengeroepen, om de gedichten te vergelijken, zooals +zij gewoon waren die op te zeggen. Die lezing, waarvan uitgemaakt +werd, dat zij de beste was, werd zorgvuldig op schrift gebracht; en +dit is de oorzaak, dat wij thans nog de gedachten van die twee groote +schrijvers kunnen lezen in ongeveer dezelfde woorden, waarin de oude +Grieken die lazen. Pisistratus stelde er zich niet mede tevreden, +de doode dichters eer te bewijzen; hij noodigde ook de besten der +toenmaals levende dichters uit, Athene tot hun woonplaats te kiezen, +en hij zorgde er voor, dat zij daar behagelijk konden leven. + +Toen Pisistratus in het jaar 527 vóór Christus stierf, was er niemand, +die zijn zoon Hippias verhinderde, hem op te volgen. In het begin was +Hippias welwillend voor het volk, maar na eenigen tijd werden hij en +zijn jongere broeder Hipparchus zóó hoovaardig en aanmatigend, dat +een samenzwering werd gesmeed, om hen te vermoorden. Hippias ontkwam, +maar zijn broeder werd gedood. Daarna trad Hippias zóó tyranniek +op, dat zij, die vroeger zeer met hem waren ingenomen, er naar +begonnen te verlangen, dat hij van de regeering werd gestooten. Er +waren bovendien enkelen, die buiten Athene verblijf hielden, en die +hetzelfde wenschten. Dit waren de Alcmaeoniden, die gedurende al +dien tijd in ballingschap hadden geleefd. Steeds hadden zij gehoopt +terug te kunnen keeren, en zij waren verstandig genoeg te weten, +dat de eerste stap daartoe was, de gunst te winnen van de priesters +te Delphi. Zij wachtten verlangend naar een gelegenheid; eindelijk +kwam deze. De tempel van Apollo te Delphi vloog in brand en brandde +tot den grond af. "Wij willen hem voor driehonderd talenten opbouwen," +zeiden de Alcmaeoniden; en de overeenkomst werd gesloten. Nu was voor +hen het geschikte oogenblik gekomen. Niet alleen dat zij zich aan de +overeenkomst hielden, maar zij deden veel meer dan hun plicht was, +daar zij niet alleen de standbeelden en het beeldhouwwerk, maar ook +het geheele gebouw in ieder opzicht veel schooner maakten dan zij +hadden afgesproken. Zij hadden bij voorbeeld beloofd, dat zij het +voorportaal van den tempel van kalksteen zouden vervaardigen; maar +in plaats van gewoon kalksteen, maakten zij gebruik van het zuiverste +en witste Parisch marmer. + +De Grieken waren hiermede ten hoogste ingenomen, en de priesters van +Apollo waren bereid alles voor de edelmoedige Alcmaeoniden te doen. Het +was voor hen een gemakkelijke zaak, gunsten te bewijzen, zoolang zij +de beschikking hadden over het orakel, en zij begonnen dus pogingen +in het werk te stellen om de Alcmaeoniden weder naar Athene terug +te brengen. De Spartanen waren flinke krijgslieden en hadden reeds +lang er naar gehaakt, Athene aan zich te onderwerpen; zoo dikwijls +zij nu het orakel raadpleegden over de ééne of andere onderneming, +was het antwoord steeds: "Bevrijdt eerst Athene." Eindelijk trok de +Spartaansche koning Cleomenes met zijn leger uit, en het duurde toen +niet lang meer, of de Alcmaeoniden kwamen terug te Athene, en Hippias +werd gedwongen in ballingschap te gaan. + +De aanvoerder der Alcmaeoniden was Clisthenes, en spoedig werd hij de +heerscher van Athene. Het gelukte hem, twee veranderingen tot stand te +brengen, die bijzonder voordeelig waren voor zijn land: hij wist te +bewerken, dat er meer eenheid kwam onder de burgers, en hij gaf het +gewone volk een ruimer aandeel in het stadsbestuur. De eenheid onder +de bevolking bracht hij tot stand door hen op een geheel andere wijze +te verdeelen dan voorheen het geval was geweest. Er waren vroeger vier +"Jonische phylae", zooals zij genoemd werden, en iedereen zag op tegen +de aanzienlijke mannen van zijn eigen phyle en behoorde tot de ééne of +andere partij. Clisthenes besloot die partijen uit elkander te rukken, +en dit deed hij op de volgende wijze: Hij verdeelde het geheele land +in tien districten of demen. Daarna vormde hij een phyle, bestaande +uit de bevolking van één deme in het noorden van Attica, een andere +in het zuiden en zoo vervolgens. Er waren tien van die phylae, maar de +bevolking van de verschillende demen waren voor elkander vreemdelingen; +en zoo was het voor een ontevreden edele nu lang zoo gemakkelijk niet +als te voren, om een partij samen te stellen, die hem hielp. Sedert +den tijd van Draco was er steeds een Raad geweest, die wetten aan het +volk voorstelde, en Clisthenes gaf nu iedere phyle het recht vijftig +leden voor den Raad te kiezen. Iedere phyle echter koos een bestuurder +over zich zelf, en eveneens een legeraanvoerder, die aan het hoofd +van het leger stond gedurende één dag, om de beurten met de negen +andere legeraanvoerders. Er werd echter geen verandering gebracht in +de verdeeling der burgers in vier klassen, naar hun inkomen uit land, +en het was nog altijd onmogelijk voor iemand uit de vierde klasse, +om een staatsbetrekking te vervullen. + +De regeeringsvorm van Attica was nu een democratische, dat wil zeggen, +een volksregeering. In vroegere dagen kon niemand overheidspersoon +zijn, tenzij hij tot de Eupatriden behoorde. Draco stond de Ecclesia +toe, de overheidspersonen te kiezen uit hen, die een zeker inkomen +uit land trokken. Tot de Ecclesia liet hij alleen toe, die wapenen en +een wapenrusting uit eigen middelen konden bekostigen. Solon wilde +niet, dat iemand tot overheidspersoon gekozen werd, als hij niet, +zooals in de dagen van Draco, een bepaald inkomen uit land trok; maar +hij liet een ieder tot de Ecclesia toe, zoowel hen, die uit eigen +middelen hun wapenen konden bekostigen, als hen, die daartoe niet +in staat waren. Clisthenes wilde niet, dat de mannen uit de vierde +klasse ambten bekleedden, maar het volk in zijn geheel gaf hij veel +meer macht dan zij vroeger gehad hadden. Er waren een groot aantal +nieuwe burgers, immers Clisthenes gaf hun, die uit andere landen in +Attica waren gekomen, zelfs hun die eertijds slaaf geweest waren, +het recht, burgers te worden. + +Ten einde nog meer macht aan het volk te geven, en het onmogelijk, +voor wien ook, te maken, tyran te worden, voerde Clisthenes twee +merkwaardige gebruiken in. Het ééne was het ostracismus. Indien de +Raad en de algemeene vergadering dachten, dat de ééne of andere burger +zooveel macht kreeg, dat er vrees bestond, dat hij tyran werd, riepen +zij de burgers zamen. Dan werd een ieder verzocht op een aarden scherf +(ostrakon) den naam te schrijven van iedereen, van wien zij meenden, +dat hij gevaarlijk zou worden voor de vrijheid van den staat. Indien +iemand zesduizend stemmen kreeg, moest hij voor den tijd van tien jaar +Athene verlaten. Die verbanning was natuurlijk verre van aangenaam, +maar toch werd zij als een soort van onderscheiding beschouwd, want +inderdaad beteekende het: "Gij zijt grooter of meer populair dan wie +ook in den staat." + +Het tweede gebruik diende, om rijke of machtige personen te beletten +partijen te vormen, die hen tot ambten konden verkiezen. Indien +iemand eenig staatsambt wilde verkrijgen, was alles wat hij nu kon +doen, zijn naam als candidaat voor dat ambt op te geven. Dan werd +er om geloot, om uit te maken, wie de gelukkige zou zijn, die het +ambt zou verkrijgen. Natuurlijk waren de Grieken niet zoo dwaas, hun +legeraanvoerders op die wijze te kiezen; en wat ook de gebreken der +twee gebruiken waren, zij hielden Athene ten minste vrij van tyrannen. + +Het gemeene volk was met die veranderingen zeer ingenomen; de +aanzienlijken echter hadden daar ernstig bezwaar tegen; daarom begonnen +zij plannen te beramen, de democratie omver te werpen. Zij deden een +beroep om hulp bij den Spartaanschen vorst. Koning Cleomenes begreep, +dat, indien Athene een democratie was, en de groote massa van het volk +tevreden was met den toestand, er weinig hoop was, dat hij in Attica +macht zou verkrijgen. Bovendien was hij tot het inzicht gekomen, dat +hij eenvoudig door de Alcmaeoniden gebruikt was geworden, om hen naar +Athene terug te brengen, zonder dat hij er voor Sparta eenig voordeel + +door had verkregen. Daarom was hij niet alleen bereid te helpen, +maar wist hij enkele bondgenooten der Spartanen er toe te brengen, +zich met hem te vereenigen. De bondgenooten trokken zich echter terug, +de Spartaansche aanvoerders kregen onderling oneenigheid en het geheele +Spartaansche leger spatte uit elkander. Het waren de Thebanen en de +bewoners van Chalcis, die dit oogenblik hadden gekozen, om tegen de +Atheners op te trekken. Maar de Atheners trokken evenzeer ten strijde, +en versloegen eerst de Thebanen en daarna de Chalcidiërs. Later deden +de Spartanen een poging, Hippias weder naar Athene terug te brengen, +maar de Atheners waren van hen niet gediend; en zij waren verplicht, +op dat oogenblik hun poging om Attica te beheerschen, op te geven. + +Athene had standbeelden, gebouwen, uitstekende wetten en een beter +staatsbestuur verkregen; maar, wat het meest waard was, het had het +zóóver gebracht, dat de groote meerderheid harer burgers één waren +in hun liefde voor hun vaderland. + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + +DE OLYMPISCHE SPELEN. + + +Er was ééne zaak, waarin de Grieksche natie één geheel vormde, en +wel in de spelen, waarop wij reeds vroeger de aandacht vestigden, +en waaraan niemand kon deel nemen, die niet tot de Grieksche natie +behoorde. De meest bekende spelen waren die te Olympia in Elis. Onder +alle veranderingen in de verschillende staten waren deze in stand +gebleven, en zij werden als iets zóó heiligs beschouwd, dat, hoe heftig +twee Grieksche stammen elkander ook mochten bestrijden, er altijd een +wapenstilstand was in den tijd, dat de Olympische spelen duurden en in +de dagen, die voor de heenreis en de terugreis werden toegestaan. Geen +Griek, die de reis kon bekostigen en om zijn gezondheid daartoe in +staat was, zou er aan denken, van de Olympische spelen weg te blijven; +en de wegen naar Olympia moeten gedurende een tweetal weken vóór en +na het begin van den zomer, in welke dagen de feesten werden gevierd, +een allermerkwaardigst en belangwekkend schouwspel hebben opgeleverd. + +Stel u den eersten dag der feesten voor! Elke der verschillende +staten had vertegenwoordigers gezonden, en die afgevaardigden +droegen hun kostbaarste gewaden en reden in de prachtigste wagens, +die beschikbaar waren. De Grieken hadden zóóveel genot in optochten, +dat er zeker wel een optocht zal geweest zijn, en daarna zoo goed als +zeker een plechtige offerdienst aan Zeus. Dan kwam nog de belangrijke +taak, zich er van te vergewissen, dat zij, die aan de spelen wenschten +deel te nemen, het recht hadden dit te doen. Niet alleen de athleten, +maar ook de scheidsrechters en oefenaars moesten een eed afleggen, +dat zij vrij geboren Grieken waren met onvermengd bloed, en dat zij +de regels van het spel in ieder opzicht zouden in acht nemen. Zelfs +al hadden zij dien eed afgelegd, moesten zij nog hun burgerschap +bewijzen, en de athleten moesten aantoonen, dat zij de regels hadden +gevolgd, die voor het dieet en de oefening waren vastgesteld. Met +dit alles was een geheele dag gemoeid van des morgens vroeg tot des +avonds laat. De volgende dagen--drie en misschien meer--waren voor +de wedstrijden bestemd. De spelen bestonden uit wedloopen, worstelen, +vuistvechten, springen, het werpen van schijven, en het slingeren van +werpspiesen. En ten slotte had men nog de beroemde wedstrijden van +met vier paarden bespannen wagens. Als het oogenblik gekomen was, werd +zoo luid mogelijk op de trompetten geblazen, de slagboomen vielen, en +de paarden stormden vooruit, terwijl de menigte luide kreten aanhief, +en in woeste opgewondenheid jubelde. + +De vijfde dag was aan de overwinnaars gewijd. Een knaap werd naar +het heilige boschje gezonden, om met een gouden mes takken van een +wilden olijfboom af te snijden. Daarvan werden kransen vervaardigd, +die aan de overwinnaars werden aangeboden. Het was het meest trotsche +oogenblik in het leven van een man, als de heraut zijn naam uitriep, +dien van zijn vader en dien van zijn geboortestad, en als hij dan naar +voren trad om zijn kroon in ontvangst te nemen. De menigte juichte +hem uitbundig toe, en hij vergat de lange, vermoeiende en vervelende +dagen, dat hij zich had moeten oefenen, terwijl hij uitsluitend aan +den door hem verworven roem dacht. + +De olijfkrans was op zich zelf reeds belooning genoeg, maar er waren +nog een aantal andere eerbewijzen, die den gelukkigen drager van +den krans wachtten. Gewoonlijk bracht hij een offer aan Zeus, en al +zijn landgenooten, die te Olympia tegenwoordig waren, namen daaraan +met groote ingenomenheid deel, daar hij hun geboorteland roem had +gebracht. Terwijl het offer brandde, liepen zij in een schitterenden +optocht om het altaar heen, en zongen zij daarbij in koor lofliederen +aan de goden, begeleid door de muziek van fluit en cither. Dit was +slechts het begin, want de offerdienst werd gevolgd door tallooze +feestgelagen. De stad, die bij de spelen den voorrang bekleedde, gaf +feesten aan de overwinnaars, en de overwinnaars gaven feesten aan hun +vrienden. En zelfs daarmede waren de eerbewijzen niet ten einde, immers +dikwijls werd ter eere van den overwinnaar een standbeeld opgericht te +Olympia, en ook weleens een tweede standbeeld in zijn woonplaats. Zelfs +de terugkeer van een overwinnaar naar zijn geboorteplaats leverde +een schitterend schouwspel op. Hij was gekleed in een rijk purperen +gewaad, en werd naar zijn woning gebracht in een wagen, door vier +witte paarden getrokken. Zijn vrienden en bloedverwanten volgden +hem, in hun beste kleeren gestoken; en daarop volgde een troep volk, +zingend en juichend, zoo luid dit maar mogelijk was. + +Zoodra zij voor de muren gekomen waren, hield de optocht +stand. "Waartoe zijn er muren noodig ter verdediging van een stad, die +zoo voortreffelijke mannen heeft?" riep het volk; en dan werd een stuk +van den stadsmuur neergehaald, en vlogen de vier witte paarden over +de puinhoopen heen. Natuurlijk volgden ook daar weer feestgelagen, +en werd dikwijls een milde gift in goud en zilver geschonken. De +wijsgeeren uit die dagen herinnerden de burgers er dikwijls aan, dat +die overwinnaars in de spelen voor de stad weinig waard waren. "In +vredestijd zijn zij niets waard" zoo zeiden de philosofen, "immers +het is niet hun geest, maar hun lichaam, dat geoefend is; en zij zijn +niets waard in oorlogstijd, daar hun oefening zóó eenzijdig is, dat +zij spoedig zouden bezwijken, als zij zich moesten onderwerpen aan den +krijgsdienst." Toch bleef de vereering der athleten voortduren. In +sommige steden gebruikten zij dagelijks het middagmaal ten koste +van de stad, en gedurende hun geheele verdere leven werd voor hen +een plaats op de voorste rij in de schouwburg vrijgehouden. Met +zorgvuldigheid werd hun naam ingeschreven in het register, dat te +Olympia werd gehouden, en zoolang zij leefden werden zij geëerd. + +De Grieken hechtten zóóveel gewicht aan die spelen, dat zij bijna +alle gebeurtenissen daarnaar rekenden; het jaar, dat die spelen +werden gevierd en de volgende drie jaren, werden als een Olympiade +gerekend. Zoo noemden zij het jaar 776 vóór Christus het eerste jaar +der Olympiade; het jaar 770 vóór Christus het derde jaar der tweede +Olympiade. + +Gedurende langer dan duizend jaar werden die spelen zonder eenige +onderbreking gehouden. Hun beteekenis voor het Grieksche leven kan +nauwelijks hoog genoeg worden geschat. Zij hadden grooten invloed op +den handel, immers waar zoovele duizenden menschen bijeen waren, daar +moest heel wat gekocht en verkocht worden. Zij hadden eveneens invloed +op de kunst, immers bij die spelen vond de beeldhouwer de schoonste +levende modellen. Zij hadden tevens invloed op de zeden en gewoonten +van het volk, op hun eerbied voor godsdienstige plechtigheden, en +eveneens op hun belangstelling in literatuur en welsprekendheid; +immers bij de meeste dier spelen werden ook daarin wedstrijden +gehouden. De Grieken werden nooit tot één natie vereenigd; toch +droegen de spelen er veel toe bij, dat zij tot de overtuiging kwamen, +dat zij een aantal gezamenlijke belangen hadden en dat, indien een +volksstam de hulp van een vreemdeling inriep tegen een anderen stam, +deze als het ware een verrader van zijn vaderland was. + + + + + + +HOOFDSTUK VIII. + +DE GRIEKSCHE KOLONIËN: DE TYRANNEN. + + +De spelen deden veel om de Grieken tot eenheid te brengen en aan +hun vaderland te binden; maar toch hadden een groot aantal van dezen +hun woonplaatsen verlaten en waren naar andere landen getrokken. Er +waren drie redenen voor dien uittocht. De ééne was, dat de steden +zich uitbreidden; een aantal mannen, die vermogend waren geworden, +hadden slechts weinig deel aan het staatsbestuur en werden daardoor +ontevreden en ongedurig. Een tweede reden was, dat een groot aantal +personen, die niet rijk waren, hoe langer hoe meer verlangden, zoo +snel mogelijk fortuin te maken. Er was daartoe meer gelegenheid in de +nog niet op zoo vasten grondslag gevestigde landen dan in Griekenland +zelf. In de derde plaats waren de Grieken belust op avonturen, en +daarom kon er steeds een troepje gevonden worden, die bereid waren in +oostelijke richting te trekken of zelfs om weg te zeilen, ten einde +na te gaan, wat kon worden ontdekt in het wonderland in het verre +westen, dat is in Italië of Sicilië of Sardinië. Zij konden bijna +overal waar zij dit wenschten, landen en een kolonie stichten, immers +slechts weinige van de stammen, die langs de kusten der Middellandsche +Zee woonden, stelden prijs op die kusten of op de havens. Zij waren +zelfs dikwijls blijde, als vreemdelingen naar hun land kwamen, om +met hen handel te drijven. Zoo verklaart het zich, dat tusschen de +jaren 750 en 600 vóór Christus Grieksche koloniën bij dozijnen werden +gesticht. Menschen, die goud en zilver wilden delven, zij die van +plan waren visch of vee of koren of slaven te koopen, zeilden naar +de kusten van den Pontus Euxinus of de Zwarte Zee. Zij die meenden +rijk te zullen worden door handel te drijven in barnsteen en tin, +reisden naar de kusten van het tegenwoordige Frankrijk; immers die +kostbare artikelen konden gemakkelijk van het noorden worden toegevoerd +langs de Rhone. In vroeger tijden waren er koloniën gesticht op de +eilanden en aan de kusten der Aegeïsche Zee, en later op de eilanden +ten westen van Griekenland, aan de kusten van Afrika, aan de Delta +van den Nijl in één woord: overal waar een troepje Grieken meende, +dat er een goede gelegenheid bestond om handel te drijven, werden +Grieksche kolonies gesticht. Apollo was de god van het koloniseeren; +het behoeft dus geen betoog, dat nooit kolonisten hun tocht aanvaardden +zonder raad in te winnen bij het orakel te Delphi. Die raad was van +bijzonder groote waarde, immers menschen van heinde en ver kwamen +daar, om het orakel te raadplegen, en de priesters hadden heel wat +beter gelegenheid inlichtingen te ontvangen omtrent de verschillende +landen dan anderen. Als een troep Grieken, die een kolonie wenschten te +stichten, het orakel raadpleegden omtrent de plaats, waar zij zich heen +wenschten te begeven, zouden zij misschien vernemen, dat het land niet +vruchtbaar was, of dat de inboorlingen wild en oorlogzuchtig waren, +of dat er op die kust geen goede havens waren. Dan veranderden de +kolonisten hun plan en kozen zij een andere plaats om zich te vestigen. + +Meestal kwam eenzelfde troep kolonisten van dezelfde stad. Zij +brachten altijd eenige sintels mede van de heilige vuren hunner +geboorteplaats, en daarmede ontstaken zij de altaarvuren van hun nieuwe +woonplaats. Zij stonden echter niet langer onder de heerschappij der +oude stad, maar waren volkomen vrij, zich zelf te besturen zooals zij +dit het best achtten. De koloniën waren volstrekt niet overbevolkt; +er was ruimte genoeg voor iedereen, om te leven op de wijze, die zij +verkozen. De opvattingen der kolonisten waren veel oorspronkelijker en +vermeteler; en gedurende langen tijd waren de dichters en wijsgeeren +van de koloniën der eilanden grooter dan die van het vasteland van +Griekenland. Het kleine eiland Lesbos was de woonplaats van den +dichter Alcaeus en de dichteres Sappho (Saffo). Alcaeus schreef +voornamelijk over staatkundige onderwerpen, maar toch vond hij nog +tijd om een gedicht op Sappho te vervaardigen, waarin hij haar noemde +"de violetwevende, reine, liefelijk lachende Sappho." Sappho zelf +vervaardigde zóó prachtige gedichten, dat men van haar niet sprak +als van "een dichteres", maar als van "de dichteres". Een schoone +gedachte wordt door haar uitgedrukt in de volgende woorden: + + + "De sterren, die schittrend aan 't hemeldak staan, + Verbleeken, en 't is met haar luister gedaan, + Zoodra volle maan heel den hemel verlicht, + En ons doet bewond'ren haar zilveren gezicht." + + +De grootste wijsgeer van dien tijd, Pythagoras, was eveneens geboren +op één der Grieksche eilanden, en wel op Samos, een eiland, nauwelijks +vijf en veertig kilometers lang. "Wat is een wijsgeer?" werd hem eens +door een koning gevraagd; en hij antwoordde: "Bij de spelen wenschen +enkelen roem te verwerven, anderen wenschen voor geld te koopen +en te verkoopen, en anderen wenschen toe te zien, wat de anderen +doen. Zoo gaat het ook in het leven; en de wijsgeeren zijn diegenen, +die toezien, die de natuur bestudeeren en naar wijsheid zoeken." Er +loopen omtrent Pythagoras de meest dwaze verhalen. Eén daarvan is, +dat hij een wilden beer temde, door hem toe te spreken; een ander, +dat, toen hij een rivier overstak, de rivier uitriep: "Heil u, +Pythagoras!" Hoewel hij nooit beren temde door ze toe te spreken, +of luisterde naar de begroetingen van rivieren, bewijzen toch die +verhalen, dat hij als een merkwaardig man door al zijn tijdgenooten +werd beschouwd. Hij was dan ook inderdaad een diep denker en was +zeer geleerd in de wiskunde. Enkele echter van zijn stellingen waren +zeer zonderling; hij meende bij voorbeeld, dat de planeten bij haar +beweging in de ruimte een prachtige harmonie voortbrachten. "Waarom +hooren wij die dan niet?" vroegen zijn leerlingen. "Omdat de muziek +te fijn is voor de menschelijke ooren," luidde zijn antwoord. Eén van +zijn wijze spreuken was: "Rakel nooit een vuur op met een zwaard"; +wat beteekent, dat, indien iemand vertoornd is, men niets moet doen om +dien toorn aan te wakkeren. Een andere spreuk was: "Verlaat uw post +niet, als het u niet door den aanvoerder is bevolen," wat beteekent: +Pleeg geen zelfmoord. + +Het koloniseeren duurde, zooals wij opmerkten, van 750 tot 600 vóór +Christus. Gedurende het grootste gedeelte van dien tijd hadden de +meeste Grieksche staten hun regeeringsvorm veranderd. In de vroegere +tijden waren zij alle door koningen bestuurd. De macht der koningen +werd hoe langer hoe minder, en ten slotte namen in bijna iederen +staat enkele van de machtigste geslachten, eigenaars van groote +landgoederen, de regeering in eigen handen. De regeeringsvorm werd +toen een oligarchie, dat beteekent, een regeering door enkelen. Die +"enkelen" beweerden, dat zij afstammelingen waren van de helden, en dat +zij veel verstandiger waren dan het volk om hen heen. Het gemeene volk +was dit meestal volstrekt niet met hen eens, en in de meeste staten +stond na korten tijd de ééne of andere leider op, die de regeering +bemachtigde. Een dergelijke bestuurder werd een tyran genoemd, dat +wil zeggen, iemand wiens macht niet aan de wetten is ontleend. + +In één opzicht was de regeering van de tyrannen in het voordeel van +den staat; immers ten einde de gunst der goden te winnen, bouwden +zij een aantal prachtige tempels. Door den bouw van die tempels en +andere openbare werken werden de steden heel wat fraaier dan wanneer +de koningen de macht in handen hadden, en kreeg het volk eveneens +werk te verrichten. Sommigen onder de tyrannen waren humaner en +welwillender dan de koningen geweest waren; toch hadden de Grieken +bezwaar tegen het denkbeeld, te worden geregeerd zonder dat de +heerschers aan bepaalde wetten gebonden waren, zoodat zij aan de +willekeur van één enkel persoon waren overgeleverd, en dus duurde de +tyrannie zelden lang. Sparta had nooit een tyran, en voortdurend was +zij bereid andere staten te helpen een tyran te verdrijven, als het +kon strekken tot vermeerdering van hun eigen macht. + +Één van de meest bekende tyrannen was Polycrates van +Samos, die een geruimen tijd de gelukkigste man van de wereld +scheen te zijn. Hij bemachtigde den troon op het ééne eiland +na het andere, en zelfs met behulp van Sparta kon het volk +niets tegen hem uitrichten. Hij bouwde een vloot van honderd +schepen, en zoo dikwijls hij hoorde, dat een galei met een bijzonder +rijke lading in de nabijheid was, zond hij enkele van +die snelzeilende schepen ter vervolging uit, en werd den tyran +een rijke schat thuis gebracht. Wat hij ondernam gelukte hem; +eindelijk schreef hem zijn vriend, de koning van Egypte, het +volgende: "De goden zullen zeker afgunstig worden op uw +voorspoed. Ik bid u, offer datgene op, wat gij het meest op prijs +stelt, opdat zij in hun afgunst zich niet op u zullen wreken en +u ernstig nadeel berokkenen." Er was nu één ding, dat Polycrates +als zijn zeldzaamsten schat beschouwde, en dat was een +schitterende zegelring van smaragd. Hij wierp dien in gevolge +den raad van zijn vriend in zee. "De goden zullen nu zeker +wel niet jaloersch op mij zijn," zoo sprak hij, terwijl hij met +verdriet naar de plaats keek, waar zijn kostbare schat ondergezonken +was. Eenige dagen later bracht hem een visscher +een grooten visch ten geschenke. En zie, toen de visch was +opengesneden, kwam daaruit de smaragden ring voor den dag. +Toen de koning van Egypte daarvan hoorde, dacht hij: "De +goden weigeren het offer, dat hij gebracht heeft. Ik kan niet +langer zijn bondgenoot blijven, want ongetwijfeld zal hem +spoedig een vreeselijk onheil treffen." De voorspelling werd +vervuld, immers Polycrates viel in handen van een vijand, +die hem door kruisiging ter dood bracht. + +Een tweede beroemde tyran was Dionysius van Syracuse, die meer +dan een eeuw na Polycrates leefde. Deze was wreed en wraakzuchtig; +toch wordt er één aardig verhaal omtrent hem verteld. Een zekere +Pythias had een samenzwering tegen hem gesmeed en was ter dood +veroordeeld. Pythias smeekte om enkele dagen vrijgelaten te worden, +ten einde een handelszaak nog vóór zijn dood te regelen. "Mijn +vriend Damon zal mijn plaats innemen," zoo sprak hij, "en als ik +niet terugkeer, is hij bereid in mijn plaats te sterven." Dionysius +had geen flauw begrip van een zoo trouwe, opofferende vriendschap, +maar hij was zóó nieuwsgierig om te zien, wat het resultaat zou zijn, +dat hij in de ruiling toestemde. De tijd voor de terechtstelling +naderde al meer en meer, maar Pythias kwam nog steeds niet terug. Op +het laatste oogenblik kwam hij aanhollen, buiten adem van het loopen, +daar een onvoorzien beletsel hem had opgehouden. Het verhaal luidt, +dat Dionysius door die onzelfzuchtige liefde zóó bewogen was, dat +hij Pythias vergiffenis schonk en smeekte, dat hij als derde in hun +vriendschapsbond mocht worden opgenomen. + + + + + + +HOOFDSTUK IX. + +DE EERSTE EN DE TWEEDE PERZISCHE TOCHT. + + +In den loop der tijden verjoegen de meeste Grieksche staten hun +tyrannen. Dit was gelukkig, immers in de moeilijkheden, die hun te +wachten stonden, was het noodzakelijk, dat er tusschen de verschillende +burgers van een staat eensgezindheid heerschte, en dat zij bovendien +niet werden bestuurd door iemand, die zich weinig bekommerde om +hen of om het vaderland, als hij zelf maar zijn positie als tyran +kon handhaven. + +De moeilijkheden kwamen van het oosten. Juist aan de andere zijde +van de Aegeïsche Zee lag de landstreek Lydië. Hier en in het +naburige grondgebied hadden de Grieken koloniën gesticht, en daar +zoovelen der kolonisten uit Athene en andere Jonische steden gekomen +waren, en daarom van Jonisch bloed waren, werd de geheele groep een +volksplanting, bekend onder den naam van Jonië. Die volksplantingen +waren voorspoedig en rijk geworden. Het was zeer gemakkelijk in Lydië +rijk te worden. Lydië was het land, waar volgens de overlevering +koning Midas had geleefd, die het vermogen had gekregen, alles wat hij +aanraakte in goud te veranderen, een vermogen, dat hij afschuwelijk +begon te vinden, toen zijn dochter bij zijn aanraking in een levenloos +gouden beeld was overgegaan. Het verhaal liep, dat de bodem van de +rivier den Pactolus in goud was veranderd, toen Midas de eigenschap, +dat alles wat hij aanraakte in goud overging, verloren had, nadat hij +in den Pactolus had gebaad. Hoe dit moge zijn, zeker was het, dat de +rivier op den bodem goudzand bevatte. In het begin hadden de Lydiërs +zich niet veel om hun zeekust bekommerd, en hadden zij zich tegen de +vestiging der Grieken niet verzet; maar naarmate de tijd voorbijging, +begon zich bij hen de overtuiging te vestigen, dat een koninkrijk +niet van de zee moest worden afgesloten door volkeren van een geheel +anderen stam. "Jonië moet ten minste toegeven, dat ik er koning over +ben," zoo sprak de beheerscher der Lydiërs, en hij viel Milete aan, +de grootste en rijkste van alle steden in de koloniën. De aanval +eindigde in goeden vrede; de stad en het koninkrijk kwamen overeen, +in vriendschap te leven. + +De volgende koning van Lydië was Croesus. Hij belegerde één +kolonie,--maar dat beleg werd tamelijk zachtmoedig ten uitvoer +gebracht, zoodat het in wezenlijkheid geen schade toebracht--en +spoedig stemde niet alleen die ééne volksplanting, maar alle Jonische +koloniën er in toe, hem als hun koning te erkennen. Croesus was de +rijkste heerscher in Azië, en hij was even edelmoedig als hij rijk +was. Hij bewonderde de Grieken en hield van hen, en was steeds gereed +hun gunsten te bewijzen. De Spartanen zonden eens boden naar hem +toe, om goud te koopen, ten einde het standbeeld van een godheid +te versieren, en hij schonk hun alles wat zij noodig hadden ten +geschenke. Een Athener was vriendelijk geweest voor zijn afgezanten, +en de dankbare koning voerde hen naar de koninklijke schatkamer, en +stond hem toe, zooveel goud mede te nemen als hij kon dragen. Hij +was zóó goed voor de bewoners van Delphi, dat zij hem tot burger +der heilige plaats maakten. De volksplantingen vonden het wel niet +aangenaam, dat zij haar onafhankelijkheid verloren, maar zij hadden +van een zoo welwillenden heerscher niets te vreezen. + +Spoedig kwam echter de tijd, dat zij reden hadden verontrust te +worden. Cyrus, de koning der Perzen, had Medië, het land, dat ten +oosten van zijn koninkrijk lag, onderworpen, en maakte zich gereed +Lydië aan te vallen. Hij noodigde de koloniën uit, zich met hem +te vereenigen. Milete stemde daarin toe, maar de andere koloniën +weigerden. Croesus werd verslagen, en toen moest Jonië toegeven. + +Zoo kwam het, dat Griekenland de rijke koloniën aan de Lydische +kust verloor; en voordat vele jaren voorbijgegaan waren, begonnen +de Grieken voor hun eigen land te vreezen. Het Perzische rijk, hoe +groot het ook was, was niet groot genoeg, om den zoon van Cyrus, +Cambyses, te voldoen, en toen hij aan de regeering kwam, begon hij +voorbereidingen te maken, om zijn rijk uit te breiden. Hij veroverde +Phoenicië, en snelde langs de kust van Afrika, terwijl hij Egypte en +de Grieksche koloniën ten westen van Egypte verwoestte. De volgende +koning, Darius, was zelfs nog veel eerzuchtiger dan Cyrus en Cambyses +geweest waren, en zoodra hij sommige oproeren had onderdrukt, enkele +prachtige gebouwen had gesticht en sommige goede wegen had aangelegd, +trok hij eveneens uit, om zijn koninkrijk te vergrooten. Eerst trok +hij naar het oosten, en spoedig was Indië een deel van het Perzische +rijk geworden. Hij had echter het land, dat in het westen lag, niet +vergeten, en niet lang daarna besloot hij, zijn krachten op Europa +te beproeven. Hij had een oude veete tegen de Scythen, een volk, dat +leefde in het zuiden van het tegenwoordige Rusland, en daarom begon +hij met te trachten hen ten onder te brengen. Hij trok den Bosporus +over en marcheerde door Thracië in noordelijke richting. Hij wist, +dat de Donau in zijn weg zou zijn, daarom had hij reeds te voren +zijn vloot naar de monding dier rivier gezonden, met het bevel, +een schipbrug over den Donau te leggen. Daarna trok hij den Donau +over, teneinde de Scythen te vervolgen. Hij zou even goed den wind +kunnen achtervolgen, want er waren daar geen steden te verwoesten, +en de Scythen brachten bijna hun geheele leven te paard door. Zij +hadden een gewoonte, die de vijanden dol van woede maakte, en wel +dat zij altijd in het gezicht der Perzen bleven, zonder ze ooit de +gelegenheid te geven, hen te pakken. + +De Scythen hadden schik in het geval, doch Darius was wanhopig en +wist niet, wat te beginnen. Daarna zonden de Scythen hem, om hem te +tergen, een geschenk--en wel een muis, een kikvorsch, een vogel en +vijf pijlen. "Indien de Perzen verstandig zijn," zeide de afgezant, +"kunnen zij de beteekenis zelf wel ontdekken." "De muis is van de +aarde afkomstig, de kikvorsch van het water, de vogel uit de lucht, +terwijl de pijlen overleg beteekenen," zoo bedacht Darius. "Het +beteekent, dat zij op het punt zijn zich over te geven." Maar één +der Perzen kon zich met die verklaring niet vereenigen. Volgens hem +was de beteekenis deze: "Zoolang gij, Perzen, u niet in vogels kunt +veranderen en door de lucht kunt vliegen, of muizen kunt worden om +onder den grond te wroeten, of u in kikvorschen kunt veranderen en u +kunt terugtrekken in de moerassen, zult gij nooit uit dit land kunnen +ontsnappen, maar zult gij omkomen, door onze pijlen doorboord." Darius +hechtte niet de minste waarde aan die verklaring; maar toen de Scythen +en Perzen eindelijk in slagorde geschaard stonden, vloog een haas op; +de Scythen renden weg om dien haas te vervolgen. Toen zeide Darius tot +den uitlegger: "Gij hadt gelijk. De Scythen hebben groote minachting +voor ons, en wij zullen naar Perzië terugkeeren." + +Zij namen den terugtocht aan, maar de Scythen trokken sneller voort +dan zij, en kwamen vóór hen aan de schipbrug. Deze werd door sommige +Joniërs bewaakt, die zich aan Darius hadden overgegeven. "Breekt de +brug af," riepen de Scythen met aandrang, "gij kunt dan in vrede naar +huis gaan. Wij zullen er voor zorgen, dat Koning Darius nooit weer een +oorlog begint." De Jonische aanvoerders waren door Darius belast met +de bescherming van enkele steden, die hij veroverd had. Eén van hen, +Miltiades, zeide: "Laat ons de brug vernielen, en dan zal Griekenland +ten eeuwigen dage bevrijd zijn van de vrees voor Darius." "Neen," +zeide van zijn kant Histiaeus, de heerscher van Milete. "Indien Darius +verslagen wordt, zullen wij niet langer in zijn steden het bevel +voeren." De brug werd niet verwoest, en Darius keerde veilig naar +huis terug. Hij had wel is waar de Scythen niet ten onder gebracht, +maar hij had een aantal steden in Thracië en Macedonië gedwongen, +zich aan hem te onderwerpen. In het noorden, oosten en zuiden van +Griekenland was in werkelijkheid alles in zijn handen; en om de zaken +voor dat kleine land zelfs nog moeilijker te maken, kwam er nog bij, +dat het koninkrijk Carthago, in Afrika, het eiland Sicilië trachtte +in bezit te krijgen. + +De Grieken uit het moederland waren verontrust, en die in Jonië waren +ongelukkig. Toch zou er misschien niets gebeurd zijn, als Histiaeus, +die Darius gaarne aan zijn hof verbonden wilde houden, er niet naar +verlangd had naar Milete terug te keeren. Zijn redeneering was deze: +Indien de Jonische volksplantingen slechts wilden in opstand komen, +zou misschien Darius mij terugzenden, om die koloniën ten onder te +brengen." Het gelukte hem, een boodschap aan zijn schoonzoon te doen +toekomen, die luidde: "Zorg, dat er in Jonië een opstand wordt op touw +gezet." Zijn schoonzoon gehoorzaamde. Daarna stak hij de Aegeïsche +Zee over, om te hooren, of Griekenland de opstandelingen te hulp zou +komen. Sparta had er niet het minste belang bij en er ook volstrekt +geen lust in, Jonische kolonisten te hulp te komen en zoo Athene te +versterken, maar Athene kon moeilijk hulp weigeren, waar het haar +eigen kolonisten betrof. Bovendien hadden zij zelf nog een kleinen +wrok tegen de Perzen, omdat zij Hippias hadden opgenomen en alles +hadden gedaan, wat zij slechts konden, om hem weer tyran van Athene +te maken. De Atheners besloten daarom, twintig schepen te zenden. De +Eretriërs op Euboea, een groot eiland aan de kusten van Attica, +beloofden hun hulp, en zoo zeilden deze en de Atheners de Aegeïsche +Zee over. De kolonisten en hun bondgenooten namen Sardes, de hoofdstad +van Darius, in; doch toen kwamen een zóó groot aantal Perzen in het +veld, dat zij begonnen vrees te koesteren. Zij ijlden terug aan boord +van hun schepen en gingen weder naar huis. Zij hadden genoeg gedaan, +om zich de vijandschap van Darius op den hals te halen, maar niet +genoeg om de kolonisten van veel dienst te zijn. Vlugge ijlboden +spoedden zich naar Darius "O Koning" riepen zij, "Sardes is genomen +en verbrand door de Joniërs en de Atheners!" "De Atheners! wie zijn +dat?" vroeg Darius. Zijn raadslieden vertelden het hem. Hij schoot +een pijl in de lucht en riep: "O Zeus, sta mij toe, dat ik mij op de +Atheners wreek!" Daarna wendde hij zich tot een slaaf en gaf dezen +het volgende bevel: "Zoo dikwijls ik mij neerzet om te eten, moet +gij driemaal luide roepen: Koning, denk aan de Atheners!" + +Darius was er de man niet naar, zijn toorn te vergeten, en het +duurde dan ook niet lang, of een Perzisch leger trok door Thracië en +een Perzische vloot zeilde met de grootste snelheid naar Attica en +Euboea. Mardonius, de schoonzoon van Darius, had het opperbevel. De +vloot moest een lang en rotsachtig voorgebergte voorbijzeilen, aan +het uiteinde waarvan de Berg Athos gelegen is met zijn gekartelde +rotsen en steile klippen. Toen de schepen ten noordoosten van dat +punt gekomen waren, stak uit het noordoosten een razende storm op, +die de hulpelooze schepen tegen de rotsen te pletter stootte. Er waren +zóóveel schepen verloren gegaan en zóóveel manschappen verdronken, +dat er voor de Perzen niets anders overbleef dan om te keeren en weer +naar huis te gaan. + +Zoo was de eerste poging, om een inval in Griekenland te doen, +geëindigd, maar steeds riep de slaaf driemaal bij iederen maaltijd: "O +koning, denk aan de Atheners!" en Darius begon spoedig voorbereidselen +te maken, om een inval in Griekenland te doen. Het was hem niet te +doen, om strijd te leveren, maar om in Griekenland voet te krijgen; +daarom zond hij, voordat hij een aanval begon, afgezanten naar de +verschillende Grieksche staten, om te zeggen: "Darius, de groote +koning, verlangt, dat gij hem aarde en water zendt." Alle Grieksche +naties wisten, dat het geven van aarde en water een bewijs van +onderwerping was. Sommige onder de staten gaven toe, maar andere, en +in de eerste plaats Athene en Sparta, waren zóó verontwaardigd, dat +zij de plichten uit het oog verloren, die zij jegens de afgevaardigden +hadden te vervullen. De Atheners wierpen de afgevaardigden van den +koning in een afgrond, waarin dikwijls misdadigers geworpen werden; +de Spartanen wierpen de afgevaardigden in een diepen put, en riepen +hun toe, dat zij nu hun hart konden ophalen aan aarde en water. + +Daarop volgde de tweede Perzische expeditie. De Perzen hadden er +volstrekt geen lust in, ten tweeden male op den berg Athos schipbreuk +te lijden; daarom zeilden zij dwars de zee over naar Euboea. "Helpt +ons" smeekten de Eretriërs de bewoners van Attica, en de Atheners +zonden hun troepen. Zij zouden waarschijnlijk nog heel wat meer +hebben gezonden, als zij niet vernomen hadden, dat de Eretriërs niet +eensgezind waren. Enkelen wilden strijden tot hun laatsten ademtocht; +anderen echter waren van plan, als de omstandigheden daartoe leidden, +de stad in handen der Perzen te helpen; daarom keerden de Atheners +naar huis terug. Nog een tijdlang hielden de Eretriërs den strijd vol; +doch ten slotte pleegde één der Eretriërs verraad, en speelde de stad +in handen der Perzen. + +De Perzen dachten, dat het al heel weinig moeite zou kosten, Attica +te veroveren; daarom legden zij hun krijgsgevangenen ketenen aan, +ten einde hen als slaven te verkoopen, plaatsten hen in hun schepen +en zeilden de landengte over naar Attica. Zij hadden iemand aan boord, +die het land goed kende; dit was namelijk Hippias zelf. "De vlakte van +Marathon is," zoo had hij gezegd, "de beste plaats om te landen. Zij +is uitgestrekt en effen en biedt voldoende ruimte aan, om de ruiterij +te ontplooien." Daarom landden de Perzen te Marathon. De bergen zagen +kalm neer op de duizenden soldaten, en Hippias droomde zich reeds +weer tyran van Athene. + +Maar gedurende al dien tijd waren de Atheners niet ledig gebleven. Van +ieder der phylae, die Clisthenes had gevormd, waren duizend man +gekomen, gewapend en gereed voor den strijd. Juist aan de grens van +Attica lag Plataea. Athene had Plataea verdedigd tegen Thebe, en +Plataea stelde er prijs op, dien dienst te vergelden; daarom kwamen +door één der bergpassen duizend soldaten uit Plataea aanrukken, +om hun trouwe vrienden, de Atheners, te helpen. Ook de Spartanen +wenschten er toe mede te werken, dat de Perzen verjaagd werden; doch +zij beschouwden het als een slecht voorteeken, ten oorlog te trekken +de laatste vijf of zes dagen vóór volle maan; en voordat de maan vol +was, was de slag bij Marathon reeds geleverd. + +Het voornaamste dat ons van den slag is overgeleverd, is dat de +Grieken in slagorde waren opgesteld tegenover de heuvels; de Perzen +waren opgesteld tusschen hen en de zee; een eind van de kust waren +de schepen en de ketenen, waarin de Grieken als slaven zouden worden +weggevoerd, als zij den veldslag verloren. Er waren tienmaal zooveel +Perzen als Grieken; maar de Grieken waren één van geest en streden voor +hun haardsteden en hun vrijheid. Miltiades, die er op had aangedrongen, +de brug over den Donau te verwoesten, was hun aanvoerder. Hij gaf het +teeken tot den aanval. De Grieken stormden in volle vaart vooruit en +deden een aanval op de Perzische linie. Het is niet te verwonderen, +dat de Perzen in stomme verbazing bleven staren en een oogenblik bijna +vergaten te strijden. "Dat zijn krankzinnigen," riepen de Perzen uit; +"zie, hoe zij aanvallen zonder boogschutters en zonder ruiterij om hen +te dekken!" Daarna ontbrandde tusschen beide legers een strijd op leven +en dood. De Grieken waren het sterkst op de vleugels, de Perzen in het +midden. Tegen het einde van den slag joegen de Grieksche vleugels de +Perzische vleugels op de vlucht, maar het centrum der Perzen brak door +het centrum der Grieken heen. Toen keerden de vleugels der Grieken zich +om en stormden op de Perzen los, waarop deze door de vlakte renden en +de helling der kust afdaalden. Zij doorwaadden het ondiepe water en +bestegen hun schepen, alsof duivels hen achtervolgden. Zij hadden even +goed door duivels als door die woedende Grieken kunnen zijn nagezeten, +die in razende vaart door het water achter hen aan holden, zelfs tot +aan de zijboorden van de Perzische schepen. "Vuur, vuur!" riepen zij +"brengt ons vuur, om de galeien te verbranden!" En voordat de Perzen +konden uitzeilen, hadden de Grieken zeven van hun schepen genomen. + +De aanvallers waren vertrokken, maar er was geen minuut tijd voor +rust of voor vreugdebetoon, daar de vloot recht naar het zuiden +stevende. "Athene, Athene, zij zullen Athene aanvallen!" was de +kreet, die van alle kanten werd gehoord. De uiterst vermoeide troepen +marcheerden recht op Athene aan en kampeerden aan de oevers van den +Ilissus; en toen de Perzen tot de overtuiging kwamen, dat de stad +niet bij verrassing kon worden genomen, wendden zij de stevens en +keerden naar huis terug. + +Nu was de tijd voor feestvieren aangebroken. In één opzicht was +de slag bij Marathon slechts een kleine slag; er waren namelijk +slechts een betrekkelijk gering aantal strijders in betrokken. Aan +den anderen kant was het één der belangrijkste veldslagen, die ooit +geleverd zijn; immers indien de Grieken niet hadden overwonnen, +zouden de dappere, trotsche vrijheidlievende Grieken de slaven der +Perzen geworden zijn. Miltiades was de man van den dag, en de Atheners +wisten niet, hoe hem genoeg eer te bewijzen. De Spartanen waren in +geforceerde marschen gekomen, in de hoop, tijdig genoeg voor den +veldslag aanwezig te zijn. Nu bleef hun niets anders over dan naar +de vlakte van Marathon te gaan, de krijgsgevangenen te aanschouwen +en de tenten vol met kostbare schatten, en de dapperheid der Atheners +te prijzen. Maar hoe kon eer bewezen worden aan de dappere soldaten, +die hun vaderland hadden gered? Het was de gewoonte der Grieken, +de lijken van hen, die in den slag gevallen waren, naar huis te te +voeren, om daar begraven te worden, maar ten opzichte van de helden van +Marathon zeiden zij: "Laat hen liggen, waar zij gesneuveld zijn. Hun +lijken mogen nooit de plek verlaten, waar zij hun heldendaden hebben +verricht." En dus begroeven zij de gesneuvelde Grieken in de vlakte +van Marathon. Over hun graf werd een hooge aardheuvel opgericht, en +op dien hoop werden tien statige marmeren zuilen geplaatst, waarop +de namen gegrift waren van iederen Athener, die bij de verdediging +tegen de barbaren gesneuveld was. Een tweede groote aardheuvel werd +opgericht ter eere van de Plataeërs. Ook daarop werden zuilen gezet, +waarin de namen gegrift waren van de helden, zelfs van de slaven, +die gesneuveld waren bij de redding van Griekenland. Marmeren zuilen +gaan te gronde, zij vallen en breken, zij worden naar andere landen +gevoerd; maar een aardheuvel blijft in stand, en de aardheuvels in +de vlakte van Marathon zijn nog in onze dagen te zien. Er is echter +nog een ander gedenkteeken; immers in de kleine dorpen in den omtrek +wordt de bevolking somtijds in den nacht wakker, en verbeeldt zij +zich, dat zij in de doodsche stilte het hinneken der paarden, het +kermen der gewonde manschappen en de machtige kreten der overwinning +kan hooren; en als zij daar in de duisternis staan rond te kijken, +verbeelden zij zich, dat zij de schimmen kunnen zien van de mannen, +die bij Marathon hebben gestreden. + + + + + + +HOOFDSTUK X. + +DE GROOTE PERZISCHE INVAL. + + +Terwijl de Atheners zich nog steeds verheugden over de overwinning +bij Marathon, en tot elkander zeiden: "Eindelijk zijn wij voor goed +bevrijd van de Perzen," waren er sommigen onder hen, die er niet +zoo zeker van waren, dat hun vijanden niet zouden terugkeeren. De +leider van die partij was een zekere Themistocles. Zijn vader was +een Griek, maar zijn moeder was een vreemdelinge, en daarom zagen, +toen hij nog een knaap was, de andere knapen, die van zuiver Grieksch +bloed waren, op hem neer. Hij maakte den toestand voor zich nog wat +moeilijker, daar hij zich niet naar hun gewoonten en handelingen +wilde schikken. Hij was bij voorbeeld van meening, dat het dwaas +was, die talenten tot ontwikkeling te brengen, waaraan in Griekenland +gewicht werd gehecht. Het verhaal is overgeleverd, dat op zekeren dag, +toen iemand een gezelschap door zijn gezang had vermaakt, eenigszins +schamper de opmerking tegen Themistocles gemaakt werd: "Van u schijnen +wij geen liederen te zullen hooren"; waarop hij antwoordde: "Neen, ik +heb in het geheel geen verstand van muziek en van zang, maar wel weet +ik, hoe een kleine stad groot gemaakt kan worden." Themistocles had +deelgenomen aan den slag bij Marathon, en hij geloofde niet alleen, dat +de Perzen zouden terugkeeren, en dat wel met nog grootere legermacht, +maar tevens, dat, als de Atheners zichzelf moesten verdedigen, zij +evenzeer te water als te land moesten leeren strijden. "Bouwt schepen, +bouwt schepen," zeide hij voortdurend. + +De aanvoerder van hen, die een andere meening hadden dan Themistocles, +was Aristides, een man van een zóó oprecht en eerlijk karakter, dat hij +dikwijls "de Rechtvaardige" werd genoemd. Hij had evenals Themistocles +deelgenomen aan den slag bij Marathon, en hij was eerlijk overtuigd, +dat Themistocles ongelijk had. "Het zijn onze overwinningen te land, +die ons zoo krachtig hebben gemaakt," zoo dacht hij, "en zullen wij +nu onze veiligheid toevertrouwen aan de gevaren van den Oceaan?" Hij +en zijn partijgenooten bestreden Themistocles zóó krachtig, dat er +misschien geen enkel nieuw schip zou zijn gebouwd, indien er geen +oorlog ware uitgebroken tusschen Athene en Aegina. Aegina was zóóveel +beter voorzien van schepen dan Athene, en Athene gevoelde zóózeer de +noodzakelijkheid, dat er schepen in den oorlog werden aangeschaft, +dat de Atheners langzamerhand tot de meening begonnen over te +hellen, dat Themistocles wel eens gelijk kon hebben. Ten slotte +werd de strijd tusschen beide partijen zóó heftig, dat de zaak door +het schervengerecht moest worden beslist. Men verhaalt dat, terwijl +Aristides toezag, toen de stemmers hun scherven in de urnen wierpen, +een vreemdeling hem zeide: "Ik kan niet schrijven. Wilt gij den naam +van Aristides op mijn scherf zetten?" "Wat voor kwaad heeft hij u ooit +gedaan?" vroeg Aristides. De man antwoordde: "Niets, maar het verveelt +mij, hem altijd "de Rechtvaardige" te hooren noemen?" Aristides zeide +niets meer, maar schreef rustig zijn eigen naam op de scherf. De +stemming viel ten zijnen nadeele uit, en zoo ging hij in ballingschap. + +Zelfs toen werden de schepen niet dadelijk gebouwd, want het bouwen van +schepen is altijd een kostbare geschiedenis, en het was zeer de vraag, +waar het geld vandaan moest komen. Gelukkig kwam juist in die dagen +een aanzienlijke som in de Atheensche schatkist uit sommige rijke +zilvermijnen. "Geeft dit geld om een vloot te bouwen," zoo pleitte +Themistocles, en eindelijk werden de schepen gebouwd. De Piraeus, +de haven van Athene--de stad toch was ongeveer zes kilometers van +de zee verwijderd--werd versterkt, of liever gedeeltelijk versterkt; +immers voordat het werk voltooid was, waren de Perzen op weg, om hun +derden inval in Griekenland te doen. + +Toen de schepen van Darius te huis gekomen waren zonder den buit en de +menigte gevangenen, die de koning had verwacht, en toen hij de tijding +ontving van den slag bij Marathon, was hij heftig vertoornd. Tweemaal +waren de Perzische troepen naar Europa overgestoken, tweemaal waren +zij teruggedreven. Zij zouden nu ten derden male oversteken, en +hij zelf zou nu medetrekken. Die verwaande Atheners zouden nu eens +leeren, hoe Perzische koningen de vermetele volksstammen behandelden, +die zich tegen hen durfden verzetten. Hij begon alle noodzakelijke +toebereidselen te maken. Hij zond boden naar de steden, die hij +had veroverd, en beval hun manschappen, paarden en schepen bijeen +te brengen, en groote hoeveelheden koren te verschaffen. Gedurende +drie jaar werden de voorbereidselen voortgezet; doch toen stierf +Darius plotseling. + +Xerxes, de zoon van Darius, werd nu koning. Hij was tevreden met +de uitgestrektheid van zijn rijk, en zou veel liever thuis gebleven +zijn. Zijn raadgevers waren echter van een andere meening. Mardonius in +het bijzonder, die de eerste expeditie tegen de Grieken had aangevoerd, +brandde van verlangen, te laten zien, dat hij, al had hij eens het +onderspit gedolven, toch een bekwaam legeraanvoerder was. + +Xerxes besloot, den tocht te ondernemen, en stelde alles in het werk, +te zorgen dat die tocht gelukte. Er moest geen schipbreuk geleden +worden op den berg Athos, daarom liet hij dwars door het schiereiland +een kanaal graven. De landmacht moest den Hellespont oversteken, en +daar liet hij twee schipbruggen bouwen. Korten tijd daarna ontstak +de koning in groote woede, daar een storm zijn schipbruggen had +vernield. Hij beval zijn manschappen, den Hellespont driehonderd +zweepslagen te geven, omdat deze zoo vermetel geweest was, het +werk van den koning te vernietigen, en hij liet de bouwmeesters der +schipbruggen onthoofden. Daarna deed hij iets, wat ongetwijfeld heel +wat verstandiger en practischer was--hij zette zich aan het werk, +om steviger bruggen te bouwen. Eerst werden schepen naast elkander +geankerd, totdat de ruimte tusschen de beide kusten met schepen was +bezet. Daarna werden van de ééne naar de andere kust, zes ontzaglijke +kabels gespannen die op de dekken der schepen rustten. Daarop werden +groote blokken hout gelegd, daarop weder planken, en vervolgens +aarde. Alles werd stevig bevestigd; en ten slotte werd nog een +palissade aan weerszijden gebouwd, die zóó hoog was, dat paarden +en vee niet konden schrikken, als zij zagen, dat er water onder hen +was. De tweede brug werd op dezelfde wijze vervaardigd. + +Toen de bruggen voltooid waren, het kanaal was gegraven, en groote +hoeveelheden levensmiddelen waren opgestapeld op verschillende plaatsen +langs den weg, dien Xerxes voornemens was te volgen, verliet hij de +hoofdstad van zijn rijk. Een tijdlang was hij doodelijk ontsteld, daar +de zon verduisterd werd. "Wat beteekent dit?" vroeg hij in vreeselijken +angst aan de wijzen, die hem vergezelden. "Vrees niet, o groote Koning" +was hun antwoord; "de zon waarschuwt de Grieken, de maan echter de +Perzen. De zon is van den hemel verdwenen, en dus zullen de steden der +Grieken van de aarde verdwijnen." Daarop marcheerde de koning verder. + +Toen het leger aan den Hellespont kwam, stond op den top van +den heuvel een witte marmeren troon, dien Xerxes voor zich had +laten gereed zetten. Daarop zette hij zich neder. Onder hem zag +hij honderden schepen en ontelbare duizenden manschappen, de +grootste land- en zeemacht, die ooit was bijeengebracht. Xerxes +had altijd groot genot in een schoon schouwspel. Hij staarde naar +alle richtingen, naar de zee, de kust en weer naar de zee; en de +gedachte, die toen in de eerste plaats opkwam in den geest van dien +koninklijken aanvoerder was, dat hier een uitstekende gelegenheid was +voor een roeiwedstrijd! De roeiwedstrijd werd werkelijk gehouden, +en de koning genoot er ontzaglijk van. Hij was nog meer verheugd, +toen hij weer op zijn troepen neerzag. Maar plotseling begon hij te +weenen. "Mij beving," zoo sprak hij, "een groot medelijden, toen ik +dacht aan de kortheid van 's menschen leven, en daarbij overwoog, +dat van die geheele troepenmacht, hoe talrijk zij ook moge zijn, +niemand meer over zal zijn, als er honderd jaar verstreken zijn." Dit +was volkomen juist opgemerkt, maar geen deugdelijk legeraanvoerder +zou zich op zulk een tijdstip den tijd genomen hebben hetzij voor +roeiwedstrijden, hetzij voor philofische beschouwingen. + +Den volgenden dag moesten de invallende troepen den Hellespont +oversteken. Reeds lang vóór het aanbreken van den dag brandden de +Perzen reeds specerijen op de schipbrug en bestrooiden zij den weg met +mirtekransen. Zij letten met de grootste aandacht op den oostelijken +hemel, daar de zon hun god was, en zij, als deze helder en schitterend +opkwam, op de overwinning mochten hopen. Toen de eerste zonnestralen +hun oogen verblindden, juichten zij luide van vreugde, en Xerxes +plengde een offer van wijn uit een gouden beker. "O Ormuzd," riep hij, +"ik bid u, dat geen ramp mij tegenhoude bij mijn veroveringstocht, +totdat ik de uiterste grenzen van Europa heb bereikt." Hij wierp +den gouden beker, een gouden schaal en een zwaard in den Hellespont; +en daarna begon het leger den Hellespont over te trekken. + +Het was de schitterendste optocht, die ooit is gezien. Daar waren +de Tien Duizend Onsterfelijken, de uitsluitend voor den koning +bestemde lijfwacht, die ernstig en statig voorttrok, met kronen op +hun hoofd. Duizend van hen droegen speren met gouden granaatappels +aan het benedeneinde, en negenduizend droegen speren, beslagen met +zilveren granaatappels. En dan waren er de tien gewijde paarden, alle +met rijke schabrakken getooid. Dan was er de heilige wagen van Ormuzd, +den zonnegod, getrokken door acht melkwitte hengsten. Die wagen van +Ormuzd werd als zóó heilig beschouwd, dat zelfs de wagenmenner dien +niet mocht bestijgen, maar dien zoo goed mogelijk moest besturen door +er achter te loopen. Achter den wagen van Ormuzd kwam die van Xerxes, +door groote paarden getrokken. Er waren daar Perzen en Meden met +ijzeren maliënkolders, met bogen en pijlen, korte speren en dolken, +en groote teenen schilden. Er waren daar Assyriërs met bronzen helmen +en linnen borststukken, en stokken met ijzeren knoppen. Er waren +daar Saciërs met hooge, puntige mutsen, Sarangiërs in de meest bont +gekleurde kleederen; soldaten uit West-Ethiopië, die hun lichamen +half rood en half wit verfden; soldaten uit Oost-Ethiopië, die op +hun hoofden de huiden droegen van paardekoppen, met de ooren gespitst +en de manen als kuif. Er waren daar Colchiërs met houten helmen, en +kleine met leer bedekte schilden; Thraciërs met hun lange mantels en +met hun vossenhuiden op het hoofd; Chalybiërs, wier bronzen helmen den +vorm hadden van ossekoppen. Er waren wagens en paarden en kameelen en +bedienden en een lange trein met levensmiddelen. Al wat van metaal +was, was gepolitoerd en glinsterend; en vooral de Perzen droegen +zóóveel gouden versierselen, dat hun gelederen in de zon flikkerden +en glinsterden. Zij trokken over de bruggen, en gedurende zeven dagen +en nachten hoorden zij, die aan de kust van den Hellespont woonden, +het getrappel en gestamp van marcheerende voeten. Nadat zij de bruggen +waren overgetrokken, trok het landvolk verder naar Doriscus in Thracië, +waar ook de schepen zich moesten verzamelen. Hier monsterde Xerxes zijn +geheele legermacht. Hij deed dit op de volgende wijze. Tienduizend man +werden in een cirkel opgehoopt. Daarna werd een omheining gemaakt, +die de grootte had van dien cirkel, en met manschappen gevuld. Er +waren genoeg voetknechten, om dien honderdzeventig maal te vullen, +zoodat het aantal voetknechten 1700000 bedroeg. De ruiterij was 80000 +man sterk. Xerxes reed in zijn wagen over de vlakte van den éénen +stam naar den anderen. Daarna besteeg hij een galei, en, gezeten +onder een gouden troonhemel, volgde hij met het oog de schepen, +die hem achter elkander voorbij voeren. De vlootrevue moet hem na +eenigen tijd wel hebben verveeld, immers er waren 1207 oorlogsschepen, +behalve omstreeks 3000 kleine schepen en vrachtbooten. + +Het scheen, dat er genoeg troepen waren, om het kleine Griekenland +van de oppervlakte der aarde weg te vegen. Xerxes ontbood een Griek, +die door zijn landgenooten van den troon van Sparta was verdreven, +en zeide: "Demaratus, ik ben van meening, dat, zelfs indien alle +Grieken waren samengebracht, zij mijn aanval niet zouden kunnen +weerstaan, maar wat denkt gij er over?" Demaratus vroeg: "O koning, +zal ik u een juist antwoord geven, of verlangt gij van mij alleen een +antwoord, dat u welgevallig is?" "Spreek de zuivere waarheid," zeide +de koning, "en ik zal er u niet minder dankbaar om zijn." Toen zeide +hem Demaratus, dat, hoe het ook met de andere stammen gesteld mocht +zijn, de Spartanen zeker nooit zijn slaven zouden worden. "Indien er +slechts duizend van hen waren," zoo verklaarde hij, "zouden zij niet +vluchten, maar zouden zij moedig te velde trekken en tegen uw geheele +leger slag leveren." Koning Xerxes lachte en zond hem vriendelijk weg. + +Het leger werd onder het marcheeren nog voortdurend grooter, immers de +stammen, die door de Perzen overwonnen waren tijdens vroegere invallen, +werden gedwongen, soldaten te leveren. Reeds lang te voren was het +bevel gezonden naar de steden langs den weg, dat zij levensmiddelen +voor het leger moesten verschaffen. Zij durfden dit niet te weigeren, +en gedurende een aantal maanden hadden zij druk werk gehad, om alles +gereed te maken. Tarwe en gerst moest gemalen worden; vee en gevogelte +moest worden gekocht en vet gemest. Deze dienden voor het leger; +maar de bewoners der steden wisten zeer goed, dat zij bovendien een +schitterend feestmaal voor den koning en zijn vrienden moesten gereed +maken, indien zij diens gunst wilden winnen. Een enkele stad legde +aan een dergelijk feestmaal meer dan een millioen gulden ten koste, +en andere steden niet zooveel minder. Het leger verslond den geheelen +voorraad, die op de akkers en het land aanwezig was, en dronk als +het ware de rivieren droog, zoodat zij niets achter zich lieten dan +kleine modderbeekjes, die zich langs de ledige beddingen voortsleepten. + +Het was de vraag, of zij door de bergengte van Tempe in Thessalië +zouden trekken, of door een andere, die verder van de kust verwijderd +was. Xerxes ging aan boord van één van zijn schepen, en deed een +korten tocht, ten einde van uit het water Tempe te kunnen zien. Hij +liet het anker vallen aan de kust van Thessalië, en staarde naar +het strand. Vóór hem verrezen hooge klippen. Tusschen die klippen +was een nauwe kloof, waardoor een rivier in zee stroomde. "Is er +geen andere uitweg voor de rivier?" vroeg hij. "Neen, o Koning" +luidde het antwoord, "want Thessalië is geheel omgord door een kring +van bergen." "De Thessaliërs waren dan verstandige mannen," zeide +de koning, "dat zij zich tijdig aan mij onderworpen hebben. Ik zou +gemakkelijk die engte kunnen vullen en het geheele land in een meer +kunnen veranderen." Xerxes zeilde naar zijn leger terug, maar voordat +hij verder ging, zond hij afgezanten naar de verschillende staten, +om aarde en water te vragen. Maar naar Athene en Sparta werden geen +herauten gezonden, omdat daar de afgezanten, die vroeger gezonden +waren, zoo schandelijk waren behandeld. + +De Grieken hadden de beweging van Xerxes gevolgd, zooals een muis die +van een kat volgt. "Hij maakt groote toebereidselen; hij is in Sardes +in Lydië, hij is aan den Hellespont: hij is dien overgetrokken"; +dit waren de berichten, die hen bereikten. Er waren enkele staten, +die besloten, zich maar dadelijk over te geven aan de genade van den +Perzischen Koning, en die hun aarde en water zonden. De Atheners +wisten zeer goed, dat hun geen genade zou worden geschonken. Zij +wisten eveneens, dat er geen kans op de overwinning bestond, als zij op +zichzelf moesten staan. Daarom noodigden zij de verschillende staten +uit, afgevaardigden te zenden naar een bijeenkomst, die te Corinthe +zou worden gehouden. Sommige staten zonden afgevaardigden; andere +deden dit niet. De Spartanen werden beschouwd als de beste soldaten +van Griekenland; en zij zouden natuurlijk het geheele leger aanvoeren; +maar Argos wilde niets weten van een bondgenootschap, indien niet de +koning van Argos zijn deel kreeg in het opperbevel. Thebe wilde van +niets weten, wat door Athene werd voorgesteld. Ook waren boodschappers +gezonden naar de grootere koloniën, om hulp te vragen, ten einde het +moederland te bevrijden van de barbaren. "Als Griekenland veroverd +is," zoo spraken zij, "zullen de Perzen op u losrukken. Redt u zelf, +door Griekenland te redden." Gelo, de tyran van Syracuse in Sicilië, +luisterde met aandacht naar de boodschap. Hij antwoordde: "Ja, ik zal +u tweehonderd oorlogsschepen en acht-en-twintig duizend manschappen +zenden, en ik zal voedsel voor het geheele leger verschaffen, zoolang +de oorlog duurt; maar ik, Gelo van Syracuse, moet dan leider en +opperbevelhebber zijn." "Het opperbevel komt Sparta toe," verklaarden +de afgezanten. "Als gij u niet onder onze leiding wilt stellen, moet +gij ons geen troepen zenden." "Ik heb veel meer manschappen dan de +Spartanen," zeide Gelo, "maar ik zal toegeven en tevreden zijn met +het opperbevel, òf te land òf ter zee." + +Doch ook de Atheensche afgezanten wilden van hun rechten geen afstand +doen. "Wij zijn de oudste natie van Griekenland," zoo zeiden zij, +"wij bezitten de grootste vloot; zelfs te Troje was onze aanvoerder +beroemd om zijn geschiktheid; en als de Spartanen het opperbevel ter +zee afstaan, dan komt het ons toe." Gelo antwoordde: "Gij hebt naar +alle waarschijnlijkheid meer aanvoerders dan manschappen. Hoe sneller +gij terugkeert, des te beter." + +Athene, Sparta, Plataea en andere staten, die waren overeengekomen, +gemeene zaak te maken, zagen nu, dat zij op niemands hulp konden +rekenen, maar aan eigen kracht waren overgelaten. De Atheners zonden +boden naar Delphi. Het orakel was even onduidelijk als de orakels +gewoonlijk waren, en de eenige mededeeling, die zeker scheen te zijn, +was, dat de vijand Athene zou innemen. Eén zinsnede in het bijzonder +werd door de Atheners herhaaldelijk besproken en van alle kanten +bekeken. Zij luidde: "De houten muren zullen veilig blijven voor u +en uw kinderen." Sommigen brachten het feit in herinnering, dat in +de oudste tijden de Acropolis door een houten palissade versterkt +was. "Wat er ook geschiede," zoo zeiden zij "wij kunnen ons op de +Acropolis terugtrekken." Themistocles echter zeide, dat naar zijn +meening "de houten muren" hun schepen beteekenden; en ten slotte +waren het de meeste Atheners met hem eens. + + + + + + +HOOFDSTUK XI. + +DE GROOTE PERZISCHE INVAL. (VERVOLG). + + +En nu was Xerxes goed en wel op weg. De Thraciërs wisten, dat hij het +allereerst door hun land zou trekken, en daarom zonden zij boden naar +de vergadering te Corinthe, die moesten zeggen: "Mannen Grieken, het +is niet gepast, dat wij ter uwer verdediging alleen en zonder bijstand +aan den dood worden prijsgegeven. Zendt ons troepen, om den bergpas te +Tempe te bewaken, of anders zullen wij onderhandelingen openen met de +Perzen." Een leger werd gezonden, maar toen zij vernamen, dat er nog +een tweede bergpas was, waardoor de vijand zou kunnen binnenkomen, +verlieten zij Tempe om naar Corinthe terug te keeren. + +Er moest toch ergens tegen de Perzen stand gehouden worden, maar +wat was de meest geschikte plaats? Natuurlijk zou Xerxes zoo dicht +mogelijk bij de zee blijven. Zij moesten dus een pas vinden in de +nabijheid der kust, waardoor hij gedwongen kon worden heen te trekken, +en zóó nauw, dat slechts enkelen van zijn manschappen daar te gelijk +zouden kunnen vechten. Zij lieten de keus vallen op de Thermopylae, +omdat de bergen daar zóózeer in zee vooruitstaken, dat slechts een +zeer nauwe doortocht tusschen die bergen en de zee overbleef. Hier +hielden de Grieken stand. Hun aanvoerder was Leonidas, de koning der +Spartanen. Met hem waren driehonderd Spartanen, die hij één voor één +had uitgezocht om hun moed en vaderlandsliefde. Er waren bovendien +omstreeks zesduizend man uit verschillende stammen. Dit was een +bespottelijk klein leger, om aan de honderdduizenden van Xerxes te +gemoet te zenden; maar het was juist de tijd der Olympische spelen, +en tevens van een feest ter eere van Apollo. Zoodra die feesten +voorbij waren, zouden meer manschappen worden gezonden. Niemand +vermoedde, dat de strijd bij de Thermopylae zoo spoedig zou komen; +en in ieder geval kon een natie, die verzuimde haar goden te eeren, +geen voorspoed in den oorlog verwachten. + +Xerxes zou misschien zijn manschappen hebben doen inschepen en hen +ten zuiden van de Thermopylae doen landen; maar vierhonderd van zijn +oorlogsschepen hadden tijdens een storm schipbreuk geleden, en de +vloot der Grieken hield de wacht bij de straat van Artemisium, om +de overige schepen tegen te houden. Indien hij dus Griekenland wilde +binnenkomen, moest hij de Thermopylae doortrekken. Dit leek hem een +eenvoudige zaak toe. Hij had wel gehoord, dat er enkele manschappen +aan den pas geplaatst waren, maar hij was overtuigd, dat deze spoedig +zouden wegloopen. Inderdaad waren er enkelen, die er over spraken, +dit te willen doen. "Laat ons naar Corinthe terugkeeren," drongen zij +aan. "Het hoogste, wat wij kunnen bereiken, is den Peloponnesus te +verdedigen." "Neen," riep Leonidas, "laat diegenen onder u, die dit +wenschen, zich terugtrekken; maar wat mij en mijn Spartanen betreft, +wij zijn gezonden, om dezen pas te verdedigen, en hier houden wij +dan ook stond." + +Daarna ontstond een gevecht, zóó verschrikkelijk, als de wereld nog +nooit had aanschouwd. Het duurde van 's morgens vroeg tot 's avonds +laat, en den volgenden dag nog eens even lang. Doch daarna kwam +verraad in het spel. Een Maliër, Ephialtes genaamd, lichte Xerxes in +omtrent een voetpad, dat over de bergen voerde, en om den pas heen +liep; en tegen het vallen van den avond leidde die verrader de Perzen +uit het kamp, liet hen een nietig riviertje overtrekken en den berg +beklimmen. De Grieksche wachten op den top konden hen niet zien, daar +de helling van den berg overal met dikke eiken was bedekt; zij wisten +dus niets af van de komst van den vijand, totdat zij in de stilte van +den vroegen morgen het getrappel hoorden van duizenden voeten. De +kleine legermacht kon niets anders doen, dan zich voorbereiden +voor den dood; maar de vijand stormde langs hen voort, daar hij de +Grieken aan den pas wilde omsingelen. Toen Leonidas hoorde, dat het +bergpad ontdekt was, wist hij, dat er geen kans was de Thermopylae +te houden. "Keert naar den Isthmus terug, als gij wilt," zeide hij +tot zijn bondgenooten, "maar wat mij en mijn Spartanen betreft, de +wetten van ons land verbieden ons de plaats te verlaten, ter welker +verdediging wij aangewezen zijn." Ook de Thespiërs weigerden terug te +trekken. De strijd werd voortgezet, zoo het mogelijk was nog feller dan +te voren. De Spartanen en de Thespiërs trokken midden op de Perzische +strijdmacht los. Een aantal manschappen werden in zee geworpen, bij +tientallen en honderdtallen werden strijders doodgetrapt. De speren +braken, maar dan streden zij met hun zwaarden; hun zwaarden braken, +maar dan vochten zij met hun handen, met hun vuisten, met steenen, met +alles waarmede zij konden treffen, totdat zij dood ter neder lagen, +begraven onder hoopen Perzische werptuigen. Ook na dien slag werden +de gesneuvelden begraven, waar zij gevallen waren. Ter herinnering +aan de dapperheid van Leonidas werd een marmeren leeuw opgericht +aan den ingang van den pas. Zuilen werden opgericht ter eere van de +soldaten. Op de ééne was geschreven: + + + "Vierduizend man vol heldenmoed, uit Pelops' land + Zij hielden tegen 't honderdvoud tot 't laatst toe stand." + + +Een andere zuil was uitsluitend ter eere der Spartanen +opgericht. Daarop was geschreven: + + + "Ga vreemdeling naar ons geboorteland verkonden, + Dat wij den dood, volbrengend hun bevel, hier vonden." + + +Dit afschrift was afkomstig van Simonides, een dichter van Ceos, +één der Cycladen. Hij kon zulke regels neerschrijven, getuigend +van diepen ernst en groote bewondering, en daarenboven kon hij zóó +sierlijk en teeder schrijven, dat zijn vrienden hem "de liefelijke +dichter" noemden. Eén van zijn gezegden draagt zóózeer den stempel +der waarheid, dat het gedurende alle eeuwen na zijn dood beroemd is +gebleven. Het luidt: "Poëzie is het schilderen door klanken, zooals +schilderen het dichten zonder klanken is." + +Terwijl de beroemde kleine schare Grieken alles in het werk stelde, +om de Perzische krachten bij de Thermopylae tegen te houden, waren de +Grieksche schepen niet werkeloos gebleven. Zij beletten de Perzische +vloot den Euripus binnen te zeilen, de straat tusschen Euboea en het +vasteland gelegen. De Perzen meenden, dat het een goede zet zoude +zijn, tweehonderd van hun schepen om Euboea heen te voeren en van het +zuiden uit den Euripus in. "Wij zullen dan de Grieksche schepen in de +zeeëngte opgesloten hebben," zoo was hun redeneering, "en met onze +vloot zal het gemakkelijk zijn, ze alle te vernietigen." Zij zonden +dus hun tweehonderd schepen, maar spoedig werd de vloot door een +storm overvallen en vernield. Gedurende één, twee, drie dagen duurde +de zeeslag voort, waarbij de Perzen door de zeeëngte bij Artemisium +trachtten door te breken, en de Grieken hen tegenhielden. Tegen den +avond van den derden dag kwam een snelzeilend schip aan, dat bij +de Thermopylae den gang van zaken had waargenomen; en nu hoorden de +manschappen aan boord van de Grieksche schepen, dat de pas verloren was +en dat de Perzen tegen Athene optrokken. Er was dus nu geen reden meer +om de zeeëngte te verdedigen; het was verreweg beter, door den Euripus +in zuidelijke richting over te varen. De aanvoerder van de Grieksche +vloot was een Spartaan, maar Themistocles had het commando over de +schepen der Atheners. De winden hadden de partij der Grieken gekozen, +en nu was het zijn voornemen, te zorgen dat ook het land op zijn hand +was. Overal waar de gelegenheid daartoe geschikt was, zond hij mannen +uit, om in de rotsen opschriften te snijden, welke door de Joniërs, +die in het leger van Xerxes waren, zouden worden gelezen. "Jonische +mannen," zoo luidden zij, "loopt, zoo gij kunt, naar onze zijde over; +als u dat niet mogelijk is, onthoudt u dan van den strijd, smeeken +wij u, of ten minste vecht schoorvoetend." Themistocles meende, dat, +zelfs al zagen de Joniërs de opschriften niet, zij toch zeker door +enkelen onder de Perzen zouden gelezen worden, en dat Xerxes het niet +zou wagen, van de hulp der Joniërs in de gevechten gebruik te maken. De +Grieksche vloot zeilde toen Sunium, de zuidelijke punt van Attica, +om, en liet het anker vallen tusschen Athene en het eiland Salamis. + +De Perzen hadden Athene tot einddoel; maar iets ten westen van hun +marschroute lag Delphi; en daar bevond zich de tempel van Apollo, +rijk voorzien van kostbare schatten. Zij konden, zoo meenden zij, +die niet onaangetast laten; daarom verliet een deel van het leger de +kust en trok in westelijke richting voort. De inwoners van Delphi +waren wanhopig. "O Apollo," zoo baden zij, "zeg ons, smeeken wij +u, wat wij met uw heilige schatten moeten doen. Zullen wij ze in +den grond begraven, of ze naar een ander land wegvoeren?" "Vreest +niet," zoo luidde het antwoord, "Apollo heeft niemand noodig, om zijn +eigendommen te beschermen." Daarna vertrokken de meeste bewoners van +Delphi met vrouwen en kinderen uit de stad. Zij die achterbleven, +verhaalden, dat de heilige wapenrusting van Apollo, zonder de hulp van +menschenhanden, uit het binnenste van den tempel was weggedragen en +vóór den tempel was geplaatst. Hoe dit ook moge zijn, een feit is het, +dat er een vreeselijk onweder losbarstte. Van den Parnassus werden +twee reusachtige rotsblokken afgeslagen, die op de Perzen neervielen +en een groot aantal onder hun gewicht verpletterden. Het is niet te +verwonderen, dat de barbaren na het gebeurde doodelijk verschrikt +wegvluchtten en zelfs den aanval van de weinige nog aanwezige inwoners +van Delphi niet durfden weerstaan, of dat zij in hun ontsteltenis +de wonderlijkste verhalen deden over wat hun was overkomen. "Het +waren geen sterfelijke wezens, met wie wij streden," zeiden zij, +"het waren gewapende krijgslieden met meer dan menschelijke gestalte, +die op ons losstormden en enkelen der onzen versloegen." + +Die troepen trokken haastig Boeotië binnen, om zich te vereenigen +met het overige gedeelte van het leger, dat op Athene aanrukte; +en Athene was hulpeloos, daar de Grieken van den Peloponnesus haar +rustig aan haar lot hadden overgelaten en dag en nacht aan het werk +waren, en een hoogen muur over de landengte van Corinthe bouwden, +om de Perzen te beletten hun steden aan te vallen. + +Athene had al het mogelijke gedaan om de Grieksche staten tot +eensgezindheid te brengen en hen over te halen een bondgenootschap te +sluiten. Zij had de bijeenkomst op de landengte van Corinthe op touw +gezet; zij had het opperbevel van het leger niet voor zich opgeëischt; +en hoewel zij heel wat meer schepen bezat dan alle andere staten te +zamen, had zij er in toegestemd, dat het opperbevel over den vloot in +handen der Spartanen werd gelegd. Nu was zij door geheel Griekenland +verlaten. Haar eenige hoop en bemoediging lag in die ééne zinsnede +van het orakel; "De houten muren zullen veilig blijven voor u en +uwe kinderen"; doch de burgers konden het niet eens worden over +de beteekenis dier uitdrukking. Een ander gezegde, dat hen zeer in +verlegenheid bracht, luidde: "Heilig Salamis, gij zult het kroost +van vrouwen verdelgen." Themistocles hield vol, dat "het kroost +der vrouwen" de Perzen beteekende. "Indien het de Grieken had moeten +beteekenen," zoo redeneerde hij, "zou het orakel Salamis niet "heilig", +maar veeleer, "ongelukkig" hebben genoemd; het beteekende ongetwijfeld, +dat de Perzen bij Salamis een vreeselijke ramp moest treffen. Wat +het orakel ook mocht bedoelen, het stond vast, dat de stad niet kon +gered worden. Toen begon een heen en weer vliegen, een opeenhoopen +van vrouwen en kinderen in de booten, en een haastig over het water +trekken naar veiliger plaatsen. Zij waren nauwelijks uit het gezicht +van Athene, toen reeds de Perzen op Athene aanstormden. Zij wierpen +de stad ten onderste boven, plunderden en verbrandden haar, totdat er +niets anders overbleef dan torenhooge brandende puinhoopen. De eenige +hoop der Grieken was in Salamis en in Themistocles gelegen. "Wij +zullen den vijand bij den Isthmus bestrijden," riepen de mannen van +den Peloponnesus, "en als wij dan verslagen worden, kunnen wij naar +onze woonplaatsen terugwijken." Themistocles bewoog hemel en aarde, +om hen van dit besluit af te brengen. "Wij kunnen de Perzen te gemoet +trekken in de nauwe zeestraat bij Salamis," zoo sprak hij, "en dan doet +het er niet toe, hoeveel schepen zij hebben, nu er voor hen daar geen +plaats is, om meer dan enkele te gebruiken. Een overwinning bij Salamis +zal den Peleponnesus even goed beschermen als een overwinning bij den +Isthmus; en het is bij Salamis, dat de godheid ons een overwinning +heeft beloofd." Hier viel een Corinthiër hem in de rede, met den +uitroep: "Gij zijt niets anders dan een man zonder stad! Laat ons +zien, van welken staat gij een afgezant zijt." Themistocles had zich +kalm gehouden bij alle andere ergerlijke en tergende redevoeringen, +maar nu viel hij tegen zijn tegenstanders uit. "Geen vaderland!" riep +hij uit. "Ik heb tweehonderd schepen onder mijn bevelen, die alle +gereed zijn voor den strijd. Welke staat van Griekenland kan mij +weerstaan, als ik verkies een landing te doen? Weest door mijn woorden +overtuigd. Zoo niet, dan zullen wij onze gezinnen medenemen en voor ons +woonplaatsen zoeken in Italië. Als gij ons als bondgenooten verloren +hebt, zult gij u herinneren, wat ik gezegd heb." + +De staten begonnen overtuigd te worden van de kracht der Atheners, +en hadden volstrekt geen verlangen, hen te verliezen. Zij besloten +eindelijk bij meerderheid van stemmen, de Perzen bij Salamis af +te wachten; maar nog steeds bleven de mannen van den Peloponnesus +protesteeren. "Dit is goed voor de Atheners" morden zij, "maar +voor ons is het volstrekt geen voordeel." Het gelukte hun, een +tweede vergadering te doen bijeenroepen, en Themistocles zag, dat +de stemming nu weer anders zou uitvallen. Daarom besloot hij van een +list gebruik te maken. Hij zond een vertrouwden slaaf naar de Perzen, +die hun een boodschap moest overbrengen. "Een Atheensche bevelhebber, +die u goed gezind is, zendt u de volgende boodschap: "De Grieken zijn +verdeeld. Enkelen zullen u tegenstand bieden, anderen zullen uw partij +kiezen. Gij hebt nu een prachtige gelegenheid een roemrijke overwinning +te behalen." Daarna keerde hij ongemerkt in de vergaderzaal terug. De +debatten duurden voort tot lang na middernacht. Midden onder de +besprekingen werd Themistocles een boodschap gebracht: "Er is iemand +buiten de zaal, die u wenscht te spreken." Het was Aristides, die uit +de ballingschap was teruggekeerd, daar allen, die verbannen waren, +waren teruggeroepen, uit vrees dat zij met de Perzen gemeene zaak +zouden maken. Hij verlangde vurig, zijn mededinger te helpen, roem en +eer te verwerven, als slechts Griekenland gered werd. "De Perzische +schepen zijn bij den ingang der zeeëngte," fluisterde hij. Themistocles +zag, dat de vijand zich door hem had laten verschalken, en dat de +Grieken nu gedwongen zouden worden te strijden, tegen hun wensch. + +Des morgens begon de slag bij Salamis. De gevechtslinie der Grieksche +schepen strekte zich uit van Salamis tot Attica. Iets meer zuidelijk, +aan den ingang der zeeëngte, lagen de Perzische schepen. Op de kust van +Attica, op een hoogen heuvel, die over de zeeëngte uitzag, zat Xerxes +op zijn troon, gereed iedere beweging met de oogen te volgen. Den +geheelen dag door woedde de slag. De Perzen hadden een zóó groote +menigte schepen, dat zij in elkander verward geraakten. Zij dreven +hulpeloos voort met gebroken riemen en zonder roer. De Grieken deden ze +één voor één zinken; zij verjoegen den vijand uit de zeeëngte; zelfs +zeilden ze om de Perzische schepen heen en vielen hen van de andere +zijde aan. Toen de nacht gevallen was, hadden de Grieken den zeeslag +luisterrijk gewonnen. Het beteekende veel meer dan het winnen van een +eenvoudigen zeeslag, immers Xerxes was reeds naar huis vertrokken, zoo +snel varende als een schip hem kon wegvoeren, uit vrees dat de Grieken +de bruggen zouden afbreken, die over den Hellespont geslagen waren, +voordat zijn troepen daarover heen konden trekken. Hij was bitter +teleurgesteld en had van de geheele onderneming genoeg, zoodat hij +volkomen bereid was te luisteren naar zijn veldheer Mardonius. "Gij +hebt gedaan, wat gij wildet," zoo sprak Mardonius, "gij hebt Athene +gestraft en kunt dus gerust naar Perzië terugkeeren. Laat mij met +driehonderdduizend manschappen achter, en ik kan spoedig het overige +gedeelte van Griekenland veroveren." + +Het middel, dat Mardonius bij die verovering toepaste was, dat hij +trachtte Athene om te koopen, om zich bij hem aan te sluiten. "Xerxes +zal vergeven wat geschied is," zoo sprak hij. "Hij zal tempels voor +u bouwen, zal u helpen, land te veroveren, en zal u vrijlaten, +als gij onze bondgenooten wilt worden." Hierop antwoordden de +Atheners: "Zoolang de zon haar loop aan den hemel blijft volgen, +zullen de Atheners nooit met Xerxes tot een vergelijk komen." Toen +marcheerde Mardonius recht op Athene aan. Het land was daar nog, +en de gedeeltelijk opgebouwde huizen; maar de Atheners waren ten +tweeden male uit de stad gevlucht; zij waren allen bij Salamis. Een +tijdlang scheen het, of de staten van den Peloponnesus nergens belang +in stelden dan in hun eigen veiligheid; maar ten slotte zagen zij in, +dat zij moesten helpen bij de bestrijding van Mardonius, als zij zich +zelf wilden redden. Zij vervolgden hem tot in Boeotië. Daarop volgde +een woedend gevecht bij Plataea, waar Mardonius sneuvelde. Wat van +de Perzische schepen was overgebleven, was naar Samos vertrokken, +en hield nauwlettend toezicht op de Jonische koloniën, daar het +duidelijk was, dat deze zich zouden vrijmaken, zoodra zij daartoe de +kans gunstig zagen. De Grieksche schepen lagen bij Delos. Drie mannen +uit Samos kwamen heimelijk daarheen. "Komt en helpt de Joniërs, om zich +vrij te maken," zoo vroegen zij met aandrang. "Gij kunt gemakkelijk +de barbaren verdrijven, want hun schepen kunnen het tegen de onze +niet volhouden. Zoodra gij in het gezicht gekomen zijt, zullen de +Joniërs opstaan." De Grieken besloten koers te zetten naar Jonië. Zij +verwachtten een zeeslag te moeten leveren, maar het bleek hun, dat +zij op het droge hadden te strijden, daar de Perzen hun schepen bij +Mycale in Jonië op het strand hadden getrokken, en daaromheen een +muur van houtblokken en steenen hadden opgeworpen. Toen de Grieken +dit zagen, gingen zij aan land. De barbaren waren spoedig uiteen +gedreven, terwijl de Jonische volksplantingen zich aansloten bij het +Grieksche statenverbond. Dit was de slag bij Mycale, die op denzelfden +dag geleverd werd als de slag bij Plataea. Zoo waren dan de Grieken +verlost van de vrees voor de Perzen; immers nooit meer na dien tijd +heeft een Perzisch leger den voet gezet op Griekschen bodem. + + + + + + +HOOFDSTUK XII. + +NA DEN PERZISCHEN OORLOG. + + +De Grieken waren gewoon, nadat zij een veldslag hadden gewonnen, +belooningen te schenken aan dien staat en aan dien veldheer, die het +meest had bijgedragen tot het behalen der overwinning. Het is duidelijk +genoeg, dat de eerbewijzen, die na den slag bij Salamis zouden worden +uitgereikt, moesten worden toegekend aan Attica en aan Themistocles; +maar de Peloponnesus was naijverig op Attica, en daarom werd de +hoogste belooning aan een staat, aan Aegina toegekend. De poging, +om den dappersten aanvoerder aan te wijzen, was nog al vermakelijk, +immers iedere veldheer zette Themistocles op de tweede plaats, +terwijl hij zijn eigen naam bovenaan plaatste. Bij de verdeeling van +den oorlogsbuit werden de goden niet vergeten. Drie oorlogsschepen +werden hun gewijd. Een tiende deel van den buit werd naar Delphi +gebracht, en daarvan werd een standbeeld van Apollo vervaardigd met +afmetingen, driemaal zoo groot als een man, en dat in zijn ééne hand +den voorsteven van een schip hield. Na den slag bij Plataea bleek het, +dat de tenten, die door de Perzen waren achtergelaten, vol waren van +de kostbaarste schatten. Er waren daar schalen en bekers en zelfs +ketels van zwaar goud; er waren daar rustbedden, bedekt met gouden +platen; er waren daar gouden armbanden en kettingen; en er waren daar +lange en korte zwaarden, met gouden handvatsels. Bovendien waren +er prachtige geborduurde mantels, benevens gordijnen en karpetten +in zóó groote hoeveelheid, dat niemand er aandacht aan schonk. Ook +daarvan kregen de goden een ruim aandeel. Van het gedeelte, dat naar +Delphi gezonden werd, werd een gouden drievoet vervaardigd, die stond +op een vast ineengekronkelde driekoppige bronzen slang. Nog jaren +na den slag plachten bewoners van Plataea, die over het slagveld +ronddoolden, gouden en zilveren schatten te vinden, die men eerst +niet had opgemerkt. Welke staat den prijs voor dapperheid te Plataea +zou krijgen, was moeilijk uit te maken, want zoowel Athene als Sparta +maakten er aanspraak op. Om een einde aan den twist te maken, besloot +men den prijs aan Plataea te schenken. Hier werden tempels voor Athene +en Zeus opgericht. Een orakel verklaarde, dat de gewijde vuren niet +langer heilig waren, daar zij door de barbaren bezoedeld waren. Zij +werden daarom alle uitgedoofd, en een renbode, om de snelheid van zijn +loopen bekend, bracht kolen uit Delphi, waardoor de vuren weer opnieuw +werden ontstoken. De Grieken bepaalden onderling, dat het grondgebied +van Plataea ten eeuwigen dagen als gewijde grond zou worden beschouwd, +en dat het de plicht zou zijn van de inwoners van Plataea, telken jare +een offer te brengen, ter herinnering aan de soldaten, die op hun grond +gesneuveld waren. Dit werd minstens drie eeuwen volgehouden. Als +de dag van het offer was aangebroken, deden de trompetten haar +krijgsgeschal in den vroegen morgen weerklinken. Dan vertrok de +optocht. Deze bestond uit vrijgeboren jonge mannen, die welriekende +oliën en reukwerken droegen, benevens melk en honig. Zij voerden een +zwarten stier met zich mede, en wagens gevuld met mirtekransen en +mirtetakken. Achteraan liep de archont, met slepend purperen gewaad, +en met zwaard en gieter. Op de gedenkteekenen der helden stonden kleine +zuilen, waarop hun vrienden plachten bloemen te plaatsen. De archont +waschte die zuilen met eigen hand en wreef ze in met reukwerk. Hij +offerde den stier, en verdeelde de mirte. Daarna vulde hij een kom +met wijn en plengde een offer, onder het uitspreken dezer woorden: +"Ik bied dit offer aan ter eere van de mannen, die voor de vrijheid +van Griekenland hun leven hebben opgeofferd." Bij het begin van den +oorlog, toen de Spartanen het opperbevel over de vloot opeischten, +zeide Themistocles tot de Atheners: "Gedraagt u als mannen tijdens den +oorlog, dan zullen, zoodra deze geëindigd is, de Grieken u den eersten +rang toekennen." De oorlog was nu geëindigd, en zijn woorden werden +bewaarheid; want wat ook de vele staten mochten zeggen, zij wisten al +te wel, dat Athene de leidende staat onder de Grieken was. De dichters +hadden Athene altijd lief gehad. Pindarus, hoewel zelf een Thebaan, +kon bijna nooit den naam der stad noemen zonder haar, "heerlijk" of +"geliefd" of "roemrijk" te noemen. In één opzicht behoorde Pindarus +niet alleen aan Thebe, maar aan geheel Griekenland; immers veel +van zijn gedichten zijn vervaardigd ter eere van de overwinnaars +bij de spelen of van Apollo zelf. Hij placht naar Delphi te gaan en +zijn gedichten te zingen. Gedurende meer dan zeshonderd jaar werd de +ijzeren stoel, waarin hij gezeten was, in den tempel bewaard als een +van zijn grootste schatten. + +Zelfs de liefde van een zoo beroemd dichter als Pindarus zou een +stad niet kunnen beschermen. Themistocles was een verstandig man. Hij +wist, dat de overige staten afgunstig op Athene zouden zijn, en haar +waarschijnlijk zouden beoorlogen. De eenige hoop om die staten te +kunnen weerstaan, bestond hierin, dat men de stad de sterkste van +het geheele land maakte. Zij lag nu nog in puinhoopen. Het grootste +gedeelte van den muur was neergehaald, en de Atheners waren over +verschillende plaatsen verstrooid, waar zij maar een schuilplaats +vonden. Zij waren blijde te kunnen terugkeeren, zelfs naar de hoopen +asch en steen, het eenige, dat van hun huizen was overgebleven; en +met moed en opgewektheid begonnen zij hun huizen op te bouwen. Er was +echter ander werk, dat gedaan moest worden, zelfs vóór het opbouwen +der huizen. In dat warme klimaat was het geen groote opoffering, +een tijd lang buitenshuis door te brengen, en Themistocles zeide hun, +dat eerst de muur weer moest worden opgebouwd. Zij keurden dit goed, +en zij gaven gevolg aan zijn raad, om dien muur een lengte te geven +van elf kilometers, zóó, dat hij de Acropolis omgaf en een voldoende +hoeveelheid grond, om al het landvolk op te nemen, indien ooit een +aanval op Attica werd gedaan. + +De Spartanen waren daarover niets gesticht. Zij zonden afgezanten +naar de Atheners, om hen er aan te herinneren, dat Sparta geen +muren had. "Het is niet verstandig voor eenige Grieksche stad, +zich met muren te omgeven," zoo redeneerden zij; "immers indien er +overweldigers kwamen, zouden zij misschien de stad in bezit nemen +en door de muren zóó goed beschermd zijn, dat zij verder zouden +kunnen gaan en den éénen staat vóór, den anderen na op hun gemak +konden overweldigen." Themistocles antwoordde met veel overleg; +"Ongetwijfeld is er veel te zeggen voor uw redeneering, wij zullen +daarom afgezanten naar Sparta zenden, om die zaak degelijk met u te +bespreken." De Spartanen hadden altijd veel van Themistocles gehouden, +en zij gingen dan ook tevreden naar huis. + +Toen deelde de slimme Themistocles de Atheners zijn plan mede. De muur +moest zonder één oogenblik verwijl worden opgebouwd. Zij gebruikten +voor het werk niet alleen steenblokken, afkomstig van de verwoeste +huizen en tempels, maar zelfs grafsteenen. De vrouwen werkten mede +als mannen, en zelfs de hulp van een kind, dat een handvol aarde +kon aandragen of een stuk gereedschap aan een werkman kon geven, +was welkom. Het werk werd dag en nacht voortgezet. Themistocles +en twee anderen waren aangewezen als afgezanten naar de Spartanen, +en na zóólang gewacht te hebben, als hij maar met mogelijkheid kon, +ging Themistocles naar Sparta. Hij vertelde de Spartanen, dat zijn +beide ambtgenooten waren opgehouden, doch spoedig zouden verschijnen, +en dat dan de geheele zaak gemakkelijk kon worden geschikt. Terwijl +zij daarop wachtten, begonnen de Spartanen geruchten te vernemen, +dat de Atheensche muren met groote snelheid verrezen. "Wat beteekent +dit?" vroegen zij Themistocles. "Schenkt toch geen geloof aan losse +geruchten," antwoordde hij. "Zendt afgezanten naar Athene, en dan +kunt ge uit eigen beschouwing de waarheid leeren kennen." + +Intusschen waren de beide andere gezanten uit Athene naar Sparta +gekomen en hadden Themistocles verteld, dat de muren reeds hoog genoeg +waren opgetrokken, om ter verdediging te kunnen dienen. Hij had zich +verzekerd, dat tegen zijn veiligen terugkeer geen bezwaar zou kunnen +worden gemaakt, door aan de Atheners te schrijven: "Houdt de Spartanen +als gijzelaars vast, totdat ik met de overige afgezanten veilig in +Athene terug ben." Nu deelde hij de Spartanen mede, dat Athene moest +doen, wat zij in haar eigen belang het best achtte. "Als gij en uw +bondgenooten van oordeel zijt, dat geen enkele Grieksche stad muren +moet hebben, begint dan allen met uw eigen muren neer te halen." De +Spartanen waren boos, maar konden er niets aan doen, en de Atheners +voltooiden hun muur. + +De uitslag van den oorlog had het duidelijk gemaakt, dat het +noodzakelijk was, dat Athene sterk was, niet alleen te land, maar ook +ter zee. Het moest een groote vloot bezitten en eveneens een veilige +haven, die de schepen kon beschermen tegen stormen of aanvallen van +den vijand. Phalerum was de oude haven, maar reeds vóór den oorlog +had Themistocles het oog gevestigd op de haven van den Piraeus, +zeven of acht kilometers van Athene verwijderd, en was hij begonnen +die te versterken. Die haven was een bekken, dat groot genoeg was, +om wel driehonderd schepen te bevatten. Daar omheen kromde zich +een schiereiland, dat in een rotsmassa eindigde, zoodat alleen een +nauwe toegang was vrijgelaten. Langs den rand van dat schiereiland +bouwden de Atheners een muur van meer dan elf kilometers. En wat voor +een muur was dat! Dertig voet hoog, breed genoeg voor twee wagens, +om langs elkander heen te rijden, en dat alles van stevige steenen +vervaardigd, met ijzer vastgeklampt. + +Dit alles geschiedde tusschen de jaren 479 en 477 vóór +Christus. Gedurende dien tijd werd nog ander werk voortgezet, +immers in één opzicht was de Perzische oorlog nog niet tot een +einde gekomen. De Jonische volkplantingen waren ten tijde van +den slag bij Mycale vrij geworden, maar de Perzen hielden nog een +aantal andere kleinere plaatsen bezet langs de kust van Klein-Azië +en in Thracië. De belangrijkste van die plaatsen was Byzantium, +het tegenwoordige Constantinopel. Er kon geen veiligheid en rust +zijn, zoolang de Perzen nog vestingen hadden in de nabijheid van +Griekenland, waar zij troepen en schepen konden bijeen brengen, en +van waar zij konden optrekken om de Grieken aan te vallen. Bovendien +had Griekenland meer koren noodig dan het land voortbracht. Tot nu +toe was het koren daarheen gebracht door de Propontis, wat nu de zee +van Marmora is; maar terwijl de Perzen Byzantium in bezit hielden, +kon geen koren uit die streken zijn weg vinden naar Griekenland. Een +vloot werd nu uitgezonden, die Byzantium belegerde en innam. + +Aristides stond aan het hoofd van de Atheensche schepen; maar de +Spartaan Pausanias, die de troepen bij Plataea had aangevoerd, was +opperbevelhebber der vloot. Indien Pausanias bij Plataea zou zijn +gesneuveld, dan zou van hem de herinnering bewaard zijn als van een +dapper en vaderlandslievend veldheer; doch nu is hij in de herinnering +gebleven als een verrader. Na de overwinning bij Plataea gedroeg hij +zich, alsof niemand dan hij zelf iets in den strijd had uitgericht; +en na de inneming van Byzantium dacht hij zich den grootsten man +ter wereld. Griekenland was voor een zoo machtig veldheer naar zijn +opvatting een te klein land: Zijn roem zou heel wat meer op prijs +gesteld worden in het machtige Perzische rijk. Hij deed daarom +zijn best, zich de achting te verwerven van Xerxes, door hem de +aanzienlijkste mannen terug te zenden, die bij Byzantium waren gevangen +genomen. Nog erger dan dit, hij gaf hun een brief aan Xerxes mede van +den volgenden inhoud: "Indien gij mij uw dochter ten huwelijk wilt +geven, zal ik Griekenland voor u veroveren." Xerxes beloofde hem niet, +hem zijn dochter te geven, maar stemde erin toe, hem alle manschappen +en al het geld te verschaffen, dat hij voor de verovering mocht noodig +hebben. Toen geraakte Pausanias geheel buitenzinnen. Hij begon op te +treden als ware hij een hoog staatsambtenaar in Perzië. Hij kende geen +Spartaanschen eenvoud meer; hij droeg de rijkste Perzische kleederen +en leefde zoo weelderig mogelijk. Toen Aristides daarop aanmerkingen +maakte, draaide hij zich om, terwijl hij zeide, dat hij geen tijd +had naar hem te luisteren. + +Toen de Spartanen bericht hadden ontvangen omtrent het gedrag van +Pausanias, bevalen zij hem, naar huis terug te keeren. Zij konden +niet bewijzen, dat hij verraad smeedde, maar na korten tijd bleek +het duidelijk, dat hij de Heloten opstookte, om tegen hun meesters +op te staan. Hij vluchtte naar een vertrek, dat grensde aan den +tempel van Athene, en werd daar door de Spartanen ingesloten, om den +hongerdood te sterven. Om de vergiffenis van Athene te verwerven voor +de verontreiniging van haar tempel, schonken zij haar twee bronzen +standbeelden. + +De laatste levensjaren van Themistocles waren niet veel eervoller +dan die van Pausanias. Na zijn bedrog in verband met de muren van +Athene haatten hem de Spartanen; en het is mogelijk, dat deze niet +vreemd waren aan het scheidsgerecht, dat omstreeks een jaar vóór den +dood van Pausanias gehouden werd. Er was reden te gelooven, dat hij +medeplichtig was aan het komplot van Pausanias om Griekenland voor de +Perzen te veroveren. Het was algemeen bekend, dat hij van de Perzen +geschenken had aangenomen; en men begon te mompelen over den door hem +op het einde van den oorlog gegeven raad, om Xerxes niet te vervolgen +of de brug over den Hellespont niet af te breken. "Het is inderdaad +waar, dat hij zeide, dat het beter was de Perzen buiten Europa te +krijgen en hen dan in Azië aan te vallen," zoo redeneerden zij; +"maar het zou hem niet moeilijk vallen, Xerxes er van te overtuigen, +dat dit plan werd aangeraden als een hem bewezen gunst." Dit was dan +ook juist wat Themistocles deed. Hij was van de ééne plaats naar de +andere gevlucht, en ten slotte naar het hof van Xerxes. Hij bracht +den koning dien door hem bewezen dienst in herinnering, en eindigde +zijn beroep op zijn gunst met de woorden: "Indien gij mij uit den +weg ruimt, ruimt gij den vijand van Griekenland uit den weg." De +koning had er niet aan gedacht, hem uit den weg te ruimen. Hij was +ten zeerste verheugd, een zoo schitterend man aan zijn hof te hebben, +en hij riep uit: "Moge de geest van het kwade het altijd in de harten +mijner vijanden leggen, hun grootste mannen te straffen!" Driemaal +vloog hij dien nacht in zijn slaap op, terwijl hij uitriep: "Ik heb +Themistocles, den Athener, bij mij." + +Themistocles werd een groot gunsteling van den koning, en leerde +Perzisch, opdat zij zonder de tusschenkomst van een tolk met elkander +zouden kunnen spreken. Drie steden werden hem in handen gegeven, +om hem van "brood, wijn en vleesch" te voorzien--hetgeen schijnt te +hebben beteekend, dat hij het recht had, daaruit zooveel vandaan +te halen als hij begeerde. Hij bracht zijn laatste levensjaren +in weelde en ledigheid door. Ten slotte verzocht de koning hem, +zich aan het hoofd te stellen van een expeditie tegen de vloot der +Grieken. Hij kon er niet toe besluiten, dat te doen; en toch kon hij +het den koning niet weigeren. Hij kwam dus tot de overtuiging, dat er +geen andere uitkomst mogelijk was, dan zich het leven te benemen. Dit +was het einde van den man, dien de Grieken zóózeer hadden bewonderd, +dat toen hij bij de Olympische spelen verscheen, de geheele talrijke +menigte alle onderlinge twisten vergat en zich omwendde, om naar hem +te zien en hem aan te wijzen aan hen, die hem niet herkenden. + +Themistocles was een hoogst bekwaam man, en veel heeft hij gedaan voor +Athene en voor Griekenland; maar zelfs in de dagen van zijn grootsten +roem vertrouwden hem de Grieken nooit zóó, als zij Aristides hadden +vertrouwd. Eens vertelde hij de Atheners, dat hij een plan had beraamd, +om hun stad de machtigste in Griekenland te maken, maar dat hij dat +plan niet in een zoo groote vergadering kon vertellen. "Vertel het +Aristides," zeide het volk. "Als hij het plan goedkeurt, zal het worden +uitgevoerd." Aristides rapporteerde, dat het plan inderdaad Athene de +eerste plaats onder de Grieken zou geven, maar dat het een schandelijk +verradelijk plan was; men liet het toen oogenblikkelijk varen. + +Toen Pausanias werd teruggeroepen, werd Aristides met het opperbevel +der vloot belast. Hij stichtte den beroemden Bond van Delos, die zoo +heette, omdat de vergaderingen te Delos werden gehouden, en daar ook +de bondskas werd bewaard. Het doel van dien Bond was, de Grieksche +steden te bevrijden, die nog steeds in de macht der Perzen waren, +en om de Aegeïsche Zee vrij te houden van zeeroovers. Bijna alle +steden op de eilanden en op de noordelijke en oostelijke kusten der +Aegeïsche Zee sloten zich bij den Bond aan. Athene zou aan het hoofd +van den Bond staan, maar zou niet meer macht hebben dan de overige +leden. Aan Aristides werd de beslissing gelaten, te bepalen, hoeveel +iedere staat had bij te dragen. Een andere zaak, die Aristides voor +Athene deed, was, dat hij den invloed van den vierden stand in Athene +uitbreidde. Door zijn invloed werd een wet uitgevaardigd, die leden +van dien stand toestond tot magistraten te worden gekozen. Een paar +jaar na de stichting van den bond te Delos stierf Aristides. Hij +had iedere gelegenheid, door omkooperij een rijk man te worden, toch +stierf hij arm. De staat bouwde zijn graftombe en zorgde voor zijn +kinderen en kleinkinderen. Hij was een verstandig staatsman en een +bekwaam veldheer, maar grooter titel dan deze is die, waarbij hij +altijd in de herinnering zal voortleven: "De Rechtvaardige". + +Toen Aristides het opperbevel over de vloot neerlegde, kwam het +in handen van iemand naar zijn eigen hart, Cimon, den zoon van +Miltiades. Het gerucht liep in Griekenland, dat de Perzen schepen +en manschappen in grooten getale bijeen brachten bij de monding van +den Eurymedon in Pamphylië. Dit deed vermoeden, dat zij van plan +waren een nieuwen inval in Griekenland te doen. Cimon zeilde recht +op Pamphylië af en zag, dat de Perzische vloot zich bij de monding +van de rivier ophield. Zij verwachtten nog tachtig schepen meer, en +waren er volstrekt niet op gesteld te vechten, voordat die schepen +waren aangekomen. Ongelukkig voor hen vroeg Cimon niet, wat zij liever +wilden, maar viel hij hen onmiddellijk aan. De manschappen vluchtten +uit de schepen, en ijlden aan land. Daar lag het kamp van het Perzische +leger; maar Cimon en zijn manschappen stormden daar op los als een +wervelstorm. Na een tijd van heftigen strijd behaalden de Grieken de +overwinning. Zij hadden tweehonderd schepen bemachtigd en hadden nu +de overhand zoowel te land als ter zee. De meeste mannen zouden zich +tevreden hebben gesteld met twee overwinningen op één dag, maar Cimon +was niet van plan naar huis terug te keeren, zoolang hij de overige +tachtig schepen niet had ontmoet. Hij trok weg, vond ze, viel ze aan en +had spoedig zijn derde overwinning behaald. De Perzen hadden bij hun +vlucht een onmetelijk bedrag aan schatten achtergelaten. De Grieken +pakten die in hun schepen, en keerden naar huis terug. "Ik houd er +van, mijn vaderland te verrijken ten koste van zijn vijanden," zeide +Cimon eens, en Athene werd inderdaad met al die schatten verrijkt. + +Athene werd dan voortdurend krachtiger, gedeeltelijk ook ten +gevolge van den Bond van Delos. Deze nam dagelijks in kracht toe, +immers zoodra een stad bevrijd was, werd zij lid van den Bond. Toen +de Bond was gesticht, was afgesproken, dat de kleinere staten hun +aandeel in geld, de grootere in schepen zouden betalen. Langzamerhand +vonden ook vele der grootere steden het gemakkelijker hun aandeel +in geld te betalen. De stad Athene had daar niet het minste +bezwaar tegen. Zij nam het geld, bouwde de schepen en voegde die +bij haar vloot. Eindelijk werd de schatkist van Delos naar Athene +overgebracht, onder voorwendsel, dat deze te Delos niet veilig was +voor de barbaren. Het duurde eenigen tijd, voordat de overige leden +tot de overtuiging kwamen, dat zij in weerwil van de bescherming +van Athene hoe langer hoe armer en zwakker werden, terwijl Athene +voortdurend rijker en machtiger werd. De ééne staat vóór, de andere na, +trachtte den Bond te verlaten, maar Athene wilde dit niet toestaan, en +verplichtte hen, een nog grootere schatting te betalen. Zoo kwam het, +dat de Bond, die oorspronkelijk een vereeniging van Staten geweest was, +een machtig rijk was geworden met Athene tot despotischen heerscher. + +Natuurlijk behaagde dit Sparta niet, en gaarne zou die staat een leger +hebben willen zenden tegen zijn Attischen buurman. Doch in plaats +daarvan moest zij afgezanten zenden en onderdanig vragen: "Ach, Athene, +wilt gij ons niet komen helpen?" Sparta was dan ook in groote zorg +en verlegenheid. In de eerste plaats was de stad zóózeer geteisterd +door aardbevingen, dat slechts vijf huizen in de stad waren blijven +staan, en duizenden der inwoners gedood waren. Dit was een uitnemende +gelegenheid voor de Heloten om op te staan, en zij vielen dan ook +Sparta aan. Zij werden wel is waar teruggeslagen, maar nu stonden de +Messeniërs op, en deze werden niet zoo gemakkelijk onderdrukt. Zij +sloten zich op te Ithome in Messenië, in welke plaats hun voorvaderen +eens opgestaan waren tegen hun Spartaansche meesters. De Spartanen +waren niet op de hoogte van de kunst van belegeren, evenmin als de +overige steden op den Peloponnesus, terwijl daarentegen de Atheners +daarin groote oefening bezaten; daarom besloot Sparta Athene te +hulp te roepen. De Atheners hadden den tijd niet vergeten, toen zij +Sparta om hulp hadden gevraagd en die stad hun zoo weinig deelneming +had betoond in hun moeilijkheden. "Laat ons weigeren," zeide de ééne +partij in Athene. De andere partij echter verdedigde met kracht de +tegenovergestelde meening: "Neen, laat ons zorgen, dat Griekenland +niet verlamd worde en Athene beroofd worde van haar lotgenoot." Cimon +was de aanvoerder van de laatste partij. Het kwam hem in het belang +der Grieksche staten veel verstandiger voor, Perzië te bestrijden +dan met elkander te twisten. De Atheners waren trotsch op Cimon, +zoodat het hem niet veel moeite kostte hen te overreden, hem naar +Messenië te zenden, ten einde de Spartanen te hulp te komen. Doch +toen de Spartanen de strijdmacht van vierduizend man zagen met den +grootsten Atheenschen veldheer aan hun hoofd, begonnen zij de zaak +te wantrouwen, en meenden zij, dat er de ééne of andere list achter +zat. Ithome viel niet onmiddellijk, zooals zij hadden verwacht, +en toen kregen zij de overtuiging, dat Cimon met de Messeniërs had +samengezworen, om Sparta te overweldigen. Kortaf deelden zij hem mede, +dat zij hem en zijn troepen niet noodig hadden en dat hij naar huis +kon terugkeeren, hoewel zij de troepen der overige steden vroegen te +blijven en hen te helpen. De Atheners waren over zulk een beleediging +ten hoogste verontwaardigd. Zij gevoelden de behoefte, iemand, wien +ook, de schuld te geven, en hun woede koelde zich op den populairen +aanvoerder. "Hij bewonderde altijd de Spartanen," zeide de één. "Eén +van zijn kinderen noemde hij Lacedaemonius," zeide een ander. "En +als er één der bondgenooten iets deed, dat hem mishaagde, zeide hij +altijd, dat de Spartanen zoo niet zouden gedaan hebben," voegde een +derde er aan toe. Ten slotte werd Cimon door het schervengericht +verbannen, zooals dit ook met Aristides en Themistocles het geval +was geweest. Sparta bracht eindelijk de Messeniërs ten onder en +verjoeg hen uit den Peloponnesus, doch Athene schikte het zóó, dat +zij te Naupactus konden wonen. Het was voor de Atheners geschikt, +een bevriende volkplanting aan de noordelijke zijde van de Golf +van Corinthe te hebben; maar de zaak droeg er niet toe bij, Sparta +welwillend jegens Athene te maken. + +Velen onder de Atheners waren tot de gevolgtrekking gekomen, dat het +volstrekt geen nut had, te trachten op vriendschappelijken voet te +staan met Sparta, dat op den één of anderen dag tusschen beide staten +een oorlog zou uitbreken, en dat het voor Athene het verstandigst +zou zijn, zich zoo sterk mogelijk te maken. Het hoofd van die partij +heette Pericles. Hij werd nu de meest populaire man van Athene, en +de Atheners waren bereid alles te doen wat hij aanraadde. Zij sloten +een verbond met Argos en vervolgens met Megara, totdat hun invloed +zich uitstrekte tot voor de poorten van Sparta. De bewoners van den +Peloponnesus zagen dit met leede oogen aan, maar het liet de Atheners +absoluut koud, hoe de Spartanen er over dachten. Zij hielden vol met +het sluiten van verbonden en het winnen van veldslagen, zoodra het +tot veldslagen kwam, totdat de invloed van Athene zich uitstrekte +van de Thermopylae tot den Isthmus; en als hoofd van den Bond van +Delos, of juister gezegd van het Rijk van Delos, strekte haar macht +zich ook uit over de steden en eilanden der Aegeïsche zee. Athene +was oppermachtig te land en evenzoo ter zee. Zij had een stad, met +een stevigen muur omringd, en had een uitnemend beschermde haven. Er +was nog slechts één ding te doen over, en dat was het maken van een +veiligen weg, om van de stad naar de haven te gaan. Daartoe werden +twee reusachtige muren gebouwd tusschen de stad en de zee, die niet +alleen de haven van den Piraeus maar ook de oude haven van Phalerum +omsloot. Na verloop van tijd werd nog een derde muur gebouwd tusschen +Athene en den Piraeus. Dit waren geen gewone muren, immers zij waren +zestig voet hoog en zóó breed, dat twee wagens gemakkelijk daarover +naast elkander konden rijden. Zoolang Athene die muren bezat, kon +zij nooit van de zee worden afgesloten. Haar schepen konden haar van +voedsel voorzien, en het scheen, alsof nu eindelijk een stad gemaakt +was, zóó sterk, dat zij onmogelijk kon worden ingenomen. + +De macht van Athene was nu op het toppunt, doch spoedig geraakte zij +in moeilijkheden. Bijna op hetzelfde oogenblik kwamen verscheidene +staten, die aan haar onderworpen waren, in opstand, en een Spartaansch +leger waagde zich in Attica, en begon te moorden, te branden en +te vernielen. Het was gelukkig voor Athene, dat de stad een zoo +verstandigen leider had als Pericles. Hij begreep, dat, hoe machtig +Athene ook was, die opstanden niet konden worden onderdrukt en te +gelijker tijd tegen Sparta kon worden oorlog gevoerd. Hij sloot met +Sparta een vrede, die dertig jaren moest duren, welke vrede naar hem +de Vrede van Pericles werd genoemd, maar ten einde de Spartanen er +toe te brengen, daarin toe te stemmen, moest Athene van haar kant er +in toestemmen, alles op te offeren, wat zij in den Peloponnesus had +gewonnen. Zoo kwam er een einde aan de mogelijkheid, dat Athene ooit +te eeniger tijd geheel Griekenland in haar macht zou hebben. Al was +haar vloot ook nog zoo sterk, het was duidelijk, dat zij nooit over +de Grieken van het moederland dezelfde macht zou kunnen uitoefenen +als die, welke zij uitoefende over die in de Aegeïsche Zee. + + + + + + +HOOFDSTUK XIII. + +DE EEUW VAN PERICLES. + + +Pericles hoopte nog steeds, dat de tijd zou aanbreken, waarop +Griekenland door Athene zoude worden geregeerd, hoewel hij overtuigd +was, dat de naijver van Sparta te eeniger tijd tot een oorlog zou +leiden. Intusschen zou er gedurende een reeks van jaren vrede tusschen +de beide staten zijn; van dien tijd maakte hij gebruik, om zijn stad +schoon en machtig te maken. Het staatsbestuur was hoe langer hoe meer +in handen van het volk gekomen, totdat er geen enkel ambt meer was, +waartoe zelfs de armste man niet kon worden verkozen. Ten einde er +voor te zorgen, dat iedereen in staat zou zijn, zijn werk in den steek +te laten, om den staat te dienen, wist Pericles gedaan te krijgen, +dat zij, die de verschillende ambten bekleedden, daarvoor zouden +worden bezoldigd, en evenzoo zij, die in het leger of op de vloot +of als rechters dienst deden. Er waren verscheidene duizenden van +die rechters, en zelfs de ernstigste misdaden werden bijna zonder +uitzondering door hen berecht. Somtijds zaten honderden juryleden +in één enkele zaak. Zoo kwam het, dat duizenden Atheners in de +ééne of andere betrekking geld van den staat ontvingen. De algemeene +vergadering keurde al die veranderingen goed; men zag immers duidelijk +in, dat Pericles niet werkte voor zijn eigen roem, maar voor dien van +zijn stad; en hij was zóó redelijk, en kon zijn redenen zóó duidelijk +blootleggen, dat het volk alles wat hij voorstelde goedkeurde. Hij +had meer macht, dan ooit een koning had bezeten; maar dit was niet, +omdat het volk bevreesd voor hem was, maar omdat hij zoo bekwaam in +den oorlog, zoo verstandig in vredestijd was, en bovenal zoo volkomen +onzelfzuchtig. Natuurlijk had hij ook vijanden, maar het meerendeel +der Atheners zag tegen hem op als tegen den idealen Griekschen burger. + +Pericles was niet alleen een uitnemend soldaat en staatsman, maar +hij had alles lief, wat schoon was. Al de Grieken trouwens hadden +de schoonheid lief; zij hadden die lief, zooals men versche lucht +en zonneschijn lief heeft. Het bracht hen uit hun humeur, leelijke +dingen om zich heen te hebben; zij voelden zich dan onbehagelijk en +somber. Reeds langen tijd vóór dezen hadden zij prachtige gebouwen +en standbeelden, want reeds jaren lang waren er groote kunstenaars in +Griekenland geweest; maar Pericles maakte het plan, de Acropolis met +een groep tempels te overdekken, die de meesterstukken der Grieksche +bouwkunst zouden zijn. De schoonste en edelste van deze was zeker +wel het Parthenon, een prachtig gebouw van het zuiverste marmer, +welke tempel aan Athene gewijd was. Hij had marmeren zuilen rondom, +immers de Grieken konden zich geen grooten tempel voorstellen zonder +zuilen. Er waren drie soorten van zuilen, waaruit kon worden gekozen, +ten eerste de Corinthische zuil, die er uitziet, alsof het bovenste +deel van de zuil omgeven is van een aantal marmeren bladeren, +die op de meest sierlijke wijze zijn gebeeldhouwd; men verhaalt, +dat dit den kunstenaar was ingegeven door een mand, die door iemand +in een hoop bladeren van berenklauw geworpen waren. De tweede soort +was de Jonische, waarvan de top of het kapiteel in twee rollen was +gebeeldhouwd, die eenigszins op slakkenhuisjes geleken. En ten derde +was er de Dorische zuil, die een stevig, eenvoudig kapiteel heeft. De +Dorische zuil ziet er altijd stevig en eenvoudig uit; en het was deze, +die door Pericles voor het Parthenon werd gekozen. Binnen in het +gebouw was een standbeeld van Athene, negenendertig voet hoog. Dit +was van ivoor vervaardigd, de draperie was van goud, en de pupillen +der oogen waren waarschijnlijk van juweelen vervaardigd. In de ééne +hand droeg zij een beeld der Overwinning, in de andere hand een +speer en een schild. Om Athene heen kronkelde zich een slang, die +het zinnebeeld was der wijsheid. Binnen de zuilenrij was een Fries, +of een gebeeldhouwde band, die om het gebouw heenliep. Deze stelde +den beroemden optocht voor, die eens in de vier jaren werd gehouden, +en naar den tempel der godin trok, om een kostbaar kleed voor haar +beeld aan te bieden. Er werden aan den tempel ook kleuren gevonden, +blauw, rood en geel, en ook goud; maar de tinten waren uiterst fijn +en met volmaakte bedrevenheid aangebracht. Die tempel was ongeveer +vierentwintig eeuwen geleden gebouwd. Honderden prachtige bouwwerken +zijn sedert dien tijd opgericht, maar zelfs in de puinhoopen +van het Parthenon ontdekken kunstenaars nog voortdurend nieuwe +schoonheden. Zij vinden bij voorbeeld, dat in een aantal onderdeden, +waar latere bouwmeesters rechte lijnen hebben gebruikt, het Parthenon +kromme lijnen heeft. Zij vinden, dat, indien de zuilen iets dikker of +iets hooger geweest waren, zij niet een zoo volmaakten indruk zouden +gemaakt hebben. Zij vinden, dat de uiterste zuilen niet volkomen +verticaal staan, maar iets naar binnen overhellen. Niemand kon dit +zonder de meest nauwkeurige metingen ontdekken; maar die helling, hoe +gering die ook was, droeg er toe bij, dat de tempel zóó sierlijk en +harmonieus en tevens zóó stevig was, dat hij, toen hij voltooid was, +den indruk maakte, dat hij het eenige gebouw was dat daar paste. + +De overige gebouwen op de Acropolis waren volkomen waardig, om naast +het Parthenon te staan. Men had daar het Erechtheum, gewijd aan Athene +en Poseidon, en binnen zijn gebied waren de heilige olijfboom en de +zoutbron nog te zien. Er waren daar breede marmeren trappen, die naar +de Acropolis leidden; er waren daar gaanderijen en zuilengangen; en +er waren daar voorhoven, waarvan de zolderingen gedragen werden door +sierlijke Caryatiden. In de buitenlucht, onder den helderen blauwen +hemel, stond een ander standbeeld van Athene, dat zelfs grooter was +dan het beeld op het Parthenon. Dit was vervaardigd van het Perzische +brons, dat bij Marathon veroverd was. + +De kunstenaar, aan wien de glorie van de Acropolis te danken is, +was Phidias. Reeds vóór hem hadden kunstenaars uitnemend gelijkende +standbeelden van tijdgenooten vervaardigd, Myron, onder anderen, +had een discuswerper zóó getrouw naar het leven vervaardigd, dat men +als het ware zich er over verbaast, dat de discus niet uit zijn hand +vliegt; maar de kunstenaars hadden tot nu toe gemeend, dat de beelden +van goden niet al te zeer mochten afwijken van de stijve, vormelijke +figuren, waaronder zij in vroegere tijden waren voorgesteld. Phidias +brak met die opvatting. Hij beeldde zijn goden uit als menschelijke +wezens, maar grootscher en met meer majesteit dan de stervelingen. Eén +van zijn meest beroemde werken was de Zeus van Olympia, een zóó +prachtig beeld, dat de Grieken, als iemand stierf, die nooit te +Olympia geweest was, plachten te zeggen: "Die man was inderdaad +ongelukkig, immers hij is gestorven, zonder den Olympischen Zeus te +hebben gezien." Phidias was er zóó op gesteld, het beste voort te +brengen wat denkbaar was, dat hij als men zijn werk kwam bezichtigen, +zich zóó plaatste, dat men hem niet kon zien, ten einde ieder woord +te hooren, dat zelfs de meest gewone sterveling bij wijze van critiek +uitsprak. Zoo dikwijls hij meende, dat iemand een fout had ontdekt, +hoe gering die ook was, rustte hij niet, voordat hij die had verbeterd. + +Pericles liet eveneens het Odeon bouwen, een overdekte zaal, waar +muziekwedstrijden werden gehouden, en hij verbeterde den schouwburg +van Dionysus. In Griekenland was een schouwburg geen overdekt +gebouw. Hij bestond uit rijen achter elkander van steenen zetels, +die langs de helling van een heuvel opliepen en die een kring vormden +om een vlakke ruimte, waar de tooneelstukken werden opgevoerd. Een +schouwburg was meestal groot genoeg, om de geheele bevolking der stad +op te nemen, waarin hij was opgericht. Sommige der tooneelspelen +bevatten verhalen omtrent het leven der goden of edele daden van +de oude Grieken. Deze werden tragedies genaamd. Zij waren meestal +waardig, ernstig en droevig, maar zij bevatten dikwijls teedere en +prachtige verzen. Het volk kwam van die schouwspelen terug met het +ernstige voornemen de goden nog meer dan te voren te eeren, of dapper +en vaderlandslievend te zijn als hun voorouders. Blijspelen werden +eveneens opgevoerd. Deze waren dikwijls vol grappige toespelingen +op de menschen en gebeurtenissen van den dag. De opvoering van +treurspelen was een zóó goede leerschool voor godsdienst, geschiedenis +en vaderlandsliefde, en de blijspelen hadden een zóó groote waarde, +om de menschen te doen nadenken omtrent hetgeen in hun omgeving +voorviel, dat Pericles wenschte, dat zelfs de armste burgers die +konden bijwonen. Daarom bepaalde hij, dat de toegangsprijs door den +staat moest worden betaald. + +Slechts tweemaal in het jaar werden tooneelspelen opgevoerd; maar +bij ieder feest werden er genoeg opgevoerd, om de zes maanden van +stilstand goed te maken. Aan drie dichters werd toegestaan, ieder +vier tooneelspelen aan te bieden. Nadat de tooneelspelen opgevoerd +waren, werd door een commissie, door de Demen gekozen, bij stemming +uitgemaakt, aan welken dichter de officieele prijs moest worden +toegekend. Dertien maal werd deze toegekend aan een man, die zoowel +krijgsman als schrijver was, en die dapper gestreden had bij Marathon, +Salamis en Plataea. Dit was de dichter Aeschylus. Zijn treurspelen +waren bijzonder schoon, maar zóó ernstig en zwaar, dat het volk na +enkele jaren er als het ware genoeg van kreeg en den prijs toekende +aan een schoonen, jeugdigen dichter, Sophocles genaamd, omdat +zijn hoofdpersonen niet zoo ernstig en vormelijk waren, en meer +op werkelijke personen geleken. Hij kon niet alleen tooneelspelen +schrijven, maar ze ook voordragen, en die gave kwam hem op hoogen +ouderdom uitnemend te stade. Eén van zijn zoons werd bevreesd, dat +zijn vader zijn bezittingen zou wegschenken aan een boven de anderen +geliefden kleinzoon. De groote tooneelschrijver werd voor het gerecht +gedaagd, opdat de rechters uit eigen overtuiging konden nagaan, +of zijn geest zoozeer was verzwakt, dat hij zich geen rekenschap +van zijn daden kon geven. In plaats van eenig antwoord te geven, +droeg Sophocles een gedeelte voor uit één van zijn tooneelspelen; +en hij deed dit op zóó voortreffelijke wijze, dat er niemand was, die +een oogenblik kon denken, dat zijn geestvermogens verzwakt waren. De +rechters wezen den inhaligen zoon terecht en zonden hem toen weg. De +derde groote treurspeldichter was Euripides. Men verhaalt, dat hij +zijn naam ontleende aan den veldslag bij den Euripus, die kort vóór +zijn geboorte geleverd werd. Het schijnt, dat hij zelfs nog meer +kennis had van het menschelijke karakter dan Sophocles, en hij had +de natuur lief. Het was voor hem een groot genot te schrijven over +den oceaan, de rivieren, wolken, rotsen, wijngaarden en vogels. De +grootste blijspeldichter was Aristophanes, die iets later leefde dan +die drie treurspeldichters. Hij hield er van, den spot te drijven +met zijn medeburgers, en zijn spot was zóó snijdend en geestig, +dat de Atheners zich er tegen wil en dank mede vermaakten. In één +van zijn blijspelen, De vogels, vluchten twee Atheners, die genoeg +hebben van de vele processen in hun stad, van de menschen weg naar de +vogels, en halen die over, een stad in de wolken te bouwen. Dit was +een dankbaar onderwerp voor de Atheners, want niets scheen voor hen +een zóó heerlijke uitspanning te zijn dan naar het gerecht te gaan +en de behandeling van processen bij te wonen. Zij moeten hartelijk +gelachen hebben, als één der spelers zeide: + + + "Want sprinkhanen zitten slechts één maand lang, + Te tjilpen op een tak; maar de Athener + Zit tjilpend en in twistgesprek het gansche jaar, + En staart zich suf op wetsverklaring of bewijs." + + +De "Stad in de wolken" was een geestigheid ten koste der Atheners, +immers nog slechts twee jaren te voren hadden zij een veldtocht +ondernomen, die totaal mislukt was. + +Er waren eveneens twee uitnemende oude geschiedschrijvers, die in de +dagen van Pericles leefden, Herodotus en Thucydides. Aan Herodotus +kunnen wij het voornaamste ontleenen van wat wij omtrent de Perzische +oorlogen weten. De wereld was in die dagen, toen de beschaafde mannen +slechts weinig daarvan gezien hadden, een niet zeer uitgestrekt gebied, +en Herodotus had over het grootste gedeelte der toen bekende wereld +rondgezworven. Waar hij ook heenging, zette hij zijn oogen wijd open +en stelde hij met de grootste hardnekkigheid vragen. Daarna schreef +hij op, wat hij gezien en gehoord had. Hij schrijft, alsof hij een +verhaal vertelt. Als hij bij voorbeeld den tocht van Xerxes over den +Hellespont beschrijft, breekt hij zijn verhaal af, om mede te deelen, +wat voor soort mutsen of helmen de verschillende volken hadden, en +wat voor soort van wapenen zij droegen, al die kleine bijzonderheden, +die er toe medewerken een boek belangwekkend en boeiend te maken. Hij +blijft bij ieder punt stilstaan, alsof hij er behagen in schept, +dit in bijzonderheden te verhalen, en alsof hij zeker is, dat ook +zijn lezers het gaarne hooren. + +De overlevering--die zoo aardig is, dat men zou wenschen dat zij juist +was--zegt, dat hij zijn geschiedenis bij de Olympische spelen voorlas, +en dat onder zijn toehoorders een knaap was van vijftien jaar oud, +Thucydides genaamd; toen nu die knaap de herhaalde toejuichingen +en kreten van bewondering hoorde, zou hij tranen in de oogen hebben +gekregen en tot zich zelf gezegd hebben: "Ook ik wil geschiedschrijver +worden." Thucydides werd een geschiedschrijver, niet minder beroemd +dan Herodotus. Hij maakt bij zijn lezers niet den indruk alsof hij in +het vertellen van een verhaal evenveel genot smaakt als Herodotus; +maar hij is zóó helder en onpartijdig, en ziet zóó juist de redenen +voor de gebeurtenissen die hij verhaalt, en legt ze zóó duidelijk en +boeiend bloot, dat een aantal schrijvers van lateren tijd zijn werken +herhaaldelijk hebben overgelezen, om te trachten, daaruit te leeren, +op dezelfde wijze als hij, geschiedenis te schrijven. + +Zoo heerschte er dan groote voorspoed te Athene in de dagen van +Pericles. De Atheners hadden slaven, die het zware werk deden, en +die hun meesters den tijd lieten te genieten van poëzie en kunst en +van hun schoone stad. Er was slechts weinig armoede, immers om al +die prachtige nieuwe gebouwen op te richten, moesten er werklieden +zijn, die hout, steen, koper, goud, en ivoor konden bewerken, en die +wisten, hoe zij kleurstoffen konden gebruiken. Er was overvloedig +werk tegen een goed loon voor de gewone handwerkslieden, en er was +altijd behoefte aan schilders, beeldhouwers en alle soorten van +kunstenaars. Daarenboven waren de Atheners volkomen op de hoogte +van het vervaardigen van aardewerk en lampen, en van koperwerk van +allerlei soort. Kapiteins en zeelieden waren noodig voor de schepen, +die de vervaardigde voorwerpen naar vreemde landen brachten en +scheepsladingen wijn, glas, huiden, zoutevisch, specerijen, papyrus, +tapijten, goud en slaven terugbrachten. Athene ontving ieder jaar +belangrijke geldsommen van de leden van den Bond van Delos. De andere +staten verklaarden, dat het niet eerlijk was, dat Athene dat geld voor +eigen doeleinden gebruikte, en sommigen onder de Atheners waren van +dezelfde meening; zij zeiden, dat Pericles schande over de stad had +gebracht, door bezit te nemen van den schat van Delos. Pericles en zijn +partij antwoordden, dat de overige leden van den Bond het geld hadden +gegeven ten einde tegen de Perzen en de zeeroovers beveiligd te zijn, +en dat, nu toch Athene hen beschermde, het alleszins billijk was, dat +zij het geld voor zich besteedde en de stad versierde met gebouwen en +standbeelden, die een eeuwige glorie voor den staat zouden zijn. De +tegenstanders van Pericles antwoordden, dat er nu weinig gevaar was +voor zeeroovers of voor Perzen; maar geen geld werd teruggegeven, +en de bondgenooten werden steeds nog als onderworpenen behandeld. De +Atheners hadden hun stad lief en waren er zóó trotsch op, dat zij +de mooiste stad in Griekenland was, dat misschien zelfs zij, die met +Pericles in meening verschilden, zich niet zóó tegen hem verzetten, +als anders het geval zou geweest zijn. + +Hoezeer ook de Atheners hielden van prachtige tempels, zij stelden +zich tevreden, te wonen in eenvoudige huizen met ruwe, onversierde +zolderingen. Zij brachten zóóveel tijd buiten 's huis door, dat een +huis voor hen niets anders was dan een veilige plek voor hun gezin +en hun bezittingen, en een schuilplaats tegen den storm. De zijde +van het huis, die tegenover de straat gelegen was, had op de tweede +verdieping eenige vensters, maar op de eerste verdieping was er niets +dan een kleine deur. Hier klopte men aan, als men wilde binnenkomen, en +evenzeer werd geklopt, als men op het punt stond uit te gaan, daar de +deuren naar buiten opengingen en zóó zwaar waren, dat een voorbijganger +gemakkelijk door een dergelijke deur kon worden gewond. Een slaaf zat +in den nauwen voorhof, om op het eerste geklop open te doen. Aan het +andere uiteinde was een binnenplaats met een rij pilaren er om heen. De +kamers van het huis kwamen uit op die binnenplaats. Zij waren meestal +niet ruim, en bevatten geen kostbaar huisraad. De stoelen en rustbanken +en de voetbankjes waren alle goed gevormd en bijzonder schoon, maar +niet kostbaar. De bedden waren wollen matrassen, uitgespreid op riemen +of leeren reepen. Er waren verschillende soorten van kommen, kruiken +en bekers, maar alle hadden sierlijke vormen, die het oog bekoorden; +en vooral de lampen waren bijzonder sierlijk en smaakvol. + +De kleeren der Grieken waren al even eenvoudig als de huizen. De Griek +van goeden huize droeg een lang hemd zonder mouwen, of chiton, van +wol of linnen vervaardigd, en daarover heen was een bijna vierkante +mantel geslagen. De mantel was meestal wit, maar somtijds werden ook +kleuren gedragen. De mantel moest volkomen naar den eisch gedrapeerd +zijn, want als iemand zijn mantel bij ongeluk van rechts naar links +had omgehangen in plaats van omgekeerd, kon hij er zeker van zijn, dat +hij werd uitgelachen. De Grieken hadden geen hoeden of mutsen noodig, +behalve als het regende, of, als zij genoodzaakt waren op reis te +gaan in de gloeiende zon. De Griek van goeden huize droeg sandalen, +of, als hij dit verkoos, liep hij barrevoets, maar hij mocht vooral +zijn wandelstok en zijn zegelring niet vergeten. De Atheensche dames +droegen een chiton met mouwen, en daarover een lang, los gewaad, +dichtgemaakt met een gordel. Zij hadden niet alleen ringen aan +haar vingers, maar dikwijls in haar ooren en om haar enkels. Kleine +meisjes droegen lange kleeren, maar kleine jongens werden niet veel +met eenigerlei kleeren lastig gevallen, tenzij het bijzonder koud was. + +Als voedsel hadden de Grieken rundvleesch, lamsvleesch, varkensvleesch, +ganzen, eenden en visch. Zij hielden bijzonder veel van lijsters, en +waren steeds verontwaardigd op de vogelhandelaars, die lucht bliezen +in de lichamen der vogels, om ze vetter te doen lijken. Er waren +verschillende soorten van groenten en vruchten. Er was geen suiker, +maar in plaats van suiker werd honig gebruikt, die zóó goed voldeed, +dat de Atheensche koks beroemd waren om hun gebak. Er werd veel wijn +gedronken, maar evenals in de dagen van Homerus achtten de Grieken +uit den tijd van Pericles het gulzig en onbeschaafd, wijn, niet met +water vermengd, te drinken. + +In de harten der Grieken, hoe druk zij het ook hadden, was een ruime +plaats voor de kinderen; en werd dan ook goed voor hun lichamelijke +en geestelijke opvoeding gezorgd. Zij hadden evenzeer als de jongens +en meisjes uit onze dagen ruim tijd voor spelen, en zij speelden ook +veel, en dezelfde spelen als in onzen tijd. De meisjes hadden poppen, +van was of van klei vervaardigd, en de jongens hadden tollen, ijzeren +hoepels, hobbelpaarden, wagens en vliegers. Er waren ook stelten, +schommels en wipplanken. Zij kenden verschillende balspelen, en +blindemans- en krijgertje-spelen. Totdat de kinderen omstreeks zeven +jaar oud waren, speelden de jongens en meisjes samen en werden zij +bijna op dezelfde wijze behandeld; maar na dien tijd veranderde de +toestand, daar de jongens de school moesten bezoeken. Terwijl dan het +meisje thuis bleef en van haar moeder leerde lezen en schrijven en +de huishouding besturen, werd de jongen toevertrouwd aan de zorg van +een slaaf, die hem naar school bracht, hem weer naar huis geleidde, +zijn schrijfgereedschappen droeg, en oplette, dat hij zich +op straat behoorlijk gedroeg en geen ongelukken kreeg. De jongen +leerde het alphabet en leerde daarna lezen. Geen slordig lezen werd +geduld. Ieder woord moest duidelijk en juist worden uitgesproken, +en iedere gedachte moest behoorlijk geuit worden, voordat de meester +tevreden was. De jongen leerde schrijven op een schrijftafeltje, +met was bedekt. Hij teekende de letters met een kort, gepunt +werktuig, van been of metaal, stylus genoemd; daarna werd de was +weer gladgestreken en weer voor hem gereed gemaakt, om een ander +opschrift te maken. Nadat hij had leeren schrijven, moest hij alles +opschrijven, wat de meester voorlas. Die dictees waren geen eenvoudige +kinderverhaaltjes; het was een uittreksel uit de Ilias en de Odyssee, +sommige spreuken van Hesiodus, of het een of ander sierlijk Grieksch +gedicht van Pindarus of Simonides. De jongen behoefde niet snel te +schrijven, maar wel duidelijk en nauwkeurig, want den volgenden dag +werd hij voor de klasse geroepen en moest hij voorlezen, wat hij had +geschreven. Hij kreeg tevens onderwijs in rekenen, zingen, het bespelen +der lier, en somtijds ook in teekenen. Hij leerde dansen, hardloopen, +springen, worstelen, de jachtspies en den discus werpen. Het was +niet waarschijnlijk, dat velen der jongens ooit een prijs zouden +behalen bij de Olympische spelen, maar van iedereen werd geëischt, +dat hij zijn lichaam krachtig maakte en leerde zijn spieren te +gebruiken en te oefenen. Al was een jongen niet in staat een prijs +bij het hardloopen te winnen, toch kon hij leeren, zich behoorlijk +te bewegen, en zóó sierlijk en gemakkelijk te draven, dat het een +genot was naar hem te zien. Dit was het onderwijs voor jonge knapen, +waarvan de Grieken uit den schoonsten tijd hunner geschiedenis meenden, +dat het hen zou vormen tot flinke, degelijke en brave mannen en tot +goede staatsburgers. Als de knaap achttien of negentien jaar oud was, +werd hij burger. Zijn naam werd geboekt als lid van een demos. Een +zwaard en een schild werden hem gegeven, en hij werd opgeroepen, om +een plechtigen eed af te leggen, dat hij den godsdienst zou eeren, dat +hij zou strijden voor zijn vaderland, en dat hij ernaar zou streven, +het beter achter te laten dan hij het had gevonden. + +De tijd van Pericles, of dat gedeelte van dien tijd, waarop +Griekenland op het toppunt was van zijn roem, wordt gerekend geduurd +te hebben van 445 vóór Christus tot aan 431 voor Christus, omdat, +niettegenstaande bepaald was, dat het verdrag dertig jaar zou duren, +het reeds na vijftien jaar verbroken werd. Gedurende die vijftien +jaren was er vrede in het land der Grieken, in Perzië, Spanje, Italië, +Gallië, in één woord in alle landen, die toen bekend waren. De eenige +uitzondering was de opstand van twee leden van den Bond van Delos, +Byzantium en Samos; maar het gelukte Pericles, die opstanden volkomen +te onderdrukken. Die vijftien jaren waren de meest verheffende in +de geschiedenis van Athene. De stad was rijk en krachtig, schoon +en gelukkig, en toch duurde het slechts enkele jaren, of de Atheners +waren zóó ongelukkig en deerniswaardig geworden, dat zij er ter nauwer +nood aan ontkwamen, als slaven te worden verkocht. + + + + + + +HOOFDSTUK XIV. + +DE STRIJD TUSSCHEN ATHENE EN SPARTA, OF DE PELOPONNESISCHE OORLOG. + + +Terwijl Athene rijk was geworden en in kracht en schoonheid was +toegenomen, had Sparta haar oude, eenvoudige en ruwe levenswijze +volgehouden. Er waren daar geen luisterrijke gebouwen, geen +standbeelden, geen prachtig snijwerk, geen kunstig borduurwerk. De +overweging, dat een volk, dat belangstelde in zulke dwaze dingen, +aanspraak zou maken op de leiding of hegemonie van Griekenland, wekte +hoe langer hoe meer de verachting en den haat van hun mededingers +op. Zij waren overeengekomen, den vrede gedurende dertig jaren +te handhaven, maar zij hadden er geen spijt van, dat een daad der +Atheners hun een voorwendsel bood, dien vrede te verbreken. + +De strijd begon niet in Athene of in Sparta zelf, maar op grooten +afstand, in de Jonische Zee in de nabijheid van het eiland Corcyra. Er +waren moeilijkheden ontstaan tusschen Corcyra en de moederstad, +Corinthe, en in een zeeslag had het eiland de overwinning behaald. Toen +de bewoners van Corcyra zagen, hoeveel schepen Corinthe bouwde, +werden zij beangst en vroegen, zich aan het Atheensche Verbond te +mogen aansluiten. Het was een moeilijk punt voorde Atheners, te +beslissen, welk antwoord zij zouden geven. De bewoners van Corcyra +zeiden, dat de Vrede van Pericles iedere stad, die niet reeds tot een +bond behoorde, toestond, zich bij de Atheners of de Peloponnesiërs +te voegen. "Maar," zoo weerlegden dit de Corinthiërs, "niet met de +uitdrukkelijke bedoeling, een lid van den anderen bond schade te +berokkenen." De Atheners waren in een lastige positie. Zij waren +overtuigd, dat er vroeger of later een oorlog zou uitbreken tusschen +hen en de Spartanen. Corinthe was een bondgenoot van Sparta, en als zij +Corcyra overwon en haar vloot bij die van Corinthe voegde, zou zij te +water veel krachtiger zijn dan de Atheners aangenaam was. Daarbij kwam, +dat Corcyra een niet te verwerpen bondgenoot was, niet alleen omdat +zij een groote vloot had, maar ook omdat het eiland een uitnemend +geschikte pleisterplaats was op weg naar Italië, en bovendien ook, +omdat, als de Spartanen ooit een aanval op de kust zouden doen, het +heel wat waard zou zijn, een bondgenoot zoo dicht in de nabijheid +te hebben. De Atheners konden evenmin besluiten die schepen of de +vriendschap van het eiland te verliezen, als brutaal het verdrag +te verbreken. Zij besloten ten slotte in de zaak iets toe te geven, +en die zóó te regelen, dat zij er in toestemden tien schepen in de +Jonische Zee te zenden, "niet om te vechten met de Corinthiërs, maar om +Corcyra te beschermen," zoo noemden zij het. Toen een tweede zeeslag +geleverd werd tusschen Corinthe en Corcyra, trachtten de Atheners +in het begin alleen de Corinthische schepen te hinderen, zonder ze +feitelijk aan te vallen; maar toen de Corcyreërs begonnen het onderspit +te delven en zich begonnen terug te trekken, vergaten de Atheners alle +bepalingen van den vrede van Pericles, en vochten zij even verwoed, +alsof zij nooit iets van een dergelijken vrede hadden vernomen. + +Sparta en de overige staten van den Peloponnesus waren verontwaardigd, +en spoedig hielden zij dan ook een soort van terechtszitting om over de +stad te vonnissen. Verschillende steden verhaalden, hoe onrechtvaardig +Athene haar had behandeld. Zij zeiden, dat Athene oneerlijk was en +voortdurend trachtte het oppergezag uit te oefenen over telkens meer +staten. Er waren toevallig enkele Atheensche afgevaardigden in Sparta +om andere zaken te behandelen, en zij vroegen verlof in de vergadering +het woord te mogen voeren. Zij gaven een overzicht van wat Athene in +den Perzischen oorlog had gedaan, en toonden aan, dat zij werkelijk de +redster van geheel Griekenland was geweest. "Onze bondgenooten kwamen +uit eigen beweging," zoo spraken de afgevaardigden, "en vroegen ons, +hun leidslieden en beschermers te zijn. Ons werd een rijk aangeboden; +kan het u verwonderen, dat wij het aannamen en weigerden het weer af +te geven?" Nadat de afgevaardigden en de vreemdelingen vertrokken +waren, begonnen de Spartanen de zaken te bespreken. Zij beslisten, +dat de Atheners het verdrag hadden verbroken. Daarna begonnen beide +landen zich voor den oorlog toe te rusten. + +Pericles wist, dat de Spartanen Attica zouden plunderen en verwoesten; +daarom overreedde hij de Attische landbouwers, binnen de muren der +stad te komen. Er werden toen lange rijen diep bedroefde mannen, +vrouwen en kinderen gezien, die langzaam naar Athene optrokken. Hun +rug was gebogen onder zware lasten; zij wisten immers zeer goed, dat +alles wat zij achterlieten, zou worden vernield. Van de Acropolis +konden zij hun woningen zien en hun akkers met rijpend koren. Een +tijd later zagen zij den rook opstijgen uit de brandende huizen, +zij zagen de korenvelden vertrapt, afgesneden en vernield door de +Spartanen. Het is dus niet te verwonderen, dat zij uitriepen: "O +Pericles, voer ons naar buiten om te strijden; voer ons naar buiten, +zooals een veldheer betaamt." Maar Pericles zeide: "Neen". Reeds +lang te voren had hij gezegd: "De Spartanen zijn krachtig te land, +maar onze kracht ligt op zee." Daarom had hij schepen gezonden, +om rondom den Peloponnesus te kruisen en alle mogelijke schade aan +te richten, maar hij wilde niet buiten de muren van Athene gaan, +om den vijand in een veldslag te land te ontmoeten. De Spartanen +keerden naar huis terug, na de velden te hebben verwoest. Zij hadden +even gemakkelijk naar de maan kunnen vliegen als door de stevige +muren van Athene heen te breken. In een volgend jaargetijde hadden +zij echter een helper, die niet op de lijst van hun bondgenooten had +vermeld gestaan; immers de pest brak uit in de stad, waarin een zoo +groote menschenmassa was opgehoopt, en een groote menigte menschen +kwam om. De pest brak ten tweeden male uit; en nu verloor Athene den +eenigen man, die haar had kunnen redden, immers spoedig lag Pericles +op zijn sterfbed. Zijn vrienden zaten om zijn bed, treurend en samen +over zijn overwinningen sprekend. Plotseling opende de stervende zijn +oogen en zeide: "Gij legt den nadruk op die door mij verrichte daden, +hoewel heel wat andere veldheeren hetzelfde hebben gedaan; maar gij +vergeet het meest eervolle gedeelte van mijn persoonlijkheid, en wel +dit, dat nooit door mijn toedoen één Athener in rouw is gedompeld." + +Nu brak de tijd aan, dat Athene wel had mogen wenschen, dat haar +bondgenooten ook haar vrienden waren geweest, want haar bereikte de +tijding, dat Mytilene, een stad op het eiland Lesbos, in opstand was +gekomen; Mytilene had een groote vloot, en daarom zou het verlies van +Mytilene van groot gewicht zijn. Atheensche troepen werden onmiddellijk +weggezonden, om de stad te belegeren, de Spartaansche troepen, die +beloofd waren, kwamen eerst zeer traag ter hulp, zoodat Mytilene +ten slotte genoodzaakt was zich over te geven. Zij was in handen +gevallen van een wreeden meester, want de Atheners waren niet alleen +verontwaardigd over den opstand, maar bovendien in groote vrees, dat +er nog andere steden in opstand zouden komen. Zonder één oogenblik van +ernstig nadenken besloten zij, dat alle volwassen mannen in Mytilene +gedood zouden worden en iedere vrouw en ieder kind als slaaf zou +worden verkocht. Als Pericles nog in leven ware geweest, zou een zoo +onmenschelijk besluit nooit zijn genomen, maar de Atheners stonden +nu sterk onder den invloed van een zekeren Cleon. "Weest toch niet +barmhartig jegens hen," zeide hij, "straft hen zooals zij u zouden +hebben gestraft, als zij hadden overwonnen." Weest vergevensgezind +en deugdzaam, als gij wilt, maar wacht totdat vergevensgezindheid +en deugd niet langer gevaarlijk zijn." Het besluit werd dus genomen, +hoewel het betere gedeelte der Atheners er zich zóózeer over schaamde, +dat zij den volgenden dag een tweede vergadering uitschreven en het +besluit vernietigden. Maar het schip met drie rijen roeibanken, dat +het besluit moest overbrengen, was den vorigen nacht uitgezeild. Zou +het mogelijk zijn, het nog in te halen? "Wij zullen wijn en gerst voor +de bemanning verschaffen," riepen de afgezanten der Mytileners uit, +"en ieder van hen zal een ruime belooning ontvangen, als zij het eerst +het eiland bereiken." De roeiers sprongen op hun zetels. De helft +van hen roeide over dag, de andere helft des nachts, en zij aten hun +gerstebrood, met wijn en olie gekneed, onder het roeien. Toch had +het eerste schip een te grooten voorsprong. Het besluit was reeds +voorgelezen, en reeds was men op het punt, het bevel te geven het +uit te voeren, toen het tweede schip landde. Een afgezant holde van +het strand naar den aanvoerder, en de Atheners werden verlost van +de schande, een zoo barbaarsche slachting aan te richten. De straf, +die zij oplegden, was nog streng genoeg, immers zij doodden duizend +der opstandelingen, die het meest op den voorgrond waren getreden, +namen de schepen der bewoners van Mytilene, en gaven hun land aan de +Atheensche burgers, om daar een volksplanting te stichten. + +Dit was de wijze, waarop de Atheners hun barmhartigheid +uitoefenden. Hetzelfde jaar openbaarde zich de barmhartigheid +der Spartanen bij Plataea. Deze waren uitgetrokken om Plataea te +veroveren, daar die kleine stad een zoo trouwe vriend van Athene +was. "Maar de Spartanen, in vereeniging met de overige staten, +legden een plechtigen eed af, dat onze stad voor eeuwig onafhankelijk +zou zijn," zoo spraken de inwoners van Plataea. "Wat gij zegt, is +waar," antwoordden de Spartanen. "Geniet van uwe onafhankelijkheid, +maar helpt ons de staten te bevrijden, die nu door Athene worden +geregeerd." Plataea echter wilde de Atheners niet in den steek +laten, en het beleg begon. Thucydides schreef de geschiedenis van +den Peloponnesischen Oorlog, en daarin wordt een verhaal gegeven +van het beleg van Plataea op zijn gewone heldere, nauwkeurige, +belangwekkende wijze van schrijven. Eerst hakten de Spartanen boomen +om, en maakten een palissade rondom de stad, zoodat niemand de stad +in of uit kon gaan. Zij hadden een verschansing noodig, hoog genoeg, +om hen in staat te stellen de stad te beschieten, en zij begonnen +zulk een verschansing bij den muur op te richten, door houtblokken +dwars over elkander te stapelen, en de leege ruimten op te vullen +met steen, aarde en stukken hout. Dag en nacht werkten zij tien +weken lang door. Zij merkten echter, dat op de ééne of andere wijze +de verschansing niet zoo snel voltooid werd als zij zich hadden +voorgesteld, en eindelijk ontdekten zij, dat de Plataeërs een gat +hadden gegraven onder in den muur, en kalm de losse aarde van de +verschansing in de stad brachten. Ondertusschen maakten zij ook den +muur hooger, door dien op te bouwen met steenen en hout van hun eigen +huizen. De Spartanen zouden dit alles in brand hebben kunnen steken +met brandende pijlen, maar de Plataeërs waren verstandig genoeg, zware +gordijnen van huiden en vellen daarvoor te hangen. De belegeraars waren +besloten, dat er van hun verschansing niet meer zou worden gestolen, +en daarom gebruikten zij in plaats losse modder, groote hoeveelheden +klei en riet, aan elkander gebonden. Toch werd de verschansing niet +hooger. De belegeraars verbaasden er zich over, hoe dit mogelijk +was. Eindelijk ontdekte iemand, dat die slimme Plataeërs een tunnel +hadden gegraven van de stad naar de verschansing, en op hun gemak +de bundels klei en riet naar binnen haalden. En dit alles was nog +niet alles, immers zij bouwden ook een binnenmuur in den vorm van +een halve maan. De havens raakten den buitenmuur en de kromming was +naar de stad gericht. Indien dus de Spartanen den buitenmuur hadden +genomen, zouden zij nog altijd den binnenmuur moeten vermeesteren, +maar dit zou nog niet zoo gemakkelijk zijn met de Plataeërs tegenover +zich en aan beide vleugels. De Spartanen begrepen natuurlijk de +moeilijkheid ook, en brachten daarom ontzaglijke stormrammen aan; +doch de Plataeërs hadden twee manieren om die rammen onschadelijk te +maken. Eén manier was, om een strik daarover neer te laten en ze zoo +op te trekken. Een tweede manier was, om zware balken daarover neer +te hangen en loodrecht daarop. Als de machine goed was opgesteld en +op het punt was, een vreeselijken stoot tegen den muur te geven, ging +de balk naar beneden en werd de kop van den ram afgestooten. Daarna +besloten de Spartanen de stad te verbranden. Zij wierpen groote +hoeveelheden hout over den muur en stapelden massa's hout op tusschen +de verschansing en den muur. Zij smeerden stokken in met pik en zwavel, +staken die in brand en wierpen die het hout achterna. Thucydides zegt, +dat nooit zulk een brand door menschenhanden was aangestoken. Er zou +voor de Plataeërs geen redding mogelijk zijn geweest, indien niet een +plotselinge storm de vlammen had gedoofd. Toen bouwden de Spartanen +twee muren, op een afstand van elkander van zestien voet, en die de +geheele stad omsloten. Tusschen die muren waren de verblijfplaatsen +der soldaten; zoodat, als het werk gedaan was, het geleek op één zeer +dikken muur met aan beide zijden een gracht. Zoodra dit werk voltooid +was, ging het hoofdleger weg, met achterlating van een sterke wacht. + +Toen de winter aanbrak en het voedsel schaarsch begon te worden, +trok een groot aantal Plataeërs in een donkeren, stormachtigen +nacht, de binnenste gracht over, die vol was met ijsschotsen, zetten +ladders overeind, en slaagden er in, den muur over te komen en de +buitenste gracht over te steken. "De Spartanen zullen verwachten, +dat wij zullen trachten naar Athene te ontkomen," zeiden zij, "laat +ons dus in de richting van Thebe trekken." Toen zij haastig door de +duisternis omkeken naar den weg naar Athene, konden zij de fakkels +hunner vervolgers zien. Na korten tijd slopen de vluchtelingen naar de +heuvels en daarna langs nauwe paden naar beneden, en spoedig werden +zij te Athene verwelkomd door de vrouwen en kinderen, die daarheen +waren gezonden voordat het beleg begonnen was. + +Er waren nu enkele vrouwelijke bedienden en twee honderd vijf en +twintig mannen binnen de muren van Plataea; deze waren door gebrek +aan voedsel te zwak, om langer de stad te verdedigen. De Spartanen +zouden haar door bestorming hebben kunnen innemen, maar als de +oorlog ophield, zouden steden, die door bestorming waren genomen, +waarschijnlijk aan haar vroegere heerschers worden teruggegeven, +terwijl die, welke zich hadden overgegeven, door de overwinnaars +zouden gehouden worden. "Wilt gij u overgeven, als wij u een eerlijke +kans laten?" vroegen de Spartanen, en de uitgehongerde bevolking gaf +het op. De Thebanen haatten de Plataeërs, en de Spartanen wenschten +de Thebanen een genoegen te doen; daarom bestond de "eerlijke kans" +hoofdzakelijk uit de vraag: "Hebt gij den Spartanen of hun bondgenooten +in dezen oorlog diensten bewezen?" Daar ieder Plataeër ten antwoord gaf +"Neen," werd hij weggevoerd en ter dood gebracht. Iedere mannelijke +inwoner van Plataea werd gedood, en de vrouwelijke bedienden werden +als slavinnen verkocht. Dit was de barmhartigheid der Spartanen. + +Een oorlog tusschen mannen van eenzelfde ras is altijd erger dan andere +oorlogen, daar iedere partij overtuigd is, dat de tegenpartij moet +begrijpen, dat zij ongelijk heeft; en deze oorlog werd hoe langer hoe +wreeder. In bijna iedere stad waren er twee partijen,--de ééne partij +was van oordeel, dat het volk als één geheel moest regeeren, zooals in +Athene; de andere meende, dat de regeering moest zijn in handen van +enkelen. Die beide partijen twistten en streden met elkander. Zonen +doodden hun vaders, vaders doodden hun zonen. Indien twee personen +elkander vijandig gezind waren, was het zeker, dat één van beiden een +moordenaar zou worden. Als iemand geld schuldig was, bevrijdde hij +zich van zijn schuld, door zijn schuldeischer te dooden. De geheele +Grieksche wereld scheen wel krankzinnig te zijn geworden, niet alleen +het vasteland van Griekenland, maar ook de eilanden en zelfs ook de +koloniën in Italië en Sicilië. De beide partijen in dezelfde stad +trachtten elkander te dooden; Atheensche schepen voeren de zee over, +om de ééne of andere stad te helpen, en men kon er zeker van zijn, +dat Spartaansche schepen met den meest mogelijken spoed de vijanden +der stad te hulp kwamen. Zes jaren lang hield de strijd te land en +ter zee onafgebroken aan. + +In het zevende jaar was een Atheensche vloot, door een storm overvallen +in de haven van Pylos, op de kust van Messenië, binnengevallen. Dit +was volkomen in overeenstemming met den wensch van den aanvoerder, +Demosthenes, [1] immers hij wilde een plan voorstellen aan de overige +aanvoerders. "Laat ons deze plaats versterken. Wij zijn slechts 75 +kilometers van Sparta verwijderd; de Messeniërs zullen ons helpen, +en wij kunnen van hieruit den vijand groot nadeel berokkenen." De +overige aanvoerders voelden niets voor dit plan. "Indien gij het +openbare geld wilt weggooien," zoo spraken zij, "dan zijn er een +menigte andere verlaten voorgebergten, die gij kunt versterken." De +storm raasde nog steeds voort, en de schepen konden de haven niet +verlaten. Het is mogelijk, dat de soldaten door het lange oponthoud +zich verveelden en onrustig werden; doch wat ook de reden moge zijn, +eindelijk werd hun toestemming gegeven het fort te bouwen. Zij hadden +geen gereedschappen om steenen te fatsoeneeren, daarom pasten zij +ze aan elkander, zoo goed zij dat konden. Zij hadden niets om er +de metselkalk in te dragen, daarom stapelden zij die op hun rug en +hielden hun handen daartegen aan, om te beletten, dat de kalk afviel; +en zoo werd het fort gebouwd. + +Toen de Spartanen van dien zoo eigenaardigen bouw hoorden, lachten +zij. "Het zal gemakkelijk zijn, dit, zoodra wij willen, neer te +halen," zeiden zij, "zelfs als de Atheners niet wegloopen, als +zij ons zien naderen." Toch kwamen zij tot het besluit, dat het in +ieder geval het best was, zoo spoedig mogelijk zich van het fort te +bevrijden, en eveneens van de Atheensche schepen, die op wacht lagen; +daarom zonden zij een vloot en een flink aantal soldaten. De soldaten +werden aan land gezet op een lang, smal eiland, Sphacteria genaamd, +dat bijna de haven van Pylos insloot. De Spartaansche schepen zeilden +de haven binnen, en trachtten gedurende enkele dagen het ruwe, kleine +fort te veroveren. Toen kwam de Atheensche vloot op hen aanvliegen, +daar zij verzuimd hadden de haven af te sluiten. De Spartanen op +de kust waren wanhopend, daar hun vrienden op Sphacteria hulpeloos +waren. Gewapend als zij waren, sprongen zij te water en trachtten hun +ledige schepen van de Atheners weg te trekken. Thucydides drukt dit +zoo uit: "De Spartanen leverden van het land af een zeegevecht, en de +Atheners leverden van hun schepen af een gevecht te land." Er waren +een zóó groot aantal van hun voortreffelijkste mannen op het eiland, +dat de Spartanen besloten, de Atheners om vrede te vragen. De Atheners +zouden daarin waarschijnlijk hebben toegestemd, indien Cleon zich +daartegen niet had verzet. Na den dood van Pericles had Cleon alles +gedaan om het volk genoegen te doen en hen er van af te houden, den +raad van verstandiger mannen te volgen. Hij overreedde nu de Atheners, +te weigeren vrede te sluiten, tenzij op zóódanige voorwaarden, als +hij wist, dat de Spartanen niet zouden aanvaarden. Hij deed dit, +daar hij meende, dat er voor hem beter gelegenheid was, zijn macht +te doen toenemen in oorlogstijd, dan als er vrede was. + +De Atheners waren altijd wispelturig en veranderlijk, en spoedig +wendden zij zich boos tegen Cleon. "Waarom hebt gij ons afgeraden vrede +te sluiten?" vroegen zij. "Onze manschappen in Pylos zullen van honger +omkomen. Wij kunnen nu reeds nauwelijks voedsel voor hen krijgen, en +als de winter aanbreekt, zullen zij zich zeker moeten overgeven. De +Spartaansche soldaten op het eiland zijn veilig en hebben het goed. De +Spartanen betalen een ruime som aan iedereen, die de blokkade verbreekt +en hun voedsel brengt. Als hij een Heloot is, maakt één korte tocht +hem onmiddellijk vrij. Honderden Heloten duiken en zwemmen naar de +overzijde, en trekken achter zich aan huiden met fijngestampt lijnzaad +en papaverzaad, met honig vermengd. Zoo dikwijls er een krachtige +zeewind is, zeilen zij 's nachts uit en komen met het aanbreken van +den dag aan de zeezijde van het eiland plotseling te voorschijn. De +Atheners op Sphacteria hebben overvloed van meel en wijn en kaas, +terwijl de Atheners in Pylos van honger omkomen. [** " verwijderd] +Het is uw schuld; waarom hebt gij geweigerd vrede te sluiten?" + +Cleon kon niets anders tot zijn verdediging aanbrengen dan te morren +over de legeraanvoerders. "Zij zouden gemakkelijk naar Sphacteria +kunnen zeilen en de Spartaansche soldaten gevangen nemen," zoo luidde +zijn antwoord. "Dat zou ik ten minste doen, als ik legerbevelhebber +was." Eén der legeraanvoerders, Nicias, was tegenwoordig. "Voor zoover +de legeraanvoerders betreft, kunt gij zooveel soldaten nemen als gij +wilt en het beproeven. Hier, in tegenwoordigheid van deze vergadering, +sta ik u het opperbevel af." "Neem het, neem het," riep het volk. "Wij +stellen u tot aanvoerder aan. Zeil nu weg naar Pylos." De wispelturige +Atheners hadden alles vergeten omtrent het lijden van hun soldaten, +en hadden er groot genot in, te zien, hoe Cleon in angst zat. Hij +begreep, dat hij zich òf voor goed op den achtergrond moest plaatsen, +òf het opperbevel moest op zich nemen. Hij trachtte zich zoo moedig +mogelijk voor te doen en wendde zich tot de Atheners: "Ik ben niet +bang voor de Spartanen," antwoordde hij. "Binnen twintig dagen zal +ik ze op de plaats zelf dooden of ze levend naar u toebrengen." Het +grauw barstte in lachen uit, en de meer verstandigen onder de menigte +verheugden zich evenzeer als het grauw juichte. "Wij zullen Cleon niet +meer terugzien, als hij niet inderdaad de Spartanen gevangen neemt." + +Niemand verwachtte zelfs maar één oogenblik, dat het den pocher zou +gelukken, te volbrengen, wat hij had beloofd, maar toch bracht hij +werkelijk binnen twintig dagen omstreeks driehonderd gevangenen naar +Athene. Dit was aldus in zijn werk gegaan. Toen Cleon het eiland +Sphacteria bereikte, bleek het hem, dat het bosch, dat het grootste +gedeelte van het eiland had bedekt, verbrand was. Het land was schoon +geveegd, en de opperbevelhebber was juist op het punt een aanval te +doen op de gevangenen. Cleon had geen vast plan, en sloot zich dus maar +hierbij aan. Er werd een hardnekkig gevecht geleverd, maar eindelijk +lieten de Spartanen hun schilden zakken en zwaaiden zij hun handen; +zij onderwierpen zich. Geheel Griekenland was nu in verbazing. Kon dit +hetzelfde ras zijn, dat bij de Thermopylae had gestreden totdat de +laatste man gesneuveld was? De Atheners konden nauwelijks gelooven, +dat het mogelijk was, dat de Spartanen zich hadden overgegeven. Zij +juichten over hun overwinning, en toen de Spartanen weer om vrede +smeekten, weigerden zij dit. + +Zoo duurde de oorlog voort, en aan weerszijden werden de troepen hoe +langer hoe wreeder en ruwer. De aanzienlijken uit Corcyra begunstigden +Sparta en spanden samen tegen het gemeene volk, dat op de hand van +Athene was. Door een list werden de aanzienlijken gevangen genomen en +werden toen met ontzettende wreedheid ter dood gebracht. Tot nu toe +waren de Atheners in hoofdzaak de winnende partij geweest. Zij hadden +getracht Delium in Boeotië in te nemen, doch dit was hun niet gelukt; +maar zij hielden Pylos bezet, welke plaats de sleutel voor Messenië +was, en Cythera, dat een krachtige steun voor Laconië was geweest; +en honderd van de meest op den voorgrond tredende Spartanen waren +hun gevangenen. De Spartanen hadden jaarlijks een strooptocht in +Attica gedaan, en hadden ook heel wat in andere streken gevochten, +maar zij waren geen stap nader gekomen tot hun doel dan zeven jaren te +voren: het overwinnen der Atheners. Gelukkig voor hen trad een nieuwe +veldheer op het tooneel, Brasidas. Hij was zoo vastbesloten als eenig +Spartaan, en zoo helder van oordeel en zoo snel van opvatting als +eenig Athener. Hij overdacht de zaken en redeneerde aldus: "Als wij +weer een nieuwen strooptocht in Attica doen, zullen de Atheners onze +honderd burgers ter dood brengen. Het beste wat wij kunnen doen, +is ons naar Thracië te begeven, en wij kunnen er zeker van zijn, +dat meer dan één Thracische stad ons welkom zal heeten. Thracië is +rijk en heeft uitgestrekte bosschen. Met Thracië als vrienden kunnen +wij schepen bouwen, en wij behoeven dan niet bevreesd te zijn, als +wij met de Atheners op zee handgemeen worden." + +Zoo sprak Brasidas. De Spartanen meenden, dat dit een onredelijk, +ondoordacht plan was; maar één zaak was sterk in het voordeel +van Brasidas: hij bezat omstreeks duizend manschappen, die hij in +verschillende plaatsen van den Peloponnesus had gehuurd, en het eenige +wat hij Sparta vroeg, was, hem zevenhonderd Heloten te geven. "Laat +het hem in ieder geval beproeven," zeiden de Spartanen. "De Heloten +staan op het punt in opstand te komen, en het is niet kwaad, dat +er onder hen een opruiming komt. Laat hem een paar steden innemen, +en als de oorlog is afgeloopen, kunnen wij die tegen Pylos inruilen." + +Zoo vertrok Brasidas naar Thracië en Macedonië. Hij was niet alleen een +sluw en geslepen man, maar hij wist ook te spreken, te redeneeren en +te overtuigen. Hij bracht zelfs stammen, die met de Atheners bevriend +waren, er toe, hem verlof te geven door hun gebied te trekken; en +half door overreding, half door bedreigingen wist hij verschillende +steden in Thracië en Chalcidice er toe te brengen, zich aan hem te +onderwerpen. De Atheners hadden gehoord wat hij deed, en nu kwamen +zij op hem af. Cleon was hun aanvoerder, en hij was zóó opgeblazen +door zijn overwinning bij Pylos, dat hij het als de natuurlijkste +zaak ter wereld beschouwde, dat hij zou overwinnen. Hij had flinke +soldaten, maar zij hadden geen vertrouwen in hun aanvoerder. Bijna +de helft van de manschappen van Brasidas waren Heloten, en hoewel +zij slaven waren, wantrouwde hij hen geen oogenblik en had hij +den moed, hun zijn volle vertrouwen te schenken. Even vóór den +aanval op Amphipolis, de krachtigste Atheensche volksplanting in +Macedonië, deelde hij hun mede, hoe hij van plan was den aanval uit +te voeren. Zijn laatste woorden tot hen waren: "Laat den moed niet +zinken, denkt aan alles wat op het spel staat, en ik zal u laten +zien, dat ik niet alleen anderen kan raadgeven, maar ook zelf kan +vechten." De slag eindigde met de overwinning der Spartanen. Zoowel +Cleon als Brasidas sneuvelden. Thucydides voerde zeven schepen aan, +die in de nabijheid lagen, maar hij kwam niet spoedig genoeg aan, om de +Spartanen de overwinning te betwisten. De Atheners hadden er behoefte +aan, iemand de schuld te geven, en zoo werd hij de zondebok. Hij +werd veroordeeld tot een ballingschap van twintig jaar. In dien tijd +schreef hij zijn geschiedenis van den oorlog. Aan de Heloten, die zoo +dapper onder Brasidas hadden gevochten, werd de vrijheid geschonken. + +Tien jaren achtereen had nu de oorlog geduurd. Mannen waren gesneuveld, +vrouwen en kinderen tot slaven verkocht, geld was verkwist, vloten +waren verloren gegaan, landen waren verwoest, steden met den grond +gelijk gemaakt; en wat was met dat alles gewonnen? De Spartanen waren +tot de ontdekking gekomen, dat zij heel gemakkelijk konden worden +verslagen, of, wat de mannen van de Thermopylae heel wat erger zouden +hebben gevonden, dat zij gedwongen konden worden zich over te geven; +de Atheners hadden geleerd, dat zij in weerwil van hun vloot, hun goed +beschutte haven, en hun stevige muren, slechts weinig sterker zouden +zijn dan andere volkeren, indien hun schatplichtige steden in opstand +kwamen. Zoowel Spartanen als Atheners waren ontnuchterd en verlangden +er zeer naar, over den vrede te onderhandelen. De veldheer Nicias had +heel wat werk te verrichten, om de onderhandelingen te leiden en tot +een goed einde te brengen; daarom werd de wapenstilstand van vijftig +jaar, die in het jaar 421 vóór Christus werd gesloten, de vrede van +Nicias genoemd. + + + + + + +HOOFDSTUK XV. + +DE KRIJGSTOCHT TEGEN SICILIË. + + +Het voornaamste voordeel van den Vrede van Nicias was, dat de strijd +gedurende twee of drie jaren gestaakt werd. Gedurende dien tijd waren +er zooveel overeenkomsten en bondgenootschappen tusschen de Grieken +gesloten, dat het te verwonderen was, dat er nog een enkele staat was, +die er zeker van was, wie tot zijn vrienden en wie tot zijn vijanden +behoorden. De bondgenooten van Sparta waren verontwaardigd, omdat de +Spartanen, zooals zij beweerden, in het verdrag wel voor zich zelf +hadden gezorgd, maar geen zorg hadden gedragen voor de belangen van +hun bondgenooten. Een aantal veroverde steden hadden er bezwaar +tegen, weer aan hun vroegere heerschers te worden teruggegeven, +zooals het verdrag had bepaald. Toen maakten Athene en Sparta +een afzonderlijke afspraak, om hun bondgenooten te dwingen aan het +verdrag te gehoorzamen. De staat Argolis had zich tijdens den oorlog +volkomen onzijdig gehouden, en had zich dien tijd ten nutte gemaakt +om rijk en sterk te worden. Argolis sloot nu een verbond met enkele +van de ontevreden bondgenooten van Sparta, en wat de kroon op alles +zette, ook Athene sloot zich bij dit verbond aan. Sparta zag, dat, +indien dit Argolisch verbond niet werd verbroken, zij haar macht in +den Peloponnesus zou verliezen, daarom viel zij de Argoliërs aan, die +door de Atheners geholpen werden. Een slag werd geleverd bij Mantinea, +en de Spartanen behaalden een zóó groote overwinning, dat Argolis alle +hoop liet varen, ooit in den Peloponnesus de leiding te zullen hebben. + +Intusschen hadden de Atheners het oog gevestigd op Melos, één der +beide eilanden in de Aegeïsche Zee waarover zij de heerschappij +niet uitoefenden. Zij zonden een vloot tegen Melos uit en bevalen +de bewoners van het eiland, zich over te geven of hun stad te +verliezen. "Wij zijn Doriërs, en ongetwijfeld zullen de Spartanen ons +komen helpen," dachten de Meliërs, maar er kwam geen hulp. De stad +viel. Alle volwassen mannen werden ter dood gebracht, en de vrouwen +en kinderen werden als slaven verkocht. Een dergelijke barbaarschheid +was niets bijzonders in die dagen, maar er was geen redelijke grond +geweest, om het eiland aan te vallen, behalve dat Athene het gaarne +wilde hebben, en Griekenland was over die daad ontsteld. + +De Atheners hadden maar één wensch, en wel hun rijk te vergrooten; +al het andere liet hen onverschillig. Zij schenen te voelen, +dat, indien zij een groote hoeveelheid land bezaten, of een +aantal steden konden dwingen hun schatting te betalen, zij machtig +moesten zijn. Zij heerschten over de eilanden tot aan het oosten van +Griekenland--waarom zouden zij ook niet in westelijke richting trekken +en het machtige eiland Sicilië veroveren? Wel waren zij overtuigd, +dat de Peloponnesische oorlog nog volstrekt niet geëindigd was, en +dat Pericles hun gezegd had, dat het hun ondergang zou zijn, als zij +zouden trachten hun rijk te vergrooten, zoolang de oorlog nog woedde; +maar zij waren begonnen te gelooven, dat de denkbeelden van Pericles +ouderwetsch waren. De bekwame veldheer Nicias herinnerde er zijn +landgenooten aan, hoeveel menschen zij door den oorlog en de pest +hadden verloren, en drong er bij hen op aan, geen troepen naar Sicilië +te zenden, zoolang het misschien noodig was, dat alle soldaten binnen +enkele dagen naar huis moesten worden ontboden. "Een krijgstocht naar +Sicilië is een gevaarlijke onderneming," zeide hij, "en zeker niet een +tocht, die door een nog jongen knaap kan worden op touw gezet, en zoo +maar onvoorbereid kan worden ten uitvoer gebracht." Zoo sprak Nicias, +maar de Atheners begonnen Nicias voor langzaam en al te bedachtzaam +aan te zien, en letten daarom niet op zijn woorden. De "jonge knaap" +was een jonge man, Alcibiades genaamd. Hij was rijk, schoon en van een +aanzienlijke familie. Hij was de welsprekendste redenaar van Athene, +en van een zóó schitterend vernuft, dat de verstandige en welwillende +wijsgeer Socrates hem zeer lief had en zijn best deed te zorgen, dat +hij niet bedorven werd. Dit was werkelijk geen gemakkelijke taak, +want er was iets in Alcibiades, dat de menschen verblindde en hen +deed vergeten verstandig en practisch te zijn. Hij won de gunst van +de menigte, door te betalen voor het vertoonen van schouwspelen ten +einde hen te vermaken, door renpaarden te houden, door prijzen te +winnen bij de Olympische spelen met het wagenrennen, en door een moed +en vermetelheid, die hen betooverde. Tegenover bijna iedereen behalve +Socrates was hij ruw en onbeschaamd, en toch schonk het volk hem +gewoonlijk vergiffenis. Zij zeiden dan: "O, dat is zoo de wijze van +doen van Alcibiades," en wachtten dan geduldig af, wat zijn volgende +streek zou zijn. Hij bedankte eens voor een uitnoodiging tot een feest; +doch toen de overige gasten aan tafel waren, kwam hij plotseling +aan de deur voor den dag met zijn bedienden, en veegde de helft van +de gouden schotels weg; toch bleef de gastheer zijn bewonderende +vriend. De woeste makkers van Alcibiades zetten hem voortdurend aan, +de meest onbeschaafde en brutale daden te verrichten. Een van die daden +was, dat hij op straat op één der meest waardige burgers van Athene +afging en hem een klap om de ooren gaf. Die man kon het gedrag van den +aanzienlijken jongeling niet goedkeuren, en weigerde een zoo groote +onbeschoftheid en lompheid als een uitgelaten grap te beschouwen; +maar den volgenden morgen vroeg verscheen Alcibiades aan zijn deur, +wierp zijn slepend purperen bovenkleed af, en zeide toen: "Ik ben +hier gekomen, opdat gij mij afranselt. Kastijd mij, als gij wilt"; +en hem werd vergiffenis geschonken. Als al zijn grillen alleen maar +even zot en onbeschoft geweest waren als deze, zou men hem misschien +vergiffenis hebben geschonken; maar in weerwil van het onderwijs en +de opvoeding van Socrates was hij in de hoogste mate onbetrouwbaar en +oneerlijk. Het verstandige deel van Athene zag dit; maar de groote +menigte schiep behagen in iedereen, die haar aangename oogenblikken +bezorgde. + +Dit was nu de leider, dien de Atheners bereid waren te volgen +op de krankzinnigste expeditie, die ooit door een volk werd +ondernomen. Nicias deed nog eens zijn waarschuwende stem hooren en +vertelde de verzamelde menigte, dat de steden van Sicilië rijk waren +en een groote troepenmacht bezaten. "Indien gij besluit, dien inval te +ondernemen," zoo sprak hij, "moet gij minstens driehonderd triremen +hebben, een groot aantal soldaten, een grooten voorraad voedsel en +een groot bedrag aan geld." Hij had gehoopt, dat zij er niet zoo +spoedig toe zouden besluiten, indien zij inzagen, welke ontzaglijke +voorbereidselen moesten worden gemaakt; maar het tegenovergestelde +had plaats, het heethoofdige, licht ontvlambare volk was half buiten +zich zelf van genoegen, omdat zij een zoo reusachtige onderneming +gingen beginnen. Zij hadden wel is waar enkele steden in Thracië +en Macedonië verloren, maar waarom zouden zij zich de moeite geven +die terug te winnen, als zij zoo spoedig reeds de meesters zouden +zijn van een schitterend nieuw rijk in het westen? Zij zouden eerst +Sicilië veroveren; maar dit was slechts een begin, maar zij zouden dan +verder gaan en Italië en Afrika trachten te vermeesteren. Er zouden +avonturen en schatten en roem voor iedereen zijn. Het was als het +ware een expeditie om de Gouden Vacht te halen, en zij twijfelden er +geen oogenblik aan, of zij zouden den draak verslaan. + +In Sicilië hadden zich kolonisten uit verschillende landen +gevestigd. Slechts weinigen van hen, die uit Griekenland afkomstig +waren, waren Atheners, maar er waren een groot aantal Doriërs. Syracuse +was gesticht door Doriërs uit Corinthe, en was nu de grootste en +rijkste van alle Grieksche steden, met uitzondering van Athene. De +steden van Sicilië hadden somtijds getwist, en de Atheners hadden +eens een vloot uitgezonden, om een stad van Euboea tegen Syracuse te +helpen. Het voorwendsel, dat zij gebruikten, om weer een inval op het +eiland te doen, was, dat een nietiger stad, Egesta genaamd, Athene +om hulp had gevraagd bij haar twist met een ander nietig stadje, +dat door Syracuse werd geholpen. De inwoners van Egesta zeiden, dat +zij bereid waren alle kosten te betalen, als Athene hen slechts met +haar vloot en haar troepenmacht wilden helpen. De Atheners deden ten +minste één verstandige daad, zij zonden afgezanten om op de plaats +zelf te onderzoeken, of Egesta werkelijk zooveel schatten had, als +waarop zij pochte. Toen de afgezanten terugkeerden, brachten zij +genoeg geld mede om de bemanning van zestig triremen gedurende een +maand te onderhouden, en zij wisten de meest wonderlijke verhalen te +vertellen omtrent de prachtige zilveren kommen en flacons en andere +offergaven, die zij in de tempels hadden gezien. "Voortdurend werden +wij feestelijk onthaald," zeiden zij, "en op ieder feest werden wij +bediend uit prachtige gouden en zilveren drinkbekers." Zij waren niet +opmerkzaam genoeg geweest, om er zich over te verbazen, waarom al de +bewoners van Egesta volkomen dezelfde tafelversieringen en dezelfde +soort van tafelservies hadden, en het was absoluut niet tot hen +doorgedrongen, dat die ondernemende kolonisten dit alles zeker van +elkander en van de naburige steden geleend hadden, ten einde bij de +Atheners den indruk te wekken, dat zij bijzonder rijk waren. + +De drukte bij de voorbereiding was bijzonder groot. Voedsel, wapenen, +schepen, geld, troepen, dat alles moest gereed gemaakt worden. Te +midden van die vroolijke en opgewekte drukte ontwaakten de Atheners op +zekeren morgen in de grootste ontsteltenis. Het bleek, dat iemand door +de stad was getrokken en de Hermen of de Hermesbeelden had vernield, +op de steenen palen, die aan de deuren van huizen en tempels waren +opgericht. "Dit is een vreeselijke beleediging van de goden, en +zij zullen dit op ons wreken," zoo fluisterden de Atheners, ten +zeerste bezorgd. Daarna ging hun bezorgdheid in woede over. Wie zou +een zoo groot schandaal hebben veroorzaakt? Zij herinnerden zich, +dat er slechts één man was, die ooit dergelijke dwaze streken had +uitgericht. "Het moet zeker Alcibiades geweest zijn," riepen zijn +vijanden stoutmoedig uit. "Hij hoopte op een omwenteling, die het +staatsbestuur zou brengen in de handen der aanzienlijken." "Geef mij +een eerlijke gelegenheid mij te verdedigen," vroeg Alcibiades; maar +zijn vijanden drongen er op aan, dat de expeditie niet langer zou +worden uitgesteld, en de schepen zeilden weg. De geheele bevolking +van Athene liep samen naar den Piraeus, om hen te zien vertrekken, +immers dit was de kostbaarste expeditie, ooit door eenigen staat van +Griekenland uitgezonden. Er waren mannen aan boord uit iedere stad, die +aan de Atheners onderworpen was. De schepen waren uitnemend uitgerust, +de bemanning was de beste, die ooit kon worden gevonden. De soldaten +wedijverden onderling in de voortreffelijkheid van hun wapenen en +uitrusting. Toen alles gereed was, werd door trompetgeschal stilte +gelast, en al die duizenden stonden doodstil en onbewegelijk. Daarop +zeide een heraut een gebed op voor de goden; de geheele vloot en de +menigte op het strand bad hardop mede. Op ieder schip werd wijn, met +water vermengd, geplengd als offer aan de goden, uit zilveren of gouden +kommen. De bemanning zong een lofzang ter eere van Apollo. Daarna +gingen de schepen achter elkander in één rij in zee, en zeilden en +roeiden zoo snel mogelijk naar Corcyra. + +Toen zij Rhegium bereikten, de Italiaansche stad, die het dichtst +bij Sicilië gelegen was, landden zij en zonden zij afgezanten naar +Egesta. Nicias had nooit geloof gehecht aan den grooten rijkdom der +inwoners van Egesta, en toen kwamen hun pocherijen en leugens voor den +dag. De drie bevelhebbers hielden een krijgsraad. "Laat ons de inwoners +van Egesta dwingen, te betalen wat zij hebben beloofd, laat ons Selinus +dwingen tot een vergelijk te komen, en daarna naar huis terugkeeren," +was het advies van Nicias. "Laat ons onmiddellijk een aanval doen op +Syracuse, voordat de stad zich kan voorbereiden voor den oorlog," zoo +luidde de raad van Lamachus. "Laat ons eerst een aantal bondgenooten +op Sicilië trachten te verwerven en daarna Syracuse aanvallen," +was de meening van Alcibiades. Dit laatste plan werd goedgekeurd. + +Plotseling kwam een schip uit Athene, met het bevel, dat Alcibiades +onmiddellijk zoude terugkeeren voor de verdediging, die men hem +had geweigerd, voordat de vloot uitzeilde. Zijn vijanden hadden +die verdediging weten uitgesteld te krijgen, totdat de troepen in +Sicilië waren, daar zij wisten, dat een zoo populair vlootvoogd +zeker zou worden vrijgesproken, als hij in Athene was. Hij werd nu +tevens nog van een andere misdaad beschuldigd, en wel, dat hij met +sommigen onder zijn woeste makkers de heilige Eleusinische Mysteriën +in een belachelijk daglicht had gesteld. Dit waren de heiligste en +meest geheime der godsdienstige plechtigheden bij de Grieken; deze te +openbaren of te bespotten werd als een misdaad beschouwd, die den dood +verdiende. Alcibiades dacht er niet aan, onder deze omstandigheden als +beschuldigde voor het gerecht te verschijnen. Men had hem toegestaan, +in zijn eigen schip naar huis te vertrekken, bewaakt door het schip, +dat de boodschap had overgebracht. Het was voor hem niet moeilijk +te ontsnappen; en het andere schip was gedwongen zonder hem naar +Griekenland terug te keeren. + +Het duurde nog eenige maanden, voordat het plan, om het beleg voor +Syracuse te werpen, kon ten uitvoer worden gebracht, maar beide +partijen waren druk bezig met de voorbereidselen. De Atheners ontboden +geld en ruiterij van huis, en sloten bondgenootschappen met zooveel +stammen van Sicilië als slechts mogelijk was. De Syracusanen bouwden +om de stad nieuwe versterkingen en versterkten de oude. Evenzoo +zonden zij afgezanten naar Corinthe en Sparta om hulp te vragen en +Sparta te smeeken, nog eens den oorlog tegen Athene te beginnen, ten +einde de Atheners te dwingen, hun soldaten weer uit Syracuse terug +te roepen. Toen die afgezanten Sparta bereikten, ontmoetten zij daar +een welsprekenden, beminnelijken en betooverenden jongen verrader, +die gaarne bereid was, de Spartanen ter wille van de Syracusanen +toe te spreken. Het was Alcibiades zelf. "Ik ken de geheimen der +Atheners," zoo sprak hij. "Ik heb een ondankbaar vaderland verloren, +maar ik heb niet de macht verloren, u diensten te bewijzen, als gij +naar mij wilt luisteren." Het was geen oogenblik twijfelachtig, of +zijn toehoorders stonden met gespannen aandacht naar hem te luisteren; +immers hij vertelde de Spartanen en de afgezanten uit Syracuse alles +omtrent de plannen der Atheners, hoe zij eerst op Syracuse en daarna op +Carthago zouden losstormen, om ten slotte Sparta en haar bondgenooten +aan te vallen. "De veiligheid, niet alleen van Sicilië, maar van den +Peloponnesus staat op het spel," zoo zeide hij met evenveel ernst, +alsof hij een Spartaan van geboorte was. Daarna gaf hij hun eenigen +practischen raad. In de eerste plaats drong hij er bij hen op aan, +troepen naar Syracuse te zenden, en wel onder bevel van een bekwaam +Spartaansch aanvoerder; in de tweede plaats, dadelijk Athene den oorlog +te verklaren. "Gij dient Decelea onmiddellijk te versterken;" zeide +hij: "de Atheners zijn daar voortdurend bevreesd voor." Vervolgens ging +hij verder, en legde hij hun uit, dat indien de Spartanen Decelea in +hun macht hadden, de Atheners de jaarlijksche schatting, de inkomsten +van de landbouwproducten en van de zilvermijnen zouden verliezen; en +daar de plaats niet meer dan ongeveer twintig kilometers van Athene +verwijderd was, was er geen twijfel aan, of een aantal slaven zouden +van Athene naar Decelea ontsnappen. De Spartanen besloten, dien raad +op te volgen. Zij begonnen hun vloot gereed te maken en namen bezit +van Decelea. + +In Sicilië zelf liep alles zóózeer ten voordeele van de Atheners +af, dat de Syracusanen op het punt waren alles voor de overgave +gereed te maken. Plotseling verscheen een Corinthisch schip in +de haven van Syracuse. "Er komen schepen uit Sparta," zeide de +bevelhebber. "Gylippus, de bekwaamste Spartaansche aanvoerder, is +op weg om u te hulp te komen." Spoedig daarna verscheen Gylippus met +schepen en manschappen. De Atheners waren met groote opgewektheid bezig +een muur om Syracuse op te bouwen, maar zij moesten plotseling dit werk +staken, daar Gylippus eveneens een muur oprichtte. De Atheners zonden +meer schepen en een nieuwen aanvoerder, Demosthenes, die het fort bij +Pylos had gebouwd. Zij deden aanvallen te land en ter zee, maar zij +konden Syracuse niet nemen. Het Atheensche kamp was op een ongezonde +plaats gelegen, en een groot aantal soldaten waren zieken. "De stad +kan onmogelijk worden ingenomen," beweerde Demosthenes. "Laat ons +terugtrekken, zoolang dit nog mogelijk is." Het was volle maan, +maar plotseling werd deze verduisterd. "Wat beteekent dit?" vroeg +Nicias angstig aan de waarzeggers. "Dat beteekent, dat het leger +gedurende driemaal negen dagen moet blijven stil liggen," antwoordden +zij. Nicias hechtte onbepaald geloof aan de waarzeggers. Het leger +wachtte en verloor dus zijn eenige kans om te ontsnappen. + +De Syracusanen waren nu niet langer meer bevreesd, hun stad te +verliezen. Zij begeerden nu heftig, roem en eer te verwerven, +en daarom vatten zij het plan op, de geheele vloot der vijanden te +vermeesteren. Er volgde toen een ontzettende zeeslag. De Syracusaansche +schepen blokkeerden den ingang van de haven; de Atheensche triremen +konden niet naar de open zee ontsnappen. Tweehonderd schepen waren +opeengehoopt in de nauwe ruimte. Het ééne schip stootte tegen het +andere; somtijds stootten twee of drie schepen tegen één aan. "Breekt +er doorheen, anders zult gij Griekenland nooit terugzien!" riepen +de Atheensche aanvoerders tot hun manschappen. "Behaalt de +overwinning! Verschaft uw stad roem!" riepen de aanvoerders der +Syracusanen; maar het knarsen, het kraken, de angstkreten, het gekerm, +het rammelen der kettingen, het geluid van harde slagen en het +neersmakken van lijken op het dek--dat alles maakte een zóó helsch +geraas, dat alleen zij, die in de onmiddellijke nabijheid waren, de +woorden van hun aanvoerders konden hooren. Met uitzondering van de +troepen aan boord der beide vloten, was geheel Syracuse verzameld +op één gedeelte van het strand, en al de Grieken op het andere +deel. De Grieken drongen op tot den rand van het water; zij kermden +en schreeuwden in doodsangst, zoo dikwijls één van hun schepen buiten +gevecht was gesteld; zij juichten als één van hun schepen ontsnapt +scheen te zijn; zij zwaaiden heen en weer; zij wierpen zich op den +grond; zij strekten hun armen omhoog, om tot de goden te bidden. De +schepen der Syracusanen waren hier, daar, overal. De Atheners roeiden +als razenden naar den ingang van de haven; doch zij werden op het +strand teruggeworpen; zij sprongen uit hun schepen en waadden door +het water naar het land en hun legerkamp. "Zij leden nu hetzelfde, +wat zij anderen bij Pylos hadden aangedaan," schreef Thucydides. "Er +is zelfs nu nog kans op redding," zeiden de Atheensche veldheeren, +"wij hebben meer schepen dan de vijand. Bij het aanbreken van den +dag zullen wij ons een doortocht banen." Maar de verschrikkingen +van den zeeslag hadden de mannen met een panischen schrik bevangen; +zij weigerden aan boord te gaan. + +De eenige hoop op redding bestond voor de Grieken hierin, dat zij zich +terugtrokken, en trachtten misschien een bevriende stad te bereiken; +zij begonnen dan ook hun droevigen tocht. De dooden bleven onbegraven +liggen; de gewonden en de stervenden riepen hun oude vrienden bij hun +namen aan, als zij voorbijtrokken, en smeekten hen, dat zij hen zouden +medenemen; daarna riepen zij den toorn der goden in over hun hoofden, +toen zij geen acht sloegen op hun smeekingen. Het geheele leger was +in tranen. Demosthenes en een deel van het leger werd van het overige +gedeelte afgesneden, maar Nicias rukte voorwaarts. Het voedsel geraakte +op, water kon niet worden gevonden. Eindelijk kwamen zij aan een +rivier. Zij waren zóózeer door dorst geteisterd, dat zij in het water +sprongen en op de ondiepe plaatsen bleven staan, voortdurend op nieuw +drinkend, hoewel de Syracusanen hen beschoten en pijlen en steenen +op hen wierpen. Een aantal mannen werden onder den voet getrapt; +zij werden door hoopen bagage geraakt en den stroom afgedreven. Een +ontzaglijke menigte lijken lag opgehoopt waar het water ondiep was, +en de rivier was rood van bloed. Toen gaf Nicias zich over. "Doet +met mij wat gij wilt," smeekte hij "maar spaart mijn manschappen." + +Nicias en Demosthenes werden beiden ter dood gebracht. Het geheele +Grieksche leger werd gevangen genomen, behalve enkelen, wien het +gelukt was te ontvluchten. De gevangenen, zevenduizend in aantal, +werden opgehoopt in de steengroeven. De zon brandde over dag op hun +hoofden; des nachts bibberden zij van de koude. Slechts een halve kan +water en slecht voedsel was hun dagelijksch rantsoen. Bij honderden +kwamen zij om, en de lijken lagen op elkander gestapeld. Na verloop +van tien weken werden zij, die nog in het leven waren gebleven, als +slaven verkocht. Zoo eindigde de expeditie, die Athene zou hebben +moeten maken tot heerscheres over alle staten aan de Middellandsche +Zee. Zoo is de roem en de luister van den oorlog. + + + + + + +HOOFDSTUK XVI. + +DE VAL VAN ATHENE. + + +De verrader Alcibiades had Athene overgehaald tot den aanval op +Sicilië, hij had haar vijanden geleerd, hoe zij haar machtige vloot +en haar duizenden manschappen kon overwinnen, en het was op zijn raad, +dat zij Decelea hadden veroverd. Al het land om Decelea heen was even +onvruchtbaar gemaakt als het zand op de kust. De schapen en de runderen +waren gedood, en meer dan twintig duizend slaven waren weggeloopen. De +Atheners konden nog evenals te voren voedsel krijgen van het eiland +Euboea, maar dit kon nu niet meer onmiddellijk over de zeeëngte naar +Decelea en van daar naar Athene gebracht worden; het moest langs een +grooten omweg over zee om Sunium heen aangevoerd worden. Dit was een +langzame manier, die bovendien kostbaar was, terwijl zij daarenboven +groot gevaar opleverde; immers de Spartaansche schepen konden op +ieder oogenblik uit den één of anderen schuilhoek te voorschijn +komen, en de Atheners zouden dan nooit iets van schip of lading te +zien krijgen. Hun eenige hoop was, dat de verovering van Sicilië hun +ongekenden rijkdom zou brengen, en dat de terugkeer van hun leger +het mogelijk zou maken, de Spartanen uit Decelea te verdrijven. Toen +bereikte hun de tijding van de Siciliaansche nederlaag. De Atheners +hadden geen schepen meer, geen geld, geen manschappen, en bijna ieder +gezin was in rouw gedompeld. In het eerst waren zij door de ontzettende +ramp verpletterd; zij waren er van overtuigd, dat de Syracusanen, de +Spartanen, de Corinthiërs, de Boeotiërs, in één woord iedere stam, +die afgunstig geweest was op hun roem, hen nu zouden aanvallen; de +volksplantingen zouden in opstand komen en zij waren hulpeloos. Daarna +raasden zij tegen iedereen, die maar één woord ten voordeele van de +expeditie had gezegd; doch daarna gingen zij met een heerlijken moed +en een krachtige zekerheid aan het werk, om nog zooveel mogelijk te +redden. Zij brachten een leger op de been, zoo groot als zij dit in +de gegeven omstandigheden konden bijeenbrengen, en riepen iedereen, +die voorheen verbannen was, terug, om zich daarbij aan te sluiten; +zij lieten uit Thracië en Macedonië timmerhout halen, waarmede zij +oorlogsschepen bouwden, en de stedelijke uitgaven beperkten zij tot het +hoogst noodige. De volksvergadering en de gedachtelooze menigte kiezers +waren door en door ontsteld. Zij waren lang niet meer zoo zeker als te +voren, dat alles, wat zij zich hadden voorgenomen, zoo verstandig was, +en zij stelden toen mannen op leeftijd aan, om als raad dienst te doen. + +De Perzen hadden nauwlettend op Griekenland acht geslagen, en juist in +die dagen vaardigde Koning Darius II een proclamatie uit, waarbij hij +verkondigde, dat iedere voet land, die ooit, al was het slechts een +oogenblik, in handen van zijn voorvaderen was geweest, hem toebehoorde +en hem schatting moest betalen. Hierin zou zelfs Attica zelf met een +aantal steden en eilanden der Aegeïsche Zee zijn opgesloten, in één +woord ongeveer het geheele Atheensche gebied. De wijze, waarop hij +zich van de schatting wilde verzekeren, was eenvoudig en gemakkelijk; +hij zond slechts een bevel aan de satrapen of bewindvoerders in +Klein-Azië van de volgende strekking: "Int het geld voor mij, zoo goed +gij dit kunt." De satrapen waren in den grootsten angst. Zij konden +de schatting zonder hulp niet innen, en zij boden een groote som aan, +als Sparta hen wilde te hulp komen. Nu had de onruststoker Alcibiades +een prachtige kans. Hij hielp Chios en andere eilanden en steden, om +tegen Athene op te staan, en hij bracht een verdrag tot stand tusschen +de Spartanen en de Perzen. Tegen Athene traden dus de Spartanen op, +en hun Grieksche bondgenooten, de Syracusanen, de Perzen en een aantal +steden van den Bond van Delos. Samos bleef op hun hand. + +Maar Alcibiades begon langzamerhand genoeg te krijgen van Sparta, +en in weerwil van alles wat hij voor hen gedaan had, begonnen ook zij +genoeg van hem te krijgen. Toen hij naar hun land ging, had hij zijn +zwaren baard afgeschoren, zich als een Spartaan gekleed, was hij steeds +rustig en ernstig in zijn optreden geweest, leefde hij even eenvoudig +als wie onder de Spartanen ook, en beweerde zelfs dol te zijn op hun +zwarte soep. Daardoor won hij de harten der Spartanen, maar na eenigen +tijd begon hij dingen te doen, die niet alleen in strijd waren met hun +zeden en gewoonten, maar ook met de wetten, en zelfs pleegde hij een +misdaad tegenover den koning zelf. Hij verwachtte, dat de Spartanen +evenals de Atheners zouden verdragen wat hij verkoos te doen; maar +toch lette hij nauwlettend op hen. Er kwam een tijd, dat hij grond +had voor de meening, dat zijn leven in gevaar was. Toen sloop hij weg +naar den Perzischen satraap Tissaphernes. Toen hij eenmaal op Perzisch +grondgebied was, vergat hij zijn voorliefde voor zwarte soep; hij liet +zijn baard groeien; hij droeg de rijkste en kostbaarste kleederen, +die er maar te krijgen waren; hij sliep op de zachtste rustbedden +en bedekte de vloeren van zijn vertrekken met de dikste tapijten; +hij bezat de kostbaarste paarden, zijn eigen parfumeurs, zijn eigen +bekwame koks en een langen stoet bedienden. De satraap Tissaphernes +was niet erg op de Grieken gesteld, maar hij werd volkomen verblind +door de vleierijen en de schitterende gesprekken van zijn nieuwen +vriend. Hij bezat prachtige tuinen, en den grootsten van alle, met +frissche groene weiden, heerlijke stroomen en koninklijke tuinhuizen +noemde hij den Tuin van Alcibiades, + +Maar Alcibiades dacht er geen oogenblik aan, een Pers te worden. Hij +droomde van een terugkeer naar Athene, en hij maakte nu plannen, +dit te verwezenlijken. Hij begon met Tissaphernes te overreden, +de Spartanen niet zoo kwistig te helpen. "Indien gij Sparta Athene +laat vernietigen," zoo sprak hij, "moet gij later Sparta weer +beoorlogen. Waarom laat gij de twee staten elkander niet onderling +bevechten, totdat zij elkander hebben uitgeput? Dan zal het voor u +een gemakkelijke zaak zijn, beiden in uw macht te brengen." Er was +nooit sluwer man geboren dan de betooverende Alcibiades. Hij had de +Perzen een raad gegeven, waarvan zij moesten toegeven, dat deze zeer +verstandig was; hij kon de Atheners zeggen, dat hij hen bij de Perzen +een grooten dienst had bewezen; en door de Spartanen te beletten, +Athene te vernietigen, had hij zich er tegen verzekerd, dat hij ooit +in hun overwinnende handen kon vallen--en hij was doodelijk beangst, +dat hij weer in hun macht viel. Zijn volgende zet was, dat hij boden +zond naar zijn vrienden te Samos. "De Perzen hebben een afschuw van +een democratie," zeide hij, "maar als Athene slechts werd bestuurd +door een oligarchie, zou ik hun vriendschap voor u kunnen winnen, +en zouden zij u van geld willen voorzien. Ik zou gaarne naar mijn +eigen vaderland willen terugkeeren en mijn lot met het uwe willen +verbinden." De vrienden van Alcibiades zonden heimelijk mannen naar +Athene, en op zekeren dag was het leger te Samos stom verbaasd, toen +het vernam, dat het bestuur in handen was van een raad van edelen, de +Vier Honderd, zooals zij werden genoemd. Toen redeneerden de soldaten +aldus: "Alcibiades verklaart, dat hij absoluut niet heeft medegewerkt +tot dit nieuwe bewind. Hij kan vrienden en geld voor ons van de Perzen +verkrijgen; laten wij hem tot aanvoerder kiezen." Zoo geschiedde het, +dat Alcibiades, terwijl hij openlijk zeide, dat hij een vriend was +van de Spartanen en de Perzen, de aanvoerder werd van een Atheensch +leger. Nog een vreemder feit geschiedde korten tijd later. Enkele +Atheensche schepen werden door de Spartanen verslagen, en Euboea viel +in handen van Sparta. De Atheners waren ontsteld en verontwaardigd. Zij +wierpen de schuld op hun nieuwe regeering en schaften onmiddellijk +den raad van Vier Honderd af. Daarna begonnen zij er over te denken, +wien zij tot hun aanvoerder zouden kiezen. Alcibiades was reeds aan +het hoofd van het leger te Samos; hij was een voorspoedig aanvoerder, +en hij had gezegd, dat hij verlangde thuis te komen naar zijn eigen +landgenooten. In weerwil van alles wat hij had misdreven, schonken +zij hem vergiffenis en bevalen hem terug te keeren. + +De Spartanen waren niet blind geweest. Spoedig hadden zij opgemerkt, +dat Tissaphernes wel schoone beloften aflegde, maar dat hij die nooit +hield. Een andere satraap, Pharnabazus, die in het noordelijk deel +van Klein-Azië regeerde, had lang hun hulp gezocht om de Grieksche +steden in zijn provincie te veroveren, en vooral die, welke in de +nabijheid van den Hellespont lagen. Zijn wenschen vielen samen met +die der Spartanen, immers als zij ook maar eenigszins de wacht aan den +Hellespont hielden, kon Athene niet langer koren krijgen uit de landen +aan de Zwarte Zee. Nu Athene geen voedsel uit Euboea kon krijgen, was +haar eenige hoop, het uit die streken te verwerven. De Spartaansche en +de Perzische troepen vereenigden zich bij den Hellespont. Daar kwam +ook de Atheensche vloot. Deze behaalde eerst één overwinning, daarna +een tweede en een derde. Alcibiades spande zich uitermate in voor het +land, dat hij in het verderf had gestort. Nog weer eens vielen goud, +zilver, wapenen, gevangenen en schepen in handen van de Atheners. Nog +weer eens smeekten de Spartanen om vrede, nog weer eens weigerden +dit de Atheners, opgeblazen door de voordeelen, die zij weder hadden +behaald. Alcibiades zette zijn overwinningen voort. Byzantium was in +de handen van den vijand, hij nam het in, en evenzoo Chalcedon, aan +de Aziatische zijde van den Bosporus. De weg naar de Zwarte Zee was +nu vrij, en als de schepen der Atheners hem niet in den steek lieten, +behoefde er geen gebrek aan koren te zijn. + +In weerwil van het bevel, om naar Athene terug te keeren, had de +sluwe en voorzichtige Alcibiades het niet voor verstandig gehouden, +zich in zijn geboortestad te vertoonen, maar nu hij in de volle +glorie van zijn overwinning was, dacht hij, dat hij het er wel op +kon wagen. Zijn schepen waren alle bekleed met vlaggen en schilden, +die hij op den vijand had veroverd; maar toch durfde hij niet te +landen, voordat hij zóóveel vrienden zag op de werf aan den Piraeus, +dat hij niet alleen zeker was van een hartelijk welkom, maar ook van +bescherming, voor het geval dit noodig mocht zijn. Het zou al wreed +geweest zijn van ieder land, als het een veldheer niet welkom heette, +die zulke tropheeën van zijn overwinning medebracht; maar bovendien was +het de innemende, schitterende, welsprekende Alcibiades, en het volk +was uitgelaten van vreugde. Zij letten in het geheel niet op de overige +veldheeren, maar riepen luide: "Alcibiades! Alcibiades! Alcibiades is +gekomen!" Zij wezen hem aan hun kinderen aan. "Ziet," zoo zeiden zij, +"daar hebt gij Alcibiades"; en dan verhaalden zij van zijn roemrijke +overwinningen. Zij bekransten hem met bloemen; zij weenden van +droefenis, als zij zich alles herinnerden, wat zij hadden verloren; +maar zij weenden ook van vreugde, nu zij dachten aan alles, wat hij +voor hen zou terug winnen. "Als hij slechts het opperbevel gehad +had, zouden wij Sicilië niet hebben verloren," zoo jammerden zij; +"maar hij zal Athene wel weer machtig maken." Er werd een bijeenkomst +gehouden van den Raad, en Alcibiades hield een redevoering. Hij was +bedroefd, maar bereid vergiffenis te schenken. "Zij hadden hem wel +wat onvriendelijk bejegend," zoo sprak hij, maar dat was zijn noodlot, +en het moest door den één of anderen kwaden geest veroorzaakt zijn. Hij +sprak over hun vijanden en legde uit, hoe hij verwachtte, hen te zullen +ten onder brengen. De Raad kon nauwelijks spoedig genoeg besluiten +nemen. Zij gaven hem zijn vaste goederen terug; zij bestelden voor +hem gouden kronen en plaatsten hem aan het hoofd van al hun troepen. + +Alcibiades nam die eerbewijzen goedgunstig aan, maar tevens alsof hem +niets meer werd geschonken dan hem toekwam. Hij wist, hoe gemakkelijk +de Atheners van meening veranderden, en hij was van plan, hen nog eens +onder zijn invloed te krijgen. Zijn vijanden zouden misschien nog eens +de oude beschuldiging kunnen voor den dag halen omtrent zijn gedrag +ten opzichte der Eleusinische Mysteriën, daarom stelde hij zich voor, +de schepen en het leger op hun aanvoerder te laten wachten, totdat +hij weer op goeden voet was gekomen met de priesters, door hen in +staat te stellen de Mysteriën met den geheelen vroegeren luister te +vieren. Sedert de Spartanen Decelea bezet hadden, was de reis over +land niet veilig geweest, en er was alleen maar een haastige zeereis +naar Eleusis afgelegd. Alcibiades zond nu een sterke wacht mede, en de +optocht van priesters en anderen, die het beeld van Dionysus droegen +en die de dieren voor de offers medevoerden, marcheerden langzaam den +weg naar Eleusis op. De heilige dansen werden uitgevoerd, geen enkel +onderdeel der oude ceremoniën werd verwaarloosd, en de deelnemers +aan de Mysteriën keerden veilig terug. "Onze edele Alcibiades is +niet alleen een groot veldheer, maar hij heeft heden ook de taak +van een hoogepriester vervuld," zeiden de Atheners, en toen hij weer +uit den Piraeus uitzeilde, volgden zij hem met de oogen, totdat hij +geheel uit het gezicht verdwenen was, terwijl zij spraken over de +overwinningen, die hij zou behalen en den roem, dien hij zeker over +Athene zou brengen. + +Het duurde niet lang, of die zoo zeer aan hem gehechte Atheners +luisterden met ergernis naar iemand, die van het oorlogsterrein +was gekomen, en die vertelde, dat eerst kort geleden een slag was +verloren en dat het geheel de schuld was van Alcibiades. De waarheid +was, dat de aanvoerder verplicht was geweest het leger gedurende een +korten tijd te verlaten, teneinde geld te krijgen om zijn troepen +te betalen. Hij had strenge orders gegeven, dat er tijdens zijn +afwezigheid niet mocht worden gevochten, maar de plaatsvervangende +opperbevelhebber had zich aan dat bevel niet gestoord en was in een +kleine schermutseling verslagen. De Atheners deden echter niet de +minste moeite, de ware toedracht te vernemen, en misschien zelfs +waren zij, hoezeer zij hem hadden geprezen en verheerlijkt, in hun +hart niet volkomen zeker van zijn trouw. Zij riepen een zitting van +den Raad bijeen en benoemden nieuwe legeraanvoerders. Alcibiades +vreesde voor zijn leven, verliet het leger en bouwde voor zich een +kasteel in Thracië. Hij kon niet blijven stilzitten. Hij zocht hier +en daar manschappen bijeen, totdat hij voor zich zelf een klein leger +had verzameld. Daarna voerde hij oorlog tegen de Thraciërs, die geen +koning hadden. Indien hij lang genoeg had geleefd, zou hij misschien +wel aan het hoofd van een staat gekomen zijn. + +De Spartanen zonden nu een hoogst bekwaam veldheer uit, Lysander +genaamd, en de koning van Perzië zond zijn even bekwamen zoon Cyrus +uit in de plaats van Tissaphernes. Hij was tot het besluit gekomen, +dat het ongetwijfeld het verstandigst was, de Spartanen flink te +helpen. Er kwam dus veel geld in het Spartaansche leger. De soldaten +kregen hooge soldij, en schepen werden gebouwd. De Spartanen en Perzen +kampeerden aan de Aziatische zijde van den Bosporus, de Atheners aan +de Europeesche zijde, bij Aegos-Potamos. Iederen morgen zeilden de +Atheners uit en daagden de vijanden uit tot een zeeslag. De Spartanen +gingen daar echter niet op in. Dan keerden de Atheners terug naar hun +kant van de landengte en brachten den dag door met rondwandelen, ten +einde den tijd te dooden, of met te gaan fourageeren in Sestos, op drie +kilometers afstand. Alcibiades was niet ver verwijderd, en wachtte de +gebeurtenissen aan den Bosporus af. Hij reed naar het kamp en zeide +de Atheensche aanvoerders, dat hij niet dacht, dat het veilig was, +de matrozen hun schepen te doen verlaten en te doen rondslenteren op +de kust; en dat het evenmin verstandig was, om te kampeeren waar geen +stad was en geen goede haven voor hun schepen, en om hun levensmiddelen +zoover verwijderd te houden. Hij raadde hen aan, zich naar Sestos terug +te trekken. Geen veldheer behoefde zich te schamen, raad te ontvangen +van een zoo voortreffelijken legerbevelhebber, maar de aanvoerders +antwoordden kortaf: "Wij geven thans bevelen, en gij niet. Ga heen." + +Alcibiades ging heen, de Spartanen weigerden nog steeds te vechten, +en de Atheners werden hoe langer hoe zorgeloozer. Plotseling kwamen +de Spartaansche en Perzische schepen de zeeëngte over. Slechts +één der scheepsbevelhebbers hield wacht. Hij gaf het signaal, de +schepen te bemannen, maar het scheepsvolk was naar Sestos gegaan, +en slechts negen van de honderd tachtig schepen konden ten volle +worden bemand. Er werd nauwelijks een poging gedaan, om weerstand +te bieden. De Spartanen hadden bijna niets anders te doen, dan de +veroverde schepen over de zeeëngte heen te sleepen. Acht of tien +schepen ontsnapten; het overige gedeelte van de vloot en duizenden +manschappen werden gevangen genomen. Alle Atheners onder hen, ongeveer +vierduizend, werden ter dood gebracht. + +Toen dit ontzettende nieuws Athene bereikte, begreep iedereen, +dat het rijk in duigen was gevallen en dat Athene zelf ook moest +vallen. De schepen van Lysander blokkeerden den Piraeus. De troepen +van de Spartanen en van hun bondgenooten omringden de stad. Enkele +weken gingen voorbij; toen kwam er hongersnood en moest de stad zich +onvoorwaardelijk overgeven. + +Wat moest het lot der Atheners zijn? De bondgenooten bespraken +dit punt ernstig. "Maakt de stad met den grond gelijk en verkoopt +alle mannen, vrouwen en kinderen tot slaven," dit was de wensch van +de verontwaardigde Thebanen en Boeotiërs. "Nooit zullen wij er in +toestemmen, dat één der oogen van Griekenland wordt uitgestoken," +antwoordden de Spartanen. Dit klonk barmhartig, maar er waren sommigen, +die mompelden, dat de Spartanen meer slim dan edelmoedig waren; +immers als Athene geheel verwoest was, zouden hetzij Thebe hetzij +Corinthe naar alle waarschijnlijkheid machtiger worden dan Sparta +zelf. Eindelijk werd besloten, dat de Lange Muren en de vestingwerken +van den Piraeus zouden worden geslecht, dat aan de veroverde stad +niet meer dan twaalf schepen zouden worden gelaten, en dat zij er +in zoude moeten toestemmen, de bevelen van Sparta te land en ter zee +te gehoorzamen. + +In Athene heerschte een hartverscheurende droefenis. Uit iedere woning +waren beminde bloedverwanten omgekomen. Er was armoede, de grootste +ellende, uitputting en hongersdood. Aan den Piraeus daarentegen waren +vrouwen aan het fluitspelen, daar was gezang en dans en alle soorten +van vreugdeteekenen; immers de machtige muren werden neergehaald. "Is +Griekenland vrij? De Grieken hebben de vrijheid herwonnen!" riepen +zij vroolijk en uitgelaten. En hoog boven op de Acropolis stond +het Parthenon, sterk en schoon. En daarbij stond het standbeeld van +Athene, kalm en statig. En daaromheen lag een land in puinhoopen, +een rijk omvergeworpen. + + + + + + +HOOFDSTUK XVII. + +DE HEGEMONIE VAN SPARTA. + + +Sparta was nu de leidende staat, of, zooals men het noemde, oefende +de hegemonie in Griekenland uit, en alle steden, die aan haar genade +waren overgeleverd, waren in angstige verwachting, wat zij zoude +doen. Gedurende zeven en twintig jaar, van het begin van den oorlog tot +aan het einde, had zij haar gezegd: "Athene is een tyran, en Sparta +streeft er naar, u vrij te maken." Zij zagen nu in, dat Sparta met +"vrijheid" bedoelde, te doen wat zij verkoos, en de overige staten +te dwingen zich aan haar te onderwerpen. Het eerst wat zij in iedere +stad deed, was daar een Spartaanschen stedehouder aan te stellen, +met tien mannen, die zijn plannen goedgezind waren, als magistraten, +en genoeg Spartaansche soldaten, om de burgers tot gehoorzaamheid te +dwingen. De Aegeïsche staten waren in de eerste plaats hulpeloos. Zij +hadden het reeds hard gevonden, verplicht te zijn aan Athene schatting +te betalen, maar nu hadden zij niet alleen schatting te betalen, maar +moesten zij zelfs bijdragen voor het onderhoud van den stedehouder +en zijn soldaten. + +Sparta vergat plotseling, "dat Athene één der beide oogen van +Griekenland was," en behandelde haar heel wat strenger dan eenige +andere stad. Tien magistraten waren niet genoeg voor de Atheners--zij +moesten er dertig tellen behalven den Spartaanschen stedehouder en een +groote troepenmacht van Spartaansche soldaten. De Dertig Tyrannen, +zooals zij werden genoemd, kozen drieduizend man, op wie zij vast +konden rekenen, en namen bovendien van de overige burgers alle wapenen +mede. Zij schenen noch goden, noch menschen te vreezen. Zij brachten +allen ter dood, die tijdens den oorlog tegen hen waren opgetreden, +allen, tegen wie zij een wrok hadden, en zóóvelen van de meer +vermogende menschen, dat zij zich ruimschoots met hun geld konden +verrijken. De ongelukkige Atheners zeiden in wanhoop tot elkander: +"Alcibiades zal dit niet dulden: hij zal zeker wel een middel +vinden om ons te helpen;" maar het duurde niet lang, of zij hoorden, +dat Alcibiades was vermoord. Toen waren zij werkelijk wanhopend, en +honderden vluchtten uit de stad. De andere staten waren verontwaardigd +over de zelfzucht van Sparta en waren bereid, de vluchtelingen een +woonplaats te verschaffen. Zelfs de Thebanen, die zulke verbitterde +vijanden der Atheners geweest waren, heetten hen welkom. Zoodra het +kleine troepje ballingen groot genoeg was geworden, om een poging +daartoe te wagen, trokken zij de grenzen van Attica over en kwamen +zij in verzet tegen de Dertig. Xenophon, een leerling van Socrates, +schreef: "De Dertig zaten samen in den Raad, volkomen eenzaam en +terneergeslagen." Wel mochten zij "volkomen terneergeslagen" zijn, +daar dit het begin was van het omverwerpen hunner regeering. + +Er is geen enkel volk, dat op het einde van een langdurigen oorlog +volkomen hetzelfde is als in het begin. Gedurende den Peloponnesischen +oorlog waren de leden van iedere partij in Athene zóózeer overtuigd, +dat zij het recht op hun zijde hadden, dat zij de andere politieke +partijen bitter haatten, en dat zij meenden, dat, wat er ook +mocht gebeuren, hun eigen wijze van handelen, de juiste was en dat +daaraan dus moest worden vastgehouden. De wijsgeer Socrates had +onbevreesd voor Athene gestreden en hij had zijn woonplaats lief; +maar hij was van meening, dat het voor iedere partij beter was te +doen wat recht was, dan te doen, wat leiden kon tot het verkrijgen +van wat zij noodig achtte; en dat eerlijkheid en deugd beter was, +dan de goden offers te brengen. Dergelijke leerstellingen vielen niet +in den smaak van het volk, dat liever zijn eigen zin wilde volgen, +wat ook mocht gebeuren. Het einde was, dat Socrates voor het gerecht +werd gedaagd en beschuldigd werd, dat hij de goden niet eerde en de +jeugd door zijn onderwijs op den verkeerden weg leidde. Hij werd +ter dood veroordeeld, of, zooals hij het uitdrukte "te vertrekken +naar een gelukkigen staat der gelukzaligen." Verscheidene van zijn +volgelingen waren gedurende de laatste dagen van zijn leven bij hem, +en één van hen, Plato genaamd, schreef een verhaal van de woorden en +handelingen van den meester. Toen hem de giftbeker gebracht werd, +dronk hij dien even kalm leeg, als ware hij met wijn gevuld. Zijn +leerlingen barstten in tranen uit. Plato zegt: "Ik weende niet om +hem, maar om mijn eigen lot, nu ik van zulk een vriend zou worden +beroofd." Toen op het laatst allen meenden, dat het vergif zijn werking +had gedaan, riep Socrates tot één der jongelieden: "Crito, wij zijn +een haan verschuldigd aan Aesculapius; betaal dien dus en verzuim het +niet." Aesculapius was de godheid, wien men een offer bracht, als +men dankbaar was voor zijn herstel uit een ziekte; en Socrates was +zóó heilig overtuigd, dat hem een edeler, gelukkiger leven wachtte, +dat hij het gevoel had, alsof hij, als zijn aardsche leven eindigde, +alleen maar van ziekte tot gezondheid overging. + +Het volgende is een voorbeeld van de wijsheid van Socrates. Een +zekere Antiphon trachtte de volgelingen van den wijsgeer van +hem af te trekken. Daartoe kwam hij bij Socrates op zekeren dag, +toen zij aanwezig waren, en zeide: "Ik dacht altijd, dat zij, die +de wijsbegeerte beoefenden, gelukkiger moesten worden dan anderen; +maar gij schijnt van de wijsbegeerte vruchten van geheel anderen aard +te hebben geplukt; ten minste gij leeft op een wijze, waarop geen +slaaf onder zijn meester ooit zou wenschen te leven; gij eet spijzen +en drinkt drank van de slechtste soort; gij draagt een bovenkleed, +dat niet alleen slecht is, maar dat zoowel in den zomer als in den +winter hetzelfde is, en gij blijft steeds rondloopen zonder schoenen +en zonder behoorlijk gewaad. Geld, dat de menschen verheugt, als zij +het ontvangen, en dat hen die het bezitten, in staat stelt, aangenamer +te leven en zich ruimer te bewegen, neemt gij niet aan, en als gij +dus, daar leermeesters in andere beroepen er naar streven, dat hun +leerlingen hen volgen, een dergelijke uitwerking op uw volgelingen +hebt, moet gij u beschouwen als iemand, die onderwijst, hoe men een +ellendig leven kan leiden." Socrates antwoordde kalm: "Gij gelijkt, +o Antiphon, op iemand, die meent, dat geluk bestaat in weelde en in +buitensporigheid, maar het is mijn overtuiging, dat hij die niets +verlangt, op de goden gelijkt, en dat hij die zoo weinig mogelijk +verlangt, zoo veel mogelijk de goden nabijkomt; dat de goddelijke +natuur de volmaaktheid is, en dat dus de goddelijke natuur nabij te +komen, is, de volmaking zoo dicht mogelijk te naderen." + +De vijanden van Socrates vergaten niet, er de rechters aan te +herinneren, dat Alcibiades en ook Critias, het hoofd der Dertig +Tyrannen, tot zijn leerlingen hadden behoord; maar er was meer +dan één van zijn verknochte volgelingen, die een eer werden voor +Socrates en zijn vaderland. Plato leefde nog een halve eeuw na den +dood van zijn beminden leermeester, en werd als wijsgeer zelfs nog veel +beroemder. Hij schreef over de meest diepzinnige onderwerpen, maar met +zóóveel humor, fantasie en frischheid, dat men hem ging beschouwen als +een afstammeling van Apollo, den god der welsprekendheid. Leerlingen +verzamelden zich in grooten getale om hem heen, zooals vroeger om +Socrates, en hij placht met hen te spreken en hen te onderwijzen in +zijn huis vlak bij de academie. Het verhaal is tot ons overgeleverd, +dat sommige vreemdelingen, die hem bij de Olympische spelen ontmoetten, +zóózeer met hem waren ingenomen, dat zij met vreugde zijn uitnoodiging +aannamen, om hem te Athene te bezoeken. Toen het oogenblik ongeveer +genaderd was, dat hun bezoek een einde zou nemen, zeiden zij: "Maar +wilt gij ons niet in kennis brengen met uw beroemden naamgenoot, den +wijsgeer Plato?" Zij waren ten hoogste verbaasd, toen hun gastheer +eenvoudig antwoordde: "Ik ben de persoon, dien gij wenscht te zien." + +Een ander volgeling van Socrates was Xenophon, die niet alleen +wijsgeer, maar ook geschiedschrijver en legeraanvoerder was. Toen +Socrates gevangen zat, was Xenophon juist teruggekeerd van een +merkwaardige expeditie, die door den Perzischen Cyrus was op touw +gezet. Nadat de Peloponnesische oorlog geëindigd was, zond Cyrus +afgezanten naar Sparta, om de Spartanen te vragen, dat zij zich +jegens hem niet anders zouden gedragen dan hij zich jegens hen had +gedragen. Daarmede bedoelde hij, dat hij wat Grieksche soldaten wilde +leenen. Zijn broeder, Artaxerxes II, was nu op den troon van Perzië, +maar er waren velen, die van oordeel waren, dat die van rechtswege aan +Cyrus toekwam, en deze had een leger van 100000 man bijeengebracht, +om dien te vermeesteren. Hij wist, hoe goed de Grieken vochten, +en het is niet te verwonderen, dat hij zeer begeerde, Grieksche +troepen te huren. Er waren in Griekenland duizenden mannen, die ten +gevolge van den langen oorlog slechts weinig afwisten van een ander +beroep dan dat van soldaat, en zij waren bereid voor iedereen te +strijden, die hun soldij wilde betalen. Zij zouden er echter niet +in hebben toegestemd, tot in het binnenste van Azië door te dringen; +daarom werden zij bedriegelijk verlokt den tocht te ondernemen door +de mededeeling, dat Cyrus hen noodig had, om enkele opstandelingen +in Pisidië te onderwerpen, welk land gelegen was aan de zuidelijke +kust van Klein-Azië. Zij trokken de Aegeïsche Zee over, landden +in de nabijheid van Samos, en gingen met de grootste opgewektheid +op weg naar Pisidië. Maar Pisidië scheen heel ver af te liggen, +en ten slotte begonnen zij te vermoeden, dat er bedrog in het spel +was. Na verloop van tijd kwam Cyrus hen met zijn troepen te gemoet, +en ten slotte erkende hij, dat zij op weg waren naar Babylonië, +en niet tegen enkele opstandelingen hadden te strijden, maar tegen +den koning van het Perzische rijk. Zij waren reeds in Perzië en het +was bijna even gevaarlijk te trachten den terugtocht te aanvaarden +als vooruit te trekken. Cyrus beloofde hun een hooge soldij en zij +stemden er in toe, verder te trekken. + +Op zekeren dag, juist vóór het aanbreken van den middag, kwam een man +in volle vaart naar het leger galoppeeren, die eerst in het Perzisch, +en daarna in het Grieksch uitriep: "De Koning komt, de Koning komt, +met een groot leger, volkomen ten strijde toegerust." Vroeg in den +namiddag zag men over de vlakte een lage, witte wolk liggen. Dit +was het stof, dat door het leger van den koning werd opgejaagd. De +stofwolk werd hoe langer hoe donkerder; daarna kon de flikkering van +een speer of van een metalen wapenrusting gezien worden. Ruiterij, met +een sneeuw-witte wapenrusting, kwam te voorschijn; Egyptische troepen +met lange houten schilden; boogschutters; wagens met zeisen, die van de +wagenassen afhingen; volken na volken, ieder een samengedrongen en op +zich zelf staande troep. De gelederen van Cyrus werden gevormd, en hij +zelf inspecteerde die, toen hij een zacht gemompel door de gelederen +hoorde gaan van rechts naar links en van links naar rechts. "Wat is +dat?" vroeg hij. Xenophon was juist komen aanrijden, om te vragen, +of hij ook eenige bevelen had gegeven, en hij antwoordde, dat dit het +wachtwoord beteekende: "Jupiter de Redder, en overwinning." "Ik neem +dit aan als een goed voorteeken," zeide Cyrus, "en moge het zoo zijn." + +Het voorteeken bleek echter valsch te zijn. Wel is waar wonnen de +dappere Grieken den strijd, maar Cyrus werd verslagen. "Levert al +uw wapenen in," beval de koning. "Overwinnaars leveren hun wapenen +niet in," antwoordden de Grieken. De koning was er niet op gesteld, +het gevecht te hervatten. Hij wilde veel liever van die lastige +vreemdelingen bevrijd worden, en hij dacht, dat het verstandig zou +zijn hen te laten vertrekken, om rond te zwerven in het land en van +honger om te komen. Hun aanvoerders werden door bedrog en list gedood; +en de Grieken werden achtergelaten in het land van een vijand, op +minstens zestienhonderd kilometers van huis. Zij hadden geen gidsen, +geen aanvoerders en weinig kennis van het land, behalve dat zij wisten, +dat er veel rivieren en bergen waren. Zij waren wanhopig. De nacht +brak aan, en zij lagen op den grond, verlangend naar hun gezin en hun +eigen vaderland. Xenophon was met het leger naar Perzië getrokken, niet +als soldaat en volstrekt niet van plan tegen den koning te strijden, +maar alleen om onder Cyrus een hooge betrekking te krijgen. Toen hij +op den grond lag, kwam hij tot het besluit, dat, nu niemand anders +de leiding nam, het op zijn weg lag iets te doen. Hij aarzelde +eenigen tijd, omdat er zoovelen waren, die ouder waren dan hij; +daarna zeide hij tot zichzelf, "Ik zal zeker nooit ouder worden, +als ik mij heden aan den vijand overgeef." Dit geschiedde kort na +middernacht. In de duisternis riep hij de kapiteins bijeen en zij +maakten zoo goed mogelijk plannen. "Vertel gij het zelf aan het +leger," zeiden zij; en bij het eerste aanbreken van den morgen trok +Xenophon zijn beste wapenrusting aan en zijn schoonste kleederen, +en ging voor de tienduizend man staan. Hij verhaalde hun, hoe dapper +hun voorouders geweest waren, en dat zij ongetwijfeld hun weg konden +terugvinden. Zij moesten hun bagage verbranden, behalve wat er noodig +was van vleesch, drinkwaren en wapenen. "Als wij overwinnaars zijn, +moeten wij den vijand als onze bagagedragers beschouwen," zeide hij. + +De soldaten vergaten hun moedeloosheid. Zij verbrandden al de +bagage, die zij konden missen, kozen nieuwe aanvoerders, waaronder +natuurlijk Xenophon behoorde, en begonnen één der meest merkwaardige +terugtochten. Zij zwoegden voort over brandende vlakten, doorwaadden +snelstroomende rivieren, klommen over ruwe rotsen, trokken door +bergpassen, waar de jachtsneeuw een vadem diep was opgestapeld en +de felste winterstormen hun gezicht teisterden. Somtijds hadden +zij voedsel, somtijds niet. Somtijds mochten zij in vrede door een +provincie trekken, somtijds werden zij van alle kanten aangevallen. Als +zij slechts de zee konden bereiken! dachten zij, want dan zou de weg +naar huis en naar hun vrienden gemakkelijk zijn. Eindelijk hoorde +Xenophon luide kreten van zijn voorhoede. Die kreten herhaalden +zich en werden hoe langer hoe luider. Het geleek volstrekt niet op +een oorlogskreet, en toch kon het zijn, dat er een vijand vóór hen +stond--niemand wist hoe of wat. Hij sprong op zijn paard en vloog den +heuvel op. En zie, aan den horizon, ver in het noorden, lag een streep +helder schitterend water, de Pontus Euxinus. "Thalatta, thalatta," +(de zee) riepen de soldaten. Die ruwe krijgers barstten in tranen los, +zij wierpen hun armen om elkanders hals, zij omhelsden hun aanvoerders +en kapiteins. De inboorling, die hen naar den top van den heuvel had +gevoerd, stond er naast. Zij gaven hem een paard, een zilveren beker, +een Perzisch kleed, en tien gouden munten. Zij richtten een heuvel op, +zooals dit bij Marathon was geschied, en legden daarop ossenhuiden +en stokken en schilden, op den vijand veroverd. In drie dagen tijds +waren de Tienduizend Grieken bij de Grieksche stad Trapezos, (thans +Trebizonde). De burgerij verwelkomde hen en gaf hun ossen en wijn en +gerstemeel, en vierde feesten uit dankbaarheid voor de welwillende +gezindheid der goden. Xenophon schreef zelf het verhaal van dien +terugtocht der Tienduizend, die zich onder de grootste moeilijkheden +een weg hadden gebaand naar zee, over een uitgestrektheid van +zestienhonderd kilometers. + +Xenophon had, evenals Plato, Socrates lief, en schreef alles op, wat +hij zich kon herinneren omtrent het onderwijs van zijn meester. Nadat +hij hem zoo op de warmste wijze had geprezen, eindigde hij met de +volgende woorden: "Indien iemand het niet met mij eens is, laat +hem dan het gedrag van anderen met dat van Socrates vergelijken, +en daarna, in overeenstemming daarmede, zijn gevolgtrekkingen maken." + +De tocht der Tienduizend maakte het voor de Grieken duidelijk, dat +het ontzaglijke Perzische rijk een groot, lomp en log rijk was, +zonder leven of energie; en Sparta was er niet rouwig om, dat de +Grieksche kuststeden om hulp tegen Tissaphernes vroegen, die zich +gereed maakte iedere stad te straffen, welke jegens Cyrus welwillend +gezind was geweest. Na eenige kleine gevechten tusschen de Spartanen +en Tissaphernes, vormde de Spartaansche koning Agesilaus het plan, zich +door Perzië een weg te banen, en het uit zijn kracht gegroeide rijk te +veroveren. Hij slaagde in het begin zóó goed, dat het er werkelijk op +begon te gelijken, dat hij in staat zou zijn, zijn plan ten uitvoer +te brengen; doch de sluwe Perzen konden goed intrigeeren, al konden +zij niet vechten. Zij wisten, dat de overige Grieken Sparta haatten +wegens haar tyrannie en haar egoïsme, en daarom boden zij schepen en +manschappen aan, en slaagden er in, Corinthe, Athene, Thebe en Argos +er toe te brengen, zich tegen haar te verbinden. Dit was het begin van +den Corinthischen Oorlog, die acht jaren duurde. Een groot gedeelte +van den oorlog werd in Corinthe gevoerd, maar eindelijk was er een +groote zeeslag bij Cnidus in Klein-Azië. Toen kwam er een treurige +dag voor Sparta, want haar geheele vloot werd vernield. Eenigen tijd +later was er meer vreugde in Athene dan er in langen tijd geweest was, +immers met behulp van Perzisch geld werden de eerste steenen gelegd +voor het opbouwen der muren en der versterkingen van den Piraeus. + +De Atheners waren gelukkig, maar hun bondgenooten waren +afgunstig. "Waarom zouden wij vechten, als uitsluitend Athene er +voordeel van zal hebben?" zoo vroegen zij. Sparta begon eveneens +ongerust te worden. "Waarom zouden wij trachten de Grieksche +koloniën te beschermen, als al ons werk er op neerkomt, Athene te +helpen?" morden zij. Er was geen andere uitweg dan vrede te sluiten, +en met hun gewone zelfzucht sloten de Spartanen een verdrag, naar +den afgezant, de vrede van Antalcidas genoemd, volgens welk verdrag +de Grieksche steden in Azië aan de Perzen werden gegeven. Bijna nog +ongunstiger was een bepaling, dat de koning der Perzen en de Spartanen +iederen staat den oorlog zouden verklaren, die weigerde het verdrag +te gehoorzamen. Dit beteekende, dat Sparta bereid was zich met Perzië +te vereenigen tegen ieder deel van haar eigen land. + +Sparta sloot niet alleen een schandelijk verdrag, maar de stad gedroeg +zich nog schandelijker bij de uitvoering. Nog steeds deed zij het +voorkomen, alsof zij de Grieken vrijheid schonk, en zij maakte er niet +alleen haar werk van, iedere stad, die over een andere heerschte, +te dwingen, die heerschappij op te geven, maar zij zorgde tevens, +dat iedere vriendschappelijke verbintenis van steden, waarvan zij +meende, dat deze ter eeniger tijd haar vijandig kon worden, verbroken +werd. Zij geloofde, dat de bevolking van Mantinea in Arcadië zich +niet met haar wijze van optreden kon vereenigen, en daarom sloopte +zij de muren dier stad, en dwong zij de burgers uit elkander te gaan +en zich in vijf dorpen te vestigen. De regeering van Griekenland +was een soort tyrannie en Sparta was de tyran. Een Spartaansch +veldheer marcheerde door de bevriende stad Thebe, toen een Thebaan +hem heimelijk zeide: "De andere partij haat de Spartanen, maar onze +partij is u gunstig gezind. Ik zal u naar de citadel voeren; dan zal +Thebe in uw macht zijn, en gij zult ons niet vergeten." Het was het +middaguur van een heeten zomerdag, en er waren in de straten slechts +weinig menschen die weerstand konden bieden, zoodat de Spartaansche +veldheer spoedig meester was van Thebe. Toen het bericht hiervan +de Spartanen bereikte, waren zij verontwaardigd, niet, omdat hun +bevelhebber een zoo laaghartige daad had verricht, maar, omdat hij +het had gedaan zonder het bevel daartoe van de Spartaansche overheid +te hebben gekregen. Doch koning Agesilaus zeide: "Het hangt er van +af, of hij Sparta voordeel of nadeel heeft berokkend. In het laatste +geval dient hij gestraft te worden; maar anders mag hij zelfstandig +optreden. Zij kwamen tot de gevolgtrekking, dat het in het voordeel +van Sparta was, en daarom behielden zij de citadel in hun macht. + +Een aantal Thebanen van de tegenpartij vluchtten uit de stad uit vrees +voor hun leven. Onder dezen was ook een zekere Pelopidas. Hij placht +tot de weinige ballingen te zeggen: "Het is oneervol er mede tevreden +te zijn, dat wij ons eigen leven hebben gered; wij moeten ons best +doen, de stad te bevrijden. Eindelijk wist hij hen met nieuwen moed te +bezielen, en er werd een plan beraamd om Thebe te bevrijden. Pelopidas +en eenige andere jongelingen vermomden zich als boeren, en drongen +heimelijk langs verschillende wegen de stad binnen. Het sneeuwde +zóó hard, dat de meeste menschen binnen 's-huis waren, maar enkele +vrienden der ballingen stonden op den uitkijk, om hen naar de plaats +van samenkomst te voeren. Toen de avond was aangebroken, trokken zij +kleeren over hun wapenrusting en zware kransen van bladeren over hun +voorhoofd, om hun gebaard gelaat te bedekken. Aldus vermomd trokken +zij naar de plaats, waar de aanvoerders der partij, die de stad +hadden verraden, een feestmaal hielden, en doodden de voornaamsten +onder hen. Pelopidas wierp de deuren der gevangenissen open, om hen te +bevrijden, die trouw aan Thebe waren geweest. Nu begonnen de lichten +te schijnen aan de vensters der huizen; de straten waren vol menschen; +er was overal verwarring en geschreeuw, want niemand wist nauwkeurig, +wat er was geschied. Toen de morgen was aangebroken, riepen de trouw +gebleven Thebanen het volk samen. Toen stonden Pelopidas en de overige +ballingen, zijn vriend Epaminondas en de priesters der tempels voor +de vergadering. "Staat op," riepen de priesters, "voor de goden van uw +vaderland." De geheele vergadering sprong als één man op en schreeuwde +van vreugde. Zij marcheerden recht op de citadel aan. De Spartanen, +die de citadel bezetten, gaven zich onmiddellijk over. De ééne plaats +na de andere volgde het voorbeeld van Thebe. De Spartanen straften +wel de stedehouders, die zich overgaven, maar zonder resultaat. + +Toen begon Athene te droomen van een herstel van haar vroegere +grootheid. Zij stichtte een nieuw bondgenootschap van staten, +dat veel beter was dan de Bond van Delos; immers de staten zouden +onderling in rang gelijk zijn en het bijeengebrachte geld zou dienen +ten nutte van allen. Dit was een zóó eerlijk bondgenootschap, dat het +een onbeperkten tijd zou hebben kunnen voortduren, ware niet weer +de ééne staat afgunstig op den anderen. Het waren nu de Atheners, +die besloten met Sparta vrede te sluiten. + +Sparta hield nog steeds vol, dat zij de Boeotische steden bevrijdde, +maar op zekeren dag was het Spartaansche leger ten hoogste verbaasd, +toen het een Thebaansch leger zag uittrekken, om tegen hen slag te +leveren. De Spartanen schaarden hun manschappen op de gewone wijze, +die zij reeds gedurende verschillende geslachten hadden toegepast, +en trokken den vijand te gemoet in een lang gelid, twaalf rijen +diep. Epaminondas, die de Thebanen aanvoerde, redeneerde aldus: "De +beste soldaten zullen rondom den koning geschaard zijn, en indien +wij deze kunnen verslaan, zal het overige een gemakkelijke zaak +zijn." Daarom maakte hij de gelederen tegenover den koning vijftig +rijen diep. Het kon niet verwacht worden, dat een gelid van twaalf +man diep, een aanval van een gelid van vijftig man zou kunnen +weerstaan, en hoewel het leger van Sparta veel talrijker was, leed het +de ernstigste nederlaag, die in de geschiedenis van Sparta bekend was, +daar het door een veel kleinere troepenmacht in een eerlijken strijd +werd verslagen. Dit was de beroemde slag bij Leuctra, in het jaar +371 vóór Christus. + +Toen het bericht Sparta bereikte, dat haar leger door een veel kleiner +aantal was verslagen, begrepen de ephoren zeer goed, dat nu de Grieken +de Spartanen nooit meer zouden vreezen; zij hadden de hegemonie van +hun land verloren. Als de Spartanen Atheners geweest waren, zouden +zij geweend en geweeklaagd hebben, maar daar zij Spartanen waren, +droegen zij hun lot op de oude echt Spartaansche wijze. "Laat de +spelen voortgang hebben," bevalen de ephoren; zij waren namelijk +midden in een feest. Al de gebruikelijke ceremoniën werden in acht +genomen, en de ephoren zelf bleven daarbij tegenwoordig, totdat +de laatste wedstrijd en de laatste dans geëindigd waren. Het was +bij de Spartanen het gebruik, dat iedere soldaat, die uit een slag +gevlucht was, op alle mogelijke wijze te schande werd gemaakt. Hij +werd genoodzaakt de helft van zijn baard af te scheren en de andere +helft niet te knippen. Hij moest havelooze kleeren dragen, bedekt +met verschillende gekleurde lappen. Hij mocht nooit eenig staatsambt +bekleeden; en een Spartaansch meisje, dat met hem huwde, maakte zich +onmogelijk Er waren zóóvelen uit den slag gevlucht, dat de Spartanen +die gewoonte niet durfden handhaven; maar de bloedverwanten van hen, +die gestorven waren, liepen over de straat met een trotsche houding, +en traden de tempels binnen om dank te zeggen aan de goden voor den +moed, door hun vrienden betoond. De bloedverwanten van hen, die waren +gevlucht, hadden een treurige gelaatsuitdrukking, en liepen met gebogen +hoofd of sloten zich zelfs samen op, zooals in Sparta in tijden van +de diepste smart gebruikelijk was. Zoo droeg Sparta de nederlaag, die +haar droom, de heerscheres van Griekenland te worden, verstoord had. + + + + + + +HOOFDSTUK XVIII. + +DE HEGEMONIE VAN THEBE. + + +De steden, die door Sparta zoo tyranniek waren behandeld, zagen +even spoedig als Sparta zelf in, dat de macht der Spartanen was +vernietigd. De inwoners van Mantinea verlieten hun onbeduidende +volksplantingen op het platte land, gingen onmiddellijk terug naar +hun oorspronkelijke woonplaats, en begonnen de muren weder op te +bouwen. Ware dit kort te voren geschied, dan zouden de Spartanen +onmiddellijk een leger hebben gezonden, om een zoodanige vermetelheid +te straffen, maar nu was het eenige wat zij durfden doen, iemand +naar de Mantineërs te zenden, dien zij altijd op hoogen prijs hadden +gesteld, en die hen moest vragen, nog een tijd te wachten. "Wacht +nog een tijd," zoo bepleitte hij zijn zaak, "de Spartanen zullen +spoedig formeel hun toestemming geven. Als gij wilt wachten, zullen +zij zelfs bijdragen in de kosten van het opbouwen der muren." "Dit +is onmogelijk," antwoordden de overheidspersonen, "want er is reeds +een besluit genomen, ze onmiddellijk weer op te bouwen." "Wilt gij +mij ten minste niet toestaan, in de algemeene vergadering het woord +te voeren?" vroeg de afgevaardigde; maar de overheden zeiden "neen", +en het bouwen der muren werd voortgezet. + +Mantinea sloeg geen acht op de wenschen van Sparta, maar dat beteekende +slechts weinig in vergelijking met wat de gevallen staat nog meer +had te verduren. Sparta was zóó zelfzuchtig en tyranniek geweest, +dat een groot aantal staten er bijzonder op gesteld waren, zich er +van te vergewissen, dat zij hen niet langer kon onderdrukken. Na +de overwinning bij Leuctra werd Thebe beschouwd als de machtigste +stad, en ongetwijfeld was Epaminondas de grootste legeraanvoerder in +het land. Onder hem als aanvoerder deed een groot leger een inval +in den Peloponnesus, om Arcadië en Messenië te hulp te komen. Al +wat Epaminondas ondernam, deed hij zoo degelijk mogelijk. Hij was +er niet tevreden mede, door Arcadië te marcheeren, maar stichtte +zelfs een stad. Hij koos een breede, vruchtbare vlakte als plaats, +waar die stad zou gebouwd worden, maar hij bracht de Arcadiërs +er toe, om hun dorpsgemeenten te vereenigen met de nieuwe stad +Megalopolis of "Groote Stad". Nu de Arcadiërs een hoofdstad hadden +en binnen hare muren een schuilplaats konden vinden, zou het voor +de Spartanen niet zoo gemakkelijk zijn, hen ten onder te brengen, +zelfs al was er geen Thebaansch leger, dat de wacht hield. Zoo +werd Arcadië een onafhankelijke staat, maar Epaminondas deed zelfs +meer voor Messenië. Dit land was de oude woonplaats der Heloten, +voordat zij door de Spartanen onder het juk waren gebracht. Zij, die +door de Atheners waren uitgenoodigd, zich te Naupactus te vestigen, +waren door de Spartanen uit die schuilplaats verdreven op het einde +van den Peloponnesischen oorlog. Zij waren naar Italië, Sicilië +en Afrika gevlucht, overal waar zij maar een woonplaats konden +vinden. Toen zij hoorden, dat Epaminondas Messenië was binnengerukt, +en dat hun moederland vrij was, keerden zij onder groote vreugde +naar huis terug. Te land en ter zee, in groote troepen of zelfs één +voor één, kwamen zij in groote menigte in Messenië terug, nu zij +weer een vaderland en een woonplaats hadden. Het land weerklonk van +vreugdezangen en kreten van geluk. Er werden dankoffers gebracht aan +de goden; en er was tevens zwaar werk, daar Epaminondas ook voor de +Messeniërs een stad, Messene, had gesticht. Deze stad zou moeten liggen +tegen de helling van den berg Ithome, en haar muren moesten nog gebouwd +worden. Geen stad zonder muren kon ooit hopen weerstand te bieden aan +een aanval der Spartanen; en de Messeniërs begonnen even blijde met +het bouwen der muren, als Athene begonnen was met het weder opbouwen +der versterkingen van den Piraeus. Een reiziger, die vijfhonderd jaar +later die muren zag, verklaarde, dat het de sterkste muren waren, +die hij ooit had gezien. "Zij waren van stevige steenblokken gebouwd," +zoo zeide hij, "en uitstekend voorzien van torens en stutmuren." + +Epaminondas had met medewerking van Pelopidas Thebe gemaakt tot +den oppermachtigsten staat van Griekenland. Men zou nu verwacht +hebben, dat hij, toen hij met zijn overwinnend leger terugkeerde, +ten minste hartelijk zou zijn verwelkomd. Maar in plaats daarvan werd +hij ontvangen met een beschuldiging, dat hij ongehoorzaam was geweest +aan de wetten van het land. Het bleek namelijk, dat de overwinningen +in den Peloponnesus gedurende de laatste vier maanden gewonnen waren, +en de vijanden der legerbevelhebbers beweerden, dat deze het leger uit +Thebe verwijderd hadden gehouden vier maanden langer dan den termijn, +gedurende welken hun het opperbevel was gegeven. De straf voor zulk +een overtreding was de dood. Epaminondas wachtte kalm de behandeling +der beschuldiging af, en deed zelfs na zijn vrijspraak niet de minste +poging, om zijn vijanden te straffen. + +Pelopidas had verklaard, dat daar waar Epaminondas was, geen andere +veldheer noodig was, maar er was behoefte aan een bekwaam veldheer +in Thessalië, en daarheen werd Pelopidas gezonden. De moeilijkheid +was daar, dat de tyran van de ééne Thessalische stad de andere steden +dwong, hem te gehoorzamen. De vorst van Macedonië trachtte evenzeer +in Thessalië macht te verwerven. Pelopidas was even gelukkig in het +noorden als Epaminondas in het zuiden geweest was, en reeds spoedig +keerde hij terug, en kon mededeelen, dat de steden bevrijd waren +van den tyran, en dat hij gijzelaars had gekregen van den koning +van Macedonië. + +Tot dusver had Thebe een aantal steden vrijgemaakt, en deze waren +zeer verheugd over haar hulp. Niemand twijfelde er aan, of zij was de +machtigste staat in Griekenland; maar toen zij Pelopidas zond naar den +koning van Perzië, om officieel mede te deelen, dat zij nu in plaats +van Sparta de hegemonie had onder de steden van Griekenland, waren deze +daarover verstoord, en enkelen onder de oude bondgenooten van Sparta +waren bereid haar tegen Thebe te helpen. Het gevolg hiervan was, +dat Epaminondas nog een aantal expedities op Peloponnesisch gebied +moest uitrusten. Ten slotte beraamde hij het plan, Sparta zelf aan +te vallen. Xenophon verhaalt, dat hij de stad zoo gemakkelijk als +een vogelnestje zou hebben kunnen nemen, als niet koning Agesilaus, +die uitgetrokken was, om den vijand tegemoet te trekken, langs een +korteren weg was teruggekeerd, om de "vuurbrakende" Thebanen slag te +leveren. Epaminondas wist, dat de Spartanen hun stad zouden verdedigen +als in het nauw gejaagde wolven, en zeer verstandig trok hij daarom +terug naar Arcadië. De Spartanen vervolgden hen, en er werd een slag +geleverd in de vlakte van Mantinea. Hier speelde Epaminondas het oude +spel der Spartanen bij Aegos-Potamos, en misleidde hen even volkomen +als deze de Atheners hadden misleid. Hij beval zijn manschappen, +hun wapenen bijeen te zetten, en schijnbaar te gaan kampeeren. Toen +daardoor zijn vijanden volstrekt niet op hun hoede waren, stelde hij +plotseling zijn gelederen op en stormde op hen aan. De Spartanen en +hun bondgenooten waren even onthutst als de Atheners in den zeeslag +geweest waren. Zij liepen wild door elkander, de één was bezig zijn +borstharnas vast te maken, een ander zijn paard te toomen, in één +woord zij allen gedroegen zich, niet zooals de Spartanen van ouds, +die gewoon waren opgewekt, doch kalm en bedaard, ten strijde op +te trekken, maar, zooals Xenophon verklaarde "meer als mannen, die +op het punt stonden een zwaar nadeel te lijden, dan aan een ander +nadeel toe te brengen." Epaminondas had een deel van zijn ruiterij +in een phalanx gerangschikt, en zij sloegen zich door de Spartaansche +gelederen heen, "als een oorlogsschip, met zijn sneb tegen den vijand +gericht," zooals Xenophon schrijft, misschien wel met dienzelfden +slag bij Aegos-Potamos in de gedachte. Epaminondas bevocht een +volkomen overwinning, maar sneuvelde zelf. Zijn laatste gedachten +waren voor zijn vaderland. Pelopidas was twee jaren te voren in den +oorlog gesneuveld, en als Epaminondas nu telkens een ander noemde, +die hem als opperbevelhebber zou kunnen vervangen, luidde voortdurend +het antwoord: "Hij is gesneuveld." "Dan moet gij met den vijand vrede +sluiten," sprak hij, en sloot stervend zijn oogen. + +De glorie van Thebe had in de handen van één man gelegen. Het was +Epaminondas, die haar groot had gemaakt. Hij was haar aanvoerder, +haar leidsman, haar raadgever geweest. Nu was hij verdwenen, en +op dienzelfden dag was Thebe afgedaald van haar hoogen rang als de +leidende staat van Griekenland. + + + + + + +HOOFDSTUK XIX. + +PHILIPPUS VAN MACEDONIË. + + +Zoo kwam het, dat eerst Argos, daarna Athene, Sparta, Thebe, +beurtelings de leidende staten van Griekenland werden. Hun zelfzucht +en afgunst jegens elkander hadden hun rijkdom uitgeput, het geluk +hunner burgers verwoest en een groot gedeelte der bevolking aan den +dood prijs gegeven, en zij waren daarbij totaal uitgeput. Er kon geen +betere tijd worden uitgekozen, om zich van het geheele land meester +te maken, als er maar een vermetel, sluw man gevonden werd, die wist, +hoe met voorzichtigheid en bekwaamheid te handelen. + +Een zoodanig iemand was op den troon van Macedonië, het land dat in +het noorden en noordoosten van Griekenland gelegen was. De Macedoniërs +hadden geen kunstenaars, geen talentvolle schrijvers, geen schitterende +redenaars, geen scholen voor wijsbegeerte. De Grieken uit het zuiden +gaven wel toe, dat zij Grieksch bloed in de aderen hadden, maar lachten +om hun ruwe, onbeschaafde vormen en hun grove, weinig gemanierde wijze +van spreken. De vorst, die toen op den troon gezeten was, Philippus II, +was diep overtuigd van al die verschilpunten. Hij was nog slechts een +jongen van vijftien jaar oud, toen Pelopidas in Macedonië kwam en hem +als gijzelaar mede naar Thebe nam. Daar was hij drie jaar gebleven, +waarschijnlijk in de woning van den vader van Epaminondas. Hoe dit +ook moge zijn, hij had zeker de gelegenheid gehad, na te gaan, hoe de +Grieken leefden, hoe zij oorlog voerden, en hoe somtijds de oorlog +door diplomatie kon worden vermeden. Hij leerde Grieksch spreken +en schrijven als een Thebaan; zijn taal werd niet alleen zuiver +maar ook welsprekend. Hij wist, dat het niet onmogelijk was, dat +hij mettertijd heerschen zou over Macedonië, en hij hield blijkbaar +zijn oogen en ooren open, om alles te hooren wat voor hem van waarde +kon zijn en hem kon helpen, om een verwonderlijk plan uit te voeren, +dat hem waarschijnlijk reeds toen voor den geest stond. + +Toen de tijd voor hem was aangebroken, om de kroon van zijn vader te +dragen, begon hij met een staand leger te vormen, en zeer verstandig +noodigde hij zijn lastigste onderdanen uit, zich daarbij te voegen, +en wel de half-beschaafde stammen, die verder af in de heuvelachtige +terreinen woonden. Tot nu toe had Macedonië geen pogingen in het +werk gesteld, om machtig te worden. Het was nauwelijks iets anders +geweest dan een stuk land, waardoor legers konden marcheeren tusschen +Griekenland en Azië. Indien er een oorlog uitbrak, had het steeds +de zijde gekozen van die partij, die waarschijnlijk het machtigst +zou zijn. Het eerste gedeelte van het plan van Philippus was, +Macedonië zóó krachtig te maken, dat andere landen begeerig zouden +zijn vriendschap er mede te sluiten. Daartoe oefende en drilde hij +zijn soldaten zóó, dat zij het beste leger van de wereld vormden. Hij +had in Thebe geleerd, hoe de zoo beroemde Thebaansche phalanx werd +gevormd; maar hij was zelfs niet tevreden met een uitvinding, die +werkelijk als iets buitengewoon bewonderenswaardigs werd beschouwd; +hij dacht een eenigszins andere rangschikking voor het voetvolk +uit. Volgens die rangschikking werden de mannen geplaatst in zestien +rijen achter elkander, met een tusschenruimte van drie voet tusschen de +gelederen. De speren waren een-en-twintig voet lang, en iedere soldaat +hield zijn wapen vast op vijftien voet afstand van de punt. De speren +van het vijfde gelid staken dus drie voet vóór het eerste gelid uit; +die van het vierde gelid zestien voet, en zoo voort. Het was niet +gemakkelijk, de phalanx in orde te houden op een ruwen, oneffen +grond, maar op een vlak terrein konden geen troepen aan haar aanval +weerstand bieden. + +Toen het leger van Philippus gereed was, begon hij met zijn +veroveringen, niet echter door Griekenland binnen te trekken,--daarvoor +was hij te verstandig. Eerst sloeg hij het oog op Thracië en +Chalcidice. Op de grens tusschen Thracië en Macedonië lag de stad +Amphipolis, en hij nam zich voor, die in te nemen. Athene en Olynthus +zouden zich hebben vereenigd om die te verdedigen, maar Philippus +dacht er geen oogenblik aan, meer te vechten dan noodig was; daarom +beloofde hij Amphipolis aan Athene te geven. Op die wijze nam hij +de stad zonder dat òf Athene òf Amphipolis tusschen beide kwam. Hij +hield Amphipolis voor zich zelf, in plaats van de stad aan Athene +af te staan, maar hij gaf een andere stad aan Olynthus. Zoo wist +hij elk verbond af te breken, dat anders tusschen Athene en Olynthus +zou kunnen worden gevormd. Philippus II van Macedonië was een zeer +sluw man. Natuurlijk hield hij niet op bij Amphipolis. Een klein +eind over de Thracische grenzen lagen enkele rijke goudmijnen. Wat +stond hem in den weg, die te nemen? Hij marcheerde op met zijn +onoverwinnelijk leger, en spoedig had hij al het geld, dat hij noodig +had. Hij kon soldaten huren, om een stad aan te vallen, of--immers er +waren minstens in iedere stad twee partijen--hij kon de ééne partij +omkoopen, om hem de stad in handen te leveren. Er is een verhaal +bekend, volgens hetwelk hij eens informeerde, of een bepaalde vesting +kon worden ingenomen. "Zij is ontoegankelijk" was het antwoord. "Is +zij zelfs zóó ontoegankelijk, dat ook niet een ezel met goud beladen, +haar kan beklimmen?" was zijn wedervraag. + +Philippus nam nog andere plaatsen in het noorden, en niemand verzette +zich tegen hem. Athene was de sterkste van de Grieksche staten, +en Athene had haar handen vol met de steden van den nieuwen Bond, +die gevormd was, nadat Thebe zich van Sparta had vrijgevochten. Zij +toch verzetten zich er even sterk tegen als de steden van den ouden +Bond van Delos, om door Athene behandeld te worden, als waren zij +haar onderworpen; en Athene had, in weerwil van alles wat zij had +meegemaakt, nog niet geleerd, dat het verstandiger zou zijn, hen op +een andere wijze te behandelen. Zij waren opgestaan, en nu volgde de +oorlog, bekend als die der Bondgenooten. + +En nog nadat de Oorlog der Bondgenooten geëindigd was, schenen de +Atheners blind te zijn voor wat zich in het noorden afspeelde. Er was +echter één man in de stad, die de oogen geopend hield: maar in weerwil +van al zijn welsprekendheid kon hij de Atheners er niet toe brengen, +het gevaar in te zien, dat hen bedreigde. Die man was Demosthenes, +één der grootste redenaars van de geheele wereld. + +Toen Demosthenes nog een kind was, was hij wel de laatste knaap, +dien men zou hebben uitgekozen, om tot redenaar te ontwikkelen. Hij +stotterde, had een zwakke stem, was spoedig buiten adem en kon de +letter r niet behoorlijk uitspreken. Daarbij was hij verlegen, trok +voortdurend zijn linker schouder op, en als hij opgewonden werd of +zijn belangstelling was gaande gemaakt, trok hij de meest dwaze en +leelijke gezichten. Toch had hij zich vast voorgenomen, een even groot +redenaar te worden als de spreker, naar wien hij eens had geluisterd, +en even hartelijk als deze te worden toegejuicht. Toen hij ouder was +geworden, greep hij de eerste de beste gelegenheid aan, om in het +publiek te spreken. Wel werden zijne toehoorders niet overtuigd, maar +zeker werden zij aangenaam onderhouden; immers zij moesten uitbundig +lachen om den jongen man, die zulke dwaze gezichten trok, zijn lichaam +zoo gek bewoog, zijn verschillende argumenten door elkander haalde, +en telkens zóó buiten adem was, dat zij zelfs niet altijd konden +verstaan wat hij trachtte te zeggen. + +Demosthenes was zóózeer ontmoedigd, dat hij de stad verliet en een +wandeling maakte naar den Piraeus, er over peinzend, of het hem +ooit zou gelukken, zijn stadgenooten te boeien en te overtuigen. Hij +herhaalde zijn eerste poging, maar ook deze mislukte. "Hoe komt het," +zoo sprak hij tot een vriend, die van beroep tooneelspeler was, +"dat het volk, hoe hard ik ook voor mijn redevoeringen werk, nog +liever luistert naar een dronken matroos of den eersten den besten +onbeduidenden medeburger, dan naar mij"? Het eenige antwoord, dat +zijn vriend hem gaf, luidde: "Wilt gij mij een stuk uit een drama +van Euripides of Sophocles voordragen"? Demosthenes gehoorzaamde; +daarna droeg de redenaar hetzelfde stuk voor, maar met een zóó groote +waardigheid, met gebaren, zóózeer in overeenstemming met de woorden, +en met een zóó blijkbaar inzicht in iedere gedachte, dat het iets +geheel anders werd. Toen begreep Demosthenes, wat zijn vriend bedoelde, +namelijk, dat niemand, onverschillig hoe diep hij zijn onderwerp had +bestudeerd, of hoe uitmuntend zijn redevoering was in elkander gezet, +zijn hoorders kon overtuigen, als de redevoering niet tevens goed +werd voorgedragen. + +Er was niet veel hoop voor Demosthenes, dat hij ooit in zijn pogingen +zou slagen, maar hij had veel te veel energie, om de zaak op te +geven. Hij bouwde een kamer onder den grond, waar hij herhaaldelijk +een tijd verblijf hield, om zijn stem te oefenen en zijn gebaren te +verbeteren. Uit vrees, dat hij in de verleiding zou komen, uit te +gaan, schoor hij somtijds de helft van zijn hoofd kaal, zoodat hij +niet in het publiek kon verschijnen. Om zijn stotteren te verbeteren, +sprak hij met steentjes in zijn mond. Om zijn stem zóó te versterken, +dat hij het leven der volksvergaderingen kon overschreeuwen, hield +hij redevoeringen voor zich zelf aan het strand der zee, waarbij hij +zijn best deed het geraas der zee te overstemmen. Hij oefende er zich +in, zijn ademhaling te beheerschen door redevoeringen op te zeggen, +terwijl hij ruwe en steile heuvels beklom. Hij hing een ontbloot +zwaard zóó op, dat de minste beweging van den niet voldoende in +bedwang gehouden linker schouder hem zou prikken. Hij oefende zich +voor den spiegel, om te leeren, niet met de oogen te knippen of dwaze +gezichten te trekken. Hij overwon zelfs de moeilijkheid, die voor +hem gelegen was in de lastige letter r. En bij dit alles verzuimde +hij toch niet, om zich meer dan ooit toe te leggen op een uitnemende +samenstelling zijner redevoeringen. Hij schreef zelfs herhaaldelijk de +redevoeringen van Thucydides over, en trachtte even goede redevoeringen +te vervaardigen. En zoo werd hij een zóó voortreffelijk redenaar, +dat hij nu reeds tweeduizend jaar lang genoemd wordt onder de beste +redenaars der wereld. + +Dit was nu de man, die de Atheners vertelde, dat Philippus van +Macedonië voornemens was, Griekenland te veroveren. Zijn redevoeringen +tegen Philippus werden "Philippicae" genoemd. Zij waren zóó bitter en +heftig, dat nog in onze dagen een bijzonder heftige en onmeedoogende +redevoering tegen een persoon dikwijls een "philippica" wordt +genoemd. In die redevoeringen deed Demosthenes al het mogelijke om +zijn landgenooten tegen Philippus wakker te schudden. "Welken gunstigen +tijd van het jaar, welke betere gelegenheid dan de tegenwoordige wacht +gij af, of wanneer zult gij uw krachten beter kunnen inspannen dan nu, +mijn landgenooten? Heeft niet die man alle plaatsen in bezit genomen, +die de onze waren? Moet hij nu ook meester worden van dit land, moeten +wij dan niet afdalen tot den laagsten trap van eerloosheid? Worden +niet diegenen, die wij beloofd hebben te hulp te komen, zoo dikwijls +zij in een oorlog betrokken zijn, nu zelf aangevallen? Is hij niet +in het bezit van onze volksplantingen? Is hij geen barbaar? Is zijn +karakter niet zóó laag, dat woorden het niet kunnen uitdrukken? Als +wij voor dat alles ongevoelig zijn, als wij zelfs als het ware zijn +plannen in de hand werken--O hemel! Kunnen wij dan nog vragen, wie +de schuld draagt van de gevolgen?" + +Maar de tijden waren voorbij, dat men leefde en werkte voor het belang +van den staat. Men verkoos weelderige woningen boven het slagveld; +men stelde liever staatsgeld beschikbaar voor de schouwburgen dan +voor de soldaten. Zelfs de beeldhouwkunst veranderde van aard. De +Grieken waren niet meer tevreden met standbeelden, die kracht en +stoutmoedigheid uitdrukten, maar zij moesten ook liefelijk en sierlijk +zijn. De beroemdste beeldhouwer uit die dagen was Praxiteles. Zijn +Aphrodite, vervaardigd voor een tempel te Cnidus, was het eerste beeld +van een vrouw, die niet alleen schoon was, maar er ook uitzag, alsof +zij kon denken en gevoelen. De bevolking van Cnidus was zóó trotsch +op het beeld, dat zij, toen een koning aanbood, de groote schuld, +die Cnidus had, af te betalen, als zij hem het beeld zoude afstaan, +dit aanbod afsloeg. Een aantal Grieksche standbeelden zijn alleen door +copieën bekend, maar wij hebben nog het origineel van den Hermes van +Praxiteles met den jeugdigen Dionysus, dat de aanraking gevoeld heeft +van den beitel van den meester zelf. Die werken zijn heerlijk schoon, +en dat wel in een tijd, toen de Atheners veel meer hadden moeten denken +aan den toestand van hun land dan aan standbeelden. Alle pogingen van +Demosthenes waren echter volkomen vruchteloos. Philippus ging voort met +zijn veroveringen in het noorden, en spoedig deed zich voor hem een +gelegenheid voor, om vaster voet te krijgen in Griekenland, en op te +treden niet als de heerscher van een ruw, barbaarsch volk, maar als de +beschermer van de rechten van Apollo. De Phocensers hadden niet steeds +voldaan aan hun verplichtingen tegenover Apollo. Meer dan tweehonderd +jaar te voren waren zij door de Delphische amphictyonen gestraft, +omdat zij op weg naar Delphi zich hadden ingelaten met anderen. De +afstammelingen nu van diezelfde Phocensers namen land in bezit, dat +voor Apollo afgezonderd werd gehouden, en stalen zelfs eenige van +de schatten uit zijn tempel. De amphictyonen waren niet krachtig +genoeg om hen te straffen, en deden een beroep op Philippus. Dit +kon men noemen "een kat opdragen, een geschil tusschen twee muizen +te beslechten." Philippus strafte de Phocensers, en de amphictyonen +gaven hem nu hun stemmen in den Raad der amphictyonen, en besloten, +dat hij het voorzitterschap zou waarnemen bij de spelen, die te Delphi +werden gevierd. Hij was nu de verdediger van Apollo; en als hij het kon +doen voorkomen, alsof eenige daad van een Griekschen staat een misdaad +tegen de godheid was, had hij het recht, dien staat te straffen. + +De plannen van Philippus vorderden goed. Zijn volgende stap was, +dat hij trachtte Byzantium te bemachtigen. Dit deed de Atheners +uit hun onverschilligheid ontwaken, daar zij volstrekt niet wilden +afgesneden worden van de voorraadschuur der landen aan de Zwarte +Zee. Zij kwamen de bevolking van Byzantium te hulp, en Philippus +trok zijn troepen terug. Hij verzette zich niet bijzonder daartegen, +daar hij in Athene een vriend had, die voor hem den weg in een +andere richting effende. Dit was de redenaar Aeschines, die in +welsprekendheid Demosthenes het meest nabij kwam. Philippus hield er +in de verschillende staten van Griekenland goed betaalde dienaren +en spionnen op na, en men meent, dat Aeschines tot die spionnen +behoorde. Hij overtuigde de Atheners, dat de Phocensers weer straf +verdienden, daar zij eenig land gebruikten, dat aan Apollo gewijd +was. Dit had uitsluitend ten doel, ten tweeden male Philippus er in te +halen, en Philippus was dadelijk daartoe gereed. Maar toen hij eenmaal +in Phocis was, maakte hij niet de minste haast, het eigendom van Apollo +te beschermen. In plaats daarvan nam hij bezit van een stad, die zoowel +Boeotië als Athene goed te stade zou gekomen zijn, en versterkte die. + +Er was toen geen schitterende welsprekendheid meer noodig, om de +Atheners te overtuigen van het groote gevaar, dat hen bedreigde. Zij +waren bereid alles te doen, iedereen te volgen. "Maakt u gereed, +een beleg te kunnen doorstaan," raadde Demosthenes aan "en ziet de +hulp van Thebe te verkrijgen." Zij gehoorzaamden zonder eenig gemor, +en Thebe werd hun bondgenoot. Bij Chaeronea in Boeotië geraakten de +legers handgemeen; het waren de beste legers der wereld. Er werd een +vreeselijke slag geleverd; en toen deze geëindigd was, had Philippus +van Macedonië de oppermacht over Griekenland verkregen. + +Thebe en Athene waren in den Bond tegen Philippus de voornaamste +staten geweest; hoe zou hij hen behandelen? Hij had nu eens vooral +de gelegenheid, te laten zien, dat hij òf streng òf genadig kon zijn, +en Philippus verzuimde nooit één gelegenheid. Tegenover Thebe trad hij +zoo streng mogelijk op. Hij liet haar zelfs losgeld betalen voor de +lijken van haar soldaten; hij bevrijdde de kleine steden van Boeotië +uit haar heerschappij; en in de citadel plaatste hij een garnizoen +van Macedoniërs. Jegens Athene betoonde hij zich daarentegen zeer +genadig. Hij leverde de gevangenen uit zonder losgeld. Hij eerde haar +dooden met begrafenisplechtigheden, en zond de beenderen der dooden +naar Athene onder geleide van zijn eigen zoon Alexander. Hij behield +voor zich enkele van haar meest verwijderde bezittingen, maar liet +haar Attica en breidde het zelfs uit, door er een stadje aan toe te +voegen op de grenzen van Boeotië, dat langen tijd een punt van twist +geweest was tusschen Athene en Thebe. + +Korten tijd na den slag bij Chaeronea verzocht Philippus de Grieksche +staten, afgevaardigden te zenden naar een congres, dat te Corinthe zou +worden gehouden. Eerst werd er een soort van statenverbond gevormd, met +Macedonië aan het hoofd. Toen bracht Philippus op dat congres het ware +doel der bijeenkomst ter tafel. Het was om hun hulp te vragen in een +expeditie, die geen minder doel beoogde dan de verovering van Perzië. + +Philippus was een slim man. Hij had de Grieksche staten doen gevoelen, +dat hij hun meester was, maar voordat zij den tijd hadden op te +staan, ja zelfs tot het bewustzijn te komen van hun diepen val, vroeg +hij hun hulp bij een expeditie, die wel is waar moest strekken tot +vermeerdering van zijn roem, maar die tevens een wraak zou zijn voor +al wat de Grieken van den inval der Perzen hadden geleden. Natuurlijk +konden zij toch moeilijk iets weigeren, wat hun veroveraar verkoos te +vragen, maar dit was een hoogst aanlokkelijke expeditie. De schatten +van Azië lagen binnen hun bereik. Zij hadden slechts den man te +volgen, die zich bekwaam had betoond een verstandig en gelukkig +aanvoerder te zijn. Een aanbod van rijkdom, triomf en wraak was +genoeg, om iedere natie op te winden. En dit was geen hersenschimmig, +onmogelijk plan; de terugtocht der Tienduizend Grieken had doen zien, +wat een zwak lichaam het logge, uit zijn krachten gegroeide Perzische +rijk was geworden. Zij vergaten, dat zij hun onafhankelijkheid +hadden verloren, dat zij een veroverd en in onderwerping gebracht +volk waren; zij vergaten alles behalve hun tocht naar Azië. Geheel +Griekenland begon zich gereed te maken. Schepen werden gebouwd, +levensmiddelen opgehoopt en oorlogswerktuigen vervaardigd. Sommige +der troepen waren reeds weggetrokken, toen Philippus de Grieksche +staten uitnoodigde, afgevaardigden te zenden bij het huwelijk +van zijn dochter. De feestelijkheden hadden reeds een aanvang +genomen. Er was een schitterend feestmaal met al de zeldzaamheden, +die door de hulpbronnen van den grootsten koning der wereld konden +worden bijeengebracht. Daarna gingen de gasten, allen getooid met de +schoonste kleederen en schitterend van juweelen, uit de feestzaal naar +den schouwburg. Een lange processie van Macedoniërs marcheerde langs +hen heen, en vertoonde de schatten van het koninkrijk. Achteraan +kwamen de beelden der twaalf groote goden. Sommigen der gasten +beefden bij de heiligschennis, toen zij zagen, dat er een dertiende +god aan toegevoegd was, namelijk het beeld van den Koning. Achter +dat beeld liep de veroveraar. Hij droeg een krans op zijn hoofd +en kleeren van het helderste wit. Achter hem liepen zijn zoon +Alexander en de bruidegom. De menigte jubelde en juichte hem +toe. "Philippus! Philippus!" riepen zij. "Groot is Philippus van +Macedonië!" Te midden dier vreugde was er één enkele flikkering van +het zwaard van een moordenaar, en de groote koning lag dood ter neder. + + + + + + +HOOFDSTUK XX. + +ALEXANDER DE GROOTE. + + +Toen de Grieken de tijding vernamen, dat Philippus gestorven was, +en wisten, dat een jonge man van nauwelijks twintig jaar den troon +had bestegen, waren zij uitgelaten van vreugde. "Griekenland zal weer +vrij zijn," riepen zij juichend. Zij zouden niet zoo zeker van hun +vrijheid geweest zijn, als zij geweten hadden, wat voor een jongeling +het was, die hun meester was geworden. Wel wisten zij, dat hij twee +jaren te voren, in den slag bij Chaeronea, de phalanx had aangevoerd, +die de beste troepen der Thebanen had verslagen. "Maar," zoo zeiden +zij, "dat beteekende niets; de oudste en meest bekwame aanvoerders +waren om hem heen geschaard om toezicht te houden, dat alles goed +ging." Zij hadden kunnen hebben vermoed, dat hij geen zwakkeling +was, als zij gehoord hadden, hoe hij, nauwelijks de kinderschoenen +ontwassen, eenige Perzische afgezanten tijdens de afwezigheid van +zijn vader had ontvangen. Zij kwamen hem, zooals natuurlijk was, met +den noodigen eerbied te gemoet, maar zij verwachtten, dat hij sprak +en redeneerde evenals ieder ander kind. Maar zie, de jeugdige knaap +begon hen over hun vaderland te ondervragen. "Wat voor een man is uw +koning?" zoo vroeg hij. "Hoe behandelt hij zijn vijanden? Waarom is +Perzië krachtig? Komt het, omdat het land veel grond bezit, of een +groot leger?" De Perzen staarden hem met de grootste verbazing aan, en +zeiden tot elkander: "Philippus is niets, met dezen vergeleken." Een +ander verhaal wordt omtrent hem gedaan, hoe hij het beroemde paard +Bucephalus had getemd. Dat paard was bij zijn vader op proef gebracht, +maar het had gesnoven, gebeten en getrapt, zoodat Philippus bevolen +had, dat het weer werd weggevoerd. Toen riep de jonge Alexander: +"Wat een prachtig paard laten zij zich ontglippen bij gebrek aan +verstand en moed, het in bedwang te houden!" "Jonge man," antwoordde +zijn vader, "gij maakt aanmerkingen op uw ouderen, alsof gij zelf het +paard beter in bedwang kunt houden." "En dat zou ik ook zeker kunnen," +antwoordde de jonge, stoutmoedige knaap. "Als gij er niet in slaagt, +welke boete wilt gij dan betalen?" "Den prijs van het paard." + +Waarschijnlijk was de jongen van tien of twaalf jaar niets bekwamer in +het behandelen van paarden dan de rijknechts, maar hij had opgemerkt, +dat zij het paard van uit de richting der zon wegvoerden, en dat +het verschrikt en gehinderd werd door zijn eigen schaduw, die over +den grond heentrok. Alexander draaide den kop van het paard naar +de zon, aaide het en sprak er vriendelijk mede, en sprong toen op +zijn rug. De hovelingen en de koning hadden zich zeer vermaakt met de +stoutmoedigheid van den knaap, maar nu werden zij ongerust. Alexander +bleef echter stevig zitten, en nadat hij het paard zooveel had laten +steigeren en galoppeeren als het verkoos, reed hij naar den koning. De +vader weende van vreugde. "Zoek naar een ander rijk, mijn zoon," zoo +sprak hij, "immers het rijk, dat ik u zal nalaten, is u niet waardig." + +Philippus had gezorgd voor leermeesters voor zijn zoon, maar hij zag +nu, dat hij met een knaap te doen had, die niet tevreden zou zijn +met gewone leermeesters. De beroemdste wijsgeer in die dagen was +Aristoteles. Hij was een Macedoniër, maar was gedurende een geruimen +tijd een leerling geweest in de school van Plato te Athene. Philippus +zond hem den volgenden brief: + +"Laat mij u mededeelen, dat ik een zoon heb, en dat ik de goden niet +zoozeer dankbaar ben dat hij geboren is, als wel dat hij tijdens uw +leven geboren is; immers als gij u met zijn opvoeding zult willen +belasten, ben ik er zeker van, dat hij zijn vader waardig zal worden, +en ook het koninkrijk, dat hij later zal erven." + +Zoo geschiedde het, dat Aristoteles de leermeester werd van den +jeugdigen Alexander en ongeveer drie jaar bij hem bleef, misschien +zelfs wel, totdat hij koning werd. Philippus gaf hem een vorstelijke +belooning, immers hij liet de geboorteplaats van den wijsgeer, de stad +Stagira, opbouwen, die hij vroeger had verwoest, en bracht de inwoners +terug, die òf gevlucht waren, òf als slaven verkocht. Aristoteles +hield er van, met zijn leerlingen te spreken, als zij samen op de +wandeling waren; daarom maakte Philippus als schoolvertrek een ruimen +en prachtigen tuin gereed, met steenen banken en koele, schaduwrijke +paden. Alexander hield niet alleen van wijsbegeerte, maar hij hield +er ook van, de oude tooneelspelen en geschiedenisboeken te lezen, en +placht ze van de verste afstanden te ontbieden. Het meest van alles +hield hij van de gedichten van Homerus. Zijn moeder had hem dikwijls +verteld, dat hij afstamde van Achilles, den held van de Ilias; en toen +hij nog een kleine jongen was, had hij er innig behagen in, dat één van +zijn leermeesters hem met den naam Achilles aansprak. Philippus zag, +dat zijn zoon kon worden vertrouwd, en daarom liet hij, toen hij naar +Byzantium ging, het rijk in handen van den zestienjarigen knaap. Bij +zijn terugkomst schepte hij er vermaak in, en was hij volstrekt niet +boos, toen hij hoorde, dat de Macedoniërs hem "den generaal" noemden, +maar van zijn zoon spraken als van "den koning". + +Dit was de jonge man, die nu de heerscher was over Macedonië en geheel +Griekenland. Demosthenes noemde hem een "knaap"; maar veel moeite zou +er zijn gespaard, indien al zijn onderdanen geweten hadden, wat een +buitengewone knaap hij was. Sommigen van hen, de woeste bergbewoners, +meenden, dat dit een voortreffelijke tijd was, om het koninklijke gezag +af te werpen; maar Alexander trok, zonder een oogenblik te vertoeven, +tegen hen op. Hij merkte, dat hij een moeilijken bergweg zou moeten +opklimmen, op welks top de opstandelingen stonden met zware wagens, +gereed om op hem neer te rollen. Het vereischte heel wat meer dan +een paar wagens, om dien scherpzinnigen jeugdigen aanvoerder tegen +te houden. Hij beval zijn troepen, zich te verdeelen en een open pad +midden tegenover de wagens vrij te laten. Waar de weg te smal was, +beval hij zijn manschappen, op den grond te gaan liggen, met hun +schilden over hun hoofden. De wagens begonnen eerst langzaam te rollen, +daarna hoe langer hoe sneller, raakten de schilden met een vreeselijk +gekletter en gekraak, maar gingen over hen heen als over een goed +geplaveiden straatweg, en tuimelden zoo, zonder schade te hebben +berokkend, in de diepte. Het duurde niet lang, of de opstandelingen +vonden het maar het verstandigst zich over te geven. + +Ook sommige Grieksche staten hadden gemeend, dat de dood van Philippus +hun een goede gelegenheid zou verschaffen op te staan, maar Alexander +trok met de grootste snelheid naar Thessalië op. Op zijn weg was +een berg, maar hij deed trappen hakken langs de afgronden, en trok +voorwaarts. De staten onderwierpen zich, en nu noemde Demosthenes +hem een "aankomend jongeling". Terwijl Alexander onder de +bergstammen was, daagde het gerucht op, dat hij dood was. Thebe en +de bevriende steden meenden, dat het nu een gunstige gelegenheid was, +van het Macedonische garnizoen te worden verlost. "Ik zal Demosthenes +voor de muren van Athene laten zien, dat ik een man ben," zoo sprak +Alexander, terwijl hij naar het zuiden optrok. Thebe wilde zich niet +overgeven, totdat de stad gedwongen werd zich te onderwerpen. Athene +had wapenen naar de Thebanen gezonden, maar durfde een aanvoerder +geen weerstand te bieden, die kon marcheeren met een snelheid van +meer dan dertig kilometers per dag door een woest en ruw land, en +over gekartelde bergkammen. "Wat moet de straf van Thebe zijn?" vroeg +Alexander het statencongres te Corinthe. Hetzij omdat zij bang voor +Alexander waren, hetzij omdat Thebe vele vijanden onder de Grieksche +staten had, besloten zij, dat Thebe zou worden verwoest. De muren +werden met den grond gelijk gemaakt, en alle huizen afgebroken, +behalve het huis van den vroegeren dichter Pindarus. Zelfs te midden +van den heftigsten strijd had Alexander nog de oude Grieksche poëzie +lief, en herinnerde hij zich de eer, die hij den dichter verschuldigd +was. De afstammelingen van Pindarus bleven eveneens ongedeerd, hoewel +dertigduizend Thebaansche burgers als slaven werden verkocht. De +Thebaansche landerijen werden verdeeld over de armere steden van +Boeotië. + +Er is een overlevering, dat de wijsgeer Diogenes toen in Corinthe +leefde, en dat Alexander zeer verlangde, hem te leeren kennen, wat +niet te verwonderen is, als slechts de helft der verhalen, omtrent +Diogenes verteld, waarheid bevatten. Een van die verhalen is, dat men +hem eens op klaarlichten dag zag loopen met een lantaarn in de hand +en blijkbaar naar iets zoekend. "Waar zoekt gij naar?" vroeg men hem, +en hij antwoordde: "Naar een rechtschapen man." Een ander verhaal +is, dat, toen Plato een weelderig gastmaal gaf, Diogenes zich den +toegang tot het eetvertrek vrijmaakte, en over de tapijten liep met +bloote en modderige voeten. "Zoo trap ik op den trots van Plato," +bromde hij. Waarop Plato antwoordde: "Maar met nog veel grooter +trots, o Diogenes." Toen de koning met zijn gevolg eens naderbij +kwam, lag Diogenes in de zon, en deed nauwelijks eenige moeite, om +maar één blik te werpen op den beheerscher van zijn vaderland. "Is +er iets, waarmede ik u van dienst kan zijn?" vroeg Alexander. De +onvriendelijke wijsgeer antwoordde: "Alleen dat gij voor mij de zon +niet onderschept." De hovelingen lachten, maar Alexander zeide, wat +werkelijk zijn innige overtuiging was: "Als ik Alexander niet was, +zou ik Diogenes willen zijn." + +Hij was echter Alexander, en was nog veel meer begeerig, veroveringen +te behalen, en hij was daar zelfs nog veel feller op dan zijn vader +geweest was. Twee jaren waren voorbijgegaan sedert den dood van +Philippus. Macedonië was rustig, Griekenland was onderworpen. Er +was geen reden, waarom hij niet de expeditie zou ondernemen, die +ten doel had, den inval van Xerxes te wreken, het koninkrijk Perzië +te veroveren, en geheel Azië in zijn macht te krijgen. Hij maakte +niet dezelfde fout, die Xerxes gemaakt had, om een zóó groot leger +bijeen te brengen, dat het moeilijk was, dit te voeden en voort te +bewegen; hij voerde niet meer dan tusschen de vijf en dertig duizend +en acht en dertig duizend man over den Hellespont, maar zij waren zóó +gedrild en geoefend, dat zij bijna onoverwinnelijk waren. Bij al zijn +voorbereidingen voor den inval had Alexander nooit vergeten, dat hij +een afstammeling was van Achilles, en hij ging eerst naar de plaats, +waar Troje gestaan had, om zijn voorvader eer te bewijzen. Hij bracht +een offer aan Athene en hing een krans aan een zuil van de graftombe +van Achilles. "Hij was een gelukkig man," zeide de koning, "dat hij +een trouwen vriend bij zijn leven had gevonden, en een dichter als +Homerus, om zijn lof te bezingen na zijn dood." + +Al had echter Alexander geen Homerus om zijn lof te verkondigen, +hij had ten minste den beroemdsten schilder uit de oude tijden, om +zijn portret te schilderen, en bovendien nam hij den schilder met +zich mede naar Azië. Het was Apelles, en men zegt, dat Alexander +met zijn werk zóózeer ingenomen was, dat hij door niemand anders +wilde geschilderd worden. Apelles trad even onafhankelijk op als de +koning zelf, en als wij geloof mogen hechten aan de oude verhalen, +was hij veel minder hoffelijk dan zijn vorst. Men vertelt, dat toen +een ander schilder pochte op de snelheid, waarmede hij werkte, Apelles +antwoordde: "Het is alleen maar te verwonderen, dat gij in denzelfden +tijd niet nog meer van zulk prulwerk afmaakt." Een ander verhaal is, +dat hij een schoenmaker zeer hartelijk dankte, omdat deze hem een fout +aanwees in een schoenriem op één van zijn schilderijen. De man was er +zóó trotsch op, dat zijn raad door den grooten Apelles was opgevolgd, +dat hij voortging, met nog andere aanmerkingen te maken. Daarop zeide +Apelles met groote minachting: "Schoenmaker, blijf bij je leest." Dit +is de oorsprong van het bekende spreekwoord. + +Natuurlijk had Darius III, de Koning der Perzen, gehoord, wat Alexander +voornemens was te doen; hij had daarom een groot leger naar Klein-Azië +gebracht. De meest geschikte plaats om den vermetelen jongen man +te ontmoeten, was aan den Hellespont, die den toegang leverde naar +Azië. Toen dan ook Alexander aan de kleine rivier den Granicus kwam, +zag hij, dat de overzijde bezet was met Perzische soldaten. De rivier +was blijkbaar diep en stroomde snel, terwijl de oevers even glibberig +als steil waren. De Macedonische krijgsoversten maakten bezwaar, +zonder voorbereiding, reeds nu de rivier over te steken; zij zeiden, +dat het te laat op den dag was, en bovendien, dat het de ongunstige +maand was, zoodat zij ongetwijfeld ongelukkig zouden zijn. Maar +Alexander sprong in de rivier, en op zijn bevel volgde de ruiterij de +groote witte pluimen op zijn helm. Zij klommen tegen den glibberigen +oever op, recht in het gezicht der Perzische pijlen. Intusschen trok de +phalanx de rivier over, en daarna volgde het voetvolk. Alexander won +den slag. Van den buit, bij zijn eerste overwinning in Azië behaald, +gaf hij veel geschenken weg. Maar het allereerst beval hij, dat een +koperen standbeeld gemaakt zou worden ter eere van iedereen, die in +den slag was gesneuveld. Hij gaf rijke geschenken aan de Grieken, +en aan de Atheners, die zijn bijzondere gunstelingen schenen te zijn, +zond hij nog een afzonderlijk geschenk van driehonderd schilden. Aan +zijn moeder, die in Macedonië was achtergebleven, zond hij de purperen +gewaden en kleeden, en de gouden en zilveren schotels, die in grooten +getale in de tenten der Perzen werden gevonden. + +Alexander marcheerde in zuidelijke richting, volgde een kort eind +weegs de kustlijn, en marcheerde toen in noordelijke richting naar +Phrygië, terwijl hij op zijn tocht steden veroverde. Er was niet +veel echt oorlogvoeren noodig, want de meeste steden in de nabijheid +van de kust gaven zich onmiddellijk over, zoodra zij bericht kregen, +dat hij naderde. In één der tempels van Gordium in Phrygië vond hij +een beroemden knoop, gemaakt van touwen, gesneden uit de schors van +een boom. Er was een profetie, dat de heerschappij over de wereld den +man zou te beurt vallen, die dien knoop kon losmaken. Reeds menigeen +had zijn geluk beproefd, maar hij was zóó kunstig inééngestrengeld en +vastgeknoopt, dat het nog nooit iemand was gelukt. Alexander beproefde +het eveneens een korten tijd, trok toen zijn zwaard en hakte den knoop +door. Zoo komt het, dat men, als iemand een kort, stoutmoedig middel +heeft gevonden, om een moeilijkheid uit den weg te ruimen, zegt: +"hij heeft den Gordiaanschen knoop doorgehakt." + +Alexander trok weer met zijn manschappen naar zee, marcheerend door +Klein-Azië. Bij Issus ontmoette hij de legerdrommen der Perzen, +die nog altijd van meening waren, dat een leger zeker was van de +overwinning, als het slechts groot genoeg was. Maar zij zouden het bij +Issus wel anders ondervinden. Darius had zeer onverstandig Alexander +in de gelegenheid gesteld, hem in een nauwe vlakte te ontmoeten, +waar geen voldoende ruimte was voor zijn leger. De Perzen sloegen op +de vlucht, met hun koning vooraan. Darius wierp zijn schild, zijn +boog en purperen mantel weg, en sprong zelfs van den koninklijken +wagen en besteeg een paard, om sneller te ontkomen. Niemand behalve +de Koning had het recht bevelen te geven, en het geheele Perzische +leger tuimelde over elkander in hun woest opdringen om te ontsnappen. + +Nadat de slag was geleverd, werd een prachtig gouden kistje naar +Alexander gebracht, afkomstig van den buit, op Darius gemaakt. "Wat +is het meest waardig, er in te leggen?" vroeg hij zijn vrienden. De +één stelde dit voor, de ander dat, maar de koning schudde het +hoofd. Eindelijk zeide hij: "Het is de Ilias, die het meest een +dergelijk kistje waard is." De moeder en het gezin van Darius waren +gevangen genomen door de Macedoniërs. Alexander zond hun een boodschap, +dat zij van hem niets hadden te vreezen, en behandelde hen met de +grootst mogelijke beleefdheid en de meeste oplettendheid. Darius +wenschte ze los te koopen en bood zijn bondgenootschap aan; maar +Alexander verzocht den Perzischen monarch hem "niet als een gelijke, +maar als heerscher over Azië" te betitelen; in dit geval zou hem +alles verleend worden, wat hij verkoos te vragen. + +Het scheen voor den jeugdigen veroveraar geen verschil te maken, +waar een stad gelegen was of hoe zij werd verdedigd. Tyrus lag op +een eiland, maar hij verbond het eiland spoedig met het vasteland, +door een dijk te leggen met groote aardhoopen, ten einde van daar uit +met zijn machines de stad aan te vallen. Nadat Tyrus gevallen was, +gaven bijna alle steden ten oosten van de Middellandsche Zee zich +over, alleen om Gaza had hij strijd te leveren. Van die stad uit, +zond hij een vroegeren leermeester groote hoeveelheden wierook en +myrrhe. Men verhaalt, dat zijn leermeester hem, toen hij nog een +knaap was, gezegd had, niet zooveel wierook te verbranden, voordat hij +het land had veroverd, waar de specerijen groeiden. Nu schreef hij: +"Ik heb u ruim wierook en myrrhe gezonden, opdat gij niet langer een +vrek tegenover de goden zult zijn." + +Tot nu toe had Alexander slechts met zijn inval een begin gemaakt. Hij +had zich voorgenomen, ver in oostelijke richting op te trekken; +maar hij wilde zich eerst er van vergewissen, dat hij geen vijanden +meer achter zich liet. Daarom was hij door Klein-Azië heen en weer +getrokken, totdat hij er zeker van was, dat er in dat gedeelte van +het land geen verzet meer zou zijn. Voordat hij voor goed een tocht +naar het oosten aanvaardde, wilde hij zich verzekeren van Egypte, +en trok hij daarheen. Egypte verheugde zich in de hoop, van Perzië +te worden bevrijd. De Egyptenaren wierpen hun poorten wijd open en +kwamen hem in grooten getale welkom heeten. Dicht bij de monding van +den Nijl koos hij een terrein, om er een stad te stichten, Alexandrië, +waarheen goederen uit het oosten en het westen zouden kunnen worden +gebracht. Hij beval zijn manschappen, een streep te trekken op +den zwarten grond, ten einde het plan voor de nieuwe stad aan te +duiden. Zij hadden geen krijt, en daarom wezen zij het terrein aan met +meel. Plotseling kwam op de juist uitgeteekende stad een zwerm vogels +neerdalen, die het meel oppikten. Alexander was verontrust, daar hij +vreesde, dat dit ongeluk zou beteekenen; maar de waarzeggers zeiden: +"Neen, dit is een teeken, dat de stad gezegend zal zijn met een zóó +grooten overvloed, dat zij een voorraadschuur zal zijn voor allen, +die daarheen zullen komen"; toen was de koning gerustgesteld. + +Ondertusschen had Darius menschen verzameld uit het noorden, zuiden, +oosten en westen, om zich tegen den inval te verzetten. De besten +onder hen waren een aantal Grieken, die hij gehuurd had. Hij had +eveneens vijftien olifanten en twee honderd seiswagens, wagens, die er +vreeselijk angstwekkend uitzagen met degenklingen, die uitstaken uit +het juk en de naven der wielen. De twee legers stootten te Arbela op +elkander. Den avond vóór den slag stelde één der veldheeren Alexander +voor, de Perzen gedurende den nacht aan te vallen. "Perzische legers +zijn des nachts bijna hulpeloos," zeide hij. Maar Alexander was +daartoe te trotsch. "Ik wil niet op slinksche wijze een overwinning +behalen," antwoordde hij. "Ik kan Darius in het volle daglicht +verslaan, en ik zal dat doen." En hij deed het ook. Weder leidde +Darius den terugtocht. Het aantal vluchtelingen was zóó groot, en +wierp zóóveel stof op, dat hij in de verwarring ontsnapte. Voor dien +slag had Darius het grootst mogelijke aantal troepen bijeengebracht, +ze zoo goed als hij kon gedrild, en toch was hij verslagen. Hij kon +niets meer doen dan hij gedaan had, om de Grieken te verdrijven. Hoewel +er nog een aantal groote marschen moesten worden gedaan, en bovendien +niet weinig gevechten door Alexander moesten worden geleverd, kan men +dus toch wel verklaren, dat zijn overwinning bij Arbela besliste over +het lot van Perzië. + +De hoofdsteden van het Perzische rijk waren Babylon en Susa. Alexander +verwachtte een krachtigen tegenstand in die plaatsen, daar zij de +schatkamers van het rijk waren. In plaats daarvan kwamen de troepen +hem te gemoet, terwijl zij de sleutels der poorten droegen. De burgers +strooiden bloemen op zijn weg en kwamen in grooten getale op, om hem +geschenken aan te bieden. Toen hij de steden binnenkwam, werden zijn +stoutste droomen nog verre overtroffen; immers alleen in Susa was er +een schat van meer dan 120 millioen gulden, en in Persepolis, de stad, +die hij toen veroverde, was er meer dan driemaal zooveel. + +Voordat hij in Persepolis kwam, zag hij een vreeselijk schouwspel: +honderden Grieksche gevangenen, van wie sommigen een been, anderen +een arm of een oog hadden verloren, en anderen, die zóó zwaar hadden +geleden, dat zij volkomen hulpbehoevend waren. Dit was het werk der +Perzen. Een aantal van die gevangenen waren jaren lang in Perzië +gevangen gehouden. Tranen kwamen Alexander in de oogen, en hij drong +er op aan, dat zij naar Griekenland zouden terugkeeren. "Ik zal u +naar huis zenden," zoo sprak hij, "en ik zal er voor zorgen, dat +gij, zoolang gij leeft, goed verzorgd wordt." Maar zij zeiden hem, +dat zij in een zoodanigen toestand niet naar hun vrienden konden +terugkeeren. Daarop gaf hij hun land en slaven en veel vee. En toch +had die sympathieke monarch na het beleg van Tyrus tweeduizend man +doen ophangen; en na de overgave van Gaza had hij de voeten van den +dapperen verdediger der stad met koperen ringen doorboord, hem aan +een wagen vastgebonden, en nog levend in het gezicht van het leger +voortgesleept. Op die wijze, zeide hij, had Achilles het lijk van +zijn vijand Hector behandeld. Het was te betreuren, dat hij uit +de Ilias geen betere lessen had geleerd. Na den val van Persepolis +gaf hij de stad ter plundering aan zijn soldaten over. Hij doodde +de mannen en verkocht de vrouwen als slavinnen. De verwoesting van +Athene was gewroken. + +Het eerste doel van Alexander was nu, Darius gevangen te nemen. De +Perzische koning was op de vlucht, maar was in werkelijkheid een +gevangene in de handen van zijn eigen veldheer, Bessus. Sommigen +onder de Perzen dachten er over, Bessus tot koning uit te roepen; +maar indien hij Darius niet gevangen kon houden, zouden anderen er +toe aangemoedigd worden, hem op den troon te herstellen. Zij waren +vooral beangst, dat Darius levend in de handen van Alexander zou +vallen. Toen zij derhalve hoorden, dat Alexander in hun nabijheid +was, en dat zij niet konden ontsnappen en Darius medenemen, wierpen +de verraderlijke Bessus en zijn vrienden hun werpspiesen op hem en +lieten hem voor dood liggen. Men zegt, dat een Macedonisch soldaat +hem nog juist levend vond, en dat hij zijn dankbaarheid uitdrukte +jegens Alexander, omdat deze zijn vrouw en zijn gezin zoo vriendelijk +had bejegend. "Zeg hem, dat ik hem mijn hand heb gegeven," zeide +hij. Alexander wierp zijn eigen mantel over het lijk van den koning, +en eerde hem door een koninklijke begrafenis. + +Alexander was meester in het Perzische rijk, maar het scheen, dat hij +was aangetast door een onbluschbaren hartstocht naar verovering. Hij +ging met zijn onoverwinnelijk leger voorwaarts,--in noordelijke +richting naar de Caspische Zee, in zuidelijke richting naar de +Arabische zee, daarna weer noordelijk, zich kronkelend en draaiend uit +het land verre ten noorden van het Hindu-Kush gebergte naar Indië en de +monding van den Indus. Hij maakte plannen, om voort te trekken naar het +uiterste oosten; om een expeditie tegen Arabië over zee te ondernemen; +om westwaarts te gaan en Italië, Spanje en Noord-Afrika te veroveren; +in één woord, om de geheele wereld te vereenigen tot één rijk, onder +zijn bestuur, Hij keerde naar Babylon terug, om nieuwe troepen en +schepen te ontmoeten. Alle voorbereidselen waren gemaakt,....toen +hij plotseling ziek werd en stierf. + +Alexander was twee en dertig jaar oud geworden. Hij had twaalf jaar +geregeerd. In dien tijd had hij Macedonië en Griekenland den vrede +geschonken; hij had steden verwoest en gesticht, achttien van deze had +hij naar zich zelf, één naar Bucephalus genoemd, hij had zóó groote +marschen gedaan en zóó groote overwinningen behaald, als geen veldheer +ooit had durven droomen; hij had de vijandschap tusschen Perzië en +Griekenland tot een einde gebracht en hij had een rijk gewonnen. + +Maar wat zou van dat rijk moeten komen? Toen Alexander op zijn sterfbed +lag, werd hem gevraagd, aan wien hij de macht naliet. "Aan den meest +waardigen," antwoordde hij, en hij gaf zijn ring aan één van zijn +veldheeren, Perdiccas, genaamd. Maar niemand behalve Alexander was in +staat het ontzaglijke rijk samen te houden. Na lange jaren van strijd +en van samenzweren, van verwarring, oproer en gewelddadigheid, viel het +rijk uiteen in drie gedeelten: Azië, Egypte en Macedonië. Azië werd +bestuurd door afstammelingen van één der veldheeren van Alexander, +maar het ééne gedeelte voor, het andere na werd een afzonderlijk +koninkrijk, totdat weinig meer dan Syrië en de landen onmiddellijk ten +oosten daarvan gelegen, vereenigd bleven. Een nieuwe macht verrees +in het westen, de Romeinsche macht, en de bezittingen van Alexander +in Azië vielen in de handen van Rome. + +Egypte werd bestuurd door een ander van Alexanders veldheeren, +Ptolemaeus genaamd. Hij maakte van zijn rijk een zeemogendheid. Hij +stichtte de beroemde Alexandrijnsche bibliotheek; hij noodigde een +groot aantal geleerden, kunstenaars en dichters uit, zich in Egypte +te vestigen. De dynastie der Ptolemeën regeerde drie eeuwen lang in +Egypte, maar ten slotte viel ook Egypte in de handen der Romeinen. + +Macedonië werd ondersteld over Griekenland te regeeren, maar +Griekenland was volstrekt geen rustige onderdaan. Zoodra de Grieken +hoorden van den dood van Alexander, volgden zij de leiding van +Demosthenes en trachtten zich tegen de Macedonische overheersching te +verzetten. Zij waren daarbij niet gelukkig, en Demosthenes vluchtte +naar een tempel van Poseidon op een klein eiland op de kust van +Argolis. Hij werd zelfs tot in den tempel vervolgd. "Gun mij nog +slechts enkele minuten, om een brief te schrijven." De officier stond +zijn verzoek toe. Hij begon te schrijven, daarna beet hij op de punt +van zijn riet, alsof hij nadacht. Hij wierp een plooi van zijn mantel +over zijn hoofd, en sprak geen woord of bewoog zich niet. De soldaten +trokken den mantel weg en zagen, dat de groote redenaar stervende +was. Zijn riet was met vergif gevuld, en hij had dit ingenomen, +daar hij liever wilde sterven dan in handen van zijn vijanden vallen. + +Na eenigen tijd vormden de Grieken twee bonden, maar zij bleven niet +eensgezind, en hadden dus geen macht, de Romeinen te weerstaan. Zoowel +Macedonië als Griekenland werden deelen van het Romeinsche Rijk. Zoo +waren vóór de geboorte van Christus de uitgebreide bezittingen van +Alexander wingewesten van Rome geworden. + +Zoo eindigt de geschiedenis van het oude Griekenland, de geschiedenis +van een volk, dat, wat ook zijn fouten en ondeugden geweest zijn, +schoonheid, wetenschap en vrijheid had lief gehad. Niets heeft ooit +de kunst, de literatuur of de taal van Griekenland overtroffen. Hij, +die volmaaktheid in de kunst wil ontdekken, moet zijn met leven +bezielde standbeelden, zijn onovertroffen gebouwen aanschouwen. Hij, +die in de letterkunde wil zoeken naar wat eenvoudig, grootsch, +waar, edel en welsprekend is, moet de geschriften van zijn dichters, +redenaars, geschiedschrijvers en wijsgeeren lezen. Hij, die wil zoeken +naar een taal, waarin iedere zweem van gedachte en gevoel de meest +passende en geschikte uiting vindt, moet zijn keus doen vallen op de +Grieksche taal. En zoo komt het, dat Griekenland niettegenstaande zijn +standbeelden bijna alle zijn vernield, zijn tempels tot puinhoopen zijn +vervallen, het grootste gedeelte van zijn letterkunde is verdwenen, of +slechts bij brokstukken bekend is, en zijn taal, in een modernen vorm, +slechts wordt gesproken door een kleine natie--nog altijd de veroveraar +van zijn veroveraars is--nog steeds "het onsterfelijke Griekenland." + + + + + + +BELANGRIJKE JAARTALLEN IN DE GRIEKSCHE GESCHIEDENIS. + +VÓÓR CHRISTUS. + + +776 Begin der Eerste Olympiade. +621 Draco hervormt de Atheensche wetten. +594 Solon hervormt de Atheensche wetten. +509 Clisthenes hervormt de Atheensche wetten. +500-494 De opstand der Joniërs. +490 De slag bij Marathon, waardoor Darius gedwongen + wordt naar Azië terug te keeren. +480 De slagen bij Thermopylae en Salamis, waardoor + Xerxes gedwongen wordt naar Azië terug te keeren. +479 De slag bij Plataea bevrijdt Griekenland van de Perzen. + De slag bij Mycale bevrijdt den Hellespont en + de Aegeïsche eilanden. +477 De Bond van Delos wordt gesticht. +469 Slag bij den Eurymedon. Einde van den Perzischen + oorlog. +445 De Vrede van Pericles geeft Griekenland rust. +445-431 De Eeuw van Pericles. +421 De Vrede van Nicias maakt een einde aan den Peloponnesischen + Oorlog. +415-413 De expeditie naar Sicilië en het beleg van Syracuse. + De burgers, onder aanvoering van den Spartaan + Gylippus, verslaan de Romeinen volkomen te land en + ter zee. +405 Slag bij Aegos-Potamos. +404 Val van Athene. +401-400 Terugtocht der Tienduizend Grieken door Klein-Azië, + onder aanvoering van Xenophon. +399 Dood van Socrates. +394 Zeeslag bij Cnidus. +387 Vrede van Antalcidas, waardoor een einde kwam aan + den Corinthischen Oorlog. +371 Slag bij Leuctra. Begin van den ondergang van Sparta. +362 Dood van Epaminondas bij Mantinea. Einde van de + hegemonie van Thebe. +338 Slag bij Chaeronea. Geheel Griekenland in de macht + van Philippus van Macedonië. +334 Alexander trekt den Hellespont over, om een inval te + doen in Perzië, Egypte en Indië. +323 Dood van Alexander. Verdeeling van zijn rijk. +168 Macedonië wordt een Romeinsch wingewest. +146 Geheel Griekenland wordt veroverd en tot een Romeinsche + provincie gemaakt. + 63 Syrië wordt een Romeinsche provincie. + 30 Egypte wordt een Romeinsche provincie. + + + + + + +AANTEEKENING + + +[1] Niet de beroemde redenaar Demosthenes. + + + + + + +REGISTER DER EIGENNAMEN. + + +A + +Academie, 206. + +Achaeërs, 5, 25, 40, 41. + +Achaeus, 5. + +Achilles, 22, 238, 242, 249. + +Acropolis, 61, 67, 68, 69, 114, 130, 141, 145, 147, 153, 163, +165, 201. + +Aeëtes, 15, 17. + +Aegeïsche Zee, 25, 39, 84, 91, 96, 136, 142, 143, 178, 192, 207. + +Aegeus, 7. + +Aegina, 104. + +Aegos-Potamos, 199, 221, 222. + +Aeneas, 19. + +Aeneïs, 22. + +Aeoliërs, 5, 25. + +Aeolus, 5. + +Aeschines, 232, 233. + +Aeschylus, 149, 150. + +Aesculapius, 205. + +Afrika, 84, 93, 95, 182, 219. + +Agamemnon, 18. + +Agesilaus, koning, 212, 214, 221. + +Alcaeus, 85. + +Alcibiades, 180, 181, 184, 185, 186, 191, 192, 193, 194, 195, 196, +198, 199, 203, 206. + +Alcmaeoniden, 62, 65, 67, 68, 71, 72, 75. + +Alexander, koning, 233, 235, 237, 238, 239, 240, 241, 242, 243, 244, +245, 246, 247, 248, 249, 250, 251, 253. + +Alexandrië, 246. + +Amphictyonen, 36, 37. + +Amphipolis, 176, 225, 226. + +Antalcidas, 213. + +Antiphon, 205, 206. + +Apelles, 242, 243. + +Aphrodite, 18, 19, 230. + +Apollo, 1, 2, 3, 10, 19, 35, 36, 43, 49, 51, 72, 84, 116, 120, 127, +129, 146, 184, 206, 230, 231, 232. + +Arabië, 250. + +Arabische Zee, 250. + +Arbela, 247, 248. + +Arcadië, 52, 53, 214, 219, 221. + +Arcadiërs, 52, 53, 219. + +Areopagus, 58, 65. + +Ares, 19, 58. + +Argo, 15, 56. + +Argolis, 141, 178, 252. + +Argolische Bond, 178. + +Argonauten, 15. + +Argos, 53, 54, 113, 140, 213, 223. + +Argus, 15. + +Ariadne, 7, 8. + +Arisch ras, 25. + +Aristides, 103, 104, 123, 133, 136, 137, 140. + +Aristophanes, 150, 151. + +Aristoteles, 237, 238. + +Artaxerxes, 207. + +Artemisium, 116, 119. + +Assyriërs, 109. + +Athene, godin, 10, 19, 20, 21, 51, 61, 70, 146, 147, 201. + +Athene, stad, 6, 7, 8, 12, 56, 57, 58, 62, 65, 67, 68, 69, 70, 71, +72, 74, 75, 76, 91, 96, 97, 98, 99, 100, 104, 105, 112, 113, 114, 119, +120, 121, 122, 124, 128, 129, 130, 131, 132, 134, 135, 136, 137, 138, +139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 153, 154, 160, 161, 162, 163, 164, +165, 166, 168, 169, 170, 173, 174, 178, 180, 181, 183, 185, 186, 187, +190, 191, 192, 193, 194, 195, 196, 198, 200, 202, 203, 204, 206, 213, +215, 216, 220, 223, 226, 227, 232, 233, 237, 240, 249. + +Atheners, 8, 24, 45, 48, 51, 56, 58, 62, 63, 65, 67, 68, 71, 76, 92, +96, 97, 98, 99, 100, 101, 103, 104, 105, 112, 113, 114, 119, 123, +124, 129, 130, 132, 140, 142, 144, 145, 151, 152, 153, 154, 155, +160, 161, 162, 163, 164, 165, 166, 171, 172, 173, 174, 175, 176, 178, +179, 180, 181, 183, 184, 186, 187, 188, 189, 191, 193, 195, 196, 197, +198, 199, 200, 203, 213, 215, 216, 219, 221, 223, 227, 232, 244, 229, +230,[**229, 230, 232, 244.?] + +Athos, Berg, 97, 98, 105. + +Atlas, 11. + +Attica, 40, 55, 56, 57, 63, 73, 74, 75, 76, 96, 97, 98, 99, 120, 123, +127, 130, 142, 163, 174, 175, 192, 203, 233. + +Aurora, 3. + +Azië, 92, 134, 207, 213, 224, 234, 242, 243, 245, 251. + + + +B + +Babylon, 248, 250. + +Babylonië, 207. + +Bessus, 250. + +Boeotië, 49, 55, 121, 126, 174, 232, 233, 240. + +Boeotiërs, 192, 200. + +Bondgenooten-Oorlog, 227. + +Bosporus, 93, 196, 199. + +Brasidas, 174, 175, 176. + +Bucephalus, 236, 251. + +Byzantium, 132, 133, 160, 196, 232, 238. + + + +C + +Cadmus, 16. + +Cambyses, 93. + +Carthago, 95, 186. + +Caryatide, 147. + +Caspische Zee, 250. + +Centraal-Azië, 25. + +Ceos, 118. + +Cerberus, 10. + +Chaeronea, 233, 236. + +Chalcedon, 196. + +Chalcidice, 175, 225. + +Chalcidiërs, 76. + +Chalcis, 75. + +Chalybiërs, 109. + +Charybdis, 22. + +Chios, 22, 192. + +Cimon, 137, 138, 139, 140. + +Circe, 22. + +Cleomenes, koning, 72, 75. + +Cleon, 164, 172, 173, 175, 176. + +Clisthenes, 72, 73, 74, 99. + +Cnidus, 213, 230. + +Codrus, koning, 57, 58. + +Colchiërs, 109. + +Colchis, 13. + +Constantinopel, 132. + +Corcyra, 161, 162, 174, 184. + +Corcyreërs, 162. + +Corinthe, 36, 45, 58, 112, 115, 121, 140, 161, 162, 182, 186, 200, +213, 233, 240. + +Corinthiërs, 122, 161, 162, 192. + +Creta, 7, 9, 24, 41. + +Critias, 206. + +Crito, 205. + +Croesus, koning, 36, 92. + +Cycladen, 118. + +Cycloop, 4, 22. + +Cylon, 61. + +Cyrus, koning, 92, 93, 199, 207, 209, 210, 212. + +Cythera, 174. + + + +D + +Daedalus, 8. + +Damon, 89. + +Darius I, 93, 94, 95, 96, 97, 105. + +Darius II, 192. + +Darius III, 243, 244, 245, 246, 247, 249, 250. + +Decelea, 186, 187, 191, 197. + +Delium, 174. + +Delos, 126, 136, 137, 138, 142, 154, 160, 193, 215, 226, 227. + +Delphi, 35, 36, 43, 49, 50, 57, 72, 84, 92, 113, 120, 127, 128, 129, +231, 232. + +Delphische amphictyonen, 36, 37, 231. + +Demaratus, 110, 111. + +Demeter, 146. + +Demosthenes, 170, 188, 190, 227, 228, 229, 230, 232, 233, 238, 239, +240, 251, 252. + +Dertig Tyrannen, 203, 206. + +Deucalion, 5. + +Diogenes, 240, 241. + +Diomedes, 20. + +Dionysius, 89, 90. + +Dionysus, 148, 149, 197, 202, 230, 232. + +Dodona, 34, 35. + +Donau, 93, 99. + +Doriërs, 5, 24, 25, 40, 41, 57, 58, 179, 183. + +Dorische bouwkunde, 146. + +Doriscus, 109. + +Dorus, 5. + +Draco, 59, 60, 73, 74. + + + +E + +Ecclesia, 60, 65, 73, 74. + +Egesta, 183, 185. + +Egypte, 88, 89, 93, 246, 251. + +Eleusinische Mysteriën, 185, 197. + +Eleusis, 197, 198. + +Elis, 12, 53, 77. + +Elyseesche Velden, 32. + +Epaminondas, 215, 216, 219, 220, 221, 222, 223. + +Ephialtes, 116. + +Epirus, 34. + +Erechtheum, 146, 147. + +Eretriërs, 96, 98. + +Eridanus, 4. + +Ethiopië, 109. + +Euboea, 96, 97, 98, 119, 183, 191, 195. + +Eupatriden, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 73. + +Euripides, 151, 228. + +Euripus, 119, 150. + +Europa, 9, 114. + +Europa, werelddeel, 105. + +Eurymedon, 137. + +Eurystheus, 10, 11, 12. + + + +F + +Frankrijk, 84. + + + +G + +Gallië, 160. + +Gaza, 245, 249. + +Gelo, 113. + +Georgia, 155. + +Gordiaansche Knoop, 244. + +Gordium, 244. + +Gouden Vacht, 13, 14, 15, 17, 27, 182. + +Granicus, 243. + +Gylippus, 187, 188. + + + +H + +Hades, 33. + +Hector, 22, 249. + +Helena, 18. + +Hellen, 5. + +Hellenen, 5. + +Hellespont, 106, 108, 112, 124, 134, 152, 195, 242. + +Heloten, 41, 42, 48, 134, 139, 172, 175, 176, 219. + +Hephaestos, 10. + +Hera, 4, 19. + +Heracles, 10, 11, 12, 35, 56. + +Heracliden, 12, 24, 41. + +Hermen, 184. + +Hermes, 10, 202, 230, 232. + +Herodotus, 152, 153. + +Hesiodus, 50, 70, 159. + +Hesperiden, 11. + +Hindu-Kush, gebergte, 250. + +Hipparchus, 71. + +Hippias, 71, 72, 76, 96, 98. + +Histiaeus, 95. + +Homerus, 22, 29, 32, 34, 38, 70, 107, 238, 242. + +Hyllus, 12. + + + +I + +Ilias, 22, 159, 238, 245, 249. + +Ilyssus, 100, 141. + +Ilium, 21. + +Indië, 93. + +Indus, 250. + +Ion, 5. + +Issus, 244. + +Isthmus, 117, 122. + +Italië, 83, 122, 160, 162, 170, 182, 219, 250. + +Ithaca, 155. + +Ithome, 51, 139, 220. + + + + +J + +Jason, 13, 14, 15, 16, 17, 27. + +Jonië, 91, 92, 95, 96, 126. + +Joniërs, 5, 25, 40, 41, 73, 119, 120, 126. + +Jonische bouwkunde, 146. + +Jonische stammen, 55, 73. + +Jonische steden, 209. + +Jupiter, 209. + + + +K + +Klein-Azië, 25, 39, 41, 132, 192, 195, 207, 213, 243, 244, 246. + + + +L + +Lacedaemonius, 140. + +Laconië, 41, 42, 50, 52, 174. + +Lamachus, 185. + +Lange Muren, 200. + +Leonidas, koning, 115, 116, 117, 118. + +Lesbos, 85, 164. + +Leuctra, 216, 218. + +Lotos-eters, 22. + +Lycurgus, 42, 43, 44, 45, 48, 49, 65. + +Lydië, 36, 91, 92, 112. + +Lydiërs, 91, 92. + +Lysander, 199, 200. + + + +M + +Macedonië, 25, 95, 175, 176, 182, 192, 220, 221, 223, 224, 225, 226, +227, 229, 233, 235, 238, 242, 244, 250, 251, 252. + +Macedoniërs, 223, 233, 235, 237, 238, 245. + +Maliër, 116. + +Mantinea, 178, 214, 218, 221. + +Mantineërs, 218. + +Marathon, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 147, 150, 211. + +Mardonius, 97, 105, 124, 126. + +Marmora, 133. + +Mars, Heuvel van, 58. + +Medea, 16, 17. + +Meden, 109. + +Medië, 92. + +Megacles, 61, 62. + +Megalopolis, 219. + +Megara, 62, 140. + +Meliërs, 179. + +Melos, 178, 179. + +Menelaus, 18. + +Messene, 220. + +Messenië, 42, 50, 139, 170, 174, 219. + +Messeniërs, 50, 51, 52, 139, 140, 170, 220. + +Midas, koning, 91. + +Middellandsche Zee, 83, 190, 245. + +Milete, 92, 95. + +Miltiades, 95, 99, 100, 137. + +Minos, 7, 8, 9. + +Minotaurus, 7, 8, 9, 17, 56. + +Muzen, 1. + +Mycale, 126, 132. + +Mycene, 10, 11. + +Myron, 147, 148. + +Mytilene, 164, 166. + +Mytileners, 165. + + + +N + +Naupactus, 140, 219. + +Nausicaä, 29. + +Nemeïsch bosch, 11. + +Nicias, 173, 177, 178, 179, 180, 182, 185, 188, 190. + +Nijl, 84, 246. + + + +O + +Odeon, 149. + +Odyssee, 22, 159. + +Odysseus, 18, 20, 22, 28. + +Oedipus, 9. + +Olympia, 38, 53, 77, 78, 80, 82, 148, 232. + +Olympiade, 82. + +Olympische Spelen, 53, 67, 77, 81, 116, 135, 152, 159, 181, 206. + +Olympus, Berg, 1, 19. + +Olynthus, 226. + +Onsterfelijken, Tienduizend, 108. + +Ormuzd, 108, 109. + + + +P + +Pactolus, 91. + +Pamphylië, 137. + +Paris, 18, 19. + +Parisch, 72. + +Parnassus, 35, 120. + +Parthenon, 71, 145, 146, 147, 201. + +Pausanias, 133, 134, 136. + +Pelias, 13, 14, 15, 16. + +Pelopidas, 214, 215, 220, 221, 222, 223. + +Peloponnesus, 24, 25, 41, 50, 52, 53, 55, 58, 116, 121, 122, 123, +124, 127, 139, 140, 143, 162, 163, 175, 178, 186, 219. + +Pelops, 118. + +Perdiccas, 251. + +Pericles, 140, 142, 143, 144, 145, 146, 149, 152, 153, 154, 155, 157, +159, 160, 161, 162, 164, 172, 179. + +Perioeki, 41. + +Persepolis, 248, 249. + +Perzen, 92, 94, 96, 97, 98, 99, 100, 103, 105, 107, 108, 109, 111, +113, 115, 117, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 126, 127, 132, 133, 134, +136, 137, 138, 154, 155, 193, 194, 195, 213, 234, 236, 243, 244, 245, +247, 248, 250. + +Perzië, 36, 94, 124, 139, 160, 199, 207, 210, 212, 213, 221, 234, +236, 242, 246, 248, 251. + +Phaëton, 2, 3, 4, 23. + +Phalerum, 132, 142. + +Pharnabazus, 195. + +Pheidon, 53. + +Phidias, 148. + +Philippicae, 229. + +Philippus II, 25, 223, 224, 225, 226, 227, 229, 230, 231, 232, 233, +234, 235, 236, 237, 238, 239, 241. + +Phocensers, 230, 231, 232. + +Phocis, 35, 232. + +Phoenicië, 93. + +Phrygië, 244. + +Pindarus, 129, 159, 240. + +Piraeus, 105, 132, 142, 184, 196, 198, 200, 220, 228. + +Pisatiërs, 53. + +Pisatis, 53. + +Pisidië, 207. + +Pisistratus, 67, 68, 69, 70, 71. + +Plataea, 99, 113, 126, 127, 128, 133, 150, 166, 169. + +Plataeërs, 101, 166, 168, 169. + +Plato, 204, 206, 212, 237, 240, 241. + +Polycrates, 88, 89. + +Pontonous, 30. + +Pontus Euxinus, 83, 211. + +Poseidon, 10, 70, 146, 147, 252. + +Praxiteles, 230. + +Priamus, koning, 20. + +Propontis, 133. + +Ptolemaeus, 251. + +Pylos, 170, 171, 172, 174, 175, 188, 189. + +Pyrrha, 5. + +Pythagoras, 85, 86, 87. + +Pythias, 89, 90. + + + +R + +Rhegium, 185. + +Rhone, rivier, 84. + +Rome, 251, 253. + +Romeinen, 251, 252. + +Rusland, Zuid, 93. + + + +S + +Saciërs, 109. + +Salamis, 62, 63, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 127, 135, 150. + +Samos, 85, 88, 126, 160, 193, 194, 195, 207. + +Sappho, 85. + +Sarangiërs, 109. + +Sardes, 96, 112. + +Sardinië, 83. + +Scylla, 22. + +Scythen, 93, 94, 95. + +Selinus, 185. + +Sestos, 199. + +Sicilië, 83, 95, 113, 170, 178, 179, 182, 183, 185, 186, 187, 191, +197, 219. + +Simonides, 118, 159. + +Sinon, 20, 21. + +Socrates, 36, 180, 181, 204, 205, 206, 207, 212. + +Solon, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 74. + +Sophocles, 150, 151, 228. + +Spanje, 160, 250. + +Sparta, 18, 41, 42, 43, 45, 48, 49, 53, 54, 55, 75, 88, 96, 97, 110, +112, 113, 128, 130, 131, 138, 139, 140, 142, 144, 161, 162, 170, 174, +175, 178, 186, 187, 192, 193, 200, 202, 203, 207, 212, 213, 214, 215, +216, 217, 218, 221, 223, 226. + +Spartanen, 41, 42, 43, 44, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 57, 72, +75, 92, 97, 99, 100, 111, 112, 113, 115, 116, 117, 118, 121, 129, 130, +131, 132, 133, 134, 140, 142, 143, 162, 163, 166, 167, 168, 169, 171, +172, 173, 174, 175, 176, 178, 179, 186, 187, 191, 192, 193, 194, 195, +196, 197, 199, 200, 207, 212, 213, 214, 215, 216, 217, 218, 219, 220, +221, 222. + +Sphacteria, 171, 172, 173. + +Sphinx, 9. + +Stagira, 238. + +Sunium, 120, 191. + +Susa, 248. + +Syracusanen, 186, 187, 188, 189, 190, 192, 193. + +Syracuse, 89, 113, 183, 185, 186, 187, 188, 189. + +Syrië, 251. + + + +T + +Tempe, pas, 112, 115. + +Thebanen, 75, 76, 129, 169, 200, 214, 215, 216, 221, 236, 240. + +Thebe, 9, 99, 113, 129, 169, 200, 203, 213, 214, 215, 218, 220, 221, +222, 223, 224, 226, 233, 239, 240. + +Themistocles, 103, 104, 105, 119, 121, 122, 123, 127, 129, 130, 131, +132, 134, 135, 140. + +Thermopylae, de, 115, 116, 117, 118, 119, 142, 174, 175, 176. + +Theseus, 6, 7, 8, 9, 23, 56, 57. + +Thespiërs, 118. + +Thessalië, 13, 112, 220, 239. + +Thessaliërs, 112, 217. + +Thessalonica, 217. + +Thracië, 93, 95, 97, 109, 132, 175, 182, 192, 198, 225. + +Thraciërs, 109, 115, 198. + +Thucydides, 152, 153, 166, 168, 171, 176, 189, 229. + +Thyrea, 53. + +Tienduizend, De, 211, 212, 234. + +Tissaphernes, 193, 194, 195, 199, 212. + +Trapezos of Trebizonde, 211. + +Trojanen, 18, 19, 20, 21. + +Troje, 18, 19, 20, 21, 113, 242. + +Tyrus, 245, 249. + +Tyrtaeus, 51. + + + +V + +Vaphio, 28, 29. + +Vierhonderd, 194, 195. + +Virgilius, 22. + + + +X + +Xenophon, 203, 207, 209, 210, 211, 212, 221, 222. + +Xerxes, 105, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 115, 116, 119, 120, 123, +124, 133, 134, 152, 242. + + + +Z + +Zeus, 1, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 19, 33, 34, 38, 51, 78, 80, 96, +128, 148. + +Zwarte Zee, 83, 195, 196, 232. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Geschiedenis van het Grieksche Volk, by +E.M. Tappan + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GRIEKSCHE VOLK *** + +***** This file should be named 28581-8.txt or 28581-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/8/5/8/28581/ + +Produced by the Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
