summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/28581-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '28581-8.txt')
-rw-r--r--28581-8.txt7787
1 files changed, 7787 insertions, 0 deletions
diff --git a/28581-8.txt b/28581-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..3731186
--- /dev/null
+++ b/28581-8.txt
@@ -0,0 +1,7787 @@
+Project Gutenberg's De Geschiedenis van het Grieksche Volk, by E.M. Tappan
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Geschiedenis van het Grieksche Volk
+
+Author: E.M. Tappan
+
+Translator: B.C. Goudsmit
+
+Release Date: April 20, 2009 [EBook #28581]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GRIEKSCHE VOLK ***
+
+
+
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ E. M. Tappan Ph. D.
+
+ De geschiedenis van het Grieksche volk
+
+ Bewerkt door Dr B. C. Goudsmit
+
+
+
+ Zutphen, W. J. Thieme & Cie.
+
+
+
+
+
+
+VOORREDE.
+
+
+De bedoeling van dit boek is niet alleen om een eenvoudige schets te
+geven van de voornaamste gebeurtenissen in de geschiedenis van het oude
+Griekenland, maar evenzeer om de zeden van het volk te schilderen en
+een inzicht te geven in hun wijze van leven, denken en gevoelen. Voor
+zoover de opzet en de grootte van dit boekwerk het toelaten, worden
+de namen van hen, die meesters waren op het gebied van kunst en
+letteren, niet ingevoerd in afzonderlijke hoofdstukken, louter als
+toevoegsels bij de politieke geschiedenis, maar in hun natuurlijke
+betrekking tot de annalen van hun tijd, en steeds in overeenstemming
+met het gezegde van Plutarchus: "Dikwijls zal een onbeduidende daad,
+een kort gezegde of een kwinkslag iemands waren aard meer doen kennen
+dan de beroemdste belegeringen en de belangrijkste veldslagen."
+
+Bij de behandeling van de oorlogen der Grieken heb ik die zoo
+kort mogelijk geschetst, maar de ruimte, die dikwijls beschikbaar
+wordt gesteld voor bijzonderheden van gevechten, besteed aan het
+mededeelen van karakteristieke verhalen omtrent enkelen der beroemdste
+aanvoerders, of aan een beschrijving van de ééne of andere militaire
+onderneming, die het verschil duidelijk maakt tusschen de oude en de
+moderne wijze, waarop dergelijke zaken worden volbracht. Om kort te
+gaan, ik heb de oorlogen alleen gebruikt, om het volk te doen kennen,
+en niet het volk, om de bijzonderheden der oorlogen te beschrijven.
+
+De teekeningen in den tekst hebben ten doel, den lezer een blik te
+doen slaan in den geest van de Grieksche wereld, en om de verbeelding
+te hulp te komen bij de verklaring van den tekst. Zij zijn ontleend
+aan een groote verscheidenheid van bronnen, die voor het meerendeel de
+Grieksche kunst in den vorm van bouwkunst, beeldhouwkunst, bas-reliefs,
+beschilderde vazen en munten leeren kennen, waardoor iets geopenbaard
+wordt van het kunstgenie en de bewonderenswaardige veelzijdigheid
+van dat volk.
+
+De nooit falende bekoring en betoovering, die uitgaan van het
+bestudeeren van het Grieksche volk, van hun schitterenden geest,
+hun vaderlandsliefde, hun ontzaglijke veelzijdigheid, ja zelfs ook
+van hun fouten, moeten ieder aangrijpen, die, al is het in nog zoo
+geringe mate, daarmede kennis maakt.
+
+Indien dit boekwerk den lezer evenveel genot verschaft als de
+vervaardiging de schrijfster heeft geschonken, dan is de uitgave van
+dit werk volkomen gerechtvaardigd.
+
+
+De Schrijfster.
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Bladz.
+ I. In de dagen der mythen 1
+ II. In de dagen der mythen (vervolg) 13
+ III. Hoe de oude Grieken leefden 26
+ IV. Hoe de Spartanen macht verkregen 39
+ V. De eerste dagen van Athene: de wetten van Solon 55
+ VI. De regeering van Pisistratus en de Alcmaeoniden 67
+ VII. De Olympische spelen 77
+ VIII. De Grieksche koloniën: De tyrannen 83
+ IX. De eerste en de tweede Perzische tocht 91
+ X. De groote Perzische inval 103
+ XI. De groote Perzische inval (vervolg) 115
+ XII. Na den Perzischen oorlog 127
+ XIII. De eeuw van Pericles 144
+ XIV. De strijd tusschen Athene en Sparta, of de
+ Peloponnesische oorlog 161
+ XV. De krijgstocht tegen Sicilië 178
+ XVI. De val van Athene 191
+ XVII. De hegemonie van Sparta 202
+XVIII. De hegemonie van Thebe 218
+ XIX. Philippus van Macedonië 223
+ XX. Alexander de Groote 236
+ Belangrijke jaartallen in de Grieksche geschiedenis 254
+ Register van eigennamen 257
+
+
+
+Kaarten.
+
+
+ Griekenland en aangrenzende eilanden 1
+ Marschroute der tienduizend Grieken 208
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+IN DE DAGEN DER MYTHEN.
+
+
+Het moet voor de knapen en meisjes, die voor drieduizend jaar in
+Griekenland leefden, een bijzonder genot geweest zijn, dat zoovele
+van de vragen, door hen gedaan omtrent natuurverschijnselen of omtrent
+aardrijkskundige benamingen, met een boeiend verhaal of een pakkende
+mededeeling konden worden beantwoord. Indien bij voorbeeld een jongen
+vroeg naar den naam van een berg, welks top ver in het noorden werd
+gezien, zou zijn moeder kunnen antwoorden: "Dit is de berg Olympus. Op
+zijn top is het schoonste paleis, dat men zich kan voorstellen. Het
+is gebouwd van witte, rooskleurige en gouden wolken, en het is de
+woonplaats van Zeus, den Koning der Goden. Dikwijls ontbiedt hij de
+andere goden naar zijn paleis; en dan gaan zij op reis van de aarde,
+het water en de onderwereld, en komen samen in de groote zaal van het
+paleis. Daar worden zij gespijzigd met ambrosia en drinken zij nectar,
+de Muzen zingen en Apollo tokkelt de lier. Als de zon ondergaat,
+verlaten zij weder het paleis door de uit wolken bestaande poorten
+en keeren zij naar hun woningen terug. De zon is een schitterende
+gouden wagen. Apollo ment dien wagen iederen morgen hoog in de lucht
+naar boven, en iederen avond weer naar beneden. Hij schittert in het
+schelste licht door de fonkelende diamanten, waarmede hij bezet is,
+en het is daardoor, dat de zon uw oogen verblindt, wanneer gij er in
+wilt zien."
+
+"Ik zou den wagen wel willen mennen" zou misschien de jeugdige
+Grieksche knaap hebben geantwoord; en dan zou zijn moeder hem kunnen
+vertellen van den tijd, toen eens een jeugdige knaap den zonnewagen
+wilde mennen, en van het lot, dat hij toen onderging.
+
+"Hij werd geacht de zoon van Apollo te zijn," zoo luidde het verhaal,
+"en hij heette Phaëthon. Op zekeren dag werd een speelmakker boos
+op hem en riep uit "Gij zijt van lage afkomst! Het is niet waar,
+dat gij de zoon van Apollo zijt!" Phaëthon antwoordde met geen enkel
+woord, maar vertrok onmiddellijk naar het uiteinde van Indië, en liep
+stoutmoedig naar het paleis van Apollo. De zoldering was van ivoor en
+de deuren waren van zilver. Aan het andere uiteinde der lange zaal
+stond een troon, die schitterde en glinsterde en licht verspreidde
+als de zonnestralen, die fonkelden in het water. Op dien troon zat
+de Zonnegod zelf. Deze droeg een karmozijnkleurig kleed, en op zijn
+hoofd droeg hij een kroon, gemaakt van lange stralen van gouden licht,
+die nog veel schitterender flikkerde en lichtte dan de zon op het
+midden van den dag. Phaëthon doorschreed de geheele lengte der zaal en
+stond voor den troon. Apollo zag vriendelijk op hem neder en zeide:
+"Zeg mij wie gij zijt, en waarom gij mij hebt opgezocht." Daarop
+vertelde hem de knaap, hoe zijn speelmakker hem had gehoond, door
+te zeggen, dat hij geen kind van Apollo was. "En ik ben gekomen"
+zeide hij "om u te smeeken, dat gij, als ik werkelijk uw zoon ben,
+mij eenig bewijs daarvan zult willen geven."
+
+Apollo had schik in den moed van den knaap. Hij sloeg zijn armen om den
+nek van Phaëthon en sprak: "Gij zijt werkelijk mijn zoon, en om u dit
+te bewijzen, zal ik u alles schenken, wat gij maar vraagt." De jonge
+knaap vroeg nu in zijn onverstand, dat het hem zou worden toegestaan,
+één enkelen dag den vurigen wagen te mogen mennen. Apollo keek zeer
+ernstig. "Zelfs de andere goden kunnen dat niet doen," zoo sprak
+hij. "Zeus zelf zou het niet durven beproeven. Ik bid u, vraag een
+ander geschenk." Maar Phaëthon had nu eenmaal zijn zinnen gezet op
+de vervulling van dien éénen wensch; en daar Apollo zijn woord had
+gegeven, moest hij toegeven. De stijfhoofdige knaap sprong in den
+wagen en greep de teugels. Aurora wierp de oostelijke poort open,
+die glinsterde van purper, karmozijnrood en goud, en de paarden
+galoppeerden het pad op door de lucht. Iedereen kon gissen, wat moest
+gebeuren. De vermetele knaap zou even gemakkelijk een storm hebben
+kunnen in bedwang houden als die vurige paarden. Hij kon ze niet langs
+den voortgeschreven weg leiden, en daardoor renden zij wild door de
+lucht, nu eens in de ééne, dan weer in de andere richting. De lichte
+vracht van den wagenmenner beteekende voor hen niets, en de wagen
+werd heen en weer geslingerd als een schip in den storm. Phaëthon
+durfde niet naar beneden te zien, want hij vreesde duizelig te worden,
+daar de aarde zoo diep onder hem lag. Hij durfde niet naar boven te
+zien, daar de hemel zoo vol monsters was, zooals de Groote Beer, de
+Kleine Beer, de Slang en de Schorpioen. Hij liet de teugels glippen,
+en de paarden vlogen nog woester vooruit dan te voren. De vurige
+wagen bewoog zich slingerend hoe langer hoe dichter naar de aarde
+toe. De bergen begonnen te rooken, de rivieren trachtten zich in het
+zand te verbergen, de Oceaan slonk tot een meer, steden verbrandden
+tot asch. "Help mij, help mij, vader Zeus!" riep de Aarde. Daarna
+slingerde Zeus zijn bliksemflitsen naar Phaëthon, en hij viel van
+den wagen neer in den Eridanus-Vloed. Zijn zusters stonden aan den
+oever en weenden om hem, en langzamerhand werden zij veranderd in
+populieren; en zelfs nog heden ten dage, kunt gij, als gij naar de
+populieren luistert, ze zacht en droevig samen hooren fluisteren over
+het lot van haar verongelukten broeder Phaëthon."
+
+Zoo ontwikkelde zich het ééne verhaal uit het andere, zoodat men
+zich er over moet verbazen, dat de vertellers ooit tot een einde
+kwamen. Als de Grieksche jongens en meisjes vroegen, wie de dikke
+muren gemaakt hadden, die reeds in die tijden eeuwen oud waren en
+uit reusachtige steenen waren samengesteld, luidde het antwoord:
+"de Cyclopen"; en dan volgde er een onafgebroken reeks van verhalen
+over die wonderlijke éénoogige reuzen. "Maar waar komen wij zelf
+van daan?" vroeg een kind wel eens, en dan werd ook daarover een
+merkwaardig verhaal medegedeeld. "In vroegere dagen was het volk op
+aarde zeer misdadig," zoo luidde het verhaal, "en daarom zond Zeus een
+ontzaglijken vloed, om hen te verdelgen. Alleen Deucalion en zijn vrouw
+Pyrrha waren deugdzaam, en daarom beloofde Zeus, dat zij gered zouden
+worden. Nadat de vloed verdwenen was en alle andere stervelingen waren
+verdronken, waren Deucalion en Pyrrha eenzaam achtergebleven. "Laat
+ons de goden bidden, om menschen op aarde te zenden," zoo spraken
+zij; en zij gingen op weg naar een tempel, die nog was blijven
+staan. Er was geen priester meer, geen vuur brandde meer op het
+altaar, en de grond was bedekt met modder en steenen en met afval,
+dat door den vloed was binnengespoeld. Door die hindernissen heen
+drongen Deucalion en Pyrrha voort naar het altaar en baden, dat de
+aarde weder mocht worden bevolkt. Zij kregen het volgende antwoord:
+"Vertrekt van den tempel en werpt de beenderen uwer moeder achter u
+weg." "De overblijfselen van onze ouders ontheiligen!" riep Pyrrha
+vol ontzetting uit: "laten wij liever eeuwig alleen blijven dan dat te
+doen." Deucalion bewaarde het stilzwijgen, maar ten slotte zeide hij,
+in nadenken verzonken: "De aarde is ons aller moeder, en de steenen
+zouden de beenderen der aarde kunnen worden genoemd. Ik geloof, dat
+het bevel beteekent, dat wij steenen moeten oprapen en achter onze
+hoofden moeten werpen. In ieder geval kunnen wij het beproeven en
+zien wat er zal gebeuren." Zoo deden zij, en spoedig waren zij niet
+langer alleen, immers uit iederen steen, die door Deucalion geworpen
+werd, ontstond een man, en uit iederen steen, door Pyrrha geworpen,
+ontstond een vrouw. Een der zonen van het echtpaar heette Hellen,
+en wij, Hellenen, stammen allen van hem af. Hellen had twee zonen en
+twee kleinzonen. De namen der zonen waren Aeolus en Dorus, die der
+kleinzonen waren Ion en Achaeus. Dit is de reden, dat wij Hellenen
+uit vier verschillende volksstammen bestaan--de Aeoliërs, Doriërs,
+Joniërs en Achaeërs. De andere volkeren zijn barbaren; hun geheele
+taal is "baba", en niemand kan hen verstaan."
+
+Er waren bijna evenveel verhalen omtrent helden als omtrent goden. De
+helden waren mannen, die de ééne of andere daad van groote dapperheid
+hadden verricht. Gewoonlijk waren zij de zonen van een god of godin
+en van een sterfelijk wezen. Bijna iedere stad van Griekenland, hoe
+klein ook, had haar held. De lievelingsheld van Athene bij voorbeeld
+was Theseus; en ieder Athener, hoe jong ook, kende de geschiedenis
+van zijn bewonderenswaardige heldendaden en kon verhalen van de oude
+tijden, toen Athene jaarlijks zeven dappere jongelingen en zeven
+schoone maagden naar het eiland Creta moest zenden om verslonden te
+worden door den Minotaurus, een afschuwlijk monster met het lichaam van
+een man en den kop van een stier. Ten slotte drong Theseus, de zoon van
+Koning Aegeus, er op aan, dat hij zou gekozen worden als één der zeven
+jongelingen; en hij verliet Athene in het schip met zwarte zeilen,
+dat de met schrik vervulde jongelingen en meisjes hun afschuwlijk
+noodlot zou tegemoet voeren. Theseus had niet het minste plan zich
+door den Minotaurus of eenig ander monster te laten verslinden,
+als hij dat door hardnekkig vechten kon verhinderen. Hij was vast
+besloten het monster te dooden en zijn vrienden te redden of zelf te
+bezwijken; zoodra dus het schip Creta bereikte en de jongelingen en
+meisjes voor den koning werden gebracht, ging hij aan het hoofd van de
+slachtoffers staan en zeide: "Koning Minos, ik verzoek het voorrecht
+te mogen hebben, het eerst den Minotaurus tegemoet te gaan. Ik ben
+een vorst, en het is mijn recht de leidsman en aanvoerder van mijn
+volk te zijn." Koning Minos lachte onaangenaam en op smadelijke wijze,
+en zeide: "Ga, als gij wilt, gerust het eerst, en ik zal er op letten,
+dat de deelgenooten van uw lot u volgen; gij kunt daarop rekenen."
+
+Theseus was een dapper strijder, en zou ongetwijfeld nooit het monster
+uit den weg zijn gegaan; maar het is een andere vraag, of hij ooit in
+staat zou geweest zijn, het monster te dooden, als hij niet onverwachts
+hulp had gekregen. Op ééne of andere wijze was hij in kennis gekomen
+met Ariadne, de schoone dochter van den koning, en zij waren in
+liefde voor elkander ontstoken. Gelukkig voor hem wist Ariadne, waar
+zij een zwaard kon vinden, dat in de handen van een dapper man den
+monsterachtigen kop van den Minotaurus kon afslaan; maar er was nog
+een tweede gevaar te overwinnen, dat zelfs nog verschrikkelijker en
+verontrustender was dan een ontmoeting met het monster, en dat was
+de doolhof, waarin de Minotaurus huisde. Die doolhof was vervaardigd
+door een hoogst bekwaam bouwmeester, Daedalus genaamd, en was zóó
+vernuftig aangelegd met zijn dwaalwegen en krommingen en wendingen
+en kronkelingen, dat niemand, die er eenmaal was binnengedrongen,
+den weg naar buiten kon terugvinden. Zelfs geen tooverwapen kon daar
+van eenigen dienst zijn; maar het heldere vernuft van Ariadne zelf
+was heel wat beter dan eenig zwaard. "Pak het ééne uiteinde van dit
+zijden touw stevig vast," zoo sprak zij tot Theseus, "en ik zal het
+kluwen vasthouden, terwijl het wordt afgewikkeld. Wanneer gij daarna
+den terugtocht aanvaardt, moet gij het koord weer opwinden, en het
+zal u recht naar mij terugvoeren." Het geschiedde volkomen, zooals zij
+hadden afgesproken. Theseus doodde het monster, daarna volgde hij het
+zijden kluwen, totdat het hem naar Ariadne terugleidde. Daarna zeilde
+hij met de prinses en de Atheensche jongelingen en meisjes snel naar
+Athene terug; en nooit meer behoefden de Atheners de vreeselijke
+schatting te betalen.
+
+Minos zelf was één van de helden der Grieken, hoewel hij een zoo
+ijselijk monster hield als den Minotaurus, dat zich voedde met de
+lichamen van ongelukkige jongelingen en maagden; en er zijn een aantal
+legenden, die getuigenis aflegden van de verstandige wetten, die hij
+uitvaardigde. Ook vertelden de Grieken veel van de groote gevaren,
+waaraan zeelieden blootstonden van de zijde van zeeroovers, en van de
+wijze, hoe koning Minos die zeeroovers volkomen had uitgeroeid. "Hij
+was een machtig koning," zoo zeiden zij, "en daarbij was hij zóó
+rechtvaardig, dat het niet te verwonderen is, dat hij na zijn dood
+werd aangesteld tot één der rechters van de onderwereld."
+
+Koning Minos was de zoon van Zeus en Europa. Er is een verhaal, dat
+Europa, toen zij nog een klein meisje was, eens aan het spelen was
+op een weide, die rijk voorzien was van bloemen. Een prachtige witte
+stier verscheen, en het eerste oogenblik was zij daardoor verschrikt;
+maar de stier was zóó vriendelijk speelsch, dat zij al haar angst
+vergat. Zij hing bloemkransen om zijn nek en sprong eindelijk op
+zijn rug. Plotseling draaide de stier om, holde in vliegende vaart
+naar het strand en sprong in het water. Hij zwom ver weg tot aan het
+eiland Creta. Daarna hernam hij zijn vroegeren vorm, en de jeugdige
+Europa ontdekte toen, dat zij gespeeld had met den Koning der Goden,
+en dat hij haar had geschaakt en haar naar dat eiland had gevoerd,
+dat ver over de zee gelegen was, omdat hij haar zoo innig lief had.
+
+Een andere held, die volstrekt niet minder beroemd was dan Theseus,
+heette Oedipus. Hij woonde in Thebe, en juist buiten Thebe was een
+monster, dat niet minder ontzagwekkend en afgrijselijk was dan de
+Minotaurus. Het heette de Sphinx. Het had het hoofd van een vrouw
+en het lichaam van een leeuw. Het lag op een hoogte ter zijde van
+den weg, en zoodra het een reiziger in het gezicht kreeg, kwam het
+niet voor den dag om een eerlijken strijd te leveren, maar gaf het
+den reiziger een raadsel op, en als deze het antwoord niet kon raden,
+sprong het monster op hem af en verslond het hem. Het raadsel luidde:
+"Welk dier loopt des morgens op vier voeten, des middags op twee,
+en des avonds op drie"? Niemand had het ooit opgelost; maar toen
+Oedipus het hoorde, zeide hij kalm: "Het is de mensch, die in zijn
+kindertijd op handen en voeten kruipt, op den mannelijken leeftijd
+rechtop loopt, en in den ouderdom met behulp van een stok loopt." De
+Sphinx was zóó vertoornd dat het raadsel was opgelost, dat hij zich
+van de rots neerwierp en op die wijze omkwam.
+
+Misschien de allerberoemdste van alle Grieksche helden was Heracles,
+die reeds een held begon te zijn, toen hij nog een zuigeling was van
+acht maanden. Twee vurige slangen waren door één der godinnen op hem
+afgezonden om hem te dooden; maar het kind stak zijn kleine armpjes
+uit over den rand van zijn wieg, greep in iedere hand een slang en
+drukte ze dood. Dit was voldoende, om zijn roem te vestigen, maar het
+was slechts de geringste van de heldendaden van Heracles. Op zekeren
+dag kwam een bevel van Zeus tot hem: "Ga naar koning Eurystheus
+en gehoorzaam gedurende twaalf jaar aan ieder bevel, dat hij u
+geeft." Eurystheus nu was een vijand van Heracles, en zelfs een zoo
+stoutmoedige held als Heracles mocht wel angstig zijn, nu hij twaalf
+lange jaren in zijn macht moest staan. Heracles echter trok moedig
+naar het rijk van Eurystheus. Hij was goed gewapend, immers hij
+was een gunsteling der goden, en verscheidenen van hen hadden hem
+geschenken gegeven. Apollo had hem een boog en Hermes een zwaard
+gegeven. Hephaestus, de manke god, die alle mogelijke voorwerpen
+van metaal kon vervaardigen, had een gouden borstharnas voor hem
+vervaardigd. Poseidon, de beheerscher van het gebied van den oceaan,
+had hem een span paarden geschonken; en Athene, de godin der wijsheid
+en de meest bekwame weefster op de geheele wereld, had een kleed voor
+hem geweven. Spoedig bereikte hij Mycene, en vertelde hij aan koning
+Eurystheus, dat hij bereid was zijn wil te gehoorzamen. Eurystheus
+wist, dat zijn rijk van rechtswege aan Heracles toekwam, en daarom zond
+hij hem telkens weg, om hem aan de meest gevaarlijke avonturen bloot
+te stellen, waarvan hij kennis kon krijgen, in de hoop dat Heracles
+bij één van die avonturen gedood zou worden. Het allereerst zeide hij:
+"Ga naar het Nemeïsche woud, en dood den monsterachtigen leeuw, die
+mijn rijk verwoest." Heracles begaf zich naar het bosch, en keerde
+spoedig terug met de huid van den leeuw over zijn schouders. De
+koning was zóó verbaasd, toen hij ontdekte, hoe sterk Heracles was,
+en zóó bevreesd, dat deze zijn kracht tegen hem zou gebruiken, dat
+hij een klein vertrek onder den grond als schuilplaats liet graven
+en de muren bedekte met zware koperen platen.
+
+Hij zond Heracles op andere avonturen uit, en dacht iederen keer, dat
+het nu wel de laatste maal zou zijn, dat hij hem te zien kreeg, en zoo
+dikwijls dan ook het volk begon te schreeuwen: "De held komt daar aan,
+Koning Eurystheus! Heracles is bijna hier!" sloop de teleurgestelde
+koning weg, om zich in zijn onderaardsche kamer te verbergen. Hij
+eischte twaalf heldendaden of werken van Heracles; maar ten slotte
+waren zij alle volbracht. De held had een hert met gouden horens,
+een woest wild zwijn en een woedenden wilden stier gevangen, en
+die medegesleept naar de poorten van Mycene. Hij had alle mogelijke
+soorten van monsters gedood, één met zes pooten en een ander met negen
+koppen, zóó geschapen, dat indien één der koppen was afgesneden,
+er twee voor in de plaats groeiden; en hij had uit de onderwereld
+een driekoppigen hond gehaald met den staart van een draak, om niet
+te spreken van andere ondernemingen, als het dooden van een zwerm
+wilde vogels, die mannen en dieren verslonden, en het dragen van de
+zuilen des hemels in den tijd dat Atlas, wiens taak dit was, eenige
+gouden appels voor hem haalde uit den tuin der Hesperiden. Waarlijk,
+hij verdiende wel de belooning, hem door Zeus gegeven, om naar den
+hemel te worden overgebracht en onder de goden te worden geplaatst.
+
+Eurystheus vervolgde de kinderen van Heracles en verjoeg ze uit het
+rijk. Hij voerde zelfs oorlog tegen Athene, omdat die stad ze had
+opgenomen. In dien oorlog werd hij gedood; en toen viel het koninkrijk
+ten deel aan Hyllus, den oudsten zoon van Heracles; dat wil zeggen,
+het zou hem toebehooren, als hij er bezit van kon nemen. Het scheen,
+alsof er heel wat bloedig moest worden gestreden, voordat de zaak
+geregeld kon worden; maar ten slotte kwamen beide partijen overeen,
+dat Hyllus en de kampioen onder zijn vijanden in een tweegevecht
+elkander zouden ontmoeten.
+
+Indien Hyllus de overwinning behaalde, moest hij het koninkrijk
+verkrijgen; maar indien de kampioen den strijd won, moesten Hyllus
+en zijn vrienden honderd jaar lang wachten, voordat zij weer zouden
+mogen trachten zich meester te maken van de kroon. Al de manschappen
+van beide partijen wachtten verlangend den uitslag af; maar spoedig
+waren de zonen van Hyllus van groote droefheid vervuld, daar Hyllus
+gedood werd. Zij hielden getrouw hun belofte, immers noch zij,
+noch hun kinderen of kleinkinderen, deden een enkele poging om het
+koninkrijk te bemachtigen. Eindelijk echter was er aan het tijdperk
+van honderd jaar een einde gekomen, en de drie achterkleinzoons van
+Hyllus, of, zooals zij genoemd werden, de Heracliden, trokken er met
+hun vrienden op uit, om de landen te herwinnen, die oorspronkelijk
+aan hun geslacht hadden toebehoord. Toen was de fortuin hun gunstig,
+en hun tocht wordt genoemd de terugkeer der Heracliden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+IN DE DAGEN DER MYTHEN, (VERVOLG).
+
+
+Met honderden dergelijke verhalen hadden de jeugdige Grieken
+geen boeken met sproken noodig, zelfs al waren dergelijke boeken
+in die dagen voorhanden geweest. Maar, indien wij letten op onze
+tegenwoordige jongens, dan komt het ons voor, dat de verhalen, die
+zij het liefst lazen, die waren van de wonderlijke reizen, die waren
+afgelegd vóór de tijden, die hun grootouders of overgrootouders zich
+konden herinneren. Eén van die reisverhalen was bekend als de tocht
+om de Gouden Vacht. Die gouden vacht had gehangen in een boschje in
+Colchis, een landstreek, die heel ver van Griekenland was verwijderd;
+en meer dan één jonge held had bij zich zelf gedacht: "Hoe gaarne zou
+ik die vacht bemachtigen!" De moeilijkheid was hierin gelegen, dat
+zij bewaakt werd door een vuurspuwenden draak, die nooit een enkel
+oogenblik in slaap viel; en menig dapper man, die ieder oogenblik
+gereed stond, om den strijd te aanvaarden tegen twee of drie, ja zelfs
+tegen vier of vijf dappere krijgslieden, deinsde terug voor het gevaar,
+in sintels te veranderen.
+
+Er was echter een jonge held, Jason genaamd, die de erfgenaam was
+van een koning in Thessalië. Zijn oom Pelias was tot regent van het
+koninkrijk aangesteld gedurende de jeugd van den vorst, en toen Jason,
+die nu was opgegroeid tot een dapper, forsch en gespierd jongmensch,
+aan het hof verscheen en zeide, dat hij gekomen was om bezit te nemen
+van zijn troon, verzon zijn oom alle mogelijke listen, om een middel
+te vinden, waardoor hij de regeering zou kunnen behouden. Hij deed
+het voorkomen, alsof hij gaarne bereid was, van het gezag afstand te
+doen. "Maar" zoo sprak hij, "gij zijt nog jong, en zoudt gij dus niet,
+voordat gij de zorgen der regeering op u neemt, eerst nog eenigen
+roem willen verwerven? Hoe zoudt gij het vinden, als gij u eerst
+wikkeldet in de ééne of andere schitterende onderneming, zoodat uw
+onderdanen nog honderden jaren na uw dood over uw grootsche daden
+zouden kunnen spreken?"
+
+Pelias zag, hoe de oogen van Jason schitterden, en de sluwe koning
+sprak toen van den tocht om de Gouden Vacht te halen, als van het
+roemrijkste avontuur, waaraan een held zich kon wijden. Jason verheugde
+zich in die gedachte, en begon onmiddellijk de voorbereidselen te
+treffen, en een schip uit te rusten, dat vijftig man kon bevatten. Dit
+was op zich zelf reeds een bewonderenswaardige onderneming, immers de
+schepen uit dien tijd waren niets dan kleine kano's, die vervaardigd
+werden, door boomstammen uit te hollen. Het schip werd de Argo genaamd,
+naar den bouwmeester Argus, en de vijftig jongelieden, die daarin
+wegzeilden, werden de Argonauten genoemd. Aan de sneb van het schip
+was een stuk van een sprekenden eik bevestigd, dat Jason antwoord
+zou geven, als hij in tijden van moeilijkheden om raad vroeg.
+
+Toen zij gereed waren, was het strand overal bezet met menschen,
+die het schip wilden zien wegvaren. Natuurlijk was onder dezen ook
+koning Pelias. Hij deed het voorkomen, alsof hij zeer ongerust was,
+omdat zijn neef een zoo gevaarlijken tocht ging ondernemen; maar
+voortdurend dacht hij bij zich zelf: "Nooit, nooit keert hij terug
+en het koninkrijk zal mij toebehooren."
+
+De vijftig jonge mannen waren spoedig uit het gezicht, en groot
+was het aantal van hun avonturen, voordat zij het Colchische rijk
+hadden bereikt. Toen zij eenmaal daar waren aangekomen, ging Jason
+onmiddellijk naar koning Aeëtes en vertelde hem, dat hij daar was
+gekomen, om de Gouden Vacht te halen. Men moet echter weten, dat
+Aeëtes, ten einde in het bezit van dien schat te komen, den vroegeren
+eigenaar daarvan had doen dooden; hij was dan ook absoluut niet van
+plan, de vacht af te staan. Hij was echter een even sluw heerscher
+als koning Pelias; van daar dan ook, dat hij niet kortaf weigerde,
+haar af te staan. "Het is billijk," zoo sprak hij tot Jason, "dat
+gij mij eerst twee kleine gunsten bewijst. Indien gij daartoe bereid
+zijt, hebt gij mijn toestemming, om tegen den draak te strijden en
+de vacht weg te voeren." De twee kleine diensten waren, ten eerste
+om twee vuurademende stieren voor het juk te spannen, en ten tweede
+om de tanden te zaaien van een draak, die door Cadmus, een held,
+die lang vóór dien tijd had geleefd, was verslagen.
+
+Evenals het geval geweest was met den Minotaurus, was hier wederom een
+prinses in het spel, en wel Medea, die in liefde ontstoken was voor
+den held van het avontuur; zij gaf daarom Jason een toovermiddel,
+waardoor de stieren zoo zacht als lammeren werden. Zij waren dan
+ook spoedig voor het juk gespannen, zoodat Jason gereed was voor de
+tweede proef, het zaaien van de drakentanden. Hij wist zeer goed,
+wat geschieden zou, maar toch ging hij even rustig voort, als wanneer
+hij graankorrels moest zaaien. In minder tijd dan noodig was om deze
+geschiedenis te verhalen, was uit iederen tand niet koren, maar een
+gewapende man te voorschijn gekomen, die een oogenblik woest bleef
+staan brommen en rondzag, of hij iemand kon vinden, dien hij kon
+dooden. Zoodra de mannen Jason in het gezicht kregen, trokken zij
+hun zwaarden en stormden woest op hem los. De prinses had hem echter
+daarop voorbereid, en hem gezegd, hoe hij zich zou kunnen redden;
+hij raapte dus volgens haar raad een steen op en wierp dien onder de
+woedende strijders. Ieder van hen meende, dat zijn buurman hem door
+den steen had geraakt, en in een ondeelbaar tijdsoogenblik waren zij
+op elkander losgestormd. Binnen een minuut tijds waren allen gedood.
+
+Nadat Jason de vuursnuivende stieren had weten te bedwingen, zou
+hij wel in staat geweest zijn, ook den draak te overwinnen, die de
+Gouden Vacht bewaakte, maar hij dacht, dat het beter was dien te
+besprenkelen met den tooverdrank, dien Medea had gereed gemaakt. In
+een oogenblik tijds was de draak in een diepen slaap gevallen, zoodat
+niets gemakkelijker was dan de vacht van den boom te halen, waaraan zij
+gehangen was. Hij was te verstandig, om naar koning Aeëtes te gaan,
+om afscheid te nemen; daarom haastte hij zich naar zijn eigen rijk,
+zoo snel zijn roeiriemen en zeilen hem konden wegvoeren.
+
+Een ander oud verhaal, het meest bekende van alle, is dat van den
+Trojaanschen oorlog. Die oorlog had zijn ontstaan te danken aan
+Helena, de schoonste vrouw uit Griekenland. Deze had een groot aantal
+aanbidders; haar vader liet deze allen een duren eed zweren, dat
+alle overige aanbidders hem, dien zij zou kiezen, zouden beschermen
+en in alle moeilijkheden des levens zouden bijstaan. Zij vestigde
+haar keuze op Menelaüs, den koning van Sparta, en verscheidene jaren
+ging alles voortreffelijk. Maar eindelijk kwam Paris, de zoon van den
+koning van Troje, op Sparta, doch toen hij vertrok, nam hij Helena met
+zich mede. Nu was het oogenblik voor de andere vorsten aangebroken,
+om Menelaüs te helpen, maar er waren er enkelen onder, die liever
+hadden willen thuisblijven. Odysseus bij voorbeeld wenschte niet
+mede te gaan, en meende, dat hij zich aan den tocht kon onttrekken,
+door zich als krankzinnig voor te doen. Hij spande een os en een ezel
+samen voor den ploeg en begon zout te zaaien. Spoedig echter kwam zijn
+bedrog aan het licht; immers toen zijn jeugdig zoontje op den grond
+gelegd werd vóór den ploeg, ging hij veel te voorzichtig op zijde,
+om nog langer zijn geveinsde krankzinnigheid te kunnen volhouden.
+
+Het duurde twee jaar, eer de schepen gebouwd en uitgerust waren; maar
+eindelijk waren de schepen de zee overgestoken en hadden zij hun kamp
+vóór de wallen van Troje opgeslagen. Hun aanvoerder was Agamemnon,
+de broeder van Menelaüs. Negen jaren duurde de oorlog, en nog steeds
+konden de Grieken Troje niet veroveren, en de Trojanen konden evenmin
+de Grieken verdrijven. Aan beide zijden streden de dappersten van
+alle helden, en ook de goden namen deel aan den strijd. Aphrodite
+begunstigde de Trojanen, en dat wel op goede gronden, daar haar
+zoon Aeneas één der dapperste verdedigers van Troje was. Bovendien
+overreedde zij Ares den oorlogsgod, hen te helpen. Apollo was eerst op
+de hand der ééne partij en daarna op die der andere. Athene, de godin
+der wijsheid, en Hera, de echtgenoote van Zeus, haatten de Trojanen,
+en in de eerste plaats Paris; immers deze had indertijd den prijs
+der schoonheid toegekend aan Aphrodite, in plaats van aan één van
+haar beiden. De arme Zeus had een ellendigen tijd in zijn schitterend
+paleis op den Olympus, immers Aphrodite kwam telkens weenend bij hem
+en smeekte hem, haar geliefden Aeneas te beschermen; doch nauwelijks
+had hij haar met vriendelijke beloften getroost, of zijn vrouw Hera
+wist op de ééne of andere slinksche wijze zijn oogen af te leiden van
+Troje; en dan wonnen de Grieken telkens een overwinning of doodden
+zij den een of anderen beroemden Trojaanschen strijder.
+
+Gedurende al die jaren van strijd hadden de Trojanen er nooit een
+oogenblik aan gedacht, dat het mogelijk zou kunnen zijn, dat Troje
+werd ingenomen, immers de stad werd beschermd door een beeld van
+Athene, waarvan verhaald werd, dat het uit den hemel was gevallen. De
+Grieken waren niet onkundig van het bestaan van dat beeld. Zij waren
+overtuigd, dat, indien zij dat konden bemachtigen, Troje zou vallen;
+en eindelijk gelukte het den listigen Odysseus en zijn vriend Diomedes,
+het te stelen. Maar toch bezweek Troje nog niet en nog steeds duurde
+de strijd voort.
+
+Na eenigen tijd begonnen de Grieken een ontzaglijk groot houten paard
+te bouwen op de vlakte, die juist buiten de wallen der stad gelegen
+was. Zij slaagden er in, het bericht uit te strooien, dat zij het beleg
+hadden opgegeven en op het punt stonden naar huis terug te keeren;
+daarna zeilden zij weg, doch lieten het groote houten paard achter.
+
+De Trojanen konden niet ontdekken, met welk doel de Grieken dat
+reusachtige gedierte hadden gebouwd; terwijl zij daarover druk aan het
+redeneeren waren, en het stonden aan te gapen, brachten eenige herders
+een jongen Griek, Sinon genaamd, dien zij hadden gevangen genomen,
+in de stad. Hij vertelde een droevig verhaal. Hij zeide namelijk, dat
+Odysseus hem haatte, en den Griekschen waarzegger had overgehaald te
+verkondigen, dat hij moest worden ter dood gebracht als een offer voor
+hun veiligen terugkeer naar Griekenland. Hij was ontsnapt en had zich
+in een moeras verborgen gehouden totdat de Grieken vertrokken waren.
+
+De Trojanen waren van nature vriendelijk voor iedereen, die door
+Odysseus werd gehaat. Koning Priamus beval, dat hij onmiddellijk
+van zijn boeien zou worden bevrijd, en overreedde hem de Grieken
+te vergeten en een Trojaan te worden. "Maar vertel ons, waarom dat
+reusachtige paard gebouwd is," zoo sprak hij; en Sinon deelde mede, dat
+het een offer aan Athene was, omdat zij vertoornd was op de Grieken,
+daar zij met bloedige handen haar beeld hadden aangeraakt. "Het is
+zóó groot gemaakt, dat het onmogelijk door de poorten uwer stad kan
+worden getrokken," legde hij den koning uit, "immers de Grieken weten,
+dat het, indien het eenmaal binnen de muren der stad zou zijn gekomen,
+u zou beschermen, en dat de overwinning door de Trojanen zou worden
+behaald, in plaats van door de Grieken.
+
+De Trojanen geloofden ieder woord, dat door Sinon werd gesproken. Zij
+bonden touwen vast aan het reusachtige gevaarte en begonnen het naar
+de stad te trekken. Zelfs haalden zij een deel der stadsmuren neer,
+om het paard een doorgang te verschaffen. In dien nacht opende de
+verraderlijke Sinon een deur in het lichaam van het paard, en een
+aantal gewapende Grieken, die daar binnen verborgen waren, lieten
+een touw neer en lieten zich onder doodsche stilte op den grond
+afzakken. De Trojanen waren in slaap, en het was een zeer gemakkelijk
+werk, de wachten te dooden en de poorten voor de overige Grieken
+open te werpen; immers zij waren niet naar Griekenland weggezeild,
+maar hadden zich alleen verborgen gehouden achter een klein eiland,
+dat op enkele mijlen van Troje verwijderd was.
+
+Dit is het beroemde verhaal van den val van Troje of Ilium. Het
+is ons overgeleverd in een groot episch gedicht, de Ilias, en wij
+kunnen het lezen in dezelfde bewoordingen, waarin het bij de Grieken
+bekend was. De Ilias verhaalt ons die geschiedenis tot aan den dood
+van Hector, een dapper Trojaansch krijgsman, die door Achilles werd
+gedood; maar het verhaal van het reusachtige houten paard is tot
+ons gekomen uit een ander heldendicht, de Aeneïs, dat vervaardigd
+is door den Latijnschen dichter Virgilius. De Grieken meenden, dat
+de Ilias vervaardigd was door een blinden dichter, Homerus genaamd,
+die geboren was op het eiland Chios, en die het land doortrok, zijn
+gedichten voordragend of zingend. Hij was een bedelaar, maar toch was
+hij een welkome gast in het huis van iederen aanzienlijken Griek,
+immers op de feesten kon hij spelen op zijn harp met vier snaren
+en zingen van de bewonderenswaardige daden uit den ouden tijd. Hij
+vervaardigde ook een tweede heldendicht, de Odyssee, dat verhaalt van
+de zwerftochten van Odysseus; immers het jonge kind, dat vóór den ploeg
+was gelegd, was opgegroeid tot een stevigen en rijzigen jongeling,
+voordat de goden den held hadden toegestaan, naar zijn huis terug
+te keeren. Odysseus had de meest wonderlijke avonturen. Hij bezocht
+het land der Lotos-eters of Lotophagen. Zij die van de Lotosplant
+aten, vergaten alles van hun huis en hun vrienden, en Odysseus moest
+enkelen van zijn manschappen, die er van gegeten hadden, met geweld
+wegsleepen. Hij werd in een hol opgesloten door één der Cyclopen;
+hij vertoefde een tijdlang op het eiland der toovenares Circe,
+die menschen in dieren veranderde; met de grootste voorzichtigheid
+zeilde hij door tusschen de twee monsters, Scylla en Charybdis. Eén
+der zeenimfen beloofde hem de onsterfelijkheid, als hij slechts zijn
+woonplaats wilde vergeten en op haar eiland wilde achterblijven, maar
+hij verlangde vurig naar zijn vrouw en zijn zoon op het eiland Ithaca,
+en eindelijk gelukte het hem, zijn weg daarheen te vinden. Hij maakte
+zich aan zijn zoon bekend, en samen straften zij de vrijers, die zijn
+bezittingen hadden verkwist en zijn echtgenoote waren lastig gevallen.
+
+Die oude verhalen zijn de moeite wel waard, gekend te worden, omdat
+het zeer schoone en dichterlijke verhalen zijn; maar bovendien ligt
+aan ieder dier verhalen een spoor van waarheid ten grondslag. De
+geest der Grieken was rijk aan een dichterlijke fantaisie; het
+was, bij voorbeeld, gemakkelijk, de herinnering aan een warmen,
+drogen zomer, die in een donderbui eindigde, om te werken tot het
+verhaal van Phaëthon; of het verhaal van den een of anderen tocht van
+zeeroovers om te werken tot het poëtische verhaal van den tocht der
+Argonauten. De geschiedenis van Theseus beteekent waarschijnlijk,
+dat op zekeren tijd door de Atheners aan Creta een schatting moest
+worden betaald. De terugkeer der Heracliden moet slaan op de tijden,
+toen de Doriërs tot in den Peloponnesus doordrongen en een groot
+gedeelte van dat schiereiland in hun bezit kregen.
+
+Zelfs met behulp van deze verhalen, weten wij op verre na niet zooveel
+van de oude geschiedenis van Griekenland als wij wel zouden willen. Wij
+kunnen echter bijna zeker zijn van enkele feiten en wel:
+
+Dat de Grieken behoorden tot het Arische ras, dat toen leefde
+in Centraal-Azië; dat zij in kleine troepen van landverhuizers
+in Griekenland kwamen; dat zij in vier stammen verdeeld waren,
+de Aeoliërs, Doriërs, Joniërs en Achaeërs; dat de Doriërs in den
+Peloponnesus binnendrongen en een groot aantal Achaeërs verjoegen;
+dat die Achaeërs hun weg richtten naar het noorden en de Aeoliërs
+verdreven, die daarna de Aegeïsche Zee overstaken en koloniën stichtten
+op de kusten van Klein-Azië; dat zij gevolgd werden door de Joniërs,
+en eindelijk door enkele Doriërs, die geen voldoende plaats vonden
+in den Peloponnesus; dat er gedurende honderden jaren voortdurend
+met enkele tusschenpoozen gestreden werd tusschen Griekenland en
+Klein-Azië, totdat Griekenland ten slotte veroverd werd door Philippus,
+den koning van Macedonië. De verovering geschiedde echter eerst drie
+eeuwen vóór Christus.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+HOE DE OUDSTE GRIEKEN LEEFDEN.
+
+
+Zooals wij hebben opgemerkt, weten wij niet veel van hetgeen in
+Griekenland in de oudste tijden gebeurde, welke oorlogen de Grieken
+voerden of welke volksstammen zij overwonnen. Wij weten wel echter,
+hoe zij leefden, hoe zij zich vermaakten, en wat zij over verschillende
+onderwerpen dachten; en dit is toch veel merkwaardiger en belangrijker
+dan het overige.
+
+Indien gij het huis van één der Grieksche vorsten uit de oudste
+tijden waart binnengetreden, dan zoudt gij eerst gekomen zijn aan een
+hoogen, dikken steenen muur met een stevige, openslaande deur. Als
+de deur was opengeslagen, en gij in den hof waart binnengestapt, zou
+een groote hond uit zijn hok zijn gesprongen, om te zien, of hij,
+even goed als zijn meester, van oordeel was, dat gij mocht worden
+toegelaten. Als de meester een vermogende vorst was, kon het zijn,
+dat hij geen werkelijken hond had, maar het beeld van een hond,
+van goud of zilver vervaardigd.
+
+Dicht bij de poort stonden steenen banken, gebeeldhouwd en gepolijst,
+waarop men kon gaan zitten praten. Verder op in den hof waren stallen
+voor de paarden en de ossen, en voor de wagens, en evenzoo plaatsen
+voor zwijnen, ganzen en schapen. De hof was groot genoeg voor
+een tuin en zelfs voor een boomgaard met peren- appel- vijgen- en
+olijfboomen. In werkelijkheid was het huis met zijn hof en stevigen
+muur als het ware een versterkt dorp. Er was natuurlijk ook een
+fontein; en door den overvloed aan water, de kudden kleinvee en
+runderen, en het graan, dat in voorraadschuren was opgehoopt, kon
+zulk een plaats een langdurig beleg uithouden, zonder dat er sprake
+was van uithongeren.
+
+De woning zelf bevatte gaanderijen en pilaren en een aantal
+vertrekken. Er was nog een tweede verdieping, en daar was een
+voorraadkamer, waar de schatten van den vorst werden bewaard. Daar
+was geen geld in; immers de oude Grieken hadden geen gemunt geld;
+zij telden de waarde hunner bezittingen in ossen. Een slaaf was bij
+voorbeeld van vier tot twintig ossen waard. Er was echter overvloed
+aan edele metalen in andere vormen dan geld; immers er waren vazen,
+kommen, bekers en schotels van stevig goud en zilver. Zij hadden
+sierlijke en schoone vormen, immers de Grieken schepten er zóózeer
+behagen in, om alles om zich heen liefelijk voor het oog te hebben,
+dat zelfs het meest gewone aarden vat dikwijls een rand had, die schoon
+genoeg was voor een zilveren vaas; somtijds was er een dans van faunen
+op geschilderd of een wedloop, of Jason met zijn vijftig metgezellen,
+op het punt de Gouden Vacht te gaan halen. In die voorraadkamer waren
+eveneens groote houten kisten, versierd met goud, zilver en ivoor, en
+in die kisten werden kostbare kleederen en mantels en vloerkleeden en
+fijn linnen en geweven dekkleeden voor de banken en bedden bewaard. Er
+waren verschillende soorten van armbanden en halskettingen; en,
+wat nog meer waard was dan al die kostbaarheden, er werden daarin de
+zwaarden en speren en messen en bogen en pijlen bewaard, waarmede de
+vorst en zijn manschappen hun schatten beschermden, indien de woning
+door vijanden werd aangevallen. Het metaal, waarvan de wapenen gemaakt
+waren, was somtijds brons en somtijds koper; maar het koper was op
+de ééne of andere wijze, die wij niet kennen, hard gemaakt.
+
+De vorsten, die in zoodanige huizen woonden, hadden slaven, van wie
+sommige in den oorlog waren gevangen genomen en andere uit hun huizen
+waren geroofd; maar de meesters ontzagen zich evenmin met eigen handen
+te werken als de arme lieden, die in hun hutten leefden. Homerus
+verhaalt ons, dat de koninklijke Odysseus zijn eigen legerstede
+vervaardigde; en één van de aardigste verhalen van den dichter is
+dat van de schoone jonge prinses Nausicaä, die uittrekt met hare
+vriendinnen en een mand met voedsel naar den oever der rivier, om
+hare kleederen te wasschen, en om daarna met hare vriendinnen met den
+bal te spelen, even vroolijk en uitgelaten als ieder ander meisje,
+dat niet van vorstelijken bloede was, dat zoude doen. Het is jammer,
+dat wij onmogelijk kunnen nagaan, wat was medegenomen in die mand,
+die, zooals Homerus het uitdrukte, "alle soorten van voedsel bevatte,
+die het hart begeert." Er moeten lekkernijen in zijn geweest, die
+uitsluitend bereid waren, om de jonge meisjes te bekoren, immers zelfs
+op de groote feesten schenen er niets dan de eenvoudigste spijzen te
+worden opgedischt, nauwelijks iets anders dan brood en vleesch. De
+Grieken begeerden evenmin als eenig ander volk honger te lijden; maar
+als zij naar een feest gingen, dachten zij minder aan de spijzen,
+die hun zouden worden voorgelegd, dan aan de medegasten, met wie zij
+onderhoudende gesprekken konden voeren.
+
+Indien het ons mogelijk was, een blik te slaan op één van hun
+feestmalen, zouden wij een vertrek zien, vol met gasten, en met
+bedienden, die daar kleine tafeltjes zouden plaatsen, die niet meer
+ruimte aanboden dan voor één persoon. Voor ieder dier tafeltjes werd
+een stoel geplaatst, en de gasten namen hun zitplaatsen in. Daarna
+werden groote stukken vleesch binnengebracht, en vóór den voorsnijder
+geplaatst, die het vleesch in heel kleine hapjes sneed, wat inderdaad
+een hoogst noodzakelijk iets was, immers in die dagen had men nog
+geen vorken, zoodat men de spijzen in de handen moest nemen en zoo
+aan den mond moest brengen. Voor ieder der gasten werd een schotel met
+vleesch geplaatst, en daarna werden manden met brood rondgegeven. De
+dranken bestonden uit wijn, maar dikwijls werd in den beker driemaal
+zooveel water als wijn geschonken. De wijn werd eerst geboden aan
+de oudsten der gasten, zelfs al was hij slechts een gewoon burger,
+en al waren er jonge prinsen onder de gasten. Het werd als iets
+onbehoorlijks beschouwd te veel te drinken; immers de Grieken
+hadden een grooten afschuw van een dronken man, en niets werd als
+een grooter beleediging beschouwd dan iemand te verwijten, dat hij
+te veel wijn had gedronken. Natuurlijk was ook de zanger aanwezig,
+en hij was steeds een hoogst welkome gast. Homerus beschrijft zijn
+ontvangst in de volgende bewoordingen:
+
+"De dienaar kwam nader en leidde den gevierden zanger binnen. De
+muze had hem zeer lief gehad en had hem goed en kwaad geschonken:
+zij had hem het gezicht benomen, maar had hem den heerlijken zang
+geschonken. Pontonöus plaatste voor hem onder de feestgenooten
+een zetel met zilveren knoppen beslagen, die steunde tegen een
+hoogen pilaar, en hing de schoon gestemde lier aan een pen boven
+zijn hoofd, en de dienaar wees hem, hoe hij er met zijn handen bij
+kon komen. Naast hem plaatste hij een mandje en een schoone tafel,
+en daarop zette hij een beker wijn om te drinken, zoo dikwijls zijn
+gemoed hem daartoe aandreef."
+
+Indien een vreemdeling verscheen en om voedsel vroeg, werd hij als een
+vriend behandeld, en niemand vroeg er naar, wie hij was of waarheen
+hij ging, voordat hij gegeten had van alles wat hij begeerde. Zelfs
+als iemands ergste vijand aan zijn deur kwam met een olijftak in
+zijn hand, of het huis binnentrad en aan den haard nederknielde,
+moest hem voedsel en een beschutting worden verleend, en niemand
+mocht hem eenig nadeel berokkenen.
+
+De kinderen uit den ouden Griekschen tijd gingen niet naar
+school. Waarom zouden zij naar school gaan, als de voornaamste plicht
+van een meisje was, te leeren de huishouding te besturen zooals haar
+moeder dat deed; en van een jongen, te leeren, hoe hij later het werk
+zou kunnen doen, dat nu zijn vader deed? Daarom ging het meisje met de
+moeder het huis rond, en leerde zij, hoe dit moest worden bestuurd en
+hoe zij de slaven en slavinnen kon leeren, op welke wijze zij hun werk
+moesten verrichten. Zij moest natuurlijk leeren spinnen en weven, en
+ook zingen en dansen. Ook de jongens moesten leeren zingen en dansen;
+maar zij moesten ook leeren zorgen voor de kudden groot en klein vee,
+zij moesten het land leeren bebouwen en de wapenen hanteeren. Het
+was volstrekt niet noodig, lezen of schrijven te leeren, want er
+was weinig of niets te studeeren. De geheele rekenkunde bestond
+uit het tellen van het aantal dieren, die men te verzorgen had. De
+geschiedenis bestond alleen uit mythen en legenden, die niet moeilijker
+te onthouden waren dan de meeste sprookjes. Ook de aardrijkskunde
+moet op de Grieksche jeugd uit die dagen den indruk hebben gemaakt van
+een sprookje; immers de oude Grieken waren van meening, dat de aarde
+een vlakte was, waar omheen de Oceaan, een breede rivier, voortdurend
+stroomde. Aan gene zijde van dien stroomenden oceaan was duisternis,
+en ook een ongehoord aantal vreeselijke monsters. De hemel boven
+hen bestond uit twee reusachtige koepels; de ééne, die helder was,
+was over dag boven het hoofd; de donkere sloot des nachts het licht
+uit. De Grieksche kinderen kenden natuurlijk ook verschillende spelen,
+en sommige kwamen overeen met die, welke tegenwoordig nog gespeeld
+worden. Eén dier spelen heette het "vijfsteentjesspel". Daarbij wierp
+het kind vijf steentjes in de hoogte en trachtte zooveel mogelijk
+daarvan op de buitenzijde van zijn hand op te vangen. De steentjes,
+die op den grond vielen, mocht hij oprapen, maar dan mocht hij de
+andere niet weer laten vallen.
+
+De Grieken genoten van het leven, en beschouwden den dood als het
+einde van al hun genoegens. Zij geloofden in de onsterfelijkheid van
+den mensch, maar zij verwachtten niet, in het leven hier namaals
+gelukkig te zijn. Groote helden werden wel is waar overgebracht
+naar een prachtige plaats, de Elyseesche velden genaamd, die ver in
+het westen gelegen waren, dicht bij den stroomenden oceaan. Homerus
+zeide er van: "Daar is geen sneeuw, geen lange winter, geen regen;
+maar de stroomende oceaan zendt den luidklinkenden en hardblazenden
+westenwind, om de menschen koelte te brengen." Daar bleven de helden
+zich bezighouden met alles, waarmede zij op aarde zich het liefst
+hadden beziggehouden, en daar genoten zij alle mogelijke genoegens;
+maar een zoodanig geluk was de gewone menschen niet beschoren. Zij
+verwachtten, dat zij gezonden werden naar een droevige en sombere
+plaats, de Hades genaamd. Daar zouden zij zich het licht der zon
+blijven herinneren, en er naar verlangen, dat licht terug te zien;
+zij zouden zich hun vrienden en woonplaatsen voor den geest halen,
+maar als het ware slechts in een droom. Niets zou wezenlijk schijnen,
+en alles zou zich somber en vreugdeloos voordoen. Zij zouden daar
+eeuwig ronddwalen als schimmen in de sombere schemering, en daar
+niets te hopen, niets te genieten hebben.
+
+Daar dus de Grieken geen geluk na den dood verwachtten, verlangden
+zij er des te meer naar, zooveel mogelijk te genieten tijdens
+hun leven. Zij meenden, dat de goden de macht hadden, hun alles te
+schenken wat zij wenschten, als ten minste de schikgodinnen het niet
+verboden; daarom aanbaden zij haar, ten einde gunsten voor zich zelf
+te verwerven. Niet dikwijls dachten zij zich de goden als wezens beter
+dan de menschen, maar alleen als wezens, die machtiger waren dan de
+stervelingen. Ouders zeiden niet tot hun kinderen: "Zeus is goed, en
+daarom moet gij uw best doen hem te evenaren"; maar wel zeiden zij:
+"Zeus kan u alles schenken wat gij wenscht, en daarom moet gij hem
+offers brengen." Zij waren overtuigd, dat de ééne godheid de macht
+had, te zorgen, dat men veilig van een lange reis terugkeerde; dat
+een andere godheid herstel van een ernstige ziekte kon schenken; een
+andere de overwinning over vijanden; en daarom baden zij tot dien god,
+van wien zij het 't waarschijnlijkst achtten, dat hij juist die gunst
+zou verleenen, die zij begeerden.
+
+Het was een hoogst gewichtige vraag, hoe zij de goden konden behagen
+en aldus hun wenschen vervuld konden zien. De Grieken, die leefden
+in de dagen, waarin Homerus geacht werd zijn heldendichten te hebben
+gezongen, plachten samen te spreken van de gouden tijden, toen de goden
+onder hen wandelden, en hun wel is waar somtijds leed berokkenden,
+maar hen dikwijls van goeden raad dienden en hen hielpen. Zij wisten,
+dat zij niet meer konden verwachten goden en godinnen te ontmoeten,
+als zij in de bosschen rondwandelden, en dus waren zij verplicht,
+om de bevelen en gedachten der goden te leeren kennen, te letten op
+teekenen en wenken der goden. Als een offer aan Zeus gebracht werd,
+dan beteekende het neerdalen van een bliksemflits, dat hij zich
+in het offer verheugde en het gebed zou verhooren. Een plotselinge
+storm was een teeken, dat Zeus vertoornd was. Vogels, die hoog in de
+lucht opvlogen, zouden naar hun meening de geheimen der goden hebben
+geleerd; van daar dan ook, dat de vlucht der vogels met groote zorg
+werd nagegaan.
+
+Er was echter een zekerder middel om den wil der goden te leeren
+kennen, en dat was, door een orakel te gaan raadplegen, of een plaats
+door de goden uitgekozen om hun wil bekend te maken. Er waren in
+Griekenland een aantal orakels, die meestal gelegen waren in woeste,
+onherbergzame en sombere streken, in de diepten van een bosch
+of te midden der moeilijkst te beklimmen rotsen of in de diepste
+afgronden. Het oudste orakel was dat van Zeus, in de nauwe vallei
+van Dodona in Epirus. Ieder die dat orakel wenschte te raadplegen,
+begon met giften te schenken aan de priesters. Zij droegen offers
+op, en luisterden dan toe, om te hooren, welk antwoord zou gegeven
+worden. De eenige geluiden, die werden gehoord, waren het gekir der
+duiven, het ruischen van den wind tusschen de takken der heilige eiken,
+of het gemurmel der beken aan hun voet; maar de priesters beweerden,
+dat zij die geluiden konden verstaan en verklaren. Er was geen vraag
+zóó gewichtig, of zij kon in Dodona worden beantwoord, en evenmin was
+eenige vraag daartoe te onbeduidend. Men verhaalt zelfs, dat Heracles
+naar Dodona is gegaan, om te vragen, wanneer zijn moeilijkheden tot een
+einde zouden komen; maar aan den anderen kant is het verhaal bekend
+van dien bezorgden huisvader, die ging vragen, of zijn verdwenen
+dekens en kussens verloren waren gegaan of gestolen waren.
+
+Het beroemdste orakel was dat van Apollo, te Delphi in Phocis. Hier was
+een diepe kloof in de rotsen van den Parnassus, en uit een spleet kwam
+een bedwelmende damp naar boven. De priesteres was op een drievoet
+gezeten, die over die spleet was geplaatst, en spoedig maakte het
+ontwijkende gas haar half bewusteloos. Zoodra dit het geval was,
+letten de priesters op al haar geprevel, en verklaarden dit aan hem,
+die gekomen was, om het orakel te raadplegen.
+
+Die priesters moesten heel wat geleerd hebben van alles wat er in de
+wereld omging; hun antwoorden toch waren buitengewoon spitsvondig en
+geslepen. Zij waren bijzonder bekwaam in het geven van hun antwoorden
+in zóódanige bewoordingen, dat die antwoorden zeer verschillend
+konden worden opgevat; en als de uitkomst niet overeenkwam met de
+verwachting van hem, die het orakel had geraadpleegd, konden zij
+altijd zeggen, dat het zijn eigen schuld was, daar hij het antwoord
+niet goed had opgevat. Zoo, bij voorbeeld, vroeg Croesus, de koning
+van Lydië: "Als ik een inval doe in Perzië, zal ik dan slagen in mijn
+onderneming?" Het antwoord luidde : "Als gij een inval doet in Perzië,
+zult gij een machtig rijk te gronde richten"; en dit was inderdaad het
+geval, maar het was zijn eigen rijk, en niet, zooals hij verwacht had,
+het Perzische rijk. Zoo was ook eens de vraag aan het orakel gesteld:
+"Is er iemand in de wereld, wijzer dan Socrates?" en het antwoord
+luidde: "Neen." Toen de wijsgeer daarover een tijd lang had nagedacht,
+zeide hij: "Het orakel heeft gelijk. Niemand onzer weet, wat werkelijk
+goed en fatsoenlijk is, maar ik zie mijn onkunde in, terwijl dit bij
+anderen niet het geval is; daarom ben ik verstandiger dan deze."
+
+Overal waar een orakel was, was ook een tempel gebouwd. Smeekelingen
+waren gewoon rijke geschenken aan die tempels te brengen, en daardoor
+waren deze zeer rijk; dit was vooral het geval te Delphi. Alle Grieken
+beschouwden die orakels als heilig, en ten einde te vermijden, dat
+die tempels, met hun grooten rijkdom aan schatten, schade zouden
+lijden, begonnen groepen van steden zich te vereenigen, om in
+staat te zijn, die tempels te beschermen, als de noodzakelijkheid
+daartoe zich voordeed. Die genootschappen werden "Amphictyonen" of
+"groepen naburen" genoemd. De Delphische amphictyone was, zooals
+ook te verwachten was, de sterkste van alle. Deze was samengesteld
+uit twaalf stammen, die alle woonden ten noorden van de landengte
+van Corinthe. Zij waren overeengekomen den tempel van Apollo te
+Delphi te beschermen, en iedereen te bestraffen, die zou trachten de
+schatten uit dien tempel te stelen. Zij droegen eveneens zorg voor
+de wegen, die naar den tempel leidden; en als iemand het waagde de
+smeekelingen te hinderen, die op weg daarheen waren, had hij met de
+geheele Delphische amphictyone rekening te houden. In weerwil van die
+verbintenis behielden de stammen toch het recht, elkander, zoo zij
+dit verkozen, te beoorlogen, maar zij verbonden zich onderling, om,
+als zij met elkander in oorlog waren, elkanders steden niet te zullen
+verwoesten, of niet te zullen trachten, die steden van stroomend
+water af te snijden; dit was trouwens een belangrijke vooruitgang
+in vergelijking met de gewone wijze van oorlog voeren in die dagen,
+toen men meende, dat ieder middel, om een vijand te overwinnen,
+gewettigd en gewenscht was.
+
+De Amphictyonen droegen er veel toe bij, dat de Grieken het gevoel
+hadden, van één en hetzelfde ras te zijn, en dat zij, zelfs wanneer
+zij twistten, toch tot dezelfde familie behoorden. Dit gevoel werd
+nog hierdoor versterkt, dat zij dezelfde taal spraken. Een andere
+band, die hen veel steviger onderling verbond dan met de "barbaren",
+waren de "spelen", waarin alleen Grieken mochten mededingen. Zelfs
+in de dagen van Homerus, en niemand weet hoeveel vroeger reeds,
+geloofden de Grieken, dat de goden met genoegen toeschouwers waren bij
+athletische spelen; en daarom waren bij alle eenigszins uitgebreide
+feesten ter eere van een godheid, de kampspelen even belangrijk als
+de offers. Vier van die feestelijke spelen werden beroemd, en de
+spelen, te Olympia gehouden ter eere van Zeus, waren het beroemdst
+van alle. In latere tijden werden, zooals wij in een volgend hoofdstuk
+zullen uiteenzetten, verschillende soorten van wedstrijden gehouden,
+maar de wedloopen waren altijd de gewichtigste gebeurtenis; in de
+vroegste tijden waren zij zelfs de eenige wedstrijden. In het jaar
+776 vóór Christus begonnen de Grieken de namen der overwinnaars op
+te teekenen. Met dien datum eindigen de mythische tijden, en van die
+periode af dagteekent de werkelijke geschiedenis van Griekenland.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+HOE DE SPARTANEN MACHT VERKREGEN.
+
+
+Indien de aardrijkskundige toestand van Griekenland anders geweest
+was, zou ook de geschiedenis der Grieken zich geheel anders
+hebben ontwikkeld dan inderdaad het geval is geweest. Het land was
+samengesteld uit rijen bergen en onzichtbare valleien. Het was niet
+gemakkelijk, die bergen over te trekken, en daarom waren er bijna
+evenveel nietige rijkjes als er valleien waren. De bevolking van ieder
+dier valleien had haar eigen landje en haar eigen zeden en gewoonten
+lief, en de Grieken zouden tevreden geweest zijn te huis te blijven,
+als de zee er niet was geweest; maar deze omspoelde Griekenland aan
+drie kanten, haar weg zoekend naar het binnenland in scherpe nauwe
+inhammen. In welke richting zij zich ook bewogen, zij waren nooit
+meer dan ongeveer zeventig kilometers van den oceaan verwijderd. De
+valleien riepen hun "halt" toe, maar de oceaan lokte hen steeds aan,
+verder te gaan.
+
+Er waren niet veel goede havens op de westkust van Griekenland, maar
+er waren er verscheidene op de oostkust. Bovendien, als de Grieken op
+de oostkust stonden en over het water heenzagen, konden zij dichtbij
+en in de verte eilanden zien, die ieder afzonderlijk haar tot een
+bezoek uitlokten. Als zij het ééne eiland bereikt hadden, waren er
+altijd weer andere, die iets verder verwijderd waren; het was dus
+voor hen uiterst gemakkelijk, hun weg te vinden over de Aegeïsche
+Zee naar Klein-Azië. Er was dus aan den éénen kant reden, waarom de
+Grieken niet hun geheele land, maar iedere stam zijn eigen hoekje
+moet hebben lief gehad; en aan den anderen kant, waarom zij er lust
+in gehad moesten hebben, reizen te maken en koloniën in andere landen
+te vestigen, en voornamelijk in oostelijke richting.
+
+Griekenland was een bijzonder mooi land. De zee was blauw en fonkelend;
+de bergen waren niet altijd bedekt met groene wouden, maar de harde
+gesteenten der bergtoppen teekenden zich scherp en duidelijk in rood
+en grijs tegen de lucht af. De rivieren stroomden snel, en verdwenen
+dikwijls in de diepte uit het gezicht in een kloof of onderaardschen
+doorgang, en kwamen weer in de ééne of andere min of meer verwijderde
+plaats borrelend te voorschijn. Het is dus niet te verwonderen, dat de
+Grieken die rivieren als levende wezens voorstelden, en gewoon waren
+offers te plengen bij het bouwen van een brug, opdat de stroomgod
+niet vertoornd mocht worden. In sommige gedeelten van het land vond
+men prachtige oude bosschen met eiken-, beuken- en kastanjeboomen;
+er waren olijf- en vijgeboomen; er waren verschillende soorten
+van bloemen, rozen, violen, krokussen, geraniums, narcissen,
+heliotropen en anemonen. Langs de rivieren groeiden oleanders;
+niet kleine heestertjes, maar echte boomen, met hun rooskleurige
+bloesems weerspiegelden zich in het water. Dat alles was zóó schoon,
+dat het in de Grieken den zin voor schoonheid op natuurlijke wijze
+ontwikkelde. In Attica hield een rij bergen de koude der noordenwinden
+tegen, terwijl de zeewind uit het zuiden en het oosten het land in
+den zomer koeler en in den winter warmer maakte. Een groot gedeelte
+van Griekenland had evenals Attica een helderen, schitterenden hemel,
+en was warm genoeg, om de bevolking in staat te stellen, het grootste
+gedeelte van hun tijd buitenshuis door te brengen.
+
+Het is dus niet te verwonderen, dat de Doriërs, die ver in het noorden
+woonden, van dat prachtige land hoorden, en vurig begeerden daar
+te wonen; zij trokken dan ook naar het zuiden, om het te ontrukken
+aan de bevolking, die het in bezit had, namelijk de Achaeërs en de
+Joniërs. Dit is de beteekenis van het verhaal omtrent den terugkeer
+der Heracliden. De Achaeërs en de Joniërs waren niet sterk genoeg, om
+de Doriërs te verdrijven; van daar, dat velen van hen hun vaderland
+verlieten en kolonies stichtten op de kusten van Klein-Azië en de
+in de nabijheid daarvan gelegen eilanden. Dit geschiedde niet in
+eens; het proces duurde een reeks van jaren voort. Ten slotte kwamen
+berichten uit Griekenland terug, dat de landen, waar de kolonisten
+heengegaan waren, zelfs nog vruchtbaarder waren dan de Peloponnesus;
+en van dien tijd af begonnen zelfs sommige Doriërs koloniën te stichten
+op de kust van Klein-Azië en in Creta.
+
+Toen de Doriërs in den Peloponnesus kwamen, bevonden zij zich in
+een vrij moeilijken toestand. Zij waren krachtig, onverschrokken en
+oorlogszuchtig, en zij slaagden er in, een groot aantal koloniën te
+stichten; maar het aantal oorspronkelijke kolonisten was tienmaal zoo
+groot als hun eigen getal. De voornaamste stad der Doriërs was Sparta
+in Laconië, maar zelfs nadat zij het land hadden veroverd, waren
+zij in voortdurend gevaar voor de oude bewoners. Er waren van deze
+twee soorten: de Perioeki, wien wel werd toegestaan hun bezittingen
+te houden, maar die niets hadden in te brengen op het gebied van
+wetgeving; en de Heloten, of slaven. Men zegt, dat de Heloten behoord
+hadden tot de stad, die het langst den strijd tegen de Spartanen had
+volgehouden, en dat de veroveraars in hun toorn verklaard hadden,
+dat de Heloten ten eeuwigen dage slaven zouden zijn. Die Heloten
+haatten hun meesters zóózeer, dat de bevolking van Sparta placht te
+zeggen: "Een Heloot zou met alle genoegen een Spartaan rauw willen
+opeten." De Spartanen waren van hun kant blijde, dat zij slaven
+voor hun werk hadden; maar zij waren altijd eenigszins bevreesd,
+dat de Heloten zich tegen hen zouden vereenigen, en zij aarzelden
+geen oogenblik, iedereen ter dood te brengen, van wien zij meenden,
+dat hij een leider van het volk zou kunnen worden.
+
+Laconië was een land, dat gemakkelijk kon worden verdedigd, immers
+er waren bergen aan de oost- noord- en zuidzijde. Aan de oost- en de
+noordzijde waren er slechts twee of drie passen, waardoor een leger
+zonder groote moeilijkheid kon worden gevoerd, en aan de westzijde
+lag het veroverde land Messenië. Sparta was dus een natuurlijke
+vesting. Toch waren de Spartanen slechts een kleine volksstam te midden
+van vijanden, en de vraag was, hoe zij er voor konden zorgen, dat zij
+zeker waren, nooit door hun naburen te kunnen worden overvallen. Zij
+kwamen tot de overtuiging, dat daartoe slechts één weg openstond, en
+wel als zij den geheelen volksstam tot één leger maakten. Natuurlijk
+hadden de Grieken, wier verbeeldingskracht zoozeer ontwikkeld was,
+een verhaal, hoe dit in zijn werk was gegaan. Zij zeiden, dat in den
+eersten tijd hunner geschiedenis een zekere Lycurgus benoemd was tot
+voogd over hun koning, die toen nog in de kinderjaren verkeerde. Het
+volk bewees hem zóó hooge eer, dat zijn vijanden ijverzuchtig werden
+en het gerucht verspreidden, dat hij voornemens was de kroon te
+bemachtigen. Hij was daarover verontwaardigd en zeide tot het volk:
+"Ik zal het land verlaten en wegblijven totdat de koning volwassen
+is." Hij had zijn vaderland echter lief, en gedurende al de jaren,
+die zijn ballingschap duurde, bezocht hij verschillende rijken,
+om na te gaan hoe zij hun macht hadden verkregen of waardoor zij
+verzwakt waren. Telkens weder, en wel met korte tusschenpoozen, zonden
+de Spartanen boden naar hem toe, die er op aandrongen, dat hij zou
+terugkeeren; ten slotte gaf hij aan dien aandrang gehoor, zijn geest
+vol plannen, hoe hij zijn land machtig zou kunnen maken. Onderweg
+was hij ook in Delphi geweest en had hij Apollo gevraagd, of hij wel
+bekwaam genoeg was om voor zijn volk verstandige wetten te maken. Het
+antwoord luidde: "De wetten, die gij van plan zijt te maken, zullen de
+beste zijn in de geheele wereld." Natuurlijk hield hij dit niet geheim,
+en toen hij Sparta bereikte, vond hij daar een groot aantal menschen,
+die bereid waren alles wat hij voorstelde goed te keuren. De koning,
+die bij zijn vertrek nog een kind was, was volwassen geworden en had
+den troon in bezit genomen, of liever de helft van den troon; immers
+het was bij de Spartanen de gewoonte, twee koningen te hebben. Deze
+instelling schijnt niet veel practisch nut te hebben gehad; de ééne
+koning toch was veel te zachtzinnig en te toegevend, en kon er niet
+toe komen, misdadigers te straffen; het gevolg was, dat beide koningen
+het nooit met elkander eens waren, en zoo werd hun macht met den
+dag geringer. Zij hoopten, dat Lycurgus die macht zou versterken,
+en daarom heetten zij hem hartelijk welkom. Het geheele stadje was
+daarna in gespannen verwachting, wat de wijze man zou doen.
+
+Ten eerste liet hij een senaat, uit dertig leden bestaande,
+kiezen. Zij werden genomen uit de oudere mannen en werden voor hun
+leven gekozen. Vijf ephoren of opzichters (dwarskijkers) werden
+eveneens gekozen, doch vervulden hun betrekking slechts gedurende
+één jaar. In hun hand was in werkelijkheid het bestuur van den staat
+gelegen, want zij konden zelfs de koningen tot verantwoording roepen,
+zoo dikwijls zij dit noodig achtten; in belangrijke gevallen traden
+zij als rechters op; en zij beslisten, of er oorlog of vrede zoude
+zijn. De koningen waren leden van den senaat, en in oorlogstijden
+stonden zij aan het hoofd van het leger. Zij hadden slechts weinig
+minder macht dan de overige senatoren, maar zij moeten een veel
+rustiger leven gehad hebben dan vóór den terugkeer van Lycurgus,
+immers nu wisten zij volkomen, wat zij konden doen, en begrepen,
+dat zij steun zouden krijgen, als zij dat deden.
+
+Daarna hield Lycurgus zich bezig met een verdeeling van het land in
+gelijke deelen onder de burgers. Na veel onderhandelingen stemden zij
+daarin toe; maar toen hij voorstelde, het goud en zilver op dezelfde
+wijze te verdeelen, verzetten de rijkere burgers zich daartegen. Zij
+hadden echter een heerscher, die wist hoe hij op de ééne wijze kon
+verkrijgen wat hij wilde, als hij het niet op een andere wijze
+kon gedaan krijgen; en hij vaardigde eenvoudig een besluit uit,
+dat goud en zilver niet langer als geld zouden gerekend worden,
+maar dat daarvoor in de plaats ijzer zou worden gebruikt. Voor dat
+ijzer kon slechts weinig worden gekocht, immers de heerscher met zijn
+verzienden blik had er de hardheid aan ontnomen, zoodat het voor het
+dagelijksch gebruik ongeschikt was; en het was evenmin een bijzonder
+practische soort van schat om op te sparen, daar het zóó goedkoop was,
+dat men een bijzonder ruim vertrek niet volkomen kon vullen met een
+waarde van slechts enkele duizend guldens aan ijzer.
+
+Daarna nam Lycurgus maatregelen, om te zorgen, dat de Spartanen
+aan tafel geen lekkernijen gebruikten, en daarom liet hij ze allen,
+zoowel koningen als gewone burgers, in het publiek eten, en werden
+hun dezelfde gerechten voorgezet. Zelfs de meest hongerigen konden
+nauwelijks gesmuld hebben van hun maaltijden, als zij daaraan niet
+gewoon waren geraakt; immers het hoofdvoedsel was een zekere zwarte
+soep, die alleen de Spartanen eetbaar achtten. Een Athener, die
+eens die soep had geproefd, verklaarde, dat hij nu begreep, waarom
+de Spartanen zoo onbevreesd waren in den oorlog. "Zij wilden liever
+sterven," zoo zeide hij, "dan te moeten leven van zulk een ellendig
+voedsel."
+
+Ten einde te zorgen, dat de Spartanen hun huizen niet weelderig
+zouden inrichten met gouden bekers, helder gekleurde dekkleeden, of
+ledikanten met zilveren pooten, werd een wet uitgevaardigd, dat de
+zoldering gemaakt moest worden met geen ander gereedschap dan de bijl,
+en de deuren met geen ander werktuig dan de zaag. Lycurgus wist, dat
+de goede smaak van zijn landgenooten hen niet zou toestaan, kostbare
+meubels te brengen in een woning, waarvan de deuren niet goed zouden
+passen, en de zolderingen uit niets anders dan uit ruwe houtblokken
+zouden bestaan. Men verhaalt van een Spartaan, die in latere jaren
+gastvriendschap genoot in een schoone woning te Corinthe, en die
+naar de zoldering opkeek, welke uit zuiver glad gemaakte en schoon
+gesneden planken bestond, en die met een zekere minachting vroeg:
+"Groeien de boomen in uw land allemaal recht en vierkant?"
+
+Zoo kreeg Lycurgus zijn landgenooten er toe, eenvoudig en zonder
+eenige weelde te leven. Dit was nu voldoende, zoo dacht hij, voor
+het tegenwoordige, maar de geheele bevolking was vroeger aan een
+zekere weelde gewend geweest, en daarom was hij overtuigd, dat zij,
+zoodra hij gestorven was, langzamerhand weer zouden terugvallen in hun
+oude weelderige gewoonten. Hij wenschte een natie te doen opgroeien,
+die het niet alleen zou kunnen stellen zonder weelde, maar die er een
+heiligen afschuw van zou hebben; de eenige weg om dit te bereiken was,
+om aan te vangen met de kinderen.
+
+Dan zoude, als de jongens en meisjes volwassen geworden waren, Sparta
+bevolkt zijn met mannen en vrouwen, die altijd eenvoudig hadden geleefd
+en een minachting zouden hebben van een andere wijze van leven. Er
+was niet de minste twijfel aan, of zelfs een paar duizend van die
+mannen, voor den soldatenstand opgeleid, zouden in staat zijn, het
+in den strijd uit te houden tegen een heel wat grooter aantal van een
+vijandelijk leger. Om die reden vestigde hij veel meer zijn aandacht op
+de kinderen dan op de volwassenen. "Kinderen behooren aan den staat,"
+zoo zeide hij, "en de staat heeft behoefte aan mannen en vrouwen,
+die gezond en krachtig zijn." Als dus een kind geboren was, deed een
+commissie van verstandige mannen een onderzoek, of het kind gezond
+was. Als het zwak of ziekelijk leek, werd het eenvoudig in een grot
+in de bergen geworpen, om daar te sterven. Als de commissie besliste,
+dat het kind naar alle waarschijnlijkheid tot een krachtig man zou
+opgroeien, werd het aan zijn vader en moeder teruggegeven. De knaap
+mocht slechts zeven jaar lang bij zijn ouders verblijf houden; na dien
+tijd moest iedere jonge knaap worden opgenomen in een groep jongens,
+die onder militaire tucht stond. De jongen, die het dapperst leek,
+werd tot aanvoerder aangesteld, en de anderen hadden te gehoorzamen
+aan al zijn bevelen. Totdat de knapen twaalf jaar oud waren, liepen
+zij bijna naakt rond, opdat zij zouden gehard worden tegen elke
+weersverandering. Zelfs mochten zij na dien tijd niet meer dan één
+kleedingstuk dragen. Zij werden naar den oever der rivier gezonden
+om riet af te breken voor hun bedden. Als de winter aanbrak, werd
+het hun, als een groote weelde, toegestaan om wat dons over het riet
+te spreiden.
+
+Op den leeftijd van twaalf jaar werden de jongens gesteld onder
+toezicht van een jong man van twintig jaar, aan wiens bevelen zij
+moesten gehoorzamen. Dikwijls zond hij ze uit om voedsel of brandhout
+te halen; de bedoeling was, dat zij dit even listig zouden stelen,
+alsof zij waren in het land van den vijand. Als het hun gelukte,
+werden zij geprezen; maar als zij op heeterdaad werden betrapt,
+werden zij flink afgeranseld om hun onhandigheid. Na hun avondmaal
+riep hun leidsman hen dikwijls bijeen en legde hun verschillende
+proeven voor. Den éénen jongen beval hij dan "Zing een lied". Tot
+een anderen jongen zeide hij: "Vertel mij, wie de beste staatsburger
+in de stad is"; of "hoe denkt gij over die daad?" De jongens moesten
+niet alleen op die vragen een antwoord geven, maar zij moesten ook
+voor hun antwoorden goede redenen opgeven; en indien zij dit niet
+naar behooren deden, hadden zij elke straf te ondergaan, die hun
+leidsman meenen mocht, dat zij verdiend hadden. Natuurlijk hielden
+de ouderen en magistraten streng toezicht op den jongen leidsman, en
+indien hij niet rechtvaardig en verstandig was opgetreden, werd hij,
+nadat de jongere knapen weggezonden waren, flink afgerost.
+
+De meisjes waren verplicht te rennen en te worstelen en schijven
+te werpen, maar werden niet half zoo streng behandeld als de
+knapen. Immers wat ook de knapen deden en waarheen zij gingen, steeds
+stond er iemand op wacht, om ze te straffen, als zij niet zoo goed
+oppasten, als men van hen mocht verwachten. Eén der redenen, waarom
+zij zoo dikwijls werden afgeranseld, was, dat zij zouden leeren,
+pijn licht te tellen. Minstens eenmaal werden de oudere knapen voor
+één der altaren gebracht en gegeeseld, en die knaap, die de pijn het
+langst uithield zonder te schreeuwen, ontving een prijs. Zij werden
+er zóó trotsch op, pijn te kunnen verdragen, dat somtijds een jongen
+dood viel onder die geeseling, zonder eens te hebben geschreeuwd of
+zelfs maar gekreund.
+
+Wat de studie betreft, de jongens werden onderwezen in muziek en poëzie
+en een weinig lezen, schrijven en rekenen; maar veel tijd werd besteed
+aan het onderwijs in het spreken. Men verwachtte van hen, dat zij
+zouden zwijgen, als zij niets te zeggen hadden; en als zij spraken,
+werd van hen geëischt, dat zij zoo weinig mogelijk woorden gebruikten
+en dat zij hun antwoorden scherp en puntig zouden formuleeren. Lycurgus
+zelf handelde in volkomen overeenstemming met zijn voorschriften. Toen
+een Athener bij een zekere gelegenheid schertste over de korte zwaarden
+der Spartanen, antwoordde hij: "En toch kunnen wij daarmede de harten
+onzer vijanden bereiken." Toen men hem vroeg, of hij voornemens was een
+muur om Sparta te bouwen, antwoordde hij: "Die stad is goed versterkt,
+die een muur van mannen in plaats van een van steenen bezit." Iemand
+vroeg een Spartaan, om naar iemand te komen hooren, die den slag van
+een nachtegaal kon nabootsen. "Ik heb den nachtegaal zelf gehoord,"
+was het antwoord. Die korte, puntige wijze van spreken ontleende
+daarom zijn naam aan dien van het land, en is van die dagen af tot
+op onzen tijd "lakoniek" genoemd.
+
+Na twintig jaren op die wijze te zijn geoefend, was de Spartaan gereed
+voor de taak van krijgsman; en hij meende, dat ieder ander beroep of
+iedere andere bezigheid beneden zijn waardigheid was. Zelfs op de
+taak van het bebouwen van zijn eigen akker zag hij met de grootste
+minachting neer. "Dat was het werk van Heloten," beweerde hij.
+
+Op zekeren dag, nadat Lycurgus een oud man was geworden, riep hij het
+volk te zamen en zeide: "Er is nog één zaak, die noodig is voor het
+geluk van den staat. Die zaak is nog van veel meer gewicht dan alles
+wat geschied is; maar wat het is, kan ik niet vertellen, voordat ik
+uit Delphi ben teruggekeerd. Wilt gij plechtig zweren, dat gij aan
+de wetten zult gehoorzamen tot na mijn terugkomst?" Allen legden een
+plechtigen eed af, dat zij gehoorzaam zouden zijn, en daarna vertrok
+hij met zijn zoon en enkelen van zijn dierbaarste vrienden. Daar
+offerde hij aan Apollo en vroeg: "Zijn de wetten, die ik heb gemaakt
+en uitgevaardigd, voldoende om de deugd te bevorderen en het geluk
+van den staat te verzekeren?" "Zij zijn uitstekend, en de staat,
+die zich aan die wetten houdt, zal de meest roemrijke staat van de
+wereld zijn," zoo luidde het antwoord. Lycurgus schreef dit orakel op
+en zond het naar Sparta; maar zelf keerde hij niet terug, daar hij
+het plan beraamd had te zorgen, dat de Spartanen zijn wetten eeuwig
+zouden in acht nemen. Hij bracht Apollo nog een laatste offer en nam
+afscheid van zijn zoon en zijn vrienden. Daarna weigerde hij alle
+voedsel en wachtte rustig en kalm den dood af. Nog één laatste verzoek
+deed hij. Het was dit, dat, nadat zijn lichaam zou zijn verbrand,
+de asch niet naar Sparta zou worden gebracht, maar in zee zou worden
+geworpen. "Dan" zoo sprak hij, "kan zeker niemand verklaren, dat ik
+ben teruggekeerd, en de Spartanen kunnen dan nooit beweren, dat zij
+van hun eed, om mijn wetten in stand te houden, zijn ontslagen."
+
+Het lijkt veel waarschijnlijker, dat deze vreemde gewoonten eerst
+geleidelijk zich ontwikkelden, dan dat één enkel man de macht
+had, zijn landgenooten te dwingen, hun geheele manier van leven te
+veranderen. Hoe dat ook moge zijn, en hetzij een man als Lycurgus ooit
+heeft geleefd, hetzij niet, dit waren toch de zeden en gewoonten der
+Spartanen, en zij werden werkelijk een natie van krijgslieden. In
+Boeotië, een land, dat iets ten noorden van Sparta gelegen was,
+schreef een dichter, Hesiodus, zijn "Werken en Dagen", een gedicht,
+waarin het kalme buitenleven werd beschreven, en de wijze, waarop op
+den juisten tijd het werk verricht werd, dat door het jaargetijde
+werd vereischt; maar de Spartanen zouden op dergelijke lessen met
+de grootste minachting hebben neergezien. Zij waren krijgslieden, en
+krijgsbedrijven waren voor hen een uitspanning. Als de vijand nabij
+was, offerde de koning een geit, de mannen deden bloemkransen om hun
+hoofd, de muzikanten speelden een marsch en het leger trok opgewekt
+en vroolijk op. Zij wisten, hoever zij de andere stammen als soldaten
+overtroffen, en liepen weinig gevaar verslagen te worden.
+
+Zij beschouwden oorlogen als een genot, maar het wil ons voorkomen, dat
+zij daarvan wel zooveel genoten hebben als zij konden verlangen. Hun
+eerste bezigheid was, zich in Laconië zóózeer te versterken, dat zij
+zich konden vrijmaken, om andere landen te veroveren. Dit gelukte
+hun, en daarna begonnen zij te denken aan de verovering van Messenië,
+het land, dat ten westen van Laconië lag. Het is niet te verwonderen,
+dat zij dat land begeerden, want het was het vruchtbaarste gedeelte
+in den Peloponnesus met heuvelen en grasland, overvloed van water en
+uitstekende weiden voor het vee. Na een langdurigen tijd van strijden
+namen de Spartanen Messenië in bezit. Dit staat ongetwijfeld vast,
+hoewel slechts weinig omtrent den oorlog zelf bekend is. Er is ons een
+verhaal overgeleverd, waarvan de waarheid niet meer is na te gaan,dat
+de zaken ten slotte zóó slecht stonden voor de Messeniërs, dat zij zich
+in Ithome opsloten en het orakel van Delphi raadpleegden, om te vragen,
+wat zij moesten doen. "Die stam, die het eerst honderd drievoeten
+plaatst op het altaar van Zeus te Ithome, zal de overwinning behalen,"
+zoo sprak het orakel. De Messeniërs juichten daarom uitgelaten van
+vreugde, en gingen aan het werk, ten einde honderd houten drievoeten
+te vervaardigen. Ongelukkig voor hen, hadden ook de Spartanen bericht
+gekregen van het antwoord. "Wij zullen niet wachten met het maken van
+drievoeten van hout," zoo spraken zij, "maar wij zullen ze van klei
+vervaardigen." Het gevolg hiervan was, dat, terwijl de Messeniërs
+nog druk bezig waren met de vervaardiging van houten drievoeten, het
+een Spartaan gelukte op zekeren achtermiddag met een grooten zak op
+zijn rug in Ithome binnen te sluipen. Den volgenden morgen verloren
+de Messeniërs alle hoop, toen zij de Spartaansche drievoeten rondom
+het altaar geschaard zagen. Het duurde niet lang, of Ithome viel; de
+Spartanen hadden overwonnen. De Messeniërs mochten hun land behouden,
+maar moesten de helft van de opbrengst aan de veroveraars afstaan. Zij
+waren de slaven der Spartanen geworden.
+
+Het verhaal luidt verder, dat de kleinzonen van de verdedigers
+van Ithome heel wat jaren later besloten, zich niet langer de
+overheersching der Spartanen te laten welgevallen. Zij streden zóó
+dapper en woest, dat het spoedig de beurt van hun vijanden was,
+Apollo om raad te vragen. "Gij moet Athene vragen, om een aanvoerder
+te zenden," zoo luidde het antwoord. Dit beviel de Spartanen wel niet,
+maar toch deden zij het verzoek. De Atheners, van hun kant, vonden het
+niet bijzonder aangenaam, Sparta te helpen, machtiger te worden, maar
+zij durfden Apollo niet ongehoorzaam te zijn. Eindelijk beraamden zij
+een plan, dat zij bijzonder listig uitgedacht vonden. Als aanvoerder
+zonden zij een man, Tyrtaeus genaamd, een schoolmeester van beroep,
+die totaal niets van krijgszaken afwist. Zij vergaten echter, dat
+Tyrtaeus tevens een dichter was; en terwijl zij zich verhieven op hun
+slimheid, maakte hij zóó uitstekende en luidklinkende oorlogszangen
+voor de Spartanen, dat zij hun mismoedigheid totaal vergaten, maar
+opgewekt ten strijde trokken, onder het zingen van het volgende lied:
+
+
+ "Komt, voeren wij den strijd voor kroost en vaderland,
+ En sparen 't leven niet, en vreezen niet den dood.
+ Schept jongelingen moed, en houdt in 't strijdperk stand,
+ En treff' u nooit de blaam, dat gij uit lafheid vloodt."
+
+
+Ten slotte behaalden de Spartanen de overwinning; en zoo heerschten
+zij nu over het geheele zuidelijke gedeelte van den Peloponnesus van
+zee tot zee.
+
+De Spartanen haastten zich in het minst niet, het oorlogvoeren
+te staken, en voordat vele jaren voorbij waren, vonden zij een
+voorwendsel, Arcadië binnen te vallen, de landstreek, die ten noorden
+van Laconië gelegen is. Er is een verhaal, dat de Messeniërs tijdens
+den oorlog eenige afdeelingen Arcadische soldaten hadden gehuurd,
+en dat de Arcadiërs, nadat de oorlog geëindigd was, enkelen der
+Messeniërs hadden toegestaan, zich in Arcadië te vestigen. Dit was voor
+de Spartanen een voldoende voorwendsel; daarom trokken zij uit met
+hun wapenen, kransen en oorlogszangen, en tevens met enkele ketenen,
+om daarmede de gevangenen te boeien, die zij zeker verwachtten te
+zullen maken.
+
+Arcadië was een rustige, liefelijke landstreek, met ruwe bergen en
+snel stroomende beken in het noorden, en frissche groene weilanden
+in het zuiden. De bevolking, die daar huisde, hield kudden groot en
+klein vee. Zij hielden van het fluitspel en leefden naar de oude,
+eenvoudige gebruiken. Zij hadden tevens de vrijheid lief, en zij waren
+krachtige bergbewoners; en zoo gebeurde het tot groote verbazing
+van de Spartanen, dat enkelen van hen met hun eigen ketenen werden
+geboeid. Wel wonnen de invallende troepen verschillende overwinningen,
+maar nooit konden zij het kleine bergachtige land werkelijk ten onder
+brengen. Beide legers ondervonden, dat ook aan de andere zijde dappere
+mannen streden, en daarom sloten ten slotte beide volken een verdrag,
+waarbij zij afspraken, elkander in den oorlog bij te staan. Sparta
+zou de leiding nemen op het slagveld, maar de Arcadiërs zouden steeds
+den linkervleugel, de eereplaats, bezetten.
+
+De grootste eer echter, die eenigen Griekschen volksstam kon te beurt
+vallen, was voor te zitten bij de Olympische spelen. Olympia lag in
+Pisatis, en in de eerste tijden waren de Pisatiërs de machtigsten. Doch
+na verloop van tijd overwonnen de bewoners van Elis de Pisatiërs in den
+oorlog, en met trots namen toen de bewoners van Elis den eersten rang
+in. Herhaaldelijk stonden de bewoners van Pisatis op, en zij vonden
+ten slotte een machtigen vriend in Pheidon, den heerscher van Argos;
+deze toch wenschte gaarne zijn macht in het westen uit te breiden. De
+Spartanen hadden er evenmin bezwaar in, hun macht uit te breiden;
+zij verdedigden de belangen van de bewoners van Elis, en behaalden
+de overwinning.
+
+Zoo werd Sparta een machtige staat. Tegen het midden der zesde eeuw
+vóór Christus, beheerschten de Spartanen het zuidelijke gedeelte van
+den Peloponnesus; zij hadden een verbond gesloten met Arcadië en waren
+zeer bevriend met de bewoners van Elis. Tevens hadden zij de macht
+van Argos gefnuikt, den staat, die eertijds de machtigste van het
+schiereiland was geweest. De laatste slag werd geleverd bij Thyrea,
+welke stad door de Spartanen werd ingenomen; maar de bewoners van Argos
+leden eenige jaren later een nog veel ernstiger verlies. Zij waren voor
+de Spartanen gevlucht naar een gewijd boschje, en daar werden zij door
+hun vijanden omsingeld, die het boschje in brand staken. Twee derde
+gedeelten van hun geheele leger kwam om. Nog altijd beweerden zij, dat
+Argos een vrije stad was; maar de Spartanen trokken zich dit volstrekt
+niet aan, daar Argos te zwak was geworden, om zich met hen te bemoeien.
+
+Dit is de geschiedenis van Sparta van de vroegste tijden af tot
+aan het midden van de zesde eeuw vóór Christus--de geschiedenis van
+een kleinen, zwervenden stam, die zijn weg vond in het gebied van
+zijn vijanden en wien het gelukte, het machtigste volk van het land
+te worden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+DE EERSTE DAGEN VAN ATHENE: DE WETTEN VAN SOLON.
+
+
+Sparta was de voornaamste staat van den Peloponnesus, en zelfs ten
+noorden van den Peloponnesus werd die beschouwd als de voornaamste
+van geheel Griekenland, die dan ook de leiding gaf. Hun voornaamste
+mededinger was Attica. Attica was een schiereiland, dat een lengte had
+van ongeveer 140 kilometers, en dat aan de noordzijde en de westzijde
+door bergen werd begrensd. Er waren enkele rivieren in dat land, maar
+zelfs de grootste van deze liep in den zomer bij warm weder droog. De
+grond was schraal en onvruchtbaar. De Grieken konden zich volkomen
+tevreden stellen met een maaltijd, bestaande uit een stuk brood, een
+beker wijn en een handvol olijven; maar zelfs deze konden in Attica
+lang zoo gemakkelijk niet verkregen worden als in den naburigen staat
+Boeotië; immers de bodem moest, om deze voort te brengen, met groote
+zorg worden bebouwd. Daar tegenover stond echter een groot voordeel,
+dat tegen die nadeelen ruimschoots opwoog, en dat was het heerlijke
+klimaat. Attica was in den winter warmer, en in den zomer koeler dan
+Boeotië. De lucht was zóó zuiver, dat verwijderde voorwerpen op veel
+grooteren afstand konden worden onderscheiden dan ergens anders. De
+hemel was zóó helder en schitterend, dat het een genot was daarin
+te staren, en zelfs al waren de bergen eenigszins kaal, de lucht
+gloeide zóó prachtig bij zonsondergang, dat de fijne vormen der toppen
+daartegen schitterend mooi uitkwamen. De bevolking was van Jonischen
+stam. Met zelfverheffing zeiden zij: "Nooit hebben vreemde veroveraars
+ons overwonnen. Wij zijn uit den grond zelf ontsproten." Daarom
+droegen de Atheensche vrouwen zoo gaarne sieraden in den vorm van een
+krekel,--omdat men meende, dat ook de krekel uit den grond was geboren.
+
+Van Attica was in de vroegste tijden weinig bekend; maar daar er in
+dien staat geen slaven gevonden werden, was de meening waarschijnlijk
+juist, dat het land nooit door vreemdelingen was veroverd, maar dat
+de staat was gevormd uit een vereeniging van mannen van hetzelfde
+ras. De Grieken leefden in de overtuiging, dat die vereeniging was
+tot stand gebracht door den held Theseus, die eertijds hun koning
+was; en er loopen omtrent diens heldendaden ontelbare verhalen. Men
+verhaalde, dat hij niet alleen den Minotaurus had gedood, maar
+dat hij ook op een oorlogsexpeditie was uitgetrokken met Heracles,
+en dat hij met het schip Argo was uitgezeild om de Gouden Vacht te
+halen. Ook verhaalt men, dat hij zich als jongmensch zóó opgesmukt
+kleedde, met zijn sierlijke kleeren, zijn juweelen en zijn reukwerken
+dat eenige werklieden, die hij eens voorbij liep, eerst verbaasd
+bleven staan, en daarna lachten en zeiden; "Dat jonge meisje is
+oud genoeg om te trouwen; hoe komt het, dat zij zoo alleen langs de
+straten loopt?" Theseus hoorde dit gesprek, en om te toonen, dat hij
+werkelijk iets meer was dan een modegek, hield hij een kar tegen,
+die juist voorbij kwam, spande de ossen uit het juk en slingerde
+die over een tempel. Toen hij koning geworden was, noodigde hij,
+zoo luidt het verhaal, niet alleen menschen die in Attica woonden,
+maar zelfs vreemdelingen uit, huizen voor zich te doen bouwen in
+Athene. De stad was toen niets anders dan een troep kleine woningen op
+een groote rots met een breeden, vlakken top; maar het was een uiterst
+veilige plaats, daar het voor vijanden niet gemakkelijk zou zijn,
+om de rots te beklimmen en zoo de stad binnen te trekken. Theseus
+was volstrekt niet begeerig naar macht; immers toen de bewoners van
+de overige gedeelten van Attica aarzelden er in toe te stemmen, te
+worden geregeerd door een Atheensch vorst, zeide hij tot hen: "Als
+gij dit wilt doen, zal ik van mijn rechten afstand doen. Gij zult even
+goed koning zijn als ik, behalve dat ik waken zal over de handhaving
+der wetten, en als er oorlog komt, zal ik het leger aanvoeren." Het
+is niet te verwonderen, dat zij toegaven aan een zoo edelmoedigen
+vorst. Theseus richtte een zuil op, om de plaats te bepalen, waar de
+grenzen van Attica begonnen. Daarna stelde hij schitterende feesten
+in ter eere van de vereeniging der Attische dorpen.
+
+De volgende beroemde koning was volgens de legenden koning Codrus. Hij
+had een tijd lang rustig geregeerd, toen hij in moeilijkheden
+geraakte. De Spartanen en enkele andere Doriërs verbonden zich met
+elkander, ten einde Athene aan te vallen, en sloegen hun kamp op
+vóór de muren der stad. Zij waren vol vertrouwen op den uitslag,
+daar het orakel gezegd had: "Indien gij het leven van Codrus spaart,
+zult gij ongetwijfeld de overwinning behalen." Natuurlijk waren zij nu
+van plan het leven van Codrus te sparen--dit was een geringe prijs,
+dien zij voor de overwinning moesten betalen--en spoedig zou Athene
+in hun macht zijn. Als zij geweten hadden, wat voor man Codrus was,
+zouden zij niet zoo gerust en vol zelfvertrouwen geweest zijn. Een
+vriend van den koning, die te Delphi woonde, vertelde hem, wat het
+orakel gezegd had; en oogenblikkelijk had de dappere en opofferende
+koning een besluit genomen, hoe hij moest handelen. Hij vermomde
+zich als een houthakker, sloop de poorten der stad uit, en begaf zich
+daarheen, waar hij zeker was eenige Doriërs te zullen ontmoeten. Het
+duurde niet lang, of hij kwam er twee tegen. Eén van dezen sloeg hij
+met zijn bijl en doodde hem. Daarop doodde de andere Codrus. Korten
+tijd daarna vernamen de Atheners, dat de koning voor hen het leven had
+gelaten, en zij zonden een bode, om te vragen of de Doriërs zijn lijk
+wilden afstaan. De Doriërs schrikten, toen zij hoorden, wat zij gedaan
+hadden. "Het helpt niet, of wij Athene aanvallen," zeiden zij, "immers
+de goden zullen tegen ons zijn," en daarom gingen zij weg en trokken
+over de landengte van Corinthe terug naar den Peloponnesus, zoodat
+Athene gered was. De Atheners waren zóó dankbaar, dat zij besloten,
+dat er nooit meer een andere koning over Athene zou heerschen, opdat
+de titel ten eeuwigen dage aan den edelen vaderlander Codrus gewijd
+zou zijn.
+
+Er waren later echter wel koningen, doch deze moesten het gezag
+deelen met acht andere magistraten, archonten of heerschers genaamd,
+totdat op het laatst de koning-archont weinig meer te doen had dan de
+openbare offers aan de goden te brengen. De negen archonten te zamen
+hadden in de verste verte niet zooveel te zeggen als een beroemde
+raad, de Areopagus genoemd, welke naam samenhing met het feit, dat hij
+vergaderde op den Heuvel van Mars, of Ares; die Areopagus vervaardigde
+alle wetten en velde vonnis over alle personen, die van een misdaad
+werden beschuldigd.
+
+Oppervlakkig zou men meenen, dat dit een goede inrichting van het
+staatsbestuur was, maar er kwam één factor bij, die een zoodanige
+instelling hoogst onrechtvaardig maakte; al die archonten en leden
+van den Areopagus waren Eupatriden, dat wil zeggen: mannen van hooge
+geboorte. Meestal waren zij zeer vermogend, en zij maakten wetten,
+die zeer voordeelig en gemakkelijk waren voor de rijken, maar die
+zwaar drukten op de armen. De regeeringsvorm was dus een oligarchie, of
+"regeering van weinigen"; en een oligarchie is slechts zelden billijk
+tegenover het gewone volk. Sommigen van de behoeftige burgers leefden
+op de goederen der Eupatriden, en als zij de verschuldigde pacht
+niet betaalden, hadden de eigenaars dier goederen het recht, hen en
+hun gezin als slaven te verkoopen. Zelfs zij, die kleine boerderijen
+in eigendom hadden, waren er niet veel beter aan toe, want een groot
+aantal van hen waren genoodzaakt geweest, geld van de aanzienlijken
+te leenen, terwijl zij slechts weinig hoop hadden, hun schuld af te
+lossen. Daarom was op een aantal boerderijen een pilaar geplaatst,
+waarin het bedrag gegrift was, dat de boer verschuldigd was, en de naam
+van den man, aan wien de boerderij verpand was. Somtijds werden de arme
+boeren zóó ontmoedigd, dat zij hun kinderen als slaven verkochten,
+om nog slechts de rente van de schuld, die op hun goederen rustte,
+te kunnen betalen. De Eupatriden hadden een genoegelijk leven, maar
+het behoeft niet te verwonderen, dat de arme lieden hoe langer hoe
+ellendiger werden. Enkelen gingen als kolonisten naar andere streken,
+en zij, die achterbleven, werden met den dag meer ontevreden.
+
+Ten slotte zagen zelfs de Eupatriden, die het leven luchthartig
+opnamen, dat iets moest gedaan worden, om de moeilijkheden te
+verminderen. Er was één feit, dat het volk ontzettend onbillijk vond,
+en wel: dat de wetten nooit openlijk waren afgekondigd; indien dus
+een Eupatride het eigendom van iemand uit het volk wegnam, was er
+voor dezen geen middel, om te ontdekken, of in overeenstemming dan
+wel in strijd met de wetten was gehandeld. "Indien wij de wetten
+openlijk afkondigen, zullen zij tevreden zijn," meenden de edelen;
+en zij kozen een Eupatride, Draco genaamd, om alles te verzamelen
+en te herzien, wat tot nu toe naar de algemeene overtuiging wetten
+genoemd werd. Langen tijd na Draco was de wetgeving zóóveel zachter
+en menschelijker geworden, dat men zeide, dat de wetten van Draco
+"in bloed waren geschreven," maar dat zij toch veel redelijker en
+rechtvaardiger waren dan de ongeschreven wetten, die vóór dien tijd van
+kracht waren geweest. Bovendien gaf zijn wetboek veel grooter macht
+aan het volk, dat niet tot de aanzienlijken behoorde "de menigte,"
+zooals de Eupatriden hen noemde; immers het bevatte de bepaling, dat
+de overheidspersonen niet tot de Eupatriden behoefden te behooren,
+maar konden gekozen worden uit de leden der Ecclesia, of de algemeene
+vergadering, dat waren die lieden, die een zeker inkomen uit het land
+trokken. Het wetboek stond zelfs de Ecclesia toe, de overheidspersonen
+te kiezen. Dit was voor "de Menigte" een groote vooruitgang, want
+iedereen die in staat was zich zelf wapenen aan te schaffen voor den
+strijd, had het recht tot de Ecclesia te behooren.
+
+Draco vormde bovendien uit het geheel der burgers een Raad, die onder
+andere tot taak had, aan de Ecclesia wetten voor te stellen.
+
+Die wetgeving van Draco was in sommige opzichten voortreffelijk; maar
+hij vergat één belangrijk feit, en wel, dat die lagen der bevolking,
+die arm en hongerig waren, en in voortdurend gevaar verkeerden om
+als slaven te worden verkocht, zich niet veel tevredener zouden
+gevoelen, omdat zij wisten, dat enkele anderen, die het iets beter
+hadden dan zij, nu het recht hadden deel te nemen aan de stemming
+voor overheidspersonen.
+
+Één der Eupatriden, Cylon genaamd, meende, dat het een gunstig
+oogenblik was, zich zelf tot tyran uit te roepen. Hij zelf en zijn
+volgelingen bezetten den grooten burcht, de Acropolis, in de
+verwachting, dat het lagere volk zich bij hen zou voegen. Dit
+gebeurde echter niet, en spoedig waren zij omsingeld door den archont
+Megacles en het staatsleger. Cylon ontsnapte, terwijl zijn volgelingen
+zich terugtrokken in den tempel van Athene, die op de Acropolis stond.
+Megacles was daardoor in een moeilijken tweestrijd. Het zou een
+misdaad zijn jegens de godheid, als hij zelfs opstandelingen aanviel,
+als zij in den tempel der godin gevlucht waren onder haar bescherming;
+en het zou den tempel bezoedelen en onrein maken, als manschappen
+daarin aan den hongerdood werden prijs gegeven. Eindelijk zond hij
+een boodschap aan de opstandelingen in deze bewoordingen: "Indien gij
+u overgeeft, zal ik uw leven sparen." De opstandelingen stemden daarin
+toe, maar zij waren er niet volkomen zeker van, dat de archont zijn
+woord zou houden; daarom bonden zij, toen zij den tempel verlieten,
+een touw aan het altaar van Athene, en daalden van de Acropolis af,
+met het touw in de hand. Waarschijnlijk hielden zij het touw iets te
+stevig vast, immers het brak plotseling. "De godin weigert u te
+beschermen," riep Megacles uit, en viel de ongelukkige slachtoffers
+aan. Enkelen werden op slag gedood, anderen gesteenigd. Daarna was het
+de beurt der Atheners, om beangst te worden. "De godin Athene zal
+zeker de stad straffen," zoo kermden zij, en zij eischten, dat Megacles
+zou worden verbannen. Sommigen der edelen waren van dezelfde meening,
+doch anderen waren niet geneigd, een bondgenoot op te offeren. Ten
+slotte werd, door den invloed van een wijzen Eupatride, Solon genaamd,
+Megacles in staat van beschuldiging gesteld. Het eindigde er mede, dat
+hij met zijn geheele geslacht, de Alcmaeoniden, verbannen werd.
+
+Solon was volstrekt geen vreemdeling voor zijn landgenooten. Het
+was door zijn toedoen, dat het eiland Salamis toen aan Attica
+toebehoorde. Zoowel Athene als de stad Megara hadden er aanspraak op
+gemaakt, en toen uit dien twist een oorlog ontstond, werden de Atheners
+zóó vreeselijk verslagen, en waren zij zóó wanhopig, dat zij een wet
+uitvaardigden, die luidde, dat iedereen, die voorstelde, den oorlog
+met Megara te hernieuwen, ter dood zou worden gebracht. Solon was er
+van doordrongen, dat het een schande voor zijn vaderland zou zijn,
+Salamis op te geven, maar hij had er volstrekt geen lust in, ter dood
+gebracht te worden. Ten slotte maakte hij een plan, zijn landgenooten
+wakker te schudden. Hij sloot zich op in zijn eigen huis en liet het
+gerucht verspreiden, dat hij krankzinnig was. In werkelijkheid hield
+hij zich bezig met de vervaardiging van een gedicht over Salamis,
+dat de gemoederen in opstand moest brengen. Op zekeren dag ijlde hij
+plotseling naar de marktplaats, waar altijd een menigte gereed stond,
+verlangend wat nieuws te hooren, en zeide hij zijn gedicht op. Dit
+begon aldus:
+
+
+ "Hoor en let op: ik kwam van Salamis,
+ Om van uw dwaling u te overtuigen."
+
+
+Een krankzinnige kon niet gestraft worden wegens de overtreding van
+een wet, en de Atheners waren door dit gedicht zóózeer wakker geschud,
+dat zij besloten, den oorlog te hernieuwen. Zij schijnen overtuigd
+geweest te zijn, dat Solon zóó krankzinnig was, dat hij niet kon
+worden gestraft, maar tevens toch genoeg bij zijn verstand, om een
+goed legeraanvoerder te zijn; daarom droegen zij hem het opperbevel
+over hun troepen op. Eindelijk viel Salamis in de handen der Atheners.
+
+Om die redenen stelden zoowel de Eupatriden als de groote menigte
+een groot vertrouwen in Solon, en gaven zij hem het recht alles te
+doen, wat naar zijn oordeel zou kunnen bijdragen tot verbetering van
+den toestand. Er was ongetwijfeld behoefte aan iemand met een groot
+verstand, want geheel Attica was in beroering. Behalve de moeilijkheden
+tusschen de armen en de rijken, waren er voortdurend drie partijen,
+die aanhoudend met elkander twistten: de bevolking der vlakten,
+die woonde in de meest vruchtbare landstreek; de menschen, die aan
+de kust woonden, die dus dicht bij de zee leefden, en visschers en
+handelslieden waren; en de bergbewoners of schaapherders, die woonden
+aan de ruwe hellingen der heuvels, waar zij hun kudden weidden.
+
+Die verschillende soorten van menschen hadden ook verschillende
+doeleinden en begeerten; en niemand, hoe verstandig hij ook mocht
+zijn, kon allen tevreden hebben gesteld. Solon schonk slechts zeer
+weinig aandacht aan wat een bepaalde klasse van menschen verlangde,
+maar deed, wat hij dacht, dat het meest in het belang was van den
+geheelen staat. De grootste en meest dringende moeilijkheid was,
+dat zoovele menschen in schulden staken. De kleine boeren, die een
+eigen boerderij bezaten, verloren snel hun boerderijen en werden
+daglooners, terwijl daglooners als slaven verkocht werden. Een zóó
+groot aantal was als slaven verkocht, dat hun afwezigheid een groot
+verlies was voor het land. De eerste besluiten van Solon waren nu
+deze, dat men zijn schulden kon afdoen in een nieuwe munt, die een
+vierde minder woog dan de oude, maar die toch gerekend zou worden de
+vroegere waarde te hebben gehouden; dat de schulden der landbouwers,
+die geld van den staat hadden geleend, zouden worden vrijgeschonken;
+dat hij, die er in had toegestemd, de slaaf te worden van een ander,
+als hij geleend geld niet op tijd teruggaf, niet aan zijn verplichting
+gehouden zou zijn; en dat zij, die naar vreemde landen zouden zijn
+verkocht, teruggebracht zouden worden op kosten van den staat of van
+hen, die hen had verkocht.
+
+Op het eerste gezicht schijnen die wetten tamelijk onbillijk geweest te
+zijn tegenover de schuldeischers; maar in het algemeen was het zeker,
+dat, als een rijk man geld leende aan een arme, hij zeer goed wist,
+dat hij nooit zijn geld kon terugkrijgen; zijn doel was, den man zelf
+in zijn macht te krijgen, dat is, vrije burgers tot slaven te maken,
+en het was niet goed, dat dit door de wetten werd bekrachtigd.
+
+Solon was zelf een Eupatride, maar hij kon niet goedkeuren, dat de
+wetten uitsluitend door de Eupatriden werden gemaakt. Hij verdeelde
+het volk in vier klassen, in verband met het inkomen, dat zij uit hun
+landerijen trokken. De rijken bezetten meer ambten, maar moesten ook
+hoogere belastingen betalen. Zij, die tot de laagste klasse behoorden,
+dat waren zij, die te arm waren om wapenen en een wapenrusting voor
+zich zelf te koopen, waren tot geen ambt verkiesbaar, maar zij
+betaalden geen belasting; en iedereen, zoowel armen als rijken,
+behoorde tot de Ecclesia en had stemrecht. Zoo maakte Solon de
+instellingen in overeenstemming met zijn geliefde lijfspreuk:
+"Gelijkheid veroorzaakt geen oorlogen." Met die nieuwe wetten stond
+voor iedereen de gelegenheid open, om van de ééne klasse tot een
+andere op te klimmen, en ten slotte de hoogste ambten in den staat
+te bekleeden. Iedereen kon zelfs lid van den Areopagus worden, en
+in de oogen van den Athener was dit het hoogste der staatsambten. De
+meeste wetten van Draco werden afgeschaft, en Solon vervaardigde een
+nieuw wetboek. Ten slotte schonk hij amnestie aan de Alcmaeoniden en
+stond hen toe, naar Athene terug te keeren. Hij bepaalde niet naar
+vaste regelen, hoe kinderen moesten worden opgevoed, maar blijkbaar
+wenschte hij niet, dat zij hun tijd in lediggang doorbrachten, immers
+hij bepaalde, dat niemand verplicht was zijn vader in diens ouderdom
+te ondersteunen, tenzij de vader hem als knaap geleerd had zich zelf
+door het ééne of andere bedrijf te onderhouden. Solon wijdde al zijn
+gedachten aan het heil van den staat. Hij was niet, evenals Lycurgus,
+van meening, dat men het geld moest minachten, maar veeleer, dat men
+het zóó zorgzaam en verstandig moest gebruiken, dat er geen gebrek
+aan was, als men het noodig had. Op dien grond maakte hij enkele
+bepalingen, waarbij het bedrag werd beperkt, dat bij begrafenissen
+mocht worden besteed, waar meestal heel wat geld voor werd uitgegeven,
+en zoo maakte hij ook enkele bepalingen omtrent de kleeding der
+vrouwen; indien bij voorbeeld een vrouw op reis ging, mocht zij niet
+meer dan drie gewaden medenemen. De wetten werden op houten tafels
+geschreven, en die werden daar geplaatst, waar iedereen ze kon lezen.
+
+Er waren zóóveel verschillende partijen in Athene, dat niemand van
+deze volkomen voldaan was. Gedurig zochten zij Solon dan ook op. "Wat
+beteekent die wet?" vroegen zij dan, of "Waarom wordt die wet niet
+veranderd?" Ten slotte besloot Solon weg te gaan, en het volk en de
+wetten een tijd lang met rust te laten. Toen hij echter naar Athene
+terugkeerde, bleek het hem, dat de burgers evenmin tevreden waren als
+toen hij ze had verlaten. De aanzienlijken hadden gedacht, dat alles
+rustig en kalm zou zijn, nadat de schulden waren kwijtgescholden,
+terwijl het hun bleek, dat dit niets had geholpen. Een aantal
+arme lieden waren van hun kant vreeselijk teleurgesteld, daar zij
+verwacht hadden, dat hun vriend Solon hen allen op de ééne of andere
+geheimzinnige wijze rijk zou maken. De aanzienlijken waren het ook
+onderling oneens, en de drie gedeelten, de mannen uit de vlakten,
+die der kusten en die der bergen, waren nog steeds oneenig.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+DE REGEERING VAN PISISTRATUS EN DE ALCMAEONIDEN.
+
+
+De Atheners waren, zooals in het vorige hoofdstuk is gezegd,
+onrustig en ontevreden, zoodat zij met ongeduld naar eenige
+verandering uitzagen. Het was dus juist de geschikte tijd voor een
+listig man, plannen te smeden, om de volksgunst te winnen en tyran
+te worden. Er was toen juist iemand, geschikt om dit te doen. Hij
+heette Pisistratus. Hij was bij het volk in groot aanzien wegens zijn
+vrijgevigheid en omdat hij overwinningen behaald had bij de Olympische
+wagenrennen. Hij deed het voorkomen, alsof hij volkomen tevreden
+was met de wetten van Solon, en dat hem niets anders ter harte ging
+dan het heil van zijn vaderland. Het volk geloofde hem volkomen, en
+toen hij eens op het marktplein kwam aanrijden, met bloed besmeerd,
+namen zij in volle vertrouwen de waarheid aan van zijn verhaal, dat
+zijn vijanden hem haast hadden vermoord, omdat hij zich zoozeer wijdde
+aan het heil van het volk. Het marktplein was vol van het armste volk,
+welks bijzondere vriend Pisistratus beweerde te zijn. Solon was daar
+eveneens en riep uit: "Pisistratus, gij hebt dit zelf gedaan, om uw
+landgenooten te bedriegen." Toch schonk het volk den bedrieger geloof
+en nam onmiddellijk een voorstel aan,--dat gedaan werd door iemand,
+dien hij vooruit daarvoor had aangenomen--dat hun miskende vriend een
+lijfwacht zou hebben van vijftig man, met stokken gewapend. Geleidelijk
+nam dit aantal toe. "Het volk" wilde dit, en de aanzienlijken durfden
+zich niet te krachtig tegen hen te verzetten. Na korten tijd bestond
+de lijfwacht reeds uit vierhonderd krachtige mannen. Daarna bezette
+Pisistratus de Acropolis. Hij werd tyran van Athene en Athene was
+niet langer vrij. Herhaaldelijk had Solon de Atheners gewaarschuwd,
+maar zij hadden zijne waarschuwingen in den wind geslagen. Ten laatste
+legde hij zijn schild en zijn zwaard buiten zijn deur op den grond en
+sloot de deur, terwijl hij zeide: "Ik heb alles gedaan wat ik vermocht,
+om mijn vaderland en de wetten des lands te verdedigen."
+
+Pisistratus gevoelde zich nu meester van Athene. "Hoe zal hij
+Solon behandelen?" vroeg het volk zich af. Spoedig werd het hun
+duidelijk, dat hij er niet aan dacht, Solon eenig leed aan te
+doen. Integendeel, dikwijls won hij zijn raad in, waar het openbare
+aangelegenheden betrof; en Solon was edelmoedig genoeg en bezat genoeg
+vaderlandsliefde, om nooit zijn raad te weigeren, als hij dacht,
+dat het den staat ten goede zou komen.
+
+Pisistratus verbande de Alcmaeoniden, maar na korten tijd werd hij
+zelf uit de stad verjaagd. Het gelukte hem terug te keeren, en het
+was een eigenaardige terugkeer. Deze had plaats op een feestdag,
+toen de straten vol volk waren, dat de optochten gadesloeg, die ter
+eere van de goden werden gehouden. De ééne optocht na den anderen
+was voorbij gekomen, toen plotseling de luide stemmen van herauten
+gehoord werden, die riepen: "Mannen van Athene, ontvangt en verwelkomt
+Pisistratus! Athene eert hem boven alle andere mannen, en brengt hem
+nu terug naar haar eigen Acropolis!" Een prachtig militair geleide
+volgde, en toen kwam een prachtige wagen aanrollen, waarin een
+lange, schoone vrouw zat, gekleed in volle wapenrusting met schild
+en speer, en zooveel mogelijk gelijkend op Athene, zooals de Grieken
+haar zich voorstelden. Naast den wagen reed de tyran. Het volk keek
+met de grootste verbazing toe. "Het is de godin zelf," fluisterden
+enkelen met ontzag; anderen zagen, dat het niets dan een list was;
+maar het einde was, dat de poort van de Acropolis werd opengeworpen
+en dat Pisistratus ten tweeden male tyran van Athene was. Ten tweeden
+male werd hij uit de stad verdreven, doch daarna keerde hij door
+wapengeweld terug. Eindelijk was hij meester van den toestand, en
+wist hij zich achttien jaren lang tot aan zijn dood te handhaven.
+
+Natuurlijk kwam de regeering niet van rechtswege aan Pisistratus toe,
+maar niemand kon ontkennen, dat hij er een goed gebruik van maakte. Wel
+is waar hield hij de hoogste ambten voor leden van zijn eigen geslacht
+beschikbaar, maar hij was welwillend voor de arme landbouwers en
+gaf hun vee en zaden en landbouwgereedschappen. Hij verfraaide de
+stad met prachtige tempels; hij bouwde een stevige waterleiding
+om het water van de bergen naar beneden te voeren, en hij deed een
+prachtigen tuin aanleggen aan den oever eener rivier in de nabijheid
+der stad. Hierin waren statige gebouwen, fonteinen en heerlijke
+wandelingen in schaduwrijke boschjes. Hier plachten de Atheensche
+jongelingen samen te komen voor militaire oefeningen. Hij legde wegen
+aan naar verschillende gedeelten van het land. Deze gingen alle uit
+van een altaar in Athene, en daar waren tafels geplaatst, waarop de
+afstanden naar de verschillende plaatsen waren aangeteekend. De wegen
+zelf werden veel geriefelijker en aangenamer voor reizigers gemaakt,
+immers daarop werden mijlpalen geplaatst, niet maar gewone steenen,
+maar houten palen, waarvan de top eindigde in een Hermeskop, den god,
+tot wien zij, die op het punt waren op reis te gaan, om bescherming
+baden. Dikwijls werd het ééne of andere grappige gezegde in den
+paal gesneden.
+
+Natuurlijk vergat Pisistratus de godin Athene niet. Er is een oud
+verhaal, dat zij en Poseidon eens met elkander wedijverden, om te
+zien, wie de nuttigste gave aan de stad kon schenken. Poseidon gaf een
+fontein van zout water, en Athene een olijfboom. Het werd uitgemaakt,
+dat het geschenk der godin het meest waard was. Haar naam werd aan de
+stad gegeven, en steeds werd zij bijzonder vereerd. Pisistratus bouwde
+voor haar dienst een tempel, en jaarlijks vierde hij een prachtig feest
+ter harer eer. De oudste Grieken meenden, dat het beeld eener godin
+in zeker opzicht de godin zelf was, en zij waren er van overtuigd,
+dat Athene zich ten zeerste verblijdde, als zij een indrukwekkenden
+optocht hielden op dit feest, en naar den tempel een schitterend nieuw
+gewaad brachten om daarmede het beeld der godin te bekleeden. Al die
+dingen zijn reeds lang voorbijgegaan, en hoezeer deze de Atheners
+hebben mogen behaagd, voor ons maken zij weinig verschil meer. Doch
+men verhaalt van Pisistratus één daad, waarvoor ook wij nog, zelfs
+na vier en twintig eeuwen, hem dankbaar mogen zijn; men zegt toch,
+dat hij alle menschen, die de werken van Homerus en Hesiodus kenden,
+naar Athene heeft samengeroepen, om de gedichten te vergelijken, zooals
+zij gewoon waren die op te zeggen. Die lezing, waarvan uitgemaakt
+werd, dat zij de beste was, werd zorgvuldig op schrift gebracht; en
+dit is de oorzaak, dat wij thans nog de gedachten van die twee groote
+schrijvers kunnen lezen in ongeveer dezelfde woorden, waarin de oude
+Grieken die lazen. Pisistratus stelde er zich niet mede tevreden,
+de doode dichters eer te bewijzen; hij noodigde ook de besten der
+toenmaals levende dichters uit, Athene tot hun woonplaats te kiezen,
+en hij zorgde er voor, dat zij daar behagelijk konden leven.
+
+Toen Pisistratus in het jaar 527 vóór Christus stierf, was er niemand,
+die zijn zoon Hippias verhinderde, hem op te volgen. In het begin was
+Hippias welwillend voor het volk, maar na eenigen tijd werden hij en
+zijn jongere broeder Hipparchus zóó hoovaardig en aanmatigend, dat
+een samenzwering werd gesmeed, om hen te vermoorden. Hippias ontkwam,
+maar zijn broeder werd gedood. Daarna trad Hippias zóó tyranniek
+op, dat zij, die vroeger zeer met hem waren ingenomen, er naar
+begonnen te verlangen, dat hij van de regeering werd gestooten. Er
+waren bovendien enkelen, die buiten Athene verblijf hielden, en die
+hetzelfde wenschten. Dit waren de Alcmaeoniden, die gedurende al
+dien tijd in ballingschap hadden geleefd. Steeds hadden zij gehoopt
+terug te kunnen keeren, en zij waren verstandig genoeg te weten,
+dat de eerste stap daartoe was, de gunst te winnen van de priesters
+te Delphi. Zij wachtten verlangend naar een gelegenheid; eindelijk
+kwam deze. De tempel van Apollo te Delphi vloog in brand en brandde
+tot den grond af. "Wij willen hem voor driehonderd talenten opbouwen,"
+zeiden de Alcmaeoniden; en de overeenkomst werd gesloten. Nu was voor
+hen het geschikte oogenblik gekomen. Niet alleen dat zij zich aan de
+overeenkomst hielden, maar zij deden veel meer dan hun plicht was,
+daar zij niet alleen de standbeelden en het beeldhouwwerk, maar ook
+het geheele gebouw in ieder opzicht veel schooner maakten dan zij
+hadden afgesproken. Zij hadden bij voorbeeld beloofd, dat zij het
+voorportaal van den tempel van kalksteen zouden vervaardigen; maar
+in plaats van gewoon kalksteen, maakten zij gebruik van het zuiverste
+en witste Parisch marmer.
+
+De Grieken waren hiermede ten hoogste ingenomen, en de priesters van
+Apollo waren bereid alles voor de edelmoedige Alcmaeoniden te doen. Het
+was voor hen een gemakkelijke zaak, gunsten te bewijzen, zoolang zij
+de beschikking hadden over het orakel, en zij begonnen dus pogingen
+in het werk te stellen om de Alcmaeoniden weder naar Athene terug
+te brengen. De Spartanen waren flinke krijgslieden en hadden reeds
+lang er naar gehaakt, Athene aan zich te onderwerpen; zoo dikwijls
+zij nu het orakel raadpleegden over de ééne of andere onderneming,
+was het antwoord steeds: "Bevrijdt eerst Athene." Eindelijk trok de
+Spartaansche koning Cleomenes met zijn leger uit, en het duurde toen
+niet lang meer, of de Alcmaeoniden kwamen terug te Athene, en Hippias
+werd gedwongen in ballingschap te gaan.
+
+De aanvoerder der Alcmaeoniden was Clisthenes, en spoedig werd hij de
+heerscher van Athene. Het gelukte hem, twee veranderingen tot stand te
+brengen, die bijzonder voordeelig waren voor zijn land: hij wist te
+bewerken, dat er meer eenheid kwam onder de burgers, en hij gaf het
+gewone volk een ruimer aandeel in het stadsbestuur. De eenheid onder
+de bevolking bracht hij tot stand door hen op een geheel andere wijze
+te verdeelen dan voorheen het geval was geweest. Er waren vroeger vier
+"Jonische phylae", zooals zij genoemd werden, en iedereen zag op tegen
+de aanzienlijke mannen van zijn eigen phyle en behoorde tot de ééne of
+andere partij. Clisthenes besloot die partijen uit elkander te rukken,
+en dit deed hij op de volgende wijze: Hij verdeelde het geheele land
+in tien districten of demen. Daarna vormde hij een phyle, bestaande
+uit de bevolking van één deme in het noorden van Attica, een andere
+in het zuiden en zoo vervolgens. Er waren tien van die phylae, maar de
+bevolking van de verschillende demen waren voor elkander vreemdelingen;
+en zoo was het voor een ontevreden edele nu lang zoo gemakkelijk niet
+als te voren, om een partij samen te stellen, die hem hielp. Sedert
+den tijd van Draco was er steeds een Raad geweest, die wetten aan het
+volk voorstelde, en Clisthenes gaf nu iedere phyle het recht vijftig
+leden voor den Raad te kiezen. Iedere phyle echter koos een bestuurder
+over zich zelf, en eveneens een legeraanvoerder, die aan het hoofd
+van het leger stond gedurende één dag, om de beurten met de negen
+andere legeraanvoerders. Er werd echter geen verandering gebracht in
+de verdeeling der burgers in vier klassen, naar hun inkomen uit land,
+en het was nog altijd onmogelijk voor iemand uit de vierde klasse,
+om een staatsbetrekking te vervullen.
+
+De regeeringsvorm van Attica was nu een democratische, dat wil zeggen,
+een volksregeering. In vroegere dagen kon niemand overheidspersoon
+zijn, tenzij hij tot de Eupatriden behoorde. Draco stond de Ecclesia
+toe, de overheidspersonen te kiezen uit hen, die een zeker inkomen
+uit land trokken. Tot de Ecclesia liet hij alleen toe, die wapenen en
+een wapenrusting uit eigen middelen konden bekostigen. Solon wilde
+niet, dat iemand tot overheidspersoon gekozen werd, als hij niet,
+zooals in de dagen van Draco, een bepaald inkomen uit land trok; maar
+hij liet een ieder tot de Ecclesia toe, zoowel hen, die uit eigen
+middelen hun wapenen konden bekostigen, als hen, die daartoe niet
+in staat waren. Clisthenes wilde niet, dat de mannen uit de vierde
+klasse ambten bekleedden, maar het volk in zijn geheel gaf hij veel
+meer macht dan zij vroeger gehad hadden. Er waren een groot aantal
+nieuwe burgers, immers Clisthenes gaf hun, die uit andere landen in
+Attica waren gekomen, zelfs hun die eertijds slaaf geweest waren,
+het recht, burgers te worden.
+
+Ten einde nog meer macht aan het volk te geven, en het onmogelijk,
+voor wien ook, te maken, tyran te worden, voerde Clisthenes twee
+merkwaardige gebruiken in. Het ééne was het ostracismus. Indien de
+Raad en de algemeene vergadering dachten, dat de ééne of andere burger
+zooveel macht kreeg, dat er vrees bestond, dat hij tyran werd, riepen
+zij de burgers zamen. Dan werd een ieder verzocht op een aarden scherf
+(ostrakon) den naam te schrijven van iedereen, van wien zij meenden,
+dat hij gevaarlijk zou worden voor de vrijheid van den staat. Indien
+iemand zesduizend stemmen kreeg, moest hij voor den tijd van tien jaar
+Athene verlaten. Die verbanning was natuurlijk verre van aangenaam,
+maar toch werd zij als een soort van onderscheiding beschouwd, want
+inderdaad beteekende het: "Gij zijt grooter of meer populair dan wie
+ook in den staat."
+
+Het tweede gebruik diende, om rijke of machtige personen te beletten
+partijen te vormen, die hen tot ambten konden verkiezen. Indien
+iemand eenig staatsambt wilde verkrijgen, was alles wat hij nu kon
+doen, zijn naam als candidaat voor dat ambt op te geven. Dan werd
+er om geloot, om uit te maken, wie de gelukkige zou zijn, die het
+ambt zou verkrijgen. Natuurlijk waren de Grieken niet zoo dwaas, hun
+legeraanvoerders op die wijze te kiezen; en wat ook de gebreken der
+twee gebruiken waren, zij hielden Athene ten minste vrij van tyrannen.
+
+Het gemeene volk was met die veranderingen zeer ingenomen; de
+aanzienlijken echter hadden daar ernstig bezwaar tegen; daarom begonnen
+zij plannen te beramen, de democratie omver te werpen. Zij deden een
+beroep om hulp bij den Spartaanschen vorst. Koning Cleomenes begreep,
+dat, indien Athene een democratie was, en de groote massa van het volk
+tevreden was met den toestand, er weinig hoop was, dat hij in Attica
+macht zou verkrijgen. Bovendien was hij tot het inzicht gekomen, dat
+hij eenvoudig door de Alcmaeoniden gebruikt was geworden, om hen naar
+Athene terug te brengen, zonder dat hij er voor Sparta eenig voordeel
+
+door had verkregen. Daarom was hij niet alleen bereid te helpen,
+maar wist hij enkele bondgenooten der Spartanen er toe te brengen,
+zich met hem te vereenigen. De bondgenooten trokken zich echter terug,
+de Spartaansche aanvoerders kregen onderling oneenigheid en het geheele
+Spartaansche leger spatte uit elkander. Het waren de Thebanen en de
+bewoners van Chalcis, die dit oogenblik hadden gekozen, om tegen de
+Atheners op te trekken. Maar de Atheners trokken evenzeer ten strijde,
+en versloegen eerst de Thebanen en daarna de Chalcidiërs. Later deden
+de Spartanen een poging, Hippias weder naar Athene terug te brengen,
+maar de Atheners waren van hen niet gediend; en zij waren verplicht,
+op dat oogenblik hun poging om Attica te beheerschen, op te geven.
+
+Athene had standbeelden, gebouwen, uitstekende wetten en een beter
+staatsbestuur verkregen; maar, wat het meest waard was, het had het
+zóóver gebracht, dat de groote meerderheid harer burgers één waren
+in hun liefde voor hun vaderland.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+DE OLYMPISCHE SPELEN.
+
+
+Er was ééne zaak, waarin de Grieksche natie één geheel vormde, en
+wel in de spelen, waarop wij reeds vroeger de aandacht vestigden,
+en waaraan niemand kon deel nemen, die niet tot de Grieksche natie
+behoorde. De meest bekende spelen waren die te Olympia in Elis. Onder
+alle veranderingen in de verschillende staten waren deze in stand
+gebleven, en zij werden als iets zóó heiligs beschouwd, dat, hoe heftig
+twee Grieksche stammen elkander ook mochten bestrijden, er altijd een
+wapenstilstand was in den tijd, dat de Olympische spelen duurden en in
+de dagen, die voor de heenreis en de terugreis werden toegestaan. Geen
+Griek, die de reis kon bekostigen en om zijn gezondheid daartoe in
+staat was, zou er aan denken, van de Olympische spelen weg te blijven;
+en de wegen naar Olympia moeten gedurende een tweetal weken vóór en
+na het begin van den zomer, in welke dagen de feesten werden gevierd,
+een allermerkwaardigst en belangwekkend schouwspel hebben opgeleverd.
+
+Stel u den eersten dag der feesten voor! Elke der verschillende
+staten had vertegenwoordigers gezonden, en die afgevaardigden
+droegen hun kostbaarste gewaden en reden in de prachtigste wagens,
+die beschikbaar waren. De Grieken hadden zóóveel genot in optochten,
+dat er zeker wel een optocht zal geweest zijn, en daarna zoo goed als
+zeker een plechtige offerdienst aan Zeus. Dan kwam nog de belangrijke
+taak, zich er van te vergewissen, dat zij, die aan de spelen wenschten
+deel te nemen, het recht hadden dit te doen. Niet alleen de athleten,
+maar ook de scheidsrechters en oefenaars moesten een eed afleggen,
+dat zij vrij geboren Grieken waren met onvermengd bloed, en dat zij
+de regels van het spel in ieder opzicht zouden in acht nemen. Zelfs
+al hadden zij dien eed afgelegd, moesten zij nog hun burgerschap
+bewijzen, en de athleten moesten aantoonen, dat zij de regels hadden
+gevolgd, die voor het dieet en de oefening waren vastgesteld. Met
+dit alles was een geheele dag gemoeid van des morgens vroeg tot des
+avonds laat. De volgende dagen--drie en misschien meer--waren voor
+de wedstrijden bestemd. De spelen bestonden uit wedloopen, worstelen,
+vuistvechten, springen, het werpen van schijven, en het slingeren van
+werpspiesen. En ten slotte had men nog de beroemde wedstrijden van
+met vier paarden bespannen wagens. Als het oogenblik gekomen was, werd
+zoo luid mogelijk op de trompetten geblazen, de slagboomen vielen, en
+de paarden stormden vooruit, terwijl de menigte luide kreten aanhief,
+en in woeste opgewondenheid jubelde.
+
+De vijfde dag was aan de overwinnaars gewijd. Een knaap werd naar
+het heilige boschje gezonden, om met een gouden mes takken van een
+wilden olijfboom af te snijden. Daarvan werden kransen vervaardigd,
+die aan de overwinnaars werden aangeboden. Het was het meest trotsche
+oogenblik in het leven van een man, als de heraut zijn naam uitriep,
+dien van zijn vader en dien van zijn geboortestad, en als hij dan naar
+voren trad om zijn kroon in ontvangst te nemen. De menigte juichte
+hem uitbundig toe, en hij vergat de lange, vermoeiende en vervelende
+dagen, dat hij zich had moeten oefenen, terwijl hij uitsluitend aan
+den door hem verworven roem dacht.
+
+De olijfkrans was op zich zelf reeds belooning genoeg, maar er waren
+nog een aantal andere eerbewijzen, die den gelukkigen drager van
+den krans wachtten. Gewoonlijk bracht hij een offer aan Zeus, en al
+zijn landgenooten, die te Olympia tegenwoordig waren, namen daaraan
+met groote ingenomenheid deel, daar hij hun geboorteland roem had
+gebracht. Terwijl het offer brandde, liepen zij in een schitterenden
+optocht om het altaar heen, en zongen zij daarbij in koor lofliederen
+aan de goden, begeleid door de muziek van fluit en cither. Dit was
+slechts het begin, want de offerdienst werd gevolgd door tallooze
+feestgelagen. De stad, die bij de spelen den voorrang bekleedde, gaf
+feesten aan de overwinnaars, en de overwinnaars gaven feesten aan hun
+vrienden. En zelfs daarmede waren de eerbewijzen niet ten einde, immers
+dikwijls werd ter eere van den overwinnaar een standbeeld opgericht te
+Olympia, en ook weleens een tweede standbeeld in zijn woonplaats. Zelfs
+de terugkeer van een overwinnaar naar zijn geboorteplaats leverde
+een schitterend schouwspel op. Hij was gekleed in een rijk purperen
+gewaad, en werd naar zijn woning gebracht in een wagen, door vier
+witte paarden getrokken. Zijn vrienden en bloedverwanten volgden
+hem, in hun beste kleeren gestoken; en daarop volgde een troep volk,
+zingend en juichend, zoo luid dit maar mogelijk was.
+
+Zoodra zij voor de muren gekomen waren, hield de optocht
+stand. "Waartoe zijn er muren noodig ter verdediging van een stad, die
+zoo voortreffelijke mannen heeft?" riep het volk; en dan werd een stuk
+van den stadsmuur neergehaald, en vlogen de vier witte paarden over
+de puinhoopen heen. Natuurlijk volgden ook daar weer feestgelagen,
+en werd dikwijls een milde gift in goud en zilver geschonken. De
+wijsgeeren uit die dagen herinnerden de burgers er dikwijls aan, dat
+die overwinnaars in de spelen voor de stad weinig waard waren. "In
+vredestijd zijn zij niets waard" zoo zeiden de philosofen, "immers
+het is niet hun geest, maar hun lichaam, dat geoefend is; en zij zijn
+niets waard in oorlogstijd, daar hun oefening zóó eenzijdig is, dat
+zij spoedig zouden bezwijken, als zij zich moesten onderwerpen aan den
+krijgsdienst." Toch bleef de vereering der athleten voortduren. In
+sommige steden gebruikten zij dagelijks het middagmaal ten koste
+van de stad, en gedurende hun geheele verdere leven werd voor hen
+een plaats op de voorste rij in de schouwburg vrijgehouden. Met
+zorgvuldigheid werd hun naam ingeschreven in het register, dat te
+Olympia werd gehouden, en zoolang zij leefden werden zij geëerd.
+
+De Grieken hechtten zóóveel gewicht aan die spelen, dat zij bijna
+alle gebeurtenissen daarnaar rekenden; het jaar, dat die spelen
+werden gevierd en de volgende drie jaren, werden als een Olympiade
+gerekend. Zoo noemden zij het jaar 776 vóór Christus het eerste jaar
+der Olympiade; het jaar 770 vóór Christus het derde jaar der tweede
+Olympiade.
+
+Gedurende langer dan duizend jaar werden die spelen zonder eenige
+onderbreking gehouden. Hun beteekenis voor het Grieksche leven kan
+nauwelijks hoog genoeg worden geschat. Zij hadden grooten invloed op
+den handel, immers waar zoovele duizenden menschen bijeen waren, daar
+moest heel wat gekocht en verkocht worden. Zij hadden eveneens invloed
+op de kunst, immers bij die spelen vond de beeldhouwer de schoonste
+levende modellen. Zij hadden tevens invloed op de zeden en gewoonten
+van het volk, op hun eerbied voor godsdienstige plechtigheden, en
+eveneens op hun belangstelling in literatuur en welsprekendheid;
+immers bij de meeste dier spelen werden ook daarin wedstrijden
+gehouden. De Grieken werden nooit tot één natie vereenigd; toch
+droegen de spelen er veel toe bij, dat zij tot de overtuiging kwamen,
+dat zij een aantal gezamenlijke belangen hadden en dat, indien een
+volksstam de hulp van een vreemdeling inriep tegen een anderen stam,
+deze als het ware een verrader van zijn vaderland was.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+DE GRIEKSCHE KOLONIËN: DE TYRANNEN.
+
+
+De spelen deden veel om de Grieken tot eenheid te brengen en aan
+hun vaderland te binden; maar toch hadden een groot aantal van dezen
+hun woonplaatsen verlaten en waren naar andere landen getrokken. Er
+waren drie redenen voor dien uittocht. De ééne was, dat de steden
+zich uitbreidden; een aantal mannen, die vermogend waren geworden,
+hadden slechts weinig deel aan het staatsbestuur en werden daardoor
+ontevreden en ongedurig. Een tweede reden was, dat een groot aantal
+personen, die niet rijk waren, hoe langer hoe meer verlangden, zoo
+snel mogelijk fortuin te maken. Er was daartoe meer gelegenheid in de
+nog niet op zoo vasten grondslag gevestigde landen dan in Griekenland
+zelf. In de derde plaats waren de Grieken belust op avonturen, en
+daarom kon er steeds een troepje gevonden worden, die bereid waren in
+oostelijke richting te trekken of zelfs om weg te zeilen, ten einde
+na te gaan, wat kon worden ontdekt in het wonderland in het verre
+westen, dat is in Italië of Sicilië of Sardinië. Zij konden bijna
+overal waar zij dit wenschten, landen en een kolonie stichten, immers
+slechts weinige van de stammen, die langs de kusten der Middellandsche
+Zee woonden, stelden prijs op die kusten of op de havens. Zij waren
+zelfs dikwijls blijde, als vreemdelingen naar hun land kwamen, om
+met hen handel te drijven. Zoo verklaart het zich, dat tusschen de
+jaren 750 en 600 vóór Christus Grieksche koloniën bij dozijnen werden
+gesticht. Menschen, die goud en zilver wilden delven, zij die van
+plan waren visch of vee of koren of slaven te koopen, zeilden naar
+de kusten van den Pontus Euxinus of de Zwarte Zee. Zij die meenden
+rijk te zullen worden door handel te drijven in barnsteen en tin,
+reisden naar de kusten van het tegenwoordige Frankrijk; immers die
+kostbare artikelen konden gemakkelijk van het noorden worden toegevoerd
+langs de Rhone. In vroeger tijden waren er koloniën gesticht op de
+eilanden en aan de kusten der Aegeïsche Zee, en later op de eilanden
+ten westen van Griekenland, aan de kusten van Afrika, aan de Delta
+van den Nijl in één woord: overal waar een troepje Grieken meende,
+dat er een goede gelegenheid bestond om handel te drijven, werden
+Grieksche kolonies gesticht. Apollo was de god van het koloniseeren;
+het behoeft dus geen betoog, dat nooit kolonisten hun tocht aanvaardden
+zonder raad in te winnen bij het orakel te Delphi. Die raad was van
+bijzonder groote waarde, immers menschen van heinde en ver kwamen
+daar, om het orakel te raadplegen, en de priesters hadden heel wat
+beter gelegenheid inlichtingen te ontvangen omtrent de verschillende
+landen dan anderen. Als een troep Grieken, die een kolonie wenschten te
+stichten, het orakel raadpleegden omtrent de plaats, waar zij zich heen
+wenschten te begeven, zouden zij misschien vernemen, dat het land niet
+vruchtbaar was, of dat de inboorlingen wild en oorlogzuchtig waren,
+of dat er op die kust geen goede havens waren. Dan veranderden de
+kolonisten hun plan en kozen zij een andere plaats om zich te vestigen.
+
+Meestal kwam eenzelfde troep kolonisten van dezelfde stad. Zij
+brachten altijd eenige sintels mede van de heilige vuren hunner
+geboorteplaats, en daarmede ontstaken zij de altaarvuren van hun nieuwe
+woonplaats. Zij stonden echter niet langer onder de heerschappij der
+oude stad, maar waren volkomen vrij, zich zelf te besturen zooals zij
+dit het best achtten. De koloniën waren volstrekt niet overbevolkt;
+er was ruimte genoeg voor iedereen, om te leven op de wijze, die zij
+verkozen. De opvattingen der kolonisten waren veel oorspronkelijker en
+vermeteler; en gedurende langen tijd waren de dichters en wijsgeeren
+van de koloniën der eilanden grooter dan die van het vasteland van
+Griekenland. Het kleine eiland Lesbos was de woonplaats van den
+dichter Alcaeus en de dichteres Sappho (Saffo). Alcaeus schreef
+voornamelijk over staatkundige onderwerpen, maar toch vond hij nog
+tijd om een gedicht op Sappho te vervaardigen, waarin hij haar noemde
+"de violetwevende, reine, liefelijk lachende Sappho." Sappho zelf
+vervaardigde zóó prachtige gedichten, dat men van haar niet sprak
+als van "een dichteres", maar als van "de dichteres". Een schoone
+gedachte wordt door haar uitgedrukt in de volgende woorden:
+
+
+ "De sterren, die schittrend aan 't hemeldak staan,
+ Verbleeken, en 't is met haar luister gedaan,
+ Zoodra volle maan heel den hemel verlicht,
+ En ons doet bewond'ren haar zilveren gezicht."
+
+
+De grootste wijsgeer van dien tijd, Pythagoras, was eveneens geboren
+op één der Grieksche eilanden, en wel op Samos, een eiland, nauwelijks
+vijf en veertig kilometers lang. "Wat is een wijsgeer?" werd hem eens
+door een koning gevraagd; en hij antwoordde: "Bij de spelen wenschen
+enkelen roem te verwerven, anderen wenschen voor geld te koopen
+en te verkoopen, en anderen wenschen toe te zien, wat de anderen
+doen. Zoo gaat het ook in het leven; en de wijsgeeren zijn diegenen,
+die toezien, die de natuur bestudeeren en naar wijsheid zoeken." Er
+loopen omtrent Pythagoras de meest dwaze verhalen. Eén daarvan is,
+dat hij een wilden beer temde, door hem toe te spreken; een ander,
+dat, toen hij een rivier overstak, de rivier uitriep: "Heil u,
+Pythagoras!" Hoewel hij nooit beren temde door ze toe te spreken,
+of luisterde naar de begroetingen van rivieren, bewijzen toch die
+verhalen, dat hij als een merkwaardig man door al zijn tijdgenooten
+werd beschouwd. Hij was dan ook inderdaad een diep denker en was
+zeer geleerd in de wiskunde. Enkele echter van zijn stellingen waren
+zeer zonderling; hij meende bij voorbeeld, dat de planeten bij haar
+beweging in de ruimte een prachtige harmonie voortbrachten. "Waarom
+hooren wij die dan niet?" vroegen zijn leerlingen. "Omdat de muziek
+te fijn is voor de menschelijke ooren," luidde zijn antwoord. Eén van
+zijn wijze spreuken was: "Rakel nooit een vuur op met een zwaard";
+wat beteekent, dat, indien iemand vertoornd is, men niets moet doen om
+dien toorn aan te wakkeren. Een andere spreuk was: "Verlaat uw post
+niet, als het u niet door den aanvoerder is bevolen," wat beteekent:
+Pleeg geen zelfmoord.
+
+Het koloniseeren duurde, zooals wij opmerkten, van 750 tot 600 vóór
+Christus. Gedurende het grootste gedeelte van dien tijd hadden de
+meeste Grieksche staten hun regeeringsvorm veranderd. In de vroegere
+tijden waren zij alle door koningen bestuurd. De macht der koningen
+werd hoe langer hoe minder, en ten slotte namen in bijna iederen
+staat enkele van de machtigste geslachten, eigenaars van groote
+landgoederen, de regeering in eigen handen. De regeeringsvorm werd
+toen een oligarchie, dat beteekent, een regeering door enkelen. Die
+"enkelen" beweerden, dat zij afstammelingen waren van de helden, en dat
+zij veel verstandiger waren dan het volk om hen heen. Het gemeene volk
+was dit meestal volstrekt niet met hen eens, en in de meeste staten
+stond na korten tijd de ééne of andere leider op, die de regeering
+bemachtigde. Een dergelijke bestuurder werd een tyran genoemd, dat
+wil zeggen, iemand wiens macht niet aan de wetten is ontleend.
+
+In één opzicht was de regeering van de tyrannen in het voordeel van
+den staat; immers ten einde de gunst der goden te winnen, bouwden
+zij een aantal prachtige tempels. Door den bouw van die tempels en
+andere openbare werken werden de steden heel wat fraaier dan wanneer
+de koningen de macht in handen hadden, en kreeg het volk eveneens
+werk te verrichten. Sommigen onder de tyrannen waren humaner en
+welwillender dan de koningen geweest waren; toch hadden de Grieken
+bezwaar tegen het denkbeeld, te worden geregeerd zonder dat de
+heerschers aan bepaalde wetten gebonden waren, zoodat zij aan de
+willekeur van één enkel persoon waren overgeleverd, en dus duurde de
+tyrannie zelden lang. Sparta had nooit een tyran, en voortdurend was
+zij bereid andere staten te helpen een tyran te verdrijven, als het
+kon strekken tot vermeerdering van hun eigen macht.
+
+Één van de meest bekende tyrannen was Polycrates van
+Samos, die een geruimen tijd de gelukkigste man van de wereld
+scheen te zijn. Hij bemachtigde den troon op het ééne eiland
+na het andere, en zelfs met behulp van Sparta kon het volk
+niets tegen hem uitrichten. Hij bouwde een vloot van honderd
+schepen, en zoo dikwijls hij hoorde, dat een galei met een bijzonder
+rijke lading in de nabijheid was, zond hij enkele van
+die snelzeilende schepen ter vervolging uit, en werd den tyran
+een rijke schat thuis gebracht. Wat hij ondernam gelukte hem;
+eindelijk schreef hem zijn vriend, de koning van Egypte, het
+volgende: "De goden zullen zeker afgunstig worden op uw
+voorspoed. Ik bid u, offer datgene op, wat gij het meest op prijs
+stelt, opdat zij in hun afgunst zich niet op u zullen wreken en
+u ernstig nadeel berokkenen." Er was nu één ding, dat Polycrates
+als zijn zeldzaamsten schat beschouwde, en dat was een
+schitterende zegelring van smaragd. Hij wierp dien in gevolge
+den raad van zijn vriend in zee. "De goden zullen nu zeker
+wel niet jaloersch op mij zijn," zoo sprak hij, terwijl hij met
+verdriet naar de plaats keek, waar zijn kostbare schat ondergezonken
+was. Eenige dagen later bracht hem een visscher
+een grooten visch ten geschenke. En zie, toen de visch was
+opengesneden, kwam daaruit de smaragden ring voor den dag.
+Toen de koning van Egypte daarvan hoorde, dacht hij: "De
+goden weigeren het offer, dat hij gebracht heeft. Ik kan niet
+langer zijn bondgenoot blijven, want ongetwijfeld zal hem
+spoedig een vreeselijk onheil treffen." De voorspelling werd
+vervuld, immers Polycrates viel in handen van een vijand,
+die hem door kruisiging ter dood bracht.
+
+Een tweede beroemde tyran was Dionysius van Syracuse, die meer
+dan een eeuw na Polycrates leefde. Deze was wreed en wraakzuchtig;
+toch wordt er één aardig verhaal omtrent hem verteld. Een zekere
+Pythias had een samenzwering tegen hem gesmeed en was ter dood
+veroordeeld. Pythias smeekte om enkele dagen vrijgelaten te worden,
+ten einde een handelszaak nog vóór zijn dood te regelen. "Mijn
+vriend Damon zal mijn plaats innemen," zoo sprak hij, "en als ik
+niet terugkeer, is hij bereid in mijn plaats te sterven." Dionysius
+had geen flauw begrip van een zoo trouwe, opofferende vriendschap,
+maar hij was zóó nieuwsgierig om te zien, wat het resultaat zou zijn,
+dat hij in de ruiling toestemde. De tijd voor de terechtstelling
+naderde al meer en meer, maar Pythias kwam nog steeds niet terug. Op
+het laatste oogenblik kwam hij aanhollen, buiten adem van het loopen,
+daar een onvoorzien beletsel hem had opgehouden. Het verhaal luidt,
+dat Dionysius door die onzelfzuchtige liefde zóó bewogen was, dat
+hij Pythias vergiffenis schonk en smeekte, dat hij als derde in hun
+vriendschapsbond mocht worden opgenomen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+DE EERSTE EN DE TWEEDE PERZISCHE TOCHT.
+
+
+In den loop der tijden verjoegen de meeste Grieksche staten hun
+tyrannen. Dit was gelukkig, immers in de moeilijkheden, die hun te
+wachten stonden, was het noodzakelijk, dat er tusschen de verschillende
+burgers van een staat eensgezindheid heerschte, en dat zij bovendien
+niet werden bestuurd door iemand, die zich weinig bekommerde om
+hen of om het vaderland, als hij zelf maar zijn positie als tyran
+kon handhaven.
+
+De moeilijkheden kwamen van het oosten. Juist aan de andere zijde
+van de Aegeïsche Zee lag de landstreek Lydië. Hier en in het
+naburige grondgebied hadden de Grieken koloniën gesticht, en daar
+zoovelen der kolonisten uit Athene en andere Jonische steden gekomen
+waren, en daarom van Jonisch bloed waren, werd de geheele groep een
+volksplanting, bekend onder den naam van Jonië. Die volksplantingen
+waren voorspoedig en rijk geworden. Het was zeer gemakkelijk in Lydië
+rijk te worden. Lydië was het land, waar volgens de overlevering
+koning Midas had geleefd, die het vermogen had gekregen, alles wat hij
+aanraakte in goud te veranderen, een vermogen, dat hij afschuwelijk
+begon te vinden, toen zijn dochter bij zijn aanraking in een levenloos
+gouden beeld was overgegaan. Het verhaal liep, dat de bodem van de
+rivier den Pactolus in goud was veranderd, toen Midas de eigenschap,
+dat alles wat hij aanraakte in goud overging, verloren had, nadat hij
+in den Pactolus had gebaad. Hoe dit moge zijn, zeker was het, dat de
+rivier op den bodem goudzand bevatte. In het begin hadden de Lydiërs
+zich niet veel om hun zeekust bekommerd, en hadden zij zich tegen de
+vestiging der Grieken niet verzet; maar naarmate de tijd voorbijging,
+begon zich bij hen de overtuiging te vestigen, dat een koninkrijk
+niet van de zee moest worden afgesloten door volkeren van een geheel
+anderen stam. "Jonië moet ten minste toegeven, dat ik er koning over
+ben," zoo sprak de beheerscher der Lydiërs, en hij viel Milete aan,
+de grootste en rijkste van alle steden in de koloniën. De aanval
+eindigde in goeden vrede; de stad en het koninkrijk kwamen overeen,
+in vriendschap te leven.
+
+De volgende koning van Lydië was Croesus. Hij belegerde één
+kolonie,--maar dat beleg werd tamelijk zachtmoedig ten uitvoer
+gebracht, zoodat het in wezenlijkheid geen schade toebracht--en
+spoedig stemde niet alleen die ééne volksplanting, maar alle Jonische
+koloniën er in toe, hem als hun koning te erkennen. Croesus was de
+rijkste heerscher in Azië, en hij was even edelmoedig als hij rijk
+was. Hij bewonderde de Grieken en hield van hen, en was steeds gereed
+hun gunsten te bewijzen. De Spartanen zonden eens boden naar hem
+toe, om goud te koopen, ten einde het standbeeld van een godheid
+te versieren, en hij schonk hun alles wat zij noodig hadden ten
+geschenke. Een Athener was vriendelijk geweest voor zijn afgezanten,
+en de dankbare koning voerde hen naar de koninklijke schatkamer, en
+stond hem toe, zooveel goud mede te nemen als hij kon dragen. Hij
+was zóó goed voor de bewoners van Delphi, dat zij hem tot burger
+der heilige plaats maakten. De volksplantingen vonden het wel niet
+aangenaam, dat zij haar onafhankelijkheid verloren, maar zij hadden
+van een zoo welwillenden heerscher niets te vreezen.
+
+Spoedig kwam echter de tijd, dat zij reden hadden verontrust te
+worden. Cyrus, de koning der Perzen, had Medië, het land, dat ten
+oosten van zijn koninkrijk lag, onderworpen, en maakte zich gereed
+Lydië aan te vallen. Hij noodigde de koloniën uit, zich met hem
+te vereenigen. Milete stemde daarin toe, maar de andere koloniën
+weigerden. Croesus werd verslagen, en toen moest Jonië toegeven.
+
+Zoo kwam het, dat Griekenland de rijke koloniën aan de Lydische
+kust verloor; en voordat vele jaren voorbijgegaan waren, begonnen
+de Grieken voor hun eigen land te vreezen. Het Perzische rijk, hoe
+groot het ook was, was niet groot genoeg, om den zoon van Cyrus,
+Cambyses, te voldoen, en toen hij aan de regeering kwam, begon hij
+voorbereidingen te maken, om zijn rijk uit te breiden. Hij veroverde
+Phoenicië, en snelde langs de kust van Afrika, terwijl hij Egypte en
+de Grieksche koloniën ten westen van Egypte verwoestte. De volgende
+koning, Darius, was zelfs nog veel eerzuchtiger dan Cyrus en Cambyses
+geweest waren, en zoodra hij sommige oproeren had onderdrukt, enkele
+prachtige gebouwen had gesticht en sommige goede wegen had aangelegd,
+trok hij eveneens uit, om zijn koninkrijk te vergrooten. Eerst trok
+hij naar het oosten, en spoedig was Indië een deel van het Perzische
+rijk geworden. Hij had echter het land, dat in het westen lag, niet
+vergeten, en niet lang daarna besloot hij, zijn krachten op Europa
+te beproeven. Hij had een oude veete tegen de Scythen, een volk, dat
+leefde in het zuiden van het tegenwoordige Rusland, en daarom begon
+hij met te trachten hen ten onder te brengen. Hij trok den Bosporus
+over en marcheerde door Thracië in noordelijke richting. Hij wist,
+dat de Donau in zijn weg zou zijn, daarom had hij reeds te voren
+zijn vloot naar de monding dier rivier gezonden, met het bevel,
+een schipbrug over den Donau te leggen. Daarna trok hij den Donau
+over, teneinde de Scythen te vervolgen. Hij zou even goed den wind
+kunnen achtervolgen, want er waren daar geen steden te verwoesten,
+en de Scythen brachten bijna hun geheele leven te paard door. Zij
+hadden een gewoonte, die de vijanden dol van woede maakte, en wel
+dat zij altijd in het gezicht der Perzen bleven, zonder ze ooit de
+gelegenheid te geven, hen te pakken.
+
+De Scythen hadden schik in het geval, doch Darius was wanhopig en
+wist niet, wat te beginnen. Daarna zonden de Scythen hem, om hem te
+tergen, een geschenk--en wel een muis, een kikvorsch, een vogel en
+vijf pijlen. "Indien de Perzen verstandig zijn," zeide de afgezant,
+"kunnen zij de beteekenis zelf wel ontdekken." "De muis is van de
+aarde afkomstig, de kikvorsch van het water, de vogel uit de lucht,
+terwijl de pijlen overleg beteekenen," zoo bedacht Darius. "Het
+beteekent, dat zij op het punt zijn zich over te geven." Maar één
+der Perzen kon zich met die verklaring niet vereenigen. Volgens hem
+was de beteekenis deze: "Zoolang gij, Perzen, u niet in vogels kunt
+veranderen en door de lucht kunt vliegen, of muizen kunt worden om
+onder den grond te wroeten, of u in kikvorschen kunt veranderen en u
+kunt terugtrekken in de moerassen, zult gij nooit uit dit land kunnen
+ontsnappen, maar zult gij omkomen, door onze pijlen doorboord." Darius
+hechtte niet de minste waarde aan die verklaring; maar toen de Scythen
+en Perzen eindelijk in slagorde geschaard stonden, vloog een haas op;
+de Scythen renden weg om dien haas te vervolgen. Toen zeide Darius tot
+den uitlegger: "Gij hadt gelijk. De Scythen hebben groote minachting
+voor ons, en wij zullen naar Perzië terugkeeren."
+
+Zij namen den terugtocht aan, maar de Scythen trokken sneller voort
+dan zij, en kwamen vóór hen aan de schipbrug. Deze werd door sommige
+Joniërs bewaakt, die zich aan Darius hadden overgegeven. "Breekt de
+brug af," riepen de Scythen met aandrang, "gij kunt dan in vrede naar
+huis gaan. Wij zullen er voor zorgen, dat Koning Darius nooit weer een
+oorlog begint." De Jonische aanvoerders waren door Darius belast met
+de bescherming van enkele steden, die hij veroverd had. Eén van hen,
+Miltiades, zeide: "Laat ons de brug vernielen, en dan zal Griekenland
+ten eeuwigen dage bevrijd zijn van de vrees voor Darius." "Neen,"
+zeide van zijn kant Histiaeus, de heerscher van Milete. "Indien Darius
+verslagen wordt, zullen wij niet langer in zijn steden het bevel
+voeren." De brug werd niet verwoest, en Darius keerde veilig naar
+huis terug. Hij had wel is waar de Scythen niet ten onder gebracht,
+maar hij had een aantal steden in Thracië en Macedonië gedwongen,
+zich aan hem te onderwerpen. In het noorden, oosten en zuiden van
+Griekenland was in werkelijkheid alles in zijn handen; en om de zaken
+voor dat kleine land zelfs nog moeilijker te maken, kwam er nog bij,
+dat het koninkrijk Carthago, in Afrika, het eiland Sicilië trachtte
+in bezit te krijgen.
+
+De Grieken uit het moederland waren verontrust, en die in Jonië waren
+ongelukkig. Toch zou er misschien niets gebeurd zijn, als Histiaeus,
+die Darius gaarne aan zijn hof verbonden wilde houden, er niet naar
+verlangd had naar Milete terug te keeren. Zijn redeneering was deze:
+Indien de Jonische volksplantingen slechts wilden in opstand komen,
+zou misschien Darius mij terugzenden, om die koloniën ten onder te
+brengen." Het gelukte hem, een boodschap aan zijn schoonzoon te doen
+toekomen, die luidde: "Zorg, dat er in Jonië een opstand wordt op touw
+gezet." Zijn schoonzoon gehoorzaamde. Daarna stak hij de Aegeïsche
+Zee over, om te hooren, of Griekenland de opstandelingen te hulp zou
+komen. Sparta had er niet het minste belang bij en er ook volstrekt
+geen lust in, Jonische kolonisten te hulp te komen en zoo Athene te
+versterken, maar Athene kon moeilijk hulp weigeren, waar het haar
+eigen kolonisten betrof. Bovendien hadden zij zelf nog een kleinen
+wrok tegen de Perzen, omdat zij Hippias hadden opgenomen en alles
+hadden gedaan, wat zij slechts konden, om hem weer tyran van Athene
+te maken. De Atheners besloten daarom, twintig schepen te zenden. De
+Eretriërs op Euboea, een groot eiland aan de kusten van Attica,
+beloofden hun hulp, en zoo zeilden deze en de Atheners de Aegeïsche
+Zee over. De kolonisten en hun bondgenooten namen Sardes, de hoofdstad
+van Darius, in; doch toen kwamen een zóó groot aantal Perzen in het
+veld, dat zij begonnen vrees te koesteren. Zij ijlden terug aan boord
+van hun schepen en gingen weder naar huis. Zij hadden genoeg gedaan,
+om zich de vijandschap van Darius op den hals te halen, maar niet
+genoeg om de kolonisten van veel dienst te zijn. Vlugge ijlboden
+spoedden zich naar Darius "O Koning" riepen zij, "Sardes is genomen
+en verbrand door de Joniërs en de Atheners!" "De Atheners! wie zijn
+dat?" vroeg Darius. Zijn raadslieden vertelden het hem. Hij schoot
+een pijl in de lucht en riep: "O Zeus, sta mij toe, dat ik mij op de
+Atheners wreek!" Daarna wendde hij zich tot een slaaf en gaf dezen
+het volgende bevel: "Zoo dikwijls ik mij neerzet om te eten, moet
+gij driemaal luide roepen: Koning, denk aan de Atheners!"
+
+Darius was er de man niet naar, zijn toorn te vergeten, en het
+duurde dan ook niet lang, of een Perzisch leger trok door Thracië en
+een Perzische vloot zeilde met de grootste snelheid naar Attica en
+Euboea. Mardonius, de schoonzoon van Darius, had het opperbevel. De
+vloot moest een lang en rotsachtig voorgebergte voorbijzeilen, aan
+het uiteinde waarvan de Berg Athos gelegen is met zijn gekartelde
+rotsen en steile klippen. Toen de schepen ten noordoosten van dat
+punt gekomen waren, stak uit het noordoosten een razende storm op,
+die de hulpelooze schepen tegen de rotsen te pletter stootte. Er waren
+zóóveel schepen verloren gegaan en zóóveel manschappen verdronken,
+dat er voor de Perzen niets anders overbleef dan om te keeren en weer
+naar huis te gaan.
+
+Zoo was de eerste poging, om een inval in Griekenland te doen,
+geëindigd, maar steeds riep de slaaf driemaal bij iederen maaltijd: "O
+koning, denk aan de Atheners!" en Darius begon spoedig voorbereidselen
+te maken, om een inval in Griekenland te doen. Het was hem niet te
+doen, om strijd te leveren, maar om in Griekenland voet te krijgen;
+daarom zond hij, voordat hij een aanval begon, afgezanten naar de
+verschillende Grieksche staten, om te zeggen: "Darius, de groote
+koning, verlangt, dat gij hem aarde en water zendt." Alle Grieksche
+naties wisten, dat het geven van aarde en water een bewijs van
+onderwerping was. Sommige onder de staten gaven toe, maar andere, en
+in de eerste plaats Athene en Sparta, waren zóó verontwaardigd, dat
+zij de plichten uit het oog verloren, die zij jegens de afgevaardigden
+hadden te vervullen. De Atheners wierpen de afgevaardigden van den
+koning in een afgrond, waarin dikwijls misdadigers geworpen werden;
+de Spartanen wierpen de afgevaardigden in een diepen put, en riepen
+hun toe, dat zij nu hun hart konden ophalen aan aarde en water.
+
+Daarop volgde de tweede Perzische expeditie. De Perzen hadden er
+volstrekt geen lust in, ten tweeden male op den berg Athos schipbreuk
+te lijden; daarom zeilden zij dwars de zee over naar Euboea. "Helpt
+ons" smeekten de Eretriërs de bewoners van Attica, en de Atheners
+zonden hun troepen. Zij zouden waarschijnlijk nog heel wat meer
+hebben gezonden, als zij niet vernomen hadden, dat de Eretriërs niet
+eensgezind waren. Enkelen wilden strijden tot hun laatsten ademtocht;
+anderen echter waren van plan, als de omstandigheden daartoe leidden,
+de stad in handen der Perzen te helpen; daarom keerden de Atheners
+naar huis terug. Nog een tijdlang hielden de Eretriërs den strijd vol;
+doch ten slotte pleegde één der Eretriërs verraad, en speelde de stad
+in handen der Perzen.
+
+De Perzen dachten, dat het al heel weinig moeite zou kosten, Attica
+te veroveren; daarom legden zij hun krijgsgevangenen ketenen aan,
+ten einde hen als slaven te verkoopen, plaatsten hen in hun schepen
+en zeilden de landengte over naar Attica. Zij hadden iemand aan boord,
+die het land goed kende; dit was namelijk Hippias zelf. "De vlakte van
+Marathon is," zoo had hij gezegd, "de beste plaats om te landen. Zij
+is uitgestrekt en effen en biedt voldoende ruimte aan, om de ruiterij
+te ontplooien." Daarom landden de Perzen te Marathon. De bergen zagen
+kalm neer op de duizenden soldaten, en Hippias droomde zich reeds
+weer tyran van Athene.
+
+Maar gedurende al dien tijd waren de Atheners niet ledig gebleven. Van
+ieder der phylae, die Clisthenes had gevormd, waren duizend man
+gekomen, gewapend en gereed voor den strijd. Juist aan de grens van
+Attica lag Plataea. Athene had Plataea verdedigd tegen Thebe, en
+Plataea stelde er prijs op, dien dienst te vergelden; daarom kwamen
+door één der bergpassen duizend soldaten uit Plataea aanrukken,
+om hun trouwe vrienden, de Atheners, te helpen. Ook de Spartanen
+wenschten er toe mede te werken, dat de Perzen verjaagd werden; doch
+zij beschouwden het als een slecht voorteeken, ten oorlog te trekken
+de laatste vijf of zes dagen vóór volle maan; en voordat de maan vol
+was, was de slag bij Marathon reeds geleverd.
+
+Het voornaamste dat ons van den slag is overgeleverd, is dat de
+Grieken in slagorde waren opgesteld tegenover de heuvels; de Perzen
+waren opgesteld tusschen hen en de zee; een eind van de kust waren
+de schepen en de ketenen, waarin de Grieken als slaven zouden worden
+weggevoerd, als zij den veldslag verloren. Er waren tienmaal zooveel
+Perzen als Grieken; maar de Grieken waren één van geest en streden voor
+hun haardsteden en hun vrijheid. Miltiades, die er op had aangedrongen,
+de brug over den Donau te verwoesten, was hun aanvoerder. Hij gaf het
+teeken tot den aanval. De Grieken stormden in volle vaart vooruit en
+deden een aanval op de Perzische linie. Het is niet te verwonderen,
+dat de Perzen in stomme verbazing bleven staren en een oogenblik bijna
+vergaten te strijden. "Dat zijn krankzinnigen," riepen de Perzen uit;
+"zie, hoe zij aanvallen zonder boogschutters en zonder ruiterij om hen
+te dekken!" Daarna ontbrandde tusschen beide legers een strijd op leven
+en dood. De Grieken waren het sterkst op de vleugels, de Perzen in het
+midden. Tegen het einde van den slag joegen de Grieksche vleugels de
+Perzische vleugels op de vlucht, maar het centrum der Perzen brak door
+het centrum der Grieken heen. Toen keerden de vleugels der Grieken zich
+om en stormden op de Perzen los, waarop deze door de vlakte renden en
+de helling der kust afdaalden. Zij doorwaadden het ondiepe water en
+bestegen hun schepen, alsof duivels hen achtervolgden. Zij hadden even
+goed door duivels als door die woedende Grieken kunnen zijn nagezeten,
+die in razende vaart door het water achter hen aan holden, zelfs tot
+aan de zijboorden van de Perzische schepen. "Vuur, vuur!" riepen zij
+"brengt ons vuur, om de galeien te verbranden!" En voordat de Perzen
+konden uitzeilen, hadden de Grieken zeven van hun schepen genomen.
+
+De aanvallers waren vertrokken, maar er was geen minuut tijd voor
+rust of voor vreugdebetoon, daar de vloot recht naar het zuiden
+stevende. "Athene, Athene, zij zullen Athene aanvallen!" was de
+kreet, die van alle kanten werd gehoord. De uiterst vermoeide troepen
+marcheerden recht op Athene aan en kampeerden aan de oevers van den
+Ilissus; en toen de Perzen tot de overtuiging kwamen, dat de stad
+niet bij verrassing kon worden genomen, wendden zij de stevens en
+keerden naar huis terug.
+
+Nu was de tijd voor feestvieren aangebroken. In één opzicht was
+de slag bij Marathon slechts een kleine slag; er waren namelijk
+slechts een betrekkelijk gering aantal strijders in betrokken. Aan
+den anderen kant was het één der belangrijkste veldslagen, die ooit
+geleverd zijn; immers indien de Grieken niet hadden overwonnen,
+zouden de dappere, trotsche vrijheidlievende Grieken de slaven der
+Perzen geworden zijn. Miltiades was de man van den dag, en de Atheners
+wisten niet, hoe hem genoeg eer te bewijzen. De Spartanen waren in
+geforceerde marschen gekomen, in de hoop, tijdig genoeg voor den
+veldslag aanwezig te zijn. Nu bleef hun niets anders over dan naar
+de vlakte van Marathon te gaan, de krijgsgevangenen te aanschouwen
+en de tenten vol met kostbare schatten, en de dapperheid der Atheners
+te prijzen. Maar hoe kon eer bewezen worden aan de dappere soldaten,
+die hun vaderland hadden gered? Het was de gewoonte der Grieken,
+de lijken van hen, die in den slag gevallen waren, naar huis te te
+voeren, om daar begraven te worden, maar ten opzichte van de helden van
+Marathon zeiden zij: "Laat hen liggen, waar zij gesneuveld zijn. Hun
+lijken mogen nooit de plek verlaten, waar zij hun heldendaden hebben
+verricht." En dus begroeven zij de gesneuvelde Grieken in de vlakte
+van Marathon. Over hun graf werd een hooge aardheuvel opgericht, en
+op dien hoop werden tien statige marmeren zuilen geplaatst, waarop
+de namen gegrift waren van iederen Athener, die bij de verdediging
+tegen de barbaren gesneuveld was. Een tweede groote aardheuvel werd
+opgericht ter eere van de Plataeërs. Ook daarop werden zuilen gezet,
+waarin de namen gegrift waren van de helden, zelfs van de slaven,
+die gesneuveld waren bij de redding van Griekenland. Marmeren zuilen
+gaan te gronde, zij vallen en breken, zij worden naar andere landen
+gevoerd; maar een aardheuvel blijft in stand, en de aardheuvels in
+de vlakte van Marathon zijn nog in onze dagen te zien. Er is echter
+nog een ander gedenkteeken; immers in de kleine dorpen in den omtrek
+wordt de bevolking somtijds in den nacht wakker, en verbeeldt zij
+zich, dat zij in de doodsche stilte het hinneken der paarden, het
+kermen der gewonde manschappen en de machtige kreten der overwinning
+kan hooren; en als zij daar in de duisternis staan rond te kijken,
+verbeelden zij zich, dat zij de schimmen kunnen zien van de mannen,
+die bij Marathon hebben gestreden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+DE GROOTE PERZISCHE INVAL.
+
+
+Terwijl de Atheners zich nog steeds verheugden over de overwinning
+bij Marathon, en tot elkander zeiden: "Eindelijk zijn wij voor goed
+bevrijd van de Perzen," waren er sommigen onder hen, die er niet
+zoo zeker van waren, dat hun vijanden niet zouden terugkeeren. De
+leider van die partij was een zekere Themistocles. Zijn vader was
+een Griek, maar zijn moeder was een vreemdelinge, en daarom zagen,
+toen hij nog een knaap was, de andere knapen, die van zuiver Grieksch
+bloed waren, op hem neer. Hij maakte den toestand voor zich nog wat
+moeilijker, daar hij zich niet naar hun gewoonten en handelingen
+wilde schikken. Hij was bij voorbeeld van meening, dat het dwaas
+was, die talenten tot ontwikkeling te brengen, waaraan in Griekenland
+gewicht werd gehecht. Het verhaal is overgeleverd, dat op zekeren dag,
+toen iemand een gezelschap door zijn gezang had vermaakt, eenigszins
+schamper de opmerking tegen Themistocles gemaakt werd: "Van u schijnen
+wij geen liederen te zullen hooren"; waarop hij antwoordde: "Neen, ik
+heb in het geheel geen verstand van muziek en van zang, maar wel weet
+ik, hoe een kleine stad groot gemaakt kan worden." Themistocles had
+deelgenomen aan den slag bij Marathon, en hij geloofde niet alleen, dat
+de Perzen zouden terugkeeren, en dat wel met nog grootere legermacht,
+maar tevens, dat, als de Atheners zichzelf moesten verdedigen, zij
+evenzeer te water als te land moesten leeren strijden. "Bouwt schepen,
+bouwt schepen," zeide hij voortdurend.
+
+De aanvoerder van hen, die een andere meening hadden dan Themistocles,
+was Aristides, een man van een zóó oprecht en eerlijk karakter, dat hij
+dikwijls "de Rechtvaardige" werd genoemd. Hij had evenals Themistocles
+deelgenomen aan den slag bij Marathon, en hij was eerlijk overtuigd,
+dat Themistocles ongelijk had. "Het zijn onze overwinningen te land,
+die ons zoo krachtig hebben gemaakt," zoo dacht hij, "en zullen wij
+nu onze veiligheid toevertrouwen aan de gevaren van den Oceaan?" Hij
+en zijn partijgenooten bestreden Themistocles zóó krachtig, dat er
+misschien geen enkel nieuw schip zou zijn gebouwd, indien er geen
+oorlog ware uitgebroken tusschen Athene en Aegina. Aegina was zóóveel
+beter voorzien van schepen dan Athene, en Athene gevoelde zóózeer de
+noodzakelijkheid, dat er schepen in den oorlog werden aangeschaft,
+dat de Atheners langzamerhand tot de meening begonnen over te
+hellen, dat Themistocles wel eens gelijk kon hebben. Ten slotte
+werd de strijd tusschen beide partijen zóó heftig, dat de zaak door
+het schervengerecht moest worden beslist. Men verhaalt dat, terwijl
+Aristides toezag, toen de stemmers hun scherven in de urnen wierpen,
+een vreemdeling hem zeide: "Ik kan niet schrijven. Wilt gij den naam
+van Aristides op mijn scherf zetten?" "Wat voor kwaad heeft hij u ooit
+gedaan?" vroeg Aristides. De man antwoordde: "Niets, maar het verveelt
+mij, hem altijd "de Rechtvaardige" te hooren noemen?" Aristides zeide
+niets meer, maar schreef rustig zijn eigen naam op de scherf. De
+stemming viel ten zijnen nadeele uit, en zoo ging hij in ballingschap.
+
+Zelfs toen werden de schepen niet dadelijk gebouwd, want het bouwen van
+schepen is altijd een kostbare geschiedenis, en het was zeer de vraag,
+waar het geld vandaan moest komen. Gelukkig kwam juist in die dagen
+een aanzienlijke som in de Atheensche schatkist uit sommige rijke
+zilvermijnen. "Geeft dit geld om een vloot te bouwen," zoo pleitte
+Themistocles, en eindelijk werden de schepen gebouwd. De Piraeus,
+de haven van Athene--de stad toch was ongeveer zes kilometers van
+de zee verwijderd--werd versterkt, of liever gedeeltelijk versterkt;
+immers voordat het werk voltooid was, waren de Perzen op weg, om hun
+derden inval in Griekenland te doen.
+
+Toen de schepen van Darius te huis gekomen waren zonder den buit en de
+menigte gevangenen, die de koning had verwacht, en toen hij de tijding
+ontving van den slag bij Marathon, was hij heftig vertoornd. Tweemaal
+waren de Perzische troepen naar Europa overgestoken, tweemaal waren
+zij teruggedreven. Zij zouden nu ten derden male oversteken, en
+hij zelf zou nu medetrekken. Die verwaande Atheners zouden nu eens
+leeren, hoe Perzische koningen de vermetele volksstammen behandelden,
+die zich tegen hen durfden verzetten. Hij begon alle noodzakelijke
+toebereidselen te maken. Hij zond boden naar de steden, die hij
+had veroverd, en beval hun manschappen, paarden en schepen bijeen
+te brengen, en groote hoeveelheden koren te verschaffen. Gedurende
+drie jaar werden de voorbereidselen voortgezet; doch toen stierf
+Darius plotseling.
+
+Xerxes, de zoon van Darius, werd nu koning. Hij was tevreden met
+de uitgestrektheid van zijn rijk, en zou veel liever thuis gebleven
+zijn. Zijn raadgevers waren echter van een andere meening. Mardonius in
+het bijzonder, die de eerste expeditie tegen de Grieken had aangevoerd,
+brandde van verlangen, te laten zien, dat hij, al had hij eens het
+onderspit gedolven, toch een bekwaam legeraanvoerder was.
+
+Xerxes besloot, den tocht te ondernemen, en stelde alles in het werk,
+te zorgen dat die tocht gelukte. Er moest geen schipbreuk geleden
+worden op den berg Athos, daarom liet hij dwars door het schiereiland
+een kanaal graven. De landmacht moest den Hellespont oversteken, en
+daar liet hij twee schipbruggen bouwen. Korten tijd daarna ontstak
+de koning in groote woede, daar een storm zijn schipbruggen had
+vernield. Hij beval zijn manschappen, den Hellespont driehonderd
+zweepslagen te geven, omdat deze zoo vermetel geweest was, het
+werk van den koning te vernietigen, en hij liet de bouwmeesters der
+schipbruggen onthoofden. Daarna deed hij iets, wat ongetwijfeld heel
+wat verstandiger en practischer was--hij zette zich aan het werk,
+om steviger bruggen te bouwen. Eerst werden schepen naast elkander
+geankerd, totdat de ruimte tusschen de beide kusten met schepen was
+bezet. Daarna werden van de ééne naar de andere kust, zes ontzaglijke
+kabels gespannen die op de dekken der schepen rustten. Daarop werden
+groote blokken hout gelegd, daarop weder planken, en vervolgens
+aarde. Alles werd stevig bevestigd; en ten slotte werd nog een
+palissade aan weerszijden gebouwd, die zóó hoog was, dat paarden
+en vee niet konden schrikken, als zij zagen, dat er water onder hen
+was. De tweede brug werd op dezelfde wijze vervaardigd.
+
+Toen de bruggen voltooid waren, het kanaal was gegraven, en groote
+hoeveelheden levensmiddelen waren opgestapeld op verschillende plaatsen
+langs den weg, dien Xerxes voornemens was te volgen, verliet hij de
+hoofdstad van zijn rijk. Een tijdlang was hij doodelijk ontsteld, daar
+de zon verduisterd werd. "Wat beteekent dit?" vroeg hij in vreeselijken
+angst aan de wijzen, die hem vergezelden. "Vrees niet, o groote Koning"
+was hun antwoord; "de zon waarschuwt de Grieken, de maan echter de
+Perzen. De zon is van den hemel verdwenen, en dus zullen de steden der
+Grieken van de aarde verdwijnen." Daarop marcheerde de koning verder.
+
+Toen het leger aan den Hellespont kwam, stond op den top van
+den heuvel een witte marmeren troon, dien Xerxes voor zich had
+laten gereed zetten. Daarop zette hij zich neder. Onder hem zag
+hij honderden schepen en ontelbare duizenden manschappen, de
+grootste land- en zeemacht, die ooit was bijeengebracht. Xerxes
+had altijd groot genot in een schoon schouwspel. Hij staarde naar
+alle richtingen, naar de zee, de kust en weer naar de zee; en de
+gedachte, die toen in de eerste plaats opkwam in den geest van dien
+koninklijken aanvoerder was, dat hier een uitstekende gelegenheid was
+voor een roeiwedstrijd! De roeiwedstrijd werd werkelijk gehouden,
+en de koning genoot er ontzaglijk van. Hij was nog meer verheugd,
+toen hij weer op zijn troepen neerzag. Maar plotseling begon hij te
+weenen. "Mij beving," zoo sprak hij, "een groot medelijden, toen ik
+dacht aan de kortheid van 's menschen leven, en daarbij overwoog,
+dat van die geheele troepenmacht, hoe talrijk zij ook moge zijn,
+niemand meer over zal zijn, als er honderd jaar verstreken zijn." Dit
+was volkomen juist opgemerkt, maar geen deugdelijk legeraanvoerder
+zou zich op zulk een tijdstip den tijd genomen hebben hetzij voor
+roeiwedstrijden, hetzij voor philofische beschouwingen.
+
+Den volgenden dag moesten de invallende troepen den Hellespont
+oversteken. Reeds lang vóór het aanbreken van den dag brandden de
+Perzen reeds specerijen op de schipbrug en bestrooiden zij den weg met
+mirtekransen. Zij letten met de grootste aandacht op den oostelijken
+hemel, daar de zon hun god was, en zij, als deze helder en schitterend
+opkwam, op de overwinning mochten hopen. Toen de eerste zonnestralen
+hun oogen verblindden, juichten zij luide van vreugde, en Xerxes
+plengde een offer van wijn uit een gouden beker. "O Ormuzd," riep hij,
+"ik bid u, dat geen ramp mij tegenhoude bij mijn veroveringstocht,
+totdat ik de uiterste grenzen van Europa heb bereikt." Hij wierp
+den gouden beker, een gouden schaal en een zwaard in den Hellespont;
+en daarna begon het leger den Hellespont over te trekken.
+
+Het was de schitterendste optocht, die ooit is gezien. Daar waren
+de Tien Duizend Onsterfelijken, de uitsluitend voor den koning
+bestemde lijfwacht, die ernstig en statig voorttrok, met kronen op
+hun hoofd. Duizend van hen droegen speren met gouden granaatappels
+aan het benedeneinde, en negenduizend droegen speren, beslagen met
+zilveren granaatappels. En dan waren er de tien gewijde paarden, alle
+met rijke schabrakken getooid. Dan was er de heilige wagen van Ormuzd,
+den zonnegod, getrokken door acht melkwitte hengsten. Die wagen van
+Ormuzd werd als zóó heilig beschouwd, dat zelfs de wagenmenner dien
+niet mocht bestijgen, maar dien zoo goed mogelijk moest besturen door
+er achter te loopen. Achter den wagen van Ormuzd kwam die van Xerxes,
+door groote paarden getrokken. Er waren daar Perzen en Meden met
+ijzeren maliënkolders, met bogen en pijlen, korte speren en dolken,
+en groote teenen schilden. Er waren daar Assyriërs met bronzen helmen
+en linnen borststukken, en stokken met ijzeren knoppen. Er waren
+daar Saciërs met hooge, puntige mutsen, Sarangiërs in de meest bont
+gekleurde kleederen; soldaten uit West-Ethiopië, die hun lichamen
+half rood en half wit verfden; soldaten uit Oost-Ethiopië, die op
+hun hoofden de huiden droegen van paardekoppen, met de ooren gespitst
+en de manen als kuif. Er waren daar Colchiërs met houten helmen, en
+kleine met leer bedekte schilden; Thraciërs met hun lange mantels en
+met hun vossenhuiden op het hoofd; Chalybiërs, wier bronzen helmen den
+vorm hadden van ossekoppen. Er waren wagens en paarden en kameelen en
+bedienden en een lange trein met levensmiddelen. Al wat van metaal
+was, was gepolitoerd en glinsterend; en vooral de Perzen droegen
+zóóveel gouden versierselen, dat hun gelederen in de zon flikkerden
+en glinsterden. Zij trokken over de bruggen, en gedurende zeven dagen
+en nachten hoorden zij, die aan de kust van den Hellespont woonden,
+het getrappel en gestamp van marcheerende voeten. Nadat zij de bruggen
+waren overgetrokken, trok het landvolk verder naar Doriscus in Thracië,
+waar ook de schepen zich moesten verzamelen. Hier monsterde Xerxes zijn
+geheele legermacht. Hij deed dit op de volgende wijze. Tienduizend man
+werden in een cirkel opgehoopt. Daarna werd een omheining gemaakt,
+die de grootte had van dien cirkel, en met manschappen gevuld. Er
+waren genoeg voetknechten, om dien honderdzeventig maal te vullen,
+zoodat het aantal voetknechten 1700000 bedroeg. De ruiterij was 80000
+man sterk. Xerxes reed in zijn wagen over de vlakte van den éénen
+stam naar den anderen. Daarna besteeg hij een galei, en, gezeten
+onder een gouden troonhemel, volgde hij met het oog de schepen,
+die hem achter elkander voorbij voeren. De vlootrevue moet hem na
+eenigen tijd wel hebben verveeld, immers er waren 1207 oorlogsschepen,
+behalve omstreeks 3000 kleine schepen en vrachtbooten.
+
+Het scheen, dat er genoeg troepen waren, om het kleine Griekenland
+van de oppervlakte der aarde weg te vegen. Xerxes ontbood een Griek,
+die door zijn landgenooten van den troon van Sparta was verdreven,
+en zeide: "Demaratus, ik ben van meening, dat, zelfs indien alle
+Grieken waren samengebracht, zij mijn aanval niet zouden kunnen
+weerstaan, maar wat denkt gij er over?" Demaratus vroeg: "O koning,
+zal ik u een juist antwoord geven, of verlangt gij van mij alleen een
+antwoord, dat u welgevallig is?" "Spreek de zuivere waarheid," zeide
+de koning, "en ik zal er u niet minder dankbaar om zijn." Toen zeide
+hem Demaratus, dat, hoe het ook met de andere stammen gesteld mocht
+zijn, de Spartanen zeker nooit zijn slaven zouden worden. "Indien er
+slechts duizend van hen waren," zoo verklaarde hij, "zouden zij niet
+vluchten, maar zouden zij moedig te velde trekken en tegen uw geheele
+leger slag leveren." Koning Xerxes lachte en zond hem vriendelijk weg.
+
+Het leger werd onder het marcheeren nog voortdurend grooter, immers de
+stammen, die door de Perzen overwonnen waren tijdens vroegere invallen,
+werden gedwongen, soldaten te leveren. Reeds lang te voren was het
+bevel gezonden naar de steden langs den weg, dat zij levensmiddelen
+voor het leger moesten verschaffen. Zij durfden dit niet te weigeren,
+en gedurende een aantal maanden hadden zij druk werk gehad, om alles
+gereed te maken. Tarwe en gerst moest gemalen worden; vee en gevogelte
+moest worden gekocht en vet gemest. Deze dienden voor het leger;
+maar de bewoners der steden wisten zeer goed, dat zij bovendien een
+schitterend feestmaal voor den koning en zijn vrienden moesten gereed
+maken, indien zij diens gunst wilden winnen. Een enkele stad legde
+aan een dergelijk feestmaal meer dan een millioen gulden ten koste,
+en andere steden niet zooveel minder. Het leger verslond den geheelen
+voorraad, die op de akkers en het land aanwezig was, en dronk als
+het ware de rivieren droog, zoodat zij niets achter zich lieten dan
+kleine modderbeekjes, die zich langs de ledige beddingen voortsleepten.
+
+Het was de vraag, of zij door de bergengte van Tempe in Thessalië
+zouden trekken, of door een andere, die verder van de kust verwijderd
+was. Xerxes ging aan boord van één van zijn schepen, en deed een
+korten tocht, ten einde van uit het water Tempe te kunnen zien. Hij
+liet het anker vallen aan de kust van Thessalië, en staarde naar
+het strand. Vóór hem verrezen hooge klippen. Tusschen die klippen
+was een nauwe kloof, waardoor een rivier in zee stroomde. "Is er
+geen andere uitweg voor de rivier?" vroeg hij. "Neen, o Koning"
+luidde het antwoord, "want Thessalië is geheel omgord door een kring
+van bergen." "De Thessaliërs waren dan verstandige mannen," zeide
+de koning, "dat zij zich tijdig aan mij onderworpen hebben. Ik zou
+gemakkelijk die engte kunnen vullen en het geheele land in een meer
+kunnen veranderen." Xerxes zeilde naar zijn leger terug, maar voordat
+hij verder ging, zond hij afgezanten naar de verschillende staten,
+om aarde en water te vragen. Maar naar Athene en Sparta werden geen
+herauten gezonden, omdat daar de afgezanten, die vroeger gezonden
+waren, zoo schandelijk waren behandeld.
+
+De Grieken hadden de beweging van Xerxes gevolgd, zooals een muis die
+van een kat volgt. "Hij maakt groote toebereidselen; hij is in Sardes
+in Lydië, hij is aan den Hellespont: hij is dien overgetrokken";
+dit waren de berichten, die hen bereikten. Er waren enkele staten,
+die besloten, zich maar dadelijk over te geven aan de genade van den
+Perzischen Koning, en die hun aarde en water zonden. De Atheners
+wisten zeer goed, dat hun geen genade zou worden geschonken. Zij
+wisten eveneens, dat er geen kans op de overwinning bestond, als zij op
+zichzelf moesten staan. Daarom noodigden zij de verschillende staten
+uit, afgevaardigden te zenden naar een bijeenkomst, die te Corinthe
+zou worden gehouden. Sommige staten zonden afgevaardigden; andere
+deden dit niet. De Spartanen werden beschouwd als de beste soldaten
+van Griekenland; en zij zouden natuurlijk het geheele leger aanvoeren;
+maar Argos wilde niets weten van een bondgenootschap, indien niet de
+koning van Argos zijn deel kreeg in het opperbevel. Thebe wilde van
+niets weten, wat door Athene werd voorgesteld. Ook waren boodschappers
+gezonden naar de grootere koloniën, om hulp te vragen, ten einde het
+moederland te bevrijden van de barbaren. "Als Griekenland veroverd
+is," zoo spraken zij, "zullen de Perzen op u losrukken. Redt u zelf,
+door Griekenland te redden." Gelo, de tyran van Syracuse in Sicilië,
+luisterde met aandacht naar de boodschap. Hij antwoordde: "Ja, ik zal
+u tweehonderd oorlogsschepen en acht-en-twintig duizend manschappen
+zenden, en ik zal voedsel voor het geheele leger verschaffen, zoolang
+de oorlog duurt; maar ik, Gelo van Syracuse, moet dan leider en
+opperbevelhebber zijn." "Het opperbevel komt Sparta toe," verklaarden
+de afgezanten. "Als gij u niet onder onze leiding wilt stellen, moet
+gij ons geen troepen zenden." "Ik heb veel meer manschappen dan de
+Spartanen," zeide Gelo, "maar ik zal toegeven en tevreden zijn met
+het opperbevel, òf te land òf ter zee."
+
+Doch ook de Atheensche afgezanten wilden van hun rechten geen afstand
+doen. "Wij zijn de oudste natie van Griekenland," zoo zeiden zij,
+"wij bezitten de grootste vloot; zelfs te Troje was onze aanvoerder
+beroemd om zijn geschiktheid; en als de Spartanen het opperbevel ter
+zee afstaan, dan komt het ons toe." Gelo antwoordde: "Gij hebt naar
+alle waarschijnlijkheid meer aanvoerders dan manschappen. Hoe sneller
+gij terugkeert, des te beter."
+
+Athene, Sparta, Plataea en andere staten, die waren overeengekomen,
+gemeene zaak te maken, zagen nu, dat zij op niemands hulp konden
+rekenen, maar aan eigen kracht waren overgelaten. De Atheners zonden
+boden naar Delphi. Het orakel was even onduidelijk als de orakels
+gewoonlijk waren, en de eenige mededeeling, die zeker scheen te zijn,
+was, dat de vijand Athene zou innemen. Eén zinsnede in het bijzonder
+werd door de Atheners herhaaldelijk besproken en van alle kanten
+bekeken. Zij luidde: "De houten muren zullen veilig blijven voor u
+en uw kinderen." Sommigen brachten het feit in herinnering, dat in
+de oudste tijden de Acropolis door een houten palissade versterkt
+was. "Wat er ook geschiede," zoo zeiden zij "wij kunnen ons op de
+Acropolis terugtrekken." Themistocles echter zeide, dat naar zijn
+meening "de houten muren" hun schepen beteekenden; en ten slotte
+waren het de meeste Atheners met hem eens.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+DE GROOTE PERZISCHE INVAL. (VERVOLG).
+
+
+En nu was Xerxes goed en wel op weg. De Thraciërs wisten, dat hij het
+allereerst door hun land zou trekken, en daarom zonden zij boden naar
+de vergadering te Corinthe, die moesten zeggen: "Mannen Grieken, het
+is niet gepast, dat wij ter uwer verdediging alleen en zonder bijstand
+aan den dood worden prijsgegeven. Zendt ons troepen, om den bergpas te
+Tempe te bewaken, of anders zullen wij onderhandelingen openen met de
+Perzen." Een leger werd gezonden, maar toen zij vernamen, dat er nog
+een tweede bergpas was, waardoor de vijand zou kunnen binnenkomen,
+verlieten zij Tempe om naar Corinthe terug te keeren.
+
+Er moest toch ergens tegen de Perzen stand gehouden worden, maar
+wat was de meest geschikte plaats? Natuurlijk zou Xerxes zoo dicht
+mogelijk bij de zee blijven. Zij moesten dus een pas vinden in de
+nabijheid der kust, waardoor hij gedwongen kon worden heen te trekken,
+en zóó nauw, dat slechts enkelen van zijn manschappen daar te gelijk
+zouden kunnen vechten. Zij lieten de keus vallen op de Thermopylae,
+omdat de bergen daar zóózeer in zee vooruitstaken, dat slechts een
+zeer nauwe doortocht tusschen die bergen en de zee overbleef. Hier
+hielden de Grieken stand. Hun aanvoerder was Leonidas, de koning der
+Spartanen. Met hem waren driehonderd Spartanen, die hij één voor één
+had uitgezocht om hun moed en vaderlandsliefde. Er waren bovendien
+omstreeks zesduizend man uit verschillende stammen. Dit was een
+bespottelijk klein leger, om aan de honderdduizenden van Xerxes te
+gemoet te zenden; maar het was juist de tijd der Olympische spelen,
+en tevens van een feest ter eere van Apollo. Zoodra die feesten
+voorbij waren, zouden meer manschappen worden gezonden. Niemand
+vermoedde, dat de strijd bij de Thermopylae zoo spoedig zou komen;
+en in ieder geval kon een natie, die verzuimde haar goden te eeren,
+geen voorspoed in den oorlog verwachten.
+
+Xerxes zou misschien zijn manschappen hebben doen inschepen en hen
+ten zuiden van de Thermopylae doen landen; maar vierhonderd van zijn
+oorlogsschepen hadden tijdens een storm schipbreuk geleden, en de
+vloot der Grieken hield de wacht bij de straat van Artemisium, om
+de overige schepen tegen te houden. Indien hij dus Griekenland wilde
+binnenkomen, moest hij de Thermopylae doortrekken. Dit leek hem een
+eenvoudige zaak toe. Hij had wel gehoord, dat er enkele manschappen
+aan den pas geplaatst waren, maar hij was overtuigd, dat deze spoedig
+zouden wegloopen. Inderdaad waren er enkelen, die er over spraken,
+dit te willen doen. "Laat ons naar Corinthe terugkeeren," drongen zij
+aan. "Het hoogste, wat wij kunnen bereiken, is den Peloponnesus te
+verdedigen." "Neen," riep Leonidas, "laat diegenen onder u, die dit
+wenschen, zich terugtrekken; maar wat mij en mijn Spartanen betreft,
+wij zijn gezonden, om dezen pas te verdedigen, en hier houden wij
+dan ook stond."
+
+Daarna ontstond een gevecht, zóó verschrikkelijk, als de wereld nog
+nooit had aanschouwd. Het duurde van 's morgens vroeg tot 's avonds
+laat, en den volgenden dag nog eens even lang. Doch daarna kwam
+verraad in het spel. Een Maliër, Ephialtes genaamd, lichte Xerxes in
+omtrent een voetpad, dat over de bergen voerde, en om den pas heen
+liep; en tegen het vallen van den avond leidde die verrader de Perzen
+uit het kamp, liet hen een nietig riviertje overtrekken en den berg
+beklimmen. De Grieksche wachten op den top konden hen niet zien, daar
+de helling van den berg overal met dikke eiken was bedekt; zij wisten
+dus niets af van de komst van den vijand, totdat zij in de stilte van
+den vroegen morgen het getrappel hoorden van duizenden voeten. De
+kleine legermacht kon niets anders doen, dan zich voorbereiden
+voor den dood; maar de vijand stormde langs hen voort, daar hij de
+Grieken aan den pas wilde omsingelen. Toen Leonidas hoorde, dat het
+bergpad ontdekt was, wist hij, dat er geen kans was de Thermopylae
+te houden. "Keert naar den Isthmus terug, als gij wilt," zeide hij
+tot zijn bondgenooten, "maar wat mij en mijn Spartanen betreft, de
+wetten van ons land verbieden ons de plaats te verlaten, ter welker
+verdediging wij aangewezen zijn." Ook de Thespiërs weigerden terug te
+trekken. De strijd werd voortgezet, zoo het mogelijk was nog feller dan
+te voren. De Spartanen en de Thespiërs trokken midden op de Perzische
+strijdmacht los. Een aantal manschappen werden in zee geworpen, bij
+tientallen en honderdtallen werden strijders doodgetrapt. De speren
+braken, maar dan streden zij met hun zwaarden; hun zwaarden braken,
+maar dan vochten zij met hun handen, met hun vuisten, met steenen, met
+alles waarmede zij konden treffen, totdat zij dood ter neder lagen,
+begraven onder hoopen Perzische werptuigen. Ook na dien slag werden
+de gesneuvelden begraven, waar zij gevallen waren. Ter herinnering
+aan de dapperheid van Leonidas werd een marmeren leeuw opgericht
+aan den ingang van den pas. Zuilen werden opgericht ter eere van de
+soldaten. Op de ééne was geschreven:
+
+
+ "Vierduizend man vol heldenmoed, uit Pelops' land
+ Zij hielden tegen 't honderdvoud tot 't laatst toe stand."
+
+
+Een andere zuil was uitsluitend ter eere der Spartanen
+opgericht. Daarop was geschreven:
+
+
+ "Ga vreemdeling naar ons geboorteland verkonden,
+ Dat wij den dood, volbrengend hun bevel, hier vonden."
+
+
+Dit afschrift was afkomstig van Simonides, een dichter van Ceos,
+één der Cycladen. Hij kon zulke regels neerschrijven, getuigend
+van diepen ernst en groote bewondering, en daarenboven kon hij zóó
+sierlijk en teeder schrijven, dat zijn vrienden hem "de liefelijke
+dichter" noemden. Eén van zijn gezegden draagt zóózeer den stempel
+der waarheid, dat het gedurende alle eeuwen na zijn dood beroemd is
+gebleven. Het luidt: "Poëzie is het schilderen door klanken, zooals
+schilderen het dichten zonder klanken is."
+
+Terwijl de beroemde kleine schare Grieken alles in het werk stelde,
+om de Perzische krachten bij de Thermopylae tegen te houden, waren de
+Grieksche schepen niet werkeloos gebleven. Zij beletten de Perzische
+vloot den Euripus binnen te zeilen, de straat tusschen Euboea en het
+vasteland gelegen. De Perzen meenden, dat het een goede zet zoude
+zijn, tweehonderd van hun schepen om Euboea heen te voeren en van het
+zuiden uit den Euripus in. "Wij zullen dan de Grieksche schepen in de
+zeeëngte opgesloten hebben," zoo was hun redeneering, "en met onze
+vloot zal het gemakkelijk zijn, ze alle te vernietigen." Zij zonden
+dus hun tweehonderd schepen, maar spoedig werd de vloot door een
+storm overvallen en vernield. Gedurende één, twee, drie dagen duurde
+de zeeslag voort, waarbij de Perzen door de zeeëngte bij Artemisium
+trachtten door te breken, en de Grieken hen tegenhielden. Tegen den
+avond van den derden dag kwam een snelzeilend schip aan, dat bij
+de Thermopylae den gang van zaken had waargenomen; en nu hoorden de
+manschappen aan boord van de Grieksche schepen, dat de pas verloren was
+en dat de Perzen tegen Athene optrokken. Er was dus nu geen reden meer
+om de zeeëngte te verdedigen; het was verreweg beter, door den Euripus
+in zuidelijke richting over te varen. De aanvoerder van de Grieksche
+vloot was een Spartaan, maar Themistocles had het commando over de
+schepen der Atheners. De winden hadden de partij der Grieken gekozen,
+en nu was het zijn voornemen, te zorgen dat ook het land op zijn hand
+was. Overal waar de gelegenheid daartoe geschikt was, zond hij mannen
+uit, om in de rotsen opschriften te snijden, welke door de Joniërs,
+die in het leger van Xerxes waren, zouden worden gelezen. "Jonische
+mannen," zoo luidden zij, "loopt, zoo gij kunt, naar onze zijde over;
+als u dat niet mogelijk is, onthoudt u dan van den strijd, smeeken
+wij u, of ten minste vecht schoorvoetend." Themistocles meende, dat,
+zelfs al zagen de Joniërs de opschriften niet, zij toch zeker door
+enkelen onder de Perzen zouden gelezen worden, en dat Xerxes het niet
+zou wagen, van de hulp der Joniërs in de gevechten gebruik te maken. De
+Grieksche vloot zeilde toen Sunium, de zuidelijke punt van Attica,
+om, en liet het anker vallen tusschen Athene en het eiland Salamis.
+
+De Perzen hadden Athene tot einddoel; maar iets ten westen van hun
+marschroute lag Delphi; en daar bevond zich de tempel van Apollo,
+rijk voorzien van kostbare schatten. Zij konden, zoo meenden zij,
+die niet onaangetast laten; daarom verliet een deel van het leger de
+kust en trok in westelijke richting voort. De inwoners van Delphi
+waren wanhopig. "O Apollo," zoo baden zij, "zeg ons, smeeken wij
+u, wat wij met uw heilige schatten moeten doen. Zullen wij ze in
+den grond begraven, of ze naar een ander land wegvoeren?" "Vreest
+niet," zoo luidde het antwoord, "Apollo heeft niemand noodig, om zijn
+eigendommen te beschermen." Daarna vertrokken de meeste bewoners van
+Delphi met vrouwen en kinderen uit de stad. Zij die achterbleven,
+verhaalden, dat de heilige wapenrusting van Apollo, zonder de hulp van
+menschenhanden, uit het binnenste van den tempel was weggedragen en
+vóór den tempel was geplaatst. Hoe dit ook moge zijn, een feit is het,
+dat er een vreeselijk onweder losbarstte. Van den Parnassus werden
+twee reusachtige rotsblokken afgeslagen, die op de Perzen neervielen
+en een groot aantal onder hun gewicht verpletterden. Het is niet te
+verwonderen, dat de barbaren na het gebeurde doodelijk verschrikt
+wegvluchtten en zelfs den aanval van de weinige nog aanwezige inwoners
+van Delphi niet durfden weerstaan, of dat zij in hun ontsteltenis
+de wonderlijkste verhalen deden over wat hun was overkomen. "Het
+waren geen sterfelijke wezens, met wie wij streden," zeiden zij,
+"het waren gewapende krijgslieden met meer dan menschelijke gestalte,
+die op ons losstormden en enkelen der onzen versloegen."
+
+Die troepen trokken haastig Boeotië binnen, om zich te vereenigen
+met het overige gedeelte van het leger, dat op Athene aanrukte;
+en Athene was hulpeloos, daar de Grieken van den Peloponnesus haar
+rustig aan haar lot hadden overgelaten en dag en nacht aan het werk
+waren, en een hoogen muur over de landengte van Corinthe bouwden,
+om de Perzen te beletten hun steden aan te vallen.
+
+Athene had al het mogelijke gedaan om de Grieksche staten tot
+eensgezindheid te brengen en hen over te halen een bondgenootschap te
+sluiten. Zij had de bijeenkomst op de landengte van Corinthe op touw
+gezet; zij had het opperbevel van het leger niet voor zich opgeëischt;
+en hoewel zij heel wat meer schepen bezat dan alle andere staten te
+zamen, had zij er in toegestemd, dat het opperbevel over den vloot in
+handen der Spartanen werd gelegd. Nu was zij door geheel Griekenland
+verlaten. Haar eenige hoop en bemoediging lag in die ééne zinsnede
+van het orakel; "De houten muren zullen veilig blijven voor u en
+uwe kinderen"; doch de burgers konden het niet eens worden over
+de beteekenis dier uitdrukking. Een ander gezegde, dat hen zeer in
+verlegenheid bracht, luidde: "Heilig Salamis, gij zult het kroost
+van vrouwen verdelgen." Themistocles hield vol, dat "het kroost
+der vrouwen" de Perzen beteekende. "Indien het de Grieken had moeten
+beteekenen," zoo redeneerde hij, "zou het orakel Salamis niet "heilig",
+maar veeleer, "ongelukkig" hebben genoemd; het beteekende ongetwijfeld,
+dat de Perzen bij Salamis een vreeselijke ramp moest treffen. Wat
+het orakel ook mocht bedoelen, het stond vast, dat de stad niet kon
+gered worden. Toen begon een heen en weer vliegen, een opeenhoopen
+van vrouwen en kinderen in de booten, en een haastig over het water
+trekken naar veiliger plaatsen. Zij waren nauwelijks uit het gezicht
+van Athene, toen reeds de Perzen op Athene aanstormden. Zij wierpen
+de stad ten onderste boven, plunderden en verbrandden haar, totdat er
+niets anders overbleef dan torenhooge brandende puinhoopen. De eenige
+hoop der Grieken was in Salamis en in Themistocles gelegen. "Wij
+zullen den vijand bij den Isthmus bestrijden," riepen de mannen van
+den Peloponnesus, "en als wij dan verslagen worden, kunnen wij naar
+onze woonplaatsen terugwijken." Themistocles bewoog hemel en aarde,
+om hen van dit besluit af te brengen. "Wij kunnen de Perzen te gemoet
+trekken in de nauwe zeestraat bij Salamis," zoo sprak hij, "en dan doet
+het er niet toe, hoeveel schepen zij hebben, nu er voor hen daar geen
+plaats is, om meer dan enkele te gebruiken. Een overwinning bij Salamis
+zal den Peleponnesus even goed beschermen als een overwinning bij den
+Isthmus; en het is bij Salamis, dat de godheid ons een overwinning
+heeft beloofd." Hier viel een Corinthiër hem in de rede, met den
+uitroep: "Gij zijt niets anders dan een man zonder stad! Laat ons
+zien, van welken staat gij een afgezant zijt." Themistocles had zich
+kalm gehouden bij alle andere ergerlijke en tergende redevoeringen,
+maar nu viel hij tegen zijn tegenstanders uit. "Geen vaderland!" riep
+hij uit. "Ik heb tweehonderd schepen onder mijn bevelen, die alle
+gereed zijn voor den strijd. Welke staat van Griekenland kan mij
+weerstaan, als ik verkies een landing te doen? Weest door mijn woorden
+overtuigd. Zoo niet, dan zullen wij onze gezinnen medenemen en voor ons
+woonplaatsen zoeken in Italië. Als gij ons als bondgenooten verloren
+hebt, zult gij u herinneren, wat ik gezegd heb."
+
+De staten begonnen overtuigd te worden van de kracht der Atheners,
+en hadden volstrekt geen verlangen, hen te verliezen. Zij besloten
+eindelijk bij meerderheid van stemmen, de Perzen bij Salamis af
+te wachten; maar nog steeds bleven de mannen van den Peloponnesus
+protesteeren. "Dit is goed voor de Atheners" morden zij, "maar
+voor ons is het volstrekt geen voordeel." Het gelukte hun, een
+tweede vergadering te doen bijeenroepen, en Themistocles zag, dat
+de stemming nu weer anders zou uitvallen. Daarom besloot hij van een
+list gebruik te maken. Hij zond een vertrouwden slaaf naar de Perzen,
+die hun een boodschap moest overbrengen. "Een Atheensche bevelhebber,
+die u goed gezind is, zendt u de volgende boodschap: "De Grieken zijn
+verdeeld. Enkelen zullen u tegenstand bieden, anderen zullen uw partij
+kiezen. Gij hebt nu een prachtige gelegenheid een roemrijke overwinning
+te behalen." Daarna keerde hij ongemerkt in de vergaderzaal terug. De
+debatten duurden voort tot lang na middernacht. Midden onder de
+besprekingen werd Themistocles een boodschap gebracht: "Er is iemand
+buiten de zaal, die u wenscht te spreken." Het was Aristides, die uit
+de ballingschap was teruggekeerd, daar allen, die verbannen waren,
+waren teruggeroepen, uit vrees dat zij met de Perzen gemeene zaak
+zouden maken. Hij verlangde vurig, zijn mededinger te helpen, roem en
+eer te verwerven, als slechts Griekenland gered werd. "De Perzische
+schepen zijn bij den ingang der zeeëngte," fluisterde hij. Themistocles
+zag, dat de vijand zich door hem had laten verschalken, en dat de
+Grieken nu gedwongen zouden worden te strijden, tegen hun wensch.
+
+Des morgens begon de slag bij Salamis. De gevechtslinie der Grieksche
+schepen strekte zich uit van Salamis tot Attica. Iets meer zuidelijk,
+aan den ingang der zeeëngte, lagen de Perzische schepen. Op de kust van
+Attica, op een hoogen heuvel, die over de zeeëngte uitzag, zat Xerxes
+op zijn troon, gereed iedere beweging met de oogen te volgen. Den
+geheelen dag door woedde de slag. De Perzen hadden een zóó groote
+menigte schepen, dat zij in elkander verward geraakten. Zij dreven
+hulpeloos voort met gebroken riemen en zonder roer. De Grieken deden ze
+één voor één zinken; zij verjoegen den vijand uit de zeeëngte; zelfs
+zeilden ze om de Perzische schepen heen en vielen hen van de andere
+zijde aan. Toen de nacht gevallen was, hadden de Grieken den zeeslag
+luisterrijk gewonnen. Het beteekende veel meer dan het winnen van een
+eenvoudigen zeeslag, immers Xerxes was reeds naar huis vertrokken, zoo
+snel varende als een schip hem kon wegvoeren, uit vrees dat de Grieken
+de bruggen zouden afbreken, die over den Hellespont geslagen waren,
+voordat zijn troepen daarover heen konden trekken. Hij was bitter
+teleurgesteld en had van de geheele onderneming genoeg, zoodat hij
+volkomen bereid was te luisteren naar zijn veldheer Mardonius. "Gij
+hebt gedaan, wat gij wildet," zoo sprak Mardonius, "gij hebt Athene
+gestraft en kunt dus gerust naar Perzië terugkeeren. Laat mij met
+driehonderdduizend manschappen achter, en ik kan spoedig het overige
+gedeelte van Griekenland veroveren."
+
+Het middel, dat Mardonius bij die verovering toepaste was, dat hij
+trachtte Athene om te koopen, om zich bij hem aan te sluiten. "Xerxes
+zal vergeven wat geschied is," zoo sprak hij. "Hij zal tempels voor
+u bouwen, zal u helpen, land te veroveren, en zal u vrijlaten,
+als gij onze bondgenooten wilt worden." Hierop antwoordden de
+Atheners: "Zoolang de zon haar loop aan den hemel blijft volgen,
+zullen de Atheners nooit met Xerxes tot een vergelijk komen." Toen
+marcheerde Mardonius recht op Athene aan. Het land was daar nog,
+en de gedeeltelijk opgebouwde huizen; maar de Atheners waren ten
+tweeden male uit de stad gevlucht; zij waren allen bij Salamis. Een
+tijdlang scheen het, of de staten van den Peloponnesus nergens belang
+in stelden dan in hun eigen veiligheid; maar ten slotte zagen zij in,
+dat zij moesten helpen bij de bestrijding van Mardonius, als zij zich
+zelf wilden redden. Zij vervolgden hem tot in Boeotië. Daarop volgde
+een woedend gevecht bij Plataea, waar Mardonius sneuvelde. Wat van
+de Perzische schepen was overgebleven, was naar Samos vertrokken,
+en hield nauwlettend toezicht op de Jonische koloniën, daar het
+duidelijk was, dat deze zich zouden vrijmaken, zoodra zij daartoe de
+kans gunstig zagen. De Grieksche schepen lagen bij Delos. Drie mannen
+uit Samos kwamen heimelijk daarheen. "Komt en helpt de Joniërs, om zich
+vrij te maken," zoo vroegen zij met aandrang. "Gij kunt gemakkelijk
+de barbaren verdrijven, want hun schepen kunnen het tegen de onze
+niet volhouden. Zoodra gij in het gezicht gekomen zijt, zullen de
+Joniërs opstaan." De Grieken besloten koers te zetten naar Jonië. Zij
+verwachtten een zeeslag te moeten leveren, maar het bleek hun, dat
+zij op het droge hadden te strijden, daar de Perzen hun schepen bij
+Mycale in Jonië op het strand hadden getrokken, en daaromheen een
+muur van houtblokken en steenen hadden opgeworpen. Toen de Grieken
+dit zagen, gingen zij aan land. De barbaren waren spoedig uiteen
+gedreven, terwijl de Jonische volksplantingen zich aansloten bij het
+Grieksche statenverbond. Dit was de slag bij Mycale, die op denzelfden
+dag geleverd werd als de slag bij Plataea. Zoo waren dan de Grieken
+verlost van de vrees voor de Perzen; immers nooit meer na dien tijd
+heeft een Perzisch leger den voet gezet op Griekschen bodem.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII.
+
+NA DEN PERZISCHEN OORLOG.
+
+
+De Grieken waren gewoon, nadat zij een veldslag hadden gewonnen,
+belooningen te schenken aan dien staat en aan dien veldheer, die het
+meest had bijgedragen tot het behalen der overwinning. Het is duidelijk
+genoeg, dat de eerbewijzen, die na den slag bij Salamis zouden worden
+uitgereikt, moesten worden toegekend aan Attica en aan Themistocles;
+maar de Peloponnesus was naijverig op Attica, en daarom werd de
+hoogste belooning aan een staat, aan Aegina toegekend. De poging,
+om den dappersten aanvoerder aan te wijzen, was nog al vermakelijk,
+immers iedere veldheer zette Themistocles op de tweede plaats,
+terwijl hij zijn eigen naam bovenaan plaatste. Bij de verdeeling van
+den oorlogsbuit werden de goden niet vergeten. Drie oorlogsschepen
+werden hun gewijd. Een tiende deel van den buit werd naar Delphi
+gebracht, en daarvan werd een standbeeld van Apollo vervaardigd met
+afmetingen, driemaal zoo groot als een man, en dat in zijn ééne hand
+den voorsteven van een schip hield. Na den slag bij Plataea bleek het,
+dat de tenten, die door de Perzen waren achtergelaten, vol waren van
+de kostbaarste schatten. Er waren daar schalen en bekers en zelfs
+ketels van zwaar goud; er waren daar rustbedden, bedekt met gouden
+platen; er waren daar gouden armbanden en kettingen; en er waren daar
+lange en korte zwaarden, met gouden handvatsels. Bovendien waren
+er prachtige geborduurde mantels, benevens gordijnen en karpetten
+in zóó groote hoeveelheid, dat niemand er aandacht aan schonk. Ook
+daarvan kregen de goden een ruim aandeel. Van het gedeelte, dat naar
+Delphi gezonden werd, werd een gouden drievoet vervaardigd, die stond
+op een vast ineengekronkelde driekoppige bronzen slang. Nog jaren
+na den slag plachten bewoners van Plataea, die over het slagveld
+ronddoolden, gouden en zilveren schatten te vinden, die men eerst
+niet had opgemerkt. Welke staat den prijs voor dapperheid te Plataea
+zou krijgen, was moeilijk uit te maken, want zoowel Athene als Sparta
+maakten er aanspraak op. Om een einde aan den twist te maken, besloot
+men den prijs aan Plataea te schenken. Hier werden tempels voor Athene
+en Zeus opgericht. Een orakel verklaarde, dat de gewijde vuren niet
+langer heilig waren, daar zij door de barbaren bezoedeld waren. Zij
+werden daarom alle uitgedoofd, en een renbode, om de snelheid van zijn
+loopen bekend, bracht kolen uit Delphi, waardoor de vuren weer opnieuw
+werden ontstoken. De Grieken bepaalden onderling, dat het grondgebied
+van Plataea ten eeuwigen dagen als gewijde grond zou worden beschouwd,
+en dat het de plicht zou zijn van de inwoners van Plataea, telken jare
+een offer te brengen, ter herinnering aan de soldaten, die op hun grond
+gesneuveld waren. Dit werd minstens drie eeuwen volgehouden. Als
+de dag van het offer was aangebroken, deden de trompetten haar
+krijgsgeschal in den vroegen morgen weerklinken. Dan vertrok de
+optocht. Deze bestond uit vrijgeboren jonge mannen, die welriekende
+oliën en reukwerken droegen, benevens melk en honig. Zij voerden een
+zwarten stier met zich mede, en wagens gevuld met mirtekransen en
+mirtetakken. Achteraan liep de archont, met slepend purperen gewaad,
+en met zwaard en gieter. Op de gedenkteekenen der helden stonden kleine
+zuilen, waarop hun vrienden plachten bloemen te plaatsen. De archont
+waschte die zuilen met eigen hand en wreef ze in met reukwerk. Hij
+offerde den stier, en verdeelde de mirte. Daarna vulde hij een kom
+met wijn en plengde een offer, onder het uitspreken dezer woorden:
+"Ik bied dit offer aan ter eere van de mannen, die voor de vrijheid
+van Griekenland hun leven hebben opgeofferd." Bij het begin van den
+oorlog, toen de Spartanen het opperbevel over de vloot opeischten,
+zeide Themistocles tot de Atheners: "Gedraagt u als mannen tijdens den
+oorlog, dan zullen, zoodra deze geëindigd is, de Grieken u den eersten
+rang toekennen." De oorlog was nu geëindigd, en zijn woorden werden
+bewaarheid; want wat ook de vele staten mochten zeggen, zij wisten al
+te wel, dat Athene de leidende staat onder de Grieken was. De dichters
+hadden Athene altijd lief gehad. Pindarus, hoewel zelf een Thebaan,
+kon bijna nooit den naam der stad noemen zonder haar, "heerlijk" of
+"geliefd" of "roemrijk" te noemen. In één opzicht behoorde Pindarus
+niet alleen aan Thebe, maar aan geheel Griekenland; immers veel
+van zijn gedichten zijn vervaardigd ter eere van de overwinnaars
+bij de spelen of van Apollo zelf. Hij placht naar Delphi te gaan en
+zijn gedichten te zingen. Gedurende meer dan zeshonderd jaar werd de
+ijzeren stoel, waarin hij gezeten was, in den tempel bewaard als een
+van zijn grootste schatten.
+
+Zelfs de liefde van een zoo beroemd dichter als Pindarus zou een
+stad niet kunnen beschermen. Themistocles was een verstandig man. Hij
+wist, dat de overige staten afgunstig op Athene zouden zijn, en haar
+waarschijnlijk zouden beoorlogen. De eenige hoop om die staten te
+kunnen weerstaan, bestond hierin, dat men de stad de sterkste van
+het geheele land maakte. Zij lag nu nog in puinhoopen. Het grootste
+gedeelte van den muur was neergehaald, en de Atheners waren over
+verschillende plaatsen verstrooid, waar zij maar een schuilplaats
+vonden. Zij waren blijde te kunnen terugkeeren, zelfs naar de hoopen
+asch en steen, het eenige, dat van hun huizen was overgebleven; en
+met moed en opgewektheid begonnen zij hun huizen op te bouwen. Er was
+echter ander werk, dat gedaan moest worden, zelfs vóór het opbouwen
+der huizen. In dat warme klimaat was het geen groote opoffering,
+een tijd lang buitenshuis door te brengen, en Themistocles zeide hun,
+dat eerst de muur weer moest worden opgebouwd. Zij keurden dit goed,
+en zij gaven gevolg aan zijn raad, om dien muur een lengte te geven
+van elf kilometers, zóó, dat hij de Acropolis omgaf en een voldoende
+hoeveelheid grond, om al het landvolk op te nemen, indien ooit een
+aanval op Attica werd gedaan.
+
+De Spartanen waren daarover niets gesticht. Zij zonden afgezanten
+naar de Atheners, om hen er aan te herinneren, dat Sparta geen
+muren had. "Het is niet verstandig voor eenige Grieksche stad,
+zich met muren te omgeven," zoo redeneerden zij; "immers indien er
+overweldigers kwamen, zouden zij misschien de stad in bezit nemen
+en door de muren zóó goed beschermd zijn, dat zij verder zouden
+kunnen gaan en den éénen staat vóór, den anderen na op hun gemak
+konden overweldigen." Themistocles antwoordde met veel overleg;
+"Ongetwijfeld is er veel te zeggen voor uw redeneering, wij zullen
+daarom afgezanten naar Sparta zenden, om die zaak degelijk met u te
+bespreken." De Spartanen hadden altijd veel van Themistocles gehouden,
+en zij gingen dan ook tevreden naar huis.
+
+Toen deelde de slimme Themistocles de Atheners zijn plan mede. De muur
+moest zonder één oogenblik verwijl worden opgebouwd. Zij gebruikten
+voor het werk niet alleen steenblokken, afkomstig van de verwoeste
+huizen en tempels, maar zelfs grafsteenen. De vrouwen werkten mede
+als mannen, en zelfs de hulp van een kind, dat een handvol aarde
+kon aandragen of een stuk gereedschap aan een werkman kon geven,
+was welkom. Het werk werd dag en nacht voortgezet. Themistocles
+en twee anderen waren aangewezen als afgezanten naar de Spartanen,
+en na zóólang gewacht te hebben, als hij maar met mogelijkheid kon,
+ging Themistocles naar Sparta. Hij vertelde de Spartanen, dat zijn
+beide ambtgenooten waren opgehouden, doch spoedig zouden verschijnen,
+en dat dan de geheele zaak gemakkelijk kon worden geschikt. Terwijl
+zij daarop wachtten, begonnen de Spartanen geruchten te vernemen,
+dat de Atheensche muren met groote snelheid verrezen. "Wat beteekent
+dit?" vroegen zij Themistocles. "Schenkt toch geen geloof aan losse
+geruchten," antwoordde hij. "Zendt afgezanten naar Athene, en dan
+kunt ge uit eigen beschouwing de waarheid leeren kennen."
+
+Intusschen waren de beide andere gezanten uit Athene naar Sparta
+gekomen en hadden Themistocles verteld, dat de muren reeds hoog genoeg
+waren opgetrokken, om ter verdediging te kunnen dienen. Hij had zich
+verzekerd, dat tegen zijn veiligen terugkeer geen bezwaar zou kunnen
+worden gemaakt, door aan de Atheners te schrijven: "Houdt de Spartanen
+als gijzelaars vast, totdat ik met de overige afgezanten veilig in
+Athene terug ben." Nu deelde hij de Spartanen mede, dat Athene moest
+doen, wat zij in haar eigen belang het best achtte. "Als gij en uw
+bondgenooten van oordeel zijt, dat geen enkele Grieksche stad muren
+moet hebben, begint dan allen met uw eigen muren neer te halen." De
+Spartanen waren boos, maar konden er niets aan doen, en de Atheners
+voltooiden hun muur.
+
+De uitslag van den oorlog had het duidelijk gemaakt, dat het
+noodzakelijk was, dat Athene sterk was, niet alleen te land, maar ook
+ter zee. Het moest een groote vloot bezitten en eveneens een veilige
+haven, die de schepen kon beschermen tegen stormen of aanvallen van
+den vijand. Phalerum was de oude haven, maar reeds vóór den oorlog
+had Themistocles het oog gevestigd op de haven van den Piraeus,
+zeven of acht kilometers van Athene verwijderd, en was hij begonnen
+die te versterken. Die haven was een bekken, dat groot genoeg was,
+om wel driehonderd schepen te bevatten. Daar omheen kromde zich
+een schiereiland, dat in een rotsmassa eindigde, zoodat alleen een
+nauwe toegang was vrijgelaten. Langs den rand van dat schiereiland
+bouwden de Atheners een muur van meer dan elf kilometers. En wat voor
+een muur was dat! Dertig voet hoog, breed genoeg voor twee wagens,
+om langs elkander heen te rijden, en dat alles van stevige steenen
+vervaardigd, met ijzer vastgeklampt.
+
+Dit alles geschiedde tusschen de jaren 479 en 477 vóór
+Christus. Gedurende dien tijd werd nog ander werk voortgezet,
+immers in één opzicht was de Perzische oorlog nog niet tot een
+einde gekomen. De Jonische volkplantingen waren ten tijde van
+den slag bij Mycale vrij geworden, maar de Perzen hielden nog een
+aantal andere kleinere plaatsen bezet langs de kust van Klein-Azië
+en in Thracië. De belangrijkste van die plaatsen was Byzantium,
+het tegenwoordige Constantinopel. Er kon geen veiligheid en rust
+zijn, zoolang de Perzen nog vestingen hadden in de nabijheid van
+Griekenland, waar zij troepen en schepen konden bijeen brengen, en
+van waar zij konden optrekken om de Grieken aan te vallen. Bovendien
+had Griekenland meer koren noodig dan het land voortbracht. Tot nu
+toe was het koren daarheen gebracht door de Propontis, wat nu de zee
+van Marmora is; maar terwijl de Perzen Byzantium in bezit hielden,
+kon geen koren uit die streken zijn weg vinden naar Griekenland. Een
+vloot werd nu uitgezonden, die Byzantium belegerde en innam.
+
+Aristides stond aan het hoofd van de Atheensche schepen; maar de
+Spartaan Pausanias, die de troepen bij Plataea had aangevoerd, was
+opperbevelhebber der vloot. Indien Pausanias bij Plataea zou zijn
+gesneuveld, dan zou van hem de herinnering bewaard zijn als van een
+dapper en vaderlandslievend veldheer; doch nu is hij in de herinnering
+gebleven als een verrader. Na de overwinning bij Plataea gedroeg hij
+zich, alsof niemand dan hij zelf iets in den strijd had uitgericht;
+en na de inneming van Byzantium dacht hij zich den grootsten man
+ter wereld. Griekenland was voor een zoo machtig veldheer naar zijn
+opvatting een te klein land: Zijn roem zou heel wat meer op prijs
+gesteld worden in het machtige Perzische rijk. Hij deed daarom
+zijn best, zich de achting te verwerven van Xerxes, door hem de
+aanzienlijkste mannen terug te zenden, die bij Byzantium waren gevangen
+genomen. Nog erger dan dit, hij gaf hun een brief aan Xerxes mede van
+den volgenden inhoud: "Indien gij mij uw dochter ten huwelijk wilt
+geven, zal ik Griekenland voor u veroveren." Xerxes beloofde hem niet,
+hem zijn dochter te geven, maar stemde erin toe, hem alle manschappen
+en al het geld te verschaffen, dat hij voor de verovering mocht noodig
+hebben. Toen geraakte Pausanias geheel buitenzinnen. Hij begon op te
+treden als ware hij een hoog staatsambtenaar in Perzië. Hij kende geen
+Spartaanschen eenvoud meer; hij droeg de rijkste Perzische kleederen
+en leefde zoo weelderig mogelijk. Toen Aristides daarop aanmerkingen
+maakte, draaide hij zich om, terwijl hij zeide, dat hij geen tijd
+had naar hem te luisteren.
+
+Toen de Spartanen bericht hadden ontvangen omtrent het gedrag van
+Pausanias, bevalen zij hem, naar huis terug te keeren. Zij konden
+niet bewijzen, dat hij verraad smeedde, maar na korten tijd bleek
+het duidelijk, dat hij de Heloten opstookte, om tegen hun meesters
+op te staan. Hij vluchtte naar een vertrek, dat grensde aan den
+tempel van Athene, en werd daar door de Spartanen ingesloten, om den
+hongerdood te sterven. Om de vergiffenis van Athene te verwerven voor
+de verontreiniging van haar tempel, schonken zij haar twee bronzen
+standbeelden.
+
+De laatste levensjaren van Themistocles waren niet veel eervoller
+dan die van Pausanias. Na zijn bedrog in verband met de muren van
+Athene haatten hem de Spartanen; en het is mogelijk, dat deze niet
+vreemd waren aan het scheidsgerecht, dat omstreeks een jaar vóór den
+dood van Pausanias gehouden werd. Er was reden te gelooven, dat hij
+medeplichtig was aan het komplot van Pausanias om Griekenland voor de
+Perzen te veroveren. Het was algemeen bekend, dat hij van de Perzen
+geschenken had aangenomen; en men begon te mompelen over den door hem
+op het einde van den oorlog gegeven raad, om Xerxes niet te vervolgen
+of de brug over den Hellespont niet af te breken. "Het is inderdaad
+waar, dat hij zeide, dat het beter was de Perzen buiten Europa te
+krijgen en hen dan in Azië aan te vallen," zoo redeneerden zij;
+"maar het zou hem niet moeilijk vallen, Xerxes er van te overtuigen,
+dat dit plan werd aangeraden als een hem bewezen gunst." Dit was dan
+ook juist wat Themistocles deed. Hij was van de ééne plaats naar de
+andere gevlucht, en ten slotte naar het hof van Xerxes. Hij bracht
+den koning dien door hem bewezen dienst in herinnering, en eindigde
+zijn beroep op zijn gunst met de woorden: "Indien gij mij uit den
+weg ruimt, ruimt gij den vijand van Griekenland uit den weg." De
+koning had er niet aan gedacht, hem uit den weg te ruimen. Hij was
+ten zeerste verheugd, een zoo schitterend man aan zijn hof te hebben,
+en hij riep uit: "Moge de geest van het kwade het altijd in de harten
+mijner vijanden leggen, hun grootste mannen te straffen!" Driemaal
+vloog hij dien nacht in zijn slaap op, terwijl hij uitriep: "Ik heb
+Themistocles, den Athener, bij mij."
+
+Themistocles werd een groot gunsteling van den koning, en leerde
+Perzisch, opdat zij zonder de tusschenkomst van een tolk met elkander
+zouden kunnen spreken. Drie steden werden hem in handen gegeven,
+om hem van "brood, wijn en vleesch" te voorzien--hetgeen schijnt te
+hebben beteekend, dat hij het recht had, daaruit zooveel vandaan
+te halen als hij begeerde. Hij bracht zijn laatste levensjaren
+in weelde en ledigheid door. Ten slotte verzocht de koning hem,
+zich aan het hoofd te stellen van een expeditie tegen de vloot der
+Grieken. Hij kon er niet toe besluiten, dat te doen; en toch kon hij
+het den koning niet weigeren. Hij kwam dus tot de overtuiging, dat er
+geen andere uitkomst mogelijk was, dan zich het leven te benemen. Dit
+was het einde van den man, dien de Grieken zóózeer hadden bewonderd,
+dat toen hij bij de Olympische spelen verscheen, de geheele talrijke
+menigte alle onderlinge twisten vergat en zich omwendde, om naar hem
+te zien en hem aan te wijzen aan hen, die hem niet herkenden.
+
+Themistocles was een hoogst bekwaam man, en veel heeft hij gedaan voor
+Athene en voor Griekenland; maar zelfs in de dagen van zijn grootsten
+roem vertrouwden hem de Grieken nooit zóó, als zij Aristides hadden
+vertrouwd. Eens vertelde hij de Atheners, dat hij een plan had beraamd,
+om hun stad de machtigste in Griekenland te maken, maar dat hij dat
+plan niet in een zoo groote vergadering kon vertellen. "Vertel het
+Aristides," zeide het volk. "Als hij het plan goedkeurt, zal het worden
+uitgevoerd." Aristides rapporteerde, dat het plan inderdaad Athene de
+eerste plaats onder de Grieken zou geven, maar dat het een schandelijk
+verradelijk plan was; men liet het toen oogenblikkelijk varen.
+
+Toen Pausanias werd teruggeroepen, werd Aristides met het opperbevel
+der vloot belast. Hij stichtte den beroemden Bond van Delos, die zoo
+heette, omdat de vergaderingen te Delos werden gehouden, en daar ook
+de bondskas werd bewaard. Het doel van dien Bond was, de Grieksche
+steden te bevrijden, die nog steeds in de macht der Perzen waren,
+en om de Aegeïsche Zee vrij te houden van zeeroovers. Bijna alle
+steden op de eilanden en op de noordelijke en oostelijke kusten der
+Aegeïsche Zee sloten zich bij den Bond aan. Athene zou aan het hoofd
+van den Bond staan, maar zou niet meer macht hebben dan de overige
+leden. Aan Aristides werd de beslissing gelaten, te bepalen, hoeveel
+iedere staat had bij te dragen. Een andere zaak, die Aristides voor
+Athene deed, was, dat hij den invloed van den vierden stand in Athene
+uitbreidde. Door zijn invloed werd een wet uitgevaardigd, die leden
+van dien stand toestond tot magistraten te worden gekozen. Een paar
+jaar na de stichting van den bond te Delos stierf Aristides. Hij
+had iedere gelegenheid, door omkooperij een rijk man te worden, toch
+stierf hij arm. De staat bouwde zijn graftombe en zorgde voor zijn
+kinderen en kleinkinderen. Hij was een verstandig staatsman en een
+bekwaam veldheer, maar grooter titel dan deze is die, waarbij hij
+altijd in de herinnering zal voortleven: "De Rechtvaardige".
+
+Toen Aristides het opperbevel over de vloot neerlegde, kwam het
+in handen van iemand naar zijn eigen hart, Cimon, den zoon van
+Miltiades. Het gerucht liep in Griekenland, dat de Perzen schepen
+en manschappen in grooten getale bijeen brachten bij de monding van
+den Eurymedon in Pamphylië. Dit deed vermoeden, dat zij van plan
+waren een nieuwen inval in Griekenland te doen. Cimon zeilde recht
+op Pamphylië af en zag, dat de Perzische vloot zich bij de monding
+van de rivier ophield. Zij verwachtten nog tachtig schepen meer, en
+waren er volstrekt niet op gesteld te vechten, voordat die schepen
+waren aangekomen. Ongelukkig voor hen vroeg Cimon niet, wat zij liever
+wilden, maar viel hij hen onmiddellijk aan. De manschappen vluchtten
+uit de schepen, en ijlden aan land. Daar lag het kamp van het Perzische
+leger; maar Cimon en zijn manschappen stormden daar op los als een
+wervelstorm. Na een tijd van heftigen strijd behaalden de Grieken de
+overwinning. Zij hadden tweehonderd schepen bemachtigd en hadden nu
+de overhand zoowel te land als ter zee. De meeste mannen zouden zich
+tevreden hebben gesteld met twee overwinningen op één dag, maar Cimon
+was niet van plan naar huis terug te keeren, zoolang hij de overige
+tachtig schepen niet had ontmoet. Hij trok weg, vond ze, viel ze aan en
+had spoedig zijn derde overwinning behaald. De Perzen hadden bij hun
+vlucht een onmetelijk bedrag aan schatten achtergelaten. De Grieken
+pakten die in hun schepen, en keerden naar huis terug. "Ik houd er
+van, mijn vaderland te verrijken ten koste van zijn vijanden," zeide
+Cimon eens, en Athene werd inderdaad met al die schatten verrijkt.
+
+Athene werd dan voortdurend krachtiger, gedeeltelijk ook ten
+gevolge van den Bond van Delos. Deze nam dagelijks in kracht toe,
+immers zoodra een stad bevrijd was, werd zij lid van den Bond. Toen
+de Bond was gesticht, was afgesproken, dat de kleinere staten hun
+aandeel in geld, de grootere in schepen zouden betalen. Langzamerhand
+vonden ook vele der grootere steden het gemakkelijker hun aandeel
+in geld te betalen. De stad Athene had daar niet het minste
+bezwaar tegen. Zij nam het geld, bouwde de schepen en voegde die
+bij haar vloot. Eindelijk werd de schatkist van Delos naar Athene
+overgebracht, onder voorwendsel, dat deze te Delos niet veilig was
+voor de barbaren. Het duurde eenigen tijd, voordat de overige leden
+tot de overtuiging kwamen, dat zij in weerwil van de bescherming
+van Athene hoe langer hoe armer en zwakker werden, terwijl Athene
+voortdurend rijker en machtiger werd. De ééne staat vóór, de andere na,
+trachtte den Bond te verlaten, maar Athene wilde dit niet toestaan, en
+verplichtte hen, een nog grootere schatting te betalen. Zoo kwam het,
+dat de Bond, die oorspronkelijk een vereeniging van Staten geweest was,
+een machtig rijk was geworden met Athene tot despotischen heerscher.
+
+Natuurlijk behaagde dit Sparta niet, en gaarne zou die staat een leger
+hebben willen zenden tegen zijn Attischen buurman. Doch in plaats
+daarvan moest zij afgezanten zenden en onderdanig vragen: "Ach, Athene,
+wilt gij ons niet komen helpen?" Sparta was dan ook in groote zorg
+en verlegenheid. In de eerste plaats was de stad zóózeer geteisterd
+door aardbevingen, dat slechts vijf huizen in de stad waren blijven
+staan, en duizenden der inwoners gedood waren. Dit was een uitnemende
+gelegenheid voor de Heloten om op te staan, en zij vielen dan ook
+Sparta aan. Zij werden wel is waar teruggeslagen, maar nu stonden de
+Messeniërs op, en deze werden niet zoo gemakkelijk onderdrukt. Zij
+sloten zich op te Ithome in Messenië, in welke plaats hun voorvaderen
+eens opgestaan waren tegen hun Spartaansche meesters. De Spartanen
+waren niet op de hoogte van de kunst van belegeren, evenmin als de
+overige steden op den Peloponnesus, terwijl daarentegen de Atheners
+daarin groote oefening bezaten; daarom besloot Sparta Athene te
+hulp te roepen. De Atheners hadden den tijd niet vergeten, toen zij
+Sparta om hulp hadden gevraagd en die stad hun zoo weinig deelneming
+had betoond in hun moeilijkheden. "Laat ons weigeren," zeide de ééne
+partij in Athene. De andere partij echter verdedigde met kracht de
+tegenovergestelde meening: "Neen, laat ons zorgen, dat Griekenland
+niet verlamd worde en Athene beroofd worde van haar lotgenoot." Cimon
+was de aanvoerder van de laatste partij. Het kwam hem in het belang
+der Grieksche staten veel verstandiger voor, Perzië te bestrijden
+dan met elkander te twisten. De Atheners waren trotsch op Cimon,
+zoodat het hem niet veel moeite kostte hen te overreden, hem naar
+Messenië te zenden, ten einde de Spartanen te hulp te komen. Doch
+toen de Spartanen de strijdmacht van vierduizend man zagen met den
+grootsten Atheenschen veldheer aan hun hoofd, begonnen zij de zaak
+te wantrouwen, en meenden zij, dat er de ééne of andere list achter
+zat. Ithome viel niet onmiddellijk, zooals zij hadden verwacht,
+en toen kregen zij de overtuiging, dat Cimon met de Messeniërs had
+samengezworen, om Sparta te overweldigen. Kortaf deelden zij hem mede,
+dat zij hem en zijn troepen niet noodig hadden en dat hij naar huis
+kon terugkeeren, hoewel zij de troepen der overige steden vroegen te
+blijven en hen te helpen. De Atheners waren over zulk een beleediging
+ten hoogste verontwaardigd. Zij gevoelden de behoefte, iemand, wien
+ook, de schuld te geven, en hun woede koelde zich op den populairen
+aanvoerder. "Hij bewonderde altijd de Spartanen," zeide de één. "Eén
+van zijn kinderen noemde hij Lacedaemonius," zeide een ander. "En
+als er één der bondgenooten iets deed, dat hem mishaagde, zeide hij
+altijd, dat de Spartanen zoo niet zouden gedaan hebben," voegde een
+derde er aan toe. Ten slotte werd Cimon door het schervengericht
+verbannen, zooals dit ook met Aristides en Themistocles het geval
+was geweest. Sparta bracht eindelijk de Messeniërs ten onder en
+verjoeg hen uit den Peloponnesus, doch Athene schikte het zóó, dat
+zij te Naupactus konden wonen. Het was voor de Atheners geschikt,
+een bevriende volkplanting aan de noordelijke zijde van de Golf
+van Corinthe te hebben; maar de zaak droeg er niet toe bij, Sparta
+welwillend jegens Athene te maken.
+
+Velen onder de Atheners waren tot de gevolgtrekking gekomen, dat het
+volstrekt geen nut had, te trachten op vriendschappelijken voet te
+staan met Sparta, dat op den één of anderen dag tusschen beide staten
+een oorlog zou uitbreken, en dat het voor Athene het verstandigst
+zou zijn, zich zoo sterk mogelijk te maken. Het hoofd van die partij
+heette Pericles. Hij werd nu de meest populaire man van Athene, en
+de Atheners waren bereid alles te doen wat hij aanraadde. Zij sloten
+een verbond met Argos en vervolgens met Megara, totdat hun invloed
+zich uitstrekte tot voor de poorten van Sparta. De bewoners van den
+Peloponnesus zagen dit met leede oogen aan, maar het liet de Atheners
+absoluut koud, hoe de Spartanen er over dachten. Zij hielden vol met
+het sluiten van verbonden en het winnen van veldslagen, zoodra het
+tot veldslagen kwam, totdat de invloed van Athene zich uitstrekte
+van de Thermopylae tot den Isthmus; en als hoofd van den Bond van
+Delos, of juister gezegd van het Rijk van Delos, strekte haar macht
+zich ook uit over de steden en eilanden der Aegeïsche zee. Athene
+was oppermachtig te land en evenzoo ter zee. Zij had een stad, met
+een stevigen muur omringd, en had een uitnemend beschermde haven. Er
+was nog slechts één ding te doen over, en dat was het maken van een
+veiligen weg, om van de stad naar de haven te gaan. Daartoe werden
+twee reusachtige muren gebouwd tusschen de stad en de zee, die niet
+alleen de haven van den Piraeus maar ook de oude haven van Phalerum
+omsloot. Na verloop van tijd werd nog een derde muur gebouwd tusschen
+Athene en den Piraeus. Dit waren geen gewone muren, immers zij waren
+zestig voet hoog en zóó breed, dat twee wagens gemakkelijk daarover
+naast elkander konden rijden. Zoolang Athene die muren bezat, kon
+zij nooit van de zee worden afgesloten. Haar schepen konden haar van
+voedsel voorzien, en het scheen, alsof nu eindelijk een stad gemaakt
+was, zóó sterk, dat zij onmogelijk kon worden ingenomen.
+
+De macht van Athene was nu op het toppunt, doch spoedig geraakte zij
+in moeilijkheden. Bijna op hetzelfde oogenblik kwamen verscheidene
+staten, die aan haar onderworpen waren, in opstand, en een Spartaansch
+leger waagde zich in Attica, en begon te moorden, te branden en
+te vernielen. Het was gelukkig voor Athene, dat de stad een zoo
+verstandigen leider had als Pericles. Hij begreep, dat, hoe machtig
+Athene ook was, die opstanden niet konden worden onderdrukt en te
+gelijker tijd tegen Sparta kon worden oorlog gevoerd. Hij sloot met
+Sparta een vrede, die dertig jaren moest duren, welke vrede naar hem
+de Vrede van Pericles werd genoemd, maar ten einde de Spartanen er
+toe te brengen, daarin toe te stemmen, moest Athene van haar kant er
+in toestemmen, alles op te offeren, wat zij in den Peloponnesus had
+gewonnen. Zoo kwam er een einde aan de mogelijkheid, dat Athene ooit
+te eeniger tijd geheel Griekenland in haar macht zou hebben. Al was
+haar vloot ook nog zoo sterk, het was duidelijk, dat zij nooit over
+de Grieken van het moederland dezelfde macht zou kunnen uitoefenen
+als die, welke zij uitoefende over die in de Aegeïsche Zee.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII.
+
+DE EEUW VAN PERICLES.
+
+
+Pericles hoopte nog steeds, dat de tijd zou aanbreken, waarop
+Griekenland door Athene zoude worden geregeerd, hoewel hij overtuigd
+was, dat de naijver van Sparta te eeniger tijd tot een oorlog zou
+leiden. Intusschen zou er gedurende een reeks van jaren vrede tusschen
+de beide staten zijn; van dien tijd maakte hij gebruik, om zijn stad
+schoon en machtig te maken. Het staatsbestuur was hoe langer hoe meer
+in handen van het volk gekomen, totdat er geen enkel ambt meer was,
+waartoe zelfs de armste man niet kon worden verkozen. Ten einde er
+voor te zorgen, dat iedereen in staat zou zijn, zijn werk in den steek
+te laten, om den staat te dienen, wist Pericles gedaan te krijgen,
+dat zij, die de verschillende ambten bekleedden, daarvoor zouden
+worden bezoldigd, en evenzoo zij, die in het leger of op de vloot
+of als rechters dienst deden. Er waren verscheidene duizenden van
+die rechters, en zelfs de ernstigste misdaden werden bijna zonder
+uitzondering door hen berecht. Somtijds zaten honderden juryleden
+in één enkele zaak. Zoo kwam het, dat duizenden Atheners in de
+ééne of andere betrekking geld van den staat ontvingen. De algemeene
+vergadering keurde al die veranderingen goed; men zag immers duidelijk
+in, dat Pericles niet werkte voor zijn eigen roem, maar voor dien van
+zijn stad; en hij was zóó redelijk, en kon zijn redenen zóó duidelijk
+blootleggen, dat het volk alles wat hij voorstelde goedkeurde. Hij
+had meer macht, dan ooit een koning had bezeten; maar dit was niet,
+omdat het volk bevreesd voor hem was, maar omdat hij zoo bekwaam in
+den oorlog, zoo verstandig in vredestijd was, en bovenal zoo volkomen
+onzelfzuchtig. Natuurlijk had hij ook vijanden, maar het meerendeel
+der Atheners zag tegen hem op als tegen den idealen Griekschen burger.
+
+Pericles was niet alleen een uitnemend soldaat en staatsman, maar
+hij had alles lief, wat schoon was. Al de Grieken trouwens hadden
+de schoonheid lief; zij hadden die lief, zooals men versche lucht
+en zonneschijn lief heeft. Het bracht hen uit hun humeur, leelijke
+dingen om zich heen te hebben; zij voelden zich dan onbehagelijk en
+somber. Reeds langen tijd vóór dezen hadden zij prachtige gebouwen
+en standbeelden, want reeds jaren lang waren er groote kunstenaars in
+Griekenland geweest; maar Pericles maakte het plan, de Acropolis met
+een groep tempels te overdekken, die de meesterstukken der Grieksche
+bouwkunst zouden zijn. De schoonste en edelste van deze was zeker
+wel het Parthenon, een prachtig gebouw van het zuiverste marmer,
+welke tempel aan Athene gewijd was. Hij had marmeren zuilen rondom,
+immers de Grieken konden zich geen grooten tempel voorstellen zonder
+zuilen. Er waren drie soorten van zuilen, waaruit kon worden gekozen,
+ten eerste de Corinthische zuil, die er uitziet, alsof het bovenste
+deel van de zuil omgeven is van een aantal marmeren bladeren,
+die op de meest sierlijke wijze zijn gebeeldhouwd; men verhaalt,
+dat dit den kunstenaar was ingegeven door een mand, die door iemand
+in een hoop bladeren van berenklauw geworpen waren. De tweede soort
+was de Jonische, waarvan de top of het kapiteel in twee rollen was
+gebeeldhouwd, die eenigszins op slakkenhuisjes geleken. En ten derde
+was er de Dorische zuil, die een stevig, eenvoudig kapiteel heeft. De
+Dorische zuil ziet er altijd stevig en eenvoudig uit; en het was deze,
+die door Pericles voor het Parthenon werd gekozen. Binnen in het
+gebouw was een standbeeld van Athene, negenendertig voet hoog. Dit
+was van ivoor vervaardigd, de draperie was van goud, en de pupillen
+der oogen waren waarschijnlijk van juweelen vervaardigd. In de ééne
+hand droeg zij een beeld der Overwinning, in de andere hand een
+speer en een schild. Om Athene heen kronkelde zich een slang, die
+het zinnebeeld was der wijsheid. Binnen de zuilenrij was een Fries,
+of een gebeeldhouwde band, die om het gebouw heenliep. Deze stelde
+den beroemden optocht voor, die eens in de vier jaren werd gehouden,
+en naar den tempel der godin trok, om een kostbaar kleed voor haar
+beeld aan te bieden. Er werden aan den tempel ook kleuren gevonden,
+blauw, rood en geel, en ook goud; maar de tinten waren uiterst fijn
+en met volmaakte bedrevenheid aangebracht. Die tempel was ongeveer
+vierentwintig eeuwen geleden gebouwd. Honderden prachtige bouwwerken
+zijn sedert dien tijd opgericht, maar zelfs in de puinhoopen
+van het Parthenon ontdekken kunstenaars nog voortdurend nieuwe
+schoonheden. Zij vinden bij voorbeeld, dat in een aantal onderdeden,
+waar latere bouwmeesters rechte lijnen hebben gebruikt, het Parthenon
+kromme lijnen heeft. Zij vinden, dat, indien de zuilen iets dikker of
+iets hooger geweest waren, zij niet een zoo volmaakten indruk zouden
+gemaakt hebben. Zij vinden, dat de uiterste zuilen niet volkomen
+verticaal staan, maar iets naar binnen overhellen. Niemand kon dit
+zonder de meest nauwkeurige metingen ontdekken; maar die helling, hoe
+gering die ook was, droeg er toe bij, dat de tempel zóó sierlijk en
+harmonieus en tevens zóó stevig was, dat hij, toen hij voltooid was,
+den indruk maakte, dat hij het eenige gebouw was dat daar paste.
+
+De overige gebouwen op de Acropolis waren volkomen waardig, om naast
+het Parthenon te staan. Men had daar het Erechtheum, gewijd aan Athene
+en Poseidon, en binnen zijn gebied waren de heilige olijfboom en de
+zoutbron nog te zien. Er waren daar breede marmeren trappen, die naar
+de Acropolis leidden; er waren daar gaanderijen en zuilengangen; en
+er waren daar voorhoven, waarvan de zolderingen gedragen werden door
+sierlijke Caryatiden. In de buitenlucht, onder den helderen blauwen
+hemel, stond een ander standbeeld van Athene, dat zelfs grooter was
+dan het beeld op het Parthenon. Dit was vervaardigd van het Perzische
+brons, dat bij Marathon veroverd was.
+
+De kunstenaar, aan wien de glorie van de Acropolis te danken is,
+was Phidias. Reeds vóór hem hadden kunstenaars uitnemend gelijkende
+standbeelden van tijdgenooten vervaardigd, Myron, onder anderen,
+had een discuswerper zóó getrouw naar het leven vervaardigd, dat men
+als het ware zich er over verbaast, dat de discus niet uit zijn hand
+vliegt; maar de kunstenaars hadden tot nu toe gemeend, dat de beelden
+van goden niet al te zeer mochten afwijken van de stijve, vormelijke
+figuren, waaronder zij in vroegere tijden waren voorgesteld. Phidias
+brak met die opvatting. Hij beeldde zijn goden uit als menschelijke
+wezens, maar grootscher en met meer majesteit dan de stervelingen. Eén
+van zijn meest beroemde werken was de Zeus van Olympia, een zóó
+prachtig beeld, dat de Grieken, als iemand stierf, die nooit te
+Olympia geweest was, plachten te zeggen: "Die man was inderdaad
+ongelukkig, immers hij is gestorven, zonder den Olympischen Zeus te
+hebben gezien." Phidias was er zóó op gesteld, het beste voort te
+brengen wat denkbaar was, dat hij als men zijn werk kwam bezichtigen,
+zich zóó plaatste, dat men hem niet kon zien, ten einde ieder woord
+te hooren, dat zelfs de meest gewone sterveling bij wijze van critiek
+uitsprak. Zoo dikwijls hij meende, dat iemand een fout had ontdekt,
+hoe gering die ook was, rustte hij niet, voordat hij die had verbeterd.
+
+Pericles liet eveneens het Odeon bouwen, een overdekte zaal, waar
+muziekwedstrijden werden gehouden, en hij verbeterde den schouwburg
+van Dionysus. In Griekenland was een schouwburg geen overdekt
+gebouw. Hij bestond uit rijen achter elkander van steenen zetels,
+die langs de helling van een heuvel opliepen en die een kring vormden
+om een vlakke ruimte, waar de tooneelstukken werden opgevoerd. Een
+schouwburg was meestal groot genoeg, om de geheele bevolking der stad
+op te nemen, waarin hij was opgericht. Sommige der tooneelspelen
+bevatten verhalen omtrent het leven der goden of edele daden van
+de oude Grieken. Deze werden tragedies genaamd. Zij waren meestal
+waardig, ernstig en droevig, maar zij bevatten dikwijls teedere en
+prachtige verzen. Het volk kwam van die schouwspelen terug met het
+ernstige voornemen de goden nog meer dan te voren te eeren, of dapper
+en vaderlandslievend te zijn als hun voorouders. Blijspelen werden
+eveneens opgevoerd. Deze waren dikwijls vol grappige toespelingen
+op de menschen en gebeurtenissen van den dag. De opvoering van
+treurspelen was een zóó goede leerschool voor godsdienst, geschiedenis
+en vaderlandsliefde, en de blijspelen hadden een zóó groote waarde,
+om de menschen te doen nadenken omtrent hetgeen in hun omgeving
+voorviel, dat Pericles wenschte, dat zelfs de armste burgers die
+konden bijwonen. Daarom bepaalde hij, dat de toegangsprijs door den
+staat moest worden betaald.
+
+Slechts tweemaal in het jaar werden tooneelspelen opgevoerd; maar
+bij ieder feest werden er genoeg opgevoerd, om de zes maanden van
+stilstand goed te maken. Aan drie dichters werd toegestaan, ieder
+vier tooneelspelen aan te bieden. Nadat de tooneelspelen opgevoerd
+waren, werd door een commissie, door de Demen gekozen, bij stemming
+uitgemaakt, aan welken dichter de officieele prijs moest worden
+toegekend. Dertien maal werd deze toegekend aan een man, die zoowel
+krijgsman als schrijver was, en die dapper gestreden had bij Marathon,
+Salamis en Plataea. Dit was de dichter Aeschylus. Zijn treurspelen
+waren bijzonder schoon, maar zóó ernstig en zwaar, dat het volk na
+enkele jaren er als het ware genoeg van kreeg en den prijs toekende
+aan een schoonen, jeugdigen dichter, Sophocles genaamd, omdat
+zijn hoofdpersonen niet zoo ernstig en vormelijk waren, en meer
+op werkelijke personen geleken. Hij kon niet alleen tooneelspelen
+schrijven, maar ze ook voordragen, en die gave kwam hem op hoogen
+ouderdom uitnemend te stade. Eén van zijn zoons werd bevreesd, dat
+zijn vader zijn bezittingen zou wegschenken aan een boven de anderen
+geliefden kleinzoon. De groote tooneelschrijver werd voor het gerecht
+gedaagd, opdat de rechters uit eigen overtuiging konden nagaan,
+of zijn geest zoozeer was verzwakt, dat hij zich geen rekenschap
+van zijn daden kon geven. In plaats van eenig antwoord te geven,
+droeg Sophocles een gedeelte voor uit één van zijn tooneelspelen;
+en hij deed dit op zóó voortreffelijke wijze, dat er niemand was, die
+een oogenblik kon denken, dat zijn geestvermogens verzwakt waren. De
+rechters wezen den inhaligen zoon terecht en zonden hem toen weg. De
+derde groote treurspeldichter was Euripides. Men verhaalt, dat hij
+zijn naam ontleende aan den veldslag bij den Euripus, die kort vóór
+zijn geboorte geleverd werd. Het schijnt, dat hij zelfs nog meer
+kennis had van het menschelijke karakter dan Sophocles, en hij had
+de natuur lief. Het was voor hem een groot genot te schrijven over
+den oceaan, de rivieren, wolken, rotsen, wijngaarden en vogels. De
+grootste blijspeldichter was Aristophanes, die iets later leefde dan
+die drie treurspeldichters. Hij hield er van, den spot te drijven
+met zijn medeburgers, en zijn spot was zóó snijdend en geestig,
+dat de Atheners zich er tegen wil en dank mede vermaakten. In één
+van zijn blijspelen, De vogels, vluchten twee Atheners, die genoeg
+hebben van de vele processen in hun stad, van de menschen weg naar de
+vogels, en halen die over, een stad in de wolken te bouwen. Dit was
+een dankbaar onderwerp voor de Atheners, want niets scheen voor hen
+een zóó heerlijke uitspanning te zijn dan naar het gerecht te gaan
+en de behandeling van processen bij te wonen. Zij moeten hartelijk
+gelachen hebben, als één der spelers zeide:
+
+
+ "Want sprinkhanen zitten slechts één maand lang,
+ Te tjilpen op een tak; maar de Athener
+ Zit tjilpend en in twistgesprek het gansche jaar,
+ En staart zich suf op wetsverklaring of bewijs."
+
+
+De "Stad in de wolken" was een geestigheid ten koste der Atheners,
+immers nog slechts twee jaren te voren hadden zij een veldtocht
+ondernomen, die totaal mislukt was.
+
+Er waren eveneens twee uitnemende oude geschiedschrijvers, die in de
+dagen van Pericles leefden, Herodotus en Thucydides. Aan Herodotus
+kunnen wij het voornaamste ontleenen van wat wij omtrent de Perzische
+oorlogen weten. De wereld was in die dagen, toen de beschaafde mannen
+slechts weinig daarvan gezien hadden, een niet zeer uitgestrekt gebied,
+en Herodotus had over het grootste gedeelte der toen bekende wereld
+rondgezworven. Waar hij ook heenging, zette hij zijn oogen wijd open
+en stelde hij met de grootste hardnekkigheid vragen. Daarna schreef
+hij op, wat hij gezien en gehoord had. Hij schrijft, alsof hij een
+verhaal vertelt. Als hij bij voorbeeld den tocht van Xerxes over den
+Hellespont beschrijft, breekt hij zijn verhaal af, om mede te deelen,
+wat voor soort mutsen of helmen de verschillende volken hadden, en
+wat voor soort van wapenen zij droegen, al die kleine bijzonderheden,
+die er toe medewerken een boek belangwekkend en boeiend te maken. Hij
+blijft bij ieder punt stilstaan, alsof hij er behagen in schept,
+dit in bijzonderheden te verhalen, en alsof hij zeker is, dat ook
+zijn lezers het gaarne hooren.
+
+De overlevering--die zoo aardig is, dat men zou wenschen dat zij juist
+was--zegt, dat hij zijn geschiedenis bij de Olympische spelen voorlas,
+en dat onder zijn toehoorders een knaap was van vijftien jaar oud,
+Thucydides genaamd; toen nu die knaap de herhaalde toejuichingen
+en kreten van bewondering hoorde, zou hij tranen in de oogen hebben
+gekregen en tot zich zelf gezegd hebben: "Ook ik wil geschiedschrijver
+worden." Thucydides werd een geschiedschrijver, niet minder beroemd
+dan Herodotus. Hij maakt bij zijn lezers niet den indruk alsof hij in
+het vertellen van een verhaal evenveel genot smaakt als Herodotus;
+maar hij is zóó helder en onpartijdig, en ziet zóó juist de redenen
+voor de gebeurtenissen die hij verhaalt, en legt ze zóó duidelijk en
+boeiend bloot, dat een aantal schrijvers van lateren tijd zijn werken
+herhaaldelijk hebben overgelezen, om te trachten, daaruit te leeren,
+op dezelfde wijze als hij, geschiedenis te schrijven.
+
+Zoo heerschte er dan groote voorspoed te Athene in de dagen van
+Pericles. De Atheners hadden slaven, die het zware werk deden, en
+die hun meesters den tijd lieten te genieten van poëzie en kunst en
+van hun schoone stad. Er was slechts weinig armoede, immers om al
+die prachtige nieuwe gebouwen op te richten, moesten er werklieden
+zijn, die hout, steen, koper, goud, en ivoor konden bewerken, en die
+wisten, hoe zij kleurstoffen konden gebruiken. Er was overvloedig
+werk tegen een goed loon voor de gewone handwerkslieden, en er was
+altijd behoefte aan schilders, beeldhouwers en alle soorten van
+kunstenaars. Daarenboven waren de Atheners volkomen op de hoogte
+van het vervaardigen van aardewerk en lampen, en van koperwerk van
+allerlei soort. Kapiteins en zeelieden waren noodig voor de schepen,
+die de vervaardigde voorwerpen naar vreemde landen brachten en
+scheepsladingen wijn, glas, huiden, zoutevisch, specerijen, papyrus,
+tapijten, goud en slaven terugbrachten. Athene ontving ieder jaar
+belangrijke geldsommen van de leden van den Bond van Delos. De andere
+staten verklaarden, dat het niet eerlijk was, dat Athene dat geld voor
+eigen doeleinden gebruikte, en sommigen onder de Atheners waren van
+dezelfde meening; zij zeiden, dat Pericles schande over de stad had
+gebracht, door bezit te nemen van den schat van Delos. Pericles en zijn
+partij antwoordden, dat de overige leden van den Bond het geld hadden
+gegeven ten einde tegen de Perzen en de zeeroovers beveiligd te zijn,
+en dat, nu toch Athene hen beschermde, het alleszins billijk was, dat
+zij het geld voor zich besteedde en de stad versierde met gebouwen en
+standbeelden, die een eeuwige glorie voor den staat zouden zijn. De
+tegenstanders van Pericles antwoordden, dat er nu weinig gevaar was
+voor zeeroovers of voor Perzen; maar geen geld werd teruggegeven,
+en de bondgenooten werden steeds nog als onderworpenen behandeld. De
+Atheners hadden hun stad lief en waren er zóó trotsch op, dat zij
+de mooiste stad in Griekenland was, dat misschien zelfs zij, die met
+Pericles in meening verschilden, zich niet zóó tegen hem verzetten,
+als anders het geval zou geweest zijn.
+
+Hoezeer ook de Atheners hielden van prachtige tempels, zij stelden
+zich tevreden, te wonen in eenvoudige huizen met ruwe, onversierde
+zolderingen. Zij brachten zóóveel tijd buiten 's huis door, dat een
+huis voor hen niets anders was dan een veilige plek voor hun gezin
+en hun bezittingen, en een schuilplaats tegen den storm. De zijde
+van het huis, die tegenover de straat gelegen was, had op de tweede
+verdieping eenige vensters, maar op de eerste verdieping was er niets
+dan een kleine deur. Hier klopte men aan, als men wilde binnenkomen, en
+evenzeer werd geklopt, als men op het punt stond uit te gaan, daar de
+deuren naar buiten opengingen en zóó zwaar waren, dat een voorbijganger
+gemakkelijk door een dergelijke deur kon worden gewond. Een slaaf zat
+in den nauwen voorhof, om op het eerste geklop open te doen. Aan het
+andere uiteinde was een binnenplaats met een rij pilaren er om heen. De
+kamers van het huis kwamen uit op die binnenplaats. Zij waren meestal
+niet ruim, en bevatten geen kostbaar huisraad. De stoelen en rustbanken
+en de voetbankjes waren alle goed gevormd en bijzonder schoon, maar
+niet kostbaar. De bedden waren wollen matrassen, uitgespreid op riemen
+of leeren reepen. Er waren verschillende soorten van kommen, kruiken
+en bekers, maar alle hadden sierlijke vormen, die het oog bekoorden;
+en vooral de lampen waren bijzonder sierlijk en smaakvol.
+
+De kleeren der Grieken waren al even eenvoudig als de huizen. De Griek
+van goeden huize droeg een lang hemd zonder mouwen, of chiton, van
+wol of linnen vervaardigd, en daarover heen was een bijna vierkante
+mantel geslagen. De mantel was meestal wit, maar somtijds werden ook
+kleuren gedragen. De mantel moest volkomen naar den eisch gedrapeerd
+zijn, want als iemand zijn mantel bij ongeluk van rechts naar links
+had omgehangen in plaats van omgekeerd, kon hij er zeker van zijn, dat
+hij werd uitgelachen. De Grieken hadden geen hoeden of mutsen noodig,
+behalve als het regende, of, als zij genoodzaakt waren op reis te
+gaan in de gloeiende zon. De Griek van goeden huize droeg sandalen,
+of, als hij dit verkoos, liep hij barrevoets, maar hij mocht vooral
+zijn wandelstok en zijn zegelring niet vergeten. De Atheensche dames
+droegen een chiton met mouwen, en daarover een lang, los gewaad,
+dichtgemaakt met een gordel. Zij hadden niet alleen ringen aan
+haar vingers, maar dikwijls in haar ooren en om haar enkels. Kleine
+meisjes droegen lange kleeren, maar kleine jongens werden niet veel
+met eenigerlei kleeren lastig gevallen, tenzij het bijzonder koud was.
+
+Als voedsel hadden de Grieken rundvleesch, lamsvleesch, varkensvleesch,
+ganzen, eenden en visch. Zij hielden bijzonder veel van lijsters, en
+waren steeds verontwaardigd op de vogelhandelaars, die lucht bliezen
+in de lichamen der vogels, om ze vetter te doen lijken. Er waren
+verschillende soorten van groenten en vruchten. Er was geen suiker,
+maar in plaats van suiker werd honig gebruikt, die zóó goed voldeed,
+dat de Atheensche koks beroemd waren om hun gebak. Er werd veel wijn
+gedronken, maar evenals in de dagen van Homerus achtten de Grieken
+uit den tijd van Pericles het gulzig en onbeschaafd, wijn, niet met
+water vermengd, te drinken.
+
+In de harten der Grieken, hoe druk zij het ook hadden, was een ruime
+plaats voor de kinderen; en werd dan ook goed voor hun lichamelijke
+en geestelijke opvoeding gezorgd. Zij hadden evenzeer als de jongens
+en meisjes uit onze dagen ruim tijd voor spelen, en zij speelden ook
+veel, en dezelfde spelen als in onzen tijd. De meisjes hadden poppen,
+van was of van klei vervaardigd, en de jongens hadden tollen, ijzeren
+hoepels, hobbelpaarden, wagens en vliegers. Er waren ook stelten,
+schommels en wipplanken. Zij kenden verschillende balspelen, en
+blindemans- en krijgertje-spelen. Totdat de kinderen omstreeks zeven
+jaar oud waren, speelden de jongens en meisjes samen en werden zij
+bijna op dezelfde wijze behandeld; maar na dien tijd veranderde de
+toestand, daar de jongens de school moesten bezoeken. Terwijl dan het
+meisje thuis bleef en van haar moeder leerde lezen en schrijven en
+de huishouding besturen, werd de jongen toevertrouwd aan de zorg van
+een slaaf, die hem naar school bracht, hem weer naar huis geleidde,
+zijn schrijfgereedschappen droeg, en oplette, dat hij zich
+op straat behoorlijk gedroeg en geen ongelukken kreeg. De jongen
+leerde het alphabet en leerde daarna lezen. Geen slordig lezen werd
+geduld. Ieder woord moest duidelijk en juist worden uitgesproken,
+en iedere gedachte moest behoorlijk geuit worden, voordat de meester
+tevreden was. De jongen leerde schrijven op een schrijftafeltje,
+met was bedekt. Hij teekende de letters met een kort, gepunt
+werktuig, van been of metaal, stylus genoemd; daarna werd de was
+weer gladgestreken en weer voor hem gereed gemaakt, om een ander
+opschrift te maken. Nadat hij had leeren schrijven, moest hij alles
+opschrijven, wat de meester voorlas. Die dictees waren geen eenvoudige
+kinderverhaaltjes; het was een uittreksel uit de Ilias en de Odyssee,
+sommige spreuken van Hesiodus, of het een of ander sierlijk Grieksch
+gedicht van Pindarus of Simonides. De jongen behoefde niet snel te
+schrijven, maar wel duidelijk en nauwkeurig, want den volgenden dag
+werd hij voor de klasse geroepen en moest hij voorlezen, wat hij had
+geschreven. Hij kreeg tevens onderwijs in rekenen, zingen, het bespelen
+der lier, en somtijds ook in teekenen. Hij leerde dansen, hardloopen,
+springen, worstelen, de jachtspies en den discus werpen. Het was
+niet waarschijnlijk, dat velen der jongens ooit een prijs zouden
+behalen bij de Olympische spelen, maar van iedereen werd geëischt,
+dat hij zijn lichaam krachtig maakte en leerde zijn spieren te
+gebruiken en te oefenen. Al was een jongen niet in staat een prijs
+bij het hardloopen te winnen, toch kon hij leeren, zich behoorlijk
+te bewegen, en zóó sierlijk en gemakkelijk te draven, dat het een
+genot was naar hem te zien. Dit was het onderwijs voor jonge knapen,
+waarvan de Grieken uit den schoonsten tijd hunner geschiedenis meenden,
+dat het hen zou vormen tot flinke, degelijke en brave mannen en tot
+goede staatsburgers. Als de knaap achttien of negentien jaar oud was,
+werd hij burger. Zijn naam werd geboekt als lid van een demos. Een
+zwaard en een schild werden hem gegeven, en hij werd opgeroepen, om
+een plechtigen eed af te leggen, dat hij den godsdienst zou eeren, dat
+hij zou strijden voor zijn vaderland, en dat hij ernaar zou streven,
+het beter achter te laten dan hij het had gevonden.
+
+De tijd van Pericles, of dat gedeelte van dien tijd, waarop
+Griekenland op het toppunt was van zijn roem, wordt gerekend geduurd
+te hebben van 445 vóór Christus tot aan 431 voor Christus, omdat,
+niettegenstaande bepaald was, dat het verdrag dertig jaar zou duren,
+het reeds na vijftien jaar verbroken werd. Gedurende die vijftien
+jaren was er vrede in het land der Grieken, in Perzië, Spanje, Italië,
+Gallië, in één woord in alle landen, die toen bekend waren. De eenige
+uitzondering was de opstand van twee leden van den Bond van Delos,
+Byzantium en Samos; maar het gelukte Pericles, die opstanden volkomen
+te onderdrukken. Die vijftien jaren waren de meest verheffende in
+de geschiedenis van Athene. De stad was rijk en krachtig, schoon
+en gelukkig, en toch duurde het slechts enkele jaren, of de Atheners
+waren zóó ongelukkig en deerniswaardig geworden, dat zij er ter nauwer
+nood aan ontkwamen, als slaven te worden verkocht.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV.
+
+DE STRIJD TUSSCHEN ATHENE EN SPARTA, OF DE PELOPONNESISCHE OORLOG.
+
+
+Terwijl Athene rijk was geworden en in kracht en schoonheid was
+toegenomen, had Sparta haar oude, eenvoudige en ruwe levenswijze
+volgehouden. Er waren daar geen luisterrijke gebouwen, geen
+standbeelden, geen prachtig snijwerk, geen kunstig borduurwerk. De
+overweging, dat een volk, dat belangstelde in zulke dwaze dingen,
+aanspraak zou maken op de leiding of hegemonie van Griekenland, wekte
+hoe langer hoe meer de verachting en den haat van hun mededingers
+op. Zij waren overeengekomen, den vrede gedurende dertig jaren
+te handhaven, maar zij hadden er geen spijt van, dat een daad der
+Atheners hun een voorwendsel bood, dien vrede te verbreken.
+
+De strijd begon niet in Athene of in Sparta zelf, maar op grooten
+afstand, in de Jonische Zee in de nabijheid van het eiland Corcyra. Er
+waren moeilijkheden ontstaan tusschen Corcyra en de moederstad,
+Corinthe, en in een zeeslag had het eiland de overwinning behaald. Toen
+de bewoners van Corcyra zagen, hoeveel schepen Corinthe bouwde,
+werden zij beangst en vroegen, zich aan het Atheensche Verbond te
+mogen aansluiten. Het was een moeilijk punt voorde Atheners, te
+beslissen, welk antwoord zij zouden geven. De bewoners van Corcyra
+zeiden, dat de Vrede van Pericles iedere stad, die niet reeds tot een
+bond behoorde, toestond, zich bij de Atheners of de Peloponnesiërs
+te voegen. "Maar," zoo weerlegden dit de Corinthiërs, "niet met de
+uitdrukkelijke bedoeling, een lid van den anderen bond schade te
+berokkenen." De Atheners waren in een lastige positie. Zij waren
+overtuigd, dat er vroeger of later een oorlog zou uitbreken tusschen
+hen en de Spartanen. Corinthe was een bondgenoot van Sparta, en als zij
+Corcyra overwon en haar vloot bij die van Corinthe voegde, zou zij te
+water veel krachtiger zijn dan de Atheners aangenaam was. Daarbij kwam,
+dat Corcyra een niet te verwerpen bondgenoot was, niet alleen omdat
+zij een groote vloot had, maar ook omdat het eiland een uitnemend
+geschikte pleisterplaats was op weg naar Italië, en bovendien ook,
+omdat, als de Spartanen ooit een aanval op de kust zouden doen, het
+heel wat waard zou zijn, een bondgenoot zoo dicht in de nabijheid
+te hebben. De Atheners konden evenmin besluiten die schepen of de
+vriendschap van het eiland te verliezen, als brutaal het verdrag
+te verbreken. Zij besloten ten slotte in de zaak iets toe te geven,
+en die zóó te regelen, dat zij er in toestemden tien schepen in de
+Jonische Zee te zenden, "niet om te vechten met de Corinthiërs, maar om
+Corcyra te beschermen," zoo noemden zij het. Toen een tweede zeeslag
+geleverd werd tusschen Corinthe en Corcyra, trachtten de Atheners
+in het begin alleen de Corinthische schepen te hinderen, zonder ze
+feitelijk aan te vallen; maar toen de Corcyreërs begonnen het onderspit
+te delven en zich begonnen terug te trekken, vergaten de Atheners alle
+bepalingen van den vrede van Pericles, en vochten zij even verwoed,
+alsof zij nooit iets van een dergelijken vrede hadden vernomen.
+
+Sparta en de overige staten van den Peloponnesus waren verontwaardigd,
+en spoedig hielden zij dan ook een soort van terechtszitting om over de
+stad te vonnissen. Verschillende steden verhaalden, hoe onrechtvaardig
+Athene haar had behandeld. Zij zeiden, dat Athene oneerlijk was en
+voortdurend trachtte het oppergezag uit te oefenen over telkens meer
+staten. Er waren toevallig enkele Atheensche afgevaardigden in Sparta
+om andere zaken te behandelen, en zij vroegen verlof in de vergadering
+het woord te mogen voeren. Zij gaven een overzicht van wat Athene in
+den Perzischen oorlog had gedaan, en toonden aan, dat zij werkelijk de
+redster van geheel Griekenland was geweest. "Onze bondgenooten kwamen
+uit eigen beweging," zoo spraken de afgevaardigden, "en vroegen ons,
+hun leidslieden en beschermers te zijn. Ons werd een rijk aangeboden;
+kan het u verwonderen, dat wij het aannamen en weigerden het weer af
+te geven?" Nadat de afgevaardigden en de vreemdelingen vertrokken
+waren, begonnen de Spartanen de zaken te bespreken. Zij beslisten,
+dat de Atheners het verdrag hadden verbroken. Daarna begonnen beide
+landen zich voor den oorlog toe te rusten.
+
+Pericles wist, dat de Spartanen Attica zouden plunderen en verwoesten;
+daarom overreedde hij de Attische landbouwers, binnen de muren der
+stad te komen. Er werden toen lange rijen diep bedroefde mannen,
+vrouwen en kinderen gezien, die langzaam naar Athene optrokken. Hun
+rug was gebogen onder zware lasten; zij wisten immers zeer goed, dat
+alles wat zij achterlieten, zou worden vernield. Van de Acropolis
+konden zij hun woningen zien en hun akkers met rijpend koren. Een
+tijd later zagen zij den rook opstijgen uit de brandende huizen,
+zij zagen de korenvelden vertrapt, afgesneden en vernield door de
+Spartanen. Het is dus niet te verwonderen, dat zij uitriepen: "O
+Pericles, voer ons naar buiten om te strijden; voer ons naar buiten,
+zooals een veldheer betaamt." Maar Pericles zeide: "Neen". Reeds
+lang te voren had hij gezegd: "De Spartanen zijn krachtig te land,
+maar onze kracht ligt op zee." Daarom had hij schepen gezonden,
+om rondom den Peloponnesus te kruisen en alle mogelijke schade aan
+te richten, maar hij wilde niet buiten de muren van Athene gaan,
+om den vijand in een veldslag te land te ontmoeten. De Spartanen
+keerden naar huis terug, na de velden te hebben verwoest. Zij hadden
+even gemakkelijk naar de maan kunnen vliegen als door de stevige
+muren van Athene heen te breken. In een volgend jaargetijde hadden
+zij echter een helper, die niet op de lijst van hun bondgenooten had
+vermeld gestaan; immers de pest brak uit in de stad, waarin een zoo
+groote menschenmassa was opgehoopt, en een groote menigte menschen
+kwam om. De pest brak ten tweeden male uit; en nu verloor Athene den
+eenigen man, die haar had kunnen redden, immers spoedig lag Pericles
+op zijn sterfbed. Zijn vrienden zaten om zijn bed, treurend en samen
+over zijn overwinningen sprekend. Plotseling opende de stervende zijn
+oogen en zeide: "Gij legt den nadruk op die door mij verrichte daden,
+hoewel heel wat andere veldheeren hetzelfde hebben gedaan; maar gij
+vergeet het meest eervolle gedeelte van mijn persoonlijkheid, en wel
+dit, dat nooit door mijn toedoen één Athener in rouw is gedompeld."
+
+Nu brak de tijd aan, dat Athene wel had mogen wenschen, dat haar
+bondgenooten ook haar vrienden waren geweest, want haar bereikte de
+tijding, dat Mytilene, een stad op het eiland Lesbos, in opstand was
+gekomen; Mytilene had een groote vloot, en daarom zou het verlies van
+Mytilene van groot gewicht zijn. Atheensche troepen werden onmiddellijk
+weggezonden, om de stad te belegeren, de Spartaansche troepen, die
+beloofd waren, kwamen eerst zeer traag ter hulp, zoodat Mytilene
+ten slotte genoodzaakt was zich over te geven. Zij was in handen
+gevallen van een wreeden meester, want de Atheners waren niet alleen
+verontwaardigd over den opstand, maar bovendien in groote vrees, dat
+er nog andere steden in opstand zouden komen. Zonder één oogenblik van
+ernstig nadenken besloten zij, dat alle volwassen mannen in Mytilene
+gedood zouden worden en iedere vrouw en ieder kind als slaaf zou
+worden verkocht. Als Pericles nog in leven ware geweest, zou een zoo
+onmenschelijk besluit nooit zijn genomen, maar de Atheners stonden
+nu sterk onder den invloed van een zekeren Cleon. "Weest toch niet
+barmhartig jegens hen," zeide hij, "straft hen zooals zij u zouden
+hebben gestraft, als zij hadden overwonnen." Weest vergevensgezind
+en deugdzaam, als gij wilt, maar wacht totdat vergevensgezindheid
+en deugd niet langer gevaarlijk zijn." Het besluit werd dus genomen,
+hoewel het betere gedeelte der Atheners er zich zóózeer over schaamde,
+dat zij den volgenden dag een tweede vergadering uitschreven en het
+besluit vernietigden. Maar het schip met drie rijen roeibanken, dat
+het besluit moest overbrengen, was den vorigen nacht uitgezeild. Zou
+het mogelijk zijn, het nog in te halen? "Wij zullen wijn en gerst voor
+de bemanning verschaffen," riepen de afgezanten der Mytileners uit,
+"en ieder van hen zal een ruime belooning ontvangen, als zij het eerst
+het eiland bereiken." De roeiers sprongen op hun zetels. De helft
+van hen roeide over dag, de andere helft des nachts, en zij aten hun
+gerstebrood, met wijn en olie gekneed, onder het roeien. Toch had
+het eerste schip een te grooten voorsprong. Het besluit was reeds
+voorgelezen, en reeds was men op het punt, het bevel te geven het
+uit te voeren, toen het tweede schip landde. Een afgezant holde van
+het strand naar den aanvoerder, en de Atheners werden verlost van
+de schande, een zoo barbaarsche slachting aan te richten. De straf,
+die zij oplegden, was nog streng genoeg, immers zij doodden duizend
+der opstandelingen, die het meest op den voorgrond waren getreden,
+namen de schepen der bewoners van Mytilene, en gaven hun land aan de
+Atheensche burgers, om daar een volksplanting te stichten.
+
+Dit was de wijze, waarop de Atheners hun barmhartigheid
+uitoefenden. Hetzelfde jaar openbaarde zich de barmhartigheid
+der Spartanen bij Plataea. Deze waren uitgetrokken om Plataea te
+veroveren, daar die kleine stad een zoo trouwe vriend van Athene
+was. "Maar de Spartanen, in vereeniging met de overige staten,
+legden een plechtigen eed af, dat onze stad voor eeuwig onafhankelijk
+zou zijn," zoo spraken de inwoners van Plataea. "Wat gij zegt, is
+waar," antwoordden de Spartanen. "Geniet van uwe onafhankelijkheid,
+maar helpt ons de staten te bevrijden, die nu door Athene worden
+geregeerd." Plataea echter wilde de Atheners niet in den steek
+laten, en het beleg begon. Thucydides schreef de geschiedenis van
+den Peloponnesischen Oorlog, en daarin wordt een verhaal gegeven
+van het beleg van Plataea op zijn gewone heldere, nauwkeurige,
+belangwekkende wijze van schrijven. Eerst hakten de Spartanen boomen
+om, en maakten een palissade rondom de stad, zoodat niemand de stad
+in of uit kon gaan. Zij hadden een verschansing noodig, hoog genoeg,
+om hen in staat te stellen de stad te beschieten, en zij begonnen
+zulk een verschansing bij den muur op te richten, door houtblokken
+dwars over elkander te stapelen, en de leege ruimten op te vullen
+met steen, aarde en stukken hout. Dag en nacht werkten zij tien
+weken lang door. Zij merkten echter, dat op de ééne of andere wijze
+de verschansing niet zoo snel voltooid werd als zij zich hadden
+voorgesteld, en eindelijk ontdekten zij, dat de Plataeërs een gat
+hadden gegraven onder in den muur, en kalm de losse aarde van de
+verschansing in de stad brachten. Ondertusschen maakten zij ook den
+muur hooger, door dien op te bouwen met steenen en hout van hun eigen
+huizen. De Spartanen zouden dit alles in brand hebben kunnen steken
+met brandende pijlen, maar de Plataeërs waren verstandig genoeg, zware
+gordijnen van huiden en vellen daarvoor te hangen. De belegeraars waren
+besloten, dat er van hun verschansing niet meer zou worden gestolen,
+en daarom gebruikten zij in plaats losse modder, groote hoeveelheden
+klei en riet, aan elkander gebonden. Toch werd de verschansing niet
+hooger. De belegeraars verbaasden er zich over, hoe dit mogelijk
+was. Eindelijk ontdekte iemand, dat die slimme Plataeërs een tunnel
+hadden gegraven van de stad naar de verschansing, en op hun gemak
+de bundels klei en riet naar binnen haalden. En dit alles was nog
+niet alles, immers zij bouwden ook een binnenmuur in den vorm van
+een halve maan. De havens raakten den buitenmuur en de kromming was
+naar de stad gericht. Indien dus de Spartanen den buitenmuur hadden
+genomen, zouden zij nog altijd den binnenmuur moeten vermeesteren,
+maar dit zou nog niet zoo gemakkelijk zijn met de Plataeërs tegenover
+zich en aan beide vleugels. De Spartanen begrepen natuurlijk de
+moeilijkheid ook, en brachten daarom ontzaglijke stormrammen aan;
+doch de Plataeërs hadden twee manieren om die rammen onschadelijk te
+maken. Eén manier was, om een strik daarover neer te laten en ze zoo
+op te trekken. Een tweede manier was, om zware balken daarover neer
+te hangen en loodrecht daarop. Als de machine goed was opgesteld en
+op het punt was, een vreeselijken stoot tegen den muur te geven, ging
+de balk naar beneden en werd de kop van den ram afgestooten. Daarna
+besloten de Spartanen de stad te verbranden. Zij wierpen groote
+hoeveelheden hout over den muur en stapelden massa's hout op tusschen
+de verschansing en den muur. Zij smeerden stokken in met pik en zwavel,
+staken die in brand en wierpen die het hout achterna. Thucydides zegt,
+dat nooit zulk een brand door menschenhanden was aangestoken. Er zou
+voor de Plataeërs geen redding mogelijk zijn geweest, indien niet een
+plotselinge storm de vlammen had gedoofd. Toen bouwden de Spartanen
+twee muren, op een afstand van elkander van zestien voet, en die de
+geheele stad omsloten. Tusschen die muren waren de verblijfplaatsen
+der soldaten; zoodat, als het werk gedaan was, het geleek op één zeer
+dikken muur met aan beide zijden een gracht. Zoodra dit werk voltooid
+was, ging het hoofdleger weg, met achterlating van een sterke wacht.
+
+Toen de winter aanbrak en het voedsel schaarsch begon te worden,
+trok een groot aantal Plataeërs in een donkeren, stormachtigen
+nacht, de binnenste gracht over, die vol was met ijsschotsen, zetten
+ladders overeind, en slaagden er in, den muur over te komen en de
+buitenste gracht over te steken. "De Spartanen zullen verwachten,
+dat wij zullen trachten naar Athene te ontkomen," zeiden zij, "laat
+ons dus in de richting van Thebe trekken." Toen zij haastig door de
+duisternis omkeken naar den weg naar Athene, konden zij de fakkels
+hunner vervolgers zien. Na korten tijd slopen de vluchtelingen naar de
+heuvels en daarna langs nauwe paden naar beneden, en spoedig werden
+zij te Athene verwelkomd door de vrouwen en kinderen, die daarheen
+waren gezonden voordat het beleg begonnen was.
+
+Er waren nu enkele vrouwelijke bedienden en twee honderd vijf en
+twintig mannen binnen de muren van Plataea; deze waren door gebrek
+aan voedsel te zwak, om langer de stad te verdedigen. De Spartanen
+zouden haar door bestorming hebben kunnen innemen, maar als de
+oorlog ophield, zouden steden, die door bestorming waren genomen,
+waarschijnlijk aan haar vroegere heerschers worden teruggegeven,
+terwijl die, welke zich hadden overgegeven, door de overwinnaars
+zouden gehouden worden. "Wilt gij u overgeven, als wij u een eerlijke
+kans laten?" vroegen de Spartanen, en de uitgehongerde bevolking gaf
+het op. De Thebanen haatten de Plataeërs, en de Spartanen wenschten
+de Thebanen een genoegen te doen; daarom bestond de "eerlijke kans"
+hoofdzakelijk uit de vraag: "Hebt gij den Spartanen of hun bondgenooten
+in dezen oorlog diensten bewezen?" Daar ieder Plataeër ten antwoord gaf
+"Neen," werd hij weggevoerd en ter dood gebracht. Iedere mannelijke
+inwoner van Plataea werd gedood, en de vrouwelijke bedienden werden
+als slavinnen verkocht. Dit was de barmhartigheid der Spartanen.
+
+Een oorlog tusschen mannen van eenzelfde ras is altijd erger dan andere
+oorlogen, daar iedere partij overtuigd is, dat de tegenpartij moet
+begrijpen, dat zij ongelijk heeft; en deze oorlog werd hoe langer hoe
+wreeder. In bijna iedere stad waren er twee partijen,--de ééne partij
+was van oordeel, dat het volk als één geheel moest regeeren, zooals in
+Athene; de andere meende, dat de regeering moest zijn in handen van
+enkelen. Die beide partijen twistten en streden met elkander. Zonen
+doodden hun vaders, vaders doodden hun zonen. Indien twee personen
+elkander vijandig gezind waren, was het zeker, dat één van beiden een
+moordenaar zou worden. Als iemand geld schuldig was, bevrijdde hij
+zich van zijn schuld, door zijn schuldeischer te dooden. De geheele
+Grieksche wereld scheen wel krankzinnig te zijn geworden, niet alleen
+het vasteland van Griekenland, maar ook de eilanden en zelfs ook de
+koloniën in Italië en Sicilië. De beide partijen in dezelfde stad
+trachtten elkander te dooden; Atheensche schepen voeren de zee over,
+om de ééne of andere stad te helpen, en men kon er zeker van zijn,
+dat Spartaansche schepen met den meest mogelijken spoed de vijanden
+der stad te hulp kwamen. Zes jaren lang hield de strijd te land en
+ter zee onafgebroken aan.
+
+In het zevende jaar was een Atheensche vloot, door een storm overvallen
+in de haven van Pylos, op de kust van Messenië, binnengevallen. Dit
+was volkomen in overeenstemming met den wensch van den aanvoerder,
+Demosthenes, [1] immers hij wilde een plan voorstellen aan de overige
+aanvoerders. "Laat ons deze plaats versterken. Wij zijn slechts 75
+kilometers van Sparta verwijderd; de Messeniërs zullen ons helpen,
+en wij kunnen van hieruit den vijand groot nadeel berokkenen." De
+overige aanvoerders voelden niets voor dit plan. "Indien gij het
+openbare geld wilt weggooien," zoo spraken zij, "dan zijn er een
+menigte andere verlaten voorgebergten, die gij kunt versterken." De
+storm raasde nog steeds voort, en de schepen konden de haven niet
+verlaten. Het is mogelijk, dat de soldaten door het lange oponthoud
+zich verveelden en onrustig werden; doch wat ook de reden moge zijn,
+eindelijk werd hun toestemming gegeven het fort te bouwen. Zij hadden
+geen gereedschappen om steenen te fatsoeneeren, daarom pasten zij
+ze aan elkander, zoo goed zij dat konden. Zij hadden niets om er
+de metselkalk in te dragen, daarom stapelden zij die op hun rug en
+hielden hun handen daartegen aan, om te beletten, dat de kalk afviel;
+en zoo werd het fort gebouwd.
+
+Toen de Spartanen van dien zoo eigenaardigen bouw hoorden, lachten
+zij. "Het zal gemakkelijk zijn, dit, zoodra wij willen, neer te
+halen," zeiden zij, "zelfs als de Atheners niet wegloopen, als
+zij ons zien naderen." Toch kwamen zij tot het besluit, dat het in
+ieder geval het best was, zoo spoedig mogelijk zich van het fort te
+bevrijden, en eveneens van de Atheensche schepen, die op wacht lagen;
+daarom zonden zij een vloot en een flink aantal soldaten. De soldaten
+werden aan land gezet op een lang, smal eiland, Sphacteria genaamd,
+dat bijna de haven van Pylos insloot. De Spartaansche schepen zeilden
+de haven binnen, en trachtten gedurende enkele dagen het ruwe, kleine
+fort te veroveren. Toen kwam de Atheensche vloot op hen aanvliegen,
+daar zij verzuimd hadden de haven af te sluiten. De Spartanen op
+de kust waren wanhopend, daar hun vrienden op Sphacteria hulpeloos
+waren. Gewapend als zij waren, sprongen zij te water en trachtten hun
+ledige schepen van de Atheners weg te trekken. Thucydides drukt dit
+zoo uit: "De Spartanen leverden van het land af een zeegevecht, en de
+Atheners leverden van hun schepen af een gevecht te land." Er waren
+een zóó groot aantal van hun voortreffelijkste mannen op het eiland,
+dat de Spartanen besloten, de Atheners om vrede te vragen. De Atheners
+zouden daarin waarschijnlijk hebben toegestemd, indien Cleon zich
+daartegen niet had verzet. Na den dood van Pericles had Cleon alles
+gedaan om het volk genoegen te doen en hen er van af te houden, den
+raad van verstandiger mannen te volgen. Hij overreedde nu de Atheners,
+te weigeren vrede te sluiten, tenzij op zóódanige voorwaarden, als
+hij wist, dat de Spartanen niet zouden aanvaarden. Hij deed dit,
+daar hij meende, dat er voor hem beter gelegenheid was, zijn macht
+te doen toenemen in oorlogstijd, dan als er vrede was.
+
+De Atheners waren altijd wispelturig en veranderlijk, en spoedig
+wendden zij zich boos tegen Cleon. "Waarom hebt gij ons afgeraden vrede
+te sluiten?" vroegen zij. "Onze manschappen in Pylos zullen van honger
+omkomen. Wij kunnen nu reeds nauwelijks voedsel voor hen krijgen, en
+als de winter aanbreekt, zullen zij zich zeker moeten overgeven. De
+Spartaansche soldaten op het eiland zijn veilig en hebben het goed. De
+Spartanen betalen een ruime som aan iedereen, die de blokkade verbreekt
+en hun voedsel brengt. Als hij een Heloot is, maakt één korte tocht
+hem onmiddellijk vrij. Honderden Heloten duiken en zwemmen naar de
+overzijde, en trekken achter zich aan huiden met fijngestampt lijnzaad
+en papaverzaad, met honig vermengd. Zoo dikwijls er een krachtige
+zeewind is, zeilen zij 's nachts uit en komen met het aanbreken van
+den dag aan de zeezijde van het eiland plotseling te voorschijn. De
+Atheners op Sphacteria hebben overvloed van meel en wijn en kaas,
+terwijl de Atheners in Pylos van honger omkomen. [** " verwijderd]
+Het is uw schuld; waarom hebt gij geweigerd vrede te sluiten?"
+
+Cleon kon niets anders tot zijn verdediging aanbrengen dan te morren
+over de legeraanvoerders. "Zij zouden gemakkelijk naar Sphacteria
+kunnen zeilen en de Spartaansche soldaten gevangen nemen," zoo luidde
+zijn antwoord. "Dat zou ik ten minste doen, als ik legerbevelhebber
+was." Eén der legeraanvoerders, Nicias, was tegenwoordig. "Voor zoover
+de legeraanvoerders betreft, kunt gij zooveel soldaten nemen als gij
+wilt en het beproeven. Hier, in tegenwoordigheid van deze vergadering,
+sta ik u het opperbevel af." "Neem het, neem het," riep het volk. "Wij
+stellen u tot aanvoerder aan. Zeil nu weg naar Pylos." De wispelturige
+Atheners hadden alles vergeten omtrent het lijden van hun soldaten,
+en hadden er groot genot in, te zien, hoe Cleon in angst zat. Hij
+begreep, dat hij zich òf voor goed op den achtergrond moest plaatsen,
+òf het opperbevel moest op zich nemen. Hij trachtte zich zoo moedig
+mogelijk voor te doen en wendde zich tot de Atheners: "Ik ben niet
+bang voor de Spartanen," antwoordde hij. "Binnen twintig dagen zal
+ik ze op de plaats zelf dooden of ze levend naar u toebrengen." Het
+grauw barstte in lachen uit, en de meer verstandigen onder de menigte
+verheugden zich evenzeer als het grauw juichte. "Wij zullen Cleon niet
+meer terugzien, als hij niet inderdaad de Spartanen gevangen neemt."
+
+Niemand verwachtte zelfs maar één oogenblik, dat het den pocher zou
+gelukken, te volbrengen, wat hij had beloofd, maar toch bracht hij
+werkelijk binnen twintig dagen omstreeks driehonderd gevangenen naar
+Athene. Dit was aldus in zijn werk gegaan. Toen Cleon het eiland
+Sphacteria bereikte, bleek het hem, dat het bosch, dat het grootste
+gedeelte van het eiland had bedekt, verbrand was. Het land was schoon
+geveegd, en de opperbevelhebber was juist op het punt een aanval te
+doen op de gevangenen. Cleon had geen vast plan, en sloot zich dus maar
+hierbij aan. Er werd een hardnekkig gevecht geleverd, maar eindelijk
+lieten de Spartanen hun schilden zakken en zwaaiden zij hun handen;
+zij onderwierpen zich. Geheel Griekenland was nu in verbazing. Kon dit
+hetzelfde ras zijn, dat bij de Thermopylae had gestreden totdat de
+laatste man gesneuveld was? De Atheners konden nauwelijks gelooven,
+dat het mogelijk was, dat de Spartanen zich hadden overgegeven. Zij
+juichten over hun overwinning, en toen de Spartanen weer om vrede
+smeekten, weigerden zij dit.
+
+Zoo duurde de oorlog voort, en aan weerszijden werden de troepen hoe
+langer hoe wreeder en ruwer. De aanzienlijken uit Corcyra begunstigden
+Sparta en spanden samen tegen het gemeene volk, dat op de hand van
+Athene was. Door een list werden de aanzienlijken gevangen genomen en
+werden toen met ontzettende wreedheid ter dood gebracht. Tot nu toe
+waren de Atheners in hoofdzaak de winnende partij geweest. Zij hadden
+getracht Delium in Boeotië in te nemen, doch dit was hun niet gelukt;
+maar zij hielden Pylos bezet, welke plaats de sleutel voor Messenië
+was, en Cythera, dat een krachtige steun voor Laconië was geweest;
+en honderd van de meest op den voorgrond tredende Spartanen waren
+hun gevangenen. De Spartanen hadden jaarlijks een strooptocht in
+Attica gedaan, en hadden ook heel wat in andere streken gevochten,
+maar zij waren geen stap nader gekomen tot hun doel dan zeven jaren te
+voren: het overwinnen der Atheners. Gelukkig voor hen trad een nieuwe
+veldheer op het tooneel, Brasidas. Hij was zoo vastbesloten als eenig
+Spartaan, en zoo helder van oordeel en zoo snel van opvatting als
+eenig Athener. Hij overdacht de zaken en redeneerde aldus: "Als wij
+weer een nieuwen strooptocht in Attica doen, zullen de Atheners onze
+honderd burgers ter dood brengen. Het beste wat wij kunnen doen,
+is ons naar Thracië te begeven, en wij kunnen er zeker van zijn,
+dat meer dan één Thracische stad ons welkom zal heeten. Thracië is
+rijk en heeft uitgestrekte bosschen. Met Thracië als vrienden kunnen
+wij schepen bouwen, en wij behoeven dan niet bevreesd te zijn, als
+wij met de Atheners op zee handgemeen worden."
+
+Zoo sprak Brasidas. De Spartanen meenden, dat dit een onredelijk,
+ondoordacht plan was; maar één zaak was sterk in het voordeel
+van Brasidas: hij bezat omstreeks duizend manschappen, die hij in
+verschillende plaatsen van den Peloponnesus had gehuurd, en het eenige
+wat hij Sparta vroeg, was, hem zevenhonderd Heloten te geven. "Laat
+het hem in ieder geval beproeven," zeiden de Spartanen. "De Heloten
+staan op het punt in opstand te komen, en het is niet kwaad, dat
+er onder hen een opruiming komt. Laat hem een paar steden innemen,
+en als de oorlog is afgeloopen, kunnen wij die tegen Pylos inruilen."
+
+Zoo vertrok Brasidas naar Thracië en Macedonië. Hij was niet alleen een
+sluw en geslepen man, maar hij wist ook te spreken, te redeneeren en
+te overtuigen. Hij bracht zelfs stammen, die met de Atheners bevriend
+waren, er toe, hem verlof te geven door hun gebied te trekken; en
+half door overreding, half door bedreigingen wist hij verschillende
+steden in Thracië en Chalcidice er toe te brengen, zich aan hem te
+onderwerpen. De Atheners hadden gehoord wat hij deed, en nu kwamen
+zij op hem af. Cleon was hun aanvoerder, en hij was zóó opgeblazen
+door zijn overwinning bij Pylos, dat hij het als de natuurlijkste
+zaak ter wereld beschouwde, dat hij zou overwinnen. Hij had flinke
+soldaten, maar zij hadden geen vertrouwen in hun aanvoerder. Bijna
+de helft van de manschappen van Brasidas waren Heloten, en hoewel
+zij slaven waren, wantrouwde hij hen geen oogenblik en had hij
+den moed, hun zijn volle vertrouwen te schenken. Even vóór den
+aanval op Amphipolis, de krachtigste Atheensche volksplanting in
+Macedonië, deelde hij hun mede, hoe hij van plan was den aanval uit
+te voeren. Zijn laatste woorden tot hen waren: "Laat den moed niet
+zinken, denkt aan alles wat op het spel staat, en ik zal u laten
+zien, dat ik niet alleen anderen kan raadgeven, maar ook zelf kan
+vechten." De slag eindigde met de overwinning der Spartanen. Zoowel
+Cleon als Brasidas sneuvelden. Thucydides voerde zeven schepen aan,
+die in de nabijheid lagen, maar hij kwam niet spoedig genoeg aan, om de
+Spartanen de overwinning te betwisten. De Atheners hadden er behoefte
+aan, iemand de schuld te geven, en zoo werd hij de zondebok. Hij
+werd veroordeeld tot een ballingschap van twintig jaar. In dien tijd
+schreef hij zijn geschiedenis van den oorlog. Aan de Heloten, die zoo
+dapper onder Brasidas hadden gevochten, werd de vrijheid geschonken.
+
+Tien jaren achtereen had nu de oorlog geduurd. Mannen waren gesneuveld,
+vrouwen en kinderen tot slaven verkocht, geld was verkwist, vloten
+waren verloren gegaan, landen waren verwoest, steden met den grond
+gelijk gemaakt; en wat was met dat alles gewonnen? De Spartanen waren
+tot de ontdekking gekomen, dat zij heel gemakkelijk konden worden
+verslagen, of, wat de mannen van de Thermopylae heel wat erger zouden
+hebben gevonden, dat zij gedwongen konden worden zich over te geven;
+de Atheners hadden geleerd, dat zij in weerwil van hun vloot, hun goed
+beschutte haven, en hun stevige muren, slechts weinig sterker zouden
+zijn dan andere volkeren, indien hun schatplichtige steden in opstand
+kwamen. Zoowel Spartanen als Atheners waren ontnuchterd en verlangden
+er zeer naar, over den vrede te onderhandelen. De veldheer Nicias had
+heel wat werk te verrichten, om de onderhandelingen te leiden en tot
+een goed einde te brengen; daarom werd de wapenstilstand van vijftig
+jaar, die in het jaar 421 vóór Christus werd gesloten, de vrede van
+Nicias genoemd.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XV.
+
+DE KRIJGSTOCHT TEGEN SICILIË.
+
+
+Het voornaamste voordeel van den Vrede van Nicias was, dat de strijd
+gedurende twee of drie jaren gestaakt werd. Gedurende dien tijd waren
+er zooveel overeenkomsten en bondgenootschappen tusschen de Grieken
+gesloten, dat het te verwonderen was, dat er nog een enkele staat was,
+die er zeker van was, wie tot zijn vrienden en wie tot zijn vijanden
+behoorden. De bondgenooten van Sparta waren verontwaardigd, omdat de
+Spartanen, zooals zij beweerden, in het verdrag wel voor zich zelf
+hadden gezorgd, maar geen zorg hadden gedragen voor de belangen van
+hun bondgenooten. Een aantal veroverde steden hadden er bezwaar
+tegen, weer aan hun vroegere heerschers te worden teruggegeven,
+zooals het verdrag had bepaald. Toen maakten Athene en Sparta
+een afzonderlijke afspraak, om hun bondgenooten te dwingen aan het
+verdrag te gehoorzamen. De staat Argolis had zich tijdens den oorlog
+volkomen onzijdig gehouden, en had zich dien tijd ten nutte gemaakt
+om rijk en sterk te worden. Argolis sloot nu een verbond met enkele
+van de ontevreden bondgenooten van Sparta, en wat de kroon op alles
+zette, ook Athene sloot zich bij dit verbond aan. Sparta zag, dat,
+indien dit Argolisch verbond niet werd verbroken, zij haar macht in
+den Peloponnesus zou verliezen, daarom viel zij de Argoliërs aan, die
+door de Atheners geholpen werden. Een slag werd geleverd bij Mantinea,
+en de Spartanen behaalden een zóó groote overwinning, dat Argolis alle
+hoop liet varen, ooit in den Peloponnesus de leiding te zullen hebben.
+
+Intusschen hadden de Atheners het oog gevestigd op Melos, één der
+beide eilanden in de Aegeïsche Zee waarover zij de heerschappij
+niet uitoefenden. Zij zonden een vloot tegen Melos uit en bevalen
+de bewoners van het eiland, zich over te geven of hun stad te
+verliezen. "Wij zijn Doriërs, en ongetwijfeld zullen de Spartanen ons
+komen helpen," dachten de Meliërs, maar er kwam geen hulp. De stad
+viel. Alle volwassen mannen werden ter dood gebracht, en de vrouwen
+en kinderen werden als slaven verkocht. Een dergelijke barbaarschheid
+was niets bijzonders in die dagen, maar er was geen redelijke grond
+geweest, om het eiland aan te vallen, behalve dat Athene het gaarne
+wilde hebben, en Griekenland was over die daad ontsteld.
+
+De Atheners hadden maar één wensch, en wel hun rijk te vergrooten;
+al het andere liet hen onverschillig. Zij schenen te voelen,
+dat, indien zij een groote hoeveelheid land bezaten, of een
+aantal steden konden dwingen hun schatting te betalen, zij machtig
+moesten zijn. Zij heerschten over de eilanden tot aan het oosten van
+Griekenland--waarom zouden zij ook niet in westelijke richting trekken
+en het machtige eiland Sicilië veroveren? Wel waren zij overtuigd,
+dat de Peloponnesische oorlog nog volstrekt niet geëindigd was, en
+dat Pericles hun gezegd had, dat het hun ondergang zou zijn, als zij
+zouden trachten hun rijk te vergrooten, zoolang de oorlog nog woedde;
+maar zij waren begonnen te gelooven, dat de denkbeelden van Pericles
+ouderwetsch waren. De bekwame veldheer Nicias herinnerde er zijn
+landgenooten aan, hoeveel menschen zij door den oorlog en de pest
+hadden verloren, en drong er bij hen op aan, geen troepen naar Sicilië
+te zenden, zoolang het misschien noodig was, dat alle soldaten binnen
+enkele dagen naar huis moesten worden ontboden. "Een krijgstocht naar
+Sicilië is een gevaarlijke onderneming," zeide hij, "en zeker niet een
+tocht, die door een nog jongen knaap kan worden op touw gezet, en zoo
+maar onvoorbereid kan worden ten uitvoer gebracht." Zoo sprak Nicias,
+maar de Atheners begonnen Nicias voor langzaam en al te bedachtzaam
+aan te zien, en letten daarom niet op zijn woorden. De "jonge knaap"
+was een jonge man, Alcibiades genaamd. Hij was rijk, schoon en van een
+aanzienlijke familie. Hij was de welsprekendste redenaar van Athene,
+en van een zóó schitterend vernuft, dat de verstandige en welwillende
+wijsgeer Socrates hem zeer lief had en zijn best deed te zorgen, dat
+hij niet bedorven werd. Dit was werkelijk geen gemakkelijke taak,
+want er was iets in Alcibiades, dat de menschen verblindde en hen
+deed vergeten verstandig en practisch te zijn. Hij won de gunst van
+de menigte, door te betalen voor het vertoonen van schouwspelen ten
+einde hen te vermaken, door renpaarden te houden, door prijzen te
+winnen bij de Olympische spelen met het wagenrennen, en door een moed
+en vermetelheid, die hen betooverde. Tegenover bijna iedereen behalve
+Socrates was hij ruw en onbeschaamd, en toch schonk het volk hem
+gewoonlijk vergiffenis. Zij zeiden dan: "O, dat is zoo de wijze van
+doen van Alcibiades," en wachtten dan geduldig af, wat zijn volgende
+streek zou zijn. Hij bedankte eens voor een uitnoodiging tot een feest;
+doch toen de overige gasten aan tafel waren, kwam hij plotseling
+aan de deur voor den dag met zijn bedienden, en veegde de helft van
+de gouden schotels weg; toch bleef de gastheer zijn bewonderende
+vriend. De woeste makkers van Alcibiades zetten hem voortdurend aan,
+de meest onbeschaafde en brutale daden te verrichten. Een van die daden
+was, dat hij op straat op één der meest waardige burgers van Athene
+afging en hem een klap om de ooren gaf. Die man kon het gedrag van den
+aanzienlijken jongeling niet goedkeuren, en weigerde een zoo groote
+onbeschoftheid en lompheid als een uitgelaten grap te beschouwen;
+maar den volgenden morgen vroeg verscheen Alcibiades aan zijn deur,
+wierp zijn slepend purperen bovenkleed af, en zeide toen: "Ik ben
+hier gekomen, opdat gij mij afranselt. Kastijd mij, als gij wilt";
+en hem werd vergiffenis geschonken. Als al zijn grillen alleen maar
+even zot en onbeschoft geweest waren als deze, zou men hem misschien
+vergiffenis hebben geschonken; maar in weerwil van het onderwijs en
+de opvoeding van Socrates was hij in de hoogste mate onbetrouwbaar en
+oneerlijk. Het verstandige deel van Athene zag dit; maar de groote
+menigte schiep behagen in iedereen, die haar aangename oogenblikken
+bezorgde.
+
+Dit was nu de leider, dien de Atheners bereid waren te volgen
+op de krankzinnigste expeditie, die ooit door een volk werd
+ondernomen. Nicias deed nog eens zijn waarschuwende stem hooren en
+vertelde de verzamelde menigte, dat de steden van Sicilië rijk waren
+en een groote troepenmacht bezaten. "Indien gij besluit, dien inval te
+ondernemen," zoo sprak hij, "moet gij minstens driehonderd triremen
+hebben, een groot aantal soldaten, een grooten voorraad voedsel en
+een groot bedrag aan geld." Hij had gehoopt, dat zij er niet zoo
+spoedig toe zouden besluiten, indien zij inzagen, welke ontzaglijke
+voorbereidselen moesten worden gemaakt; maar het tegenovergestelde
+had plaats, het heethoofdige, licht ontvlambare volk was half buiten
+zich zelf van genoegen, omdat zij een zoo reusachtige onderneming
+gingen beginnen. Zij hadden wel is waar enkele steden in Thracië
+en Macedonië verloren, maar waarom zouden zij zich de moeite geven
+die terug te winnen, als zij zoo spoedig reeds de meesters zouden
+zijn van een schitterend nieuw rijk in het westen? Zij zouden eerst
+Sicilië veroveren; maar dit was slechts een begin, maar zij zouden dan
+verder gaan en Italië en Afrika trachten te vermeesteren. Er zouden
+avonturen en schatten en roem voor iedereen zijn. Het was als het
+ware een expeditie om de Gouden Vacht te halen, en zij twijfelden er
+geen oogenblik aan, of zij zouden den draak verslaan.
+
+In Sicilië hadden zich kolonisten uit verschillende landen
+gevestigd. Slechts weinigen van hen, die uit Griekenland afkomstig
+waren, waren Atheners, maar er waren een groot aantal Doriërs. Syracuse
+was gesticht door Doriërs uit Corinthe, en was nu de grootste en
+rijkste van alle Grieksche steden, met uitzondering van Athene. De
+steden van Sicilië hadden somtijds getwist, en de Atheners hadden
+eens een vloot uitgezonden, om een stad van Euboea tegen Syracuse te
+helpen. Het voorwendsel, dat zij gebruikten, om weer een inval op het
+eiland te doen, was, dat een nietiger stad, Egesta genaamd, Athene
+om hulp had gevraagd bij haar twist met een ander nietig stadje,
+dat door Syracuse werd geholpen. De inwoners van Egesta zeiden, dat
+zij bereid waren alle kosten te betalen, als Athene hen slechts met
+haar vloot en haar troepenmacht wilden helpen. De Atheners deden ten
+minste één verstandige daad, zij zonden afgezanten om op de plaats
+zelf te onderzoeken, of Egesta werkelijk zooveel schatten had, als
+waarop zij pochte. Toen de afgezanten terugkeerden, brachten zij
+genoeg geld mede om de bemanning van zestig triremen gedurende een
+maand te onderhouden, en zij wisten de meest wonderlijke verhalen te
+vertellen omtrent de prachtige zilveren kommen en flacons en andere
+offergaven, die zij in de tempels hadden gezien. "Voortdurend werden
+wij feestelijk onthaald," zeiden zij, "en op ieder feest werden wij
+bediend uit prachtige gouden en zilveren drinkbekers." Zij waren niet
+opmerkzaam genoeg geweest, om er zich over te verbazen, waarom al de
+bewoners van Egesta volkomen dezelfde tafelversieringen en dezelfde
+soort van tafelservies hadden, en het was absoluut niet tot hen
+doorgedrongen, dat die ondernemende kolonisten dit alles zeker van
+elkander en van de naburige steden geleend hadden, ten einde bij de
+Atheners den indruk te wekken, dat zij bijzonder rijk waren.
+
+De drukte bij de voorbereiding was bijzonder groot. Voedsel, wapenen,
+schepen, geld, troepen, dat alles moest gereed gemaakt worden. Te
+midden van die vroolijke en opgewekte drukte ontwaakten de Atheners op
+zekeren morgen in de grootste ontsteltenis. Het bleek, dat iemand door
+de stad was getrokken en de Hermen of de Hermesbeelden had vernield,
+op de steenen palen, die aan de deuren van huizen en tempels waren
+opgericht. "Dit is een vreeselijke beleediging van de goden, en
+zij zullen dit op ons wreken," zoo fluisterden de Atheners, ten
+zeerste bezorgd. Daarna ging hun bezorgdheid in woede over. Wie zou
+een zoo groot schandaal hebben veroorzaakt? Zij herinnerden zich,
+dat er slechts één man was, die ooit dergelijke dwaze streken had
+uitgericht. "Het moet zeker Alcibiades geweest zijn," riepen zijn
+vijanden stoutmoedig uit. "Hij hoopte op een omwenteling, die het
+staatsbestuur zou brengen in de handen der aanzienlijken." "Geef mij
+een eerlijke gelegenheid mij te verdedigen," vroeg Alcibiades; maar
+zijn vijanden drongen er op aan, dat de expeditie niet langer zou
+worden uitgesteld, en de schepen zeilden weg. De geheele bevolking
+van Athene liep samen naar den Piraeus, om hen te zien vertrekken,
+immers dit was de kostbaarste expeditie, ooit door eenigen staat van
+Griekenland uitgezonden. Er waren mannen aan boord uit iedere stad, die
+aan de Atheners onderworpen was. De schepen waren uitnemend uitgerust,
+de bemanning was de beste, die ooit kon worden gevonden. De soldaten
+wedijverden onderling in de voortreffelijkheid van hun wapenen en
+uitrusting. Toen alles gereed was, werd door trompetgeschal stilte
+gelast, en al die duizenden stonden doodstil en onbewegelijk. Daarop
+zeide een heraut een gebed op voor de goden; de geheele vloot en de
+menigte op het strand bad hardop mede. Op ieder schip werd wijn, met
+water vermengd, geplengd als offer aan de goden, uit zilveren of gouden
+kommen. De bemanning zong een lofzang ter eere van Apollo. Daarna
+gingen de schepen achter elkander in één rij in zee, en zeilden en
+roeiden zoo snel mogelijk naar Corcyra.
+
+Toen zij Rhegium bereikten, de Italiaansche stad, die het dichtst
+bij Sicilië gelegen was, landden zij en zonden zij afgezanten naar
+Egesta. Nicias had nooit geloof gehecht aan den grooten rijkdom der
+inwoners van Egesta, en toen kwamen hun pocherijen en leugens voor den
+dag. De drie bevelhebbers hielden een krijgsraad. "Laat ons de inwoners
+van Egesta dwingen, te betalen wat zij hebben beloofd, laat ons Selinus
+dwingen tot een vergelijk te komen, en daarna naar huis terugkeeren,"
+was het advies van Nicias. "Laat ons onmiddellijk een aanval doen op
+Syracuse, voordat de stad zich kan voorbereiden voor den oorlog," zoo
+luidde de raad van Lamachus. "Laat ons eerst een aantal bondgenooten
+op Sicilië trachten te verwerven en daarna Syracuse aanvallen,"
+was de meening van Alcibiades. Dit laatste plan werd goedgekeurd.
+
+Plotseling kwam een schip uit Athene, met het bevel, dat Alcibiades
+onmiddellijk zoude terugkeeren voor de verdediging, die men hem
+had geweigerd, voordat de vloot uitzeilde. Zijn vijanden hadden
+die verdediging weten uitgesteld te krijgen, totdat de troepen in
+Sicilië waren, daar zij wisten, dat een zoo populair vlootvoogd
+zeker zou worden vrijgesproken, als hij in Athene was. Hij werd nu
+tevens nog van een andere misdaad beschuldigd, en wel, dat hij met
+sommigen onder zijn woeste makkers de heilige Eleusinische Mysteriën
+in een belachelijk daglicht had gesteld. Dit waren de heiligste en
+meest geheime der godsdienstige plechtigheden bij de Grieken; deze te
+openbaren of te bespotten werd als een misdaad beschouwd, die den dood
+verdiende. Alcibiades dacht er niet aan, onder deze omstandigheden als
+beschuldigde voor het gerecht te verschijnen. Men had hem toegestaan,
+in zijn eigen schip naar huis te vertrekken, bewaakt door het schip,
+dat de boodschap had overgebracht. Het was voor hem niet moeilijk
+te ontsnappen; en het andere schip was gedwongen zonder hem naar
+Griekenland terug te keeren.
+
+Het duurde nog eenige maanden, voordat het plan, om het beleg voor
+Syracuse te werpen, kon ten uitvoer worden gebracht, maar beide
+partijen waren druk bezig met de voorbereidselen. De Atheners ontboden
+geld en ruiterij van huis, en sloten bondgenootschappen met zooveel
+stammen van Sicilië als slechts mogelijk was. De Syracusanen bouwden
+om de stad nieuwe versterkingen en versterkten de oude. Evenzoo
+zonden zij afgezanten naar Corinthe en Sparta om hulp te vragen en
+Sparta te smeeken, nog eens den oorlog tegen Athene te beginnen, ten
+einde de Atheners te dwingen, hun soldaten weer uit Syracuse terug
+te roepen. Toen die afgezanten Sparta bereikten, ontmoetten zij daar
+een welsprekenden, beminnelijken en betooverenden jongen verrader,
+die gaarne bereid was, de Spartanen ter wille van de Syracusanen
+toe te spreken. Het was Alcibiades zelf. "Ik ken de geheimen der
+Atheners," zoo sprak hij. "Ik heb een ondankbaar vaderland verloren,
+maar ik heb niet de macht verloren, u diensten te bewijzen, als gij
+naar mij wilt luisteren." Het was geen oogenblik twijfelachtig, of
+zijn toehoorders stonden met gespannen aandacht naar hem te luisteren;
+immers hij vertelde de Spartanen en de afgezanten uit Syracuse alles
+omtrent de plannen der Atheners, hoe zij eerst op Syracuse en daarna op
+Carthago zouden losstormen, om ten slotte Sparta en haar bondgenooten
+aan te vallen. "De veiligheid, niet alleen van Sicilië, maar van den
+Peloponnesus staat op het spel," zoo zeide hij met evenveel ernst,
+alsof hij een Spartaan van geboorte was. Daarna gaf hij hun eenigen
+practischen raad. In de eerste plaats drong hij er bij hen op aan,
+troepen naar Syracuse te zenden, en wel onder bevel van een bekwaam
+Spartaansch aanvoerder; in de tweede plaats, dadelijk Athene den oorlog
+te verklaren. "Gij dient Decelea onmiddellijk te versterken;" zeide
+hij: "de Atheners zijn daar voortdurend bevreesd voor." Vervolgens ging
+hij verder, en legde hij hun uit, dat indien de Spartanen Decelea in
+hun macht hadden, de Atheners de jaarlijksche schatting, de inkomsten
+van de landbouwproducten en van de zilvermijnen zouden verliezen; en
+daar de plaats niet meer dan ongeveer twintig kilometers van Athene
+verwijderd was, was er geen twijfel aan, of een aantal slaven zouden
+van Athene naar Decelea ontsnappen. De Spartanen besloten, dien raad
+op te volgen. Zij begonnen hun vloot gereed te maken en namen bezit
+van Decelea.
+
+In Sicilië zelf liep alles zóózeer ten voordeele van de Atheners
+af, dat de Syracusanen op het punt waren alles voor de overgave
+gereed te maken. Plotseling verscheen een Corinthisch schip in
+de haven van Syracuse. "Er komen schepen uit Sparta," zeide de
+bevelhebber. "Gylippus, de bekwaamste Spartaansche aanvoerder, is
+op weg om u te hulp te komen." Spoedig daarna verscheen Gylippus met
+schepen en manschappen. De Atheners waren met groote opgewektheid bezig
+een muur om Syracuse op te bouwen, maar zij moesten plotseling dit werk
+staken, daar Gylippus eveneens een muur oprichtte. De Atheners zonden
+meer schepen en een nieuwen aanvoerder, Demosthenes, die het fort bij
+Pylos had gebouwd. Zij deden aanvallen te land en ter zee, maar zij
+konden Syracuse niet nemen. Het Atheensche kamp was op een ongezonde
+plaats gelegen, en een groot aantal soldaten waren zieken. "De stad
+kan onmogelijk worden ingenomen," beweerde Demosthenes. "Laat ons
+terugtrekken, zoolang dit nog mogelijk is." Het was volle maan,
+maar plotseling werd deze verduisterd. "Wat beteekent dit?" vroeg
+Nicias angstig aan de waarzeggers. "Dat beteekent, dat het leger
+gedurende driemaal negen dagen moet blijven stil liggen," antwoordden
+zij. Nicias hechtte onbepaald geloof aan de waarzeggers. Het leger
+wachtte en verloor dus zijn eenige kans om te ontsnappen.
+
+De Syracusanen waren nu niet langer meer bevreesd, hun stad te
+verliezen. Zij begeerden nu heftig, roem en eer te verwerven,
+en daarom vatten zij het plan op, de geheele vloot der vijanden te
+vermeesteren. Er volgde toen een ontzettende zeeslag. De Syracusaansche
+schepen blokkeerden den ingang van de haven; de Atheensche triremen
+konden niet naar de open zee ontsnappen. Tweehonderd schepen waren
+opeengehoopt in de nauwe ruimte. Het ééne schip stootte tegen het
+andere; somtijds stootten twee of drie schepen tegen één aan. "Breekt
+er doorheen, anders zult gij Griekenland nooit terugzien!" riepen
+de Atheensche aanvoerders tot hun manschappen. "Behaalt de
+overwinning! Verschaft uw stad roem!" riepen de aanvoerders der
+Syracusanen; maar het knarsen, het kraken, de angstkreten, het gekerm,
+het rammelen der kettingen, het geluid van harde slagen en het
+neersmakken van lijken op het dek--dat alles maakte een zóó helsch
+geraas, dat alleen zij, die in de onmiddellijke nabijheid waren, de
+woorden van hun aanvoerders konden hooren. Met uitzondering van de
+troepen aan boord der beide vloten, was geheel Syracuse verzameld
+op één gedeelte van het strand, en al de Grieken op het andere
+deel. De Grieken drongen op tot den rand van het water; zij kermden
+en schreeuwden in doodsangst, zoo dikwijls één van hun schepen buiten
+gevecht was gesteld; zij juichten als één van hun schepen ontsnapt
+scheen te zijn; zij zwaaiden heen en weer; zij wierpen zich op den
+grond; zij strekten hun armen omhoog, om tot de goden te bidden. De
+schepen der Syracusanen waren hier, daar, overal. De Atheners roeiden
+als razenden naar den ingang van de haven; doch zij werden op het
+strand teruggeworpen; zij sprongen uit hun schepen en waadden door
+het water naar het land en hun legerkamp. "Zij leden nu hetzelfde,
+wat zij anderen bij Pylos hadden aangedaan," schreef Thucydides. "Er
+is zelfs nu nog kans op redding," zeiden de Atheensche veldheeren,
+"wij hebben meer schepen dan de vijand. Bij het aanbreken van den
+dag zullen wij ons een doortocht banen." Maar de verschrikkingen
+van den zeeslag hadden de mannen met een panischen schrik bevangen;
+zij weigerden aan boord te gaan.
+
+De eenige hoop op redding bestond voor de Grieken hierin, dat zij zich
+terugtrokken, en trachtten misschien een bevriende stad te bereiken;
+zij begonnen dan ook hun droevigen tocht. De dooden bleven onbegraven
+liggen; de gewonden en de stervenden riepen hun oude vrienden bij hun
+namen aan, als zij voorbijtrokken, en smeekten hen, dat zij hen zouden
+medenemen; daarna riepen zij den toorn der goden in over hun hoofden,
+toen zij geen acht sloegen op hun smeekingen. Het geheele leger was
+in tranen. Demosthenes en een deel van het leger werd van het overige
+gedeelte afgesneden, maar Nicias rukte voorwaarts. Het voedsel geraakte
+op, water kon niet worden gevonden. Eindelijk kwamen zij aan een
+rivier. Zij waren zóózeer door dorst geteisterd, dat zij in het water
+sprongen en op de ondiepe plaatsen bleven staan, voortdurend op nieuw
+drinkend, hoewel de Syracusanen hen beschoten en pijlen en steenen
+op hen wierpen. Een aantal mannen werden onder den voet getrapt;
+zij werden door hoopen bagage geraakt en den stroom afgedreven. Een
+ontzaglijke menigte lijken lag opgehoopt waar het water ondiep was,
+en de rivier was rood van bloed. Toen gaf Nicias zich over. "Doet
+met mij wat gij wilt," smeekte hij "maar spaart mijn manschappen."
+
+Nicias en Demosthenes werden beiden ter dood gebracht. Het geheele
+Grieksche leger werd gevangen genomen, behalve enkelen, wien het
+gelukt was te ontvluchten. De gevangenen, zevenduizend in aantal,
+werden opgehoopt in de steengroeven. De zon brandde over dag op hun
+hoofden; des nachts bibberden zij van de koude. Slechts een halve kan
+water en slecht voedsel was hun dagelijksch rantsoen. Bij honderden
+kwamen zij om, en de lijken lagen op elkander gestapeld. Na verloop
+van tien weken werden zij, die nog in het leven waren gebleven, als
+slaven verkocht. Zoo eindigde de expeditie, die Athene zou hebben
+moeten maken tot heerscheres over alle staten aan de Middellandsche
+Zee. Zoo is de roem en de luister van den oorlog.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVI.
+
+DE VAL VAN ATHENE.
+
+
+De verrader Alcibiades had Athene overgehaald tot den aanval op
+Sicilië, hij had haar vijanden geleerd, hoe zij haar machtige vloot
+en haar duizenden manschappen kon overwinnen, en het was op zijn raad,
+dat zij Decelea hadden veroverd. Al het land om Decelea heen was even
+onvruchtbaar gemaakt als het zand op de kust. De schapen en de runderen
+waren gedood, en meer dan twintig duizend slaven waren weggeloopen. De
+Atheners konden nog evenals te voren voedsel krijgen van het eiland
+Euboea, maar dit kon nu niet meer onmiddellijk over de zeeëngte naar
+Decelea en van daar naar Athene gebracht worden; het moest langs een
+grooten omweg over zee om Sunium heen aangevoerd worden. Dit was een
+langzame manier, die bovendien kostbaar was, terwijl zij daarenboven
+groot gevaar opleverde; immers de Spartaansche schepen konden op
+ieder oogenblik uit den één of anderen schuilhoek te voorschijn
+komen, en de Atheners zouden dan nooit iets van schip of lading te
+zien krijgen. Hun eenige hoop was, dat de verovering van Sicilië hun
+ongekenden rijkdom zou brengen, en dat de terugkeer van hun leger
+het mogelijk zou maken, de Spartanen uit Decelea te verdrijven. Toen
+bereikte hun de tijding van de Siciliaansche nederlaag. De Atheners
+hadden geen schepen meer, geen geld, geen manschappen, en bijna ieder
+gezin was in rouw gedompeld. In het eerst waren zij door de ontzettende
+ramp verpletterd; zij waren er van overtuigd, dat de Syracusanen, de
+Spartanen, de Corinthiërs, de Boeotiërs, in één woord iedere stam,
+die afgunstig geweest was op hun roem, hen nu zouden aanvallen; de
+volksplantingen zouden in opstand komen en zij waren hulpeloos. Daarna
+raasden zij tegen iedereen, die maar één woord ten voordeele van de
+expeditie had gezegd; doch daarna gingen zij met een heerlijken moed
+en een krachtige zekerheid aan het werk, om nog zooveel mogelijk te
+redden. Zij brachten een leger op de been, zoo groot als zij dit in
+de gegeven omstandigheden konden bijeenbrengen, en riepen iedereen,
+die voorheen verbannen was, terug, om zich daarbij aan te sluiten;
+zij lieten uit Thracië en Macedonië timmerhout halen, waarmede zij
+oorlogsschepen bouwden, en de stedelijke uitgaven beperkten zij tot het
+hoogst noodige. De volksvergadering en de gedachtelooze menigte kiezers
+waren door en door ontsteld. Zij waren lang niet meer zoo zeker als te
+voren, dat alles, wat zij zich hadden voorgenomen, zoo verstandig was,
+en zij stelden toen mannen op leeftijd aan, om als raad dienst te doen.
+
+De Perzen hadden nauwlettend op Griekenland acht geslagen, en juist in
+die dagen vaardigde Koning Darius II een proclamatie uit, waarbij hij
+verkondigde, dat iedere voet land, die ooit, al was het slechts een
+oogenblik, in handen van zijn voorvaderen was geweest, hem toebehoorde
+en hem schatting moest betalen. Hierin zou zelfs Attica zelf met een
+aantal steden en eilanden der Aegeïsche Zee zijn opgesloten, in één
+woord ongeveer het geheele Atheensche gebied. De wijze, waarop hij
+zich van de schatting wilde verzekeren, was eenvoudig en gemakkelijk;
+hij zond slechts een bevel aan de satrapen of bewindvoerders in
+Klein-Azië van de volgende strekking: "Int het geld voor mij, zoo goed
+gij dit kunt." De satrapen waren in den grootsten angst. Zij konden
+de schatting zonder hulp niet innen, en zij boden een groote som aan,
+als Sparta hen wilde te hulp komen. Nu had de onruststoker Alcibiades
+een prachtige kans. Hij hielp Chios en andere eilanden en steden, om
+tegen Athene op te staan, en hij bracht een verdrag tot stand tusschen
+de Spartanen en de Perzen. Tegen Athene traden dus de Spartanen op,
+en hun Grieksche bondgenooten, de Syracusanen, de Perzen en een aantal
+steden van den Bond van Delos. Samos bleef op hun hand.
+
+Maar Alcibiades begon langzamerhand genoeg te krijgen van Sparta,
+en in weerwil van alles wat hij voor hen gedaan had, begonnen ook zij
+genoeg van hem te krijgen. Toen hij naar hun land ging, had hij zijn
+zwaren baard afgeschoren, zich als een Spartaan gekleed, was hij steeds
+rustig en ernstig in zijn optreden geweest, leefde hij even eenvoudig
+als wie onder de Spartanen ook, en beweerde zelfs dol te zijn op hun
+zwarte soep. Daardoor won hij de harten der Spartanen, maar na eenigen
+tijd begon hij dingen te doen, die niet alleen in strijd waren met hun
+zeden en gewoonten, maar ook met de wetten, en zelfs pleegde hij een
+misdaad tegenover den koning zelf. Hij verwachtte, dat de Spartanen
+evenals de Atheners zouden verdragen wat hij verkoos te doen; maar
+toch lette hij nauwlettend op hen. Er kwam een tijd, dat hij grond
+had voor de meening, dat zijn leven in gevaar was. Toen sloop hij weg
+naar den Perzischen satraap Tissaphernes. Toen hij eenmaal op Perzisch
+grondgebied was, vergat hij zijn voorliefde voor zwarte soep; hij liet
+zijn baard groeien; hij droeg de rijkste en kostbaarste kleederen,
+die er maar te krijgen waren; hij sliep op de zachtste rustbedden
+en bedekte de vloeren van zijn vertrekken met de dikste tapijten;
+hij bezat de kostbaarste paarden, zijn eigen parfumeurs, zijn eigen
+bekwame koks en een langen stoet bedienden. De satraap Tissaphernes
+was niet erg op de Grieken gesteld, maar hij werd volkomen verblind
+door de vleierijen en de schitterende gesprekken van zijn nieuwen
+vriend. Hij bezat prachtige tuinen, en den grootsten van alle, met
+frissche groene weiden, heerlijke stroomen en koninklijke tuinhuizen
+noemde hij den Tuin van Alcibiades,
+
+Maar Alcibiades dacht er geen oogenblik aan, een Pers te worden. Hij
+droomde van een terugkeer naar Athene, en hij maakte nu plannen,
+dit te verwezenlijken. Hij begon met Tissaphernes te overreden,
+de Spartanen niet zoo kwistig te helpen. "Indien gij Sparta Athene
+laat vernietigen," zoo sprak hij, "moet gij later Sparta weer
+beoorlogen. Waarom laat gij de twee staten elkander niet onderling
+bevechten, totdat zij elkander hebben uitgeput? Dan zal het voor u
+een gemakkelijke zaak zijn, beiden in uw macht te brengen." Er was
+nooit sluwer man geboren dan de betooverende Alcibiades. Hij had de
+Perzen een raad gegeven, waarvan zij moesten toegeven, dat deze zeer
+verstandig was; hij kon de Atheners zeggen, dat hij hen bij de Perzen
+een grooten dienst had bewezen; en door de Spartanen te beletten,
+Athene te vernietigen, had hij zich er tegen verzekerd, dat hij ooit
+in hun overwinnende handen kon vallen--en hij was doodelijk beangst,
+dat hij weer in hun macht viel. Zijn volgende zet was, dat hij boden
+zond naar zijn vrienden te Samos. "De Perzen hebben een afschuw van
+een democratie," zeide hij, "maar als Athene slechts werd bestuurd
+door een oligarchie, zou ik hun vriendschap voor u kunnen winnen,
+en zouden zij u van geld willen voorzien. Ik zou gaarne naar mijn
+eigen vaderland willen terugkeeren en mijn lot met het uwe willen
+verbinden." De vrienden van Alcibiades zonden heimelijk mannen naar
+Athene, en op zekeren dag was het leger te Samos stom verbaasd, toen
+het vernam, dat het bestuur in handen was van een raad van edelen, de
+Vier Honderd, zooals zij werden genoemd. Toen redeneerden de soldaten
+aldus: "Alcibiades verklaart, dat hij absoluut niet heeft medegewerkt
+tot dit nieuwe bewind. Hij kan vrienden en geld voor ons van de Perzen
+verkrijgen; laten wij hem tot aanvoerder kiezen." Zoo geschiedde het,
+dat Alcibiades, terwijl hij openlijk zeide, dat hij een vriend was
+van de Spartanen en de Perzen, de aanvoerder werd van een Atheensch
+leger. Nog een vreemder feit geschiedde korten tijd later. Enkele
+Atheensche schepen werden door de Spartanen verslagen, en Euboea viel
+in handen van Sparta. De Atheners waren ontsteld en verontwaardigd. Zij
+wierpen de schuld op hun nieuwe regeering en schaften onmiddellijk
+den raad van Vier Honderd af. Daarna begonnen zij er over te denken,
+wien zij tot hun aanvoerder zouden kiezen. Alcibiades was reeds aan
+het hoofd van het leger te Samos; hij was een voorspoedig aanvoerder,
+en hij had gezegd, dat hij verlangde thuis te komen naar zijn eigen
+landgenooten. In weerwil van alles wat hij had misdreven, schonken
+zij hem vergiffenis en bevalen hem terug te keeren.
+
+De Spartanen waren niet blind geweest. Spoedig hadden zij opgemerkt,
+dat Tissaphernes wel schoone beloften aflegde, maar dat hij die nooit
+hield. Een andere satraap, Pharnabazus, die in het noordelijk deel
+van Klein-Azië regeerde, had lang hun hulp gezocht om de Grieksche
+steden in zijn provincie te veroveren, en vooral die, welke in de
+nabijheid van den Hellespont lagen. Zijn wenschen vielen samen met
+die der Spartanen, immers als zij ook maar eenigszins de wacht aan den
+Hellespont hielden, kon Athene niet langer koren krijgen uit de landen
+aan de Zwarte Zee. Nu Athene geen voedsel uit Euboea kon krijgen, was
+haar eenige hoop, het uit die streken te verwerven. De Spartaansche en
+de Perzische troepen vereenigden zich bij den Hellespont. Daar kwam
+ook de Atheensche vloot. Deze behaalde eerst één overwinning, daarna
+een tweede en een derde. Alcibiades spande zich uitermate in voor het
+land, dat hij in het verderf had gestort. Nog weer eens vielen goud,
+zilver, wapenen, gevangenen en schepen in handen van de Atheners. Nog
+weer eens smeekten de Spartanen om vrede, nog weer eens weigerden
+dit de Atheners, opgeblazen door de voordeelen, die zij weder hadden
+behaald. Alcibiades zette zijn overwinningen voort. Byzantium was in
+de handen van den vijand, hij nam het in, en evenzoo Chalcedon, aan
+de Aziatische zijde van den Bosporus. De weg naar de Zwarte Zee was
+nu vrij, en als de schepen der Atheners hem niet in den steek lieten,
+behoefde er geen gebrek aan koren te zijn.
+
+In weerwil van het bevel, om naar Athene terug te keeren, had de
+sluwe en voorzichtige Alcibiades het niet voor verstandig gehouden,
+zich in zijn geboortestad te vertoonen, maar nu hij in de volle
+glorie van zijn overwinning was, dacht hij, dat hij het er wel op
+kon wagen. Zijn schepen waren alle bekleed met vlaggen en schilden,
+die hij op den vijand had veroverd; maar toch durfde hij niet te
+landen, voordat hij zóóveel vrienden zag op de werf aan den Piraeus,
+dat hij niet alleen zeker was van een hartelijk welkom, maar ook van
+bescherming, voor het geval dit noodig mocht zijn. Het zou al wreed
+geweest zijn van ieder land, als het een veldheer niet welkom heette,
+die zulke tropheeën van zijn overwinning medebracht; maar bovendien was
+het de innemende, schitterende, welsprekende Alcibiades, en het volk
+was uitgelaten van vreugde. Zij letten in het geheel niet op de overige
+veldheeren, maar riepen luide: "Alcibiades! Alcibiades! Alcibiades is
+gekomen!" Zij wezen hem aan hun kinderen aan. "Ziet," zoo zeiden zij,
+"daar hebt gij Alcibiades"; en dan verhaalden zij van zijn roemrijke
+overwinningen. Zij bekransten hem met bloemen; zij weenden van
+droefenis, als zij zich alles herinnerden, wat zij hadden verloren;
+maar zij weenden ook van vreugde, nu zij dachten aan alles, wat hij
+voor hen zou terug winnen. "Als hij slechts het opperbevel gehad
+had, zouden wij Sicilië niet hebben verloren," zoo jammerden zij;
+"maar hij zal Athene wel weer machtig maken." Er werd een bijeenkomst
+gehouden van den Raad, en Alcibiades hield een redevoering. Hij was
+bedroefd, maar bereid vergiffenis te schenken. "Zij hadden hem wel
+wat onvriendelijk bejegend," zoo sprak hij, maar dat was zijn noodlot,
+en het moest door den één of anderen kwaden geest veroorzaakt zijn. Hij
+sprak over hun vijanden en legde uit, hoe hij verwachtte, hen te zullen
+ten onder brengen. De Raad kon nauwelijks spoedig genoeg besluiten
+nemen. Zij gaven hem zijn vaste goederen terug; zij bestelden voor
+hem gouden kronen en plaatsten hem aan het hoofd van al hun troepen.
+
+Alcibiades nam die eerbewijzen goedgunstig aan, maar tevens alsof hem
+niets meer werd geschonken dan hem toekwam. Hij wist, hoe gemakkelijk
+de Atheners van meening veranderden, en hij was van plan, hen nog eens
+onder zijn invloed te krijgen. Zijn vijanden zouden misschien nog eens
+de oude beschuldiging kunnen voor den dag halen omtrent zijn gedrag
+ten opzichte der Eleusinische Mysteriën, daarom stelde hij zich voor,
+de schepen en het leger op hun aanvoerder te laten wachten, totdat
+hij weer op goeden voet was gekomen met de priesters, door hen in
+staat te stellen de Mysteriën met den geheelen vroegeren luister te
+vieren. Sedert de Spartanen Decelea bezet hadden, was de reis over
+land niet veilig geweest, en er was alleen maar een haastige zeereis
+naar Eleusis afgelegd. Alcibiades zond nu een sterke wacht mede, en de
+optocht van priesters en anderen, die het beeld van Dionysus droegen
+en die de dieren voor de offers medevoerden, marcheerden langzaam den
+weg naar Eleusis op. De heilige dansen werden uitgevoerd, geen enkel
+onderdeel der oude ceremoniën werd verwaarloosd, en de deelnemers
+aan de Mysteriën keerden veilig terug. "Onze edele Alcibiades is
+niet alleen een groot veldheer, maar hij heeft heden ook de taak
+van een hoogepriester vervuld," zeiden de Atheners, en toen hij weer
+uit den Piraeus uitzeilde, volgden zij hem met de oogen, totdat hij
+geheel uit het gezicht verdwenen was, terwijl zij spraken over de
+overwinningen, die hij zou behalen en den roem, dien hij zeker over
+Athene zou brengen.
+
+Het duurde niet lang, of die zoo zeer aan hem gehechte Atheners
+luisterden met ergernis naar iemand, die van het oorlogsterrein
+was gekomen, en die vertelde, dat eerst kort geleden een slag was
+verloren en dat het geheel de schuld was van Alcibiades. De waarheid
+was, dat de aanvoerder verplicht was geweest het leger gedurende een
+korten tijd te verlaten, teneinde geld te krijgen om zijn troepen
+te betalen. Hij had strenge orders gegeven, dat er tijdens zijn
+afwezigheid niet mocht worden gevochten, maar de plaatsvervangende
+opperbevelhebber had zich aan dat bevel niet gestoord en was in een
+kleine schermutseling verslagen. De Atheners deden echter niet de
+minste moeite, de ware toedracht te vernemen, en misschien zelfs
+waren zij, hoezeer zij hem hadden geprezen en verheerlijkt, in hun
+hart niet volkomen zeker van zijn trouw. Zij riepen een zitting van
+den Raad bijeen en benoemden nieuwe legeraanvoerders. Alcibiades
+vreesde voor zijn leven, verliet het leger en bouwde voor zich een
+kasteel in Thracië. Hij kon niet blijven stilzitten. Hij zocht hier
+en daar manschappen bijeen, totdat hij voor zich zelf een klein leger
+had verzameld. Daarna voerde hij oorlog tegen de Thraciërs, die geen
+koning hadden. Indien hij lang genoeg had geleefd, zou hij misschien
+wel aan het hoofd van een staat gekomen zijn.
+
+De Spartanen zonden nu een hoogst bekwaam veldheer uit, Lysander
+genaamd, en de koning van Perzië zond zijn even bekwamen zoon Cyrus
+uit in de plaats van Tissaphernes. Hij was tot het besluit gekomen,
+dat het ongetwijfeld het verstandigst was, de Spartanen flink te
+helpen. Er kwam dus veel geld in het Spartaansche leger. De soldaten
+kregen hooge soldij, en schepen werden gebouwd. De Spartanen en Perzen
+kampeerden aan de Aziatische zijde van den Bosporus, de Atheners aan
+de Europeesche zijde, bij Aegos-Potamos. Iederen morgen zeilden de
+Atheners uit en daagden de vijanden uit tot een zeeslag. De Spartanen
+gingen daar echter niet op in. Dan keerden de Atheners terug naar hun
+kant van de landengte en brachten den dag door met rondwandelen, ten
+einde den tijd te dooden, of met te gaan fourageeren in Sestos, op drie
+kilometers afstand. Alcibiades was niet ver verwijderd, en wachtte de
+gebeurtenissen aan den Bosporus af. Hij reed naar het kamp en zeide
+de Atheensche aanvoerders, dat hij niet dacht, dat het veilig was,
+de matrozen hun schepen te doen verlaten en te doen rondslenteren op
+de kust; en dat het evenmin verstandig was, om te kampeeren waar geen
+stad was en geen goede haven voor hun schepen, en om hun levensmiddelen
+zoover verwijderd te houden. Hij raadde hen aan, zich naar Sestos terug
+te trekken. Geen veldheer behoefde zich te schamen, raad te ontvangen
+van een zoo voortreffelijken legerbevelhebber, maar de aanvoerders
+antwoordden kortaf: "Wij geven thans bevelen, en gij niet. Ga heen."
+
+Alcibiades ging heen, de Spartanen weigerden nog steeds te vechten,
+en de Atheners werden hoe langer hoe zorgeloozer. Plotseling kwamen
+de Spartaansche en Perzische schepen de zeeëngte over. Slechts
+één der scheepsbevelhebbers hield wacht. Hij gaf het signaal, de
+schepen te bemannen, maar het scheepsvolk was naar Sestos gegaan,
+en slechts negen van de honderd tachtig schepen konden ten volle
+worden bemand. Er werd nauwelijks een poging gedaan, om weerstand
+te bieden. De Spartanen hadden bijna niets anders te doen, dan de
+veroverde schepen over de zeeëngte heen te sleepen. Acht of tien
+schepen ontsnapten; het overige gedeelte van de vloot en duizenden
+manschappen werden gevangen genomen. Alle Atheners onder hen, ongeveer
+vierduizend, werden ter dood gebracht.
+
+Toen dit ontzettende nieuws Athene bereikte, begreep iedereen,
+dat het rijk in duigen was gevallen en dat Athene zelf ook moest
+vallen. De schepen van Lysander blokkeerden den Piraeus. De troepen
+van de Spartanen en van hun bondgenooten omringden de stad. Enkele
+weken gingen voorbij; toen kwam er hongersnood en moest de stad zich
+onvoorwaardelijk overgeven.
+
+Wat moest het lot der Atheners zijn? De bondgenooten bespraken
+dit punt ernstig. "Maakt de stad met den grond gelijk en verkoopt
+alle mannen, vrouwen en kinderen tot slaven," dit was de wensch van
+de verontwaardigde Thebanen en Boeotiërs. "Nooit zullen wij er in
+toestemmen, dat één der oogen van Griekenland wordt uitgestoken,"
+antwoordden de Spartanen. Dit klonk barmhartig, maar er waren sommigen,
+die mompelden, dat de Spartanen meer slim dan edelmoedig waren;
+immers als Athene geheel verwoest was, zouden hetzij Thebe hetzij
+Corinthe naar alle waarschijnlijkheid machtiger worden dan Sparta
+zelf. Eindelijk werd besloten, dat de Lange Muren en de vestingwerken
+van den Piraeus zouden worden geslecht, dat aan de veroverde stad
+niet meer dan twaalf schepen zouden worden gelaten, en dat zij er
+in zoude moeten toestemmen, de bevelen van Sparta te land en ter zee
+te gehoorzamen.
+
+In Athene heerschte een hartverscheurende droefenis. Uit iedere woning
+waren beminde bloedverwanten omgekomen. Er was armoede, de grootste
+ellende, uitputting en hongersdood. Aan den Piraeus daarentegen waren
+vrouwen aan het fluitspelen, daar was gezang en dans en alle soorten
+van vreugdeteekenen; immers de machtige muren werden neergehaald. "Is
+Griekenland vrij? De Grieken hebben de vrijheid herwonnen!" riepen
+zij vroolijk en uitgelaten. En hoog boven op de Acropolis stond
+het Parthenon, sterk en schoon. En daarbij stond het standbeeld van
+Athene, kalm en statig. En daaromheen lag een land in puinhoopen,
+een rijk omvergeworpen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVII.
+
+DE HEGEMONIE VAN SPARTA.
+
+
+Sparta was nu de leidende staat, of, zooals men het noemde, oefende
+de hegemonie in Griekenland uit, en alle steden, die aan haar genade
+waren overgeleverd, waren in angstige verwachting, wat zij zoude
+doen. Gedurende zeven en twintig jaar, van het begin van den oorlog tot
+aan het einde, had zij haar gezegd: "Athene is een tyran, en Sparta
+streeft er naar, u vrij te maken." Zij zagen nu in, dat Sparta met
+"vrijheid" bedoelde, te doen wat zij verkoos, en de overige staten
+te dwingen zich aan haar te onderwerpen. Het eerst wat zij in iedere
+stad deed, was daar een Spartaanschen stedehouder aan te stellen,
+met tien mannen, die zijn plannen goedgezind waren, als magistraten,
+en genoeg Spartaansche soldaten, om de burgers tot gehoorzaamheid te
+dwingen. De Aegeïsche staten waren in de eerste plaats hulpeloos. Zij
+hadden het reeds hard gevonden, verplicht te zijn aan Athene schatting
+te betalen, maar nu hadden zij niet alleen schatting te betalen, maar
+moesten zij zelfs bijdragen voor het onderhoud van den stedehouder
+en zijn soldaten.
+
+Sparta vergat plotseling, "dat Athene één der beide oogen van
+Griekenland was," en behandelde haar heel wat strenger dan eenige
+andere stad. Tien magistraten waren niet genoeg voor de Atheners--zij
+moesten er dertig tellen behalven den Spartaanschen stedehouder en een
+groote troepenmacht van Spartaansche soldaten. De Dertig Tyrannen,
+zooals zij werden genoemd, kozen drieduizend man, op wie zij vast
+konden rekenen, en namen bovendien van de overige burgers alle wapenen
+mede. Zij schenen noch goden, noch menschen te vreezen. Zij brachten
+allen ter dood, die tijdens den oorlog tegen hen waren opgetreden,
+allen, tegen wie zij een wrok hadden, en zóóvelen van de meer
+vermogende menschen, dat zij zich ruimschoots met hun geld konden
+verrijken. De ongelukkige Atheners zeiden in wanhoop tot elkander:
+"Alcibiades zal dit niet dulden: hij zal zeker wel een middel
+vinden om ons te helpen;" maar het duurde niet lang, of zij hoorden,
+dat Alcibiades was vermoord. Toen waren zij werkelijk wanhopend, en
+honderden vluchtten uit de stad. De andere staten waren verontwaardigd
+over de zelfzucht van Sparta en waren bereid, de vluchtelingen een
+woonplaats te verschaffen. Zelfs de Thebanen, die zulke verbitterde
+vijanden der Atheners geweest waren, heetten hen welkom. Zoodra het
+kleine troepje ballingen groot genoeg was geworden, om een poging
+daartoe te wagen, trokken zij de grenzen van Attica over en kwamen
+zij in verzet tegen de Dertig. Xenophon, een leerling van Socrates,
+schreef: "De Dertig zaten samen in den Raad, volkomen eenzaam en
+terneergeslagen." Wel mochten zij "volkomen terneergeslagen" zijn,
+daar dit het begin was van het omverwerpen hunner regeering.
+
+Er is geen enkel volk, dat op het einde van een langdurigen oorlog
+volkomen hetzelfde is als in het begin. Gedurende den Peloponnesischen
+oorlog waren de leden van iedere partij in Athene zóózeer overtuigd,
+dat zij het recht op hun zijde hadden, dat zij de andere politieke
+partijen bitter haatten, en dat zij meenden, dat, wat er ook
+mocht gebeuren, hun eigen wijze van handelen, de juiste was en dat
+daaraan dus moest worden vastgehouden. De wijsgeer Socrates had
+onbevreesd voor Athene gestreden en hij had zijn woonplaats lief;
+maar hij was van meening, dat het voor iedere partij beter was te
+doen wat recht was, dan te doen, wat leiden kon tot het verkrijgen
+van wat zij noodig achtte; en dat eerlijkheid en deugd beter was,
+dan de goden offers te brengen. Dergelijke leerstellingen vielen niet
+in den smaak van het volk, dat liever zijn eigen zin wilde volgen,
+wat ook mocht gebeuren. Het einde was, dat Socrates voor het gerecht
+werd gedaagd en beschuldigd werd, dat hij de goden niet eerde en de
+jeugd door zijn onderwijs op den verkeerden weg leidde. Hij werd
+ter dood veroordeeld, of, zooals hij het uitdrukte "te vertrekken
+naar een gelukkigen staat der gelukzaligen." Verscheidene van zijn
+volgelingen waren gedurende de laatste dagen van zijn leven bij hem,
+en één van hen, Plato genaamd, schreef een verhaal van de woorden en
+handelingen van den meester. Toen hem de giftbeker gebracht werd,
+dronk hij dien even kalm leeg, als ware hij met wijn gevuld. Zijn
+leerlingen barstten in tranen uit. Plato zegt: "Ik weende niet om
+hem, maar om mijn eigen lot, nu ik van zulk een vriend zou worden
+beroofd." Toen op het laatst allen meenden, dat het vergif zijn werking
+had gedaan, riep Socrates tot één der jongelieden: "Crito, wij zijn
+een haan verschuldigd aan Aesculapius; betaal dien dus en verzuim het
+niet." Aesculapius was de godheid, wien men een offer bracht, als
+men dankbaar was voor zijn herstel uit een ziekte; en Socrates was
+zóó heilig overtuigd, dat hem een edeler, gelukkiger leven wachtte,
+dat hij het gevoel had, alsof hij, als zijn aardsche leven eindigde,
+alleen maar van ziekte tot gezondheid overging.
+
+Het volgende is een voorbeeld van de wijsheid van Socrates. Een
+zekere Antiphon trachtte de volgelingen van den wijsgeer van
+hem af te trekken. Daartoe kwam hij bij Socrates op zekeren dag,
+toen zij aanwezig waren, en zeide: "Ik dacht altijd, dat zij, die
+de wijsbegeerte beoefenden, gelukkiger moesten worden dan anderen;
+maar gij schijnt van de wijsbegeerte vruchten van geheel anderen aard
+te hebben geplukt; ten minste gij leeft op een wijze, waarop geen
+slaaf onder zijn meester ooit zou wenschen te leven; gij eet spijzen
+en drinkt drank van de slechtste soort; gij draagt een bovenkleed,
+dat niet alleen slecht is, maar dat zoowel in den zomer als in den
+winter hetzelfde is, en gij blijft steeds rondloopen zonder schoenen
+en zonder behoorlijk gewaad. Geld, dat de menschen verheugt, als zij
+het ontvangen, en dat hen die het bezitten, in staat stelt, aangenamer
+te leven en zich ruimer te bewegen, neemt gij niet aan, en als gij
+dus, daar leermeesters in andere beroepen er naar streven, dat hun
+leerlingen hen volgen, een dergelijke uitwerking op uw volgelingen
+hebt, moet gij u beschouwen als iemand, die onderwijst, hoe men een
+ellendig leven kan leiden." Socrates antwoordde kalm: "Gij gelijkt,
+o Antiphon, op iemand, die meent, dat geluk bestaat in weelde en in
+buitensporigheid, maar het is mijn overtuiging, dat hij die niets
+verlangt, op de goden gelijkt, en dat hij die zoo weinig mogelijk
+verlangt, zoo veel mogelijk de goden nabijkomt; dat de goddelijke
+natuur de volmaaktheid is, en dat dus de goddelijke natuur nabij te
+komen, is, de volmaking zoo dicht mogelijk te naderen."
+
+De vijanden van Socrates vergaten niet, er de rechters aan te
+herinneren, dat Alcibiades en ook Critias, het hoofd der Dertig
+Tyrannen, tot zijn leerlingen hadden behoord; maar er was meer
+dan één van zijn verknochte volgelingen, die een eer werden voor
+Socrates en zijn vaderland. Plato leefde nog een halve eeuw na den
+dood van zijn beminden leermeester, en werd als wijsgeer zelfs nog veel
+beroemder. Hij schreef over de meest diepzinnige onderwerpen, maar met
+zóóveel humor, fantasie en frischheid, dat men hem ging beschouwen als
+een afstammeling van Apollo, den god der welsprekendheid. Leerlingen
+verzamelden zich in grooten getale om hem heen, zooals vroeger om
+Socrates, en hij placht met hen te spreken en hen te onderwijzen in
+zijn huis vlak bij de academie. Het verhaal is tot ons overgeleverd,
+dat sommige vreemdelingen, die hem bij de Olympische spelen ontmoetten,
+zóózeer met hem waren ingenomen, dat zij met vreugde zijn uitnoodiging
+aannamen, om hem te Athene te bezoeken. Toen het oogenblik ongeveer
+genaderd was, dat hun bezoek een einde zou nemen, zeiden zij: "Maar
+wilt gij ons niet in kennis brengen met uw beroemden naamgenoot, den
+wijsgeer Plato?" Zij waren ten hoogste verbaasd, toen hun gastheer
+eenvoudig antwoordde: "Ik ben de persoon, dien gij wenscht te zien."
+
+Een ander volgeling van Socrates was Xenophon, die niet alleen
+wijsgeer, maar ook geschiedschrijver en legeraanvoerder was. Toen
+Socrates gevangen zat, was Xenophon juist teruggekeerd van een
+merkwaardige expeditie, die door den Perzischen Cyrus was op touw
+gezet. Nadat de Peloponnesische oorlog geëindigd was, zond Cyrus
+afgezanten naar Sparta, om de Spartanen te vragen, dat zij zich
+jegens hem niet anders zouden gedragen dan hij zich jegens hen had
+gedragen. Daarmede bedoelde hij, dat hij wat Grieksche soldaten wilde
+leenen. Zijn broeder, Artaxerxes II, was nu op den troon van Perzië,
+maar er waren velen, die van oordeel waren, dat die van rechtswege aan
+Cyrus toekwam, en deze had een leger van 100000 man bijeengebracht,
+om dien te vermeesteren. Hij wist, hoe goed de Grieken vochten,
+en het is niet te verwonderen, dat hij zeer begeerde, Grieksche
+troepen te huren. Er waren in Griekenland duizenden mannen, die ten
+gevolge van den langen oorlog slechts weinig afwisten van een ander
+beroep dan dat van soldaat, en zij waren bereid voor iedereen te
+strijden, die hun soldij wilde betalen. Zij zouden er echter niet
+in hebben toegestemd, tot in het binnenste van Azië door te dringen;
+daarom werden zij bedriegelijk verlokt den tocht te ondernemen door
+de mededeeling, dat Cyrus hen noodig had, om enkele opstandelingen
+in Pisidië te onderwerpen, welk land gelegen was aan de zuidelijke
+kust van Klein-Azië. Zij trokken de Aegeïsche Zee over, landden
+in de nabijheid van Samos, en gingen met de grootste opgewektheid
+op weg naar Pisidië. Maar Pisidië scheen heel ver af te liggen,
+en ten slotte begonnen zij te vermoeden, dat er bedrog in het spel
+was. Na verloop van tijd kwam Cyrus hen met zijn troepen te gemoet,
+en ten slotte erkende hij, dat zij op weg waren naar Babylonië,
+en niet tegen enkele opstandelingen hadden te strijden, maar tegen
+den koning van het Perzische rijk. Zij waren reeds in Perzië en het
+was bijna even gevaarlijk te trachten den terugtocht te aanvaarden
+als vooruit te trekken. Cyrus beloofde hun een hooge soldij en zij
+stemden er in toe, verder te trekken.
+
+Op zekeren dag, juist vóór het aanbreken van den middag, kwam een man
+in volle vaart naar het leger galoppeeren, die eerst in het Perzisch,
+en daarna in het Grieksch uitriep: "De Koning komt, de Koning komt,
+met een groot leger, volkomen ten strijde toegerust." Vroeg in den
+namiddag zag men over de vlakte een lage, witte wolk liggen. Dit
+was het stof, dat door het leger van den koning werd opgejaagd. De
+stofwolk werd hoe langer hoe donkerder; daarna kon de flikkering van
+een speer of van een metalen wapenrusting gezien worden. Ruiterij, met
+een sneeuw-witte wapenrusting, kwam te voorschijn; Egyptische troepen
+met lange houten schilden; boogschutters; wagens met zeisen, die van de
+wagenassen afhingen; volken na volken, ieder een samengedrongen en op
+zich zelf staande troep. De gelederen van Cyrus werden gevormd, en hij
+zelf inspecteerde die, toen hij een zacht gemompel door de gelederen
+hoorde gaan van rechts naar links en van links naar rechts. "Wat is
+dat?" vroeg hij. Xenophon was juist komen aanrijden, om te vragen,
+of hij ook eenige bevelen had gegeven, en hij antwoordde, dat dit het
+wachtwoord beteekende: "Jupiter de Redder, en overwinning." "Ik neem
+dit aan als een goed voorteeken," zeide Cyrus, "en moge het zoo zijn."
+
+Het voorteeken bleek echter valsch te zijn. Wel is waar wonnen de
+dappere Grieken den strijd, maar Cyrus werd verslagen. "Levert al
+uw wapenen in," beval de koning. "Overwinnaars leveren hun wapenen
+niet in," antwoordden de Grieken. De koning was er niet op gesteld,
+het gevecht te hervatten. Hij wilde veel liever van die lastige
+vreemdelingen bevrijd worden, en hij dacht, dat het verstandig zou
+zijn hen te laten vertrekken, om rond te zwerven in het land en van
+honger om te komen. Hun aanvoerders werden door bedrog en list gedood;
+en de Grieken werden achtergelaten in het land van een vijand, op
+minstens zestienhonderd kilometers van huis. Zij hadden geen gidsen,
+geen aanvoerders en weinig kennis van het land, behalve dat zij wisten,
+dat er veel rivieren en bergen waren. Zij waren wanhopig. De nacht
+brak aan, en zij lagen op den grond, verlangend naar hun gezin en hun
+eigen vaderland. Xenophon was met het leger naar Perzië getrokken, niet
+als soldaat en volstrekt niet van plan tegen den koning te strijden,
+maar alleen om onder Cyrus een hooge betrekking te krijgen. Toen hij
+op den grond lag, kwam hij tot het besluit, dat, nu niemand anders
+de leiding nam, het op zijn weg lag iets te doen. Hij aarzelde
+eenigen tijd, omdat er zoovelen waren, die ouder waren dan hij;
+daarna zeide hij tot zichzelf, "Ik zal zeker nooit ouder worden,
+als ik mij heden aan den vijand overgeef." Dit geschiedde kort na
+middernacht. In de duisternis riep hij de kapiteins bijeen en zij
+maakten zoo goed mogelijk plannen. "Vertel gij het zelf aan het
+leger," zeiden zij; en bij het eerste aanbreken van den morgen trok
+Xenophon zijn beste wapenrusting aan en zijn schoonste kleederen,
+en ging voor de tienduizend man staan. Hij verhaalde hun, hoe dapper
+hun voorouders geweest waren, en dat zij ongetwijfeld hun weg konden
+terugvinden. Zij moesten hun bagage verbranden, behalve wat er noodig
+was van vleesch, drinkwaren en wapenen. "Als wij overwinnaars zijn,
+moeten wij den vijand als onze bagagedragers beschouwen," zeide hij.
+
+De soldaten vergaten hun moedeloosheid. Zij verbrandden al de
+bagage, die zij konden missen, kozen nieuwe aanvoerders, waaronder
+natuurlijk Xenophon behoorde, en begonnen één der meest merkwaardige
+terugtochten. Zij zwoegden voort over brandende vlakten, doorwaadden
+snelstroomende rivieren, klommen over ruwe rotsen, trokken door
+bergpassen, waar de jachtsneeuw een vadem diep was opgestapeld en
+de felste winterstormen hun gezicht teisterden. Somtijds hadden
+zij voedsel, somtijds niet. Somtijds mochten zij in vrede door een
+provincie trekken, somtijds werden zij van alle kanten aangevallen. Als
+zij slechts de zee konden bereiken! dachten zij, want dan zou de weg
+naar huis en naar hun vrienden gemakkelijk zijn. Eindelijk hoorde
+Xenophon luide kreten van zijn voorhoede. Die kreten herhaalden
+zich en werden hoe langer hoe luider. Het geleek volstrekt niet op
+een oorlogskreet, en toch kon het zijn, dat er een vijand vóór hen
+stond--niemand wist hoe of wat. Hij sprong op zijn paard en vloog den
+heuvel op. En zie, aan den horizon, ver in het noorden, lag een streep
+helder schitterend water, de Pontus Euxinus. "Thalatta, thalatta,"
+(de zee) riepen de soldaten. Die ruwe krijgers barstten in tranen los,
+zij wierpen hun armen om elkanders hals, zij omhelsden hun aanvoerders
+en kapiteins. De inboorling, die hen naar den top van den heuvel had
+gevoerd, stond er naast. Zij gaven hem een paard, een zilveren beker,
+een Perzisch kleed, en tien gouden munten. Zij richtten een heuvel op,
+zooals dit bij Marathon was geschied, en legden daarop ossenhuiden
+en stokken en schilden, op den vijand veroverd. In drie dagen tijds
+waren de Tienduizend Grieken bij de Grieksche stad Trapezos, (thans
+Trebizonde). De burgerij verwelkomde hen en gaf hun ossen en wijn en
+gerstemeel, en vierde feesten uit dankbaarheid voor de welwillende
+gezindheid der goden. Xenophon schreef zelf het verhaal van dien
+terugtocht der Tienduizend, die zich onder de grootste moeilijkheden
+een weg hadden gebaand naar zee, over een uitgestrektheid van
+zestienhonderd kilometers.
+
+Xenophon had, evenals Plato, Socrates lief, en schreef alles op, wat
+hij zich kon herinneren omtrent het onderwijs van zijn meester. Nadat
+hij hem zoo op de warmste wijze had geprezen, eindigde hij met de
+volgende woorden: "Indien iemand het niet met mij eens is, laat
+hem dan het gedrag van anderen met dat van Socrates vergelijken,
+en daarna, in overeenstemming daarmede, zijn gevolgtrekkingen maken."
+
+De tocht der Tienduizend maakte het voor de Grieken duidelijk, dat
+het ontzaglijke Perzische rijk een groot, lomp en log rijk was,
+zonder leven of energie; en Sparta was er niet rouwig om, dat de
+Grieksche kuststeden om hulp tegen Tissaphernes vroegen, die zich
+gereed maakte iedere stad te straffen, welke jegens Cyrus welwillend
+gezind was geweest. Na eenige kleine gevechten tusschen de Spartanen
+en Tissaphernes, vormde de Spartaansche koning Agesilaus het plan, zich
+door Perzië een weg te banen, en het uit zijn kracht gegroeide rijk te
+veroveren. Hij slaagde in het begin zóó goed, dat het er werkelijk op
+begon te gelijken, dat hij in staat zou zijn, zijn plan ten uitvoer
+te brengen; doch de sluwe Perzen konden goed intrigeeren, al konden
+zij niet vechten. Zij wisten, dat de overige Grieken Sparta haatten
+wegens haar tyrannie en haar egoïsme, en daarom boden zij schepen en
+manschappen aan, en slaagden er in, Corinthe, Athene, Thebe en Argos
+er toe te brengen, zich tegen haar te verbinden. Dit was het begin van
+den Corinthischen Oorlog, die acht jaren duurde. Een groot gedeelte
+van den oorlog werd in Corinthe gevoerd, maar eindelijk was er een
+groote zeeslag bij Cnidus in Klein-Azië. Toen kwam er een treurige
+dag voor Sparta, want haar geheele vloot werd vernield. Eenigen tijd
+later was er meer vreugde in Athene dan er in langen tijd geweest was,
+immers met behulp van Perzisch geld werden de eerste steenen gelegd
+voor het opbouwen der muren en der versterkingen van den Piraeus.
+
+De Atheners waren gelukkig, maar hun bondgenooten waren
+afgunstig. "Waarom zouden wij vechten, als uitsluitend Athene er
+voordeel van zal hebben?" zoo vroegen zij. Sparta begon eveneens
+ongerust te worden. "Waarom zouden wij trachten de Grieksche
+koloniën te beschermen, als al ons werk er op neerkomt, Athene te
+helpen?" morden zij. Er was geen andere uitweg dan vrede te sluiten,
+en met hun gewone zelfzucht sloten de Spartanen een verdrag, naar
+den afgezant, de vrede van Antalcidas genoemd, volgens welk verdrag
+de Grieksche steden in Azië aan de Perzen werden gegeven. Bijna nog
+ongunstiger was een bepaling, dat de koning der Perzen en de Spartanen
+iederen staat den oorlog zouden verklaren, die weigerde het verdrag
+te gehoorzamen. Dit beteekende, dat Sparta bereid was zich met Perzië
+te vereenigen tegen ieder deel van haar eigen land.
+
+Sparta sloot niet alleen een schandelijk verdrag, maar de stad gedroeg
+zich nog schandelijker bij de uitvoering. Nog steeds deed zij het
+voorkomen, alsof zij de Grieken vrijheid schonk, en zij maakte er niet
+alleen haar werk van, iedere stad, die over een andere heerschte,
+te dwingen, die heerschappij op te geven, maar zij zorgde tevens,
+dat iedere vriendschappelijke verbintenis van steden, waarvan zij
+meende, dat deze ter eeniger tijd haar vijandig kon worden, verbroken
+werd. Zij geloofde, dat de bevolking van Mantinea in Arcadië zich
+niet met haar wijze van optreden kon vereenigen, en daarom sloopte
+zij de muren dier stad, en dwong zij de burgers uit elkander te gaan
+en zich in vijf dorpen te vestigen. De regeering van Griekenland
+was een soort tyrannie en Sparta was de tyran. Een Spartaansch
+veldheer marcheerde door de bevriende stad Thebe, toen een Thebaan
+hem heimelijk zeide: "De andere partij haat de Spartanen, maar onze
+partij is u gunstig gezind. Ik zal u naar de citadel voeren; dan zal
+Thebe in uw macht zijn, en gij zult ons niet vergeten." Het was het
+middaguur van een heeten zomerdag, en er waren in de straten slechts
+weinig menschen die weerstand konden bieden, zoodat de Spartaansche
+veldheer spoedig meester was van Thebe. Toen het bericht hiervan
+de Spartanen bereikte, waren zij verontwaardigd, niet, omdat hun
+bevelhebber een zoo laaghartige daad had verricht, maar, omdat hij
+het had gedaan zonder het bevel daartoe van de Spartaansche overheid
+te hebben gekregen. Doch koning Agesilaus zeide: "Het hangt er van
+af, of hij Sparta voordeel of nadeel heeft berokkend. In het laatste
+geval dient hij gestraft te worden; maar anders mag hij zelfstandig
+optreden. Zij kwamen tot de gevolgtrekking, dat het in het voordeel
+van Sparta was, en daarom behielden zij de citadel in hun macht.
+
+Een aantal Thebanen van de tegenpartij vluchtten uit de stad uit vrees
+voor hun leven. Onder dezen was ook een zekere Pelopidas. Hij placht
+tot de weinige ballingen te zeggen: "Het is oneervol er mede tevreden
+te zijn, dat wij ons eigen leven hebben gered; wij moeten ons best
+doen, de stad te bevrijden. Eindelijk wist hij hen met nieuwen moed te
+bezielen, en er werd een plan beraamd om Thebe te bevrijden. Pelopidas
+en eenige andere jongelingen vermomden zich als boeren, en drongen
+heimelijk langs verschillende wegen de stad binnen. Het sneeuwde
+zóó hard, dat de meeste menschen binnen 's-huis waren, maar enkele
+vrienden der ballingen stonden op den uitkijk, om hen naar de plaats
+van samenkomst te voeren. Toen de avond was aangebroken, trokken zij
+kleeren over hun wapenrusting en zware kransen van bladeren over hun
+voorhoofd, om hun gebaard gelaat te bedekken. Aldus vermomd trokken
+zij naar de plaats, waar de aanvoerders der partij, die de stad
+hadden verraden, een feestmaal hielden, en doodden de voornaamsten
+onder hen. Pelopidas wierp de deuren der gevangenissen open, om hen te
+bevrijden, die trouw aan Thebe waren geweest. Nu begonnen de lichten
+te schijnen aan de vensters der huizen; de straten waren vol menschen;
+er was overal verwarring en geschreeuw, want niemand wist nauwkeurig,
+wat er was geschied. Toen de morgen was aangebroken, riepen de trouw
+gebleven Thebanen het volk samen. Toen stonden Pelopidas en de overige
+ballingen, zijn vriend Epaminondas en de priesters der tempels voor
+de vergadering. "Staat op," riepen de priesters, "voor de goden van uw
+vaderland." De geheele vergadering sprong als één man op en schreeuwde
+van vreugde. Zij marcheerden recht op de citadel aan. De Spartanen,
+die de citadel bezetten, gaven zich onmiddellijk over. De ééne plaats
+na de andere volgde het voorbeeld van Thebe. De Spartanen straften
+wel de stedehouders, die zich overgaven, maar zonder resultaat.
+
+Toen begon Athene te droomen van een herstel van haar vroegere
+grootheid. Zij stichtte een nieuw bondgenootschap van staten,
+dat veel beter was dan de Bond van Delos; immers de staten zouden
+onderling in rang gelijk zijn en het bijeengebrachte geld zou dienen
+ten nutte van allen. Dit was een zóó eerlijk bondgenootschap, dat het
+een onbeperkten tijd zou hebben kunnen voortduren, ware niet weer
+de ééne staat afgunstig op den anderen. Het waren nu de Atheners,
+die besloten met Sparta vrede te sluiten.
+
+Sparta hield nog steeds vol, dat zij de Boeotische steden bevrijdde,
+maar op zekeren dag was het Spartaansche leger ten hoogste verbaasd,
+toen het een Thebaansch leger zag uittrekken, om tegen hen slag te
+leveren. De Spartanen schaarden hun manschappen op de gewone wijze,
+die zij reeds gedurende verschillende geslachten hadden toegepast,
+en trokken den vijand te gemoet in een lang gelid, twaalf rijen
+diep. Epaminondas, die de Thebanen aanvoerde, redeneerde aldus: "De
+beste soldaten zullen rondom den koning geschaard zijn, en indien
+wij deze kunnen verslaan, zal het overige een gemakkelijke zaak
+zijn." Daarom maakte hij de gelederen tegenover den koning vijftig
+rijen diep. Het kon niet verwacht worden, dat een gelid van twaalf
+man diep, een aanval van een gelid van vijftig man zou kunnen
+weerstaan, en hoewel het leger van Sparta veel talrijker was, leed het
+de ernstigste nederlaag, die in de geschiedenis van Sparta bekend was,
+daar het door een veel kleinere troepenmacht in een eerlijken strijd
+werd verslagen. Dit was de beroemde slag bij Leuctra, in het jaar
+371 vóór Christus.
+
+Toen het bericht Sparta bereikte, dat haar leger door een veel kleiner
+aantal was verslagen, begrepen de ephoren zeer goed, dat nu de Grieken
+de Spartanen nooit meer zouden vreezen; zij hadden de hegemonie van
+hun land verloren. Als de Spartanen Atheners geweest waren, zouden
+zij geweend en geweeklaagd hebben, maar daar zij Spartanen waren,
+droegen zij hun lot op de oude echt Spartaansche wijze. "Laat de
+spelen voortgang hebben," bevalen de ephoren; zij waren namelijk
+midden in een feest. Al de gebruikelijke ceremoniën werden in acht
+genomen, en de ephoren zelf bleven daarbij tegenwoordig, totdat
+de laatste wedstrijd en de laatste dans geëindigd waren. Het was
+bij de Spartanen het gebruik, dat iedere soldaat, die uit een slag
+gevlucht was, op alle mogelijke wijze te schande werd gemaakt. Hij
+werd genoodzaakt de helft van zijn baard af te scheren en de andere
+helft niet te knippen. Hij moest havelooze kleeren dragen, bedekt
+met verschillende gekleurde lappen. Hij mocht nooit eenig staatsambt
+bekleeden; en een Spartaansch meisje, dat met hem huwde, maakte zich
+onmogelijk Er waren zóóvelen uit den slag gevlucht, dat de Spartanen
+die gewoonte niet durfden handhaven; maar de bloedverwanten van hen,
+die gestorven waren, liepen over de straat met een trotsche houding,
+en traden de tempels binnen om dank te zeggen aan de goden voor den
+moed, door hun vrienden betoond. De bloedverwanten van hen, die waren
+gevlucht, hadden een treurige gelaatsuitdrukking, en liepen met gebogen
+hoofd of sloten zich zelfs samen op, zooals in Sparta in tijden van
+de diepste smart gebruikelijk was. Zoo droeg Sparta de nederlaag, die
+haar droom, de heerscheres van Griekenland te worden, verstoord had.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVIII.
+
+DE HEGEMONIE VAN THEBE.
+
+
+De steden, die door Sparta zoo tyranniek waren behandeld, zagen
+even spoedig als Sparta zelf in, dat de macht der Spartanen was
+vernietigd. De inwoners van Mantinea verlieten hun onbeduidende
+volksplantingen op het platte land, gingen onmiddellijk terug naar
+hun oorspronkelijke woonplaats, en begonnen de muren weder op te
+bouwen. Ware dit kort te voren geschied, dan zouden de Spartanen
+onmiddellijk een leger hebben gezonden, om een zoodanige vermetelheid
+te straffen, maar nu was het eenige wat zij durfden doen, iemand
+naar de Mantineërs te zenden, dien zij altijd op hoogen prijs hadden
+gesteld, en die hen moest vragen, nog een tijd te wachten. "Wacht
+nog een tijd," zoo bepleitte hij zijn zaak, "de Spartanen zullen
+spoedig formeel hun toestemming geven. Als gij wilt wachten, zullen
+zij zelfs bijdragen in de kosten van het opbouwen der muren." "Dit
+is onmogelijk," antwoordden de overheidspersonen, "want er is reeds
+een besluit genomen, ze onmiddellijk weer op te bouwen." "Wilt gij
+mij ten minste niet toestaan, in de algemeene vergadering het woord
+te voeren?" vroeg de afgevaardigde; maar de overheden zeiden "neen",
+en het bouwen der muren werd voortgezet.
+
+Mantinea sloeg geen acht op de wenschen van Sparta, maar dat beteekende
+slechts weinig in vergelijking met wat de gevallen staat nog meer
+had te verduren. Sparta was zóó zelfzuchtig en tyranniek geweest,
+dat een groot aantal staten er bijzonder op gesteld waren, zich er
+van te vergewissen, dat zij hen niet langer kon onderdrukken. Na
+de overwinning bij Leuctra werd Thebe beschouwd als de machtigste
+stad, en ongetwijfeld was Epaminondas de grootste legeraanvoerder in
+het land. Onder hem als aanvoerder deed een groot leger een inval
+in den Peloponnesus, om Arcadië en Messenië te hulp te komen. Al
+wat Epaminondas ondernam, deed hij zoo degelijk mogelijk. Hij was
+er niet tevreden mede, door Arcadië te marcheeren, maar stichtte
+zelfs een stad. Hij koos een breede, vruchtbare vlakte als plaats,
+waar die stad zou gebouwd worden, maar hij bracht de Arcadiërs
+er toe, om hun dorpsgemeenten te vereenigen met de nieuwe stad
+Megalopolis of "Groote Stad". Nu de Arcadiërs een hoofdstad hadden
+en binnen hare muren een schuilplaats konden vinden, zou het voor
+de Spartanen niet zoo gemakkelijk zijn, hen ten onder te brengen,
+zelfs al was er geen Thebaansch leger, dat de wacht hield. Zoo
+werd Arcadië een onafhankelijke staat, maar Epaminondas deed zelfs
+meer voor Messenië. Dit land was de oude woonplaats der Heloten,
+voordat zij door de Spartanen onder het juk waren gebracht. Zij, die
+door de Atheners waren uitgenoodigd, zich te Naupactus te vestigen,
+waren door de Spartanen uit die schuilplaats verdreven op het einde
+van den Peloponnesischen oorlog. Zij waren naar Italië, Sicilië
+en Afrika gevlucht, overal waar zij maar een woonplaats konden
+vinden. Toen zij hoorden, dat Epaminondas Messenië was binnengerukt,
+en dat hun moederland vrij was, keerden zij onder groote vreugde
+naar huis terug. Te land en ter zee, in groote troepen of zelfs één
+voor één, kwamen zij in groote menigte in Messenië terug, nu zij
+weer een vaderland en een woonplaats hadden. Het land weerklonk van
+vreugdezangen en kreten van geluk. Er werden dankoffers gebracht aan
+de goden; en er was tevens zwaar werk, daar Epaminondas ook voor de
+Messeniërs een stad, Messene, had gesticht. Deze stad zou moeten liggen
+tegen de helling van den berg Ithome, en haar muren moesten nog gebouwd
+worden. Geen stad zonder muren kon ooit hopen weerstand te bieden aan
+een aanval der Spartanen; en de Messeniërs begonnen even blijde met
+het bouwen der muren, als Athene begonnen was met het weder opbouwen
+der versterkingen van den Piraeus. Een reiziger, die vijfhonderd jaar
+later die muren zag, verklaarde, dat het de sterkste muren waren,
+die hij ooit had gezien. "Zij waren van stevige steenblokken gebouwd,"
+zoo zeide hij, "en uitstekend voorzien van torens en stutmuren."
+
+Epaminondas had met medewerking van Pelopidas Thebe gemaakt tot
+den oppermachtigsten staat van Griekenland. Men zou nu verwacht
+hebben, dat hij, toen hij met zijn overwinnend leger terugkeerde,
+ten minste hartelijk zou zijn verwelkomd. Maar in plaats daarvan werd
+hij ontvangen met een beschuldiging, dat hij ongehoorzaam was geweest
+aan de wetten van het land. Het bleek namelijk, dat de overwinningen
+in den Peloponnesus gedurende de laatste vier maanden gewonnen waren,
+en de vijanden der legerbevelhebbers beweerden, dat deze het leger uit
+Thebe verwijderd hadden gehouden vier maanden langer dan den termijn,
+gedurende welken hun het opperbevel was gegeven. De straf voor zulk
+een overtreding was de dood. Epaminondas wachtte kalm de behandeling
+der beschuldiging af, en deed zelfs na zijn vrijspraak niet de minste
+poging, om zijn vijanden te straffen.
+
+Pelopidas had verklaard, dat daar waar Epaminondas was, geen andere
+veldheer noodig was, maar er was behoefte aan een bekwaam veldheer
+in Thessalië, en daarheen werd Pelopidas gezonden. De moeilijkheid
+was daar, dat de tyran van de ééne Thessalische stad de andere steden
+dwong, hem te gehoorzamen. De vorst van Macedonië trachtte evenzeer
+in Thessalië macht te verwerven. Pelopidas was even gelukkig in het
+noorden als Epaminondas in het zuiden geweest was, en reeds spoedig
+keerde hij terug, en kon mededeelen, dat de steden bevrijd waren
+van den tyran, en dat hij gijzelaars had gekregen van den koning
+van Macedonië.
+
+Tot dusver had Thebe een aantal steden vrijgemaakt, en deze waren
+zeer verheugd over haar hulp. Niemand twijfelde er aan, of zij was de
+machtigste staat in Griekenland; maar toen zij Pelopidas zond naar den
+koning van Perzië, om officieel mede te deelen, dat zij nu in plaats
+van Sparta de hegemonie had onder de steden van Griekenland, waren deze
+daarover verstoord, en enkelen onder de oude bondgenooten van Sparta
+waren bereid haar tegen Thebe te helpen. Het gevolg hiervan was,
+dat Epaminondas nog een aantal expedities op Peloponnesisch gebied
+moest uitrusten. Ten slotte beraamde hij het plan, Sparta zelf aan
+te vallen. Xenophon verhaalt, dat hij de stad zoo gemakkelijk als
+een vogelnestje zou hebben kunnen nemen, als niet koning Agesilaus,
+die uitgetrokken was, om den vijand tegemoet te trekken, langs een
+korteren weg was teruggekeerd, om de "vuurbrakende" Thebanen slag te
+leveren. Epaminondas wist, dat de Spartanen hun stad zouden verdedigen
+als in het nauw gejaagde wolven, en zeer verstandig trok hij daarom
+terug naar Arcadië. De Spartanen vervolgden hen, en er werd een slag
+geleverd in de vlakte van Mantinea. Hier speelde Epaminondas het oude
+spel der Spartanen bij Aegos-Potamos, en misleidde hen even volkomen
+als deze de Atheners hadden misleid. Hij beval zijn manschappen,
+hun wapenen bijeen te zetten, en schijnbaar te gaan kampeeren. Toen
+daardoor zijn vijanden volstrekt niet op hun hoede waren, stelde hij
+plotseling zijn gelederen op en stormde op hen aan. De Spartanen en
+hun bondgenooten waren even onthutst als de Atheners in den zeeslag
+geweest waren. Zij liepen wild door elkander, de één was bezig zijn
+borstharnas vast te maken, een ander zijn paard te toomen, in één
+woord zij allen gedroegen zich, niet zooals de Spartanen van ouds,
+die gewoon waren opgewekt, doch kalm en bedaard, ten strijde op
+te trekken, maar, zooals Xenophon verklaarde "meer als mannen, die
+op het punt stonden een zwaar nadeel te lijden, dan aan een ander
+nadeel toe te brengen." Epaminondas had een deel van zijn ruiterij
+in een phalanx gerangschikt, en zij sloegen zich door de Spartaansche
+gelederen heen, "als een oorlogsschip, met zijn sneb tegen den vijand
+gericht," zooals Xenophon schrijft, misschien wel met dienzelfden
+slag bij Aegos-Potamos in de gedachte. Epaminondas bevocht een
+volkomen overwinning, maar sneuvelde zelf. Zijn laatste gedachten
+waren voor zijn vaderland. Pelopidas was twee jaren te voren in den
+oorlog gesneuveld, en als Epaminondas nu telkens een ander noemde,
+die hem als opperbevelhebber zou kunnen vervangen, luidde voortdurend
+het antwoord: "Hij is gesneuveld." "Dan moet gij met den vijand vrede
+sluiten," sprak hij, en sloot stervend zijn oogen.
+
+De glorie van Thebe had in de handen van één man gelegen. Het was
+Epaminondas, die haar groot had gemaakt. Hij was haar aanvoerder,
+haar leidsman, haar raadgever geweest. Nu was hij verdwenen, en
+op dienzelfden dag was Thebe afgedaald van haar hoogen rang als de
+leidende staat van Griekenland.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIX.
+
+PHILIPPUS VAN MACEDONIË.
+
+
+Zoo kwam het, dat eerst Argos, daarna Athene, Sparta, Thebe,
+beurtelings de leidende staten van Griekenland werden. Hun zelfzucht
+en afgunst jegens elkander hadden hun rijkdom uitgeput, het geluk
+hunner burgers verwoest en een groot gedeelte der bevolking aan den
+dood prijs gegeven, en zij waren daarbij totaal uitgeput. Er kon geen
+betere tijd worden uitgekozen, om zich van het geheele land meester
+te maken, als er maar een vermetel, sluw man gevonden werd, die wist,
+hoe met voorzichtigheid en bekwaamheid te handelen.
+
+Een zoodanig iemand was op den troon van Macedonië, het land dat in
+het noorden en noordoosten van Griekenland gelegen was. De Macedoniërs
+hadden geen kunstenaars, geen talentvolle schrijvers, geen schitterende
+redenaars, geen scholen voor wijsbegeerte. De Grieken uit het zuiden
+gaven wel toe, dat zij Grieksch bloed in de aderen hadden, maar lachten
+om hun ruwe, onbeschaafde vormen en hun grove, weinig gemanierde wijze
+van spreken. De vorst, die toen op den troon gezeten was, Philippus II,
+was diep overtuigd van al die verschilpunten. Hij was nog slechts een
+jongen van vijftien jaar oud, toen Pelopidas in Macedonië kwam en hem
+als gijzelaar mede naar Thebe nam. Daar was hij drie jaar gebleven,
+waarschijnlijk in de woning van den vader van Epaminondas. Hoe dit
+ook moge zijn, hij had zeker de gelegenheid gehad, na te gaan, hoe de
+Grieken leefden, hoe zij oorlog voerden, en hoe somtijds de oorlog
+door diplomatie kon worden vermeden. Hij leerde Grieksch spreken
+en schrijven als een Thebaan; zijn taal werd niet alleen zuiver
+maar ook welsprekend. Hij wist, dat het niet onmogelijk was, dat
+hij mettertijd heerschen zou over Macedonië, en hij hield blijkbaar
+zijn oogen en ooren open, om alles te hooren wat voor hem van waarde
+kon zijn en hem kon helpen, om een verwonderlijk plan uit te voeren,
+dat hem waarschijnlijk reeds toen voor den geest stond.
+
+Toen de tijd voor hem was aangebroken, om de kroon van zijn vader te
+dragen, begon hij met een staand leger te vormen, en zeer verstandig
+noodigde hij zijn lastigste onderdanen uit, zich daarbij te voegen,
+en wel de half-beschaafde stammen, die verder af in de heuvelachtige
+terreinen woonden. Tot nu toe had Macedonië geen pogingen in het
+werk gesteld, om machtig te worden. Het was nauwelijks iets anders
+geweest dan een stuk land, waardoor legers konden marcheeren tusschen
+Griekenland en Azië. Indien er een oorlog uitbrak, had het steeds
+de zijde gekozen van die partij, die waarschijnlijk het machtigst
+zou zijn. Het eerste gedeelte van het plan van Philippus was,
+Macedonië zóó krachtig te maken, dat andere landen begeerig zouden
+zijn vriendschap er mede te sluiten. Daartoe oefende en drilde hij
+zijn soldaten zóó, dat zij het beste leger van de wereld vormden. Hij
+had in Thebe geleerd, hoe de zoo beroemde Thebaansche phalanx werd
+gevormd; maar hij was zelfs niet tevreden met een uitvinding, die
+werkelijk als iets buitengewoon bewonderenswaardigs werd beschouwd;
+hij dacht een eenigszins andere rangschikking voor het voetvolk
+uit. Volgens die rangschikking werden de mannen geplaatst in zestien
+rijen achter elkander, met een tusschenruimte van drie voet tusschen de
+gelederen. De speren waren een-en-twintig voet lang, en iedere soldaat
+hield zijn wapen vast op vijftien voet afstand van de punt. De speren
+van het vijfde gelid staken dus drie voet vóór het eerste gelid uit;
+die van het vierde gelid zestien voet, en zoo voort. Het was niet
+gemakkelijk, de phalanx in orde te houden op een ruwen, oneffen
+grond, maar op een vlak terrein konden geen troepen aan haar aanval
+weerstand bieden.
+
+Toen het leger van Philippus gereed was, begon hij met zijn
+veroveringen, niet echter door Griekenland binnen te trekken,--daarvoor
+was hij te verstandig. Eerst sloeg hij het oog op Thracië en
+Chalcidice. Op de grens tusschen Thracië en Macedonië lag de stad
+Amphipolis, en hij nam zich voor, die in te nemen. Athene en Olynthus
+zouden zich hebben vereenigd om die te verdedigen, maar Philippus
+dacht er geen oogenblik aan, meer te vechten dan noodig was; daarom
+beloofde hij Amphipolis aan Athene te geven. Op die wijze nam hij
+de stad zonder dat òf Athene òf Amphipolis tusschen beide kwam. Hij
+hield Amphipolis voor zich zelf, in plaats van de stad aan Athene
+af te staan, maar hij gaf een andere stad aan Olynthus. Zoo wist
+hij elk verbond af te breken, dat anders tusschen Athene en Olynthus
+zou kunnen worden gevormd. Philippus II van Macedonië was een zeer
+sluw man. Natuurlijk hield hij niet op bij Amphipolis. Een klein
+eind over de Thracische grenzen lagen enkele rijke goudmijnen. Wat
+stond hem in den weg, die te nemen? Hij marcheerde op met zijn
+onoverwinnelijk leger, en spoedig had hij al het geld, dat hij noodig
+had. Hij kon soldaten huren, om een stad aan te vallen, of--immers er
+waren minstens in iedere stad twee partijen--hij kon de ééne partij
+omkoopen, om hem de stad in handen te leveren. Er is een verhaal
+bekend, volgens hetwelk hij eens informeerde, of een bepaalde vesting
+kon worden ingenomen. "Zij is ontoegankelijk" was het antwoord. "Is
+zij zelfs zóó ontoegankelijk, dat ook niet een ezel met goud beladen,
+haar kan beklimmen?" was zijn wedervraag.
+
+Philippus nam nog andere plaatsen in het noorden, en niemand verzette
+zich tegen hem. Athene was de sterkste van de Grieksche staten,
+en Athene had haar handen vol met de steden van den nieuwen Bond,
+die gevormd was, nadat Thebe zich van Sparta had vrijgevochten. Zij
+toch verzetten zich er even sterk tegen als de steden van den ouden
+Bond van Delos, om door Athene behandeld te worden, als waren zij
+haar onderworpen; en Athene had, in weerwil van alles wat zij had
+meegemaakt, nog niet geleerd, dat het verstandiger zou zijn, hen op
+een andere wijze te behandelen. Zij waren opgestaan, en nu volgde de
+oorlog, bekend als die der Bondgenooten.
+
+En nog nadat de Oorlog der Bondgenooten geëindigd was, schenen de
+Atheners blind te zijn voor wat zich in het noorden afspeelde. Er was
+echter één man in de stad, die de oogen geopend hield: maar in weerwil
+van al zijn welsprekendheid kon hij de Atheners er niet toe brengen,
+het gevaar in te zien, dat hen bedreigde. Die man was Demosthenes,
+één der grootste redenaars van de geheele wereld.
+
+Toen Demosthenes nog een kind was, was hij wel de laatste knaap,
+dien men zou hebben uitgekozen, om tot redenaar te ontwikkelen. Hij
+stotterde, had een zwakke stem, was spoedig buiten adem en kon de
+letter r niet behoorlijk uitspreken. Daarbij was hij verlegen, trok
+voortdurend zijn linker schouder op, en als hij opgewonden werd of
+zijn belangstelling was gaande gemaakt, trok hij de meest dwaze en
+leelijke gezichten. Toch had hij zich vast voorgenomen, een even groot
+redenaar te worden als de spreker, naar wien hij eens had geluisterd,
+en even hartelijk als deze te worden toegejuicht. Toen hij ouder was
+geworden, greep hij de eerste de beste gelegenheid aan, om in het
+publiek te spreken. Wel werden zijne toehoorders niet overtuigd, maar
+zeker werden zij aangenaam onderhouden; immers zij moesten uitbundig
+lachen om den jongen man, die zulke dwaze gezichten trok, zijn lichaam
+zoo gek bewoog, zijn verschillende argumenten door elkander haalde,
+en telkens zóó buiten adem was, dat zij zelfs niet altijd konden
+verstaan wat hij trachtte te zeggen.
+
+Demosthenes was zóózeer ontmoedigd, dat hij de stad verliet en een
+wandeling maakte naar den Piraeus, er over peinzend, of het hem
+ooit zou gelukken, zijn stadgenooten te boeien en te overtuigen. Hij
+herhaalde zijn eerste poging, maar ook deze mislukte. "Hoe komt het,"
+zoo sprak hij tot een vriend, die van beroep tooneelspeler was,
+"dat het volk, hoe hard ik ook voor mijn redevoeringen werk, nog
+liever luistert naar een dronken matroos of den eersten den besten
+onbeduidenden medeburger, dan naar mij"? Het eenige antwoord, dat
+zijn vriend hem gaf, luidde: "Wilt gij mij een stuk uit een drama
+van Euripides of Sophocles voordragen"? Demosthenes gehoorzaamde;
+daarna droeg de redenaar hetzelfde stuk voor, maar met een zóó groote
+waardigheid, met gebaren, zóózeer in overeenstemming met de woorden,
+en met een zóó blijkbaar inzicht in iedere gedachte, dat het iets
+geheel anders werd. Toen begreep Demosthenes, wat zijn vriend bedoelde,
+namelijk, dat niemand, onverschillig hoe diep hij zijn onderwerp had
+bestudeerd, of hoe uitmuntend zijn redevoering was in elkander gezet,
+zijn hoorders kon overtuigen, als de redevoering niet tevens goed
+werd voorgedragen.
+
+Er was niet veel hoop voor Demosthenes, dat hij ooit in zijn pogingen
+zou slagen, maar hij had veel te veel energie, om de zaak op te
+geven. Hij bouwde een kamer onder den grond, waar hij herhaaldelijk
+een tijd verblijf hield, om zijn stem te oefenen en zijn gebaren te
+verbeteren. Uit vrees, dat hij in de verleiding zou komen, uit te
+gaan, schoor hij somtijds de helft van zijn hoofd kaal, zoodat hij
+niet in het publiek kon verschijnen. Om zijn stotteren te verbeteren,
+sprak hij met steentjes in zijn mond. Om zijn stem zóó te versterken,
+dat hij het leven der volksvergaderingen kon overschreeuwen, hield
+hij redevoeringen voor zich zelf aan het strand der zee, waarbij hij
+zijn best deed het geraas der zee te overstemmen. Hij oefende er zich
+in, zijn ademhaling te beheerschen door redevoeringen op te zeggen,
+terwijl hij ruwe en steile heuvels beklom. Hij hing een ontbloot
+zwaard zóó op, dat de minste beweging van den niet voldoende in
+bedwang gehouden linker schouder hem zou prikken. Hij oefende zich
+voor den spiegel, om te leeren, niet met de oogen te knippen of dwaze
+gezichten te trekken. Hij overwon zelfs de moeilijkheid, die voor
+hem gelegen was in de lastige letter r. En bij dit alles verzuimde
+hij toch niet, om zich meer dan ooit toe te leggen op een uitnemende
+samenstelling zijner redevoeringen. Hij schreef zelfs herhaaldelijk de
+redevoeringen van Thucydides over, en trachtte even goede redevoeringen
+te vervaardigen. En zoo werd hij een zóó voortreffelijk redenaar,
+dat hij nu reeds tweeduizend jaar lang genoemd wordt onder de beste
+redenaars der wereld.
+
+Dit was nu de man, die de Atheners vertelde, dat Philippus van
+Macedonië voornemens was, Griekenland te veroveren. Zijn redevoeringen
+tegen Philippus werden "Philippicae" genoemd. Zij waren zóó bitter en
+heftig, dat nog in onze dagen een bijzonder heftige en onmeedoogende
+redevoering tegen een persoon dikwijls een "philippica" wordt
+genoemd. In die redevoeringen deed Demosthenes al het mogelijke om
+zijn landgenooten tegen Philippus wakker te schudden. "Welken gunstigen
+tijd van het jaar, welke betere gelegenheid dan de tegenwoordige wacht
+gij af, of wanneer zult gij uw krachten beter kunnen inspannen dan nu,
+mijn landgenooten? Heeft niet die man alle plaatsen in bezit genomen,
+die de onze waren? Moet hij nu ook meester worden van dit land, moeten
+wij dan niet afdalen tot den laagsten trap van eerloosheid? Worden
+niet diegenen, die wij beloofd hebben te hulp te komen, zoo dikwijls
+zij in een oorlog betrokken zijn, nu zelf aangevallen? Is hij niet
+in het bezit van onze volksplantingen? Is hij geen barbaar? Is zijn
+karakter niet zóó laag, dat woorden het niet kunnen uitdrukken? Als
+wij voor dat alles ongevoelig zijn, als wij zelfs als het ware zijn
+plannen in de hand werken--O hemel! Kunnen wij dan nog vragen, wie
+de schuld draagt van de gevolgen?"
+
+Maar de tijden waren voorbij, dat men leefde en werkte voor het belang
+van den staat. Men verkoos weelderige woningen boven het slagveld;
+men stelde liever staatsgeld beschikbaar voor de schouwburgen dan
+voor de soldaten. Zelfs de beeldhouwkunst veranderde van aard. De
+Grieken waren niet meer tevreden met standbeelden, die kracht en
+stoutmoedigheid uitdrukten, maar zij moesten ook liefelijk en sierlijk
+zijn. De beroemdste beeldhouwer uit die dagen was Praxiteles. Zijn
+Aphrodite, vervaardigd voor een tempel te Cnidus, was het eerste beeld
+van een vrouw, die niet alleen schoon was, maar er ook uitzag, alsof
+zij kon denken en gevoelen. De bevolking van Cnidus was zóó trotsch
+op het beeld, dat zij, toen een koning aanbood, de groote schuld,
+die Cnidus had, af te betalen, als zij hem het beeld zoude afstaan,
+dit aanbod afsloeg. Een aantal Grieksche standbeelden zijn alleen door
+copieën bekend, maar wij hebben nog het origineel van den Hermes van
+Praxiteles met den jeugdigen Dionysus, dat de aanraking gevoeld heeft
+van den beitel van den meester zelf. Die werken zijn heerlijk schoon,
+en dat wel in een tijd, toen de Atheners veel meer hadden moeten denken
+aan den toestand van hun land dan aan standbeelden. Alle pogingen van
+Demosthenes waren echter volkomen vruchteloos. Philippus ging voort met
+zijn veroveringen in het noorden, en spoedig deed zich voor hem een
+gelegenheid voor, om vaster voet te krijgen in Griekenland, en op te
+treden niet als de heerscher van een ruw, barbaarsch volk, maar als de
+beschermer van de rechten van Apollo. De Phocensers hadden niet steeds
+voldaan aan hun verplichtingen tegenover Apollo. Meer dan tweehonderd
+jaar te voren waren zij door de Delphische amphictyonen gestraft,
+omdat zij op weg naar Delphi zich hadden ingelaten met anderen. De
+afstammelingen nu van diezelfde Phocensers namen land in bezit, dat
+voor Apollo afgezonderd werd gehouden, en stalen zelfs eenige van
+de schatten uit zijn tempel. De amphictyonen waren niet krachtig
+genoeg om hen te straffen, en deden een beroep op Philippus. Dit
+kon men noemen "een kat opdragen, een geschil tusschen twee muizen
+te beslechten." Philippus strafte de Phocensers, en de amphictyonen
+gaven hem nu hun stemmen in den Raad der amphictyonen, en besloten,
+dat hij het voorzitterschap zou waarnemen bij de spelen, die te Delphi
+werden gevierd. Hij was nu de verdediger van Apollo; en als hij het kon
+doen voorkomen, alsof eenige daad van een Griekschen staat een misdaad
+tegen de godheid was, had hij het recht, dien staat te straffen.
+
+De plannen van Philippus vorderden goed. Zijn volgende stap was,
+dat hij trachtte Byzantium te bemachtigen. Dit deed de Atheners
+uit hun onverschilligheid ontwaken, daar zij volstrekt niet wilden
+afgesneden worden van de voorraadschuur der landen aan de Zwarte
+Zee. Zij kwamen de bevolking van Byzantium te hulp, en Philippus
+trok zijn troepen terug. Hij verzette zich niet bijzonder daartegen,
+daar hij in Athene een vriend had, die voor hem den weg in een
+andere richting effende. Dit was de redenaar Aeschines, die in
+welsprekendheid Demosthenes het meest nabij kwam. Philippus hield er
+in de verschillende staten van Griekenland goed betaalde dienaren
+en spionnen op na, en men meent, dat Aeschines tot die spionnen
+behoorde. Hij overtuigde de Atheners, dat de Phocensers weer straf
+verdienden, daar zij eenig land gebruikten, dat aan Apollo gewijd
+was. Dit had uitsluitend ten doel, ten tweeden male Philippus er in te
+halen, en Philippus was dadelijk daartoe gereed. Maar toen hij eenmaal
+in Phocis was, maakte hij niet de minste haast, het eigendom van Apollo
+te beschermen. In plaats daarvan nam hij bezit van een stad, die zoowel
+Boeotië als Athene goed te stade zou gekomen zijn, en versterkte die.
+
+Er was toen geen schitterende welsprekendheid meer noodig, om de
+Atheners te overtuigen van het groote gevaar, dat hen bedreigde. Zij
+waren bereid alles te doen, iedereen te volgen. "Maakt u gereed,
+een beleg te kunnen doorstaan," raadde Demosthenes aan "en ziet de
+hulp van Thebe te verkrijgen." Zij gehoorzaamden zonder eenig gemor,
+en Thebe werd hun bondgenoot. Bij Chaeronea in Boeotië geraakten de
+legers handgemeen; het waren de beste legers der wereld. Er werd een
+vreeselijke slag geleverd; en toen deze geëindigd was, had Philippus
+van Macedonië de oppermacht over Griekenland verkregen.
+
+Thebe en Athene waren in den Bond tegen Philippus de voornaamste
+staten geweest; hoe zou hij hen behandelen? Hij had nu eens vooral
+de gelegenheid, te laten zien, dat hij òf streng òf genadig kon zijn,
+en Philippus verzuimde nooit één gelegenheid. Tegenover Thebe trad hij
+zoo streng mogelijk op. Hij liet haar zelfs losgeld betalen voor de
+lijken van haar soldaten; hij bevrijdde de kleine steden van Boeotië
+uit haar heerschappij; en in de citadel plaatste hij een garnizoen
+van Macedoniërs. Jegens Athene betoonde hij zich daarentegen zeer
+genadig. Hij leverde de gevangenen uit zonder losgeld. Hij eerde haar
+dooden met begrafenisplechtigheden, en zond de beenderen der dooden
+naar Athene onder geleide van zijn eigen zoon Alexander. Hij behield
+voor zich enkele van haar meest verwijderde bezittingen, maar liet
+haar Attica en breidde het zelfs uit, door er een stadje aan toe te
+voegen op de grenzen van Boeotië, dat langen tijd een punt van twist
+geweest was tusschen Athene en Thebe.
+
+Korten tijd na den slag bij Chaeronea verzocht Philippus de Grieksche
+staten, afgevaardigden te zenden naar een congres, dat te Corinthe zou
+worden gehouden. Eerst werd er een soort van statenverbond gevormd, met
+Macedonië aan het hoofd. Toen bracht Philippus op dat congres het ware
+doel der bijeenkomst ter tafel. Het was om hun hulp te vragen in een
+expeditie, die geen minder doel beoogde dan de verovering van Perzië.
+
+Philippus was een slim man. Hij had de Grieksche staten doen gevoelen,
+dat hij hun meester was, maar voordat zij den tijd hadden op te
+staan, ja zelfs tot het bewustzijn te komen van hun diepen val, vroeg
+hij hun hulp bij een expeditie, die wel is waar moest strekken tot
+vermeerdering van zijn roem, maar die tevens een wraak zou zijn voor
+al wat de Grieken van den inval der Perzen hadden geleden. Natuurlijk
+konden zij toch moeilijk iets weigeren, wat hun veroveraar verkoos te
+vragen, maar dit was een hoogst aanlokkelijke expeditie. De schatten
+van Azië lagen binnen hun bereik. Zij hadden slechts den man te
+volgen, die zich bekwaam had betoond een verstandig en gelukkig
+aanvoerder te zijn. Een aanbod van rijkdom, triomf en wraak was
+genoeg, om iedere natie op te winden. En dit was geen hersenschimmig,
+onmogelijk plan; de terugtocht der Tienduizend Grieken had doen zien,
+wat een zwak lichaam het logge, uit zijn krachten gegroeide Perzische
+rijk was geworden. Zij vergaten, dat zij hun onafhankelijkheid
+hadden verloren, dat zij een veroverd en in onderwerping gebracht
+volk waren; zij vergaten alles behalve hun tocht naar Azië. Geheel
+Griekenland begon zich gereed te maken. Schepen werden gebouwd,
+levensmiddelen opgehoopt en oorlogswerktuigen vervaardigd. Sommige
+der troepen waren reeds weggetrokken, toen Philippus de Grieksche
+staten uitnoodigde, afgevaardigden te zenden bij het huwelijk
+van zijn dochter. De feestelijkheden hadden reeds een aanvang
+genomen. Er was een schitterend feestmaal met al de zeldzaamheden,
+die door de hulpbronnen van den grootsten koning der wereld konden
+worden bijeengebracht. Daarna gingen de gasten, allen getooid met de
+schoonste kleederen en schitterend van juweelen, uit de feestzaal naar
+den schouwburg. Een lange processie van Macedoniërs marcheerde langs
+hen heen, en vertoonde de schatten van het koninkrijk. Achteraan
+kwamen de beelden der twaalf groote goden. Sommigen der gasten
+beefden bij de heiligschennis, toen zij zagen, dat er een dertiende
+god aan toegevoegd was, namelijk het beeld van den Koning. Achter
+dat beeld liep de veroveraar. Hij droeg een krans op zijn hoofd
+en kleeren van het helderste wit. Achter hem liepen zijn zoon
+Alexander en de bruidegom. De menigte jubelde en juichte hem
+toe. "Philippus! Philippus!" riepen zij. "Groot is Philippus van
+Macedonië!" Te midden dier vreugde was er één enkele flikkering van
+het zwaard van een moordenaar, en de groote koning lag dood ter neder.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XX.
+
+ALEXANDER DE GROOTE.
+
+
+Toen de Grieken de tijding vernamen, dat Philippus gestorven was,
+en wisten, dat een jonge man van nauwelijks twintig jaar den troon
+had bestegen, waren zij uitgelaten van vreugde. "Griekenland zal weer
+vrij zijn," riepen zij juichend. Zij zouden niet zoo zeker van hun
+vrijheid geweest zijn, als zij geweten hadden, wat voor een jongeling
+het was, die hun meester was geworden. Wel wisten zij, dat hij twee
+jaren te voren, in den slag bij Chaeronea, de phalanx had aangevoerd,
+die de beste troepen der Thebanen had verslagen. "Maar," zoo zeiden
+zij, "dat beteekende niets; de oudste en meest bekwame aanvoerders
+waren om hem heen geschaard om toezicht te houden, dat alles goed
+ging." Zij hadden kunnen hebben vermoed, dat hij geen zwakkeling
+was, als zij gehoord hadden, hoe hij, nauwelijks de kinderschoenen
+ontwassen, eenige Perzische afgezanten tijdens de afwezigheid van
+zijn vader had ontvangen. Zij kwamen hem, zooals natuurlijk was, met
+den noodigen eerbied te gemoet, maar zij verwachtten, dat hij sprak
+en redeneerde evenals ieder ander kind. Maar zie, de jeugdige knaap
+begon hen over hun vaderland te ondervragen. "Wat voor een man is uw
+koning?" zoo vroeg hij. "Hoe behandelt hij zijn vijanden? Waarom is
+Perzië krachtig? Komt het, omdat het land veel grond bezit, of een
+groot leger?" De Perzen staarden hem met de grootste verbazing aan, en
+zeiden tot elkander: "Philippus is niets, met dezen vergeleken." Een
+ander verhaal wordt omtrent hem gedaan, hoe hij het beroemde paard
+Bucephalus had getemd. Dat paard was bij zijn vader op proef gebracht,
+maar het had gesnoven, gebeten en getrapt, zoodat Philippus bevolen
+had, dat het weer werd weggevoerd. Toen riep de jonge Alexander:
+"Wat een prachtig paard laten zij zich ontglippen bij gebrek aan
+verstand en moed, het in bedwang te houden!" "Jonge man," antwoordde
+zijn vader, "gij maakt aanmerkingen op uw ouderen, alsof gij zelf het
+paard beter in bedwang kunt houden." "En dat zou ik ook zeker kunnen,"
+antwoordde de jonge, stoutmoedige knaap. "Als gij er niet in slaagt,
+welke boete wilt gij dan betalen?" "Den prijs van het paard."
+
+Waarschijnlijk was de jongen van tien of twaalf jaar niets bekwamer in
+het behandelen van paarden dan de rijknechts, maar hij had opgemerkt,
+dat zij het paard van uit de richting der zon wegvoerden, en dat
+het verschrikt en gehinderd werd door zijn eigen schaduw, die over
+den grond heentrok. Alexander draaide den kop van het paard naar
+de zon, aaide het en sprak er vriendelijk mede, en sprong toen op
+zijn rug. De hovelingen en de koning hadden zich zeer vermaakt met de
+stoutmoedigheid van den knaap, maar nu werden zij ongerust. Alexander
+bleef echter stevig zitten, en nadat hij het paard zooveel had laten
+steigeren en galoppeeren als het verkoos, reed hij naar den koning. De
+vader weende van vreugde. "Zoek naar een ander rijk, mijn zoon," zoo
+sprak hij, "immers het rijk, dat ik u zal nalaten, is u niet waardig."
+
+Philippus had gezorgd voor leermeesters voor zijn zoon, maar hij zag
+nu, dat hij met een knaap te doen had, die niet tevreden zou zijn
+met gewone leermeesters. De beroemdste wijsgeer in die dagen was
+Aristoteles. Hij was een Macedoniër, maar was gedurende een geruimen
+tijd een leerling geweest in de school van Plato te Athene. Philippus
+zond hem den volgenden brief:
+
+"Laat mij u mededeelen, dat ik een zoon heb, en dat ik de goden niet
+zoozeer dankbaar ben dat hij geboren is, als wel dat hij tijdens uw
+leven geboren is; immers als gij u met zijn opvoeding zult willen
+belasten, ben ik er zeker van, dat hij zijn vader waardig zal worden,
+en ook het koninkrijk, dat hij later zal erven."
+
+Zoo geschiedde het, dat Aristoteles de leermeester werd van den
+jeugdigen Alexander en ongeveer drie jaar bij hem bleef, misschien
+zelfs wel, totdat hij koning werd. Philippus gaf hem een vorstelijke
+belooning, immers hij liet de geboorteplaats van den wijsgeer, de stad
+Stagira, opbouwen, die hij vroeger had verwoest, en bracht de inwoners
+terug, die òf gevlucht waren, òf als slaven verkocht. Aristoteles
+hield er van, met zijn leerlingen te spreken, als zij samen op de
+wandeling waren; daarom maakte Philippus als schoolvertrek een ruimen
+en prachtigen tuin gereed, met steenen banken en koele, schaduwrijke
+paden. Alexander hield niet alleen van wijsbegeerte, maar hij hield
+er ook van, de oude tooneelspelen en geschiedenisboeken te lezen, en
+placht ze van de verste afstanden te ontbieden. Het meest van alles
+hield hij van de gedichten van Homerus. Zijn moeder had hem dikwijls
+verteld, dat hij afstamde van Achilles, den held van de Ilias; en toen
+hij nog een kleine jongen was, had hij er innig behagen in, dat één van
+zijn leermeesters hem met den naam Achilles aansprak. Philippus zag,
+dat zijn zoon kon worden vertrouwd, en daarom liet hij, toen hij naar
+Byzantium ging, het rijk in handen van den zestienjarigen knaap. Bij
+zijn terugkomst schepte hij er vermaak in, en was hij volstrekt niet
+boos, toen hij hoorde, dat de Macedoniërs hem "den generaal" noemden,
+maar van zijn zoon spraken als van "den koning".
+
+Dit was de jonge man, die nu de heerscher was over Macedonië en geheel
+Griekenland. Demosthenes noemde hem een "knaap"; maar veel moeite zou
+er zijn gespaard, indien al zijn onderdanen geweten hadden, wat een
+buitengewone knaap hij was. Sommigen van hen, de woeste bergbewoners,
+meenden, dat dit een voortreffelijke tijd was, om het koninklijke gezag
+af te werpen; maar Alexander trok, zonder een oogenblik te vertoeven,
+tegen hen op. Hij merkte, dat hij een moeilijken bergweg zou moeten
+opklimmen, op welks top de opstandelingen stonden met zware wagens,
+gereed om op hem neer te rollen. Het vereischte heel wat meer dan
+een paar wagens, om dien scherpzinnigen jeugdigen aanvoerder tegen
+te houden. Hij beval zijn troepen, zich te verdeelen en een open pad
+midden tegenover de wagens vrij te laten. Waar de weg te smal was,
+beval hij zijn manschappen, op den grond te gaan liggen, met hun
+schilden over hun hoofden. De wagens begonnen eerst langzaam te rollen,
+daarna hoe langer hoe sneller, raakten de schilden met een vreeselijk
+gekletter en gekraak, maar gingen over hen heen als over een goed
+geplaveiden straatweg, en tuimelden zoo, zonder schade te hebben
+berokkend, in de diepte. Het duurde niet lang, of de opstandelingen
+vonden het maar het verstandigst zich over te geven.
+
+Ook sommige Grieksche staten hadden gemeend, dat de dood van Philippus
+hun een goede gelegenheid zou verschaffen op te staan, maar Alexander
+trok met de grootste snelheid naar Thessalië op. Op zijn weg was
+een berg, maar hij deed trappen hakken langs de afgronden, en trok
+voorwaarts. De staten onderwierpen zich, en nu noemde Demosthenes
+hem een "aankomend jongeling". Terwijl Alexander onder de
+bergstammen was, daagde het gerucht op, dat hij dood was. Thebe en
+de bevriende steden meenden, dat het nu een gunstige gelegenheid was,
+van het Macedonische garnizoen te worden verlost. "Ik zal Demosthenes
+voor de muren van Athene laten zien, dat ik een man ben," zoo sprak
+Alexander, terwijl hij naar het zuiden optrok. Thebe wilde zich niet
+overgeven, totdat de stad gedwongen werd zich te onderwerpen. Athene
+had wapenen naar de Thebanen gezonden, maar durfde een aanvoerder
+geen weerstand te bieden, die kon marcheeren met een snelheid van
+meer dan dertig kilometers per dag door een woest en ruw land, en
+over gekartelde bergkammen. "Wat moet de straf van Thebe zijn?" vroeg
+Alexander het statencongres te Corinthe. Hetzij omdat zij bang voor
+Alexander waren, hetzij omdat Thebe vele vijanden onder de Grieksche
+staten had, besloten zij, dat Thebe zou worden verwoest. De muren
+werden met den grond gelijk gemaakt, en alle huizen afgebroken,
+behalve het huis van den vroegeren dichter Pindarus. Zelfs te midden
+van den heftigsten strijd had Alexander nog de oude Grieksche poëzie
+lief, en herinnerde hij zich de eer, die hij den dichter verschuldigd
+was. De afstammelingen van Pindarus bleven eveneens ongedeerd, hoewel
+dertigduizend Thebaansche burgers als slaven werden verkocht. De
+Thebaansche landerijen werden verdeeld over de armere steden van
+Boeotië.
+
+Er is een overlevering, dat de wijsgeer Diogenes toen in Corinthe
+leefde, en dat Alexander zeer verlangde, hem te leeren kennen, wat
+niet te verwonderen is, als slechts de helft der verhalen, omtrent
+Diogenes verteld, waarheid bevatten. Een van die verhalen is, dat men
+hem eens op klaarlichten dag zag loopen met een lantaarn in de hand
+en blijkbaar naar iets zoekend. "Waar zoekt gij naar?" vroeg men hem,
+en hij antwoordde: "Naar een rechtschapen man." Een ander verhaal
+is, dat, toen Plato een weelderig gastmaal gaf, Diogenes zich den
+toegang tot het eetvertrek vrijmaakte, en over de tapijten liep met
+bloote en modderige voeten. "Zoo trap ik op den trots van Plato,"
+bromde hij. Waarop Plato antwoordde: "Maar met nog veel grooter
+trots, o Diogenes." Toen de koning met zijn gevolg eens naderbij
+kwam, lag Diogenes in de zon, en deed nauwelijks eenige moeite, om
+maar één blik te werpen op den beheerscher van zijn vaderland. "Is
+er iets, waarmede ik u van dienst kan zijn?" vroeg Alexander. De
+onvriendelijke wijsgeer antwoordde: "Alleen dat gij voor mij de zon
+niet onderschept." De hovelingen lachten, maar Alexander zeide, wat
+werkelijk zijn innige overtuiging was: "Als ik Alexander niet was,
+zou ik Diogenes willen zijn."
+
+Hij was echter Alexander, en was nog veel meer begeerig, veroveringen
+te behalen, en hij was daar zelfs nog veel feller op dan zijn vader
+geweest was. Twee jaren waren voorbijgegaan sedert den dood van
+Philippus. Macedonië was rustig, Griekenland was onderworpen. Er
+was geen reden, waarom hij niet de expeditie zou ondernemen, die
+ten doel had, den inval van Xerxes te wreken, het koninkrijk Perzië
+te veroveren, en geheel Azië in zijn macht te krijgen. Hij maakte
+niet dezelfde fout, die Xerxes gemaakt had, om een zóó groot leger
+bijeen te brengen, dat het moeilijk was, dit te voeden en voort te
+bewegen; hij voerde niet meer dan tusschen de vijf en dertig duizend
+en acht en dertig duizend man over den Hellespont, maar zij waren zóó
+gedrild en geoefend, dat zij bijna onoverwinnelijk waren. Bij al zijn
+voorbereidingen voor den inval had Alexander nooit vergeten, dat hij
+een afstammeling was van Achilles, en hij ging eerst naar de plaats,
+waar Troje gestaan had, om zijn voorvader eer te bewijzen. Hij bracht
+een offer aan Athene en hing een krans aan een zuil van de graftombe
+van Achilles. "Hij was een gelukkig man," zeide de koning, "dat hij
+een trouwen vriend bij zijn leven had gevonden, en een dichter als
+Homerus, om zijn lof te bezingen na zijn dood."
+
+Al had echter Alexander geen Homerus om zijn lof te verkondigen,
+hij had ten minste den beroemdsten schilder uit de oude tijden, om
+zijn portret te schilderen, en bovendien nam hij den schilder met
+zich mede naar Azië. Het was Apelles, en men zegt, dat Alexander
+met zijn werk zóózeer ingenomen was, dat hij door niemand anders
+wilde geschilderd worden. Apelles trad even onafhankelijk op als de
+koning zelf, en als wij geloof mogen hechten aan de oude verhalen,
+was hij veel minder hoffelijk dan zijn vorst. Men vertelt, dat toen
+een ander schilder pochte op de snelheid, waarmede hij werkte, Apelles
+antwoordde: "Het is alleen maar te verwonderen, dat gij in denzelfden
+tijd niet nog meer van zulk prulwerk afmaakt." Een ander verhaal is,
+dat hij een schoenmaker zeer hartelijk dankte, omdat deze hem een fout
+aanwees in een schoenriem op één van zijn schilderijen. De man was er
+zóó trotsch op, dat zijn raad door den grooten Apelles was opgevolgd,
+dat hij voortging, met nog andere aanmerkingen te maken. Daarop zeide
+Apelles met groote minachting: "Schoenmaker, blijf bij je leest." Dit
+is de oorsprong van het bekende spreekwoord.
+
+Natuurlijk had Darius III, de Koning der Perzen, gehoord, wat Alexander
+voornemens was te doen; hij had daarom een groot leger naar Klein-Azië
+gebracht. De meest geschikte plaats om den vermetelen jongen man
+te ontmoeten, was aan den Hellespont, die den toegang leverde naar
+Azië. Toen dan ook Alexander aan de kleine rivier den Granicus kwam,
+zag hij, dat de overzijde bezet was met Perzische soldaten. De rivier
+was blijkbaar diep en stroomde snel, terwijl de oevers even glibberig
+als steil waren. De Macedonische krijgsoversten maakten bezwaar,
+zonder voorbereiding, reeds nu de rivier over te steken; zij zeiden,
+dat het te laat op den dag was, en bovendien, dat het de ongunstige
+maand was, zoodat zij ongetwijfeld ongelukkig zouden zijn. Maar
+Alexander sprong in de rivier, en op zijn bevel volgde de ruiterij de
+groote witte pluimen op zijn helm. Zij klommen tegen den glibberigen
+oever op, recht in het gezicht der Perzische pijlen. Intusschen trok de
+phalanx de rivier over, en daarna volgde het voetvolk. Alexander won
+den slag. Van den buit, bij zijn eerste overwinning in Azië behaald,
+gaf hij veel geschenken weg. Maar het allereerst beval hij, dat een
+koperen standbeeld gemaakt zou worden ter eere van iedereen, die in
+den slag was gesneuveld. Hij gaf rijke geschenken aan de Grieken,
+en aan de Atheners, die zijn bijzondere gunstelingen schenen te zijn,
+zond hij nog een afzonderlijk geschenk van driehonderd schilden. Aan
+zijn moeder, die in Macedonië was achtergebleven, zond hij de purperen
+gewaden en kleeden, en de gouden en zilveren schotels, die in grooten
+getale in de tenten der Perzen werden gevonden.
+
+Alexander marcheerde in zuidelijke richting, volgde een kort eind
+weegs de kustlijn, en marcheerde toen in noordelijke richting naar
+Phrygië, terwijl hij op zijn tocht steden veroverde. Er was niet
+veel echt oorlogvoeren noodig, want de meeste steden in de nabijheid
+van de kust gaven zich onmiddellijk over, zoodra zij bericht kregen,
+dat hij naderde. In één der tempels van Gordium in Phrygië vond hij
+een beroemden knoop, gemaakt van touwen, gesneden uit de schors van
+een boom. Er was een profetie, dat de heerschappij over de wereld den
+man zou te beurt vallen, die dien knoop kon losmaken. Reeds menigeen
+had zijn geluk beproefd, maar hij was zóó kunstig inééngestrengeld en
+vastgeknoopt, dat het nog nooit iemand was gelukt. Alexander beproefde
+het eveneens een korten tijd, trok toen zijn zwaard en hakte den knoop
+door. Zoo komt het, dat men, als iemand een kort, stoutmoedig middel
+heeft gevonden, om een moeilijkheid uit den weg te ruimen, zegt:
+"hij heeft den Gordiaanschen knoop doorgehakt."
+
+Alexander trok weer met zijn manschappen naar zee, marcheerend door
+Klein-Azië. Bij Issus ontmoette hij de legerdrommen der Perzen,
+die nog altijd van meening waren, dat een leger zeker was van de
+overwinning, als het slechts groot genoeg was. Maar zij zouden het bij
+Issus wel anders ondervinden. Darius had zeer onverstandig Alexander
+in de gelegenheid gesteld, hem in een nauwe vlakte te ontmoeten,
+waar geen voldoende ruimte was voor zijn leger. De Perzen sloegen op
+de vlucht, met hun koning vooraan. Darius wierp zijn schild, zijn
+boog en purperen mantel weg, en sprong zelfs van den koninklijken
+wagen en besteeg een paard, om sneller te ontkomen. Niemand behalve
+de Koning had het recht bevelen te geven, en het geheele Perzische
+leger tuimelde over elkander in hun woest opdringen om te ontsnappen.
+
+Nadat de slag was geleverd, werd een prachtig gouden kistje naar
+Alexander gebracht, afkomstig van den buit, op Darius gemaakt. "Wat
+is het meest waardig, er in te leggen?" vroeg hij zijn vrienden. De
+één stelde dit voor, de ander dat, maar de koning schudde het
+hoofd. Eindelijk zeide hij: "Het is de Ilias, die het meest een
+dergelijk kistje waard is." De moeder en het gezin van Darius waren
+gevangen genomen door de Macedoniërs. Alexander zond hun een boodschap,
+dat zij van hem niets hadden te vreezen, en behandelde hen met de
+grootst mogelijke beleefdheid en de meeste oplettendheid. Darius
+wenschte ze los te koopen en bood zijn bondgenootschap aan; maar
+Alexander verzocht den Perzischen monarch hem "niet als een gelijke,
+maar als heerscher over Azië" te betitelen; in dit geval zou hem
+alles verleend worden, wat hij verkoos te vragen.
+
+Het scheen voor den jeugdigen veroveraar geen verschil te maken,
+waar een stad gelegen was of hoe zij werd verdedigd. Tyrus lag op
+een eiland, maar hij verbond het eiland spoedig met het vasteland,
+door een dijk te leggen met groote aardhoopen, ten einde van daar uit
+met zijn machines de stad aan te vallen. Nadat Tyrus gevallen was,
+gaven bijna alle steden ten oosten van de Middellandsche Zee zich
+over, alleen om Gaza had hij strijd te leveren. Van die stad uit,
+zond hij een vroegeren leermeester groote hoeveelheden wierook en
+myrrhe. Men verhaalt, dat zijn leermeester hem, toen hij nog een
+knaap was, gezegd had, niet zooveel wierook te verbranden, voordat hij
+het land had veroverd, waar de specerijen groeiden. Nu schreef hij:
+"Ik heb u ruim wierook en myrrhe gezonden, opdat gij niet langer een
+vrek tegenover de goden zult zijn."
+
+Tot nu toe had Alexander slechts met zijn inval een begin gemaakt. Hij
+had zich voorgenomen, ver in oostelijke richting op te trekken;
+maar hij wilde zich eerst er van vergewissen, dat hij geen vijanden
+meer achter zich liet. Daarom was hij door Klein-Azië heen en weer
+getrokken, totdat hij er zeker van was, dat er in dat gedeelte van
+het land geen verzet meer zou zijn. Voordat hij voor goed een tocht
+naar het oosten aanvaardde, wilde hij zich verzekeren van Egypte,
+en trok hij daarheen. Egypte verheugde zich in de hoop, van Perzië
+te worden bevrijd. De Egyptenaren wierpen hun poorten wijd open en
+kwamen hem in grooten getale welkom heeten. Dicht bij de monding van
+den Nijl koos hij een terrein, om er een stad te stichten, Alexandrië,
+waarheen goederen uit het oosten en het westen zouden kunnen worden
+gebracht. Hij beval zijn manschappen, een streep te trekken op
+den zwarten grond, ten einde het plan voor de nieuwe stad aan te
+duiden. Zij hadden geen krijt, en daarom wezen zij het terrein aan met
+meel. Plotseling kwam op de juist uitgeteekende stad een zwerm vogels
+neerdalen, die het meel oppikten. Alexander was verontrust, daar hij
+vreesde, dat dit ongeluk zou beteekenen; maar de waarzeggers zeiden:
+"Neen, dit is een teeken, dat de stad gezegend zal zijn met een zóó
+grooten overvloed, dat zij een voorraadschuur zal zijn voor allen,
+die daarheen zullen komen"; toen was de koning gerustgesteld.
+
+Ondertusschen had Darius menschen verzameld uit het noorden, zuiden,
+oosten en westen, om zich tegen den inval te verzetten. De besten
+onder hen waren een aantal Grieken, die hij gehuurd had. Hij had
+eveneens vijftien olifanten en twee honderd seiswagens, wagens, die er
+vreeselijk angstwekkend uitzagen met degenklingen, die uitstaken uit
+het juk en de naven der wielen. De twee legers stootten te Arbela op
+elkander. Den avond vóór den slag stelde één der veldheeren Alexander
+voor, de Perzen gedurende den nacht aan te vallen. "Perzische legers
+zijn des nachts bijna hulpeloos," zeide hij. Maar Alexander was
+daartoe te trotsch. "Ik wil niet op slinksche wijze een overwinning
+behalen," antwoordde hij. "Ik kan Darius in het volle daglicht
+verslaan, en ik zal dat doen." En hij deed het ook. Weder leidde
+Darius den terugtocht. Het aantal vluchtelingen was zóó groot, en
+wierp zóóveel stof op, dat hij in de verwarring ontsnapte. Voor dien
+slag had Darius het grootst mogelijke aantal troepen bijeengebracht,
+ze zoo goed als hij kon gedrild, en toch was hij verslagen. Hij kon
+niets meer doen dan hij gedaan had, om de Grieken te verdrijven. Hoewel
+er nog een aantal groote marschen moesten worden gedaan, en bovendien
+niet weinig gevechten door Alexander moesten worden geleverd, kan men
+dus toch wel verklaren, dat zijn overwinning bij Arbela besliste over
+het lot van Perzië.
+
+De hoofdsteden van het Perzische rijk waren Babylon en Susa. Alexander
+verwachtte een krachtigen tegenstand in die plaatsen, daar zij de
+schatkamers van het rijk waren. In plaats daarvan kwamen de troepen
+hem te gemoet, terwijl zij de sleutels der poorten droegen. De burgers
+strooiden bloemen op zijn weg en kwamen in grooten getale op, om hem
+geschenken aan te bieden. Toen hij de steden binnenkwam, werden zijn
+stoutste droomen nog verre overtroffen; immers alleen in Susa was er
+een schat van meer dan 120 millioen gulden, en in Persepolis, de stad,
+die hij toen veroverde, was er meer dan driemaal zooveel.
+
+Voordat hij in Persepolis kwam, zag hij een vreeselijk schouwspel:
+honderden Grieksche gevangenen, van wie sommigen een been, anderen
+een arm of een oog hadden verloren, en anderen, die zóó zwaar hadden
+geleden, dat zij volkomen hulpbehoevend waren. Dit was het werk der
+Perzen. Een aantal van die gevangenen waren jaren lang in Perzië
+gevangen gehouden. Tranen kwamen Alexander in de oogen, en hij drong
+er op aan, dat zij naar Griekenland zouden terugkeeren. "Ik zal u
+naar huis zenden," zoo sprak hij, "en ik zal er voor zorgen, dat
+gij, zoolang gij leeft, goed verzorgd wordt." Maar zij zeiden hem,
+dat zij in een zoodanigen toestand niet naar hun vrienden konden
+terugkeeren. Daarop gaf hij hun land en slaven en veel vee. En toch
+had die sympathieke monarch na het beleg van Tyrus tweeduizend man
+doen ophangen; en na de overgave van Gaza had hij de voeten van den
+dapperen verdediger der stad met koperen ringen doorboord, hem aan
+een wagen vastgebonden, en nog levend in het gezicht van het leger
+voortgesleept. Op die wijze, zeide hij, had Achilles het lijk van
+zijn vijand Hector behandeld. Het was te betreuren, dat hij uit
+de Ilias geen betere lessen had geleerd. Na den val van Persepolis
+gaf hij de stad ter plundering aan zijn soldaten over. Hij doodde
+de mannen en verkocht de vrouwen als slavinnen. De verwoesting van
+Athene was gewroken.
+
+Het eerste doel van Alexander was nu, Darius gevangen te nemen. De
+Perzische koning was op de vlucht, maar was in werkelijkheid een
+gevangene in de handen van zijn eigen veldheer, Bessus. Sommigen
+onder de Perzen dachten er over, Bessus tot koning uit te roepen;
+maar indien hij Darius niet gevangen kon houden, zouden anderen er
+toe aangemoedigd worden, hem op den troon te herstellen. Zij waren
+vooral beangst, dat Darius levend in de handen van Alexander zou
+vallen. Toen zij derhalve hoorden, dat Alexander in hun nabijheid
+was, en dat zij niet konden ontsnappen en Darius medenemen, wierpen
+de verraderlijke Bessus en zijn vrienden hun werpspiesen op hem en
+lieten hem voor dood liggen. Men zegt, dat een Macedonisch soldaat
+hem nog juist levend vond, en dat hij zijn dankbaarheid uitdrukte
+jegens Alexander, omdat deze zijn vrouw en zijn gezin zoo vriendelijk
+had bejegend. "Zeg hem, dat ik hem mijn hand heb gegeven," zeide
+hij. Alexander wierp zijn eigen mantel over het lijk van den koning,
+en eerde hem door een koninklijke begrafenis.
+
+Alexander was meester in het Perzische rijk, maar het scheen, dat hij
+was aangetast door een onbluschbaren hartstocht naar verovering. Hij
+ging met zijn onoverwinnelijk leger voorwaarts,--in noordelijke
+richting naar de Caspische Zee, in zuidelijke richting naar de
+Arabische zee, daarna weer noordelijk, zich kronkelend en draaiend uit
+het land verre ten noorden van het Hindu-Kush gebergte naar Indië en de
+monding van den Indus. Hij maakte plannen, om voort te trekken naar het
+uiterste oosten; om een expeditie tegen Arabië over zee te ondernemen;
+om westwaarts te gaan en Italië, Spanje en Noord-Afrika te veroveren;
+in één woord, om de geheele wereld te vereenigen tot één rijk, onder
+zijn bestuur, Hij keerde naar Babylon terug, om nieuwe troepen en
+schepen te ontmoeten. Alle voorbereidselen waren gemaakt,....toen
+hij plotseling ziek werd en stierf.
+
+Alexander was twee en dertig jaar oud geworden. Hij had twaalf jaar
+geregeerd. In dien tijd had hij Macedonië en Griekenland den vrede
+geschonken; hij had steden verwoest en gesticht, achttien van deze had
+hij naar zich zelf, één naar Bucephalus genoemd, hij had zóó groote
+marschen gedaan en zóó groote overwinningen behaald, als geen veldheer
+ooit had durven droomen; hij had de vijandschap tusschen Perzië en
+Griekenland tot een einde gebracht en hij had een rijk gewonnen.
+
+Maar wat zou van dat rijk moeten komen? Toen Alexander op zijn sterfbed
+lag, werd hem gevraagd, aan wien hij de macht naliet. "Aan den meest
+waardigen," antwoordde hij, en hij gaf zijn ring aan één van zijn
+veldheeren, Perdiccas, genaamd. Maar niemand behalve Alexander was in
+staat het ontzaglijke rijk samen te houden. Na lange jaren van strijd
+en van samenzweren, van verwarring, oproer en gewelddadigheid, viel het
+rijk uiteen in drie gedeelten: Azië, Egypte en Macedonië. Azië werd
+bestuurd door afstammelingen van één der veldheeren van Alexander,
+maar het ééne gedeelte voor, het andere na werd een afzonderlijk
+koninkrijk, totdat weinig meer dan Syrië en de landen onmiddellijk ten
+oosten daarvan gelegen, vereenigd bleven. Een nieuwe macht verrees
+in het westen, de Romeinsche macht, en de bezittingen van Alexander
+in Azië vielen in de handen van Rome.
+
+Egypte werd bestuurd door een ander van Alexanders veldheeren,
+Ptolemaeus genaamd. Hij maakte van zijn rijk een zeemogendheid. Hij
+stichtte de beroemde Alexandrijnsche bibliotheek; hij noodigde een
+groot aantal geleerden, kunstenaars en dichters uit, zich in Egypte
+te vestigen. De dynastie der Ptolemeën regeerde drie eeuwen lang in
+Egypte, maar ten slotte viel ook Egypte in de handen der Romeinen.
+
+Macedonië werd ondersteld over Griekenland te regeeren, maar
+Griekenland was volstrekt geen rustige onderdaan. Zoodra de Grieken
+hoorden van den dood van Alexander, volgden zij de leiding van
+Demosthenes en trachtten zich tegen de Macedonische overheersching te
+verzetten. Zij waren daarbij niet gelukkig, en Demosthenes vluchtte
+naar een tempel van Poseidon op een klein eiland op de kust van
+Argolis. Hij werd zelfs tot in den tempel vervolgd. "Gun mij nog
+slechts enkele minuten, om een brief te schrijven." De officier stond
+zijn verzoek toe. Hij begon te schrijven, daarna beet hij op de punt
+van zijn riet, alsof hij nadacht. Hij wierp een plooi van zijn mantel
+over zijn hoofd, en sprak geen woord of bewoog zich niet. De soldaten
+trokken den mantel weg en zagen, dat de groote redenaar stervende
+was. Zijn riet was met vergif gevuld, en hij had dit ingenomen,
+daar hij liever wilde sterven dan in handen van zijn vijanden vallen.
+
+Na eenigen tijd vormden de Grieken twee bonden, maar zij bleven niet
+eensgezind, en hadden dus geen macht, de Romeinen te weerstaan. Zoowel
+Macedonië als Griekenland werden deelen van het Romeinsche Rijk. Zoo
+waren vóór de geboorte van Christus de uitgebreide bezittingen van
+Alexander wingewesten van Rome geworden.
+
+Zoo eindigt de geschiedenis van het oude Griekenland, de geschiedenis
+van een volk, dat, wat ook zijn fouten en ondeugden geweest zijn,
+schoonheid, wetenschap en vrijheid had lief gehad. Niets heeft ooit
+de kunst, de literatuur of de taal van Griekenland overtroffen. Hij,
+die volmaaktheid in de kunst wil ontdekken, moet zijn met leven
+bezielde standbeelden, zijn onovertroffen gebouwen aanschouwen. Hij,
+die in de letterkunde wil zoeken naar wat eenvoudig, grootsch,
+waar, edel en welsprekend is, moet de geschriften van zijn dichters,
+redenaars, geschiedschrijvers en wijsgeeren lezen. Hij, die wil zoeken
+naar een taal, waarin iedere zweem van gedachte en gevoel de meest
+passende en geschikte uiting vindt, moet zijn keus doen vallen op de
+Grieksche taal. En zoo komt het, dat Griekenland niettegenstaande zijn
+standbeelden bijna alle zijn vernield, zijn tempels tot puinhoopen zijn
+vervallen, het grootste gedeelte van zijn letterkunde is verdwenen, of
+slechts bij brokstukken bekend is, en zijn taal, in een modernen vorm,
+slechts wordt gesproken door een kleine natie--nog altijd de veroveraar
+van zijn veroveraars is--nog steeds "het onsterfelijke Griekenland."
+
+
+
+
+
+
+BELANGRIJKE JAARTALLEN IN DE GRIEKSCHE GESCHIEDENIS.
+
+VÓÓR CHRISTUS.
+
+
+776 Begin der Eerste Olympiade.
+621 Draco hervormt de Atheensche wetten.
+594 Solon hervormt de Atheensche wetten.
+509 Clisthenes hervormt de Atheensche wetten.
+500-494 De opstand der Joniërs.
+490 De slag bij Marathon, waardoor Darius gedwongen
+ wordt naar Azië terug te keeren.
+480 De slagen bij Thermopylae en Salamis, waardoor
+ Xerxes gedwongen wordt naar Azië terug te keeren.
+479 De slag bij Plataea bevrijdt Griekenland van de Perzen.
+ De slag bij Mycale bevrijdt den Hellespont en
+ de Aegeïsche eilanden.
+477 De Bond van Delos wordt gesticht.
+469 Slag bij den Eurymedon. Einde van den Perzischen
+ oorlog.
+445 De Vrede van Pericles geeft Griekenland rust.
+445-431 De Eeuw van Pericles.
+421 De Vrede van Nicias maakt een einde aan den Peloponnesischen
+ Oorlog.
+415-413 De expeditie naar Sicilië en het beleg van Syracuse.
+ De burgers, onder aanvoering van den Spartaan
+ Gylippus, verslaan de Romeinen volkomen te land en
+ ter zee.
+405 Slag bij Aegos-Potamos.
+404 Val van Athene.
+401-400 Terugtocht der Tienduizend Grieken door Klein-Azië,
+ onder aanvoering van Xenophon.
+399 Dood van Socrates.
+394 Zeeslag bij Cnidus.
+387 Vrede van Antalcidas, waardoor een einde kwam aan
+ den Corinthischen Oorlog.
+371 Slag bij Leuctra. Begin van den ondergang van Sparta.
+362 Dood van Epaminondas bij Mantinea. Einde van de
+ hegemonie van Thebe.
+338 Slag bij Chaeronea. Geheel Griekenland in de macht
+ van Philippus van Macedonië.
+334 Alexander trekt den Hellespont over, om een inval te
+ doen in Perzië, Egypte en Indië.
+323 Dood van Alexander. Verdeeling van zijn rijk.
+168 Macedonië wordt een Romeinsch wingewest.
+146 Geheel Griekenland wordt veroverd en tot een Romeinsche
+ provincie gemaakt.
+ 63 Syrië wordt een Romeinsche provincie.
+ 30 Egypte wordt een Romeinsche provincie.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENING
+
+
+[1] Niet de beroemde redenaar Demosthenes.
+
+
+
+
+
+
+REGISTER DER EIGENNAMEN.
+
+
+A
+
+Academie, 206.
+
+Achaeërs, 5, 25, 40, 41.
+
+Achaeus, 5.
+
+Achilles, 22, 238, 242, 249.
+
+Acropolis, 61, 67, 68, 69, 114, 130, 141, 145, 147, 153, 163,
+165, 201.
+
+Aeëtes, 15, 17.
+
+Aegeïsche Zee, 25, 39, 84, 91, 96, 136, 142, 143, 178, 192, 207.
+
+Aegeus, 7.
+
+Aegina, 104.
+
+Aegos-Potamos, 199, 221, 222.
+
+Aeneas, 19.
+
+Aeneïs, 22.
+
+Aeoliërs, 5, 25.
+
+Aeolus, 5.
+
+Aeschines, 232, 233.
+
+Aeschylus, 149, 150.
+
+Aesculapius, 205.
+
+Afrika, 84, 93, 95, 182, 219.
+
+Agamemnon, 18.
+
+Agesilaus, koning, 212, 214, 221.
+
+Alcaeus, 85.
+
+Alcibiades, 180, 181, 184, 185, 186, 191, 192, 193, 194, 195, 196,
+198, 199, 203, 206.
+
+Alcmaeoniden, 62, 65, 67, 68, 71, 72, 75.
+
+Alexander, koning, 233, 235, 237, 238, 239, 240, 241, 242, 243, 244,
+245, 246, 247, 248, 249, 250, 251, 253.
+
+Alexandrië, 246.
+
+Amphictyonen, 36, 37.
+
+Amphipolis, 176, 225, 226.
+
+Antalcidas, 213.
+
+Antiphon, 205, 206.
+
+Apelles, 242, 243.
+
+Aphrodite, 18, 19, 230.
+
+Apollo, 1, 2, 3, 10, 19, 35, 36, 43, 49, 51, 72, 84, 116, 120, 127,
+129, 146, 184, 206, 230, 231, 232.
+
+Arabië, 250.
+
+Arabische Zee, 250.
+
+Arbela, 247, 248.
+
+Arcadië, 52, 53, 214, 219, 221.
+
+Arcadiërs, 52, 53, 219.
+
+Areopagus, 58, 65.
+
+Ares, 19, 58.
+
+Argo, 15, 56.
+
+Argolis, 141, 178, 252.
+
+Argolische Bond, 178.
+
+Argonauten, 15.
+
+Argos, 53, 54, 113, 140, 213, 223.
+
+Argus, 15.
+
+Ariadne, 7, 8.
+
+Arisch ras, 25.
+
+Aristides, 103, 104, 123, 133, 136, 137, 140.
+
+Aristophanes, 150, 151.
+
+Aristoteles, 237, 238.
+
+Artaxerxes, 207.
+
+Artemisium, 116, 119.
+
+Assyriërs, 109.
+
+Athene, godin, 10, 19, 20, 21, 51, 61, 70, 146, 147, 201.
+
+Athene, stad, 6, 7, 8, 12, 56, 57, 58, 62, 65, 67, 68, 69, 70, 71,
+72, 74, 75, 76, 91, 96, 97, 98, 99, 100, 104, 105, 112, 113, 114, 119,
+120, 121, 122, 124, 128, 129, 130, 131, 132, 134, 135, 136, 137, 138,
+139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 153, 154, 160, 161, 162, 163, 164,
+165, 166, 168, 169, 170, 173, 174, 178, 180, 181, 183, 185, 186, 187,
+190, 191, 192, 193, 194, 195, 196, 198, 200, 202, 203, 204, 206, 213,
+215, 216, 220, 223, 226, 227, 232, 233, 237, 240, 249.
+
+Atheners, 8, 24, 45, 48, 51, 56, 58, 62, 63, 65, 67, 68, 71, 76, 92,
+96, 97, 98, 99, 100, 101, 103, 104, 105, 112, 113, 114, 119, 123,
+124, 129, 130, 132, 140, 142, 144, 145, 151, 152, 153, 154, 155,
+160, 161, 162, 163, 164, 165, 166, 171, 172, 173, 174, 175, 176, 178,
+179, 180, 181, 183, 184, 186, 187, 188, 189, 191, 193, 195, 196, 197,
+198, 199, 200, 203, 213, 215, 216, 219, 221, 223, 227, 232, 244, 229,
+230,[**229, 230, 232, 244.?]
+
+Athos, Berg, 97, 98, 105.
+
+Atlas, 11.
+
+Attica, 40, 55, 56, 57, 63, 73, 74, 75, 76, 96, 97, 98, 99, 120, 123,
+127, 130, 142, 163, 174, 175, 192, 203, 233.
+
+Aurora, 3.
+
+Azië, 92, 134, 207, 213, 224, 234, 242, 243, 245, 251.
+
+
+
+B
+
+Babylon, 248, 250.
+
+Babylonië, 207.
+
+Bessus, 250.
+
+Boeotië, 49, 55, 121, 126, 174, 232, 233, 240.
+
+Boeotiërs, 192, 200.
+
+Bondgenooten-Oorlog, 227.
+
+Bosporus, 93, 196, 199.
+
+Brasidas, 174, 175, 176.
+
+Bucephalus, 236, 251.
+
+Byzantium, 132, 133, 160, 196, 232, 238.
+
+
+
+C
+
+Cadmus, 16.
+
+Cambyses, 93.
+
+Carthago, 95, 186.
+
+Caryatide, 147.
+
+Caspische Zee, 250.
+
+Centraal-Azië, 25.
+
+Ceos, 118.
+
+Cerberus, 10.
+
+Chaeronea, 233, 236.
+
+Chalcedon, 196.
+
+Chalcidice, 175, 225.
+
+Chalcidiërs, 76.
+
+Chalcis, 75.
+
+Chalybiërs, 109.
+
+Charybdis, 22.
+
+Chios, 22, 192.
+
+Cimon, 137, 138, 139, 140.
+
+Circe, 22.
+
+Cleomenes, koning, 72, 75.
+
+Cleon, 164, 172, 173, 175, 176.
+
+Clisthenes, 72, 73, 74, 99.
+
+Cnidus, 213, 230.
+
+Codrus, koning, 57, 58.
+
+Colchiërs, 109.
+
+Colchis, 13.
+
+Constantinopel, 132.
+
+Corcyra, 161, 162, 174, 184.
+
+Corcyreërs, 162.
+
+Corinthe, 36, 45, 58, 112, 115, 121, 140, 161, 162, 182, 186, 200,
+213, 233, 240.
+
+Corinthiërs, 122, 161, 162, 192.
+
+Creta, 7, 9, 24, 41.
+
+Critias, 206.
+
+Crito, 205.
+
+Croesus, koning, 36, 92.
+
+Cycladen, 118.
+
+Cycloop, 4, 22.
+
+Cylon, 61.
+
+Cyrus, koning, 92, 93, 199, 207, 209, 210, 212.
+
+Cythera, 174.
+
+
+
+D
+
+Daedalus, 8.
+
+Damon, 89.
+
+Darius I, 93, 94, 95, 96, 97, 105.
+
+Darius II, 192.
+
+Darius III, 243, 244, 245, 246, 247, 249, 250.
+
+Decelea, 186, 187, 191, 197.
+
+Delium, 174.
+
+Delos, 126, 136, 137, 138, 142, 154, 160, 193, 215, 226, 227.
+
+Delphi, 35, 36, 43, 49, 50, 57, 72, 84, 92, 113, 120, 127, 128, 129,
+231, 232.
+
+Delphische amphictyonen, 36, 37, 231.
+
+Demaratus, 110, 111.
+
+Demeter, 146.
+
+Demosthenes, 170, 188, 190, 227, 228, 229, 230, 232, 233, 238, 239,
+240, 251, 252.
+
+Dertig Tyrannen, 203, 206.
+
+Deucalion, 5.
+
+Diogenes, 240, 241.
+
+Diomedes, 20.
+
+Dionysius, 89, 90.
+
+Dionysus, 148, 149, 197, 202, 230, 232.
+
+Dodona, 34, 35.
+
+Donau, 93, 99.
+
+Doriërs, 5, 24, 25, 40, 41, 57, 58, 179, 183.
+
+Dorische bouwkunde, 146.
+
+Doriscus, 109.
+
+Dorus, 5.
+
+Draco, 59, 60, 73, 74.
+
+
+
+E
+
+Ecclesia, 60, 65, 73, 74.
+
+Egesta, 183, 185.
+
+Egypte, 88, 89, 93, 246, 251.
+
+Eleusinische Mysteriën, 185, 197.
+
+Eleusis, 197, 198.
+
+Elis, 12, 53, 77.
+
+Elyseesche Velden, 32.
+
+Epaminondas, 215, 216, 219, 220, 221, 222, 223.
+
+Ephialtes, 116.
+
+Epirus, 34.
+
+Erechtheum, 146, 147.
+
+Eretriërs, 96, 98.
+
+Eridanus, 4.
+
+Ethiopië, 109.
+
+Euboea, 96, 97, 98, 119, 183, 191, 195.
+
+Eupatriden, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 73.
+
+Euripides, 151, 228.
+
+Euripus, 119, 150.
+
+Europa, 9, 114.
+
+Europa, werelddeel, 105.
+
+Eurymedon, 137.
+
+Eurystheus, 10, 11, 12.
+
+
+
+F
+
+Frankrijk, 84.
+
+
+
+G
+
+Gallië, 160.
+
+Gaza, 245, 249.
+
+Gelo, 113.
+
+Georgia, 155.
+
+Gordiaansche Knoop, 244.
+
+Gordium, 244.
+
+Gouden Vacht, 13, 14, 15, 17, 27, 182.
+
+Granicus, 243.
+
+Gylippus, 187, 188.
+
+
+
+H
+
+Hades, 33.
+
+Hector, 22, 249.
+
+Helena, 18.
+
+Hellen, 5.
+
+Hellenen, 5.
+
+Hellespont, 106, 108, 112, 124, 134, 152, 195, 242.
+
+Heloten, 41, 42, 48, 134, 139, 172, 175, 176, 219.
+
+Hephaestos, 10.
+
+Hera, 4, 19.
+
+Heracles, 10, 11, 12, 35, 56.
+
+Heracliden, 12, 24, 41.
+
+Hermen, 184.
+
+Hermes, 10, 202, 230, 232.
+
+Herodotus, 152, 153.
+
+Hesiodus, 50, 70, 159.
+
+Hesperiden, 11.
+
+Hindu-Kush, gebergte, 250.
+
+Hipparchus, 71.
+
+Hippias, 71, 72, 76, 96, 98.
+
+Histiaeus, 95.
+
+Homerus, 22, 29, 32, 34, 38, 70, 107, 238, 242.
+
+Hyllus, 12.
+
+
+
+I
+
+Ilias, 22, 159, 238, 245, 249.
+
+Ilyssus, 100, 141.
+
+Ilium, 21.
+
+Indië, 93.
+
+Indus, 250.
+
+Ion, 5.
+
+Issus, 244.
+
+Isthmus, 117, 122.
+
+Italië, 83, 122, 160, 162, 170, 182, 219, 250.
+
+Ithaca, 155.
+
+Ithome, 51, 139, 220.
+
+
+
+
+J
+
+Jason, 13, 14, 15, 16, 17, 27.
+
+Jonië, 91, 92, 95, 96, 126.
+
+Joniërs, 5, 25, 40, 41, 73, 119, 120, 126.
+
+Jonische bouwkunde, 146.
+
+Jonische stammen, 55, 73.
+
+Jonische steden, 209.
+
+Jupiter, 209.
+
+
+
+K
+
+Klein-Azië, 25, 39, 41, 132, 192, 195, 207, 213, 243, 244, 246.
+
+
+
+L
+
+Lacedaemonius, 140.
+
+Laconië, 41, 42, 50, 52, 174.
+
+Lamachus, 185.
+
+Lange Muren, 200.
+
+Leonidas, koning, 115, 116, 117, 118.
+
+Lesbos, 85, 164.
+
+Leuctra, 216, 218.
+
+Lotos-eters, 22.
+
+Lycurgus, 42, 43, 44, 45, 48, 49, 65.
+
+Lydië, 36, 91, 92, 112.
+
+Lydiërs, 91, 92.
+
+Lysander, 199, 200.
+
+
+
+M
+
+Macedonië, 25, 95, 175, 176, 182, 192, 220, 221, 223, 224, 225, 226,
+227, 229, 233, 235, 238, 242, 244, 250, 251, 252.
+
+Macedoniërs, 223, 233, 235, 237, 238, 245.
+
+Maliër, 116.
+
+Mantinea, 178, 214, 218, 221.
+
+Mantineërs, 218.
+
+Marathon, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 147, 150, 211.
+
+Mardonius, 97, 105, 124, 126.
+
+Marmora, 133.
+
+Mars, Heuvel van, 58.
+
+Medea, 16, 17.
+
+Meden, 109.
+
+Medië, 92.
+
+Megacles, 61, 62.
+
+Megalopolis, 219.
+
+Megara, 62, 140.
+
+Meliërs, 179.
+
+Melos, 178, 179.
+
+Menelaus, 18.
+
+Messene, 220.
+
+Messenië, 42, 50, 139, 170, 174, 219.
+
+Messeniërs, 50, 51, 52, 139, 140, 170, 220.
+
+Midas, koning, 91.
+
+Middellandsche Zee, 83, 190, 245.
+
+Milete, 92, 95.
+
+Miltiades, 95, 99, 100, 137.
+
+Minos, 7, 8, 9.
+
+Minotaurus, 7, 8, 9, 17, 56.
+
+Muzen, 1.
+
+Mycale, 126, 132.
+
+Mycene, 10, 11.
+
+Myron, 147, 148.
+
+Mytilene, 164, 166.
+
+Mytileners, 165.
+
+
+
+N
+
+Naupactus, 140, 219.
+
+Nausicaä, 29.
+
+Nemeïsch bosch, 11.
+
+Nicias, 173, 177, 178, 179, 180, 182, 185, 188, 190.
+
+Nijl, 84, 246.
+
+
+
+O
+
+Odeon, 149.
+
+Odyssee, 22, 159.
+
+Odysseus, 18, 20, 22, 28.
+
+Oedipus, 9.
+
+Olympia, 38, 53, 77, 78, 80, 82, 148, 232.
+
+Olympiade, 82.
+
+Olympische Spelen, 53, 67, 77, 81, 116, 135, 152, 159, 181, 206.
+
+Olympus, Berg, 1, 19.
+
+Olynthus, 226.
+
+Onsterfelijken, Tienduizend, 108.
+
+Ormuzd, 108, 109.
+
+
+
+P
+
+Pactolus, 91.
+
+Pamphylië, 137.
+
+Paris, 18, 19.
+
+Parisch, 72.
+
+Parnassus, 35, 120.
+
+Parthenon, 71, 145, 146, 147, 201.
+
+Pausanias, 133, 134, 136.
+
+Pelias, 13, 14, 15, 16.
+
+Pelopidas, 214, 215, 220, 221, 222, 223.
+
+Peloponnesus, 24, 25, 41, 50, 52, 53, 55, 58, 116, 121, 122, 123,
+124, 127, 139, 140, 143, 162, 163, 175, 178, 186, 219.
+
+Pelops, 118.
+
+Perdiccas, 251.
+
+Pericles, 140, 142, 143, 144, 145, 146, 149, 152, 153, 154, 155, 157,
+159, 160, 161, 162, 164, 172, 179.
+
+Perioeki, 41.
+
+Persepolis, 248, 249.
+
+Perzen, 92, 94, 96, 97, 98, 99, 100, 103, 105, 107, 108, 109, 111,
+113, 115, 117, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 126, 127, 132, 133, 134,
+136, 137, 138, 154, 155, 193, 194, 195, 213, 234, 236, 243, 244, 245,
+247, 248, 250.
+
+Perzië, 36, 94, 124, 139, 160, 199, 207, 210, 212, 213, 221, 234,
+236, 242, 246, 248, 251.
+
+Phaëton, 2, 3, 4, 23.
+
+Phalerum, 132, 142.
+
+Pharnabazus, 195.
+
+Pheidon, 53.
+
+Phidias, 148.
+
+Philippicae, 229.
+
+Philippus II, 25, 223, 224, 225, 226, 227, 229, 230, 231, 232, 233,
+234, 235, 236, 237, 238, 239, 241.
+
+Phocensers, 230, 231, 232.
+
+Phocis, 35, 232.
+
+Phoenicië, 93.
+
+Phrygië, 244.
+
+Pindarus, 129, 159, 240.
+
+Piraeus, 105, 132, 142, 184, 196, 198, 200, 220, 228.
+
+Pisatiërs, 53.
+
+Pisatis, 53.
+
+Pisidië, 207.
+
+Pisistratus, 67, 68, 69, 70, 71.
+
+Plataea, 99, 113, 126, 127, 128, 133, 150, 166, 169.
+
+Plataeërs, 101, 166, 168, 169.
+
+Plato, 204, 206, 212, 237, 240, 241.
+
+Polycrates, 88, 89.
+
+Pontonous, 30.
+
+Pontus Euxinus, 83, 211.
+
+Poseidon, 10, 70, 146, 147, 252.
+
+Praxiteles, 230.
+
+Priamus, koning, 20.
+
+Propontis, 133.
+
+Ptolemaeus, 251.
+
+Pylos, 170, 171, 172, 174, 175, 188, 189.
+
+Pyrrha, 5.
+
+Pythagoras, 85, 86, 87.
+
+Pythias, 89, 90.
+
+
+
+R
+
+Rhegium, 185.
+
+Rhone, rivier, 84.
+
+Rome, 251, 253.
+
+Romeinen, 251, 252.
+
+Rusland, Zuid, 93.
+
+
+
+S
+
+Saciërs, 109.
+
+Salamis, 62, 63, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 127, 135, 150.
+
+Samos, 85, 88, 126, 160, 193, 194, 195, 207.
+
+Sappho, 85.
+
+Sarangiërs, 109.
+
+Sardes, 96, 112.
+
+Sardinië, 83.
+
+Scylla, 22.
+
+Scythen, 93, 94, 95.
+
+Selinus, 185.
+
+Sestos, 199.
+
+Sicilië, 83, 95, 113, 170, 178, 179, 182, 183, 185, 186, 187, 191,
+197, 219.
+
+Simonides, 118, 159.
+
+Sinon, 20, 21.
+
+Socrates, 36, 180, 181, 204, 205, 206, 207, 212.
+
+Solon, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 74.
+
+Sophocles, 150, 151, 228.
+
+Spanje, 160, 250.
+
+Sparta, 18, 41, 42, 43, 45, 48, 49, 53, 54, 55, 75, 88, 96, 97, 110,
+112, 113, 128, 130, 131, 138, 139, 140, 142, 144, 161, 162, 170, 174,
+175, 178, 186, 187, 192, 193, 200, 202, 203, 207, 212, 213, 214, 215,
+216, 217, 218, 221, 223, 226.
+
+Spartanen, 41, 42, 43, 44, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 57, 72,
+75, 92, 97, 99, 100, 111, 112, 113, 115, 116, 117, 118, 121, 129, 130,
+131, 132, 133, 134, 140, 142, 143, 162, 163, 166, 167, 168, 169, 171,
+172, 173, 174, 175, 176, 178, 179, 186, 187, 191, 192, 193, 194, 195,
+196, 197, 199, 200, 207, 212, 213, 214, 215, 216, 217, 218, 219, 220,
+221, 222.
+
+Sphacteria, 171, 172, 173.
+
+Sphinx, 9.
+
+Stagira, 238.
+
+Sunium, 120, 191.
+
+Susa, 248.
+
+Syracusanen, 186, 187, 188, 189, 190, 192, 193.
+
+Syracuse, 89, 113, 183, 185, 186, 187, 188, 189.
+
+Syrië, 251.
+
+
+
+T
+
+Tempe, pas, 112, 115.
+
+Thebanen, 75, 76, 129, 169, 200, 214, 215, 216, 221, 236, 240.
+
+Thebe, 9, 99, 113, 129, 169, 200, 203, 213, 214, 215, 218, 220, 221,
+222, 223, 224, 226, 233, 239, 240.
+
+Themistocles, 103, 104, 105, 119, 121, 122, 123, 127, 129, 130, 131,
+132, 134, 135, 140.
+
+Thermopylae, de, 115, 116, 117, 118, 119, 142, 174, 175, 176.
+
+Theseus, 6, 7, 8, 9, 23, 56, 57.
+
+Thespiërs, 118.
+
+Thessalië, 13, 112, 220, 239.
+
+Thessaliërs, 112, 217.
+
+Thessalonica, 217.
+
+Thracië, 93, 95, 97, 109, 132, 175, 182, 192, 198, 225.
+
+Thraciërs, 109, 115, 198.
+
+Thucydides, 152, 153, 166, 168, 171, 176, 189, 229.
+
+Thyrea, 53.
+
+Tienduizend, De, 211, 212, 234.
+
+Tissaphernes, 193, 194, 195, 199, 212.
+
+Trapezos of Trebizonde, 211.
+
+Trojanen, 18, 19, 20, 21.
+
+Troje, 18, 19, 20, 21, 113, 242.
+
+Tyrus, 245, 249.
+
+Tyrtaeus, 51.
+
+
+
+V
+
+Vaphio, 28, 29.
+
+Vierhonderd, 194, 195.
+
+Virgilius, 22.
+
+
+
+X
+
+Xenophon, 203, 207, 209, 210, 211, 212, 221, 222.
+
+Xerxes, 105, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 115, 116, 119, 120, 123,
+124, 133, 134, 152, 242.
+
+
+
+Z
+
+Zeus, 1, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 19, 33, 34, 38, 51, 78, 80, 96,
+128, 148.
+
+Zwarte Zee, 83, 195, 196, 232.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Geschiedenis van het Grieksche Volk, by
+E.M. Tappan
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GRIEKSCHE VOLK ***
+
+***** This file should be named 28581-8.txt or 28581-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/8/5/8/28581/
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.