summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/29216-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:47:06 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:47:06 -0700
commit947f9bc458442e4df49dccb4a16280029d96463b (patch)
tree6924c4bfe1f8fec39f0c3b15e3b442f95a2d3dc9 /29216-8.txt
initial commit of ebook 29216HEADmain
Diffstat (limited to '29216-8.txt')
-rw-r--r--29216-8.txt12645
1 files changed, 12645 insertions, 0 deletions
diff --git a/29216-8.txt b/29216-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..d78526a
--- /dev/null
+++ b/29216-8.txt
@@ -0,0 +1,12645 @@
+Project Gutenberg's Goethe: Een Levensbeschrijving, by E. d'Oliveira
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Goethe: Een Levensbeschrijving
+
+Author: E. d'Oliveira
+
+Release Date: June 24, 2009 [EBook #29216]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GOETHE: EEN LEVENSBESCHRIJVING ***
+
+
+
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Marc Hens and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+WERELD BIBLIOTHEEK
+
+ONDER LEIDING VAN L. SIMONS.
+
+UITGEGEVEN DOOR
+DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN
+GOEDKOOPE LECTUUR--AMSTERDAM
+
+
+
+
+~GOETHE~
+
+EEN LEVENSBESCHRIJVING
+
+DOOR
+
+E. d'OLIVEIRA
+
+MET 26 AFBEELDINGEN
+
+INHOUD
+
+ VOORWOORD
+
+ EERSTE BOEK.
+
+HOOFDSTUK PAG.
+
+I. Goethes jongensjaren te Frankfort 9
+
+II. Goethes studietijd te Leipzig 27
+
+III. Ziekte en inkeer 45
+
+IV. Studietijd te Straatsburg 52
+
+V. Merck, Urania en "Götz v. Berlichingen". 71
+
+VI. Wetzlar 85
+
+VII. Das Leiden des jungen Werthers 92
+
+VIII. Allerlei genieën en "Clavigo" 105
+
+IX. Lili 122
+
+X. ~Oriëntatie~ 131
+
+
+ TWEEDE BOEK.
+
+HOOFDSTUK PAG.
+
+XI. Het gevaarlijke Weimar 143
+
+XII. Charlotte von Stein 154
+
+XIII. Grootmeester der apen 161
+
+XIV. De ontnuchterde staatsman 165
+
+XV. Verlangen naar Italië 171
+
+XVI. Het land waar de citroenen bloeien 179
+
+XVII. ~Stellige winst~ 185
+
+XVIII. Egmont 189
+
+XIX. Iphigenie in Tauris 195
+
+
+ DERDE BOEK.
+
+HOOFDSTUK PAG.
+
+XX. De grimmige halfgod en Christiane 215
+
+XXI. De Fransche revolutie 222
+
+XXII. ~God en Wereld~ 237
+
+XXIII. De Xeniën 256
+
+XXIV. Hermann und Dorothea 266
+
+XXV. Wilhelm Meisters Lehrjahre 274
+
+XXVI. Schillers dood 284
+
+XXVII. Huwelijk 292
+
+XXVIII. Die Wahlverwantschaften 297
+
+XXIX. Laatste Kwarteeuw 310
+
+XXX. Faust 326
+
+XXXI. + 348
+
+ BIJLAGE
+
+ Vertalingen 351
+
+
+
+Illustraties
+
+CATHERINA ELISABETH GOETHE-TEXTOR
+(Goethes moeder)
+_Naar de lithographie van F. C. Vogel_
+
+JOHANN CASPAR GOETHE
+(Goethes vader)
+_Naar de lithographie van F. C. Vogel_
+
+GOETHE
+(Silhouet uit het jaar 1765)
+_Frankfortsche Goethe-Museum_
+
+KÄTHCHEN SCHÖNKOPF
+_Naar een miniatuur_
+
+CORNELIA GOETHE
+_In 1773 door haar broer op
+den rand van een drukproef geschetst_
+
+FRIEDERIKE BRION
+(vermoedelijk)
+
+KERKPLEIN MET "GOETHE-LINDE" TE GARBENHEIM
+
+CHARLOTTE BUFF
+
+_a_ JOHANN BERNHARD BASEDOW _b_ JOHANN HEINRICH MERCK
+_c_ JOHANN CASPAR LAVATER _d_ FRIEDRICH GOTTLIEB KLOPSTOCK
+_e_ FRIEDRICH HEINRICH JACOBI
+
+_a_ GOETHE IN 1775
+_Naar het gipsmedaillon van Melchior_
+_b_ LILI SCHÖNEMANN
+
+GOETHE IN "KAARSRECHTE HOUDING"
+(kort na zijn vestiging te Weimar)
+
+GOETHES TUINHUIS MET VERANDA
+
+CHARLOTTE VON STEIN
+_Naar haar zelfportret_
+
+CARL-AUGUST
+HERTOG VAN SACHSEN-WEIMAR
+
+CHRISTIANE VON GOETHE
+(Op 36 jarigen leeftijd)
+_Naar de krijtteekening van F. Bury_
+
+GOETHE
+(in 1791)
+_Naar de teekening van Lips_
+
+GOETHE-SCHILLER GEDENKTEEKEN
+
+GOETHES WERKKAMER IN WEIMAR
+(Na zijn dood aldus gelaten)
+
+_a_ GOETHE. _b_ GROOTHERTOG CARL-AUGUST
+(bij hun 50-jarig jubileum)
+_naar de teekening van H. F. Brandt_
+
+GOETHE IN ZIJN LAATSTE LEVENSJAAR
+_Naar de teekening van C. A. Schwerdgeburth_
+
+Einde Illustraties
+
+
+
+
+VOORWOORD
+
+
+Aan den invloed van Goethe dank ik, dat ik spoedig den weg tot mij zelve
+heb gevonden, nadat ik had gedwaald in de mooie oppervlakkigheid en de
+doodsche diepzinnigheid, die de voornaamste geestesstroomingen in ons
+land mij boden.
+
+Dit boek nu is ontstaan uit het verlangen: den mensch Goethe te naderen
+en rustig te aanschouwen. Het is een werk waaraan scheppende intuïtie en
+historiekennis, critische speurzin en beeldend begrip gelijkelijk
+aandeel hadden; zooals betamelijk is voor een werk dat niet met den
+verfkwast maar met den Geest werd voortgebracht. Het beantwoordt--naar
+mij dunkt--aan de eischen die ik in een tienjarig oplettend verkeer met
+Goethe aan een levensbeschrijving heb leeren stellen; deze eischen vindt
+men in De Ploeg (3e Jaargang, No. 7) nader uiteengezet.
+
+Ik weet natuurlijk dat mijn boek min of meer uitdrukkelijk partij kiest
+tegen de meeningen van vermaarde Goethe-kenners en critici. In de
+verwachting dat het velen moge voorlichten die--den bloei van onze
+literatuur niet waardeerend--zoekend zijn zooals ik het ben geweest,
+vind ik hiervoor een heerlijken troost!
+
+=d'OLIVEIRA.=
+
+
+
+
+~EERSTE BOEK~
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald,
+loopen van 28 Augustus 1749 tot September 1765]
+
+I
+
+ Bezems worden altijd stomp geveegd.
+ En jongens altijd--geboren.
+
+
+Aan de uiterste grens van het schemer-grijze Frankfort, leefde kleine
+Wolfgang opgesloten in een hol ouwerwetsch huis, met geheimzinnige
+wenteltrappen en getraliede venstertjes; zijn vader had hem vroeg
+geleerd, dat hij zich moest verzetten tegen het sprookachtige
+angstgevoel, dat hem beving in de half duistere schuilhoeken van zijn
+woning. Hij kwam niet dikwijls buiten: de menschen toen hielden niet van
+frissche lucht. En graag klom hij naar "de tuinkamer", die zoo genoemd
+werd omdat men er ... buurmans tuin kon zien. Zijn droomerige blikken
+gingen dan over de stadswallen en de vruchtbare Mainvlakten tot aan het
+wazige Taunusgebergte. Hij staarde op de aandrijvende onweerswolken of
+naar de ondergaande zon,--maar als hij dichtbij kinderen van zijn
+leeftijd zag spelen, werd hij weemoedig. Hij wist dat hij niet een
+gewoon kind was. Toen zijn moeder hem eens vertelde, dat hij door zijn
+kaarsrechte houding en zijn gebiedende manieren erg afstak bij zijn
+kameraadjes, zei hij ernstig: Dat is het begin, moeder; later zal ik mij
+door nog veel meer onderscheiden. Ik ben onder een gelukkig gesternte
+geboren.
+
+--Maar andere kinderen denken toch niet aan zulke dingen!
+
+--Moeder, waar een ander zich mee te vreden stelt, dat is voor mij niet
+voldoende.
+
+Geheimraad Goethe vervolgde zijn zoon van den ochtend tot den nacht met
+zijn pedante, ouwbakken-schoolsche geleerdheid. Hij wilde zooiets als
+een wonderkind van hem maken, en stelde hem van begin af zijn uitvoerig
+opvoedingsplan voor oogen; wat ten gevolge had dat kleine Wolfgang vaker
+dan noodig nadacht over zijn eigen karakter. Meer geluk dan wijsheid
+dat hij ten slotte nog iets werd: een kind van zwakker aanleg ware onder
+Caspars opvoed-systeem gek geworden of bezweken.
+
+Johann Caspar Goethe was een eerzuchtig, leergierig, koppig, soms
+grillig sinjeur. Zijn vader, een kleermakers-gezel, na veel omzwervingen
+in Frankfort terecht gekomen, had daar een logementhoudster tot tweede
+vrouw gekregen en fortuin gemaakt; maar hoogmoed krenkte zijn geest. Hij
+zelf had ijverig gestudeerd en daarna een reis gedaan door Italië,
+Frankrijk en Holland. Als bekwaam rechtskundige thuis gekomen, had hij,
+na een korte stage aan het opperste gerechtshof te Wetzlar, van zijn
+geboortestad een klein ambt gevraagd, dat hij onbezoldigd op zich wilde
+nemen, mits men hem niet blootstelde aan de toen gebruikelijke
+ballotage. Deze voorwaarde werd natuurlijk niet aanvaard, en hij legde
+in woede de gelofte af, nooit meer een gemeentebetrekking, welke dan
+ook, te zullen bekleeden. Om zich den weg daartoe voor goed af te
+sluiten, nam hij twee maatregelen: Hij verwierf den titel van
+Geheimraad, waardoor hij in rang gelijk kwam te staan met den eersten
+burger van Frankfort, den schout; en vervolgens dong hij naar de hand
+van diens dochter Elisabeth, een en twintig jaar jonger dan hij.
+
+Het meisje, een kind nog bijna, was onder de hoede van een jonge,
+eenvoudig-brave moeder opgegroeid; had weinig geleerd, maar was echt
+natuurlijk gebleven; hield van vroolijke gezichten en zocht
+instinctmatig de keerzij van ieder verdriet. Zij was in stilte verliefd
+geweest op den schoonen maar ongelukkigen keizer Karel VII. Die reed
+vaak voorbij met herauten en gevolg en als hij toevallig opkeek naar
+haar venster, meende ze in zijn oogen wederliefde te vinden. Maar de
+keizer stierf en wekenlang bamden de klokken over de stad, iederen dag
+twee uur. Toen voelde mooie, bruingelokte Elisabeth in het aanzoek van
+den geleerden, vermogenden Caspar Goethe den vinger Gods. En zij volgde
+den Geheimraad, die haar vader had kunnen zijn, in het duistere
+heerenhuis, dat hij met zijn moeder alleen bewoonde; ze was toen
+zeventien.
+
+Ze had hem niet lief: ze achtte hem en vertrouwde dat hij het goed met
+haar meende. Hij, van zijn kant, oordeelde zich verplicht, haar zang- en
+clavierles te geven, zelfs schrijfles. De goeie man had niets omhanden
+en als "Vrouw Raad" maar wat leerzamer ware geweest, hadd' hij haar met
+alle genoegen Italiaansch bijgebracht. Zij troostte zich met het
+humoristisch geloof, dat dit een uiting moest zijn van hoog-rustige,
+verstandige genegenheid. Doch ze leerde nu ook levensomstandigheden
+kennen waar geen zonnetje in scheen: het werd haar een gewoonte, voor
+zulke omstandigheden eenvoudig het oog te sluiten. Ze ontweek overbodige
+emoties; ze negeerde, als ze kon, ongeluk of verdriet totdat ze er mede
+was verzoend. Later zou ze haar bedienden uitdrukkelijk last geven, haar
+iedere nare tijding zoolang mogelijk te verzwijgen.
+
+Toen haar jeugdzoon Wolfgang kwam--aanvankelijk een broos popje!--was ze
+tegen de onderwijswoede van haar echtgenoot beveiligd. Dichter dan bij
+hem stond ze bij haar kind. En niet alleen in leeftijd: de kleine werd
+haar vriend; hij hield haar jong. Hij kreeg veel van haar gelukkige
+karaktereigenaardigheden: In de eerste plaats de gave, waarvan hij later
+zou verklaren, dat noch de kunstenaar, noch de man van de daad ze kan
+missen; dat ook het beste verstand ze niet vervangt; de gave die hij
+kortweg "hart" noemde. Dan zijn onwrikbaar vertrouwen op den God "die
+hem in 't geheim zegende". Ook zijn weeke vatbaarheid voor indrukken.
+Maar--en hier treedt wellicht een gemoedstrek van den vader te
+voorschijn--zijn geest was heel snel verzadigd en wilde bijna terstond
+weer nieuwe indrukken tot zich nemen en verwerken. Van zijn gewone
+omgeving had hij dra genoeg; hij streefde hartstochtelijk naar
+afwisseling. Het best kon hij denken als hij liep, of worstelde met
+storm en ontij. Ook het sterke bewustzijn van eigenwaarde had hij van
+zijn vader; en dan de neiging om anderen van zijn ideeën te doen
+genieten; liefde voor détails die bijna pedanterie werd; stipt
+plichtsgevoel; drang naar zelfvolmaking. Maar dit alles zat bij hem veel
+dieper: hij had een vrouwelijk-teere inborst, die door een manlijken wil
+werd bestuurd.
+
+Caspar Goethe bespeurde vroeg de wonderlijke begaafdheid van zijn zoon.
+In het byzonder zijn vlug verstand. Hij besloot hem zoo op te voeden,
+dat het kind op de wereld zou veroveren, wat de wereld den vader had
+onthouden: een staatsmans-carrière, waar hij zich dan door eerlijkheid
+en kunde naar voren moest dringen; zoodat hij--uit een werkmansgeslacht
+gesproten--zou gaan behooren tot de besturende kaste in de vrije stad
+Frankfort, waar de standen zoo scherp van elkander waren gescheiden. Hij
+wilde Wolfgang verre houden van de lichtzinnigheid en de
+brooddronkenheid die, volgens hem, tot in de school waren doorgedrongen.
+Hij wilde hem zelf onderwijzen. In de eentonige stilte van zijn
+schaduwrijke huizing, in de stijve tucht van zijn vroom gezin, zelf als
+een burchtheer geëerbiedigd, wilde hij hem wapenen tegen de vijandige
+wereld.
+
+Met zijn moedertje en zijn jongere zus Cornelia vormde Wolfgang van
+begin af een sentimenteel verbond tegen de rechtzinnigheid des vaders.
+Deze drie schuilden bijeen, als zochten ze warmte en vastheid tegen een
+ijzigen storm. Maar de vader trok zijn jongen toch òok aan: de
+overeenstemming in karakter verloochende zich niet. Wolfgang wilde
+leeren, rusteloos.
+
+En zelfs in hun vrijen tijd moesten de kinderen nuttig werk doen, de
+stinkende zijdewormen van hun vader voederen, zijn kopergravures bleeken
+in de zon, met taai geduld; of zij moesten bestellingen overbrengen aan
+leveranciers, of, toen zij ouder waren, rapporten opmaken over
+belangrijke gebeurtenissen in de stad. Lezen leerden zij al heel vroeg;
+vóor zijn achtste jaar schreef Wolf niet alleen zijn moedertaal maar ook
+Fransch, Grieksch en Latijn. Italiaansch had hij spelenderwijs opgepikt,
+terwijl zijn vader het zusje in die taal les gaf; het leek hem een
+grappig soort van Latijn. Een reizend onderwijzer, die aanbood de
+kinderen in vier weken Engelsch eigen te maken, werd gretig ontvangen;
+de Geheimraad blokte ijverig mee.
+
+[Illustratie: CATHERINA ELISABETH GOETHE-TEXTOR
+(Goethes moeder)
+_Naar de lithographie van F. C. Vogel_]
+
+Wat afwisseling kwam er, toen voor de oude talen een leeraar werd
+geëngageerd en wel twintig kinderen van vrienden en bekenden verlof
+kregen, diens voordrachten bij te wonen. Ook, toen de heer Goethe
+begon, zijn kweekelingen al wandelend de geschiedenis van hun
+geboortestad te demonstreeren, aan de vele oude gebouwen die zij voorbij
+kwamen: die gebouwen, vestingen binnen de veste, herinnerden aan
+veelbewogen tijden.... En het werd bijna vroolijk, als de stijve ouwe
+Frankforter dansles gaf, zijn kleintjes met effen gelaat en starre
+ruggegraat tot een menuet schaarde en hun pasjes begeleidde op een
+dwarsfluit. Hij hield wel van muziek en hij was ook zoo barsch niet als
+hij scheen; maar hij wilde zijn jongen niet teerhartig maken en achtte
+zich verplicht zijn weekere gevoelens stelselmatig te verhullen.
+
+Al wat hij zei berustte op nauwkeurig overleg; bij al wat ze deden
+moesten de kinderen zich afvragen: Wat is de consequentie hiervan? waar
+loopt dit op uit?--en als er in het duistere huis een of ander werk was
+aangepakt, dan moest het ook onvoorwaardelijk afgemaakt. Caspar kreeg
+het plan, ook de avonden nuttig met de zijnen door te brengen: hij las
+aan vrouw en kinders de Geschiedenis der Pausen van Bower voor--van welk
+werk toen reeds vijf kwarto deelen waren verschenen. En hij wilde
+daarmee niet ophouden, al begon hij ook zelf telkenmale het eerst van
+narigheid te geeuwen.
+
+Slechts oogluikend liet hij toe, dat het moedertje nu en dan ter
+ontspanning een van haar sprookjes vertelde, die zij onder 't vertellen
+phantaseerde. Dan verslond kleine Wolf (dit zijn haar eigen woorden)
+haar al gauw met zijn groote zwarte oogen. Als het een van zijn
+lievelingen niet voor den wind ging, dan zag zij de driftaders op zijn
+voorhoofd zwellen en merkte dat hij zijn tranen verbeet.--Terloops zij
+gezegd, dat haar jongen geen zwarte oogen had, doch bruine; zijn
+pupillen waren echter zoo groot en zoo schitterend, dat men de iris niet
+zag.--Tusschen "Vrouw Raad" en de oude grootmoeder (die 't huishouden
+bestierde) heerschte een eigenaardige diplomatische afspraak. Moesten de
+kinders naar bed voordat een sprookje was uitverteld, dan vertelde dat
+sprookje zich zelf ten einde in Wolfgangs roerige verbeelding. En hoe
+het dan afliep met zijn helden vertrouwde hij aan het frissche
+witgekleede vrouwtje toe.... Die bracht het stillekens aan de moeder
+over. Den volgenden avond werd dan de ontknooping ingericht, zooals hij
+die graag had; opgewonden luisterde hij naar de vervulling van zijn
+wenschen, en "men kon zijn hartje onder zijn kanten kraag zien bonzen".
+
+Groot genoegen vond hij ook in het poppenspel, de vertooningen van
+"David en Goliath" die de grootmoeder gaf met Kerstmis. Maar hij rustte
+niet eer hij wist hoe dit alles in zijn werk ging en hij het tekstboekje
+ter inzage kreeg. Toen moest hij natuurlijk ook zelf voorstellingen
+geven. Weldra had hij van de poppen genoeg en vormde uit de
+buurt-kinderen een tooneelgezelschap.
+
+Geheimraad Goethe paste wel op dat zulk vermaak niet te ver ging, of te
+veel tijd in beslag nam. De oude boeken die hij zelf had doorgeblokt
+werden uit de stoffigheid opgediept: Romeinsche antiquiteiten en
+Grieksche fabelleer, een bijbel met prenten en een aardrijkskundeboek op
+rijm. Ook allerlei langvergeten Duitsche dichters, waarvan Wolf beweerde
+dat hij er "veel meer uit leerde lezen dan dat hij ze las"; en
+reisbeschrijvingen, die men thans te realistiesch zou vinden. De toen
+moderne poëten, als de "Messias"-zanger Klopstock, werden zorgvuldig
+verbannen wijl zij rijmlooze verzen schreven; en hiervan moest de
+conservatieve Geheimraad (die zoo veel van Italiaansch hield, dat hij in
+die taal het relaas van zijn reis stelde) heelemaal niets hebben! Zijn
+vrouw las nu Klopstock in het geheim met haar kleintjes, die spoedig
+aangrijpende passages van buiten kenden en declameerden.
+
+In al die wetenschap hield Wolfgang een helderen kop; en toen hij er een
+beetje in thuis geraakte en tijd vrij kreeg, werden nieuwe vakken bij
+het onderwijs getrokken. In wiskunde bracht hij het niet ver. Teekenen
+naar de natuur was zijn liefhebberij; en een van zijn meesters vond het
+jammer dat hij geen schilder mocht worden. Deze meester heeft niet een
+goed inzicht gehad in zijn talenten. Want ofschoon Wolfgang zich later
+onder de bekwaamste mannen van zijn tijd met groote volharding in het
+schilderen oefende, hij bracht het nooit boven middelmatigheid. Hij zag
+alles met schildersoogen; doch de kracht om binnen hem levende en
+kleurende beelden op doek te leggen bleef hem ontbreken, al gaf hij de
+studie nooit geheel op.--Muziek, clavier- en fluitspel leerde hij
+vroegtijdig, beoefende hij langdurig; werd hij ondanks al zijn liefde
+nooit dragelijk meester. Doch het heimwee naar tastbare beelden en snel
+wisselende kleuren en ontroerende melodieën zou uit zijn streven spoedig
+blijken....
+
+Hij werd een echte baas in paardrijden en schermen; de vele
+lichaamsoefening gaf hem een houding als van een prins: hij ging grooter
+lijken dan hij werkelijk was.
+
+Godsdienstonderwijs kreeg hij aanvankelijk alleen van zijn innig vrome
+moeder. "Vrouw Raad" die bij iederen tegenspoed naar haren bijbel greep,
+doch niet zoo orthodox was als zij wel meende, las met haar kinderen het
+Oude Testament. De Heilige Schrift met haar hartstochtelijke,
+diepbewogen taal, met hare helden, zinnebeelden en idyllen, met haar
+warme gebeden en hare trillende liefdesliederen, werd den veel-wetenden,
+immer zoekenden knaap in waarheid het Boek der boeken; zij hielp hem
+zijn verstrooide geleerdheid ordenen. Zijn latere bedrevenheid in
+natuurwetenschappen kon zijn eerbied voor naïef-onwaarschijnlijke
+wonderverhalen nooit schokken. Maar de tijding van de aardbeving in
+Lissabon, waarbij, naar men zeide, zestigduizend menschen het leven
+hadden verloren, greep den zesjarigen knaap smartelijk aan. Wat! riep
+hij uit (en de toen tienmaal zoo oude Voltaire riep het zelfde) onze God
+die aarde en hemel heeft geschapen en in stand houdt; God, die volgens
+ons eerste geloofsartikel zoo wijs en goedertieren is; is God
+onvaderlijk genoeg om brave en slechte menschen in éen slag te
+vernielen? Dat kan ik niet gelooven.--En dagen lang trachtte hij zijn
+twijfel te overwinnen. Zijn vader, die hem liefst rechtzinnig hield,
+pakte hem mee naar de kerk, waar een bekend dominee naar aanleiding van
+de ramp een preek gaf. Nu, zei de kleuter bij het thuis komen, ik heb er
+nog eens over nagedacht, maar de zaak is toch eenvoudiger dan dominee
+zegt: God zal nu toch ook wel weten, dat onsterfelijke zielen niet
+vernietigd kunnen worden door aardsche gebeurtenissen.
+
+Natuurlijk moest ieder blijk van oprechte kinderlijkheid in haar al te
+ernstigen Wolf de moeder diep treffen, vooral wijl hij zijn beste
+gevoelens binnenhield als men hem die niet ontlokte. Toen hij in zijn
+negende jaar zijn jonger broertje verloor, huilde hij niet, want Broer
+was bij God in den hemel.--Maar hield je dan niet van 'm, dat je zoo
+makkelijk zonder hem kunt?--Of ik van hem hield...? Wolf snelde naar
+zijn dakkamertje en haalde van onder zijn bed een pak papieren. Lessen,
+oefeningen, eigengemaakte verhalen: Kijk, dat heb ik allemaal voor 'm
+bewaard, zei hij eenvoudig; dan kon hij er later plezier van hebben.
+
+Na den dood van de grootmoeder liet Geheimraad Goethe zijn huis--tot dan
+toe ongeschonden bewaard--verbouwen en gezelliger inrichten.
+Geleidelijk, en stelselmatig, opdat de kinderen overal van konden
+leeren. Zóo geleidelijk, dat de bewoners in hun bedden nat regenden.
+Kleine Wolfgang, als metselaar gekleed, legde den eersten steen; en hoe
+toen de meesterknecht een redevoering wilde houden, doch middenin bleef
+steken, vinden wij in een van zijn Latijnsche opstellen verhaald. Nu
+moesten de kinderen den heer des huizes helpen: zijn rijke
+mineralen-verzameling, zijn collectie Venetiaansche glazen, zijn oude
+wapenen, zijn talrijke boeken moesten gerangschikt: gangen en zalen
+werden met gravures van Italiaansche landschappen, met schilderijen
+behangen; overbodige meubels en erfstukken werden van de hand gezet;
+Wolf moest op kunstvoorwerpen bieden in veilingen, en maakte van de
+gelegenheid gebruik om zich zelf een en ander aan te schaffen. Nu kwamen
+allerlei werklieden en fijnschilders in huis; die moesten hem hun
+procédés en handgrepen uitleggen; hij keek ze op hun vingers, en
+trachtte de wisselwerking tusschen karakter en beroepskeus in hen na te
+speuren. Te midden van al die drokte vond hij zich zelf, daar de vader
+hem niet zoo streng op de hielen kon zitten.
+
+Zijn aanleg tornde op tegen Caspars stelselmatige grondigheid: Hij
+schreef oude en nieuwe talen, hij schreef ze correct, en wist toch
+weinig van spraakkunst. Hij was niet in staat, zijn weten langzamerhand
+en uit kleine onderdeeltjes op te bouwen. Het was hem allereerst te doen
+om den dràad; hij wilde de zaken ineens, van uit hun kern doorzien. Nu
+deze taal beoefenen en over een uur weer een andere, dat stond hem niet
+aan. Hij zon op middelen om al zijn kennis tegelijkertijd te beheerschen
+en uit te breiden. Zoo schreef hij een veeltaligen roman in brieven: Een
+half dozijn broers en zusters, over heel de aarde verspreid, vertelden
+elkander hun wederwaardigheden, in lange epistels, zooals die destijds
+vaak van hand tot hand gingen. De een had het in deftig Duitsch over
+zijn reizen, waarop een zuster in zoogenaamd "vrouwenduitsch", met korte
+gebrokkelde zinnetjes, antwoordde. De theologische student van het
+troepje bediende zich van 't Latijn en maakte Grieksche na-schriften;
+twee kantoorbedienden schreven Fransch en Engelsch, een musicus
+Italiaansch, en een die thuis was gebleven, in zijn geboortestad had
+opgelet, schreef Jodenduitsch.--Een dergelijke poging tot samenvatten is
+te vinden in de "Ochtendgelukwenschen", die hij in zijn geboortemaand
+Augustus aan zijn "dierbaarsten vader" opdroeg. Tot den 14en schreef hij
+ze in 't Duitsch, daarna in Latijn en Duitsch, vervolgens in 't
+Grieksch.
+
+Hij was nog heel jong, toen hij werd aangegrepen door een formeele
+"vers- en rijmwoede", nog aangewakkerd door de wedstrijden in het
+dichten en improviseeren, die een huisvriend de kinderen uit zijn
+omgeving deed houden. Op elk onderwerp dat men hem voorlegde wist hij
+vlam te vatten, in alle genres beproefde hij zijn geluk; boertige
+dingskens zoowel als geestelijke zangen bracht hij voort. En ieder jaar
+bood hij zijn gevleiden vader een bundel "Verzamelde Gedichten" van
+vijfhonderd kwarto bladzijden aan als verjaarsgeschenk;--waardoor hij
+zich hoopte te vrijwaren van de doodsche oefeningen in het
+schoonschrijven. Om zich in zijn Latijnsche-taalwerk een beetje
+zelfstandigheid te veroveren, stelde hij zijn Latijnsche gesprekken op,
+tusschen "De Vader" en "De zoon"; hij behandelde daarin onderwerpen uit
+zijn eigen leven. Zoo, een bezoek aan den welgevulden wijnkelder, dien
+de familie Goethe uit grootvaders logement had geërfd; en een
+woordenwisseling met zijn gestrengen heer en vader, die te weinig
+eerbied koesterde voor zijn boetseerwerk in was. Met uitbundige
+scherpzinnigheid, met onvertaalbare woordspelingen en ouwelijke grappen
+treedt "De zoon" zijn knorrigen belager tegemoet. In kernachtigen
+dialoog wordt "De vader" schaakmat gezet, en ten leste, bij wijze van
+genadeslag, verbluft met een vraag aangaande de grondbeginselen van de
+schoonheidsleer. Acht jaar is de schrijver van deze gesprekken. En:
+"Labores Juveniles"--"Jeugdwerk"--zet hij er boven. Die titel zegt veel!
+
+Daar brak oorlog uit tusschen Pruisen en Oostenrijk. Zijn grootvader de
+schout, en met dien het grootste deel van de familie, stond aan de zijde
+van den keizer; hij en zijn vader kozen partij voor den grooten Fritz,
+den manmoedigen Pruisenkoning. Hij had altijd veel van zijn
+aanzienlijken grootvader gehouden, maar van toen af kon hij des Zondags
+aan diens tafel, waar allerlei kwaad werd gesproken van zijn held, niet
+meer aarden; de brokken bleven hem in de keel, en voor het eerst kreeg
+hij het gevoel van minachting voor de meeningen van de groote massa, dat
+hem later zoo eigen zou worden. Zijn verbeelding gloeide, toen daar uit
+den toren de nadering van troepen werd aangekondigd, toen de Fransche
+bondgenooten des Keizers de wacht listiglijk overweldigden en de stad
+bezetten. De heer Goethe beschuldigde zijn schoonvader van verraad: de
+twee stonden met getrokken degen tegenover elkaar. Caspar verweet den
+schout dat hij de vrije stad had verkocht aan den vijand; en dat hij een
+mooie gouden keten had aanvaard van de keizerin.... Hij was een lang
+poos doorloopend uit zijn humeur, zoo dat hij het leeraren er aan gaf.
+Wolfgang werd naar school gezonden.
+
+[Illustratie: JOHANN CASPAR GOETHE
+(Goethes vader)
+_Naar de lithographie van F. C. Vogel_]
+
+Daar kreeg hij aanleiding, te getuigen van zijn grooten eerbied voor
+tucht en orde: Drie apen-van-jongens sarden hem gedurende de afwezigheid
+van den meester; hij liet ze begaan, want vechten was verboden. De
+leeraar bleef weg en ze prikten hem in zijn beenen tot het bloed er
+langs liep; hij bleef roerloos zitten. Maar toen het uur voorbij was,
+rammelde hij de kwelgeesten met de koppen tegen elkander, dat de buren
+er aan te pas kwamen.
+
+In de juist verbouwde woning van den ouden Goethe werd een "luitenant
+des konings", de Franschman Thoranc ingekwartierd. Een kunstlievend,
+wellevend man, tactvol genoeg. Hij had den overval van Frankfort
+voorbereid en was thans met de rechtspraak belast. De heer des huizes
+kon hem niet luchten of zien en moest aanhoudend door zijn vrouw gesust
+worden. Maar eens--de Pruisen waren nabij Frankfort geslagen--gaf hij
+toe aan een dolle woede jegens zijn gast; en werd met moeite voor
+gevangenschap behoed.
+
+De gast nam eenige kunstschilders in dienst, om groote doeken voor hem
+te vervaardigen, die op zijn kasteel als wandversiering zouden dienen.
+Wolfgangs dakkamer werd het atelier. Hij maakte van de gelegenheid
+gebruik om de techniek van het schilderen af te neuzen en fungeerde ook
+gaarne als model.
+
+Van zijn grootvader kreeg hij een vrijbiljet voor den Franschen
+schouwburg. Nu zijn vader niet meer zoo voortdurend op hem lette, kon
+hij daar vaak rondzwerven; en hij keek scherp uit zijn oogen. Hij maakte
+kennis met een jong Fransch acteur, zekeren Dérone, een echten snoever,
+die alle critische wijsheid van die dagen in pacht scheen te hebben, en
+beweerde, dat hij de directie tamelijk wel naar zijn hand zette. Nu
+kreeg jonge Wolfgang achter de coulissen--er was maar één
+kleedkamer!--heel veel ongegeneerdheid te zien. Hij werd vroeg ingewijd.
+Maar zijn moeder overschatte hem niet, toen ze vertrouwen stelde in zijn
+reeds gevormd karakter: inderdaad nam hij aan de lichtzinnige
+tooneelisten geen aanstoot; natùurlijk hadden acteurs noch actrices twee
+costuums op elkander aan!
+
+Hij ontmoette ook de zuster van zijn nieuwen vriend en hij kwistte dit
+dametje allerlei romantische galanterieën, die met tanteachtige
+gelijkmoedigheid in ontvangst werden genomen. Doch geen verdere gevolgen
+hadden.
+
+Het Fransche treurspel prikkelde hem nu tot navolging. Hij had inzicht
+in de tooneeltechniek, de rimram der Alexandrijnen dreunde hem door 't
+hoofd. Hij schreef een "classieke tragedie", welke hij aan het deskundig
+oordeel van het jongemensch, dat de directie naar zijn hand zette,
+onderwierp. "Zeer geslaagd", meende de criticus; "ik zal een goed
+woordje voor je doen en meteen hier en daar een kleinigheid voor je
+veranderen".--Maar tot Wolfs ontsteltenis bleef er na de correctie van
+het heele drama niets meer over; en de revisor overdonderde hem met de
+machtspreuk, dat "Het drama" eenheid van plaats, van tijd, van handeling
+eischte. Hij bestudeerde toen ernstig wat Corneille en Racine daarover
+hadden geschreven. Dat hij er niet in slaagde, de Fransche meesters te
+bewonderen, het zal den lezer later blijken.
+
+Al bereikte hij nog niet een toonbaar resultaat, in zijn onbewuste wezen
+had zich reeds smaak voor het tooneel gevormd. Hij had zich en zijn
+huisgenooten meermalen vermaakt, door in de van grootmoeder geërfde
+poppenkast voorvallen uit het dagelijksch leven, uit den bijbel, achter
+het voetlicht te brengen: de Bühne[A] werd dan in de deuropening van
+zijn kamertje opgesteld. Hij kreeg een voorproeve van den strijd dien
+hij zijn leven lang met zich zelf op dit gebied zou voeren, toen hij
+zijn geestelijk spel "Jerusalem Verlost" gaf; en daarbij eensklaps bleef
+haperen, uit den dialoogvorm in den verhaaltoon overging, wijl hij de
+zielsbewegingen van zijn helden niet langer door aaneensluitende daden
+of gesprekken wist uit te beelden. Het publiek lachte en begreep niet,
+hoezeer deze principiëele mislukking hem verdroot. En hij bleef altijd
+pogen, bekende verhalen te "dramatiseeren". Bij de geschiedenisles ging
+hij pas goed luisteren, als er personen werden behandeld, wier wezen hij
+zàg, wier woorden hij rechtstreeks hoorde. Hij had dit van zijn moeder,
+die in haar zelfverzonnen sprookjes aan natuurkrachten en beesten en
+hemellichamen menschelijke vormen gaf en menschelijke stemmen. Eerst
+later jaren zou hij zich bewust worden van de taak: zijn talent, dat op
+beschrijven en op analyseeren was aangewezen, te verzoenen met zijn
+phantasie, die hem het plastische, tooneelmatige voorspiegelde.
+
+[A] De vertaling van in dit werk gebezigde Duitsche woorden,
+uitdrukkingen etc. vindt men in de Bijlage; ook enkele niet Duitsche
+maar toch vreemde woorden zijn daar verklaard.
+
+Als kind organiseerde hij een eigen troep, die door vaders vindingrijken
+huisknecht van costuums en requisiten werd voorzien en welks
+voorstellingen meestal uitliepen op een ranselpartij: Wolfgang
+verwachtte dat zijn medespelertjes bij intuïtie hun rollen zouden kennen
+in de stukken, die hij hun kort te voren in hoofdtrekken had verteld.--
+
+Tot groote verlichting van den Geheimraad trokken de Franschen
+eindelijk, na zeven jaren, af. Nu werd de bovenwoning verhuurd, zoodat
+er voor het gezin weinig, voor inkwartiering heelemaal geen plaats meer
+bleef. Het was met Wolfgangs vrijheid gedaan: zijn vader zette hem weer
+aan 't werk. Hij kende nu genoeg Latijn om de lessen aan een academie te
+volgen, maar hij was nog veel te jong. Daarom wijdde de Geheimraad zelf
+hem in in het Romeinsch recht en liet hem ook kennis maken met de
+elegantere jurisprudentie van latere tijden. De oude heer moet wel
+verrast zijn geweest, toen het zoontje verzocht, hem nu ook een
+Hebreeuwschen meester te geven: zijn afkeer van het uitverkoren volk had
+hij allang overwonnen en hij had eerbied voor de eigenzinnigheid,
+waarmede de Joden aan hun gebruiken hingen; bij het voorbereiden van
+zijn veeltaligen roman hadden sommige vreemde woorden zijn
+nieuwsgierigheid geprikkeld. De rector van het gymnasium onderwees hem
+nu in het Hebreeuwsch, probeerde hem den bijbel in den grondtekst
+verstaanbaar te maken; hij bracht den man in verlegenheid door zijn
+bemoeizuchtige vragen, waaruit duidelijk genoeg bleek, dat hij liever
+met zijn twijfel pronkte dan dat hij een antwoord vond.
+
+Hij ondernam nu tochten door het Ghetto, kreeg in de "Judengasse" aldra
+kennissen, bezocht de synagoge, verdiepte zich in ritueele
+plechtigheden, wisselde glimlachen en knipoogen met mooie donkere
+Jodinnetjes, als die Zaterdags wandelden op een veld bij de stad, wijl
+de groote pleinen haar waren ontzegd.
+
+Zoo deed hij heel wat menschenkennis op, maar een kind bleef hij, en
+dit maakte hem zoo aantrekkelijk voor sommige vrienden van zijn vader,
+ouwe gesloten bullebakken, die hem aan hun tafel noodden en zich in zijn
+levenswijsheid verlustigden; misschien wel met de bijgedachte, hem voor
+hun ideeën te winnen. Geboren Frankforters hadden in dien tijd een
+hoogen dunk van zichzelf; daar nu echter niet alle burgers in den
+Gemeenteraad konden zitten, werd Frankfort de stad van de "miskenden".
+Een er van hoopte een diplomaat uit hem te vormen, omdat diplomaten het
+best nog door de wereld rollen. Een ander, een geleerde eenzame
+menschenhater met éen oog en een pokdalig gezicht, die de rechtspractijk
+niet mocht uitoefenen omdat hij gereformeerd was, trachtte hem aan het
+verstand te brengen dat hij advocaat moest worden; om have en goed te
+kunnen verdedigen tegen het altijd loerende menschgespuis, of van tijd
+tot tijd (als je er de moeite voor over hadt) een of anderen schurk in
+de doos te draaien....
+
+Op zijn Zondags uitgedost: 't haar gefriseerd en bepoederd, een slepend
+lint aan het degengevest, groote zilveren gespels op zijn schoenen; met
+witte kousen, zijden gilet en zwarten rok (die uit het trouwpak van zijn
+vader was gesneden).... zóó legde hij naarstig bezoeken af bij oude en
+jonge vrienden. Hij had van moedertje geleerd, in ieder het goede te
+zoeken, niemand te "bemoraliseeren". En hij gaf klagers en mopperaars
+ten volste zijne aandacht, maakte voorzichtige, diepzinnige opmerkingen
+(in Frankforter trant met kernwoorden gekruid), vermeed gezegden die tot
+botsing konden leiden: en ontwikkelde dus zijn ingeschapen vaardigheid,
+van tegenstanders te leeren. Zijn speelmakkers beheerschte hij, wat die
+zich gaarne lieten welgevallen, als hij maar een van de sprookjes
+verhaalde, waarin hij zelf als held optrad: dan waren ze zijn "lakeien".
+Eens, toen hij er zich naar gewoonte op liet voorstaan, dat de schout
+van de vrije stad Frankfort zijn grootvader was, wierp een kwaadaardig
+joch hem tegen, dat zijn papa de natuurlijke zoon was van een adellijk
+heer. Wolfgang vond het echter zoo prettig, te zijn zooals hij was, dat
+het er voor hem verder niet op aan kwam hòe hij het was geworden.
+Overigens toonde hij zich niet gekrenkt maar gevleid. Op alle portretten
+van edellui, die hij onder het oog kreeg, zocht hij naar gelijkenis met
+vaders trekken. Dat hij wel eergevoel bezat bewijst het
+duel-op-den-degen, dat hij met Monsieur Dérone voerde, waarna een
+plechtige verzoening werd gevierd, onder het genot van een ferm
+glas--amandelmelk. Vreemde jongen! Op zijn zevende jaar besloot hij, de
+theologische disputen met zijn catechiseermeester beu, "naar eerwaardig
+bijbelsgebruik God rechtstreeks, d.i. in Zijn werken te eeren". In zijn
+dakkamertje stapelde hij tegen een muziekhouder een pyramidevormig
+altaar van steenen en schelpen die hij uit de bekende mineralen-verzameling
+had ontvreemd; en als de eerste stralen van de morgenzon door zijn venster
+streken, werden zij in een brandglas saamgetrokken en ontstaken een
+welriekend dankoffer. De opstijgende rook beduidde het verlangen van zijn
+ziel naar den schepper der natuur.
+
+Wolfgang kreeg bedenkelijk veel vrijheid, toen in Frankfort, na afloop
+van den oorlog, de kroning van Keizer Joseph II plaats had. Hij moest,
+nadat hij het détail van vroegere kroningen vaak tot diep in den nacht
+had bestudeerd, zijn vader over alle belangrijke gebeurtenissen rapport
+uitbrengen.
+
+Kort te voren had hij kennis gemaakt met een aantal jongens "uit lagere
+standen", die hem gelegenheidsgedichten lieten schrijven en de opbrengst
+daarvan verbrasten. Bij een hunner ontmoette hij Gretchen, een
+"beeldschoone" maagd, op wie hij, als vanzelf spreekt, verliefd werd, al
+was zij een paar jaar ouder dan hij. Vermomd, aan Gretchens arm, begaf
+hij zich in het gedrang van de kroningsfeesten, en toen hij eens zijn
+huissleutel had vergeten, bracht hij met haar en haar gezellen den nacht
+door; 't kopje tegen zijn schouder viel zij in slaap. Bij het
+afscheidnemen drukte zij haar eersten kus op zijn voorhoofd. Zóo was hij
+van haar vervuld, dat hij zich de opoffering van herhaalde kerkgangen
+getroostte, wijl hij haar in de kerk uren lang kon zien.... Deze
+historie nam een leelijke wending, toen een van zijn nieuwe kennissen,
+dien hij aan een stadsbetrekking had geholpen, valschheid in geschrifte
+pleegde. Hij werd nu, verdacht van medeplichtigheid, aan een streng
+verhoor onderworpen. Hij bekende al zijn avonturen, maar zwoer dat hij
+zich een ongeluk zou aandoen, als zijn eigenlijke vriend, als Gretchen,
+straf moest oploopen door zijn schuld. Hij weigerde alle voedsel,
+verliet zijn zolderkamertje niet meer, dacht niet aan de groote sinjeurs
+die daar buiten galoppeerden door de straten. Maar het pijnlijke genot
+van deze zelfkwelling werd gebroken, toen de te hulp geroepen
+"paedagoog" hem na eenige voorbereiding vertelde, dat ook Gretchen in
+verhoor was genomen: zij had getuigd, dat zij den kleinen Wolfgang van
+beginne af had beschouwd als een _kind_, en zich alleen maar had
+beijverd hem van malle streken terug te houden.... Hemel! voor zoo een,
+voor een die hem niet beminde dus, had hij gehuild tot zijn keel was
+ontstoken! voor zoo een wilde hij zich in het ongeluk storten?--En hij
+vluchtte het huis uit en de stad uit; in de vrije natuur, bij bosch en
+beek, bij zonneschijn of storm streed hij met zijn drift: en er kwam een
+heroïsche kalmte over hem.
+
+Zijn geest kon eerst in een andere omgeving tot hernieuwde werkzaamheid
+zich spannen. Reizen en trekken werd nu en in later tijd zijn redding,
+als hij een verdriet, een aarzeling, een onbegrijpelijkheid moest
+overwinnen.--
+
+[Illustratie: GOETHE
+(Silhouet uit het jaar 1765)
+_Frankfortsche Goethe-Museum_]
+
+Met zijn nieuwen onderwijzer,--die schrander genoeg was, om hem in de
+vrije natuur vaak aan zijn gevoelens over te laten--doorliep hij de
+geschiedenis van de oude wijsbegeerte. Hij maakte het den man lastig met
+vragen, "die deze later wel eens zou beantwoorden". Vurig verdedigde hij
+de bewering dat een afzonderlijke wetenschap van het denken overbodig
+was. Neen! een boek als de bijbel, waarin kernachtige wijsheid met
+geloof en poëzie was vermengd, daar had de wereld behoefte aan; en aan
+mannen als de Stoïcijnen die zich in hun ziel wapenden tegen
+moeilijkheden des levens!... Hij had de tastbare werkelijkheid te zeer
+lief om zich met ijle gedachten te vergenoegen; doch hij bezat een te
+fijnen geest en te veel neiging om in alles éénheid te zoeken, om in een
+enkele kunstuiting--hetzij beeldende kunst of lyriek--bevrediging te
+verwachten. Het was hem niet te doen om de gedachte-zelf, want die
+leefde voor hem geen afzonderlijk leven; doch om de innerlijke
+beteekenis van wat hij zag en ondervond. Zijn verswoede werd
+langzamerhand een virtuositeit, die van toen af op zich zelf geen doel
+kon hebben. Het ontbrak hem echter aan stof en hij was blij als iemand
+hem iets voorlegde dat hij "bezingen" kon: zoo zijn zijn "Poëtische
+gedachten over Christus' hellevaart" blijkens hun ondertitel "op
+verlangen ontworpen". Zijn vaardigheid in het spelen met woorden en
+rijmen was sneller gegroeid dan zijn levensinzicht, en zoo moest zijn
+beeldspraak, waar hij eigen meeningen wilde aanduiden, wel tamelijk los,
+en ineengedrongen duister zijn,--hoe cordaat ook neergeschreven. Een
+kenmerkend voorbeeld hiervan geeft het dichtje, dat hij op zijn
+zestienden verjaardag in het album van een vriend stelde. Zonder naderen
+uitleg maar "in allen ernst" vergelijkt hij daar de wereld "die men voor
+de beste houdt" beurtelings bij een moordenaarshol--een
+studente-kamer--een operagebouw--een professorsdrinkgelag--met
+poëetkoppen, schoone rariteiten, afgesleten geldstukken.
+
+"Een die zich op de schoone wetenschappen toelegt", aldus teekende hij
+het gedicht. En verried daarmee meer dan hij wilde zeggen: Terwijl hij
+zich door zijn vader liet africhten tot de rechtsstudie; terwijl hij, de
+kamer op en neer marcheerend, zijn invallen dicteerde aan een
+schrijfknecht; terwijl hij doolde op jaarmarkten en missen, waar bizar
+gekleede vreemdelingen dooreenwoelden--rees in hem het voornemen, zèlf
+zijn loopbaan te kiezen, professor te worden in de kunstgeschiedenis of
+in de classieke letteren. Zijn algemeene kennis ontwikkelde hij nog
+verder door in eenige encyclopedieën, o.a. in de bekende "Dictionnaire
+historique et critique" van Pierre Bayle, te snuffelen; en meer en meer
+teekende zich de weg, die hem door zijn geestesbehoeften was aangewezen.
+Maar alleen zijn zus Cornelia wist er van: zij begreep hem zoo volkomen,
+dat hij haar man zou willen worden indien hij haar broer niet was.
+
+Hij heeft zich eens in enkele verzen afgevraagd, wat er nu toch
+eigenlijk voor oorspronkelijks in hem zat. Van mijn vader, zoo dichtte
+hij:
+
+ Vom Vater hab' ich die Statur,
+ Des Lebens ernstes Führen;
+ Von Mütterchen die Frohnatur,
+ Die Lust zu fabulieren....
+
+en als de deelen het geheel vormen, wat heeft het wicht ten slotte dan
+van zich zelf!?
+
+Het oorspronkelijke in zijn persoonlijkheid was hem nog niet helder
+bewust, toen hij als 17-jarig jongeling naar de Leipziger hoogeschool
+vertrok; toch zou hij zich nooit losmaken van zijn jeugd-indrukken, dat
+is te zeggen: van de wijze waarop zijn kiemende geest zich met zijn
+eerste ervaringen verstond; toch zal den lezer blijken, dat deze
+kinderdroomen in den gerijpten man nog uitwerken. Nog, of liever: pas,
+want kinderen grijpen ver.
+
+Maar wel wist hij, dat hij anders was als degenen die hem met zooveel
+zorg hadden opgevoed: De teruggetrokkenheid waarin zijn vader leefde
+maakte hem bang; en hevig verlangde hij ontslagen te worden van de
+geestestucht, die men hem had opgelegd; daar onder de balkrijke
+zolderingen van het sombere ouderhuis.
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald,
+loopen van September 1765 tot September 1768.]
+
+II
+
+ Verpflanze den schönen Baum,
+ Gärtner! er jammert mich.
+ ODE aan BEHRISCH.
+
+
+Hij voelde zich niet bepaald treurig, toen hij de poorten van zijn
+geboorteplaats achter zich had: voortaan zou hij zelf zijn leven
+regelen, met frisch gestel en sterken geest zich op de schoone
+wetenschappen werpen, rechtstreeks aansturend op het hoogleeraarsambt!
+
+Maar toen hij Leipzig binnenreed had hij den eersten klap al te pakken:
+de postwagen was onderweg in de modder vastgeraakt, Wolfgang wilde
+natuurlijk met uitbundig krachtsbetoon een handje helpen en verrekte een
+paar borstspieren. Gedurende heel zijn studietijd zou telkens een
+knagende pijn zijn zenuwen overprikkelen.
+
+Hij vond dat hij, om op slag te komen, zich eens flink moest vertreden
+en de academie-stad beviel hem wel bij eerste kennismaking. Deftige
+gebouwen met mooie gaarden; straten breeder dan in Frankfort en ook
+lichter, doordien de hooger gelegen étages der huizen de verdiepingen
+gelijkvloers niet overschaduwden; interessante omstreken met overvloed
+van gezellige roomtuinen; boekenstalletjes huis aan huis, en gewoel van
+vreemd-gedoste buitenlanders; een Fransche kolonie,--die als een
+leerschool van smaakvolle wellevendheid werd beschouwd en aan Leipzig
+wijd en zijd den roep gaf van "een galante stad", een "klein Parijs";
+waar men er zich bovendien op liet voorstaan, je "feinste Teutsch" te
+spreken. Het was juist mistijd: drinkgelagen en banketten en rijjolen
+gingen niet van de lucht en de goudstukken schoten den onervaren
+studiosus tusschen de vingeren door, snel als waren het guldens. Maar
+hij genoot, en in zijn naïeve verbazing vond hij 't gewenscht, zijn
+zuster de zeer byzondere spijzen op te sommen, die de Fransche keuken
+hem van dag tot dag gaf te savoureeren.
+
+Toen de teleurstelling: de Frankforter patriciërszoon, het dichterlijke
+wonderkind, stond hier maar matig in tel. Zijn uitspraak klonk boersch
+en men glimlachte als hij zijn taal doorspekte met spreekwoorden,
+bijbelsche beelden, krachtige oud-Duitsche uitdrukkingen, die hij uit
+kronyken had opgediept.. Zijn kleeren, waarvan hij hoogen dunk had,
+bleken van verouderden snit en ze zaten nogal slof. Geen wonder: de
+huisknecht, die niet mocht leegloopen, had ze uit vaders onverslijtbare
+plunje gemaakt. En nu gebeurde het dat een komiekeling in een derderangs
+theater de menschen deed proesten, enkel en alleen door in juist zulke
+kleeren op te treden. Jonge Wolfgang, tot tranen geërgerd, was blij dat
+hij er in slaagde, zijn rijkvoorziene garderobe, met bijbetaling van
+ettelijke goudstukken, te ruilen tegen een paar moderne pakjes.
+
+Hij ging zijn aanbevelingsbrief overhandigen aan den rector van de
+universiteit, hofraad Böhme. Deze verbood hem, de studie van de
+rechtswetenschap, waarvoor hij bestemd was, zonder verlof van zijn vader
+op te geven, teneinde voor zijn lievelingsvakken tijd te winnen. Dit
+ontnuchterde hem: doch Böhme, practiesch man, met weinig ontzag voor
+geleerdheid die door anderen werd onderwezen--overtuigde hem dat hij,
+als bewonderaar van de classieken, niet beter kon doen dan zich wijden
+aan de studie van het Romeinsche Recht. Deze raad, gevoegd bij de
+overweging dat zijn moeder en Cornelia het zouden ontgelden als papa
+Goethe tot de ontdekking kwam dat zijn plannen werden gedwarsboomd,
+maakte hem aanvankelijk tot een stipt en ijverige collegehengst. Maar
+Böhme had hem over het Recht en over de geschiedenis der
+staatsinstellingen niet veel nieuws te vertellen. En hij verdreef zijn
+verveling door in zijn dictaten caricaturen te teekenen van de
+rechterlijke ambtenaren die de lessen verduidelijkten.
+
+Mevrouw Böhme interesseerde zich voor hem; ze trachtte met veel tact hem
+te beschaven, leerde hem kaartspelen en de nieuwste dansen, als middel
+om zich in gezelschap te kunnen bewegen. Ze won zijn vertrouwen. Toen
+droeg hij haar de verzen voor die hem hadden ontroerd, ook verzen van
+hem zelf, zonder de namen van de dichters te verraden. Zij keurde af,
+hij verdedigde. Maar toen zij haar oordeel motiveerde en de groote vraag
+aanroerde: Hoe onderscheidt men mooi van leelijk?--ging hij zwijgend
+naar huis.
+
+Hij had tot dan toe in alle mogelijke "genres" gewerkt, omdat en zooals
+"men" het mooi vond; zijn onderwerpen werden hem, door vader of door
+zijn onderwijzers opgegeven. Juist doordat geen diepwortelende voorkeur
+hem aan een bepaalden stijl bond, juist doordat hij zich zoo vrij
+gevoelde tegenover zijn materiaal--het woord--juist daardoor kon hij als
+jongen verregaand bedreven zijn in vers-techniek. Hij wist wel te
+onderscheiden juiste verzen van foute verzen, maar niet schoone verzen
+van valsche verzen. Hij wist dat de vraag naar de normen van het Schoone
+hem eens zou verontrusten. Maar, alles wat hij onder vaders leiding deed
+als voorloopig en voorbijgaand beschouwend, had hij ze uitgesteld tot
+later. De vermaningen van deze hoofsche dame, denkelijk zoo zwaarwichtig
+niet bedoeld, betroffen de kern van zijn talent. Eensklaps besefte hij
+ten volle dat hij leege dichtstukjes had voortgebracht, vormen, wier
+correctheid doelloos was, omdat poëtische inhoud ontbrak; woordenpraal
+die onder het niveau bleef, waarop men zich om mooi of leelijk bekreunt.
+In hem hadden kunde en leven elkander nog niet bereikt.... En op een
+goeden dag smeet hij heel het pak dichtoefeningen dat hij van huis had
+meegebracht in den vlammenden keukenhaard.
+
+Hij mòest echter zingen en hij zocht naar een inhoud, maar wie zou hem
+helpen. Zijn professoren in de letterkunde hadden geen begrip van
+aangeboren, niet aangeléérde, poëzie. In hun colleges werden de namen
+die hem lief waren nooit genoemd. Gottsched was een geslacht te oud, en
+voelde meer voor jeugdige vrouwen dan voor jeugdige dichters; Gellert
+vroeg hem teemend of hij wel trouw ter kerke ging, en wie zijn
+biechtvader was? Clodius was een rijmelaar, die kans zag in het kleinste
+gedichtje een tiental Grieksche goden en godinnen te huisvesten, doch
+dit van zijn leerlingen niet duldde; zonder te verklaren waarom.
+Wolfgang schreef meestal in verzen de hartstochtelijke gedeelten van
+zijn brieven en zijn opstellen--en dit waren zijn slechtste verzen
+niet--maar zijn leeraar verbood hem zulke ruwheid. Op het "Collegium
+philosophicum et mathematicum", dat alle studenten verplicht waren te
+volgen, werd de geest "duchtig gedresseerd en in Spaansche laarzen
+geregen". De meening van den jongen Goethe, dat een afzonderlijke
+wijsbegeerte niet noodig was, vond hier verdere bevestiging. De
+werkingen die ieders brein van jongsaf onbewust doch juist volbracht,
+zoo natuurlijk als eten en drinken, werden hier blijkbaar willekeurig
+ontleed; wat vroeger in eenen ging werd nu in drieën geprutst;
+Philosophie en levende Gedachte gingen hier elkander uit den weg.--Eens
+bleef Wolfgang uit de gehoorzaal teneinde bij een koekenbakker in de
+buurt de flensjes, die juist op het lesuur dampend en geurend uit de pan
+kwamen, te gaan nuttigen. Het beviel hem zoo goed dat hij voor zulke
+flensjes in 't vervolg zijn aanspraken op wijsheid liet varen.
+
+Tegen 't einde van het eerste leerjaar trok hij zich volkomen
+ontnuchterd uit het academieleven terug. Mevrouw Böhme stierf en haar
+echtgenoot, die Wolfgangs caricaturen had ontdekt, wilde niets meer van
+hem weten; de overige hoogleeraren van middelmatige geleerdheid ook
+niet. Het gezellig verkeer smaakte hem niet. Zijn manieren, aangeleerd
+evenals zijn dichtkunst, gingen hem niet vlot af. In de comedie gaapten
+de menschen als hij bewonderde, en ze juichten toe wat hem tegenstond.
+Hij voelde dat de brieven, die Cornelia hem schreef, bijna geheel door
+den ouwen heer waren voorgekauwd of ingegeven, en hij dorst haar niet
+schrijven wat hem beklemde, sinds zijn vader hem zijn epistels,
+gecorrigeerd met rooden inkt en van taal-, stijl-, en schriftkundige
+aanmerkingen voorzien, terugzond.
+
+Hij kreeg het eenzaam. Geen mensch begreep hem. En als iemand hem kon
+helpen, dan hij zelf. "De laurier die den dichter siert"--hij had ze
+voor zijn vertrek uit Frankfort zeer nabij geacht--was uit zijn
+gezichtskring geweken. In hem was ruime leegte, en een benauwend-vaag
+bewustzijn van eigen genialiteit, een nooit gekend plichtsbesef, dat
+hem dreef tot zoeken, mijmeren en alleen-zijn.
+
+Hij dineerde met een stelletje studenten in de medicijnen en de
+natuurwetenschappen: hun gesprekken kon hij verdragen, hun kennis had
+tenminste tastbare werkelijkheid tot inhoud; en met het algemeene er van
+raakte hij langzamerhand vertrouwd. Maar het gebeurde dat hij dagen
+achtereen van tafel bleef. Dan lag hij ergens in een bosch bij een
+beekje te peinzen en te neuriën, kon zich geheel vergeten in de
+beschouwing van boom en plant, dacht terug aan het ouderhuis, aan zijn
+vrienden en de lieve meisjes die hij in Frankfort had gekend, aan den
+rustigen jongenstijd dien hij had doorleefd.... Maar plots herinnert hij
+zich dat dit alles niet terugkeert. Dan scheurt een schel wit licht de
+wazige woud-atmospheer vaneen, de golfjes van 't beekje gaan hem plagen,
+jagen hem voort. Hij kan zich niet wennen aan het idee dat hij verder
+moet, maar de twijfel maakt zijn bestaan van nu onhoudbaar.
+
+In dezen tijd gebeurt hem voor het eerst wat hij later als een
+noodzakelijkheid zal leeren doorzien: Hij heeft gezocht een vaag ideaal
+en hij vindt--een vrouw die hem weergeeft aan het leven.
+
+Hij heeft kennis gemaakt met den Frankforter advocaat Schlosser, een
+kalm en kundig man, die waarschijnlijk van den ouden Goethe opdracht
+had, bij gelegenheid een oogje te houden op den vreemddoenden zoon.
+Schlosser woont in bij den pensionhouder en wijnkooper Schönkopf, en
+Wolf gebruikt daar voortaan met hem het middagmaal, in gezelschap van
+enkele beschaafde, literair aangelegde heeren. Daar wordt dikwijls lang
+nagetafeld, en met de verdraagzaamheid, die een rustige spijsvertering
+teweeg brengt, onder het genot van de glaasjes wijn, door de aardige
+dochter des huizes geschonken, hooren die heeren onverstoorbaar
+elkanders meeningen aan en trachten zelfs het met elkaar eens te worden.
+In dezen kring, en niet 't minst door de ernstige toespraken van
+Schlosser, met wien hij nu dagelijks een paar uur verkeert, wordt mosjé
+(d. i. monsieur) Wolfgang dra de oude. Fransche en Duitsche,
+Italiaansche en Engelsche brieven vloeien weer uit zijn pen, zijn
+vrienden ontvangen weer ontboezemingen in welgemeten Fransche
+alexandrijnen, koddig en opgeschroefd nabrouwsel van Racine. Als
+Schlosser is vertrokken, kan hij van deze middagtafel niet scheiden:
+niet zoozeer om de spijzen als wel om de wijnschenkster. Want hij heeft
+zich binnen een week smoorlijk in haar verliefd.
+
+Anna Catharina Schönkopf--hij noemt haar Antje, Annette of Kaatje--was
+drie jaar ouder dan hij. Aardig figuurtje, niet groot, maar flink
+ontwikkeld, open rond gezichtje; verstandig zonder geleerd te zijn,
+natuurlijk in haar manieren, altijd opgewekt, altijd gereed om een
+lastige aanbidder op zijn vingers te tikken; spotziek maar
+goedhartig,--zoo beschrijven haar Goethes vrienden. Hij zelf vond haar
+natuurlijk volmaakt, een engel; en ze had (meende hij) maar één gebrek,
+nl. dat ze hem beminde.
+
+Immers hij wist dat hij haar nooit zou trouwen. Niet omdat het verschil
+in stand hem hinderde, ook niet omdat hij vreesde zijn vader te
+weerstaan. De reden lag dieper: Onophoudelijk drukte hem de plicht, zijn
+geestesaanleg ten volle uit te leven. Hij wist zich onvoltooid maar voor
+iets groots bestemd. Hij voorzag niet wat er uit hem zou worden, maar
+hij besefte dat hij niet mocht rusten, nergens wortel mocht schieten,
+voordat de leegte in hem was vervuld, voordat de scheppingsdrang in hem
+doel had gevonden.
+
+--Toch kon hij geen afstand van haar doen. Zijn jeugd-krachtige
+hartstocht joeg hem telkens weer tot haar. Op hun liefhebberijtooneel
+speelden zij samen de verliefde rollen, en ze zongen samen, en zij
+begeleidde zijn fluitspel op het clavecimbel. En hij kon haar niet zien,
+of in zijn reeds overgevoelig gemoed ging de wroeging woeden; liet hij
+zijn verliefdheid gaan, dan bedacht hij daarbij dat hij een onvervulbare
+hoop in haar sterkte.
+
+[Illustratie: KÄTHCHEN SCHÖNKOPF
+_Naar een miniatuur_]
+
+En hij laat zijn verliefdheid gaan. Om ongestoord met haar te kunnen
+samen zijn, neemt hij list te baat. Hij maakt het hof aan een uiterst
+coquette maar leelijke juffer, schijnt zich aan de grillen van die
+juffer geheel te onderwerpen: kleedt zich overdreven modieus, stapt met
+afgemeten passen en uitgestreken tronie door Leipzig, begroet zijn
+vrienden met zoo comedianterigen praat, dat zij het geen kwartier met
+hem kunnen uithouden. En zoo vermoedt niemand iets kwaads als hij met
+Antje babbelt. Maar hij voelt het kwaad. Hij zou haar zoo gaarne
+gelukkig zien en neemt zich in goede oogenblikken voor, nooit haar
+ontrouw te worden, als hij haar niet eerst in de armen van een ander
+heeft aangetroffen. IJdele gelofte! In zijn ziel heeft hij haar reeds
+verlaten. Hij is overspannen genoeg om de reden daarvan in haar te
+zoeken: Hij bestookt het meisje met fijn-gesponnen jaloezie, verlangt
+van het meisje onweerlegbare bewijzen dat hij "de eenige" is. Weer
+alleen op zijn kamer zet hij zich tot diep in den nacht durende
+zelfkwelling; hij kent geen genot of hij misgunt het zich, ontleedt het
+totdat er niets van blijft.
+
+Maar zij weet dit niet en zou het niet hebben begrepen. Zij raakt in de
+war en lijdt; ze moet toch altijd vriendelijk doen tegen de gasten.
+
+En als ten tweede male over hun grillige liefde het voorjaar strijkt,
+vlucht hij de stad uit en vindt zich weêr onder de linde, waarin hij te
+voren haar initialen heeft gesneden boven de zijne. Ziet: de
+levenssappen van den boom zijn naar buiten gebroken en lekken als tranen
+door haar naam over zijn naam. Nauwelijks heeft hij dit beeld doordacht
+of hij snelt naar huis en smeekt haar om vergiffenis. Te laat. Zij heeft
+in stilte hare liefde weggeschreid....
+
+Aan Schönkopfs tafel verschijnt geregeld een zekere Behrisch: lange,
+magere sinjeur met scherpe trekken en wel-verzorgde kleedij; gouverneur
+van een paar jeugdige graven, die te Leipzig studeeren. Het
+waarlijk-geniale in Wolfgangs optreden, dat zijn gelijken in ouderdom
+ontsnapt of door hen als aanstellerij wordt beschouwd, trekt de aandacht
+van dezen kern-echten zwijger, die de gewoonte heeft, zijn
+wereldwijsheid onder vormelijke manieren en langgerekte grappen te
+verhullen. Een biechtvader, zooals mosjé Wolf er een noodig heeft. Met
+cynischen spot verhaast hij het zuiveringsproces in den ontluikenden
+dichter. Valsche verzen die Wolfgang hem voorlegt neemt hij zoo
+bedrijvig onderhanden, dat dezen alle eigenliefde vergaat. Daarentegen
+is aan liederen die genade bij hem vinden een byzondere gunst beschoren.
+Naar den drukker mogen ze niet; maar hij copiëert ze zorgvuldig en
+geduldig met ravenvederen en oostindischen inkt, met sierlijke letters
+en uitvoerige vignetten, op zwaar papier. Men zegt dat hij die
+afschriften mee heeft genomen in 't graf....
+
+Intusschen: Behrisch houdt van uitgaan en genieten; hij brengt Wolfgang
+bij meisjes die--als wij hem mogen gelooven--beter zijn dan haar faam;
+de romantische jongeling, balsturig om zijn vermoorde liefde, fuift mee
+en ontziet zijn lichaam niet meer. En als hij zich slap voelt,
+onderwerpt hij zich aan streng dieet en koudwaterbehandeling, zooals
+Rousseau ze in de mode heeft gebracht. Terwijl hij aldus "terugkeert
+naar de natuur" vernielt hij zijn gestel; zijn prikkelbaarheid neemt
+toe.
+
+Spoedig moest hij Behrisch missen. Hij had in een oolijke bui een
+lofdicht op een in de studentenwereld beroemden koekbakker geschreven;
+een vriend had er een verlengstuk aan gehecht, zoodat het een
+parodiëerend hekeldicht leek op Prof. Clodius, en zoo circuleerde het
+onder de studenten. Dit bracht den vriendenkring in opspraak. De vader
+van de jonge graafjes kwam te weten in welk gezelschap zijn zoons
+verkeerden en ontsloeg Behrisch op staanden voet. Wolfgangs
+verontwaardiging uitte zich in drie "Oden", die vooral merkwaardig zijn
+om de huiveringwekkende beelden, waarmede de ongezonde atmosfeer van het
+gekunstelde en lasterende Leipzig wordt geteekend.
+
+Maar nù kon de eenzaamheid hem drijven tot studie en arbeid. Hij
+verdiepte zich in Molière's tooneeltechniek en begon diens "Menteur" te
+vertalen. Uit Dodds "Beauties of Shakespeare" schitterde een nieuwe
+schoonheid hem tegen, en dit noopte hem nader kennis te maken met den
+Engelschen dichter, mede aan de hand van Wielands "verduitschingen" die
+toen juist verschenen. Hij waardeerde Shakespeare, zonder hem te
+begrijpen, en noemde hem zijn meester, wijl hij, voelend dat hij met een
+held in aanraking kwam, meer vertrouwen kreeg in zijn eigen begaafdheid.
+
+Hij keerde al meer tot zichzelf in, en schatte zijn eigen
+persoonlijkheid het ware en schoone tegenover de onware buitenwereld. Om
+hem heen vond hij niets dat zich liet bezingen, en, daar hij toch zingen
+moest, "koos" hij--als had hij daar vrij zeggen over!--de rustigste
+momenten die zijn ziel doorleefde tot onderwerp voor zijn liederen. Zijn
+ervaringen, vooral zijn liefde-ervaringen, werden in de eenzaamheid lang
+overdacht en, van alle toevalligheid gezuiverd, neergeschreven. Maar als
+dan zoo'n ervaring, in korte, scherp gestelde verzen te boek stond, liet
+ze hem tot klaarheid met zich zelf komen, hielp ze hem de tegenstelling
+tusschen zijn Ik en de onware buitenwereld overbruggen met
+verstandelijke overwegingen. Zoo kregen zijn liederen een eigen,
+doelmatigen stijl, waarin 's dichters overleg tot ongemengde uiting
+kwam: Beginnend met de aanduiding van een tegenstelling, eindigen zij
+plots met een korten, scherp afgepunten zet, belichamend aldus de
+luchtige, eenigszins koude wereldwijsheid, waarmede Wolfgang zich
+verstandelijk troostte. Liet hij hier en daar--bijvoorbeeld in
+"Brautnacht"--zijn schoon verbeelden hartstocht ook dòorleven, deze
+heeft voor het eind van 't lied zijn toppunt bereikt en een
+veelbeteekenende grap toont dat Goethe zijn eigen warmte voornaam en
+rustig heeft doorstaan.
+
+Men zegt dat deze liederen aan Fransche en Italiaansche voorbeelden
+herinneren, maar verzuimt te verklaren, waarom Goethe--die al zijn
+vroegere gedichten, naar bepaalde voorbeelden vervaardigd, eenvoudig in
+het vuur wierp--deze liederen ook in de latere uitgaven van zijn werk
+liet herdrukken: Vast staat dat déze vorm juist paste bij zijn blik op
+de dingen; hij hadd' hem dus, rusteloos zoekend, ook geheel op eigen
+initiatief gevonden, indien het buitenlandsche voorbeeld hem niet in
+dezen tijd had gevoerd tot de ontdekking van zijn _stijl_. Hier bereikte
+hij van beginne af het meesterschap. Van uitgave tot uitgave opgetoetst
+en ontdaan van persoonlijke elementen vinden deze liedjes ook voor zijn
+geoefenden smaak van later jaren genade.
+
+Hun eigenaardige, in hoofdzaak telkens weerkeerende opbouw, de
+geleidelijke vervloeiing van hun geestesspanning, die maakt dat de
+lezer, eenmaal aan het einde gekomen, nooit aan 's dichters
+zelfbeheersching wanhoopt, de groote effecten, die met weinig middelen
+worden bereikt, het samenvallen van intellectueel en melodieus
+zwaartepunt--dit alles heeft in den loop der tijden verschillende
+componisten, waaronder Beethoven, aangetrokken: Muziek, heeft Goethe
+later gezegd, is het ware element waaruit alle poëzie ontspringt, en
+waarheen ze terugkeert. Kort na hun ontstaan reeds werden twintig
+liederen getoonzet door zijn vriend Breitkopf, een zoon van den
+Breitkopf die de noten-typographie uitdacht. Zij verschenen in 1769
+onder den titel: _Neue Lieder_. Goethes naam is op het titelblad niet
+gemeld.
+
+Zijn oude liefhebberij voor beeldende kunst meldde zich weer aan en hij
+ging de lessen volgen van Oeser, den directeur van de teeken-academie;
+een man die niet bestemd was om roem als schilder te verwerven, maar die
+als kunst-criticus en als onderwijzer uitmuntte. Aan hem had de
+vermaarde Winckelmann, de geleerde "hernieuwer" van de classieke kunst,
+zijn vruchtbaarste ideeën te danken. Hij kon Wolfgang, die geen
+eigenlijk teekentalent bezat, niet tot kunstenaar vormen, maar wel
+leerde hij hem: zijn oogen gebruiken. Zijn critiek, hoe grondig ook,
+ontmoedigde nooit. Hij bracht meer inzicht dan vaardigheid. Met
+geestdrift onthulde hij zijn genialen leerling het wezen der Grieksche
+schoonheid als _"edele eenvoud en stille grootschheid"_. Toen begreep
+Wolfgang dat geen jongeling een meester kan zijn en hij vermoedde--wat
+hij pas later eigenlijk begreep--dat men in de werkplaats van een
+kunstenaar meer kans heeft wijsheid op te doen, dan in de gehoorzaal van
+den philosoof. Dus niet alleen de dampende flensjes hielden hem van zijn
+studie!
+
+Geheel in deze geestesrichting pasten Lessings leeringen: vooral de
+strenge besprekingen over de grenzen tusschen Poëzie en Schilderkunst,
+die Lessing aan beschouwing van de classieke beeldgroep Laokoon
+vastknoopte, maakten op Goethe, als op bijna iederen nakomeling, een
+verkwikkenden en verlossenden indruk. Toen als thans waren de preekende
+schilders en de schilderende dichters in zwang; en nu toonde Lessing aan
+dat de dichter, wegens de geaardheid van zijn materiaal, het woord, niet
+moet schilderen doch verhalen en breede schilderingen slechts langs een
+omweg behoort te geven; dat de schilder zich moet houden binnen de
+grenzen van het schoone, niet moet vertellen of beweren, doch zijn
+figuren moet te doek stellen in rustende houding: Beweging het element
+van den dichter, schoone rust het element van den beeldenden kunstenaar;
+en wilde de laatste een _handeling_ na-scheppen of een gedachte
+aanduiden, dan moest hij grijpen naar het zoogenaamde "vruchtbare
+moment"--zijn figuren een houding geven, waaruit viel af te leiden wat
+zij het volgend oogenblik zouden doen. Lessing bewees dan in zijn
+bescheiden boekje dat al wat wij in de Ouden, speciaal in Homeros,
+bewonderen volgens deze principes was opgezet.
+
+In dien tijd beving Wolfgang onweerstaanbaar het verlangen, antieke
+beeldkunst aan zijn nieuwe inzichten te toetsen, en, zonder iemand van
+zijn omgeving te waarschuwen, reisde hij stilletjes naar Dresden, om
+daar het bekende schilderijen-museum te bezoeken. Hij had zijn naar
+voorbeeld gemaakte verzen voor niemand geheim gehouden, schreef zelfs
+vaak om zijn vrienden te bekoren. Maar zoodra er iets in hem omging dat
+de kern van zijn aanleg betrof, verborg hij het zelfs zijn besten
+vriend; daar hij zich dan helder bewust was, iets te veroveren dat nog
+niet had bestaan en de stoornis van hun overbodigen raad duchtte. Daarom
+ging hij nu ook in stilte naar Dresden. Twaalf dagen lang zwierf hij er
+tusschen schilderijen, en de portier, die 's morgens het museum opende,
+vond hem geregeld voor de poort op wacht. De Hollanders en de Vlamingen,
+realistische uitbeelders van forsche menschvormen, en ook de
+landschapschilders boeiden hem. Het gebeurde dat hij, de werkplaats
+betredend van den kernachtigen schoenmaker bij wien hij intrek had
+genomen, alles in donkerbruine kleurtonen zag, als stond hij voor een
+doek van Ostade. Maar hier ondervond hij de waarheid van zijn uitspraak,
+dat hij als jongeling nog geen meester kòn zijn: de schoonheid van de
+oud-Italiaansche stukken en de antieke beelden begreep hij wel, maar hij
+kon ze niet navoelen; hij nam ze aan op gezag. Zijn verstandelijke
+ontwikkeling was de ontwikkeling van zijn ziel vooruit.
+
+Vandaar ook, dat scherpe critiek hem wel een oogenblik van de wijs kon
+brengen, maar niet blijvend. Zijn ziel werd er op den duur niet door
+gemoeid. En hij kénde het middel om de oppervlakkige evenwichts-storingen
+in zijn intellect te herstellen: Hij ging nu werken aan een aanklacht
+tegen--zich zelf, tegen den pluizenden, grilligen, vroeg-ouden menschhater,
+die de liefde van de frissche en goede Antje niet had gewaardeerd, en meer
+zekerheid had geëischt totdat hij alles had verloren, en begreep hoe
+dierbaar de vroegere "onzekerheid" hem was geweest. Hij had als kind een
+herdersspel gemaakt, zooals de Franschen die toentertijd in verre navolging
+van Tasso bij groote hoeveelheden fabriceerden; een spel zonder actie,
+waarin herders en herderinnen, zacht gekleurd en gloedglansend als
+porceleinen popjes, elkander zoetelijke papieren gedachtetjes over
+jaloezie, liefde en onschuld zeiden. Nù was hem de mogelijkheid gerezen,
+aan het spel een levenden inhoud te geven; en na diepgaande omwerking,
+waarover hij al weer het stilzwijgen bewaarde, kreeg het ongeveer den
+vorm waarin wij _Die Laune des Verliebten_ thans kennen:
+
+--Twee minnende paartjes zijn op het tooneel tegenover elkander
+geplaatst, kransen vlechtend. Eridon en Amine lieven elkander
+hartstochtelijk, maar Eridon's naijverige grillen verstoren de vreugd al
+te vaak. De min van Lamon en Eglé is kalmer en niet zoo veeleischend,
+daardoor gelukkiger. Amine's danslust leidt tot gekibbel met haar
+prikkelbaren herder; vergeefs tracht Eglé haar weenende vriendin tot
+opstand aan te zetten. Dan besluit ze Amine door list te helpen: als
+deze naar bal is, lokt ze Eridon in haar armen, en bewijst daardoor
+metterdaad, hoe weinig hij het recht heeft, zijn trouwe herderinne door
+verwijten het leven te vergallen.
+
+Wolfgang schreef zijn zuster dat dit stuk naar de werkelijkheid
+gecopiëerd was en zeker doen de goedige Amine en de grillige Eridon aan
+twee, den lezer reeds bekende, personages denken. Maar de typeering van
+Eridon, hoe scherp ook, is vergeleken bij deze werkelijkheid, niet
+compleet. De vraag dringt zich op, wat Amine eigenlijk aan hem ziet?
+Kaatje verdroeg Wolfs grillen zoo geduldig wijl ze bekoord werd door
+diens genialen overmoed; en deze juist ontbreekt Eridon.
+
+Dit verwijst naar een grondtoon van Goethes dichterschap: zijn streven
+naar het universeele, d.i. het algemeen toepasselijke. Ongetwijfeld, al
+zijn werken, sedert zijn studententijd ontstaan, zijn "brokstukken van
+een groote biecht"; en zijn helden dragers van d'een of andere zijde van
+zijn eigen karakter. Maar--en dit zegt meer--de teekening van zulke
+karaktereigenschappen werd gaandeweg gezuiverd van alle individueele
+bijmengselen; zoodat ieder, hoe overigens zijn levensomstandigheden ook
+waren, mits zijn persoonlijkheid maar dezen trek bezat, er zich in kon
+weervinden. In _Die Laune des Verliebten_ is het hem niet te doen om den
+student Wolfgang, doch om den--hem onuitstaanbaar dunkenden--
+ziekelijk-jaloerschen jongeling in het algemeen. En aangezien
+men niet bepaald geniaal behoeft te zijn om zijn meisje te plagen, werd
+de betooverende wildheid van het model weggelaten: Er zijn veel
+jaloersche jongelingen, doch er is maar éen prikkelbare Goethe.--In deze
+beschouwing ligt opgesloten, dat in het herdersspel de liefde van Amine
+ongemotiveerd is, en dat dus het heele stuk op losse schroeven staat.
+Maar hier is tevens een onderscheiding gemaakt, die de lezer wèl zal
+doen tot goed begrip van Goethes later leven in het oog te houden:
+Goethe wil twee karakters naast elkaar plaatsen, op elkander laten
+inwerken: _hoe_ ze tot elkaar komen,--daarover bekreunt hij zich
+allerminst!
+
+Eenmaal aan het werk, ontwierp Wolfgang plannen voor een aantal stukken,
+waarin sommige levenservaringen, misschien zelfs reeds sommige
+bespiegelingen naar aanleiding van ervaringen, op soortgelijke wijze
+moesten verbeeld. Maar deze concepten werden niet uitgewerkt--omdat ze
+alle tragiesch eindigden. Dit beduidt niet dat Wolfgang het leven,
+zooals het zich nu eenmaal aan hem had voorgedaan, niet wilde zien; maar
+wel, dat zijn geest altijd uit was op _herstel_ van een verstoord
+geestelijk evenwicht, en voor iedere ramp instinctief een door diep
+inzicht gemotiveerden troostgrond zocht. Eerst als hij, al werkend, voor
+een bepaalde groep zielsverschijnselen zulk een troostgrond had
+gevonden, voelde hij zich er tegen opgewassen, kon hij als een verder
+ziend God zweven boven de werkelijkheid; eerst dan was het stuk
+"realiteit" _rijp_ voor bewerking. Hij besteedde een groot deel van zijn
+leven aan de _verovering_ van de hier aangeduide neiging, die hij van
+zijn moeder had geërfd.
+
+--Eén stof nu, hoewel vol treurnis, leek hem geschikt om eenigszins
+schertsend te worden opgevat, en hij maakte ze tot onderwerp van zijn
+blijspel in verzen _Die Mitschuldigen_. Gelijk men bespeuren zal, kon
+deze samenloop van omstandigheden voornamelijk hierom onschuldig worden
+voorgesteld, omdat hij in een luchtig-"verdraagzame" moraal een
+oplossing schijnt te vinden, voordat de tragiek, die er eigenlijk uit
+voortvloeit, hem heeft achterhaald. De opmerking is gewettigd, dat in
+het dagelijksch leven een hoeveelheid zedelijk bederf, als hier met wat
+uiterlijke grappen overgoten wordt aangevoerd, op iets hevigers moet
+uitmonden. Maar het doek valt, voordat dit hevige kan beginnen.
+
+Dit stuk is te rekenen tot de eerste periode van Goethes ontwikkeling
+als dramaturg, nl. tot de periode van het gewrongen, of juister: van het
+_voorkomen slot_.
+
+Ziehier het geraamte van dit blijspel, waarin Goethe allerlei
+wantoestanden objectiveert, die hij als wijsneuzig knaapje heeft
+aanschouwd:
+
+--De vierentwintigjarige herbergiersdochter Sophie (het wachten moede)
+heeft een slampamper gehuwd, met name Söller, die zich ook in den
+echtelijken staat maar niet betert. Door een speelgenoot om geld
+gemaand, wil hij een logé, Alcest, dien hij op een feestje gelooft,
+bestelen. Doch op het oogenblik dat hij diens kamer binnensluipt, heeft
+Sophie daar een rendez-vous met Alcest, haar vroegeren minnaar; die
+gaarne zou doen als berouwvolle minnaars meestal doen. Op het oogenblik
+dat Söller wil stelen, drijft de verschijning van den waard, zijn
+schoonvader, hem in het alcoof, waar hij gedwongen wordt een warm
+liefdesonderhoud tusschen Alcest en Sophie bij te wonen, dat duurt
+totdat Alcest al te vurig zich betoont. Den ochtend daarop beklaagt
+Alcest zich over den diefstal. Hij belooft den nieuwsgierigen waard dat
+deze den brief mag lezen, dien hij in den afgeloopen nacht vergeefs
+heeft gezocht, en de waard verraadt nu zijn dochter; hij meent nl. dat
+Sophie het geld heeft gestolen. Alcest, met deze wetenschap toegerust,
+hoopt dat Sophie hem nu meer ter wille zal zijn; maar zìj beschuldigt
+haar vader. Söller laat nu voorzichtig los dat hij de dief is, maar ook
+dat hij weet wat er tusschen den logé en zijn vrouw is voorgevallen,
+zoodat Alcest het wel uit zijn lijf zal laten hem aan te klagen.--Geen
+van vieren volkomen onschuldig zijnde, schenken deze "medeplichtigen"
+elkaar vergiffenis en "niemand wordt gehangen".
+
+De critiek heeft den twintigjarigen dramaturg tot op den huidigen dag
+kwalijk genomen dat de verhoudingen in _De Medeplichtigen_ niet alleen
+hoogst onzedelijk, maar ook gewrongen zijn. Wij van onzen kant achten
+het gepast, zulk bezwaar tegen dit beginnerswerk van den man, die op
+ruim tachtigjarigen leeftijd nòg schreef, niet breed uit te meten;
+liever gaan wij na, of in de fouten van den jongeling misschien de kiem
+schuilt van eigenschappen die wij in den man prijzen. Wij hebben, dus
+doende, op bovengenoemde critici dit voor, dat wij trachten in Goethes
+drama's een ontwikkelingsgang op te sporen, volgens een methode die hij
+zelf met zooveel liefde op natuur- en beschavingsverschijnselen heeft
+toegepast. En de lezer zal, voordat hij deze bladzijden ten einde is,
+ontwaren, dat Goethe deze onderzoeksmethode vond langs den weg der
+zelfbeschouwing, zelfontdékking. Hiermede is gezegd dat wij aan zijnen
+geest geen vreemde bestanddeelen opdringen, wanneer wij trachten een
+ontwikkelingsgang op te sporen in zijn dramatischen arbeid.
+
+Nader bekeken, komt bedoeld bezwaar (de "gewrongenheid") hierop neer,
+dat de _bewegingsmotieven_, (die tot taak hebben: de voorvallen van de
+eene scène naar de andere te drijven) gemeten naar den maatstaf van het
+dagelijksch leven, te zwak zijn voor den arbeid dien ze hebben te
+verrichten en--met hulp van den dichter--ten slotte tòch verrichten. Een
+voorbeeld: Goethe wil den waard op Alcests kamer hebben, opdat hij
+vermoedens opvatt' tegen zijn daar aanwezige dochter. Hoe krijgt hij hem
+op die kamer? Hij laat hem 's nachts binnensluipen.... goed, maar waarom
+doet die man dat?.... uit nieuwsgierigheid naar een brief. Tegenwerping:
+dat doet een overigens rustig man niet!--Deze tegenwerping zou
+vernietigend zijn, indien het in Goethes bedoeling lag, een brok leven
+(in werkelijkheid of in phantasie waargenomen) met de daarin
+aangetroffen tendenzen zoo getrouw mogelijk weer te geven. Doch verre
+van dien: hij zocht naar de belichaming van een _gedachte_ die zijn
+ervaring hem ingaf, naar een dramatiesch opvoerbaar beeld van zijn
+levensblik. Dit beeld kon bij den twintigjarigen idealist zoo schril
+worden, wijl zijn werkelijkheid niet als werkelijkheid zonder meer was
+bedoeld, maar als _belichaamde geest_.
+
+Daarbij deed zich echter een moeilijkheid voor: door het vertrouwen, dat
+hij ouderen weet in te boezemen, is hij in de gelegenheid gekomen veel
+te zien van "het leven"; ja, maar zonder het eigenlijk te _ondervinden_.
+Hij ziet verder dan hij kan begrijpen. Hij heeft een algemeen oordeel
+over de ervaringen van anderen, zonder er heelemaal in te zijn en de
+détails er van te kennen, daar deze hem, werkeloozen toeschouwer,
+ontgaan. Dit spiegelt zich af in zijn werk. Als de groote lijnen maar
+goed loopen, laat het hem koud, op welke stoffelijke grondslagen die
+groote lijnen rusten. Wie zijn stuk wil begrijpen, gelijk hij zelf het
+begreep, die vatte het niet op als zwak, foutief realisme, maar als
+onontwikkelde "_moraliteit_" (min of meer in middeleeuwschen zin).
+
+Dus als een pleidooi voor verdraagzaamheid? Dit meenen sommige critici.
+Wie echter het stuk kent, zal toegeven dat verdraagzaamheid in dit
+verband beteekent: een afgestompt zedelijk oordeel. Iemand is
+verdraagzaam als hij zijn medemenschen hun zonden vergeeft, overwegend
+dat in een speciaal geval de verleiding overmatig sterk is geweest, of
+wijl hij in het algemeen overweegt hoe zwak de mensch staat tegenover
+verleiding; maar niet als hij, gelijk Söller, een belager diens schuld
+kwijt scheldt, vreezend dat anders van hem een boekje zal worden
+opengedaan; en vervolgens zijn _onmacht tot wraak_ met opgeblazen
+profeten-zwier bemantelt. Tegenover een medeplichtige staat men
+zwak;--ziehier de moraal van het stuk. En hierop zij nadruk gelegd, om
+te verhinderen dat bij den lezer postvatte de meening, dat jonge
+Wolfgang zoo afgesjouwd was, dat hij de levenshouding van Söller en
+consorten kalmpjes opnam. Dit deed hij niet; integendeel, hij bespotte
+ze fijntjes.--
+
+Door zijn verkeer met de Breitkopfs kwam hij in kennis met den etser
+Stock, die een zolderverdieping van hun huis bewoonde. Natuurlijk ging
+hij bij dien man in de leer, en tot op den huidigen dag zijn enkele
+etsen van zijn hand bewaard gebleven, opgedragen "aan den heer Caspar
+Goethe, werkelijken Geheimraad, door zijn zeer gehoorzamen zoon". De
+zuivere techniek, waarvan bij het etsen zooveel afhangt, boeide hem, en
+dit is kenschetsend.
+
+Hij bracht menig rustig uurtje door in het zeer ordelijke doch in
+bekrompen omstandigheden levende gezin van Stock. Zijn neiging, zich in
+kleinigheden van anderer leven te verdiepen, verloochende zich hier
+niet. Hij vertelde den kinderen sprookjes, ging den catechiseermeester
+te lijf toen deze de meisjes uit het oude testament onstichtelijkheden
+voorlas, hielp de kleintjes bij hun werk; en de vrouw des huizes gaf hem
+daartoe verlof, onder voorwaarde dat ze zijn lange bruine lokken, die
+hij wel wat verwaarloosde, van tijd tot tijd mocht uitkammen. Maar zij
+nam mosjé Goethe kwalijk, dat hij haar man, als het te donker werd om
+dòòr het (vergroot)glas te kijken, wel eens dieper ìn het glaasje deed
+kijken dan een huisvader betaamt.
+
+De drie jaren, die hij te Leipzig zou doorbrengen, waren nog niet geheel
+ten einde, toen hij een nacht door een bloedspuwing werd overvallen.
+Hij had nauwelijks kracht genoeg om zijn kamerbuur te waarschuwen.
+Hoewel geneeskundige hulp spoedig werd verleend, verkeerde hij dagenlang
+in doodsgevaar. Weldadige verwondering beving hem, daar hij merkte dat
+zijn vrienden en leeraars, waarbij er niet een was of hij had hem door
+zijn nerveuze grillen getergd, hem met warme liefde beurt om beurt
+verpleegden. Zij konden, als Kaatje, veel van hem verdragen.... Hij was
+toch "een goeie jongen!"
+
+Deze crisis moest komen. Zijn overgevoeligheid en zijn ongeregelde
+studie, zijn koudwaterkuren en zijn braspartijen en zijn zwaarmoedige
+zelfkwelling, waarbij nog kwamen de gevolgen van het ongeval dat hem op
+weg naar Leipzig had getroffen en een val van zijn paard, moesten hem
+vroeg of laat neerslaan. En terwijl hij nu langen tijd geduldig in bed
+lag, en de liefde van zijn vrienden de ziekenkamer vervulde; kwam zijn
+geest tot rust, bracht orde in de warrige ervaringen, die zijn gedichten
+niet hadden bemeesterd. Behrisch' opvolger, die den veelgesmaden Goethe
+geenszins meed, las hem veel voor uit den bijbel en trachtte hem een
+wetenschappelijk houdbaar bewijs voor de geopenbaardheid van het
+christelijk geloof te geven.
+
+
+
+
+III
+
+ Ich sagte immer in meiner Jugend zu
+ mir, da so viel tausend Empfindungen
+ das schwankende Ding bestürmten: was
+ nur das Schicksal mit mir will, dass es
+ mich durch alle die Schulen gehen lässt?--
+
+
+Den gebroken jongen wachtte nu de geduldige, niet-vragende zorgzaamheid
+van moeder en zuster, waaraan hij zooveel behoefte had: nu hij eenzaam
+was naar den geest. Het vertrouwelijk verkeer tusschen hem en Cornelia
+zette terstond in. Ze had hem veel te biechten: van haar ontbloeien tot
+vrouw, en van den haat dien zij ouden Goethe toedroeg, nu hij drie jaar
+lang zijn pedanterieën op haar alleen had losgelaten; terwijl zij, haar
+toestand scherpcritiesch doorziend, angstig overwoog dat wel nooit een
+flinke man zich zou verlieven in haar afstootend gelaat met den
+onvrouwelijk-vasten mond, den zwaren, sterk gebogen neus en het bolle
+kindervoorhoofd. De arme zachte moeder probeerde vergeefs echtgenoot en
+dochter tot elkaar te brengen. Ook Wolfgangs terugkomst maakte het thuis
+niet gezelliger: hij kon Cornelia niet altijd gelijk geven; en spoedig
+genoeg liet de oude wel merken, dat pijnlijk de groote verwachtingen,
+die zoontjes leerzaamheid in hem hadden gewekt, waren teleurgesteld. Hij
+bespeurde niet hoe veel de jonge zoeker in die drie jaren ten koste van
+zijn gezondheid had geleerd. Zijn bedekte verwijten deden Wolfgang
+wanhopig naar herstel verlangen, zweepten hem bij het minste vleugje van
+beterschap weer aan het werk. De geneesheeren, die het niet eens waren
+over zijn ziekte, hadden hem volstrekte rust bevolen; doch de vader
+oordeelde dat hij zijn rechtsstudie moest bijhouden. En als zijn hoofd
+daar niet naar stond, verdreef hij op zijn zolderkamer den tijd met
+lezen, teekenen en etsen; hij teekende personen uit zijn omgeving en
+stadsgezichten, die men hem opgaf.
+
+Hij was zonder phantasie; een beangstigend doffe werkeloosheid, door
+geen enkele zielsbeweging onderbroken. Met een onbegrepen ziekte, die
+hem vaak benauwende pijnen bracht, zat hij een jaar lang opgesloten. Bij
+de lichte, breede straten van Leipzig vergeleek hij de schemerige
+straten die hij vanuit zijn venster kon zien; de meisjes die
+voorbijkuierden leken hem log en stijf: in zijn herinnering leefde een
+kleiner, vlugger, ranker soort. Als hij zich overgaf aan den indruk van
+het oogenblik, kon hij gelooven tot zijn jongenstijd te zijn
+weergekeerd; met de verdrietende bijgedachte dat hij zijn wilden
+scheppingsdrang nu kwijt was. Hij dorst niet plannen maken; stervensnood
+leek nabij....
+
+En wàs nabij. Een crisis:--twee dagen lang lag hij in doodsgevaar op
+zijn bed, half verstikt, met verwrongen gelaat. Cornelia kon het niet
+aanzien en vluchtte. De moeder kon het ook niet aanzien en zonderde zich
+af met haren bijbel.
+
+Toen hij weer òp zat docht zijn kwijnen hem schooner dan de duistere
+diepten die hij had doorduizeld, zooveel schooner, dat hij, zelf ziek,
+langen tijd in staat was de morrende, treurende menschen om hem heen met
+zijn opgewektheid te troosten.
+
+Doch nauwelijks hadden eenige vrienden van den huize zijn herstel met
+een feestmaal gevierd, of hij stortte weer in.
+
+[Illustratie: CORNELIA GOETHE
+_In 1773 door haar broer op den rand van een drukproef geschetst_]
+
+En dwars door het op- en afgaan van zijn lichaamskrachten slingerden de
+verleidelijkheden en de teleurstellingen van zijn weer opvlammende
+liefde voor Annette; wier beeld hij sterk idealiseerde nu hij niet
+alleen zoo verre was, maar ook zoo behoefte had aan weeke toegevendheid.
+Een poos lang wisselden de twee schijnbaar onschuldige brieven, als ware
+er niets tusschen hen voorgevallen. Hij perste luchtige grappen uit zijn
+doorploegd gemoed en hij stuurde haar geschenkjes: een beschilderden
+waaier en bewerkt leder voor muilen. Hij verzweeg hoe hij uit het feit
+dàt ze hem antwoordde opmaakte dat ze hem opnieuw hoop gaf, dat hij
+plannetjes ineenspon om naar Leipzig te reizen en haar, alles
+trotseerend, te huwen. Zij verzweeg dat ze--naïef genoeg--letterlijk
+geloofde zijn verzekering, dat hij zich nu had overwonnen. Ze begreep
+niet dat hij twijfelde tusschen de grootste vroolijkheid en de zwaarste
+smart, als hij trachtte die twee woordjes "lieve vriend", waarmee ze hem
+aansprak in haar brieven, te doorvroeden. Het bericht van haar verloving
+met Dr. Kanne--een man dien hij zelf in haar huis had gevoerd--schokte
+zijn zwak gestel, zoo dat hij zijn verdriet voor de huisgenooten niet
+langer kon verbergen. Annette, in haar wreede argeloosheid, verzocht hem
+een bruiloftslied voor haar te dichten. En de ironie, waarmee hij haar
+meldde dat hij nu niet in de rechte stemming was voor zulk een schoone
+taak, trof hem dieper dan ze haar kon treffen.... En toch kreeg hij weer
+hoop, toen hij hoorde dat het huwelijk korten tijd was uitgesteld; hij
+bad haar, hem niet te schrijven, verwachtend dat ze het daarom juist zou
+doen. En zoo nauw volgde hij haar met zijn door 't kwijnen broos
+geworden ziel, dat hij bijna op tijd droomde dat ze werkelijk was
+getrouwd; hij schreef haar een zonderling lichten brief, zooals alleen
+kan uitgaan van een die sombere levenservaringen heeft verwerkt, tot een
+veel jongere, die hem onbewustelijk heeft gekweld. Hij had waarlijk
+reeds geboet dus voor de vinnige maar kleine plagerijen die hij haar
+goed bedoelend had aangedaan, toen in September 1769, kort na haar
+huwelijk, verschenen zijn getoonzette "Nieuwe Liederen", die essentiëele
+verbeeldingen van zijn eerste liefde, wier wereldwijze spotternij hem
+machteloos was gebleken; wijl zijn ziel in ontwikkeling bij zijn
+intellect ten achter stond. Hij kon nu in "de meisjes" geen vertrouwen
+meer hebben, en als hij uitgelaten vroolijk wel eens stoeide met
+Cornelia's vriendinnen, dan was dit een vroolijkheid des bloeds, die
+zijn ziel bijna niet beroerde.
+
+Intusschen had hij voortdurend maagkramp en de geneeslieden ontdekten nu
+wel dat het hem in de maag zat, maar ze wisten niet hoe het er uit te
+krijgen. Eens was de pijn zoo hevig, dat de moeder ten einde raad de
+hulp inriep van een doctor, die haar vriendin Klettenberg met een
+geheimzinnig wonderpoeder, welks samenstelling hem alleen bekend was,
+had genezen. Dit magische zout, slechts bij uitzondering gebruikt, werd
+nu aan Wolfgang toegediend, en ziet, hij genas. Zoodoende kwam hij
+geregeld overhuis bij dien doctor, een vroom beoefenaar van de alchemie,
+de wetenschap die hem de openbaring van goddelijke mysteriën scheen te
+beloven. Onder diens invloed groeide in hem het besluit, langs den weg
+der ervaring naar den innerlijken samenhang der dingen te zoeken. En
+zijn vader was zoo knorrig en zoo ongeduldig niet, of hij moest hem de
+noodige gelden verschaffen om zijn zolderkamer in te richten tot
+laboratorium; een werkplaats in middeleeuwschen trant, waar blaasoven en
+vuurtangen, kolven en retorten met lange dunne halzen zulk mystiek waas
+spreidden als hij later over vele scènes van zijn Faust zou weven.
+Gedurende de lange winteravonden las hij zijn moeder en haar vriendin
+voor uit de boeken van Welling en van den ultra-wijzen,
+vrijpostig-paradoxalen Theophrastus Paracelsus. Hun tamelijk onvatbare
+voorschriften nauwkeurig volgend, trachtte hij in zijn tooverhol de
+zoogenaamde "maagdelijke aarde", waaruit dan alle dingen zouden zijn
+saam te stellen, te fabriceeren; hopend dat hem zou lukken wat eeuwen
+lang aan de geduldigste zoekers was onthouden. Van de alchemie kwam hij
+weldra tot de wetenschappelijke scheikunde en ook tot de geneeskunde;
+vooral Boerhave's "Compendium" en diens wijdvermaarde "Aphorismes"
+trokken hem. Later, zich op rijpen leeftijd aan stelselmatig
+natuuronderzoek wijdend, zou hij bespeuren, dat hij in zijn zolderkamer
+veel feitenkennis en handigheid had opgedaan.
+
+Juffrouw Klettenberg was een zachtmoedig menschje, "een schoone ziel"
+zou hij haar later noemen, dat de groote wereld kende, niet schuwde, en
+met haar waarlijk godvruchtigen aanleg in de geloofsbelijdenis der
+Hernhutters rust had gevonden; kracht om afmattend lichamelijk lijden
+geduldig te doorstaan. En "het arme vosje"--zooals Goethe zich in dien
+tijd gaarne betitelde--haar geloof niet deelend, doch gemoedsrust als de
+hare voor zich begeerend, sprak met haar uit over zijn zoeken naar
+vrede. Dat komt doordat ge u niet geheel tot God hebt gekeerd! was dan
+altijd de kern van haar antwoord. Wolfgang moest haar gelijk geven mits
+hij in plaats van haar bijbelschen God dat vage, ondoorgrondelijke,
+alomvattende dacht, waarvan hij ten duidelijkste voelde dat 't hem door
+zijn leven stuwde. Maar dan, tot spot gestemd bij de overweging dat dit
+geweldige werd saamgevat in eene lettergreep, die ook kon worden gezegd
+door menschen die niet hadden geleden, sprak hij met trillende lippen
+glimlachend, dat hij God toch ook nog wel wat te vergeven had; waarna
+zij met een veelzeggend "gek van een jongen" afscheid nam. Op het
+oogenblik dat hij iets doorgrondde, zou het bewustzijn dat hij dieper
+voelde dan een ander hem onverdraaglijk hebben gemaakt, indien hij er
+niet altijd bij deed weten, dat hij "toch een goeie jongen" was.
+
+Als men tweemaal heeft gestaan voor "de groote zee-engte, waar alles
+door moet", dan keert men daar niet van terug zonder veel gezien te
+hebben, dat iemand van robuste, onschokbare gezondheid misschien pas op
+het eind van zijn leven bevroedt. Zoo had Wolfgang niet veel
+wetenschappelijke redeneering noodig om zich bestand te weten tegen de
+vrijgeesterij, het zoogenaamd-natuurwetenschappelijk atheïsme, dat juist
+in zijn dagen vooral in Frankrijk begon te tieren. Hij knutselde nu een
+eigen religie, een mystiek Christendom met een scheppingsverhaal vol
+grillige beelden, dat God niet buiten doch ìn de wereld, in ieder
+verschijnsel plaatste. Dit schreef hij neer en hij vond er rust in; nam
+met vroom gemoed aan het heilig avondmaal deel. Juffrouw Klettenberg kon
+echter niet verzwijgen dat ze hem den waren broeder niet geloofde. Want
+een persoonlijk God kende hij niet en hij hechtte waarde aan 's menschen
+ijdele kracht.
+
+Zijn langzamerhand tot orde gerakende geest ging zich nu tegenover de
+wereld stellen, trof daar een orde van zaken aan, waarop zijn eigen maat
+niet paste, en moest nu de wereld streng beoordeelen. Goethes meening
+over zijn tijdgenooten, op het oogenblik dat hij gereedstond te midden
+van hen plaats te kiezen, vinden wij in de drukke briefwisseling die hij
+gedurende de laatste periode van zijn ziekte met zijn Leipziger
+vrienden, vooral met Oeser, onderhield. Reeds in zijn eerste
+studentenjaren had hij het dichterlijk werk van de toenmalige grooten
+bij een steeds stijgenden zondvloed vergeleken. Hij wist naderhand zijn
+indruk van dien tijd niet beter te karakteriseeren dan met de
+mededeeling: Ik hoop dat ik mijn lezers nu totaal in de war heb
+gebracht. Er was iets nieuws op komst: de dichters die zich niet
+vermeiden in critiek of kunstlooze satyre, wilden terug naar het
+oeroude, en zongen barden-poëzie, waarin de ha's en de ho's het gebrek
+aan pathos moesten verhelen. De jonge Goethe, wiens eerste stappen ook
+eenigszins dien koers uit zouden gaan, kwam toch daartegen in verzet.
+En: Laat mij voelen wat ik nooit te voren gevoeld heb, doe mij denken
+wat ik nooit gedacht heb! eischte hij van den dichter; een eisch,
+waaraan hij zelf pas veel later zou voldoen. Kunst, zoo peinsde hij, is
+de schemering die waar en onwaar vereenigt. De waarheid is eenvoudig,
+niet in dien zin dat zij voor een ieder toegankelijk is, doch in dezen,
+dat de waarheid is een enkel gezichtspunt, van waaruit al het bestaande
+zich laat begrijpen. Dit zijn de machtspreuken die Goethes
+leiders-carrière in het geestelijk leven van zijn tijd teekenen.
+
+Wolfgang kreeg behoefte, het wetenswaardige dat hij van dag tot dag
+opschommelde in klein bestek met zich mee te dragen, de snel
+aanlichtende en dan weer verzinkende apercu's die bij het lezen zich in
+hem vormden, door enkele woorden vast te houden. En terwijl geestelijk
+en lichamelijk zijn herstel intrad, begon hij een aanteekenboek, onder
+den titel: _Ephemeriden, was men treibt, heute dies und morgen das,_
+1770. Korte opmerkingen, boektitels, Latijnsche en Fransche
+opstelletjes, aanhalingen, gegevens over de historie van muziek en van
+beeldende kunsten. Met wreede eerlijkheid ging hij nu zijn papieren
+schiften. Allerlei gedichtjes die hem niet echt leken werden verbrand;
+alleen de Nieuwe Liederen, het copieboek van Behrisch, de twee
+tooneelwerkjes waarop hij nog steeds trotsch was, bleven gespaard.
+
+De vader maakte àl plannen voor Wolfgangs verderen studietijd en de
+verstandhouding werd steeds slechter. Toen zoonlief eens onvoorzichtig
+oordeelde over verbouwingen aan het Goethehuis, die zijn "Leipziger
+smaak" niet bevredigden, ontstond er een hatelijke twist, die de moeder
+niet kon bijleggen. Daar Wolfgang er nu bovendien op gesteld was, heel
+ver van Annette te wonen, liet hij zich, nog niet heelemaal genezen,
+gaarne door zijn vader naar Straatsburg loozen. Hij ging dus naar het
+buitenland: de Elzas hoorde toen bij Frankrijk; en de Franschen
+trachtten deze provincie te beschaven met een heir van ambtenaars,
+friseurs, dansmeesters, modistjes.
+
+Hier zou hij Duitscher worden.
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald,
+loopen van Maart 1770 tot einde Augustus 1771]
+
+IV
+
+ "Als wij in staat zijn een groot man
+ te waardeeren, dan dragen wij een
+ vonk van zijn grootheid in ons om."
+
+ Uit Goethes "GEDENKREDE"
+ op den Shakespeare-dag.--
+
+
+Ternauwernood hersteld van zijn ziekte, nog prikkelbaar, nog treurend om
+het verlies van Annette en wanhopend aan de gunst der Muzen--die hem
+lang aan zijn lot hadden overgelaten--zoo stapt hij af in zijn nieuwe
+woonplaats en vermoedt weinig dat juist nu zijn levensloop een
+definitieven keer gaat nemen. De stad en de menschen die hij ontmoet
+lijken hem middelmatig--als alles! Over heel zijn doen hangt een doffe
+stemming van onderworpenheid en herhaaldelijk zoekt hij troost in het
+dierbaar-godzalige dat Fräulein Klettenberg hem heeft ingeprent. Hij is
+nu anders, heel anders geworden (dus verklaart een zijner in de tale
+Kanaäns gestelde brieven) en daarvoor dankt hij zijnen Heiland. De
+hemeldoctor heeft het vuur des Levens in zijn lichaam weer aangeblazen,
+moed en vreugd huizen er weder. De liefde is een onrijpe beweging des
+harten, een dwaas, die ons bij den neus rondleidt. Overdenkingen zijn
+eigenlijk heel licht in 't gewicht: één enkele beweging des harten in
+naam van hetgeen wij den Heere noemen, in afwachting van het tijdstip,
+dat wij het ònze Heere kunnen heeten, overstroomt ons daarentegen met
+ontelbare weldaden. Zijn lieve vriendin Klettenberg moet op zijn
+verjaardag voor hem bidden, opdat alles moge worden gelijk het worden
+moet....
+
+Toch blijft hij de kunst-minnende vriend Wolf, want, bestoft van de
+reis, gunt hij zich rust noch verfrissching, en gaat naar de gothische
+cathedraal, de Münster, kijken; die hij als grootsch bouwwerk heeft
+hooren roemen en als smaakloos wangedrocht heeft hooren bespotten.
+
+Gedurende de eerste weken van zijn verblijf te Straatsburg doet hij
+moeite om te verkeeren met de geesteloos-vrome en bejaarde lieden, in
+wier zorg Fräulein Klettenberg hem heeft aanbevolen; doch zij vervelen
+hem naarmate zijn gezondheid terugkeert. Aantrekkelijker gezelschap
+heeft hij intusschen reeds gevonden aan zijn middagtafel, waar een
+twaalftal kranige, opgewekte mannen, meest medici, elkander dagelijks
+ontmoeten. Als Wolfgang voor het eerst in de eetzaal treedt, leggen de
+aanzittenden mes en vork neer, blijven hem een moment aanstaren: Dit
+moet een buitengewoon man zijn! denken ze. Hoewel van niet meer dan
+middelmatige lengte, imponeert zijn slanke, trotsch opgerichte gestalte;
+zijn groote, donkerbruine kijkers fonkelen onder weekvloeiende
+wenkbrauwbogen; zijn krachtig gelijnde neus geeft met zijn besliste kin
+flinkheid aan het nog bleeke, beweeglijke gelaat, welks trekken een
+voortdurend bezig-zijn met edele gedachten uitdrukken.
+
+Zonder dit te zoeken is hij van beginne af leider der conversatie. Hij
+raakt bevriend met dr. Salzmann, den nestor van het groepje; een deftig,
+rustig heertje van ongeveer vijftig, een verstandig rechtsgeleerde, die
+als secretaris van den Voogdijraad veel levenservaring en
+onuitputtelijke welwillendheid had opgedaan. Hij ontvangt Wolfgang in
+zijn studeervertrek en geeft hem, bij zijn sierlijken haard gezeten,
+menigen nuttigen wenk.
+
+De juridische faculteit van Straatsburg had toen geen wijd-en-zijd
+beroemde professoren; men kreeg er geen diepzinnige, theoretische
+opleiding, doch deed er de rechtskennis op, die men voor de practijk
+strikt noodig had. Salzmann nu zegt den jongen Goethe hoe hij--daar de
+kennis die hij te Leipzig heeft opgedaan nogal meevalt--zich met hulp
+van een repetitor en een paar geleende dictaten in korten tijd kan klaar
+maken voor zijn eerste examen. Hij introduceert hem in zijn "Vereeniging
+voor schoone wetenschappen" en de muzenzoon neemt er levendig deel aan
+de wekelijksche discussies over zooeven verschenen Fransche en Duitsche
+boeken. Hij stelt hem voor aan vele deftige families, waar Wolfgang
+spoedig zeer gezien is; vooral daar zijn oudere vriend hem heeft weten
+te overtuigen, dat men in de wereld kalme, wel-overdachte manieren dient
+te toonen. Wolfgang, wiens lokken door den Frankforter kapper verknipt
+zijn, draagt--hoewel 't hem moeite kost--een valschen toer en poedert
+zijn haar totdat het voldoende is bijgegroeid om naar de nieuwste mode
+te worden gefatsoeneerd. Hij hanteert 't rapier, stijgt dagelijks te
+paard, leert cello spelen. En voortaan verschijnt hij in gezelschap met
+den driekant-hoed onder den arm, in wijde betreste jas, in kniebroek,
+zijden kousen, lage schoenen--hoewel hij liefst slappe, hooge laarzen
+draagt.
+
+Bij groote gulven keert zijn levenskracht weer. Hij neemt krachtige
+beweging in de open lucht, bezoekt de landelijk-schoone omgeving van
+Straatsburg. Daar is veel dansgelegenheid. Als de mooie Elsasser
+vrouwen, die nog mooier lijken in hun nationale dracht:--kleurig keurs,
+lange vlechten, korte rokjes--als de Elsasser vrouwen vroolijk zijn, dan
+moeten ze dansen. Wolfgang echter heeft van zijn vader alleen de statige
+dansen geleerd en nu gaat hij haastig les nemen bij den vermaarden
+Sauveur, droog, vlug Franschmannetje van den ouden stempel. Als diens
+beide dochters zich gelijktijdig in hem verlieven, als de donkere
+Lucinda, na hem hartstochtelijk gezoend te hebben, een wreeden vloek
+roept over de vrouw die na haar zijn lippen zal beroeren, dàn leert
+Wolfgang zijn aantrekkingskracht kennen, en hoedt zich langen tijd een
+meisje te kussen,--wat hij overigens gaarne doet. Vaak wil men hem, bij
+het pandverbeuren, er toe dwingen; en manmoedig doet hij zijn uiterste
+best om 't kussen te ontgaan en toch niet saai te schijnen.
+
+Thans getuigen zijn Ephemeriden ook weer van zijn weetdorst; hij tracht
+de overleveringen der alchimisten aan de moderne scheikunde te toetsen,
+begint belang te stellen in kleurenleer en electriciteit. Salzmann heeft
+hem aan de studie van de, vroeger verachte, wijsbegeerte gezet. Hij
+verdiept zich in Thomas à Kempis' middeleeuwsche mystiek, in Voltaire's
+spotternijen, in Rousseau's zedencitiek. Den oud-Italiaanschen
+vrijdenker Giordano Bruno kent hij slechts fragmentariesch uit Bayles
+Dictionnaire, doch hij meent diens natuurlievend pantheïsme diep genoeg
+te doorgronden om Bayle oppervlakkige uiteenzetting er van te verwijten.
+Het weinige dat hij van Spinoza weet is tamelijk vreemd aan de volgende,
+in 't Latijn gestelde aanteekening: "God afgescheiden van de Natuur te
+bespreken is moeilijk en gevaarlijk; het is alsof wij ons ziel en
+lichaam afzonderlijk dachten. Wij kennen de ziel slechts door
+bemiddeling van het lichaam en God bespeuren wij slechts vanuit de
+natuur; vandaar dat het mij ongerijmd schijnt, van ongerijmdheid te
+beschuldigen degenen die philosophisch God en de natuur vereenigd
+begrijpen."--
+
+Op een tocht door den Elzas bezoekt hij ijzer- en aluinmijnen, glas- en
+metaalfabrieken en wordt hij geboeid door Romeinsche overblijfselen;
+"een wonderlijke antieke stemming" overvalt hem; hij zal die later
+uitwerken in zijn gedicht _Der Wanderer_, dat rustige gesprek tusschen
+"den voetreiziger", en de jonge moeder, die te midden van de ruïnes met
+man en borstkind huist. Zijn belangstelling in mijnwezen en nijverheid
+heeft zich ontwikkeld uit de belangstelling die hij als kind voelde voor
+den ambachtsman, diens procédés en maatschappelijke positie; zij zal hem
+op zijn lateren loopbaan ten nutte komen.
+
+Nù lijkt zijn leven een sledevaart, schitterend en klingelend, zoo
+weinig biedend aan het hart als het oogen en ooren veel is. De
+afwisseling doet vriend Wolf zoo waar besluiten, zijn vakstudie
+interessant te vinden. Hij legt weldra candidaats-examen af, behoeft nu
+geen colleges meer te volgen, en gelooft dat hij naarstig aan zijn
+proefschrift zal gaan werken;--wat geen gemakkelijke taak is, daar de
+veeleischende vader hem steeds als censor voor oogen staat. Maar het
+blokken is al weer ten einde.
+
+Want de tijd begint te komen, dat hij in het zoeken en het streven van
+zijn tijd een rol zal spelen. Kon hij te Leipzig de literaire meeningen
+van het gevestigde en het opgroeiende geslacht slechts een zondvloed,
+een waterstroom, een hopelooze warboel heeten, nu--met zichzelf tot
+klaarheid gerakend--gaat hij inzien dat zijn tijdgenooten drijven naar
+het doel dat hij zich heeft gesteld in stilte:
+
+Eeuwen lang hadden de Duitsche dichters gewerkt naar Fransche
+voorbeelden en zich gevoegd naar een stel wetten en regelen die noch uit
+hun gemoed, noch uit den aard des volks ontsproten. Maar daar was
+Lessing opgestaan en had met zijn kalm snijdende critiek de onnatuur van
+het Fransche drama blootgelegd; zijn _Minna von Barnhelm_ was het eerste
+typiesch-Duitsche tooneelspel. Klopstock voltooide geleidelijk zijn
+_Messias_ en toonde daarmede, hoe ver de zuivere phantasie van een vroom
+gemoed reikt. Daar was de eigenaardige Hamann "de magiër van het
+noorden" (als verre voorlooper van den zaaienden Multatuli uit de
+"Ideeën" te karakteriseeren) die zijn bezwaren tegen den geest des tijds
+niet als voltooid systeem tot uiting bracht, doch als "brokjes,
+kruimpjes, grillen", als vele pittige zaden, die op goedvoorbereiden
+bodem welig moesten tieren. De poëzie--dus beweerde hij in allerlei
+toonaard--is de moedertaal der menschheid geweest; zij zoekt haar kracht
+niet in het zorgvuldig volgen van een voorbeeld, maar wortelt in den
+dichter aangeboren neigingen: "_het oorspronkelijk genie_". En heel uit
+de hoogte sprak de geleerde Kant het woord dat het wetenschappelijk
+denken bevrijdde uit den dwang eener pedante, formalistische logica. Hij
+maakte het levende denken weer tot maatstaf van de waarheid; hij leerde
+dat de aangeboren grondbegrippen van het Ik de natuur eigenlijk maken
+tot wat zij ons toeschijnt te zijn; hij rukte het gebiedende "Du
+sollst"--Gij moet!--naar voren, het onontkoombare plichtsgevoel; en hij
+vestigde aldus--naar men meende--hetgeen de jongeren "de rechten van het
+Ik" noemden, tegenover de bemoeizucht van overgeleverde kunst- en
+zedewetten.
+
+Nu groeit echter jong Duitschland op in een maatschappij welke
+bureaucratische sleur boven persoonlijk initiatief stelt. In zulk een
+maatschappij kan de mensch wel zijn broodwinning zoeken, als het moet,
+maar geenszins de bevrediging van zijn hoogere ideëele behoeften. Men
+richt daarom zijn energie niet hoofdzakelijk op het practische leven,
+doch op een kunststreven dat deze behoeften moet bevredigen en het gemis
+aan actie moet vergoeden. Zooals het meer gaat, wanneer het lang
+achtereen vrede is geweest en geen gemeenschappelijk gevaar de
+noodzakelijkheid van den staatsdwang doet voelen: een bijna ziekelijk
+verlangen naar "de vrijheid", _d.i._ de individueele vrijheid, maakt
+zich meester van de daadlooze jongelingschap. Alle maatschappelijke
+instellingen--van de huwelijkswetten tot de spellingsregelen--worden
+scherpzinnig overdacht en eigenmachtig verkracht. Doch--in weerwil van
+al zijn idealen geldt het individu slechts een onbeteekenend,
+onopgemerkt deeltje van een muffe samenleving! Welaan, het trachtte zich
+voor deze vernedering schadeloos te stellen met het verregaande
+meegevoel van gelijkgestemde zielen, die zich in deugd- en boetebonden
+vereenigen. De vriendschap, de "echt van twee geesten", verklaart men
+heilig. En dan: staat men niet door zijn "oorspronkelijk genie" in
+verbinding met de grootsche natuur, die een openbaring is van het
+Goddelijke? Terug dus naar de Natuur, klinkt de strijdkreet; en:
+Dichtung ist Action! Waar nuchtere systeem-wetenschap te kort schiet,
+daar ontsluit het oorspronkelijk genie het rijk van het geweldige, het
+ongrijpbare, het half-duistere, het sombere, het maanlicht-sentimenteele,
+"dat geen verstand bereiken kan". De kunstenaar moet dit echt-Duitsche
+Ahnungsvolle absoluut onbevangen weergeven; en dus doende voert hij
+oppositie tegen de maatschappij en de philisters. Men weet wel dat de
+kunstregels hun nut hebben, en dat hij die ze eerbiedigt nooit iets
+onverdragelijks, onbeholpens zal voortbrengen; doch men vreest dat ze
+het natuurgevoel zullen verstikken, en daarom: Weg met de regels!
+De stem des dichters klinke niet als een nuchter gesprek en ook niet
+als het hinkelend ratelen van een gezwollen Franschman, die een Grieksch
+tragedist poogt na te bootsen. Neen, hij die het Geweldige wil zeggen,
+hij zoeke zijn glorie in een "geestdriftig stamelen".... Terug naar de
+natuur! Nu eens wordt het in aanbidding gefluisterd door een teeder
+jongeling; dan weer wordt het bachantiesch uitgebruld bij heete
+drinkgelagen. Maar: "Niets kan rijpen zonder gisting" pleit Klinger,
+de auteur van het onbeteekenende drama dat den veelzeggenden titel
+"Wirwarr" draagt, welke titel later veranderd werd in "_Sturm und Drang_",
+een naam die jong Duitschland zich gaarne toeëigent.
+
+De 26-jarige Herder--in wien de systeemhaat van zijn leermeester Hamann
+en diens liefde voor het profetische, donkere, diepe een harmoniesch
+geheel vormen met een critischen zin als die van Lessing, en de
+zwierigheid van een Klopstock--is de voorganger van de revolutionaire
+beweging. Nauwelijks worden zijn eerste boeken bekend, of een
+goedgeleide laster-campagne noopt hem zijn eigen werk te verloochenen;
+hij neemt zich voor, niets meer te schrijven of het moet den
+gedachtenschat van de menschheid verrijken. Na een tijdlang in het
+ondermijnde Frankrijk te hebben gezworven, richt hij zich naar
+Straatsburg om er een oogoperatie te ondergaan.
+
+Hij komt er juist op een tijdstip dat de jonge Goethe kan profiteeren
+van zijn rijper inzicht; om hem voorbij te streven en ongewild hem te
+verdringen uit het leiderschap. Dit is in Goethes carrière een van die
+wonderlijke toevalligheden, die hem doen spreken van zijn verbond met
+God.
+
+Hij hoort fluisteren dat Herder in Straatsburg is en als hij een vreemd
+geestelijke met een mantel, waarvan de beide punten in zijn broekzakken
+steken, de trap naar de herberg "Zum Geisten" ziet opgaan, denkt hij:
+Dit moet Herder zijn! en begint een gesprek. Hij maakt door zijn
+beleefde openhartigheid op den aanvoerder van jong Duitschland een
+prettigen indruk en hij zal behooren tot de weinigen, die hem gedurende
+zijn ziekte dagelijks gezelschap houden. Wolfgang heeft zooveel medische
+kennis opgedaan, dat hij de operatie kan bijwonen en als verpleger goede
+diensten bewijst. De lijder staat op het punt te trouwen: hij is week
+gestemd en vol verwachting, hij toont zich van de goedmoedige zijde en
+luistert geduldig naar de voorlezing van "Die Mitschuldigen", op welk
+blijspel vriend Wolf nog steeds trotsch is. Hij neemt als gast deel aan
+de discussies in Salzmanns literaire club. Zijn besliste,
+wel-overdachte uitingen grijpen den ontvankelijken Goethe zoo aan, dat
+hij onwillekeurig Herders handschrift nabootst.
+
+Intusschen, niet alleen Herder houdt hem van zijn vakstudie. Hij is pas
+22 jaar geworden als een tafelgenoot, de medicus Weyland, hem
+binnenleidt bij de familie Brion te Sesenheim,--een dorpje dat hij al in
+de verte, door blauwigen ether overstroomd, had zien liggen, toen hij
+vanaf den Munstertoren zijn blik liet gaan over de bloeiende Elsasser
+laagvlakte. Dominee Brion--stijl in de leer, maar overigens goedhartig
+en gastvrij genoeg--ontvangt den ietwat schunnigen theologischen student
+(als zoodanig heeft Wolf zich vermomd) onder het bemoste dak van zijn
+schilderachtig-vervallen boerenhuizing. En terwijl dominee en Weyland
+over familieaangelegenheden babbelen, houdt de schalk zich bezig met de
+dochters, die ongeduldig zeggen te wachten op haar zuster Rieck. Ze is
+een apartje, denkt Wolfgang, en de lieveling van de familie....
+
+Daar verschijnt dan eindelijk de 19-jarige Friederike--in een waas van
+verkwikkenden blauwigen ether. Ze is gekleed als landmeisje in nationaal
+costuum: wit, voetvrij rokje, rood gezoomd, met kleurig, laag
+uitgesneden rijgkeurs en een schortje van glanzig zwarte stof. Haar
+breedgerande tuinhoed hangt aan een lint over haar arm. Ze heeft
+zonnig-blauwe oogen met een zweempje weemoed; en een levenslustig
+stompneusje. Het smalle gezichtje en het poesle blanke halsje lijken
+bijna te zwak om de zware, donkerblonde vlechten te torsen. Ze kijkt of
+er geen verdriet op de Wereld kan bestaan. En ze is zoo slank en zoo
+licht dat ze Wolfgang pas echt dunkt, als ze, zwevend, onvermoeibaar
+huppelt over 't grasveld. Hij kan niet gelooven dat ze een zwakke borst
+heeft en dat hij haar moet sparen; hij gelooft dit nog minder als zij
+met krachtige stem haar Zwitsersche liederen over de beemden joedelt.
+
+Eensklaps bemerkt hij dat zijn gemoed van de jarenlange ziekte hersteld
+is en weer tot vertrouwende overgave bekwaam. En in zijn neiging: kunst
+en leven dooreen te doen vloeien, vergelijkt hij weldra Brions gezin met
+het gezin van den landgeestelijke in den roman van Goldsmith, dien
+Herder hem doet kennen; en niet hìj rekent zich tot degenen die "in deze
+eeuw van overvloed en verfijning belust zijn op "High-life" en
+verachtelijk den rug toekeeren aan dezen landelijken haard." Een
+wandeling in den maneschijn besluit den dag. Haar stemmetje verandert de
+donkerte der bosschages in klaar licht. Onder een priëel (dat aan
+Goldsmiths jasmijn-priëel herinnert) vertelt hij haar zijn sprookje van
+De Nieuwe Melusine, en nu begint zijn vermomming hem te verdrieten,
+ofschoon deze hem niet belet, de heele familie voor zich in te nemen.
+Bij het slapengaan verneemt hij van zijn makker dat Friederike nog niet
+verloofd is.
+
+En--in Straatsburg terug--voelt hij zich gedrongen, zijn "lieve, lieve
+vriendin" te schrijven (maar hij weet niet wàt) al ware 't slechts om de
+zoete pijn van de scheiding levendig te houden, daar het harde rumoer
+van de drokke stad dreigt ze hem te ontnemen. Tegen Kerstmis bezoekt hij
+de Brions weer en kondigt zich aan met verzen, waaruit blijkt, hoe innig
+hij den naïeven natuurtoon heeft beluisterd, die aan zijn bewondering
+voor Friederike verwant is:
+
+ "Ich komme bald,
+ ihr goldnen Kinder,
+ Vergebens sperret uns der Winter
+ In unsre warmen Stuben ein.
+ Wir wollen uns zum Feuer setzen
+ Und tausendfaltig uns ergötzen,
+ Uns lieben wie die Engelein.
+ Wir wollen kleine Kränzchen winden,
+ Wir wollen kleine Sträuschen binden
+ Und wie die kleinen Kinder sein."
+ --
+
+Het gebeurt, dat aan de middagtafel een nieuwe gast om zijn
+oud-modischen ronden paruik bespot wordt, en dat Wolfgang in een vaardig
+beheerschte opwelling van ergernis den grappenmaker het zwijgen oplegt.
+De nieuweling wordt zijn vriend. Het is de 30-jarige Jung, genaamd
+Stilling, die in de medicijnen komt studeeren nadat hij kolenbrander,
+kleermaker, schoolmeester en oogarts (volgens een hem schriftelijk
+overgeleverde methode) is geweest. Wolfgang tracht zijn diepgewortelde
+vroomheid te doorvorschen en zijn kinderlijk vertrouwen, dat hem bij
+elken tegenspoed doet zeggen: God zal zorgen! Hij kan het niet van zich
+verkrijgen, zijn vrienden ooit alleen een nieuw veld van kennis of
+gewaarwording te laten betreden, en zoo neemt hij dan nu het ontleedmes
+ter hand, volgt Jung naar de klinieken en naar de voorlezingen over
+verloskunde, hoewel deze liefhebberij hem een flink deel van zijn
+zakgeld kost.
+
+[Illustratie: FRIEDERIKE BRION
+(vermoedelijk)]
+
+Nu blijkt, dat de operaties die Herder achtereenvolgens heeft ondergaan
+jammerlijk mislukt zijn. De zieke ontlast al zijn wrevel op Goethe. Maar
+deze verdraagt dit zonder morren; hij wijkt niet van de ziekekamer, waar
+hij onder Herders leiding meer en meer bevrediging gaat vinden in het
+streven van de Sturm- und Drangbeweging.
+
+Hij leert hoe in den loop van de Wereldgeschiedenis de echt natuurlijke
+poëzie der volkeren door klimaat, omgeving, regeeringsvorm wordt
+beïnvloed; leert den bijbel, de boeken Mozes', de psalmen waardeeren als
+poëzie van oorspronkelijke genieën. Poëzie blijkt hem het product van
+een nationalen geest, niet het privilege van een paar bevoorrechte
+enkelingen. Hij maakt kennis met den zacht schreienden weemoed van
+Ossians Schotsche zangen, met de sterke, omnevelde helden van de
+Noordsche mythologie, met Swifts brandenden spot, Homeros'
+onverstoorbaren lach.... Nu eerst leert hij dezen Griekschen
+volksdichter goed lezen en hij gaat diens helden in zijn gewone
+spreektaal te pas brengen.--Herder vertrouwt hem toe dat hij meedingt in
+een prijsvraag naar den oorsprong van het Woord. God, aldus zijn opinie,
+was niet de spreekmeester van het paradijs, maar hij heeft den mensen
+een aanleg geschonken, die tot het ontstaan van de Taal mòest
+leiden.--Een uitroep van bewondering voor het talent en de kunde
+waarmede dit thema is uitgewerkt, haalt hem een berisping van den auteur
+op den hals. Zwijgt hij eerbiedig, terwijl Herder hem rustig en
+gevoelvol een vertaling van Goldsmiths "Vicar of Wakefield" voordraagt,
+dan wordt hem toegevoegd dat hij het natuurlijk niet heeft gesnapt. Hij
+mort niet. En het volgend oogenblik omarmt Herder hem voor 't beeld van
+Shakespeare, "dien grootsten dichter der Noordelijke menschheid".
+
+Hij heeft nu eenige stukken van Shakespeare ernstig gelezen en hij
+durft niet voort, want hij vreest dat de geestdrift hem te machtig zal
+worden. Want dit is geen menschenwerk! Wolfgang gelooft dat de
+reusachtige boeken van het Noodlot zich voor hem openen. Het wezenlijke
+in dezen geweldigen, aan geen enkele kunstwet zich bindenden
+dramabouwer, datgene wat er van hem overeind blijft nà de vertaling,
+stelt hij tegenover de onnatuurlijke Fransche tragedieën: "Fransoosje,
+wat wou jij in die Grieksche wapenrusting uitvoeren? ze is je toch
+immers veel te groot en veels te zwaar!"
+
+Reeds vroeger heeft Wolfgang Shakespeare zijn meester genoemd (in een
+brief aan Oeser), maar nu pas dringt hij in hem door. Een nieuwe
+wereld--zoo zal hij het weldra in een Gedenkrede zeggen--gaat voor hem
+open, en blijft voortbestaan naast de wereld die woelt om hem henen.
+Door Shakespeares voorbeeld voelt hij zijn scheppingskracht van alle
+opgelegde mooidoenerij bevrijd en nu pas durft hij "springen". Natuur,
+natuur! niets zoo natuurlijk als Williams menschen!--wil hij
+verkondigen. Maar hij ziet op 't zelfde oogenblik dat die menschen niet
+natuurlijk zijn. Want ze handelen als waren ze horologies met kast en
+cijferplaat van crystal; die wijzen, gelijk het hun betaamt, den loop
+der uren aan, doch men kan tegelijkertijd de raderen en de veeren
+onderscheiden, waardoor ze worden gedreven. Zóó ontwaart men de motieven
+die Shakespeares menschen regeeren. Met dat heldere inzicht in de
+mysteriën van ziel en karakter, dat goed en kwaad als tegenoverliggende
+polen begrijpt; met zwaar pathos of met woesten humor of met padvindend
+vernuft toont de Engelsche profeet hem: hoe de eigenaardigheden van ons
+Ik zich te pletter botsen tegen het groote, ondoorgrondelijke Geheel.
+
+En in dat Straatsburg, waar de primitieve Duitsche volksaard door de
+binnendringende Fransche beschaving wordt gekruisd, leert Wolfgang
+beseffen dat zijn innerlijke strijd verknocht is aan den nationalen
+strijd: dat hij, zoo goed als heel de Duitsche literatuur, zich
+volstrektelijk los moet maken van het Fransche voorbeeld. Hij gaat de
+eens zoo gezochte Franschen minachten; hij heeft gemerkt dat zij, in
+conversatie met een vreemdeling, zich bepalen tot een angstvallig-beleefd
+corrigeeren van diens taalfoutjes; hun holle overmoed mishaagt hem; en
+Herder, die te Nantes en te Parijs heeft gewoond en daar enkele Fransche
+grooten heeft gekend, sterkt hem in zijn overtuiging. Zijn groote grief
+is, dat de Fransche geest bejaard is en aftakelt, en toch de mannen die
+vernieuwing kunnen brengen weert. Is het wonder dat een staat die een
+dapperen denker als Rousseau doodarm door de straten van zijn hoofdstad
+laat zwerven--en Rousseau is de eenige niet--aan verval en velerlei
+misbruik ten gronde gaat? Het jongste werk van Franschen geest, de
+vermaarde "Encyclopedie", lijkt Goethe een groote fabriek, vol rammelende
+weefspoelen. En het dunkt hem teekenend voor het Fransche onverstand, dat
+men het "Système de la nature", dien bijbel der materialisten, in allen
+ernst gevaarlijk acht. Daar het werk klaarblijkelijk op afstootelijke
+onderstellingen en allerminst op feiten berust, oordeelt hij het hoogst
+onschuldig. Baron Holbach, de schrijver, kondigt zich aan als afgeleefd
+grijsaard, die op den rand des grafs der afgeleefde menschheid de waarheid
+wil openbaren. Wel zeker, spot Wolfgang, die dit niet als een aanbeveling
+kan opvatten: Oude kerken hebben troebele ruiten. Wat weet die ouweman
+van de natuur? Hoe beziën en kersen smaken vrage men liever aan spreeuwen
+en aan kinderen.
+
+Boven de wuftheid, de overspanning, de verfijning der Franschen gaat
+Wolfgang hier in Straatsburg de waarheid, en de kracht, en den eenvoud
+van den Duitschen volksaard hoog schatten; en hij getuigt luidruchtig
+van zijn bevindingen. Om hem groepeeren zich de "biedere" jonge Germanen
+die zich in het openbaar zoo ruw, _d.i._ zoo ònfransch mogelijk
+gedragen, op straat en aan tafel, als gold het een betooging; zeer
+hoorbaar Duitsch spreken, en elkander geenszins onderschatten. Hij zelf
+verdient door zijn buitensporige ongeliktheid eernamen als "de Beer",
+"de Wolf", "de Westindiër".
+
+Hij heeft nu een onvergelijkelijk sprekend voorbeeld van Duitsche kunst
+ontdekt in de gothische cathedraal, die hij van begin af had bewonderd,
+zonder zich van het waarom rekenschap te geven. Gothische kunst zal
+voortaan Duitsche kunst heeten, en wordt ze thans nog onregelmatig
+genoemd en vormloos, hij zal betoogen dat de gothische bouwselen,
+bevallig maar toch sterk, zwaar maar toch rijzig, en dat speciaal Erwin
+von Steinbachs woud-schemerachtige Munster, dat natuurwerk, dat schoone
+kristal met zijn ver-doorgevoerde overeenstemming tusschen hoofdlijn en
+détail, getrouw afspiegelen het Duitsche karakter. En menigmaal bestijgt
+hij met zijn bent den toren, houdt toespraken op het platvorm, waarna de
+Sturmers en de Drängers met gevulde roemers de rood-ondergaande zonne
+groeten.
+
+Eens zijn de vrienden voor het gebouw vergaderd en een van hen maakt de
+opmerking: Jammer toch, dat er maar éen toren van voltooid
+is.--Wolfgang, met zijn gewone levendigheid, beweert dat die toren niet
+is voltooid: er behooren nog vier slanke pinakels bij, op iederen hoek
+éen.--Hoe weet u dat? vraagt hem een omstander.--Ik heb, antwoordt
+Goethe, de Münster zoo lang en met zooveel liefde bekeken, dat ze mij
+dit geheim heeft toevertrouwd!--De vreemde begeleidt hem naar 't archief
+en laat zien dat de oorspronkelijke teekening hem in 't gelijk stelt.
+Dankbaar trekt Wolf die teekening over op een blad oliepapier.
+
+Nu hij, Herders leiding snel ontgroeid, een persoon en een aanvoerder
+wordt, kan een botsing tusschen zijn karakter en dat van zijn
+leermeester niet uitblijven. Herder is door en door theoreticus en
+datgene in de menschen dat aan zijn algemeene begrippen niet
+beantwoordt, hun eigen individualiteit, bespot hij met ruw en onvermoeid
+sarcasme. Wolfgang houdt al zijn zwakheden: zijn alchimistische studiën,
+zijn zoeken naar mystiek, zijn dichtproeven waaruit verliefdheid blijkt,
+zorgvuldig voor hem geheim. Doch Herder voelt in hem den toekomstigen
+leider, en terwijl hij in brieven aan zijn verloofde met gekunstelde
+onderschatting van "den jongeman" spreekt, vervolgt hij hem met critiek,
+en bedilt zelfs zijn naam, waarvan hij zich afvraagt of die op
+verwantschap met Goden, Gothen of Kothe (_d.i._ modder) duidt. Dit
+pijnigt Wolfgang, die meent dat een naam maar geen manteltje is, dat
+men afwerpt als het hindert. Maar hij weet zich te bedwingen. Hij is
+bezig volkomen zelfbeheersching te leeren:
+
+Om zijne nerveuze vatbaarheid voor geluid te overwinnen, gaat hij 's
+avonds bij de taptoe naast de rommelende trommen loopen, hoewel
+aanvankelijk zijn ingewanden meetrillen. Wetend dat het uitzicht van een
+hoogte af hem doet duizelen, klautert hij herhaaldelijk tot in het nokje
+van den Munstertoren, en blijft daar een kwartier lang op een vlak van
+nog geen el in 't vierkant staan. Zijn medische liefhebberij went hem
+aan lijken en aan afzichtelijke zieken. 's Nachts op het kerkhof tracht
+hij zijn geheimzinnig beven te bedwingen, en hij slaagt daarin zoo goed,
+dat hij dit angstgevoel later, zelfs met groote moeite, niet geheel
+terugvindt. En ook de uitvallen van grimmigen Herder wil hij verdragen.
+Hij vermijdt gesprekken over onderwerpen die den zieke ergeren, hij weet
+altijd een terrein van gemeenschappelijke sympathie te vinden. Voortaan
+kan hij ook bevriend zijn met iemand die totaal anders denkt als hij. En
+zoo blijkt zijn samenzijn met den rijperen Herder niet toeval alleen:
+door een machtige _zelftucht_ heeft hij zich diens leeringen waardig
+gemaakt, toen hij voelde dat hij er behoefte aan had.
+
+En nadat hij Herder met geleend geld--waarvoor hij later met een
+hekeldicht zal worden bedankt--heeft voortgeholpen, bespeurt hij hoeveel
+hij heeft gewonnen. Er zijn zooveel plannen in hem ontstaan, dat hij
+niet weet, welk plan het eerst aan te pakken. Hij leest de
+auto-biographie die de laatste ridder, Götz von Berlichingen, tot zijn
+verdediging heeft opgesteld: en hij wil de nagedachtenis van dezen
+braven, ruwen, waarheidlievenden zelfhelper uit den middeleeuwschen
+vrijbuiterstijd, de nagedachtenis van dien echten Duitscher redden, door
+hem in dramatischen vorm te doen herleven.--Zijn geestverwantschap met
+den zoekenden Faust uit het oude poppenspel, die evenals hij in
+menigerlei weten den samenhang der dingen tracht te bevroeden, en daarna
+zich in het Leven werpt, gaat zich openbaren. Hij vergast zich in stilte
+aan de dus ontstane scheppingsmogelijkheid, zonder iets neer te
+schrijven van wat binnen hem tot hevig leven is ontbloeid.--Hij stelt
+belang in Elsasser antiquiteiten, wier kennis hem den volksaard
+gemakkelijker laat naderen. Hij luistert ouwe moederkens op het land
+haar naïeve taal en haar eenvoudige liedjes af, en zijn eigen lied wint
+daardoor aan natuurlijkheid en volheid van klank. _Wilkommen und
+Abschied Mailied, Kleine Blumen_ en bovenal _Heideroslein_ en _Ein
+zärtlich jugendlicher Kummer_ heeft hij in dit opzicht nadien maar
+zelden overtroffen.--En dan verdiept hij zich al meer in Shakespeares
+kleurige weireld. Hij doorziet hoe aan elkeen, al naar zijn aard, een
+levenslot is toebedeeld, en wordt nu den lust gewaar: met zijn eigen lot
+te strijden in de wisselende kansen van het werkelijke Leven. Herder wil
+Catherina II gaan dienen en, gebruik makend van haar macht, haar land en
+daarna heel Europa hervormen. Goethe, nog niet wetend hoe, hoopt eens
+met breede daden het lot van een volk te leiden, en weldra gaat hij de
+hervormingsplannen van Möser, Wielands Gouden spiegel, Machiavelli's
+Vorstenboek bestudeeren, teneinde gereed te zijn, indien ooit de
+begeerde taak hem wordt aangewezen. In het Leven, niet in collegezaal of
+in laboratorium, hoopt hij nu God te vinden. Want het groote Leven is,
+wel doorgrond, een openbaring Gods, voor hem die het als geheel op zich
+laat inwerken.
+
+En in welken vorm zal hij nu het echte Leven ontmoeten?
+
+De Paaschvacantie is begonnen. Snel te paard en naar Sesenheim. Hij komt
+er laatavond aan, maar Friederike heeft 't voorspeld en is nog op. Hij
+heeft haar hart gewonnen: in een warm oogenblik komen de eerste kussen.
+En reeds voelt hij dat hij ze niet verdient. Hoe ze tegen hem opziet, de
+maagd die hem moed tot nieuwe liederen heeft gegeven! O, moge hun liefde
+geen kortstondig rozenleven hebben! Ze kijkt hem met vochte oogen na,
+als hij terug naar Straatsburg draaft.
+
+Daar krijgt hij zijn vriend Jung, genaamd Stilling, te troosten, die pas
+een literaire miskenning heeft ondergaan, en wiens verloofde zwaar ziek
+ligt. Jung gaat haar verplegen en als zijn vrouw brengt hij haar terug.
+God zal zorgen.--Zoodra Wolfgang dit van hem verneemt, mept hij hem op
+zijn schouder en roept dat hij _een excellente kerel_ is!
+
+Want hij moet denken aan zijn Rieckchen. Ze staat verre boven Annette,
+want ze is geheel natuur. Maar voor Annette heeft hij gekropen, nadat ze
+hem had verstooten, en nu hij als gerijpt man en meester over zijn
+grillen voor dit naïeve kind staat, het kind dat van hem heeft geleerd
+wat liefde is, nu.... Gelijk de edele Helena in Fausts armen tot
+woedende furie vergroeit, zoo wordt onschuldige Friederike door haar
+liefde hem een kwelgeest. Een smartelijke geestesverwarring jaagt hem de
+koorts op 't lijf. Hij weet niet meer: zijn brein is als een windvaan.
+Hij ervaart dat zijn hartstocht haar al kwaad genoeg heeft berokkend.
+Haar borstziekte verergert. Hij snelt naar Sesenheim en, zelf zwak,
+blijft hij vier weken aan haar sponde, verwijt zich onophoudelijk, dat
+hij aanspraken in haar heeft gewekt die hij nooit zal vervullen. Hij
+weet goed dat ze 't liefdegeluk--zoo ooit--slechts van hem zal aannemen,
+dat hij gaat terugrooven wat hij haar een oogenblik heeft geschonken.
+
+Maar, na de zelfkastijding tot bezonnenheid gekomen, neemt hij voor
+beiden het besluit hun liefde op te offeren; dit is het eerste groote
+offer dat hij brengt aan zijn genie.
+
+Hij heeft Friederike eens bijgewoond toen zij bij een deftige
+stadsfamilie logeerde, en weet dat zij, landmeisje, in burgerlijke
+omgeving niet past. Zijn vader zal haar noode als schoondochter dulden.
+Doch dit weerhoudt hem niet en evenmin de angst die hem bekruipt als hij
+denkt aan de mogelijkheid, zijns vaders plannen opnieuw te dwarsboomen.
+In ieder geval zal zijn practijk als rechtskundige hem bijzaak blijven,
+zijn dichterschap hoofdzaak, zelfs al huwt hij Friederike niet. Maar hij
+besluit zijn harte-geluk op te geven om zijn geestesontwikkeling te
+redden. Hij weet dat een huwelijk een al te lange rustpoos voor zijn
+innerlijken strijd zal beduiden, ja, dien strijd misschien voor goed zal
+afsluiten--terwijl hij voelt dat hij nog vele geestestoppen voorbij
+moet, voorbij kàn. Zal hij op den duur sterk genoeg zijn om zijn arme
+vrouwtje niet te verwijten, dat hij haar eenvoudig bestaantje is gaan
+deelen: op het oogenblik dat zijn aanleg hem drong naar het groote
+Leven?
+
+Nu krijgt het sprookje van De Nieuwe Melusine, dat hij haar, geen kwaad
+vermoedend, in 't priëel heeft verteld, een schrikkelijke beteekenis
+voor zijn levenslot. Hij vereenzelvigt zich met den man, die aan een
+schoone dwergprinses is getrouwd, nadat een tooverring zijn lichaam
+heeft doen krimpen. Hij heeft dien man de volgende woorden in den mond
+gelegd: "Ik werd in mij gewaar een maatstaf van mijn vroegere grootte,
+die mij ongerust en ongelukkig maakte. Nu begreep ik voor het eerst, wat
+de wijsgeeren bedoelden met hun Idealen, die de menschen zoo konden
+kwellen. Ik had een Ideaal van mij zelf, en in mijn droomen verscheen ik
+mij dikwijls als reus. Kortom, de vrouw, de ring, mijn dwerg-gestalte en
+nog vele andere banden maakten mij totaal ongelukkig en ik begon in
+ernst na te denken over mijn kansen op ontsnapping".--Hij vreest dat het
+hem zelf eens zoo zal vergaan, als de kleine Friederike zijn vrouw zal
+zijn. Maar hij blijft bij haar, en tuchtigt zich met haar
+tegenwoordigheid. Hij leest haar voor uit zijn werk, hij is met haar in
+den blauwen ether die Friederike overal omzweeft: dit zal hij nu
+verliezen. O de wereld is zoo schoon, zoo schoon--voor hem die haar
+genieten kan. Nu zijn de droomen van zijn kindsheid vervuld. Wandelt hij
+niet door de toovergaarden uit zijn droomen? Ja, ze zijn 't, ze zijn 't,
+maar hij is geen grein gelukkiger, al heeft hij gekregen wat hij
+wenschte. Want in iedere gelukzaligheid mengt het noodlot een toegift,
+en er behoort veel moed toe, hier op aarde niet te vertwijfelen.
+
+Hij spreekt haar van zijn aanstaande promotie, maar hij spreekt haar
+niet van trouwen. En ze begrijpt. Haar liefde is grooter dan de zijne
+was. Wolfgang is haar alles geweest: nu heeft hij haar jonge leven
+gebroken. Hij voelt dat deze schuld altijd op zijn geweten moet drukken.
+
+Hij zal zijn boetedoening weldra aanvangen. Eerst in de figuur van den
+laffen minnaar Weislingen; vervolgens in Clavigo, die zijn liefde offert
+voor zijn literair welslagen; eindelijk in Faust, die met àl zijn
+Idealen enkel maar vergeet wat hij aan Gretchen verplicht is (maar zij
+vergeet hem niet en bidt voor hem), zal hij zijn wandaad zich voor oogen
+stellen. Met de Marie's uit de drama's Götz von Berlichingen en Clavigo,
+maar vooral met de ontroerend-fijn geteekende Gretchen, zal hij toonen
+wèl te weten wat hij heeft vergooid. En als het waar is dat de dichter
+meeleeft met zijn werk, dan heeft Goethe ruimschoots voor zijn schuld
+geboet. Toen hij aan Salzmann een exemplaar van zijn Götz voor
+Friederike zond, zei hij in een begeleidend schrijven: "De arme
+Friederike zal zich eenigszins getroost bevinden, als ze ziet dat de
+trouwelooze (Weislingen) is vergiftigd". En een eeuw later trok zijn
+werk de eerste pelgrims naar Sesenheim, naar de plekjes die van hun
+rozenliefde getuige waren.
+
+Zijn vrienden roepen hem en streng vermaant hem zijn vader aan zijn
+studie een eind te maken. Hij keert naar Straatsburg terug en legt de
+laatste hand aan zijn proefschrift. Natuurlijk heeft zijn onderwerp met
+de rechtspractijk heel weinig te maken. Onder den invloed van Rousseau's
+"Contrat Social" behandelt hij de stelling: "De staat is niet alleen
+gerechtigd maar ook verplicht, een eeredienst vast te stellen, waaraan
+noch geestelijkheid, noch leekendom zich kan onttrekken. Overigens worde
+niet onderzocht, wat ieder burger denkt en gevoelt". Op deze wijze,
+meent hij, wordt den staatsburger de grootst mogelijke vrijheid
+gewaarborgd.--Vader Goethe is verheugd met dit in goed Latijn gestelde
+tractaat. De hooge faculteit minder: zij laat alle recht wedervaren aan
+de kennis en de scherpzinnigheid van den schrijver, maar geeft hem, bij
+monde van haren deken, in kiesche bewoordingen te kennen, dat zij de
+publicatie van zijn betoog moet ontraden, daar het den godsdienst,
+ongeacht het leerstuk van de Openbaring, als een soort uitvinding
+schijnt te beschouwen ten nutte van den staat; en dit, aldus de
+faculteit, is strijdig met het.... publiek belang. Wolfgang, die sinds
+hij Behrisch heeft gekend, niet gaarne iets laat drukken, is het tegen
+alle verwachting in geheel eens met de hooge faculteit. Geholpen door
+zijn repetitor flanst hij in alle haast 56 stellingen bijeen, sommige
+vol grilligen overmoed, andere, bijvoorbeeld: De schoonste studie is de
+studie van de rechten,--ietwat gewoontjes.
+
+Hij zal ze in het openbaar verdedigen. Zijn bentgenoot Lerse, die
+eigenlijk theoloog is, behoort tot de opponenten; hij weet het hem, den
+jurist, zoo warm te maken, dat vriend Wolf naar zijn degen grijpt,
+eensklaps zijn Latijnschen woordenvloed onderbreekt en hem in goed
+Duitsch toevoegt: Ik geloof, broedertje, dat je aan mij een Hector wilt
+worden![A]--Hij wordt bevorderd tot licentiaat, wat hem in Duitschland
+recht geeft op den doctorstitel. Een vroolijke maaltijd bezegelt de
+promotie, en dan volgt een dolle rit door den Elzas, waarbij
+potsierlijke hymnen worden gezongen die aan Ceres gewijd zijn, maar
+onderwijl ook het vraagstuk van den vrijhandel oplossen. Thuiskomend
+vindt Doctor Goethe een bitter gestemden brief van Herder, die hem
+herinnert aan het vele dat hij nog heeft te leeren en te ondervinden.
+
+[A] Hector werd, naar o.a. de Ilias van Homeros verhaalt, door Achilles
+neergeveld.
+
+Hij heeft te Straatsburg geen gunstige reputatie gevestigd. Men vindt
+hem wel geniaal doch ook onverdraaglijk ingebeeld; men noemt hem een
+waanwijzen half-geleerde, een krankzinnigen godsdienst-verachter. Aan
+den anderen kant pogen de Professoren Koch en Oeberlin hem voor den
+Franschen staatsdienst te winnen en beloven hem officieus een leerstoel
+voor geschiedenis, staatsrecht en welsprekendheid. Maar hij wil er niets
+van weten. Zoo gaat het met jongelings-idealen!
+
+Onmiddellijk voor zijn vertrek brengt hij een afscheidsbezoek aan
+Friederike. Afscheidnemen ligt anders niet in zijn aard: hij is, evenals
+zijn moeder, uiterst bang voor scènes. Friederike ontroert hem door haar
+stil gedragen leed. Ze verwijt hem niets. Maar op den terugweg heeft hij
+een wonderlijk visioen: Niet met de oogen des geestes, neen, met zijn
+lijfelijke oogen, ziet hij een ruiter in een vreemd grijs-met-goud
+costuum hem tegemoet draven: hij is het zelf! Acht jaar later, als hij
+Friederike nogmaals zijn hulde gaat brengen, zal hij met hevigen schrik
+zich dit visioen herinneren, en opmerken, dat hij toevallig het vreemde
+grijs-met-gouden costuum draagt!
+
+
+
+
+[Illustratie: Het drama Götz von Berlichingen verscheen midden 1773.]
+
+V
+
+ "Als jouw Wolfgang naar Mainz gaat, brengt
+ hij meer kennis mee dan anderen die van
+ Parijs of Londen terugkomen."
+
+ Frl. KLETTENBERG _aan moeder Goethe_.
+
+
+Hij liet zich te Frankfort dadelijk als advocaat beëedigen. Zijn vader
+was blij, weer eens in acten en proces-stukken te kunnen snuffelen, en
+hij nam hem een deel van de zaken uit handen. Ook bracht hij orde in de
+vele ontwerpen, vertalingen, reisbeschrijvingen die de zoon onder zijn
+papieren had; hij hoopte hem tot voltooien en uitgeven van zijn werk te
+noopen. Doch bij Wolfgang waren de oude plannen reeds door nieuwe
+verdrongen: zijn levendige geest wilde voortdurend afwisseling en de
+dingen die hij eenmaal had neergeschreven boeiden hem niet meer. Slechts
+één onderwerp hield hem voortdurend bezig: de geschiedenis van den
+"edelen Duitscher" Götz von Berlichingen, die hij wilde dramatiseeren,
+gelijk hij als jongen sprookjes had gedramatiseerd voor het poppenspel.
+Götz' levensloop, zooals zijn kronyk die met droog-eerlijke woorden
+vermeldde, had zich in zijn phantasie vervlochten met voorvallen uit
+zijn eigen leven. De bedoelingen van den trouwhartigen, eenvoudigen,
+ruwen, moedigen ridder schenen hem verwant aan de bedoelingen van jong
+Duitschland: hij wilde aan zijn zwakke tijdgenooten hém tot voorbeeld
+stellen. En allerlei personen die hij had ontmoet (zijn vriend Lerse) of
+geschapen (de verleidster Adelheid) leken hem geschikt om, in
+middeleeuwsche kleedij gehuld, het lot van zijn held te beïnvloeden. Hij
+sprak er zijn zus Cornelia over en declameerde haar heele tafereelen
+voor. Zij vroeg hem of hij nu eindelijk er ook eens wat van beliefde op
+te schrijven? Toen hij haar de eerste scènes toonde, betwijfelde zij
+dat hij het drama ooit op die manier zou afmaken. Daardoor geprikkeld
+ging hij dapper aan het werk en zes weken later--December 1771--verzond
+hij van uit zijn dakkamer afschriften aan zijn oudere vrienden.
+
+Reeds waren nieuwe helden in hem opgestaan: hij wilde nu ook de
+geschiedenis van Socrates, die van Mahomet, die van Julius Caesar
+dramatiseeren. De leidende gedachte van deze Skizzi en ook van den Götz
+was deze: Doen blijken hoe de rechtschapenheid, de wijsheid, het talent,
+kortom "het oorspronkelijk genie" zich in deze domme wereld niet kan
+uitleven, maar in botsing met de gemeene alledaagschheid ten ondergaat
+of zelf gemeen wordt.
+
+Tot uitwerken kwam het niet. Zijn overstelpende gedachten-rijkdom mengde
+zich met wroeging over zijn wangedrag jegens Friederike (die zich
+intusschen met den mallotigen dichter Lenz had getroost) en joeg hem van
+zijn werktafel naar de vrije natuur. Hij ondernam lange wandeltochten en
+als hij door storm en slagregen zijn woeste liederen zong, dan vormde
+zich in hem het vertrouwen, dat zijn genie den strijd tegen de
+gemeenheid zou volstrijden. Een dezer verwarde, vonk-doorgloeide zangen
+is ons bewaard gebleven als _Wanderers Sturmlied_.
+
+In dien tijd maakte hij kennis met iemand die hem van veel ballast zou
+bevrijden en die hem daardoor rust tot werken gaf. Het was Johann
+Heinrich Merck, weldra door vriend Wolf Mephistofeles Merck
+geheeten,--een fijngevoelig, veelzijdig man, in allerlei kunsten en
+wetenschappen zeer te huis; krijgsbetaalmeester van professie en
+verbolgen tegen de wereld, wijl hij geen ambt kon vinden dat met zijn
+aanleg en bekwaamheid strookte. Hebben wij een pretje--aldus Herders
+verloofde--al is het ook een mager pretje, wat doet het er toe? hij weet
+er altijd iets zurigs door te mengen. Hij stond met verschillende groote
+mannen van zijn tijd in vertrouwelijk briefverkeer en stelde aan zijn
+vrienden hooge eischen, die hij meestal negatief formuleerde, namelijk
+in den vorm van onbekommerd-scherpe critiek of killen spot. In dit
+opzicht was hij de opvolger van Behrisch--de jonge Goethe had behoefte
+aan een ouderen biechtvader en aan lieve biechtmoedertjes. Hij stond
+echter veel hooger en was te bezadigd om, als Behrisch, tot uitersten
+over te slaan. Hij was zoo weinig "de geest die steeds verneent" (dien
+wij later in Faust zullen ontmoeten) dat hij gedichten, satyres,
+kunst-en natuur-historische geschriften in het licht gaf.
+
+Hoe toegevend hij--de verstandsmensch--was, zelfs jegens overdreven
+gevoeligheden van anderen, blijkt wel uit de geaardheid van het
+gezelschap waar men hem hoogschatte en ook Wolfgang, dien hij
+introduceerde, gaarne ontving. Dit gezelschap groepeerde zich om den
+galanten, sentimenteelen Leuchsenring, oprichter van het Genootschap des
+Gevoels; een heertje dat alle groote emoties schuwde, voortdurend dreef
+op zoete, uitgezocht-liefelijke gedachtetjes, en--als vriend Wolf het in
+_Pater Brey_ uitdrukte--berg en dal gelijk wou maken, elke ruwheid met
+pleister en kalk glad wou strijken. Hij ging liefst met weeke,
+etherische freules, die zich kinderen en herderinnen waanden, en zich
+poëtische of romantische naampjes als Urania of Psychê toeëigenden en in
+rozenpriëelen dineerden van water-en-wind onder toezicht van
+blank-gewasschen lammekens, en de maan vereerden, en feest- of
+vastendagen hielden bij aankomst of vertrek van vrienden. Zij waren de
+apostelen van den "Heilige" Leuchsenring, die heur brieven en linten in
+keurige portefeuilles met zich droeg en hier en daar met een
+allerkeurigste toespraak vertoonde. De schepseltjes doorzagen niet, dat
+de leege "Heilige" haar hartegeheimpjes ontlokte om zijn intrigezucht te
+bevredigen. In dit kringetje werd Goethe--schoone, poëtische jongeling,
+die pas een ongelukkige liefde had meegemaakt--als een door den hemel
+gezonden vriend op de knietjes aangebeden. Hij dichtte oden op de
+empfindsame freules. Als hij--die pelgrim, die bode, die
+zwerveling!--zijn voettocht van Darmstadt naar Frankfort begon,
+begeleidden de satijngeschoeide feeën, als fladderende kapelletjes, hem
+een eindweegs.... Nu, als Merck wezenlijk den roep van duivelsgezant
+verdiende, dan hadd' men hem in dezen kring niet geduld.
+
+Zijn nuchtere wereldkijk belette hem niet, onder Herders invloed met
+zijn sympathieën aan de zijde van de Sturm-und-Drängers te staan. Toen
+een bevriend uitgever hem de leiding opdroeg van een reeds gevestigd
+journaal, de _Frankfurter Gelehrten Anzeigen_, met den wenk het een
+beetje te verjongen, werd dit het orgaan van jong Duitschland. Herder en
+Merck, Goethe en Schlosser--weldra verloofd met Cornelia--redigeerden
+het blad. Het verscheen twee maal in de week en was gevuld met levendig
+gestelde boekbesprekingen. De hoofdlijnen hiervan werden na onderling
+overleg vastgesteld: wie een bepaald boek het eerst had gelezen opende
+ter redactie-vergadering de discussies. Wolfgang, die vaak als
+rapporteur optrad, kreeg verlof nu en dan eigen beschouwingen in zijn
+verslagen te vlechten. Van dit verlof maakte hij ruim gebruik. Het was
+weliswaar nog schemer in hem, en hij streefde vooruit, zonder precies te
+weten waarheen, maar hij had toch een ingeschapen besef van het Ware,
+"een tooverroede die hem aanduidde waar goud lag". Hij ging "de
+pruiken", en met een zekere voorliefde de theologische pruiken,
+overmoedig te lijf; en wijdde meermalen uit over zijn gemoedsstemmingen,
+ook wanneer die slechts in de verte verband hielden met zijn onderwerp.
+Botsingen met de geestelijkheid konden niet uitblijven, daar het
+journaal den bijbel als het werk van vele menschen beschouwde (wat
+ongehoord scheen in dien tijd) en den godsdienst opvatte als een
+natuurverschijnsel. Hoewel de medewerkers gaarne streden, lieten zij
+Wolfgang de een na den ander in den steek, toen de uitgever, zonder hen
+er in te kennen, artikelen van vreemden opnam. Spoedig ging de redactie
+in professorale handen over en had van toen af niet meer een scherp
+uitgesproken richting. In een droog sarcastiesch stukje deelde Goethe
+het publiek mede dat de "ongezeggelijkste recensenten" waren
+uitgetreden.
+
+Doch vóor dit tijdstip valt zijn kortstondig verblijf te Wetzlar, in
+welk stadje hij op verlangen van zijn vader een poos als "praktikant"
+zou werken aan den Hoogen Raad teneinde er wat routine op te doen en wat
+kijk op den procesgang.
+
+Zijn eerste groote werk: "Götz von Berlichingen met de ijzeren Hand",
+had hij toen in portefeuille. Het droeg tot motto: "Het ongeluk is
+geschied, het hart des volks is in het slijk vertreden en tot geen edele
+begeerte meer bekwaam". En in een brief aan Merck verklaarde hij dat hij
+met dit drama alle betweters, apen en pruikmakers uit hun tent hoopte te
+lokken, maar dat ze hem.... konden likken.
+
+ * * * * *
+
+
+OVERZICHT VAN "GÖTZ VON BERLICHINGEN" Tweede lezing
+
+EERSTE BEDRIJF: 1. ~Kroeg.~ Enkele boeren, Berlichingen goed gezind,
+zoeken twist met twee ruiters van den bisschop van Bamberg; waard
+scheidt vechtenden; twee lansknechten van Berlichingen treden binnen,
+begrijpen uit een en ander dat Weislingen, de vijand van hun meester,
+bij bisschop logeert, verwijderen zich terstond om dit Götz te gaan
+melden. 2. ~Herberg in 't Woud~. Götz loert op Weislingen, zijn
+afvalligen vriend; Georg, zoon van herbergier, heeft spelenderwijs
+harnas van Götz' knecht aangegespt, krijgt de belofte dat hij volgend
+maal mee mag op avontuur; voorbijreizend monnik Martin (Luther?) drinkt
+een glas met den vereerden Götz, wil diens ijzeren kunst-hand kussen; de
+twee lansknechten komen zeggen dat Weislingen in de nabijheid is; Götz
+en de zijnen werpen zich te paard. 3. ~Jaxthausen~, ~Berlichingens
+burcht~. Elisabeth (zijn Gade), Maria (zijn zuster) en Carl (zijn ietwat
+verwijfd zoontje) beiden zijn terugkeer; Götz verschijnt met den
+terneergeslagen Weislingen als gevangene; tracht, door hem te herinneren
+aan de jaren, toen zij beide page waren aan 't hof van den markgraaf,
+hem op te vroolijken, wat langzamerhand gelukt; hij betreurt dat
+Weislingen zich verlaagt tot werktuig van den bisschop, terwijl een
+ridder toch slechts God en zijn keizer heeft te gehoorzamen; verzoening,
+maaltijd. 4. ~Bisschoppelijk hof op Bamberg~. Een drinkgelag wordt
+gestoord door het bericht van Weislingens gevangenschap. 5.
+~Jaxthausen~. De strenge, zedige Maria verloofd met Weislingen; diens
+page komt melden, dat bisschop weigert Götz' schildknaap tegen
+Weislingen uit te wisselen; Götz geeft niettemin zijn aanstaanden zwager
+de vrijheid weer, onder voorwaarde dat hij den bisschop niet meer zal
+dienen; page maakt Weislingens belangstelling gaande voor de
+buitengewoon schoone weduw Adelheid, die aan 't bisschoppelijk hof
+vertoeft.
+
+TWEEDE BEDRIJF: 1. ~Bamberg~. De sluwe Liebetraut belooft den bisschop,
+Weislingen weer in zijn burcht te voeren, als Adelheid hare medewerking
+niet weigert. 2. ~Jaxthausen~. Götz heeft den Nürnbergers oorlog
+verklaard: zij hebben zijn schildknaap verraden. 3. ~Bamberg~.
+Weislingen komt werkelijk. 4. ~Spessart~. Götz, ridder met één hand, en
+Selbitz, ridder met één been, liggen op den loer naar Nürnberger
+kooplui: Georg komt zeggen dat Weislingen weer bij bisschop is. Götz
+gelooft het niet, draagt Georg op zich te vermommen en te verspieden wat
+Weislingen op Bamberg uitvoert. 5. ~Bamberg~. Vergeefs tracht bisschop
+door listige verwijten Weislingen aan gelofte te onttrekken. 6.
+~Adelheids vertrek~. Maar Adelheid brengt hem in verwarring en stoot hem
+terug als hij goed verliefd is. 7. ~Adelheids antichambre~. Weislingen
+besluit te blijven. 8. ~Spessart~. Georg brengt nu zoo stellige
+berichten van Weislingens afval, dat Götz hem moet gelooven. 9.
+~Bamberg~. Adelheid heeft Weislingen in haar macht; brengt hem in den
+waan dat ze zijn vrouw zal worden, als hij den keizer tegen Götz weet op
+te zetten. 10. ~Boerenbruiloft~. De afpersingen die de Justitie den
+rechtzoekende doet ondergaan, versterken Götz in de meening, dat hij
+zich zelf recht mag verschaffen. Hij trekt op de Nürnbergers af.
+
+DERDE BEDRIJF: 1. ~'s Keizers tuin te Augsburg~. Twee Nürnberger
+kooplieden beklagen zich bij keizer Maximiliaan over Götz' roofzucht;
+Keizer, toch al slecht geluimd, is vertoornd om deze nieuwe "zaak";
+Weislingen bewerkt dat Maximiliaan tegen Berlichingen en diens vrienden
+zal optreden. 2. ~Jaxthausen~. Ridder Sickingen komt om de hand van
+verlaten Maria vragen. 3. ~Kamp van Staatsleger~. De officieren moeten
+~Götz~, wiens burcht zij belegeren, zoo mogelijk levend vangen;
+beteekenen hem den banbrief. 4. ~Jaxthausen~. Maria wijst Sickingen niet
+direct af; deze zal twintig ruiters zenden en daarna de vrouwen afhalen.
+5. ~Bamberg~. Terwijl Weislingen tegen zijn vroegeren vriend op het
+oorlogspad is, versmaadt Adelheid de warme lippen van zijn page
+geenszins. 6. ~Jaxthausen~. Franz Lerse (wiens dapperheid en kracht Götz
+vroeger aan den lijve gevoeld heeft) biedt zijn diensten aan; den vijand
+wordt een gevoelig verlies toegebracht. 7. ~Woud~. Twee rijksknechten:
+de een, die voor zijn officieren wijn en brood moest halen, klimt in een
+boom, als Berlichingens troep nadert; de ander, die aan buikloop lijdt,
+komt in het moeras om. 8. ~Kamp~. Een jongen aanvoerder, door Götz van
+zijn paard gereden, draagt men binnen. 9. ~Jaxthausen~. Selbitz komt den
+belegerden te hulp en verzekert dat de heele aanslag op aanstichten van
+Weislingen is begonnen. 10. ~Kamp~. Het rijksleger, dat reeds honderd
+man heeft verloren, bereidt een wanhopigen aanval voor. 11. ~Gebergte
+en woud~. Götz deelt zijn strijdmacht in. 12. ~Heide~. Botsing van de
+twee legers. 13. ~Hoogte met wachttoren~. Een knecht vertelt den
+gewonden Selbitz den loop van het gevecht: Götz stoot aanvoerder van
+rijkstroepen van paard en verovert vaandel; Georg redt zijn meester het
+leven; overwinning. 14. ~Kamp~. Bevelhebber scheldt op zijn soldaten,
+die bang zijn voor één man. 15. ~Jaxthausen~. Götz gunt zijn dienaars,
+nadat zij een glaasje hebben gedronken, geen rust; Sickingen belooft
+Maria, haar broer ter zijde te staan; Götz heeft een pater besteld en
+zij worden een paar, met dood voor oogen. 16. ~Kamp~. Van de 400
+rijksknechten zijn 150 over: zij richten zich nu rechtstreeks tegen den
+burcht. 17. ~Jaxthausen~. Als Götz van Georg verneemt, dat de
+aanrukkende hulptroepen totaal verstrooid zijn, jaagt hij de
+jonggetrouwden op reis, roerend afscheid: Selbitz zal Maria's bed niet
+bestijgen voordat hij Götz gered weet. Deze weigert zich over te geven
+en behandelt den parlementair onwelvoeglijk. 18. ~Keuken~. Vrouwe
+Elisabeth zegt haren heer dat het slecht staat met voedsel. 19. ~Zaal~.
+Georg en Lerse gieten kogels uit dakgoot en venstersponningen; Lerse
+beweegt den vijand, Götz en de zijnen vrijen aftocht toe te staan. 20.
+~Eetzaal~. De verdedigers van Jaxthausen brengen een laatsten heildronk
+uit op keizer en Vrijheid! 21. ~Slot-plein~. Georg zadelt de paarden,
+zingt een deuntje. 22. ~Wapenzaal~. Twee knechten, die buksen halen voor
+den aftocht, zien uit venster, dat de vijand den vooruitrijdenden Götz
+verraderlijk overweldigt....
+
+VIERDE BEDRIJF. 1. ~Herberg te Heilbronn~. Elisabeth bereidt haren heer
+voor op komst van gerechtsdienaars. 2. ~Raadhuis~. Een aantal sterke
+dappere burgers heeft zich op keizerlijk bevel verdekt opgesteld, om
+Berlichingen gedurende terechtzitting te overvallen. Götz verschijnt
+voor gerecht en staat den raadsheeren met zijn gewone vrijmoedigheid te
+woord; hij wijst de keizerlijke genade af, als hij moet bekennen een
+rebel te zijn, als men weigert hem te zeggen, wat er van zijn vrienden
+is geworden. Nu op wenk van raadsheer de gewapende burgers
+binnenstormen, rammelt hij ze dooreen, ontneemt een hunner zijn zwaard.
+Op hetzelfde moment bericht torenwachter dat Sickingen stad nadert om
+zijn zwager te bevrijden. 3. ~Groote zaal op Raadhuis~. Als Berlichingen
+met kracht van wapens is verlost, wil hij zich weer in gevangenschap
+stellen. Sickingen vermaant hem, nu ook vrijheid voor zijn knechten te
+eischen. 4. ~Adelheids vertrek~. Adelheid neemt Weislingen (met wien zij
+intusschen is gehuwd) kwalijk, dat Götz verlof heeft gekregen, op
+ridderlijk woord van eer in zijn burcht te wonen. Zij troost zich met de
+hoop, dat bij nieuwe keizers-keus de krachtige Karel (V) den troon zal
+bestijgen. Weislingen voelt (terecht) dat Karel hem reeds uit heur hart
+heeft verdrongen. Ook de liefde van zijn page houdt ze aan: ze mocht
+dien armen jongen eens noodig hebben! 5. ~Jaxthausen~. In zijn
+ridderlijke ballingschap zoekt Götz vergeefs afleiding door het
+schrijven van zijn levensgeschiedenis. Georg en Lerse stellen zich door
+jacht schadeloos voor gedwongen rust. Zij brengen het bericht van den
+boerenopstand.
+
+VIJFDE BEDRIJF: 1. ~Plundering van een dorp~. Vluchtelingen. Terwijl
+bloeddorstige boeren het dorp uitmoorden en -branden, blijkt dat ze
+behoefte gevoelen aan een krachtigen aanvoerder. 2. ~Veld~. Götz, door
+dreigementen gedrongen, belooft vier weken hun bevelhebber te zijn, mits
+ze zich ordelijk gedragen; hij wordt heimelijk bewaakt. 3. ~Berg en
+dal~: Weislingen en andere ridders spannen samen tegen de boeren. 4.
+~Jaxthausen~: Elisabeth beseft dat Götz' vijanden hem nu zullen
+beschuldigen, zijn ban te hebben verbroken. 5. ~Bij een dorp~. De boeren
+storen zich niet aan hun belofte, zetten hun gruweldaden voort. Een
+onbekende waarschuwt Götz, dat de boeren van plan zijn hem uit den weg
+te ruimen. Een afdeeling plunderaars door bondstroepen gevangen. Als
+Götz de boeren ter verantwoording roept voor hun woordbreuk, ontstaat
+ruzie, waarbij hij een van de belhamels een geweldigen klap geeft. In
+gevecht met bondstroepen wordt Götz gewond. Weislingen hoopt hem nu te
+vernietigen. 6. ~Nacht in 't woeste woud~. Zigeunerkamp. Götz, bloedend
+binnengereden, wordt gastvrij ontvangen. 7. ~Tent van het opperhoofd~.
+Terwijl de Zigeuners Götz verbinden, overvallen staatsche troepen het
+kamp; dooden het opperhoofd en nemen Götz gevangen. 8. ~Adelheids
+slaapvertrek~. De page, door Weislingen uitgezonden om op zijn vrouw het
+oog te houden, wordt 's nachts binnengelaten, en belooft, door Adelheid
+geliefkoosd, vergif in Weislingens drinken te doen. 9. ~Heilbronn~, voor
+den toren (waar Götz gevangen zit). Elisabeth, beangst voor wreedheid
+van de overwinnaars, zendt Maria naar Weislingen, om voor Götz genade af
+te smeeken. 10. ~Weislingens slot~. Weislingen, reeds onder invloed van
+het gif, beeft voor den ter dood veroordeelden Berlichingen. Op Maria's
+smeekbeden verscheurt hij het vonnis. Page, door wroeging gekweld,
+bekent, hem op last van zijn overspelige Adelheid te hebben vergiftigd,
+en springt door het venster in den Main; Maria bidt voor ziel van
+stervenden Weislingen. 11. ~In een duister eng gewelf~. Veemgericht
+veroordeelt Adelheid tot dubbele straf van koord en zwaard. 12.
+~Binnenplaats van een herberg~. Maria heeft geen rust, voordat ze haar
+broer heeft weergezien. 13. ~In den toren~. Götz, door vernedering
+ontzenuwd, mag een half uur in het tuintje van den cipier. 14.
+~Tuintje~. Maria meldt dat het doodvonnis is vernietigd. Als Götz
+echter verneemt dat zijn dappere knaap Georg, dien hij als een zoon
+bemint, is gesneuveld, voelt hij, dat hij zich heeft overleefd; sterft
+met het woord "Vrijheid" op de lippen.
+
+ * * * * *
+
+Als Herder, wien hij een afschrift van dit werk heeft gezonden, hem met
+zijn gewone bittere pedanterie toevoegt, dat hij zich door Shakespeare
+heeft laten bederven, en dat alles maar gedacht en niet geschàpen is,
+antwoordt hij dat hij zelf het maar als een eerste poging beschouwt, van
+plan is het om te smelten en met nieuwe, edele stof aan te vullen.
+
+Wèl mag hij zeggen, dat zijn Engelsche meester hem heeft leeren
+"springen". Niet alleen de ontembare veelheid van personen en voorvallen
+die hij kreeg te boeken, maar ook het bewustzijn dat hij--als
+partijleider--het eerste schoone werk van de school moet voortbrengen,
+heeft hem gedwongen, den door zijn tijdgenooten als wet gehuldigden
+grondvorm van het classiek-Fransche drama te verbreken. Een rijke,
+natuurlijk levende stof--meent hij--wordt vermoord als men haar wil
+concentreeren, zoodat zij zich afspeelt als éene handeling, op éene
+plaats, in enkele uren. Hij heeft, naar het voorbeeld van Shakespeare,
+zijn lezers of toeschouwers willen voeren van stad naar stad, door een
+bonte wisseling van gebeurtenissen, die zich over jaren uitstrekken.
+Maar hij heeft dit zoo overdreven, dat zijn werk er onoverzichtelijk,
+dus duister door wordt en de bijpersonen den Held overstemmen. Het
+streven naar woeste grootheid is uitgeloopen op vormeloosheid. De
+wetlooze vrijheid van den kunstenaar is omgeslagen in gril. Zoo volgt op
+het zich-laten-gaan, dat een eisch van Goethes periode is, met
+onafwijsbare noodzakelijkheid een poging tot zelfbeperking. Zoo wordt de
+uitvoerige natuurlijke waarheid in het kunstwerk ondergeschikt gemaakt
+aan het hoogere belang van de rustige klaarheid. En binnen korten
+termijn gaat nu vriend Wolf van enkel-genialen Sturm-und-Dränger zich
+ontwikkelen tot den zelfbewusten Goethe.
+
+Hij heeft--daar een wereld, geheel vervuld met de louter-manlijke
+heldendaden van den "laatsten ridder" hem onnatuurlijk, dus
+innerlijk-onwaar lijkt, een vrouwelijke drijfkracht behoeft--de figuur
+van de duivelachtig-verleidelijke Adelheid in het historiesch gegeven
+gemengd. Maar al schrijvende heeft hij zelf zich in die vrouw verliefd,
+en, zijn oorspronkelijke bedoelingen vergetend, heeft hij haar zoo
+breeduit geteekend, heeft hij zooveel mannen voor haar doen buigen, dat
+zij tenslotte de Götz-figuur beschaduwt. Nu--van Wetzlar terug--gaat hij
+aan het over-werken; want hij kan niet van zich verkrijgen in het
+manuscript te schrappen. Ruwe uitdrukkingen--als men Zola een
+aschkarreman mag noemen, dan weten wij niet, welken titel voor den
+jongen Goethe te kiezen--worden door zachtere vervangen: het stuk kan
+thans onder de "Weiblein" komen. Adelheid (en haar wankelmoedige
+aanbidder Weislingen, in wien de schrijver zich eigen ontrouw voor oogen
+stelt) worden tot juistere proporties met het geheel teruggebracht. Maar
+nu moeten (gelijk van zelf spreekt) juist de scènes, die voor het
+schoonheidsgevoel van Sturm-und-Drang het hoogst staan, verdwijnen. Zoo
+het phantastische waarzegsters-tooneel, waarin bij het vlammen der
+wachtvuren en het warrelen der sneeuwvlokken de jonge Zigeuner met de
+betuiging van zijn wulpschheid angst aanjaagt. Goethe offert die scènes
+op (later heeft hij er een ballet van gemaakt, dat bij Weimar in een
+bosch werd vertoond). Maar hij is nog niet voldaan.
+
+Doch nu weet "Mephistofeles" Merck hem te overtuigen dat ook aan het
+overschrijven een eind moet komen, daar anders de aanvangs-inspiratie
+verloren gaat. En als, ten slotte, Wolfgang meent, dat hij dit werk,
+waaraan hij met zijn innigste persoonlijkheid heeft gecomponeerd, toch
+niet aan het philister-oordeel van den een of anderen uitgever kan
+onderwerpen, zegt de vreemdsoortige duivelsgezant: Dan geven wij het
+samen uit; er zijn schatten mee te verdienen! Gij betaalt het papier, ik
+betaal den drukker. Zoo geschiedde.
+
+In Mei 1773 werd overgegaan tot de verzending van het anonyme stuk, dat
+was "grootsch en onregelmatig als het Duitsche rijk" (Herder), het
+gewrocht "waarin alle drie de eenheden op z'n gruwelijkst werden
+mishandeld, dat was blij- noch treurspel en toch het schoonste en
+interessantste monster, waartegen men honderd comiesch-huilerige
+comedies zou willen inruilen". ("Teutsche Mercur") Vele groote
+schrijvers ontvingen het niet; wel de vrienden links en rechts.
+
+Het is geen drama. Het toont ons niet de rechtstreeks nawijsbare,
+logiesch onafwendbare, ontknooping van een scherp gestelde verwikkeling,
+die om één aandachts-centrum zich groepeert. Het is, zooals op het
+titelblad van de eerste bewerking vermeld stond, een gedramatiseerde
+(_d.i._ in dialoog omgezette, tot aanschouwlijke voorstelling zich
+leenende) kronyk. Gedramatiseerd, om haar zoo sprekend mogelijk te
+maken. Het is geen afgerond verhaal, doch een reeks episodes, welke
+grootendeels veroorzaakt worden door toevallige en van elkander vrijwel
+onafhankelijke omstandigheden; die met het karakter van den held slechts
+dit te maken hebben, dat de schrijver ze er mede in relatie brengt. Geen
+der te voorschijn geroepen botsingen wordt er psychologiesch geheel ten
+einde gevoerd. Telkens wordt de zooeven opgenomen verhaaldraad
+losgelaten, en wordt een nieuw moment ingevoegd, dat even spoedig
+vervalt.
+
+Doet, oppervlakkig bekeken, de drukke en op de planken onuitvoerbare
+wisseling van decoratief, binnen een en het zelfde bedrijf, aan
+Shakespeare denken,--in wezen is de Götz allerminst Shakespeariaansch
+(als geestdriftige bewonderaars het wel genoemd hebben). Indien men
+het--gelijk in Shakespeares tijd gebruikelijk--zou vertoonen op een kaal
+tooneel, waar opschriften het decoratief vervangen, en met spaarzaam
+gecostumeerde spelers: dan zou blijken dat bij den jongen Goethe de
+inkleeding bezwaarlijker is te ontberen dan bij zijn Engelschen meester.
+_M.a.w._ dat hij minder diep zijn karakters heeft ontleed, niet het
+universeele, door de eeuwen heen blijvende in de menschenziel heeft
+bereikt. De menschen van Shakespeare doorziet de ontwikkelde toeschouwer
+_ondanks_ hun (vaak foutieve) "antieke" costumeeringen en zeden. Maar
+Goethes figuren staan of vallen met hun historische inkleeding, welke
+slechts door min of meer geleerd publiek volkomen wordt gevat. Terwijl
+bij Shakespeares menschen uitspraken en handelingen duiden op de laatste
+en geheimste gronden hunner karakters,--zoodat hun dieper wortelende
+verwantschap blijkt en een veelzeggende eenheid in de schijnbare
+tegenstrijdigheid hunner gedragingen zich openbaart--liggen de motieven
+van Goethes figuren in het duister; en vaak moet de uiting van hun
+gevoelens slechts dienen om een aan het oppervlak liggende situatie of
+enscèneering beknopt aan te wijzen. Kortom: Shakespeares menschen lijken
+natuurlijk doordat zij gedachtelijk-waar zijn; Goethes personages
+daarentegen zijn _slechts_ natuurlijk. Men leert ze wel iets, maar niet
+véél beter kennen, dan men leert kennen een buurman, in wiens huishouden
+nu en dan een enkele blik gegund wordt, doordien zijn gordijnen
+toevallig openstaan. Men krijgt--Götz von Berlichingen genietend--het
+spijtige gevoel van hem wien in zijn droom schoone en wijze menschen
+werden voorgetooverd: hij zou ze zoo gaarne vasthouden om ze nader te
+bekijken, om ze te ondervragen naar de beteekenis hunner woorden ...
+maar ze hooren niet, ze schieten voorbij, plaats latend voor evenzeer
+teleurstellende volgers.
+
+Maar schòon is de droom; en overweldigend schoon is ook dit werk van den
+23-jarigen Goethe. Hij was de eerste Duitscher, die zijn tooneelfiguren
+echt-menschelijke taal deed spreken. Maar deze taal is toch zoo bondig,
+zoo kleurrijk, zoo lakoniek, zwaar van beteekenis, dat men ze eerst bij
+tweede of derde lezing in al haar rijkdom doorgrondt. Ze staat verre
+boven de taal van het eerste Duitsche blijspel, de Minna von Barnhelm
+van Lessing. In het uitbeelden van ingewikkelde gebeurelijkheden met een
+minimum van effectmiddelen is Goethe reeds aanstonds een meester en
+overtreft hij Shakespeare; wellicht wordt hij in dit opzicht door
+Maeterlinck eenigszins geëvenaard. Enkele uitroepen--een warnet van
+intrige wordt ons bewust. Een paar halve regels dialoog--een veldslag
+staat ons voor oogen; schielijk, als ware hij geschetst, en toch met de
+uitvoerigheid van een schilderij.
+
+Doch voor Goethe zonk de artistieke waarde van het werk--mits de _vorm_
+maar absoluut ongebonden bleef--in het niet bij de beteekenis die hij
+hechtte aan _de zaak_: Hij wilde een Duitscher ten tooneele voeren,
+uitmuntend niet door kunstmatige bevoorrechting maar door eigen kracht,
+en waarvan de eensklaps ontwakende toeschouwers moesten getuigen: Dàt is
+een kerel! en hij wilde dien man doen òndergaan, zoo dat de herboren
+toeschouwers met zijn trouwen lansknecht moesten uitroepen: _Wee het
+nageslacht dat hem miskent!_
+
+Hij is hierin geslaagd. Zijn stuk werd--zij het ook gebrekkig--door heel
+Duitschland gespeeld en uitbundig toegejuicht. Doch het karakteristieke
+van den Götz ligt juist in zijn onopvoerbaarheid. Hiermede immers toonde
+Goethe, evenals zijn bentgenooten te streven naar omvatting van "Het
+Geweldige". En vooral in boekvorm maakte het stuk opgang. De
+bewonderaars vroegen elkander af, wie toch de ongenoemde schrijver mocht
+zijn, opdat zij hem hun hulde persoonlijk konden gaan zeggen.
+Diefachtige uitgevers--drie te gelijk--drukten den Götz na, zoodat de
+schrijver en zijn vriend geen financiëel voordeel hadden van het succes,
+en Wolfgang zich het probleem stelde: Hoe zal ik het papier betalen,
+door middel waarvan ik de wereld met mijn talent heb bekend gemaakt? Er
+was ook een uitgever die hem een vorstelijk honorarium bood voor een
+dozijn dergelijke stukken. Maar hij had ze zoo niet meer kunnen maken.
+Niet alleen wijl hij heel sterk naar afwisseling zocht, maar vooral:
+omdat zijn geest al weer verder was.
+
+Mogen wij Wilhelm Meister gelooven (en hij is gewoonlijk goed op de
+hoogte!), dan heeft Goethe spoedig begrepen dat men vooral door de
+schitterende harnassen, de vlammende wachtvuren, de zwaarden, de
+gewelven was bekoord. De Götz verwees Walter Scott naar de kleur-wazige
+middeleeuwen; hij maakte in Duitschland de aandacht gaande voor den
+tijd, toen de menschen weer als menschen wilden leven, den tijd van
+hervorming en humanisme en onbegrensd vertrouwen in de vrije
+menschelijke kracht. Zoo kon hij richtsnoer worden voor een nieuwe
+dichter-generatie, die, rondom slechts laffe middelmatigheid vindend,
+haar voorbeeldige helden zocht in het verleden. Maar Goethe had, al
+schrijvend, deze geestesrichting eens voor al gepeild en overwonnen. Zoo
+moest zijn volgend werk--voor hem een triumph--zijn navolgers
+verschrikken en teleurstellen. Spoedig zou zich hem bewaarheiden het
+wijze woord: Als men voor de wereld een liefdedaad heeft verricht, dan
+weet zij er wel voor te zorgen dat men het niet voor de tweede maal
+doet!
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald,
+loopen van midden Mei tot 11 September 1772]
+
+VI
+
+ Mijn idealen groeien dagelijks in
+ schoonheid en grootte.... Ik laat mijn
+ vader maar begaan; hij zoekt mij van dag
+ tot dag meer in de burgerlijke zaken van
+ onze gemeente te spinnen. Zoo lang mijn
+ kracht nog in mij is, één ruk en de
+ zevendubbele boeien zijn gebroken.
+
+
+Wolfgang was--toen hij juist zijn eerste drama op papier had geworpen,
+de gedachten van zijn tijd en zijn eigen idealen met verbluffende
+phantasie had gekoppeld aan een gloeiend gekleurde ridderhistorie--niet
+in de beste stemming om zich tot stipt, spitsvondig, zakelijk
+pleitbezorger te bekwamen. Dit lag ook niet in zijn bedoeling, maar hij
+gunde zijn vader bereidwillig de illuzie.
+
+Doch de toestanden, die hij aan het opperste Duitsche gerechtshof leerde
+kennen, verijdelden zijn laatste brave voornemens ten aanzien van zijn
+broodwetenschap, verwoestten het laatste restje van zijn eerbied voor
+hooge staatscolleges. Ongeveer zestienduizend processen wachtten te
+Wetzlar op berechting, sommige reeds honderd jaar en langer. Men kon er
+jaarlijks wel zestig afdoen, doch er kwamen veel meer bij. Wie binnen
+een eeuw beslissing in zijn zaak wenschte uit te lokken, moest de
+raadsheeren door prijzige geschenken beïnvloeden of een bevriend
+autoriteit te hulp roepen. Er hing een zoo bedorven geestes-atmosfeer in
+de zalen van dezen Hoogen Raad, dat een na lang aarzelen benoemde
+commissie van onderzoek, die begonnen was met drie rechters, wegens
+gebleken omkoopbaarheid, achter slot en grendel te zetten, ten slotte
+zelf werd aangestoken en uittertreure mee knoeide. Geen verstandig
+rechtsgeleerde dan ook die het van zich kon verkrijgen, in den
+warwinkel te Wetzlar zijn energie te gaan verspillen. En zeker niet de
+enthousiaste, dat is: van Goden vervulde Wolfgang, die van zijn prilste
+jeugd af streefde naar zelfontwikkeling. Zijn Götz werd een
+revolutionair pamflet door de minachting voor de publieke rechtspraak,
+die er in is neergelegd. Zoo sloot het stuk zich aan bij de
+tijdsstrooming, die vorsten en overheidspersonen gaarne als boeven op
+het tooneel zag.
+
+Hij maakte het zich dan ook niet druk in zijn ambtsbediening.
+
+Door "het jaargetijde der jeugd", de heerlijke lente, liet hij zich
+gaarne uit zijn bureel lokken of uit de zonlooze straat waar hij kamers
+had. In den omtrek van Wetzlar, in het mooie Lahndal, ontdekte hij
+allerlei plekjes die hem lievelingsplekjes werden; Homeros zong er zijn
+vurig gemoed te ruste en hij verdiepte er zich in de aanschouwing van de
+kleine natuur: van de plechtige mossen, van de wriemelende wormpjes en
+insecten; totdat de behoefte aan overgaaf in hem heerschte en hij
+wenschte een meikever te zijn om heen end weer te kunnen zweven in de
+goede geuren: totdat de natuur geheel rustte in zijn ziel, zooals de
+gestalte eener bruid.... Uren bleef hij geboeid bij een bron, waar de
+dorpsmeisjes kwamen water putten; hij zag in die meisjes
+oud-testamentische koningsdochters en leende haar "zonder
+plichtplegingen" zijn sterken arm, om haar de volle emmers op het hoofd
+te beuren. Op het kerkplein van Garbenheim, geheel omsloten door
+donkertonige huisjes en schuren, boeiden hem een paar oeroude linden;
+dikwijls liet hij zich uit de nabijzijnde herberg stoel en tafel brengen
+en hij bracht er heele dagen door met teekenen, mijmeren en lezen. Hij
+koutte met de eenvoudige natuurlijke dorpsmenschen, hij kookte zelf zijn
+potje, hij deelde zijn klontjes, zijn brood en zijn zure melk met de
+kinderen, die geregeld bij hem terug kwamen, en iedere week hun
+Zondagscenten van hem kregen; was hij na kerktijd nog niet gekomen, dan
+had de waardin order tot uitbetalen. In zijn hart stonden de kinderen
+hem het naast: hij zag alle deugden en ondeugden--maar die nog
+onschuldig!--in hen kiemen, en begreep het gulden woord van den
+Heiland: Zoo gij niet wordt als een van dezen....
+
+[Illustratie: KERKPLEIN MET "GOETHE-LINDE" TE GARBENHEIM]
+
+In het eethuis, waar "De Kroonprins" uithing, hadden enkele jonge
+ambtenaars en wat geduldige rechtzoekenden, om zich na hun Jobsarbeid
+wat te verstrooien, een riddergenootschap in middeleeuwschen trant
+gesticht. Bij het middagmaal zat de heirmeester aan het hoofd van de
+tafel: aan zijn rechterhand zetelde de kanselier en naast dien waren
+naar ancienneteit opgesteld de andere ridders, die namen droegen als
+Lubomirsky de Strijdbare, of St. Eustacius de Voorzichtige. Wolfgang
+werd met ridderslag en gewichtige potsierlijkheid in den kring
+toegelaten; hij heette er Gottfried von Berlichingen de Treffelijke. Een
+van de ridderen, Goué, heeft het groepje later in een tooneelstuk
+nageteekend. Ook de gezantschapssecretarissen Jerusalem en Kestner, wier
+invloed diep door Goethes leven zou grijpen, behoorden er toe, maar ze
+verschenen zelden, daar zij buitengewoon ernstig waren, en drukke
+bezigheden hadden.
+
+Johann Christian Kestner was acht jaren ouder dan Wolfgang: een ijverig,
+verstandig man, edel van inborst en met steeds duidelijke bedoelingen,
+hoewel ietwat droog in het spreken. Hij maakte kennis met Doctor
+Goethe--in wien hij aanstonds een niet onbelangrijk persoon zag--terwijl
+deze onder een boom, op zijn rug uitgestrekt, goed geluimd met eenige
+omstanders babbelde over zwaarwichtige zaken. Spoedig genoeg begreep
+Kestner met wien hij in aanraking was gekomen. "Hij heeft--dus oordeelt
+hij met zijn gewone fijne nauwkeurigheid in een brief--hij heeft vele
+talenten, is een waar genie en een man van karakter. Hij bezit een
+buitengewoon levendige verbeeldingskracht, zoodat hij zich meestal in
+beelden en gelijkenissen uitdrukt. Hij pleegt zelf ook te zeggen dat hij
+zich altijd oneigenlijk uitdrukt en zich nooit eigenlijk kàn uitdrukken;
+maar als hij ouder wordt, hoopt hij de gedachten-zelf, gelijk ze zijn,
+te denken en te zeggen. Hij is in al zijn gemoedsaandoeningen hevig,
+doch heeft vaak veel zelfbeheersching. Zijn denkrichting is edel. Vrij
+van vooroordeelen, handelt hij al naar 't hem invalt, zonder er zich
+over te bekreunen, of dit anderen mishaagt, of het mode is, of de
+wellevendheid het gedoogt. Allen dwang haat hij.--Hij houdt van kinderen
+en kan druk met hen bezig zijn. Hij is bizar, heeft in zijne
+gedragingen, in zijn uiterlijk, allerlei dingen die hem onaangenaam
+zouden kunnen maken; maar bij kinderen, bij dames en vele anderen staat
+hij toch goed aangeschreven. Voor het vrouwelijk geslacht heeft hij zeer
+veel hoogachting.... Over zekere onderwerpen spreekt hij met slechts
+weinig menschen uit, hij stoort anderen niet gaarne in de rust hunner
+voorstellingen. Toch haat hij het scepticisme, streeft hij naar waarheid
+en bepaaldheid in sommige hoofdzaken en gelooft dat hij over de
+voornaamste reeds een bepaalde meening heeft; voor zoover ik heb kunnen
+nagaan is dit niet zoo. Hij gaat niet naar de kerk ook niet naar het
+avondmaal en bidden doet hij zelden; want, zegt hij, daarvoor kan ik
+niet goed genoeg liegen. Soms is hij op zekere punten erg gerust, soms
+echter alles behalve dat. Voor de Christelijke religie--echter niet in
+den vorm waarin onze theologen ze ons voorstellen--heeft hij
+hoogachting. Hij gelooft in een toekomstig leven, in een beteren staat.
+Hij streeft naar waarheid, hij geeft echter meer om het gevoel dan om
+het betoog van de waarheid. Hij heeft reeds veel gewerkt, bezit veel
+kennis, belezenheid; maar toch nog meer gedacht en geraisonneerd."--Wel
+zelden werd een zoo treffende karakteristiek van een jeugdig tijdgenoot
+neergeschreven. Toch zag Kestner zich genoodzaakt, er in een
+kantteekening aan toe te voegen: "Ik wilde hem schilderen, maar het zou
+mij te ver voeren; want zeer veel laat zich over hem zeggen. Hij is, in
+éen woord, _een zeer merkwaardig man_."
+
+Begin Juni moest Wolfgang met zijn twee nichten, die in zijn straat
+woonden, naar een landelijk bal; onderweg zou hij haar vriendin,
+Charlotte Buff afhalen, wier cavalier pas laatavond kon verschijnen. Hij
+trof dit 19-jarige blonde meisje aan, terwijl ze, subtiel gekapt, in
+witte baljapon, brood sneed voor een zwerm broertjes en zusjes. Haar
+leest was er niet minder sierlijk, de uitdrukking van haar blozend
+aangezicht was er niet minder vroolijk, haar gesprekken waren er niet
+minder interessant om, en haar blauwe kijkers niet minder spottend. In
+het rijtuig en bij den dans bemoeide Wolfgang zich slechts met haar; hij
+vernam hoe zij, sedert het overlijden van hare moeder, voor een zestal
+kinderen had te zorgen en hoe goed dit haar lukte. Hij schroefde zich,
+al bewonderend, tot een luidruchtige uitgelatenheid op, blijkbaar zeer
+ten genoege van.... Kestner, haar inmiddels verschenen cavalier. Toen
+hij met haar had gewalst, nam hij zich heilig voor, liever te sterven
+dan te gedoogen dat ooit een meisje op wie hij eenige aanspraak mocht
+hebben met een vreemde walste.... Lotte verzweeg Wolfgang dat zij reeds
+vier jaren met Kestner was verloofd: geen buitenstaander zou hebben
+vermoed dat deze twee een paar vormden. Ook Kestner sprak er niet van:
+hij wist dat zijn meisje haar aanbidders steeds stelde voor den
+tweesprong: Mijn vriend worden of uit mijn oogen! en hij had onbeperkt
+vertrouwen in haar.
+
+Van de verloving hoorde Wolfgang eerst, toen hij bij de familie Buff
+vriend van den huize was geworden, toen Lotte's vader hem als een zoon
+beminde en de kinderen, met wie hij stoeide en smulde, hem een heerlijk
+kameraad achtten. Reeds was Lottchen in zijn oogen een schoonheid
+geworden, en terwijl hij, aan haar voeten zittend, de kleintjes over
+zijn knieën liet klauteren en boontjes voor haar sneed, terwijl hij
+vruchten voor haar plukte, in keuken of moestuin optrad als haar
+dienaar, liet hij zijn verliefdheid rustig ontbloeien. Hij bezocht haar
+vaker dan haar verloofde, die door drukke ambtsbezigheden werd
+teruggehouden; die wel bespeurde dat zij voor den mooien Goethe niet
+blind was, wèl zich afvroeg of hij--eenvoudig-braaf man--haar ooit zoo
+gelukkig zou kunnen maken als zijn begaafde vriend, maar te kiesch was
+om door eenig blijk van ongeduld Wolfgangs warme, doch onschuldige en
+poëtische liefde tot iets dubbelzinnigs te stempelen. De drie deden
+samen menig uitstapje, hielden menig ernstig gesprek. Steeds toonde
+Lotte zooveel tact, dat ze in de achting van de _beide_ mannen steeg en
+ook in hunne liefde,--zoodat juist tengevolge van haar welbewuste
+reinheid de verhouding zich ging toespitsen.
+
+Goethe, door een vriend gevraagd, waarop dat moet uitloopen, antwoordt
+dat hij stellig is besloten, het eerste oogenblik dat Lotte zich als een
+gewoon coquet meisje doet kennen, het eerste oogenblik dat haar nòg
+nader tot hem voere, het laatste moment van hun omgang te doen zijn.
+Maar--op haar vertrouwend--laat hij zijn phantasie onbedwongen om hun
+liefde spelen, vervult hij zijn brieven, zelfs zijn recensies, met
+toespelingen op hun liefde. Kestner spaart hem, maar hij gaat in stilte
+meenen, dat iemand van Goethes geestkracht en zielefierheid zich nu toch
+eindelijk moet terug trekken. En zoo kan hij kleine botsingen niet
+altijd verhoeden.
+
+Daar heeft Wolfgang in een te laat gevoelde opwelling Charlotte gekust.
+Zij biecht het eerlijk aan haar verloofde, die bijna zijn geduld
+verliest; en nu moet ze vriend Wolf door koelheid van zich houden. Als
+ze 's avonds voor haar deur zit, brengt hij haar een ruiker. Ze legt
+dien onverschillig naast zich neer. Hij begrijpt en gooit den ruiker op
+straat. Hij troont Kestner mee, verkondigt hem den heelen nacht
+hemelhooge ideeën, in duistere parabelen gehuld, en als het daagt vinden
+de vrienden het leed zoo licht, dat ze tegen een muur geleund het moeten
+uitproesten.
+
+Intusschen wordt Merck ernstig bezorgd over zijn warmbloedigen,
+phantastischen Wolf. Hij wil hem uit Wetzlar drijven, en moet daartoe
+zijn illuzie verwoesten. Twee dagen na het voorval met den ruiker heeft
+hij te Giessen een samenkomst met hem, en als hij dan toevallig ook
+Charlotte leert kennen, acht hij den toestand nog gevaarlijker en
+tracht, al schertsend, Goethes passie te doen ontvlammen voor de
+"Junonische" vormen van een ander vriendin. Wolfgang is te zeer door
+Charlotte bekoord om hem te zeggen, hoe duivels hij dat van hem vindt.
+
+Den achtentwintigsten Augustus zijn Kestner en Goethe jarig. Den avond
+te voren moeten de twee mannen tot middernacht boontjes snijden. Als de
+klok twaalf slaat, wordt de nieuwe jaarkring met prettige gezichten en
+een kopje thee ingewijd. Wolfgang krijgt een klein-formaat Homeros van
+zijn vriend ten geschenke; dan hoeft hij dat groote, zware boek niet
+meer op zijn wandelingen mee te torsen. Zijn voornemen getrouw om op
+zijn verjaardag altijd iets groots te ondernemen, gaat hij nu ernstig
+met zich zelf te rade, en oordeelt dat hij zich moet losrukken. Het
+besluit is genomen, maar het duurt nog veertien dagen eer het tot
+uitvoering komt:
+
+--Hij heeft Lotte al zoo vaak op zijn vertrek voorbereid, dat ze hem er
+bijna mee gaat plagen. Nu zit hij weer aan haar voeten en speelt met de
+garneering van haar jurk. Zij weet niet dat hij daar nu voor 't laatst
+zit. Het gesprek gaat over 's menschen staat na het afsterven. Zij
+belijdt eenvoudig hoe ze verwacht haar moeder weer te zien en te
+herkennen..
+
+.... Dan voelt Wolfgang dat hij in tranen zal uitbarsten als hij langer
+blijft. En hij springt op. Hij kust haar hand en spreekt: Wij zullen
+elkaar weerzien; in elke gestalte zullen wij elkaar herkennen. Ik ga
+vrijwillig, maar als ik moest zeggen: voor eeuwig! dan zou ik het niet
+uithouden. God zegen u. Wij zien elkaar terug.--Ja, morgen natuurlijk,
+zegt Charlotte lachend.
+
+Doch den volgenden ochtend bereikt haar dit biljet:
+
+ "Wel hoop ik weer te komen, maar God weet wanneer! Lotte, hoe eng
+ werd het mij bij Uwe woorden om het harte, daar ik toch wist dat ik
+ U voor de laatste maal zag! Niet de laatste maal en toch vertrek ik
+ morgen. Welke Geest bracht U op dit onderwerp! waarbij ik alles
+ mocht zeggen wat ik voelde. Ach, ik doelde op hierbeneden, op Uwe
+ hand, die ik voor 't laatst kuste. De kamer in welke ik niet zal
+ terugkeeren, en Uwen lieven vader, die mij voor het laatst uitliet!
+ Ik ben nu alleen en mag weenen. Ik laat U gelukkig achter, en ga
+ niet uit Uw harte. En zie U weder--maar niet morgen is nooit. Zeg
+ aan mijne kinders: Hij is weg. Ik kan niet meer."
+
+Kestner en Lotte, hoe zeer ook voldaan met zijn vertrek, waren geheel
+van hem vervuld en ze lazen en herlazen zijn korte briefjes met
+betraande oogen. Om hen heen speelden de kinderen die telkens hun
+kameraad misten en dan angstig herhaalden: Doctor Goethe is weg.
+
+
+
+
+[Illustratie: "Das Leiden des Jungen Werthers"
+verscheen in September 1774]
+
+VII
+
+ Ik dwaal in woestenijen, waar geene
+ wateren zijn; mijne haren zijn mijn
+ dak en mijn bloed is mijn bron......
+
+
+Het was hoog tijd dat hij ging; indien hij nog even langer ware
+gebleven, zou zijn wil zijn te kort geschoten, zou zijn oponthoud te
+Wetzlar niet zijn geëindigd als betrekkelijk rustige idylle. Hoe het had
+kunnen worden zal hem nu blijken. Zijn liefde voor Lotte heeft hij
+geenszins verzaakt. Integendeel, zijn liefde groeit, nu hij, ver van
+Lotte, meent zich er aan te mogen geven. Haar silhouette heeft hij naast
+zijn alcoof met spelden aan den wand bevestigd. Hij groet haar beeld
+voor hij te rusten gaat, houdt gesprekken met haar beeld wanneer hij
+zich voor den eten verfrischt. Schlosser moet voor beroepsbezigheden
+naar Wetzlar en hij kan geen weerstand bieden aan de verzoeking, hem te
+volgen. Naast Lotte op de canapé bevangen hem "hangenswaardige
+gedachten"; hij moet zich afvragen wat er gebeurd ware, als Schlosser
+hem niet zeer tegen zijn zin had verwijderd.
+
+[Illustratie: CHARLOTTE BUFF]
+
+Het gerucht bereikt hem, dat Von Goué zich om 't leven heeft gebracht;
+en hij voelt zich geroepen, deze daad, die de domme wereld wel verkeerd
+zal uitleggen, goed te pleiten en te vereeren. Het gerucht blijkt
+onjuist, maar wordt gevolgd door het bericht, dat Jerusalem zich een
+kogel door het hoofd heeft gejaagd. Wolfgang kent dezen Jerusalem reeds
+sedert Leipzig. Hij heeft hem niet vaak gesproken, maar voortdurend is
+zijn belangstelling gaande gebleven voor dien vreemden, teruggetrokken
+jongen, wiens prikkelbaar pessimisme uit kunstzinnige overgevoeligheid
+voortsproot. En te Wetzlar, als hij wandelde in het maanlicht, strijdend
+met zijn hopelooze liefde, had hij vaak Jerusalem zien wandelen in
+het maanlicht en daarbij vermoed dat ook deze aan een liefde leed. En nu
+heeft de brave jongen zich doodgeschoten, nadat een vriend, op wiens
+vrouw hij in stilte verliefd was, hem zijn huis heeft ontzegd. Aan dit
+conflict, dat hij--Wolfgang--instinctmatig is ontsprongen, is Jerusalem
+ten gronde gegaan.
+
+Een nieuw lotgeval brengt hem den doode nog nader. Op zijn terugreis van
+Wetzlar stapt hij af bij de kunst-minnende familie Von Laroche, om er
+Merck te ontmoeten. Mevrouw Laroche had de wereld pas een sentimenteelen
+roman geschonken, en haar verlangen naar een vleiende recensie zal wel
+niet vreemd zijn geweest aan de heusche ontvangst die zij beiden
+journalisten bereidt. Ze wordt spoedig Wolfgangs vertrouwde
+raadgeefster, zijn "Mamachen". De tergende aanwezigheid van den
+gewetenloos-dwazen Leuchsenring met zijn briefmappen, drijft Goethe naar
+de twee dochters van den huize, in wier gezelschap hij herademt: vooral
+de mooie, fijn beschaafde Maximiliane heeft hij diep in de zwarte oogen
+gekeken. Nu is deze Maxe door haar o zoo gevoelige Mamachen gekoppeld
+aan den uitgedroogden weduwnaar Brentano, een Italiaansch koopman te
+Frankfort, vader van vijf kinderen, die geheel opgaat in zijn olie- en
+kaashandel, en zijn jonge vrouw verwaarloost. Wolf bezoekt haar vaak,
+mede op verlangen van haar man. Hij stoeit dan met de kleintjes en
+begeleidt haar clavierspel op zijn cello. Vele jaren later zal
+Maximilianes dochter Bettina den huisvriend in haar "Goethes
+briefwisseling met een kind" (Dat kind was, en passant, een
+hysterisch-opdringerige literaire zwendelaarster van diep in de
+twintig!) huldigen als volkomen rein in zijn verhouding tot haar moeder.
+Brentano echter kan aan een genegenheid als tusschen broer en
+zuster--waarvan ook Merck niet overtuigd is--geen geloof slaan. Hij
+ontlaadt jegens zijn vrouw zijn jaloezie in grievende verwijten.
+Wolfgang, op de hoogte gesteld, neemt zich voor, zijn drempel niet meer
+te betreden, tenzij Maximiliane zijn vuisten noodig mocht hebben tegen
+haren gebieder.... En voor zulk een man nu zou Jerusalem zich den dood
+hebben aangedaan! Goethe moet onophoudelijk denken aan dien lieven,
+weeken jongen met zwakken wil. Hij verzoekt Kestner--den nauwlettenden
+protocol-schrijver--hem uitvoerig in te lichten omtrent de
+omstandigheden die den zelfmoord begeleidden. En hij verneemt dat
+slechts voor oppervlakkig oordeel Jerusalem slachtoffer is geworden van
+een "ongelukkige liefde". Immers ook in zijn ambtelijk leven was hij
+herhaaldelijk in botsing gekomen met de hardheid der doorsnee-menschen,
+die hem aandeed als gemeene grofheid. Iemand die zoo machteloos staat
+tegenover zijn overvloeiende sentimenten is--wat hem ook treffe--bestemd
+voor een smadelijken dood. De wereld is hem te machtig. Zijn
+levens-liefde--hoe sterk ook--is niet opgewassen tegen de beleedigingen
+die hem dagelijks worden aangedaan. De kwaal des tijds--_d.i._ verfijnde
+ontvankelijkheid zonder wil en zonder godsbetrouwen--heeft Jerusalem
+gesloopt.
+
+Nu gaat Wolfgangs meening over "de wereld" (in hoofdzaak de meening van
+het dan opgroeiend geslacht) zich vlechten in het relaas dat Schlosser
+hem heeft gezonden. Met andere woorden: de op zichzelf staande
+gebeurtenis wordt geheven in de sfeer van zijne overtuigingen, opgenomen
+in het geheel van zijn ideeën, van zijn innerlijk doorlicht. Maar juist
+in die periode is zijn leven éen verdrietelijkheid:
+
+Hij ziet zijn zuster weggaan, getrouwd met den kundigen, geletterden
+Schlosser. Hij is jaloersch. Hij voelt dat ook dit huwelijk ongelukkig
+moet zijn en voor Cornelia, zijn ondoorgrondelijke troosteresse, moet
+uitloopen op beschaming. Zij leek hem wel geschikt om een groot klooster
+te bestieren, maar niet geschikt voor huisvrouw.
+
+Zijn teedere vriendin Urania sterft. Als hij op haar graf een
+gedenkteeken wil zetten, merkt hij dat men zijn verhouding tot deze
+lieve ziel ook al verkeerd heeft opgevat: waar vriendschap is praat de
+wereld van bezit; waar liefde verlangd wordt eischt de wereld, eischt de
+bekrompenheid van het menschenlot, ontzegging.
+
+Hij ziet de onmiskenbaar loffelijke bedoelingen van zijn knappen vader
+mislukken en het gezin ondergraven; zoodat een angstvallig verzwijgen
+van zijn plannen een schijn van vrede en onderworpenheid moet bewaren.
+Maar kleine, laffe mannetjes ziet hij overal in zijn omgeving
+zegevieren.
+
+De omgang met Maximiliane, de eenige die hem 't verlies van
+veelbegrijpende Cornelia eenigszins vergoedt, is hem ontzegd. Hij mag
+niet liefhebben zonder zich met schuld te beladen of zich voor zijn
+leven te kluisteren aan een zoogenaamde positie, een baantje bij het
+stadsbewind, waarheen zijn vader hem stuwt. Maar hij kan er niet toe
+besluiten, een tweederangs-advocaatje te blijven: hij weet dat hij wel
+een goed redenaar is, doch slechts een middelmatig jurist. Neen, op zijn
+natuurlijke dichtergave, het eenige dat hem "ganz eigen" toebehoort, dat
+door geen invloeden van buiten geholpen of gehinderd kan worden, wil hij
+zijn bestaan bouwen. Het besef zijner genialiteit legt hij zinrijk neer
+in _Adler und Taube_, en woest-tartend zingt hij het uit in _Prometeus_.
+Hij voelt dat men iets schoons slechts kan voortbrengen als men alleen
+staat; aan vindingskracht ontbreekt het hem niet. Maar.... hij moet als
+het op werken aankomt telkens weer van voren af tasten en zoeken. Hij
+gelooft--als vele ware dichters--dat hij geen _eigenlijken stijl_ heeft.
+Niemand kan hem helpen: Doctor moet zichzelf cureeren.
+
+En als hij zich--nu toegeven aan zijn opwellingen hem is verboden en de
+wereld hem ergert--ten slotte tot zijn Ik keert, wordt hij ook in eigen
+innerlijk teleurgesteld. Reeds lang plaagt hem de traagheid van de taal
+en de stof, die hij wil vormen. Iedere dichterlijke overwinning verfijnt
+zijn eischen en toont hem dus opnieuw zijn onmacht. Zijn tweede lezing
+van den Götz, die zooveel zelfverloochening van hem heeft gevergd,
+verschrikt hem door zijn vormeloosheid. De toejuichingen van het publiek
+zouden wellicht zijn teleurstelling hebben verzacht, indien hij het
+publiek hooger hadd' kunnen schatten dan een "kudde zwijnen". De
+weinigen aan wier oordeel hij hecht laten zich minachtend uit over zijn
+drama. Zoo Herder, hoe zeer hij in stilte het stuk bewondert. Zoo
+Lessing, bezonken denker voor al, die door de middeleeuwsche
+gewelddadigheid van Götz in de war raakt en meent dat Goethe de darmen
+van een afgestorvene, met zand opgevuld, als koorden verkoopt. Zoo
+Frederik de Groote, die het stuk voor de inboorlingen van Canada wilde
+bestemmen en het noemde "une imitation détestable de ces mauvaises
+pièces anglaises" (Shakespeare!) en niet begrijpt dat men iets byzonders
+ziet in deze "afstootelijke onbenulligheid".
+
+Van zijn jeugd af heeft hij neiging voor beeldende kunst. Hij oefent
+zich in etsen, boetseeren, schilderen. Maar zijn kleine succesjes
+troosten hem niet over zijn groote mislukking. Zijn willen noch zijn
+kunnen is geëvenredigd aan zijn groot verlangen.... "Ik zal vanmiddag
+voor het eerst 't oliepenseel ter hand nemen! met hoeveel nederigheid,
+ontroering, hoop, kan ik niet zeggen. Mijn verder Levenslot hangt zeer
+af van dit eene oogenblik".... De afgietsels van antieke beeldwerken, de
+reproducties van Rafael-koppen, die zijn dakkamer sieren, tergen hem!
+
+Hij leeft uit een geestesstrooming die alle oude theorieën en dogma's
+verwerpt en met de in eere herstelde menschelijke rede een nieuwe
+wetenschap wil bouwen. En nu blijkt al wat de mensch uit eigen kracht
+kan weten hem onsamenhangend knutselwerk: "Ieder berusten in zekere
+uitkomsten van ons onderzoek is een soezerig zich gewonnen geven,
+waarbij wij de wanden, waartusschen wij gevangen zitten, met bonte
+gestalten en lichte verwachtingen beschilderen".
+
+Natuurlijk is hij niet altijd zoo moedeloos: hij beoefent met passie het
+schaatsenrijden, dat, na de verschijning van Klopstocks IJs-oden een bij
+uitstek dichterlijk vermaak is geworden. Ook heeft zijn minbehoevend
+hart vaak behagen aan de sprakelooze, maar daardoor juist zoo
+overtuigende liefdeblijken van Cornelia's vriendin Gerock. Hij schrijft
+weer enkele overmoedige recensies voor de Gelehrten Anzeigen, bewerkt
+een te Straatsburg opgesteld concept tot de brochure: _Over de Duitsche
+bouwkunst van Erwin von Steinbach_,--die geestdriftig de Gothiek
+verdedigt. Verder schrijft hij een paar theologische tractaatjes, waarin
+hij zich (naar voorbeeld van Rousseau) achter een landgeestelijke
+verbergt; en die door hun trouwhartige verdraagzaamheid instemming
+vinden bij Lavater, den Zwitserschen profeet. Doch dit alles raakt niet
+de grondstemming van zijn gemoed.
+
+Zijn min voor Lotte (die intusschen haren echtgenoot een kleinen
+Wolfgang heeft geschonken) wil niet wijken. Herder houdt zich op een
+afstand. Merck verlaat hem om zijn vorst naar Berlijn en Petersburg te
+vergezellen. Hij staat alleen. Zoo verhaasten toevallige gebeurtenissen
+het proces dat zich in hem voltrekt: Door zijn trachten naar volkomen
+uitleving van zijn sentimenten botst hij tegen de wereld en haar
+conventies, wordt hij teruggestooten in de eenzaamheid, lijfelijk en
+geestelijk. Nu keert hij terug tot zich zelf en "vindt daar een
+weireld". Hij behandelt zijn harte als een ziek kindeken: wat het vraagt
+krijgt het ook. Hij is nu aangeland bij die keerzijde van het
+Sturm-und-Drangindividualisme, nl. bij de angstige zelfpeiling, de
+roekelooze zelfverweeking. Alles verbittert hem. Als de Straatsburger
+faculteit door Salzmann laat aanbieden hem tot Doctor in de beide
+rechten te bevorderen, antwoordt hij dat hij meer dan genoeg heeft van
+promoveeren en advocaatspelen: Als ik geen vrouw neem en me ook niet
+ophang, dan moet men mij nageven dat ik dit leven toch wel lief heb; of
+iets dat mij nog meer vereert.--De Engelsche pessimisten Sterne, Swift,
+Young en vooral Ossian boeien hem, boeien half Europa. De zelfmoord en
+de daartoe gebruikelijke middelen vormen onder de geletterden van zijn
+tijd een gewoon onderwerp van conversatie. Hij gaat onderzoeken of het
+hem ernst is met zijn verlangen, uit dit leven te scheiden. Hij neemt
+iederen nacht een scherp gespitsten ponjaard uit vaders wapencollectie
+mee naar bed, en tracht het moordtuig een paar duim diep in zijn borst
+te drukken. Als dit hem nu veel malen is mislukt, acht hij bewezen dat
+hij sterk genoeg is om te leven. Maar nu eischt hij van zijn denken het
+machtwoord dat de euvelen waaraan hij lijdt vernietige. Zijn denken
+antwoordt: TUCHT.
+
+En hiermede heeft hij uit de Sturm-und-Drangstrooming de leering
+getrokken, die er voor zijn aanleg in lag besloten.
+
+Een heele periode in den ontwikkelingsgang zijns geestes is afgerond en
+historie geworden. De détails erlangen nu hun diepe beteekenis en hun
+logische plaats in het geheel. Zij eischen een gestalte. De levenssmart
+van zijn tijd zal Goethe nu zoo uitspreken, dat dit uitspreken zelf
+reeds de overwinning er van bevat. Ziehier de kiem van "_Het lijden des
+jongen Werthers_", die zich nu uit zijn ervaringsvoorraad gaat voeden.
+
+Evenals in den Götz wil hij hier iemands nagedachtenis redden. Maar was
+hij, toen hij 't drama schreef, overstelpt door zijn colossalen Held;
+den lieven jongen, dien hij thans gaat verdedigen heeft hij doorzien,
+zoodat hij de _kern van diens karakter_ tot eersten grond en tevens tot
+bewegingsmotief van het nieuwe werkstuk kan maken. Hij is nu niet minder
+bedroefd om den noodlottigen, onvermijdelijken ondergang van een edel
+man dan toen. Maar droefheid is hem hier niet het laatste. Bij het
+schrijven van den Götz omgeslagen in wanhopige verontwaardiging, wordt
+ze hier tot rust. Het geval Jerusalem verhalend, verhaalt hij een
+episode die in de gemoeds-historie van elk gevoelig man voorkomt, een
+ziels-phase die--wijl in Goethes tijd de jeugd met zijn ideeën aan 't
+bewind komt--de eerstvolgende decenniën zal beheerschen. Een levenslot,
+zoo universeel uitgebeeld, prikkelt niet tot opstand, hoe treurig het op
+zich zelf beschouwd ook moge zijn. Men ziet het in rechtstreekschen
+samenhang met den loop der dingen: het stemt tot berusting en tot
+zelf-critiek:
+
+ "Wat ik ook maar van de geschiedenis des armen Werthers heb kunnen
+ vinden, heb ik met vlijt verzameld; ik leg het u hier voor en weet
+ dat ge er mij om zult danken. Gij kunt zijnen geest en zijn
+ karakter uwe bewondering en uwe liefde, zijn levenslot uwe tranen
+ niet ontzeggen.
+
+ ~En gij, goede ziel, die den zelfden drang voelt als hij, laat dit
+ boeksken uw vriend zijn;~ als ge door lot of eigen schuld geen
+ naderen kunt vinden."
+
+Deze korte, in ademlooze stilte neergeschreven voorrede ontzenuwt
+(indien nog mogelijk!) het wanbegrip dat "Werther" zou aanzetten tot
+echtbreuk of tot zelfmoord.--
+
+Het eerste deel van den roman, de verwikkeling waaruit de verdere
+gebeurtenissen onontkoombaar voortvloeien, is bijna oogenblikkelijk
+gereed. Goethes ervaringen te Wetzlar behoeven slechts weinig gewijzigd
+om een ontknooping, als Jerusalems leven die vond, toe te laten. Gewoon
+zijnde, zich volkomen te geven in zijn brieven, die hij meer voor zich
+zelf dan voor anderen schrijft, vindt hij in zijn brieven, vanuit
+Wetzlar aan Merck en aan Cornelia gericht, een ontroerend brok roman.
+Ontdaan van enkele toevallige bijmengselen, die voor 't doel niet ter
+zake doen, door ophelderende dagboekblaadjes aaneengeschakeld, geven ze
+zijn zielsbeweging uit die dagen met bezonken woordmuziek in allerlei
+toonaard weer. De data laat hij zoo, enkele namen worden veranderd. Zijn
+bedoeling is geweest er een drama van te maken. Hij ervaart echter dat
+de stof niets dramatiesch heeft; het eigenaardige van een zoekenden,
+wankelenden, aarzelenden gemoedstoestand, als dien hij wil boeken, is
+juist, dat hij in alle stilte verloopt, zelden tot handelen leidt, en
+dus bezwaarlijk aan opvoerbare gebeurtenissen kan worden gekoppeld; geen
+drama doch een schier ononderbroken monoloog laat zich er uit vormen.
+Vandaar dat hij de ongezochte schilderingen, die zijn brieven zijn,
+onaangetast laat blijven. De zoo ontstaande roman-in-brieven is in wezen
+een samenstel van onuitgesproken en onuitsprekelijke monologen. Deze
+uitingswijze biedt het voordeel, dat de auteur, indien dit hem
+wenschelijk mocht blijken, deze monologen door stukken in werkzamer
+trant gesteld, door gedichten, schetsen, korte tweegesprekken kan
+afwisselen.
+
+Doch aldus ontstaat voor Goethe de moeilijkheid, het tweede gedeelte,
+dat hij niet zelf heeft doorleefd, doch moet ~maken~, te houden in den
+toon van het begin. Nu gaat hij zoo te werk: Als een bepaalde situatie
+is vastgesteld, beeldt hij zich in, dat verschillende kennissen hem
+bezoeken. Hij laat hen plaats nemen in zijn dakkamer, begint een praatje
+met hen en brengt het gesprek op het onderwerp dat hij in den
+eerstvolgenden brief moet behandelen. Nu beginnen de vrienden te leven:
+zij spreken hun persoonlijke meening uit, belichten de zaak van
+verschillende kanten. Op deze wijze ontlokt Wolfgang aan zijn scheppende
+phantasie een heel gamma van gevoelens en opinies over deze zaak. Geen
+gevoelsmogelijkheid ontgaat hem nu bij het stellen van zijn brief. En
+binnen vier weken voltooit hij een lange galerij van levende, kleurige,
+fijn geschetste zielstafreelen, die door hun doeltreffende groepeering
+en door de wel-overlegde wisseling hunner grondtonen bij den lezer een
+dooreen-strengeling van stemmingen teweeg brengen; welke de eigenlijke
+handeling van dit verhaal uitmaakt.
+
+--Deze handeling omkleedt de hier volgende hoofdlijnen: Werther is als
+Goethe fijngevoelig op het ziekelijke af, zeer veelzijdig; een strever
+naar het absolute, rijk aan "tranen der eeuwige liefde", vol aangeboren
+natuurzin; doch tegenover even sterke begeerten, even stuurlooze
+aandriften, staat bij hem een veel zwakker wil. Ook heeft hij meer uren
+vrij voor zelfbespiegeling, daar hij geen enkel beroep uitoefent, het
+lezen moe is, en alleen van tijd tot tijd wat teekent of schrijft uit
+liefhebberij. Hij is het type van een idealistiesch gezind jong
+patriciër uit die dagen. Meer nog dan Goethe keert hij zich naar de
+natuur, verdiept hij zich in Homeros.
+
+Hij leert de kerngezonde, immer vroolijke Lotte kennen op een bal. Dat
+ze reeds verzegd is deert hem niet, zoolang haar minnaar afwezig is. Hij
+bezoekt haar dagelijks, bewijst haar allerlei kleine diensten en zij
+laat zich zijn hooggaande vereering welgevallen. Albert, haar verloofde,
+komt terug, en nu begrijpt hij, dat hij het veld moet ruimen. Maar als
+Albert verre van ijverzuchtig blijkt, graag ziet dat men zijn meisje
+lief vindt, overtuigt Werther zich met vele drogredenen, dat hij wel kan
+blijven in hare nabijheid. Doch dra begint hij het onhoudbare van zijn
+toestand duister te beseffen. De voorheen geliefde natuur stemt hem nu
+tot droefenis; onschuldige kleinigheden verbitteren hem. Hij moet zich
+onder tranen bekennen, dat dit zal uitloopen op het graf. Eindelijk weet
+zijn vriend Wilhelm hem tot heengaan te bewegen (11 September).--Hier
+stokt de evenwijdigheid tusschen de lotgevallen van Werther en die van
+Wolfgang.
+
+Werther kan door zijn vlucht een beslissende botsing met de ongevoelige
+wereld niet ontgaan. Wel maken zijn verwijdering van Lotte en
+regelmatige arbeid--hij is gezantschapssecretaris geworden--hem
+rustiger, doch nu ergert hij zich aan zijn naaste omgeving, niet het
+minst aan zijn pedant-stipten patroon, die gaarne van zijn haat voor het
+idealistische getuigt. Intusschen zijn Albert en Lotte gehuwd. In een
+verstandigen brief verklaart Werther hun, dat hij zich met een tweede
+plaats in Lotte's hart wil troosten. Kort daarop is hij bij een graaf,
+die met hem sympathiseert, te middagmaal; hij bedenkt niet, dat de
+etiquette hem voorschrijft te vertrekken, als er 's avonds adellijk
+bezoek komt; hij blijft en laat zich boeien door een freule von B.
+Totdat zijn gastheer, op aandringen van het gezelschap, hem beleefd
+verzoekt heen te gaan. In hoogere kringen begint aanstonds een
+overdreven praatjesmakerij, die zelfs het arme freuletje niet spaart. In
+hevige opwinding eischt Werther zijn ontslag en verlaat de stad. Hij
+houdt zich eenigen tijd op bij een edelman, die hem heeft uitgenoodigd,
+en die zich moeite genoeg geeft om hem aangenaam te zijn, maar hem door
+de daarbij betoonde middelmatigheid van aanleg mishaagt. In
+hartstochtelijke, wereldhatende wanhoop voelt Werther neiging om in den
+oorlog te gaan; als zijn gastheer het hem ontraadt, mist hij ook echter
+daartoe den wil. Meenend dat hij nu niets meer heeft te verliezen, volgt
+hij den trek zijns harten en zoekt Lotte op.
+
+Vriendelijke ontvangst belet niet, dat hij dra het totale gemis aan
+poëzie bij het jonge echtpaar bespeurt; ook zijn vroegere liefde voor de
+vrije natuur kan hij niet weervinden: hij lijkt een uitgedroogde bron.
+Homeros zegt hem niets meer. Slechts Ossians nevelige klachten vinden
+weerklank in zijn moede ziel. Lotte wendt haar oogen van den al te
+drogen in zijn zaken opgaanden Albert naar haar jongen fijnbesnaarden
+gast. Zij wil echter haar huwelijkseed gestand doen, en spant zich in om
+haar groeiende sympathie voor Werther te verhullen. Maar met zijn
+ziekelijke scherpzinnigheid ontdekt en benut Werther het geringste
+aanknoopingspunt. Wetend dat hij niets van haar mag hopen, verdiept hij
+zich al meer in zijn levensmoeheid: zou God de vader hem van zich
+wijzen, nu hij tot het inzicht is gekomen, dat de wereld overal gelijk,
+en voortzetting van zijn leerreis door dit leven dus overbodig is? De
+dorre donkere herfst versterkt zijn doodsverlangen. Nog eens wil hij
+Lotte zien: hij vindt haar alleen en ze is verlegen. De voorlezing van
+zijn Ossian-vertaling moet hij, door weemoed en tranen beheerscht,
+onderbreken. Met bevende stem leest hij nu de passage: "Daar komt de
+stonde dat ik moet verwelken....", maar raakt nu zoo ontroerd, dat hij
+voor Lotte op de knieën valt, en haar handen, na ze gekust te hebben,
+zich tegen voorhoofd en oogen drukt. Ze buigt zich tot hem over, en hij
+richt zich op, kust haar onbedwongen op de lippen. Ze weet niet te
+kiezen tusschen liefde en gekrenktheid, stoot hem weg, snelt de kamer
+uit.
+
+Onder voorgeven dat hij op reis moet, laat hij door zijn bediende
+Alberts pistolen ter leen vragen en schiet zich voor het hoofd. Lotte's
+broers en ook haar grijze vader voelen zich genoopt het bebloede lijk te
+kussen; doch geen priester geleidt de baar ten grave.
+
+ * * * * *
+
+Dit boekje trof--door zijn vermenging van Engelsch Hamlet-pessimisme met
+Duitsche Emfindsamkeit, en vooral door zijn woeste aanvallen op de
+heerschende moraal--den geest des tijds in zijn kern: de lezers waren
+voorbereid op iets van dien aard en zij vonden zich zelf in Werther. Het
+werd herdrukt en na-gedrukt (in het jaar van zijn verschijning acht
+maal) bezongen door straatzangers, gedramatiseerd, vertaald in alle
+groote wereldtalen. Men vergoot stroomen van tranen om Werthers dood, en
+Werther is velen inderdaad een lieve vriend geweest. Het Engelsche
+costuum waarin hij zich om 't leven bracht--geel vest en broek, bruine
+laarzen, blauwe jas met koperen knoopen--werd mode onder gevoelige
+jongelingen. Maanzieke juffers verdronken zich met den roman op zak.
+Voor een dezer zou Goethe later diep bewogen een gedenksteen plaatsen in
+zijn toovertuin bij Weimar. De aartsbisschop van Milaan liet het
+gevaarlijke schriftuur in het openbaar door den beul verbranden. Het
+bezit er van werd te Leipzig met 10 daalders boete bestraft. De
+Chineezen leverden enkele jaren nadien Werther-tafereelen van 't
+fijnste porcelein. Napoleon las den roman zeven maal en droeg hem mede
+toen hij naar de Pyramiden trok. Werther is vooral in Frankrijk--waar
+het publiek door Rousseau's _Héloise_ was bewerkt--Goethes bekendste
+boek geworden. Walter Scott zegt in de voorrede tot zijn Götz-vertaling
+heel naïef dat dit drama geschreven is door "den eleganten auteur van
+Het Lijden des jongen Werthers". Maar nu wist het publiek wie Goethe
+eigenlijk was; een anderen Goethe heeft het nooit erkend!
+
+Lessing, hoewel hij het boek als kunstwerk hoog aansloeg, keurde de
+"neerdrukkende strekking" er van af. Terecht noemt hij Werthers
+overgevoeligheid het resultaat van achttien eeuwen Christendom en
+zelfbeschouwing, en hij meent (minder terecht) dat geen jongen in de
+oudheid zoo ware geëindigd. Hij gaf Goethe in overweging, den
+weemoedigen toon van zijn werk te neutraliseeren door een slothoofdstuk:
+"hoe cynischer, hoe beter". Zijn proselyt Nicolaï schreef een parodie
+getiteld: De genoegens van den jongen Werther. Hij laat den zelfmoord op
+grappige wijze mislukken en Werther een huwelijk aangaan met Charlotte.
+Goethe heeft "het Berlijnsche hondentuig" meermalen onbehouwen van
+antwoord gediend, o.a. in het hekeldicht "Nicolaï aan Werthers graf"; de
+criticus, door buikkramp geplaagd, doet op het graf van den
+zelfmoordenaar uitvoerig zijn gevoeg en beweert dat het met den jonkman
+nooit zoo waar afgeloopen, als ook hij op gezette tijden zijn pantalon
+had afgestroopt.... Goethe vond dat tegenover een echt kunstwerk
+"Kritteley" evenmin te pas kwam als tegenover een natuurverschijnsel. En
+den kerels, die zich aan zijn tafel eerst vol hadden gevreten en daarna
+scholden op de spijzen, riep hij met wellust na: Slaat dood den hond!
+
+Lotte zelf en ook Kestner waren door de verschijning van het boek--tot
+Goethes pijnlijke verwondering--zeer onaangenaam getroffen. Zij erkenden
+dat de schrijver niet had geportretteerd, maar vonden juist daarom de
+gelijkenis in sommige onderdeelen te ver doorgedreven en vele vleiende
+détails te onrechte verzwegen. Zij zagen over het hoofd dat de Lotte in
+den roman de zwarte oogen van Maximiliane had en dat Albert meer op
+Brentano geleek dan op Kestner. De belangstelling van het publiek, die
+ontaardde in speurzucht, onderhield hun gemelijkheid. Goethe liet niet
+af te betoogen, dat hun smart klein was, vergeleken bij de intense
+vreugde en de diepgaande leering die het boek aan duizenden en duizenden
+had geschonken. Zij wisten ook wel dat hij, al schrijvend, niet aan hen
+had gedacht. Maar ze wisten niet welk eigenaardig egoïsme er in een
+schrijver omgaat en hun gekrenktheid bleef lang. Men noemt Kestner als
+auteur van een boekje, dat den Werther zegt te corrigeeren, door
+bijwerking van de Albert-figuur.
+
+
+
+
+VIII
+
+ Franckfurt ist das neue Jerusalem wo
+ alle Völcker aus und einziehen und
+ die Gerechten wohnen.
+
+
+Reeds voordat de Werther zijn roem voor goed had gevestigd, zoodat hij
+omzwermd was van nieuwsgierige dames, die meer van Lotte wilden hooren,
+dan hij had noodig geacht mede te deelen, kwamen vele groote mannen naar
+Frankfort om den schrijver van Götz, van talrijke geniale, overmoedige,
+door vriend en vijand bewonderde recensies te leeren kennen. Allerlei
+gedichten van Goethe circuleerden in handschrift, en werden druk
+besproken, evenals sommige misschien wat grove satyres, o. a. het stuk
+over Wieland, Grieken en Goden, waarin hij dezen dichter voorhield dat
+de Helden en de Goden, die hij met groote vruchtbaarheid voortbracht, in
+hun hart eigenlijk verwijfde, laat-achttiend'eeuwsche jonge Duitschers
+waren, en diens droomen liet verontrusten door de verschijning van
+sapvollen Hercules, die vijfentwintig jongens in één nacht verwekte....
+Goethes brieven, die zijn hemelstormende veelzijdigheid nog het best
+deden uitkomen, werden in gezelschappen--wat in dien tijd niet vreemd
+was--onder groote aandacht voorgelezen. Men kende ook zijn weidsche
+plannen, de hoofdlijnen van een Caesar-drama, van een Mahomet, een
+Faust, en men voorspelde dat vooral dit laatste ongelooflijk schoon zou
+worden. Zijn openhartigheid, terloops zij het vermeld, had wel eens
+tengevolge dat sommige ontwerpen door anderen eenvoudig werden gestolen,
+zoodat er bewerkingen van verschenen voordat hij zelf ze ter hand had
+kunnen nemen. Zoo eigende zijn bentgenoot Wagner zich zijn
+Gretchen-historie toe, die hem in vertrouwen was verteld. Het
+spectakelstuk "Die Kindesmörderin" dat hij er uit brouwde is intusschen
+reeds lang vergeten. Maar hoe dan ook: het mishaagde onzen jongen
+auteur niet, als literair hemelverschijnsel te worden aangegaapt.
+
+De eerste hooge bezoeker was de Zwitsersche predikant Lavater die reeds
+van de verschijning van de _Briefe des Pastors_ af met Goethe in
+correspondentie stond, en hem ook portretten, waaronder een ideale
+afbeelding van den Heiland, had gevraagd voor zijn groote werk over
+Physionomie-kennis. De schilder, die hem Goethes portret moest zenden,
+had hem een afbeelding van den dichter Bardt gestuurd, maar Lavater liep
+daar niet in en beweerde dat het Goethe niet kon zijn. Toen hij echter
+Wolfgang in levenden lijve voor zich zag, scheen hij te twijfelen,--wat,
+bij de hooge achting die hij hem toedroeg, geen wonder was. "Ben jij
+het?"--"Ik ben 't." Lavater viel hem in de armen: Wolfgang verklaarde,
+dat hij hem moest nemen zooals God hem nu eenmaal had gemaakt, en weldra
+waren de twee bezig over de groote vraagstukken godsdienst en moraal,
+die ook in hun brieven werden besproken.
+
+De Zwitsersche profeet was niet het minst beroemd om zijn bewerking van
+Bonnets _Palingénésie_, het boek van een beroemd natuurphilosoof, die
+het geopenbaarde Christendom in overeenstemming trachtte te zien met de
+wetenschap. Dit lag geheel in dien tijd: Men wilde terug naar het
+oorspronkelijke, het onbedorvene, naar de oerpoëzie, en dus ook naar het
+apostoliesch Christendom. Lavater was een lange, magere man met zeer
+scherp gelaat, hemelsche oogen, weldoende, bijna vleiende stembuiging.
+Hij werd, ook in het Goethehuis, achtervolgd door dweepende vrouwtjes
+met hooge coiffures; die hem heur kousebanden aanboden in ruil voor
+lokken van zijn hair, die in Sabbaths heilige stilte op zijn borst
+wilden rusten, en (naar de boosaardige Merck in harde woorden uitsprak)
+zelfs zijn slaapvertrek in alle hoeken en gaten inspecteerden. Lavater
+liet zich veel welgevallen omdat hij gaarne grooten invloed had. Hij
+wilde Goethe bekeeren; en Goethe hem.
+
+Misschien wel om hem te toonen dat hij toch niet heelemaal verdwaald
+was, bracht Wolfgang hem in aanraking met zijn vriendin Klettenberg, die
+hij weldra de Sabbath van zijn reis noemde. En terwijl de profeet
+(wiens geloof aan zijn verbond met God zoo ver ging, dat hij
+verkondigde: God heeft de fouten in mijn schoolwerk verbeterd)
+discussiëerde met de Hernhuttersche, die zich strikt aan haren bijbel
+hield, zat Wolfgang met een ernstig gezicht zich af te vragen: Hoe is
+het toch mogelijk dat twee menschen, in wezen zoo dicht bij elkaar
+staand, in byzonderheden zoozeer kunnen verschillen? En hij begon een
+antwoord op die voor hem albeheerschende vraag te vinden in Spinoza.
+
+Hij vergezelde zijn bezoeker naar Bad-Ems, maar kon niet van hem
+scheiden, liet dus zijn rechtspractijk aan vader en confrères over, en
+bleef er veertien dagen. Teruggekeerd vond hij een bewonderaar die in
+alles het tegendeel was van Lavater: den schoolhervormer Basedow: een
+rumoerig veelweter, in wiens altijd om hetzelfde thema draaiende boeken
+men zijn schorre schreeuwstem meende te herkennen, waarmede hij--of men
+wilde hooren of niet--zijn systeem van natuurlijke opvoeding à la
+Rousseau verdedigde. Een morsig drinkebroer, met een leelijken haakneus;
+onbeschoft spotter met bijbel en traditie. Maar Goethe, die graag van
+hem wilde leeren, liet zich door dit alles niet ontmoedigen. Hij
+weerstond leelijk door leelijk en debiteerde over den bijbel
+sarcastische ongehoordhedens, die zelfs Basedow deden blozen. Gedwee
+liet hij zich met stinkenden tabaksrook beblazen. Hij ging met den
+paedagoog, die op weg was (voor de zooveelste maal) om het
+Philanthropicum te stichten, waar zijn ideeën verwerkelijkt zouden
+worden, op reis. Onderweg ontmoetten ze Lavater, en Goethe moest wel
+eens de twee antipoden, als waren ze kinderen, binnen de perken houden,
+opdat ze elkaar geen pijn zouden doen.
+
+Een geniaal drietal zoo: Goethe, romantiek gekleed met grijze sluitjas,
+bruinen halsdoek, hooge laarzen en slappen hoed, waarop van tijd tot
+tijd kwam te prijken een boeket, van de een of andere aanbidster
+gekregen. Men reed in rookerige koetsen, liet zich varen op den Rijn.
+Wolfgang, na de voltooiing van zijn Werther van een geweldigen last
+bevrijd, herleefde, improviseerde gewaagd-vurige gedichten, las voor
+uit zijn portefeuilles, en at als een beest. Op verschillende kasteelen
+werden ze gastvrij ontvangen. Goethe, een wonderlijke verschijning,
+maakt furore bij de dames, en ook bij de kinderen, wien hij sprookjes
+vertelt. Op het slot van de Steins, waar Basedow grof wordt, omdat men
+niet gereedelijk dokt voor zijn Philanthropicum, verwekt Wolfgang
+sympathie door zijn tact; en van daar gaat zijn roep naar het Hof te
+Weimar.
+
+Doch, al leefde hij oppervlakkig avontuurlijk, hij bleef een zoeker. Hij
+bleef verlangen naar "een zeker iets dat hij duister voelde maar nog
+niet kende". Het gebeurde dat hij, verhit en opgewonden, de danszaal
+ontvluchtte om Basedow te interpelleeren over een vraagstuk dat vroeger
+al tusschen hen was besproken. Dit genie sliep nooit. Het zat 's nachts
+in een stinkende wolk zijn copist zwaarwichtige zaken te dicteeren,
+dommelde soms wat in zijn fauteuil, om na korte, onrustige sluimering
+voort te dicteeren. Hij beantwoordde Wolfgangs vraag en deze wipte weer
+naar de danszaal als de muziek begon. Nog voordat de deur van Basedows
+kamer achter hem was gesloten, dicteerde diens schorre stem reeds,
+beginnend midden in een woord.
+
+Te Dusseldorf bezocht Goethe Fritz Jacobi. Hij had dien langen tijd
+geschuwd wegens zijn overgevoeligheid, die niet echt leek. Jacobi vond
+in Wolfgang de ziel, waarnaar zijn ziel verlangde en moest het
+herhaaldelijk in zijn armen uitsnikken en zwoer dat hij eeuwig zijn
+vriend zou blijven; dit is echter anders uitgekomen. Wolfgang vond in
+den ouderen man begrip voor vele dingen die onbestemd en raadselachtig
+in hem leefden. Hij had al lang naar een middel gezocht om zijn vreemde
+natuur, die hij niet aan anderer voorbeeld kon spiegelen, te
+ontwikkelen. Ook Jacobi. Zij hadden dit gemeen dat ze weinig hechtten
+aan den invloed van omstandigheden die van buiten af werken, en
+geloofden aan een innerlijke kiem die geheel uit eigen kracht moet
+groeien. Beiden ontmoetten ze op hun weg Spinoza.
+
+--Goethe had als jongen reeds in de boekerij zijns vaders een werkje
+over Spinoza gevonden van den Nederlandschen predikant Colerus, die
+zijn beschouwingen over dezen denker met de grofste en de verfijndste
+scheldwoorden doorspekt. Op het titelblad een dwaas portret van Spinoza
+met het bijschrift: "_Signum reprobationis in vultu gerens_", d.i.: Hij
+draagt het teeken van verworpenheid in het gelaat. Wolfgang haatte
+dergelijke bestrijding instinctief; ook wilde hij niet in de eerste
+plaats weten wat een wijsgeer volgens dezen of genen behoorde te denken,
+doch: wat hij werkelijk dacht. In Bayles Dictionnaire--zijn vraagbaak
+voor onderwerpen uit de philosophie--had hij Spinoza nageslagen; doch de
+inderdaad oppervlakkige en foutieve aanduidingen die hij er aantrof,
+zegden hem niet veel. Maar in zijn Ephemeriden had hij aangeteekend dat
+hij Spinoza's vereenzelviging van God en Natuur een zuivere leer achtte,
+waarvan het slechts te betreuren viel, dat de ontwerper ze met zooveel
+dwalingen had omhuld. Genoeg om thans nader met Spinoza's werken kennis
+te maken. Hij was echter veel te ongeduldig en te verlangend om dien
+denker te volgen in zijn "geometrischen" betoogtrant, welke den lezer
+slechts met kleine pasjes vooruit brengt, en geen bewering toelaat,
+voordat de gronden waarop zij steunt volkomen vaststaan. Neen, Wolfgang
+doorbladert de boeken, en als hij hier of daar een idee leest dat
+plotseling een groote groep van zijn eigen ideeën in beweging brengt en
+ordent, dan heeft hij geen moeite om Benedictus op zijn woord te
+gelooven. Het doet zijn ongestadig bevroedend en onwiskunstig denken
+goed, een bezadigd systeembouwer voor zich te laten zorgen; met vreugde
+laat hij zich door een man, die in redeneertrant tegenover hem staat,
+als het ware voordenken, wat hij in de diepste donkerte van zijn ziel
+als waarheid voelt. Hem boeit Spinoza's wijde wereldblik die de groote,
+d.i. de uiterlijk-stoffelijke, en de kleine d.i. de innerlijk-zedelijke
+wereld tegelijk omvat. Hem ontroert de groote belangeloosheid die--in
+zonderlinge tegenspraak met wat de bestrijders voorgeven--door zijn
+leven straalt zoowel als door zijn leer, en die haar schoonste uiting
+vindt in de stelling: Wie God liefheeft moet niet verwachten dat God hem
+wederkeerig beminne. God heeft niemand lief en haat niemand. Want God
+is vrij van allen hartstocht en van elke aandoening van genot of smart.
+Daar nu liefde een genots-, haat een smartaandoening is (begeleid van de
+voorstelling van een uiterlijke oorzaak), kan niemand wenschen dat God
+hem liefheeft, zonder er bij te wenschen, dat God niet God is.... Toch
+heeft God den mensch lief, daar de mensch niet buiten God is, en God
+vreugde heeft aan eigen volmaaktheid.... Door Gods waren aard te
+doorgronden en in den geest met God één te zijn, heeft de mensch
+bewustelijk deel aan deze liefde Gods. Daartoe moet hij zich van alle
+belangzucht en hartstocht vrijmaken, het goede doen om het goede, zich
+bevrijden door zich voortdurend te geven.... Totale zelfverloochening in
+liefde en vriendschap lijkt ook Goethe, gegeven zijn persoonlijkheid, de
+eenige ware leefregel. En een nieuw gebied van zijn ziel wordt ontgonnen
+en bevrucht door het besef van een universeele noodzakelijkheid, die er
+ligt besloten in de idée: dat zelfs God zijn eigen wetten niet kan
+wijzigen. Zoo liggen in de ziel eens menschen de wetten, waaraan hij
+heel zijn leven niet ontkomt.
+
+In Jacobi vond Wolfgang dus een goeden gids in eigen boezem. Deze had
+stelselmatig gestudeerd en hij beschouwde Spinoza's leer als een
+onwillekeurig betoog voor de ontoereikendheid van het menschelijk
+denken. Goethe had kort te voren gewanhoopt aan de mogelijkheid van een
+op het menschelijk denken uitsluitend gebouwde wetenschap. Hij sloot
+zich gaarne bij Jacobi aan. Maar wat hen vereenigde zou hen later
+scheiden.
+
+[Illustratie: _a_ JOHANN BERNHARD BASEDOW _b_ JOHANN HEINRICH MERCK
+_c_ JOHANN CASPAR LAVATER _d_ FRIEDRICH GOTTLIEB KLOPSTOCK
+_e_ FRIEDRICH HEINRICH JACOBI]
+
+Te Elberfeld, waar zijn vriend Jung, genaamd Stilling, zich als arts had
+gevestigd, legde Wolfgang zich als ware hij ernstig ziek te bed, het
+hoofd in groote doeken gewikkeld, en liet doctor Jung roepen. Alleen
+zijn pols stak nog boven de dekens uit. Maar toen Jung die aanpakte en
+beweerde dat hij niets abnormaals voelde, sprong daar eensklaps de
+Westindiër te voorschijn en viel den verbluften geneesheer om den
+hals.--Jung wist later te verhalen van een gastmaal, waar Goethe,
+Lavater, Basedow en meer dergelijke genieën vereenigd zaten; serieuze
+gedachtenwisseling kluistert de genieën aan hun zetels, maar Wolfgang
+kan bij al die tegenstrijdige en ietwat overdreven uitingen geen rust
+vinden; hij springt van groep naar groep, danst ten slotte om de tafel,
+en maakt grimassen. De omstanders meenen dat hij gek is, en hij
+bevestigt hun oordeel, door ze met verdwaasde oogen aan te staren. Maar
+als ze ten volle zijn overtuigd, beschaamt hij ze plots door één blik,
+schitterend, geestvol, vernietigend.
+
+Terwijl geleerden en kunstenaars die reeds veel meer hadden gepraesteerd
+dan hij zelf, in hem hun meerdere voelden, in vurige woorden hun
+bewondering voor zijn aanleg, zijn uiterlijk, zijn plannen, zijn hecht
+idealisme te boek stelden, bleef hij wie hij was. In zijn _Diné zu
+Coblentz_ gaf hij een guitig zelfportret uit dien tijd: Hij, kind van de
+wereld, zit met een spottig gezicht wijn en gebraad te verslinden; aan
+zijn eene zijde zit Basedow den doop te bespotten; aan zijn anderen kant
+zit Lavater de geheimenissen van de Openbaring na te openbaren; hij
+begeleidt hun argumenten met groote happen.
+
+Kort daarop kreeg hij bezoek van Klopstock, den dichter van de Messias
+en de beroemde Oden, wiens rijmlooze verzen hij als kind in het geheim
+had gelezen. Deze, hoewel uiterst vriendelijk, kon het niet van zich
+verkrijgen met den jongeren Wolfgang op voet van gelijkheid over
+geestelijke onderwerpen te spreken. Wel gaf hij menigen nuttigen wenk
+ten aanzien van "den ijsloop" zooals hij het schaatsenrijden noemde.
+Goethe brengt hem natuurlijk een eind terug. Op den thuis-weg dicht hij
+in de hortende en stootende postwagen zijn ode aan _Schwager Kronos_,
+d.i. Voerman de Tijd, waarin hij te kennen geeft dat hij liever ter
+Helle vaart als vurig jongeling dan langzaam te verworden tot grijskop.
+
+Fräulein Klettenberg wilde hem maar niet opgeven, en telkens geloofde
+zij dat ze hem had bekeerd. Maar hem werd nu duidelijk dat hij, bij al
+zijn eerbied voor de moravische broeders, nooit een christen naar hun
+hart zou worden. Het dogma van de erfzondigheid, volgens hetwelk de
+mensch, ondanks al zijn streven naar beter, hier op aarde nooit volkomen
+zondevrij zou worden, streed te zeer met het hem ingeschapen geloof dat
+voor den geduldigen, volhardenden strijder een staat van volkomen
+reinheid te bereiken moest zijn, een aardsche gelukzaligheid. Maar hij
+bleef trouw aan zijn liefde tot den bijbel, en dit leidde tot een poging
+om aan de oude legende van Ahasverus een dichterlijke gestalte te geven,
+en deze dan tevens te gebruiken om zijn meening aangaande de innerlijke
+gelijkslachtigheid van allerlei gelooven en stelsels tot rijpheid te
+brengen en te belichamen. Hij bracht de taak echter niet ten einde,
+terwijl de eerste opwelling hem daartoe nog kracht gaf. Later trachtte
+hij het gedicht weer op te vatten, maar hij kon niet verder. Het bleef
+een fragment ... en kwam naast vele andere fragmenten te rusten. Maar
+dit fragment _Der Ewige Jude_, dat op den lezer in zijn Hans-Sachsstijl,
+met zijn strengen, bijna rauwen humor, een diepen indruk maakt, doet de
+vraag rijzen of het zelfs een genie als Goethe mogelijk ware geweest het
+geheel in dezen toon uit te werken.
+
+Doch er spookten immers zoo veel plannen in zijn hoofd! Meer dan eens
+stond hij 's nachts op om gelukkige invallen op het eerste stuk papier
+het beste neer te krabbelen: het kostte hem ontzettend veel moeite, zijn
+middaguren voor de rechtspractijk te reserveeren. Hij wilde nu eens
+alles doen, waartoe hij in staat was, teneinde de eer te hebben, zich
+zelf beter te leeren kennen. Zijn bewonderaars en zijn napraters en de
+velen die, naar Merck beweerde, in zijn glans hoopten te schitteren,
+lieten hem geen rust. Indertijd, terugkeerend van Straatsburg, had hij
+een jongen harpspeler meegetroond met de belofte van huisvesting en
+goede verdiensten. Toen had zijn moedertje den vreemden klant voor vader
+Gaspar verborgen en hem zoo spoedig mogelijk elders onderdak gebracht.
+Maar nu herbergde het stille, schemerige patriciërshuis zooveel vreemde
+klanten, avonturiers en hongerige talenten, menschen met merkwaardige
+manieren, sterk persoonlijke meeningen en geniale magen, dat Herr
+Geheimrath doorloopend verontwaardigd was; en moeder Goethe maakte zich
+ernstig bezorgd, wetend dat Wolfgang zich in schulden stak om zijn vele
+"vrienden" te helpen, en schoon hij tijd miste om aan zijn eigen
+scheppingsdrang te voldoen, anderen onbekrompen bijstond in
+onbelangrijke werkjes. Wolfgang zag diep in een karakter, waarvan hij de
+kern eenmaal had gevoeld, doch hij liet zich makkelijk beetnemen door
+iemand, dien hij van buiten naar binnen moest beoordeelen. Geen wonder
+dat de ouders aanstonds in actie kwamen toen ze meenden dat de kans op
+een huwelijk zich voordeed.
+
+Het was in den kring van jongelieden, waar Wolfgang soms verkeerde,
+gebruik, iedere week een huwelijksloterij te houden: het lot wees aan,
+welke paren zich een week lang als getrouwd moesten voordoen. Man en
+vrouw moesten elkaar met beleefde onverschilligheid behandelen, mochten
+niet dicht bij elkaar zitten, niet te veel met elkander babbelen, en
+vooral: ze mochten elkander koozen noch kussen. Toen nu drie keer
+achtereen het lot Anna Sybilla Münch met Wolfgang had vereenigd, meende
+de woordvoerder van de club dat de hemel had gesproken, en dat zij
+voortaan onscheidbaar waren.
+
+Inderdaad, Wolfgang mocht het meisje wel, en hij zondigde wel eens tegen
+de regelen der wellevendheid, door zich als haar minnaar aan te stellen.
+Hij verdiepte zich meermalen in de gedachte (juist wijl ze hem geen
+hartstocht inboezemde), haar als zijn vrouw in het groote ouderhuis te
+voeren. De wederzijdsche familie, verwachtend dat het huwelijk rustig en
+gelukkig zou zijn, moedigde toenadering aan. Reeds maakte men plannen
+voor een verloving; onmiddellijk nadat deze zou hebben plaats gehad,
+moest Wolfgang een reis door Italië maken--want zulk een reis kon niet
+gemist in het opvoedingsprogram dat vader Goethe nu eenmaal voor zijn
+zoon had vastgesteld(!)--en daarna het huwelijk. Maar aan Wolfgangs
+vergissing kwam betrekkelijk spoedig een eind. De ouders loerden op een
+betere kans.
+
+ * * * * *
+
+Zijn omgang met dit meisje heeft beteekenis behouden, doordat hij min of
+meer heeft bijgedragen tot het ontstaan van een nieuw drama. Hij had op
+een van de jongelieden-bijeenkomsten de vierde _Mémoire_ van den
+Franschen schrijver Beaumarchais voorgelezen; verhalend hoe deze naar
+Madrid was getrokken om daar Clavigo, een jong bel-esprit, die zijn
+zuster ontrouw was geworden, nadat hij door 's konings gunst een hoogen
+post had gekregen, een schriftelijke erkentenis van zijn laagheid af te
+dreigen. Nadat hij daarin door zijn groote vastberadenheid is geslaagd,
+zoekt Clavigo een verzoening met zijn meisje, maar tracht in stilte te
+bewerken dat Beaumarchais zal worden uitgewezen, om daarna met diens
+zuster korte metten te maken. Doch Beaumarchais verneemt dit, klaagt
+Clavigo aan, ziet zich gewroken, doordien de koning den gluiper uit zijn
+ambt ontzet.
+
+Goethe had er reeds vluchtig aan gedacht, dit onderwerp dramatiesch te
+behandelen, maar och, hij had zooveel plannen die onuitgevoerd bleven.
+Nu liet Anna zich ontvallen dat, ware ze niet slechts zijn vrouw maar
+ook zijn gebiedster, zij hem zou bevelen een drama te trekken uit het
+voorgelezen _Mémoire_. Om haar nu te toonen, hoe hoog hij zijn vrouw
+stelde, beloofde ridderlijke Wolf haar opdracht uit te voeren, binnen
+een week. En hij hield woord.
+
+Hij was trotsch op zijn _Clavigo_, omdat hij met dit treurspel in vijf
+bedrijven (het classieke aantal, naar men weet) den kerels getoond had,
+dat hij zich wel kòn houden aan de eischen van opvoerbaarheid en
+concentratie, als hij maar wilde; èn omdat hij, bezeten door een
+gloeienden scheppingsroes, ondanks al zijn haast er nog iets van had
+terecht gebracht. Hij liet dit nieuwe stuk, van zijn naam voorzien,
+verschijnen: het eerste werk dat hij teekende. (De uitgever van den
+Werther had zijn naam in een mis-catalogus verklapt). Hij was doorgaans
+uitermate fier, als hij iets gewoons had geleverd. Merck echter nam hem
+streng onder handen: Je moet zulke prullen niet meer schrijven; dat
+kunnen anderen net zoo goed als jij!.. Op jaren gekomen had Goethe er
+nog steeds spijt van, dat hij zich aan die vermaning had gestoord. Want,
+zeide hij, als ik een dozijn zulke stukken had geschreven, (waartoe ik
+met een beetje aanmoediging gemakkelijk in staat ware geweest) dan
+zouden er wellicht drie, vier van mijn drama's nu op het répertoire
+staan!
+
+Goethes treurspel _Clavigo_ houdt zich schijnbaar zeer nauwkeurig aan
+het mémoire. Alleen het slot is wat de gebeurtenissen betreft ingrijpend
+gewijzigd, en deze wijziging is kenmerkend voor het stadium, waarop
+Wolfgangs geestesontwikkeling zich toen bevond. Bij hem valt Clavigo
+niet in ongenade; hij laat Marie van verdriet sterven (misschien ook wel
+eenigszins onder den invloed van haars broeders akelig wraakgeschrei).
+'s Nachts, als haar stoffelijk overschot zal worden bijgezet, wil
+Clavigo toevallig(!) zijn vriend Carlos opzoeken; en zijn bediende leidt
+hem toevallig(!) hoewel hij 't hem verboden heeft, door de straat waar
+de Beaumarchais wonen. Weldra staat Beaumarchais met getrokken rapier
+voor hem; een kort tweegevecht: de ontrouwe minnaar valt over de baar
+van zijn verlaten minnares. Zijn bloed droppelt schoone rozen op haar
+blanke lijkkleed.. En nu dankt de stervende den wreker voor dezen
+genadestoot. Hij is daardoor zijn broeder geworden en voor de eeuwigheid
+met Marie getrouwd. Hij zal haar overbrengen de groeten van haar magen,
+de groeten die haar door haar snel afsterven zijn ontgaan. Stervend
+dwingt hij zijn inmiddels toegeschoten vriend Carlos de belofte af, dat
+deze Beaumarchais, die nu een moord op zijn geweten heeft en in gevaar
+verkeert, veilig over de grenzen zal leiden.--
+
+Vermaarde Goethe-kenners noemen dit slot een _gezocht aanhechtsel_. Te
+onrechte. Het ligt, evenals het slot van De Medeplichtigen, geheel in de
+lijn van de grondgedachte. Om dit in dit zien, onderscheide men al weer
+tusschen de bewegingsmotieven, die het slot te voorschijn brengen (hier
+_bv._ de ongehoorzaamheid van den bediende; het samenvallen van het
+oogenblik waarop Clavigo zijn vriend zoekt met het moment waarop de
+lijkstoet zal vertrekken, enz.), en den psychologischen inhoud van het
+slot. De eersten zijn geheel toevallig ten opzichte van het karakter van
+den hoofdpersoon, waaruit zij dienden voort te vloeien. Daardoor wekken
+zij bij oppervlaksbeschouwers den indruk, dat ze zijn "gezocht" en
+"berekend op tooneel-effect". Zoo kunnen zij aanleiding geven tot de
+spotternij dat de werkelijke Clavigo, die meer dan dertig jaren later
+een natuurlijken dood stierf, het genot kon smaken, zich op de Duitsche
+planken te zien vermoorden.
+
+Maar de fout van de bewegingsmotieven is: dat zij _geenszins_ zijn
+gezocht. De schrijver, wiens krachten inderdaad te kort schoten om
+ze--ook wat het uiterlijke betreft--volkomen natuurlijk uit het
+oorspronkelijk gegeven af te leiden, heeft in een soort van radeloosheid
+(welke den fijngevoeligen dichter bij het bewustzijn van zijn onmacht
+overvalt) naar het eerste het beste vertelseltje gegrepen, en niet zijn
+toevlucht genomen tot een der vele bedriegelijke kunstmiddeltjes, die
+ook hem zeer zeker ten dienste stonden; kunstmiddelen, die weliswaar
+geen principiëele verandering hadden gebracht, maar toch de
+"gezochtheid" van het slot tamelijk wel hadden bemanteld,--en derhalve
+vele diepzinnige Goethekijkers hadden overbluft.
+
+Is nu ook dit treurspel te rekenen tot de eerste periode in Goethes
+geestes-evolutie (de Götz, die het leven van een voorbeeldig man
+navertelt, valt buiten deze indeeling!) tot de drama's met gewrongen of
+voorkomen slot, geenszins is vol te houden dat het slot van den Clavigo
+onnatuurlijk, d.i. innerlijk onnatuurlijk is.
+
+En hier breke men nu voorgoed met het sprookje dat Goethe zou zijn een
+realist, hetgeen slechts zou kunnen beteekenen dat hij in het
+onderhavige geval een karakter weergeeft, zooals hij het heeft
+waargenomen, en het op zijn hoogst door wat psychologische redeneeringen
+"aannemelijk" zoekt te maken. Ware dit zijn bedoeling, ware hij
+werkelijk het mémoire op den voet gevolgd, dan, ja dan ware het slot er
+slechts aan geplakt. Maar--in dit geval hadde het gegeven hem reeds
+voldaan, zou het gegeven reeds een bij zijn aanleg passende
+scheppingsmogelijkheid zijn geworden, òmdat het was een ware, werkelijk
+doorleefde, menschelijke gebeurtenis. Dan had hij van den Spaanschen
+koning, die een pas verheven gunsteling smadelijk van zijn hof jaagt,
+terwijl de stoutmoedige aanklager triumpheert, terwijl de duivelsche
+vriend Carlos rilt, wel een op effect berekende slot-scène kunnen maken:
+hij was handig genoeg.
+
+Maar dat Goethe dit versmaad heeft, wijst ons er op, dat het
+grondgegeven zijn ziel op totaal andere wijze had getroffen. Niet
+realistiesch (als "schilderij") maar moralistiesch-wijsgeerig. Hij vroeg
+zich af: hoe uit zich hier de tegenstelling tusschen karakter, d.i.
+oorspronkelijk Ik, en de buitenwereld (waartoe dan ook de karakters van
+de andere personages zijn te rekenen)? Het antwoord luidde in dit
+stadium van zijn leven: Ondergang van den held. En in het speciale
+geval-Clavigo: dood door de hand van iemand dien hij hoogacht. Eerst
+toen hij dit antwoord duidelijk voor oogen had, kon hij zich zetten aan
+het belichamen van zijn grondgedachte, of liever: toen deden de
+gestalten die hij in het mémoire had aangetroffen zich aan hem voor àls
+belichamingen, als de levende plastiek van iets dat hij _in_ zich
+omdroeg, van een _moraal_. Voor den Spinozistischen Goethe, die in ieder
+stuk natuur een uiting van het innerlijke, _d. i._ het Goddelijke
+wenschte te zien, ontstond eerst toen een scheppingsmogelijkheid. _Hij
+gaf dus de natuur niet weer om de natuur, maar om de idee, waarvan de
+natuur de openbaring leek._ Aan de natuur kòn hij zich niet houden. Hij
+was niet realist doch moralist. Het kon hem niet schelen hoe de dingen
+gebeurd waren; hij wilde aanschouwelijk maken _hoe de dingen moesten
+gebeuren_, volgens een in hem vaststaand schema. Vandaar dat hij het
+soms beter wist dan de natuur,[A] en dat de helden van zijn spelen met
+de historische personen die zij voorstellen, meestal slechts den naam
+gemeen hebben.
+
+[A] "Zijn oordeelen over menschen, zeden, politiek en smaak worden
+echter niet door voldoende ervaring ondersteund".--Uit een interview met
+Goethe, door "Een Duitsch geleerde", in "Het Duitsche Museum".
+
+De schrijver dezer regelen laat zich niet uit het veld slaan door den
+kwalijk verholen trots, waarmede Goethe zelf hier en daar spreekt van
+zijn realistischen tic. Want hiermede bedoelt hij, wel-overwogen,
+slechts dit: dat hij, eenmaal aan het belichamen van een idee, aan zijn
+personages de grootst mogelijke realiteit trachtte te geven, ze niet
+nevelachtig wilde maken. Bij de bespreking van Die Geschwister zal in
+herinnering worden gebracht, hoe dubbelzinnig dit soms uitviel.
+
+Hoe zag nu de moralist Goethe het karakter van den "verrader" Clavigo?
+Voor Beaumarchais was deze een diepverdorven man, een eerzuchtig
+bedrieger: hij verstoot zijn meisje als hij maatschappelijk een treedje
+stijgt. Maar voor Goethe was hij een twijfelende zwakkeling, half groot,
+half klein man, een uitvoerig uitgewerkte _Weislingen_, een afspiegeling
+dus van den zieletrek dien hij in zich zelf leerde haten toen hij
+Friederike verstiet, en dien hij nu wilde hekelen.
+
+Om nu van den realistiesch (in zijn lectuur) waargenomen schurk Clavigo
+een twijfelaar te maken, moest hij hem zijn (van buitenaf gezien
+verfoeilijke) ontrouw niet doen plegen uit eigen beweging, _d. i._ uit
+ingeschapen boosheid, maar onder den invloed van een derde. Deze derde
+is zijn vriend Carlos, een koel-verstandig, practiesch vereerder, die
+hem door zijn mephistofelische inblazingen toont de wreede
+noodzakelijkheid van het aardsche leven; hier: de noodzakelijkheid om
+Marie te verstooten, teneinde in haar plaats een vrouw van positie te
+kunnen huwen. Clavigo hecht aan zijn toekomst als auteur evenzeer als
+aan zijn liefdesgeluk. Slechts als Carlos in zijn nabijheid is, en hem
+met een handigheid waaraan zijn gezond verstand geen weerstand kan
+bieden op de eischen van het leven wijst, overheerscht de eerstgenoemde
+gehechtheid in hem. Is Carlos weg, dan heeft hij berouw en verlangt
+terug naar Marie.
+
+Men merke op, hoe scherp Goethe hier heeft gevoeld het verschil tussen
+dramatische en romantische behandeling van eenzelfde onderwerp. In een
+_roman_ had hij Clavigo's zielestrijd uitvoerig kunnen ontleden en kon
+hij hem dus zijn wandaad doen bedrijven, zonder den lezer van hem
+afkeerig te maken. Maar de korte spanne tijds, waarover de dramaturg
+voor zijn karakterteekening beschikt, gedoogt zulke ontleding niet, of
+zij zou dienen te geschieden in lange monologen,[A] die onnatuurlijk
+zijn en een te groote mate van zelfkennis in dezen twijfelaar zouden
+veronderstellen. Clavigo mocht ook niet onbegrepen-onsympathiek worden;
+want een onsympathiek hoofdpersoon boezemt het publiek niet de ware
+belangstelling in. Vandaar de schepping van Carlos,[B] die is zijn kwade
+geest in letterlijken zin; dat wil zeggen: vertegenwoordigt en
+belichaamt een levenskijk die ook hij in zich heeft, maar nu het
+dramatiesch gezichtsbedrog bewerkstelligt, dat de toeschouwer hem houdt
+voor een verleider, die den tobbenden Clavigo "slecht" _maakt_.
+
+[A] Zie "Werther".
+
+[B] "Ik tart het ontleedmes der critiek, de enkel-vertaalde plaatsen te
+scheiden van het Geheel, zonder het te ontvleezen, zonder doodelijke
+wonden toe te brengen (niet aan de historie) doch aan de structuur, de
+levens-organisatie van het stuk". (Goethe)
+
+Maar--aldus Goethes ervaring--uit zulk een twijfelzucht moet voor de
+geliefde groot onheil ontstaan. Clavigo is nog niet een boosdoener--al
+is het niet braaf je meisje te laten zitten; zijn motieven zijn niet
+geheel en al verwerpelijk. En Marie, hoewel ze zijn motieven niet
+begrijpt, houdt nog zoo veel van hem, dat zij hem weer in genade
+aanneemt, als hij--ontkomen aan Carlos' suggestie--zich aan haar voeten
+werpt. De historische Clavigo deed ook zoo iets. Maar hij deed het om
+zijn belager Beaumarchais in den val te lokken, terwijl het Goethes
+zwakkeling oprecht om vergeving is te doen. Hier ontstaat het tragische
+moment.
+
+Onder den invloed van zijn kwaden geest, gaat Clavigo de herkregen gunst
+misbruiken; waar de valschaard uit het mémoire van begin af op heeft
+aangestuurd. Hij besluit Beaumarchais onschadelijk te maken: de zuster
+begrijpt dan natuurlijk, dat hij ook hàar niet welgezind is. Toch was
+zijn inkeer oprecht: zelfs de wantrouwige Beaumarchais heeft er in
+geloofd, en de met zooveel moeite verkregen schuld-erkentenis
+verscheurd. Maar (en hier grijpt het noodlot in) nu hij de bewijzen
+tegen Clavigo dusdoende uit handen heeft gegeven, valt het Carlos
+gemakkelijk hém te beschuldigen en met verbanning of gevangenis te
+bedreigen.
+
+Is het wonder dat de aan een borstziekte lijdende Marie, onder den
+invloed van Clavigo's vele, snel opeenvolgende front-veranderingen, die
+zij slechts kan verklaren door aan te nemen dat haar minnaar een
+doortrapte boef is, geschokt wordt en sterft? Zeker, Goethe had het bij
+een hartkwaal kunnen laten. Maar een hartkwaal is veel moeilijker op het
+tooneel te brengen dan een plotselinge dood, en Goethe had weinig tijd
+over. En--dit is de hoofdzaak--hadd' haar broeder (wien niet in de
+eerste plaats haar overlijden, maar haar gekrenkte eer bedroeft) indien
+ze door een hartkwaal ware getroffen niet evenzeer naar wraak verlangd?
+Hadd' hij niet evengoed de eerste gelegenheid om Clavigo te treffen
+aangegrepen? En moest de stervende Clavigo--die op geen literair succes
+meer mocht hopen--dan niet evenzeer tot het inzicht komen, dat hij Marie
+nog steeds beminde, en door zijn smadelijken dood zijn schuld jegens
+haar eenigszins had uitgeboet?--Als men deze vragen bevestigend
+beantwoordt, dan moet men toegeven, dat het slot van het treurspel
+Clavigo niet een "aanhechtsel" is, maar een natuurlijk uitvloeisel van
+het grondgegeven,--zooals Goethe dit door de invoering van Carlos (die
+begrijpelijker wijze Merck's ergernis wekte) had gewijzigd; dat Goethe
+dus schijnbaar slechts zich hield aan het mémoire, doch in werkelijkheid
+sommige détails uit dat mémoire gebruikte om een van zijn ervaringen
+zich voor oogen te stellen. Dit slot mòest zoo zijn,--ook al is de
+gelegenheid tot wraakneming, waardoor de ontknooping wordt _ingeleid_,
+kunstmatig te voorschijn geroepen.
+
+En hiermede is de fout van dit treurspel tot zeer kleine beteekenis
+teruggebracht, en zij den schrijver absolutie geschonken voor zijn
+phantastische fakkellicht-scène met den lijkstoet. Men bedenke dat hij
+een dergelijke scène pas uit den Götz had geworpen, omdat ze daar
+ontbeerlijk was. En de moord op Clavigo moest 's nachts geschieden
+(anders te veel politie op de been!) en 's nachts droeg men in dien tijd
+fakkels. Alleen kan gezegd worden: de lijkstoet gaat 's nachts uit,
+òmdat Clavigo overdag niet zoo gemakkelijk omver kan worden
+gestooten....
+
+Geenszins is hier betoogd, dat dit treurspel staat op de hoogte van
+Goethes beste jeugdwerk. Het had veel succes en laat zich nog goed en
+vlot spelen; maar het werd geschreven in een _overgangstijdperk_,
+evenals sommige satyres en libretti, die hier niet worden besproken, en
+het treurspel "Stella" dat nader wordt gekarakteriseerd.
+
+Doch wel is hier eens te meer bewezen, dat het genie zich ook in het
+kleine geniaal betoont. In het byzonder blijkt dit bij den
+voortreffelijken Carlosfiguur, die geen los inzetsel is,--gelijk vaak
+wordt beweerd--maar behoort tot den dieperen beweeggrond, die het stuk
+maakt tot wat het is. En ook uit de zeer naïeve fouten (de ongehoorzame
+knecht!) spreekt Goethes grootheid. De middelmatige zal zulke luttele
+dwalingen met overleg vermijden; op bergpaden neemt men ezels mee en
+niet renpaarden. De geniale, wiens oog ten hemel is gericht, ziet zelden
+nauwkeurig toe waar hij loopt, en struikelt over het geringste steentje.
+
+
+
+
+IX
+
+ Warum ziehst du mich unwiderstehlich,
+ Ach, in jene Pracht?
+
+
+Einde 1774 arriveerden te Frankfort de twee prinsen van Sachsen-Weimar
+met gevolg, waaronder stalmeester Von Stein. De erfprins Carl-August had
+te Parijs met zijn bruid en met den Werther kennis gemaakt te zelfder
+tijd. Hij zond kapitein Von Knebel,--een man die zelf in literatuur
+liefhebberde--naar Wolfgang met uitnoodiging, bij de prinsen zijn
+opwachting te komen maken. De oude Goethe, echte burger-aristocraat,
+trachtte zijn zoon van dezen stap terug te houden, maar dank zij de
+tusschenkomst van Frl. Kettenberg liet hij hem ten slotte gaan.
+
+Toevallig lag bij den prins een gloednieuw exemplaar van Mösers boek
+"Patriotische Phantasieën" op tafel. Goethe kende het boek door en door.
+Kort daarop betuigde hij aan de uitgeefster (Mösers dochter) in
+hartelijke woorden zijn dankbaarheid voor de honderlei wenschen,
+verwachtingen, plannen, die het in zijn ziel had ontvouwd. Wolfgang
+bracht het gesprek op de hervormingsplannen van dezen diepzinnigen doch
+zeer populair schrijvenden auteur; de prins wenschte niets liever.
+
+Carl-August was toen ongeveer achttien jaar oud en stond op het punt de
+regeering van zijn landje--tot dan toe onder regentschap van zijn moeder
+Amalia gevoerd--persoonlijk te aanvaarden. Hij was opgevoed--en dit is
+teekenend voor Amalia's hooggeprezen ideeën!--door den goedig-boven-aardschen
+schrijver van "De gouden Vorstenspiegel", den poëet Wieland. Weinig
+benul had hij van de economische verhoudingen in Sachsen-Weimar en van
+de wijze waarop het schip van staat zich laat sturen. Een tengere,
+bleeke jongeling met hoog voorhoofd en zware wenkbrauwbogen, met
+stekend-scherpen blik en trotschen, vasten, ietwat scheeven mond. Hij
+had een passie voor honden, paarden, soldaten, drijfjachten. Niet in de
+eerste plaats een fijne, wel een sterke geest. Evenals zijn moeder heet
+van bloede; ook in andere opzichten meedoogenloos hartstochtelijk en
+hautain, verregaand frank in zijn doen en laten, had hij vroegtijdig
+de grenzen leeren kennen en overdenken, die zijn zwak lichaam, en de
+karakters, de gevoeligheden van zijn medemenschen, moesten stellen aan
+zijn ongebreidelde begeerten. Zijn aangeboren minachting voor conventies
+en uiterlijkheden werd in zijn aanstonds diepgrijpende levenservaringen
+bevestigd. Het Ik, het "oorspronkelijk genie"--en niet alleen het
+zijne--stelde hij boven alles. In daden, eigenmachtige daden, zoo noodig
+tegen de traditie, ja, liefst tegen de traditie, zocht hij levensgeluk.
+Wat reeds door geboorte het zijne was wilde hij veròveren. Innig verwant
+dus aan Sturm-und-Drang ontlook hij tot onafhankelijken, natuurminnenden
+oppermensch en besefte tegelijkertijd dat hij bestemd was alleenheerscher
+te worden, ja, maar in een landje dat, hoezeer ook uitgeput door den
+zevenjarigen oorlog, voor zijn dadendrang denkelijk was te eng; waar hij
+ten volle slechts zich zou kunnen bevredigen, wanneer hij zich ging
+roeren op het gebied van de Idee. Ten minste, zoo dacht hij toen.
+Snellevend door zijn hartstocht, joeg hij als de kunstenaar naar de
+uiterste grenzen van de menschelijkheid, beleefde hij, na uitviering van
+grove lijfsdrangen, periodes van aandachtigen inkeer, koesterde hij
+oprecht eerbied voor de intuïtie des dichters. Poëtiseerde ook zelf
+bijwijlen, maar was nooit méér dichter dan wanneer zijn veder weigerde....
+Hij was een ruwe, naar zelfbedwang strevende Werther. En vandaar zijn
+niet aflatende vereering voor Goethe; in wien hij steeds een geheimzinnig
+toovenaar zou blijven zien, die altijd gelijk had--ook als hij het niet
+met hem eens was.
+
+Toen nu Wolfgang betoogde dat de versnipperdheid van het Duitsche Rijk,
+hoe betreurenswaardig ook, deze goede zijde had, dat zij aan verlichte
+kleine vorsten gelegenheid gaf, tenminste in hùn gebied iets goeds tot
+stand te brengen--werd in Carl-August het verlangen sterker, hem als
+vertrouwd raadgever en medewerker naast zich te hebben. Nog nooit had
+iemand hem op zoo verheven en tegelijk eenvoudige wijze over de
+grondslagen van het staatshuishouden gesproken!
+
+En Goethe vatte het plan op, den edel willenden jongen prins tot ideaal
+regeerder te vormen; zou dan toch verwezenlijkt worden wat hij in zijn
+laatste studiejaar had gedroomd?
+
+Na veel over en weer praten met zijn republikeinschen vader kreeg hij
+verlof, zijn nieuwe vrienden naar Mainz te volgen. Daar wist de
+kroonprins hem te bewegen, een verzoenend briefje te zenden aan Wieland,
+die aan het hof te Weimar nog zeer gezien was. Goethe vond dit wel
+aardig, had allang spijt van zijn kwetsende satyre op den hofpoëet, die
+hij in wijnroes met een flesch Bourgogne naast zich had aaneengeflanst.
+Maar toen de brief weg was, kwam hij tot de ontdekking dat hij nu met de
+heele wereld op goeden voet stond. En hij voelde zich bedroefd, want hij
+had den haat evenzeer noodig als de genegenheid.
+
+Hij hoopte dat Frl. Klettenberg, met haar gelouterden blik op
+menschelijke verhoudingen, hem zou kunnen raden aangaande de warmere
+gevoelens, die er waren gerezen tusschen hem en Carl-August; te meer
+daar zijn vader niet ophield hem te waarschuwen, dat de vorsten hun spel
+speelden met hem, den burgerzoon. Maar bij zijn terugkomst in Frankfort
+vernam hij, dat deze "schoone ziel" kalm was verscheiden en reeds
+begraven lag. De wrevel van den oude, door de "vorstengunst" tot
+vernieuwde uiting gebracht, zou hem voortaan rechtstreeks treffen.
+
+Moeder Goethe bleef uitkijken naar een goed meisje voor haar
+avontuurlijken zoon; zij haalde zelfs de oude, notenhouten wieg te
+voorschijn, waarin hij eens had gerust, hopend hem belust te maken op de
+vorming van een eigen gezin.
+
+Met nieuwjaar introduceerde een vriend hem bij de weduwe Schönemann,
+eigenares van een groote bankierszaak. Haar zeventienjarige dochter Lili
+trok zijn aandacht te midden van het groote gezelschap dat naar heur
+clavierspel luisterde. Diepdringende blikken gingen over en weer.
+Verdere bezoeken werden hem toegestaan.
+
+Lili, blond-mooi en vermogend meisje, was altijd omgeven van een schare
+min of meer welmeenende vereerders. Zij had tot dan hun galanterieën
+glimlachend aanvaard en lichtzinnig genoeg aangewakkerd. Zij was
+bedreven in de kunst, mannen te beheerschen, door hen in den waan te
+laten dat zij beloofd had wat die mannen verlangden. Bedachtzaam speelde
+ze de eene vlam uit tegen de andere; zonder ooit iemand zoo te
+begunstigen dat zijn mededingers het recht hadden zich naijverig te
+toonen. Ze beoefende deze kunst niet minder rustig wanneer er werkelijk
+sprake was van liefde.
+
+Ze scheen nu eensklaps ten volle ingenomen door den mooien, sterken,
+beroemden Goethe. De verheven levenshouding die door zijn gesprekken
+straalde nam zij ook aan, en ze kon hem weldra bewijzen dat dit edele
+zich voedde en gedijde in haar ziel. Zoo boeide ze hem. Voornamer,
+vrijmoediger, geestiger dan zijn vroegere beminden, bracht ze
+ondankbaren Wolfgang de overtuiging bij dat ze was zijn eerste groote
+liefde. Het viel haar echter niet in, om zijnentwil zich te onttrekken
+aan de ononderbroken reeks van festiviteiten, thees en bals die haar
+mama aanrichtte. Wolfgang verdiende nog steeds den bijnaam "De Beer".
+Hij ging bij voorkeur in losse romantieke plunje, voelde zich thuis in
+'t halfdonker, zei graag wat hij dacht, stoorde zich noode aan anderen.
+En nu moest hij avond aan avond zich steken in enge costumes, en aan de
+speeltafel, bij schitterende kaars-verlichting de flauwe salonpraat
+meemaken, die alles nuchter-materialistiesch beoordeelde. Hij werd als
+beroemdheid gevierd door lieden die zijn werk niet kenden. Wel zag hij
+Lili nu in haar element, als elegante, alomtegenwoordige gastvrouw, maar
+dit stelde hem niet schadeloos voor het verlies van zijn vrijheid, voor
+het gemis aan vertrouwelijkheid met het meisje, dat meer en meer als
+zijn verloofde werd beschouwd. O, waarom trekt zij mij zoo
+onweerstaanbaar in deze schittering, klaagde toen zijn lied; was ik,
+goeie jongen, niet even zalig in den wilden nacht? In mijn eigen
+kamertje verdoken, lag ik in maneschijn.... droomde daar van volle
+gulden uren onvermengde vreugd, voor-beseffend had ik reeds haar beeld
+gevonden, diep in mijne borst....
+
+Hij doorzag zijn toestand; 't blijkt uit het ongezouten hekeldicht
+_Lili's Beestenspel_, waarin hij zich omgeven door het veelsoortige,
+kruiperige, vleiende gedierte laat optreden als de Beer, die wel zijn
+tanden laat zien en gromt als hij geplaagd wordt, maar toch hunkert naar
+zijn plaagster, in hare onnoodig-ruwe kastijdingen weelde vindt, en haar
+door liefde en trouw zoekt te verleiden, op zijn verdroogde beerlippen
+een drupje te strijken van haar vuurbalsam, "die door geen aardschen
+honing wordt geëvenaard".
+
+Maar toen hij in het voorjaar Lili op 't buitengoed van haar oom wat
+vaker alleen ontmoette, geloofde hij niettemin dat nu eindelijk "de
+spindraadjes waar zijn levenslot aan hing en die hij zoo lange in
+draaiende slingering van- en naar elkander had doen trillen, zich
+dooreenen zouden strengelen". Nu bracht de Pinkstermis een bevriende
+zakenvrouw, die het koppelen in haar aard had, naar Frankfort. Deze
+meende dat men het jonge paar moest aanmoedigen, onderhandelde met
+wederzijdsche familie, en drong op zekeren avond met veel gewichtigheid
+Wolfgang en Lili de handen ineen te leggen. Zoo ondervond dan Goethe
+door een zonderling raadsbesluit van de Voorzienigheid, hoe het een
+bruidegom te moede is. In later jaren zou hij daar dankbaar voor zijn;
+toen voelde hij terstond dat hij zich niet kòn binden, wilde hij niet
+zijn geestesvrijheid verliezen, waartegen geen huiselijk geluk hem
+opwoog. Hij wilde "weer voort, de vrije weireld in". Zijn liefde bleek
+geschokt door de nuffige en welgemanierde koelheid, waarmede Lili zijn
+jongensachtige attenties had ontzenuwd. Alles wat hem aan "dat Volkje",
+aan die "grasapen" herinnerde haatte hij hartgrondig; hij betreurde dat
+het arme schepsel onder zoo 'n _race_ was geboren. Zou hij zijn liefde
+kunnen overwinnen, voordat deze hen beiden ongelukkig zou hebben
+gemaakt? Toevallig kreeg hij gelegenheid, zich op de proef te stellen.
+
+[Illustratie: _a_ GOETHE IN 1775
+_Naar het gipsmedaillon van Melchior_
+_b_ LILI SCHÖNEMANN]
+
+De twee jeugdige graven Von Stolberg, die hem om zijn wanordelijken
+Götz geestdriftig bewonderden--aangestoken door den geest des tijds
+aanbaden zij hun vrienden--kwamen bij hem logeeren. Moeder Goethe heette
+van toen af, als moeder van deze drie "Heemskinderen", vrouw Aja. Zij
+schrok niet weinig toen ze merkte, dat de jonge Fritz Stolberg meer dan
+eens op Wolfs kamer met wreede gebaren het bloed van "de tyrannen"
+eischte. Ze haalde uit haar kelder de oudste flesschen, zette die voor
+hem op tafel en zei nadrukkelijk: Hier is het ware tyrannenbloed;
+vergast je daaraan; maar blijf mij met verdere moordplannen van 't lijf.
+
+Goethe liet zich de uitnoodiging welgevallen, met zijn gasten en nog
+zoo'n jong genie een reis door Zwitserland te maken. Hij wilde weten of
+hij Lili kon ontberen. Zijn vader hoopte dat hij meteen naar Italië zou
+afzakken; hij kon Wolfgangs opvoeding niet voltooid achten, indien deze
+niet een reis door Italië had gemaakt, evenals hij zelf.
+
+Merck was niet te spreken over deze nieuwe onderneming; maar hij spaarde
+Wolfgang zijn berispingen, begrijpend dat deze wel de noodige poëzie zou
+ontdekken in de dolle streken die hij zich door zijn reisgenooten liet
+opdringen. Te Darmstadt dreven de genieën de natuurlijkheid zoo verre,
+dat ze geheel onbekleed aan den openbaren weg baadden; tot hun verbazing
+kregen ze van de omstanders heel wat steenen op hun huid, en ze moesten
+in allerijl aftrekken om erger te voorkomen. Nadat zij eens in een
+herberg de gezondheid van Fritz' hartediefje hadden gedronken, keilden
+ze hun crystallen kelken tegen den wand aan scherven: na zulk! een dronk
+mochten geen onheilige lippen deze kelken bezoedelen.
+
+Te Kalsruhe bracht Goethe enkele dagen door met den Hertog en diens
+bruid. Daarna reisde hij over Straatsburg--alwaar hij het dichtertje
+Lenz, zijn caricatuur, ontmoette, die Friederike had weten te
+troosten--naar zijn zus Cornelia. Deze, zelf ongelukkig in haar huwelijk
+met den prozaïschen Schlosser, ontraadde hem ernstig, een verbintenis
+met Lili aan te gaan. Maar reeds begon hij Lili's onheuschheid te
+vergeten. En terwijl hij, soms alleen, soms met zijn zwelgende
+cornuiten over de Zwitsersche Alpen voorttrok, voelde hij dat de
+aanschouwing van de groote natuur hem gelukkig zou maken àls hij haar
+niet beminde, maar dat hij zonder haar liefde hier niet zoo gevoelig zou
+zitten:
+
+ "Wenn ich, liebe Lili, dich nicht liebte,
+ Welche Wonne gäb' mir dieser Blick!
+ Und doch, wenn ich, liebe Lili, dich nicht liebte,
+ Wär', was wär' mein Glück?"
+
+Hij beklom den St. Gothard, kwam tot de grens van Italië; maar werd toen
+zoo onweerstaanbaar door het Noorden aangetrokken, dat hij weer
+huiswaarts, liefwaarts keerde. Na een afwezigheid van drie maanden in
+Frankfort terug, wilde hij zich wel duizendmaal om de ooren slaan, omdat
+hij opnieuw was gestrand in plaats van naar den duivel te loopen,
+terwijl hij nog vlot was. Zijn stemming zweefde tusschen liefde en
+trotsche onverschilligheid. Hij kwelde het meisje dat hem "met de ziel
+van een engel" ongelukkig maakte.
+
+Intusschen waren de wederzijdsche vrinden aan 't kuipen geslagen. Het
+nuance-verschil in Godsdienst werd breed uitgemeten, Lili's mama werd
+gesterkt in haar meening dat een dichterlijk sujet als Wolfgang een
+onzekere toekomst wachtte. Daar kwam nog bij dat de oude Goethe er zich
+niet in woû schikken, een staatsiedame tot schoondochter te krijgen.
+Wolfgang kon zich echter niet losmaken, en tot einde September wisselden
+liefde- en smarte-uren elkander voor hem af. Maar ook in dezen
+verschrikkelijken tijd louterde zich zijn ziel, werd zijn blik
+helderder, zijn houding tegenover de menschen vaster. Mijn innerlijk
+(zoo schreef hij aan de "lieve onbekende", Augusta von Stolberg) blijft
+altijd en eeuwig gewijd aan de heilige liefde, welke langzamerhand het
+vreemde uitstoot door den geest der Reinheid, die zij zelve is, om
+eindelijk zoo zuiver te worden als gedegen goud. Het "zeker iets" was
+weer in hem opgestaan en gaf hem kracht, met Lili te breken.
+
+In Lili zou het goede zegevieren. Eenmaal gehuwd werd ze een ernstige
+vrouw, en haar heldhaftig gedrag in den revolutie-tijd heeft Goethe
+enkele trekken ingegeven voor zijn Dorothea.
+
+Weer vertoonde Carl-August zich in Frankfort. Hij had intusschen den
+hertoogelijken troon van Weimar beklommen en voerde nu zijn gemalin,
+prinses Louise van Hessen-Darmstadt naar zijn huis. Hij hoopte Wolfgang
+die den Werther maakte voor zich te winnen. De hoogstaande vorst begreep
+dat een geniaal dichter, die het leven kent, aan het hoofd van een Staat
+grondiger en bestendiger werk kan verrichten dan een gestudeerd
+politicus. En op zijn herhaald aandringen beloofde Wolfgang, hem te
+Weimar een bezoek te brengen.
+
+Noch Goethe, noch Carl-August sprak duidelijk uit dat hij aanstuurde op
+blijvende samenwerking. Maar voor beiden stond dit vast. Wolfgang had al
+van zijn bekenden afscheid genomen. Zijn ten deele voltooide werkstukken
+als Egmont, Faust, Der Ewige Jude, Hanswursts Hochzeit lagen
+bijeengepakt: hij was voornemens lang uit te blijven.
+
+Doch de koets die hem naar 't Hof zou voeren liet zich wachten. Zijn
+vader triumpheerde: De edele heeren hadden den burgerzoon een poets
+gebakken; maar hij was er dan toch nog beter aan toe dan Voltaire, die
+zoo juist was weggejaagd uit het paleis van Koning Fritz. Zooals echten
+Rijnlanders in zulke gevallen betaamt smeten vader en zoon elkander om
+de ooren met kernachtige rijmpjes, die moesten pleiten voor of tegen
+"Vorstengunst". Maar ten slotte wist ook Wolfgang niet meer, waaraan
+zich te houden. Hij schaamde zich voor zijn omgeving, sloot zich in zijn
+kamer op, werkte er onafgebroken aan de voorstudie tot zijn Egmont. Na
+eenige dagen begon hij te lijden onder het gebrek aan lucht en beweging.
+Vooral 's avonds verlangde hij naar zijn slenteruurtje.
+
+Met donker waagde hij zich in een wijden mantel gehuld op straat.
+Natuurlijk sloop hij meermalen langs Lili's woning; hoe bonsde hem het
+hart toen hij eens, haar schaduw op 't gordijn ziend, naderbijtrad en
+mocht hooren dat zij aan 't clavier zijn lied "Warum ziehst du mich
+unwiderstehlich?" zong. Hij boog zoover voorover dat hij zich bijna
+wondde aan de uitspringende punten van 't hekwerk. Weifelde hij tusschen
+roeping en liefde?
+
+Eind October had zijn vader hem bewogen van "Vorstengunst" af te zien en
+zijn reeds vaak verschoven reis naar Italië te ondernemen. Hij vertrok
+voor dag en dauw. Te Heidelberg logeerde hij bij Mamsell Delph, de
+handelsvrouw die het koppelen zoo in haar aard had dat ze, nu zijn
+verbintenis met Lili niet doorging, reeds een ander meisje voor hem had
+bestemd; een aantrekkelijk meisje dat nog wel op Friederike leek; en
+over welker goede eigenschappen zij tot diep in den nacht uitweidde.
+Nauwelijks ingeslapen werd Goethe door 't hoorngeschal van een estafette
+gewekt. Een brief van 's hertogs kamerheer helderde het misverstand op
+en verzocht hem dringend, terstond om te keeren. En nogmaals besloot
+hij, den weg naar Italië te verlaten.
+
+Mamsell Delph, die al haar plannen zag mislukken, wilde hem bepraten,
+terwijl hij zich kleedde. Hij was door de plotselinge wisseling in zijn
+levensrichting zoo ontroerd, dat hij geen woord meer vond en haar ten
+slotte--toen de postillon door zweepgeknal zijn ongeduld liet
+merken--deze woorden van zijn Egmont hartstochtelijk toe-bulderde:
+"Zwijg! Niet verder! Als van onzichtbare geesten voortgezweept rennen de
+zonnepaarden des Tijds er vandoor met de lichte wagen van ons Levenslot;
+en ons blijft niets te doen als--dapper voorbereid--de teugels vast te
+houden, en nu eens rechts, dan weer links, hier van een steen, daar van
+een kuil, de raderen weg te sturen. Waarheen? wie kan het zeggen! Zij
+weten niet vanwaar zij komen!"
+
+Na deze veelbeteekenende uitspraak heesch hij zich in de postkoets, die
+hem over Frankfort naar Weimar zou brengen.
+
+
+
+
+X
+
+ Gott helfe weiter, gebe Lichter,
+ dass wir uns nicht selbst so
+ viel im Weg stehen........
+ DAGBOEK.
+
+ ORIËNTATIE.
+
+
+Hij heeft hier bewust partij gekozen voor een van de vele machten en
+aandriften, die twistten om de heerschappij over zijn persoon. Tot nu
+toe heeft hij zich telkens na korten weerstand gevoegd in de grillen van
+"het lieve ding dat hem leidde en schoolde". Maar thans is hij niet
+gebukt voor den drang der omstandigheden. Zijn innerlijke rijpheid
+gedoogt, dat hij een gelegenheid aangrijpt, welker weerga hij vroeger
+meermalen heeft teruggewezen, vreezend de vrijheid tot zelfbeschikking
+te verliezen--die hij echter nauwelijks bezat. Maar déze wending in zijn
+levensloop wil hij zèlf, wil hij onbevreesd. Daarom mag gezegd, dat op
+dit oogenblik zijn eerste levenskring is voltrokken.
+
+ * * * * *
+
+En een nieuwe phase in Goethes gemoeds- en geestesontwikkeling ware
+omstreeks dien tijd dus ook ingetreden, indien de ontmoeting met
+Carl-August eens niet hadde plaats gehad. Deze ontmoeting trad echter
+niet toevallig in: zij kwam voort uit zielsverwantschap en zou vroeg of
+laat door beiden zijn gezocht. (Voor de bepaling van hoofdlijnen in den
+zuiveringsgang van een sterk intellect, hebben uiterlijke beweeggronden
+minder belang dan men geneigd is aan te nemen. Zij brengen niets nieuws;
+zij maken het nieuwe dat zulk intellect uit eigen kracht verkreeg
+spoediger bewust).
+
+ * * * * *
+
+Dat de invloed van allerlei mannen en vrouwen (achteraf geoordeeld)
+zich juist op het gunstige moment in Goethes leven mengde, zoodat hij
+zelf in een ontroerd oogenblik gewaagde van zijn verbond met God, komt
+in hoofdzaak doordat hij zulke mannen en vrouwen voor zich innam in den
+tijd dat zijn ziel behoefte aan hen had: _m.a.w._ op het moment dat zijn
+intellectueele of sentimenteele belangen de hunne ontmoetten. Vaak moest
+hij zulke verwante geesten met groote inspanning veroveren (Herder);
+meermalen heeft hij ze gezocht nadat hij ze in een vroeger stadium met
+hoon van zich had gestooten (Jacobi, Wieland); of ze op een afstand had
+gehouden door nadrukkelijke onverschilligheid (Schiller).
+
+ * * * * *
+
+Hoe echter te begrijpen dat hij zich nu dorst blootstellen aan de
+perikelen, welke van een verbintenis met het Hof van Weimar te duchten
+waren voor de verdere ontplooiing van zijn geestesgaven? Hem werd bewust
+dat zijn vele driften, neigingen, krachten, verlangens, die tot nog toe
+elkander voortdurend hadden tegengesproken en tegengewerkt, die elkander
+hadden ondermijnd en tot ontijdige werkeloosheid gedoemd of tot storende
+activiteit, hem nu zoo bekend en ondergeschikt waren, dat hij ze--zij 't
+ook door sterke wilsspanning, nooit rustend vernuft en smartelijke
+ontzegging--zou kunnen beheerschen en leiden.
+
+De jaren die achter hem lagen waren vervuld van een bevend streven naar
+een ideaal, dat hij niet wist te omschrijven, maar meestal duidelijk
+voelde. En dit streven werd, als het op zijn hevigst was, keer na keer
+_onderbroken_: nu eens doordat hij naar een bekorende vrouw gestuwd werd
+door een hartstocht die van waanzin niet verre verwijderd bleek; dan
+weer doordat zijn lichaam tengevolge van onmatige inspanning des geestes
+was geschokt en overprikkeld. Tegenover zijn ingeschapen en steeds zich
+hernieuwend godsgeloof woedde zijn niets sparende spotzucht, die sproot
+uit intellectueelen overmoed. Zijn weeke gevoeligheid werd door zijn op
+uitputtende lichaamsoefening beluste robuustheid bedreigd. Met zijn
+verlangen naar groote liefde streed zijn hang naar zelfstandigheid, die
+vaak onverwacht opschoot en hem noopte de geliefde (onverminderd zijn
+genegenheid) te kwellen. Zijn wetensdrang (die de dingen wilde kennen
+gelijk ze zijn) raakte niet uitgestreden met zijn troebel-idealistische
+vooringenomenheid (die de dingen dwong te schijnen zooals hij ze
+~wenschte~). Zijn talent: de taal te vormen naar zijn gevoelens, dat hem
+bijwijlen in enthousiaste verrukking bracht, sloeg dikwijls om in
+verfijnde zelf-critiek, voor welke de taal onbuigzaam leek. Zijn dappere
+pogingen om zijn ervaringen tot het bittere einde toe te doorleven,
+werden vaak verijdeld door zijn (van moeder geërfde) neiging: een ramp
+niet te zien, het onvermijdelijke te mijden. Zijn zin voor de
+werkelijkheid bestond bij de gratie van zijn bijgeloof; zijn
+zelfvertrouwen bij de gratie van zijn mystiek. Zijn geestdrift voor
+geweldige personen en onderwerpen vond in de levende verbeelding van een
+mogelijke schepping reeds verzadiging, en duurde niet genoeg om de
+beelding zelve mogelijk te maken.--Kortom: de strijdigheid zijner
+karaktertrekken benam hem zijn gemoedsrust en deed zijn streven onzeker
+zijn.
+
+Zulke paarsgewijs zich groepeerende karaktereigenschappen hadden bij een
+man van middelmatige levenskracht elkander in evenwicht gehouden, en
+dusdoende een harmonie van nietigheden gevormd. Maar bij Goethe, die
+nooit middelmatig wilde of kon zijn, vormde elk hunner op zich zelve een
+macht, voldoende om op een zwakkere geheel beslag te leggen. En--door
+zijn ongeoefenden wil of zijn idealistische voorkeur ten halve
+bedwongen--aan hun lot overgelaten, trachtten ze elkaar te vernielen of
+vuurden ze elkander aan. Geen hunner die ongestoord kon groeien: geen
+gevoelssfeer waar Wolfgang Goethe zich blijvend mocht vestigen.
+Onophoudelijk werd hij van het eene naar het andere gesmeten: tusschen
+liefde en haat, tusschen kalmte en moedwil, tusschen edelaardigheid en
+ruwheid werd hij heen end weer getrokken. Zijne vriendschappen en zijn
+liefden leken vluchtig, zijn daden leken verstrooid, en hoewel hij zijn
+wil en zijn zielskrachten inspande, ja stelselmatig oefende, bracht hij
+het op geen enkel terrein van levenservaring tot rustige concentratie.
+
+En vanuit dit gezichtspunt worden de zwakheden waaraan zijn werken van
+dien tijd lijden in hun oorsprong begrepen: Wij karakteriseerden zijn
+tot nu toe besproken drama's reeds als "drama's met gewrongen of
+voorkomen slot". De Götz staat--wat zijn wezen betreft--min of meer
+apart; het is Goethes eenige werk uit deze levensperiode, dat een reeds
+vaststaand historiesch gegeven in hoofdzaak getrouw ten tooneele wilde
+voeren.[A] Zijn andere stukken ontleenen wel hun stof aan ervaring of
+literatuur--op zich zelf een soort ervaring--maar zijn eigenlijk
+belichamingen van een bepaalden levensblik, ten behoeve waarvan zijn
+ondervinding geheel werd herschapen. Die Laune des Verliebten geeft
+Wolfgangs gedragslijn jegens Annette zoo weer: dat het bespottelijke van
+die gedragslijn in 't oog springt--een kwellende en leerrijke
+boetedoening. Die Mitschuldigen is niet alleen een beeld van treurige
+familie-omstandigheden, die jonge Wolfgang hier en daar had leeren
+kennen; het toont tevens hoe machteloos medeplichtigen staan ten aanzien
+van elkander. Werther is niet alleen een schildering van de gevoelens
+die elk rechtgeaard jongeling in meerdere of mindere mate verontrusten
+of boeien; het toont--gelukkig niet in dramatischen vorm!--waartoe die
+gevoelens moeten leiden, indien geen op overleg gevestigde wil een wijd
+verlangen bendigt. Hoe Goethe in Clavigo een wankelmoedige ten gronde
+laat gaan en (om een niet-dramatische figuur voor de planken geschikt te
+maken) de eene helft van diens karaktereigenschappen door een
+nevenpersoon (Carlos) laat vertegenwoordigen, het ligt den lezer nog
+versch in 't geheugen.
+
+[A] De historische Gottfried von Berlichingen ontsliep kalm, vele jaren
+na de voorvallen die het drama geeft, op zijn burcht; maar zulk een
+langzaam verkwijnen is geen dramatiesch motief.
+
+Al deze werkstukken zijn door de kracht, den treffenden eenvoud, de
+diepgrijpende gemoedskunde waarmede hun verwikkeling wordt voorbereid en
+de knoop wordt gelegd, door hun soberheid en hun voltooidheid werkelijke
+"scheppingen". Goethe had reeds menigen "knoop" beleefd, in vernuftige
+zelfkwelling doorvoeld; en in het weergeven van zijn gevoelens, hetzij
+in woorden, hetzij in beelden, stond hij aanstonds naast de grootsten.
+
+Maar eigenlijke _oplossingen_ van passioneele verwikkelingen had zijn
+ervaring nog niet geleverd. Zij kòn die niet leveren. De eigenaardige
+samenstelling van zijn gemoed--hierboven aangeduid--belette hem, eenige
+moeilijkheid te doorworstelen tot het einde toe. Zoo maakt iedere mensch
+zijn eigen ervaringen. De werkelijkheid ligt niet kant en klaar buiten
+ons, en voor een ieder te grijp; wij bespeuren slechts het deel van de
+werkelijkheid dat wij--waard zijn. Goethe nu ontweek het tragische.[A]
+Maar hij voelde dat hij zijn vrees zou overwinnen, zoodra zijn gemoed
+rijk genoeg was om voor allerlei wederwaardigheden compensaties te
+bevatten. Tot zoolang was hij niet in staat de dingen rustig op hun
+beloop te laten. Al zijn levensverwikkelingen ontknoopte hij
+gewelddadig. Hij ontvluchtte de menschen aan wie hij verwant was, dorst
+zich aan niemand binden. Hij kende nog niet de middelen om in het
+onvermijdelijke vrede te _scheppen_. Hij geloofde dat zijn verliefdheden
+moesten uitloopen op ondergang van zijn persoon. Maar hij liet het nooit
+komen tot zulk een catastrofe. En door de zuiverheid, waarmede de
+verwikkelingen in zijn drama's waren geboekstaafd, bleek maar al te
+duidelijk, dat hij in den blinde tastte, als hij een catastrofe moest
+beschrijven. Hij was te zeer gewoon, zijn gevoelens dicht te benaderen,
+dan dat hij de verlegenheid, die hem bij het laatste bedrijf van ieder
+stuk overviel, zou kunnen verhelen. Al zijn zelfoverwinningen waren
+bewerkstelligd door een inspanning, zoo bovenkrachtelijk, dat hij er
+zijn bezinning bij verloor, en nauwelijks wist of hij was ontsnapt. En
+dit geldt ook van de "ontknoopingen" die zijn drama's ons voorhouden.
+Hier stond aan zijn her-scheppend vernuft geen overvloed van doorleefde
+ervaring ten dienste. "Bei einer lebhaften Einbildung--zoo boekt hij in
+een brief aan zijn moeder, waarin hij op de hier gekarakteriseerde
+periode terugziet--war ich doch immer unbekannt mit der Welt
+geblieben...."
+
+[A] Een paar illustraties van dezen grondtrek: Als zijn pasgeboren kind
+is gestorven, zegt hij tot zijn boezemvriend Schiller: Men weet in zulke
+gevallen niet of men beter doet de smart zijn natuurlijken loop te
+laten, of zich door hulpmiddelen die de cultuur ons biedt te troosten.
+Neemt men tot het laatste zijn toevlucht, _zooals ik altijd doe_, dan is
+men daardoor maar een oogenblik geholpen. _Ik heb opgemerkt dat de
+natuur door een andere crisis altijd weer haar rechten doet
+gelden._--Een groote doorbraak maakt de mijnen van Ilmenau, die hij met
+veel moeite in exploitatie heeft gebracht, voor altijd onbruikbaar.
+_Vijftien jaar lang_ kan hij 't niet van zijn hart verkrijgen, het
+dorpje, waar hij met zooveel liefde heeft gewerkt, op te zoeken.
+
+ * * * * *
+
+Hij werd gedrongen naar den dramavorm door de levendigheid van zijn
+phantasie, die slechts door werkelijk sprekende en handelende wezens in
+kleurigheid en volheid werd geëvenaard. Maar dit "realistische" in zijn
+aanleg kwam in botsing met zijn levens-visie. Eigenlijk waren de menschen,
+gelijk hij ze zag, geen dramatische figuren: Eigenlijk-dramatische
+figuren zijn zij, wier ondergang of lotswisseling te voorschijn wordt
+geroepen of grootelijk wordt bevorderd doordat zij in botsing komen
+met de overheerschende Macht in het heelal. Deze overheerschende macht
+deed zich in den loop der tijden voor als: De Goden, een Opperwezen,
+de doode natuur, een sloopende, een besmettelijke of een erfelijke ziekte,
+als de Maatschappij, de Conventie, als een mensch, onweerstaanbaar door
+zijn verdorvenheid of zijn goedheid. Door zulke botsing ontstaat een
+verbinding van onzichtbare (innerlijke) motieven met zichtbare
+(stoffelijke) _d.i._ vertoonbare elementen; en dit maakt een bepaald
+gegeven bij uitstek geschikt voor dramatische opvoering.
+
+Doch zoo zag Goethe de menschen niet. Hij moge zich in theorie wel eens
+anders hebben uitgelaten (hij was nog niet gerijpt en kon dus dwalen) in
+feite zag hij de verhouding tusschen een bepaalden mensch en
+Al-het-andere aldus: dat deze twee niet scherp tegenover elkaar staan,
+maar openbaring zijn van denzelfden God. God en het Geschapene waren
+voor zijn intuïtief levensgeloof niet te scheiden. En wanneer hij vanuit
+dit zijn geloof de dingen tot op hun kern doorschouwde, dan kon er voor
+hem geen sprake zijn van een eigenlijke botsing tusschen het Ik en het
+niet-Ik. De mensch wordt door het buiten-hem-zijnde slechts beïnvloed
+(aldus Goethe), wanneer er iets in hem is dat aan dat Andere beantwoordt
+en daardoor zijn overige karaktertrekken gaat overstemmen. Ik en niet-Ik
+zijn doordrongen van de zelfde essentie. De dood van den Held is niet
+meer zijn _verplettering_--zooals in de classieke tragoedie--maar zijn
+opgaan in het groote Geheel. Lessing heeft opgemerkt,[A] dat het
+karakter van den waren Christen wegens zijn zachtmoedigheid, zijn
+Godsbetrouwen, zijn gelatenheid is zoo ontheatraal mogelijk. Welnu, zoo
+mogelijk nog ontheatraler is de mensch voor de opvatting die in alles
+het Eene ziet; voor den blik van den jongen Goethe, die voordat hij wist
+wat hij deed, in zoo menig eenvoudig vers de "doode natuur" met zijn
+eigen klachten en vreugden had doordrongen, zoodat het buiten-hem-zijnde
+uitstraalde 't licht van zijn gemoed. Ik ben niet in de wieg gelegd voor
+tragedist--kon hij op rijperen leeftijd aan zijn vriend Zelter
+schrijven--mijn inborst is te verzoenend; vandaar dat geen
+eigenlijk-tragische situatie mij treft, want zulk een is in haar wezen
+onverzoenbaar.--Voor Goethe gaat de mensch ten gronde aan _innerlijke
+tegenspraak_, moet de mensch ten slotte zegevieren niet over de natuur
+of over anderen doch over zich zelf. De menschen boezemen hem, als
+dramabouwer, pas belangstelling in, als ze van stoffelijke
+omstandigheden min of meer onafhankelijk zijn, en slechts met zich zelve
+hebben te maken. Als hij aan de eerste lezing van Iphigenie werkt is hij
+bezig, in zijn kwaliteit van minister, recruten te keuren en hij
+aanschouwt veel ellende van dichtbij. Dit noopt hem tot zijn minnares
+Von Stein de volgende ontboezeming te richten: "....hier wil het drama
+niet vlotten; vervloekt! de koning van Tauris moet spreken alsof er geen
+enkele arme kousenwever in Apolda hongerde".--
+
+[A] _Hamburgische Dramaturgie_, 1767-1769, p. 7.
+
+Maar deze levenskijk was nog gemengd met andere elementen. Hij hing nog
+aan het voorbeeld van groote meesters (wier overtuiging andere eischen
+stelde aan hun werk) en hij kon zich hiervan niet bevrijden (hij kon ze
+niet missen) zoolang hij niet éen critieke verwikkeling ten einde toe
+had doorleefd. Want daardoor moest hij zich zelve ten volle leeren
+kennen; moest hij gaan begrijpen, dat de zoozeer gevreesde menschen voor
+hem minder gevaarlijk waren dan--hij zelf. En dit inzicht zou hem zijn
+eigen stijl doen vinden.
+
+Eenmaal--toen hij den Werther schreef--heeft hij begrepen dat een
+mensch, gelijk hij den mensch zag, geen waar tooneel-Held kan zijn. Wil
+men hem toch ten tooneele voeren, dan zijn twee dingen mogelijk:
+
+òf men vermengt de uitbeelding van zijn karakter met allerlei bijwerk,
+dat den toeschouwer bezig houdt, maar overigens weinig ter zake doet--en
+aldus is Goethe begonnen (Götz),
+
+òf men maakt drama's zonder _zichtbare_ handeling, en die voor den
+toeschouwer niets verliezen als hij de oogen sluit en ze geniet, zooals
+hij echte muziek geniet, die zuiver zielsbewegen is. Dat zal hij in den
+nu komenden levenskring leeren!
+
+ * * * * *
+
+Teekenend voor Goethes kunnen is de geschiedenis van het laatste drama
+dat hij in den thans beschreven tijd geeft, en dat gedeeltelijk reeds
+boven deze sfeer uitgaat. "_Stella_" was oorspronkelijk "een tooneelspel
+voor lievenden".
+
+--De titelheldin behoort klaarblijkelijk tot de sentimenteele
+"Darmstädter heiligen". Uiterlijk een Friederike, innerlijk een Urania,
+een-en-al ziel. Fernando, die een tijdlang haar echtgenoot heeft
+gegolden (niet wetend dat hij reeds gehuwd is, heeft ze haar eer
+prijsgegeven om hem op zijn slot te volgen) heeft haar verlaten en ze
+beweent hem bij haar rozenaltaar. Ze sluit een "heilige"
+hartevriendschap met Cecilie, de moeder van haar jonge gezelschapsdame.
+De sympathie tusschen de twee hoogstaande vrouwen is gevestigd op
+overeenstemming in levenslot: Cecilies echtgenoot heeft haar in
+bekrompen geldelijke omstandigheden laten zitten.
+
+Daar verschijnt Fernando weer, nadat hij getracht heeft, in den krijg
+zijn leven kwijt te raken, wijl hij geen bevrediging vindt in het
+fladderen van de eene liefde naar de andere. En wat blijkt? Hij is de
+ontrouwe echtgenoot van Stella's nieuwe vriendin Cecilie! Men zette er
+zich overheen dat de ontmoeting van deze drie personen slechts
+gemotiveerd wordt, doordat de auteur hun karakters op elkaar wil laten
+werken. Het probleem, logiesch voortgevloeid uit deze ontmoeting, is
+gesteld. Het luidt: hoe zullen deze twee vriendinnen, die elkander, doch
+ook (ondanks zijn fouten) Fernando lief hebben, zich uit deze situatie
+redden?
+
+Goethe nu, die iets van Fernando's vlinderachtige natuur heeft (maar
+overigens een nobel en geestrijk man is--wat van Fernando niet kan
+gezegd!) Goethe zal zich in een eenigszins anderen vorm dit probleem
+meermalen hebben gesteld. Ook hij heeft al menige goede vrouw verlaten,
+al behoeft hij zich niet te verwijten, haar door onherroepelijke daden
+te hebben geschonden. Hij bemint de eene nog terwijl hij zich aan een
+volgende reeds bindt; gaarne zou hij beide vrouwen sparen. En de woorden
+van Cecilie "Und kann der Knoten gelöst worden, heiliger Gott im Himmel!
+zerreiss' ihn nicht!" zijn hem uit het hart gegrepen. Naar voorbeeld van
+een middeleeuwsche sage zoekt hij nu aanvankelijk de situatie zoo op te
+lossen, dat deze twee _edele_ vrouwen den nietswaardigen, zwakken Don
+Juan om den hals vallen en verklaren één huis, één bed, één graf met hem
+te willen deelen.
+
+Maar dit is geen _ontknooping!_ Hier kan het doek wel voor den eersten
+keer opgaan, maar niet voor den laatsten keer vallen. Een nieuw probleem
+is uit het op te lossen probleem ontsprongen, of liever: dit heeft zich
+gewijzigd. Maar het was een schijn van een oplossing, een poging om den
+knoop niet met geweld door te hakken--zooals in alle voorgaande drama's
+is geschied. En deze poging bewijst ons, dat Goethe hier getracht heeft,
+het hoogere niveau te bereiken, waar de sleutel van dergelijke situaties
+gezocht wordt in de ziel van den getroffene:
+
+ "Denn, wenn ein Wunder auf der Welt geschieht,
+ Geschieht's durch liebevolle Herzen".
+
+Maar publiek en vrienden toonden zich zeer gebelgd door deze
+idealiseering van een soort veelwijverij. En in later jaren heeft Goethe
+het slot omgewerkt: hij laat Stella vergif slikken en Fernando jaagt
+zich een kogel door den kop. Hiermede is het stuk (dat van toen af
+"treurspel" heette) teruggevallen in de eerste sfeer. Fernando's dood
+wekt in den toeschouwer nauwelijks medelijden, wat toch in gewone
+omstandigheden de dood van iederen mensch--ook van een minderwaardigen
+mensch--pleegt te doen. Zijn leven heeft ons niet in dramatische
+spanning gevangen, doordat hij niet handelend optreedt, te veel
+innerlijke tegenspraak, te weinig éénheid is om te kunnen handelen. Maar
+de verwikkeling van het treurspel (waarbij hij wel genoemd doch niet
+gezien wordt) is weer zoo fijn en zoo uitvoerig gelegd, dat zij de
+zwakke motiveering van het slot--dat Fernando eigenlijk tot een _man_
+zou moeten maken--overschaduwt.
+
+Goethes vlinderneiging, welke wij hier in oorsprong en uitwerking hebben
+aangeduid, zou overwonnen worden, zoodra Goethe moed had gevonden om
+zich in de invloeds-sfeer van krachtige en geliefde personen vrijwillig
+en blijvend te vestigen, om--zooals hij aan Lavater zou
+schrijven--"cordaat scheep te gaan op de golven der levenszee,
+vastbesloten te ontdekken, te winnen, te strijden, te stranden of zelfs
+met de heele lading in de lucht te springen".
+
+Hij kon den moed daartoe echter eerst vinden, toen hij in zijn onderling
+strijdende neigingen een voorloopig evenwicht had verkregen, _waardoor
+hij tegenover de buitenwereld als een onkwetsbare persoonlijkheid kwam
+te staan_. Toen was zijn eerste levenskring voltrokken.
+
+ * * * * *
+
+Hij is nu op weg; het zal een bezwaarlijke reis zijn!
+
+Of--geven wij het beeld op!--niet een reis maar een organische
+ontwikkeling: het beginpunt van het komende stadium ligt diep in de
+ontworstelde periode verborgen; en de uitloopers van het verleden zullen
+nog verre in de toekomst reiken.
+
+
+
+
+~TWEEDE BOEK~
+
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald,
+loopen van 7 November 1775 tot 25 Juni 1776.]
+
+XI
+
+ Und Niemand fragte: Wer ist denn Der?
+ Wir fühlten beim ersten Blick: 's war Er!
+ WIELAND.
+
+
+Het Hertogdom Weimar besloeg een oppervlakte van 1900 vk. K.M. (dus nog
+iets minder dan de Nederlandsche provincie Limburg) en werd door de
+omringende staten verbrokkeld in vier kleine streekjes, die elk op eigen
+wijze geregeerd wilden zijn. Het geheele Rijk telde destijds 100.000, de
+hoofdstad aan de Ilm ongeveer 6000 inwoners. Eigenlijk een dorp, van
+niet meer dan 500 huizen: kronkelende, morsige, nauwe straten, niet
+geplaveid, die voor den voetganger werkelijk gevaar opleverden. De
+bouwvallige, lage huizen keerden hun gevels van den beganen weg af. Daar
+straatverlichting ontbrak, kon men 's avonds niet uitgaan zonder
+fakkeldrager of lantaarn. De burgerij leefde grootendeels van landbouw
+en veeteelt. Een belangrijk part van de bevolking teerde op het Hof, dat
+echter betrekkelijk eenvoudig huishield en zijn leveranciers allerminst
+rijk maakte. De "herder der residentie" placht 's morgens het vee van de
+stedelingen bijeen te toeteren, en niet zelden deed de kudde een groepje
+wandelende hovelingen uiteen stuiven.
+
+Weimar lag vrijwel afgesloten van de beschaafde wereld. De wegen die er
+heen leidden waren voor voetgangers bijna onbruikbaar, de
+postverbindingen schaarsch en onregelmatig. Belangrijke gebeurtenissen
+vernam men er pas als ze al eenigszins tot de geschiedenis behoorden;
+couranten las men in burgerlijke kringen zelden. Wie de poort uit wilde,
+moest naam en beroep laten registreeren door den poortschrijver, die er
+dan den hertog melding van maakte. Wie met een fatsoenlijke dame buiten
+de stad wenschte te wandelen, moest allerlei listen te baat nemen om de
+kans op spotternijen van Carl-August te ontgaan. Het slot, dat met zijn
+bijgebouwen wel een derde van de residentie innam, was tijdens een
+onweer verbrand en men had de puinhoopen laten liggen. De hertog voerde
+zijn hoofsche gade in een groot heerenhuis, dat echter nog niet af was,
+inderhaast werd gemeubeld, en dat hij jarenlang onophoudelijk moest doen
+repareeren. Hij toonde in kleeding en leefwijze als in manieren dat
+uiterlijke praal hem tegenstond en dat hij niet van plan was voor
+"roi-soleil" te spelen, zooals vele andere Duitsche vorstjes. Wat hij
+zei, zei hij grof. Wat hij deed, deed hij onomwonden; al was het te
+voorzien dat ieder het zou afkeuren. Dit griefde de jonge hertogin
+Louise, die--aan het aristocratische Russische hof opgevoed--de
+etiquette gaarne zag geëerbiedigd. Haar eerste huwelijksjaren doorleefde
+zij kniezend en teruggetrokken. Haar karakter was zoo, dat velen haar
+vereerden, weinigen haar beminden.
+
+Zij kreeg genoeg te verduren doordien mannen en vrouwen in haar omgeving
+(typische mengsels van tranenvolle, maanlichtbleeke, overgevoelige
+"Empfindelei" en ongemaskeerde wulpschheid), naar voorbeeld van hun
+jeugdigen gebieder en misschien wel aangemoedigd door diens
+idealistische maar heetbloedige mama (die met haar zoon achttien jaar
+scheelde) het met de huwelijksmoraal niet al te nauw namen. Men las en
+besprak in gezelschap "galante" boeken, die men in onzen tijd stellig
+pornografiesch zou noemen. De hofdames--hoe kunstzinnig en ontwikkeld
+ook--versloten heur hartjes al evenmin als haar boezems; en men behoeft
+de portretstukken uit dien tijd maar aan te kijken om te weten wat dit
+beduidt. Ze onderhielden bijna zonder uitzondering liaisons met al of
+niet gehuwde heeren en ze maakten daar geen geheim van. Integendeel: een
+zekere mate van avontuurlijkheid verhoogde haar aanzien. Wie een vriend
+te gast vroeg, en beleefd wilde wezen, vroeg ook de dame met wie die
+vriend het op het oogenblik hield. De poëet Wieland--verreweg de oudste
+aan het hof--werd zelfs door den hertog (dien hij had opgevoed)
+uitgelachen om zijn echtelijke trouw en om de vele kinderen die hij,
+zonder het dichten te onderbreken, fabriceerde--gelijk Carl-August het
+uitdrukte. Goethe had meermalen tot taak een byzonder ongewenscht
+amourtje van prins Constantijn, die sterk was in het opduiken van
+ontoonbare maîtresjes, met een minnelijke schikking te doen eindigen. En
+de zotte Vrijvrouw Von Werther, bijgenaamd de kleine Werther, die de
+zieke en vervolgens de doode uithing en een pop in haar plaats liet
+begraven, ten einde met een luitenant naar Afrika te kunnen vluchten,
+waar deze goud en diamanten hoopte te vinden; en die, berouwvol en
+berooid weergekeerd, door haar man in genade werd teruggenomen, steekt
+nogal gunstig af bij haar vriendinnen.
+
+Genoeg om te doen zien, dat Weimar voor Goethe een gevaarlijke stad was.
+De roep van zijn schoonheid en zijn vurigheid ging hem voor, en
+geestelijk verkeer met vrouwen was hem een zielsbehoefte. Zijn
+dichtersroem, dien men in verband bracht met gedachten aan oproer en
+verboden liefde, aan goddeloosheid, zelfmoord, duivelslist en bigamie,
+maakte hem byzonder interessant voor de lichtzinnige _Misels_ (d.i.
+meisjes) die de diepten van gewone minnarijen reeds te vaak hadden
+gepeild. Behalve bals, die te weinig zeldzaam, en tooneelvoorstellingen,
+die in den beginne uiterst middelmatig waren, bood het landstadje hem
+weinig verstrooiing. Hij wilde er blijven, het behoorde tot zijn
+levenstaak, maar vaak smaakte zijn broodje hem zuur. Hij wilde de
+schoone kern, die hij in den hertog vermoedde, verder ontwikkelen; maar
+hij begreep dat hij, de burgerjongen, zijn intiemen invloed op den
+edelman zou verliezen, als hij niet toonde ook in het "miseln", _d.i._
+vrijen, in het zuipen, knijpen en fuiven, in het tappen van heel
+gewaagde moppen, in het volhouden van dolle streken, waarbij zijn leven
+gevaar liep, tegen hem te zijn opgewassen. Daarbij kwam dat de regering
+van het rijkje weldra voor een groot deel op hem berustte en dat men hem
+in zooveel kleinigheden consulteerde, dat hij wel eens geërgerd uitriep:
+dat hij "ten slotte ook nog voor de nachtspiegels zou moeten zorgen".
+Zijn dichtergave scheen in het drukke zakenleven te verwelken, terwijl
+binnen hem alles op losse schroeven stond en het zeer lang duurde,
+voordat hij, volkomen met zichzelf in vrede, onafhankelijk stond
+tegenover de buitenwereld.... Zooveel redenen en aanleidingen voor hem
+om in de eerste maanden van zijn verblijf te Weimar den duivel macht
+over hem te geven,--gelijk Wieland het uitdrukt.
+
+Maar toen ging de vrouw door zijn ziel, wier heerschzucht, meer nog dan
+haar liefde, het binnen hem plaats grijpend proces versnelde en hem
+dwong tot zelftucht.
+
+ * * * * *
+
+Hij kwam laat-herfst te Weimar aan, door een uitgelezen troep "prave"
+jongens en Misels, de meesten tusschen de twintig en dertig jaar,
+geestdriftig verwelkomd. Hij was in Werther-uniform: blauwe sluitjas met
+koperen knoopen, geellederen vest en broek, kaplaarzen en gepoederd
+staart-coiffure--en daar het voor onwelvoeglijk doorging, in gezelschap
+van dames anders te verschijnen als "in kousen en lage schoenen", bleek
+reeds hieruit, dat hij ook aan het hof zijn vrijheid van beweging niet
+wenschte op te offeren. De jonge hertogin gedroeg zich dan ook koel
+tegen hem, en duldde niet dat hij aanzat aan de vorstelijke tafel, waar
+slechts edellieden toegang kregen. Als Carl-August niet in de
+gelegenheid was, zich met hem af te zonderen, dineerde hij in "De Roode
+Os" of wel bij Wieland. Die voelde zich terstond "als een dauwdrup van
+de morgenzon" vervuld van den rijzigen jongeling met de nu eens donker
+schitterende, dan weer zwaarmoedig smachtende tooveroogen, waarmede hij
+alle misels het hof maakte; kort daarop gaf hij in een vurig gedicht de
+schoonste en treffendste schets die wij kennen van den 26-jarigen
+Goethe. Voor mij--zoo liet hij zich tegen Merck uit--is het leven niet
+meer denkbaar zonder dezen wonder-jongen, dien ik lief heb als mijn
+bloedeigen eerstgeborene, en van wien het mij, zooals ook eenen echten
+vader past, innig genoegen doet, dat hij mij zoo mooi over den kop
+groeit en alles is, wat ik niet heb kunnen worden.--Doctor Wolf
+vergaf den Hofpoëet gaarne zijn oppervlakkig tijdschrift "De Mercuur",
+wetend dat diens talrijke kinderen, wier vriendschap hij spoedig won,
+grage magen bezaten.
+
+[Illustratie: GOETHE IN "KAARSRECHTE HOUDING"
+(kort na zijn vestiging te Weimar)]
+
+Carl-August, nog zoo kort geleden aan den dwang van moeder en
+leermeesters ontsnapt, voegde zich slechts geleidelijk tot de
+ingetogenheid, die regeerings- en huwelijksplichten van hem eischten.
+Met naast zich den dichter, die gold als de verpersoonlijking van het
+"kracht-geniale" (_d.i._ de onbekommerde uitleving van alle
+echt-persoonlijke neigingen en verlangens) gaf hij zich over aan wat hij
+een natuurlijk en vrij leven achtte. Wolfgang zakte gedurende eenige
+maanden tot een lager levens-niveau af: geleid door de motieven die wij
+reeds noemden, maar toch ook onder den invloed van zijn omgeving.
+Zondagochtend-bijeenkomsten, waar men elkander bij wijn en punch met
+dwaze verzen hekelde; geforceerde tochten te paard, onmiddellijk gevolgd
+door danspartijen; wilde zwijnenjachten, waarbij hij wel eens in
+doodsgevaar verkeerde; overnachten in het winterwoud; eten op de straat
+voor het "vorsten-huis", onder het volbrengen van de ruwste streken, ten
+aanschouwe van de gapende burgerij; wedstrijden in het klappen met de
+jachtzweep, 's nachts, midden op de markt; dansen en vrijen met de
+boeredeernen uit de naburige dorpen; schaatsenrijden (een plebejisch
+bedrijf te Weimar!) bij fakkellicht; caricaturale maskerades;
+drinkgelagen, met schedels en voor-historische urnen, die de asch van
+echte Tuitschers hadden bevat, bijwijze van bekers; en een lange lijst
+van onbehouwen grappen als daar zijn: belletje trekken en het
+dichtmetselen van de slaapkamer eener laat thuiskeerende hofdame.
+
+Vergat Wolfgang ook soms dat nobele beweegredenen hem tot deze
+bandeloosheid hadden gebracht, meestal spande hij zijn krachten om den
+lichamelijk zwakken hertog voor overdrijving te behoeden, hem te genezen
+van zijn gebrek aan practische menschenkennis. Hij maakte van vele
+uitstappen gebruik om op zijn schimmel "De Poësie" het land te
+verkennen. Bij iedere gelegenheid wees hij den jongen vorst op den
+vervallen toestand van zijn rijkje. In zijn brieven aan hem schreef hij
+zonder commentaar bijbel-spreuken af, die Carl-August op
+hartstochtelijken toon tot zijn plicht riepen. Een ander maal trad hij,
+als eenvoudig boertje verkleed, op den landheer toe en hield hem in een
+trouwhartig gedicht voor, dat het boersche trouwe bloed nog altijd zijn
+beste goed was, waaraan hij meer vreugde kon beleven dan aan paarden en
+aan stoeterijen. Tot diep in den nacht zat hij met zijn Carl soms
+bijeen, en dan werden er over verleden en toekomst harde woorden
+gesproken, die het diepste van 's hertogs karakter roerden en hem
+aanzetten tot arbeid; lastertongen wisten te vertellen dat zij zich dan
+achter gesloten deuren bedronken....
+
+Maar Carl-August, hoewel meermalen door uitputting op het ziekbed
+geworpen, verlangde steeds terug naar zijn "woedige" uitspanningen (als
+Wieland ze betitelde), waartoe ook zijn natuurlijke vlugheid in het
+afdoen van loopende zaken hem verleidde. Goethe daarentegen, aan zulk
+een leventje ontgroeid, liet noode zijn werkkracht en zijn
+organisatietalent ongebruikt en verlangde innig naar rust. Evenals
+Margaretha in zijn treurspel Egmont "voorzag hij veel dat hij niet kon
+veranderen". In het begin van het nieuwe jaar ontsteeg hem een bede, zoo
+kinderlijk-oprecht, dat Pestalozzi ze later een Zwitsersche boerin en
+hare kinderen als avondgebed in den mond kon leggen:
+
+ "Der du von dem Himmel bist,
+ Alles Leid und Schmerzen stillest,
+ Den, der doppelt elend ist,
+ Doppelt mit Erquickung füllest,
+ Ach, ich bin des Treibens müde!
+ Was soll all der Schmerz und Lust?
+ Süsser Friede,
+ Komm, ach komm in meine Brust!"
+
+ (_Wandrers Nachtlied_).
+
+Onderdanen en bewindslieden gaven luide hun misnoegen te kennen over het
+vertrouwen dat de regeerende vorst den belletristischen burgerman, die
+bovendien zooveel onzedelijke en opstandige boeken had geschreven,
+bewees. Men beschouwde Goethe als aanstichter van de straks genoemde
+wanordelijkheden en vervolgde hem met dreig- en maanbrieven. Werthers:
+Schaamt u, gij nuchteren! ware hier zeker van toepassing. Het korte,
+zakelijke antwoord, dat hij Klopstock toezond op zijn goedbedoelden maar
+te hooghartigen brief, had een definitieve breuk ten gevolge.
+
+Carl-August stoorde zich nergens aan, en verzocht hem de vergaderingen
+bij te wonen van den "Geheimen Conseil" (_d.i._ Ministerraad) om te
+ervaren, hoe hij zich als regeeringspersoon zou voelen. Dit lokte de
+ontslagaanvrage uit van den eersten minister, een zeer bekwaam man, die
+niet met Doctor Goethe in éen _collegio_ wilde zitten, daar de
+aanwezigheid van Doctor Goethe de waarde van dit collegium zeker moest
+drukken. De fier gestelde kantteekening op het verzoekschrift van den
+minister, waarmede Carl-August zijn beleid verdedigt, stempelt den
+negentienjarigen schrijver er van tot een waarachtig vorst:
+
+ "Een man van genie op een andere plaats gebruiken dan daar, waar
+ hij zelf zijn buitengewone gaven kan benutten, beteekent hem
+ misbruiken. Wat echter de tegenwerping betreft, dat door zijn
+ toetreden vele verdienstelijke lieden zich gepasseerd zouden kunnen
+ achten, zoo ken ik in de eerste plaats niemand onder mijne
+ dienaren, die, voor zoover ik weet, op deze plaats hoopte; en in de
+ tweede plaats zal ik nooit een ambt, dat in zoo eng verband met
+ mij, met het wel en het wee van al mijn onderdanen staat, naar
+ ancienneteit, ik zal het steeds slechts naar betrouwen vergeven.
+ Het oordeel van de wereld, dat misschien misbillijkt, dat ik D.
+ Goethe in dit mijn voorname College plaats, zonder dat hij te voren
+ Schout, Professor, Kamer- of Regeeringsraadsheer is geweest, doet
+ niet ter zake. De wereld oordeelt naar vooroordeelen, ik echter
+ zorg en arbeid, gelijk ieder ander die zijn plicht wil doen, niet
+ terwille van de instemming van de wereld, doch om mij voor God en
+ mijn eigen geweten te kunnen rechtvaardigen".
+
+Intusschen vreesde men niet zonder grond, dat Weimar, die "stad van
+tienduizend dichteren en eenige inwoners", langzamerhand geregeerd ging
+worden door louter half-miskende Muzenzonen: Zoo was graaf Von Stolberg
+(dien de lezer reeds ontmoette als liefhebber van tyrannenbloed) tot
+kamerheer benoemd. De kettersche, vrijgeestige predikant Herder werd,
+ondanks hevige protesten van het Opper-consistorie, met het toezicht op
+den eeredienst belast en had van Goethe in een spottig gedicht verlof
+gekregen, zich--evenals te Straatsburg--met de punten van zijn mantel in
+zijn broekzakken te vertoonen. Hij begon met een preek te houden die den
+Hertog op zoo felle wijze aan zijn plichten herinnerde, dat men niet
+anders dacht of Carl-August zou hem uit den kansel trappen; de hertog
+echter meende dat het een brave preek was "heelemaal zonder
+speldeprikken". Herder praalde zoo hardnekkig met zijn geestelijk
+overwicht, dat men hem in het buitenland den Bisschop van Weimar noemde.
+Klinger, de "peetvader" van de Sturm- und Drangbeweging, dook plotseling
+te voorschijn, en op den achtergrond glimlachte het blonde,
+intrigeerende dichtertje Lenz, dat praatjes rondstrooide over den dollen
+boel te Weimar en onderwijl voor hertogelijke rekening hooge verteringen
+maakte; waaraan misschien de sage ontleend is, dat de Weimarsche
+schatmeester in zijn grootboek een aparte rekening hield voor "Kousen en
+broeken aan doortrekkende Genieën". Hertogin Louise beklaagde zich bij
+haar bloedverwanten over de misdragingen van haar gemaal; overdreven
+lasterpraat ging om.
+
+Goethe denkt er niet aan, alle schuld van zich te schudden. Maar hij is
+niet van zins, de nieuwsgierigheid van vreemden te stillen; door
+vriendschap aan zijn Carl gebonden, beseft hij dat het nu tijd is tot
+lijden en tot zwijgen. En in het tot den hertog gerichte verjaarsgedicht
+_Ilmenau_, dat hem zelf voorstelt: gezeten bij het wachtvuur van zijn
+onrustig slapenden heer, afrekenend met het verleden, erkent hij dat het
+zijn geest is, die hier onheil heeft gesticht:
+
+ Ik haalde een reine fakkel van het Altaar
+ maar wat ik heb ontstoken is niet reine vlamme,
+ de storm verhoogt den gloed en het gevaar,
+ ik sta rechtop terwijl ik mij verdoem!--
+
+Maar hij durft hopen dat Carl-August nu weldra zijn plichten ernstiger
+zal opvatten:
+
+ Gewiss, ihm geben auch die Jahre
+ Die rechte Richtung seiner Kraft.
+ Noch ist, bei tiefer Neigung für das Wahre,
+ Ihm Irrtum eine Leidenschaft.
+ Der Vorwitz lockt ihn in die Weite,
+ Kein Fels ist ihm zu schroff, kein Stegzu schmal;
+ Der Unfall lauert an der Seite
+ Und stürzt ihn in den Arm der Qual.
+ Dann treibt die schmerzlich überspannte Regung
+ Gewaltsam ihn bald da, bald dort hinaus,
+ Und von Unmutiger Bewegung
+ Ruht er unmutig wieder aus.
+ Und düster wild an heitern Tagen,
+ Unbändig, ohne froh zu sein,
+ Schläft er, an Seel und Leib verwundet und zerschlagen,
+ Auf einen harten Lager ein:
+ Indessen ich hier still und atmend kaum,
+ Die Augen zu den freien Sterne kehre,
+ Und, halb erwacht und halb im schweren Traum,
+ Mich kaum des schweren Traums erwehre....
+
+Onder zijn invloed ging de hertog de oppositie tegen zijn benoeming met
+groote bedachtzaamheid en matiging te keer. Eerst negen maanden na zijn
+aankomst, en nadat minister Fritz zijn ontslagaanvrage door voorspraak
+van de hertogin-moeder had ingetrokken, kreeg hij definitief (weldra met
+den titel "Geheim Raadsman", de hoogste onderscheiding die een Duitsch
+burger ten deel kon vallen) zitting en stem in den _Conseil_, op een
+jaarwedde van 1200 daalders,--een bedrag dat juist voldoende was om zijn
+ambtskleedij en zijn tooneelbenoodigdheden (waarvan nader) te
+bekostigen. Zijn vader--wel gevleid door de onderscheiding die "den
+Doctor" te beurt viel, maar zeer ontsticht wijl hij zijn groot huis nu
+alleen moest bewonen, zonder schoondochter, zonder kleinkinderen--had
+zich in den tusschentijd slechts door herhaalde brandbrieven laten
+bewegen, hem nu en dan geldelijk te steunen. Nu moest vrouw Aja weer
+pleiten om een uitzet en een klein jaargeld (zooals ook Cornelia had)
+voor haar grooten zoon. Kamerheer Von Kalb werd naar Frankfort gezonden
+om te bewerken dat de oude Goethe in het minister worden van zijn zoon
+toestemde(!); hij moest hem onder 't oog brengen, dat door deze kleine
+opoffering zijnerzijds vele duizenden gezegend zouden worden; dat de
+benoeming slechts ten doel had, Wolfs vriendschappelijke verhouding tot
+den hertog een officiëelen vorm te geven, en niets te kort deed aan
+diens vrijheid, te allen tijde weg te gaan of verlof te nemen.
+
+Eens sprak de hertog zijn schatmeester in deze woorden toe: Bertuch, ik
+moet je tuin hebben. Ik kan er niets aan doen. Goethe wil hem hebben en
+hij kan er niet zonder leven.--Hij had Wolfgangs trek naar de
+eenzaamheid bespeurd en hij hoopte hem in Weimar te houden door hem een
+flinken tuin met een eenvoudig gemeubelde woning er in, waarbij
+wachtershuis, honds- en bijenstal en schietbaan, eerst in bruikleen,
+later ten geschenke te geven. Goethe leidde zelf de werkzaamheden, die
+het bouwvallige, spitsgedakte huisje en de hellende vallei, door de Ilm
+bespoeid, herschiepen tot een tooverachtig dichtersnest, door hooge
+boomen omgeven, door gebarricadeerde bruggen van de buitenwereld
+afgesloten, met priëelen, gewijde steenen en mosbanken.
+
+ Ich geh' meinen alten Gang
+ Meine liebe Wiese lang,
+ Tauche mich in die Sonne früh,
+ Bad' ab im Monde des Tages Müh,
+
+zong hij. Hier speelde hij met de kinders van Herder en van Wieland, hij
+ontving er den hertog, die vaak op de sopha overnachtte en dan met een
+eierstruif als maal genoeg moest maken. In volstrekte afzondering leefde
+hij er als een stuk natuur, gedrenkt van aardreuk, en hij noemde zich
+van toen af (naar een Elsasser legende) Erdkülin, _d.i._ aardkoetje.
+Vaak ook sliep hij, in een mantel gewikkeld, op zijn veranda, zoo vast
+dat donder noch regen hem konden storen. En tegen valavond baadde "de
+tweede man des rijks" zich in de koele rivier, waarbij hij dan, de
+druipend zwarte haren over zijn facie gestreken, terwijl alleen zijn
+hoofd boven de golven uitstak, met geheimzinnige geluiden menig
+voorbijganger schrik aanjoeg: Onder de boeren in den omtrek leeft nog
+thans het geloof aan watergeesten. Overigens schijnt zijn vertrouwelijke
+omgang met het koude nat en de open lucht op de destijds gemakzuchtige
+en onfrissche Duitschers een diepen indruk te hebben gemaakt.
+
+[Illustratie: GOETHES TUINHUIS MET VERANDA]
+
+Kort voordat hij besloot in Weimar te blijven, maakte hij alleen (zooals
+in zulke gevallen zijn gewoonte was) een uitstap naar Leipzig. Daar
+ontmoette hij zijn onherkenbaar geworden Annette. Ook zag hij er de
+zangeres Corona Schröter weer, aan wie hij als piepjong studentje reeds
+eenige bewonderende verzen had gewijd. Zij had zich toen koel getoond,
+als waren haar classiek-schoone lichaamsvormen inderdaad uit marmer
+gehouwen. Nu wist hij deze "engel" met haar vele begaafdheden naar
+Weimar te tronen, waar ze zich als tooneelkunstenares en als componiste
+zeer zou onderscheiden. Is ze meer hem geweest dan een vriendin, een
+phantastiesch speelgenoot? Men zegt.... Zeker is dat men haar in zijn
+toovertuin vaak kon aantreffen in de eenvoudige Grieksche dracht
+waarmede ze de "Iphigenie" creëerde, dat zij daar dikwijls bij droomige
+avondbelichting in een gazen kleed roerloos op een bank zat....
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald,
+loopen van 1774 tot voorjaar 1781.]
+
+XII
+
+ So hast du meine ganze Natur an
+ dich gezogen, dass mir für meine
+ ubrigen Herzens-pflichten keine
+ Nerve ubrig bleibt.
+ GOETHE aan CHARLOTTE v. STEIN.
+
+
+Een jaar vóordat hij Carl-August volgde, had Goethe kennis gemaakt met
+den _galanten_ doctor Zimmermann, en onder de honderden silhouetten, die
+deze hem vertoonde, had hem byzonder getroffen het schaduw-profielbeeld
+van Vrouwe Charlotte von Stein-Kochberg, hofdame te Weimar. Nog
+toegedaan de destijds heerschende meening, dat men iemands inborst op
+zijn gelaat kan lezen, en ijverig medewerker aan Lavaters
+"Physiognomische Fragmente", had hij de silhouette naar zijn
+Zwitserschen vriend gezonden met deze karakterschets (die zijn
+aandoenlijk pogen naar objectivistische koelheid doet blijken):
+
+ "_Stein_
+ vastheid
+ .... zelfbehagen
+ Liefdevolle vriendelijkheid
+ naïeveteit en goedheid, van zelf vloeiende spraak
+ Toegefelijke vastheid
+ Welwillendheid
+ Blijft trouw
+ Verovert met strikken"
+
+Er onder schreef hij: Het ware een heerlijk schouwspel, te zien hoe de
+wereld zich in deze ziel spiegelt. Zij ziet de wereld gelijk ze is en
+toch door het medium der liefde. Van daar dat zachtheid haar algemeene
+(gelaats)uitdrukking is.--Toen kort daarop doctor Zimmermann in
+Frankfort bij hem logeerde, vertelde die hem zooveel van Vrouwe von
+Stein, dat hij drie nachten niet kon slapen.
+
+[Illustratie: CHARLOTTE VON STEIN
+_Naar haar zelfportret_]
+
+Charlotte was toen drie en dertig jaar, zeven jaren ouder en zeven
+kinderen rijker dan hij. Verslaafd aan de koffie en verre van schoon;
+sprekende, verstandige, wat kwijnende trekken en verflenste huid; rijk
+lichtbruin haar, heldere oogen en wijkend voorhoofd; een nog slanke
+gestalte, die door verfijnde aan vormen en stemmingen zich passende
+kleedkunst zeer tot haar recht kwam. Een ontwikkelde dame, vaardig met
+penseel zoowel als met veder of borduurnaald; absoluut zich
+beheerschend, in ieder gezelschap het hare denkend, zonder meer los te
+laten dan ze wenschte, terwijl toch haar diplomatiesch gesponnen taal
+aan openhartigheid deed denken. Met haar veelomvattende levenservaring,
+door huwelijksleed en smaak voor goede boeken nog verdiept, stak ze ver
+uit boven de triviale hoflieden in haar omgeving en hoopte op verkeer
+met buitengewone menschen. Ze was getrouwd aan een Opperstalmeester, die
+ongevoelig bleef voor haar ietwat perverse bekoorlijkheid--haar zelf wèl
+bekend. Eens per week logeerde hij onder 't echtelijk dak en overigens
+verwaarloosde hij haar voor jachthonden, volbloed paarden en vette
+ossen. Aan 't kniezen geraakt, nadat ze een paar jonge kinderen ten
+grave had gedragen, achtte ze zich te hoog om--als velen in haar
+omgeving--afleiding te zoeken in een gewone liaison. Doch het medegevoel
+van de wereld mishaagde de liefdebehoevende en scherpzinnige vrouw, die
+in haar levensmoeheid zich bewust bleef van haar waarde.--Zimmermann had
+haar aandacht gevestigd op al wat Goethe over haar zeide en schreef.
+Toen sprak zij den wensch uit, dezen beroemden dichter eens te
+ontmoeten. Zeer treffend antwoordde hier op de galante doctor: "Ge
+wenscht hem te zien? Arme vriendin, ge weet niet, hoe gevaarlijk deze
+lieve man U kan worden!" Inderdaad: haar gemoed, haar talent, haar
+levenslot: alles riep om zulk een lieven man. Toch zou hij haar niet
+gevaarlijker worden dan zij--na rustige overweging--wenschte toe te
+laten.
+
+De eerste kennismaking viel Goethe--wiens verwachtingen sterk gespannen
+waren--niet mede. Maar kort daarna bezocht hij haar op haar slot
+Kochberg: Daar zag hij haar in huiselijken kring met hare jonge
+kinderen, hoorde haar spreken over de misstanden aan het hof, over de
+slechte verstandhouding tusschen Carl-August en zijn jonge, preutsche
+gade, wier vertrouwelinge zij was.--Een van de onderwerpen die (mits
+handig geëxploiteerd) een courtisane in staat stellen, met een
+wildvreemde intiem te zijn, zonder dat men haar ooit kan noodzaken, dit
+te erkennen. Sprekend over Goethes invloed op den hertog, die alles ten
+goede zou kunnen leiden, vergunde zij hem, haar ziel te beroeren. En met
+zijn rumoerige openhartigheid, zich opwindend aan haar vrij goedkoope
+instemming, zette hij haar zijn plannen uiteen, beredeneerde en
+verbeeldde haar zijn meeningen en zijn ideeën. Natuurlijk had hij weldra
+aanleiding tot het geloof, dat ze in zijn geheimste wezenskern kon
+lezen, en in een leven hiervoormaals zijn zuster was geweest of zijn
+vrouw.
+
+Bijna terstond kwam zijn eerbiedige doch gloeiende liefde voor haar tot
+hartstochtelijke uiting, waarop ze hem gedurende enkele dagen
+onmeedoogend ontweek, en hem deels in briefjes of gedichtjes deels in
+wel-bestierde "explicaties" te kennen gaf, dat haar echtelijke plicht
+haar gebood hem slechts een zusterlijke vriendin te zijn. En wijl hij,
+meer en meer genoeg krijgend van het "woedige" hofleven, haar omgang
+niet wilde ontberen; toen zijn ongelukkige zuster Cornelia op haar
+kraambed was gestorven niet meer ~kon~ ontberen: liet hij zich de
+belofte in den mond leggen, dat hij zou trachten zich te bedwingen. Een
+"belofte" die hij telkens herriep, niet alleen door zijn gedragingen,
+maar ook door de vaak herhaalde verklaring, dat hij zich niet capabel
+achtte, zijn "Ungezogenheiten" af te wennen. Maar op iedere poging
+zijnerzijds tot toenadering volgde straf: zij verbood hem haar te zien,
+ging ondanks zijn smeekbeden op reis, als zijn ambtsplicht hem te Weimar
+hield, sloot zich op, dreigde met hem te zullen breken, beriep zich op
+de lasterzuchtige wereld.
+
+Dergelijke straffen en vermaningen (wanneer zij niet uitzondering
+blijven doch regel worden) kalmeeren den verliefden man niet; zij
+verontrusten en verwarren hem. De vrouw die ze uitdeelt, toont niet de
+reine genegenheid waarvan ze spreekt: de oprecht beminnende vrouw
+vertrouwt dat haar bijzijn, indien zij 't wenscht, haren minnaar tot
+rust zal brengen. Zij neemt niet haar toevlucht tot dwang, wijl zij
+hoopt dat liefde meer vermag. Zij weet--en zeker wanneer haar
+levenservaring zoo rijk is als die van Vrouwe von Stein is geweest--dat
+ook de reinste hartstocht die een vurig man tot een vrouw drijft niet
+verkeert in broederlijke genegenheid, wanneer die passie met geweld
+wordt ingeperkt; zij tracht derhalve een man, wien ze niet "meer" dan
+zuster kan zijn, niet te boeien. Zij schrikt terug voor het leelijke
+schouwspel van een geestvol man, door handig toegebrachte tikjes en
+prikjes zoodanig verward, dat hij belooft wat hij niet meent, zijn
+gevoelens verloochent op bevel, en kruipt voor haar, die slechts haar
+egoistiesch-kalme heerschzucht op hem voor heeft.
+
+En de wereld, _d.i._ de hofkliek? Maar die lasterde niet! De verhouding
+tusschen deze lang beklaagde vrouw en den schoonen, krachtigen
+Goethe--hoe ver die verhouding dan ook mocht zijn gegaan--zag ze met
+sympathie, en tegen eventueelen laster zou ze het gaarne voor Charlotte
+hebben opgenomen; wat den lezer nog wel zal blijken. Hoe dorst zij zich
+beroepen op "de wereld" tegenover den vrijgevochten Goethe, voor wien
+"de wereld" niets was! Zij, die hem in antwoord op de zijne, bijna
+dagelijks briefjes liet bezorgen door haar eigen echtgenoot, door gewone
+huzaren, door den hertog; zij, die geen aanstoot nam (hoewel door Goethe
+gewaarschuwd!) in een allegorischen optocht _De Nacht_ voor te stellen,
+terwijl hijzelf er fungeerde als _De Slaap!_ Lokte ze niet voortdurend
+commentaren uit? Had de hertog niet een spotdicht vervaardigd, waarin
+hij haar vermaande, haar _billets doux_ op wat grooter formaat papier te
+schrijven, daar zij anders zoek raakten in de zakken van zijn huzaren,
+en hij genoodzaakt was, ze in 10 op elkaar gezegelde enveloppen te
+hullen?--En wat haar echtelijke plichten betreft (gesteld dat ze die nog
+had), haar stalmeester zag gaarne dat de poëet zich met het troosten van
+zijn "miskende" vrouw en met de opvoeding van zijn kroost belastte. Had
+zij aan deze "plichten" dan niet reeds principiëel te kort gedaan door
+voor Goethe te voelen gelijk ze deed, en werd de "haar zoo lieve zonde",
+waaromtrent ze op de keerzijde van een zijner brieven getuigde, dat
+haar geweten haar niet zeide of ze er voor moest boeten, er geringer op,
+nu zij haren minnaar op geveinsde gronden weigerde wat des huwelijks is?
+
+Op geveinsde gronden! Want hoewel ze eerst na vier jaren hem bekende dat
+ze "meer" hem was dan een zuster--hij vertrouwde zijn wondere vreugde
+aan de ontluikende boomen toe--dat ze voor hem de liefde koesterde die
+niets weigert (behalve in dit speciale geval!), gedroeg ze zich _van
+begin af_ als een jaloersche minnares, en deed hem aan de mogelijkheid
+van een zakelijk-intiemere vereeniging denken op oogenblikken dat hij
+meende, er afstand van te hebben gedaan. Ze hield de wonde bloedend.
+Terwijl ze wist hoezeer Goethe daar onder leed, logeerde ze het genie
+Lenz--dat met Friederike had gekoosd om haar Wolfs brieven afhandig te
+maken--op haar slot en zwelgde met hem in Engelsche literatuur. In een
+blijspel "Ryno" dat ze Goethe voorlas (Goethe las haar al zijn
+onuitgegeven werk voor, en ze vergunde hem dit, al wist ze dat hij, als
+het "enthousiasme" hem aangreep, zich allerminst kon bedwingen) bespotte
+ze zijn "zielsverlangen", door hem voor te houden dat bijna alle dames
+uit den omtrek zoete briefkens van hem bewaarden. Zijn verkeer met
+Corona Schröter--in welke schoone vrouw hij zeide hààr te huldigen, al
+vond hij dat ze niet genoeg op Charlotte leek!--verstoorde zij
+aanhoudend door haar intriges, wel wetend dat ook de hertog _Crone's_
+classieke vormen gaarne zag. De eerste opvoering van "Iphigenie"--het
+meesterstuk dat hàre "goddelijke wijsheid" huldigde--weigerde ze bij te
+wonen, naijverig als ze was op de gevierde Corona, die de titelrol
+creëerde.
+
+Welke soort van liefde hij haar toedroeg--want er is hier geen sprake
+van min of meer, doch van een aard-verschil--make men op uit het
+volgende. Zijn gezellige, aandoenlijke comedie _Die Geschwister_
+symboliseert zijn verstandhouding tot Cornelia, maar meer nog zijn
+verstandhouding tot Vrouwe von Stein:--Marianne (gespeeld door Frl.
+Kotzebue) bemint onbewust Wilhelm, in wiens huis ze is opgevoed, en dien
+zij voor haar broeder houdt; nauwelijks echter blijkt--doordat een
+ander haar hand komt vragen--dat Wilhelm haar broeder niet is, maar een
+belangeloos vriend, of haar hartstochtelijke liefde openbaart zich.
+Goethe acteerde de daarbij behoorende omhelzing zoo _natuurlijk_, dat
+nog jaren nadien van een intiem verkeer tusschen hem en Frl. Kotzebue
+werd gefluisterd, hoewel zij beiden dit ernstig tegenspraken. Maar men
+bedenke dat hij in Marianne zijn tweede Lotte, Vrouwe von Stein zag, en
+men begrijpt deze verregaande "natuurlijkheid".--"Die Geschwister" is
+bovendien merkwaardig omdat een brief van Charlotte aan Goethe, de
+eenige die ons rest! er in is vastgehouden. Tenminste, men zou dezen
+brief met groote stelligheid kunnen dateeren tusschen twee epistels die
+Wolfgang aan de geliefde zond. Tot dergelijke berekeningen is de
+biograaf genoodzaakt zijn toevlucht te nemen, wijl zij later haar
+brieven--die haar konden compromitteeren--heeft opgevraagd en verbrand;
+de zijne echter heeft ze zorgvuldig bijeengehouden. In de enkele regels,
+hier bedoeld, zegt Vrouwe von Stein dat zij alle liefde tot het leven
+had verloren totdat ze hém ontmoette; en dat ze vreest hem kwellingen te
+zullen aandoen.
+
+Was nu haar gedragslijn jegens hem verre van zuiver: het blijft haar
+onverdiende verdienste, in den dichter die bezig was zich tot een hooger
+levensplan op te werken, gevoelens en strevingen te hebben gewekt, die
+den omkeer in zijn ziel verhaast en over zijn verdere carrière beslist
+hebben. Ze was geen onervaren maagd: ze was een rijpe vrouw, die haar
+minnaar, hoezeer ze hem martelde, wist te boeien; ze spaarde hem geen
+leed maar dwong hem door heur aantrekkelijkheden: iedere nieuwe kwelling
+tot het einde toe te doorleven, zoodat hij er zijn intellectueel
+weerstandsvermogen aan vormde. Zij bracht hem telkens in de hoop, dat ze
+nog eens geheel de zijne kon worden, maar hield zich toch op een
+afstand, zoodat hij haar zag "zooals men de sterren ziet" of als--"een
+Madonna die ten hemel vaart" en die slechts door een bovenmenschelijke
+daad zich zou laten verteederen. Met het ideaal van deze
+bovenmenschelijk schoone daad in zich, moest hij tot diep nadenken komen
+te midden van de ordinaire vermakelijkheden en de désillusies die hij
+te Weimar vond. Haar eisch, dat hij haar slechts broederlijke
+genegenheid zou toedragen, dwong hem tot steeds grooter
+zelfbeheersching; doch--hier schuilt de kiem der ontbinding--dit ook
+jegens den wijn, de andere vrouwen, de woeste geneugten die hij met den
+hertog een oogenblik had nagejaagd. En--ontwarend wat geweldige driften
+daar in zijn binnenst te temmen bleven--moest hij het beeld van de vrouw
+die hij hoopte te winnen steeds voor oogen houden, en sterker vereeren,
+naarmate de vereischte krachtsinspanning grooter scheen. Zij had te
+weinig eerbied voor zijn inborst om ook maar in de verte te vermoeden
+wàt zij eigenlijk van hem vergde. Doch dit belette niet dat hij haar,
+wier beeld hem ook in het overstelpende zakenleven toelachte als door
+een floers, ten slotte ging beschouwen als "de Godin" die hem toereikte
+"des dichters sluier met de hand der Waarheid"; de bovenaardsche, die
+hij slechts in wijsgeerige verzen (Die Geheimnisse, waarin wel van een
+zonderlinge monnikorde, maar van geen enkele vrouw gewaagd wordt) kon
+zeggen "hoe lief hij haar had".
+
+Geesteshelden laten lang met zich spelen, daar zij een weerstand, die
+hun drijven treft, pas begrijpen, en zoo noodig wantrouwen, als een
+langdurig en pijnlijk zuiveringsproces zich in hun boezem heeft
+afgespeeld. Toen Goethe echter na tien jaar worstelens de
+volkomen-beheerschte, evenwichtige persoonlijkheid was geworden, waartoe
+liefde, vernedering, smart hem moesten doen rijpen; toen had hij
+Charlotte von Steins intentiën _overvleugeld_, en bespeurde hij dat hij
+aan innerlijke waardij meer gewonnen had, dan hij mocht bieden voor
+haar, die hij met zijn zelfstrijd eens meende te veroveren.
+
+Stellig! zegt Aurélie in Wilhelm Meister, het is goed dat wij niet
+altijd de menschen kennen voor wie wij arbeiden!
+
+
+
+
+XIII
+
+ Grossmeister der Affen.
+
+
+De hertogin-moeder voelde, hoewel ze als zuster van Frederik den Grooten
+Fransch was opgevoed, een warme belangstelling voor Duitsche
+tooneelkunst; ze begreep dat een nationaal tooneel door verdringing van
+den overheerschenden Franschen smaak de Duitsche volkskracht zou kunnen
+vergrooten. Een aantal hovelingen te Weimar vormden een
+liefhebberijgezelschap, dat zich de hulp van beroepsspelers, in Goethes
+tijd o.a. Corona Schröter, assumeerde. Ook Carl-August trad er gaarne
+op, hoewel hij in den beginne de zaak zoo weinig ernstig nam, dat hij
+met zijn stinkende tabakspijp en zijn groote honden de voorstelling in
+de war stuurde. Onder zijn invloed nam het gezelschap de allures aan van
+een reizenden kermistroep. Midden in den nacht werden de leden soms uit
+hun rust geklopt, om zich naar het woud-theater of naar een naburig hof
+te begeven. Dan moesten in allerijl de keukenwagens rijkelijk van
+spijzen voorzien, de requisiten in koetsen met ruiters en zeer veel
+paarden er voor weggereden. Na afloop van de voorstelling, als de dames
+zich hadden geretireerd, begaf men zich aan tafel en haalde dolle
+streken uit. Trouwens, ook gedurende de voorstellingen gaven koddige
+toevallen aanleiding tot uitbundige wanordelijkheid; bijvoorbeeld het
+scheuren van een vleeschkleurig tricot, of de halsstarrigheid van een
+adellijk acteur, die dood moest en niet meer wist hoe, en ten slotte
+door een paar pootige kerels met een bulderend "Sterrf!" van het scène
+werd gesleept; of de critiek van een Wieland, die in pompeuse taal
+verkondde dat de zooeven vertoonde Venus niet deugde, wijl deze godin
+nooit andere kleren draagt als haar traditioneelen gordel....
+
+Een persoon van gewicht was de vindingrijke timmerman Mieding, de
+_Director der Natur_, wiens dood Goethe zou bezingen. Hij zette het
+openlucht-tooneel ineen, zorgde voor phantastische verlichting,
+watervallen van glasscherven, blikken harnassen, rotsen, vaak ook voor
+costuums, o.a. ook voor vogelpakken met beweegbare vleugels en rollende
+oogen, gebruikt in Goethes schaterspel _Die Vögel_, een satyre naar
+voorbeeld van Aristophanes, waarin de zwarte adelaar met grage klauwen
+Pruisen voorstelde.
+
+Natuurlijk was Doctor Wolf een kostelijke aanwinst voor den troep, niet
+alleen wijl hij zelf gaarne meespeelde en vooral in komieke rollen
+succes had (tragische zaken overdreef hij), maar ook wijl hij uitmuntte
+in het bedenken van verstrooiingen, die toch ook altijd iets te leeren
+gaven. Hij leende er zich toe "in dienst van de ijdelheid, de feesten
+der zotheid op te sieren met maskerades en schitterende invallen,
+daarmede zijn eigen angst en de nood van anderen overstemmend". Behalve
+zijn reeds voltooide stukken kwamen op de planken schaduw- en
+herdersspelen, balletten, zangspelen op muziek van hertogin Amalia of
+van Corona Schröter, poppenspelen (Jaarmarkt te Plündersweilen),
+kluchtstukken, waarin sentimenteele liederen met waldhoornbegeleiding,
+allegorische stukken à grand spectacle (De verzoeking van den H.
+Antonius) en stukken die de spelers improviseerden. Vaak ook werden
+achter in het tooneel enorme vleugeldeuren geopend en betrok men heel de
+omringende natuur in de enscèneering; men speelde op de rivier en hare
+oevers (Die Fischerin); of in het woud (de Zigeunerscène, die Goethe uit
+den Götz had gelicht). Op jaar- en naamdagen bracht hij
+gelegenheidsstukken, bespotte hij van de planken af de aanwezigen beurt
+om beurt, en zoo scherp dat slechts de demonstratieve vroolijkheid van
+Carl-August uitbarstingen voorkwam. Door zijn _Lila_--oorspronkelijk De
+Goede Vrouw geheeten--trachtte hij in te werken op het hertogelijk paar,
+dat in onmin leefde. Met zijn _Triumph der Empfindsamkeit_ of: _De
+Opgelapte Bruid_--"een klucht zoo dol en zoo grof mogelijk"--parodiëerde
+hij de valsche Werther-stemming, de ziekelijke natuurzucht waaraan de
+jongelingen destijds laboreerden, zoodat ze zich verplicht achtten hem
+gevoelige brieven te schrijven, hem overal aan te spreken, zich te
+zelfmoorden in Werther-uniform. De hoofdfiguur, een prins, heeft een
+groote machine laten vervaardigen, die zonsondergang, stergeflonker,
+maneschijn en woudgeruisch nabootst--voor de echte natuur is hij
+bang!--en in die machine vrijt hij met een pop, voorstellende het meisje
+dat hij eens lief had. Als deze pop nu door een samenloop van
+omstandigheden wordt opengemaakt, blijkt haar buikje gevuld met
+modeboeken uit dien tijd, waaronder ook de Werther.--Van een ander stuk
+in hetzelfde genre getuigt Vrouwe Aja: "Dat ding moet men lezen als men
+een verstopt onderlijf heeft en voor de kuur sta ik borg".
+
+En maakte Goethe zich druk op de verjaardagen van zijn vrienden--niet
+zoo druk als Merck, die hem tot ernstigen arbeid maande, wel
+geloofde--zijn vrienden lieten zijn herinneringsdagen ook niet ongemerkt
+voorbijgaan. Zoo werd in 1781, bij de opening van den nieuwen
+schouwburg, een schaduwspel gegeven dat de geboorte van Minerva uit het
+hoofd van Jupiter op doek bracht. De godin der Wijsheid, door andere
+goden van haar bekende attributen voorzien, zegent den 28sten
+Augustus,--den dag waarop het stuk gespeeld werd want: Voor drie en
+dertig jaren werd een man geboren, die als een van de wijsten en besten
+vereerd zal worden! En in de wolken verschijnt een engel, die Goethes
+naam toont, waarop Minerva den naam bekranst en haar zooeven ontvangen
+geschenken, waaronder een gouden lier, voor Goethe bestemt. In
+vuurletters verschijnen de woorden Faust en Iphigenie.
+
+Langzamerhand, met de wilde haren, raakte men den lust in het
+tooneelspelen kwijt: een troep "teutsche Comedianten" kreeg verlof den
+schouwburg te gebruiken. Toen verklaarde Amalia (op de hovelingen
+doelend): Ze snorken allemaal! en ging Grieksch leeren.
+
+Goethe heeft in zijn Wilhelm Meister vele gebeurtenissen uit den hier
+besproken tijd naverteld. Toen hij, uit Italië teruggekeerd, zich van
+het verleden had gezuiverd, trachtte hij opnieuw, weldra met medewerking
+van Schiller, de totstandkoming van een nationaal tooneel te bevorderen.
+Hij heeft in zijn school enkele goede kunstenaars ontwikkeld, heeft ook,
+naar den lezer zal blijken, eenige stukken gegeven, zooals men ze zeker
+niet alle dagen ziet opvoeren. Doch zijn tooneel stond te ver van het
+volk om rechtstreeks als beschavingsmiddel te kunnen fungeeren. Het zou
+volksleiders opvoeden, die grover dan hij van spraak en gebaar zijn
+meeningen zouden vulgariseeren. Maar zijn meeningen laten zich niet
+gemakkelijk in den volkstoon zeggen, bestaan bijna niet zonder den toon
+waarop hij ze zeide.
+
+Niet als meeningen, maar als daden van een machtig en onafhankelijk man
+kunnen Goethes ideeën onder de menschen komen!
+
+
+
+
+XIV
+
+ Dem Geier gleich,
+ Der auf schweren Morgenwolken
+ Mit sanften Fittig ruhend,
+ Nach Beute schaut....
+
+ HARZREISE.
+
+Hij zou zijn taak te Weimar niet zoo gereedelijk aanvaard hebben, indien
+niet steeds de practische staatsmanskunst in zijn gezichtskring had
+gelegen. Als kind en als student interesseerde hem het doen en laten van
+de werklieden uit zijn omgeving, zocht hij verband tusschen hun karakter
+en hun beroepskeus. Nijverheid, mijn- en boschbouw hadden voortdurend
+zijn aandacht, vooral gedurende de Straatsburger periode. De zevenjarige
+oorlog, de Fransche inkwartiering, het verkeer met den schout, zijn
+grootvader, brachten hem vroegtijdig in aanraking met groote diplomaten
+en legeraanvoerders van dien tijd,--en het wijze jongetje had hun meer
+op de vingers gekeken dan zij wel vermoedden. Hij stond in
+vertrouwelijke relatie tot een groot aantal mannen die--zooals de eeuw
+het wilde--niet alleen op het gebied van het ideaal, maar ook op het
+terrein van de practische politiek werkzaam waren: Merck, Jacobi,
+Schlosser, Kestner, Laroche. De groote staatkundige vraagpunten van dien
+tijd droeg ook hij in zich om: omtrent vrijhandel, emancipatie en
+ontlasting van den derden stand, verlichte despotie, had hij zich een
+eigen overtuiging gevormd, en zoo kan het niet verwonderen dat in zijn
+van de hand gewezen academiesch proefschrift zulk een vraagpunt nogal
+resoluut wordt opgelost. Schoon hij vroeg wist wat er achter de schermen
+te koop was, deelde hij nooit de hoovaardige minachting voor het
+openbare leven, waarmede de Sturm-und-Drängers pronkten. Neen,
+geïnspireerd door Herders Shakespeare-vertolking, wilde hij het lot van
+een volk leiden, niet zoozeer uit liefde tot het volk als wel om zijn
+behoefte aan actie, orde, rechtvaardigheid te kunnen bevredigen. Goethe
+(aldus Lavater) ware een heerlijk handelend wezen bij een vorst. Daar
+behoort hij. Hij zou als koning niet ontsieren.--De wanhopige liefde tot
+de "naakte" werkelijkheid, die binnen hem de stemmingspoëzie afwisselde,
+had zich omgezet in een verlangen om in het practische staatsleven geen
+abstract, veelomvattend ideaal, doch billijkheid en tucht te vestigen,
+waarbij zich dan nog kwam voegen het inzicht, dat de Duitsche
+volkskracht ten koste van de nageaapte Fransche beschaving moest gevoed.
+Hij wilde de werkelijkheid rechtstreeks aanvatten en omvormen naar zijn
+gading, gelijk hij deed met de taal. Hierbij trad het zuiver-persoonlijke
+zoo uitsluitend op den voorgrond, dat hij er niet aan dacht, die
+werkelijkheid in staat te stellen méde te regeeren, zoo min als hij den
+man van de straat zou hebben uitgenoodigd hem bij te staan in de redactie
+van zijn Werther.
+
+Een jong vorst voor zijn opvatting te winnen, was meer dan hij had
+durven hopen. Gedurende een tiental jaren werd hij in alle opzichten
+Carl-Augusts leidsman. Aanvankelijk vol geestdrift voor zijn taak,
+waande hij dat hij slechts den monarch, het hart van den staat, had te
+veroveren om het kleine Weimar tot welstand te brengen niet alleen, doch
+ook om door zijn voorbeeld de andere Duitsche vorsten op den goeden weg
+te helpen.
+
+De hertog was door zijn moeder en Wieland wel idealistiesch maar niet
+verstandig opgevoed. De eischen van zijn ongebreideld temperament
+vloekten tegen Goethes streven naar orde en bezuiniging, zoodat de
+nieuwe minister vaak bovenkrachtelijk moest strijden om den overigens
+goedwilligen jongeman binnen de perken terug te dringen. Door korte,
+kernachtige troostwoorden in zijn dagboek trachtte hij dan zijn moed te
+bewaren en zijn breeden kijk op de verhoudingen, die door den vaak
+langdurigen détail-arbeid werd bedreigd.
+
+Hij behaalde een groote overwinning toen hij Carl-August op een reis
+naar Zwitserland van allen rompslomp en overbodige weelde isoleerde, en,
+door aanraking met de "engelenstilte" van Lavater en de zijnen en met
+de grootsche natuur tot bezadiging bracht. Ook in Frankfort stapte hij
+af en hij logeerde met Carl-August eenigen tijd onder vrouw Aja's dak.
+De hertog kon het goed vinden met de verstandige moeder, en deze had
+geen woorden genoeg om Amalia haar bewondering kenbaar te maken voor den
+jongen vorst, zoo ernstig, zoo rijk aan menschenkennis en toch pas 22
+jaar! Half Frankfort was op de been om "Goethes hertog" te zien, en van
+toen af ging er geen jaar voorbij, of in het sombere ouwerwetsche huis
+logeerden een paar hovelingen. Hertogin Amalia kwam zelfs over om moeder
+Aja bij te staan in de verpleging van haar ouden Caspar, die zwakzinnig
+werd.--
+
+Op deze reis legde Goethe ook bezoeken af bij Friederike, die hij vond
+zooals hij haar acht jaar te voren had gelaten, en bij Lili, die tot een
+edele, zeer schoone vrouw was opgegroeid. In Wurtemberg bij den
+regeerenden hertog te gast, woonde hij de overdreven-plechtige opening
+bij van diens militaire school. Hier werd de gevierde Götz-dichter
+langdurig en aandachtig gade geslagen door een mageren, bleeken jonkman
+met rosblond haar en ontstoken oogen, den meermalen bekroonden medicus
+Schiller, die toen in het geheim zijn Räuber schreef.
+
+De lastertongen hadden beweerd dat deze reis naar Zwitserland weer een
+gewone dwaze streek van Goethe was, maar toen men den hertog terugzag
+moest men erkennen, dat hij een ander mensch was geworden. Goethe was
+met dit resultaat zoo ingenomen, dat hij een gedenkteeken wilde
+oprichten ter herinnering aan den gelukkigen ommekeer dien zij bij
+Carl-August te weeg had gebracht.
+
+In den beginne kon hij slechts via zijn kweekeling den loop der
+gebeurtenissen in Weimar eenigszins leiden: zijn stem in den geheimen
+_Conseil_ verleende hem daartoe allerminst bevoegdheid. Maar snel
+breidde zijn invloeds-sfeer zich uit, doordien hij aan het hoofd kwam te
+staan van de commissies voor wegbouw en krijgszaken, en eindelijk
+Voorzitter van de Kamer en beheerder van Financiën en domeinen werd.
+Toen bewerkte Carl-August (zeer tegen zijn zin) dat hij door den Keizer
+werd verheven in den adelstand. Hiermede was de oppositie van een deel
+der notabelen gebroken. Maar toen Goethe de oorkonde aan Vrouwe von
+Stein zond, voegde hij er o.a. deze ontboezeming bij: Hoeveel heerlijker
+zou ik mij bevinden, indien ik, van den strijd der politieke elementen
+verre, tot kunsten en wetenschappen, waarvoor ik ben geboren, mijnen
+Geest kon wenden!--Deze "kruipende, hoofsche vorstendienaar" (gelijk
+vele schrijvers die zijn leven noch zijn werk doorgronden hem noemen)
+voelde maar al te zeer, dat zijn verheffing slechts een formaliteit was,
+teneinde te ontwapenen de bende aan het--"Muzenhof", welke hem wilde
+beletten de zaken te ordenen die zij had verwaarloosd:
+
+Het landje kwijnde. Eigenmachtige, gedemoraliseerde ambtenaars voerden
+er een wanordelijke administratie en lieten het volk bloeden. Nu sloeg
+Goethe overal de hand aan 't werk en zorgde dat de overheid iets werd
+voor de onderdanen. Hij verliet 's nachts zijn tuinhuis om--zooals hij
+te Frankfort in de Judengasse had gedaan--het blusschen van groote
+branden persoonlijk te leiden. Hij organiseerde een reddingsdienst,
+keerde den watersnood, zorgde voor besproeiïng van de akkers, voor
+verbetering van wegen en gebouwen. Hij ging zelf recruten keuren en
+verkleinde het leger van 600 op 310 man, daarin gedwarsboomd door
+Carl-August die met zijn troepenmacht maar wat gaarne "macaroni" _d.i._
+fratsen maakte. Hij bracht de mijnen van Ilmenau, die verlaten waren,
+opnieuw in ontginning, nadat hij het mijnwezen in het algemeen en den
+bodem van Thüringen speciaal had bestudeerd. Hij schraapte geld bijeen
+voor de hoogeschool van Jena, die onder zijn beheer tot bloei zou komen.
+Hij bevrijdde de kleine luyden van belastingen en heerlijke
+rechten--waardoor hij het bij den adel nog meer verbeurde--en hield
+onverbiddelijk de schatkist gesloten, toen hij merkte, dat de hertog
+meer uitgaf dan zijn civiele lijst gedoogde: Ik wil mijn zaken in orde
+hebben of--opdoeken!
+
+Er dreigde oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk en hij trok met
+Carl-August naar Berlijn om daar de neutraliteit van Sachsen-Weimar te
+verzekeren. Frederik den Grooten kreeg hij niet te zien (deze had het te
+druk met zijn leger) doch hij dineerde met den kroonprins. Hij zag aan
+het Hof heel wat gordijnen scheuren, en wat hij daarachter te
+aanschouwen kreeg ontlokte hem den uitroep: Hoe hooger hoe zotter.
+Teruggekeerd, bemerkte hij dat zijn land een groot gevaar dreigde:
+Pruisen wenschte op 's hertogs gebied soldaten te ronselen, en was daar
+al mede begonnen, zonder op verlof te wachten. Verzet hiertegen zou
+natuurlijk duur komen te staan, terwijl men het toch ook niet mocht
+toelaten, daar Oostenrijk dan dezelfde voorrechten zou eischen of nemen.
+
+Toen rijpte bij Von Goethe het plan, alle kleine staten die in dezelfde
+omstandigheden verkeerden in een bond te vereenigen--een bond, die
+wellicht ook heilzaam zou kunnen werken voor de verlevendiging van het
+nationaal bewustzijn. De onderhandelingen, met de verschillende vorsten
+gevoerd, bleven echter langen tijd een voorloopig karakter dragen. Toen
+het oorlogsgevaar week, was Pruisen zoo vriendelijk, het plan te
+pousseeren, daar dit land tegenover het hebzuchtige Oostenrijk een sterk
+gewapende Duitsche unie wenschte. Het oorspronkelijke idée was hiermede
+ontzenuwd: het plan dat Pruisen opperde ging rechtstreeks tegen Goethes
+vredelievende bezuinigings-politiek in. Maar voor Carl-August werd het
+er des te verleidelijker om, niet alleen doordat er veel soldaten aan te
+pas kwamen, maar ook wijl Pruisen beweerde, er de wedergeboorte van het
+Duitsche volk mee op 't oog te hebben. Hoewel zeer teleurgesteld, stond
+Goethe sterk genoeg om te beletten, dat Carl-August het militaire
+geheim-artikel in de bonds-acte teekende. Dit geschiedde pas--en ook
+toen nog onder voorbehoud nadat de groote Fritz was overleden en door
+een zwakker koning opgevolgd. De veelomvattende werkzaamheid die Goethe
+in de tien jaren dat de zaak hangende bleef aan den dag legde--hij deed
+_alle_ schrijfwerk, omdat hij de onderhandelingen geheim wilde
+houden--leverde geenszins op wat hij er van had gehoopt.
+
+Naarmate de tegenkanting van den hertog hem in snipperwerk opsloot,
+groeide bij hem de overtuiging: Wie zich met administratie inlaat,
+zonder regeerend heer te zijn, moet of een philister, of een schurk, of
+een gek wezen! Welnu, hij wilde die gek zijn, omdat hij de taak die hij
+van het Noodlot had aanvaard ten einde wilde brengen: _Hic est aut
+nusquam, quod quaerimus_, hier of nergens is, wat wij zoeken! schreef
+hij aan Knebel, begrijpend thans dat hij zijn post niet mocht verlaten,
+voordat zijn innerlijke strijd, door zijn uiterlijke bemoeiingen te
+voorschijn geroepen, was volstreden.
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald,
+loopen van eind November 1777 tot 3 September 1786.]
+
+XV
+
+ Wer nie sein Brod mit Thränen ass
+ Wer nie die kummervollen Nächte
+ Auf seinem Bette weinend sass,
+ Der kennt euch nicht, ihr himmlichen Mächte!
+
+ HARPSPELER in _Wilhelm Meister_.
+
+
+Nu komt de tijd dat telkens duidelijker hij ervaart hoe de vervulling
+van zijn ambt hem op den duur eigenlijk maar middel kan zijn om tot zich
+zelf te komen, en als middel weldra zal zijn uitgewerkt. Hij heeft
+midden in den winter alleen een reis door den Harz gemaakt, gedeeltelijk
+voor mijnbouwkundige studie, gedeeltelijk om een door Wertherkoorts
+aangetasten theoloog, die hem de moeite van het troosten waard schijnt,
+ernstig toe te spreken. Wel te verstaan: hij stelt zich voor als
+landschapschilder en als de verbijsterde zich bij hem beklaagt, dat
+Goethe niet antwoordt op zijn welgemeende brieven, verontschuldigt hij
+Goethe "die het zoo verschrikkelijk druk heeft". Het is zijn gewoonte,
+zich te vermommen, zoo vaak er iets gewichtigs in hem omgaat. Hij blijft
+dan van vriendschappelijke betweterij verschoond, en heeft de
+gewaarwording dat hij, Wolfgang Goethe, op zijn eigen daden neerziet als
+op de daden van een vreemde.... Hij is pas ontsnapt aan het doodsgevaar,
+waarin hij heeft verkeerd toen hem op wilde zwijnenjacht zijn piek
+ontschoot. In de eenzaamheid van het besneeuwde gebergte denkt hij na.
+Hij begrijpt, dat zijn levensrichting aan 't veranderen is. Hij heeft
+gemeend dat hij al zijn idealen en zijn dichterschap noodig heeft om een
+goed minister te zijn. Maar nu hij ziet hoe weinig de menschen zich
+laten helpen, hoe hun bekrompenheid zijn beste bedoelingen ontzenuwt,
+komt hij tot de overtuiging: De minister kan best leven zonder den
+dichter; daarom moet ik den Geheimraad afstroopen en droom de droomen
+van mijn jeugd voort. Zalig (zoo zegt hij in zijn _Maanlied_) is hij,
+die zonder haat van de wereld zich afsluit. En nog scherper drukt hij
+zich uit in zijn dagboek: Ik leef nu met de menschen van de wereld, eet
+en drink en dol ook wel met hen, maar ik zie ze nauwelijks, want mijn
+innerlijk leven gaat onstuitbaar zijn gang. Hij heeft nu genoeg van het
+halve, het tweeslachtige: voortaan wil hij in het Heele, Goede, Schoone,
+vastbesloten leven. Hij benijdt de menschen die hij gelukkig maakt met
+een gift of een vriendelijk woord; hij moet zich zelf verder helpen. Hij
+gaat vaak alleen schaatsenrijden, maakt lange woeste wandelingen zonder
+te weten waar hij loopt: zijn gemoed wordt al reiner: een "voor-besef"
+van de wijsheid leeft binnen hem.
+
+De reis door Zwitserland stelt hem in staat langdurig en ongestoord te
+verwijlen in zulke seraphijnsche stemmingen. Hij ziet de plekken terug,
+waar hij als kind heeft geleden en gehoopt, bezoekt zijn ouders en de
+vrouwen die hem eens een openbaring schenen van het goddelijke dat hij
+in zich droeg. De werken die hij in zijn jeugd heeft voortgebracht vindt
+hij nu duister, mistig, rumoerig. Hij hijgt naar een statiger, een
+diepzinniger, een harmonieus-plechtig werk. En hij begint te vreezen dat
+zijn leven te kort zal zijn voor het vele dat hem te doen blijft. Hij is
+nu in de dertig jaar, en wie weet hoe spoedig het met hem gedaan is. Zal
+zijn levenswerk zijn als een groote pyramide, welker zware grondslagen
+zijn gelegd, maar die onvoltooid blijft en waarvan de nakomelingen
+zullen praten dat zij kranig is.... ontworpen? Hij krijgt een hekel aan
+Weimar, de stad waar hij tien jaren nagenoeg heeft verknoeid. Hij
+bespeurt met ontzetting dat zijn portefeuille--behalve wat kleinere
+gedichten, zooals _Erlkönig_, door Corona Schröter getoonzet, en de
+_Visscher_--niets als fragmenten bevat: Faust, Egmont, Tasso, Prometeus,
+Wilhelm Meister rusten daar als grootsche plannen: het ontbreekt hem aan
+zielskracht om deze inspiraties te benutten. Iphigenie--gedeeltelijk in
+rhytmiesch proza geschreven--bevredigt hem niet, hoewel het wat den
+inhoud betreft een getrouwe afspiegeling is van zijn streven naar
+bezadiging. En niet alleen de gedachte dat er nog zoovele hongerige
+wevers en mijnwerkers in Sachsen wonen slaat hem met lamheid; hij begint
+ernstig te vreezen dat zijn scheppingskracht door een werkelijke ziekte
+is aangetast. Na zijn studentikoze uitspattingen is hij stijf en
+onvruchtbaar geworden. En deze koude, hoofsche, ruw-egoïstische minister
+schrijft in zijn dagboek:
+
+ Orde gesteld op mijn zaken, papieren doorgekeken, al de oude
+ spaanders verbrand. Andere tijden, andere zorgen! Rustige terugblik
+ op Leven, en de overdrijvingen, impulsen en gretige verlangens van
+ jeugd; hoe deze in alle richtingen bevrediging zoeken. Hoe ik genot
+ heb gevonden voornamelijk in geheimzinnigheden, in duisteren,
+ ingebeelden samenhang der dingen; hoe ik Wetenschap slechts ten
+ halve heb gevat, en haar daarna heb laten schieten; hoe een soort
+ van bescheiden zelfvoldaanheid loopt door al wat ik heb geschreven;
+ hoe kortzichtig ik was in Goddelijke en menschelijke zaken; hoeveel
+ dagen verspild in gevoelighedens en donkeren hartstocht; hoe weinig
+ goeds ik daaraan heb ontleend; en nu is de helft mijns levens
+ voorbij, en ik zie dat ik geen stap verder ben gekomen, dat ik daar
+ sta als een die aan de golven is ontsnapt en staat te drogen in de
+ zon. Ik heb den moed niet de periode in mijn leven te overdenken,
+ die in October 1775 begint. God helpe verder en geve licht, zoodat
+ wij ons niet meer zoo vaak zelf in den weg staan, doch van den
+ ochtend tot den avond het werk verrichten dat onze hand vindt te
+ doen, en een helder begrip krijgen van het wezen der dingen; opdat
+ ik niet ben als degenen die den dag doorbrengen met over hoofdpijn
+ te klagen, en den nacht met den wijn te drinken, die de hoofdpijn
+ veroorzaakt!
+
+Hij heeft gehoopt als staatsman paleizen voor de menschen te bouwen en
+nu is hij blij als het hem gelukt de hutbewoners van hun afval te
+bevrijden. De hertog kan hem niet volgen in zijn verstrekkende plannen.
+Carl-August begint zijn residentie saai te vinden: de mannen hebben
+volgens hem hun jeugd uitgeleefd en de vrouwen zijn allemaal getrouwd!
+Hij is voornemens in vreemden krijgsdienst te treden, nu zijn minister
+hem in eigen land het soldaatspelen vergalt. Zijn militaristische
+geestdrift, die hem in den Duitschen vorstenbond drijft, maakt Goethe
+waakzaam. Deze verafschuwt den doelloozen bureel-arbeid, die hem is
+opgelegd, zooals hij van jongsaf alles verafschuwt dat uitloopt op
+niets, maar nu hij begrijpt dat hij nog jarenlang het volk voor den
+vorst moet behoeden, vat hij zijn taak met wanhopige stiptheid op. Hij
+verlaat zijn toovertuin en vestigt zich met Charlotte's zoontje Fritz in
+een prozaïsch stadshuis op het _Frauenplan_, dat beter past bij zijn
+drukke "Geschäfte". Slechts hij die zichzelf verloochent kan heerschen,
+meent hij. De poëzie lijkt hem zijn kwade geest, die hem weglokt van
+zijn plichten, een schuimende waterval, wiens kracht hij moet aanwenden
+om er een molen mee te drijven, maar die telkens buiten zijn bedding
+treedt om molen en graan weg te spoelen. Alleen met Vrouwe von Stein
+onderhoudt hij nog vriendschapsbetrekkingen. Eens in de week geeft hij
+"een thee", waarvan niemand is uitgesloten, maar hiermede meent hij zijn
+beleefdheidsplichten tegenover de wereld te hebben vervuld. Hij wil wel
+voor 't Hof zorgen, mits niet aan 't Hof. Den "Hofnood" houdt hij geen
+heelen dag uit. Sedert zijn bezoek aan Frederik den Grooten zijn in hem
+de bloesems van openhartigheid, vertrouwen en gevende liefde van dag tot
+dag meer verwelkt. Zijn vrienden maken zich ongerust over zijn
+stilzwijgen, dat zoo weinig bij hem past. Zijn gezondheid gaat snel
+achteruit; zorgrimpels trekken over zijn gelaat. Herder, doelend op zijn
+natuurstudie, spot dat hij alleen nog maar met keisteenen en bloemkoolen
+converseert, en aanklopt bij rotsen die geen antwoord geven. De
+bewonderaars die hem willen raadplegen over hun verzen, de opvoeding van
+hun kinderen, de verbouwing van hun huizen, worden hem vijandig gezind
+omdat hij ze niet grif genoeg te woord staat. Men weet niet dat hij in
+'t geheim een groot deel van zijn inkomen aan weldadigheid besteedt. Wat
+begrijpt men van den zwijger, die op een eenzamen top van het
+Harzgebergte zich overgeeft aan deze meditatie: "Hier rust ik
+rechtstreeks op een grond, die tot in het diepste der aarde reikt, geen
+nieuwe aardlaag, geen opeengehoopt puin heeft zich tusschen mij en den
+vasten bodem van de oerwereld geplaatst. Op dit oogenblik, nu de
+innerlijke aantrekkings- en bewegingskracht van de aarde gelijkelijk
+op mij inwerkt, nu de invloed des hemels mij na omzweeft, wordt ik
+gestemd tot ademlooze natuurbeschouwing, en, gelijk de menschengeest
+alles leven geeft, begint er een parabel in mij te woelen, aan welker
+verhevenheid ik mij niet kan onttrekken. Zoo eenzaam, zeg ik tot mij
+zelf, terwijl ik van den geheel naakten top naar beneden kijk, en
+verweg, aan den voet wat dun gezaaide mossen bespeur, zoo eenzaam zeg
+ik, wordt het den mensch te moede, die slechts voor de oudste, eerste,
+diepste gevoelens der waarheid zijn ziel wil openen. Ja, zulk een kan
+tot zich zelf zeggen: Hier op dit oudste, eeuwige Altaar, dat
+rechtstreeks op de diepten der Schepping steunt, breng ik het Wezen van
+alle wezens een offer".
+
+[Illustratie: CARL-AUGUST
+HERTOG VAN SACHSEN-WEIMAR]
+
+Merck, die zijn trouwe plichtsbetrachting hoog aansloeg, oordeelde dat
+hij de zaken te Weimar nu zoo had geordend, dat er alleen nog "dreckige"
+dingen te doen bleven, en dat daarvoor geen Goethe noodig was. Maar toen
+Goethe hem "een draak" noemde, warmde hij vrouwe Aja op met de bewering
+dat het klimaat niet deugde voor haar "troetelkind", en samen spanden ze
+zich in om hem terug te geven aan zijn roeping. Zijn vader was met
+gekrenkte geestvermogens overleden en vrouw Aja wilde haar
+"Hätschelhans" gaarne de middelen verschaffen tot rustige studie. Maar
+daar is het hem niet om te doen: hij wil het natuurlijke beloop der
+dingen afwachten en weigert, met een beroep op de leerschool die hij als
+minister doorloopt. Maar kort daarna schrijft hij haar: "U moet tevreden
+zijn als ik niet geheel-en-al sterf, en een goeden naam achterlaat."
+
+Zijn inborst laat zich zoo weinig verloochenen, dat hij in zijn
+ambtsbeslommeringen niet alleen aanleiding maar ook verontschuldiging(!)
+meent te zien voor het beoefenen van allerlei wetenschappen. Voor de
+onstandvastigheid en inconsequentie van de menschen, wil hij zich
+schadeloos stellen met de consequentie van de natuur. Zijn bemoeiingen
+met mijn- en boschbouw, met wegaanleg, hoogeschool en teeken-academie,
+voeren hem tot delfstof-, aard-, plant- en ontleedkunde. Het is hem hier
+niet te doen om wat practiesch bruikbare gegevens; hij toont zich op dit
+gebied de dichterlijke wijsgeer, die de heele natuur als een éénig
+wezen ziet en nu in alle natuurverschijnselen een openbaring van dit
+Eenige verwacht. Spinoza heeft hem geleerd dat toereikende kennis van
+het wezen Gods tot toereikende kennis van het wezen der Dingen kan
+voeren, en deze weinige woorden geven hem moed, heel zijn leven te
+wijden aan de beschouwing der dingen die hij kan bereiken en van welker
+essentie hij durft hopen, een afdoende kennis te erlangen. Alle
+uitvinden en ontdekken (beseft hij) is de uitoefening van een
+oorspronkelijk waarheidsgevoel, dat zich in stilte reeds lang heeft
+gevormd, en dan plotseling, met bliksemsnelheid, tot een vruchtbaar
+inzicht voert. Het is van binnen naar buiten werkende Openbaring, die
+den mensch zijn godgelijkheid laat vermoeden. Het is de synthese van
+wereld en geest, die van de eeuwige harmonie in het bestaande de
+heerlijke verzekering geeft. Bij voorbaat lijkt hem uitgemaakt, dat
+mensch, dier en plant zich volgens dezelfde wetten hebben ontwikkeld,
+dat op geen enkel gebied sprake kan zijn van plotselinge schepping, dat
+alles geleidelijk is gegroeid, dat de rijken der natuur onmerkbaar in
+elkaar versmelten. En met deze werk-hypothese gaat hij nu in ontleedzaal
+en museum, in bosch en gebergte aan 't onderzoeken, en brengt dingen aan
+het licht, wier beteekenis pas veel later officiëel door de geleerden
+zal worden toegegeven. Hij begint nu in een geheel andere laag der
+maatschappij vijanden te verwerven, door zich àls dichter te bemoeien
+met de wetenschap. Hij ontdekt het tusschenkaaksbeen bij den mensch,
+komt met de ongehoorde bewering dat alle organen van de plant vergroeide
+bladen zijn.[A] Voor de leerlingen der teekenschool geeft hij lezingen
+over het menschelijk skelet. Hij begint een boek te schrijven over de
+vorming van de gebergten,--waarvan slechts een kleine verhandeling over
+het graniet klaar komt. Ondanks al zijn pogingen om een bureaucraat te
+zijn, is hij vol nieuwe ideeën en inspiraties. Ieder hoofdstukje dat hij
+voltooit, elke dichtregel dien hij onderdrukt, brengt hem nogmaals het
+bewustzijn dat hij als schrijver is geboren, en dat zijn eenige roeping
+is: goed te zeggen wat hij in zich heeft.
+
+[A] De beteekenis van deze ontdekkingen vindt de lezer uitvoerig
+omschreven in ons Hoofdstuk "_God en Wereld_" (Derde Boek).
+
+Ten slotte houdt alleen zijn liefde tot Charlotte von Stein hem te
+Weimar. De bezuiniging, waartoe hij Carl-August dwingt, heeft tengevolge
+dat deze de noblesse van zijn tafel uitsluit. Zoo wordt de
+opperstalmeester weer soliede, en Goethes vertrouwelijk verkeer met
+Charlotte is gestoord. Nu zij in deze omstandigheden nog niet geheel de
+zijne wil zijn, komt hij tot nadenken, en gaat vaag zich afvragen of hij
+niet te hoog staat voor een zoo dubbelzinnige liefde. Hij kan van haar
+niets eischen en dus krijgt hij het nog eenzamer. En als hij ziet dat
+hij al zijn krachten heeft ingespannen om in de waardelooze buitenwereld
+iets te veroveren, daarvoor kwellend _zijn eenige schat, zijn ik_, komt
+hij tot de schrikkelijke slotsom: Dat de man die den Werther schreef
+zich liever voor zijn kop had moeten schieten dan zulk een leven te
+beginnen.
+
+Dit beteekent dat hij uit het verblijf te Weimar heeft geleerd wat er
+voor hem uit te leeren valt, daar hij immers tot ideeën is gekomen die
+direct zich aansluiten bij het ideaal, dat hij zich in zijn beste
+jongensjaren heeft gesteld.
+
+Hij moet weg en is ook meer en meer gaan weten, dat hij naar Italië
+moet. Hij kan geen Latijnschen schrijver lezen (uitgezonderd Spinoza,
+dien hij met Charlotte bestudeert), hij kan geen Italiaansche prent zien
+of onder hevige smarten moet hij zich losrukken uit de bekoring. Want
+daar in Italië staan de overblijfselen van de antieke beeldwerken, die
+belichamen wat ook hij zoekt: "de oudste, eerste, diepste gevoelens der
+waarheid", het wezenlijke, den ideëelen mensch, die het voorbeeld is van
+alle andere menschen die ooit kunnen leven.
+
+Omstreeks dien tijd beginnen zijn vrienden hem aan te zetten tot de
+uitgave van zijn werken in acht deelen. Hij besluit daartoe als een
+Berlijnsch uitgever, die, zonder hem er in te kennen reeds drie edities
+van "Doctor Goethes Verzamelde Werken" heeft gebracht, zoo onbeschaamd
+is, hem een porceleinen servies te zenden als aandeel in de winst. Zoo
+is hij genoopt al wat achter hem ligt opnieuw te overzien, en nu wordt
+hem duidelijk dat het _geloof_ in de schoonheid van de classieke kunst,
+waarin hij is opgevoed, zich omgezet heeft in _besef_ van die
+schoonheid, en dat dit het eenige is, dat hem overeind houdt. Zijn
+ziekelijk verlangen naar 't land waar
+
+ "die Citronen blühn
+ Im dunkeln Laub die Gold-Orangen glühn"
+
+kan slechts door werkelijke aanschouwing geheeld. In zuiverder en
+poëtischer atmosfeer dan Weimars "ijzeren hemel" hem kan bieden, wil hij
+de innerlijke rust veroveren, die hem in staat zal stellen het
+ongrijpbare dat hem voor-zweeft vast te houden. Na veelvuldige wisseling
+van geestesavontuur zal hij als gerijpt man tot zijn eigendom maken: de
+leeringen die hem reeds hebben toegewenkt, toen hij als jong student
+stuurloos zocht.
+
+Nu de periode van zijn kamerpresidentschap ten einde spoedt, weet hij de
+zaken zoo te regelen dat ze voor- noch achteruit kunnen, al moest hij
+ook dadelijk sterven: Carl-August kan nu geen kwaad meer. Hij voorziet
+geweldige politieke beroeringen in de naaste toekomst en dit drijft hem
+tot haastig vertrek.
+
+En gelijk hij al meermalen heeft gedaan: Als het tegen zijn verjaardag
+loopt, neemt hij (zonder dit er bij te melden) afscheid van zijn
+vrienden, van Charlotte, "zijn lieve hart" en--verdwijnt den nacht voor
+Carl-Augusts verjaardag. Den hertog geeft hij in een briefje den raad,
+te doen alsof hij wel weet waar dr. Goethe steekt.
+
+Niet voor zichzelf is hij ditmaal gevlucht!
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald,
+loopen--van 3 September 1786 tot 23 April 1788.--]
+
+XVI
+
+ Hier muss man solid werden!
+
+
+Hij deed de postkoets bijna anderhalf etmaal onafgebroken doorrijden;
+vele merkwaardigheden die hij gaarne had bekeken snelde hij voorbij;
+want hoewel niemand zijn reisroute kende, vreesde hij met een
+bijgeloovige vrees, dat zijn vrienden hem zouden achterhalen en zijn
+plannen verijdelen. Maar te Triënt in Tyrool kwam koopman Phillip Möller
+(zoo noemde hij zich) tot kalmte. Schoon op Germaansch gebied, voelde
+hij dat het gewoel van kleurig gekleede, zongebrande, gracieus bewegende
+menschen onder den zuiver blauwen hemel een echte Italiaansche atmosfeer
+om hem heen weefde. En met afgrijzen dacht hij terug aan de plomp
+gevormde lieden daar onder de grimmige, bewolkte Noorderluchten achter
+hem, die hem het denken hadden vertroebeld. Met liefde nam hij een
+harpspeler en diens dochtertje een eindweegs mee in zijn koets. Hij
+haastte zich Italië binnen te trekken en--eenmaal te Verona--kwam hij
+waarlijk tot rust: Nu was hij gedwongen voortaan "de beminde taal" te
+spreken; hij trok Italiaansche plunje aan, mengde zich onder de
+marktbezoekers, gebruikte al wandelend zijn maaltijd, die uit druiven en
+vijgen bestond, koutte met de kinderen--als eertijds Werther--en
+verdiepte zich in het levendige gebarenspel van de ouders. Het deed hem
+goed, weer eens ongedwongen te babbelen met kleine luyden, die niet in
+hem zagen den geheimen raadsman des hertogs, die hem niet bewonderden,
+die hem niet bedienden--oftewel hulpeloos maakten. Dieper drong hij door
+in het land waar de citroenen bloeien: hier de nieuw-classieke
+bouwwerken van Palladio bestudeerend als moest hij architect worden,
+ginds met groote oogen de weeke omlijningen der bergen beschouwend;
+lettend op zeden en gewoonten, op plantengroei, landbouw, te veld
+staande oogsten, geologische gesteldheid; steenen bekloppend, mineralen
+toetsend; afkeurend wat in den eens zoo vereerden Gothischen (barbaren)
+stijl was opgetrokken; terloops aan de waaierpalmen te Padua (sindsdien
+Palmi di Goethe gedoopt) en aan leerachtige zeeplanten een bevestiging
+speurend van zijn pas verkregen botaniesch inzicht.
+
+Naar Venetië, de lagunenstad waar elk plekje grond ontworsteld was aan
+de zee, en welker bewoners toch kunstzin genoeg bezaten om hun huizen en
+kerken, paleizen, bruggen niet alleen sterk maar vooral statig-mooi te
+bouwen. Hier werden allerlei onverteerde woorden, hem uit beschrijvingen
+en uit de verhalen van zijn vader bijgebleven, hem tot phantastische
+werkelijkheid; hij zag de versierde schepen deinen op het blauwe water,
+hoorde de gondeldrijvers hun antieke rhapsodieën galmen, aanschouwde den
+grijzen Doge in hermelijn en goud met de Phrygische muts op, omstuwd
+door senatoren in violette of roode sleepgewaden. Voor het eerst in zijn
+leven stond hij aan een zee, maar hij vergat in zijn dichterlijken
+geestdrift niet, strandplanten en weekdiertjes te onderzoeken.
+
+Hij is zoo verzonken in het jeugdig losse, rustig vlugge Italiaansche
+leven, dat hij zich verjongd voelt, en met duidelijker uitgesproken
+bedoelingen verder reist.
+
+Nu richt hij zich over Florence naar Rome, "de hoofdstad der aarde".
+Reeds tweemaal is hij daarheen op weg geweest, en tweemaal heeft "een
+sterke magneet" hem onverhoeds naar 't Noorden getrokken. Hij vreest dat
+hij ook nu Rome niet zal bereiken, en in zijn bijgeloovig ongeduld
+besluit hij telkens zijn weg te bekorten, allerlei kunstschatten dan
+maar niet te zien. Ten leste gunt hij zich geen tijd meer om zich bij
+het slapengaan te ontkleeden: dan is hij eerder klaar met het bekijken
+van merkwaardigheden die hij zich niet màg laten ontgaan. Een voerman
+die hem--vroeger dan in zijn plan lag--naar Rome wil brengen lijkt hem
+door de Voorzienigheid gezonden: maar een ander, die nòg vroeger
+vertrekt, is van harte welkom.
+
+Eindelijk geschiedt dan het ongelooflijke. En Goethe, die anders niet
+schijnheilig genoeg is om te bidden, zendt een vurige dankbede ten
+hemel: van nu af heeft hij twee verjaardagen te vieren. Weken en weken
+lang ziet hij dagelijks nieuwe schoonheden--oude bekenden en toch nieuw.
+Huiverend van ontzag staat hij voor de overblijfselen van antieke
+bouw-en beeldwerken: het Pantheon, het Colosseum (nog niet gerestaureerd
+en hem meer door romantische bouwvalligheid dan door architectoniesch
+schoon bekorend), de waterleidingen, de Apollo van Belvedere, de
+reusachtige Jupiter- en Juno-bustes, de Minerva medica, en de Hercules
+Farnese. De halfbesluierde schilderingen van Rafael dunken hem minder
+diep; de sprekende fresco's van Michel Angelo in de Sixtijnsche kapel
+zijn de eenige kunstuitingen van later tijd die in zijn schatting niet
+al te zeer afsteken bij het antieke. De ouden, begrijpt hij, dachten
+niet aan artistiek effect: zij bouwden hun tempels, zij vormden hun
+beelden tot getrouwe manifestaties van oprechte grootheid en trotsch
+zelfbewustzijn; geen hunner die dacht aan een tegennatuurlijk
+opluisteren of bepleisteren van zijn gewrocht. En de Duitschers brengen
+machteloos hemelstormende kerken, gepleisterde paleizen, doodgeboren
+beelden voort, wijl het hun aan grootsch innerlijk leven ontbreekt!
+Slechts een krachtig volk kent groote kunstenaars.
+
+Gedurende de vier wonderwarme wintermaanden, die hij te Rome doorbrengt,
+heeft hij een eminenten leidsman in den historieschilder Tischbein, die
+de stad door lange studie in den geest van Winkelmann heeft leeren
+kennen. Nog enkele Duitsche kunstenaars--vrij middelmatig als
+uitvoerders maar sterk als bespiegelende theoretici--en ook de schoone,
+reine schilderes Angelica Kaufmann weten wie de zonderlinge koopman
+Möller (uit Leipzig!) is, en in twee documenten blijft aanschouwelijk
+vastgelegd hoe ze hem eerbiedigen. Het eene is een doek van Tischbein,
+voorstellende Goethe met grooten slappen reishoed en weeldig-peinzend
+gelaat, zich uitstrekkend te midden van oud-Romeinsche ruïnes: jammer
+genoeg heeft de ontwerper hem een langen witten mantel omgelegd,--die
+niet naar het leven is genomen doch naar een lap, om een hout model
+gedrapeerd. Het andere document is een marmeren portretbuste door
+Alexander Trippel, bijgenaamd "de Apollonische Goethe": een bekende
+buste van den Zanggod, doch met Goethes gelaat.
+
+Vele omstandigheden dragen er toe bij, dat onze reiziger zijn aandacht
+aan het openbare leven onttrekt en die geheel wijdt aan
+kunstbeschouwing: als protestant èn als denker heeft hij een afkeer van
+het Roomsche volksleven, dat zich in het onmenschelijke Carnaval-rumoer
+karakteristiek teekent. Hij toont zich teleurgesteld als hij ziet hoe
+Gods stedehouder op aarde "als een gewone paap" voor het altaar buigt en
+pruttelt; de staatsman in hem wordt gekwetst door het wanbeheer waaraan
+het kerkelijke land ten gronde gaat en door de dwaze hebzucht van Paus
+Pius VI, die gedoogt dat onmisbare kunststukken, die in Rome
+thuishooren, door goedbetalende buitenlanders worden weggesleept. Nu de
+historische ontwikkeling van de classieke kunst bestudeerend, vindt hij
+orde in de overstelpende verscheidenheid van merkwaardige voorwerpen,
+die hij dag-in-dag-uit aantreft, en oordeelt dat Oesers verdienstelijke
+leerling Winckelmann veel heeft gepraesteerd, maar (helaas op jeugdigen
+leeftijd vermoord) ook veel heeft nagelaten.
+
+Hij trekt nu naar Napels en beleeft daar ervaringen van geheel anderen
+aard. Zijn vader heeft hem herhaaldelijk een mooie gravure, waarop de
+Golf van Napels is te zien, in prijzende bewoordingen toegelicht, en zoo
+niet weinig bijgedragen tot het ontstaan van den "Sehnsucht" naar
+Italië, die hem lange jaren plaagde. Maar nu hij de cypressen en de
+blauwe baren en de witte huizenmassa's en de dampende Vesuvius mag
+aanschouwen van nabije, weet hij voor zijn geluk geen woorden.
+Vergeleken bij de lachende, schitterende tuinstad, lijkt Rome hem een
+klooster. Zijn aandacht vestigt zich nu meer op de zinnenwereld. Hij zet
+zijn natuurstudie gretig voort, werpt zijn incognito af en--leeft, in
+opgewekten omgang met vroolijke, schitterende, wereldsche, ten deele
+allerzonderlingste "genieën". Hij tracht de lichtzinnige Napolitaansche
+luiheid te verklaren en aan te leeren. Hij voelt zich zoo blij, dat hij
+tot zichzelf zegt: Of je was tot nog toe stapel, òf je bent het nu!
+
+Een zeereis van vier dagen--de eerste in zijn leven--brengt hem naar de
+lichte reede van Palermo op Sicilië, naar het eiland waar Homeros'
+sproken handelen. Hij is een oogenblik van plan de Nausikaa-sage
+dramatiesch te bewerken, maar hij laat het plan weldra varen. Van
+historie wil hij niet meer weten, uit vrees, het welbehagen waarmede de
+rijke plantengroei van Sicilië hem vervult te breken. Hij zoekt ijverig
+naar zijn "oerplant", maar hij kan ze (al worden zijn theorieën door de
+werkelijkheid sterk bevestigd) niet vinden; wat begrijpelijk is, daar
+zijn oerplant slechts een _idée_ vertegenwoordigt.
+
+Midden in den zomer keert hij over Napels naar Rome terug en--schoon
+voornemens spoedig van zijn vrienden daar te scheiden--blijft hij er nog
+bijna een jaar. Carl-August (met wien hij, nadat het doel van zijn reis
+is bereikt, weer in correspondentie is getreden) heeft niet alleen zijn
+vacantie verlengd, maar hem ook uit zijn ambtsplichten ontslagen, voor
+zoover hij hem niet uit eigen beweging in de toekomst ter zijde wil
+staan. Nu is zijn ziel gerust, zijn lichaam gezond, zijn geest
+vindingrijk, en hij bezwijkt voor de verleiding, een onbekrompen
+kunstenaarsleven te gaan leven, waarin al zijn gaven tellen mee. Hij
+voltooit zijn Egmont, bouwt voort aan Faust, Iphigenie, Tasso. Zijn oude
+neiging tot schilderen komt weer op; zijn vrienden geven hem les in
+kleurenleer, in 't teekenen van landschap, mensch, figuur; hij werkt
+vlijtig en wilskrachtig, en wint nu definitief de overtuiging, dat hij
+"slechts" dichter is. Dit stelt hem te leur, maar het bevrijdt hem
+tevens van den lastigen plicht, zijn klein teekentalent te ontwikkelen.
+Intusschen is zijn vermogen: als schilder de dingen te zien en te
+combineeren, nog toegenomen, en daarmede zijn ontzag voor de
+overblijfselen van antieke kunst, die hij leert beschouwen als
+crystallisaties van grootsche droomen, als--natuurverschijnselen. Bij
+het vele dat zijn geest doorleeft voegt zich nu ook de muziek: de
+componist Kayser, die zijn zangspelen _Claudine_ en _Erwin und Elmire_
+toonzet, brengt hem proeven van al wat de menschheid op dit gebied heeft
+voortgebracht ten gehoore. Hij is nu zoo onbevooroordeeld en naïef
+Italiaan geworden, dat hij kerkelijke plechtigheden niet alleen niet
+meer mijdt, maar ze ook leert waardeeren. Zelfs zijn behoefte aan
+vrouwliefde--die hij ook na een breuk met Charlotte von Stein (waarover
+nader) norsch heeft onderdrukt--gaat zich roeren. Bij het
+landschapschilderen ontmoet hij een mooie geestige Milaneesche met
+blauwe oogen, die hem bemint, echter reeds verloofd is, zoodat hij
+afstand van haar doet en daarbij blijft als zij vrij raakt. Maar nu zijn
+hart eenmaal warm is en hij--het Italiaansche schoon genietend--reeds
+lang naar zuidelijke maatstaf heeft leeren meten, geeft hij zich eenigen
+tijd over aan een los en luchtig liefdeleven; iets dat velen in hem
+veroordeelen, vergetend wat hij in dien tijd is, wat hij jaren en jaren
+geweest is, wat hij--mede door deze vrijgevige uitviering van al zijn
+talenten en verlangens--zal worden.
+
+Tegen Pinksteren moet hij afscheid nemen van zijn vereerders, die hem
+zoo beminnen dat zij zich moede schreien,--hoewel slechts Angelica
+Kaufmann zijn Iphigenie bij voorlezing begrijpt (maar dan ook, zooals
+geen vrouw na haar ze heeft begrepen). Nog eens zwerft hij langs de oude
+ruïnes.... Helder maanlicht doet zoowel détails als slagschaduwen scherp
+uitkomen. Nu hij zich van dit alles losrukt voelt hij een kiem van
+waanzin in zijn ziel, en begrijpt, dat hij goed zal doen daar niet over
+te peinzen....
+
+
+
+
+XVII
+
+ Gij hebt mij weder tot dichter gemaakt!
+ GOETHE aan SCHILLER.
+
+ STELLIGE WINST
+
+
+Zijn waarneembaar terugkeerende gezondheid, zijn ongedwongen
+kennismaking met een bende zorgelooze, gezellige, levenslustige
+menschen, die van weinig rondkomen en een waar genot vinden in droomen,
+kijken en ademhalen; zijn onafhankelijke positie--het ministerstractement
+gaat door en hij heeft het honorarium voor de nieuwe uitgaaf van zijn
+werken bij voorbaat ontvangen;--zijn vrijheid van beweging in
+veelkleurig en belangwekkend natuurschoon en tallooze kunstwerken, die
+alle het stempel toonen van grootsche beslistheid--dit bijeengevoegd
+brengt hem in den zielstoestand, waarbij de mensen slechts met eigen
+Ik heeft af te rekenen, daar geen maatschappelijke of stoffelijke zaken
+hem ergeren, of de expansie zijns geestes in den weg staan.
+
+Hij krijgt geen eigenlijk nieuwe ideeën, maar zijn eens kwijnende en
+schrikachtige gedachten worden nu "zoo stellig, zoo levend, zoo
+samenhangend, dat zij kunnen doorgaan voor nieuwe". Hij heeft erlangd de
+helderziendheid, die hij zich eens beloofde: hij wil voortaan slechts
+met dingen van blijvenden aard zich bezig houden, teneinde voor zijn
+Geest de eeuwigheid te verwerven.
+
+De marteling die Charlotte von Stein hem (met zijn toestemming en
+medewerking) gedurende een tiental jaren heeft opgelegd, heeft hem wel
+geleerd, in alle levensverschijnselen vooral het geestelijke en
+innerlijke te zoeken en te genieten; doch deze leering heeft hem
+overspannen en vernederd. Immers een ruwe scheiding tusschen de drangen
+zijns lichaams en de aspiraties zijns geestes was hem bevolen:
+"harmonie" tusschen het zedelijke en het zinnelijke liet zich alleen
+door vervloeking en verdrukking van een dezer fundamenteele
+levensuitingen bewerkstelligen. Aan dezen verwarrenden strijd komt voor
+hem onder den zeer klaren Italiaanschen hemel een eind; de luchtige
+liefde die hij te Rome geniet is een evenwicht herstellende revanche
+voor de leerrijke doch op den duur ongepaste slavernij te Weimar. En,
+eenmaal aan de verwarrende coquetterie van Charlotte ontkomen, overwint
+hij den twijfel, die hem de voltooiing van allerlei werkstukken heeft
+belet. Eindelijk weet hij dan onder woorden te brengen: wat een oprecht
+en eeuwig kunstwerk onderscheidt van de kunstvaardige doch oppervlakkige
+nabootsing van de natuur; schoone natuur of leelijke natuur.
+
+--Een beeld, een schilderij, een drama heeft STIJL (dus spreekt hij het
+uit) wanneer het is beslist gesteld en strak omlijnd en in zijn kleinste
+détails aan inhoud rijk; wanneer het in "edelen eenvoud en stille
+grootschheid" weergeeft de typische gestalte, die het _wezen der dingen_
+aanneemt en _noodzakelijk_ moet aannemen; zoodat zulke zinnelijke
+belichaming van het ware, hoe tastbaar en waarneembaar ook, den
+beschouwer een afspiegeling dunkt van het _oerverschijnsel_, dat
+rechtstreeks stamt uit Gods werkplaats en een voor-besef inboezemt van
+al wat geweest is en komen kan; van het Eene, dat veelvuldig zich
+openbaart, en dat den mensch onbekend zou blijven indien het niet
+_verscheen_.
+
+Hiermede is verklaard dat Goethe zijn bewondering voor de overblijfselen
+van antieke kunst zegt door ze _natuurverschijnselen_ te heeten;
+menschenwerk, ja, doch even onberispelijk en geweldig als het van God
+rechtstreeks geschapene; en toch niet een nabootsing van de natuur,
+maar: waardige uitlegging van de natuur.
+
+Onder den indruk van de antieke en de betere Renaissance-bouwkunst
+(vooral het werk van Palladio) maakt hij van zijn bewondering voor de
+Gothiek--die in den loop der jaren snel is verflauwd--definitief zich
+los. Met grimmigen spot hekelt hij de pijpsteel-architectuur, die
+grootsch met groot verwart, en het grootsche zoekt te bereiken door
+domme opeenstapeling en herhaling van hetzelfde motief; die God tracht
+aan te raken door met spitse torens den hemel gewelddadig te bestormen;
+die met haar pilaren van opeengeplaatste heiligen juist den onzin waard
+is, die er in wordt geleeraard.
+
+In den tijd dat hij zich meer dan ooit dichter en profeet voelt zingt
+hij geen geestdriftige zangen, schrijft hij tamelijk koele brieven, legt
+zich toe op de studie van gesteenten, infusoriën en lagere planten. Dit
+is geen liefhebberij van hem, zooals zijn vrienden wanen; geen poging om
+motieven te ontwerpen voor mooie arabesken en vlakversieringen, zooals
+zijn leermeester Tischbein verwacht; en het is geen "kunst van het
+genieten", die (gelijk een groot Goethe-kenner beredeneert) hem er op
+Sicilië toe brengt voor de historische uiteenzettingen van zijn geleider
+het oor te sluiten en alleen te letten op landbouw en plantenweelde. Hij
+zoekt als natuurvorscher bevestiging van zijn hypothese: dat de
+veelsoortige vormen en gestalten in het mineralen-, het planten-, het
+dierenrijk zijn terug te brengen tot enkele _oer_-verschijnselen,
+waaruit zij zich zonder schokken en volgens de wetten die den
+wereldgeest inhaerent zijn, hebben ontwikkeld. Als dichter, als
+natuurvorscher, als kunstrechter zoekt hij door idee-belichaming, door
+onderzoek, door overpeinzing het wezen der dingen te naderen.
+
+Zijn pogen om alle dingen, menschelijke en ook natuurlijke, als een
+openbaring van het goddelijke te beschouwen, neemt een aanvang in zijn
+studententijd, voordat hij Spinoza kent; het is in zijn werk _d.i._ de
+uiting van het onbewuste binnen hem, na te wijzen. Doch pas in Italië
+heeft hij met zijn denken dit onbewuste doorgrond; begrijpt hij dat hij
+met dit onbewuste wortelt in den goddelijken wereldgeest, en daardoor
+dingen kan _bevroeden_, die hij nooit heeft waargenomen of ondervonden.
+
+Hiermede is zijn dichterlijke intuïtie voor zijn denken gerechtvaardigd,
+gaan deze twee hoofdrichtingen zijns geestes voortaan in harmonie. Van
+den twijfel of hij naar de natuur moet werken of moet uitspreken zijn
+idealen, van dien twijfel is hij genezen. Hij weet, dat hij in zijn werk
+niet, naar den gewonen zin des woords, natuurlijk behoeft te zijn. Hij
+moet menschen en toestanden na-scheppen zoo, dat hun daden overtuigend
+en beslist zijn als de werkelijkheid; maar ook wijzen op het gemoed, dat
+ze schiep en dat deel heeft aan het goddelijke, oneindige. In dezen
+geest zal hij, steeds meer doelbewust, zijn vroeger ontworpen en ten
+deele uitgewerkte drama's gaan zuiveren en voltooien.
+
+Als hij--kort nadien--de hier geopperde stijl-formule aan Schiller
+zendt, voegt hij er aan toe, dat hij, ze herlezend, het gevoel krijgt
+dat hij met een kinderschopje de zee wil leeghappen. Natuurlijk! Want
+deze formule is een gewaagde poging om zijn onbewust werkend
+scheppingsvermogen--dat alle formules naar den duivel wenscht--met zijn
+redeneerend verstand te benaderen. Hij gaat deze formule niet
+"toepassen", maar ze hergeeft hem het vertrouwen in zijn, nu gelouterde,
+intuïtie. De lezer zij er derhalve op bedacht, dat ook in de hier
+volgende drama's elementen leven die met dit kunstbegrip spotten.
+
+
+
+
+[Illustratie: Het treurspel Egmont, in 1775 te Frankfort
+ontworpen, werd in 1787 te Rome afgesloten.]
+
+XVIII
+
+ EGMONT
+
+
+Dit treurspel werd ontvangen in de Sturm-und-Drangperiode. De auteur van
+den Götz had toen alleen het plan, de geschiedenis van een vrijheidsheld
+te dramatiseeren. In de meening dat het verleden van Duitschland uiterst
+arm was aan helden, wier karakter hij zijnen tijdgenooten ten voorbeeld
+mocht stellen, was hij in de Nederlandsche historie gaan zoeken en had
+daar eigenlijk--niet gevonden.
+
+Immers, bleef hij, zijn eerste drama samenstellend, aan de
+geschiedkundige gegevens nagenoeg getrouw, hier bleken belangrijke
+afwijkingen hem geboden. Goethes Egmont heeft één karaktertrek slechts
+gemeen (maar hij bezit hem in veel hooger mate!) met de ietwat
+dubbelzinnige figuur, die in onzen grooten bevrijdingskamp een
+ongezocht-pijnlijke doch uit chauvinistiesch oogpunt zeer dankbare
+decoratieve rol speelde; een karaktertrek welke pas sympathie verdient,
+als hij niet samenhangt met de neiging om van twee wallen te eten,
+doch--gelijk in het treurspel--op zich zelf staat. Bedoeld is het ziende
+blind zijn voor een groot en nabij gevaar, het onvoorwaardelijk toegeven
+aan den lust tot (hier onschuldige) genieting, ook al leidt deze
+genieting rechtstreeks en manifest naar ondergang; de karaktertrek,
+kortom, die den Held van dienst is als hij roekelooze ondernemingen
+waagt en die "het demonische", naar Goethe het meermalen noemde, vat
+geeft op den mensch.
+
+Ouder gewoonte heeft Goethe hier weer een uiterlijk bewegingsmotief van
+een karakter opgelost in en vervangen door een ondeelbaren grondtrek van
+een schooner karakter: De historische Egmont valt in Alva's handen,
+doordat hij--te zeer gehecht zijnde aan zijn vrouw en zijn elf
+kinderen--niet durft vluchten; Goethes Egmont daarentegen tengevolge van
+de hem aangeboren glimlachende besluiteloosheid, van zijn onverzettelijk
+goed-geloof, door een soort van levenslust, die hem doet wanen dat niets
+in staat is hém te treffen. Niet Alva's verraad brengt zijn ondergang,
+maar zijn innerlijke tegenstrijdigheid die dit verraad mogelijk maakt.
+Terwijl hij zich gereed stelt om te vechten voor de vrijheid van een
+volk, blijkt (en ziedaar het door Goethe niet uitgewerkte tragische
+element) dat zulke vrijheid, als met geweld van wapenen zich laat
+veroveren, hém zeker niet zou baten, daar hij immers de vrije
+beschikking over zijn groote natuurlijke gaven mist.
+
+Goethe voelde destijds zich in de sfeer van het demonische gerukt.
+Hoewel bij ondervinding wetend dat zijn liefde noch hem noch de
+uitverkorene gelukkig kon maken, had hij zich gebonden aan Lili. Hoewel
+begrijpend dat haar gemoed en haar omgeving hem nooit zouden bevredigen,
+had hij haar gezocht, nadat hij haar was ontvlucht, bleef hij aan haar
+gehecht nadat de verloving was verbroken. Geen redeneering, geen
+vriendenraad, geen vast besluit, slechts de conceptie van een
+waarschuwend beeld kon hem bevrijden: Egmont! En de historische stof
+moest zich aanpassen aan zijn sentimenteele behoeften van dat oogenblik.
+Terwijl de hertogelijke kamerheer (die hem als het ware naar een nieuw
+leven zou voeren) zich liet wachten, behield hij zijn bezinning door
+koortsig werken aan dit beeld. Te Weimar stokte de uitvoering, daar de
+conceptie haar heil volbracht had; slechts de bekoorlijke scènes werden
+te boek gesteld. In Italië voltooide Goethe het werk--denkelijk meer om
+zijn auteursplichten te vervullen (de complete en geautoriseerde uitgaaf
+van zijn "Schriften" zou alles bevatten wat hij in zijn
+voor-classicistische periode had ontworpen) en om het genot, weer-jong
+wordend, te blijven in den toon van het begin, dan om de pas-opgevatte
+kunst-principes te openbaren.
+
+Zoo zijn in dit stuk het wapengekletter en het cinematographische
+gewirwar en het Shakespeare-pathos van Sturm-und-Drang; de losheid, de
+diplomatie, het ambtelijk pedantisme, de zwartgalligheid en de
+vluchtig-schoone gezichtseinders van de ministerjaren; en de bezonnen
+levenskijk, het streven naar symmetrische rust, naar inhoudzware
+kortheid van Goethes Italiaansche periode aan te toonen. En al deze
+momenten strijden om de heerschappij over den Egmont.
+
+Een rad met zoo veel assen kan slechts stilstaan of uiteenspatten. De
+thema's, in een stuk dat als harmonie bedoeld is, die elkaar niet
+steunen, die, na gestreden strijd, niet opgaan in een rustig Geheel,
+doen elkaar te niet. Een straatgevecht kan, als het op zich zelf geen
+functie heeft, wel voeren naar een hartroerende sterf-scène of naar een
+luidruchtig triomf-festijn, doch niet naar de plechtig stille
+binnenkamer, waar twee bevriende groote mannen (Willem de Zwijger en
+Egmont) in precieus gekozen bewoordingen, met het doffe rhytme van
+onderdrukten hartstocht, uitspreken de diepste levensbeginselen, die hen
+voor eeuwig scheiden. En zoo is dit treurspel een los samenhangende
+mengeling van prachtige brokken, welker plaatsing in het geheel wel door
+afzonderlijke redeneering te verdedigen valt, maar die niet
+_onmiddellijk_, d. i. voor het oog van den toeschouwer, samenvloeien.
+Echter een doelmatig gevonden muziek, die de ruimten tusschen de
+verschillende sferen waarin de Egmont zich beweegt overbrugt, en zoo den
+overgang van het een in het ander voor de ziel des toeschouwers
+geleidelijk maakt, doet het als gehéel tot zijn recht komen. Als
+zoodanig is Beethovens compositie van Egmont bedoeld. Doch ook de
+schouwburgbezoeker die voor muziek even gevoelig is als voor dramatische
+effecten, en die dus in staat zou zijn dit nieuwe geheel onverdeeld te
+genieten, moet dit genot derven, daar Schiller, het stuk voor het
+nationale tooneel te Weimar bewerkend, (en deze bewerking wordt
+doorgaans opgevoerd) er sommige passages en personen uit heeft
+geschrapt, waardoor muziek en dramatiek elkander niet geheel meer
+dekken.
+
+--Het grondgegeven van dit treurspel: de luchthartige, zwierige,
+dappere, vertrouwende Egmont, door het volk bemind maar niet begrepen,
+die ondanks vele gemotiveerde waarschuwingen op Alva's komst blijft
+wachten en door beulshanden sterft; hadde zich beter geleend tot een
+tragedie dan de Götz-cronyk. Götz is een eerlijke vechtersbaas, die wel
+weet dat de wereld het land aan hem heeft, doch met zijn achterwerk naar
+de wereld gekeerd op de vensterbank plaats neemt, daar door een uiterst
+onwelvoeglijke verrichting doet blijken wat hij van de wereld denkt, en
+het voor 't overige laat aankomen op zijn beproefd zwaard. Het tragische
+is, dat de domme, zenuwachtige Keizer Maximiliaan hem dit zwaard uit
+handen slaat, liever dan te buigen voor zijn ziele-adel. Doch dit is,
+welbeschouwd, niet te verwonderen: in dergelijken vorm ontmoet men het
+tragische bijna dagelijks. Egmont echter begrijpt de wereld niet,
+terwijl de wereld hem over 't geheel niet kwaad is gezind: landvoogdes
+Margareta en ook Alva's zoon, die zijn vijanden moesten zijn, vinden hem
+een sympathieken vent en willen hem graag helpen. Maar de menschen,
+vrienden en vijanden, die hem liefhebben en willen redden, hebben iets
+spokigs voor hem: hij kan niet gelooven dat hij ze hoognoodig heeft. De
+hem omringende wereld (zou Goethe later in een ander verband zeggen)
+blijkt telkens in tegenspraak met zijn persoonlijkheid, met het ìn hem
+levend ideaal van de dingen, omdat het idee dat hij van God heeft,
+datgene wat hij van God vermag te begrijpen nog zoo verre van God
+verwijderd blijft. En de macht die hém neervelt, het onbegrepene in den
+mensch, dunkt hem een afschuwelijke macht der duisternis, half
+sluipmoordenaar, half straffende voorzienigheid. Vandaar dat Egmonts
+ondergang binnen ons meer gedachten in beweging brengt en dus
+aangrijpender is dan de ondergang van Götz, al is de laatste uitvoeriger
+verbeeld.
+
+Gedurende de jaren dat Goethe van 't geloof aan het demonische was
+vervuld, had hij die macht der duisternis in al haar verschrikkende
+onafwendbaarheid, "die door geen verstand of rede is op te lossen",
+voelbaar kunnen maken. Toen meende hij wel eens dat het dramatische is:
+de laatste oorzaak en het laatste doel van al het aardsch gebeuren. Doch
+de man, wiens Iphigenie het "Elke menschelijke tekortkoming wordt door
+reine menschelijkheid uitgeboet" reeds had verkondigd, wist aan Egmonts
+ondergang de wrange vreugd des dichters niet meer te beleven. Hij kon in
+dien ondergang niet meer berusten. Evenals zijn moeder ontweek hij het
+tragische, maar wat zijn moeder wenschte: de oplossing--dat had hij
+gevonden. Deze oplossing ontstond (zooals de lezer in Iphigenie zal
+bespeuren) niet door een verandering van de omstandigheden, maar door
+een vertroostenden en reinen kijk op de omstandigheden, _m.a.w. in de
+wijze waarop hij voortaan verwikkelingen zou begrijpen en dus
+weergeven_.
+
+Doch de romp van den Egmont was in een vroeger gemoedsstadium ontworpen,
+de verwikkeling was er dus nog op de oude wijze gesteld. Toen hij er nu
+de nieuw-gevonden ontknooping aan wilde sluiten, merkte hij dat
+verwikkeling en oplossing niet pasten op elkaar. Echter, hij wilde in
+ieder geval een vertroostende ontknooping, en zoo moest hij wel zijn
+toevlucht nemen tot die "salto mortale in de opera-wereld" (zooals
+Schiller het wel scherp, maar nauwelijks correct heeft genoemd) tot de
+apotheose, waarin Clare, Egmonts lieveken dat zich pas om 't leven heeft
+gebracht, dezen in den kerker verschijnt, en, terwijl het schavot wordt
+getimmerd, haren held een lauwerkrans reikt. Egmont, gehallucineerd,
+verkondigt in rhytmiesch proza hoe vruchtbaar zijn vreugdig sterven in
+de zielen van de nakomelingen zal werken; nadat hij--o wraak van den
+rijpen Goethe op den aarzelenden Wolfgang--den schijn heeft gewekt dat
+hij sterft als martelaar, omringd door de dreigende speerpunten, welke
+de Goethe die het stuk _ontwierp_ in het stuk zelf heeft vergeten.
+Zoodoende den ondergang van één menschenleven opheffend in de sfeer van
+de gerechtigheid der historie, maakt Goethe dien ondergang dragelijker
+voor--den toeschouwer. Of hij er zelf vrede mee heeft gehad mogen wij
+betwijfelen.
+
+Hoewel dus in den Egmont nog minder dan in Götz de dramatische (_d. i._
+zichtbare zoowel als voelbare) eenheid van handeling is bereikt, hoewel
+de geschiedkundige achtergrond er zoodanig naar voren treedt dat
+Margareta, Machiavell, Oranje, een aantal Brusselaars aanvankelijk
+handelende personages schijnen, en door hun plotseling wegblijven den
+toeschouwer de verwarrende ontdekking brengen dat hij zijn aandacht had
+misplaatst; is dit treurspel bij 't publiek zeer geliefd. Het publiek is
+altijd te vinden voor drama's die vele beminnelijke menschen op de
+planken jagen. Het publiek begrijpt geenszins, hoe slecht het er zelf af
+komt in dit treurspel. De volksgezinde titelheld, de voorzichtige, wijze
+en (wat voor het publiek wel aangenaam is) ietwat woordrijke Willem de
+Zwijger; het naïef vurige Clärchen (dat aan Friederike herinnert); haar
+geduldige aanbidder Brackenberg; ze zijn zoo levend en toch zoo ideaal,
+dat ze zelfs den scherpen criticus in verrukking brengen.
+
+
+
+
+[Illustratie: Het schouwspel Iphigenie in Tauris ontstond in
+1779--en kreeg in 1786 zijn definitieven vorm--]
+
+XIX
+
+ IPHIGENIE IN TAURIS
+
+
+Met dit werkstuk zijn vervuld de aspiraties die wij bij het kind
+Wolfgang reeds zagen kiemen, die wij bij den jongeling en den man nu
+eens zagen onderduiken, dan weer zich ontplooien. Iphigenie is "de
+schemering die waar en onwaar verbindt", die den toeschouwer laat zien
+wat hij nooit gezien, hooren wat hij nooit gehoord heeft; het drama
+waarin toevallige motieven, onafhankelijk van het grondgegeven,
+overbodig zijn. Het moest dus worden het drama zonder uiterlijke
+handeling, dat wij in het oriëntatie-hoofdstuk in verband met Goethes
+aanleg reeds tegemoet zagen; het drama dat men kan genieten met gesloten
+oogen, zooals men goede muziek geniet, die louter zielsbewegen is.
+
+Het verwondere niemand, dat de beoordeelaars van de Iphigenie al heel
+wat "esthetiesch" misverstand hebben verkondigd; immers, hier is Goethe
+op zijn grootst.
+
+Men meent den Iphigenie-dichter geen schooner eer te kunnen bewijzen dan
+hem toe te kennen den titel "classicist", daarmede in zooveel woorden
+bedoelend, dat hij door langzame en geleidelijke ontwikkeling van het
+dramatiesch gebeuren, door zijn eenvoudige tooneel-oeconomie, door de
+scherpe omlijning van zijn figuren en hun bedoelingen, door zijn
+verheven doch eenvoudige taal, alsook door zijn echt-Helleensch
+onderwerp, de Grieksche tragedisten "uitnemend" heeft nagebootst. Alsof
+het voor den eersten Duitscher een eer zou kunnen zijn, een "uitnemend"
+Griek te heeten.--Andere beoordeelaars gaan niet zoo ver, maar meenen
+toch--zich daarbij beroepend op Goethes uitspraak: "Ieder zij een Griek
+op zijn wijze, maar hij zij het!"--dat hij van de Grieksche inkleeding
+zooveel heeft overgenomen als met zijn Duitschen smaak en met de eischen
+van zijn taal, "de onverwinnelijke taal" (zooals hij ze in de
+Venetiaansche hekeldichten noemt), was te rijmen. En daartegenover staat
+dan het oordeel van Schiller (gedeeltelijk als een _ver_oordeeling
+bedoeld), dat dit drama is "verwonderlijk on-Grieksch", wijl het is
+een-en-al Ziel.
+
+Uit de in voorafgaande bladzijden gegeven schets van Goethes
+geestes-evolutie tot aan zijn vertrek naar Italië, volgt een
+ontstaansgeschiedenis van Goethes classicistiesch kunst-inzicht, die met
+boven-aangehaalde uitspraken niet in overeenstemming is te brengen.
+Goethe ging niet naar Italië om daar aan de overblijfselen van antieke
+beeldwerken (let wel: de beeldwerken, niet de drama's boezemden hem
+belangstelling in!) te leeren wat echte kunst is; maar hij voelde zich
+naar Italië getrokken, vermoedend dat daar te aanschouwen waren de
+kunst-gestalten, die het algemeen-menschelijke met het individueele
+vereenigden, aardsch en hemelsch tegelijk, zooals hij ze in zich voelde
+rijzen, nadat hij de ijdelheid van vele aardsche aankleefselen en de
+schadelijkheid van vele aardsche hartstochten uit eigen ondervinding had
+leeren kennen. Hij droeg de schepping-mogelijkheid reeds mét zich, en
+meende door voortdurende veredelende beschouwing van de classieke
+beelden die mogelijkheid sneller tot werkelijkheid te zien
+crystalliseeren.
+
+Dàt hij deze scheppingsmogelijkheid reeds in zich droeg bewijst de reeds
+vroeger aangeroerde comedie Die Geschwister, welke niet alleen naar den
+inhoud als een burgerlijke voorloopster van de Iphigenie is te
+beschouwen, maar vooral ook naar de daarin gevolgde methode van
+stof-opvatting. De handeling speelt er ten huize van den braven koopman
+Fabrice, maar de gevoelige toeschouwer krijgt den indruk, dat zoowel het
+milieu als de achttiend'eeuwsche costuums, waarin de figuren zich
+bewegen, hen hinderen in hun doen en laten, hun lieve en gevoelige
+gezegdes te naïef doen schijnen, en op een gegeven oogenblik àf zullen
+vallen, opdat deze menschen zich kunnen toonen gelijk ze van God zijn
+geschapen: niet als koopman, niet als huishoudster, maar als ontijdige
+en beminnelijke menschen, zooals ze nergens en toch in alle standen,
+alle professies, alle eeuwen worden aangetroffen. Doch de overbodige
+inkleeding valt niet weg, en daardoor wordt de ontwikkeling van de
+karakters in deze comedie gedrukt, zonder dat de realiteit van de
+personen er bij wint: zij passen niet in de lijst van de gewone,
+burgerlijke samenleving. Dit is een fout. En--mogen wij in Goethes
+natuur-historische hypothese betrouwen, die toepassen op het terrein van
+den geest--dan is deze vergroeiing ons meer waard dan een gewone
+àfwijking van 's dichters talent: ze verschaffe ons licht in een later
+stadium van zijn evolutie.
+
+Nu dan, de figuren in het schouwspel "Iphigenie" zijn menschen in de
+losse gewaden, die hun vormen schoon verhullen en edel laten vermoeden,
+die hun bewegingen vloeiend en toch strak doen zijn; en deze menschen,
+deze _wezenlijke_ menschen, blijven aardsch genoeg om "natuurlijk" te
+denken, maar zijn ook ideaal genoeg om een afspiegeling te mogen heeten
+van het noodzakelijke, goddelijke, oer-menschelijke, waarnaar men zich
+alle menschen geschapen acht, volgens eeuwige, onveranderlijke wetten.
+En niet in een knus kantoor gevoelen zij en hopen zij, maar in een
+heilig woud, waar de kolommen van den Artemistempel door het geboomte
+schemeren, en het ruischen van de onafzienbare zee den mensch noodt, in
+overpeinzing met zich zelf alleen te zijn, rechtstreeks onder het
+hemelgewelf. Deze classieke menschen heeft Goethe reeds in Die
+Geschwister gezocht!
+
+Goethe kende het Grieksche drama wel, toen hij naar Italië ging; ware
+het hem daar om te doen, dan hadd' zijn eigen boekerij, hadd' de armste
+Duitsche bibliotheek hem reeds leering genoeg geboden. Maar de
+beeldkunst, niet de dramatische, was de zuiverste uitdrukking van de
+classieke rustige grootschheid. Fijnere dramakunst kon in de oudheid
+niet ontbloeien (gesteld eens dat men ze hadd' verlangd), wijl de
+toenmalige openbare schouwspelen (gegeven voor duizenden, op
+marktpleinen, door acteurs op hooge schoenen en met maskers voor, waarin
+spreektrompetten) op grove, massale uitwerking waren berekend, langzaam
+waren van ontwikkeling en rijk aan behendige herhalingen, omdat bijna
+geen enkel toeschouwer naar huis ging zonder vele gedeelten te hebben
+gemist. Maar vooral ook, wijl zij--in overeenstemming met het toenmalig
+psychologiesch inzicht--gaven _passies_ als zoodanig. Daarom kon Goethe
+ze niet navolgen: voor hem zijn de menschelijke aandriften onderworpen
+aan zedelijk oordeel en aan zedelijke tucht; voor hem loopt de mensch
+niet blind en willoos tegen de Goden te pletter; zijn eigen ziel is het
+raadsel, welks oplossing hem uit den greep van het Noodlot bevrijdt.
+Vandaar dat Schiller dit "uitnemende" Grieksche drama "verwonderlijk
+on-Grieksch" noemde; zooals Lessing reeds den Werther in zekeren zin had
+veroordeeld met de beweringen, dat geen jongeling uit de classieke
+oudheid op deze wijze aan zijn eind zou zijn gekomen, en dat Werthers
+weekheid het resultaat was van achttien eeuwen Christendom en
+zelfontleding.
+
+Wil men zich het resultaat van achttien eeuwen Christelijke
+zelfbeschouwing nader voor oogen stellen, dan make men een vergelijking
+tusschen de tragedie van Euripides (waarmede Goethes schouwspel enkele
+uiterlijke trekken gemeen heeft) en onze Iphigenie. Het diepe
+karakter-verschil tusschen antiek en Goethiaansch zal dan tevens aan het
+licht komen:
+
+Ziehier de hoofdlijnen van Euripides' tragedie.
+
+Iphigenie moet te Aulis geofferd worden door haar vader, den
+heldenmoedigen koning Agamemnon. Godin Diana ontvoert haar in een wolk
+en zet een hinde in haar plaats; de geredde wordt priesteres van Diana
+te Tauris. Zij is verplicht--geholpen door andere gevangen Grieksche
+vrouwen--iederen vreemdeling, speciaal iederen Griek, die op de
+Scythische kust landt, bloedig te offeren. Zij vervult die taak met
+afgrijzen, maar als in een droom, en daar men haar den dood van haar
+eenigen broer Orest meldt, besluit ze, geen genade meer te kennen. Orest
+en zijn vriend Pylades, daartoe genoopt door een uitspraak van het
+orakel, begeven zich naar Tauris om het beeld van Diana[A] te
+ontvoeren. Slagen zij daarin, dan zal Orest verlost worden van de
+furiën, die hem vervolgen, sinds hij zijn moeder vermoordde, om den dood
+van zijn vader te wreken. De vrienden worden gevangen genomen en moeten
+nu door Iphigenie ter eere van Diana geslacht en geofferd ...
+
+[A] De heer P. C. Boutens, uit wiens voortreffelijke Iphigenie-vertaling
+wij hier en daar citeeren (Zie Wereld-Bibliotheek nr 06), heeft o. i.
+zeer terecht geoordeeld, dat in een Nederlandschen tekst
+zuiver-Grieksche namen beter passen. Zoo heeft hij Diana vervangen door
+Artemis, Orest door Orestes, Iphigenie door Iphigeneia, etc. Wij houden
+ons liever aan de benamingen die Goethe heeft gebruikt; wij doen dit ten
+gerieve van hen die den Duitschen tekst wenschen na te slaan.
+
+Dit is het tragische moment in de Grieksche tragedie: zal de zuster (in
+haar onwetendheid) haar broer slachten? vraagt de toeschouwer zich af.
+En een befaamd Engelsch criticus kan Goethe niet vergeven, dat hij dit
+verschrikkelijke moment niet voldoende heeft benut, daarbij vergetend
+dat voor Goethe (gelijk de lezer zal ontwaren) het zwaartepunt elders
+ligt. Nu wordt deze knoop door Euripides als volgt opgelost(!): ....
+_Door een toeval_ echter herkent Orest zijn zuster en zij (Iphigenie!)
+verzint met echt-vrouwelijke geslepenheid (voor den Griek bereikt haar
+vrouw-zijn een toppunt in hare geslepenheid!) een truc, om het
+Diana-beeld te ontvreemden. De Scythen achterhalen de diefachtige
+priesteres en haar genooten, en willen nu wraak nemen. Maar daar
+verschijnt godin Minerva, die koning Thoas tot kalmte brengt door de
+verzekering dat de drie Grieken den wil der Goden uitvoeren. Deze zijn
+nu gered.--
+
+Goethes werk echter laat zich, ook bij ernstig streven naar beknoptheid,
+niet in zoo eng bestek vatten. De menschelijke passies zijn ons hier
+niet _gegeven_, ze worden tot in fijne trekken ontleed, opdat men ze in
+haar waren aard doorzie en de zelfoverwinning van de drama-helden
+meeleev'. En het is zoo omzichtig geconstrueerd, dat ieder détail, hoe
+schitterend ook op zich zelf, hoe scherp ook omlijnd, 's lezers aandacht
+niet onderbreekt, maar naar den hoofdgang van de ontwikkeling verwijst;
+toch blijken deze onderdeelen, ook in een résumé, onmisbaar:
+
+ I. Ofschoon reeds jaren priesteres in Tauris, blijft Iphigenie door
+ heimwee naar haar geboortegrond vervuld, en bidt voortdurend dat de
+ godin, die eens van den offerdood haar redde, haar nu moge redden
+ uit de verbanning. Arkas, de vertrouweling van den Scythenkoning
+ Thoas, meldt haar dat diens leger zegevierend thuiskeert, en klaagt
+ dat bij dit bericht haar blik zoo koel blijft. Zij antwoordt, dat
+ haar onnuttig leven haar een vroege dood is. Hiertegen protesteert
+ Arkas: heeft zij niet den eerbied des volks in haar tweede
+ vaderland verworven? heeft ze den koning niet zijn opgewektheid
+ hergeven? heeft ze het wreede gebruik, iederen vreemdeling te
+ slachten, niet afgeschaft? heeft ze niet juist daardoor Diana's
+ zegen over volk en land gebracht? Zij wijze het verzoek dat Thoas
+ haar zal doen niet van de hand: het is rijpelijk overwogen.
+
+ Nu nadert Thoas en zegt dat zijn verlangen, haar als zijn bruid in
+ zijn huis te voeren, nog gegroeid is, sinds hij zijn laatsten zoon
+ verloor, en vreest dat het volk hem, den kinderlooze, op den duur
+ niet zal willen volgen. Als echter Iphigenie blijft vinden, zijner
+ onwaardig te zijn, en hem waarschuwt dat hij haar misschien zal
+ ombrengen, als hij te weten komt, welke vloek op haar rust--zij
+ stamt uit Tantalos' geslacht, welks stamvader, nadat eens de goden
+ zich aan zijn ervaring-diepe, bont-zinrijke gesprekken hadden
+ vermeid, verdoemd is, wijl hij voor God te klein, voor mensch te
+ groot was gebleken; en welks nakroost door broeder- en moederbloed
+ zijn vloekwaardige begeerten koelde--belooft Thoas, dat hij afstand
+ van haar zal doen, als de mogelijkheid rijst, haar naar haar land
+ terug te voeren. Zij verzwijge hem nu haar afkomst niet langer. Met
+ toenemende uitvoerigheid verhaalt ze van de gruweldaden, waardoor
+ haar voorouders den haat der goden hebben doen ontbranden. Hij
+ blijft haar hoogachten, terwijl ze volhardt bij haar meening, dat
+ ze slechts den goden kan toebehooren. Thoas trekt nu wel, zooals
+ beloofd, zijn aanzoek terug, maar hij herinnert haar in woede aan
+ haar plicht, alle vreemdelingen, die op de kust landen,--er zijn er
+ juist twee gegrepen--bloedig te offeren. Hiertegen verzet zich heel
+ haar wezen, doch ze blijft rustig. Zij gelooft dat de Godin, die
+ haar eens in een wolk ontvoerde, niet zal dulden dat ze haar hand
+ met bloed bezoedelt:
+
+ Want de onsterfelijken minnen der menschen
+ Wijdverbreide vrome geslachten,
+ En zij verlengen het vluchtige leven
+ Gaarne den sterveling, willen hem gaarne
+ Van hunnen eigenen eeuwigen hemel
+ Medegenietenden zonnigen aanblik
+ Wel voor een wijle schenken en laten.
+
+ II. De vreemdelingen zijn Orest (haar broeder) en diens vriend
+ Pylades. Zij weten welk lot hen wacht, maar terwijl
+ Orest zich bitter beklaagt, en onder de kwelling van, "de furiën"
+ (_d. i._ van zijn wroeging wegens den moedermoord) krimpt, blijft
+ Pylades hopen. Hij verwijdert Orest, vreezend dat deze met zijn
+ drift het gesprek zal bederven, dat hij met de priesteres hoopt te
+ voeren. Tot zijn verrassing neemt Iphigenie hem de ketenen af en
+ spreekt tot hem in zijn eigen taal. Als ze hem naar zijn afkomst
+ vraagt, liegt hij dat zijn broer Orest door de wraakgodinnen wordt
+ vervolgd omdat hij hun broer heeft verslagen; dat echter Apollo hem
+ bij orakelspreuk genezing schijnt te beloven in den tempel Zijner
+ zuster, Diana, in Tauris. Zonder op zijn bede om genâ te letten,
+ ondervraagt ze hem over het lot van de Grieksche helden voor
+ Troje--zij-zelf moest indertijd te Aulis geofferd, opdat de Goden
+ in de zeilen van de Grieksche schepen zouden blazen--en ze verneemt
+ dat Troje wel viel, maar dat Agamemnon, haar vader, door den bijzit
+ van zijn gemalin is vermoord, omdat haar vader haar, Iphigenie,
+ heeft geofferd. Zij trekt zich ontdaan in haar tempel terug, en
+ hieruit leidt de slimme Pylades af, dat ze koning Agamemnon zeker
+ wel heeft gekend: zijn hoop wordt sterker.
+
+ III. Als ze weer uit den tempel treedt, ontmoet ze Orest. Ook zìjn
+ boeien slaakt ze, maar ze waarschuwt dat ze hem niet zal kunnen
+ sparen. Orest begint met Pylades' leugentjes te ontzenuwen: hij
+ noemt zijn waren naam, bekent Iphigenie dat hij zijn moeder heeft
+ vermoord, wordt opnieuw door de wraakgodinnen bevlogen. Door haar
+ oprechte woorden voelt hij, dat ze een edele vrouw is en tegen haar
+ zin hier vertoeft; hij maant haar, samen met zijn vriend "een plan
+ ter vlucht" te beramen, en snelt angstig weg. Uit zijn verhaal
+ leidt Iphigenie nu met stelligheid af, dat hij haar broer is; haar
+ vreugd openbaart zich niet in jubel maar in rustig dankgebed:
+
+ "O laat niet het langgewachte
+ Nog nauwelijks denkbare geluk gelijk
+ De schim van een gestorven vriend vergeefs
+ En driewerf smartlijker aan mij voorbijgaan!"
+
+ Dra komt Orest weer: hij wordt nog steeds door de furiën gekweld.
+ De priesteres vraagt hem: Orestes, kunt ge een woord des harten
+ hooren? waarop hij uitroept: Bewaar het liever voor een vriend der
+ goden. Ze deelt hem nu mede dat ze zijn zuster is, en hij herkent
+ de stem, maar gelooft nu, door zijn wroeging overmeesterd, dat door
+ haar mond een wraakgodin hem met valsche hoop wil tergen. Nu speelt
+ zich de "genezings-scène" af, die plaatselijk en ideëel het centrum
+ van het schouwspel vormt. Als Iphigenie al de lieve krachten van
+ haar schoone ziel geduldig benut, om hem te overtuigen dat ze
+ waarheid spreekt, gelooft hij, onrein als hij is, dat hij een hoere
+ in priesterkleed voor heeft:
+
+ "'k Vertrouw u, schoone met uw vleistem, niet.
+ 'k Dacht, Artemis eischt kuische dienaressen
+ En wreekt de ontwijding van haar heiligdom.
+ Neem uw verleidende' arm weg van mijn borst!
+ En wilt ge een jonkman redden en beminnen,
+ En schoonst geluk in teederheid hem schenken,
+ Zet liever dan uw hart op mijnen vriend:
+ Hij is uw liefde waardiger".
+
+ Zij volhardt, en als eindelijk haar stem weer tot hem doordringt,
+ ziet hij in het feit, dat de vrouw die hem zal slachten zijn zuster
+ is, de oude vloek der goden in een nieuwen vorm, en verliest
+ waanzinnig van smart het bewustzijn. Maar voordat hij haar heeft
+ toegekrijscht:
+
+ "Ja, hef den dolk omhoog, ontzie mij niet,
+ Rijt open deze borst en geef den stroomen
+ Van 't bloed dat binnen in mij ziedt een uitweg!"
+
+ heeft hij haar gesmeekt:
+
+ "Ween niet! Gij zijt zonder schuld.
+ Van af mijn jongste jaren heb ik niets
+ Bemind als 'k u zoû kunnen minnen, zuster...."
+
+ Dit bewijst dat in zijn hart iets op haar reinheid heeft
+ geantwoord. Zij gaat Pylades zoeken.
+
+ Langzaam ontwaakt Orest uit zijn bedwelming, en droomt dat hij in
+ de onderwereld zich laaft aan Lethe's waatren: zijn voorvaderen
+ aanschouwt hij hier, niet meer twistend en moordend, maar in
+ vriendschappelijk verkeer, terwijl de kinderen "speleduiken om hen
+ heen". Zoo diep heeft Iphigenies reinheid op hem ingewerkt: hij
+ gelooft dat de vloek is opgeheven, en de furiën hebben geen macht
+ meer over hem. Nu Iphigenie met Pylades nadert, vraagt hij
+ verwonderd of ook zij reeds naar de onderwereld is gekomen.
+ Iphigenie smeekt Diana, die toch ook haar broer (Apollo)
+ jonkvrouwelijk mint: "(laat hem) Niet in den donkren nacht van
+ waanzin razen!" Onderwijl dwingt Pylades zijn vriend, te herkennen
+ "dit daglicht dat niet voor dooden straalt", en zich te haasten
+ voor de vlucht. Nu (nadat hij Iphigenies gebed hoorde) gelooft
+ Orest in de goddelijke genade, en dan komt die genade ook over hem.
+ Hij is vrij, omarmt zijn weergevonden zuster, en laat zijn
+ dankbaarheid in hartstochtelijke woorden klinken; die zijn een
+ doorbreken van het motief waarmede Pylades, aan het begin van het
+ tweede bedrijf, zijn veelbelovende jeugd herdacht. Daar heette het
+ o.a.:
+
+ "Ben ik niet steeds vol levensmoed en lust?
+ En lust en liefde zijn de sterke vleuglen
+ Tot groote daden".
+
+ Waarop Orest treurig antwoordt:
+
+ "Groote daden! Ja,
+ 'k Weet nog hoe wij haar in de toekomst zagen!"
+ Hier jubelt hij: "De reuk der aarde geurt me als balsem tegen
+ Als noodde zij mij op haar open velden
+ Ter jacht naar levensvreugde en groote daden."
+
+ Reine menschelijkheid bewerkstelligde hier verzoening van
+ menschelijken euvelmoed.
+
+ IV. Uit de stemming van heiligheid en stilte, waarin de toeschouwer
+ is verzonken, rijst Iphigenie weer met fluisterende, plechtige
+ verzen, die geleidelijk in breedte toenemen. Ze bewondert Pylades,
+ die een plan ontworpen heeft om het Diana-beeld te ontvoeren, en
+ haar heeft voorgezegd welke rol ze daarbij
+ moet spelen: haar is alles rein. Ze heeft voor den slimmeling geen
+ woord van veroordeeling, doch ze betwijfelt of ze jegens Thoas wel
+ zal kunnen veinzen.
+
+(De critiek heeft opgemerkt dat Goethe, die overigens zoover boven de
+antieke opvattingen staat dat hij b. v. de schrikgodinnen symboliesch
+opvat, en Orests bevrijding geheel innerlijk laat geschieden, hier zich
+aan het oude verhaal houdt, en Iphigenie pogingen laat doen om het beeld
+te ontvoeren, welks ontvoering haar broeder heet te bevrijden. Men meent
+dat dit een dissonant is in het schouwspel, doch men wil Goethe daarvoor
+wel vergiffenis schenken, omdat deze dissonant hem gelegenheid geeft, op
+het laatste oogenblik nog nieuwe verwikkelingen in te voegen, zoodat de
+spanning niet langzaam verkwijnt, doch op het laatste oogenblik als bij
+tooverslag wordt opgelost. Wij meenen deze absolutie te mogen afwijzen:
+indien Goethe slechts dit had willen bereiken, dan had hij--naar de
+lezer aanstonds zal toegeven--het antieke motief niet noodig, wijl
+alleen het plan tot ontvluchting, dat wèl geheel in de lijn van
+handeling ligt, hiertoe reeds hadd' volstaan.--Neen, indien het
+ontvoeringsplan niet deugdelijker te motiveeren valt, dan heeft de
+critiek toe te geven dat hier een fout schuilt, een fout die zelfs niet
+verantwoord ware, indien ze de bedoeling had, die de critiek er aan
+toeschrijft. En het is nog erger dan de critiek meent: Want Iphigenie
+weet dat, zedelijk, Orest reeds ìs gered, begrijpt dat haar verblijf in
+Tauris bedoelde, deze redding te bewerkstelligen. Ze heeft in haar gebed
+tot den goddelijken broer en de goddelijke zuster (Apollo en Diana) al
+gezegd:
+
+ "En is aan mij uw wil die mij hier borg,
+ Eindlijk volbracht, en wilt ge mij door hem
+ En hem door mij uw godehulp verleenen,
+ Maak los hem uit de banden van dien vloek,
+ Dat reddings kostbre tijd ons niet ontga".
+
+Dus: ze verwacht de redding _voordat_ de ontvoering heeft plaats gehad!
+
+Het verweer kan ook in dit geval eenvoudig zijn en minder gezocht dan de
+tegenwerping: Iphigenie is nog niet ontbolsterd als het schouwspel
+begint: ze is niet de wijze vrouw, die ze in zich heeft. Het dramatiesch
+gebeuren pas maakt haar vrij van Heidensch bijgeloof over de verhouding
+tusschen mensch en Opperwezen. De ontvoering beramend, die voor haar een
+leege formule is geworden, ziet ze een licht opgaan, dat haar
+veroorlooft, afstand te doen van het haar overbodig geworden beeld;
+eerst dàn heeft ze zich geheel ontplooid. Te voren was ze nog niet de
+volkomen reine, die Goethe van haar wilde maken: anders zou ze
+medewerking aan Pylades' list hebben geweigerd.)
+
+ 's Konings vertrouweling komt eischen dat het offer nu spoedig
+ plaats vinde. Zij antwoordt (op Pylades' raad) dat het Diana-beeld,
+ door een van de vreemdelingen ontwijd, met versch geschept zeewater
+ moet worden gereinigd. Arkas zal verlof vragen, maar herinnert nog
+ eens aan Thoas' aanzoek, haar ernstig radend den koning, die haar
+ zoo lang gespaard heeft, niet ondankbaar te zijn. Nu voelt ze de
+ noodzakelijkheid, den koning voor te liegen, als een nieuwen vloek,
+ en ze smeekt de goden: "Redt mij,--En redt Uw beeltenis in mijne
+ ziel!"--In haar echoot nu het zwaar-sombere Parcenlied ("Het lied
+ der Moiren") dat haar voedster eens zong, en dat haar voor oogen
+ stelt hoe de goden wreed spelen met den sterveling. Maar ze beseft
+ dat dit niet kan zijn, en vertrouwt dat ze ook uit de
+ noodzakelijkheid tot liegen zal worden gered.
+
+ V. Intusschen heeft de koning bij geruchte vernomen dat de gevangen
+ Grieken hem een laag leggen, en door het zenden van gewapenden
+ verijdelt hij hun pogen. Hij ontsteekt in hevigen toorn tegen haar
+ die hij voor zoo heilig hield. Hij heeft berouw van de genade die
+ hij haar steeds heeft bewezen. Zoo is voor het drietal de kans
+ verbeurd op ontsnapping door uiterlijke middelen; slechts een
+ zedelijk middel kan nog baten.
+
+ Iphigenie weet niet dat de koning van Pylades' plannen is
+ onderricht; ze heeft _voor zich zelf_ besloten, van list afstand te
+ doen en eischt van den woedigen Thoas, dat deze ook ditmaal het
+ bloedoffer achterwege zal doen blijven. Tegenover de wetten van
+ Tauris beroept ze zich op de wet der humaniteit
+
+ "de wet waarbij
+ Ons elke vreemdling heilig is",
+
+ 's Konings toespeling op een zekere list, die hij heeft ontdekt,
+ ontwapent haar niet: een reine ziel behoeft geen list. Zij durft
+ den koning wel bekennen, dat haar broer Orest met zijn vriend naar
+ Tauris is gezeild, om op Apollo's maning het beeld van diens zuster
+ Diana te rooven, waarmede dan Orest zijn bevrijding uit de macht
+ der wraakgodinnen zal verdienen. Ze legt drie menschenlevens in 's
+ konings handen: "Verderf ons--als ge 't moogt". Deze, hem
+ onbegrijpelijke, reinheid overstelpt Thoas en doet hem wankelen
+ in zijn wraakbesluit. Hij ontstelt nog meer als Iphigenie, zijn
+ aarzeling ongunstig uitleggend, zegt dat hij haar het eerst moet
+ straffen, daar zij haar broer en Pylades door haar openhartigheid
+ in het ongeluk heeft gestort; en hem herinnert aan zijn belofte:
+ haar te laten gaan, nu de kans op terugkeer naar 't vaderland zich
+ voor haar opent. Zij, de in het nauw gejaagde, ~eischt~ dat hij van
+ het heilige beeld en van zijn hoop op haar bezit afstand doe. Zulke
+ hooge eischen laten hem edel denken van zich zelf:
+
+ "Ik de barbaar,
+ De ruwe Scyth, zoû luistren naar de stem van
+ Waarheid en menschelijkheid, die een Helleen....
+ niet vernam?--Maar:
+ Onzoenlijk als zich tegen water 't vuur
+ Vechtende weert en sissend zijnen vijand
+ Tracht te verdelgen, zoo ook weert de toorn
+ Zich tegen uwe woorden in mijn borst."
+
+ IPHIGENIE: Als 't heilig licht der vredige offervlam
+ Waarom de blijde dank zijn lofzang heft,
+ Laat zoo voor mij ook uw genade stralen.
+
+ THOAS: Hoe vaak heeft deze stem mijn hart vermurwd!
+
+ IPHIGENIE: Reik mij de hand. Is 't vrede tusschen ons?
+
+ THOAS: Gij eischt zooveel in zulk een korten tijd.
+
+ IPHIGENIE: Om goed te doen is overleg niet noodig.
+
+ THOAS: Maar al te vaak komt uit het goede 't kwaad voort.
+
+ IPHIGENIE. Het is de weifling die het goede slecht maakt. Bedenk u
+ niet, hoor naar uw hart, geef toe.--
+
+ Daar komt Orest, met de Scythen slaags geraakt, het zwaard in de
+ vuist aangestormd, en raadt Iphigenie te vluchten, zoolang het nog
+ tijd is. "In mijn tegenwoordigheid (roept Thoas, het zijne
+ trekkend) voert straffeloos | Geen man 't ontbloote zwaard".
+ Iphigenie belet een tweegevecht door Thoas aan Orest voor te
+ stellen als haar tweeden vader: zoodoende dringt zij stilzwijgend
+ bij Thoas op genade aan. Orest vraagt of Thoas vrijen aftocht
+ toestaat, maar Iphigenie beweert: "Uw blinkend zwaard verhindert
+ dat ik antwoord". De twee mannen zijn ontwapend. Arkas komt melden
+ dat de Hellenen wijken; Pylades poogt vergeefs Iphigenie mee te
+ tronen. Thoas heeft nu het heft in handen, maar gebiedt niettemin
+ wapenstilstand. List en geweld heeft Iphigenie beschaamd door haar
+ kinderlijk vertrouwen.
+
+ Thoas eischt van Orest bewijs, dat hij werkelijk Iphigenies broeder
+ is. Orest wil een tweegevecht doen beslissen: de koning late zijn
+ dappersten man met hem strijden; Thoas heeft in dit duel zèlf wel
+ liefhebberij. Maar Iphigenie wil zulk bloedig bewijs niet, en toont
+ den koning op Orests lichaam vlekken en litteeken, waaruit blijkt
+ dat hij haar broer is. Maar, zegt de koning, mag ik wel vergeven
+ dat de Hellenen mij Diana's beeld wilden ontrooven? Hierop
+ antwoordt Orest: dat hij nu inziet wat de orakelspreuk van Apollo
+ bedoelde: Niet Apollo's zuster Diana, maar zijn eìgen zuster moest
+ hij brengen naar Hellas' kust: en zal de koning haar rein vertrouwen
+ niet beloonen?
+
+ "Geweld en list, de hoogste roem der mannen,
+ Zijn door de waarheid dezer hooge ziel
+ Beschaamd, en reinheids kinderlijk vertrouwen
+ Beurt bij een edel man zijn zeker loon".
+
+ Iphigenie geeft den doorslag:
+
+ "Zie ons aan! Ge hebt niet vaak
+ Gelegenheid tot zulk een eedle daad,
+ Weigeren kunt ge 't niet; zeg aanstonds ja."
+
+ De koning overwint in zijn ziel de wet van de bloedwraak en zegt:
+ Gaat dan. Maar zoo wil Iphigenie niet van hem scheiden: ze belooft
+ dat ze de onderdanen van hem, die zich als een tweede vader jegens
+ haar heeft gedragen, (wel verre van ze te offeren) steeds eerbiedig
+ en gastvrij zal ontvangen. Ze zegent den koning en smeekt zijn
+ zegen af, die hij thans niet meer kan weigeren.
+
+--De tegenstelling tusschen de ruwe, domme, onbeschaafde Scythen en de
+slimme, edele, bij de Goden geliefde Grieken is hier vervangen door een
+andere tegenstelling; die, tusschen den passioneelen, aan zijn driften
+verslaafden mensch en de reine, "humane", bezadigde Iphigenie, die door
+haar onschokbare goedheid het betere in Thoas en Orest opwekt en tot
+leven brengt: zoo zorgt het Ewig-Weibliche dat de mensch niet sterft aan
+zijn eigen onvolmaaktheid. Want--gelijk in Egmont aanschouwelijk werd
+gemaakt--de kiem van het verderf schuilt hier in het Ik, en slechts in
+het menschelijk hart is daarvan redding te vinden.
+
+Dat had Goethe ervaren gedurende zijn verblijf in Weimar. Zelf in de
+macht van driften die hem verlamden door hun onderlingen strijd;
+"gesotten und gebraten" van staatszaken; opgejaagd door laster en
+afgunst, gebroken door miskenning, geprikkeld door gebrek aan
+peins-stonden, door onderdrukten scheppingsdrang en kwijnende
+gezondheid; had hij ten slotte maar één verlangen gekend, een verlangen
+naar iets onbestemds, dat ten slotte werd een verlangen naar _rust_. En
+deze rust, aanvankelijk gevonden in de "engels-armen" van Charlotte, was
+hij gaan toeschrijven aan haar reinheid, welke allen die met haar in
+aanraking kwamen rein moest maken. Het ideaal dat hij zich van haar,
+"zijn zuster", gemaakt had, vond aan de omgewerkte Iphigenie-mythe een
+passende gestalte. In de genezings-scène verschijnt voorwaar een wezen
+dat eeuwig ongekend was gebleven, indien het niet een verschijningsvorm
+had gevonden. Weinig vermoedde Goethe, dat hij zich ook in dit geval
+redde door het behagen, dat hij vond aan iets, dat hij zelf had
+geschapen!
+
+De eerste, de proza-lezing van Iphigenie, die hij, overstelpt door
+ambtsbezigheden, in korten tijd neerschreef en deed instudeeren, werd
+spoedig na haar voltooiing opgevoerd. Hij zelf speelde de Orest, Corona
+Schröter de Iphigenie, Knebel de Thoas. Deze opvoering beleefde veel
+succes, maar wij mogen (door het vervolg geleerd) dit voor een
+aanmerkelijk deel toeschrijven aan het voorkomen van "den mooien Goethe
+in Grieksche dracht"--waarvan de brieven en de dagboeken uit dien tijd
+ons verhalen. Hoewel naar den inhoud in hoofdzaak gelijk aan de
+Iphigenie die wij thans kennen, mocht het werk Goethe niet bevredigen.
+Er ontbrak iets aan, gelijk aan alles dat hij in dien tijd praesteerde.
+Pas nadat hij, twee overzettingen in rhytmiesch proza verwerpend, het
+stuk "met oneindig veel moeite, iederen zin in zich klinkend latend, 's
+avonds voor het naar bed gaan overpeinzend wat hij in den vroegen
+ochtend zou schrijven" had gesteld in verzen, en wel in vijfvoetige
+jamben, beschouwde hij zijn werk als af. En deze Iphigenie genietend,
+begrijpen wij wat er aan haar voorgangsters ontbrak.
+
+Ter adstructie van de ook in deze bladzijden gehuldigde meening, dat
+Goethes herstel niet door zijn verblijf in Italië werd bewerkt, maar
+reeds te Weimar intrad, en onder den mooien hemel, in de poëtische
+omgeving werd bekroond, beweert George Henry Lewes, dat de versificatie
+aan dit schouwspel geen element van beteekenis heeft toegevoegd. Schreef
+Goethe niets reeds in de eerste lezing verzen, terwijl hij (meedoend aan
+de toen woedende mode) meende proza te schrijven? En zoo ja, heeft hij
+dan in Italië iets anders gedaan als het werkstuk optoetsen?
+
+Hiertegen is in de eerste plaats aan te voeren, dat een vergelijking van
+de twee lezingen reeds toont, dat hier inderdaad heel wat meer is
+geschied: Wat een op sommige plaatsen haperende schets was, werd een
+levend tafereel. Iphigenie was nog niet geboren, zoolang ze lag
+omsponnen met stug "natuurlijk" proza; evenmin als Goethe--hoewel op
+zich zelf gelijkend--onder den "ijzeren Noordschen hemel" zich zelf kon
+worden. Een sprekend en vaak geciteerd voorbeeld--een uit
+velen!--verschoone ons van verdere uitweiding op dit punt: Hier worden
+vier verzen uit den aanhef van Iphigenies openingsmonoloog geplaatst
+naast de overeenkomstige proza-lezing:
+
+ ~Definitief:~
+ Und an dem Ufer steh ich lange Tage
+ Das Land der Griechen mit der Seele suchend,
+ Und gegen meine Seufzer bringt die Welle
+ Nur dumpfe Tone brausend mit herüber.
+
+ ~Proza:~
+ Mein Verlangen geht hinüber
+ nach dem Schönen Lande der
+ Griechen, und immer möcht'
+ ich übers Meer hinüber.
+
+Wie voelt niet dat het eerste het echte is? dat het niet anders mocht
+luiden? dat in de proza-lezing Goethe zelf aan het woord is, in plaats
+van Iphigenie? dat de versvorm door woordkeus en rhytme zeer picturaal
+werkt?--Geen wonder. Goethe had den hier weergegeven toestand pas in
+Italië doorleefd, toen hij aan de oevers van het blauwe Gardameer zich
+eenzaam voelde als Iphigenie aan de zee.
+
+Maakt nu het stille rhytme met zijn zachte en toch krachtige caesuren,
+den inhoud hier pas tot wat hij is, de versvorm levert ook dit voordeel
+op, dat hij het logiesch geraamte van den inhoud voelbaar maakt,
+verschillende étapes in de ontwikkeling van een bepaald thema merkbaar
+afrondt, door fijne analogieën in woordklank en versmaat, in verband
+tegenover of naast elkander plaatst, zonder ze ruw te scheiden: zoodat
+de scherpe rubriceering der ideeën den plechtigen gang van het geheel
+niet stoort. Zoo wordt in de passage:
+
+ OREST: Mit seltner Kunst flichtst du der Götter Rath
+ Und deine Wünsche klug in eins zusammen.
+PYLADES: Was ist des Menschen Klugheit, wenn sie nicht
+ Auf Jener Willen droben achtend lauscht?....
+
+zeer voornaam aangeduid hoe Orest en Pylades, hun karakters en daarmee
+hun gedachten tegenover elkaar plaatsend, toch ook samen bouwen aan een
+hoogere synthese, die Goethe-zelf verkondigt. Een voorbeeld in ons
+résumé wijst aan, hoe de dichter motieven, die zeer ver van elkaar staan
+verwijderd, in symmetrie weet te brengen. Elders weer worden
+knallend-korte en gejaagde vraag-en-antwoordreeksen door hun metrum
+zachtkens opgenomen in de langere, statige versmassa's, waardoor dus,
+zonder dat de nerveuze angst of de spanning van de sprekers ongebeeld
+blijft, de eindindruk van den hoorder is plechtig. Binnen de
+lenig-gevoegde crystallen schubben van dit curas kan sluwheid, kan
+woede, liefde, vroomheid, bloeddorst, wellust, kan iedere menschelijke
+aandrift uitklinken, zonder dat de strakke en toch weeke schoonheid van
+het geheel er onder lijdt. De nuanceeringen en de klankverbindingen in
+Goethes taal zijn hier zoo fijn, dat zelfs de ideale voordrachtkunstenaar
+ze niet alle ten gehoore kan brengen, dat ze slechts bestaan voor den
+geest van den zeer aandachtigen en gevoeligen lezer. Vandaar dat Goethe
+kon zeggen: Ik ben er nog nooit in geslaagd een volmaakte voorstelling
+van Iphigenie bij te wonen. En zoo subtiel mòest de vorm zijn, wijl hij
+slechts dan in overeenstemming bleef met de handeling van dit schouwspel.
+Deze handeling ware ons niet geopenbaard, indien ze niet had gevonden
+een even fijne materie: het rhytmiesch woord, de ijle atmosfeer van
+echte verzen. Waar bleef de bekoring van vele Goethe-gedachten, in dit
+stuk en elders uitgesproken, zonder haar versvorm, die menigeen
+willekeurige kunstvaardigheid dunkt? Men denke zich Wanderers Nachtlied
+in proza! men verandere in iederen zin één enkel woordje, en men zal
+bespeuren dat heel het lichte bouwsel ineenschrompelt, gelijk de fijne
+flamboyante webbe eener spin, waarvan een hangdraad is geknakt.
+
+Is het dus waar, dat Goethe reeds te Weimar rhytmiesch proza schreef en
+niet gewoon proza, dan heeft dit slechts deze beteekenis, dat hij een
+vaag, een onbewust voorgevoel had van wat het moest worden; zooals hij
+onbestemd besefte ook wat hij nog van zichzelf moest maken.
+
+Schiller heeft met schijn van juistheid betoogd, dat Iphigenie eigenlijk
+te zeer epiesch is om een drama te mogen heeten. De kwaal b. v. waaraan
+Orest lijdt zou zijn te weinig uiterlijk zichtbaar, doordien Goethe de
+wraakgodinnen interpraeteert als gewetenswroeging. "Geen Orest zonder
+furiën", is de slotsom van dezen beoordeelaar: Wat men gewoonlijk
+handeling noemt, geschiedt hier achter de coulissen en slechts de
+zielsprocessen, die van deze handeling het gevolg zijn, komen aan het
+voetlicht. Voor Iphigenie is maar één woord: Ziel!--En men heeft, deze
+redeneering besluitend, voorgesteld Iphigenie te noemen een "dramatiesch
+gedicht", en het als zoodanig te bewonderen.
+
+Dit voorstel zou ons allicht onverschillig laten, ware het niet op een
+overweging gegrondvest, die de verdienste van Iphigenie onderschat. Het
+is niet zoo, dat de figuren van dit drama eenvoudig de zaal in
+declameeren wat ze gevoelen, hopen, vreezen; doch zoo, dat ze geen woord
+spreken, dat niet rechtstreeks in de ziel van hun medespelers slaat, en
+daar een nawijsbare verandering te weeg brengt; geen woord, dat niet in
+hun eigen ziel met ongedwongen dialectiek een ontwikkelingsproces
+bewerkstelligt. Heel het stuk is een logiesch aaneensluitende keten van
+zielsgebeurtenissen; samenvloeiend in de genezings-scène, en daaruit
+weer ontspringend; zielsgebeurtenissen die den hoogstaanden toehoorder
+tot op het allerlaatste moment (den voorlaatsten regel) in spanning
+houden: dit is toch wel hándeling, maar onzichtbare handeling,
+ontastbare, wij zouden bijna zeggen: muzikale handeling.
+
+Of liever: het is een harmonie van twée handelingen: de eene wordt
+kortelijk aangeduid omstreeks het Parcenlied, maar loopt door het heele
+stuk. Het is de evolutie van het menschelijk Godsbegrip; te vatten
+tusschen deze twee uitspraken:
+
+ "In vrees voor de goden
+ Leef 't menschengeslacht!"
+
+en:
+
+ "Want de onsterfelijken minnen der menschen
+ Wijdverbreide vrome geslachten,
+ En zij verlengen het vluchtige leven
+ Gaarne den sterveling, willen hem gaarne
+ Van hunnen eigen eeuwigen hemel
+ Medegenietenden zonnigen aanblik
+ Wel voor een wijle schenken en laten".
+
+Deze twee uitspraken van Iphigenie omsluiten de gedachtelijke sfeer,
+waarin zweeft de aardsche sfeer, de tweede handeling, die begint bij het
+gruwelijk verhaal over de misdaden harer voorvaderen, dat Iphigenie in
+het eerste bedrijf aan Thoas doet, en, daarmede in symmetrie, eindigt
+in het visioen van Orest, die zijn voorvaderen vreedzaam vereenigd ziet:
+Het is de evolutie van ruwe wraakzucht, die bloed voor bloed eischt, tot
+de idee van de humaniteit, die uitgaat van de onschokbaar-ware,
+ewig-weibliche Iphigenie, en die in het "Vaarwel" van Thoas een
+melodieuze oplossing vindt.
+
+Deze twee motieven, elkander steunend en aanvullend, zijn zoo wonderlijk
+dooreengeweven, en deze dooreen-strengeling doet de spanning van den
+lezer zoo zeer stijgen, zijn vervoering bij het slot des te edeler
+makend, dat ik mij, na herhaalde lezing, meermalen on-naïef heb
+afgevraagd: Is dit menschenwerk of Gods-gewrocht?
+
+En heeft niet Goethe meermalen uitgesproken, dat hij waande God te
+hooren als hij sprak?
+
+In trouwe: Een menschenleven dat, na dwaling en kommer, één drama als
+Iphigenie mag voortbrengen, is rijk gezegend en verdient de huldiging
+van allen, die in den dienst van de Waarheid hun heil zoeken.
+
+Zoo verwondere het niemand dat de Iphigenie zoo weinig succes had, in
+den tijd dat Schillers Roovers de planken deden daveren. Pas twintig
+jaar na de definitieve voltooiing werd het te Weimar nogmaals opgevoerd,
+gevend Goethe dus dit merkwaardig gevoel: de onmiddellijke praesentie
+van een lang overleefden gemoedstoestand.
+
+Aan de mogelijkheid van een goede opvoering heeft Goethe na zijn
+terugkeer uit Italië altijd gewanhoopt, en de vertolking, in 1827 door
+den tooneelspeler Krüger gegeven, dorst hij niet bijwonen, al werd deze
+speler door zijn besten vriend, door Zelter aanbevolen.
+
+
+
+
+~DERDE BOEK~
+
+[Illustratie: CHRISTIANE VON GOETHE
+(Op 36 jarigen leeftijd)
+_Naar de krijtteekening van F. Bury_]
+
+
+
+
+XX
+
+ Wundern kann es mich nicht, dass
+ Menschen die Hunde so lieben,
+ Denn ein erbärmlicher Schuft
+ ist, wie der Mensch, so der Hund.
+ VENET. EPIGRAMME, 74
+
+
+Goethe had het manuscript van zijn "Schmerzenskind" Iphigenie naar
+Weimar gezonden, doch bewonderende brieven van zijn vrienden bleven uit.
+Het schouwspel dat van zijn in Italië gewonnen zielsvrede en louteren
+kunstsmaak trouw getuigt, werd in zijn definitieven vorm niet begrepen;
+men betreurde vooral dat hij het (immers "natuurlijke") proza had
+vervangen door verzen; men kon niet toegeven dat juist daardoor
+Iphigenie als kunstwerk zichzelf was geworden, men voorzag niet dat het
+juist zoo tot de schoonste scheppingen van den menschengeest zou worden
+gerekend. Men verbeet zijn teleurstelling. De uitgever klaagde dat de
+nieuwe Goethe-editie slecht verkocht; tusschen het Duitsche publiek en
+den eens toegejuichten dichter was het uit. Nu bleek, dat de instemming
+van het publiek slechts het bekoorlijke oppervlak had gegolden. Weinigen
+voelden Berlichingens schitterende ruwheid, Clavigo's berouw, Egmonts
+loyauteit, het goddelijke in Iphigenie als openbaringen van de ~zelfde~
+zoekende dichterziel. Nu ging Goethe soortgelijke détails minachten, of
+wel: hij plaatste ze zoo, dat ze aanhoudend en onmiskenbaar wezen naar
+de idee van zijn drama's, naar de kern van zijn genie. Van toen af gaf
+vluchtige lezing van zijn werk geen genot meer en werd dus nagelaten.
+
+Zijn naaste vrienden herkenden hem niet, toen hij--in Weimar terug--weer
+naar Italië verlangde en zich met moeite schikte in de bekrompenheid van
+het duistere provincie-stadje dat hij was ontgroeid. Niemand had hem
+meer iets te geven. Geen vertrouweling hielp hem zijn gemoed verkennen.
+Als hij--met iemand in gesprek--voelde dat men hem niet de woorden uit
+zijn mond raadde, dan werd zijn taal zoo ingewikkeld, beknopt, hortend,
+dat zijn toehoorder er heelemaal niets meer van vatte. Stil ging hij
+zijns weegs, met effen gelaat voortpeinzende over de problemen, hem door
+zijn verruimde inzichten gesteld. Hij behoefde voor de fijnere contreien
+van zijn geestesleven niet de instemming van anderen. Hij beoordeelde de
+dingen naar een nieuwen maatstaf en begreep best dat de wereld zich bij
+het oude hield. Hij was geworden Wetgever, niet wet-houder. Hij stond
+onbevreesd alleen. Hij stond gaarne alleen. Hij verhaalde veel schoons,
+doch gaf zich nooit geheel. Hij leek een koude, eenzelvige,
+ondoorgrondelijke "Jupiter".
+
+Nu kon ook zijn onzuivere liefde voor Charlotte von Stein niet meer
+stand houden. Te voren had een dwaalbegrip reeds verwijdering aan het
+licht gebracht: De ruim veertigjarige "vriendin", in wier genegenheid
+het streven naar ongedeeld en verzekerd bezit een zelfstandig bestaan
+was blijven voeren, had zijn vertrek naar Italië onedel uitgelegd. Zoo
+weinig was ze doorgedrongen in haren dichter, dat ze diens bijgeloovige
+vrees voor mislukking van zijn zooveel jaren gekoesterd plan buiten het
+geding liet, en zijn langdurig stilzwijgen--waarover ze natuurlijk
+terecht bedroefd was en ontstemd--opnam, zooals een coquette van lage
+afkomst dit zou hebben opgenomen. De ironie der feiten wilde, dat Goethe
+destijds nog voortdurend van haar was vervuld, een nauwkeurig dagboek
+voor haar bijhield en--eenmaal te Rome--zich eerst richtte tot God en
+onmiddellijk dan tot haar. Tot de vrouw die hem platweg zou
+"afschrijven", zoodra ze zijn adres kende.
+
+Kort daarop bereikte haar het biechtboek dat haar wantrouwen ongezocht
+logenstrafte; zoodat ze alléen verantwoordelijk bleef voor de laakbare
+bijmengselen van haar stellig gerechte verontwaardiging. De
+uitgewisselde explicaties brachten een slechts schijnbare verzoening tot
+stand. Wolfgang von Goethe voelde zich vrij man en had voortaan geen
+liefde doch vriendschap haar te bieden.
+
+En hetgeen ze altijd beweerd had van hem te wenschen--zuivere
+vriendschap--dat wees ze nu terug. Ze had vriendschap gewenscht, zoolang
+ze meende dat hij "meer" verlangde. Maar haar berekening, die bij een
+middelmatig man wellicht ware opgegaan, mislukte hier. In stede van zich
+geheel aan haar te verslaven werd hij, door haar tactiek, meester van al
+zijn drangen, en dus teruggeschonken aan zich zelf. Zij verloor hem,
+doordat hij haar liefdevolle leugen tot waarheid maakte!
+
+En nu begon deze leugen zich te wreken. Zij moest zich bekennen dat haar
+overgave (deze moge dan al of niet zakelijk zijn geschied) bij haar
+gevoelens voor Goethe allerminst opoffering, doch behoefte, doch plicht
+was geweest. Ze moest rouwen, toen die overgave niet kon duren; terwijl
+hij haar rouw niet kon zien, haar klachten niet kon vernemen, daar hij
+zich aan het amoureuse verlangen naar Vrouwe von Stein had ontwrongen,
+meenend haar dus doende te _dienen_. Hij moest haar dien koelen,
+vochtigen, noordschen zomer onbewimpeld spreken over zijn gehechtheid
+aan Italië en over het gamma van warm-menschelijke genietingen, dat het
+woord Italië voor hem beduidde; zìj moest dit aanmerken als een
+beleediging, zonder dat hij 't begreep. Als ze hem noodigde op haar
+slot, bracht hij vrienden mee om--alleen te kunnen blijven.
+
+De kwijnende Charlotte werd tot het uiterste gebracht toen haar zoon
+Fritz (die eens in Goethes huis had gewoond) haar bevestigde het
+lasterlijk gerucht, dat zijn pleegvader in handen was gevallen van een
+aanlokkelijk doch minderwaardig vrouwspersoon, genaamd Christiane
+Vulpius. Ze schreef hem een brief, waarin ze al haar grieven luchtte en
+hem openhartig stelde voor het ultimatum: die of ik. Hij smeekte haar om
+haar vriendschap, riep zijn omgeving tot getuige, dat hij door "het
+zoete geheim" als mensch niet was gezonken, verzocht haar, het arme
+schepseltje de gevoelens niet te misgunnen waarop zij immers geen
+aanspraak maakte. Doch ze wees zijn vriendschap stilzwijgend af. Ze
+ging tegen zijn raad in voort, haar zenuwgestel (dat bij het verlies van
+haar zoon Ernst reeds was geschokt) te ondermijnen door overmatig
+gebruik van koffie. "O!!!" schreef ze welsprekend op zijn brief. En haar
+vergeefsche liefde werd nog geëxalteerd, toen ze hem in haar verbeelding
+trachtte zwart te maken, en zich voorstelde hoe eenzaam naar de ziel hij
+moest leven naast dat minderwaardige vrouwspersoon.[A] Hij bleef haar
+vriendschap zoeken en als er een smakelijk gerecht op zijn tafel kwam,
+zond hij haar als voorheen een deel van dat gerecht. Zij onderschatte de
+waarde van zulke attenties, zooals de meeste vrouwen in dit geval zouden
+doen.
+
+[A] Den strijd, die zich in Goethes innerlijk afspeelde, schreef ze
+zonder meer op rekening van Christiane en toen hij onder den invloed van
+Schiller weer aan het dichten ging, zeide ze, dat hij den indruk maakte
+van "iemand die jarenlang op een onbewoond eiland heeft gezeten en er nu
+aan denkt, naar huis terug te keeren."--Welk "huis"?
+
+Jaren naderhand bewerkten de Schillers een toenadering: en weer zond hij
+haar bijna iederen ochtend een briefje, als woonde hij nog in zijn
+droomtuin aan de Ilm.
+
+En nu "het zoete geheim".
+
+Kort na zijn terugkomst maakte hij een wandeling door zijn park, toen de
+23-jarige Christiane Vulpius hem een smeekschrift aanbood namens haar
+broeder, den auteur van "Rinaldo Rinaldini", die reeds een en ander aan
+Goethes protectie te danken had. Ze was dochter van een misdadigen
+dronkaard, trachtte door bloemenmaken een onafhankelijk bestaan te
+vinden en hoopte dat de almachtige Geheime Raadsman haar broer aan een
+emplooy zou helpen.
+
+Toen deze zijn blik liet gaan langs de weeke lijnen van haar kleine,
+ronde gestalte, langs haar overvloedige lichtbruine lokken, haar groote,
+lachend-blauwe oogen, haar vol gelaat en heur goeien mond--kon hij wanen
+een meisje voor te hebben, zooals hij er te Rome vaak had verlangd. Toch
+leek haar uiterlijk niet Italiaansch. Maar de dichter, die zich
+verbeeldde in den "heldentijd, toen goden en godinnen minden, toen het
+zien de begeerte, toen de begeerte het genot meebracht", vond behagen
+in het naïef-snaaksche natuurkind, dat bezorgd naar hem opkeek. Hij
+voelde dat 't hem wèl was in haar nabijheid, en vroeg haar, vaak tot hem
+te komen. Hij sprak niet tot haar als een verlekkerde wellusteling, doch
+als een die bijna veertig jaren heeft gehunkerd naar rustig geluk, die
+ten diepste beseft dat vraag-looze zinnelijkheid, als die der
+antieken--doch dan door nadenken geheiligd--mooier is en menschelijker
+dan de verfijnde huichelarij of de gekunstelde natuurlijkheid van zijn
+tijdgenooten. Hij wenschte met Christiane een zoo mogelijk getrouwe maar
+vluchtige vereeniging; en voelde toch zoo zeker dat zijn sympathie voor
+"het arme schepseltje" dieper wortelde, dat hij Vrouwe von Stein bad,
+hem door haar liefde te behoeden voor een huwelijk--want nog steeds
+duchtte hij den huwelijken staat. Doch Charlotte schreef hem
+vinnig-verwijtende brieven en weigerde. En naarmate de laster gemeener
+werd, begaf hij zich dieper in het liefdeleven dat hij in zijn
+_Romeinsche Elegieën_ zinvol zou vergeestelijken tot in de sfeer van
+zijn glorieuse wedergeboorte; die hij voltrokken achtte, toen hij, de
+kindervriend, in haar schoot zijn kind voelde leven. Hij sloot een
+"gewetenshuwelijk" met haar. Hij liet haar--en dit kenschetst de achting
+die hij haar had leeren toedragen--met dit kindje op schoot als een
+Madonna (naar een Italiaansch schilderij) op doek beelden.
+
+Zijn zoon, August, werd door Herder gedoopt en door den hertog ten doop
+gehouden, al was hij onecht. De vrome doch niemand bemoraliseerende
+moeder Aja (hoewel betreurend dat ze nu haar kleinkind niet "ins
+Anzeigeblättchen" kon laten zetten) zegde zich ten hoogste ingenomen met
+den jongen, dien haar "Hätschelhans" bij zijn "Bettschatz" had
+"gefabriceerd"; hetgeen hier in deze termen wordt herhaald om er den
+lezer op te wijzen, dat hij, tot goed begrip van Goethes gedragslijn,
+los zich heeft te maken van hedendaagsche _fatsoens_begrippen.
+
+Niet wijl eenige "fijn-beschaafde", wel-opgevoede en wie-weet geleerde
+vrouw beter zou hebben gepast bij dezen gerijpten, bezonken denker, die
+op zich zelf een geheel vormde en niet kon huichelen, een "wederhelft"
+in den gangbaren zin des woords te behoeven; want toen als nu zou zulk
+een hoogstaande vrouw naast een echtgenoot van Goethes aard en leeftijd
+een vernederde slavin of een kwellende "miskende" zijn geworden....
+
+Doch opdat de lezer zich naar behooren wapene tegen den laster van de
+Weimarsche "Muzenkolonie", den laster die--van smetteloozen vader op
+zondenvrijen zoon zich voortplantend--nog in onze dagen schalt. De
+zelfde edele zielen, die voor een courtisane als Vrouwe von Stein
+respect hadden, ook nadat deze in haar kunstloos drama "Dido" haar
+verhouding tot Goethe onbewimpeld bloot had gegeven; en zelfs het
+spelletje dat ze met haar ongelukkigen minnaar speelde rechtvaardigden;
+die hebben geen voorbarigheid te gewaagd en geen leugen te kras geacht
+om Christiane's positie te ondergraven, en haar intrêe in de burgerlijke
+samenleving te verijdelen. En dit onder aanvoering van Herders gade, die
+de lezer reeds eenmaal als etherische Psychê in den Bond der Heiligen
+heeft ontmoet. Doch mochten zij ook straffeloos babbelen dat Goethe zijn
+dienstmeid had getrouwd--het vreemdsoortige kind uit de achtste Elegie
+een dienstmeid!--de geschiedschrijver, die de gezond-eenvoudige,
+hulpvaardige, trouwe Christiane vereert, zooals vrouw Aja haar eens
+vereerde (vooral nadat Goethe haar, vreezend dat op een voorgenomen reis
+een ongeluk hem zou overkomen, naar Frankfort had gebracht)--de
+geschiedschrijver boekstaaft met vreugde dit welsprekende feit: dat zij
+bijna twintig jaren lang het wettelijk huwelijk, door Goethe gewenscht,
+tegenhield omdat ze zich eerst, terwille van man en kind, in de oogen
+van de "fijne" wereld door voorbeeldig en bescheiden gedrag wilde
+zuiveren.
+
+Onpartijdige Goethe-vorschers hebben reeds lang toegegeven dat zij was
+een brave, een interessante figuur; een goede, zuinige huisvrouw, die
+perfect zorgde voor 's dichters kind, lichaam, tafel en kelder. Men ziet
+voorbij dat zij dit alles deed op een wijze, die den zoekenden,
+geplaagden, vaak ziekelijken, eenzelvigen, voor zijn vrijheid beduchten
+kunstenaar paste; en hiermede heeft bewezen dat ze fijner begaafd was
+dan de meeste kunstenaarsvrouwen en--Goethekijkers. Men waardeert niet,
+dat zij hem begrijpend terzijde stond bij zijn botanische en physische
+proefnemingen, terwijl Goethe--- die door de geleerden was uitgebannen
+gelijk Christiane door de maatschappij--juist op dit punt uiterst
+prikkelbaar was. En wil men ten slotte beweren dat zij--zoo héél anders
+als Charlotte von Stein--zijn ziel in de eenzaamheid liet, dan zij
+verwezen naar zijn gedichten "_Die Metamorphose der Pflanzen_" en "_Die
+Metamorphose der Tiere_", die hij ten behoeve van zijn lieve
+medewerkster heeft geschreven; naar de Romeinsche Elegieën die haar
+bezingen, zoo diepzinnig en bevallig als wel zelden een minnaresse werd
+bezongen. Zij is als het eenvoudige, ware, dat den roeping-zoekenden
+Faust herhaaldelijk lokte, maar dat hem pas op het einde van zijn
+avontuurlijken loopbaan ten deel viel.
+
+Ze heeft Goethes borst eens met haar lichaam beschermd tegen de degens
+van Fransche plunderaars. Maar wie zal bepalen, hoeveel
+levensgevaarlijke _toewijding_ door deze daad werd bekroond?
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen in dit hoofdstuk
+verhaald loopen van 1790 tot 1803]
+
+XXI
+
+ Wunderthätige Bilder sind meist
+ nur schlechte Gemälde: Werke
+ des Geists und der Kunst sind für
+ den Pöbel nicht da.
+
+
+Hij die de wereld vanuit een nieuw gezichtspunt gaat beschouwen, en zijn
+levenswijze dra naar die nieuwe wereldbeschouwing heeft gevoegd,
+zal--als de eerste blijdschap is geluwd--bespeuren dat zijn ziel van het
+initiatief zijns Geestes nog niet is doordrongen, dat zijn gemoed zich
+nog niet uit de oude verhoudingen heeft bevrijd. Zijn eigen Ik verzet
+zich tegen den ommekeer in zijn gedragslijn; zijn innerlijk lijdt smart,
+terwijl zijn denken triumpheert. Deze uiteenrukking van heel zijn wezen
+verbittert en verwart hem. En de menschen die hij lief heeft moeten het
+ontgelden.
+
+Zoo ging het Goethe, toen zijn Italië in zijn herinnering was verbleekt.
+Meer dan hij aanvankelijk meende had hij behoefte aan een
+vertrouwelinge, die in zijn ziel kon lezen; hij bleek niet terstond in
+staat, zijn huwelijk met Christiane te beschouwen als was hij een
+verlangende halfgod die een menschdochter heeft ontvoerd. De edellieden
+van de Muzenstad maakten hem het leven zuur met hun laster, en hij moest
+stil bekennen dat inderdaad zijn natuurkind zijn subtielste aspiraties
+niet begreep. Hij vergat wel eens, dat hij dit te voren had geweten, en
+dat het hem eer had verlokt dan afgestooten.
+
+[Illustratie: GOETHE
+(in 1791)
+_Naar de teekening van Lips_]
+
+Zoo kon hij aan zijn huiselijken haard niet altijd de gemoedsrust
+vinden, noodig bij de proefnemingen maar vooral bij de geduldige
+beschouwing, die zijn natuurwetenschappelijke hypotheses hem
+voorschreven. Trouwens, hij was niet een natuuronderzoeker in den zin
+dien men tegenwoordig vaak aan dat woord hecht. Hij behoorde tot de
+zoekers die hij later "de omvattenden", en met een groote mate van trots
+"de scheppenden" zou noemen. "Deze gaan van ideeën uit, en verkondigen
+reeds bij voorbaat de eenheid van alles: het is daarna de taak van de natuur
+zich in deze ideeën te voegen". Hij was niet de drooge-feitenverzamelaar,
+die pas een conclusie trekt (of zegt te trekken!) als hij zich op
+volkomen gekend terrein bevindt. Uit de klaarheid van zijn zelfbewustzijn
+ontstonden de eischen, waaraan het diepverborgen leven der natuur had
+te voldoen. Pas als zulk een hypothese in groote trekken vaststond,
+ging hij ze controleeren. De feiten leken hem dan echter zoo ver af,
+dat hij ongerust werd en neiging had, den gang van zijn onderzoek te
+verhaasten: juist als de werkelijkheid hem in 't gelijk wilde stellen.
+
+De nog vreemde verhoudingen dus, waarin hij leefde, zoowel als de
+gevolgen van zijn werk-methode, joegen hem vaak op reis. Hij bezorgde
+intusschen met groot plichtsbesef de uitgave van zijn werken. _Tasso_
+kwam gereed.[A] Van de bestaande Faust-fragmenten maakte hij een
+afgerond geheel. Zijn gedichten werden geschift en bij-geteekend, om het
+achtste deel van zijn Oeuvre te vullen. Sommige aanteekeningen en
+brieven uit zijn Italiaanschen tijd smolt hij om in een opstel over
+"_Eenvoudige nabootsing der natuur, manier, stijl_", dat zijn pas
+gewonnen inzichten in het wezen van de kunst--grootendeels door
+voorbeelden uit de plastische kunsten toegelicht--scherp formuleert en,
+ongezocht, ook de evolutie van zijn kunstopvattingen. Zijn gewone
+uitgever wilde zijn keurige "_Poging, om de Metamorphose der Planten te
+verklaren_" (1790), de verhandeling die bestemd was om de moderne
+plantkunde te beheerschen, niet "hebben": de goede man had een befaamd
+botanicus er over geraadpleegd. Een ander uitgever drukte het boeksken
+toen bij wijze van speculatie, in de hoop, daardoor ernstige werken van
+Goethe in zijn fonds te krijgen.
+
+[A] Wij hebben het schouwspel _Tasso_ hier niet behandeld, wijl wij geen
+kans zien, er den lezer eenig idée van te geven, zonder een résumé, nog
+veel uitvoeriger dan dat van "Iphigenie"; het kan ons doel niet zijn,
+den lezer oppervlakkig in te lichten. Wie onze beschouwingen over
+Iphigenie heeft verteerd, dringt gemakkelijk zonder nadere voorbereiding
+in Tasso door en is tegen vele tegenwerpingen van de critiek gepantserd;
+hij begrijpt waarom men ook Tasso een "dramatiesch gedicht" wil
+noemen.--Niemand geloove dat wij dit laatste drama ten achter stellen
+bij allerlei werken, die wij wel uitvoeriger bespreken. Wij meenen dat
+het, wat gedétailleerde karakterteekening betreft, nog boven Iphigenie
+staat, en daardoor op min-aandachtige naturen heviger werkt. Daar het
+echter een speciaal geval--een achterdochtigen, zich overschattenden
+dichter aan een hof--behandelt, zouden wij het willen noemen: minder
+universeel dan Iphigenie.
+
+Na herhaalde uitnoodiging liet deze zich verleiden, de hertogin-moeder,
+die zich in Italië bevond, tegemoet te reizen. En dit doet zeker niet
+denken aan een verbond tusschen de Voorzienigheid en Goethe. De
+impressies van zijn eerste oponthoud in dat land hadden hun taak
+volbracht: hij bezat ze thans als de ideeën die ze hadden gewekt, en
+voor de oorspronkelijke, ongemengde sensaties was hij niet meer
+ontvankelijk. Die hadden te lang en te lief ook in zijn herinnering
+gerust, dan dat het weerzien niet tot ontnuchtering moest leiden. En
+terwijl Goethes blik voor veel schoons bleef gesloten, zag hij nu in
+Italië veel scherper het leelijke, onreine, waarover hij zich vroeger
+met luchtigen humor had heengezet.
+
+In het kille regenweer lijkt Venetië hem nu een slijkige kikkerpoel,
+waar de Duitsche "Redlichkeit" ontbreekt, waar bijgeloovige, leelijke,
+luidruchtige papen baasje spelen. Slechts in half-duistere "Spelunken"
+_d.i._, in verdachte koffiehuizen, met onfatsoenlijke avonturiers, kan
+hij zich vermaken. Hij pruttelt over de opkomende Fransche revolutie,
+over het vele geld dat hij in Italië kwijtraakt, bekijkt schilderijen en
+gebouwen met koele oogen, vindt grimmige voldoening in de studie van
+zeedieren, leeft een moment op, als zijn knecht op het Jodenkerkhof een
+gebeente vindt, dat deze komiekelijk een jodenkop noemt; in
+werkelijkheid een schaapschedel, zoo gebarsten, dat ze zijn
+onderstelling "alle schedelbeenderen zijn vergroeide wervels" bevestigt.
+Na de hooggestemde Romeinsche Elegieën volgen nu de stekelige, bitse,
+pijnlijk spottende _Venetiaansche Epigrammen_, die een schat van
+cyniesch genuanceerde levenswijsheid bevatten. Hij verlangt naar zijn
+tuintje, naar Christiane, den "magneet die hem naar 't Noorden trekt".
+Maar hij is er nauwelijks, of hij laat zich weer van zijn steenen en
+bloemkoolen sleepen. Hij volgt den hertog, die generaal-majoor in het
+Pruisische leger is geworden, naar 't kamp in Silezië, en maakt van
+daaruit reisjes door Slavisch Europa, opmerkend en afkeurend, veel
+merkwaardigs--zij het ook negatief-merkwaardigs--ontmoetend. "Ver van
+alle beschaving" denkt hij voortdurend aan de uitwerking van zijn ideeën
+over dier- en delfstofkunde. In de oneindige natuur ontbreken tenminste
+de Eidola _d. i._ dwaalbegrippen, die de menschen onderling verdeeld
+houden.
+
+Hij is door een toeval tot de meening gekomen dat de kleurenleer van
+Newton fout moet zijn. Eigenlijk tegen zijn wil gaat hij aan het
+onderzoeken, en vindt zich gesterkt in zijn overtuiging. Hij gelooft te
+weten, dat hij het vooroordeel van de schoolgeleerden en van de volgzame
+massa niet plotseling, doch tactvol-geleidelijk, moet te keer gaan. Een
+jaar na zijn Metamorphose der Pflanzen geeft hij zijn "_Beiträge zur
+Optik_" in 't licht. Door systematische beschrijving van een reeks
+vernuftige proeven, tracht hij twijfel te wekken omtrent de juistheid
+van de ook in onzen tijd gangbare licht- en kleurtheorie. Duidelijke
+teekeningen op afzonderlijke cartons vergemakkelijken het volgen van de
+proeven. Nu trachten bevriende professoren hem van verdere
+leeke-dwaasheden terug te houden. Niet-bevriende professoren halen hun
+schouders op en spotten. En dit, terwijl ieder lichtverschijnsel voor
+hem schijnt te pleiten, terwijl sommige schilders, die hun verven naar
+zijn voorschriften over hun werk verdeelen, de mooiste effecten
+bereiken!
+
+Met taaie verbittering construeert hij nu aan zijn groote
+"_Farbenlehre"_ die ook in onze dagen niet mag gelden, maar slechts door
+enkele vakmannen behoorlijk wordt gekend, en nog nooit afdoende is
+weerlegd. Zeker heeft hij zelf bijgedragen tot de miskenning, die dit
+sublieme werk trof, en wel door den schijn te wekken, alsof hij er een
+natuurwetenschappelijk vraagstuk behandelt, terwijl het is een
+_wijsgeerig_ vraagstuk, dat buiten den gezichtskring van de meeste
+physici valt: gelijk de schrijver van deze bladzijden--voor zoover hij
+'t nog niet wist--heeft ervaren, toen hij op dit punt bij natuurkundigen
+van professie voorlichting trachtte te vinden. Doch wat moeten zulken
+ook denken van een auteur, die in een als wetenschappelijk aangekondigd
+boek begint met een lyrische beschrijving van het Italiaansche landschap
+en dan, alsof er niets gebeurd is, aankondigt: "Ik laat een gordijn over
+deze schildering vallen, opdat zij ons niet in de ~rustige beschouwing~
+store, waarmede wij nu een aanvang willen maken!"
+
+Intusschen werd het ernst met de Fransche revolutie: de bloedige
+Septembermaand van 1792, de onthoofding van Lodewijk XVI en Marie
+Antoinette schrikten hem op uit zijn zelf-cultuur. Veler oogen richtten
+zich naar hem; men verwachtte van hem een wijze uitspraak. Hij gaf die
+voorloopig niet en boette daardoor nog meer in van zijn leiderschap, dat
+hij reeds ten deele aan Schiller had moeten afstaan.
+
+Hij had jarenlang getracht, de gebeurtenissen in Frankrijk maar ten
+halve ernstig te nemen. Het voorspel van de omwenteling zag hij zoo, dat
+hij het wilde behandelen in een operette. Het ontwerp daarvoor zette hij
+later--om zijn tooneelgezelschap aan een stuk te helpen--in het blijspel
+"_Grosskopta_" om, dat hier buiten bespreking blijve. In "_Der
+Bürgergeneral_" meende hij aan te toonen, welk koddig en bevredigend
+verloop zoo'n opstootje zou hebben in een verstandig geregeerden staat,
+als Weimar. Maar tot zijn ontsteltenis merkte hij, dat hoogstaande
+mannen als Knebel, Herder, Klopstock, Wieland, Schiller de nieuwe ideeën
+meer of minder waren toegedaan, en vol geestdrift wisten te vertellen
+van een "morgenrood" dat daar in Frankrijk straalde. Dat hij er zich
+niet mee wilde inlaten, de revolutie eerst als een grap, later als een
+rampzalige misdaad beschouwd wenschte, schreef men toe aan zijn
+zelfzuchtige gevoelloosheid.
+
+Te onrechte! Het kon hem slechts aangenaam zijn, zooveel mogelijk voor
+anderen te leven, daar onbaatzuchtigheid en ontzegging--volgens zijn
+opvattingen--met God vereenigen en slechts hij, die voor zijn liefde
+geen wederliefde vraagt, Gods liefde waardig wordt. Bovendien: hij
+hield van hetgeen men in die dagen "de lagere standen" noemde: vele
+geestelijke eigenschappen, die hij voor zich zelf begeerde, vond hij in
+den minderen man; zóo sterk dat hij zich altijd moest hoeden voor groote
+woorden, als hij over de volharding, den moed, de eerlijkheid, de
+fierheid van het volk sprak. Nooit heeft hij zich heengezet over het
+gevoel, dat hij leefde ten koste van anderer armoe, dat het Muzenhof te
+Weimar het merg van de arbeiders opzoog. Hij oordeelde ook dat er
+beterschap moest komen in de verhouding van vorst tot volk: hij was te
+Weimar aan het werk gegaan om van dit kleine staatje een aanmoedigend
+voorbeeld in dezen te maken.
+
+Maar hij kon niet toegeven, dat heilzaam-doelmatige hervormingen zouden
+intreden, wanneer het volk zich zelf trachtte te helpen. Regeeren was
+voor hem een kunst, die zich slechts door enkele uitverkorenen,
+toegerust met veel wetenschap, ervaring, zelfkennis liet beoefenen. Hij
+wist wel, dat ook menig vorst die kunst niet verstond en hij vond dan
+ook dat Carl-August--en niet alleen deze!--inderdaad zijn voorlichting
+behoefde. Doch dat er weinig loffelijks te verwachten viel, als het volk
+handelend optrad, hij besefte het niet alleen, hij zag 't voor oogen!
+Het Fransche volk (meende hij) handelde niet kalm, doch opgezweept en
+geleid door demagogen, die in den regel het oog op eigen voordeel
+hadden. Het joeg idealen na, die slechts warhoofden of door angst
+verblinde lieden konden boeien. "Vrijheid!"--alsof staatsburgerlijke
+vrijheid zoo overwegende waardij heeft voor menschen, die hun
+hinderlijke begeerten en instincten niet kennen of beheerschen; om nog
+niet eens te spreken van de verborgen demonische machten, die den mensch
+beïnvloeden. "Gelijkheid!"--alsof voor den natuurkennenden denker ooit
+twee individuen aan elkaar gelijk kunnen zijn; alsof niet ieder voor
+zich moet streven naar gelijkheid--niet met zijn buurman maar met den
+Hoogste! "Broederschap!"--- die den onwillige met geweld wordt opgelegd.
+"Het welzijn van de Menschheid!"--alsof die "Menschheid" niet een doode
+abstractie ware, op zijn hoogst een verzameling van individuen die--hoe
+rijk ook--slechts in eigen Ik ten slotte hun geluk konden vinden.
+Zooals eens de Lutheranen, zoo drongen nu de Fransozen rustige
+beschaving, historiesch geworden toestanden gewelddadig terug. En zoo
+iets dergelijks ooit mocht geschieden, dan toch slechts door ter zake
+kundigen, die weten wat zij, op straffe van mislukking, hebben te
+sparen. In dezen zin was Goethe _Freund des Bestehenden_. Wie (zoo vroeg
+hij bezorgd) wie zal de stuurlooze massa tegen zich zelf beschermen, als
+al het oude is afgebroken?
+
+Kortom, de nooden des volks bij ondervinding kennend, kon hij als
+nuchter en evolutionair denkend staatsman vóor noch tegen, als
+Heldenvereerder en redelijk menschenvriend slechts tegen de omwenteling
+zijn. Vooral toen de Duitsche vorsten, door ongerustheid bevangen, de
+gewetensvrijheid in hun staten gingen beknotten, hun hervormingsgezinde
+naburen bedreigden, de studenten in verzet brachten. Maar zij die het
+volk onder den duim wilden houden door het te bedriegen, omdat het volk
+toch zoo dom leek en zoo dwaas, vonden in hem een bestrijder. De gravin
+in _Die Aufgeregten_, die niet moede wordt op rechtvaardigheid aan te
+dringen, sprak naar zijn hart: Revoluties (zei hij) ontstaan altijd door
+de schuld van de regeering.
+
+Zijn gedachtehouding was van dien aard, dat de gunstige gevolgen van de
+groote omwenteling hem moesten verrassen. Maar zijn vrienden, die in 't
+wilde declameerden over De Vrijheid, hadden die evenmin voorzien. En
+terwijl zij, na hun landgenooten te hebben opgezweept, moest inbinden,
+toen over het rijk der broederschap het bloed begon te stroomen, kon
+Goethe zijn standpunt onveranderd handhaven.
+
+Mede onder den drang van de émigrés, wapenden zich de Duitsche vorsten
+tegen de republiek, die met de in hun oogen heilige tradities had
+gebroken, en daardoor ook voor hen gevaarlijk werd. De plotselinge
+oorlogsverklaring van Fransche zijde, die hierop volgde, bracht ook den
+hertog van Weimar aan 't hoofd van zijn Pruisische curassiers in 't
+veld. Niet omdat de zaak zelf hem warm maakte, doch louter uit
+vriendschap voor Carl-August, besloot Goethe den krijg mee te maken.
+Bovendien: aan het hoofd van een zegevierend leger Frankrijk binnen
+stormen, de operaties van maarschalken en diplomaten van nabij doorzien,
+voortdringen tot het brandpunt der omwenteling,--al deze zeldzame
+ervaringen zouden zijn zelfopvoeding voltooien: hij mocht ze zich niet
+laten ontgaan.
+
+Op weg naar de grenzen stapte hij in Frankfort af, bij zijn moeder,
+thans een alleenwonende weduw, die hij in geen dertien jaren had
+bezocht. Vaak genoeg in al die jaren, bij al die reizen, hadd' hij
+gelegenheid gehad om enkele dagen aan vrouwe Aja te geven; meermalen had
+hij verlangd, voor de verdrietelijkheden en de teleurstellingen die hem
+troffen soelaas te zoeken bij zijn kloeke, wijze, alles begrijpende
+moeder. En hij zou dan ook herhaaldelijk naar Frankfort zijn gevlucht,
+indien niet die wijze vrouw zijn moeder ware. Maar juist als moeder
+vormde zij het machtig-reactionaire element in zijn levensloop. Zij zou
+hem _uit_ de klem hebben gered, terwijl het steeds bewuster zijn streven
+werd: niet door terugtreden maar door volkomen afwikkelen van elke
+nieuwe moeilijkheid zich te bevrijden. En zoo kon hij eerst naar zijn
+moeder gaan, toen aan hem geen mensch meer iets te redden vond: toen
+heel zijn levensstrijd zich voortaan in zijn geheime binnenste moest
+voltrekken. Als alle groote mannen verrichte hij zijn vurigste,
+beslissendste en hoogste daden verre van de geliefde moeder. Maar weinig
+dichter-moeders hebben hierin zoo verheven kalm berust als Elisabeth
+Goethe ...
+
+Hij beschouwde dit bezoek als een proefneming: Kon hij te Frankfort
+voldoende vrij leven?--Hij bleef maar negen dagen.
+
+In het kamp van de verbonden Duitschers bemantelde hij door
+hulpvaardigheid, vroolijkheid, koelbloedigheid, zijn eenigszins
+twijfelachtige positie van werkeloos pottenkijker. Maar toen hij
+oneerbiediglijk de staatslieden begon te vergelijken bij
+tooneeldirecteuren die veel bedillen, maar zelf niet meespelen, voelde
+hij zich vrijer. Zijn kleurtheorie liet hem geen rust: het geschutvuur
+en visschende soldaten stelden hem voor merkwaardige lichtverschijnsels.
+
+Hoewel het weer àl ongunstiger werd--Jupiter Pluvius, de regengod, leek
+waarempel wel Jacobijn geworden, zoo plaagde hij de Duitschers!--hielden
+kleine overwinningen den moed in de soldaten. Goethe had zijn vrouw
+beloofd, haar iets moois mee te brengen uit ... Parijs. Maar de slappe,
+planlooze leiding kwam den verdedigers van tucht en orde--die intusschen
+de Fransche landlieden schaamteloos beroofden--op de nederlaag bij Valmy
+te staan. Gedurende de beruchte kanonade reed Goethe, ondanks de
+waarschuwingen van de officieren, naar de uiterste gevechtslinie, waar
+kogels en kartetsen hem om de ooren borrelden en gierden. Hij wilde de
+kanonkoorts leeren kennen, en hij was te zeer volbloed onderzoeker om
+daarbij op zijn leven te letten. Hoogst opgewonden keerde hij terug:
+sinds Straatsburg had hij maar zelden gerild. Toen dien nacht de
+vorsten, alvorens zich op den vochtigen grond uit te strekken, hem
+vroegen wat hij van den toestand dacht--hij was in het kamp beroemd om
+zijn snedige antwoorden--sprak hij plechtig: Mijne Heeren! van hier en
+heden begint een nieuw stadium in de wereldgeschiedenis; en Gij kunt
+zeggen dat Ge er bij zijt geweest!
+
+De verbondenen moesten nu al de behaalde voordeelen stuk voor stuk
+prijsgeven. Gedurende den afschuwelijken terugtocht, door allerlei
+ontberingen doodziek geworden, nam Goethe, nadat de hertog er lang op
+had aangedrongen, van het leger afscheid. Onderweg bereikte hem een
+zwervende brief van zijn moeder, waarin deze polste of hij bereid was,
+zich tot lid van den Stadsraad in Frankfort te laten aanwijzen. Hij
+bedankte. Gelukkig dat de oude Caspar het niet beleefde!
+
+Na vier maanden nu hier dan daar gelogeerd te hebben, bij verschillende
+oude vrienden, die hem verwilderd vonden, en bij nieuwe kennissen, op
+wie hij den indruk maakte een vroom katholiek te zijn, keerde hij naar
+Weimar terug. Daar vond hij het huis, dat de hertog hem eerst in
+bruikleen, later ten geschenke had gegeven, heel naar zijn smaak
+verbouwd: een enorme vestibule, in Italiaanschen stijl, met antieke
+beelden in de nissen, breede marmeren trappen, zalen waar hij zijn
+geliefde schilderijen zou hangen; op de eerste verdieping de eenvoudige
+werkkamer met aangrenzende bibliotheek; en verder de ruimten die hij tot
+laboratorium en voor natuur-historiesch museum zou inrichten.--Om zijn
+ergernis over het om zich grijpen van de revolutie te verdrijven, zette
+hij zich aan zijn _Reineke Fuchs_, den "leeken-bijbel" die hem
+gelegenheid gaf, menige bijtende spotternij te loozen, zonder dat men 't
+hem kwalijk mocht nemen. Kort daarop nam de hertog ontslag uit dienst,
+en toen was ook Goethes rol in het revolutie-tijdperk gespeeld.
+
+Door vele geschriften trachtte hij zijn opvatting over de nieuwe
+richting, die ook in Duitschland tierde, ingang te doen vinden. Een
+ternauwernood bedwongen onrust spiegelt zich in deze geschriften
+hinderlijk af. Op Grosskopta en den tendentieusen Bürgergeneral is reeds
+gewezen. Het fragment _Das Mädchen von Oberkirch_ en _Die Unterhaltungen
+der Auswanderer_ met _Het sprookje_ spreken voor zich zelf. Daarentegen
+dient het treurspel _Die Natürliche Tochter_ uitvoeriger doordacht.
+
+Het behoort tot de drama-groep Iphigenie-Tasso. De Trilogie, waarvan het
+deel moest uitmaken (die echter in verband met nader te noemen
+omstandigheden onvoltooid bleef), zou genoemde drama's _o. i._ in waarde
+nabij zijn gekomen en, wat feitelijken inhoud en toepasbaarheid op het
+werkelijk leven aangaat, hebben overtroffen. Doch vele Goethe-kenners,
+die den dichter zijn standpunt tegenover de revolutie kwalijk nemen,
+laten, als zij De natuurlijke dochter aanroeren, hun gewonen speurzin
+varen. Zij, die Goethe roemen omdat hij zijn levensondervindingen in
+zijn werk neerlegde, kunnen hem niet vergeven, dat hij de
+zuiver-intellectueele ondervinding, in het boven besproken tijdvak
+opgedaan, niet rechtstreeks, doch na ze te hebben verwerkt, in een drama
+belichaamde. Zij achten het bijvoorbeeld een fout, dat noch de
+omwenteling, noch het land waarin de handeling verloopt met name worden
+genoemd; dat de groote gebeurtenissen van dien tijd in het stuk
+rechtstreeks bijna geen rol spelen. De lezer die onze bespreking van
+Iphigenie heeft gevolgd, begrijpt dat wij aan dit bezwaar weinig
+hechten. Wij beweren dat van Goethe, gegeven zijn aanleg, niets anders
+te verwachten viel. Ten eerste omdat hij de hier belichaamde ideeën
+altijd _als ideeën_, nooit als zakelijke ervaringen heeft bezeten. Ten
+tweede omdat voor Goethe, die omstreeks dien tijd bewustelijk
+individualist was geworden, de groote gebeurtenissen in belangrijkheid
+verre ten achter stonden bij de processen, die zij te voorschijn riepen
+in de kleine _d. i._ de zedelijke wereld: in één ontvankelijke
+menschenziel. Daardoor moest het stuk iets ontijdelijks, iets wezenlijks
+krijgen. Zonder dat toespelingen op de Fransche revolutie er geheel in
+ontbreken, moest het _verwijzen naar_ politieke woelingen in het
+algemeen. Sinds Egmonts lieveken Clare vergeefsche moeite deed, om de
+groote massa voor haar gevangen minnaar in 't geweer te brengen,
+wenschte Goethe de massa, en met haar alle rumoerige gebeurtenissen, van
+'t tooneel te weren. De massa, die zelf niet oordeelt en van geen
+zelfbedwang weet, kon geen kunstmotief zijn voor den denker, die slechts
+in den met helder zelfbewustzijn strijdenden mensch, in het innerlijke,
+in de zelfoverwinning behagen vond.
+
+Goethe ontwierp zijn Natuurlijke Dochter (en de twee stukken die er op
+moesten volgen) toen hij kennis had gemaakt met de (zoogenaamde)
+_Mémoires_ van Stéphanie-Louise de Bourbon-Conti. Hij heeft echter de
+karakters van de hoofdfiguren, en daarmede de motieven van hun doen, zoo
+aanmerkelijk veranderd (hij deed dit reeds, toen hij nog meende zijn
+historische gegevens te "dramatiseeren") dat ook in dit opzicht het
+treurspel een geheel onafhankelijke schepping is. Overigens: de
+personages, hoe scherp ook omlijnd, zweven in de atmosfeer van Goethes
+gedachteleven. Ze staan ons voor oogen zooals ze zijn, maar bovendien
+zooals ze zich verhouden tot 's dichters levenswijsheid. Slechts de
+kunstenaar die het wezen der dingen bevroedt kan deze twee werelden
+dooreenweven, zonder dit hier en daar uitdrukkelijk te constateeren.
+Vrij en verantwoordelijk handelen de menschen in Goethes "classieke"
+stukken, en toch ook weer gebonden aan een hooger beginsel. Zoo handelt
+ook de mensch, wanneer men hem beschouwt in zijn geheimzinnige relatie
+tot de eeuwige voorzienigheid.
+
+De dichter heeft de stroom van plechtige gedachte, die zich door dit
+treurspel mengelt, voelbaar gemaakt door de praegnante gedrongenheid van
+zijn taal, die van den lezer of hoorder strenge aandacht vergt, terwijl
+op vele plaatsen het lidwoord ontbreekt, en diepzinnige uitdrukkingen,
+vreemde woordverbindingen, alliteraties en half-verhulde rijmen hem
+beurtelings spannen en bekoren. De personen in dit spel spreken dus een
+opvallend "onnatuurlijke taal". Alle kunst en alle cultuur is ten slotte
+onnatuurlijk. Indien dit niet zoo ware, konden wij beiden missen. Een
+bekwaam snelschrijver, die een belangrijk gesprek heeft genotuleerd en
+zoo "natuurlijk" mogelijk, nl. letterlijk weergeeft, is daarom nog niet
+een dramaturg. De gevoelens die Goethes figuren hier vertolken zijn
+echter volkomen menschelijk--hoewel ook al weer niet zonder meer
+"natuurlijk". Slechts het dier heeft natuurlijke gevoelens en de mensch
+is mensch, om daar met hulp van zijn rede bovenuit te streven. Juist
+door hun eigenaardige taal worden deze personen geheven naar de sfeer,
+waarin het essentiëele, het eigenaardige zich laat _bespeuren_ en 's
+menschen plaats in het wereldverloop zich openbaart. Zij zijn typiesch
+en blijven toch geïndividualiseerd. Zij zijn geheel waar, en toch zal
+men ze nooit zoo ontmoeten.
+
+Begrijpelijkerwijze is de oppervlakkige leeken-critiek van den rap
+oordeelenden schouwburgbezoeker daardoor in de war geraakt. Deze meende
+dat Goethe symbolen, voorbeelden wilde geven. Er is ook al weer iets van
+aan: iedere ziel, tot op haar kern doorschouwd, opent den toegang tot
+vele gelijkgestemde zielen. De leeken-critiek werd in haar meening
+gesterkt, doordien de dichter alleen aan zijn heldin een naam (Eugénie)
+heeft gegeven. Verder treden in het treurspel nog op "de secretaris",
+"de graaf", "de koning" enz. Dit beantwoordt aan een verschil in
+belichting. Slechts Eugénie staat in hevige kleuren en ten voeten uit
+ons voor oogen. De lieden die haar omgeven liggen half in schaduw. Nu,
+iemand dien men slechts ten deele kent, noemt men eer bij zijn
+maatschappelijke kwaliteit dan bij zijn naam. Men denke aan "den
+dokter", "den conducteur", en zij hiermede genezen van den waan, dat "de
+hertog" in De Natuurlijke Dochter eigenlijk het type van een hertog, van
+alle mogelijke hertogen moet voorstellen.
+
+Hier volgen nu de groote lijnen van dit treurspel, die natuurlijk
+omtrent de fijne schakeering van ieder détail niets zeggen:
+
+--Eugénie, de natuurlijke dochter van den hertog en een vrouw van
+koninklijken bloede, is in stilte opgevoed tot ridderlijke kracht en
+vrouwelijke zachtheid; kunstzinnig en vertrouwend op het edele in den
+mensch. Na den dood van haar moeder verzoekt de hertog den zwakken
+koning, wiens vijand hij tot dan toe was, haar als prinses te erkennen.
+De koning belooft, dit op zijn verjaardag te zullen doen. Zij ontvangt
+nu van haar vader een kistje met kleinoodiën en gewaden, die haar op
+dien dag zullen tooien. In een hoog gestemd sonnet zegt zij haar
+dankbaarheid aan den koning uit. Ze heeft beloofd, het kistje niet
+voorbarig te zullen openen, maar ze doet 't toch en toont dan hoe
+nieuwsgierig en pronkziek vrouwtje ze bij al haar ridderlijkheid is
+gebleven.
+
+Haar juffrouw-van-gezelschap, verloofd met den secretaris van haar
+broer, weet niet te zwijgen en zoo komt haar broer alles te weten. Deze,
+een doorbrenger, is zeer ontsticht over het gevaar dat zijn erfdeel
+dreigt. Hij gelast zijn secretaris, Eugénie te verdonkeremanen, desnoods
+te doen vermoorden, en ter verwezenlijking van dit plan wordt de partij
+des oproers misbruikt.
+
+De gouvernante acht het gevaar onontkoombaar en besluit Eugénie te
+geleiden naar "de eilanden". (Men denkt hierbij meestal aan Engeland)
+Een prelaat maakt den hertog, haar vader, wijs dat zijn dochter, die
+reeds eenmaal op een roekeloozen tocht van haar ros was gestort en voor
+dood werd opgenomen, nu werkelijk een ongeluk heeft gekregen en daarbij
+zoo verminkt is, dat men hem het lichaam niet dorst toonen en haar
+onmiddellijk heeft begraven. De hertog, die eerst in een klooster wil
+gaan, nu hij zijn geliefde dochter moet missen, komt onder den invloed
+van den geestelijke, tot het typiesch-Goethe-achtige besluit, verder te
+leven en haar, na een deugdzaam leven te hebben gesleten, in de
+eeuwigheid weer te zien, voorgoed naast zich te hebben.
+
+Eugénie, in de havenstad aangekomen, wil haar vaderland niet verlaten en
+kan niet gelooven dat de koning, die zich zoo goedgunstig heeft getoond,
+haar kwaad wil. Verschillende lieden die ze om hulp vraagt, laten haar
+na vage beloften in den steek, als de gouvernante het verbannings-decreet
+overlegt. De koning heeft door haar verwijdering de partijen met elkaar
+willen verzoenen. Slechts één reddingskans is haar gelaten: ze mag
+blijven als ze huwt met een man uit den burgerstand. De "Gerichtsrat"
+heeft haar zijn hand geboden, doch ze bemint hem niet, meent dat ze
+zich niet in burgerlijke verhoudingen kan schikken. Door een monnik,
+dien zij om raad smeekt, gewaarschuwd, dat een algeheele ommekeer in
+haar vaderland op til is, besluit zij de bescherming die de Gerichtsrat
+haar aanbood te accepteeren. Ze heeft begrepen wat deze bedoelde toen
+hij haar uiteenzette, dat echtgenooten, in het gezin vereenigd, hoe arm
+ook en hoe verdrukt, voor het geraas van de buitenwereld onschendbaar
+zijn, dat in hùn harten slechts het ware geluk is te vinden. Hier
+spreekt een grondtoon van Goethes geloof:
+
+ "Denn, wenn ein Wunder auf der Welt geschieht,
+ Geschieht's durch liebevolle, treue Herzen".
+
+Zoo pas heeft ze nog ondervonden dat het volk, door haar te hulp
+geroepen, haar leed niet begrijpt. Ze heeft gezweefd tusschen het
+verlangen naar iets dat buiten haar staat (een rang, haar vaderland) en
+de liefde tot haar Ik. Nu zal zij trachten haar persoonlijkheid te
+redden en zelfs degenen die haar willen treffen bij te staan. Doch, ze
+heeft den Gerichtsrat slechts vriendschap te bieden. De huwelijksband
+wordt gelegd om haar te redden. Voorloopig moet hij, die haar bemint,
+haar als een zuster beschouwen. Op een klein landgoed, dat hij bezit,
+zal ze zich terugtrekken, en hij zal geduldig afwachten totdat ze hem
+roept. Zoo moet hij zelfs van haar blik afstand doen, om haar misschien!
+eens te winnen. Wel wetend hoe zwaar dit offer is, wil hij toch ernstig
+trachten het te brengen. Ze volgt hem naar 't altaar en, door zijn
+edelmoedigheid verteederd, geeft ze hem te hooren dat later een inniger
+toenadering van haar te wachten is.--
+
+Goethe heeft de vergissing begaan (hij zag 't te laat in) dit drama te
+doen opvoeren, voordat de twee vervolgstukken gereed waren, die te zamen
+al zijn ideeën over de Fransche revolutie zouden bevatten. Toen is het
+publiek het gaan beschouwen als een soort van voorspel, als een lange,
+eentonige inleiding tot de bloedtooneelen en avontuurlijkheden, waarop
+het zich had gespitst. Deze echter kon Goethe niet geven. Te Berlijn
+vonden de schouwburgbezoekers "dit onsterfelijke meesterwerk zeer
+vervelend"; ze oordeelden dat men er "drommels goed bij moest opletten,
+daar er niets in gebeurde"; te Jena werd het wel zoo ongeveer
+uitgejouwd. Die natürliche Tochter moest vallen, wijl de groote massa
+Goethes blik op de dingen niet begreep. Men vond het stuk "zoo koud als
+marmer", terwijl hij zelf bij de repetitie in tranen uitbarstte en de
+spelers verzocht te pauseeren. De meening van het publiek verrastte hem
+niet--heel het treurspel heeft tot leitmotief dat onder de menschen het
+ware niet is te vinden--maar ze ontmoedigde hem. Hij heeft er verder het
+zwijgen toe gedaan en de schets van het verdere verloop zelfs ten deele
+vernietigd. Wel een bewijs dat hij dit, zijn "rijpste en krachtigste
+werk"--als de veeleischende Herder het ietwat overdreven noemde--heeft
+geschreven, ten deele om er zijn tijdgenooten mee van dienst te zijn. En
+dit in de jaren dat men hem het scherpst van egoïsme beschuldigde.
+
+
+
+
+XXII
+
+ Wer Kunst und Wissenschaft besitzt
+ Hat auch Religion.
+
+ GOD EN WERELD.
+
+
+In den loop van de voorafgaande bladzijden moesten wij hier en daar
+eenig onderdeel aanroeren van Goethes levensbeschouwing, zijn
+natuurwetenschappelijken arbeid, zijn kunstopvattingen, zijn wijsgeerig
+getoonde sentimenten. Nu ons relaas het tijdstip heeft bereikt, waarop
+zijn meeningen over allerlei groote vragen hem definitief bewust werden,
+waarop hij--de dichter--zich uitsluitend ging wijden aan
+natuurwetenschappelijk onderzoek, schijnt het gewenscht vele draden, die
+wij tot nu toe lieten vallen, op te nemen en naar behooren dooreen te
+leggen. Goethe heeft meermalen getracht, al de uitkomsten van zijn
+denken tot één geheel te verwerken. Dit verwondert ons niet van den man,
+die onophoudelijk zijn papieren ordende en herordende om goed te
+overzien wat zijn lijden had opgeleverd; en menig fragment uit zijn
+nalatenschap, menige passage in zijn wetenschappelijke boeken wijst
+hierop. Zulk samenvatten echter kon hem niet afdoende gelukken, wijl hij
+den allerlaatsten grondslag van zijn overwegingen--de gedachte
+zelf--niet bezat, altijd meer had gegeven om het _gevoel_ dan om het
+_betoog_ van een waarheid, zich steeds in gelijkenissen uitdrukte, en
+zoo met gevoelvolle beelden het punt omspeelde waar alle weten
+ontspringt en samenvloeit. Men heeft hem terecht een "esthetiesch
+idealist" genoemd; wij verstaan hierdoor een denker, die de grond-ideeën
+(welke de leek met abstracties _verwart_) wel kent, doch ze slechts kent
+als gevoelens, als _aandoeningen_: Onverwacht borrelden de beelden op
+uit zijn bewustzijn.
+
+
+I. DE PEINZER.
+
+I. Voordat Goethe zijn "heer en meester" Spinoza kende, gingen zijn
+sentimenten in de richting van diens wijsbegeerte; ook toen hij hem nog
+verfoeide. Later verliet hij zich gaarne op Spinoza, omdat deze met
+strenge betoogen aannemelijk maakte de ideeën, die hij zelf in stilte
+koesterde. Dat de jonge Goethe juist Spinoza tot leidsman, bijna tot
+voorvechter koos, is in een speciaal opzicht typiesch voor zijn
+geestesaanleg. Immers de Hollandsch-semitische philosoof is wel streng
+en sober in woordkeus, wel nauwkeurig in redeneertrant, maar een fijn
+logicus in den modernen zin des woords toont hij zich zelden. Zijn
+"geometrische methode" is een soort contrôle-middel, een uiterlijk
+ordenings-principe, dat hij zich willekeurig oplegt. Uit den aard van
+zijn onderwerp vloeit het niet voort. Hij is een intuïtief vinder, een
+fijngevoelig ontleder van zijn eigen aandoeningswereld. En juist
+daardoor (niet alleen dus door den schijn van exactheid) kan hij den
+ontluikenden jongeling leiden. Hij heft diens liefste gevoelens in de
+sfeer van zijn edel en gerijpt gemoed, en toont dat ze daar passen. De
+vredeslucht waait er Goethe tegen; terwijl hij in _eigen boezem schouwt_
+meent hij _de wereld_ nog nooit zóo duidelijk te hebben gezien. Men
+lette op dit veelzeggend beeld!
+
+II. Want het verklaart: waarom de ontspoorde Leipziger student, de
+dichter die wel techniek maar geen onderwerpen heeft, besluit zijn
+werken tot "een groote biecht" te maken, tot een reservoir dat al zijn
+vreugde en zijn kommer zal bevatten. Hij zelf motiveert dit
+besluit--waaraan hij zich heel zijn leven zal houden--al byzonder
+slecht. De reden er van kan niet gelegen zijn in de dorheid van de
+poëten, die hem tot voorbeeld dienden; niets belette hem, die zoo
+critiesch tegenover hen stond, sappiger te zijn. Ook niet in de
+onbelangrijkheid van zijn omgeving. Neen, het proces dat zich in zijn
+onbewuste wezen afspeelt komt hierop neer: hij tracht (wat de grijze
+schrijver van _Wahrheit und Dichting_ wel weet) zijn pijnen,
+hartstochten, verlangens, de menschen die hij haat of niet begrijpt,
+thuis te brengen in de sfeer des Geheels: In de sfeer van het blijvende,
+noodzakelijke, essentiëele houden de hartstochten op "lijdingen" te
+zijn. En Goethe vindt deze sfeer in eigen boezem. Dit is dan ook de
+ruime wereldblik dien hij in Spinoza prijst, zoodra hij (omstreeks den
+Werther-tijd) diens Ethica (_d. i._ niet Moraal, doch Levensbegrip)
+leert kennen.
+
+III. Zijn overgave aan Spinoza--terwijl hij diens werken niet
+stelselmatig bestudeerde, maar ze oplettend doorbladerde--was toch niet
+een geloof. Zij berustte aanvankelijk op de gerubriceerde, rustig
+gebouwde en samenhankelijke uiteenzetting van zijn lievelingsidée (God
+en natuur zijn niet te scheiden), die hij bij dien denker aantrof; doch
+al spoedig op zijn steeds toenemend vertrouwen in een van de voornaamste
+(voor hem en voor Spinoza eigenlijk _de_ voorname) menschelijke kenbron,
+nl. het intuïtieve weten, de rechtstreeksche aanschouwing van de
+Waarheid. Deze kenbron wordt door Spinoza gerechtvaardigd met dit
+betoog: De toereikende, wezenlijke kennis van eenige attributen Gods kan
+leiden tot de kennis van het Wezen der dingen. Gods liefde tot ons
+menschen manifesteert zich door ons innerlijk verwant-zijn, dat is ons
+deel-hebben aan God; door ons vermogen hem te kennen en zoodoende in
+Gods wijsheid rust en welbehagen te vinden.--Hoe echter Gods liefde te
+verwerven? Wij moeten God volkomen onbaatzuchtig liefhebben, zonder te
+verwachten dat God ons wederkeerig zal beminnen. Want door zulks te
+verwachten zouden wij aan God een hartstocht toeschrijven, die hem niet
+kan passen, daar God de volmaaktheid in zich zelve is, en degeen die
+zich door hartstocht laat leiden zich afhankelijk stelt van iets anders.
+God bemint ons echter in zooverre wij opgaan in het Geheel, d. i. in God
+zelf; want hij is alom en heeft behagen in eigen volmaaktheid, waartoe
+wij gaan behooren in zooverre wij ons overgeven. Deze overgave geschiedt
+doordien onze Geest zich voortdurend bezig houdt met de liefde tot God.
+Nu, deze liefde is het streven naar wezenlijke kennis van de wereld, de
+natuur, onze eigen aandoeningen; die de strekking heeft, ons van onze
+hartstochten te bevrijden, dezen hun plaats aanwijzend in de sfeer van
+de noodzakelijkheid, die wij door onze innerlijke verwantschap aan God
+kennen.
+
+Maar: gelijk wij op het terrein van ons levensgedrag door deugd (_d. i._
+vrijheid) ons verheffen en de goddelijkheid benaderen; zoo maken wij ons
+op het terrein des intellects, door oplettende beschouwing van de eeuwig
+werkende natuur, waardig, aan haar scheppend vermogen deel te erlangen.
+Dan geeft ons innerlijk antwoord op teekenen uit de buitenwereld.
+"Indien ik de wereld niet reeds door voor-besef in mij had gedragen
+(aldus Goethe tot Eckermann) dan ware ik met ziende oogen blind
+gebleven, en al mijn vorschen en ervaren ware een totaal vergeefsche
+bemoeiing. Het licht is daar en de kleuren omgeven ons, maar droegen wij
+geen kleuren en geen licht in ons eigen oog, wij zouden die ook buiten
+ons niet waarnemen".
+
+
+2. DE DICHTER.
+
+IV. Hiermede is dit gezegd: de dichter, in deugdzaamheid, in
+onbaatzuchtigheid, in de grootst bereikbare innerlijke reinheid
+scheppend, brengt zins-beelden voort, welke even waar, vast, evenwichtig
+en noodzakelijk zijn als natuurgewrochten. Goddelijke gewrochten dus,
+die den dichter over zijn eigen lijden onderrichten en hem bevrijden.
+"Wanneer ik sprak (laat Goethe zijn Prometeus zeggen) waande ik God te
+hooren, en meende ik God te vernemen, dan sprak ik zelf". De kunst, zoo
+opgevat, is dus niet nabootseres van de natuur, doch duidster van de
+natuur. Het schoone is dan een openbaring van geheime natuurwetten, van
+een eeuwig-werkenden Geest, die--indien hij geen gestalte aannam--eeuwig
+verborgen ware gebleven. Door de kunst vindt de enkeling zich in de
+ruimteloosheid weer; door haar wordt overgave genot. Zij maakt het
+mogelijk, zich in het Geheel te verheugen, door dit Geheel in het
+kleinste te aanschouwen. Want de Geest des Geheels is
+
+ "das Ewig-eine
+ Das sich vielfach offenbart".
+
+V. Begrijp nu dat de jonge, angstig zoekende Goethe de kiem van deze
+ideeën in zich droeg. Zie dan zijn offerande, waarmede hij kinderlijk
+wijsneuzig God _rechtstreeks_ zegt te vereeren; zie hem vluchten in de
+ongerepte natuur of bij natuurlijke menschen, als hij zich uit den druk
+van hartstocht of uit de kwelling van onbegrijpelijkheid wil bevrijden;
+zie hem later in de uitbeelding van natuur-sentimenten, van ongetemde
+menschen verkwikking zoeken; begrijp in dit licht zijn uitroep: Natuur,
+natuur! niets zoo natuurlijk als Shakespeares menschen! Te Straatsburg
+rijst het beslissende woord in hem op: God en de natuur zijn niet te
+scheiden. En van dezen kant nadert hij de Sturm-und-Drangbeweging, die
+in alle opzichten een terugkeer tot de natuur voorstaat. Men had zoo
+lang dat groote onbekende geheel naar menschelijken maatstaf gemeten en
+gekeurd; nu zou men de gekunstelde begrippen "goed en kwaad" afschaffen,
+teneinde, omgekeerd, de ontzenuwende beschaving te oordeelen naar
+natuurlijke begrippen. Uit dezen gezichtskring ontspringt Werther, die
+herhaaldelijk tegen de heerschende moraal protesteert. Maar in de
+motieven, die Goethe tot de beweging drijven, ligt reeds een aanleiding
+tot scheiding opgesloten. De uiterste toespitsing van de
+Sturm-und-Dranggevoelens geeft het geval Werther te aanschouwen: Zij
+willen aanpassing aan de uiterlijke natuur, geheelen ondergang desnoods
+in de uitleving van aangeboren hartstochten; ik echter zoek de edele,
+verborgen kern van de natuur, die ook in het menschenhart woont. Goethes
+moraal wordt: zie de uit uw wezen voortvloeiende wetten in
+overeenstemming met de wetten des geheels. Doch daartoe moet alles
+overwonnen worden, wat den mensch afhankelijk maakt van de buitenwereld.
+_Zelf_beperking en ontzegging wijzen dus den weg tot heil. Zelfs God kan
+niet buiten de wetten gaan, die uit zijn wezen voortvloeien,--zoo luidt
+een woord van Spinoza dat Goethe diep ontroert. Hij heeft tot dan toe de
+natuur beschouwd, ja, maar "van buiten naar binnen". Hij heeft in zijn
+indrukken gezocht naar het noodzakelijke, dat is het Goddelijke. Nu gaat
+hij bewustelijk den tegengestelden weg op. Aan het _begrip_, dat uit
+zijn onbewuste wezen ontspringt, gaat hij _vorm geven_. Zooals het
+Eeuwig-Eene zich openbaart door een natuurlijken (waarneem- en
+zichtbaren) vorm aan te nemen, zoo moet nu zijn innerlijk zich
+manifesteeren. Het omhult zich daartoe met motieven uit de ervaring, of
+(zooals Schiller eens zeide) Goethe gaat den mensch _opbouwen_ uit zijn
+natuurlijke bestanddeelen. Aanvankelijk _reconstrueert_ hij figuren,
+zooals hij ze in hun geheel heeft waargenomen; later (van Egmont, of
+liever: reeds van Carlos af) geeft hij figuren die hij vrij schept. Door
+toenemende zelfzuivering leert hij zich steeds nauwkeuriger bedienen van
+het nieuwe orgaan, dat uit zijn eigenaardige Godsvrucht is geworden:
+_het intuïtieve intellect_. En nu herroept de lezer den glimlach, dien
+hij zich veroorloofd heeft bij onze vraag, of Iphigenie is menschenwerk
+of Gods-gewrocht.
+
+VI. Goethe tracht met dit "orgaan" voortdurend naar eenzijn met het
+hoogste, zoodat gedurende lange tijdvakken de kracht om van het goede af
+te wijken hem schijnt ontvreemd. Hij voelt zich rechtstreeks in Gods
+greep. Gelijk Egmont zweeft hij slaapwandelend van daad tot daad. Hij is
+(naar Jacobi's uitdrukking) een _bezetene_. Eerbiediglijk beschouwt hij
+zijn dichtkunst als noodzakelijke manifestatie Gods, als een
+natuurkracht. Half-sluimerend gaat hij des nachts naar zijn lezenaar en
+schrijft met potlood, diagonaalsgewijs zijn liedjes op flarden papier,
+die hij aantreft. Voordat hij zich ter ruste legt, verwijdert hij den
+inktpot, vreezend dat het krassen van zijn veder hem zal schrikken uit
+zijn scheppingsdroom. 's Morgens bekijkt hij zijn werk, zooals een kloek
+de kuikens bekijkt, die ze heeft uitgebroed: hij heeft het voortgebracht
+en ziet het niettemin voor het eerst.
+
+ Wisset nur, dass Dichterworte
+ Um des Paradieses Pforte
+ Immer leise klopfend schweben,
+ Sich erbittend ew'ges Leben.
+
+VII. In de instandhouding van deze geheimzinnige innerlijke kracht,
+waarin zijn reinste neigingen en ideeën zijn saamgevloeid, m.a.w. van
+zijn ~Persoonlijkheid~, zoekt hij zijn hoogste geluk. Zijn eenig geluk.
+Genot der zinnen is hem niet ontzegd, mits het niet op zich zelf een
+doel wordt, mits het bijdraagt tot zijn leering, zijn opgewektheid, het
+evenwicht zijner lichaamskrachten. Maar vrij moet hij staan tegenover
+genot en have; hij moet er desnoods afstand van kunnen doen, ook ten
+behoeve van misdeelden. Zij die buiten de mate, door hun persoonlijkheid
+gesteld, naar aardsche goederen haken, zullen deze ten slotte verachten
+en "alles" ijdel vinden, wat zondig is: Immers Geest en materie, ziel en
+lichaam, gedachte en uitgebreidheid, zijn noodzakelijke
+dubbel-verschijningen van het Universum, die gelijke rechten hebben, en
+_te zamen_ als stedehouders van God zijn te beschouwen. De natuur, aldus
+gezien, heeft evenmin een kern als een schaal. En toch heeft ieder zich
+ter dege af te vragen: ben ik kern of schaal?
+
+VIII. Want in de ongrijpbare kern van natuur leven Entelechiën, dat zijn
+krachten, wier wezen is werkzaamheid. "Als ik (dus) tot aan mijn
+levenseinde rusteloos werk, is de natuur wel verplicht, mij een anderen
+zijnsvorm aan te wijzen, wanneer de tegenwoordige mijnen geest niet
+langer kan bevatten". Maar niet ieder is op deze wijze persoonlijk
+onsterfelijk: Om mij in de toekomst als groote entelechie te
+manifesteeren, moet ik er een zijn: mijn werkzaamheid mag dus nooit
+verslappen.
+
+Dit is het inzicht dat Goethe in zijn later leven verwierf, nadat hij
+geweldige hartstochten en begeerten had moeten overwinnen, om niet van
+zijn blijvende goed, zijn persoonlijkheid, te vervreemden. Hij ging naar
+Italië om dezen strijd uit te vechten. Te midden van de werken der
+antieken, die het individueele (dat den mensch uiterlijk onderscheidt
+van soortgenooten) met het persoonlijke (dat den mensch aan God bindt)
+vereenigen, vatte hij het besluit: zich voortaan slechts met dingen van
+blijvenden aard bezig te houden. Allengs kreeg de wereld minder vat op
+hem en kon hij vrienlijk afstand doen van veel genot, veel lof, veel
+instemming. En hij keek zoo rustig de wereld in, dat (naar getuigenis
+van tijdgenooten) van zijn verschijning wel evenveel invloed uitging als
+van zijn werk. Deze gemoedsrust, waarmede hij velen gelukkig maakte,
+sproot voort uit de begrippen, die hij na veel lijden had
+voortgebracht.
+
+
+3. DE NATUURBESCHOUWER.
+
+IX. Is dus zijn werken als scheppend kunstenaar hem geen liefhebberij
+maar welbewust een heerlijke plicht, welker vervulling zijn
+persoonlijkheid vormt, volmaakt, en hem Gode welgevallig doet zijn;
+hetzelfde geldt van zijn arbeid als natuuronderzoeker. Hij vorscht naar
+het noodzakelijke in de natuur teneinde zijn zedelijk leven vaster, zijn
+kunst dieper, zijn godsdienst vruchtbaarder te krijgen. Al deze uitingen
+streven naar hetzelfde. Wie Goethe als kunstenaar of als mensch
+hoogstelt, moet de grondslagen van zijn natuurbeschouwing kunnen
+waardeeren. Of liever: Men kent Goethe volstrekt niet, zoolang men niet
+zijn kunst en zijn wetenschap, als factoren van zijn zieleheil, even
+ernstig neemt.[A] Hij zelf deed het stellig: hij wist dat van deze twee
+zijn leven afhing.
+
+[A].... "Immers er bestaat geen noodzakelijk verband tusschen de
+intellectueele kracht waarvan een of ander onderzoek getuigenis aflegt,
+en de daarmede verkregen resultaten. Vaak genoeg ligt een juiste
+verklaring betrekkelijk voor de hand, zoodat zij door een
+wetenschappelijken flaneur zonder veel moeite kan worden geraden;
+terwijl de ernstige denker, beter dan de ander doorgedrongen in het
+omvangrijke materiaal, nog geen kans ziet die verklaring streng toe te
+passen, en dus aan een andere die naderhand blijkt onjuist te zijn de
+voorkeur geeft. Zoo raadde Bacon de mechanische warmte-theorie, en
+Goethe de descendentieleer; zonder dat zij daarom in de geschiedenis van
+physica of zoölogie op een hoogeren rang aanspraak zouden hebben dan
+anderen, wier ernstiger onderzoek aan hun gelukkig instinct in den weg
+stond".--Goethe heeft het allemaal als wetenschappelijk flaneur
+"geraden". Deze goedkoope oplossing wordt verstrekt door den psycholoog
+Prof. Heymans, in zijn overigens van zooveel eruditie getuigend werk:
+"Schets eener critische geschiedenis van het causaliteitsbegrip in de
+nieuwere wijsbegeerte." Inleiding, p. 2--De vraag is nu naar een
+psychologie van het "raden".
+
+Reeds als kind zoekt hij de natuur te begrijpen. Als student in de
+rechten volgt hij bij voorkeur allerlei colleges over natuurwetenschappen.
+Onwillekeurig tracht hij naar verkeer met natuurgeleerden, omdat die,
+ieder op eigen gebied, zoo goed de détails kennen, en hem, nog voordat
+hij heeft onderzocht, een algemeen idee kunnen verschaffen van het
+feiten-materiaal. De beschrijvingen, die hij levert van zijn tochten
+door woud en gebergte, zullen in den negentiend'eeuwschen mensch liefde
+tot de grootsche vrije natuur wekken. Op uren dat jonge studenten zich
+nog in hun bed omkeeren, zien wij den reeds wereldberoemden Goethe door
+sneeuw en regen naar Loders theatricum anatomicum flaneeren, waar hij
+soms de eenige toehoorder is. Als nu toevallige aanleidingen zijn
+sluimerende begeerte naar stellige wetenschap van de natuur doende
+maken, ziet hij zich lijnrecht geplaatst tegenover zijn tijdgenooten,
+die hem niet als medegeleerde willen erkennen--en wier spotternijen
+nog tot op den huidigen dag schijnen te gelden. Toch is hij de man, die
+de kennis van de organische natuur tot een _wetenschap_ heeft omgevormd.
+
+X. Met de Renaissance begon een ietwat strengere beoefening van sommige
+wetenschappen: en de mensch, met vele nieuwe instrumenten "het onbekende
+veroverend", ontdekte, verkende zooveel vreemde landen, gewassen en
+menschen, zooveel wemelende sterren, gedierten en verschijnselen, dat
+men op het einde van de achttiende eeuw ernstig verlangde naar _orde_ in
+de menschelijke kennis. Het spreekt wel van zelf, dat men bij die
+ordening aanvankelijk op een verkeerde manier te werk ging. Voor zoover
+men niet, gelijk de encyclopédisten, aanstuurde op een veelomvattend,
+overzichtelijk résumé van alle in den loop der eeuwen verzamelde
+gegevens, ordende men de gegevens naar _uiterlijke_ kenteekenen. Zoo
+bracht Linné de planten in "systeem" door ze te rangschikken naar het
+aantal meeldraden etc. dat haar bloem vertoonde, naar den vorm van kelk
+of blad. Deze methode, zelfs als ze door een talentvol geleerde wordt
+toegepast, brengt, op zich zelf beschouwd, de wetenschap niet verder;
+immers men heeft eerst het bewijs te leveren, dat dergelijke kenteekenen
+iets zeggen omtrent het wezen van de voorwerpen waaraan men ze vindt; de
+geheele rubriceering valt ineen, zoodra blijkt dat een bepaald uiterlijk
+kenmerk bij voorwerpen van verschillenden _aard_ wordt gevonden. Zij
+doemt de wetenschap tot onvruchtbaarheid; zij kweekt kamergeleerden en
+aan den anderen kant charlatans, die haar fouten vermoeden maar te zwak
+zijn om ze te corrigeeren, en door hun volslagen bandeloosheid het
+menschelijk weten in discrediet brengen; zoodoende een mysticisme, het
+menschelijk denken vijandig, aankweekend, dat met ware Godsvrucht weinig
+heeft uitstaande. Aldus de stand van zaken in Goethes jonge jaren. Nu,
+hij schiep een wetenschappelijke werk-methode, die in onzen tijd wel
+door alle ernstige onderzoekers stilzwijgend of uitdrukkelijk wordt
+gehuldigd, maar die in zijn tijd ontsteltenis wekte.
+
+XI. Hij wenscht nl. dat de onderzoeker door langdurige beschouwing van
+de natuur: aandachtig, belangeloos, onbevangen, zich vertrouwd make met
+het intieme leven en werken van de natuur, zooals het zich uit in de
+gedaanten en gestalten, die hare schepselen aannemen en noodzakelijk
+moeten aannemen. Voelt hij met zijn intuïtief kenvermogen den Geest,
+waarvan alle levende wezens de verschijning zijn, zooals het volmaakte
+kunstwerk de verschijning is van de zuivere kunstenaarsziel, kent hij
+aldus de wereld van binnen naar buiten, dan is voor hem het oogenblik
+gekomen om van gedragslijn te veranderen. Hij heeft al wat hem gegeven
+is ontleed; nu gaat hij zelf geven. Naar den maatstaf, dien hij aan de
+ware werkelijkheid heeft te danken, gaat hij scheppend te werk, en
+contrôleert nu door opzettelijke proefneming of de _typische_
+natuurgewrochten, zooals hij zich die denkt, mogen beschouwd worden als
+vertegenwoordigers van het wezen der dingen, van het blijvende in de
+bonte en warrelende wisseling der verschijnselen:
+
+ "Anschaun wenn es dir gelingt
+ Dass es erst ins Innre dringt
+ Dann nach aussen wiederkehrt
+ Bist am herrlichsten belehrt".
+
+Zoo ontwikkelt zich wetenschap uit poëzie.
+
+Dit is Goethes _synthetische methode_, waarbij inductie en deductie,
+analytiesch en synthetiesch schouwen zinlijkheid en rede, phantasie en
+verstand elkaar afwisselen, steunen, ja elkaar in waarde en evenwicht
+houden.
+
+Door de scheppende phantasie wordt de ervaring, bevorderd, het vinden en
+het uitvinden _voorgelicht_. Zoo begrijpt de Straatsburger student welke
+détails, blijkens den geest des geheels, aan de cathedraal ontbreken, en
+ziet: de oorspronkelijke teekening stelt hem in het gelijk!
+
+Men wilde indertijd niet toegeven, dat een wijsgeer-dichter, krachtens
+zijn dichterschap, baanbreker op het terrein van de natuurgeleerdheid
+kan wezen. Thans zal geen ter zake kundige meer ontkennen dat de
+wis_kunstenaar_, de botanicus, de ontdekkingsreiziger, de arts, de
+chirurg, de onderzoeksrechter, de advocaat, ieder naar hun aard,
+krachtens hun scheppende phantasie werken.
+
+XII. Bestaat nu voor Goethe de waarneembare natuur uit de gestalten, die
+een werkzaam Wezen aanneemt, dan is het begrijpelijk, dat twee
+verschijnselen voor hem rechtstreeks met dat innerlijke van de natuur
+samenhangen, nl.
+
+ de vorm en de kleur
+
+der dingen. Aan deze twee verschijnselen te zamen wijdde hij een leven
+van studie. Het resultaat van deze studie waren zijn _Morphologie_ (d.i.
+de leer van de organische natuurvormen, die bij Goethe begint) en de
+_Farbenlehre_ (kleurenleer).
+
+XIII. Als hij medewerkt aan Lavaters boek over gelaatsuitdrukkunde en
+diens enorme verzameling portretten doorloopt, is hem reeds de
+voor-onderstelling gerezen: er is niets in de huid, dat niet in 't
+gebeente zit,--een meening die hij in zijn "Bijdragen over dierschedels"
+in genoemd boek nader uitwerkt. Hij ziet (zooals vele moderne
+anthropologen) in den beenderbouw van den mensch het toonaangevende
+element in diens lichaamsvorm. De anatomie, voornamelijk de osteologie
+(beenderleer), blijft hem sindsdien boeien. Zoodra zijn positie hem
+daartoe in staat stelt, gaat hij ze onder de grootste geleerden uit zijn
+omgeving ernstig beoefenen. Den 27sten Maart 1784 gelukt hem de
+belangrijke ontdekking van het _os intermaxillare_ (tusschenkaaksbeen,
+waarin de boven-snijtanden zijn geplaatst) bij den mensch. Vol vreugde
+schrijft hij over deze ontdekking een tractaat: een toonbeeld van
+wetenschappelijke zeggingswijs, dat hij beschouwd wenscht als een soort
+van proefschrift, hetwelk hem toegang tot de geleerde wereld moet geven.
+Teekeningen van mensch- en dierschedels--door een van zijn leerlingen
+aan de teeken-academie vervaardigd--toonen de verschillende
+vergroeiingen van het tusschenkaaksbeen, die hij heeft waargenomen.
+Doch men weigert hem het plaatsje waarop hij aanspraak maakt. Alle
+anatomen (uitgezonderd zijn leermeester) blijven het bestaan van dit
+beenstuk in den menschenschedel ontkennen. Ook onze landgenoot Petrus
+Camper, de grootste ontleedkundige van zijn tijd, door Goethe als een
+universeel licht gewaardeerd, en die het overigens eens was met alle
+waarnemingen, neergelegd in het anonyme geschrift, hem toegezonden door
+den wederzijdschen vriend Merck. Pas een halve eeuw later doet Goethe
+zijn opstel drukken: al dien tijd wacht hij op erkenning.
+
+XIV. De ontdekking van het os intermaxillare was voor Goethe en zijn
+tijd van groote beteekenis. De geleerden, die natuurlijk niet blind
+waren gebleven voor de overeenkomst tusschen 's menschen lichaamsbouw en
+den lichaamsbouw van de hoogere dieren, konden toch geenszins aannemen,
+dat mensch en dier in dit opzicht variaties zouden zijn van het zelfde
+grond-type. Zij hadden daartegen formeel-godsdienstige bezwaren, terwijl
+zij wijsgeerig te laag stonden om deze overeenkomst te waardeeren en te
+verwerken. Enkele op zich zelf staande onderzoekers, die er toen reeds
+anders over dachten, worden pas in onzen tijd gehuldigd. Algemeen
+beweerde men dat het tusschenkaaksbeen, dat bij den aap wèl, bij den
+mensch niet zou voorkomen, als het ware een scheidingslijn uitmaakte
+tusschen mensch en beest; hieraan klampte men zich halsstarrig vast,
+aldus weer eens bewijzend, hoe aanmerkelijk overigens eerbiedwaardige
+vaklieden zich laten beïnvloeden door religieuze en pseudo-wijsgeerige
+vooroordeelen. Goethe echter, die overal bespeurde "het Eeuwig-Eene, dat
+zich veelvuldig openbaart" kon, juist wijl hij besefte dat de kern der
+natuur den mensch--en dus ook hem--"in het harte leefde", in zulk een
+scheidingslijn niet gelooven. Ze kòn er niet zijn, en het os
+intermaxillare _moest derhalve_ ook bij den mensch worden aangetroffen.
+Zijn ideeën over zedelijkheid hadden van een eventueel te bewijzen
+verwantschap tusschen mensch en dier niets te vreezen; ook wist hij wel,
+dat het verschil tusschen hoogere en lagere wezens niet in eenig détail
+doch in het _geheel_ moet worden gezocht. En vandaar zijn vreugde toen
+hij mocht beweren, dat voor vergelijkende studie van dier- en
+menschenschedels de vermeende scheidingslijn niet stand hield. Want nu
+kon ieder hooger dier (morphologisch) beschouwd worden als een toon in
+de groote harmonie, die men als geheel moet bestudeeren, indien men niet
+wil dat iedere toon een doode klank blijft. Na tien jaren van
+voortdurend onderzoek--in Italië had hij de schoonheid van het
+menschelijk lichaam leeren liefhebben, en zoo was de studie van de
+ontleedkunde hem een doorloopende genieting[A]--gaf Goethe zijn _Eerste
+ontwerp van eene algemeene inleiding in de vergelijkende anatomie,
+uitgaande van de Osteologie_ (1795). In dit werk beschrijft hij den
+grondvorm, die zich in alle hoogere dieren weerspiegelt, en die dus de
+basis uitmaakt, waarop werkelijke kennis van de uiteenloopende
+diervormen dient te berusten. Zijn _Morphologie_ (1820) belichaamt deze
+gedachte uitvoeriger.
+
+[A] Men geniete de Romeinsche Elegieën ook vanuit _dit_ gezichtspunt.
+
+XV. Goethes zoeken als plantkundige gaat in dezelfde richting. Sedert
+den tijd, dat hij telkens de vrije natuur invluchtte om daar tot
+bezinning te komen, leeft hij vertrouwelijk met de planten. En als hij,
+eenmaal te Weimar, zich als minister aan landbouw en aan boschcultuur
+heeft te wijden, in zijn toovertuin vruchten en bloemen teelt, de
+zelfgekweekte fijne asperagis aan Charlotte zendt, met boom en struik
+van zijn liefde spreekt, bezit (zooals hij zich gaarne uitdrukt) het
+plantenrijk hem geheel: het "zimplifiziert" zich in zijn ziel. Ook hier
+leert hij, langs den bekenden weg in eigen boezem schouwend, het _Eene_
+kennen, dat zich veelvuldig openbaart.
+
+Naar de _oerplant_ zoekt hij. Oerplant mag niet verstaan worden in
+analogie met het moderne woord _oerdier_, waardoor wordt aangeduid een
+levend wezen, slechts onder 't microscoop waarneembaar, dat uit één cel
+of uit enkele cellen bestaat. Het microscoop is in Goethes tijd nog zeer
+onvolmaakt, en van de verdwijnend kleine kiemdiertjes wist men weinig
+of niets. Goethe heeft ze, zoo niet nauwkeurig gekend, dan toch vermoed;
+doch wij meenen dat zijn begrip "oerplant" zich niet hadd' gewijzigd,
+indien hij er nauwkeuriger kennis van hadd' bezeten. Een plant of een
+dier is voor hem de verschijning van een geest, die zich het materiaal
+uit zijn omgeving eigen maakt, het organiseert. Het is de
+_vormverovering_ van een "wezen". De cellen nu zouden voor hem het te
+organiseeren materiaal zijn geweest, waaruit zijn oerplant zich zou
+vormen; en niet om de geaardheid van het materiaal, doch om den vorm is
+het hem te doen.
+
+Na zijn terugkeer uit Italië begrijpt hij dat deze oerplant, hoewel in
+alle planten aanwijsbaar als "voorbeeld", niet op zich zelf bestaat. Zij
+is het beginsel (niet een abstractie, maar een voorafgaandelijk
+principe) waarnaar alle planten zich vormen: dat het plantenrijk dan ook
+overzichtelijk maakt, echter op geheel andere wijze als Linnaeus dit
+beproeft.
+
+Want de organen die, in zekere getale en in bepaalde groepeering
+voorkomend, in het plantenkundig stelsel van Linnaeus merkteekenen zijn,
+waaraan men een bepaalde plant herkent en waarnaar men ze benoemt, deze
+organen zijn voor Goethe (en voor de moderne plantkundigen) niet
+vaststaande vormen, die reeds in het zaadje liggen opgevouwen, zich dan
+óntvouwen, en, verder groeiend, principiëel niet veranderen (Linné). Al
+deze organen als bloem- en kelkbladen, meeldraden, stampers etc. zijn
+volgens Goethe wijzigingen van het eenige oorspronkelijke plant-orgaan,
+het oerblad. In de Metamorphose (d. i. in den ontwikkelingsgang "van
+zaad tot nieuw zaad") vormt het oerblad zich geleidelijk om tot de
+veelsoortige onderdeelen, bloem en bloesem, blad en vrucht, die men aan
+de volwassen plant waarneemt. En merkwaardiger wijze (merkt Goethe op)
+herhaalt de vorm van blad en vrucht zich in den vorm van een geheele
+plant, wat bijvb. duidelijk uitkomt als men de kroon van een appelboom
+met blad en met vrucht van dien boom vergelijkt.--Dit is het tooverwoord
+dat de plantkundige vormenleer tot een wetenschap heeft gemaakt en
+waaromtrent de vermaarde Geoffroy St. Hilaire (een van Darwins
+voorloopers) getuigt: dat Goethe "de geniale dwaasheid beging een halve
+eeuw te vroeg met zijn ontdekking te komen, toen er nog geen botanici
+waren die ze konden bestudeeren en begrijpen".
+
+XVI. Maar de grondgedachte, door Goethe de metamorphose der planten
+genoemd, reikt veel verder dan het beperkte gebied, waarop hij ze
+aanvankelijk toepaste. Evenzeer als men Linné's opvattingen benutte bij
+de studie van geheel de levende natuur, is dit met Goethes inzicht het
+geval. En heeft Linné's principe aanleiding gegeven tot de beruchte
+_préformatie-leer_, waarvan de consequentie is, dat moeder Eva van alle
+menschen die na haar zijn geboren, en tot in lengte van tijden geboren
+zullen worden, de kiemen in elkaar gewikkeld met zich droeg--Goethes
+idée bevatte de leer van de _ontwikkeling_. De meeste stellingen, later
+door Darwin aan een maniacaal rijk mensch- en diermateriaal
+gedemonstreerd: de beteekenis van arbeidsverdeeling en specialiseering
+van bepaalde organen, van den strijd om het bestaan, van aanpassing, van
+omgeving, van pathologische afwijkingen die als kenmerken van bepaalde
+vergroeiingen zijn te beschouwen, heeft Goethe ongeveer driekwart eeuw
+vroeger reeds uitgesproken. Hiermede zij niets afgedongen op de
+oorspronkelijkheid van Darwin. Integendeel: wij zijn van oordeel dat
+Darwin, indien hij zich voldoende aan den idealist Goethe hadd'
+gespiegeld, allerlei populaire platheden, die in zijn leeringen
+stilzwijgend liggen opgesloten, voor zoover hij ze niet uitdrukkelijk
+heeft verkondigd, zou hebben vermeden. Een ernstige vergelijking
+tusschen Goethe en Darwin zou kunnen illustreeren, hoeveel de
+dichter-wijsgeer voor heeft op dezen vakman. Een wijsgeerig en
+sentimenteel houdbare evolutie-leer moet o. i. tot Goethe teruggaan.
+
+XVII. Het zou te ver voeren, Goethes werkzaamheid op het gebied van
+delfstofkunde, geologie ("de beenderleer der aarde") en weerkunde
+breedvoerig te bespreken, en gewag te maken van zijn vruchtbare
+opmerkingen aangaande de waarde, die aan de opgraving van
+voorwereldlijke dieren is toe te kennen.
+
+Wij naderen thans zijn kleurenleer en hebben te wijzen op zijn
+scherpzinnige doch ook scherptongige bestrijding van Newton: "Kan men
+grooter dwaling begaan (zoo heeft hij gedurende de laatste helft zijns
+levens in velerlei toonaard gevraagd) dan te meenen dat het klare,
+reine, eeuwig ontroebele licht uit donkere kleuren is saamgesteld?" De
+lezer wete dat, volgens Newton, zuiver wit licht al de kleuren bevat,
+die men aanschouwt, wanneer zulk licht (onder bepaalde voorwaarden) door
+een driehoekig prisma dringend, op een wit scherm wordt weerkaatst.
+
+Goethes belangstelling in kleurverschijnselen kwam tot uiting in den
+tijd dat hij schilder trachtte te worden, en langs theoretischen weg
+trachtte te bereiken wat anderen door hun natuurlijken aanleg
+gemakkelijk valt: dat de kleuren en de lichten en schaduwen die op het
+doek worden gelegd tezamen rustig en harmoniesch doen. Hij merkte dat
+zijn leermeesters volstrekt niet weergaven de kleuren van de voorwerpen
+die zij nabeeldden, doch door oordeelkundig gebruik van contrasteerende
+kleuren en belichtingen naar bevrediging van het oog instinctief
+streefden: dat dus het oog van den beschouwer eigenlijk andere kleuren
+waarneemt dan, objectief bekeken, op 't doek aanwezig zijn; dat het oog
+de kleuren ten slotte zelf maakt. Wanneer in het algemeen het oog door
+een bepaalde kleur wordt getroffen, _eischt_ het de daaraan
+"tegengestelde" kleur: ziet men bijvoorbeeld een helder rood ding, dan
+bespeurt men, zoodra men den blik afwendt "in zijn verbeelding" dezelfde
+gedaante groen; de zon, bij zuiveren dampkring aanschouwd, wekt in het
+oog zoodra men het sluit, een zwart beeld. Op dergelijke verschijnselen
+heeft Goethe het eerst de aandacht gevestigd; hij heeft ze buitengewoon
+nauwkeurig beschreven en benoemd in zijn groote "Farbenlehre". Zij
+hebben aanleiding gegeven tot de ontdekking van de z.g. physiologische
+en subjectieve kleurverschijnselen. Joh. Muller, de vader van de
+nieuwere physiologie, getuigt dat hij de ontdekking van zijn
+"spezifischen Sinnesenergiën" aan vierjarige studie van de Farbenlehre
+dankt.
+
+Over den grondslag van Goethes kleurtheorie zijn de geleerden echter
+minder te spreken. Door een toeval ontdekkend dat het Newtonsche
+spectrum zich onder bepaalde omstandigheden niet vertoont, is deze, na
+langdurige proefneming, gaan meenen dat het spectrum niet ontstaat door
+_ontleding_ van wit licht, maar naar gelang het eenige licht dat
+denkbaar is (door Newton wit licht geheeten) door een dikker of een
+dunner gedeelte van het driehoekige prisma dringt. Voor Goethe bestaat
+er slechts licht en niet-licht (gewoonlijk duisternis geheeten). Kleuren
+ontstaan bij een bepaalden graad van verduistering van het licht. In
+absoluut licht zouden wij niets zien; absoluut licht ware absolute
+duisternis. Het licht wordt slechts zichtbaar aan zijn tegenstelling; en
+waar licht en duisternis samensmelten ontstaan de zoogenaamde "gekleurde
+randen", die in Goethes theorie, vooral in zijn eerste boekje over dit
+onderwerp, een groote rol spelen. Verduistering van Het licht heeft
+plaats doordien het medium, waardoor wij het Licht zien (glas, de
+dampkring, een membraan enz.) min of meer troebel is. Zoo is de kleur
+van den hemel bij zekere samenstelling van de atmosfeer blauw, zweemt
+bij zwaren of troebelen dampkring naar indigo en violet, bij zeer
+verdunden dampkring echter naar rood-geel (bijvb. de zoogenaamde
+Sirocco-lucht, die Goethe in Italië waarnam). Hiermede houdt verband de
+leer van de _gekleurde schaduwen_: wanneer bijvb. op sneeuw, waarvan men
+te voren zag dat ze helder wit was, een schaduw (verduistering) valt,
+dan ziet men er niet een zwarte doch een blauwige tint over heen
+glijden, als gevolg van de vermenging van licht en duisternis.
+
+Intusschen, het kan onze taak niet zijn, in een boek als dit een theorie
+te gaan verdedigen, die door de mannen van het vak nauwelijks behoorlijk
+is onderzocht. Na er enkele grepen uit te hebben gedaan, wenschen wij
+niet in détails te treden, omdat de kern van de zaak verre buiten den
+gezichtskring ligt van hen, die wij ons gaarne als lezers van dit boek
+voorstellen: het vermelden van meer byzonderheden zou een soort van
+kennis kunnen kweeken, tot welker bevordering wij ons niet gaarne
+leenen.
+
+Maar gaarne constateeren wij hier, dat Goethe deze quaestie naar onze
+meening te uitsluitend als een natuurwetenschappelijke heeft beschouwd,
+en zich te veel heeft verlaten op de juistheid van zijn experimenten.
+Proeven bewijzen in dit opzicht niets. Een proef kan bewijzen dat men
+een bepaald verschijnsel goed heeft waargenomen, of een onderdeel van
+dit verschijnsel goed heeft geïsoleerd. Maar een verklaringsgrond voor
+dat verschijnsel volgt niet uit de proef; die kan slechts voortvloeien
+uit het Geheel onzer ideeën, en door zijn plaats in dit Geheel wordt
+zijn juistheid bewezen. Zoolang men zich op het gebied der proefnemingen
+verschanst, is het zeer wel denkbaar dat eenzelfde verschijnsel door
+twee of meer tegengestelde gronden zich verklaren laat. Inderdaad is ons
+gebleken, dat vele kleurverschijnselen, waarvan Goethe meende dat de
+Newton-theorie ze niet kon bereiken, zoowel deze theorie als de zijne
+dulden. De physicus neemt deze verschijnselen waar, maar de
+wetenschappelijke wijsgeer slechts kan den strijd over de
+verklarings-theorieën beslechten. En dan past het, hier in herinnering
+te brengen, dat Schelling het Newtonsche spectrum "een echt spectum" (d.
+i. een spook) heeft genoemd, dat Hegel zoowel als Schopenhauer de leer
+van de Engelschen wiskunstenaar een "Barbarei" heeten, en dat Hegel (die
+Goethes theorie in hoofdzaak beaamt, en als "wijsgeerige kleurenleer"
+verkondigt) het tot Goethes verdiensten rekent: "het prisma naar den
+duivel te hebben geholpen".
+
+ * * * * *
+
+Teekenend voor Goethes wereldbeschouwing is het volgende: Toen in 1830
+te Parijs de Juli-revolutie was uitgebroken, kwam hij de kamer van zijn
+secretaris Eckermann binnenstormen, roepend dat de vulkaan tot eruptie
+was gekomen, dat alles stond in vlammen, dat nu eindelijk de zaken niet
+meer konden worden behandeld met gesloten deuren.--Ja, een vreeselijke
+geschiedenis! antwoordt de secretaris, maar hoe kon het in de gegeven
+omstandigheden en onder zoo'n ministerie ook op iets anders uitloopen
+dan op de verdrijving van het vorstelijk huis?--Mijn waarde, zegt nu
+Goethe, wij schijnen elkaar niet te verstaan: ik spreek heelemaal niet
+van die luidjes, ik heb het over heel wat anders. Ik spreek over den
+voor de wetenschap zoo belangrijken strijd tusschen Cuvier en Geoffroy
+St. Hilaire, die nu in de Académie tot een voldongen uitbarsting is
+gekomen!--
+
+De synthetische methode van natuuronderzoek, waarvoor ook hij 50 jaren
+had gestreden, had in Frankrijk post gevat. Ondanks de bloedige
+gebeurtenissen was de vergaderzaal van de Académie vol. En dit maakte
+den meer dan tachtigjarigen Goethe zoo jongensachtig blij, dat hij op de
+revolutie niet lette.
+
+
+
+
+XXIII
+
+ Lieve hemel! Daar kruipen er toch zooveel
+ tegen de Parnassus op--laat ze meekruipen!
+ FRAU AJA.
+
+
+Hongerig en ontevreden was Schiller naar Weimar gekomen, in de
+verwachting een hapje of wat te mogen meeëten aan de hertogelijke ruif,
+die al zoo veel groote geesten in het leven hield. Hij had te voren
+kennis gemaakt met Carl-August, die hem bij die gelegenheid tot
+staatsraad benoemde. De weggeloopen officier van gezondheid (in wien men
+den dichter had willen dooden), lang en tenger, met zijn bleek-blauwe,
+hemel-zoekende oogen, uitgeteerd door honger en ziekte, zwervend van
+vriend tot vriend, boekjes vertalend voor een prijsje, vertaalwerk
+uitbestedend aan literators die nog meer honger hadden dan hij; en toch
+steeds door schuldeischers opgejaagd; vertrouwend op zijn bruikbare
+kwaliteiten als geschiedschrijver, dichter, wijsgeer, tooneelprutser,
+criticus, meende op een emplooy te mogen hopen.
+
+Goethe reisde toen in Italië, doch overal voelde zijn bewonderaar den
+invloed van zijn arbeid; nu eerst begreep Schiller dat deze dichter
+tevens een groot staatsman, een vindingrijk geleerde, een zorgzaam
+paedagoog was; en hij sprak het uit dat Goethe meer als mensch dan als
+dichter werd bemind. Toen nu de arme zoeker zich verliefde in Charlotte
+von Lengeveld, die zeer bevriend was met Frau von Stein, verwachtte hij,
+spoedig tot Goethes kring te worden toegelaten. En gedienstige geesten
+ontwierpen allerlei plannen, die toenadering tusschen de twee groote
+mannen moesten uitlokken. Doch juist in dien tijd was Goethe allerminst
+gesteld op de kameraadschap van een intellectueel, wiens bedoelingen hij
+aanstonds doorgrondde. Toch reeds afgemeten in zijn manieren en koel
+tegenover vreemden, hield hij zich gedurende de eerste ontmoetingen met
+Schiller zoozeer op een afstand, dat deze wanhoopte, ooit intiem te
+worden met den belangwekkenden causeur, die zich in ieder verdiepte maar
+zich nooit geheel gaf, en dusdoende (zoo meende Schiller) planmatig zijn
+eigenliefde streelde.
+
+Door Goethes toedoen kreeg Schiller (die met een werk over den afval der
+Nederlanden een goeden naam als historicus had verworven) een
+buitengewonen leerstoel voor geschiedenis aan de hoogeschool te Jena; en
+toen hij in alle bescheidenheid te kennen gaf, dat hij zich voor die
+taak nog niet bekwaam genoeg achtte, beduidde de minzame Olympiër hem,
+dat men al onderwijzend leert. En zij bleven elkaar vreemd. Schiller
+moest aan de voorbereiding van zijn colleges zooveel tijd geven, dat
+zijn levenswerk op den achtergrond raakte; zijn oude bitterheid tegen
+den verkwistenden, luien Goethe, die er zoo warmpjes in zat terwijl hij
+zich afsloofde, borrelde weer op: Die man zit mij in den weg!
+
+Inderdaad waren zij antipoden, en (zegt Goethe) tusschen
+geestes-antipoden ligt meer dan de doorsnêe van den aardbol. Indien men
+nu bedenkt dat Goethe, àls poëet, natuurvorscher was geworden; en dat
+Schiller, nadat hij reeds als mediesch student in allerlei
+natuurwetenschap had uitgeblonken, daar een soort minachting voor had
+gekregen, en zich uitsluitend aan de cultuur zijns geestes hoopte te
+wijden: dan voelt men hoe dit verschil in levensgang op een
+diepwortelend verschil in aanleg wijst. De denker Goethe was passief;
+zijn ideeën ontstonden in de duisternis van zijn onbewuste wezen; hij
+moest aarzelend tasten en geduldig wachten, totdat zijn ideeën waren
+voltooid en hij ze als beelden aanschouwde. Doch "dan had hij ook maar
+aan zijn levensboom te schudden en de rijpe vruchten vielen in de
+menigte!" Schiller was als denker actief: hij bestudeerde en beheerschte
+de verrichtingen van zijn brein; hij werkte berekenend met zuivere
+begrippen, en met constructies van begrippen, die hij bouwde. En daarna
+zette hij met overleg die constructies om in beelden, zijn denken
+prikkelend met allerlei stimulanten. Schiller bereidde zijn werken met
+zijn vrienden voor, doorsprak, doordacht zijn plannen met hen. Goethe
+wist nauwelijks wat er in hem gebeurde, en merkte dan plotseling dat er
+iets in zijn ziel was _ontstaan_. Goethes dichten geschiedde
+instinctief; hij wilde geven natuurlijke menschen wier onbewuste
+verwantschap met God zich kond deed; zijn ideaal lag in argelooze
+uitleving van loutere menschelijke instincten. Doch Schillers dichten
+geschiedde strikt intellectueel; hij trachtte te maken menschen die
+overwegend Goddelijk en maar eenigszins natuurlijk waren; in vrije
+zedelijkheid, zedelijke vrijheid zocht hij zijn ideaal. Hij had in de
+levensperiode die achter hem lag aanleiding te over gehad, om de
+werkelijkheid te haten en te ontvlieden, om bij voorkeur in het rijk van
+gedachte en schoonheid te verwijlen. En hij moest een volgzaam discipel
+worden van Kant, die leeraarde dat de mensch de natuur maakt tot wat ze
+hem dunkt te zijn, dat de mensch vrijheid heeft, de natuur te
+onderdrukken en te dwingen. Dit boekstavend had hij Goethe geërgerd:
+deze immers had de werkelijkheid doorgaans nogal goedmoedig genomen, zag
+in de natuur een milde moeder, die men vooral moet leeren kennen zooals
+ze werkelijk is. Zijn levensloop was niet zóó, dat deze overtuiging
+daardoor kon worden aangetast: hij had het geluk gehad, het leven in
+velerlei richting te genieten, had naar hartelust gestudeerd, had menig
+volk van nabij leeren kennen, had vele ambten, ook zeer hooge ambten,
+bekleed, verkeerde gemeenzaam met denkers en heerschers, bezat de
+middelen om een ongewenschte omgeving te verlaten, toen dit voor zijn
+ontwikkeling noodig was. Voor hém geen reden om aan de werkelijkheid te
+twijfelen.... Heel anders Schiller, die, toen hij tot zuivering van zijn
+smaak Griekenland moest bezoeken, zich mocht te vreden stellen met van
+Grieksche helden te--lezen.
+
+Daar kwam bij, dat Goethe Schiller beoordeelde naar zijn drama "De
+Roovers", waarin veel wapengekletter, geroep om vrijheid, inbreuk op wet
+en regel voorkwam. Dit drama behoorde tot de Sturm-en-Drangsfeer, die
+hij was ontgroeid; die hij haatte sinds hij een hoogere richting had
+ingeslagen, en voor dat betere vruchteloos huldiging zocht bij een
+publiek, dat zich gaarne hield bij het wapengekletter en wat dies meer
+zij. Daar gingen de ideeën van de Fransche revolutie, mede tengevolge
+van het heillooze Sturmen-en-Drängen, in Duitschland veld winnen, daar
+werd zoowaar de heer "_Chille_" (sic), de schrijver van "Robert, chef de
+brigands" tot burger van de Fransche republiek benoemd; het verband
+tusschen Schillers drama en de nieuwe richting viel niet meer te
+loochenen! Goethe wist niet, dat Schiller, gelijk velen, door de
+gebeurtenissen in Frankrijk was bekeerd, geloofde dat de gemeene man
+eeuwig blind was, nog in geen eeuwen rijp voor de vrijheid; en hoopte de
+menschen door het schoone op te voeden.
+
+Maar onverwacht leerden zij elkaar inniger kennen. Een avond, ze hadden
+een natuurwetenschappelijke lezing bijgewoond, wandelden ze samen op, en
+Schiller maakte de opmerking, dat men met _fragmentarische_ beschouwing
+van de natuur toch eigenlijk niet veel verder kon komen. Goethe was
+getroffen, zegde zijn meening dat men van het Geheel naar de Deelen moet
+gaan, noodde den sympathiek luisterenden professor op zijn kamer, wierp
+daar met enkele pennestreken zijn "oerplant" op 't papier.
+
+"Dit is geen ervaring", zei Schiller die in het wijsgeerige altijd op
+correctie gesteld was, "dit is een Idee!" Goethe, voor wiens
+geesteshouding dit weinig verschil maakte, merkte ironiesch op, dat het
+hem aangenaam was, te vernemen dat hij werkelijk ideeën had; en (voegde
+hij er diepzinnig aan toe) "ideeën die ik met mijn oogen kan zien".
+
+Toen kwam het gesprek op de wetten van het schoone en alras bleek dat de
+twee mannen, die tot dan toe elkander vreemden waren geweest, op dit
+gebied naar hetzelfde doel streefden; hoewel natuurlijk niet te
+loochenen viel, dat zij dit doel niet van denzelfden kant beschouwden:
+wat dan ook uit hun woordenkeus en gevoelstoonaard bleek. Maar vooral
+verheugde het Goethe, uit Schillers zeggen te begrijpen, dat deze kunst
+en gedachte niet koesterde wijl beroep, broodnood of liefhebberij dit
+zoo wilden, maar omdat zijn leven, d. i. zijn persoonlijkheid er van af
+hing. Met dezen man moest hij zich vereenigen tegen de domme wereld, die
+zich wilde vermaken!
+
+Toen kwam de brief, waarin Schiller bekende, dat hij de ontwikkeling van
+Goethes genie al jaren met de grootste deelneming volgde; en van diens
+geheimste bedoelingen en strevingen een schets gaf, die toonde hoe ver
+hij met zijn fijn en geduldig vernuft in Goethe was doordrongen. "Gij
+vat de heele natuur samen (lezen wij in dezen brief) om over het op zich
+zelf staande licht te krijgen; in het Al-geheele van haar
+verschijningsvormen tracht gij een verklaringsgrond voor het individu te
+vinden. Van het eenvoudigste organisme stijgt Gij schrede voor schrede
+tot de meer ingewikkelde, om eindelijk het ingewikkeldste van allen, den
+mensch, genetiesch uit de bouwstoffen van het gansche natuurgewrocht op
+te bouwen.. Wat Gij echter bezwaarlijk zelf kunt weten (daar het Genie
+zich zelf altijd het grootste geheim blijft) dat is de prachtige
+overeenstemming tusschen Uw wijsgeerig instinct en de zuiverste
+resultaten van de speculeerende Rede. Oogenschijnlijk kunnen er geen
+twee grooter tegenstellingen bestaan dan de speculatieve geest die van
+de eenheid, en de intuïtieve die van de veelheid uitgaat. Zoekt echter
+de eerste met kuischen en trouwen zin de ervaring, en zoekt de laatste
+met eigenmachtig vrije denkkracht het Wetmatige, dan kan het niet
+missen, of zij komen elkaar halverwege tegemoet".
+
+En zij kwamen elkander tegemoet. De "egoist" Goethe was ontdooid. Hij
+schreef dat hij voor zijn verjaardag, die juist in die week viel, geen
+schooner geschenk had kunnen wenschen dan zulk een brief; hij zeide
+openlijk dat Schiller nu nog een stapje verder moest gaan; dat hij hem
+noodig had, wijl hij altijd in half-duister tastte en niet onderscheidde
+wat er in hem omging. En onuitgegeven essays kwamen over en weer los.
+Schiller bracht een poos onder Goethes dak door, en bekende blijmoedig
+dat het zeer lang zou duren, eer hij de vele ideeën, welke de ervaring
+en het profetische gemoed van zijn gastheer in hem hadden gewekt, zou
+hebben uitgewerkt; maar geen enkel idee mocht verloren gaan!
+
+En Goethe? Juist in dien tijd voelde hij zich sterk geïsoleerd.
+Carl-August beslistte wel eens in belangrijke zaken zonder hem om raad
+te vragen; beoordeelde letteren en tooneel naar Franschen smaak, heulde
+meer dan nuttig was met de émigrés; wilde in zijn bekrompen huizing den
+koning van Pruisen ontvangen; liet--zonder het te weten--soms merken dat
+hij toch eigenlijk de vorst was, hetgeen Goethe hem betaald moest zetten
+door zeer onderdanig te doen; waaruit Carl-August dan weer begreep, dat
+Goethe toch eigenlijk een egoist was. Wieland toonde zich gebelgd omdat
+Goethe, door medewerking aan Schillers maandblad, zijn "Teutsche Mercur"
+ondergroef. Met de wispelturige familie Herder leefde hij in onmin,
+vooral sinds hij den inhaligen predikant in een administratief geschil
+ongelijk moest geven, en deze, het onmogelijke eischend, niet waardeerde
+dat het mogelijke voor hem werd gedaan. Weldra zou Herder van den man,
+dien hij als een jongeling aan zijn borst had gedrukt, beweren:
+"Humaniteit en Christendom zijn bij hem contrabande en belachelijke
+veroordeelen". Wat Goethe hem betaald zette, door enkele jaren nadien
+zijn zoon door hem te doen "bevestigen".
+
+Zulke onaangenaamheden hielp Schiller hem dragen. Om hem henen rees een
+nieuwe lente, en vele zaden ontsproten thans tot vroolijk bloeisel: hij
+ging weer aan het dichten. De proletariesch-voortvarende Schiller hield
+hem aan het werk, was gewoon te strijden tegen den remmenden invloed van
+lichaam, atmosfeer, stemming, stoffelijke omstandigheden. Met
+verwondering zag Goethe op tegen dien man, die van week tot week
+merkbaar vooruitging, die bij theevisite of terwijl hij zijn nagels
+besneed even groot was als aan de studeertafel. Hij nam op diens
+aandringen half-vergeten fragmenten weer ter hand, en Schiller, die de
+mechaniek van het denken zoo goed kende, werkte er zich in, wist te
+zeggen, waarop nauwelijks geschetste lijnen moesten uitloopen. Goethe
+liet zich door hem gaarne besmetten met theoretische wijsbegeerte, en
+begon, als hij, zijn werkplannen in te richten naar het resultaat van
+zijn bespiegelingen. Gelijk Lessing indertijd de grenzen tusschen
+beeld-en dichtkunst had afgebakend, zoo trachtten de twee
+dichtervrienden na langdurige discussie uit te maken, waar epische
+poëzie ophoudt en dramatische poëzie begint. Goethe schreef een studie
+over dat vraagpunt, en toen een goede kennis hem, terwijl hij
+voortwerkte aan zijn Faust, van Italië vertelde, liet hij het
+Germaansche drama liggen, en schreef een essay over Laakoon. Hij wilde
+weer naar het Zuiden, zijn wetenschap van dat land en zijn kunst
+volmaken, om er een monumentaal boek over te schrijven. Maar Schiller
+oordeelde dat hem voorloopig nog genoeg stof ter bewerking overbleef,
+mits hij zijn herinnering maar wilde ontginnen, en complotteerde om hem
+in Duitschland te houden: wat gelukte. In zijn dankbaarheid voor dit
+alles wist Goethe op zijn beurt zich voor zijn makker op te offeren:
+toen Schiller arbeidde aan zijn Wallenstein, onderving hij diens
+journalistieke beslommeringen, en besprak ieder tafereel met hem. Deze
+samenwerking maakte Schiller op zijn manier "realistiesch"! Van zijn
+derde reis door Zwitserland bracht Goethe plannen mee en locaal-studies
+voor een epiesch gedicht over Willem Tell, maar toen zijn aandacht voor
+die stof verflauwde, gaf hij zijn portefeuille aan Schiller over, die er
+tot zijn verbazing gladweg een drama uit samenstelde. Daarentegen gaf
+Schiller zijn vriend en mededinger den stoot tot het dichten van
+ballades: _De bruid van Corinthe, De Toovenaarsleerling, de God en de
+Bajadere, De Schatgraver_.
+
+Er zijn schrijvers die het noodig achten te betoogen, dat men in de
+literatuur-geschiedenis van alle landen vergeefs zal zoeken naar de
+weergâ van een dergelijke vriendschap. Wij mijden dien weg; liever
+wijzen wij er op, dat de meest egoistische ideeënvrek bij zijn
+opgeslotenheid niet beter is gevaren dan deze twee dichters, die voor
+elkander geheimen noch naijver hadden.
+
+Goethe hield nu ook voortdurend voeling met Jena, de universiteitsstad,
+die nu wel niet een "Muzenhof" (gelijk Weimar), maar toch een
+verzamelplaats van echte geleerden was geworden, waar mannen van zeer
+uiteenloopenden aanleg als Schelling, Hegel, de Humboldts, Loder,
+Hufeland, elkander steunden en waardeerden, vurig streden tegen een
+groep bekrompenen, die hen voor gedoopte heidenen aanzagen.
+
+In deze omgeving kregen Schiller en Goethe kracht, om hun ergernis over
+menschen en richtingen, die langzamerhand de overhand namen, eens
+duidelijk uit te spreken. Directe aanleiding daartoe was het te niet
+gaan van het tijdschrift "Die Horen".[A] Schiller had het willen maken
+tot een manifestatie van het echt-menschelijke dat in zeer verschillende
+talenten en overtuigingen is aan te wijzen: "Hoe meer (zoo zeide hij in
+een circulaire aan de medewerkers) de bekrompen belangen van het
+tegenwoordige de gemoederen spannen, samendrukken en onderwerpen, des te
+dringender is de behoefte, om door een algemeene en hoogere aandacht
+voor hetgeen dat puur-menschelijk is en verheven boven den invloed der
+tijden, de gemoederen weder vrij te maken en de politiek-verdeelde
+wereld onder de banier van waarheid en schoonheid te vereenigen". Maar
+de weinigen die het tijdschrift lazen waren geenszins tevreden, en in
+het gekakel dat zij ten beste gaven meende Goethe een klank te
+herkennen, dien hij al meer had vernomen, telkens als hij het waagde een
+goed werk te publiceeren. De aanhangers van de verschillende literaire
+scholen sloten onderling vrede en liepen tegen de twee vrienden te hoop.
+Men beweerde dat de Duitsche literatuur in een stadium van verval
+verkeerde, en wenschte terug de gouden eeuw van Lessing. Zoo bleek dat
+de verschillende richtingsleuzen eigenlijk voorwendsels waren, die veel
+wansmaak moesten bedekken. En Goethe meende toch ook wel iets gedaan te
+hebben voor de Duitsche literatuur! Hij voelde zijn ouden strijdlust
+terugkomen. Hij haatte weer. Hij haatte de volgelingen van Nicolaï. Hij
+haatte de pedante voorloopers van de romantische schilder- en
+dichterschool, die in zijn classicisme een reactie zagen naar het
+heidendom, en die hunnerzijds de poëzie nu onder de controle stelden van
+het geloof, gelijk dit in de mystieke middeleeuwen was geweest; die het
+onbestemde waas van de middeleeuwen verheerlijkten, terwijl hij naar
+steeds beslister omlijnde vormen streefde; die gereed stonden om zich
+bij groepen tot het Katholicisme te bekeeren, en die verkondigden dat
+alle kunstenaars monnik moesten zijn, omdat er wel eens monnikken waren
+geweest die goede kunst hadden voortgebracht. Hij haatte de zwakke,
+middelmatige aanstellers, die hem collega dorsten noemen. De vinnigheid
+van de Venetiaansche Epigrammen was nog maar een zwak voorproefje van
+hetgeen den kerels nu wachtte!
+
+[A] _Letterlijk_: Dienaressen van Zeus, die den toegang tot den
+Godenberg openen en sluiten.
+
+Schiller en Goethe hadden elkander al eens getroost met kleine
+gedichtjes, waarin de een of andere bengel die byzonder lastig was
+geweest werd afgestraft. Nu wilden zij met een honderdtal van die
+stekeldichtjes de hinderlijkste personen treffen, en daarna in even
+korte, maar ernst-zware uitspraken boekstaven wat zij daar tegenover
+hadden te stellen. Tusschen Jena en Weimar ging een schrijfboek heen en
+weer, waarin zij beurt om beurt hun uitvallen luchtten. Vaak hokten de
+strafrechters samen, broeiden, vonden, knutselden samen: men weet nu
+niet meer wie de schrijver van elk vers is. De meest tweeregelige
+_Xeniën_[A] in den vorm van het Grieksche distichon verschenen in
+Schillers _Muzenalmenak_ van 1797. Sommige stegen als lichtgevende
+kogels omhoog, anderen schroeiden, weer anderen werden slechts
+opgeworpen om het oog te verstrooien. Zij brachten hevigen schrik onder
+de beklaagden; men verwachtte dat het nu jaar in jaar uit zoo zou gaan,
+dat men nu niet meer ongestraft zich kon aanstellen als "geestelijk
+poortwachter, een ieder halt! toeroepend die geen pas kon toonen". Geen
+enkele partij bleef gespaard. Zoodra wij ons zelve niet ontzien, meenden
+de "Dioskuren", mogen wij heilig en profaan te lijf. Sansculotten zoowel
+als piëtisten werden bespot, geprikkeld, uitgekleed, vertrapt. Ook
+Goethes beste vrienden hadden te lijden: Jung-Stilling, die bij zijn
+bijbel was verdwaasd, Lavater, die schijnheilig en heerschzuchtig was
+geworden, Stolberg, die voorheen tyrannenbloed begeerde, maar nu elken
+vrijgeest heiden schold.
+
+[A] _Letterlijk_: Geschenkjes van een gastheer aan zijn gasten.
+
+Natuurlijk bleef wraak niet uit. Er verschenen heel wat parodieën,
+anti-xeniën, tegengeschenken, die persoonlijke aanvallen in den zelfden
+trant beantwoordden, die Goethes huwelijksleven bezwadderden, die van de
+onjuiste onderstelling uitgingen, dat Goethe en Schiller op dezelfde
+wijze waren te treffen als gewone literaire straatjongens. "Het is
+grappig, te zien wat dit soort van menschen eigenlijk heeft geërgerd
+(schreef Goethe aan zijn vriend) en waarmede zij meenen een ander te
+ergeren; hoe laf, leeg en gemeen zij een hun vreemde Existentie
+beschouwen, hoe zij hun pijlen op den buitenkant van iemands lichaam
+richten, en hoe weinig zij vermoeden in wat onneembaren burcht hij
+woont, die zich zelf en de dingen altijd ernstig neemt". Hij wilde
+terughouwen: De wansmaak bleek nog erger dan hij te voren had gemeend.
+Hij had spoedig een soort van comedie "De gouden bruiloft van Oberon"
+gereed, waarin hij zijn belagers opnieuw ongenadige straffen toediende.
+Maar Schiller vond dat het nu mooi was: tegen domheid stonden zelfs de
+goden machteloos. Het stuk bleef liggen, en werd later in Faust
+verwerkt.
+
+De "dichtervorsten" besloten, het bij dit eene "dolle waagstuk" te
+laten, en voortaan met monumentale schoonheid den menschen te toonen hoe
+het eigenlijk moest; zij wilden, allen tegenstanders ten spijt, hun
+proteus-achtigen aard thans in de gestalte van het edele en goede doen
+verschijnen.
+
+Wijze moeder Aja was over dezen inkeer geestdriftig verheugd, al had ze
+het land aan de literaire "zonder-broeken".
+
+
+
+
+XXIV
+
+ Bilde, Künstler! rede nicht
+ Nur ein Hauch sei dein Gedicht
+
+ HERMANN UND DOROTHEA.
+
+Schillers invloed en voorbeeld zetten Goethe aan tot onophoudelijk
+doelbewust werken, op alle gebieden die zijn geest tot dan toe hadden
+verlokt. En zulk werken bracht mede dat hij onafgebroken gestemd was op
+de harmonie van het Eene dat veelvuldig zich openbaart, dat hij menschen
+en gebeurtenissen met rustigen blik doorzag. Zoo is dan begrijpende rust
+het hoofdkenmerk van het epische gedicht _Hermann und Dorothea_, dat in
+deze periode ontstond, en dat techniesch zoowel als psychologiesch tot
+Goethes volmaakste werken behoort. Men zal bij oppervlakkige lezing
+glimlachen om de bewering, dat een man, die in geen enkele wetenschap
+vreemdeling was, buitengewoon veel menschen, verdorven, brave en
+verheven menschen goed kende, en menig spannend avontuur had beleefd,
+zijn glorie zou vinden in een zoo eenvoudig verhaal van zoo weinig
+bladzijden druks. Men ziet voorbij, dat in die weinige bladzijden druks
+Goethes standpunt is neergelegd--niet polemiesch doch beeldend--tegenover
+een groote drijfveer van de omwentelingsgszindheid, die hem zooveel
+droeve uren had bezorgd; men ziet dit voorbij doordat de raad, dien de
+dichter zijn landgenooten geeft, zich niet rechtstreeks laat voelen of
+volgen. Men vergeet, dat in die enkele bladzijden druks wel een dozijn
+tragische spanningen worden ontbloot, gepeild, opgeheven, die ieder
+voor zich zelf konden dienen om in een modernen horizonloozen roman
+uitgeplozen te worden, en alsdan vele lezers te overprikkelen of
+wanhopig te maken. Men vergeet het, doordien deze spanningen, gelijk
+Goethe ze te boek stelt, den lezer wel intens doch slechts voorbijgaand
+treffen: wreedheid en naastenliefde, gemeenheid en adel, woede en humor
+zijn in dit epos zoo gegroepeerd, dat zij elkander dragen, dat de
+ontroeringen die ze stichten tot een genietelijke eenheid samensmelten.
+
+Dit moet echter niet zoo begrepen worden: dat de dichter met fijne
+vaardigheid en gereede kunde de "classieke rust", die hij in oude
+beeldgroepen had bewonderd, op de poëzie "toepaste", teneinde daarmede
+den lof van typiesch-Duitsche esthetische snuffelaars te oogsten; doch
+zoo: dat de dichter o.a. de antieke beeldgroepen had bewonderd, wijl ze
+iets hadden van de gelaten schoonheid, die hij in zich voelde worden.
+Zijn verlangen naar zulke schoone gelatenheid ontsproot uit een
+wijsgeerigen levenskijk--de lezer kent ze in grondtrekken--welke als
+zoodanig den classieken beeldhouwer wel zal hebben ontbroken; daar ze
+slechts volgen kon op de storing in het intellectueele evenwicht, die
+met de Christelijke zelfbespiegeling samenhangt. Door Iphigenie en Tasso
+was een langdurige evolutie naar deze schoone gelatenheid bekroond. In
+Hermann und Dorothea deed Goethe een poging, enkele menschen, strijdend
+om hun heil, voor te stellen: niet in doorzichtige gewaden die hun
+vormen en hun zielen nauw omhullen, doch in moderne kleedij en in het
+coloriet van zijn tijd. De vraag, of hij daar directe aanleiding toe
+vond in een verhaal dat hem ter oore kwam, of in het heldhaftig gedrag
+van Lili, eens zijn verloofde, kunnen wij onbeantwoord laten: Hij moest
+deze poging vroeg of laat wagen. Eéns moest hij trachten, ook de
+uiterlijke omstandigheden, die gewoonlijk de roeringen van een
+menschenziel begeleiden, en die hij, krachtens zijn aanleg, uit zijn
+zuiverste drama's had gebannen, met een psychiesch gebeuren te verweven
+en te vergeestelijken, zoodat relaas en werkelijkheid elkander naderden,
+zoodat zijn innerlijk ook de realiteit doordrong.
+
+Doch hierdoor was de keuze van het milieu, waarin zijn gedicht zou
+spelen, van de menschen die hij zou oproepen, vrij streng bepaald:
+Grootsteedsche menschen kon hij niet gebruiken, want die omhangen en
+omsnoeren hun ziel gelijk hun lijf; ze willen te sterk individueel
+ontleed worden, om met korte duidingen zich te laten verheffen in de
+sfeer des geheels. Gewone boeren daarentegen zijn in den regel nog niet
+toe aan de verfijning--ze moge al of niet bewust zijn--die een
+ziels-conflict mogelijk en belangwekkend maakt. En zoo moest en mocht
+Goethe hier menschen geven zooals hij ze graag had: menschen op de grens
+van stads- en landleven, instinctief maar maar toch voor redeneering
+vatbaar; praatgraag en toch besloten genoeg om eigenzinnig te zijn;
+vertrouwelijk en toch op hun hoede; gesteld op hun bezit maar toch mild;
+vurig bij geval, maar doorgaans gematigd; natuurlijke menschen, eventjes
+door den stroom des tijds geraakt, maar zoo verknocht aan het ras, dat
+op het vruchtdragen van een boom of de veredeling van een gewas
+jarenlang moet wachten, om tegen allerlei nieuwigheden rotsvast te
+staan. Ze hebben alle hun eigenaardigheden, deze lieden, maar ze blijven
+toch algemeen-menschelijk genoeg om in geen enkelen tijd byzonder vreemd
+te schijnen. Het zijn echt kleinburgerlijke Duitschers, maar zooals
+Goethe ze behandelt voelen lezers van iederen stand en van elken
+volksaard zich bij hen tehuis: als een hunner eigenaardigheden naar
+voren springt, vergeet hij nooit te toonen, hoe zulk een eigenaardigheid
+uit het algemeen-menschelijke is ontstaan.... En dit zonder ook maar één
+moment te preeken of te betoogen; de wijsgeerige strekking, die hij
+noodig heeft om de overgangen zacht te doen verloopen, is gegeven mét de
+groepeering van de personen. Plechtig, geurend, kleurend, klinkend
+glijden de tooneelen door onze verbeelding. Wij aanschouwen de menschen
+zóó levendig dat wij meenen ze te grijpen; en niettemin zijn ze zoo
+wazig geteekend, dat duizend verschillende lezers zich duizend
+uiteenloopende Hermanns zullen phantaseeren.
+
+Dit gedicht, in de wereld-literatuur een verschijning van groote
+voornaamheid, is na den Werther, het eerste werk van Goethes hand dat er
+bij de groote massa insloeg en dat in volks-edities op vodderig papier
+werd verkocht. Het spreekt tot den eenvoudige zoowel als tot den
+kunstgevoelige en den geleerde; evenals de natuur. Het is voor dezen een
+trouwe kameraad en voor genen een tonige rijkvormige ets, of een vonk
+oeroude levenswijsheid.
+
+Daarom juist is het Goethes glorie!
+
+Naarmate wij dieper zijn doorgedrongen in 's dichters persoonlijkheid,
+naarmate de werken die wij in nauwe overeenstemming met dit verder
+doordringen vermelden, zuiverder zijn: voelen wij minder behoefte aan
+critische of afwerende beredeneering van die werken. Vandaar dat de
+lezer hier zonder meer een korte inhoudsopgave van Hermann und Dorothea
+zal vinden en voor het overige naar het origineel en naar zijn eigen
+gevoel zij verwezen:
+
+ EERSTE ZANG: Benauwde middag in nazomer. De waard van "Den Gouden
+ Os" zit met zijn vrouw op een bank voor zijn deur. Zij kijken naar
+ de thuiskomst van hun medeburgers, uitgetrokken om de boeren te
+ zien, die door de Franschen uit hun hofsteden aan den overkant van
+ den Rijn zijn gejaagd. Hermann, hun zoon, is den vluchtelingen met
+ een wagen vol levensmiddelen en kleeren tegemoet. Apotheker en
+ Dominee zetten zich ook op de bank. De eerste scheldt op de wreede
+ nieuwsgierigheid van zijn stadgenooten, de laatste verontschuldigt
+ ze. Het gesprek wordt in in de koelere gelagkamer voortgezet bij
+ een glas Rijnwijn. De apotheker klinkt niet mee. De waard, aan
+ aardsche goederen hangend als hij, raadt dat hij zich angstig maakt
+ voor de naderende vijanden; doch vertrouwt dat de Rijn hun
+ doortocht zal stremmen. Bovendien zal de vrede wel gauw worden
+ geteekend, en hij hoopt dan ook de bruiloft van zijn zoon Hermann
+ te vieren. Juist nadert deze op zijn dreunenden wagen.
+
+ TWEEDE ZANG: Dominee leest op Hermanns gezicht dat er iets
+ byzonders met hem is voorgevallen; doch over zijn toespelingen
+ praat deze heen. Hij verhaalt van zijn ontmoeting met de
+ vluchtelingen: hoe een meisje dat een ossenwagen bestuurde, waarin
+ een pas bevallen vrouw lag, hem om linnen had gevraagd voor moeder
+ en zuigeling, en hoe hij haar zijn heelen voorraad levensmiddelen
+ had afgestaan, ter verdeeling onder haar lotgenooten: daar zij
+ beter dan hij wist wie onder hen gebrek leed. Het is toch maar goed
+ vrijgezel te zijn, meent de apotheker, dan ontkom je gemakkelijker
+ aan gevaren. Waartegen Hermann _ernstig_ aanvoert, dat juist in
+ zulke barre tijden een meisje den steun van een man, de man
+ vrouwelijken troost behoeft, en hij liever vandaag dan morgen
+ trouwt. Dat doet zijn moeder goed: zij herinnert, dat zij haar man
+ de hand heeft gereikt op de puinhoopen van het afgebrande
+ ouderhuis. Ook de vader hoort Hermann graag van trouwen spreken,
+ maar waarschuwt dat het moeilijk is, zonder een duit te beginnen,
+ en dat de man een arm meisje ten slotte als een dienstbode gaat
+ beschouwen. Waarom kiest Hermann niet een dochter van den rijken
+ koopman, hier vlak bij, tot bruid? De aangesprokene bekent, dat hij
+ eenmaal zijn oogen naar een van buurmans dochters heeft opgeslagen;
+ hij heeft echter gezworen daar nooit weer een voet in huis te
+ zetten, omdat de meisjes er met zijn boerschheid spotten. Als nu de
+ waard toornig uitroept, dat hij een fijne, een rijke schoondochter
+ wenscht, die clavier kan spelen, verlaat Hermann eerbiedig zwijgend
+ de kamer.
+
+ DERDE ZANG: De waard legt zijn gasten uit, dat volgens hem de zoon
+ zijns vaders positie moet voorbijstreven; zijn vrouw beweert met
+ trots dat haar zoon eens het toonbeeld van een goed burger zal
+ worden, als zijn vader hem maar niet door voortdurende critiek
+ verlamt. Zij gaat Hermann opzoeken en onderwijl betoogt de waard,
+ dat vrouwen toch echte domme kinderen zijn. De apotheker toont, dat
+ hij het standpunt van zijn gastheer beter vat.
+
+ VIERDE ZANG: Nadat moeder haar uitgestrekte, kostelijke landerijen
+ doorzocht heeft, treft zij Hermann op een bank onder een perenboom,
+ vanwaar hij een onbelemmerd vergezicht geniet naar de vermoedelijke
+ verblijfplaats van het vreemde meisje. Hij heeft blijkbaar geweend,
+ en zegt zijn moeder op haar bezorgde vraag, dat hij mét de
+ vluchtelingen lijdt, en dat hij zich verplicht voelt onder dienst
+ te gaan om zijn vaderland te verdedigen: laat vader dan nòg zeggen,
+ dat ik geen eergevoel heb.... Als nu de moeder over Hermanns
+ plannen ten hoogste verwonderd blijkt, valt hij, nadat hij nog
+ getracht heeft zich goed te houden, haar om den hals, en beklaagt
+ zich smartelijk over de miskenning van vaders kant, die hem zoo
+ vaak ontmoedigt. Zonder overgang wijst hij op zijn _dakkamertje_,
+ waar hij het zoo eenzaam heeft: een echtgenoote ontbreekt hem. Hij
+ ontkent niet langer dat hij het verdreven meisje begeert, maar,
+ wanhopend aan vaders toestemming, smeekt hij de waardin, hem maar
+ ten strijde te laten trekken. Geen denken aan! zij vermaant hem,
+ zijn vader vriendelijk toe te spreken--die is tegen den avond
+ altijd ontvankelijker gestemd--en verder op de hulp van dominee te
+ rekenen.
+
+ VIJFDE ZANG: In het zaaltje zitten de drie mans nog steeds bij een
+ glaasje te kouten. De geestelijke bepleit voorzichtig Hermanns
+ zaak: schoon is het, steeds naar beter te streven, maar juist den
+ landman past het, ook in vele gevallen rustig bij het oude te
+ volharden. Ligt in de onrust van den stedeling niet een groot
+ gevaar? Gezegend Hermann, en de gelijkgestemde vrouw, die hij zich
+ eens zal kiezen!--Nu komt de moeder met Hermann aan de hand binnen:
+ zij brengt den waard onder 't oog, hoe vaak deze Hermann gezegd
+ heeft, zich zelf een bruid te nemen. Nu heeft hij gekozen: het
+ vreemde meisje. En als je hem dat meisje niet geeft, dan blijft hij
+ eeuwig vrijgezel! Hermann herhaalt, dat zijn hart rein en stellig
+ heeft gesproken. Maar de vader zwijgt en nu staat de predikant op
+ om iets te zeggen:
+
+ De vader moet bedenken dat altijd het _oogenblik_ beslist, ook
+ wanneer langdurig overleg is voorafgegaan. De wensch verhult ons
+ wel eens het gewenschte, dat uit Gods hand soms in vreemde gestalte
+ verschijnt. Daar Hermann een brave en verstandige jongen is, heeft
+ de liefde hem tot man gemaakt en is over zijn lot thans
+ beschikt.--De voorzichtige apotheker echter biedt zijn diensten aan
+ om bij de vluchtelingen naar het meisje te gaan informeeren. De
+ vader zegt, dat hij dan maar voor zijn kinderachtige vrouw en zijn
+ zwakken zoon moet bukken. Apotheker en predikant--de laatste op
+ Hermanns verzoek--gaan naar het kamp. De verliefde Hermann rijdt
+ hen naar het dorp en wacht met kar en paard in de schaduw van de
+ linden. Hij verzuimt niet, den twee huisvrienden een nauwkeurige
+ beschrijving van het meisje te geven. Terwijl nu dominee met den
+ oudste, den arbiter van de vluchtelingen, een praatje maakt en
+ verneemt, hoe flink Dorothea een troep soldaten, die het op de eer
+ van haar en haar gezellinnen hadden voorzien, heeft afgeslagen, hoe
+ flink zij zich heenzet over het verlies van haar verloofde (die te
+ Parijs op het schavot stierf) gaat de apotheker haar
+ zoeken..........
+
+ ZESDE ZANG..... en vindt. Als dominee haar ziet, getuigt hij dat in
+ een zoo schoon lichaam een schoone ziel moet wonen, en gaat Hermann
+ waarschuwen. Deze--bekropen door de vrees dat Dorothea al verloofd
+ is--neemt de goede tijding nogal kalm op. Enfin, hij moet dan zelf
+ zijn geluk maar beproeven, meent de apotheker.
+
+ ZEVENDE ZANG: Hermann kijkt den wagen, die de twee mans huiswaarts
+ voert, _peinzend_ na: en plotseling staat Dorothea voor hem. Zij
+ gaat water halen uit de bron. Hij helpt haar en zij lachen hun
+ spiegelbeelden in het water vriendelijk toe. Geboeid blijven zij op
+ den rand van de bron zitten en babbelen met elkaar. Zij vraagt hem,
+ hoe hij zonder zijn wagen hier in de buurt komt en hij, niet
+ durvend spreken van liefde, vertelt dat zijn moeder reeds lang een
+ meisje zoekt dat haar als een dochter begrijpt. En daarvoor wilt ge
+ mij hebben? dus helpt ze hem uit den nood. Welnu, zij vindt dat een
+ alleenstaand meisje liever moet dienen dan rondzwerven en volgt
+ hem, nadat zij van haar lotgenooten, van de kraamvrouw en de
+ kinderen ontroerd, afscheid heeft genomen.
+
+ ACHTSTE ZANG: In maanlicht gaan ze saam op weg. Een menschenkenner
+ hadd' uit hun gesprek haar wederliefde gevoeld, maar Hermann blijft
+ doen alsof hij werkelijk een dienstmaagd in huis haalt. Op haar
+ verzoek licht hij haar in omtrent de karaktereigenschappen van haar
+ aanstaande meesters, en waarschuwt dat zijn vader wel eens wat
+ lastig is. Ze vraagt in welke verhouding ze tot hém zal staan. Hij
+ neemt haar hand en--voelt haar verlovingsring. Laat je hart 't je
+ zeggen, brengt hij uit. Als ze een hellend, met ruwe steenplaten
+ bevloerd pad afdalen, verstuikt ze haar voet en valt in zijn armen.
+ Maar hij drukt haar niet vaster aan zijn borst dan noodig is om
+ haar te steunen. Nu moet ze nog even op adem komen. Een onwêer
+ dreigt.
+
+ NEGENDE ZANG: Intusschen zitten Hermanns ouders en vrienden
+ geduldig te wachten. Als het paar eindelijk binnentreedt, schijnt
+ de deur bijna te klein voor de hooge gestalten. Hermann stelt
+ Dorothea voor en waarschuwt tersluiks den predikant: ze meent dat
+ ze hier als dienstmaagd komt! Maar reeds heeft de waard gezegd, dat
+ zijn zoon een goede keus heeft gedaan, en dat het ook haar wel niet
+ moeilijk zal zijn gevallen, een zoo flinken jongen te volgen. Dit
+ klinkt haar natuurlijk als gemeene spot in de ooren: ze bloost en
+ barst in tranen uit. De wijze predikant doet, alsof hij haar sussen
+ wil: ze moet zoo'n grapje niet ernstig nemen en zich niet al te
+ gevoelig toonen. De list gelukt. Ze bekent dat ze zoo onaangenaam
+ is getroffen, omdat ze Hermann liefde toedraagt, terwijl de woorden
+ van den vader het haar nu onmogelijk maken, zijn wederliefde door
+ harden arbeid te veroveren. Ondanks de inmiddels uitgebroken
+ onwêersbui wil ze gaan zooals ze is gekomen. De waard ziet nu een
+ ongezocht kansje om toch nog een "fijne" schoondochter te krijgen
+ en roept barsch: Ik ga naar bed!--Maar terwijl de moeder Dorothea
+ vasthoudt, opent Hermann zijn hart, en bewogen omarmen de geliefden
+ elkaar. De waard vraagt Dorothea zacht vergiffenis voor het leed
+ dat hij haar heeft berokkend, en hij moet zijn tranen bedwingen
+ terwijl hij haar kust: de vrouwen weenen. De verstandige predikant
+ wil nu Dorothea den ring van Hermanns moeder aan den vinger
+ schuiven, en constateert met goed-gekunstelde verbazing, dat ze al
+ een verlovingsring draagt. Zoo dwingt hij haar, de tragische
+ geschiedenis van haar eersten beminde te vertellen, en hoe deze,
+ zijn leven voor zijn idealen op het spel zettend, haar de vrijheid
+ gaf, een ander rein gelukkig te maken. Zonder nu aan het idealisme
+ van den jonkman die vergeefs op het schavot stierf onrecht te doen,
+ betuigt Hermann dat hij juist in dezen roerigen tijd zijn aardsche
+ goederen: Eigendom, vrouw, ouders, wet en ook zijn Godsdienst meer
+ dan ooit trouw wil blijven. Hij hoopt dat alle Duitschers dit
+ zullen doen: daardoor wordt het 't mijne meer dan ooit te voren!--
+
+Dit is een van de weinige groote gedichten, die Goethe zelf altijd met
+genot herlas. Nog voordat het verscheen, schreef hij zijn moeder dat er
+een vrouw Aja in dichtvorm op komst was. Zij vond haar portret
+verrukkelijk! Een exemplaar van het epos droeg ze steeds op zak; een
+ander exemplaar in groene zij gebonden, gaf ze 's Zondags aan enkele
+intieme kennissen in handen, zonder het ooit uit het oog te verliezen.
+
+De dichter kon den vierden zang, die zooveel van zijn eigen
+jongensverdriet bevat, nooit voordragen zonder dat zijn ontroering hem
+totaal overmande.
+
+
+
+
+XXV
+
+ WILHELM MEISTERS LEHRJAHRE.
+
+
+Indien wij (op het voetspoor van vele geleerden) Wilhelm Meister zouden
+beschouwen als een welvoorziene collectie van brokjes zelfbeschrijving,
+door Goethe ingevolge een vroeger gedane belofte verstrekt; brokjes
+zelfbeschrijving, die wij hier aan de hand van dagboek-fragmenten,
+brieven, mededeelingen van derden konden blootleggen, verklaren,
+zuiveren van phantastische bijmengselen.... dan zou deze zedenroman
+onder dusdanige behandeling misschien meer inlichtingen omtrent 's
+dichters aanleg, onuitgesproken bedoelingen, toevallig of opzettelijk
+verzwegen ervaringen loslaten dan zijn overig werk.
+
+Niet alleen wijl zijn wordingsgeschiedenis zich uitstrekt over twintig
+jaren: de periode van snelle lotsverwisselingen, die na "Werther" begint
+en in den tijd van Schiller verloopt. Niet alleen wijl de schrijver in
+dit zeer omvangrijke en uitvoerige proza-verhaal zich door zijn strenge
+stijlprincipes niet liet weerhouden van realistische "Kleinmalerei", het
+te-pas-brengen van tallooze bijpersonen, die wel de aandacht van den
+lezer afleiden, maar hém gelegenheid verschaffen zijn fijne,
+humoristische mensch- en wereldkennis te toonen, en zich in alle stemmen
+waarover hij beschikt te doen hooren. Ook niet wijl de auteur--naar
+achttiend'eeuwsch gebruik--in dit boek op critieke oogenblikken zèlf te
+voorschijn springt, om te melden waar hij sommige brieven of vergeelde
+dagboekblaadjes heeft opgediept, of om een illuzie te verscheuren met de
+glimlachend geuite explicatie, dat en waarom hij zeker intiem gesprek
+maar niet woordelijk zal navertellen: Niet alleen om deze redenen
+meenen wij, dat onze oogst aan biographische feiten en hypotheses
+overvloedig zou zijn; maar vooral omdat wij weten dat in Goethe, toen
+hij Wilhelm Meister ten deele had geschreven (vóór den Italiaanschen
+tijd) een nieuw kunstbegrip overwon, in overeenstemming waarmee hij zijn
+werkplan wijzigde, het reeds voltooide stuk nogal slordig omwerkte, en
+daar enkele gedeelten uitlichtte, om die verderop weer in te schakelen.
+
+Zoo bestaat dus deze roman uit twee helften, die niet scherp gescheiden
+naast elkander liggen, maar tot op nawijsbare hoogte zijn
+aaneengevlochten; de eerste (geschapen onder een stuwende inspiratie)
+met sprekende, niet beschreven karakteranalyse, en een doorzichtigen
+verhaalgang, vol stellig omlijnde teekening, vervult den lezer "met zoet
+en innig welbehagen, met een gevoel van lichamelijke en geestelijke
+gezondheid"; de tweede, (bijeengegaard onder den drang van een met dat
+doel gesloten contract en het niet aflatende manen van welmeenende
+vrienden) paedagogiesch, betoogend, met uitweidingen en opzettelijk
+aangebrachte allegorieën, die het evenwicht verbreken, die bij eerste
+lezing benevelen en op dwaalpaden voeren. Twee helften, ieder een
+levensblik belichamend, niet harmoniëerend, kwalijk aaneengelascht. En
+juist op de nauw verborgen voegplaatsen, en op de plekken waar de
+restaureerende knutselaar brokken van de eene helft heeft weggekapt om
+voor kostbaarder brokken van de andere helft ruimte te krijgen, juist
+dàar zouden wij leeren wat de dichter van Iphigenie en Hermann und
+Dorothea vermocht en niet vermocht; juist van daar uit zou een
+verreikend panorama over zijn Oeuvre ons opnieuw gegund zijn. Immers:
+uit iemands fouten leert men zijn deugden kennen (zoo luidt, met een
+kleine wijziging, de moraal van Wilhelm Meister).
+
+Doch gelukkig de steller van deze bladzijden, die Wilhelm Meister heeft
+genoten, voordat het hem inviel zich aan zulk vergelijkend onderzoek te
+begeven! en die (met Schiller) kan verklaren dat deze roman, door de
+inwerking van het schòone, een zedelijke crisis bij hem heeft te
+voorschijn geroepen. Want niets bederft het boek zoo grondig als de
+hier geschetste napluis-methode, ... hoe zeer ze ook, volgens sommige
+vermaarden, het intellectueel genot moge verhoogen.
+
+De argelooze lezer, die eerst ondergaat en vervolgens misschien
+onderzoekt, heeft niet veel hinder van allerlei passages, welke het
+critiesch vernuft misplaatst acht. Want voor zoover deze gedeelten niet
+op zich zelf bekeken schoon zijn, of boeien door hetgeen er aan
+voorafgaat, stemmen zij den lezer dankbaar door de wijsheid die er in is
+neergelegd: als ons gevoel is verzadigd of verstrooid, geniet ons
+intellect. In een van zijn "tamme Xeniën" beantwoordt Goethe het
+verwijt, dat zijn werken zooveel onbeteekenende verhaaltjes bevatten,
+door te beweren dat die verhaaltjes de functie vervullen van
+leesteekens. Wie ooit is ingesluimerd bij eenig beroemd brok modern
+beschrijvend proza, en toen is gaan twijfelen aan de zuiverheid van zijn
+kunstgevoel; daar toch ieder woord, ja het geringste accentje van gezegd
+brok proza juist en prachtig is; díe is op weg om te beseffen de
+eminente waardij van de "leesteekens" welke Goethes proza bevat. En in
+Wilhelm Meister hebben al die leesteekens een eigenaardigen, kunstig
+gekozen toon, waardoor de lezer, wachtend op de dingen die komen, voor
+die dingen wordt ontvankelijk gemaakt, waardoor hem tevens het idee
+wordt bijgebracht, dat er tijd verloopt tusschen twee bepaalde
+voorvallen. Ziedaar bijvoorbeeld de beteekenis van de "_Biecht eener
+schoone ziel_" die de twee helften der roman verbindt: De
+zielsgeschiedenis van Freule von Klettenberg (door Goethe uit enkele
+gegevens intuïtief na-geschapen) brengt practiesch werkzamen
+godsdienstzin in het verhaal, introduceert nieuwe menschen, en houdt den
+lezer op passende wijze bezig, terwijl in den held "de groote
+geneesmeester", de tijd, toetast.
+
+ Wilhelm Meister, rijk koopmanszoon, op het kantoor van zijn vader
+ werkzaam, haat zijn beroep en wil zich wijden aan de kunst,
+ speciaal aan de tooneelkunst. Hij is altijd in theaters te vinden,
+ heeft een liaison met Marianne, een gevierde actrice, met wie hij
+ wil vluchten. De vader ontwerpt een groote zakenreis voor hem,
+ hopend dat deze zijn handelsgeest zal ontwikkelen. Een klant heeft
+ een paard aangeboden ter afdoening van een vordering die de firma
+ op hem heeft: Wilhelm zal het halen. De dochter van dien klant
+ blijkt aan den haal met den acteur Melina en op den terugtocht
+ treft Wilhelm de voortvluchtigen aan, geboeid, door soldaten
+ geëscorteerd. Hij weet den gevangenen allerlei hinderlijke
+ formaliteiten te besparen, en merkt dat Melina een zeer lagen dunk
+ heeft van het tooneelspelersberoep. Niettemin doet hij bij de
+ ouders van het meisje een goed woord voor hem en het huwelijk wordt
+ beklonken.
+
+ Thuisgekomen, wordt hij door een collega voor Marianne
+ gewaarschuwd, doch hij blijft op haar vertrouwen, ook als ze niet
+ zijn echtgenoote wil worden, en op den avond, voor de vlucht
+ bepaald, zegt ongesteld te zijn. Hij pakt een halsdoek van haar mee
+ om dien nacht toch iets van de geliefde te bezitten. Onderweg
+ ontmoet hij muzikanten, hij laat ze bij Marianne's venster spelen,
+ hij droomt daarbij, niet vermoedend dat zij op dit oogenblik bezoek
+ heeft van den rijken wulpschen Norberg. Hij kust haar drempel, en,
+ zich voor het laatst omkeerend, ziet hij een man uit haar huis
+ sluipen, gelooft echter dat dit een spooksel is van zijn
+ overspannen verbeelding. Op zijn kamer wil hij de gekaapte halsdoek
+ zoenen en er valt een briefje van Norberg uit, dat hem beter
+ inlicht omtrent Marianne's bezoeker.
+
+ Na langdurige ziekte gelooft hij zich een ander man, verbrandt zijn
+ gedichten en al wat hem aan de kunst of aan Marianne herinnert. Hij
+ wil nu een ijskoud koopman zijn en jarenlang koestert hij dien
+ waan. Hij onderneemt eindelijk de groote zakenreis: en
+ onophoudelijk vestigt zijn aandacht zich op het tooneel, totdat hij
+ Melina ontmoet, die hem geld ter leen vraagt, teneinde er een stel
+ verpande requisiten mee op te koopen, en een eigen troep saam te
+ stellen. Indien niet de vriendelijkheid van de toonelisten en de
+ verlokkelijkheden van de actrice Philine hem aan den troep, tot
+ welks vorming hij zooveel heeft bijgedragen, hadden gebonden, dan
+ zou hij toch de gelegenheid om als artistiek leider op te treden
+ hebben aangegrepen. De liefde van de als jongen gekleede Mignon,
+ die hij uit de handen van een wreeden kunstemaker redt, en die hem
+ nu als een vader beschouwt; de aantrekkingskracht van een ouden
+ harpspeler, wiens liederen hem ontroeren, en die hij tegen de harde
+ wereld wil beschermen, dragen hiertoe veel bij. Het gezelschap
+ speelt eenigen tijd op het slot van een baron. De conversatie met
+ de ontwikkelde lieden die daar verkeeren roept zijn geestdrift voor
+ de hooge-kunst weer wakker, vooral als majoor Jarno hem op
+ Shakespeare wijst, welke dichter zijn gevoel vaster maakt en hém
+ meer tooneelspeler dan ooit. Hij besluit, den handel vaarwel te
+ zeggen.
+
+ Nadat in een korte, warme scène gebleken is hoe de vrouw van den
+ baron hem bemint, trekt hij voort met zijn troep, die door roovers
+ wordt overvallen en geplunderd. Hij, die zich met nog slechts één
+ kunstbroeder heeft te weer gesteld, ligt zwaar gewond aan den weg,
+ liefderijk verzorgd door Mignon en Philine. Een edele dame met
+ reisgezelschap rijdt voorbij: zij doet hem door een heelmeester
+ verbinden en als hij tot bewustzijn komt, meent hij in haar iets
+ heiligs te zien. Terwijl hij geneest, maakt hij plannen om zijn
+ goede helpster te zoeken, doch de onmogelijkheid hiervan ziet hij
+ weldra in.
+
+ Nu tracht hij de leden van zijn troep--wier lafheid hij intusschen
+ heeft leeren doorzien--bij een bevriend directeur, Serlo, onderdak
+ te brengen. Hij hoopt Serlo te bewegen tot het opvoeren van
+ Shakespeares drama's. Deze neemt dit aan, mits Wilhelm zelf als
+ acteur toetreedt: hij zal de leiding hebben van de
+ Hamlet-opvoeringen. Hij maakt studie van Hamlet--levert de beste
+ beschouwingen die ooit over dit treurspel geleverd zijn--en de
+ opvoering er van slaagt buiten verwachting. Maar na de eerste
+ successen neemt zijn enthousiasme af, onder den invloed van het
+ materiëele werk, aan zijn nieuw beroep verbonden, van het weinige
+ begrip dat het publiek blijkt te bezitten, van de karakterloosheid
+ zijner kunstbroeders: Nu komt hij in Melina's vaarwater. Welke
+ richting zal hij inslaan? zal hij een levend-doode pessimist
+ worden?[A]
+
+[A] Deze regelen waren reeds geschreven, toen ik van uit Zürich
+telegrafiesch de mededeeling ontving, dat door een held(!) van de
+wetenschap, door "Gymnasial-professor" Dr. Billeter het manuscript is
+_ontdekt_ van Wilhelm Meister (tot zoover hier door ons geresumeerd),
+zooals het vóór de omwerking luidde. Wij konden het Ms. niet raadplegen
+en onze beschouwingen houden er dus geen rekening mede.
+
+Hier eindigt het gedeelte van den roman, dat wij in bovenstaande
+uiteenzettingen "de eerste helft" noemden. Wilhelms lot heeft een zeer
+verrassenden keer genomen, en wie hem van nabij kent, verwondert er zich
+over dat hij, die zooveel liefde voor het tooneel toonde, niet blijft op
+de planken, waar hij succes beleeft, ook al zijn er factoren die hem
+ontnuchteren....
+
+Na van onze inleidende beschouwing kennis te hebben genomen, vermoedt de
+lezer reeds dat Goethe aanvankelijk van plan was, Meister in de
+beoefening en de bevordering van de tooneelkunst zijn levensdoel te doen
+vinden. Terecht! de roman was destijds sprekend getiteld Wilhelm
+Meisters zending als acteur ("theatralische Sendung"). De strijd:
+staatsman of kunstenaar? die zich in Goethe vóor zijn vertrek naar
+Italië voltrok, was er in verbeeld--op een eenigszins ander terrein
+overgebracht. Toen kwam voor hem de ontstellende en daarna rustgevende
+zekerheid, dat hij nooit schilder zou worden, terwijl hij daar toch
+zooveel jaren op had gehoopt, daar zoo volhardend voor had gewerkt. Een
+man met zuiver gemoed en kloek verstand kan dus tot op rijpen leeftijd
+een roeping voelen, die zijn roeping niet is; maar door de dwaling moet
+hij toch altijd tot iets goeds komen! Dit is een van de lessen, die
+Goethe uit dit geestesavontuur trok. En hij wilde zijn romanontwerp
+pasklaar maken om deze wreede doch leerrijke ervaring te belichamen.
+
+Goed, maar er is een groot verschil tusschen Wilhelm en Goethe: Wilhelm
+heeft overweldigend succes als tooneelist, Goethe mislukt als schilder.
+Geen nood! Wilhelm was in staat, den Hamlet zoo heerlijk te vertolken,
+wijl hij zelf was een angstige, zoekende, twijfelende Hamlet, en slechts
+zich zelf had te geven. Hij was als tooneelspeler _slechts naturalist_,
+nabootser van de natuur (d. w. z. van hetgeen hem de natuur leek). Iets
+nieuws vrij scheppen kan hij immers niet. Hij is geen hoog kunstenaar,
+doch een rijk-begaafd, gevoelig man, een van de soort die zich
+onmogelijk maakt door den artist uit te hangen, maar die het in goede en
+bevredigende daden toch ver kan brengen.
+
+Nu komt een eind aan den innerlijk-logischen samenloop van zijn
+lotgevallen. Goethe, meer en meer theoreticus geworden, zal hem
+beleeraren:
+
+ Door een behendig ingevoegd toeval gaat over zijn verleden
+ eensklaps een nieuw licht op: nu blijkt dat een bond van edele
+ menschenvrienden, die zich ten doel stelt, veelbelovende
+ jongelieden in 't geheim moreel te steunen, van beginne af zijn
+ schreden heeft bewaakt en hem menigmaal een teeken heeft gegeven,
+ dat hij wel niet kon vatten, maar dat toch zijn gedachten "schwül"
+ maakte. (Soortgelijke Bonden met onbestemd-humanitaire strevingen
+ bestonden op het eind van de achttiende eeuw; Goethe zelf was
+ sedert 1870 met hart en ziel vrijmetselaar). Op het slot van
+ Lothario komt Meister met dezen "Bond van den toren" in aanraking,
+ en hij krijgt op zijn aanleg een beteren kijk. Hij had zich naar
+ dit slot begeven, om Lothario een afstraffing toe te dienen, voor
+ het vele leed dat deze aan Aurélie, Serlo's zuster, zou hebben
+ berokkend; hij heeft haar dit bij haar sterfbed beloofd, toen hij
+ de zorg op zich nam voor den kleinen Félix, dien hij voor een zoon
+ van Aurélie en Lothario houdt. Hij keert naar zijn woonplaats terug
+ om Félix en Mignon te halen en zijn tooneelrelaties af te wikkelen:
+ en nu deelt de oude Barbara--die eens zijn Marianne diende en
+ beheerschte--hem onder aanvoering van bewijsstukken mede, dat
+ Marianne hem nooit ontrouw is geweest, door zijn ontrouw ten doode
+ werd gekweld en dat de kleine Félix is ... zijn eigen zoon. In den
+ toren van het kasteel wordt hem nu met plechtige ceremoniën
+ verklaard dat zijn leertijd is afgeloopen, en hij ontvangt er zijn
+ "leerbrief", die de lessen uit zijn verleden bevat. Hij mag den
+ geheimzinnigen "Abbé", die de plechtigheid leidt, een vraag stellen
+ en nu uit hij de vrage die hem het meest op 't hart ligt. Niet: Hoe
+ zal het mij nu verder gaan of iets dergelijks; maar: Is Félix
+ werkelijk mijn zoon? Hieruit blijkt dat zijn leertijd werkelijk is
+ volbracht. De natuur zelf heeft hem den vrijbrief gegeven; hij
+ bekommert zich meer om zijn kind dan om zich zelf.
+
+Wij zullen Wilhelm niet volgen in de vele leerrijke verwikkelingen, die
+hem op een beter leven moeten voorbereiden. Wij laten het den lezer
+over, door te dringen in de aandoenlijke geschiedenis van Mignon en in
+het geheim van den rampzaligen harpspeler, dat zich mét het hare
+ontsluiert. Wij zien den held, van vele lieve vrienden verlaten, met
+zijn zoon aan de hand de wereld in trekken: met den ontluikenden Félix
+die hem duidelijk maakt hoeveel hij nog heeft te leeren, en hoe hij met
+name blind is geweest voor de natuur, die den jongen steeds nieuwe
+vragen ingeeft. Wij verlangen naar het samenspel van deze twee
+levensharmoniën; wij wenschen dat de zoon een man, en dat de vader, tot
+nog toe in den greep van de omstandigheden, nu werkelijk een vrij Held
+zal worden......
+
+Dit geschiedt in de "_Wanderjahre_", die wij hier niet zullen bespreken,
+omdat bespreking in klein bestek, tengevolge van de deerlijke
+verstrooidheid waaraan deze roman lijdt, onoverkomelijke moeilijkheden
+oplevert. Het zou dan allereerst noodig zijn, de talrijke kleine
+vertellingen, die Goethe door het boek heeft gezaaid omdat zijn uitgever
+om copy verlegen was, zorgvuldig van het geheel te scheiden. Het is ons
+natuurlijk allerminst onbekend, dat er critici zijn, die in de
+onmiskenbare sporen van decadentie, onverschilligheid en, in een man als
+Goethe, onechte romantiekerigheid van de Wanderjahre blijken van
+hyper-genialiteit met den vinger weten aan te wijzen; doch ons oordeel
+houdt stand tegenover hun vernuft.
+
+In den Faust zal de lezer den ideëelen ondergrond van de Wanderjahre in
+sterkeren kunstvorm aantreffen.
+
+Men heeft heel wat papier volgeschreven om het volslagen gebrek aan
+esthetische eenheid in den roman Wilhelm Meister te demonstreeren.
+Overbodige moeite! De aangeklaagde bekent: immers Goethe geeft toe dat
+deze roman is een alleronberekenbaarst product, waarin men vruchteloos
+naar een kern zoekt, en welks sleutel de schrijver zelfs niet bezit.
+Maar, laat hij in een gesprek met Eckermann op deze bekentenis volgen:
+is het dan niet genoeg dat ik mijn lezers een rijk stuk leven van nabij
+laat zien? Het gewone leven heeft toch ook geen tendenz; een tendenz
+bestaat slechts voor het verstand. Deze redeneering echter gaat in dit
+geval maar ten halve op.
+
+Inderdaad, een roman behoeft niet aan de strenge eischen van soberheid,
+eenheid, concentratie te beantwoorden, waaraan een voortreffelijk drama,
+zeg Iphigenie, voldoet. Roman en drama zullen een zelfde stuk leven niet
+op de zelfde wijze aanvatten; de roman geeft meer détail, meer
+achtergrond, uitvoeriger bespreking van de wisselwerking tusschen
+karakter en omstandigheden, dan het drama.
+
+Nu staat dit vast: niet alle personen en toestanden die wij ontmoeten
+spelen in ons leven een nawijsbare, ingrijpende rol. In verband met
+onzen aanleg kan hun taak wel eens deze zijn: ons voorbijgaand of
+langdurig bekoren, ons voor een poos van onzen levensweg verwijderen. Er
+is niets tegen, dat met het bestaan en de inwerking van zulke personen
+of omstandigheden in het levensrelaas van een romanheld rekening wordt
+gehouden. Nog sterker: Iemands leven kan een ononderbroken dwaling zijn;
+iemand kan een werkelijk groot man wezen en lijden aan deze eene
+tragische fout: dat hij zijn dienaren niet weet te kiezen. Deze fout zal
+zijn levenswerk verijdelen. Het leven van zulk een groot man zou het
+onderwerp kunnen uitmaken van een roman, waarin de held onverstoorbaar
+zijn idealen hoedt en van de zelf-gekozen belagers niets merkt: ze gaan
+buiten zijn levenskern om, die toch het aandachts-centrum in het boek
+vormt. Maar ook in dit geval--een uiterste!--behoort het feit dat
+sommige, dat véle personages buiten de hoofdhandeling staan tot.... de
+hoofdhandeling. En deze dieper liggende eenheid moet op een of andere
+wijze voelbaar worden. Natuurlijk, slechts een wijs en talentvol auteur
+brengt dit tot stand....
+
+Maar nu is verklaard, waarom ons stijlbeprip niet al te hevig in verzet
+komt, ook al bespeuren wij dra, dat in de eerste helft van Wilhelm
+Meister, stylistiesch geoordeeld, veel te veel ruimte wordt besteed aan
+de schildering van enkele op zich zelf kostelijke en onvergetelijke
+figuren; als daar zijn: de snaaksche, volstrekt zedelooze en toch
+zedelijk charmante tooneelspeelster Philine; het onvergetelijke
+zondekind Mignon; de grijze, vloekbeladen harpspeler. Deze figuren staan
+buiten de hoofdlijn, maar op de gevoelens en de stemmingen van den held,
+die (men zal het bij eenig nadenken toegeven) mede zijn lot bepalen,
+hebben zij vaak leidenden invloed, en zoo dragen zij toch _indirect_ tot
+de handeling bij. Wij zijn Goethe ten zeerste dankbaar voor de
+kennismaking die hij ons met deze buitengewone menschen veroorlooft: zij
+leven jaren nadat wij den roman opzij hebben gelegd nog als gewaardeerde
+kameraden in ons gemoed. Bovendien beschijnen zij de vaak prozaïsche en
+ietwat gekunstelde achttiend'eeuwsche atmosfeer, waarin Wilhelm ademt,
+met een vaag licht, dat zweemt uit een nauwelijks vermoede wereld. En
+wij vragen ons af, waarom de schrijver zijn phantastischen held niet in
+deze andere wereld deed leven, die toch beter bij hem past? Deze vraag,
+die, essentiëel genomen, voor ons alle een levensvraag is, beantwoorden
+wij, naarmate onze ervaring van jaar tot jaar toeneemt, steeds
+nauwkeuriger en afdoender. Want dit (het zij terloops vermeld) is een
+schoone kwaliteit in dezen roman: de ontluikende jongeling, de rijpe
+man, de moede grijsaard vinden er ieder voor zich hun levenservaring in
+bevestigd. Ziedaar de beteekenis van Goethes onbevangen blik op de
+menschen en van zijn "niemand bemoraliseeren", gelijk moeder Aja het hem
+heeft ingeprent. Hiermede hangt het "volslagen gebrek aan eenheid" dat
+wij bespraken ten nauwste samen. En hier ligt dan de aanleiding tot den
+vaak herhaalden dooddoener, dat Wilhelm Meister is een onzedelijk boek,
+of (zooals de mystieke Novalis zegt) een moreel-ongodistiesch boek; een
+aantijging die voor zich zelf spreekt......
+
+Maar nu schieten wij op in het tweede gedeelte, en wij bespeuren daar
+wel degelijk een tendenz, al heeft de schrijver die, wie weet hoe
+onbewust, met groot talent verhuld. Deze strekking vergoedt, zooals wij
+reeds opmerkten, de vele benevelende uitweidingen. Doch waar de
+gebeurtenissen zich al spoedig onvermijdelijk groepeeren om een vaste
+ontwikkelingslijn, juist dàar kwetst het invoeren van enkele tamelijk
+overbodige personages en voorvallen ons stijlgevoel. En op dit gedeelte
+laat zich Goethes redeneering ook bezwaarlijk toepassen. Of........
+
+Of moeten wij aannemen, dat de schrijver (die in de teekening van de
+karakters hoogst zelden zijn eigen meening als zoodanig mengt) op deze
+wijze heeft willen aanduiden, dat Wilhelm zelf, nadat zijn eerste
+hartstochten zich hebben gelegd, en de warmte van zijn gevoelens is
+gedaald, nadat hij voorloopig tot inkeer is gekomen, de dingen
+tendentieuzer ziet dan voorheen, ze meer rechtstreeks met zijn eigen
+levensloop in verband brengt, en daardoor sommige personen, wier nut
+voor zijn levensloop twijfelachtig schijnt, minder warm in zijn gemoed
+sluit?
+
+Dit zou de uiteenloopende kleuring van beide romanhelften begrijpelijk
+maken. En men neigt tot zulke opvatting, als men ervaart dat Goethe in
+die Wahlverwantschaften de handeling veel sterker concentreert, de
+nevenpersonen en de uiterlijke omstandigheden nauwelijks aanduidt, en
+dit dan hieraan toeschrijft: Dat hij dàar met grootdeels gevormde
+karakters heeft te doen, die, als hun intiemste heil gemoeid is, meer op
+zich zelf rekenen en letten dan op anderen.
+
+
+
+
+XXVI
+
+ Nun weint die Welt, und sollten wir nicht weinen?
+ EPILOG.
+
+
+Nadat hij vrouw en kind aan zijn moeder had voorgesteld en nogmaals een
+reis naar Zwitserland had gemaakt, bleef hij een tiental jaren vreedzaam
+in Weimar. Hij werd gemakzuchtig, ging zelden uit, en onderhield slechts
+met enkele vrienden conversatie. Hij nam équigage en had er liefhebberij
+in, zelf de paardenmarkt te bezoeken. Overigens maakte hij zoo weinig
+beweging, dat hij tamelijk corpulent werd. Een neiging om zijn
+lichaamskracht te sparen, teneinde ongestoord zijn drukken geestesarbeid
+te kunnen voortzetten, was over hem vaardig. Hij onderwierp zich zoo
+stipt mogelijk aan de dag-indeeling, die hij zich had voorgeschreven.
+Hij stond om zeven uur op en werkte tot elf onafgebroken. De morgenuren
+waren hem altijd het vruchtbaarst, terwijl een man als Schiller 's
+nachts dichtte, zijn brein verhittend met champagne. Om elf uur
+gebruikte hij een kop chocolade en ging dan tot twee aan den slag. Dan
+kwam zijn kleine August dikwijls onder zijn venster, en mocht happen
+naar een stuk taart, dat zijn vader aan een koordje liet zakken: sinds
+ze samen naar Ilmenau waren geweest droeg de jongen een mijnwerkerspak.
+Om twee uur middagmaal: gewoonlijk eenige vrienden aan tafel of een paar
+acteurs, met wie hij over tooneelzaken had te spreken. Hij at
+overvloedig en beperkte zich daarbij, hoewel van huis uit een zoetekauw,
+tot ernstige, zware spijs. Hij nuttigde twee of drie flesschen lichten
+rijnwijn per dag: voor dien tijd niet veel, voor een Rijnlander bepaald
+weinig. Langdurig behartigde hij de belangen van zijn maag, hield
+opgewekte, uitbundige tafelgesprekken. In den namiddag ontving hij
+bezoeken in verband met de vele leidende functies die hij bekleedde, en
+tegen den avond begaf hij zich vaak naar den schouwburg; men begon
+toentertijd veel vroeger te spelen dan thans. Van acht tot negen souper,
+waarbij hij wat groente en wat fruit gebruikte. Om tien uur bedtijd; men
+zegt dat hij een talentvol slaper was. Hufeland, de ook thans nog om
+zijn Langleefkunst bekende arts, weet te berichten, dat Goethe een
+"prachtige" spijsvertering bezat, en zich in een even prachtige
+bloedvorming verheugde.
+
+[Illustratie: GOETHE-SCHILLER GEDENKTEEKEN]
+
+Hij bemoeide zich in die dagen met velerlei dingen: Als leider van het
+tooneel te Weimar spaarde hij geen arbeid om den smaak van het publiek
+te louteren, om den aanleg van zijn spelers te veredelen. Sedert 1800
+werd hij hierin terzijde gestaan door Schiller, die door den hertog in
+staat was gesteld, zich geheel aan het Duitsche drama te wijden. Enkele
+jaren daarop stichtte hij een tooneelschool, met aanvankelijk een dozijn
+jonge leerlingen; die school bezat maar één leeraar: Goethe, de
+directeur. Bij den aanbouw van een nieuw theater betoonde hij zich een
+zoo handig architect, dat de hertog hem halsstarrig in den aanbouw van
+een nieuw paleis bleef betrekken. Langzamerhand kreeg hij daarbij alle
+draden in handen, en mengde zich ten slotte in de arbeidsvoorwaarden van
+de werklieden: hij schafte de ploegbazen, die zich een deel van de
+loonen toeëigenden, af, en nam de arbeiders rechtstreeks in dienst.
+
+Hij liet nu ook zien dat hij nog iets anders kon als Xeniën brouwen. Hij
+bracht herhaaldelijk het werk van jonge schilders op tentoonstellingen
+bijeen, schreef voor hen prijskampen uit; en de onderwerpen, die hij
+jongen kunstenaars opgaf, getuigen dat hij waarlijk niet alleen de
+richting die hem persoonlijk lief was beschermde. Toch trachtte hij
+eenheid te brengen in de verschillende kunststrevingen, die hij om zich
+heen zag opkomen; maar slechts in zooverre als hij eischte dat ieder
+kunstenaar in zijn soort echt gevoel en kundige phantasie uitte. Bij de
+beoefening van de theoretische schoonheidsleer--een wetenschap, die hij,
+na den vroegtijdig overleden Winckelmann, gemàakt heeft--vond hij een
+heerlijken steun in den Zwitserschen schilder Heinrich Meyer, met wien
+hij reeds te Rome vriendschap had aangeknoopt. Deze man met zijn
+eenvoudig en trouw karakter, met zijn helder verstand en zijn groote
+ontwikkeling (wij kunnen hem hier helaas geen recht doen wedervaren)
+woonde herhaaldelijk bij hem in, verzamelde gegevens voor het boek over
+Italië, dat hij noch steeds wilde schrijven, en voor zijn ander boek
+over _Winckelmann en zijn eeuw_. Zelden ontmoette hij iemand die hem uit
+korte aanduidingen zoo goed begreep, ook den dichter in hem. Met hem
+redigeerde hij zijn kunst-wetenschappelijk tijdschrift "_Die Propyläen_"
+dat echter maar weinig succes had, ondanks zijne en Schillers
+doorwrochte bijdragen weinig invloed oefende, na twee jaar ter ziele
+ging en den uitgever op een gevoelig verlies kwam te staan.
+
+Hij kocht zich een landgoed en deed minder aangename ervaringen als
+grondbezitter op, zoodat hij blij was, het ten slotte van de hand te
+kunnen zetten.
+
+Veel zorg baarde hem de universiteit te Jena: Pruisen wist door
+schitterende aanbiedingen zijn beste hoogleeraren weg te lokken, en ook
+de _Litteraturzeitung_, een invloedrijk blad, dat door die professoren
+werd beheerd, en dat veel goed deed aan den naam van de universiteit.
+Met koortsigen ijver, zijn toch reeds ziekelijk gestel ondermijnend,
+streed Goethe voor de stichting van een nieuwe Litteraturzeitung; de
+"echte", die hij zelf met groote opofferingen redigeerde, enkel en
+alleen om den roep die van Jena uitging te handhaven.
+
+Hij wist wel dat dit alles niet bevorderlijk was aan zijn poëzie, maar
+hij troostte zich met de verwachting, dat ook uit deze ervaringen wel
+iets goeds zou groeien. Zijn "Natürliche Tochter" werd bij stukken en
+brokken voltooid. Rustig zette hij, daarin door Schiller bijgestaan,
+zijn wetenschappelijk onderzoek voort, steeds in lange gesprekken
+allerlei geleerden raadplegend. Zijn groote Kleurenleer, die in 1810
+gereed kwam, beslaat vijftienhonderd bladzijden druks. Al wat er sedert
+de grijze oudheid over dit onderwerp was verschenen had hij aandachtig
+bestudeerd, en in onderling verband doorzien; het historische gedeelte
+van zijn kleurenleer is een voorbeeld van wat een geschiedenis van
+beschaving en wetenschappen zou kunnen zijn.
+
+Maar zijn populariteit werd er niet grooter op. De zware massa's
+ervaring, die hij in zijn uitdrukkingen steeds sterker concentreerde,
+maakte dat zijn werk slechts voor weinigen geheel toegankelijk bleef.
+Hij wist dat en zei het openlijk: mijn zaken kunnen niet populair
+worden. Zijn teruggetrokkenheid, zijn princelijke manieren, zijn
+bevelende houding, waarvan men wel voelde, dat hij ze niet zou nalaten
+indien hij eens minder hoog ware geplaatst, maakten hem gehaat bij
+degenen die niet konden verdragen dat zij geestelijk zijn minderen
+waren. Slechts enkele uitverkorenen werden gedoogd in den kring van
+intellectueelen, in wier midden hij voordrachten hield over kunst- en
+natuurwetenschap. Toen b. v. de blijspeldichter Kotzebue aan het hof
+werd ontvangen zei hij: Ja, wel aan het wereldlijke hof, maar niet aan
+het geestelijke! Kotzebue trachtte zijn ongenoegen te luchten door
+Schiller tegen hem uit te spelen en een speciale Schiller-vereering met
+zwaar-allegorische feestelijkheden op touw te zetten. Hij vond
+medestanders in overvloed, ook onder de dames die kort te voren nog tot
+Goethes kring behoorden. Schiller besloot zich ziek te houden. Maar
+Goethe, met een ziekte onder de leden, barstte in woede uit, jammer
+genoeg. Kotzebue had daar veel pleizier van, ook al werd het feest, men
+zegt door Goethes ingrijpen, van hoogerhand onmogelijk gemaakt.
+
+Nauwelijks had Goethe het scheiden van de achttiende eeuw vroolijk
+gevierd, of hij werd ernstig ziek. Hij verkeerde meermalen in
+doodsgevaar, en hij moest dagenlang blijven staan om adem te kunnen
+halen. Een halsgezwel, dat zich over de wang voortzette, hield zijn
+linkeroog gesloten. Vijf etmalen lag hij buiten kennis. Men vreesde dat
+hij een beroerte zou krijgen. Toen kwam in velen, die hij had gekwetst
+of op een afstand gehouden, de vriendschap weer boven. De hertog nam een
+werkzaam deel in zijn verpleging, en rustte niet voordat de doctoren die
+hij hoog stelde om het ziekbed stonden. Ook vrouwe Von Stein had
+medelijden met haar voormaligen vriend, die misschien in de vergiftigde
+omgeving van "dat mensch" zou sterven. Maar dat mensch verzorgde hem,
+gelijk geen ander het had kunnen doen, en toen hij, eindelijk door de
+crisis heen, haar, zijn "lieve kleine", en zijn zoon ontwaarde, schoten
+de tranen hem in de oogen. Van toen af besloot hij, haar ondanks alle
+tegenwerking in de wereld te doen erkennen. Tot groote ergernis van
+vrouwe Von Stein, die hij zijn dank voor de betoonde belangstelling liet
+overbrengen, vertoonde hij zich met Christiane en kind in een open ar,
+en bij verschillende feestelijkheden aan het hof liet hij haar
+meegenieten; toen nu de kleine August mét den hertog in een
+allegorischen optocht een rol had gespeeld, bleef tegenbezoek van de
+vorstelijke familie niet uit. En meer en meer kreeg Goethe de lijderes
+lief, die hem nog vier kinderen baarde, welke tot zijn grenzelooze smart
+òf dood ter wereld kwamen, of spoedig na hun geboorte stierven.
+
+Er was groote toeloop van vrienden bij zijn herstel. Zijn huis bleef een
+tijdlang vol gasten: de boter werd bij vaten tegelijk betrokken, en dit
+in een tijd, toen zijn zuinige vrouw zich wel eens behielp met een japon
+van moeder Aja, die dan "zoo goed als nieuw" heette. Hij had nu
+gezelligheid noodig, want hij was zeer prikkelbaar geworden, wond zich
+op bij zijn werk, kon niet lang achtereen thuis blijven. In zijn
+zwaarmoedigheid benijdde hij Herder, zijn kwelgeest, die zoo pas
+begraven was. Hij sloot zich in die dagen nauw aan bij Riemer, den
+huisonderwijzer van zijn zoon, een zeer kundig man, later tot
+hoogleeraar bevorderd, en beroemd geworden om zijn "Mededeelingen over
+Goethe". Nog grooter voldoening beleefde hij aan zijn omgang met den
+gebrilden metselaarsbaas-componist Zelter; deze was de eenige, die
+sedert zijn terugkeer uit Italië verlof kreeg, hem met "du" aan te
+spreken. Zijn grootste vertrouweling: fijngevoelig maar--en dit deed
+Goethe zoo goed--verre van sentimenteel; een kernachtige volksman, "een
+heerlijk man", als men zich maar eenmaal over zijn weinig sympathieke
+verschijning (Goethe had het land aan brillen) had heengezet. Zelter
+werd zich door zijn aanraking met Goethe pas goed van zijn gaven bewust,
+die hij altijd voor zich en zijn naasten verborgen had gehouden, maar
+die de profeet van Weimar tot zijn verwondering terstond raadde. De
+correspondentie tusschen deze twee mannen is een zoo onverholen
+uitwisseling van teedere gevoelens en benamingen, dat hij die--de
+briefschrijvers niet kennend--ze inziet, op menige bladzij waant, een
+zoete liefdeshistorie te lezen. Dit heeft in onzen tijd geleid tot
+onderstellingen, die op de reinheid en op de cultuur-historische kennis
+van de onderstellers een eigenaardig licht werpen.
+
+Allerlei mannen en vrouwen, die meenden met kunst of wetenschap ook maar
+iets uitstaande te hebben, trachtten, als ze in de buurt van Weimar
+kwamen, natuurlijk tot de bezienswaardigheid Goethe door te dringen. Zoo
+o. a. Madame du Stael, die toen haar boek over Duitschland schreef en
+meende dat geen groot man in staat zou zijn, haar nìet te ontvangen.
+Goethe ontweek haar, maar bezweek ten slotte voor haar aandrang, waarbij
+ze haar vrouwelijk charme ook liet spreken. De ruim twintigjarige
+dochter van Maximiliane Brentano, de zonderlinge Bettina, had een
+merkwaardige hoogachting voor hem opgevat: aan zijn moeder, die haar
+veel over haar beroemden zoon sprak, vertelde zij dat ze, als Mignon op
+Wilhelm Meister, verliefd was op Wolfgang, en dat ze in jongenskleeren
+naar Weimar wilde trekken. Bij haar eerste bezoek aan hem, wilde ze....
+op zijn schoot inslapen. Goethe verdroeg haar verregaande en
+compromitteerende dwaasheden eenigen tijd met grootmoedig geduld, maar
+hij moest haar de deur wijzen, toen ze zich tegen Christiane
+onbehoorlijk gedroeg. Zij is hem steeds blijven aanbidden, ontwierp
+later een standbeeld van hem, en schreef een boek over Goethe, zijn
+"Briefwisseling met een kind(!)", dat op zich zelf beschouwd wel
+romantiesch bekoorlijk is, maar voor den critischen geschiedschrijver
+toch zeer verdacht en ten slotte verfoeilijk wordt, als hij bedenkt dat
+dit boekje niet brieven maar vrije bewerkingen van brieven geeft, en
+wemelt van malle beweringen, leugenachtige voorstellingen, verdraaiingen
+van feiten. Het zal wel lang duren, voordat de minder critische, de
+valsch-gevoelige publieke opinie zich ten opzichte van Bettina zal
+hebben gewijzigd......
+
+Sommige bezoekers werden intusschen met blijdschap ontvangen: Goethe kon
+zeer beminnelijk zijn, wat bij zijn stijve manieren en zijn ernstige
+zwarte kleeding sterk opviel. Maar onsympathieke kijkers behandelde hij
+uit de hoogte: hij dwong ze urenlang over het weer te praten of hij
+bespotte ze met lijdelijk verzet, zooals bijvoorbeeld dien Engelschman,
+die zich had aangemeld om "Goethe te zien". Nadat deze ontvangen was met
+het gewone: "Ik vraag verlof, U den Geheimraad Goethe voor te stellen",
+werd hij overbluft met de kalm geacteerde mededeeling: "Zoo ziet u me
+van voren, zoo van opzij, zoo van achteren.... en kan ik U nu nog verder
+van dienst zijn?"--Dergelijke bezoekers, als ze niet zeer scherpzinnig
+waren, strooiden natuurlijk praatjes over hem rond, verkondigden dat hij
+geen hart had, en alleen voor standbeelden nog iets kon voelen. En ook
+zij hebben tot de vorming van Goethes reputatie bijgedragen!
+
+Na de mislukking van zijn Eugénie raakte hij aan het kwakkelen, maar hij
+verdroeg zijn pijnen kalmer dan te voren. Begin 1805 kreeg hij het
+voorgevoel, dat òf hij of Schiller spoedig moest sterven. En nauwelijks
+was Christiane, die hun zoon een eindweegs naar Frankfort zou geleiden,
+afgereisd, of ze moest in allerijl terug: Goethe was ingestort. Hij leed
+nu aan een byzonder pijnlijk nierkoliek, en men kon hem van uit de verte
+hooren schreeuwen. Nauwelijks echter was voor hem het doodsgevaar
+geweken, of de uitgeteerde Schiller werd bedlegerig.
+
+Goethe, zijn voorgevoel bevestigd vindend, durft hem niet bezoeken. Met
+betraande oogen rent hij in zijn tuin heen en weer; heeft hij zich in
+zijn kamer opgesloten, dan hoort men hem snikken. Een oogenblik schijnt
+het alsof de vrienden elkaar zullen behouden. Maar als Goethe goed op de
+been is, sterft Schiller, die niet meer kan spreken of schrijven, snel
+af. Men durft Goethe niet zeggen dat zijn tien jaar jongere vriend niet
+meer is. Meyer vlucht het gastvrije huis uit, vreezend dat hij zijn
+verdriet ontijdig zal verraden. Goethe denkt nog dat Schiller ziek is,
+en ligt 's nachts op zijn kamer te huilen. Maar den volgenden ochtend
+voelt hij uit den eigenaardigen nadruk die Christiane op de uitdrukking
+"zeer krank" legt, dat hij niet meer mag hopen. Hij durft het stoffelijk
+overschot niet zien: "Zoo'n vernieling!" roept hij uit, als men 't hem
+vraagt. Hij gelooft dat het nu met hem gedaan is. De helft van mijn
+leven weg! schrijft hij aan Zelter. In zijn wanhoop tracht hij Schillers
+_Demetrius_ te voltooien, om tenminste nog geestelijk mét hem te zijn.
+Maar hij is gebroken; het werk mislukt, en nu is de vriend voor goed
+dood. Hij wil een groot drama maken om Schiller te herdenken. Het lukt
+niet. Het middel, dat hem nog altijd had geholpen in het verzetten van
+zijn smart, faalt thans. Later gelukt 't hem Schillers _Lied van de
+Klok_ in den juisten toonaard voort te zetten met een "Epiloog", die de
+ziel van zijn bondgenoot ontvouwt en van het nageslacht voor hem
+opeischt den roem, dien het leven hem slechts ten halve gaf.
+
+Maar toen hij op het eind zijner dagen, omstreeks 1830, den schedel van
+zijn vriend in handen kreeg, had hij ook voor dezen grooten slag een
+compensatie gevonden. En in een gedicht, zacht als de adem van een
+slapend kind, spreekt hij het uit, dat deze leege hulze, die niemand
+meer kon liefhebben, al had zij nog zoo schoone kern bevat, in hém
+alleen een verkwikkend warmtegevoel wekte, als ontsprong een levensbron
+uit den dood:
+
+ Geheim Gefäss, Orakelsprüche spendend!
+ Wie bin ich werth, dich in der Hand zu halten?
+ Dich höchsten Schatz aus Moder fromm entwendend,
+ Und in die freie Luft zu freien Sinnen,
+ Zum Sonnenlicht andächtig hin mich wendend.
+ Was kann der Mensch im Leben mehr gewinnen,
+ Als dass sich Gott-Natur ihm offenbare,
+ Wie sie das Feste lässt zu Geist verrinnen,
+ Wie sie das Geisterzeugte fest bewahre......
+
+Woorden die den begrijpenden lezer van ons hoofdstuk "God en wereld"
+alleszins duidelijk zullen zijn, en die bewijzen, hoezeer in Goethe leer
+en leven waren éen geworden.
+
+Nooit hebben twee kunstbroeders elkaar zoo oprecht en zoo krachtig
+gesteund. Geen wonder: kent men nog een paar dichters, die zoo stellig
+wisten, _dat ze in zich zelf iets Hoogers dienden_?
+
+
+
+
+[Illustratie: 14 October 1806]
+
+
+
+
+XXVII
+
+ Gott habe ich und die Kleine
+ Im Leid erhalten reine........
+
+
+Een verblijf te Karlsbad bevrijdde hem van zijn kwaal; deze was met
+korte tusschenpoozen meermalen teruggekeerd, en had zijn stemming, die
+zeer leed onder den lagen luchtdruk, bedorven. Hij vond destijds veel
+troost in vadervreugd: zijn zoon leerde graag en bleek vooral voor talen
+en voor wetenschappen waarbij iets te zien viel, o. a. voor
+delfstofkunde, goeden aanleg te hebben. August was een beste kameraad
+voor zijn vader (gelijk Félix voor Wilhelm Meister) en liet zich door de
+intriges van vrouwe Von Stein--die, zinspelend op de verhouding tusschen
+Goethe en Christiane, hem allerlìefst een toevluchtsoord aanbood, als
+zijn te huis tè vreugdeloos mocht worden--niet van zijn ouders
+vervreemden. Goethe gaf hem in alles volle vrijheid, en hoeveel invloed
+hij niettemin op hem had blijkt bijvoorbeeld hieruit, dat de jongen als
+gymnasiast halsstarrig weigerde verzen te maken of te vertalen, omdat
+vader dit eens in zijn bijzijn sterk had afgekeurd.
+
+Eenmaal hersteld, begon Goethe zijn "Woensdagochtend-bijeenkomsten" te
+houden: hij gaf te zijnent voor een aantal voorname dames, waarbij zich
+later de weduwe Von Schiller en vrouwe Von Stein voegden--zij verdroegen
+de tegenwoordigheid van Christiane terwille van den man, die van dit
+schepsel zoowaar veel scheen te houden!--lezingen over kleuren,
+magnetisme, plantkunde; aan de natuurwetenschap gaarne moralistische
+beschouwingen knoopend, zooals de lezer die weldra in Die
+Wahlverwantschaften zal leeren kennen. Men wete dat zulke bijeenkomsten
+in dien tijd mode waren, maar men zal zich niettemin afvragen, of deze
+deels lichtzinnige en venijnig lasterende dames wel veel stichting
+hebben gevonden in hetgeen "de mooie Geheimrath" met zijn krachtig
+muzikaal geluid--jammer genoeg had hij de hebbelijkheid, vaak met een
+hand langs oogen en voorhoofd te strijken--ten gehoore bracht. Spoedig
+moest hij de savantes gelegenheid geven een kwartiertje voor de les te
+causeeren over de politiek; want door iedereen en overal werd zeer
+bezorgd over de nieuwste staatkundige gebeurtenissen gesproken. Hij deed
+daar niet graag aan mee, maar als men hem aan den babbel wilde hebben,
+bracht men hem op zijn gemak, door een tafel met teekengerei voor hem
+klaar te zetten: hij had zijn gedachten graag bij het teekenstift,
+wanneer het gesprek ging over allerlei misstanden waartegen hij zich
+vruchteloos had verzet:
+
+--Bedachtzaam maar vlot veroverde Napoleon Europa. West-Duitschland kon
+hem niet meer ontgaan en nu wilde hij door geven en nemen Pruisen
+isoleeren, om het later, bij gunstige gelegenheid, des te makkelijker in
+te palmen. Weimar en de andere Thüringsche staatjes waren door allerlei
+banden vast aan Pruisen gebonden: Carl-August vervulde opnieuw een
+belangrijke functie in het Pruisische leger. Goethe had gaarne
+gezien--en hij heeft het o. a. in _Hermann und Dorothea_ gezegd--dat de
+Duitschers _als Natie_ in opstand waren gekomen tegen de Fransche
+heerschappij; maar tot zijn ergernis liet deze natie zich kalmweg
+versplinteren, totdat Napoleon door een beslissenden zet, de stichting
+van een Rijn-statenbond onder zijn protectoraat, een wanhopige
+oorlogsverklaring van Pruisen uitlokte: die hij best kon gebruiken.
+Weldra bleek dat het in den omtrek van Weimar tot een hevig treffen zou
+komen: de wederzijdsche troepenmassa's trokken zich daar samen en
+stichtten bij voorbaat groote verwarring in de residentie. Carl-August
+was bij zijn regiment, en op Hertogin Louise na vluchtte het hof. Goethe
+bleef waar hij was; hij nam zelfs geen maatregelen om zijn collecties en
+zijn papieren te bergen: _evenmin_ als Egmont kende hij gevaar.
+
+Het Duitsche leger werd bij Jena geslagen, de ontredderde Pruisen
+vluchtten door Weimars straten, gevolgd door overmoedige Franschen, die
+de stad bezetten en aan het plunderen sloegen. Goethe kreeg een
+twintigtal huzaren in huis, wier officier (Lili's zoon) hem veiligheid
+beloofde; de manschappen gedroegen zich nogal kalm en waren vermoeid
+genoeg om spoedig in te slapen. Maar in den nacht van 14 October beukten
+een paar plunderaars de voordeur kapot en eischten toegang. Riemer
+meende ze met wijn en buit zoet te houden, maar ze wilden den heer des
+huizes spreken. Deze trad hun tegemoet, indrukwekkend in zijn witte
+slaaprok--zijn "profetenmantel"! Zij bonden in, maar later vonden zij
+den weg tot zijn kamer, snuffelend naar kostbaarheden. Reeds stoven ze
+met getrokken degens op hem aan, toen Christiane, dapper en bijdehand,
+de wapens afwendde, snel een stadgenoot riep die in het achterhuis een
+onderkomen had gevonden, en met diens hulp de kerels uit het vertrek
+zette. Pas den ochtend daarop kreeg men ze weg: ze hadden geslapen op
+het bed dat Goethe voor hun Maarschalk gereed hield!
+
+Tot juiste waardeering van dit moment, bedenke de lezer o. a. dat de
+menschheid twee groote werken van Goethe in het geheel niet, zijn
+grootste werk slechts gedeeltelijk zou bezitten--om nu gemakshalve van
+zijn natuurwetenschappelijke gewrochten en van vele kleine gedichten en
+novellen niet te spreken--indien hij (die toch een waardiger dood had
+verdiend) den 14den October niet was gered door het vrouwspersoon, dat
+men spottend noemde "dame Vulpia", ofte wel "de dikke wederhelft". (Deze
+laatste vinding is van Schillers weduw, die pochte, bij zekere
+plechtigheid, waartoe slechts vrijmetselaarsvrouwen toegang hadden,
+Christiane's bijzijn te kunnen afkoopen met een glas--zegge één
+glas--punch).
+
+De Fransche opperbevelhebbers toonden dat het incident hen pijnlijk had
+getroffen en ze zonden een briefje, waarin zij "den grooten Goethe"
+verzochten, zich niet bezorgd te maken. Hij kreeg een schildwacht voor
+zijn deur en een van zijn "Italiaansche" vrienden, die inspecteur-generaal
+van de musea was geworden, werd nu bij hem ingekwartierd. Hij verschonk
+den hem opgedrongen gasten in enkele dagen 12 vaten wijn, en hij maakte
+totaal twee duizend daalders onkosten voor de heeren. Natuurlijk heeft
+men zijn positie, welke hem in staat stelde vele stadgenooten, die tot
+op het hemd waren uitgeschud, van dienst te zijn, op smadelijke wijze
+verklaard.
+
+Terwijl nu de stad in vlammen stond en de kogels floten over zijn
+woning, begaf hij zich in overpeinzingen die tot resultaat hadden het
+volgend biljet aan den hofpredikant Günther:
+
+ Dezer dagen en nachten is een langgekoesterd plan bij mij tot
+ rijpheid gekomen; ik wil mijne kleine vriendin, die zoo veel voor
+ mij heeft gedaan en ook deze uren van beproeving met mij
+ doorleefde, ten volle en burgerlijk erkennen als de Mijne. Zeg mij,
+ waardige geestelijke heer en vader, of het zoo is te schikken, dat
+ wij zoo spoedig mogelijk, Zondag of eerder, trouwen. Welke stappen
+ hebben wij daarvoor te doen? Kunt Gij de inzegening niet zelf
+ verrichten? Ik zou wenschen dat ze in de sacristy van de stadskerk
+ geschiedde. Gelieve brenger dezes zoo mogelijk antwoord mee te
+ geven.
+
+Er is een echo van het gedicht Hermann und Dorothea in deze
+huwelijksplechtigheid op puinhoopen, die twee dagen later plaats vond.
+August en Riemer waren de eenige getuigen. In de trouwringen stond
+veelbeteekenend 14 _October_ gegraveerd.
+
+En van toen af gold Christiane de vrouw van den huize, al zweeg de
+laster niet. Ze had dit geluk duur gekocht: de moeizame verpleging
+gedurende Goethes langdurige ziekten, het doodsgevaar waarin ze zich
+wierp om haar man te redden, de gemeene behandeling die ze van de
+Fransche officieren had te verdragen.... ziehier nog slechts een deel
+van den prijs. Johanna Schopenhauer (moeder van den wijsgeer), die uit
+een groote stad kwam en in Weimar een nieuwelinge was, hielp Christiane
+over de eerste verlegenheid heen, toen ze aan "de wereld" officiëel werd
+voorgesteld: Ik kon doen alsof ik van de vroegere verhouding niets wist,
+schreef ze haren zoon. Maar de bruigom betaalde de felicitaties met een
+stereotyp en hooghartig: Ze is altijd mijn vrouw geweest!
+
+Napoleon had zich als een brieschende leeuw aangesteld, toen hij
+Carl-August niet te huis trof, en hij wilde het landje doen boeten voor
+den weinig diplomatieken vorst, die verzuimd had den Imperator zijn
+opwachting te maken. Maar hertogin Louise (de vrouw die niet bang was
+voor zijn 200 kanonnen! zooals hij het uitdrukte) bracht hem door haar
+bewonderenswaardig optreden tot betere gedachten. Carl-August nam--wat
+Goethe hem reeds vóor den oorlog had aangeraden--ontslag uit Pruisischen
+dienst; Weimar sloot zich aan bij den Rijnbond; met een hooge
+oorlogschatting werd de vrêe gekocht.
+
+Goethe voelde zich na de huwelijksplechtigheid vroolijk en mild gestemd.
+Had hij de Fransche bevelhebbers al kort te voren op het hart gebonden,
+de instellingen van de universiteit, die immers mede tot zijn levenswerk
+van de laatste twintig jaren behoorden, te sparen--nu trachtte hij zijn
+tweede vaderland naar vermogen met werken des vredes over de geleden
+verliezen te troosten. Men spotte niet als men verneemt, dat zijn
+schouwburg hiertoe veel moest bijdragen.
+
+Nu werd Christiane ook in den familiekring te Frankfort gevoerd en ze
+verwierf er zich veler vriendschap. Moeder Aja schreef haar zoon: "Je
+mag God danken. Zoo een lief--heerlijk onverdorven schepseltje Gods
+vindt men zeer zelden--en wat ben ik nu gerust over alles wat jou
+betreft".
+
+
+
+
+[Illustratie: De roman "Die Wahlverwantschaften"
+--werd in October 1809 voltooid--]
+
+XXVIII
+
+ Elkeen bespeurt in dezen roman een
+ diephartstochtelijke wonde, die, al
+ genezend, aarzelt zich te sluiten,
+ een hart dat vreest te genezen.
+ GOETHE, DAGBOEK.
+
+ DIE WAHLVERWANTSCHAFTEN
+
+
+Maar nauwelijks was hij van al deze ontroering bekomen, zoodat hij
+rustig kon schrijven aan de voortzetting van Wilhelm Meister, of een
+nieuwe slag trof hem: juister gezegd, hij schiep zich uit onverschillige
+omstandigheden het dreigement, dat hem in verband met zijn verleden en
+zijn karakter juist toekwam.
+
+Om beter te kunnen werken, zonderde hij zich eenigen tijd in het stille
+Jena af, maar--vertrouwelijke gesprekken met natuurlijke menschen
+behoevend--ging hij vaak op thee bij den boekhandelaar Frommann, die een
+pleegdochter, Wilhelmina Herzlieb (meestal Minchen of Minna genoemd),
+huisvestte. Het meisje, toen achttien jaren oud, een bloeiende
+schoonheid, verstandig voor haar leeftijd, met veel "ziel", had als kind
+op zijn schoot gespeeld. En met vriendelijke deelneming volgde hij hare
+rijping tot vrouw.
+
+Goethe, nagenoeg zestigjarige grijsaard, werd deels om zijn uiterlijk,
+deels om zijn faam, onophoudelijk door de "Weiblein" gezocht: men zou
+gemakkelijk een dozijn jonge en halfjonge dames kunnen opsommen die toen
+en veel later ernstig werk van hem maakten en hem gaarne hadden gevolgd:
+
+ Wie des Goldschmieds Bazarlädchen
+ Viel gefärbt' geschliffene Lichter,
+ So umgeben hübsche Mädchen
+ Den beinah ergrauten Dichter....
+
+Aldus gevoelde ook dit meisje zich tot hem aangetrokken en hij merkte
+dat zijn vaderlijke genegenheid zich ging ontwikkelen in deze richting:
+het moest voor zijn eer als echtgenoot weldra gevaarlijk worden, langer
+met haar om te gaan. Hij meed het huis harer pleegouders, ook al
+verveelde hij zich dus doende ondragelijk in de uren dat hij niet
+werkte.
+
+Nu wilde het toeval dat hij den dichter Werner--die hem was nagereisd en
+relatie zocht met zijn tooneel--aan de familie Frommann voorstelde op
+den avond dat deze het in den zin kreeg, een poëtenkransje te vormen,
+dat, als sprak het van zelf, bij den boekhandelaar zou vergaderen. Wat
+deze levendige, welbespraakte man voorstelde werd zelden bestreden, en
+zoo kwam Goethe weer al te vaak in het huis dat hem verboden was: het
+lag in zijn aard, zich aanvankelijk niet te verzetten tegen dezen
+samenloop van bekoorlijke omstandigheden. Werner had zijn belangstelling
+gewekt voor het sonnet. Hij eigende zich dezen versvorm toe, en ook
+(niet: bij voorkeur) in de "Beschränkung" zijn meesterschap
+"_toonend_"--in de vormen die hij zelf koos bleef zijn meesterschap voor
+oningewijden meestal verborgen--nam hij deel aan de dichterkampen, die
+zijn nieuwe kennis organiseerde. Het kon niet uitblijven: in zijn
+mooiste sonnetten huldigde hij Minna als zijn "dame", o. a. ook (het zij
+terloops gemeld) in de charade welker eerste letters het woord HERZLIEB
+vormen, en die Bettina Brentano _n. b._ op haar bescheiden persoontje
+betrok. Zich bij den sonnettist Petrarca vergelijkend, moest Goethe wel
+inzien, dat hij met meer hoop huldigde dan de Italiaansche meester. Zijn
+phantasie zette zijn belangstelling voor Minna nu om in een dweepende
+liefde, welke zijn vrienden met droefheid waarnamen en hij zelf met
+schrik en schaamte. Dit duurde totdat men het meisje naar een
+verafgelegen kostschool zond....
+
+Alleen met zijn gevoelens, kwam hij tot bezinning. En voor de zooveelste
+maal in zijn strijdvervuld leven moest hij trachten, deze gewelddadige
+scheiding door een zelfoverwinning te bekrachtigen.
+
+Men mag veilig aannemen, dat zijn liefde tot Minna niet verder reikte
+dan een zeer oppervlakkige en voorbijgaande neiging, zooals ze
+hartstochtelijke menschen vaak overvalt, zonder dat dit hen verontrust.
+Maar ook dit kon zijn geweten niet toelaten na zijn huwelijk met
+Christiane, dat zooveel heiliger en deugdelijker rechten deed gelden op
+zijn persoonlijkheid. En hoe ernstig hij dan ook met zich zelve te rade
+ging, dit moge den lezer blijken bij kennisneming van den roman _Die
+Wahlverwantschaften_, in welken zijn zelfoverwinning beslag kreeg.
+
+Hij heeft deze zelfoverwinning niet getoond, als een zielegebeurtenis
+van een door hem na-geschapen persoon; zij heeft hem aanleiding gegeven
+tot de vrije vorming van geheel nieuwe personen, die haar gezamenlijk en
+in verband met andere factoren naar een hooger levensplan dragen.
+Oorspronkelijk bestemd voor de novellenreeks over de zedelijke tucht,
+die in de Wanderjahren voorkomt, dijde het gegeven onder de bewerking
+zoodanig uit, dat zelfstandige behandeling ervan gewettigd werd. Om zich
+tot arbeid te dwingen,--want men scheurt niet gaarne zijn binnenst
+vaneen als men zestig jaren is geworden--sloot hij een contract met een
+uitgever nog voordat het boek was geschreven, en in volstrekte
+afzondering, zonder vrouw en kind te zien, werkte hij totdat de laatste
+proef was gecorrigeerd: Eerst toen keerde hij tot de zijnen gelouterd
+terug.
+
+Goethe heeft eens gezegd dat Die Wahlverwantschaften de eenige roman is,
+waaraan hij bewustelijk volgens een bepaalde idee heeft geconstrueerd,
+en dat geen van zijn voortbrengselen zooveel doorleefde gebeurtenissen
+bevat: wel te verstaan, niet zooàls hij ze heeft doorleefd. Aanleiding
+te over voor scherpzinnige critici, om naar de doorleefde idee van dit
+werk te gaan snuffelen; maar--anders zou men den heeren scherpzinnigheid
+ontzeggen!--die idee zoo te begrijpen, dat ze ruimte laat voor
+gewichtige aanmerkingen op het boek zelf, die de heeren dan--want anders
+waren zij geen Goethe-vereerders--konden besluiten met een hartgrondig:
+Doch het goede in den roman (de mooie bijpersonen en de
+natuurbeschrijving, weet u?) weegt tegen dit alles op.
+
+Deze methode pleit niet voor de onaanvechtbaarheid van de grond-idee,
+die men voor Die Wahlverwantschaften heeft gevonden. Men heeft de
+behandeling van dit boek veel te geleerd willen maken en--voor den dag
+er mee!--Goethe heeft in zijn later leven zulke spitsvondigheid wel eens
+aangemoedigd, door al wat hij schreef met een waas van symboliek te
+omhullen, en openlijk uit te spreken dat hij zich door sommige
+commentators gevleid voelde.
+
+Om de idee van den roman waarlijk te vatten bedenke men twee dingen:
+
+Het eerste is dit: de dichter wilde de boven-omschreven levenservaring,
+die voor hem dezen algemeenen kant had, dat de mensch meester over zijn
+affecten moet worden om den naam mensch te verdienen, in zijn boek
+uitvechten, ze aan vrij-geschapen personen verbeeldend.
+
+Het tweede is dit: hij wilde die levenservaring voor al _begrijpen_, en
+nam daartoe natuurlijk de wetenschap van zijn tijd te baat. Allerlei
+occulte verschijnselen als dierlijk magnetisme, gedachte-overbrenging,
+mesmerisme, all-Magnetismus _e. d._--die thans door vele geleerden met
+een glimlach ongedaan worden gemaakt, en door andere geleerden tot op
+zekere hoogte gewaarmerkt, maar nauwelijks verklaard--nam men toen als
+vaststaande aan. De geniale charlatan Mesmer was, vooral in hoogere
+kringen, een tijdlang minstens zoo gevierd als Blériot in onze dagen.
+Men meende te weten dat sommige stoffen binnen den mensch voeling
+hielden met verwante stoffen op aarde, of op de sterren, of ook wel in
+andere menschen. Heel het geschapene was doortrokken van een magnetiesch
+fluïdum. Zoo mag het den lezer niet verwonderen, dat (in den
+onderhavigen roman) een Engelsch geleerde in Ottilie teekenen waarneemt,
+die op de nabijheid van steenkolen heeten te wijzen. Verwante menschen
+trokken elkaar aan gelijk de hemellichamen, of gelijk de uiterste fijne
+deeltjes, waaruit (naar men beweert) alle materie is saamgesteld. Twee
+menschen--op deze wijze bijeengekomen--waren daartoe gedreven door
+krachten, die aan hun contrôle ontsnapten, en eigenlijke liefde gold pas
+in de tweede plaats mee. Ze vormden samen één, een magnetische celle;
+zoo treft men in Goethes boek een paar geliefden (tot elkaar
+gedrevenen) aan, waarvan de eene aan den linkerkant hoofdpijn krijgt als
+de andere die aan den rechterkant heeft. Niets belette den auteur, het
+algemeen geloof aan zulke verschijnselen te deelen: ze pasten in het
+geheel van zijn denkbeelden, en overal heerschte ten slotte dezelfde
+Geest. Bovendien stond hij zelf bijna machteloos onder den invloed van
+atmosfeer-schommelingen. En ook het Onafwendbare, dat voor geen
+redeneering wijkt, had hij in bijna al zijn verliefdheden ervaren. Wie
+zal zeggen in hoeverre hij, eenmaal met zulk geloof behept, in de zoo
+pas verhaalde gebeurtenissen aan den lijve iets als magnetisme meende te
+voelen?
+
+En hier heeft men nu (voorloopig althans) de naakte idee van het eerste
+deel, die de uitbeelding van de volgende omstandigheden voor Goethe
+meebracht:
+
+ --Een huwelijk uit vriendschap: Charlotte en Baron Eduard hebben
+ elkaar eens bemind, doch zij werd door haar onvermogende ouders
+ gedwongen een andere partij te kiezen, en Eduard had een rijke
+ vrouw getrouwd. Nu worden beiden door het afsterven van hun
+ echtgenooten weer vrij en hij vraagt haar hand. Nadat ze hem in
+ aanraking heeft gebracht met haar mooie nicht Ottilie, die hem
+ echter onverschillig laat, stemt ze toe en ze leven nu rustig naast
+ elkander voort. Eduard verlangt dra naar meer gezelschap en is van
+ plan zijn vriend, den "hoofdman", die het niet breed heeft, bij
+ zich in huis te nemen, en als rentmeester aan zijn bezittingen te
+ verbinden. Charlotte ontraadt het hem, vreezend dat een derde hun
+ geluk zou verstoren. Zij heeft haar dochter en haar nicht immers
+ ook verwijderd om dezelfde reden! Maar Eduard dringt aan; ze geeft
+ toe.
+
+ De hoofdman komt, werkt veel samen met haar echtgenoot, en slechts
+ 's avonds heeft ze gezelschap aan beiden. Er worden dan zeer
+ nuttige gesprekken gehouden over wetenschap, en bij deze
+ gelegenheid zet de hoofdman de beteekenis uiteen van het woord
+ Wahlverwantschaft (als willekeurig voorgestelde, onderlinge
+ aantrekking van atomen) dat uit een scheikundeboek is voorgelezen:
+ Als twee scheikundige lichamen vereenigd zijn, en een derde komt in
+ de nabijheid, dat op een van de twee eerstgenoemde lichamen een
+ sterker aantrekking oefent dan het lichaam dat er mede is
+ vereenigd, dan valt deze verbinding uiteen, en de twee
+ laatstgenoemde vereenigen zich. Schertsend past de uitlegger deze
+ theorie toe op verhouding tusschen Eduard, Charlotte en hem....
+
+(Wanneer de lezer nog enkele regels in ons résumé is gevorderd, zal hij
+zich misschien afvragen.... of neen, hij zal uitroepen: Een dwaas
+kunstje van Goethe, door een afgetrokken redeneerinkje bij voorbaat
+aannemelijk maken wat hij straks in werkelijkheid laat gebeuren!
+Oppervlakkig onhandig: deze redeneering in den mond te leggen aan den
+persoon, die in deze gebeurtenis de hoofdrol speelt! Zoodanige lezer
+gelieve te bedenken, dat heel het boek van geheimzinnige voorgevoelens
+en voorteekenen is vervuld. En hij vergete niet, dat redenaties, als
+zooeven verhaald, in den hier beschreven tijd aan de orde van den dag
+waren; dat Goethe zijn ervaring met Minna zelf voelde en doorleefde in
+verband met deze theorie!)
+
+ Thans neemt Charlotte haar nichtje, dat op de kostschool niet
+ begrepen en vaak geplaagd wordt, weer in huis. Nog voordat Ottilie
+ een woord heeft gesproken, vindt Eduard haar een aardig, een
+ onderhoudend meisje. In verband met hun bezigheden verdeelen de
+ vier personen zich weldra in twee groepjes. Charlotte is veel samen
+ met den hoofdman, die haar behulpzaam is bij het aanleggen van haar
+ park, terwijl Ottilie schriftelijk werk verricht voor Eduard, en de
+ kunst verstaat zijn gebrekkig fluitspel goed op het clavier te
+ begeleiden, daarbij vooruit voelend welke fouten hij zal maken.
+ Overigens behaagt het zachte meisje allen door haar voorkomendheid
+ en door haar zich-invoelen in de omgeving. Eduard sluit zich steeds
+ nauwer bij Ottilie, Charlotte sluit zich onwillekeurig bij den
+ hoofdman aan.
+
+ Ter gelegenheid van Charlotte's jaardag komen de graaf en de
+ barones op het slot logeeren, en een vriend, Mittler, wiens
+ specialiteit het is, familietwisten te beslechten en bij te leggen,
+ vertrekt overhaast nadat hij gewaarschuwd heeft, dat deze twee
+ echtschenners ongeluk zullen aanbrengen. Hij houdt een vurige
+ lofrede op het huwelijk: de schuld die de gehuwden jegens elkaar
+ hebben kan in der eeuwigheid niet afgedaan!
+
+ Als nu de lichtzinnige graaf met den hoofdman kennis maakt en hem
+ een mooie betrekking bij een van zijn vrienden in het vooruitzicht
+ stelt, merkt Charlotte eensklaps, hoe diep de genegenheid tot den
+ hoofdman zich reeds in hare ziel heeft gevestigd: Ze barst in
+ tranen uit. Hoe het tusschen hen staat blijkt nog scherper als
+ zij--door Eduard, die naar Ottilie verlangt, alleen gelaten--met
+ hem uit spelevaren gaat, waarbij hun boot vastraakt, zoodat de
+ hoofdman haar naar land moet dragen; hij kan zich niet weerhouden
+ haar te kussen! Ze verhelen hun gevoelens nu niet meer voor
+ elkander, doch ze besluiten hun liefde waardig te dragen en te
+ scheiden.--Op het slot speelt zich intusschen iets dergelijks af:
+ Ottilie verricht eenig schrijfwerk voor Eduard en het blijkt dat ze
+ onwillekeurig zijn handschrift nabootst. Ze zegt daar trotsch op te
+ gaan, en het volgend oogenblik omarmen ze elkaar. Dien nacht
+ sluimert Eduard onder Ottilies venster in. Hij merkt tot zijn
+ vreugd, dat zijn vrouw den hoofdman niet onverschillig is, en hoopt
+ dat een spoedige echtscheiding hem het bezit van Ottilie zal
+ verzekeren. Kort daarop aanvaardt de hoofdman zijn nieuwe
+ betrekking en Charlotte, die verwacht dat hij daar met een
+ geschikte vrouw in relatie zal komen, doet afstand van haar liefde.
+ Ze mag nu verlangen dat Ottilie het huis verlaat, opdat de vrede
+ niet verder verstoord worde. Hiertegen verzet zich Eduard. Hij gaat
+ dan liever op reis, echter onder voorwaarde dat Charlotte voor haar
+ nichtje zorg zal dragen. Dan zal hij van zijn kant tegen zijn
+ eventueele genezing zich niet verzetten. Maar Ottilie kan hem niet
+ ontberen.
+
+ Mittler komt op het slot om de echtgenooten weer tot elkaar te
+ brengen, en verneemt hier dat Charlotte een kindje verwacht. Tot
+ zijn verwondering is de in eenzaamheid wonende Eduard wanhopig, als
+ hij hem deze boodschap brengt, en besluit deze, in krijgsdienst te
+ treden. Zoo eindigt het eerste boek.
+
+--Hiermede is de knoop gelegd en--om het beeld vast te houden--deze
+knoop is door de geboorte van het kindje strak aangetrokken. Toch
+ontwikkelden de gebeurtenissen zich tot hier toe zoo geleidelijk, dat
+men ook bij herhaalde lezing niet altijd precies kan zeggen, waar een
+bepaalde richting-verandering in den verhaalgang intrad,--zonder
+intusschen ook maar een oogenblik te betwijfelen, dat alles zoo mòest
+zijn. Er is hier werkelijk aanwezig een kracht, die de menschen leidt,
+maar die kracht wordt als zoodanig nergens genoemd of beschreven. Zij
+behoort tot de diepverborgen beweeggronden van de handeling, wier
+bestaan de doorsneêlezer niet eens vermoedt, en wier constructie de
+moeilijkste, de verantwoordelijkste, de ondankbaarste taak is van den
+hoogstaanden auteur.
+
+ --In het tweede gedeelte van den roman zijn de bekende
+ "Leesteekens" nogal sterk gezaaid, en wij krijgen het gevoel dat de
+ nu volgende handeling zeer veel tijd in beslag neemt. Charlotte
+ brengt een zoon ter wereld, die, door een zonderlinge speling der
+ natuur, op den hoofdman lijkt (van wien ze tijdens de ontvangenis
+ was vervuld) en tevens op Ottilie (aan wie de verwekkende
+ echtgenoot dacht). Bij den doop overlijdt de oude
+ dorpsgeestelijke. Ottilie houdt van het kindje en verzorgt het.
+ Maar daardoor wordt haar duidelijk dat zij in hare verhouding tot
+ Eduard volkomen rein moet staan. Eduard is gaaf en goed uit den
+ oorlog weergekeerd en ziet daarin een teeken des hemels, dat hij
+ zijn lieve Ottilie eens zal bezitten. Hij verzoekt den hoofdman
+ stappen te doen, opdat hij van zijn vrouw kan scheiden: dan kunnen
+ twee gelukkige paren worden gevormd. Hij wacht op een afstand:
+ ongeduldig van hartstocht, draagt hij zijn vriend op, hem den
+ afloop van de onderhandeling met kanonschoten te seinen. De
+ hoofdman treft Charlotte niet thuis en wacht. Eduard kan zijn
+ ongeduld niet bedwingen en sluipt naar zijn kasteel. Bij het meer
+ ziet hij Ottilie met zijn kindje zitten en de geliefden omarmen
+ elkaar vrijmoedig. De avond valt; Ottilie zal met het kind naar
+ huis varen. Door haar onvoorzichtigheid slaat het bootje om en de
+ kleine (die van zijn geboorte af omringd was met ongunstige
+ voorteekenen) verdrinkt. Zij en Eduard, die te zamen het bestaan
+ van het schepseltje tot een leugen maakten, hebben hieraan schuld.
+ Op het slot valt Ottilie met het hoofd op Charlotte's knieën in
+ onmacht. Deze laatste stemt nu in de scheiding toe, zonder
+ intusschen haar minnaar hoop te laten. Ottilie die zich niet uit
+ haar verdooving los kan maken, maar die bij haar bewustzijn is,
+ hoort het gesprek tusschen Charlotte en den hoofdman aan.
+ Onverschillig over den dood van zijn kind, wil Eduard aanstonds
+ toebereidselen maken voor zijn huwelijk met Ottilie.
+
+ Maar het onderhoud tusschen Charlotte en Eduard heeft Ottilie de
+ oogen geopend, en zij zegt nu haar tante dat ze nooit de vrouw van
+ Eduard zal worden. Trekt Charlotte haar toestemming tot de
+ echtscheiding niet in, dan zal zij zich werpen in hetzelfde meer
+ waarin het kindje is verdronken. Daar ze in haar hart afstand heeft
+ gedaan van Eduard, kan zij nu rein naast Charlotte leven. Doch de
+ omgeving bevat te verschrikkelijke herinneringen, en zij gaat naar
+ kostschool terug, wil onderwijzeres worden. Ze legt de gelofte af
+ dat ze, wel verre van zich tegenover Eduard zwak te toonen, hem bij
+ eventueel bezoek geen gehoor zal geven. Eduard weet haar op reis in
+ te halen en dringt door tot in haar kamer. Ze wijst hem de deur.
+ Vergeefs. Dan besluit ze naar het slot terug te keeren. Eduard
+ volgt haar. Ze legt de handen van de echtgenooten ineen en snelt
+ weg. Van nu af spreekt ze niet meer, drukt zich (als Mignon) door
+ gebaren uit. Doch ze is dagelijks met Eduard samen, en deze vat
+ weer hoop. Ze verzoekt, op haar kamer te mogen eten, en dit geeft
+ haar gelegenheid, in het geheim te vasten. Een avond, als Mittler
+ weer over het huwelijk theoretiseert en zegt dat het zesde gebod
+ hem beter zou voldoen indien het _positief_ gesteld ware, verlaat
+ Ottilie plotseling statig het vertrek. Haar kamermeisje waarschuwt
+ dat ze op sterven ligt. Allen snellen naar haar kamer. Daar
+ verbreekt ze voor het eerst en voor het laatst 't stilzwijgen door
+ van Eduard te eischen: Beloof mij te leven!
+
+ Ze wordt met symbolische praal bijgezet. Als de stoet passeert,
+ meent het kamermeisje haar uit de open lijkkist te zien wenken, en
+ valt uit het raam te pletter. Bij de lijkkist gebracht, is ze weer
+ geheeld. Het eenvoudige dorpskind houdt een wijze rede in de door
+ Ottilie gebouwde kapel, die nu tot een bedevaartplaats wordt.
+
+ Eduard voelt zich verplicht zijn geliefde te volgen. Hij vindt de
+ taak zwaar, maar hij volbrengt ze: hij sterft den hongerdood en
+ wordt naast Ottilie begraven:
+
+ "Zoo rusten de lievenden neveneen. Vrede omzweeft hun
+ rustoord, vreugdige verwante engelen zien vanaf het gewelf op
+ hen neder; en wat heerlijk oogenblik zal het zijn, als ze eens
+ ontwaken samen".
+
+Nu komen de geleerde opmerkingen, waarvan zooeven sprake was: Eén ding
+begrijpen wij niet, ja, vinden wij hartgrondig(?) jammer (aldus de
+critici): hoe kon Goethe het van zich verkrijgen, Ottilie verliefd te
+maken op Eduard, die toch zooveel lager staat dan zij; en haar verliefd
+te doen blijven, terwijl ze hem toch als een kinderachtig-ongeduldige
+egoist, als een harteloos vader leert doorzien? En is aan het slot de
+aankondiging dat ze elkander hiernamaals zullen ontmoeten niet
+romantiesch, onbetrouwbaar? Waarom blijft Ottilie, nadat ze de handen
+van de echtgenooten heeft ineengelegd, op het slot? Is dit niet in
+strijd met het hooger levensinzicht, waarvan ze kort te voren blijk gaf?
+Moest ze zich niet wijden aan hare heilige taak, de opvoeding van de
+jeugd, in plaats van nogmaals den vrede van het gezin te bedreigen?
+
+Het antwoord op deze vragen kan afdoende zijn en kort. Men behoeft niet
+eens Goethes meening omtrent de onderlinge aantrekking van menschen te
+deelen, om aan te nemen dat een vrouw, nog hooger dan Ottilie begaafd,
+zich kan schenken aan een man, nog lager aangelegd dan Eduard. Ieder
+heeft dit in eigen omgeving meermalen ervaren; Goethe had in het
+echtpaar Von Stein een sprekend voorbeeld hiervan jarenlang voor oogen.
+Neemt men nu ten overvloede een nagenoeg onafwendbaren invloed aan, als
+het magnetisme er een is, overweegt men daarbij dat de personen in dit
+boek--dat tusschen haakjes, den frivolen adel uit dien tijd in al zijn
+uitingen heerlijk schittert en hekelt, evenals Wilhelm Meister dit
+doet--niets omhanden hebben als het najagen van hun liefhebberijen, en
+het beluisteren van hun gemoed in de stilte van een uitgestrekt park....
+dat kan men in de verhouding tusschen Ottilie en Eduard niets onlogiesch
+zien, zelfs nadat deze laatste zijn waren aard heeft getoond. Waartoe
+deze zelfontmaskering van Eduard zou hebben geleid, indien de
+fijngevoelige Ottilie eens niet het besluit had genomen, deze wereld af
+te sterven, is niet twijfelachtig; maar het mag een open vraag blijven.
+Haar taak is niet: rechtstreeks te zorgen voor Eduards toekomst, doch
+wel: te boeten voor het verleden, en daardoor Eduard indirect te dienen.
+
+Maar is deze liefde--logiesch dan of niet--dan geen wanklank in de
+harmonie van het boek? Waarom geeft Goethe--die anders zoo graag
+typische menschen geeft--hier een uitzondering?
+
+Zoo vragend, laat men gelden dat het geval Eduard-Ottilie psychologiesch
+is gemotiveerd, maar men toetst het nu aan zijn esthetische waarde. Nu
+is er niets tegen, aan te nemen, dat Goethe hier een wanklank wilde doen
+ontstaan, wilde te kennen geven dat het magnetisme ook menschen verbindt
+die naar ons oordeel niet bij elkaar passen. Maar er is meer! Goethe
+moest aanduiden, dat het dierlijk magnetisme bij hoogstaande menschen
+niet het laatste woord spreekt. Indien wel, dan ware het verhaal aan het
+eind van het eerste deel afgeloopen met de vereeniging van de twee
+geliefden. Of liever, het ware ongeschreven: Goethe hadde Minna gehuwd
+en Christiane verlaten. Maar hij moest het zedelijk element, den
+innerlijken strijd, in zijn verhaal betrekken. Hij moest Ottilie doen
+twijfelen, totdat het voor een gewone oplossing te laat werd; zoodoende
+komt ze tot bezinning en besluit zich vrij te maken op de wijze die de
+lezer kent.
+
+Maar waarom dan moest juist Ottilie zoo hoog staan? Waarom niet Eduard fijner
+begaafd: Eduard--dit zal toch wel niemand betwijfelen--vertegenwoordigt
+de eene helft van Goethes wezen, de hoofdman (die afstand doet) de andere.
+
+Wij behoeven deze vraag niet te ontzenuwen door de bewering, dat Eduard
+volstrekt niet een karaktertrek van Goethe vertegenwoordigt, dat Goethes
+gedragslijn in liefdeshistories niet lijkt op Eduards gulzige hette. Wij
+laten dit daar en antwoorden op deze nieuwe vraag: Indien Goethe van den
+màn den strijder had gemaakt, dan hadd'--anders ware zijn boek
+esthetiesch mislukt--die man misschien na zwaren strijd (maar dit om 't
+even), in deze bepaalde omstandigheden het pleit gewonnen en Ottilie....
+verstooten. Dit ware dan pas een èchte wanklank geworden, niet een
+dissonant in het midden van een stel samenstrevende accoorden, en die
+ten slotte nog in harmonie verkeert, maar een dissonant aan het slot!
+Uit louter edelaardigheid een lieve vrouw verstooten! (Eduard is niet
+een slecht man, maar een zwak man; zijn dubbelgangster ware dus niet een
+_slechte_ vrouw geworden.) De strijd ware dan kort geweest, en het
+berouw uitvoerig noch grondig. Want men bedenke dit: een man, zelfs een
+hoogstaand man, is resoluter in het vertrappen van een liefde dan een
+vrouw. (Het geval-Goethe). Overigens flinke mannen, die hun....
+gewetensrust met een wandaad jegens een goede maar zwakke vrouw koopen,
+zijn niet zeldzaam. En Goethe had een on-typige man moeten geven, als
+hij dien _man_ den weg op had willen sturen die Ottilie inslaat.--Hadd'
+de dichter, ten slotte, Eduard en Ottilie gelijkelijk begaafd (zooals
+Charlotte en den hoofdman) dan ware de geschiedenis nog sneller ten
+einde, dan hadd' de dichter nog minder gelegenheid gevonden tot het
+beelden van een waarschuwing--wat immers zijn doel was.
+
+Ergo: Goethe stond psychologiesch en esthetiesch voor de
+noodzakelijkheid, Ottilie een hooger zedelijk bewustzijn te geven dan
+Eduard bezit. Zij kon hem trouw blijven, zooals slechts een hoogstaande
+vrouw een middelmatig man trouw blijft. Maar in den strijd tusschen haar
+lagere drangen en haar hoogere aspiraties moest ze zich verwarren,
+zooals alleen een impulsieve mensch, rondtastend in het warme duister
+van zijn gemoed, zich kan verwarren. En zoolang ze niet heeft
+uitgestreden--dwaalt ze.
+
+Want--O, knutselaars zonder scheppende intuïtie--ge ziet voorbij dat
+Goethe, sedert den Iphigenie-tijd:
+
+niet meer uiterlijk-bestàànde personen benoemde tot dragers van zijn
+ziels-eigenschappen (zooals bijv. Egmont er een was),
+
+maar deze eigenschappen opnam in het geheel van zijn overtuigingen en
+vandaaruit niet eenen mensch maar een heel stelsel van karakters en
+gebeurtenissen ontwierp, vormend te zamen de belichaming van zijn
+wereldbeschouwing op dit bepaalde punt.
+
+Niet Eduard vertegenwoordigt een karaktertrek van Goethe (zooals voor de
+hand zou liggen), maar Ottilie. De dichter zelf zou in den strijd
+tusschen diepgewortelden plicht en oppervlakkige maar niettemin intense
+verliefdheid zijn gesneuveld--indien hij niet had mogen steunen op dat
+andere element in hem, op zijn kracht tot zelftucht, die het eerste was
+en het laatste van zijn wereldkijk.
+
+Maar--waarom laat dan Goethe, die zelf niet in zulk voortbestaan
+geloofde....
+
+.... Praatjes, hij geloofde er wel aan.--Goed, spons er over! Maar
+waarom laat Goethe Eduard en Ottilie, die niet geschikt voor elkaar
+zijn, en zondig zijn, zich in den hemel vereenigen, en waarom noemt hij
+dit "een vriendelijk oogenblik?"--Wel, hun liefde is slechts zondig in
+zooverre er een andere zonde--het vriendschapshuwelijk van Eduard en
+Charlotte--aan is voorafgegaan. En dit och zoo onzedelijke boek wil den
+laatsten triumph gunnen aan de liefde, die uit zuiver persoonlijke
+aantrekkingskracht tusschen de wederhelften is gesproten, nadat die
+liefde door het vrijwillig afsterven van de beide zondaars is gelouterd
+en verdiend. Ottilie, lijdend wijl ze de oogen opsloeg naar den
+echtgenoot van eene andere vrouw, is haar minnaar voorgegaan in
+boetedoening en heeft hem daarmee verlost: Dit praeludeert op de
+samenklinkende eindmotieven van de twee Faust-helften.--Maar, zelfs
+indien Goethe niet geloofde in zulk voortbestaan, dan nog ware het
+zinnetje, waarmede die Wahlverwantschaften sluit, niet te veroordeelen.
+Is het niet de zuiverst denkbare oplossing van de stemming, waarin
+Ottilie en haar minnaar deze aarde verlaten, en van het naïeve geloof
+dat aan hare rustplaats wonderkracht toekent?
+
+Ik heb den dichter van Iphigenie in godvervulde stilte vereerd. Ik heb
+gewenscht, voor den bouwmeester van de Faust-tragedie een monument te
+mogen stichten: eenvoudig-verheven en veelbeteekend zwaar gelijk zijn
+werk. Doch toen ik, mij verdiepend in Die Wahlverwantschaften, stellig
+voelde wat ik hier uitspreek, dat ik deze Ottilie, hare hemelverlangens,
+die ten slotte slechts in stomme gebaren zich laten zeggen, mocht
+vereenzelvigen met het vrouwelijk-weeke in mijnen dichter--toen ben ik
+Goethe, den kloeken, strijdenden man gaan beminnen.
+
+
+
+
+[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk
+verhaald, loopen van 1810 tot 1830]
+
+XXIX
+
+ Wie das Gestirn,
+ Ohne Hast,
+ Aber ohne Rast,
+ Drehe sich jeder
+ Um die eigene Last.
+
+
+Gelijk de sterren, zonder haast, tòch rusteloos, wentele elk om zijn
+eigen roeping. Met deze verzen, bondig en toch niet hortend, gelijk
+alleen hij ze kon stellen, laat zich de laatste kwarteeuw van Goethes
+leven kenschetsen. Voorbij is nu de tijd, dat iedere verandering van
+woonplaats, de kennismaking met betrekkelijk onbeteekenende personen,
+een ombuigen van zijn loopbaan beduidt. Wist de onervaren jongeling
+Carl-August hem eens voor goed aan zich te binden, den wereldbedwinger
+Napoleon mislukt het, zijn gelijkmoedigheid te storen. De zelfmoord van
+Jerusalem, een man dien hij maar uit de verte kent, prikkelt hem tot
+groote daad: den Werther. Thans ziet hij de mannen, de vrouwen, die hij
+boven alles liefhad, beurt om beurt sterven; hij klemt zijn tanden opeen
+en is bijna terstond weer gereed om aan zijn taak--het boeken van zijn
+levenwinst, te gaan. Hij onttrekt zich aan de inwerking van het buiten
+hem staande. Slechts de wetten die uit de kern van zijn persoonlijkheid
+voortvloeien leiden hem. Hij is nu waarlijk vrij. Want hij is in staat,
+zelf te bepalen wat hij zal doen en laten. Overbodig te zeggen, dat dit
+hem ook nù niet altijd zonder hevige inspanning gelukt.
+
+[Illustratie: GOETHES WERKKAMER IN WEIMAR
+(Na zijn dood aldus gelaten)]
+
+Maar dan is zijn uiterlijk leven ook niet meer een opeenvolging van
+onderling afhankelijke gebeurtenissen. Zijn handelen schijnt op zich
+zelf doelloos. Hij onderneemt reizen, enkel en alleen om een gelaat nog
+weer te zien, of een landstreek, die in zijn herinnering droomt. Zulk
+weerzien heeft op de richting zijns geestes niet beslissenden invloed.
+Zijn geest voedt zich uit eigen rijkdom.
+
+ * * * * *
+
+Nauwelijks was hij--na het lotgeval dat hem Die Wahlverwantschaften
+ingaf--in zijn vroolijk versierd huis weergekeerd, of daar viel de
+eerste doode. Zijn moeder overleed. Zij was haar aard getrouw gebleven:
+hij wist niet van haar laatste ziek-zijn.
+
+Hij had haar in geen elf jaren gezien, en al dien tijd klaagde ze niet
+over zijn wegblijven, moeder Aja. Maar ze had van haar zoon genoten wat
+haar te genieten bleef: zijn werk. In brieven--gelijk die ontstaan, als
+een hartelijk iemand zich volkomen bewust is van zijn gebrekkige
+taalkennis en spelbedrevenheid, valsche schaamte daarover heeft
+afgelegd, en met zeer eigenaardige en zelfgevonden interpunctie de
+woorden neerpent, zooals hij ze zou uitflappen, daarbij drommels goed
+wetend, dat hij zijn geestdrift maar phantaseert--in kluchtig-aandoenlijke
+brieven dankte ze haar troetelkind voor zijn meesterwerken; die ze
+natuurlijk! prachtig liet inbinden, want dit hoort zoo bij
+meesterwerken--en die ze, alleen--op haar kamer--, met betraande oogen,
+reciteerde--totdat ze van verrukking--niet kon zien; een genot dat
+bijna niemand naar waarde kon schatten, je hadt de menschen maar aan te
+kijken en naar hun domme gesprekken te luisteren--om dat--te
+begrijpen!....
+
+Over deze trouwe moeder, die haar zoon steeds wist te volgen, hoe weinig
+geletterd ze ook was, hem nooit goeden raad opdrong, maar juichte als
+hij, na pijnlijk dwalen, handelde zooals zij het in stilte had
+gewenscht,--geen woord meer over haar!
+
+ * * * * *
+
+Carl-August, die nogal bestookt werd door Napoleon--deze verdacht hem
+dat hij trachtte zijn gezag in Duitschland te ondermijnen--moest naar
+het vorsten-congres van Erfurt, alwaar door een paar keizers, in het
+bijzijn van vele koningen en hertogen, over het lot van Europa zou
+worden gediscussiëerd. Goethe was niet in de geschikte stemming om het
+congres bij te wonen; hij bleef thuis. Maar op uitdrukkelijk verzoek van
+Carl-August volgde hij later. Zijn aankomst werd officiëel in de
+Staatscourant vermeld en Napoleon liet hem ter audiëntie nooden.
+
+Hij trof den keizer aan het ontbijt en deze keek langdurig in zijn
+oogen. Toen sprak hij tot de hem omringende hovelingen het groote woord:
+_Dat is een man!_--Hoewel van staatszaken overladen, onderhield hij zich
+een uur met onzen dichter, op rustigen toon, in eenvoudige woorden; hij
+deed merken dat hij in Goethe een gelijke zag en de tijdgenooten
+oordeelden dan ook, dat de twee grootsten van Europa elkander op dat
+oogenblik ontmoetten. Hij informeerde vriendelijk naar den
+gezondheidstoestand van Christiane en August en beweerde dat Goethe er
+voor zijn zestig jaren kras uitzag. Toen kwam het gesprek, naar
+aanleiding van het optreden van den vermaarden acteur Talma, op de
+tooneelkunst. Napoleon keurde Voltaire's Mahomet--die Goethe op verzoek
+van Carl-August had vertaald--af, en beweerde dat het Fransche drama
+gekunsteld was en overdreven onnatuurlijk werd gespeeld. Den Werther had
+hij zeven maal gelezen. Hij bewonderde dit boek en had het meegedragen
+naar de pyramiden van Egypte. Maar nu de critiek! Waarom had Goethe dit
+en dat zoo gedaan; was dat niet tegen de natuur? Goethe antwoordde dat
+bij zijn weten deze opmerking nog nooit gemaakt, maar daarom niet minder
+gegrond was. Hij heeft later niet willen zeggen welke opmerking Napoleon
+eigenlijk had gemaakt, maar men mag stellig aannemen dat ze hierop
+neerkwam: Waarom pleegt Werther niet alleen uit liefdeleed maar ook uit
+gekrenkte eerzucht zelfmoord? Goethe had dit reeds op aandringen van
+Herder in een volgenden druk bijgewerkt, maar dit was hem door het hoofd
+gegaan! Wij hebben overigens zoowel uit de wordingsgeschiedenis van den
+Werther als uit de bewoordingen van ons résumé doen blijken, dat deze
+vermeende fout o. i. iets byzonder goeds is.
+
+Goethe ontmoette den keizer nogmaals toen deze bij Carl-August te gast
+was. Gedurende het bal, dat op de voorstelling van Voltaire's Julius
+César volgde, zonderden de twee grooten zich af. Napoleon had te voren
+reeds beweerd, dat alle drama's waarin het Noodlot een rol speelde uit
+den tijd waren--de politiek was getreden in de plaats van het noodlot!
+Thans gaf hij Goethe in overweging een beteren César te schrijven, om te
+toonen hoeveel schoons César tot stand had kunnen brengen, als men hem
+niet had vermoord: Dit zou uw levenswerk kunnen worden! En Goethe moest
+naar Parijs komen: daar was wetenschap en daar was stof voor geweldige
+dichtstukken en daar zou hij den Franschen les kunnen geven in
+natuurlijken smaak.--Goethe heeft er een oogenblik aan gedacht, eens een
+kijkje in de wereldstad te nemen, maar hij dorst er op zijn leeftijd
+toch niet aan. Men zegt dat Napoleon den dichter voor zich heeft willen
+winnen, in de hoop dat deze de publieke opinie voor hem zou veroveren.
+Hij schonk Goethe een eerekruis en gaf vergoeding voor de schade, die
+Jena had geleden van het krijgsbedrijf. Goethe van zijn kant verklaarde
+dat de Keizer het puntje op de I zijns levens had gezet, en dat hij
+nooit schooner oogenblikken zou doormaken dan de oogenblikken, toen hem
+bewust werd, dat hij aan den Keizer was verwant. Maar reeds lang te
+voren had hij hem bewonderd en onoverwinlijk genoemd; terwijl hij aan
+den anderen kant eens had uitgeroepen, dat hij straatzanger wilde
+worden, om overal waar de Duitsche taal werd gesproken de schande uit te
+zingen van de Duitschers, die niet als éen man tegen hem in opstand
+kwamen.
+
+ * * * * *
+
+Enkele jaren later gleed de vernederde Napoleon op zijn terugtocht uit
+Rusland langs Weimar en liet snel informeeren hoe Goethe het maakte.
+Toen begon de opstand van de Duitschers tegen den verzwakten Keizer. Ook
+ditmaal scheen het, dat er in de nabijheid van Weimar afdoend zou worden
+gevochten. De stad had veel te lijden door inkwartiering en vernieling.
+Russen en Pruisen hielden den omtrek bezet en toen Goethe, te midden van
+een groep kozakken, een kameel opmerkte, voelde hij dat het onbeschaafde
+Azië op zijn beurt naar de heerschappij over Europa streefde; en hij
+liet zijn kunstverzameling begraven, zijn handschriften in veiligheid
+brengen. Terwijl Weimar meer en meer een hospitaal werd dat besmetting
+uitwasemde, nam hij zich voor, nog zooveel mogelijk van zijn werk te
+laten drukken; want hoewel de dankbare Duitschers pas veel later hem
+zijn auteursrecht verzekerden en de uitgevers van roof-edities nog
+fortuin konden maken,--wat eenmaal gedrukt is gaat moeilijk verloren!
+
+Men heeft Goethe zeer kwalijk genomen, dat hij zich tijdens den
+vrijheidsoorlog koel en onverschillig gedroeg. Dit heeft niet belet, dat
+de afstammelingen van dezelfde Duitschers, die hem om (wat zij noemden)
+zijn anti-patriottische gezindheid hoonden, in hém den grondlegger van
+de Duitsche volks-eenheid vereeren,--zonder Goethe geen Bismarck!--zijn
+werk omzwermen met holle frazen die den buitenlandschen
+geschiedschrijver maar al te zeer walgen, en menige daad van hem en
+menige uitspraak, die met hun moraal-opvattingen in volstrekten strijd
+is, goedpraten (niet doordenken maar goedpraten)--of verzwijgen, opdat
+hun nationale held toch vooral niet onzedelijk heette. Het kan
+verkeeren!
+
+Goethe heeft later wel eens betreurd, dat hij niet mee heeft geleden met
+zijn volk--want lijden maakt groot--maar dit kan de motieven die hem in
+zijn rustige rust hielden geenszins te niet doen.
+
+In de eerste plaats wilde hij met Napoleon op goeden voet blijven,
+teneinde hiervan gebruik te maken indien de opstand eens mocht
+mislukken. En hij wist dat Weimar scherp werd bespionneerd. Hij meende
+dat Napoleons leger, hoe weinig ook opgewassen tegen het Russische
+klimaat--nog steeds sterk en voorbeeldig georganiseerd was; en aan den
+anderen kant had hij weinig vertrouwen in den geestdrift die nu
+plotseling door heel Duitschland scheen op te laaien; hij hadd' daar
+meer vertrouwen in gehad, indien de Duitschers naar de wapens hadden
+gegrepen toen het Fransche leger nog voor den Rijn stond. Nu spotte hij,
+dat men geestdrift niet voor een jaar of wat in de pekel kan zetten om
+ze versch te houden, en hij vreesde dat allerlei ellende over het land
+zou komen, zoodra de eerste rake klap zou zijn gevallen.
+
+Hij hield zich overtuigd dat Napoleons overheersching voorloopig eer
+goed dan kwaad had gedaan. Het Duitsche grondgebied was niet meer zoo
+verbrokkeld als voorheen, het schoolwezen was veel verbeterd, nog nooit
+hadden de Duitschers een zoo zuiver beheer en een zoo deugdelijke
+rechtsbedeeling gekend als toen. Napoleon deed geen moeite om het
+nationaal bewustzijn van de Duitschers uit te roeien of om hun taal te
+verdringen door het Fransch; gedurende zijn verblijf in den Elzas had
+hij wel gemerkt dat deze landstreek, reeds een eeuw bij Frankrijk
+ingelijfd, nog Duitsch was gebleven. Zooals Frederik de Groote zich eens
+omringd had met geleerde Franschen, zoo lieten Napoleons stadhouders
+zich grondig voorlichten door Duitschers van naam; en hij zelf had de
+Duitsche literatuur lief.
+
+Maar ten slotte--hoe kan men vreezen voor de onderdrukking van een
+nationaal bewustzijn dat.... niet bestaat? De term Het Duitsche Volk was
+voor Goethe een leege abstractie en hij had moeite om niet zeer
+onbeleefd te worden, als men hem dáarmee kwam aandragen.
+
+Zou de bevrijding, die men op het oog had, werkelijk vrijheid brengen?
+Zou niet Fransche overheersching vervangen worden door de Pruisische? en
+zou de hegemonie van Pruisen in het te stichten Duitsche rijk niet
+gevaar opleveren voor vrijheid en beschaving? O, Goethe droeg nog scherp
+in zijn herinnering hoe juist Pruisen zijn buitenlandsche politiek, die
+toch op éénheid was gericht, had tegengewerkt en verijdeld, hoe Pruisen
+zich destijds gereedhield om, zonder toestemming van de regeering, in
+Weimar de boerenzoons eenvoudig te nemen, en er soldaten van te maken.
+Hij wist dat de Franschgezinde Fritz--die eens zijn werk had bespot--in
+Berlijn het gevoel voor schoone kunst had onderdrukt, en hij had steeds
+ondervonden dat hij te Berlijn het grievendst werd miskend en bestookt,
+bijv. door Nicolaï en door Kotzebue. Met geld had Pruisen zijn bloeiende
+universiteit van haar beste leerkrachten beroofd. Het Pruisische
+koningspaar, te Weimar logeerend, had gedaan alsof er geen Goethe
+bestond, terwijl de Fransche geweldenaar zich nauw bij hem had
+aangesloten. Zou Pruisen, welks zwaartepunt zich meer en meer naar zijn
+oostelijke, Poolsche helft verplaatste, niet meer en meer onder den
+invloed geraken van het achterlijke, half-Aziatische Rusland, aldus den
+vooruitgang belemmerend?--Goethe heeft in vele opzichten juist gezien,
+en degenen die aannemen dat hij de Fransche ontvankelijkheid voor
+Duitsche beschaving heeft overschat, mogen niet vergeten, dat juist in
+de tweede helft van de negentiende eeuw de besten onder de Fransche
+denkers de voortreffelijkheid van de Duitsche Gedachte daadwerkelijk
+hebben erkend. Voor hem die toegeeft, dat de ideeën ten slotte
+heerschen, is dit, in spijt van de chauvinistische propaganda, in beide
+landen gevoerd, een lichtend teeken des tijds.
+
+Hebben nu velen Goethe in staat van beschuldiging gesteld omdat hij geen
+vrijheidsdeunen wilde dichten--hij is, helaas, nadat Napoleon was
+verdreven voor den aandrang gebukt, getuige het half-kreupele
+_Epaminondas' Ontwaken_--hij had vrienden genoeg, die hem zijn
+afwachtende houding gunden, en die wel begrepen dat hij als dichter en
+als denker meer voor de Duitsche eenheid wrocht, dan hij met
+vaderlandsche zangen of pamfletten zou hebben gedaan. Hij zelf begreep
+dit, en hij liep met het plan rond, het boek te schrijven dat voor de
+Duitschers zou zijn, wat Homeros' werk voor de Grieken was geweest.
+
+Maar ook van degenen, die hem al vroeger hadden lastig gevallen, kreeg
+hij veel hatelijkheid te verduren; vooral toen hij zijn zoon--die
+vrijwilliger wilde worden--met toestemming van den hertog daarvan
+terughield, daar August de eenige was, die in zijn zaken en
+handschriften den weg wist. Hij liet zich door zijn familie naar een
+badplaats drijven, maar het speet hem dra dat hij den laster was
+ontvlucht, en hij vond er toch geen rust: de vele uitgewekenen die hij
+er aantrof vervolgden hem met politiek.
+
+ * * * * *
+
+Dit kon op den duur zijn geest niet afleiden. De cultuur-historische
+levensbeschrijvingen van Winckelmann, Benvenuto Cellini en Hackert, die
+hij had gemaakt, brachten hem op het denkbeeld, voor zich zelf te doen
+wat hij voor anderen had gedaan. Zoo ontstond "_Wahrheit und Dichtung_",
+dat zijn levensgeschiedenis tot aan zijn vertrek naar Weimar behandelt.
+Vooral in de eerste helft van dit omvangrijke boek wordt de kleine
+Wolfgang den lezer levend voor oogen gesteld, terwijl beschrijvingen van
+ouders, familieleden, van stad en landstreek, van beroemdheden en van
+geestelijke stroomingen den achtergrond vormen. Intusschen, wien het
+niet alleen om een aangenaam aandoend en over het geheel ook correct
+tijdsbeeld, maar vooral om nadere kennismaking met den jongen Goethe is
+te doen, die leze het werk, vooral wat de weergave van stemmingen en
+gevoelens betreft, zeer critiesch, voor een aanmerkelijk deel als
+"Dichtung", en onder voortdurende raadpleging van degelijke bescheiden.
+
+ * * * * *
+
+De romantiek had velen aandacht gewekt voor het tijdperk der
+kruistochten, toen het Westen der beschaafde wereld zooveel leerde van
+het Oosten. Ook Napoleons veroveringen hadden daartoe bijgedragen en
+Goethe, die door den Bijbel zich reeds tot het Morgenland voelde
+aangetrokken, was eenigen tijd bezig met de studie van Oostersche
+literatuur, toen Hammers vertaling van Hafis' "Divan" hem verraste; want
+de Perzische dichter gelijkt in zijn liefdeleven en in zijn wijsgeerige
+overtuiging zoozeer op den westerling Goethe, dat deze zich afvraagt, of
+hij misschien al eens in Hafis' lichaam op aarde heeft vertoefd.
+Omstreeks dien tijd komt hij, vooral onder den invloed van den
+bouwmeester Boisserée, tot het inzicht dat de Gothiek en de
+middeleeuwsche kunst, die hij, na zijn terugkeer uit Italië, zoo heeft
+verguisd, toch zeer merkwaardige cultuurverschijnselen vormen. Hij laat
+zich (hoewel zijn denkrichting door en door Protestantsch blijft) door
+het gevoel, dat hij onrechtvaardig is geweest, eenigszins meesleepen
+naar het kamp van hen, die de hechte levensbeschouwing van de
+middeleeuwen terugverlangen. Al haat hij de papen te hevig, al is hij
+op het punt van belijdenis te onverschillig om, gelijk vele jonge
+kunstenaars toen deden, tot het Katholicisme over te gaan, in zijn
+Faust, zijn Wahlverwantschaften, zelfs in den Meister-roman schuift hij
+den katholieken eeredienst nadrukkelijk op den voorgrond, en in de
+beschrijving van zijn reis langs Rijn en Neckar keert hij tot een oude
+liefde terug, en pleit met propagandistische warmte voor de restauratie
+van de Keulsche Cathedraal. In Boisserée's museum oud-Hollandsche
+schilderstukken bestudeerend, roept hij plotseling uit: "Och kinderen
+wat zijn wij toch dom, wat zijn wij toch dom: we verbeelden ons dat onze
+grootmoeder ook niet mooi is geweest.... Potverblomme, dat waren nog
+eens andere kerels als wij.. en we zullen dat bekend maken; we zullen ze
+prijzen en nog eens prijzen".--De kern van zijn kunstopvatting is
+geenszins geraakt, maar hij overtuigt zich glimlachend, dat hij in
+allerlei zaken wat te leerstellig is geweest, daardoor eenzijdig. En nu,
+als gulle ouweman, spot hij een beetje met zijn leerstelligheid!
+
+Zijn waardeering voor Oostersche kunst en de hier aangeroerde
+goedgeefsche stemming zijn twee elementen, die hij in een nieuwen
+dichtbundel, den _West-Östlichen Divan_, tot uiting zal brengen:
+glimlachende, schertsende Goethe met kaftan en tulband.
+
+Ziehier nu het derde element: Hij vertoefde herhaaldelijk in zijn
+geboortestad Frankfort, waar men zeer gevleid was met het beeld, dat hij
+in het eerste deel van zijn auto-biographie van die stad had gegeven, en
+hem plechtig met groot eerbetoon ontving: "Zijne Excellentie de
+hertogelijke Sachsen-Weimarsche Geheime Raadsman, heer Von Goethe, de
+grootste nog levende en oudste Heros van onze literatuur" (zoo meldden
+de bladen) "is gisteren in zijn vaderstad gearriveerd, die twintig jaar
+lang van zijn vereerende tegenwoordigheid beroofd was". Daar had hij
+kennis gemaakt met de kleinkinderen van oude kennissen; en met den
+bankier Willemer en diens begaafde vrouw Marianne, een voormalige
+tooneelspeelster, nog bijtijds aan een gevaarlijk milieu onttrokken. Zij
+was mooi, zij zong zijn liederen, reciteerde zijn verzen, ze had iets
+van Lili en van Lotte. Ze maakte hem vroolijk en ze kwam hem tot het
+uiterste kantje tegemoet; doch zoo, dat haar echtgenoot, die waarlijk
+geen dupe was, hun omgang kon billijken, en Goethes achting niet
+verbeurde.--Dus wordt ze het middelpunt van den West-Östlichen Divan
+(d.i. Oostersche verzenbundel, door een Westerling geschreven). Maar
+Goethes warme genegenheid is in de phantasie vervangen door de
+zinnelijke liefde van Hatem en Suleika. De gedichtjes, die Marianne hem
+later toezond en die hij dan weer vroolijk met Hatem-verzen
+beantwoordde, heeft hij in zijn verzameling opgenomen. Haar werk laat
+zich bij eerste lezing niet van het zijne onderscheiden.
+
+Men heeft uit dezen schertsend-hartstochtelijken beurtzang wel eens
+afgeleid, dat Goethe zijn levensgeloof--"de persoonlijkheid het
+hoogste"--na zijn zestigsten verjaardag heeft vaarwel gezegd; deze
+"bekeering" dan uitsprekend in de mededeeling dat Hatem (men weet nu dat
+deze niet Goethes evenbeeld is, en in zijn ernstigste momenten nog
+schertst) zijn hoogste geluk in Suleika slechts vindt. Voor zoover deze
+opvatting niet reeds door het betrokken gedicht in zijn geheel genomen,
+èn door de daarná voltooide Faust-tragedie wordt weerlegd, zij hier nog
+dit opgemerkt: Goethe heeft in dien tijd verkondigd, dat de sluier van
+aardsche liefde voor hem.... iets hoogers scheen te verhullen; en dat
+hij in de liefde eener vrouw de bode zag van de liefde Gods. In verband
+met hetgeen vroeger door ons over het begrip persoonlijkheid werd
+geboekstaafd, moge den lezer nu naar genoegen blijken, dat in den Divan
+on-ernstig en in Oostersche zeggingswijze door Goethe opnieuw (maar met
+een tintje spot wegens zijn leerstelligheid) het oude levensgeloof wordt
+uitgesproken.
+
+Natuurlijk was het echt iets voor Goethe, om zijn kennis van het Oosten
+in een dik deel commentaren nog eens te luchten, en erg trotsch te zijn
+op de Arabische krulletters, die hij over het titelblad had getrokken.
+
+ * * * * *
+
+Bij zijn thuiskomst weer een doode: Christiane gaat sterven. De pas zoo
+vroolijke man ligt geknield voor haar ziekbed, haar koude handen in
+zijn handen drukkend, eentonig kermend: "Neen, neen.... je zult me toch
+niet verlaten!"
+
+En ze verliet hem, en er kwamen ridderlijke vrienden, die beweerden dat
+dit voor den ouden man een heele opluchting was. Hoe beschamend voor
+deze edelen klinkt de strophe, die Goethe neerschreef op Christiane's
+stervensdag:
+
+ Du versuchest O Sonne vergebens
+ Durch die düstern Wolken zu scheinen!
+ Der ganze Gewinn meines Lebens,
+ Ist ihren Verlust zu beweinen:
+
+ Vergeefs beproeft ge, o zonne,
+ door de troebele wolken te lichten,
+ de winste van heel mijn leven,
+ is het verlies van haar te beweenen.
+
+Het geurend woudbloempje, naar een stille plek overgeplant opdat de
+dichter van haar geur mocht genieten zonder haar te breken, was dan
+eindelijk toch verwelkt!
+
+Gaarne verwijlt de geschiedschrijver bij deze "martelares van het
+geluk".
+
+ * * * * *
+
+Enkele maanden te voren had Goethe naast den hertog gestaan, toen deze,
+bij de verdrijving van Napoleon Groothertog geworden van een ruimer
+gebied, zijn volk een grondwet gaf. Er werd bij die gelegenheid een
+ietwat moderne volksvertegenwoordiging ingesteld, Goethe werd
+gedecoreerd met de Falk-orde, zijn tractement werd verhoogd tot
+drieduizend Thaler plus toelage voor équipage. Hij was nu bijna een
+halve eeuw lang de tweede man in den staat geweest, en het wilde er bij
+hem niet in, dat hij aan een veelhoofdig lichaam, aan menschen die de
+kunst van het regeeren niet hadden geleerd, verantwoording schuldig was:
+Hetgeen hij in een grimmige bui te kennen gaf, door aan den landdag de
+volgende rekening voor te leggen: "Ontvangen zooveel, uitgegeven
+zooveel, in kas zooveel, Goethe". Ook achtte hij het zeer bedenkelijk
+dat er nu persvrijheid kwam: hij oordeelde de pers een te gevaarlijk
+wapen in handen van eenzijdig-ontwikkelden, die wel de pen met mooi
+vertoon konden voeren, doch van zaken-doen geen ervaring hadden. Hij
+behield zich dan ook het recht voor, om tegenover persvrijheid,
+zijnerzijds niet-leesvrijheid te stellen, en hij zuiverde zijn eigen
+geschriften van--revolutionaire toespelingen, daar hij de gisting onder
+de studenten en de intellectueelen niet wilde aanwakkeren. Hij betoonde
+zich overigens van zìjn standpunt gematigd: zoo werd een hoogleeraar,
+die de grondwet scherp had aangevallen omdat ze _z. i._ niet ver genoeg
+ging, in zijn functie niet bedreigd; wel werd zijn tijdschrift bedreigd,
+doch pas later, toen het tot een uitbarsting was gekomen, verboden.
+
+Deze uitbarsting was het befaamde feest op den Wartburg, ter herdenking
+van den slag bij Leipzig en van het derde eeuwfeest sedert de
+hervorming, toen de Duitsche Burschen onder leiding van hun professoren
+het zoo bont maakten, dat de naburige mogendheden zich er over bezwaard
+zeiden. Goethe, die dit had voorspeld, voelde wel eenig leedvermaak,
+daar Kotzebue-zelf tot verrader des vaderlands werd gepromoveerd, maar
+toen deze door een dweepziek student werd neergestoken moest hij wel
+ingrijpen.
+
+ * * * * *
+
+Voor hem werd het tijd om zich terug te trekken uit het openbare leven.
+De hertog maakte hem den terugtocht makkelijk door hem in een nàrrige
+bui--waarvan hij terstond maar te laat berouw had--uit de functie van
+tooneelleider, die hij sedert zijn terugkeer uit Italië met opoffering
+van veel kostelijken tijd had waargenomen, te ontslaan: Goethe, die zich
+alle moeite had gegeven om te Weimar een echt Duitsch tooneel te
+stichten, had nl. geweigerd een gedresseerden hond te laten optreden, en
+Carl-August, die een liefhebber was van honden, had toen zelf
+toestemming gegeven, waarop Goethe de stad had verlaten. Goethe liet het
+erbij. Hij wist zijn laatste levensjaren tòch wel te besteden! En dat de
+verstandhouding tusschen de twee mannen niet blijvend geschokt was door
+die eene driftbui, dit bleek toen er te Weimar werd gejubeld.
+
+Het begon met Carl-Augusts gouden regeerings-jubileum en gouden
+bruiloft. Goethe was de eerste die de groothertog feliciteerde, en bij
+die gelegenheid, 's morgens om zes uur, beloofden de vorst en zijn
+eerste dienaar elkander, dat ze samen zouden blijven tot den laatsten
+ademtocht. En vlak daarop de feestelijke herdenking van Goethes aankomst
+te Weimar. Door gezang werd de dichter uit zijn slaap gewekt en door 't
+veelzeggend tikken van de klok uit het ouderhuis, die een bewonderaar
+had opgespoord. Zijn huis stond vol bezoekers. Carl-August had een
+gouden gedenkpenning geslagen, en een proclamatie uitgevaardigd, waarin
+hij Goethe, den man die hem in al de moeilijkheden des levens was
+gevolgd, het schoonste sieraad van zijn regeering heette. Er was een
+gala-voorstelling van Iphigenie en een pracht-uitgave van Iphigenie en
+heel het Frauenplan (waar Goethes huis lag) illumineerde dien avond. De
+burgemeester kwam een oorkonde brengen, die aan Goethe en aan al zijn
+nakomelingen van het mannelijk geslacht het eere-burgerschap van Weimar
+verleende. De medische en de philosophische faculteit van Jena benoemden
+hem tot doctor honoris causa; hij kreeg het recht, naar eigen inzicht
+twee philosophische doctorbullen uit te reiken, en bedacht toen in de
+eerste plaats zijn secretaris Eckermann. Een pas-ontdekte plant en een
+pas-ontdekt mineraal werden naar Goethe benoemd.
+
+ * * * * *
+
+En op zijn vier-en-zeventigsten jaardag danste de grijsaard met zijn
+rose gelaat en zijn groote schitterende oogen nog als de beste. En hij
+was zoo verliefd op een meisje van twintig, Ulrike Levetzow, dat de
+groothertog tot tweemaal toe namens zijn minister haar hand ging vragen.
+Van het huwelijk kon niets komen, doordien het meisje zijn aanzoek
+ontweek, en zijn zoon--die den ouden man niet meer begreep--hem onder
+hevige scènes van dien stap terughield. Hij trok het zich zoo aan, dat
+hij er ziek van werd, en in Mariënbader _Elegie_ klinkt zijn smart
+dieper en warmer dan ooit in zijn jongensliederen.
+
+[Illustratie: _a_ GOETHE. _b_ GROOTHERTOG CARL-AUGUST
+(bij hun 50-jarig jubileum)
+_naar de teekening van H. F. Brandt_]
+
+Hij had gehoopt dat een vrouw vrede zou stichten in zijn huis. Het gezin
+van zijn zoon, dat bij hem inwoonde, was niet gelukkig: de schitterende
+en verstandelijk zeer ontwikkelde Ottilie had August gehuwd eer om dicht
+bij zijn grooten vader te zijn, dan uit liefde. De grootheid van zijn
+vader deed August kwaad: de goede opvoeding, die hij had gekregen,
+verhoedde niet dat hij zich voor ondergeschikte posities te hoog
+achtte, terwijl hij toch niet in staat was zich hooger op te werken dan
+de gunst van Carl August hem plaatste. Hij was een van die tragische
+figuren die bijna groot zijn, dat is meestal, helaas, zeer klein. De
+teleurstelling bracht hem aan den drank--zijn grootvader van moeders
+kant was een dronkaard--en hij ging een losbandig leven leiden, hoeveel
+moeite er ook aan hem werd besteed.
+
+Goethe had den moed, in werken troost te zoeken. Zijn uur naderde, al
+voelde hij zich uitbundig jong, en hij moest afronden, voltooien,
+uitgeven, opdat niets verloren zou raken door een of andere ramp: De
+Wanderjahre, het tweede deel van Faust, zijn levensbeschrijving, het
+relaas van zijn reis door Italië, ten slotte de nieuwe editie van zijn
+werken, waarvan het auteursrecht was verzekerd. En hij redigeerde zijn
+tijdschrift "Kunst und Altertum" en hield zich trouw op de hoogte van de
+groote vorderingen, die wetenschap en industrie en verkeer in het begin
+van de negentiende eeuw maakten. Nog in 1831 refereerde hij over den
+strijd tusschen Cuvier en Geoffroy St. Hilaire, waarvan boven sprake is
+geweest. En dan had hij zijn schilderijen, zijn afgietsels van
+beeldhouwwerk, zijn munten, zijn welvoorziene natuur-historische
+verzameling, waarop hij verliefd was, die hem steeds met vreugde
+vervulden. Om vijf uur in den morgen begon zijn dagtaak; van acht uur af
+hield hij vier secretarissen bezig. Daaronder Eckermann, die zich van
+veehoeder en bedeljongen had opgewerkt tot den post van vertrouwen, dien
+hij bij Goethe bekleedde. Hij was de man die zelf niet iets groots kon
+maken, en toch het groote zoo kende, dat hij--misschien beter dan
+Schiller, wijl minder dogmatiesch--Goethe aan het werk wist te zetten,
+hem door voorzichtig en toch ietwat opdringend vragen aan het praten,
+_d. i._ aan het scheppen wist te krijgen. In zijn "_Gesprekken_" zien
+wij Goethe herleven, zooals hij in zijn latere jaren inderdaad geweest
+is: wij zien zijn gebaren en hooren hem de menschen, waarover hij
+spreekt, met geweldige stem imiteeren, eenigszins lispelend, doordat hij
+voortanden miste; wij zien hem in zijn geliefkoosde houding, met zijn
+handen op zijn rug, stappend om zijn tafel heen, en daarbij vertellend,
+lachend, op zijn poot spelend, zachtkens zingend, vloekend, spottend
+goedmoedig; en daarbij nog altijd de hooghartige statige Goethe
+blijvend, die zich met een: Nu we hebben weer een goeden dag gehad! aan
+tafel begeeft, en het zich kostelijk laat smaken, en nog wel een
+fleschje Rijnwijn lust.
+
+En menschen uit alle deelen van de wereld trokken naar Weimar om den man
+te leeren kennen, die àl meer een heilige werd, steeds eenvoudiger en
+reiner, of--zooals hij lachend placht te zeggen--dan eindelijk
+verstandig was geworden, zij het ook een beetje laat. Nu hij zich vrij
+had gemaakt van de aarde, kon hij ook jegens vrouwe Von Stein, die al
+ver over de tachtig was, zijn schuld afdoen, en, de kwellingen
+vergetend, haar zeggen dat ze, naast Shakespeare, het meest had
+bijgedragen tot zijn vorming.
+
+En er vielen weer dooden. Nog geen drie jaar na het jubileum stierf
+Carl-August, die in den laatsten tijd zoo vaak, onaangediend en zonder
+op bezoekers te letten, zich naast hem had neergezet. Dat was een heel
+oude vriend die daar wegging; maar hij beheerschte zich. Laten we over
+wat anders spreken, zei hij tot zijn huisgenooten, toen de klokken
+gingen kleppen.... Hij woonde de begrafenis niet bij. Teruggetrokken op
+het slot Dornburg, studeerend en waarnemend, wist hij zich te herstellen
+totdat hij nog een liefdeliedje zong voor Marianne Willemer, aan wie hij
+telkens bij volle maan zou denken.
+
+Toen stierf hertogin Louise, de hooge vrouw die langzamerhand genaakbaar
+was geworden, die vaak bij hem te gast was, en die een botsing tusschen
+Goethe en den Landdag had gesust met de verklaring, dat zulke vreemde
+begrootingen als díe inzond geen "precedent" schiepen, daar er immers
+toch maar één Goethe was.... en wie weet hoe lang nog.
+
+Toen stierf zijn zoon, die met Eckermann naar Italië was gestuurd, om
+daar zelfbeheersching te leeren; stierf aan koortsen, maar in een
+stemming die hem rijp maakte voor zelfmoord. "Patri antevertens"--den
+vader voorgaand--staat er op zijn graf.
+
+De oude bedwingt zich en troost zich in zijn kleinkinderen Wölfchen en
+Walther, die zijn huis vroolijk maken met hun jeugd.
+
+Maar het woord "dood" spreekt men in zijn omgeving niet meer uit en hij
+zelf gebruikt de omschrijving: "Het wegblijven" van August.
+
+Op zijn tachtigste jaar heeft hij een bloedspuwing, en er zit nog
+zooveel vitaliteit in hem, dat hij er tot verwondering van zijn
+geneesheer overheen komt. Zooals wel blijkt uit een monographie, door
+dezen over Goethes laatste ziekte geschreven, hebben de artsen het nooit
+met den dichter kunnen vinden. Ze begrepen niet hoe hij als jongen zoo
+zwak en toch zoo taai kon zijn; en ze begrepen niet hoe hij op zijn
+tachtigste jaar nog zoo gaaf en zoo frisch was gebleven.
+
+Zijn tweede jeugd, in letterlijken zin, breekt aan: het resultaat van
+een langzame zelfverovering. "Ik bevind mij (zoo verklaart hij) in een
+soort van exaltatie, die mij in staat stelt de poëzie te bevelen, zelfs
+tot beelding van dingen die ik nooit beleefde; door een geheimzinnig
+psychiesch gebeuren, dat misschien alle studie waard is, geloof ik mij
+tot zulk een staat van vruchtbaarheid verheven dat ik volkomen bewust
+voortbreng wat ik zelf wensch......"
+
+
+
+
+XXX
+
+ Sie hören nicht die folgenden Gesänge
+ Die Seelen denen ich die ersten Sang....
+
+ FAUST
+
+
+Toen de 81-jarige Goethe zijn "Faust" voltooid had, sprak hij tot zijn
+secretaris Eckermann deze merkwaardige woorden: Mijn verder leven kan ik
+geheel en al als een geschenk beschouwen; het doet er niet toe wat ik nu
+verder uitvoer. Hij heeft de Faust-tragedie zijn "Hauptgeschäft"
+genoemd, en dat niet alleen om haar waardij als kunstwerk; maar vooral
+omdat hij er de winst zijns levens, met lijden en hard werken verworven,
+in had neergelegd. En dit immers was het streven van den ouden Goethe:
+nauwkeurig nagaan, afronden, boeken, wat zijn leven hem had opgebracht,
+zich een plaats zoeken onder de voortreffelijken, zelf "historiesch"
+worden. In het geschiedkundig gedeelte van zijn Kleurenleer beproefde
+hij dit als wetenschappelijk man; in Wahrheit und Dichtung als dichter
+en als Duitscher; in de chronologische tabellen van zijn eigen daden,
+waarmede hij zijn wanden beschreef (en die, jammer genoeg, met een laag
+witsel werden besmeerd) als zoon van Caspar Goethe; en in Faust
+als........ De lezer begrijpe dat wij hem hier het juiste woord schuldig
+moeten blijven: immers Faust is eenig in zijn soort (wat men er
+overigens op moge aanmerken); en alleen voor den werker die voorgangers
+en genooten heeft, bestaat er een naam!
+
+[Illustratie: GOETHE IN ZIJN LAATSTE LEVENSJAAR
+_Naar de teekening van C. A. Schwerdgeburth_]
+
+De bedoeling: zijn geheele leven in deze tragedie uit te beelden, heeft
+Goethe pas in later jaren opgevat. Wij weten reeds dat hij als
+Straatsburger student zich aan de Faust-legende vergastte en, zonder er
+iets van neer te schrijven, eigen ervaring door dit gegeven weefde. Hij
+had daarbij toen twee bepaalde voorvallen op het oog, _nl._ zijn mislukt
+pogen om langs alchimistischen weg het wezen der dingen te vinden; èn
+zijn liefdehandel met Friederike Brion. Zijn taak was dus vrij scherp
+omgrensd. Maar in den loop van de zestig jaar, die verliepen voordat hij
+zich met de boven geciteerde woorden tot Eckermann kon wenden, heeft hij
+meermalen de verzuchting geslaakt, die men in Wilhelm Meisters
+Wanderjahren verneemt: "Elk ambachtsman schijnt mij de gelukkigste
+mensch; wat hij heeft te doen is uitgesproken, en wat hij kan leveren is
+beslist."
+
+Want zijn blik op de ervaringen, die het onderwerp van den Oer-Faust
+uitmaken, verruimde meer en meer. Hij voelde dat hij nog niet aan het
+eindpunt stond, en dat allerlei tusschentijds opgedane ondervinding zijn
+eindoordeel wijzigde: de stof werd al rijker en liet al moeilijker zich
+handteeren. Ook zijn kunst-principes hadden zich ontwikkeld: zijn liefde
+voor het monumentaal-Gothische, het natuurlijk-opbruisende, week voor
+overgave aan het sentimenteel-romantische, dat hem naar den stillen
+eenvoud van het classieke voerde, waarbij zich op het eind van zijn
+leven een zucht naar symbolische geheimdoenerij voegde. Maar elk dezer
+kunstrichtingen (wij bezigen dezen term uit practische overwegingen)
+bekijkt een bepaalde stof op haar eigenaardige wijze, maakt op haar
+beurt het naar voren treden van zekere feitenreeksen, het wegdoezelen
+van andere feitenreeksen, in hetzelfde gegeven wenschelijk. Wat den
+jongen stormenden en dringenden student gewichtig scheen, werd
+ternauwernood vernomen door den grijsaard, die het tweede deel van Faust
+schreef. De eerste, volbloed kunstenaar, liet alle stemmen en toonaarden
+waarover hij beschikte overvloedig uit-galmen: hij pronkte met
+cabalistische natuurkennis, met philosophie, met stoutmoedige satyre,
+heelal-omvattende ironie, kind-naïef pathos; en overal dienden hem zijn
+pas geopenbaarde woordkunst en zijn vermogen, zich in anderen in te
+leven. Hij kon Mephisto laten zingen zoo eenvoudig en zoo welgemeend als
+vriend Wolf, wanneer deze een lief meisje beweende. Maar de oude Goethe,
+hoe vergevingsgezind ook in het dagelijksch leven, werd wel eens
+dogmatiesch als hij de pen ter hand nam; hij sloeg gaarne spijkers met
+koppen, maar toonde even gaarne (om de vergelijking door te drijven)
+spijkers met spitse punten; hij liet geen gelegenheid zich ontgaan om in
+verborgen hoekjes van zijn werk vallen op te zetten, waar zijn
+wetenschapstegenstanders jaren naderhand nog plezier van konden beleven.
+Hij was onderwijzer, autoritair hoogleeraar, en despoot tegelijkertijd,
+en verlangde dat men een diepzinnigheid, waarover hij jaren had
+nagedacht, oogenblikkelijk begreep. Met de vreemde vruchtbaarheid die
+hem in zijn laatste jaren verheugde, wist hij de dolzinnigste
+spotternijen in de reeds ontworpen constructie t'huis te brengen. En zoo
+heeft hij de tragedie Faust, argeloos kunstwerk in den beginne, als
+pretentieus leerdicht besloten.
+
+Door het eerste gedeelte zweven vele beangstigende vragen, maar uit de
+bewoordingen, waarin ze zijn vervat, blijkt ons dat de dichter het bij
+'t aanvoeren van ondoorgrondelijkheden wilde laten: "Das Schaudern ist
+der Menschheit bester Teil." Maar het tweede gedeelte wil op de
+hoofdvraag, en op vele bijvragen die in 't begin niet eens voorkomen,
+zielkundige, theologische, teleologische, wijsgeerige antwoorden geven.
+Het wil een betoog zijn, _d. w. z._ het wil een ijle Gedachte beteekenen;
+en toch kunstwerk zijn, _d. w. z._ een harmoniesch-evenwichtig beeld.
+
+Nu kan een Gedachte nooit opgaan in een Beeld, en de dichter, die zulk
+een gedachte toch àls leerstelling wil uiten, moet ze in menigvuldige
+betoogfranjes hangen aan zijn beeld; waardoor het beeld in zijn
+classieke naaktheid ontsierd wordt, en de gedachte toch niet bereikt:
+evenmin als de talrijke spitsboogtorentjes, die men tegen sommige
+gothische bouwwerken heeft geplakt, het Opperwezen bereiken, al zijn ze
+ten hemel gericht. Vooral het tweede deel van Faust, dat mag heeten
+nadrukkelijk en gewaagd allegoriesch, laat den gevoeligen lezer, die
+voet bij stuk wil houden, onbevredigd; daar Gedachte en Beeld er ieder
+een eigen leven leiden en niet versmelten, zooals in Iphigenie. Dit is
+een ontaarding van het standpunt dat de schepper van Iphigenie innam:
+Dàar een schoon beeld, dat op zich zelf doel is, maar dat toch de wazige
+diepten van de Idee ontsluit; hìer een beeld dat telkens wil
+vervluchtigen, wil opgaan in Gedachte, wat niet lukt; en dan, na iedere
+mislukte poging vermagerd als een ascetische monnik, tamelijk ongemerkt
+overlijdt: wat het dramatiesch effect verijdelt.
+
+Goethe wilde het onbeschrijflijke tòch beschrijven, gevoelend dat hij
+meer-dan-mensch was; en hij wist dit, getuige de sacramenteele
+slotwoorden van zijn Faust. Daarnaast staat zijn bewering (in een brief
+aan Schiller), dat hij het hoogste wel wilde aanroeren maar niet
+bereiken, en hiermede in overeenstemming zegt hij dan ook dat het
+ongrijpbare feit wordt, op de plaats waar het Faust-beeld.... eindigt:
+
+ Das Unzulängliche
+ Hier wird's Ereignis;
+ Das Unbeschreibliche,
+ Hier ist es gethan.....
+
+Maar niemand zal ontkennen dat hij op menige plaats ook in het corps van
+de tragedie naar het onmogelijke greep. En het besef, dat hij dit deed,
+maakte hem vaak zoo mismoedig, dat hij aan het begin van de negentiende
+eeuw wel twintig jaar voorbij liet gaan, zonder iets van beteekenis aan
+het werk toe te voegen; den Faust beschouwde hij als een dolle kluyt,
+als een vergaarbak voor allerlei "dramatiesch-humoristischen onzin",
+voor burleske toespelingen op tijdgenooten, voor te laat geboren Xeniën,
+die met het onderwerp niets hadden te maken. Ook kwamen dan weer de
+oogenblikken dat hij, onbegrensd vertrouwend op zijn krachten, zonder
+aarzelen de moeilijkste gedachten formuleerde; en het is dan ook de
+groote bekoring van dit poëem, dat de dichter er nergens stamelt of van
+inspanning hijgt.
+
+Maar als men, nu niet op de zegswijze lettend, het boek na lezing
+doorbladert, om de situaties in onderling verband te vatten, dan voelt
+men dat hier een Titan (men vergeve ons het ouwerwetsche woord) de
+brokken, die hij eerst in ademlooze nauwlettendheid heeft behouwen, in
+woest krachtsvertoon op elkander heeft geworpen, met het misbaar van
+verren donder. Goethe dunkt ons hier een Tantalos
+
+ "in wiens gesprekken, van ervaring diep
+ En bonte zinrijkheid, de goden zelf
+ Als in orakelspreuken zich verlustten"....
+
+Doch, (verklaart de wijze Iphigenie)
+
+ "Doch goden moesten niet
+ Met menschen wandlen als met huns gelijken:
+ 't Geslacht der stervelingen is onmachtig
+ Op ongewone hoogten niet te duizlen.
+ Hij was niet laag of slecht, en geen verrader,
+ Enkel voor knecht te groot en voor een makker
+ Des grooten dondergods een mensch maar...."
+
+Zulk een man nu, maar dan in een Katholiek-Christelijk wereldplan
+begrepen, is ook Faust. Zijn reiken naar het Hoogste en zijn nêerstorten
+in donkere afgronden wordt in deze tragedie verbeeld. Maar dat iets van
+het goddelijke zijn deel is, het wordt den lezer voelbaar, doordien
+Goethe-zelf, hém scheppend, telkens uit lichtende hoogten omlaagduizelt,
+als ware hij zelf een Faust of een Tantalos. Goethes wanhopige
+scheppingsworsteling smelt met Fausts hemelstreven saâm. En zoo blijkt
+den lezer, voor zoover hij niet is aangelegd Duitsch-esthetiesch, de
+onregelmatige vorm van het werk een welkome winst.
+
+Overleg kon Goethe hier niet baten: Faust is niet een drama, welks
+handeling consequent, en zonder overwegenden invloed van buitenaf, uit
+een grondgegeven voortvloeit. Het is een reeks tafereelen (gelijk Götz
+is) welker samenhankelijkheid men eerst na ernstige studie beseft of....
+niet beseft (doch dit om het even); hoofdzaak is, dat men de logische
+aaneenschakeling van de situaties niet rechtstreeks bespeurt. Bovendien
+(of liever: in verband hiermede) kan hij, die het geheel overziet, hier
+den Held--hoe fier en hoe geniaal ook--voor zijn daden niet
+verantwoordelijk houden, daar niet duidelijk is afgebakend, in hoeverre
+Faust eigenlijk onder den invloed staat van Mephisto, die immers van den
+almachtigen God--het geldt een weddenschap!--verlof heeft gekregen om
+naar goedvinden met hem te handelen. Wij nemen Faust de schurkenstreken
+die hij volvoert niet kwalijk: wij oordeelen toegevend over iemand die
+steeds in gezelschap van Satan verkeert. Maar aan den anderen kant
+merken wij wèl, doch gelooven nauwelijks, dat hij in de wieling van
+onbehaaglijke genietingen, waarin Mephisto hem "stof laat vreten", zich
+blijkt "van 't goede duisterlijk bewust"; al kunnen wij zulks dan ook
+wel weer in het afgetrokkene beredeneeren. Het catholiesch
+verpersoonlijken van het Opperwezen heeft hier den pantheïst Goethe
+parten gespeeld. God, in de wolken tronend als Oppermensch, trekt àl te
+gaarne aan de marionet-koordjes om aan Faust of aan Mephisto
+persoonlijke wilsvrijheid te gunnen....
+
+Met Faust heeft Goethe uitgevierd den verheven kant van zijn wezen niet
+alleen, maar ook zijn trachten naar het caricaturale, het balletachtige,
+zijn zucht om op te treden als leider van een cotillon, als ontwerper en
+voor-rijder van een bar-comieken, phantastiesch-leerrijken allegorischen
+optocht bij fakkellicht: een neiging die hij vaak verdoemde maar niet
+blijvend overwon. De Faust-tragedie lijkt een subliem libretto voor een
+oratorium, wachtend op den onmogelijken componist, die met diep inzicht
+in de wordingsgeschiedenis van dit gewrocht de beeldende scènes er van
+naar voren rukke, doch er een massa fraaie en scherpzinnige bewoordingen
+door horden van tonen make onverstaanbaar, ze verwerkend in
+achtergrondsche stemmings-melodieën.
+
+Zoo is Faust meer een probleem dan een welsprekend feit, en Goethes
+hoofdwerk is beroemd geworden, niet wijl men het begrijpt en bewondert;
+maar wijl men bewondert de scherpzinnigheid van de commentators, die het
+werk niet begrepen en juist daarom er zooveel geleerdheid over schreven.
+De lezer wete dat Goethe zich genoegelijk in zijn handen wreef, toen men
+in potsierlijke ernst ieder woordje van de reeds verschenen
+Faust-fragmenten ging "commenteeren". "Want (zei hij lachend) er staat
+zooveel onzin in, dat de keirels daar toch nooit meê klaar komen". De
+Faust-dichter was tè rijk om voortdurend zijn ziel in waardige
+lijdzaamheid te bezitten; hij is zich vaak overmoedig te buiten gegaan.
+
+Maar ook de verklaarders: Op plaatsen waar niets byzonders staat, wist
+men de diepzinnighedens bij dozijnen aan te wijzen; de onverzoenlijkste
+tegenspraken tusschen brokken, die in verschillende levensperioden van
+den maker ontstonden, wist men te overbruggen. Maar op plaatsen, waar
+Goethe zich met genialen zwier had geweerd, ontdekte men esthetische
+fouten, zóo voor de hand liggend, dat Goethe ze zeker zou hebben
+weggestreken,--indien fouten het waren!
+
+Er is in onzen tijd geen geestesstrooming of haar woordvoerders vinden
+in Faust van hun gading: materialisten en idealistische wijsgeeren;
+godloochenaars en vrijzinnige Christenen; socialisten en conservatieven;
+vegetarische natuurmenschen en propagandisten van het edele druivennat;
+luiaards en verheerlijkers van den arbeid: beroepen zich beurt om beurt
+op Faust. En al rukken zij wel eens een phrasetje uit haar verband, en
+al nemen zij wel eens ernstig wat Goethe sarcastiesch bedoelde, hij
+bekijkt het leven van zooveel kanten, dat partijgangers van genoemde en
+van nog vele òngenoemde richtingen volkomen terecht den Faust zouden
+kunnen citeeren--indien zij hem werkelijk lazen; wat wij minder grif
+beamen.
+
+Want Faust behoort tot de boeken, die beroemd zijn zonder dat ze worden
+gelezen; van naprater op nababbelaar plant zich omtrent dit stuk een
+soort illuzie voort: dat het zoo geweldig is, en dat het zoo grootsch
+is, en dat het zoo realistiesch is.... Maar menigeen die het, afgaand op
+wat hij had hooren zeggen, ter hand nam, bevond zich volstrektelijk
+teleurgesteld door de schijnbaar taaie en koude verzen; door de
+symboliek, die men wel als zoodanig onderkent, maar toch niet
+ontcijfert; en door het gebrek aan eenheid. Hij, die in onzen
+materialistischen tijd het eerste deel volkomen kan meegenieten, is
+waarschijnlijk niet genoeg doorgedrongen in de "classieke oudheid", om
+uit sommige figuren van het tweede deel meer te maken dan bizar
+klinkende namen. Aan het eerste deel ligt een noordsche, aan het tweede
+een zuidelijk-classieke wereldbeschouwing te grondslag; en bij slechts
+weinigen zijn deze twee wereldbeschouwingen zoo aan elkaar verknocht als
+bij Goethe. Dit nu is het geniale maar ook het hinderlijke in het boek,
+dat deze onderlinge verknochtheid van twee uiteenloopende
+wereldbeschouwingen er als _van zelf sprekend_ wordt aangenomen!
+
+Voelt men zich door bewondering voor sommige gedeelten genoopt tot
+ernstige studie van de Goethe-literatuur, dan treedt na jaren het
+oogenblik in waarop men meent, ieder woord in Faust te begrijpen. Maar
+als men zich dan niet "ruhig auf ein Faulbett" legt, zal men gaandeweg
+weer zijn houvast verliezen en moeten toegeven, dat er aan de eenheid
+in dit meesterwerk inderdaad iets ontbreekt.
+
+Wel te verstaan: men zal dit nooit in het openbaar zeggen, want dan zou
+men velen zien opstaan die beweerden: Maar ge hebt het èchte er van ook
+niet gesnapt! Om dit te beweren behoeft men zelf dit "echte" niet te
+weten. Men vertrouwt op de boekenkast vol.... ongelezen commentaren,
+waaruit men zoo noodig gemakkelijk en gemoedelijk eenige grepen zou
+kunnen doen; indien men tot nadere verklaring werd uitgedaagd. Maar het
+gevaar is niet groot, want--wie uitdaagt schijnt te erkennen, dat hij
+het zelf niet weet. En zoo blijft een groote groep Goethe-bewonderaars
+in het duister tasten, met behulp van een zekere onoprechtheid die onder
+deze heeren regel is geworden. En Goethe had het recht in zijn Zueignung
+te klagen:
+
+ Mein Lied ertönt der unbekannten Menge,
+ Ihr Beifall selbst macht meinem Herzen bang....
+
+Uit deze (voorloopig rhapsodischen) blik op de wordingsgeschiedenis en
+de reputatie van de Faust-tragedie volgt:
+
+dat wij niet gelooven aan het bestaan van een logische, organische
+eenheid van toon, van bouwstof, van handeling--die Faust zou hebben
+gemaakt tot een onberispelijk meesterwerk;
+
+doch wel aan een eenheid, die voortspruit uit een goed begrip van de
+functie, die Faust in Goethes leven vervulde.
+
+Voor een ideaal kunst-ideaal is de Faust-als-geheel mislukt en vandaar
+ook dat hij niet _uit zich zelf_ kan worden begrepen. Maar aan den
+anderen kant zou het misschien jammer zijn, indien de Faust even
+smetteloos-klaar ware geworden als de Iphigenie, wijl de vele
+onregelmatigheden en dissonanten, die wij er aantreffen, ons het
+onstuimig-worstelende in den levensgang van den Held zoo intens doen
+voelen. Goethe wist, dat heel ons bestaan is een aaneenschakeling van
+triumphen en instortingen, en hij drukte dit gaarne uit met de
+beeldspraak: Zelfs ons loopen is een reeks van vallen.
+
+En de heerlijke elementen waaruit deze tragedie is opgebouwd, en die
+mij--na wel twee dozijn nauwlettende lezingen--doen zeggen dat Faust het
+schoonste literair kunstwerk is dat ik ken, laten zich zeer wel
+genieten door den lezer die den sleutel bezit.
+
+
+II
+
+Hier volgt, voor hen die de voorafgaande bladzijden verwerkten, deze
+sleutel:
+
+Aanvankelijk voelt Goethe overeenkomst tusschen zijn streven en het
+beeld, dat de Faust-sage in hem afgeeft. Hij besluit, gelijk boven reeds
+werd vermeld, twee bepaalde levenservaringen in deze sage "op te
+bergen". Hierbij voegen zich later vele andere ervaringen, die met de
+oorspronkelijke inspiratie oogenschijnlijk geen verband houden. Maar er
+eigenlijk wèl verband mede houden: het zijn de ervaringen die één en
+dezelfde man zich maakte. De eenheid in de Faust-tragedie is.... Goethes
+levensloop.
+
+Het Godsverlangen van jongen Wolfgang; de ontnuchtering van mosjé
+Goethe, den Leipziger student; de herleving van zijn vroomheid na
+langdurige ziekte; zijn alchimistische werkplaats, waar hij probeert
+maagdelijke aarde te maken en het wezen der dingen uit te koken; zijn
+kennis van boeken over toovenarij, die men tegenwoordig niet meer leest;
+zijn begrijpen dat de Natuur zich haar geheimen niet "mit Hebeln und mit
+Schrauben" laat afpersen, voor zoover ze die niet aan onzen Geest
+openbaart; het vinden van die geheimen in de Kunst (Shakespeare, die met
+goddelijken mond 's menschen Lot verkondigt); zijn besluit om zich te
+werpen in de vloeden van het Noodlot, teneinde daar te zoeken wat hij
+noch in boeken noch in laboratoria vond; zijn minachting voor alle op
+zich zelf staande wetenschappen; zijn vertrouwen op zijn intuïtieve
+kenbron; zijn liefde tot Friederike, waaruit louterende, hem tot dichter
+wijdende kwellingen voor hem ontstaan; zijn verblijf aan een hof, alwaar
+hij door krachtige daden tracht een volk en zich zelf geluk te
+veroveren; zijn wanhoop, dat de juweelen des hemels zich niet in
+vorstenkronen laten vatten; de herleving van zijn dichtergave, die hem
+nu menschenliefde, wetenschap, daadkracht is geworden; het "huwelijk"
+van zijn geest met den Geest der antieken (Helena); zijn afkeer van
+politieke idealen, inzonderheid van de Fransche revolutie; zijn
+belangstelling in al wat rechtstreeks den rijkdom van een volk verhoogt,
+zooals de ontwikkeling van industrie en verkeer; het pijnlijk besef dat
+de vooruitgang over lijken gaat; zijn geloof in het demonische; het
+evangelie van de zelfoverwinning; de bevrijdende macht die hij aan reine
+vrouwen toeschrijft; de zekerheid dat hij, die tot het laatst toe
+godvallig werkt, onsterfelijk is;--zie hier enkele ervaringen en
+inzichten, die Goethe in deze tragedie wilde opbergen.
+
+Of de oude sage daarvoor ruimte genoeg bood?
+
+De lezer weet reeds dat Goethe aan de historische gegevens, die hij zei
+te bewerken, meestal niets heel liet. De legende, waarvan hier sprake,
+heeft hij omgegoten naar zijn behoeften. Dat wil zeggen (waaròm, zij
+aanstonds gestaafd) naar de behoeften van zijn Tijd.
+
+
+III
+
+Faust heeft "werkelijk" bestaan, maar dit doet niet ter zake: de
+volks-phantasie was gedrongen, zich een Faust te scheppen, en heeft hem
+zooveel wonderlijks toegedicht, dat men veilig mag beweren: de
+pronkzieke toovenaar, zooals wij die uit de legende kennen, is een
+verzinsel en lijkt niet veel meer op zijn naamgenoot; welke in den tijd
+van de Hervorming heeft geleefd, en zich heeft verdaan aan denzelfden
+duivel, die van den bijbel-vertalenden Luther een inktpot naar zijn kop
+kreeg.
+
+Het was destijds niet ongewoon dat de duivel geleerde menschen bezocht:
+immers alle geleerdheid, die niet uit God kwam (_d. i._ die niet
+berustte op de scholastieke wijsbegeerte), kwam van den duivel, en
+hieruit volgt reeds dat Maarten Luther vooràl zich reddeloos aan den
+duivel had verkwanseld, wat hem dan ook tot gruwelijke abominaties
+bracht, als daar zijn: bijbelvervalsching, en zijn huwelijk met een non.
+
+Doch de mannen die door hun zwart-helsche wetenschap de dooden konden
+wekken uit hun graf, die goud konden maken, die de gevaarlijkste ziekten
+konden bezweren (mits de patiënt zich maar aan den duivel gaf)--die
+wonderdoctors van de Renaissance.... och arme! ze kenden heel de wereld
+en den hemel bovendien, ze kenden vreemde kruiden en gedierten, kenden
+natuurlijke en bovennatuurlijke krachten; ze wisten ook dat ze steeds
+voort moesten zoeken (de spreuk: Kennis is macht!, nu een gemeenplaats,
+was toen een evangelie), maar ze wisten niet, wat met hun geleerdheid te
+beginnen: "Wat ze wisten konden ze niet gebruiken, en wat ze noodig
+hadden dat wisten ze niet". Ze waren met al hun kennis arm, want ze
+begrepen hun kennis niet. Ze hielden de stukken in de hand (zegt Goethe)
+en alleen--de geestelijke band, die van al die stukken een geheel moest
+maken, ontbrak.
+
+Deze Faust, door het gemeene volk benijd, was in wezen een arme drommel.
+De wonderen, die het volk gapend bewonderde, hadden voor hem geen glans.
+Zijn geest deinsde terug voor niets. Hij was radicaler dan Luther (want
+die hield zich aan zijn verzoenenden Bijbel); hij onderzocht in zijn
+laboratorium alles, ook het heiligste. Maar nu was niets hem meer
+heilig, en van de "twee zielen die er leefden in zijn borst" bleef er
+een onbevredigd. Hij snakte naar geopenbaarde kennis, zooals Goethe
+verlangde naar het intuïtieve weten, dat Spinoza hem zou leeren verstaan
+als voor-besef van de heele schepping. Door toe te geven aan zijn
+wetensdrang had hij het geluk verbeurd, dat bestaat in aangeboren
+Godsvrucht, en critieklooze onderworpenheid aan de indrukken van de
+wereld die den mensch omringt. Hij had zich niet aan den duivel verkocht
+maar zou het--daar zijn leven zóó hem niets meer waard was--gaarne doen;
+indien hij daardoor zou kunnen ontdekken wat er na dit leven komt, en
+misschien dan ook: hoe dit leven vastzit aan de goddelijke natuur; om
+aldus te doorleven één oogenblik, waarin niet zijn ontoereikende kennis
+in tegenspraak kwam met Gods wijze werkelijkheid; één enkel oogenblik
+van ware harmonie, een oogenblik dat hij zou wenschen vast te houden.
+
+De onvrede van den radicalen renaissance-mensch moest weer opkomen in
+Goethes tijd; moest in dien tijd algemeen worden, daar immers het
+verzoende Christendom voor goed scheen verdreven door De Wetenschap of
+door de kerkschheid. Opnieuw zocht men oplossing in een terugkeer tot de
+natuur, in een onbekrompen uitviering van alle neigingen en instincten,
+die voorheen door geloof of conventie waren bedwongen. Zoo is de geest
+van de Sturm-und-Drangperiode verwant aan den geest van de renaissance.
+Maar terwijl de oproerige Duitsche jongelingen overdonderd werden door
+het rumoer van hun eigen orgieën, zat de student Goethe te tobben met de
+problemen die den Faust-figuur hadden gekweld. Hij schreef zijn Werther:
+een waarschuwing voor hen, wier willen en begrijpen niet was
+geëvenredigd aan hun geweldige maar onbestemde verlangens. Hij peinsde
+reeds over zijn "synthetiesch" _d. i._ intuïtief natuuronderzoek. En hem
+boeide nu Faust, die in een luguber poppenspel door de eeuwen heen tot
+hem was gekomen.
+
+Indien iemand de Faust-legende ten einde kon brengen, dan hij. Wat de
+Faust, zooals de volks-phantasie hem had gemaakt, verlangde: het
+oproepen van dooden, etc.; of wat de kinderachtige Faust van den
+Engelschen dichter Marlowe wenschte: alle schatten, die de groote
+ontdekkingen van zijn tijd ter beschikking van den mensch hadden
+gebracht, bewijst hoe weinig deze Faust eigenlijk op de hoogte was van
+wat hij eigenlijk zocht. Wie het wezen der dingen zoekt, wie een
+_levensroeping_ zoekt, den eigenmachtigen, van alle dogma's bevrijden
+man waardig, die moet natuurlijk ten grònde gaan als hij zich laat
+bedotten met rijkdom, mooie vrouwen, wijn, en kinderachtige
+goocheltoertjes.
+
+Hier is nu het punt, waarop Goethe de legende moest wijzigen. Hij was
+optimist, zooals vele grooten van zijn tijd optimist waren. De mannen
+van de Fransche revolutie meenden ook, dat alles nog goed kon worden op
+aarde (wanneer een heer meedoet aan een revolutie, dan doet hij dit niet
+om het directe doel, al beweert hij het). Doch ze zochten het, aldus
+Goethe, in het uiterlijke. Maar zij die, gelijk Goethe en Hegel, wisten
+dat de "kern der natuur in het menschenhart leeft", zij konden niet
+wanhopen aan de oplossing van problemen, die de mensch zelf zich stelt.
+Wat Goethe in zijn jeugd tracht te bereiken (wij hebben het ter plaatse
+aangeduid): een bevredigende oplossing van het tragische, d. i. de
+bekrompen machteloosheid van den mensch tegenover de geheimzinnige
+natuur; dat wilde hij in den Faust verwezenlijken. Faust moest dus niet
+een prooi worden van den duivel, doch leven zooals Goethe trachtte te
+leven: hij moest zich door godgevallige kunde en door zelftucht
+bevrijden en opgaan in het groote Geheel, de menschheid; de menschheid
+begrepen als deel van het Heelal.
+
+De Faust uit de legende was een verzinsel van de volks-phantasie, een
+afspiegeling van wat "men" omtrent een man van de wetenschap dacht. Hij
+is dus een algemeen verschijnsel voor den kenner van die tijden, maar
+voor het volk was hij een alleenstaand geval. Voor Goethe echter was
+Faust geworden een voorbeeld, een voorbeeld van het menschelijk leven,
+en daarmede een symbool. Schrijvend aan het eerste deel, had Goethe de
+historische figuur nog voor oogen, en die historische figuur, een man
+van vleesch en bloed, kon--door de eigenaardige wijze waarop de dichter
+hem voorstelde--mede als symbool begrepen worden, als symbool van het
+menschelijk leven. In het tweede deel heeft Goethe hem helaas in hoogere
+sferen gehangen; Faust is er een symbolieke schim geworden, die zich
+niet meer laat vatten als man van vleesch en bloed.
+
+Maar als de Faust-legende niet meer is een wonderverhaal, waar blijft
+dan de duivel? Goethe heeft den duivel reeds in de eerste bewerking
+afgedankt. De geest, dien Faust oproept, is de aardgeest, dat wil
+zeggen: de innerlijke kracht der natuur, de bron des levens. En Mephisto
+is er een scherpzinnig, sarcastiesch aangelegd man,--een echte
+Merck--die de zuchten van Faust begrijpt en ze op zijn kwetsende
+wijze--maar met beste bedoelingen--vertolkt. Eigenlijke wonderen
+verricht hij niet. Hij staat Faust ter zijde, leert hem onbezorgd leven.
+En als het naïeve Gretchen de dupe van de historie wordt (evenals
+Friederike), dan beduidt dit geenszins dat Faust een ploert, dat
+Mephisto een slecht raadsman is. Het is een gevolg (zoo geloofde
+Goethe) van 's menschen onvolmaaktheid: men kan zich hier op aarde niet
+bevrijden, zonder de menschen, die men lief heeft, van zich te stooten.
+Trouwens, de schrikkelijke ellende die Margareta in de thans bekende
+tragedie treft--haar gevangenschap, haar onthoofding--komt in de eerste
+lezing nog niet voor.
+
+
+IV
+
+Toen Goethe zoover was gekomen, begreep hij dat zijn reeds ontworpen
+Gretchen-verhaal niet kon bevatten al de wijsheid, die hij in dit
+werkstuk wilde neerleggen. En nu schreef hij zijn "Voorspel in den
+hemel", dat het gebeuren terstond op een breeder grondslag zet, en
+voelbaar maakt dat het met Gretchens ondergang nog lang niet voltooid
+is:
+
+Gelijk in het eerste hoofdstuk van het boek Job, houdt Satan hier een
+vertrouwelijk gesprek met God. Dergelijke gesprekken worden in de
+middeleeuwsche mysterie-spelen (door geestelijken vervaardigd)
+herhaaldelijk vertoond, en de woordkeus is er nog heel wat menschelijker
+en realistischer dan bij Goethe. Zij die het Goethe kwalijk nemen, dat
+hij Mephisto laat mompelen: Het is toch wel leuk van den Ouwe, zoo
+menschelijk met den duivel-zelf te verkeeren!, ontmoeten geen instemming
+bij hem, die van deze Katholiek-Christelijke literatuur iets weet. In
+bedoeld gesprek prijst De Heer "zijn dienstknecht Faust" als een ijverig
+zoekend man, die zich in de duisternis van zijn streven toch bewust
+blijft van het goede, zij het ook waar, dat hij dwaalt, zoolang hij
+streeft (nog niet heeft "gevonden"!). Spottend beweert Mephisto dat God
+dezen dienstknecht op den duur zal verliezen. En God, die den
+ganschelijk van God verlaten duivel voor hemelsche argumenten
+ontoegankelijk weet, wil hem nu door feiten overtuigen: hij gaat op 's
+duivels verlangen kalm een weddenschap aan, dat deze Faust op den duur
+niet in zijn macht zal houden, al heeft hij volle vrijheid, hem in te
+blazen wat hij wil.--En nu blijkt, waarom de Heer zich de spotternijen
+van den Booze met zooveel gelijkmoedigheid laat welgevallen. Mephisto,
+deze geest die steeds ontkent, is gedwongen, het Goede te weeg te
+brengen, terwijl hij het Slechte wil. 's Menschen geestkracht zou
+verslappen indien hij niet door vernietiging van zijn pogen en door
+verzoeking aanhoudend werd geprikkeld: daarom is Mephisto den mensch
+toegevoegd. Deze maakt dus deel uit van Gods wereldplan. Hij moet in den
+mensch--ook in Faust--vruchteloos trachtend hem in 't ongeluk te
+storten, de goddelijke vonk telkens opnieuw doen ontgloeien. Zoo heeft
+de booze zijn plaats in de eeuwig wordende en evolueerende schepping, en
+toch op den duur géén plaats.
+
+
+V
+
+Als Faust den boven beschreven geestestoestand heeft bereikt, en reeds
+op het punt heeft gestaan zich te vergiftigen, teneinde spoediger te
+weten wat er "aan gene zijde" is, is hij rijp voor aanraking met
+Mephisto, en deze verschijnt dan ook weldra, onder eigenaardige
+bijomstandigheden, die hier buiten beschouwing blijven: Door zijn
+Proloog in den Hemel heeft Goethe zich bij voorbaat ontslagen van de
+taak, allerlei bovennatuurlijke en tooverachtige uiterlijkheden te
+motiveeren; als hij maar zorgt voor een juiste ontleding van de
+geestesprocessen in zijn personen, dan zorgt De Heer in verbond met
+Mephisto voor de rest.
+
+Het is Mephisto's roeping, zich in te spannen en steeds teleurgesteld te
+worden. Hij heeft in den loop der eeuwen genoeg tegenvallers beleefd om
+Fausts zorgen, welke hij (blijkens zijn onmenschelijk-ironiesch gesprek,
+met een student die bij den wereldberoemden Faust les wil nemen)
+volkomen peilt, niet ernstig te nemen. Er wordt tusschen hem en Faust
+alras een verdrag gesloten dat beide partijen voldoet. Het voldoet Faust
+omdat deze gelooft: al zwerf ik, smartelijk genietend, ook heel de
+wereld door, al zal ìk alleen in mijn boezem ondervinden wat de heele
+Menschheid is toegedacht: nooit komt het oogenblik van harmonie, dat ik
+zal wenschen vast te houden omdat het zoo schoon is.... Het voldoet
+Mephisto omdat hij verwacht, den wel geleerden maar onervaren Faust in
+zingenot te doen ondergaan, m. a. w. het animale in Faust te doen
+overheerschen, zoo sterk, dat hij van zijn intellectueelen onvrede al
+minder gewaar wordt, en in deze tweede jeugd, in deze voluptueuze
+kindsheid, met zijn verdoofden geest gelooft, dat hij eindelijk in
+overeenstemming is geraakt met de buitenwereld.
+
+Maar--Mephisto wordt teleurgesteld. De malle dronkemansgrappen, die hij
+Faust in Auerbachs kelder te genieten geeft, maken op dezen geen indruk.
+Nu laat hij hem een tooverdrank slikken. Faust wordt een mooie,
+volbloedige jonkman, en in de nabijheid van Margareta geleid, voelt hij
+aanvankelijk niets als wulpsch verlangen naar het mooie kind. Maar nu
+brengt Mephisto, bijna zeker van zijn triomf, hem in aanraking met het
+meisje, zoo argeloos als men ze slechts in Katholieke landen aantreft.
+En ziet: Fausts zinnelijkheid zet zich om in liefde, het goede overwint.
+En opnieuw trekt de verleider Faust naar beneden. In een duel met
+Margareta's broer Valentin verlamt hij den arm van Fausts tegenstander;
+deze wordt gedood en Faust moet vluchten, Gretchen in kommerlijke
+omstandigheden achterlatend. Nu voert de duivel hem naar den Blocksberg,
+waar de heksen in gierende welluststuipen het heidensche eerste-Meifeest
+(Walpurgisnacht) vieren. Hij leert hem de meest afzichtelijke vuiligheid
+(dit gedeelte heeft Goethe uit de tragedie gelicht; het is te vinden in
+de Paralipomena) doch als Mephisto gelooft, Faust van zijn oerwezen te
+hebben vervreemd, ontwaart deze in zijn verbeelding: Margareta, met
+bijeengebonden voeten, en om 't halsje een bloedig snoertje, fijn als de
+snee van een mes. Hij weet niet dat Gretchen, die haar moeder en haar
+kindje heeft vermoord, op het punt staat onder beulshanden te sterven,
+maar hij bevroedt dat hij haar diep ongelukkig heeft gemaakt. De
+Xeniën-warrelwind die Goethe-Mephisto op hem blaast (Oberons gouden
+bruiloft) vermag hem niet te verstrooien: op het beslissende oogenblik
+is de geliefde Gretchen zijn reddende engel geweest. Want nu beveelt hij
+Mephisto, die immers nog zijn dienaar is, hem bij de verlossing van het
+ongelukkig schepseltje behulpzaam te zijn. Hij beveelt hem dit in zwaar
+proza, dat, plotseling opkantelend te midden van de welgemeten verzen,
+den lezer doet beven. En weer moet Mephisto gehoorzamen, want Faust
+heeft berouw, is dus nog zich zelf. Hij brengt Faust 's nachts in den
+kerker--waardoor hij zelf in gevaar komt, wijl zijn bloedschuld nog op
+de stad rust. De smart van heel de menschheid grijpt Faust aan, nu hij
+Margaretha ontredderd en verdwaasd op het stroo ziet zitten, zingend
+zinnelooze liederen, zooals een modern psychiater, begaafd met veel
+phantasie en impressionistische dichtermacht, ze den intuïtieven Goethe
+niet zou verbeteren. Faust wil haar uit het hol leiden, de poort staat
+open, Mephisto wacht met tooverpaarden. Maar schoon ze aanhoudend om
+haren Heinrich roept, kan ze het in haar hysterische helderziendheid
+niet van zich verkrijgen, zich aan de menschelijke gerechtigheid te
+onttrekken. Ze aarzelt totdat de morgen grauwt, en Mephisto voor eigen
+veiligheid wordt beducht. Met een bulderend "Her zu mir" rukt hij Faust
+van haar zijde. "Zij is veroordeeld" roept hij, terwijl hij met Faust
+verdwijnt. En op dat "ist gerichtet" klinkt uit den hemel als een echo:
+"Gerettet". Gretchen, uit haar aardsche lijden verlost, tracht vergeefs
+met heur stem haar minnaar te bereiken. Zij verstaan elkaar niet
+meer.--Zoo eindigt het eerste deel.
+
+
+VI
+
+Faust, met schuld beladen, heeft begrepen dat hij zich aan de menschheid
+moet geven. Wij ontmoeten hem nu aan het Hof van den Keizer, en door
+uitvinding van papiergeld (waarbij echter Mephisto de hoofdrol speelt)
+maakt hij een eind aan de financiëele moeilijkheden waarin het rijk
+verkeert. Nu voert hij, om (gelijk zoo vaak Goethe het heeft gedaan) het
+hof te vermaken, Helena, de schoonste vrouw uit de oudheid, ten
+tooneele. Mephisto heeft hem hierbij niet kunnen helpen; Mephisto, een
+product van Christelijken geest, heeft over de antieken geen macht. Hij
+zelf moet Helena halen van "De Moeders", met welke "wonderlijk-klinkende"
+uitdrukking Goethe gezegd wil hebben: de innerlijke, vrouwelijk-vruchtbare
+kracht van de schepping. Terwijl nu het hof zich met deze verschijning
+amuseert, en vooral aan het classieke naakt behagen heeft, vergeet
+Faust dat Helena slechts een schim is, verlieft zich in haar, wil haar
+omarmen, maar wordt door een geweldige ontploffing neergeveld, waarna
+Mephisto hem voor dood wegdraagt.
+
+Faust is idealist gebleven: Als anderen zich vermaken dan bespeurt hij
+iets edels, waaraan hij zich wil geven.
+
+Het volgend bedrijf vertoont hem, nog bewusteloos, in het phantastiesch
+studeervertrek, waar wij hem leerden kennen. (Moet dit--vragen wij
+terloops--beduiden dat hij al het voorafgaande heeft gedroomd en nu gaat
+ontwaken?) Wagner, zijn waanwijze assistent, is hem als hoogleeraar
+opgevolgd, en verkondigt onder vele nieuwigheden ook deze: het is den
+mensch onwaardig, langs natuurlijken weg kinderen voort te brengen; het
+moet der Wetenschap gelukken, door crystallisatie in een retort kinderen
+voort te brengen. Dit werd in Goethes tijd, en wel door een geleerde met
+name Wagner, iets dergelijks wordt in onzen tijd door sommige
+onwijsgeerige natuuronderzoekers verkondigd. Mephisto, vroolijk door een
+ontmoeting met den thans uitgestudeerden student van het eerste bedrijf,
+wiens volslagen idealisme hij, allesbehalve naar den zin van de
+jongelingen in het parterre, heeft bespot, besluit den waanwijzen
+Wagner, die zelf niet gelooft wat hij zegt, een handje te helpen, zoodat
+in de fiool werkelijk een schimmig menschje, Homunculus genaamd,
+ontstaat. Dit ineens geschapen, en dus aanstonds absurd-rijpe
+waterhoofdje zal Faust en Mephisto den weg wijzen naar den classieken
+Blocksberg, waar eerstgenoemde, in den loop van den classieken
+Walpurgisnacht, Helena wel op het spoor zal komen. Dit is een allegorie
+voor het volgende: Zooals het humanisme, product van de muffe
+boekensnuffelarij der renaissance, de oude beschaving heeft ontsloten en
+zoodoende kennis van de classieke schoonheid voor het nageslacht heeft
+mogelijk gemaakt, zoo onttrekt het renaissance-product Homunculus Faust
+aan de middeleeuwen en voert hem naar een hooger beschavingsstadium. Men
+merkt op dat Mephisto niet meer de leider is.
+
+Nadat hij vergeefs heeft getracht, het hof "esthetiesch op te voeden",
+zal Faust dit nu zich zelf doen. Hij doorleeft vele uitermate leerrijke
+ontmoetingen met personages uit de schimmenwereld. Goethe heeft de
+verwachting uitgesproken, dat de meeste lezers dit wel niet zullen
+begrijpen; ook Mephisto begrijpt er niet veel van: hij voelt zich in
+deze zuidelijke wereld àl minder tehuis en Faust is in zekeren zin
+onafhankelijk van hem. Eindelijk bereikt deze Helena, ideaal van
+classiek-menschelijke schoonheid--en in zijn kwaliteit van beschermend
+Germaansch hertog huwt hij haar. Nieuwe allegorie: Uit het huwelijk van
+den geest der middeleeuwen met den geest der oudheid spruit een zoon,
+Euphorion, die zeer voorspoedig opgroeit, zijn ouders door zijn
+stoutmoedige aspiraties verrukt en beangst; als hij vreemde soldaten
+tegen wil vliegen, stort hij uit den hemel te pletter. Uit het rijk der
+duisternis roept hij om zijn moeder. Helena begrijpt, dat geluk en
+schoonheid op den duur zich niet laten vereenigen; en nu de band van
+leven en liefde tusschen haar en Faust is verbroken, omarmt ze dezen
+voor het laatst en verdwijnt, hem kleed en sluier--den schoonen vorm der
+classieke kunst--achterlatend.
+
+Fausts zoon beschrijvend, dacht Goethe aan den Engelschen dichter Byron,
+dien hij beminde als een zoon. Hij achtte hem den grootsten geest van
+den nieuweren tijd, en beweerde steeds dat hij, aan het eind van zijn
+uitspattingen, wel op den goeden weg zou komen. Byron bereidde hem
+groote vreugde door de verdrukte Grieken te hulp te snellen; kort daarop
+sneuvelde hij in den strijd voor de bevrijding van den classieken bodem.
+
+Faust heeft nu in de oude wereld zelfbeheersching geleerd, en, in
+Helena's sluier gehuld als in een wolk, zweeft hij weer naar Germanië,
+om zich daar in dienst van de menschheid te stellen. Verschillende
+veelbelovende carrières, die Mephisto hem aanbiedt, wijst hij af: hij
+wil zijn deel zelf veroveren. Aan de hooge politiek doet hij niet mee:
+hij wil als nuchter staatsman daden verrichten, die direct voordeel
+opleveren. Met Goethiaanschen geestdrift eischt hij een reep strand, om
+van daar de zee terug te drijven, en op zelf-gewonnen grond een vrij
+volk te vestigen: op het mogelijke gerichte scheppingsdrang. Hij
+vecht--gebruik makend van Mephisto's duivelskunsten--voor den keizer en
+krijgt zoo bedoeld stuk strand in leen. Daar doet hij wat zijn hand
+vindt te doen, brengt er welvaart en hoopt (ook als hij door zorgen
+blind is geworden) zoo voort te werken. Om hem heen wordt alles duister,
+maar in hem is het licht. Hij hoort het gewoel van vele spittende
+arbeiders, en hij verheugt zich in de gedachte, dat deze bezig zijn een
+stinkend moeras, dat hem reeds lang heeft gehinderd, droog te leggen.
+Hij weet niet, dat hij feitelijk Mephisto's gezellen hoort, die zijn
+graf graven. Dìt is de laatste slotsom van de wijsheid (zoo overpeinst
+hij):
+
+ Nur der verdient sich Freiheit wie das Leben,
+ Der täglich sie erobern muss.
+
+Als ik nu kon zien, hoe naast mij een vrij volk leeft op vrijen grond,
+dan zou ik tot dìt oogenblik willen zeggen: Blijf toch, ge zijt zoo
+schoon! De sporen van mijn aardsch bestaan kunnen in lengte van tijden
+niet uitgewischt.... En--voorvoelend dit geluk--beleef ik thans het
+hoogste oogenblik mijns levens.... Hij zinkt ineen en 's duivels
+knechten willen hem vatten. Mephisto heeft dus gewonnen?
+
+Neen, immers Faust heeft het oogenblik dat hij tegen wilde houden
+slechts voor-voeld, en hij kon het niet bereiken, omdat de zorgen, door
+hem van zijn gezicht berooven, hem volledig contact met het aardsche
+voor goed onmogelijk maakten. Hier is de ongrijpbare wijsheid van het
+eerste deel scherper geformuleerd: Absoluut aardsch geluk voor den
+denkenden en voelenden mensch niet te bereiken! Wie de wereld met zijn
+animale krachten grijpt, kan slechts absoluut gelukkig zijn als zijn
+geest is vertroebeld: doch zoo is het Faust niet gegaan
+(Walpurgisnacht). Wie het volmaakte geestesgeluk wil smaken, zal de
+schoonheid van dit leven derven (Helena-episode). En Faust ziet het
+suprême oogenblik zijns levens naderen, als hij, voor deze aarde
+gedeeltelijk blind, niet bemerkt, hoe aan zijn ondergang wordt gearbeid,
+zoodat hij deze verwoestings-pogingen kan beschouwen als een dóórwerken
+van zijn ideeën. Doch Mephisto, de eenzijdige duivel, kijkt zoo nauw
+niet, heeft Faust maar half verstaan, houdt hem het verdrag voor, dat
+hij eens met zijn bloed teekende; en waarin hij beloofde den duivel toe
+te behooren, zoodra hij mocht bereiken den toestand waarin hij kon
+berusten. De helrakkers willen Faust meesleepen, Mephisto wil zijn geest
+beletten, het overbodig geworden lichaam te verlaten. Doch nu naderen
+hemelsche scharen en verdrijven, rozen-strooiend, de satans-trawanten
+van Fausts graf. Mephisto, prat op zijn recht, meent stand te houden, doch
+ook hém verwint de liefde, daar hij--zij het ook echt-duivels--verlekkerd
+wordt op de hemelknaapjes die Faust omzweven. De engelen kunnen (zoo kondt
+hun gezang) Faust verlossen omdat hij--naar Goethes levensgeloof--steeds
+krachtdadig bleef streven.
+
+Een boetelinge, vroeger Gretchen genaamd, bidt voor hem, bijgestaan door
+drie bijbelsche vrouwen, en terwijl hij zich langzaam los maakt uit zijn
+stoffelijk hulsel, is het hàar gegeven, den Nieuweling binnen te leiden
+in het verblindend-lichte lenteleven....
+
+
+VII
+
+Jammer maar--heeft men wel eens opgemerkt--dat Faust nu niet wordt
+geroepen, om voor Gods rechterstoel (waar eens Mephisto macht over hem
+kreeg) zijn verlossing te bepleiten. Dan zou de tragedie eindigen in de
+sfeer waar ze is ontsprongen, dàn was er esthetiesch evenwicht bereikt.
+En bovendien zou Goethe dan gedwongen zijn toe te geven, dat het met
+Fausts "redlich sich bemühen" maar zoo-zoo is geweest, dat hij pas zeer
+laat tot echte _daden_ is gekomen, dat men zijn leven als geheel toch
+niet kan achten welbesteed.
+
+Hierop past dit antwoord:
+
+Goethe heeft voorzien en wilde, dat de begrijpende lezer, in verband met
+den Prolog im Himmel, deze en nog diepzinniger overdenkingen zou houden.
+Maar--gelijk hij in de slotaccoorden uitspreekt--hij achtte Gods hoogste
+en laatste raadsbesluit over het menschelijk leven _onvoorstelbaar_ en
+_onbeschrijfelijk_. En hij liet de onvatbare liefde Gods pas optreden,
+toen ze door Gretchens verzoenende liefde--tot _daad_ werd. Het
+eeuwige-vrouwelijke--zoo wist Goethe--trekt ons naar de onbereikbare
+goddelijkheid. En deze beroert ons, lezers, lang nadat voor den
+beeldenrijkdom der tragedie het scherm is gevallen, lang nadat in onze
+ziel zijn overgegaan de woorden van het Chorus mysticus:
+
+ Alles vergängliche
+ Ist nur ein Gleichniss;
+ Das Unzulängliche,
+ Hier wird 's Ereigniss;
+ Das Unbeschreibliche,
+ Hier ist es gethan;
+ Das Ewig-Weibliche
+ Zieht uns hinan.
+
+En verder:
+
+Dat Fausts leven niet een welbesteed--in den zin van practiesch
+vruchtbaar--leven kon zijn, ja, een lange reeks leerrijke mislukkingen
+moest worden, het ligt opgesloten in de oorspronkelijke conceptie.
+Goethe--o hoogwijze commentators--wist wel, dat het niet een grootsche
+daad is, een keizer met assignaties tijdelijk uit geldnood te helpen,
+een verheven-schoone vrouw te volgen, met helsche kunst een leger te
+verslaan. Doch Goethe zelf besteedde misschien de grootste helft van
+zijn leven aan zoeken. Zoeken naar hetgeen de gewone man reeds meent te
+bezitten, of zegt niet te behoeven. Goethe en Faust zijn de
+evenwichtloozen, die door de grenzen van het gewone leven worden
+bekneld, als hun tijdgenooten er zich nog in voelen t'huis. Zij
+verbreken de hinderlijke perken van de heerschende levensverhoudingen en
+speuren naar een nieuwen weg, naar een betere roeping, niet alleen voor
+zich.... Of eigenlijk heelemáal niet voor zich, want nooit vinden zij op
+aarde rust, en zij sterven als zij hebben bereikt.... voor latere
+geslachten.
+
+In dit licht hebben Goethe èn Faust door hun eigenzuchtig idealisme
+practiesch werk geleverd. Zij zochten zich zelf om zich aan anderen te
+schenken!
+
+Zij zijn oppermenschen om ons te toonen, hoeveel, maar ook hoe weinig de
+mensch vermag in het Heelal. Want--dit is het allerlaatste dat de
+Faust-tragedie ons leert: Waar hun màchtigste kunnen ophoudt, daar
+begint het goddelijk Ideaal.
+
+
+
+
+[Illustratie: 22 Maart 1832]
+
+XXXI
+
+ Auch im Scheiden gross!
+ GOETHE tot
+ ondergaande zon.
+
+
+.... Hij bevond zich in een soort van exaltatie, die hem in staat
+stelde, de poëzie te bevelen, zelfs tot beelding van dingen die hij
+nooit beleefde; hij geloofde zich door een geheimzinnig psychiesch
+gebeuren tot zulk een staat van vruchtbaarheid verheven, dat hij
+volkomen willekeurig voortbracht wat hij zelf wenschte. Na zijn laatste
+bloedspuwing wist hij, dat hij niet lang meer had te leven in zijn
+aardsche gestalte. En door godsdienstige overpeinzingen, door
+voortdurend opgaan in het ware en het schoone bereidde hij zich voor op
+de scheiding, die hij wist nabij, en op het hiernamaals, waarin hij vast
+geloofde. Met een diepen zucht verzegelde hij het pakket, dat het
+handschrift van zijn Faust bevatte, en opgewekt nam hij maatregelen voor
+de verschijning van zijn tragedie, onmiddellijk na zijn sterven. Al wat
+er voorviel in het rijk van kunst en wetenschap had zijn gretige
+belangstelling; en wie, zonder den schrijver te kennen, zijn heldere
+opstellen leest over Geoffroy St.-Hilaire en over den "Spiraalgang der
+plantenontwikkeling", zal niet vermoeden, dat deze schrijver reeds over
+de tachtig was. In belanglooze voldoening zag hij anderen roem behalen
+met ideeën, die bespot werden toen hij ze verkondigde, een halve eeuw te
+voren: de waarheid won dan toch eindelijk veld!
+
+Op zijn twee-en-tachtigsten jaardag verliet hij, ouder gewoonte, de
+stad; in de vreugdige atmosfeer van het hooggelegen Ilmenau ontvluchtte
+hij de feestelijkheden die men te zijner huldiging op touw zette. Hij
+bezocht het jachthuisje dat Carl-August zoo dikwijls had geherbergd, en
+de tranen sprongen hem in de oogen, toen hij herlas de verzen, die hij
+daar op den wand had geschreven vijftig jaren vroeger:
+
+ "Ueber allen Gipfeln
+ Ist Ruh,
+ In allen Wipfeln
+ Spürest du
+ Kaum einen Hauch;
+ Die Vögelein schweigen im Walde.
+ Warte nur, balde
+ Ruhest du auch...."
+
+En, terugdenkend aan dien tijd van inkeer en onbestemd verlangen,
+herhaalde hij met bevende stem: "Ja, warte nur, balde ruhest du auch.."
+
+Bij dezen geestestoestand trof hem het verjaarsgeschenk dat "Vijftien
+Engelschen" hem toezonden. Het was een gouden zegelstempel, waarop
+gegraveerd de slang der eeuwigheid, omsluitend een ster en de woorden:
+"ohne Hast, ohne Rast", die zinspeelden op zijn bekende strophe: "Wie
+das Gestirn...." Thomas Carlyle, voor wiens "Life of Schiller" hij nog
+pas een voorrede had geschreven, is de onderwerper van dit voorname
+huldeblijk.
+
+Hij had nu inderdaad zijn roeping zonder haast en zonder rust vervuld,
+maar toen zes maanden nadien een ernstige ziekte hem trof, kon hij niet
+gelooven dat hij bezig was zich los te maken. Voor zijn jaren
+buitengewoon statig en sterk, imponeerend door zijn heldere,
+schitterende oogen--men vertelt van een boer, die als aan den grond
+genageld hem bleef aanstaren, toen hij door zijn park wandelde--imponeerend
+de artsen door zijn niet verzwakkenden eetlust, was hij toch een ouwe
+man. En hij, die voorheen in vertrouwelijken omgang met water en lucht
+placht te leven, bleef nu lang achtereen thuis, in heetgestookte
+kamers, zoodat hij telkens koû vatte, als hij zich door een helderen
+dag weer naar buiten liet lokken.
+
+Zoo ook begin Maart 1832. Hij had 's morgens het gewone Donderdagsche
+bezoek van de jonge Groothertogin ontvangen, hij had opgewekt gesproken
+over een schilderij, dat in het bijzijn van zijn zoon te Pompeï was
+opgegraven, en waarvan men hem op zijn verjaardag een schets had
+gezonden. 's Avonds voelde hij een hevige pijn in zijn borst opkomen,
+zijn adem stokte, onrust beving hem. Hij beweerde dat dit wel naar, doch
+niet gevaarlijk was; niemand mocht bij hem waken, geen dokter mocht dien
+nacht gehaald. Zijn geneesheer, die hem terzijde stond in het beheer van
+verschillende instellingen voor kunst en wetenschap, wist de pijn tot
+bedaren te brengen, en alsof er niets gebeurd was, deed Goethe de
+loopende "zaken" met hem af. Tot zijn vreugde vernam hij, dat zijn
+pogingen om een veelbelovenden jongeman te helpen succes hadden, en zijn
+sidderende hand zette hij onder een stuk, ten behoeve van een
+kunstenares, die hij wilde protegeeren.
+
+Maar een week later vond zijn dokter hem, badende in zijn zweet, met
+aschgrauw gelaat en weggezonken oogen 's morgens op zijn bed, waar hij
+angstig heen en weer woelde. Voor 't eerst in langen tijd ontbeet hij
+niet met zijn kleinzoon. Maar toen hij een uurtje later in zijn
+leunstoel zat, een deken over zijn knieën, liet hij zich het boek
+brengen, dat hij pas had open gesneden. Hij was toch te zwak om te
+lezen. Zijn schoondochter Ottilie moest naast hem plaats nemen. "Nu mijn
+wijfje", zei hij, "geef me dat brave pootje van jou." En met haar hand
+in de zijne praatte hij opgewekt. Hij wilde weten, wie er al zoo naar
+hem had geïnformeerd, hij nam zich voor, om die belangstellenden te
+denken, zoodra hij weer op straat mocht. Toen werd zijn spreken
+onduidelijk, en zijn denken onsamenhangend. "Zie toch," sprak hij: "die
+schoone vrouwekop.... zwarte lokken.... wondermooie verven.... donkere
+achtergrond." Een stuk papier op den grond deed hem vragen of men
+Schillers brieven dan maar liet zwerven? De kamer benauwde hem, alle
+luiken moest zijn bediende openzetten, want het binnenstroomende licht
+deed hem zoo goed. Toen hij niet meer kon spreken, schreef hij met zijn
+vinger woorden in het leege; zijn arm verlamde: hij trok woorden op zijn
+deken. Hij streed....
+
+Tegen den middag herwon hij zijn zelfbeheersching. Sterven had hij
+altijd gehouden voor een vrijwillige daad. Kalm nu legde hij zijn hoofd
+tegen den linkerhoek van zijn leunstoel en sliep glimlachend in.
+
+
+
+
+BIJLAGE:
+
+VERTALINGEN
+
+
+
+
+
+(Tegenover vertalingen van literair werk, zelfs al geschieden ze door
+kundige kunstenaars, zooals ons land er eenige bezit, staat de schrijver
+zeer sceptisch; op de vertaling van _citaten_, zooals er in de
+voorafgaande bladzijden voorkomen, stelt hij nog minder prijs. Het ligt
+immers voor de hand dat hij slechts geciteerd heeft zinsneden en verzen,
+die niet alleen spreken door hun vertaalbare gedachtelijke beteekenis,
+doch ook en vooral door hun eigenaardige woordvoeging, klankverdeeling,
+rhytme, speciaal-Duitsche nuanceering. De schrijver doet gaarne zijn
+best om ook hiervan iets weer te geven, doch weet principiëel dat zulks
+niemand afdoende, en niet in de eerste plaats hém kan lukken.)
+
+ * * * * *
+
+p. 20. _Bühne_.--Tooneel.
+
+" 21. _Judengasse_.--Jodenbuurt (tot 1806 het eenige stadsdeel, waar te
+Frankfort Joden werden geduld).
+
+" 25. "_Dictionnaire historique et critique_" van _Pierre
+Bayle_.--"Historiesch en critiesch woordenboek", een soort van
+encyclopedie, waarin o. a. de tot ± 1695 bekende wijsgeerige stelsels
+worden behandeld, meer onderhoudend dan wetenschappelijk.
+
+" 26. _Vom Vater hab' ich die Statur, enz._--Een mijner vrienden geeft
+de volgende metrische vertaling ten beste: "Van vader kreeg ik 't kloeke
+lijf,--'t Besef van 's levens plichten.--Van moedertje de
+vroolijkheid,--Den drang tot sprookjesdichten...."
+
+" 27. _Verpflanze den schonen Baum, enz._--Verplant, hovenier, dezen
+schoonen boom naar een anderen tuin; hier wekt hij mijn medelijden.
+
+" 27. Je "_feinste Teutsch_"--het beschaafdst denkbare Duitsch. De _T_
+is verouderd, en wordt met ietwat vaderlandslievende bijbedoeling nog
+weleens gebruikt.
+
+" 34. "_Beauties of Shakespeare_"--Bloemlezing uit Shakespeares werken.
+
+"_Menteur"--leugenaar._
+
+" 35. "_Brautnacht"_--huwelijksnacht.
+
+" 38. "_Die Laune des Verliebten_"--Grillen van een verliefde.
+
+" 40. "_Die Mitschuldigen_"--De Medeplichtigen.
+
+" 45. "_Ich sagte Immer in meiner Jugend.... enz._--Als jongen zei ik
+altijd tot mij zelven, voelend dat zooveel duizenden indrukken mij, zwak
+ding, bestormden: wat zou het Noodlot toch met mij voor hebben, dat het
+mij door al deze leerscholen zendt?
+
+" 50. _Ephemeriden, was man treibt, heute dies und morgen
+das._--Ephemeride(n) beteekent: ééndagsvlieg; lijst van de
+verschijningsdata der hemellichamen; aanteekeningen van dag tot dag.
+Goethe, die denkers gaarne bij hemellichamen vergeleek (o. a. den
+Nederlandschen anatoom Petrus Camper, en zich zelf) zal bedoeld hebben:
+"De literaire hemellichten, die ik waarneem; vandaag deze, morgen
+andere."
+
+" 52. _Fräulein_--mejuffrouw, heb ik, ter wille van de klankenwantschap,
+wel een afgewisseld met het Nederlandsche "freule"; strikt genomen is
+dit onjuist, maar vele Nederlanders denken bij het woord "freule" niet
+aan een adellijke, doch aan een _statige_, gemaniëreerde juffrouw, en
+zoo is 't hier bedoeld.
+
+" 57. _"Dichtung ist Action"_--Poëzie is handeling. (Deze leuze werd
+vaak gezegd: "Action ist Dichtung"; mijn redactie is zuiverder.)
+
+_Ahnungsvoll_--vervuld van voor-besef.
+
+" 58. "_Sturm-und-Drang_"--Storm en gewelddadig voorwaarts dringen. In
+het Nederlandsche spraakgebruik beteekent St.-u.-Dr.-periode: het
+tijdperk van wild-opbruisende en worstelende jeugd. Uit onzen tekst is
+te begrijpen, dat deze opvatting slechts weinig verband houdt met de
+historische beteekenis van de uitdrukking.
+
+" 60. _Ich komme bald...." enz._--"Ik kom spoedig, goudharige
+kindertjes. Mij houdt de winter niet in mijn warme kamer. Wij zullen bij
+'t vuur gaan zitten, En ons vermaken wat wij kunnen. Als engeltjes
+zullen wij elkaar liefhebben. Dan gaan wij kransjes vlechten, En
+ruikertjes maken, En zullen zijn als kleine kinderen."
+
+" 61. _Vicar_--landgeestelijke.
+
+" 63. "_Système de la nature_",--"De natuur in wijsgeerig systeem
+gebracht."
+
+_Bieder_--zwaarwichtig-eerlijk en germaansch-vrijmoedig.
+
+" 64. _Pinakel_--spits bij-torentje in de Gothische bouworde.
+
+" 66. _Wilkommen, enz._--Begroeting en afscheid; Meilied; Kleine
+bloemen; Heideroosje; Een weeke, jongensachtige weemoed.
+
+" 73. _Empfindsam_--Duitsch-overgevoelig.
+
+" 74. _Praktikant_--Jong rechtsgeleerde, die, voordat hij zijn laatste
+examen aflegt, eenigen tijd aan een rechtbank werkzaam is.
+
+" 80. _Die Weiblein_--De vrouw-menschjes.
+
+" 93. "_Mamachen_"--Lief moedertje.
+
+" 95. "_Ganz eigen_"--tot in het diepst van zijn ziel.
+
+"_Adler und Taube_"--Adelaar en Duif.
+
+" 96. _Une imitation détestable.... enz._--Een afkeurenswaardig
+nabrouwsel van die slechte Engelsche stukken.
+
+" 103. "_Kritteley_"--bemoeierige, onbenullige bedilzucht van den
+"criticus".
+
+" 105. "_Franckfurt ist das neue_...." enz.--Frankfort is een modern
+Jerusalem, waar al de volkeren dooreenkrioelen, en waar de
+rechtvaardigen wonen.
+
+"_Die Kindesmörderin_"--De kindermoordster.
+
+" 106. _Palingénésie_--Terugkeer tot den toestand van volmaakte
+onschuld, waarin, volgens het bijbelverhaal, het eerste menschenpaar
+leefde.
+
+" 112. _Der Ewige Jude_--De wandelende Jood.
+
+" 122. _Warum ziehst du mich.... enz._--Waarom trek je mij
+onweerstaanbaar in deze schittering?
+
+" 128. _Wenn ich, liebe Lili_--Als ik, lieve Lili, je niet minde, zou
+dit schouwspel mij veel genot geven! En toch, als ik, lieve Lili, je
+niet minde, zou mijn geluk dan wel zijn, en wàt zou het zijn?
+
+" 131. _Gott helfe weiter_.... enz.--God helpe mij verder en schaffe
+licht, opdat ik mij zelf niet meer zoo vaak in den weg sta.
+
+" 136. "_Bei einer lebhaften Einbildung.... enz._"--Ondanks mijn
+levendige verbeeldingskracht, was ik met de wereld nog steeds niet
+bekend.
+
+" 139. _"Und kann der Knoten...." enz._--En kan de knoop nog _ontward_
+worden, heilige God in den hemel! _ruk_ hem dan niet uiteen!
+
+"_Und wenn ein Wunder.... enz._--Indien op aarde wonderen ooit
+geschieden, dàn slechts in trouwe, liefderijke harten. (Met een kleine
+wijziging overgenomen uit: De natuurlijke Dochter).
+
+" 143. _Und Niemand fragte.... enz._--Niemand vroeg: Wie is dat toch?
+Bij den eersten oogopslag voelden wij: Hij is 't!
+
+" 144. _Roi-soleil_--Zonnekoning. Aldus werd Lodewijk XIV door vleiers
+genoemd.
+
+_Empfindelei_--Duitsche overgevoeligheids-manie.
+
+" 148. _Der du von dem Himmel bist.... enz._--Gij, die van den hemel
+zijt, Alle leed en pijn kunt stillen, Hem, die dubbel nooddruftig is,
+Dubbel met soelaas vervullen, Ach, ik ben dit jagen moede, Waarom al die
+smart en vreugd? Zoete vrede, Kom ach kom in mijne borst! (_Des zwervers
+nachtlied._)
+
+" 150. _Gewiss, ihm geben auch die Jahre.... enz._ Stellig, ook hij zal
+mettertijd beseffen in welke richting hij zijn kracht moet stuwen. Nog
+is, ondanks zijn diepe waarheidsliefde, Dwaling hem een hartstocht. Zijn
+neuswijsheid lokt hem ver van huis, Geen rots is hem te steil, geen
+bergpad te smal; De afgrond beloert hem van terzijde En wil hem
+smartelijk omlaag doen storten. Vervolgens snelt hij, door de overdreven
+beweging buiten zich zelf geraakt, Nu hier, dan daarheen, En na
+onschoone inspanning, rust hij onbevallig uit. En duister-woest op
+lichte dagen, Bandeloos zonder vroolijk te zijn, valt hij, naar ziel en
+lijf gewond en uitgeput, Op een hard veldbed in slaap; Terwijl ik hier
+stil en nauwelijks ademend, Mijn oogen naar de vrije sterren wend, En,
+half ontwaakt en half in zware droomen, Mij tegen zware droomen
+nauwelijks verzet....
+
+" 152. _Ich gehe meinen alten Gang.... enz._--Bij mijn lieve weide kom
+ik weer in mijn oude doen. 's Morgens duik ik er in het zonnelicht, En
+in den maneschijn spoel ik de vermoeienis van mijn dagwerk af.
+
+" 154. _So hast du meine ganze Natur.... enz._--Mijn heele wezen heb je
+zoo vast tot je getrokken, dat geen vezeltje mij meer rest voor de
+vervulling van de overige plichten mijns harten.
+
+" 156. _Ungezogenheiten_--Ongemanierde kuren.
+
+" 157. _Billets doux_--liefdebriefjes.
+
+" 158. _Die Geschwister_--Broer en zuster.
+
+" 161. _Grossmeister der Affen_--Grootmeester der apen.
+
+" 162. "_Triumph der Emfindsamkeit_"--De zegepraal van de
+sentimentaliteit.
+
+" 163. _Teutsche comedianten_--Duitsche tooneelspelers.
+
+" 165. _Dem Geier gleich.... enz._--Gelijk de gier, met zachten
+vleugelslag op zware morgenwolken rustend, naar prooi uitkijkt....
+
+" 167. _Räuber_--Roovers.
+
+" 171. _Wer nie sein Brot.... enz._--Wie nooit zijn brood in tranen at,|
+Wie nooit in smartomfloersde nachten | Te schreien op zijn sponde zat |
+Hij kent u niet, u Hemelmachten!
+
+" 175. _Hätschelhans_--troetelkind.
+
+" 179. _Hier muss man solid werden_!--Hier moet men worden 'n man uit
+één stuk!
+
+" 182. _Sehnsucht_--ziekelijk verlangen, heimwee.
+
+" 190. _Schriften_--Werken, Oeuvre.
+
+" 206. _Ewig-Weibliche_--Het vrouwelijke, in het licht der Eeuwigheid
+beschouwd.
+
+"_Gesotten und gebraten_"--gekookt en gebraden.
+
+" 208. _Und an dem Ufer.... enz._--(Vertaling Boutens:)
+ En aan den oever sta ik lange dagen,
+ Mijn ziel op uitkijk naar 't Hellenenland:
+ En op mijn zuchten brengt het golvenbruisen
+ Slechts doffe en onverstaanbre klanken over.
+
+_Mein Verlangen geht.... enz._--Mijn verlangen gaat uit naar het schoone
+land der Grieken, en ik zou toch zoo gaarne de zee oversteken.
+
+_Mit seltner Kunst.... enz._--(Vert. Boutens:) _Orest_: Ongemeen vaardig
+vlecht den raad der goôn gij | Vernuftig met Uw eigen wenschen samen.
+_Pylades:_ Wat is 't vernuft der menschen als het niet | Nauwlettend
+luistert naar den wil der hoogen?
+
+" 215. _Wundern kann es mich nicht.... enz._--Hoe zou 't mij verwonderen
+dat de menschen zoo op honden zijn gesteld? Is niet de mensch een
+erbarmelijke schoft, evenals de Hond?
+
+" 219. _Ins Anzeigeblättchen_--In het advertentieblaadje.
+
+" 222. _Wunderthätige Bilder.... enz._--Voorstellingen, waaraan men
+wonderkracht toeschrijft, staan als schilderij meestal zwak. Natuurlijk:
+de voortbrengselen van geest en kunst bestaan niet voor Jan-en-alleman.
+
+" 224. _Redlichkeit_--gezeggelijkheid.
+
+" 225. _Beiträge zur Optik_--Bijdragen tot de leer van het zien en de
+lichtverschijnselen.
+
+" 228. _Freund des Bestehenden_--Vriend van de bestaande orde van zaken.
+
+" 233. _Praegnant_--zwanger ("zwaar van beteekenis").
+
+" 235. _Gerichtsrat_--Rechter.
+
+" 237. _Wer Kunst und Wissenschaft besitzt | Hat auch Religion._--Wie
+kunst bezit en wetenschap, die is ook godsdienstig.
+
+" 240. _Das Ewig-eine.... enz._--Het Eeuwig-Eene, dat veelvuldig zich
+openbaart.
+
+" 242. _Wisset nur.... enz._--Laat ik u zeggen, dat de woorden des
+dichters, altijd, zachtjes kloppend, zweven voor de poorten van het
+paradijs, biddend om het eeuwige leven.
+
+" 245. _Theatricum anatomicum_--ontleedkundig laboratorium.
+
+" 246. _Anschaun wenn es dir gelingt_--Zie, als ge kunt, de dingen zóó,
+dat ge terstond in hun innerlijk doordringt en vandaar uit naar het
+oppervlak terugkeert: dan hebt ge er de heerlijkste leering uit
+getrokken.
+
+" 249. _zimplifiziert_--vereenvoudigt.
+
+" 259. "_Robert, chef de brigands_"--Robert, de rooverhoofdman. Bedoeld
+is Chille's (Schillers) drama "De Roovers".
+
+" 260. _Speculatief_--bespiegelend.
+
+" 264. _Dioskuren_--Twee jonge helden uit de Grieksche fabelleer, die
+uitmuntten als paardentemmer en als vuistvechter.
+
+" 266. _Bilde Künstler! rede nicht.... enz._--Beeld, kustenaar en praat
+niet. Uw gedicht zij als een ademtocht.
+
+" 274. _Kleinmalerei_--Het afdalen in détails.
+
+" 279. _Schwül_--van bange voorgevoelens vervuld.
+
+" 284. _Nun weint die Welt.... enz._--Zouden wij niet weenen, nu heel de
+wereld weent?
+
+" 291. _Geheim gefäss.... enz._--Geheimzinnig vaatwerk, dat
+Orakelspreuken verkondt, Hoe ben ik waard, U in mijn Hand te houden? U,
+schoonste schat, aan de ontbinding vroom onttrekkend, En mij naar de
+vrije lucht, naar 't zonnelicht, tot vrije overpeinzing keerend. Wat kan
+de mensch van het leven meer verlangen, Dan dat God-Natuur zich aan hem
+openbare, Hoe deze het stoffelijke laat tot geest vervloeien, Hoe deze
+stoffelijk-vast bewaart wat de geest eens schiep....
+
+" 292. _Gott habe ich.... enz._--In al mijn kommer heb ik aan God en aan
+mijn lieveling steeds rein gedacht.
+
+" 297. _Wie des Goldschmieds.... enz._--Den bijna grijzen dichter
+omgeven aardige meisjes, gelijk veelkleurige, geslepen licht-kronen de
+uitstalkast van den goudsmid.
+
+" 298. _Beschränkung._--Beperktheid. (Niet: zelfbeperking).
+
+" 317. _Dichtung_--Verdichtsel.
+
+" 326. _Sie hören nicht.... enz._--Zij hooren niet de latere zangen, De
+zielen voor wie ik de eerste zong.
+
+" 328. _Das Schaudern.... enz._--Huiveren is het schoonste vermogen van
+den mensch.
+
+" 329. _Das Unzulängliche.... enz._--Het onbereikbare Wordt hier
+gebeurtenis; Het onbeschrijflijke Geschiedt hier.
+
+" 332. _Sich ruhig auf ein Faulbett legt._--Rustig op zijn bed gaat
+luierikken.
+
+" 333. _Mein Lied ertönt.... enz._--Mijn lied klinkt op voor de mij
+onbekende massa, Wier instemming mij 't harte bang maakt.
+
+" 334. _Mit Hebeln und mit Schrauben_--Met hevels en schroefpersen.
+
+" 342. _Her zu mir_--Hier! mée met me!
+
+_Gerettet_--gered.
+
+" 345. _Nur der verdient sich Freiheit.... enz._--Slechts hij verdient
+een vrijheid, als het leven ze kan schenken, die ze dagelijks moet
+veroveren.
+
+" 347. _Alles Vergängliche.... enz._--Al wat vergankelijk is, Is maar
+een gelijkenis; Het onbereikbare Wordt hier gebeurtenis; Het
+onbeschrijflijke Geschiedt hier; Het eeuwige in de vrouw Noodt ons er
+heen.
+
+" 348. _Auch Im Scheiden gross!_--Ook in 't heengaan groot.
+
+" 349. _Ueber allen Gipfeln.... enz._--Boven alle toppen zweeft rust, In
+de boomkruinen speurt ge nauwelijks een ademtocht; In 't woud zwijgen de
+vogelkens. Wacht maar, weldra rust je ook.
+
+" 349. _Ohne Hast, Ohne Rast._--(zie blz. 310).
+
+"_Life of Schiller_"--Het leven van Schiller.
+
+
+
+
+Transcriber's notes:
+
+Dit bestand is in de oude spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te
+moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn
+hersteld. Inconsequente spelling is wel omgevormd naar de meest
+voorkomende.
+
+This file is in the old spelling. No attempt was made to modernize the
+text. Broken words at the end of the line were joined. Inconsistent
+spelling has been changed to the dominant spelling.
+
+De inhoudstabel is naar voor verschoven. Ik heb de vermelding van het
+'VOORWOORD' en de 'BIJLAGE' toegevoegd. Deze stonden niet in de
+originele inhoudstabel.
+
+The table of contents has been moved up front. I have added 'VOORWOORD'
+and 'BIJLAGE' which were ommited in the original table of contents.
+
+Een lijst van illustraties is toegevoegd na de inhoudstabel.
+
+A list of illustrations has been added after the table of contents.
+
+In de oorspronkelijke tekst werd poëzie doorlopend afgedrukt, met slechts
+het "|"-teken als scheiding tussen de versregels. Dit is omgevormd naar
+een duidelijke vormgeving, met één vers per regel.
+
+The original text contained poetry, but it was printed in-line with just
+a "|"-character to separate the verses. This has been changed into a
+clear layout with only one verse per line.
+
+In de oorspronkelijke tekst stonden sommige woorden uitgespatiëerd.
+Dit wordt hier weergegeven door het woord te markeren met tildes
+bijvoorbeeld ~uitgespatiëerd~.
+
+Some words in the original text were spaced out. In this text, such
+words are marked with tildes as in ~spaced out~.
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Goethe: Een Levensbeschrijving, by E. d'Oliveira
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GOETHE: EEN LEVENSBESCHRIJVING ***
+
+***** This file should be named 29216-8.txt or 29216-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/9/2/1/29216/
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Marc Hens and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.