diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:47:06 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:47:06 -0700 |
| commit | 947f9bc458442e4df49dccb4a16280029d96463b (patch) | |
| tree | 6924c4bfe1f8fec39f0c3b15e3b442f95a2d3dc9 /29216-8.txt | |
Diffstat (limited to '29216-8.txt')
| -rw-r--r-- | 29216-8.txt | 12645 |
1 files changed, 12645 insertions, 0 deletions
diff --git a/29216-8.txt b/29216-8.txt new file mode 100644 index 0000000..d78526a --- /dev/null +++ b/29216-8.txt @@ -0,0 +1,12645 @@ +Project Gutenberg's Goethe: Een Levensbeschrijving, by E. d'Oliveira + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Goethe: Een Levensbeschrijving + +Author: E. d'Oliveira + +Release Date: June 24, 2009 [EBook #29216] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GOETHE: EEN LEVENSBESCHRIJVING *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning, Marc Hens and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net + + + + + + + + + + +WERELD BIBLIOTHEEK + +ONDER LEIDING VAN L. SIMONS. + +UITGEGEVEN DOOR +DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN +GOEDKOOPE LECTUUR--AMSTERDAM + + + + +~GOETHE~ + +EEN LEVENSBESCHRIJVING + +DOOR + +E. d'OLIVEIRA + +MET 26 AFBEELDINGEN + +INHOUD + + VOORWOORD + + EERSTE BOEK. + +HOOFDSTUK PAG. + +I. Goethes jongensjaren te Frankfort 9 + +II. Goethes studietijd te Leipzig 27 + +III. Ziekte en inkeer 45 + +IV. Studietijd te Straatsburg 52 + +V. Merck, Urania en "Götz v. Berlichingen". 71 + +VI. Wetzlar 85 + +VII. Das Leiden des jungen Werthers 92 + +VIII. Allerlei genieën en "Clavigo" 105 + +IX. Lili 122 + +X. ~Oriëntatie~ 131 + + + TWEEDE BOEK. + +HOOFDSTUK PAG. + +XI. Het gevaarlijke Weimar 143 + +XII. Charlotte von Stein 154 + +XIII. Grootmeester der apen 161 + +XIV. De ontnuchterde staatsman 165 + +XV. Verlangen naar Italië 171 + +XVI. Het land waar de citroenen bloeien 179 + +XVII. ~Stellige winst~ 185 + +XVIII. Egmont 189 + +XIX. Iphigenie in Tauris 195 + + + DERDE BOEK. + +HOOFDSTUK PAG. + +XX. De grimmige halfgod en Christiane 215 + +XXI. De Fransche revolutie 222 + +XXII. ~God en Wereld~ 237 + +XXIII. De Xeniën 256 + +XXIV. Hermann und Dorothea 266 + +XXV. Wilhelm Meisters Lehrjahre 274 + +XXVI. Schillers dood 284 + +XXVII. Huwelijk 292 + +XXVIII. Die Wahlverwantschaften 297 + +XXIX. Laatste Kwarteeuw 310 + +XXX. Faust 326 + +XXXI. + 348 + + BIJLAGE + + Vertalingen 351 + + + +Illustraties + +CATHERINA ELISABETH GOETHE-TEXTOR +(Goethes moeder) +_Naar de lithographie van F. C. Vogel_ + +JOHANN CASPAR GOETHE +(Goethes vader) +_Naar de lithographie van F. C. Vogel_ + +GOETHE +(Silhouet uit het jaar 1765) +_Frankfortsche Goethe-Museum_ + +KÄTHCHEN SCHÖNKOPF +_Naar een miniatuur_ + +CORNELIA GOETHE +_In 1773 door haar broer op +den rand van een drukproef geschetst_ + +FRIEDERIKE BRION +(vermoedelijk) + +KERKPLEIN MET "GOETHE-LINDE" TE GARBENHEIM + +CHARLOTTE BUFF + +_a_ JOHANN BERNHARD BASEDOW _b_ JOHANN HEINRICH MERCK +_c_ JOHANN CASPAR LAVATER _d_ FRIEDRICH GOTTLIEB KLOPSTOCK +_e_ FRIEDRICH HEINRICH JACOBI + +_a_ GOETHE IN 1775 +_Naar het gipsmedaillon van Melchior_ +_b_ LILI SCHÖNEMANN + +GOETHE IN "KAARSRECHTE HOUDING" +(kort na zijn vestiging te Weimar) + +GOETHES TUINHUIS MET VERANDA + +CHARLOTTE VON STEIN +_Naar haar zelfportret_ + +CARL-AUGUST +HERTOG VAN SACHSEN-WEIMAR + +CHRISTIANE VON GOETHE +(Op 36 jarigen leeftijd) +_Naar de krijtteekening van F. Bury_ + +GOETHE +(in 1791) +_Naar de teekening van Lips_ + +GOETHE-SCHILLER GEDENKTEEKEN + +GOETHES WERKKAMER IN WEIMAR +(Na zijn dood aldus gelaten) + +_a_ GOETHE. _b_ GROOTHERTOG CARL-AUGUST +(bij hun 50-jarig jubileum) +_naar de teekening van H. F. Brandt_ + +GOETHE IN ZIJN LAATSTE LEVENSJAAR +_Naar de teekening van C. A. Schwerdgeburth_ + +Einde Illustraties + + + + +VOORWOORD + + +Aan den invloed van Goethe dank ik, dat ik spoedig den weg tot mij zelve +heb gevonden, nadat ik had gedwaald in de mooie oppervlakkigheid en de +doodsche diepzinnigheid, die de voornaamste geestesstroomingen in ons +land mij boden. + +Dit boek nu is ontstaan uit het verlangen: den mensch Goethe te naderen +en rustig te aanschouwen. Het is een werk waaraan scheppende intuïtie en +historiekennis, critische speurzin en beeldend begrip gelijkelijk +aandeel hadden; zooals betamelijk is voor een werk dat niet met den +verfkwast maar met den Geest werd voortgebracht. Het beantwoordt--naar +mij dunkt--aan de eischen die ik in een tienjarig oplettend verkeer met +Goethe aan een levensbeschrijving heb leeren stellen; deze eischen vindt +men in De Ploeg (3e Jaargang, No. 7) nader uiteengezet. + +Ik weet natuurlijk dat mijn boek min of meer uitdrukkelijk partij kiest +tegen de meeningen van vermaarde Goethe-kenners en critici. In de +verwachting dat het velen moge voorlichten die--den bloei van onze +literatuur niet waardeerend--zoekend zijn zooals ik het ben geweest, +vind ik hiervoor een heerlijken troost! + +=d'OLIVEIRA.= + + + + +~EERSTE BOEK~ + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald, +loopen van 28 Augustus 1749 tot September 1765] + +I + + Bezems worden altijd stomp geveegd. + En jongens altijd--geboren. + + +Aan de uiterste grens van het schemer-grijze Frankfort, leefde kleine +Wolfgang opgesloten in een hol ouwerwetsch huis, met geheimzinnige +wenteltrappen en getraliede venstertjes; zijn vader had hem vroeg +geleerd, dat hij zich moest verzetten tegen het sprookachtige +angstgevoel, dat hem beving in de half duistere schuilhoeken van zijn +woning. Hij kwam niet dikwijls buiten: de menschen toen hielden niet van +frissche lucht. En graag klom hij naar "de tuinkamer", die zoo genoemd +werd omdat men er ... buurmans tuin kon zien. Zijn droomerige blikken +gingen dan over de stadswallen en de vruchtbare Mainvlakten tot aan het +wazige Taunusgebergte. Hij staarde op de aandrijvende onweerswolken of +naar de ondergaande zon,--maar als hij dichtbij kinderen van zijn +leeftijd zag spelen, werd hij weemoedig. Hij wist dat hij niet een +gewoon kind was. Toen zijn moeder hem eens vertelde, dat hij door zijn +kaarsrechte houding en zijn gebiedende manieren erg afstak bij zijn +kameraadjes, zei hij ernstig: Dat is het begin, moeder; later zal ik mij +door nog veel meer onderscheiden. Ik ben onder een gelukkig gesternte +geboren. + +--Maar andere kinderen denken toch niet aan zulke dingen! + +--Moeder, waar een ander zich mee te vreden stelt, dat is voor mij niet +voldoende. + +Geheimraad Goethe vervolgde zijn zoon van den ochtend tot den nacht met +zijn pedante, ouwbakken-schoolsche geleerdheid. Hij wilde zooiets als +een wonderkind van hem maken, en stelde hem van begin af zijn uitvoerig +opvoedingsplan voor oogen; wat ten gevolge had dat kleine Wolfgang vaker +dan noodig nadacht over zijn eigen karakter. Meer geluk dan wijsheid +dat hij ten slotte nog iets werd: een kind van zwakker aanleg ware onder +Caspars opvoed-systeem gek geworden of bezweken. + +Johann Caspar Goethe was een eerzuchtig, leergierig, koppig, soms +grillig sinjeur. Zijn vader, een kleermakers-gezel, na veel omzwervingen +in Frankfort terecht gekomen, had daar een logementhoudster tot tweede +vrouw gekregen en fortuin gemaakt; maar hoogmoed krenkte zijn geest. Hij +zelf had ijverig gestudeerd en daarna een reis gedaan door Italië, +Frankrijk en Holland. Als bekwaam rechtskundige thuis gekomen, had hij, +na een korte stage aan het opperste gerechtshof te Wetzlar, van zijn +geboortestad een klein ambt gevraagd, dat hij onbezoldigd op zich wilde +nemen, mits men hem niet blootstelde aan de toen gebruikelijke +ballotage. Deze voorwaarde werd natuurlijk niet aanvaard, en hij legde +in woede de gelofte af, nooit meer een gemeentebetrekking, welke dan +ook, te zullen bekleeden. Om zich den weg daartoe voor goed af te +sluiten, nam hij twee maatregelen: Hij verwierf den titel van +Geheimraad, waardoor hij in rang gelijk kwam te staan met den eersten +burger van Frankfort, den schout; en vervolgens dong hij naar de hand +van diens dochter Elisabeth, een en twintig jaar jonger dan hij. + +Het meisje, een kind nog bijna, was onder de hoede van een jonge, +eenvoudig-brave moeder opgegroeid; had weinig geleerd, maar was echt +natuurlijk gebleven; hield van vroolijke gezichten en zocht +instinctmatig de keerzij van ieder verdriet. Zij was in stilte verliefd +geweest op den schoonen maar ongelukkigen keizer Karel VII. Die reed +vaak voorbij met herauten en gevolg en als hij toevallig opkeek naar +haar venster, meende ze in zijn oogen wederliefde te vinden. Maar de +keizer stierf en wekenlang bamden de klokken over de stad, iederen dag +twee uur. Toen voelde mooie, bruingelokte Elisabeth in het aanzoek van +den geleerden, vermogenden Caspar Goethe den vinger Gods. En zij volgde +den Geheimraad, die haar vader had kunnen zijn, in het duistere +heerenhuis, dat hij met zijn moeder alleen bewoonde; ze was toen +zeventien. + +Ze had hem niet lief: ze achtte hem en vertrouwde dat hij het goed met +haar meende. Hij, van zijn kant, oordeelde zich verplicht, haar zang- en +clavierles te geven, zelfs schrijfles. De goeie man had niets omhanden +en als "Vrouw Raad" maar wat leerzamer ware geweest, hadd' hij haar met +alle genoegen Italiaansch bijgebracht. Zij troostte zich met het +humoristisch geloof, dat dit een uiting moest zijn van hoog-rustige, +verstandige genegenheid. Doch ze leerde nu ook levensomstandigheden +kennen waar geen zonnetje in scheen: het werd haar een gewoonte, voor +zulke omstandigheden eenvoudig het oog te sluiten. Ze ontweek overbodige +emoties; ze negeerde, als ze kon, ongeluk of verdriet totdat ze er mede +was verzoend. Later zou ze haar bedienden uitdrukkelijk last geven, haar +iedere nare tijding zoolang mogelijk te verzwijgen. + +Toen haar jeugdzoon Wolfgang kwam--aanvankelijk een broos popje!--was ze +tegen de onderwijswoede van haar echtgenoot beveiligd. Dichter dan bij +hem stond ze bij haar kind. En niet alleen in leeftijd: de kleine werd +haar vriend; hij hield haar jong. Hij kreeg veel van haar gelukkige +karaktereigenaardigheden: In de eerste plaats de gave, waarvan hij later +zou verklaren, dat noch de kunstenaar, noch de man van de daad ze kan +missen; dat ook het beste verstand ze niet vervangt; de gave die hij +kortweg "hart" noemde. Dan zijn onwrikbaar vertrouwen op den God "die +hem in 't geheim zegende". Ook zijn weeke vatbaarheid voor indrukken. +Maar--en hier treedt wellicht een gemoedstrek van den vader te +voorschijn--zijn geest was heel snel verzadigd en wilde bijna terstond +weer nieuwe indrukken tot zich nemen en verwerken. Van zijn gewone +omgeving had hij dra genoeg; hij streefde hartstochtelijk naar +afwisseling. Het best kon hij denken als hij liep, of worstelde met +storm en ontij. Ook het sterke bewustzijn van eigenwaarde had hij van +zijn vader; en dan de neiging om anderen van zijn ideeën te doen +genieten; liefde voor détails die bijna pedanterie werd; stipt +plichtsgevoel; drang naar zelfvolmaking. Maar dit alles zat bij hem veel +dieper: hij had een vrouwelijk-teere inborst, die door een manlijken wil +werd bestuurd. + +Caspar Goethe bespeurde vroeg de wonderlijke begaafdheid van zijn zoon. +In het byzonder zijn vlug verstand. Hij besloot hem zoo op te voeden, +dat het kind op de wereld zou veroveren, wat de wereld den vader had +onthouden: een staatsmans-carrière, waar hij zich dan door eerlijkheid +en kunde naar voren moest dringen; zoodat hij--uit een werkmansgeslacht +gesproten--zou gaan behooren tot de besturende kaste in de vrije stad +Frankfort, waar de standen zoo scherp van elkander waren gescheiden. Hij +wilde Wolfgang verre houden van de lichtzinnigheid en de +brooddronkenheid die, volgens hem, tot in de school waren doorgedrongen. +Hij wilde hem zelf onderwijzen. In de eentonige stilte van zijn +schaduwrijke huizing, in de stijve tucht van zijn vroom gezin, zelf als +een burchtheer geëerbiedigd, wilde hij hem wapenen tegen de vijandige +wereld. + +Met zijn moedertje en zijn jongere zus Cornelia vormde Wolfgang van +begin af een sentimenteel verbond tegen de rechtzinnigheid des vaders. +Deze drie schuilden bijeen, als zochten ze warmte en vastheid tegen een +ijzigen storm. Maar de vader trok zijn jongen toch òok aan: de +overeenstemming in karakter verloochende zich niet. Wolfgang wilde +leeren, rusteloos. + +En zelfs in hun vrijen tijd moesten de kinderen nuttig werk doen, de +stinkende zijdewormen van hun vader voederen, zijn kopergravures bleeken +in de zon, met taai geduld; of zij moesten bestellingen overbrengen aan +leveranciers, of, toen zij ouder waren, rapporten opmaken over +belangrijke gebeurtenissen in de stad. Lezen leerden zij al heel vroeg; +vóor zijn achtste jaar schreef Wolf niet alleen zijn moedertaal maar ook +Fransch, Grieksch en Latijn. Italiaansch had hij spelenderwijs opgepikt, +terwijl zijn vader het zusje in die taal les gaf; het leek hem een +grappig soort van Latijn. Een reizend onderwijzer, die aanbood de +kinderen in vier weken Engelsch eigen te maken, werd gretig ontvangen; +de Geheimraad blokte ijverig mee. + +[Illustratie: CATHERINA ELISABETH GOETHE-TEXTOR +(Goethes moeder) +_Naar de lithographie van F. C. Vogel_] + +Wat afwisseling kwam er, toen voor de oude talen een leeraar werd +geëngageerd en wel twintig kinderen van vrienden en bekenden verlof +kregen, diens voordrachten bij te wonen. Ook, toen de heer Goethe +begon, zijn kweekelingen al wandelend de geschiedenis van hun +geboortestad te demonstreeren, aan de vele oude gebouwen die zij voorbij +kwamen: die gebouwen, vestingen binnen de veste, herinnerden aan +veelbewogen tijden.... En het werd bijna vroolijk, als de stijve ouwe +Frankforter dansles gaf, zijn kleintjes met effen gelaat en starre +ruggegraat tot een menuet schaarde en hun pasjes begeleidde op een +dwarsfluit. Hij hield wel van muziek en hij was ook zoo barsch niet als +hij scheen; maar hij wilde zijn jongen niet teerhartig maken en achtte +zich verplicht zijn weekere gevoelens stelselmatig te verhullen. + +Al wat hij zei berustte op nauwkeurig overleg; bij al wat ze deden +moesten de kinderen zich afvragen: Wat is de consequentie hiervan? waar +loopt dit op uit?--en als er in het duistere huis een of ander werk was +aangepakt, dan moest het ook onvoorwaardelijk afgemaakt. Caspar kreeg +het plan, ook de avonden nuttig met de zijnen door te brengen: hij las +aan vrouw en kinders de Geschiedenis der Pausen van Bower voor--van welk +werk toen reeds vijf kwarto deelen waren verschenen. En hij wilde +daarmee niet ophouden, al begon hij ook zelf telkenmale het eerst van +narigheid te geeuwen. + +Slechts oogluikend liet hij toe, dat het moedertje nu en dan ter +ontspanning een van haar sprookjes vertelde, die zij onder 't vertellen +phantaseerde. Dan verslond kleine Wolf (dit zijn haar eigen woorden) +haar al gauw met zijn groote zwarte oogen. Als het een van zijn +lievelingen niet voor den wind ging, dan zag zij de driftaders op zijn +voorhoofd zwellen en merkte dat hij zijn tranen verbeet.--Terloops zij +gezegd, dat haar jongen geen zwarte oogen had, doch bruine; zijn +pupillen waren echter zoo groot en zoo schitterend, dat men de iris niet +zag.--Tusschen "Vrouw Raad" en de oude grootmoeder (die 't huishouden +bestierde) heerschte een eigenaardige diplomatische afspraak. Moesten de +kinders naar bed voordat een sprookje was uitverteld, dan vertelde dat +sprookje zich zelf ten einde in Wolfgangs roerige verbeelding. En hoe +het dan afliep met zijn helden vertrouwde hij aan het frissche +witgekleede vrouwtje toe.... Die bracht het stillekens aan de moeder +over. Den volgenden avond werd dan de ontknooping ingericht, zooals hij +die graag had; opgewonden luisterde hij naar de vervulling van zijn +wenschen, en "men kon zijn hartje onder zijn kanten kraag zien bonzen". + +Groot genoegen vond hij ook in het poppenspel, de vertooningen van +"David en Goliath" die de grootmoeder gaf met Kerstmis. Maar hij rustte +niet eer hij wist hoe dit alles in zijn werk ging en hij het tekstboekje +ter inzage kreeg. Toen moest hij natuurlijk ook zelf voorstellingen +geven. Weldra had hij van de poppen genoeg en vormde uit de +buurt-kinderen een tooneelgezelschap. + +Geheimraad Goethe paste wel op dat zulk vermaak niet te ver ging, of te +veel tijd in beslag nam. De oude boeken die hij zelf had doorgeblokt +werden uit de stoffigheid opgediept: Romeinsche antiquiteiten en +Grieksche fabelleer, een bijbel met prenten en een aardrijkskundeboek op +rijm. Ook allerlei langvergeten Duitsche dichters, waarvan Wolf beweerde +dat hij er "veel meer uit leerde lezen dan dat hij ze las"; en +reisbeschrijvingen, die men thans te realistiesch zou vinden. De toen +moderne poëten, als de "Messias"-zanger Klopstock, werden zorgvuldig +verbannen wijl zij rijmlooze verzen schreven; en hiervan moest de +conservatieve Geheimraad (die zoo veel van Italiaansch hield, dat hij in +die taal het relaas van zijn reis stelde) heelemaal niets hebben! Zijn +vrouw las nu Klopstock in het geheim met haar kleintjes, die spoedig +aangrijpende passages van buiten kenden en declameerden. + +In al die wetenschap hield Wolfgang een helderen kop; en toen hij er een +beetje in thuis geraakte en tijd vrij kreeg, werden nieuwe vakken bij +het onderwijs getrokken. In wiskunde bracht hij het niet ver. Teekenen +naar de natuur was zijn liefhebberij; en een van zijn meesters vond het +jammer dat hij geen schilder mocht worden. Deze meester heeft niet een +goed inzicht gehad in zijn talenten. Want ofschoon Wolfgang zich later +onder de bekwaamste mannen van zijn tijd met groote volharding in het +schilderen oefende, hij bracht het nooit boven middelmatigheid. Hij zag +alles met schildersoogen; doch de kracht om binnen hem levende en +kleurende beelden op doek te leggen bleef hem ontbreken, al gaf hij de +studie nooit geheel op.--Muziek, clavier- en fluitspel leerde hij +vroegtijdig, beoefende hij langdurig; werd hij ondanks al zijn liefde +nooit dragelijk meester. Doch het heimwee naar tastbare beelden en snel +wisselende kleuren en ontroerende melodieën zou uit zijn streven spoedig +blijken.... + +Hij werd een echte baas in paardrijden en schermen; de vele +lichaamsoefening gaf hem een houding als van een prins: hij ging grooter +lijken dan hij werkelijk was. + +Godsdienstonderwijs kreeg hij aanvankelijk alleen van zijn innig vrome +moeder. "Vrouw Raad" die bij iederen tegenspoed naar haren bijbel greep, +doch niet zoo orthodox was als zij wel meende, las met haar kinderen het +Oude Testament. De Heilige Schrift met haar hartstochtelijke, +diepbewogen taal, met hare helden, zinnebeelden en idyllen, met haar +warme gebeden en hare trillende liefdesliederen, werd den veel-wetenden, +immer zoekenden knaap in waarheid het Boek der boeken; zij hielp hem +zijn verstrooide geleerdheid ordenen. Zijn latere bedrevenheid in +natuurwetenschappen kon zijn eerbied voor naïef-onwaarschijnlijke +wonderverhalen nooit schokken. Maar de tijding van de aardbeving in +Lissabon, waarbij, naar men zeide, zestigduizend menschen het leven +hadden verloren, greep den zesjarigen knaap smartelijk aan. Wat! riep +hij uit (en de toen tienmaal zoo oude Voltaire riep het zelfde) onze God +die aarde en hemel heeft geschapen en in stand houdt; God, die volgens +ons eerste geloofsartikel zoo wijs en goedertieren is; is God +onvaderlijk genoeg om brave en slechte menschen in éen slag te +vernielen? Dat kan ik niet gelooven.--En dagen lang trachtte hij zijn +twijfel te overwinnen. Zijn vader, die hem liefst rechtzinnig hield, +pakte hem mee naar de kerk, waar een bekend dominee naar aanleiding van +de ramp een preek gaf. Nu, zei de kleuter bij het thuis komen, ik heb er +nog eens over nagedacht, maar de zaak is toch eenvoudiger dan dominee +zegt: God zal nu toch ook wel weten, dat onsterfelijke zielen niet +vernietigd kunnen worden door aardsche gebeurtenissen. + +Natuurlijk moest ieder blijk van oprechte kinderlijkheid in haar al te +ernstigen Wolf de moeder diep treffen, vooral wijl hij zijn beste +gevoelens binnenhield als men hem die niet ontlokte. Toen hij in zijn +negende jaar zijn jonger broertje verloor, huilde hij niet, want Broer +was bij God in den hemel.--Maar hield je dan niet van 'm, dat je zoo +makkelijk zonder hem kunt?--Of ik van hem hield...? Wolf snelde naar +zijn dakkamertje en haalde van onder zijn bed een pak papieren. Lessen, +oefeningen, eigengemaakte verhalen: Kijk, dat heb ik allemaal voor 'm +bewaard, zei hij eenvoudig; dan kon hij er later plezier van hebben. + +Na den dood van de grootmoeder liet Geheimraad Goethe zijn huis--tot dan +toe ongeschonden bewaard--verbouwen en gezelliger inrichten. +Geleidelijk, en stelselmatig, opdat de kinderen overal van konden +leeren. Zóo geleidelijk, dat de bewoners in hun bedden nat regenden. +Kleine Wolfgang, als metselaar gekleed, legde den eersten steen; en hoe +toen de meesterknecht een redevoering wilde houden, doch middenin bleef +steken, vinden wij in een van zijn Latijnsche opstellen verhaald. Nu +moesten de kinderen den heer des huizes helpen: zijn rijke +mineralen-verzameling, zijn collectie Venetiaansche glazen, zijn oude +wapenen, zijn talrijke boeken moesten gerangschikt: gangen en zalen +werden met gravures van Italiaansche landschappen, met schilderijen +behangen; overbodige meubels en erfstukken werden van de hand gezet; +Wolf moest op kunstvoorwerpen bieden in veilingen, en maakte van de +gelegenheid gebruik om zich zelf een en ander aan te schaffen. Nu kwamen +allerlei werklieden en fijnschilders in huis; die moesten hem hun +procédés en handgrepen uitleggen; hij keek ze op hun vingers, en +trachtte de wisselwerking tusschen karakter en beroepskeus in hen na te +speuren. Te midden van al die drokte vond hij zich zelf, daar de vader +hem niet zoo streng op de hielen kon zitten. + +Zijn aanleg tornde op tegen Caspars stelselmatige grondigheid: Hij +schreef oude en nieuwe talen, hij schreef ze correct, en wist toch +weinig van spraakkunst. Hij was niet in staat, zijn weten langzamerhand +en uit kleine onderdeeltjes op te bouwen. Het was hem allereerst te doen +om den dràad; hij wilde de zaken ineens, van uit hun kern doorzien. Nu +deze taal beoefenen en over een uur weer een andere, dat stond hem niet +aan. Hij zon op middelen om al zijn kennis tegelijkertijd te beheerschen +en uit te breiden. Zoo schreef hij een veeltaligen roman in brieven: Een +half dozijn broers en zusters, over heel de aarde verspreid, vertelden +elkander hun wederwaardigheden, in lange epistels, zooals die destijds +vaak van hand tot hand gingen. De een had het in deftig Duitsch over +zijn reizen, waarop een zuster in zoogenaamd "vrouwenduitsch", met korte +gebrokkelde zinnetjes, antwoordde. De theologische student van het +troepje bediende zich van 't Latijn en maakte Grieksche na-schriften; +twee kantoorbedienden schreven Fransch en Engelsch, een musicus +Italiaansch, en een die thuis was gebleven, in zijn geboortestad had +opgelet, schreef Jodenduitsch.--Een dergelijke poging tot samenvatten is +te vinden in de "Ochtendgelukwenschen", die hij in zijn geboortemaand +Augustus aan zijn "dierbaarsten vader" opdroeg. Tot den 14en schreef hij +ze in 't Duitsch, daarna in Latijn en Duitsch, vervolgens in 't +Grieksch. + +Hij was nog heel jong, toen hij werd aangegrepen door een formeele +"vers- en rijmwoede", nog aangewakkerd door de wedstrijden in het +dichten en improviseeren, die een huisvriend de kinderen uit zijn +omgeving deed houden. Op elk onderwerp dat men hem voorlegde wist hij +vlam te vatten, in alle genres beproefde hij zijn geluk; boertige +dingskens zoowel als geestelijke zangen bracht hij voort. En ieder jaar +bood hij zijn gevleiden vader een bundel "Verzamelde Gedichten" van +vijfhonderd kwarto bladzijden aan als verjaarsgeschenk;--waardoor hij +zich hoopte te vrijwaren van de doodsche oefeningen in het +schoonschrijven. Om zich in zijn Latijnsche-taalwerk een beetje +zelfstandigheid te veroveren, stelde hij zijn Latijnsche gesprekken op, +tusschen "De Vader" en "De zoon"; hij behandelde daarin onderwerpen uit +zijn eigen leven. Zoo, een bezoek aan den welgevulden wijnkelder, dien +de familie Goethe uit grootvaders logement had geërfd; en een +woordenwisseling met zijn gestrengen heer en vader, die te weinig +eerbied koesterde voor zijn boetseerwerk in was. Met uitbundige +scherpzinnigheid, met onvertaalbare woordspelingen en ouwelijke grappen +treedt "De zoon" zijn knorrigen belager tegemoet. In kernachtigen +dialoog wordt "De vader" schaakmat gezet, en ten leste, bij wijze van +genadeslag, verbluft met een vraag aangaande de grondbeginselen van de +schoonheidsleer. Acht jaar is de schrijver van deze gesprekken. En: +"Labores Juveniles"--"Jeugdwerk"--zet hij er boven. Die titel zegt veel! + +Daar brak oorlog uit tusschen Pruisen en Oostenrijk. Zijn grootvader de +schout, en met dien het grootste deel van de familie, stond aan de zijde +van den keizer; hij en zijn vader kozen partij voor den grooten Fritz, +den manmoedigen Pruisenkoning. Hij had altijd veel van zijn +aanzienlijken grootvader gehouden, maar van toen af kon hij des Zondags +aan diens tafel, waar allerlei kwaad werd gesproken van zijn held, niet +meer aarden; de brokken bleven hem in de keel, en voor het eerst kreeg +hij het gevoel van minachting voor de meeningen van de groote massa, dat +hem later zoo eigen zou worden. Zijn verbeelding gloeide, toen daar uit +den toren de nadering van troepen werd aangekondigd, toen de Fransche +bondgenooten des Keizers de wacht listiglijk overweldigden en de stad +bezetten. De heer Goethe beschuldigde zijn schoonvader van verraad: de +twee stonden met getrokken degen tegenover elkaar. Caspar verweet den +schout dat hij de vrije stad had verkocht aan den vijand; en dat hij een +mooie gouden keten had aanvaard van de keizerin.... Hij was een lang +poos doorloopend uit zijn humeur, zoo dat hij het leeraren er aan gaf. +Wolfgang werd naar school gezonden. + +[Illustratie: JOHANN CASPAR GOETHE +(Goethes vader) +_Naar de lithographie van F. C. Vogel_] + +Daar kreeg hij aanleiding, te getuigen van zijn grooten eerbied voor +tucht en orde: Drie apen-van-jongens sarden hem gedurende de afwezigheid +van den meester; hij liet ze begaan, want vechten was verboden. De +leeraar bleef weg en ze prikten hem in zijn beenen tot het bloed er +langs liep; hij bleef roerloos zitten. Maar toen het uur voorbij was, +rammelde hij de kwelgeesten met de koppen tegen elkander, dat de buren +er aan te pas kwamen. + +In de juist verbouwde woning van den ouden Goethe werd een "luitenant +des konings", de Franschman Thoranc ingekwartierd. Een kunstlievend, +wellevend man, tactvol genoeg. Hij had den overval van Frankfort +voorbereid en was thans met de rechtspraak belast. De heer des huizes +kon hem niet luchten of zien en moest aanhoudend door zijn vrouw gesust +worden. Maar eens--de Pruisen waren nabij Frankfort geslagen--gaf hij +toe aan een dolle woede jegens zijn gast; en werd met moeite voor +gevangenschap behoed. + +De gast nam eenige kunstschilders in dienst, om groote doeken voor hem +te vervaardigen, die op zijn kasteel als wandversiering zouden dienen. +Wolfgangs dakkamer werd het atelier. Hij maakte van de gelegenheid +gebruik om de techniek van het schilderen af te neuzen en fungeerde ook +gaarne als model. + +Van zijn grootvader kreeg hij een vrijbiljet voor den Franschen +schouwburg. Nu zijn vader niet meer zoo voortdurend op hem lette, kon +hij daar vaak rondzwerven; en hij keek scherp uit zijn oogen. Hij maakte +kennis met een jong Fransch acteur, zekeren Dérone, een echten snoever, +die alle critische wijsheid van die dagen in pacht scheen te hebben, en +beweerde, dat hij de directie tamelijk wel naar zijn hand zette. Nu +kreeg jonge Wolfgang achter de coulissen--er was maar één +kleedkamer!--heel veel ongegeneerdheid te zien. Hij werd vroeg ingewijd. +Maar zijn moeder overschatte hem niet, toen ze vertrouwen stelde in zijn +reeds gevormd karakter: inderdaad nam hij aan de lichtzinnige +tooneelisten geen aanstoot; natùurlijk hadden acteurs noch actrices twee +costuums op elkander aan! + +Hij ontmoette ook de zuster van zijn nieuwen vriend en hij kwistte dit +dametje allerlei romantische galanterieën, die met tanteachtige +gelijkmoedigheid in ontvangst werden genomen. Doch geen verdere gevolgen +hadden. + +Het Fransche treurspel prikkelde hem nu tot navolging. Hij had inzicht +in de tooneeltechniek, de rimram der Alexandrijnen dreunde hem door 't +hoofd. Hij schreef een "classieke tragedie", welke hij aan het deskundig +oordeel van het jongemensch, dat de directie naar zijn hand zette, +onderwierp. "Zeer geslaagd", meende de criticus; "ik zal een goed +woordje voor je doen en meteen hier en daar een kleinigheid voor je +veranderen".--Maar tot Wolfs ontsteltenis bleef er na de correctie van +het heele drama niets meer over; en de revisor overdonderde hem met de +machtspreuk, dat "Het drama" eenheid van plaats, van tijd, van handeling +eischte. Hij bestudeerde toen ernstig wat Corneille en Racine daarover +hadden geschreven. Dat hij er niet in slaagde, de Fransche meesters te +bewonderen, het zal den lezer later blijken. + +Al bereikte hij nog niet een toonbaar resultaat, in zijn onbewuste wezen +had zich reeds smaak voor het tooneel gevormd. Hij had zich en zijn +huisgenooten meermalen vermaakt, door in de van grootmoeder geërfde +poppenkast voorvallen uit het dagelijksch leven, uit den bijbel, achter +het voetlicht te brengen: de Bühne[A] werd dan in de deuropening van +zijn kamertje opgesteld. Hij kreeg een voorproeve van den strijd dien +hij zijn leven lang met zich zelf op dit gebied zou voeren, toen hij +zijn geestelijk spel "Jerusalem Verlost" gaf; en daarbij eensklaps bleef +haperen, uit den dialoogvorm in den verhaaltoon overging, wijl hij de +zielsbewegingen van zijn helden niet langer door aaneensluitende daden +of gesprekken wist uit te beelden. Het publiek lachte en begreep niet, +hoezeer deze principiëele mislukking hem verdroot. En hij bleef altijd +pogen, bekende verhalen te "dramatiseeren". Bij de geschiedenisles ging +hij pas goed luisteren, als er personen werden behandeld, wier wezen hij +zàg, wier woorden hij rechtstreeks hoorde. Hij had dit van zijn moeder, +die in haar zelfverzonnen sprookjes aan natuurkrachten en beesten en +hemellichamen menschelijke vormen gaf en menschelijke stemmen. Eerst +later jaren zou hij zich bewust worden van de taak: zijn talent, dat op +beschrijven en op analyseeren was aangewezen, te verzoenen met zijn +phantasie, die hem het plastische, tooneelmatige voorspiegelde. + +[A] De vertaling van in dit werk gebezigde Duitsche woorden, +uitdrukkingen etc. vindt men in de Bijlage; ook enkele niet Duitsche +maar toch vreemde woorden zijn daar verklaard. + +Als kind organiseerde hij een eigen troep, die door vaders vindingrijken +huisknecht van costuums en requisiten werd voorzien en welks +voorstellingen meestal uitliepen op een ranselpartij: Wolfgang +verwachtte dat zijn medespelertjes bij intuïtie hun rollen zouden kennen +in de stukken, die hij hun kort te voren in hoofdtrekken had verteld.-- + +Tot groote verlichting van den Geheimraad trokken de Franschen +eindelijk, na zeven jaren, af. Nu werd de bovenwoning verhuurd, zoodat +er voor het gezin weinig, voor inkwartiering heelemaal geen plaats meer +bleef. Het was met Wolfgangs vrijheid gedaan: zijn vader zette hem weer +aan 't werk. Hij kende nu genoeg Latijn om de lessen aan een academie te +volgen, maar hij was nog veel te jong. Daarom wijdde de Geheimraad zelf +hem in in het Romeinsch recht en liet hem ook kennis maken met de +elegantere jurisprudentie van latere tijden. De oude heer moet wel +verrast zijn geweest, toen het zoontje verzocht, hem nu ook een +Hebreeuwschen meester te geven: zijn afkeer van het uitverkoren volk had +hij allang overwonnen en hij had eerbied voor de eigenzinnigheid, +waarmede de Joden aan hun gebruiken hingen; bij het voorbereiden van +zijn veeltaligen roman hadden sommige vreemde woorden zijn +nieuwsgierigheid geprikkeld. De rector van het gymnasium onderwees hem +nu in het Hebreeuwsch, probeerde hem den bijbel in den grondtekst +verstaanbaar te maken; hij bracht den man in verlegenheid door zijn +bemoeizuchtige vragen, waaruit duidelijk genoeg bleek, dat hij liever +met zijn twijfel pronkte dan dat hij een antwoord vond. + +Hij ondernam nu tochten door het Ghetto, kreeg in de "Judengasse" aldra +kennissen, bezocht de synagoge, verdiepte zich in ritueele +plechtigheden, wisselde glimlachen en knipoogen met mooie donkere +Jodinnetjes, als die Zaterdags wandelden op een veld bij de stad, wijl +de groote pleinen haar waren ontzegd. + +Zoo deed hij heel wat menschenkennis op, maar een kind bleef hij, en +dit maakte hem zoo aantrekkelijk voor sommige vrienden van zijn vader, +ouwe gesloten bullebakken, die hem aan hun tafel noodden en zich in zijn +levenswijsheid verlustigden; misschien wel met de bijgedachte, hem voor +hun ideeën te winnen. Geboren Frankforters hadden in dien tijd een +hoogen dunk van zichzelf; daar nu echter niet alle burgers in den +Gemeenteraad konden zitten, werd Frankfort de stad van de "miskenden". +Een er van hoopte een diplomaat uit hem te vormen, omdat diplomaten het +best nog door de wereld rollen. Een ander, een geleerde eenzame +menschenhater met éen oog en een pokdalig gezicht, die de rechtspractijk +niet mocht uitoefenen omdat hij gereformeerd was, trachtte hem aan het +verstand te brengen dat hij advocaat moest worden; om have en goed te +kunnen verdedigen tegen het altijd loerende menschgespuis, of van tijd +tot tijd (als je er de moeite voor over hadt) een of anderen schurk in +de doos te draaien.... + +Op zijn Zondags uitgedost: 't haar gefriseerd en bepoederd, een slepend +lint aan het degengevest, groote zilveren gespels op zijn schoenen; met +witte kousen, zijden gilet en zwarten rok (die uit het trouwpak van zijn +vader was gesneden).... zóó legde hij naarstig bezoeken af bij oude en +jonge vrienden. Hij had van moedertje geleerd, in ieder het goede te +zoeken, niemand te "bemoraliseeren". En hij gaf klagers en mopperaars +ten volste zijne aandacht, maakte voorzichtige, diepzinnige opmerkingen +(in Frankforter trant met kernwoorden gekruid), vermeed gezegden die tot +botsing konden leiden: en ontwikkelde dus zijn ingeschapen vaardigheid, +van tegenstanders te leeren. Zijn speelmakkers beheerschte hij, wat die +zich gaarne lieten welgevallen, als hij maar een van de sprookjes +verhaalde, waarin hij zelf als held optrad: dan waren ze zijn "lakeien". +Eens, toen hij er zich naar gewoonte op liet voorstaan, dat de schout +van de vrije stad Frankfort zijn grootvader was, wierp een kwaadaardig +joch hem tegen, dat zijn papa de natuurlijke zoon was van een adellijk +heer. Wolfgang vond het echter zoo prettig, te zijn zooals hij was, dat +het er voor hem verder niet op aan kwam hòe hij het was geworden. +Overigens toonde hij zich niet gekrenkt maar gevleid. Op alle portretten +van edellui, die hij onder het oog kreeg, zocht hij naar gelijkenis met +vaders trekken. Dat hij wel eergevoel bezat bewijst het +duel-op-den-degen, dat hij met Monsieur Dérone voerde, waarna een +plechtige verzoening werd gevierd, onder het genot van een ferm +glas--amandelmelk. Vreemde jongen! Op zijn zevende jaar besloot hij, de +theologische disputen met zijn catechiseermeester beu, "naar eerwaardig +bijbelsgebruik God rechtstreeks, d.i. in Zijn werken te eeren". In zijn +dakkamertje stapelde hij tegen een muziekhouder een pyramidevormig +altaar van steenen en schelpen die hij uit de bekende mineralen-verzameling +had ontvreemd; en als de eerste stralen van de morgenzon door zijn venster +streken, werden zij in een brandglas saamgetrokken en ontstaken een +welriekend dankoffer. De opstijgende rook beduidde het verlangen van zijn +ziel naar den schepper der natuur. + +Wolfgang kreeg bedenkelijk veel vrijheid, toen in Frankfort, na afloop +van den oorlog, de kroning van Keizer Joseph II plaats had. Hij moest, +nadat hij het détail van vroegere kroningen vaak tot diep in den nacht +had bestudeerd, zijn vader over alle belangrijke gebeurtenissen rapport +uitbrengen. + +Kort te voren had hij kennis gemaakt met een aantal jongens "uit lagere +standen", die hem gelegenheidsgedichten lieten schrijven en de opbrengst +daarvan verbrasten. Bij een hunner ontmoette hij Gretchen, een +"beeldschoone" maagd, op wie hij, als vanzelf spreekt, verliefd werd, al +was zij een paar jaar ouder dan hij. Vermomd, aan Gretchens arm, begaf +hij zich in het gedrang van de kroningsfeesten, en toen hij eens zijn +huissleutel had vergeten, bracht hij met haar en haar gezellen den nacht +door; 't kopje tegen zijn schouder viel zij in slaap. Bij het +afscheidnemen drukte zij haar eersten kus op zijn voorhoofd. Zóo was hij +van haar vervuld, dat hij zich de opoffering van herhaalde kerkgangen +getroostte, wijl hij haar in de kerk uren lang kon zien.... Deze +historie nam een leelijke wending, toen een van zijn nieuwe kennissen, +dien hij aan een stadsbetrekking had geholpen, valschheid in geschrifte +pleegde. Hij werd nu, verdacht van medeplichtigheid, aan een streng +verhoor onderworpen. Hij bekende al zijn avonturen, maar zwoer dat hij +zich een ongeluk zou aandoen, als zijn eigenlijke vriend, als Gretchen, +straf moest oploopen door zijn schuld. Hij weigerde alle voedsel, +verliet zijn zolderkamertje niet meer, dacht niet aan de groote sinjeurs +die daar buiten galoppeerden door de straten. Maar het pijnlijke genot +van deze zelfkwelling werd gebroken, toen de te hulp geroepen +"paedagoog" hem na eenige voorbereiding vertelde, dat ook Gretchen in +verhoor was genomen: zij had getuigd, dat zij den kleinen Wolfgang van +beginne af had beschouwd als een _kind_, en zich alleen maar had +beijverd hem van malle streken terug te houden.... Hemel! voor zoo een, +voor een die hem niet beminde dus, had hij gehuild tot zijn keel was +ontstoken! voor zoo een wilde hij zich in het ongeluk storten?--En hij +vluchtte het huis uit en de stad uit; in de vrije natuur, bij bosch en +beek, bij zonneschijn of storm streed hij met zijn drift: en er kwam een +heroïsche kalmte over hem. + +Zijn geest kon eerst in een andere omgeving tot hernieuwde werkzaamheid +zich spannen. Reizen en trekken werd nu en in later tijd zijn redding, +als hij een verdriet, een aarzeling, een onbegrijpelijkheid moest +overwinnen.-- + +[Illustratie: GOETHE +(Silhouet uit het jaar 1765) +_Frankfortsche Goethe-Museum_] + +Met zijn nieuwen onderwijzer,--die schrander genoeg was, om hem in de +vrije natuur vaak aan zijn gevoelens over te laten--doorliep hij de +geschiedenis van de oude wijsbegeerte. Hij maakte het den man lastig met +vragen, "die deze later wel eens zou beantwoorden". Vurig verdedigde hij +de bewering dat een afzonderlijke wetenschap van het denken overbodig +was. Neen! een boek als de bijbel, waarin kernachtige wijsheid met +geloof en poëzie was vermengd, daar had de wereld behoefte aan; en aan +mannen als de Stoïcijnen die zich in hun ziel wapenden tegen +moeilijkheden des levens!... Hij had de tastbare werkelijkheid te zeer +lief om zich met ijle gedachten te vergenoegen; doch hij bezat een te +fijnen geest en te veel neiging om in alles éénheid te zoeken, om in een +enkele kunstuiting--hetzij beeldende kunst of lyriek--bevrediging te +verwachten. Het was hem niet te doen om de gedachte-zelf, want die +leefde voor hem geen afzonderlijk leven; doch om de innerlijke +beteekenis van wat hij zag en ondervond. Zijn verswoede werd +langzamerhand een virtuositeit, die van toen af op zich zelf geen doel +kon hebben. Het ontbrak hem echter aan stof en hij was blij als iemand +hem iets voorlegde dat hij "bezingen" kon: zoo zijn zijn "Poëtische +gedachten over Christus' hellevaart" blijkens hun ondertitel "op +verlangen ontworpen". Zijn vaardigheid in het spelen met woorden en +rijmen was sneller gegroeid dan zijn levensinzicht, en zoo moest zijn +beeldspraak, waar hij eigen meeningen wilde aanduiden, wel tamelijk los, +en ineengedrongen duister zijn,--hoe cordaat ook neergeschreven. Een +kenmerkend voorbeeld hiervan geeft het dichtje, dat hij op zijn +zestienden verjaardag in het album van een vriend stelde. Zonder naderen +uitleg maar "in allen ernst" vergelijkt hij daar de wereld "die men voor +de beste houdt" beurtelings bij een moordenaarshol--een +studente-kamer--een operagebouw--een professorsdrinkgelag--met +poëetkoppen, schoone rariteiten, afgesleten geldstukken. + +"Een die zich op de schoone wetenschappen toelegt", aldus teekende hij +het gedicht. En verried daarmee meer dan hij wilde zeggen: Terwijl hij +zich door zijn vader liet africhten tot de rechtsstudie; terwijl hij, de +kamer op en neer marcheerend, zijn invallen dicteerde aan een +schrijfknecht; terwijl hij doolde op jaarmarkten en missen, waar bizar +gekleede vreemdelingen dooreenwoelden--rees in hem het voornemen, zèlf +zijn loopbaan te kiezen, professor te worden in de kunstgeschiedenis of +in de classieke letteren. Zijn algemeene kennis ontwikkelde hij nog +verder door in eenige encyclopedieën, o.a. in de bekende "Dictionnaire +historique et critique" van Pierre Bayle, te snuffelen; en meer en meer +teekende zich de weg, die hem door zijn geestesbehoeften was aangewezen. +Maar alleen zijn zus Cornelia wist er van: zij begreep hem zoo volkomen, +dat hij haar man zou willen worden indien hij haar broer niet was. + +Hij heeft zich eens in enkele verzen afgevraagd, wat er nu toch +eigenlijk voor oorspronkelijks in hem zat. Van mijn vader, zoo dichtte +hij: + + Vom Vater hab' ich die Statur, + Des Lebens ernstes Führen; + Von Mütterchen die Frohnatur, + Die Lust zu fabulieren.... + +en als de deelen het geheel vormen, wat heeft het wicht ten slotte dan +van zich zelf!? + +Het oorspronkelijke in zijn persoonlijkheid was hem nog niet helder +bewust, toen hij als 17-jarig jongeling naar de Leipziger hoogeschool +vertrok; toch zou hij zich nooit losmaken van zijn jeugd-indrukken, dat +is te zeggen: van de wijze waarop zijn kiemende geest zich met zijn +eerste ervaringen verstond; toch zal den lezer blijken, dat deze +kinderdroomen in den gerijpten man nog uitwerken. Nog, of liever: pas, +want kinderen grijpen ver. + +Maar wel wist hij, dat hij anders was als degenen die hem met zooveel +zorg hadden opgevoed: De teruggetrokkenheid waarin zijn vader leefde +maakte hem bang; en hevig verlangde hij ontslagen te worden van de +geestestucht, die men hem had opgelegd; daar onder de balkrijke +zolderingen van het sombere ouderhuis. + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald, +loopen van September 1765 tot September 1768.] + +II + + Verpflanze den schönen Baum, + Gärtner! er jammert mich. + ODE aan BEHRISCH. + + +Hij voelde zich niet bepaald treurig, toen hij de poorten van zijn +geboorteplaats achter zich had: voortaan zou hij zelf zijn leven +regelen, met frisch gestel en sterken geest zich op de schoone +wetenschappen werpen, rechtstreeks aansturend op het hoogleeraarsambt! + +Maar toen hij Leipzig binnenreed had hij den eersten klap al te pakken: +de postwagen was onderweg in de modder vastgeraakt, Wolfgang wilde +natuurlijk met uitbundig krachtsbetoon een handje helpen en verrekte een +paar borstspieren. Gedurende heel zijn studietijd zou telkens een +knagende pijn zijn zenuwen overprikkelen. + +Hij vond dat hij, om op slag te komen, zich eens flink moest vertreden +en de academie-stad beviel hem wel bij eerste kennismaking. Deftige +gebouwen met mooie gaarden; straten breeder dan in Frankfort en ook +lichter, doordien de hooger gelegen étages der huizen de verdiepingen +gelijkvloers niet overschaduwden; interessante omstreken met overvloed +van gezellige roomtuinen; boekenstalletjes huis aan huis, en gewoel van +vreemd-gedoste buitenlanders; een Fransche kolonie,--die als een +leerschool van smaakvolle wellevendheid werd beschouwd en aan Leipzig +wijd en zijd den roep gaf van "een galante stad", een "klein Parijs"; +waar men er zich bovendien op liet voorstaan, je "feinste Teutsch" te +spreken. Het was juist mistijd: drinkgelagen en banketten en rijjolen +gingen niet van de lucht en de goudstukken schoten den onervaren +studiosus tusschen de vingeren door, snel als waren het guldens. Maar +hij genoot, en in zijn naïeve verbazing vond hij 't gewenscht, zijn +zuster de zeer byzondere spijzen op te sommen, die de Fransche keuken +hem van dag tot dag gaf te savoureeren. + +Toen de teleurstelling: de Frankforter patriciërszoon, het dichterlijke +wonderkind, stond hier maar matig in tel. Zijn uitspraak klonk boersch +en men glimlachte als hij zijn taal doorspekte met spreekwoorden, +bijbelsche beelden, krachtige oud-Duitsche uitdrukkingen, die hij uit +kronyken had opgediept.. Zijn kleeren, waarvan hij hoogen dunk had, +bleken van verouderden snit en ze zaten nogal slof. Geen wonder: de +huisknecht, die niet mocht leegloopen, had ze uit vaders onverslijtbare +plunje gemaakt. En nu gebeurde het dat een komiekeling in een derderangs +theater de menschen deed proesten, enkel en alleen door in juist zulke +kleeren op te treden. Jonge Wolfgang, tot tranen geërgerd, was blij dat +hij er in slaagde, zijn rijkvoorziene garderobe, met bijbetaling van +ettelijke goudstukken, te ruilen tegen een paar moderne pakjes. + +Hij ging zijn aanbevelingsbrief overhandigen aan den rector van de +universiteit, hofraad Böhme. Deze verbood hem, de studie van de +rechtswetenschap, waarvoor hij bestemd was, zonder verlof van zijn vader +op te geven, teneinde voor zijn lievelingsvakken tijd te winnen. Dit +ontnuchterde hem: doch Böhme, practiesch man, met weinig ontzag voor +geleerdheid die door anderen werd onderwezen--overtuigde hem dat hij, +als bewonderaar van de classieken, niet beter kon doen dan zich wijden +aan de studie van het Romeinsche Recht. Deze raad, gevoegd bij de +overweging dat zijn moeder en Cornelia het zouden ontgelden als papa +Goethe tot de ontdekking kwam dat zijn plannen werden gedwarsboomd, +maakte hem aanvankelijk tot een stipt en ijverige collegehengst. Maar +Böhme had hem over het Recht en over de geschiedenis der +staatsinstellingen niet veel nieuws te vertellen. En hij verdreef zijn +verveling door in zijn dictaten caricaturen te teekenen van de +rechterlijke ambtenaren die de lessen verduidelijkten. + +Mevrouw Böhme interesseerde zich voor hem; ze trachtte met veel tact hem +te beschaven, leerde hem kaartspelen en de nieuwste dansen, als middel +om zich in gezelschap te kunnen bewegen. Ze won zijn vertrouwen. Toen +droeg hij haar de verzen voor die hem hadden ontroerd, ook verzen van +hem zelf, zonder de namen van de dichters te verraden. Zij keurde af, +hij verdedigde. Maar toen zij haar oordeel motiveerde en de groote vraag +aanroerde: Hoe onderscheidt men mooi van leelijk?--ging hij zwijgend +naar huis. + +Hij had tot dan toe in alle mogelijke "genres" gewerkt, omdat en zooals +"men" het mooi vond; zijn onderwerpen werden hem, door vader of door +zijn onderwijzers opgegeven. Juist doordat geen diepwortelende voorkeur +hem aan een bepaalden stijl bond, juist doordat hij zich zoo vrij +gevoelde tegenover zijn materiaal--het woord--juist daardoor kon hij als +jongen verregaand bedreven zijn in vers-techniek. Hij wist wel te +onderscheiden juiste verzen van foute verzen, maar niet schoone verzen +van valsche verzen. Hij wist dat de vraag naar de normen van het Schoone +hem eens zou verontrusten. Maar, alles wat hij onder vaders leiding deed +als voorloopig en voorbijgaand beschouwend, had hij ze uitgesteld tot +later. De vermaningen van deze hoofsche dame, denkelijk zoo zwaarwichtig +niet bedoeld, betroffen de kern van zijn talent. Eensklaps besefte hij +ten volle dat hij leege dichtstukjes had voortgebracht, vormen, wier +correctheid doelloos was, omdat poëtische inhoud ontbrak; woordenpraal +die onder het niveau bleef, waarop men zich om mooi of leelijk bekreunt. +In hem hadden kunde en leven elkander nog niet bereikt.... En op een +goeden dag smeet hij heel het pak dichtoefeningen dat hij van huis had +meegebracht in den vlammenden keukenhaard. + +Hij mòest echter zingen en hij zocht naar een inhoud, maar wie zou hem +helpen. Zijn professoren in de letterkunde hadden geen begrip van +aangeboren, niet aangeléérde, poëzie. In hun colleges werden de namen +die hem lief waren nooit genoemd. Gottsched was een geslacht te oud, en +voelde meer voor jeugdige vrouwen dan voor jeugdige dichters; Gellert +vroeg hem teemend of hij wel trouw ter kerke ging, en wie zijn +biechtvader was? Clodius was een rijmelaar, die kans zag in het kleinste +gedichtje een tiental Grieksche goden en godinnen te huisvesten, doch +dit van zijn leerlingen niet duldde; zonder te verklaren waarom. +Wolfgang schreef meestal in verzen de hartstochtelijke gedeelten van +zijn brieven en zijn opstellen--en dit waren zijn slechtste verzen +niet--maar zijn leeraar verbood hem zulke ruwheid. Op het "Collegium +philosophicum et mathematicum", dat alle studenten verplicht waren te +volgen, werd de geest "duchtig gedresseerd en in Spaansche laarzen +geregen". De meening van den jongen Goethe, dat een afzonderlijke +wijsbegeerte niet noodig was, vond hier verdere bevestiging. De +werkingen die ieders brein van jongsaf onbewust doch juist volbracht, +zoo natuurlijk als eten en drinken, werden hier blijkbaar willekeurig +ontleed; wat vroeger in eenen ging werd nu in drieën geprutst; +Philosophie en levende Gedachte gingen hier elkander uit den weg.--Eens +bleef Wolfgang uit de gehoorzaal teneinde bij een koekenbakker in de +buurt de flensjes, die juist op het lesuur dampend en geurend uit de pan +kwamen, te gaan nuttigen. Het beviel hem zoo goed dat hij voor zulke +flensjes in 't vervolg zijn aanspraken op wijsheid liet varen. + +Tegen 't einde van het eerste leerjaar trok hij zich volkomen +ontnuchterd uit het academieleven terug. Mevrouw Böhme stierf en haar +echtgenoot, die Wolfgangs caricaturen had ontdekt, wilde niets meer van +hem weten; de overige hoogleeraren van middelmatige geleerdheid ook +niet. Het gezellig verkeer smaakte hem niet. Zijn manieren, aangeleerd +evenals zijn dichtkunst, gingen hem niet vlot af. In de comedie gaapten +de menschen als hij bewonderde, en ze juichten toe wat hem tegenstond. +Hij voelde dat de brieven, die Cornelia hem schreef, bijna geheel door +den ouwen heer waren voorgekauwd of ingegeven, en hij dorst haar niet +schrijven wat hem beklemde, sinds zijn vader hem zijn epistels, +gecorrigeerd met rooden inkt en van taal-, stijl-, en schriftkundige +aanmerkingen voorzien, terugzond. + +Hij kreeg het eenzaam. Geen mensch begreep hem. En als iemand hem kon +helpen, dan hij zelf. "De laurier die den dichter siert"--hij had ze +voor zijn vertrek uit Frankfort zeer nabij geacht--was uit zijn +gezichtskring geweken. In hem was ruime leegte, en een benauwend-vaag +bewustzijn van eigen genialiteit, een nooit gekend plichtsbesef, dat +hem dreef tot zoeken, mijmeren en alleen-zijn. + +Hij dineerde met een stelletje studenten in de medicijnen en de +natuurwetenschappen: hun gesprekken kon hij verdragen, hun kennis had +tenminste tastbare werkelijkheid tot inhoud; en met het algemeene er van +raakte hij langzamerhand vertrouwd. Maar het gebeurde dat hij dagen +achtereen van tafel bleef. Dan lag hij ergens in een bosch bij een +beekje te peinzen en te neuriën, kon zich geheel vergeten in de +beschouwing van boom en plant, dacht terug aan het ouderhuis, aan zijn +vrienden en de lieve meisjes die hij in Frankfort had gekend, aan den +rustigen jongenstijd dien hij had doorleefd.... Maar plots herinnert hij +zich dat dit alles niet terugkeert. Dan scheurt een schel wit licht de +wazige woud-atmospheer vaneen, de golfjes van 't beekje gaan hem plagen, +jagen hem voort. Hij kan zich niet wennen aan het idee dat hij verder +moet, maar de twijfel maakt zijn bestaan van nu onhoudbaar. + +In dezen tijd gebeurt hem voor het eerst wat hij later als een +noodzakelijkheid zal leeren doorzien: Hij heeft gezocht een vaag ideaal +en hij vindt--een vrouw die hem weergeeft aan het leven. + +Hij heeft kennis gemaakt met den Frankforter advocaat Schlosser, een +kalm en kundig man, die waarschijnlijk van den ouden Goethe opdracht +had, bij gelegenheid een oogje te houden op den vreemddoenden zoon. +Schlosser woont in bij den pensionhouder en wijnkooper Schönkopf, en +Wolf gebruikt daar voortaan met hem het middagmaal, in gezelschap van +enkele beschaafde, literair aangelegde heeren. Daar wordt dikwijls lang +nagetafeld, en met de verdraagzaamheid, die een rustige spijsvertering +teweeg brengt, onder het genot van de glaasjes wijn, door de aardige +dochter des huizes geschonken, hooren die heeren onverstoorbaar +elkanders meeningen aan en trachten zelfs het met elkaar eens te worden. +In dezen kring, en niet 't minst door de ernstige toespraken van +Schlosser, met wien hij nu dagelijks een paar uur verkeert, wordt mosjé +(d. i. monsieur) Wolfgang dra de oude. Fransche en Duitsche, +Italiaansche en Engelsche brieven vloeien weer uit zijn pen, zijn +vrienden ontvangen weer ontboezemingen in welgemeten Fransche +alexandrijnen, koddig en opgeschroefd nabrouwsel van Racine. Als +Schlosser is vertrokken, kan hij van deze middagtafel niet scheiden: +niet zoozeer om de spijzen als wel om de wijnschenkster. Want hij heeft +zich binnen een week smoorlijk in haar verliefd. + +Anna Catharina Schönkopf--hij noemt haar Antje, Annette of Kaatje--was +drie jaar ouder dan hij. Aardig figuurtje, niet groot, maar flink +ontwikkeld, open rond gezichtje; verstandig zonder geleerd te zijn, +natuurlijk in haar manieren, altijd opgewekt, altijd gereed om een +lastige aanbidder op zijn vingers te tikken; spotziek maar +goedhartig,--zoo beschrijven haar Goethes vrienden. Hij zelf vond haar +natuurlijk volmaakt, een engel; en ze had (meende hij) maar één gebrek, +nl. dat ze hem beminde. + +Immers hij wist dat hij haar nooit zou trouwen. Niet omdat het verschil +in stand hem hinderde, ook niet omdat hij vreesde zijn vader te +weerstaan. De reden lag dieper: Onophoudelijk drukte hem de plicht, zijn +geestesaanleg ten volle uit te leven. Hij wist zich onvoltooid maar voor +iets groots bestemd. Hij voorzag niet wat er uit hem zou worden, maar +hij besefte dat hij niet mocht rusten, nergens wortel mocht schieten, +voordat de leegte in hem was vervuld, voordat de scheppingsdrang in hem +doel had gevonden. + +--Toch kon hij geen afstand van haar doen. Zijn jeugd-krachtige +hartstocht joeg hem telkens weer tot haar. Op hun liefhebberijtooneel +speelden zij samen de verliefde rollen, en ze zongen samen, en zij +begeleidde zijn fluitspel op het clavecimbel. En hij kon haar niet zien, +of in zijn reeds overgevoelig gemoed ging de wroeging woeden; liet hij +zijn verliefdheid gaan, dan bedacht hij daarbij dat hij een onvervulbare +hoop in haar sterkte. + +[Illustratie: KÄTHCHEN SCHÖNKOPF +_Naar een miniatuur_] + +En hij laat zijn verliefdheid gaan. Om ongestoord met haar te kunnen +samen zijn, neemt hij list te baat. Hij maakt het hof aan een uiterst +coquette maar leelijke juffer, schijnt zich aan de grillen van die +juffer geheel te onderwerpen: kleedt zich overdreven modieus, stapt met +afgemeten passen en uitgestreken tronie door Leipzig, begroet zijn +vrienden met zoo comedianterigen praat, dat zij het geen kwartier met +hem kunnen uithouden. En zoo vermoedt niemand iets kwaads als hij met +Antje babbelt. Maar hij voelt het kwaad. Hij zou haar zoo gaarne +gelukkig zien en neemt zich in goede oogenblikken voor, nooit haar +ontrouw te worden, als hij haar niet eerst in de armen van een ander +heeft aangetroffen. IJdele gelofte! In zijn ziel heeft hij haar reeds +verlaten. Hij is overspannen genoeg om de reden daarvan in haar te +zoeken: Hij bestookt het meisje met fijn-gesponnen jaloezie, verlangt +van het meisje onweerlegbare bewijzen dat hij "de eenige" is. Weer +alleen op zijn kamer zet hij zich tot diep in den nacht durende +zelfkwelling; hij kent geen genot of hij misgunt het zich, ontleedt het +totdat er niets van blijft. + +Maar zij weet dit niet en zou het niet hebben begrepen. Zij raakt in de +war en lijdt; ze moet toch altijd vriendelijk doen tegen de gasten. + +En als ten tweede male over hun grillige liefde het voorjaar strijkt, +vlucht hij de stad uit en vindt zich weêr onder de linde, waarin hij te +voren haar initialen heeft gesneden boven de zijne. Ziet: de +levenssappen van den boom zijn naar buiten gebroken en lekken als tranen +door haar naam over zijn naam. Nauwelijks heeft hij dit beeld doordacht +of hij snelt naar huis en smeekt haar om vergiffenis. Te laat. Zij heeft +in stilte hare liefde weggeschreid.... + +Aan Schönkopfs tafel verschijnt geregeld een zekere Behrisch: lange, +magere sinjeur met scherpe trekken en wel-verzorgde kleedij; gouverneur +van een paar jeugdige graven, die te Leipzig studeeren. Het +waarlijk-geniale in Wolfgangs optreden, dat zijn gelijken in ouderdom +ontsnapt of door hen als aanstellerij wordt beschouwd, trekt de aandacht +van dezen kern-echten zwijger, die de gewoonte heeft, zijn +wereldwijsheid onder vormelijke manieren en langgerekte grappen te +verhullen. Een biechtvader, zooals mosjé Wolf er een noodig heeft. Met +cynischen spot verhaast hij het zuiveringsproces in den ontluikenden +dichter. Valsche verzen die Wolfgang hem voorlegt neemt hij zoo +bedrijvig onderhanden, dat dezen alle eigenliefde vergaat. Daarentegen +is aan liederen die genade bij hem vinden een byzondere gunst beschoren. +Naar den drukker mogen ze niet; maar hij copiëert ze zorgvuldig en +geduldig met ravenvederen en oostindischen inkt, met sierlijke letters +en uitvoerige vignetten, op zwaar papier. Men zegt dat hij die +afschriften mee heeft genomen in 't graf.... + +Intusschen: Behrisch houdt van uitgaan en genieten; hij brengt Wolfgang +bij meisjes die--als wij hem mogen gelooven--beter zijn dan haar faam; +de romantische jongeling, balsturig om zijn vermoorde liefde, fuift mee +en ontziet zijn lichaam niet meer. En als hij zich slap voelt, +onderwerpt hij zich aan streng dieet en koudwaterbehandeling, zooals +Rousseau ze in de mode heeft gebracht. Terwijl hij aldus "terugkeert +naar de natuur" vernielt hij zijn gestel; zijn prikkelbaarheid neemt +toe. + +Spoedig moest hij Behrisch missen. Hij had in een oolijke bui een +lofdicht op een in de studentenwereld beroemden koekbakker geschreven; +een vriend had er een verlengstuk aan gehecht, zoodat het een +parodiëerend hekeldicht leek op Prof. Clodius, en zoo circuleerde het +onder de studenten. Dit bracht den vriendenkring in opspraak. De vader +van de jonge graafjes kwam te weten in welk gezelschap zijn zoons +verkeerden en ontsloeg Behrisch op staanden voet. Wolfgangs +verontwaardiging uitte zich in drie "Oden", die vooral merkwaardig zijn +om de huiveringwekkende beelden, waarmede de ongezonde atmosfeer van het +gekunstelde en lasterende Leipzig wordt geteekend. + +Maar nù kon de eenzaamheid hem drijven tot studie en arbeid. Hij +verdiepte zich in Molière's tooneeltechniek en begon diens "Menteur" te +vertalen. Uit Dodds "Beauties of Shakespeare" schitterde een nieuwe +schoonheid hem tegen, en dit noopte hem nader kennis te maken met den +Engelschen dichter, mede aan de hand van Wielands "verduitschingen" die +toen juist verschenen. Hij waardeerde Shakespeare, zonder hem te +begrijpen, en noemde hem zijn meester, wijl hij, voelend dat hij met een +held in aanraking kwam, meer vertrouwen kreeg in zijn eigen begaafdheid. + +Hij keerde al meer tot zichzelf in, en schatte zijn eigen +persoonlijkheid het ware en schoone tegenover de onware buitenwereld. Om +hem heen vond hij niets dat zich liet bezingen, en, daar hij toch zingen +moest, "koos" hij--als had hij daar vrij zeggen over!--de rustigste +momenten die zijn ziel doorleefde tot onderwerp voor zijn liederen. Zijn +ervaringen, vooral zijn liefde-ervaringen, werden in de eenzaamheid lang +overdacht en, van alle toevalligheid gezuiverd, neergeschreven. Maar als +dan zoo'n ervaring, in korte, scherp gestelde verzen te boek stond, liet +ze hem tot klaarheid met zich zelf komen, hielp ze hem de tegenstelling +tusschen zijn Ik en de onware buitenwereld overbruggen met +verstandelijke overwegingen. Zoo kregen zijn liederen een eigen, +doelmatigen stijl, waarin 's dichters overleg tot ongemengde uiting +kwam: Beginnend met de aanduiding van een tegenstelling, eindigen zij +plots met een korten, scherp afgepunten zet, belichamend aldus de +luchtige, eenigszins koude wereldwijsheid, waarmede Wolfgang zich +verstandelijk troostte. Liet hij hier en daar--bijvoorbeeld in +"Brautnacht"--zijn schoon verbeelden hartstocht ook dòorleven, deze +heeft voor het eind van 't lied zijn toppunt bereikt en een +veelbeteekenende grap toont dat Goethe zijn eigen warmte voornaam en +rustig heeft doorstaan. + +Men zegt dat deze liederen aan Fransche en Italiaansche voorbeelden +herinneren, maar verzuimt te verklaren, waarom Goethe--die al zijn +vroegere gedichten, naar bepaalde voorbeelden vervaardigd, eenvoudig in +het vuur wierp--deze liederen ook in de latere uitgaven van zijn werk +liet herdrukken: Vast staat dat déze vorm juist paste bij zijn blik op +de dingen; hij hadd' hem dus, rusteloos zoekend, ook geheel op eigen +initiatief gevonden, indien het buitenlandsche voorbeeld hem niet in +dezen tijd had gevoerd tot de ontdekking van zijn _stijl_. Hier bereikte +hij van beginne af het meesterschap. Van uitgave tot uitgave opgetoetst +en ontdaan van persoonlijke elementen vinden deze liedjes ook voor zijn +geoefenden smaak van later jaren genade. + +Hun eigenaardige, in hoofdzaak telkens weerkeerende opbouw, de +geleidelijke vervloeiing van hun geestesspanning, die maakt dat de +lezer, eenmaal aan het einde gekomen, nooit aan 's dichters +zelfbeheersching wanhoopt, de groote effecten, die met weinig middelen +worden bereikt, het samenvallen van intellectueel en melodieus +zwaartepunt--dit alles heeft in den loop der tijden verschillende +componisten, waaronder Beethoven, aangetrokken: Muziek, heeft Goethe +later gezegd, is het ware element waaruit alle poëzie ontspringt, en +waarheen ze terugkeert. Kort na hun ontstaan reeds werden twintig +liederen getoonzet door zijn vriend Breitkopf, een zoon van den +Breitkopf die de noten-typographie uitdacht. Zij verschenen in 1769 +onder den titel: _Neue Lieder_. Goethes naam is op het titelblad niet +gemeld. + +Zijn oude liefhebberij voor beeldende kunst meldde zich weer aan en hij +ging de lessen volgen van Oeser, den directeur van de teeken-academie; +een man die niet bestemd was om roem als schilder te verwerven, maar die +als kunst-criticus en als onderwijzer uitmuntte. Aan hem had de +vermaarde Winckelmann, de geleerde "hernieuwer" van de classieke kunst, +zijn vruchtbaarste ideeën te danken. Hij kon Wolfgang, die geen +eigenlijk teekentalent bezat, niet tot kunstenaar vormen, maar wel +leerde hij hem: zijn oogen gebruiken. Zijn critiek, hoe grondig ook, +ontmoedigde nooit. Hij bracht meer inzicht dan vaardigheid. Met +geestdrift onthulde hij zijn genialen leerling het wezen der Grieksche +schoonheid als _"edele eenvoud en stille grootschheid"_. Toen begreep +Wolfgang dat geen jongeling een meester kan zijn en hij vermoedde--wat +hij pas later eigenlijk begreep--dat men in de werkplaats van een +kunstenaar meer kans heeft wijsheid op te doen, dan in de gehoorzaal van +den philosoof. Dus niet alleen de dampende flensjes hielden hem van zijn +studie! + +Geheel in deze geestesrichting pasten Lessings leeringen: vooral de +strenge besprekingen over de grenzen tusschen Poëzie en Schilderkunst, +die Lessing aan beschouwing van de classieke beeldgroep Laokoon +vastknoopte, maakten op Goethe, als op bijna iederen nakomeling, een +verkwikkenden en verlossenden indruk. Toen als thans waren de preekende +schilders en de schilderende dichters in zwang; en nu toonde Lessing aan +dat de dichter, wegens de geaardheid van zijn materiaal, het woord, niet +moet schilderen doch verhalen en breede schilderingen slechts langs een +omweg behoort te geven; dat de schilder zich moet houden binnen de +grenzen van het schoone, niet moet vertellen of beweren, doch zijn +figuren moet te doek stellen in rustende houding: Beweging het element +van den dichter, schoone rust het element van den beeldenden kunstenaar; +en wilde de laatste een _handeling_ na-scheppen of een gedachte +aanduiden, dan moest hij grijpen naar het zoogenaamde "vruchtbare +moment"--zijn figuren een houding geven, waaruit viel af te leiden wat +zij het volgend oogenblik zouden doen. Lessing bewees dan in zijn +bescheiden boekje dat al wat wij in de Ouden, speciaal in Homeros, +bewonderen volgens deze principes was opgezet. + +In dien tijd beving Wolfgang onweerstaanbaar het verlangen, antieke +beeldkunst aan zijn nieuwe inzichten te toetsen, en, zonder iemand van +zijn omgeving te waarschuwen, reisde hij stilletjes naar Dresden, om +daar het bekende schilderijen-museum te bezoeken. Hij had zijn naar +voorbeeld gemaakte verzen voor niemand geheim gehouden, schreef zelfs +vaak om zijn vrienden te bekoren. Maar zoodra er iets in hem omging dat +de kern van zijn aanleg betrof, verborg hij het zelfs zijn besten +vriend; daar hij zich dan helder bewust was, iets te veroveren dat nog +niet had bestaan en de stoornis van hun overbodigen raad duchtte. Daarom +ging hij nu ook in stilte naar Dresden. Twaalf dagen lang zwierf hij er +tusschen schilderijen, en de portier, die 's morgens het museum opende, +vond hem geregeld voor de poort op wacht. De Hollanders en de Vlamingen, +realistische uitbeelders van forsche menschvormen, en ook de +landschapschilders boeiden hem. Het gebeurde dat hij, de werkplaats +betredend van den kernachtigen schoenmaker bij wien hij intrek had +genomen, alles in donkerbruine kleurtonen zag, als stond hij voor een +doek van Ostade. Maar hier ondervond hij de waarheid van zijn uitspraak, +dat hij als jongeling nog geen meester kòn zijn: de schoonheid van de +oud-Italiaansche stukken en de antieke beelden begreep hij wel, maar hij +kon ze niet navoelen; hij nam ze aan op gezag. Zijn verstandelijke +ontwikkeling was de ontwikkeling van zijn ziel vooruit. + +Vandaar ook, dat scherpe critiek hem wel een oogenblik van de wijs kon +brengen, maar niet blijvend. Zijn ziel werd er op den duur niet door +gemoeid. En hij kénde het middel om de oppervlakkige evenwichts-storingen +in zijn intellect te herstellen: Hij ging nu werken aan een aanklacht +tegen--zich zelf, tegen den pluizenden, grilligen, vroeg-ouden menschhater, +die de liefde van de frissche en goede Antje niet had gewaardeerd, en meer +zekerheid had geëischt totdat hij alles had verloren, en begreep hoe +dierbaar de vroegere "onzekerheid" hem was geweest. Hij had als kind een +herdersspel gemaakt, zooals de Franschen die toentertijd in verre navolging +van Tasso bij groote hoeveelheden fabriceerden; een spel zonder actie, +waarin herders en herderinnen, zacht gekleurd en gloedglansend als +porceleinen popjes, elkander zoetelijke papieren gedachtetjes over +jaloezie, liefde en onschuld zeiden. Nù was hem de mogelijkheid gerezen, +aan het spel een levenden inhoud te geven; en na diepgaande omwerking, +waarover hij al weer het stilzwijgen bewaarde, kreeg het ongeveer den +vorm waarin wij _Die Laune des Verliebten_ thans kennen: + +--Twee minnende paartjes zijn op het tooneel tegenover elkander +geplaatst, kransen vlechtend. Eridon en Amine lieven elkander +hartstochtelijk, maar Eridon's naijverige grillen verstoren de vreugd al +te vaak. De min van Lamon en Eglé is kalmer en niet zoo veeleischend, +daardoor gelukkiger. Amine's danslust leidt tot gekibbel met haar +prikkelbaren herder; vergeefs tracht Eglé haar weenende vriendin tot +opstand aan te zetten. Dan besluit ze Amine door list te helpen: als +deze naar bal is, lokt ze Eridon in haar armen, en bewijst daardoor +metterdaad, hoe weinig hij het recht heeft, zijn trouwe herderinne door +verwijten het leven te vergallen. + +Wolfgang schreef zijn zuster dat dit stuk naar de werkelijkheid +gecopiëerd was en zeker doen de goedige Amine en de grillige Eridon aan +twee, den lezer reeds bekende, personages denken. Maar de typeering van +Eridon, hoe scherp ook, is vergeleken bij deze werkelijkheid, niet +compleet. De vraag dringt zich op, wat Amine eigenlijk aan hem ziet? +Kaatje verdroeg Wolfs grillen zoo geduldig wijl ze bekoord werd door +diens genialen overmoed; en deze juist ontbreekt Eridon. + +Dit verwijst naar een grondtoon van Goethes dichterschap: zijn streven +naar het universeele, d.i. het algemeen toepasselijke. Ongetwijfeld, al +zijn werken, sedert zijn studententijd ontstaan, zijn "brokstukken van +een groote biecht"; en zijn helden dragers van d'een of andere zijde van +zijn eigen karakter. Maar--en dit zegt meer--de teekening van zulke +karaktereigenschappen werd gaandeweg gezuiverd van alle individueele +bijmengselen; zoodat ieder, hoe overigens zijn levensomstandigheden ook +waren, mits zijn persoonlijkheid maar dezen trek bezat, er zich in kon +weervinden. In _Die Laune des Verliebten_ is het hem niet te doen om den +student Wolfgang, doch om den--hem onuitstaanbaar dunkenden-- +ziekelijk-jaloerschen jongeling in het algemeen. En aangezien +men niet bepaald geniaal behoeft te zijn om zijn meisje te plagen, werd +de betooverende wildheid van het model weggelaten: Er zijn veel +jaloersche jongelingen, doch er is maar éen prikkelbare Goethe.--In deze +beschouwing ligt opgesloten, dat in het herdersspel de liefde van Amine +ongemotiveerd is, en dat dus het heele stuk op losse schroeven staat. +Maar hier is tevens een onderscheiding gemaakt, die de lezer wèl zal +doen tot goed begrip van Goethes later leven in het oog te houden: +Goethe wil twee karakters naast elkaar plaatsen, op elkander laten +inwerken: _hoe_ ze tot elkaar komen,--daarover bekreunt hij zich +allerminst! + +Eenmaal aan het werk, ontwierp Wolfgang plannen voor een aantal stukken, +waarin sommige levenservaringen, misschien zelfs reeds sommige +bespiegelingen naar aanleiding van ervaringen, op soortgelijke wijze +moesten verbeeld. Maar deze concepten werden niet uitgewerkt--omdat ze +alle tragiesch eindigden. Dit beduidt niet dat Wolfgang het leven, +zooals het zich nu eenmaal aan hem had voorgedaan, niet wilde zien; maar +wel, dat zijn geest altijd uit was op _herstel_ van een verstoord +geestelijk evenwicht, en voor iedere ramp instinctief een door diep +inzicht gemotiveerden troostgrond zocht. Eerst als hij, al werkend, voor +een bepaalde groep zielsverschijnselen zulk een troostgrond had +gevonden, voelde hij zich er tegen opgewassen, kon hij als een verder +ziend God zweven boven de werkelijkheid; eerst dan was het stuk +"realiteit" _rijp_ voor bewerking. Hij besteedde een groot deel van zijn +leven aan de _verovering_ van de hier aangeduide neiging, die hij van +zijn moeder had geërfd. + +--Eén stof nu, hoewel vol treurnis, leek hem geschikt om eenigszins +schertsend te worden opgevat, en hij maakte ze tot onderwerp van zijn +blijspel in verzen _Die Mitschuldigen_. Gelijk men bespeuren zal, kon +deze samenloop van omstandigheden voornamelijk hierom onschuldig worden +voorgesteld, omdat hij in een luchtig-"verdraagzame" moraal een +oplossing schijnt te vinden, voordat de tragiek, die er eigenlijk uit +voortvloeit, hem heeft achterhaald. De opmerking is gewettigd, dat in +het dagelijksch leven een hoeveelheid zedelijk bederf, als hier met wat +uiterlijke grappen overgoten wordt aangevoerd, op iets hevigers moet +uitmonden. Maar het doek valt, voordat dit hevige kan beginnen. + +Dit stuk is te rekenen tot de eerste periode van Goethes ontwikkeling +als dramaturg, nl. tot de periode van het gewrongen, of juister: van het +_voorkomen slot_. + +Ziehier het geraamte van dit blijspel, waarin Goethe allerlei +wantoestanden objectiveert, die hij als wijsneuzig knaapje heeft +aanschouwd: + +--De vierentwintigjarige herbergiersdochter Sophie (het wachten moede) +heeft een slampamper gehuwd, met name Söller, die zich ook in den +echtelijken staat maar niet betert. Door een speelgenoot om geld +gemaand, wil hij een logé, Alcest, dien hij op een feestje gelooft, +bestelen. Doch op het oogenblik dat hij diens kamer binnensluipt, heeft +Sophie daar een rendez-vous met Alcest, haar vroegeren minnaar; die +gaarne zou doen als berouwvolle minnaars meestal doen. Op het oogenblik +dat Söller wil stelen, drijft de verschijning van den waard, zijn +schoonvader, hem in het alcoof, waar hij gedwongen wordt een warm +liefdesonderhoud tusschen Alcest en Sophie bij te wonen, dat duurt +totdat Alcest al te vurig zich betoont. Den ochtend daarop beklaagt +Alcest zich over den diefstal. Hij belooft den nieuwsgierigen waard dat +deze den brief mag lezen, dien hij in den afgeloopen nacht vergeefs +heeft gezocht, en de waard verraadt nu zijn dochter; hij meent nl. dat +Sophie het geld heeft gestolen. Alcest, met deze wetenschap toegerust, +hoopt dat Sophie hem nu meer ter wille zal zijn; maar zìj beschuldigt +haar vader. Söller laat nu voorzichtig los dat hij de dief is, maar ook +dat hij weet wat er tusschen den logé en zijn vrouw is voorgevallen, +zoodat Alcest het wel uit zijn lijf zal laten hem aan te klagen.--Geen +van vieren volkomen onschuldig zijnde, schenken deze "medeplichtigen" +elkaar vergiffenis en "niemand wordt gehangen". + +De critiek heeft den twintigjarigen dramaturg tot op den huidigen dag +kwalijk genomen dat de verhoudingen in _De Medeplichtigen_ niet alleen +hoogst onzedelijk, maar ook gewrongen zijn. Wij van onzen kant achten +het gepast, zulk bezwaar tegen dit beginnerswerk van den man, die op +ruim tachtigjarigen leeftijd nòg schreef, niet breed uit te meten; +liever gaan wij na, of in de fouten van den jongeling misschien de kiem +schuilt van eigenschappen die wij in den man prijzen. Wij hebben, dus +doende, op bovengenoemde critici dit voor, dat wij trachten in Goethes +drama's een ontwikkelingsgang op te sporen, volgens een methode die hij +zelf met zooveel liefde op natuur- en beschavingsverschijnselen heeft +toegepast. En de lezer zal, voordat hij deze bladzijden ten einde is, +ontwaren, dat Goethe deze onderzoeksmethode vond langs den weg der +zelfbeschouwing, zelfontdékking. Hiermede is gezegd dat wij aan zijnen +geest geen vreemde bestanddeelen opdringen, wanneer wij trachten een +ontwikkelingsgang op te sporen in zijn dramatischen arbeid. + +Nader bekeken, komt bedoeld bezwaar (de "gewrongenheid") hierop neer, +dat de _bewegingsmotieven_, (die tot taak hebben: de voorvallen van de +eene scène naar de andere te drijven) gemeten naar den maatstaf van het +dagelijksch leven, te zwak zijn voor den arbeid dien ze hebben te +verrichten en--met hulp van den dichter--ten slotte tòch verrichten. Een +voorbeeld: Goethe wil den waard op Alcests kamer hebben, opdat hij +vermoedens opvatt' tegen zijn daar aanwezige dochter. Hoe krijgt hij hem +op die kamer? Hij laat hem 's nachts binnensluipen.... goed, maar waarom +doet die man dat?.... uit nieuwsgierigheid naar een brief. Tegenwerping: +dat doet een overigens rustig man niet!--Deze tegenwerping zou +vernietigend zijn, indien het in Goethes bedoeling lag, een brok leven +(in werkelijkheid of in phantasie waargenomen) met de daarin +aangetroffen tendenzen zoo getrouw mogelijk weer te geven. Doch verre +van dien: hij zocht naar de belichaming van een _gedachte_ die zijn +ervaring hem ingaf, naar een dramatiesch opvoerbaar beeld van zijn +levensblik. Dit beeld kon bij den twintigjarigen idealist zoo schril +worden, wijl zijn werkelijkheid niet als werkelijkheid zonder meer was +bedoeld, maar als _belichaamde geest_. + +Daarbij deed zich echter een moeilijkheid voor: door het vertrouwen, dat +hij ouderen weet in te boezemen, is hij in de gelegenheid gekomen veel +te zien van "het leven"; ja, maar zonder het eigenlijk te _ondervinden_. +Hij ziet verder dan hij kan begrijpen. Hij heeft een algemeen oordeel +over de ervaringen van anderen, zonder er heelemaal in te zijn en de +détails er van te kennen, daar deze hem, werkeloozen toeschouwer, +ontgaan. Dit spiegelt zich af in zijn werk. Als de groote lijnen maar +goed loopen, laat het hem koud, op welke stoffelijke grondslagen die +groote lijnen rusten. Wie zijn stuk wil begrijpen, gelijk hij zelf het +begreep, die vatte het niet op als zwak, foutief realisme, maar als +onontwikkelde "_moraliteit_" (min of meer in middeleeuwschen zin). + +Dus als een pleidooi voor verdraagzaamheid? Dit meenen sommige critici. +Wie echter het stuk kent, zal toegeven dat verdraagzaamheid in dit +verband beteekent: een afgestompt zedelijk oordeel. Iemand is +verdraagzaam als hij zijn medemenschen hun zonden vergeeft, overwegend +dat in een speciaal geval de verleiding overmatig sterk is geweest, of +wijl hij in het algemeen overweegt hoe zwak de mensch staat tegenover +verleiding; maar niet als hij, gelijk Söller, een belager diens schuld +kwijt scheldt, vreezend dat anders van hem een boekje zal worden +opengedaan; en vervolgens zijn _onmacht tot wraak_ met opgeblazen +profeten-zwier bemantelt. Tegenover een medeplichtige staat men +zwak;--ziehier de moraal van het stuk. En hierop zij nadruk gelegd, om +te verhinderen dat bij den lezer postvatte de meening, dat jonge +Wolfgang zoo afgesjouwd was, dat hij de levenshouding van Söller en +consorten kalmpjes opnam. Dit deed hij niet; integendeel, hij bespotte +ze fijntjes.-- + +Door zijn verkeer met de Breitkopfs kwam hij in kennis met den etser +Stock, die een zolderverdieping van hun huis bewoonde. Natuurlijk ging +hij bij dien man in de leer, en tot op den huidigen dag zijn enkele +etsen van zijn hand bewaard gebleven, opgedragen "aan den heer Caspar +Goethe, werkelijken Geheimraad, door zijn zeer gehoorzamen zoon". De +zuivere techniek, waarvan bij het etsen zooveel afhangt, boeide hem, en +dit is kenschetsend. + +Hij bracht menig rustig uurtje door in het zeer ordelijke doch in +bekrompen omstandigheden levende gezin van Stock. Zijn neiging, zich in +kleinigheden van anderer leven te verdiepen, verloochende zich hier +niet. Hij vertelde den kinderen sprookjes, ging den catechiseermeester +te lijf toen deze de meisjes uit het oude testament onstichtelijkheden +voorlas, hielp de kleintjes bij hun werk; en de vrouw des huizes gaf hem +daartoe verlof, onder voorwaarde dat ze zijn lange bruine lokken, die +hij wel wat verwaarloosde, van tijd tot tijd mocht uitkammen. Maar zij +nam mosjé Goethe kwalijk, dat hij haar man, als het te donker werd om +dòòr het (vergroot)glas te kijken, wel eens dieper ìn het glaasje deed +kijken dan een huisvader betaamt. + +De drie jaren, die hij te Leipzig zou doorbrengen, waren nog niet geheel +ten einde, toen hij een nacht door een bloedspuwing werd overvallen. +Hij had nauwelijks kracht genoeg om zijn kamerbuur te waarschuwen. +Hoewel geneeskundige hulp spoedig werd verleend, verkeerde hij dagenlang +in doodsgevaar. Weldadige verwondering beving hem, daar hij merkte dat +zijn vrienden en leeraars, waarbij er niet een was of hij had hem door +zijn nerveuze grillen getergd, hem met warme liefde beurt om beurt +verpleegden. Zij konden, als Kaatje, veel van hem verdragen.... Hij was +toch "een goeie jongen!" + +Deze crisis moest komen. Zijn overgevoeligheid en zijn ongeregelde +studie, zijn koudwaterkuren en zijn braspartijen en zijn zwaarmoedige +zelfkwelling, waarbij nog kwamen de gevolgen van het ongeval dat hem op +weg naar Leipzig had getroffen en een val van zijn paard, moesten hem +vroeg of laat neerslaan. En terwijl hij nu langen tijd geduldig in bed +lag, en de liefde van zijn vrienden de ziekenkamer vervulde; kwam zijn +geest tot rust, bracht orde in de warrige ervaringen, die zijn gedichten +niet hadden bemeesterd. Behrisch' opvolger, die den veelgesmaden Goethe +geenszins meed, las hem veel voor uit den bijbel en trachtte hem een +wetenschappelijk houdbaar bewijs voor de geopenbaardheid van het +christelijk geloof te geven. + + + + +III + + Ich sagte immer in meiner Jugend zu + mir, da so viel tausend Empfindungen + das schwankende Ding bestürmten: was + nur das Schicksal mit mir will, dass es + mich durch alle die Schulen gehen lässt?-- + + +Den gebroken jongen wachtte nu de geduldige, niet-vragende zorgzaamheid +van moeder en zuster, waaraan hij zooveel behoefte had: nu hij eenzaam +was naar den geest. Het vertrouwelijk verkeer tusschen hem en Cornelia +zette terstond in. Ze had hem veel te biechten: van haar ontbloeien tot +vrouw, en van den haat dien zij ouden Goethe toedroeg, nu hij drie jaar +lang zijn pedanterieën op haar alleen had losgelaten; terwijl zij, haar +toestand scherpcritiesch doorziend, angstig overwoog dat wel nooit een +flinke man zich zou verlieven in haar afstootend gelaat met den +onvrouwelijk-vasten mond, den zwaren, sterk gebogen neus en het bolle +kindervoorhoofd. De arme zachte moeder probeerde vergeefs echtgenoot en +dochter tot elkaar te brengen. Ook Wolfgangs terugkomst maakte het thuis +niet gezelliger: hij kon Cornelia niet altijd gelijk geven; en spoedig +genoeg liet de oude wel merken, dat pijnlijk de groote verwachtingen, +die zoontjes leerzaamheid in hem hadden gewekt, waren teleurgesteld. Hij +bespeurde niet hoe veel de jonge zoeker in die drie jaren ten koste van +zijn gezondheid had geleerd. Zijn bedekte verwijten deden Wolfgang +wanhopig naar herstel verlangen, zweepten hem bij het minste vleugje van +beterschap weer aan het werk. De geneesheeren, die het niet eens waren +over zijn ziekte, hadden hem volstrekte rust bevolen; doch de vader +oordeelde dat hij zijn rechtsstudie moest bijhouden. En als zijn hoofd +daar niet naar stond, verdreef hij op zijn zolderkamer den tijd met +lezen, teekenen en etsen; hij teekende personen uit zijn omgeving en +stadsgezichten, die men hem opgaf. + +Hij was zonder phantasie; een beangstigend doffe werkeloosheid, door +geen enkele zielsbeweging onderbroken. Met een onbegrepen ziekte, die +hem vaak benauwende pijnen bracht, zat hij een jaar lang opgesloten. Bij +de lichte, breede straten van Leipzig vergeleek hij de schemerige +straten die hij vanuit zijn venster kon zien; de meisjes die +voorbijkuierden leken hem log en stijf: in zijn herinnering leefde een +kleiner, vlugger, ranker soort. Als hij zich overgaf aan den indruk van +het oogenblik, kon hij gelooven tot zijn jongenstijd te zijn +weergekeerd; met de verdrietende bijgedachte dat hij zijn wilden +scheppingsdrang nu kwijt was. Hij dorst niet plannen maken; stervensnood +leek nabij.... + +En wàs nabij. Een crisis:--twee dagen lang lag hij in doodsgevaar op +zijn bed, half verstikt, met verwrongen gelaat. Cornelia kon het niet +aanzien en vluchtte. De moeder kon het ook niet aanzien en zonderde zich +af met haren bijbel. + +Toen hij weer òp zat docht zijn kwijnen hem schooner dan de duistere +diepten die hij had doorduizeld, zooveel schooner, dat hij, zelf ziek, +langen tijd in staat was de morrende, treurende menschen om hem heen met +zijn opgewektheid te troosten. + +Doch nauwelijks hadden eenige vrienden van den huize zijn herstel met +een feestmaal gevierd, of hij stortte weer in. + +[Illustratie: CORNELIA GOETHE +_In 1773 door haar broer op den rand van een drukproef geschetst_] + +En dwars door het op- en afgaan van zijn lichaamskrachten slingerden de +verleidelijkheden en de teleurstellingen van zijn weer opvlammende +liefde voor Annette; wier beeld hij sterk idealiseerde nu hij niet +alleen zoo verre was, maar ook zoo behoefte had aan weeke toegevendheid. +Een poos lang wisselden de twee schijnbaar onschuldige brieven, als ware +er niets tusschen hen voorgevallen. Hij perste luchtige grappen uit zijn +doorploegd gemoed en hij stuurde haar geschenkjes: een beschilderden +waaier en bewerkt leder voor muilen. Hij verzweeg hoe hij uit het feit +dàt ze hem antwoordde opmaakte dat ze hem opnieuw hoop gaf, dat hij +plannetjes ineenspon om naar Leipzig te reizen en haar, alles +trotseerend, te huwen. Zij verzweeg dat ze--naïef genoeg--letterlijk +geloofde zijn verzekering, dat hij zich nu had overwonnen. Ze begreep +niet dat hij twijfelde tusschen de grootste vroolijkheid en de zwaarste +smart, als hij trachtte die twee woordjes "lieve vriend", waarmee ze hem +aansprak in haar brieven, te doorvroeden. Het bericht van haar verloving +met Dr. Kanne--een man dien hij zelf in haar huis had gevoerd--schokte +zijn zwak gestel, zoo dat hij zijn verdriet voor de huisgenooten niet +langer kon verbergen. Annette, in haar wreede argeloosheid, verzocht hem +een bruiloftslied voor haar te dichten. En de ironie, waarmee hij haar +meldde dat hij nu niet in de rechte stemming was voor zulk een schoone +taak, trof hem dieper dan ze haar kon treffen.... En toch kreeg hij weer +hoop, toen hij hoorde dat het huwelijk korten tijd was uitgesteld; hij +bad haar, hem niet te schrijven, verwachtend dat ze het daarom juist zou +doen. En zoo nauw volgde hij haar met zijn door 't kwijnen broos +geworden ziel, dat hij bijna op tijd droomde dat ze werkelijk was +getrouwd; hij schreef haar een zonderling lichten brief, zooals alleen +kan uitgaan van een die sombere levenservaringen heeft verwerkt, tot een +veel jongere, die hem onbewustelijk heeft gekweld. Hij had waarlijk +reeds geboet dus voor de vinnige maar kleine plagerijen die hij haar +goed bedoelend had aangedaan, toen in September 1769, kort na haar +huwelijk, verschenen zijn getoonzette "Nieuwe Liederen", die essentiëele +verbeeldingen van zijn eerste liefde, wier wereldwijze spotternij hem +machteloos was gebleken; wijl zijn ziel in ontwikkeling bij zijn +intellect ten achter stond. Hij kon nu in "de meisjes" geen vertrouwen +meer hebben, en als hij uitgelaten vroolijk wel eens stoeide met +Cornelia's vriendinnen, dan was dit een vroolijkheid des bloeds, die +zijn ziel bijna niet beroerde. + +Intusschen had hij voortdurend maagkramp en de geneeslieden ontdekten nu +wel dat het hem in de maag zat, maar ze wisten niet hoe het er uit te +krijgen. Eens was de pijn zoo hevig, dat de moeder ten einde raad de +hulp inriep van een doctor, die haar vriendin Klettenberg met een +geheimzinnig wonderpoeder, welks samenstelling hem alleen bekend was, +had genezen. Dit magische zout, slechts bij uitzondering gebruikt, werd +nu aan Wolfgang toegediend, en ziet, hij genas. Zoodoende kwam hij +geregeld overhuis bij dien doctor, een vroom beoefenaar van de alchemie, +de wetenschap die hem de openbaring van goddelijke mysteriën scheen te +beloven. Onder diens invloed groeide in hem het besluit, langs den weg +der ervaring naar den innerlijken samenhang der dingen te zoeken. En +zijn vader was zoo knorrig en zoo ongeduldig niet, of hij moest hem de +noodige gelden verschaffen om zijn zolderkamer in te richten tot +laboratorium; een werkplaats in middeleeuwschen trant, waar blaasoven en +vuurtangen, kolven en retorten met lange dunne halzen zulk mystiek waas +spreidden als hij later over vele scènes van zijn Faust zou weven. +Gedurende de lange winteravonden las hij zijn moeder en haar vriendin +voor uit de boeken van Welling en van den ultra-wijzen, +vrijpostig-paradoxalen Theophrastus Paracelsus. Hun tamelijk onvatbare +voorschriften nauwkeurig volgend, trachtte hij in zijn tooverhol de +zoogenaamde "maagdelijke aarde", waaruit dan alle dingen zouden zijn +saam te stellen, te fabriceeren; hopend dat hem zou lukken wat eeuwen +lang aan de geduldigste zoekers was onthouden. Van de alchemie kwam hij +weldra tot de wetenschappelijke scheikunde en ook tot de geneeskunde; +vooral Boerhave's "Compendium" en diens wijdvermaarde "Aphorismes" +trokken hem. Later, zich op rijpen leeftijd aan stelselmatig +natuuronderzoek wijdend, zou hij bespeuren, dat hij in zijn zolderkamer +veel feitenkennis en handigheid had opgedaan. + +Juffrouw Klettenberg was een zachtmoedig menschje, "een schoone ziel" +zou hij haar later noemen, dat de groote wereld kende, niet schuwde, en +met haar waarlijk godvruchtigen aanleg in de geloofsbelijdenis der +Hernhutters rust had gevonden; kracht om afmattend lichamelijk lijden +geduldig te doorstaan. En "het arme vosje"--zooals Goethe zich in dien +tijd gaarne betitelde--haar geloof niet deelend, doch gemoedsrust als de +hare voor zich begeerend, sprak met haar uit over zijn zoeken naar +vrede. Dat komt doordat ge u niet geheel tot God hebt gekeerd! was dan +altijd de kern van haar antwoord. Wolfgang moest haar gelijk geven mits +hij in plaats van haar bijbelschen God dat vage, ondoorgrondelijke, +alomvattende dacht, waarvan hij ten duidelijkste voelde dat 't hem door +zijn leven stuwde. Maar dan, tot spot gestemd bij de overweging dat dit +geweldige werd saamgevat in eene lettergreep, die ook kon worden gezegd +door menschen die niet hadden geleden, sprak hij met trillende lippen +glimlachend, dat hij God toch ook nog wel wat te vergeven had; waarna +zij met een veelzeggend "gek van een jongen" afscheid nam. Op het +oogenblik dat hij iets doorgrondde, zou het bewustzijn dat hij dieper +voelde dan een ander hem onverdraaglijk hebben gemaakt, indien hij er +niet altijd bij deed weten, dat hij "toch een goeie jongen" was. + +Als men tweemaal heeft gestaan voor "de groote zee-engte, waar alles +door moet", dan keert men daar niet van terug zonder veel gezien te +hebben, dat iemand van robuste, onschokbare gezondheid misschien pas op +het eind van zijn leven bevroedt. Zoo had Wolfgang niet veel +wetenschappelijke redeneering noodig om zich bestand te weten tegen de +vrijgeesterij, het zoogenaamd-natuurwetenschappelijk atheïsme, dat juist +in zijn dagen vooral in Frankrijk begon te tieren. Hij knutselde nu een +eigen religie, een mystiek Christendom met een scheppingsverhaal vol +grillige beelden, dat God niet buiten doch ìn de wereld, in ieder +verschijnsel plaatste. Dit schreef hij neer en hij vond er rust in; nam +met vroom gemoed aan het heilig avondmaal deel. Juffrouw Klettenberg kon +echter niet verzwijgen dat ze hem den waren broeder niet geloofde. Want +een persoonlijk God kende hij niet en hij hechtte waarde aan 's menschen +ijdele kracht. + +Zijn langzamerhand tot orde gerakende geest ging zich nu tegenover de +wereld stellen, trof daar een orde van zaken aan, waarop zijn eigen maat +niet paste, en moest nu de wereld streng beoordeelen. Goethes meening +over zijn tijdgenooten, op het oogenblik dat hij gereedstond te midden +van hen plaats te kiezen, vinden wij in de drukke briefwisseling die hij +gedurende de laatste periode van zijn ziekte met zijn Leipziger +vrienden, vooral met Oeser, onderhield. Reeds in zijn eerste +studentenjaren had hij het dichterlijk werk van de toenmalige grooten +bij een steeds stijgenden zondvloed vergeleken. Hij wist naderhand zijn +indruk van dien tijd niet beter te karakteriseeren dan met de +mededeeling: Ik hoop dat ik mijn lezers nu totaal in de war heb +gebracht. Er was iets nieuws op komst: de dichters die zich niet +vermeiden in critiek of kunstlooze satyre, wilden terug naar het +oeroude, en zongen barden-poëzie, waarin de ha's en de ho's het gebrek +aan pathos moesten verhelen. De jonge Goethe, wiens eerste stappen ook +eenigszins dien koers uit zouden gaan, kwam toch daartegen in verzet. +En: Laat mij voelen wat ik nooit te voren gevoeld heb, doe mij denken +wat ik nooit gedacht heb! eischte hij van den dichter; een eisch, +waaraan hij zelf pas veel later zou voldoen. Kunst, zoo peinsde hij, is +de schemering die waar en onwaar vereenigt. De waarheid is eenvoudig, +niet in dien zin dat zij voor een ieder toegankelijk is, doch in dezen, +dat de waarheid is een enkel gezichtspunt, van waaruit al het bestaande +zich laat begrijpen. Dit zijn de machtspreuken die Goethes +leiders-carrière in het geestelijk leven van zijn tijd teekenen. + +Wolfgang kreeg behoefte, het wetenswaardige dat hij van dag tot dag +opschommelde in klein bestek met zich mee te dragen, de snel +aanlichtende en dan weer verzinkende apercu's die bij het lezen zich in +hem vormden, door enkele woorden vast te houden. En terwijl geestelijk +en lichamelijk zijn herstel intrad, begon hij een aanteekenboek, onder +den titel: _Ephemeriden, was men treibt, heute dies und morgen das,_ +1770. Korte opmerkingen, boektitels, Latijnsche en Fransche +opstelletjes, aanhalingen, gegevens over de historie van muziek en van +beeldende kunsten. Met wreede eerlijkheid ging hij nu zijn papieren +schiften. Allerlei gedichtjes die hem niet echt leken werden verbrand; +alleen de Nieuwe Liederen, het copieboek van Behrisch, de twee +tooneelwerkjes waarop hij nog steeds trotsch was, bleven gespaard. + +De vader maakte àl plannen voor Wolfgangs verderen studietijd en de +verstandhouding werd steeds slechter. Toen zoonlief eens onvoorzichtig +oordeelde over verbouwingen aan het Goethehuis, die zijn "Leipziger +smaak" niet bevredigden, ontstond er een hatelijke twist, die de moeder +niet kon bijleggen. Daar Wolfgang er nu bovendien op gesteld was, heel +ver van Annette te wonen, liet hij zich, nog niet heelemaal genezen, +gaarne door zijn vader naar Straatsburg loozen. Hij ging dus naar het +buitenland: de Elzas hoorde toen bij Frankrijk; en de Franschen +trachtten deze provincie te beschaven met een heir van ambtenaars, +friseurs, dansmeesters, modistjes. + +Hier zou hij Duitscher worden. + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald, +loopen van Maart 1770 tot einde Augustus 1771] + +IV + + "Als wij in staat zijn een groot man + te waardeeren, dan dragen wij een + vonk van zijn grootheid in ons om." + + Uit Goethes "GEDENKREDE" + op den Shakespeare-dag.-- + + +Ternauwernood hersteld van zijn ziekte, nog prikkelbaar, nog treurend om +het verlies van Annette en wanhopend aan de gunst der Muzen--die hem +lang aan zijn lot hadden overgelaten--zoo stapt hij af in zijn nieuwe +woonplaats en vermoedt weinig dat juist nu zijn levensloop een +definitieven keer gaat nemen. De stad en de menschen die hij ontmoet +lijken hem middelmatig--als alles! Over heel zijn doen hangt een doffe +stemming van onderworpenheid en herhaaldelijk zoekt hij troost in het +dierbaar-godzalige dat Fräulein Klettenberg hem heeft ingeprent. Hij is +nu anders, heel anders geworden (dus verklaart een zijner in de tale +Kanaäns gestelde brieven) en daarvoor dankt hij zijnen Heiland. De +hemeldoctor heeft het vuur des Levens in zijn lichaam weer aangeblazen, +moed en vreugd huizen er weder. De liefde is een onrijpe beweging des +harten, een dwaas, die ons bij den neus rondleidt. Overdenkingen zijn +eigenlijk heel licht in 't gewicht: één enkele beweging des harten in +naam van hetgeen wij den Heere noemen, in afwachting van het tijdstip, +dat wij het ònze Heere kunnen heeten, overstroomt ons daarentegen met +ontelbare weldaden. Zijn lieve vriendin Klettenberg moet op zijn +verjaardag voor hem bidden, opdat alles moge worden gelijk het worden +moet.... + +Toch blijft hij de kunst-minnende vriend Wolf, want, bestoft van de +reis, gunt hij zich rust noch verfrissching, en gaat naar de gothische +cathedraal, de Münster, kijken; die hij als grootsch bouwwerk heeft +hooren roemen en als smaakloos wangedrocht heeft hooren bespotten. + +Gedurende de eerste weken van zijn verblijf te Straatsburg doet hij +moeite om te verkeeren met de geesteloos-vrome en bejaarde lieden, in +wier zorg Fräulein Klettenberg hem heeft aanbevolen; doch zij vervelen +hem naarmate zijn gezondheid terugkeert. Aantrekkelijker gezelschap +heeft hij intusschen reeds gevonden aan zijn middagtafel, waar een +twaalftal kranige, opgewekte mannen, meest medici, elkander dagelijks +ontmoeten. Als Wolfgang voor het eerst in de eetzaal treedt, leggen de +aanzittenden mes en vork neer, blijven hem een moment aanstaren: Dit +moet een buitengewoon man zijn! denken ze. Hoewel van niet meer dan +middelmatige lengte, imponeert zijn slanke, trotsch opgerichte gestalte; +zijn groote, donkerbruine kijkers fonkelen onder weekvloeiende +wenkbrauwbogen; zijn krachtig gelijnde neus geeft met zijn besliste kin +flinkheid aan het nog bleeke, beweeglijke gelaat, welks trekken een +voortdurend bezig-zijn met edele gedachten uitdrukken. + +Zonder dit te zoeken is hij van beginne af leider der conversatie. Hij +raakt bevriend met dr. Salzmann, den nestor van het groepje; een deftig, +rustig heertje van ongeveer vijftig, een verstandig rechtsgeleerde, die +als secretaris van den Voogdijraad veel levenservaring en +onuitputtelijke welwillendheid had opgedaan. Hij ontvangt Wolfgang in +zijn studeervertrek en geeft hem, bij zijn sierlijken haard gezeten, +menigen nuttigen wenk. + +De juridische faculteit van Straatsburg had toen geen wijd-en-zijd +beroemde professoren; men kreeg er geen diepzinnige, theoretische +opleiding, doch deed er de rechtskennis op, die men voor de practijk +strikt noodig had. Salzmann nu zegt den jongen Goethe hoe hij--daar de +kennis die hij te Leipzig heeft opgedaan nogal meevalt--zich met hulp +van een repetitor en een paar geleende dictaten in korten tijd kan klaar +maken voor zijn eerste examen. Hij introduceert hem in zijn "Vereeniging +voor schoone wetenschappen" en de muzenzoon neemt er levendig deel aan +de wekelijksche discussies over zooeven verschenen Fransche en Duitsche +boeken. Hij stelt hem voor aan vele deftige families, waar Wolfgang +spoedig zeer gezien is; vooral daar zijn oudere vriend hem heeft weten +te overtuigen, dat men in de wereld kalme, wel-overdachte manieren dient +te toonen. Wolfgang, wiens lokken door den Frankforter kapper verknipt +zijn, draagt--hoewel 't hem moeite kost--een valschen toer en poedert +zijn haar totdat het voldoende is bijgegroeid om naar de nieuwste mode +te worden gefatsoeneerd. Hij hanteert 't rapier, stijgt dagelijks te +paard, leert cello spelen. En voortaan verschijnt hij in gezelschap met +den driekant-hoed onder den arm, in wijde betreste jas, in kniebroek, +zijden kousen, lage schoenen--hoewel hij liefst slappe, hooge laarzen +draagt. + +Bij groote gulven keert zijn levenskracht weer. Hij neemt krachtige +beweging in de open lucht, bezoekt de landelijk-schoone omgeving van +Straatsburg. Daar is veel dansgelegenheid. Als de mooie Elsasser +vrouwen, die nog mooier lijken in hun nationale dracht:--kleurig keurs, +lange vlechten, korte rokjes--als de Elsasser vrouwen vroolijk zijn, dan +moeten ze dansen. Wolfgang echter heeft van zijn vader alleen de statige +dansen geleerd en nu gaat hij haastig les nemen bij den vermaarden +Sauveur, droog, vlug Franschmannetje van den ouden stempel. Als diens +beide dochters zich gelijktijdig in hem verlieven, als de donkere +Lucinda, na hem hartstochtelijk gezoend te hebben, een wreeden vloek +roept over de vrouw die na haar zijn lippen zal beroeren, dàn leert +Wolfgang zijn aantrekkingskracht kennen, en hoedt zich langen tijd een +meisje te kussen,--wat hij overigens gaarne doet. Vaak wil men hem, bij +het pandverbeuren, er toe dwingen; en manmoedig doet hij zijn uiterste +best om 't kussen te ontgaan en toch niet saai te schijnen. + +Thans getuigen zijn Ephemeriden ook weer van zijn weetdorst; hij tracht +de overleveringen der alchimisten aan de moderne scheikunde te toetsen, +begint belang te stellen in kleurenleer en electriciteit. Salzmann heeft +hem aan de studie van de, vroeger verachte, wijsbegeerte gezet. Hij +verdiept zich in Thomas à Kempis' middeleeuwsche mystiek, in Voltaire's +spotternijen, in Rousseau's zedencitiek. Den oud-Italiaanschen +vrijdenker Giordano Bruno kent hij slechts fragmentariesch uit Bayles +Dictionnaire, doch hij meent diens natuurlievend pantheïsme diep genoeg +te doorgronden om Bayle oppervlakkige uiteenzetting er van te verwijten. +Het weinige dat hij van Spinoza weet is tamelijk vreemd aan de volgende, +in 't Latijn gestelde aanteekening: "God afgescheiden van de Natuur te +bespreken is moeilijk en gevaarlijk; het is alsof wij ons ziel en +lichaam afzonderlijk dachten. Wij kennen de ziel slechts door +bemiddeling van het lichaam en God bespeuren wij slechts vanuit de +natuur; vandaar dat het mij ongerijmd schijnt, van ongerijmdheid te +beschuldigen degenen die philosophisch God en de natuur vereenigd +begrijpen."-- + +Op een tocht door den Elzas bezoekt hij ijzer- en aluinmijnen, glas- en +metaalfabrieken en wordt hij geboeid door Romeinsche overblijfselen; +"een wonderlijke antieke stemming" overvalt hem; hij zal die later +uitwerken in zijn gedicht _Der Wanderer_, dat rustige gesprek tusschen +"den voetreiziger", en de jonge moeder, die te midden van de ruïnes met +man en borstkind huist. Zijn belangstelling in mijnwezen en nijverheid +heeft zich ontwikkeld uit de belangstelling die hij als kind voelde voor +den ambachtsman, diens procédés en maatschappelijke positie; zij zal hem +op zijn lateren loopbaan ten nutte komen. + +Nù lijkt zijn leven een sledevaart, schitterend en klingelend, zoo +weinig biedend aan het hart als het oogen en ooren veel is. De +afwisseling doet vriend Wolf zoo waar besluiten, zijn vakstudie +interessant te vinden. Hij legt weldra candidaats-examen af, behoeft nu +geen colleges meer te volgen, en gelooft dat hij naarstig aan zijn +proefschrift zal gaan werken;--wat geen gemakkelijke taak is, daar de +veeleischende vader hem steeds als censor voor oogen staat. Maar het +blokken is al weer ten einde. + +Want de tijd begint te komen, dat hij in het zoeken en het streven van +zijn tijd een rol zal spelen. Kon hij te Leipzig de literaire meeningen +van het gevestigde en het opgroeiende geslacht slechts een zondvloed, +een waterstroom, een hopelooze warboel heeten, nu--met zichzelf tot +klaarheid gerakend--gaat hij inzien dat zijn tijdgenooten drijven naar +het doel dat hij zich heeft gesteld in stilte: + +Eeuwen lang hadden de Duitsche dichters gewerkt naar Fransche +voorbeelden en zich gevoegd naar een stel wetten en regelen die noch uit +hun gemoed, noch uit den aard des volks ontsproten. Maar daar was +Lessing opgestaan en had met zijn kalm snijdende critiek de onnatuur van +het Fransche drama blootgelegd; zijn _Minna von Barnhelm_ was het eerste +typiesch-Duitsche tooneelspel. Klopstock voltooide geleidelijk zijn +_Messias_ en toonde daarmede, hoe ver de zuivere phantasie van een vroom +gemoed reikt. Daar was de eigenaardige Hamann "de magiër van het +noorden" (als verre voorlooper van den zaaienden Multatuli uit de +"Ideeën" te karakteriseeren) die zijn bezwaren tegen den geest des tijds +niet als voltooid systeem tot uiting bracht, doch als "brokjes, +kruimpjes, grillen", als vele pittige zaden, die op goedvoorbereiden +bodem welig moesten tieren. De poëzie--dus beweerde hij in allerlei +toonaard--is de moedertaal der menschheid geweest; zij zoekt haar kracht +niet in het zorgvuldig volgen van een voorbeeld, maar wortelt in den +dichter aangeboren neigingen: "_het oorspronkelijk genie_". En heel uit +de hoogte sprak de geleerde Kant het woord dat het wetenschappelijk +denken bevrijdde uit den dwang eener pedante, formalistische logica. Hij +maakte het levende denken weer tot maatstaf van de waarheid; hij leerde +dat de aangeboren grondbegrippen van het Ik de natuur eigenlijk maken +tot wat zij ons toeschijnt te zijn; hij rukte het gebiedende "Du +sollst"--Gij moet!--naar voren, het onontkoombare plichtsgevoel; en hij +vestigde aldus--naar men meende--hetgeen de jongeren "de rechten van het +Ik" noemden, tegenover de bemoeizucht van overgeleverde kunst- en +zedewetten. + +Nu groeit echter jong Duitschland op in een maatschappij welke +bureaucratische sleur boven persoonlijk initiatief stelt. In zulk een +maatschappij kan de mensch wel zijn broodwinning zoeken, als het moet, +maar geenszins de bevrediging van zijn hoogere ideëele behoeften. Men +richt daarom zijn energie niet hoofdzakelijk op het practische leven, +doch op een kunststreven dat deze behoeften moet bevredigen en het gemis +aan actie moet vergoeden. Zooals het meer gaat, wanneer het lang +achtereen vrede is geweest en geen gemeenschappelijk gevaar de +noodzakelijkheid van den staatsdwang doet voelen: een bijna ziekelijk +verlangen naar "de vrijheid", _d.i._ de individueele vrijheid, maakt +zich meester van de daadlooze jongelingschap. Alle maatschappelijke +instellingen--van de huwelijkswetten tot de spellingsregelen--worden +scherpzinnig overdacht en eigenmachtig verkracht. Doch--in weerwil van +al zijn idealen geldt het individu slechts een onbeteekenend, +onopgemerkt deeltje van een muffe samenleving! Welaan, het trachtte zich +voor deze vernedering schadeloos te stellen met het verregaande +meegevoel van gelijkgestemde zielen, die zich in deugd- en boetebonden +vereenigen. De vriendschap, de "echt van twee geesten", verklaart men +heilig. En dan: staat men niet door zijn "oorspronkelijk genie" in +verbinding met de grootsche natuur, die een openbaring is van het +Goddelijke? Terug dus naar de Natuur, klinkt de strijdkreet; en: +Dichtung ist Action! Waar nuchtere systeem-wetenschap te kort schiet, +daar ontsluit het oorspronkelijk genie het rijk van het geweldige, het +ongrijpbare, het half-duistere, het sombere, het maanlicht-sentimenteele, +"dat geen verstand bereiken kan". De kunstenaar moet dit echt-Duitsche +Ahnungsvolle absoluut onbevangen weergeven; en dus doende voert hij +oppositie tegen de maatschappij en de philisters. Men weet wel dat de +kunstregels hun nut hebben, en dat hij die ze eerbiedigt nooit iets +onverdragelijks, onbeholpens zal voortbrengen; doch men vreest dat ze +het natuurgevoel zullen verstikken, en daarom: Weg met de regels! +De stem des dichters klinke niet als een nuchter gesprek en ook niet +als het hinkelend ratelen van een gezwollen Franschman, die een Grieksch +tragedist poogt na te bootsen. Neen, hij die het Geweldige wil zeggen, +hij zoeke zijn glorie in een "geestdriftig stamelen".... Terug naar de +natuur! Nu eens wordt het in aanbidding gefluisterd door een teeder +jongeling; dan weer wordt het bachantiesch uitgebruld bij heete +drinkgelagen. Maar: "Niets kan rijpen zonder gisting" pleit Klinger, +de auteur van het onbeteekenende drama dat den veelzeggenden titel +"Wirwarr" draagt, welke titel later veranderd werd in "_Sturm und Drang_", +een naam die jong Duitschland zich gaarne toeëigent. + +De 26-jarige Herder--in wien de systeemhaat van zijn leermeester Hamann +en diens liefde voor het profetische, donkere, diepe een harmoniesch +geheel vormen met een critischen zin als die van Lessing, en de +zwierigheid van een Klopstock--is de voorganger van de revolutionaire +beweging. Nauwelijks worden zijn eerste boeken bekend, of een +goedgeleide laster-campagne noopt hem zijn eigen werk te verloochenen; +hij neemt zich voor, niets meer te schrijven of het moet den +gedachtenschat van de menschheid verrijken. Na een tijdlang in het +ondermijnde Frankrijk te hebben gezworven, richt hij zich naar +Straatsburg om er een oogoperatie te ondergaan. + +Hij komt er juist op een tijdstip dat de jonge Goethe kan profiteeren +van zijn rijper inzicht; om hem voorbij te streven en ongewild hem te +verdringen uit het leiderschap. Dit is in Goethes carrière een van die +wonderlijke toevalligheden, die hem doen spreken van zijn verbond met +God. + +Hij hoort fluisteren dat Herder in Straatsburg is en als hij een vreemd +geestelijke met een mantel, waarvan de beide punten in zijn broekzakken +steken, de trap naar de herberg "Zum Geisten" ziet opgaan, denkt hij: +Dit moet Herder zijn! en begint een gesprek. Hij maakt door zijn +beleefde openhartigheid op den aanvoerder van jong Duitschland een +prettigen indruk en hij zal behooren tot de weinigen, die hem gedurende +zijn ziekte dagelijks gezelschap houden. Wolfgang heeft zooveel medische +kennis opgedaan, dat hij de operatie kan bijwonen en als verpleger goede +diensten bewijst. De lijder staat op het punt te trouwen: hij is week +gestemd en vol verwachting, hij toont zich van de goedmoedige zijde en +luistert geduldig naar de voorlezing van "Die Mitschuldigen", op welk +blijspel vriend Wolf nog steeds trotsch is. Hij neemt als gast deel aan +de discussies in Salzmanns literaire club. Zijn besliste, +wel-overdachte uitingen grijpen den ontvankelijken Goethe zoo aan, dat +hij onwillekeurig Herders handschrift nabootst. + +Intusschen, niet alleen Herder houdt hem van zijn vakstudie. Hij is pas +22 jaar geworden als een tafelgenoot, de medicus Weyland, hem +binnenleidt bij de familie Brion te Sesenheim,--een dorpje dat hij al in +de verte, door blauwigen ether overstroomd, had zien liggen, toen hij +vanaf den Munstertoren zijn blik liet gaan over de bloeiende Elsasser +laagvlakte. Dominee Brion--stijl in de leer, maar overigens goedhartig +en gastvrij genoeg--ontvangt den ietwat schunnigen theologischen student +(als zoodanig heeft Wolf zich vermomd) onder het bemoste dak van zijn +schilderachtig-vervallen boerenhuizing. En terwijl dominee en Weyland +over familieaangelegenheden babbelen, houdt de schalk zich bezig met de +dochters, die ongeduldig zeggen te wachten op haar zuster Rieck. Ze is +een apartje, denkt Wolfgang, en de lieveling van de familie.... + +Daar verschijnt dan eindelijk de 19-jarige Friederike--in een waas van +verkwikkenden blauwigen ether. Ze is gekleed als landmeisje in nationaal +costuum: wit, voetvrij rokje, rood gezoomd, met kleurig, laag +uitgesneden rijgkeurs en een schortje van glanzig zwarte stof. Haar +breedgerande tuinhoed hangt aan een lint over haar arm. Ze heeft +zonnig-blauwe oogen met een zweempje weemoed; en een levenslustig +stompneusje. Het smalle gezichtje en het poesle blanke halsje lijken +bijna te zwak om de zware, donkerblonde vlechten te torsen. Ze kijkt of +er geen verdriet op de Wereld kan bestaan. En ze is zoo slank en zoo +licht dat ze Wolfgang pas echt dunkt, als ze, zwevend, onvermoeibaar +huppelt over 't grasveld. Hij kan niet gelooven dat ze een zwakke borst +heeft en dat hij haar moet sparen; hij gelooft dit nog minder als zij +met krachtige stem haar Zwitsersche liederen over de beemden joedelt. + +Eensklaps bemerkt hij dat zijn gemoed van de jarenlange ziekte hersteld +is en weer tot vertrouwende overgave bekwaam. En in zijn neiging: kunst +en leven dooreen te doen vloeien, vergelijkt hij weldra Brions gezin met +het gezin van den landgeestelijke in den roman van Goldsmith, dien +Herder hem doet kennen; en niet hìj rekent zich tot degenen die "in deze +eeuw van overvloed en verfijning belust zijn op "High-life" en +verachtelijk den rug toekeeren aan dezen landelijken haard." Een +wandeling in den maneschijn besluit den dag. Haar stemmetje verandert de +donkerte der bosschages in klaar licht. Onder een priëel (dat aan +Goldsmiths jasmijn-priëel herinnert) vertelt hij haar zijn sprookje van +De Nieuwe Melusine, en nu begint zijn vermomming hem te verdrieten, +ofschoon deze hem niet belet, de heele familie voor zich in te nemen. +Bij het slapengaan verneemt hij van zijn makker dat Friederike nog niet +verloofd is. + +En--in Straatsburg terug--voelt hij zich gedrongen, zijn "lieve, lieve +vriendin" te schrijven (maar hij weet niet wàt) al ware 't slechts om de +zoete pijn van de scheiding levendig te houden, daar het harde rumoer +van de drokke stad dreigt ze hem te ontnemen. Tegen Kerstmis bezoekt hij +de Brions weer en kondigt zich aan met verzen, waaruit blijkt, hoe innig +hij den naïeven natuurtoon heeft beluisterd, die aan zijn bewondering +voor Friederike verwant is: + + "Ich komme bald, + ihr goldnen Kinder, + Vergebens sperret uns der Winter + In unsre warmen Stuben ein. + Wir wollen uns zum Feuer setzen + Und tausendfaltig uns ergötzen, + Uns lieben wie die Engelein. + Wir wollen kleine Kränzchen winden, + Wir wollen kleine Sträuschen binden + Und wie die kleinen Kinder sein." + -- + +Het gebeurt, dat aan de middagtafel een nieuwe gast om zijn +oud-modischen ronden paruik bespot wordt, en dat Wolfgang in een vaardig +beheerschte opwelling van ergernis den grappenmaker het zwijgen oplegt. +De nieuweling wordt zijn vriend. Het is de 30-jarige Jung, genaamd +Stilling, die in de medicijnen komt studeeren nadat hij kolenbrander, +kleermaker, schoolmeester en oogarts (volgens een hem schriftelijk +overgeleverde methode) is geweest. Wolfgang tracht zijn diepgewortelde +vroomheid te doorvorschen en zijn kinderlijk vertrouwen, dat hem bij +elken tegenspoed doet zeggen: God zal zorgen! Hij kan het niet van zich +verkrijgen, zijn vrienden ooit alleen een nieuw veld van kennis of +gewaarwording te laten betreden, en zoo neemt hij dan nu het ontleedmes +ter hand, volgt Jung naar de klinieken en naar de voorlezingen over +verloskunde, hoewel deze liefhebberij hem een flink deel van zijn +zakgeld kost. + +[Illustratie: FRIEDERIKE BRION +(vermoedelijk)] + +Nu blijkt, dat de operaties die Herder achtereenvolgens heeft ondergaan +jammerlijk mislukt zijn. De zieke ontlast al zijn wrevel op Goethe. Maar +deze verdraagt dit zonder morren; hij wijkt niet van de ziekekamer, waar +hij onder Herders leiding meer en meer bevrediging gaat vinden in het +streven van de Sturm- und Drangbeweging. + +Hij leert hoe in den loop van de Wereldgeschiedenis de echt natuurlijke +poëzie der volkeren door klimaat, omgeving, regeeringsvorm wordt +beïnvloed; leert den bijbel, de boeken Mozes', de psalmen waardeeren als +poëzie van oorspronkelijke genieën. Poëzie blijkt hem het product van +een nationalen geest, niet het privilege van een paar bevoorrechte +enkelingen. Hij maakt kennis met den zacht schreienden weemoed van +Ossians Schotsche zangen, met de sterke, omnevelde helden van de +Noordsche mythologie, met Swifts brandenden spot, Homeros' +onverstoorbaren lach.... Nu eerst leert hij dezen Griekschen +volksdichter goed lezen en hij gaat diens helden in zijn gewone +spreektaal te pas brengen.--Herder vertrouwt hem toe dat hij meedingt in +een prijsvraag naar den oorsprong van het Woord. God, aldus zijn opinie, +was niet de spreekmeester van het paradijs, maar hij heeft den mensen +een aanleg geschonken, die tot het ontstaan van de Taal mòest +leiden.--Een uitroep van bewondering voor het talent en de kunde +waarmede dit thema is uitgewerkt, haalt hem een berisping van den auteur +op den hals. Zwijgt hij eerbiedig, terwijl Herder hem rustig en +gevoelvol een vertaling van Goldsmiths "Vicar of Wakefield" voordraagt, +dan wordt hem toegevoegd dat hij het natuurlijk niet heeft gesnapt. Hij +mort niet. En het volgend oogenblik omarmt Herder hem voor 't beeld van +Shakespeare, "dien grootsten dichter der Noordelijke menschheid". + +Hij heeft nu eenige stukken van Shakespeare ernstig gelezen en hij +durft niet voort, want hij vreest dat de geestdrift hem te machtig zal +worden. Want dit is geen menschenwerk! Wolfgang gelooft dat de +reusachtige boeken van het Noodlot zich voor hem openen. Het wezenlijke +in dezen geweldigen, aan geen enkele kunstwet zich bindenden +dramabouwer, datgene wat er van hem overeind blijft nà de vertaling, +stelt hij tegenover de onnatuurlijke Fransche tragedieën: "Fransoosje, +wat wou jij in die Grieksche wapenrusting uitvoeren? ze is je toch +immers veel te groot en veels te zwaar!" + +Reeds vroeger heeft Wolfgang Shakespeare zijn meester genoemd (in een +brief aan Oeser), maar nu pas dringt hij in hem door. Een nieuwe +wereld--zoo zal hij het weldra in een Gedenkrede zeggen--gaat voor hem +open, en blijft voortbestaan naast de wereld die woelt om hem henen. +Door Shakespeares voorbeeld voelt hij zijn scheppingskracht van alle +opgelegde mooidoenerij bevrijd en nu pas durft hij "springen". Natuur, +natuur! niets zoo natuurlijk als Williams menschen!--wil hij +verkondigen. Maar hij ziet op 't zelfde oogenblik dat die menschen niet +natuurlijk zijn. Want ze handelen als waren ze horologies met kast en +cijferplaat van crystal; die wijzen, gelijk het hun betaamt, den loop +der uren aan, doch men kan tegelijkertijd de raderen en de veeren +onderscheiden, waardoor ze worden gedreven. Zóó ontwaart men de motieven +die Shakespeares menschen regeeren. Met dat heldere inzicht in de +mysteriën van ziel en karakter, dat goed en kwaad als tegenoverliggende +polen begrijpt; met zwaar pathos of met woesten humor of met padvindend +vernuft toont de Engelsche profeet hem: hoe de eigenaardigheden van ons +Ik zich te pletter botsen tegen het groote, ondoorgrondelijke Geheel. + +En in dat Straatsburg, waar de primitieve Duitsche volksaard door de +binnendringende Fransche beschaving wordt gekruisd, leert Wolfgang +beseffen dat zijn innerlijke strijd verknocht is aan den nationalen +strijd: dat hij, zoo goed als heel de Duitsche literatuur, zich +volstrektelijk los moet maken van het Fransche voorbeeld. Hij gaat de +eens zoo gezochte Franschen minachten; hij heeft gemerkt dat zij, in +conversatie met een vreemdeling, zich bepalen tot een angstvallig-beleefd +corrigeeren van diens taalfoutjes; hun holle overmoed mishaagt hem; en +Herder, die te Nantes en te Parijs heeft gewoond en daar enkele Fransche +grooten heeft gekend, sterkt hem in zijn overtuiging. Zijn groote grief +is, dat de Fransche geest bejaard is en aftakelt, en toch de mannen die +vernieuwing kunnen brengen weert. Is het wonder dat een staat die een +dapperen denker als Rousseau doodarm door de straten van zijn hoofdstad +laat zwerven--en Rousseau is de eenige niet--aan verval en velerlei +misbruik ten gronde gaat? Het jongste werk van Franschen geest, de +vermaarde "Encyclopedie", lijkt Goethe een groote fabriek, vol rammelende +weefspoelen. En het dunkt hem teekenend voor het Fransche onverstand, dat +men het "Système de la nature", dien bijbel der materialisten, in allen +ernst gevaarlijk acht. Daar het werk klaarblijkelijk op afstootelijke +onderstellingen en allerminst op feiten berust, oordeelt hij het hoogst +onschuldig. Baron Holbach, de schrijver, kondigt zich aan als afgeleefd +grijsaard, die op den rand des grafs der afgeleefde menschheid de waarheid +wil openbaren. Wel zeker, spot Wolfgang, die dit niet als een aanbeveling +kan opvatten: Oude kerken hebben troebele ruiten. Wat weet die ouweman +van de natuur? Hoe beziën en kersen smaken vrage men liever aan spreeuwen +en aan kinderen. + +Boven de wuftheid, de overspanning, de verfijning der Franschen gaat +Wolfgang hier in Straatsburg de waarheid, en de kracht, en den eenvoud +van den Duitschen volksaard hoog schatten; en hij getuigt luidruchtig +van zijn bevindingen. Om hem groepeeren zich de "biedere" jonge Germanen +die zich in het openbaar zoo ruw, _d.i._ zoo ònfransch mogelijk +gedragen, op straat en aan tafel, als gold het een betooging; zeer +hoorbaar Duitsch spreken, en elkander geenszins onderschatten. Hij zelf +verdient door zijn buitensporige ongeliktheid eernamen als "de Beer", +"de Wolf", "de Westindiër". + +Hij heeft nu een onvergelijkelijk sprekend voorbeeld van Duitsche kunst +ontdekt in de gothische cathedraal, die hij van begin af had bewonderd, +zonder zich van het waarom rekenschap te geven. Gothische kunst zal +voortaan Duitsche kunst heeten, en wordt ze thans nog onregelmatig +genoemd en vormloos, hij zal betoogen dat de gothische bouwselen, +bevallig maar toch sterk, zwaar maar toch rijzig, en dat speciaal Erwin +von Steinbachs woud-schemerachtige Munster, dat natuurwerk, dat schoone +kristal met zijn ver-doorgevoerde overeenstemming tusschen hoofdlijn en +détail, getrouw afspiegelen het Duitsche karakter. En menigmaal bestijgt +hij met zijn bent den toren, houdt toespraken op het platvorm, waarna de +Sturmers en de Drängers met gevulde roemers de rood-ondergaande zonne +groeten. + +Eens zijn de vrienden voor het gebouw vergaderd en een van hen maakt de +opmerking: Jammer toch, dat er maar éen toren van voltooid +is.--Wolfgang, met zijn gewone levendigheid, beweert dat die toren niet +is voltooid: er behooren nog vier slanke pinakels bij, op iederen hoek +éen.--Hoe weet u dat? vraagt hem een omstander.--Ik heb, antwoordt +Goethe, de Münster zoo lang en met zooveel liefde bekeken, dat ze mij +dit geheim heeft toevertrouwd!--De vreemde begeleidt hem naar 't archief +en laat zien dat de oorspronkelijke teekening hem in 't gelijk stelt. +Dankbaar trekt Wolf die teekening over op een blad oliepapier. + +Nu hij, Herders leiding snel ontgroeid, een persoon en een aanvoerder +wordt, kan een botsing tusschen zijn karakter en dat van zijn +leermeester niet uitblijven. Herder is door en door theoreticus en +datgene in de menschen dat aan zijn algemeene begrippen niet +beantwoordt, hun eigen individualiteit, bespot hij met ruw en onvermoeid +sarcasme. Wolfgang houdt al zijn zwakheden: zijn alchimistische studiën, +zijn zoeken naar mystiek, zijn dichtproeven waaruit verliefdheid blijkt, +zorgvuldig voor hem geheim. Doch Herder voelt in hem den toekomstigen +leider, en terwijl hij in brieven aan zijn verloofde met gekunstelde +onderschatting van "den jongeman" spreekt, vervolgt hij hem met critiek, +en bedilt zelfs zijn naam, waarvan hij zich afvraagt of die op +verwantschap met Goden, Gothen of Kothe (_d.i._ modder) duidt. Dit +pijnigt Wolfgang, die meent dat een naam maar geen manteltje is, dat +men afwerpt als het hindert. Maar hij weet zich te bedwingen. Hij is +bezig volkomen zelfbeheersching te leeren: + +Om zijne nerveuze vatbaarheid voor geluid te overwinnen, gaat hij 's +avonds bij de taptoe naast de rommelende trommen loopen, hoewel +aanvankelijk zijn ingewanden meetrillen. Wetend dat het uitzicht van een +hoogte af hem doet duizelen, klautert hij herhaaldelijk tot in het nokje +van den Munstertoren, en blijft daar een kwartier lang op een vlak van +nog geen el in 't vierkant staan. Zijn medische liefhebberij went hem +aan lijken en aan afzichtelijke zieken. 's Nachts op het kerkhof tracht +hij zijn geheimzinnig beven te bedwingen, en hij slaagt daarin zoo goed, +dat hij dit angstgevoel later, zelfs met groote moeite, niet geheel +terugvindt. En ook de uitvallen van grimmigen Herder wil hij verdragen. +Hij vermijdt gesprekken over onderwerpen die den zieke ergeren, hij weet +altijd een terrein van gemeenschappelijke sympathie te vinden. Voortaan +kan hij ook bevriend zijn met iemand die totaal anders denkt als hij. En +zoo blijkt zijn samenzijn met den rijperen Herder niet toeval alleen: +door een machtige _zelftucht_ heeft hij zich diens leeringen waardig +gemaakt, toen hij voelde dat hij er behoefte aan had. + +En nadat hij Herder met geleend geld--waarvoor hij later met een +hekeldicht zal worden bedankt--heeft voortgeholpen, bespeurt hij hoeveel +hij heeft gewonnen. Er zijn zooveel plannen in hem ontstaan, dat hij +niet weet, welk plan het eerst aan te pakken. Hij leest de +auto-biographie die de laatste ridder, Götz von Berlichingen, tot zijn +verdediging heeft opgesteld: en hij wil de nagedachtenis van dezen +braven, ruwen, waarheidlievenden zelfhelper uit den middeleeuwschen +vrijbuiterstijd, de nagedachtenis van dien echten Duitscher redden, door +hem in dramatischen vorm te doen herleven.--Zijn geestverwantschap met +den zoekenden Faust uit het oude poppenspel, die evenals hij in +menigerlei weten den samenhang der dingen tracht te bevroeden, en daarna +zich in het Leven werpt, gaat zich openbaren. Hij vergast zich in stilte +aan de dus ontstane scheppingsmogelijkheid, zonder iets neer te +schrijven van wat binnen hem tot hevig leven is ontbloeid.--Hij stelt +belang in Elsasser antiquiteiten, wier kennis hem den volksaard +gemakkelijker laat naderen. Hij luistert ouwe moederkens op het land +haar naïeve taal en haar eenvoudige liedjes af, en zijn eigen lied wint +daardoor aan natuurlijkheid en volheid van klank. _Wilkommen und +Abschied Mailied, Kleine Blumen_ en bovenal _Heideroslein_ en _Ein +zärtlich jugendlicher Kummer_ heeft hij in dit opzicht nadien maar +zelden overtroffen.--En dan verdiept hij zich al meer in Shakespeares +kleurige weireld. Hij doorziet hoe aan elkeen, al naar zijn aard, een +levenslot is toebedeeld, en wordt nu den lust gewaar: met zijn eigen lot +te strijden in de wisselende kansen van het werkelijke Leven. Herder wil +Catherina II gaan dienen en, gebruik makend van haar macht, haar land en +daarna heel Europa hervormen. Goethe, nog niet wetend hoe, hoopt eens +met breede daden het lot van een volk te leiden, en weldra gaat hij de +hervormingsplannen van Möser, Wielands Gouden spiegel, Machiavelli's +Vorstenboek bestudeeren, teneinde gereed te zijn, indien ooit de +begeerde taak hem wordt aangewezen. In het Leven, niet in collegezaal of +in laboratorium, hoopt hij nu God te vinden. Want het groote Leven is, +wel doorgrond, een openbaring Gods, voor hem die het als geheel op zich +laat inwerken. + +En in welken vorm zal hij nu het echte Leven ontmoeten? + +De Paaschvacantie is begonnen. Snel te paard en naar Sesenheim. Hij komt +er laatavond aan, maar Friederike heeft 't voorspeld en is nog op. Hij +heeft haar hart gewonnen: in een warm oogenblik komen de eerste kussen. +En reeds voelt hij dat hij ze niet verdient. Hoe ze tegen hem opziet, de +maagd die hem moed tot nieuwe liederen heeft gegeven! O, moge hun liefde +geen kortstondig rozenleven hebben! Ze kijkt hem met vochte oogen na, +als hij terug naar Straatsburg draaft. + +Daar krijgt hij zijn vriend Jung, genaamd Stilling, te troosten, die pas +een literaire miskenning heeft ondergaan, en wiens verloofde zwaar ziek +ligt. Jung gaat haar verplegen en als zijn vrouw brengt hij haar terug. +God zal zorgen.--Zoodra Wolfgang dit van hem verneemt, mept hij hem op +zijn schouder en roept dat hij _een excellente kerel_ is! + +Want hij moet denken aan zijn Rieckchen. Ze staat verre boven Annette, +want ze is geheel natuur. Maar voor Annette heeft hij gekropen, nadat ze +hem had verstooten, en nu hij als gerijpt man en meester over zijn +grillen voor dit naïeve kind staat, het kind dat van hem heeft geleerd +wat liefde is, nu.... Gelijk de edele Helena in Fausts armen tot +woedende furie vergroeit, zoo wordt onschuldige Friederike door haar +liefde hem een kwelgeest. Een smartelijke geestesverwarring jaagt hem de +koorts op 't lijf. Hij weet niet meer: zijn brein is als een windvaan. +Hij ervaart dat zijn hartstocht haar al kwaad genoeg heeft berokkend. +Haar borstziekte verergert. Hij snelt naar Sesenheim en, zelf zwak, +blijft hij vier weken aan haar sponde, verwijt zich onophoudelijk, dat +hij aanspraken in haar heeft gewekt die hij nooit zal vervullen. Hij +weet goed dat ze 't liefdegeluk--zoo ooit--slechts van hem zal aannemen, +dat hij gaat terugrooven wat hij haar een oogenblik heeft geschonken. + +Maar, na de zelfkastijding tot bezonnenheid gekomen, neemt hij voor +beiden het besluit hun liefde op te offeren; dit is het eerste groote +offer dat hij brengt aan zijn genie. + +Hij heeft Friederike eens bijgewoond toen zij bij een deftige +stadsfamilie logeerde, en weet dat zij, landmeisje, in burgerlijke +omgeving niet past. Zijn vader zal haar noode als schoondochter dulden. +Doch dit weerhoudt hem niet en evenmin de angst die hem bekruipt als hij +denkt aan de mogelijkheid, zijns vaders plannen opnieuw te dwarsboomen. +In ieder geval zal zijn practijk als rechtskundige hem bijzaak blijven, +zijn dichterschap hoofdzaak, zelfs al huwt hij Friederike niet. Maar hij +besluit zijn harte-geluk op te geven om zijn geestesontwikkeling te +redden. Hij weet dat een huwelijk een al te lange rustpoos voor zijn +innerlijken strijd zal beduiden, ja, dien strijd misschien voor goed zal +afsluiten--terwijl hij voelt dat hij nog vele geestestoppen voorbij +moet, voorbij kàn. Zal hij op den duur sterk genoeg zijn om zijn arme +vrouwtje niet te verwijten, dat hij haar eenvoudig bestaantje is gaan +deelen: op het oogenblik dat zijn aanleg hem drong naar het groote +Leven? + +Nu krijgt het sprookje van De Nieuwe Melusine, dat hij haar, geen kwaad +vermoedend, in 't priëel heeft verteld, een schrikkelijke beteekenis +voor zijn levenslot. Hij vereenzelvigt zich met den man, die aan een +schoone dwergprinses is getrouwd, nadat een tooverring zijn lichaam +heeft doen krimpen. Hij heeft dien man de volgende woorden in den mond +gelegd: "Ik werd in mij gewaar een maatstaf van mijn vroegere grootte, +die mij ongerust en ongelukkig maakte. Nu begreep ik voor het eerst, wat +de wijsgeeren bedoelden met hun Idealen, die de menschen zoo konden +kwellen. Ik had een Ideaal van mij zelf, en in mijn droomen verscheen ik +mij dikwijls als reus. Kortom, de vrouw, de ring, mijn dwerg-gestalte en +nog vele andere banden maakten mij totaal ongelukkig en ik begon in +ernst na te denken over mijn kansen op ontsnapping".--Hij vreest dat het +hem zelf eens zoo zal vergaan, als de kleine Friederike zijn vrouw zal +zijn. Maar hij blijft bij haar, en tuchtigt zich met haar +tegenwoordigheid. Hij leest haar voor uit zijn werk, hij is met haar in +den blauwen ether die Friederike overal omzweeft: dit zal hij nu +verliezen. O de wereld is zoo schoon, zoo schoon--voor hem die haar +genieten kan. Nu zijn de droomen van zijn kindsheid vervuld. Wandelt hij +niet door de toovergaarden uit zijn droomen? Ja, ze zijn 't, ze zijn 't, +maar hij is geen grein gelukkiger, al heeft hij gekregen wat hij +wenschte. Want in iedere gelukzaligheid mengt het noodlot een toegift, +en er behoort veel moed toe, hier op aarde niet te vertwijfelen. + +Hij spreekt haar van zijn aanstaande promotie, maar hij spreekt haar +niet van trouwen. En ze begrijpt. Haar liefde is grooter dan de zijne +was. Wolfgang is haar alles geweest: nu heeft hij haar jonge leven +gebroken. Hij voelt dat deze schuld altijd op zijn geweten moet drukken. + +Hij zal zijn boetedoening weldra aanvangen. Eerst in de figuur van den +laffen minnaar Weislingen; vervolgens in Clavigo, die zijn liefde offert +voor zijn literair welslagen; eindelijk in Faust, die met àl zijn +Idealen enkel maar vergeet wat hij aan Gretchen verplicht is (maar zij +vergeet hem niet en bidt voor hem), zal hij zijn wandaad zich voor oogen +stellen. Met de Marie's uit de drama's Götz von Berlichingen en Clavigo, +maar vooral met de ontroerend-fijn geteekende Gretchen, zal hij toonen +wèl te weten wat hij heeft vergooid. En als het waar is dat de dichter +meeleeft met zijn werk, dan heeft Goethe ruimschoots voor zijn schuld +geboet. Toen hij aan Salzmann een exemplaar van zijn Götz voor +Friederike zond, zei hij in een begeleidend schrijven: "De arme +Friederike zal zich eenigszins getroost bevinden, als ze ziet dat de +trouwelooze (Weislingen) is vergiftigd". En een eeuw later trok zijn +werk de eerste pelgrims naar Sesenheim, naar de plekjes die van hun +rozenliefde getuige waren. + +Zijn vrienden roepen hem en streng vermaant hem zijn vader aan zijn +studie een eind te maken. Hij keert naar Straatsburg terug en legt de +laatste hand aan zijn proefschrift. Natuurlijk heeft zijn onderwerp met +de rechtspractijk heel weinig te maken. Onder den invloed van Rousseau's +"Contrat Social" behandelt hij de stelling: "De staat is niet alleen +gerechtigd maar ook verplicht, een eeredienst vast te stellen, waaraan +noch geestelijkheid, noch leekendom zich kan onttrekken. Overigens worde +niet onderzocht, wat ieder burger denkt en gevoelt". Op deze wijze, +meent hij, wordt den staatsburger de grootst mogelijke vrijheid +gewaarborgd.--Vader Goethe is verheugd met dit in goed Latijn gestelde +tractaat. De hooge faculteit minder: zij laat alle recht wedervaren aan +de kennis en de scherpzinnigheid van den schrijver, maar geeft hem, bij +monde van haren deken, in kiesche bewoordingen te kennen, dat zij de +publicatie van zijn betoog moet ontraden, daar het den godsdienst, +ongeacht het leerstuk van de Openbaring, als een soort uitvinding +schijnt te beschouwen ten nutte van den staat; en dit, aldus de +faculteit, is strijdig met het.... publiek belang. Wolfgang, die sinds +hij Behrisch heeft gekend, niet gaarne iets laat drukken, is het tegen +alle verwachting in geheel eens met de hooge faculteit. Geholpen door +zijn repetitor flanst hij in alle haast 56 stellingen bijeen, sommige +vol grilligen overmoed, andere, bijvoorbeeld: De schoonste studie is de +studie van de rechten,--ietwat gewoontjes. + +Hij zal ze in het openbaar verdedigen. Zijn bentgenoot Lerse, die +eigenlijk theoloog is, behoort tot de opponenten; hij weet het hem, den +jurist, zoo warm te maken, dat vriend Wolf naar zijn degen grijpt, +eensklaps zijn Latijnschen woordenvloed onderbreekt en hem in goed +Duitsch toevoegt: Ik geloof, broedertje, dat je aan mij een Hector wilt +worden![A]--Hij wordt bevorderd tot licentiaat, wat hem in Duitschland +recht geeft op den doctorstitel. Een vroolijke maaltijd bezegelt de +promotie, en dan volgt een dolle rit door den Elzas, waarbij +potsierlijke hymnen worden gezongen die aan Ceres gewijd zijn, maar +onderwijl ook het vraagstuk van den vrijhandel oplossen. Thuiskomend +vindt Doctor Goethe een bitter gestemden brief van Herder, die hem +herinnert aan het vele dat hij nog heeft te leeren en te ondervinden. + +[A] Hector werd, naar o.a. de Ilias van Homeros verhaalt, door Achilles +neergeveld. + +Hij heeft te Straatsburg geen gunstige reputatie gevestigd. Men vindt +hem wel geniaal doch ook onverdraaglijk ingebeeld; men noemt hem een +waanwijzen half-geleerde, een krankzinnigen godsdienst-verachter. Aan +den anderen kant pogen de Professoren Koch en Oeberlin hem voor den +Franschen staatsdienst te winnen en beloven hem officieus een leerstoel +voor geschiedenis, staatsrecht en welsprekendheid. Maar hij wil er niets +van weten. Zoo gaat het met jongelings-idealen! + +Onmiddellijk voor zijn vertrek brengt hij een afscheidsbezoek aan +Friederike. Afscheidnemen ligt anders niet in zijn aard: hij is, evenals +zijn moeder, uiterst bang voor scènes. Friederike ontroert hem door haar +stil gedragen leed. Ze verwijt hem niets. Maar op den terugweg heeft hij +een wonderlijk visioen: Niet met de oogen des geestes, neen, met zijn +lijfelijke oogen, ziet hij een ruiter in een vreemd grijs-met-goud +costuum hem tegemoet draven: hij is het zelf! Acht jaar later, als hij +Friederike nogmaals zijn hulde gaat brengen, zal hij met hevigen schrik +zich dit visioen herinneren, en opmerken, dat hij toevallig het vreemde +grijs-met-gouden costuum draagt! + + + + +[Illustratie: Het drama Götz von Berlichingen verscheen midden 1773.] + +V + + "Als jouw Wolfgang naar Mainz gaat, brengt + hij meer kennis mee dan anderen die van + Parijs of Londen terugkomen." + + Frl. KLETTENBERG _aan moeder Goethe_. + + +Hij liet zich te Frankfort dadelijk als advocaat beëedigen. Zijn vader +was blij, weer eens in acten en proces-stukken te kunnen snuffelen, en +hij nam hem een deel van de zaken uit handen. Ook bracht hij orde in de +vele ontwerpen, vertalingen, reisbeschrijvingen die de zoon onder zijn +papieren had; hij hoopte hem tot voltooien en uitgeven van zijn werk te +noopen. Doch bij Wolfgang waren de oude plannen reeds door nieuwe +verdrongen: zijn levendige geest wilde voortdurend afwisseling en de +dingen die hij eenmaal had neergeschreven boeiden hem niet meer. Slechts +één onderwerp hield hem voortdurend bezig: de geschiedenis van den +"edelen Duitscher" Götz von Berlichingen, die hij wilde dramatiseeren, +gelijk hij als jongen sprookjes had gedramatiseerd voor het poppenspel. +Götz' levensloop, zooals zijn kronyk die met droog-eerlijke woorden +vermeldde, had zich in zijn phantasie vervlochten met voorvallen uit +zijn eigen leven. De bedoelingen van den trouwhartigen, eenvoudigen, +ruwen, moedigen ridder schenen hem verwant aan de bedoelingen van jong +Duitschland: hij wilde aan zijn zwakke tijdgenooten hém tot voorbeeld +stellen. En allerlei personen die hij had ontmoet (zijn vriend Lerse) of +geschapen (de verleidster Adelheid) leken hem geschikt om, in +middeleeuwsche kleedij gehuld, het lot van zijn held te beïnvloeden. Hij +sprak er zijn zus Cornelia over en declameerde haar heele tafereelen +voor. Zij vroeg hem of hij nu eindelijk er ook eens wat van beliefde op +te schrijven? Toen hij haar de eerste scènes toonde, betwijfelde zij +dat hij het drama ooit op die manier zou afmaken. Daardoor geprikkeld +ging hij dapper aan het werk en zes weken later--December 1771--verzond +hij van uit zijn dakkamer afschriften aan zijn oudere vrienden. + +Reeds waren nieuwe helden in hem opgestaan: hij wilde nu ook de +geschiedenis van Socrates, die van Mahomet, die van Julius Caesar +dramatiseeren. De leidende gedachte van deze Skizzi en ook van den Götz +was deze: Doen blijken hoe de rechtschapenheid, de wijsheid, het talent, +kortom "het oorspronkelijk genie" zich in deze domme wereld niet kan +uitleven, maar in botsing met de gemeene alledaagschheid ten ondergaat +of zelf gemeen wordt. + +Tot uitwerken kwam het niet. Zijn overstelpende gedachten-rijkdom mengde +zich met wroeging over zijn wangedrag jegens Friederike (die zich +intusschen met den mallotigen dichter Lenz had getroost) en joeg hem van +zijn werktafel naar de vrije natuur. Hij ondernam lange wandeltochten en +als hij door storm en slagregen zijn woeste liederen zong, dan vormde +zich in hem het vertrouwen, dat zijn genie den strijd tegen de +gemeenheid zou volstrijden. Een dezer verwarde, vonk-doorgloeide zangen +is ons bewaard gebleven als _Wanderers Sturmlied_. + +In dien tijd maakte hij kennis met iemand die hem van veel ballast zou +bevrijden en die hem daardoor rust tot werken gaf. Het was Johann +Heinrich Merck, weldra door vriend Wolf Mephistofeles Merck +geheeten,--een fijngevoelig, veelzijdig man, in allerlei kunsten en +wetenschappen zeer te huis; krijgsbetaalmeester van professie en +verbolgen tegen de wereld, wijl hij geen ambt kon vinden dat met zijn +aanleg en bekwaamheid strookte. Hebben wij een pretje--aldus Herders +verloofde--al is het ook een mager pretje, wat doet het er toe? hij weet +er altijd iets zurigs door te mengen. Hij stond met verschillende groote +mannen van zijn tijd in vertrouwelijk briefverkeer en stelde aan zijn +vrienden hooge eischen, die hij meestal negatief formuleerde, namelijk +in den vorm van onbekommerd-scherpe critiek of killen spot. In dit +opzicht was hij de opvolger van Behrisch--de jonge Goethe had behoefte +aan een ouderen biechtvader en aan lieve biechtmoedertjes. Hij stond +echter veel hooger en was te bezadigd om, als Behrisch, tot uitersten +over te slaan. Hij was zoo weinig "de geest die steeds verneent" (dien +wij later in Faust zullen ontmoeten) dat hij gedichten, satyres, +kunst-en natuur-historische geschriften in het licht gaf. + +Hoe toegevend hij--de verstandsmensch--was, zelfs jegens overdreven +gevoeligheden van anderen, blijkt wel uit de geaardheid van het +gezelschap waar men hem hoogschatte en ook Wolfgang, dien hij +introduceerde, gaarne ontving. Dit gezelschap groepeerde zich om den +galanten, sentimenteelen Leuchsenring, oprichter van het Genootschap des +Gevoels; een heertje dat alle groote emoties schuwde, voortdurend dreef +op zoete, uitgezocht-liefelijke gedachtetjes, en--als vriend Wolf het in +_Pater Brey_ uitdrukte--berg en dal gelijk wou maken, elke ruwheid met +pleister en kalk glad wou strijken. Hij ging liefst met weeke, +etherische freules, die zich kinderen en herderinnen waanden, en zich +poëtische of romantische naampjes als Urania of Psychê toeëigenden en in +rozenpriëelen dineerden van water-en-wind onder toezicht van +blank-gewasschen lammekens, en de maan vereerden, en feest- of +vastendagen hielden bij aankomst of vertrek van vrienden. Zij waren de +apostelen van den "Heilige" Leuchsenring, die heur brieven en linten in +keurige portefeuilles met zich droeg en hier en daar met een +allerkeurigste toespraak vertoonde. De schepseltjes doorzagen niet, dat +de leege "Heilige" haar hartegeheimpjes ontlokte om zijn intrigezucht te +bevredigen. In dit kringetje werd Goethe--schoone, poëtische jongeling, +die pas een ongelukkige liefde had meegemaakt--als een door den hemel +gezonden vriend op de knietjes aangebeden. Hij dichtte oden op de +empfindsame freules. Als hij--die pelgrim, die bode, die +zwerveling!--zijn voettocht van Darmstadt naar Frankfort begon, +begeleidden de satijngeschoeide feeën, als fladderende kapelletjes, hem +een eindweegs.... Nu, als Merck wezenlijk den roep van duivelsgezant +verdiende, dan hadd' men hem in dezen kring niet geduld. + +Zijn nuchtere wereldkijk belette hem niet, onder Herders invloed met +zijn sympathieën aan de zijde van de Sturm-und-Drängers te staan. Toen +een bevriend uitgever hem de leiding opdroeg van een reeds gevestigd +journaal, de _Frankfurter Gelehrten Anzeigen_, met den wenk het een +beetje te verjongen, werd dit het orgaan van jong Duitschland. Herder en +Merck, Goethe en Schlosser--weldra verloofd met Cornelia--redigeerden +het blad. Het verscheen twee maal in de week en was gevuld met levendig +gestelde boekbesprekingen. De hoofdlijnen hiervan werden na onderling +overleg vastgesteld: wie een bepaald boek het eerst had gelezen opende +ter redactie-vergadering de discussies. Wolfgang, die vaak als +rapporteur optrad, kreeg verlof nu en dan eigen beschouwingen in zijn +verslagen te vlechten. Van dit verlof maakte hij ruim gebruik. Het was +weliswaar nog schemer in hem, en hij streefde vooruit, zonder precies te +weten waarheen, maar hij had toch een ingeschapen besef van het Ware, +"een tooverroede die hem aanduidde waar goud lag". Hij ging "de +pruiken", en met een zekere voorliefde de theologische pruiken, +overmoedig te lijf; en wijdde meermalen uit over zijn gemoedsstemmingen, +ook wanneer die slechts in de verte verband hielden met zijn onderwerp. +Botsingen met de geestelijkheid konden niet uitblijven, daar het +journaal den bijbel als het werk van vele menschen beschouwde (wat +ongehoord scheen in dien tijd) en den godsdienst opvatte als een +natuurverschijnsel. Hoewel de medewerkers gaarne streden, lieten zij +Wolfgang de een na den ander in den steek, toen de uitgever, zonder hen +er in te kennen, artikelen van vreemden opnam. Spoedig ging de redactie +in professorale handen over en had van toen af niet meer een scherp +uitgesproken richting. In een droog sarcastiesch stukje deelde Goethe +het publiek mede dat de "ongezeggelijkste recensenten" waren +uitgetreden. + +Doch vóor dit tijdstip valt zijn kortstondig verblijf te Wetzlar, in +welk stadje hij op verlangen van zijn vader een poos als "praktikant" +zou werken aan den Hoogen Raad teneinde er wat routine op te doen en wat +kijk op den procesgang. + +Zijn eerste groote werk: "Götz von Berlichingen met de ijzeren Hand", +had hij toen in portefeuille. Het droeg tot motto: "Het ongeluk is +geschied, het hart des volks is in het slijk vertreden en tot geen edele +begeerte meer bekwaam". En in een brief aan Merck verklaarde hij dat hij +met dit drama alle betweters, apen en pruikmakers uit hun tent hoopte te +lokken, maar dat ze hem.... konden likken. + + * * * * * + + +OVERZICHT VAN "GÖTZ VON BERLICHINGEN" Tweede lezing + +EERSTE BEDRIJF: 1. ~Kroeg.~ Enkele boeren, Berlichingen goed gezind, +zoeken twist met twee ruiters van den bisschop van Bamberg; waard +scheidt vechtenden; twee lansknechten van Berlichingen treden binnen, +begrijpen uit een en ander dat Weislingen, de vijand van hun meester, +bij bisschop logeert, verwijderen zich terstond om dit Götz te gaan +melden. 2. ~Herberg in 't Woud~. Götz loert op Weislingen, zijn +afvalligen vriend; Georg, zoon van herbergier, heeft spelenderwijs +harnas van Götz' knecht aangegespt, krijgt de belofte dat hij volgend +maal mee mag op avontuur; voorbijreizend monnik Martin (Luther?) drinkt +een glas met den vereerden Götz, wil diens ijzeren kunst-hand kussen; de +twee lansknechten komen zeggen dat Weislingen in de nabijheid is; Götz +en de zijnen werpen zich te paard. 3. ~Jaxthausen~, ~Berlichingens +burcht~. Elisabeth (zijn Gade), Maria (zijn zuster) en Carl (zijn ietwat +verwijfd zoontje) beiden zijn terugkeer; Götz verschijnt met den +terneergeslagen Weislingen als gevangene; tracht, door hem te herinneren +aan de jaren, toen zij beide page waren aan 't hof van den markgraaf, +hem op te vroolijken, wat langzamerhand gelukt; hij betreurt dat +Weislingen zich verlaagt tot werktuig van den bisschop, terwijl een +ridder toch slechts God en zijn keizer heeft te gehoorzamen; verzoening, +maaltijd. 4. ~Bisschoppelijk hof op Bamberg~. Een drinkgelag wordt +gestoord door het bericht van Weislingens gevangenschap. 5. +~Jaxthausen~. De strenge, zedige Maria verloofd met Weislingen; diens +page komt melden, dat bisschop weigert Götz' schildknaap tegen +Weislingen uit te wisselen; Götz geeft niettemin zijn aanstaanden zwager +de vrijheid weer, onder voorwaarde dat hij den bisschop niet meer zal +dienen; page maakt Weislingens belangstelling gaande voor de +buitengewoon schoone weduw Adelheid, die aan 't bisschoppelijk hof +vertoeft. + +TWEEDE BEDRIJF: 1. ~Bamberg~. De sluwe Liebetraut belooft den bisschop, +Weislingen weer in zijn burcht te voeren, als Adelheid hare medewerking +niet weigert. 2. ~Jaxthausen~. Götz heeft den Nürnbergers oorlog +verklaard: zij hebben zijn schildknaap verraden. 3. ~Bamberg~. +Weislingen komt werkelijk. 4. ~Spessart~. Götz, ridder met één hand, en +Selbitz, ridder met één been, liggen op den loer naar Nürnberger +kooplui: Georg komt zeggen dat Weislingen weer bij bisschop is. Götz +gelooft het niet, draagt Georg op zich te vermommen en te verspieden wat +Weislingen op Bamberg uitvoert. 5. ~Bamberg~. Vergeefs tracht bisschop +door listige verwijten Weislingen aan gelofte te onttrekken. 6. +~Adelheids vertrek~. Maar Adelheid brengt hem in verwarring en stoot hem +terug als hij goed verliefd is. 7. ~Adelheids antichambre~. Weislingen +besluit te blijven. 8. ~Spessart~. Georg brengt nu zoo stellige +berichten van Weislingens afval, dat Götz hem moet gelooven. 9. +~Bamberg~. Adelheid heeft Weislingen in haar macht; brengt hem in den +waan dat ze zijn vrouw zal worden, als hij den keizer tegen Götz weet op +te zetten. 10. ~Boerenbruiloft~. De afpersingen die de Justitie den +rechtzoekende doet ondergaan, versterken Götz in de meening, dat hij +zich zelf recht mag verschaffen. Hij trekt op de Nürnbergers af. + +DERDE BEDRIJF: 1. ~'s Keizers tuin te Augsburg~. Twee Nürnberger +kooplieden beklagen zich bij keizer Maximiliaan over Götz' roofzucht; +Keizer, toch al slecht geluimd, is vertoornd om deze nieuwe "zaak"; +Weislingen bewerkt dat Maximiliaan tegen Berlichingen en diens vrienden +zal optreden. 2. ~Jaxthausen~. Ridder Sickingen komt om de hand van +verlaten Maria vragen. 3. ~Kamp van Staatsleger~. De officieren moeten +~Götz~, wiens burcht zij belegeren, zoo mogelijk levend vangen; +beteekenen hem den banbrief. 4. ~Jaxthausen~. Maria wijst Sickingen niet +direct af; deze zal twintig ruiters zenden en daarna de vrouwen afhalen. +5. ~Bamberg~. Terwijl Weislingen tegen zijn vroegeren vriend op het +oorlogspad is, versmaadt Adelheid de warme lippen van zijn page +geenszins. 6. ~Jaxthausen~. Franz Lerse (wiens dapperheid en kracht Götz +vroeger aan den lijve gevoeld heeft) biedt zijn diensten aan; den vijand +wordt een gevoelig verlies toegebracht. 7. ~Woud~. Twee rijksknechten: +de een, die voor zijn officieren wijn en brood moest halen, klimt in een +boom, als Berlichingens troep nadert; de ander, die aan buikloop lijdt, +komt in het moeras om. 8. ~Kamp~. Een jongen aanvoerder, door Götz van +zijn paard gereden, draagt men binnen. 9. ~Jaxthausen~. Selbitz komt den +belegerden te hulp en verzekert dat de heele aanslag op aanstichten van +Weislingen is begonnen. 10. ~Kamp~. Het rijksleger, dat reeds honderd +man heeft verloren, bereidt een wanhopigen aanval voor. 11. ~Gebergte +en woud~. Götz deelt zijn strijdmacht in. 12. ~Heide~. Botsing van de +twee legers. 13. ~Hoogte met wachttoren~. Een knecht vertelt den +gewonden Selbitz den loop van het gevecht: Götz stoot aanvoerder van +rijkstroepen van paard en verovert vaandel; Georg redt zijn meester het +leven; overwinning. 14. ~Kamp~. Bevelhebber scheldt op zijn soldaten, +die bang zijn voor één man. 15. ~Jaxthausen~. Götz gunt zijn dienaars, +nadat zij een glaasje hebben gedronken, geen rust; Sickingen belooft +Maria, haar broer ter zijde te staan; Götz heeft een pater besteld en +zij worden een paar, met dood voor oogen. 16. ~Kamp~. Van de 400 +rijksknechten zijn 150 over: zij richten zich nu rechtstreeks tegen den +burcht. 17. ~Jaxthausen~. Als Götz van Georg verneemt, dat de +aanrukkende hulptroepen totaal verstrooid zijn, jaagt hij de +jonggetrouwden op reis, roerend afscheid: Selbitz zal Maria's bed niet +bestijgen voordat hij Götz gered weet. Deze weigert zich over te geven +en behandelt den parlementair onwelvoeglijk. 18. ~Keuken~. Vrouwe +Elisabeth zegt haren heer dat het slecht staat met voedsel. 19. ~Zaal~. +Georg en Lerse gieten kogels uit dakgoot en venstersponningen; Lerse +beweegt den vijand, Götz en de zijnen vrijen aftocht toe te staan. 20. +~Eetzaal~. De verdedigers van Jaxthausen brengen een laatsten heildronk +uit op keizer en Vrijheid! 21. ~Slot-plein~. Georg zadelt de paarden, +zingt een deuntje. 22. ~Wapenzaal~. Twee knechten, die buksen halen voor +den aftocht, zien uit venster, dat de vijand den vooruitrijdenden Götz +verraderlijk overweldigt.... + +VIERDE BEDRIJF. 1. ~Herberg te Heilbronn~. Elisabeth bereidt haren heer +voor op komst van gerechtsdienaars. 2. ~Raadhuis~. Een aantal sterke +dappere burgers heeft zich op keizerlijk bevel verdekt opgesteld, om +Berlichingen gedurende terechtzitting te overvallen. Götz verschijnt +voor gerecht en staat den raadsheeren met zijn gewone vrijmoedigheid te +woord; hij wijst de keizerlijke genade af, als hij moet bekennen een +rebel te zijn, als men weigert hem te zeggen, wat er van zijn vrienden +is geworden. Nu op wenk van raadsheer de gewapende burgers +binnenstormen, rammelt hij ze dooreen, ontneemt een hunner zijn zwaard. +Op hetzelfde moment bericht torenwachter dat Sickingen stad nadert om +zijn zwager te bevrijden. 3. ~Groote zaal op Raadhuis~. Als Berlichingen +met kracht van wapens is verlost, wil hij zich weer in gevangenschap +stellen. Sickingen vermaant hem, nu ook vrijheid voor zijn knechten te +eischen. 4. ~Adelheids vertrek~. Adelheid neemt Weislingen (met wien zij +intusschen is gehuwd) kwalijk, dat Götz verlof heeft gekregen, op +ridderlijk woord van eer in zijn burcht te wonen. Zij troost zich met de +hoop, dat bij nieuwe keizers-keus de krachtige Karel (V) den troon zal +bestijgen. Weislingen voelt (terecht) dat Karel hem reeds uit heur hart +heeft verdrongen. Ook de liefde van zijn page houdt ze aan: ze mocht +dien armen jongen eens noodig hebben! 5. ~Jaxthausen~. In zijn +ridderlijke ballingschap zoekt Götz vergeefs afleiding door het +schrijven van zijn levensgeschiedenis. Georg en Lerse stellen zich door +jacht schadeloos voor gedwongen rust. Zij brengen het bericht van den +boerenopstand. + +VIJFDE BEDRIJF: 1. ~Plundering van een dorp~. Vluchtelingen. Terwijl +bloeddorstige boeren het dorp uitmoorden en -branden, blijkt dat ze +behoefte gevoelen aan een krachtigen aanvoerder. 2. ~Veld~. Götz, door +dreigementen gedrongen, belooft vier weken hun bevelhebber te zijn, mits +ze zich ordelijk gedragen; hij wordt heimelijk bewaakt. 3. ~Berg en +dal~: Weislingen en andere ridders spannen samen tegen de boeren. 4. +~Jaxthausen~: Elisabeth beseft dat Götz' vijanden hem nu zullen +beschuldigen, zijn ban te hebben verbroken. 5. ~Bij een dorp~. De boeren +storen zich niet aan hun belofte, zetten hun gruweldaden voort. Een +onbekende waarschuwt Götz, dat de boeren van plan zijn hem uit den weg +te ruimen. Een afdeeling plunderaars door bondstroepen gevangen. Als +Götz de boeren ter verantwoording roept voor hun woordbreuk, ontstaat +ruzie, waarbij hij een van de belhamels een geweldigen klap geeft. In +gevecht met bondstroepen wordt Götz gewond. Weislingen hoopt hem nu te +vernietigen. 6. ~Nacht in 't woeste woud~. Zigeunerkamp. Götz, bloedend +binnengereden, wordt gastvrij ontvangen. 7. ~Tent van het opperhoofd~. +Terwijl de Zigeuners Götz verbinden, overvallen staatsche troepen het +kamp; dooden het opperhoofd en nemen Götz gevangen. 8. ~Adelheids +slaapvertrek~. De page, door Weislingen uitgezonden om op zijn vrouw het +oog te houden, wordt 's nachts binnengelaten, en belooft, door Adelheid +geliefkoosd, vergif in Weislingens drinken te doen. 9. ~Heilbronn~, voor +den toren (waar Götz gevangen zit). Elisabeth, beangst voor wreedheid +van de overwinnaars, zendt Maria naar Weislingen, om voor Götz genade af +te smeeken. 10. ~Weislingens slot~. Weislingen, reeds onder invloed van +het gif, beeft voor den ter dood veroordeelden Berlichingen. Op Maria's +smeekbeden verscheurt hij het vonnis. Page, door wroeging gekweld, +bekent, hem op last van zijn overspelige Adelheid te hebben vergiftigd, +en springt door het venster in den Main; Maria bidt voor ziel van +stervenden Weislingen. 11. ~In een duister eng gewelf~. Veemgericht +veroordeelt Adelheid tot dubbele straf van koord en zwaard. 12. +~Binnenplaats van een herberg~. Maria heeft geen rust, voordat ze haar +broer heeft weergezien. 13. ~In den toren~. Götz, door vernedering +ontzenuwd, mag een half uur in het tuintje van den cipier. 14. +~Tuintje~. Maria meldt dat het doodvonnis is vernietigd. Als Götz +echter verneemt dat zijn dappere knaap Georg, dien hij als een zoon +bemint, is gesneuveld, voelt hij, dat hij zich heeft overleefd; sterft +met het woord "Vrijheid" op de lippen. + + * * * * * + +Als Herder, wien hij een afschrift van dit werk heeft gezonden, hem met +zijn gewone bittere pedanterie toevoegt, dat hij zich door Shakespeare +heeft laten bederven, en dat alles maar gedacht en niet geschàpen is, +antwoordt hij dat hij zelf het maar als een eerste poging beschouwt, van +plan is het om te smelten en met nieuwe, edele stof aan te vullen. + +Wèl mag hij zeggen, dat zijn Engelsche meester hem heeft leeren +"springen". Niet alleen de ontembare veelheid van personen en voorvallen +die hij kreeg te boeken, maar ook het bewustzijn dat hij--als +partijleider--het eerste schoone werk van de school moet voortbrengen, +heeft hem gedwongen, den door zijn tijdgenooten als wet gehuldigden +grondvorm van het classiek-Fransche drama te verbreken. Een rijke, +natuurlijk levende stof--meent hij--wordt vermoord als men haar wil +concentreeren, zoodat zij zich afspeelt als éene handeling, op éene +plaats, in enkele uren. Hij heeft, naar het voorbeeld van Shakespeare, +zijn lezers of toeschouwers willen voeren van stad naar stad, door een +bonte wisseling van gebeurtenissen, die zich over jaren uitstrekken. +Maar hij heeft dit zoo overdreven, dat zijn werk er onoverzichtelijk, +dus duister door wordt en de bijpersonen den Held overstemmen. Het +streven naar woeste grootheid is uitgeloopen op vormeloosheid. De +wetlooze vrijheid van den kunstenaar is omgeslagen in gril. Zoo volgt op +het zich-laten-gaan, dat een eisch van Goethes periode is, met +onafwijsbare noodzakelijkheid een poging tot zelfbeperking. Zoo wordt de +uitvoerige natuurlijke waarheid in het kunstwerk ondergeschikt gemaakt +aan het hoogere belang van de rustige klaarheid. En binnen korten +termijn gaat nu vriend Wolf van enkel-genialen Sturm-und-Dränger zich +ontwikkelen tot den zelfbewusten Goethe. + +Hij heeft--daar een wereld, geheel vervuld met de louter-manlijke +heldendaden van den "laatsten ridder" hem onnatuurlijk, dus +innerlijk-onwaar lijkt, een vrouwelijke drijfkracht behoeft--de figuur +van de duivelachtig-verleidelijke Adelheid in het historiesch gegeven +gemengd. Maar al schrijvende heeft hij zelf zich in die vrouw verliefd, +en, zijn oorspronkelijke bedoelingen vergetend, heeft hij haar zoo +breeduit geteekend, heeft hij zooveel mannen voor haar doen buigen, dat +zij tenslotte de Götz-figuur beschaduwt. Nu--van Wetzlar terug--gaat hij +aan het over-werken; want hij kan niet van zich verkrijgen in het +manuscript te schrappen. Ruwe uitdrukkingen--als men Zola een +aschkarreman mag noemen, dan weten wij niet, welken titel voor den +jongen Goethe te kiezen--worden door zachtere vervangen: het stuk kan +thans onder de "Weiblein" komen. Adelheid (en haar wankelmoedige +aanbidder Weislingen, in wien de schrijver zich eigen ontrouw voor oogen +stelt) worden tot juistere proporties met het geheel teruggebracht. Maar +nu moeten (gelijk van zelf spreekt) juist de scènes, die voor het +schoonheidsgevoel van Sturm-und-Drang het hoogst staan, verdwijnen. Zoo +het phantastische waarzegsters-tooneel, waarin bij het vlammen der +wachtvuren en het warrelen der sneeuwvlokken de jonge Zigeuner met de +betuiging van zijn wulpschheid angst aanjaagt. Goethe offert die scènes +op (later heeft hij er een ballet van gemaakt, dat bij Weimar in een +bosch werd vertoond). Maar hij is nog niet voldaan. + +Doch nu weet "Mephistofeles" Merck hem te overtuigen dat ook aan het +overschrijven een eind moet komen, daar anders de aanvangs-inspiratie +verloren gaat. En als, ten slotte, Wolfgang meent, dat hij dit werk, +waaraan hij met zijn innigste persoonlijkheid heeft gecomponeerd, toch +niet aan het philister-oordeel van den een of anderen uitgever kan +onderwerpen, zegt de vreemdsoortige duivelsgezant: Dan geven wij het +samen uit; er zijn schatten mee te verdienen! Gij betaalt het papier, ik +betaal den drukker. Zoo geschiedde. + +In Mei 1773 werd overgegaan tot de verzending van het anonyme stuk, dat +was "grootsch en onregelmatig als het Duitsche rijk" (Herder), het +gewrocht "waarin alle drie de eenheden op z'n gruwelijkst werden +mishandeld, dat was blij- noch treurspel en toch het schoonste en +interessantste monster, waartegen men honderd comiesch-huilerige +comedies zou willen inruilen". ("Teutsche Mercur") Vele groote +schrijvers ontvingen het niet; wel de vrienden links en rechts. + +Het is geen drama. Het toont ons niet de rechtstreeks nawijsbare, +logiesch onafwendbare, ontknooping van een scherp gestelde verwikkeling, +die om één aandachts-centrum zich groepeert. Het is, zooals op het +titelblad van de eerste bewerking vermeld stond, een gedramatiseerde +(_d.i._ in dialoog omgezette, tot aanschouwlijke voorstelling zich +leenende) kronyk. Gedramatiseerd, om haar zoo sprekend mogelijk te +maken. Het is geen afgerond verhaal, doch een reeks episodes, welke +grootendeels veroorzaakt worden door toevallige en van elkander vrijwel +onafhankelijke omstandigheden; die met het karakter van den held slechts +dit te maken hebben, dat de schrijver ze er mede in relatie brengt. Geen +der te voorschijn geroepen botsingen wordt er psychologiesch geheel ten +einde gevoerd. Telkens wordt de zooeven opgenomen verhaaldraad +losgelaten, en wordt een nieuw moment ingevoegd, dat even spoedig +vervalt. + +Doet, oppervlakkig bekeken, de drukke en op de planken onuitvoerbare +wisseling van decoratief, binnen een en het zelfde bedrijf, aan +Shakespeare denken,--in wezen is de Götz allerminst Shakespeariaansch +(als geestdriftige bewonderaars het wel genoemd hebben). Indien men +het--gelijk in Shakespeares tijd gebruikelijk--zou vertoonen op een kaal +tooneel, waar opschriften het decoratief vervangen, en met spaarzaam +gecostumeerde spelers: dan zou blijken dat bij den jongen Goethe de +inkleeding bezwaarlijker is te ontberen dan bij zijn Engelschen meester. +_M.a.w._ dat hij minder diep zijn karakters heeft ontleed, niet het +universeele, door de eeuwen heen blijvende in de menschenziel heeft +bereikt. De menschen van Shakespeare doorziet de ontwikkelde toeschouwer +_ondanks_ hun (vaak foutieve) "antieke" costumeeringen en zeden. Maar +Goethes figuren staan of vallen met hun historische inkleeding, welke +slechts door min of meer geleerd publiek volkomen wordt gevat. Terwijl +bij Shakespeares menschen uitspraken en handelingen duiden op de laatste +en geheimste gronden hunner karakters,--zoodat hun dieper wortelende +verwantschap blijkt en een veelzeggende eenheid in de schijnbare +tegenstrijdigheid hunner gedragingen zich openbaart--liggen de motieven +van Goethes figuren in het duister; en vaak moet de uiting van hun +gevoelens slechts dienen om een aan het oppervlak liggende situatie of +enscèneering beknopt aan te wijzen. Kortom: Shakespeares menschen lijken +natuurlijk doordat zij gedachtelijk-waar zijn; Goethes personages +daarentegen zijn _slechts_ natuurlijk. Men leert ze wel iets, maar niet +véél beter kennen, dan men leert kennen een buurman, in wiens huishouden +nu en dan een enkele blik gegund wordt, doordien zijn gordijnen +toevallig openstaan. Men krijgt--Götz von Berlichingen genietend--het +spijtige gevoel van hem wien in zijn droom schoone en wijze menschen +werden voorgetooverd: hij zou ze zoo gaarne vasthouden om ze nader te +bekijken, om ze te ondervragen naar de beteekenis hunner woorden ... +maar ze hooren niet, ze schieten voorbij, plaats latend voor evenzeer +teleurstellende volgers. + +Maar schòon is de droom; en overweldigend schoon is ook dit werk van den +23-jarigen Goethe. Hij was de eerste Duitscher, die zijn tooneelfiguren +echt-menschelijke taal deed spreken. Maar deze taal is toch zoo bondig, +zoo kleurrijk, zoo lakoniek, zwaar van beteekenis, dat men ze eerst bij +tweede of derde lezing in al haar rijkdom doorgrondt. Ze staat verre +boven de taal van het eerste Duitsche blijspel, de Minna von Barnhelm +van Lessing. In het uitbeelden van ingewikkelde gebeurelijkheden met een +minimum van effectmiddelen is Goethe reeds aanstonds een meester en +overtreft hij Shakespeare; wellicht wordt hij in dit opzicht door +Maeterlinck eenigszins geëvenaard. Enkele uitroepen--een warnet van +intrige wordt ons bewust. Een paar halve regels dialoog--een veldslag +staat ons voor oogen; schielijk, als ware hij geschetst, en toch met de +uitvoerigheid van een schilderij. + +Doch voor Goethe zonk de artistieke waarde van het werk--mits de _vorm_ +maar absoluut ongebonden bleef--in het niet bij de beteekenis die hij +hechtte aan _de zaak_: Hij wilde een Duitscher ten tooneele voeren, +uitmuntend niet door kunstmatige bevoorrechting maar door eigen kracht, +en waarvan de eensklaps ontwakende toeschouwers moesten getuigen: Dàt is +een kerel! en hij wilde dien man doen òndergaan, zoo dat de herboren +toeschouwers met zijn trouwen lansknecht moesten uitroepen: _Wee het +nageslacht dat hem miskent!_ + +Hij is hierin geslaagd. Zijn stuk werd--zij het ook gebrekkig--door heel +Duitschland gespeeld en uitbundig toegejuicht. Doch het karakteristieke +van den Götz ligt juist in zijn onopvoerbaarheid. Hiermede immers toonde +Goethe, evenals zijn bentgenooten te streven naar omvatting van "Het +Geweldige". En vooral in boekvorm maakte het stuk opgang. De +bewonderaars vroegen elkander af, wie toch de ongenoemde schrijver mocht +zijn, opdat zij hem hun hulde persoonlijk konden gaan zeggen. +Diefachtige uitgevers--drie te gelijk--drukten den Götz na, zoodat de +schrijver en zijn vriend geen financiëel voordeel hadden van het succes, +en Wolfgang zich het probleem stelde: Hoe zal ik het papier betalen, +door middel waarvan ik de wereld met mijn talent heb bekend gemaakt? Er +was ook een uitgever die hem een vorstelijk honorarium bood voor een +dozijn dergelijke stukken. Maar hij had ze zoo niet meer kunnen maken. +Niet alleen wijl hij heel sterk naar afwisseling zocht, maar vooral: +omdat zijn geest al weer verder was. + +Mogen wij Wilhelm Meister gelooven (en hij is gewoonlijk goed op de +hoogte!), dan heeft Goethe spoedig begrepen dat men vooral door de +schitterende harnassen, de vlammende wachtvuren, de zwaarden, de +gewelven was bekoord. De Götz verwees Walter Scott naar de kleur-wazige +middeleeuwen; hij maakte in Duitschland de aandacht gaande voor den +tijd, toen de menschen weer als menschen wilden leven, den tijd van +hervorming en humanisme en onbegrensd vertrouwen in de vrije +menschelijke kracht. Zoo kon hij richtsnoer worden voor een nieuwe +dichter-generatie, die, rondom slechts laffe middelmatigheid vindend, +haar voorbeeldige helden zocht in het verleden. Maar Goethe had, al +schrijvend, deze geestesrichting eens voor al gepeild en overwonnen. Zoo +moest zijn volgend werk--voor hem een triumph--zijn navolgers +verschrikken en teleurstellen. Spoedig zou zich hem bewaarheiden het +wijze woord: Als men voor de wereld een liefdedaad heeft verricht, dan +weet zij er wel voor te zorgen dat men het niet voor de tweede maal +doet! + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald, +loopen van midden Mei tot 11 September 1772] + +VI + + Mijn idealen groeien dagelijks in + schoonheid en grootte.... Ik laat mijn + vader maar begaan; hij zoekt mij van dag + tot dag meer in de burgerlijke zaken van + onze gemeente te spinnen. Zoo lang mijn + kracht nog in mij is, één ruk en de + zevendubbele boeien zijn gebroken. + + +Wolfgang was--toen hij juist zijn eerste drama op papier had geworpen, +de gedachten van zijn tijd en zijn eigen idealen met verbluffende +phantasie had gekoppeld aan een gloeiend gekleurde ridderhistorie--niet +in de beste stemming om zich tot stipt, spitsvondig, zakelijk +pleitbezorger te bekwamen. Dit lag ook niet in zijn bedoeling, maar hij +gunde zijn vader bereidwillig de illuzie. + +Doch de toestanden, die hij aan het opperste Duitsche gerechtshof leerde +kennen, verijdelden zijn laatste brave voornemens ten aanzien van zijn +broodwetenschap, verwoestten het laatste restje van zijn eerbied voor +hooge staatscolleges. Ongeveer zestienduizend processen wachtten te +Wetzlar op berechting, sommige reeds honderd jaar en langer. Men kon er +jaarlijks wel zestig afdoen, doch er kwamen veel meer bij. Wie binnen +een eeuw beslissing in zijn zaak wenschte uit te lokken, moest de +raadsheeren door prijzige geschenken beïnvloeden of een bevriend +autoriteit te hulp roepen. Er hing een zoo bedorven geestes-atmosfeer in +de zalen van dezen Hoogen Raad, dat een na lang aarzelen benoemde +commissie van onderzoek, die begonnen was met drie rechters, wegens +gebleken omkoopbaarheid, achter slot en grendel te zetten, ten slotte +zelf werd aangestoken en uittertreure mee knoeide. Geen verstandig +rechtsgeleerde dan ook die het van zich kon verkrijgen, in den +warwinkel te Wetzlar zijn energie te gaan verspillen. En zeker niet de +enthousiaste, dat is: van Goden vervulde Wolfgang, die van zijn prilste +jeugd af streefde naar zelfontwikkeling. Zijn Götz werd een +revolutionair pamflet door de minachting voor de publieke rechtspraak, +die er in is neergelegd. Zoo sloot het stuk zich aan bij de +tijdsstrooming, die vorsten en overheidspersonen gaarne als boeven op +het tooneel zag. + +Hij maakte het zich dan ook niet druk in zijn ambtsbediening. + +Door "het jaargetijde der jeugd", de heerlijke lente, liet hij zich +gaarne uit zijn bureel lokken of uit de zonlooze straat waar hij kamers +had. In den omtrek van Wetzlar, in het mooie Lahndal, ontdekte hij +allerlei plekjes die hem lievelingsplekjes werden; Homeros zong er zijn +vurig gemoed te ruste en hij verdiepte er zich in de aanschouwing van de +kleine natuur: van de plechtige mossen, van de wriemelende wormpjes en +insecten; totdat de behoefte aan overgaaf in hem heerschte en hij +wenschte een meikever te zijn om heen end weer te kunnen zweven in de +goede geuren: totdat de natuur geheel rustte in zijn ziel, zooals de +gestalte eener bruid.... Uren bleef hij geboeid bij een bron, waar de +dorpsmeisjes kwamen water putten; hij zag in die meisjes +oud-testamentische koningsdochters en leende haar "zonder +plichtplegingen" zijn sterken arm, om haar de volle emmers op het hoofd +te beuren. Op het kerkplein van Garbenheim, geheel omsloten door +donkertonige huisjes en schuren, boeiden hem een paar oeroude linden; +dikwijls liet hij zich uit de nabijzijnde herberg stoel en tafel brengen +en hij bracht er heele dagen door met teekenen, mijmeren en lezen. Hij +koutte met de eenvoudige natuurlijke dorpsmenschen, hij kookte zelf zijn +potje, hij deelde zijn klontjes, zijn brood en zijn zure melk met de +kinderen, die geregeld bij hem terug kwamen, en iedere week hun +Zondagscenten van hem kregen; was hij na kerktijd nog niet gekomen, dan +had de waardin order tot uitbetalen. In zijn hart stonden de kinderen +hem het naast: hij zag alle deugden en ondeugden--maar die nog +onschuldig!--in hen kiemen, en begreep het gulden woord van den +Heiland: Zoo gij niet wordt als een van dezen.... + +[Illustratie: KERKPLEIN MET "GOETHE-LINDE" TE GARBENHEIM] + +In het eethuis, waar "De Kroonprins" uithing, hadden enkele jonge +ambtenaars en wat geduldige rechtzoekenden, om zich na hun Jobsarbeid +wat te verstrooien, een riddergenootschap in middeleeuwschen trant +gesticht. Bij het middagmaal zat de heirmeester aan het hoofd van de +tafel: aan zijn rechterhand zetelde de kanselier en naast dien waren +naar ancienneteit opgesteld de andere ridders, die namen droegen als +Lubomirsky de Strijdbare, of St. Eustacius de Voorzichtige. Wolfgang +werd met ridderslag en gewichtige potsierlijkheid in den kring +toegelaten; hij heette er Gottfried von Berlichingen de Treffelijke. Een +van de ridderen, Goué, heeft het groepje later in een tooneelstuk +nageteekend. Ook de gezantschapssecretarissen Jerusalem en Kestner, wier +invloed diep door Goethes leven zou grijpen, behoorden er toe, maar ze +verschenen zelden, daar zij buitengewoon ernstig waren, en drukke +bezigheden hadden. + +Johann Christian Kestner was acht jaren ouder dan Wolfgang: een ijverig, +verstandig man, edel van inborst en met steeds duidelijke bedoelingen, +hoewel ietwat droog in het spreken. Hij maakte kennis met Doctor +Goethe--in wien hij aanstonds een niet onbelangrijk persoon zag--terwijl +deze onder een boom, op zijn rug uitgestrekt, goed geluimd met eenige +omstanders babbelde over zwaarwichtige zaken. Spoedig genoeg begreep +Kestner met wien hij in aanraking was gekomen. "Hij heeft--dus oordeelt +hij met zijn gewone fijne nauwkeurigheid in een brief--hij heeft vele +talenten, is een waar genie en een man van karakter. Hij bezit een +buitengewoon levendige verbeeldingskracht, zoodat hij zich meestal in +beelden en gelijkenissen uitdrukt. Hij pleegt zelf ook te zeggen dat hij +zich altijd oneigenlijk uitdrukt en zich nooit eigenlijk kàn uitdrukken; +maar als hij ouder wordt, hoopt hij de gedachten-zelf, gelijk ze zijn, +te denken en te zeggen. Hij is in al zijn gemoedsaandoeningen hevig, +doch heeft vaak veel zelfbeheersching. Zijn denkrichting is edel. Vrij +van vooroordeelen, handelt hij al naar 't hem invalt, zonder er zich +over te bekreunen, of dit anderen mishaagt, of het mode is, of de +wellevendheid het gedoogt. Allen dwang haat hij.--Hij houdt van kinderen +en kan druk met hen bezig zijn. Hij is bizar, heeft in zijne +gedragingen, in zijn uiterlijk, allerlei dingen die hem onaangenaam +zouden kunnen maken; maar bij kinderen, bij dames en vele anderen staat +hij toch goed aangeschreven. Voor het vrouwelijk geslacht heeft hij zeer +veel hoogachting.... Over zekere onderwerpen spreekt hij met slechts +weinig menschen uit, hij stoort anderen niet gaarne in de rust hunner +voorstellingen. Toch haat hij het scepticisme, streeft hij naar waarheid +en bepaaldheid in sommige hoofdzaken en gelooft dat hij over de +voornaamste reeds een bepaalde meening heeft; voor zoover ik heb kunnen +nagaan is dit niet zoo. Hij gaat niet naar de kerk ook niet naar het +avondmaal en bidden doet hij zelden; want, zegt hij, daarvoor kan ik +niet goed genoeg liegen. Soms is hij op zekere punten erg gerust, soms +echter alles behalve dat. Voor de Christelijke religie--echter niet in +den vorm waarin onze theologen ze ons voorstellen--heeft hij +hoogachting. Hij gelooft in een toekomstig leven, in een beteren staat. +Hij streeft naar waarheid, hij geeft echter meer om het gevoel dan om +het betoog van de waarheid. Hij heeft reeds veel gewerkt, bezit veel +kennis, belezenheid; maar toch nog meer gedacht en geraisonneerd."--Wel +zelden werd een zoo treffende karakteristiek van een jeugdig tijdgenoot +neergeschreven. Toch zag Kestner zich genoodzaakt, er in een +kantteekening aan toe te voegen: "Ik wilde hem schilderen, maar het zou +mij te ver voeren; want zeer veel laat zich over hem zeggen. Hij is, in +éen woord, _een zeer merkwaardig man_." + +Begin Juni moest Wolfgang met zijn twee nichten, die in zijn straat +woonden, naar een landelijk bal; onderweg zou hij haar vriendin, +Charlotte Buff afhalen, wier cavalier pas laatavond kon verschijnen. Hij +trof dit 19-jarige blonde meisje aan, terwijl ze, subtiel gekapt, in +witte baljapon, brood sneed voor een zwerm broertjes en zusjes. Haar +leest was er niet minder sierlijk, de uitdrukking van haar blozend +aangezicht was er niet minder vroolijk, haar gesprekken waren er niet +minder interessant om, en haar blauwe kijkers niet minder spottend. In +het rijtuig en bij den dans bemoeide Wolfgang zich slechts met haar; hij +vernam hoe zij, sedert het overlijden van hare moeder, voor een zestal +kinderen had te zorgen en hoe goed dit haar lukte. Hij schroefde zich, +al bewonderend, tot een luidruchtige uitgelatenheid op, blijkbaar zeer +ten genoege van.... Kestner, haar inmiddels verschenen cavalier. Toen +hij met haar had gewalst, nam hij zich heilig voor, liever te sterven +dan te gedoogen dat ooit een meisje op wie hij eenige aanspraak mocht +hebben met een vreemde walste.... Lotte verzweeg Wolfgang dat zij reeds +vier jaren met Kestner was verloofd: geen buitenstaander zou hebben +vermoed dat deze twee een paar vormden. Ook Kestner sprak er niet van: +hij wist dat zijn meisje haar aanbidders steeds stelde voor den +tweesprong: Mijn vriend worden of uit mijn oogen! en hij had onbeperkt +vertrouwen in haar. + +Van de verloving hoorde Wolfgang eerst, toen hij bij de familie Buff +vriend van den huize was geworden, toen Lotte's vader hem als een zoon +beminde en de kinderen, met wie hij stoeide en smulde, hem een heerlijk +kameraad achtten. Reeds was Lottchen in zijn oogen een schoonheid +geworden, en terwijl hij, aan haar voeten zittend, de kleintjes over +zijn knieën liet klauteren en boontjes voor haar sneed, terwijl hij +vruchten voor haar plukte, in keuken of moestuin optrad als haar +dienaar, liet hij zijn verliefdheid rustig ontbloeien. Hij bezocht haar +vaker dan haar verloofde, die door drukke ambtsbezigheden werd +teruggehouden; die wel bespeurde dat zij voor den mooien Goethe niet +blind was, wèl zich afvroeg of hij--eenvoudig-braaf man--haar ooit zoo +gelukkig zou kunnen maken als zijn begaafde vriend, maar te kiesch was +om door eenig blijk van ongeduld Wolfgangs warme, doch onschuldige en +poëtische liefde tot iets dubbelzinnigs te stempelen. De drie deden +samen menig uitstapje, hielden menig ernstig gesprek. Steeds toonde +Lotte zooveel tact, dat ze in de achting van de _beide_ mannen steeg en +ook in hunne liefde,--zoodat juist tengevolge van haar welbewuste +reinheid de verhouding zich ging toespitsen. + +Goethe, door een vriend gevraagd, waarop dat moet uitloopen, antwoordt +dat hij stellig is besloten, het eerste oogenblik dat Lotte zich als een +gewoon coquet meisje doet kennen, het eerste oogenblik dat haar nòg +nader tot hem voere, het laatste moment van hun omgang te doen zijn. +Maar--op haar vertrouwend--laat hij zijn phantasie onbedwongen om hun +liefde spelen, vervult hij zijn brieven, zelfs zijn recensies, met +toespelingen op hun liefde. Kestner spaart hem, maar hij gaat in stilte +meenen, dat iemand van Goethes geestkracht en zielefierheid zich nu toch +eindelijk moet terug trekken. En zoo kan hij kleine botsingen niet +altijd verhoeden. + +Daar heeft Wolfgang in een te laat gevoelde opwelling Charlotte gekust. +Zij biecht het eerlijk aan haar verloofde, die bijna zijn geduld +verliest; en nu moet ze vriend Wolf door koelheid van zich houden. Als +ze 's avonds voor haar deur zit, brengt hij haar een ruiker. Ze legt +dien onverschillig naast zich neer. Hij begrijpt en gooit den ruiker op +straat. Hij troont Kestner mee, verkondigt hem den heelen nacht +hemelhooge ideeën, in duistere parabelen gehuld, en als het daagt vinden +de vrienden het leed zoo licht, dat ze tegen een muur geleund het moeten +uitproesten. + +Intusschen wordt Merck ernstig bezorgd over zijn warmbloedigen, +phantastischen Wolf. Hij wil hem uit Wetzlar drijven, en moet daartoe +zijn illuzie verwoesten. Twee dagen na het voorval met den ruiker heeft +hij te Giessen een samenkomst met hem, en als hij dan toevallig ook +Charlotte leert kennen, acht hij den toestand nog gevaarlijker en +tracht, al schertsend, Goethes passie te doen ontvlammen voor de +"Junonische" vormen van een ander vriendin. Wolfgang is te zeer door +Charlotte bekoord om hem te zeggen, hoe duivels hij dat van hem vindt. + +Den achtentwintigsten Augustus zijn Kestner en Goethe jarig. Den avond +te voren moeten de twee mannen tot middernacht boontjes snijden. Als de +klok twaalf slaat, wordt de nieuwe jaarkring met prettige gezichten en +een kopje thee ingewijd. Wolfgang krijgt een klein-formaat Homeros van +zijn vriend ten geschenke; dan hoeft hij dat groote, zware boek niet +meer op zijn wandelingen mee te torsen. Zijn voornemen getrouw om op +zijn verjaardag altijd iets groots te ondernemen, gaat hij nu ernstig +met zich zelf te rade, en oordeelt dat hij zich moet losrukken. Het +besluit is genomen, maar het duurt nog veertien dagen eer het tot +uitvoering komt: + +--Hij heeft Lotte al zoo vaak op zijn vertrek voorbereid, dat ze hem er +bijna mee gaat plagen. Nu zit hij weer aan haar voeten en speelt met de +garneering van haar jurk. Zij weet niet dat hij daar nu voor 't laatst +zit. Het gesprek gaat over 's menschen staat na het afsterven. Zij +belijdt eenvoudig hoe ze verwacht haar moeder weer te zien en te +herkennen.. + +.... Dan voelt Wolfgang dat hij in tranen zal uitbarsten als hij langer +blijft. En hij springt op. Hij kust haar hand en spreekt: Wij zullen +elkaar weerzien; in elke gestalte zullen wij elkaar herkennen. Ik ga +vrijwillig, maar als ik moest zeggen: voor eeuwig! dan zou ik het niet +uithouden. God zegen u. Wij zien elkaar terug.--Ja, morgen natuurlijk, +zegt Charlotte lachend. + +Doch den volgenden ochtend bereikt haar dit biljet: + + "Wel hoop ik weer te komen, maar God weet wanneer! Lotte, hoe eng + werd het mij bij Uwe woorden om het harte, daar ik toch wist dat ik + U voor de laatste maal zag! Niet de laatste maal en toch vertrek ik + morgen. Welke Geest bracht U op dit onderwerp! waarbij ik alles + mocht zeggen wat ik voelde. Ach, ik doelde op hierbeneden, op Uwe + hand, die ik voor 't laatst kuste. De kamer in welke ik niet zal + terugkeeren, en Uwen lieven vader, die mij voor het laatst uitliet! + Ik ben nu alleen en mag weenen. Ik laat U gelukkig achter, en ga + niet uit Uw harte. En zie U weder--maar niet morgen is nooit. Zeg + aan mijne kinders: Hij is weg. Ik kan niet meer." + +Kestner en Lotte, hoe zeer ook voldaan met zijn vertrek, waren geheel +van hem vervuld en ze lazen en herlazen zijn korte briefjes met +betraande oogen. Om hen heen speelden de kinderen die telkens hun +kameraad misten en dan angstig herhaalden: Doctor Goethe is weg. + + + + +[Illustratie: "Das Leiden des Jungen Werthers" +verscheen in September 1774] + +VII + + Ik dwaal in woestenijen, waar geene + wateren zijn; mijne haren zijn mijn + dak en mijn bloed is mijn bron...... + + +Het was hoog tijd dat hij ging; indien hij nog even langer ware +gebleven, zou zijn wil zijn te kort geschoten, zou zijn oponthoud te +Wetzlar niet zijn geëindigd als betrekkelijk rustige idylle. Hoe het had +kunnen worden zal hem nu blijken. Zijn liefde voor Lotte heeft hij +geenszins verzaakt. Integendeel, zijn liefde groeit, nu hij, ver van +Lotte, meent zich er aan te mogen geven. Haar silhouette heeft hij naast +zijn alcoof met spelden aan den wand bevestigd. Hij groet haar beeld +voor hij te rusten gaat, houdt gesprekken met haar beeld wanneer hij +zich voor den eten verfrischt. Schlosser moet voor beroepsbezigheden +naar Wetzlar en hij kan geen weerstand bieden aan de verzoeking, hem te +volgen. Naast Lotte op de canapé bevangen hem "hangenswaardige +gedachten"; hij moet zich afvragen wat er gebeurd ware, als Schlosser +hem niet zeer tegen zijn zin had verwijderd. + +[Illustratie: CHARLOTTE BUFF] + +Het gerucht bereikt hem, dat Von Goué zich om 't leven heeft gebracht; +en hij voelt zich geroepen, deze daad, die de domme wereld wel verkeerd +zal uitleggen, goed te pleiten en te vereeren. Het gerucht blijkt +onjuist, maar wordt gevolgd door het bericht, dat Jerusalem zich een +kogel door het hoofd heeft gejaagd. Wolfgang kent dezen Jerusalem reeds +sedert Leipzig. Hij heeft hem niet vaak gesproken, maar voortdurend is +zijn belangstelling gaande gebleven voor dien vreemden, teruggetrokken +jongen, wiens prikkelbaar pessimisme uit kunstzinnige overgevoeligheid +voortsproot. En te Wetzlar, als hij wandelde in het maanlicht, strijdend +met zijn hopelooze liefde, had hij vaak Jerusalem zien wandelen in +het maanlicht en daarbij vermoed dat ook deze aan een liefde leed. En nu +heeft de brave jongen zich doodgeschoten, nadat een vriend, op wiens +vrouw hij in stilte verliefd was, hem zijn huis heeft ontzegd. Aan dit +conflict, dat hij--Wolfgang--instinctmatig is ontsprongen, is Jerusalem +ten gronde gegaan. + +Een nieuw lotgeval brengt hem den doode nog nader. Op zijn terugreis van +Wetzlar stapt hij af bij de kunst-minnende familie Von Laroche, om er +Merck te ontmoeten. Mevrouw Laroche had de wereld pas een sentimenteelen +roman geschonken, en haar verlangen naar een vleiende recensie zal wel +niet vreemd zijn geweest aan de heusche ontvangst die zij beiden +journalisten bereidt. Ze wordt spoedig Wolfgangs vertrouwde +raadgeefster, zijn "Mamachen". De tergende aanwezigheid van den +gewetenloos-dwazen Leuchsenring met zijn briefmappen, drijft Goethe naar +de twee dochters van den huize, in wier gezelschap hij herademt: vooral +de mooie, fijn beschaafde Maximiliane heeft hij diep in de zwarte oogen +gekeken. Nu is deze Maxe door haar o zoo gevoelige Mamachen gekoppeld +aan den uitgedroogden weduwnaar Brentano, een Italiaansch koopman te +Frankfort, vader van vijf kinderen, die geheel opgaat in zijn olie- en +kaashandel, en zijn jonge vrouw verwaarloost. Wolf bezoekt haar vaak, +mede op verlangen van haar man. Hij stoeit dan met de kleintjes en +begeleidt haar clavierspel op zijn cello. Vele jaren later zal +Maximilianes dochter Bettina den huisvriend in haar "Goethes +briefwisseling met een kind" (Dat kind was, en passant, een +hysterisch-opdringerige literaire zwendelaarster van diep in de +twintig!) huldigen als volkomen rein in zijn verhouding tot haar moeder. +Brentano echter kan aan een genegenheid als tusschen broer en +zuster--waarvan ook Merck niet overtuigd is--geen geloof slaan. Hij +ontlaadt jegens zijn vrouw zijn jaloezie in grievende verwijten. +Wolfgang, op de hoogte gesteld, neemt zich voor, zijn drempel niet meer +te betreden, tenzij Maximiliane zijn vuisten noodig mocht hebben tegen +haren gebieder.... En voor zulk een man nu zou Jerusalem zich den dood +hebben aangedaan! Goethe moet onophoudelijk denken aan dien lieven, +weeken jongen met zwakken wil. Hij verzoekt Kestner--den nauwlettenden +protocol-schrijver--hem uitvoerig in te lichten omtrent de +omstandigheden die den zelfmoord begeleidden. En hij verneemt dat +slechts voor oppervlakkig oordeel Jerusalem slachtoffer is geworden van +een "ongelukkige liefde". Immers ook in zijn ambtelijk leven was hij +herhaaldelijk in botsing gekomen met de hardheid der doorsnee-menschen, +die hem aandeed als gemeene grofheid. Iemand die zoo machteloos staat +tegenover zijn overvloeiende sentimenten is--wat hem ook treffe--bestemd +voor een smadelijken dood. De wereld is hem te machtig. Zijn +levens-liefde--hoe sterk ook--is niet opgewassen tegen de beleedigingen +die hem dagelijks worden aangedaan. De kwaal des tijds--_d.i._ verfijnde +ontvankelijkheid zonder wil en zonder godsbetrouwen--heeft Jerusalem +gesloopt. + +Nu gaat Wolfgangs meening over "de wereld" (in hoofdzaak de meening van +het dan opgroeiend geslacht) zich vlechten in het relaas dat Schlosser +hem heeft gezonden. Met andere woorden: de op zichzelf staande +gebeurtenis wordt geheven in de sfeer van zijne overtuigingen, opgenomen +in het geheel van zijn ideeën, van zijn innerlijk doorlicht. Maar juist +in die periode is zijn leven éen verdrietelijkheid: + +Hij ziet zijn zuster weggaan, getrouwd met den kundigen, geletterden +Schlosser. Hij is jaloersch. Hij voelt dat ook dit huwelijk ongelukkig +moet zijn en voor Cornelia, zijn ondoorgrondelijke troosteresse, moet +uitloopen op beschaming. Zij leek hem wel geschikt om een groot klooster +te bestieren, maar niet geschikt voor huisvrouw. + +Zijn teedere vriendin Urania sterft. Als hij op haar graf een +gedenkteeken wil zetten, merkt hij dat men zijn verhouding tot deze +lieve ziel ook al verkeerd heeft opgevat: waar vriendschap is praat de +wereld van bezit; waar liefde verlangd wordt eischt de wereld, eischt de +bekrompenheid van het menschenlot, ontzegging. + +Hij ziet de onmiskenbaar loffelijke bedoelingen van zijn knappen vader +mislukken en het gezin ondergraven; zoodat een angstvallig verzwijgen +van zijn plannen een schijn van vrede en onderworpenheid moet bewaren. +Maar kleine, laffe mannetjes ziet hij overal in zijn omgeving +zegevieren. + +De omgang met Maximiliane, de eenige die hem 't verlies van +veelbegrijpende Cornelia eenigszins vergoedt, is hem ontzegd. Hij mag +niet liefhebben zonder zich met schuld te beladen of zich voor zijn +leven te kluisteren aan een zoogenaamde positie, een baantje bij het +stadsbewind, waarheen zijn vader hem stuwt. Maar hij kan er niet toe +besluiten, een tweederangs-advocaatje te blijven: hij weet dat hij wel +een goed redenaar is, doch slechts een middelmatig jurist. Neen, op zijn +natuurlijke dichtergave, het eenige dat hem "ganz eigen" toebehoort, dat +door geen invloeden van buiten geholpen of gehinderd kan worden, wil hij +zijn bestaan bouwen. Het besef zijner genialiteit legt hij zinrijk neer +in _Adler und Taube_, en woest-tartend zingt hij het uit in _Prometeus_. +Hij voelt dat men iets schoons slechts kan voortbrengen als men alleen +staat; aan vindingskracht ontbreekt het hem niet. Maar.... hij moet als +het op werken aankomt telkens weer van voren af tasten en zoeken. Hij +gelooft--als vele ware dichters--dat hij geen _eigenlijken stijl_ heeft. +Niemand kan hem helpen: Doctor moet zichzelf cureeren. + +En als hij zich--nu toegeven aan zijn opwellingen hem is verboden en de +wereld hem ergert--ten slotte tot zijn Ik keert, wordt hij ook in eigen +innerlijk teleurgesteld. Reeds lang plaagt hem de traagheid van de taal +en de stof, die hij wil vormen. Iedere dichterlijke overwinning verfijnt +zijn eischen en toont hem dus opnieuw zijn onmacht. Zijn tweede lezing +van den Götz, die zooveel zelfverloochening van hem heeft gevergd, +verschrikt hem door zijn vormeloosheid. De toejuichingen van het publiek +zouden wellicht zijn teleurstelling hebben verzacht, indien hij het +publiek hooger hadd' kunnen schatten dan een "kudde zwijnen". De +weinigen aan wier oordeel hij hecht laten zich minachtend uit over zijn +drama. Zoo Herder, hoe zeer hij in stilte het stuk bewondert. Zoo +Lessing, bezonken denker voor al, die door de middeleeuwsche +gewelddadigheid van Götz in de war raakt en meent dat Goethe de darmen +van een afgestorvene, met zand opgevuld, als koorden verkoopt. Zoo +Frederik de Groote, die het stuk voor de inboorlingen van Canada wilde +bestemmen en het noemde "une imitation détestable de ces mauvaises +pièces anglaises" (Shakespeare!) en niet begrijpt dat men iets byzonders +ziet in deze "afstootelijke onbenulligheid". + +Van zijn jeugd af heeft hij neiging voor beeldende kunst. Hij oefent +zich in etsen, boetseeren, schilderen. Maar zijn kleine succesjes +troosten hem niet over zijn groote mislukking. Zijn willen noch zijn +kunnen is geëvenredigd aan zijn groot verlangen.... "Ik zal vanmiddag +voor het eerst 't oliepenseel ter hand nemen! met hoeveel nederigheid, +ontroering, hoop, kan ik niet zeggen. Mijn verder Levenslot hangt zeer +af van dit eene oogenblik".... De afgietsels van antieke beeldwerken, de +reproducties van Rafael-koppen, die zijn dakkamer sieren, tergen hem! + +Hij leeft uit een geestesstrooming die alle oude theorieën en dogma's +verwerpt en met de in eere herstelde menschelijke rede een nieuwe +wetenschap wil bouwen. En nu blijkt al wat de mensch uit eigen kracht +kan weten hem onsamenhangend knutselwerk: "Ieder berusten in zekere +uitkomsten van ons onderzoek is een soezerig zich gewonnen geven, +waarbij wij de wanden, waartusschen wij gevangen zitten, met bonte +gestalten en lichte verwachtingen beschilderen". + +Natuurlijk is hij niet altijd zoo moedeloos: hij beoefent met passie het +schaatsenrijden, dat, na de verschijning van Klopstocks IJs-oden een bij +uitstek dichterlijk vermaak is geworden. Ook heeft zijn minbehoevend +hart vaak behagen aan de sprakelooze, maar daardoor juist zoo +overtuigende liefdeblijken van Cornelia's vriendin Gerock. Hij schrijft +weer enkele overmoedige recensies voor de Gelehrten Anzeigen, bewerkt +een te Straatsburg opgesteld concept tot de brochure: _Over de Duitsche +bouwkunst van Erwin von Steinbach_,--die geestdriftig de Gothiek +verdedigt. Verder schrijft hij een paar theologische tractaatjes, waarin +hij zich (naar voorbeeld van Rousseau) achter een landgeestelijke +verbergt; en die door hun trouwhartige verdraagzaamheid instemming +vinden bij Lavater, den Zwitserschen profeet. Doch dit alles raakt niet +de grondstemming van zijn gemoed. + +Zijn min voor Lotte (die intusschen haren echtgenoot een kleinen +Wolfgang heeft geschonken) wil niet wijken. Herder houdt zich op een +afstand. Merck verlaat hem om zijn vorst naar Berlijn en Petersburg te +vergezellen. Hij staat alleen. Zoo verhaasten toevallige gebeurtenissen +het proces dat zich in hem voltrekt: Door zijn trachten naar volkomen +uitleving van zijn sentimenten botst hij tegen de wereld en haar +conventies, wordt hij teruggestooten in de eenzaamheid, lijfelijk en +geestelijk. Nu keert hij terug tot zich zelf en "vindt daar een +weireld". Hij behandelt zijn harte als een ziek kindeken: wat het vraagt +krijgt het ook. Hij is nu aangeland bij die keerzijde van het +Sturm-und-Drangindividualisme, nl. bij de angstige zelfpeiling, de +roekelooze zelfverweeking. Alles verbittert hem. Als de Straatsburger +faculteit door Salzmann laat aanbieden hem tot Doctor in de beide +rechten te bevorderen, antwoordt hij dat hij meer dan genoeg heeft van +promoveeren en advocaatspelen: Als ik geen vrouw neem en me ook niet +ophang, dan moet men mij nageven dat ik dit leven toch wel lief heb; of +iets dat mij nog meer vereert.--De Engelsche pessimisten Sterne, Swift, +Young en vooral Ossian boeien hem, boeien half Europa. De zelfmoord en +de daartoe gebruikelijke middelen vormen onder de geletterden van zijn +tijd een gewoon onderwerp van conversatie. Hij gaat onderzoeken of het +hem ernst is met zijn verlangen, uit dit leven te scheiden. Hij neemt +iederen nacht een scherp gespitsten ponjaard uit vaders wapencollectie +mee naar bed, en tracht het moordtuig een paar duim diep in zijn borst +te drukken. Als dit hem nu veel malen is mislukt, acht hij bewezen dat +hij sterk genoeg is om te leven. Maar nu eischt hij van zijn denken het +machtwoord dat de euvelen waaraan hij lijdt vernietige. Zijn denken +antwoordt: TUCHT. + +En hiermede heeft hij uit de Sturm-und-Drangstrooming de leering +getrokken, die er voor zijn aanleg in lag besloten. + +Een heele periode in den ontwikkelingsgang zijns geestes is afgerond en +historie geworden. De détails erlangen nu hun diepe beteekenis en hun +logische plaats in het geheel. Zij eischen een gestalte. De levenssmart +van zijn tijd zal Goethe nu zoo uitspreken, dat dit uitspreken zelf +reeds de overwinning er van bevat. Ziehier de kiem van "_Het lijden des +jongen Werthers_", die zich nu uit zijn ervaringsvoorraad gaat voeden. + +Evenals in den Götz wil hij hier iemands nagedachtenis redden. Maar was +hij, toen hij 't drama schreef, overstelpt door zijn colossalen Held; +den lieven jongen, dien hij thans gaat verdedigen heeft hij doorzien, +zoodat hij de _kern van diens karakter_ tot eersten grond en tevens tot +bewegingsmotief van het nieuwe werkstuk kan maken. Hij is nu niet minder +bedroefd om den noodlottigen, onvermijdelijken ondergang van een edel +man dan toen. Maar droefheid is hem hier niet het laatste. Bij het +schrijven van den Götz omgeslagen in wanhopige verontwaardiging, wordt +ze hier tot rust. Het geval Jerusalem verhalend, verhaalt hij een +episode die in de gemoeds-historie van elk gevoelig man voorkomt, een +ziels-phase die--wijl in Goethes tijd de jeugd met zijn ideeën aan 't +bewind komt--de eerstvolgende decenniën zal beheerschen. Een levenslot, +zoo universeel uitgebeeld, prikkelt niet tot opstand, hoe treurig het op +zich zelf beschouwd ook moge zijn. Men ziet het in rechtstreekschen +samenhang met den loop der dingen: het stemt tot berusting en tot +zelf-critiek: + + "Wat ik ook maar van de geschiedenis des armen Werthers heb kunnen + vinden, heb ik met vlijt verzameld; ik leg het u hier voor en weet + dat ge er mij om zult danken. Gij kunt zijnen geest en zijn + karakter uwe bewondering en uwe liefde, zijn levenslot uwe tranen + niet ontzeggen. + + ~En gij, goede ziel, die den zelfden drang voelt als hij, laat dit + boeksken uw vriend zijn;~ als ge door lot of eigen schuld geen + naderen kunt vinden." + +Deze korte, in ademlooze stilte neergeschreven voorrede ontzenuwt +(indien nog mogelijk!) het wanbegrip dat "Werther" zou aanzetten tot +echtbreuk of tot zelfmoord.-- + +Het eerste deel van den roman, de verwikkeling waaruit de verdere +gebeurtenissen onontkoombaar voortvloeien, is bijna oogenblikkelijk +gereed. Goethes ervaringen te Wetzlar behoeven slechts weinig gewijzigd +om een ontknooping, als Jerusalems leven die vond, toe te laten. Gewoon +zijnde, zich volkomen te geven in zijn brieven, die hij meer voor zich +zelf dan voor anderen schrijft, vindt hij in zijn brieven, vanuit +Wetzlar aan Merck en aan Cornelia gericht, een ontroerend brok roman. +Ontdaan van enkele toevallige bijmengselen, die voor 't doel niet ter +zake doen, door ophelderende dagboekblaadjes aaneengeschakeld, geven ze +zijn zielsbeweging uit die dagen met bezonken woordmuziek in allerlei +toonaard weer. De data laat hij zoo, enkele namen worden veranderd. Zijn +bedoeling is geweest er een drama van te maken. Hij ervaart echter dat +de stof niets dramatiesch heeft; het eigenaardige van een zoekenden, +wankelenden, aarzelenden gemoedstoestand, als dien hij wil boeken, is +juist, dat hij in alle stilte verloopt, zelden tot handelen leidt, en +dus bezwaarlijk aan opvoerbare gebeurtenissen kan worden gekoppeld; geen +drama doch een schier ononderbroken monoloog laat zich er uit vormen. +Vandaar dat hij de ongezochte schilderingen, die zijn brieven zijn, +onaangetast laat blijven. De zoo ontstaande roman-in-brieven is in wezen +een samenstel van onuitgesproken en onuitsprekelijke monologen. Deze +uitingswijze biedt het voordeel, dat de auteur, indien dit hem +wenschelijk mocht blijken, deze monologen door stukken in werkzamer +trant gesteld, door gedichten, schetsen, korte tweegesprekken kan +afwisselen. + +Doch aldus ontstaat voor Goethe de moeilijkheid, het tweede gedeelte, +dat hij niet zelf heeft doorleefd, doch moet ~maken~, te houden in den +toon van het begin. Nu gaat hij zoo te werk: Als een bepaalde situatie +is vastgesteld, beeldt hij zich in, dat verschillende kennissen hem +bezoeken. Hij laat hen plaats nemen in zijn dakkamer, begint een praatje +met hen en brengt het gesprek op het onderwerp dat hij in den +eerstvolgenden brief moet behandelen. Nu beginnen de vrienden te leven: +zij spreken hun persoonlijke meening uit, belichten de zaak van +verschillende kanten. Op deze wijze ontlokt Wolfgang aan zijn scheppende +phantasie een heel gamma van gevoelens en opinies over deze zaak. Geen +gevoelsmogelijkheid ontgaat hem nu bij het stellen van zijn brief. En +binnen vier weken voltooit hij een lange galerij van levende, kleurige, +fijn geschetste zielstafreelen, die door hun doeltreffende groepeering +en door de wel-overlegde wisseling hunner grondtonen bij den lezer een +dooreen-strengeling van stemmingen teweeg brengen; welke de eigenlijke +handeling van dit verhaal uitmaakt. + +--Deze handeling omkleedt de hier volgende hoofdlijnen: Werther is als +Goethe fijngevoelig op het ziekelijke af, zeer veelzijdig; een strever +naar het absolute, rijk aan "tranen der eeuwige liefde", vol aangeboren +natuurzin; doch tegenover even sterke begeerten, even stuurlooze +aandriften, staat bij hem een veel zwakker wil. Ook heeft hij meer uren +vrij voor zelfbespiegeling, daar hij geen enkel beroep uitoefent, het +lezen moe is, en alleen van tijd tot tijd wat teekent of schrijft uit +liefhebberij. Hij is het type van een idealistiesch gezind jong +patriciër uit die dagen. Meer nog dan Goethe keert hij zich naar de +natuur, verdiept hij zich in Homeros. + +Hij leert de kerngezonde, immer vroolijke Lotte kennen op een bal. Dat +ze reeds verzegd is deert hem niet, zoolang haar minnaar afwezig is. Hij +bezoekt haar dagelijks, bewijst haar allerlei kleine diensten en zij +laat zich zijn hooggaande vereering welgevallen. Albert, haar verloofde, +komt terug, en nu begrijpt hij, dat hij het veld moet ruimen. Maar als +Albert verre van ijverzuchtig blijkt, graag ziet dat men zijn meisje +lief vindt, overtuigt Werther zich met vele drogredenen, dat hij wel kan +blijven in hare nabijheid. Doch dra begint hij het onhoudbare van zijn +toestand duister te beseffen. De voorheen geliefde natuur stemt hem nu +tot droefenis; onschuldige kleinigheden verbitteren hem. Hij moet zich +onder tranen bekennen, dat dit zal uitloopen op het graf. Eindelijk weet +zijn vriend Wilhelm hem tot heengaan te bewegen (11 September).--Hier +stokt de evenwijdigheid tusschen de lotgevallen van Werther en die van +Wolfgang. + +Werther kan door zijn vlucht een beslissende botsing met de ongevoelige +wereld niet ontgaan. Wel maken zijn verwijdering van Lotte en +regelmatige arbeid--hij is gezantschapssecretaris geworden--hem +rustiger, doch nu ergert hij zich aan zijn naaste omgeving, niet het +minst aan zijn pedant-stipten patroon, die gaarne van zijn haat voor het +idealistische getuigt. Intusschen zijn Albert en Lotte gehuwd. In een +verstandigen brief verklaart Werther hun, dat hij zich met een tweede +plaats in Lotte's hart wil troosten. Kort daarop is hij bij een graaf, +die met hem sympathiseert, te middagmaal; hij bedenkt niet, dat de +etiquette hem voorschrijft te vertrekken, als er 's avonds adellijk +bezoek komt; hij blijft en laat zich boeien door een freule von B. +Totdat zijn gastheer, op aandringen van het gezelschap, hem beleefd +verzoekt heen te gaan. In hoogere kringen begint aanstonds een +overdreven praatjesmakerij, die zelfs het arme freuletje niet spaart. In +hevige opwinding eischt Werther zijn ontslag en verlaat de stad. Hij +houdt zich eenigen tijd op bij een edelman, die hem heeft uitgenoodigd, +en die zich moeite genoeg geeft om hem aangenaam te zijn, maar hem door +de daarbij betoonde middelmatigheid van aanleg mishaagt. In +hartstochtelijke, wereldhatende wanhoop voelt Werther neiging om in den +oorlog te gaan; als zijn gastheer het hem ontraadt, mist hij ook echter +daartoe den wil. Meenend dat hij nu niets meer heeft te verliezen, volgt +hij den trek zijns harten en zoekt Lotte op. + +Vriendelijke ontvangst belet niet, dat hij dra het totale gemis aan +poëzie bij het jonge echtpaar bespeurt; ook zijn vroegere liefde voor de +vrije natuur kan hij niet weervinden: hij lijkt een uitgedroogde bron. +Homeros zegt hem niets meer. Slechts Ossians nevelige klachten vinden +weerklank in zijn moede ziel. Lotte wendt haar oogen van den al te +drogen in zijn zaken opgaanden Albert naar haar jongen fijnbesnaarden +gast. Zij wil echter haar huwelijkseed gestand doen, en spant zich in om +haar groeiende sympathie voor Werther te verhullen. Maar met zijn +ziekelijke scherpzinnigheid ontdekt en benut Werther het geringste +aanknoopingspunt. Wetend dat hij niets van haar mag hopen, verdiept hij +zich al meer in zijn levensmoeheid: zou God de vader hem van zich +wijzen, nu hij tot het inzicht is gekomen, dat de wereld overal gelijk, +en voortzetting van zijn leerreis door dit leven dus overbodig is? De +dorre donkere herfst versterkt zijn doodsverlangen. Nog eens wil hij +Lotte zien: hij vindt haar alleen en ze is verlegen. De voorlezing van +zijn Ossian-vertaling moet hij, door weemoed en tranen beheerscht, +onderbreken. Met bevende stem leest hij nu de passage: "Daar komt de +stonde dat ik moet verwelken....", maar raakt nu zoo ontroerd, dat hij +voor Lotte op de knieën valt, en haar handen, na ze gekust te hebben, +zich tegen voorhoofd en oogen drukt. Ze buigt zich tot hem over, en hij +richt zich op, kust haar onbedwongen op de lippen. Ze weet niet te +kiezen tusschen liefde en gekrenktheid, stoot hem weg, snelt de kamer +uit. + +Onder voorgeven dat hij op reis moet, laat hij door zijn bediende +Alberts pistolen ter leen vragen en schiet zich voor het hoofd. Lotte's +broers en ook haar grijze vader voelen zich genoopt het bebloede lijk te +kussen; doch geen priester geleidt de baar ten grave. + + * * * * * + +Dit boekje trof--door zijn vermenging van Engelsch Hamlet-pessimisme met +Duitsche Emfindsamkeit, en vooral door zijn woeste aanvallen op de +heerschende moraal--den geest des tijds in zijn kern: de lezers waren +voorbereid op iets van dien aard en zij vonden zich zelf in Werther. Het +werd herdrukt en na-gedrukt (in het jaar van zijn verschijning acht +maal) bezongen door straatzangers, gedramatiseerd, vertaald in alle +groote wereldtalen. Men vergoot stroomen van tranen om Werthers dood, en +Werther is velen inderdaad een lieve vriend geweest. Het Engelsche +costuum waarin hij zich om 't leven bracht--geel vest en broek, bruine +laarzen, blauwe jas met koperen knoopen--werd mode onder gevoelige +jongelingen. Maanzieke juffers verdronken zich met den roman op zak. +Voor een dezer zou Goethe later diep bewogen een gedenksteen plaatsen in +zijn toovertuin bij Weimar. De aartsbisschop van Milaan liet het +gevaarlijke schriftuur in het openbaar door den beul verbranden. Het +bezit er van werd te Leipzig met 10 daalders boete bestraft. De +Chineezen leverden enkele jaren nadien Werther-tafereelen van 't +fijnste porcelein. Napoleon las den roman zeven maal en droeg hem mede +toen hij naar de Pyramiden trok. Werther is vooral in Frankrijk--waar +het publiek door Rousseau's _Héloise_ was bewerkt--Goethes bekendste +boek geworden. Walter Scott zegt in de voorrede tot zijn Götz-vertaling +heel naïef dat dit drama geschreven is door "den eleganten auteur van +Het Lijden des jongen Werthers". Maar nu wist het publiek wie Goethe +eigenlijk was; een anderen Goethe heeft het nooit erkend! + +Lessing, hoewel hij het boek als kunstwerk hoog aansloeg, keurde de +"neerdrukkende strekking" er van af. Terecht noemt hij Werthers +overgevoeligheid het resultaat van achttien eeuwen Christendom en +zelfbeschouwing, en hij meent (minder terecht) dat geen jongen in de +oudheid zoo ware geëindigd. Hij gaf Goethe in overweging, den +weemoedigen toon van zijn werk te neutraliseeren door een slothoofdstuk: +"hoe cynischer, hoe beter". Zijn proselyt Nicolaï schreef een parodie +getiteld: De genoegens van den jongen Werther. Hij laat den zelfmoord op +grappige wijze mislukken en Werther een huwelijk aangaan met Charlotte. +Goethe heeft "het Berlijnsche hondentuig" meermalen onbehouwen van +antwoord gediend, o.a. in het hekeldicht "Nicolaï aan Werthers graf"; de +criticus, door buikkramp geplaagd, doet op het graf van den +zelfmoordenaar uitvoerig zijn gevoeg en beweert dat het met den jonkman +nooit zoo waar afgeloopen, als ook hij op gezette tijden zijn pantalon +had afgestroopt.... Goethe vond dat tegenover een echt kunstwerk +"Kritteley" evenmin te pas kwam als tegenover een natuurverschijnsel. En +den kerels, die zich aan zijn tafel eerst vol hadden gevreten en daarna +scholden op de spijzen, riep hij met wellust na: Slaat dood den hond! + +Lotte zelf en ook Kestner waren door de verschijning van het boek--tot +Goethes pijnlijke verwondering--zeer onaangenaam getroffen. Zij erkenden +dat de schrijver niet had geportretteerd, maar vonden juist daarom de +gelijkenis in sommige onderdeelen te ver doorgedreven en vele vleiende +détails te onrechte verzwegen. Zij zagen over het hoofd dat de Lotte in +den roman de zwarte oogen van Maximiliane had en dat Albert meer op +Brentano geleek dan op Kestner. De belangstelling van het publiek, die +ontaardde in speurzucht, onderhield hun gemelijkheid. Goethe liet niet +af te betoogen, dat hun smart klein was, vergeleken bij de intense +vreugde en de diepgaande leering die het boek aan duizenden en duizenden +had geschonken. Zij wisten ook wel dat hij, al schrijvend, niet aan hen +had gedacht. Maar ze wisten niet welk eigenaardig egoïsme er in een +schrijver omgaat en hun gekrenktheid bleef lang. Men noemt Kestner als +auteur van een boekje, dat den Werther zegt te corrigeeren, door +bijwerking van de Albert-figuur. + + + + +VIII + + Franckfurt ist das neue Jerusalem wo + alle Völcker aus und einziehen und + die Gerechten wohnen. + + +Reeds voordat de Werther zijn roem voor goed had gevestigd, zoodat hij +omzwermd was van nieuwsgierige dames, die meer van Lotte wilden hooren, +dan hij had noodig geacht mede te deelen, kwamen vele groote mannen naar +Frankfort om den schrijver van Götz, van talrijke geniale, overmoedige, +door vriend en vijand bewonderde recensies te leeren kennen. Allerlei +gedichten van Goethe circuleerden in handschrift, en werden druk +besproken, evenals sommige misschien wat grove satyres, o. a. het stuk +over Wieland, Grieken en Goden, waarin hij dezen dichter voorhield dat +de Helden en de Goden, die hij met groote vruchtbaarheid voortbracht, in +hun hart eigenlijk verwijfde, laat-achttiend'eeuwsche jonge Duitschers +waren, en diens droomen liet verontrusten door de verschijning van +sapvollen Hercules, die vijfentwintig jongens in één nacht verwekte.... +Goethes brieven, die zijn hemelstormende veelzijdigheid nog het best +deden uitkomen, werden in gezelschappen--wat in dien tijd niet vreemd +was--onder groote aandacht voorgelezen. Men kende ook zijn weidsche +plannen, de hoofdlijnen van een Caesar-drama, van een Mahomet, een +Faust, en men voorspelde dat vooral dit laatste ongelooflijk schoon zou +worden. Zijn openhartigheid, terloops zij het vermeld, had wel eens +tengevolge dat sommige ontwerpen door anderen eenvoudig werden gestolen, +zoodat er bewerkingen van verschenen voordat hij zelf ze ter hand had +kunnen nemen. Zoo eigende zijn bentgenoot Wagner zich zijn +Gretchen-historie toe, die hem in vertrouwen was verteld. Het +spectakelstuk "Die Kindesmörderin" dat hij er uit brouwde is intusschen +reeds lang vergeten. Maar hoe dan ook: het mishaagde onzen jongen +auteur niet, als literair hemelverschijnsel te worden aangegaapt. + +De eerste hooge bezoeker was de Zwitsersche predikant Lavater die reeds +van de verschijning van de _Briefe des Pastors_ af met Goethe in +correspondentie stond, en hem ook portretten, waaronder een ideale +afbeelding van den Heiland, had gevraagd voor zijn groote werk over +Physionomie-kennis. De schilder, die hem Goethes portret moest zenden, +had hem een afbeelding van den dichter Bardt gestuurd, maar Lavater liep +daar niet in en beweerde dat het Goethe niet kon zijn. Toen hij echter +Wolfgang in levenden lijve voor zich zag, scheen hij te twijfelen,--wat, +bij de hooge achting die hij hem toedroeg, geen wonder was. "Ben jij +het?"--"Ik ben 't." Lavater viel hem in de armen: Wolfgang verklaarde, +dat hij hem moest nemen zooals God hem nu eenmaal had gemaakt, en weldra +waren de twee bezig over de groote vraagstukken godsdienst en moraal, +die ook in hun brieven werden besproken. + +De Zwitsersche profeet was niet het minst beroemd om zijn bewerking van +Bonnets _Palingénésie_, het boek van een beroemd natuurphilosoof, die +het geopenbaarde Christendom in overeenstemming trachtte te zien met de +wetenschap. Dit lag geheel in dien tijd: Men wilde terug naar het +oorspronkelijke, het onbedorvene, naar de oerpoëzie, en dus ook naar het +apostoliesch Christendom. Lavater was een lange, magere man met zeer +scherp gelaat, hemelsche oogen, weldoende, bijna vleiende stembuiging. +Hij werd, ook in het Goethehuis, achtervolgd door dweepende vrouwtjes +met hooge coiffures; die hem heur kousebanden aanboden in ruil voor +lokken van zijn hair, die in Sabbaths heilige stilte op zijn borst +wilden rusten, en (naar de boosaardige Merck in harde woorden uitsprak) +zelfs zijn slaapvertrek in alle hoeken en gaten inspecteerden. Lavater +liet zich veel welgevallen omdat hij gaarne grooten invloed had. Hij +wilde Goethe bekeeren; en Goethe hem. + +Misschien wel om hem te toonen dat hij toch niet heelemaal verdwaald +was, bracht Wolfgang hem in aanraking met zijn vriendin Klettenberg, die +hij weldra de Sabbath van zijn reis noemde. En terwijl de profeet +(wiens geloof aan zijn verbond met God zoo ver ging, dat hij +verkondigde: God heeft de fouten in mijn schoolwerk verbeterd) +discussiëerde met de Hernhuttersche, die zich strikt aan haren bijbel +hield, zat Wolfgang met een ernstig gezicht zich af te vragen: Hoe is +het toch mogelijk dat twee menschen, in wezen zoo dicht bij elkaar +staand, in byzonderheden zoozeer kunnen verschillen? En hij begon een +antwoord op die voor hem albeheerschende vraag te vinden in Spinoza. + +Hij vergezelde zijn bezoeker naar Bad-Ems, maar kon niet van hem +scheiden, liet dus zijn rechtspractijk aan vader en confrères over, en +bleef er veertien dagen. Teruggekeerd vond hij een bewonderaar die in +alles het tegendeel was van Lavater: den schoolhervormer Basedow: een +rumoerig veelweter, in wiens altijd om hetzelfde thema draaiende boeken +men zijn schorre schreeuwstem meende te herkennen, waarmede hij--of men +wilde hooren of niet--zijn systeem van natuurlijke opvoeding à la +Rousseau verdedigde. Een morsig drinkebroer, met een leelijken haakneus; +onbeschoft spotter met bijbel en traditie. Maar Goethe, die graag van +hem wilde leeren, liet zich door dit alles niet ontmoedigen. Hij +weerstond leelijk door leelijk en debiteerde over den bijbel +sarcastische ongehoordhedens, die zelfs Basedow deden blozen. Gedwee +liet hij zich met stinkenden tabaksrook beblazen. Hij ging met den +paedagoog, die op weg was (voor de zooveelste maal) om het +Philanthropicum te stichten, waar zijn ideeën verwerkelijkt zouden +worden, op reis. Onderweg ontmoetten ze Lavater, en Goethe moest wel +eens de twee antipoden, als waren ze kinderen, binnen de perken houden, +opdat ze elkaar geen pijn zouden doen. + +Een geniaal drietal zoo: Goethe, romantiek gekleed met grijze sluitjas, +bruinen halsdoek, hooge laarzen en slappen hoed, waarop van tijd tot +tijd kwam te prijken een boeket, van de een of andere aanbidster +gekregen. Men reed in rookerige koetsen, liet zich varen op den Rijn. +Wolfgang, na de voltooiing van zijn Werther van een geweldigen last +bevrijd, herleefde, improviseerde gewaagd-vurige gedichten, las voor +uit zijn portefeuilles, en at als een beest. Op verschillende kasteelen +werden ze gastvrij ontvangen. Goethe, een wonderlijke verschijning, +maakt furore bij de dames, en ook bij de kinderen, wien hij sprookjes +vertelt. Op het slot van de Steins, waar Basedow grof wordt, omdat men +niet gereedelijk dokt voor zijn Philanthropicum, verwekt Wolfgang +sympathie door zijn tact; en van daar gaat zijn roep naar het Hof te +Weimar. + +Doch, al leefde hij oppervlakkig avontuurlijk, hij bleef een zoeker. Hij +bleef verlangen naar "een zeker iets dat hij duister voelde maar nog +niet kende". Het gebeurde dat hij, verhit en opgewonden, de danszaal +ontvluchtte om Basedow te interpelleeren over een vraagstuk dat vroeger +al tusschen hen was besproken. Dit genie sliep nooit. Het zat 's nachts +in een stinkende wolk zijn copist zwaarwichtige zaken te dicteeren, +dommelde soms wat in zijn fauteuil, om na korte, onrustige sluimering +voort te dicteeren. Hij beantwoordde Wolfgangs vraag en deze wipte weer +naar de danszaal als de muziek begon. Nog voordat de deur van Basedows +kamer achter hem was gesloten, dicteerde diens schorre stem reeds, +beginnend midden in een woord. + +Te Dusseldorf bezocht Goethe Fritz Jacobi. Hij had dien langen tijd +geschuwd wegens zijn overgevoeligheid, die niet echt leek. Jacobi vond +in Wolfgang de ziel, waarnaar zijn ziel verlangde en moest het +herhaaldelijk in zijn armen uitsnikken en zwoer dat hij eeuwig zijn +vriend zou blijven; dit is echter anders uitgekomen. Wolfgang vond in +den ouderen man begrip voor vele dingen die onbestemd en raadselachtig +in hem leefden. Hij had al lang naar een middel gezocht om zijn vreemde +natuur, die hij niet aan anderer voorbeeld kon spiegelen, te +ontwikkelen. Ook Jacobi. Zij hadden dit gemeen dat ze weinig hechtten +aan den invloed van omstandigheden die van buiten af werken, en +geloofden aan een innerlijke kiem die geheel uit eigen kracht moet +groeien. Beiden ontmoetten ze op hun weg Spinoza. + +--Goethe had als jongen reeds in de boekerij zijns vaders een werkje +over Spinoza gevonden van den Nederlandschen predikant Colerus, die +zijn beschouwingen over dezen denker met de grofste en de verfijndste +scheldwoorden doorspekt. Op het titelblad een dwaas portret van Spinoza +met het bijschrift: "_Signum reprobationis in vultu gerens_", d.i.: Hij +draagt het teeken van verworpenheid in het gelaat. Wolfgang haatte +dergelijke bestrijding instinctief; ook wilde hij niet in de eerste +plaats weten wat een wijsgeer volgens dezen of genen behoorde te denken, +doch: wat hij werkelijk dacht. In Bayles Dictionnaire--zijn vraagbaak +voor onderwerpen uit de philosophie--had hij Spinoza nageslagen; doch de +inderdaad oppervlakkige en foutieve aanduidingen die hij er aantrof, +zegden hem niet veel. Maar in zijn Ephemeriden had hij aangeteekend dat +hij Spinoza's vereenzelviging van God en Natuur een zuivere leer achtte, +waarvan het slechts te betreuren viel, dat de ontwerper ze met zooveel +dwalingen had omhuld. Genoeg om thans nader met Spinoza's werken kennis +te maken. Hij was echter veel te ongeduldig en te verlangend om dien +denker te volgen in zijn "geometrischen" betoogtrant, welke den lezer +slechts met kleine pasjes vooruit brengt, en geen bewering toelaat, +voordat de gronden waarop zij steunt volkomen vaststaan. Neen, Wolfgang +doorbladert de boeken, en als hij hier of daar een idee leest dat +plotseling een groote groep van zijn eigen ideeën in beweging brengt en +ordent, dan heeft hij geen moeite om Benedictus op zijn woord te +gelooven. Het doet zijn ongestadig bevroedend en onwiskunstig denken +goed, een bezadigd systeembouwer voor zich te laten zorgen; met vreugde +laat hij zich door een man, die in redeneertrant tegenover hem staat, +als het ware voordenken, wat hij in de diepste donkerte van zijn ziel +als waarheid voelt. Hem boeit Spinoza's wijde wereldblik die de groote, +d.i. de uiterlijk-stoffelijke, en de kleine d.i. de innerlijk-zedelijke +wereld tegelijk omvat. Hem ontroert de groote belangeloosheid die--in +zonderlinge tegenspraak met wat de bestrijders voorgeven--door zijn +leven straalt zoowel als door zijn leer, en die haar schoonste uiting +vindt in de stelling: Wie God liefheeft moet niet verwachten dat God hem +wederkeerig beminne. God heeft niemand lief en haat niemand. Want God +is vrij van allen hartstocht en van elke aandoening van genot of smart. +Daar nu liefde een genots-, haat een smartaandoening is (begeleid van de +voorstelling van een uiterlijke oorzaak), kan niemand wenschen dat God +hem liefheeft, zonder er bij te wenschen, dat God niet God is.... Toch +heeft God den mensch lief, daar de mensch niet buiten God is, en God +vreugde heeft aan eigen volmaaktheid.... Door Gods waren aard te +doorgronden en in den geest met God één te zijn, heeft de mensch +bewustelijk deel aan deze liefde Gods. Daartoe moet hij zich van alle +belangzucht en hartstocht vrijmaken, het goede doen om het goede, zich +bevrijden door zich voortdurend te geven.... Totale zelfverloochening in +liefde en vriendschap lijkt ook Goethe, gegeven zijn persoonlijkheid, de +eenige ware leefregel. En een nieuw gebied van zijn ziel wordt ontgonnen +en bevrucht door het besef van een universeele noodzakelijkheid, die er +ligt besloten in de idée: dat zelfs God zijn eigen wetten niet kan +wijzigen. Zoo liggen in de ziel eens menschen de wetten, waaraan hij +heel zijn leven niet ontkomt. + +In Jacobi vond Wolfgang dus een goeden gids in eigen boezem. Deze had +stelselmatig gestudeerd en hij beschouwde Spinoza's leer als een +onwillekeurig betoog voor de ontoereikendheid van het menschelijk +denken. Goethe had kort te voren gewanhoopt aan de mogelijkheid van een +op het menschelijk denken uitsluitend gebouwde wetenschap. Hij sloot +zich gaarne bij Jacobi aan. Maar wat hen vereenigde zou hen later +scheiden. + +[Illustratie: _a_ JOHANN BERNHARD BASEDOW _b_ JOHANN HEINRICH MERCK +_c_ JOHANN CASPAR LAVATER _d_ FRIEDRICH GOTTLIEB KLOPSTOCK +_e_ FRIEDRICH HEINRICH JACOBI] + +Te Elberfeld, waar zijn vriend Jung, genaamd Stilling, zich als arts had +gevestigd, legde Wolfgang zich als ware hij ernstig ziek te bed, het +hoofd in groote doeken gewikkeld, en liet doctor Jung roepen. Alleen +zijn pols stak nog boven de dekens uit. Maar toen Jung die aanpakte en +beweerde dat hij niets abnormaals voelde, sprong daar eensklaps de +Westindiër te voorschijn en viel den verbluften geneesheer om den +hals.--Jung wist later te verhalen van een gastmaal, waar Goethe, +Lavater, Basedow en meer dergelijke genieën vereenigd zaten; serieuze +gedachtenwisseling kluistert de genieën aan hun zetels, maar Wolfgang +kan bij al die tegenstrijdige en ietwat overdreven uitingen geen rust +vinden; hij springt van groep naar groep, danst ten slotte om de tafel, +en maakt grimassen. De omstanders meenen dat hij gek is, en hij +bevestigt hun oordeel, door ze met verdwaasde oogen aan te staren. Maar +als ze ten volle zijn overtuigd, beschaamt hij ze plots door één blik, +schitterend, geestvol, vernietigend. + +Terwijl geleerden en kunstenaars die reeds veel meer hadden gepraesteerd +dan hij zelf, in hem hun meerdere voelden, in vurige woorden hun +bewondering voor zijn aanleg, zijn uiterlijk, zijn plannen, zijn hecht +idealisme te boek stelden, bleef hij wie hij was. In zijn _Diné zu +Coblentz_ gaf hij een guitig zelfportret uit dien tijd: Hij, kind van de +wereld, zit met een spottig gezicht wijn en gebraad te verslinden; aan +zijn eene zijde zit Basedow den doop te bespotten; aan zijn anderen kant +zit Lavater de geheimenissen van de Openbaring na te openbaren; hij +begeleidt hun argumenten met groote happen. + +Kort daarop kreeg hij bezoek van Klopstock, den dichter van de Messias +en de beroemde Oden, wiens rijmlooze verzen hij als kind in het geheim +had gelezen. Deze, hoewel uiterst vriendelijk, kon het niet van zich +verkrijgen met den jongeren Wolfgang op voet van gelijkheid over +geestelijke onderwerpen te spreken. Wel gaf hij menigen nuttigen wenk +ten aanzien van "den ijsloop" zooals hij het schaatsenrijden noemde. +Goethe brengt hem natuurlijk een eind terug. Op den thuis-weg dicht hij +in de hortende en stootende postwagen zijn ode aan _Schwager Kronos_, +d.i. Voerman de Tijd, waarin hij te kennen geeft dat hij liever ter +Helle vaart als vurig jongeling dan langzaam te verworden tot grijskop. + +Fräulein Klettenberg wilde hem maar niet opgeven, en telkens geloofde +zij dat ze hem had bekeerd. Maar hem werd nu duidelijk dat hij, bij al +zijn eerbied voor de moravische broeders, nooit een christen naar hun +hart zou worden. Het dogma van de erfzondigheid, volgens hetwelk de +mensch, ondanks al zijn streven naar beter, hier op aarde nooit volkomen +zondevrij zou worden, streed te zeer met het hem ingeschapen geloof dat +voor den geduldigen, volhardenden strijder een staat van volkomen +reinheid te bereiken moest zijn, een aardsche gelukzaligheid. Maar hij +bleef trouw aan zijn liefde tot den bijbel, en dit leidde tot een poging +om aan de oude legende van Ahasverus een dichterlijke gestalte te geven, +en deze dan tevens te gebruiken om zijn meening aangaande de innerlijke +gelijkslachtigheid van allerlei gelooven en stelsels tot rijpheid te +brengen en te belichamen. Hij bracht de taak echter niet ten einde, +terwijl de eerste opwelling hem daartoe nog kracht gaf. Later trachtte +hij het gedicht weer op te vatten, maar hij kon niet verder. Het bleef +een fragment ... en kwam naast vele andere fragmenten te rusten. Maar +dit fragment _Der Ewige Jude_, dat op den lezer in zijn Hans-Sachsstijl, +met zijn strengen, bijna rauwen humor, een diepen indruk maakt, doet de +vraag rijzen of het zelfs een genie als Goethe mogelijk ware geweest het +geheel in dezen toon uit te werken. + +Doch er spookten immers zoo veel plannen in zijn hoofd! Meer dan eens +stond hij 's nachts op om gelukkige invallen op het eerste stuk papier +het beste neer te krabbelen: het kostte hem ontzettend veel moeite, zijn +middaguren voor de rechtspractijk te reserveeren. Hij wilde nu eens +alles doen, waartoe hij in staat was, teneinde de eer te hebben, zich +zelf beter te leeren kennen. Zijn bewonderaars en zijn napraters en de +velen die, naar Merck beweerde, in zijn glans hoopten te schitteren, +lieten hem geen rust. Indertijd, terugkeerend van Straatsburg, had hij +een jongen harpspeler meegetroond met de belofte van huisvesting en +goede verdiensten. Toen had zijn moedertje den vreemden klant voor vader +Gaspar verborgen en hem zoo spoedig mogelijk elders onderdak gebracht. +Maar nu herbergde het stille, schemerige patriciërshuis zooveel vreemde +klanten, avonturiers en hongerige talenten, menschen met merkwaardige +manieren, sterk persoonlijke meeningen en geniale magen, dat Herr +Geheimrath doorloopend verontwaardigd was; en moeder Goethe maakte zich +ernstig bezorgd, wetend dat Wolfgang zich in schulden stak om zijn vele +"vrienden" te helpen, en schoon hij tijd miste om aan zijn eigen +scheppingsdrang te voldoen, anderen onbekrompen bijstond in +onbelangrijke werkjes. Wolfgang zag diep in een karakter, waarvan hij de +kern eenmaal had gevoeld, doch hij liet zich makkelijk beetnemen door +iemand, dien hij van buiten naar binnen moest beoordeelen. Geen wonder +dat de ouders aanstonds in actie kwamen toen ze meenden dat de kans op +een huwelijk zich voordeed. + +Het was in den kring van jongelieden, waar Wolfgang soms verkeerde, +gebruik, iedere week een huwelijksloterij te houden: het lot wees aan, +welke paren zich een week lang als getrouwd moesten voordoen. Man en +vrouw moesten elkaar met beleefde onverschilligheid behandelen, mochten +niet dicht bij elkaar zitten, niet te veel met elkander babbelen, en +vooral: ze mochten elkander koozen noch kussen. Toen nu drie keer +achtereen het lot Anna Sybilla Münch met Wolfgang had vereenigd, meende +de woordvoerder van de club dat de hemel had gesproken, en dat zij +voortaan onscheidbaar waren. + +Inderdaad, Wolfgang mocht het meisje wel, en hij zondigde wel eens tegen +de regelen der wellevendheid, door zich als haar minnaar aan te stellen. +Hij verdiepte zich meermalen in de gedachte (juist wijl ze hem geen +hartstocht inboezemde), haar als zijn vrouw in het groote ouderhuis te +voeren. De wederzijdsche familie, verwachtend dat het huwelijk rustig en +gelukkig zou zijn, moedigde toenadering aan. Reeds maakte men plannen +voor een verloving; onmiddellijk nadat deze zou hebben plaats gehad, +moest Wolfgang een reis door Italië maken--want zulk een reis kon niet +gemist in het opvoedingsprogram dat vader Goethe nu eenmaal voor zijn +zoon had vastgesteld(!)--en daarna het huwelijk. Maar aan Wolfgangs +vergissing kwam betrekkelijk spoedig een eind. De ouders loerden op een +betere kans. + + * * * * * + +Zijn omgang met dit meisje heeft beteekenis behouden, doordat hij min of +meer heeft bijgedragen tot het ontstaan van een nieuw drama. Hij had op +een van de jongelieden-bijeenkomsten de vierde _Mémoire_ van den +Franschen schrijver Beaumarchais voorgelezen; verhalend hoe deze naar +Madrid was getrokken om daar Clavigo, een jong bel-esprit, die zijn +zuster ontrouw was geworden, nadat hij door 's konings gunst een hoogen +post had gekregen, een schriftelijke erkentenis van zijn laagheid af te +dreigen. Nadat hij daarin door zijn groote vastberadenheid is geslaagd, +zoekt Clavigo een verzoening met zijn meisje, maar tracht in stilte te +bewerken dat Beaumarchais zal worden uitgewezen, om daarna met diens +zuster korte metten te maken. Doch Beaumarchais verneemt dit, klaagt +Clavigo aan, ziet zich gewroken, doordien de koning den gluiper uit zijn +ambt ontzet. + +Goethe had er reeds vluchtig aan gedacht, dit onderwerp dramatiesch te +behandelen, maar och, hij had zooveel plannen die onuitgevoerd bleven. +Nu liet Anna zich ontvallen dat, ware ze niet slechts zijn vrouw maar +ook zijn gebiedster, zij hem zou bevelen een drama te trekken uit het +voorgelezen _Mémoire_. Om haar nu te toonen, hoe hoog hij zijn vrouw +stelde, beloofde ridderlijke Wolf haar opdracht uit te voeren, binnen +een week. En hij hield woord. + +Hij was trotsch op zijn _Clavigo_, omdat hij met dit treurspel in vijf +bedrijven (het classieke aantal, naar men weet) den kerels getoond had, +dat hij zich wel kòn houden aan de eischen van opvoerbaarheid en +concentratie, als hij maar wilde; èn omdat hij, bezeten door een +gloeienden scheppingsroes, ondanks al zijn haast er nog iets van had +terecht gebracht. Hij liet dit nieuwe stuk, van zijn naam voorzien, +verschijnen: het eerste werk dat hij teekende. (De uitgever van den +Werther had zijn naam in een mis-catalogus verklapt). Hij was doorgaans +uitermate fier, als hij iets gewoons had geleverd. Merck echter nam hem +streng onder handen: Je moet zulke prullen niet meer schrijven; dat +kunnen anderen net zoo goed als jij!.. Op jaren gekomen had Goethe er +nog steeds spijt van, dat hij zich aan die vermaning had gestoord. Want, +zeide hij, als ik een dozijn zulke stukken had geschreven, (waartoe ik +met een beetje aanmoediging gemakkelijk in staat ware geweest) dan +zouden er wellicht drie, vier van mijn drama's nu op het répertoire +staan! + +Goethes treurspel _Clavigo_ houdt zich schijnbaar zeer nauwkeurig aan +het mémoire. Alleen het slot is wat de gebeurtenissen betreft ingrijpend +gewijzigd, en deze wijziging is kenmerkend voor het stadium, waarop +Wolfgangs geestesontwikkeling zich toen bevond. Bij hem valt Clavigo +niet in ongenade; hij laat Marie van verdriet sterven (misschien ook wel +eenigszins onder den invloed van haars broeders akelig wraakgeschrei). +'s Nachts, als haar stoffelijk overschot zal worden bijgezet, wil +Clavigo toevallig(!) zijn vriend Carlos opzoeken; en zijn bediende leidt +hem toevallig(!) hoewel hij 't hem verboden heeft, door de straat waar +de Beaumarchais wonen. Weldra staat Beaumarchais met getrokken rapier +voor hem; een kort tweegevecht: de ontrouwe minnaar valt over de baar +van zijn verlaten minnares. Zijn bloed droppelt schoone rozen op haar +blanke lijkkleed.. En nu dankt de stervende den wreker voor dezen +genadestoot. Hij is daardoor zijn broeder geworden en voor de eeuwigheid +met Marie getrouwd. Hij zal haar overbrengen de groeten van haar magen, +de groeten die haar door haar snel afsterven zijn ontgaan. Stervend +dwingt hij zijn inmiddels toegeschoten vriend Carlos de belofte af, dat +deze Beaumarchais, die nu een moord op zijn geweten heeft en in gevaar +verkeert, veilig over de grenzen zal leiden.-- + +Vermaarde Goethe-kenners noemen dit slot een _gezocht aanhechtsel_. Te +onrechte. Het ligt, evenals het slot van De Medeplichtigen, geheel in de +lijn van de grondgedachte. Om dit in dit zien, onderscheide men al weer +tusschen de bewegingsmotieven, die het slot te voorschijn brengen (hier +_bv._ de ongehoorzaamheid van den bediende; het samenvallen van het +oogenblik waarop Clavigo zijn vriend zoekt met het moment waarop de +lijkstoet zal vertrekken, enz.), en den psychologischen inhoud van het +slot. De eersten zijn geheel toevallig ten opzichte van het karakter van +den hoofdpersoon, waaruit zij dienden voort te vloeien. Daardoor wekken +zij bij oppervlaksbeschouwers den indruk, dat ze zijn "gezocht" en +"berekend op tooneel-effect". Zoo kunnen zij aanleiding geven tot de +spotternij dat de werkelijke Clavigo, die meer dan dertig jaren later +een natuurlijken dood stierf, het genot kon smaken, zich op de Duitsche +planken te zien vermoorden. + +Maar de fout van de bewegingsmotieven is: dat zij _geenszins_ zijn +gezocht. De schrijver, wiens krachten inderdaad te kort schoten om +ze--ook wat het uiterlijke betreft--volkomen natuurlijk uit het +oorspronkelijk gegeven af te leiden, heeft in een soort van radeloosheid +(welke den fijngevoeligen dichter bij het bewustzijn van zijn onmacht +overvalt) naar het eerste het beste vertelseltje gegrepen, en niet zijn +toevlucht genomen tot een der vele bedriegelijke kunstmiddeltjes, die +ook hem zeer zeker ten dienste stonden; kunstmiddelen, die weliswaar +geen principiëele verandering hadden gebracht, maar toch de +"gezochtheid" van het slot tamelijk wel hadden bemanteld,--en derhalve +vele diepzinnige Goethekijkers hadden overbluft. + +Is nu ook dit treurspel te rekenen tot de eerste periode in Goethes +geestes-evolutie (de Götz, die het leven van een voorbeeldig man +navertelt, valt buiten deze indeeling!) tot de drama's met gewrongen of +voorkomen slot, geenszins is vol te houden dat het slot van den Clavigo +onnatuurlijk, d.i. innerlijk onnatuurlijk is. + +En hier breke men nu voorgoed met het sprookje dat Goethe zou zijn een +realist, hetgeen slechts zou kunnen beteekenen dat hij in het +onderhavige geval een karakter weergeeft, zooals hij het heeft +waargenomen, en het op zijn hoogst door wat psychologische redeneeringen +"aannemelijk" zoekt te maken. Ware dit zijn bedoeling, ware hij +werkelijk het mémoire op den voet gevolgd, dan, ja dan ware het slot er +slechts aan geplakt. Maar--in dit geval hadde het gegeven hem reeds +voldaan, zou het gegeven reeds een bij zijn aanleg passende +scheppingsmogelijkheid zijn geworden, òmdat het was een ware, werkelijk +doorleefde, menschelijke gebeurtenis. Dan had hij van den Spaanschen +koning, die een pas verheven gunsteling smadelijk van zijn hof jaagt, +terwijl de stoutmoedige aanklager triumpheert, terwijl de duivelsche +vriend Carlos rilt, wel een op effect berekende slot-scène kunnen maken: +hij was handig genoeg. + +Maar dat Goethe dit versmaad heeft, wijst ons er op, dat het +grondgegeven zijn ziel op totaal andere wijze had getroffen. Niet +realistiesch (als "schilderij") maar moralistiesch-wijsgeerig. Hij vroeg +zich af: hoe uit zich hier de tegenstelling tusschen karakter, d.i. +oorspronkelijk Ik, en de buitenwereld (waartoe dan ook de karakters van +de andere personages zijn te rekenen)? Het antwoord luidde in dit +stadium van zijn leven: Ondergang van den held. En in het speciale +geval-Clavigo: dood door de hand van iemand dien hij hoogacht. Eerst +toen hij dit antwoord duidelijk voor oogen had, kon hij zich zetten aan +het belichamen van zijn grondgedachte, of liever: toen deden de +gestalten die hij in het mémoire had aangetroffen zich aan hem voor àls +belichamingen, als de levende plastiek van iets dat hij _in_ zich +omdroeg, van een _moraal_. Voor den Spinozistischen Goethe, die in ieder +stuk natuur een uiting van het innerlijke, _d. i._ het Goddelijke +wenschte te zien, ontstond eerst toen een scheppingsmogelijkheid. _Hij +gaf dus de natuur niet weer om de natuur, maar om de idee, waarvan de +natuur de openbaring leek._ Aan de natuur kòn hij zich niet houden. Hij +was niet realist doch moralist. Het kon hem niet schelen hoe de dingen +gebeurd waren; hij wilde aanschouwelijk maken _hoe de dingen moesten +gebeuren_, volgens een in hem vaststaand schema. Vandaar dat hij het +soms beter wist dan de natuur,[A] en dat de helden van zijn spelen met +de historische personen die zij voorstellen, meestal slechts den naam +gemeen hebben. + +[A] "Zijn oordeelen over menschen, zeden, politiek en smaak worden +echter niet door voldoende ervaring ondersteund".--Uit een interview met +Goethe, door "Een Duitsch geleerde", in "Het Duitsche Museum". + +De schrijver dezer regelen laat zich niet uit het veld slaan door den +kwalijk verholen trots, waarmede Goethe zelf hier en daar spreekt van +zijn realistischen tic. Want hiermede bedoelt hij, wel-overwogen, +slechts dit: dat hij, eenmaal aan het belichamen van een idee, aan zijn +personages de grootst mogelijke realiteit trachtte te geven, ze niet +nevelachtig wilde maken. Bij de bespreking van Die Geschwister zal in +herinnering worden gebracht, hoe dubbelzinnig dit soms uitviel. + +Hoe zag nu de moralist Goethe het karakter van den "verrader" Clavigo? +Voor Beaumarchais was deze een diepverdorven man, een eerzuchtig +bedrieger: hij verstoot zijn meisje als hij maatschappelijk een treedje +stijgt. Maar voor Goethe was hij een twijfelende zwakkeling, half groot, +half klein man, een uitvoerig uitgewerkte _Weislingen_, een afspiegeling +dus van den zieletrek dien hij in zich zelf leerde haten toen hij +Friederike verstiet, en dien hij nu wilde hekelen. + +Om nu van den realistiesch (in zijn lectuur) waargenomen schurk Clavigo +een twijfelaar te maken, moest hij hem zijn (van buitenaf gezien +verfoeilijke) ontrouw niet doen plegen uit eigen beweging, _d. i._ uit +ingeschapen boosheid, maar onder den invloed van een derde. Deze derde +is zijn vriend Carlos, een koel-verstandig, practiesch vereerder, die +hem door zijn mephistofelische inblazingen toont de wreede +noodzakelijkheid van het aardsche leven; hier: de noodzakelijkheid om +Marie te verstooten, teneinde in haar plaats een vrouw van positie te +kunnen huwen. Clavigo hecht aan zijn toekomst als auteur evenzeer als +aan zijn liefdesgeluk. Slechts als Carlos in zijn nabijheid is, en hem +met een handigheid waaraan zijn gezond verstand geen weerstand kan +bieden op de eischen van het leven wijst, overheerscht de eerstgenoemde +gehechtheid in hem. Is Carlos weg, dan heeft hij berouw en verlangt +terug naar Marie. + +Men merke op, hoe scherp Goethe hier heeft gevoeld het verschil tussen +dramatische en romantische behandeling van eenzelfde onderwerp. In een +_roman_ had hij Clavigo's zielestrijd uitvoerig kunnen ontleden en kon +hij hem dus zijn wandaad doen bedrijven, zonder den lezer van hem +afkeerig te maken. Maar de korte spanne tijds, waarover de dramaturg +voor zijn karakterteekening beschikt, gedoogt zulke ontleding niet, of +zij zou dienen te geschieden in lange monologen,[A] die onnatuurlijk +zijn en een te groote mate van zelfkennis in dezen twijfelaar zouden +veronderstellen. Clavigo mocht ook niet onbegrepen-onsympathiek worden; +want een onsympathiek hoofdpersoon boezemt het publiek niet de ware +belangstelling in. Vandaar de schepping van Carlos,[B] die is zijn kwade +geest in letterlijken zin; dat wil zeggen: vertegenwoordigt en +belichaamt een levenskijk die ook hij in zich heeft, maar nu het +dramatiesch gezichtsbedrog bewerkstelligt, dat de toeschouwer hem houdt +voor een verleider, die den tobbenden Clavigo "slecht" _maakt_. + +[A] Zie "Werther". + +[B] "Ik tart het ontleedmes der critiek, de enkel-vertaalde plaatsen te +scheiden van het Geheel, zonder het te ontvleezen, zonder doodelijke +wonden toe te brengen (niet aan de historie) doch aan de structuur, de +levens-organisatie van het stuk". (Goethe) + +Maar--aldus Goethes ervaring--uit zulk een twijfelzucht moet voor de +geliefde groot onheil ontstaan. Clavigo is nog niet een boosdoener--al +is het niet braaf je meisje te laten zitten; zijn motieven zijn niet +geheel en al verwerpelijk. En Marie, hoewel ze zijn motieven niet +begrijpt, houdt nog zoo veel van hem, dat zij hem weer in genade +aanneemt, als hij--ontkomen aan Carlos' suggestie--zich aan haar voeten +werpt. De historische Clavigo deed ook zoo iets. Maar hij deed het om +zijn belager Beaumarchais in den val te lokken, terwijl het Goethes +zwakkeling oprecht om vergeving is te doen. Hier ontstaat het tragische +moment. + +Onder den invloed van zijn kwaden geest, gaat Clavigo de herkregen gunst +misbruiken; waar de valschaard uit het mémoire van begin af op heeft +aangestuurd. Hij besluit Beaumarchais onschadelijk te maken: de zuster +begrijpt dan natuurlijk, dat hij ook hàar niet welgezind is. Toch was +zijn inkeer oprecht: zelfs de wantrouwige Beaumarchais heeft er in +geloofd, en de met zooveel moeite verkregen schuld-erkentenis +verscheurd. Maar (en hier grijpt het noodlot in) nu hij de bewijzen +tegen Clavigo dusdoende uit handen heeft gegeven, valt het Carlos +gemakkelijk hém te beschuldigen en met verbanning of gevangenis te +bedreigen. + +Is het wonder dat de aan een borstziekte lijdende Marie, onder den +invloed van Clavigo's vele, snel opeenvolgende front-veranderingen, die +zij slechts kan verklaren door aan te nemen dat haar minnaar een +doortrapte boef is, geschokt wordt en sterft? Zeker, Goethe had het bij +een hartkwaal kunnen laten. Maar een hartkwaal is veel moeilijker op het +tooneel te brengen dan een plotselinge dood, en Goethe had weinig tijd +over. En--dit is de hoofdzaak--hadd' haar broeder (wien niet in de +eerste plaats haar overlijden, maar haar gekrenkte eer bedroeft) indien +ze door een hartkwaal ware getroffen niet evenzeer naar wraak verlangd? +Hadd' hij niet evengoed de eerste gelegenheid om Clavigo te treffen +aangegrepen? En moest de stervende Clavigo--die op geen literair succes +meer mocht hopen--dan niet evenzeer tot het inzicht komen, dat hij Marie +nog steeds beminde, en door zijn smadelijken dood zijn schuld jegens +haar eenigszins had uitgeboet?--Als men deze vragen bevestigend +beantwoordt, dan moet men toegeven, dat het slot van het treurspel +Clavigo niet een "aanhechtsel" is, maar een natuurlijk uitvloeisel van +het grondgegeven,--zooals Goethe dit door de invoering van Carlos (die +begrijpelijker wijze Merck's ergernis wekte) had gewijzigd; dat Goethe +dus schijnbaar slechts zich hield aan het mémoire, doch in werkelijkheid +sommige détails uit dat mémoire gebruikte om een van zijn ervaringen +zich voor oogen te stellen. Dit slot mòest zoo zijn,--ook al is de +gelegenheid tot wraakneming, waardoor de ontknooping wordt _ingeleid_, +kunstmatig te voorschijn geroepen. + +En hiermede is de fout van dit treurspel tot zeer kleine beteekenis +teruggebracht, en zij den schrijver absolutie geschonken voor zijn +phantastische fakkellicht-scène met den lijkstoet. Men bedenke dat hij +een dergelijke scène pas uit den Götz had geworpen, omdat ze daar +ontbeerlijk was. En de moord op Clavigo moest 's nachts geschieden +(anders te veel politie op de been!) en 's nachts droeg men in dien tijd +fakkels. Alleen kan gezegd worden: de lijkstoet gaat 's nachts uit, +òmdat Clavigo overdag niet zoo gemakkelijk omver kan worden +gestooten.... + +Geenszins is hier betoogd, dat dit treurspel staat op de hoogte van +Goethes beste jeugdwerk. Het had veel succes en laat zich nog goed en +vlot spelen; maar het werd geschreven in een _overgangstijdperk_, +evenals sommige satyres en libretti, die hier niet worden besproken, en +het treurspel "Stella" dat nader wordt gekarakteriseerd. + +Doch wel is hier eens te meer bewezen, dat het genie zich ook in het +kleine geniaal betoont. In het byzonder blijkt dit bij den +voortreffelijken Carlosfiguur, die geen los inzetsel is,--gelijk vaak +wordt beweerd--maar behoort tot den dieperen beweeggrond, die het stuk +maakt tot wat het is. En ook uit de zeer naïeve fouten (de ongehoorzame +knecht!) spreekt Goethes grootheid. De middelmatige zal zulke luttele +dwalingen met overleg vermijden; op bergpaden neemt men ezels mee en +niet renpaarden. De geniale, wiens oog ten hemel is gericht, ziet zelden +nauwkeurig toe waar hij loopt, en struikelt over het geringste steentje. + + + + +IX + + Warum ziehst du mich unwiderstehlich, + Ach, in jene Pracht? + + +Einde 1774 arriveerden te Frankfort de twee prinsen van Sachsen-Weimar +met gevolg, waaronder stalmeester Von Stein. De erfprins Carl-August had +te Parijs met zijn bruid en met den Werther kennis gemaakt te zelfder +tijd. Hij zond kapitein Von Knebel,--een man die zelf in literatuur +liefhebberde--naar Wolfgang met uitnoodiging, bij de prinsen zijn +opwachting te komen maken. De oude Goethe, echte burger-aristocraat, +trachtte zijn zoon van dezen stap terug te houden, maar dank zij de +tusschenkomst van Frl. Kettenberg liet hij hem ten slotte gaan. + +Toevallig lag bij den prins een gloednieuw exemplaar van Mösers boek +"Patriotische Phantasieën" op tafel. Goethe kende het boek door en door. +Kort daarop betuigde hij aan de uitgeefster (Mösers dochter) in +hartelijke woorden zijn dankbaarheid voor de honderlei wenschen, +verwachtingen, plannen, die het in zijn ziel had ontvouwd. Wolfgang +bracht het gesprek op de hervormingsplannen van dezen diepzinnigen doch +zeer populair schrijvenden auteur; de prins wenschte niets liever. + +Carl-August was toen ongeveer achttien jaar oud en stond op het punt de +regeering van zijn landje--tot dan toe onder regentschap van zijn moeder +Amalia gevoerd--persoonlijk te aanvaarden. Hij was opgevoed--en dit is +teekenend voor Amalia's hooggeprezen ideeën!--door den goedig-boven-aardschen +schrijver van "De gouden Vorstenspiegel", den poëet Wieland. Weinig +benul had hij van de economische verhoudingen in Sachsen-Weimar en van +de wijze waarop het schip van staat zich laat sturen. Een tengere, +bleeke jongeling met hoog voorhoofd en zware wenkbrauwbogen, met +stekend-scherpen blik en trotschen, vasten, ietwat scheeven mond. Hij +had een passie voor honden, paarden, soldaten, drijfjachten. Niet in de +eerste plaats een fijne, wel een sterke geest. Evenals zijn moeder heet +van bloede; ook in andere opzichten meedoogenloos hartstochtelijk en +hautain, verregaand frank in zijn doen en laten, had hij vroegtijdig +de grenzen leeren kennen en overdenken, die zijn zwak lichaam, en de +karakters, de gevoeligheden van zijn medemenschen, moesten stellen aan +zijn ongebreidelde begeerten. Zijn aangeboren minachting voor conventies +en uiterlijkheden werd in zijn aanstonds diepgrijpende levenservaringen +bevestigd. Het Ik, het "oorspronkelijk genie"--en niet alleen het +zijne--stelde hij boven alles. In daden, eigenmachtige daden, zoo noodig +tegen de traditie, ja, liefst tegen de traditie, zocht hij levensgeluk. +Wat reeds door geboorte het zijne was wilde hij veròveren. Innig verwant +dus aan Sturm-und-Drang ontlook hij tot onafhankelijken, natuurminnenden +oppermensch en besefte tegelijkertijd dat hij bestemd was alleenheerscher +te worden, ja, maar in een landje dat, hoezeer ook uitgeput door den +zevenjarigen oorlog, voor zijn dadendrang denkelijk was te eng; waar hij +ten volle slechts zich zou kunnen bevredigen, wanneer hij zich ging +roeren op het gebied van de Idee. Ten minste, zoo dacht hij toen. +Snellevend door zijn hartstocht, joeg hij als de kunstenaar naar de +uiterste grenzen van de menschelijkheid, beleefde hij, na uitviering van +grove lijfsdrangen, periodes van aandachtigen inkeer, koesterde hij +oprecht eerbied voor de intuïtie des dichters. Poëtiseerde ook zelf +bijwijlen, maar was nooit méér dichter dan wanneer zijn veder weigerde.... +Hij was een ruwe, naar zelfbedwang strevende Werther. En vandaar zijn +niet aflatende vereering voor Goethe; in wien hij steeds een geheimzinnig +toovenaar zou blijven zien, die altijd gelijk had--ook als hij het niet +met hem eens was. + +Toen nu Wolfgang betoogde dat de versnipperdheid van het Duitsche Rijk, +hoe betreurenswaardig ook, deze goede zijde had, dat zij aan verlichte +kleine vorsten gelegenheid gaf, tenminste in hùn gebied iets goeds tot +stand te brengen--werd in Carl-August het verlangen sterker, hem als +vertrouwd raadgever en medewerker naast zich te hebben. Nog nooit had +iemand hem op zoo verheven en tegelijk eenvoudige wijze over de +grondslagen van het staatshuishouden gesproken! + +En Goethe vatte het plan op, den edel willenden jongen prins tot ideaal +regeerder te vormen; zou dan toch verwezenlijkt worden wat hij in zijn +laatste studiejaar had gedroomd? + +Na veel over en weer praten met zijn republikeinschen vader kreeg hij +verlof, zijn nieuwe vrienden naar Mainz te volgen. Daar wist de +kroonprins hem te bewegen, een verzoenend briefje te zenden aan Wieland, +die aan het hof te Weimar nog zeer gezien was. Goethe vond dit wel +aardig, had allang spijt van zijn kwetsende satyre op den hofpoëet, die +hij in wijnroes met een flesch Bourgogne naast zich had aaneengeflanst. +Maar toen de brief weg was, kwam hij tot de ontdekking dat hij nu met de +heele wereld op goeden voet stond. En hij voelde zich bedroefd, want hij +had den haat evenzeer noodig als de genegenheid. + +Hij hoopte dat Frl. Klettenberg, met haar gelouterden blik op +menschelijke verhoudingen, hem zou kunnen raden aangaande de warmere +gevoelens, die er waren gerezen tusschen hem en Carl-August; te meer +daar zijn vader niet ophield hem te waarschuwen, dat de vorsten hun spel +speelden met hem, den burgerzoon. Maar bij zijn terugkomst in Frankfort +vernam hij, dat deze "schoone ziel" kalm was verscheiden en reeds +begraven lag. De wrevel van den oude, door de "vorstengunst" tot +vernieuwde uiting gebracht, zou hem voortaan rechtstreeks treffen. + +Moeder Goethe bleef uitkijken naar een goed meisje voor haar +avontuurlijken zoon; zij haalde zelfs de oude, notenhouten wieg te +voorschijn, waarin hij eens had gerust, hopend hem belust te maken op de +vorming van een eigen gezin. + +Met nieuwjaar introduceerde een vriend hem bij de weduwe Schönemann, +eigenares van een groote bankierszaak. Haar zeventienjarige dochter Lili +trok zijn aandacht te midden van het groote gezelschap dat naar heur +clavierspel luisterde. Diepdringende blikken gingen over en weer. +Verdere bezoeken werden hem toegestaan. + +Lili, blond-mooi en vermogend meisje, was altijd omgeven van een schare +min of meer welmeenende vereerders. Zij had tot dan hun galanterieën +glimlachend aanvaard en lichtzinnig genoeg aangewakkerd. Zij was +bedreven in de kunst, mannen te beheerschen, door hen in den waan te +laten dat zij beloofd had wat die mannen verlangden. Bedachtzaam speelde +ze de eene vlam uit tegen de andere; zonder ooit iemand zoo te +begunstigen dat zijn mededingers het recht hadden zich naijverig te +toonen. Ze beoefende deze kunst niet minder rustig wanneer er werkelijk +sprake was van liefde. + +Ze scheen nu eensklaps ten volle ingenomen door den mooien, sterken, +beroemden Goethe. De verheven levenshouding die door zijn gesprekken +straalde nam zij ook aan, en ze kon hem weldra bewijzen dat dit edele +zich voedde en gedijde in haar ziel. Zoo boeide ze hem. Voornamer, +vrijmoediger, geestiger dan zijn vroegere beminden, bracht ze +ondankbaren Wolfgang de overtuiging bij dat ze was zijn eerste groote +liefde. Het viel haar echter niet in, om zijnentwil zich te onttrekken +aan de ononderbroken reeks van festiviteiten, thees en bals die haar +mama aanrichtte. Wolfgang verdiende nog steeds den bijnaam "De Beer". +Hij ging bij voorkeur in losse romantieke plunje, voelde zich thuis in +'t halfdonker, zei graag wat hij dacht, stoorde zich noode aan anderen. +En nu moest hij avond aan avond zich steken in enge costumes, en aan de +speeltafel, bij schitterende kaars-verlichting de flauwe salonpraat +meemaken, die alles nuchter-materialistiesch beoordeelde. Hij werd als +beroemdheid gevierd door lieden die zijn werk niet kenden. Wel zag hij +Lili nu in haar element, als elegante, alomtegenwoordige gastvrouw, maar +dit stelde hem niet schadeloos voor het verlies van zijn vrijheid, voor +het gemis aan vertrouwelijkheid met het meisje, dat meer en meer als +zijn verloofde werd beschouwd. O, waarom trekt zij mij zoo +onweerstaanbaar in deze schittering, klaagde toen zijn lied; was ik, +goeie jongen, niet even zalig in den wilden nacht? In mijn eigen +kamertje verdoken, lag ik in maneschijn.... droomde daar van volle +gulden uren onvermengde vreugd, voor-beseffend had ik reeds haar beeld +gevonden, diep in mijne borst.... + +Hij doorzag zijn toestand; 't blijkt uit het ongezouten hekeldicht +_Lili's Beestenspel_, waarin hij zich omgeven door het veelsoortige, +kruiperige, vleiende gedierte laat optreden als de Beer, die wel zijn +tanden laat zien en gromt als hij geplaagd wordt, maar toch hunkert naar +zijn plaagster, in hare onnoodig-ruwe kastijdingen weelde vindt, en haar +door liefde en trouw zoekt te verleiden, op zijn verdroogde beerlippen +een drupje te strijken van haar vuurbalsam, "die door geen aardschen +honing wordt geëvenaard". + +Maar toen hij in het voorjaar Lili op 't buitengoed van haar oom wat +vaker alleen ontmoette, geloofde hij niettemin dat nu eindelijk "de +spindraadjes waar zijn levenslot aan hing en die hij zoo lange in +draaiende slingering van- en naar elkander had doen trillen, zich +dooreenen zouden strengelen". Nu bracht de Pinkstermis een bevriende +zakenvrouw, die het koppelen in haar aard had, naar Frankfort. Deze +meende dat men het jonge paar moest aanmoedigen, onderhandelde met +wederzijdsche familie, en drong op zekeren avond met veel gewichtigheid +Wolfgang en Lili de handen ineen te leggen. Zoo ondervond dan Goethe +door een zonderling raadsbesluit van de Voorzienigheid, hoe het een +bruidegom te moede is. In later jaren zou hij daar dankbaar voor zijn; +toen voelde hij terstond dat hij zich niet kòn binden, wilde hij niet +zijn geestesvrijheid verliezen, waartegen geen huiselijk geluk hem +opwoog. Hij wilde "weer voort, de vrije weireld in". Zijn liefde bleek +geschokt door de nuffige en welgemanierde koelheid, waarmede Lili zijn +jongensachtige attenties had ontzenuwd. Alles wat hem aan "dat Volkje", +aan die "grasapen" herinnerde haatte hij hartgrondig; hij betreurde dat +het arme schepsel onder zoo 'n _race_ was geboren. Zou hij zijn liefde +kunnen overwinnen, voordat deze hen beiden ongelukkig zou hebben +gemaakt? Toevallig kreeg hij gelegenheid, zich op de proef te stellen. + +[Illustratie: _a_ GOETHE IN 1775 +_Naar het gipsmedaillon van Melchior_ +_b_ LILI SCHÖNEMANN] + +De twee jeugdige graven Von Stolberg, die hem om zijn wanordelijken +Götz geestdriftig bewonderden--aangestoken door den geest des tijds +aanbaden zij hun vrienden--kwamen bij hem logeeren. Moeder Goethe heette +van toen af, als moeder van deze drie "Heemskinderen", vrouw Aja. Zij +schrok niet weinig toen ze merkte, dat de jonge Fritz Stolberg meer dan +eens op Wolfs kamer met wreede gebaren het bloed van "de tyrannen" +eischte. Ze haalde uit haar kelder de oudste flesschen, zette die voor +hem op tafel en zei nadrukkelijk: Hier is het ware tyrannenbloed; +vergast je daaraan; maar blijf mij met verdere moordplannen van 't lijf. + +Goethe liet zich de uitnoodiging welgevallen, met zijn gasten en nog +zoo'n jong genie een reis door Zwitserland te maken. Hij wilde weten of +hij Lili kon ontberen. Zijn vader hoopte dat hij meteen naar Italië zou +afzakken; hij kon Wolfgangs opvoeding niet voltooid achten, indien deze +niet een reis door Italië had gemaakt, evenals hij zelf. + +Merck was niet te spreken over deze nieuwe onderneming; maar hij spaarde +Wolfgang zijn berispingen, begrijpend dat deze wel de noodige poëzie zou +ontdekken in de dolle streken die hij zich door zijn reisgenooten liet +opdringen. Te Darmstadt dreven de genieën de natuurlijkheid zoo verre, +dat ze geheel onbekleed aan den openbaren weg baadden; tot hun verbazing +kregen ze van de omstanders heel wat steenen op hun huid, en ze moesten +in allerijl aftrekken om erger te voorkomen. Nadat zij eens in een +herberg de gezondheid van Fritz' hartediefje hadden gedronken, keilden +ze hun crystallen kelken tegen den wand aan scherven: na zulk! een dronk +mochten geen onheilige lippen deze kelken bezoedelen. + +Te Kalsruhe bracht Goethe enkele dagen door met den Hertog en diens +bruid. Daarna reisde hij over Straatsburg--alwaar hij het dichtertje +Lenz, zijn caricatuur, ontmoette, die Friederike had weten te +troosten--naar zijn zus Cornelia. Deze, zelf ongelukkig in haar huwelijk +met den prozaïschen Schlosser, ontraadde hem ernstig, een verbintenis +met Lili aan te gaan. Maar reeds begon hij Lili's onheuschheid te +vergeten. En terwijl hij, soms alleen, soms met zijn zwelgende +cornuiten over de Zwitsersche Alpen voorttrok, voelde hij dat de +aanschouwing van de groote natuur hem gelukkig zou maken àls hij haar +niet beminde, maar dat hij zonder haar liefde hier niet zoo gevoelig zou +zitten: + + "Wenn ich, liebe Lili, dich nicht liebte, + Welche Wonne gäb' mir dieser Blick! + Und doch, wenn ich, liebe Lili, dich nicht liebte, + Wär', was wär' mein Glück?" + +Hij beklom den St. Gothard, kwam tot de grens van Italië; maar werd toen +zoo onweerstaanbaar door het Noorden aangetrokken, dat hij weer +huiswaarts, liefwaarts keerde. Na een afwezigheid van drie maanden in +Frankfort terug, wilde hij zich wel duizendmaal om de ooren slaan, omdat +hij opnieuw was gestrand in plaats van naar den duivel te loopen, +terwijl hij nog vlot was. Zijn stemming zweefde tusschen liefde en +trotsche onverschilligheid. Hij kwelde het meisje dat hem "met de ziel +van een engel" ongelukkig maakte. + +Intusschen waren de wederzijdsche vrinden aan 't kuipen geslagen. Het +nuance-verschil in Godsdienst werd breed uitgemeten, Lili's mama werd +gesterkt in haar meening dat een dichterlijk sujet als Wolfgang een +onzekere toekomst wachtte. Daar kwam nog bij dat de oude Goethe er zich +niet in woû schikken, een staatsiedame tot schoondochter te krijgen. +Wolfgang kon zich echter niet losmaken, en tot einde September wisselden +liefde- en smarte-uren elkander voor hem af. Maar ook in dezen +verschrikkelijken tijd louterde zich zijn ziel, werd zijn blik +helderder, zijn houding tegenover de menschen vaster. Mijn innerlijk +(zoo schreef hij aan de "lieve onbekende", Augusta von Stolberg) blijft +altijd en eeuwig gewijd aan de heilige liefde, welke langzamerhand het +vreemde uitstoot door den geest der Reinheid, die zij zelve is, om +eindelijk zoo zuiver te worden als gedegen goud. Het "zeker iets" was +weer in hem opgestaan en gaf hem kracht, met Lili te breken. + +In Lili zou het goede zegevieren. Eenmaal gehuwd werd ze een ernstige +vrouw, en haar heldhaftig gedrag in den revolutie-tijd heeft Goethe +enkele trekken ingegeven voor zijn Dorothea. + +Weer vertoonde Carl-August zich in Frankfort. Hij had intusschen den +hertoogelijken troon van Weimar beklommen en voerde nu zijn gemalin, +prinses Louise van Hessen-Darmstadt naar zijn huis. Hij hoopte Wolfgang +die den Werther maakte voor zich te winnen. De hoogstaande vorst begreep +dat een geniaal dichter, die het leven kent, aan het hoofd van een Staat +grondiger en bestendiger werk kan verrichten dan een gestudeerd +politicus. En op zijn herhaald aandringen beloofde Wolfgang, hem te +Weimar een bezoek te brengen. + +Noch Goethe, noch Carl-August sprak duidelijk uit dat hij aanstuurde op +blijvende samenwerking. Maar voor beiden stond dit vast. Wolfgang had al +van zijn bekenden afscheid genomen. Zijn ten deele voltooide werkstukken +als Egmont, Faust, Der Ewige Jude, Hanswursts Hochzeit lagen +bijeengepakt: hij was voornemens lang uit te blijven. + +Doch de koets die hem naar 't Hof zou voeren liet zich wachten. Zijn +vader triumpheerde: De edele heeren hadden den burgerzoon een poets +gebakken; maar hij was er dan toch nog beter aan toe dan Voltaire, die +zoo juist was weggejaagd uit het paleis van Koning Fritz. Zooals echten +Rijnlanders in zulke gevallen betaamt smeten vader en zoon elkander om +de ooren met kernachtige rijmpjes, die moesten pleiten voor of tegen +"Vorstengunst". Maar ten slotte wist ook Wolfgang niet meer, waaraan +zich te houden. Hij schaamde zich voor zijn omgeving, sloot zich in zijn +kamer op, werkte er onafgebroken aan de voorstudie tot zijn Egmont. Na +eenige dagen begon hij te lijden onder het gebrek aan lucht en beweging. +Vooral 's avonds verlangde hij naar zijn slenteruurtje. + +Met donker waagde hij zich in een wijden mantel gehuld op straat. +Natuurlijk sloop hij meermalen langs Lili's woning; hoe bonsde hem het +hart toen hij eens, haar schaduw op 't gordijn ziend, naderbijtrad en +mocht hooren dat zij aan 't clavier zijn lied "Warum ziehst du mich +unwiderstehlich?" zong. Hij boog zoover voorover dat hij zich bijna +wondde aan de uitspringende punten van 't hekwerk. Weifelde hij tusschen +roeping en liefde? + +Eind October had zijn vader hem bewogen van "Vorstengunst" af te zien en +zijn reeds vaak verschoven reis naar Italië te ondernemen. Hij vertrok +voor dag en dauw. Te Heidelberg logeerde hij bij Mamsell Delph, de +handelsvrouw die het koppelen zoo in haar aard had dat ze, nu zijn +verbintenis met Lili niet doorging, reeds een ander meisje voor hem had +bestemd; een aantrekkelijk meisje dat nog wel op Friederike leek; en +over welker goede eigenschappen zij tot diep in den nacht uitweidde. +Nauwelijks ingeslapen werd Goethe door 't hoorngeschal van een estafette +gewekt. Een brief van 's hertogs kamerheer helderde het misverstand op +en verzocht hem dringend, terstond om te keeren. En nogmaals besloot +hij, den weg naar Italië te verlaten. + +Mamsell Delph, die al haar plannen zag mislukken, wilde hem bepraten, +terwijl hij zich kleedde. Hij was door de plotselinge wisseling in zijn +levensrichting zoo ontroerd, dat hij geen woord meer vond en haar ten +slotte--toen de postillon door zweepgeknal zijn ongeduld liet +merken--deze woorden van zijn Egmont hartstochtelijk toe-bulderde: +"Zwijg! Niet verder! Als van onzichtbare geesten voortgezweept rennen de +zonnepaarden des Tijds er vandoor met de lichte wagen van ons Levenslot; +en ons blijft niets te doen als--dapper voorbereid--de teugels vast te +houden, en nu eens rechts, dan weer links, hier van een steen, daar van +een kuil, de raderen weg te sturen. Waarheen? wie kan het zeggen! Zij +weten niet vanwaar zij komen!" + +Na deze veelbeteekenende uitspraak heesch hij zich in de postkoets, die +hem over Frankfort naar Weimar zou brengen. + + + + +X + + Gott helfe weiter, gebe Lichter, + dass wir uns nicht selbst so + viel im Weg stehen........ + DAGBOEK. + + ORIËNTATIE. + + +Hij heeft hier bewust partij gekozen voor een van de vele machten en +aandriften, die twistten om de heerschappij over zijn persoon. Tot nu +toe heeft hij zich telkens na korten weerstand gevoegd in de grillen van +"het lieve ding dat hem leidde en schoolde". Maar thans is hij niet +gebukt voor den drang der omstandigheden. Zijn innerlijke rijpheid +gedoogt, dat hij een gelegenheid aangrijpt, welker weerga hij vroeger +meermalen heeft teruggewezen, vreezend de vrijheid tot zelfbeschikking +te verliezen--die hij echter nauwelijks bezat. Maar déze wending in zijn +levensloop wil hij zèlf, wil hij onbevreesd. Daarom mag gezegd, dat op +dit oogenblik zijn eerste levenskring is voltrokken. + + * * * * * + +En een nieuwe phase in Goethes gemoeds- en geestesontwikkeling ware +omstreeks dien tijd dus ook ingetreden, indien de ontmoeting met +Carl-August eens niet hadde plaats gehad. Deze ontmoeting trad echter +niet toevallig in: zij kwam voort uit zielsverwantschap en zou vroeg of +laat door beiden zijn gezocht. (Voor de bepaling van hoofdlijnen in den +zuiveringsgang van een sterk intellect, hebben uiterlijke beweeggronden +minder belang dan men geneigd is aan te nemen. Zij brengen niets nieuws; +zij maken het nieuwe dat zulk intellect uit eigen kracht verkreeg +spoediger bewust). + + * * * * * + +Dat de invloed van allerlei mannen en vrouwen (achteraf geoordeeld) +zich juist op het gunstige moment in Goethes leven mengde, zoodat hij +zelf in een ontroerd oogenblik gewaagde van zijn verbond met God, komt +in hoofdzaak doordat hij zulke mannen en vrouwen voor zich innam in den +tijd dat zijn ziel behoefte aan hen had: _m.a.w._ op het moment dat zijn +intellectueele of sentimenteele belangen de hunne ontmoetten. Vaak moest +hij zulke verwante geesten met groote inspanning veroveren (Herder); +meermalen heeft hij ze gezocht nadat hij ze in een vroeger stadium met +hoon van zich had gestooten (Jacobi, Wieland); of ze op een afstand had +gehouden door nadrukkelijke onverschilligheid (Schiller). + + * * * * * + +Hoe echter te begrijpen dat hij zich nu dorst blootstellen aan de +perikelen, welke van een verbintenis met het Hof van Weimar te duchten +waren voor de verdere ontplooiing van zijn geestesgaven? Hem werd bewust +dat zijn vele driften, neigingen, krachten, verlangens, die tot nog toe +elkander voortdurend hadden tegengesproken en tegengewerkt, die elkander +hadden ondermijnd en tot ontijdige werkeloosheid gedoemd of tot storende +activiteit, hem nu zoo bekend en ondergeschikt waren, dat hij ze--zij 't +ook door sterke wilsspanning, nooit rustend vernuft en smartelijke +ontzegging--zou kunnen beheerschen en leiden. + +De jaren die achter hem lagen waren vervuld van een bevend streven naar +een ideaal, dat hij niet wist te omschrijven, maar meestal duidelijk +voelde. En dit streven werd, als het op zijn hevigst was, keer na keer +_onderbroken_: nu eens doordat hij naar een bekorende vrouw gestuwd werd +door een hartstocht die van waanzin niet verre verwijderd bleek; dan +weer doordat zijn lichaam tengevolge van onmatige inspanning des geestes +was geschokt en overprikkeld. Tegenover zijn ingeschapen en steeds zich +hernieuwend godsgeloof woedde zijn niets sparende spotzucht, die sproot +uit intellectueelen overmoed. Zijn weeke gevoeligheid werd door zijn op +uitputtende lichaamsoefening beluste robuustheid bedreigd. Met zijn +verlangen naar groote liefde streed zijn hang naar zelfstandigheid, die +vaak onverwacht opschoot en hem noopte de geliefde (onverminderd zijn +genegenheid) te kwellen. Zijn wetensdrang (die de dingen wilde kennen +gelijk ze zijn) raakte niet uitgestreden met zijn troebel-idealistische +vooringenomenheid (die de dingen dwong te schijnen zooals hij ze +~wenschte~). Zijn talent: de taal te vormen naar zijn gevoelens, dat hem +bijwijlen in enthousiaste verrukking bracht, sloeg dikwijls om in +verfijnde zelf-critiek, voor welke de taal onbuigzaam leek. Zijn dappere +pogingen om zijn ervaringen tot het bittere einde toe te doorleven, +werden vaak verijdeld door zijn (van moeder geërfde) neiging: een ramp +niet te zien, het onvermijdelijke te mijden. Zijn zin voor de +werkelijkheid bestond bij de gratie van zijn bijgeloof; zijn +zelfvertrouwen bij de gratie van zijn mystiek. Zijn geestdrift voor +geweldige personen en onderwerpen vond in de levende verbeelding van een +mogelijke schepping reeds verzadiging, en duurde niet genoeg om de +beelding zelve mogelijk te maken.--Kortom: de strijdigheid zijner +karaktertrekken benam hem zijn gemoedsrust en deed zijn streven onzeker +zijn. + +Zulke paarsgewijs zich groepeerende karaktereigenschappen hadden bij een +man van middelmatige levenskracht elkander in evenwicht gehouden, en +dusdoende een harmonie van nietigheden gevormd. Maar bij Goethe, die +nooit middelmatig wilde of kon zijn, vormde elk hunner op zich zelve een +macht, voldoende om op een zwakkere geheel beslag te leggen. En--door +zijn ongeoefenden wil of zijn idealistische voorkeur ten halve +bedwongen--aan hun lot overgelaten, trachtten ze elkaar te vernielen of +vuurden ze elkander aan. Geen hunner die ongestoord kon groeien: geen +gevoelssfeer waar Wolfgang Goethe zich blijvend mocht vestigen. +Onophoudelijk werd hij van het eene naar het andere gesmeten: tusschen +liefde en haat, tusschen kalmte en moedwil, tusschen edelaardigheid en +ruwheid werd hij heen end weer getrokken. Zijne vriendschappen en zijn +liefden leken vluchtig, zijn daden leken verstrooid, en hoewel hij zijn +wil en zijn zielskrachten inspande, ja stelselmatig oefende, bracht hij +het op geen enkel terrein van levenservaring tot rustige concentratie. + +En vanuit dit gezichtspunt worden de zwakheden waaraan zijn werken van +dien tijd lijden in hun oorsprong begrepen: Wij karakteriseerden zijn +tot nu toe besproken drama's reeds als "drama's met gewrongen of +voorkomen slot". De Götz staat--wat zijn wezen betreft--min of meer +apart; het is Goethes eenige werk uit deze levensperiode, dat een reeds +vaststaand historiesch gegeven in hoofdzaak getrouw ten tooneele wilde +voeren.[A] Zijn andere stukken ontleenen wel hun stof aan ervaring of +literatuur--op zich zelf een soort ervaring--maar zijn eigenlijk +belichamingen van een bepaalden levensblik, ten behoeve waarvan zijn +ondervinding geheel werd herschapen. Die Laune des Verliebten geeft +Wolfgangs gedragslijn jegens Annette zoo weer: dat het bespottelijke van +die gedragslijn in 't oog springt--een kwellende en leerrijke +boetedoening. Die Mitschuldigen is niet alleen een beeld van treurige +familie-omstandigheden, die jonge Wolfgang hier en daar had leeren +kennen; het toont tevens hoe machteloos medeplichtigen staan ten aanzien +van elkander. Werther is niet alleen een schildering van de gevoelens +die elk rechtgeaard jongeling in meerdere of mindere mate verontrusten +of boeien; het toont--gelukkig niet in dramatischen vorm!--waartoe die +gevoelens moeten leiden, indien geen op overleg gevestigde wil een wijd +verlangen bendigt. Hoe Goethe in Clavigo een wankelmoedige ten gronde +laat gaan en (om een niet-dramatische figuur voor de planken geschikt te +maken) de eene helft van diens karaktereigenschappen door een +nevenpersoon (Carlos) laat vertegenwoordigen, het ligt den lezer nog +versch in 't geheugen. + +[A] De historische Gottfried von Berlichingen ontsliep kalm, vele jaren +na de voorvallen die het drama geeft, op zijn burcht; maar zulk een +langzaam verkwijnen is geen dramatiesch motief. + +Al deze werkstukken zijn door de kracht, den treffenden eenvoud, de +diepgrijpende gemoedskunde waarmede hun verwikkeling wordt voorbereid en +de knoop wordt gelegd, door hun soberheid en hun voltooidheid werkelijke +"scheppingen". Goethe had reeds menigen "knoop" beleefd, in vernuftige +zelfkwelling doorvoeld; en in het weergeven van zijn gevoelens, hetzij +in woorden, hetzij in beelden, stond hij aanstonds naast de grootsten. + +Maar eigenlijke _oplossingen_ van passioneele verwikkelingen had zijn +ervaring nog niet geleverd. Zij kòn die niet leveren. De eigenaardige +samenstelling van zijn gemoed--hierboven aangeduid--belette hem, eenige +moeilijkheid te doorworstelen tot het einde toe. Zoo maakt iedere mensch +zijn eigen ervaringen. De werkelijkheid ligt niet kant en klaar buiten +ons, en voor een ieder te grijp; wij bespeuren slechts het deel van de +werkelijkheid dat wij--waard zijn. Goethe nu ontweek het tragische.[A] +Maar hij voelde dat hij zijn vrees zou overwinnen, zoodra zijn gemoed +rijk genoeg was om voor allerlei wederwaardigheden compensaties te +bevatten. Tot zoolang was hij niet in staat de dingen rustig op hun +beloop te laten. Al zijn levensverwikkelingen ontknoopte hij +gewelddadig. Hij ontvluchtte de menschen aan wie hij verwant was, dorst +zich aan niemand binden. Hij kende nog niet de middelen om in het +onvermijdelijke vrede te _scheppen_. Hij geloofde dat zijn verliefdheden +moesten uitloopen op ondergang van zijn persoon. Maar hij liet het nooit +komen tot zulk een catastrofe. En door de zuiverheid, waarmede de +verwikkelingen in zijn drama's waren geboekstaafd, bleek maar al te +duidelijk, dat hij in den blinde tastte, als hij een catastrofe moest +beschrijven. Hij was te zeer gewoon, zijn gevoelens dicht te benaderen, +dan dat hij de verlegenheid, die hem bij het laatste bedrijf van ieder +stuk overviel, zou kunnen verhelen. Al zijn zelfoverwinningen waren +bewerkstelligd door een inspanning, zoo bovenkrachtelijk, dat hij er +zijn bezinning bij verloor, en nauwelijks wist of hij was ontsnapt. En +dit geldt ook van de "ontknoopingen" die zijn drama's ons voorhouden. +Hier stond aan zijn her-scheppend vernuft geen overvloed van doorleefde +ervaring ten dienste. "Bei einer lebhaften Einbildung--zoo boekt hij in +een brief aan zijn moeder, waarin hij op de hier gekarakteriseerde +periode terugziet--war ich doch immer unbekannt mit der Welt +geblieben...." + +[A] Een paar illustraties van dezen grondtrek: Als zijn pasgeboren kind +is gestorven, zegt hij tot zijn boezemvriend Schiller: Men weet in zulke +gevallen niet of men beter doet de smart zijn natuurlijken loop te +laten, of zich door hulpmiddelen die de cultuur ons biedt te troosten. +Neemt men tot het laatste zijn toevlucht, _zooals ik altijd doe_, dan is +men daardoor maar een oogenblik geholpen. _Ik heb opgemerkt dat de +natuur door een andere crisis altijd weer haar rechten doet +gelden._--Een groote doorbraak maakt de mijnen van Ilmenau, die hij met +veel moeite in exploitatie heeft gebracht, voor altijd onbruikbaar. +_Vijftien jaar lang_ kan hij 't niet van zijn hart verkrijgen, het +dorpje, waar hij met zooveel liefde heeft gewerkt, op te zoeken. + + * * * * * + +Hij werd gedrongen naar den dramavorm door de levendigheid van zijn +phantasie, die slechts door werkelijk sprekende en handelende wezens in +kleurigheid en volheid werd geëvenaard. Maar dit "realistische" in zijn +aanleg kwam in botsing met zijn levens-visie. Eigenlijk waren de menschen, +gelijk hij ze zag, geen dramatische figuren: Eigenlijk-dramatische +figuren zijn zij, wier ondergang of lotswisseling te voorschijn wordt +geroepen of grootelijk wordt bevorderd doordat zij in botsing komen +met de overheerschende Macht in het heelal. Deze overheerschende macht +deed zich in den loop der tijden voor als: De Goden, een Opperwezen, +de doode natuur, een sloopende, een besmettelijke of een erfelijke ziekte, +als de Maatschappij, de Conventie, als een mensch, onweerstaanbaar door +zijn verdorvenheid of zijn goedheid. Door zulke botsing ontstaat een +verbinding van onzichtbare (innerlijke) motieven met zichtbare +(stoffelijke) _d.i._ vertoonbare elementen; en dit maakt een bepaald +gegeven bij uitstek geschikt voor dramatische opvoering. + +Doch zoo zag Goethe de menschen niet. Hij moge zich in theorie wel eens +anders hebben uitgelaten (hij was nog niet gerijpt en kon dus dwalen) in +feite zag hij de verhouding tusschen een bepaalden mensch en +Al-het-andere aldus: dat deze twee niet scherp tegenover elkaar staan, +maar openbaring zijn van denzelfden God. God en het Geschapene waren +voor zijn intuïtief levensgeloof niet te scheiden. En wanneer hij vanuit +dit zijn geloof de dingen tot op hun kern doorschouwde, dan kon er voor +hem geen sprake zijn van een eigenlijke botsing tusschen het Ik en het +niet-Ik. De mensch wordt door het buiten-hem-zijnde slechts beïnvloed +(aldus Goethe), wanneer er iets in hem is dat aan dat Andere beantwoordt +en daardoor zijn overige karaktertrekken gaat overstemmen. Ik en niet-Ik +zijn doordrongen van de zelfde essentie. De dood van den Held is niet +meer zijn _verplettering_--zooals in de classieke tragoedie--maar zijn +opgaan in het groote Geheel. Lessing heeft opgemerkt,[A] dat het +karakter van den waren Christen wegens zijn zachtmoedigheid, zijn +Godsbetrouwen, zijn gelatenheid is zoo ontheatraal mogelijk. Welnu, zoo +mogelijk nog ontheatraler is de mensch voor de opvatting die in alles +het Eene ziet; voor den blik van den jongen Goethe, die voordat hij wist +wat hij deed, in zoo menig eenvoudig vers de "doode natuur" met zijn +eigen klachten en vreugden had doordrongen, zoodat het buiten-hem-zijnde +uitstraalde 't licht van zijn gemoed. Ik ben niet in de wieg gelegd voor +tragedist--kon hij op rijperen leeftijd aan zijn vriend Zelter +schrijven--mijn inborst is te verzoenend; vandaar dat geen +eigenlijk-tragische situatie mij treft, want zulk een is in haar wezen +onverzoenbaar.--Voor Goethe gaat de mensch ten gronde aan _innerlijke +tegenspraak_, moet de mensch ten slotte zegevieren niet over de natuur +of over anderen doch over zich zelf. De menschen boezemen hem, als +dramabouwer, pas belangstelling in, als ze van stoffelijke +omstandigheden min of meer onafhankelijk zijn, en slechts met zich zelve +hebben te maken. Als hij aan de eerste lezing van Iphigenie werkt is hij +bezig, in zijn kwaliteit van minister, recruten te keuren en hij +aanschouwt veel ellende van dichtbij. Dit noopt hem tot zijn minnares +Von Stein de volgende ontboezeming te richten: "....hier wil het drama +niet vlotten; vervloekt! de koning van Tauris moet spreken alsof er geen +enkele arme kousenwever in Apolda hongerde".-- + +[A] _Hamburgische Dramaturgie_, 1767-1769, p. 7. + +Maar deze levenskijk was nog gemengd met andere elementen. Hij hing nog +aan het voorbeeld van groote meesters (wier overtuiging andere eischen +stelde aan hun werk) en hij kon zich hiervan niet bevrijden (hij kon ze +niet missen) zoolang hij niet éen critieke verwikkeling ten einde toe +had doorleefd. Want daardoor moest hij zich zelve ten volle leeren +kennen; moest hij gaan begrijpen, dat de zoozeer gevreesde menschen voor +hem minder gevaarlijk waren dan--hij zelf. En dit inzicht zou hem zijn +eigen stijl doen vinden. + +Eenmaal--toen hij den Werther schreef--heeft hij begrepen dat een +mensch, gelijk hij den mensch zag, geen waar tooneel-Held kan zijn. Wil +men hem toch ten tooneele voeren, dan zijn twee dingen mogelijk: + +òf men vermengt de uitbeelding van zijn karakter met allerlei bijwerk, +dat den toeschouwer bezig houdt, maar overigens weinig ter zake doet--en +aldus is Goethe begonnen (Götz), + +òf men maakt drama's zonder _zichtbare_ handeling, en die voor den +toeschouwer niets verliezen als hij de oogen sluit en ze geniet, zooals +hij echte muziek geniet, die zuiver zielsbewegen is. Dat zal hij in den +nu komenden levenskring leeren! + + * * * * * + +Teekenend voor Goethes kunnen is de geschiedenis van het laatste drama +dat hij in den thans beschreven tijd geeft, en dat gedeeltelijk reeds +boven deze sfeer uitgaat. "_Stella_" was oorspronkelijk "een tooneelspel +voor lievenden". + +--De titelheldin behoort klaarblijkelijk tot de sentimenteele +"Darmstädter heiligen". Uiterlijk een Friederike, innerlijk een Urania, +een-en-al ziel. Fernando, die een tijdlang haar echtgenoot heeft +gegolden (niet wetend dat hij reeds gehuwd is, heeft ze haar eer +prijsgegeven om hem op zijn slot te volgen) heeft haar verlaten en ze +beweent hem bij haar rozenaltaar. Ze sluit een "heilige" +hartevriendschap met Cecilie, de moeder van haar jonge gezelschapsdame. +De sympathie tusschen de twee hoogstaande vrouwen is gevestigd op +overeenstemming in levenslot: Cecilies echtgenoot heeft haar in +bekrompen geldelijke omstandigheden laten zitten. + +Daar verschijnt Fernando weer, nadat hij getracht heeft, in den krijg +zijn leven kwijt te raken, wijl hij geen bevrediging vindt in het +fladderen van de eene liefde naar de andere. En wat blijkt? Hij is de +ontrouwe echtgenoot van Stella's nieuwe vriendin Cecilie! Men zette er +zich overheen dat de ontmoeting van deze drie personen slechts +gemotiveerd wordt, doordat de auteur hun karakters op elkaar wil laten +werken. Het probleem, logiesch voortgevloeid uit deze ontmoeting, is +gesteld. Het luidt: hoe zullen deze twee vriendinnen, die elkander, doch +ook (ondanks zijn fouten) Fernando lief hebben, zich uit deze situatie +redden? + +Goethe nu, die iets van Fernando's vlinderachtige natuur heeft (maar +overigens een nobel en geestrijk man is--wat van Fernando niet kan +gezegd!) Goethe zal zich in een eenigszins anderen vorm dit probleem +meermalen hebben gesteld. Ook hij heeft al menige goede vrouw verlaten, +al behoeft hij zich niet te verwijten, haar door onherroepelijke daden +te hebben geschonden. Hij bemint de eene nog terwijl hij zich aan een +volgende reeds bindt; gaarne zou hij beide vrouwen sparen. En de woorden +van Cecilie "Und kann der Knoten gelöst worden, heiliger Gott im Himmel! +zerreiss' ihn nicht!" zijn hem uit het hart gegrepen. Naar voorbeeld van +een middeleeuwsche sage zoekt hij nu aanvankelijk de situatie zoo op te +lossen, dat deze twee _edele_ vrouwen den nietswaardigen, zwakken Don +Juan om den hals vallen en verklaren één huis, één bed, één graf met hem +te willen deelen. + +Maar dit is geen _ontknooping!_ Hier kan het doek wel voor den eersten +keer opgaan, maar niet voor den laatsten keer vallen. Een nieuw probleem +is uit het op te lossen probleem ontsprongen, of liever: dit heeft zich +gewijzigd. Maar het was een schijn van een oplossing, een poging om den +knoop niet met geweld door te hakken--zooals in alle voorgaande drama's +is geschied. En deze poging bewijst ons, dat Goethe hier getracht heeft, +het hoogere niveau te bereiken, waar de sleutel van dergelijke situaties +gezocht wordt in de ziel van den getroffene: + + "Denn, wenn ein Wunder auf der Welt geschieht, + Geschieht's durch liebevolle Herzen". + +Maar publiek en vrienden toonden zich zeer gebelgd door deze +idealiseering van een soort veelwijverij. En in later jaren heeft Goethe +het slot omgewerkt: hij laat Stella vergif slikken en Fernando jaagt +zich een kogel door den kop. Hiermede is het stuk (dat van toen af +"treurspel" heette) teruggevallen in de eerste sfeer. Fernando's dood +wekt in den toeschouwer nauwelijks medelijden, wat toch in gewone +omstandigheden de dood van iederen mensch--ook van een minderwaardigen +mensch--pleegt te doen. Zijn leven heeft ons niet in dramatische +spanning gevangen, doordat hij niet handelend optreedt, te veel +innerlijke tegenspraak, te weinig éénheid is om te kunnen handelen. Maar +de verwikkeling van het treurspel (waarbij hij wel genoemd doch niet +gezien wordt) is weer zoo fijn en zoo uitvoerig gelegd, dat zij de +zwakke motiveering van het slot--dat Fernando eigenlijk tot een _man_ +zou moeten maken--overschaduwt. + +Goethes vlinderneiging, welke wij hier in oorsprong en uitwerking hebben +aangeduid, zou overwonnen worden, zoodra Goethe moed had gevonden om +zich in de invloeds-sfeer van krachtige en geliefde personen vrijwillig +en blijvend te vestigen, om--zooals hij aan Lavater zou +schrijven--"cordaat scheep te gaan op de golven der levenszee, +vastbesloten te ontdekken, te winnen, te strijden, te stranden of zelfs +met de heele lading in de lucht te springen". + +Hij kon den moed daartoe echter eerst vinden, toen hij in zijn onderling +strijdende neigingen een voorloopig evenwicht had verkregen, _waardoor +hij tegenover de buitenwereld als een onkwetsbare persoonlijkheid kwam +te staan_. Toen was zijn eerste levenskring voltrokken. + + * * * * * + +Hij is nu op weg; het zal een bezwaarlijke reis zijn! + +Of--geven wij het beeld op!--niet een reis maar een organische +ontwikkeling: het beginpunt van het komende stadium ligt diep in de +ontworstelde periode verborgen; en de uitloopers van het verleden zullen +nog verre in de toekomst reiken. + + + + +~TWEEDE BOEK~ + + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald, +loopen van 7 November 1775 tot 25 Juni 1776.] + +XI + + Und Niemand fragte: Wer ist denn Der? + Wir fühlten beim ersten Blick: 's war Er! + WIELAND. + + +Het Hertogdom Weimar besloeg een oppervlakte van 1900 vk. K.M. (dus nog +iets minder dan de Nederlandsche provincie Limburg) en werd door de +omringende staten verbrokkeld in vier kleine streekjes, die elk op eigen +wijze geregeerd wilden zijn. Het geheele Rijk telde destijds 100.000, de +hoofdstad aan de Ilm ongeveer 6000 inwoners. Eigenlijk een dorp, van +niet meer dan 500 huizen: kronkelende, morsige, nauwe straten, niet +geplaveid, die voor den voetganger werkelijk gevaar opleverden. De +bouwvallige, lage huizen keerden hun gevels van den beganen weg af. Daar +straatverlichting ontbrak, kon men 's avonds niet uitgaan zonder +fakkeldrager of lantaarn. De burgerij leefde grootendeels van landbouw +en veeteelt. Een belangrijk part van de bevolking teerde op het Hof, dat +echter betrekkelijk eenvoudig huishield en zijn leveranciers allerminst +rijk maakte. De "herder der residentie" placht 's morgens het vee van de +stedelingen bijeen te toeteren, en niet zelden deed de kudde een groepje +wandelende hovelingen uiteen stuiven. + +Weimar lag vrijwel afgesloten van de beschaafde wereld. De wegen die er +heen leidden waren voor voetgangers bijna onbruikbaar, de +postverbindingen schaarsch en onregelmatig. Belangrijke gebeurtenissen +vernam men er pas als ze al eenigszins tot de geschiedenis behoorden; +couranten las men in burgerlijke kringen zelden. Wie de poort uit wilde, +moest naam en beroep laten registreeren door den poortschrijver, die er +dan den hertog melding van maakte. Wie met een fatsoenlijke dame buiten +de stad wenschte te wandelen, moest allerlei listen te baat nemen om de +kans op spotternijen van Carl-August te ontgaan. Het slot, dat met zijn +bijgebouwen wel een derde van de residentie innam, was tijdens een +onweer verbrand en men had de puinhoopen laten liggen. De hertog voerde +zijn hoofsche gade in een groot heerenhuis, dat echter nog niet af was, +inderhaast werd gemeubeld, en dat hij jarenlang onophoudelijk moest doen +repareeren. Hij toonde in kleeding en leefwijze als in manieren dat +uiterlijke praal hem tegenstond en dat hij niet van plan was voor +"roi-soleil" te spelen, zooals vele andere Duitsche vorstjes. Wat hij +zei, zei hij grof. Wat hij deed, deed hij onomwonden; al was het te +voorzien dat ieder het zou afkeuren. Dit griefde de jonge hertogin +Louise, die--aan het aristocratische Russische hof opgevoed--de +etiquette gaarne zag geëerbiedigd. Haar eerste huwelijksjaren doorleefde +zij kniezend en teruggetrokken. Haar karakter was zoo, dat velen haar +vereerden, weinigen haar beminden. + +Zij kreeg genoeg te verduren doordien mannen en vrouwen in haar omgeving +(typische mengsels van tranenvolle, maanlichtbleeke, overgevoelige +"Empfindelei" en ongemaskeerde wulpschheid), naar voorbeeld van hun +jeugdigen gebieder en misschien wel aangemoedigd door diens +idealistische maar heetbloedige mama (die met haar zoon achttien jaar +scheelde) het met de huwelijksmoraal niet al te nauw namen. Men las en +besprak in gezelschap "galante" boeken, die men in onzen tijd stellig +pornografiesch zou noemen. De hofdames--hoe kunstzinnig en ontwikkeld +ook--versloten heur hartjes al evenmin als haar boezems; en men behoeft +de portretstukken uit dien tijd maar aan te kijken om te weten wat dit +beduidt. Ze onderhielden bijna zonder uitzondering liaisons met al of +niet gehuwde heeren en ze maakten daar geen geheim van. Integendeel: een +zekere mate van avontuurlijkheid verhoogde haar aanzien. Wie een vriend +te gast vroeg, en beleefd wilde wezen, vroeg ook de dame met wie die +vriend het op het oogenblik hield. De poëet Wieland--verreweg de oudste +aan het hof--werd zelfs door den hertog (dien hij had opgevoed) +uitgelachen om zijn echtelijke trouw en om de vele kinderen die hij, +zonder het dichten te onderbreken, fabriceerde--gelijk Carl-August het +uitdrukte. Goethe had meermalen tot taak een byzonder ongewenscht +amourtje van prins Constantijn, die sterk was in het opduiken van +ontoonbare maîtresjes, met een minnelijke schikking te doen eindigen. En +de zotte Vrijvrouw Von Werther, bijgenaamd de kleine Werther, die de +zieke en vervolgens de doode uithing en een pop in haar plaats liet +begraven, ten einde met een luitenant naar Afrika te kunnen vluchten, +waar deze goud en diamanten hoopte te vinden; en die, berouwvol en +berooid weergekeerd, door haar man in genade werd teruggenomen, steekt +nogal gunstig af bij haar vriendinnen. + +Genoeg om te doen zien, dat Weimar voor Goethe een gevaarlijke stad was. +De roep van zijn schoonheid en zijn vurigheid ging hem voor, en +geestelijk verkeer met vrouwen was hem een zielsbehoefte. Zijn +dichtersroem, dien men in verband bracht met gedachten aan oproer en +verboden liefde, aan goddeloosheid, zelfmoord, duivelslist en bigamie, +maakte hem byzonder interessant voor de lichtzinnige _Misels_ (d.i. +meisjes) die de diepten van gewone minnarijen reeds te vaak hadden +gepeild. Behalve bals, die te weinig zeldzaam, en tooneelvoorstellingen, +die in den beginne uiterst middelmatig waren, bood het landstadje hem +weinig verstrooiing. Hij wilde er blijven, het behoorde tot zijn +levenstaak, maar vaak smaakte zijn broodje hem zuur. Hij wilde de +schoone kern, die hij in den hertog vermoedde, verder ontwikkelen; maar +hij begreep dat hij, de burgerjongen, zijn intiemen invloed op den +edelman zou verliezen, als hij niet toonde ook in het "miseln", _d.i._ +vrijen, in het zuipen, knijpen en fuiven, in het tappen van heel +gewaagde moppen, in het volhouden van dolle streken, waarbij zijn leven +gevaar liep, tegen hem te zijn opgewassen. Daarbij kwam dat de regering +van het rijkje weldra voor een groot deel op hem berustte en dat men hem +in zooveel kleinigheden consulteerde, dat hij wel eens geërgerd uitriep: +dat hij "ten slotte ook nog voor de nachtspiegels zou moeten zorgen". +Zijn dichtergave scheen in het drukke zakenleven te verwelken, terwijl +binnen hem alles op losse schroeven stond en het zeer lang duurde, +voordat hij, volkomen met zichzelf in vrede, onafhankelijk stond +tegenover de buitenwereld.... Zooveel redenen en aanleidingen voor hem +om in de eerste maanden van zijn verblijf te Weimar den duivel macht +over hem te geven,--gelijk Wieland het uitdrukt. + +Maar toen ging de vrouw door zijn ziel, wier heerschzucht, meer nog dan +haar liefde, het binnen hem plaats grijpend proces versnelde en hem +dwong tot zelftucht. + + * * * * * + +Hij kwam laat-herfst te Weimar aan, door een uitgelezen troep "prave" +jongens en Misels, de meesten tusschen de twintig en dertig jaar, +geestdriftig verwelkomd. Hij was in Werther-uniform: blauwe sluitjas met +koperen knoopen, geellederen vest en broek, kaplaarzen en gepoederd +staart-coiffure--en daar het voor onwelvoeglijk doorging, in gezelschap +van dames anders te verschijnen als "in kousen en lage schoenen", bleek +reeds hieruit, dat hij ook aan het hof zijn vrijheid van beweging niet +wenschte op te offeren. De jonge hertogin gedroeg zich dan ook koel +tegen hem, en duldde niet dat hij aanzat aan de vorstelijke tafel, waar +slechts edellieden toegang kregen. Als Carl-August niet in de +gelegenheid was, zich met hem af te zonderen, dineerde hij in "De Roode +Os" of wel bij Wieland. Die voelde zich terstond "als een dauwdrup van +de morgenzon" vervuld van den rijzigen jongeling met de nu eens donker +schitterende, dan weer zwaarmoedig smachtende tooveroogen, waarmede hij +alle misels het hof maakte; kort daarop gaf hij in een vurig gedicht de +schoonste en treffendste schets die wij kennen van den 26-jarigen +Goethe. Voor mij--zoo liet hij zich tegen Merck uit--is het leven niet +meer denkbaar zonder dezen wonder-jongen, dien ik lief heb als mijn +bloedeigen eerstgeborene, en van wien het mij, zooals ook eenen echten +vader past, innig genoegen doet, dat hij mij zoo mooi over den kop +groeit en alles is, wat ik niet heb kunnen worden.--Doctor Wolf +vergaf den Hofpoëet gaarne zijn oppervlakkig tijdschrift "De Mercuur", +wetend dat diens talrijke kinderen, wier vriendschap hij spoedig won, +grage magen bezaten. + +[Illustratie: GOETHE IN "KAARSRECHTE HOUDING" +(kort na zijn vestiging te Weimar)] + +Carl-August, nog zoo kort geleden aan den dwang van moeder en +leermeesters ontsnapt, voegde zich slechts geleidelijk tot de +ingetogenheid, die regeerings- en huwelijksplichten van hem eischten. +Met naast zich den dichter, die gold als de verpersoonlijking van het +"kracht-geniale" (_d.i._ de onbekommerde uitleving van alle +echt-persoonlijke neigingen en verlangens) gaf hij zich over aan wat hij +een natuurlijk en vrij leven achtte. Wolfgang zakte gedurende eenige +maanden tot een lager levens-niveau af: geleid door de motieven die wij +reeds noemden, maar toch ook onder den invloed van zijn omgeving. +Zondagochtend-bijeenkomsten, waar men elkander bij wijn en punch met +dwaze verzen hekelde; geforceerde tochten te paard, onmiddellijk gevolgd +door danspartijen; wilde zwijnenjachten, waarbij hij wel eens in +doodsgevaar verkeerde; overnachten in het winterwoud; eten op de straat +voor het "vorsten-huis", onder het volbrengen van de ruwste streken, ten +aanschouwe van de gapende burgerij; wedstrijden in het klappen met de +jachtzweep, 's nachts, midden op de markt; dansen en vrijen met de +boeredeernen uit de naburige dorpen; schaatsenrijden (een plebejisch +bedrijf te Weimar!) bij fakkellicht; caricaturale maskerades; +drinkgelagen, met schedels en voor-historische urnen, die de asch van +echte Tuitschers hadden bevat, bijwijze van bekers; en een lange lijst +van onbehouwen grappen als daar zijn: belletje trekken en het +dichtmetselen van de slaapkamer eener laat thuiskeerende hofdame. + +Vergat Wolfgang ook soms dat nobele beweegredenen hem tot deze +bandeloosheid hadden gebracht, meestal spande hij zijn krachten om den +lichamelijk zwakken hertog voor overdrijving te behoeden, hem te genezen +van zijn gebrek aan practische menschenkennis. Hij maakte van vele +uitstappen gebruik om op zijn schimmel "De Poësie" het land te +verkennen. Bij iedere gelegenheid wees hij den jongen vorst op den +vervallen toestand van zijn rijkje. In zijn brieven aan hem schreef hij +zonder commentaar bijbel-spreuken af, die Carl-August op +hartstochtelijken toon tot zijn plicht riepen. Een ander maal trad hij, +als eenvoudig boertje verkleed, op den landheer toe en hield hem in een +trouwhartig gedicht voor, dat het boersche trouwe bloed nog altijd zijn +beste goed was, waaraan hij meer vreugde kon beleven dan aan paarden en +aan stoeterijen. Tot diep in den nacht zat hij met zijn Carl soms +bijeen, en dan werden er over verleden en toekomst harde woorden +gesproken, die het diepste van 's hertogs karakter roerden en hem +aanzetten tot arbeid; lastertongen wisten te vertellen dat zij zich dan +achter gesloten deuren bedronken.... + +Maar Carl-August, hoewel meermalen door uitputting op het ziekbed +geworpen, verlangde steeds terug naar zijn "woedige" uitspanningen (als +Wieland ze betitelde), waartoe ook zijn natuurlijke vlugheid in het +afdoen van loopende zaken hem verleidde. Goethe daarentegen, aan zulk +een leventje ontgroeid, liet noode zijn werkkracht en zijn +organisatietalent ongebruikt en verlangde innig naar rust. Evenals +Margaretha in zijn treurspel Egmont "voorzag hij veel dat hij niet kon +veranderen". In het begin van het nieuwe jaar ontsteeg hem een bede, zoo +kinderlijk-oprecht, dat Pestalozzi ze later een Zwitsersche boerin en +hare kinderen als avondgebed in den mond kon leggen: + + "Der du von dem Himmel bist, + Alles Leid und Schmerzen stillest, + Den, der doppelt elend ist, + Doppelt mit Erquickung füllest, + Ach, ich bin des Treibens müde! + Was soll all der Schmerz und Lust? + Süsser Friede, + Komm, ach komm in meine Brust!" + + (_Wandrers Nachtlied_). + +Onderdanen en bewindslieden gaven luide hun misnoegen te kennen over het +vertrouwen dat de regeerende vorst den belletristischen burgerman, die +bovendien zooveel onzedelijke en opstandige boeken had geschreven, +bewees. Men beschouwde Goethe als aanstichter van de straks genoemde +wanordelijkheden en vervolgde hem met dreig- en maanbrieven. Werthers: +Schaamt u, gij nuchteren! ware hier zeker van toepassing. Het korte, +zakelijke antwoord, dat hij Klopstock toezond op zijn goedbedoelden maar +te hooghartigen brief, had een definitieve breuk ten gevolge. + +Carl-August stoorde zich nergens aan, en verzocht hem de vergaderingen +bij te wonen van den "Geheimen Conseil" (_d.i._ Ministerraad) om te +ervaren, hoe hij zich als regeeringspersoon zou voelen. Dit lokte de +ontslagaanvrage uit van den eersten minister, een zeer bekwaam man, die +niet met Doctor Goethe in éen _collegio_ wilde zitten, daar de +aanwezigheid van Doctor Goethe de waarde van dit collegium zeker moest +drukken. De fier gestelde kantteekening op het verzoekschrift van den +minister, waarmede Carl-August zijn beleid verdedigt, stempelt den +negentienjarigen schrijver er van tot een waarachtig vorst: + + "Een man van genie op een andere plaats gebruiken dan daar, waar + hij zelf zijn buitengewone gaven kan benutten, beteekent hem + misbruiken. Wat echter de tegenwerping betreft, dat door zijn + toetreden vele verdienstelijke lieden zich gepasseerd zouden kunnen + achten, zoo ken ik in de eerste plaats niemand onder mijne + dienaren, die, voor zoover ik weet, op deze plaats hoopte; en in de + tweede plaats zal ik nooit een ambt, dat in zoo eng verband met + mij, met het wel en het wee van al mijn onderdanen staat, naar + ancienneteit, ik zal het steeds slechts naar betrouwen vergeven. + Het oordeel van de wereld, dat misschien misbillijkt, dat ik D. + Goethe in dit mijn voorname College plaats, zonder dat hij te voren + Schout, Professor, Kamer- of Regeeringsraadsheer is geweest, doet + niet ter zake. De wereld oordeelt naar vooroordeelen, ik echter + zorg en arbeid, gelijk ieder ander die zijn plicht wil doen, niet + terwille van de instemming van de wereld, doch om mij voor God en + mijn eigen geweten te kunnen rechtvaardigen". + +Intusschen vreesde men niet zonder grond, dat Weimar, die "stad van +tienduizend dichteren en eenige inwoners", langzamerhand geregeerd ging +worden door louter half-miskende Muzenzonen: Zoo was graaf Von Stolberg +(dien de lezer reeds ontmoette als liefhebber van tyrannenbloed) tot +kamerheer benoemd. De kettersche, vrijgeestige predikant Herder werd, +ondanks hevige protesten van het Opper-consistorie, met het toezicht op +den eeredienst belast en had van Goethe in een spottig gedicht verlof +gekregen, zich--evenals te Straatsburg--met de punten van zijn mantel in +zijn broekzakken te vertoonen. Hij begon met een preek te houden die den +Hertog op zoo felle wijze aan zijn plichten herinnerde, dat men niet +anders dacht of Carl-August zou hem uit den kansel trappen; de hertog +echter meende dat het een brave preek was "heelemaal zonder +speldeprikken". Herder praalde zoo hardnekkig met zijn geestelijk +overwicht, dat men hem in het buitenland den Bisschop van Weimar noemde. +Klinger, de "peetvader" van de Sturm- und Drangbeweging, dook plotseling +te voorschijn, en op den achtergrond glimlachte het blonde, +intrigeerende dichtertje Lenz, dat praatjes rondstrooide over den dollen +boel te Weimar en onderwijl voor hertogelijke rekening hooge verteringen +maakte; waaraan misschien de sage ontleend is, dat de Weimarsche +schatmeester in zijn grootboek een aparte rekening hield voor "Kousen en +broeken aan doortrekkende Genieën". Hertogin Louise beklaagde zich bij +haar bloedverwanten over de misdragingen van haar gemaal; overdreven +lasterpraat ging om. + +Goethe denkt er niet aan, alle schuld van zich te schudden. Maar hij is +niet van zins, de nieuwsgierigheid van vreemden te stillen; door +vriendschap aan zijn Carl gebonden, beseft hij dat het nu tijd is tot +lijden en tot zwijgen. En in het tot den hertog gerichte verjaarsgedicht +_Ilmenau_, dat hem zelf voorstelt: gezeten bij het wachtvuur van zijn +onrustig slapenden heer, afrekenend met het verleden, erkent hij dat het +zijn geest is, die hier onheil heeft gesticht: + + Ik haalde een reine fakkel van het Altaar + maar wat ik heb ontstoken is niet reine vlamme, + de storm verhoogt den gloed en het gevaar, + ik sta rechtop terwijl ik mij verdoem!-- + +Maar hij durft hopen dat Carl-August nu weldra zijn plichten ernstiger +zal opvatten: + + Gewiss, ihm geben auch die Jahre + Die rechte Richtung seiner Kraft. + Noch ist, bei tiefer Neigung für das Wahre, + Ihm Irrtum eine Leidenschaft. + Der Vorwitz lockt ihn in die Weite, + Kein Fels ist ihm zu schroff, kein Stegzu schmal; + Der Unfall lauert an der Seite + Und stürzt ihn in den Arm der Qual. + Dann treibt die schmerzlich überspannte Regung + Gewaltsam ihn bald da, bald dort hinaus, + Und von Unmutiger Bewegung + Ruht er unmutig wieder aus. + Und düster wild an heitern Tagen, + Unbändig, ohne froh zu sein, + Schläft er, an Seel und Leib verwundet und zerschlagen, + Auf einen harten Lager ein: + Indessen ich hier still und atmend kaum, + Die Augen zu den freien Sterne kehre, + Und, halb erwacht und halb im schweren Traum, + Mich kaum des schweren Traums erwehre.... + +Onder zijn invloed ging de hertog de oppositie tegen zijn benoeming met +groote bedachtzaamheid en matiging te keer. Eerst negen maanden na zijn +aankomst, en nadat minister Fritz zijn ontslagaanvrage door voorspraak +van de hertogin-moeder had ingetrokken, kreeg hij definitief (weldra met +den titel "Geheim Raadsman", de hoogste onderscheiding die een Duitsch +burger ten deel kon vallen) zitting en stem in den _Conseil_, op een +jaarwedde van 1200 daalders,--een bedrag dat juist voldoende was om zijn +ambtskleedij en zijn tooneelbenoodigdheden (waarvan nader) te +bekostigen. Zijn vader--wel gevleid door de onderscheiding die "den +Doctor" te beurt viel, maar zeer ontsticht wijl hij zijn groot huis nu +alleen moest bewonen, zonder schoondochter, zonder kleinkinderen--had +zich in den tusschentijd slechts door herhaalde brandbrieven laten +bewegen, hem nu en dan geldelijk te steunen. Nu moest vrouw Aja weer +pleiten om een uitzet en een klein jaargeld (zooals ook Cornelia had) +voor haar grooten zoon. Kamerheer Von Kalb werd naar Frankfort gezonden +om te bewerken dat de oude Goethe in het minister worden van zijn zoon +toestemde(!); hij moest hem onder 't oog brengen, dat door deze kleine +opoffering zijnerzijds vele duizenden gezegend zouden worden; dat de +benoeming slechts ten doel had, Wolfs vriendschappelijke verhouding tot +den hertog een officiëelen vorm te geven, en niets te kort deed aan +diens vrijheid, te allen tijde weg te gaan of verlof te nemen. + +Eens sprak de hertog zijn schatmeester in deze woorden toe: Bertuch, ik +moet je tuin hebben. Ik kan er niets aan doen. Goethe wil hem hebben en +hij kan er niet zonder leven.--Hij had Wolfgangs trek naar de +eenzaamheid bespeurd en hij hoopte hem in Weimar te houden door hem een +flinken tuin met een eenvoudig gemeubelde woning er in, waarbij +wachtershuis, honds- en bijenstal en schietbaan, eerst in bruikleen, +later ten geschenke te geven. Goethe leidde zelf de werkzaamheden, die +het bouwvallige, spitsgedakte huisje en de hellende vallei, door de Ilm +bespoeid, herschiepen tot een tooverachtig dichtersnest, door hooge +boomen omgeven, door gebarricadeerde bruggen van de buitenwereld +afgesloten, met priëelen, gewijde steenen en mosbanken. + + Ich geh' meinen alten Gang + Meine liebe Wiese lang, + Tauche mich in die Sonne früh, + Bad' ab im Monde des Tages Müh, + +zong hij. Hier speelde hij met de kinders van Herder en van Wieland, hij +ontving er den hertog, die vaak op de sopha overnachtte en dan met een +eierstruif als maal genoeg moest maken. In volstrekte afzondering leefde +hij er als een stuk natuur, gedrenkt van aardreuk, en hij noemde zich +van toen af (naar een Elsasser legende) Erdkülin, _d.i._ aardkoetje. +Vaak ook sliep hij, in een mantel gewikkeld, op zijn veranda, zoo vast +dat donder noch regen hem konden storen. En tegen valavond baadde "de +tweede man des rijks" zich in de koele rivier, waarbij hij dan, de +druipend zwarte haren over zijn facie gestreken, terwijl alleen zijn +hoofd boven de golven uitstak, met geheimzinnige geluiden menig +voorbijganger schrik aanjoeg: Onder de boeren in den omtrek leeft nog +thans het geloof aan watergeesten. Overigens schijnt zijn vertrouwelijke +omgang met het koude nat en de open lucht op de destijds gemakzuchtige +en onfrissche Duitschers een diepen indruk te hebben gemaakt. + +[Illustratie: GOETHES TUINHUIS MET VERANDA] + +Kort voordat hij besloot in Weimar te blijven, maakte hij alleen (zooals +in zulke gevallen zijn gewoonte was) een uitstap naar Leipzig. Daar +ontmoette hij zijn onherkenbaar geworden Annette. Ook zag hij er de +zangeres Corona Schröter weer, aan wie hij als piepjong studentje reeds +eenige bewonderende verzen had gewijd. Zij had zich toen koel getoond, +als waren haar classiek-schoone lichaamsvormen inderdaad uit marmer +gehouwen. Nu wist hij deze "engel" met haar vele begaafdheden naar +Weimar te tronen, waar ze zich als tooneelkunstenares en als componiste +zeer zou onderscheiden. Is ze meer hem geweest dan een vriendin, een +phantastiesch speelgenoot? Men zegt.... Zeker is dat men haar in zijn +toovertuin vaak kon aantreffen in de eenvoudige Grieksche dracht +waarmede ze de "Iphigenie" creëerde, dat zij daar dikwijls bij droomige +avondbelichting in een gazen kleed roerloos op een bank zat.... + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald, +loopen van 1774 tot voorjaar 1781.] + +XII + + So hast du meine ganze Natur an + dich gezogen, dass mir für meine + ubrigen Herzens-pflichten keine + Nerve ubrig bleibt. + GOETHE aan CHARLOTTE v. STEIN. + + +Een jaar vóordat hij Carl-August volgde, had Goethe kennis gemaakt met +den _galanten_ doctor Zimmermann, en onder de honderden silhouetten, die +deze hem vertoonde, had hem byzonder getroffen het schaduw-profielbeeld +van Vrouwe Charlotte von Stein-Kochberg, hofdame te Weimar. Nog +toegedaan de destijds heerschende meening, dat men iemands inborst op +zijn gelaat kan lezen, en ijverig medewerker aan Lavaters +"Physiognomische Fragmente", had hij de silhouette naar zijn +Zwitserschen vriend gezonden met deze karakterschets (die zijn +aandoenlijk pogen naar objectivistische koelheid doet blijken): + + "_Stein_ + vastheid + .... zelfbehagen + Liefdevolle vriendelijkheid + naïeveteit en goedheid, van zelf vloeiende spraak + Toegefelijke vastheid + Welwillendheid + Blijft trouw + Verovert met strikken" + +Er onder schreef hij: Het ware een heerlijk schouwspel, te zien hoe de +wereld zich in deze ziel spiegelt. Zij ziet de wereld gelijk ze is en +toch door het medium der liefde. Van daar dat zachtheid haar algemeene +(gelaats)uitdrukking is.--Toen kort daarop doctor Zimmermann in +Frankfort bij hem logeerde, vertelde die hem zooveel van Vrouwe von +Stein, dat hij drie nachten niet kon slapen. + +[Illustratie: CHARLOTTE VON STEIN +_Naar haar zelfportret_] + +Charlotte was toen drie en dertig jaar, zeven jaren ouder en zeven +kinderen rijker dan hij. Verslaafd aan de koffie en verre van schoon; +sprekende, verstandige, wat kwijnende trekken en verflenste huid; rijk +lichtbruin haar, heldere oogen en wijkend voorhoofd; een nog slanke +gestalte, die door verfijnde aan vormen en stemmingen zich passende +kleedkunst zeer tot haar recht kwam. Een ontwikkelde dame, vaardig met +penseel zoowel als met veder of borduurnaald; absoluut zich +beheerschend, in ieder gezelschap het hare denkend, zonder meer los te +laten dan ze wenschte, terwijl toch haar diplomatiesch gesponnen taal +aan openhartigheid deed denken. Met haar veelomvattende levenservaring, +door huwelijksleed en smaak voor goede boeken nog verdiept, stak ze ver +uit boven de triviale hoflieden in haar omgeving en hoopte op verkeer +met buitengewone menschen. Ze was getrouwd aan een Opperstalmeester, die +ongevoelig bleef voor haar ietwat perverse bekoorlijkheid--haar zelf wèl +bekend. Eens per week logeerde hij onder 't echtelijk dak en overigens +verwaarloosde hij haar voor jachthonden, volbloed paarden en vette +ossen. Aan 't kniezen geraakt, nadat ze een paar jonge kinderen ten +grave had gedragen, achtte ze zich te hoog om--als velen in haar +omgeving--afleiding te zoeken in een gewone liaison. Doch het medegevoel +van de wereld mishaagde de liefdebehoevende en scherpzinnige vrouw, die +in haar levensmoeheid zich bewust bleef van haar waarde.--Zimmermann had +haar aandacht gevestigd op al wat Goethe over haar zeide en schreef. +Toen sprak zij den wensch uit, dezen beroemden dichter eens te +ontmoeten. Zeer treffend antwoordde hier op de galante doctor: "Ge +wenscht hem te zien? Arme vriendin, ge weet niet, hoe gevaarlijk deze +lieve man U kan worden!" Inderdaad: haar gemoed, haar talent, haar +levenslot: alles riep om zulk een lieven man. Toch zou hij haar niet +gevaarlijker worden dan zij--na rustige overweging--wenschte toe te +laten. + +De eerste kennismaking viel Goethe--wiens verwachtingen sterk gespannen +waren--niet mede. Maar kort daarna bezocht hij haar op haar slot +Kochberg: Daar zag hij haar in huiselijken kring met hare jonge +kinderen, hoorde haar spreken over de misstanden aan het hof, over de +slechte verstandhouding tusschen Carl-August en zijn jonge, preutsche +gade, wier vertrouwelinge zij was.--Een van de onderwerpen die (mits +handig geëxploiteerd) een courtisane in staat stellen, met een +wildvreemde intiem te zijn, zonder dat men haar ooit kan noodzaken, dit +te erkennen. Sprekend over Goethes invloed op den hertog, die alles ten +goede zou kunnen leiden, vergunde zij hem, haar ziel te beroeren. En met +zijn rumoerige openhartigheid, zich opwindend aan haar vrij goedkoope +instemming, zette hij haar zijn plannen uiteen, beredeneerde en +verbeeldde haar zijn meeningen en zijn ideeën. Natuurlijk had hij weldra +aanleiding tot het geloof, dat ze in zijn geheimste wezenskern kon +lezen, en in een leven hiervoormaals zijn zuster was geweest of zijn +vrouw. + +Bijna terstond kwam zijn eerbiedige doch gloeiende liefde voor haar tot +hartstochtelijke uiting, waarop ze hem gedurende enkele dagen +onmeedoogend ontweek, en hem deels in briefjes of gedichtjes deels in +wel-bestierde "explicaties" te kennen gaf, dat haar echtelijke plicht +haar gebood hem slechts een zusterlijke vriendin te zijn. En wijl hij, +meer en meer genoeg krijgend van het "woedige" hofleven, haar omgang +niet wilde ontberen; toen zijn ongelukkige zuster Cornelia op haar +kraambed was gestorven niet meer ~kon~ ontberen: liet hij zich de +belofte in den mond leggen, dat hij zou trachten zich te bedwingen. Een +"belofte" die hij telkens herriep, niet alleen door zijn gedragingen, +maar ook door de vaak herhaalde verklaring, dat hij zich niet capabel +achtte, zijn "Ungezogenheiten" af te wennen. Maar op iedere poging +zijnerzijds tot toenadering volgde straf: zij verbood hem haar te zien, +ging ondanks zijn smeekbeden op reis, als zijn ambtsplicht hem te Weimar +hield, sloot zich op, dreigde met hem te zullen breken, beriep zich op +de lasterzuchtige wereld. + +Dergelijke straffen en vermaningen (wanneer zij niet uitzondering +blijven doch regel worden) kalmeeren den verliefden man niet; zij +verontrusten en verwarren hem. De vrouw die ze uitdeelt, toont niet de +reine genegenheid waarvan ze spreekt: de oprecht beminnende vrouw +vertrouwt dat haar bijzijn, indien zij 't wenscht, haren minnaar tot +rust zal brengen. Zij neemt niet haar toevlucht tot dwang, wijl zij +hoopt dat liefde meer vermag. Zij weet--en zeker wanneer haar +levenservaring zoo rijk is als die van Vrouwe von Stein is geweest--dat +ook de reinste hartstocht die een vurig man tot een vrouw drijft niet +verkeert in broederlijke genegenheid, wanneer die passie met geweld +wordt ingeperkt; zij tracht derhalve een man, wien ze niet "meer" dan +zuster kan zijn, niet te boeien. Zij schrikt terug voor het leelijke +schouwspel van een geestvol man, door handig toegebrachte tikjes en +prikjes zoodanig verward, dat hij belooft wat hij niet meent, zijn +gevoelens verloochent op bevel, en kruipt voor haar, die slechts haar +egoistiesch-kalme heerschzucht op hem voor heeft. + +En de wereld, _d.i._ de hofkliek? Maar die lasterde niet! De verhouding +tusschen deze lang beklaagde vrouw en den schoonen, krachtigen +Goethe--hoe ver die verhouding dan ook mocht zijn gegaan--zag ze met +sympathie, en tegen eventueelen laster zou ze het gaarne voor Charlotte +hebben opgenomen; wat den lezer nog wel zal blijken. Hoe dorst zij zich +beroepen op "de wereld" tegenover den vrijgevochten Goethe, voor wien +"de wereld" niets was! Zij, die hem in antwoord op de zijne, bijna +dagelijks briefjes liet bezorgen door haar eigen echtgenoot, door gewone +huzaren, door den hertog; zij, die geen aanstoot nam (hoewel door Goethe +gewaarschuwd!) in een allegorischen optocht _De Nacht_ voor te stellen, +terwijl hijzelf er fungeerde als _De Slaap!_ Lokte ze niet voortdurend +commentaren uit? Had de hertog niet een spotdicht vervaardigd, waarin +hij haar vermaande, haar _billets doux_ op wat grooter formaat papier te +schrijven, daar zij anders zoek raakten in de zakken van zijn huzaren, +en hij genoodzaakt was, ze in 10 op elkaar gezegelde enveloppen te +hullen?--En wat haar echtelijke plichten betreft (gesteld dat ze die nog +had), haar stalmeester zag gaarne dat de poëet zich met het troosten van +zijn "miskende" vrouw en met de opvoeding van zijn kroost belastte. Had +zij aan deze "plichten" dan niet reeds principiëel te kort gedaan door +voor Goethe te voelen gelijk ze deed, en werd de "haar zoo lieve zonde", +waaromtrent ze op de keerzijde van een zijner brieven getuigde, dat +haar geweten haar niet zeide of ze er voor moest boeten, er geringer op, +nu zij haren minnaar op geveinsde gronden weigerde wat des huwelijks is? + +Op geveinsde gronden! Want hoewel ze eerst na vier jaren hem bekende dat +ze "meer" hem was dan een zuster--hij vertrouwde zijn wondere vreugde +aan de ontluikende boomen toe--dat ze voor hem de liefde koesterde die +niets weigert (behalve in dit speciale geval!), gedroeg ze zich _van +begin af_ als een jaloersche minnares, en deed hem aan de mogelijkheid +van een zakelijk-intiemere vereeniging denken op oogenblikken dat hij +meende, er afstand van te hebben gedaan. Ze hield de wonde bloedend. +Terwijl ze wist hoezeer Goethe daar onder leed, logeerde ze het genie +Lenz--dat met Friederike had gekoosd om haar Wolfs brieven afhandig te +maken--op haar slot en zwelgde met hem in Engelsche literatuur. In een +blijspel "Ryno" dat ze Goethe voorlas (Goethe las haar al zijn +onuitgegeven werk voor, en ze vergunde hem dit, al wist ze dat hij, als +het "enthousiasme" hem aangreep, zich allerminst kon bedwingen) bespotte +ze zijn "zielsverlangen", door hem voor te houden dat bijna alle dames +uit den omtrek zoete briefkens van hem bewaarden. Zijn verkeer met +Corona Schröter--in welke schoone vrouw hij zeide hààr te huldigen, al +vond hij dat ze niet genoeg op Charlotte leek!--verstoorde zij +aanhoudend door haar intriges, wel wetend dat ook de hertog _Crone's_ +classieke vormen gaarne zag. De eerste opvoering van "Iphigenie"--het +meesterstuk dat hàre "goddelijke wijsheid" huldigde--weigerde ze bij te +wonen, naijverig als ze was op de gevierde Corona, die de titelrol +creëerde. + +Welke soort van liefde hij haar toedroeg--want er is hier geen sprake +van min of meer, doch van een aard-verschil--make men op uit het +volgende. Zijn gezellige, aandoenlijke comedie _Die Geschwister_ +symboliseert zijn verstandhouding tot Cornelia, maar meer nog zijn +verstandhouding tot Vrouwe von Stein:--Marianne (gespeeld door Frl. +Kotzebue) bemint onbewust Wilhelm, in wiens huis ze is opgevoed, en dien +zij voor haar broeder houdt; nauwelijks echter blijkt--doordat een +ander haar hand komt vragen--dat Wilhelm haar broeder niet is, maar een +belangeloos vriend, of haar hartstochtelijke liefde openbaart zich. +Goethe acteerde de daarbij behoorende omhelzing zoo _natuurlijk_, dat +nog jaren nadien van een intiem verkeer tusschen hem en Frl. Kotzebue +werd gefluisterd, hoewel zij beiden dit ernstig tegenspraken. Maar men +bedenke dat hij in Marianne zijn tweede Lotte, Vrouwe von Stein zag, en +men begrijpt deze verregaande "natuurlijkheid".--"Die Geschwister" is +bovendien merkwaardig omdat een brief van Charlotte aan Goethe, de +eenige die ons rest! er in is vastgehouden. Tenminste, men zou dezen +brief met groote stelligheid kunnen dateeren tusschen twee epistels die +Wolfgang aan de geliefde zond. Tot dergelijke berekeningen is de +biograaf genoodzaakt zijn toevlucht te nemen, wijl zij later haar +brieven--die haar konden compromitteeren--heeft opgevraagd en verbrand; +de zijne echter heeft ze zorgvuldig bijeengehouden. In de enkele regels, +hier bedoeld, zegt Vrouwe von Stein dat zij alle liefde tot het leven +had verloren totdat ze hém ontmoette; en dat ze vreest hem kwellingen te +zullen aandoen. + +Was nu haar gedragslijn jegens hem verre van zuiver: het blijft haar +onverdiende verdienste, in den dichter die bezig was zich tot een hooger +levensplan op te werken, gevoelens en strevingen te hebben gewekt, die +den omkeer in zijn ziel verhaast en over zijn verdere carrière beslist +hebben. Ze was geen onervaren maagd: ze was een rijpe vrouw, die haar +minnaar, hoezeer ze hem martelde, wist te boeien; ze spaarde hem geen +leed maar dwong hem door heur aantrekkelijkheden: iedere nieuwe kwelling +tot het einde toe te doorleven, zoodat hij er zijn intellectueel +weerstandsvermogen aan vormde. Zij bracht hem telkens in de hoop, dat ze +nog eens geheel de zijne kon worden, maar hield zich toch op een +afstand, zoodat hij haar zag "zooals men de sterren ziet" of als--"een +Madonna die ten hemel vaart" en die slechts door een bovenmenschelijke +daad zich zou laten verteederen. Met het ideaal van deze +bovenmenschelijk schoone daad in zich, moest hij tot diep nadenken komen +te midden van de ordinaire vermakelijkheden en de désillusies die hij +te Weimar vond. Haar eisch, dat hij haar slechts broederlijke +genegenheid zou toedragen, dwong hem tot steeds grooter +zelfbeheersching; doch--hier schuilt de kiem der ontbinding--dit ook +jegens den wijn, de andere vrouwen, de woeste geneugten die hij met den +hertog een oogenblik had nagejaagd. En--ontwarend wat geweldige driften +daar in zijn binnenst te temmen bleven--moest hij het beeld van de vrouw +die hij hoopte te winnen steeds voor oogen houden, en sterker vereeren, +naarmate de vereischte krachtsinspanning grooter scheen. Zij had te +weinig eerbied voor zijn inborst om ook maar in de verte te vermoeden +wàt zij eigenlijk van hem vergde. Doch dit belette niet dat hij haar, +wier beeld hem ook in het overstelpende zakenleven toelachte als door +een floers, ten slotte ging beschouwen als "de Godin" die hem toereikte +"des dichters sluier met de hand der Waarheid"; de bovenaardsche, die +hij slechts in wijsgeerige verzen (Die Geheimnisse, waarin wel van een +zonderlinge monnikorde, maar van geen enkele vrouw gewaagd wordt) kon +zeggen "hoe lief hij haar had". + +Geesteshelden laten lang met zich spelen, daar zij een weerstand, die +hun drijven treft, pas begrijpen, en zoo noodig wantrouwen, als een +langdurig en pijnlijk zuiveringsproces zich in hun boezem heeft +afgespeeld. Toen Goethe echter na tien jaar worstelens de +volkomen-beheerschte, evenwichtige persoonlijkheid was geworden, waartoe +liefde, vernedering, smart hem moesten doen rijpen; toen had hij +Charlotte von Steins intentiën _overvleugeld_, en bespeurde hij dat hij +aan innerlijke waardij meer gewonnen had, dan hij mocht bieden voor +haar, die hij met zijn zelfstrijd eens meende te veroveren. + +Stellig! zegt Aurélie in Wilhelm Meister, het is goed dat wij niet +altijd de menschen kennen voor wie wij arbeiden! + + + + +XIII + + Grossmeister der Affen. + + +De hertogin-moeder voelde, hoewel ze als zuster van Frederik den Grooten +Fransch was opgevoed, een warme belangstelling voor Duitsche +tooneelkunst; ze begreep dat een nationaal tooneel door verdringing van +den overheerschenden Franschen smaak de Duitsche volkskracht zou kunnen +vergrooten. Een aantal hovelingen te Weimar vormden een +liefhebberijgezelschap, dat zich de hulp van beroepsspelers, in Goethes +tijd o.a. Corona Schröter, assumeerde. Ook Carl-August trad er gaarne +op, hoewel hij in den beginne de zaak zoo weinig ernstig nam, dat hij +met zijn stinkende tabakspijp en zijn groote honden de voorstelling in +de war stuurde. Onder zijn invloed nam het gezelschap de allures aan van +een reizenden kermistroep. Midden in den nacht werden de leden soms uit +hun rust geklopt, om zich naar het woud-theater of naar een naburig hof +te begeven. Dan moesten in allerijl de keukenwagens rijkelijk van +spijzen voorzien, de requisiten in koetsen met ruiters en zeer veel +paarden er voor weggereden. Na afloop van de voorstelling, als de dames +zich hadden geretireerd, begaf men zich aan tafel en haalde dolle +streken uit. Trouwens, ook gedurende de voorstellingen gaven koddige +toevallen aanleiding tot uitbundige wanordelijkheid; bijvoorbeeld het +scheuren van een vleeschkleurig tricot, of de halsstarrigheid van een +adellijk acteur, die dood moest en niet meer wist hoe, en ten slotte +door een paar pootige kerels met een bulderend "Sterrf!" van het scène +werd gesleept; of de critiek van een Wieland, die in pompeuse taal +verkondde dat de zooeven vertoonde Venus niet deugde, wijl deze godin +nooit andere kleren draagt als haar traditioneelen gordel.... + +Een persoon van gewicht was de vindingrijke timmerman Mieding, de +_Director der Natur_, wiens dood Goethe zou bezingen. Hij zette het +openlucht-tooneel ineen, zorgde voor phantastische verlichting, +watervallen van glasscherven, blikken harnassen, rotsen, vaak ook voor +costuums, o.a. ook voor vogelpakken met beweegbare vleugels en rollende +oogen, gebruikt in Goethes schaterspel _Die Vögel_, een satyre naar +voorbeeld van Aristophanes, waarin de zwarte adelaar met grage klauwen +Pruisen voorstelde. + +Natuurlijk was Doctor Wolf een kostelijke aanwinst voor den troep, niet +alleen wijl hij zelf gaarne meespeelde en vooral in komieke rollen +succes had (tragische zaken overdreef hij), maar ook wijl hij uitmuntte +in het bedenken van verstrooiingen, die toch ook altijd iets te leeren +gaven. Hij leende er zich toe "in dienst van de ijdelheid, de feesten +der zotheid op te sieren met maskerades en schitterende invallen, +daarmede zijn eigen angst en de nood van anderen overstemmend". Behalve +zijn reeds voltooide stukken kwamen op de planken schaduw- en +herdersspelen, balletten, zangspelen op muziek van hertogin Amalia of +van Corona Schröter, poppenspelen (Jaarmarkt te Plündersweilen), +kluchtstukken, waarin sentimenteele liederen met waldhoornbegeleiding, +allegorische stukken à grand spectacle (De verzoeking van den H. +Antonius) en stukken die de spelers improviseerden. Vaak ook werden +achter in het tooneel enorme vleugeldeuren geopend en betrok men heel de +omringende natuur in de enscèneering; men speelde op de rivier en hare +oevers (Die Fischerin); of in het woud (de Zigeunerscène, die Goethe uit +den Götz had gelicht). Op jaar- en naamdagen bracht hij +gelegenheidsstukken, bespotte hij van de planken af de aanwezigen beurt +om beurt, en zoo scherp dat slechts de demonstratieve vroolijkheid van +Carl-August uitbarstingen voorkwam. Door zijn _Lila_--oorspronkelijk De +Goede Vrouw geheeten--trachtte hij in te werken op het hertogelijk paar, +dat in onmin leefde. Met zijn _Triumph der Empfindsamkeit_ of: _De +Opgelapte Bruid_--"een klucht zoo dol en zoo grof mogelijk"--parodiëerde +hij de valsche Werther-stemming, de ziekelijke natuurzucht waaraan de +jongelingen destijds laboreerden, zoodat ze zich verplicht achtten hem +gevoelige brieven te schrijven, hem overal aan te spreken, zich te +zelfmoorden in Werther-uniform. De hoofdfiguur, een prins, heeft een +groote machine laten vervaardigen, die zonsondergang, stergeflonker, +maneschijn en woudgeruisch nabootst--voor de echte natuur is hij +bang!--en in die machine vrijt hij met een pop, voorstellende het meisje +dat hij eens lief had. Als deze pop nu door een samenloop van +omstandigheden wordt opengemaakt, blijkt haar buikje gevuld met +modeboeken uit dien tijd, waaronder ook de Werther.--Van een ander stuk +in hetzelfde genre getuigt Vrouwe Aja: "Dat ding moet men lezen als men +een verstopt onderlijf heeft en voor de kuur sta ik borg". + +En maakte Goethe zich druk op de verjaardagen van zijn vrienden--niet +zoo druk als Merck, die hem tot ernstigen arbeid maande, wel +geloofde--zijn vrienden lieten zijn herinneringsdagen ook niet ongemerkt +voorbijgaan. Zoo werd in 1781, bij de opening van den nieuwen +schouwburg, een schaduwspel gegeven dat de geboorte van Minerva uit het +hoofd van Jupiter op doek bracht. De godin der Wijsheid, door andere +goden van haar bekende attributen voorzien, zegent den 28sten +Augustus,--den dag waarop het stuk gespeeld werd want: Voor drie en +dertig jaren werd een man geboren, die als een van de wijsten en besten +vereerd zal worden! En in de wolken verschijnt een engel, die Goethes +naam toont, waarop Minerva den naam bekranst en haar zooeven ontvangen +geschenken, waaronder een gouden lier, voor Goethe bestemt. In +vuurletters verschijnen de woorden Faust en Iphigenie. + +Langzamerhand, met de wilde haren, raakte men den lust in het +tooneelspelen kwijt: een troep "teutsche Comedianten" kreeg verlof den +schouwburg te gebruiken. Toen verklaarde Amalia (op de hovelingen +doelend): Ze snorken allemaal! en ging Grieksch leeren. + +Goethe heeft in zijn Wilhelm Meister vele gebeurtenissen uit den hier +besproken tijd naverteld. Toen hij, uit Italië teruggekeerd, zich van +het verleden had gezuiverd, trachtte hij opnieuw, weldra met medewerking +van Schiller, de totstandkoming van een nationaal tooneel te bevorderen. +Hij heeft in zijn school enkele goede kunstenaars ontwikkeld, heeft ook, +naar den lezer zal blijken, eenige stukken gegeven, zooals men ze zeker +niet alle dagen ziet opvoeren. Doch zijn tooneel stond te ver van het +volk om rechtstreeks als beschavingsmiddel te kunnen fungeeren. Het zou +volksleiders opvoeden, die grover dan hij van spraak en gebaar zijn +meeningen zouden vulgariseeren. Maar zijn meeningen laten zich niet +gemakkelijk in den volkstoon zeggen, bestaan bijna niet zonder den toon +waarop hij ze zeide. + +Niet als meeningen, maar als daden van een machtig en onafhankelijk man +kunnen Goethes ideeën onder de menschen komen! + + + + +XIV + + Dem Geier gleich, + Der auf schweren Morgenwolken + Mit sanften Fittig ruhend, + Nach Beute schaut.... + + HARZREISE. + +Hij zou zijn taak te Weimar niet zoo gereedelijk aanvaard hebben, indien +niet steeds de practische staatsmanskunst in zijn gezichtskring had +gelegen. Als kind en als student interesseerde hem het doen en laten van +de werklieden uit zijn omgeving, zocht hij verband tusschen hun karakter +en hun beroepskeus. Nijverheid, mijn- en boschbouw hadden voortdurend +zijn aandacht, vooral gedurende de Straatsburger periode. De zevenjarige +oorlog, de Fransche inkwartiering, het verkeer met den schout, zijn +grootvader, brachten hem vroegtijdig in aanraking met groote diplomaten +en legeraanvoerders van dien tijd,--en het wijze jongetje had hun meer +op de vingers gekeken dan zij wel vermoedden. Hij stond in +vertrouwelijke relatie tot een groot aantal mannen die--zooals de eeuw +het wilde--niet alleen op het gebied van het ideaal, maar ook op het +terrein van de practische politiek werkzaam waren: Merck, Jacobi, +Schlosser, Kestner, Laroche. De groote staatkundige vraagpunten van dien +tijd droeg ook hij in zich om: omtrent vrijhandel, emancipatie en +ontlasting van den derden stand, verlichte despotie, had hij zich een +eigen overtuiging gevormd, en zoo kan het niet verwonderen dat in zijn +van de hand gewezen academiesch proefschrift zulk een vraagpunt nogal +resoluut wordt opgelost. Schoon hij vroeg wist wat er achter de schermen +te koop was, deelde hij nooit de hoovaardige minachting voor het +openbare leven, waarmede de Sturm-und-Drängers pronkten. Neen, +geïnspireerd door Herders Shakespeare-vertolking, wilde hij het lot van +een volk leiden, niet zoozeer uit liefde tot het volk als wel om zijn +behoefte aan actie, orde, rechtvaardigheid te kunnen bevredigen. Goethe +(aldus Lavater) ware een heerlijk handelend wezen bij een vorst. Daar +behoort hij. Hij zou als koning niet ontsieren.--De wanhopige liefde tot +de "naakte" werkelijkheid, die binnen hem de stemmingspoëzie afwisselde, +had zich omgezet in een verlangen om in het practische staatsleven geen +abstract, veelomvattend ideaal, doch billijkheid en tucht te vestigen, +waarbij zich dan nog kwam voegen het inzicht, dat de Duitsche +volkskracht ten koste van de nageaapte Fransche beschaving moest gevoed. +Hij wilde de werkelijkheid rechtstreeks aanvatten en omvormen naar zijn +gading, gelijk hij deed met de taal. Hierbij trad het zuiver-persoonlijke +zoo uitsluitend op den voorgrond, dat hij er niet aan dacht, die +werkelijkheid in staat te stellen méde te regeeren, zoo min als hij den +man van de straat zou hebben uitgenoodigd hem bij te staan in de redactie +van zijn Werther. + +Een jong vorst voor zijn opvatting te winnen, was meer dan hij had +durven hopen. Gedurende een tiental jaren werd hij in alle opzichten +Carl-Augusts leidsman. Aanvankelijk vol geestdrift voor zijn taak, +waande hij dat hij slechts den monarch, het hart van den staat, had te +veroveren om het kleine Weimar tot welstand te brengen niet alleen, doch +ook om door zijn voorbeeld de andere Duitsche vorsten op den goeden weg +te helpen. + +De hertog was door zijn moeder en Wieland wel idealistiesch maar niet +verstandig opgevoed. De eischen van zijn ongebreideld temperament +vloekten tegen Goethes streven naar orde en bezuiniging, zoodat de +nieuwe minister vaak bovenkrachtelijk moest strijden om den overigens +goedwilligen jongeman binnen de perken terug te dringen. Door korte, +kernachtige troostwoorden in zijn dagboek trachtte hij dan zijn moed te +bewaren en zijn breeden kijk op de verhoudingen, die door den vaak +langdurigen détail-arbeid werd bedreigd. + +Hij behaalde een groote overwinning toen hij Carl-August op een reis +naar Zwitserland van allen rompslomp en overbodige weelde isoleerde, en, +door aanraking met de "engelenstilte" van Lavater en de zijnen en met +de grootsche natuur tot bezadiging bracht. Ook in Frankfort stapte hij +af en hij logeerde met Carl-August eenigen tijd onder vrouw Aja's dak. +De hertog kon het goed vinden met de verstandige moeder, en deze had +geen woorden genoeg om Amalia haar bewondering kenbaar te maken voor den +jongen vorst, zoo ernstig, zoo rijk aan menschenkennis en toch pas 22 +jaar! Half Frankfort was op de been om "Goethes hertog" te zien, en van +toen af ging er geen jaar voorbij, of in het sombere ouwerwetsche huis +logeerden een paar hovelingen. Hertogin Amalia kwam zelfs over om moeder +Aja bij te staan in de verpleging van haar ouden Caspar, die zwakzinnig +werd.-- + +Op deze reis legde Goethe ook bezoeken af bij Friederike, die hij vond +zooals hij haar acht jaar te voren had gelaten, en bij Lili, die tot een +edele, zeer schoone vrouw was opgegroeid. In Wurtemberg bij den +regeerenden hertog te gast, woonde hij de overdreven-plechtige opening +bij van diens militaire school. Hier werd de gevierde Götz-dichter +langdurig en aandachtig gade geslagen door een mageren, bleeken jonkman +met rosblond haar en ontstoken oogen, den meermalen bekroonden medicus +Schiller, die toen in het geheim zijn Räuber schreef. + +De lastertongen hadden beweerd dat deze reis naar Zwitserland weer een +gewone dwaze streek van Goethe was, maar toen men den hertog terugzag +moest men erkennen, dat hij een ander mensch was geworden. Goethe was +met dit resultaat zoo ingenomen, dat hij een gedenkteeken wilde +oprichten ter herinnering aan den gelukkigen ommekeer dien zij bij +Carl-August te weeg had gebracht. + +In den beginne kon hij slechts via zijn kweekeling den loop der +gebeurtenissen in Weimar eenigszins leiden: zijn stem in den geheimen +_Conseil_ verleende hem daartoe allerminst bevoegdheid. Maar snel +breidde zijn invloeds-sfeer zich uit, doordien hij aan het hoofd kwam te +staan van de commissies voor wegbouw en krijgszaken, en eindelijk +Voorzitter van de Kamer en beheerder van Financiën en domeinen werd. +Toen bewerkte Carl-August (zeer tegen zijn zin) dat hij door den Keizer +werd verheven in den adelstand. Hiermede was de oppositie van een deel +der notabelen gebroken. Maar toen Goethe de oorkonde aan Vrouwe von +Stein zond, voegde hij er o.a. deze ontboezeming bij: Hoeveel heerlijker +zou ik mij bevinden, indien ik, van den strijd der politieke elementen +verre, tot kunsten en wetenschappen, waarvoor ik ben geboren, mijnen +Geest kon wenden!--Deze "kruipende, hoofsche vorstendienaar" (gelijk +vele schrijvers die zijn leven noch zijn werk doorgronden hem noemen) +voelde maar al te zeer, dat zijn verheffing slechts een formaliteit was, +teneinde te ontwapenen de bende aan het--"Muzenhof", welke hem wilde +beletten de zaken te ordenen die zij had verwaarloosd: + +Het landje kwijnde. Eigenmachtige, gedemoraliseerde ambtenaars voerden +er een wanordelijke administratie en lieten het volk bloeden. Nu sloeg +Goethe overal de hand aan 't werk en zorgde dat de overheid iets werd +voor de onderdanen. Hij verliet 's nachts zijn tuinhuis om--zooals hij +te Frankfort in de Judengasse had gedaan--het blusschen van groote +branden persoonlijk te leiden. Hij organiseerde een reddingsdienst, +keerde den watersnood, zorgde voor besproeiïng van de akkers, voor +verbetering van wegen en gebouwen. Hij ging zelf recruten keuren en +verkleinde het leger van 600 op 310 man, daarin gedwarsboomd door +Carl-August die met zijn troepenmacht maar wat gaarne "macaroni" _d.i._ +fratsen maakte. Hij bracht de mijnen van Ilmenau, die verlaten waren, +opnieuw in ontginning, nadat hij het mijnwezen in het algemeen en den +bodem van Thüringen speciaal had bestudeerd. Hij schraapte geld bijeen +voor de hoogeschool van Jena, die onder zijn beheer tot bloei zou komen. +Hij bevrijdde de kleine luyden van belastingen en heerlijke +rechten--waardoor hij het bij den adel nog meer verbeurde--en hield +onverbiddelijk de schatkist gesloten, toen hij merkte, dat de hertog +meer uitgaf dan zijn civiele lijst gedoogde: Ik wil mijn zaken in orde +hebben of--opdoeken! + +Er dreigde oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk en hij trok met +Carl-August naar Berlijn om daar de neutraliteit van Sachsen-Weimar te +verzekeren. Frederik den Grooten kreeg hij niet te zien (deze had het te +druk met zijn leger) doch hij dineerde met den kroonprins. Hij zag aan +het Hof heel wat gordijnen scheuren, en wat hij daarachter te +aanschouwen kreeg ontlokte hem den uitroep: Hoe hooger hoe zotter. +Teruggekeerd, bemerkte hij dat zijn land een groot gevaar dreigde: +Pruisen wenschte op 's hertogs gebied soldaten te ronselen, en was daar +al mede begonnen, zonder op verlof te wachten. Verzet hiertegen zou +natuurlijk duur komen te staan, terwijl men het toch ook niet mocht +toelaten, daar Oostenrijk dan dezelfde voorrechten zou eischen of nemen. + +Toen rijpte bij Von Goethe het plan, alle kleine staten die in dezelfde +omstandigheden verkeerden in een bond te vereenigen--een bond, die +wellicht ook heilzaam zou kunnen werken voor de verlevendiging van het +nationaal bewustzijn. De onderhandelingen, met de verschillende vorsten +gevoerd, bleven echter langen tijd een voorloopig karakter dragen. Toen +het oorlogsgevaar week, was Pruisen zoo vriendelijk, het plan te +pousseeren, daar dit land tegenover het hebzuchtige Oostenrijk een sterk +gewapende Duitsche unie wenschte. Het oorspronkelijke idée was hiermede +ontzenuwd: het plan dat Pruisen opperde ging rechtstreeks tegen Goethes +vredelievende bezuinigings-politiek in. Maar voor Carl-August werd het +er des te verleidelijker om, niet alleen doordat er veel soldaten aan te +pas kwamen, maar ook wijl Pruisen beweerde, er de wedergeboorte van het +Duitsche volk mee op 't oog te hebben. Hoewel zeer teleurgesteld, stond +Goethe sterk genoeg om te beletten, dat Carl-August het militaire +geheim-artikel in de bonds-acte teekende. Dit geschiedde pas--en ook +toen nog onder voorbehoud nadat de groote Fritz was overleden en door +een zwakker koning opgevolgd. De veelomvattende werkzaamheid die Goethe +in de tien jaren dat de zaak hangende bleef aan den dag legde--hij deed +_alle_ schrijfwerk, omdat hij de onderhandelingen geheim wilde +houden--leverde geenszins op wat hij er van had gehoopt. + +Naarmate de tegenkanting van den hertog hem in snipperwerk opsloot, +groeide bij hem de overtuiging: Wie zich met administratie inlaat, +zonder regeerend heer te zijn, moet of een philister, of een schurk, of +een gek wezen! Welnu, hij wilde die gek zijn, omdat hij de taak die hij +van het Noodlot had aanvaard ten einde wilde brengen: _Hic est aut +nusquam, quod quaerimus_, hier of nergens is, wat wij zoeken! schreef +hij aan Knebel, begrijpend thans dat hij zijn post niet mocht verlaten, +voordat zijn innerlijke strijd, door zijn uiterlijke bemoeiingen te +voorschijn geroepen, was volstreden. + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald, +loopen van eind November 1777 tot 3 September 1786.] + +XV + + Wer nie sein Brod mit Thränen ass + Wer nie die kummervollen Nächte + Auf seinem Bette weinend sass, + Der kennt euch nicht, ihr himmlichen Mächte! + + HARPSPELER in _Wilhelm Meister_. + + +Nu komt de tijd dat telkens duidelijker hij ervaart hoe de vervulling +van zijn ambt hem op den duur eigenlijk maar middel kan zijn om tot zich +zelf te komen, en als middel weldra zal zijn uitgewerkt. Hij heeft +midden in den winter alleen een reis door den Harz gemaakt, gedeeltelijk +voor mijnbouwkundige studie, gedeeltelijk om een door Wertherkoorts +aangetasten theoloog, die hem de moeite van het troosten waard schijnt, +ernstig toe te spreken. Wel te verstaan: hij stelt zich voor als +landschapschilder en als de verbijsterde zich bij hem beklaagt, dat +Goethe niet antwoordt op zijn welgemeende brieven, verontschuldigt hij +Goethe "die het zoo verschrikkelijk druk heeft". Het is zijn gewoonte, +zich te vermommen, zoo vaak er iets gewichtigs in hem omgaat. Hij blijft +dan van vriendschappelijke betweterij verschoond, en heeft de +gewaarwording dat hij, Wolfgang Goethe, op zijn eigen daden neerziet als +op de daden van een vreemde.... Hij is pas ontsnapt aan het doodsgevaar, +waarin hij heeft verkeerd toen hem op wilde zwijnenjacht zijn piek +ontschoot. In de eenzaamheid van het besneeuwde gebergte denkt hij na. +Hij begrijpt, dat zijn levensrichting aan 't veranderen is. Hij heeft +gemeend dat hij al zijn idealen en zijn dichterschap noodig heeft om een +goed minister te zijn. Maar nu hij ziet hoe weinig de menschen zich +laten helpen, hoe hun bekrompenheid zijn beste bedoelingen ontzenuwt, +komt hij tot de overtuiging: De minister kan best leven zonder den +dichter; daarom moet ik den Geheimraad afstroopen en droom de droomen +van mijn jeugd voort. Zalig (zoo zegt hij in zijn _Maanlied_) is hij, +die zonder haat van de wereld zich afsluit. En nog scherper drukt hij +zich uit in zijn dagboek: Ik leef nu met de menschen van de wereld, eet +en drink en dol ook wel met hen, maar ik zie ze nauwelijks, want mijn +innerlijk leven gaat onstuitbaar zijn gang. Hij heeft nu genoeg van het +halve, het tweeslachtige: voortaan wil hij in het Heele, Goede, Schoone, +vastbesloten leven. Hij benijdt de menschen die hij gelukkig maakt met +een gift of een vriendelijk woord; hij moet zich zelf verder helpen. Hij +gaat vaak alleen schaatsenrijden, maakt lange woeste wandelingen zonder +te weten waar hij loopt: zijn gemoed wordt al reiner: een "voor-besef" +van de wijsheid leeft binnen hem. + +De reis door Zwitserland stelt hem in staat langdurig en ongestoord te +verwijlen in zulke seraphijnsche stemmingen. Hij ziet de plekken terug, +waar hij als kind heeft geleden en gehoopt, bezoekt zijn ouders en de +vrouwen die hem eens een openbaring schenen van het goddelijke dat hij +in zich droeg. De werken die hij in zijn jeugd heeft voortgebracht vindt +hij nu duister, mistig, rumoerig. Hij hijgt naar een statiger, een +diepzinniger, een harmonieus-plechtig werk. En hij begint te vreezen dat +zijn leven te kort zal zijn voor het vele dat hem te doen blijft. Hij is +nu in de dertig jaar, en wie weet hoe spoedig het met hem gedaan is. Zal +zijn levenswerk zijn als een groote pyramide, welker zware grondslagen +zijn gelegd, maar die onvoltooid blijft en waarvan de nakomelingen +zullen praten dat zij kranig is.... ontworpen? Hij krijgt een hekel aan +Weimar, de stad waar hij tien jaren nagenoeg heeft verknoeid. Hij +bespeurt met ontzetting dat zijn portefeuille--behalve wat kleinere +gedichten, zooals _Erlkönig_, door Corona Schröter getoonzet, en de +_Visscher_--niets als fragmenten bevat: Faust, Egmont, Tasso, Prometeus, +Wilhelm Meister rusten daar als grootsche plannen: het ontbreekt hem aan +zielskracht om deze inspiraties te benutten. Iphigenie--gedeeltelijk in +rhytmiesch proza geschreven--bevredigt hem niet, hoewel het wat den +inhoud betreft een getrouwe afspiegeling is van zijn streven naar +bezadiging. En niet alleen de gedachte dat er nog zoovele hongerige +wevers en mijnwerkers in Sachsen wonen slaat hem met lamheid; hij begint +ernstig te vreezen dat zijn scheppingskracht door een werkelijke ziekte +is aangetast. Na zijn studentikoze uitspattingen is hij stijf en +onvruchtbaar geworden. En deze koude, hoofsche, ruw-egoïstische minister +schrijft in zijn dagboek: + + Orde gesteld op mijn zaken, papieren doorgekeken, al de oude + spaanders verbrand. Andere tijden, andere zorgen! Rustige terugblik + op Leven, en de overdrijvingen, impulsen en gretige verlangens van + jeugd; hoe deze in alle richtingen bevrediging zoeken. Hoe ik genot + heb gevonden voornamelijk in geheimzinnigheden, in duisteren, + ingebeelden samenhang der dingen; hoe ik Wetenschap slechts ten + halve heb gevat, en haar daarna heb laten schieten; hoe een soort + van bescheiden zelfvoldaanheid loopt door al wat ik heb geschreven; + hoe kortzichtig ik was in Goddelijke en menschelijke zaken; hoeveel + dagen verspild in gevoelighedens en donkeren hartstocht; hoe weinig + goeds ik daaraan heb ontleend; en nu is de helft mijns levens + voorbij, en ik zie dat ik geen stap verder ben gekomen, dat ik daar + sta als een die aan de golven is ontsnapt en staat te drogen in de + zon. Ik heb den moed niet de periode in mijn leven te overdenken, + die in October 1775 begint. God helpe verder en geve licht, zoodat + wij ons niet meer zoo vaak zelf in den weg staan, doch van den + ochtend tot den avond het werk verrichten dat onze hand vindt te + doen, en een helder begrip krijgen van het wezen der dingen; opdat + ik niet ben als degenen die den dag doorbrengen met over hoofdpijn + te klagen, en den nacht met den wijn te drinken, die de hoofdpijn + veroorzaakt! + +Hij heeft gehoopt als staatsman paleizen voor de menschen te bouwen en +nu is hij blij als het hem gelukt de hutbewoners van hun afval te +bevrijden. De hertog kan hem niet volgen in zijn verstrekkende plannen. +Carl-August begint zijn residentie saai te vinden: de mannen hebben +volgens hem hun jeugd uitgeleefd en de vrouwen zijn allemaal getrouwd! +Hij is voornemens in vreemden krijgsdienst te treden, nu zijn minister +hem in eigen land het soldaatspelen vergalt. Zijn militaristische +geestdrift, die hem in den Duitschen vorstenbond drijft, maakt Goethe +waakzaam. Deze verafschuwt den doelloozen bureel-arbeid, die hem is +opgelegd, zooals hij van jongsaf alles verafschuwt dat uitloopt op +niets, maar nu hij begrijpt dat hij nog jarenlang het volk voor den +vorst moet behoeden, vat hij zijn taak met wanhopige stiptheid op. Hij +verlaat zijn toovertuin en vestigt zich met Charlotte's zoontje Fritz in +een prozaïsch stadshuis op het _Frauenplan_, dat beter past bij zijn +drukke "Geschäfte". Slechts hij die zichzelf verloochent kan heerschen, +meent hij. De poëzie lijkt hem zijn kwade geest, die hem weglokt van +zijn plichten, een schuimende waterval, wiens kracht hij moet aanwenden +om er een molen mee te drijven, maar die telkens buiten zijn bedding +treedt om molen en graan weg te spoelen. Alleen met Vrouwe von Stein +onderhoudt hij nog vriendschapsbetrekkingen. Eens in de week geeft hij +"een thee", waarvan niemand is uitgesloten, maar hiermede meent hij zijn +beleefdheidsplichten tegenover de wereld te hebben vervuld. Hij wil wel +voor 't Hof zorgen, mits niet aan 't Hof. Den "Hofnood" houdt hij geen +heelen dag uit. Sedert zijn bezoek aan Frederik den Grooten zijn in hem +de bloesems van openhartigheid, vertrouwen en gevende liefde van dag tot +dag meer verwelkt. Zijn vrienden maken zich ongerust over zijn +stilzwijgen, dat zoo weinig bij hem past. Zijn gezondheid gaat snel +achteruit; zorgrimpels trekken over zijn gelaat. Herder, doelend op zijn +natuurstudie, spot dat hij alleen nog maar met keisteenen en bloemkoolen +converseert, en aanklopt bij rotsen die geen antwoord geven. De +bewonderaars die hem willen raadplegen over hun verzen, de opvoeding van +hun kinderen, de verbouwing van hun huizen, worden hem vijandig gezind +omdat hij ze niet grif genoeg te woord staat. Men weet niet dat hij in +'t geheim een groot deel van zijn inkomen aan weldadigheid besteedt. Wat +begrijpt men van den zwijger, die op een eenzamen top van het +Harzgebergte zich overgeeft aan deze meditatie: "Hier rust ik +rechtstreeks op een grond, die tot in het diepste der aarde reikt, geen +nieuwe aardlaag, geen opeengehoopt puin heeft zich tusschen mij en den +vasten bodem van de oerwereld geplaatst. Op dit oogenblik, nu de +innerlijke aantrekkings- en bewegingskracht van de aarde gelijkelijk +op mij inwerkt, nu de invloed des hemels mij na omzweeft, wordt ik +gestemd tot ademlooze natuurbeschouwing, en, gelijk de menschengeest +alles leven geeft, begint er een parabel in mij te woelen, aan welker +verhevenheid ik mij niet kan onttrekken. Zoo eenzaam, zeg ik tot mij +zelf, terwijl ik van den geheel naakten top naar beneden kijk, en +verweg, aan den voet wat dun gezaaide mossen bespeur, zoo eenzaam zeg +ik, wordt het den mensch te moede, die slechts voor de oudste, eerste, +diepste gevoelens der waarheid zijn ziel wil openen. Ja, zulk een kan +tot zich zelf zeggen: Hier op dit oudste, eeuwige Altaar, dat +rechtstreeks op de diepten der Schepping steunt, breng ik het Wezen van +alle wezens een offer". + +[Illustratie: CARL-AUGUST +HERTOG VAN SACHSEN-WEIMAR] + +Merck, die zijn trouwe plichtsbetrachting hoog aansloeg, oordeelde dat +hij de zaken te Weimar nu zoo had geordend, dat er alleen nog "dreckige" +dingen te doen bleven, en dat daarvoor geen Goethe noodig was. Maar toen +Goethe hem "een draak" noemde, warmde hij vrouwe Aja op met de bewering +dat het klimaat niet deugde voor haar "troetelkind", en samen spanden ze +zich in om hem terug te geven aan zijn roeping. Zijn vader was met +gekrenkte geestvermogens overleden en vrouw Aja wilde haar +"Hätschelhans" gaarne de middelen verschaffen tot rustige studie. Maar +daar is het hem niet om te doen: hij wil het natuurlijke beloop der +dingen afwachten en weigert, met een beroep op de leerschool die hij als +minister doorloopt. Maar kort daarna schrijft hij haar: "U moet tevreden +zijn als ik niet geheel-en-al sterf, en een goeden naam achterlaat." + +Zijn inborst laat zich zoo weinig verloochenen, dat hij in zijn +ambtsbeslommeringen niet alleen aanleiding maar ook verontschuldiging(!) +meent te zien voor het beoefenen van allerlei wetenschappen. Voor de +onstandvastigheid en inconsequentie van de menschen, wil hij zich +schadeloos stellen met de consequentie van de natuur. Zijn bemoeiingen +met mijn- en boschbouw, met wegaanleg, hoogeschool en teeken-academie, +voeren hem tot delfstof-, aard-, plant- en ontleedkunde. Het is hem hier +niet te doen om wat practiesch bruikbare gegevens; hij toont zich op dit +gebied de dichterlijke wijsgeer, die de heele natuur als een éénig +wezen ziet en nu in alle natuurverschijnselen een openbaring van dit +Eenige verwacht. Spinoza heeft hem geleerd dat toereikende kennis van +het wezen Gods tot toereikende kennis van het wezen der Dingen kan +voeren, en deze weinige woorden geven hem moed, heel zijn leven te +wijden aan de beschouwing der dingen die hij kan bereiken en van welker +essentie hij durft hopen, een afdoende kennis te erlangen. Alle +uitvinden en ontdekken (beseft hij) is de uitoefening van een +oorspronkelijk waarheidsgevoel, dat zich in stilte reeds lang heeft +gevormd, en dan plotseling, met bliksemsnelheid, tot een vruchtbaar +inzicht voert. Het is van binnen naar buiten werkende Openbaring, die +den mensch zijn godgelijkheid laat vermoeden. Het is de synthese van +wereld en geest, die van de eeuwige harmonie in het bestaande de +heerlijke verzekering geeft. Bij voorbaat lijkt hem uitgemaakt, dat +mensch, dier en plant zich volgens dezelfde wetten hebben ontwikkeld, +dat op geen enkel gebied sprake kan zijn van plotselinge schepping, dat +alles geleidelijk is gegroeid, dat de rijken der natuur onmerkbaar in +elkaar versmelten. En met deze werk-hypothese gaat hij nu in ontleedzaal +en museum, in bosch en gebergte aan 't onderzoeken, en brengt dingen aan +het licht, wier beteekenis pas veel later officiëel door de geleerden +zal worden toegegeven. Hij begint nu in een geheel andere laag der +maatschappij vijanden te verwerven, door zich àls dichter te bemoeien +met de wetenschap. Hij ontdekt het tusschenkaaksbeen bij den mensch, +komt met de ongehoorde bewering dat alle organen van de plant vergroeide +bladen zijn.[A] Voor de leerlingen der teekenschool geeft hij lezingen +over het menschelijk skelet. Hij begint een boek te schrijven over de +vorming van de gebergten,--waarvan slechts een kleine verhandeling over +het graniet klaar komt. Ondanks al zijn pogingen om een bureaucraat te +zijn, is hij vol nieuwe ideeën en inspiraties. Ieder hoofdstukje dat hij +voltooit, elke dichtregel dien hij onderdrukt, brengt hem nogmaals het +bewustzijn dat hij als schrijver is geboren, en dat zijn eenige roeping +is: goed te zeggen wat hij in zich heeft. + +[A] De beteekenis van deze ontdekkingen vindt de lezer uitvoerig +omschreven in ons Hoofdstuk "_God en Wereld_" (Derde Boek). + +Ten slotte houdt alleen zijn liefde tot Charlotte von Stein hem te +Weimar. De bezuiniging, waartoe hij Carl-August dwingt, heeft tengevolge +dat deze de noblesse van zijn tafel uitsluit. Zoo wordt de +opperstalmeester weer soliede, en Goethes vertrouwelijk verkeer met +Charlotte is gestoord. Nu zij in deze omstandigheden nog niet geheel de +zijne wil zijn, komt hij tot nadenken, en gaat vaag zich afvragen of hij +niet te hoog staat voor een zoo dubbelzinnige liefde. Hij kan van haar +niets eischen en dus krijgt hij het nog eenzamer. En als hij ziet dat +hij al zijn krachten heeft ingespannen om in de waardelooze buitenwereld +iets te veroveren, daarvoor kwellend _zijn eenige schat, zijn ik_, komt +hij tot de schrikkelijke slotsom: Dat de man die den Werther schreef +zich liever voor zijn kop had moeten schieten dan zulk een leven te +beginnen. + +Dit beteekent dat hij uit het verblijf te Weimar heeft geleerd wat er +voor hem uit te leeren valt, daar hij immers tot ideeën is gekomen die +direct zich aansluiten bij het ideaal, dat hij zich in zijn beste +jongensjaren heeft gesteld. + +Hij moet weg en is ook meer en meer gaan weten, dat hij naar Italië +moet. Hij kan geen Latijnschen schrijver lezen (uitgezonderd Spinoza, +dien hij met Charlotte bestudeert), hij kan geen Italiaansche prent zien +of onder hevige smarten moet hij zich losrukken uit de bekoring. Want +daar in Italië staan de overblijfselen van de antieke beeldwerken, die +belichamen wat ook hij zoekt: "de oudste, eerste, diepste gevoelens der +waarheid", het wezenlijke, den ideëelen mensch, die het voorbeeld is van +alle andere menschen die ooit kunnen leven. + +Omstreeks dien tijd beginnen zijn vrienden hem aan te zetten tot de +uitgave van zijn werken in acht deelen. Hij besluit daartoe als een +Berlijnsch uitgever, die, zonder hem er in te kennen reeds drie edities +van "Doctor Goethes Verzamelde Werken" heeft gebracht, zoo onbeschaamd +is, hem een porceleinen servies te zenden als aandeel in de winst. Zoo +is hij genoopt al wat achter hem ligt opnieuw te overzien, en nu wordt +hem duidelijk dat het _geloof_ in de schoonheid van de classieke kunst, +waarin hij is opgevoed, zich omgezet heeft in _besef_ van die +schoonheid, en dat dit het eenige is, dat hem overeind houdt. Zijn +ziekelijk verlangen naar 't land waar + + "die Citronen blühn + Im dunkeln Laub die Gold-Orangen glühn" + +kan slechts door werkelijke aanschouwing geheeld. In zuiverder en +poëtischer atmosfeer dan Weimars "ijzeren hemel" hem kan bieden, wil hij +de innerlijke rust veroveren, die hem in staat zal stellen het +ongrijpbare dat hem voor-zweeft vast te houden. Na veelvuldige wisseling +van geestesavontuur zal hij als gerijpt man tot zijn eigendom maken: de +leeringen die hem reeds hebben toegewenkt, toen hij als jong student +stuurloos zocht. + +Nu de periode van zijn kamerpresidentschap ten einde spoedt, weet hij de +zaken zoo te regelen dat ze voor- noch achteruit kunnen, al moest hij +ook dadelijk sterven: Carl-August kan nu geen kwaad meer. Hij voorziet +geweldige politieke beroeringen in de naaste toekomst en dit drijft hem +tot haastig vertrek. + +En gelijk hij al meermalen heeft gedaan: Als het tegen zijn verjaardag +loopt, neemt hij (zonder dit er bij te melden) afscheid van zijn +vrienden, van Charlotte, "zijn lieve hart" en--verdwijnt den nacht voor +Carl-Augusts verjaardag. Den hertog geeft hij in een briefje den raad, +te doen alsof hij wel weet waar dr. Goethe steekt. + +Niet voor zichzelf is hij ditmaal gevlucht! + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk verhaald, +loopen--van 3 September 1786 tot 23 April 1788.--] + +XVI + + Hier muss man solid werden! + + +Hij deed de postkoets bijna anderhalf etmaal onafgebroken doorrijden; +vele merkwaardigheden die hij gaarne had bekeken snelde hij voorbij; +want hoewel niemand zijn reisroute kende, vreesde hij met een +bijgeloovige vrees, dat zijn vrienden hem zouden achterhalen en zijn +plannen verijdelen. Maar te Triënt in Tyrool kwam koopman Phillip Möller +(zoo noemde hij zich) tot kalmte. Schoon op Germaansch gebied, voelde +hij dat het gewoel van kleurig gekleede, zongebrande, gracieus bewegende +menschen onder den zuiver blauwen hemel een echte Italiaansche atmosfeer +om hem heen weefde. En met afgrijzen dacht hij terug aan de plomp +gevormde lieden daar onder de grimmige, bewolkte Noorderluchten achter +hem, die hem het denken hadden vertroebeld. Met liefde nam hij een +harpspeler en diens dochtertje een eindweegs mee in zijn koets. Hij +haastte zich Italië binnen te trekken en--eenmaal te Verona--kwam hij +waarlijk tot rust: Nu was hij gedwongen voortaan "de beminde taal" te +spreken; hij trok Italiaansche plunje aan, mengde zich onder de +marktbezoekers, gebruikte al wandelend zijn maaltijd, die uit druiven en +vijgen bestond, koutte met de kinderen--als eertijds Werther--en +verdiepte zich in het levendige gebarenspel van de ouders. Het deed hem +goed, weer eens ongedwongen te babbelen met kleine luyden, die niet in +hem zagen den geheimen raadsman des hertogs, die hem niet bewonderden, +die hem niet bedienden--oftewel hulpeloos maakten. Dieper drong hij door +in het land waar de citroenen bloeien: hier de nieuw-classieke +bouwwerken van Palladio bestudeerend als moest hij architect worden, +ginds met groote oogen de weeke omlijningen der bergen beschouwend; +lettend op zeden en gewoonten, op plantengroei, landbouw, te veld +staande oogsten, geologische gesteldheid; steenen bekloppend, mineralen +toetsend; afkeurend wat in den eens zoo vereerden Gothischen (barbaren) +stijl was opgetrokken; terloops aan de waaierpalmen te Padua (sindsdien +Palmi di Goethe gedoopt) en aan leerachtige zeeplanten een bevestiging +speurend van zijn pas verkregen botaniesch inzicht. + +Naar Venetië, de lagunenstad waar elk plekje grond ontworsteld was aan +de zee, en welker bewoners toch kunstzin genoeg bezaten om hun huizen en +kerken, paleizen, bruggen niet alleen sterk maar vooral statig-mooi te +bouwen. Hier werden allerlei onverteerde woorden, hem uit beschrijvingen +en uit de verhalen van zijn vader bijgebleven, hem tot phantastische +werkelijkheid; hij zag de versierde schepen deinen op het blauwe water, +hoorde de gondeldrijvers hun antieke rhapsodieën galmen, aanschouwde den +grijzen Doge in hermelijn en goud met de Phrygische muts op, omstuwd +door senatoren in violette of roode sleepgewaden. Voor het eerst in zijn +leven stond hij aan een zee, maar hij vergat in zijn dichterlijken +geestdrift niet, strandplanten en weekdiertjes te onderzoeken. + +Hij is zoo verzonken in het jeugdig losse, rustig vlugge Italiaansche +leven, dat hij zich verjongd voelt, en met duidelijker uitgesproken +bedoelingen verder reist. + +Nu richt hij zich over Florence naar Rome, "de hoofdstad der aarde". +Reeds tweemaal is hij daarheen op weg geweest, en tweemaal heeft "een +sterke magneet" hem onverhoeds naar 't Noorden getrokken. Hij vreest dat +hij ook nu Rome niet zal bereiken, en in zijn bijgeloovig ongeduld +besluit hij telkens zijn weg te bekorten, allerlei kunstschatten dan +maar niet te zien. Ten leste gunt hij zich geen tijd meer om zich bij +het slapengaan te ontkleeden: dan is hij eerder klaar met het bekijken +van merkwaardigheden die hij zich niet màg laten ontgaan. Een voerman +die hem--vroeger dan in zijn plan lag--naar Rome wil brengen lijkt hem +door de Voorzienigheid gezonden: maar een ander, die nòg vroeger +vertrekt, is van harte welkom. + +Eindelijk geschiedt dan het ongelooflijke. En Goethe, die anders niet +schijnheilig genoeg is om te bidden, zendt een vurige dankbede ten +hemel: van nu af heeft hij twee verjaardagen te vieren. Weken en weken +lang ziet hij dagelijks nieuwe schoonheden--oude bekenden en toch nieuw. +Huiverend van ontzag staat hij voor de overblijfselen van antieke +bouw-en beeldwerken: het Pantheon, het Colosseum (nog niet gerestaureerd +en hem meer door romantische bouwvalligheid dan door architectoniesch +schoon bekorend), de waterleidingen, de Apollo van Belvedere, de +reusachtige Jupiter- en Juno-bustes, de Minerva medica, en de Hercules +Farnese. De halfbesluierde schilderingen van Rafael dunken hem minder +diep; de sprekende fresco's van Michel Angelo in de Sixtijnsche kapel +zijn de eenige kunstuitingen van later tijd die in zijn schatting niet +al te zeer afsteken bij het antieke. De ouden, begrijpt hij, dachten +niet aan artistiek effect: zij bouwden hun tempels, zij vormden hun +beelden tot getrouwe manifestaties van oprechte grootheid en trotsch +zelfbewustzijn; geen hunner die dacht aan een tegennatuurlijk +opluisteren of bepleisteren van zijn gewrocht. En de Duitschers brengen +machteloos hemelstormende kerken, gepleisterde paleizen, doodgeboren +beelden voort, wijl het hun aan grootsch innerlijk leven ontbreekt! +Slechts een krachtig volk kent groote kunstenaars. + +Gedurende de vier wonderwarme wintermaanden, die hij te Rome doorbrengt, +heeft hij een eminenten leidsman in den historieschilder Tischbein, die +de stad door lange studie in den geest van Winkelmann heeft leeren +kennen. Nog enkele Duitsche kunstenaars--vrij middelmatig als +uitvoerders maar sterk als bespiegelende theoretici--en ook de schoone, +reine schilderes Angelica Kaufmann weten wie de zonderlinge koopman +Möller (uit Leipzig!) is, en in twee documenten blijft aanschouwelijk +vastgelegd hoe ze hem eerbiedigen. Het eene is een doek van Tischbein, +voorstellende Goethe met grooten slappen reishoed en weeldig-peinzend +gelaat, zich uitstrekkend te midden van oud-Romeinsche ruïnes: jammer +genoeg heeft de ontwerper hem een langen witten mantel omgelegd,--die +niet naar het leven is genomen doch naar een lap, om een hout model +gedrapeerd. Het andere document is een marmeren portretbuste door +Alexander Trippel, bijgenaamd "de Apollonische Goethe": een bekende +buste van den Zanggod, doch met Goethes gelaat. + +Vele omstandigheden dragen er toe bij, dat onze reiziger zijn aandacht +aan het openbare leven onttrekt en die geheel wijdt aan +kunstbeschouwing: als protestant èn als denker heeft hij een afkeer van +het Roomsche volksleven, dat zich in het onmenschelijke Carnaval-rumoer +karakteristiek teekent. Hij toont zich teleurgesteld als hij ziet hoe +Gods stedehouder op aarde "als een gewone paap" voor het altaar buigt en +pruttelt; de staatsman in hem wordt gekwetst door het wanbeheer waaraan +het kerkelijke land ten gronde gaat en door de dwaze hebzucht van Paus +Pius VI, die gedoogt dat onmisbare kunststukken, die in Rome +thuishooren, door goedbetalende buitenlanders worden weggesleept. Nu de +historische ontwikkeling van de classieke kunst bestudeerend, vindt hij +orde in de overstelpende verscheidenheid van merkwaardige voorwerpen, +die hij dag-in-dag-uit aantreft, en oordeelt dat Oesers verdienstelijke +leerling Winckelmann veel heeft gepraesteerd, maar (helaas op jeugdigen +leeftijd vermoord) ook veel heeft nagelaten. + +Hij trekt nu naar Napels en beleeft daar ervaringen van geheel anderen +aard. Zijn vader heeft hem herhaaldelijk een mooie gravure, waarop de +Golf van Napels is te zien, in prijzende bewoordingen toegelicht, en zoo +niet weinig bijgedragen tot het ontstaan van den "Sehnsucht" naar +Italië, die hem lange jaren plaagde. Maar nu hij de cypressen en de +blauwe baren en de witte huizenmassa's en de dampende Vesuvius mag +aanschouwen van nabije, weet hij voor zijn geluk geen woorden. +Vergeleken bij de lachende, schitterende tuinstad, lijkt Rome hem een +klooster. Zijn aandacht vestigt zich nu meer op de zinnenwereld. Hij zet +zijn natuurstudie gretig voort, werpt zijn incognito af en--leeft, in +opgewekten omgang met vroolijke, schitterende, wereldsche, ten deele +allerzonderlingste "genieën". Hij tracht de lichtzinnige Napolitaansche +luiheid te verklaren en aan te leeren. Hij voelt zich zoo blij, dat hij +tot zichzelf zegt: Of je was tot nog toe stapel, òf je bent het nu! + +Een zeereis van vier dagen--de eerste in zijn leven--brengt hem naar de +lichte reede van Palermo op Sicilië, naar het eiland waar Homeros' +sproken handelen. Hij is een oogenblik van plan de Nausikaa-sage +dramatiesch te bewerken, maar hij laat het plan weldra varen. Van +historie wil hij niet meer weten, uit vrees, het welbehagen waarmede de +rijke plantengroei van Sicilië hem vervult te breken. Hij zoekt ijverig +naar zijn "oerplant", maar hij kan ze (al worden zijn theorieën door de +werkelijkheid sterk bevestigd) niet vinden; wat begrijpelijk is, daar +zijn oerplant slechts een _idée_ vertegenwoordigt. + +Midden in den zomer keert hij over Napels naar Rome terug en--schoon +voornemens spoedig van zijn vrienden daar te scheiden--blijft hij er nog +bijna een jaar. Carl-August (met wien hij, nadat het doel van zijn reis +is bereikt, weer in correspondentie is getreden) heeft niet alleen zijn +vacantie verlengd, maar hem ook uit zijn ambtsplichten ontslagen, voor +zoover hij hem niet uit eigen beweging in de toekomst ter zijde wil +staan. Nu is zijn ziel gerust, zijn lichaam gezond, zijn geest +vindingrijk, en hij bezwijkt voor de verleiding, een onbekrompen +kunstenaarsleven te gaan leven, waarin al zijn gaven tellen mee. Hij +voltooit zijn Egmont, bouwt voort aan Faust, Iphigenie, Tasso. Zijn oude +neiging tot schilderen komt weer op; zijn vrienden geven hem les in +kleurenleer, in 't teekenen van landschap, mensch, figuur; hij werkt +vlijtig en wilskrachtig, en wint nu definitief de overtuiging, dat hij +"slechts" dichter is. Dit stelt hem te leur, maar het bevrijdt hem +tevens van den lastigen plicht, zijn klein teekentalent te ontwikkelen. +Intusschen is zijn vermogen: als schilder de dingen te zien en te +combineeren, nog toegenomen, en daarmede zijn ontzag voor de +overblijfselen van antieke kunst, die hij leert beschouwen als +crystallisaties van grootsche droomen, als--natuurverschijnselen. Bij +het vele dat zijn geest doorleeft voegt zich nu ook de muziek: de +componist Kayser, die zijn zangspelen _Claudine_ en _Erwin und Elmire_ +toonzet, brengt hem proeven van al wat de menschheid op dit gebied heeft +voortgebracht ten gehoore. Hij is nu zoo onbevooroordeeld en naïef +Italiaan geworden, dat hij kerkelijke plechtigheden niet alleen niet +meer mijdt, maar ze ook leert waardeeren. Zelfs zijn behoefte aan +vrouwliefde--die hij ook na een breuk met Charlotte von Stein (waarover +nader) norsch heeft onderdrukt--gaat zich roeren. Bij het +landschapschilderen ontmoet hij een mooie geestige Milaneesche met +blauwe oogen, die hem bemint, echter reeds verloofd is, zoodat hij +afstand van haar doet en daarbij blijft als zij vrij raakt. Maar nu zijn +hart eenmaal warm is en hij--het Italiaansche schoon genietend--reeds +lang naar zuidelijke maatstaf heeft leeren meten, geeft hij zich eenigen +tijd over aan een los en luchtig liefdeleven; iets dat velen in hem +veroordeelen, vergetend wat hij in dien tijd is, wat hij jaren en jaren +geweest is, wat hij--mede door deze vrijgevige uitviering van al zijn +talenten en verlangens--zal worden. + +Tegen Pinksteren moet hij afscheid nemen van zijn vereerders, die hem +zoo beminnen dat zij zich moede schreien,--hoewel slechts Angelica +Kaufmann zijn Iphigenie bij voorlezing begrijpt (maar dan ook, zooals +geen vrouw na haar ze heeft begrepen). Nog eens zwerft hij langs de oude +ruïnes.... Helder maanlicht doet zoowel détails als slagschaduwen scherp +uitkomen. Nu hij zich van dit alles losrukt voelt hij een kiem van +waanzin in zijn ziel, en begrijpt, dat hij goed zal doen daar niet over +te peinzen.... + + + + +XVII + + Gij hebt mij weder tot dichter gemaakt! + GOETHE aan SCHILLER. + + STELLIGE WINST + + +Zijn waarneembaar terugkeerende gezondheid, zijn ongedwongen +kennismaking met een bende zorgelooze, gezellige, levenslustige +menschen, die van weinig rondkomen en een waar genot vinden in droomen, +kijken en ademhalen; zijn onafhankelijke positie--het ministerstractement +gaat door en hij heeft het honorarium voor de nieuwe uitgaaf van zijn +werken bij voorbaat ontvangen;--zijn vrijheid van beweging in +veelkleurig en belangwekkend natuurschoon en tallooze kunstwerken, die +alle het stempel toonen van grootsche beslistheid--dit bijeengevoegd +brengt hem in den zielstoestand, waarbij de mensen slechts met eigen +Ik heeft af te rekenen, daar geen maatschappelijke of stoffelijke zaken +hem ergeren, of de expansie zijns geestes in den weg staan. + +Hij krijgt geen eigenlijk nieuwe ideeën, maar zijn eens kwijnende en +schrikachtige gedachten worden nu "zoo stellig, zoo levend, zoo +samenhangend, dat zij kunnen doorgaan voor nieuwe". Hij heeft erlangd de +helderziendheid, die hij zich eens beloofde: hij wil voortaan slechts +met dingen van blijvenden aard zich bezig houden, teneinde voor zijn +Geest de eeuwigheid te verwerven. + +De marteling die Charlotte von Stein hem (met zijn toestemming en +medewerking) gedurende een tiental jaren heeft opgelegd, heeft hem wel +geleerd, in alle levensverschijnselen vooral het geestelijke en +innerlijke te zoeken en te genieten; doch deze leering heeft hem +overspannen en vernederd. Immers een ruwe scheiding tusschen de drangen +zijns lichaams en de aspiraties zijns geestes was hem bevolen: +"harmonie" tusschen het zedelijke en het zinnelijke liet zich alleen +door vervloeking en verdrukking van een dezer fundamenteele +levensuitingen bewerkstelligen. Aan dezen verwarrenden strijd komt voor +hem onder den zeer klaren Italiaanschen hemel een eind; de luchtige +liefde die hij te Rome geniet is een evenwicht herstellende revanche +voor de leerrijke doch op den duur ongepaste slavernij te Weimar. En, +eenmaal aan de verwarrende coquetterie van Charlotte ontkomen, overwint +hij den twijfel, die hem de voltooiing van allerlei werkstukken heeft +belet. Eindelijk weet hij dan onder woorden te brengen: wat een oprecht +en eeuwig kunstwerk onderscheidt van de kunstvaardige doch oppervlakkige +nabootsing van de natuur; schoone natuur of leelijke natuur. + +--Een beeld, een schilderij, een drama heeft STIJL (dus spreekt hij het +uit) wanneer het is beslist gesteld en strak omlijnd en in zijn kleinste +détails aan inhoud rijk; wanneer het in "edelen eenvoud en stille +grootschheid" weergeeft de typische gestalte, die het _wezen der dingen_ +aanneemt en _noodzakelijk_ moet aannemen; zoodat zulke zinnelijke +belichaming van het ware, hoe tastbaar en waarneembaar ook, den +beschouwer een afspiegeling dunkt van het _oerverschijnsel_, dat +rechtstreeks stamt uit Gods werkplaats en een voor-besef inboezemt van +al wat geweest is en komen kan; van het Eene, dat veelvuldig zich +openbaart, en dat den mensch onbekend zou blijven indien het niet +_verscheen_. + +Hiermede is verklaard dat Goethe zijn bewondering voor de overblijfselen +van antieke kunst zegt door ze _natuurverschijnselen_ te heeten; +menschenwerk, ja, doch even onberispelijk en geweldig als het van God +rechtstreeks geschapene; en toch niet een nabootsing van de natuur, +maar: waardige uitlegging van de natuur. + +Onder den indruk van de antieke en de betere Renaissance-bouwkunst +(vooral het werk van Palladio) maakt hij van zijn bewondering voor de +Gothiek--die in den loop der jaren snel is verflauwd--definitief zich +los. Met grimmigen spot hekelt hij de pijpsteel-architectuur, die +grootsch met groot verwart, en het grootsche zoekt te bereiken door +domme opeenstapeling en herhaling van hetzelfde motief; die God tracht +aan te raken door met spitse torens den hemel gewelddadig te bestormen; +die met haar pilaren van opeengeplaatste heiligen juist den onzin waard +is, die er in wordt geleeraard. + +In den tijd dat hij zich meer dan ooit dichter en profeet voelt zingt +hij geen geestdriftige zangen, schrijft hij tamelijk koele brieven, legt +zich toe op de studie van gesteenten, infusoriën en lagere planten. Dit +is geen liefhebberij van hem, zooals zijn vrienden wanen; geen poging om +motieven te ontwerpen voor mooie arabesken en vlakversieringen, zooals +zijn leermeester Tischbein verwacht; en het is geen "kunst van het +genieten", die (gelijk een groot Goethe-kenner beredeneert) hem er op +Sicilië toe brengt voor de historische uiteenzettingen van zijn geleider +het oor te sluiten en alleen te letten op landbouw en plantenweelde. Hij +zoekt als natuurvorscher bevestiging van zijn hypothese: dat de +veelsoortige vormen en gestalten in het mineralen-, het planten-, het +dierenrijk zijn terug te brengen tot enkele _oer_-verschijnselen, +waaruit zij zich zonder schokken en volgens de wetten die den +wereldgeest inhaerent zijn, hebben ontwikkeld. Als dichter, als +natuurvorscher, als kunstrechter zoekt hij door idee-belichaming, door +onderzoek, door overpeinzing het wezen der dingen te naderen. + +Zijn pogen om alle dingen, menschelijke en ook natuurlijke, als een +openbaring van het goddelijke te beschouwen, neemt een aanvang in zijn +studententijd, voordat hij Spinoza kent; het is in zijn werk _d.i._ de +uiting van het onbewuste binnen hem, na te wijzen. Doch pas in Italië +heeft hij met zijn denken dit onbewuste doorgrond; begrijpt hij dat hij +met dit onbewuste wortelt in den goddelijken wereldgeest, en daardoor +dingen kan _bevroeden_, die hij nooit heeft waargenomen of ondervonden. + +Hiermede is zijn dichterlijke intuïtie voor zijn denken gerechtvaardigd, +gaan deze twee hoofdrichtingen zijns geestes voortaan in harmonie. Van +den twijfel of hij naar de natuur moet werken of moet uitspreken zijn +idealen, van dien twijfel is hij genezen. Hij weet, dat hij in zijn werk +niet, naar den gewonen zin des woords, natuurlijk behoeft te zijn. Hij +moet menschen en toestanden na-scheppen zoo, dat hun daden overtuigend +en beslist zijn als de werkelijkheid; maar ook wijzen op het gemoed, dat +ze schiep en dat deel heeft aan het goddelijke, oneindige. In dezen +geest zal hij, steeds meer doelbewust, zijn vroeger ontworpen en ten +deele uitgewerkte drama's gaan zuiveren en voltooien. + +Als hij--kort nadien--de hier geopperde stijl-formule aan Schiller +zendt, voegt hij er aan toe, dat hij, ze herlezend, het gevoel krijgt +dat hij met een kinderschopje de zee wil leeghappen. Natuurlijk! Want +deze formule is een gewaagde poging om zijn onbewust werkend +scheppingsvermogen--dat alle formules naar den duivel wenscht--met zijn +redeneerend verstand te benaderen. Hij gaat deze formule niet +"toepassen", maar ze hergeeft hem het vertrouwen in zijn, nu gelouterde, +intuïtie. De lezer zij er derhalve op bedacht, dat ook in de hier +volgende drama's elementen leven die met dit kunstbegrip spotten. + + + + +[Illustratie: Het treurspel Egmont, in 1775 te Frankfort +ontworpen, werd in 1787 te Rome afgesloten.] + +XVIII + + EGMONT + + +Dit treurspel werd ontvangen in de Sturm-und-Drangperiode. De auteur van +den Götz had toen alleen het plan, de geschiedenis van een vrijheidsheld +te dramatiseeren. In de meening dat het verleden van Duitschland uiterst +arm was aan helden, wier karakter hij zijnen tijdgenooten ten voorbeeld +mocht stellen, was hij in de Nederlandsche historie gaan zoeken en had +daar eigenlijk--niet gevonden. + +Immers, bleef hij, zijn eerste drama samenstellend, aan de +geschiedkundige gegevens nagenoeg getrouw, hier bleken belangrijke +afwijkingen hem geboden. Goethes Egmont heeft één karaktertrek slechts +gemeen (maar hij bezit hem in veel hooger mate!) met de ietwat +dubbelzinnige figuur, die in onzen grooten bevrijdingskamp een +ongezocht-pijnlijke doch uit chauvinistiesch oogpunt zeer dankbare +decoratieve rol speelde; een karaktertrek welke pas sympathie verdient, +als hij niet samenhangt met de neiging om van twee wallen te eten, +doch--gelijk in het treurspel--op zich zelf staat. Bedoeld is het ziende +blind zijn voor een groot en nabij gevaar, het onvoorwaardelijk toegeven +aan den lust tot (hier onschuldige) genieting, ook al leidt deze +genieting rechtstreeks en manifest naar ondergang; de karaktertrek, +kortom, die den Held van dienst is als hij roekelooze ondernemingen +waagt en die "het demonische", naar Goethe het meermalen noemde, vat +geeft op den mensch. + +Ouder gewoonte heeft Goethe hier weer een uiterlijk bewegingsmotief van +een karakter opgelost in en vervangen door een ondeelbaren grondtrek van +een schooner karakter: De historische Egmont valt in Alva's handen, +doordat hij--te zeer gehecht zijnde aan zijn vrouw en zijn elf +kinderen--niet durft vluchten; Goethes Egmont daarentegen tengevolge van +de hem aangeboren glimlachende besluiteloosheid, van zijn onverzettelijk +goed-geloof, door een soort van levenslust, die hem doet wanen dat niets +in staat is hém te treffen. Niet Alva's verraad brengt zijn ondergang, +maar zijn innerlijke tegenstrijdigheid die dit verraad mogelijk maakt. +Terwijl hij zich gereed stelt om te vechten voor de vrijheid van een +volk, blijkt (en ziedaar het door Goethe niet uitgewerkte tragische +element) dat zulke vrijheid, als met geweld van wapenen zich laat +veroveren, hém zeker niet zou baten, daar hij immers de vrije +beschikking over zijn groote natuurlijke gaven mist. + +Goethe voelde destijds zich in de sfeer van het demonische gerukt. +Hoewel bij ondervinding wetend dat zijn liefde noch hem noch de +uitverkorene gelukkig kon maken, had hij zich gebonden aan Lili. Hoewel +begrijpend dat haar gemoed en haar omgeving hem nooit zouden bevredigen, +had hij haar gezocht, nadat hij haar was ontvlucht, bleef hij aan haar +gehecht nadat de verloving was verbroken. Geen redeneering, geen +vriendenraad, geen vast besluit, slechts de conceptie van een +waarschuwend beeld kon hem bevrijden: Egmont! En de historische stof +moest zich aanpassen aan zijn sentimenteele behoeften van dat oogenblik. +Terwijl de hertogelijke kamerheer (die hem als het ware naar een nieuw +leven zou voeren) zich liet wachten, behield hij zijn bezinning door +koortsig werken aan dit beeld. Te Weimar stokte de uitvoering, daar de +conceptie haar heil volbracht had; slechts de bekoorlijke scènes werden +te boek gesteld. In Italië voltooide Goethe het werk--denkelijk meer om +zijn auteursplichten te vervullen (de complete en geautoriseerde uitgaaf +van zijn "Schriften" zou alles bevatten wat hij in zijn +voor-classicistische periode had ontworpen) en om het genot, weer-jong +wordend, te blijven in den toon van het begin, dan om de pas-opgevatte +kunst-principes te openbaren. + +Zoo zijn in dit stuk het wapengekletter en het cinematographische +gewirwar en het Shakespeare-pathos van Sturm-und-Drang; de losheid, de +diplomatie, het ambtelijk pedantisme, de zwartgalligheid en de +vluchtig-schoone gezichtseinders van de ministerjaren; en de bezonnen +levenskijk, het streven naar symmetrische rust, naar inhoudzware +kortheid van Goethes Italiaansche periode aan te toonen. En al deze +momenten strijden om de heerschappij over den Egmont. + +Een rad met zoo veel assen kan slechts stilstaan of uiteenspatten. De +thema's, in een stuk dat als harmonie bedoeld is, die elkaar niet +steunen, die, na gestreden strijd, niet opgaan in een rustig Geheel, +doen elkaar te niet. Een straatgevecht kan, als het op zich zelf geen +functie heeft, wel voeren naar een hartroerende sterf-scène of naar een +luidruchtig triomf-festijn, doch niet naar de plechtig stille +binnenkamer, waar twee bevriende groote mannen (Willem de Zwijger en +Egmont) in precieus gekozen bewoordingen, met het doffe rhytme van +onderdrukten hartstocht, uitspreken de diepste levensbeginselen, die hen +voor eeuwig scheiden. En zoo is dit treurspel een los samenhangende +mengeling van prachtige brokken, welker plaatsing in het geheel wel door +afzonderlijke redeneering te verdedigen valt, maar die niet +_onmiddellijk_, d. i. voor het oog van den toeschouwer, samenvloeien. +Echter een doelmatig gevonden muziek, die de ruimten tusschen de +verschillende sferen waarin de Egmont zich beweegt overbrugt, en zoo den +overgang van het een in het ander voor de ziel des toeschouwers +geleidelijk maakt, doet het als gehéel tot zijn recht komen. Als +zoodanig is Beethovens compositie van Egmont bedoeld. Doch ook de +schouwburgbezoeker die voor muziek even gevoelig is als voor dramatische +effecten, en die dus in staat zou zijn dit nieuwe geheel onverdeeld te +genieten, moet dit genot derven, daar Schiller, het stuk voor het +nationale tooneel te Weimar bewerkend, (en deze bewerking wordt +doorgaans opgevoerd) er sommige passages en personen uit heeft +geschrapt, waardoor muziek en dramatiek elkander niet geheel meer +dekken. + +--Het grondgegeven van dit treurspel: de luchthartige, zwierige, +dappere, vertrouwende Egmont, door het volk bemind maar niet begrepen, +die ondanks vele gemotiveerde waarschuwingen op Alva's komst blijft +wachten en door beulshanden sterft; hadde zich beter geleend tot een +tragedie dan de Götz-cronyk. Götz is een eerlijke vechtersbaas, die wel +weet dat de wereld het land aan hem heeft, doch met zijn achterwerk naar +de wereld gekeerd op de vensterbank plaats neemt, daar door een uiterst +onwelvoeglijke verrichting doet blijken wat hij van de wereld denkt, en +het voor 't overige laat aankomen op zijn beproefd zwaard. Het tragische +is, dat de domme, zenuwachtige Keizer Maximiliaan hem dit zwaard uit +handen slaat, liever dan te buigen voor zijn ziele-adel. Doch dit is, +welbeschouwd, niet te verwonderen: in dergelijken vorm ontmoet men het +tragische bijna dagelijks. Egmont echter begrijpt de wereld niet, +terwijl de wereld hem over 't geheel niet kwaad is gezind: landvoogdes +Margareta en ook Alva's zoon, die zijn vijanden moesten zijn, vinden hem +een sympathieken vent en willen hem graag helpen. Maar de menschen, +vrienden en vijanden, die hem liefhebben en willen redden, hebben iets +spokigs voor hem: hij kan niet gelooven dat hij ze hoognoodig heeft. De +hem omringende wereld (zou Goethe later in een ander verband zeggen) +blijkt telkens in tegenspraak met zijn persoonlijkheid, met het ìn hem +levend ideaal van de dingen, omdat het idee dat hij van God heeft, +datgene wat hij van God vermag te begrijpen nog zoo verre van God +verwijderd blijft. En de macht die hém neervelt, het onbegrepene in den +mensch, dunkt hem een afschuwelijke macht der duisternis, half +sluipmoordenaar, half straffende voorzienigheid. Vandaar dat Egmonts +ondergang binnen ons meer gedachten in beweging brengt en dus +aangrijpender is dan de ondergang van Götz, al is de laatste uitvoeriger +verbeeld. + +Gedurende de jaren dat Goethe van 't geloof aan het demonische was +vervuld, had hij die macht der duisternis in al haar verschrikkende +onafwendbaarheid, "die door geen verstand of rede is op te lossen", +voelbaar kunnen maken. Toen meende hij wel eens dat het dramatische is: +de laatste oorzaak en het laatste doel van al het aardsch gebeuren. Doch +de man, wiens Iphigenie het "Elke menschelijke tekortkoming wordt door +reine menschelijkheid uitgeboet" reeds had verkondigd, wist aan Egmonts +ondergang de wrange vreugd des dichters niet meer te beleven. Hij kon in +dien ondergang niet meer berusten. Evenals zijn moeder ontweek hij het +tragische, maar wat zijn moeder wenschte: de oplossing--dat had hij +gevonden. Deze oplossing ontstond (zooals de lezer in Iphigenie zal +bespeuren) niet door een verandering van de omstandigheden, maar door +een vertroostenden en reinen kijk op de omstandigheden, _m.a.w. in de +wijze waarop hij voortaan verwikkelingen zou begrijpen en dus +weergeven_. + +Doch de romp van den Egmont was in een vroeger gemoedsstadium ontworpen, +de verwikkeling was er dus nog op de oude wijze gesteld. Toen hij er nu +de nieuw-gevonden ontknooping aan wilde sluiten, merkte hij dat +verwikkeling en oplossing niet pasten op elkaar. Echter, hij wilde in +ieder geval een vertroostende ontknooping, en zoo moest hij wel zijn +toevlucht nemen tot die "salto mortale in de opera-wereld" (zooals +Schiller het wel scherp, maar nauwelijks correct heeft genoemd) tot de +apotheose, waarin Clare, Egmonts lieveken dat zich pas om 't leven heeft +gebracht, dezen in den kerker verschijnt, en, terwijl het schavot wordt +getimmerd, haren held een lauwerkrans reikt. Egmont, gehallucineerd, +verkondigt in rhytmiesch proza hoe vruchtbaar zijn vreugdig sterven in +de zielen van de nakomelingen zal werken; nadat hij--o wraak van den +rijpen Goethe op den aarzelenden Wolfgang--den schijn heeft gewekt dat +hij sterft als martelaar, omringd door de dreigende speerpunten, welke +de Goethe die het stuk _ontwierp_ in het stuk zelf heeft vergeten. +Zoodoende den ondergang van één menschenleven opheffend in de sfeer van +de gerechtigheid der historie, maakt Goethe dien ondergang dragelijker +voor--den toeschouwer. Of hij er zelf vrede mee heeft gehad mogen wij +betwijfelen. + +Hoewel dus in den Egmont nog minder dan in Götz de dramatische (_d. i._ +zichtbare zoowel als voelbare) eenheid van handeling is bereikt, hoewel +de geschiedkundige achtergrond er zoodanig naar voren treedt dat +Margareta, Machiavell, Oranje, een aantal Brusselaars aanvankelijk +handelende personages schijnen, en door hun plotseling wegblijven den +toeschouwer de verwarrende ontdekking brengen dat hij zijn aandacht had +misplaatst; is dit treurspel bij 't publiek zeer geliefd. Het publiek is +altijd te vinden voor drama's die vele beminnelijke menschen op de +planken jagen. Het publiek begrijpt geenszins, hoe slecht het er zelf af +komt in dit treurspel. De volksgezinde titelheld, de voorzichtige, wijze +en (wat voor het publiek wel aangenaam is) ietwat woordrijke Willem de +Zwijger; het naïef vurige Clärchen (dat aan Friederike herinnert); haar +geduldige aanbidder Brackenberg; ze zijn zoo levend en toch zoo ideaal, +dat ze zelfs den scherpen criticus in verrukking brengen. + + + + +[Illustratie: Het schouwspel Iphigenie in Tauris ontstond in +1779--en kreeg in 1786 zijn definitieven vorm--] + +XIX + + IPHIGENIE IN TAURIS + + +Met dit werkstuk zijn vervuld de aspiraties die wij bij het kind +Wolfgang reeds zagen kiemen, die wij bij den jongeling en den man nu +eens zagen onderduiken, dan weer zich ontplooien. Iphigenie is "de +schemering die waar en onwaar verbindt", die den toeschouwer laat zien +wat hij nooit gezien, hooren wat hij nooit gehoord heeft; het drama +waarin toevallige motieven, onafhankelijk van het grondgegeven, +overbodig zijn. Het moest dus worden het drama zonder uiterlijke +handeling, dat wij in het oriëntatie-hoofdstuk in verband met Goethes +aanleg reeds tegemoet zagen; het drama dat men kan genieten met gesloten +oogen, zooals men goede muziek geniet, die louter zielsbewegen is. + +Het verwondere niemand, dat de beoordeelaars van de Iphigenie al heel +wat "esthetiesch" misverstand hebben verkondigd; immers, hier is Goethe +op zijn grootst. + +Men meent den Iphigenie-dichter geen schooner eer te kunnen bewijzen dan +hem toe te kennen den titel "classicist", daarmede in zooveel woorden +bedoelend, dat hij door langzame en geleidelijke ontwikkeling van het +dramatiesch gebeuren, door zijn eenvoudige tooneel-oeconomie, door de +scherpe omlijning van zijn figuren en hun bedoelingen, door zijn +verheven doch eenvoudige taal, alsook door zijn echt-Helleensch +onderwerp, de Grieksche tragedisten "uitnemend" heeft nagebootst. Alsof +het voor den eersten Duitscher een eer zou kunnen zijn, een "uitnemend" +Griek te heeten.--Andere beoordeelaars gaan niet zoo ver, maar meenen +toch--zich daarbij beroepend op Goethes uitspraak: "Ieder zij een Griek +op zijn wijze, maar hij zij het!"--dat hij van de Grieksche inkleeding +zooveel heeft overgenomen als met zijn Duitschen smaak en met de eischen +van zijn taal, "de onverwinnelijke taal" (zooals hij ze in de +Venetiaansche hekeldichten noemt), was te rijmen. En daartegenover staat +dan het oordeel van Schiller (gedeeltelijk als een _ver_oordeeling +bedoeld), dat dit drama is "verwonderlijk on-Grieksch", wijl het is +een-en-al Ziel. + +Uit de in voorafgaande bladzijden gegeven schets van Goethes +geestes-evolutie tot aan zijn vertrek naar Italië, volgt een +ontstaansgeschiedenis van Goethes classicistiesch kunst-inzicht, die met +boven-aangehaalde uitspraken niet in overeenstemming is te brengen. +Goethe ging niet naar Italië om daar aan de overblijfselen van antieke +beeldwerken (let wel: de beeldwerken, niet de drama's boezemden hem +belangstelling in!) te leeren wat echte kunst is; maar hij voelde zich +naar Italië getrokken, vermoedend dat daar te aanschouwen waren de +kunst-gestalten, die het algemeen-menschelijke met het individueele +vereenigden, aardsch en hemelsch tegelijk, zooals hij ze in zich voelde +rijzen, nadat hij de ijdelheid van vele aardsche aankleefselen en de +schadelijkheid van vele aardsche hartstochten uit eigen ondervinding had +leeren kennen. Hij droeg de schepping-mogelijkheid reeds mét zich, en +meende door voortdurende veredelende beschouwing van de classieke +beelden die mogelijkheid sneller tot werkelijkheid te zien +crystalliseeren. + +Dàt hij deze scheppingsmogelijkheid reeds in zich droeg bewijst de reeds +vroeger aangeroerde comedie Die Geschwister, welke niet alleen naar den +inhoud als een burgerlijke voorloopster van de Iphigenie is te +beschouwen, maar vooral ook naar de daarin gevolgde methode van +stof-opvatting. De handeling speelt er ten huize van den braven koopman +Fabrice, maar de gevoelige toeschouwer krijgt den indruk, dat zoowel het +milieu als de achttiend'eeuwsche costuums, waarin de figuren zich +bewegen, hen hinderen in hun doen en laten, hun lieve en gevoelige +gezegdes te naïef doen schijnen, en op een gegeven oogenblik àf zullen +vallen, opdat deze menschen zich kunnen toonen gelijk ze van God zijn +geschapen: niet als koopman, niet als huishoudster, maar als ontijdige +en beminnelijke menschen, zooals ze nergens en toch in alle standen, +alle professies, alle eeuwen worden aangetroffen. Doch de overbodige +inkleeding valt niet weg, en daardoor wordt de ontwikkeling van de +karakters in deze comedie gedrukt, zonder dat de realiteit van de +personen er bij wint: zij passen niet in de lijst van de gewone, +burgerlijke samenleving. Dit is een fout. En--mogen wij in Goethes +natuur-historische hypothese betrouwen, die toepassen op het terrein van +den geest--dan is deze vergroeiing ons meer waard dan een gewone +àfwijking van 's dichters talent: ze verschaffe ons licht in een later +stadium van zijn evolutie. + +Nu dan, de figuren in het schouwspel "Iphigenie" zijn menschen in de +losse gewaden, die hun vormen schoon verhullen en edel laten vermoeden, +die hun bewegingen vloeiend en toch strak doen zijn; en deze menschen, +deze _wezenlijke_ menschen, blijven aardsch genoeg om "natuurlijk" te +denken, maar zijn ook ideaal genoeg om een afspiegeling te mogen heeten +van het noodzakelijke, goddelijke, oer-menschelijke, waarnaar men zich +alle menschen geschapen acht, volgens eeuwige, onveranderlijke wetten. +En niet in een knus kantoor gevoelen zij en hopen zij, maar in een +heilig woud, waar de kolommen van den Artemistempel door het geboomte +schemeren, en het ruischen van de onafzienbare zee den mensch noodt, in +overpeinzing met zich zelf alleen te zijn, rechtstreeks onder het +hemelgewelf. Deze classieke menschen heeft Goethe reeds in Die +Geschwister gezocht! + +Goethe kende het Grieksche drama wel, toen hij naar Italië ging; ware +het hem daar om te doen, dan hadd' zijn eigen boekerij, hadd' de armste +Duitsche bibliotheek hem reeds leering genoeg geboden. Maar de +beeldkunst, niet de dramatische, was de zuiverste uitdrukking van de +classieke rustige grootschheid. Fijnere dramakunst kon in de oudheid +niet ontbloeien (gesteld eens dat men ze hadd' verlangd), wijl de +toenmalige openbare schouwspelen (gegeven voor duizenden, op +marktpleinen, door acteurs op hooge schoenen en met maskers voor, waarin +spreektrompetten) op grove, massale uitwerking waren berekend, langzaam +waren van ontwikkeling en rijk aan behendige herhalingen, omdat bijna +geen enkel toeschouwer naar huis ging zonder vele gedeelten te hebben +gemist. Maar vooral ook, wijl zij--in overeenstemming met het toenmalig +psychologiesch inzicht--gaven _passies_ als zoodanig. Daarom kon Goethe +ze niet navolgen: voor hem zijn de menschelijke aandriften onderworpen +aan zedelijk oordeel en aan zedelijke tucht; voor hem loopt de mensch +niet blind en willoos tegen de Goden te pletter; zijn eigen ziel is het +raadsel, welks oplossing hem uit den greep van het Noodlot bevrijdt. +Vandaar dat Schiller dit "uitnemende" Grieksche drama "verwonderlijk +on-Grieksch" noemde; zooals Lessing reeds den Werther in zekeren zin had +veroordeeld met de beweringen, dat geen jongeling uit de classieke +oudheid op deze wijze aan zijn eind zou zijn gekomen, en dat Werthers +weekheid het resultaat was van achttien eeuwen Christendom en +zelfontleding. + +Wil men zich het resultaat van achttien eeuwen Christelijke +zelfbeschouwing nader voor oogen stellen, dan make men een vergelijking +tusschen de tragedie van Euripides (waarmede Goethes schouwspel enkele +uiterlijke trekken gemeen heeft) en onze Iphigenie. Het diepe +karakter-verschil tusschen antiek en Goethiaansch zal dan tevens aan het +licht komen: + +Ziehier de hoofdlijnen van Euripides' tragedie. + +Iphigenie moet te Aulis geofferd worden door haar vader, den +heldenmoedigen koning Agamemnon. Godin Diana ontvoert haar in een wolk +en zet een hinde in haar plaats; de geredde wordt priesteres van Diana +te Tauris. Zij is verplicht--geholpen door andere gevangen Grieksche +vrouwen--iederen vreemdeling, speciaal iederen Griek, die op de +Scythische kust landt, bloedig te offeren. Zij vervult die taak met +afgrijzen, maar als in een droom, en daar men haar den dood van haar +eenigen broer Orest meldt, besluit ze, geen genade meer te kennen. Orest +en zijn vriend Pylades, daartoe genoopt door een uitspraak van het +orakel, begeven zich naar Tauris om het beeld van Diana[A] te +ontvoeren. Slagen zij daarin, dan zal Orest verlost worden van de +furiën, die hem vervolgen, sinds hij zijn moeder vermoordde, om den dood +van zijn vader te wreken. De vrienden worden gevangen genomen en moeten +nu door Iphigenie ter eere van Diana geslacht en geofferd ... + +[A] De heer P. C. Boutens, uit wiens voortreffelijke Iphigenie-vertaling +wij hier en daar citeeren (Zie Wereld-Bibliotheek nr 06), heeft o. i. +zeer terecht geoordeeld, dat in een Nederlandschen tekst +zuiver-Grieksche namen beter passen. Zoo heeft hij Diana vervangen door +Artemis, Orest door Orestes, Iphigenie door Iphigeneia, etc. Wij houden +ons liever aan de benamingen die Goethe heeft gebruikt; wij doen dit ten +gerieve van hen die den Duitschen tekst wenschen na te slaan. + +Dit is het tragische moment in de Grieksche tragedie: zal de zuster (in +haar onwetendheid) haar broer slachten? vraagt de toeschouwer zich af. +En een befaamd Engelsch criticus kan Goethe niet vergeven, dat hij dit +verschrikkelijke moment niet voldoende heeft benut, daarbij vergetend +dat voor Goethe (gelijk de lezer zal ontwaren) het zwaartepunt elders +ligt. Nu wordt deze knoop door Euripides als volgt opgelost(!): .... +_Door een toeval_ echter herkent Orest zijn zuster en zij (Iphigenie!) +verzint met echt-vrouwelijke geslepenheid (voor den Griek bereikt haar +vrouw-zijn een toppunt in hare geslepenheid!) een truc, om het +Diana-beeld te ontvreemden. De Scythen achterhalen de diefachtige +priesteres en haar genooten, en willen nu wraak nemen. Maar daar +verschijnt godin Minerva, die koning Thoas tot kalmte brengt door de +verzekering dat de drie Grieken den wil der Goden uitvoeren. Deze zijn +nu gered.-- + +Goethes werk echter laat zich, ook bij ernstig streven naar beknoptheid, +niet in zoo eng bestek vatten. De menschelijke passies zijn ons hier +niet _gegeven_, ze worden tot in fijne trekken ontleed, opdat men ze in +haar waren aard doorzie en de zelfoverwinning van de drama-helden +meeleev'. En het is zoo omzichtig geconstrueerd, dat ieder détail, hoe +schitterend ook op zich zelf, hoe scherp ook omlijnd, 's lezers aandacht +niet onderbreekt, maar naar den hoofdgang van de ontwikkeling verwijst; +toch blijken deze onderdeelen, ook in een résumé, onmisbaar: + + I. Ofschoon reeds jaren priesteres in Tauris, blijft Iphigenie door + heimwee naar haar geboortegrond vervuld, en bidt voortdurend dat de + godin, die eens van den offerdood haar redde, haar nu moge redden + uit de verbanning. Arkas, de vertrouweling van den Scythenkoning + Thoas, meldt haar dat diens leger zegevierend thuiskeert, en klaagt + dat bij dit bericht haar blik zoo koel blijft. Zij antwoordt, dat + haar onnuttig leven haar een vroege dood is. Hiertegen protesteert + Arkas: heeft zij niet den eerbied des volks in haar tweede + vaderland verworven? heeft ze den koning niet zijn opgewektheid + hergeven? heeft ze het wreede gebruik, iederen vreemdeling te + slachten, niet afgeschaft? heeft ze niet juist daardoor Diana's + zegen over volk en land gebracht? Zij wijze het verzoek dat Thoas + haar zal doen niet van de hand: het is rijpelijk overwogen. + + Nu nadert Thoas en zegt dat zijn verlangen, haar als zijn bruid in + zijn huis te voeren, nog gegroeid is, sinds hij zijn laatsten zoon + verloor, en vreest dat het volk hem, den kinderlooze, op den duur + niet zal willen volgen. Als echter Iphigenie blijft vinden, zijner + onwaardig te zijn, en hem waarschuwt dat hij haar misschien zal + ombrengen, als hij te weten komt, welke vloek op haar rust--zij + stamt uit Tantalos' geslacht, welks stamvader, nadat eens de goden + zich aan zijn ervaring-diepe, bont-zinrijke gesprekken hadden + vermeid, verdoemd is, wijl hij voor God te klein, voor mensch te + groot was gebleken; en welks nakroost door broeder- en moederbloed + zijn vloekwaardige begeerten koelde--belooft Thoas, dat hij afstand + van haar zal doen, als de mogelijkheid rijst, haar naar haar land + terug te voeren. Zij verzwijge hem nu haar afkomst niet langer. Met + toenemende uitvoerigheid verhaalt ze van de gruweldaden, waardoor + haar voorouders den haat der goden hebben doen ontbranden. Hij + blijft haar hoogachten, terwijl ze volhardt bij haar meening, dat + ze slechts den goden kan toebehooren. Thoas trekt nu wel, zooals + beloofd, zijn aanzoek terug, maar hij herinnert haar in woede aan + haar plicht, alle vreemdelingen, die op de kust landen,--er zijn er + juist twee gegrepen--bloedig te offeren. Hiertegen verzet zich heel + haar wezen, doch ze blijft rustig. Zij gelooft dat de Godin, die + haar eens in een wolk ontvoerde, niet zal dulden dat ze haar hand + met bloed bezoedelt: + + Want de onsterfelijken minnen der menschen + Wijdverbreide vrome geslachten, + En zij verlengen het vluchtige leven + Gaarne den sterveling, willen hem gaarne + Van hunnen eigenen eeuwigen hemel + Medegenietenden zonnigen aanblik + Wel voor een wijle schenken en laten. + + II. De vreemdelingen zijn Orest (haar broeder) en diens vriend + Pylades. Zij weten welk lot hen wacht, maar terwijl + Orest zich bitter beklaagt, en onder de kwelling van, "de furiën" + (_d. i._ van zijn wroeging wegens den moedermoord) krimpt, blijft + Pylades hopen. Hij verwijdert Orest, vreezend dat deze met zijn + drift het gesprek zal bederven, dat hij met de priesteres hoopt te + voeren. Tot zijn verrassing neemt Iphigenie hem de ketenen af en + spreekt tot hem in zijn eigen taal. Als ze hem naar zijn afkomst + vraagt, liegt hij dat zijn broer Orest door de wraakgodinnen wordt + vervolgd omdat hij hun broer heeft verslagen; dat echter Apollo hem + bij orakelspreuk genezing schijnt te beloven in den tempel Zijner + zuster, Diana, in Tauris. Zonder op zijn bede om genâ te letten, + ondervraagt ze hem over het lot van de Grieksche helden voor + Troje--zij-zelf moest indertijd te Aulis geofferd, opdat de Goden + in de zeilen van de Grieksche schepen zouden blazen--en ze verneemt + dat Troje wel viel, maar dat Agamemnon, haar vader, door den bijzit + van zijn gemalin is vermoord, omdat haar vader haar, Iphigenie, + heeft geofferd. Zij trekt zich ontdaan in haar tempel terug, en + hieruit leidt de slimme Pylades af, dat ze koning Agamemnon zeker + wel heeft gekend: zijn hoop wordt sterker. + + III. Als ze weer uit den tempel treedt, ontmoet ze Orest. Ook zìjn + boeien slaakt ze, maar ze waarschuwt dat ze hem niet zal kunnen + sparen. Orest begint met Pylades' leugentjes te ontzenuwen: hij + noemt zijn waren naam, bekent Iphigenie dat hij zijn moeder heeft + vermoord, wordt opnieuw door de wraakgodinnen bevlogen. Door haar + oprechte woorden voelt hij, dat ze een edele vrouw is en tegen haar + zin hier vertoeft; hij maant haar, samen met zijn vriend "een plan + ter vlucht" te beramen, en snelt angstig weg. Uit zijn verhaal + leidt Iphigenie nu met stelligheid af, dat hij haar broer is; haar + vreugd openbaart zich niet in jubel maar in rustig dankgebed: + + "O laat niet het langgewachte + Nog nauwelijks denkbare geluk gelijk + De schim van een gestorven vriend vergeefs + En driewerf smartlijker aan mij voorbijgaan!" + + Dra komt Orest weer: hij wordt nog steeds door de furiën gekweld. + De priesteres vraagt hem: Orestes, kunt ge een woord des harten + hooren? waarop hij uitroept: Bewaar het liever voor een vriend der + goden. Ze deelt hem nu mede dat ze zijn zuster is, en hij herkent + de stem, maar gelooft nu, door zijn wroeging overmeesterd, dat door + haar mond een wraakgodin hem met valsche hoop wil tergen. Nu speelt + zich de "genezings-scène" af, die plaatselijk en ideëel het centrum + van het schouwspel vormt. Als Iphigenie al de lieve krachten van + haar schoone ziel geduldig benut, om hem te overtuigen dat ze + waarheid spreekt, gelooft hij, onrein als hij is, dat hij een hoere + in priesterkleed voor heeft: + + "'k Vertrouw u, schoone met uw vleistem, niet. + 'k Dacht, Artemis eischt kuische dienaressen + En wreekt de ontwijding van haar heiligdom. + Neem uw verleidende' arm weg van mijn borst! + En wilt ge een jonkman redden en beminnen, + En schoonst geluk in teederheid hem schenken, + Zet liever dan uw hart op mijnen vriend: + Hij is uw liefde waardiger". + + Zij volhardt, en als eindelijk haar stem weer tot hem doordringt, + ziet hij in het feit, dat de vrouw die hem zal slachten zijn zuster + is, de oude vloek der goden in een nieuwen vorm, en verliest + waanzinnig van smart het bewustzijn. Maar voordat hij haar heeft + toegekrijscht: + + "Ja, hef den dolk omhoog, ontzie mij niet, + Rijt open deze borst en geef den stroomen + Van 't bloed dat binnen in mij ziedt een uitweg!" + + heeft hij haar gesmeekt: + + "Ween niet! Gij zijt zonder schuld. + Van af mijn jongste jaren heb ik niets + Bemind als 'k u zoû kunnen minnen, zuster...." + + Dit bewijst dat in zijn hart iets op haar reinheid heeft + geantwoord. Zij gaat Pylades zoeken. + + Langzaam ontwaakt Orest uit zijn bedwelming, en droomt dat hij in + de onderwereld zich laaft aan Lethe's waatren: zijn voorvaderen + aanschouwt hij hier, niet meer twistend en moordend, maar in + vriendschappelijk verkeer, terwijl de kinderen "speleduiken om hen + heen". Zoo diep heeft Iphigenies reinheid op hem ingewerkt: hij + gelooft dat de vloek is opgeheven, en de furiën hebben geen macht + meer over hem. Nu Iphigenie met Pylades nadert, vraagt hij + verwonderd of ook zij reeds naar de onderwereld is gekomen. + Iphigenie smeekt Diana, die toch ook haar broer (Apollo) + jonkvrouwelijk mint: "(laat hem) Niet in den donkren nacht van + waanzin razen!" Onderwijl dwingt Pylades zijn vriend, te herkennen + "dit daglicht dat niet voor dooden straalt", en zich te haasten + voor de vlucht. Nu (nadat hij Iphigenies gebed hoorde) gelooft + Orest in de goddelijke genade, en dan komt die genade ook over hem. + Hij is vrij, omarmt zijn weergevonden zuster, en laat zijn + dankbaarheid in hartstochtelijke woorden klinken; die zijn een + doorbreken van het motief waarmede Pylades, aan het begin van het + tweede bedrijf, zijn veelbelovende jeugd herdacht. Daar heette het + o.a.: + + "Ben ik niet steeds vol levensmoed en lust? + En lust en liefde zijn de sterke vleuglen + Tot groote daden". + + Waarop Orest treurig antwoordt: + + "Groote daden! Ja, + 'k Weet nog hoe wij haar in de toekomst zagen!" + Hier jubelt hij: "De reuk der aarde geurt me als balsem tegen + Als noodde zij mij op haar open velden + Ter jacht naar levensvreugde en groote daden." + + Reine menschelijkheid bewerkstelligde hier verzoening van + menschelijken euvelmoed. + + IV. Uit de stemming van heiligheid en stilte, waarin de toeschouwer + is verzonken, rijst Iphigenie weer met fluisterende, plechtige + verzen, die geleidelijk in breedte toenemen. Ze bewondert Pylades, + die een plan ontworpen heeft om het Diana-beeld te ontvoeren, en + haar heeft voorgezegd welke rol ze daarbij + moet spelen: haar is alles rein. Ze heeft voor den slimmeling geen + woord van veroordeeling, doch ze betwijfelt of ze jegens Thoas wel + zal kunnen veinzen. + +(De critiek heeft opgemerkt dat Goethe, die overigens zoover boven de +antieke opvattingen staat dat hij b. v. de schrikgodinnen symboliesch +opvat, en Orests bevrijding geheel innerlijk laat geschieden, hier zich +aan het oude verhaal houdt, en Iphigenie pogingen laat doen om het beeld +te ontvoeren, welks ontvoering haar broeder heet te bevrijden. Men meent +dat dit een dissonant is in het schouwspel, doch men wil Goethe daarvoor +wel vergiffenis schenken, omdat deze dissonant hem gelegenheid geeft, op +het laatste oogenblik nog nieuwe verwikkelingen in te voegen, zoodat de +spanning niet langzaam verkwijnt, doch op het laatste oogenblik als bij +tooverslag wordt opgelost. Wij meenen deze absolutie te mogen afwijzen: +indien Goethe slechts dit had willen bereiken, dan had hij--naar de +lezer aanstonds zal toegeven--het antieke motief niet noodig, wijl +alleen het plan tot ontvluchting, dat wèl geheel in de lijn van +handeling ligt, hiertoe reeds hadd' volstaan.--Neen, indien het +ontvoeringsplan niet deugdelijker te motiveeren valt, dan heeft de +critiek toe te geven dat hier een fout schuilt, een fout die zelfs niet +verantwoord ware, indien ze de bedoeling had, die de critiek er aan +toeschrijft. En het is nog erger dan de critiek meent: Want Iphigenie +weet dat, zedelijk, Orest reeds ìs gered, begrijpt dat haar verblijf in +Tauris bedoelde, deze redding te bewerkstelligen. Ze heeft in haar gebed +tot den goddelijken broer en de goddelijke zuster (Apollo en Diana) al +gezegd: + + "En is aan mij uw wil die mij hier borg, + Eindlijk volbracht, en wilt ge mij door hem + En hem door mij uw godehulp verleenen, + Maak los hem uit de banden van dien vloek, + Dat reddings kostbre tijd ons niet ontga". + +Dus: ze verwacht de redding _voordat_ de ontvoering heeft plaats gehad! + +Het verweer kan ook in dit geval eenvoudig zijn en minder gezocht dan de +tegenwerping: Iphigenie is nog niet ontbolsterd als het schouwspel +begint: ze is niet de wijze vrouw, die ze in zich heeft. Het dramatiesch +gebeuren pas maakt haar vrij van Heidensch bijgeloof over de verhouding +tusschen mensch en Opperwezen. De ontvoering beramend, die voor haar een +leege formule is geworden, ziet ze een licht opgaan, dat haar +veroorlooft, afstand te doen van het haar overbodig geworden beeld; +eerst dàn heeft ze zich geheel ontplooid. Te voren was ze nog niet de +volkomen reine, die Goethe van haar wilde maken: anders zou ze +medewerking aan Pylades' list hebben geweigerd.) + + 's Konings vertrouweling komt eischen dat het offer nu spoedig + plaats vinde. Zij antwoordt (op Pylades' raad) dat het Diana-beeld, + door een van de vreemdelingen ontwijd, met versch geschept zeewater + moet worden gereinigd. Arkas zal verlof vragen, maar herinnert nog + eens aan Thoas' aanzoek, haar ernstig radend den koning, die haar + zoo lang gespaard heeft, niet ondankbaar te zijn. Nu voelt ze de + noodzakelijkheid, den koning voor te liegen, als een nieuwen vloek, + en ze smeekt de goden: "Redt mij,--En redt Uw beeltenis in mijne + ziel!"--In haar echoot nu het zwaar-sombere Parcenlied ("Het lied + der Moiren") dat haar voedster eens zong, en dat haar voor oogen + stelt hoe de goden wreed spelen met den sterveling. Maar ze beseft + dat dit niet kan zijn, en vertrouwt dat ze ook uit de + noodzakelijkheid tot liegen zal worden gered. + + V. Intusschen heeft de koning bij geruchte vernomen dat de gevangen + Grieken hem een laag leggen, en door het zenden van gewapenden + verijdelt hij hun pogen. Hij ontsteekt in hevigen toorn tegen haar + die hij voor zoo heilig hield. Hij heeft berouw van de genade die + hij haar steeds heeft bewezen. Zoo is voor het drietal de kans + verbeurd op ontsnapping door uiterlijke middelen; slechts een + zedelijk middel kan nog baten. + + Iphigenie weet niet dat de koning van Pylades' plannen is + onderricht; ze heeft _voor zich zelf_ besloten, van list afstand te + doen en eischt van den woedigen Thoas, dat deze ook ditmaal het + bloedoffer achterwege zal doen blijven. Tegenover de wetten van + Tauris beroept ze zich op de wet der humaniteit + + "de wet waarbij + Ons elke vreemdling heilig is", + + 's Konings toespeling op een zekere list, die hij heeft ontdekt, + ontwapent haar niet: een reine ziel behoeft geen list. Zij durft + den koning wel bekennen, dat haar broer Orest met zijn vriend naar + Tauris is gezeild, om op Apollo's maning het beeld van diens zuster + Diana te rooven, waarmede dan Orest zijn bevrijding uit de macht + der wraakgodinnen zal verdienen. Ze legt drie menschenlevens in 's + konings handen: "Verderf ons--als ge 't moogt". Deze, hem + onbegrijpelijke, reinheid overstelpt Thoas en doet hem wankelen + in zijn wraakbesluit. Hij ontstelt nog meer als Iphigenie, zijn + aarzeling ongunstig uitleggend, zegt dat hij haar het eerst moet + straffen, daar zij haar broer en Pylades door haar openhartigheid + in het ongeluk heeft gestort; en hem herinnert aan zijn belofte: + haar te laten gaan, nu de kans op terugkeer naar 't vaderland zich + voor haar opent. Zij, de in het nauw gejaagde, ~eischt~ dat hij van + het heilige beeld en van zijn hoop op haar bezit afstand doe. Zulke + hooge eischen laten hem edel denken van zich zelf: + + "Ik de barbaar, + De ruwe Scyth, zoû luistren naar de stem van + Waarheid en menschelijkheid, die een Helleen.... + niet vernam?--Maar: + Onzoenlijk als zich tegen water 't vuur + Vechtende weert en sissend zijnen vijand + Tracht te verdelgen, zoo ook weert de toorn + Zich tegen uwe woorden in mijn borst." + + IPHIGENIE: Als 't heilig licht der vredige offervlam + Waarom de blijde dank zijn lofzang heft, + Laat zoo voor mij ook uw genade stralen. + + THOAS: Hoe vaak heeft deze stem mijn hart vermurwd! + + IPHIGENIE: Reik mij de hand. Is 't vrede tusschen ons? + + THOAS: Gij eischt zooveel in zulk een korten tijd. + + IPHIGENIE: Om goed te doen is overleg niet noodig. + + THOAS: Maar al te vaak komt uit het goede 't kwaad voort. + + IPHIGENIE. Het is de weifling die het goede slecht maakt. Bedenk u + niet, hoor naar uw hart, geef toe.-- + + Daar komt Orest, met de Scythen slaags geraakt, het zwaard in de + vuist aangestormd, en raadt Iphigenie te vluchten, zoolang het nog + tijd is. "In mijn tegenwoordigheid (roept Thoas, het zijne + trekkend) voert straffeloos | Geen man 't ontbloote zwaard". + Iphigenie belet een tweegevecht door Thoas aan Orest voor te + stellen als haar tweeden vader: zoodoende dringt zij stilzwijgend + bij Thoas op genade aan. Orest vraagt of Thoas vrijen aftocht + toestaat, maar Iphigenie beweert: "Uw blinkend zwaard verhindert + dat ik antwoord". De twee mannen zijn ontwapend. Arkas komt melden + dat de Hellenen wijken; Pylades poogt vergeefs Iphigenie mee te + tronen. Thoas heeft nu het heft in handen, maar gebiedt niettemin + wapenstilstand. List en geweld heeft Iphigenie beschaamd door haar + kinderlijk vertrouwen. + + Thoas eischt van Orest bewijs, dat hij werkelijk Iphigenies broeder + is. Orest wil een tweegevecht doen beslissen: de koning late zijn + dappersten man met hem strijden; Thoas heeft in dit duel zèlf wel + liefhebberij. Maar Iphigenie wil zulk bloedig bewijs niet, en toont + den koning op Orests lichaam vlekken en litteeken, waaruit blijkt + dat hij haar broer is. Maar, zegt de koning, mag ik wel vergeven + dat de Hellenen mij Diana's beeld wilden ontrooven? Hierop + antwoordt Orest: dat hij nu inziet wat de orakelspreuk van Apollo + bedoelde: Niet Apollo's zuster Diana, maar zijn eìgen zuster moest + hij brengen naar Hellas' kust: en zal de koning haar rein vertrouwen + niet beloonen? + + "Geweld en list, de hoogste roem der mannen, + Zijn door de waarheid dezer hooge ziel + Beschaamd, en reinheids kinderlijk vertrouwen + Beurt bij een edel man zijn zeker loon". + + Iphigenie geeft den doorslag: + + "Zie ons aan! Ge hebt niet vaak + Gelegenheid tot zulk een eedle daad, + Weigeren kunt ge 't niet; zeg aanstonds ja." + + De koning overwint in zijn ziel de wet van de bloedwraak en zegt: + Gaat dan. Maar zoo wil Iphigenie niet van hem scheiden: ze belooft + dat ze de onderdanen van hem, die zich als een tweede vader jegens + haar heeft gedragen, (wel verre van ze te offeren) steeds eerbiedig + en gastvrij zal ontvangen. Ze zegent den koning en smeekt zijn + zegen af, die hij thans niet meer kan weigeren. + +--De tegenstelling tusschen de ruwe, domme, onbeschaafde Scythen en de +slimme, edele, bij de Goden geliefde Grieken is hier vervangen door een +andere tegenstelling; die, tusschen den passioneelen, aan zijn driften +verslaafden mensch en de reine, "humane", bezadigde Iphigenie, die door +haar onschokbare goedheid het betere in Thoas en Orest opwekt en tot +leven brengt: zoo zorgt het Ewig-Weibliche dat de mensch niet sterft aan +zijn eigen onvolmaaktheid. Want--gelijk in Egmont aanschouwelijk werd +gemaakt--de kiem van het verderf schuilt hier in het Ik, en slechts in +het menschelijk hart is daarvan redding te vinden. + +Dat had Goethe ervaren gedurende zijn verblijf in Weimar. Zelf in de +macht van driften die hem verlamden door hun onderlingen strijd; +"gesotten und gebraten" van staatszaken; opgejaagd door laster en +afgunst, gebroken door miskenning, geprikkeld door gebrek aan +peins-stonden, door onderdrukten scheppingsdrang en kwijnende +gezondheid; had hij ten slotte maar één verlangen gekend, een verlangen +naar iets onbestemds, dat ten slotte werd een verlangen naar _rust_. En +deze rust, aanvankelijk gevonden in de "engels-armen" van Charlotte, was +hij gaan toeschrijven aan haar reinheid, welke allen die met haar in +aanraking kwamen rein moest maken. Het ideaal dat hij zich van haar, +"zijn zuster", gemaakt had, vond aan de omgewerkte Iphigenie-mythe een +passende gestalte. In de genezings-scène verschijnt voorwaar een wezen +dat eeuwig ongekend was gebleven, indien het niet een verschijningsvorm +had gevonden. Weinig vermoedde Goethe, dat hij zich ook in dit geval +redde door het behagen, dat hij vond aan iets, dat hij zelf had +geschapen! + +De eerste, de proza-lezing van Iphigenie, die hij, overstelpt door +ambtsbezigheden, in korten tijd neerschreef en deed instudeeren, werd +spoedig na haar voltooiing opgevoerd. Hij zelf speelde de Orest, Corona +Schröter de Iphigenie, Knebel de Thoas. Deze opvoering beleefde veel +succes, maar wij mogen (door het vervolg geleerd) dit voor een +aanmerkelijk deel toeschrijven aan het voorkomen van "den mooien Goethe +in Grieksche dracht"--waarvan de brieven en de dagboeken uit dien tijd +ons verhalen. Hoewel naar den inhoud in hoofdzaak gelijk aan de +Iphigenie die wij thans kennen, mocht het werk Goethe niet bevredigen. +Er ontbrak iets aan, gelijk aan alles dat hij in dien tijd praesteerde. +Pas nadat hij, twee overzettingen in rhytmiesch proza verwerpend, het +stuk "met oneindig veel moeite, iederen zin in zich klinkend latend, 's +avonds voor het naar bed gaan overpeinzend wat hij in den vroegen +ochtend zou schrijven" had gesteld in verzen, en wel in vijfvoetige +jamben, beschouwde hij zijn werk als af. En deze Iphigenie genietend, +begrijpen wij wat er aan haar voorgangsters ontbrak. + +Ter adstructie van de ook in deze bladzijden gehuldigde meening, dat +Goethes herstel niet door zijn verblijf in Italië werd bewerkt, maar +reeds te Weimar intrad, en onder den mooien hemel, in de poëtische +omgeving werd bekroond, beweert George Henry Lewes, dat de versificatie +aan dit schouwspel geen element van beteekenis heeft toegevoegd. Schreef +Goethe niets reeds in de eerste lezing verzen, terwijl hij (meedoend aan +de toen woedende mode) meende proza te schrijven? En zoo ja, heeft hij +dan in Italië iets anders gedaan als het werkstuk optoetsen? + +Hiertegen is in de eerste plaats aan te voeren, dat een vergelijking van +de twee lezingen reeds toont, dat hier inderdaad heel wat meer is +geschied: Wat een op sommige plaatsen haperende schets was, werd een +levend tafereel. Iphigenie was nog niet geboren, zoolang ze lag +omsponnen met stug "natuurlijk" proza; evenmin als Goethe--hoewel op +zich zelf gelijkend--onder den "ijzeren Noordschen hemel" zich zelf kon +worden. Een sprekend en vaak geciteerd voorbeeld--een uit +velen!--verschoone ons van verdere uitweiding op dit punt: Hier worden +vier verzen uit den aanhef van Iphigenies openingsmonoloog geplaatst +naast de overeenkomstige proza-lezing: + + ~Definitief:~ + Und an dem Ufer steh ich lange Tage + Das Land der Griechen mit der Seele suchend, + Und gegen meine Seufzer bringt die Welle + Nur dumpfe Tone brausend mit herüber. + + ~Proza:~ + Mein Verlangen geht hinüber + nach dem Schönen Lande der + Griechen, und immer möcht' + ich übers Meer hinüber. + +Wie voelt niet dat het eerste het echte is? dat het niet anders mocht +luiden? dat in de proza-lezing Goethe zelf aan het woord is, in plaats +van Iphigenie? dat de versvorm door woordkeus en rhytme zeer picturaal +werkt?--Geen wonder. Goethe had den hier weergegeven toestand pas in +Italië doorleefd, toen hij aan de oevers van het blauwe Gardameer zich +eenzaam voelde als Iphigenie aan de zee. + +Maakt nu het stille rhytme met zijn zachte en toch krachtige caesuren, +den inhoud hier pas tot wat hij is, de versvorm levert ook dit voordeel +op, dat hij het logiesch geraamte van den inhoud voelbaar maakt, +verschillende étapes in de ontwikkeling van een bepaald thema merkbaar +afrondt, door fijne analogieën in woordklank en versmaat, in verband +tegenover of naast elkander plaatst, zonder ze ruw te scheiden: zoodat +de scherpe rubriceering der ideeën den plechtigen gang van het geheel +niet stoort. Zoo wordt in de passage: + + OREST: Mit seltner Kunst flichtst du der Götter Rath + Und deine Wünsche klug in eins zusammen. +PYLADES: Was ist des Menschen Klugheit, wenn sie nicht + Auf Jener Willen droben achtend lauscht?.... + +zeer voornaam aangeduid hoe Orest en Pylades, hun karakters en daarmee +hun gedachten tegenover elkaar plaatsend, toch ook samen bouwen aan een +hoogere synthese, die Goethe-zelf verkondigt. Een voorbeeld in ons +résumé wijst aan, hoe de dichter motieven, die zeer ver van elkaar staan +verwijderd, in symmetrie weet te brengen. Elders weer worden +knallend-korte en gejaagde vraag-en-antwoordreeksen door hun metrum +zachtkens opgenomen in de langere, statige versmassa's, waardoor dus, +zonder dat de nerveuze angst of de spanning van de sprekers ongebeeld +blijft, de eindindruk van den hoorder is plechtig. Binnen de +lenig-gevoegde crystallen schubben van dit curas kan sluwheid, kan +woede, liefde, vroomheid, bloeddorst, wellust, kan iedere menschelijke +aandrift uitklinken, zonder dat de strakke en toch weeke schoonheid van +het geheel er onder lijdt. De nuanceeringen en de klankverbindingen in +Goethes taal zijn hier zoo fijn, dat zelfs de ideale voordrachtkunstenaar +ze niet alle ten gehoore kan brengen, dat ze slechts bestaan voor den +geest van den zeer aandachtigen en gevoeligen lezer. Vandaar dat Goethe +kon zeggen: Ik ben er nog nooit in geslaagd een volmaakte voorstelling +van Iphigenie bij te wonen. En zoo subtiel mòest de vorm zijn, wijl hij +slechts dan in overeenstemming bleef met de handeling van dit schouwspel. +Deze handeling ware ons niet geopenbaard, indien ze niet had gevonden +een even fijne materie: het rhytmiesch woord, de ijle atmosfeer van +echte verzen. Waar bleef de bekoring van vele Goethe-gedachten, in dit +stuk en elders uitgesproken, zonder haar versvorm, die menigeen +willekeurige kunstvaardigheid dunkt? Men denke zich Wanderers Nachtlied +in proza! men verandere in iederen zin één enkel woordje, en men zal +bespeuren dat heel het lichte bouwsel ineenschrompelt, gelijk de fijne +flamboyante webbe eener spin, waarvan een hangdraad is geknakt. + +Is het dus waar, dat Goethe reeds te Weimar rhytmiesch proza schreef en +niet gewoon proza, dan heeft dit slechts deze beteekenis, dat hij een +vaag, een onbewust voorgevoel had van wat het moest worden; zooals hij +onbestemd besefte ook wat hij nog van zichzelf moest maken. + +Schiller heeft met schijn van juistheid betoogd, dat Iphigenie eigenlijk +te zeer epiesch is om een drama te mogen heeten. De kwaal b. v. waaraan +Orest lijdt zou zijn te weinig uiterlijk zichtbaar, doordien Goethe de +wraakgodinnen interpraeteert als gewetenswroeging. "Geen Orest zonder +furiën", is de slotsom van dezen beoordeelaar: Wat men gewoonlijk +handeling noemt, geschiedt hier achter de coulissen en slechts de +zielsprocessen, die van deze handeling het gevolg zijn, komen aan het +voetlicht. Voor Iphigenie is maar één woord: Ziel!--En men heeft, deze +redeneering besluitend, voorgesteld Iphigenie te noemen een "dramatiesch +gedicht", en het als zoodanig te bewonderen. + +Dit voorstel zou ons allicht onverschillig laten, ware het niet op een +overweging gegrondvest, die de verdienste van Iphigenie onderschat. Het +is niet zoo, dat de figuren van dit drama eenvoudig de zaal in +declameeren wat ze gevoelen, hopen, vreezen; doch zoo, dat ze geen woord +spreken, dat niet rechtstreeks in de ziel van hun medespelers slaat, en +daar een nawijsbare verandering te weeg brengt; geen woord, dat niet in +hun eigen ziel met ongedwongen dialectiek een ontwikkelingsproces +bewerkstelligt. Heel het stuk is een logiesch aaneensluitende keten van +zielsgebeurtenissen; samenvloeiend in de genezings-scène, en daaruit +weer ontspringend; zielsgebeurtenissen die den hoogstaanden toehoorder +tot op het allerlaatste moment (den voorlaatsten regel) in spanning +houden: dit is toch wel hándeling, maar onzichtbare handeling, +ontastbare, wij zouden bijna zeggen: muzikale handeling. + +Of liever: het is een harmonie van twée handelingen: de eene wordt +kortelijk aangeduid omstreeks het Parcenlied, maar loopt door het heele +stuk. Het is de evolutie van het menschelijk Godsbegrip; te vatten +tusschen deze twee uitspraken: + + "In vrees voor de goden + Leef 't menschengeslacht!" + +en: + + "Want de onsterfelijken minnen der menschen + Wijdverbreide vrome geslachten, + En zij verlengen het vluchtige leven + Gaarne den sterveling, willen hem gaarne + Van hunnen eigen eeuwigen hemel + Medegenietenden zonnigen aanblik + Wel voor een wijle schenken en laten". + +Deze twee uitspraken van Iphigenie omsluiten de gedachtelijke sfeer, +waarin zweeft de aardsche sfeer, de tweede handeling, die begint bij het +gruwelijk verhaal over de misdaden harer voorvaderen, dat Iphigenie in +het eerste bedrijf aan Thoas doet, en, daarmede in symmetrie, eindigt +in het visioen van Orest, die zijn voorvaderen vreedzaam vereenigd ziet: +Het is de evolutie van ruwe wraakzucht, die bloed voor bloed eischt, tot +de idee van de humaniteit, die uitgaat van de onschokbaar-ware, +ewig-weibliche Iphigenie, en die in het "Vaarwel" van Thoas een +melodieuze oplossing vindt. + +Deze twee motieven, elkander steunend en aanvullend, zijn zoo wonderlijk +dooreengeweven, en deze dooreen-strengeling doet de spanning van den +lezer zoo zeer stijgen, zijn vervoering bij het slot des te edeler +makend, dat ik mij, na herhaalde lezing, meermalen on-naïef heb +afgevraagd: Is dit menschenwerk of Gods-gewrocht? + +En heeft niet Goethe meermalen uitgesproken, dat hij waande God te +hooren als hij sprak? + +In trouwe: Een menschenleven dat, na dwaling en kommer, één drama als +Iphigenie mag voortbrengen, is rijk gezegend en verdient de huldiging +van allen, die in den dienst van de Waarheid hun heil zoeken. + +Zoo verwondere het niemand dat de Iphigenie zoo weinig succes had, in +den tijd dat Schillers Roovers de planken deden daveren. Pas twintig +jaar na de definitieve voltooiing werd het te Weimar nogmaals opgevoerd, +gevend Goethe dus dit merkwaardig gevoel: de onmiddellijke praesentie +van een lang overleefden gemoedstoestand. + +Aan de mogelijkheid van een goede opvoering heeft Goethe na zijn +terugkeer uit Italië altijd gewanhoopt, en de vertolking, in 1827 door +den tooneelspeler Krüger gegeven, dorst hij niet bijwonen, al werd deze +speler door zijn besten vriend, door Zelter aanbevolen. + + + + +~DERDE BOEK~ + +[Illustratie: CHRISTIANE VON GOETHE +(Op 36 jarigen leeftijd) +_Naar de krijtteekening van F. Bury_] + + + + +XX + + Wundern kann es mich nicht, dass + Menschen die Hunde so lieben, + Denn ein erbärmlicher Schuft + ist, wie der Mensch, so der Hund. + VENET. EPIGRAMME, 74 + + +Goethe had het manuscript van zijn "Schmerzenskind" Iphigenie naar +Weimar gezonden, doch bewonderende brieven van zijn vrienden bleven uit. +Het schouwspel dat van zijn in Italië gewonnen zielsvrede en louteren +kunstsmaak trouw getuigt, werd in zijn definitieven vorm niet begrepen; +men betreurde vooral dat hij het (immers "natuurlijke") proza had +vervangen door verzen; men kon niet toegeven dat juist daardoor +Iphigenie als kunstwerk zichzelf was geworden, men voorzag niet dat het +juist zoo tot de schoonste scheppingen van den menschengeest zou worden +gerekend. Men verbeet zijn teleurstelling. De uitgever klaagde dat de +nieuwe Goethe-editie slecht verkocht; tusschen het Duitsche publiek en +den eens toegejuichten dichter was het uit. Nu bleek, dat de instemming +van het publiek slechts het bekoorlijke oppervlak had gegolden. Weinigen +voelden Berlichingens schitterende ruwheid, Clavigo's berouw, Egmonts +loyauteit, het goddelijke in Iphigenie als openbaringen van de ~zelfde~ +zoekende dichterziel. Nu ging Goethe soortgelijke détails minachten, of +wel: hij plaatste ze zoo, dat ze aanhoudend en onmiskenbaar wezen naar +de idee van zijn drama's, naar de kern van zijn genie. Van toen af gaf +vluchtige lezing van zijn werk geen genot meer en werd dus nagelaten. + +Zijn naaste vrienden herkenden hem niet, toen hij--in Weimar terug--weer +naar Italië verlangde en zich met moeite schikte in de bekrompenheid van +het duistere provincie-stadje dat hij was ontgroeid. Niemand had hem +meer iets te geven. Geen vertrouweling hielp hem zijn gemoed verkennen. +Als hij--met iemand in gesprek--voelde dat men hem niet de woorden uit +zijn mond raadde, dan werd zijn taal zoo ingewikkeld, beknopt, hortend, +dat zijn toehoorder er heelemaal niets meer van vatte. Stil ging hij +zijns weegs, met effen gelaat voortpeinzende over de problemen, hem door +zijn verruimde inzichten gesteld. Hij behoefde voor de fijnere contreien +van zijn geestesleven niet de instemming van anderen. Hij beoordeelde de +dingen naar een nieuwen maatstaf en begreep best dat de wereld zich bij +het oude hield. Hij was geworden Wetgever, niet wet-houder. Hij stond +onbevreesd alleen. Hij stond gaarne alleen. Hij verhaalde veel schoons, +doch gaf zich nooit geheel. Hij leek een koude, eenzelvige, +ondoorgrondelijke "Jupiter". + +Nu kon ook zijn onzuivere liefde voor Charlotte von Stein niet meer +stand houden. Te voren had een dwaalbegrip reeds verwijdering aan het +licht gebracht: De ruim veertigjarige "vriendin", in wier genegenheid +het streven naar ongedeeld en verzekerd bezit een zelfstandig bestaan +was blijven voeren, had zijn vertrek naar Italië onedel uitgelegd. Zoo +weinig was ze doorgedrongen in haren dichter, dat ze diens bijgeloovige +vrees voor mislukking van zijn zooveel jaren gekoesterd plan buiten het +geding liet, en zijn langdurig stilzwijgen--waarover ze natuurlijk +terecht bedroefd was en ontstemd--opnam, zooals een coquette van lage +afkomst dit zou hebben opgenomen. De ironie der feiten wilde, dat Goethe +destijds nog voortdurend van haar was vervuld, een nauwkeurig dagboek +voor haar bijhield en--eenmaal te Rome--zich eerst richtte tot God en +onmiddellijk dan tot haar. Tot de vrouw die hem platweg zou +"afschrijven", zoodra ze zijn adres kende. + +Kort daarop bereikte haar het biechtboek dat haar wantrouwen ongezocht +logenstrafte; zoodat ze alléen verantwoordelijk bleef voor de laakbare +bijmengselen van haar stellig gerechte verontwaardiging. De +uitgewisselde explicaties brachten een slechts schijnbare verzoening tot +stand. Wolfgang von Goethe voelde zich vrij man en had voortaan geen +liefde doch vriendschap haar te bieden. + +En hetgeen ze altijd beweerd had van hem te wenschen--zuivere +vriendschap--dat wees ze nu terug. Ze had vriendschap gewenscht, zoolang +ze meende dat hij "meer" verlangde. Maar haar berekening, die bij een +middelmatig man wellicht ware opgegaan, mislukte hier. In stede van zich +geheel aan haar te verslaven werd hij, door haar tactiek, meester van al +zijn drangen, en dus teruggeschonken aan zich zelf. Zij verloor hem, +doordat hij haar liefdevolle leugen tot waarheid maakte! + +En nu begon deze leugen zich te wreken. Zij moest zich bekennen dat haar +overgave (deze moge dan al of niet zakelijk zijn geschied) bij haar +gevoelens voor Goethe allerminst opoffering, doch behoefte, doch plicht +was geweest. Ze moest rouwen, toen die overgave niet kon duren; terwijl +hij haar rouw niet kon zien, haar klachten niet kon vernemen, daar hij +zich aan het amoureuse verlangen naar Vrouwe von Stein had ontwrongen, +meenend haar dus doende te _dienen_. Hij moest haar dien koelen, +vochtigen, noordschen zomer onbewimpeld spreken over zijn gehechtheid +aan Italië en over het gamma van warm-menschelijke genietingen, dat het +woord Italië voor hem beduidde; zìj moest dit aanmerken als een +beleediging, zonder dat hij 't begreep. Als ze hem noodigde op haar +slot, bracht hij vrienden mee om--alleen te kunnen blijven. + +De kwijnende Charlotte werd tot het uiterste gebracht toen haar zoon +Fritz (die eens in Goethes huis had gewoond) haar bevestigde het +lasterlijk gerucht, dat zijn pleegvader in handen was gevallen van een +aanlokkelijk doch minderwaardig vrouwspersoon, genaamd Christiane +Vulpius. Ze schreef hem een brief, waarin ze al haar grieven luchtte en +hem openhartig stelde voor het ultimatum: die of ik. Hij smeekte haar om +haar vriendschap, riep zijn omgeving tot getuige, dat hij door "het +zoete geheim" als mensch niet was gezonken, verzocht haar, het arme +schepseltje de gevoelens niet te misgunnen waarop zij immers geen +aanspraak maakte. Doch ze wees zijn vriendschap stilzwijgend af. Ze +ging tegen zijn raad in voort, haar zenuwgestel (dat bij het verlies van +haar zoon Ernst reeds was geschokt) te ondermijnen door overmatig +gebruik van koffie. "O!!!" schreef ze welsprekend op zijn brief. En haar +vergeefsche liefde werd nog geëxalteerd, toen ze hem in haar verbeelding +trachtte zwart te maken, en zich voorstelde hoe eenzaam naar de ziel hij +moest leven naast dat minderwaardige vrouwspersoon.[A] Hij bleef haar +vriendschap zoeken en als er een smakelijk gerecht op zijn tafel kwam, +zond hij haar als voorheen een deel van dat gerecht. Zij onderschatte de +waarde van zulke attenties, zooals de meeste vrouwen in dit geval zouden +doen. + +[A] Den strijd, die zich in Goethes innerlijk afspeelde, schreef ze +zonder meer op rekening van Christiane en toen hij onder den invloed van +Schiller weer aan het dichten ging, zeide ze, dat hij den indruk maakte +van "iemand die jarenlang op een onbewoond eiland heeft gezeten en er nu +aan denkt, naar huis terug te keeren."--Welk "huis"? + +Jaren naderhand bewerkten de Schillers een toenadering: en weer zond hij +haar bijna iederen ochtend een briefje, als woonde hij nog in zijn +droomtuin aan de Ilm. + +En nu "het zoete geheim". + +Kort na zijn terugkomst maakte hij een wandeling door zijn park, toen de +23-jarige Christiane Vulpius hem een smeekschrift aanbood namens haar +broeder, den auteur van "Rinaldo Rinaldini", die reeds een en ander aan +Goethes protectie te danken had. Ze was dochter van een misdadigen +dronkaard, trachtte door bloemenmaken een onafhankelijk bestaan te +vinden en hoopte dat de almachtige Geheime Raadsman haar broer aan een +emplooy zou helpen. + +Toen deze zijn blik liet gaan langs de weeke lijnen van haar kleine, +ronde gestalte, langs haar overvloedige lichtbruine lokken, haar groote, +lachend-blauwe oogen, haar vol gelaat en heur goeien mond--kon hij wanen +een meisje voor te hebben, zooals hij er te Rome vaak had verlangd. Toch +leek haar uiterlijk niet Italiaansch. Maar de dichter, die zich +verbeeldde in den "heldentijd, toen goden en godinnen minden, toen het +zien de begeerte, toen de begeerte het genot meebracht", vond behagen +in het naïef-snaaksche natuurkind, dat bezorgd naar hem opkeek. Hij +voelde dat 't hem wèl was in haar nabijheid, en vroeg haar, vaak tot hem +te komen. Hij sprak niet tot haar als een verlekkerde wellusteling, doch +als een die bijna veertig jaren heeft gehunkerd naar rustig geluk, die +ten diepste beseft dat vraag-looze zinnelijkheid, als die der +antieken--doch dan door nadenken geheiligd--mooier is en menschelijker +dan de verfijnde huichelarij of de gekunstelde natuurlijkheid van zijn +tijdgenooten. Hij wenschte met Christiane een zoo mogelijk getrouwe maar +vluchtige vereeniging; en voelde toch zoo zeker dat zijn sympathie voor +"het arme schepseltje" dieper wortelde, dat hij Vrouwe von Stein bad, +hem door haar liefde te behoeden voor een huwelijk--want nog steeds +duchtte hij den huwelijken staat. Doch Charlotte schreef hem +vinnig-verwijtende brieven en weigerde. En naarmate de laster gemeener +werd, begaf hij zich dieper in het liefdeleven dat hij in zijn +_Romeinsche Elegieën_ zinvol zou vergeestelijken tot in de sfeer van +zijn glorieuse wedergeboorte; die hij voltrokken achtte, toen hij, de +kindervriend, in haar schoot zijn kind voelde leven. Hij sloot een +"gewetenshuwelijk" met haar. Hij liet haar--en dit kenschetst de achting +die hij haar had leeren toedragen--met dit kindje op schoot als een +Madonna (naar een Italiaansch schilderij) op doek beelden. + +Zijn zoon, August, werd door Herder gedoopt en door den hertog ten doop +gehouden, al was hij onecht. De vrome doch niemand bemoraliseerende +moeder Aja (hoewel betreurend dat ze nu haar kleinkind niet "ins +Anzeigeblättchen" kon laten zetten) zegde zich ten hoogste ingenomen met +den jongen, dien haar "Hätschelhans" bij zijn "Bettschatz" had +"gefabriceerd"; hetgeen hier in deze termen wordt herhaald om er den +lezer op te wijzen, dat hij, tot goed begrip van Goethes gedragslijn, +los zich heeft te maken van hedendaagsche _fatsoens_begrippen. + +Niet wijl eenige "fijn-beschaafde", wel-opgevoede en wie-weet geleerde +vrouw beter zou hebben gepast bij dezen gerijpten, bezonken denker, die +op zich zelf een geheel vormde en niet kon huichelen, een "wederhelft" +in den gangbaren zin des woords te behoeven; want toen als nu zou zulk +een hoogstaande vrouw naast een echtgenoot van Goethes aard en leeftijd +een vernederde slavin of een kwellende "miskende" zijn geworden.... + +Doch opdat de lezer zich naar behooren wapene tegen den laster van de +Weimarsche "Muzenkolonie", den laster die--van smetteloozen vader op +zondenvrijen zoon zich voortplantend--nog in onze dagen schalt. De +zelfde edele zielen, die voor een courtisane als Vrouwe von Stein +respect hadden, ook nadat deze in haar kunstloos drama "Dido" haar +verhouding tot Goethe onbewimpeld bloot had gegeven; en zelfs het +spelletje dat ze met haar ongelukkigen minnaar speelde rechtvaardigden; +die hebben geen voorbarigheid te gewaagd en geen leugen te kras geacht +om Christiane's positie te ondergraven, en haar intrêe in de burgerlijke +samenleving te verijdelen. En dit onder aanvoering van Herders gade, die +de lezer reeds eenmaal als etherische Psychê in den Bond der Heiligen +heeft ontmoet. Doch mochten zij ook straffeloos babbelen dat Goethe zijn +dienstmeid had getrouwd--het vreemdsoortige kind uit de achtste Elegie +een dienstmeid!--de geschiedschrijver, die de gezond-eenvoudige, +hulpvaardige, trouwe Christiane vereert, zooals vrouw Aja haar eens +vereerde (vooral nadat Goethe haar, vreezend dat op een voorgenomen reis +een ongeluk hem zou overkomen, naar Frankfort had gebracht)--de +geschiedschrijver boekstaaft met vreugde dit welsprekende feit: dat zij +bijna twintig jaren lang het wettelijk huwelijk, door Goethe gewenscht, +tegenhield omdat ze zich eerst, terwille van man en kind, in de oogen +van de "fijne" wereld door voorbeeldig en bescheiden gedrag wilde +zuiveren. + +Onpartijdige Goethe-vorschers hebben reeds lang toegegeven dat zij was +een brave, een interessante figuur; een goede, zuinige huisvrouw, die +perfect zorgde voor 's dichters kind, lichaam, tafel en kelder. Men ziet +voorbij dat zij dit alles deed op een wijze, die den zoekenden, +geplaagden, vaak ziekelijken, eenzelvigen, voor zijn vrijheid beduchten +kunstenaar paste; en hiermede heeft bewezen dat ze fijner begaafd was +dan de meeste kunstenaarsvrouwen en--Goethekijkers. Men waardeert niet, +dat zij hem begrijpend terzijde stond bij zijn botanische en physische +proefnemingen, terwijl Goethe--- die door de geleerden was uitgebannen +gelijk Christiane door de maatschappij--juist op dit punt uiterst +prikkelbaar was. En wil men ten slotte beweren dat zij--zoo héél anders +als Charlotte von Stein--zijn ziel in de eenzaamheid liet, dan zij +verwezen naar zijn gedichten "_Die Metamorphose der Pflanzen_" en "_Die +Metamorphose der Tiere_", die hij ten behoeve van zijn lieve +medewerkster heeft geschreven; naar de Romeinsche Elegieën die haar +bezingen, zoo diepzinnig en bevallig als wel zelden een minnaresse werd +bezongen. Zij is als het eenvoudige, ware, dat den roeping-zoekenden +Faust herhaaldelijk lokte, maar dat hem pas op het einde van zijn +avontuurlijken loopbaan ten deel viel. + +Ze heeft Goethes borst eens met haar lichaam beschermd tegen de degens +van Fransche plunderaars. Maar wie zal bepalen, hoeveel +levensgevaarlijke _toewijding_ door deze daad werd bekroond? + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen in dit hoofdstuk +verhaald loopen van 1790 tot 1803] + +XXI + + Wunderthätige Bilder sind meist + nur schlechte Gemälde: Werke + des Geists und der Kunst sind für + den Pöbel nicht da. + + +Hij die de wereld vanuit een nieuw gezichtspunt gaat beschouwen, en zijn +levenswijze dra naar die nieuwe wereldbeschouwing heeft gevoegd, +zal--als de eerste blijdschap is geluwd--bespeuren dat zijn ziel van het +initiatief zijns Geestes nog niet is doordrongen, dat zijn gemoed zich +nog niet uit de oude verhoudingen heeft bevrijd. Zijn eigen Ik verzet +zich tegen den ommekeer in zijn gedragslijn; zijn innerlijk lijdt smart, +terwijl zijn denken triumpheert. Deze uiteenrukking van heel zijn wezen +verbittert en verwart hem. En de menschen die hij lief heeft moeten het +ontgelden. + +Zoo ging het Goethe, toen zijn Italië in zijn herinnering was verbleekt. +Meer dan hij aanvankelijk meende had hij behoefte aan een +vertrouwelinge, die in zijn ziel kon lezen; hij bleek niet terstond in +staat, zijn huwelijk met Christiane te beschouwen als was hij een +verlangende halfgod die een menschdochter heeft ontvoerd. De edellieden +van de Muzenstad maakten hem het leven zuur met hun laster, en hij moest +stil bekennen dat inderdaad zijn natuurkind zijn subtielste aspiraties +niet begreep. Hij vergat wel eens, dat hij dit te voren had geweten, en +dat het hem eer had verlokt dan afgestooten. + +[Illustratie: GOETHE +(in 1791) +_Naar de teekening van Lips_] + +Zoo kon hij aan zijn huiselijken haard niet altijd de gemoedsrust +vinden, noodig bij de proefnemingen maar vooral bij de geduldige +beschouwing, die zijn natuurwetenschappelijke hypotheses hem +voorschreven. Trouwens, hij was niet een natuuronderzoeker in den zin +dien men tegenwoordig vaak aan dat woord hecht. Hij behoorde tot de +zoekers die hij later "de omvattenden", en met een groote mate van trots +"de scheppenden" zou noemen. "Deze gaan van ideeën uit, en verkondigen +reeds bij voorbaat de eenheid van alles: het is daarna de taak van de natuur +zich in deze ideeën te voegen". Hij was niet de drooge-feitenverzamelaar, +die pas een conclusie trekt (of zegt te trekken!) als hij zich op +volkomen gekend terrein bevindt. Uit de klaarheid van zijn zelfbewustzijn +ontstonden de eischen, waaraan het diepverborgen leven der natuur had +te voldoen. Pas als zulk een hypothese in groote trekken vaststond, +ging hij ze controleeren. De feiten leken hem dan echter zoo ver af, +dat hij ongerust werd en neiging had, den gang van zijn onderzoek te +verhaasten: juist als de werkelijkheid hem in 't gelijk wilde stellen. + +De nog vreemde verhoudingen dus, waarin hij leefde, zoowel als de +gevolgen van zijn werk-methode, joegen hem vaak op reis. Hij bezorgde +intusschen met groot plichtsbesef de uitgave van zijn werken. _Tasso_ +kwam gereed.[A] Van de bestaande Faust-fragmenten maakte hij een +afgerond geheel. Zijn gedichten werden geschift en bij-geteekend, om het +achtste deel van zijn Oeuvre te vullen. Sommige aanteekeningen en +brieven uit zijn Italiaanschen tijd smolt hij om in een opstel over +"_Eenvoudige nabootsing der natuur, manier, stijl_", dat zijn pas +gewonnen inzichten in het wezen van de kunst--grootendeels door +voorbeelden uit de plastische kunsten toegelicht--scherp formuleert en, +ongezocht, ook de evolutie van zijn kunstopvattingen. Zijn gewone +uitgever wilde zijn keurige "_Poging, om de Metamorphose der Planten te +verklaren_" (1790), de verhandeling die bestemd was om de moderne +plantkunde te beheerschen, niet "hebben": de goede man had een befaamd +botanicus er over geraadpleegd. Een ander uitgever drukte het boeksken +toen bij wijze van speculatie, in de hoop, daardoor ernstige werken van +Goethe in zijn fonds te krijgen. + +[A] Wij hebben het schouwspel _Tasso_ hier niet behandeld, wijl wij geen +kans zien, er den lezer eenig idée van te geven, zonder een résumé, nog +veel uitvoeriger dan dat van "Iphigenie"; het kan ons doel niet zijn, +den lezer oppervlakkig in te lichten. Wie onze beschouwingen over +Iphigenie heeft verteerd, dringt gemakkelijk zonder nadere voorbereiding +in Tasso door en is tegen vele tegenwerpingen van de critiek gepantserd; +hij begrijpt waarom men ook Tasso een "dramatiesch gedicht" wil +noemen.--Niemand geloove dat wij dit laatste drama ten achter stellen +bij allerlei werken, die wij wel uitvoeriger bespreken. Wij meenen dat +het, wat gedétailleerde karakterteekening betreft, nog boven Iphigenie +staat, en daardoor op min-aandachtige naturen heviger werkt. Daar het +echter een speciaal geval--een achterdochtigen, zich overschattenden +dichter aan een hof--behandelt, zouden wij het willen noemen: minder +universeel dan Iphigenie. + +Na herhaalde uitnoodiging liet deze zich verleiden, de hertogin-moeder, +die zich in Italië bevond, tegemoet te reizen. En dit doet zeker niet +denken aan een verbond tusschen de Voorzienigheid en Goethe. De +impressies van zijn eerste oponthoud in dat land hadden hun taak +volbracht: hij bezat ze thans als de ideeën die ze hadden gewekt, en +voor de oorspronkelijke, ongemengde sensaties was hij niet meer +ontvankelijk. Die hadden te lang en te lief ook in zijn herinnering +gerust, dan dat het weerzien niet tot ontnuchtering moest leiden. En +terwijl Goethes blik voor veel schoons bleef gesloten, zag hij nu in +Italië veel scherper het leelijke, onreine, waarover hij zich vroeger +met luchtigen humor had heengezet. + +In het kille regenweer lijkt Venetië hem nu een slijkige kikkerpoel, +waar de Duitsche "Redlichkeit" ontbreekt, waar bijgeloovige, leelijke, +luidruchtige papen baasje spelen. Slechts in half-duistere "Spelunken" +_d.i._, in verdachte koffiehuizen, met onfatsoenlijke avonturiers, kan +hij zich vermaken. Hij pruttelt over de opkomende Fransche revolutie, +over het vele geld dat hij in Italië kwijtraakt, bekijkt schilderijen en +gebouwen met koele oogen, vindt grimmige voldoening in de studie van +zeedieren, leeft een moment op, als zijn knecht op het Jodenkerkhof een +gebeente vindt, dat deze komiekelijk een jodenkop noemt; in +werkelijkheid een schaapschedel, zoo gebarsten, dat ze zijn +onderstelling "alle schedelbeenderen zijn vergroeide wervels" bevestigt. +Na de hooggestemde Romeinsche Elegieën volgen nu de stekelige, bitse, +pijnlijk spottende _Venetiaansche Epigrammen_, die een schat van +cyniesch genuanceerde levenswijsheid bevatten. Hij verlangt naar zijn +tuintje, naar Christiane, den "magneet die hem naar 't Noorden trekt". +Maar hij is er nauwelijks, of hij laat zich weer van zijn steenen en +bloemkoolen sleepen. Hij volgt den hertog, die generaal-majoor in het +Pruisische leger is geworden, naar 't kamp in Silezië, en maakt van +daaruit reisjes door Slavisch Europa, opmerkend en afkeurend, veel +merkwaardigs--zij het ook negatief-merkwaardigs--ontmoetend. "Ver van +alle beschaving" denkt hij voortdurend aan de uitwerking van zijn ideeën +over dier- en delfstofkunde. In de oneindige natuur ontbreken tenminste +de Eidola _d. i._ dwaalbegrippen, die de menschen onderling verdeeld +houden. + +Hij is door een toeval tot de meening gekomen dat de kleurenleer van +Newton fout moet zijn. Eigenlijk tegen zijn wil gaat hij aan het +onderzoeken, en vindt zich gesterkt in zijn overtuiging. Hij gelooft te +weten, dat hij het vooroordeel van de schoolgeleerden en van de volgzame +massa niet plotseling, doch tactvol-geleidelijk, moet te keer gaan. Een +jaar na zijn Metamorphose der Pflanzen geeft hij zijn "_Beiträge zur +Optik_" in 't licht. Door systematische beschrijving van een reeks +vernuftige proeven, tracht hij twijfel te wekken omtrent de juistheid +van de ook in onzen tijd gangbare licht- en kleurtheorie. Duidelijke +teekeningen op afzonderlijke cartons vergemakkelijken het volgen van de +proeven. Nu trachten bevriende professoren hem van verdere +leeke-dwaasheden terug te houden. Niet-bevriende professoren halen hun +schouders op en spotten. En dit, terwijl ieder lichtverschijnsel voor +hem schijnt te pleiten, terwijl sommige schilders, die hun verven naar +zijn voorschriften over hun werk verdeelen, de mooiste effecten +bereiken! + +Met taaie verbittering construeert hij nu aan zijn groote +"_Farbenlehre"_ die ook in onze dagen niet mag gelden, maar slechts door +enkele vakmannen behoorlijk wordt gekend, en nog nooit afdoende is +weerlegd. Zeker heeft hij zelf bijgedragen tot de miskenning, die dit +sublieme werk trof, en wel door den schijn te wekken, alsof hij er een +natuurwetenschappelijk vraagstuk behandelt, terwijl het is een +_wijsgeerig_ vraagstuk, dat buiten den gezichtskring van de meeste +physici valt: gelijk de schrijver van deze bladzijden--voor zoover hij +'t nog niet wist--heeft ervaren, toen hij op dit punt bij natuurkundigen +van professie voorlichting trachtte te vinden. Doch wat moeten zulken +ook denken van een auteur, die in een als wetenschappelijk aangekondigd +boek begint met een lyrische beschrijving van het Italiaansche landschap +en dan, alsof er niets gebeurd is, aankondigt: "Ik laat een gordijn over +deze schildering vallen, opdat zij ons niet in de ~rustige beschouwing~ +store, waarmede wij nu een aanvang willen maken!" + +Intusschen werd het ernst met de Fransche revolutie: de bloedige +Septembermaand van 1792, de onthoofding van Lodewijk XVI en Marie +Antoinette schrikten hem op uit zijn zelf-cultuur. Veler oogen richtten +zich naar hem; men verwachtte van hem een wijze uitspraak. Hij gaf die +voorloopig niet en boette daardoor nog meer in van zijn leiderschap, dat +hij reeds ten deele aan Schiller had moeten afstaan. + +Hij had jarenlang getracht, de gebeurtenissen in Frankrijk maar ten +halve ernstig te nemen. Het voorspel van de omwenteling zag hij zoo, dat +hij het wilde behandelen in een operette. Het ontwerp daarvoor zette hij +later--om zijn tooneelgezelschap aan een stuk te helpen--in het blijspel +"_Grosskopta_" om, dat hier buiten bespreking blijve. In "_Der +Bürgergeneral_" meende hij aan te toonen, welk koddig en bevredigend +verloop zoo'n opstootje zou hebben in een verstandig geregeerden staat, +als Weimar. Maar tot zijn ontsteltenis merkte hij, dat hoogstaande +mannen als Knebel, Herder, Klopstock, Wieland, Schiller de nieuwe ideeën +meer of minder waren toegedaan, en vol geestdrift wisten te vertellen +van een "morgenrood" dat daar in Frankrijk straalde. Dat hij er zich +niet mee wilde inlaten, de revolutie eerst als een grap, later als een +rampzalige misdaad beschouwd wenschte, schreef men toe aan zijn +zelfzuchtige gevoelloosheid. + +Te onrechte! Het kon hem slechts aangenaam zijn, zooveel mogelijk voor +anderen te leven, daar onbaatzuchtigheid en ontzegging--volgens zijn +opvattingen--met God vereenigen en slechts hij, die voor zijn liefde +geen wederliefde vraagt, Gods liefde waardig wordt. Bovendien: hij +hield van hetgeen men in die dagen "de lagere standen" noemde: vele +geestelijke eigenschappen, die hij voor zich zelf begeerde, vond hij in +den minderen man; zóo sterk dat hij zich altijd moest hoeden voor groote +woorden, als hij over de volharding, den moed, de eerlijkheid, de +fierheid van het volk sprak. Nooit heeft hij zich heengezet over het +gevoel, dat hij leefde ten koste van anderer armoe, dat het Muzenhof te +Weimar het merg van de arbeiders opzoog. Hij oordeelde ook dat er +beterschap moest komen in de verhouding van vorst tot volk: hij was te +Weimar aan het werk gegaan om van dit kleine staatje een aanmoedigend +voorbeeld in dezen te maken. + +Maar hij kon niet toegeven, dat heilzaam-doelmatige hervormingen zouden +intreden, wanneer het volk zich zelf trachtte te helpen. Regeeren was +voor hem een kunst, die zich slechts door enkele uitverkorenen, +toegerust met veel wetenschap, ervaring, zelfkennis liet beoefenen. Hij +wist wel, dat ook menig vorst die kunst niet verstond en hij vond dan +ook dat Carl-August--en niet alleen deze!--inderdaad zijn voorlichting +behoefde. Doch dat er weinig loffelijks te verwachten viel, als het volk +handelend optrad, hij besefte het niet alleen, hij zag 't voor oogen! +Het Fransche volk (meende hij) handelde niet kalm, doch opgezweept en +geleid door demagogen, die in den regel het oog op eigen voordeel +hadden. Het joeg idealen na, die slechts warhoofden of door angst +verblinde lieden konden boeien. "Vrijheid!"--alsof staatsburgerlijke +vrijheid zoo overwegende waardij heeft voor menschen, die hun +hinderlijke begeerten en instincten niet kennen of beheerschen; om nog +niet eens te spreken van de verborgen demonische machten, die den mensch +beïnvloeden. "Gelijkheid!"--alsof voor den natuurkennenden denker ooit +twee individuen aan elkaar gelijk kunnen zijn; alsof niet ieder voor +zich moet streven naar gelijkheid--niet met zijn buurman maar met den +Hoogste! "Broederschap!"--- die den onwillige met geweld wordt opgelegd. +"Het welzijn van de Menschheid!"--alsof die "Menschheid" niet een doode +abstractie ware, op zijn hoogst een verzameling van individuen die--hoe +rijk ook--slechts in eigen Ik ten slotte hun geluk konden vinden. +Zooals eens de Lutheranen, zoo drongen nu de Fransozen rustige +beschaving, historiesch geworden toestanden gewelddadig terug. En zoo +iets dergelijks ooit mocht geschieden, dan toch slechts door ter zake +kundigen, die weten wat zij, op straffe van mislukking, hebben te +sparen. In dezen zin was Goethe _Freund des Bestehenden_. Wie (zoo vroeg +hij bezorgd) wie zal de stuurlooze massa tegen zich zelf beschermen, als +al het oude is afgebroken? + +Kortom, de nooden des volks bij ondervinding kennend, kon hij als +nuchter en evolutionair denkend staatsman vóor noch tegen, als +Heldenvereerder en redelijk menschenvriend slechts tegen de omwenteling +zijn. Vooral toen de Duitsche vorsten, door ongerustheid bevangen, de +gewetensvrijheid in hun staten gingen beknotten, hun hervormingsgezinde +naburen bedreigden, de studenten in verzet brachten. Maar zij die het +volk onder den duim wilden houden door het te bedriegen, omdat het volk +toch zoo dom leek en zoo dwaas, vonden in hem een bestrijder. De gravin +in _Die Aufgeregten_, die niet moede wordt op rechtvaardigheid aan te +dringen, sprak naar zijn hart: Revoluties (zei hij) ontstaan altijd door +de schuld van de regeering. + +Zijn gedachtehouding was van dien aard, dat de gunstige gevolgen van de +groote omwenteling hem moesten verrassen. Maar zijn vrienden, die in 't +wilde declameerden over De Vrijheid, hadden die evenmin voorzien. En +terwijl zij, na hun landgenooten te hebben opgezweept, moest inbinden, +toen over het rijk der broederschap het bloed begon te stroomen, kon +Goethe zijn standpunt onveranderd handhaven. + +Mede onder den drang van de émigrés, wapenden zich de Duitsche vorsten +tegen de republiek, die met de in hun oogen heilige tradities had +gebroken, en daardoor ook voor hen gevaarlijk werd. De plotselinge +oorlogsverklaring van Fransche zijde, die hierop volgde, bracht ook den +hertog van Weimar aan 't hoofd van zijn Pruisische curassiers in 't +veld. Niet omdat de zaak zelf hem warm maakte, doch louter uit +vriendschap voor Carl-August, besloot Goethe den krijg mee te maken. +Bovendien: aan het hoofd van een zegevierend leger Frankrijk binnen +stormen, de operaties van maarschalken en diplomaten van nabij doorzien, +voortdringen tot het brandpunt der omwenteling,--al deze zeldzame +ervaringen zouden zijn zelfopvoeding voltooien: hij mocht ze zich niet +laten ontgaan. + +Op weg naar de grenzen stapte hij in Frankfort af, bij zijn moeder, +thans een alleenwonende weduw, die hij in geen dertien jaren had +bezocht. Vaak genoeg in al die jaren, bij al die reizen, hadd' hij +gelegenheid gehad om enkele dagen aan vrouwe Aja te geven; meermalen had +hij verlangd, voor de verdrietelijkheden en de teleurstellingen die hem +troffen soelaas te zoeken bij zijn kloeke, wijze, alles begrijpende +moeder. En hij zou dan ook herhaaldelijk naar Frankfort zijn gevlucht, +indien niet die wijze vrouw zijn moeder ware. Maar juist als moeder +vormde zij het machtig-reactionaire element in zijn levensloop. Zij zou +hem _uit_ de klem hebben gered, terwijl het steeds bewuster zijn streven +werd: niet door terugtreden maar door volkomen afwikkelen van elke +nieuwe moeilijkheid zich te bevrijden. En zoo kon hij eerst naar zijn +moeder gaan, toen aan hem geen mensch meer iets te redden vond: toen +heel zijn levensstrijd zich voortaan in zijn geheime binnenste moest +voltrekken. Als alle groote mannen verrichte hij zijn vurigste, +beslissendste en hoogste daden verre van de geliefde moeder. Maar weinig +dichter-moeders hebben hierin zoo verheven kalm berust als Elisabeth +Goethe ... + +Hij beschouwde dit bezoek als een proefneming: Kon hij te Frankfort +voldoende vrij leven?--Hij bleef maar negen dagen. + +In het kamp van de verbonden Duitschers bemantelde hij door +hulpvaardigheid, vroolijkheid, koelbloedigheid, zijn eenigszins +twijfelachtige positie van werkeloos pottenkijker. Maar toen hij +oneerbiediglijk de staatslieden begon te vergelijken bij +tooneeldirecteuren die veel bedillen, maar zelf niet meespelen, voelde +hij zich vrijer. Zijn kleurtheorie liet hem geen rust: het geschutvuur +en visschende soldaten stelden hem voor merkwaardige lichtverschijnsels. + +Hoewel het weer àl ongunstiger werd--Jupiter Pluvius, de regengod, leek +waarempel wel Jacobijn geworden, zoo plaagde hij de Duitschers!--hielden +kleine overwinningen den moed in de soldaten. Goethe had zijn vrouw +beloofd, haar iets moois mee te brengen uit ... Parijs. Maar de slappe, +planlooze leiding kwam den verdedigers van tucht en orde--die intusschen +de Fransche landlieden schaamteloos beroofden--op de nederlaag bij Valmy +te staan. Gedurende de beruchte kanonade reed Goethe, ondanks de +waarschuwingen van de officieren, naar de uiterste gevechtslinie, waar +kogels en kartetsen hem om de ooren borrelden en gierden. Hij wilde de +kanonkoorts leeren kennen, en hij was te zeer volbloed onderzoeker om +daarbij op zijn leven te letten. Hoogst opgewonden keerde hij terug: +sinds Straatsburg had hij maar zelden gerild. Toen dien nacht de +vorsten, alvorens zich op den vochtigen grond uit te strekken, hem +vroegen wat hij van den toestand dacht--hij was in het kamp beroemd om +zijn snedige antwoorden--sprak hij plechtig: Mijne Heeren! van hier en +heden begint een nieuw stadium in de wereldgeschiedenis; en Gij kunt +zeggen dat Ge er bij zijt geweest! + +De verbondenen moesten nu al de behaalde voordeelen stuk voor stuk +prijsgeven. Gedurende den afschuwelijken terugtocht, door allerlei +ontberingen doodziek geworden, nam Goethe, nadat de hertog er lang op +had aangedrongen, van het leger afscheid. Onderweg bereikte hem een +zwervende brief van zijn moeder, waarin deze polste of hij bereid was, +zich tot lid van den Stadsraad in Frankfort te laten aanwijzen. Hij +bedankte. Gelukkig dat de oude Caspar het niet beleefde! + +Na vier maanden nu hier dan daar gelogeerd te hebben, bij verschillende +oude vrienden, die hem verwilderd vonden, en bij nieuwe kennissen, op +wie hij den indruk maakte een vroom katholiek te zijn, keerde hij naar +Weimar terug. Daar vond hij het huis, dat de hertog hem eerst in +bruikleen, later ten geschenke had gegeven, heel naar zijn smaak +verbouwd: een enorme vestibule, in Italiaanschen stijl, met antieke +beelden in de nissen, breede marmeren trappen, zalen waar hij zijn +geliefde schilderijen zou hangen; op de eerste verdieping de eenvoudige +werkkamer met aangrenzende bibliotheek; en verder de ruimten die hij tot +laboratorium en voor natuur-historiesch museum zou inrichten.--Om zijn +ergernis over het om zich grijpen van de revolutie te verdrijven, zette +hij zich aan zijn _Reineke Fuchs_, den "leeken-bijbel" die hem +gelegenheid gaf, menige bijtende spotternij te loozen, zonder dat men 't +hem kwalijk mocht nemen. Kort daarop nam de hertog ontslag uit dienst, +en toen was ook Goethes rol in het revolutie-tijdperk gespeeld. + +Door vele geschriften trachtte hij zijn opvatting over de nieuwe +richting, die ook in Duitschland tierde, ingang te doen vinden. Een +ternauwernood bedwongen onrust spiegelt zich in deze geschriften +hinderlijk af. Op Grosskopta en den tendentieusen Bürgergeneral is reeds +gewezen. Het fragment _Das Mädchen von Oberkirch_ en _Die Unterhaltungen +der Auswanderer_ met _Het sprookje_ spreken voor zich zelf. Daarentegen +dient het treurspel _Die Natürliche Tochter_ uitvoeriger doordacht. + +Het behoort tot de drama-groep Iphigenie-Tasso. De Trilogie, waarvan het +deel moest uitmaken (die echter in verband met nader te noemen +omstandigheden onvoltooid bleef), zou genoemde drama's _o. i._ in waarde +nabij zijn gekomen en, wat feitelijken inhoud en toepasbaarheid op het +werkelijk leven aangaat, hebben overtroffen. Doch vele Goethe-kenners, +die den dichter zijn standpunt tegenover de revolutie kwalijk nemen, +laten, als zij De natuurlijke dochter aanroeren, hun gewonen speurzin +varen. Zij, die Goethe roemen omdat hij zijn levensondervindingen in +zijn werk neerlegde, kunnen hem niet vergeven, dat hij de +zuiver-intellectueele ondervinding, in het boven besproken tijdvak +opgedaan, niet rechtstreeks, doch na ze te hebben verwerkt, in een drama +belichaamde. Zij achten het bijvoorbeeld een fout, dat noch de +omwenteling, noch het land waarin de handeling verloopt met name worden +genoemd; dat de groote gebeurtenissen van dien tijd in het stuk +rechtstreeks bijna geen rol spelen. De lezer die onze bespreking van +Iphigenie heeft gevolgd, begrijpt dat wij aan dit bezwaar weinig +hechten. Wij beweren dat van Goethe, gegeven zijn aanleg, niets anders +te verwachten viel. Ten eerste omdat hij de hier belichaamde ideeën +altijd _als ideeën_, nooit als zakelijke ervaringen heeft bezeten. Ten +tweede omdat voor Goethe, die omstreeks dien tijd bewustelijk +individualist was geworden, de groote gebeurtenissen in belangrijkheid +verre ten achter stonden bij de processen, die zij te voorschijn riepen +in de kleine _d. i._ de zedelijke wereld: in één ontvankelijke +menschenziel. Daardoor moest het stuk iets ontijdelijks, iets wezenlijks +krijgen. Zonder dat toespelingen op de Fransche revolutie er geheel in +ontbreken, moest het _verwijzen naar_ politieke woelingen in het +algemeen. Sinds Egmonts lieveken Clare vergeefsche moeite deed, om de +groote massa voor haar gevangen minnaar in 't geweer te brengen, +wenschte Goethe de massa, en met haar alle rumoerige gebeurtenissen, van +'t tooneel te weren. De massa, die zelf niet oordeelt en van geen +zelfbedwang weet, kon geen kunstmotief zijn voor den denker, die slechts +in den met helder zelfbewustzijn strijdenden mensch, in het innerlijke, +in de zelfoverwinning behagen vond. + +Goethe ontwierp zijn Natuurlijke Dochter (en de twee stukken die er op +moesten volgen) toen hij kennis had gemaakt met de (zoogenaamde) +_Mémoires_ van Stéphanie-Louise de Bourbon-Conti. Hij heeft echter de +karakters van de hoofdfiguren, en daarmede de motieven van hun doen, zoo +aanmerkelijk veranderd (hij deed dit reeds, toen hij nog meende zijn +historische gegevens te "dramatiseeren") dat ook in dit opzicht het +treurspel een geheel onafhankelijke schepping is. Overigens: de +personages, hoe scherp ook omlijnd, zweven in de atmosfeer van Goethes +gedachteleven. Ze staan ons voor oogen zooals ze zijn, maar bovendien +zooals ze zich verhouden tot 's dichters levenswijsheid. Slechts de +kunstenaar die het wezen der dingen bevroedt kan deze twee werelden +dooreenweven, zonder dit hier en daar uitdrukkelijk te constateeren. +Vrij en verantwoordelijk handelen de menschen in Goethes "classieke" +stukken, en toch ook weer gebonden aan een hooger beginsel. Zoo handelt +ook de mensch, wanneer men hem beschouwt in zijn geheimzinnige relatie +tot de eeuwige voorzienigheid. + +De dichter heeft de stroom van plechtige gedachte, die zich door dit +treurspel mengelt, voelbaar gemaakt door de praegnante gedrongenheid van +zijn taal, die van den lezer of hoorder strenge aandacht vergt, terwijl +op vele plaatsen het lidwoord ontbreekt, en diepzinnige uitdrukkingen, +vreemde woordverbindingen, alliteraties en half-verhulde rijmen hem +beurtelings spannen en bekoren. De personen in dit spel spreken dus een +opvallend "onnatuurlijke taal". Alle kunst en alle cultuur is ten slotte +onnatuurlijk. Indien dit niet zoo ware, konden wij beiden missen. Een +bekwaam snelschrijver, die een belangrijk gesprek heeft genotuleerd en +zoo "natuurlijk" mogelijk, nl. letterlijk weergeeft, is daarom nog niet +een dramaturg. De gevoelens die Goethes figuren hier vertolken zijn +echter volkomen menschelijk--hoewel ook al weer niet zonder meer +"natuurlijk". Slechts het dier heeft natuurlijke gevoelens en de mensch +is mensch, om daar met hulp van zijn rede bovenuit te streven. Juist +door hun eigenaardige taal worden deze personen geheven naar de sfeer, +waarin het essentiëele, het eigenaardige zich laat _bespeuren_ en 's +menschen plaats in het wereldverloop zich openbaart. Zij zijn typiesch +en blijven toch geïndividualiseerd. Zij zijn geheel waar, en toch zal +men ze nooit zoo ontmoeten. + +Begrijpelijkerwijze is de oppervlakkige leeken-critiek van den rap +oordeelenden schouwburgbezoeker daardoor in de war geraakt. Deze meende +dat Goethe symbolen, voorbeelden wilde geven. Er is ook al weer iets van +aan: iedere ziel, tot op haar kern doorschouwd, opent den toegang tot +vele gelijkgestemde zielen. De leeken-critiek werd in haar meening +gesterkt, doordien de dichter alleen aan zijn heldin een naam (Eugénie) +heeft gegeven. Verder treden in het treurspel nog op "de secretaris", +"de graaf", "de koning" enz. Dit beantwoordt aan een verschil in +belichting. Slechts Eugénie staat in hevige kleuren en ten voeten uit +ons voor oogen. De lieden die haar omgeven liggen half in schaduw. Nu, +iemand dien men slechts ten deele kent, noemt men eer bij zijn +maatschappelijke kwaliteit dan bij zijn naam. Men denke aan "den +dokter", "den conducteur", en zij hiermede genezen van den waan, dat "de +hertog" in De Natuurlijke Dochter eigenlijk het type van een hertog, van +alle mogelijke hertogen moet voorstellen. + +Hier volgen nu de groote lijnen van dit treurspel, die natuurlijk +omtrent de fijne schakeering van ieder détail niets zeggen: + +--Eugénie, de natuurlijke dochter van den hertog en een vrouw van +koninklijken bloede, is in stilte opgevoed tot ridderlijke kracht en +vrouwelijke zachtheid; kunstzinnig en vertrouwend op het edele in den +mensch. Na den dood van haar moeder verzoekt de hertog den zwakken +koning, wiens vijand hij tot dan toe was, haar als prinses te erkennen. +De koning belooft, dit op zijn verjaardag te zullen doen. Zij ontvangt +nu van haar vader een kistje met kleinoodiën en gewaden, die haar op +dien dag zullen tooien. In een hoog gestemd sonnet zegt zij haar +dankbaarheid aan den koning uit. Ze heeft beloofd, het kistje niet +voorbarig te zullen openen, maar ze doet 't toch en toont dan hoe +nieuwsgierig en pronkziek vrouwtje ze bij al haar ridderlijkheid is +gebleven. + +Haar juffrouw-van-gezelschap, verloofd met den secretaris van haar +broer, weet niet te zwijgen en zoo komt haar broer alles te weten. Deze, +een doorbrenger, is zeer ontsticht over het gevaar dat zijn erfdeel +dreigt. Hij gelast zijn secretaris, Eugénie te verdonkeremanen, desnoods +te doen vermoorden, en ter verwezenlijking van dit plan wordt de partij +des oproers misbruikt. + +De gouvernante acht het gevaar onontkoombaar en besluit Eugénie te +geleiden naar "de eilanden". (Men denkt hierbij meestal aan Engeland) +Een prelaat maakt den hertog, haar vader, wijs dat zijn dochter, die +reeds eenmaal op een roekeloozen tocht van haar ros was gestort en voor +dood werd opgenomen, nu werkelijk een ongeluk heeft gekregen en daarbij +zoo verminkt is, dat men hem het lichaam niet dorst toonen en haar +onmiddellijk heeft begraven. De hertog, die eerst in een klooster wil +gaan, nu hij zijn geliefde dochter moet missen, komt onder den invloed +van den geestelijke, tot het typiesch-Goethe-achtige besluit, verder te +leven en haar, na een deugdzaam leven te hebben gesleten, in de +eeuwigheid weer te zien, voorgoed naast zich te hebben. + +Eugénie, in de havenstad aangekomen, wil haar vaderland niet verlaten en +kan niet gelooven dat de koning, die zich zoo goedgunstig heeft getoond, +haar kwaad wil. Verschillende lieden die ze om hulp vraagt, laten haar +na vage beloften in den steek, als de gouvernante het verbannings-decreet +overlegt. De koning heeft door haar verwijdering de partijen met elkaar +willen verzoenen. Slechts één reddingskans is haar gelaten: ze mag +blijven als ze huwt met een man uit den burgerstand. De "Gerichtsrat" +heeft haar zijn hand geboden, doch ze bemint hem niet, meent dat ze +zich niet in burgerlijke verhoudingen kan schikken. Door een monnik, +dien zij om raad smeekt, gewaarschuwd, dat een algeheele ommekeer in +haar vaderland op til is, besluit zij de bescherming die de Gerichtsrat +haar aanbood te accepteeren. Ze heeft begrepen wat deze bedoelde toen +hij haar uiteenzette, dat echtgenooten, in het gezin vereenigd, hoe arm +ook en hoe verdrukt, voor het geraas van de buitenwereld onschendbaar +zijn, dat in hùn harten slechts het ware geluk is te vinden. Hier +spreekt een grondtoon van Goethes geloof: + + "Denn, wenn ein Wunder auf der Welt geschieht, + Geschieht's durch liebevolle, treue Herzen". + +Zoo pas heeft ze nog ondervonden dat het volk, door haar te hulp +geroepen, haar leed niet begrijpt. Ze heeft gezweefd tusschen het +verlangen naar iets dat buiten haar staat (een rang, haar vaderland) en +de liefde tot haar Ik. Nu zal zij trachten haar persoonlijkheid te +redden en zelfs degenen die haar willen treffen bij te staan. Doch, ze +heeft den Gerichtsrat slechts vriendschap te bieden. De huwelijksband +wordt gelegd om haar te redden. Voorloopig moet hij, die haar bemint, +haar als een zuster beschouwen. Op een klein landgoed, dat hij bezit, +zal ze zich terugtrekken, en hij zal geduldig afwachten totdat ze hem +roept. Zoo moet hij zelfs van haar blik afstand doen, om haar misschien! +eens te winnen. Wel wetend hoe zwaar dit offer is, wil hij toch ernstig +trachten het te brengen. Ze volgt hem naar 't altaar en, door zijn +edelmoedigheid verteederd, geeft ze hem te hooren dat later een inniger +toenadering van haar te wachten is.-- + +Goethe heeft de vergissing begaan (hij zag 't te laat in) dit drama te +doen opvoeren, voordat de twee vervolgstukken gereed waren, die te zamen +al zijn ideeën over de Fransche revolutie zouden bevatten. Toen is het +publiek het gaan beschouwen als een soort van voorspel, als een lange, +eentonige inleiding tot de bloedtooneelen en avontuurlijkheden, waarop +het zich had gespitst. Deze echter kon Goethe niet geven. Te Berlijn +vonden de schouwburgbezoekers "dit onsterfelijke meesterwerk zeer +vervelend"; ze oordeelden dat men er "drommels goed bij moest opletten, +daar er niets in gebeurde"; te Jena werd het wel zoo ongeveer +uitgejouwd. Die natürliche Tochter moest vallen, wijl de groote massa +Goethes blik op de dingen niet begreep. Men vond het stuk "zoo koud als +marmer", terwijl hij zelf bij de repetitie in tranen uitbarstte en de +spelers verzocht te pauseeren. De meening van het publiek verrastte hem +niet--heel het treurspel heeft tot leitmotief dat onder de menschen het +ware niet is te vinden--maar ze ontmoedigde hem. Hij heeft er verder het +zwijgen toe gedaan en de schets van het verdere verloop zelfs ten deele +vernietigd. Wel een bewijs dat hij dit, zijn "rijpste en krachtigste +werk"--als de veeleischende Herder het ietwat overdreven noemde--heeft +geschreven, ten deele om er zijn tijdgenooten mee van dienst te zijn. En +dit in de jaren dat men hem het scherpst van egoïsme beschuldigde. + + + + +XXII + + Wer Kunst und Wissenschaft besitzt + Hat auch Religion. + + GOD EN WERELD. + + +In den loop van de voorafgaande bladzijden moesten wij hier en daar +eenig onderdeel aanroeren van Goethes levensbeschouwing, zijn +natuurwetenschappelijken arbeid, zijn kunstopvattingen, zijn wijsgeerig +getoonde sentimenten. Nu ons relaas het tijdstip heeft bereikt, waarop +zijn meeningen over allerlei groote vragen hem definitief bewust werden, +waarop hij--de dichter--zich uitsluitend ging wijden aan +natuurwetenschappelijk onderzoek, schijnt het gewenscht vele draden, die +wij tot nu toe lieten vallen, op te nemen en naar behooren dooreen te +leggen. Goethe heeft meermalen getracht, al de uitkomsten van zijn +denken tot één geheel te verwerken. Dit verwondert ons niet van den man, +die onophoudelijk zijn papieren ordende en herordende om goed te +overzien wat zijn lijden had opgeleverd; en menig fragment uit zijn +nalatenschap, menige passage in zijn wetenschappelijke boeken wijst +hierop. Zulk samenvatten echter kon hem niet afdoende gelukken, wijl hij +den allerlaatsten grondslag van zijn overwegingen--de gedachte +zelf--niet bezat, altijd meer had gegeven om het _gevoel_ dan om het +_betoog_ van een waarheid, zich steeds in gelijkenissen uitdrukte, en +zoo met gevoelvolle beelden het punt omspeelde waar alle weten +ontspringt en samenvloeit. Men heeft hem terecht een "esthetiesch +idealist" genoemd; wij verstaan hierdoor een denker, die de grond-ideeën +(welke de leek met abstracties _verwart_) wel kent, doch ze slechts kent +als gevoelens, als _aandoeningen_: Onverwacht borrelden de beelden op +uit zijn bewustzijn. + + +I. DE PEINZER. + +I. Voordat Goethe zijn "heer en meester" Spinoza kende, gingen zijn +sentimenten in de richting van diens wijsbegeerte; ook toen hij hem nog +verfoeide. Later verliet hij zich gaarne op Spinoza, omdat deze met +strenge betoogen aannemelijk maakte de ideeën, die hij zelf in stilte +koesterde. Dat de jonge Goethe juist Spinoza tot leidsman, bijna tot +voorvechter koos, is in een speciaal opzicht typiesch voor zijn +geestesaanleg. Immers de Hollandsch-semitische philosoof is wel streng +en sober in woordkeus, wel nauwkeurig in redeneertrant, maar een fijn +logicus in den modernen zin des woords toont hij zich zelden. Zijn +"geometrische methode" is een soort contrôle-middel, een uiterlijk +ordenings-principe, dat hij zich willekeurig oplegt. Uit den aard van +zijn onderwerp vloeit het niet voort. Hij is een intuïtief vinder, een +fijngevoelig ontleder van zijn eigen aandoeningswereld. En juist +daardoor (niet alleen dus door den schijn van exactheid) kan hij den +ontluikenden jongeling leiden. Hij heft diens liefste gevoelens in de +sfeer van zijn edel en gerijpt gemoed, en toont dat ze daar passen. De +vredeslucht waait er Goethe tegen; terwijl hij in _eigen boezem schouwt_ +meent hij _de wereld_ nog nooit zóo duidelijk te hebben gezien. Men +lette op dit veelzeggend beeld! + +II. Want het verklaart: waarom de ontspoorde Leipziger student, de +dichter die wel techniek maar geen onderwerpen heeft, besluit zijn +werken tot "een groote biecht" te maken, tot een reservoir dat al zijn +vreugde en zijn kommer zal bevatten. Hij zelf motiveert dit +besluit--waaraan hij zich heel zijn leven zal houden--al byzonder +slecht. De reden er van kan niet gelegen zijn in de dorheid van de +poëten, die hem tot voorbeeld dienden; niets belette hem, die zoo +critiesch tegenover hen stond, sappiger te zijn. Ook niet in de +onbelangrijkheid van zijn omgeving. Neen, het proces dat zich in zijn +onbewuste wezen afspeelt komt hierop neer: hij tracht (wat de grijze +schrijver van _Wahrheit und Dichting_ wel weet) zijn pijnen, +hartstochten, verlangens, de menschen die hij haat of niet begrijpt, +thuis te brengen in de sfeer des Geheels: In de sfeer van het blijvende, +noodzakelijke, essentiëele houden de hartstochten op "lijdingen" te +zijn. En Goethe vindt deze sfeer in eigen boezem. Dit is dan ook de +ruime wereldblik dien hij in Spinoza prijst, zoodra hij (omstreeks den +Werther-tijd) diens Ethica (_d. i._ niet Moraal, doch Levensbegrip) +leert kennen. + +III. Zijn overgave aan Spinoza--terwijl hij diens werken niet +stelselmatig bestudeerde, maar ze oplettend doorbladerde--was toch niet +een geloof. Zij berustte aanvankelijk op de gerubriceerde, rustig +gebouwde en samenhankelijke uiteenzetting van zijn lievelingsidée (God +en natuur zijn niet te scheiden), die hij bij dien denker aantrof; doch +al spoedig op zijn steeds toenemend vertrouwen in een van de voornaamste +(voor hem en voor Spinoza eigenlijk _de_ voorname) menschelijke kenbron, +nl. het intuïtieve weten, de rechtstreeksche aanschouwing van de +Waarheid. Deze kenbron wordt door Spinoza gerechtvaardigd met dit +betoog: De toereikende, wezenlijke kennis van eenige attributen Gods kan +leiden tot de kennis van het Wezen der dingen. Gods liefde tot ons +menschen manifesteert zich door ons innerlijk verwant-zijn, dat is ons +deel-hebben aan God; door ons vermogen hem te kennen en zoodoende in +Gods wijsheid rust en welbehagen te vinden.--Hoe echter Gods liefde te +verwerven? Wij moeten God volkomen onbaatzuchtig liefhebben, zonder te +verwachten dat God ons wederkeerig zal beminnen. Want door zulks te +verwachten zouden wij aan God een hartstocht toeschrijven, die hem niet +kan passen, daar God de volmaaktheid in zich zelve is, en degeen die +zich door hartstocht laat leiden zich afhankelijk stelt van iets anders. +God bemint ons echter in zooverre wij opgaan in het Geheel, d. i. in God +zelf; want hij is alom en heeft behagen in eigen volmaaktheid, waartoe +wij gaan behooren in zooverre wij ons overgeven. Deze overgave geschiedt +doordien onze Geest zich voortdurend bezig houdt met de liefde tot God. +Nu, deze liefde is het streven naar wezenlijke kennis van de wereld, de +natuur, onze eigen aandoeningen; die de strekking heeft, ons van onze +hartstochten te bevrijden, dezen hun plaats aanwijzend in de sfeer van +de noodzakelijkheid, die wij door onze innerlijke verwantschap aan God +kennen. + +Maar: gelijk wij op het terrein van ons levensgedrag door deugd (_d. i._ +vrijheid) ons verheffen en de goddelijkheid benaderen; zoo maken wij ons +op het terrein des intellects, door oplettende beschouwing van de eeuwig +werkende natuur, waardig, aan haar scheppend vermogen deel te erlangen. +Dan geeft ons innerlijk antwoord op teekenen uit de buitenwereld. +"Indien ik de wereld niet reeds door voor-besef in mij had gedragen +(aldus Goethe tot Eckermann) dan ware ik met ziende oogen blind +gebleven, en al mijn vorschen en ervaren ware een totaal vergeefsche +bemoeiing. Het licht is daar en de kleuren omgeven ons, maar droegen wij +geen kleuren en geen licht in ons eigen oog, wij zouden die ook buiten +ons niet waarnemen". + + +2. DE DICHTER. + +IV. Hiermede is dit gezegd: de dichter, in deugdzaamheid, in +onbaatzuchtigheid, in de grootst bereikbare innerlijke reinheid +scheppend, brengt zins-beelden voort, welke even waar, vast, evenwichtig +en noodzakelijk zijn als natuurgewrochten. Goddelijke gewrochten dus, +die den dichter over zijn eigen lijden onderrichten en hem bevrijden. +"Wanneer ik sprak (laat Goethe zijn Prometeus zeggen) waande ik God te +hooren, en meende ik God te vernemen, dan sprak ik zelf". De kunst, zoo +opgevat, is dus niet nabootseres van de natuur, doch duidster van de +natuur. Het schoone is dan een openbaring van geheime natuurwetten, van +een eeuwig-werkenden Geest, die--indien hij geen gestalte aannam--eeuwig +verborgen ware gebleven. Door de kunst vindt de enkeling zich in de +ruimteloosheid weer; door haar wordt overgave genot. Zij maakt het +mogelijk, zich in het Geheel te verheugen, door dit Geheel in het +kleinste te aanschouwen. Want de Geest des Geheels is + + "das Ewig-eine + Das sich vielfach offenbart". + +V. Begrijp nu dat de jonge, angstig zoekende Goethe de kiem van deze +ideeën in zich droeg. Zie dan zijn offerande, waarmede hij kinderlijk +wijsneuzig God _rechtstreeks_ zegt te vereeren; zie hem vluchten in de +ongerepte natuur of bij natuurlijke menschen, als hij zich uit den druk +van hartstocht of uit de kwelling van onbegrijpelijkheid wil bevrijden; +zie hem later in de uitbeelding van natuur-sentimenten, van ongetemde +menschen verkwikking zoeken; begrijp in dit licht zijn uitroep: Natuur, +natuur! niets zoo natuurlijk als Shakespeares menschen! Te Straatsburg +rijst het beslissende woord in hem op: God en de natuur zijn niet te +scheiden. En van dezen kant nadert hij de Sturm-und-Drangbeweging, die +in alle opzichten een terugkeer tot de natuur voorstaat. Men had zoo +lang dat groote onbekende geheel naar menschelijken maatstaf gemeten en +gekeurd; nu zou men de gekunstelde begrippen "goed en kwaad" afschaffen, +teneinde, omgekeerd, de ontzenuwende beschaving te oordeelen naar +natuurlijke begrippen. Uit dezen gezichtskring ontspringt Werther, die +herhaaldelijk tegen de heerschende moraal protesteert. Maar in de +motieven, die Goethe tot de beweging drijven, ligt reeds een aanleiding +tot scheiding opgesloten. De uiterste toespitsing van de +Sturm-und-Dranggevoelens geeft het geval Werther te aanschouwen: Zij +willen aanpassing aan de uiterlijke natuur, geheelen ondergang desnoods +in de uitleving van aangeboren hartstochten; ik echter zoek de edele, +verborgen kern van de natuur, die ook in het menschenhart woont. Goethes +moraal wordt: zie de uit uw wezen voortvloeiende wetten in +overeenstemming met de wetten des geheels. Doch daartoe moet alles +overwonnen worden, wat den mensch afhankelijk maakt van de buitenwereld. +_Zelf_beperking en ontzegging wijzen dus den weg tot heil. Zelfs God kan +niet buiten de wetten gaan, die uit zijn wezen voortvloeien,--zoo luidt +een woord van Spinoza dat Goethe diep ontroert. Hij heeft tot dan toe de +natuur beschouwd, ja, maar "van buiten naar binnen". Hij heeft in zijn +indrukken gezocht naar het noodzakelijke, dat is het Goddelijke. Nu gaat +hij bewustelijk den tegengestelden weg op. Aan het _begrip_, dat uit +zijn onbewuste wezen ontspringt, gaat hij _vorm geven_. Zooals het +Eeuwig-Eene zich openbaart door een natuurlijken (waarneem- en +zichtbaren) vorm aan te nemen, zoo moet nu zijn innerlijk zich +manifesteeren. Het omhult zich daartoe met motieven uit de ervaring, of +(zooals Schiller eens zeide) Goethe gaat den mensch _opbouwen_ uit zijn +natuurlijke bestanddeelen. Aanvankelijk _reconstrueert_ hij figuren, +zooals hij ze in hun geheel heeft waargenomen; later (van Egmont, of +liever: reeds van Carlos af) geeft hij figuren die hij vrij schept. Door +toenemende zelfzuivering leert hij zich steeds nauwkeuriger bedienen van +het nieuwe orgaan, dat uit zijn eigenaardige Godsvrucht is geworden: +_het intuïtieve intellect_. En nu herroept de lezer den glimlach, dien +hij zich veroorloofd heeft bij onze vraag, of Iphigenie is menschenwerk +of Gods-gewrocht. + +VI. Goethe tracht met dit "orgaan" voortdurend naar eenzijn met het +hoogste, zoodat gedurende lange tijdvakken de kracht om van het goede af +te wijken hem schijnt ontvreemd. Hij voelt zich rechtstreeks in Gods +greep. Gelijk Egmont zweeft hij slaapwandelend van daad tot daad. Hij is +(naar Jacobi's uitdrukking) een _bezetene_. Eerbiediglijk beschouwt hij +zijn dichtkunst als noodzakelijke manifestatie Gods, als een +natuurkracht. Half-sluimerend gaat hij des nachts naar zijn lezenaar en +schrijft met potlood, diagonaalsgewijs zijn liedjes op flarden papier, +die hij aantreft. Voordat hij zich ter ruste legt, verwijdert hij den +inktpot, vreezend dat het krassen van zijn veder hem zal schrikken uit +zijn scheppingsdroom. 's Morgens bekijkt hij zijn werk, zooals een kloek +de kuikens bekijkt, die ze heeft uitgebroed: hij heeft het voortgebracht +en ziet het niettemin voor het eerst. + + Wisset nur, dass Dichterworte + Um des Paradieses Pforte + Immer leise klopfend schweben, + Sich erbittend ew'ges Leben. + +VII. In de instandhouding van deze geheimzinnige innerlijke kracht, +waarin zijn reinste neigingen en ideeën zijn saamgevloeid, m.a.w. van +zijn ~Persoonlijkheid~, zoekt hij zijn hoogste geluk. Zijn eenig geluk. +Genot der zinnen is hem niet ontzegd, mits het niet op zich zelf een +doel wordt, mits het bijdraagt tot zijn leering, zijn opgewektheid, het +evenwicht zijner lichaamskrachten. Maar vrij moet hij staan tegenover +genot en have; hij moet er desnoods afstand van kunnen doen, ook ten +behoeve van misdeelden. Zij die buiten de mate, door hun persoonlijkheid +gesteld, naar aardsche goederen haken, zullen deze ten slotte verachten +en "alles" ijdel vinden, wat zondig is: Immers Geest en materie, ziel en +lichaam, gedachte en uitgebreidheid, zijn noodzakelijke +dubbel-verschijningen van het Universum, die gelijke rechten hebben, en +_te zamen_ als stedehouders van God zijn te beschouwen. De natuur, aldus +gezien, heeft evenmin een kern als een schaal. En toch heeft ieder zich +ter dege af te vragen: ben ik kern of schaal? + +VIII. Want in de ongrijpbare kern van natuur leven Entelechiën, dat zijn +krachten, wier wezen is werkzaamheid. "Als ik (dus) tot aan mijn +levenseinde rusteloos werk, is de natuur wel verplicht, mij een anderen +zijnsvorm aan te wijzen, wanneer de tegenwoordige mijnen geest niet +langer kan bevatten". Maar niet ieder is op deze wijze persoonlijk +onsterfelijk: Om mij in de toekomst als groote entelechie te +manifesteeren, moet ik er een zijn: mijn werkzaamheid mag dus nooit +verslappen. + +Dit is het inzicht dat Goethe in zijn later leven verwierf, nadat hij +geweldige hartstochten en begeerten had moeten overwinnen, om niet van +zijn blijvende goed, zijn persoonlijkheid, te vervreemden. Hij ging naar +Italië om dezen strijd uit te vechten. Te midden van de werken der +antieken, die het individueele (dat den mensch uiterlijk onderscheidt +van soortgenooten) met het persoonlijke (dat den mensch aan God bindt) +vereenigen, vatte hij het besluit: zich voortaan slechts met dingen van +blijvenden aard bezig te houden. Allengs kreeg de wereld minder vat op +hem en kon hij vrienlijk afstand doen van veel genot, veel lof, veel +instemming. En hij keek zoo rustig de wereld in, dat (naar getuigenis +van tijdgenooten) van zijn verschijning wel evenveel invloed uitging als +van zijn werk. Deze gemoedsrust, waarmede hij velen gelukkig maakte, +sproot voort uit de begrippen, die hij na veel lijden had +voortgebracht. + + +3. DE NATUURBESCHOUWER. + +IX. Is dus zijn werken als scheppend kunstenaar hem geen liefhebberij +maar welbewust een heerlijke plicht, welker vervulling zijn +persoonlijkheid vormt, volmaakt, en hem Gode welgevallig doet zijn; +hetzelfde geldt van zijn arbeid als natuuronderzoeker. Hij vorscht naar +het noodzakelijke in de natuur teneinde zijn zedelijk leven vaster, zijn +kunst dieper, zijn godsdienst vruchtbaarder te krijgen. Al deze uitingen +streven naar hetzelfde. Wie Goethe als kunstenaar of als mensch +hoogstelt, moet de grondslagen van zijn natuurbeschouwing kunnen +waardeeren. Of liever: Men kent Goethe volstrekt niet, zoolang men niet +zijn kunst en zijn wetenschap, als factoren van zijn zieleheil, even +ernstig neemt.[A] Hij zelf deed het stellig: hij wist dat van deze twee +zijn leven afhing. + +[A].... "Immers er bestaat geen noodzakelijk verband tusschen de +intellectueele kracht waarvan een of ander onderzoek getuigenis aflegt, +en de daarmede verkregen resultaten. Vaak genoeg ligt een juiste +verklaring betrekkelijk voor de hand, zoodat zij door een +wetenschappelijken flaneur zonder veel moeite kan worden geraden; +terwijl de ernstige denker, beter dan de ander doorgedrongen in het +omvangrijke materiaal, nog geen kans ziet die verklaring streng toe te +passen, en dus aan een andere die naderhand blijkt onjuist te zijn de +voorkeur geeft. Zoo raadde Bacon de mechanische warmte-theorie, en +Goethe de descendentieleer; zonder dat zij daarom in de geschiedenis van +physica of zoölogie op een hoogeren rang aanspraak zouden hebben dan +anderen, wier ernstiger onderzoek aan hun gelukkig instinct in den weg +stond".--Goethe heeft het allemaal als wetenschappelijk flaneur +"geraden". Deze goedkoope oplossing wordt verstrekt door den psycholoog +Prof. Heymans, in zijn overigens van zooveel eruditie getuigend werk: +"Schets eener critische geschiedenis van het causaliteitsbegrip in de +nieuwere wijsbegeerte." Inleiding, p. 2--De vraag is nu naar een +psychologie van het "raden". + +Reeds als kind zoekt hij de natuur te begrijpen. Als student in de +rechten volgt hij bij voorkeur allerlei colleges over natuurwetenschappen. +Onwillekeurig tracht hij naar verkeer met natuurgeleerden, omdat die, +ieder op eigen gebied, zoo goed de détails kennen, en hem, nog voordat +hij heeft onderzocht, een algemeen idee kunnen verschaffen van het +feiten-materiaal. De beschrijvingen, die hij levert van zijn tochten +door woud en gebergte, zullen in den negentiend'eeuwschen mensch liefde +tot de grootsche vrije natuur wekken. Op uren dat jonge studenten zich +nog in hun bed omkeeren, zien wij den reeds wereldberoemden Goethe door +sneeuw en regen naar Loders theatricum anatomicum flaneeren, waar hij +soms de eenige toehoorder is. Als nu toevallige aanleidingen zijn +sluimerende begeerte naar stellige wetenschap van de natuur doende +maken, ziet hij zich lijnrecht geplaatst tegenover zijn tijdgenooten, +die hem niet als medegeleerde willen erkennen--en wier spotternijen +nog tot op den huidigen dag schijnen te gelden. Toch is hij de man, die +de kennis van de organische natuur tot een _wetenschap_ heeft omgevormd. + +X. Met de Renaissance begon een ietwat strengere beoefening van sommige +wetenschappen: en de mensch, met vele nieuwe instrumenten "het onbekende +veroverend", ontdekte, verkende zooveel vreemde landen, gewassen en +menschen, zooveel wemelende sterren, gedierten en verschijnselen, dat +men op het einde van de achttiende eeuw ernstig verlangde naar _orde_ in +de menschelijke kennis. Het spreekt wel van zelf, dat men bij die +ordening aanvankelijk op een verkeerde manier te werk ging. Voor zoover +men niet, gelijk de encyclopédisten, aanstuurde op een veelomvattend, +overzichtelijk résumé van alle in den loop der eeuwen verzamelde +gegevens, ordende men de gegevens naar _uiterlijke_ kenteekenen. Zoo +bracht Linné de planten in "systeem" door ze te rangschikken naar het +aantal meeldraden etc. dat haar bloem vertoonde, naar den vorm van kelk +of blad. Deze methode, zelfs als ze door een talentvol geleerde wordt +toegepast, brengt, op zich zelf beschouwd, de wetenschap niet verder; +immers men heeft eerst het bewijs te leveren, dat dergelijke kenteekenen +iets zeggen omtrent het wezen van de voorwerpen waaraan men ze vindt; de +geheele rubriceering valt ineen, zoodra blijkt dat een bepaald uiterlijk +kenmerk bij voorwerpen van verschillenden _aard_ wordt gevonden. Zij +doemt de wetenschap tot onvruchtbaarheid; zij kweekt kamergeleerden en +aan den anderen kant charlatans, die haar fouten vermoeden maar te zwak +zijn om ze te corrigeeren, en door hun volslagen bandeloosheid het +menschelijk weten in discrediet brengen; zoodoende een mysticisme, het +menschelijk denken vijandig, aankweekend, dat met ware Godsvrucht weinig +heeft uitstaande. Aldus de stand van zaken in Goethes jonge jaren. Nu, +hij schiep een wetenschappelijke werk-methode, die in onzen tijd wel +door alle ernstige onderzoekers stilzwijgend of uitdrukkelijk wordt +gehuldigd, maar die in zijn tijd ontsteltenis wekte. + +XI. Hij wenscht nl. dat de onderzoeker door langdurige beschouwing van +de natuur: aandachtig, belangeloos, onbevangen, zich vertrouwd make met +het intieme leven en werken van de natuur, zooals het zich uit in de +gedaanten en gestalten, die hare schepselen aannemen en noodzakelijk +moeten aannemen. Voelt hij met zijn intuïtief kenvermogen den Geest, +waarvan alle levende wezens de verschijning zijn, zooals het volmaakte +kunstwerk de verschijning is van de zuivere kunstenaarsziel, kent hij +aldus de wereld van binnen naar buiten, dan is voor hem het oogenblik +gekomen om van gedragslijn te veranderen. Hij heeft al wat hem gegeven +is ontleed; nu gaat hij zelf geven. Naar den maatstaf, dien hij aan de +ware werkelijkheid heeft te danken, gaat hij scheppend te werk, en +contrôleert nu door opzettelijke proefneming of de _typische_ +natuurgewrochten, zooals hij zich die denkt, mogen beschouwd worden als +vertegenwoordigers van het wezen der dingen, van het blijvende in de +bonte en warrelende wisseling der verschijnselen: + + "Anschaun wenn es dir gelingt + Dass es erst ins Innre dringt + Dann nach aussen wiederkehrt + Bist am herrlichsten belehrt". + +Zoo ontwikkelt zich wetenschap uit poëzie. + +Dit is Goethes _synthetische methode_, waarbij inductie en deductie, +analytiesch en synthetiesch schouwen zinlijkheid en rede, phantasie en +verstand elkaar afwisselen, steunen, ja elkaar in waarde en evenwicht +houden. + +Door de scheppende phantasie wordt de ervaring, bevorderd, het vinden en +het uitvinden _voorgelicht_. Zoo begrijpt de Straatsburger student welke +détails, blijkens den geest des geheels, aan de cathedraal ontbreken, en +ziet: de oorspronkelijke teekening stelt hem in het gelijk! + +Men wilde indertijd niet toegeven, dat een wijsgeer-dichter, krachtens +zijn dichterschap, baanbreker op het terrein van de natuurgeleerdheid +kan wezen. Thans zal geen ter zake kundige meer ontkennen dat de +wis_kunstenaar_, de botanicus, de ontdekkingsreiziger, de arts, de +chirurg, de onderzoeksrechter, de advocaat, ieder naar hun aard, +krachtens hun scheppende phantasie werken. + +XII. Bestaat nu voor Goethe de waarneembare natuur uit de gestalten, die +een werkzaam Wezen aanneemt, dan is het begrijpelijk, dat twee +verschijnselen voor hem rechtstreeks met dat innerlijke van de natuur +samenhangen, nl. + + de vorm en de kleur + +der dingen. Aan deze twee verschijnselen te zamen wijdde hij een leven +van studie. Het resultaat van deze studie waren zijn _Morphologie_ (d.i. +de leer van de organische natuurvormen, die bij Goethe begint) en de +_Farbenlehre_ (kleurenleer). + +XIII. Als hij medewerkt aan Lavaters boek over gelaatsuitdrukkunde en +diens enorme verzameling portretten doorloopt, is hem reeds de +voor-onderstelling gerezen: er is niets in de huid, dat niet in 't +gebeente zit,--een meening die hij in zijn "Bijdragen over dierschedels" +in genoemd boek nader uitwerkt. Hij ziet (zooals vele moderne +anthropologen) in den beenderbouw van den mensch het toonaangevende +element in diens lichaamsvorm. De anatomie, voornamelijk de osteologie +(beenderleer), blijft hem sindsdien boeien. Zoodra zijn positie hem +daartoe in staat stelt, gaat hij ze onder de grootste geleerden uit zijn +omgeving ernstig beoefenen. Den 27sten Maart 1784 gelukt hem de +belangrijke ontdekking van het _os intermaxillare_ (tusschenkaaksbeen, +waarin de boven-snijtanden zijn geplaatst) bij den mensch. Vol vreugde +schrijft hij over deze ontdekking een tractaat: een toonbeeld van +wetenschappelijke zeggingswijs, dat hij beschouwd wenscht als een soort +van proefschrift, hetwelk hem toegang tot de geleerde wereld moet geven. +Teekeningen van mensch- en dierschedels--door een van zijn leerlingen +aan de teeken-academie vervaardigd--toonen de verschillende +vergroeiingen van het tusschenkaaksbeen, die hij heeft waargenomen. +Doch men weigert hem het plaatsje waarop hij aanspraak maakt. Alle +anatomen (uitgezonderd zijn leermeester) blijven het bestaan van dit +beenstuk in den menschenschedel ontkennen. Ook onze landgenoot Petrus +Camper, de grootste ontleedkundige van zijn tijd, door Goethe als een +universeel licht gewaardeerd, en die het overigens eens was met alle +waarnemingen, neergelegd in het anonyme geschrift, hem toegezonden door +den wederzijdschen vriend Merck. Pas een halve eeuw later doet Goethe +zijn opstel drukken: al dien tijd wacht hij op erkenning. + +XIV. De ontdekking van het os intermaxillare was voor Goethe en zijn +tijd van groote beteekenis. De geleerden, die natuurlijk niet blind +waren gebleven voor de overeenkomst tusschen 's menschen lichaamsbouw en +den lichaamsbouw van de hoogere dieren, konden toch geenszins aannemen, +dat mensch en dier in dit opzicht variaties zouden zijn van het zelfde +grond-type. Zij hadden daartegen formeel-godsdienstige bezwaren, terwijl +zij wijsgeerig te laag stonden om deze overeenkomst te waardeeren en te +verwerken. Enkele op zich zelf staande onderzoekers, die er toen reeds +anders over dachten, worden pas in onzen tijd gehuldigd. Algemeen +beweerde men dat het tusschenkaaksbeen, dat bij den aap wèl, bij den +mensch niet zou voorkomen, als het ware een scheidingslijn uitmaakte +tusschen mensch en beest; hieraan klampte men zich halsstarrig vast, +aldus weer eens bewijzend, hoe aanmerkelijk overigens eerbiedwaardige +vaklieden zich laten beïnvloeden door religieuze en pseudo-wijsgeerige +vooroordeelen. Goethe echter, die overal bespeurde "het Eeuwig-Eene, dat +zich veelvuldig openbaart" kon, juist wijl hij besefte dat de kern der +natuur den mensch--en dus ook hem--"in het harte leefde", in zulk een +scheidingslijn niet gelooven. Ze kòn er niet zijn, en het os +intermaxillare _moest derhalve_ ook bij den mensch worden aangetroffen. +Zijn ideeën over zedelijkheid hadden van een eventueel te bewijzen +verwantschap tusschen mensch en dier niets te vreezen; ook wist hij wel, +dat het verschil tusschen hoogere en lagere wezens niet in eenig détail +doch in het _geheel_ moet worden gezocht. En vandaar zijn vreugde toen +hij mocht beweren, dat voor vergelijkende studie van dier- en +menschenschedels de vermeende scheidingslijn niet stand hield. Want nu +kon ieder hooger dier (morphologisch) beschouwd worden als een toon in +de groote harmonie, die men als geheel moet bestudeeren, indien men niet +wil dat iedere toon een doode klank blijft. Na tien jaren van +voortdurend onderzoek--in Italië had hij de schoonheid van het +menschelijk lichaam leeren liefhebben, en zoo was de studie van de +ontleedkunde hem een doorloopende genieting[A]--gaf Goethe zijn _Eerste +ontwerp van eene algemeene inleiding in de vergelijkende anatomie, +uitgaande van de Osteologie_ (1795). In dit werk beschrijft hij den +grondvorm, die zich in alle hoogere dieren weerspiegelt, en die dus de +basis uitmaakt, waarop werkelijke kennis van de uiteenloopende +diervormen dient te berusten. Zijn _Morphologie_ (1820) belichaamt deze +gedachte uitvoeriger. + +[A] Men geniete de Romeinsche Elegieën ook vanuit _dit_ gezichtspunt. + +XV. Goethes zoeken als plantkundige gaat in dezelfde richting. Sedert +den tijd, dat hij telkens de vrije natuur invluchtte om daar tot +bezinning te komen, leeft hij vertrouwelijk met de planten. En als hij, +eenmaal te Weimar, zich als minister aan landbouw en aan boschcultuur +heeft te wijden, in zijn toovertuin vruchten en bloemen teelt, de +zelfgekweekte fijne asperagis aan Charlotte zendt, met boom en struik +van zijn liefde spreekt, bezit (zooals hij zich gaarne uitdrukt) het +plantenrijk hem geheel: het "zimplifiziert" zich in zijn ziel. Ook hier +leert hij, langs den bekenden weg in eigen boezem schouwend, het _Eene_ +kennen, dat zich veelvuldig openbaart. + +Naar de _oerplant_ zoekt hij. Oerplant mag niet verstaan worden in +analogie met het moderne woord _oerdier_, waardoor wordt aangeduid een +levend wezen, slechts onder 't microscoop waarneembaar, dat uit één cel +of uit enkele cellen bestaat. Het microscoop is in Goethes tijd nog zeer +onvolmaakt, en van de verdwijnend kleine kiemdiertjes wist men weinig +of niets. Goethe heeft ze, zoo niet nauwkeurig gekend, dan toch vermoed; +doch wij meenen dat zijn begrip "oerplant" zich niet hadd' gewijzigd, +indien hij er nauwkeuriger kennis van hadd' bezeten. Een plant of een +dier is voor hem de verschijning van een geest, die zich het materiaal +uit zijn omgeving eigen maakt, het organiseert. Het is de +_vormverovering_ van een "wezen". De cellen nu zouden voor hem het te +organiseeren materiaal zijn geweest, waaruit zijn oerplant zich zou +vormen; en niet om de geaardheid van het materiaal, doch om den vorm is +het hem te doen. + +Na zijn terugkeer uit Italië begrijpt hij dat deze oerplant, hoewel in +alle planten aanwijsbaar als "voorbeeld", niet op zich zelf bestaat. Zij +is het beginsel (niet een abstractie, maar een voorafgaandelijk +principe) waarnaar alle planten zich vormen: dat het plantenrijk dan ook +overzichtelijk maakt, echter op geheel andere wijze als Linnaeus dit +beproeft. + +Want de organen die, in zekere getale en in bepaalde groepeering +voorkomend, in het plantenkundig stelsel van Linnaeus merkteekenen zijn, +waaraan men een bepaalde plant herkent en waarnaar men ze benoemt, deze +organen zijn voor Goethe (en voor de moderne plantkundigen) niet +vaststaande vormen, die reeds in het zaadje liggen opgevouwen, zich dan +óntvouwen, en, verder groeiend, principiëel niet veranderen (Linné). Al +deze organen als bloem- en kelkbladen, meeldraden, stampers etc. zijn +volgens Goethe wijzigingen van het eenige oorspronkelijke plant-orgaan, +het oerblad. In de Metamorphose (d. i. in den ontwikkelingsgang "van +zaad tot nieuw zaad") vormt het oerblad zich geleidelijk om tot de +veelsoortige onderdeelen, bloem en bloesem, blad en vrucht, die men aan +de volwassen plant waarneemt. En merkwaardiger wijze (merkt Goethe op) +herhaalt de vorm van blad en vrucht zich in den vorm van een geheele +plant, wat bijvb. duidelijk uitkomt als men de kroon van een appelboom +met blad en met vrucht van dien boom vergelijkt.--Dit is het tooverwoord +dat de plantkundige vormenleer tot een wetenschap heeft gemaakt en +waaromtrent de vermaarde Geoffroy St. Hilaire (een van Darwins +voorloopers) getuigt: dat Goethe "de geniale dwaasheid beging een halve +eeuw te vroeg met zijn ontdekking te komen, toen er nog geen botanici +waren die ze konden bestudeeren en begrijpen". + +XVI. Maar de grondgedachte, door Goethe de metamorphose der planten +genoemd, reikt veel verder dan het beperkte gebied, waarop hij ze +aanvankelijk toepaste. Evenzeer als men Linné's opvattingen benutte bij +de studie van geheel de levende natuur, is dit met Goethes inzicht het +geval. En heeft Linné's principe aanleiding gegeven tot de beruchte +_préformatie-leer_, waarvan de consequentie is, dat moeder Eva van alle +menschen die na haar zijn geboren, en tot in lengte van tijden geboren +zullen worden, de kiemen in elkaar gewikkeld met zich droeg--Goethes +idée bevatte de leer van de _ontwikkeling_. De meeste stellingen, later +door Darwin aan een maniacaal rijk mensch- en diermateriaal +gedemonstreerd: de beteekenis van arbeidsverdeeling en specialiseering +van bepaalde organen, van den strijd om het bestaan, van aanpassing, van +omgeving, van pathologische afwijkingen die als kenmerken van bepaalde +vergroeiingen zijn te beschouwen, heeft Goethe ongeveer driekwart eeuw +vroeger reeds uitgesproken. Hiermede zij niets afgedongen op de +oorspronkelijkheid van Darwin. Integendeel: wij zijn van oordeel dat +Darwin, indien hij zich voldoende aan den idealist Goethe hadd' +gespiegeld, allerlei populaire platheden, die in zijn leeringen +stilzwijgend liggen opgesloten, voor zoover hij ze niet uitdrukkelijk +heeft verkondigd, zou hebben vermeden. Een ernstige vergelijking +tusschen Goethe en Darwin zou kunnen illustreeren, hoeveel de +dichter-wijsgeer voor heeft op dezen vakman. Een wijsgeerig en +sentimenteel houdbare evolutie-leer moet o. i. tot Goethe teruggaan. + +XVII. Het zou te ver voeren, Goethes werkzaamheid op het gebied van +delfstofkunde, geologie ("de beenderleer der aarde") en weerkunde +breedvoerig te bespreken, en gewag te maken van zijn vruchtbare +opmerkingen aangaande de waarde, die aan de opgraving van +voorwereldlijke dieren is toe te kennen. + +Wij naderen thans zijn kleurenleer en hebben te wijzen op zijn +scherpzinnige doch ook scherptongige bestrijding van Newton: "Kan men +grooter dwaling begaan (zoo heeft hij gedurende de laatste helft zijns +levens in velerlei toonaard gevraagd) dan te meenen dat het klare, +reine, eeuwig ontroebele licht uit donkere kleuren is saamgesteld?" De +lezer wete dat, volgens Newton, zuiver wit licht al de kleuren bevat, +die men aanschouwt, wanneer zulk licht (onder bepaalde voorwaarden) door +een driehoekig prisma dringend, op een wit scherm wordt weerkaatst. + +Goethes belangstelling in kleurverschijnselen kwam tot uiting in den +tijd dat hij schilder trachtte te worden, en langs theoretischen weg +trachtte te bereiken wat anderen door hun natuurlijken aanleg +gemakkelijk valt: dat de kleuren en de lichten en schaduwen die op het +doek worden gelegd tezamen rustig en harmoniesch doen. Hij merkte dat +zijn leermeesters volstrekt niet weergaven de kleuren van de voorwerpen +die zij nabeeldden, doch door oordeelkundig gebruik van contrasteerende +kleuren en belichtingen naar bevrediging van het oog instinctief +streefden: dat dus het oog van den beschouwer eigenlijk andere kleuren +waarneemt dan, objectief bekeken, op 't doek aanwezig zijn; dat het oog +de kleuren ten slotte zelf maakt. Wanneer in het algemeen het oog door +een bepaalde kleur wordt getroffen, _eischt_ het de daaraan +"tegengestelde" kleur: ziet men bijvoorbeeld een helder rood ding, dan +bespeurt men, zoodra men den blik afwendt "in zijn verbeelding" dezelfde +gedaante groen; de zon, bij zuiveren dampkring aanschouwd, wekt in het +oog zoodra men het sluit, een zwart beeld. Op dergelijke verschijnselen +heeft Goethe het eerst de aandacht gevestigd; hij heeft ze buitengewoon +nauwkeurig beschreven en benoemd in zijn groote "Farbenlehre". Zij +hebben aanleiding gegeven tot de ontdekking van de z.g. physiologische +en subjectieve kleurverschijnselen. Joh. Muller, de vader van de +nieuwere physiologie, getuigt dat hij de ontdekking van zijn +"spezifischen Sinnesenergiën" aan vierjarige studie van de Farbenlehre +dankt. + +Over den grondslag van Goethes kleurtheorie zijn de geleerden echter +minder te spreken. Door een toeval ontdekkend dat het Newtonsche +spectrum zich onder bepaalde omstandigheden niet vertoont, is deze, na +langdurige proefneming, gaan meenen dat het spectrum niet ontstaat door +_ontleding_ van wit licht, maar naar gelang het eenige licht dat +denkbaar is (door Newton wit licht geheeten) door een dikker of een +dunner gedeelte van het driehoekige prisma dringt. Voor Goethe bestaat +er slechts licht en niet-licht (gewoonlijk duisternis geheeten). Kleuren +ontstaan bij een bepaalden graad van verduistering van het licht. In +absoluut licht zouden wij niets zien; absoluut licht ware absolute +duisternis. Het licht wordt slechts zichtbaar aan zijn tegenstelling; en +waar licht en duisternis samensmelten ontstaan de zoogenaamde "gekleurde +randen", die in Goethes theorie, vooral in zijn eerste boekje over dit +onderwerp, een groote rol spelen. Verduistering van Het licht heeft +plaats doordien het medium, waardoor wij het Licht zien (glas, de +dampkring, een membraan enz.) min of meer troebel is. Zoo is de kleur +van den hemel bij zekere samenstelling van de atmosfeer blauw, zweemt +bij zwaren of troebelen dampkring naar indigo en violet, bij zeer +verdunden dampkring echter naar rood-geel (bijvb. de zoogenaamde +Sirocco-lucht, die Goethe in Italië waarnam). Hiermede houdt verband de +leer van de _gekleurde schaduwen_: wanneer bijvb. op sneeuw, waarvan men +te voren zag dat ze helder wit was, een schaduw (verduistering) valt, +dan ziet men er niet een zwarte doch een blauwige tint over heen +glijden, als gevolg van de vermenging van licht en duisternis. + +Intusschen, het kan onze taak niet zijn, in een boek als dit een theorie +te gaan verdedigen, die door de mannen van het vak nauwelijks behoorlijk +is onderzocht. Na er enkele grepen uit te hebben gedaan, wenschen wij +niet in détails te treden, omdat de kern van de zaak verre buiten den +gezichtskring ligt van hen, die wij ons gaarne als lezers van dit boek +voorstellen: het vermelden van meer byzonderheden zou een soort van +kennis kunnen kweeken, tot welker bevordering wij ons niet gaarne +leenen. + +Maar gaarne constateeren wij hier, dat Goethe deze quaestie naar onze +meening te uitsluitend als een natuurwetenschappelijke heeft beschouwd, +en zich te veel heeft verlaten op de juistheid van zijn experimenten. +Proeven bewijzen in dit opzicht niets. Een proef kan bewijzen dat men +een bepaald verschijnsel goed heeft waargenomen, of een onderdeel van +dit verschijnsel goed heeft geïsoleerd. Maar een verklaringsgrond voor +dat verschijnsel volgt niet uit de proef; die kan slechts voortvloeien +uit het Geheel onzer ideeën, en door zijn plaats in dit Geheel wordt +zijn juistheid bewezen. Zoolang men zich op het gebied der proefnemingen +verschanst, is het zeer wel denkbaar dat eenzelfde verschijnsel door +twee of meer tegengestelde gronden zich verklaren laat. Inderdaad is ons +gebleken, dat vele kleurverschijnselen, waarvan Goethe meende dat de +Newton-theorie ze niet kon bereiken, zoowel deze theorie als de zijne +dulden. De physicus neemt deze verschijnselen waar, maar de +wetenschappelijke wijsgeer slechts kan den strijd over de +verklarings-theorieën beslechten. En dan past het, hier in herinnering +te brengen, dat Schelling het Newtonsche spectrum "een echt spectum" (d. +i. een spook) heeft genoemd, dat Hegel zoowel als Schopenhauer de leer +van de Engelschen wiskunstenaar een "Barbarei" heeten, en dat Hegel (die +Goethes theorie in hoofdzaak beaamt, en als "wijsgeerige kleurenleer" +verkondigt) het tot Goethes verdiensten rekent: "het prisma naar den +duivel te hebben geholpen". + + * * * * * + +Teekenend voor Goethes wereldbeschouwing is het volgende: Toen in 1830 +te Parijs de Juli-revolutie was uitgebroken, kwam hij de kamer van zijn +secretaris Eckermann binnenstormen, roepend dat de vulkaan tot eruptie +was gekomen, dat alles stond in vlammen, dat nu eindelijk de zaken niet +meer konden worden behandeld met gesloten deuren.--Ja, een vreeselijke +geschiedenis! antwoordt de secretaris, maar hoe kon het in de gegeven +omstandigheden en onder zoo'n ministerie ook op iets anders uitloopen +dan op de verdrijving van het vorstelijk huis?--Mijn waarde, zegt nu +Goethe, wij schijnen elkaar niet te verstaan: ik spreek heelemaal niet +van die luidjes, ik heb het over heel wat anders. Ik spreek over den +voor de wetenschap zoo belangrijken strijd tusschen Cuvier en Geoffroy +St. Hilaire, die nu in de Académie tot een voldongen uitbarsting is +gekomen!-- + +De synthetische methode van natuuronderzoek, waarvoor ook hij 50 jaren +had gestreden, had in Frankrijk post gevat. Ondanks de bloedige +gebeurtenissen was de vergaderzaal van de Académie vol. En dit maakte +den meer dan tachtigjarigen Goethe zoo jongensachtig blij, dat hij op de +revolutie niet lette. + + + + +XXIII + + Lieve hemel! Daar kruipen er toch zooveel + tegen de Parnassus op--laat ze meekruipen! + FRAU AJA. + + +Hongerig en ontevreden was Schiller naar Weimar gekomen, in de +verwachting een hapje of wat te mogen meeëten aan de hertogelijke ruif, +die al zoo veel groote geesten in het leven hield. Hij had te voren +kennis gemaakt met Carl-August, die hem bij die gelegenheid tot +staatsraad benoemde. De weggeloopen officier van gezondheid (in wien men +den dichter had willen dooden), lang en tenger, met zijn bleek-blauwe, +hemel-zoekende oogen, uitgeteerd door honger en ziekte, zwervend van +vriend tot vriend, boekjes vertalend voor een prijsje, vertaalwerk +uitbestedend aan literators die nog meer honger hadden dan hij; en toch +steeds door schuldeischers opgejaagd; vertrouwend op zijn bruikbare +kwaliteiten als geschiedschrijver, dichter, wijsgeer, tooneelprutser, +criticus, meende op een emplooy te mogen hopen. + +Goethe reisde toen in Italië, doch overal voelde zijn bewonderaar den +invloed van zijn arbeid; nu eerst begreep Schiller dat deze dichter +tevens een groot staatsman, een vindingrijk geleerde, een zorgzaam +paedagoog was; en hij sprak het uit dat Goethe meer als mensch dan als +dichter werd bemind. Toen nu de arme zoeker zich verliefde in Charlotte +von Lengeveld, die zeer bevriend was met Frau von Stein, verwachtte hij, +spoedig tot Goethes kring te worden toegelaten. En gedienstige geesten +ontwierpen allerlei plannen, die toenadering tusschen de twee groote +mannen moesten uitlokken. Doch juist in dien tijd was Goethe allerminst +gesteld op de kameraadschap van een intellectueel, wiens bedoelingen hij +aanstonds doorgrondde. Toch reeds afgemeten in zijn manieren en koel +tegenover vreemden, hield hij zich gedurende de eerste ontmoetingen met +Schiller zoozeer op een afstand, dat deze wanhoopte, ooit intiem te +worden met den belangwekkenden causeur, die zich in ieder verdiepte maar +zich nooit geheel gaf, en dusdoende (zoo meende Schiller) planmatig zijn +eigenliefde streelde. + +Door Goethes toedoen kreeg Schiller (die met een werk over den afval der +Nederlanden een goeden naam als historicus had verworven) een +buitengewonen leerstoel voor geschiedenis aan de hoogeschool te Jena; en +toen hij in alle bescheidenheid te kennen gaf, dat hij zich voor die +taak nog niet bekwaam genoeg achtte, beduidde de minzame Olympiër hem, +dat men al onderwijzend leert. En zij bleven elkaar vreemd. Schiller +moest aan de voorbereiding van zijn colleges zooveel tijd geven, dat +zijn levenswerk op den achtergrond raakte; zijn oude bitterheid tegen +den verkwistenden, luien Goethe, die er zoo warmpjes in zat terwijl hij +zich afsloofde, borrelde weer op: Die man zit mij in den weg! + +Inderdaad waren zij antipoden, en (zegt Goethe) tusschen +geestes-antipoden ligt meer dan de doorsnêe van den aardbol. Indien men +nu bedenkt dat Goethe, àls poëet, natuurvorscher was geworden; en dat +Schiller, nadat hij reeds als mediesch student in allerlei +natuurwetenschap had uitgeblonken, daar een soort minachting voor had +gekregen, en zich uitsluitend aan de cultuur zijns geestes hoopte te +wijden: dan voelt men hoe dit verschil in levensgang op een +diepwortelend verschil in aanleg wijst. De denker Goethe was passief; +zijn ideeën ontstonden in de duisternis van zijn onbewuste wezen; hij +moest aarzelend tasten en geduldig wachten, totdat zijn ideeën waren +voltooid en hij ze als beelden aanschouwde. Doch "dan had hij ook maar +aan zijn levensboom te schudden en de rijpe vruchten vielen in de +menigte!" Schiller was als denker actief: hij bestudeerde en beheerschte +de verrichtingen van zijn brein; hij werkte berekenend met zuivere +begrippen, en met constructies van begrippen, die hij bouwde. En daarna +zette hij met overleg die constructies om in beelden, zijn denken +prikkelend met allerlei stimulanten. Schiller bereidde zijn werken met +zijn vrienden voor, doorsprak, doordacht zijn plannen met hen. Goethe +wist nauwelijks wat er in hem gebeurde, en merkte dan plotseling dat er +iets in zijn ziel was _ontstaan_. Goethes dichten geschiedde +instinctief; hij wilde geven natuurlijke menschen wier onbewuste +verwantschap met God zich kond deed; zijn ideaal lag in argelooze +uitleving van loutere menschelijke instincten. Doch Schillers dichten +geschiedde strikt intellectueel; hij trachtte te maken menschen die +overwegend Goddelijk en maar eenigszins natuurlijk waren; in vrije +zedelijkheid, zedelijke vrijheid zocht hij zijn ideaal. Hij had in de +levensperiode die achter hem lag aanleiding te over gehad, om de +werkelijkheid te haten en te ontvlieden, om bij voorkeur in het rijk van +gedachte en schoonheid te verwijlen. En hij moest een volgzaam discipel +worden van Kant, die leeraarde dat de mensch de natuur maakt tot wat ze +hem dunkt te zijn, dat de mensch vrijheid heeft, de natuur te +onderdrukken en te dwingen. Dit boekstavend had hij Goethe geërgerd: +deze immers had de werkelijkheid doorgaans nogal goedmoedig genomen, zag +in de natuur een milde moeder, die men vooral moet leeren kennen zooals +ze werkelijk is. Zijn levensloop was niet zóó, dat deze overtuiging +daardoor kon worden aangetast: hij had het geluk gehad, het leven in +velerlei richting te genieten, had naar hartelust gestudeerd, had menig +volk van nabij leeren kennen, had vele ambten, ook zeer hooge ambten, +bekleed, verkeerde gemeenzaam met denkers en heerschers, bezat de +middelen om een ongewenschte omgeving te verlaten, toen dit voor zijn +ontwikkeling noodig was. Voor hém geen reden om aan de werkelijkheid te +twijfelen.... Heel anders Schiller, die, toen hij tot zuivering van zijn +smaak Griekenland moest bezoeken, zich mocht te vreden stellen met van +Grieksche helden te--lezen. + +Daar kwam bij, dat Goethe Schiller beoordeelde naar zijn drama "De +Roovers", waarin veel wapengekletter, geroep om vrijheid, inbreuk op wet +en regel voorkwam. Dit drama behoorde tot de Sturm-en-Drangsfeer, die +hij was ontgroeid; die hij haatte sinds hij een hoogere richting had +ingeslagen, en voor dat betere vruchteloos huldiging zocht bij een +publiek, dat zich gaarne hield bij het wapengekletter en wat dies meer +zij. Daar gingen de ideeën van de Fransche revolutie, mede tengevolge +van het heillooze Sturmen-en-Drängen, in Duitschland veld winnen, daar +werd zoowaar de heer "_Chille_" (sic), de schrijver van "Robert, chef de +brigands" tot burger van de Fransche republiek benoemd; het verband +tusschen Schillers drama en de nieuwe richting viel niet meer te +loochenen! Goethe wist niet, dat Schiller, gelijk velen, door de +gebeurtenissen in Frankrijk was bekeerd, geloofde dat de gemeene man +eeuwig blind was, nog in geen eeuwen rijp voor de vrijheid; en hoopte de +menschen door het schoone op te voeden. + +Maar onverwacht leerden zij elkaar inniger kennen. Een avond, ze hadden +een natuurwetenschappelijke lezing bijgewoond, wandelden ze samen op, en +Schiller maakte de opmerking, dat men met _fragmentarische_ beschouwing +van de natuur toch eigenlijk niet veel verder kon komen. Goethe was +getroffen, zegde zijn meening dat men van het Geheel naar de Deelen moet +gaan, noodde den sympathiek luisterenden professor op zijn kamer, wierp +daar met enkele pennestreken zijn "oerplant" op 't papier. + +"Dit is geen ervaring", zei Schiller die in het wijsgeerige altijd op +correctie gesteld was, "dit is een Idee!" Goethe, voor wiens +geesteshouding dit weinig verschil maakte, merkte ironiesch op, dat het +hem aangenaam was, te vernemen dat hij werkelijk ideeën had; en (voegde +hij er diepzinnig aan toe) "ideeën die ik met mijn oogen kan zien". + +Toen kwam het gesprek op de wetten van het schoone en alras bleek dat de +twee mannen, die tot dan toe elkander vreemden waren geweest, op dit +gebied naar hetzelfde doel streefden; hoewel natuurlijk niet te +loochenen viel, dat zij dit doel niet van denzelfden kant beschouwden: +wat dan ook uit hun woordenkeus en gevoelstoonaard bleek. Maar vooral +verheugde het Goethe, uit Schillers zeggen te begrijpen, dat deze kunst +en gedachte niet koesterde wijl beroep, broodnood of liefhebberij dit +zoo wilden, maar omdat zijn leven, d. i. zijn persoonlijkheid er van af +hing. Met dezen man moest hij zich vereenigen tegen de domme wereld, die +zich wilde vermaken! + +Toen kwam de brief, waarin Schiller bekende, dat hij de ontwikkeling van +Goethes genie al jaren met de grootste deelneming volgde; en van diens +geheimste bedoelingen en strevingen een schets gaf, die toonde hoe ver +hij met zijn fijn en geduldig vernuft in Goethe was doordrongen. "Gij +vat de heele natuur samen (lezen wij in dezen brief) om over het op zich +zelf staande licht te krijgen; in het Al-geheele van haar +verschijningsvormen tracht gij een verklaringsgrond voor het individu te +vinden. Van het eenvoudigste organisme stijgt Gij schrede voor schrede +tot de meer ingewikkelde, om eindelijk het ingewikkeldste van allen, den +mensch, genetiesch uit de bouwstoffen van het gansche natuurgewrocht op +te bouwen.. Wat Gij echter bezwaarlijk zelf kunt weten (daar het Genie +zich zelf altijd het grootste geheim blijft) dat is de prachtige +overeenstemming tusschen Uw wijsgeerig instinct en de zuiverste +resultaten van de speculeerende Rede. Oogenschijnlijk kunnen er geen +twee grooter tegenstellingen bestaan dan de speculatieve geest die van +de eenheid, en de intuïtieve die van de veelheid uitgaat. Zoekt echter +de eerste met kuischen en trouwen zin de ervaring, en zoekt de laatste +met eigenmachtig vrije denkkracht het Wetmatige, dan kan het niet +missen, of zij komen elkaar halverwege tegemoet". + +En zij kwamen elkander tegemoet. De "egoist" Goethe was ontdooid. Hij +schreef dat hij voor zijn verjaardag, die juist in die week viel, geen +schooner geschenk had kunnen wenschen dan zulk een brief; hij zeide +openlijk dat Schiller nu nog een stapje verder moest gaan; dat hij hem +noodig had, wijl hij altijd in half-duister tastte en niet onderscheidde +wat er in hem omging. En onuitgegeven essays kwamen over en weer los. +Schiller bracht een poos onder Goethes dak door, en bekende blijmoedig +dat het zeer lang zou duren, eer hij de vele ideeën, welke de ervaring +en het profetische gemoed van zijn gastheer in hem hadden gewekt, zou +hebben uitgewerkt; maar geen enkel idee mocht verloren gaan! + +En Goethe? Juist in dien tijd voelde hij zich sterk geïsoleerd. +Carl-August beslistte wel eens in belangrijke zaken zonder hem om raad +te vragen; beoordeelde letteren en tooneel naar Franschen smaak, heulde +meer dan nuttig was met de émigrés; wilde in zijn bekrompen huizing den +koning van Pruisen ontvangen; liet--zonder het te weten--soms merken dat +hij toch eigenlijk de vorst was, hetgeen Goethe hem betaald moest zetten +door zeer onderdanig te doen; waaruit Carl-August dan weer begreep, dat +Goethe toch eigenlijk een egoist was. Wieland toonde zich gebelgd omdat +Goethe, door medewerking aan Schillers maandblad, zijn "Teutsche Mercur" +ondergroef. Met de wispelturige familie Herder leefde hij in onmin, +vooral sinds hij den inhaligen predikant in een administratief geschil +ongelijk moest geven, en deze, het onmogelijke eischend, niet waardeerde +dat het mogelijke voor hem werd gedaan. Weldra zou Herder van den man, +dien hij als een jongeling aan zijn borst had gedrukt, beweren: +"Humaniteit en Christendom zijn bij hem contrabande en belachelijke +veroordeelen". Wat Goethe hem betaald zette, door enkele jaren nadien +zijn zoon door hem te doen "bevestigen". + +Zulke onaangenaamheden hielp Schiller hem dragen. Om hem henen rees een +nieuwe lente, en vele zaden ontsproten thans tot vroolijk bloeisel: hij +ging weer aan het dichten. De proletariesch-voortvarende Schiller hield +hem aan het werk, was gewoon te strijden tegen den remmenden invloed van +lichaam, atmosfeer, stemming, stoffelijke omstandigheden. Met +verwondering zag Goethe op tegen dien man, die van week tot week +merkbaar vooruitging, die bij theevisite of terwijl hij zijn nagels +besneed even groot was als aan de studeertafel. Hij nam op diens +aandringen half-vergeten fragmenten weer ter hand, en Schiller, die de +mechaniek van het denken zoo goed kende, werkte er zich in, wist te +zeggen, waarop nauwelijks geschetste lijnen moesten uitloopen. Goethe +liet zich door hem gaarne besmetten met theoretische wijsbegeerte, en +begon, als hij, zijn werkplannen in te richten naar het resultaat van +zijn bespiegelingen. Gelijk Lessing indertijd de grenzen tusschen +beeld-en dichtkunst had afgebakend, zoo trachtten de twee +dichtervrienden na langdurige discussie uit te maken, waar epische +poëzie ophoudt en dramatische poëzie begint. Goethe schreef een studie +over dat vraagpunt, en toen een goede kennis hem, terwijl hij +voortwerkte aan zijn Faust, van Italië vertelde, liet hij het +Germaansche drama liggen, en schreef een essay over Laakoon. Hij wilde +weer naar het Zuiden, zijn wetenschap van dat land en zijn kunst +volmaken, om er een monumentaal boek over te schrijven. Maar Schiller +oordeelde dat hem voorloopig nog genoeg stof ter bewerking overbleef, +mits hij zijn herinnering maar wilde ontginnen, en complotteerde om hem +in Duitschland te houden: wat gelukte. In zijn dankbaarheid voor dit +alles wist Goethe op zijn beurt zich voor zijn makker op te offeren: +toen Schiller arbeidde aan zijn Wallenstein, onderving hij diens +journalistieke beslommeringen, en besprak ieder tafereel met hem. Deze +samenwerking maakte Schiller op zijn manier "realistiesch"! Van zijn +derde reis door Zwitserland bracht Goethe plannen mee en locaal-studies +voor een epiesch gedicht over Willem Tell, maar toen zijn aandacht voor +die stof verflauwde, gaf hij zijn portefeuille aan Schiller over, die er +tot zijn verbazing gladweg een drama uit samenstelde. Daarentegen gaf +Schiller zijn vriend en mededinger den stoot tot het dichten van +ballades: _De bruid van Corinthe, De Toovenaarsleerling, de God en de +Bajadere, De Schatgraver_. + +Er zijn schrijvers die het noodig achten te betoogen, dat men in de +literatuur-geschiedenis van alle landen vergeefs zal zoeken naar de +weergâ van een dergelijke vriendschap. Wij mijden dien weg; liever +wijzen wij er op, dat de meest egoistische ideeënvrek bij zijn +opgeslotenheid niet beter is gevaren dan deze twee dichters, die voor +elkander geheimen noch naijver hadden. + +Goethe hield nu ook voortdurend voeling met Jena, de universiteitsstad, +die nu wel niet een "Muzenhof" (gelijk Weimar), maar toch een +verzamelplaats van echte geleerden was geworden, waar mannen van zeer +uiteenloopenden aanleg als Schelling, Hegel, de Humboldts, Loder, +Hufeland, elkander steunden en waardeerden, vurig streden tegen een +groep bekrompenen, die hen voor gedoopte heidenen aanzagen. + +In deze omgeving kregen Schiller en Goethe kracht, om hun ergernis over +menschen en richtingen, die langzamerhand de overhand namen, eens +duidelijk uit te spreken. Directe aanleiding daartoe was het te niet +gaan van het tijdschrift "Die Horen".[A] Schiller had het willen maken +tot een manifestatie van het echt-menschelijke dat in zeer verschillende +talenten en overtuigingen is aan te wijzen: "Hoe meer (zoo zeide hij in +een circulaire aan de medewerkers) de bekrompen belangen van het +tegenwoordige de gemoederen spannen, samendrukken en onderwerpen, des te +dringender is de behoefte, om door een algemeene en hoogere aandacht +voor hetgeen dat puur-menschelijk is en verheven boven den invloed der +tijden, de gemoederen weder vrij te maken en de politiek-verdeelde +wereld onder de banier van waarheid en schoonheid te vereenigen". Maar +de weinigen die het tijdschrift lazen waren geenszins tevreden, en in +het gekakel dat zij ten beste gaven meende Goethe een klank te +herkennen, dien hij al meer had vernomen, telkens als hij het waagde een +goed werk te publiceeren. De aanhangers van de verschillende literaire +scholen sloten onderling vrede en liepen tegen de twee vrienden te hoop. +Men beweerde dat de Duitsche literatuur in een stadium van verval +verkeerde, en wenschte terug de gouden eeuw van Lessing. Zoo bleek dat +de verschillende richtingsleuzen eigenlijk voorwendsels waren, die veel +wansmaak moesten bedekken. En Goethe meende toch ook wel iets gedaan te +hebben voor de Duitsche literatuur! Hij voelde zijn ouden strijdlust +terugkomen. Hij haatte weer. Hij haatte de volgelingen van Nicolaï. Hij +haatte de pedante voorloopers van de romantische schilder- en +dichterschool, die in zijn classicisme een reactie zagen naar het +heidendom, en die hunnerzijds de poëzie nu onder de controle stelden van +het geloof, gelijk dit in de mystieke middeleeuwen was geweest; die het +onbestemde waas van de middeleeuwen verheerlijkten, terwijl hij naar +steeds beslister omlijnde vormen streefde; die gereed stonden om zich +bij groepen tot het Katholicisme te bekeeren, en die verkondigden dat +alle kunstenaars monnik moesten zijn, omdat er wel eens monnikken waren +geweest die goede kunst hadden voortgebracht. Hij haatte de zwakke, +middelmatige aanstellers, die hem collega dorsten noemen. De vinnigheid +van de Venetiaansche Epigrammen was nog maar een zwak voorproefje van +hetgeen den kerels nu wachtte! + +[A] _Letterlijk_: Dienaressen van Zeus, die den toegang tot den +Godenberg openen en sluiten. + +Schiller en Goethe hadden elkander al eens getroost met kleine +gedichtjes, waarin de een of andere bengel die byzonder lastig was +geweest werd afgestraft. Nu wilden zij met een honderdtal van die +stekeldichtjes de hinderlijkste personen treffen, en daarna in even +korte, maar ernst-zware uitspraken boekstaven wat zij daar tegenover +hadden te stellen. Tusschen Jena en Weimar ging een schrijfboek heen en +weer, waarin zij beurt om beurt hun uitvallen luchtten. Vaak hokten de +strafrechters samen, broeiden, vonden, knutselden samen: men weet nu +niet meer wie de schrijver van elk vers is. De meest tweeregelige +_Xeniën_[A] in den vorm van het Grieksche distichon verschenen in +Schillers _Muzenalmenak_ van 1797. Sommige stegen als lichtgevende +kogels omhoog, anderen schroeiden, weer anderen werden slechts +opgeworpen om het oog te verstrooien. Zij brachten hevigen schrik onder +de beklaagden; men verwachtte dat het nu jaar in jaar uit zoo zou gaan, +dat men nu niet meer ongestraft zich kon aanstellen als "geestelijk +poortwachter, een ieder halt! toeroepend die geen pas kon toonen". Geen +enkele partij bleef gespaard. Zoodra wij ons zelve niet ontzien, meenden +de "Dioskuren", mogen wij heilig en profaan te lijf. Sansculotten zoowel +als piëtisten werden bespot, geprikkeld, uitgekleed, vertrapt. Ook +Goethes beste vrienden hadden te lijden: Jung-Stilling, die bij zijn +bijbel was verdwaasd, Lavater, die schijnheilig en heerschzuchtig was +geworden, Stolberg, die voorheen tyrannenbloed begeerde, maar nu elken +vrijgeest heiden schold. + +[A] _Letterlijk_: Geschenkjes van een gastheer aan zijn gasten. + +Natuurlijk bleef wraak niet uit. Er verschenen heel wat parodieën, +anti-xeniën, tegengeschenken, die persoonlijke aanvallen in den zelfden +trant beantwoordden, die Goethes huwelijksleven bezwadderden, die van de +onjuiste onderstelling uitgingen, dat Goethe en Schiller op dezelfde +wijze waren te treffen als gewone literaire straatjongens. "Het is +grappig, te zien wat dit soort van menschen eigenlijk heeft geërgerd +(schreef Goethe aan zijn vriend) en waarmede zij meenen een ander te +ergeren; hoe laf, leeg en gemeen zij een hun vreemde Existentie +beschouwen, hoe zij hun pijlen op den buitenkant van iemands lichaam +richten, en hoe weinig zij vermoeden in wat onneembaren burcht hij +woont, die zich zelf en de dingen altijd ernstig neemt". Hij wilde +terughouwen: De wansmaak bleek nog erger dan hij te voren had gemeend. +Hij had spoedig een soort van comedie "De gouden bruiloft van Oberon" +gereed, waarin hij zijn belagers opnieuw ongenadige straffen toediende. +Maar Schiller vond dat het nu mooi was: tegen domheid stonden zelfs de +goden machteloos. Het stuk bleef liggen, en werd later in Faust +verwerkt. + +De "dichtervorsten" besloten, het bij dit eene "dolle waagstuk" te +laten, en voortaan met monumentale schoonheid den menschen te toonen hoe +het eigenlijk moest; zij wilden, allen tegenstanders ten spijt, hun +proteus-achtigen aard thans in de gestalte van het edele en goede doen +verschijnen. + +Wijze moeder Aja was over dezen inkeer geestdriftig verheugd, al had ze +het land aan de literaire "zonder-broeken". + + + + +XXIV + + Bilde, Künstler! rede nicht + Nur ein Hauch sei dein Gedicht + + HERMANN UND DOROTHEA. + +Schillers invloed en voorbeeld zetten Goethe aan tot onophoudelijk +doelbewust werken, op alle gebieden die zijn geest tot dan toe hadden +verlokt. En zulk werken bracht mede dat hij onafgebroken gestemd was op +de harmonie van het Eene dat veelvuldig zich openbaart, dat hij menschen +en gebeurtenissen met rustigen blik doorzag. Zoo is dan begrijpende rust +het hoofdkenmerk van het epische gedicht _Hermann und Dorothea_, dat in +deze periode ontstond, en dat techniesch zoowel als psychologiesch tot +Goethes volmaakste werken behoort. Men zal bij oppervlakkige lezing +glimlachen om de bewering, dat een man, die in geen enkele wetenschap +vreemdeling was, buitengewoon veel menschen, verdorven, brave en +verheven menschen goed kende, en menig spannend avontuur had beleefd, +zijn glorie zou vinden in een zoo eenvoudig verhaal van zoo weinig +bladzijden druks. Men ziet voorbij, dat in die weinige bladzijden druks +Goethes standpunt is neergelegd--niet polemiesch doch beeldend--tegenover +een groote drijfveer van de omwentelingsgszindheid, die hem zooveel +droeve uren had bezorgd; men ziet dit voorbij doordat de raad, dien de +dichter zijn landgenooten geeft, zich niet rechtstreeks laat voelen of +volgen. Men vergeet, dat in die enkele bladzijden druks wel een dozijn +tragische spanningen worden ontbloot, gepeild, opgeheven, die ieder +voor zich zelf konden dienen om in een modernen horizonloozen roman +uitgeplozen te worden, en alsdan vele lezers te overprikkelen of +wanhopig te maken. Men vergeet het, doordien deze spanningen, gelijk +Goethe ze te boek stelt, den lezer wel intens doch slechts voorbijgaand +treffen: wreedheid en naastenliefde, gemeenheid en adel, woede en humor +zijn in dit epos zoo gegroepeerd, dat zij elkander dragen, dat de +ontroeringen die ze stichten tot een genietelijke eenheid samensmelten. + +Dit moet echter niet zoo begrepen worden: dat de dichter met fijne +vaardigheid en gereede kunde de "classieke rust", die hij in oude +beeldgroepen had bewonderd, op de poëzie "toepaste", teneinde daarmede +den lof van typiesch-Duitsche esthetische snuffelaars te oogsten; doch +zoo: dat de dichter o.a. de antieke beeldgroepen had bewonderd, wijl ze +iets hadden van de gelaten schoonheid, die hij in zich voelde worden. +Zijn verlangen naar zulke schoone gelatenheid ontsproot uit een +wijsgeerigen levenskijk--de lezer kent ze in grondtrekken--welke als +zoodanig den classieken beeldhouwer wel zal hebben ontbroken; daar ze +slechts volgen kon op de storing in het intellectueele evenwicht, die +met de Christelijke zelfbespiegeling samenhangt. Door Iphigenie en Tasso +was een langdurige evolutie naar deze schoone gelatenheid bekroond. In +Hermann und Dorothea deed Goethe een poging, enkele menschen, strijdend +om hun heil, voor te stellen: niet in doorzichtige gewaden die hun +vormen en hun zielen nauw omhullen, doch in moderne kleedij en in het +coloriet van zijn tijd. De vraag, of hij daar directe aanleiding toe +vond in een verhaal dat hem ter oore kwam, of in het heldhaftig gedrag +van Lili, eens zijn verloofde, kunnen wij onbeantwoord laten: Hij moest +deze poging vroeg of laat wagen. Eéns moest hij trachten, ook de +uiterlijke omstandigheden, die gewoonlijk de roeringen van een +menschenziel begeleiden, en die hij, krachtens zijn aanleg, uit zijn +zuiverste drama's had gebannen, met een psychiesch gebeuren te verweven +en te vergeestelijken, zoodat relaas en werkelijkheid elkander naderden, +zoodat zijn innerlijk ook de realiteit doordrong. + +Doch hierdoor was de keuze van het milieu, waarin zijn gedicht zou +spelen, van de menschen die hij zou oproepen, vrij streng bepaald: +Grootsteedsche menschen kon hij niet gebruiken, want die omhangen en +omsnoeren hun ziel gelijk hun lijf; ze willen te sterk individueel +ontleed worden, om met korte duidingen zich te laten verheffen in de +sfeer des geheels. Gewone boeren daarentegen zijn in den regel nog niet +toe aan de verfijning--ze moge al of niet bewust zijn--die een +ziels-conflict mogelijk en belangwekkend maakt. En zoo moest en mocht +Goethe hier menschen geven zooals hij ze graag had: menschen op de grens +van stads- en landleven, instinctief maar maar toch voor redeneering +vatbaar; praatgraag en toch besloten genoeg om eigenzinnig te zijn; +vertrouwelijk en toch op hun hoede; gesteld op hun bezit maar toch mild; +vurig bij geval, maar doorgaans gematigd; natuurlijke menschen, eventjes +door den stroom des tijds geraakt, maar zoo verknocht aan het ras, dat +op het vruchtdragen van een boom of de veredeling van een gewas +jarenlang moet wachten, om tegen allerlei nieuwigheden rotsvast te +staan. Ze hebben alle hun eigenaardigheden, deze lieden, maar ze blijven +toch algemeen-menschelijk genoeg om in geen enkelen tijd byzonder vreemd +te schijnen. Het zijn echt kleinburgerlijke Duitschers, maar zooals +Goethe ze behandelt voelen lezers van iederen stand en van elken +volksaard zich bij hen tehuis: als een hunner eigenaardigheden naar +voren springt, vergeet hij nooit te toonen, hoe zulk een eigenaardigheid +uit het algemeen-menschelijke is ontstaan.... En dit zonder ook maar één +moment te preeken of te betoogen; de wijsgeerige strekking, die hij +noodig heeft om de overgangen zacht te doen verloopen, is gegeven mét de +groepeering van de personen. Plechtig, geurend, kleurend, klinkend +glijden de tooneelen door onze verbeelding. Wij aanschouwen de menschen +zóó levendig dat wij meenen ze te grijpen; en niettemin zijn ze zoo +wazig geteekend, dat duizend verschillende lezers zich duizend +uiteenloopende Hermanns zullen phantaseeren. + +Dit gedicht, in de wereld-literatuur een verschijning van groote +voornaamheid, is na den Werther, het eerste werk van Goethes hand dat er +bij de groote massa insloeg en dat in volks-edities op vodderig papier +werd verkocht. Het spreekt tot den eenvoudige zoowel als tot den +kunstgevoelige en den geleerde; evenals de natuur. Het is voor dezen een +trouwe kameraad en voor genen een tonige rijkvormige ets, of een vonk +oeroude levenswijsheid. + +Daarom juist is het Goethes glorie! + +Naarmate wij dieper zijn doorgedrongen in 's dichters persoonlijkheid, +naarmate de werken die wij in nauwe overeenstemming met dit verder +doordringen vermelden, zuiverder zijn: voelen wij minder behoefte aan +critische of afwerende beredeneering van die werken. Vandaar dat de +lezer hier zonder meer een korte inhoudsopgave van Hermann und Dorothea +zal vinden en voor het overige naar het origineel en naar zijn eigen +gevoel zij verwezen: + + EERSTE ZANG: Benauwde middag in nazomer. De waard van "Den Gouden + Os" zit met zijn vrouw op een bank voor zijn deur. Zij kijken naar + de thuiskomst van hun medeburgers, uitgetrokken om de boeren te + zien, die door de Franschen uit hun hofsteden aan den overkant van + den Rijn zijn gejaagd. Hermann, hun zoon, is den vluchtelingen met + een wagen vol levensmiddelen en kleeren tegemoet. Apotheker en + Dominee zetten zich ook op de bank. De eerste scheldt op de wreede + nieuwsgierigheid van zijn stadgenooten, de laatste verontschuldigt + ze. Het gesprek wordt in in de koelere gelagkamer voortgezet bij + een glas Rijnwijn. De apotheker klinkt niet mee. De waard, aan + aardsche goederen hangend als hij, raadt dat hij zich angstig maakt + voor de naderende vijanden; doch vertrouwt dat de Rijn hun + doortocht zal stremmen. Bovendien zal de vrede wel gauw worden + geteekend, en hij hoopt dan ook de bruiloft van zijn zoon Hermann + te vieren. Juist nadert deze op zijn dreunenden wagen. + + TWEEDE ZANG: Dominee leest op Hermanns gezicht dat er iets + byzonders met hem is voorgevallen; doch over zijn toespelingen + praat deze heen. Hij verhaalt van zijn ontmoeting met de + vluchtelingen: hoe een meisje dat een ossenwagen bestuurde, waarin + een pas bevallen vrouw lag, hem om linnen had gevraagd voor moeder + en zuigeling, en hoe hij haar zijn heelen voorraad levensmiddelen + had afgestaan, ter verdeeling onder haar lotgenooten: daar zij + beter dan hij wist wie onder hen gebrek leed. Het is toch maar goed + vrijgezel te zijn, meent de apotheker, dan ontkom je gemakkelijker + aan gevaren. Waartegen Hermann _ernstig_ aanvoert, dat juist in + zulke barre tijden een meisje den steun van een man, de man + vrouwelijken troost behoeft, en hij liever vandaag dan morgen + trouwt. Dat doet zijn moeder goed: zij herinnert, dat zij haar man + de hand heeft gereikt op de puinhoopen van het afgebrande + ouderhuis. Ook de vader hoort Hermann graag van trouwen spreken, + maar waarschuwt dat het moeilijk is, zonder een duit te beginnen, + en dat de man een arm meisje ten slotte als een dienstbode gaat + beschouwen. Waarom kiest Hermann niet een dochter van den rijken + koopman, hier vlak bij, tot bruid? De aangesprokene bekent, dat hij + eenmaal zijn oogen naar een van buurmans dochters heeft opgeslagen; + hij heeft echter gezworen daar nooit weer een voet in huis te + zetten, omdat de meisjes er met zijn boerschheid spotten. Als nu de + waard toornig uitroept, dat hij een fijne, een rijke schoondochter + wenscht, die clavier kan spelen, verlaat Hermann eerbiedig zwijgend + de kamer. + + DERDE ZANG: De waard legt zijn gasten uit, dat volgens hem de zoon + zijns vaders positie moet voorbijstreven; zijn vrouw beweert met + trots dat haar zoon eens het toonbeeld van een goed burger zal + worden, als zijn vader hem maar niet door voortdurende critiek + verlamt. Zij gaat Hermann opzoeken en onderwijl betoogt de waard, + dat vrouwen toch echte domme kinderen zijn. De apotheker toont, dat + hij het standpunt van zijn gastheer beter vat. + + VIERDE ZANG: Nadat moeder haar uitgestrekte, kostelijke landerijen + doorzocht heeft, treft zij Hermann op een bank onder een perenboom, + vanwaar hij een onbelemmerd vergezicht geniet naar de vermoedelijke + verblijfplaats van het vreemde meisje. Hij heeft blijkbaar geweend, + en zegt zijn moeder op haar bezorgde vraag, dat hij mét de + vluchtelingen lijdt, en dat hij zich verplicht voelt onder dienst + te gaan om zijn vaderland te verdedigen: laat vader dan nòg zeggen, + dat ik geen eergevoel heb.... Als nu de moeder over Hermanns + plannen ten hoogste verwonderd blijkt, valt hij, nadat hij nog + getracht heeft zich goed te houden, haar om den hals, en beklaagt + zich smartelijk over de miskenning van vaders kant, die hem zoo + vaak ontmoedigt. Zonder overgang wijst hij op zijn _dakkamertje_, + waar hij het zoo eenzaam heeft: een echtgenoote ontbreekt hem. Hij + ontkent niet langer dat hij het verdreven meisje begeert, maar, + wanhopend aan vaders toestemming, smeekt hij de waardin, hem maar + ten strijde te laten trekken. Geen denken aan! zij vermaant hem, + zijn vader vriendelijk toe te spreken--die is tegen den avond + altijd ontvankelijker gestemd--en verder op de hulp van dominee te + rekenen. + + VIJFDE ZANG: In het zaaltje zitten de drie mans nog steeds bij een + glaasje te kouten. De geestelijke bepleit voorzichtig Hermanns + zaak: schoon is het, steeds naar beter te streven, maar juist den + landman past het, ook in vele gevallen rustig bij het oude te + volharden. Ligt in de onrust van den stedeling niet een groot + gevaar? Gezegend Hermann, en de gelijkgestemde vrouw, die hij zich + eens zal kiezen!--Nu komt de moeder met Hermann aan de hand binnen: + zij brengt den waard onder 't oog, hoe vaak deze Hermann gezegd + heeft, zich zelf een bruid te nemen. Nu heeft hij gekozen: het + vreemde meisje. En als je hem dat meisje niet geeft, dan blijft hij + eeuwig vrijgezel! Hermann herhaalt, dat zijn hart rein en stellig + heeft gesproken. Maar de vader zwijgt en nu staat de predikant op + om iets te zeggen: + + De vader moet bedenken dat altijd het _oogenblik_ beslist, ook + wanneer langdurig overleg is voorafgegaan. De wensch verhult ons + wel eens het gewenschte, dat uit Gods hand soms in vreemde gestalte + verschijnt. Daar Hermann een brave en verstandige jongen is, heeft + de liefde hem tot man gemaakt en is over zijn lot thans + beschikt.--De voorzichtige apotheker echter biedt zijn diensten aan + om bij de vluchtelingen naar het meisje te gaan informeeren. De + vader zegt, dat hij dan maar voor zijn kinderachtige vrouw en zijn + zwakken zoon moet bukken. Apotheker en predikant--de laatste op + Hermanns verzoek--gaan naar het kamp. De verliefde Hermann rijdt + hen naar het dorp en wacht met kar en paard in de schaduw van de + linden. Hij verzuimt niet, den twee huisvrienden een nauwkeurige + beschrijving van het meisje te geven. Terwijl nu dominee met den + oudste, den arbiter van de vluchtelingen, een praatje maakt en + verneemt, hoe flink Dorothea een troep soldaten, die het op de eer + van haar en haar gezellinnen hadden voorzien, heeft afgeslagen, hoe + flink zij zich heenzet over het verlies van haar verloofde (die te + Parijs op het schavot stierf) gaat de apotheker haar + zoeken.......... + + ZESDE ZANG..... en vindt. Als dominee haar ziet, getuigt hij dat in + een zoo schoon lichaam een schoone ziel moet wonen, en gaat Hermann + waarschuwen. Deze--bekropen door de vrees dat Dorothea al verloofd + is--neemt de goede tijding nogal kalm op. Enfin, hij moet dan zelf + zijn geluk maar beproeven, meent de apotheker. + + ZEVENDE ZANG: Hermann kijkt den wagen, die de twee mans huiswaarts + voert, _peinzend_ na: en plotseling staat Dorothea voor hem. Zij + gaat water halen uit de bron. Hij helpt haar en zij lachen hun + spiegelbeelden in het water vriendelijk toe. Geboeid blijven zij op + den rand van de bron zitten en babbelen met elkaar. Zij vraagt hem, + hoe hij zonder zijn wagen hier in de buurt komt en hij, niet + durvend spreken van liefde, vertelt dat zijn moeder reeds lang een + meisje zoekt dat haar als een dochter begrijpt. En daarvoor wilt ge + mij hebben? dus helpt ze hem uit den nood. Welnu, zij vindt dat een + alleenstaand meisje liever moet dienen dan rondzwerven en volgt + hem, nadat zij van haar lotgenooten, van de kraamvrouw en de + kinderen ontroerd, afscheid heeft genomen. + + ACHTSTE ZANG: In maanlicht gaan ze saam op weg. Een menschenkenner + hadd' uit hun gesprek haar wederliefde gevoeld, maar Hermann blijft + doen alsof hij werkelijk een dienstmaagd in huis haalt. Op haar + verzoek licht hij haar in omtrent de karaktereigenschappen van haar + aanstaande meesters, en waarschuwt dat zijn vader wel eens wat + lastig is. Ze vraagt in welke verhouding ze tot hém zal staan. Hij + neemt haar hand en--voelt haar verlovingsring. Laat je hart 't je + zeggen, brengt hij uit. Als ze een hellend, met ruwe steenplaten + bevloerd pad afdalen, verstuikt ze haar voet en valt in zijn armen. + Maar hij drukt haar niet vaster aan zijn borst dan noodig is om + haar te steunen. Nu moet ze nog even op adem komen. Een onwêer + dreigt. + + NEGENDE ZANG: Intusschen zitten Hermanns ouders en vrienden + geduldig te wachten. Als het paar eindelijk binnentreedt, schijnt + de deur bijna te klein voor de hooge gestalten. Hermann stelt + Dorothea voor en waarschuwt tersluiks den predikant: ze meent dat + ze hier als dienstmaagd komt! Maar reeds heeft de waard gezegd, dat + zijn zoon een goede keus heeft gedaan, en dat het ook haar wel niet + moeilijk zal zijn gevallen, een zoo flinken jongen te volgen. Dit + klinkt haar natuurlijk als gemeene spot in de ooren: ze bloost en + barst in tranen uit. De wijze predikant doet, alsof hij haar sussen + wil: ze moet zoo'n grapje niet ernstig nemen en zich niet al te + gevoelig toonen. De list gelukt. Ze bekent dat ze zoo onaangenaam + is getroffen, omdat ze Hermann liefde toedraagt, terwijl de woorden + van den vader het haar nu onmogelijk maken, zijn wederliefde door + harden arbeid te veroveren. Ondanks de inmiddels uitgebroken + onwêersbui wil ze gaan zooals ze is gekomen. De waard ziet nu een + ongezocht kansje om toch nog een "fijne" schoondochter te krijgen + en roept barsch: Ik ga naar bed!--Maar terwijl de moeder Dorothea + vasthoudt, opent Hermann zijn hart, en bewogen omarmen de geliefden + elkaar. De waard vraagt Dorothea zacht vergiffenis voor het leed + dat hij haar heeft berokkend, en hij moet zijn tranen bedwingen + terwijl hij haar kust: de vrouwen weenen. De verstandige predikant + wil nu Dorothea den ring van Hermanns moeder aan den vinger + schuiven, en constateert met goed-gekunstelde verbazing, dat ze al + een verlovingsring draagt. Zoo dwingt hij haar, de tragische + geschiedenis van haar eersten beminde te vertellen, en hoe deze, + zijn leven voor zijn idealen op het spel zettend, haar de vrijheid + gaf, een ander rein gelukkig te maken. Zonder nu aan het idealisme + van den jonkman die vergeefs op het schavot stierf onrecht te doen, + betuigt Hermann dat hij juist in dezen roerigen tijd zijn aardsche + goederen: Eigendom, vrouw, ouders, wet en ook zijn Godsdienst meer + dan ooit trouw wil blijven. Hij hoopt dat alle Duitschers dit + zullen doen: daardoor wordt het 't mijne meer dan ooit te voren!-- + +Dit is een van de weinige groote gedichten, die Goethe zelf altijd met +genot herlas. Nog voordat het verscheen, schreef hij zijn moeder dat er +een vrouw Aja in dichtvorm op komst was. Zij vond haar portret +verrukkelijk! Een exemplaar van het epos droeg ze steeds op zak; een +ander exemplaar in groene zij gebonden, gaf ze 's Zondags aan enkele +intieme kennissen in handen, zonder het ooit uit het oog te verliezen. + +De dichter kon den vierden zang, die zooveel van zijn eigen +jongensverdriet bevat, nooit voordragen zonder dat zijn ontroering hem +totaal overmande. + + + + +XXV + + WILHELM MEISTERS LEHRJAHRE. + + +Indien wij (op het voetspoor van vele geleerden) Wilhelm Meister zouden +beschouwen als een welvoorziene collectie van brokjes zelfbeschrijving, +door Goethe ingevolge een vroeger gedane belofte verstrekt; brokjes +zelfbeschrijving, die wij hier aan de hand van dagboek-fragmenten, +brieven, mededeelingen van derden konden blootleggen, verklaren, +zuiveren van phantastische bijmengselen.... dan zou deze zedenroman +onder dusdanige behandeling misschien meer inlichtingen omtrent 's +dichters aanleg, onuitgesproken bedoelingen, toevallig of opzettelijk +verzwegen ervaringen loslaten dan zijn overig werk. + +Niet alleen wijl zijn wordingsgeschiedenis zich uitstrekt over twintig +jaren: de periode van snelle lotsverwisselingen, die na "Werther" begint +en in den tijd van Schiller verloopt. Niet alleen wijl de schrijver in +dit zeer omvangrijke en uitvoerige proza-verhaal zich door zijn strenge +stijlprincipes niet liet weerhouden van realistische "Kleinmalerei", het +te-pas-brengen van tallooze bijpersonen, die wel de aandacht van den +lezer afleiden, maar hém gelegenheid verschaffen zijn fijne, +humoristische mensch- en wereldkennis te toonen, en zich in alle stemmen +waarover hij beschikt te doen hooren. Ook niet wijl de auteur--naar +achttiend'eeuwsch gebruik--in dit boek op critieke oogenblikken zèlf te +voorschijn springt, om te melden waar hij sommige brieven of vergeelde +dagboekblaadjes heeft opgediept, of om een illuzie te verscheuren met de +glimlachend geuite explicatie, dat en waarom hij zeker intiem gesprek +maar niet woordelijk zal navertellen: Niet alleen om deze redenen +meenen wij, dat onze oogst aan biographische feiten en hypotheses +overvloedig zou zijn; maar vooral omdat wij weten dat in Goethe, toen +hij Wilhelm Meister ten deele had geschreven (vóór den Italiaanschen +tijd) een nieuw kunstbegrip overwon, in overeenstemming waarmee hij zijn +werkplan wijzigde, het reeds voltooide stuk nogal slordig omwerkte, en +daar enkele gedeelten uitlichtte, om die verderop weer in te schakelen. + +Zoo bestaat dus deze roman uit twee helften, die niet scherp gescheiden +naast elkander liggen, maar tot op nawijsbare hoogte zijn +aaneengevlochten; de eerste (geschapen onder een stuwende inspiratie) +met sprekende, niet beschreven karakteranalyse, en een doorzichtigen +verhaalgang, vol stellig omlijnde teekening, vervult den lezer "met zoet +en innig welbehagen, met een gevoel van lichamelijke en geestelijke +gezondheid"; de tweede, (bijeengegaard onder den drang van een met dat +doel gesloten contract en het niet aflatende manen van welmeenende +vrienden) paedagogiesch, betoogend, met uitweidingen en opzettelijk +aangebrachte allegorieën, die het evenwicht verbreken, die bij eerste +lezing benevelen en op dwaalpaden voeren. Twee helften, ieder een +levensblik belichamend, niet harmoniëerend, kwalijk aaneengelascht. En +juist op de nauw verborgen voegplaatsen, en op de plekken waar de +restaureerende knutselaar brokken van de eene helft heeft weggekapt om +voor kostbaarder brokken van de andere helft ruimte te krijgen, juist +dàar zouden wij leeren wat de dichter van Iphigenie en Hermann und +Dorothea vermocht en niet vermocht; juist van daar uit zou een +verreikend panorama over zijn Oeuvre ons opnieuw gegund zijn. Immers: +uit iemands fouten leert men zijn deugden kennen (zoo luidt, met een +kleine wijziging, de moraal van Wilhelm Meister). + +Doch gelukkig de steller van deze bladzijden, die Wilhelm Meister heeft +genoten, voordat het hem inviel zich aan zulk vergelijkend onderzoek te +begeven! en die (met Schiller) kan verklaren dat deze roman, door de +inwerking van het schòone, een zedelijke crisis bij hem heeft te +voorschijn geroepen. Want niets bederft het boek zoo grondig als de +hier geschetste napluis-methode, ... hoe zeer ze ook, volgens sommige +vermaarden, het intellectueel genot moge verhoogen. + +De argelooze lezer, die eerst ondergaat en vervolgens misschien +onderzoekt, heeft niet veel hinder van allerlei passages, welke het +critiesch vernuft misplaatst acht. Want voor zoover deze gedeelten niet +op zich zelf bekeken schoon zijn, of boeien door hetgeen er aan +voorafgaat, stemmen zij den lezer dankbaar door de wijsheid die er in is +neergelegd: als ons gevoel is verzadigd of verstrooid, geniet ons +intellect. In een van zijn "tamme Xeniën" beantwoordt Goethe het +verwijt, dat zijn werken zooveel onbeteekenende verhaaltjes bevatten, +door te beweren dat die verhaaltjes de functie vervullen van +leesteekens. Wie ooit is ingesluimerd bij eenig beroemd brok modern +beschrijvend proza, en toen is gaan twijfelen aan de zuiverheid van zijn +kunstgevoel; daar toch ieder woord, ja het geringste accentje van gezegd +brok proza juist en prachtig is; díe is op weg om te beseffen de +eminente waardij van de "leesteekens" welke Goethes proza bevat. En in +Wilhelm Meister hebben al die leesteekens een eigenaardigen, kunstig +gekozen toon, waardoor de lezer, wachtend op de dingen die komen, voor +die dingen wordt ontvankelijk gemaakt, waardoor hem tevens het idee +wordt bijgebracht, dat er tijd verloopt tusschen twee bepaalde +voorvallen. Ziedaar bijvoorbeeld de beteekenis van de "_Biecht eener +schoone ziel_" die de twee helften der roman verbindt: De +zielsgeschiedenis van Freule von Klettenberg (door Goethe uit enkele +gegevens intuïtief na-geschapen) brengt practiesch werkzamen +godsdienstzin in het verhaal, introduceert nieuwe menschen, en houdt den +lezer op passende wijze bezig, terwijl in den held "de groote +geneesmeester", de tijd, toetast. + + Wilhelm Meister, rijk koopmanszoon, op het kantoor van zijn vader + werkzaam, haat zijn beroep en wil zich wijden aan de kunst, + speciaal aan de tooneelkunst. Hij is altijd in theaters te vinden, + heeft een liaison met Marianne, een gevierde actrice, met wie hij + wil vluchten. De vader ontwerpt een groote zakenreis voor hem, + hopend dat deze zijn handelsgeest zal ontwikkelen. Een klant heeft + een paard aangeboden ter afdoening van een vordering die de firma + op hem heeft: Wilhelm zal het halen. De dochter van dien klant + blijkt aan den haal met den acteur Melina en op den terugtocht + treft Wilhelm de voortvluchtigen aan, geboeid, door soldaten + geëscorteerd. Hij weet den gevangenen allerlei hinderlijke + formaliteiten te besparen, en merkt dat Melina een zeer lagen dunk + heeft van het tooneelspelersberoep. Niettemin doet hij bij de + ouders van het meisje een goed woord voor hem en het huwelijk wordt + beklonken. + + Thuisgekomen, wordt hij door een collega voor Marianne + gewaarschuwd, doch hij blijft op haar vertrouwen, ook als ze niet + zijn echtgenoote wil worden, en op den avond, voor de vlucht + bepaald, zegt ongesteld te zijn. Hij pakt een halsdoek van haar mee + om dien nacht toch iets van de geliefde te bezitten. Onderweg + ontmoet hij muzikanten, hij laat ze bij Marianne's venster spelen, + hij droomt daarbij, niet vermoedend dat zij op dit oogenblik bezoek + heeft van den rijken wulpschen Norberg. Hij kust haar drempel, en, + zich voor het laatst omkeerend, ziet hij een man uit haar huis + sluipen, gelooft echter dat dit een spooksel is van zijn + overspannen verbeelding. Op zijn kamer wil hij de gekaapte halsdoek + zoenen en er valt een briefje van Norberg uit, dat hem beter + inlicht omtrent Marianne's bezoeker. + + Na langdurige ziekte gelooft hij zich een ander man, verbrandt zijn + gedichten en al wat hem aan de kunst of aan Marianne herinnert. Hij + wil nu een ijskoud koopman zijn en jarenlang koestert hij dien + waan. Hij onderneemt eindelijk de groote zakenreis: en + onophoudelijk vestigt zijn aandacht zich op het tooneel, totdat hij + Melina ontmoet, die hem geld ter leen vraagt, teneinde er een stel + verpande requisiten mee op te koopen, en een eigen troep saam te + stellen. Indien niet de vriendelijkheid van de toonelisten en de + verlokkelijkheden van de actrice Philine hem aan den troep, tot + welks vorming hij zooveel heeft bijgedragen, hadden gebonden, dan + zou hij toch de gelegenheid om als artistiek leider op te treden + hebben aangegrepen. De liefde van de als jongen gekleede Mignon, + die hij uit de handen van een wreeden kunstemaker redt, en die hem + nu als een vader beschouwt; de aantrekkingskracht van een ouden + harpspeler, wiens liederen hem ontroeren, en die hij tegen de harde + wereld wil beschermen, dragen hiertoe veel bij. Het gezelschap + speelt eenigen tijd op het slot van een baron. De conversatie met + de ontwikkelde lieden die daar verkeeren roept zijn geestdrift voor + de hooge-kunst weer wakker, vooral als majoor Jarno hem op + Shakespeare wijst, welke dichter zijn gevoel vaster maakt en hém + meer tooneelspeler dan ooit. Hij besluit, den handel vaarwel te + zeggen. + + Nadat in een korte, warme scène gebleken is hoe de vrouw van den + baron hem bemint, trekt hij voort met zijn troep, die door roovers + wordt overvallen en geplunderd. Hij, die zich met nog slechts één + kunstbroeder heeft te weer gesteld, ligt zwaar gewond aan den weg, + liefderijk verzorgd door Mignon en Philine. Een edele dame met + reisgezelschap rijdt voorbij: zij doet hem door een heelmeester + verbinden en als hij tot bewustzijn komt, meent hij in haar iets + heiligs te zien. Terwijl hij geneest, maakt hij plannen om zijn + goede helpster te zoeken, doch de onmogelijkheid hiervan ziet hij + weldra in. + + Nu tracht hij de leden van zijn troep--wier lafheid hij intusschen + heeft leeren doorzien--bij een bevriend directeur, Serlo, onderdak + te brengen. Hij hoopt Serlo te bewegen tot het opvoeren van + Shakespeares drama's. Deze neemt dit aan, mits Wilhelm zelf als + acteur toetreedt: hij zal de leiding hebben van de + Hamlet-opvoeringen. Hij maakt studie van Hamlet--levert de beste + beschouwingen die ooit over dit treurspel geleverd zijn--en de + opvoering er van slaagt buiten verwachting. Maar na de eerste + successen neemt zijn enthousiasme af, onder den invloed van het + materiëele werk, aan zijn nieuw beroep verbonden, van het weinige + begrip dat het publiek blijkt te bezitten, van de karakterloosheid + zijner kunstbroeders: Nu komt hij in Melina's vaarwater. Welke + richting zal hij inslaan? zal hij een levend-doode pessimist + worden?[A] + +[A] Deze regelen waren reeds geschreven, toen ik van uit Zürich +telegrafiesch de mededeeling ontving, dat door een held(!) van de +wetenschap, door "Gymnasial-professor" Dr. Billeter het manuscript is +_ontdekt_ van Wilhelm Meister (tot zoover hier door ons geresumeerd), +zooals het vóór de omwerking luidde. Wij konden het Ms. niet raadplegen +en onze beschouwingen houden er dus geen rekening mede. + +Hier eindigt het gedeelte van den roman, dat wij in bovenstaande +uiteenzettingen "de eerste helft" noemden. Wilhelms lot heeft een zeer +verrassenden keer genomen, en wie hem van nabij kent, verwondert er zich +over dat hij, die zooveel liefde voor het tooneel toonde, niet blijft op +de planken, waar hij succes beleeft, ook al zijn er factoren die hem +ontnuchteren.... + +Na van onze inleidende beschouwing kennis te hebben genomen, vermoedt de +lezer reeds dat Goethe aanvankelijk van plan was, Meister in de +beoefening en de bevordering van de tooneelkunst zijn levensdoel te doen +vinden. Terecht! de roman was destijds sprekend getiteld Wilhelm +Meisters zending als acteur ("theatralische Sendung"). De strijd: +staatsman of kunstenaar? die zich in Goethe vóor zijn vertrek naar +Italië voltrok, was er in verbeeld--op een eenigszins ander terrein +overgebracht. Toen kwam voor hem de ontstellende en daarna rustgevende +zekerheid, dat hij nooit schilder zou worden, terwijl hij daar toch +zooveel jaren op had gehoopt, daar zoo volhardend voor had gewerkt. Een +man met zuiver gemoed en kloek verstand kan dus tot op rijpen leeftijd +een roeping voelen, die zijn roeping niet is; maar door de dwaling moet +hij toch altijd tot iets goeds komen! Dit is een van de lessen, die +Goethe uit dit geestesavontuur trok. En hij wilde zijn romanontwerp +pasklaar maken om deze wreede doch leerrijke ervaring te belichamen. + +Goed, maar er is een groot verschil tusschen Wilhelm en Goethe: Wilhelm +heeft overweldigend succes als tooneelist, Goethe mislukt als schilder. +Geen nood! Wilhelm was in staat, den Hamlet zoo heerlijk te vertolken, +wijl hij zelf was een angstige, zoekende, twijfelende Hamlet, en slechts +zich zelf had te geven. Hij was als tooneelspeler _slechts naturalist_, +nabootser van de natuur (d. w. z. van hetgeen hem de natuur leek). Iets +nieuws vrij scheppen kan hij immers niet. Hij is geen hoog kunstenaar, +doch een rijk-begaafd, gevoelig man, een van de soort die zich +onmogelijk maakt door den artist uit te hangen, maar die het in goede en +bevredigende daden toch ver kan brengen. + +Nu komt een eind aan den innerlijk-logischen samenloop van zijn +lotgevallen. Goethe, meer en meer theoreticus geworden, zal hem +beleeraren: + + Door een behendig ingevoegd toeval gaat over zijn verleden + eensklaps een nieuw licht op: nu blijkt dat een bond van edele + menschenvrienden, die zich ten doel stelt, veelbelovende + jongelieden in 't geheim moreel te steunen, van beginne af zijn + schreden heeft bewaakt en hem menigmaal een teeken heeft gegeven, + dat hij wel niet kon vatten, maar dat toch zijn gedachten "schwül" + maakte. (Soortgelijke Bonden met onbestemd-humanitaire strevingen + bestonden op het eind van de achttiende eeuw; Goethe zelf was + sedert 1870 met hart en ziel vrijmetselaar). Op het slot van + Lothario komt Meister met dezen "Bond van den toren" in aanraking, + en hij krijgt op zijn aanleg een beteren kijk. Hij had zich naar + dit slot begeven, om Lothario een afstraffing toe te dienen, voor + het vele leed dat deze aan Aurélie, Serlo's zuster, zou hebben + berokkend; hij heeft haar dit bij haar sterfbed beloofd, toen hij + de zorg op zich nam voor den kleinen Félix, dien hij voor een zoon + van Aurélie en Lothario houdt. Hij keert naar zijn woonplaats terug + om Félix en Mignon te halen en zijn tooneelrelaties af te wikkelen: + en nu deelt de oude Barbara--die eens zijn Marianne diende en + beheerschte--hem onder aanvoering van bewijsstukken mede, dat + Marianne hem nooit ontrouw is geweest, door zijn ontrouw ten doode + werd gekweld en dat de kleine Félix is ... zijn eigen zoon. In den + toren van het kasteel wordt hem nu met plechtige ceremoniën + verklaard dat zijn leertijd is afgeloopen, en hij ontvangt er zijn + "leerbrief", die de lessen uit zijn verleden bevat. Hij mag den + geheimzinnigen "Abbé", die de plechtigheid leidt, een vraag stellen + en nu uit hij de vrage die hem het meest op 't hart ligt. Niet: Hoe + zal het mij nu verder gaan of iets dergelijks; maar: Is Félix + werkelijk mijn zoon? Hieruit blijkt dat zijn leertijd werkelijk is + volbracht. De natuur zelf heeft hem den vrijbrief gegeven; hij + bekommert zich meer om zijn kind dan om zich zelf. + +Wij zullen Wilhelm niet volgen in de vele leerrijke verwikkelingen, die +hem op een beter leven moeten voorbereiden. Wij laten het den lezer +over, door te dringen in de aandoenlijke geschiedenis van Mignon en in +het geheim van den rampzaligen harpspeler, dat zich mét het hare +ontsluiert. Wij zien den held, van vele lieve vrienden verlaten, met +zijn zoon aan de hand de wereld in trekken: met den ontluikenden Félix +die hem duidelijk maakt hoeveel hij nog heeft te leeren, en hoe hij met +name blind is geweest voor de natuur, die den jongen steeds nieuwe +vragen ingeeft. Wij verlangen naar het samenspel van deze twee +levensharmoniën; wij wenschen dat de zoon een man, en dat de vader, tot +nog toe in den greep van de omstandigheden, nu werkelijk een vrij Held +zal worden...... + +Dit geschiedt in de "_Wanderjahre_", die wij hier niet zullen bespreken, +omdat bespreking in klein bestek, tengevolge van de deerlijke +verstrooidheid waaraan deze roman lijdt, onoverkomelijke moeilijkheden +oplevert. Het zou dan allereerst noodig zijn, de talrijke kleine +vertellingen, die Goethe door het boek heeft gezaaid omdat zijn uitgever +om copy verlegen was, zorgvuldig van het geheel te scheiden. Het is ons +natuurlijk allerminst onbekend, dat er critici zijn, die in de +onmiskenbare sporen van decadentie, onverschilligheid en, in een man als +Goethe, onechte romantiekerigheid van de Wanderjahre blijken van +hyper-genialiteit met den vinger weten aan te wijzen; doch ons oordeel +houdt stand tegenover hun vernuft. + +In den Faust zal de lezer den ideëelen ondergrond van de Wanderjahre in +sterkeren kunstvorm aantreffen. + +Men heeft heel wat papier volgeschreven om het volslagen gebrek aan +esthetische eenheid in den roman Wilhelm Meister te demonstreeren. +Overbodige moeite! De aangeklaagde bekent: immers Goethe geeft toe dat +deze roman is een alleronberekenbaarst product, waarin men vruchteloos +naar een kern zoekt, en welks sleutel de schrijver zelfs niet bezit. +Maar, laat hij in een gesprek met Eckermann op deze bekentenis volgen: +is het dan niet genoeg dat ik mijn lezers een rijk stuk leven van nabij +laat zien? Het gewone leven heeft toch ook geen tendenz; een tendenz +bestaat slechts voor het verstand. Deze redeneering echter gaat in dit +geval maar ten halve op. + +Inderdaad, een roman behoeft niet aan de strenge eischen van soberheid, +eenheid, concentratie te beantwoorden, waaraan een voortreffelijk drama, +zeg Iphigenie, voldoet. Roman en drama zullen een zelfde stuk leven niet +op de zelfde wijze aanvatten; de roman geeft meer détail, meer +achtergrond, uitvoeriger bespreking van de wisselwerking tusschen +karakter en omstandigheden, dan het drama. + +Nu staat dit vast: niet alle personen en toestanden die wij ontmoeten +spelen in ons leven een nawijsbare, ingrijpende rol. In verband met +onzen aanleg kan hun taak wel eens deze zijn: ons voorbijgaand of +langdurig bekoren, ons voor een poos van onzen levensweg verwijderen. Er +is niets tegen, dat met het bestaan en de inwerking van zulke personen +of omstandigheden in het levensrelaas van een romanheld rekening wordt +gehouden. Nog sterker: Iemands leven kan een ononderbroken dwaling zijn; +iemand kan een werkelijk groot man wezen en lijden aan deze eene +tragische fout: dat hij zijn dienaren niet weet te kiezen. Deze fout zal +zijn levenswerk verijdelen. Het leven van zulk een groot man zou het +onderwerp kunnen uitmaken van een roman, waarin de held onverstoorbaar +zijn idealen hoedt en van de zelf-gekozen belagers niets merkt: ze gaan +buiten zijn levenskern om, die toch het aandachts-centrum in het boek +vormt. Maar ook in dit geval--een uiterste!--behoort het feit dat +sommige, dat véle personages buiten de hoofdhandeling staan tot.... de +hoofdhandeling. En deze dieper liggende eenheid moet op een of andere +wijze voelbaar worden. Natuurlijk, slechts een wijs en talentvol auteur +brengt dit tot stand.... + +Maar nu is verklaard, waarom ons stijlbeprip niet al te hevig in verzet +komt, ook al bespeuren wij dra, dat in de eerste helft van Wilhelm +Meister, stylistiesch geoordeeld, veel te veel ruimte wordt besteed aan +de schildering van enkele op zich zelf kostelijke en onvergetelijke +figuren; als daar zijn: de snaaksche, volstrekt zedelooze en toch +zedelijk charmante tooneelspeelster Philine; het onvergetelijke +zondekind Mignon; de grijze, vloekbeladen harpspeler. Deze figuren staan +buiten de hoofdlijn, maar op de gevoelens en de stemmingen van den held, +die (men zal het bij eenig nadenken toegeven) mede zijn lot bepalen, +hebben zij vaak leidenden invloed, en zoo dragen zij toch _indirect_ tot +de handeling bij. Wij zijn Goethe ten zeerste dankbaar voor de +kennismaking die hij ons met deze buitengewone menschen veroorlooft: zij +leven jaren nadat wij den roman opzij hebben gelegd nog als gewaardeerde +kameraden in ons gemoed. Bovendien beschijnen zij de vaak prozaïsche en +ietwat gekunstelde achttiend'eeuwsche atmosfeer, waarin Wilhelm ademt, +met een vaag licht, dat zweemt uit een nauwelijks vermoede wereld. En +wij vragen ons af, waarom de schrijver zijn phantastischen held niet in +deze andere wereld deed leven, die toch beter bij hem past? Deze vraag, +die, essentiëel genomen, voor ons alle een levensvraag is, beantwoorden +wij, naarmate onze ervaring van jaar tot jaar toeneemt, steeds +nauwkeuriger en afdoender. Want dit (het zij terloops vermeld) is een +schoone kwaliteit in dezen roman: de ontluikende jongeling, de rijpe +man, de moede grijsaard vinden er ieder voor zich hun levenservaring in +bevestigd. Ziedaar de beteekenis van Goethes onbevangen blik op de +menschen en van zijn "niemand bemoraliseeren", gelijk moeder Aja het hem +heeft ingeprent. Hiermede hangt het "volslagen gebrek aan eenheid" dat +wij bespraken ten nauwste samen. En hier ligt dan de aanleiding tot den +vaak herhaalden dooddoener, dat Wilhelm Meister is een onzedelijk boek, +of (zooals de mystieke Novalis zegt) een moreel-ongodistiesch boek; een +aantijging die voor zich zelf spreekt...... + +Maar nu schieten wij op in het tweede gedeelte, en wij bespeuren daar +wel degelijk een tendenz, al heeft de schrijver die, wie weet hoe +onbewust, met groot talent verhuld. Deze strekking vergoedt, zooals wij +reeds opmerkten, de vele benevelende uitweidingen. Doch waar de +gebeurtenissen zich al spoedig onvermijdelijk groepeeren om een vaste +ontwikkelingslijn, juist dàar kwetst het invoeren van enkele tamelijk +overbodige personages en voorvallen ons stijlgevoel. En op dit gedeelte +laat zich Goethes redeneering ook bezwaarlijk toepassen. Of........ + +Of moeten wij aannemen, dat de schrijver (die in de teekening van de +karakters hoogst zelden zijn eigen meening als zoodanig mengt) op deze +wijze heeft willen aanduiden, dat Wilhelm zelf, nadat zijn eerste +hartstochten zich hebben gelegd, en de warmte van zijn gevoelens is +gedaald, nadat hij voorloopig tot inkeer is gekomen, de dingen +tendentieuzer ziet dan voorheen, ze meer rechtstreeks met zijn eigen +levensloop in verband brengt, en daardoor sommige personen, wier nut +voor zijn levensloop twijfelachtig schijnt, minder warm in zijn gemoed +sluit? + +Dit zou de uiteenloopende kleuring van beide romanhelften begrijpelijk +maken. En men neigt tot zulke opvatting, als men ervaart dat Goethe in +die Wahlverwantschaften de handeling veel sterker concentreert, de +nevenpersonen en de uiterlijke omstandigheden nauwelijks aanduidt, en +dit dan hieraan toeschrijft: Dat hij dàar met grootdeels gevormde +karakters heeft te doen, die, als hun intiemste heil gemoeid is, meer op +zich zelf rekenen en letten dan op anderen. + + + + +XXVI + + Nun weint die Welt, und sollten wir nicht weinen? + EPILOG. + + +Nadat hij vrouw en kind aan zijn moeder had voorgesteld en nogmaals een +reis naar Zwitserland had gemaakt, bleef hij een tiental jaren vreedzaam +in Weimar. Hij werd gemakzuchtig, ging zelden uit, en onderhield slechts +met enkele vrienden conversatie. Hij nam équigage en had er liefhebberij +in, zelf de paardenmarkt te bezoeken. Overigens maakte hij zoo weinig +beweging, dat hij tamelijk corpulent werd. Een neiging om zijn +lichaamskracht te sparen, teneinde ongestoord zijn drukken geestesarbeid +te kunnen voortzetten, was over hem vaardig. Hij onderwierp zich zoo +stipt mogelijk aan de dag-indeeling, die hij zich had voorgeschreven. +Hij stond om zeven uur op en werkte tot elf onafgebroken. De morgenuren +waren hem altijd het vruchtbaarst, terwijl een man als Schiller 's +nachts dichtte, zijn brein verhittend met champagne. Om elf uur +gebruikte hij een kop chocolade en ging dan tot twee aan den slag. Dan +kwam zijn kleine August dikwijls onder zijn venster, en mocht happen +naar een stuk taart, dat zijn vader aan een koordje liet zakken: sinds +ze samen naar Ilmenau waren geweest droeg de jongen een mijnwerkerspak. +Om twee uur middagmaal: gewoonlijk eenige vrienden aan tafel of een paar +acteurs, met wie hij over tooneelzaken had te spreken. Hij at +overvloedig en beperkte zich daarbij, hoewel van huis uit een zoetekauw, +tot ernstige, zware spijs. Hij nuttigde twee of drie flesschen lichten +rijnwijn per dag: voor dien tijd niet veel, voor een Rijnlander bepaald +weinig. Langdurig behartigde hij de belangen van zijn maag, hield +opgewekte, uitbundige tafelgesprekken. In den namiddag ontving hij +bezoeken in verband met de vele leidende functies die hij bekleedde, en +tegen den avond begaf hij zich vaak naar den schouwburg; men begon +toentertijd veel vroeger te spelen dan thans. Van acht tot negen souper, +waarbij hij wat groente en wat fruit gebruikte. Om tien uur bedtijd; men +zegt dat hij een talentvol slaper was. Hufeland, de ook thans nog om +zijn Langleefkunst bekende arts, weet te berichten, dat Goethe een +"prachtige" spijsvertering bezat, en zich in een even prachtige +bloedvorming verheugde. + +[Illustratie: GOETHE-SCHILLER GEDENKTEEKEN] + +Hij bemoeide zich in die dagen met velerlei dingen: Als leider van het +tooneel te Weimar spaarde hij geen arbeid om den smaak van het publiek +te louteren, om den aanleg van zijn spelers te veredelen. Sedert 1800 +werd hij hierin terzijde gestaan door Schiller, die door den hertog in +staat was gesteld, zich geheel aan het Duitsche drama te wijden. Enkele +jaren daarop stichtte hij een tooneelschool, met aanvankelijk een dozijn +jonge leerlingen; die school bezat maar één leeraar: Goethe, de +directeur. Bij den aanbouw van een nieuw theater betoonde hij zich een +zoo handig architect, dat de hertog hem halsstarrig in den aanbouw van +een nieuw paleis bleef betrekken. Langzamerhand kreeg hij daarbij alle +draden in handen, en mengde zich ten slotte in de arbeidsvoorwaarden van +de werklieden: hij schafte de ploegbazen, die zich een deel van de +loonen toeëigenden, af, en nam de arbeiders rechtstreeks in dienst. + +Hij liet nu ook zien dat hij nog iets anders kon als Xeniën brouwen. Hij +bracht herhaaldelijk het werk van jonge schilders op tentoonstellingen +bijeen, schreef voor hen prijskampen uit; en de onderwerpen, die hij +jongen kunstenaars opgaf, getuigen dat hij waarlijk niet alleen de +richting die hem persoonlijk lief was beschermde. Toch trachtte hij +eenheid te brengen in de verschillende kunststrevingen, die hij om zich +heen zag opkomen; maar slechts in zooverre als hij eischte dat ieder +kunstenaar in zijn soort echt gevoel en kundige phantasie uitte. Bij de +beoefening van de theoretische schoonheidsleer--een wetenschap, die hij, +na den vroegtijdig overleden Winckelmann, gemàakt heeft--vond hij een +heerlijken steun in den Zwitserschen schilder Heinrich Meyer, met wien +hij reeds te Rome vriendschap had aangeknoopt. Deze man met zijn +eenvoudig en trouw karakter, met zijn helder verstand en zijn groote +ontwikkeling (wij kunnen hem hier helaas geen recht doen wedervaren) +woonde herhaaldelijk bij hem in, verzamelde gegevens voor het boek over +Italië, dat hij noch steeds wilde schrijven, en voor zijn ander boek +over _Winckelmann en zijn eeuw_. Zelden ontmoette hij iemand die hem uit +korte aanduidingen zoo goed begreep, ook den dichter in hem. Met hem +redigeerde hij zijn kunst-wetenschappelijk tijdschrift "_Die Propyläen_" +dat echter maar weinig succes had, ondanks zijne en Schillers +doorwrochte bijdragen weinig invloed oefende, na twee jaar ter ziele +ging en den uitgever op een gevoelig verlies kwam te staan. + +Hij kocht zich een landgoed en deed minder aangename ervaringen als +grondbezitter op, zoodat hij blij was, het ten slotte van de hand te +kunnen zetten. + +Veel zorg baarde hem de universiteit te Jena: Pruisen wist door +schitterende aanbiedingen zijn beste hoogleeraren weg te lokken, en ook +de _Litteraturzeitung_, een invloedrijk blad, dat door die professoren +werd beheerd, en dat veel goed deed aan den naam van de universiteit. +Met koortsigen ijver, zijn toch reeds ziekelijk gestel ondermijnend, +streed Goethe voor de stichting van een nieuwe Litteraturzeitung; de +"echte", die hij zelf met groote opofferingen redigeerde, enkel en +alleen om den roep die van Jena uitging te handhaven. + +Hij wist wel dat dit alles niet bevorderlijk was aan zijn poëzie, maar +hij troostte zich met de verwachting, dat ook uit deze ervaringen wel +iets goeds zou groeien. Zijn "Natürliche Tochter" werd bij stukken en +brokken voltooid. Rustig zette hij, daarin door Schiller bijgestaan, +zijn wetenschappelijk onderzoek voort, steeds in lange gesprekken +allerlei geleerden raadplegend. Zijn groote Kleurenleer, die in 1810 +gereed kwam, beslaat vijftienhonderd bladzijden druks. Al wat er sedert +de grijze oudheid over dit onderwerp was verschenen had hij aandachtig +bestudeerd, en in onderling verband doorzien; het historische gedeelte +van zijn kleurenleer is een voorbeeld van wat een geschiedenis van +beschaving en wetenschappen zou kunnen zijn. + +Maar zijn populariteit werd er niet grooter op. De zware massa's +ervaring, die hij in zijn uitdrukkingen steeds sterker concentreerde, +maakte dat zijn werk slechts voor weinigen geheel toegankelijk bleef. +Hij wist dat en zei het openlijk: mijn zaken kunnen niet populair +worden. Zijn teruggetrokkenheid, zijn princelijke manieren, zijn +bevelende houding, waarvan men wel voelde, dat hij ze niet zou nalaten +indien hij eens minder hoog ware geplaatst, maakten hem gehaat bij +degenen die niet konden verdragen dat zij geestelijk zijn minderen +waren. Slechts enkele uitverkorenen werden gedoogd in den kring van +intellectueelen, in wier midden hij voordrachten hield over kunst- en +natuurwetenschap. Toen b. v. de blijspeldichter Kotzebue aan het hof +werd ontvangen zei hij: Ja, wel aan het wereldlijke hof, maar niet aan +het geestelijke! Kotzebue trachtte zijn ongenoegen te luchten door +Schiller tegen hem uit te spelen en een speciale Schiller-vereering met +zwaar-allegorische feestelijkheden op touw te zetten. Hij vond +medestanders in overvloed, ook onder de dames die kort te voren nog tot +Goethes kring behoorden. Schiller besloot zich ziek te houden. Maar +Goethe, met een ziekte onder de leden, barstte in woede uit, jammer +genoeg. Kotzebue had daar veel pleizier van, ook al werd het feest, men +zegt door Goethes ingrijpen, van hoogerhand onmogelijk gemaakt. + +Nauwelijks had Goethe het scheiden van de achttiende eeuw vroolijk +gevierd, of hij werd ernstig ziek. Hij verkeerde meermalen in +doodsgevaar, en hij moest dagenlang blijven staan om adem te kunnen +halen. Een halsgezwel, dat zich over de wang voortzette, hield zijn +linkeroog gesloten. Vijf etmalen lag hij buiten kennis. Men vreesde dat +hij een beroerte zou krijgen. Toen kwam in velen, die hij had gekwetst +of op een afstand gehouden, de vriendschap weer boven. De hertog nam een +werkzaam deel in zijn verpleging, en rustte niet voordat de doctoren die +hij hoog stelde om het ziekbed stonden. Ook vrouwe Von Stein had +medelijden met haar voormaligen vriend, die misschien in de vergiftigde +omgeving van "dat mensch" zou sterven. Maar dat mensch verzorgde hem, +gelijk geen ander het had kunnen doen, en toen hij, eindelijk door de +crisis heen, haar, zijn "lieve kleine", en zijn zoon ontwaarde, schoten +de tranen hem in de oogen. Van toen af besloot hij, haar ondanks alle +tegenwerking in de wereld te doen erkennen. Tot groote ergernis van +vrouwe Von Stein, die hij zijn dank voor de betoonde belangstelling liet +overbrengen, vertoonde hij zich met Christiane en kind in een open ar, +en bij verschillende feestelijkheden aan het hof liet hij haar +meegenieten; toen nu de kleine August mét den hertog in een +allegorischen optocht een rol had gespeeld, bleef tegenbezoek van de +vorstelijke familie niet uit. En meer en meer kreeg Goethe de lijderes +lief, die hem nog vier kinderen baarde, welke tot zijn grenzelooze smart +òf dood ter wereld kwamen, of spoedig na hun geboorte stierven. + +Er was groote toeloop van vrienden bij zijn herstel. Zijn huis bleef een +tijdlang vol gasten: de boter werd bij vaten tegelijk betrokken, en dit +in een tijd, toen zijn zuinige vrouw zich wel eens behielp met een japon +van moeder Aja, die dan "zoo goed als nieuw" heette. Hij had nu +gezelligheid noodig, want hij was zeer prikkelbaar geworden, wond zich +op bij zijn werk, kon niet lang achtereen thuis blijven. In zijn +zwaarmoedigheid benijdde hij Herder, zijn kwelgeest, die zoo pas +begraven was. Hij sloot zich in die dagen nauw aan bij Riemer, den +huisonderwijzer van zijn zoon, een zeer kundig man, later tot +hoogleeraar bevorderd, en beroemd geworden om zijn "Mededeelingen over +Goethe". Nog grooter voldoening beleefde hij aan zijn omgang met den +gebrilden metselaarsbaas-componist Zelter; deze was de eenige, die +sedert zijn terugkeer uit Italië verlof kreeg, hem met "du" aan te +spreken. Zijn grootste vertrouweling: fijngevoelig maar--en dit deed +Goethe zoo goed--verre van sentimenteel; een kernachtige volksman, "een +heerlijk man", als men zich maar eenmaal over zijn weinig sympathieke +verschijning (Goethe had het land aan brillen) had heengezet. Zelter +werd zich door zijn aanraking met Goethe pas goed van zijn gaven bewust, +die hij altijd voor zich en zijn naasten verborgen had gehouden, maar +die de profeet van Weimar tot zijn verwondering terstond raadde. De +correspondentie tusschen deze twee mannen is een zoo onverholen +uitwisseling van teedere gevoelens en benamingen, dat hij die--de +briefschrijvers niet kennend--ze inziet, op menige bladzij waant, een +zoete liefdeshistorie te lezen. Dit heeft in onzen tijd geleid tot +onderstellingen, die op de reinheid en op de cultuur-historische kennis +van de onderstellers een eigenaardig licht werpen. + +Allerlei mannen en vrouwen, die meenden met kunst of wetenschap ook maar +iets uitstaande te hebben, trachtten, als ze in de buurt van Weimar +kwamen, natuurlijk tot de bezienswaardigheid Goethe door te dringen. Zoo +o. a. Madame du Stael, die toen haar boek over Duitschland schreef en +meende dat geen groot man in staat zou zijn, haar nìet te ontvangen. +Goethe ontweek haar, maar bezweek ten slotte voor haar aandrang, waarbij +ze haar vrouwelijk charme ook liet spreken. De ruim twintigjarige +dochter van Maximiliane Brentano, de zonderlinge Bettina, had een +merkwaardige hoogachting voor hem opgevat: aan zijn moeder, die haar +veel over haar beroemden zoon sprak, vertelde zij dat ze, als Mignon op +Wilhelm Meister, verliefd was op Wolfgang, en dat ze in jongenskleeren +naar Weimar wilde trekken. Bij haar eerste bezoek aan hem, wilde ze.... +op zijn schoot inslapen. Goethe verdroeg haar verregaande en +compromitteerende dwaasheden eenigen tijd met grootmoedig geduld, maar +hij moest haar de deur wijzen, toen ze zich tegen Christiane +onbehoorlijk gedroeg. Zij is hem steeds blijven aanbidden, ontwierp +later een standbeeld van hem, en schreef een boek over Goethe, zijn +"Briefwisseling met een kind(!)", dat op zich zelf beschouwd wel +romantiesch bekoorlijk is, maar voor den critischen geschiedschrijver +toch zeer verdacht en ten slotte verfoeilijk wordt, als hij bedenkt dat +dit boekje niet brieven maar vrije bewerkingen van brieven geeft, en +wemelt van malle beweringen, leugenachtige voorstellingen, verdraaiingen +van feiten. Het zal wel lang duren, voordat de minder critische, de +valsch-gevoelige publieke opinie zich ten opzichte van Bettina zal +hebben gewijzigd...... + +Sommige bezoekers werden intusschen met blijdschap ontvangen: Goethe kon +zeer beminnelijk zijn, wat bij zijn stijve manieren en zijn ernstige +zwarte kleeding sterk opviel. Maar onsympathieke kijkers behandelde hij +uit de hoogte: hij dwong ze urenlang over het weer te praten of hij +bespotte ze met lijdelijk verzet, zooals bijvoorbeeld dien Engelschman, +die zich had aangemeld om "Goethe te zien". Nadat deze ontvangen was met +het gewone: "Ik vraag verlof, U den Geheimraad Goethe voor te stellen", +werd hij overbluft met de kalm geacteerde mededeeling: "Zoo ziet u me +van voren, zoo van opzij, zoo van achteren.... en kan ik U nu nog verder +van dienst zijn?"--Dergelijke bezoekers, als ze niet zeer scherpzinnig +waren, strooiden natuurlijk praatjes over hem rond, verkondigden dat hij +geen hart had, en alleen voor standbeelden nog iets kon voelen. En ook +zij hebben tot de vorming van Goethes reputatie bijgedragen! + +Na de mislukking van zijn Eugénie raakte hij aan het kwakkelen, maar hij +verdroeg zijn pijnen kalmer dan te voren. Begin 1805 kreeg hij het +voorgevoel, dat òf hij of Schiller spoedig moest sterven. En nauwelijks +was Christiane, die hun zoon een eindweegs naar Frankfort zou geleiden, +afgereisd, of ze moest in allerijl terug: Goethe was ingestort. Hij leed +nu aan een byzonder pijnlijk nierkoliek, en men kon hem van uit de verte +hooren schreeuwen. Nauwelijks echter was voor hem het doodsgevaar +geweken, of de uitgeteerde Schiller werd bedlegerig. + +Goethe, zijn voorgevoel bevestigd vindend, durft hem niet bezoeken. Met +betraande oogen rent hij in zijn tuin heen en weer; heeft hij zich in +zijn kamer opgesloten, dan hoort men hem snikken. Een oogenblik schijnt +het alsof de vrienden elkaar zullen behouden. Maar als Goethe goed op de +been is, sterft Schiller, die niet meer kan spreken of schrijven, snel +af. Men durft Goethe niet zeggen dat zijn tien jaar jongere vriend niet +meer is. Meyer vlucht het gastvrije huis uit, vreezend dat hij zijn +verdriet ontijdig zal verraden. Goethe denkt nog dat Schiller ziek is, +en ligt 's nachts op zijn kamer te huilen. Maar den volgenden ochtend +voelt hij uit den eigenaardigen nadruk die Christiane op de uitdrukking +"zeer krank" legt, dat hij niet meer mag hopen. Hij durft het stoffelijk +overschot niet zien: "Zoo'n vernieling!" roept hij uit, als men 't hem +vraagt. Hij gelooft dat het nu met hem gedaan is. De helft van mijn +leven weg! schrijft hij aan Zelter. In zijn wanhoop tracht hij Schillers +_Demetrius_ te voltooien, om tenminste nog geestelijk mét hem te zijn. +Maar hij is gebroken; het werk mislukt, en nu is de vriend voor goed +dood. Hij wil een groot drama maken om Schiller te herdenken. Het lukt +niet. Het middel, dat hem nog altijd had geholpen in het verzetten van +zijn smart, faalt thans. Later gelukt 't hem Schillers _Lied van de +Klok_ in den juisten toonaard voort te zetten met een "Epiloog", die de +ziel van zijn bondgenoot ontvouwt en van het nageslacht voor hem +opeischt den roem, dien het leven hem slechts ten halve gaf. + +Maar toen hij op het eind zijner dagen, omstreeks 1830, den schedel van +zijn vriend in handen kreeg, had hij ook voor dezen grooten slag een +compensatie gevonden. En in een gedicht, zacht als de adem van een +slapend kind, spreekt hij het uit, dat deze leege hulze, die niemand +meer kon liefhebben, al had zij nog zoo schoone kern bevat, in hém +alleen een verkwikkend warmtegevoel wekte, als ontsprong een levensbron +uit den dood: + + Geheim Gefäss, Orakelsprüche spendend! + Wie bin ich werth, dich in der Hand zu halten? + Dich höchsten Schatz aus Moder fromm entwendend, + Und in die freie Luft zu freien Sinnen, + Zum Sonnenlicht andächtig hin mich wendend. + Was kann der Mensch im Leben mehr gewinnen, + Als dass sich Gott-Natur ihm offenbare, + Wie sie das Feste lässt zu Geist verrinnen, + Wie sie das Geisterzeugte fest bewahre...... + +Woorden die den begrijpenden lezer van ons hoofdstuk "God en wereld" +alleszins duidelijk zullen zijn, en die bewijzen, hoezeer in Goethe leer +en leven waren éen geworden. + +Nooit hebben twee kunstbroeders elkaar zoo oprecht en zoo krachtig +gesteund. Geen wonder: kent men nog een paar dichters, die zoo stellig +wisten, _dat ze in zich zelf iets Hoogers dienden_? + + + + +[Illustratie: 14 October 1806] + + + + +XXVII + + Gott habe ich und die Kleine + Im Leid erhalten reine........ + + +Een verblijf te Karlsbad bevrijdde hem van zijn kwaal; deze was met +korte tusschenpoozen meermalen teruggekeerd, en had zijn stemming, die +zeer leed onder den lagen luchtdruk, bedorven. Hij vond destijds veel +troost in vadervreugd: zijn zoon leerde graag en bleek vooral voor talen +en voor wetenschappen waarbij iets te zien viel, o. a. voor +delfstofkunde, goeden aanleg te hebben. August was een beste kameraad +voor zijn vader (gelijk Félix voor Wilhelm Meister) en liet zich door de +intriges van vrouwe Von Stein--die, zinspelend op de verhouding tusschen +Goethe en Christiane, hem allerlìefst een toevluchtsoord aanbood, als +zijn te huis tè vreugdeloos mocht worden--niet van zijn ouders +vervreemden. Goethe gaf hem in alles volle vrijheid, en hoeveel invloed +hij niettemin op hem had blijkt bijvoorbeeld hieruit, dat de jongen als +gymnasiast halsstarrig weigerde verzen te maken of te vertalen, omdat +vader dit eens in zijn bijzijn sterk had afgekeurd. + +Eenmaal hersteld, begon Goethe zijn "Woensdagochtend-bijeenkomsten" te +houden: hij gaf te zijnent voor een aantal voorname dames, waarbij zich +later de weduwe Von Schiller en vrouwe Von Stein voegden--zij verdroegen +de tegenwoordigheid van Christiane terwille van den man, die van dit +schepsel zoowaar veel scheen te houden!--lezingen over kleuren, +magnetisme, plantkunde; aan de natuurwetenschap gaarne moralistische +beschouwingen knoopend, zooals de lezer die weldra in Die +Wahlverwantschaften zal leeren kennen. Men wete dat zulke bijeenkomsten +in dien tijd mode waren, maar men zal zich niettemin afvragen, of deze +deels lichtzinnige en venijnig lasterende dames wel veel stichting +hebben gevonden in hetgeen "de mooie Geheimrath" met zijn krachtig +muzikaal geluid--jammer genoeg had hij de hebbelijkheid, vaak met een +hand langs oogen en voorhoofd te strijken--ten gehoore bracht. Spoedig +moest hij de savantes gelegenheid geven een kwartiertje voor de les te +causeeren over de politiek; want door iedereen en overal werd zeer +bezorgd over de nieuwste staatkundige gebeurtenissen gesproken. Hij deed +daar niet graag aan mee, maar als men hem aan den babbel wilde hebben, +bracht men hem op zijn gemak, door een tafel met teekengerei voor hem +klaar te zetten: hij had zijn gedachten graag bij het teekenstift, +wanneer het gesprek ging over allerlei misstanden waartegen hij zich +vruchteloos had verzet: + +--Bedachtzaam maar vlot veroverde Napoleon Europa. West-Duitschland kon +hem niet meer ontgaan en nu wilde hij door geven en nemen Pruisen +isoleeren, om het later, bij gunstige gelegenheid, des te makkelijker in +te palmen. Weimar en de andere Thüringsche staatjes waren door allerlei +banden vast aan Pruisen gebonden: Carl-August vervulde opnieuw een +belangrijke functie in het Pruisische leger. Goethe had gaarne +gezien--en hij heeft het o. a. in _Hermann und Dorothea_ gezegd--dat de +Duitschers _als Natie_ in opstand waren gekomen tegen de Fransche +heerschappij; maar tot zijn ergernis liet deze natie zich kalmweg +versplinteren, totdat Napoleon door een beslissenden zet, de stichting +van een Rijn-statenbond onder zijn protectoraat, een wanhopige +oorlogsverklaring van Pruisen uitlokte: die hij best kon gebruiken. +Weldra bleek dat het in den omtrek van Weimar tot een hevig treffen zou +komen: de wederzijdsche troepenmassa's trokken zich daar samen en +stichtten bij voorbaat groote verwarring in de residentie. Carl-August +was bij zijn regiment, en op Hertogin Louise na vluchtte het hof. Goethe +bleef waar hij was; hij nam zelfs geen maatregelen om zijn collecties en +zijn papieren te bergen: _evenmin_ als Egmont kende hij gevaar. + +Het Duitsche leger werd bij Jena geslagen, de ontredderde Pruisen +vluchtten door Weimars straten, gevolgd door overmoedige Franschen, die +de stad bezetten en aan het plunderen sloegen. Goethe kreeg een +twintigtal huzaren in huis, wier officier (Lili's zoon) hem veiligheid +beloofde; de manschappen gedroegen zich nogal kalm en waren vermoeid +genoeg om spoedig in te slapen. Maar in den nacht van 14 October beukten +een paar plunderaars de voordeur kapot en eischten toegang. Riemer +meende ze met wijn en buit zoet te houden, maar ze wilden den heer des +huizes spreken. Deze trad hun tegemoet, indrukwekkend in zijn witte +slaaprok--zijn "profetenmantel"! Zij bonden in, maar later vonden zij +den weg tot zijn kamer, snuffelend naar kostbaarheden. Reeds stoven ze +met getrokken degens op hem aan, toen Christiane, dapper en bijdehand, +de wapens afwendde, snel een stadgenoot riep die in het achterhuis een +onderkomen had gevonden, en met diens hulp de kerels uit het vertrek +zette. Pas den ochtend daarop kreeg men ze weg: ze hadden geslapen op +het bed dat Goethe voor hun Maarschalk gereed hield! + +Tot juiste waardeering van dit moment, bedenke de lezer o. a. dat de +menschheid twee groote werken van Goethe in het geheel niet, zijn +grootste werk slechts gedeeltelijk zou bezitten--om nu gemakshalve van +zijn natuurwetenschappelijke gewrochten en van vele kleine gedichten en +novellen niet te spreken--indien hij (die toch een waardiger dood had +verdiend) den 14den October niet was gered door het vrouwspersoon, dat +men spottend noemde "dame Vulpia", ofte wel "de dikke wederhelft". (Deze +laatste vinding is van Schillers weduw, die pochte, bij zekere +plechtigheid, waartoe slechts vrijmetselaarsvrouwen toegang hadden, +Christiane's bijzijn te kunnen afkoopen met een glas--zegge één +glas--punch). + +De Fransche opperbevelhebbers toonden dat het incident hen pijnlijk had +getroffen en ze zonden een briefje, waarin zij "den grooten Goethe" +verzochten, zich niet bezorgd te maken. Hij kreeg een schildwacht voor +zijn deur en een van zijn "Italiaansche" vrienden, die inspecteur-generaal +van de musea was geworden, werd nu bij hem ingekwartierd. Hij verschonk +den hem opgedrongen gasten in enkele dagen 12 vaten wijn, en hij maakte +totaal twee duizend daalders onkosten voor de heeren. Natuurlijk heeft +men zijn positie, welke hem in staat stelde vele stadgenooten, die tot +op het hemd waren uitgeschud, van dienst te zijn, op smadelijke wijze +verklaard. + +Terwijl nu de stad in vlammen stond en de kogels floten over zijn +woning, begaf hij zich in overpeinzingen die tot resultaat hadden het +volgend biljet aan den hofpredikant Günther: + + Dezer dagen en nachten is een langgekoesterd plan bij mij tot + rijpheid gekomen; ik wil mijne kleine vriendin, die zoo veel voor + mij heeft gedaan en ook deze uren van beproeving met mij + doorleefde, ten volle en burgerlijk erkennen als de Mijne. Zeg mij, + waardige geestelijke heer en vader, of het zoo is te schikken, dat + wij zoo spoedig mogelijk, Zondag of eerder, trouwen. Welke stappen + hebben wij daarvoor te doen? Kunt Gij de inzegening niet zelf + verrichten? Ik zou wenschen dat ze in de sacristy van de stadskerk + geschiedde. Gelieve brenger dezes zoo mogelijk antwoord mee te + geven. + +Er is een echo van het gedicht Hermann und Dorothea in deze +huwelijksplechtigheid op puinhoopen, die twee dagen later plaats vond. +August en Riemer waren de eenige getuigen. In de trouwringen stond +veelbeteekenend 14 _October_ gegraveerd. + +En van toen af gold Christiane de vrouw van den huize, al zweeg de +laster niet. Ze had dit geluk duur gekocht: de moeizame verpleging +gedurende Goethes langdurige ziekten, het doodsgevaar waarin ze zich +wierp om haar man te redden, de gemeene behandeling die ze van de +Fransche officieren had te verdragen.... ziehier nog slechts een deel +van den prijs. Johanna Schopenhauer (moeder van den wijsgeer), die uit +een groote stad kwam en in Weimar een nieuwelinge was, hielp Christiane +over de eerste verlegenheid heen, toen ze aan "de wereld" officiëel werd +voorgesteld: Ik kon doen alsof ik van de vroegere verhouding niets wist, +schreef ze haren zoon. Maar de bruigom betaalde de felicitaties met een +stereotyp en hooghartig: Ze is altijd mijn vrouw geweest! + +Napoleon had zich als een brieschende leeuw aangesteld, toen hij +Carl-August niet te huis trof, en hij wilde het landje doen boeten voor +den weinig diplomatieken vorst, die verzuimd had den Imperator zijn +opwachting te maken. Maar hertogin Louise (de vrouw die niet bang was +voor zijn 200 kanonnen! zooals hij het uitdrukte) bracht hem door haar +bewonderenswaardig optreden tot betere gedachten. Carl-August nam--wat +Goethe hem reeds vóor den oorlog had aangeraden--ontslag uit Pruisischen +dienst; Weimar sloot zich aan bij den Rijnbond; met een hooge +oorlogschatting werd de vrêe gekocht. + +Goethe voelde zich na de huwelijksplechtigheid vroolijk en mild gestemd. +Had hij de Fransche bevelhebbers al kort te voren op het hart gebonden, +de instellingen van de universiteit, die immers mede tot zijn levenswerk +van de laatste twintig jaren behoorden, te sparen--nu trachtte hij zijn +tweede vaderland naar vermogen met werken des vredes over de geleden +verliezen te troosten. Men spotte niet als men verneemt, dat zijn +schouwburg hiertoe veel moest bijdragen. + +Nu werd Christiane ook in den familiekring te Frankfort gevoerd en ze +verwierf er zich veler vriendschap. Moeder Aja schreef haar zoon: "Je +mag God danken. Zoo een lief--heerlijk onverdorven schepseltje Gods +vindt men zeer zelden--en wat ben ik nu gerust over alles wat jou +betreft". + + + + +[Illustratie: De roman "Die Wahlverwantschaften" +--werd in October 1809 voltooid--] + +XXVIII + + Elkeen bespeurt in dezen roman een + diephartstochtelijke wonde, die, al + genezend, aarzelt zich te sluiten, + een hart dat vreest te genezen. + GOETHE, DAGBOEK. + + DIE WAHLVERWANTSCHAFTEN + + +Maar nauwelijks was hij van al deze ontroering bekomen, zoodat hij +rustig kon schrijven aan de voortzetting van Wilhelm Meister, of een +nieuwe slag trof hem: juister gezegd, hij schiep zich uit onverschillige +omstandigheden het dreigement, dat hem in verband met zijn verleden en +zijn karakter juist toekwam. + +Om beter te kunnen werken, zonderde hij zich eenigen tijd in het stille +Jena af, maar--vertrouwelijke gesprekken met natuurlijke menschen +behoevend--ging hij vaak op thee bij den boekhandelaar Frommann, die een +pleegdochter, Wilhelmina Herzlieb (meestal Minchen of Minna genoemd), +huisvestte. Het meisje, toen achttien jaren oud, een bloeiende +schoonheid, verstandig voor haar leeftijd, met veel "ziel", had als kind +op zijn schoot gespeeld. En met vriendelijke deelneming volgde hij hare +rijping tot vrouw. + +Goethe, nagenoeg zestigjarige grijsaard, werd deels om zijn uiterlijk, +deels om zijn faam, onophoudelijk door de "Weiblein" gezocht: men zou +gemakkelijk een dozijn jonge en halfjonge dames kunnen opsommen die toen +en veel later ernstig werk van hem maakten en hem gaarne hadden gevolgd: + + Wie des Goldschmieds Bazarlädchen + Viel gefärbt' geschliffene Lichter, + So umgeben hübsche Mädchen + Den beinah ergrauten Dichter.... + +Aldus gevoelde ook dit meisje zich tot hem aangetrokken en hij merkte +dat zijn vaderlijke genegenheid zich ging ontwikkelen in deze richting: +het moest voor zijn eer als echtgenoot weldra gevaarlijk worden, langer +met haar om te gaan. Hij meed het huis harer pleegouders, ook al +verveelde hij zich dus doende ondragelijk in de uren dat hij niet +werkte. + +Nu wilde het toeval dat hij den dichter Werner--die hem was nagereisd en +relatie zocht met zijn tooneel--aan de familie Frommann voorstelde op +den avond dat deze het in den zin kreeg, een poëtenkransje te vormen, +dat, als sprak het van zelf, bij den boekhandelaar zou vergaderen. Wat +deze levendige, welbespraakte man voorstelde werd zelden bestreden, en +zoo kwam Goethe weer al te vaak in het huis dat hem verboden was: het +lag in zijn aard, zich aanvankelijk niet te verzetten tegen dezen +samenloop van bekoorlijke omstandigheden. Werner had zijn belangstelling +gewekt voor het sonnet. Hij eigende zich dezen versvorm toe, en ook +(niet: bij voorkeur) in de "Beschränkung" zijn meesterschap +"_toonend_"--in de vormen die hij zelf koos bleef zijn meesterschap voor +oningewijden meestal verborgen--nam hij deel aan de dichterkampen, die +zijn nieuwe kennis organiseerde. Het kon niet uitblijven: in zijn +mooiste sonnetten huldigde hij Minna als zijn "dame", o. a. ook (het zij +terloops gemeld) in de charade welker eerste letters het woord HERZLIEB +vormen, en die Bettina Brentano _n. b._ op haar bescheiden persoontje +betrok. Zich bij den sonnettist Petrarca vergelijkend, moest Goethe wel +inzien, dat hij met meer hoop huldigde dan de Italiaansche meester. Zijn +phantasie zette zijn belangstelling voor Minna nu om in een dweepende +liefde, welke zijn vrienden met droefheid waarnamen en hij zelf met +schrik en schaamte. Dit duurde totdat men het meisje naar een +verafgelegen kostschool zond.... + +Alleen met zijn gevoelens, kwam hij tot bezinning. En voor de zooveelste +maal in zijn strijdvervuld leven moest hij trachten, deze gewelddadige +scheiding door een zelfoverwinning te bekrachtigen. + +Men mag veilig aannemen, dat zijn liefde tot Minna niet verder reikte +dan een zeer oppervlakkige en voorbijgaande neiging, zooals ze +hartstochtelijke menschen vaak overvalt, zonder dat dit hen verontrust. +Maar ook dit kon zijn geweten niet toelaten na zijn huwelijk met +Christiane, dat zooveel heiliger en deugdelijker rechten deed gelden op +zijn persoonlijkheid. En hoe ernstig hij dan ook met zich zelve te rade +ging, dit moge den lezer blijken bij kennisneming van den roman _Die +Wahlverwantschaften_, in welken zijn zelfoverwinning beslag kreeg. + +Hij heeft deze zelfoverwinning niet getoond, als een zielegebeurtenis +van een door hem na-geschapen persoon; zij heeft hem aanleiding gegeven +tot de vrije vorming van geheel nieuwe personen, die haar gezamenlijk en +in verband met andere factoren naar een hooger levensplan dragen. +Oorspronkelijk bestemd voor de novellenreeks over de zedelijke tucht, +die in de Wanderjahren voorkomt, dijde het gegeven onder de bewerking +zoodanig uit, dat zelfstandige behandeling ervan gewettigd werd. Om zich +tot arbeid te dwingen,--want men scheurt niet gaarne zijn binnenst +vaneen als men zestig jaren is geworden--sloot hij een contract met een +uitgever nog voordat het boek was geschreven, en in volstrekte +afzondering, zonder vrouw en kind te zien, werkte hij totdat de laatste +proef was gecorrigeerd: Eerst toen keerde hij tot de zijnen gelouterd +terug. + +Goethe heeft eens gezegd dat Die Wahlverwantschaften de eenige roman is, +waaraan hij bewustelijk volgens een bepaalde idee heeft geconstrueerd, +en dat geen van zijn voortbrengselen zooveel doorleefde gebeurtenissen +bevat: wel te verstaan, niet zooàls hij ze heeft doorleefd. Aanleiding +te over voor scherpzinnige critici, om naar de doorleefde idee van dit +werk te gaan snuffelen; maar--anders zou men den heeren scherpzinnigheid +ontzeggen!--die idee zoo te begrijpen, dat ze ruimte laat voor +gewichtige aanmerkingen op het boek zelf, die de heeren dan--want anders +waren zij geen Goethe-vereerders--konden besluiten met een hartgrondig: +Doch het goede in den roman (de mooie bijpersonen en de +natuurbeschrijving, weet u?) weegt tegen dit alles op. + +Deze methode pleit niet voor de onaanvechtbaarheid van de grond-idee, +die men voor Die Wahlverwantschaften heeft gevonden. Men heeft de +behandeling van dit boek veel te geleerd willen maken en--voor den dag +er mee!--Goethe heeft in zijn later leven zulke spitsvondigheid wel eens +aangemoedigd, door al wat hij schreef met een waas van symboliek te +omhullen, en openlijk uit te spreken dat hij zich door sommige +commentators gevleid voelde. + +Om de idee van den roman waarlijk te vatten bedenke men twee dingen: + +Het eerste is dit: de dichter wilde de boven-omschreven levenservaring, +die voor hem dezen algemeenen kant had, dat de mensch meester over zijn +affecten moet worden om den naam mensch te verdienen, in zijn boek +uitvechten, ze aan vrij-geschapen personen verbeeldend. + +Het tweede is dit: hij wilde die levenservaring voor al _begrijpen_, en +nam daartoe natuurlijk de wetenschap van zijn tijd te baat. Allerlei +occulte verschijnselen als dierlijk magnetisme, gedachte-overbrenging, +mesmerisme, all-Magnetismus _e. d._--die thans door vele geleerden met +een glimlach ongedaan worden gemaakt, en door andere geleerden tot op +zekere hoogte gewaarmerkt, maar nauwelijks verklaard--nam men toen als +vaststaande aan. De geniale charlatan Mesmer was, vooral in hoogere +kringen, een tijdlang minstens zoo gevierd als Blériot in onze dagen. +Men meende te weten dat sommige stoffen binnen den mensch voeling +hielden met verwante stoffen op aarde, of op de sterren, of ook wel in +andere menschen. Heel het geschapene was doortrokken van een magnetiesch +fluïdum. Zoo mag het den lezer niet verwonderen, dat (in den +onderhavigen roman) een Engelsch geleerde in Ottilie teekenen waarneemt, +die op de nabijheid van steenkolen heeten te wijzen. Verwante menschen +trokken elkaar aan gelijk de hemellichamen, of gelijk de uiterste fijne +deeltjes, waaruit (naar men beweert) alle materie is saamgesteld. Twee +menschen--op deze wijze bijeengekomen--waren daartoe gedreven door +krachten, die aan hun contrôle ontsnapten, en eigenlijke liefde gold pas +in de tweede plaats mee. Ze vormden samen één, een magnetische celle; +zoo treft men in Goethes boek een paar geliefden (tot elkaar +gedrevenen) aan, waarvan de eene aan den linkerkant hoofdpijn krijgt als +de andere die aan den rechterkant heeft. Niets belette den auteur, het +algemeen geloof aan zulke verschijnselen te deelen: ze pasten in het +geheel van zijn denkbeelden, en overal heerschte ten slotte dezelfde +Geest. Bovendien stond hij zelf bijna machteloos onder den invloed van +atmosfeer-schommelingen. En ook het Onafwendbare, dat voor geen +redeneering wijkt, had hij in bijna al zijn verliefdheden ervaren. Wie +zal zeggen in hoeverre hij, eenmaal met zulk geloof behept, in de zoo +pas verhaalde gebeurtenissen aan den lijve iets als magnetisme meende te +voelen? + +En hier heeft men nu (voorloopig althans) de naakte idee van het eerste +deel, die de uitbeelding van de volgende omstandigheden voor Goethe +meebracht: + + --Een huwelijk uit vriendschap: Charlotte en Baron Eduard hebben + elkaar eens bemind, doch zij werd door haar onvermogende ouders + gedwongen een andere partij te kiezen, en Eduard had een rijke + vrouw getrouwd. Nu worden beiden door het afsterven van hun + echtgenooten weer vrij en hij vraagt haar hand. Nadat ze hem in + aanraking heeft gebracht met haar mooie nicht Ottilie, die hem + echter onverschillig laat, stemt ze toe en ze leven nu rustig naast + elkander voort. Eduard verlangt dra naar meer gezelschap en is van + plan zijn vriend, den "hoofdman", die het niet breed heeft, bij + zich in huis te nemen, en als rentmeester aan zijn bezittingen te + verbinden. Charlotte ontraadt het hem, vreezend dat een derde hun + geluk zou verstoren. Zij heeft haar dochter en haar nicht immers + ook verwijderd om dezelfde reden! Maar Eduard dringt aan; ze geeft + toe. + + De hoofdman komt, werkt veel samen met haar echtgenoot, en slechts + 's avonds heeft ze gezelschap aan beiden. Er worden dan zeer + nuttige gesprekken gehouden over wetenschap, en bij deze + gelegenheid zet de hoofdman de beteekenis uiteen van het woord + Wahlverwantschaft (als willekeurig voorgestelde, onderlinge + aantrekking van atomen) dat uit een scheikundeboek is voorgelezen: + Als twee scheikundige lichamen vereenigd zijn, en een derde komt in + de nabijheid, dat op een van de twee eerstgenoemde lichamen een + sterker aantrekking oefent dan het lichaam dat er mede is + vereenigd, dan valt deze verbinding uiteen, en de twee + laatstgenoemde vereenigen zich. Schertsend past de uitlegger deze + theorie toe op verhouding tusschen Eduard, Charlotte en hem.... + +(Wanneer de lezer nog enkele regels in ons résumé is gevorderd, zal hij +zich misschien afvragen.... of neen, hij zal uitroepen: Een dwaas +kunstje van Goethe, door een afgetrokken redeneerinkje bij voorbaat +aannemelijk maken wat hij straks in werkelijkheid laat gebeuren! +Oppervlakkig onhandig: deze redeneering in den mond te leggen aan den +persoon, die in deze gebeurtenis de hoofdrol speelt! Zoodanige lezer +gelieve te bedenken, dat heel het boek van geheimzinnige voorgevoelens +en voorteekenen is vervuld. En hij vergete niet, dat redenaties, als +zooeven verhaald, in den hier beschreven tijd aan de orde van den dag +waren; dat Goethe zijn ervaring met Minna zelf voelde en doorleefde in +verband met deze theorie!) + + Thans neemt Charlotte haar nichtje, dat op de kostschool niet + begrepen en vaak geplaagd wordt, weer in huis. Nog voordat Ottilie + een woord heeft gesproken, vindt Eduard haar een aardig, een + onderhoudend meisje. In verband met hun bezigheden verdeelen de + vier personen zich weldra in twee groepjes. Charlotte is veel samen + met den hoofdman, die haar behulpzaam is bij het aanleggen van haar + park, terwijl Ottilie schriftelijk werk verricht voor Eduard, en de + kunst verstaat zijn gebrekkig fluitspel goed op het clavier te + begeleiden, daarbij vooruit voelend welke fouten hij zal maken. + Overigens behaagt het zachte meisje allen door haar voorkomendheid + en door haar zich-invoelen in de omgeving. Eduard sluit zich steeds + nauwer bij Ottilie, Charlotte sluit zich onwillekeurig bij den + hoofdman aan. + + Ter gelegenheid van Charlotte's jaardag komen de graaf en de + barones op het slot logeeren, en een vriend, Mittler, wiens + specialiteit het is, familietwisten te beslechten en bij te leggen, + vertrekt overhaast nadat hij gewaarschuwd heeft, dat deze twee + echtschenners ongeluk zullen aanbrengen. Hij houdt een vurige + lofrede op het huwelijk: de schuld die de gehuwden jegens elkaar + hebben kan in der eeuwigheid niet afgedaan! + + Als nu de lichtzinnige graaf met den hoofdman kennis maakt en hem + een mooie betrekking bij een van zijn vrienden in het vooruitzicht + stelt, merkt Charlotte eensklaps, hoe diep de genegenheid tot den + hoofdman zich reeds in hare ziel heeft gevestigd: Ze barst in + tranen uit. Hoe het tusschen hen staat blijkt nog scherper als + zij--door Eduard, die naar Ottilie verlangt, alleen gelaten--met + hem uit spelevaren gaat, waarbij hun boot vastraakt, zoodat de + hoofdman haar naar land moet dragen; hij kan zich niet weerhouden + haar te kussen! Ze verhelen hun gevoelens nu niet meer voor + elkander, doch ze besluiten hun liefde waardig te dragen en te + scheiden.--Op het slot speelt zich intusschen iets dergelijks af: + Ottilie verricht eenig schrijfwerk voor Eduard en het blijkt dat ze + onwillekeurig zijn handschrift nabootst. Ze zegt daar trotsch op te + gaan, en het volgend oogenblik omarmen ze elkaar. Dien nacht + sluimert Eduard onder Ottilies venster in. Hij merkt tot zijn + vreugd, dat zijn vrouw den hoofdman niet onverschillig is, en hoopt + dat een spoedige echtscheiding hem het bezit van Ottilie zal + verzekeren. Kort daarop aanvaardt de hoofdman zijn nieuwe + betrekking en Charlotte, die verwacht dat hij daar met een + geschikte vrouw in relatie zal komen, doet afstand van haar liefde. + Ze mag nu verlangen dat Ottilie het huis verlaat, opdat de vrede + niet verder verstoord worde. Hiertegen verzet zich Eduard. Hij gaat + dan liever op reis, echter onder voorwaarde dat Charlotte voor haar + nichtje zorg zal dragen. Dan zal hij van zijn kant tegen zijn + eventueele genezing zich niet verzetten. Maar Ottilie kan hem niet + ontberen. + + Mittler komt op het slot om de echtgenooten weer tot elkaar te + brengen, en verneemt hier dat Charlotte een kindje verwacht. Tot + zijn verwondering is de in eenzaamheid wonende Eduard wanhopig, als + hij hem deze boodschap brengt, en besluit deze, in krijgsdienst te + treden. Zoo eindigt het eerste boek. + +--Hiermede is de knoop gelegd en--om het beeld vast te houden--deze +knoop is door de geboorte van het kindje strak aangetrokken. Toch +ontwikkelden de gebeurtenissen zich tot hier toe zoo geleidelijk, dat +men ook bij herhaalde lezing niet altijd precies kan zeggen, waar een +bepaalde richting-verandering in den verhaalgang intrad,--zonder +intusschen ook maar een oogenblik te betwijfelen, dat alles zoo mòest +zijn. Er is hier werkelijk aanwezig een kracht, die de menschen leidt, +maar die kracht wordt als zoodanig nergens genoemd of beschreven. Zij +behoort tot de diepverborgen beweeggronden van de handeling, wier +bestaan de doorsneêlezer niet eens vermoedt, en wier constructie de +moeilijkste, de verantwoordelijkste, de ondankbaarste taak is van den +hoogstaanden auteur. + + --In het tweede gedeelte van den roman zijn de bekende + "Leesteekens" nogal sterk gezaaid, en wij krijgen het gevoel dat de + nu volgende handeling zeer veel tijd in beslag neemt. Charlotte + brengt een zoon ter wereld, die, door een zonderlinge speling der + natuur, op den hoofdman lijkt (van wien ze tijdens de ontvangenis + was vervuld) en tevens op Ottilie (aan wie de verwekkende + echtgenoot dacht). Bij den doop overlijdt de oude + dorpsgeestelijke. Ottilie houdt van het kindje en verzorgt het. + Maar daardoor wordt haar duidelijk dat zij in hare verhouding tot + Eduard volkomen rein moet staan. Eduard is gaaf en goed uit den + oorlog weergekeerd en ziet daarin een teeken des hemels, dat hij + zijn lieve Ottilie eens zal bezitten. Hij verzoekt den hoofdman + stappen te doen, opdat hij van zijn vrouw kan scheiden: dan kunnen + twee gelukkige paren worden gevormd. Hij wacht op een afstand: + ongeduldig van hartstocht, draagt hij zijn vriend op, hem den + afloop van de onderhandeling met kanonschoten te seinen. De + hoofdman treft Charlotte niet thuis en wacht. Eduard kan zijn + ongeduld niet bedwingen en sluipt naar zijn kasteel. Bij het meer + ziet hij Ottilie met zijn kindje zitten en de geliefden omarmen + elkaar vrijmoedig. De avond valt; Ottilie zal met het kind naar + huis varen. Door haar onvoorzichtigheid slaat het bootje om en de + kleine (die van zijn geboorte af omringd was met ongunstige + voorteekenen) verdrinkt. Zij en Eduard, die te zamen het bestaan + van het schepseltje tot een leugen maakten, hebben hieraan schuld. + Op het slot valt Ottilie met het hoofd op Charlotte's knieën in + onmacht. Deze laatste stemt nu in de scheiding toe, zonder + intusschen haar minnaar hoop te laten. Ottilie die zich niet uit + haar verdooving los kan maken, maar die bij haar bewustzijn is, + hoort het gesprek tusschen Charlotte en den hoofdman aan. + Onverschillig over den dood van zijn kind, wil Eduard aanstonds + toebereidselen maken voor zijn huwelijk met Ottilie. + + Maar het onderhoud tusschen Charlotte en Eduard heeft Ottilie de + oogen geopend, en zij zegt nu haar tante dat ze nooit de vrouw van + Eduard zal worden. Trekt Charlotte haar toestemming tot de + echtscheiding niet in, dan zal zij zich werpen in hetzelfde meer + waarin het kindje is verdronken. Daar ze in haar hart afstand heeft + gedaan van Eduard, kan zij nu rein naast Charlotte leven. Doch de + omgeving bevat te verschrikkelijke herinneringen, en zij gaat naar + kostschool terug, wil onderwijzeres worden. Ze legt de gelofte af + dat ze, wel verre van zich tegenover Eduard zwak te toonen, hem bij + eventueel bezoek geen gehoor zal geven. Eduard weet haar op reis in + te halen en dringt door tot in haar kamer. Ze wijst hem de deur. + Vergeefs. Dan besluit ze naar het slot terug te keeren. Eduard + volgt haar. Ze legt de handen van de echtgenooten ineen en snelt + weg. Van nu af spreekt ze niet meer, drukt zich (als Mignon) door + gebaren uit. Doch ze is dagelijks met Eduard samen, en deze vat + weer hoop. Ze verzoekt, op haar kamer te mogen eten, en dit geeft + haar gelegenheid, in het geheim te vasten. Een avond, als Mittler + weer over het huwelijk theoretiseert en zegt dat het zesde gebod + hem beter zou voldoen indien het _positief_ gesteld ware, verlaat + Ottilie plotseling statig het vertrek. Haar kamermeisje waarschuwt + dat ze op sterven ligt. Allen snellen naar haar kamer. Daar + verbreekt ze voor het eerst en voor het laatst 't stilzwijgen door + van Eduard te eischen: Beloof mij te leven! + + Ze wordt met symbolische praal bijgezet. Als de stoet passeert, + meent het kamermeisje haar uit de open lijkkist te zien wenken, en + valt uit het raam te pletter. Bij de lijkkist gebracht, is ze weer + geheeld. Het eenvoudige dorpskind houdt een wijze rede in de door + Ottilie gebouwde kapel, die nu tot een bedevaartplaats wordt. + + Eduard voelt zich verplicht zijn geliefde te volgen. Hij vindt de + taak zwaar, maar hij volbrengt ze: hij sterft den hongerdood en + wordt naast Ottilie begraven: + + "Zoo rusten de lievenden neveneen. Vrede omzweeft hun + rustoord, vreugdige verwante engelen zien vanaf het gewelf op + hen neder; en wat heerlijk oogenblik zal het zijn, als ze eens + ontwaken samen". + +Nu komen de geleerde opmerkingen, waarvan zooeven sprake was: Eén ding +begrijpen wij niet, ja, vinden wij hartgrondig(?) jammer (aldus de +critici): hoe kon Goethe het van zich verkrijgen, Ottilie verliefd te +maken op Eduard, die toch zooveel lager staat dan zij; en haar verliefd +te doen blijven, terwijl ze hem toch als een kinderachtig-ongeduldige +egoist, als een harteloos vader leert doorzien? En is aan het slot de +aankondiging dat ze elkander hiernamaals zullen ontmoeten niet +romantiesch, onbetrouwbaar? Waarom blijft Ottilie, nadat ze de handen +van de echtgenooten heeft ineengelegd, op het slot? Is dit niet in +strijd met het hooger levensinzicht, waarvan ze kort te voren blijk gaf? +Moest ze zich niet wijden aan hare heilige taak, de opvoeding van de +jeugd, in plaats van nogmaals den vrede van het gezin te bedreigen? + +Het antwoord op deze vragen kan afdoende zijn en kort. Men behoeft niet +eens Goethes meening omtrent de onderlinge aantrekking van menschen te +deelen, om aan te nemen dat een vrouw, nog hooger dan Ottilie begaafd, +zich kan schenken aan een man, nog lager aangelegd dan Eduard. Ieder +heeft dit in eigen omgeving meermalen ervaren; Goethe had in het +echtpaar Von Stein een sprekend voorbeeld hiervan jarenlang voor oogen. +Neemt men nu ten overvloede een nagenoeg onafwendbaren invloed aan, als +het magnetisme er een is, overweegt men daarbij dat de personen in dit +boek--dat tusschen haakjes, den frivolen adel uit dien tijd in al zijn +uitingen heerlijk schittert en hekelt, evenals Wilhelm Meister dit +doet--niets omhanden hebben als het najagen van hun liefhebberijen, en +het beluisteren van hun gemoed in de stilte van een uitgestrekt park.... +dat kan men in de verhouding tusschen Ottilie en Eduard niets onlogiesch +zien, zelfs nadat deze laatste zijn waren aard heeft getoond. Waartoe +deze zelfontmaskering van Eduard zou hebben geleid, indien de +fijngevoelige Ottilie eens niet het besluit had genomen, deze wereld af +te sterven, is niet twijfelachtig; maar het mag een open vraag blijven. +Haar taak is niet: rechtstreeks te zorgen voor Eduards toekomst, doch +wel: te boeten voor het verleden, en daardoor Eduard indirect te dienen. + +Maar is deze liefde--logiesch dan of niet--dan geen wanklank in de +harmonie van het boek? Waarom geeft Goethe--die anders zoo graag +typische menschen geeft--hier een uitzondering? + +Zoo vragend, laat men gelden dat het geval Eduard-Ottilie psychologiesch +is gemotiveerd, maar men toetst het nu aan zijn esthetische waarde. Nu +is er niets tegen, aan te nemen, dat Goethe hier een wanklank wilde doen +ontstaan, wilde te kennen geven dat het magnetisme ook menschen verbindt +die naar ons oordeel niet bij elkaar passen. Maar er is meer! Goethe +moest aanduiden, dat het dierlijk magnetisme bij hoogstaande menschen +niet het laatste woord spreekt. Indien wel, dan ware het verhaal aan het +eind van het eerste deel afgeloopen met de vereeniging van de twee +geliefden. Of liever, het ware ongeschreven: Goethe hadde Minna gehuwd +en Christiane verlaten. Maar hij moest het zedelijk element, den +innerlijken strijd, in zijn verhaal betrekken. Hij moest Ottilie doen +twijfelen, totdat het voor een gewone oplossing te laat werd; zoodoende +komt ze tot bezinning en besluit zich vrij te maken op de wijze die de +lezer kent. + +Maar waarom dan moest juist Ottilie zoo hoog staan? Waarom niet Eduard fijner +begaafd: Eduard--dit zal toch wel niemand betwijfelen--vertegenwoordigt +de eene helft van Goethes wezen, de hoofdman (die afstand doet) de andere. + +Wij behoeven deze vraag niet te ontzenuwen door de bewering, dat Eduard +volstrekt niet een karaktertrek van Goethe vertegenwoordigt, dat Goethes +gedragslijn in liefdeshistories niet lijkt op Eduards gulzige hette. Wij +laten dit daar en antwoorden op deze nieuwe vraag: Indien Goethe van den +màn den strijder had gemaakt, dan hadd'--anders ware zijn boek +esthetiesch mislukt--die man misschien na zwaren strijd (maar dit om 't +even), in deze bepaalde omstandigheden het pleit gewonnen en Ottilie.... +verstooten. Dit ware dan pas een èchte wanklank geworden, niet een +dissonant in het midden van een stel samenstrevende accoorden, en die +ten slotte nog in harmonie verkeert, maar een dissonant aan het slot! +Uit louter edelaardigheid een lieve vrouw verstooten! (Eduard is niet +een slecht man, maar een zwak man; zijn dubbelgangster ware dus niet een +_slechte_ vrouw geworden.) De strijd ware dan kort geweest, en het +berouw uitvoerig noch grondig. Want men bedenke dit: een man, zelfs een +hoogstaand man, is resoluter in het vertrappen van een liefde dan een +vrouw. (Het geval-Goethe). Overigens flinke mannen, die hun.... +gewetensrust met een wandaad jegens een goede maar zwakke vrouw koopen, +zijn niet zeldzaam. En Goethe had een on-typige man moeten geven, als +hij dien _man_ den weg op had willen sturen die Ottilie inslaat.--Hadd' +de dichter, ten slotte, Eduard en Ottilie gelijkelijk begaafd (zooals +Charlotte en den hoofdman) dan ware de geschiedenis nog sneller ten +einde, dan hadd' de dichter nog minder gelegenheid gevonden tot het +beelden van een waarschuwing--wat immers zijn doel was. + +Ergo: Goethe stond psychologiesch en esthetiesch voor de +noodzakelijkheid, Ottilie een hooger zedelijk bewustzijn te geven dan +Eduard bezit. Zij kon hem trouw blijven, zooals slechts een hoogstaande +vrouw een middelmatig man trouw blijft. Maar in den strijd tusschen haar +lagere drangen en haar hoogere aspiraties moest ze zich verwarren, +zooals alleen een impulsieve mensch, rondtastend in het warme duister +van zijn gemoed, zich kan verwarren. En zoolang ze niet heeft +uitgestreden--dwaalt ze. + +Want--O, knutselaars zonder scheppende intuïtie--ge ziet voorbij dat +Goethe, sedert den Iphigenie-tijd: + +niet meer uiterlijk-bestàànde personen benoemde tot dragers van zijn +ziels-eigenschappen (zooals bijv. Egmont er een was), + +maar deze eigenschappen opnam in het geheel van zijn overtuigingen en +vandaaruit niet eenen mensch maar een heel stelsel van karakters en +gebeurtenissen ontwierp, vormend te zamen de belichaming van zijn +wereldbeschouwing op dit bepaalde punt. + +Niet Eduard vertegenwoordigt een karaktertrek van Goethe (zooals voor de +hand zou liggen), maar Ottilie. De dichter zelf zou in den strijd +tusschen diepgewortelden plicht en oppervlakkige maar niettemin intense +verliefdheid zijn gesneuveld--indien hij niet had mogen steunen op dat +andere element in hem, op zijn kracht tot zelftucht, die het eerste was +en het laatste van zijn wereldkijk. + +Maar--waarom laat dan Goethe, die zelf niet in zulk voortbestaan +geloofde.... + +.... Praatjes, hij geloofde er wel aan.--Goed, spons er over! Maar +waarom laat Goethe Eduard en Ottilie, die niet geschikt voor elkaar +zijn, en zondig zijn, zich in den hemel vereenigen, en waarom noemt hij +dit "een vriendelijk oogenblik?"--Wel, hun liefde is slechts zondig in +zooverre er een andere zonde--het vriendschapshuwelijk van Eduard en +Charlotte--aan is voorafgegaan. En dit och zoo onzedelijke boek wil den +laatsten triumph gunnen aan de liefde, die uit zuiver persoonlijke +aantrekkingskracht tusschen de wederhelften is gesproten, nadat die +liefde door het vrijwillig afsterven van de beide zondaars is gelouterd +en verdiend. Ottilie, lijdend wijl ze de oogen opsloeg naar den +echtgenoot van eene andere vrouw, is haar minnaar voorgegaan in +boetedoening en heeft hem daarmee verlost: Dit praeludeert op de +samenklinkende eindmotieven van de twee Faust-helften.--Maar, zelfs +indien Goethe niet geloofde in zulk voortbestaan, dan nog ware het +zinnetje, waarmede die Wahlverwantschaften sluit, niet te veroordeelen. +Is het niet de zuiverst denkbare oplossing van de stemming, waarin +Ottilie en haar minnaar deze aarde verlaten, en van het naïeve geloof +dat aan hare rustplaats wonderkracht toekent? + +Ik heb den dichter van Iphigenie in godvervulde stilte vereerd. Ik heb +gewenscht, voor den bouwmeester van de Faust-tragedie een monument te +mogen stichten: eenvoudig-verheven en veelbeteekend zwaar gelijk zijn +werk. Doch toen ik, mij verdiepend in Die Wahlverwantschaften, stellig +voelde wat ik hier uitspreek, dat ik deze Ottilie, hare hemelverlangens, +die ten slotte slechts in stomme gebaren zich laten zeggen, mocht +vereenzelvigen met het vrouwelijk-weeke in mijnen dichter--toen ben ik +Goethe, den kloeken, strijdenden man gaan beminnen. + + + + +[Illustratie: De gebeurtenissen, in dit hoofdstuk +verhaald, loopen van 1810 tot 1830] + +XXIX + + Wie das Gestirn, + Ohne Hast, + Aber ohne Rast, + Drehe sich jeder + Um die eigene Last. + + +Gelijk de sterren, zonder haast, tòch rusteloos, wentele elk om zijn +eigen roeping. Met deze verzen, bondig en toch niet hortend, gelijk +alleen hij ze kon stellen, laat zich de laatste kwarteeuw van Goethes +leven kenschetsen. Voorbij is nu de tijd, dat iedere verandering van +woonplaats, de kennismaking met betrekkelijk onbeteekenende personen, +een ombuigen van zijn loopbaan beduidt. Wist de onervaren jongeling +Carl-August hem eens voor goed aan zich te binden, den wereldbedwinger +Napoleon mislukt het, zijn gelijkmoedigheid te storen. De zelfmoord van +Jerusalem, een man dien hij maar uit de verte kent, prikkelt hem tot +groote daad: den Werther. Thans ziet hij de mannen, de vrouwen, die hij +boven alles liefhad, beurt om beurt sterven; hij klemt zijn tanden opeen +en is bijna terstond weer gereed om aan zijn taak--het boeken van zijn +levenwinst, te gaan. Hij onttrekt zich aan de inwerking van het buiten +hem staande. Slechts de wetten die uit de kern van zijn persoonlijkheid +voortvloeien leiden hem. Hij is nu waarlijk vrij. Want hij is in staat, +zelf te bepalen wat hij zal doen en laten. Overbodig te zeggen, dat dit +hem ook nù niet altijd zonder hevige inspanning gelukt. + +[Illustratie: GOETHES WERKKAMER IN WEIMAR +(Na zijn dood aldus gelaten)] + +Maar dan is zijn uiterlijk leven ook niet meer een opeenvolging van +onderling afhankelijke gebeurtenissen. Zijn handelen schijnt op zich +zelf doelloos. Hij onderneemt reizen, enkel en alleen om een gelaat nog +weer te zien, of een landstreek, die in zijn herinnering droomt. Zulk +weerzien heeft op de richting zijns geestes niet beslissenden invloed. +Zijn geest voedt zich uit eigen rijkdom. + + * * * * * + +Nauwelijks was hij--na het lotgeval dat hem Die Wahlverwantschaften +ingaf--in zijn vroolijk versierd huis weergekeerd, of daar viel de +eerste doode. Zijn moeder overleed. Zij was haar aard getrouw gebleven: +hij wist niet van haar laatste ziek-zijn. + +Hij had haar in geen elf jaren gezien, en al dien tijd klaagde ze niet +over zijn wegblijven, moeder Aja. Maar ze had van haar zoon genoten wat +haar te genieten bleef: zijn werk. In brieven--gelijk die ontstaan, als +een hartelijk iemand zich volkomen bewust is van zijn gebrekkige +taalkennis en spelbedrevenheid, valsche schaamte daarover heeft +afgelegd, en met zeer eigenaardige en zelfgevonden interpunctie de +woorden neerpent, zooals hij ze zou uitflappen, daarbij drommels goed +wetend, dat hij zijn geestdrift maar phantaseert--in kluchtig-aandoenlijke +brieven dankte ze haar troetelkind voor zijn meesterwerken; die ze +natuurlijk! prachtig liet inbinden, want dit hoort zoo bij +meesterwerken--en die ze, alleen--op haar kamer--, met betraande oogen, +reciteerde--totdat ze van verrukking--niet kon zien; een genot dat +bijna niemand naar waarde kon schatten, je hadt de menschen maar aan te +kijken en naar hun domme gesprekken te luisteren--om dat--te +begrijpen!.... + +Over deze trouwe moeder, die haar zoon steeds wist te volgen, hoe weinig +geletterd ze ook was, hem nooit goeden raad opdrong, maar juichte als +hij, na pijnlijk dwalen, handelde zooals zij het in stilte had +gewenscht,--geen woord meer over haar! + + * * * * * + +Carl-August, die nogal bestookt werd door Napoleon--deze verdacht hem +dat hij trachtte zijn gezag in Duitschland te ondermijnen--moest naar +het vorsten-congres van Erfurt, alwaar door een paar keizers, in het +bijzijn van vele koningen en hertogen, over het lot van Europa zou +worden gediscussiëerd. Goethe was niet in de geschikte stemming om het +congres bij te wonen; hij bleef thuis. Maar op uitdrukkelijk verzoek van +Carl-August volgde hij later. Zijn aankomst werd officiëel in de +Staatscourant vermeld en Napoleon liet hem ter audiëntie nooden. + +Hij trof den keizer aan het ontbijt en deze keek langdurig in zijn +oogen. Toen sprak hij tot de hem omringende hovelingen het groote woord: +_Dat is een man!_--Hoewel van staatszaken overladen, onderhield hij zich +een uur met onzen dichter, op rustigen toon, in eenvoudige woorden; hij +deed merken dat hij in Goethe een gelijke zag en de tijdgenooten +oordeelden dan ook, dat de twee grootsten van Europa elkander op dat +oogenblik ontmoetten. Hij informeerde vriendelijk naar den +gezondheidstoestand van Christiane en August en beweerde dat Goethe er +voor zijn zestig jaren kras uitzag. Toen kwam het gesprek, naar +aanleiding van het optreden van den vermaarden acteur Talma, op de +tooneelkunst. Napoleon keurde Voltaire's Mahomet--die Goethe op verzoek +van Carl-August had vertaald--af, en beweerde dat het Fransche drama +gekunsteld was en overdreven onnatuurlijk werd gespeeld. Den Werther had +hij zeven maal gelezen. Hij bewonderde dit boek en had het meegedragen +naar de pyramiden van Egypte. Maar nu de critiek! Waarom had Goethe dit +en dat zoo gedaan; was dat niet tegen de natuur? Goethe antwoordde dat +bij zijn weten deze opmerking nog nooit gemaakt, maar daarom niet minder +gegrond was. Hij heeft later niet willen zeggen welke opmerking Napoleon +eigenlijk had gemaakt, maar men mag stellig aannemen dat ze hierop +neerkwam: Waarom pleegt Werther niet alleen uit liefdeleed maar ook uit +gekrenkte eerzucht zelfmoord? Goethe had dit reeds op aandringen van +Herder in een volgenden druk bijgewerkt, maar dit was hem door het hoofd +gegaan! Wij hebben overigens zoowel uit de wordingsgeschiedenis van den +Werther als uit de bewoordingen van ons résumé doen blijken, dat deze +vermeende fout o. i. iets byzonder goeds is. + +Goethe ontmoette den keizer nogmaals toen deze bij Carl-August te gast +was. Gedurende het bal, dat op de voorstelling van Voltaire's Julius +César volgde, zonderden de twee grooten zich af. Napoleon had te voren +reeds beweerd, dat alle drama's waarin het Noodlot een rol speelde uit +den tijd waren--de politiek was getreden in de plaats van het noodlot! +Thans gaf hij Goethe in overweging een beteren César te schrijven, om te +toonen hoeveel schoons César tot stand had kunnen brengen, als men hem +niet had vermoord: Dit zou uw levenswerk kunnen worden! En Goethe moest +naar Parijs komen: daar was wetenschap en daar was stof voor geweldige +dichtstukken en daar zou hij den Franschen les kunnen geven in +natuurlijken smaak.--Goethe heeft er een oogenblik aan gedacht, eens een +kijkje in de wereldstad te nemen, maar hij dorst er op zijn leeftijd +toch niet aan. Men zegt dat Napoleon den dichter voor zich heeft willen +winnen, in de hoop dat deze de publieke opinie voor hem zou veroveren. +Hij schonk Goethe een eerekruis en gaf vergoeding voor de schade, die +Jena had geleden van het krijgsbedrijf. Goethe van zijn kant verklaarde +dat de Keizer het puntje op de I zijns levens had gezet, en dat hij +nooit schooner oogenblikken zou doormaken dan de oogenblikken, toen hem +bewust werd, dat hij aan den Keizer was verwant. Maar reeds lang te +voren had hij hem bewonderd en onoverwinlijk genoemd; terwijl hij aan +den anderen kant eens had uitgeroepen, dat hij straatzanger wilde +worden, om overal waar de Duitsche taal werd gesproken de schande uit te +zingen van de Duitschers, die niet als éen man tegen hem in opstand +kwamen. + + * * * * * + +Enkele jaren later gleed de vernederde Napoleon op zijn terugtocht uit +Rusland langs Weimar en liet snel informeeren hoe Goethe het maakte. +Toen begon de opstand van de Duitschers tegen den verzwakten Keizer. Ook +ditmaal scheen het, dat er in de nabijheid van Weimar afdoend zou worden +gevochten. De stad had veel te lijden door inkwartiering en vernieling. +Russen en Pruisen hielden den omtrek bezet en toen Goethe, te midden van +een groep kozakken, een kameel opmerkte, voelde hij dat het onbeschaafde +Azië op zijn beurt naar de heerschappij over Europa streefde; en hij +liet zijn kunstverzameling begraven, zijn handschriften in veiligheid +brengen. Terwijl Weimar meer en meer een hospitaal werd dat besmetting +uitwasemde, nam hij zich voor, nog zooveel mogelijk van zijn werk te +laten drukken; want hoewel de dankbare Duitschers pas veel later hem +zijn auteursrecht verzekerden en de uitgevers van roof-edities nog +fortuin konden maken,--wat eenmaal gedrukt is gaat moeilijk verloren! + +Men heeft Goethe zeer kwalijk genomen, dat hij zich tijdens den +vrijheidsoorlog koel en onverschillig gedroeg. Dit heeft niet belet, dat +de afstammelingen van dezelfde Duitschers, die hem om (wat zij noemden) +zijn anti-patriottische gezindheid hoonden, in hém den grondlegger van +de Duitsche volks-eenheid vereeren,--zonder Goethe geen Bismarck!--zijn +werk omzwermen met holle frazen die den buitenlandschen +geschiedschrijver maar al te zeer walgen, en menige daad van hem en +menige uitspraak, die met hun moraal-opvattingen in volstrekten strijd +is, goedpraten (niet doordenken maar goedpraten)--of verzwijgen, opdat +hun nationale held toch vooral niet onzedelijk heette. Het kan +verkeeren! + +Goethe heeft later wel eens betreurd, dat hij niet mee heeft geleden met +zijn volk--want lijden maakt groot--maar dit kan de motieven die hem in +zijn rustige rust hielden geenszins te niet doen. + +In de eerste plaats wilde hij met Napoleon op goeden voet blijven, +teneinde hiervan gebruik te maken indien de opstand eens mocht +mislukken. En hij wist dat Weimar scherp werd bespionneerd. Hij meende +dat Napoleons leger, hoe weinig ook opgewassen tegen het Russische +klimaat--nog steeds sterk en voorbeeldig georganiseerd was; en aan den +anderen kant had hij weinig vertrouwen in den geestdrift die nu +plotseling door heel Duitschland scheen op te laaien; hij hadd' daar +meer vertrouwen in gehad, indien de Duitschers naar de wapens hadden +gegrepen toen het Fransche leger nog voor den Rijn stond. Nu spotte hij, +dat men geestdrift niet voor een jaar of wat in de pekel kan zetten om +ze versch te houden, en hij vreesde dat allerlei ellende over het land +zou komen, zoodra de eerste rake klap zou zijn gevallen. + +Hij hield zich overtuigd dat Napoleons overheersching voorloopig eer +goed dan kwaad had gedaan. Het Duitsche grondgebied was niet meer zoo +verbrokkeld als voorheen, het schoolwezen was veel verbeterd, nog nooit +hadden de Duitschers een zoo zuiver beheer en een zoo deugdelijke +rechtsbedeeling gekend als toen. Napoleon deed geen moeite om het +nationaal bewustzijn van de Duitschers uit te roeien of om hun taal te +verdringen door het Fransch; gedurende zijn verblijf in den Elzas had +hij wel gemerkt dat deze landstreek, reeds een eeuw bij Frankrijk +ingelijfd, nog Duitsch was gebleven. Zooals Frederik de Groote zich eens +omringd had met geleerde Franschen, zoo lieten Napoleons stadhouders +zich grondig voorlichten door Duitschers van naam; en hij zelf had de +Duitsche literatuur lief. + +Maar ten slotte--hoe kan men vreezen voor de onderdrukking van een +nationaal bewustzijn dat.... niet bestaat? De term Het Duitsche Volk was +voor Goethe een leege abstractie en hij had moeite om niet zeer +onbeleefd te worden, als men hem dáarmee kwam aandragen. + +Zou de bevrijding, die men op het oog had, werkelijk vrijheid brengen? +Zou niet Fransche overheersching vervangen worden door de Pruisische? en +zou de hegemonie van Pruisen in het te stichten Duitsche rijk niet +gevaar opleveren voor vrijheid en beschaving? O, Goethe droeg nog scherp +in zijn herinnering hoe juist Pruisen zijn buitenlandsche politiek, die +toch op éénheid was gericht, had tegengewerkt en verijdeld, hoe Pruisen +zich destijds gereedhield om, zonder toestemming van de regeering, in +Weimar de boerenzoons eenvoudig te nemen, en er soldaten van te maken. +Hij wist dat de Franschgezinde Fritz--die eens zijn werk had bespot--in +Berlijn het gevoel voor schoone kunst had onderdrukt, en hij had steeds +ondervonden dat hij te Berlijn het grievendst werd miskend en bestookt, +bijv. door Nicolaï en door Kotzebue. Met geld had Pruisen zijn bloeiende +universiteit van haar beste leerkrachten beroofd. Het Pruisische +koningspaar, te Weimar logeerend, had gedaan alsof er geen Goethe +bestond, terwijl de Fransche geweldenaar zich nauw bij hem had +aangesloten. Zou Pruisen, welks zwaartepunt zich meer en meer naar zijn +oostelijke, Poolsche helft verplaatste, niet meer en meer onder den +invloed geraken van het achterlijke, half-Aziatische Rusland, aldus den +vooruitgang belemmerend?--Goethe heeft in vele opzichten juist gezien, +en degenen die aannemen dat hij de Fransche ontvankelijkheid voor +Duitsche beschaving heeft overschat, mogen niet vergeten, dat juist in +de tweede helft van de negentiende eeuw de besten onder de Fransche +denkers de voortreffelijkheid van de Duitsche Gedachte daadwerkelijk +hebben erkend. Voor hem die toegeeft, dat de ideeën ten slotte +heerschen, is dit, in spijt van de chauvinistische propaganda, in beide +landen gevoerd, een lichtend teeken des tijds. + +Hebben nu velen Goethe in staat van beschuldiging gesteld omdat hij geen +vrijheidsdeunen wilde dichten--hij is, helaas, nadat Napoleon was +verdreven voor den aandrang gebukt, getuige het half-kreupele +_Epaminondas' Ontwaken_--hij had vrienden genoeg, die hem zijn +afwachtende houding gunden, en die wel begrepen dat hij als dichter en +als denker meer voor de Duitsche eenheid wrocht, dan hij met +vaderlandsche zangen of pamfletten zou hebben gedaan. Hij zelf begreep +dit, en hij liep met het plan rond, het boek te schrijven dat voor de +Duitschers zou zijn, wat Homeros' werk voor de Grieken was geweest. + +Maar ook van degenen, die hem al vroeger hadden lastig gevallen, kreeg +hij veel hatelijkheid te verduren; vooral toen hij zijn zoon--die +vrijwilliger wilde worden--met toestemming van den hertog daarvan +terughield, daar August de eenige was, die in zijn zaken en +handschriften den weg wist. Hij liet zich door zijn familie naar een +badplaats drijven, maar het speet hem dra dat hij den laster was +ontvlucht, en hij vond er toch geen rust: de vele uitgewekenen die hij +er aantrof vervolgden hem met politiek. + + * * * * * + +Dit kon op den duur zijn geest niet afleiden. De cultuur-historische +levensbeschrijvingen van Winckelmann, Benvenuto Cellini en Hackert, die +hij had gemaakt, brachten hem op het denkbeeld, voor zich zelf te doen +wat hij voor anderen had gedaan. Zoo ontstond "_Wahrheit und Dichtung_", +dat zijn levensgeschiedenis tot aan zijn vertrek naar Weimar behandelt. +Vooral in de eerste helft van dit omvangrijke boek wordt de kleine +Wolfgang den lezer levend voor oogen gesteld, terwijl beschrijvingen van +ouders, familieleden, van stad en landstreek, van beroemdheden en van +geestelijke stroomingen den achtergrond vormen. Intusschen, wien het +niet alleen om een aangenaam aandoend en over het geheel ook correct +tijdsbeeld, maar vooral om nadere kennismaking met den jongen Goethe is +te doen, die leze het werk, vooral wat de weergave van stemmingen en +gevoelens betreft, zeer critiesch, voor een aanmerkelijk deel als +"Dichtung", en onder voortdurende raadpleging van degelijke bescheiden. + + * * * * * + +De romantiek had velen aandacht gewekt voor het tijdperk der +kruistochten, toen het Westen der beschaafde wereld zooveel leerde van +het Oosten. Ook Napoleons veroveringen hadden daartoe bijgedragen en +Goethe, die door den Bijbel zich reeds tot het Morgenland voelde +aangetrokken, was eenigen tijd bezig met de studie van Oostersche +literatuur, toen Hammers vertaling van Hafis' "Divan" hem verraste; want +de Perzische dichter gelijkt in zijn liefdeleven en in zijn wijsgeerige +overtuiging zoozeer op den westerling Goethe, dat deze zich afvraagt, of +hij misschien al eens in Hafis' lichaam op aarde heeft vertoefd. +Omstreeks dien tijd komt hij, vooral onder den invloed van den +bouwmeester Boisserée, tot het inzicht dat de Gothiek en de +middeleeuwsche kunst, die hij, na zijn terugkeer uit Italië, zoo heeft +verguisd, toch zeer merkwaardige cultuurverschijnselen vormen. Hij laat +zich (hoewel zijn denkrichting door en door Protestantsch blijft) door +het gevoel, dat hij onrechtvaardig is geweest, eenigszins meesleepen +naar het kamp van hen, die de hechte levensbeschouwing van de +middeleeuwen terugverlangen. Al haat hij de papen te hevig, al is hij +op het punt van belijdenis te onverschillig om, gelijk vele jonge +kunstenaars toen deden, tot het Katholicisme over te gaan, in zijn +Faust, zijn Wahlverwantschaften, zelfs in den Meister-roman schuift hij +den katholieken eeredienst nadrukkelijk op den voorgrond, en in de +beschrijving van zijn reis langs Rijn en Neckar keert hij tot een oude +liefde terug, en pleit met propagandistische warmte voor de restauratie +van de Keulsche Cathedraal. In Boisserée's museum oud-Hollandsche +schilderstukken bestudeerend, roept hij plotseling uit: "Och kinderen +wat zijn wij toch dom, wat zijn wij toch dom: we verbeelden ons dat onze +grootmoeder ook niet mooi is geweest.... Potverblomme, dat waren nog +eens andere kerels als wij.. en we zullen dat bekend maken; we zullen ze +prijzen en nog eens prijzen".--De kern van zijn kunstopvatting is +geenszins geraakt, maar hij overtuigt zich glimlachend, dat hij in +allerlei zaken wat te leerstellig is geweest, daardoor eenzijdig. En nu, +als gulle ouweman, spot hij een beetje met zijn leerstelligheid! + +Zijn waardeering voor Oostersche kunst en de hier aangeroerde +goedgeefsche stemming zijn twee elementen, die hij in een nieuwen +dichtbundel, den _West-Östlichen Divan_, tot uiting zal brengen: +glimlachende, schertsende Goethe met kaftan en tulband. + +Ziehier nu het derde element: Hij vertoefde herhaaldelijk in zijn +geboortestad Frankfort, waar men zeer gevleid was met het beeld, dat hij +in het eerste deel van zijn auto-biographie van die stad had gegeven, en +hem plechtig met groot eerbetoon ontving: "Zijne Excellentie de +hertogelijke Sachsen-Weimarsche Geheime Raadsman, heer Von Goethe, de +grootste nog levende en oudste Heros van onze literatuur" (zoo meldden +de bladen) "is gisteren in zijn vaderstad gearriveerd, die twintig jaar +lang van zijn vereerende tegenwoordigheid beroofd was". Daar had hij +kennis gemaakt met de kleinkinderen van oude kennissen; en met den +bankier Willemer en diens begaafde vrouw Marianne, een voormalige +tooneelspeelster, nog bijtijds aan een gevaarlijk milieu onttrokken. Zij +was mooi, zij zong zijn liederen, reciteerde zijn verzen, ze had iets +van Lili en van Lotte. Ze maakte hem vroolijk en ze kwam hem tot het +uiterste kantje tegemoet; doch zoo, dat haar echtgenoot, die waarlijk +geen dupe was, hun omgang kon billijken, en Goethes achting niet +verbeurde.--Dus wordt ze het middelpunt van den West-Östlichen Divan +(d.i. Oostersche verzenbundel, door een Westerling geschreven). Maar +Goethes warme genegenheid is in de phantasie vervangen door de +zinnelijke liefde van Hatem en Suleika. De gedichtjes, die Marianne hem +later toezond en die hij dan weer vroolijk met Hatem-verzen +beantwoordde, heeft hij in zijn verzameling opgenomen. Haar werk laat +zich bij eerste lezing niet van het zijne onderscheiden. + +Men heeft uit dezen schertsend-hartstochtelijken beurtzang wel eens +afgeleid, dat Goethe zijn levensgeloof--"de persoonlijkheid het +hoogste"--na zijn zestigsten verjaardag heeft vaarwel gezegd; deze +"bekeering" dan uitsprekend in de mededeeling dat Hatem (men weet nu dat +deze niet Goethes evenbeeld is, en in zijn ernstigste momenten nog +schertst) zijn hoogste geluk in Suleika slechts vindt. Voor zoover deze +opvatting niet reeds door het betrokken gedicht in zijn geheel genomen, +èn door de daarná voltooide Faust-tragedie wordt weerlegd, zij hier nog +dit opgemerkt: Goethe heeft in dien tijd verkondigd, dat de sluier van +aardsche liefde voor hem.... iets hoogers scheen te verhullen; en dat +hij in de liefde eener vrouw de bode zag van de liefde Gods. In verband +met hetgeen vroeger door ons over het begrip persoonlijkheid werd +geboekstaafd, moge den lezer nu naar genoegen blijken, dat in den Divan +on-ernstig en in Oostersche zeggingswijze door Goethe opnieuw (maar met +een tintje spot wegens zijn leerstelligheid) het oude levensgeloof wordt +uitgesproken. + +Natuurlijk was het echt iets voor Goethe, om zijn kennis van het Oosten +in een dik deel commentaren nog eens te luchten, en erg trotsch te zijn +op de Arabische krulletters, die hij over het titelblad had getrokken. + + * * * * * + +Bij zijn thuiskomst weer een doode: Christiane gaat sterven. De pas zoo +vroolijke man ligt geknield voor haar ziekbed, haar koude handen in +zijn handen drukkend, eentonig kermend: "Neen, neen.... je zult me toch +niet verlaten!" + +En ze verliet hem, en er kwamen ridderlijke vrienden, die beweerden dat +dit voor den ouden man een heele opluchting was. Hoe beschamend voor +deze edelen klinkt de strophe, die Goethe neerschreef op Christiane's +stervensdag: + + Du versuchest O Sonne vergebens + Durch die düstern Wolken zu scheinen! + Der ganze Gewinn meines Lebens, + Ist ihren Verlust zu beweinen: + + Vergeefs beproeft ge, o zonne, + door de troebele wolken te lichten, + de winste van heel mijn leven, + is het verlies van haar te beweenen. + +Het geurend woudbloempje, naar een stille plek overgeplant opdat de +dichter van haar geur mocht genieten zonder haar te breken, was dan +eindelijk toch verwelkt! + +Gaarne verwijlt de geschiedschrijver bij deze "martelares van het +geluk". + + * * * * * + +Enkele maanden te voren had Goethe naast den hertog gestaan, toen deze, +bij de verdrijving van Napoleon Groothertog geworden van een ruimer +gebied, zijn volk een grondwet gaf. Er werd bij die gelegenheid een +ietwat moderne volksvertegenwoordiging ingesteld, Goethe werd +gedecoreerd met de Falk-orde, zijn tractement werd verhoogd tot +drieduizend Thaler plus toelage voor équipage. Hij was nu bijna een +halve eeuw lang de tweede man in den staat geweest, en het wilde er bij +hem niet in, dat hij aan een veelhoofdig lichaam, aan menschen die de +kunst van het regeeren niet hadden geleerd, verantwoording schuldig was: +Hetgeen hij in een grimmige bui te kennen gaf, door aan den landdag de +volgende rekening voor te leggen: "Ontvangen zooveel, uitgegeven +zooveel, in kas zooveel, Goethe". Ook achtte hij het zeer bedenkelijk +dat er nu persvrijheid kwam: hij oordeelde de pers een te gevaarlijk +wapen in handen van eenzijdig-ontwikkelden, die wel de pen met mooi +vertoon konden voeren, doch van zaken-doen geen ervaring hadden. Hij +behield zich dan ook het recht voor, om tegenover persvrijheid, +zijnerzijds niet-leesvrijheid te stellen, en hij zuiverde zijn eigen +geschriften van--revolutionaire toespelingen, daar hij de gisting onder +de studenten en de intellectueelen niet wilde aanwakkeren. Hij betoonde +zich overigens van zìjn standpunt gematigd: zoo werd een hoogleeraar, +die de grondwet scherp had aangevallen omdat ze _z. i._ niet ver genoeg +ging, in zijn functie niet bedreigd; wel werd zijn tijdschrift bedreigd, +doch pas later, toen het tot een uitbarsting was gekomen, verboden. + +Deze uitbarsting was het befaamde feest op den Wartburg, ter herdenking +van den slag bij Leipzig en van het derde eeuwfeest sedert de +hervorming, toen de Duitsche Burschen onder leiding van hun professoren +het zoo bont maakten, dat de naburige mogendheden zich er over bezwaard +zeiden. Goethe, die dit had voorspeld, voelde wel eenig leedvermaak, +daar Kotzebue-zelf tot verrader des vaderlands werd gepromoveerd, maar +toen deze door een dweepziek student werd neergestoken moest hij wel +ingrijpen. + + * * * * * + +Voor hem werd het tijd om zich terug te trekken uit het openbare leven. +De hertog maakte hem den terugtocht makkelijk door hem in een nàrrige +bui--waarvan hij terstond maar te laat berouw had--uit de functie van +tooneelleider, die hij sedert zijn terugkeer uit Italië met opoffering +van veel kostelijken tijd had waargenomen, te ontslaan: Goethe, die zich +alle moeite had gegeven om te Weimar een echt Duitsch tooneel te +stichten, had nl. geweigerd een gedresseerden hond te laten optreden, en +Carl-August, die een liefhebber was van honden, had toen zelf +toestemming gegeven, waarop Goethe de stad had verlaten. Goethe liet het +erbij. Hij wist zijn laatste levensjaren tòch wel te besteden! En dat de +verstandhouding tusschen de twee mannen niet blijvend geschokt was door +die eene driftbui, dit bleek toen er te Weimar werd gejubeld. + +Het begon met Carl-Augusts gouden regeerings-jubileum en gouden +bruiloft. Goethe was de eerste die de groothertog feliciteerde, en bij +die gelegenheid, 's morgens om zes uur, beloofden de vorst en zijn +eerste dienaar elkander, dat ze samen zouden blijven tot den laatsten +ademtocht. En vlak daarop de feestelijke herdenking van Goethes aankomst +te Weimar. Door gezang werd de dichter uit zijn slaap gewekt en door 't +veelzeggend tikken van de klok uit het ouderhuis, die een bewonderaar +had opgespoord. Zijn huis stond vol bezoekers. Carl-August had een +gouden gedenkpenning geslagen, en een proclamatie uitgevaardigd, waarin +hij Goethe, den man die hem in al de moeilijkheden des levens was +gevolgd, het schoonste sieraad van zijn regeering heette. Er was een +gala-voorstelling van Iphigenie en een pracht-uitgave van Iphigenie en +heel het Frauenplan (waar Goethes huis lag) illumineerde dien avond. De +burgemeester kwam een oorkonde brengen, die aan Goethe en aan al zijn +nakomelingen van het mannelijk geslacht het eere-burgerschap van Weimar +verleende. De medische en de philosophische faculteit van Jena benoemden +hem tot doctor honoris causa; hij kreeg het recht, naar eigen inzicht +twee philosophische doctorbullen uit te reiken, en bedacht toen in de +eerste plaats zijn secretaris Eckermann. Een pas-ontdekte plant en een +pas-ontdekt mineraal werden naar Goethe benoemd. + + * * * * * + +En op zijn vier-en-zeventigsten jaardag danste de grijsaard met zijn +rose gelaat en zijn groote schitterende oogen nog als de beste. En hij +was zoo verliefd op een meisje van twintig, Ulrike Levetzow, dat de +groothertog tot tweemaal toe namens zijn minister haar hand ging vragen. +Van het huwelijk kon niets komen, doordien het meisje zijn aanzoek +ontweek, en zijn zoon--die den ouden man niet meer begreep--hem onder +hevige scènes van dien stap terughield. Hij trok het zich zoo aan, dat +hij er ziek van werd, en in Mariënbader _Elegie_ klinkt zijn smart +dieper en warmer dan ooit in zijn jongensliederen. + +[Illustratie: _a_ GOETHE. _b_ GROOTHERTOG CARL-AUGUST +(bij hun 50-jarig jubileum) +_naar de teekening van H. F. Brandt_] + +Hij had gehoopt dat een vrouw vrede zou stichten in zijn huis. Het gezin +van zijn zoon, dat bij hem inwoonde, was niet gelukkig: de schitterende +en verstandelijk zeer ontwikkelde Ottilie had August gehuwd eer om dicht +bij zijn grooten vader te zijn, dan uit liefde. De grootheid van zijn +vader deed August kwaad: de goede opvoeding, die hij had gekregen, +verhoedde niet dat hij zich voor ondergeschikte posities te hoog +achtte, terwijl hij toch niet in staat was zich hooger op te werken dan +de gunst van Carl August hem plaatste. Hij was een van die tragische +figuren die bijna groot zijn, dat is meestal, helaas, zeer klein. De +teleurstelling bracht hem aan den drank--zijn grootvader van moeders +kant was een dronkaard--en hij ging een losbandig leven leiden, hoeveel +moeite er ook aan hem werd besteed. + +Goethe had den moed, in werken troost te zoeken. Zijn uur naderde, al +voelde hij zich uitbundig jong, en hij moest afronden, voltooien, +uitgeven, opdat niets verloren zou raken door een of andere ramp: De +Wanderjahre, het tweede deel van Faust, zijn levensbeschrijving, het +relaas van zijn reis door Italië, ten slotte de nieuwe editie van zijn +werken, waarvan het auteursrecht was verzekerd. En hij redigeerde zijn +tijdschrift "Kunst und Altertum" en hield zich trouw op de hoogte van de +groote vorderingen, die wetenschap en industrie en verkeer in het begin +van de negentiende eeuw maakten. Nog in 1831 refereerde hij over den +strijd tusschen Cuvier en Geoffroy St. Hilaire, waarvan boven sprake is +geweest. En dan had hij zijn schilderijen, zijn afgietsels van +beeldhouwwerk, zijn munten, zijn welvoorziene natuur-historische +verzameling, waarop hij verliefd was, die hem steeds met vreugde +vervulden. Om vijf uur in den morgen begon zijn dagtaak; van acht uur af +hield hij vier secretarissen bezig. Daaronder Eckermann, die zich van +veehoeder en bedeljongen had opgewerkt tot den post van vertrouwen, dien +hij bij Goethe bekleedde. Hij was de man die zelf niet iets groots kon +maken, en toch het groote zoo kende, dat hij--misschien beter dan +Schiller, wijl minder dogmatiesch--Goethe aan het werk wist te zetten, +hem door voorzichtig en toch ietwat opdringend vragen aan het praten, +_d. i._ aan het scheppen wist te krijgen. In zijn "_Gesprekken_" zien +wij Goethe herleven, zooals hij in zijn latere jaren inderdaad geweest +is: wij zien zijn gebaren en hooren hem de menschen, waarover hij +spreekt, met geweldige stem imiteeren, eenigszins lispelend, doordat hij +voortanden miste; wij zien hem in zijn geliefkoosde houding, met zijn +handen op zijn rug, stappend om zijn tafel heen, en daarbij vertellend, +lachend, op zijn poot spelend, zachtkens zingend, vloekend, spottend +goedmoedig; en daarbij nog altijd de hooghartige statige Goethe +blijvend, die zich met een: Nu we hebben weer een goeden dag gehad! aan +tafel begeeft, en het zich kostelijk laat smaken, en nog wel een +fleschje Rijnwijn lust. + +En menschen uit alle deelen van de wereld trokken naar Weimar om den man +te leeren kennen, die àl meer een heilige werd, steeds eenvoudiger en +reiner, of--zooals hij lachend placht te zeggen--dan eindelijk +verstandig was geworden, zij het ook een beetje laat. Nu hij zich vrij +had gemaakt van de aarde, kon hij ook jegens vrouwe Von Stein, die al +ver over de tachtig was, zijn schuld afdoen, en, de kwellingen +vergetend, haar zeggen dat ze, naast Shakespeare, het meest had +bijgedragen tot zijn vorming. + +En er vielen weer dooden. Nog geen drie jaar na het jubileum stierf +Carl-August, die in den laatsten tijd zoo vaak, onaangediend en zonder +op bezoekers te letten, zich naast hem had neergezet. Dat was een heel +oude vriend die daar wegging; maar hij beheerschte zich. Laten we over +wat anders spreken, zei hij tot zijn huisgenooten, toen de klokken +gingen kleppen.... Hij woonde de begrafenis niet bij. Teruggetrokken op +het slot Dornburg, studeerend en waarnemend, wist hij zich te herstellen +totdat hij nog een liefdeliedje zong voor Marianne Willemer, aan wie hij +telkens bij volle maan zou denken. + +Toen stierf hertogin Louise, de hooge vrouw die langzamerhand genaakbaar +was geworden, die vaak bij hem te gast was, en die een botsing tusschen +Goethe en den Landdag had gesust met de verklaring, dat zulke vreemde +begrootingen als díe inzond geen "precedent" schiepen, daar er immers +toch maar één Goethe was.... en wie weet hoe lang nog. + +Toen stierf zijn zoon, die met Eckermann naar Italië was gestuurd, om +daar zelfbeheersching te leeren; stierf aan koortsen, maar in een +stemming die hem rijp maakte voor zelfmoord. "Patri antevertens"--den +vader voorgaand--staat er op zijn graf. + +De oude bedwingt zich en troost zich in zijn kleinkinderen Wölfchen en +Walther, die zijn huis vroolijk maken met hun jeugd. + +Maar het woord "dood" spreekt men in zijn omgeving niet meer uit en hij +zelf gebruikt de omschrijving: "Het wegblijven" van August. + +Op zijn tachtigste jaar heeft hij een bloedspuwing, en er zit nog +zooveel vitaliteit in hem, dat hij er tot verwondering van zijn +geneesheer overheen komt. Zooals wel blijkt uit een monographie, door +dezen over Goethes laatste ziekte geschreven, hebben de artsen het nooit +met den dichter kunnen vinden. Ze begrepen niet hoe hij als jongen zoo +zwak en toch zoo taai kon zijn; en ze begrepen niet hoe hij op zijn +tachtigste jaar nog zoo gaaf en zoo frisch was gebleven. + +Zijn tweede jeugd, in letterlijken zin, breekt aan: het resultaat van +een langzame zelfverovering. "Ik bevind mij (zoo verklaart hij) in een +soort van exaltatie, die mij in staat stelt de poëzie te bevelen, zelfs +tot beelding van dingen die ik nooit beleefde; door een geheimzinnig +psychiesch gebeuren, dat misschien alle studie waard is, geloof ik mij +tot zulk een staat van vruchtbaarheid verheven dat ik volkomen bewust +voortbreng wat ik zelf wensch......" + + + + +XXX + + Sie hören nicht die folgenden Gesänge + Die Seelen denen ich die ersten Sang.... + + FAUST + + +Toen de 81-jarige Goethe zijn "Faust" voltooid had, sprak hij tot zijn +secretaris Eckermann deze merkwaardige woorden: Mijn verder leven kan ik +geheel en al als een geschenk beschouwen; het doet er niet toe wat ik nu +verder uitvoer. Hij heeft de Faust-tragedie zijn "Hauptgeschäft" +genoemd, en dat niet alleen om haar waardij als kunstwerk; maar vooral +omdat hij er de winst zijns levens, met lijden en hard werken verworven, +in had neergelegd. En dit immers was het streven van den ouden Goethe: +nauwkeurig nagaan, afronden, boeken, wat zijn leven hem had opgebracht, +zich een plaats zoeken onder de voortreffelijken, zelf "historiesch" +worden. In het geschiedkundig gedeelte van zijn Kleurenleer beproefde +hij dit als wetenschappelijk man; in Wahrheit und Dichtung als dichter +en als Duitscher; in de chronologische tabellen van zijn eigen daden, +waarmede hij zijn wanden beschreef (en die, jammer genoeg, met een laag +witsel werden besmeerd) als zoon van Caspar Goethe; en in Faust +als........ De lezer begrijpe dat wij hem hier het juiste woord schuldig +moeten blijven: immers Faust is eenig in zijn soort (wat men er +overigens op moge aanmerken); en alleen voor den werker die voorgangers +en genooten heeft, bestaat er een naam! + +[Illustratie: GOETHE IN ZIJN LAATSTE LEVENSJAAR +_Naar de teekening van C. A. Schwerdgeburth_] + +De bedoeling: zijn geheele leven in deze tragedie uit te beelden, heeft +Goethe pas in later jaren opgevat. Wij weten reeds dat hij als +Straatsburger student zich aan de Faust-legende vergastte en, zonder er +iets van neer te schrijven, eigen ervaring door dit gegeven weefde. Hij +had daarbij toen twee bepaalde voorvallen op het oog, _nl._ zijn mislukt +pogen om langs alchimistischen weg het wezen der dingen te vinden; èn +zijn liefdehandel met Friederike Brion. Zijn taak was dus vrij scherp +omgrensd. Maar in den loop van de zestig jaar, die verliepen voordat hij +zich met de boven geciteerde woorden tot Eckermann kon wenden, heeft hij +meermalen de verzuchting geslaakt, die men in Wilhelm Meisters +Wanderjahren verneemt: "Elk ambachtsman schijnt mij de gelukkigste +mensch; wat hij heeft te doen is uitgesproken, en wat hij kan leveren is +beslist." + +Want zijn blik op de ervaringen, die het onderwerp van den Oer-Faust +uitmaken, verruimde meer en meer. Hij voelde dat hij nog niet aan het +eindpunt stond, en dat allerlei tusschentijds opgedane ondervinding zijn +eindoordeel wijzigde: de stof werd al rijker en liet al moeilijker zich +handteeren. Ook zijn kunst-principes hadden zich ontwikkeld: zijn liefde +voor het monumentaal-Gothische, het natuurlijk-opbruisende, week voor +overgave aan het sentimenteel-romantische, dat hem naar den stillen +eenvoud van het classieke voerde, waarbij zich op het eind van zijn +leven een zucht naar symbolische geheimdoenerij voegde. Maar elk dezer +kunstrichtingen (wij bezigen dezen term uit practische overwegingen) +bekijkt een bepaalde stof op haar eigenaardige wijze, maakt op haar +beurt het naar voren treden van zekere feitenreeksen, het wegdoezelen +van andere feitenreeksen, in hetzelfde gegeven wenschelijk. Wat den +jongen stormenden en dringenden student gewichtig scheen, werd +ternauwernood vernomen door den grijsaard, die het tweede deel van Faust +schreef. De eerste, volbloed kunstenaar, liet alle stemmen en toonaarden +waarover hij beschikte overvloedig uit-galmen: hij pronkte met +cabalistische natuurkennis, met philosophie, met stoutmoedige satyre, +heelal-omvattende ironie, kind-naïef pathos; en overal dienden hem zijn +pas geopenbaarde woordkunst en zijn vermogen, zich in anderen in te +leven. Hij kon Mephisto laten zingen zoo eenvoudig en zoo welgemeend als +vriend Wolf, wanneer deze een lief meisje beweende. Maar de oude Goethe, +hoe vergevingsgezind ook in het dagelijksch leven, werd wel eens +dogmatiesch als hij de pen ter hand nam; hij sloeg gaarne spijkers met +koppen, maar toonde even gaarne (om de vergelijking door te drijven) +spijkers met spitse punten; hij liet geen gelegenheid zich ontgaan om in +verborgen hoekjes van zijn werk vallen op te zetten, waar zijn +wetenschapstegenstanders jaren naderhand nog plezier van konden beleven. +Hij was onderwijzer, autoritair hoogleeraar, en despoot tegelijkertijd, +en verlangde dat men een diepzinnigheid, waarover hij jaren had +nagedacht, oogenblikkelijk begreep. Met de vreemde vruchtbaarheid die +hem in zijn laatste jaren verheugde, wist hij de dolzinnigste +spotternijen in de reeds ontworpen constructie t'huis te brengen. En zoo +heeft hij de tragedie Faust, argeloos kunstwerk in den beginne, als +pretentieus leerdicht besloten. + +Door het eerste gedeelte zweven vele beangstigende vragen, maar uit de +bewoordingen, waarin ze zijn vervat, blijkt ons dat de dichter het bij +'t aanvoeren van ondoorgrondelijkheden wilde laten: "Das Schaudern ist +der Menschheit bester Teil." Maar het tweede gedeelte wil op de +hoofdvraag, en op vele bijvragen die in 't begin niet eens voorkomen, +zielkundige, theologische, teleologische, wijsgeerige antwoorden geven. +Het wil een betoog zijn, _d. w. z._ het wil een ijle Gedachte beteekenen; +en toch kunstwerk zijn, _d. w. z._ een harmoniesch-evenwichtig beeld. + +Nu kan een Gedachte nooit opgaan in een Beeld, en de dichter, die zulk +een gedachte toch àls leerstelling wil uiten, moet ze in menigvuldige +betoogfranjes hangen aan zijn beeld; waardoor het beeld in zijn +classieke naaktheid ontsierd wordt, en de gedachte toch niet bereikt: +evenmin als de talrijke spitsboogtorentjes, die men tegen sommige +gothische bouwwerken heeft geplakt, het Opperwezen bereiken, al zijn ze +ten hemel gericht. Vooral het tweede deel van Faust, dat mag heeten +nadrukkelijk en gewaagd allegoriesch, laat den gevoeligen lezer, die +voet bij stuk wil houden, onbevredigd; daar Gedachte en Beeld er ieder +een eigen leven leiden en niet versmelten, zooals in Iphigenie. Dit is +een ontaarding van het standpunt dat de schepper van Iphigenie innam: +Dàar een schoon beeld, dat op zich zelf doel is, maar dat toch de wazige +diepten van de Idee ontsluit; hìer een beeld dat telkens wil +vervluchtigen, wil opgaan in Gedachte, wat niet lukt; en dan, na iedere +mislukte poging vermagerd als een ascetische monnik, tamelijk ongemerkt +overlijdt: wat het dramatiesch effect verijdelt. + +Goethe wilde het onbeschrijflijke tòch beschrijven, gevoelend dat hij +meer-dan-mensch was; en hij wist dit, getuige de sacramenteele +slotwoorden van zijn Faust. Daarnaast staat zijn bewering (in een brief +aan Schiller), dat hij het hoogste wel wilde aanroeren maar niet +bereiken, en hiermede in overeenstemming zegt hij dan ook dat het +ongrijpbare feit wordt, op de plaats waar het Faust-beeld.... eindigt: + + Das Unzulängliche + Hier wird's Ereignis; + Das Unbeschreibliche, + Hier ist es gethan..... + +Maar niemand zal ontkennen dat hij op menige plaats ook in het corps van +de tragedie naar het onmogelijke greep. En het besef, dat hij dit deed, +maakte hem vaak zoo mismoedig, dat hij aan het begin van de negentiende +eeuw wel twintig jaar voorbij liet gaan, zonder iets van beteekenis aan +het werk toe te voegen; den Faust beschouwde hij als een dolle kluyt, +als een vergaarbak voor allerlei "dramatiesch-humoristischen onzin", +voor burleske toespelingen op tijdgenooten, voor te laat geboren Xeniën, +die met het onderwerp niets hadden te maken. Ook kwamen dan weer de +oogenblikken dat hij, onbegrensd vertrouwend op zijn krachten, zonder +aarzelen de moeilijkste gedachten formuleerde; en het is dan ook de +groote bekoring van dit poëem, dat de dichter er nergens stamelt of van +inspanning hijgt. + +Maar als men, nu niet op de zegswijze lettend, het boek na lezing +doorbladert, om de situaties in onderling verband te vatten, dan voelt +men dat hier een Titan (men vergeve ons het ouwerwetsche woord) de +brokken, die hij eerst in ademlooze nauwlettendheid heeft behouwen, in +woest krachtsvertoon op elkander heeft geworpen, met het misbaar van +verren donder. Goethe dunkt ons hier een Tantalos + + "in wiens gesprekken, van ervaring diep + En bonte zinrijkheid, de goden zelf + Als in orakelspreuken zich verlustten".... + +Doch, (verklaart de wijze Iphigenie) + + "Doch goden moesten niet + Met menschen wandlen als met huns gelijken: + 't Geslacht der stervelingen is onmachtig + Op ongewone hoogten niet te duizlen. + Hij was niet laag of slecht, en geen verrader, + Enkel voor knecht te groot en voor een makker + Des grooten dondergods een mensch maar...." + +Zulk een man nu, maar dan in een Katholiek-Christelijk wereldplan +begrepen, is ook Faust. Zijn reiken naar het Hoogste en zijn nêerstorten +in donkere afgronden wordt in deze tragedie verbeeld. Maar dat iets van +het goddelijke zijn deel is, het wordt den lezer voelbaar, doordien +Goethe-zelf, hém scheppend, telkens uit lichtende hoogten omlaagduizelt, +als ware hij zelf een Faust of een Tantalos. Goethes wanhopige +scheppingsworsteling smelt met Fausts hemelstreven saâm. En zoo blijkt +den lezer, voor zoover hij niet is aangelegd Duitsch-esthetiesch, de +onregelmatige vorm van het werk een welkome winst. + +Overleg kon Goethe hier niet baten: Faust is niet een drama, welks +handeling consequent, en zonder overwegenden invloed van buitenaf, uit +een grondgegeven voortvloeit. Het is een reeks tafereelen (gelijk Götz +is) welker samenhankelijkheid men eerst na ernstige studie beseft of.... +niet beseft (doch dit om het even); hoofdzaak is, dat men de logische +aaneenschakeling van de situaties niet rechtstreeks bespeurt. Bovendien +(of liever: in verband hiermede) kan hij, die het geheel overziet, hier +den Held--hoe fier en hoe geniaal ook--voor zijn daden niet +verantwoordelijk houden, daar niet duidelijk is afgebakend, in hoeverre +Faust eigenlijk onder den invloed staat van Mephisto, die immers van den +almachtigen God--het geldt een weddenschap!--verlof heeft gekregen om +naar goedvinden met hem te handelen. Wij nemen Faust de schurkenstreken +die hij volvoert niet kwalijk: wij oordeelen toegevend over iemand die +steeds in gezelschap van Satan verkeert. Maar aan den anderen kant +merken wij wèl, doch gelooven nauwelijks, dat hij in de wieling van +onbehaaglijke genietingen, waarin Mephisto hem "stof laat vreten", zich +blijkt "van 't goede duisterlijk bewust"; al kunnen wij zulks dan ook +wel weer in het afgetrokkene beredeneeren. Het catholiesch +verpersoonlijken van het Opperwezen heeft hier den pantheïst Goethe +parten gespeeld. God, in de wolken tronend als Oppermensch, trekt àl te +gaarne aan de marionet-koordjes om aan Faust of aan Mephisto +persoonlijke wilsvrijheid te gunnen.... + +Met Faust heeft Goethe uitgevierd den verheven kant van zijn wezen niet +alleen, maar ook zijn trachten naar het caricaturale, het balletachtige, +zijn zucht om op te treden als leider van een cotillon, als ontwerper en +voor-rijder van een bar-comieken, phantastiesch-leerrijken allegorischen +optocht bij fakkellicht: een neiging die hij vaak verdoemde maar niet +blijvend overwon. De Faust-tragedie lijkt een subliem libretto voor een +oratorium, wachtend op den onmogelijken componist, die met diep inzicht +in de wordingsgeschiedenis van dit gewrocht de beeldende scènes er van +naar voren rukke, doch er een massa fraaie en scherpzinnige bewoordingen +door horden van tonen make onverstaanbaar, ze verwerkend in +achtergrondsche stemmings-melodieën. + +Zoo is Faust meer een probleem dan een welsprekend feit, en Goethes +hoofdwerk is beroemd geworden, niet wijl men het begrijpt en bewondert; +maar wijl men bewondert de scherpzinnigheid van de commentators, die het +werk niet begrepen en juist daarom er zooveel geleerdheid over schreven. +De lezer wete dat Goethe zich genoegelijk in zijn handen wreef, toen men +in potsierlijke ernst ieder woordje van de reeds verschenen +Faust-fragmenten ging "commenteeren". "Want (zei hij lachend) er staat +zooveel onzin in, dat de keirels daar toch nooit meê klaar komen". De +Faust-dichter was tè rijk om voortdurend zijn ziel in waardige +lijdzaamheid te bezitten; hij is zich vaak overmoedig te buiten gegaan. + +Maar ook de verklaarders: Op plaatsen waar niets byzonders staat, wist +men de diepzinnighedens bij dozijnen aan te wijzen; de onverzoenlijkste +tegenspraken tusschen brokken, die in verschillende levensperioden van +den maker ontstonden, wist men te overbruggen. Maar op plaatsen, waar +Goethe zich met genialen zwier had geweerd, ontdekte men esthetische +fouten, zóo voor de hand liggend, dat Goethe ze zeker zou hebben +weggestreken,--indien fouten het waren! + +Er is in onzen tijd geen geestesstrooming of haar woordvoerders vinden +in Faust van hun gading: materialisten en idealistische wijsgeeren; +godloochenaars en vrijzinnige Christenen; socialisten en conservatieven; +vegetarische natuurmenschen en propagandisten van het edele druivennat; +luiaards en verheerlijkers van den arbeid: beroepen zich beurt om beurt +op Faust. En al rukken zij wel eens een phrasetje uit haar verband, en +al nemen zij wel eens ernstig wat Goethe sarcastiesch bedoelde, hij +bekijkt het leven van zooveel kanten, dat partijgangers van genoemde en +van nog vele òngenoemde richtingen volkomen terecht den Faust zouden +kunnen citeeren--indien zij hem werkelijk lazen; wat wij minder grif +beamen. + +Want Faust behoort tot de boeken, die beroemd zijn zonder dat ze worden +gelezen; van naprater op nababbelaar plant zich omtrent dit stuk een +soort illuzie voort: dat het zoo geweldig is, en dat het zoo grootsch +is, en dat het zoo realistiesch is.... Maar menigeen die het, afgaand op +wat hij had hooren zeggen, ter hand nam, bevond zich volstrektelijk +teleurgesteld door de schijnbaar taaie en koude verzen; door de +symboliek, die men wel als zoodanig onderkent, maar toch niet +ontcijfert; en door het gebrek aan eenheid. Hij, die in onzen +materialistischen tijd het eerste deel volkomen kan meegenieten, is +waarschijnlijk niet genoeg doorgedrongen in de "classieke oudheid", om +uit sommige figuren van het tweede deel meer te maken dan bizar +klinkende namen. Aan het eerste deel ligt een noordsche, aan het tweede +een zuidelijk-classieke wereldbeschouwing te grondslag; en bij slechts +weinigen zijn deze twee wereldbeschouwingen zoo aan elkaar verknocht als +bij Goethe. Dit nu is het geniale maar ook het hinderlijke in het boek, +dat deze onderlinge verknochtheid van twee uiteenloopende +wereldbeschouwingen er als _van zelf sprekend_ wordt aangenomen! + +Voelt men zich door bewondering voor sommige gedeelten genoopt tot +ernstige studie van de Goethe-literatuur, dan treedt na jaren het +oogenblik in waarop men meent, ieder woord in Faust te begrijpen. Maar +als men zich dan niet "ruhig auf ein Faulbett" legt, zal men gaandeweg +weer zijn houvast verliezen en moeten toegeven, dat er aan de eenheid +in dit meesterwerk inderdaad iets ontbreekt. + +Wel te verstaan: men zal dit nooit in het openbaar zeggen, want dan zou +men velen zien opstaan die beweerden: Maar ge hebt het èchte er van ook +niet gesnapt! Om dit te beweren behoeft men zelf dit "echte" niet te +weten. Men vertrouwt op de boekenkast vol.... ongelezen commentaren, +waaruit men zoo noodig gemakkelijk en gemoedelijk eenige grepen zou +kunnen doen; indien men tot nadere verklaring werd uitgedaagd. Maar het +gevaar is niet groot, want--wie uitdaagt schijnt te erkennen, dat hij +het zelf niet weet. En zoo blijft een groote groep Goethe-bewonderaars +in het duister tasten, met behulp van een zekere onoprechtheid die onder +deze heeren regel is geworden. En Goethe had het recht in zijn Zueignung +te klagen: + + Mein Lied ertönt der unbekannten Menge, + Ihr Beifall selbst macht meinem Herzen bang.... + +Uit deze (voorloopig rhapsodischen) blik op de wordingsgeschiedenis en +de reputatie van de Faust-tragedie volgt: + +dat wij niet gelooven aan het bestaan van een logische, organische +eenheid van toon, van bouwstof, van handeling--die Faust zou hebben +gemaakt tot een onberispelijk meesterwerk; + +doch wel aan een eenheid, die voortspruit uit een goed begrip van de +functie, die Faust in Goethes leven vervulde. + +Voor een ideaal kunst-ideaal is de Faust-als-geheel mislukt en vandaar +ook dat hij niet _uit zich zelf_ kan worden begrepen. Maar aan den +anderen kant zou het misschien jammer zijn, indien de Faust even +smetteloos-klaar ware geworden als de Iphigenie, wijl de vele +onregelmatigheden en dissonanten, die wij er aantreffen, ons het +onstuimig-worstelende in den levensgang van den Held zoo intens doen +voelen. Goethe wist, dat heel ons bestaan is een aaneenschakeling van +triumphen en instortingen, en hij drukte dit gaarne uit met de +beeldspraak: Zelfs ons loopen is een reeks van vallen. + +En de heerlijke elementen waaruit deze tragedie is opgebouwd, en die +mij--na wel twee dozijn nauwlettende lezingen--doen zeggen dat Faust het +schoonste literair kunstwerk is dat ik ken, laten zich zeer wel +genieten door den lezer die den sleutel bezit. + + +II + +Hier volgt, voor hen die de voorafgaande bladzijden verwerkten, deze +sleutel: + +Aanvankelijk voelt Goethe overeenkomst tusschen zijn streven en het +beeld, dat de Faust-sage in hem afgeeft. Hij besluit, gelijk boven reeds +werd vermeld, twee bepaalde levenservaringen in deze sage "op te +bergen". Hierbij voegen zich later vele andere ervaringen, die met de +oorspronkelijke inspiratie oogenschijnlijk geen verband houden. Maar er +eigenlijk wèl verband mede houden: het zijn de ervaringen die één en +dezelfde man zich maakte. De eenheid in de Faust-tragedie is.... Goethes +levensloop. + +Het Godsverlangen van jongen Wolfgang; de ontnuchtering van mosjé +Goethe, den Leipziger student; de herleving van zijn vroomheid na +langdurige ziekte; zijn alchimistische werkplaats, waar hij probeert +maagdelijke aarde te maken en het wezen der dingen uit te koken; zijn +kennis van boeken over toovenarij, die men tegenwoordig niet meer leest; +zijn begrijpen dat de Natuur zich haar geheimen niet "mit Hebeln und mit +Schrauben" laat afpersen, voor zoover ze die niet aan onzen Geest +openbaart; het vinden van die geheimen in de Kunst (Shakespeare, die met +goddelijken mond 's menschen Lot verkondigt); zijn besluit om zich te +werpen in de vloeden van het Noodlot, teneinde daar te zoeken wat hij +noch in boeken noch in laboratoria vond; zijn minachting voor alle op +zich zelf staande wetenschappen; zijn vertrouwen op zijn intuïtieve +kenbron; zijn liefde tot Friederike, waaruit louterende, hem tot dichter +wijdende kwellingen voor hem ontstaan; zijn verblijf aan een hof, alwaar +hij door krachtige daden tracht een volk en zich zelf geluk te +veroveren; zijn wanhoop, dat de juweelen des hemels zich niet in +vorstenkronen laten vatten; de herleving van zijn dichtergave, die hem +nu menschenliefde, wetenschap, daadkracht is geworden; het "huwelijk" +van zijn geest met den Geest der antieken (Helena); zijn afkeer van +politieke idealen, inzonderheid van de Fransche revolutie; zijn +belangstelling in al wat rechtstreeks den rijkdom van een volk verhoogt, +zooals de ontwikkeling van industrie en verkeer; het pijnlijk besef dat +de vooruitgang over lijken gaat; zijn geloof in het demonische; het +evangelie van de zelfoverwinning; de bevrijdende macht die hij aan reine +vrouwen toeschrijft; de zekerheid dat hij, die tot het laatst toe +godvallig werkt, onsterfelijk is;--zie hier enkele ervaringen en +inzichten, die Goethe in deze tragedie wilde opbergen. + +Of de oude sage daarvoor ruimte genoeg bood? + +De lezer weet reeds dat Goethe aan de historische gegevens, die hij zei +te bewerken, meestal niets heel liet. De legende, waarvan hier sprake, +heeft hij omgegoten naar zijn behoeften. Dat wil zeggen (waaròm, zij +aanstonds gestaafd) naar de behoeften van zijn Tijd. + + +III + +Faust heeft "werkelijk" bestaan, maar dit doet niet ter zake: de +volks-phantasie was gedrongen, zich een Faust te scheppen, en heeft hem +zooveel wonderlijks toegedicht, dat men veilig mag beweren: de +pronkzieke toovenaar, zooals wij die uit de legende kennen, is een +verzinsel en lijkt niet veel meer op zijn naamgenoot; welke in den tijd +van de Hervorming heeft geleefd, en zich heeft verdaan aan denzelfden +duivel, die van den bijbel-vertalenden Luther een inktpot naar zijn kop +kreeg. + +Het was destijds niet ongewoon dat de duivel geleerde menschen bezocht: +immers alle geleerdheid, die niet uit God kwam (_d. i._ die niet +berustte op de scholastieke wijsbegeerte), kwam van den duivel, en +hieruit volgt reeds dat Maarten Luther vooràl zich reddeloos aan den +duivel had verkwanseld, wat hem dan ook tot gruwelijke abominaties +bracht, als daar zijn: bijbelvervalsching, en zijn huwelijk met een non. + +Doch de mannen die door hun zwart-helsche wetenschap de dooden konden +wekken uit hun graf, die goud konden maken, die de gevaarlijkste ziekten +konden bezweren (mits de patiënt zich maar aan den duivel gaf)--die +wonderdoctors van de Renaissance.... och arme! ze kenden heel de wereld +en den hemel bovendien, ze kenden vreemde kruiden en gedierten, kenden +natuurlijke en bovennatuurlijke krachten; ze wisten ook dat ze steeds +voort moesten zoeken (de spreuk: Kennis is macht!, nu een gemeenplaats, +was toen een evangelie), maar ze wisten niet, wat met hun geleerdheid te +beginnen: "Wat ze wisten konden ze niet gebruiken, en wat ze noodig +hadden dat wisten ze niet". Ze waren met al hun kennis arm, want ze +begrepen hun kennis niet. Ze hielden de stukken in de hand (zegt Goethe) +en alleen--de geestelijke band, die van al die stukken een geheel moest +maken, ontbrak. + +Deze Faust, door het gemeene volk benijd, was in wezen een arme drommel. +De wonderen, die het volk gapend bewonderde, hadden voor hem geen glans. +Zijn geest deinsde terug voor niets. Hij was radicaler dan Luther (want +die hield zich aan zijn verzoenenden Bijbel); hij onderzocht in zijn +laboratorium alles, ook het heiligste. Maar nu was niets hem meer +heilig, en van de "twee zielen die er leefden in zijn borst" bleef er +een onbevredigd. Hij snakte naar geopenbaarde kennis, zooals Goethe +verlangde naar het intuïtieve weten, dat Spinoza hem zou leeren verstaan +als voor-besef van de heele schepping. Door toe te geven aan zijn +wetensdrang had hij het geluk verbeurd, dat bestaat in aangeboren +Godsvrucht, en critieklooze onderworpenheid aan de indrukken van de +wereld die den mensch omringt. Hij had zich niet aan den duivel verkocht +maar zou het--daar zijn leven zóó hem niets meer waard was--gaarne doen; +indien hij daardoor zou kunnen ontdekken wat er na dit leven komt, en +misschien dan ook: hoe dit leven vastzit aan de goddelijke natuur; om +aldus te doorleven één oogenblik, waarin niet zijn ontoereikende kennis +in tegenspraak kwam met Gods wijze werkelijkheid; één enkel oogenblik +van ware harmonie, een oogenblik dat hij zou wenschen vast te houden. + +De onvrede van den radicalen renaissance-mensch moest weer opkomen in +Goethes tijd; moest in dien tijd algemeen worden, daar immers het +verzoende Christendom voor goed scheen verdreven door De Wetenschap of +door de kerkschheid. Opnieuw zocht men oplossing in een terugkeer tot de +natuur, in een onbekrompen uitviering van alle neigingen en instincten, +die voorheen door geloof of conventie waren bedwongen. Zoo is de geest +van de Sturm-und-Drangperiode verwant aan den geest van de renaissance. +Maar terwijl de oproerige Duitsche jongelingen overdonderd werden door +het rumoer van hun eigen orgieën, zat de student Goethe te tobben met de +problemen die den Faust-figuur hadden gekweld. Hij schreef zijn Werther: +een waarschuwing voor hen, wier willen en begrijpen niet was +geëvenredigd aan hun geweldige maar onbestemde verlangens. Hij peinsde +reeds over zijn "synthetiesch" _d. i._ intuïtief natuuronderzoek. En hem +boeide nu Faust, die in een luguber poppenspel door de eeuwen heen tot +hem was gekomen. + +Indien iemand de Faust-legende ten einde kon brengen, dan hij. Wat de +Faust, zooals de volks-phantasie hem had gemaakt, verlangde: het +oproepen van dooden, etc.; of wat de kinderachtige Faust van den +Engelschen dichter Marlowe wenschte: alle schatten, die de groote +ontdekkingen van zijn tijd ter beschikking van den mensch hadden +gebracht, bewijst hoe weinig deze Faust eigenlijk op de hoogte was van +wat hij eigenlijk zocht. Wie het wezen der dingen zoekt, wie een +_levensroeping_ zoekt, den eigenmachtigen, van alle dogma's bevrijden +man waardig, die moet natuurlijk ten grònde gaan als hij zich laat +bedotten met rijkdom, mooie vrouwen, wijn, en kinderachtige +goocheltoertjes. + +Hier is nu het punt, waarop Goethe de legende moest wijzigen. Hij was +optimist, zooals vele grooten van zijn tijd optimist waren. De mannen +van de Fransche revolutie meenden ook, dat alles nog goed kon worden op +aarde (wanneer een heer meedoet aan een revolutie, dan doet hij dit niet +om het directe doel, al beweert hij het). Doch ze zochten het, aldus +Goethe, in het uiterlijke. Maar zij die, gelijk Goethe en Hegel, wisten +dat de "kern der natuur in het menschenhart leeft", zij konden niet +wanhopen aan de oplossing van problemen, die de mensch zelf zich stelt. +Wat Goethe in zijn jeugd tracht te bereiken (wij hebben het ter plaatse +aangeduid): een bevredigende oplossing van het tragische, d. i. de +bekrompen machteloosheid van den mensch tegenover de geheimzinnige +natuur; dat wilde hij in den Faust verwezenlijken. Faust moest dus niet +een prooi worden van den duivel, doch leven zooals Goethe trachtte te +leven: hij moest zich door godgevallige kunde en door zelftucht +bevrijden en opgaan in het groote Geheel, de menschheid; de menschheid +begrepen als deel van het Heelal. + +De Faust uit de legende was een verzinsel van de volks-phantasie, een +afspiegeling van wat "men" omtrent een man van de wetenschap dacht. Hij +is dus een algemeen verschijnsel voor den kenner van die tijden, maar +voor het volk was hij een alleenstaand geval. Voor Goethe echter was +Faust geworden een voorbeeld, een voorbeeld van het menschelijk leven, +en daarmede een symbool. Schrijvend aan het eerste deel, had Goethe de +historische figuur nog voor oogen, en die historische figuur, een man +van vleesch en bloed, kon--door de eigenaardige wijze waarop de dichter +hem voorstelde--mede als symbool begrepen worden, als symbool van het +menschelijk leven. In het tweede deel heeft Goethe hem helaas in hoogere +sferen gehangen; Faust is er een symbolieke schim geworden, die zich +niet meer laat vatten als man van vleesch en bloed. + +Maar als de Faust-legende niet meer is een wonderverhaal, waar blijft +dan de duivel? Goethe heeft den duivel reeds in de eerste bewerking +afgedankt. De geest, dien Faust oproept, is de aardgeest, dat wil +zeggen: de innerlijke kracht der natuur, de bron des levens. En Mephisto +is er een scherpzinnig, sarcastiesch aangelegd man,--een echte +Merck--die de zuchten van Faust begrijpt en ze op zijn kwetsende +wijze--maar met beste bedoelingen--vertolkt. Eigenlijke wonderen +verricht hij niet. Hij staat Faust ter zijde, leert hem onbezorgd leven. +En als het naïeve Gretchen de dupe van de historie wordt (evenals +Friederike), dan beduidt dit geenszins dat Faust een ploert, dat +Mephisto een slecht raadsman is. Het is een gevolg (zoo geloofde +Goethe) van 's menschen onvolmaaktheid: men kan zich hier op aarde niet +bevrijden, zonder de menschen, die men lief heeft, van zich te stooten. +Trouwens, de schrikkelijke ellende die Margareta in de thans bekende +tragedie treft--haar gevangenschap, haar onthoofding--komt in de eerste +lezing nog niet voor. + + +IV + +Toen Goethe zoover was gekomen, begreep hij dat zijn reeds ontworpen +Gretchen-verhaal niet kon bevatten al de wijsheid, die hij in dit +werkstuk wilde neerleggen. En nu schreef hij zijn "Voorspel in den +hemel", dat het gebeuren terstond op een breeder grondslag zet, en +voelbaar maakt dat het met Gretchens ondergang nog lang niet voltooid +is: + +Gelijk in het eerste hoofdstuk van het boek Job, houdt Satan hier een +vertrouwelijk gesprek met God. Dergelijke gesprekken worden in de +middeleeuwsche mysterie-spelen (door geestelijken vervaardigd) +herhaaldelijk vertoond, en de woordkeus is er nog heel wat menschelijker +en realistischer dan bij Goethe. Zij die het Goethe kwalijk nemen, dat +hij Mephisto laat mompelen: Het is toch wel leuk van den Ouwe, zoo +menschelijk met den duivel-zelf te verkeeren!, ontmoeten geen instemming +bij hem, die van deze Katholiek-Christelijke literatuur iets weet. In +bedoeld gesprek prijst De Heer "zijn dienstknecht Faust" als een ijverig +zoekend man, die zich in de duisternis van zijn streven toch bewust +blijft van het goede, zij het ook waar, dat hij dwaalt, zoolang hij +streeft (nog niet heeft "gevonden"!). Spottend beweert Mephisto dat God +dezen dienstknecht op den duur zal verliezen. En God, die den +ganschelijk van God verlaten duivel voor hemelsche argumenten +ontoegankelijk weet, wil hem nu door feiten overtuigen: hij gaat op 's +duivels verlangen kalm een weddenschap aan, dat deze Faust op den duur +niet in zijn macht zal houden, al heeft hij volle vrijheid, hem in te +blazen wat hij wil.--En nu blijkt, waarom de Heer zich de spotternijen +van den Booze met zooveel gelijkmoedigheid laat welgevallen. Mephisto, +deze geest die steeds ontkent, is gedwongen, het Goede te weeg te +brengen, terwijl hij het Slechte wil. 's Menschen geestkracht zou +verslappen indien hij niet door vernietiging van zijn pogen en door +verzoeking aanhoudend werd geprikkeld: daarom is Mephisto den mensch +toegevoegd. Deze maakt dus deel uit van Gods wereldplan. Hij moet in den +mensch--ook in Faust--vruchteloos trachtend hem in 't ongeluk te +storten, de goddelijke vonk telkens opnieuw doen ontgloeien. Zoo heeft +de booze zijn plaats in de eeuwig wordende en evolueerende schepping, en +toch op den duur géén plaats. + + +V + +Als Faust den boven beschreven geestestoestand heeft bereikt, en reeds +op het punt heeft gestaan zich te vergiftigen, teneinde spoediger te +weten wat er "aan gene zijde" is, is hij rijp voor aanraking met +Mephisto, en deze verschijnt dan ook weldra, onder eigenaardige +bijomstandigheden, die hier buiten beschouwing blijven: Door zijn +Proloog in den Hemel heeft Goethe zich bij voorbaat ontslagen van de +taak, allerlei bovennatuurlijke en tooverachtige uiterlijkheden te +motiveeren; als hij maar zorgt voor een juiste ontleding van de +geestesprocessen in zijn personen, dan zorgt De Heer in verbond met +Mephisto voor de rest. + +Het is Mephisto's roeping, zich in te spannen en steeds teleurgesteld te +worden. Hij heeft in den loop der eeuwen genoeg tegenvallers beleefd om +Fausts zorgen, welke hij (blijkens zijn onmenschelijk-ironiesch gesprek, +met een student die bij den wereldberoemden Faust les wil nemen) +volkomen peilt, niet ernstig te nemen. Er wordt tusschen hem en Faust +alras een verdrag gesloten dat beide partijen voldoet. Het voldoet Faust +omdat deze gelooft: al zwerf ik, smartelijk genietend, ook heel de +wereld door, al zal ìk alleen in mijn boezem ondervinden wat de heele +Menschheid is toegedacht: nooit komt het oogenblik van harmonie, dat ik +zal wenschen vast te houden omdat het zoo schoon is.... Het voldoet +Mephisto omdat hij verwacht, den wel geleerden maar onervaren Faust in +zingenot te doen ondergaan, m. a. w. het animale in Faust te doen +overheerschen, zoo sterk, dat hij van zijn intellectueelen onvrede al +minder gewaar wordt, en in deze tweede jeugd, in deze voluptueuze +kindsheid, met zijn verdoofden geest gelooft, dat hij eindelijk in +overeenstemming is geraakt met de buitenwereld. + +Maar--Mephisto wordt teleurgesteld. De malle dronkemansgrappen, die hij +Faust in Auerbachs kelder te genieten geeft, maken op dezen geen indruk. +Nu laat hij hem een tooverdrank slikken. Faust wordt een mooie, +volbloedige jonkman, en in de nabijheid van Margareta geleid, voelt hij +aanvankelijk niets als wulpsch verlangen naar het mooie kind. Maar nu +brengt Mephisto, bijna zeker van zijn triomf, hem in aanraking met het +meisje, zoo argeloos als men ze slechts in Katholieke landen aantreft. +En ziet: Fausts zinnelijkheid zet zich om in liefde, het goede overwint. +En opnieuw trekt de verleider Faust naar beneden. In een duel met +Margareta's broer Valentin verlamt hij den arm van Fausts tegenstander; +deze wordt gedood en Faust moet vluchten, Gretchen in kommerlijke +omstandigheden achterlatend. Nu voert de duivel hem naar den Blocksberg, +waar de heksen in gierende welluststuipen het heidensche eerste-Meifeest +(Walpurgisnacht) vieren. Hij leert hem de meest afzichtelijke vuiligheid +(dit gedeelte heeft Goethe uit de tragedie gelicht; het is te vinden in +de Paralipomena) doch als Mephisto gelooft, Faust van zijn oerwezen te +hebben vervreemd, ontwaart deze in zijn verbeelding: Margareta, met +bijeengebonden voeten, en om 't halsje een bloedig snoertje, fijn als de +snee van een mes. Hij weet niet dat Gretchen, die haar moeder en haar +kindje heeft vermoord, op het punt staat onder beulshanden te sterven, +maar hij bevroedt dat hij haar diep ongelukkig heeft gemaakt. De +Xeniën-warrelwind die Goethe-Mephisto op hem blaast (Oberons gouden +bruiloft) vermag hem niet te verstrooien: op het beslissende oogenblik +is de geliefde Gretchen zijn reddende engel geweest. Want nu beveelt hij +Mephisto, die immers nog zijn dienaar is, hem bij de verlossing van het +ongelukkig schepseltje behulpzaam te zijn. Hij beveelt hem dit in zwaar +proza, dat, plotseling opkantelend te midden van de welgemeten verzen, +den lezer doet beven. En weer moet Mephisto gehoorzamen, want Faust +heeft berouw, is dus nog zich zelf. Hij brengt Faust 's nachts in den +kerker--waardoor hij zelf in gevaar komt, wijl zijn bloedschuld nog op +de stad rust. De smart van heel de menschheid grijpt Faust aan, nu hij +Margaretha ontredderd en verdwaasd op het stroo ziet zitten, zingend +zinnelooze liederen, zooals een modern psychiater, begaafd met veel +phantasie en impressionistische dichtermacht, ze den intuïtieven Goethe +niet zou verbeteren. Faust wil haar uit het hol leiden, de poort staat +open, Mephisto wacht met tooverpaarden. Maar schoon ze aanhoudend om +haren Heinrich roept, kan ze het in haar hysterische helderziendheid +niet van zich verkrijgen, zich aan de menschelijke gerechtigheid te +onttrekken. Ze aarzelt totdat de morgen grauwt, en Mephisto voor eigen +veiligheid wordt beducht. Met een bulderend "Her zu mir" rukt hij Faust +van haar zijde. "Zij is veroordeeld" roept hij, terwijl hij met Faust +verdwijnt. En op dat "ist gerichtet" klinkt uit den hemel als een echo: +"Gerettet". Gretchen, uit haar aardsche lijden verlost, tracht vergeefs +met heur stem haar minnaar te bereiken. Zij verstaan elkaar niet +meer.--Zoo eindigt het eerste deel. + + +VI + +Faust, met schuld beladen, heeft begrepen dat hij zich aan de menschheid +moet geven. Wij ontmoeten hem nu aan het Hof van den Keizer, en door +uitvinding van papiergeld (waarbij echter Mephisto de hoofdrol speelt) +maakt hij een eind aan de financiëele moeilijkheden waarin het rijk +verkeert. Nu voert hij, om (gelijk zoo vaak Goethe het heeft gedaan) het +hof te vermaken, Helena, de schoonste vrouw uit de oudheid, ten +tooneele. Mephisto heeft hem hierbij niet kunnen helpen; Mephisto, een +product van Christelijken geest, heeft over de antieken geen macht. Hij +zelf moet Helena halen van "De Moeders", met welke "wonderlijk-klinkende" +uitdrukking Goethe gezegd wil hebben: de innerlijke, vrouwelijk-vruchtbare +kracht van de schepping. Terwijl nu het hof zich met deze verschijning +amuseert, en vooral aan het classieke naakt behagen heeft, vergeet +Faust dat Helena slechts een schim is, verlieft zich in haar, wil haar +omarmen, maar wordt door een geweldige ontploffing neergeveld, waarna +Mephisto hem voor dood wegdraagt. + +Faust is idealist gebleven: Als anderen zich vermaken dan bespeurt hij +iets edels, waaraan hij zich wil geven. + +Het volgend bedrijf vertoont hem, nog bewusteloos, in het phantastiesch +studeervertrek, waar wij hem leerden kennen. (Moet dit--vragen wij +terloops--beduiden dat hij al het voorafgaande heeft gedroomd en nu gaat +ontwaken?) Wagner, zijn waanwijze assistent, is hem als hoogleeraar +opgevolgd, en verkondigt onder vele nieuwigheden ook deze: het is den +mensch onwaardig, langs natuurlijken weg kinderen voort te brengen; het +moet der Wetenschap gelukken, door crystallisatie in een retort kinderen +voort te brengen. Dit werd in Goethes tijd, en wel door een geleerde met +name Wagner, iets dergelijks wordt in onzen tijd door sommige +onwijsgeerige natuuronderzoekers verkondigd. Mephisto, vroolijk door een +ontmoeting met den thans uitgestudeerden student van het eerste bedrijf, +wiens volslagen idealisme hij, allesbehalve naar den zin van de +jongelingen in het parterre, heeft bespot, besluit den waanwijzen +Wagner, die zelf niet gelooft wat hij zegt, een handje te helpen, zoodat +in de fiool werkelijk een schimmig menschje, Homunculus genaamd, +ontstaat. Dit ineens geschapen, en dus aanstonds absurd-rijpe +waterhoofdje zal Faust en Mephisto den weg wijzen naar den classieken +Blocksberg, waar eerstgenoemde, in den loop van den classieken +Walpurgisnacht, Helena wel op het spoor zal komen. Dit is een allegorie +voor het volgende: Zooals het humanisme, product van de muffe +boekensnuffelarij der renaissance, de oude beschaving heeft ontsloten en +zoodoende kennis van de classieke schoonheid voor het nageslacht heeft +mogelijk gemaakt, zoo onttrekt het renaissance-product Homunculus Faust +aan de middeleeuwen en voert hem naar een hooger beschavingsstadium. Men +merkt op dat Mephisto niet meer de leider is. + +Nadat hij vergeefs heeft getracht, het hof "esthetiesch op te voeden", +zal Faust dit nu zich zelf doen. Hij doorleeft vele uitermate leerrijke +ontmoetingen met personages uit de schimmenwereld. Goethe heeft de +verwachting uitgesproken, dat de meeste lezers dit wel niet zullen +begrijpen; ook Mephisto begrijpt er niet veel van: hij voelt zich in +deze zuidelijke wereld àl minder tehuis en Faust is in zekeren zin +onafhankelijk van hem. Eindelijk bereikt deze Helena, ideaal van +classiek-menschelijke schoonheid--en in zijn kwaliteit van beschermend +Germaansch hertog huwt hij haar. Nieuwe allegorie: Uit het huwelijk van +den geest der middeleeuwen met den geest der oudheid spruit een zoon, +Euphorion, die zeer voorspoedig opgroeit, zijn ouders door zijn +stoutmoedige aspiraties verrukt en beangst; als hij vreemde soldaten +tegen wil vliegen, stort hij uit den hemel te pletter. Uit het rijk der +duisternis roept hij om zijn moeder. Helena begrijpt, dat geluk en +schoonheid op den duur zich niet laten vereenigen; en nu de band van +leven en liefde tusschen haar en Faust is verbroken, omarmt ze dezen +voor het laatst en verdwijnt, hem kleed en sluier--den schoonen vorm der +classieke kunst--achterlatend. + +Fausts zoon beschrijvend, dacht Goethe aan den Engelschen dichter Byron, +dien hij beminde als een zoon. Hij achtte hem den grootsten geest van +den nieuweren tijd, en beweerde steeds dat hij, aan het eind van zijn +uitspattingen, wel op den goeden weg zou komen. Byron bereidde hem +groote vreugde door de verdrukte Grieken te hulp te snellen; kort daarop +sneuvelde hij in den strijd voor de bevrijding van den classieken bodem. + +Faust heeft nu in de oude wereld zelfbeheersching geleerd, en, in +Helena's sluier gehuld als in een wolk, zweeft hij weer naar Germanië, +om zich daar in dienst van de menschheid te stellen. Verschillende +veelbelovende carrières, die Mephisto hem aanbiedt, wijst hij af: hij +wil zijn deel zelf veroveren. Aan de hooge politiek doet hij niet mee: +hij wil als nuchter staatsman daden verrichten, die direct voordeel +opleveren. Met Goethiaanschen geestdrift eischt hij een reep strand, om +van daar de zee terug te drijven, en op zelf-gewonnen grond een vrij +volk te vestigen: op het mogelijke gerichte scheppingsdrang. Hij +vecht--gebruik makend van Mephisto's duivelskunsten--voor den keizer en +krijgt zoo bedoeld stuk strand in leen. Daar doet hij wat zijn hand +vindt te doen, brengt er welvaart en hoopt (ook als hij door zorgen +blind is geworden) zoo voort te werken. Om hem heen wordt alles duister, +maar in hem is het licht. Hij hoort het gewoel van vele spittende +arbeiders, en hij verheugt zich in de gedachte, dat deze bezig zijn een +stinkend moeras, dat hem reeds lang heeft gehinderd, droog te leggen. +Hij weet niet, dat hij feitelijk Mephisto's gezellen hoort, die zijn +graf graven. Dìt is de laatste slotsom van de wijsheid (zoo overpeinst +hij): + + Nur der verdient sich Freiheit wie das Leben, + Der täglich sie erobern muss. + +Als ik nu kon zien, hoe naast mij een vrij volk leeft op vrijen grond, +dan zou ik tot dìt oogenblik willen zeggen: Blijf toch, ge zijt zoo +schoon! De sporen van mijn aardsch bestaan kunnen in lengte van tijden +niet uitgewischt.... En--voorvoelend dit geluk--beleef ik thans het +hoogste oogenblik mijns levens.... Hij zinkt ineen en 's duivels +knechten willen hem vatten. Mephisto heeft dus gewonnen? + +Neen, immers Faust heeft het oogenblik dat hij tegen wilde houden +slechts voor-voeld, en hij kon het niet bereiken, omdat de zorgen, door +hem van zijn gezicht berooven, hem volledig contact met het aardsche +voor goed onmogelijk maakten. Hier is de ongrijpbare wijsheid van het +eerste deel scherper geformuleerd: Absoluut aardsch geluk voor den +denkenden en voelenden mensch niet te bereiken! Wie de wereld met zijn +animale krachten grijpt, kan slechts absoluut gelukkig zijn als zijn +geest is vertroebeld: doch zoo is het Faust niet gegaan +(Walpurgisnacht). Wie het volmaakte geestesgeluk wil smaken, zal de +schoonheid van dit leven derven (Helena-episode). En Faust ziet het +suprême oogenblik zijns levens naderen, als hij, voor deze aarde +gedeeltelijk blind, niet bemerkt, hoe aan zijn ondergang wordt gearbeid, +zoodat hij deze verwoestings-pogingen kan beschouwen als een dóórwerken +van zijn ideeën. Doch Mephisto, de eenzijdige duivel, kijkt zoo nauw +niet, heeft Faust maar half verstaan, houdt hem het verdrag voor, dat +hij eens met zijn bloed teekende; en waarin hij beloofde den duivel toe +te behooren, zoodra hij mocht bereiken den toestand waarin hij kon +berusten. De helrakkers willen Faust meesleepen, Mephisto wil zijn geest +beletten, het overbodig geworden lichaam te verlaten. Doch nu naderen +hemelsche scharen en verdrijven, rozen-strooiend, de satans-trawanten +van Fausts graf. Mephisto, prat op zijn recht, meent stand te houden, doch +ook hém verwint de liefde, daar hij--zij het ook echt-duivels--verlekkerd +wordt op de hemelknaapjes die Faust omzweven. De engelen kunnen (zoo kondt +hun gezang) Faust verlossen omdat hij--naar Goethes levensgeloof--steeds +krachtdadig bleef streven. + +Een boetelinge, vroeger Gretchen genaamd, bidt voor hem, bijgestaan door +drie bijbelsche vrouwen, en terwijl hij zich langzaam los maakt uit zijn +stoffelijk hulsel, is het hàar gegeven, den Nieuweling binnen te leiden +in het verblindend-lichte lenteleven.... + + +VII + +Jammer maar--heeft men wel eens opgemerkt--dat Faust nu niet wordt +geroepen, om voor Gods rechterstoel (waar eens Mephisto macht over hem +kreeg) zijn verlossing te bepleiten. Dan zou de tragedie eindigen in de +sfeer waar ze is ontsprongen, dàn was er esthetiesch evenwicht bereikt. +En bovendien zou Goethe dan gedwongen zijn toe te geven, dat het met +Fausts "redlich sich bemühen" maar zoo-zoo is geweest, dat hij pas zeer +laat tot echte _daden_ is gekomen, dat men zijn leven als geheel toch +niet kan achten welbesteed. + +Hierop past dit antwoord: + +Goethe heeft voorzien en wilde, dat de begrijpende lezer, in verband met +den Prolog im Himmel, deze en nog diepzinniger overdenkingen zou houden. +Maar--gelijk hij in de slotaccoorden uitspreekt--hij achtte Gods hoogste +en laatste raadsbesluit over het menschelijk leven _onvoorstelbaar_ en +_onbeschrijfelijk_. En hij liet de onvatbare liefde Gods pas optreden, +toen ze door Gretchens verzoenende liefde--tot _daad_ werd. Het +eeuwige-vrouwelijke--zoo wist Goethe--trekt ons naar de onbereikbare +goddelijkheid. En deze beroert ons, lezers, lang nadat voor den +beeldenrijkdom der tragedie het scherm is gevallen, lang nadat in onze +ziel zijn overgegaan de woorden van het Chorus mysticus: + + Alles vergängliche + Ist nur ein Gleichniss; + Das Unzulängliche, + Hier wird 's Ereigniss; + Das Unbeschreibliche, + Hier ist es gethan; + Das Ewig-Weibliche + Zieht uns hinan. + +En verder: + +Dat Fausts leven niet een welbesteed--in den zin van practiesch +vruchtbaar--leven kon zijn, ja, een lange reeks leerrijke mislukkingen +moest worden, het ligt opgesloten in de oorspronkelijke conceptie. +Goethe--o hoogwijze commentators--wist wel, dat het niet een grootsche +daad is, een keizer met assignaties tijdelijk uit geldnood te helpen, +een verheven-schoone vrouw te volgen, met helsche kunst een leger te +verslaan. Doch Goethe zelf besteedde misschien de grootste helft van +zijn leven aan zoeken. Zoeken naar hetgeen de gewone man reeds meent te +bezitten, of zegt niet te behoeven. Goethe en Faust zijn de +evenwichtloozen, die door de grenzen van het gewone leven worden +bekneld, als hun tijdgenooten er zich nog in voelen t'huis. Zij +verbreken de hinderlijke perken van de heerschende levensverhoudingen en +speuren naar een nieuwen weg, naar een betere roeping, niet alleen voor +zich.... Of eigenlijk heelemáal niet voor zich, want nooit vinden zij op +aarde rust, en zij sterven als zij hebben bereikt.... voor latere +geslachten. + +In dit licht hebben Goethe èn Faust door hun eigenzuchtig idealisme +practiesch werk geleverd. Zij zochten zich zelf om zich aan anderen te +schenken! + +Zij zijn oppermenschen om ons te toonen, hoeveel, maar ook hoe weinig de +mensch vermag in het Heelal. Want--dit is het allerlaatste dat de +Faust-tragedie ons leert: Waar hun màchtigste kunnen ophoudt, daar +begint het goddelijk Ideaal. + + + + +[Illustratie: 22 Maart 1832] + +XXXI + + Auch im Scheiden gross! + GOETHE tot + ondergaande zon. + + +.... Hij bevond zich in een soort van exaltatie, die hem in staat +stelde, de poëzie te bevelen, zelfs tot beelding van dingen die hij +nooit beleefde; hij geloofde zich door een geheimzinnig psychiesch +gebeuren tot zulk een staat van vruchtbaarheid verheven, dat hij +volkomen willekeurig voortbracht wat hij zelf wenschte. Na zijn laatste +bloedspuwing wist hij, dat hij niet lang meer had te leven in zijn +aardsche gestalte. En door godsdienstige overpeinzingen, door +voortdurend opgaan in het ware en het schoone bereidde hij zich voor op +de scheiding, die hij wist nabij, en op het hiernamaals, waarin hij vast +geloofde. Met een diepen zucht verzegelde hij het pakket, dat het +handschrift van zijn Faust bevatte, en opgewekt nam hij maatregelen voor +de verschijning van zijn tragedie, onmiddellijk na zijn sterven. Al wat +er voorviel in het rijk van kunst en wetenschap had zijn gretige +belangstelling; en wie, zonder den schrijver te kennen, zijn heldere +opstellen leest over Geoffroy St.-Hilaire en over den "Spiraalgang der +plantenontwikkeling", zal niet vermoeden, dat deze schrijver reeds over +de tachtig was. In belanglooze voldoening zag hij anderen roem behalen +met ideeën, die bespot werden toen hij ze verkondigde, een halve eeuw te +voren: de waarheid won dan toch eindelijk veld! + +Op zijn twee-en-tachtigsten jaardag verliet hij, ouder gewoonte, de +stad; in de vreugdige atmosfeer van het hooggelegen Ilmenau ontvluchtte +hij de feestelijkheden die men te zijner huldiging op touw zette. Hij +bezocht het jachthuisje dat Carl-August zoo dikwijls had geherbergd, en +de tranen sprongen hem in de oogen, toen hij herlas de verzen, die hij +daar op den wand had geschreven vijftig jaren vroeger: + + "Ueber allen Gipfeln + Ist Ruh, + In allen Wipfeln + Spürest du + Kaum einen Hauch; + Die Vögelein schweigen im Walde. + Warte nur, balde + Ruhest du auch...." + +En, terugdenkend aan dien tijd van inkeer en onbestemd verlangen, +herhaalde hij met bevende stem: "Ja, warte nur, balde ruhest du auch.." + +Bij dezen geestestoestand trof hem het verjaarsgeschenk dat "Vijftien +Engelschen" hem toezonden. Het was een gouden zegelstempel, waarop +gegraveerd de slang der eeuwigheid, omsluitend een ster en de woorden: +"ohne Hast, ohne Rast", die zinspeelden op zijn bekende strophe: "Wie +das Gestirn...." Thomas Carlyle, voor wiens "Life of Schiller" hij nog +pas een voorrede had geschreven, is de onderwerper van dit voorname +huldeblijk. + +Hij had nu inderdaad zijn roeping zonder haast en zonder rust vervuld, +maar toen zes maanden nadien een ernstige ziekte hem trof, kon hij niet +gelooven dat hij bezig was zich los te maken. Voor zijn jaren +buitengewoon statig en sterk, imponeerend door zijn heldere, +schitterende oogen--men vertelt van een boer, die als aan den grond +genageld hem bleef aanstaren, toen hij door zijn park wandelde--imponeerend +de artsen door zijn niet verzwakkenden eetlust, was hij toch een ouwe +man. En hij, die voorheen in vertrouwelijken omgang met water en lucht +placht te leven, bleef nu lang achtereen thuis, in heetgestookte +kamers, zoodat hij telkens koû vatte, als hij zich door een helderen +dag weer naar buiten liet lokken. + +Zoo ook begin Maart 1832. Hij had 's morgens het gewone Donderdagsche +bezoek van de jonge Groothertogin ontvangen, hij had opgewekt gesproken +over een schilderij, dat in het bijzijn van zijn zoon te Pompeï was +opgegraven, en waarvan men hem op zijn verjaardag een schets had +gezonden. 's Avonds voelde hij een hevige pijn in zijn borst opkomen, +zijn adem stokte, onrust beving hem. Hij beweerde dat dit wel naar, doch +niet gevaarlijk was; niemand mocht bij hem waken, geen dokter mocht dien +nacht gehaald. Zijn geneesheer, die hem terzijde stond in het beheer van +verschillende instellingen voor kunst en wetenschap, wist de pijn tot +bedaren te brengen, en alsof er niets gebeurd was, deed Goethe de +loopende "zaken" met hem af. Tot zijn vreugde vernam hij, dat zijn +pogingen om een veelbelovenden jongeman te helpen succes hadden, en zijn +sidderende hand zette hij onder een stuk, ten behoeve van een +kunstenares, die hij wilde protegeeren. + +Maar een week later vond zijn dokter hem, badende in zijn zweet, met +aschgrauw gelaat en weggezonken oogen 's morgens op zijn bed, waar hij +angstig heen en weer woelde. Voor 't eerst in langen tijd ontbeet hij +niet met zijn kleinzoon. Maar toen hij een uurtje later in zijn +leunstoel zat, een deken over zijn knieën, liet hij zich het boek +brengen, dat hij pas had open gesneden. Hij was toch te zwak om te +lezen. Zijn schoondochter Ottilie moest naast hem plaats nemen. "Nu mijn +wijfje", zei hij, "geef me dat brave pootje van jou." En met haar hand +in de zijne praatte hij opgewekt. Hij wilde weten, wie er al zoo naar +hem had geïnformeerd, hij nam zich voor, om die belangstellenden te +denken, zoodra hij weer op straat mocht. Toen werd zijn spreken +onduidelijk, en zijn denken onsamenhangend. "Zie toch," sprak hij: "die +schoone vrouwekop.... zwarte lokken.... wondermooie verven.... donkere +achtergrond." Een stuk papier op den grond deed hem vragen of men +Schillers brieven dan maar liet zwerven? De kamer benauwde hem, alle +luiken moest zijn bediende openzetten, want het binnenstroomende licht +deed hem zoo goed. Toen hij niet meer kon spreken, schreef hij met zijn +vinger woorden in het leege; zijn arm verlamde: hij trok woorden op zijn +deken. Hij streed.... + +Tegen den middag herwon hij zijn zelfbeheersching. Sterven had hij +altijd gehouden voor een vrijwillige daad. Kalm nu legde hij zijn hoofd +tegen den linkerhoek van zijn leunstoel en sliep glimlachend in. + + + + +BIJLAGE: + +VERTALINGEN + + + + + +(Tegenover vertalingen van literair werk, zelfs al geschieden ze door +kundige kunstenaars, zooals ons land er eenige bezit, staat de schrijver +zeer sceptisch; op de vertaling van _citaten_, zooals er in de +voorafgaande bladzijden voorkomen, stelt hij nog minder prijs. Het ligt +immers voor de hand dat hij slechts geciteerd heeft zinsneden en verzen, +die niet alleen spreken door hun vertaalbare gedachtelijke beteekenis, +doch ook en vooral door hun eigenaardige woordvoeging, klankverdeeling, +rhytme, speciaal-Duitsche nuanceering. De schrijver doet gaarne zijn +best om ook hiervan iets weer te geven, doch weet principiëel dat zulks +niemand afdoende, en niet in de eerste plaats hém kan lukken.) + + * * * * * + +p. 20. _Bühne_.--Tooneel. + +" 21. _Judengasse_.--Jodenbuurt (tot 1806 het eenige stadsdeel, waar te +Frankfort Joden werden geduld). + +" 25. "_Dictionnaire historique et critique_" van _Pierre +Bayle_.--"Historiesch en critiesch woordenboek", een soort van +encyclopedie, waarin o. a. de tot ± 1695 bekende wijsgeerige stelsels +worden behandeld, meer onderhoudend dan wetenschappelijk. + +" 26. _Vom Vater hab' ich die Statur, enz._--Een mijner vrienden geeft +de volgende metrische vertaling ten beste: "Van vader kreeg ik 't kloeke +lijf,--'t Besef van 's levens plichten.--Van moedertje de +vroolijkheid,--Den drang tot sprookjesdichten...." + +" 27. _Verpflanze den schonen Baum, enz._--Verplant, hovenier, dezen +schoonen boom naar een anderen tuin; hier wekt hij mijn medelijden. + +" 27. Je "_feinste Teutsch_"--het beschaafdst denkbare Duitsch. De _T_ +is verouderd, en wordt met ietwat vaderlandslievende bijbedoeling nog +weleens gebruikt. + +" 34. "_Beauties of Shakespeare_"--Bloemlezing uit Shakespeares werken. + +"_Menteur"--leugenaar._ + +" 35. "_Brautnacht"_--huwelijksnacht. + +" 38. "_Die Laune des Verliebten_"--Grillen van een verliefde. + +" 40. "_Die Mitschuldigen_"--De Medeplichtigen. + +" 45. "_Ich sagte Immer in meiner Jugend.... enz._--Als jongen zei ik +altijd tot mij zelven, voelend dat zooveel duizenden indrukken mij, zwak +ding, bestormden: wat zou het Noodlot toch met mij voor hebben, dat het +mij door al deze leerscholen zendt? + +" 50. _Ephemeriden, was man treibt, heute dies und morgen +das._--Ephemeride(n) beteekent: ééndagsvlieg; lijst van de +verschijningsdata der hemellichamen; aanteekeningen van dag tot dag. +Goethe, die denkers gaarne bij hemellichamen vergeleek (o. a. den +Nederlandschen anatoom Petrus Camper, en zich zelf) zal bedoeld hebben: +"De literaire hemellichten, die ik waarneem; vandaag deze, morgen +andere." + +" 52. _Fräulein_--mejuffrouw, heb ik, ter wille van de klankenwantschap, +wel een afgewisseld met het Nederlandsche "freule"; strikt genomen is +dit onjuist, maar vele Nederlanders denken bij het woord "freule" niet +aan een adellijke, doch aan een _statige_, gemaniëreerde juffrouw, en +zoo is 't hier bedoeld. + +" 57. _"Dichtung ist Action"_--Poëzie is handeling. (Deze leuze werd +vaak gezegd: "Action ist Dichtung"; mijn redactie is zuiverder.) + +_Ahnungsvoll_--vervuld van voor-besef. + +" 58. "_Sturm-und-Drang_"--Storm en gewelddadig voorwaarts dringen. In +het Nederlandsche spraakgebruik beteekent St.-u.-Dr.-periode: het +tijdperk van wild-opbruisende en worstelende jeugd. Uit onzen tekst is +te begrijpen, dat deze opvatting slechts weinig verband houdt met de +historische beteekenis van de uitdrukking. + +" 60. _Ich komme bald...." enz._--"Ik kom spoedig, goudharige +kindertjes. Mij houdt de winter niet in mijn warme kamer. Wij zullen bij +'t vuur gaan zitten, En ons vermaken wat wij kunnen. Als engeltjes +zullen wij elkaar liefhebben. Dan gaan wij kransjes vlechten, En +ruikertjes maken, En zullen zijn als kleine kinderen." + +" 61. _Vicar_--landgeestelijke. + +" 63. "_Système de la nature_",--"De natuur in wijsgeerig systeem +gebracht." + +_Bieder_--zwaarwichtig-eerlijk en germaansch-vrijmoedig. + +" 64. _Pinakel_--spits bij-torentje in de Gothische bouworde. + +" 66. _Wilkommen, enz._--Begroeting en afscheid; Meilied; Kleine +bloemen; Heideroosje; Een weeke, jongensachtige weemoed. + +" 73. _Empfindsam_--Duitsch-overgevoelig. + +" 74. _Praktikant_--Jong rechtsgeleerde, die, voordat hij zijn laatste +examen aflegt, eenigen tijd aan een rechtbank werkzaam is. + +" 80. _Die Weiblein_--De vrouw-menschjes. + +" 93. "_Mamachen_"--Lief moedertje. + +" 95. "_Ganz eigen_"--tot in het diepst van zijn ziel. + +"_Adler und Taube_"--Adelaar en Duif. + +" 96. _Une imitation détestable.... enz._--Een afkeurenswaardig +nabrouwsel van die slechte Engelsche stukken. + +" 103. "_Kritteley_"--bemoeierige, onbenullige bedilzucht van den +"criticus". + +" 105. "_Franckfurt ist das neue_...." enz.--Frankfort is een modern +Jerusalem, waar al de volkeren dooreenkrioelen, en waar de +rechtvaardigen wonen. + +"_Die Kindesmörderin_"--De kindermoordster. + +" 106. _Palingénésie_--Terugkeer tot den toestand van volmaakte +onschuld, waarin, volgens het bijbelverhaal, het eerste menschenpaar +leefde. + +" 112. _Der Ewige Jude_--De wandelende Jood. + +" 122. _Warum ziehst du mich.... enz._--Waarom trek je mij +onweerstaanbaar in deze schittering? + +" 128. _Wenn ich, liebe Lili_--Als ik, lieve Lili, je niet minde, zou +dit schouwspel mij veel genot geven! En toch, als ik, lieve Lili, je +niet minde, zou mijn geluk dan wel zijn, en wàt zou het zijn? + +" 131. _Gott helfe weiter_.... enz.--God helpe mij verder en schaffe +licht, opdat ik mij zelf niet meer zoo vaak in den weg sta. + +" 136. "_Bei einer lebhaften Einbildung.... enz._"--Ondanks mijn +levendige verbeeldingskracht, was ik met de wereld nog steeds niet +bekend. + +" 139. _"Und kann der Knoten...." enz._--En kan de knoop nog _ontward_ +worden, heilige God in den hemel! _ruk_ hem dan niet uiteen! + +"_Und wenn ein Wunder.... enz._--Indien op aarde wonderen ooit +geschieden, dàn slechts in trouwe, liefderijke harten. (Met een kleine +wijziging overgenomen uit: De natuurlijke Dochter). + +" 143. _Und Niemand fragte.... enz._--Niemand vroeg: Wie is dat toch? +Bij den eersten oogopslag voelden wij: Hij is 't! + +" 144. _Roi-soleil_--Zonnekoning. Aldus werd Lodewijk XIV door vleiers +genoemd. + +_Empfindelei_--Duitsche overgevoeligheids-manie. + +" 148. _Der du von dem Himmel bist.... enz._--Gij, die van den hemel +zijt, Alle leed en pijn kunt stillen, Hem, die dubbel nooddruftig is, +Dubbel met soelaas vervullen, Ach, ik ben dit jagen moede, Waarom al die +smart en vreugd? Zoete vrede, Kom ach kom in mijne borst! (_Des zwervers +nachtlied._) + +" 150. _Gewiss, ihm geben auch die Jahre.... enz._ Stellig, ook hij zal +mettertijd beseffen in welke richting hij zijn kracht moet stuwen. Nog +is, ondanks zijn diepe waarheidsliefde, Dwaling hem een hartstocht. Zijn +neuswijsheid lokt hem ver van huis, Geen rots is hem te steil, geen +bergpad te smal; De afgrond beloert hem van terzijde En wil hem +smartelijk omlaag doen storten. Vervolgens snelt hij, door de overdreven +beweging buiten zich zelf geraakt, Nu hier, dan daarheen, En na +onschoone inspanning, rust hij onbevallig uit. En duister-woest op +lichte dagen, Bandeloos zonder vroolijk te zijn, valt hij, naar ziel en +lijf gewond en uitgeput, Op een hard veldbed in slaap; Terwijl ik hier +stil en nauwelijks ademend, Mijn oogen naar de vrije sterren wend, En, +half ontwaakt en half in zware droomen, Mij tegen zware droomen +nauwelijks verzet.... + +" 152. _Ich gehe meinen alten Gang.... enz._--Bij mijn lieve weide kom +ik weer in mijn oude doen. 's Morgens duik ik er in het zonnelicht, En +in den maneschijn spoel ik de vermoeienis van mijn dagwerk af. + +" 154. _So hast du meine ganze Natur.... enz._--Mijn heele wezen heb je +zoo vast tot je getrokken, dat geen vezeltje mij meer rest voor de +vervulling van de overige plichten mijns harten. + +" 156. _Ungezogenheiten_--Ongemanierde kuren. + +" 157. _Billets doux_--liefdebriefjes. + +" 158. _Die Geschwister_--Broer en zuster. + +" 161. _Grossmeister der Affen_--Grootmeester der apen. + +" 162. "_Triumph der Emfindsamkeit_"--De zegepraal van de +sentimentaliteit. + +" 163. _Teutsche comedianten_--Duitsche tooneelspelers. + +" 165. _Dem Geier gleich.... enz._--Gelijk de gier, met zachten +vleugelslag op zware morgenwolken rustend, naar prooi uitkijkt.... + +" 167. _Räuber_--Roovers. + +" 171. _Wer nie sein Brot.... enz._--Wie nooit zijn brood in tranen at,| +Wie nooit in smartomfloersde nachten | Te schreien op zijn sponde zat | +Hij kent u niet, u Hemelmachten! + +" 175. _Hätschelhans_--troetelkind. + +" 179. _Hier muss man solid werden_!--Hier moet men worden 'n man uit +één stuk! + +" 182. _Sehnsucht_--ziekelijk verlangen, heimwee. + +" 190. _Schriften_--Werken, Oeuvre. + +" 206. _Ewig-Weibliche_--Het vrouwelijke, in het licht der Eeuwigheid +beschouwd. + +"_Gesotten und gebraten_"--gekookt en gebraden. + +" 208. _Und an dem Ufer.... enz._--(Vertaling Boutens:) + En aan den oever sta ik lange dagen, + Mijn ziel op uitkijk naar 't Hellenenland: + En op mijn zuchten brengt het golvenbruisen + Slechts doffe en onverstaanbre klanken over. + +_Mein Verlangen geht.... enz._--Mijn verlangen gaat uit naar het schoone +land der Grieken, en ik zou toch zoo gaarne de zee oversteken. + +_Mit seltner Kunst.... enz._--(Vert. Boutens:) _Orest_: Ongemeen vaardig +vlecht den raad der goôn gij | Vernuftig met Uw eigen wenschen samen. +_Pylades:_ Wat is 't vernuft der menschen als het niet | Nauwlettend +luistert naar den wil der hoogen? + +" 215. _Wundern kann es mich nicht.... enz._--Hoe zou 't mij verwonderen +dat de menschen zoo op honden zijn gesteld? Is niet de mensch een +erbarmelijke schoft, evenals de Hond? + +" 219. _Ins Anzeigeblättchen_--In het advertentieblaadje. + +" 222. _Wunderthätige Bilder.... enz._--Voorstellingen, waaraan men +wonderkracht toeschrijft, staan als schilderij meestal zwak. Natuurlijk: +de voortbrengselen van geest en kunst bestaan niet voor Jan-en-alleman. + +" 224. _Redlichkeit_--gezeggelijkheid. + +" 225. _Beiträge zur Optik_--Bijdragen tot de leer van het zien en de +lichtverschijnselen. + +" 228. _Freund des Bestehenden_--Vriend van de bestaande orde van zaken. + +" 233. _Praegnant_--zwanger ("zwaar van beteekenis"). + +" 235. _Gerichtsrat_--Rechter. + +" 237. _Wer Kunst und Wissenschaft besitzt | Hat auch Religion._--Wie +kunst bezit en wetenschap, die is ook godsdienstig. + +" 240. _Das Ewig-eine.... enz._--Het Eeuwig-Eene, dat veelvuldig zich +openbaart. + +" 242. _Wisset nur.... enz._--Laat ik u zeggen, dat de woorden des +dichters, altijd, zachtjes kloppend, zweven voor de poorten van het +paradijs, biddend om het eeuwige leven. + +" 245. _Theatricum anatomicum_--ontleedkundig laboratorium. + +" 246. _Anschaun wenn es dir gelingt_--Zie, als ge kunt, de dingen zóó, +dat ge terstond in hun innerlijk doordringt en vandaar uit naar het +oppervlak terugkeert: dan hebt ge er de heerlijkste leering uit +getrokken. + +" 249. _zimplifiziert_--vereenvoudigt. + +" 259. "_Robert, chef de brigands_"--Robert, de rooverhoofdman. Bedoeld +is Chille's (Schillers) drama "De Roovers". + +" 260. _Speculatief_--bespiegelend. + +" 264. _Dioskuren_--Twee jonge helden uit de Grieksche fabelleer, die +uitmuntten als paardentemmer en als vuistvechter. + +" 266. _Bilde Künstler! rede nicht.... enz._--Beeld, kustenaar en praat +niet. Uw gedicht zij als een ademtocht. + +" 274. _Kleinmalerei_--Het afdalen in détails. + +" 279. _Schwül_--van bange voorgevoelens vervuld. + +" 284. _Nun weint die Welt.... enz._--Zouden wij niet weenen, nu heel de +wereld weent? + +" 291. _Geheim gefäss.... enz._--Geheimzinnig vaatwerk, dat +Orakelspreuken verkondt, Hoe ben ik waard, U in mijn Hand te houden? U, +schoonste schat, aan de ontbinding vroom onttrekkend, En mij naar de +vrije lucht, naar 't zonnelicht, tot vrije overpeinzing keerend. Wat kan +de mensch van het leven meer verlangen, Dan dat God-Natuur zich aan hem +openbare, Hoe deze het stoffelijke laat tot geest vervloeien, Hoe deze +stoffelijk-vast bewaart wat de geest eens schiep.... + +" 292. _Gott habe ich.... enz._--In al mijn kommer heb ik aan God en aan +mijn lieveling steeds rein gedacht. + +" 297. _Wie des Goldschmieds.... enz._--Den bijna grijzen dichter +omgeven aardige meisjes, gelijk veelkleurige, geslepen licht-kronen de +uitstalkast van den goudsmid. + +" 298. _Beschränkung._--Beperktheid. (Niet: zelfbeperking). + +" 317. _Dichtung_--Verdichtsel. + +" 326. _Sie hören nicht.... enz._--Zij hooren niet de latere zangen, De +zielen voor wie ik de eerste zong. + +" 328. _Das Schaudern.... enz._--Huiveren is het schoonste vermogen van +den mensch. + +" 329. _Das Unzulängliche.... enz._--Het onbereikbare Wordt hier +gebeurtenis; Het onbeschrijflijke Geschiedt hier. + +" 332. _Sich ruhig auf ein Faulbett legt._--Rustig op zijn bed gaat +luierikken. + +" 333. _Mein Lied ertönt.... enz._--Mijn lied klinkt op voor de mij +onbekende massa, Wier instemming mij 't harte bang maakt. + +" 334. _Mit Hebeln und mit Schrauben_--Met hevels en schroefpersen. + +" 342. _Her zu mir_--Hier! mée met me! + +_Gerettet_--gered. + +" 345. _Nur der verdient sich Freiheit.... enz._--Slechts hij verdient +een vrijheid, als het leven ze kan schenken, die ze dagelijks moet +veroveren. + +" 347. _Alles Vergängliche.... enz._--Al wat vergankelijk is, Is maar +een gelijkenis; Het onbereikbare Wordt hier gebeurtenis; Het +onbeschrijflijke Geschiedt hier; Het eeuwige in de vrouw Noodt ons er +heen. + +" 348. _Auch Im Scheiden gross!_--Ook in 't heengaan groot. + +" 349. _Ueber allen Gipfeln.... enz._--Boven alle toppen zweeft rust, In +de boomkruinen speurt ge nauwelijks een ademtocht; In 't woud zwijgen de +vogelkens. Wacht maar, weldra rust je ook. + +" 349. _Ohne Hast, Ohne Rast._--(zie blz. 310). + +"_Life of Schiller_"--Het leven van Schiller. + + + + +Transcriber's notes: + +Dit bestand is in de oude spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te +moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn +hersteld. Inconsequente spelling is wel omgevormd naar de meest +voorkomende. + +This file is in the old spelling. No attempt was made to modernize the +text. Broken words at the end of the line were joined. Inconsistent +spelling has been changed to the dominant spelling. + +De inhoudstabel is naar voor verschoven. Ik heb de vermelding van het +'VOORWOORD' en de 'BIJLAGE' toegevoegd. Deze stonden niet in de +originele inhoudstabel. + +The table of contents has been moved up front. I have added 'VOORWOORD' +and 'BIJLAGE' which were ommited in the original table of contents. + +Een lijst van illustraties is toegevoegd na de inhoudstabel. + +A list of illustrations has been added after the table of contents. + +In de oorspronkelijke tekst werd poëzie doorlopend afgedrukt, met slechts +het "|"-teken als scheiding tussen de versregels. Dit is omgevormd naar +een duidelijke vormgeving, met één vers per regel. + +The original text contained poetry, but it was printed in-line with just +a "|"-character to separate the verses. This has been changed into a +clear layout with only one verse per line. + +In de oorspronkelijke tekst stonden sommige woorden uitgespatiëerd. +Dit wordt hier weergegeven door het woord te markeren met tildes +bijvoorbeeld ~uitgespatiëerd~. + +Some words in the original text were spaced out. In this text, such +words are marked with tildes as in ~spaced out~. + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Goethe: Een Levensbeschrijving, by E. d'Oliveira + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GOETHE: EEN LEVENSBESCHRIJVING *** + +***** This file should be named 29216-8.txt or 29216-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/9/2/1/29216/ + +Produced by Miranda van de Heijning, Marc Hens and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
