summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/29235-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '29235-8.txt')
-rw-r--r--29235-8.txt2949
1 files changed, 2949 insertions, 0 deletions
diff --git a/29235-8.txt b/29235-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..3076eb5
--- /dev/null
+++ b/29235-8.txt
@@ -0,0 +1,2949 @@
+The Project Gutenberg EBook of Hendrik Conscience, by Eugeen de Bock
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Hendrik Conscience
+ zijn persoon en zijn werk
+
+Author: Eugeen de Bock
+
+Illustrator: Ed. Dujardin
+
+Release Date: June 25, 2009 [EBook #29235]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HENDRIK CONSCIENCE ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Nederlandsche Bibliotheek
+
+ Onder leiding van L. Simons.
+
+
+ Uitgegeven door:
+ De Maatschappij voor Goede en
+ Goedkoope Lectuur. Amsterdam
+
+
+
+
+ Eug. de Bock.
+
+ Hendrik Conscience
+
+ zijn persoon en zijn werk
+
+ Met 8 afbeeldingen
+
+
+
+
+
+
+EERSTE DEEL
+
+
+I.
+
+
+Antwerpen was, binnen de oude muren, een vervallen schoone. Meer
+dan een eeuw was de Schelde gesloten, het gras groeide tusschen
+de steenen naast de donkere ruien, wanneer na den slag van Fleurus
+de stroom weer geopend werd en, eenige jaren later, de Keizer zijn
+schepen kwam laten bouwen in de oude hansastad.
+
+De geplunderde Michielskerk, tegen de haven, en het zoogenaamde
+Prinsenhof, dat vroeger jaren had gestraald van weelde, kregen binnen
+hun muren de vreemde galeiboeven, die Napoleon had doen komen om zijn
+vloot te bouwen onder het oog van de Engelschen. Het gebeurde soms
+dat een van de gevangenen ontsnapte; hij werd dan opgejaagd door de
+Antwerpsche bevolking en aan zijn bewakers overgeleverd.
+
+Er kwam meer nering in de enge straten. De kleine koophandel die
+was blijven woekeren op den roemrijken bodem, had voor belangrijker
+ondernemingen plaats gemaakt. Er werd weer gelost en geladen. Boven
+de muren die rond de abdij het werk omsloten, klonk gedurig gehamer
+en na den arbeid zochten de beambten en "contre-maîtres" hun tehuis
+onder de vreemde menschen.
+
+Eenigen hadden een Vlaamsche vrouw genomen. De twee en twintigjarige
+Cornelia Ballieu huwde in Februari 1809 met Pierre Francois Conscience,
+uit Besançon, die elf jaar ouder was. De jonge vrouw kende geen woord
+Fransch. Met teekens en de weinige woorden "Antwerpsch" die Pierre
+François geleerd had, konden ze elkaar verstaan. Zij kregen na tien
+maanden hun eersten zoon, Pierre, die echter slechts drie jaar oud
+werd. Hij stierf den 8en November 1812. Den 3den December werd hun
+een tweede zoon geboren, Henri, die, even ziekelijk, geen zeven jaar
+scheen te zullen worden. Den 14den December 1820 stierf de moeder zelf,
+na eerst zoo gelukkig te zijn geweest Henri met sterker lichaam den
+door den dokter gestelden termijn te zien overleven.
+
+Nog een jongen, Jean Balthazar, kwam ondertusschen het gezin
+vermeerderen. Omtrent denzelfden tijd, in 1815, bij Napoleons
+ondergang, verloor Pierre Conscience zijn ambt van onderhavenmeester
+of toezichter op de timmerwerf. Moeder opende een kruidenierswinkel,
+vader kocht en verkocht afbraak van oude schepen, en zorgde voor oude
+boeken waarvan het papier in den winkel werd gebruikt.
+
+Hij leerde zijn oudsten zoon, in zijn vrije uren, het A B C. En de
+letters niet alleen: "Mijn goede vader kende mijn hart; hij wist wat er
+te veel en wat er te weinig in was" zou de jongen later getuigen. Zij
+kwamen met elkaar best overeen. De kleine kon moeilijk loopen; hij
+moest zich voortslepen op een kruk. Later zat hij zonder beweging op
+zijn stoeltje, achter het venster in de Pompstraat. Op de vensterbank
+trippelde een tamme kraai.
+
+Het Vlaamsch kon hij zeker van zijn vader niet leeren en moeder was
+ongeletterd. Maar op zolder, onder de groote boeken, lagen werken
+die hem aantrokken om de plaatjes: gezichten uit verre landen
+en voorstellingen van veldslagen en steden. Daar zat hij dan den
+heelen dag bij, als vader weg was, en als hij zoo ziek werd dat
+hij er alleen niet meer geraakte, moest zijn moeder hem er naar toe
+dragen. Hij leerde er den tekst een beetje ontcijferen en schiep zich
+een verbeeldingswereld met de gegraveerde planten en huizen. Daar lag
+onder andere de "Gedenkwaerdige Zee- en Lantreize" van Johan Nieuhof,
+gedrukt te Amsterdam in 1682.
+
+Ofwel hij zat bij moeder op den schoot, die hem vertelde van den
+hemel, waar zij meende dat hij binnen kort zou heengaan, en van de
+heiligen en de gevleugelde engelen, en de kinderlijke lusten die er
+worden gesmaakt.
+
+Tegen ieders verwachting sterker geworden--op een morgen was hij
+alleen uit bed en op den zolder gekropen, en had zijn "boek met
+de wildemannen" vóór zich op den vloer gelegd--mocht hij eindelijk
+buiten en spelen met de rakkers van de buurt. Dat ging niet altijd
+naar wensch. Hij heette "de magere" en zijn jongere, sterkere broer
+"de dikke." Hij werd gesard en geslagen. Alleen wanneer de bende op
+een keldermond bijeen zat, en hij kon vertellen en al zijn fantazie
+gebruiken, was hij de voorste.
+
+Ook zijn vader bezat die gaaf. Des avonds moest hij verhalen van
+"zijn wedervaren op zee, van zijn drie schipbreuken, van stormen en
+tempeesten, van Napoleon, van den oorlog en van de pontons te Norman
+Cross," waar hij drie keer had krijgsgevangen gezeten. "Dit deed hij
+in een zonderlinge taal; zoo iets half Vlaamsch en half Fransch, dat
+de buren en klanten dikwijls deed lachen, doch ik was er aan gewend
+als aan een natuurlijke spraak."
+
+"Een diep gevoel voor het schilderachtige bezat mijn vader: hij kon
+schoon vertellen en legde mij alles in zijn kleurvolle zeemanstaal
+met zulke kernachtige klaarheid uit, dat ik uren lang met gapenden
+mond op hem luisterde en soms, bij het verhaal van eenen zeeslag of
+van eene schipbreuk, lag te beven van angst of van medelijden."
+
+Na zijn 7e jaar gaat Hendrik op school, waar hij natuurlijk zijn
+makkers overvleugelt. Zijn literatuurkennis heeft hij verrijkt met de
+drama's en kluchten van den poesjenellenkelder, oeroud marionettenspel,
+volkstheater van donker Antwerpen, en met de volksboekjes van vijf
+centen, die de geschiedenis verhalen van Malegijs, den toovenaar, van
+Fortunatus' beurze en zijn Wenschhoedeken en van de Vier Heemskinderen.
+
+Van zijn huis naar school en van zijn huis naar den poesjenellenkelder
+in de naburige Boogaerdtstraat, ging hij door zijn schilderachtig
+Sint-Andrieskwartier, dat stadje in de stad, met zijn naïeve
+lievevrouwbeelden tegen vele ziekten, boven lantarentjes op de hoeken
+van de straten, of in een bocht tegen 't verweerde geveltje; de stad
+van steegjes en puntgevels, nauwe gangen en, omklemd door huisjes,
+een kerk met grooten toren, die brokkelig reusachtig boven die
+armoede rijst.
+
+Van Sint-Andries, na den dood van moeder, verhuist de kleine familie
+naar een meer noordelijk gelegen wijk, niet minder schilderachtig,
+nu nagenoeg verdwenen.
+
+"Recht voor mij lag (er) de Borchtgracht," zegt Hendrik later in de
+"Geschiedenis mijner Jeugd," "aan onze linkerzijde verbergde zich
+de woelige straat; aan onze rechter hadden wij een korte stege,
+langswaar wij over den Scheldestroom konden heenzien, terwijl het
+laatste avondpurper op den verren gezichteinder allengs in het
+nachtelijke donker wegsmolt."
+
+Des daags, achter open poortjes, gaat nog het rumoerig leven van de
+volkswijk zijn gang. In stilte of in lawaai. Soms vechten wel dronken
+vrouwen met krijschende stem en zwaaien dreigend hun armen, tot een
+man met lachende tronie of verontwaardigd gelaat de twisters scheidt
+en de toeschouwers in hun deurtjes verdwijnen. De natuurlijke atmosfeer
+is er de goedhartige behulpzaamheid, die arme menschen elkaar betoonen.
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+
+De kleine Hendrik was acht jaar toen zijn moeder stierf. De familie
+had al een paar nieuwe woningen betrokken toen Pierre Conscience,
+in 1822, een eigenaardig plan opvatte. Hij verliet de stad en huurde,
+op tien minuten afstands van de wallen, een veld waarop hij een huisje
+bouwde, geheel uit stukken van scheepswrakken samengesteld waar hij,
+met de hulp van een vriend, een aardig geheel van had weten te vormen.
+
+In den wilden tuin stonden, op geschikte plaatsen, kleiaarden
+beeldjes die hijzelf boetseerde. In vrije oogenblikken maakte hij
+teekeningen met de pen of schilderde figuren op glas. Dikwijls was
+hij voor zijn zaak afwezig. Hij bleef dan drie tot vier dagen weg,
+terwijl de jongens alleen in het huis waren midden de eenzame velden.
+
+In volledige vrijheid groeiden de kinderen op. Geen gezag was er om
+hen te berispen om een gescheurde broek of vuile handen. Geen school
+en geen lastige taak. Ze kwamen en gingen 'lijk ze wilden. Ze leefden
+gelijk de bloemen van het veld, en alle wetenschap dankten ze aan hun
+vader, waarvan Hendrik later met liefderijke woorden getuigde: dat hij
+"liefst des avonds, ja, soms tot middernacht, tusschen (hen) beiden
+in de duisternis op een bank zat." "Dan toonde hij ons de sterren
+en planeten, en leerde ons de namen der hemelteekens noemen. Als
+zeeman kende hij veel van de sterrekunde; hij legde ons den loop
+der hemellichamen uit, en zeide ons hoe de kapiteins hun baan op den
+Oceaan berekenen en herkennen. Ik luisterde met gretigheid op zijn
+verklaringen, nog lang zelf nadat hij opgehouden had van spreken....
+
+"Zijne stem was gewoonlijk langzaam en kalm."
+
+Een bijzondere neiging tot droomen en de natuur te onderzoeken kon
+Hendrik botvieren in volkomen rust. Een ontmoeting zou ze voor goed
+komen vestigen en meer bewust maken. Eens dat hij insekten op den weg
+gadesloeg werd hij door een oud man aangesproken, die in de nabijheid
+woonde en den kleinen jongen meermaals met kruiden en diertjes had in
+de hand gezien. Het gesprek werd dikwijls daarna hervat. De grijsaard
+was een gewezen priester van de St. Jacobskerk te Antwerpen, die in
+den patriottentijd om zijn hervormingsgezindheid moeilijkheden had
+gekregen met zijn oversten, en die nu eenzaam en menschenschuw zich
+niet verre van den "Groenen Hoek" had teruggetrokken. De man schepte
+genoegen in de geestdrift en de schranderheid van zijn jongen vriend,
+die van hem de beginselen der natuurkennis leerde.
+
+Niet veel later ontmoette hij een knaap die op zijn verder leven een
+beslissenden invloed heeft uitgeoefend. Die heette Jan de Laet. Zijn
+ouders waren begoed en hadden een landhuis tegen de stad. Dagelijks
+liep hij langs de tuinpaden met een ezeltje, waarop de gebuurtjes,
+ook de Consciencen, om beurten mochten rijden.
+
+Een warme vriendschap werd zeer spoedig tusschen Hendrik en het
+burgerkind gesloten. "Toen ik hem ontmoette," schreef de Laet in het
+jaar van Conscience's dood, "was hij vijftien jaar oud en ik twaalf,
+maar wij waren omtrent even groot en sterk." Zijn jongere broer
+integendeel was goed ontwikkeld, en uiterlijk vol kracht en leven
+evenals zijn vader, wat een groot kontrast vormde met de zenuwachtige,
+teruggetrokken houding van Hendrik, die gewoonlijk melancholisch was
+en in zich zelf gekeerd.
+
+Nochtans waren zijn lichaamskrachten toereikend, en meer dan eens
+overwon hij zijn jonge kameraden in het loopen of in de worsteling. Hij
+was een onvermoeibaar zwemmer, een energiek roeier, en weinige
+schippers konden als hij, op de Schelde, een zeilboot voeren. Maar
+wat hem boven allen onderscheidde was zijn intellectueel en zedelijk
+vermogen. Naast de taal van zijn vader en van zijn moeder had hij
+genoeg Engelsch geleerd om Ossian te kunnen lezen.
+
+De Laet beschrijft omstandig zijn passie voor de natuur:
+
+"Henri prenait volontiers sa part de cet amusement champêtre (het
+kweeken van bijen.) Mais ce qui pour tous n'était qu'un passetemps
+ne tarda pas à se transformer pour lui en un sujet d'étude. On
+connaissait une bonne demi-douzaine de sous-genres du bourdon,
+différents de taille, de forme, de stries et de couleurs. D'aucuns,
+tout le monde savait cela, habitent sous les bosquets, d'autres logent
+dans les hautes herbes, d'autres préfèrent presque à fleur de terre
+la mousse courte et drue; il en est aussi, et ce sont les plus gros,
+dont le corps est d'un noir brillant à stries d'or et l'extrémité
+postérieure d'un blanc de neige, qui, en vrais troglodytes, se creusent
+une ruche à trois ou quatre pieds sous la surface du sol.
+
+"La pensée qu'en vertu de la théorie de l'échelle des êtres, il devait
+y avoir bien d'autres sous-genres ne tarda pas à hanter l'esprit
+d'Henri. Mais comment les découvrir? Comment s'en emparer? Le moyen
+fut bientôt trouvé. Notre ami possédait un caniche noir, au poil
+abondant et crépu. On le pourrait dresser à la chasse du bourdon
+et puis faire avec ce nouveau chien d'arrêt des excursions dans les
+bois, dans les bruyères, dans les polders, terrains demeurés inconnus
+jusqu'ores aux jeunes amateurs du sport. L'essai réussit à merveille
+et notre aspirant naturaliste, au grand étonnement de ses camarades,
+ne tarda pas à avoir sous la main, dans ses ruches-pot-à-fleurs,
+une vingtaine de sous-genres. Faut-il ajouter qu'il s'empressa d'en
+faire très scientifiquement et très méthodiquement une monographie
+dont pourtant ses amis les plus intimes furent seuls admis à prendre
+connaissance?" [1]
+
+Dwalend door de velden, ver van zijns vaders huis, om te zoeken naar
+merkwaardige planten en dieren, denkt hij alleen aan de wetenschap die
+zich van lieverlede voor hem ontwikkelde. De gespaarde penningen dienen
+om boeken te koopen over natuurkunde, chemie en plantenkunde. Met
+wat oude boeken van vaders zolder, overblijfsels van d'ouden handel,
+vormt hij een bibliotheek. Van literatuur heeft hij slechts vage
+begrippen. Hij arbeidt in den hof en onderwijst de vriendjes in de
+leer van Linnaeus.
+
+Er klinkt ontroering uit dankbaar herdenken in de woorden, waarmee
+hij later over den tuinhoek spreekt, die hem in vaders hof was
+voorbehouden. In den morgen hield hij zich vroolijk bezig met het
+onkruid uit zijn bloemperken te wieden. "Velerlei waren de gewassen
+die de natuur op deze belommerde plaats had gezaaid: Daar ontstonden in
+menigte de vergiftige Wolfsmelk, de wrange Zuurklaver, de verzachtende
+Maluwe en het bijtende Lepelblad."
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+
+Vader Conscience hertrouwde toen hij 47 jaar oud was. De nieuwe moeder
+was een jonge vrouw van 25 jaar, een boerendochter uit Oostmalle, die,
+zooals Conscience het zelf verhaalt, "voorzag dat God haar kinderen
+zou verleenen". Van den 8en Januari 1827 tot den 19en Juni 1842 werden
+haar inderdaad niet minder dan negen kinderen geboren. De goede vrouw
+stierf den 28en Maart van het volgend jaar.
+
+Met haar treedt de strengste spaarzaamheid in het gezin. Zij zwaait
+hardhandig de plak der tucht. Het is niet waarschijnlijk dat de
+jongens zich dat lieten welgevallen. "Ik kopte, zweeg en was dwars,"
+zegt Hendrik, wiens eigenzinnige aard niet verdroeg dat hij door
+derde personen uit zijn element werd gerukt. Na twee jaar dringt de
+moeder op afdoende zuinigheidsmaatregelen aan. De jongens hebben
+reeds een beroep moeten kiezen en geld verdienen. De kluis op den
+"Groenen hoek" wordt nu verlaten en in het opkomende Borgerhout
+wordt een zaakje begonnen. In December 1828 betrekt Conscience zijn
+nieuwe woonst. Hendrik wilde geen handwerk leeren: hij had gehoopt
+een naturalist te worden. Nu had hij echter de school van meester
+Vercammen moeten bezoeken om er na korten leertijd ondermeester te
+worden. Vercammen had hem Engelsch geleerd en bezorgde hem lessen
+van Vlaamsch en Fransch in de Engelsche kolonie bij de naburige
+fabriek. Overigens was het onderwijs er goed, als meest overal in
+den Hollandschen tijd. Hendrik werd er eindelijk in de gelegenheid
+gesteld, de taal van zijn moeder min of meer te leeren schrijven.
+
+Lang zou hij bij Vercammen niet blijven. Al zeer vroeg vond hij
+lieden die hem genegen waren; ook Vercammen hielp hem voort en liet
+hem naar de school van Shaw overgaan, waar hij beter Fransch leerde,
+en van waar hij eindelijk naar Monsieur Delin ging, die een school
+hield voor de beste burgerij van de stad.
+
+Een voorwaarde was dat hij zich deftig in een zwarten rok zou
+kleeden. Doch vader was zeer zuinig--moest het wel zijn--en kocht ten
+einde raad en over de kosten nog morrend, zijn zoon een afgedragen
+kleed, dat hem niet paste en onderweg--Hendrik was meêgegaan en had
+het ding moeten aantrekken--de voorbijgangers spottend deed stilstaan.
+
+Hendrik was zestien jaar, misschien wat ijdel, maar vooral
+teergevoelig. De tocht in den te langen jas was dus een lijdensweg. Hij
+kwam bijna weenend van ergernis te huis, en vond bij niemand
+troost. Vooral niet bij zijn oudsten broer, die hem niet begreep en
+hem als eenig antwoord zijn gescheurde mouwen toonde.
+
+Zoo uitgedost moest hij naar de nieuwe school, waar zijne verschijning
+op den koer en in de klasse opstootjes verwekte. Alleen zijn
+sympathieke stem, en zijne innemende manieren, deden de baldadige jeugd
+kalmer worden en wonnen ze eindelijk geheel. Hij kon getroost vandaar
+gaan, maar bleef nog lang onder den indruk van het bespottelijke
+kleedingstuk.
+
+Tehuis ging het hem ook niet naar zijn zin. Hij was al lang niet meer
+zijn eigen meester. Als een verlossing uit onmin en dwang daagde
+de omwenteling in 1830 op, die de regelmatigheid van het leven
+onderbrak. Het geschut in de nabijheid van Antwerpen heeft hem als
+een kwajongen aangetrokken. Hij delft gevallen kogels uit te midden
+van het gevaar. Later, als de strijd binnen de Antwerpsche wallen
+gevoerd wordt, tracht hij zich nuttig te maken, al wordt hij dikwijls
+om zijn kinderlijk tenger uiterlijk vernederend afgewezen. Buiten weet
+van zijn vader laat hij zich als vrijwilliger opschrijven, zoodra
+meer manschappen worden gevraagd. Vader ontdekt hem in de rangen,
+bij een schouwing, en doet hem er uit komen. Hij laat zich nochtans
+door de schijnbare vastberadenheid van zijn zoon overreden en koopt
+hem zelfs, innerlijk voldaan, een mooie en meer passende uitrusting.
+
+Conscience vertrekt met hartelijke raadgevingen en wordt vanwege zijn
+behendigheid met de pen en zijn "Geleerdheid" na enkele weken foerier.
+
+Nu begon een soms aantrekkelijk leven. Verspreid in de Antwerpsche
+kampen lag het Belgisch leger, doelloos, en de eene groep wist van
+de andere gewoonlijk weinig af. De geestelijkheid was den opstand
+genegen, zoodat de vrijwilligers op de dorpen doorgaans goed ontvangen
+werden. Zoolang, natuurlijk, tot er gebrek kwam aan voedsel en de
+tuchtelooze zwervers baldadig werden. De nachten waren koud. In den
+winter was dan het leven hard. Bij het vuur, in de duisternis, stond
+een eenzaam foerierken, met onder den linnen kiel een zwarten rok.
+
+Conscience werd ziek. Hij mocht toen tijdelijk het kamp verlaten,
+waar toch niets werd uitgericht, en een onderkomen zoeken in het
+naaste dorp. Zijn kameraden zien hem medelijdend vertrekken. Zijn
+handen bevriezen op zijn geweer, hij heeft de kracht niet meer
+om het van schouder te veranderen. Te vergeefs klopt hij aan vele
+deuren. Eindelijk wordt hem opengedaan, in een kleine hut, alleenig,
+waar hij met de arme bewoners het stukje spek deelt, dat vrienden
+hem hebben meegegeven. Hij vertelt, bij het warme vuurtje, dat nu
+opflakkert om den aangekomene, van zijn tehuis, zijn kindsheid, zijn
+ouders, zijn onderwijzerschap. Een groote liefde voor de menschen,
+die hem liefderijk ontvingen, vervult hem. Hij gaat vermoeid slapen,
+'s Morgens vindt hij de koffie dampend op hem wachten, hij is al een
+kind van het huis geworden. Begrijpt hij niet aanstonds hun eenvoudig
+leven, vertelt hij hun niet de droomen van zijn verleden? Zoo leert hij
+de heide kennen, haar bewoners en haar wilde verlaten schoonheid. Meer
+dan bij vroegere wandelingen kan ze nu indruk maken op zijn karakter,
+dat nog zoozeer te vormen is.
+
+Dit leven, arcadisch, al is het dikwijls vol ontbering, wordt
+afgebroken door den tocht naar Leuven. De vereenigde legers trekken de
+Hollandsche troepen tegemoet. De soldaten, die het kamp verlieten,
+voegen zich bij hun makkers. Na den slag wordt een doelmatiger
+indeeling toegepast en de tucht versterkt. De droomerige foerier wordt
+in zijn rustig leven gestoord. Hij raakt in onmin met zijn oversten;
+hij kan zich naar de noodzakelijkheid niet schikken en aardt niet in
+dat ruw gezelschap. In 1835 wordt hij gedegradeerd om zgn. nalatigheid
+en ongeschiktheid.
+
+Eigenlijk hindert hem dat weinig. Alleenlijk is hij eenigszins
+bedroefd voor zijn vader, die hem te Bergen eens kwam bezoeken na zijn
+uitbundige klachten en hem iets later schreef: Het leven is geen droom,
+al zeggen het de filosofen; het is een werkelijke strijd; het lot is
+de vijand, en men overwint hem met hem onversaagd in de oogen te zien.
+
+Hendrik zou, althans in het leger, dien strijd niet aangaan. Andermaal
+zou zijn neiging tot droomen en beschouwen een vasteren vorm
+krijgen. Van een kort verlof in 1834 had hij gebruik gemaakt om
+zijn ouden vriend De Laet op te zoeken, die hem door zijn vrienden
+herhaalde malen had laten groeten. De Laet was dichter geworden en
+verdedigde met André van Hasselt en nog eenige jongeren de nieuwe
+dichterschool in België, in het Fransch. Hendrik zag voor zijn oogen
+verbaasd een vuurwerk van geestdrift opsteken, waarin een glans van
+roem lichtte. De naam van zijn vriend werd in tijdschriften gedrukt
+en een benijdbaar geluk scheen het hem, zoo gepassioneerd te kunnen
+uiten, voor alle menschen, wat er in zijn binnenste omging. Na enkele
+dagen stond het voornemen bij hem vast denzelfden weg op te gaan. De
+Laet had hem bezworen het te doen. Had hij ten slotte niet even hooge
+aspiraties? Victor Hugo en Lamartine, en verder de verzen van De Laet
+en diens vrienden zou hij tot voorbeeld nemen.
+
+Daags na zijn terugkomst in het kamp van Venloo had hij zich
+aan het dichten gezet. Weldra schrijft hij zijn brieven naar De
+Laet in verzen. Zijn gedachten bleven in Antwerpen, waar hij zijn
+vrienden achterliet. Hij dichtte des nachts in het kamp: "Sylphide
+silencieux...." In zijn cel grift hij in den muur hoe hij verlangt
+naar de stad, de Schelde en haar wazige einders. Op een nacht, na
+zijn degradeering, zit hij op een houten koffertje te schrijven. Met
+papier en een kaarsje had hij een kleine lamp gemaakt, die alleen een
+plekje onder zijn hand verlichtte. De generaal op zijn ronde verrast
+hem, doch spreekt hem vriendelijk toe. Daar het onmogelijk was hem
+uit zijn dienst te ontslaan, werd hij naar Dendermonde verplaatst en
+als onderwijzer in de regimentschool aangesteld.
+
+Inmiddels heeft hij vernomen dat een jongen te Antwerpen, een vriend
+van De Laet,--Theodoor van Rijswijck--Vlaamsche gedichten maakt. Hij
+spreekt en schrijft daarover met De Laet, hij denkt erover na en bij
+een van zijn brieven voegt hij een opstel, dat hij "eerst voor (zich)
+zelven in de tael van (zijn) land had opgeschreven."--"Ik weet niet hoe
+het komt," zegt hij, "maar ik vind in deze tael iets geheimzinnigs,
+dieps, ernstigs, ja zelfs iets wilds! Indien ik ooit eenige kracht
+verkryg, dan werk ik nog geheel en al in de Vlaemsche literatuer."
+
+Hij is nu niet zoover van Antwerpen en zal wel af en toe naar
+zijn vaderstad zijn gekomen, en in elk geval veel bezoek hebben
+ontvangen. Hij haakt naar het oogenblik, dat hij in het burgerleven
+voor goed zich aan de letterkunde zal kunnen wijden. Ook met Van
+Rijswijck komt hij in nauwere betrekking, hij onderwerpt hem zijn
+eerste proeven van Vlaamsche dichtkunde, ontvangt zijn raadgevingen
+en eens, als hij terneergeslagen is, een tamelijk lang vers, "Voor
+droefgeestigen" dat hem als troost en voorbeeld dienen moet. Hij
+verontschuldigt zich herhaaldelijk over de slechte taal van zijn
+brieven, en schrijft dat hij den dichter Van Duyse, die te Dendermonde
+verblijft, niet durft opzoeken, omdat hij zoo slecht Vlaamsch spreekt
+en Van Duyse te weinig Fransch kent. Met De Laet nochtans gebeurt de
+briefwisseling nog steeds in het Fransch; dat gaat voorloopig veel
+gemakkelijker. Met Van Rijswijck zou het bezwaarlijk kunnen. Hij is een
+volksjongen, woont in hetzelfde kwartier waar Conscience geboren werd.
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+
+In 1836 is Conscience ontslagen, en keert terug naar Antwerpen,
+waar hij door vader goed ontvangen wordt. Schijnbaar heeft hij alle
+droombeelden vaarwel gezegd. Hij wacht nu naar een plaats van het
+gouvernement. Hij mag nog zes maanden in het ouderlijke huis inwonen,
+leest ondertusschen de romantische dichters onder voorwendsel van
+grondiger taalstudie.
+
+Op het aandringen van vader biedt hij zich na enkele maanden wachten
+aan bij een paar kooplui, maar laat zich door hun koele ontvangst
+afschrikken en is vast besloten, nooit zulke stappen meer te wagen. In
+het naar huis gaan valt zijn oog op een bericht, dat een wedstrijd
+aankondigt voor de plaats van adspirant-ingenieur bij den staat. Hij
+heeft nog twee maanden tijd om het allernoodzakelijkste van de wiskunde
+te leeren; de titel verlokt hem en hij ziet in het examen een middel
+om alle vernederingen te ontkomen. Hij zet zich koortsig aan het
+werk, blokt dag en nacht en loopt tusschendoor om inlichtingen naar
+den vader van De Laet, een landmeter. Als hij de geheele hem vreemde
+stof verwerkt heeft, stelt hij vast, dat de opgedane kennissen in zijn
+arm hoofd overhoop liggen, en niet meer naast elkaar te ordenen. Zijn
+krachten begeven hem, hij heeft koorts. Vader doet hem naar bed gaan
+en verbiedt hem, nog een letter te lezen. Een maand nog zal hij rusten
+en dan onherroepelijk zijn eigen weg zoeken.
+
+Niet lang kon hij op zijn kamer blijven. Vrienden bezocht hij niet,
+half om zijn vader niet te ergeren en half omdat hij tamelijk kalm
+was. Eigenlijk mocht hij niet lezen, maar een fantastisch boek in
+handen nemen, met plaatjes, als hij wel vroeger deed, is eerder
+spelen. Op den zolder lagen nog overblijfsels van den boekenschat:
+de beschrijving "der gantscher Nederlanden" van Guicciardinus en
+een Antwerpsch Cronijkje van Ullens. Hij vond er groot vermaak in
+het verhaal der beroerlijke tijden in deze boeken te volgen, die
+in een naïeve taal geschreven waren. Aan de beschrijving van de
+beeldstormerij gekomen legt hij het boek opzij, en voelt in zich
+de lust om een oorspronkelijke schets te maken van die kleurige
+dingen. Hij wandelt door den tuin en maakt een plan; verschuilt zich
+in het priëel en tracht te schrijven.
+
+"Vers la fin du XVIe siècle, notre patrie...."
+
+"La Belgique gémissait sous le joug...."
+
+Maar dat gaat niet, de gedachten blijven achter in zijn hoofd
+steken. Hij droomt. Er komt een onwillekeurige beweging in zijn
+pen. Hij denkt en schrijft:
+
+"Het was in den jare onzes Heeren 1566, den 16 der maend Augustus. De
+nacht was duister en de regen, die by afwisselende vlagen nederstortte,
+had de nare straten der stad Antwerpen tot menigvuldige waterplassen
+gemaekt. Geen ander licht deed zich in het verschiet op, dan de
+weinige flikkerende keersjens, welke de inwooners voor de beelden
+ontstoken hadden.... De nachtwaker alleen, met piek en lanteern,
+doorkruiste de stad."
+
+Hij gaat voort, verrast, en houdt niet op vóor alles donker geworden
+is rond hem. Een redevoering gaapt, onvoleind, geestdriftig, maar
+hij kan haar niet voltooien. Het licht schemert boven zijn papier,
+vader mag niets weten.
+
+Dat werd gewis een volslagen boek. Hij brandde om, met den nieuwen dag,
+onder de open lucht te kunnen voortgaan. Aan vader zou hij zeggen,
+dat hij aanteekeningen maakte uit de geschiedenis. Die had wel argwaan,
+maar liet hem toch met vrede.
+
+Als hij de vermoedelijke helft van zijn "roman" geschreven had, want
+uit het plan voor een kort opstel waren liefdes- en patriotische
+verwikkelingen gegroeid, tusschen de bloemen van het zomerhuisje,
+kon hij zich niet ontzeggen om naar De Laet te loopen en hem, met
+geestdrift en verwachting, een brok van zijn Vlaamsch proza voor
+te lezen.
+
+De Laet was in den hoogsten hemel en wenschte hem geluk. Denzelfden
+avond werd nog een voorlezing gehouden in den Kunstenaarskring, waar de
+kopstukken van de romantische plastiek vergaderd waren. In de dompige
+herberg, voor de Block, Leys, de Braekeleer, Wappers en andere jonge
+schilders, werd hem de lauwerkroon op het hoofd gedrukt. Eug. de
+Block legde het voorzitterschap neer en droeg het op aan de nieuwe
+glorie van Antwerpen. Ieder was van oordeel, dat het werk moest
+uitgegeven worden, doch Conscience was moeilijk te overtuigen. De
+kosten waren zoo hoog en alleen een bezoek bij Wappers, den afgod
+van de romantische jeugd en inderdaad een uitstekend man, kon hem
+bewegen om toe te stemmen. De Laet plaatste de warmste aanbevelingen
+in de dagbladen en enkele dagen later zag een prospectus het licht.
+
+"Hendrik Conscience" stond er, ditmaal met een Vlaamschen voornaam,
+bovenaan. Het stuk vond overal zijn weg, ook bij zijns vaders
+vrienden. Die konden het wel niet lezen, enkel de naam was hun bekend,
+maar zij kwamen er mede bij zijn vader en leiden het hem voor oogen,
+zeggend: "Wat staat hierop gedrukt? Is het niet ongehoord, dat de
+zoon van een soldaat van Napoleon dingen schrijft, die zijn vader
+niet verstaat?"
+
+Een scène volgde. De taal van zijn vader had de jongen verloochend en
+hij maakte zich bespottelijk in een patois! En de kosten! Er viel
+absoluut niet aan te denken, dat het waanzinnig plan zou worden
+uitgevoerd.
+
+De koppigheid van den jongen romancier hield stand. Op zekeren avond
+schrijft hij zijn vader een brief en knoopt, beangstigd en fier,
+zijn zaakjes in een handdoek. Zijn werk zal gedrukt worden.
+
+Hij verlaat het huis en trekt stedewaarts. Op de baan komt hij den
+jongen bloemkweeker Karel van Geert tegen, die merkt dat er iets
+aan scheelt. Die vraagt Conscience uit, neemt hem mee in zijn tuin
+en verdwijnt in huis. Zijn moeder komt met hem terug en, vriendelijk
+bezorgd, gaan ze met Conscience naar den Koning van Spanje, waar hij
+voortaan zal kunnen blijven. In de groote bovenzaal van de herberg
+staat, in een hoek, zijn bed.
+
+Nauwelijks heeft hij zijn pak daar neergelegd en de menschen bedankt,
+of hij zoekt De Laet op en vertelt hem alles wat er is gebeurd. De
+Laet vindt zijn lot schoon en benijdenswaardig. Alleen in de wijde
+wereld te staan en te moeten worstelen om vooruit te komen, niemand
+rekenschap te moeten geven en geen dwang meer te voelen, alles te
+mogen wagen: hoe sterk moet dat iemand maken om zijn doel te bereiken!
+
+Des avonds, in de groote slaapkamer, komt zijn vader hem
+bezoeken. Eerst verwijtend en ontdaan, maar dan betrouwend in de
+vastberadenheid van zijn zoon.... "Hier in deze zaal," zegt hij,
+"heb ik dertig jaar geleden nog als matroos gedanst...."
+
+Onder de hoede van moeder Ann uit den Koning van Spanje beweegt
+zich Conscience op eigen vlerken. "In 't Wonderjaer" verschijnt en
+wordt als een blijde belofte begroet door de strijdlustige Vlaamsche
+letterkundigen.
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+
+In 1822 had Delacroix te Parijs zijn Dante en Vergilius
+tentoongesteld. In een heftigen strijd met het gevoellooze classicisme,
+baande hij zich een weg, gestuwd door nieuwen geestdrift die hij
+putte uit vreemde literatuur: Dante, Goethe, Byron, Walter Scott. In
+1830 en later leverden de woelingen van den tijd hem het onderwerp
+van bewogen tafereelen vol koortsig leven, die zijn opgewondenheid
+weergaven. De personages waren niet langer koude symbolen maar plots
+aan het leven gegaan. Zijn onweerstaanbare liefdesdrang scheen in hen
+een uitweg te hebben gevonden. En toch waren zij niet gegrepen uit
+het werkelijk leven, maar in zijn droom ontstaan en door zijn droomen
+gevoed. In hun nieuwe conventie klopte de polsslag van den tijd; als
+bij hun schepper straalde hun passie over hun omgeving uit en zette
+alles in een nieuwen glans. Hun lichaam verried hun gewaarwordingen
+en de natuur zelf in het landschap, dat weer met zorg werd behandeld,
+stemde overeen met hun gemoed.
+
+Na het romantisme in de letterkunde--dat zeden en uitzicht van de
+samenleving vervormd had--was romantisme in de schilderkunst niet
+kunnen uitblijven. De opvatting van Delacroix werd door velen erkend;
+hij bleef de voorman. Zijn kunst werd, in 1830, door den jongen Wappers
+in België ingevoerd, een maand juist vóór de revolutie, wanneer zijn
+eerste doek te Brussel veel opzien baarde. Na eenige jaren was zij
+er overheerschend. Conscience, voorbereid door zijn lectuur om haar
+richting als de zijne te herkennen, werd haar woordvoerder in de pers
+en liet onwillekeurig in zijn romans haar qualiteiten en gebreken
+weerspiegelen. De natuur en haar bekoorlijkheid worden door hem
+erkend en in zijn eerste werken uit hij, uitbundig, zijn onstuimige
+vrijheidsliefde en zijn behoefte naar zichtbare schoonheid.
+
+Het getuigt van den innigen omgang die er tusschen schilders en
+letterkundigen bestond, dat zooveel artisten aan de wordende Vlaamsche
+beweging deelnamen. Hun strijd voor den vergeten geest van Rubens en
+het heropwekken van den Nederlandschen zin voor kleur drijft hen op
+eenzelfde pad. De noodlottige invloed van David, die te Brussel een
+tijd lang als een halfgod werd vereerd, moet te keer gegaan. Het
+zoeken naar uitdrukking en lokale kleur doet hen de geschiedenis
+bestudeeren en maakt den weg open voor de vaderlandsche romanciers.
+
+De meeste werken, niet alleen van Conscience maar ook van zijn
+tijdgenooten, worden overvloedig geïllustreerd. De plaatjes van
+"Het Wonderjaer" vertoonen zware gestalten, koppen die van Rubens'
+Antwerpsche schilderijen--min het schoone--zijn afgekeken. De Geertruid
+in den kerker, die het lijf van haar veegen vader ondersteunt, is
+niemand anders dan de mooi weenende Magdalena van de "Afdoening van
+het kruis."
+
+Hier en daar treft in dit boekje een tafereel dat zuiver en eenvoudig
+is opgemerkt, zoo de beschrijving van een vlakte vóor Antwerpen. "Deze
+plaets hiet toen het Luisbekelaer. Het was een wyd stuk land,
+in gedaente een driehoek gelyk, waer van de langste zyde door de
+Herenthalsche vaert bewaterd werd. Hier waren duizende menschen
+verspreid. Allen, behalven vrouwen en kinderen waren gewapend. Velen
+lagen op den boord der vaert, en warmden zich in afwachting by de
+zachte morgendstralen: anderen te paerd, renden langzaem het wyde
+veld over."
+
+Een ongebreidelde en kinderlijke romantiek vult het verhaal met
+onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Een rooverhoofdman vertelt zijn
+ongelukkig leven: "En menigmael heb ik op 's meisjes bede, den
+groenen lindeboom onder de klanken eener weemoedige ballade doen
+zuchten." Het liefje wordt geschaakt. Zijn "roozenkleur" vergaat
+onder zijn tranen, "en kwynend en door mistroostigheid afgemat",
+wandelt hij "door de dichte bosschen," waar hij vol bittere smart
+op het gras nederzinkt. Onteerd komt het kind terug en sterft: "Daer
+lag dit lieve roosje tusschen vier geele wassen keerssen te zieltogen."
+
+Het grootste gebrek van het werk is zijn onbeholpen taal: "Door het
+zien dezer hoog verheven muren en zware traliën, waeraen de bleeke
+stralen der maen een droeve kleur gaven, smolt Geertruids hart weg,
+by het denken dat haren vader dáer binnen was." Conscience speelt met
+haar woorden als een blinde met kleuren, zet "zoodra (aussitôt)" voor
+"onmiddellijk," "suizen" voor "fluisteren," spreekt van "een opgepropt
+(boordevol) drinkvat," en laat den wijn, den regen en de tranen bij
+beken stroomen over tafel, kleederen en wangen.
+
+En nochtans is de taal nog zuiver, vergeleken bij wat in de
+dagbladen van die dagen geschreven werd. De volksman, die het boek
+in handen kreeg, moet er zeker verpoozing en vreugde in gevonden
+hebben. Hij hoort hoe "het kraken der deuren en vensters, die in de
+buurt geopend werden, alleen de stilte stoorden, die nog in de half
+verlichte Keizerstraet heerschte." Behalve door zulke beelden die hem
+aangenaam-bekend in de ooren klinken, wordt hij bekoord door een roes
+van woorden en lieve gebaren. Het primitieve verhaal wil boeiend zijn,
+het is naief gekleurd, argeloos en heftig. Dit was wel wat het volk
+nog kon begrijpen, en wat het noodig had om terug te worden gevoerd
+tot belangstelling voor de geschiedenis en de letterkunde.
+
+Bij "Het Wonderjaer" sluit aan de bundel "Phantazy," hetzelfde
+jaar bij L. J. de Cort op de Paddegracht gedrukt. "Korte doch des
+te levendiger drama's van krachtige galmen en zoetluidende toonen,"
+worden deze schetsen door een zéer toegeeflijk tijdgenoot genoemd. In
+tijdschriften verschijnen verder nog enkele schetsen van Conscience,
+waar "De Pelgrim in de woestijn" de meest karakteristieke onder is. Het
+opstel is een navolging van Lamennais, typisch voor de "Weltschmerz"
+en tevens voor het gewild optimisme van den jongen schrijver.
+
+
+
+Een afzonderlijke plaats onder zijn eerste voortbrengselen bekleedt de
+"Leeuw van Vlaenderen." Hij heeft hem voleind in het huis van de Laet,
+in eenzelfde kamer, aan de tafel waar 's avonds zijn vriend gedichten
+maakte of artikels schreef voor dagbladen. In dezen heldenroman tracht
+Conscience zich boven het weeke te verheffen. Hij beschrijft Adolf
+van Nieuwland als een jonge ridder, wiens gelaat "niet door verwyfde
+schoonheid bekoorde; hy was niet van die mannen met roozenkleurige
+wang en lachenden mond, wien niets behoeft dan een samaer om zich
+tot vrouw te herscheppen."
+
+Overigens is de toon van het werk, dat wel eens een epos wordt genoemd,
+zoet en kalm:
+
+"In den namiddag verliet Machteld de stad met alle hare dienaren en
+vrouwen: dit vertrek gaf aan vele anderen het gedacht, dat zij in
+Kortryk veiliger zouden kunnen woonen. Met een werd alles door haer
+ingepakt, en de deuren gesloten hebbende, gingen zy met hare kinderen
+ter Gendpoort uit.--Ontellyke huisgezinnen liepen in dier voege met
+verscheurde voeten op den weg naar Kortryk, en zaeiden hunne bittere
+tranen tusschen het gras dat by den boord der baen groeide.
+
+In Brugge werd het zoo stil als in een graf."
+
+Niet zonder eenig gevoel van plastiek is de beschrijving van een paar
+gevechten, als het volgende, waardoor Machteld, de dochter van den
+graaf van Vlaanderen, uit de handen van haar schakers wordt verlost:
+
+"Zonder op dien roep te letten keerde de soldenier zijn paard ter
+zyde en zocht alzoo uit de baen te springen;--maar het zweerd van den
+ridder viel met eene verdubbelde kracht op zynen helm, en kloof hem
+het hoofd tot by de schouders. Het bloed sprong in twee dikke stralen
+uit den nek van den ruiter, en viel terug op het hoofd en het witte
+kleed der maegd, hare fijne blonde lokken werden er gansch door
+bevochtigd.... De geslachte Franschman viel uit den zadel.... en
+het meisje werd nog met nydigheid tegen het harnas gedrukt. Na
+een vluchtig oogenblik lieten de armen van het lyk haar los; vrouw
+en lyk rolden beiden op den grond..... Het gevecht scheen nu nog
+hardnekkiger te worden, want by het zien van het rookende bloed,
+wierden deze strydbare mannen als door razerny vervoerd: de peerden
+werden heen en weêr geslingerd en brieschten bij elken slag, die op hun
+yzeren deksel neederviel. Het meisje lag zonder gevoel tusschen hunne
+voeten.... Verwonderlyk was het dat de peerden haar niet kwetsten,
+want zy stampten om en by haer, doch raekten hare uytgestrekte leden
+niet, alleenlyk stampten deze dieren de aerde der baen in de hoogte,
+en bedekten de wangen der maegd met slyk en stof.
+
+
+
+"Dit gevecht had slechts eenige oogenblikken geduerd, want de slagen
+der stryders waren zonder tusschenpoos geweest; diensvolgens was
+de zon nog niet boven de kim, en de velden waren nog niet met hare
+stralen verlicht, echter klommen de dampen reeds boven het woud,
+en de toppen der boomen kleurden zich met lieflyker groen."
+
+Men bemerkt, naar romantisch recept, de rol die de bezielde natuur
+speelt in de gebeurtenissen: de zon dringt flauw door bij het begin van
+het gevecht; dan klimmen de dampen boven het woud, en de toppen der
+boomen kleuren zich met klaarder groen. Eindelijk is de zon boven de
+kim gerezen, en hare stralen verlichten de velden met heldere kleuren.
+
+Een bijzondere zorg wordt natuurlijk besteed aan de beschrijving van
+den Slag der Gulden Sporen. Tegenover de vereenigde Vlamingen bevindt
+zich het Fransche leger. "De ruiters waren zoo menigvuldig dat een
+korenveld minder (h)aren draegt dan er speren boven de vyandelijke
+benden uitstaken. De peerden der voorste gelederen stampten ongeduldig
+met de voeten, en besproeiden hunne yzeren deksels met witte vlokken
+schuim. De bazuinen zonden hun galmende toonen als in een feestgejuich
+door de zuchtende boomen van het Neerlanderbosch,--en zweepend speelde
+de wind in de wentelende vouwen der wimpels en banieren. De stem der
+veldheeren kwam dit krygsgerucht by poozen beheerschen, terwyl soms
+de wapenkreet: Noël! Noël! Frankryk! Frankryk! uit eene bende opging,
+en al ander geschal verdoofde."
+
+"De Leeuw van Vlaenderen" kon, haastig als hij werd geschreven,
+moeilijk beter zijn. Er is geen bezonkenheid in kunnen komen. Alleen
+een beeld, een vluchtig gezicht van een landschap, het gevoel van den
+strijd, waar de jonge schrijver bij was met al zijn enthousiasme, zijn
+genoegzaam geslaagd. Een beoordeelaar van den tijd spreekt nochtans
+met lof over de weeke "intrigue amoureuse, dont les chapitres servent
+de point de repos entre les scènes de guerre et de carnage." [2]
+
+Wij bemerken weinig van het innerlijk leven van de personages. Zij zijn
+hoofdzakelijk door hun uiterlijk van elkaar onderscheiden. Wanneer
+we hen in gedachten verrassen, overwegen ze enkel de belangen
+van het vaderland, zij staan niet langer in betrekking met de
+dagelijksche nooden en vreugden van het leven; zij worden vaten van
+vaderlandsliefde, en daardoor ontstaat eentonigheid in de meeste
+gesprekken. Zij ontmoeten elkander meest onder den open hemel; zoodat
+de antieke stad of de opgaande zon hun motieven voor een treffende
+voorstelling kunnen leenen.
+
+De groote verdienste van het verhaal ligt in de kennis van het
+verleden, die het de lezende Vlamingen bracht. Van zijn verschijning
+dagteekent een verhoogde belangstelling in de vaderlandsche
+geschiedenis. Mooier dan in het Wonderjaer, vonden de Vlamingen in
+den Leeuw van Vlaenderen een taal terug, die ze voor letterkundig
+gebruik ongeschikt hielden, en op dit meer bezonnen werk hadden met
+meerder reden de woorden kunnen toegepast worden van een aan Conscience
+onbekend lezer, die hem in 1837 schreef:
+
+
+
+"Monsieur, lorsque au mois de mai les journaux rendirent un compte
+flatteur de votre roman historique "In 't Wonderjaer," j'étais
+loin de pressentir que bientôt j'en ferais l'objet d'un agréable
+délassement. Grande a été ma surprise, d'y retrouver (à peu de
+mots près) ma langue maternelle dans toute sa pureté, dans sa noble
+simplicité.... Oui, Monsieur, disons-le sans hésiter, vous avez réussi,
+complètement réussi, à faire revivre, à faire goûter la langue que
+je balbutiais au berceau, et que je retrouve avec une joie secrète
+après un coupable oubli de 22 ans." [3]
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+
+Een figuur als die van Conscience ware niet te begrijpen,
+zonder voldoende kennis van den toestand der Nederlandsche taal
+en der letterkunde in Vlaamsch-België, op het oogenblik van zijn
+verschijnen. Treurig was het er meê gesteld en het is haast niet te
+verwonderen dat Nederlanders als Bakhuizen van den Brink nog later
+van meening waren, dat Conscience en de overige Vlamingen beter zouden
+gedaan hebben, voor hun volk in het Fransch te schrijven. Na 1830 waren
+de leergangen van Nederlandsche taal- en letterkunde afgeschaft aan
+de hoogescholen en gestichten voor middelbaar onderwijs. De Vlaamsche
+opschriften op openbare gebouwen werden uitgekapt en door Fransche
+vervangen. In 1846 nog had te Brussel een veiling plaats van de
+Nederlandsche werken die van vroeger jaren in de regimentsbibliotheken
+berustten.
+
+Wel was de Nederlandsche beschaving onder de Spaansche overheersching
+in België geknakt en had ze nooit meer den glans bereikt dien ze in
+het Noorden verkreeg, maar de liefde van het volk voor zijn taal en
+haar beoefening was nog lang blijven leven in de ontelbare kamers
+van rhetorica. Onder de regeering van Koning Willem was dan de taal,
+nagenoeg niet belemmerd, vooruitgegaan. Van 1803 tot 1815 werden door
+rederijkers 26 dichtwedstrijden uitgeschreven, van 1816 tot 1830 wel
+46. Na de omwenteling valt alles stil. Geen leven roert er gedurende de
+vier eerste jaren van de Belgische onafhankelijkheid. Het dienstnemen
+van een groot gedeelte, en niet het onwaardigste, van de Belgische
+jeugd, was volgens Jan Frans Willems er een reden van.
+
+Nu was de letterkunde, die in de 17e eeuw en later werd voortgebracht,
+niet van groote waarde, maar haar beoefening hield het volk gereed
+voor ernstiger eigen beschaving. In den Hollandschen tijd worden
+eindelijk aan de hoogeschool van Luik door Kinker en aan die van Gent
+door Schrant geleerden gevormd, die de nieuwe dragers kunnen worden
+van de verwaarloosde cultuur. Zij zullen na de omwenteling de bewuste
+leiders worden van de Vlaamsche beweging. Bij hen zal zich de begaafde
+auto-didakt Willems aansluiten, die in 1819 het eerste deel van zijn
+bekende "Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde"
+uitgaf, met het gedicht "Aen de Belgen" voorop, maar met Fransche
+aanteekeningen, voorrede en vertaling. Opmerkenswaardig is het ook
+dat, in de eerste jaren der Vlaamsche beweging, de Vlaamschgezinde
+polemiek grootendeels in het Fransch wordt gevoerd.
+
+
+
+Het veld, waar de vrienden van Conscience wilden werken, lag braak
+genoeg.
+
+De gevoelvolle romancier vindt in de Laet het ontwikkeld verstand, veel
+dieper vorschend en meer bestand tegen stemmingen, dat zijn karakter
+steunen kan en om zoo te zeggen volledigt. Des te vaster sluiten ze
+zich bij elkander aan, en mogen ze al eens om het wisselend humeur van
+Conscience op minder vriendschappelijken voet met elkaar verkeeren,
+de Vlaamsche beweging brengt hen terug bijeen.
+
+Zij werpen zich hals over kop in den politieken strijd, waarin het gaat
+om de rechtsherstelling van Vlaamsch België, dat na de omwenteling
+zoo schandelijk is achteruit gesteld. De Walen zijn oppermachtig
+in het jonge land en met hen kwamen vreemdelingen aan het bewind,
+Franschen, die hier alleen een welkom arbeidsveld voor hunne eerzucht
+zochten. Nochtans verklaren de jonge Flaminganten zich niet tegen
+de onafhankelijkheid van België; in tegenstelling met de ouderen,
+die vooral te Gent, rond Snellaert gegroepeerd zijn, doen zij aan
+vaderlandsche betoogingen mee. In Antwerpen stellen zij zich aan het
+hoofd van de protestbeweging tegen de 24 artikelen, wat hen in botsing
+brengt met den stederaad, die Orangistisch, alhoewel Franschgezind is.
+
+Conscience staat dus bij de overheid zijner stad in het geheel niet
+goed aangeschreven. Beter bij de landsregeering, die hem voor zijn
+"Wonderjaer", door bemiddeling van den reeds befaamden schilder
+Wappers, eene kleine subsidie toekende. Geruimen tijd reeds lijdt
+hij armoede. Een betrekking van vijfhonderd frank 's jaars bij
+het provinciaal bestuur heeft hij laten varen om aan zijn "Leeuw
+van Vlaenderen" te arbeiden, die den minder gunstigen indruk van
+"Phantazy" moet uitwisschen. Hij verwacht er veel van, maar het
+succes wordt verminderd door de gebeurtenissen van den dag. Geplaagd
+om zijn flamingantisme en gevaarlijk patriotisme, wordt hem het leven
+nog onaangenamer gemaakt.
+
+Ontmoedigd, ontzenuwd en verlangend naar rust biedt hij zich bij van
+Geert als knecht aan, en werkt er in den tuin en 's avonds aan het
+maken van naambordjes. Hij studeert na den arbeid botanica en tracht
+overigens alle hooger streven te vergeten.
+
+Niet lang echter duurt het of de arbeid geeft niet meer dezelfde
+bevrediging. Hij tracht 's avonds alleen te zijn. Oude geestdrift
+bevangt hem. In de serres, onder den zichtbaren sterrenhemel ontlast
+hij zijn gemoed van wat hem bezighield en houdt in de eenzaamheid
+geestdriftige redevoeringen. In zulke opgewonden stemming vinden hem
+de vrienden, na acht maanden scheiding, die hem komen vragen om in hun
+naam het woord te voeren bij het graf van een gestorven kunstenaar. Hij
+zal voor een dag zijn klompen verlaten en weer een artiest zijn.
+
+Bij de opene groeve, wanneer de officieele personen reeds willen
+weggaan, wordt hij vooruit gedrongen en vindt hij roerende woorden. Hij
+treft de toehoorders, geringe en hooggeplaatste, en van nu af wordt
+zijn naam geëerbiedigd. Hij verlaat denzelfden dag zijn geringe
+betrekking en betrekt een kamer in de stad.
+
+In de dagbladen wordt over hem gesproken en als een jaar later het
+standbeeld van Rubens wordt ingehuldigd, is hij reeds een groot
+man in zijn stad. Hij houdt een toespraak en is secretaris van de
+feestcommissie. Hij wordt de populairste redenaar van Antwerpen en
+weldra van zijn land, want zijn bedrijvigheid is onvermoeibaar. Rechts
+en links sticht hij kringen, hij reist naar vreemde steden om er
+tweedracht te dempen of tot werken aan te zetten. In 1842, kort na
+zijn benoeming tot griffier van de Academie van Schoone Kunsten,
+huwt hij Maria Peinen, de dochter van een Engelschen diamantslijper.
+
+De jaren die volgen zijn bewogen en brengen hem menige
+ontgoocheling. Zijne onverzettelijke Vlaamschgezindheid berokkent
+hem openlijke en geheime vijanden. In "Den Olyftak" eerst, in "Voor
+Tael en Kunst," later, dat hij zelf stichtte en waar hij zijne beste
+krachten aan wijdde, wordt hij verwijderd door een hatelijke reactie,
+die hem vervolgt en in hem de verpersoonlijking, de ziel van de
+Vlaamschgezindheid, tracht te treffen. Gedurende den politieken strijd
+vooral wordt geen beleediging hem gespaard. Zijn flamingantisme richt
+zich tegen het Franschgezinde liberale gemeentebestuur, door wiens
+verdedigers hem zijn toegeven aan de katholieke gezindheid wordt
+verweten: in 1843 liet hij een door de geestelijkheid gewijzigde
+uitgave van "Het Wonderjaer" verschijnen, die hem in een oogenblik
+van grooten nood gevraagd was.
+
+In 1849 ontvlucht hij de stad en rust in de Kempen uit. Hij schrijft er
+zijn bewonderenswaardigen "Loteling," die in 1850 verschijnt. Hij leeft
+teruggetrokken en geeft zich geheel aan zijn letterkunde over, tot
+hij in 1851 op aandringen van zijn vrienden een politieke candidatuur
+aanvaardt en, zoo mogelijk nog heviger dan de eerste maal aangevallen,
+ontgoocheld en gekwetst, aan alle inmenging in politiek vaarwel
+zegt. Een maand vóór de verkiezing is zijn dochtertje gestorven.
+
+In zijn klein huisje, in een mooie omgeving, leeft Conscience
+betrekkelijk onbezorgd. Onderwijl blijven zijn vrienden hun werk
+voortzetten. Antwerpen wordt de meest Vlaamschgezinde stad van het
+land. De regeering kan het met haar niet goed zetten. Om al zulke
+redenen voelt Gustaf Wappers zich verplicht ontslag te nemen als
+bestuurder van de Academie en in 1854 volgt hem Conscience, uit
+solidariteit met zijn vriend en beschermer.
+
+Moeilijk kan hij voortaan in de behoeften van zijn huisgezin
+voorzien. Hij tracht van de opbrengst zijner werken te leven, wat
+hem ter nauwernood gelukt.
+
+Hij klaagt zijn nood aan hooge beschermers. Zijn naam is in het
+buitenland bekend en in Vlaamsch België heeft hij vele bewonderaars--en
+in 1856 wordt hij tot arrondissements-commissaris benoemd te Kortrijk.
+
+Aan zijn letterkundige werkzaamheid heeft deze verplaatsing geen goed
+gedaan. Wel zendt hij elk jaar een aantal boekdeelen de wereld in,
+om zijn taak te vervullen en door hun opbrengst zijn rang te kunnen
+handhaven, maar hij mist de belangstellende vriendschap, die hem
+ondanks de kwaadwilligheid van sommigen in Antwerpen omgaf en voelt
+zich in het doodsche stadje terneer gedrukt. Af en toe reist hij even
+naar Antwerpen, "om de schepen nog eens te zien vertrekken." Tegenspoed
+in zijn familie vermindert nog zijn veerkracht. Hij klaagt aan zijn
+vrienden hoezeer hij levensvreugde mist, en hoe hij zelf bemerkt dat
+het gehalte van zijn romans vermindert. In 1865 schrijft hij naar
+Antwerpen dat "(zijne) arbeidzaamheid waarschijnlijk langer zal duren
+dan zijn talent."
+
+Eindelijk in 1867 wordt hij naar Brussel geroepen, en gaat in het
+Museum Wiertz wonen als Conservator der Koninklijke Musea. Hier leeft
+hij rustig onder Vlaamsche vrienden. Hij is een beroemd man. Reeds te
+Kortrijk ontving hij Victor Hugo en Alexander Dumas aan huis. Leopold
+I kwam er en bezocht hem. Zijn eenvoudige verhalen waren tot aan
+Duitsche hoven doorgedrongen en verrukten evenzeer het Fransche als
+het Duitsche volk. Nogmaals werd hij diep getroffen. In 1869 stierven
+bijna op denzelfden dag zijn twee zonen. Alleen een dochter bleef
+hem over, Maria, later de vrouw van den dichter Gentil Antheunis, die
+als zoovelen in het huis van Conscience belangstelling en vriendschap
+had gevonden.
+
+Hij werkt aanhoudend, al is hij zelf niet geheel tevreden. Den heelen
+dag zit hij op zijn kamer en komt alleen des avonds beneden, bij
+zijn familie en bij zijn vrienden, die er open tafel vinden. Zoovele
+onderwerpen heeft hij behandeld en tracht nu eentonigheid te vermijden
+door nieuwe genres te zoeken--die eigenlijk toch nog dezelfde
+blijven. Zijn standbeeld wordt te Antwerpen door een dankbaar volk
+onthuld en eenige dagen later, den 10 September 1883 sterft hij,
+omringd van glorie, met de gedachte aan zijn geboortestad en het
+nooddruftig land dat hij verlaat.
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+
+I.
+
+
+Een leven met veel tegenspoed, in ongunstige omstandigheden
+begonnen. Van de vroegste jeugd tot aan den ouderdom drukkende zorgen;
+een verre herinnering alleen aan moederzorg, die hem de kiemen heeft
+gelaten van wat hem van zijn onbezorgde standgenooten, van zijn
+omgeving die rustig haar dagen sleet, zou onderscheiden; aanhoudend
+werkend om zijn idealen aanschouwelijk te maken, verstaanbaar voor
+zijn nederigste broeders. Zijn leven is een voorbeeld van trouw
+geweest aan zijn dichterlijke gave, aan de aandoeningen van liefde,
+die natuur en leven in hem verwekten.
+
+Zijn verbeelding begint te groeien ten nadeele van levensbeleid
+gedurende zijn ziekte. Vertelsels en vage, halfverstane lectuur in
+boeken die hij moeilijk kan ontcijferen, maken hem vaardig in het
+verhalen van wonderbare sproken, later, als hij in de enge straten
+zich tusschen de speelgenooten mengt. Het klatergoud en de verrukkende
+uitingen van de marionetten in den poesjenellenkelder, die uit het
+halfdonker van hun tooneel zijn oog en hart boeien, doen hem droomen
+van ongewone gebeurtenissen, die voltrokken moesten worden. Als hij
+volwassen is, een man, en evenals vroeger menschen om zich weet, die
+naar de vruchten van zijn bezinnen en beschrijven verlangen, herinnert
+hij zich deze vroege overwinningen, in "Op Godsgenade" (1837), in
+"Avondstonden" (1846) en in "De Geest. Eene oude Spookvertelling,"
+die hij als proeve van Antwerpsch dialect in 1842 laat verschijnen.
+
+Nòch door zijn opvoeding, d. i. door lectuur of omgang met oudere
+vrienden, nòch door zijn omgeving, die Fransch was na den vroegen dood
+van zijn moeder en in het leger, werd hij Vlaamschgezind; een oude
+vriendschap brengt hem op den weg. Johan de Laet, die in de velden
+vroeger zijn spelen deelde, spreekt hem het eerst over werkelijker
+idealen. Gevoelig, hecht hij zich aan den man die hem een doelbewust
+gevoel van eigenwaarde gaf, en volgt hem in zijn flamingantisme. Hij
+handelt daarin als een echt volkskind. Het verleden van zijn stam ligt
+braak; wat zijn verlangend maar ongelouterd gemoed treft, wordt erin
+vastgehouden als in een spiegel, die altoos het zelfde beeld omvat en
+tusschen waardeloos en echt geen onderscheid kan maken. Zijn eerste
+werken zijn onberedeneerd een argelooze weêrgave van wat hem in de
+geschiedenis heeft aangetrokken, en langs zijn ongeoefend oog onklaar
+tot hem kwam. "Jacob van Artevelde," die tien jaren na den "Leeuw van
+Vlaenderen" verscheen, is beter onderlegd en met meer zorg voorbereid.
+
+Een zelfde vereering toont hij voor wie, hooger geplaatst, hem
+vriendelijk voorthielpen en den glans van hun gevestigden roem niet als
+een beletsel aanzagen om hem in zijn duistere jaren door gemeenzamen
+omgang aan te moedigen. Hij geeft zich rekenschap van den invloed,
+dien zij op zijn verbeeldingsleven uitoefenden. "Weet gy niet Gustaf,"
+vraagt hij in een feestrede aan den schilder Wappers, "tot hoe verre
+de geest die in my leeft, zich aen u verkleefd heeft, daer een woord
+van u, zoet of straf, de bestendige gevoelmeter van myn hart was."
+
+Die eigenschap van onherroepelijke overgave, die gemakkelijk tot
+zwakheid overhelt, en een factor is in elk van zijn romans, is, als
+instinkt, een volkseigenschap, die in hem nochtans veredeld wordt
+omdat hij een artiest is.
+
+Een dieper stempel wordt nog in zijn werk gedrukt door zijn vroege
+ziekelijkheid, die hem voor steviger vuisten deed zwichten. Hij
+erkent zelf, dat hij gedurende zijn loopbaan in het leger er de
+gevolgen van heeft bespeurd: "Het lag in myne inborst," schrijft hij
+in "De omwenteling van 1830," "voor den mensch immer te zwichten,
+wanneer hy zich, als persoon, dreigend tegenover my stelde. Het moge
+onuitlegbaar schijnen, het is echter zoo: tegen vuer, kanons en alle
+stoffelyke gevaren kon ik staen zonder merkelyken schrik; maer den
+mensch alleen vreesde ik als een wezen voor hetwelk ik altyd moest
+wyken. Dit gevoel lag in my sedert myne eerste kindschheid, omdat myne
+lichamelyke macgt te verre beneden de strekking en de begeerte van my
+hart en van mynen geest gebleven was. Myne zonderlinge opvoeding had
+ook niet weinig bygedragen om myne menschenvrees te doen aengroeijen."
+
+De weeke Gabriël in "Moeder Job," die als een onbezonnen knaap zijn
+ouders huis ontvlucht, omdat hij, zonder reden, aan de trouw van zijn
+geliefde twijfelt, en in het bosch blijft ronddolen, is een onbewust
+trouw beeld van Conscience's wezen, die den menschelijken vijand niet
+aandurft, en in de velden zijn heil zoekt.
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+
+Wanneer de kleine Conscience, als andere kinderen onder den open
+hemel spelen mocht, was een van zijn grootste vreugden, 's avonds, een
+vertooning in den poesjenellenkelder. Het buitengewone, avontuurlijke,
+dat daar werd voorgesteld op het klein tooneel, gedreven door niet
+te zeer zichtbare volks-kunstenaars, die, in een werkpak, met groote
+handen de draden vasthielden van een ontroerend drama, liet een niet
+meer te verwijderen indruk na in het hart van den jongen toeschouwer,
+die van toen af misschien zelf poppen in zijn verbeelding heeft laten
+handelen en gebaren.
+
+Hij heeft in later tijd uitmuntend zulk een voorstelling beschreven:
+"Op het tooneel staat eene vrouwelijke poesjenel met eene gulden kroon
+op het hoofd; een mantel van rood fluweel sleept haar achterna; haar
+keurslijf is van blauwe zijde met zilveren looverkens; hare gansche
+kleeding, haar hoofd en hare armen glinsteren van gouden stipjes en
+glazen paarlen. Het is Genoveva, die sedert hare laatste verschijning
+geheel is herschilderd en in nieuwe kleederen is getooid.
+
+"Nadat zij, onder de bewonderende blikken der aanschouwers, zich vijf
+of zesmaal heeft rondgedraaid om zich voor en achter te laten bekijken,
+worden hare armen, bij middel van draden, eenige malen opgeheven:
+dit wel zeggen dat zij gaat spreken.... Genoveva spreekt van haren
+lieven man, den paladijn Siegfried, en laat den aanhoorders, onder
+veel beklag verstaan dat hij vertrokken is, om tegen de Sarazijnen te
+gaan vechten. Zij valt geknield neder voor een kruis, heft de handen
+ten hemel, en bidt zoo vurig en zoo roerend, dat het publiek in den
+kelder algemeen begint te snutten en te zuchten."
+
+Wie ooit in de Antwerpsche "poesje" kwam, wanneer het gewone publiek
+van den havenkant den lagen kelder vulde, vergeet de wendingen van
+de zinnen niet die er worden uitgegalmd, noch de keus der woorden en
+der pakkende toestanden. Hij vindt in Conscience verloren zaden uit
+dezen volks-lusttuin, die in een onverzorgd hoekje woekeren en er
+felgekleurde bloemen dragen. "In 't Wonderjaer," zijn eigen werk en
+toch misschien sinds zijn bezoeken aan het marionettenspel het eenig
+Vlaamsch literair produkt dat hem geboeid heeft, staat onmiskenbaar
+in het teeken van de bijzondere rhetoriek van den ouden kleinen
+schouwburg. Hoor hoe op elk van die woorden een klemtoon valt,
+die de tranen moet losmaken en het pathetische rekt en één moment
+van droefheid gelijkelijk op al de woorden van een gesprek laat
+wegen. "Och ja, Lodewyk," zegt de dochter van den gevangen grijsaard,
+"ik wachtte zoo angstig na uwe komst; hadt gy hier geweest zou ik
+mynen vader wel in de gevangenis mogen troosten hebben."
+
+Of een gesprek tusschen Godmaert en zijn Spaanschen rechter:
+
+(De rechter:) "Wy hebben de getuigenis van eenen man gehoord, die....
+
+--"Hoe heet die man?" vroeg Godmaert.
+
+--"Mariano Rey."
+
+--"Ik dacht het wel,--het is ook een Spaenjaerd. Zy hebben allen
+valsche harten!"
+
+--"Dat vraeg ik niet...."
+
+Die "houten" taal, die beter past aan helden met eiken armen dan
+aan zulke die natuurlijk in onzen geest moeten evolueeren, verdwijnt
+nochtans langzamerhand. In den "Leeuw van Vlaenderen" duikt ze nog
+hier en daar op, in de verzwakking van te lange pathetische gesprekken.
+
+Langer duurt, vooral in fantastische verhalen, de nawerking van de
+blauwe volksboekjes: "De Vier Heemskinderen," "Fortunatus' beurze"
+en zooveel andere, onverzorgd van taal maar frisch en geheel aan het
+bevattingsvermogen van het volk aangepast. Is het geen reminescensie
+van een gehoorde vertelling, deze zin uit "Houten Clara": "Misschien
+zouden de meeste meiskens gedurende langen tyd op de kap van Houten
+Claer hare tongen hebben laten gaen; maer nu kwam daer een hupsch en
+schoon jongeling op een brieschend peerd aengerend...."?
+
+In een paar kindersprookjes, van een inleiding voorafgegaan en
+uitgegeven onder den titel "De Grootmoeder," waar hij alleen er aan
+gedacht heeft voor kinderen iets moois en eenvoudig-aandoenlijks
+te verhalen, beheerscht hij een volmaakt zuiveren en gelouterden
+verteltrant, zonder moeilijkheid in de taal, plastisch, en onmiddellijk
+te begrijpen. Een ervan is "Knagelyntje," de geschiedenis van een
+klein ratinnetje, dat ontevreden is met haar lot. "Het viel dan ziek
+en kreeg de teering: op den tyd van dry weken was het zoo mager als
+een graetje. De moeder deed ook niet dan tranen storten omdat zy
+haer Knagelyntje zag vergaen gelyk de sneeuw. Somwylen bracht zy het
+voorzigtiglyk uit het hol en onder de zon; maer dat hielp er niet aen."
+
+
+
+Als, wat in zijn verhaal komt, hem wezenlijk vertrouwd is, zijn
+alle woorden hem bekend en schrijft hij zoo eenvoudig als hij
+sprak. In de mooie novelle "Blinde Rosa," die in de Kempen gebeurt,
+worden we als door een vriend, die in een land heelemaal thuis is,
+binnengeleid. "Op eenen schoonen herfstdag van het jaer 1846, rolde
+de diligence van Antwerpen op Turnhout, volgens gewoonte, over den
+steenweg." Met dezelfde woorden gaat het verhaal voort, tusschen de
+meest idyllische beschrijvingen; een primitieve en, in vergelijking
+met moderne letterkunde, weinig verfijnde woordenschat:
+
+"Onderwyl stapte de reiziger voort. Nu scheen hem het gansche dorp
+met een hemelsch licht beglansd; het loover der boomen was van
+zachter groen, de nederige huisjes lachten hem tegen, de vogelen
+zongen betooverend schoon, de lucht was bezwangerd met levensvuer
+en balsemgeur."
+
+Hij weet eenvoudige en toch voldoend beeldende woorden. Op de
+heide nabij de hoeve, in "Rikke-tikke-tak," tegen de gracht die
+het veld omzoomt en om de zandheuvels, groeien "de waggelende
+jeneverboomkens." Deze woordverbinding wordt herhaaldelijk in de
+beschrijving gebezigd die het eentonig-weemoedige, dichterlijke land
+met liefde en zorg weergeeft.
+
+Mooi is in dezelfde novelle nog de volgende zin:
+
+"Sedert een uer zat zy daer voor het spinnewiel, als hadde zy deel
+gemaekt van het werktuig, zoo onachtzaem liet zy het vlas door
+hare vingeren glyden.... Welk verblydend gedacht rees er dan uit
+haren boezem tot haer lachend gelaet? Zy wist het zelve niet.--Zie,
+zy opent haren schoonen mond: zy zingt! Verleidend moet dit gezang
+zyn indien het hare aendoening vertaelt: hare stem is zoet en byna
+onvatbaer als de verre klank eener zilveren drinkschael."
+
+Weinig goede werken heeft Conscience geleverd, als we goed noemen
+alleen zulke, waar het bereikte niet onder het bedoelde blijft, omdat
+hij er enkel heeft in uitgesproken wat hij heeft gevoeld, en die daarom
+nog genietbaar blijken voor een tegenwoordig lezer. Doch ook in werken
+die zijn krachten te boven gingen is zijn taal gewoonlijk vol evenwicht
+en met perioden, waarin geen woorden horten maar alles glijdt, frisch
+van den mond. Zijn onophoudelijke arbeid--honderd boekdeelen en
+tallooze redevoeringen, vlugschriften en dagbladartikels!--gaf haar
+op een einde die zoetvloeiendheid, die in zijn betoogend proza--zijn
+inleidingen en het beschrijvend gedeelte van zijn romans--den lezer
+zoo dikwijls verrast. De voorrede van "Jacob van Artevelde" is mooi
+om den regelmatigen, en toch niet eentonigen val der zinnen. "Er
+is, aangaende de nagedachtenis van Artevelde, in de Geschiedenis
+iets omgegaen dat verwondert en verschrikt. De Burger, die zyn
+vaderland tegen uitheemsche verdrukking zegepralend verdedigde,
+die...." Afwisselend iets meer bewogen of stil verwijlend bij een
+gedachte, spreidt dan toch eindelijk zijn Vlaamsche taal een bijna
+smetteloos kleed uit voor de te winnen lezers. Van de "Geschiedenis van
+België," het volumineuze werk in opdracht van de regeering geschreven,
+is zij de eenige hoedanigheid.
+
+Dit gemak van schrijven ontaardde wel eens in roekeloosheid, de
+rythmus der zinnen in pathos. In een eenvoudig gesprek tusschen
+bloemenliefhebbers komt deze storende passage: "Ja, zy durven de
+doffe vlekken van striped perfection by uw angeliersche bestreping
+vergelyken; ô, zy dwalen: de nyd verblindt hen." Soms wordt hij door
+den roes van zijn eigen woorden bedwelmd, en bemerkt niet dat hij zijn
+zin niet eindigt of onzin schrijft: "De wals volgde op den samendans,
+en deze werd onmiddellijk weder door den wals vervangen." In het
+vuur van een beschrijving laat hij zich soms tot Wonderjaersche
+overdrijvingen verleiden: Zoo in den overigens flinken "Jacob van
+Artevelde": ".... bloed vloeide by beken tusschen de doode lichamen
+naer het lager einde der kamer, en vormde daer een dampend meer,
+waerin de worsteling over en weder dreef...."
+
+Het beeld van zijn eigen verhouding tegenover zijn taal heeft hij
+onwillekeurig op een bladzijde van een zijner beste schetsen gegeven:
+Een reiziger keert na jaren afwezigheid uit een ver land naar zijn
+geboortedorp terug. Niemand erkent hem. Hij ziet over de velden
+het kerksken blinken, achter de lieve beek en de vertrouwde boomen;
+hij ziet in gedachten de heiligbeelden en hoort het orgel spelen,
+terwijl de kinderen zingen: "Ave Maria, gratia plena!" Dan bemerkt hij
+verwonderd, dat hij den kerkzang zélf gezongen heeft, met luide stem.
+
+De lezer voelt wel, dat het de schryver zelf is die, door zijn
+schepping begeesterd, zich "sehnend" in de plaats van den verloren
+zoon, het lied te luid in zijn verbeelding heeft hooren zingen en om
+deze intensiteit te behouden het in den mond van den reiziger legt.
+
+
+
+Intuïtie, natuurlijke begaafdheid en geringe kennis hebben samen zijn
+taal gevormd.
+
+Goede Nederlandsche verzen heeft hij nooit voortgebracht; vloeiender
+maatgeluid hadden zijn eerste Fransche. Hij heeft afstand gedaan van
+een speeltuig dat hem eigen was, om het te verruilen met een ander,
+dat onvoldoende gekend was ook door zijn leermeesters en vrienden en
+waarvan hij nooit een grondige studie schijnt te hebben gemaakt. En
+voorloopig vroeg het volk ook niet naar een zuivere Nederlandsche taal.
+
+Zijn begaafdheid waardeerden we. Zijn gebrekkige taalkennis--maar
+tevens ook zijn ontwikkeld taalgevoel--blijkt uit een briefwisseling
+van 1838--het jaar dat hij aan den "Leeuw van Vlaenderen"
+werkte--waarin hij aan zijn geleerden vriend Snellaert de vertaling
+vraagt van een aantal Fransche uitdrukkingen: den 9en Mei bedankt hij
+Snellaert die hem de woorden "laet" en "vrijlaet" heeft bezorgd;
+"Echter heeft laet de verachting die men in de woorden Manant
+Vilain vindt niet in zich." Den 19en Juli zendt hij aan Snellaert
+"een deel van den Leeuw" om "volgens belofte hetzelve van taelfeilen
+te zuiveren."
+
+Dat hij nog lang in het Fransch gedacht heeft bewijzen vele
+on-Nederlandsche of vergezochte wendingen: "De vrouw zich niet
+verroerende, trad de man de kamer in." (Houten Clara, 1850).
+
+Hij legt er zich nochtans op toe, vooral na zijn eerste bedrijvigheid,
+goed Nederlandsch te schrijven. Over spelling en taalgebruik heeft hij
+zich duidelijk uitgelaten. Hij betreurde, dat Gezelle "Westvlaamsch
+schreef" en heeft tegen particularisme geijverd. Nochtans was hij eens
+opgekomen (in het voorwoord van "Phantazy") voor vrijer taalgebruik:
+"De spelling die ik gebruikt heb is die, welke door de meeste geleerden
+in onze tael gebruikt wordt. Nochtans ben ik er dikwyls afgeweken,
+wanneer de zachtheid of harmony zulks vereischte. Om deze rede schryf
+ik: peerd of paerd, grouwel, gruwel, dier, duer, enz..... Ik heb ook
+geene zwarigheid gemaekt in het gebruiken van verouderde woorden,
+die my dienstig mochten zyn tot het afschilderen myner tooneelen;
+of in het gebruiken van woorden die ons land alleen eigen, en den
+Hollanderen onbekend zyn." Ter wille van de welluidendheid schrijft hij
+nog in "De arme edelman" (1851): "Want, vrouwe, ik lyde schrikkelyk
+en ben ongelukkig" en in den "Leeuw van Vlaenderen," waar ook de
+interpunctie zeer vrij is aangewend: "men zag op zyn gelaet een'
+zuiveren glimlach verschijnen."
+
+Eenzelfde angstvalligheid--gevoel van zwakte--als die hem met den
+grooten taalkunstenaar in conflict bracht, deed hem alle vreemde
+woorden weren. De Fransche woorden die hij in dagelijksche gesprekken
+ook zelf wel zal hebben gebruikt, weigerde hij te erkennen. Van
+den anderen kant had hij zeer weinig belezenheid. Hij moest dus
+noodzakelijk zijn toevlucht nemen tot eigen woordvorming, vooral
+wanneer een begrip hem betrekkelijk nieuw was. Uit zijn didaktisch
+werk "Eenige bladzijden uit het boek der natuur" lezen we "werkende en
+wederwerkende barnkracht," "zinsverstand" voor "instinct," "eigelingen"
+en "eigelingschap," en vinden elders "volgbeeld" en "eendenkerij"
+(melancolie, landziekte.) Door zulke inspanning verkrijgt hij picturale
+vormvaardigheid: "zoo omhelzen twee zwakke wijngaardranken elkander
+en tarten de verdelgende orkaan, die hare steunlooze hoofden wil
+ter neder knakken." Hij kent "het droomachtig geritsel der krekels,"
+"de roodblauwe krans," "het loof van het kransende Geitenblad en het
+rankende Brandkruid" boven een zomerhuisje, de "gebeeldhouwde gestalte"
+van een meubel, de "diepsels" der versiering van een houten zoldering.
+
+Ook hier komt sentimentaliteit omzichtigheid verschalken. Hij legt
+de kleur dan náast in plaats van tusschen de lijnen van zijn beeld,
+als op een Turnhoutsch kinderprentje. Van verre en voor den naïeven
+toeschouwer is er toch altijd blauw, en rose en rood op het blad. Over
+de schoonheid van Amelberga hooren we niets dat ons die werkelijk kan
+laten vatten. We vernemen enkel over "de open blik harer blauwe oogen"
+en dat zij "statig was van gang en welzeker reeds achttien maal de
+lenterozen had zien bloeien." Ligt niet het mooie náast het meisje:
+niet op haar wezen dat ons verdoken blijft, maar op de rozenstruiken
+die allegorisch naast haar wassen?
+
+In hetzelfde werk "De Minnezanger" laat hij romantisch zeggen aan
+iemand die eenvoudig naar den weg vraagt, "dat de stad Harlebeca
+heette en zij haren voet in den Leyestroom baadde."
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+
+Een brief van 1838 van Conscience aan Snellaert begint: "Terwyl ik aen
+uw dienstwilligheid, en aen de schoone toekomst onzer altyd groeiende
+letterkunde dacht,.." en in een kunstkritiek die hij een jaar vroeger
+voor een Antwerpsch nieuwsblad schreef, verontschuldigt hij zich over
+zijn groote toegevendheid voor jonge schilders, en dat hij over hen
+zooveel heeft gesproken als over oudere en meer verdienstelijke. Het
+was "tot het aenmoedigen dergenen die eens groot kunnen worden."
+
+Als jongen liep hij te droomen en bouwde vroeg kasteelen in de
+lucht. "Hendrik de droomer" wordt hij genoemd in talrijke pamfletten en
+artikels, die tusschen '45 en '51 tegen hem het licht zien. "Conscience
+l'innocent" noemde hem Dumas père, die een roman met dien titel schreef
+waarin hij de figuur van Conscience en diens schoonste schepping,
+"De Loteling," tot een enkele versmolt. De meeste zijner verhalen
+zijn de verheerlijking van een onvergankelijke liefde. Lena uit
+"Rikke-tikke-tak" is zelfs metaphysisch aangelegd en houdt kalme
+gesprekken over lijdzaamheid met den jongen boer die haar bemint.
+
+Weinigen hebben zoo onophoudelijk hun doel vervolgd als Conscience. Het
+zijne was de vorming van een geheel volk, naar een oerbeeld dat
+hij in het verleden had meenen te erkennen. Dit streven was in hem
+vergroeid; vaderlandsliefde, naastenliefde, verdraagzaamheid lichten
+niet enkel uit elk van zijn daden, maar ook in zijn werken worden ze
+door elkaar gevlochten. Hun gedurig samengaan werd tot een temperament,
+waardoorheen hij de natuur beschouwde. Strekking blijft niet langer
+willekeurig, maar bijna onbewust, omdat ze een factor werd van het
+zieleleven van den schrijver en dus noodzakelijk van zijn werken.
+
+Als in "Eenige bladzyden uit het boek der natuer" een gevecht
+tusschen mieren beschreven wordt, komen de woorden "Heldenmoed" en
+"Vaderlandsliefde" er bij te pas. Een bijzondere atmosfeer hangt om
+Conscience's romans, die zijn leven in strijd voor zijn vaderland heeft
+doorgebracht, waarin zulke woorden nooit vreemd en ongewoon klinken.
+
+Heeft toch niet elke mensch den drang in zich om zijn broeders tot
+eigen levensbeschouwing over te halen? In de kindsheid der Vlaamsche
+letterkunde mogen de middelen eenigszins grof geweest zijn, zoodat ze
+opvallen aan iemand die van buiten af haar producten nadert, maar een
+bekoorlijke naïeviteit en fijne gevoeligheid omgeeft hen soms met een
+bijzonder schoon, dat hem ontwapent. Leergierigheid van een jongen
+knaap--in casu den schrijver zelf--wordt in het "Boek der natuer"
+herhaaldelijk geprezen met nagenoeg dezelfde woorden: "De grysaerd
+hief het hoofd op en glimlachte als verheugd over myne vraeg."
+
+In 1860 zond Conscience aan zijn vriend en beschermer de Decker
+een nieuw werk, en schreef hem: "Het is getiteld: Het yzeren graf,
+en stelt de treffende levensgeschiedenis van eenen Antwerpschen
+beeldhouwer voor. De grondgedachte ervan is het eindeloos geloof in
+een beter leven na den dood."
+
+De voorrede van het "Boek der natuer" is als zooveel andere
+een belangrijk document voor de kennis van Conscience en voor de
+geschiedenis van Vlaanderen's herleving. Hij schrijft erin, dat hij
+"moest aenvangen met den sluimerenden leeslust onder de Burgers op te
+wekken door treffende en belangryke tooneelen, en de vaderlandsliefde
+aenvuren door het verhael van de daden des voorgeslachts." Door den
+"Wonderspiegel der natuer"--waarvan alleen de "Eenige bladzyden" werden
+voltooid, wou hij de te nauwe sfeer van de letterkunde uitbreiden,
+den rijkdom aantoonen van de Nederlandsche taal--wij hebben hem op dat
+gebied gevolgd,--en tevens een gunstigen invloed oefenen op landbouw
+en volksnijverheid.
+
+Het "Boek der Natuer" verscheen in '46. Verscheidene geschiedkundige
+werken en "zedeschetsen" hadden toen reeds het licht gezien, waarvan
+"De Leeuw van Vlaenderen" de voornaamste poging was. Dit werk,
+dat misschien meest van alle tot zijn roem, althans in Vlaanderen,
+heeft bijgedragen, lijkt ons mislukt. Het werd in minder dan
+een jaar ontworpen, geschreven en gedrukt--men weet in welke
+omstandigheden. Conscience had zich gedokumenteerd, korrespondeerde
+over wat hem onduidelijk was met een paar geleerden, bezocht Brugge
+en het slagveld van Kortrijk, maar gunde zich den tijd niet om de
+opgedane stof te laten bezinken. Geschiedkundig inzicht had hij
+niet verworven. Liever streelde hij de eigenliefde van den lezer,
+met klinkende volzinnen over Vlaanderen's grootheid: het werk is éen
+verheerlijking van de vrouw en van de volkshelden uit den grootschen
+strijd. De koorts van de dagen der revolutie, niet gansch vergeten,
+trilt na in het gekletter van schilden en van wapenen. Een roman is
+het niet geworden, maar ten slotte alleen een vaderlandsch pamflet, dat
+indrukwekkend sluit: "Gy, Vlaming, die dit boek gelezen hebt, overweeg
+by de roemrijke daden welke het bevat, wat Vlaenderen eertijds was,
+wat het nu is, en nog meer wat het worden zal, indien gy de heilige
+voorbeelden uwer vaderen vergeet."
+
+
+
+Wat hem rechtstreeks trof kon hij beter weergeven. Zijn werk
+weerspiegelt het kleinburgerlijk Antwerpsch leven. De Schelde was
+weer onvrij geworden. De stad breidde zich niet uit, het leven was
+kleinsteedsch. Aan onbeduidende gebeurtenissen wordt in de dagbladen
+een overdreven belang gehecht. Men krijgt den indruk alsof het kletsen
+van een zweep, ver in den polder, op de baan, in haar stille straten
+gehoord wordt.
+
+In "Het Antwerpsch Nieuwsblad" van 1837 wordt verslag gegeven over
+"Een hertroerend vertoog dat vóorleden Zondag heeft plaets gehad by
+den Oever alhier:
+
+"Eenen ouden gedienden der fransche legers, nog met den uniform
+van dat land gekleed, geboortig van onze stad, was na zyn vaderland
+teruggekeerd. By den Oever gekomen, ontmoette hij aldaer eene oude
+vrouw, die hem schéen te willen erkennen voor haeren zoon; zy riep hem
+toe met den naem, en, ô verbaesdheid! het was haer kind. Den zoón,
+welken men misschien in Afrika of in Spaenjen meende gesneuveld te
+zyn, vloog in de armen zyner moeder, en zy omhelsdde elkander met zulk
+eene uytstorting van tranen, dat alle de omstaenders er ten hoogste
+doór bewoógen werden. De moeder en zoón begaven zich gezamentlyk naer
+het vaderlyk huis! Dezen braeven krygsman kwam laestelyk uyt Spaenjen;
+zynen naem is Anthony en zyne ouders woonen in de Ridderstraet binnen
+deze stad."
+
+Tweemaal heeft Conscience een dergelijke gebeurtenis in zijn verhaal
+geweven: "Rikke-tikke-tak" en "Blinde Rosa" berusten op zulk een
+onverwachte terugkomst. Hij deelde geheel in het sentiment van zijn
+stad- en tijdgenooten.
+
+Naar het uiterlijke kunnen we de stad niet beter leeren kennen dan in
+een weinig bekend boekje, een reisbeschrijving van den Hollander Van
+den Bergh. De auteur geeft blijk van geest en opmerkingsvermogen; zijn
+werkje is zonder literaire pretenties geschreven. Over de Antwerpsche
+bevolking heet het:
+
+"Daar geen kunst de natuur kan overtreffen, noodig ik u uit, een oog
+te slaan op dit viertal, hetwelk daar in een der zijkapellen ligt
+neergeknield: het is of de geheele kleederdracht van België op de
+voetbankjens vertegenwoordigd wordt. Ziet gij dat jonge meisjen,
+omhuld met die zwarte falie, dat "katholieke zinnebeeld," en de
+vertegenwoordigster der voormalige Spaansche heerschappij, naast
+die oudere vrouw, wier huif, die gij kent door de afbeelding van
+Annemie uit Consciences "Hoe men schilder wordt," u het Braband voor
+den geest roept, zooals het was onder de Oostenrijksche monarchie,
+en welke muts nog zal blijven leven door de schilderijen van Teniers,
+als ook de vrouwen even als de mannen hier de schilderachtige kleeding
+van vroegere dagen zullen hebben afgelegd voor den demokratischen
+kiel, zoo als er dien grijsaard een bedekt, die nevens haar zijn
+rozenkrans aftelt, terwijl hij geflankeerd wordt door een zoon
+van het jonge België, dien gij zoudt groeten voor een Parijschen
+lion. Al had Bosboom een zijner kerken willen opluisteren met de meest
+kontrasteerende figuren--hij zou ze niet beter hebben kunnen kiezen,
+dan het toeval ze hier aan onze oogen ter beschouwing geeft."
+
+Wat er schilderachtig was en eigenaardig in leven en gewoonten van het
+mindere volk--het volk waar Conscience meê vertrouwd was--genoot hij
+als een artist en beschreef het meesterlijk. Vele bladzijden uit "Hoe
+men schilder wordt," "Het geluk van ryk te zyn" en andere Antwerpsche
+verhalen geven met al hun kleur en geur het leven uit straatjes en
+stegen weer. "De Geest," een proeve van Antwerpsch dialect, is een
+synthese van volksvertelkunst, zooals Conscience ze ongetwijfeld zal
+hebben geoefend vóor hij aan schrijven dacht.
+
+Maar als Vlaamsch- en volksgezinde, gekant tegen Franschen invloed,
+invloed van de taal die zelfbewustheid en eigenliefde schaadde,
+invloed van zeden die met de raseigenaardigheid niet te vereenigen
+waren, kon hij niet anders dan reageeren op wat in de bestaande
+toestanden op verwording wees. Het wezen dat hij lief had werd
+veranderd. In uitzicht zooals we zagen, en onvermijdelijk ook in het
+innerlijke. Voor het oppervlakkige van de gevolgen der revolutie was de
+reactie vrij algemeen. Het teveel aan ongewenschte gasten dat zich in
+België had gevestigd, werd door het volk met den naam "Fransche ratten"
+bestempeld. Zelfs vreemdelingen merkten den ongewonen toestand op. [5]
+Maar een diepere nawerking werd door een kleine minderheid opgemerkt
+en te keer gegaan. Uit "De Roskam," het blad van Conscience en zijn
+vrienden, ware een bloemlezing te maken van schetsen als de volgende:
+"Het was zoo een mamselleken, zoo als er nu maer al te veel zyn,
+dat met wat lintjens en strikskens à la mode de Paris gekleed ging,
+zoowat fransch wist te radbraken, dikwijls grillekens en migraintjes
+had, den reuk van de keuken niet kon verdragen, en het huis op meissens
+en knechts liet afloopen."
+
+
+
+Conscience was van geringe afkomst en het lot heeft hem niet uit
+zijn nederigen kring geheven, vóór hij al lang gevormd was. Wel
+verkeerde hij eenige maanden na zijn optreden reeds af en toe in
+hoogere kringen, maar zijn maatschappelijke positie liet hem niet
+toe een meer dan uiterst nederig leven te leiden. Hij bleef bij
+uitstek de schilder van het kleinburgerlijke. Alle verzuchtingen, alle
+vreugden en leed van die menschen werden in zijn werken weerspiegeld,
+die een schat kunnen worden voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de
+burgerlijke cultuur. Als hij niet trachten wil om andere onderwerpen,
+romantisch-fantastische of historische, te ontwikkelen, treft hij
+den toon. Niet enkel de beide verhalen, waarvan we vroeger spraken,
+maar onder meer nog de vertelling van het oudje, in "Rikke-tikke-tak,"
+die een jongen kerel van een ledigen wagen meê naar haar hoog kamertje
+heeft genomen, waar hij nu slaapt, en het schrijven van den brief in
+"De Loteling," met zijn langdurige en ingewikkelde preparatieven,
+zijn niet te overtreffen.
+
+Met hart en ziel wil hij het volk helpen. Om het zijn didaktiek
+gemakkelijk te maken, daalt hij af in de sfeer zijner denkbeelden. Hij
+gebruikt vergelijkingen uit hun onmiddellijke omgeving. In een
+rede "Over de zending der vrouw," die op een liefdadigheidsfeest
+werd uitgesproken, herinnert hij aan gebeurtenissen uit den tijd
+van de omwenteling: "Het was in 1830, in den akeligen nacht van
+het bombardement. De Kloosterstraet, de kerk van St. Michiels, de
+koninklyke handelstapel, stonden in volle vlam. Het vuer golfde als
+eene woedende zee, over een gedeelte der stad, en verwde den hemel
+met de bloedroode toonen der verdelging." Zoo vindt hij beelden die
+ieder om zich heen kan voelen op het oogenblik van het gesproken woord.
+
+Hij is zijn eerste aandoeningen getrouw gebleven. In de "Geschiedenis
+mijner jeugd" verhaalt hij, hoe de liefde voor een vrouw voor 't eerst
+door een arm kind in hem ontstoken werd. Hij had als zwervend soldaat
+een onderkomen gevonden op de heide. Den ganschen avond voordat hij
+slapen ging had hij verteld. Hij was ziek en zeer vermoeid aangekomen.
+
+"Toen ik beneden kwam, vond ik den koffy op de tafel staen en de
+goede lieden, die op my hadden gewacht om te ontbyten. Myn blik viel
+op het meisje; zy lachte my eenvoudig doch zoo minnelyk toe, dat ik
+het hoofd boog en schaemrood op myn voorhoofd voelde klimmen."
+
+"Zy was my vriendelyk en nam my by de hand wanneer zy my ter tafel
+wilde roepen; en als het schaemrood myne wangen kleurde, glimlachte
+zy met schuldelooze vryheid."
+
+Hij dacht niet na wat zijn gevoel beteekende. Alleen wanneer hij
+met zijn regiment vertrekken moest, werd hij "nog dieper ontroerd"
+als hij "verder zich omkeerende, het droeve Bethken tegen een huis
+met den voorschoot vóor het aangezicht zag staen."
+
+Waarachtige en algeheele sympathie voor de minsten onder het volk
+vormt, met zijn gevoel voor natuurschoon, het wezenlijk oorspronkelijke
+van zijn kunst: datgene wat hem 't leven waard maakte geleefd te
+worden. Hij beschrijft een nacht, waarin het zoo schrikkelijk begon
+te waaien, "dat er een heel stuk uit den leemen muer vloog. Janneken
+en Mieken kropen nog dichter bij een en trokken het hooi over hun lyf;
+maer de wind, die in het huis sloeg, was zoo koud en zoo scherp dat de
+twee onnoozele schaepkens al gauw versteven waren van de koude. Als
+het licht geworden was kwamen ze bevend uit het hooi gekropen en ze
+vonden hunne arme moeder by de schouw met de koorts op het lyf zitten
+weenen, dat de tranen van haer aengezigt rolden."
+
+Het leven van een arme koewachtster vormt het eerste deel van een
+landelijke novelle, "Rikke-tikke-tak." Wanneer 's morgens ieder zijn
+deel van het brood kreeg, werd Lena alleen benadeeld. Doch "haer oogen
+klaegden niet over de wreedheid der pachteresse." De geschiedenis
+van haar liefde is een van Consciences schoonste scheppingen.
+
+
+
+Wij weten hoe zwak Conscience was, hoe zeer hij behoefte had aan
+klaarblijkende liefde, hoe weinig karakter hij dikwijls toonde in
+ongunstige levensomstandigheden. Tusschen de Antwerpsche schrijvers,
+in den tijd van de "romancen" en de opkomst van de romantische
+schilderschool, was hij zeker de meest vatbare voor de weeke gevoelens
+van de romantiek. Toch onderscheidde zijn sentimentaliteit zich niet
+van die zijner medeburgers. Wanneer hij in de jaren '40 met een ander
+bekend letterkundige den jongen schrijver Zetternam was gaan bezoeken,
+die te Antwerpen in de kazerne lag, en met hem over het boulevard
+ging wandelen, barst Zetternam daar in tranen uit "omdat zij hem
+hunner niet onwaardig achtten."
+
+Wanneer we zijne omgeving eenigszins kennen, en de dagelijksche
+producten--in almanakken en dagbladen--van hare letterkunde, worden
+we niet langer gehinderd door Conscience's smachtende gestalten,
+wier "blauwe oogen en lange blonde haren op (hun) wezenstrekken een
+stempel drukken van goedheid en van zoete gevoelens."
+
+Wilskracht werd dweepend misbruikt. Boven zijn vrienden stak nog
+Conscience uit, die door de menschen welke buiten den stroom van den
+strijd meenden te staan en ook wel eens--minder kwaad bedoeld--door
+zijn vrienden, zelve de "droomer" werd genoemd. Te vergeefs zoeken
+we in zijn romans de ontwikkeling van--, en de beheersching, de
+overwinning van omstandigheden, dóor--een karakter. We zien ook
+geen onderlingen strijd tusschen verschillende karakters, dus geen
+intrigue. Wel lijdzaamheid, en afwisseling van leed en vreugde, die
+de verhalen vult en den gelukkigen afloop in al zijn heerlijkheid
+genieten laat.
+
+Het gelukkig toeval hakt den Gordiaanschen knoop door die niet door
+de personnages zelve wordt ontward. In "Een 0 te veel" wordt een
+braaf en arm koopman onverhoopt rijk gemaakt door een vergissing--een
+0 te veel--in het cijfer van zijn bestelling. In "Hoe men schilder
+wordt" wordt een familie in den uitersten nood gered door den verkoop
+eener schilderij. De held van het verhaal waagde een laatste poging
+door zijn stuk naar een tentoonstelling te zenden en heeft het vast
+besluit genomen de kunst vaarwel te zeggen, zoo hij niet slaagt. Heeft
+Conscience niet eenzelfde crisis doorgemaakt? Treffender is echter
+de overeenkomst met een verdienstelijk beeldhouwer uit dien tijd,
+die naar den "prijs van Rome" dong en aan zijn vrienden meêdeelde, dat
+hij zich voor het hoofd zou schieten als hij niet bekroond werd. (Hij
+haalde den prijs en bleef voor zijn land bewaard).
+
+Dit is geen kunst die uit het alledaagsch werkelijk leven groeit, omdat
+het alledaagsch leven zelf onwerkelijke verzuchtingen had. Niet alleen
+grijpen de personages weinig in in hun eigen levensloop, zij doen soms,
+om de ontknooping te vergemakkelijken of hun schepper te voldoen,
+zeer onverwachte daden. De strenge kolonel uit "Rikke-tikke-tak,"
+die bij verrassing een bedelaar in zijn salon heeft binnengelaten,
+welke de hartsvriend van zijn kwijnende dochter blijkt te zijn,
+verhindert niet dat deze een schrijnende liefdesverklaring doet aan
+het verschrikte kind.
+
+
+
+En in al de werken treft het, dat niet alleen het karakter van de
+personen, maar ook de uiterlijke zijde ervan, hun manieren, hun
+graad van opgewektheid, melancholie, stoutheid, vriendelijkheid,
+de zelfde blijven van het begin tot het einde. Geen die, door
+levensomstandigheden, minder goedhartig wordt of hardvochtig, tenzij
+het in de bedoeling van den schrijver lag, den toevallig booze
+door het gewicht van zijn ondeugd zelve te laten omslaan tot zijn
+tegendeel: zoo zweert baas Gansendonck na den dood van zijn kind zijn
+hoogmoed af. Allen zijn zij eenvoudig braaf of kwaad. Zij zijn zooveel
+personificaties van gemoedstoestanden: knorrigheid, edelmoedigheid,
+eerzucht. De kleur van hun verschijning is bestendig. Daarom merkt
+men minder dit gebrek aan innerlijke actie in de kleinere novellen of
+"zedeschetsen."
+
+Een typisch voorbeeld is de "arme edelman." Bij het begin van het
+verhaal is hij reeds verarmd. Met groote moeite kan hij zijn stand
+ophouden. In het laatste deel van den roman leeft hij met zijne dochter
+op een zolderkamertje in een verre stad; het meisje naait. Nochtans
+blijven hun kleederen zindelijk en "wat zy ook hebben gepoogd om hunnen
+vorigen staet en afkomst te verbergen, er blyft in hunnen gang, in
+de wyze zelfs van de kleederen te dragen, iets onverklaerbaers dat
+toch duidelyk van een uitgelezen opvoeding spreekt."
+
+De details waar zich 's schrijvers liefde aan hecht zijn weinig
+talrijk. Evenwel, in hetzelfde werk zweeft zijn verbeelding, wanneer
+de geschiedenis naar zijn voorliefde onder de open lucht gebeurt,
+rond eenige voorwerpen, die in de sensatie, welke de beschreven
+handeling ons moet geven, zooveel deel hebben als de accessoires op
+de schilderijen van oude binnenhuisschilders. Voor het aangepaste
+en veel verduidelijkende decor wordt de logiek, de wetenschappelijke
+ontwikkeling van een passie, een leven, verwaarloosd.
+
+Zoolang de arme edelman nog op zijn hof vertoeft, gebeurt er alles,
+behalve een paar scènes, in den tuin. Zijn dochter en eenig kind
+dwaalt droomend langs de struiken.
+
+"Eindelyk naderde zy tot eene plaets waar een hooge Katalpa-bosch
+zyn takken als een breede scherm over het pad uitstrekte en
+nederboog. Daeronder stond eene tafel en twee stoelen. Een boek,
+een inktstand en eenig borduerwerk getuigden, dat de maegd hier nog
+onlangs had gezeten en gearbeid.
+
+"Nu ook liet zy zich op eenen der stoelen nedergaen, nam beurtelings
+het boek en het borduerwerk in de hand, liet beide weder vallen, en
+legde welhaest, onder wegvoerende gepeinzen zwichtend, haer schoon
+hoofd op den arm neder, als iemand die afgemat is en rusten wil."
+
+Als haar vader met groote onrust genoodigden verwacht, waarvan éen
+misschien zijn schoonzoon wordt, gaat zijn dochter hem zoeken. Hij zit
+"met een boek in de hand onder den Katalpa-bosch" en schijnt te lezen.
+
+Het meisje tracht haar minnaar, na een kleine wandeling achter het
+huis, te overtuigen dat hij van haar moet afzien. Hij steekt de armen
+naar haar uit, terwijl zij poogt afscheid te nemen. Dan legt hij het
+hoofd op de tafel en weent. Wanneer hij eindelijk gedwongen wordt op
+reis te gaan, en misschien voor goed haar moet verlaten, "scheen zy
+verpletterd en zocht met bevende hand naer eenen stoel. Weldra zonk
+zy krachteloos ineen op den zetel, legde het hoofd op de tafel en
+verzonk in eindelooze smart, terwyl hare tranen als een stroom over
+hare handen vloten."
+
+Worden werking en wederwerking, invloed en opstand van karakters
+daardoor voorbijgezien, de tweespalt tusschen vooroordeel en
+openhartigheid, de weerstand van liefde tegenover den tijd vormen het
+geraamte van de romans. Abstracte intrigues dus, wazig, onbestemd,
+en die aan de voorliefde van den schrijver vrij spel laten. Als nu
+iemand een meisje, rustend onder het oog van haar ongelukkigen vader,
+aldus beschrijft: "de Katalpa-bosch had vele zijner bloemen op haar
+hoofd laten dalen en hare rustplaats met sneeuwwitte kelken bestrooid;
+zij droomde nog immer voort; de zware haarlokken lagen verward rond
+hare wangen,"--hoe kan hij dan zijn verhaal droevig laten eindigen? De
+vader noch de dochter hebben ooit iets misdaan; de dochter koestert
+"groote liefde voor een bevallig jonkman" en is ons dus daardoor reeds
+sympathiek. Conscience blijft dan ook zichzelve, en in de ontwikkeling
+zijner geschiedenissen den toonaard zijner beelden getrouw.
+
+Zijn goede dingen zijn enkel een afspiegeling van wat hij zag
+en wat hem deed mijmeren. De verhalen van zijn vader, zijn eigen
+gewaarwordingen en wat nog dagelijks gebeurde--wat er b.v. "bij den
+Oever" in 1837 voorviel--zijn in verscheidene verhalen weergegeven.
+
+Zijn beste werk is daarom misschien "De Loteling." Het herinnert aan
+zijn eigen wedervaren op de heide, wanneer hij ziekelijk rond zwierf,
+en aan de menschen, die hij er ontmoette.
+
+Bij een eenzamen boschkant in de donkere heide wonen twee kleine
+families. In de eene hut, moeder en dochter, in de andere een
+vrouw met twee zonen, waarvan een nog een kind en de andere bijna
+een man is, en haar ouden vader. Deze twee gezinnen vormen eene
+kleine gemeenschap. De jongelieden hebben zich in stilte verloofd:
+een liefde, die ongelukkig dreigt te worden, want Jan moet naar de
+kazerne. Hij is reeds eenigen tijd vertrokken en omdat hij niets van
+zich laat hooren, schrijft het meisje hem een grooten brief. Na lang
+wachten ontvangt zij het antwoord: Jan is blind geworden. Zij zegt de
+waarheid niet geheel aan die achterblijven en gaat hem zelf bezoeken
+in de verre garnizoenstad. Zij trekt te voet de Kempen door, vier lange
+dagreizen, en mag hem naar huis leiden. Door een onverhoopte genezing,
+dicht bij huis, die in hare doeltreffendheid bovennatuurlijk schijnt,
+wordt het eenvoudig verhaal besloten.
+
+Mooi en bekend genoeg is het schrijven van "den brief aan den
+loteling." Het essentieele echter is de tocht van den blinde met
+zijn geleidster.
+
+"Het was nog stikkend heet, alhoewel de schaduw der boomen zich reeds
+aanzienlyk op den grond verlengde; boven heide en velden wiegelde
+nog de glasachtige zomerwasem; geen windje lispelde in het loof;
+de vogelen zaten hygend en stil in het roerloos gebladerte; alle
+natuerstemmen zwegen; zooverre het oog reikte, kon men mensch noch
+dier bespeuren: de aerde scheen van afgematheid ingesluimerd.
+
+Tegen den boord eener eenzaeme baen, overlommerd door de takken van
+het eiken schaerhout, lag een soldaet met het hoofd op zynen ransel
+te slapen. Zyne voeten waren naekt: de schoenen stonden er by.
+
+Eene jonge boerin zat nevens hem en hield haren kommervollen blik op
+hem gevestigd, terwyl zy, in de diepste stilte, met een berken rys
+hem de vliegen van aengezicht en voeten keerde.
+
+De soldaet lag op een bed van wilden Thym; het geurde rond hem in
+zoeten balsemdamp. De lieve Veldklok boog hare bellekens over zyn
+voorhoofd; lager, aen zyne voeten, hief de hemelblauwe Gentsiane hare
+prachtige kelken tot hem op."
+
+Wanneer Jan ontwaakt is en ze verder gaan, trekt hij den stok bij
+waaraan hij wordt geleid, vat de hand van het meisje en begint over
+zijn ongeluk met aarzelende woorden te spreken. Hij wil niet, dat ze
+zich met hem verbinden zal, maar durft zijn gedachten niet zeggen. Hij
+spreekt eerst mistroostig, toont zich eindelijk gelaten en laat zich
+een onverschillig woord ontvallen.
+
+"Sterven?" zegt het meisje. "En gij denkt zeker dat ik u zal laten
+sterven? Wat meent gij wel? Spreek maer wat klaerder: ik kan die
+duistere woorden niet verdragen! En zoo wil ik niet blyven gaen. Zit
+hier wat tegen den weg, tot dat die leelyke dingen uit uw hoofd
+zyn." Zy leidde den blinde by den boord der baen, zette zich met hem
+op het schrale gras neder, wierp den ransel af en sprak: "Laet hooren,
+Jan, zeg het maer in eens af, wat gy meent."
+
+Jan laat zich overpraten, hij zwijgt en volgt met het hoofd gebogen.
+
+Het zuiverst voorgesteld--in woorden, die bij den inhoud passen en
+niet vreemd klinken in den mond van het boerenmeisje--is het verhaal
+van een droom, die hem tot hopende liefde moet opwekken. Zij sliepen
+den vorigen nacht in eene hoeve.
+
+"De pachteresse--dit goed mensch, God zal het haer loonen--had
+my op een klein kamerken te slapen geleid. Als ik nu alleen was,
+ging ik op myne knieën zitten bidden voor de Onze Lieve Vrouw,
+die daer op de schouwplaet stond. Ik weet niet hoe lang ik op myne
+knieën bleef zitten; maer als ik opstond draeide myn hoofd en ik
+was byna van myne zinnen; zoo scheen het my ten minste. De maen was
+ondertusschen opgegaen en zy scheen zoo helder door het vensterken,
+dat myne kamer er overal blauw uitzag en heel vreemd. Ik hield myn
+voorhoofd tegen de ruiten om myne hersenen wat te verkoelen, en ging
+dan half gekleed op het bed liggen om 's anderendaegs vroeg gereed te
+zyn. Maer ik kon toch niet slapen; want de maen scheen juist in myne
+oogen en ik was als geplaegd om naer dien man met zynen mutsaerd te
+zien, die erin staet. Of ik dan eindelyk toch in slaep geraekt ben,
+kan ik niet zeggen; maer het moet toch wel zyn, want hoor eens wat my
+dan overkwam.--Op eenen keer kreeg de maen eenen mond en allerschoonste
+blauwe oogen, en zy begon te blozen gelyk eenen appel, en zy lachtte
+my zoo vriendelyk toe dat ik er zuiver van ontsteld werd. Van myn
+leven heb ik geene vrouw gezien met zulk schoon en minnelyk wezen;
+want, als er zulk eene op de wereld was, de menschen zouden er zeker
+op hunne knieën voor gaen zitten. Ik geloof het wel: luister maar
+eens voort.--Allengskens groeiden er armen aen de maen en een lang
+kleed met groote gouden bloemen; op haer hoofd stond eene zilveren
+kroon van zeven blinkende sterren. Op haren arm droeg zy een kind,
+schooner nog dan de engeltjes in den hemel. En, och God, Jan, het was
+de Onze Lieve Vrouw van de schouwplaet, die levend was geworden, en,
+met Onzen Lieven Heer op den arm, daer in de lucht mij toelachte en
+teekens deed.... Nu nog al aerdiger! Hoe gy in myne kamer gekomen
+waert, weet ik niet, maer gy zat op eenen stoel by het venster,
+en met uwe blinde oogen zaegt gij Onze Lieve Vrouw toch ook: want
+wy vielen samen op onze knieën en staken de armen achter de ruiten
+omhoog, alsof wy de Moeder Gods aenriepen. Daer komt zy eensklaps
+stillekens, zoetjes naar beneden, al digter en al digter, en dwars
+door de ruiten, tot in de kamer. Zy zegt iets aen het kindeken Jezus,
+en het kindeken raekt u met den vinger aen de oogen, en gy, Jan, gy
+roept met uiterste blydschap "ik zie! ik zie!" Ik was er, och arme,
+zoodanig van getroffen, dat ik in mynen slaap opsprong en byna van
+het bed rolde.... en het was niet waer! Ik had het maer gedroomd; want
+de maen stond nog, met den man erin, aen den hemel te schynen, en het
+Onze Lieve Vrouwenbeeld stond nog stil en gerust op de schouwplaet...."
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+
+Conscience zei eens aan een biograaf: "Oui, c'est bien là le procédé
+inconscient qui caractérise mes propres écrits: l'amour de ce que l'on
+fait, cette intensité de sentiment qui frissonne sous des phrases
+en apparence banales, cette nature de peintre flamand qui fait que
+tout ce que notre plume touche, prend l'aspect et la couleur d'un
+tableau...." [6] En in een van zijn latere werken verhaalt hij, hoe hij
+eens op het land een lezer ontmoette, die hem met groote dankbaarheid
+over zijn heideverhalen sprak en bovenal bewonderde "eene soort van
+geheimzinnige muziek, die overeenstemt met myn gemoed en my verleidt."
+
+"Cette intensité de sentiment" kan niet zonder gevoel voor het
+tragische. Over "De Loteling," waarin een vrouw de voornaamste rol
+heeft, hangt meer een waas van teederheid. Wel is ook dáar tragiek in
+de algeheele overgave aan een liefdes-ideaal. In "Rikke-tikke-tak"
+is de liefde meer werkelijk ontdubbeld; de passie, die ze geworden
+is, gelijkelijk verdeeld; de ontmoeting, na lange afwezigheid,
+veel heftiger.
+
+Een vreemd meisje wordt uit haar vroegeren stand geheven en in een
+vreemd land opgevoed, waar ze bestemd is te blijven. Haar speelgenoot
+gaat op de plaatsen zwerven, waar ze elkaar ontmoetten, hij staat er
+over de verre heide uit te zien en herinnert zich de liedjes, die
+zij zong. Zij beseft eerst zelve niet wat zij in haar geboorteland
+achterliet, maar langzamerhand wordt zijn beeld duidelijker, totdat
+ze, gedreven door een onweerstaanbaar gevoel van liefde voor de oude
+omgeving, met haar vader naar den geboortegrond terugkeert. In een
+nabije stad brengt een toeval den vriend bij haar. Hij verliet zijn
+dorp en doolt bedelend rond. In haar tegenwoordigheid kan hij niet
+langer zich bedwingen. Het verloren geluk wordt wakker in hem. Nu hij
+voor 't eerst en 't laatst zijn liefde heeft kunnen uiten, keert hij
+zich af van het meisje en wil vertrekken. Zij knielt voor haar vader,
+die verrast en begrijpend toezag, neer en smeekt: "O, Vader, vergeef
+mij! Weerhoud hem of ik sterf! In mijne droomen zweefde ook zijn
+beeld..... Hij alleen kan mij redden. Geef hem mij! geef hem mij!...."
+
+Doch niet het losbreken van hartstocht alleen--in enkele vroege
+novellen de reden van het verhaal--ook het tragische van een geheel
+leven heeft Conscience in eenvoudigheid kunnen voelen. Een edelman
+verlaat zijn land, leeft van het handwerk van zijn dochter, die zonder
+het zich te bekennen wacht tot haar minnaar haar vindt en komt halen;
+in bedekte armoede, op een hoog kamertje. Hij komt op een middag
+binnen, kon geen werk vinden. Hij mag nochtans niet treuren. Hij
+schudt het hoofd en doet wat zijn dochter hem verzoekt. Zij legt een
+klein en sneeuwwit linnen op de tafel en plaatst er twee borden op
+en een schotel met aardappelen.
+
+Terwijl het stil gebed nog zachtjes door het vertrek gaat, hooren ze
+eensklaps een gerucht van stemmen beneden de trap.
+
+Lenora, door een hevige siddering aangegrepen, wordt in haar gebed
+verstoord. "Zy luisterde met opgespalkte oogen en uitgerekten hals,
+op iets dat haer onverklaerbaer scheen, en eventwel haer met schrik
+en verbaesdheid sloeg."
+
+De vader, "over de zonderlinge ontsteltenis zyner dochter verstomd,"
+aanschouwt haar en schijnt te willen vragen: "Wat is er, wat is er
+dan?" doch Lenora doet een teeken met de hand, dat hij moet zwijgen.
+
+Nieuwe klanken dringen duidelijk in het kamertje.
+
+"Lenora erkende den toon dezer stem. Alsof een bliksemslag haer hadde
+getroffen, vloog zy met eenen enkelen sprong en angstig kermend tot de
+deur, sloeg ze toe en bleef met de hand en schouder er tegen drukken.
+
+"Lenora, om Gods wille, wat vreest gy?" riep de bange vader.
+
+"Gustaf, Gustaf!" huilde de maegd. "Hy is daer! hy komt! Oh, weg,
+weg dit alles van de tafel! Hy alleen mag onze armoede niet zien!"
+
+
+
+"Sprakeloos tot zyne dochter gaende verwyderde hy haer van de
+deur. Lenora vlugtte weg tot in den versten hoek des vertreks en boog
+het hoofd in diepe schaemte."
+
+Een mooie scène, voorbereid door het gevoel van wee dat op beiden
+drukte in al wat voorging. Er ligt fijnheid van gevoel in, waaraan
+we ons verwachten wanneer we het meisje zagen handelen in haar eng
+gevang. Zij spreekt er met de gekooide vink:
+
+"Maer ik doorgrond uw lyden; ik wil niet langer voor u zyn wat het
+onverbiddelyk lot voor my is.... Daer, neem uwe vlugt! Dat God u
+bescherme! Ga, en geniet in volle maet de twee grootste noodwendigheden
+van al wat leeft: vrijheid en liefde!.... Ah, hoe schatert gy van
+blydschap, hoe magtig slaet gy uwe vlerken uit! Vaerwel, vaerwel,
+gelukkige....!"
+
+Wanneer Jan Slaets na lange afwezigheid terug in 't dorp komt, loopt
+hij een arm huisje binnen waar hij even rust, verneemt er naar zijn
+Rosa en ijlt de blinde tegen, het dorp door in d'avondzon, om haar
+op de grens, waar de welvende groene laan begint, in d'armen te
+drukken. De oude Van Milgem ontmoet zijn dochter, die hij verloren
+waande, op een heuvel onder berkeboomen. "De Loteling" is een lange
+tocht, barvoets over de heide.
+
+Het belang dat Conscience hecht aan landschap en décor is invloed
+van de romantische schilders. Bijna wordt aan het landschap een zoo
+groote rol toegekend als aan de menschen, die er in leven. Nergens is
+het afwezig. Het opstaan van de zon en de geboorte van de lente worden
+reeds in zijn eerste Fransch proza beschreven, en vaak geraakt hij niet
+verder dan het ontwaken der natuur: "Le doux mois de mai était venu;
+la nature, sortie de son long sommeil, avait rendu aux champs leur
+verdure et aux bois leur charme mystérieux. Ce jour-là l'air était
+plus vif, et mon esprit, mû par l'influence secrète de la nature,
+se plaisait à me retracer les séduisantes images d'un bonheur passé."
+
+Van het eerste oogenblik is de toon van zijn beschrijvingen reeds
+vastgesteld; zijn opvatting, de schikking van zijn volzinnen zal,
+ook in zijn Vlaamsch werk, niet meer veranderen.
+
+Hij werd geholpen door een sterk geheugen, een sterke vizie van het
+landschap, ook dat van de stad. Daardoor kon hij zijn werken, zoodra
+het plan gevormd was, ineens voltrekken, zonder door een aarzeling te
+worden opgehouden. Alles gebeurt op bepaalde plaatsen, in dié straat
+van een stadswijk die hij kent, bij dàt poortje, of in een bepaald
+dorp bij een bepaalde hoeve. Wij zien de personages langs welbekende
+wegen evolueeren.
+
+Liefde tot het schilderachtige dreef hem tot zwerftochten langs de oude
+straten. "Als myn geest, door lange overspanning afgemat, naer stille
+mymering vraegt," zegt hij in den aanhef van "Lambrecht Hensmans,"
+"dan wandel ik door de afgelegene wyken onzer stad: ik zoek de oude
+straten, aen wier zwarte gebouwen de yskoude mode hare handen nog niet
+gelegd heeft. Daer aenschouw ik met onvasten blik die gevels, waerop
+de stempel van een eigen nederduitsch volksbestaen nog zoo levendig is
+ingedrukt." Hetzelfde opstel getuigt hoe het décor hem een hoofdzaak
+was, hoe noodig hij de vaste vormen van de plaatsen kennen moest,
+waar iets gebeurt, en hoe een eigenaardige omgeving indruk op hem
+maakte. Hij had een vervallen huisje opgemerkt, dat hem geheimzinnig
+voorkwam en waarrond zijn geoefende verbeelding spoedig een roman had
+opgebouwd. "Maer myne ontworpen geschiedenis eischte eene beschryving
+van het huisje, gelyk men het in de duisternis en omtrent middernacht
+kon zien. Daer ik de gewoonte heb, zoo veel mogelyk, in alles de natuer
+zelve tot volgbeeld te nemen, besloot ik nog denzelfden nacht de enge
+stege te bezoeken en my onder den dichterlyken indruk der verlatene
+woning te stellen. Zoo zou ik dan des anderendaegs met volle gevoel
+de beschryving er van kunnen beginnen.
+
+"In myn ongeduld was ik reeds om tien ure uitgegaen. Ik wandelde al
+mymerend by de boorden der Schelde, waer myn aendoeningzieke geest
+een onverwacht voedsel vond. De duisternis was ondoordringbaer zwart,
+de wind loeide afgryselyk door het slingerend want der schepen;--daer
+beneden, aen myne voeten, bruischten de golven van den vloed....
+
+"Krachtig werkten de grootsche stemmen der natuer op myn gemoed;
+ik stond daer, luisterend op het brieschen der baren, op het huilen
+van den storm en op den eenzamen roep van matroozen, die als een
+doodkreet uit de diepte des nachts in myne ooren klonk. Toen ik de
+Schelde verliet, om my naer het onbewoonde huisje te begeven, en
+langzaem voorby het oude Steen heenstapte, was myn geest overneveld
+met allerlei droeve gepeinzen."
+
+Een ander stadsgezicht wordt in "Het yzeren graf" beschreven. Een jong
+beeldhouwer is uitgeweken om zijn ongelukkige liefde te vergeten. Hij
+bewoont te Parijs een hoog kamertje. "Van het eerste uur van mijn
+verblijf in dit kamertje werd het mij dierbaar. Welk ander vaderland
+was beter geschikt voor mijne droeve ziel, dan zulke enge ruimte,
+verloren onder het dak van een huis, dat zelf eene kleine wereld was,
+maar met een grenzenloos uitzicht, waarin mijne gepeinzen in volle
+vrijheid konden verdwalen?
+
+"Hadde niet de nood met geweld mijne droomen onderbroken, mij dunkt,
+ik hadde mijn gansche leven doorgebracht met het hoofd buiten mijn
+vensterken, maar er was geen middel om te vergeten, dat de armoede
+nevens mijne zijde stond. Ik rukte mij dus van de betooverende plaats
+en daalde neder in de straat, om, zooals ik het reeds eenige dagen
+vruchteloos had gedaan, bij de meesters-beeldhouwers naar werk te
+gaan vragen."
+
+Terwijl wij de volgende bladzijden lezen hangt nog de stadsche
+wemelende verte om onze verbeelding. Parijs wordt niet verder
+beschreven, maar het gevoel van de groote stad vergezelt ons, we
+weten haar rond ons wanneer we de werkhuizen binnentreden.
+
+En onwillekeurig denken we aan het laatste buitenverblijf van den
+schrijver. Hij bewoonde in een herberg, eenige uren van Brussel,
+een kleine kamer, maar gewoonlijk zat hij in een paviljoentje met
+strooien dak dat op een verhevenheid gebouwd was en waaruit hij
+een mooi vergezicht had op het land. Daar zat hij zijn herbarium te
+schikken of uit te kijken naar de verten.
+
+Op zijn kamer stond een ijzeren bed, zonder gordijnen, een ruwe tafel,
+een paar onmisbare stoelen en in den muur staken nagels waaraan zijn
+kleeren hingen. De oude man waschte zich onder het koude water van
+de pomp. Platen of boeken waren er niet te vinden.
+
+
+
+Groote liefde tot de natuur veronderstelt zinsvermogen, ontwikkelde
+zinnelijkheid. Voor iemand die haar bezit is het een vreugde, de
+zon over de boomen te zien glijden, en haar te volgen waar ze in het
+water blinkt of op het koren ligt. Hij onderscheidt de gestalte van
+een landschap; hij heeft het om zijn lijn en kleuren lief, maar ziet
+graag de verschijning van een mensch die in die weelde voorbijgaat,
+die het uitzicht ervan kan veranderen, er kleuren in brengt en zijn
+kleuren verplaatst, die onder het starend oog een tak plukt of met
+de hand de korenaren beweegt.
+
+De oude, styleerende schilders hebben vooral hun landschappen
+gestoffeerd. Zijn voor een schrijver, wiens hoogste gaaf zijn sympathie
+voor menschen is, hun verschijningen niet even onmisbaar? Wordt niet
+het landschap ledig, dood, wanneer niet vroeg of laat een mensch erin,
+die mét het landschap wordt beschreven, voelend de winden en hoorend
+de stemmen van de zingende vogelen, ons zijn schoonheid nader brengt?
+
+Zulke methode past Conscience, misschien onwillekeurig, toe, vooral
+in zijn landelijke verhalen.
+
+Een tuin moet worden getoond in al zijn wilde schoonheid. Een
+heesterboschje is schoon. "Maer eensklaps ritselt het gebladerte! In
+het midden der gebosschen buigen de takken zich woelend by den snellen
+doorgang van een onzichtbaer lichaem."
+
+Een hegge zou onbeduidend staan rond een heerenhuis. Haar loof wordt
+groener, wij moeten ons bij haar bladeren buigen en zien haar takken
+strengelen, wanneer een soldaat er tegen rusten komt. Zijn lichaam
+werpt schaduw op den grond en wij zien de diertjes na, die tusschen
+'t kruid er hun weg zoeken.
+
+Een pad, tusschen eiken kanten, laat ons alleen een hemel bemerken die
+blauw, en wit bewolkt, onder de zon erboven hangt. Het is verlaten
+en weinig beduidend. Een meisje komt er langs met haar kruiwagen;
+zij heeft een brief van haar beminde, die ver van huis is. Zij zet
+zich op haar kar en leest hem tot het laatste woord, wordt bleek,
+haar armen vallen slap nevens haar, haar oog sluit zich en haar hoofd
+daalt langzaam achterover op den kruiwagen.
+
+"Slechts de zoele adem der heide bewoog het eiken loof en deed de
+schaduw van het gebladerte op haer albasten voorhoofd wiegelen;
+de honingbie dartelde en zong rond haer oor; daerboven tegen den
+hemel hing de leeuwerik met zyn lied; verder in de woestyn heerschte
+het eeuwig geritsel der krekels;--en niettemin alles was stil en
+zwygend.... niets wekte het meisje uit hare doodsche sluimering op.
+
+"Allengskens voorderde de zon op hare baen, tot dat eene harer
+heete stralen het loof doorboorde en het aengezicht der maegd kwam
+beschynen."
+
+Nu heeft de zon meer glans, heide en lucht en loover hebben hun volle
+kleuren. Belangstelling in het ongelukkig meisje heeft ons voor hun
+schoonheid gevoelig gemaakt.
+
+Wanneer echter een landschap den indruk van verlatenheid moet wekken,
+verdwijnt iemand van het tooneel en laat boomen en hemel alleen. Zoo
+in "De arme edelman," waar de ongelukkigen hun hof verlaten: "Langen
+tyd zagen de lieden der hoeve hen weenend na, tot dat zy achter eenen
+eiken kant waren verdwenen."
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+
+Een ander middel om ons het landschap gemakkelijk nader te brengen,
+ons zijn karakter te laten voelen, is het met de stemming van den
+held te doen harmonieeren, of omgekeerd den held in de bijzondere en
+momentane stemming van het landschap te laten opgaan. Een jong werk:
+"De maegd van Vlaenderen, een nachtgezicht" begint:
+
+"Ik zat alleen op myne kamer, met het hoofd in de handen rustende. Vol
+mismoed en wanhoop was myn ziel.... Het stormde daerbuiten,--nacht
+was het op de straten, nacht ook in myn hart. Lydend en akelig
+droomend, herdacht ik het verleden, het zynde en het komende lot myns
+vaderlands." In een latere novelle loopt een meisje haar vreugde om
+het leven uit te zingen: "Ook het goede meisje geraekte zonder het te
+weten, in eenstemmigheid met de vrolyke natuer. Van tyd tot tyd zong
+zy, met zekere geestdrift, eenige toonen van het een of ander lied, of
+sprak enkele woorden om de opgeruimdheid haers harten lucht te geven."
+
+
+
+Meer dan versmaat is proza geschikt om een landschap in zijn voorkomen
+(niet enkel in zijn uitwerking, als aandoening) weer te geven. Een
+landschap is rustig en onbewogen. Zijn omtrekken zijn bestendig. Zijn
+kleuren kunnen dàn alleen, hier in een bloemenweide, daar in een rivier
+of in een hemelhoek, zich uitvieren. Proza kan minutieus bij elke
+kleinigheid verwijlen, en toch door de indeeling van zijn zinnen,
+de ordonnantie van de denkbeelden, de hoofdzakelijke schoonheden
+onderlijnen. Het is aan minder uiterlijke regels onderworpen. Is
+de taal lenig en helder genoeg, dan wordt de schrijver niet verder
+weerhouden door het zoeken en volhouden van bijzondere vormen. Hij
+heeft alleen wat hij ziet eenvoudig neer te schrijven.
+
+Conscience was dikwijls een uitmuntend prozaschrijver. Komt in zijn
+eerste werken slechts zelden een grooter verschiet voor, een heide,
+een veld, bevattelijk voorgesteld, we treffen reeds in den "Leeuw van
+Vlaenderen" goede beelden: "De lucht was met zulk een zuiver blauw
+gekleurd, dat het oog hare diepten niet meten kon. De zon klom glansryk
+op de kim, en de verliefde tortelduif dronk de laetste dauwdruppels
+van de groene bladeren der boomen."
+
+"De bladeren der boomen!" Ook in het "Wonderjaer" gebruikt hij die
+uitdrukking: Terwijl een ruiter schuilt, wordt "de lucht klaerder, de
+donder had zich verwyderd,--evenwel sloeg de regen nog met geweld in
+de bladeren der boomen." Even natuurlijk als het loover om de takken
+staat, worden voor ons de boomen gesteld; de regen valt op de bladeren
+of vogelen kwinkeleeren er, en aanstonds zien we de stammen er bij,
+die uit den grond heffen, en de heerlijke aarde.
+
+Een mooie zin, die een vollediger beeld geeft, is in "De arme edelman"
+(1851): "de statige eiken ontplooien hun laet gebladerte, de alpenrooze
+staet in vollen bloei, de syringa's bezwangeren de lucht met malsche
+geuren."
+
+In "De Loteling" zagen we de heide zich om de reizenden uitstrekken. In
+"Moeder Job" (1856), wanneer geen rekening wordt gehouden met onjuiste
+woorden en on-Nederlandsche wendingen, vinden we eenvoudig-mooie
+beschrijvingen:
+
+"Aen de straet, onder de schaduwe van hooge Linden, stond het woonhuis
+met zyne groene geschilderde vensterramen; daer achter verlengden zich
+aen de eene zyde de stallingen, waerin tien schoone koeijen en dry
+peerden zich bevonden, alsook de wyde schuer die welhaest den nieuwen
+oogst zou ontvangen. Langs den anderen kant was de achterhof afgesloten
+door de eigentlyke Brouwery met hare bergplaetsen, waerby eene hooge
+pomp stond om het water uit den bornput in de ketels te verheffen. Een
+weinig verder, veldewaerts in, tusschen velerlei bloeijende heesters
+en sierlyke gebosschen, verhief zich een lustpriëel, dat met de
+liefelyke ranken van het Geitenblad was overdekt.--Men kan aen de
+uitgestrektheid van den grond, die hier, als bloemtuin, enkel tot
+vermaek en uitspanning was bestemd, genoegzaem bemerken dat het
+huisgezin der Jobs welvarend was en een onbekommerd leven genoot.. ..
+
+Eenige dagen na de Prysschieting in den Gulden Arend was Jan,
+de knecht, op den achterhof der Brouwery bezig met pompen; zyne
+bewegingen waren bywylen zeer langzaem, en weleens onderbrak hy zynen
+arbeid, als hadde een aengrypende gedachte hem weggerukt. Dan bleef
+hy met het oog op de houten goot gerigt,--waerin het water bruisend
+heenvlood,--mymerend staen, tot dat het ophouden van het geruisch
+hem uit zyne verstrooidheid deed opspringen, en hy weder den zwaren
+arm der pomp in de hoogte hief.
+
+Op eenige stappen van daer rolde een oude Kuiper de tonnen, welke hy
+dien dag hersteld of gezuiverd had, naer de poort der brouwery.--Geen
+ander wezen was er op den breeden achterhof te bemerken.
+
+Alhoewel de laetste stralen der avondzonne hare purpertoonen over de
+gebouwen wierp, en liefelyk tusschen het loover van den huiswyngaerd
+tintelde, er heerschte eene ongewoone en droeve stilte, slechts
+onderbroken door het scherp gekrysch der pomp en door het eentoonige
+geruisch van het vlietend water."
+
+In dezelfde novelle wordt, met liefde, een hoek van den tuin
+beschreven:
+
+"De zonne ging achter de Westerkim verdwynen; maer zy zond nog, in
+roosverwige toonen, de natuer haren blyden avondgroet. Het priëel,
+onder welks doorschynend loover Rosina hare innige bede murmelde,
+scheen overgoten met purper en met goud; haer omringde eene wolk van
+zoete frissche geuren, die uit al het gebloemte in verkwikkende walmen
+zich verhieven; de vogelen, voor dat zy zouden slapen gaen, dartelden
+nog tusschen het gebladerte, en sommigen wierpen de peerlende klanken
+hunner stem het verzwakkende daglicht tegen...."
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+
+Gaarne worden we in het landschap aan leven herinnerd, maar is het
+op zichzelve ooit wel heelemaal levenloos? In "Eenige bladzyden uit
+het boek der natuer" wordt dan het landschap ontleed in de vogels
+die over zijn hemel vliegen, in de insekten die gonzen van den eenen
+kant naar den anderen, in bloemen en gras. Het wordt beschouwd als
+iets dat leeft, waarvan het uitzicht als een gelaat betrekken kan,
+en dat den eenen dag anders is dan den anderen. Hier wordt het geheel
+gegeven op zich zelve, dieren en de spraak der planten vervangen de
+levenbrengende menschen:
+
+"Gedurende dien nacht, terwyl ik gerust sliep, had een onweder de lucht
+met eene nieuwe levengevende kracht bezwangerd, en het dorstig aerdryk
+gedrenkt en gelaefd. Nog viel de regen zachtjes uit den overtrokken
+hemel, toen ik myne bedstede frisch en bly ontsprong.
+
+"Wel twintigmael doorwandelde ik den hof om aendachtiglyk na te speuren
+wat nieuw voorkomen de regen nu aen de natuerwezens had gegeven. De
+bloemen waren gesloten, vele planten hadden zelfs hunne bladeren
+geheel opgevouwen; geen vogel zong den goeden morgen zyne makkers
+tegen, geen vlinder fladderde om het gebloemte: alles scheen wachtend,
+beweegloos en zwygend. Iets plegtigs was er in de algemeene stilte die
+my omringde.--Door een geheime kracht tot droomen en denken gedwongen,
+schuilde ik onder een afdak en zat welhaest mymerend en met het hoofd
+op de handen, in harmony met de wachtende natuer.
+
+"Eindelyk, na meer dan een uer, hield de regen op, zonder dat echter
+de zonne door de wolken boorde. Nu begon hier en daer een eenzame
+galm, als met wantrouwen zich te laten hooren; allengskens voegden
+vele andere stemmen zich erby. Het was alsof ergens een slaperige
+toonkunstenaer op een onmeetbaer klavier zyne handen liet dwalen,
+in afwachting dat het teeken hem wierd gegeven.
+
+Eensklaps schoof de laetste wolk voor de zonneschyf weg; een prachtige
+stralengloed beglanste de glinsterende kruiden en lokte bloemen en
+bladen open."
+
+Behoefte naar leven, een begrijpen, dat alle vorm verandert, en
+een aanvoelen van de harmonie der beweging is in dit fragment te
+bespeuren en wordt nog duidelijker--alhoewel naïef--op menig andere
+plaats uitgedrukt. Natuur kan niet zonder verandering. Geen landschap
+of er bewegen bladeren of kruiden. Op alle bladzijden van dit "Boek
+der natuer" staat dood of geboorte, en vergaan of heffen planten hun
+kiemen omhoog.
+
+In "Knagelijntje" wordt van een heideplantje gesproken, alsof het
+werkelijk leefde en menschelijk gevoel had. "Och, moeder," zegt het
+kleine ratje, "ik wenschte dat ik een Heidebloemken ware! Dan zou
+de wind ook, van 's morgens tot 's avonds, met my spelen en myne
+bellekens doen waggelen; ik zou de blauwe lucht zien en de lieve
+biekens zouden mij ook komen kussen en streelen...." Het heidebloemken
+heeft menschelijke zinnen. Wel is het maar een sprookje, waar deze
+voorstelling in voorkomt, maar nog elders wordt de zichtbare natuur,
+in haar geheel, als bezield voorgesteld, omdat de schrijver dichterlijk
+door haar wordt aangedaan, door haar hulsel heen dus een begrip ziet,
+schoonheid of eeuwige werkelijkheid. Een diepere beteekenis, doordat
+ze met menschenlotgeval in onmiddellijke aanraking wordt gebracht,
+verkrijgt ze in het aangehaalde fragment uit "De Loteling," waar het
+meisje den brief leest. Evenzeer wordt een eenheid uit de verspreide
+verschijnselen afgeleid in "Het boetende meisje;" zij drukken
+de stemming uit van een mensch. Hetzelfde dichterlijk begrijpen,
+dezelfde sympathie, maakt in het sprookje de verpersoonlijking van
+het bloempje waarschijnlijk. De eenvoudige plant wordt erdoor een
+bestaansrede, een belangrijkheid toegekend. Wij zijn niet ver meer van
+een pantheïstisch gevoel verwijderd. De zon speelt een overwegenden
+rol in deze wereldbeschrijving. Zij regelt, als een andere godheid,
+de gebeurtenissen; zij bepaalt er den duur van. Het Grinselhof in
+"De arme edelman" is door zijn oorspronkelijke bewoners verlaten, de
+inboedel werd verkocht. Hier begint een nieuw hoofdstuk, waar de zon
+alles situeert: "(Zij) moest nog slechts een vierde harer dagelyksche
+baan doorloopen om de westerkim te bereiken. Op het Grinselhof heeft
+eene doodsche stilte het baatzuchtig gewoel der schacheraars vervangen;
+geen mensch is nog in de eenzame paden des tuins zigtbaer; de poort
+staet op slot, alles is in zijne gewoone rust teruggekeerd;--men zou
+zeggen dat niets is gebeurd."
+
+Ook in de besloten stad neemt alles met haar einde en aanvang. Geen
+avondleven buiten, in Conscience's werken.
+
+"De zon, die grootste schilderesse der wereld, was bezig achter de
+kim haer palet te bereiden; zy vereenigde en mengde er de schoonste
+verwen op welke zy bezat, om dien plegtigen dag,--om den eersten
+stap van Frans in de baen der kunst, met eenen ongemeenen glans
+te beschynen. Weldra wierp zy, door eenen enkelen penseeltoets, de
+grysgeele doodverw op haer onmeetbaer panneel.... en de stad Antwerpen
+stond, als eene aengelegde schets, zigtbaer in het schemerlicht."
+
+Als er langer tijd tusschen gebeurtenissen verloopt dan die van een
+dag tot den anderen, zijn het de winter, of de lente, die een nieuw
+evenement inleiden; maar ook de zon komt er dan weer bij, met alle
+vogels en de vruchten, die blozen of beginnen te vallen, en onder
+haar glimlach kleuren. Op zulken morgen doet zij niet enkel haar
+verschijning, maar "verwt de kimme" en wekt alle leven.
+
+Reeds in "Het Wonderjaer" rijst zij oppermachtig.
+
+"(Zij) verhief zich langzaem en heerlyk op den purperen
+gezichteinder. Eene harer stralen viel schuins op het vensterglas van
+Lodewijks kamer;--en deed des jongelings oogen ontsluiten. Onrustig
+rees hy van zyne bedstede, en na zich een' oogenblik voor zynen
+schepper te hebben (gebogen), kleedde hy zich, en gordde zich het
+wapen aen."
+
+Wij spraken over het gevoel van de natuur als een geheel. Zij kan
+worden vereerd om zich zelve. Niet zoozeer om haar vormenschoonheid,
+als om haar symbolische beteekenis, haar inhoud. Omstandigheden
+kunnen zulk gevoel verwekken. Een der hoogtepunten van Consciences
+natuurbeschrijving is, in "Blinde Rosa," de terugkomst van een
+uitwijkeling in zijn land. Hij houdt stil niet ver van zijn dorp, dat
+achter het oude woud is verscholen. "Het was met vele beuken gegaen als
+met de bewooners van het dorp. Jonge boomen hadden de plaets ingenomen
+om eenen nieuwen levenskring te doorloopen. Zy waren dus vreemdelingen
+voor den reiziger en hem gansch onverschillig. Maer der vogelen zang,
+die van alle kanten uit het loover galmde, was nog dezelfde; ook
+het klagend gesuis des winds als hy de spelden der masten beweegt,
+ook het geritsel der krekels, ook de heidelucht met hare liefelyke
+geuren:--de voorwerpen waren veranderd; het eeuwig uitwerksel der
+natuer was hetzelfde gebleven!"
+
+Zulke gewaarwording zoekt Conscience. Hij meent dat ze alles doet
+vergeten, vijandschap en bekommering. Alleen godsdienstig gevoel kan
+zulks bewerken: Natuuraanschouwing wordt eeredienst, die troost.
+
+"Van alles afgescheiden, zich overleveren aan het onvoorziene; tusschen
+dichtbewassen heesterbosschen en donkere wouden ronddwalen, zonder te
+weten waar men is of waar men komen zal; geen spoor der menschelyke
+maatschappij meer ontwaren; alles vergeten, tot de vriendschap zelve,
+om zich der vijandschap ook niet meer te herinneren....; wanneer
+men van geheimvol ontzag beeft en siddert onder den indruk der
+plechtigste stilte,--stilte der groeiende natuur, stilte der lucht,
+stilte des lichts zelve,--dan gaat de ziel, de dichterlijke ziel uit
+den stoffelijken mensch, en zweeft en zwemt en wiegelt op den lauwen
+vloed der rustige droomenzee...."
+
+De vorm waaronder zulk gevoel wel alle menschen eigen is, gehechtheid
+aan den geboortegrond, is gewoonlijk een factor in Consciences
+verhalen. Terugkeerende reizigers worden "door een onbegrijpelijke
+aandoening verrast," en blijven ontroerd de daken beschouwen, die
+achter het veld bij elkaar staan. Een soldaat ontmoet een meisje van
+zijn dorp. Dit komt hem voor oogen staan, zoo klaar dat hij "de zon
+op den toren ziet schijnen;" zijn vader is bezig met de stoppels van
+het veld te rijven en zijn moeder staat erbij, en hij hoort dat ze
+van hem spreken.
+
+Maar de opperste verheerlijking is "Rikke-tikke-tak," waar liefde
+van man tot vrouw en van beiden tot de plek die hen omgaf toen ze
+onwetend van elkander hielden, tot een poëma van onwrikbare eenheid,
+vereeniging van goedheid en geheele overgave, geworden zijn.
+
+Lena, een boerenmeid die ruw behandeld wordt en enkel door den zoon des
+huizes beschermd, bemint hem zonder het te weten om zijn goedheid. Zij
+droomt op de heide, op een hoogen duin, waar ze in schaduw van kleine
+boomen den weg kan volgen, die door de vlakte slingert. Zij neurt
+een vreemde wijze waarvan ze niet weet, waar ze die heeft geleerd.
+
+Zij kent haar ouders niet. Haar vader verliet voòr lang het dorp, toen
+ze nog een klein kind was. Hij was een hoefsmid, verliet het land toen
+zijn vrouw stierf en werd in het Fransche leger officier. Hij zoekt
+haar nu over de heele streek. Hij hoort het liedje dat zij zingt en
+herkent haar. Zij vergezelt hem, gelukkig, naar het buitenland.
+
+De knaap komt op het hooge plekje peinzen. Hij slaat de armen om den
+herdersstaf zoodat hij er kan op leunen. "Uit zyn hart stroomt een
+stil gezang over zyne lippen; tusschen het loof der jeneverboomkens
+suizen de klanken van het lied. Rikke tikke tak, Rikke tikke toe...."
+
+Ver van de heide begint ook Lena te treuren. Eerst nog maar enkel een
+besef, dat de groote heide een leemte nalaat in haar leven. "Van tyd
+tot tyd bewogen zich hare lippen werktuigelyk, en het vergeten lied
+van Rikke-tikke-tak zweefde onhoorbaer rond haren mond."
+
+Onder den beuk en bij de beken, op de duinen, wordt het beeld van den
+verloren vriend duidelijker. Zij kan het zich moeilijk bekennen, omdat
+de liefde geen merkbaren vorm aannam voòr haar vertrek. Zij smeekt haar
+vader, terug naar de Kempen te keeren, voelend hoe dit land haar bindt.
+
+Ontknooping is een toevallig wederzien van Jan, die zijn dorp en later
+het seminarie verliet, en bedelend rondloopt in de stad. Daar hielden
+Lena en haar vader stil. Zij hoorden op een avond zijn lied klagen aan
+het venster. "Rikke tikke tak, rikke tikke toe...." Zij eischt zijn
+bezit op tegenover haar vader die, om hen beiden te redden, toegeeft.
+
+Misschien het mooiste, dat Conscience geschreven heeft, is een bang
+verhaal aan den pastor, die Jan aanraadde in het priesterschap zijn
+liefde te vergeten. Eens bleef hij acht dagen lang in Brussel. Hij
+snelde na deze afwezigheid als een vluchteling naar zijn heide.
+
+"Toen het my toegelaten werd terug te keeren, ging ik nacht en dag
+zonder rusten. Als de eerste mael de reuk der schaddevuren my door den
+wind werd toegevoerd, begon ik van ontroering als een kind te weenen;
+verder, in het midden van het eerste Mastenbosch, wierp ik my geknield
+ten gronde en ik dankte God met luider stemme, dat ik myne geliefde
+speldeboomen mogt wederzien: ik heb geëten van het eerste heidekruid,
+dat ik zag, om den dierbaren plant digter aen het hart te hebben."
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+
+Als we over de fouten heenzien, van taal èn stijl, die nu na een
+halve eeuw van taalontwikkeling zichtbaar worden, veropenbaart zich
+Conscience als een volmaakt verteller. De verteller moet zijn hoorders
+kunnen behagen; daarin is hij prachtig geslaagd en hij wist zeer goed,
+wàt hij vertellen moest en wàt verzwijgen, om zijn publiek te winnen.
+
+Het hoogtepunt van zijn vertelkunst heeft hij bereikt in "De
+grootmoeder--verhalen voor kinderen,"--waar het gevoel nooit
+opgeblazen, de vorm nooit romantisch is. Een strooien hutje, twee
+kleine sprokkelaars in het winterwoud en het wijde heideveld, waardoor
+een ratje loopt dat over zijn bitter leven klaagt, geven den inhoud
+van de verhaaltjes. Grootmoeder vertelt aan de kleinen van Janneken
+en Mieken.
+
+Doch ook in min geslaagde verhalen--in zulke zelfs als voor ons niet
+meer genietbaar zijn--glansen nog mooie beelden.
+
+"Evenals de andere vrouwen droeg zij op haar hoofd een zwaren bussel
+kruiden, welke zij uit het koren had gewied; de vurige kolrooskens
+en blauwe korenbloemen hingen waggelend op haar voorhoofd of daalden
+als kransen der liefde langs haren hals." [7]
+
+Conscience was een droomer, een dichter. Talent en gevoel kunnen
+hem niet worden ontzegd. Hij miste nochtans cultuur en wierp zich,
+in plaats van zich zelf te ontwikkelen, in den veeleischenden strijd
+dien de Vlaamschgezinden hadden begonnen. Maar gebeurde dit niet,
+omdat hij er behoefte aan had, zich ook in dién zin uit te leven,
+omdat hij in onmiddellijke aanraking wou komen met het volk,--en
+omdat hij met reden meende, dat het zóo beter was?
+
+Er kwam later een tijd dat Conscience de buitenlandsche
+letterkunde bestudeeren kon. Maar evenals Dickens was hij bang zijn
+oorspronkelijkheid te verliezen, nu hij niet jong genoeg meer was om
+de mindere eigenschappen van zijn kunde voor andere te verruilen.
+
+Het was hem onmogelijk geweest om uit zijn engere wereld te
+geraken. Evenals de meeste van zijn vrienden was hij in zijn jeugd
+arm. Boeken konden ze niet koopen. Nooit had in Antwerpen een
+Universiteit een kern van beschaving gevormd en nochtans moesten de
+Vlaamschgezinden er aan denken het volk vóor te lichten.
+
+Kritiek kon zijn werk niet louteren. In een brief van 1843 prees
+hij zelf den goeden geest, die zijn vrienden, de Antwerpsche
+Vlaamschgezinden, bezielde: Zij lieten geen Vlaamsch werk verschijnen,
+zonder het te prijzen, indien het maar eenigszins een onderzoek
+kon doorstaan. Nooit keurden zij af "wat voor de tael der vaderen
+werd gedaen." In de jaren van onophoudelijke werkzaamheid in
+maatschappelijken zin heeft hij nochtans zijn beste literair werk
+geleverd. Hij had toen het volle geloof in zijn eigen krachten. Zijn
+romans droegen er toe bij om het volk verstandiger te maken en vatbaar
+voor zijn redeneering, als hij het op hoogere belangen wees. Zijn
+optreden in volksvergaderingen en feesten stichtte een sfeer van
+belangstelling en vereering om hem en maakte de beste propaganda voor
+zijn geschreven werken.
+
+In de kleine woningen van de Kempen, waar sinds zijn heengaan meer
+dennen en lorken staan en minder beuken, en meer weiden groenen waar
+vroeger de heide zich uitstrekte, hangt in de kamer de armelijke prent,
+waarop Baas Gansendonck vóór de knielende sprokkelaarster staat, of
+Trien met moeite den brief aan haar geliefde schrijft. Wel mocht hij,
+in 1881, wanneer bij het verschijnen van zijn honderdste boekdeel
+de Vlamingen uit alle steden en dorpen naar Brussel kwamen om hem te
+huldigen, hun optocht met den triomftocht van een Romeinschen keizer
+vergelijken. Het wonder was gewrocht, dat in elk dorp, in iedere
+werkmanswijk Vlaamsche boeken werden gelezen. De romans van Conscience
+vervulden de menschen met een bijzonder geluk: in vertrouwde woorden,
+op eene bevattelijke wijze den gang van de wereld te hooren verklaren
+en tot eene nog onbekende fierheid te worden opgewekt, om een groot
+verleden dat wêer kon komen,--als het werk, dat hij prachtig begon,
+in latere geslachten voltrokken werd.
+
+
+
+
+
+
+ILLUSTRATIES
+
+  blz.
+Conscience in 1852 5
+Eerste bladzijde van den "Leeuw van Vlaanderen" 31
+Conscience's Bruid 39
+Conscience in 1881 42
+Illustratie uit "De Kerels van Vlaanderen" 59
+Illustratie uit "De Loteling" 71
+Illustratie uit de 1e uitgave van "Rikke-tikke-tak" 92
+Titelplaat uit "De Loteling" [8] 96
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Henri deed graag aan die landelijke vermaken mee. Maar wat voor de
+anderen een eenvoudig tijdverdrijf was, werd voor hem een voorwerp van
+studie. Een half dozijn soorten van hommels waren algemeen bekend,
+verschillend door grootte, vorm, strepen en kleur. Sommige--dat
+wist iedereen--leefden onder de struiken, andere tusschen de hooge
+kruiden, nog andere, vlak bij den grond, in het korte en dichte mos;
+de grootste, wier blinkend zwart lichaam met goud gestreept was en
+van achter sneeuwwit, graafden als echte holbewoners hun nest op drie
+of vier voet onder den grond.
+
+Het denkbeeld dat er, krachtens de theorie der geleidelijke
+ontwikkeling, veel meer verschillende soorten bestaan moesten, liet
+hem geen rust. Maar hoe kon hij die ontdekken en bemachtigen? Het
+middel was gauw gevonden. Hij bezat een zwarten poedel, met krullend
+en overvloedig haar. Men zou hem kunnen africhten op de hommeljacht
+en tochten maken in de bosschen, in de heide, in de polders,
+waar de jonge sportmen vroeger nooit kwamen. De proef gelukte
+uitstekend en tot verwondering van zijn kameraden had onze jonge
+natuurkundige weldra een twintigtal variëteiten bij elkaar, die hij
+onder bloempotten bewaarde. Zal ik er bijvoegen dat hij zich haastte
+er zeer wetenschappelijk en methodisch een monographie over te maken,
+die hij alleen aan zijn intiemen lezen liet?
+
+[2] De liefdesverwikkeling, waarvan de hoofdstukken een rustpunt
+vormen tusschen de krijgs- en bloedtafereelen.
+
+[3] Mijnheer, wanneer in de maand Mei de dagbladen met lof over uw
+historischen roman "In 't Wonderjaer" spraken, dacht ik er in het
+geheel niet aan dat ik er weldra een aangename verpoozing zou in kunnen
+vinden. Ik was uiterst verwonderd toen ik er (op eenige woorden na)
+mijn moedertaal in weervond met al haar zuiverheid, met haar edelen
+eenvoud.... Ja, Mijnheer, ik wil het zonder aarzelen zeggen, U is er in
+geslaagd, volkomen geslaagd, de taal te doen herleven, te doen smaken,
+die ik in de wieg stamelde en die ik met verholen blijdschap terugvind,
+nadat ik, schuldige, haar sinds 22 jaar vergat.
+
+[4] Het portret van Conscience's bruid, op pag. 39 afgedrukt, is niet
+zooals er onder staat van Bertou, maar wordt toegeschreven aan H. Leys.
+
+[5] "Was nur in Paris an Bancroutirern, Escrocs, zweideutigen Weibern
+u. s. w. zu viel war, das trat den grossen Kreuzzug nach Belgien an,
+um sein Kreuz daselbst aufzupflanzen. Nach Verlauf von wenigen Jahren
+sah Belgien mit Schrecken, welchen Gästen es seine Thore geöffnet."
+
+(KURANDA. Belgien seit seiner Revolution. bl. 72).
+
+[6] Ja, dat is wel mijn onwillekeurige manier van werken: de liefde
+voor de taak, die innigheid van gevoel die trilt onder zinnen die
+er gewoon uitzien, die Vlaamsche schilders-natuur die alles wat onze
+pen raakt het uitzicht en de kleur geeft van een schilderij.
+
+[7] De brandende schaapherder.
+
+[8] In het laatste hoofdstuk van "De Loteling" vertelt Conscience
+hoe hij na een onweer in een hoeve moest vluchten. "Na eene korte
+wyl was ik reeds met deze goede menschen gemeenzaem en ik koutte
+met hen als een lang gekende vriend. Des namiddags nuttigde ik met
+hen het voedzame roggenbrood en dronk den koffy der gastvryheid. En
+alzoo ik voor alsdan niets beters te doen had, dan te luisteren op
+de aerdige dingen die de man met éen oog en zyne vrouw my vertelden,
+was het eerst des anderendaegs 's morgens dat ik de hoeve verliet.
+
+"Wat ik U in deze geschiedenis verhaeld heb, lieve lezer, vernam ik
+dien avond op de eenzame hoeve, die eertyds slechts uit twee leemen
+hutten bestond, doch nu eene schoone boerdery met vier koeijen en
+twee peerden geworden is."
+
+In een nota verwijst hij zelf naar de titelplaat.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Hendrik Conscience, by Eugeen de Bock
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HENDRIK CONSCIENCE ***
+
+***** This file should be named 29235-8.txt or 29235-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/9/2/3/29235/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.