diff options
Diffstat (limited to '29359-8.txt')
| -rw-r--r-- | 29359-8.txt | 4986 |
1 files changed, 4986 insertions, 0 deletions
diff --git a/29359-8.txt b/29359-8.txt new file mode 100644 index 0000000..c5253d7 --- /dev/null +++ b/29359-8.txt @@ -0,0 +1,4986 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Koopman van Venetië, by William Shakespeare + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Koopman van Venetië + Drama in vijf bedrijven + +Author: William Shakespeare + +Translator: Edward B. Koster + +Release Date: July 9, 2009 [EBook #29359] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning, Jeroen van Luin and +the Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + + + + + WILLIAM SHAKESPEARE + + DE KOOPMAN + VAN VENETIË + + DRAMA IN VIJF BEDRIJVEN + + VERTALING VAN + DR. EDWARD B. KOSTER + + DERDE DRUK + + [Illustratie] + + WERELDBIBLIOTHEEK + ONDER LEIDING VAN L. SIMONS. + + [Illustratie: BOEKEN ZIJN DE UNIVERSITEIT ONZER DAGEN] + + UITGEGEVEN DOOR: + DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN + GOEDKOOPE LECTUUR - AMSTERDAM + + + ...übersetzen... ist kein freies Dichten ([Grieks: poiein]); das + durften wir nicht, gesetzt wir konnten es. Aber der Geist des + Dichters muss über uns kommen und mit unsern Worten reden. Die + neuen Verse sollen auf ihre Leser dieselbe Wirkung thun, wie die + alten zu ihrer Zeit auf ihr Volk und heute noch auf die, welche + sich die notige Mühe philologischer Arbeit gegeben haben. So hoch + geht die Forderung. Wir wissen wohl, wie wenig wir sie erfullen, + aber auf Erden wird überhaupt das Mögliche nur geleistet, wenn das + Unmögliche gefordert wird, und man muss das Ziel kennen, damit man + den Weg findet. + ULRICH VON WILAMOWITZ-MOELLENDORFF + + +De eerste druk van deze vertaling is verschenen in 1903 bij den uitgever +Johan Pieterse te Rotterdam. + +De tweede, goedkoope, druk, door den Vertaler zorgvuldig herzien, is +verschenen in het midden van 1913. + +Deze derde druk, in abonnement W.B. is verschenen Juli 1916. + + + + +PERSONEN + + + DE DOGE VAN VENETIË. + + DE PRINS VAN MAROKKO, } _Dingend naar een huwelijk + } met Portia._ + DE PRINS VAN ARRAGON, } + + ANTONIO, _de Koopman van Venetië._ + + BASSANIO, _zijn Bloedverwant en Vriend._ + + SOLANIO, } + } + SALARINO, } _Vrienden van Antonio en Bassanio._ + } + GRATIANO, } + + LORENZO, _Verliefd op Jessica._ + + SHYLOCK, _een Jood._ + + TUBAL, _een Jood, zijn Vriend._ + + LANCELOT GOBBO, _Bediende van Shylock, later van Bassanio._ + + DE OUDE GOBBO, _Vader van Lancelot._ + + LEONARDO, _Bediende van Bassanio._ + + BALTHAZAR, } + } _Bedienden van Portia._ + STEPHANO, } + + PORTIA, _Een rijke Erfgename._ + + NERISSA, _haar Kamenier._ + + JESSICA, _Dochter van Shylock._ + + _Senatoren van Venetië, Beambten van het Gerechtshof, een + Cipier, Bedienden en ander Gevolg._ + +Het stuk speelt gedeeltelijk te _Venetië_ en gedeeltelijk op _Belmont_, +PORTIA'S landgoed. + + + + +EERSTE BEDRIJF + +TOONEEL I. + +_Venetië. Een Straat._ + + +ANTONIO, SALARINO _en_ SOLANIO _komen op._ + +ANTONIO: + 'k Weet waarlijk niet waarom 'k zoo somber ben, + Ik vind het lastig, en dat vindt gij óók; + Maar hoe ik 't opdeed, er aan kwam, of 't kreeg, + Waarvan 't gemaakt is, waaruit het ontstond, + Dat weet ik niet; + En tot zóó'n domoor maakt dat somb're mij, + Dat met den besten wil 'k mijzelf niet ken. + +SALARINO: + Uw zinnen zwalken op den oceaan, + Waar uw galjoenen met hun statig zeil, + Signors en rijke burgers van den vloed, + Of, als het ware, pronksieraân der zee, + Zien boven 't hoofd der kleine schepen uit, + Die voor hen buigen, en hun hulde doen, + Voorbij hen vliegend op geweven wiek. + +SOLANIO: + Had ik zoo'n risico op zee, Mijnheer, + Voorwaar het grootste deel van mijn gemoed + Zou bij mijn verre hoop zijn. 'k Plukte steeds + Grasjes om 't waaien van den wind te zien, + Op kaarten tuurde ik om te weten waar + Er havens, kaden, reeden konden zijn, + En ieder voorwerp dat mij vreezen deed + Voor wat op zee ik waagde, 't zou gewis + Mij somber maken. + +SALARINO: + Als 'k mijn soep koud blies, + Dan gaf mijn adem mij de koorts, wen 'k dacht + Welk kwaad te harde wind op zee kon doen. + Ik zag het zand niet door het uurglas gaan, + Of 'k dacht aan banken en aan ondiepten, + En 'k zag mijn rijke "Andries," met dek in 't zand, + De mastpunt lager buigend dan het boord, + Haar grafplaats kussen. Ging ik naar de kerk, + En zag ik 't heilige gebouw van steen, + Dacht 'k aanstonds niet aan rotsen vol gevaar, + Die slechts de zijde rakend van het schip, + Zijn specerij zou strooien op den stroom, + Het brullend nat bekleeden met mijn zij, + En, in één woord, zooeven zóó veel waard, + Nu niets meer waard? Komt de gedachte in me op + Hieraan te denken, denk ik dan ook niet + Dat zulk een ramp mij somber maken zou? + Zeg mij maar niets; 'k weet het, Antonio + Is somber, denkend aan zijn handelswaar. + +ANTONIO: + Neen, zeker niet. 'k Dank mijn geluk er voor + Dat mijn fortuin niet op één bodem rust, + Noch op één plaats; noch hangt mijn gansch bezit + Van 't slagen af in 't tegenwoordig jaar; + Mijn handelswaar maakt mij dus niet bedrukt. + +SALARINO: + Welnu, dan zijt ge vast verliefd. + +ANTONIO: + Foei, foei! + +SALARINO: + Oók niet? Komaan, dàn zult ge somber zijn, + Wijl gij niet vroolijk zijt; 't ging even goed + Te lachen en te dansen en te zeggen + "'k Ben vroolijk," omdat gij niet somber zijt. + Bij den tweehoofd'gen Janus,[1] de natuur + Heeft vreemde kwanten nu en dan gevormd: + De een tuurt voortdurend door zijn wimpers heen, + Lacht, als een papegaai, bij 'n doedelzak, + En de ander heeft zoo'n zuur azijngezicht, + Dat hij zijn tanden nooit ten glimlach toont, + Schoon Nestor[2] zwoere op de aardigheid der grap. + +BASSANIO, LORENZO _en_ GRATIANO _komen op._ + +OLANIO: + Daar komt Bassanio, uw eed'le neef, + Gratiano, en Lorenzo. Vaart gij wel: + Veel beter is 't gezelschap dat u zoekt. + +SALARINO: + 'k Wou blijven tot ik u wat blijder zag, + Maar waard'ger vrienden zijn mij vóór geweest. + +ANTONIO: + Uw waarde wordt zeer hoog door mij geschat, + 'k Vermoed, uw eigen zaken roepen u, + Gij neemt de kans dus waar on heen te gaan. + +SALARINO: + Ik groet u, waarde Heeren. + +BASSANIO: + Wel Signors, wanneer lachen wij weer eens? + Gij wordt ons bijster vreemd; moet dat zoo zijn? + +SALARINO: + Gij moogt beschikken over onzen tijd. + +SALARINO _en_ SOLANIO _af._ + +LORENZO: + Mijnheer Bassanio, nu ge Antonio vondt, + Verlaten wij u, maar onthoud toch goed + Waar wij bij 't maal elkaâr weer zullen zien. + +BASSANIO: + 'k Zal stellig bij u zijn. + +GRATIANO: + Gij ziet er niet goed uit, Antonio, + Gij zijt te veel bezorgd om 's werelds goed: + Wie 't met veel zorgen koopt, verliest het weer, + 'k Verbaas me, zooals gij veranderd zijt. + +ANTONIO: + 'k Beschouw de wereld slechts zooals zij is; + Als een tooneel, waar elk zijn rol op speelt, + De mijne is droef. + +GRATIANO: + Geef mij dan die van nar. + Laat de oude rimpels komen met gelach + En scherts, en gloei' mijn lever eer van wijn, + Dan dat mijn hart door kommerlijk gekreun + Bekoele. Waarom zou een man, wiens bloed + Warm in hem is, daar zitten als zijn grootvaêr + Gehouwen in albast?[3] en als hij waakt + Gaan slapen? of de geelzucht op zijn lijf + Door kniezen halen? Hoor nu eens, Antonio,-- + Ik ben uw vriend, en vriendschap leidt mijn taal;-- + Daar is een soort van menschen, wier gelaat + Gelijk een stille vijver is bedekt, + En die halsstarrig zwijgen, met het doel + Om zich een dunk te geven van te zijn + Vol wijsheid, ernst en diepe peinzerij; + Alsof zij zeggen: "'k Ben Mijnheer Orakel, + Geen hond mag blaffen, als ik spreken ga." + O, mijn Antonio, ik ken ze wel, + Die slechts voor wijs gehouden worden, wijl + Zij nooit iets zeggen, en wier taal gewis + De ooren bijna verdoemen zou, die 't hoorend, + Tot hunne broeders zeggen zouden: "Dwaas!"[4] + 'k Vertel u op een and'ren tijd nog meer: + Maar visch niet met dit aas, melancholie, + Naar dezen mallen spiering, dezen dunk,[5]-- + Kom nu Lorenzo.--Vaar intusschen wel; + Na 't eten krijgt ge 't slot van mijn vermaan. + +LORENZO: + Nu, wij verlaten u tot etenstijd. + 'k Moet een van die stom-wijze menschen zijn, + Want Gratiano laat mij nooit aan 't woord. + +GRATIANO: + Nu, ga nog slechts twee jaren met mij om, + Dan kent ge uw eigen stemgeluid niet meer. + +ANTONIO: + Vaarwel: 'k word ook een prater als 'k u hoor. + +GRATIANO: + Mijn dank: op zwijgen wordt dan ook alleen gehoopt + Bij ossetong en 't meisje dat zich niet verkoopt. + +GRATIANO _en_ LORENZO _af._ + +ANTONIO: + Heeft dat nu iets te beteekenen? + +BASSANIO: + Gratiano spreekt een ontzaglijke hoop _niets_, meer dan iemand in + heel Venetië. Zijn verstandige woorden zijn als twee korrels tarwe + verborgen in twee schepels kaf; ge moet den ganschen dag zoeken eer + ge ze vindt; en als ge ze hebt, zijn ze 't zoeken niet waard + geweest. + +ANTONIO: + Kom; zeg me nu, wie is die jonkvrouw toch, + Naar wie ge stil een bedevaart woudt doen, + Van wie ge mij vandaag vertellen zoudt? + +BASSANIO: + 't Is u niet onbekend, Antonio, + Hoezeer ik mijn vermogen heb verkleind, + Door 't ietwat houden van een hoog'ren staat + Dan 'k door mijn beetje geld kon blijven doen. + Nu klaag ik niet dat ik mij maat'gen moet + In zulk een weelde; maar mijn grootste zorg + Is hoe ik eervol afkom van de schuld + Waarin mijn al te ruime levenswijs + Mij heeft verstrikt. Ik heb het meest aan u, + Antonio, in geld en vriendschap schuld; + Uw vriendschap is me er ook een waarborg voor, + Dat 'k al mijn plannen u ontboez'men kan + Hoe van mijn groote schulden mij te ontdoen. + +ANTONIO: + Bassanio, ik bid u, zeg het mij; + En valt het licht der eer er op, zooals + Op U nog, wees verzekerd dat mijn beurs + En mijn persoon en al wat ik vermag + Voor uwe goede zaak beschikbaar zijn. + +BASSANIO: + Wanneer 'k als knaap een pijl verloren had, + Schoot ik een and'ren van dezelfde kracht + Denzelfden kant, en nam hem scherper waar, + En door de twee te wagen, vond ik vaak + Hen beî, niet één slechts. 'k Noem die jongensproef, + Omdat wat volgt oprecht en zuiver is. + 'k Ben u veel schuldig; wat ik schuldig ben + Is weg zooals 't een heethoofd gaat; maar als + Ge een tweeden pijl wilt schieten naar den kant + Waarheen ge d'eersten schoot, ik twijfel niet, + Of 'k vind--daar 'k op het doel zal letten--beî; + Maar anders breng 'k uw laatsten inzet weer, + En blijf voor d'eerste' uw dankb're schuldenaar. + +ANTONIO: + Gij kent mij goed, en gij verkwist slechts tijd, + Als ge om mijn vriedschap met veel omhaal draait; + Ge doet mij nu gewis meer onrecht aan + Doordat ge twijfelt aan mijn beste hulp, + Dan als gij al mijn goed hadt opgemaakt. + Zeg mij daarom gerust wat ik moet doen, + Wat, voor zoover gij weet, 'k zou _kunnen_ doen, + En 'k ben er toe bereid; spreek dus vrijuit. + +BASSANIO: + Op Belmont woont een jonkvrouw, ze is alleen, + En zij is schoon, en, wat nog schooner klinkt, + Van wonderbare deugden. Eertijds gaf + Haar oog mij teek'nen, lief en sprakeloos. + Haar naam is Portia, niets minder waard + Dan Cato's dochter, Brutus' Portia. + De wijde wereld kent haar waarde wel, + De winden blazen toch van elke kust + Doorluchte minnaars; en haar zonnig haar + Hangt om haar slapen als een gouden vlies, + Wat huize Belmont maakt tot Kolchos' strand, + En vele Jasons zoeken haar tot vrouw.[6] + O mijn Antonio! had ik midd'len slechts + Om mij met hen te meten in waardij!-- + Daar ik een voorgevoel heb van geluk, + En dat ik zeker voorspoed hebben zou. + +ANTONIO: + Gij weet, mijn gansch vermogen is op zee; + Ik heb geen geld, en geen gelegenheid + Om thans een som te heffen: ga dus heen; + Zie in de stad[7] wat mijn krediet vermag: + Gij moogt het rekken tot de verste grens, + Als het u brengt naar Belmonts Portia. + Ga, onderzoek terstond--ik doe dat ook-- + Waar geld is, en het komt--ik twijfel niet-- + Om mijnentwil of ook om mijn krediet. (_Beiden af._) + + + + +TOONEEL II. + +_Belmont. Een vertrek in_ PORTIA'S _Huis._ + + +PORTIA _en_ NERISSA _komen op._ + +PORTIA: + Heusch, Nerissa, mijn klein persoontje is deze groote wereld moe. + +NERISSA: + Dat zoudt u zijn, lieve mevrouw, als uw ellenden even overvloedig + waren als uw goed geluk; en toch, voor zoover ik zien kan, zijn zij + die zich met te veel volproppen even ziek als zij die van niets + hongerlijden: daarom is het geen gering geluk den middenweg te + bewandelen; overmaat komt spoediger aan witte haren, maar genoeg + hebben leeft langer. + +PORTIA: + Mooie stelregels, en goed gezegd ook. + +NERISSA: + Ze zouden beter zijn, als ze goed werden opgevolgd. + +PORTIA: + Als het doen even gemakkelijk was als te weten wat goed is om te + doen, dan moesten kapellen nu kerken zijn, en armelui's hutjes + koningspaleizen. _Hij_ is een goed preeker die zijn eigen + voorschriften nakomt: ik kan gemakkelijker twintig leeren wat goed + is om te doen dan één van de twintig zijn om mijn eigen lessen na + te komen. De hersenen kunnen wel wetten uitdenken voor het bloed; + maar een vurige natuur springt over een koel gebod: zóó'n haas is + de jongeling heethoofdigheid, dat hij hipt over het mazennet van + goeden raad, den kreupele. Maar dit redeneeren is nu niet precies + de weg om een man te kiezen:--O wee, dat woord _kiezen_! Ik mag + niet kiezen wien ik wil en evenmin weigeren wien ik niet kan + uitstaan; zoo wordt de wil van een levende dochter bedwongen door + de wilsbeschikking van een dooden vader.--Is het niet hard, + Nerissa, dat ik er niet één kan kiezen en evenmin geen kan afslaan? + +NERISSA: + Uw vader is altijd een braaf man geweest; en vrome menschen hebben + bij hun dood goede ingevingen; daarom zal in de loterij die hij met + die drie kistjes van goud, zilver en lood bedacht heeft, (en hij + die daaruit naar _zijn_ zin kiest, kiest u,) zonder twijfel door + niemand goed gekozen worden dan door hem die u goed liefheeft. Maar + welke warmte voelt uw gemoed jegens den een of ander van de + vorstelijke pretendenten die reeds gekomen zijn? + +PORTIA: + Noem ze asjeblieft nog eens op; en naar je ze opnoemt zal ik ze + beschrijven; en volgens mijn beschrijving laten raden naar de + stemming van mijn gemoed. + +NERISSA: + Vooreerst dan hebben wij den Napolitaanschen prins. + +PORTIA: + Nu, dat is een echt veulen, 'n echt jong spring-in't-veldje, want + hij doet niets dan over zijn paard praten; en hij beschouwt het als + een grooten bijslag voor zijn bizondere talenten dat hij het zelf + kan beslaan: ik ben erg bang dat zijn moeder het met een smid heeft + gehouden. + +NERISSA: + Dan hebben we den Paltsgraaf. + +PORTIA: + Hij doet niets dan boos kijken, alsof hij zeggen wou: "Als je mij + niet wilt hebben, kies dan maar een ander;" hij hoort vroolijke + verhalen aan, en glimlacht niet eens,--ik vrees dat hij de weenende + wijsgeer zal worden als hij oud wordt, nu hij in zijn jeugd al zoo + onbehoorlijk somber is. Ik zou liever trouwen met een doodshoofd + met een bot in zijn mond dan met een van die twee. God beware me + voor die twee! + +NERISSA: + Maar wat zegt u van den Franschen heer, Monsieur le Bon? + +PORTIA: + God heeft hem geschapen, en laat hem daarom voor een man doorgaan. + Heusch, ik weet wel dat het zondig is te spotten.[8] Maar _hij_ dan + ook! Wel, hij heeft een paard dat beter is dan dat van den + Napolitaan, nog mooiere onhebbelijkheid on boos te kijken dan de + Paltsgraaf: hij is iedereen in niemand; als een lijster aan 't + fluiten slaat, begint hij dadelijk rond te springen; hij schermt + met zijn eigen schaduw: als ik hem trouwde zou ik twintig mannen + trouwen: als hij mij verachtte zou ik 't hem vergeven; want als hij + dol verliefd op me was, zou ik het hem nooit vergelden. + +NERISSA: + Weet u misschien iets te zeggen tegen Faulconbridge, den jongen + Engelschen baron? + +PORTIA: + Ik weet niets tegen hem te zeggen, want hij verstaat me niet, + evenmin als ik hem; hij kent geen Latijn, geen Fransch en geen + Italiaansch, en je kunt er gerust voor het gerecht op zweren, dat + ik maar een armzalig beetje van het Engelsch afweet. Hij is anders + een knap stel van een man; maar helaas! wie kan omgaan met een + figurant? En wat is hij vreemd gekleed! Ik geloof dat hij zijn + wambuis in Italië, zijn pofbroek in Frankrijk, zijn muts in + Duitschland, en zijn manieren overal gekocht heeft. + +NERISSA: + Wat denkt u van zijn naasten buurman, den Schotschen lord? + +PORTIA: + Dat hij liefde tot zijn naaste bezit; want hij leende een oorvijg + van den Engelschman, en zwoer dat hij hem terug zou betalen, als + hij kon: ik geloof dat de Franschman hem borg bleef, en er zijn + zegel onder zette[9] dat hij er een bij zou doen. + +NERISSA: + Hoe vindt u den jongen Duitscher, den neef van den hertog van + Saksen? + +PORTIA: + Zeer verachtelijk in den morgen, als hij nuchter is; en + allerverachtelijkst in den middag, als hij dronken is; als hij zich + op zijn best vertoont, dan is hij een beetje minder dan een mensch; + en als hij op zijn slechtst is, dan is hij weinig beter dan een + beest. Mocht het ergste gebeuren wat ooit gebeuren _kon_, dan hoop + ik dat het me zal gelukken het zonder hem te stellen. + +NERISSA: + Als hij besloot te kiezen, en hij koos het goede kistje, dan zoudt + u weigeren uw vaders wensch te vervullen, als u weigerde hem aan te + nemen. + +PORTIA: + Zet daarom, wat ik je bidden mag, uit vrees voor het ergste, een vol + glas Rijnwijn op het verkeerde kistje, want al is de duivel er + binnen in, maar die verleiding er boven op, dan weet ik dat hij ze + kiezen zal. Ik zal liever ik weet niet wàt doen, Nerissa, dan met + een spons trouwen. + +NERISSA: + U behoeft niet bang te zijn, Mevrouw, dat u een van deze heeren tot + man zult krijgen: zij hebben mij hun besluit meegedeeld, namelijk om + naar huis terug te keeren, en u niet met verdere aanzoeken lastig te + vallen, of ge moest u op een andere manier laten winnen dan door uw + vaders bepaling betreffende de kistjes. + +PORTIA: + Al word ik zoo oud als de Sibylle[10], toch zal ik zoo maagdelijk + als Diana sterven, als ik niet verkregen word op de manier die door + het testament van mijn vader is aangewezen. Ik ben blij dat dit + partijtje aanzoekers zoo redelijk is; want er is er niet één onder + hen of ik snak naar niets zóózeer als naar zijn afwezigheid, en ik + bid God dat hij hun een goede reis geeft. + +NERISSA: + Herinnert ge u niet, Mevrouw, uit uw vaders tijd een Venetiaan, een + geletterde en officier, die hier kwam in gezelschap van den Markies + van Montferrat? + +PORTIA: + Ja, ja; het was Bassanio; ten minste ik geloof dat hij zoo heette. + +NERISSA: + Zeker, Mevrouw, en van alle mannen die mijn dwaze oogen ooit + aanschouwden, verdiende _hij_ het meest een mooie jonkvrouw. + +PORTIA: + Ik herinner mij hem best, en ook dat hij uw lof verdiende.-- + +_Een_ BEDIENDE _komt op._ + + Wat nu? Is er wat nieuws? + +BEDIENDE: + De vier[11] vreemdelingen vragen naar u, Mevrouw, om afscheid van u + te nemen; en er is een koerier gekomen van een vijfden, den Prins + van Marokko, die bericht dat zijn meester, de Prins, van avond hier + zal zijn. + +PORTIA: + Als ik den vijfden even hartelijk welkom kon heeten als ik de + andere vier vaarwel kan zeggen, dan zou ik mij verheugen over zijn + aankomst: als hij het innerlijk heeft van een heilige en het + uiterlijk van een duivel, dan had ik hem liever tot bid- dan tot + bedgenoot.--Kom, Nerissa.--Vrindschap, ga voor.--Terwijl we de + poort achter den eenen minnaar sluiten, klopt de andere op de deur. + (_Allen af._) + + + + +TOONEEL III. + +_Venetië. Een Marktplein._ + + +BASSANIO _en_ SHYLOCK _komen op._ + +SHYLOCK: + Drie duizend dukaten,[12]--juist. + +BASSANIO: + Ja, Mijnheer, voor drie maanden. + +SHYLOCK: + Voor drie maanden,--juist. + +BASSANIO: + Waarvoor, zooals ik zei, Antonio borg zal blijven. + +SHYLOCK: + Antonio borg zal blijven,--juist. + +BASSANIO: + Kunt ge mij helpen? Wilt ge mij 't genoegen doen? + Mag ik uw antwoord weten? + +SHYLOCK: + Drie duizend dukaten voor drie maanden, en Antonio borg. + +BASSANIO: + Uw antwoord hierop. + +SHYLOCK: + Antonio is goed. + +BASSANIO: + Hebt ge hem ooit van het tegendeel hooren beschuldigen? + +SHYLOCK: + Heiwat! neen, neen, neen, neen;--mijn bedoeling met te zeggen dat + hij goed is, is dat ge 't zóó moet opvatten, dat hij er goed voor + is; maar toch is zijn fortuin vrij denkbeeldig. Hij heeft een + galjoen bestemd voor Tripoli, en nog een voor Indië, verder heb ik + op den Rialto[13] gehoord, dat hij een derde in Mexico heeft, een + vierde op weg naar Engeland, terwijl hij nog andere handelsgoederen + hier en daar verspreid heeft. Maar schepen zijn niets dan planken + en zeelui niets dan menschen: er zijn landratten en waterratten, + roovers zoowel te water als te land, ik bedoel zeeroovers; en dan + is er het gevaar van water, wind en rotsen. Maar toch is de man er + goed voor;--drie duizend dukaten;--ik geloof dat ik zijn borgtocht + wel kan aannemen. + +BASSANIO: + Wees er zeker van dat ge 't kunt. + +SHYLOCK: + Ik _wil_ er zeker van zijn dat ik het kan; en opdat ik er zeker van + _kan_ zijn, zal ik er eens over denken. Zou ik Antonio kunnen + spreken? + +BASSANIO: + Ja, als ge met ons gelieft te eten? + +SHYLOCK: + Wel zeker, om varkensvleesch te ruiken! om te eten van de woning + waarin uw profeet, de Nazarener, den duivel bande![14] Ik wil met + u koopen, met u verkoopen, met u spreken, met u wandelen, en zoo + voorts; maar ik wil niet met u eten, niet met u drinken, en evenmin + met u bidden.--Wat voor nieuws is er op den Rialto?--Wie is dat die + daar aankomt? + +ANTONIO _komt op._ + +BASSANIO: + Dat is signor Antonio. + +SHYLOCK (_ter zijde_): + Hoe lijkt hij op een slaafschen tollenaar! + Ik haat hem, omdat hij een Christen is; + Maar meer, omdat in lagen eenvoud hij + Geld gratis uitleent, en den rentestand + Hier bij ons in Venetië dalen doet. + Als ik hem eens het beentje lichten kan, + Dan mest ik zoo mijn oude veete vet. + Hij haat ons heilig volk; en hij geeft af, + Juist daar waar 't meest de hand'laars samenzijn, + Op mij, mijn zaak en wel-verdiende winst, + Haar woeker noemend. Zij mijn stam vervloekt, + Als 'k hem vergeef! + +BASSANIO: + Zeg, Shylock, luistert gij? + +SHYLOCK: + Ik schat wat ik op 't oogenblik bezit, + En naar 't geheugen vrij nauwkeurig gis, + Breng ik zoo dadelijk de volle som + Van drie duizend dukaten niet bijeen + Wat zou 't? Tubal, een rijke van mijn stam, + Zal mij wel helpen. Stil! Voor hoeveel maand + Verlangt gij 't?--(_tot_ ANTONIO) Vrede zij met u, Mijnheer; + Wij spraken nog daareven over u. + +ANTONIO: + Shylock, schoon 'k nooit te leen geef of ontvang, + Om meer terug te krijgen of te geven, + Toch breek ik die gewoonte voor den nood, + Die dringt, van eenen vriend.--(_tot_ BASSANIO) Weet hij nu al + Hoeveel gij wenscht? + +SHYLOCK: + Ja, drie duizend dukaten. + +ANTONIO: + En voor drie maand. + +SHYLOCK: + 'k Vergat het nog;--drie maand; dat zeidet gij. + Goed, uw kontrakt;--laat zien.--Maar luister eens; + Me dunkt, gij zeidet dat ge op int'rest nooit + Aan of van iemand leendet. + +ANTONIO: + 'k Doe het nooit. + +SHYLOCK: + Toen Jakob Labans schapen grazen liet,-- + Hij was na onzen heil'gen Abraham + (Zoo kreeg zijn moeder 't slim voor hem gedaan) + De derde der bezitters; ja de derde,--[15] + +ANTONIO: + Wat moet dat nu? Nam hij ook interest? + +SHYLOCK: + Hij nam die niet in letterlijken zin, + Neen niet rechtstreeks: let op wat Jakob deed. + Toen Laban met hem afgesproken had, + Dat al de lammeren gestreept en bont + Als loon aan Jakob zouden komen, zocht + Het bronstige ooienvolkje in laten herfst + De rammen op; en toen het telingswerk + Door deze woll'ge fokkers werd verricht, + Schilde de list'ge scheper twijgen af, + En bij 't vervullen van de paringsdaad, + Stak hij hen voor de tochtige ooien op, + Die, toen ontvangend, in den lammertijd + Gevlekte lamm'ren wierpen, Jakobs deel.[16] + Hij werd gezegend op zijn weg tot winst, + En winst is zegen, als men haar niet steelt. + +ANTONIO: + Zoo diende Jakob voor een kans van 't lot; + Niet hij had dezen uitslag in zijn macht, + Maar 't werd beschikt, bestuurd door 's Hemels hand. + Prijst deze plaats der Schrift den woeker aan? + Of is uw goud en zilver ooi en ram? + +SHYLOCK: + 'k Weet niet: maar 't fokt bij me even spoedig aan. + Maar luister, Signor. + +ANTONIO: + Merkt ge 't wel, Bassanio, + De duivel haalt de Schrift aan voor zijn doel.[17] + Een booze ziel, bij 't heilige getuigend, + Gelijkt een schurk, den glimlach op 't gelaat, + Een mooien appel met ontstoken hart. + Wat zet de valschheid toch een mooi gelaat! + +SHYLOCK: + Drie duizend--en dukaten!--'t is een som! + Drie maanden van de twaalf; hoeveel percent? + +ANTONIO: + Nu, Shylock, mogen wij u dankbaar zijn? + +SHYLOCK: + Signor Antonio, menig menig maal + Hebt gij op den Rialto mij beschimpt + Om 't woek'ren dat ik met mijn gelden deed: + Steeds droeg 'k het lijdzaam, trok mijn schouders op, + Want lijden is het kenmerk van ons ras: + Gij noemt mij "ongeloov'ge," "moord'naarshond," + En spuwt op mijnen Joodschen tabbaard mij, + En dat, wijl ik mijn eigen goed gebruik. + Nu blijkt het dan dat gij mijn hulp behoeft, + Vooruit maar; gij komt bij mij, en gij zegt, + "Shylock, wij willen geld," en dat zegt gij, + Gij die uw speeksel spuwdet op mijn baard, + Mij traptet, als ge een vreemden hond verschopt + Van uwen drempel: nu vraagt gij om geld. + Wat moet ik u nu zeggen? Moet 't niet zijn: + "Heeft een hond duiten? Is het moog'lijk dat + Zoo'n mormel drie duizend dukaten leent?" + Of zal 'k diep buigend, op een slaventoon + Met ingehouden adem need'rig fluist'rend, + Zóó spreken: + "Mijnheer, verleden Woensdag spoogt ge op mij; + Gij traptet me op een and'ren dag; dan weer + Heette ik een hond; en voor die hof'lijkheid + Leen ik u zooveel geld?" + +ANTONIO: + 't Is mogelijk dat ik u weer zoo noem, + En weder op u spuw en u vertrap. + Zoo gij dit geld wilt leenen, leen dan niet + Als aan uw vriend; wanneer nam vriendschap toch + Winst van onvruchtbaar zilver van een vriend?[18] + Maar leen het liever aan uw vijand uit; + Want doet hij zijn belofte niet gestand, + Dan kunt ge met te meer vrijmoedigheid + De boete vergen. + +SHYLOCK: + Kijk nu hoe ge raast: + Ik wensch uw vriendschap en genegenheid, + Den smaad vergetend waar 'k meê werd besmet, + Ik wil u helpen in uw nood, geen duit + Als int'rest nemen, en ge luistert niet. + Dit is een vriend'lijk aanbod. + +ANTONIO: + Ja, dat is 't. + +SHYLOCK: + Welnu, 'k bewijs u deze vriend'lijkheid. + Ga meê naar een notaris, zegel daar + Uw overeenkomst zonder meer,[19] en als + Gij niet op een bepaalden dag en plaats + De som of sommen in 't kontrakt genoemd + Terugbetaalt, moet gij voor de aardigheid + Een pond, daarmêe gelijkstaand, van uw vleesch + Mij netjes laten snijden uit dàt deel + Van uw mooi lichaam waar het mij behaagt. + +ANTONIO: + Dat neem ik aan: ik zegel zoo'n kontrakt; + 'k Moet zeggen dat de Jood zeer vriend'lijk is. + +BASSANIO: + Dat moogt gij niet on mijnentwille doen: + Veel liever blijf 'k in ongelegenheid. + +ANTONIO: + Kom, vrees niet, man; 'k verbeur de boete niet: + Binnen twee maanden, dat 's een maand aleer + 't Kontrakt verloopt, verwacht ik driemaal meer + Terug dan heel de waarde van 't kontrakt. + +SHYLOCK: + O, vader Abram! Zie die Christ'nen toch, + Wier eigen hardheid and'rer denkwijs hen + Wantrouwen leert! Ik bid u, zeg mij dit; + Kwam hij 't kontrakt niet na, wat won 'k dan nog + Door 't eischen van wat door hem werd verbeurd? + Een pond van 't vleesch gesneden uit een mensch + Heeft minder waarde, wordt ook min geschat + Dan schapen-, rund-, of geitenvleesch. 'k Herzeg, + Door deze groote vriendschap koop 'k zijn gunst; + Wil hij haar hebben, goed; zoo niet, vaarwel; + En krenkt mij niet voor al mijn vriend'lijkheid. + +ANTONIO: + Ja, Shylock, ik bezegel dit kontrakt. + +SHYLOCK: + Vind mij dan snel bij den notaris weêr. + Maak hem bekend met 't grappige kontrakt. + Ik steek onmiddellijk het geld bij mij, + Neem thuis een kijkje, waar een spilziek mensch + Het toezicht houdt (en dat maakt mij bezorgd,) + En ik zal aanstonds komen. (_Af._) + +ANTONIO: + Haast u wat, + Beminnelijke Jood.--Hij zal bepaald + Een Christen worden, want hij wordt zoo lief. + +BASSANIO: + De liefde staat mij tegen in een dief. + +ANTONIO: + Kom, wees niet bang; een maand vóór den termijn, + Zal heel mijn vloot weer in de haven zijn. (BEIDEN _af._) + + + + +TWEEDE BEDRIJF + +TOONEEL I. + +_Belmont. Een Vertrek in_ PORTIA'S _Huis._ + + +_Hoorngeschal. De_ PRINS VAN MAROCCO _komt op met zijn_ GEVOLG: PORTIA, +NERISSA _en_ BEDIENDEN. + +MAROCCO: + Wees niet van mij afkeerig om mijn kleur, + De schaduw'ge livrei der vonkelzon; + 'k Ben haar gebuur, geboren bij haar licht. + Breng mij den blanksten uit de Noorderstreek, + Waar Phoebus' vuur de pegels nauw ontdooit, + En laat ons de aad'ren oop'nen voor uw min, + En zien wiens bloed het roodst is, 't zijn of 't mijn. + Ik zeg u, jonkvrouw, dit mijn uiterlijk + Heeft dapperen onthutst: 'k zweer, bij mijn min, + De meest gezochte maagden van mijn land + Beminden 't ook. Ik maak die tint niet weg, + Dan om uw hart te stelen, mijn vorstin. + +PORTIA: + 'k Word bij de keuze niet alleen geleid + Door 't keurig[20] schatten van een meisjesoog: + En bovendien belet de loterij + Om mijn bestemming, 't recht van vrije keus: + Maar als mijn vader mij niet had beperkt, + En door zijn wil verplicht dat ik mij gaf + Aan hem die me op gezegde wijze wint, + Uw kans, befaamde Prins, stond even mooi + Als die van een'gen minnaar dien ik zag, + Op mijne liefde. + +MAROCCO: + Daarvoor dank ik u; + Breng mij, ik bid u, naar de kistjes dus, + 'k Wil mijn geluk beproeven. Bij dit zwaard,-- + 't Versloeg den Sophi[21] en een Perzisch prins, + Die driemaal Sultan Soliman verwon,-- + Ik stilde 't staren van het grimmigst oog, + Trotseerde 't onverschrokkenst hart op aard, + 'k Ontrukte 't zuigend jong aan de berin, + Ja, 'k tergde zelfs den leeuw die brult om prooi, + Om u te winnen, jonkvrouw. Maar, helaas! + Als Hercules en Lichas[22] er om dobb'len + Wie 't dapperst is, dan kan de hoogste worp + Bij toeval komen uit de zwakste hand: + Zoo doet Alcides[23] onder voor zijn knecht; + Zoo kan ook ik, door 't blind geluk geleid, + Dat missen wat een mind're winnen kan, + En sterven van verdriet. + +PORTIA: + Beproef uw kans; + En doe òf heel geen poging tot een keus, + Of zweer voordat ge kiest, dat, slaagt ge niet, + Gij later nooit tot één'ge jonkvrouw spreekt + Inzake een huw'lijk: overleg dus goed. + +MAROCCO: + Dat zal 'k ook niet; kom breng mij naar mijn kans. + +PORTIA: + Eerst naar den tempel;[24] na het middagmaal + Beproeft ge uw kans. + +MAROCCO: + Dan sta 't geluk mij bij, + Waardoor 'k gezegend, of rampzalig zij! + +(_Hoorngeschal. Allen af._) + + + + +TOONEEL II. + +_Venetië. Een Straat._ + + +LANCELOT GOBBO _komt op._ + +LANCELOT: + Natuurlijk zal mijn geweten 't goed vinden dat ik van dien Jood, + mijn meester, wegloop. De booze staat naast me, en brengt me in de + verzoeking, en zeit tegen me: "Gobbo, Lancelot Gobbo, beste + Lancelot, of beste Gobbo, of beste Lancelot Gobbo, neem je beenen + op, ga d'r van door, loop weg." Mijn geweten zegt: "Nee; pas op, + brave Lancelot; pas op, brave Gobbo;" of, zooals ik daarnet zei: + "brave Lancelot Gobbo; loop niet weg: schop weg van je dat idee van + wegloopen." Maar kijk, die allerdapperste booze gelast me mijn + biezen te pakken. "Via!"[25] zeit de booze; "Weg!" zeit de booze, + "in 's Hemels naam, neem een flink besluit," zeit de booze; "en + loop weg." Maar jawel, mijn geweten, hangend om den nek van mijn + hart, zegt heel verstandig tegen me: "Mijn brave vriend Lancelot, + als zoon van een braven vader,"--of liever van een brave + moeder;--want welbeschouwd was er een luchtje aan mijn vader,--d'r + was iets met hem aan den knikker,--hij was niet zuiver op de graat: + nu, mijn geweten zegt: "Lancelot, ga niet op de loop," "ga op de + loop" zegt de booze: "ga niet op de loop," zegt mijn geweten weer. + "Geweten," zeg ik, "je geeft me een goeden raad;" "booze," zeg ik, + "je geeft me ook een goeden raad." Als ik me door mijn geweten laat + leiden, moet ik bij mijn meester den Jood, die (God vergeef 't me) + een soort van duivel is, blijven; en om van den Jood weg te loopen, + moet ik mij laten leiden door den booze, die, met zijn welnemen, de + duivel in eigen persoon is. Waarachtig, de Jood is de vleeschgeworden + duivel, en op mijn geweten, mijn geweten is een hardvochtig stuk + geweten om mij te durven aanraden bij den Jood te blijven. De duivel + geeft den vriendelijksten raad: ik zal drossen, duivel, mijn hielen + zijn tot uw orders, drossen zal ik. + +_De oude_ GOBBO _komt op met een mand aan den arm._ + +GOBBO: + O, zeg eens, Meneertjelief; kun je me asjeblieft den weg wijzen + naar Meneer den Jood. + +LANCELOT (_Ter zijde_): + Goeie Hemel! dat is mijn bloed-eigen vader, en doordat-i meer dan + erg kippig oftewel stekeblind is, kent-i me niet:--ik zal ereis + probeeren hem er in te laten loopen. + +GOBBO: + Meneertjelief, zeg me asjeblieft den weg naar Meneer den Jood. + +LANCELOT: + Ga bij den naasten draai rechts af, maar bij den allernaasten draai + links af; maar aan den allerallernaasten draai sla je nergens af, + maar je draait indirekt[26] het huis van den Jood binnen. + +GOBBO: + Allemachies, dat zal een moeielijke weg zijn om te vinden. Kan u me + ook zeggen of eene Lancelot, die bij hem woont, bij hem is of niet? + +LANCELOT: + Bedoel je den jongeheer Lancelot?--(_ter zijde_) Let nu goed op, nu + zal ik de poppen laten dansen.--Bedoel je den jongeheer Lancelot? + +GOBBO: + Geen _Jongeheer_, Meneer, maar een armemans zoon: z'n vader is, al + zeg ik 't zelf, een heele eerlijke arme man, maar die, Goddank, + toch kan rondkomen. + +LANCELOT: + Goed, laat z'n vader wezen wie die wil, we hebben 't nu over den + jongeheer Lancelot. + +GOBBO: + Uw gehoorzame dienaar, en Lancelot, Meneer. + +LANCELOT: + Maar ik bid je, _ergo_, ouwe man, _ergo_, ik smeek je, heb je 't + over den jongeheer Lancelot? + +GOBBO: + Over Lancelot, met uw heerschaps welnemen. + +LANCELOT: + _Ergo_ over den jongeheer Lancelot. Praat niet over jongeheer + Lancelot, vader; want de jongeheer is (volgens lot en beschikking, + en dergelijke vreemde gezegden, de drie zusters,[27] en dergelijke + geleerdhedens) overleden; of, zooals men het in ronde woorden zou + zeggen, naar den Hemel gegaan. + +GOBBO: + God beware me! die jongen was heelemaal de staf van mijn ouwen dag, + zoo heelemaal mijn steun. + +LANCELOT: + Zie ik er uit als een knuppel of een dakpaal, of een steun?--Ken je + me ook, vader? + +GOBBO: + Ach heeremetijd, neen, ik ken je niet, Meneertje; maar ik bid je, + zeg me toch, is mijn jongen (God mag z'n ziel genadig wezen!) + levend of dood? + +LANCELOT: + Ken je me niet, vader? + +GOBBO: + Ach, Meneer, ik ben stekeblind; ik ken u niet. + +LANCELOT: + Neen, en ook al hadt u je oogen, dan zou je me misschien toch niet + kennen: dàt is eerst een knappe vader die zijn eigen kind kent. + Komaan, ouwe man, ik zal je nieuws van je zoon vertellen. (_Hij + knielt._) Geef me je zegen: de waarheid komt toch aan 't licht; + moord kan niet lang verborgen blijven, maar wel van wien iemand de + zoon is; maar in 't eind komt de waarheid toch aan den dag. + +GOBBO: + Sta asjeblieft op, Meneer. Ik ben er zeker van dat u mijn jongen + Lancelot niet bent. + +LANCELOT: + Laten we er asjeblieft geen gekheid meer over maken, maar geef me + uw zegen: ik ben Lancelot, je jongen die was, je zoon die is, je + kind dat zal zijn. + +GOBBO: + Ik kan niet gelooven dat u me zoon bent. + +LANCELOT: + Ik weet niet wat ik daarvan zeggen moet; maar ik ben Lancelot, de + knecht van den Jood, en ik ben er zeker van dat uw vrouw, Grietje, + mijn moeder is. + +GOBBO: + Waarachtig, haar naam is ook Grietje; en ik zweer d'er op, dat als + jij Lancelot bent, je mijn eigen vleesch en bloed bent. Mijn Hemel, + de jongen zou EdelAchtbare kunnen wezen! Wat heb je een baard + gekregen! Je hebt meer haar aan je kin dan mijn karrepaard Dorus + aan z'n staart.[28] + +LANCELOT: + Dan groeit Dorus z'n staart bepaald tegen z'n rug op; want ik weet + zeker dat hij meer haar in zijn staart had dan ik op mijn gezicht, + toen ik hem 't laatst zag. + +GOBBO: + Heere, Heere, wat ben je veranderd! En kan je 't nogal goed met je + meester vinden? 'k Heb 'n cadeautje voor 'm meêgebracht. Hoe sta je + nu met hem? + +LANCELOT: + Goed, goed; maar, nu ik er mijn zinnen op gezet heb weg te loopen, + heb ik voor mij geen zin stil te zitten voordat ik een eind heb + geloopen. Mijn meester is op en top een Jood: hem een cadeau geven! + Geef hem een strop: ik word uitgehongerd in zijn dienst; je kunt al + m'n vingers met mijn ribben tellen. Vader ik ben blij dat je + gekomen bent: geef je cadeau liever aan 'n zekeren menheer + Bassanio, die bizonder mooie livreien geeft. Als ik hem niet mag + dienen, dan zal ik zoover loopen als God me grond geeft.--O wat 'n + mooi buitenkansje! daar komt hij zelf aan;--naar hem toe, vader: + want ik ben een Jood, als ik den Jood langer wil dienen. + +BASSANIO _komt met_ LEONARDO _en ander_ GEVOLG _op._ + +BASSANIO: + Dat kun je wel doen:--maar laat er zóó'n haast achter gezet worden, + dat 't souper op z'n laatst om vijf uur klaar is. Laat deze brieven + bezorgen; laat de livreien maken, en vraag of Gratiano dadelijk bij + me aan huis komt. + +(_Een_ BEDIENDE _af._) + +LANCELOT: + Naar hem toe, vader! + +GOBBO: + God zegen UEdele! + +BASSANIO: + Dank je zeer. Wou je wat van me hebben? + +GOBBO: + Dat is mijn zoon, Meneer, een arme jongen-- + +LANCELOT: + Géén arme jongen, Meneer, maar de bediende van den rijken Jood; en + ik wou wel graag, Meneer, zooals mijn vader 't u zal expliceeren-- + +GOBBO: + Hij heeft, on zoo te zeggen, Meneer, heel veel senie om bediende te + zijn bij-- + +LANCELOT: + Ja, om het nu maar eens in één woord te zeggen, ik ben bediende bij + den Jood, en ik verlang, zooals mijn vader 't u zal expliceeren-- + +GOBBO: + Zijn meester en hij zijn met UWEdele's welnemen lang geen + koek-en-ei met elkaar-- + +LANCELOT: + Om kort te gaan, het is de heuzelijke waarheid dat de Jood, omdat-i + me gemeen heeft behandeld, mij dwingt, zooals mijn vader, die een + oud man is, naar ik hoop u zal parlementeeren-- + +GOBBO: + Ik heb hier een schoteltje duiven, dat ik UEdele wel zou willen + cadeau doen; en mijn verzoek is-- + +LANCELOT: + Kort en goed, het verzoek comprommeteert[29] mezelf, zooals UEdele + zult te weten komen van dezen braven ouwen man; en, al zeg ik het + zelf, al is-i 'n ouwe man, toch mijn vader, de arme man. + +BASSANIO: + Laat één voor allebei spreken.--Wat wil je? + +LANCELOT: + U dienen, Meneer. + +GOBBO: + Dat is juist het defectieve[30] van de zaak, Meneer. + +BASSANIO: + Ik ken je goed: 't verzoek is toegestaan. + Je meester Shylock sprak mij nog vandaag, + Je aanbevelend; als 't een aanbeveling + Mag heeten weg te gaan bij 'n rijken Jood + Om knecht te zijn van zoo'n arm edelman. + +LANCELOT: + Het oude spreekwoord[31] is net mooi verdeeld tusschen mijn meester + Shylock en u, Meneer: u hebt Gods genade, Meneer, en hij heeft + genoeg. + +BASSANIO: + Heel goed gezegd.--Ga, vader, met je zoon:-- + Neem afscheid van je vroeg'ren heer, en zoek + Mijn woning;--geeft hem een livrei (_tot zijn_ GEVOLG) + Met meer garneersel dan zijn kameraads. + +LANCELOT: + Kom, vader.--Ik kan geen dienst krijgen, o nee! En ik heb heelemaal + geen tong in mijn mond!--Ziezoo; (_zijn handpalm bekijkend_) als er + nu toch één mensch in Italië is die een mooiere palm heeft! Ze zou + op den Bijbel durven zweren dat ik goed geluk zal hebben!--Kijk + ereis aan; is me dat een levenslijntje! Daar zit me een bagatelletje + vrouwen in: ach! vijftien vrouwen is zoo goed als niets: elf weduwen + en negen maagden is maar 'n eenvoudig vooruitzicht voor één man; en + dan, driemaal van 't verdrinken gered te worden, en in levensgevaar + te zijn aan den rand van bedje van veeren:--dat zijn geen kleine + buitenkansjes! Nu, als de fortuin een vrouw is, dan is 't op zoo'n + manier een beste meid.--Kom, vader. Ik zal als een haas van den Jood + afscheid nemen. + +(LANCELOT _en de oude_ GOBBO _af._) + +BASSANIO: + Ik bid u, vriend Leonardo, denk hierom: + Als alles is gekocht, en goed bezorgd, + Kom snel dan weer, want ik onthaal van nacht + Mijn meest geachte vrienden: haast u, ga. + +LEONARDO: + 'k Zal alles naar mijn beste krachten doen. + +GRATIANO _komt op._ + +GRATIANO: + Waar is uw meester? + +LEONARDO: + Zie, daar gaat hij heen. (LEONARDO _af_). + +GRATIANO: + Signor Bassanio! + +BASSANIO: + Gratiano! + +GRATIANO: + 'k Heb een verzoek aan u. + +BASSANIO: + 't Is toegestaan. + +GRATIANO: + Weiger 't mij niet. Ik moet met u naar Belmont. + +BASSANIO: + Dan moet gij ook; maar hoor eens, Gratiano. + Gij zijt te wild, te ruw, te boud van taal; + Die eigenschappen staan u goed genoeg, + En zijn geen fouten in ons oog; maar waar + Gij niet bekend zijt, zie, dáár lijken zij + Wat _te_ vrijmoedig. 'k Bid u, doe uw best + Om met wat koude droppen zedigheid + Uw vuur'gen geest te maat'gen; opdat ik + Ginds niet miskend word door uw wild gedrag, + En zoo mijn hoop verbeur. + +GRATIANO: + Signor Bassanio, + Als 'k mij niet steek in 't kleed van deftigheid, + Met eerbied spreek, en nu en dan slechts vloek, + Met het getijboek bij me zedig kijk, + Ja zelfs bij 't bidden aldus met mijn hoed + Mijne oogen dek, en zucht, en amen zeg, + En al de regels volg der hoff'lijkheid, + Als iemand, die, zijn grootje ten plezier, + Een ernst'ge houding goed heeft bestudeerd, + Wees dan mijn vriend niet meer. + +BASSANIO: + Wij zullen zien. + +GRATIANO: + Behalve dan van nacht. Beoordeel mij + Niet naar van nacht. + +BASSANIO: + Neen, dat zou jammer zijn. + 'k Vraag u veeleer on u te dossen in + Uw wildste vreugde-pak, ik krijg bezoek + Dat zeer naar pret verlangt. Maar vaar gij wel, + Ik heb nog iets te doen. + +GRATIANO: + En ik moet naar Lorenzo en de rest; + Maar bij het avondeten zie 'k u weer. (ALLEN _af_). + + + + +TOONEEL III. + +_Venetië. Een Kamer in Shylocks Huis._ + + +JESSICA _en_ LANCELOT _komen op._ + +JESSICA: + Het spijt me dat je vader zoo verlaat: + 't Is hier een hel, jij, opgeruimde duivel, + Beroofde 't huis soms van zijn aak'ligheid. + Vaarwel dan; hier is een dukaat voor jou. + En, Lancelot, spoedig zie je aan 't souper + Lorenzo, als uw nieuwen meesters gast; + Geef dezen brief aan hem, maar in 't geheim. + Vaarwel dan; 'k zou niet willen dat mijn vader + Mij met je spreken zag. + +LANCELOT: + Vaarwel! tranen betoonen[32] mijn tong. Prachtstuk van een + heidin,--allerliefste Jodendochter! Als een Christen geen listige + streek uithaalt om u te krijgen, dan bedrieg ik me sterk: maar + vaarwel! Deze malle droppels verdrinken mijn mannelijke flinkheid + min of meer: vaarwel! (_Af._) + +JESSICA: + Vaarwel, mijn beste Lancelot. + Ach, wat een booze zonde is 't toch van mij, + Beschaamd te zijn mijn vaders kind te zijn! + Maar ben ik al een dochter van zijn bloed + 'k Ben 't niet van zijn karakter. O Lorenzo! + Als gij uw woord houdt, is mijn tweestrijd uit, + Ik word Christin en uw geliefde bruid. (_Af._) + + + + +TOONEEL IV. + +_Venetië. Een Straat._ + + +GRATIANO, LORENZO, SALARINO _en_ SOLANIO _komen op._ + +LORENZO: + Goed, onder 't eten gaan we heim'lijk weg, + Vermommen ons bij mij, en keeren weer,-- + Dat alles binnen 't uur. + +GRATIANO: + Wij hebben ons nog niet goed voorbereid. + +SALARINO: + En fakkeldragers zijn nog niet besteld. + +SOLANIO: + 't Zal slecht gaan, als 't niet knap geregeld wordt; + Mijns inziens ware 't beter 't niet te doen. + +LORENZO: + 't Is pas vier uur; wij hebben er nog twee + Voor toebereids'len.-- + +LANCELOT _komt op met een brief._ + Lancelot, wat voor nieuws? + +LANCELOT: + Als u 't goed vindt dezen open te breken, dan zal + hij u wel iets mêe kunnen deelen. (_Hij geeft den brief af._) + +LORENZO: + Ik ken de hand: ja, 't is een mooie hand; + En witter dan 't papier waarop het schreef, + Is 't handje dat dit schreef. + +GRATIANO: + Een minnebrief! + +LANCELOT: + Vergun me, Meneer. + +LORENZO: + Waar gaat ge heen? + +LANCELOT: + Wel, Meneer, mijn ouden meester den Jood uitnoodigen + om van avond bij mijn nieuwen meester den Christen te soupeeren. + +LORENZO: + Hier, neem dit:[33]--zeg de schoone Jessica + Dat ik er zijn zal; zeg het in 't geheim. (LANCELOT _af._) + Mijnheeren, + Maakt voor de maskerade u straks gereed, + 'k Ben van een fakkeldrager reeds voorzien. + +SALARINO: + Goed, 'k zal onmiddellijk het nood'ge doen. + +SOLANIO: + Dat zal ik ook. + +LORENZO: + En in Gratiano's huis + Treft gij mij na een uurtje met hem aan. + +SALARINO: + 't Is goed, wij zullen 't doen. (SALARINO _en_ SOLANIO _af._) + +GRATIANO: + Zond u de schoone Jessica dien brief? + +LORENZO: + 'k Vertel u alles:--zij heeft mij bericht, + Hoe 'k haar moet halen uit haar vaders huis, + Het goud en de juweelen die zij heeft, + Welk page-kleed zij in gereedheid houdt. + Komt ooit de Jood haar vader in den hemel, + 't Zal zijn om zijner lieve dochter wil; + Nooit zette 't ongeluk den voet haar dwars, + Tenzij het dit om deze reden doet, + Dat zij het kind is van een slechten Jood. + Ga nu met mij, en lees dit onder 't gaan. + De schoone Jessica draagt mijne toorts. (BEIDEN _af._) + + + + +TOONEEL V. + +_Venetië. Voor_ SHYLOCKS _Huis._ + + +SHYLOCK _en_ LANCELOT _komen op._ + +SHYLOCK: + Nu zul je met je eigen oogen zien + Hoe Shylock en Bassanio verschillen.-- + Hei, Jessica!--je eet je lang niet vol + Zooals je 't deedt bij mij;--hei, Jessica!-- + Je slaapt en snorkt niet, slijt geen pakken af;-- + Kom, Jessica, zeg ik! + +LANCELOT: + Kom, Jessica! + +SHYLOCK: + Wie zegt dat jij moet roepen? Ik toch niet. + +LANCELOT: + UEdele zei me altijd dat ik nooit iets _kon_ wanneer 't me _niet_ + gezegd was. + +JESSICA _komt op._ + +JESSICA: + Roept u? Wat is uw wil? + +SHYLOCK: + 'k Ben uitgenoodigd op een avondmaal: + Ziehier mijn sleutels.--Maar waarom zou 'k gaan? + Men vraagt me uit vriendschap niet; ze vleien mij: + Maar toch zal 'k gaan uit haat om te eten van + Den Christ'lijken verkwister.--Jessica, + Pas op mijn huis:--ongaarne ga ik heen. + Er wordt iets kwaads gebrouwen tegen mij, + Want 'k heb van nacht van zakken goud gedroomd. + +LANCELOT: + Ik smeek u, Meneer, ga: mijn jonge meester wacht op uw bekomst.[34] + +SHYLOCK: + En ik ook op de zijne. + +LANCELOT: + En zij hebben een afspraak gemaakt:--ik zal niet zeggen dat u een + maskerade zult zien; maar als u er een ziet, dan was het niet voor + niemendal dat mijn neus verleden Paaschmaandag om zes uur 's + morgens begon te bloeden, terwijl 't zoo uitviel dat 't dàt jaar op + Aschdag[35] vier jaar 's middags was. + +SHYLOCK: + Wat? Maskerades?--Luister, Jessica, + Sluit alle deuren; hoort ge trommelslag, + En 't piepend janken van de kromhals-fluit, + Klauter me dan niet tegen 't venster op, + Steek niet uw hoofd op de publieke straat + Voor Christengekken met geverfd gezicht, + Maar stop de vensters, de ooren van mijn huis; + Laat tot mijn ernstig huis 't geluid niet toe + Van holle zotternij.--Bij Jakobs staf, + 'k Wou liefst van avond niet van huis naar 't feest, + Maar toch zal 'k gaan.--Jongmensch, ga voor mij uit: + Zeg, dat ik kom. + +LANCELOT: + Ik zal vooruit gaan, Meneer.--(_Ter zijde tot_ JESSICA). + Juffrouw, kijk met dat al toch uit het raam; + Want een Christen komt voorbij, + Waard dat een Jodin hem vrij'. (_Af._) + +SHYLOCK: + Wat zegt die zot van Hagars nakroost, hè? + +JESSICA: + Hij zei niets anders dan "Vaarwel Juffrouw." + +SHYLOCK: + De zotskap is wel vrindlijk, maar een vraat, + Slak-traag in 't winnen, en hij slaapt bij dag + Meer dan een boschkat: hommels wil ik niet; + Daarom laat ik hem gaan, en 'k laat hem gaan + Naar een dien hij naar 'k hoop 't geleende geld + Verkwisten helpt.--Naar binnen, Jessica; + Misschien kom ik onmiddellijk terug. + Doe als 'k je zeg, en sluit de deuren dicht: + "Wat vastgehouden wordt, vast weergevonden wordt," + Spreuk die door zuin'gen nooit geschonden wordt. (_Af._) + +JESSICA: + Vaarwel, en is 't geluk mij goed gezind. + Mis ik een vader, en mist gij een kind. (_Af._) + + + + +TOONEEL VI. + +_Dezelfde Plaats der Handeling._ + + +GRATIANO _en_ SALARINO _komen gemaskerd op._ + +GRATIANO: + Dit is de luifel, waar Lorenzo vroeg + Dat men hem wachten zou. + +SALARINO: + Zijn uur is bijna om. + +GRATIANO: + En 't is een wonder dat hij 't uur verlet, + Want minnaars loopen steeds de klok vooruit. + +SALARINO: + O! tienmaal vlugger vliegen Venus' duiven + Om nieuwe banden te bezeeg'len, dan + Om de eens beloofde trouw gestand te doen! + +GRATIANO: + Steeds komt dat uit: wie staat van 't feestmaal op + Met d'eetlust waar hij mede zitten gaat? + Waar is het paard, dat met het felle vuur, + Waarmêe het door de lange renbaan reed + Zijn stappen nog eens zet? Al wat bestaat + Wordt greet'ger nagejaagd dan 't wordt genoten. + Als een verkwistend jonker gaat de bark, + Getooid met wimpels, uit de moederbaai, + Omhelsd, geliefdkoosd door den wulpschen wind! + Hoe keert ze als de verloren zoon terug, + Met ribben losgebeukt en flarden zeil, + Verarmd, ontredderd door den wulpschen wind! + +LORENZO _komt op._ + +SALARINO: + Daar komt Lorenzo:--later meer hiervan. + +LORENZO: + Geduld, mijn lieve vrienden, nu 'k zoo talm; + Niet ik, de omstandigheden zijn de schuld. + Zoodra gij uwe vrouwen stelen gaat, + 'k Zal even lang op u dan wachten.--Komt; + Hier woont de Jood, mijn vader.--Hola, daar! + +JESSICA _verschijnt boven, in manskleeren._ + +JESSICA: + Wie zijt ge? Zeg 't me voor meer zekerheid, + Al zweer 'k ook dat uw stem mij is bekend. + +LORENZO: + Lorenzo, uw geliefde. + +JESSICA: + Lorenzo, zeker; mijn geliefde, ja, + Want wien heb ik zóó lief? En wie dan gij, + Lorenzo, weet of ik wel de uwe ben? + +LORENZO: + God en uw hart getuigen dat ge 't zijt. + +JESSICA: + Hier, vang dit kistje: 't is de moeite waard. + 't Is nacht gelukkig, gij kunt mij niet zien, + Want 'k schaam mij over mijn vermomming zeer; + Maar liefde is blind, en minnenden zien niet + De dwaze grappen die zij zelf begaan; + Want konden zij 't, Cupido bloosde zelf, + Zag hij mij zoo veranderd in een knaap. + +LORENZO: + Daal af, gij moet mijn fakkeldrager zijn. + +JESSICA: + Wat nu? Mijn schande nog verlichten ook? + Zij is van zelf, gerust, al veel te licht. + Dat kan slechts tot ontdekking dienen, lief, + En 'k moet in 't donker zijn. + +LORENZO: + Dat zijt ge, schat, + Juist door de lief'lijke kleedij van knaap. + Maar kom terstond; + De duist're nacht gaat heim'lijk op den loop, + En op Bassanio's feestmaal wacht men ons. + +JESSICA: + Ik sluit de deuren, en verguld mij zelf + Met meer dukaten; dan zal 'k bij u zijn. + +(_Zij verdwijnt boven._) + +GRATIANO: + Ze is een Godin, in trouwe, geen Jodin. + +LORENZO: + 'k Mag sterven als ik haar niet hart'lijk min: + Ze is schrander, als ik haar naar waarheid schat, + Ze is schoon, indien mijn oog mij niet bedriegt, + Ze is trouw, zooals zij 't ook bewezen heeft; + Dus schrander, schoon en trouw, zich zelf gelijk, + Vindt zij in mijn standvast'ge ziel een plaats. + +(JESSICA _verschijnt beneden._) + + Hoe? zijt ge er al?--Komt, Heeren, het is tijd; + Wij worden door den optocht thans verbeid. + +(_Af met_ JESSICA _en_ SALARINO.) + +ANTONIO _komt op._ + +ANTONIO: + Wie is dat daar? + +GRATIANO: + Signor Antonio? + +ANTONIO: + Foei, foei, Gratiano! Waar zijn de and'ren toch? + 't Is negen uur! De vrienden wachten u: + Geen optocht nu; de wind is omgedraaid; + Bassanio gaat onmiddellijk aan boord, + Wel twintig boden zond ik naar hem uit. + +GRATIANO: + Gelukkig; niets lacht mij nu zóózeer aan + Dan weg te zeilen en van hier te gaan. (_Beiden af._) + + + + +TOONEEL VII. + +_Belmont. Een vertrek in_ PORTIA'S _Huis._ + + +_Hoorngeschal._ PORTIA _en de_ PRINS VAN MAROCCO _komen op met hun +beider_ STOET. + +PORTIA: + 't Gordijn nu weggeschoven, en ontdekt + Het drietal kistjes aan den eed'len Prins.-- + Doe thans uw keus. + +MAROCCO: + Het eerste, een gouden, dat dit opschrift draagt: + "Wie mij kiest, wint wat menigeen begeert." + Het tweede, een zilv'ren, dat als volgt belooft: + "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient." + Dit derde, 't logge lood, met lomp vermaan: + "Wie mij kiest, geve en wage al wat hij heeft." + Hoe kan ik weten of 'k het juiste kies? + +PORTIA: + In een van hen ligt mijne beelt'nis, Prins, + En kiest gij dat, ik ben er de uwe door. + +MAROCCO: + Een god bestuur' mijn oordeel! Laat mij zien. + 'k Loop omgekeerd nog eens de spreuken door: + Wat zegt dit looden kistje? + "Wie mij kiest, geve en wage al wat hij heeft." + Geve--Voor wat? voor lood? hij waag' voor lood? + Dit kistje dreigt;--wie alles, alles waagt, + Hij doet het hopend op een mooie winst: + Een gouden geest bukt niet naar laag metaal; + En daarom geef en waag ik niets voor lood. + Wat zegt het zilver, maagdelijk getint? + "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient." + Zooveel als hij verdient?--Marocco, wacht, + En weeg uw waarde met een vaste hand. + Als gij geschat wordt naar uw goeden naam, + Genoeg verdient gij dan; maar dit genoeg + Strekt zich misschien niet tot de jonkvrouw uit, + Maar toch, bezorgd te zijn voor mijn waardij, + Waar' slechts een zwak verkleinen van mijzelf. + Zooveel als ik verdien! Nu, 't is de jonkvrouw: + 'k Verdien haar door geboorte en door fortuin, + Door mijn talenten en beschaafden toon; + 'k Verdien haar door mijn liefde 't allermeest. + Hoe als 'k niet verder dwalend, dit hier koos?-- + Laat nog eens zien de spreuk in goud gegrift: + "Wie mij kiest, wint wat menigeen begeert." + Nu, 't is de jonkvrouw, die een elk begeert: + Uit alle hoeken komen zij der aard, + Naar 't altaar hier, dit levend heil'genbeeld. + Hyrcanië's[36] woestenij, de wildernis + Van 't wijde Arabië zijn de paden thans + Voor vorsten, wenschend Portia te zien: + Het waat'rig rijk, welks overmoedig hoofd + Spuwt in 't gelaat des hemels, stelt geen perk + Aan vreemdelingen-moed; zij komen aan + Als door een beek om Portia te zien. + Een van de drie bevat haar hemelsch beeld. + Of 't lood dit doet? Het zou verdoem'lijk zijn + Zóó laag te denken: 't lood waar' te gemeen + Haar lijkwa zelfs te omkleên in 't donk're graf. + Of moet ik denken dat haar 't zilver bergt, + Dat tienmaal minder is dan 't lout're goud? + Zond'ge gedachte! Zulk een rijk juweel + Werd nooit in min dan goud gezet. Men heeft + Een munt in Eng'land, met een eng'lenbeeld + In goud gestempeld, 't ligt er boven op; + Hier ligt een engel in een gouden bed + Geheel besloten.--Geef den sleutel aan; + Dit kies ik, hoe ook de uitslag moge zijn! + +PORTIA: + Daar, neem hem, Prins; en ligt mijn beelt'nis hier, + Dan ben ik de uwe. (_Hij ontsluit het gouden kistje._) + +MAROCCO: + O hel! Wat zie ik daar? + Een doodshoofd, met in 't ledig oog een rol, + Die is beschreven, 'k Lees hier wat er staat: + + "Al wat glinstert is geen goud, + Luidt een spreekwoord, wijs en oud; + Menig waagde 't leven stout, + Maar heeft slechts mijn schijn aanschouwd. + 't Gulden graf meest wormen houdt. + Waart gij even wijs als boud, + Jong van lijf, van oordeel oud, + Deez' rol ware u niet ontvouwd: + Ga, de keus heeft u berouwd." + + Ja, berouwd, en moeite om niet: + Dus welkom, vorst, nu warmte mij verliet.-- + Portia, vaarwel! mijn hart is vol geween; + 'k Talm dus niet lang: zoo gaan verliezers heen. (_Af._) + +PORTIA: + Een vroolijk slot!--'t Gordijn gesloten: gaat. + Zoo kieze me iedereen met zoo'n gelaat. (_Allen af._) + + + + +TOONEEL VIII. + +_Venetië. Een Straat._ + + +SALARINO _en_ SOLANIO _komen op._ + +SALARINO: + Wel, man, ik zag Bassanio onder zeil: + Met hem is Gratiano meegegaan; + In hun schip is Lorenzo zeker niet. + +SOLANIO: + De hondsjood riep den Doge op door geschreeuw, + Die met hem meetoog naar Bassanio's schip. + +SALARINO: + Hij kwam te laat, het schip was onder zeil; + Maar daar ontving de Doge op eens 't bericht: + Lorenzo en zijn lieve Jessica + Zijn in een gondel met elkaar gezien; + En ook verklaarde Antonio den Doge + Dat zij niet waren in Bassanio's schip. + +SOLANIO: + Ik hoorde nooit een hartstocht, zoo verward, + Zoo vreemd, uitbundig en afwisselend, + Als 't Joodsch stuk vee deed galmen door de straat: + "Mijn dochter!--Mijn dukaten!--O mijn dochter! + Weg met een Christen!--Christ'lijke dukaten! + Wet! Recht! O mijn dukaten en mijn dochter! + Eén zak, twee zakken goed verzegeld, vol + Dukaten, door mijn dochter mij ontstolen! + Juweelen ook, twee rijke, kost'bre steenen, + Gestolen door mijn dochter! Spoort haar op! + Zij heeft de steenen en dukaten meê!" + +SALARINO: + De jongens in Venetië volgen hem + En roepen: "Steenen, dochter en dukaten!" + +SOLANIO: + Antonio houde zich aan zijn termijn, + Hij boet er anders voor. + +SALARINO: + Ja, zeg dat wèl. + 'k Had gist'ren met een Franschman een gesprek, + Die mij vertelde dat in 't nauw stuk zee + Dat Engeland van Frankrijk scheidt, een schip, + Met rijke vracht, uit ons land, was vergaan. + 'k Dacht aan Antonio, toen ik dat vernam, + En wenschte in stilte dat het hem niet trof. + +SOLANIO: + 't Is raadzaam dat gij 't aan Antonio zegt; + Maar niet te plots'ling, 't griefde hem zoo licht. + +SALARINO: + Er loopt geen vriendelijker man op aard'. + 'k Zag 't afscheid van Bassanio en hem. + Bassanio zei dat hij zich haasten zou + Terug te komen, maar hij zei: "Doe 't niet; + Verknoei uw zaak nu niet om mijnentwil. + Maar wacht totdat de tijd haar heeft gerijpt: + En wat mijn afspraak met den Jood betreft, + Zij store uw geest, die liefde koestert, niet. + Wees vroolijk: maak het hof met hart en ziel, + En toon uw liefde op zulk een schoone wijs + Als bij de rol past die ge ginds vervult." + Toen wendde hij, zijn oog van tranen zwaar, + 't Gelaat om, gaf hem afgewend de hand, + En diep getroffen, vol genegenheid, + Greep hij Bassanio's hand; zoo scheidden zij. + +SOLANIO: + Mij dunkt, hij heeft slechts de aarde lief om hem. + Ik bid u, gaan we en zoeken we hem op + En fleuren wij met een of ander spel + Den weemoed die hem knelt wat op. + +SALARINO: + Zeer goed. (_Beiden af._) + + + + +TOONEEL IX. + +_Belmont. Een Kamer in_ PORTIA'S _Huis._ + + +NERISSA _komt op met een_ DIENAAR. + +NERISSA: + Vlug, bid ik u, schuif daad'lijk weg 't gordijn; + De Prins van Arragon zwoer reeds den eed, + En nadert aanstonds om zijn keus te doen. + +_Hoorngeschal. De_ PRINS VAN ARRAGON _en_ PORTIA _komen op met hun_ +STOET. + +PORTIA: + Aanschouw, daar staan de kistjes, eed'le Prins, + En kiest gij dat waarin 'k besloten ben, + Dan wordt terstond ons huw'lijksfeest gevierd; + Maar als gij faalt, dan moet gij zonder meer + Onmiddellijk van hier vertrekken, Prins. + +ARRAGON: + 'k Ben tot drie dingen door mijn eed verplicht: + Ten eerste maak ik niemand ooit bekend + Welk kistje ik koos: dan, als ik falen mocht + In 't juiste kistje, zal 'k zoolang ik leef, + Geen maagd ten huw'lijk vragen: eindelijk, + Als ik mocht falen in 't geluk der keus, + Ga ik, onmidd'lijk u verlatend, heen. + +PORTIA: + Op die verplichtingen zweert ieder, die + Een kans waagt voor mijn waardelooze zelf. + +ARRAGON: + 'k Ben ook daartoe bereid. Bekroon, fortuin, + Mijns harten hoop!--Goud, zilver, waard'loos lood. + "Wie mij kiest, geve en wage al wat hij heeft." + Gij moet meer glanzen, eer ik geef of waag. + Wat zegt het gouden kistje? Ha! laat zien: + "Wie mij kiest, wint wat menigeen begeert." + Wat menigeen begeert. Die _menigeen_ kan zijn + De dwaze menigte, die kiest op 't oog, + Die niet meer weet dan wat haar zotheid ziet, + Niet naar 't inwend'ge speurt, maar als de zwaluw + In de open lucht bouwt aan den buitenmuur,[37] + Juist in 't bereik en op den weg van 't lot. + Wat menigeen begeert, dat kies ik niet, + Wijl 'k niet gelijk wil staan met het gemeen, + Mij niet wil scharen bij de ruwe hoop. + Welnu, naar u dan, zilv'ren schatfoedraal; + Zeg mij nu ook het opschrift dat ge voert: + "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient." + 't Is goed gezegd. Want wie streeft naar het doel + 't Geluk te paaien, en geëerd te zijn + Zonder verdienste's merk! Dat niemand waag' + Een onverdiende waardigheid te voeren. + Dat rangen, graden, ambten niet zoo vuig + Verworven werden! en dat zuivere eer + Gekocht werd door verdienste van den drager! + Wie dekte er 't ongedekte hoofd dan niet? + Wie werd dan niet bevolen, die beveelt? + Hoe meen'ge lage boer werd dan geoogst + Van 't echte zaad der eer! en hoeveel eer + Gelezen uit het kaf en puin des tijds + Om nieuwen glans te krijgen! Kom, mijn keus: + "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient." + Ik neem verdienste:--Geef den sleutel dus, + En thans ontsluite zich 't geluk voor mij. + +PORTIA: + Gij hebt te lang getalmd voor 't geen gij vindt. + +ARRAGON: + Wat zie 'k? een gek die met zijn oogen knipt, + En mij een briefje biedt? 'k Zal 't lezen.--O, + Hoe ongelijk zijt gij aan Portia, + Aan wat ik hoopte en wat ik waardig was! + "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient." + Verdiende ik niets meer dan een zottenhoofd? + Is dat mijn loon? Heb ik niets meer verdiend? + +PORTIA: + Rechter te zijn en tevens delinquent + Is tegenstrijdig, niet vergund. + +ARRAGON: + Wat zie ik? + + "Zevenmalen in den haard + Ben 'k gelouterd; 'k evenaar + 't Oordeel dat geen keus vervaart: + Hem die met een schim zich paart, + Heeft 't slechts schim van lust gebaard. + Gekken zijn er, naar mijn aard, + Overzilverd en niets waard. + Neem wie gij maar wilt tot bruid, + Mijn hoofd heeft u dat verbruid, + Ga dus heen, met u is 't uit." + + En hoe langer 'k hier verkeer, + Dwazer word ik, meer en meer. + Met één zotshoofd kwam ik aan + Maar met twee ga 'k hier vandaan.-- + Lief, vaarwel. Ik houd mijn eed, + En verdraag gedwee mijn leed. + +(ARRAGON _af met zijn_ STOET.) + +PORTIA: + Zoo was de kaars voor 't motje wreed. + O, die voorzicht'ge zotten! bij hun keus + Blijkt al hun wijsheid niets meer dan een leus. + +NERISSA: + 't Is waarheid wat ons de oude spreuk verhaalt: + Hangen en trouwen wordt door 't lot bepaald. + +PORTIA: + Kom, schuif 't gordijn nu dicht, Nerissa. + +_Een_ BODE _komt op._ + +BODE: + Waar is Milady? + +PORTIA: + Hier, wat wil Milord?[38] + +BODE: + Mevrouw, aan uwe poort is afgestapt + Een jong Venetiaan, die u vooruit + De naad'ring van zijn meester melden komt, + Van wien hij tastbare eerbewijzen brengt: + Rijke geschenken, waar vol hoflijkheid + Hij zich mede aanbeveelt; en 'k zag nog nooit + Zulk een aantrekk'lijk liefdesafgezant; + Zoo zoet een dag kwam nimmer in April, + Als voorboô van het kost'lijk zomertij, + Als deze bode vóór zijn meester komt. + +PORTIA: + Ik bid u, nu niet meer, 'k ben half bevreesd + Dat ge aanstonds hem tot bloedverwant benoemt, + Gij slaat zoo'n Zondagstoon aan bij zijn lof. + Kom, kom, Nerissa, want het maakt mij blij + Dien vluggen liefdeboô te zien bij mij. + +NERISSA: + Cupido, geef, dat het Bassanio zij! (_Allen af._) + + + + +DERDE BEDRIJF + +TOONEEL I. + +_Venetië. Een Straat._ + + +SOLANIO _en_ SALARINO _komen op._ + +SOLANIO: + Wel, wat voor nieuws op den Rialto? + +SALARINO: + Daar kwam het bericht--en het wordt niet tegengesproken--dat een + rijk geladen schip van Antonio in de zeeëngte is vergaan; ze noemen + 't daar de Goodwinsbank,[39] geloof ik; een zeer gevaarlijke en + noodlottige ondiepte, waar de karkassen van menig kloek schip + begraven liggen, naar men zegt, als ten minste mijn babbelende + tante Gerucht een vrouw van haar woord is die niet liegt. + +SOLANIO: + Ik wou wel dat ze hierin een even leugenachtige babbelkous was als + er maar ooit een gember knabbelde[40] en haar buren wilde laten + gelooven dat zij huilde om den dood van haar derden man. Maar het + is waar,--zonder omhaal en rompslomp, en zonder den koninklijken + weg van de taal te verlaten--dat de goede Antonio, de brave + Antonio,--O, had ik maar een titel die goed genoeg is om zijn naam + gezelschap te houden! + +SALARINO: + Kom, maak er een eind aan. + +SOLANIO: + Ha!--wat zegt ge daar?--Welnu het slot van de historie is dat hij + een schip heeft verloren. + +SALARINO: + Moge dit ook 't slot van zijn verliezen blijken! + +SOLANIO: + Laat ik bijtijds amen zeggen, opdat de duivel mijn gebed niet moge + dwarsboomen, want daar komt hij aan in de gedaante van een Jood. + +SHYLOCK _komt op._ + + Wel, Shylock, wat is er voor nieuws onder de kooplui? + +SHYLOCK: + Niemand wist zoo goed als gij, neen niemand, van mijn dochters + vlucht. + +SALARINO: + Ja, dat is waar; ik voor mij kende heel goed den kleermaker die de + vleugels maakte waarmeê ze gevlogen is. + +SOLANIO: + En Shylock wist ook heel goed dat de vogel vliegree was; en dan + ligt het zoo in hun aard om van de ouden weg te gaan. + +SHYLOCK: + Zij zal er voor vergaan! + +SALARINO: + O zeker, als de duivel haar rechter mag zijn. + +SHYLOCK: + Mijn eigen vleesch en bloed in opstand! + +SOLANIO: + Weg er mee, oud carogne! Komt het op zoo'n leeftijd nog in + opstand?[41] + +SHYLOCK: + Ik bedoel dat mijn dochter mijn vleesch en bloed is. + +SALARINO: + Er is een grooter verschil tusschen jou vleesch en het hare dan + tusschen git en ivoor; en tusschen jou bloed en het hare dan + tusschen rooden en Rijnwijn. Maar zeg eens, weet ge ook of Antonio + een verlies op zee heeft geleden, ja of neen? + +SHYLOCK: + Daar heb ik een ander koopje meê: een bankroetier, een verkwister, + die zijn gezicht ter nauwernood op den Rialto durft vertoonen; een + bedelaar, die in zoo'n mooie plunje op de markt placht te + komen.--Laat hij maar oppassen met zijn kontrakt: hij was gewoon + mij een woekeraar te noemen;--laat hij maar oppassen met zijn + kontrakt: hij was gewoon geld uit te leenen uit Christelijke + hulpvaardigheid;--laat hij maar oppassen met zijn kontrakt. + +SALARINO: + Maar ik ben er toch zeker van dat ge, als hij het niet nakomt, zijn + vleesch niet zult eischen? Waar zou dat goed voor zijn? + +SHYLOCK: + Om visch meê te vangen; en als er niets anders meê werd gevoed, dan + zou het mijn wraak voeden. Hij heeft mij te schande gemaakt en mij + voor een half millioen benadeeld; hij heeft gelachen om mijn + verliezen, gespot met mijn winsten, mijn volk gesmaad, mijn handel + gedwarsboomd, mijn vrienden koel en mijn vijanden warm gemaakt,--om + welke reden? Omdat ik een Jood ben. Heeft een Jood geen oogen? + Heeft een Jood geen handen, organen, afmetingen, zintuigen, + neigingen, hartstochten? Wordt hij niet gevoed met hetzelfde + voedsel, gewond door dezelfde wapenen, bedreigd door dezelfde + ziekten, genezen door dezelfde middelen, warm en koud gemaakt door + denzelfden winter en zomer als een Christen? Als gij ons prikt, + bloeden wij dan niet? Als gij ons kittelt, lachen wij dan niet? Als + gij ons vergiftigt, sterven wij dan niet? En als gij ons + verongelijkt, zullen we ons dan niet wreken? Als wij in al het + andere op u gelijken, dan zullen we u ook daarin evenaren. Als een + Jood een Christen verongelijkt, welken ootmoed betoont die dan? + Wraak. En als een Christen een Jood verongelijkt, wat voor deemoed + moet die dan volgens Christelijk voorbeeld betoonen? Immers wraak. + De boosheid die ge mij leert zal ik toepassen; en er zal veel + moeten gebeuren als ik uw lessen niet overtref. + +_Een_ BEDIENDE _komt op._ + +BEDIENDE: + Mijne Heeren, mijn meester Antonio is thuis, en wenscht u beiden te + spreken. + +SALARINO: + Wij zijn links en rechts geweest on hem te zoeken. + +SOLANIO: + Daar komt er nòg een van de natie; er is geen derde zoo te vinden + of het moest zijn dat de duivel zelf Jood werd. + +(SOLANIO, SALARINO _en_ BEDIENDEN _af._) TUBAL _komt op._ + +SHYLOCK: + Wel, Tubal, wat voor nieuws uit Genua? Hebt ge mijn dochter + gevonden? + +TUBAL: + Ik heb meermalen hier en daar van haar gehoord, maar ik kan haar + niet vinden. + +SHYLOCK: + Och kom, kom, kom! En een diamant weg, die me te Frankfort twee + duizend dukaten heeft gekost. Vóór dezen viel de vloek nog nooit + op ons volk; ik heb het vóór dezen nooit zoo gevoeld:--er zat een + waarde van twee duizend dukaten in,--en dan nog meer kostelijke, + kostelijke juweelen.--Ik wou liever dat mijn dochter dood voor mijn + voeten lag met de juweelen in haar ooren! Liever dat ze voor mijn + voeten op de baar werd gelegd, met de dukaten in haar kist!--Geen + nieuws van hen?--Daar blijft het dus bij:--en ik weet niet eens + hoeveel er bij dat zoeken is uitgegeven: O jou--verlies op verlies! + De dief weg met zóóveel, en zóóveel om den dief te vinden, en geen + voldoening, geen wraak; en geen onheil in de lucht of het komt op + mijn schouders neer; geen zuchten of ik slaak ze: geen tranen of ik + stort ze. + +TUBAL: + Maar andere menschen hebben toch ook wel onheilen. + Antonio heeft, naar ik in Genua hoorde,-- + +SHYLOCK: + Wat, wat, wat? Een onheil, een onheil? + +TUBAL: + --een galjoen dat van Tripoli kwam verloren. + +SHYLOCK: + Goddank! Goddank! Is het waar? Is het waar? + +TUBAL: + Ik sprak sommigen van de matrozen die aan de schipbreuk waren + ontsnapt. + +SHYLOCK: + Dank u, goede Tubal.--Goed nieuws, goed nieuws! ha! ha!--Waar? + In Genua? + +TUBAL: + Naar ik vernam verteerde uw dochter te Genua in één nacht tachtig + dukaten. + +SHYLOCK: + Je stoot me een dolk in mijn lijf. Ik zal mijn goud nooit terugzien. + Tachtig dukaten op één avond! Tachtig dukaten! + +TUBAL: + Er kwamen verscheidene schuldeischers van Antonio met mij te + Venetië aan, die zweren dat hij geen andere keus heeft dan failliet + te gaan. + +SHYLOCK: + Daar ben ik erg blij om. Ik zal het hem zuur maken, ik zal hem + martelen; ik ben er blij om. + +TUBAL: + Een van hen liet me een ring zien, dien hij van uw dochter had + gekregen voor een aap. + +SHYLOCK: + Vervloekt zal zij zijn! Ge martelt me, Tubal: het was mijn turkoois; + ik kreeg hem van Leah toen ik nog niet getrouwd was: ik zou hem niet + voor een wildernis vol apen gegeven hebben. + +TUBAL: + Maar Antonio is bepaald geruïneerd. + +SHYLOCK: + Ja, dat is zeker, dat is vast en zeker. Ga, Tubal, huur me iemand + van 't gerecht, bespreek hem veertien dagen vooruit; ik zal zijn + hart hebben als hij zijn kontrakt niet nakomt; want als hij Venetië + uit was, zou ik kunnen handel drijven zooals ik verkoos. Ga, Tubal, + en wacht me bij onze synagoge; ga, mijn beste Tubal; bij onze + synagoge, Tubal. + +(BEIDEN _af._) + + + + +TOONEEL II. + +_Belmont. Een vertrek in_ PORTIA'S _Huis._ + + +BASSANIO, PORTIA, NERISSA _en_ GEVOLG _komen op._ + +PORTIA: + Ik bid u, blijf wat; toef een dag of twee, + Voordat ge uw kans waagt; want, indien gij faalt, + Mis 'k uw gezelschap; wacht daarom een poos. + Daar is iets dat mij zegt, (maar liefde is 't niet,) + Dat 'k u niet gaarn verloor, en 't is geen haat, + Gelijk ge weet, die mij zoo spreken doet. + Opdat gij me echter grondig kennen moogt, + (Al heeft een maagd geen tong dan wat zij denkt[42]) + Zou 'k willen dat gij enk'le maanden bleeft, + Eer gij uw kans waagt, 'k Zou u kunnen leeren + Hoe 't best te kiezen, maar 'k zou 'n meineed doen, + En dat zal 'k nooit: het kan dus dat gij faalt; + En als 't zoo is, dan wekt ge een zond'gen wensch, + Dat ik een meineed deed. O, o die oogen! + Zij hebben mij betooverd en verdeeld; + Eén helft van mij is uw, en de andere uw,-- + 'k Bedoel mijn eigen; maar toch zoo ook uw,-- + 'k Ben gansch van u! De booze omstandigheên + Beperken de eig'naars in hun wettig recht; + En zoo, schoon uw, niet uw.--Indien 't zoo blijkt, + Dan zij daarvoor het lot vervloekt, niet ik. + Ik spreek te lang; maar 'k rek daardoor den tijd + En houd hem op en maak hem lang van duur, + Om 't kiezen te vertragen. + +BASSANIO: + Laat mij 't doen; + Want zooals nu leef 'k op de pijnbank slechts. + +PORTIA: + Hoe, op de pijnbank? Maar beken dan ook + 't Verraad waarmede uw liefde gaat gepaard. + +BASSANIO: + 't Is 't droef verraad slechts van onzekerheid, + Dat mij bezorgd maakt voor 't bezit van u. + Er ware eer vriendschap tusschen sneeuw en vuur, + Dan dat mijn liefde met verraad bestond. + +PORTIA: + Ja, maar ik vrees dat ge op de pijnbank spreekt, + Waar men gedwongen alles zeggen kan. + +BASSANIO: + Beloof mij 't leven, 'k zeg de waarheid dan. + +PORTIA: + Welnu, beken, en leef. + +BASSANIO: + "Ik heb u lief," + Dàt ware mijn bekent'nis gansch geweest: + O zoete folt'ring, als mijn folteraar + Mij tevens 't antwoord ter verlossing leert! + Maar laat mij 't nu beproeven met de kistjes. + +(_Het gordijn wordt weggeschoven._) + +PORTIA: + Ga dan. Ik ben in een er van gevat; + Als gij mij liefhebt, vindt gij mij wel uit.-- + Nerissa, en gij allen, staat van ver. + Muziek weerklinke er onder 't doen der keus, + Want, als hij faalt, dan eindt hij als een zwaan, + Verkwijnend in muziek; opdat het beeld + Volmaakter zij:--mijn oogen zijn de stroom, + Zijn waat'rig doodsbed. Hij kan slagen ook, + Wat is muziek dan? Dan is ze als 't geschal + Wanneer een trouwe menigte zich buigt + Bij 't kronen van een vorst: zij klinkt gelijk + Die zoete tonen bij den dageraad, + Het oor besluipend van den bruidegom + Die droomt, hem roepend tot zijn huw'lijksfeest; + Nu gaat hij, méér in liefde, in moed gelijk, + Als jonge Alcides,[43] toen hij 't zeegedrocht + De maagd ontwrong, die door het gillend Trooi + Als cijns betaald was,[44] ik ben 't offer nu; + Die daar ter zijde zijn Trojaansche vrouwen, + Met oogen dofgeweend, bijeen om 't eind + Te aanschouwen van den strijd. Ga, Hercules! + Leeft gij, dan leef ook ik; mijn angst is groot, + Veel grooter nog dan de uwe in dezen nood. + +_Muziek en zang, terwijl_ BASSANIO _in zichzelf over de kistjes te rade +gaat._ + + _Lied._[45] + + _Eerste stem._ + Waar ontstaat der liefde schijn, + In het hart of in het brein? + Hoe hij verder wel gedij'? + O antwoord mij! + + _Tweede stem._ + Voortgebracht door oogenlust, + Voedt hem 't zien; hij wordt gebluscht + In de wieg waarin hij rust.[46] + Luiden wij zijn doodsklok, kom; + Ik begin al,--Bim, bam, bom. + + _Koor_: + Bim, bam, bom. + +BASSANIO: + Zoo is de schijn slechts zelden wàt hij schijnt, + Door opschik wordt de wereld steeds misleid. + In 't recht,--wat eisch zoo vuig en zoo gemeen, + Die niet, door mooie woorden opgesmukt, + Het kwade zal omhullen? In den godsdienst, + Wat vloekb're dwaling, of een eerbaar hoofd + Rechtvaardigt en bewijst haar door een tekst, + Haar plompheid dekkend met een fraaien tooi. + Geen ondeugd zoo onnoozel, of zij siert + Zich uiterlijk met eenig merk van deugd. + Hoe menig lafaard met een hart zoo zwak + Als een pilaar van zand, draagt aan zijn kin + Een baard als Hercules en gramme Mars,-- + Bij onderzoeking blijkt zijn lever wit;[47] + Hij eigent zich slechts d'uitwas van den moed + Om zich geducht te maken! Denk aan schoonheid, + En zie hoe de opschik hier ook wordt bejaagd, + Die dáárin wond'ren werkt in de natuur, + Door 't lichtst te maken wie er 't meest van draagt; + Zoo staat dat slangen-kroezig gouden haar, + Dat met den wind zoo dartel spelemeit, + Op een gewaande schoonheid,[48] vaak bekend + Als vroeg're bruidsgift van een ander hoofd: + De schedel die 't deed groeien ligt in 't graf. + Daarom is de opschik slechts 't bedrieglijk strand + Bij een geweld'ge zee, de pracht'ge doek + Een negerin omhullend, in het kort, + Schijn-waarheid, waar de list'ge tijd meê pronkt, + De wijsten lokkend. Daarom, glanzig goud, + Hard Midas-voedsel,[49] wil ik niets van u. + Ook niets van u, gij slover, bleek en min, + Van hand tot hand gaand: maar gij, schamel lood, + Dat veeleer dreigt dan iets beloven wilt, + Uw eenvoud roert mij meer dan schoone schijn, + Hier kies ik dus. En moog 't gelukkig zijn! + +PORTIA: + Hoe vliedt elke and're hartstocht in de lucht, + Als angstig twijf'len, wanhoop snel-geducht, + En sidd'rend vreezen en de groene nijd! + O liefde, matig uw uitbundigheid, + Giet dropsgewijs uw vreugde-stortvloed neer, + Ik voel te veel uw zegen, nu niet meer, + Ik vrees die overmaat! + +BASSANIO (_het looden kistje openend._): + Wat zie ik hier? + Het beeld van Portia! Welke halfgod kwam + Haar zóó nabij? Bewegen de oogen zich? + Of schijnen ze op de deining van mijn blik + Zich te bewegen? Door d'ontsloten lippen + Gaat geurige adem, zoete scheiding van + Twee zulke zoete vrienden. In het haar + Spon als een spin de schilder 't gouden web, + Een groot're hinderlaag voor 't mannenhart + Dan 't spinnenrag voor muggen; maar hare oogen!-- + Hoe kon hij schild'ren en toch zien? Mij dunkt + Als hij er één gemaakt had, waar' 't in staat + De twee van hem te stelen en zichzelf + Te scheiden van zijn maat. Maar toch, zóó als + Mijn lof dit schaduwbeeld verongelijkt + Door 't te onderschatten, zóózeer steekt dit beeld + Af bij 't oorspronkelijk.--Hier is 't geschrift, + Dat heel de som van mijn geluk bevat. + + "Gij wien valsche schijn mishaagt, + Die goed kiest en moedig waagt, + Geeft het lot u wat ge vraagt, + Later niet om meer geklaagd. + Als gij hier tevreên meê zijt, + En u dit geluk verblijdt, + Wend tot háár u, die u beidt, + En kus ze als bruid vol liefd'rijkheid." + + Een vriend'lijk vers.--Verlof, (_hij kust haar_,) + hier staat geschreven + Dat niet alleen 'k ontving, maar ook moet geven. + Als een van beide kampers om een prijs, + Die meent dat hij gestreden heeft naar eisch, + Het juichen hoorend als uit éénen mond, + En duiz'lend, twijf'lend oov'ral staart in 't rond, + Niet wetend of hèm 't lofgegalm wel geldt; + Zoo, driewerf schoone, is 't ook met mij gesteld, + 'k Sta twijf'lend of ik waarheid hier ontmoet, + Tot gij het staaft en 't mij erkennen doet. + +PORTIA: + Gij ziet mij, Heer Bassanio, waar ik sta, + Zooals ik ben. Schoon 'k voor mijzelve alleen + Niet in mijn wensch eerzuchtig wilde zijn, + En mij veel beter wenschen, 'k zou voor u + Toch honderd maal mijzelve willen zijn, + Tien duizend maal zoo rijk, en duizend maal zoo schoon. + Om slechts in uwe schatting hoog te staan + Zou ik onschatbaar willen zijn in deugd, + In schoonheid, vrienden en fortuin. Maar 'k ben + Bijeengeteld slechts niets; dat is, totaal, + Een meisje zonder oef'ning, kunde en school: + Gelukkig is zij echter niet te oud + Om iets te leeren; nòg gelukk'ger is 't + Dat zij er niet te dom van aard voor is; + 't Gelukkigst is dat haar gedweeë geest + Aan d' uwen ter besturing zich vertrouwt, + Dien van haar heer, haar leidsman en haar vorst. + Ik ben van u geworden, en het mijn' + Is 't uwe thans: ik was zooeven nog + Meest'res van dit mooi landgoed, van mijzelf, + Van mijn bedienden; en terzelfder tijd + Zijn 't huis, de dienaars en mijn eigen ik + Van u, mijn meester. 'k Geef hen met deez' ring, + En scheidt ge er van door schenking of verlies, + Dan zij 't voorspelling van uw liefde's dood, + Voor mij de grond van een gerecht verwijt. + +BASSANIO: + Mevrouw, gij hebt van woorden mij beroofd, + 't Bloed in mijn aad'ren spreekt alleen tot u; + En er is zoo'n verwarring in mijn geest, + Als onder 't murm'lende en tevreden volk + Zich voordoet na een rede, schoon van taal, + Gehouden door een welbeminden vorst; + Waar elke kleinigheid, bijeengevoegd, + Een wildernis van louter vreugde wordt, + Geuit, en niet geuit. Maar als de ring + Mijn hand verlaat, verlaat ook 't leven mij: + O, zeg dan vrij: "Bassanio is dood." + +NERISSA: + Mijn meester en meest'res, het is nu tijd, + Dat wij, die alles zagen, en wier wensch + Met heil bekroond werd, roepen: "Veel geluk!" + +GRATIANO: + Mijn eed'le Jonkvrouw, Heer Bassanio, + 'k Wensch u de vreugd, die ge u slechts wenschen kunt; + Gij wenscht van mij de vreugde niet vandaan; + En als UEed'len uw verbond van trouw + Op plecht'ge wijs bezegelt, smeek ik u + Op dien tijd ook gehuwd te mogen zijn. + +BASSANIO: + Van harte, zoo ge een vrouw slechts krijgen kunt. + +GRATIANO: + UEed'le heeft me er een bezorgd, heb dank. + Mijn oogen zien zoo snel als de uwe, Heer: + De meesteres zaagt gij, en ik haar maagd; + Gij werdt verliefd, ik ook; want uitstel past + Mij even weinig, eed'le Heer, als u. + Uw lot hing van de gindsche kistjes af, + Zoo ook het mijne, 't komt toevallig uit; + Want in het zweet mijns aanschijns aanzoek doend, + En liefdeseeden zwerend, tot mijn keel + Er droog van werd, kreeg 'k op den langen duur,-- + Moog' die belofte duurzaam zijn--van háár + +(_op_ NERISSA _wijzend_) + + De trouwbelofte, indien uw goed geluk + Haar meesteres won. + +PORTIA: + Is dat waar, Nerissa? + +NERISSA: + 't Is waar, Mevrouw, indien het u behaagt. + +BASSANIO: + En gij, Gratiano, meent ge dit oprecht? + +GRATIANO: + Ja, werk'lijk, eed'le Heer. + +BASSANIO: + Ons huw'lijkfeest wint door het uwe in eer. + +GRATIANO: + Wij zullen met hem voor duizend dukaten om den eersten jongen + spelen. + +NERISSA: + Om zulk een inzet? + +GRATIANO: + Wij zetten nog wel meer om dat te winnen.-- + Maar wie zijn dat? Lorenzo en zijn vrouw? + Wat? met mijn ouden vriend Solanio? + +LORENZO, JESSICA _en_ SOLANIO _komen op._ + +BASSANIO: + Lorenzo en Solanio, welkom hier,-- + Gesteld mijn pas verworven stelling geeft + Mij 't recht hiertoe. Ik heet, met uw verlof, + Mijn vrienden en mijn landgenooten welkom, + Geliefde Portia. + +PORTIA: + Ik doe 't eveneens; + Zij zijn van harte welkom. + +LORENZO: + Ik dank UEed'le.--Wat mijzelf betreft, + 'k Was niet van plan geweest u hier te zien, + Maar onderweg trof ik Solanio aan, + En zijn verzoek, dat ik niet weig'ren kon, + Bracht mij hierheen. + +SOLANIO: + Zoo is het, eed'le Heer, + En 'k heb er reed'nen voor. Signor Antonio + Doet u zijn groeten. (_Hij geeft_ BASSANIO _een brief._) + +BASSANIO: + Eer 'k den brief verbreek, + Moet gij mij zeggen hoe mijn vriend het maakt. + +SOLANIO: + Hij is niet ziek, tenzij hij 't is van geest; + Ook niet gezond, tenzij van geest: zijn brief + Zal u zijn toestand toonen. (BASSANIO _leest den brief._) + +GRATIANO: + Nerissa, heet die vreemde dame welkom. + Uw hand, Solanio. Hoe is 't in de stad? + Hoe vaart Antonio, de koopmansvorst? + 'k Weet dat hij blij zal zijn om ons geluk; + Wij zijn de Jasons,[50] wonnen 't gulden vlies. + +SOLANIO: + Hadt gij het vlies slechts dat hem is ontgaan. + +PORTIA: + Die brief moet smartelijk van inhoud zijn + Wijl hij de kleur steelt van Bassanio's wang: + Een dierb're vriend dood, wat kon anders zóó + Den kalmen aard van een bezadigd man + Verand'ren doen? Hoe, erger, erger nog?-- + Verlof, Bassanio: ik ben half van u, + En dus komt mij de helft van alles toe + Wat deze brief u brengt. + +BASSANIO: + O zoete Portia, + 't Zijn enk'le woorden, zóó onaangenaam, + Als ze ooit papier bevlekten! Schoone vrouw, + Toen ik voor 't eerst u van mijn liefde sprak, + Zei 'k u vrijmoedig, dat mijn gansch bezit + Me in de aad'ren stroomde,--'k was een man van eer: + En 'k sprak de waarheid: maar toch zult ge zien + Hoezeer 'k, bij 't schatten van mijzelf op niets, + Een snoever was, mijn lieve. Toen 'k u zei + Dat _niets_ mijn deel was, had ik moeten zeggen + Dat minder 'k had dan niets; want weet, dat ik + Mij heb verplicht aan een geliefden vriend, + Hem aan zijn ergsten vijand heb verplicht + Om mij de beurs te vullen. Zie dien brief; + 't Papier is als het lichaam van mijn vriend, + En ieder woord daarop een open wond + Zijn levensbloed vergietend.--Maar, Solanio, + Zijn al zijn kansen weg? Géén schip terecht? + Uit Tripoli, van Mexico en Eng'land, + Uit Indië, Barbarijë en Lissabon,-- + Ontkwam er geen den vreeselijken schok + Van klippen, koopman-moordend? + +SOLANIO: + Neen, niet één, + En bovendien, al had hij 't geld gereed + Ter afbetaling aan den Jood, hij zou + 't Niet nemen, naar het schijnt. Ik zag nog nooit + Een wezen met een menschenuiterlijk, + Zóó tuk en happig op eens menschen val: + Hij loopt bij dag en nacht den Doge na, + En hij beticht de vrijheid van den staat, + Indien men hem geen recht doet: twintig kooplui, + De Doge zelf, en de magnifico's[51] + Die 't meest vermogen, deden al hun best, + Maar geen weerhoudt hem van den boozen eisch + Van het verbeurde, 't recht en het kontrakt. + +JESSICA: + Toen 'k nog bij hem was, hoorde ik hoe hij zwoer + Aan Chus en Tubal, mannen van zijn ras, + Dat hij Antonio's vleesch veeleer verkoos + Dan twintig maal de waarde van de som + Die hij hem schuldig was; en 'k weet erbij, + Dat, weig'ren wet, gezag en macht het niet, + Het slecht dan gaat met d'arme Antonio. + +PORTIA: + Is de bedreigde u dan zoo'n waarde vriend? + +BASSANIO: + Mijn waardste vriend, de vriendelijkste man, + De bestgeaarde en onvermoeidste geest + In 't hulp verleenen; iemand in wien de eer + Van een aloud Romein zich meer vertoont, + Dan wie maar in Italië leven heeft. + +PORTIA: + Wat is hij schuldig aan den Jood? + +BASSANIO: + Voor mij drie duizend dukaten. + +PORTIA: + Wat, niet meer? + Geef hem zes duizend, en verscheur 't kontrakt; + Verdubbel die, doe er 't vierdubb'le bij, + Voordat een vriend zooals hij hem beschrijft + Een haar verlieze door Bassanio's schuld. + Ga eerst met mij ter kerk, en noem me uw vrouw, + En daarop naar Venetië naar uw vriend; + Want nimmer zult ge u vlij'n aan Portia's zij + Met een ontruste ziel. Ik geef u goud + Voor twintig malen deze niet'ge schuld; + Is zij betaald, breng dan uw hartsvriend hier, + Ik en Nerissa zullen midd'lerwijl + Als weduwen en maagden leven. Vlug, + Want gij moet op uw huw'lijksdag terug: + Groet uwe vrienden: toon een blij gelaat: + Zoo duur gekocht, stel 'k u op duren prijs. + Maar lees mij thans den brief voor van uw vriend. + +BASSANIO (_leest_): + "Beste Bassanio, mijn schepen zijn alle vergaan, mijn schuldeischers + worden wreed, mijn geldelijke toestand is zeer gedrukt, de vervaldag + van mijn kontrakt met den Jood is voorbij, en daar ik, indien ik het + nakom, niet kan blijven leven, zijn alle schulden tusschen u en mij + afgedaan, als ik u slechts bij mijn dood mag zien. Maar doe, + niettegenstaande dit alles, zooals 't u behaagt: als uw genegenheid + u niet drijft te komen, laat mijn brief dat dan ook niet doen." + +PORTIA: + Mijn lief, laat alles achterwege, en ga. + +BASSANIO: + Daar uwe mildheid mij dit niet belet + Zoo haast ik mij; maar voor ik weer verschijn, + Leg 'k nimmer mij te slapen op een bed, + Geen rust zal aan mijn talmen schuldig zijn. (_Allen af._) + + + + +TOONEEL III. + +_Venetië. Een Straat._ + + +SHYLOCK, SALARINO, ANTONIO _en een_ CIPIER _komen op._ + +SHYLOCK: + Houd hem in 't oog, cipier: spreek mij niet van genade.-- + Dit is de dwaas die gratis geld te leen gaf.-- + Houd hem in 't oog. + +ANTONIO: + Hoor me aan, mijn goede Shylock. + +SHYLOCK: + 'k Wil mijn kontrakt; raak niet aan mijn kontrakt; + 'k Zwoer mij te zullen houden aan 't kontrakt: + Gij hebt me eerst zonder reden "hond" genoemd; + Maar nu ik er een ben, pas op mijn muil; + De Doge zal mij recht doen.--'k Ben verbaasd, + Dat gij zoo dwaas zijt, schelm van een cipier, + Om met hem uit te gaan op zijn verzoek. + +ANTONIO: + Ik bid u, hoor mij aan. + +SHYLOCK: + Ik houd me aan mijn kontrakt; ik luister niet: + Ik houd me aan mijn kontrakt, dus spreek niet meer. + Ik ben geen zachte en huilerige sul, + Die schuddebolt en toegeeft, zucht en buigt + Voor Christelijke midd'laars. Volg mij niet, + Geen woord meer, 'k wil mij houden aan 't kontrakt. (_Af._) + +SALARINO: + Dit is wel de onverbiddelijkste hond, + Die ooit met menschen leefde. + +ANTONIO: + Laat hem gaan; + 'k Loop hem niet meer met vrucht'loos smeeken na. + Hij wil mijn leven; 'k weet zijn reed'nen goed; + 'k Heb menigeen die bij mij klagen kwam + Verlost van de aanspraak die hij op hen had; + Vandaar zijn haat. + +SALARINO: + De Doge zal gewis + Deze aanspraak nimmer geldig laten zijn. + +ANTONIO: + De Doge kan den loop van 't recht niet stuiten, + Want als het voorrecht, dat de vreemd'ling heeft + Hier in Venetië, wordt gestuit, dan zal + 't Verwijt van onrecht wegen op den staat, + Omdat de handel en de winst der stad + Door alle volken wordt bewerkt. Dus, ga. + Dit leed en nadeel pakten mij zóó aan, + Dat 'k morgen nauwelijks een pondje vleesch + Kan afstaan voor mijn wreeden crediteur. + Vooruit, cipier.--God geve, dat Bassanio + Zijn schuld komt zien voldoen, dan is 't mij wel! + +(_Allen af._) + + + + +TOONEEL IV. + +_Belmont. Een kamer in_ PORTIA'S _Huis._ + + +PORTIA, NERISSA, LORENZO, JESSICA _en_ BALTHAZAR _komen op._ + +LORENZO: + Mevrouw, al zeg ik 't u in uw gelaat, + Gij hebt een edel en een waar begrip + Der goddelijke vriendschap; gij verdraagt + Daarvoor de afwezigheid van uw gemaal. + Maar, als gij wist wien gij deze eer bewijst, + Aan welk een waardig man gij uitkomst zendt, + Hoe hij verknocht is aan uw heer gemaal, + Gij zoudt, dat weet ik, trotscher hierop zijn, + Dan uw milddadigheid u maken moet. + +PORTIA: + 'k Heb nooit berouw gehad van wel te doen; + Dat zal 'k ook nu niet; want genooten, die + Den tijd te zamen slijten in verkeer, + Wier ziel hetzelfde juk van liefde torst, + Past ook noodzaak'lijk een gelijke maat + Van trekken en van zeden en gemoed; + Dit doet mij denken dat Antonio, + Als boezemvriend van mijn gemaal, aan hem + Gelijk moet zijn. Als dit zoo is, hoe klein + Zijn dan de kosten die ik heb besteed + Om hem die 't evenbeeld is van mijn ziel[52] + Te koopen uit de helsche marteling! + Maar dit komt eigen lofspraak te nabij; + Hier dus niet meer van: hoort iets anders nu. + Lorenzo, ik vertrouw aan uwe hand + De leiding en 't beheeren van mijn huis + Tot mijn gemaal terugkomt. Ik voor mij, + Ik heb den Hemel heimelijk beloofd + In stil gepeins te leven en gebed, + Alleen van mijn Nerissa vergezeld, + Tot onze gaden zijn teruggekeerd. + Er ligt een klooster twee mijl hier van daan, + En daar zal 'k toeven. Ik verzoek u zeer, + Dat gij den last niet van u schuiven zult + Dien mijne vriendschap en de omstandigheên + Nu op u leggen. + +LORENZO: + Met geheel mijn hart + Voldoe ik aan uw vriendelijk bevel. + +PORTIA: + Mijn menschen weten allen van mijn plan, + En zullen u en Jessica erkennen + In plaats van Lord Bassanio en mij. + Vaartwel dus, tot we elkander wederzien. + +LORENZO: + Geluk zij met u, waar gij staat of gaat! + +JESSICA: + Ik wensch UEed'le alles, alles goeds. + +PORTIA: + Dank voor uw wensch, van mijn kant breng 'k ook u + Mijn besten wensch: vaarwel thans, Jessica. + +(JESSICA _en_ LORENZO _af._) + + Nu, Balthazar, + Daar ik u trouw en eerlijk steeds bevond, + Laat dit ook nu zoo zijn. Neem dezen brief, + En snel naar Padua met al de macht + Die in een man is: zorg dat gij hem legt + In handen van mijn neef, doctor Bellario; + En wat hij u aan dokumenten geeft + En kleed'ren, breng met allen denkb'ren spoed, + Hen bid ik u, naar het gewone veer + Dat op Venetië vaart. Verlies geen tijd, + Maar haast u wat: ik zal er vóór u zijn. + +BALTHAZAR. + Mevrouw, 'k zal gaan met den vereischten spoed. (_Af._) + +PORTIA: + Komaan, Nerissa: 'k heb een plan bedacht, + Dat gij niet kent. Wij zien de mannen weer. + Eer ze aan ons denken. + +NERISSA: + Zullen zij òns zien? + +PORTIA: + Dat zullen zij, maar dan in zulk een dracht + Dat zij ons zullen wanen in 't bezit + Van 't geen wij missen. 'k Wed om wat ge wilt, + Dat, zijn we als jonge mannen uitgedost, + Ik van ons beî de knapste kerel ben, + Mijn degen met bevall'ger kloekheid draag, + Spreek als bij d' overgang van knaap tot man, + Met rietpijp-stem, twee korte pasjes maak + Tot mannelijk gestap, van vechten spreek + Zooals een zwetsend heertje, en listig lieg, + Hoe hooge dames dongen naar mijn gunst, + (En ik, die weig'rend, kniesden zij zich dood, + Ik kon er niets aan doen)--dan krijg 'k berouw, + En 'k wensch dat ik hen niet zoo had gedood. + En twintig flauwe leugens disch ik op, + Zoodat de mannen zweren dat ik ruim + Een jaar van school af ben. 'k Herinner mij + Wel duizend jongensstreken van die pochers, + En 'k pas ze toe. + +NERISSA: + Wat? Gaan we als mannen doen? + +PORTIA: + Foei, wat een vraag is dat, + Als men daar eens een schuinen zin aan gaf! + Maar kom; 'k vertel u mijn geheele plan, + Als 'k in mijn rijtuig ben, dat aan de poort + Van 't park ons wacht; dus nu niet meer gevraag, + Want twintig mijlen staan er voor vandaag. (BEIDEN _af._) + + + + +TOONEEL V. + +_Belmont. Een Tuin._ + + +LANCELOT _en_ JESSICA _komen op._ + +LANCELOT: + Ja zeker; want, zie eens hier, de zonden van den vader zullen + bezocht worden aan de kinderen; daarom ben ik voor u bezorgd dat + beloof ik u. Ik ben altijd open tegen u geweest, en daarom zeg ik + nu mijn diner[53] over de zaak: leef er dus maar vroolijk op los, + want, waarachtig, ik geloof dat u verdoemd is. Met dat al is er toch + maar één hoop die u 'n beetje goed kan doen, en dat is toch ook maar + een soort bastaard-hoop. + +JESSICA: + En wat is dat dan voor een hoop, ik bid je? + +LANCELOT: + Wat drommekater, dat is een klein hoopje dat uw vader u niet in de + wereld heeft gebracht, dat u de dochter van den Jood niet is. + +JESSICA: + Ja, dat zou met recht een soort bastaard-hoop zijn: dan zouden de + zonden van mijn moeder aan mij bezocht worden. + +LANCELOT: + Neen maar, dan vrees ik dat u net zoo goed van vaders- als van + moederskant verdoemd is: zoodoende verval ik, als ik Scylla, uw + vader, vermijd, in Charybdis, uw moeder;[54] nu, op allebei de + manieren is 't met u gedaan. + +JESSICA: + Ik zal gered worden door mijn man; hij heeft een Christin van mij + gemaakt. + +LANCELOT: + O zeker, maar des te meer valt hem te verwijten: er waren vroeger al + Christenen genoeg; genoeg om de-n-een met den ander behoorlijk te + kunnen leven. Maar zulk Christenen-maken zal de varkensprijzen in + de hoogte jagen! Als we allemaal varkensvleesch-eters worden, zullen + we al heel gauw voor geen geld meer een reep spek op 't vuur kunnen + krijgen. + +JESSICA: + Ik zal mijn man vertellen wat je zegt, Lancelot; daar komt hij aan. + +LORENZO _komt op._ + Ik zal binnenkort jaloersch op je worden, Lancelot, als je mijn + vrouw zoo in de hoekjes trekt. + +JESSICA: + Neen, je behoeft niet bang te zijn voor ons, Lorenzo. Lancelot en + ik liggen met elkaar overhoop. Hij vertelt me platweg dat er voor + mij geen genade in den hemel is, omdat ik de dochter ben van een + Jood, en hij zegt ook dat gij geen goed lid van de maatschappij + zijt, want door Joden tot Christenen te bekeeren, verhoogt ge den + prijs van 't varkensvleesch. + +LORENZO: + Ik zal dat beter verantwoorden voor de maatschappij, dan jij dat de + verhooging van dien negerinnebuik kunt doen: het zwartje moet een + kind van je krijgen, Lancelot. + +LANCELOT: + Het zou wel wat kras wezen, als zoo'n negerdeern me veel kon deren, + en als ze minder was dan een eerlijke vrouw, dan heb ik meer van + haar gemaakt door mijn bezoek. + +LORENZO: + Elke dwaas kan toch maar woordspelingen maken! Ik geloof dat + binnenkort de beste aanbeveling voor geestigheid het zwijgen zal + zijn, en dat spreken alleen in papegaaien zal geprezen worden.--Ga + naar binnen, sinjeur: zeg dat ze zich klaarmaken voor 't eten. + +LANCELOT: + Dat is al gebeurd, Meneer; ze hebben allemaal magen. + +LORENZO: + Goeie Genade, wat ben jij een uientapper! Zeg dan dat ze 't eten + klaarzetten. + +LANCELOT: + Dat is ook gebeurd, Meneer; alleen, het woord is "dekken." + +LORENZO: + Wil jij dan dekken, Meneer? + +LANCELOT: + O nee, Meneer, volstrekt niet; daar ben ik veel te netjes voor. + +LORENZO: + Nog al meer woordverdraaien voor de gelegenheid? Wil je op één + oogenblik den ganschen schat van je geestigheid laten zien? Begrijp + asjeblieft een eenvoudig man in zijn eenvoudige bedoeling: ga naar + je kornuiten, zeg dat ze de tafel dekken, het eten brengen, en dan + zullen we komen dineeren. + +LANCELOT: + De tafel, Meneer, zal gebracht worden, het vleesch zal gedekt + worden, en wat uw komen dineeren betreft, Meneer, nu, laat dat zijn + zooals lust en luim dat zullen gelasten. (_Af._) + +LORENZO: + O welk een schranderheid en dracht van taal! + Een leger geest'ge woorden heeft de dwaas + Zich in het hoofd geplant! en menig dwaas + Ken ik, van hoog'ren rang en zooals hij + Van geest voorzien, die aan een snedig woord + De zaak ten offer brengt. Kom Jessica, + Zeg gij uw meening nu eens, lieveling, + Wel, hoe bevalt u Lord Bassanio's vrouw? + +JESSICA: + Meer dan ik zeggen kan. Het is wel zaak, + Dat hij een onbesproken leven leidt, + Want, zóó gezegend met zijn echtgenoot, + Vindt hij de hemelvreugde hier op aard, + En als hij op deze aard niet matig is, + Dan wacht hem zeker nooit het hemelrijk.[55] + Indien twee hemelgoôn in weddenschap + Twee aardsche vrouwen legden op een schaal, + En Portia was er één, dan moest nog iets + Bij de and're, want deze onvolmaakte wereld + Bezit haar weerga niet. + +LORENZO: + Juist zulk een man + Als zij een vrouw is, hebt gij nu in mij. + +JESSICA: + Welnu, vraag ook mìjn meening daaromtrent. + +LORENZO: + Aanstonds; maar laat ons eerst aan tafel gaan. + +JESSICA: + Neen, laat me u prijzen, nu 'k er trek in heb. + +LORENZO: + Bewaar het, bid ik u, als tafelkout; + Hoe gij ook spreekt, 'k verteer 't dan met de rest. + +JESSICA: + Welnu, dan zal ik zeggen wat ge zijt. (_Beiden af._) + + + + +VIERDE BEDRIJF + +TOONEEL I. + +_Venetië. Een Gerechtshof._ + + +DE DOGE, DE MAGNIFICO'S, ANTONIO, BASSANIO, GRATIANO, SALARINO, +SOLANIO, _en Anderen._ + +DOGE: + Nu, is Antonio hier? + +ANTONIO: + 'k Wacht Uw Genade's wenk. + +DOGE: + Het spijt me om u: gij hebt een tegenstander + Zoo hard als steen, een wreede' ellendeling, + Onmedelijdend, gansch verstoken van + Elk grein barmhartigheid. + +ANTONIO: + Ik heb gehoord + Dat Uw Genade moeite deed om hem + Te maat'gen in zijn wreeden eisch, maar nu hij + Hardnekkig volhoudt, en geen macht van wet + Mij aan zijn haat ontrukt, beantwoord ik + Zijn woede met geduld, en 'k wapen mij + Om met een kalm gemoed zijn tirannie + En ongetemde gramschap te ondergaan. + +DOGE: + Roep een van allen thans den Jood voor ons. + +SOLANIO: + Hij wacht reeds bij de deur. Daar komt hij aan. + +SHYLOCK _komt op._ + +DOGE: + Maakt plaats, hij kome voor ons aangezicht.-- + Shylock, de wereld denkt, en ik met haar, + Dat gij slechts dit vertoon van boosheid voert + Tot dit laatste oogenblik; en dan zult gij, + Zoo denkt men, meêlij toonen en berouw, + Nog vreemder dan uw vreemde schijnb're wreedheid: + En dat, terwijl ge nu 't verbeurde vergt, + ('t Pond vleesch van dezen armen koopman hier,) + Gij niet alleen hem van de boete ontheft, + Maar ook, bezield door liefde en mensch'lijkheid + Hem nog een goed deel schenkt van 't kapitaal, + Uw oog vol deernis slaand op zijn verlies, + Dat kort geleên zich stapelde op zijn rug, + En dezen vorst der koopliên vallen deed, + Zoodat zijn toestand medelijden vond + Bij koop'ren boezems, harten ruw als staal, + Bij stugge Turken en Tartaren, nooit + Met teeder vriend'lijkheidsbetoon vertrouwd. + Wij wachten een zachtzinnig antwoord, Jood. + +SHYLOCK: + 'k Liet uw Genade weten wat ik wensch; + En bij mijn heil'gen Sabbath zwoer 'k er op + Te hebben wat mij toekomt bij kontrakt: + En weigert gij, dan koom 't gevaar ter neer + Op privilege en vrijheid van uw stad. + Waarom 'k een pondje van dat minne vleesch + Veeleer verkiezen wil dan drie duizend + Dukaten? Wel daar antwoord ik niet op: + Maar, stel, 't is zoo mijn luim: is dàt geen antwoord? + Hoe, als mijn huis geplaagd wordt door een rat, + En 'k tienduizend dukaten geven wil + Om 't beest te loozen? Lijkt dit antwoord u? + De een kan 't niet uitstaan als een varken schreeuwt, + Een ander weer wordt dol, ziet hij een kat, + Een derde houdt zijn water niet, wanneer + De zakpijp door den neus zingt: ieders aard, + De meester van zijn neiging, drijft hem tot + De stemmingen van wat hem lust of walgt. + Zooals er nu geen zeek're reden is, + Waarom een schreeuwend varken d' een mishaagt, + D' and're' een onschaad'lijk huisdier als de kat, + Een derde een wollen doedelzak,[56] zoodat + Hij de onvermijdb're schaamte lijden moet + Om last te geven daar hij dien ook krijgt; + Zoo kan en wil ook ik geen reden geven. + 't Is slechts een diepe haat, een zeek're walg + Dat ik Antonio dus vervolg met wat + Voor mij verlies is. Lijkt dit antwoord u? + +BASSANIO: + Dat is geen antwoord, ongevoelig mensch, + Ter verontschuld'ging van uw wreed gedrag. + +SHYLOCK: + Onnoodig dat mijn antwoord u behaagt. + +BASSANIO: + Doodt ieder dan hetgeen hij niet bemint? + +SHYLOCK: + Haat iemand iets dat hij niet dooden wil? + +BASSANIO: + Elke afkeer is niet dadelijk een haat. + +SHYLOCK: + Wat, woudt ge dat een slang u tweemaal beet? + +ANTONIO: + Bedenk toch, dat gij met den Jood krakeelt: + Want even goed kunt ge op het strand gaan staan, + En zeggen tot den vloed: "Was nu niet meer;" + En even goed krakeelt ge met den wolf + Waarom hij de ooi liet blaten om het lam; + En evengoed verbiedt gij 't berggeboomt' + Zijn hooge kruin te schudden, geen gedruisch + Te maken als de hemelvlaag 't doorvaart; + Ja, evengoed kunt gij het zwaarste doen, + Als trachten zijn Joodsch hart (is er iets harders?) + Gedwee te maken.--Daarom, 'k smeek het u, + Bied niets meer aan, gebruik geen midd'len meer, + Maar laat ik kort en bondig, zooals past, + Mijn vonnis hebben, en de Jood zijn wensch. + +BASSANIO: + Voor uw drie duizend bied ik u er zes. + +SHYLOCK: + Als van zes duizend iedere dukaat + In zessen ging, en elk deel een dukaat, + Ik nam ze niet,--ik wenschte mijn kontrakt. + +DOGE: + Hoe zult gij meêlij hopen, die 't niet kent?[57] + +SHYLOCK: + Welk oordeel moet ik vreezen? 'k Doe geen kwaad. + Gij allen hebt u slaven aangeschaft, + Die als uw ezels, muildieren en honden + Verachtelijke en slaafsche diensten doen, + Wijl gij hen kocht:--En zeg ik nu tot u: + "Laat vrij hen, huw'lijk hen uw erven uit; + Wat zweeten ze onder lasten? laat hun bed + Zoo zacht als 't uwe zijn, en streel hun tong + Met even lekk're spijs," dan antwoordt gij: + "'t Zijn onze slaven,"--zoo antwoord ik u: + "'t Pond vleesch dat ik hier eisch is duur gekocht, + Het is mijn eigendom, en 'k vraag het dus." + Als gij 't mij weigert, schande op uwe wet! + Dan heeft Venetië's besluit geen kracht, + 'k Sta voor mijn recht hier; antwoord, krijg ik het? + +DOGE: + Ik heb de macht dit hof te laten gaan, + Tenzij Bellario, een geleerde doctor, + Naar wien ik om beslissing hierin zond, + Hier heden komt. + +SOLANIO: + Uw Hoogheid, buiten staat + Een bode, die zoo juist uit Padua kwam + Met brieven van den doctor. + +DOGE: + Breng ons de brieven. Roep den bode hier. + +BASSANIO: + Houd moed, Antonio! Kom, man, wanhoop niet! + De Jood krijgt _mijn_ vleesch, beend'ren, bloed, en al + Eer gij voor _mij_ één druppel bloed verliest. + +ANTONIO: + 'k Ben uit de kudde het gemerkte schaap, + Voor 't slachten 't meest geschikt; de zwakste soort + Van vruchten valt het eerst omlaag, zoo ik. + Gij doet, Bassanio, mij geen beet'ren dienst + Dan dat gij voortleeft en mijn grafschrift schrijft. + +NERISSA _komt op, als een advokatenklerk gekleed._ + +DOGE: + Komt gij van Padua, van Bellario? + +NERISSA: + Van beide, Hoogheid: 'k breng Bellario's groet. + +(_Zij reikt hem een brief over._) + +BASSANIO: + Waarom zet gij uw mes zoo ijv'rig aan? + +SHYLOCK: + 'k Wil uit dien bankroetier 't verbeurde snijden. + +GRATIANO: + Niet op uw zool, maar op uw ziel wet gij, + Hardvocht'ge Jood, uw mes; maar geen metaal, + Neen, zelfs het beulszwaard niet, is half zoo scherp + Als 't vlijmen van uw haat. Roert u geen beê? + +SHYLOCK: + Geen, die _uw_ zwak verstand bedenken kan. + +GRATIANO: + O, wees verdoemd, gij onvermurwb're hond! + En 't recht zij aangeklaagd omdat gij leeft. + Gij doet mij bijna wank'len in 't geloof, + Om met Pythagoras het ééns te zijn, + Dat dierenzielen sluipen in het lijf + Van menschen: uwe hondsche ziel gebood + Een wolf, gehangen wegens menschenmoord; + En aan de galg ontvlood zijn felle ziel, + Die in u drong terwijl gij in den schoot + Van uw onheil'ge moêr laagt; want uw aard + Is bloedig, hong'rig, wreed, als van een wolf. + +SHYLOCK: + Tenzij ge 't zegel wegschimpt van 't contract, + Vermoeit ge uw longen slechts door zulk geschreeuw. + Lap uw verstand wat op, jongmensch, of 't gaat + Totaal verloren.--'k Sta hier voor mijn recht. + +DOGE: + Dit schrijven van Bellario beveelt + Een jong en kundig doctor aan bij 't hof:-- + Waar is hij? + +NERISSA: + Wachtend hier vlak bij, hij wil + Gaarn weten of hij toegelaten wordt. + +DOGE: + Van ganscher harte:--gaat nu, drie of vier; + Geeft hoffelijk geleide hem hierheen,-- + Intusschen hoore 't hof Bellario's brief. + + (_Een klerk leest._) "Uwe Hoogheid moet weten, dat ik, bij het + ontvangen van uwen brief, zeer ziek ben: maar op het oogenblik dat + uwe bode kwam, was een doctor uit Rome bij mij op vriendschappelijk + bezoek; zijn naam is Balthazar. Ik maakte hem bekend met het + twistgeding tusschen den Jood en den koopman Antonio: wij sloegen + samen vele boeken op; hij draagt kennis van mijne meening, welke, + versterkt door zijn eigene geleerdheid (van welke ik den omvang + niet genoeg kan roemen,) met hem mede komt, op mijn dringend + verzoek, om de bede van Uw Hoogheid in mijne plaats te vervullen. + Ik smeek u, laat zijn gemis aan jaren geen beletsel zijn on hem een + eervolle hoogachting te laten missen,[58] want ik heb nooit zulk + een jong lichaam met zulk een oud hoofd gezien. Ik beveel hem in + uwe genadige ontvangst aan; de kennismaking met hem zal zijn + lofwaardigheid nog beter doen blijken." + +DOGE: + Gij hoort nu wat Bellario ons schrijft: + En ik geloof dat daar de doctor is. + +PORTIA _komt op, gekleed als doctor in de Rechten._ + + Geef mij uw hand. Zendt u Bellario? + +PORTIA: + Zoo is het, Hoogheid. + +DOGE: + Welkom: neem uw plaats. + Zijt gij van het geschilpunt onderricht + Dat heden in het hof aanhangig is? + +PORTIA: + Ik ben ter dege met de zaak bekend. + Wie is de koopman hier, en wie de Jood? + +DOGE: + Antonio en Shylock komen voor! + +PORTIA: + Is uw naam Shylock? + +SHYLOCK: + Shylock is mijn naam. + +PORTIA: + De zaak die gij bepleit is vreemd van aard; + Maar toch zóó geldig, dat Venetië's wet + U in uw hand'ling niet kan tegengaan. + U dreigt gevaar van hem, is dat zoo niet? (_Tot_ ANTONIO) + +ANTONIO: + Ja, naar hij zegt. + +PORTIA: + Erkent gij het kontrakt? + +ANTONIO: + Gewis. + +PORTIA: + Dan moet de Jood barmhartig zijn. + +SHYLOCK: + Door welke noodzaak _moet_ ik? Zeg me dat. + +PORTIA: + Het wezen der genade duldt geen dwang; + Zij drupt als zachte regen van omhoog + Op wat omlaag is: dubbel zegent zij; + Zij zegent wie haar geeft als wie haar krijgt; + Ze is 't machtigst in de machtigen; zij staat + Den hoogen heerscher beter dan zijn kroon: + De schepter toont zijn wereldlijk gezag, + Het teeken van de tucht en majesteit, + Waarin de vrees en schroom voor vorsten troont; + Maar de genade is meer dan schepter-macht, + Zij is gezeteld in der vorsten hart, + Zij is een zinnebeeld der Godheid zelf, + En aardsch gezag lijkt dán 't meest dat van God, + Als door genade 't recht getemperd wordt. + Schoon gij dus 't recht bepleit, Jood, denk aan dit, + Dat, als het recht zijn loop heeft, géén van ons + Behouden wordt: wij bidden om gena; + En dàt gebed leert allen ons te doen + De werken der gena. 'k Heb dit gezegd + Om 't recht van uwen eisch te temperen,-- + Want staat ge er op, dan moet Venetië's hof + Strikt eerlijk tegen hem een uitspraak doen. + +SHYLOCK: + Mijn daden op mijn hoofd! Ik eisch de wet, + De boete die verbeurd is door 't kontrakt. + +PORTIA: + Is het niet moog'lijk dat hij 't geld betaalt? + +BASSANIO: + Ja, hierbij bied ik 't voor hem aan in 't hof; + Het dubb'le zelfs: en is dit niet genoeg, + Verbind ik mij tot tienmaal deze som, + Op boete van mijn handen, hoofd en hart: + Als dit hem niet voldoet, dan is het klaar, + Dat boosheid deugd vertrapt. En 'k smeek hièrom: + Dwing nu voor ééns de wet naar ùw gezag: + Doe 't weinigje onrecht om het groote recht, + En knot deez' wreeden duivel in zijn wil. + +PORTIA: + Onmoog'lijk, in Venetië is geene macht, + Die de ééns gestelde wet verand'ren kan: + 't Werd later licht als voorbeeld aangehaald, + En meen'ge dwaling zou door zulk een daad + Een inval in den staat doen; 't kàn niet zijn. + +SHYLOCK: + Een Daniël op den rechterstoel! Een Daniël! + O, hoe vereer 'k u, wijze jonge rechter! + +PORTIA: + Ik bid u, laat mij het kontrakt eens zien. + +SHYLOCK: + Hier is het, hoogvereerde doctor, hier. + +PORTIA: + Shylock, men biedt u driemaal zooveel geld. + +SHYLOCK: + Mijn eed, mijn eed, de Hemel kent mijn eed: + Zal ik een meineed leggen op mijn ziel? + Voor heel Venetië niet. + +PORTIA: + Ja, bindend is 't, + En volgens recht is het den Jood vergund + Een pond vleesch uit te snijden vlak bij 't hart + Van dezen koopman.--Toon barmhartigheid; + Neem driemaal 't geld; verscheur 't kontrakt met mij. + +SHYLOCK: + Wanneer het volgens inhoud is betaald. + Het schijnt dat gij een waardig rechter zijt; + Gij kent de wet, gij hebt haar uitgelegd + Zooals 't behoort: ik eisch dus bij de wet, + Waarvan gij een verdienst'lijk schrager zijt, + Dat gij een uitspraak doet. 'k Zweer bij mijn ziel, + Dat er geen macht is in der menschen tong + Die mij doet wank'len. 'k Houd mij aan 't kontrakt. + +ANTONIO: + Ik smeek van ganscher harte dat het hof + Een uitspraak geve. + +PORTIA: + Nu, 't is zóó gesteld: + Gij moet uw borst ontblooten voor zijn mes. + +SHYLOCK: + O, eed'le rechter! Brave jonge man! + +PORTIA: + Want de bedoeling en de zin der wet + Stemt met de boete gansch'lijk overeen + Die hier verschuldigd staat op het kontrakt. + +SHYLOCK: + Zeer waar, O rechter, ongeveinsd en wijs! + Hoe veel, veel ouder zijt gij dan ge schijnt! + +PORTIA: + Ontbloot uw boezem dus. + +SHYLOCK: + Ja, ja, zijn borst; + 't Staat in 't kontrakt;--niet, eed'le rechter, niet?-- + Het dichtst bij 't hart: dat staat er letterlijk. + +PORTIA: + Zoo is 't. Is hier een weegschaal bij de hand + Om 't vleesch te wegen? + +SHYLOCK: + 'k Heb er een gereed. + +PORTIA: + Zorg op uw kosten, Shylock, voor een arts, + Die hem de wond stelpt, anders bloedt hij dood. + +SHYLOCK: Staat die bepaling ook in het kontrakt? + +PORTIA: + Neen, niet uitdrukk'lijk; maar wat hindert dat? + Gij moest het toch uit menschenliefde doen. + +SHYLOCK: + Ik kan 't niet vinden; 't is niet in 't kontrakt. + +PORTIA: + Hebt gij nog iets te zeggen, koopman, spreek. + +ANTONIO: + Niet veel; ik ben gewapend en bereid.-- + Geef mij uw hand, Bassanio, vaarwel. + Treur niet dat mij dit treft om uwentwil; + Want hierbij toont Fortuin zich meer bevriend + Dan zij gewoon is: altijd laat ze toch + Ellendigen hun rijkdom overleven, + Om met gerimpeld voorhoofd en hol oog + Een ouden dag vol armoe aan te zien! + Maar van het sleepend kwellen die deez' ramp + Met zich te voeren pleegt, ontheft ze mij. + Breng aan uw achtenswaard'ge vrouw mijn groet; + Vertel haar hoe Antonio sterven moest; + Zeg hoe 'k u liefhad; prijs mijn gang ten dood; + En als 't verhaal gedaan is, oordeel' ze of + Bassanio niet eenmaal werd geliefd. + Heb geen berouw dat gij uw vriend verliest, + Nu 't hem niet rouwt dat hij uw schuld betaalt; + Want snijdt de Jood slechts diep genoeg er in, + Betaal 'k haar dadelijk met heel mijn hart. + +BASSANIO: + Antonio, 'k ben met een vrouw getrouwd, + Die me even dierbaar is als 't leven zelf; + Maar 't leven zelf, mijn vrouw, en heel deze aard, + _Uw_ leven schat ik hooger dan die saam; + Dat alles wil 'k verliezen, offer 't op, + Aan dezen duivel hier voor uw behoud. + +PORTIA: + Uw vrouw zou u slechts weinig dankbaar zijn, + Als zij u hier dit aanbod hoorde doen. + +GRATIANO: + Ik heb een vrouw, die 'k zweer dat ik bemin: + Ik wensch haar in den Hemel, als ze zóó + Deez' hondschen Jood door beden buigen kon. + +NERISSA: + Gij zegt dit wijs'lijk zonder dat zij 't hoort, + 't Werd anders wel wat woelig in uw huis. + +SHYLOCK (_ter zijde_): + Die Christen-echtgenooten! Ik bezit + Een dochter; liever zag 'k dat een van 't kroost + Van Barrabas[59] haar man waar' dan een Christen! + (_Luid_) Geen tijd verspild; doe uitspraak, bid ik u. + +PORTIA: + Een pond vleesch van den koopman komt u toe; + Het hof bekrachtigt wat de wet vergunt. + +SHYLOCK: + Rechtvaardigste aller rechters! + +PORTIA: + Gij moogt dat vleesch hem snijden uit de borst; + Wat u de wet veroorlooft, staaft het hof. + +SHYLOCK: + Geleerde rechter!--De uitspraak! Wees bereid. + +PORTIA: + Wacht even; er komt nog iets anders bij.-- + 't Kontrakt hier geeft u niet één druppel bloed, + De woorden zijn uitdrukk'lijk, _een pond vleesch_; + Maar stort gij bij het snijden éénen drop + Van 't Christenbloed, dan wordt uw land en goed + Volgens Venetië's wet verbeurd verklaard + Ten gunste van Venetië's staat. + +GRATIANO: + O brave wijze rechter! Hoort ge 't Jood?-- + +SHYLOCK: + Luidt zóó de wet? + +PORTIA: + Gij zelf zult de akte zien. + Want, daar ge op recht staat, ik verzeker u, + Gij _zult_ het hebben, meer dan gij verlangt. + +GRATIANO: + O, wat een wijze, knappe rechter, Jood! + +SHYLOCK: + Dan kies ik 't aanbod,--geef mij driemaal 't geld, + En laat den Christen gaan. + +BASSANIO: + Hier is het geld. + +PORTIA: Zacht wat;-- + De Jood krijgt alle recht;--zacht wat;--geen haast;-- + Niets anders krijgt hij dan wat is verbeurd. + +GRATIANO: + O, Jood, wat is die rechter wijs en braaf! + +PORTIA: + Maak u daarom gereed en snijd het vleesch, + En stort geen bloed, en snijd niet min noch meer, + Maar juist een pond vleesch: neemt ge meer van hem, + Of minder dan precies een pond,--al is 't + Een twintigst partje slechts te licht of zwaar + Van éénen scrupel,--ja, indien de schaal + Hier nog een deel van of een haartje helt,-- + Dan sterft ge, en al uw goed'ren zijn verbeurd. + +GRATIANO: + Een tweede Daniël, een Daniël, Jood! + Nu heb ik je te pakken, heidenhond! + +PORTIA: + Wat talmt de Jood? Neem wat u is verbeurd. + +SHYLOCK: + Geef mij mijn kapitaal, en laat mij gaan. + +BASSANIO: + Ik heb het voor u bij de hand; hier is 't. + +PORTIA: + Hij wilde 't niet ten aanzien van het hof: + Hem zal slechts recht geschieden naar 't kontrakt. + +GRATIANO: + Een Daniël, zeg ik maar; een tweede Daniël!-- + Dank, Jood, dat gij mij dit woord hebt geleerd. + +SHYLOCK: + Zal ik dan zelfs mijn kapitaal niet zien? + +PORTIA: + Gij zult slechts hebben wat u is verbeurd, + Dus neem het, Jood, op eigen risico. + +SHYLOCK: + De duivel geve er hem dan 't voordeel van! + Ik blijf niet langer bij 't verhoor. + +PORTIA: + Wacht Jood; + De wet heeft ook nog anders vat op u. + Er is verordend in Venetië's wet: + Indien een vreemdeling bewezen wordt + Door pogingen rechtstreeks of zijdelings + Naar 't leven van een Venetiaan te staan, + Dan krijgt degene die zijn aanslag geldt + De helft van zijn vermogen, de and're helft + Wordt aan de schatkist van den staat verbeurd. + En 't leven van den schuld'ge is in de hand + Slechts van den Doge, zonder and're stem. + Ik zeg dat gij in dit geval verkeert; + Het blijkt toch uit uw zichtb're handelwijs + Dat zijdelings en rechtstreeks bovendien + Ge een aanslag tegen 't leven hebt gesmeed + Van den beklaagde en zoo berokkent ge u + Het vonnis dat zooeven 'k heb vermeld. + Op uw knieën dus, en smeek gena. + +GRATIANO: + Smeek om verlof u op te hangen, Jood; + En toch, daar uw bezit den staat verviel, + Hebt ge de waarde van een strop niet meer;-- + Gehangen moet ge op kosten van den staat. + +DOGE: + Dat gij 't verschil van onzen aard moogt zien, + Schenk ik u 't leven eer gij er om vraagt. + Antonio krijgt de helft van uw bezit; + En de and're komt aan het gemeenebest, + Die need'righeid in boete kan verand'ren. + +PORTIA: + Ja, voor den staat, niet voor Antonio.[60] + +SHYLOCK: + Neen, neem mijn leven, alles; schenk 't mij niet: + Gij neemt mijn huis, als gij 't den stut ontneemt + Die 't ondersteunt; gij neemt mijn leven ook, + Als gij de midd'len neemt waardoor ik leef. + +PORTIA: + Schenkt gij hem ook een gunst, Antonio? + +GRATIANO: + Een worgkoord gratis; anders niet, bij God. + +ANTONIO: + Mijnheer de Doge en 't hof, 't behage aan u + De helft hem wéér te schenken van zijn goed; + Ik ben voldaan, als hij mij de and're helft + In bruikleen geven wil, om bij zijn dood + Het te vermaken aan den edelman + Die onlangs zijne dochter stal; + Nu nog twee dingen,--dat voor deze gunst, + Hij zonder oponthoud een Christen wordt; + En dat hij hier voor 't hof een schenking doet + Van alles wat hij bij zijn dood bezit + Aan zijnen zoon Lorenzo en zijn dochter. + +DOGE: + Dat moet hij doen, of anders trek ik weer + De vrijspraak, die 'k zooeven toezegde, in. + +PORTIA: + Zijt gij tevreden, Jood? Wat antwoordt gij? + +SHYLOCK: + Ik ben tevreden. + +PORTIA: + Klerk, een schenkingsakte. + +SHYLOCK: + Ik bid u, sta mij toe van hier te gaan. + Ik ben niet wel; zend de akte me achterna. + En 'k zal haar teek'nen. + +DOGE: + Ga, maar doe 't dan ook. + +GRATIANO: + Twee peters zult gij hebben bij den doop; + Ware ik hier rechter, tien kreegt gij er bij, + Om galgwaarts u te brengen, niet naar 't vont.[61] + +(SHYLOCK _af._) + +DOGE: + Mijnheer, 'k verzoek u bij me op 't middagmaal. + +PORTIA: + Ik vraag Uw Hoogheid need'rig mij te ontslaan. + Ik moet vanavond nog naar Padua; + En 'k ben genoodzaakt daad'lijk heen te gaan. + +DOGE: + Het spijt me dat uw tijd het niet gedoogt. + Antonio bewijs dien heer uw dank, + Want, naar mij dunkt, zijt gij hem veel verplicht. + +(_De_ DOGE, _Magnifico's en Gevolg af._) + +BASSANIO: + Zeer waard'ge Heer, door uwe wijsheid zijn + Mijn vriend en ik op dezen dag bevrijd + Van zware boeten; en in ruil daarvoor + Vergelden wij met drie duizend dukaten, + Den Jood verschuldigd, uw beleefden steun. + +ANTONIO: + En bovendien zijn wij uw schuldenaars + In liefde en dienst voor alle eeuwigheid. + +PORTIA: + Wie wel tevreden is, is wel betaald, + En ik, u reddend, ben daarmeê tevreên, + En daardoor acht ik mij genoeg betaald: + Mijn geest was nooit op groot're winst bedacht. + Ik bid u, kent mij, als we elkaar weer zien. + Ik wensch u 't beste; hiermeê moet ik gaan. + +BASSANIO: + Ik moet het nogmaals trachten, waarde heer; + Neem een herinnering aan ons, als hulde, + En niet als loon: sta mij twee dingen toe, + Géén weigering en wèl vergiffenis. + +PORTIA: + Gij dringt er zeer op aan, dus geef ik toe. + Geef me _uw_ handschoenen, 'k draag ze om uwentwil; (_tot_ ANTONIO) + Uit vriendschap neem ik dezen ring van _u._ (_tot_ BASSANIO.) + Trek niet uw hand terug; ik neem niets meer; + En uwe vriendschap weigert mij dit niet. + +BASSANIO: + De ring, Mijnheer? ach, 't is een bagatel; + Ik zou mij schamen als ik hem u gaf. + +PORTIA: + Ik wil niets anders hebben dan dien ring; + 'k Heb er mijn zinnen eenmaal op gezet. + +BASSANIO: + 't Geldt meer den ring zelf dan de waarde ervan. + Den duursten in Venetië geef ik u, + 'k Roep openlijk er door de stad om uit; + Verschoon mij, bid ik u, nu 't dezen geldt. + +PORTIA: + Ik zie dat gij zeer gul met aanbod zijt; + Eerst leert gij mij een beed'laar zijn, en nu + Hoe men een bedelaar te woord moet staan. + +BASSANIO: + De ring werd mij geschonken door mijn vrouw; + Bij 't aandoen zwoer ik haar dat ik hem niet + Verkoopen, geven of verliezen zou. + +PORTIA: + Zoo spreekt wel menig man die liefst niets geeft. + Indien uw vrouw niet gansch dolzinnig is, + En weet hoe goed ik dezen ring verdien, + Dan is zij niet voor altijd boos op u, + Omdat ge mij hem gaaft. Nu vaar gij wel. + +(PORTIA _en_ NERISSA _af._) + +ANTONIO: + Mijnheer Bassanio, schenk hem den ring; + Laat zijn verdienste en mijne vriendschap ook, + Meer gelden dan 't bevel van uwe vrouw. + +BASSANIO: + Ga, Gratiano, loop en haal hem in; + Geef hem den ring; en breng hem, zoo gij kunt, + Meê naar Antonio's huis:--Voort! haast u wat. + +(GRATIANO _af._) + Kom, laten wij daar daad'lijk henen gaan; + En in den vroegen morgen zullen wij + Naar Belmont vliegen: kom, Antonio. (BEIDEN _af._) + + + + +TOONEEL II. + +_Venetië. Een Straat._ + + +NERISSA _en_ PORTIA _komen op._ + +PORTIA: + Zoek 't huis op van den Jood, geef hem dit stuk, + En laat hem teek'nen. Wij vertrekken straks, + En zijn een dag vóór onze mannen thuis. + Deze akte zal Lorenzo welkom zijn. + +GRATIANO _komt op._ + +GRATIANO: + 'k Heb u gelukkig ingehaald, mijnheer: + Bij nader inzien zendt Bassanio + U dezen ring en vraagt of gij met hem + Wilt middagmalen. + +PORTIA: + Neen, dat zal niet gaan: + Ik ben hem zeer, zeer dankbaar voor zijn ring, + En 'k bid u, zeg hem dat. Wees thans zoo goed, + En wijs mijn klerk waar de oude Shylock woont. + +GRATIANO: + Zeer gaarn. + +NERISSA: + Mijnheer, ik wilde u even spreken:-- + (_tot_ PORTIA) 'k Zal zien of ik den ring krijg van mijn man, + Dien hij mij zwoer nooit weg te zullen doen. + +PORTIA: + Ik wed dat gij het kunt. Wat zullen zij + Nu zweren dat zij hem aan mannen gaven! + Wij zullen echter hun te slim af zijn. + Voort, haast u wat; gij weet waar ik u wacht. + +NERISSA: + Kom, waarde Heer, en wijs mij nu het huis. (_Allen af._) + + + + +VIJFDE BEDRIJF + +TOONEEL I. + +_Belmont. Een Laan naar Portia's Buiten._ + + +LORENZO _en_ JESSICA _komen op._ + +LORENZO: + De maan schijnt klaar:--in zulk een zomernacht, + Toen zoele wind de boomen zachtjes kuste, + Zoodat geen ruischen klonk,--in zulk een nacht + Klom Troilus, naar ik meen, op Troje's muur, + Zijn ziel uitzuchtend naar het Grieksche kamp, + Waar Cressida toen sliep. + +JESSICA: + In zulk een nacht + Ging Thisbe angstig tripp'lend op den dauw; + En zag vooruit de schaduw van den leeuw, + En liep verschrikt van daar. + +LORENZO: + In zulk een nacht + Stond Dido met een wilgentak omhoog + Op 't wilde strand, en wenkte tot haar lief + Om weer aan wal te gaan. + +JESSICA: + In zulk een nacht + Verzamelde Medea 't tooverkruid, + Dat Aeson gansch verjongde. + +LORENZO: + In zulk een nacht + Stal Jessica zich van den rijken Jood, + Ontliep Venetië met haar roek'loos lief, + En kwam op Belmont aan. + +JESSICA: + In zulk een nacht + Was 't dat Lorenzo haar zijn liefde zwoer, + Stelend haar ziel met meen'gen eed van trouw, + En geen van alle waar. + +LORENZO: + In zulk een nacht, + Belasterde de kleine Jessica, + Die snib, haar liefste' en hij vergaf het haar. + +JESSICA: + Ik overtroefde u, als daar niemand kwam; + Maar, luister, 'k hoor de stappen van een man. + +STEPHANO _komt op._ + +LORENZO: + Wie komt zoo snel in 't stille van den nacht? + +STEPHANO: + Een vriend. + +LORENZO: + Een vriend? wat vriend? uw naam, ik bid u, vriend? + +STEPHANO: + Mijn naam is Stephano, en 'k meld u dat + Mijn meesteres voor 't krieken van den dag + Te Belmont zijn zal: nu nog doolt zij rond + Langs heil'ge kruisen, waar zij knielt en bidt + Voor een gelukkig huw'lijk. + +LORENZO: + Wie is bij haar? + +STEPHANO: + Haar dienstmaagd en een heil'ge kluizenaar. + Ik bid u, is mijn meester reeds terug? + +LORENZO: + Neen, en wij hebben niet van hem gehoord. + Maar gaan wij binnen, 'k bid u, Jessica, + En laat ons hoffelijk een welkomstgroet + Bereiden voor de meesteres van 't huis. + +LANCELOT _komt op._ + +LANCELOT: + Hola, hola, hei, ha, ho, hola, hola! + +LORENZO: + Wie roept daar zoo? + +LANCELOT: + Hola! Hebt gij meester Lorenzo en meesteres Lorenzo ook gezien? + Hola! Hola! + +LORENZO: + Houdt op met je gehola, man;--hier. + +LANCELOT: + Hola! Waar? waar? + +LORENZO: + Hier. + +LANCELOT: + Zeg hem dat er een koerier van mijn meester is gekomen, met zijn + hoorn vol goede tijding! Mijn meester zal hier vóór den morgen + aankomen. (_Af._) + +LORENZO: + Ga binnen, liefste, wachten wij hun komst. + Neen, 't is niet noodig;--waarom zouden wij? + Vriend Stephano, ik bid u, meld in 't huis + Dat uwe meesteres in aantocht is; + En breng dan ook de muzikanten hier. (STEPHANO _af._) + Wat slaapt het maanlicht op deez' helling zoet! + Hier zittend laten wij muziekgespeel + Ons oor insluipen; zachte stilte en nacht + Past bij 't geluid van zoete harmonie. + Kom, Jessica. Zie hoe des hemels vloer + Is ingelegd met plaatjes schitt'rend goud,-- + En zelfs de kleinste bol, dien gij aanschouwt, + Zingt bij zijn went'ling met een eng'lenstem + In koor met cherubijnen, jong-geoogd: + Ook de eeuw'ge ziel heeft zulk een harmonie; + Maar daar 't vergankelijke kleed van stof + Haar dicht omsluit, vernemen wij die niet.-- + +_De Muzikanten komen op._ + + Ha, komt, en wekt Diana[62] met een zang; + Dringt met uwe zoetste tonen in het oor + Van uwe meest'res, en lokt haar door muziek. + +JESSICA: + Nooit beurt een lieflijke muziek mij op. (_Muziek._) + +LORENZO: + Dat komt omdat uw geest gespannen is; + Want let eens op een wilde en dart'le kudde + Of op een troep jonge, ongetemde veulens, + Dol springend met gehinnik en geloei, + Wat wijst op 't vurig stroomen van hun bloed;-- + Als slechts bij toeval een trompetgeluid + Of soms een melodie hun ooren treft, + Dan zult gij merken hoe zij blijven staan, + Hun woeste blik in zedig zien verkeerd + Door zoete tonenmacht: zoo zong de dichter[63] + Dat Orpheus boomen, steenen, stroomen trok, + Daar niets zoo houten, hard en bruisend is, + Dat niet muziek een poos 't verand'ren doet. + De mensch die geen muziek heeft in zijn ziel, + Noch wordt geroerd door zoete harmonie, + Hij is in staat tot list, verraad en roof, + De gangen van zijn geest zijn zwart als nacht, + En donker is zijn hart als de Erebus;[64] + Vertrouw zoo'n mensch niet.--Let op de muziek. + +PORTIA _en_ NERISSA _verschijnen op eenigen afstand._ + +PORTIA: + Het licht dat we daar zien, brandt in mijn zaal. + Wat werpt die kleine kaars haar stralen ver! + Zoo blinkt een goed werk in een booze wereld. + +NERISSA: + Bij 't maanlicht zagen wij de kaarsvlam niet. + +PORTIA: + Zoo maakt de groot're glans den mind'ren dof: + Een onderkoning schittert als een vorst, + Totdat de vorst verschijnt en dan verliest + Zijn statie zich, zooals een binnen-beek + In 't ruime zeegebied. Maar hoor! Muziek! + +NERISSA: + 't Is uw orkest, Mevrouw, de huismuziek. + +PORTIA: + De omstandigheden maken eerst iets goed.[65] + Me dunkt zij klinkt veel zoeter dan bij dag. + +NERISSA: + De stilte geeft haar die bekoorlijkheid. + +PORTIA: + De leeuw'rik zingt niet beter dan de kraai, + Slaat niemand op hen acht; mij dunkt, men stelde + Den nachtegaal, zong hij bij dag zijn lied, + Als elke gans aan 't kaak'len is, gelijk + Als muzikant met 't winterkoninkje. + Hoe menig ding krijgt door den juisten tijd + Zijn juisten lof in ware uitnemendheid! + Stil daar! de maan slaapt met Endymion,[66] + En zij wil niet gewekt. (_De muziek houdt op._) + +LORENZO: + Dat is de stem, + Als 'k mij niet zéér bedrieg, van Portia. + +PORTIA: + Hij kent mij aan mijn slechte stem, zooals + De blinde man den koekoek. + +LORENZO: + Welkom thuis. + +PORTIA: + Voor 't welzijn onzer mannen hebben wij + Gebeden opgezonden, en ik hoop + Dat ons gebed hun voorspoed heeft gebracht; + Zijn zij terug? + +LORENZO: + Mevrouw, zij zijn 't nog niet; + Een bode is echter vóór hen uit gegaan, + En meldt hun komst. + +PORTIA: + Nerissa, ga in huis; + Gelast mijn dienaars dat ze in geen geval + Iets zeggen over onze afwezigheid;-- + Noch gij, Lorenzo:--Jessica, noch gij. + +(_Een trompetstoot._) + +LORENZO: + Uw man is naderend; ik hoor zijn sein: + Wij zijn geen klikkers, wees niet bang, Mevrouw. + +PORTIA: + Mij dunkt deez' nacht is 't zieke daglicht slechts: + Hij ziet een weinig bleeker: 't is een dag + Gelijk de dag is als de zon niet schijnt. + +BASSANIO, ANTONIO _en_ GRATIANO _komen op met Gevolg._ + +BASSANIO: + Wij hadden met de tegenvoeters dag, + Als gij woudt schijnen bij gebrek aan zon. + +PORTIA: + Licht geven wil ik, maar licht zijn wil 'k niet; + Een lichte vrouw toch maakt haar man het zwaar, + En dat doe ik Bassanio nimmer aan; + God geve 't beste! Welkom hier, gemaal. + +BASSANIO: + Mijn dank, Mevrouw: verwelkom ook mijn vriend.-- + Dit is de man, dit is Antonio, + Aan wien ik mij zoo machtig voel verplicht. + +PORTIA: + Met reden voelt gij u zeer aan hem verplicht, + Want meer dan plicht heeft hij voor u gedaan. + +ANTONIO: + Niet meer dan waar 'k gelukkig vrij van kwam. + +PORTIA: + Mijnheer, gij zijt zeer welkom in ons huis: + Maar 'k staak die hoff'lijkheid van taal, omdat + Het anders blijken moet dan door mijn woord. + +GRATIANO (_tot_ NERISSA): + Gij doet mij onrecht, 'k zweer 't u bij de maan; + Geloof me, ik gaf hem aan den klerk van 't hof: + Gesneden mag hij wezen, die hem heeft, + Als 't u, mijn liefste, zooveel zorgen geeft. + +PORTIA: + Hoe, nu al twist? Wat is er aan de hand? + +GRATIANO: + 't Is om een boogje goud, een poov'ren ring + Dien zij me gaf, waarvan, verbeeld u eens, + Het motto was, als smeden-rijm'larij + Op 't mes,[67] "Bemin mij en verlaat mij niet." + +NERISSA: + Wat praat ge van het motto of de waarde? + Ge zwoert me, toen ik u hem gaf, dat gij + Hem dragen zoudt tot 't uur van uwen dood; + Dat hij met u zou liggen in het graf: + Schoon niet om mij, toch, om uw duren eed, + Hadt gij u moeten hoeden en hem houden. + Gegeven aan een klerk! nu, ik weet wel + Dat die geen haartje krijgt op zijn gezicht. + +GRATIANO: + Dat zal hij wel, wordt hij maar eerst een man. + +NERISSA: + Ja zeker, wordt een vrouw maar eerst een man. + +GRATIANO: + Wel, bij mijn hand, ik gaf hem een jongmensch,-- + Een soort van knaap; een kleinen half-was knaap, + Niet grooter dan gij zelf, een rechtersklerk; + Een babbeljongen, die hem vroeg als loon; + 't Hem weig'ren kon ik voor mijn leven niet. + +PORTIA: + Gij waart te laken, 'k zeg het u ronduit, + Dat gij van 't eerste dat uw vrouw u gaf + Lichtvaardig scheiden kondt, dat met een eed + Aan uwen vinger werd gestoken, zoo + Met trouw werd vastgeklonken aan uw vleesch. + Ik gaf mijn liefste' een ring, waarbij hij zwoer + Er nimmer van te scheiden; zie hem daar,-- + Ik zweer u, nooit doet hij er afstand van, + Of trekt hem van zijn vinger voor al 't goud + Op heel de wereld. Werk'lijk, Gratiano, + Gij geeft uw vrouw onvriend'lijk grond tot smart; + Gebeurde 't mij, ik was door 't dolle been. + +BASSANIO (_ter zijde_): + Ik kapte graag mijn linkerhand er af, + En zwoer dat 'k in een strijd den ring verloor. + +GRATIANO: + Bassanio gaf _zijn_ ring aan den rechter + Die er om vroeg, en hem ook inderdaad + Verdiende, en toen verzocht de knaap, zijn klerk, + Die moeite deed met schrijven, dien van mij: + En heer noch dienaar wilden anders iets + Dan de twee ringen. + +PORTIA: + Welken gaaft gij dan? + Toch niet dien gij van mij kreegt, heer gemaal? + +BASSANIO: + Kon ik een leugen voegen bij een fout, + Dan zou 'k het looch'nen, maar mijn vinger, zie, + Bezit den ring niet langer; hij is weg. + +PORTIA: + Zoo is uw valsch hart ook van trouw ontdaan. + Ik zweer het u, ik kom niet in uw bed, + Eer ik den ring zie. + +NERISSA: + Ik in 't uwe niet, + Eer ik den mijne weerzie. + +BASSANIO: + Portia lief, + Wist gij wien ik plezier deed met den ring, + Wist gij voor wien 'k vaarwel zei aan den ring, + Begreept ge waarom 'k afzag van den ring, + En hoe onwillig 'k scheidde van den ring, + Toen niets werd aangenomen dan de ring, + Gij zoudt de kracht wat temp'ren van uw toorn. + +PORTIA: + Als gij de kracht gekend had van den ring, + Of wat de schenkster waard was van den ring, + Of hoe uw eer gemoeid was met den ring, + Dan waart gij niet gescheiden van den ring. + Wie is de man van zoo'n onreed'lijkheid + Die, hadt gij er met ijver voor gewaakt, + Zoo onbescheiden waar' geweest om iets + Te _willen_ hebben dat u heilig was? + Nerissa leert mij wat ik denken moet, + 'k Zal sterven als een vrouw den ring niet kreeg. + +BASSANIO: + Neen, bij mijn eer, Mevrouw, bij mijne ziel, + Geen vrouw ontving hem, maar een rechtsgeleerde, + Die drieduizend dukaten van mij afsloeg + En om den ring verzocht, dien 'k weigerde, + Waardoor hij mij in slechten luim verliet, + Ja, hij die 't leven van een dierb'ren vriend + Gered had. Wat moet ik nu zeggen, lief? + Ik was genoopt den ring hem na te zenden, + Door schaamte en hoff'lijkheid daartoe geleid. + Mijn eer liet zich door zulk een ondank niet + Bezoedelen: vergeef 't mij, lieve vrouw; + Want, bij die heil'ge kaarsen van den nacht, + Gij zelf hadt, dunkt mij, me om den ring gevraagd + Om hem te geven aan den waard'gen doctor. + +PORTIA: + De doctor kome niet nabij mijn huis: + Nu hij 't mij zoo geliefde kleinood heeft, + Dat gij om mijnentwil te houden zwoert, + Zal ik vrijgevig worden als ook gij; + Ik zal hem niets ontzeggen dat ik heb; + Mijn lichaam niet en 't bed niet van mijn man. + Ik _zal_ hem kennen, 't is mijn vast besluit: + Verlaat uw huis niet 's nachts; bewaak me als Argus[68] + En als ge 't niet doet, laat ge mij alleen, + Dan, bij mijn eer, die mij nog toebehoort, + Maak ik dien doctor tot mijn bedgenoot. + +NERISSA: + En ik zijn klerk; dus overweeg nu goed + Hoe gij mij in mijn eigen hoede laat. + +GRATIANO: + Nu, doet ge 't, zorg dat ik er dan niet ben, + Want heusch, ik breek den jongen klerk zijn pen. + +ANTONIO: + Ik ben de ellendige oorzaak van den twist. + +PORTIA: + Trek 't u niet aan; tòch zult ge welkom zijn. + +BASSANIO: + Portia, vergeef mij de afgedwongen fout; + Voor de ooren van de vele vrienden hier, + Zweer 'k bij uw eigen schitt'rende oogen u: + Waarin 'k mijzelven zie,-- + +PORTIA: + Let wel hierop! + Hij ziet zich zelf verdubbeld in mijn oogen: + In elk oog één; zweer bij uw dubbel ik,--[69] + Een zeer betrouwbare eed! + +BASSANIO: + Neen, hoor mij aan; + Vergeef die fout, en 'k zweer u bij mijn ziel, + Dat ik nooit meer mijn eed aan u verbreek. + +ANTONIO: + Mijn lichaam leende ik eens voor zijn geluk, + Dat zonder hem die thans den ring bezit + Geheel verloren waar': ik durf nu weer + Mijn ziel op 't spel te zetten, dat uw man + Nooit meer opzett'lijk zijn belofte breekt. + +PORTIA: + Wees gij zijn borg dan: geef hem dit, en zeg + Dat hij hem beter dan den and'ren houdt. + +ANTONIO: + Ziehier, en zweer dat gij deez' ring behoudt. + +BASSANIO: + Hoe? 't Is dezelfde dien 'k den doctor gaf! + +PORTIA: + Hij schonk hem mij: vergeef Bassanio, + Want door 't bezit van dezen had hij mij. + +NERISSA: + Vergeef gij 't mij ook, waarde Gratiano, + Want juist die half-was knaap, de doctorsklerk, + Lag dezen nacht door dezen ring bij mij. + +GRATIANO: + Nu, dit is als 't verbeet'ren van den weg + Des zomers, als hij goed en deugd'lijk is: + Wij horendragers, eer wij 't nog verdienen? + +PORTIA: + Spreek niet zoo boud.--Gij staat geheel verbaasd: + Hier is een brief, lees hem op uw gemak; + Hij komt uit Padua, van Bellario: + Gij ziet dat Portia de doctor was, + Nerissa daar, haar klerk. Lorenzo zal + Getuigen dat 'k gelijk met u vertrok, + En juist terugkwam: 'k heb mijn huis nog niet + Betreden.--Welkom hier, Antonio; + Ik heb voor u nog beter nieuws bewaard, + Dan gij verwacht; verbreek deez' brief met spoed; + Want gij zult zien dat drie van uw galjoenen + Plots binnenliepen met een rijke vracht: + Door welk vreemd toeval ik den brief verkreeg, + Dat komt gij niet te weten. + +ANTONIO: + 'k Sta verstomd. + +BASSANIO: + Waart gij de doctor, en ik kende u niet? + +GRATIANO: + Waart gij de klerk, die mij de horens geeft? + +NERISSA: + Ja, maar de klerk, die 't nimmer denkt te doen, + Tenzij hij in een man verand'ren mocht. + +BASSANIO: + Geliefde doctor, wees mijn bedgenoot, + En als ik weg ben, lig dàn bij mijn vrouw. + +ANTONIO: + Gij gaaft mij 't leven, dierb're, en 't onderhoud, + Want dat mijn schepen veilig zijn geland, + Lees 'k hier als zeker. + +PORTIA: + Kom, Lorenzo, nu + Heeft ook voor u mijn klerk een goede troost. + +NERISSA: + Ja, en ik zal ze u geven zonder loon.-- + Hier geef ik dan aan u en Jessica + Een schenkingsacte van den rijken Jood, + Die na zijn dood u al zijn goed vermaakt. + +LORENZO: + Gij schoonen druppelt manna op den weg + Van 't hong'rend menschdom. + +PORTIA: + Het is bijna morgen, + En toch, 'k ben zeker, zijt gij niet geheel + Omtrent den loop voldaan: gaat binnen dus; + En neem ons plechtiglijk daar in verhoor, + Wij geven trouw op alles u bescheid. + +GRATIANO: + Zoo zij het dan; maar de allereerste vraag, + Die mij Nerissa moet bezweren, is + Of 't tot den nacht te toeven haar behaagt + Of nu naar bed te gaan, twee uur voor 't daagt? + Maar 'k zou het duister wenschen, waar' 't ook dag, + Wanneer ik bij de klerk des doctors lag. + Zoolang ik leef, ben 'k voor geen ander ding + Zoózeer bezorgd als voor Nerissa's ring. (_Allen af._) + + + + +VOETNOTEN: + + +[1] Romeinsche oorlogsgod, ook god van het begin van het jaar, met twee +aangezichten, waarvan het eene vaak jeugdig en glimlachend en het andere +oud en gefronsd was. + +[2] Koning van Pylos (Navarino), een der Grieksche helden die aan den +Trojaanschen oorlog deelnamen; de type van ouderdom, wijsheid en ernst. + +[3] Toespeling op een grafteeken. + +[4] Vgl. Mattheus V, 22. + +[5] Nl. den dunk van wijsheid dien de menschen van u krijgen moeten, +juist iets voor maltentige lieden om naar te streven. + +[6] Onder aanvoering van Jason zeilden de Argonauten naar Kolchos +(of Kolchis,) ten Oosten van de Zwarte Zee om de gouden vacht te halen. + +[7] Nl. Venetië. + +[8] Spreuken XVII, 5. + +[9] d.i. hem waarborgde, er borg voor bleef. + +[10] Zekere profetessen. Een van hen had van Apollo, die op haar verliefd +was, verkregen dat zij evenveel jaren zou leven als hij zandkorrels in zijn +hand hield. + +[11] Er waren er eigenlijk zes: de Napolitaansche Prins, de Paltsgraaf, +de Franschman, de Engelsche baron, de Schotsche lord en de Duitscher, +maar dit is een van die "slips" welke Shakespeare meer overkomen. + +[12] De Venetiaansche dukaat gold ongeveer een rijksdaalder. + +[13] d.i. op de beurs, die zich bevond op de Isola del Rivo alto (eiland +van den diepen stroom,) uit welke laatste woorden Rialto is ontstaan. In +Shakespeare's tijd bestond de brug van dien naam nog niet. + +[14] Toespeling op Jezus' wonder in 't land van de Gadarenen, Lukas VIII, +33. + +[15] Genesis XXVIII, 13 en 14. + +[16] Genesis XXX, 31 vgg. + +[17] Mattheus IV, 6. + +[18] d.i. wanneer eischte een vriend, die een anderen vriend geld leende, +winst van hem in den vorm van interest, daar toch het geld als een van +nature onvruchtbaar iets zich niet vermenigvuldigen kan?--Reeds + Aristoteles en Bacon wezen hierop. + +[19] d.w.z. een overeenkomst zonder verdere voorwaarde van verbeurte in +geld. + +[20] Hier in den zin van kieskeurig. + +[21] De Shah van Perzie. + +[22] Zie A n t . e n C l e o p . IV, 12, 45. + +[23] Een andere naam voor Hercules. + +[24] nl. om den eed af te leggen. + +[25] Italiaansch voor: Weg! + +[26] Hij bedoelt d i r e k t . + +[27] De Parcen of Schikgodinnen. + +[28] Lancelot knielt met den rug naar zijn vader, die bij 't betasten +van Lancelots hoofdhaar denkt dat hij een baard te pakken heeft. + +[29] Hij bedoelt: "de zaak gaat mij aan, betreft mij," maar hij gebruikt +om deftig te zijn een woord waarvan hij de beteekenis niet begrijpt. + +[30] Hij bedoelt: "het effectieve." + +[31] "Wie Gods genade heeft, heeft rijkdom genoeg." + +[32] Hij verknoeit op deze zotte manier het deftige "betoomen." + +[33] Hem geld gevend. + +[34] Verwarring tusschen "bezoek" en "komst." + +[35] Woensdag na vastenavond. De volgende woorden van L. zijn +opzettelijke onzin. + +[36] Z. O. van de Kaspische zee. + +[37] Vgl. M a c b e t h , I, 6, 4. + +[38] Schertsende toespraak tot den bode, als terugslag op zijn vraag. + +[39] Tegenover de kust van Kent, de bank was vroeger een eiland +toebehoorend aan Goodwin, den Graaf van Kent, dat in 1097 door de zee +werd verwoest. + +[40] Door het eten van sterken gember trachtte men zich tranen in de +oogen te persen, als men den schijn wilde aannemen van te weenen. Ook +werd gember vroeger als een hartigheidje voor den ouden dag gebruikt. + +[41] Solanio vat Shylocks woorden in letterlijken zin op, en beantwoordt +die daarom zoo dubbelzinnig-obsceen. + +[42] Al mag een maagd zich niet met haar tong, maar alleen in haar +gedachten uiten. + +[43] Hercules. + +[44] De zeegod Poseidon, door den Trojaanschen koning Laomedon beleedigd, +dreigde Troje te zullen vernietigen als Laomedon zijn dochter Hesione +niet opofferde. Deze werd dan ook aan een rots gebonden om de prooi te +worden van een zeemonster, maar zij werd door Hercules bevrijd. + +[45] De verborgen beteekenis van dit liedje is volgens sommige +commentators dat Bassanio zich niet door zijn fantasie en door een +valschen schijn (in dit geval van goud en zilver) moet laten verblinden. +Een zachte en geheime wenk dus om het looden kistje te kiezen. + +[46] De door valschen schijn gewekte illusie vergaat weer, nadat het oog, +dat er eerst door werd verblind, er de holheid en nietigheid van inziet. + +[47] Een witte, bloedelooze lever komt bij Sh. dikwijls als symbool van +lafheid voor. + +[48] d.w.z. op de hoofden van vrouwen die daardoor voor blond gehouden +worden. Er werd in Sh.'s tijd veel blond haar gedragen omdat koningin +Elizabeth blond was. + +[49] Midas, koning van Phrygie, had van Bacchus de gave ontvangen alles +wat hij aanraakte in goud te veranderen. Daardoor werd ook alles wat hij +wilde eten en drinken goud, zoodat hij genoodzaakt was den god om +herroeping van zijn gave te bidden. + +[50] Vgl. I, 1, 172. (Noot 1 blz. 13.) + +[51] Venetiaansche Senatoren. Vgl. O t h e l l o , I, 2, 12. + +[52] Met "mijn ziel" wordt Bassanio bedoeld. + +[53] Hij bedoelt i d e e . + +[54] Skylla en Charybdis: draaikolken bij Messina op de kust van Sicilië. + +[55] Vgl. Lukas XVI, 25. Deze passage kan misschien dienen om de moeilijke +plaats in 't begin van O t h e l l o te verklaren, waar Iago van Cassio +zegt: "Een kerel, haast verdoemd door 'n mooie vrouw." + +[56] Dr. Leyden zegt in zijn uitgave van "The Complaynt of Scotland" dat +de doedelzakken gewoonlijk bekleed waren met wollen stof van groene +kleur. + +[57] Vgl. Jacobus II, 13. + +[58] Voorbeeld van Shakespeariaansche opeenhooping van negatieven. + +[59] Het Evangelie noemt hem Barabbas, Lukas XXIII, 18. + +[60] Het veranderen van de intrekking van de helft van 't vermogen in +een boete geldt wel voor den Staat, maar niet voor Antonio. + +[61] Toespeling op de twaalf leden van de Jury, soms spottenderwijs, +"the twelve godfathers" genoemd, o.a. in T h e M u s e s' +L o o k i n g G l a s s , een blijspel van Randolph, IV, 4. + +[62] De maangodin. + +[63] Ovidius. + +[64] Tartarus, onderwereld. + +[65] d.i. niets is goed op zichzelf; slechts de bijkomende +omstandigheden, de betrekking tot andere dingen, maken het zoo. + +[66] De maangodin Diana was verliefd op den schoonen jager Endymion, die +zich ophield op den berg Latmos in Karië. (Kl. Azië.) + +[67] De messenmakers lieten vroeger op de messen, die als souvenir +moesten dienen, door middel van een of ander zuur allerlei spreuken +bijten. + +[68] Een honderdoogig monster door Juno (Hera) aangesteld om de door +haar in een vaars veranderde Io, geliefde van Jupiter (Zeus), te +bewaken. + +[69] Zinspeling op dubbelhartigheid. + + + + +WERKEN VAN EDWARD B. KOSTER + Ing. Geb. + + _Verzamelde Gedichten_ (met portret door H. J. + H a v e r m a n) f 2.-- f 2.50 + + _Niobe_ (derde herziene druk) - 0.30 - 0.65 + + _Odusseus' Dood_ - 0.35 - 0.70 + + _Adrastos e.a. Gedichten_ (met portret door + L a u r e n t H. V e r w e y) - 1.-- - 1.60 + + Uitgaven van G. A. KOTTMANN, den Haag. + + + _Studiën in Kunst en Kritiek_ f 1.90 f 2.40 + Uitgave van HOLKEMA & WARENDORF, Amsterdam. + + + _Over Navolging en Overeenkomst in de Literatuur_ f 0.75 + Uitgave van MARTINUS NIJHOFF, den Haag. + + + _Verhalen uit Shakespeare_, naar het Eng. van + D r. T h. C a r t e r, met 16 ill. in kleur + van G. D e m a i n H a m m o n d f 2.50 f 2.90 + Uitgave van W. J. THIEME & CIE, Zutphen. + + + _Shakespeare-Vertalingen:_ D e K o o p m a n + v a n V e n e t i ë (2de herz. dr.) -- + A n t o n i u s e n C l e o p a t r a -- + C o r i o l a n u s (2de herz. dr.) -- + M a c b e t h -- O t h e l l o -- + J u l i u s C a e s a r. + N a t h a n d e W ij z e, naar het Duitsch van + G.E. Lessing. + Uitgaven van de MIJ. VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE + LECTUUR, Amsterdam. + + + _Uren met Shakespeare_ f 1.50 f 1.90 + Uitgave van de HOLLANDIA DRUKKERIJ, Baarn. + + + _William Shakespeare_, Gedenkboek 1616-1916 + (derde herz. druk) f 1.50 f 2.-- + Uitgave van G. A. KOTTMANN, den Haag. + + + + + +End of Project Gutenberg's De Koopman van Venetië, by William Shakespeare + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË *** + +***** This file should be named 29359-8.txt or 29359-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/9/3/5/29359/ + +Produced by Miranda van de Heijning, Jeroen van Luin and +the Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
