summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/29359-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '29359-8.txt')
-rw-r--r--29359-8.txt4986
1 files changed, 4986 insertions, 0 deletions
diff --git a/29359-8.txt b/29359-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..c5253d7
--- /dev/null
+++ b/29359-8.txt
@@ -0,0 +1,4986 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Koopman van Venetië, by William Shakespeare
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Koopman van Venetië
+ Drama in vijf bedrijven
+
+Author: William Shakespeare
+
+Translator: Edward B. Koster
+
+Release Date: July 9, 2009 [EBook #29359]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË ***
+
+
+
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Jeroen van Luin and
+the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ WILLIAM SHAKESPEARE
+
+ DE KOOPMAN
+ VAN VENETIË
+
+ DRAMA IN VIJF BEDRIJVEN
+
+ VERTALING VAN
+ DR. EDWARD B. KOSTER
+
+ DERDE DRUK
+
+ [Illustratie]
+
+ WERELDBIBLIOTHEEK
+ ONDER LEIDING VAN L. SIMONS.
+
+ [Illustratie: BOEKEN ZIJN DE UNIVERSITEIT ONZER DAGEN]
+
+ UITGEGEVEN DOOR:
+ DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN
+ GOEDKOOPE LECTUUR - AMSTERDAM
+
+
+ ...übersetzen... ist kein freies Dichten ([Grieks: poiein]); das
+ durften wir nicht, gesetzt wir konnten es. Aber der Geist des
+ Dichters muss über uns kommen und mit unsern Worten reden. Die
+ neuen Verse sollen auf ihre Leser dieselbe Wirkung thun, wie die
+ alten zu ihrer Zeit auf ihr Volk und heute noch auf die, welche
+ sich die notige Mühe philologischer Arbeit gegeben haben. So hoch
+ geht die Forderung. Wir wissen wohl, wie wenig wir sie erfullen,
+ aber auf Erden wird überhaupt das Mögliche nur geleistet, wenn das
+ Unmögliche gefordert wird, und man muss das Ziel kennen, damit man
+ den Weg findet.
+ ULRICH VON WILAMOWITZ-MOELLENDORFF
+
+
+De eerste druk van deze vertaling is verschenen in 1903 bij den uitgever
+Johan Pieterse te Rotterdam.
+
+De tweede, goedkoope, druk, door den Vertaler zorgvuldig herzien, is
+verschenen in het midden van 1913.
+
+Deze derde druk, in abonnement W.B. is verschenen Juli 1916.
+
+
+
+
+PERSONEN
+
+
+ DE DOGE VAN VENETIË.
+
+ DE PRINS VAN MAROKKO, } _Dingend naar een huwelijk
+ } met Portia._
+ DE PRINS VAN ARRAGON, }
+
+ ANTONIO, _de Koopman van Venetië._
+
+ BASSANIO, _zijn Bloedverwant en Vriend._
+
+ SOLANIO, }
+ }
+ SALARINO, } _Vrienden van Antonio en Bassanio._
+ }
+ GRATIANO, }
+
+ LORENZO, _Verliefd op Jessica._
+
+ SHYLOCK, _een Jood._
+
+ TUBAL, _een Jood, zijn Vriend._
+
+ LANCELOT GOBBO, _Bediende van Shylock, later van Bassanio._
+
+ DE OUDE GOBBO, _Vader van Lancelot._
+
+ LEONARDO, _Bediende van Bassanio._
+
+ BALTHAZAR, }
+ } _Bedienden van Portia._
+ STEPHANO, }
+
+ PORTIA, _Een rijke Erfgename._
+
+ NERISSA, _haar Kamenier._
+
+ JESSICA, _Dochter van Shylock._
+
+ _Senatoren van Venetië, Beambten van het Gerechtshof, een
+ Cipier, Bedienden en ander Gevolg._
+
+Het stuk speelt gedeeltelijk te _Venetië_ en gedeeltelijk op _Belmont_,
+PORTIA'S landgoed.
+
+
+
+
+EERSTE BEDRIJF
+
+TOONEEL I.
+
+_Venetië. Een Straat._
+
+
+ANTONIO, SALARINO _en_ SOLANIO _komen op._
+
+ANTONIO:
+ 'k Weet waarlijk niet waarom 'k zoo somber ben,
+ Ik vind het lastig, en dat vindt gij óók;
+ Maar hoe ik 't opdeed, er aan kwam, of 't kreeg,
+ Waarvan 't gemaakt is, waaruit het ontstond,
+ Dat weet ik niet;
+ En tot zóó'n domoor maakt dat somb're mij,
+ Dat met den besten wil 'k mijzelf niet ken.
+
+SALARINO:
+ Uw zinnen zwalken op den oceaan,
+ Waar uw galjoenen met hun statig zeil,
+ Signors en rijke burgers van den vloed,
+ Of, als het ware, pronksieraân der zee,
+ Zien boven 't hoofd der kleine schepen uit,
+ Die voor hen buigen, en hun hulde doen,
+ Voorbij hen vliegend op geweven wiek.
+
+SOLANIO:
+ Had ik zoo'n risico op zee, Mijnheer,
+ Voorwaar het grootste deel van mijn gemoed
+ Zou bij mijn verre hoop zijn. 'k Plukte steeds
+ Grasjes om 't waaien van den wind te zien,
+ Op kaarten tuurde ik om te weten waar
+ Er havens, kaden, reeden konden zijn,
+ En ieder voorwerp dat mij vreezen deed
+ Voor wat op zee ik waagde, 't zou gewis
+ Mij somber maken.
+
+SALARINO:
+ Als 'k mijn soep koud blies,
+ Dan gaf mijn adem mij de koorts, wen 'k dacht
+ Welk kwaad te harde wind op zee kon doen.
+ Ik zag het zand niet door het uurglas gaan,
+ Of 'k dacht aan banken en aan ondiepten,
+ En 'k zag mijn rijke "Andries," met dek in 't zand,
+ De mastpunt lager buigend dan het boord,
+ Haar grafplaats kussen. Ging ik naar de kerk,
+ En zag ik 't heilige gebouw van steen,
+ Dacht 'k aanstonds niet aan rotsen vol gevaar,
+ Die slechts de zijde rakend van het schip,
+ Zijn specerij zou strooien op den stroom,
+ Het brullend nat bekleeden met mijn zij,
+ En, in één woord, zooeven zóó veel waard,
+ Nu niets meer waard? Komt de gedachte in me op
+ Hieraan te denken, denk ik dan ook niet
+ Dat zulk een ramp mij somber maken zou?
+ Zeg mij maar niets; 'k weet het, Antonio
+ Is somber, denkend aan zijn handelswaar.
+
+ANTONIO:
+ Neen, zeker niet. 'k Dank mijn geluk er voor
+ Dat mijn fortuin niet op één bodem rust,
+ Noch op één plaats; noch hangt mijn gansch bezit
+ Van 't slagen af in 't tegenwoordig jaar;
+ Mijn handelswaar maakt mij dus niet bedrukt.
+
+SALARINO:
+ Welnu, dan zijt ge vast verliefd.
+
+ANTONIO:
+ Foei, foei!
+
+SALARINO:
+ Oók niet? Komaan, dàn zult ge somber zijn,
+ Wijl gij niet vroolijk zijt; 't ging even goed
+ Te lachen en te dansen en te zeggen
+ "'k Ben vroolijk," omdat gij niet somber zijt.
+ Bij den tweehoofd'gen Janus,[1] de natuur
+ Heeft vreemde kwanten nu en dan gevormd:
+ De een tuurt voortdurend door zijn wimpers heen,
+ Lacht, als een papegaai, bij 'n doedelzak,
+ En de ander heeft zoo'n zuur azijngezicht,
+ Dat hij zijn tanden nooit ten glimlach toont,
+ Schoon Nestor[2] zwoere op de aardigheid der grap.
+
+BASSANIO, LORENZO _en_ GRATIANO _komen op._
+
+OLANIO:
+ Daar komt Bassanio, uw eed'le neef,
+ Gratiano, en Lorenzo. Vaart gij wel:
+ Veel beter is 't gezelschap dat u zoekt.
+
+SALARINO:
+ 'k Wou blijven tot ik u wat blijder zag,
+ Maar waard'ger vrienden zijn mij vóór geweest.
+
+ANTONIO:
+ Uw waarde wordt zeer hoog door mij geschat,
+ 'k Vermoed, uw eigen zaken roepen u,
+ Gij neemt de kans dus waar on heen te gaan.
+
+SALARINO:
+ Ik groet u, waarde Heeren.
+
+BASSANIO:
+ Wel Signors, wanneer lachen wij weer eens?
+ Gij wordt ons bijster vreemd; moet dat zoo zijn?
+
+SALARINO:
+ Gij moogt beschikken over onzen tijd.
+
+SALARINO _en_ SOLANIO _af._
+
+LORENZO:
+ Mijnheer Bassanio, nu ge Antonio vondt,
+ Verlaten wij u, maar onthoud toch goed
+ Waar wij bij 't maal elkaâr weer zullen zien.
+
+BASSANIO:
+ 'k Zal stellig bij u zijn.
+
+GRATIANO:
+ Gij ziet er niet goed uit, Antonio,
+ Gij zijt te veel bezorgd om 's werelds goed:
+ Wie 't met veel zorgen koopt, verliest het weer,
+ 'k Verbaas me, zooals gij veranderd zijt.
+
+ANTONIO:
+ 'k Beschouw de wereld slechts zooals zij is;
+ Als een tooneel, waar elk zijn rol op speelt,
+ De mijne is droef.
+
+GRATIANO:
+ Geef mij dan die van nar.
+ Laat de oude rimpels komen met gelach
+ En scherts, en gloei' mijn lever eer van wijn,
+ Dan dat mijn hart door kommerlijk gekreun
+ Bekoele. Waarom zou een man, wiens bloed
+ Warm in hem is, daar zitten als zijn grootvaêr
+ Gehouwen in albast?[3] en als hij waakt
+ Gaan slapen? of de geelzucht op zijn lijf
+ Door kniezen halen? Hoor nu eens, Antonio,--
+ Ik ben uw vriend, en vriendschap leidt mijn taal;--
+ Daar is een soort van menschen, wier gelaat
+ Gelijk een stille vijver is bedekt,
+ En die halsstarrig zwijgen, met het doel
+ Om zich een dunk te geven van te zijn
+ Vol wijsheid, ernst en diepe peinzerij;
+ Alsof zij zeggen: "'k Ben Mijnheer Orakel,
+ Geen hond mag blaffen, als ik spreken ga."
+ O, mijn Antonio, ik ken ze wel,
+ Die slechts voor wijs gehouden worden, wijl
+ Zij nooit iets zeggen, en wier taal gewis
+ De ooren bijna verdoemen zou, die 't hoorend,
+ Tot hunne broeders zeggen zouden: "Dwaas!"[4]
+ 'k Vertel u op een and'ren tijd nog meer:
+ Maar visch niet met dit aas, melancholie,
+ Naar dezen mallen spiering, dezen dunk,[5]--
+ Kom nu Lorenzo.--Vaar intusschen wel;
+ Na 't eten krijgt ge 't slot van mijn vermaan.
+
+LORENZO:
+ Nu, wij verlaten u tot etenstijd.
+ 'k Moet een van die stom-wijze menschen zijn,
+ Want Gratiano laat mij nooit aan 't woord.
+
+GRATIANO:
+ Nu, ga nog slechts twee jaren met mij om,
+ Dan kent ge uw eigen stemgeluid niet meer.
+
+ANTONIO:
+ Vaarwel: 'k word ook een prater als 'k u hoor.
+
+GRATIANO:
+ Mijn dank: op zwijgen wordt dan ook alleen gehoopt
+ Bij ossetong en 't meisje dat zich niet verkoopt.
+
+GRATIANO _en_ LORENZO _af._
+
+ANTONIO:
+ Heeft dat nu iets te beteekenen?
+
+BASSANIO:
+ Gratiano spreekt een ontzaglijke hoop _niets_, meer dan iemand in
+  heel Venetië. Zijn verstandige woorden zijn als twee korrels tarwe
+  verborgen in twee schepels kaf; ge moet den ganschen dag zoeken eer
+  ge ze vindt; en als ge ze hebt, zijn ze 't zoeken niet waard
+ geweest.
+
+ANTONIO:
+ Kom; zeg me nu, wie is die jonkvrouw toch,
+ Naar wie ge stil een bedevaart woudt doen,
+ Van wie ge mij vandaag vertellen zoudt?
+
+BASSANIO:
+ 't Is u niet onbekend, Antonio,
+ Hoezeer ik mijn vermogen heb verkleind,
+ Door 't ietwat houden van een hoog'ren staat
+ Dan 'k door mijn beetje geld kon blijven doen.
+ Nu klaag ik niet dat ik mij maat'gen moet
+ In zulk een weelde; maar mijn grootste zorg
+ Is hoe ik eervol afkom van de schuld
+ Waarin mijn al te ruime levenswijs
+ Mij heeft verstrikt. Ik heb het meest aan u,
+ Antonio, in geld en vriendschap schuld;
+ Uw vriendschap is me er ook een waarborg voor,
+ Dat 'k al mijn plannen u ontboez'men kan
+ Hoe van mijn groote schulden mij te ontdoen.
+
+ANTONIO:
+ Bassanio, ik bid u, zeg het mij;
+ En valt het licht der eer er op, zooals
+ Op U nog, wees verzekerd dat mijn beurs
+ En mijn persoon en al wat ik vermag
+ Voor uwe goede zaak beschikbaar zijn.
+
+BASSANIO:
+ Wanneer 'k als knaap een pijl verloren had,
+ Schoot ik een and'ren van dezelfde kracht
+ Denzelfden kant, en nam hem scherper waar,
+ En door de twee te wagen, vond ik vaak
+ Hen beî, niet één slechts. 'k Noem die jongensproef,
+ Omdat wat volgt oprecht en zuiver is.
+ 'k Ben u veel schuldig; wat ik schuldig ben
+ Is weg zooals 't een heethoofd gaat; maar als
+ Ge een tweeden pijl wilt schieten naar den kant
+ Waarheen ge d'eersten schoot, ik twijfel niet,
+ Of 'k vind--daar 'k op het doel zal letten--beî;
+ Maar anders breng 'k uw laatsten inzet weer,
+ En blijf voor d'eerste' uw dankb're schuldenaar.
+
+ANTONIO:
+ Gij kent mij goed, en gij verkwist slechts tijd,
+ Als ge om mijn vriedschap met veel omhaal draait;
+ Ge doet mij nu gewis meer onrecht aan
+ Doordat ge twijfelt aan mijn beste hulp,
+ Dan als gij al mijn goed hadt opgemaakt.
+ Zeg mij daarom gerust wat ik moet doen,
+ Wat, voor zoover gij weet, 'k zou _kunnen_ doen,
+ En 'k ben er toe bereid; spreek dus vrijuit.
+
+BASSANIO:
+ Op Belmont woont een jonkvrouw, ze is alleen,
+ En zij is schoon, en, wat nog schooner klinkt,
+ Van wonderbare deugden. Eertijds gaf
+ Haar oog mij teek'nen, lief en sprakeloos.
+ Haar naam is Portia, niets minder waard
+ Dan Cato's dochter, Brutus' Portia.
+ De wijde wereld kent haar waarde wel,
+ De winden blazen toch van elke kust
+ Doorluchte minnaars; en haar zonnig haar
+ Hangt om haar slapen als een gouden vlies,
+ Wat huize Belmont maakt tot Kolchos' strand,
+ En vele Jasons zoeken haar tot vrouw.[6]
+ O mijn Antonio! had ik midd'len slechts
+ Om mij met hen te meten in waardij!--
+ Daar ik een voorgevoel heb van geluk,
+ En dat ik zeker voorspoed hebben zou.
+
+ANTONIO:
+ Gij weet, mijn gansch vermogen is op zee;
+ Ik heb geen geld, en geen gelegenheid
+ Om thans een som te heffen: ga dus heen;
+ Zie in de stad[7] wat mijn krediet vermag:
+ Gij moogt het rekken tot de verste grens,
+ Als het u brengt naar Belmonts Portia.
+ Ga, onderzoek terstond--ik doe dat ook--
+ Waar geld is, en het komt--ik twijfel niet--
+ Om mijnentwil of ook om mijn krediet.  (_Beiden af._)
+
+
+
+
+TOONEEL II.
+
+_Belmont. Een vertrek in_ PORTIA'S _Huis._
+
+
+PORTIA _en_ NERISSA _komen op._
+
+PORTIA:
+ Heusch, Nerissa, mijn klein persoontje is deze groote wereld moe.
+
+NERISSA:
+ Dat zoudt u zijn, lieve mevrouw, als uw ellenden even overvloedig
+ waren als uw goed geluk; en toch, voor zoover ik zien kan, zijn zij
+ die zich met te veel volproppen even ziek als zij die van niets
+ hongerlijden: daarom is het geen gering geluk den middenweg te
+ bewandelen; overmaat komt spoediger aan witte haren, maar genoeg
+ hebben leeft langer.
+
+PORTIA:
+ Mooie stelregels, en goed gezegd ook.
+
+NERISSA:
+ Ze zouden beter zijn, als ze goed werden opgevolgd.
+
+PORTIA:
+ Als het doen even gemakkelijk was als te weten wat goed is om te
+ doen, dan moesten kapellen nu kerken zijn, en armelui's hutjes
+ koningspaleizen. _Hij_ is een goed preeker die zijn eigen
+ voorschriften nakomt: ik kan gemakkelijker twintig leeren wat goed
+ is om te doen dan één van de twintig zijn om mijn eigen lessen na
+ te komen. De hersenen kunnen wel wetten uitdenken voor het bloed;
+ maar een vurige natuur springt over een koel gebod: zóó'n haas is
+ de jongeling heethoofdigheid, dat hij hipt over het mazennet van
+ goeden raad, den kreupele. Maar dit redeneeren is nu niet precies
+ de weg om een man te kiezen:--O wee, dat woord _kiezen_! Ik mag
+ niet kiezen wien ik wil en evenmin weigeren wien ik niet kan
+ uitstaan; zoo wordt de wil van een levende dochter bedwongen door
+ de wilsbeschikking van een dooden vader.--Is het niet hard,
+ Nerissa, dat ik er niet één kan kiezen en evenmin geen kan afslaan?
+
+NERISSA:
+ Uw vader is altijd een braaf man geweest; en vrome menschen hebben
+ bij hun dood goede ingevingen; daarom zal in de loterij die hij met
+ die drie kistjes van goud, zilver en lood bedacht heeft, (en hij
+ die daaruit naar _zijn_ zin kiest, kiest u,) zonder twijfel door
+ niemand goed gekozen worden dan door hem die u goed liefheeft. Maar
+ welke warmte voelt uw gemoed jegens den een of ander van de
+ vorstelijke pretendenten die reeds gekomen zijn?
+
+PORTIA:
+ Noem ze asjeblieft nog eens op; en naar je ze opnoemt zal ik ze
+ beschrijven; en volgens mijn beschrijving laten raden naar de
+ stemming van mijn gemoed.
+
+NERISSA:
+ Vooreerst dan hebben wij den Napolitaanschen prins.
+
+PORTIA:
+ Nu, dat is een echt veulen, 'n echt jong spring-in't-veldje, want
+ hij doet niets dan over zijn paard praten; en hij beschouwt het als
+ een grooten bijslag voor zijn bizondere talenten dat hij het zelf
+ kan beslaan: ik ben erg bang dat zijn moeder het met een smid heeft
+ gehouden.
+
+NERISSA:
+ Dan hebben we den Paltsgraaf.
+
+PORTIA:
+ Hij doet niets dan boos kijken, alsof hij zeggen wou: "Als je mij
+ niet wilt hebben, kies dan maar een ander;" hij hoort vroolijke
+ verhalen aan, en glimlacht niet eens,--ik vrees dat hij de weenende
+ wijsgeer zal worden als hij oud wordt, nu hij in zijn jeugd al zoo
+ onbehoorlijk somber is. Ik zou liever trouwen met een doodshoofd
+ met een bot in zijn mond dan met een van die twee. God beware me
+ voor die twee!
+
+NERISSA:
+ Maar wat zegt u van den Franschen heer, Monsieur le Bon?
+
+PORTIA:
+ God heeft hem geschapen, en laat hem daarom voor een man doorgaan.
+ Heusch, ik weet wel dat het zondig is te spotten.[8] Maar _hij_ dan
+ ook! Wel, hij heeft een paard dat beter is dan dat van den
+ Napolitaan, nog mooiere onhebbelijkheid on boos te kijken dan de
+ Paltsgraaf: hij is iedereen in niemand; als een lijster aan 't
+ fluiten slaat, begint hij dadelijk rond te springen; hij schermt
+ met zijn eigen schaduw: als ik hem trouwde zou ik twintig mannen
+ trouwen: als hij mij verachtte zou ik 't hem vergeven; want als hij
+ dol verliefd op me was, zou ik het hem nooit vergelden.
+
+NERISSA:
+ Weet u misschien iets te zeggen tegen Faulconbridge, den jongen
+ Engelschen baron?
+
+PORTIA:
+ Ik weet niets tegen hem te zeggen, want hij verstaat me niet,
+  evenmin als ik hem; hij kent geen Latijn, geen Fransch en geen
+  Italiaansch, en je kunt er gerust voor het gerecht op zweren, dat
+  ik maar een armzalig beetje van het Engelsch afweet. Hij is anders
+  een knap stel van een man; maar helaas! wie kan omgaan met een
+  figurant? En wat is hij vreemd gekleed! Ik geloof dat hij zijn
+  wambuis in Italië, zijn pofbroek in Frankrijk, zijn muts in
+  Duitschland, en zijn manieren overal gekocht heeft.
+
+NERISSA:
+ Wat denkt u van zijn naasten buurman, den Schotschen lord?
+
+PORTIA:
+ Dat hij liefde tot zijn naaste bezit; want hij leende een oorvijg
+  van den Engelschman, en zwoer dat hij hem terug zou betalen, als
+  hij kon: ik geloof dat de Franschman hem borg bleef, en er zijn
+  zegel onder zette[9] dat hij er een bij zou doen.
+
+NERISSA:
+ Hoe vindt u den jongen Duitscher, den neef van den hertog van
+ Saksen?
+
+PORTIA:
+ Zeer verachtelijk in den morgen, als hij nuchter is; en
+ allerverachtelijkst in den middag, als hij dronken is; als hij zich
+  op zijn best vertoont, dan is hij een beetje minder dan een mensch;
+  en als hij op zijn slechtst is, dan is hij weinig beter dan een
+ beest. Mocht het ergste gebeuren wat ooit gebeuren _kon_, dan hoop
+  ik dat het me zal gelukken het zonder hem te stellen.
+
+NERISSA:
+ Als hij besloot te kiezen, en hij koos het goede kistje, dan zoudt
+  u weigeren uw vaders wensch te vervullen, als u weigerde hem aan te
+  nemen.
+
+PORTIA:
+ Zet daarom, wat ik je bidden mag, uit vrees voor het ergste, een vol
+  glas Rijnwijn op het verkeerde kistje, want al is de duivel er
+ binnen in, maar die verleiding er boven op, dan weet ik dat hij ze
+  kiezen zal. Ik zal liever ik weet niet wàt doen, Nerissa, dan met
+  een spons trouwen.
+
+NERISSA:
+ U behoeft niet bang te zijn, Mevrouw, dat u een van deze heeren tot
+  man zult krijgen: zij hebben mij hun besluit meegedeeld, namelijk om
+  naar huis terug te keeren, en u niet met verdere aanzoeken lastig te
+  vallen, of ge moest u op een andere manier laten winnen dan door uw
+  vaders bepaling betreffende de kistjes.
+
+PORTIA:
+ Al word ik zoo oud als de Sibylle[10], toch zal ik zoo maagdelijk
+  als Diana sterven, als ik niet verkregen word op de manier die door
+  het testament van mijn vader is aangewezen. Ik ben blij dat dit
+  partijtje aanzoekers zoo redelijk is; want er is er niet één onder
+  hen of ik snak naar niets zóózeer als naar zijn afwezigheid, en ik
+  bid God dat hij hun een goede reis geeft.
+
+NERISSA:
+ Herinnert ge u niet, Mevrouw, uit uw vaders tijd een Venetiaan, een
+  geletterde en officier, die hier kwam in gezelschap van den Markies
+  van Montferrat?
+
+PORTIA:
+ Ja, ja; het was Bassanio; ten minste ik geloof dat hij zoo heette.
+
+NERISSA:
+ Zeker, Mevrouw, en van alle mannen die mijn dwaze oogen ooit
+  aanschouwden, verdiende _hij_ het meest een mooie jonkvrouw.
+
+PORTIA:
+ Ik herinner mij hem best, en ook dat hij uw lof verdiende.--
+
+_Een_ BEDIENDE _komt op._
+
+ Wat nu? Is er wat nieuws?
+
+BEDIENDE:
+ De vier[11] vreemdelingen vragen naar u, Mevrouw, om afscheid van u
+  te nemen; en er is een koerier gekomen van een vijfden, den Prins
+  van Marokko, die bericht dat zijn meester, de Prins, van avond hier
+  zal zijn.
+
+PORTIA:
+ Als ik den vijfden even hartelijk welkom kon heeten als ik de
+  andere vier vaarwel kan zeggen, dan zou ik mij verheugen over zijn
+  aankomst: als hij het innerlijk heeft van een heilige en het
+  uiterlijk van een duivel, dan had ik hem liever tot bid- dan tot
+  bedgenoot.--Kom, Nerissa.--Vrindschap, ga voor.--Terwijl we de
+  poort achter den eenen minnaar sluiten, klopt de andere op de deur.
+  (_Allen af._)
+
+
+
+
+TOONEEL III.
+
+_Venetië. Een Marktplein._
+
+
+BASSANIO _en_ SHYLOCK _komen op._
+
+SHYLOCK:
+ Drie duizend dukaten,[12]--juist.
+
+BASSANIO:
+ Ja, Mijnheer, voor drie maanden.
+
+SHYLOCK:
+ Voor drie maanden,--juist.
+
+BASSANIO:
+ Waarvoor, zooals ik zei, Antonio borg zal blijven.
+
+SHYLOCK:
+ Antonio borg zal blijven,--juist.
+
+BASSANIO:
+ Kunt ge mij helpen? Wilt ge mij 't genoegen doen?
+ Mag ik uw antwoord weten?
+
+SHYLOCK:
+ Drie duizend dukaten voor drie maanden, en Antonio borg.
+
+BASSANIO:
+ Uw antwoord hierop.
+
+SHYLOCK:
+ Antonio is goed.
+
+BASSANIO:
+ Hebt ge hem ooit van het tegendeel hooren beschuldigen?
+
+SHYLOCK:
+ Heiwat! neen, neen, neen, neen;--mijn bedoeling met te zeggen dat
+  hij goed is, is dat ge 't zóó moet opvatten, dat hij er goed voor
+  is; maar toch is zijn fortuin vrij denkbeeldig. Hij heeft een
+  galjoen bestemd voor Tripoli, en nog een voor Indië, verder heb ik
+  op den Rialto[13] gehoord, dat hij een derde in Mexico heeft, een
+  vierde op weg naar Engeland, terwijl hij nog andere handelsgoederen
+  hier en daar verspreid heeft. Maar schepen zijn niets dan planken
+  en zeelui niets dan menschen: er zijn landratten en waterratten,
+  roovers zoowel te water als te land, ik bedoel zeeroovers; en dan
+  is er het gevaar van water, wind en rotsen. Maar toch is de man er
+  goed voor;--drie duizend dukaten;--ik geloof dat ik zijn borgtocht
+  wel kan aannemen.
+
+BASSANIO:
+ Wees er zeker van dat ge 't kunt.
+
+SHYLOCK:
+ Ik _wil_ er zeker van zijn dat ik het kan; en opdat ik er zeker van
+  _kan_ zijn, zal ik er eens over denken. Zou ik Antonio kunnen
+  spreken?
+
+BASSANIO:
+ Ja, als ge met ons gelieft te eten?
+
+SHYLOCK:
+ Wel zeker, om varkensvleesch te ruiken! om te eten van de woning
+  waarin uw profeet, de Nazarener, den duivel bande![14] Ik wil met
+  u koopen, met u verkoopen, met u spreken, met u wandelen, en zoo
+  voorts; maar ik wil niet met u eten, niet met u drinken, en evenmin
+  met u bidden.--Wat voor nieuws is er op den Rialto?--Wie is dat die
+  daar aankomt?
+
+ANTONIO _komt op._
+
+BASSANIO:
+ Dat is signor Antonio.
+
+SHYLOCK (_ter zijde_):
+ Hoe lijkt hij op een slaafschen tollenaar!
+ Ik haat hem, omdat hij een Christen is;
+ Maar meer, omdat in lagen eenvoud hij
+ Geld gratis uitleent, en den rentestand
+ Hier bij ons in Venetië dalen doet.
+ Als ik hem eens het beentje lichten kan,
+ Dan mest ik zoo mijn oude veete vet.
+ Hij haat ons heilig volk; en hij geeft af,
+ Juist daar waar 't meest de hand'laars samenzijn,
+ Op mij, mijn zaak en wel-verdiende winst,
+ Haar woeker noemend. Zij mijn stam vervloekt,
+ Als 'k hem vergeef!
+
+BASSANIO:
+ Zeg, Shylock, luistert gij?
+
+SHYLOCK:
+ Ik schat wat ik op 't oogenblik bezit,
+ En naar 't geheugen vrij nauwkeurig gis,
+ Breng ik zoo dadelijk de volle som
+ Van drie duizend dukaten niet bijeen
+ Wat zou 't? Tubal, een rijke van mijn stam,
+ Zal mij wel helpen. Stil! Voor hoeveel maand
+ Verlangt gij 't?--(_tot_ ANTONIO) Vrede zij met u, Mijnheer;
+ Wij spraken nog daareven over u.
+
+ANTONIO:
+ Shylock, schoon 'k nooit te leen geef of ontvang,
+ Om meer terug te krijgen of te geven,
+ Toch breek ik die gewoonte voor den nood,
+ Die dringt, van eenen vriend.--(_tot_ BASSANIO) Weet hij nu al
+ Hoeveel gij wenscht?
+
+SHYLOCK:
+ Ja, drie duizend dukaten.
+
+ANTONIO:
+ En voor drie maand.
+
+SHYLOCK:
+ 'k Vergat het nog;--drie maand; dat zeidet gij.
+ Goed, uw kontrakt;--laat zien.--Maar luister eens;
+ Me dunkt, gij zeidet dat ge op int'rest nooit
+ Aan of van iemand leendet.
+
+ANTONIO:
+ 'k Doe het nooit.
+
+SHYLOCK:
+ Toen Jakob Labans schapen grazen liet,--
+ Hij was na onzen heil'gen Abraham
+ (Zoo kreeg zijn moeder 't slim voor hem gedaan)
+ De derde der bezitters; ja de derde,--[15]
+
+ANTONIO:
+ Wat moet dat nu? Nam hij ook interest?
+
+SHYLOCK:
+ Hij nam die niet in letterlijken zin,
+ Neen niet rechtstreeks: let op wat Jakob deed.
+ Toen Laban met hem afgesproken had,
+ Dat al de lammeren gestreept en bont
+ Als loon aan Jakob zouden komen, zocht
+ Het bronstige ooienvolkje in laten herfst
+ De rammen op; en toen het telingswerk
+ Door deze woll'ge fokkers werd verricht,
+ Schilde de list'ge scheper twijgen af,
+ En bij 't vervullen van de paringsdaad,
+ Stak hij hen voor de tochtige ooien op,
+ Die, toen ontvangend, in den lammertijd
+ Gevlekte lamm'ren wierpen, Jakobs deel.[16]
+ Hij werd gezegend op zijn weg tot winst,
+ En winst is zegen, als men haar niet steelt.
+
+ANTONIO:
+ Zoo diende Jakob voor een kans van 't lot;
+ Niet hij had dezen uitslag in zijn macht,
+ Maar 't werd beschikt, bestuurd door 's Hemels hand.
+ Prijst deze plaats der Schrift den woeker aan?
+ Of is uw goud en zilver ooi en ram?
+
+SHYLOCK:
+ 'k Weet niet: maar 't fokt bij me even spoedig aan.
+ Maar luister, Signor.
+
+ANTONIO:
+ Merkt ge 't wel, Bassanio,
+ De duivel haalt de Schrift aan voor zijn doel.[17]
+ Een booze ziel, bij 't heilige getuigend,
+ Gelijkt een schurk, den glimlach op 't gelaat,
+ Een mooien appel met ontstoken hart.
+ Wat zet de valschheid toch een mooi gelaat!
+
+SHYLOCK:
+ Drie duizend--en dukaten!--'t is een som!
+ Drie maanden van de twaalf; hoeveel percent?
+
+ANTONIO:
+ Nu, Shylock, mogen wij u dankbaar zijn?
+
+SHYLOCK:
+ Signor Antonio, menig menig maal
+ Hebt gij op den Rialto mij beschimpt
+ Om 't woek'ren dat ik met mijn gelden deed:
+ Steeds droeg 'k het lijdzaam, trok mijn schouders op,
+ Want lijden is het kenmerk van ons ras:
+ Gij noemt mij "ongeloov'ge," "moord'naarshond,"
+ En spuwt op mijnen Joodschen tabbaard mij,
+ En dat, wijl ik mijn eigen goed gebruik.
+ Nu blijkt het dan dat gij mijn hulp behoeft,
+ Vooruit maar; gij komt bij mij, en gij zegt,
+ "Shylock, wij willen geld," en dat zegt gij,
+ Gij die uw speeksel spuwdet op mijn baard,
+ Mij traptet, als ge een vreemden hond verschopt
+ Van uwen drempel: nu vraagt gij om geld.
+ Wat moet ik u nu zeggen? Moet 't niet zijn:
+ "Heeft een hond duiten? Is het moog'lijk dat
+ Zoo'n mormel drie duizend dukaten leent?"
+ Of zal 'k diep buigend, op een slaventoon
+ Met ingehouden adem need'rig fluist'rend,
+ Zóó spreken:
+ "Mijnheer, verleden Woensdag spoogt ge op mij;
+ Gij traptet me op een and'ren dag; dan weer
+ Heette ik een hond; en voor die hof'lijkheid
+ Leen ik u zooveel geld?"
+
+ANTONIO:
+ 't Is mogelijk dat ik u weer zoo noem,
+ En weder op u spuw en u vertrap.
+ Zoo gij dit geld wilt leenen, leen dan niet
+ Als aan uw vriend; wanneer nam vriendschap toch
+ Winst van onvruchtbaar zilver van een vriend?[18]
+ Maar leen het liever aan uw vijand uit;
+ Want doet hij zijn belofte niet gestand,
+ Dan kunt ge met te meer vrijmoedigheid
+ De boete vergen.
+
+SHYLOCK:
+ Kijk nu hoe ge raast:
+ Ik wensch uw vriendschap en genegenheid,
+ Den smaad vergetend waar 'k meê werd besmet,
+ Ik wil u helpen in uw nood, geen duit
+ Als int'rest nemen, en ge luistert niet.
+ Dit is een vriend'lijk aanbod.
+
+ANTONIO:
+ Ja, dat is 't.
+
+SHYLOCK:
+ Welnu, 'k bewijs u deze vriend'lijkheid.
+ Ga meê naar een notaris, zegel daar
+ Uw overeenkomst zonder meer,[19] en als
+ Gij niet op een bepaalden dag en plaats
+ De som of sommen in 't kontrakt genoemd
+ Terugbetaalt, moet gij voor de aardigheid
+ Een pond, daarmêe gelijkstaand, van uw vleesch
+ Mij netjes laten snijden uit dàt deel
+ Van uw mooi lichaam waar het mij behaagt.
+
+ANTONIO:
+ Dat neem ik aan: ik zegel zoo'n kontrakt;
+ 'k Moet zeggen dat de Jood zeer vriend'lijk is.
+
+BASSANIO:
+ Dat moogt gij niet on mijnentwille doen:
+ Veel liever blijf 'k in ongelegenheid.
+
+ANTONIO:
+ Kom, vrees niet, man; 'k verbeur de boete niet:
+ Binnen twee maanden, dat 's een maand aleer
+ 't Kontrakt verloopt, verwacht ik driemaal meer
+ Terug dan heel de waarde van 't kontrakt.
+
+SHYLOCK:
+ O, vader Abram! Zie die Christ'nen toch,
+ Wier eigen hardheid and'rer denkwijs hen
+ Wantrouwen leert! Ik bid u, zeg mij dit;
+ Kwam hij 't kontrakt niet na, wat won 'k dan nog
+ Door 't eischen van wat door hem werd verbeurd?
+ Een pond van 't vleesch gesneden uit een mensch
+ Heeft minder waarde, wordt ook min geschat
+ Dan schapen-, rund-, of geitenvleesch. 'k Herzeg,
+ Door deze groote vriendschap koop 'k zijn gunst;
+ Wil hij haar hebben, goed; zoo niet, vaarwel;
+ En krenkt mij niet voor al mijn vriend'lijkheid.
+
+ANTONIO:
+ Ja, Shylock, ik bezegel dit kontrakt.
+
+SHYLOCK:
+ Vind mij dan snel bij den notaris weêr.
+ Maak hem bekend met 't grappige kontrakt.
+ Ik steek onmiddellijk het geld bij mij,
+ Neem thuis een kijkje, waar een spilziek mensch
+ Het toezicht houdt (en dat maakt mij bezorgd,)
+ En ik zal aanstonds komen. (_Af._)
+
+ANTONIO:
+ Haast u wat,
+ Beminnelijke Jood.--Hij zal bepaald
+ Een Christen worden, want hij wordt zoo lief.
+
+BASSANIO:
+ De liefde staat mij tegen in een dief.
+
+ANTONIO:
+ Kom, wees niet bang; een maand vóór den termijn,
+ Zal heel mijn vloot weer in de haven zijn. (BEIDEN _af._)
+
+
+
+
+TWEEDE BEDRIJF
+
+TOONEEL I.
+
+_Belmont. Een Vertrek in_ PORTIA'S _Huis._
+
+
+_Hoorngeschal. De_ PRINS VAN MAROCCO _komt op met zijn_ GEVOLG: PORTIA,
+NERISSA _en_ BEDIENDEN.
+
+MAROCCO:
+ Wees niet van mij afkeerig om mijn kleur,
+ De schaduw'ge livrei der vonkelzon;
+ 'k Ben haar gebuur, geboren bij haar licht.
+ Breng mij den blanksten uit de Noorderstreek,
+ Waar Phoebus' vuur de pegels nauw ontdooit,
+ En laat ons de aad'ren oop'nen voor uw min,
+ En zien wiens bloed het roodst is, 't zijn of 't mijn.
+ Ik zeg u, jonkvrouw, dit mijn uiterlijk
+ Heeft dapperen onthutst: 'k zweer, bij mijn min,
+ De meest gezochte maagden van mijn land
+ Beminden 't ook. Ik maak die tint niet weg,
+ Dan om uw hart te stelen, mijn vorstin.
+
+PORTIA:
+ 'k Word bij de keuze niet alleen geleid
+ Door 't keurig[20] schatten van een meisjesoog:
+ En bovendien belet de loterij
+ Om mijn bestemming, 't recht van vrije keus:
+ Maar als mijn vader mij niet had beperkt,
+ En door zijn wil verplicht dat ik mij gaf
+ Aan hem die me op gezegde wijze wint,
+ Uw kans, befaamde Prins, stond even mooi
+ Als die van een'gen minnaar dien ik zag,
+ Op mijne liefde.
+
+MAROCCO:
+ Daarvoor dank ik u;
+ Breng mij, ik bid u, naar de kistjes dus,
+ 'k Wil mijn geluk beproeven. Bij dit zwaard,--
+ 't Versloeg den Sophi[21] en een Perzisch prins,
+ Die driemaal Sultan Soliman verwon,--
+ Ik stilde 't staren van het grimmigst oog,
+ Trotseerde 't onverschrokkenst hart op aard,
+ 'k Ontrukte 't zuigend jong aan de berin,
+ Ja, 'k tergde zelfs den leeuw die brult om prooi,
+ Om u te winnen, jonkvrouw. Maar, helaas!
+ Als Hercules en Lichas[22] er om dobb'len
+ Wie 't dapperst is, dan kan de hoogste worp
+ Bij toeval komen uit de zwakste hand:
+ Zoo doet Alcides[23] onder voor zijn knecht;
+ Zoo kan ook ik, door 't blind geluk geleid,
+ Dat missen wat een mind're winnen kan,
+ En sterven van verdriet.
+
+PORTIA:
+ Beproef uw kans;
+ En doe òf heel geen poging tot een keus,
+ Of zweer voordat ge kiest, dat, slaagt ge niet,
+ Gij later nooit tot één'ge jonkvrouw spreekt
+ Inzake een huw'lijk: overleg dus goed.
+
+MAROCCO:
+ Dat zal 'k ook niet; kom breng mij naar mijn kans.
+
+PORTIA:
+ Eerst naar den tempel;[24] na het middagmaal
+ Beproeft ge uw kans.
+
+MAROCCO:
+ Dan sta 't geluk mij bij,
+ Waardoor 'k gezegend, of rampzalig zij!
+
+(_Hoorngeschal. Allen af._)
+
+
+
+
+TOONEEL II.
+
+_Venetië. Een Straat._
+
+
+LANCELOT GOBBO _komt op._
+
+LANCELOT:
+ Natuurlijk zal mijn geweten 't goed vinden dat ik van dien Jood,
+ mijn meester, wegloop. De booze staat naast me, en brengt me in de
+ verzoeking, en zeit tegen me: "Gobbo, Lancelot Gobbo, beste
+ Lancelot, of beste Gobbo, of beste Lancelot Gobbo, neem je beenen
+ op, ga d'r van door, loop weg." Mijn geweten zegt: "Nee; pas op,
+ brave Lancelot; pas op, brave Gobbo;" of, zooals ik daarnet zei:
+ "brave Lancelot Gobbo; loop niet weg: schop weg van je dat idee van
+ wegloopen." Maar kijk, die allerdapperste booze gelast me mijn
+ biezen te pakken. "Via!"[25] zeit de booze; "Weg!" zeit de booze,
+ "in 's Hemels naam, neem een flink besluit," zeit de booze; "en
+ loop weg." Maar jawel, mijn geweten, hangend om den nek van mijn
+ hart, zegt heel verstandig tegen me: "Mijn brave vriend Lancelot,
+ als zoon van een braven vader,"--of liever van een brave
+ moeder;--want welbeschouwd was er een luchtje aan mijn vader,--d'r
+ was iets met hem aan den knikker,--hij was niet zuiver op de graat:
+ nu, mijn geweten zegt: "Lancelot, ga niet op de loop," "ga op de
+ loop" zegt de booze: "ga niet op de loop," zegt mijn geweten weer.
+ "Geweten," zeg ik, "je geeft me een goeden raad;" "booze," zeg ik,
+ "je geeft me ook een goeden raad." Als ik me door mijn geweten laat
+ leiden, moet ik bij mijn meester den Jood, die (God vergeef 't me)
+ een soort van duivel is, blijven; en om van den Jood weg te loopen,
+ moet ik mij laten leiden door den booze, die, met zijn welnemen, de
+ duivel in eigen persoon is. Waarachtig, de Jood is de vleeschgeworden
+ duivel, en op mijn geweten, mijn geweten is een hardvochtig stuk
+ geweten om mij te durven aanraden bij den Jood te blijven. De duivel
+ geeft den vriendelijksten raad: ik zal drossen, duivel, mijn hielen
+ zijn tot uw orders, drossen zal ik.
+
+_De oude_ GOBBO _komt op met een mand aan den arm._
+
+GOBBO:
+ O, zeg eens, Meneertjelief; kun je me asjeblieft den weg wijzen
+ naar Meneer den Jood.
+
+LANCELOT (_Ter zijde_):
+ Goeie Hemel! dat is mijn bloed-eigen vader, en doordat-i meer dan
+ erg kippig oftewel stekeblind is, kent-i me niet:--ik zal ereis
+ probeeren hem er in te laten loopen.
+
+GOBBO:
+ Meneertjelief, zeg me asjeblieft den weg naar Meneer den Jood.
+
+LANCELOT:
+ Ga bij den naasten draai rechts af, maar bij den allernaasten draai
+ links af; maar aan den allerallernaasten draai sla je nergens af,
+ maar je draait indirekt[26] het huis van den Jood binnen.
+
+GOBBO:
+ Allemachies, dat zal een moeielijke weg zijn om te vinden. Kan u me
+ ook zeggen of eene Lancelot, die bij hem woont, bij hem is of niet?
+
+LANCELOT:
+ Bedoel je den jongeheer Lancelot?--(_ter zijde_) Let nu goed op, nu
+ zal ik de poppen laten dansen.--Bedoel je den jongeheer Lancelot?
+
+GOBBO:
+ Geen _Jongeheer_, Meneer, maar een armemans zoon: z'n vader is, al
+ zeg ik 't zelf, een heele eerlijke arme man, maar die, Goddank,
+ toch kan rondkomen.
+
+LANCELOT:
+ Goed, laat z'n vader wezen wie die wil, we hebben 't nu over den
+ jongeheer Lancelot.
+
+GOBBO:
+ Uw gehoorzame dienaar, en Lancelot, Meneer.
+
+LANCELOT:
+ Maar ik bid je, _ergo_, ouwe man, _ergo_, ik smeek je, heb je 't
+ over den jongeheer Lancelot?
+
+GOBBO:
+ Over Lancelot, met uw heerschaps welnemen.
+
+LANCELOT:
+ _Ergo_ over den jongeheer Lancelot. Praat niet over jongeheer
+ Lancelot, vader; want de jongeheer is (volgens lot en beschikking,
+ en dergelijke vreemde gezegden, de drie zusters,[27] en dergelijke
+ geleerdhedens) overleden; of, zooals men het in ronde woorden zou
+ zeggen, naar den Hemel gegaan.
+
+GOBBO:
+ God beware me! die jongen was heelemaal de staf van mijn ouwen dag,
+ zoo heelemaal mijn steun.
+
+LANCELOT:
+ Zie ik er uit als een knuppel of een dakpaal, of een steun?--Ken je
+ me ook, vader?
+
+GOBBO:
+ Ach heeremetijd, neen, ik ken je niet, Meneertje; maar ik bid je,
+ zeg me toch, is mijn jongen (God mag z'n ziel genadig wezen!)
+ levend of dood?
+
+LANCELOT:
+ Ken je me niet, vader?
+
+GOBBO:
+ Ach, Meneer, ik ben stekeblind; ik ken u niet.
+
+LANCELOT:
+ Neen, en ook al hadt u je oogen, dan zou je me misschien toch niet
+ kennen: dàt is eerst een knappe vader die zijn eigen kind kent.
+ Komaan, ouwe man, ik zal je nieuws van je zoon vertellen. (_Hij
+ knielt._) Geef me je zegen: de waarheid komt toch aan 't licht;
+ moord kan niet lang verborgen blijven, maar wel van wien iemand de
+ zoon is; maar in 't eind komt de waarheid toch aan den dag.
+
+GOBBO:
+ Sta asjeblieft op, Meneer. Ik ben er zeker van dat u mijn jongen
+ Lancelot niet bent.
+
+LANCELOT:
+ Laten we er asjeblieft geen gekheid meer over maken, maar geef me
+ uw zegen: ik ben Lancelot, je jongen die was, je zoon die is, je
+ kind dat zal zijn.
+
+GOBBO:
+ Ik kan niet gelooven dat u me zoon bent.
+
+LANCELOT:
+ Ik weet niet wat ik daarvan zeggen moet; maar ik ben Lancelot, de
+ knecht van den Jood, en ik ben er zeker van dat uw vrouw, Grietje,
+ mijn moeder is.
+
+GOBBO:
+ Waarachtig, haar naam is ook Grietje; en ik zweer d'er op, dat als
+ jij Lancelot bent, je mijn eigen vleesch en bloed bent. Mijn Hemel,
+ de jongen zou EdelAchtbare kunnen wezen! Wat heb je een baard
+ gekregen! Je hebt meer haar aan je kin dan mijn karrepaard Dorus
+ aan z'n staart.[28]
+
+LANCELOT:
+ Dan groeit Dorus z'n staart bepaald tegen z'n rug op; want ik weet
+ zeker dat hij meer haar in zijn staart had dan ik op mijn gezicht,
+ toen ik hem 't laatst zag.
+
+GOBBO:
+ Heere, Heere, wat ben je veranderd! En kan je 't nogal goed met je
+ meester vinden? 'k Heb 'n cadeautje voor 'm meêgebracht. Hoe sta je
+ nu met hem?
+
+LANCELOT:
+ Goed, goed; maar, nu ik er mijn zinnen op gezet heb weg te loopen,
+ heb ik voor mij geen zin stil te zitten voordat ik een eind heb
+ geloopen. Mijn meester is op en top een Jood: hem een cadeau geven!
+ Geef hem een strop: ik word uitgehongerd in zijn dienst; je kunt al
+ m'n vingers met mijn ribben tellen. Vader ik ben blij dat je
+ gekomen bent: geef je cadeau liever aan 'n zekeren menheer
+ Bassanio, die bizonder mooie livreien geeft. Als ik hem niet mag
+ dienen, dan zal ik zoover loopen als God me grond geeft.--O wat 'n
+ mooi buitenkansje! daar komt hij zelf aan;--naar hem toe, vader:
+ want ik ben een Jood, als ik den Jood langer wil dienen.
+
+BASSANIO _komt met_ LEONARDO _en ander_ GEVOLG _op._
+
+BASSANIO:
+ Dat kun je wel doen:--maar laat er zóó'n haast achter gezet worden,
+ dat 't souper op z'n laatst om vijf uur klaar is. Laat deze brieven
+ bezorgen; laat de livreien maken, en vraag of Gratiano dadelijk bij
+ me aan huis komt.
+
+(_Een_ BEDIENDE _af._)
+
+LANCELOT:
+ Naar hem toe, vader!
+
+GOBBO:
+ God zegen UEdele!
+
+BASSANIO:
+ Dank je zeer. Wou je wat van me hebben?
+
+GOBBO:
+ Dat is mijn zoon, Meneer, een arme jongen--
+
+LANCELOT:
+ Géén arme jongen, Meneer, maar de bediende van den rijken Jood; en
+ ik wou wel graag, Meneer, zooals mijn vader 't u zal expliceeren--
+
+GOBBO:
+ Hij heeft, on zoo te zeggen, Meneer, heel veel senie om bediende te
+ zijn bij--
+
+LANCELOT:
+ Ja, om het nu maar eens in één woord te zeggen, ik ben bediende bij
+ den Jood, en ik verlang, zooals mijn vader 't u zal expliceeren--
+
+GOBBO:
+ Zijn meester en hij zijn met UWEdele's welnemen lang geen
+ koek-en-ei met elkaar--
+
+LANCELOT:
+ Om kort te gaan, het is de heuzelijke waarheid dat de Jood, omdat-i
+ me gemeen heeft behandeld, mij dwingt, zooals mijn vader, die een
+ oud man is, naar ik hoop u zal parlementeeren--
+
+GOBBO:
+ Ik heb hier een schoteltje duiven, dat ik UEdele wel zou willen
+ cadeau doen; en mijn verzoek is--
+
+LANCELOT:
+ Kort en goed, het verzoek comprommeteert[29] mezelf, zooals UEdele
+ zult te weten komen van dezen braven ouwen man; en, al zeg ik het
+ zelf, al is-i 'n ouwe man, toch mijn vader, de arme man.
+
+BASSANIO:
+ Laat één voor allebei spreken.--Wat wil je?
+
+LANCELOT:
+ U dienen, Meneer.
+
+GOBBO:
+ Dat is juist het defectieve[30] van de zaak, Meneer.
+
+BASSANIO:
+ Ik ken je goed: 't verzoek is toegestaan.
+ Je meester Shylock sprak mij nog vandaag,
+ Je aanbevelend; als 't een aanbeveling
+ Mag heeten weg te gaan bij 'n rijken Jood
+ Om knecht te zijn van zoo'n arm edelman.
+
+LANCELOT:
+ Het oude spreekwoord[31] is net mooi verdeeld tusschen mijn meester
+ Shylock en u, Meneer: u hebt Gods genade, Meneer, en hij heeft
+ genoeg.
+
+BASSANIO:
+ Heel goed gezegd.--Ga, vader, met je zoon:--
+ Neem afscheid van je vroeg'ren heer, en zoek
+ Mijn woning;--geeft hem een livrei (_tot zijn_ GEVOLG)
+ Met meer garneersel dan zijn kameraads.
+
+LANCELOT:
+ Kom, vader.--Ik kan geen dienst krijgen, o nee! En ik heb heelemaal
+ geen tong in mijn mond!--Ziezoo; (_zijn handpalm bekijkend_) als er
+ nu toch één mensch in Italië is die een mooiere palm heeft! Ze zou
+ op den Bijbel durven zweren dat ik goed geluk zal hebben!--Kijk
+ ereis aan; is me dat een levenslijntje! Daar zit me een bagatelletje
+ vrouwen in: ach! vijftien vrouwen is zoo goed als niets: elf weduwen
+ en negen maagden is maar 'n eenvoudig vooruitzicht voor één man; en
+ dan, driemaal van 't verdrinken gered te worden, en in levensgevaar
+ te zijn aan den rand van bedje van veeren:--dat zijn geen kleine
+ buitenkansjes! Nu, als de fortuin een vrouw is, dan is 't op zoo'n
+  manier een beste meid.--Kom, vader. Ik zal als een haas van den Jood
+  afscheid nemen.
+
+(LANCELOT _en de oude_ GOBBO _af._)
+
+BASSANIO:
+ Ik bid u, vriend Leonardo, denk hierom:
+ Als alles is gekocht, en goed bezorgd,
+ Kom snel dan weer, want ik onthaal van nacht
+ Mijn meest geachte vrienden: haast u, ga.
+
+LEONARDO:
+ 'k Zal alles naar mijn beste krachten doen.
+
+GRATIANO _komt op._
+
+GRATIANO:
+ Waar is uw meester?
+
+LEONARDO:
+ Zie, daar gaat hij heen. (LEONARDO _af_).
+
+GRATIANO:
+ Signor Bassanio!
+
+BASSANIO:
+ Gratiano!
+
+GRATIANO:
+ 'k Heb een verzoek aan u.
+
+BASSANIO:
+ 't Is toegestaan.
+
+GRATIANO:
+ Weiger 't mij niet. Ik moet met u naar Belmont.
+
+BASSANIO:
+ Dan moet gij ook; maar hoor eens, Gratiano.
+ Gij zijt te wild, te ruw, te boud van taal;
+ Die eigenschappen staan u goed genoeg,
+ En zijn geen fouten in ons oog; maar waar
+ Gij niet bekend zijt, zie, dáár lijken zij
+ Wat _te_ vrijmoedig. 'k Bid u, doe uw best
+ Om met wat koude droppen zedigheid
+ Uw vuur'gen geest te maat'gen; opdat ik
+ Ginds niet miskend word door uw wild gedrag,
+ En zoo mijn hoop verbeur.
+
+GRATIANO:
+ Signor Bassanio,
+ Als 'k mij niet steek in 't kleed van deftigheid,
+ Met eerbied spreek, en nu en dan slechts vloek,
+ Met het getijboek bij me zedig kijk,
+ Ja zelfs bij 't bidden aldus met mijn hoed
+ Mijne oogen dek, en zucht, en amen zeg,
+ En al de regels volg der hoff'lijkheid,
+ Als iemand, die, zijn grootje ten plezier,
+ Een ernst'ge houding goed heeft bestudeerd,
+ Wees dan mijn vriend niet meer.
+
+BASSANIO:
+ Wij zullen zien.
+
+GRATIANO:
+ Behalve dan van nacht. Beoordeel mij
+ Niet naar van nacht.
+
+BASSANIO:
+ Neen, dat zou jammer zijn.
+ 'k Vraag u veeleer on u te dossen in
+ Uw wildste vreugde-pak, ik krijg bezoek
+ Dat zeer naar pret verlangt. Maar vaar gij wel,
+ Ik heb nog iets te doen.
+
+GRATIANO:
+ En ik moet naar Lorenzo en de rest;
+ Maar bij het avondeten zie 'k u weer. (ALLEN _af_).
+
+
+
+
+TOONEEL III.
+
+_Venetië. Een Kamer in Shylocks Huis._
+
+
+JESSICA _en_ LANCELOT _komen op._
+
+JESSICA:
+ Het spijt me dat je vader zoo verlaat:
+ 't Is hier een hel, jij, opgeruimde duivel,
+ Beroofde 't huis soms van zijn aak'ligheid.
+ Vaarwel dan; hier is een dukaat voor jou.
+ En, Lancelot, spoedig zie je aan 't souper
+ Lorenzo, als uw nieuwen meesters gast;
+ Geef dezen brief aan hem, maar in 't geheim.
+ Vaarwel dan; 'k zou niet willen dat mijn vader
+ Mij met je spreken zag.
+
+LANCELOT:
+ Vaarwel! tranen betoonen[32] mijn tong. Prachtstuk van een
+ heidin,--allerliefste Jodendochter! Als een Christen geen listige
+ streek uithaalt om u te krijgen, dan bedrieg ik me sterk: maar
+ vaarwel! Deze malle droppels verdrinken mijn mannelijke flinkheid
+ min of meer: vaarwel! (_Af._)
+
+JESSICA:
+ Vaarwel, mijn beste Lancelot.
+ Ach, wat een booze zonde is 't toch van mij,
+ Beschaamd te zijn mijn vaders kind te zijn!
+ Maar ben ik al een dochter van zijn bloed
+ 'k Ben 't niet van zijn karakter. O Lorenzo!
+ Als gij uw woord houdt, is mijn tweestrijd uit,
+ Ik word Christin en uw geliefde bruid. (_Af._)
+
+
+
+
+TOONEEL IV.
+
+_Venetië. Een Straat._
+
+
+GRATIANO, LORENZO, SALARINO _en_ SOLANIO _komen op._
+
+LORENZO:
+ Goed, onder 't eten gaan we heim'lijk weg,
+ Vermommen ons bij mij, en keeren weer,--
+ Dat alles binnen 't uur.
+
+GRATIANO:
+ Wij hebben ons nog niet goed voorbereid.
+
+SALARINO:
+ En fakkeldragers zijn nog niet besteld.
+
+SOLANIO:
+ 't Zal slecht gaan, als 't niet knap geregeld wordt;
+ Mijns inziens ware 't beter 't niet te doen.
+
+LORENZO:
+ 't Is pas vier uur; wij hebben er nog twee
+ Voor toebereids'len.--
+
+LANCELOT _komt op met een brief._
+ Lancelot, wat voor nieuws?
+
+LANCELOT:
+ Als u 't goed vindt dezen open te breken, dan zal
+ hij u wel iets mêe kunnen deelen. (_Hij geeft den brief af._)
+
+LORENZO:
+ Ik ken de hand: ja, 't is een mooie hand;
+ En witter dan 't papier waarop het schreef,
+ Is 't handje dat dit schreef.
+
+GRATIANO:
+ Een minnebrief!
+
+LANCELOT:
+ Vergun me, Meneer.
+
+LORENZO:
+ Waar gaat ge heen?
+
+LANCELOT:
+ Wel, Meneer, mijn ouden meester den Jood uitnoodigen
+ om van avond bij mijn nieuwen meester den Christen te soupeeren.
+
+LORENZO:
+ Hier, neem dit:[33]--zeg de schoone Jessica
+ Dat ik er zijn zal; zeg het in 't geheim. (LANCELOT _af._)
+ Mijnheeren,
+ Maakt voor de maskerade u straks gereed,
+ 'k Ben van een fakkeldrager reeds voorzien.
+
+SALARINO:
+ Goed, 'k zal onmiddellijk het nood'ge doen.
+
+SOLANIO:
+ Dat zal ik ook.
+
+LORENZO:
+ En in Gratiano's huis
+ Treft gij mij na een uurtje met hem aan.
+
+SALARINO:
+ 't Is goed, wij zullen 't doen. (SALARINO _en_ SOLANIO _af._)
+
+GRATIANO:
+ Zond u de schoone Jessica dien brief?
+
+LORENZO:
+ 'k Vertel u alles:--zij heeft mij bericht,
+ Hoe 'k haar moet halen uit haar vaders huis,
+ Het goud en de juweelen die zij heeft,
+ Welk page-kleed zij in gereedheid houdt.
+ Komt ooit de Jood haar vader in den hemel,
+ 't Zal zijn om zijner lieve dochter wil;
+ Nooit zette 't ongeluk den voet haar dwars,
+ Tenzij het dit om deze reden doet,
+ Dat zij het kind is van een slechten Jood.
+ Ga nu met mij, en lees dit onder 't gaan.
+ De schoone Jessica draagt mijne toorts. (BEIDEN _af._)
+
+
+
+
+TOONEEL V.
+
+_Venetië. Voor_ SHYLOCKS _Huis._
+
+
+SHYLOCK _en_ LANCELOT _komen op._
+
+SHYLOCK:
+ Nu zul je met je eigen oogen zien
+ Hoe Shylock en Bassanio verschillen.--
+ Hei, Jessica!--je eet je lang niet vol
+ Zooals je 't deedt bij mij;--hei, Jessica!--
+ Je slaapt en snorkt niet, slijt geen pakken af;--
+ Kom, Jessica, zeg ik!
+
+LANCELOT:
+ Kom, Jessica!
+
+SHYLOCK:
+ Wie zegt dat jij moet roepen? Ik toch niet.
+
+LANCELOT:
+ UEdele zei me altijd dat ik nooit iets _kon_ wanneer 't me _niet_
+ gezegd was.
+
+JESSICA _komt op._
+
+JESSICA:
+ Roept u? Wat is uw wil?
+
+SHYLOCK:
+ 'k Ben uitgenoodigd op een avondmaal:
+ Ziehier mijn sleutels.--Maar waarom zou 'k gaan?
+ Men vraagt me uit vriendschap niet; ze vleien mij:
+ Maar toch zal 'k gaan uit haat om te eten van
+ Den Christ'lijken verkwister.--Jessica,
+ Pas op mijn huis:--ongaarne ga ik heen.
+ Er wordt iets kwaads gebrouwen tegen mij,
+ Want 'k heb van nacht van zakken goud gedroomd.
+
+LANCELOT:
+ Ik smeek u, Meneer, ga: mijn jonge meester wacht op uw bekomst.[34]
+
+SHYLOCK:
+ En ik ook op de zijne.
+
+LANCELOT:
+ En zij hebben een afspraak gemaakt:--ik zal niet zeggen dat u een
+ maskerade zult zien; maar als u er een ziet, dan was het niet voor
+ niemendal dat mijn neus verleden Paaschmaandag om zes uur 's
+ morgens begon te bloeden, terwijl 't zoo uitviel dat 't dàt jaar op
+ Aschdag[35] vier jaar 's middags was.
+
+SHYLOCK:
+ Wat? Maskerades?--Luister, Jessica,
+ Sluit alle deuren; hoort ge trommelslag,
+ En 't piepend janken van de kromhals-fluit,
+ Klauter me dan niet tegen 't venster op,
+ Steek niet uw hoofd op de publieke straat
+ Voor Christengekken met geverfd gezicht,
+ Maar stop de vensters, de ooren van mijn huis;
+ Laat tot mijn ernstig huis 't geluid niet toe
+ Van holle zotternij.--Bij Jakobs staf,
+ 'k Wou liefst van avond niet van huis naar 't feest,
+ Maar toch zal 'k gaan.--Jongmensch, ga voor mij uit:
+ Zeg, dat ik kom.
+
+LANCELOT:
+ Ik zal vooruit gaan, Meneer.--(_Ter zijde tot_ JESSICA).
+ Juffrouw, kijk met dat al toch uit het raam;
+ Want een Christen komt voorbij,
+ Waard dat een Jodin hem vrij'. (_Af._)
+
+SHYLOCK:
+ Wat zegt die zot van Hagars nakroost, hè?
+
+JESSICA:
+ Hij zei niets anders dan "Vaarwel Juffrouw."
+
+SHYLOCK:
+ De zotskap is wel vrindlijk, maar een vraat,
+ Slak-traag in 't winnen, en hij slaapt bij dag
+ Meer dan een boschkat: hommels wil ik niet;
+ Daarom laat ik hem gaan, en 'k laat hem gaan
+ Naar een dien hij naar 'k hoop 't geleende geld
+ Verkwisten helpt.--Naar binnen, Jessica;
+ Misschien kom ik onmiddellijk terug.
+ Doe als 'k je zeg, en sluit de deuren dicht:
+ "Wat vastgehouden wordt, vast weergevonden wordt,"
+ Spreuk die door zuin'gen nooit geschonden wordt. (_Af._)
+
+JESSICA:
+ Vaarwel, en is 't geluk mij goed gezind.
+ Mis ik een vader, en mist gij een kind. (_Af._)
+
+
+
+
+TOONEEL VI.
+
+_Dezelfde Plaats der Handeling._
+
+
+GRATIANO _en_ SALARINO _komen gemaskerd op._
+
+GRATIANO:
+ Dit is de luifel, waar Lorenzo vroeg
+ Dat men hem wachten zou.
+
+SALARINO:
+ Zijn uur is bijna om.
+
+GRATIANO:
+ En 't is een wonder dat hij 't uur verlet,
+ Want minnaars loopen steeds de klok vooruit.
+
+SALARINO:
+ O! tienmaal vlugger vliegen Venus' duiven
+ Om nieuwe banden te bezeeg'len, dan
+ Om de eens beloofde trouw gestand te doen!
+
+GRATIANO:
+ Steeds komt dat uit: wie staat van 't feestmaal op
+ Met d'eetlust waar hij mede zitten gaat?
+ Waar is het paard, dat met het felle vuur,
+ Waarmêe het door de lange renbaan reed
+ Zijn stappen nog eens zet? Al wat bestaat
+ Wordt greet'ger nagejaagd dan 't wordt genoten.
+ Als een verkwistend jonker gaat de bark,
+ Getooid met wimpels, uit de moederbaai,
+ Omhelsd, geliefdkoosd door den wulpschen wind!
+ Hoe keert ze als de verloren zoon terug,
+ Met ribben losgebeukt en flarden zeil,
+ Verarmd, ontredderd door den wulpschen wind!
+
+LORENZO _komt op._
+
+SALARINO:
+ Daar komt Lorenzo:--later meer hiervan.
+
+LORENZO:
+ Geduld, mijn lieve vrienden, nu 'k zoo talm;
+ Niet ik, de omstandigheden zijn de schuld.
+ Zoodra gij uwe vrouwen stelen gaat,
+ 'k Zal even lang op u dan wachten.--Komt;
+ Hier woont de Jood, mijn vader.--Hola, daar!
+
+JESSICA _verschijnt boven, in manskleeren._
+
+JESSICA:
+ Wie zijt ge? Zeg 't me voor meer zekerheid,
+ Al zweer 'k ook dat uw stem mij is bekend.
+
+LORENZO:
+ Lorenzo, uw geliefde.
+
+JESSICA:
+ Lorenzo, zeker; mijn geliefde, ja,
+ Want wien heb ik zóó lief? En wie dan gij,
+ Lorenzo, weet of ik wel de uwe ben?
+
+LORENZO:
+ God en uw hart getuigen dat ge 't zijt.
+
+JESSICA:
+ Hier, vang dit kistje: 't is de moeite waard.
+ 't Is nacht gelukkig, gij kunt mij niet zien,
+ Want 'k schaam mij over mijn vermomming zeer;
+ Maar liefde is blind, en minnenden zien niet
+ De dwaze grappen die zij zelf begaan;
+ Want konden zij 't, Cupido bloosde zelf,
+ Zag hij mij zoo veranderd in een knaap.
+
+LORENZO:
+ Daal af, gij moet mijn fakkeldrager zijn.
+
+JESSICA:
+ Wat nu? Mijn schande nog verlichten ook?
+ Zij is van zelf, gerust, al veel te licht.
+ Dat kan slechts tot ontdekking dienen, lief,
+ En 'k moet in 't donker zijn.
+
+LORENZO:
+ Dat zijt ge, schat,
+ Juist door de lief'lijke kleedij van knaap.
+ Maar kom terstond;
+ De duist're nacht gaat heim'lijk op den loop,
+ En op Bassanio's feestmaal wacht men ons.
+
+JESSICA:
+ Ik sluit de deuren, en verguld mij zelf
+ Met meer dukaten; dan zal 'k bij u zijn.
+
+(_Zij verdwijnt boven._)
+
+GRATIANO:
+ Ze is een Godin, in trouwe, geen Jodin.
+
+LORENZO:
+ 'k Mag sterven als ik haar niet hart'lijk min:
+ Ze is schrander, als ik haar naar waarheid schat,
+ Ze is schoon, indien mijn oog mij niet bedriegt,
+ Ze is trouw, zooals zij 't ook bewezen heeft;
+ Dus schrander, schoon en trouw, zich zelf gelijk,
+ Vindt zij in mijn standvast'ge ziel een plaats.
+
+(JESSICA _verschijnt beneden._)
+
+ Hoe? zijt ge er al?--Komt, Heeren, het is tijd;
+ Wij worden door den optocht thans verbeid.
+
+(_Af met_ JESSICA _en_ SALARINO.)
+
+ANTONIO _komt op._
+
+ANTONIO:
+ Wie is dat daar?
+
+GRATIANO:
+ Signor Antonio?
+
+ANTONIO:
+ Foei, foei, Gratiano! Waar zijn de and'ren toch?
+ 't Is negen uur! De vrienden wachten u:
+ Geen optocht nu; de wind is omgedraaid;
+ Bassanio gaat onmiddellijk aan boord,
+ Wel twintig boden zond ik naar hem uit.
+
+GRATIANO:
+ Gelukkig; niets lacht mij nu zóózeer aan
+ Dan weg te zeilen en van hier te gaan. (_Beiden af._)
+
+
+
+
+TOONEEL VII.
+
+_Belmont. Een vertrek in_ PORTIA'S _Huis._
+
+
+_Hoorngeschal._ PORTIA _en de_ PRINS VAN MAROCCO _komen op met hun
+beider_ STOET.
+
+PORTIA:
+ 't Gordijn nu weggeschoven, en ontdekt
+ Het drietal kistjes aan den eed'len Prins.--
+ Doe thans uw keus.
+
+MAROCCO:
+ Het eerste, een gouden, dat dit opschrift draagt:
+ "Wie mij kiest, wint wat menigeen begeert."
+ Het tweede, een zilv'ren, dat als volgt belooft:
+ "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient."
+ Dit derde, 't logge lood, met lomp vermaan:
+ "Wie mij kiest, geve en wage al wat hij heeft."
+ Hoe kan ik weten of 'k het juiste kies?
+
+PORTIA:
+ In een van hen ligt mijne beelt'nis, Prins,
+ En kiest gij dat, ik ben er de uwe door.
+
+MAROCCO:
+ Een god bestuur' mijn oordeel! Laat mij zien.
+ 'k Loop omgekeerd nog eens de spreuken door:
+ Wat zegt dit looden kistje?
+ "Wie mij kiest, geve en wage al wat hij heeft."
+ Geve--Voor wat? voor lood? hij waag' voor lood?
+ Dit kistje dreigt;--wie alles, alles waagt,
+ Hij doet het hopend op een mooie winst:
+ Een gouden geest bukt niet naar laag metaal;
+ En daarom geef en waag ik niets voor lood.
+ Wat zegt het zilver, maagdelijk getint?
+ "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient."
+ Zooveel als hij verdient?--Marocco, wacht,
+ En weeg uw waarde met een vaste hand.
+ Als gij geschat wordt naar uw goeden naam,
+ Genoeg verdient gij dan; maar dit genoeg
+ Strekt zich misschien niet tot de jonkvrouw uit,
+ Maar toch, bezorgd te zijn voor mijn waardij,
+ Waar' slechts een zwak verkleinen van mijzelf.
+ Zooveel als ik verdien! Nu, 't is de jonkvrouw:
+ 'k Verdien haar door geboorte en door fortuin,
+ Door mijn talenten en beschaafden toon;
+ 'k Verdien haar door mijn liefde 't allermeest.
+ Hoe als 'k niet verder dwalend, dit hier koos?--
+ Laat nog eens zien de spreuk in goud gegrift:
+ "Wie mij kiest, wint wat menigeen begeert."
+ Nu, 't is de jonkvrouw, die een elk begeert:
+ Uit alle hoeken komen zij der aard,
+ Naar 't altaar hier, dit levend heil'genbeeld.
+ Hyrcanië's[36] woestenij, de wildernis
+ Van 't wijde Arabië zijn de paden thans
+ Voor vorsten, wenschend Portia te zien:
+ Het waat'rig rijk, welks overmoedig hoofd
+ Spuwt in 't gelaat des hemels, stelt geen perk
+ Aan vreemdelingen-moed; zij komen aan
+ Als door een beek om Portia te zien.
+ Een van de drie bevat haar hemelsch beeld.
+ Of 't lood dit doet? Het zou verdoem'lijk zijn
+ Zóó laag te denken: 't lood waar' te gemeen
+ Haar lijkwa zelfs te omkleên in 't donk're graf.
+ Of moet ik denken dat haar 't zilver bergt,
+ Dat tienmaal minder is dan 't lout're goud?
+ Zond'ge gedachte! Zulk een rijk juweel
+ Werd nooit in min dan goud gezet. Men heeft
+ Een munt in Eng'land, met een eng'lenbeeld
+ In goud gestempeld, 't ligt er boven op;
+ Hier ligt een engel in een gouden bed
+ Geheel besloten.--Geef den sleutel aan;
+ Dit kies ik, hoe ook de uitslag moge zijn!
+
+PORTIA:
+ Daar, neem hem, Prins; en ligt mijn beelt'nis hier,
+ Dan ben ik de uwe. (_Hij ontsluit het gouden kistje._)
+
+MAROCCO:
+ O hel! Wat zie ik daar?
+ Een doodshoofd, met in 't ledig oog een rol,
+ Die is beschreven, 'k Lees hier wat er staat:
+
+ "Al wat glinstert is geen goud,
+ Luidt een spreekwoord, wijs en oud;
+ Menig waagde 't leven stout,
+ Maar heeft slechts mijn schijn aanschouwd.
+ 't Gulden graf meest wormen houdt.
+ Waart gij even wijs als boud,
+ Jong van lijf, van oordeel oud,
+ Deez' rol ware u niet ontvouwd:
+ Ga, de keus heeft u berouwd."
+
+ Ja, berouwd, en moeite om niet:
+ Dus welkom, vorst, nu warmte mij verliet.--
+ Portia, vaarwel! mijn hart is vol geween;
+ 'k Talm dus niet lang: zoo gaan verliezers heen. (_Af._)
+
+PORTIA:
+ Een vroolijk slot!--'t Gordijn gesloten: gaat.
+ Zoo kieze me iedereen met zoo'n gelaat. (_Allen af._)
+
+
+
+
+TOONEEL VIII.
+
+_Venetië. Een Straat._
+
+
+SALARINO _en_ SOLANIO _komen op._
+
+SALARINO:
+ Wel, man, ik zag Bassanio onder zeil:
+ Met hem is Gratiano meegegaan;
+ In hun schip is Lorenzo zeker niet.
+
+SOLANIO:
+ De hondsjood riep den Doge op door geschreeuw,
+ Die met hem meetoog naar Bassanio's schip.
+
+SALARINO:
+ Hij kwam te laat, het schip was onder zeil;
+ Maar daar ontving de Doge op eens 't bericht:
+ Lorenzo en zijn lieve Jessica
+ Zijn in een gondel met elkaar gezien;
+ En ook verklaarde Antonio den Doge
+ Dat zij niet waren in Bassanio's schip.
+
+SOLANIO:
+ Ik hoorde nooit een hartstocht, zoo verward,
+ Zoo vreemd, uitbundig en afwisselend,
+ Als 't Joodsch stuk vee deed galmen door de straat:
+ "Mijn dochter!--Mijn dukaten!--O mijn dochter!
+ Weg met een Christen!--Christ'lijke dukaten!
+ Wet! Recht! O mijn dukaten en mijn dochter!
+ Eén zak, twee zakken goed verzegeld, vol
+ Dukaten, door mijn dochter mij ontstolen!
+ Juweelen ook, twee rijke, kost'bre steenen,
+ Gestolen door mijn dochter! Spoort haar op!
+ Zij heeft de steenen en dukaten meê!"
+
+SALARINO:
+ De jongens in Venetië volgen hem
+ En roepen: "Steenen, dochter en dukaten!"
+
+SOLANIO:
+ Antonio houde zich aan zijn termijn,
+ Hij boet er anders voor.
+
+SALARINO:
+ Ja, zeg dat wèl.
+ 'k Had gist'ren met een Franschman een gesprek,
+ Die mij vertelde dat in 't nauw stuk zee
+ Dat Engeland van Frankrijk scheidt, een schip,
+ Met rijke vracht, uit ons land, was vergaan.
+ 'k Dacht aan Antonio, toen ik dat vernam,
+ En wenschte in stilte dat het hem niet trof.
+
+SOLANIO:
+ 't Is raadzaam dat gij 't aan Antonio zegt;
+ Maar niet te plots'ling, 't griefde hem zoo licht.
+
+SALARINO:
+ Er loopt geen vriendelijker man op aard'.
+ 'k Zag 't afscheid van Bassanio en hem.
+ Bassanio zei dat hij zich haasten zou
+ Terug te komen, maar hij zei: "Doe 't niet;
+ Verknoei uw zaak nu niet om mijnentwil.
+ Maar wacht totdat de tijd haar heeft gerijpt:
+ En wat mijn afspraak met den Jood betreft,
+ Zij store uw geest, die liefde koestert, niet.
+ Wees vroolijk: maak het hof met hart en ziel,
+ En toon uw liefde op zulk een schoone wijs
+ Als bij de rol past die ge ginds vervult."
+ Toen wendde hij, zijn oog van tranen zwaar,
+ 't Gelaat om, gaf hem afgewend de hand,
+ En diep getroffen, vol genegenheid,
+ Greep hij Bassanio's hand; zoo scheidden zij.
+
+SOLANIO:
+ Mij dunkt, hij heeft slechts de aarde lief om hem.
+ Ik bid u, gaan we en zoeken we hem op
+ En fleuren wij met een of ander spel
+ Den weemoed die hem knelt wat op.
+
+SALARINO:
+ Zeer goed. (_Beiden af._)
+
+
+
+
+TOONEEL IX.
+
+_Belmont. Een Kamer in_ PORTIA'S _Huis._
+
+
+NERISSA _komt op met een_ DIENAAR.
+
+NERISSA:
+ Vlug, bid ik u, schuif daad'lijk weg 't gordijn;
+ De Prins van Arragon zwoer reeds den eed,
+ En nadert aanstonds om zijn keus te doen.
+
+_Hoorngeschal. De_ PRINS VAN ARRAGON _en_ PORTIA _komen op met hun_
+STOET.
+
+PORTIA:
+ Aanschouw, daar staan de kistjes, eed'le Prins,
+ En kiest gij dat waarin 'k besloten ben,
+ Dan wordt terstond ons huw'lijksfeest gevierd;
+ Maar als gij faalt, dan moet gij zonder meer
+ Onmiddellijk van hier vertrekken, Prins.
+
+ARRAGON:
+ 'k Ben tot drie dingen door mijn eed verplicht:
+ Ten eerste maak ik niemand ooit bekend
+ Welk kistje ik koos: dan, als ik falen mocht
+ In 't juiste kistje, zal 'k zoolang ik leef,
+ Geen maagd ten huw'lijk vragen: eindelijk,
+ Als ik mocht falen in 't geluk der keus,
+ Ga ik, onmidd'lijk u verlatend, heen.
+
+PORTIA:
+ Op die verplichtingen zweert ieder, die
+ Een kans waagt voor mijn waardelooze zelf.
+
+ARRAGON:
+ 'k Ben ook daartoe bereid. Bekroon, fortuin,
+ Mijns harten hoop!--Goud, zilver, waard'loos lood.
+ "Wie mij kiest, geve en wage al wat hij heeft."
+ Gij moet meer glanzen, eer ik geef of waag.
+ Wat zegt het gouden kistje? Ha! laat zien:
+ "Wie mij kiest, wint wat menigeen begeert."
+ Wat menigeen begeert. Die _menigeen_ kan zijn
+ De dwaze menigte, die kiest op 't oog,
+ Die niet meer weet dan wat haar zotheid ziet,
+ Niet naar 't inwend'ge speurt, maar als de zwaluw
+ In de open lucht bouwt aan den buitenmuur,[37]
+ Juist in 't bereik en op den weg van 't lot.
+ Wat menigeen begeert, dat kies ik niet,
+ Wijl 'k niet gelijk wil staan met het gemeen,
+ Mij niet wil scharen bij de ruwe hoop.
+ Welnu, naar u dan, zilv'ren schatfoedraal;
+ Zeg mij nu ook het opschrift dat ge voert:
+ "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient."
+ 't Is goed gezegd. Want wie streeft naar het doel
+ 't Geluk te paaien, en geëerd te zijn
+ Zonder verdienste's merk! Dat niemand waag'
+ Een onverdiende waardigheid te voeren.
+ Dat rangen, graden, ambten niet zoo vuig
+ Verworven werden! en dat zuivere eer
+ Gekocht werd door verdienste van den drager!
+ Wie dekte er 't ongedekte hoofd dan niet?
+ Wie werd dan niet bevolen, die beveelt?
+ Hoe meen'ge lage boer werd dan geoogst
+ Van 't echte zaad der eer! en hoeveel eer
+ Gelezen uit het kaf en puin des tijds
+ Om nieuwen glans te krijgen! Kom, mijn keus:
+ "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient."
+ Ik neem verdienste:--Geef den sleutel dus,
+ En thans ontsluite zich 't geluk voor mij.
+
+PORTIA:
+ Gij hebt te lang getalmd voor 't geen gij vindt.
+
+ARRAGON:
+ Wat zie 'k? een gek die met zijn oogen knipt,
+ En mij een briefje biedt? 'k Zal 't lezen.--O,
+ Hoe ongelijk zijt gij aan Portia,
+ Aan wat ik hoopte en wat ik waardig was!
+ "Wie mij kiest, krijgt zooveel als hij verdient."
+ Verdiende ik niets meer dan een zottenhoofd?
+ Is dat mijn loon? Heb ik niets meer verdiend?
+
+PORTIA:
+ Rechter te zijn en tevens delinquent
+ Is tegenstrijdig, niet vergund.
+
+ARRAGON:
+ Wat zie ik?
+
+ "Zevenmalen in den haard
+ Ben 'k gelouterd; 'k evenaar
+ 't Oordeel dat geen keus vervaart:
+ Hem die met een schim zich paart,
+ Heeft 't slechts schim van lust gebaard.
+ Gekken zijn er, naar mijn aard,
+ Overzilverd en niets waard.
+ Neem wie gij maar wilt tot bruid,
+ Mijn hoofd heeft u dat verbruid,
+ Ga dus heen, met u is 't uit."
+
+ En hoe langer 'k hier verkeer,
+ Dwazer word ik, meer en meer.
+ Met één zotshoofd kwam ik aan
+ Maar met twee ga 'k hier vandaan.--
+ Lief, vaarwel. Ik houd mijn eed,
+ En verdraag gedwee mijn leed.
+
+(ARRAGON _af met zijn_ STOET.)
+
+PORTIA:
+ Zoo was de kaars voor 't motje wreed.
+ O, die voorzicht'ge zotten! bij hun keus
+ Blijkt al hun wijsheid niets meer dan een leus.
+
+NERISSA:
+ 't Is waarheid wat ons de oude spreuk verhaalt:
+ Hangen en trouwen wordt door 't lot bepaald.
+
+PORTIA:
+ Kom, schuif 't gordijn nu dicht, Nerissa.
+
+_Een_ BODE _komt op._
+
+BODE:
+ Waar is Milady?
+
+PORTIA:
+ Hier, wat wil Milord?[38]
+
+BODE:
+ Mevrouw, aan uwe poort is afgestapt
+ Een jong Venetiaan, die u vooruit
+ De naad'ring van zijn meester melden komt,
+ Van wien hij tastbare eerbewijzen brengt:
+ Rijke geschenken, waar vol hoflijkheid
+ Hij zich mede aanbeveelt; en 'k zag nog nooit
+ Zulk een aantrekk'lijk liefdesafgezant;
+ Zoo zoet een dag kwam nimmer in April,
+ Als voorboô van het kost'lijk zomertij,
+ Als deze bode vóór zijn meester komt.
+
+PORTIA:
+ Ik bid u, nu niet meer, 'k ben half bevreesd
+ Dat ge aanstonds hem tot bloedverwant benoemt,
+ Gij slaat zoo'n Zondagstoon aan bij zijn lof.
+ Kom, kom, Nerissa, want het maakt mij blij
+ Dien vluggen liefdeboô te zien bij mij.
+
+NERISSA:
+ Cupido, geef, dat het Bassanio zij! (_Allen af._)
+
+
+
+
+DERDE BEDRIJF
+
+TOONEEL I.
+
+_Venetië. Een Straat._
+
+
+SOLANIO _en_ SALARINO _komen op._
+
+SOLANIO:
+ Wel, wat voor nieuws op den Rialto?
+
+SALARINO:
+ Daar kwam het bericht--en het wordt niet tegengesproken--dat een
+ rijk geladen schip van Antonio in de zeeëngte is vergaan; ze noemen
+ 't daar de Goodwinsbank,[39] geloof ik; een zeer gevaarlijke en
+ noodlottige ondiepte, waar de karkassen van menig kloek schip
+ begraven liggen, naar men zegt, als ten minste mijn babbelende
+ tante Gerucht een vrouw van haar woord is die niet liegt.
+
+SOLANIO:
+ Ik wou wel dat ze hierin een even leugenachtige babbelkous was als
+ er maar ooit een gember knabbelde[40] en haar buren wilde laten
+ gelooven dat zij huilde om den dood van haar derden man. Maar het
+ is waar,--zonder omhaal en rompslomp, en zonder den koninklijken
+ weg van de taal te verlaten--dat de goede Antonio, de brave
+ Antonio,--O, had ik maar een titel die goed genoeg is om zijn naam
+ gezelschap te houden!
+
+SALARINO:
+ Kom, maak er een eind aan.
+
+SOLANIO:
+ Ha!--wat zegt ge daar?--Welnu het slot van de historie is dat hij
+ een schip heeft verloren.
+
+SALARINO:
+ Moge dit ook 't slot van zijn verliezen blijken!
+
+SOLANIO:
+ Laat ik bijtijds amen zeggen, opdat de duivel mijn gebed niet moge
+  dwarsboomen, want daar komt hij aan in de gedaante van een Jood.
+
+SHYLOCK _komt op._
+
+ Wel, Shylock, wat is er voor nieuws onder de kooplui?
+
+SHYLOCK:
+ Niemand wist zoo goed als gij, neen niemand, van mijn dochters
+  vlucht.
+
+SALARINO:
+ Ja, dat is waar; ik voor mij kende heel goed den kleermaker die de
+  vleugels maakte waarmeê ze gevlogen is.
+
+SOLANIO:
+ En Shylock wist ook heel goed dat de vogel vliegree was; en dan
+  ligt het zoo in hun aard om van de ouden weg te gaan.
+
+SHYLOCK:
+ Zij zal er voor vergaan!
+
+SALARINO:
+ O zeker, als de duivel haar rechter mag zijn.
+
+SHYLOCK:
+ Mijn eigen vleesch en bloed in opstand!
+
+SOLANIO:
+ Weg er mee, oud carogne! Komt het op zoo'n leeftijd nog in
+  opstand?[41]
+
+SHYLOCK:
+ Ik bedoel dat mijn dochter mijn vleesch en bloed is.
+
+SALARINO:
+ Er is een grooter verschil tusschen jou vleesch en het hare dan
+  tusschen git en ivoor; en tusschen jou bloed en het hare dan
+  tusschen rooden en Rijnwijn. Maar zeg eens, weet ge ook of Antonio
+  een verlies op zee heeft geleden, ja of neen?
+
+SHYLOCK:
+ Daar heb ik een ander koopje meê: een bankroetier, een verkwister,
+  die zijn gezicht ter nauwernood op den Rialto durft vertoonen; een
+  bedelaar, die in zoo'n mooie plunje op de markt placht te
+  komen.--Laat hij maar oppassen met zijn kontrakt: hij was gewoon
+  mij een woekeraar te noemen;--laat hij maar oppassen met zijn
+  kontrakt: hij was gewoon geld uit te leenen uit Christelijke
+  hulpvaardigheid;--laat hij maar oppassen met zijn kontrakt.
+
+SALARINO:
+ Maar ik ben er toch zeker van dat ge, als hij het niet nakomt, zijn
+  vleesch niet zult eischen? Waar zou dat goed voor zijn?
+
+SHYLOCK:
+ Om visch meê te vangen; en als er niets anders meê werd gevoed, dan
+ zou het mijn wraak voeden. Hij heeft mij te schande gemaakt en mij
+ voor een half millioen benadeeld; hij heeft gelachen om mijn
+ verliezen, gespot met mijn winsten, mijn volk gesmaad, mijn handel
+ gedwarsboomd, mijn vrienden koel en mijn vijanden warm gemaakt,--om
+ welke reden? Omdat ik een Jood ben. Heeft een Jood geen oogen?
+ Heeft een Jood geen handen, organen, afmetingen, zintuigen,
+ neigingen, hartstochten? Wordt hij niet gevoed met hetzelfde
+ voedsel, gewond door dezelfde wapenen, bedreigd door dezelfde
+ ziekten, genezen door dezelfde middelen, warm en koud gemaakt door
+ denzelfden winter en zomer als een Christen? Als gij ons prikt,
+ bloeden wij dan niet? Als gij ons kittelt, lachen wij dan niet? Als
+ gij ons vergiftigt, sterven wij dan niet? En als gij ons
+ verongelijkt, zullen we ons dan niet wreken? Als wij in al het
+ andere op u gelijken, dan zullen we u ook daarin evenaren. Als een
+ Jood een Christen verongelijkt, welken ootmoed betoont die dan?
+ Wraak. En als een Christen een Jood verongelijkt, wat voor deemoed
+ moet die dan volgens Christelijk voorbeeld betoonen? Immers wraak.
+ De boosheid die ge mij leert zal ik toepassen; en er zal veel
+ moeten gebeuren als ik uw lessen niet overtref.
+
+_Een_ BEDIENDE _komt op._
+
+BEDIENDE:
+ Mijne Heeren, mijn meester Antonio is thuis, en wenscht u beiden te
+ spreken.
+
+SALARINO:
+ Wij zijn links en rechts geweest on hem te zoeken.
+
+SOLANIO:
+ Daar komt er nòg een van de natie; er is geen derde zoo te vinden
+ of het moest zijn dat de duivel zelf Jood werd.
+
+(SOLANIO, SALARINO _en_ BEDIENDEN _af._) TUBAL _komt op._
+
+SHYLOCK:
+ Wel, Tubal, wat voor nieuws uit Genua? Hebt ge mijn dochter
+ gevonden?
+
+TUBAL:
+ Ik heb meermalen hier en daar van haar gehoord, maar ik kan haar
+ niet vinden.
+
+SHYLOCK:
+ Och kom, kom, kom! En een diamant weg, die me te Frankfort twee
+ duizend dukaten heeft gekost. Vóór dezen viel de vloek nog nooit
+  op ons volk; ik heb het vóór dezen nooit zoo gevoeld:--er zat een
+  waarde van twee duizend dukaten in,--en dan nog meer kostelijke,
+  kostelijke juweelen.--Ik wou liever dat mijn dochter dood voor mijn
+  voeten lag met de juweelen in haar ooren! Liever dat ze voor mijn
+  voeten op de baar werd gelegd, met de dukaten in haar kist!--Geen
+ nieuws van hen?--Daar blijft het dus bij:--en ik weet niet eens
+  hoeveel er bij dat zoeken is uitgegeven: O jou--verlies op verlies!
+ De dief weg met zóóveel, en zóóveel om den dief te vinden, en geen
+  voldoening, geen wraak; en geen onheil in de lucht of het komt op
+  mijn schouders neer; geen zuchten of ik slaak ze: geen tranen of ik
+  stort ze.
+
+TUBAL:
+ Maar andere menschen hebben toch ook wel onheilen.
+ Antonio heeft, naar ik in Genua hoorde,--
+
+SHYLOCK:
+ Wat, wat, wat? Een onheil, een onheil?
+
+TUBAL:
+ --een galjoen dat van Tripoli kwam verloren.
+
+SHYLOCK:
+ Goddank! Goddank! Is het waar? Is het waar?
+
+TUBAL:
+ Ik sprak sommigen van de matrozen die aan de schipbreuk waren
+  ontsnapt.
+
+SHYLOCK:
+ Dank u, goede Tubal.--Goed nieuws, goed nieuws! ha! ha!--Waar?
+  In Genua?
+
+TUBAL:
+ Naar ik vernam verteerde uw dochter te Genua in één nacht tachtig
+  dukaten.
+
+SHYLOCK:
+ Je stoot me een dolk in mijn lijf. Ik zal mijn goud nooit terugzien.
+  Tachtig dukaten op één avond! Tachtig dukaten!
+
+TUBAL:
+ Er kwamen verscheidene schuldeischers van Antonio met mij te
+  Venetië aan, die zweren dat hij geen andere keus heeft dan failliet
+  te gaan.
+
+SHYLOCK:
+ Daar ben ik erg blij om. Ik zal het hem zuur maken, ik zal hem
+  martelen; ik ben er blij om.
+
+TUBAL:
+ Een van hen liet me een ring zien, dien hij van uw dochter had
+  gekregen voor een aap.
+
+SHYLOCK:
+ Vervloekt zal zij zijn! Ge martelt me, Tubal: het was mijn turkoois;
+  ik kreeg hem van Leah toen ik nog niet getrouwd was: ik zou hem niet
+  voor een wildernis vol apen gegeven hebben.
+
+TUBAL:
+ Maar Antonio is bepaald geruïneerd.
+
+SHYLOCK:
+ Ja, dat is zeker, dat is vast en zeker. Ga, Tubal, huur me iemand
+ van 't gerecht, bespreek hem veertien dagen vooruit; ik zal zijn
+ hart hebben als hij zijn kontrakt niet nakomt; want als hij Venetië
+ uit was, zou ik kunnen handel drijven zooals ik verkoos. Ga, Tubal,
+ en wacht me bij onze synagoge; ga, mijn beste Tubal; bij onze
+ synagoge, Tubal.
+
+(BEIDEN _af._)
+
+
+
+
+TOONEEL II.
+
+_Belmont. Een vertrek in_ PORTIA'S _Huis._
+
+
+BASSANIO, PORTIA, NERISSA _en_ GEVOLG _komen op._
+
+PORTIA:
+ Ik bid u, blijf wat; toef een dag of twee,
+ Voordat ge uw kans waagt; want, indien gij faalt,
+ Mis 'k uw gezelschap; wacht daarom een poos.
+ Daar is iets dat mij zegt, (maar liefde is 't niet,)
+ Dat 'k u niet gaarn verloor, en 't is geen haat,
+ Gelijk ge weet, die mij zoo spreken doet.
+ Opdat gij me echter grondig kennen moogt,
+ (Al heeft een maagd geen tong dan wat zij denkt[42])
+ Zou 'k willen dat gij enk'le maanden bleeft,
+ Eer gij uw kans waagt, 'k Zou u kunnen leeren
+ Hoe 't best te kiezen, maar 'k zou 'n meineed doen,
+ En dat zal 'k nooit: het kan dus dat gij faalt;
+ En als 't zoo is, dan wekt ge een zond'gen wensch,
+ Dat ik een meineed deed. O, o die oogen!
+ Zij hebben mij betooverd en verdeeld;
+ Eén helft van mij is uw, en de andere uw,--
+ 'k Bedoel mijn eigen; maar toch zoo ook uw,--
+ 'k Ben gansch van u! De booze omstandigheên
+ Beperken de eig'naars in hun wettig recht;
+ En zoo, schoon uw, niet uw.--Indien 't zoo blijkt,
+ Dan zij daarvoor het lot vervloekt, niet ik.
+ Ik spreek te lang; maar 'k rek daardoor den tijd
+ En houd hem op en maak hem lang van duur,
+ Om 't kiezen te vertragen.
+
+BASSANIO:
+ Laat mij 't doen;
+ Want zooals nu leef 'k op de pijnbank slechts.
+
+PORTIA:
+ Hoe, op de pijnbank? Maar beken dan ook
+ 't Verraad waarmede uw liefde gaat gepaard.
+
+BASSANIO:
+ 't Is 't droef verraad slechts van onzekerheid,
+ Dat mij bezorgd maakt voor 't bezit van u.
+ Er ware eer vriendschap tusschen sneeuw en vuur,
+ Dan dat mijn liefde met verraad bestond.
+
+PORTIA:
+ Ja, maar ik vrees dat ge op de pijnbank spreekt,
+ Waar men gedwongen alles zeggen kan.
+
+BASSANIO:
+ Beloof mij 't leven, 'k zeg de waarheid dan.
+
+PORTIA:
+ Welnu, beken, en leef.
+
+BASSANIO:
+ "Ik heb u lief,"
+ Dàt ware mijn bekent'nis gansch geweest:
+ O zoete folt'ring, als mijn folteraar
+ Mij tevens 't antwoord ter verlossing leert!
+ Maar laat mij 't nu beproeven met de kistjes.
+
+(_Het gordijn wordt weggeschoven._)
+
+PORTIA:
+ Ga dan. Ik ben in een er van gevat;
+ Als gij mij liefhebt, vindt gij mij wel uit.--
+ Nerissa, en gij allen, staat van ver.
+ Muziek weerklinke er onder 't doen der keus,
+ Want, als hij faalt, dan eindt hij als een zwaan,
+ Verkwijnend in muziek; opdat het beeld
+ Volmaakter zij:--mijn oogen zijn de stroom,
+ Zijn waat'rig doodsbed. Hij kan slagen ook,
+ Wat is muziek dan? Dan is ze als 't geschal
+ Wanneer een trouwe menigte zich buigt
+ Bij 't kronen van een vorst: zij klinkt gelijk
+ Die zoete tonen bij den dageraad,
+ Het oor besluipend van den bruidegom
+ Die droomt, hem roepend tot zijn huw'lijksfeest;
+ Nu gaat hij, méér in liefde, in moed gelijk,
+ Als jonge Alcides,[43] toen hij 't zeegedrocht
+ De maagd ontwrong, die door het gillend Trooi
+ Als cijns betaald was,[44] ik ben 't offer nu;
+ Die daar ter zijde zijn Trojaansche vrouwen,
+ Met oogen dofgeweend, bijeen om 't eind
+ Te aanschouwen van den strijd. Ga, Hercules!
+ Leeft gij, dan leef ook ik; mijn angst is groot,
+ Veel grooter nog dan de uwe in dezen nood.
+
+_Muziek en zang, terwijl_ BASSANIO _in zichzelf over de kistjes te rade
+gaat._
+
+ _Lied._[45]
+
+ _Eerste stem._
+ Waar ontstaat der liefde schijn,
+ In het hart of in het brein?
+ Hoe hij verder wel gedij'?
+ O antwoord mij!
+
+ _Tweede stem._
+ Voortgebracht door oogenlust,
+ Voedt hem 't zien; hij wordt gebluscht
+ In de wieg waarin hij rust.[46]
+ Luiden wij zijn doodsklok, kom;
+ Ik begin al,--Bim, bam, bom.
+
+ _Koor_:
+ Bim, bam, bom.
+
+BASSANIO:
+ Zoo is de schijn slechts zelden wàt hij schijnt,
+ Door opschik wordt de wereld steeds misleid.
+ In 't recht,--wat eisch zoo vuig en zoo gemeen,
+ Die niet, door mooie woorden opgesmukt,
+ Het kwade zal omhullen? In den godsdienst,
+ Wat vloekb're dwaling, of een eerbaar hoofd
+ Rechtvaardigt en bewijst haar door een tekst,
+ Haar plompheid dekkend met een fraaien tooi.
+ Geen ondeugd zoo onnoozel, of zij siert
+ Zich uiterlijk met eenig merk van deugd.
+ Hoe menig lafaard met een hart zoo zwak
+ Als een pilaar van zand, draagt aan zijn kin
+ Een baard als Hercules en gramme Mars,--
+ Bij onderzoeking blijkt zijn lever wit;[47]
+ Hij eigent zich slechts d'uitwas van den moed
+ Om zich geducht te maken! Denk aan schoonheid,
+ En zie hoe de opschik hier ook wordt bejaagd,
+ Die dáárin wond'ren werkt in de natuur,
+ Door 't lichtst te maken wie er 't meest van draagt;
+ Zoo staat dat slangen-kroezig gouden haar,
+ Dat met den wind zoo dartel spelemeit,
+ Op een gewaande schoonheid,[48] vaak bekend
+ Als vroeg're bruidsgift van een ander hoofd:
+ De schedel die 't deed groeien ligt in 't graf.
+ Daarom is de opschik slechts 't bedrieglijk strand
+ Bij een geweld'ge zee, de pracht'ge doek
+ Een negerin omhullend, in het kort,
+ Schijn-waarheid, waar de list'ge tijd meê pronkt,
+ De wijsten lokkend. Daarom, glanzig goud,
+ Hard Midas-voedsel,[49] wil ik niets van u.
+ Ook niets van u, gij slover, bleek en min,
+ Van hand tot hand gaand: maar gij, schamel lood,
+ Dat veeleer dreigt dan iets beloven wilt,
+ Uw eenvoud roert mij meer dan schoone schijn,
+ Hier kies ik dus. En moog 't gelukkig zijn!
+
+PORTIA:
+ Hoe vliedt elke and're hartstocht in de lucht,
+ Als angstig twijf'len, wanhoop snel-geducht,
+ En sidd'rend vreezen en de groene nijd!
+ O liefde, matig uw uitbundigheid,
+ Giet dropsgewijs uw vreugde-stortvloed neer,
+ Ik voel te veel uw zegen, nu niet meer,
+ Ik vrees die overmaat!
+
+BASSANIO (_het looden kistje openend._):
+ Wat zie ik hier?
+ Het beeld van Portia! Welke halfgod kwam
+ Haar zóó nabij? Bewegen de oogen zich?
+ Of schijnen ze op de deining van mijn blik
+ Zich te bewegen? Door d'ontsloten lippen
+ Gaat geurige adem, zoete scheiding van
+ Twee zulke zoete vrienden. In het haar
+ Spon als een spin de schilder 't gouden web,
+ Een groot're hinderlaag voor 't mannenhart
+ Dan 't spinnenrag voor muggen; maar hare oogen!--
+ Hoe kon hij schild'ren en toch zien? Mij dunkt
+ Als hij er één gemaakt had, waar' 't in staat
+ De twee van hem te stelen en zichzelf
+ Te scheiden van zijn maat. Maar toch, zóó als
+ Mijn lof dit schaduwbeeld verongelijkt
+ Door 't te onderschatten, zóózeer steekt dit beeld
+ Af bij 't oorspronkelijk.--Hier is 't geschrift,
+ Dat heel de som van mijn geluk bevat.
+
+ "Gij wien valsche schijn mishaagt,
+ Die goed kiest en moedig waagt,
+ Geeft het lot u wat ge vraagt,
+ Later niet om meer geklaagd.
+ Als gij hier tevreên meê zijt,
+ En u dit geluk verblijdt,
+ Wend tot háár u, die u beidt,
+ En kus ze als bruid vol liefd'rijkheid."
+
+ Een vriend'lijk vers.--Verlof, (_hij kust haar_,)
+ hier staat geschreven
+ Dat niet alleen 'k ontving, maar ook moet geven.
+ Als een van beide kampers om een prijs,
+ Die meent dat hij gestreden heeft naar eisch,
+ Het juichen hoorend als uit éénen mond,
+ En duiz'lend, twijf'lend oov'ral staart in 't rond,
+ Niet wetend of hèm 't lofgegalm wel geldt;
+ Zoo, driewerf schoone, is 't ook met mij gesteld,
+ 'k Sta twijf'lend of ik waarheid hier ontmoet,
+ Tot gij het staaft en 't mij erkennen doet.
+
+PORTIA:
+ Gij ziet mij, Heer Bassanio, waar ik sta,
+ Zooals ik ben. Schoon 'k voor mijzelve alleen
+ Niet in mijn wensch eerzuchtig wilde zijn,
+ En mij veel beter wenschen, 'k zou voor u
+ Toch honderd maal mijzelve willen zijn,
+ Tien duizend maal zoo rijk, en duizend maal zoo schoon.
+ Om slechts in uwe schatting hoog te staan
+ Zou ik onschatbaar willen zijn in deugd,
+ In schoonheid, vrienden en fortuin. Maar 'k ben
+ Bijeengeteld slechts niets; dat is, totaal,
+ Een meisje zonder oef'ning, kunde en school:
+ Gelukkig is zij echter niet te oud
+ Om iets te leeren; nòg gelukk'ger is 't
+ Dat zij er niet te dom van aard voor is;
+ 't Gelukkigst is dat haar gedweeë geest
+ Aan d' uwen ter besturing zich vertrouwt,
+ Dien van haar heer, haar leidsman en haar vorst.
+ Ik ben van u geworden, en het mijn'
+ Is 't uwe thans: ik was zooeven nog
+ Meest'res van dit mooi landgoed, van mijzelf,
+ Van mijn bedienden; en terzelfder tijd
+ Zijn 't huis, de dienaars en mijn eigen ik
+ Van u, mijn meester. 'k Geef hen met deez' ring,
+ En scheidt ge er van door schenking of verlies,
+ Dan zij 't voorspelling van uw liefde's dood,
+ Voor mij de grond van een gerecht verwijt.
+
+BASSANIO:
+ Mevrouw, gij hebt van woorden mij beroofd,
+ 't Bloed in mijn aad'ren spreekt alleen tot u;
+ En er is zoo'n verwarring in mijn geest,
+ Als onder 't murm'lende en tevreden volk
+ Zich voordoet na een rede, schoon van taal,
+ Gehouden door een welbeminden vorst;
+ Waar elke kleinigheid, bijeengevoegd,
+ Een wildernis van louter vreugde wordt,
+ Geuit, en niet geuit. Maar als de ring
+ Mijn hand verlaat, verlaat ook 't leven mij:
+ O, zeg dan vrij: "Bassanio is dood."
+
+NERISSA:
+ Mijn meester en meest'res, het is nu tijd,
+ Dat wij, die alles zagen, en wier wensch
+ Met heil bekroond werd, roepen: "Veel geluk!"
+
+GRATIANO:
+ Mijn eed'le Jonkvrouw, Heer Bassanio,
+ 'k Wensch u de vreugd, die ge u slechts wenschen kunt;
+ Gij wenscht van mij de vreugde niet vandaan;
+ En als UEed'len uw verbond van trouw
+ Op plecht'ge wijs bezegelt, smeek ik u
+ Op dien tijd ook gehuwd te mogen zijn.
+
+BASSANIO:
+ Van harte, zoo ge een vrouw slechts krijgen kunt.
+
+GRATIANO:
+ UEed'le heeft me er een bezorgd, heb dank.
+ Mijn oogen zien zoo snel als de uwe, Heer:
+ De meesteres zaagt gij, en ik haar maagd;
+ Gij werdt verliefd, ik ook; want uitstel past
+ Mij even weinig, eed'le Heer, als u.
+ Uw lot hing van de gindsche kistjes af,
+ Zoo ook het mijne, 't komt toevallig uit;
+ Want in het zweet mijns aanschijns aanzoek doend,
+ En liefdeseeden zwerend, tot mijn keel
+ Er droog van werd, kreeg 'k op den langen duur,--
+ Moog' die belofte duurzaam zijn--van háár
+
+(_op_ NERISSA _wijzend_)
+
+ De trouwbelofte, indien uw goed geluk
+ Haar meesteres won.
+
+PORTIA:
+ Is dat waar, Nerissa?
+
+NERISSA:
+ 't Is waar, Mevrouw, indien het u behaagt.
+
+BASSANIO:
+ En gij, Gratiano, meent ge dit oprecht?
+
+GRATIANO:
+ Ja, werk'lijk, eed'le Heer.
+
+BASSANIO:
+ Ons huw'lijkfeest wint door het uwe in eer.
+
+GRATIANO:
+ Wij zullen met hem voor duizend dukaten om den eersten jongen
+  spelen.
+
+NERISSA:
+ Om zulk een inzet?
+
+GRATIANO:
+ Wij zetten nog wel meer om dat te winnen.--
+ Maar wie zijn dat? Lorenzo en zijn vrouw?
+ Wat? met mijn ouden vriend Solanio?
+
+LORENZO, JESSICA _en_ SOLANIO _komen op._
+
+BASSANIO:
+ Lorenzo en Solanio, welkom hier,--
+ Gesteld mijn pas verworven stelling geeft
+ Mij 't recht hiertoe. Ik heet, met uw verlof,
+ Mijn vrienden en mijn landgenooten welkom,
+ Geliefde Portia.
+
+PORTIA:
+ Ik doe 't eveneens;
+ Zij zijn van harte welkom.
+
+LORENZO:
+ Ik dank UEed'le.--Wat mijzelf betreft,
+ 'k Was niet van plan geweest u hier te zien,
+ Maar onderweg trof ik Solanio aan,
+ En zijn verzoek, dat ik niet weig'ren kon,
+ Bracht mij hierheen.
+
+SOLANIO:
+ Zoo is het, eed'le Heer,
+ En 'k heb er reed'nen voor. Signor Antonio
+ Doet u zijn groeten. (_Hij geeft_ BASSANIO _een brief._)
+
+BASSANIO:
+ Eer 'k den brief verbreek,
+ Moet gij mij zeggen hoe mijn vriend het maakt.
+
+SOLANIO:
+ Hij is niet ziek, tenzij hij 't is van geest;
+ Ook niet gezond, tenzij van geest: zijn brief
+ Zal u zijn toestand toonen. (BASSANIO _leest den brief._)
+
+GRATIANO:
+ Nerissa, heet die vreemde dame welkom.
+ Uw hand, Solanio. Hoe is 't in de stad?
+ Hoe vaart Antonio, de koopmansvorst?
+ 'k Weet dat hij blij zal zijn om ons geluk;
+ Wij zijn de Jasons,[50] wonnen 't gulden vlies.
+
+SOLANIO:
+ Hadt gij het vlies slechts dat hem is ontgaan.
+
+PORTIA:
+ Die brief moet smartelijk van inhoud zijn
+ Wijl hij de kleur steelt van Bassanio's wang:
+ Een dierb're vriend dood, wat kon anders zóó
+ Den kalmen aard van een bezadigd man
+ Verand'ren doen? Hoe, erger, erger nog?--
+ Verlof, Bassanio: ik ben half van u,
+ En dus komt mij de helft van alles toe
+ Wat deze brief u brengt.
+
+BASSANIO:
+ O zoete Portia,
+ 't Zijn enk'le woorden, zóó onaangenaam,
+ Als ze ooit papier bevlekten! Schoone vrouw,
+ Toen ik voor 't eerst u van mijn liefde sprak,
+ Zei 'k u vrijmoedig, dat mijn gansch bezit
+ Me in de aad'ren stroomde,--'k was een man van eer:
+ En 'k sprak de waarheid: maar toch zult ge zien
+ Hoezeer 'k, bij 't schatten van mijzelf op niets,
+ Een snoever was, mijn lieve. Toen 'k u zei
+ Dat _niets_ mijn deel was, had ik moeten zeggen
+ Dat minder 'k had dan niets; want weet, dat ik
+ Mij heb verplicht aan een geliefden vriend,
+ Hem aan zijn ergsten vijand heb verplicht
+ Om mij de beurs te vullen. Zie dien brief;
+ 't Papier is als het lichaam van mijn vriend,
+ En ieder woord daarop een open wond
+ Zijn levensbloed vergietend.--Maar, Solanio,
+ Zijn al zijn kansen weg? Géén schip terecht?
+ Uit Tripoli, van Mexico en Eng'land,
+ Uit Indië, Barbarijë en Lissabon,--
+ Ontkwam er geen den vreeselijken schok
+ Van klippen, koopman-moordend?
+
+SOLANIO:
+ Neen, niet één,
+ En bovendien, al had hij 't geld gereed
+ Ter afbetaling aan den Jood, hij zou
+ 't Niet nemen, naar het schijnt. Ik zag nog nooit
+ Een wezen met een menschenuiterlijk,
+ Zóó tuk en happig op eens menschen val:
+ Hij loopt bij dag en nacht den Doge na,
+ En hij beticht de vrijheid van den staat,
+ Indien men hem geen recht doet: twintig kooplui,
+ De Doge zelf, en de magnifico's[51]
+ Die 't meest vermogen, deden al hun best,
+ Maar geen weerhoudt hem van den boozen eisch
+ Van het verbeurde, 't recht en het kontrakt.
+
+JESSICA:
+ Toen 'k nog bij hem was, hoorde ik hoe hij zwoer
+ Aan Chus en Tubal, mannen van zijn ras,
+ Dat hij Antonio's vleesch veeleer verkoos
+ Dan twintig maal de waarde van de som
+ Die hij hem schuldig was; en 'k weet erbij,
+ Dat, weig'ren wet, gezag en macht het niet,
+ Het slecht dan gaat met d'arme Antonio.
+
+PORTIA:
+ Is de bedreigde u dan zoo'n waarde vriend?
+
+BASSANIO:
+ Mijn waardste vriend, de vriendelijkste man,
+ De bestgeaarde en onvermoeidste geest
+ In 't hulp verleenen; iemand in wien de eer
+ Van een aloud Romein zich meer vertoont,
+ Dan wie maar in Italië leven heeft.
+
+PORTIA:
+ Wat is hij schuldig aan den Jood?
+
+BASSANIO:
+ Voor mij drie duizend dukaten.
+
+PORTIA:
+ Wat, niet meer?
+ Geef hem zes duizend, en verscheur 't kontrakt;
+ Verdubbel die, doe er 't vierdubb'le bij,
+ Voordat een vriend zooals hij hem beschrijft
+ Een haar verlieze door Bassanio's schuld.
+ Ga eerst met mij ter kerk, en noem me uw vrouw,
+ En daarop naar Venetië naar uw vriend;
+ Want nimmer zult ge u vlij'n aan Portia's zij
+ Met een ontruste ziel. Ik geef u goud
+ Voor twintig malen deze niet'ge schuld;
+ Is zij betaald, breng dan uw hartsvriend hier,
+ Ik en Nerissa zullen midd'lerwijl
+ Als weduwen en maagden leven. Vlug,
+ Want gij moet op uw huw'lijksdag terug:
+ Groet uwe vrienden: toon een blij gelaat:
+ Zoo duur gekocht, stel 'k u op duren prijs.
+ Maar lees mij thans den brief voor van uw vriend.
+
+BASSANIO (_leest_):
+ "Beste Bassanio, mijn schepen zijn alle vergaan, mijn schuldeischers
+  worden wreed, mijn geldelijke toestand is zeer gedrukt, de vervaldag
+  van mijn kontrakt met den Jood is voorbij, en daar ik, indien ik het
+  nakom, niet kan blijven leven, zijn alle schulden tusschen u en mij
+  afgedaan, als ik u slechts bij mijn dood mag zien. Maar doe,
+  niettegenstaande dit alles, zooals 't u behaagt: als uw genegenheid
+  u niet drijft te komen, laat mijn brief dat dan ook niet doen."
+
+PORTIA:
+ Mijn lief, laat alles achterwege, en ga.
+
+BASSANIO:
+ Daar uwe mildheid mij dit niet belet
+ Zoo haast ik mij; maar voor ik weer verschijn,
+ Leg 'k nimmer mij te slapen op een bed,
+ Geen rust zal aan mijn talmen schuldig zijn. (_Allen af._)
+
+
+
+
+TOONEEL III.
+
+_Venetië. Een Straat._
+
+
+SHYLOCK, SALARINO, ANTONIO _en een_ CIPIER _komen op._
+
+SHYLOCK:
+ Houd hem in 't oog, cipier: spreek mij niet van genade.--
+ Dit is de dwaas die gratis geld te leen gaf.--
+ Houd hem in 't oog.
+
+ANTONIO:
+ Hoor me aan, mijn goede Shylock.
+
+SHYLOCK:
+ 'k Wil mijn kontrakt; raak niet aan mijn kontrakt;
+ 'k Zwoer mij te zullen houden aan 't kontrakt:
+ Gij hebt me eerst zonder reden "hond" genoemd;
+ Maar nu ik er een ben, pas op mijn muil;
+ De Doge zal mij recht doen.--'k Ben verbaasd,
+ Dat gij zoo dwaas zijt, schelm van een cipier,
+ Om met hem uit te gaan op zijn verzoek.
+
+ANTONIO:
+ Ik bid u, hoor mij aan.
+
+SHYLOCK:
+ Ik houd me aan mijn kontrakt; ik luister niet:
+ Ik houd me aan mijn kontrakt, dus spreek niet meer.
+ Ik ben geen zachte en huilerige sul,
+ Die schuddebolt en toegeeft, zucht en buigt
+ Voor Christelijke midd'laars. Volg mij niet,
+ Geen woord meer, 'k wil mij houden aan 't kontrakt. (_Af._)
+
+SALARINO:
+ Dit is wel de onverbiddelijkste hond,
+ Die ooit met menschen leefde.
+
+ANTONIO:
+ Laat hem gaan;
+ 'k Loop hem niet meer met vrucht'loos smeeken na.
+ Hij wil mijn leven; 'k weet zijn reed'nen goed;
+ 'k Heb menigeen die bij mij klagen kwam
+ Verlost van de aanspraak die hij op hen had;
+ Vandaar zijn haat.
+
+SALARINO:
+ De Doge zal gewis
+ Deze aanspraak nimmer geldig laten zijn.
+
+ANTONIO:
+ De Doge kan den loop van 't recht niet stuiten,
+ Want als het voorrecht, dat de vreemd'ling heeft
+ Hier in Venetië, wordt gestuit, dan zal
+ 't Verwijt van onrecht wegen op den staat,
+ Omdat de handel en de winst der stad
+ Door alle volken wordt bewerkt. Dus, ga.
+ Dit leed en nadeel pakten mij zóó aan,
+ Dat 'k morgen nauwelijks een pondje vleesch
+ Kan afstaan voor mijn wreeden crediteur.
+ Vooruit, cipier.--God geve, dat Bassanio
+ Zijn schuld komt zien voldoen, dan is 't mij wel!
+
+(_Allen af._)
+
+
+
+
+TOONEEL IV.
+
+_Belmont. Een kamer in_ PORTIA'S _Huis._
+
+
+PORTIA, NERISSA, LORENZO, JESSICA _en_ BALTHAZAR _komen op._
+
+LORENZO:
+ Mevrouw, al zeg ik 't u in uw gelaat,
+ Gij hebt een edel en een waar begrip
+ Der goddelijke vriendschap; gij verdraagt
+ Daarvoor de afwezigheid van uw gemaal.
+ Maar, als gij wist wien gij deze eer bewijst,
+ Aan welk een waardig man gij uitkomst zendt,
+ Hoe hij verknocht is aan uw heer gemaal,
+ Gij zoudt, dat weet ik, trotscher hierop zijn,
+ Dan uw milddadigheid u maken moet.
+
+PORTIA:
+ 'k Heb nooit berouw gehad van wel te doen;
+ Dat zal 'k ook nu niet; want genooten, die
+ Den tijd te zamen slijten in verkeer,
+ Wier ziel hetzelfde juk van liefde torst,
+ Past ook noodzaak'lijk een gelijke maat
+ Van trekken en van zeden en gemoed;
+ Dit doet mij denken dat Antonio,
+ Als boezemvriend van mijn gemaal, aan hem
+ Gelijk moet zijn. Als dit zoo is, hoe klein
+ Zijn dan de kosten die ik heb besteed
+ Om hem die 't evenbeeld is van mijn ziel[52]
+ Te koopen uit de helsche marteling!
+ Maar dit komt eigen lofspraak te nabij;
+ Hier dus niet meer van: hoort iets anders nu.
+ Lorenzo, ik vertrouw aan uwe hand
+ De leiding en 't beheeren van mijn huis
+ Tot mijn gemaal terugkomt. Ik voor mij,
+ Ik heb den Hemel heimelijk beloofd
+ In stil gepeins te leven en gebed,
+ Alleen van mijn Nerissa vergezeld,
+ Tot onze gaden zijn teruggekeerd.
+ Er ligt een klooster twee mijl hier van daan,
+ En daar zal 'k toeven. Ik verzoek u zeer,
+ Dat gij den last niet van u schuiven zult
+ Dien mijne vriendschap en de omstandigheên
+ Nu op u leggen.
+
+LORENZO:
+ Met geheel mijn hart
+ Voldoe ik aan uw vriendelijk bevel.
+
+PORTIA:
+ Mijn menschen weten allen van mijn plan,
+ En zullen u en Jessica erkennen
+ In plaats van Lord Bassanio en mij.
+ Vaartwel dus, tot we elkander wederzien.
+
+LORENZO:
+ Geluk zij met u, waar gij staat of gaat!
+
+JESSICA:
+ Ik wensch UEed'le alles, alles goeds.
+
+PORTIA:
+ Dank voor uw wensch, van mijn kant breng 'k ook u
+ Mijn besten wensch: vaarwel thans, Jessica.
+
+(JESSICA _en_ LORENZO _af._)
+
+ Nu, Balthazar,
+ Daar ik u trouw en eerlijk steeds bevond,
+ Laat dit ook nu zoo zijn. Neem dezen brief,
+ En snel naar Padua met al de macht
+ Die in een man is: zorg dat gij hem legt
+ In handen van mijn neef, doctor Bellario;
+ En wat hij u aan dokumenten geeft
+ En kleed'ren, breng met allen denkb'ren spoed,
+ Hen bid ik u, naar het gewone veer
+ Dat op Venetië vaart. Verlies geen tijd,
+ Maar haast u wat: ik zal er vóór u zijn.
+
+BALTHAZAR.
+ Mevrouw, 'k zal gaan met den vereischten spoed. (_Af._)
+
+PORTIA:
+ Komaan, Nerissa: 'k heb een plan bedacht,
+ Dat gij niet kent. Wij zien de mannen weer.
+ Eer ze aan ons denken.
+
+NERISSA:
+ Zullen zij òns zien?
+
+PORTIA:
+ Dat zullen zij, maar dan in zulk een dracht
+ Dat zij ons zullen wanen in 't bezit
+ Van 't geen wij missen. 'k Wed om wat ge wilt,
+ Dat, zijn we als jonge mannen uitgedost,
+ Ik van ons beî de knapste kerel ben,
+ Mijn degen met bevall'ger kloekheid draag,
+ Spreek als bij d' overgang van knaap tot man,
+ Met rietpijp-stem, twee korte pasjes maak
+ Tot mannelijk gestap, van vechten spreek
+ Zooals een zwetsend heertje, en listig lieg,
+ Hoe hooge dames dongen naar mijn gunst,
+ (En ik, die weig'rend, kniesden zij zich dood,
+ Ik kon er niets aan doen)--dan krijg 'k berouw,
+ En 'k wensch dat ik hen niet zoo had gedood.
+ En twintig flauwe leugens disch ik op,
+ Zoodat de mannen zweren dat ik ruim
+ Een jaar van school af ben. 'k Herinner mij
+ Wel duizend jongensstreken van die pochers,
+ En 'k pas ze toe.
+
+NERISSA:
+ Wat? Gaan we als mannen doen?
+
+PORTIA:
+ Foei, wat een vraag is dat,
+ Als men daar eens een schuinen zin aan gaf!
+ Maar kom; 'k vertel u mijn geheele plan,
+ Als 'k in mijn rijtuig ben, dat aan de poort
+ Van 't park ons wacht; dus nu niet meer gevraag,
+ Want twintig mijlen staan er voor vandaag. (BEIDEN _af._)
+
+
+
+
+TOONEEL V.
+
+_Belmont. Een Tuin._
+
+
+LANCELOT _en_ JESSICA _komen op._
+
+LANCELOT:
+ Ja zeker; want, zie eens hier, de zonden van den vader zullen
+ bezocht worden aan de kinderen; daarom ben ik voor u bezorgd dat
+  beloof ik u. Ik ben altijd open tegen u geweest, en daarom zeg ik
+  nu mijn diner[53] over de zaak: leef er dus maar vroolijk op los,
+  want, waarachtig, ik geloof dat u verdoemd is. Met dat al is er toch
+  maar één hoop die u 'n beetje goed kan doen, en dat is toch ook maar
+  een soort bastaard-hoop.
+
+JESSICA:
+ En wat is dat dan voor een hoop, ik bid je?
+
+LANCELOT:
+ Wat drommekater, dat is een klein hoopje dat uw vader u niet in de
+  wereld heeft gebracht, dat u de dochter van den Jood niet is.
+
+JESSICA:
+ Ja, dat zou met recht een soort bastaard-hoop zijn: dan zouden de
+  zonden van mijn moeder aan mij bezocht worden.
+
+LANCELOT:
+ Neen maar, dan vrees ik dat u net zoo goed van vaders- als van
+  moederskant verdoemd is: zoodoende verval ik, als ik Scylla, uw
+  vader, vermijd, in Charybdis, uw moeder;[54] nu, op allebei de
+  manieren is 't met u gedaan.
+
+JESSICA:
+ Ik zal gered worden door mijn man; hij heeft een Christin van mij
+  gemaakt.
+
+LANCELOT:
+ O zeker, maar des te meer valt hem te verwijten: er waren vroeger al
+  Christenen genoeg; genoeg om de-n-een met den ander behoorlijk te
+  kunnen leven. Maar zulk Christenen-maken zal de varkensprijzen in
+  de hoogte jagen! Als we allemaal varkensvleesch-eters worden, zullen
+  we al heel gauw voor geen geld meer een reep spek op 't vuur kunnen
+  krijgen.
+
+JESSICA:
+ Ik zal mijn man vertellen wat je zegt, Lancelot; daar komt hij aan.
+
+LORENZO _komt op._
+ Ik zal binnenkort jaloersch op je worden, Lancelot, als je mijn
+  vrouw zoo in de hoekjes trekt.
+
+JESSICA:
+ Neen, je behoeft niet bang te zijn voor ons, Lorenzo. Lancelot en
+  ik liggen met elkaar overhoop. Hij vertelt me platweg dat er voor
+  mij geen genade in den hemel is, omdat ik de dochter ben van een
+  Jood, en hij zegt ook dat gij geen goed lid van de maatschappij
+  zijt, want door Joden tot Christenen te bekeeren, verhoogt ge den
+  prijs van 't varkensvleesch.
+
+LORENZO:
+ Ik zal dat beter verantwoorden voor de maatschappij, dan jij dat de
+  verhooging van dien negerinnebuik kunt doen: het zwartje moet een
+  kind van je krijgen, Lancelot.
+
+LANCELOT:
+ Het zou wel wat kras wezen, als zoo'n negerdeern me veel kon deren,
+  en als ze minder was dan een eerlijke vrouw, dan heb ik meer van
+ haar gemaakt door mijn bezoek.
+
+LORENZO:
+ Elke dwaas kan toch maar woordspelingen maken! Ik geloof dat
+  binnenkort de beste aanbeveling voor geestigheid het zwijgen zal
+  zijn, en dat spreken alleen in papegaaien zal geprezen worden.--Ga
+  naar binnen, sinjeur: zeg dat ze zich klaarmaken voor 't eten.
+
+LANCELOT:
+ Dat is al gebeurd, Meneer; ze hebben allemaal magen.
+
+LORENZO:
+ Goeie Genade, wat ben jij een uientapper! Zeg dan dat ze 't eten
+  klaarzetten.
+
+LANCELOT:
+ Dat is ook gebeurd, Meneer; alleen, het woord is "dekken."
+
+LORENZO:
+ Wil jij dan dekken, Meneer?
+
+LANCELOT:
+ O nee, Meneer, volstrekt niet; daar ben ik veel te netjes voor.
+
+LORENZO:
+ Nog al meer woordverdraaien voor de gelegenheid? Wil je op één
+  oogenblik den ganschen schat van je geestigheid laten zien? Begrijp
+  asjeblieft een eenvoudig man in zijn eenvoudige bedoeling: ga naar
+  je kornuiten, zeg dat ze de tafel dekken, het eten brengen, en dan
+  zullen we komen dineeren.
+
+LANCELOT:
+ De tafel, Meneer, zal gebracht worden, het vleesch zal gedekt
+ worden, en wat uw komen dineeren betreft, Meneer, nu, laat dat zijn
+  zooals lust en luim dat zullen gelasten. (_Af._)
+
+LORENZO:
+ O welk een schranderheid en dracht van taal!
+ Een leger geest'ge woorden heeft de dwaas
+ Zich in het hoofd geplant! en menig dwaas
+ Ken ik, van hoog'ren rang en zooals hij
+ Van geest voorzien, die aan een snedig woord
+ De zaak ten offer brengt. Kom Jessica,
+ Zeg gij uw meening nu eens, lieveling,
+ Wel, hoe bevalt u Lord Bassanio's vrouw?
+
+JESSICA:
+ Meer dan ik zeggen kan. Het is wel zaak,
+ Dat hij een onbesproken leven leidt,
+ Want, zóó gezegend met zijn echtgenoot,
+ Vindt hij de hemelvreugde hier op aard,
+ En als hij op deze aard niet matig is,
+ Dan wacht hem zeker nooit het hemelrijk.[55]
+ Indien twee hemelgoôn in weddenschap
+ Twee aardsche vrouwen legden op een schaal,
+ En Portia was er één, dan moest nog iets
+ Bij de and're, want deze onvolmaakte wereld
+ Bezit haar weerga niet.
+
+LORENZO:
+ Juist zulk een man
+ Als zij een vrouw is, hebt gij nu in mij.
+
+JESSICA:
+ Welnu, vraag ook mìjn meening daaromtrent.
+
+LORENZO:
+ Aanstonds; maar laat ons eerst aan tafel gaan.
+
+JESSICA:
+ Neen, laat me u prijzen, nu 'k er trek in heb.
+
+LORENZO:
+ Bewaar het, bid ik u, als tafelkout;
+ Hoe gij ook spreekt, 'k verteer 't dan met de rest.
+
+JESSICA:
+ Welnu, dan zal ik zeggen wat ge zijt. (_Beiden af._)
+
+
+
+
+VIERDE BEDRIJF
+
+TOONEEL I.
+
+_Venetië. Een Gerechtshof._
+
+
+DE DOGE, DE MAGNIFICO'S, ANTONIO, BASSANIO, GRATIANO, SALARINO,
+SOLANIO, _en Anderen._
+
+DOGE:
+ Nu, is Antonio hier?
+
+ANTONIO:
+ 'k Wacht Uw Genade's wenk.
+
+DOGE:
+ Het spijt me om u: gij hebt een tegenstander
+ Zoo hard als steen, een wreede' ellendeling,
+ Onmedelijdend, gansch verstoken van
+ Elk grein barmhartigheid.
+
+ANTONIO:
+ Ik heb gehoord
+ Dat Uw Genade moeite deed om hem
+ Te maat'gen in zijn wreeden eisch, maar nu hij
+ Hardnekkig volhoudt, en geen macht van wet
+ Mij aan zijn haat ontrukt, beantwoord ik
+ Zijn woede met geduld, en 'k wapen mij
+ Om met een kalm gemoed zijn tirannie
+ En ongetemde gramschap te ondergaan.
+
+DOGE:
+ Roep een van allen thans den Jood voor ons.
+
+SOLANIO:
+ Hij wacht reeds bij de deur. Daar komt hij aan.
+
+SHYLOCK _komt op._
+
+DOGE:
+ Maakt plaats, hij kome voor ons aangezicht.--
+ Shylock, de wereld denkt, en ik met haar,
+ Dat gij slechts dit vertoon van boosheid voert
+ Tot dit laatste oogenblik; en dan zult gij,
+ Zoo denkt men, meêlij toonen en berouw,
+ Nog vreemder dan uw vreemde schijnb're wreedheid:
+ En dat, terwijl ge nu 't verbeurde vergt,
+ ('t Pond vleesch van dezen armen koopman hier,)
+ Gij niet alleen hem van de boete ontheft,
+ Maar ook, bezield door liefde en mensch'lijkheid
+ Hem nog een goed deel schenkt van 't kapitaal,
+ Uw oog vol deernis slaand op zijn verlies,
+ Dat kort geleên zich stapelde op zijn rug,
+ En dezen vorst der koopliên vallen deed,
+ Zoodat zijn toestand medelijden vond
+ Bij koop'ren boezems, harten ruw als staal,
+ Bij stugge Turken en Tartaren, nooit
+ Met teeder vriend'lijkheidsbetoon vertrouwd.
+ Wij wachten een zachtzinnig antwoord, Jood.
+
+SHYLOCK:
+ 'k Liet uw Genade weten wat ik wensch;
+ En bij mijn heil'gen Sabbath zwoer 'k er op
+ Te hebben wat mij toekomt bij kontrakt:
+ En weigert gij, dan koom 't gevaar ter neer
+ Op privilege en vrijheid van uw stad.
+ Waarom 'k een pondje van dat minne vleesch
+ Veeleer verkiezen wil dan drie duizend
+ Dukaten? Wel daar antwoord ik niet op:
+ Maar, stel, 't is zoo mijn luim: is dàt geen antwoord?
+ Hoe, als mijn huis geplaagd wordt door een rat,
+ En 'k tienduizend dukaten geven wil
+ Om 't beest te loozen? Lijkt dit antwoord u?
+ De een kan 't niet uitstaan als een varken schreeuwt,
+ Een ander weer wordt dol, ziet hij een kat,
+ Een derde houdt zijn water niet, wanneer
+ De zakpijp door den neus zingt: ieders aard,
+ De meester van zijn neiging, drijft hem tot
+ De stemmingen van wat hem lust of walgt.
+ Zooals er nu geen zeek're reden is,
+ Waarom een schreeuwend varken d' een mishaagt,
+ D' and're' een onschaad'lijk huisdier als de kat,
+ Een derde een wollen doedelzak,[56] zoodat
+ Hij de onvermijdb're schaamte lijden moet
+ Om last te geven daar hij dien ook krijgt;
+ Zoo kan en wil ook ik geen reden geven.
+ 't Is slechts een diepe haat, een zeek're walg
+ Dat ik Antonio dus vervolg met wat
+ Voor mij verlies is. Lijkt dit antwoord u?
+
+BASSANIO:
+ Dat is geen antwoord, ongevoelig mensch,
+ Ter verontschuld'ging van uw wreed gedrag.
+
+SHYLOCK:
+ Onnoodig dat mijn antwoord u behaagt.
+
+BASSANIO:
+ Doodt ieder dan hetgeen hij niet bemint?
+
+SHYLOCK:
+ Haat iemand iets dat hij niet dooden wil?
+
+BASSANIO:
+ Elke afkeer is niet dadelijk een haat.
+
+SHYLOCK:
+ Wat, woudt ge dat een slang u tweemaal beet?
+
+ANTONIO:
+ Bedenk toch, dat gij met den Jood krakeelt:
+ Want even goed kunt ge op het strand gaan staan,
+ En zeggen tot den vloed: "Was nu niet meer;"
+ En even goed krakeelt ge met den wolf
+ Waarom hij de ooi liet blaten om het lam;
+ En evengoed verbiedt gij 't berggeboomt'
+ Zijn hooge kruin te schudden, geen gedruisch
+ Te maken als de hemelvlaag 't doorvaart;
+ Ja, evengoed kunt gij het zwaarste doen,
+ Als trachten zijn Joodsch hart (is er iets harders?)
+ Gedwee te maken.--Daarom, 'k smeek het u,
+ Bied niets meer aan, gebruik geen midd'len meer,
+ Maar laat ik kort en bondig, zooals past,
+ Mijn vonnis hebben, en de Jood zijn wensch.
+
+BASSANIO:
+ Voor uw drie duizend bied ik u er zes.
+
+SHYLOCK:
+ Als van zes duizend iedere dukaat
+ In zessen ging, en elk deel een dukaat,
+ Ik nam ze niet,--ik wenschte mijn kontrakt.
+
+DOGE:
+ Hoe zult gij meêlij hopen, die 't niet kent?[57]
+
+SHYLOCK:
+ Welk oordeel moet ik vreezen? 'k Doe geen kwaad.
+ Gij allen hebt u slaven aangeschaft,
+ Die als uw ezels, muildieren en honden
+ Verachtelijke en slaafsche diensten doen,
+ Wijl gij hen kocht:--En zeg ik nu tot u:
+ "Laat vrij hen, huw'lijk hen uw erven uit;
+ Wat zweeten ze onder lasten? laat hun bed
+ Zoo zacht als 't uwe zijn, en streel hun tong
+ Met even lekk're spijs," dan antwoordt gij:
+ "'t Zijn onze slaven,"--zoo antwoord ik u:
+ "'t Pond vleesch dat ik hier eisch is duur gekocht,
+ Het is mijn eigendom, en 'k vraag het dus."
+ Als gij 't mij weigert, schande op uwe wet!
+ Dan heeft Venetië's besluit geen kracht,
+ 'k Sta voor mijn recht hier; antwoord, krijg ik het?
+
+DOGE:
+ Ik heb de macht dit hof te laten gaan,
+ Tenzij Bellario, een geleerde doctor,
+ Naar wien ik om beslissing hierin zond,
+ Hier heden komt.
+
+SOLANIO:
+ Uw Hoogheid, buiten staat
+ Een bode, die zoo juist uit Padua kwam
+ Met brieven van den doctor.
+
+DOGE:
+ Breng ons de brieven. Roep den bode hier.
+
+BASSANIO:
+ Houd moed, Antonio! Kom, man, wanhoop niet!
+ De Jood krijgt _mijn_ vleesch, beend'ren, bloed, en al
+ Eer gij voor _mij_ één druppel bloed verliest.
+
+ANTONIO:
+ 'k Ben uit de kudde het gemerkte schaap,
+ Voor 't slachten 't meest geschikt; de zwakste soort
+ Van vruchten valt het eerst omlaag, zoo ik.
+ Gij doet, Bassanio, mij geen beet'ren dienst
+ Dan dat gij voortleeft en mijn grafschrift schrijft.
+
+NERISSA _komt op, als een advokatenklerk gekleed._
+
+DOGE:
+ Komt gij van Padua, van Bellario?
+
+NERISSA:
+ Van beide, Hoogheid: 'k breng Bellario's groet.
+
+(_Zij reikt hem een brief over._)
+
+BASSANIO:
+ Waarom zet gij uw mes zoo ijv'rig aan?
+
+SHYLOCK:
+ 'k Wil uit dien bankroetier 't verbeurde snijden.
+
+GRATIANO:
+ Niet op uw zool, maar op uw ziel wet gij,
+ Hardvocht'ge Jood, uw mes; maar geen metaal,
+ Neen, zelfs het beulszwaard niet, is half zoo scherp
+ Als 't vlijmen van uw haat. Roert u geen beê?
+
+SHYLOCK:
+ Geen, die _uw_ zwak verstand bedenken kan.
+
+GRATIANO:
+ O, wees verdoemd, gij onvermurwb're hond!
+ En 't recht zij aangeklaagd omdat gij leeft.
+ Gij doet mij bijna wank'len in 't geloof,
+ Om met Pythagoras het ééns te zijn,
+ Dat dierenzielen sluipen in het lijf
+ Van menschen: uwe hondsche ziel gebood
+ Een wolf, gehangen wegens menschenmoord;
+ En aan de galg ontvlood zijn felle ziel,
+ Die in u drong terwijl gij in den schoot
+ Van uw onheil'ge moêr laagt; want uw aard
+ Is bloedig, hong'rig, wreed, als van een wolf.
+
+SHYLOCK:
+ Tenzij ge 't zegel wegschimpt van 't contract,
+ Vermoeit ge uw longen slechts door zulk geschreeuw.
+ Lap uw verstand wat op, jongmensch, of 't gaat
+ Totaal verloren.--'k Sta hier voor mijn recht.
+
+DOGE:
+ Dit schrijven van Bellario beveelt
+ Een jong en kundig doctor aan bij 't hof:--
+ Waar is hij?
+
+NERISSA:
+ Wachtend hier vlak bij, hij wil
+ Gaarn weten of hij toegelaten wordt.
+
+DOGE:
+ Van ganscher harte:--gaat nu, drie of vier;
+ Geeft hoffelijk geleide hem hierheen,--
+ Intusschen hoore 't hof Bellario's brief.
+
+ (_Een klerk leest._) "Uwe Hoogheid moet weten, dat ik, bij het
+  ontvangen van uwen brief, zeer ziek ben: maar op het oogenblik dat
+  uwe bode kwam, was een doctor uit Rome bij mij op vriendschappelijk
+  bezoek; zijn naam is Balthazar. Ik maakte hem bekend met het
+ twistgeding tusschen den Jood en den koopman Antonio: wij sloegen
+  samen vele boeken op; hij draagt kennis van mijne meening, welke,
+ versterkt door zijn eigene geleerdheid (van welke ik den omvang
+ niet genoeg kan roemen,) met hem mede komt, op mijn dringend
+ verzoek, om de bede van Uw Hoogheid in mijne plaats te vervullen.
+  Ik smeek u, laat zijn gemis aan jaren geen beletsel zijn on hem een
+  eervolle hoogachting te laten missen,[58] want ik heb nooit zulk
+ een jong lichaam met zulk een oud hoofd gezien. Ik beveel hem in
+  uwe genadige ontvangst aan; de kennismaking met hem zal zijn
+  lofwaardigheid nog beter doen blijken."
+
+DOGE:
+ Gij hoort nu wat Bellario ons schrijft:
+ En ik geloof dat daar de doctor is.
+
+PORTIA _komt op, gekleed als doctor in de Rechten._
+
+ Geef mij uw hand. Zendt u Bellario?
+
+PORTIA:
+ Zoo is het, Hoogheid.
+
+DOGE:
+ Welkom: neem uw plaats.
+ Zijt gij van het geschilpunt onderricht
+ Dat heden in het hof aanhangig is?
+
+PORTIA:
+ Ik ben ter dege met de zaak bekend.
+ Wie is de koopman hier, en wie de Jood?
+
+DOGE:
+ Antonio en Shylock komen voor!
+
+PORTIA:
+ Is uw naam Shylock?
+
+SHYLOCK:
+ Shylock is mijn naam.
+
+PORTIA:
+ De zaak die gij bepleit is vreemd van aard;
+ Maar toch zóó geldig, dat Venetië's wet
+ U in uw hand'ling niet kan tegengaan.
+ U dreigt gevaar van hem, is dat zoo niet? (_Tot_ ANTONIO)
+
+ANTONIO:
+ Ja, naar hij zegt.
+
+PORTIA:
+ Erkent gij het kontrakt?
+
+ANTONIO:
+ Gewis.
+
+PORTIA:
+ Dan moet de Jood barmhartig zijn.
+
+SHYLOCK:
+ Door welke noodzaak _moet_ ik? Zeg me dat.
+
+PORTIA:
+ Het wezen der genade duldt geen dwang;
+ Zij drupt als zachte regen van omhoog
+ Op wat omlaag is: dubbel zegent zij;
+ Zij zegent wie haar geeft als wie haar krijgt;
+ Ze is 't machtigst in de machtigen; zij staat
+ Den hoogen heerscher beter dan zijn kroon:
+ De schepter toont zijn wereldlijk gezag,
+ Het teeken van de tucht en majesteit,
+ Waarin de vrees en schroom voor vorsten troont;
+ Maar de genade is meer dan schepter-macht,
+ Zij is gezeteld in der vorsten hart,
+ Zij is een zinnebeeld der Godheid zelf,
+ En aardsch gezag lijkt dán 't meest dat van God,
+ Als door genade 't recht getemperd wordt.
+ Schoon gij dus 't recht bepleit, Jood, denk aan dit,
+ Dat, als het recht zijn loop heeft, géén van ons
+ Behouden wordt: wij bidden om gena;
+ En dàt gebed leert allen ons te doen
+ De werken der gena. 'k Heb dit gezegd
+ Om 't recht van uwen eisch te temperen,--
+ Want staat ge er op, dan moet Venetië's hof
+ Strikt eerlijk tegen hem een uitspraak doen.
+
+SHYLOCK:
+ Mijn daden op mijn hoofd! Ik eisch de wet,
+ De boete die verbeurd is door 't kontrakt.
+
+PORTIA:
+ Is het niet moog'lijk dat hij 't geld betaalt?
+
+BASSANIO:
+ Ja, hierbij bied ik 't voor hem aan in 't hof;
+ Het dubb'le zelfs: en is dit niet genoeg,
+ Verbind ik mij tot tienmaal deze som,
+ Op boete van mijn handen, hoofd en hart:
+ Als dit hem niet voldoet, dan is het klaar,
+ Dat boosheid deugd vertrapt. En 'k smeek hièrom:
+ Dwing nu voor ééns de wet naar ùw gezag:
+ Doe 't weinigje onrecht om het groote recht,
+ En knot deez' wreeden duivel in zijn wil.
+
+PORTIA:
+ Onmoog'lijk, in Venetië is geene macht,
+ Die de ééns gestelde wet verand'ren kan:
+ 't Werd later licht als voorbeeld aangehaald,
+ En meen'ge dwaling zou door zulk een daad
+ Een inval in den staat doen; 't kàn niet zijn.
+
+SHYLOCK:
+ Een Daniël op den rechterstoel! Een Daniël!
+ O, hoe vereer 'k u, wijze jonge rechter!
+
+PORTIA:
+ Ik bid u, laat mij het kontrakt eens zien.
+
+SHYLOCK:
+ Hier is het, hoogvereerde doctor, hier.
+
+PORTIA:
+ Shylock, men biedt u driemaal zooveel geld.
+
+SHYLOCK:
+ Mijn eed, mijn eed, de Hemel kent mijn eed:
+ Zal ik een meineed leggen op mijn ziel?
+ Voor heel Venetië niet.
+
+PORTIA:
+ Ja, bindend is 't,
+ En volgens recht is het den Jood vergund
+ Een pond vleesch uit te snijden vlak bij 't hart
+ Van dezen koopman.--Toon barmhartigheid;
+ Neem driemaal 't geld; verscheur 't kontrakt met mij.
+
+SHYLOCK:
+ Wanneer het volgens inhoud is betaald.
+ Het schijnt dat gij een waardig rechter zijt;
+ Gij kent de wet, gij hebt haar uitgelegd
+ Zooals 't behoort: ik eisch dus bij de wet,
+ Waarvan gij een verdienst'lijk schrager zijt,
+ Dat gij een uitspraak doet. 'k Zweer bij mijn ziel,
+ Dat er geen macht is in der menschen tong
+ Die mij doet wank'len. 'k Houd mij aan 't kontrakt.
+
+ANTONIO:
+ Ik smeek van ganscher harte dat het hof
+ Een uitspraak geve.
+
+PORTIA:
+ Nu, 't is zóó gesteld:
+ Gij moet uw borst ontblooten voor zijn mes.
+
+SHYLOCK:
+ O, eed'le rechter! Brave jonge man!
+
+PORTIA:
+ Want de bedoeling en de zin der wet
+ Stemt met de boete gansch'lijk overeen
+ Die hier verschuldigd staat op het kontrakt.
+
+SHYLOCK:
+ Zeer waar, O rechter, ongeveinsd en wijs!
+ Hoe veel, veel ouder zijt gij dan ge schijnt!
+
+PORTIA:
+ Ontbloot uw boezem dus.
+
+SHYLOCK:
+ Ja, ja, zijn borst;
+ 't Staat in 't kontrakt;--niet, eed'le rechter, niet?--
+ Het dichtst bij 't hart: dat staat er letterlijk.
+
+PORTIA:
+ Zoo is 't. Is hier een weegschaal bij de hand
+ Om 't vleesch te wegen?
+
+SHYLOCK:
+ 'k Heb er een gereed.
+
+PORTIA:
+ Zorg op uw kosten, Shylock, voor een arts,
+ Die hem de wond stelpt, anders bloedt hij dood.
+
+SHYLOCK: Staat die bepaling ook in het kontrakt?
+
+PORTIA:
+ Neen, niet uitdrukk'lijk; maar wat hindert dat?
+ Gij moest het toch uit menschenliefde doen.
+
+SHYLOCK:
+ Ik kan 't niet vinden; 't is niet in 't kontrakt.
+
+PORTIA:
+ Hebt gij nog iets te zeggen, koopman, spreek.
+
+ANTONIO:
+ Niet veel; ik ben gewapend en bereid.--
+ Geef mij uw hand, Bassanio, vaarwel.
+ Treur niet dat mij dit treft om uwentwil;
+ Want hierbij toont Fortuin zich meer bevriend
+ Dan zij gewoon is: altijd laat ze toch
+ Ellendigen hun rijkdom overleven,
+ Om met gerimpeld voorhoofd en hol oog
+ Een ouden dag vol armoe aan te zien!
+ Maar van het sleepend kwellen die deez' ramp
+ Met zich te voeren pleegt, ontheft ze mij.
+ Breng aan uw achtenswaard'ge vrouw mijn groet;
+ Vertel haar hoe Antonio sterven moest;
+ Zeg hoe 'k u liefhad; prijs mijn gang ten dood;
+ En als 't verhaal gedaan is, oordeel' ze of
+ Bassanio niet eenmaal werd geliefd.
+ Heb geen berouw dat gij uw vriend verliest,
+ Nu 't hem niet rouwt dat hij uw schuld betaalt;
+ Want snijdt de Jood slechts diep genoeg er in,
+ Betaal 'k haar dadelijk met heel mijn hart.
+
+BASSANIO:
+ Antonio, 'k ben met een vrouw getrouwd,
+ Die me even dierbaar is als 't leven zelf;
+ Maar 't leven zelf, mijn vrouw, en heel deze aard,
+ _Uw_ leven schat ik hooger dan die saam;
+ Dat alles wil 'k verliezen, offer 't op,
+ Aan dezen duivel hier voor uw behoud.
+
+PORTIA:
+ Uw vrouw zou u slechts weinig dankbaar zijn,
+ Als zij u hier dit aanbod hoorde doen.
+
+GRATIANO:
+ Ik heb een vrouw, die 'k zweer dat ik bemin:
+ Ik wensch haar in den Hemel, als ze zóó
+ Deez' hondschen Jood door beden buigen kon.
+
+NERISSA:
+ Gij zegt dit wijs'lijk zonder dat zij 't hoort,
+ 't Werd anders wel wat woelig in uw huis.
+
+SHYLOCK (_ter zijde_):
+ Die Christen-echtgenooten! Ik bezit
+ Een dochter; liever zag 'k dat een van 't kroost
+ Van Barrabas[59] haar man waar' dan een Christen!
+ (_Luid_) Geen tijd verspild; doe uitspraak, bid ik u.
+
+PORTIA:
+ Een pond vleesch van den koopman komt u toe;
+ Het hof bekrachtigt wat de wet vergunt.
+
+SHYLOCK:
+ Rechtvaardigste aller rechters!
+
+PORTIA:
+ Gij moogt dat vleesch hem snijden uit de borst;
+ Wat u de wet veroorlooft, staaft het hof.
+
+SHYLOCK:
+ Geleerde rechter!--De uitspraak! Wees bereid.
+
+PORTIA:
+ Wacht even; er komt nog iets anders bij.--
+ 't Kontrakt hier geeft u niet één druppel bloed,
+ De woorden zijn uitdrukk'lijk, _een pond vleesch_;
+ Maar stort gij bij het snijden éénen drop
+ Van 't Christenbloed, dan wordt uw land en goed
+ Volgens Venetië's wet verbeurd verklaard
+ Ten gunste van Venetië's staat.
+
+GRATIANO:
+ O brave wijze rechter! Hoort ge 't Jood?--
+
+SHYLOCK:
+ Luidt zóó de wet?
+
+PORTIA:
+ Gij zelf zult de akte zien.
+ Want, daar ge op recht staat, ik verzeker u,
+ Gij _zult_ het hebben, meer dan gij verlangt.
+
+GRATIANO:
+ O, wat een wijze, knappe rechter, Jood!
+
+SHYLOCK:
+ Dan kies ik 't aanbod,--geef mij driemaal 't geld,
+ En laat den Christen gaan.
+
+BASSANIO:
+ Hier is het geld.
+
+PORTIA: Zacht wat;--
+ De Jood krijgt alle recht;--zacht wat;--geen haast;--
+ Niets anders krijgt hij dan wat is verbeurd.
+
+GRATIANO:
+ O, Jood, wat is die rechter wijs en braaf!
+
+PORTIA:
+ Maak u daarom gereed en snijd het vleesch,
+ En stort geen bloed, en snijd niet min noch meer,
+ Maar juist een pond vleesch: neemt ge meer van hem,
+ Of minder dan precies een pond,--al is 't
+ Een twintigst partje slechts te licht of zwaar
+ Van éénen scrupel,--ja, indien de schaal
+ Hier nog een deel van of een haartje helt,--
+ Dan sterft ge, en al uw goed'ren zijn verbeurd.
+
+GRATIANO:
+ Een tweede Daniël, een Daniël, Jood!
+ Nu heb ik je te pakken, heidenhond!
+
+PORTIA:
+ Wat talmt de Jood? Neem wat u is verbeurd.
+
+SHYLOCK:
+ Geef mij mijn kapitaal, en laat mij gaan.
+
+BASSANIO:
+ Ik heb het voor u bij de hand; hier is 't.
+
+PORTIA:
+ Hij wilde 't niet ten aanzien van het hof:
+ Hem zal slechts recht geschieden naar 't kontrakt.
+
+GRATIANO:
+ Een Daniël, zeg ik maar; een tweede Daniël!--
+ Dank, Jood, dat gij mij dit woord hebt geleerd.
+
+SHYLOCK:
+ Zal ik dan zelfs mijn kapitaal niet zien?
+
+PORTIA:
+ Gij zult slechts hebben wat u is verbeurd,
+ Dus neem het, Jood, op eigen risico.
+
+SHYLOCK:
+ De duivel geve er hem dan 't voordeel van!
+ Ik blijf niet langer bij 't verhoor.
+
+PORTIA:
+ Wacht Jood;
+ De wet heeft ook nog anders vat op u.
+ Er is verordend in Venetië's wet:
+ Indien een vreemdeling bewezen wordt
+ Door pogingen rechtstreeks of zijdelings
+ Naar 't leven van een Venetiaan te staan,
+ Dan krijgt degene die zijn aanslag geldt
+ De helft van zijn vermogen, de and're helft
+ Wordt aan de schatkist van den staat verbeurd.
+ En 't leven van den schuld'ge is in de hand
+ Slechts van den Doge, zonder and're stem.
+ Ik zeg dat gij in dit geval verkeert;
+ Het blijkt toch uit uw zichtb're handelwijs
+ Dat zijdelings en rechtstreeks bovendien
+ Ge een aanslag tegen 't leven hebt gesmeed
+ Van den beklaagde en zoo berokkent ge u
+ Het vonnis dat zooeven 'k heb vermeld.
+ Op uw knieën dus, en smeek gena.
+
+GRATIANO:
+ Smeek om verlof u op te hangen, Jood;
+ En toch, daar uw bezit den staat verviel,
+ Hebt ge de waarde van een strop niet meer;--
+ Gehangen moet ge op kosten van den staat.
+
+DOGE:
+ Dat gij 't verschil van onzen aard moogt zien,
+ Schenk ik u 't leven eer gij er om vraagt.
+ Antonio krijgt de helft van uw bezit;
+ En de and're komt aan het gemeenebest,
+ Die need'righeid in boete kan verand'ren.
+
+PORTIA:
+ Ja, voor den staat, niet voor Antonio.[60]
+
+SHYLOCK:
+ Neen, neem mijn leven, alles; schenk 't mij niet:
+ Gij neemt mijn huis, als gij 't den stut ontneemt
+ Die 't ondersteunt; gij neemt mijn leven ook,
+ Als gij de midd'len neemt waardoor ik leef.
+
+PORTIA:
+ Schenkt gij hem ook een gunst, Antonio?
+
+GRATIANO:
+ Een worgkoord gratis; anders niet, bij God.
+
+ANTONIO:
+ Mijnheer de Doge en 't hof, 't behage aan u
+ De helft hem wéér te schenken van zijn goed;
+ Ik ben voldaan, als hij mij de and're helft
+ In bruikleen geven wil, om bij zijn dood
+ Het te vermaken aan den edelman
+ Die onlangs zijne dochter stal;
+ Nu nog twee dingen,--dat voor deze gunst,
+ Hij zonder oponthoud een Christen wordt;
+ En dat hij hier voor 't hof een schenking doet
+ Van alles wat hij bij zijn dood bezit
+ Aan zijnen zoon Lorenzo en zijn dochter.
+
+DOGE:
+ Dat moet hij doen, of anders trek ik weer
+ De vrijspraak, die 'k zooeven toezegde, in.
+
+PORTIA:
+ Zijt gij tevreden, Jood? Wat antwoordt gij?
+
+SHYLOCK:
+ Ik ben tevreden.
+
+PORTIA:
+ Klerk, een schenkingsakte.
+
+SHYLOCK:
+ Ik bid u, sta mij toe van hier te gaan.
+ Ik ben niet wel; zend de akte me achterna.
+ En 'k zal haar teek'nen.
+
+DOGE:
+ Ga, maar doe 't dan ook.
+
+GRATIANO:
+ Twee peters zult gij hebben bij den doop;
+ Ware ik hier rechter, tien kreegt gij er bij,
+ Om galgwaarts u te brengen, niet naar 't vont.[61]
+
+(SHYLOCK _af._)
+
+DOGE:
+ Mijnheer, 'k verzoek u bij me op 't middagmaal.
+
+PORTIA:
+ Ik vraag Uw Hoogheid need'rig mij te ontslaan.
+ Ik moet vanavond nog naar Padua;
+ En 'k ben genoodzaakt daad'lijk heen te gaan.
+
+DOGE:
+ Het spijt me dat uw tijd het niet gedoogt.
+ Antonio bewijs dien heer uw dank,
+ Want, naar mij dunkt, zijt gij hem veel verplicht.
+
+(_De_ DOGE, _Magnifico's en Gevolg af._)
+
+BASSANIO:
+ Zeer waard'ge Heer, door uwe wijsheid zijn
+ Mijn vriend en ik op dezen dag bevrijd
+ Van zware boeten; en in ruil daarvoor
+ Vergelden wij met drie duizend dukaten,
+ Den Jood verschuldigd, uw beleefden steun.
+
+ANTONIO:
+ En bovendien zijn wij uw schuldenaars
+ In liefde en dienst voor alle eeuwigheid.
+
+PORTIA:
+ Wie wel tevreden is, is wel betaald,
+ En ik, u reddend, ben daarmeê tevreên,
+ En daardoor acht ik mij genoeg betaald:
+ Mijn geest was nooit op groot're winst bedacht.
+ Ik bid u, kent mij, als we elkaar weer zien.
+ Ik wensch u 't beste; hiermeê moet ik gaan.
+
+BASSANIO:
+ Ik moet het nogmaals trachten, waarde heer;
+ Neem een herinnering aan ons, als hulde,
+ En niet als loon: sta mij twee dingen toe,
+ Géén weigering en wèl vergiffenis.
+
+PORTIA:
+ Gij dringt er zeer op aan, dus geef ik toe.
+ Geef me _uw_ handschoenen, 'k draag ze om uwentwil; (_tot_ ANTONIO)
+ Uit vriendschap neem ik dezen ring van _u._ (_tot_ BASSANIO.)
+ Trek niet uw hand terug; ik neem niets meer;
+ En uwe vriendschap weigert mij dit niet.
+
+BASSANIO:
+ De ring, Mijnheer? ach, 't is een bagatel;
+ Ik zou mij schamen als ik hem u gaf.
+
+PORTIA:
+ Ik wil niets anders hebben dan dien ring;
+ 'k Heb er mijn zinnen eenmaal op gezet.
+
+BASSANIO:
+ 't Geldt meer den ring zelf dan de waarde ervan.
+ Den duursten in Venetië geef ik u,
+ 'k Roep openlijk er door de stad om uit;
+ Verschoon mij, bid ik u, nu 't dezen geldt.
+
+PORTIA:
+ Ik zie dat gij zeer gul met aanbod zijt;
+ Eerst leert gij mij een beed'laar zijn, en nu
+ Hoe men een bedelaar te woord moet staan.
+
+BASSANIO:
+ De ring werd mij geschonken door mijn vrouw;
+ Bij 't aandoen zwoer ik haar dat ik hem niet
+ Verkoopen, geven of verliezen zou.
+
+PORTIA:
+ Zoo spreekt wel menig man die liefst niets geeft.
+ Indien uw vrouw niet gansch dolzinnig is,
+ En weet hoe goed ik dezen ring verdien,
+ Dan is zij niet voor altijd boos op u,
+ Omdat ge mij hem gaaft. Nu vaar gij wel.
+
+(PORTIA _en_ NERISSA _af._)
+
+ANTONIO:
+ Mijnheer Bassanio, schenk hem den ring;
+ Laat zijn verdienste en mijne vriendschap ook,
+ Meer gelden dan 't bevel van uwe vrouw.
+
+BASSANIO:
+ Ga, Gratiano, loop en haal hem in;
+ Geef hem den ring; en breng hem, zoo gij kunt,
+ Meê naar Antonio's huis:--Voort! haast u wat.
+
+(GRATIANO _af._)
+ Kom, laten wij daar daad'lijk henen gaan;
+ En in den vroegen morgen zullen wij
+ Naar Belmont vliegen: kom, Antonio. (BEIDEN _af._)
+
+
+
+
+TOONEEL II.
+
+_Venetië. Een Straat._
+
+
+NERISSA _en_ PORTIA _komen op._
+
+PORTIA:
+ Zoek 't huis op van den Jood, geef hem dit stuk,
+ En laat hem teek'nen. Wij vertrekken straks,
+ En zijn een dag vóór onze mannen thuis.
+ Deze akte zal Lorenzo welkom zijn.
+
+GRATIANO _komt op._
+
+GRATIANO:
+ 'k Heb u gelukkig ingehaald, mijnheer:
+ Bij nader inzien zendt Bassanio
+ U dezen ring en vraagt of gij met hem
+ Wilt middagmalen.
+
+PORTIA:
+ Neen, dat zal niet gaan:
+ Ik ben hem zeer, zeer dankbaar voor zijn ring,
+ En 'k bid u, zeg hem dat. Wees thans zoo goed,
+ En wijs mijn klerk waar de oude Shylock woont.
+
+GRATIANO:
+ Zeer gaarn.
+
+NERISSA:
+ Mijnheer, ik wilde u even spreken:--
+ (_tot_ PORTIA) 'k Zal zien of ik den ring krijg van mijn man,
+ Dien hij mij zwoer nooit weg te zullen doen.
+
+PORTIA:
+ Ik wed dat gij het kunt. Wat zullen zij
+ Nu zweren dat zij hem aan mannen gaven!
+ Wij zullen echter hun te slim af zijn.
+ Voort, haast u wat; gij weet waar ik u wacht.
+
+NERISSA:
+ Kom, waarde Heer, en wijs mij nu het huis. (_Allen af._)
+
+
+
+
+VIJFDE BEDRIJF
+
+TOONEEL I.
+
+_Belmont. Een Laan naar Portia's Buiten._
+
+
+LORENZO _en_ JESSICA _komen op._
+
+LORENZO:
+ De maan schijnt klaar:--in zulk een zomernacht,
+ Toen zoele wind de boomen zachtjes kuste,
+ Zoodat geen ruischen klonk,--in zulk een nacht
+ Klom Troilus, naar ik meen, op Troje's muur,
+ Zijn ziel uitzuchtend naar het Grieksche kamp,
+ Waar Cressida toen sliep.
+
+JESSICA:
+ In zulk een nacht
+ Ging Thisbe angstig tripp'lend op den dauw;
+ En zag vooruit de schaduw van den leeuw,
+ En liep verschrikt van daar.
+
+LORENZO:
+ In zulk een nacht
+ Stond Dido met een wilgentak omhoog
+ Op 't wilde strand, en wenkte tot haar lief
+ Om weer aan wal te gaan.
+
+JESSICA:
+ In zulk een nacht
+ Verzamelde Medea 't tooverkruid,
+ Dat Aeson gansch verjongde.
+
+LORENZO:
+ In zulk een nacht
+ Stal Jessica zich van den rijken Jood,
+ Ontliep Venetië met haar roek'loos lief,
+ En kwam op Belmont aan.
+
+JESSICA:
+ In zulk een nacht
+ Was 't dat Lorenzo haar zijn liefde zwoer,
+ Stelend haar ziel met meen'gen eed van trouw,
+ En geen van alle waar.
+
+LORENZO:
+ In zulk een nacht,
+ Belasterde de kleine Jessica,
+ Die snib, haar liefste' en hij vergaf het haar.
+
+JESSICA:
+ Ik overtroefde u, als daar niemand kwam;
+ Maar, luister, 'k hoor de stappen van een man.
+
+STEPHANO _komt op._
+
+LORENZO:
+ Wie komt zoo snel in 't stille van den nacht?
+
+STEPHANO:
+ Een vriend.
+
+LORENZO:
+ Een vriend? wat vriend? uw naam, ik bid u, vriend?
+
+STEPHANO:
+ Mijn naam is Stephano, en 'k meld u dat
+ Mijn meesteres voor 't krieken van den dag
+ Te Belmont zijn zal: nu nog doolt zij rond
+ Langs heil'ge kruisen, waar zij knielt en bidt
+ Voor een gelukkig huw'lijk.
+
+LORENZO:
+ Wie is bij haar?
+
+STEPHANO:
+ Haar dienstmaagd en een heil'ge kluizenaar.
+ Ik bid u, is mijn meester reeds terug?
+
+LORENZO:
+ Neen, en wij hebben niet van hem gehoord.
+ Maar gaan wij binnen, 'k bid u, Jessica,
+ En laat ons hoffelijk een welkomstgroet
+ Bereiden voor de meesteres van 't huis.
+
+LANCELOT _komt op._
+
+LANCELOT:
+ Hola, hola, hei, ha, ho, hola, hola!
+
+LORENZO:
+ Wie roept daar zoo?
+
+LANCELOT:
+ Hola! Hebt gij meester Lorenzo en meesteres Lorenzo ook gezien?
+ Hola! Hola!
+
+LORENZO:
+ Houdt op met je gehola, man;--hier.
+
+LANCELOT:
+ Hola! Waar? waar?
+
+LORENZO:
+ Hier.
+
+LANCELOT:
+ Zeg hem dat er een koerier van mijn meester is gekomen, met zijn
+ hoorn vol goede tijding! Mijn meester zal hier vóór den morgen
+ aankomen. (_Af._)
+
+LORENZO:
+ Ga binnen, liefste, wachten wij hun komst.
+ Neen, 't is niet noodig;--waarom zouden wij?
+ Vriend Stephano, ik bid u, meld in 't huis
+ Dat uwe meesteres in aantocht is;
+ En breng dan ook de muzikanten hier. (STEPHANO _af._)
+ Wat slaapt het maanlicht op deez' helling zoet!
+ Hier zittend laten wij muziekgespeel
+ Ons oor insluipen; zachte stilte en nacht
+ Past bij 't geluid van zoete harmonie.
+ Kom, Jessica. Zie hoe des hemels vloer
+ Is ingelegd met plaatjes schitt'rend goud,--
+ En zelfs de kleinste bol, dien gij aanschouwt,
+ Zingt bij zijn went'ling met een eng'lenstem
+ In koor met cherubijnen, jong-geoogd:
+ Ook de eeuw'ge ziel heeft zulk een harmonie;
+ Maar daar 't vergankelijke kleed van stof
+ Haar dicht omsluit, vernemen wij die niet.--
+
+_De Muzikanten komen op._
+
+ Ha, komt, en wekt Diana[62] met een zang;
+ Dringt met uwe zoetste tonen in het oor
+ Van uwe meest'res, en lokt haar door muziek.
+
+JESSICA:
+ Nooit beurt een lieflijke muziek mij op. (_Muziek._)
+
+LORENZO:
+ Dat komt omdat uw geest gespannen is;
+ Want let eens op een wilde en dart'le kudde
+ Of op een troep jonge, ongetemde veulens,
+ Dol springend met gehinnik en geloei,
+ Wat wijst op 't vurig stroomen van hun bloed;--
+ Als slechts bij toeval een trompetgeluid
+ Of soms een melodie hun ooren treft,
+ Dan zult gij merken hoe zij blijven staan,
+ Hun woeste blik in zedig zien verkeerd
+ Door zoete tonenmacht: zoo zong de dichter[63]
+ Dat Orpheus boomen, steenen, stroomen trok,
+ Daar niets zoo houten, hard en bruisend is,
+ Dat niet muziek een poos 't verand'ren doet.
+ De mensch die geen muziek heeft in zijn ziel,
+ Noch wordt geroerd door zoete harmonie,
+ Hij is in staat tot list, verraad en roof,
+ De gangen van zijn geest zijn zwart als nacht,
+ En donker is zijn hart als de Erebus;[64]
+ Vertrouw zoo'n mensch niet.--Let op de muziek.
+
+PORTIA _en_ NERISSA _verschijnen op eenigen afstand._
+
+PORTIA:
+ Het licht dat we daar zien, brandt in mijn zaal.
+ Wat werpt die kleine kaars haar stralen ver!
+ Zoo blinkt een goed werk in een booze wereld.
+
+NERISSA:
+ Bij 't maanlicht zagen wij de kaarsvlam niet.
+
+PORTIA:
+ Zoo maakt de groot're glans den mind'ren dof:
+ Een onderkoning schittert als een vorst,
+ Totdat de vorst verschijnt en dan verliest
+ Zijn statie zich, zooals een binnen-beek
+ In 't ruime zeegebied. Maar hoor! Muziek!
+
+NERISSA:
+ 't Is uw orkest, Mevrouw, de huismuziek.
+
+PORTIA:
+ De omstandigheden maken eerst iets goed.[65]
+ Me dunkt zij klinkt veel zoeter dan bij dag.
+
+NERISSA:
+ De stilte geeft haar die bekoorlijkheid.
+
+PORTIA:
+ De leeuw'rik zingt niet beter dan de kraai,
+ Slaat niemand op hen acht; mij dunkt, men stelde
+ Den nachtegaal, zong hij bij dag zijn lied,
+ Als elke gans aan 't kaak'len is, gelijk
+ Als muzikant met 't winterkoninkje.
+ Hoe menig ding krijgt door den juisten tijd
+ Zijn juisten lof in ware uitnemendheid!
+ Stil daar! de maan slaapt met Endymion,[66]
+ En zij wil niet gewekt. (_De muziek houdt op._)
+
+LORENZO:
+ Dat is de stem,
+ Als 'k mij niet zéér bedrieg, van Portia.
+
+PORTIA:
+ Hij kent mij aan mijn slechte stem, zooals
+ De blinde man den koekoek.
+
+LORENZO:
+ Welkom thuis.
+
+PORTIA:
+ Voor 't welzijn onzer mannen hebben wij
+ Gebeden opgezonden, en ik hoop
+ Dat ons gebed hun voorspoed heeft gebracht;
+ Zijn zij terug?
+
+LORENZO:
+ Mevrouw, zij zijn 't nog niet;
+ Een bode is echter vóór hen uit gegaan,
+ En meldt hun komst.
+
+PORTIA:
+ Nerissa, ga in huis;
+ Gelast mijn dienaars dat ze in geen geval
+ Iets zeggen over onze afwezigheid;--
+ Noch gij, Lorenzo:--Jessica, noch gij.
+
+(_Een trompetstoot._)
+
+LORENZO:
+ Uw man is naderend; ik hoor zijn sein:
+ Wij zijn geen klikkers, wees niet bang, Mevrouw.
+
+PORTIA:
+ Mij dunkt deez' nacht is 't zieke daglicht slechts:
+ Hij ziet een weinig bleeker: 't is een dag
+ Gelijk de dag is als de zon niet schijnt.
+
+BASSANIO, ANTONIO _en_ GRATIANO _komen op met Gevolg._
+
+BASSANIO:
+ Wij hadden met de tegenvoeters dag,
+ Als gij woudt schijnen bij gebrek aan zon.
+
+PORTIA:
+ Licht geven wil ik, maar licht zijn wil 'k niet;
+ Een lichte vrouw toch maakt haar man het zwaar,
+ En dat doe ik Bassanio nimmer aan;
+ God geve 't beste! Welkom hier, gemaal.
+
+BASSANIO:
+ Mijn dank, Mevrouw: verwelkom ook mijn vriend.--
+ Dit is de man, dit is Antonio,
+ Aan wien ik mij zoo machtig voel verplicht.
+
+PORTIA:
+ Met reden voelt gij u zeer aan hem verplicht,
+ Want meer dan plicht heeft hij voor u gedaan.
+
+ANTONIO:
+ Niet meer dan waar 'k gelukkig vrij van kwam.
+
+PORTIA:
+ Mijnheer, gij zijt zeer welkom in ons huis:
+ Maar 'k staak die hoff'lijkheid van taal, omdat
+ Het anders blijken moet dan door mijn woord.
+
+GRATIANO (_tot_ NERISSA):
+ Gij doet mij onrecht, 'k zweer 't u bij de maan;
+ Geloof me, ik gaf hem aan den klerk van 't hof:
+ Gesneden mag hij wezen, die hem heeft,
+ Als 't u, mijn liefste, zooveel zorgen geeft.
+
+PORTIA:
+ Hoe, nu al twist? Wat is er aan de hand?
+
+GRATIANO:
+ 't Is om een boogje goud, een poov'ren ring
+ Dien zij me gaf, waarvan, verbeeld u eens,
+ Het motto was, als smeden-rijm'larij
+ Op 't mes,[67] "Bemin mij en verlaat mij niet."
+
+NERISSA:
+ Wat praat ge van het motto of de waarde?
+ Ge zwoert me, toen ik u hem gaf, dat gij
+ Hem dragen zoudt tot 't uur van uwen dood;
+ Dat hij met u zou liggen in het graf:
+ Schoon niet om mij, toch, om uw duren eed,
+ Hadt gij u moeten hoeden en hem houden.
+ Gegeven aan een klerk! nu, ik weet wel
+ Dat die geen haartje krijgt op zijn gezicht.
+
+GRATIANO:
+ Dat zal hij wel, wordt hij maar eerst een man.
+
+NERISSA:
+ Ja zeker, wordt een vrouw maar eerst een man.
+
+GRATIANO:
+ Wel, bij mijn hand, ik gaf hem een jongmensch,--
+ Een soort van knaap; een kleinen half-was knaap,
+ Niet grooter dan gij zelf, een rechtersklerk;
+ Een babbeljongen, die hem vroeg als loon;
+ 't Hem weig'ren kon ik voor mijn leven niet.
+
+PORTIA:
+ Gij waart te laken, 'k zeg het u ronduit,
+ Dat gij van 't eerste dat uw vrouw u gaf
+ Lichtvaardig scheiden kondt, dat met een eed
+ Aan uwen vinger werd gestoken, zoo
+ Met trouw werd vastgeklonken aan uw vleesch.
+ Ik gaf mijn liefste' een ring, waarbij hij zwoer
+ Er nimmer van te scheiden; zie hem daar,--
+ Ik zweer u, nooit doet hij er afstand van,
+ Of trekt hem van zijn vinger voor al 't goud
+ Op heel de wereld. Werk'lijk, Gratiano,
+ Gij geeft uw vrouw onvriend'lijk grond tot smart;
+ Gebeurde 't mij, ik was door 't dolle been.
+
+BASSANIO (_ter zijde_):
+ Ik kapte graag mijn linkerhand er af,
+ En zwoer dat 'k in een strijd den ring verloor.
+
+GRATIANO:
+ Bassanio gaf _zijn_ ring aan den rechter
+ Die er om vroeg, en hem ook inderdaad
+ Verdiende, en toen verzocht de knaap, zijn klerk,
+ Die moeite deed met schrijven, dien van mij:
+ En heer noch dienaar wilden anders iets
+ Dan de twee ringen.
+
+PORTIA:
+ Welken gaaft gij dan?
+ Toch niet dien gij van mij kreegt, heer gemaal?
+
+BASSANIO:
+ Kon ik een leugen voegen bij een fout,
+ Dan zou 'k het looch'nen, maar mijn vinger, zie,
+ Bezit den ring niet langer; hij is weg.
+
+PORTIA:
+ Zoo is uw valsch hart ook van trouw ontdaan.
+ Ik zweer het u, ik kom niet in uw bed,
+ Eer ik den ring zie.
+
+NERISSA:
+ Ik in 't uwe niet,
+ Eer ik den mijne weerzie.
+
+BASSANIO:
+ Portia lief,
+ Wist gij wien ik plezier deed met den ring,
+ Wist gij voor wien 'k vaarwel zei aan den ring,
+ Begreept ge waarom 'k afzag van den ring,
+ En hoe onwillig 'k scheidde van den ring,
+ Toen niets werd aangenomen dan de ring,
+ Gij zoudt de kracht wat temp'ren van uw toorn.
+
+PORTIA:
+ Als gij de kracht gekend had van den ring,
+ Of wat de schenkster waard was van den ring,
+ Of hoe uw eer gemoeid was met den ring,
+ Dan waart gij niet gescheiden van den ring.
+ Wie is de man van zoo'n onreed'lijkheid
+ Die, hadt gij er met ijver voor gewaakt,
+ Zoo onbescheiden waar' geweest om iets
+ Te _willen_ hebben dat u heilig was?
+ Nerissa leert mij wat ik denken moet,
+ 'k Zal sterven als een vrouw den ring niet kreeg.
+
+BASSANIO:
+ Neen, bij mijn eer, Mevrouw, bij mijne ziel,
+ Geen vrouw ontving hem, maar een rechtsgeleerde,
+ Die drieduizend dukaten van mij afsloeg
+ En om den ring verzocht, dien 'k weigerde,
+ Waardoor hij mij in slechten luim verliet,
+ Ja, hij die 't leven van een dierb'ren vriend
+ Gered had. Wat moet ik nu zeggen, lief?
+ Ik was genoopt den ring hem na te zenden,
+ Door schaamte en hoff'lijkheid daartoe geleid.
+ Mijn eer liet zich door zulk een ondank niet
+ Bezoedelen: vergeef 't mij, lieve vrouw;
+ Want, bij die heil'ge kaarsen van den nacht,
+ Gij zelf hadt, dunkt mij, me om den ring gevraagd
+ Om hem te geven aan den waard'gen doctor.
+
+PORTIA:
+ De doctor kome niet nabij mijn huis:
+ Nu hij 't mij zoo geliefde kleinood heeft,
+ Dat gij om mijnentwil te houden zwoert,
+ Zal ik vrijgevig worden als ook gij;
+ Ik zal hem niets ontzeggen dat ik heb;
+ Mijn lichaam niet en 't bed niet van mijn man.
+ Ik _zal_ hem kennen, 't is mijn vast besluit:
+ Verlaat uw huis niet 's nachts; bewaak me als Argus[68]
+ En als ge 't niet doet, laat ge mij alleen,
+ Dan, bij mijn eer, die mij nog toebehoort,
+ Maak ik dien doctor tot mijn bedgenoot.
+
+NERISSA:
+ En ik zijn klerk; dus overweeg nu goed
+ Hoe gij mij in mijn eigen hoede laat.
+
+GRATIANO:
+ Nu, doet ge 't, zorg dat ik er dan niet ben,
+ Want heusch, ik breek den jongen klerk zijn pen.
+
+ANTONIO:
+ Ik ben de ellendige oorzaak van den twist.
+
+PORTIA:
+ Trek 't u niet aan; tòch zult ge welkom zijn.
+
+BASSANIO:
+ Portia, vergeef mij de afgedwongen fout;
+ Voor de ooren van de vele vrienden hier,
+ Zweer 'k bij uw eigen schitt'rende oogen u:
+ Waarin 'k mijzelven zie,--
+
+PORTIA:
+ Let wel hierop!
+ Hij ziet zich zelf verdubbeld in mijn oogen:
+ In elk oog één; zweer bij uw dubbel ik,--[69]
+ Een zeer betrouwbare eed!
+
+BASSANIO:
+ Neen, hoor mij aan;
+ Vergeef die fout, en 'k zweer u bij mijn ziel,
+ Dat ik nooit meer mijn eed aan u verbreek.
+
+ANTONIO:
+ Mijn lichaam leende ik eens voor zijn geluk,
+ Dat zonder hem die thans den ring bezit
+ Geheel verloren waar': ik durf nu weer
+ Mijn ziel op 't spel te zetten, dat uw man
+ Nooit meer opzett'lijk zijn belofte breekt.
+
+PORTIA:
+ Wees gij zijn borg dan: geef hem dit, en zeg
+ Dat hij hem beter dan den and'ren houdt.
+
+ANTONIO:
+ Ziehier, en zweer dat gij deez' ring behoudt.
+
+BASSANIO:
+ Hoe? 't Is dezelfde dien 'k den doctor gaf!
+
+PORTIA:
+ Hij schonk hem mij: vergeef Bassanio,
+ Want door 't bezit van dezen had hij mij.
+
+NERISSA:
+ Vergeef gij 't mij ook, waarde Gratiano,
+ Want juist die half-was knaap, de doctorsklerk,
+ Lag dezen nacht door dezen ring bij mij.
+
+GRATIANO:
+ Nu, dit is als 't verbeet'ren van den weg
+ Des zomers, als hij goed en deugd'lijk is:
+ Wij horendragers, eer wij 't nog verdienen?
+
+PORTIA:
+ Spreek niet zoo boud.--Gij staat geheel verbaasd:
+ Hier is een brief, lees hem op uw gemak;
+ Hij komt uit Padua, van Bellario:
+ Gij ziet dat Portia de doctor was,
+ Nerissa daar, haar klerk. Lorenzo zal
+ Getuigen dat 'k gelijk met u vertrok,
+ En juist terugkwam: 'k heb mijn huis nog niet
+ Betreden.--Welkom hier, Antonio;
+ Ik heb voor u nog beter nieuws bewaard,
+ Dan gij verwacht; verbreek deez' brief met spoed;
+ Want gij zult zien dat drie van uw galjoenen
+ Plots binnenliepen met een rijke vracht:
+ Door welk vreemd toeval ik den brief verkreeg,
+ Dat komt gij niet te weten.
+
+ANTONIO:
+ 'k Sta verstomd.
+
+BASSANIO:
+ Waart gij de doctor, en ik kende u niet?
+
+GRATIANO:
+ Waart gij de klerk, die mij de horens geeft?
+
+NERISSA:
+ Ja, maar de klerk, die 't nimmer denkt te doen,
+ Tenzij hij in een man verand'ren mocht.
+
+BASSANIO:
+ Geliefde doctor, wees mijn bedgenoot,
+ En als ik weg ben, lig dàn bij mijn vrouw.
+
+ANTONIO:
+ Gij gaaft mij 't leven, dierb're, en 't onderhoud,
+ Want dat mijn schepen veilig zijn geland,
+ Lees 'k hier als zeker.
+
+PORTIA:
+ Kom, Lorenzo, nu
+ Heeft ook voor u mijn klerk een goede troost.
+
+NERISSA:
+ Ja, en ik zal ze u geven zonder loon.--
+ Hier geef ik dan aan u en Jessica
+ Een schenkingsacte van den rijken Jood,
+ Die na zijn dood u al zijn goed vermaakt.
+
+LORENZO:
+ Gij schoonen druppelt manna op den weg
+ Van 't hong'rend menschdom.
+
+PORTIA:
+ Het is bijna morgen,
+ En toch, 'k ben zeker, zijt gij niet geheel
+ Omtrent den loop voldaan: gaat binnen dus;
+ En neem ons plechtiglijk daar in verhoor,
+ Wij geven trouw op alles u bescheid.
+
+GRATIANO:
+ Zoo zij het dan; maar de allereerste vraag,
+ Die mij Nerissa moet bezweren, is
+ Of 't tot den nacht te toeven haar behaagt
+ Of nu naar bed te gaan, twee uur voor 't daagt?
+ Maar 'k zou het duister wenschen, waar' 't ook dag,
+ Wanneer ik bij de klerk des doctors lag.
+ Zoolang ik leef, ben 'k voor geen ander ding
+ Zoózeer bezorgd als voor Nerissa's ring. (_Allen af._)
+
+
+
+
+VOETNOTEN:
+
+
+[1] Romeinsche oorlogsgod, ook god van het begin van het jaar, met twee
+aangezichten, waarvan het eene vaak jeugdig en glimlachend en het andere
+oud en gefronsd was.
+
+[2] Koning van Pylos (Navarino), een der Grieksche helden die aan den
+Trojaanschen oorlog deelnamen; de type van ouderdom, wijsheid en ernst.
+
+[3] Toespeling op een grafteeken.
+
+[4] Vgl. Mattheus V, 22.
+
+[5] Nl. den dunk van wijsheid dien de menschen van u krijgen moeten,
+juist iets voor maltentige lieden om naar te streven.
+
+[6] Onder aanvoering van Jason zeilden de Argonauten naar Kolchos
+(of Kolchis,) ten Oosten van de Zwarte Zee om de gouden vacht te halen.
+
+[7] Nl. Venetië.
+
+[8] Spreuken XVII, 5.
+
+[9] d.i. hem waarborgde, er borg voor bleef.
+
+[10] Zekere profetessen. Een van hen had van Apollo, die op haar verliefd
+was, verkregen dat zij evenveel jaren zou leven als hij zandkorrels in zijn
+hand hield.
+
+[11] Er waren er eigenlijk zes: de Napolitaansche Prins, de Paltsgraaf,
+de Franschman, de Engelsche baron, de Schotsche lord en de Duitscher,
+maar dit is een van die "slips" welke Shakespeare meer overkomen.
+
+[12] De Venetiaansche dukaat gold ongeveer een rijksdaalder.
+
+[13] d.i. op de beurs, die zich bevond op de Isola del Rivo alto (eiland
+van den diepen stroom,) uit welke laatste woorden Rialto is ontstaan. In
+Shakespeare's tijd bestond de brug van dien naam nog niet.
+
+[14] Toespeling op Jezus' wonder in 't land van de Gadarenen, Lukas VIII,
+33.
+
+[15] Genesis XXVIII, 13 en 14.
+
+[16] Genesis XXX, 31 vgg.
+
+[17] Mattheus IV, 6.
+
+[18] d.i. wanneer eischte een vriend, die een anderen vriend geld leende,
+winst van hem in den vorm van interest, daar toch het geld als een van
+nature onvruchtbaar iets zich niet vermenigvuldigen kan?--Reeds
+ Aristoteles en Bacon wezen hierop.
+
+[19] d.w.z. een overeenkomst zonder verdere voorwaarde van verbeurte in
+geld.
+
+[20] Hier in den zin van kieskeurig.
+
+[21] De Shah van Perzie.
+
+[22] Zie A n t . e n C l e o p . IV, 12, 45.
+
+[23] Een andere naam voor Hercules.
+
+[24] nl. om den eed af te leggen.
+
+[25] Italiaansch voor: Weg!
+
+[26] Hij bedoelt d i r e k t .
+
+[27] De Parcen of Schikgodinnen.
+
+[28] Lancelot knielt met den rug naar zijn vader, die bij 't betasten
+van Lancelots hoofdhaar denkt dat hij een baard te pakken heeft.
+
+[29] Hij bedoelt: "de zaak gaat mij aan, betreft mij," maar hij gebruikt
+om deftig te zijn een woord waarvan hij de beteekenis niet begrijpt.
+
+[30] Hij bedoelt: "het effectieve."
+
+[31] "Wie Gods genade heeft, heeft rijkdom genoeg."
+
+[32] Hij verknoeit op deze zotte manier het deftige "betoomen."
+
+[33] Hem geld gevend.
+
+[34] Verwarring tusschen "bezoek" en "komst."
+
+[35] Woensdag na vastenavond. De volgende woorden van L. zijn
+opzettelijke onzin.
+
+[36] Z. O. van de Kaspische zee.
+
+[37] Vgl.  M a c b e t h , I, 6, 4.
+
+[38] Schertsende toespraak tot den bode, als terugslag op zijn vraag.
+
+[39] Tegenover de kust van Kent, de bank was vroeger een eiland
+toebehoorend aan Goodwin, den Graaf van Kent, dat in 1097 door de zee
+werd verwoest.
+
+[40] Door het eten van sterken gember trachtte men zich tranen in de
+oogen te persen, als men den schijn wilde aannemen van te weenen. Ook
+werd gember vroeger als een hartigheidje voor den ouden dag gebruikt.
+
+[41] Solanio vat Shylocks woorden in letterlijken zin op, en beantwoordt
+die daarom zoo dubbelzinnig-obsceen.
+
+[42] Al mag een maagd zich niet met haar tong, maar alleen in haar
+gedachten uiten.
+
+[43] Hercules.
+
+[44] De zeegod Poseidon, door den Trojaanschen koning Laomedon beleedigd,
+dreigde Troje te zullen vernietigen als Laomedon zijn dochter Hesione
+niet opofferde. Deze werd dan ook aan een rots gebonden om de prooi te
+worden van een zeemonster, maar zij werd door Hercules bevrijd.
+
+[45] De verborgen beteekenis van dit liedje is volgens sommige
+commentators dat Bassanio zich niet door zijn fantasie en door een
+valschen schijn (in dit geval van goud en zilver) moet laten verblinden.
+Een zachte en geheime wenk dus om het looden kistje te kiezen.
+
+[46] De door valschen schijn gewekte illusie vergaat weer, nadat het oog,
+dat er eerst door werd verblind, er de holheid en nietigheid van inziet.
+
+[47] Een witte, bloedelooze lever komt bij Sh. dikwijls als symbool van
+lafheid voor.
+
+[48] d.w.z. op de hoofden van vrouwen die daardoor voor blond gehouden
+worden. Er werd in Sh.'s tijd veel blond haar gedragen omdat koningin
+Elizabeth blond was.
+
+[49] Midas, koning van Phrygie, had van Bacchus de gave ontvangen alles
+wat hij aanraakte in goud te veranderen. Daardoor werd ook alles wat hij
+wilde eten en drinken goud, zoodat hij genoodzaakt was den god om
+herroeping van zijn gave te bidden.
+
+[50] Vgl. I, 1, 172. (Noot 1 blz. 13.)
+
+[51] Venetiaansche Senatoren. Vgl.  O t h e l l o , I, 2, 12.
+
+[52] Met "mijn ziel" wordt Bassanio bedoeld.
+
+[53] Hij bedoelt  i d e e .
+
+[54] Skylla en Charybdis: draaikolken bij Messina op de kust van Sicilië.
+
+[55] Vgl. Lukas XVI, 25. Deze passage kan misschien dienen om de moeilijke
+plaats in 't begin van  O t h e l l o  te verklaren, waar Iago van Cassio
+zegt: "Een kerel, haast verdoemd door 'n mooie vrouw."
+
+[56] Dr. Leyden zegt in zijn uitgave van "The Complaynt of Scotland" dat
+de doedelzakken gewoonlijk bekleed waren met wollen stof van groene
+kleur.
+
+[57] Vgl. Jacobus II, 13.
+
+[58] Voorbeeld van Shakespeariaansche opeenhooping van negatieven.
+
+[59] Het Evangelie noemt hem Barabbas, Lukas XXIII, 18.
+
+[60] Het veranderen van de intrekking van de helft van 't vermogen in
+een boete geldt wel voor den Staat, maar niet voor Antonio.
+
+[61] Toespeling op de twaalf leden van de Jury, soms spottenderwijs,
+"the twelve godfathers" genoemd, o.a. in T h e M u s e s'
+L o o k i n g G l a s s , een blijspel van Randolph, IV, 4.
+
+[62] De maangodin.
+
+[63] Ovidius.
+
+[64] Tartarus, onderwereld.
+
+[65] d.i. niets is goed op zichzelf; slechts de bijkomende
+omstandigheden, de betrekking tot andere dingen, maken het zoo.
+
+[66] De maangodin Diana was verliefd op den schoonen jager Endymion, die
+zich ophield op den berg Latmos in Karië. (Kl. Azië.)
+
+[67] De messenmakers lieten vroeger op de messen, die als souvenir
+moesten dienen, door middel van een of ander zuur allerlei spreuken
+bijten.
+
+[68] Een honderdoogig monster door Juno (Hera) aangesteld om de door
+haar in een vaars veranderde Io, geliefde van Jupiter (Zeus), te
+bewaken.
+
+[69] Zinspeling op dubbelhartigheid.
+
+
+
+
+WERKEN VAN EDWARD B. KOSTER
+ Ing. Geb.
+
+ _Verzamelde Gedichten_ (met portret door H. J.
+ H a v e r m a n) f 2.-- f 2.50
+
+ _Niobe_ (derde herziene druk) - 0.30 - 0.65
+
+ _Odusseus' Dood_ - 0.35 - 0.70
+
+ _Adrastos e.a. Gedichten_ (met portret door
+ L a u r e n t H. V e r w e y) - 1.-- - 1.60
+
+ Uitgaven van G. A. KOTTMANN, den Haag.
+
+
+ _Studiën in Kunst en Kritiek_ f 1.90 f 2.40
+ Uitgave van HOLKEMA & WARENDORF, Amsterdam.
+
+
+ _Over Navolging en Overeenkomst in de Literatuur_ f 0.75
+ Uitgave van MARTINUS NIJHOFF, den Haag.
+
+
+ _Verhalen uit Shakespeare_, naar het Eng. van
+ D r. T h. C a r t e r, met 16 ill. in kleur
+ van G. D e m a i n H a m m o n d f 2.50 f 2.90
+ Uitgave van W. J. THIEME & CIE, Zutphen.
+
+
+ _Shakespeare-Vertalingen:_ D e K o o p m a n
+ v a n V e n e t i ë (2de herz. dr.) --
+ A n t o n i u s e n C l e o p a t r a --
+ C o r i o l a n u s (2de herz. dr.) --
+ M a c b e t h -- O t h e l l o --
+ J u l i u s C a e s a r.
+ N a t h a n d e W ij z e, naar het Duitsch van
+ G.E. Lessing.
+ Uitgaven van de MIJ. VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE
+ LECTUUR, Amsterdam.
+
+
+ _Uren met Shakespeare_ f 1.50 f 1.90
+ Uitgave van de HOLLANDIA DRUKKERIJ, Baarn.
+
+
+ _William Shakespeare_, Gedenkboek 1616-1916
+ (derde herz. druk) f 1.50 f 2.--
+ Uitgave van G. A. KOTTMANN, den Haag.
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Koopman van Venetië, by William Shakespeare
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË ***
+
+***** This file should be named 29359-8.txt or 29359-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/9/3/5/29359/
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Jeroen van Luin and
+the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.